Bewustwording energietransitie

Onderzoek naar kennis en imago omtrent energietransitie voor GasTerra en Quintel
B13126-2, oktober 2011

Bewustwording energietransitie / pag. 1 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Copyright © 2011 Blauw Research bv Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Blauw Research. Dit rapport is geleverd onder de leveringsvoorwaarden van de MOA. All rights are reserved. Nothing from this report may be copied, saved in an authorised data bank or be made public in any form, whether it be electronically, mechanically or through photocopies without prior consent from Blauw Research. This report has been created following MOA conditions.

Bewustwording energietransitie / pag. 2 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Voorwoord
Voor u ligt het rapport van het onderzoek naar het kennisniveau van energietransitie, dat Blauw Research in opdracht van GasTerra en Quintel heeft uitgevoerd. Met veel plezier hebben wij aan dit onderzoek gewerkt. We willen alle betrokkenen van GasTerra en Quintel bedanken voor de prettige samenwerking. Rotterdam, oktober 2011 Project team: Pascal den Hartog, Senior Project Manager Kwalitatief Marco de Groot, Senior Project Manager Kwantitatief Tamara,Vijverberg Project Manager Kwalitatief Björn Terlouw, Project Manager Kwantitatief

Leeswijzer
De indeling van de hoofdstukken van de rapportage is gebaseerd op de pijlers van het Energietransitiemodel (vraag, aanbod, kosten & beleid). Hieraan zijn de hoofdstukken kennisperceptie, energietransitie en stakeholders toegevoegd. Het onderzoek kent drie verschillende doelgroepen namelijk, de Nederlandse bevolking, studenten en scholieren. Wanneer in dit rapport gesproken wordt over de Nederlanders of over algemeen publiek dan wordt hiermee de Nederlandse bevolking bedoeld van 18 jaar en ouder. Onder studenten worden 19 en 20-jarigen aan het HBO of WO verstaan. De groep scholieren zijn 15 of 16-jarigen die middelbaar onderwijs volgen op VMBO, HAVO of VWO niveau. Wanneer resultaten verschillen tussen deze of andere (sub) groepen is dit in de grafieken visueel weergegeven. Een significante stijging is weergegeven met een groen kader, een daling met een rood kader. Alleen veranderingen waarvan met 95% zekerheid gezegd kan worden dat ze niet op toeval berusten, worden omkaderd. Voor dit onderzoek is tevens een spiegelonderzoek uitgevoerd. In het kader van dit spiegelonderzoek zijn betrokkenen bij Quintel gevraagd hun verwachtingen en wensen ten aanzien van enkele resultaten uit te spreken. In het rapport wordt deze input aangeven door middel van een pictogram (zie legenda). Voor het verkrijgen van inzicht in de kennis en het imago van energietransitie en energiebronnen is gebruik gemaakt van het zogenaamde A-I-A-P onderzoeksmodel (Awareness, Image, Attitude en Preference).

Legenda
Ter verduidelijking van de onderzoeksresultaten worden in dit rapport belangrijke of opmerkelijke resultaten toegelicht aan de hand van pictogrammen. Een pictogram geeft aan op welk onderdeel van het model de resultaten betrekking hebben. Betekenis van de pictogrammen:

Positieve bevinding

Resultaat naar of boven verwachting

Opvallend resultaat

Blauw Research Weena 125 3013 CK Rotterdam Tel: 010-4000900 www.blauw.com Contactpersonen: Pascal den Hartog, pascal.denhartog@blauw.com Björn Terlouw, bjorn.terlouw@blauw.com

Citaat

Aanvulling Blauw Research

Resultaten scholieren en studenten

Input van Quintel

A

Betreft onderdeel van A-I-A-P model
Bewustwording energietransitie / pag. 3 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Inhoudsopgave
1 Kort & Krachtig 5 1.1 Achtergrond & onderzoeksdoelstelling 6 1.2 Conclusies 7 - Algemeen publiek, studenten en scholieren - Politiek, energiebranche en zakelijke gebruiker 1.3 Aanbevelingen 12 2 Kennisperceptie 2.1 Eigen inschatting en bron kennisniveau 2.2 Interesse en persoonlijk belang energie en energiebronnen 2.3 Belang energie in onderwijs 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 4 Vraag 4.1 Energieverbruik sectoren 4.2 Energielabels 5 Kosten & beleid 5.1 Verwachting prijs energiebronnen 5.2 Stellingen energie en milieu 5.3 Energiedoelstellingen Europa 6 Energietransitie 6.1 Geholpen bekendheid energietransitie 6.2 Aspecten energietransitie 6.3 Attitude, noodzaak en rollen energietransitie 6.4 Superpromoter 6.5 Energie Transitie Model 6.6 Geholpen bekendheid GasTerra 7 Profiel 7.1 Profiel 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 8 De politiek en energietransitie 8.1 De discussie 8.2 Het energieprobleem 8.3 De oplossingen 8.4 Taakverdeling 8.4 Taakverdeling 8.4 Taakverdeling 8.5 Het energietransitiemodel 9 Energiebedrijven en zakelijke gebruiker 9.1 Inleiding 9.2 Bedrijfsleven 9.2 Bedrijfsleven 9.3 Energieleveranciers 9.4 Netwerkbedrijven 9.5 Het Energietransitiemodel Bijlage Verantwoording kwantitatieve onderzoek 44 45 46 47 48 49 50 51

3 Aanbod 3.1 Top-of-mind en spontane bekendheid energiebronnen 3.2 Geholpen bekendheid energiebronnen 3.3 Bijdrage energiebronnen en gaswinning 3.4 Energiebron ruimte 3.4 Energiebron ruimte – algemeen publiek 3.4 Energiebron ruimte – scholieren 3.4 Energiebron ruimte – studenten 3.5 Houding energiebronnen 3.6 Voorkeur energiebron 3.7 Negatieve voorkeur energiebron

53 54 55 56 57 58 59

Bijlage Verantwoording kwalitatief onderzoek stakeholdersgroepen

60

Bewustwording energietransitie / pag. 4 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk I: Kort & Krachtig

Bewustwording energietransitie / pag. 5 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

1

Kort & Krachtig

1.1 Achtergrond & onderzoeksdoelstelling De wijze waarop Nederland in haar energievoorziening voorziet, zal de komende jaren drastisch moeten veranderen. De fossiele brandstoffen worden steeds schaarser, maar de vraag naar energie zal naar verwachting blijft stijgen. Dit zal zeker niet zonder gevolgen blijven voor de samenleving. In de maatschappij bestaan echter grote groepen waarbij kennis over het belang van deze aankomende veranderingen ontbreekt. Hierdoor is er veel onduidelijk over de mogelijkheden en potentiële gevolgen van eventueel beleid. Strategiebureau Quintel heeft zich samen met haar partner GasTerra tot doel gesteld om de kennis van het energiesysteem binnen de Nederlandse samenleving te verhogen. Om de haalbaarheid hiervan meetbaar te maken is een onderzoek uitgevoerd met de volgende doelstelling: Inzicht verkrijgen in de (ontwikkeling van) het kennisniveau dat de doelgroepen hebben van energie (transitie) en de beelden die men daarbij heeft (imago). Hiervoor zijn eerst groepsdiscussies gehouden om een eerste inschatting te maken van het kennisniveau en input te genereren voor de vragenlijst welke later is voorgelegd aan het algemene publiek, de studenten en scholieren. Als aanvulling op en verrijking van het kwantitatieve onderzoek zijn diepte interviews gehouden met politici en (energie) bedrijven.

Bewustwording energietransitie / pag. 6 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Algemeen publiek, studenten en scholieren

Bewustwording energietransitie / pag. 7 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederland erkent de noodzaak van energietransitie maar ontbeert gefundeerde kennis over het energievraagstuk wat leidt tot een zwart – wit beeld.
Meerderheid Nederlanders ziet noodzaak energietransitie in. De interesse in en het belang van kennis over energie (bronnen) overtreft de verwachtingen. Eén derde van de Nederlanders geeft aan geïnteresseerd te zijn in energie (bronnen). Eenzelfde aandeel ziet persoonlijk nut in van kennis over energie(bronnen). Dit resultaat mag bemoedigend genoemd worden. Naast dat Nederlanders kennis over energie(bronnen) belangrijk vinden, zien zij ook de noodzaak in van het overgaan naar meer duurzame energiebronnen en slimme energietechnieken. Negen op de tien Nederlanders vinden dat er meer gebruik gemaakt moet worden van duurzame energiebronnen. Omdat Nederlanders verwachten dat de prijzen van de fossiele energiebronnen aanzienlijk harder stijgen dan de duurzame bronnen, leidt deze overstap in hun ogen tevens tot een kostenbesparing. Nederlanders staan voornamelijk positief ten aanzien van energietransitie. Ondanks deze positieve houding, ziet men energietransitie voornamelijk als toekomstmuziek. Ze brengen het begrip het meest in verband met de toekomst, economie en de wetenschap. Het associëren van energietransitie met wetenschap kan erop wijzen dat men deze techniek nog niet klaar vindt voor de praktijk. Eigen kennis sterk overschat. Twee derde van de Nederlanders geeft aan minimaal aardig mee te kunnen praten over energie en energiebronnen. Vooral studenten verwachten veel van zichzelf als het aankomt op kennis over energie. Scholieren zijn hierover wat meer bescheiden. Wanneer de Nederlanders, studenten en scholieren echter worden getoetst op hun kennis ten aanzien van energie en energiebronnen dan blijkt de kennis veelal oppervlakkig te zijn. Zo kent men redelijk veel energiebronnen van naam, maar lukt het slechts één op de acht om de verschillende energiebronnen correct te typeren als fossiel of duurzaam. Ook wordt de huidige bijdrage van de verschillende bronnen aan het Nederlandse energieverbruik faliekant verkeerd ingeschat. De duurzame energiebronnen blijken in de praktijk veel minder bij te dragen dan de Nederlanders denken. Ook de bijdrage van kernenergie wordt sterk overschat. Verder bestaat het idee dat huishoudens vergeleken met andere sectoren de minste hoeveelheid energie vragen. In werkelijkheid gebruiken huishoudens na de industrie en transport de meeste energie in Nederland. De onbekendheid met de eigen vraag naar energie blijkt ook wanneer geïnformeerd wordt naar het energielabel van de eigen woning of auto. Slechts een klein deel geeft aan te weten welk energielabel er aan hun woning of auto kleeft. kan men moeilijk inschatten welke maatregel van de eigen woning de grootste bijdrage aan het milieu levert. Het Europees milieubeleid is voor de meesten vaag of onbekend.

1

Kort & Krachtig

1.2 Conclusies

Bewustwording energietransitie / pag. 8 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederland erkent de noodzaak van energietransitie maar ontbeert gefundeerde kennis over het energievraagstuk wat leidt tot een zwart – wit beeld.
Studenten hebben de meeste kennis van energie (bronnen), scholieren het minst. Wanneer de drie groepen van het onderzoek (algemeen publiek, studenten en scholieren) met elkaar worden vergeleken kan worden vastgesteld dat de studenten het best presteren qua kennis van energie en energiebronnen. De Nederlanders bezetten hierbij de middenmoot en de scholieren tonen de minste kennis. Er bestaat een groter draagvlak voor onderwijs op het gebied van energie dan verwacht. Daarbij lijkt het devies ‘je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen’, aangezien de meerderheid vindt het basisonderwijs het beste moment om te starten met onderwijs over energie. In het huidige onderwijs wordt aan het thema echter veel vaker aandacht gegeven dan werd voorspeld. Beeld van energiebronnen erg zwart-wit. De duurzame energiebronnen worden weinig onderscheidend gevonden van elkaar, maar wel zeer verschillend van de fossiele energiebrandstoffen. Er bestaat een duidelijke tegenstelling tussen duurzame energiebronnen en fossiele energiebronnen. Binnen de laatst genoemde groep ziet men weinig onderscheidt tussen aardolie en aardgas. Deze bronnen worden over het algemeen gezien als gevaarlijk, vervuilend en afhankelijk van het buitenland. De meest positieve houding heeft men ten opzichte van duurzame energiebronnen. Deze bronnen krijgen de meeste voorkeur, waarbij zonne-energie het meest populair is. Ondanks dat fossiele energiebronnen weinig voorkeur genieten, geniet aardgas de minst negatieve voorkeur van de fossiele bronnen en staat men negatiever tegenover kernenergie. Energietransitie en het Energietransitiemodel nog onbekende begrippen in Nederland. Eén op de vijf Nederlanders geeft aan minimaal van naam bekend te zijn met energietransitie. Ook hier blijkt sprake te zijn van het danig overschatten van de eigen kennis. Want wanneer vervolgens wordt gevraagd welke omschrijving het begrip energietransitie het beste weergeeft, blijkt de bekendheid te dalen naar 7%. De studenten doen het hierbij beter dan het algemeen publiek. Ook het Energietransitiemodel is nog erg onbekend in Nederland. Ongeveer één op de tien geeft aan de naam van het model te herkennen. Ook hier lijkt sprake van voornamelijk gepercipieerde bekendheid. Nederland lijkt een afwachtende en gelaten houding te hebben ten aanzien van het energievraagstuk. Uit de groepsdiscussies welke voorafgingen aan het kwantitatieve onderzoek bleek al dat een gelaten en afwachtende houding bestaat over een oplossing voor het energievraagstuk. Het lijkt erop dat Nederlanders als gevolg van deze houding de verantwoordelijkheid van een mogelijke oplossing, energietransitie, niet bij één partij willen leggen. Ze zien voor iedereen een rol weggelegd in energietransitie. Een gedeelde verantwoordelijkheid leidt er echter vaak toe dat niemand de verantwoordelijkheid oppakt en dat de partijen elkaar aan blijven kijken.

1

Kort & Krachtig

1.2 Conclusies

Bewustwording energietransitie / pag. 9 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Politiek, energiebranche en zakelijke gebruiker

Stereotype tweedeling omtrent duurzame energie en energietransitie in Nederlands politiek landschap.

De energiebranche wordt geacht zijn verantwoordelijkheid te nemen in een complex umfeld.

De zakelijke energiegebruiker weegt kosten af tegen duurzaamheid.

Bewustwording energietransitie / pag. 10 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Politiek, de energiebranche en de zakelijke energiegebruiker en hun verschillende invalshoeken met betrekking tot energietransitie
Stereotype tweedeling omtrent duurzame energie en energietransitie in Nederlands politiek landschap. Er is een duidelijke polarisatie tussen links/midden en rechts in de Nederlandse politiek en aanverwante organisaties waar het gaat om energie- en milieu-issues. Zo ook waar het gaat om het energieprobleem en de oplossingen voor de toekomst. Links/midden ziet twee duidelijke energiegerelateerde problemen ten aanzien van de toekomst: ten eerste het schaarser worden van fossiele brandstoffen en tweede klimaatverandering. De oplossing moet uiteindelijk worden gezocht in duurzame energie. De burger en het bedrijfsleven dienen volgens links/midden gestimuleerd worden om gebruik te maken van duurzame energie. Kernenergie is geen optie. Gas wordt gezien als de energiebron in de transitiefase. Links/midden dicht de centrale overheid een grote regulerende taak toe bij het stimuleren van duurzame energie. Rechts ziet de noodzaak van energietransitie in, maar om een andere reden: het is niet wenselijk om afhankelijk te zijn van landen en regio’s waar fossiele brandstoffen worden gewonnen, zoals het MiddenOosten en Rusland. Rechts ziet een andere oplossing: kernenergie. Duurzame energie wordt geassocieerd met subsidies en dat is een grote drempel voor rechts. Vanuit deze politieke hoek dient bemoeienis van de overheid minimaal te zijn. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Met andere woorden: marktwerking. Het Energietransitiemodel wordt, door zowel de politici en politiek beleidsmedewerkers die het model kennen als de personen die het niet kennen, gezien als een tool om het bewustzijn te vergroten onder stakeholders die directe betrokkenheid hebben met energiebeleid. Het ECN geldt als kennisinstantie voor energietransitie. De energiebranche wordt geacht zijn verantwoordelijkheid te nemen in een complex umfeld. Energieleveranciers spelen een grote rol in het duurzame energie debat. Zij zijn verantwoordelijk voor de opwek en aankoop ervan. Het is moeilijk voor hen om positie te kiezen omdat zij met verschillende belangen te maken hebben. Ten eerste wordt van energieleveranciers verwacht dat zij het voortouw nemen wat betreft het opwekken van duurzame energie en het stimuleren van decentrale energieopwek. Ten tweede hebben zij te maken met een klant die nog altijd kostengericht is (met name de zakelijke markt) en duurzame energie is vooralsnog duur. Ten derde kent decentrale energieopwek twee kanten: het is duurzaam, maar kan ook ten koste gaan van de eigen omzet. De netwerkbedrijven zijn positie aan het kiezen in de slimme energie discussie. Hun rol wordt in de toekomst groter omdat veel, van bijvoorbeeld decentrale energieopwek, afhangt van de capaciteit van het netwerk. Vanuit het netwerkbedrijf wordt geopperd dat de krachten en kennis van alle relevante en betrokken partijen gebundeld moet worden. Het aangaan van de dialoog waarbij er ook begrip is voor elkaars standpunten is nu een vereiste. Vanuit die positie kan er beleid worden gemaakt om de eindklant te stimuleren gebruik te maken van duurzame energie. De energiebedrijven zien het Energietransitiemodel met name als tool om het bewustzijn te vergroten en betrokken doelgroepen aan het denken te zetten over toekomstig energiegebruik. De energiebedrijven kijken op dezelfde wijze naar het model als de politieke doelgroep.

1

Kort & Krachtig

1.2 Conclusies

De zakelijke energiegebruiker weegt kosten af tegen duurzaamheid. Bij de zakelijke energiegebruikers uit het onderzoek behoort de inkoop van duurzame energie(nog) niet tot de duurzaamheiddoelstellingen. Een semi overheidsinstelling, als een ziekenhuis, daargelaten. Kostenbesparing gaat over het algemeen nog boven het gebruik van duurzame energie. De mogelijkheden van duurzame energie worden echter wel bekeken. Niet zozeer vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maar vanuit de behoefte om de kosten te reduceren. Zo kan decentrale energieopwek interessant zijn voor grote energieverbruikers en voor organisaties waar veel warmte wordt gebruikt. Het zelf opwekken van energie wordt verbonden aan een kleinere afhankelijkheid van energiebedrijven. Onderwerpen als de problematiek rondom energiebronnen, energie en de toekomst en energietransitie bekijken de zakelijke gebruikers met een burgerblik. Hun meningen komen overeen met de meningen uit het burgeronderzoek. Men is bijvoorbeeld vanuit persoonlijke overtuiging voor of tegen kernenergie. Men is niet bekend met het Energietransitiemodel. Het wordt gezien als een model voor de politiek en energiebranche.

Bewustwording energietransitie / pag. 11 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

1

Kort & Krachtig

Welke inzet van energie levert het meest duurzame rendement?
Binnen de Nederlandse bevolking bestaat duidelijk draagvlak voor energietransitie. Tevens ziet men duidelijk het nut in van onderwijs over het thema energie. De kennis over het energiesysteem en energietransitie is echter van dermate laag niveau dat dit het gedrag van mensen om actief te vragen naar energietransitie op korte termijn niet zal beïnvloeden. Op andere plaatsen binnen de samenleving is men veel verder. De politiek heeft het energievraagstuk inmiddels een vaste plaats op de agenda gegeven en energiebedrijven zetten hun tanden erin. Daarnaast zien de politiek en energiebedrijven, net als de consument, de nut en noodzaak in van energietransitie. Zij hebben een hoger kennisniveau met betrekking tot het energievraagstuk. Het draagvlak voor energietransitie en onderwijs hierover verdient zeker invulling. Op het gebied van onderwijs zullen de ambities moeten liggen op het wegnemen van ‘de verkeerde beelden’ welke bestaan op het gebied van energie(bronnen) en het aanreiken van de juiste handvatten aan de jeugd om toekomstige gefundeerde beslissingen te nemen. Hier kan het Energietransitiemodel een nuttige rol spelen. Op het gebied van de verhoging van de bewustwording omtrent energietransitie bij het huidige algemene publiek dient te worden afgevraagd of dit leidt tot de gewenste verandering. Ons inziens is het verstandiger om de pijlen te richten op de politiek en energiebedrijven. Hierbij dient het Energietransitiemodel door deze beoogde gebruikers niet enkel te worden gezien als een bewustwordingstool (ter bevordering van discussie) maar ook als een model waarop strategische beslissingen kunnen worden genomen en beleid op kan worden gebaseerd. Om dit doel te bereiken is samenwerking met een instituut als het ECN in onze ogen aan te bevelen.

1.3 Aanbevelingen

Bewustwording energietransitie / pag. 12 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk II: Kennisperceptie

Bewustwording energietransitie / pag. 13 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Tweederde van de Nederlanders beweert minimaal enige kennis te hebben van energie en energiebronnen.

2

Kennisperceptie

2.1 Eigen inschatting en bron kennisniveau

Scholieren schatten hun kennisniveau het laagst in van de drie groepen. Studenten daarentegen denken vaker (erg) veel te weten van energie en energiebronnen. De kennis over energie(bronnen) komt voornamelijk van televisie en internet. Studenten doen vaker hun kennis over energie(bronnen) op via het internet dan het algemeen publiek en de scholieren. Logischerwijs leert deze laatste groep het meest op school.

Vraagstelling: Dit onderzoek energiebronnen.

gaat

over

energie

en

Welke van de onderstaande omschrijvingen past het beste bij je? Vraagstelling: Waar is je kennis over energiebronnen op Meerdere antwoorden mogelijk. Basis: weet iets van energiebronnen

energie en gebaseerd?

Bewustwording energietransitie / pag. 14 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Interesse in en belang van kennis over energie en energiebronnen het grootst onder studenten.

2

Kennisperceptie

2.2 Interesse en persoonlijk belang energie en energiebronnen
Ongeveer een derde (37%) van de Nederlanders is (zeer) geïnteresseerd in energie(bronnen). Een even groot aandeel vindt kennis over energie en energiebronnen (zeer) belangrijk. De hoogopgeleide Nederlanders zijn hierbij vaker geïnteresseerd in en belangstellend voor kennis over energie (bronnen) dan de midden en laag opgeleiden.

Vraagstelling: In hoeverre ben je geïnteresseerd in energie en energiebronnen? Vraagstelling: In hoeverre is kennis over energie en energiebronnen belangrijk voor je? energietransitie / pag. 15 Bewustwording
t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederlanders hechten redelijk veel belang aan onderwijs over het thema energie. De voorlichting over energie mag in het basisonderwijs al beginnen.

2

Kennisperceptie

2.3 Belang energie in onderwijs
Scholieren hechten het minste belang aan onderwijs over het thema energie. Momenteel vindt 45% van de scholieren en tweederde van de studenten (68%) dat ze te weinig onderwijs krijgen over energie. Wanneer scholieren op dit moment les krijgen in energie en energiebronnen dan gebeurt dit vooral bij de vakken natuurkunde, scheikunde en aardrijkskunde (niet in grafiek).

Basis: hechten belang aan energie in onderwijs

Vraagstelling: In hoeverre vind je het belangrijk dat het thema energie in het onderwijs aan bod komt? Vraagstelling: Wanneer zou moeten worden begonnen met de voorlichting over energie? Vraagstelling: In hoeverre krijg je momenteel les over energie? Dit kan als apart vak zijn of als onderdeel van 16 Bewustwording energietransitie / pag. t.b.v. GasTerra en Quintel een vak.
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk III: Aanbod

Bewustwording energietransitie / pag. 17 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Studenten zijn vaker spontaan bekend met vooral duurzame energiebronnen dan scholieren en de gemiddelde Nederlander.

3

Aanbod

3.1 Top-of-mind en spontane bekendheid energiebronnen
De spontane bekendheid met energiebronnen is sterk afhankelijk van het opleidingsniveau; hoe hoger het opleidingsniveau hoe meer bronnen worden genoemd. Opvallend is dat aardgas relatief vaak als eerste wordt genoemd door de Nederlanders maar in totaal minder vaak wordt genoemd dan de duurzame energiebronnen. Scholieren noemen energiebronnen even algemeen publiek. Top 3 spontane bekendheid scholieren windenergie zonne-energie waterkracht de vaak top 3 als het

% 65% 60% 47%

Studenten en scholieren noemen aardgas, aardolie en steenkool minder vaak dan het algemene publiek. Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model.

A

Vraagstelling: Welke energiebron komt als eerste bij je op? Vraagstelling: Bewustwording energietransitie / pag. 18 Welke energiebronnen ken je nog meer? t.b.v. GasTerra en Quintel
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederlanders geven aan redelijk goed bekend te zijn met energiebronnen. Echter, slechts één op de acht kent de bronnen toe aan de juiste categorieën.

3

Aanbod

3.2 Geholpen bekendheid energiebronnen
Net als de spontane bekendheid hangt de kwaliteit van bekendheid met de verschillende bronnen sterk af van het opleidingsniveau. Afgezien van biomassa/biogas zijn alle bronnen alom bekend. Ondanks dat men vaak aangeeft minimaal van naam bekend te zijn met de energiebronnen, lukt het slechts 13% de bronnen toe te kennen aan de juiste categorie (fossiel of duurzaam). Studenten zijn het best in het plaatsen van de bronnen in de verschillende categorieën. Nederlanders lijken hun eigen kennisniveau van energie en energiebronnen te overschatten: 83% van de Nederlanders die aangeven veel of enige kennis te hebben van energie(bronnen) (§2.1) lukt het niet deze allemaal toe te kennen aan de juiste categorie.

A

Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model.

Vraagstellingen: In welke mate ben je bekend met de volgende energiebronnen? Welke van de onderstaande energiebronnen zijn volgens jou fossiele energiebronnen? Welke van de onderstaande energiebronnen zijn 19 Bewustwording energietransitie / pag. t.b.v. GasTerra en Quintel volgens jou duurzame energiebronnen?
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

De bijdrage van aardolie en aardgas aan het Nederlandse energieverbruik wordt sterk onderschat, terwijl de bijdrage de duurzame energiebronnen sterk wordt overschat.

3

Aanbod

3.3 Bijdrage energiebronnen en gaswinning
Let op! De getoonde percentages geven de gemiddelde bijdrage per energiebron aan en niet het aandeel respondenten. De werkelijke relatieve bijdrages per energiebron aan de totale energieverbruik zijn geleverd door Quintel. Rond een derde van de Nederlanders (30%) en een derde van de studenten (32%) denken dat het gas dat in Nederland wordt gebruikt, wordt gewonnen in Groningen. Onder scholieren is dit een kwart (26%). Een deel van het algemeen publiek koppelt de gaswinning expliciet aan Slochteren Een ruime meerderheid van de Nederlanders verwacht dat het gas dat in Nederland wordt gebruik ook in Nederland wordt gewonnen. Rusland is de bekendste buitenlandse leverancier. Ongeveer een kwart van de studenten en Nederlanders (27%) weet niet waar het Nederlandse gas wordt gewonnen (scholieren 37%). Vraagstelling: Zou je hieronder kunnen aangeven hoeveel procent een energiebron volgens jou momenteel bijdraagt aan het totale energieverbruik in Nederland? Vraagstelling: In welk(e) gebied(en) denk je dat het gas wordt 20 Bewustwording energietransitie / pag. t.b.v. GasTerra gewonnen, dat wij in Nederland gebruiken? en Quintel
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

3

Aanbod

Een helder beeld van de energiebronnen.

3.4 Energiebron ruimte

Uitleg De energiebron ruimte wordt aan de hand van een multivariate analyse vastgesteld. Het principe van deze analyse komt op het volgende neer: stel je geeft mensen een stapel kaartjes met verschillende energiebronnen. Daarnaast geef je ze ook een stapel kaarten met imagoaspecten die bij een energiebron kunnen passen. Vervolgens vraag je ze om de energiebronnen die ze op elkaar vinden lijken dicht bij elkaar te leggen op een tafel en de bronnen die ze echt anders vinden van de rest ver weg te leggen. Dan vraag je ze om de imagoaspecten ook op tafel neer te leggen bij de energiebronnen waar ze het aspect het meest bij vinden passen. De ruimte op de volgende pagina is de optelsom van hoe alle mensen de kaartjes zouden neerleggen. De ruimte geeft een kijkje in de hoofden van mensen, hoe sterk zijn de associaties per energiebron? Waar associëren ze een energiebron het meest mee en welke energiebronnen vinden ze op elkaar lijken (energiebronnen die het dichtst bij elkaar staan)? Het kruispunt van de rode stippellijnen geeft ‘de oorsprong’ weer. Aspecten en energiebronnen die dicht bij de oorsprong liggen hebben een minder onderscheidend karakter dan aspecten en energiebronnen die er ver vanaf liggen.

Bewustwording energietransitie / pag. 21 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederlanders vinden windenergie, waterkracht en zonne-energie weinig onderscheidend van elkaar. Aardgas wordt volgens Nederlanders vooral gekenmerkt door de afhankelijkheid van het buitenland. Energiebron ruimte – algemeen publiek

3

Aanbod

3.4 Energiebron ruimte – algemeen publiek
Windenergie is volgens de Nederlanders een goedkope energiebron. Waterkracht wordt gezien als schoon en zonneenergie als veilig en duurzaam. Biomassa/biogas is de meest onderscheidende duurzame energiebron en wordt door de Nederlanders vooral gekenmerkt als modern. De fossiele energiebronnen verschillen volgens de Nederlanders duidelijk van de duurzame energiebronnen. Steenkool wordt als verouderd gezien, aardolie als vervuilend en bij aardgas wordt vooral gedacht aan de afhankelijkheid hiervan met het buitenland. Opvallend is dat ondanks de vermeende afhankelijkheid met het buitenland, Nederlanders wel aangeven dat het gas dat wij hier gebruiken vooral in Nederland wordt gewonnen (zie § 3.4).

zonneenergie

I

Resultaten hebben betrekking op de Image component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Kun je per aspect aangeven bij welke energiebron dit past? Je kunt een aspect aan meerdere energiebronnen toekennen. Er zijn geen goede of foute antwoorden, het gaat om de indruk die je hebt van de energiebronnen.
Bewustwording energietransitie / pag. 22 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Scholieren kijken anders tegen veel energiebronnen aan dan de gemiddelde Nederlander. Energiebron ruimte – scholieren

3

Aanbod

3.4 Energiebron ruimte – scholieren

Scholieren vinden net als het algemene publiek dat de duurzame en fossiele energiebronnen van elkaar verschillen. Zonne-energie heeft volgens scholieren een duurzaam karakter, windenergie wordt gezien als veilig en schoon en waterkracht als goedkoop. Biomassa/biogas krijgt van de scholieren de labels duur en modern. Scholieren zien, net als de Nederlanders, steenkool als een verouderde energiebron. Ze vinden verder kernenergie lelijk, aardgas gevaarlijk en vervuilend en bij aardolie wordt gedacht aan de afhankelijkheid van het buitenland en schaarste.

I

Resultaten hebben betrekking op de Image component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Kun je per aspect aangeven bij welke energiebron dit past? Je kunt een aspect aan meerdere energiebronnen toekennen. Er zijn geen goede of foute antwoorden, het gaat om de indruk die je hebt van de energiebronnen.
Bewustwording energietransitie / pag. 23 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Studenten hebben bij de energiebronnen voornamelijk hetzelfde beeld als de scholieren. Energiebron ruimte – studenten

3

Aanbod

3.4 Energiebron ruimte – studenten

Studenten vinden net als het algemene publiek en de sholieren dat de duurzame en fossiele energiebronnen van elkaar verschillen. Studenten vinden, net als de Nederlanders en scholieren, steenkool een verouderde energiebron. Ook vinden ze kernenergie lelijk. Studenten vinden aardgas vooral gevaarlijk en bij aardolie denken ze aan de afhankelijkheid van het buitenland en schaarste. Zonne-energie heeft volgens studenten een duurzaam karakter, windenergie wordt gezien als schoon en waterkracht als efficiënt. Studenten geven biomassa/biogas de labels duur en modern.

I

Resultaten hebben betrekking op de Image component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Kun je per aspect aangeven bij welke energiebron dit past? Je kunt een aspect aan meerdere energiebronnen toekennen. Er zijn geen goede of foute antwoorden, het gaat om de indruk die je hebt van de energiebronnen.
Bewustwording energietransitie / pag. 24 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

3

Aanbod

Meest positieve houding ten aanzien van duurzame energiebronnen.

3.5 Houding energiebronnen

De houding van Nederlanders, studenten en scholieren ten opzichte energiebronnen wisselt vaak. Het algemeen publiek heeft bijvoorbeeld vaker een positieve houding ten opzichte van aardgas en biomassa/biogas dan scholieren en studenten. Studenten hebben een positievere attitude ten opzichte van kernenergie dan scholieren.

A

Resultaten hebben betrekking op de Attitude component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Hieronder staan de energiebronnen waarmee je bekend bent. Kun je per energiebron aangeven hoe positief of negatief je hier tegenover staat?

Bewustwording energietransitie / pag. 25 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Zonne-energie geniet de meest voorkeur als energiebron. Kernenergie heeft de meeste negatieve voorkeur als energiebron. Voordelen zonne-energie

3

Aanbod

3.6 Voorkeur energiebron

Slechts een zeer klein deel van de Nederlanders, studenten en scholieren geeft de voorkeur aan een fossiele energiebron. De meest genoemde voordelen van zonne-energie zijn dat het een duurzame energiebron is, goedkoop of gratis en goed voor het milieu is. Er worden vaak geen nadelen genoemd van zonne-energie. Wanneer er wel een nadeel wordt genoemd vindt men zonneenergie duur.

Nadelen zonne-energie

P

Resultaten hebben betrekking op de Preference component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Aan welke van deze bronnen zou je de voorkeur geven voor energieopwekking? Vraagstelling: Wat zijn volgens jou de belangrijkste voor- en nadelen van <energiebron van voorkeur>? U kunt per tekstvak maximaal 80 tekens ingeven.
Bewustwording energietransitie / pag. 26 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Kernenergie heeft de meeste negatieve voorkeur als energiebron. Van de fossiele brandstoffen heeft aardgas de minste negatieve voorkeur.

3

Aanbod

3.7 Negatieve voorkeur energiebron

Studenten spreken minder vaak de negatieve voorkeur uit over kernenergie dan de scholieren of het algemeen publiek. Het algemeen publiek geeft minder vaak aan geen negatieve voorkeur te hebben voor een energiebron.

P

Resultaten hebben betrekking op de Preference component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: En welke van deze bronnen moeten volgens jou zeker niet worden gebruikt voor energieopwekking? Meerdere antwoorden mogelijk.
Bewustwording energietransitie / pag. 27 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk IV: Vraag

Bewustwording energietransitie / pag. 28 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Nederlanders onderschatten het aandeel dat huishoudens hebben in het totale Nederlandse energieverbruik. Ranking sectoren – algemeen publiek
Werkelijk Scholieren: Studenten: 1e 1e

4

Vraag

4.1 Energieverbruik sectoren

De werkelijke volgorde van bijdrage aan de totale energieverbruik door sectoren is geleverd door Quintel. Scholieren lijken beter op de hoogte te zijn van wat de Nederlandse huishoudens verbruiken aan energie. Zij zetten de huishoudens vaker op de vierde plaats dan het algemeen publiek.

1.

Scholieren: Studenten:

2e 2e

2.

Scholieren: Studenten:

3e 3e

4.

Scholieren: Studenten:

4e/ 5e 4e /5e

5.

Scholieren: Studenten:

4e/ 5e 4e/5e

3.

Vraagstelling: Zou je onderstaande sectoren op volgorde van energieverbruik kunnen zetten?
Bewustwording energietransitie / pag. 29 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Een meerderheid van de Nederlanders weet niet welk energielabel hun woning of auto heeft.

4

Vraag

4.2 Energielabels

Bijna de helft van de huizenbezitters in Nederland (45%) denkt dat het aanbrengen van zonnepanelen het meeste bijdraagt aan het milieu. Bijna één derde (29%) denkt dat het (beter) laten isoleren van hun woning het meest bijdraagt, terwijl dit in veel gevallen meer effect zal hebben dan het aanbrengen van zonnepanelen. Huizenbezitters denken dat de HRcombiketel (44%) en de HRE ketel (24%) de beste manieren zijn om de woning te verwarmen (niet in grafiek).

Vraagstelling: Weet je welk energielabel je woning heeft? Vraagstelling: Hieronder staan een aantal aanpassingen genoemd voor in en op je huis. Welke denk je dat, per euro, de meest positieve bijdrage levert aan het milieu? Vraagstelling: Wat is volgens jou de beste techniek om je woning te verwarmen? Basis: huurt of bezit woning en/of auto Basis: bezit woning
Bewustwording energietransitie / pag. 30 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk V: Kosten & beleid

Bewustwording energietransitie / pag. 31 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Aardolie, aardgas en steenkool zullen het meest in prijs stijgen volgens de Nederlanders.

5

Kosten & beleid

5.1 Verwachting prijs energiebronnen

Over het algemeen kan worden gesteld dat Nederlanders verwachten dat de duurzame energiebronnen goedkoper worden en de fossiele bronnen duurder. Studenten denken vaker dan de scholieren en de Nederlanders dat aardgas en steenkool duurder zullen worden.

Vraagstelling: Verwacht je dat energie van onderstaande bronnen in 2030 duurder, even duur of goedkoper zal zijn dan vandaag de dag?
Bewustwording energietransitie / pag. 32 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Meerderheid van het algemeen publiek vindt dat meer gebruik gemaakt moet worden van duurzame energiebronnen.

5

Kosten & beleid

5.2 Stellingen energie en milieu
Scholieren vinden minder vaak dat er meer gebruik gemaakt moet worden van duurzame energiebronnen dan de student en het algemeen publiek. Ook denken scholieren minder vaak dat Nederland meer energie zal gebruiken in 2030 dan de Nederlanders en studenten. Nederlanders vinden vaker dan de scholieren en studenten dat het klimaat veranderd door toedoen van de mens. Een groter aandeel Nederlanders vindt dat olie binnen 50 jaar onbetaalbaar zal zijn ten opzichte van de studenten en scholieren. Nederlanders vinden vaker dan de scholieren en studenten dat de recente milieurampen een gevolg zijn van het veranderende klimaat. De studenten hebben meer vertrouwen in het voldoende beschikbaar zijn van energie over 50 jaar dan de Nederlanders en scholieren. Studenten vinden het milieu vaker een zaak van de politiek dan de scholieren en het algemeen publiek.

Vraagstelling: Hieronder staat

een

aantal

stellingen.

Kun je aangeven in welke mate je het eens of Bewustwording energietransitie / pag. 33 oneens bent met de stellingen? t.b.v. GasTerra en Quintel
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

De Europese energiedoelstellingen zijn nog inhoudelijk weinig bekend bij de Nederlanders. Over de reductie van de CO2 uitstoot heeft men het vaakst iets gehoord.

5

Kosten & beleid

5.3 Energiedoelstellingen Europa

Studenten zijn relatief vaker bekend met de doelstelling dat alle nieuwbouwhuizen in 2050 in Europa klimaat neutraal zijn. Scholieren zijn relatief vaker bekend met de doelstellingen dat er in 2050 geen benzine of diesel auto's meer in stedelijke gebieden mogen rijden. Nederlanders denken makkelijkst haalbaar nieuwbouwhuizen in neutraal te krijgen. dat het het is om alle 2020 energie

Verder verwachten ze dat het terugdringen van de CO2 uitstoot en het verbannen van auto’s uit stadscentra de meeste gevolgen zal hebben voor hen persoonlijk. Hoe bekender men is met de energiedoelstellingen hoe gemakkelijker men acht dat deze haalbaar zijn.

A

Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Kun je aangeven in welke mate je bekend met deze doelstellingen? Vraagstelling: In hoeverre denk je dat deze doelstellingen haalbaar zijn? Vraagstelling: In hoeverre denk je dat deze energietransitie / pag. 34 Bewustwording doelstellingen t.b.v. GasTerra en Quintel gevolgen hebben voor jou persoonlijk?
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Basis: algemeen publiek

Hoofdstuk VI: Energietransitie

Bewustwording energietransitie / pag. 35 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

6

Energietransitie

Nederland nog erg onbekend met het begrip energietransitie.

6.1 Geholpen bekendheid energietransitie
Scholieren zijn het minst bekend met het begrip energietransitie. Ook wanneer gekozen welke omschrijving energietransitie het beste het lastig om de juiste kiezen. moet worden het begrip weergeeft blijkt beschrijving te

7% is bekend met en geeft zelf juiste omschrijving van energietransitie

Van de Nederlanders en scholieren die minimaal van naam bekend zijn met energietransitie lukt het ongeveer de helft om de juiste omschrijving te kiezen. Studenten kiezen vaker de juiste omschrijving, namelijk 70%. De verwachting omtrent de bekendheid van het begrip energietransitie (4% bekend) komt redelijk overeen met de werkelijkheid (tussen de 3% en 14%). De gewenste bekendheid (100%) ligt nog ver verwijderd van de werkelijkheid.

3% is bekend met en geeft zelf juiste omschrijving van energietransitie

A
14% is bekend met en geeft zelf juiste omschrijving van energietransitie

Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: In hoeverre ben je bekend met het begrip energietransitie? Kun je in eigen woorden energietransitie inhoudt? uitleggen wat

Basis: bekend met energietransitie

Vraagstelling: Welke van de onderstaande beschrijvingen geeft volgens jou het begrip energietransitie het beste 36 Bewustwording energietransitie / pag. t.b.v. GasTerra en Quintel weer?
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

6

Energietransitie

Energietransitie wordt vooral gezien als de toekomst.

6.2 Aspecten energietransitie

t=0,9 3 t=1,1 3 t=1,0 2 t=1,0 5 t=1,0 4 t=1,0 9 t=1,1 3 t=1,1 1 t=1,2 1 t=1,0 9 t=1,2 4 t=1,3 2 t=1,3 7 t=1,2 0

Het begrip energietransitie wordt vooral in verband gebracht met de toekomst. Deze associatie heeft ook de kortste reactietijd wat betekent dat het de sterkste verbinding is. Energietransitie wordt verder vaak geassocieerd met economie en wetenschap. De verbinding met economie is echter minder sterk (lange reactietijd). Ook wordt de noodzaak van energietransitie ingezien.

I

Resultaten hebben betrekking op de Image component uit het A-I-A-P model.

Basis: algemeen publiek bekend met energietransitie

Bewustwording energietransitie / pag. 37 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Slechts een enkeling ziet geen noodzaak in van energietransitie. De houding ten opzichte van energietransitie is voornamelijk positief.

6

Energietransitie

6.3 Attitude, noodzaak en rollen energietransitie
Scholieren zijn minder positief ten aanzien van energietransitie en zien er minder de noodzaak van in dan de Nederlanders en studenten. De overstap van fossiele brandstoffen naar meer duurzame of slimme energietechnieken wordt gezien als een gezamenlijke bijdrage van alle betrokkenen. Studenten zien een grotere rol voor de overheid dan de Nederlanders en scholieren. De gemiddelde Nederlander geeft zichzelf een minder grote rol hierbij en de scholieren vinden dat het bedrijfsleven minder hoeft bij te dragen.

A

Resultaten hebben betrekking op de Attitude component uit het A-I-A-P model.

Vraagstelling: Hoe positief of negatief sta je ten aanzien van energietransitie? Vraagstelling: In hoeverre is het volgens jou noodzakelijk om over te stappen van fossiele brandstoffen naar meer duurzame energiebronnen of slimme energietechnieken? Vraagstelling: Welke partijen zouden een rol moeten vervullen bij de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen slimme Bewustwording of energietransitie / pag. 38 t.b.v. GasTerra en Quintel energietechnieken?
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Basis: hecht belang aan energietransitie

Ondanks dat het begrip energietransitie beter bekend is onder Superpromoters, is de bekendheid onder deze groep ook nog niet erg hoog.

6

Energietransitie

6.4 Superpromoter

19% is bekend met en geeft zelf juiste omschrijving van energietransitie

De Superpromoter is iemand die (zeer) enthousiast is over het begrip energietransitie en verwacht als enthousiast persoon te worden gezien. Verder geeft deze persoon aan vaak het aanspreekpunt te zijn in een groep, deelt hij of zij graag zijn mening met anderen en komt hij naar eigen zeggen overtuigend over. Nagenoeg alle Superpromoters staan positief ten opzichte van energietransitie en zien de noodzaak ervan in.

A

Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model.

5% is bekend met en geeft zelf juiste omschrijving van energietransitie

Vraagstelling: In hoeverre ben je bekend met het begrip energietransitie? Kun je in eigen woorden energietransitie inhoudt? uitleggen wat

Vraagstelling: Hoe positief of negatief sta je ten aanzien van energietransitie? Vraagstelling: In hoeverre is het volgens jou noodzakelijk om over te stappen van fossiele brandstoffen naar meer duurzame energiebronnen of slimme Bewustwording energietransitie / pag. 39 energietechnieken? t.b.v. GasTerra en Quintel
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Het Energietransitiemodel is onbekend. Wanneer bekend met het Energietransitiemodel, wordt het model nog weinig gebruikt.

6

Energietransitie

6.5 Energietransitiemodel
Ongeveer één op de tien (13%) Nederlanders, scholieren en studenten geeft aan in enige mate bekend te zijn met het Energietransitiemodel. Deze bekendheid betreft een bovengrens want een aanzienlijk deel (56%) van hen is niet bekend het met begrip energietransitie. Het lijkt onwaarschijnlijk dat wanneer je onbekend bent met het begrip energietransitie je wel bekend bent met het Energietransitiemodel. De bekendheid met het Energietransitiemodel lijkt boven de verwachting uit te stijgen (rond de 10% vs. 0,2%). Hierbij dient te worden opgemerkt dat waarschijnlijk een deel van de bekendheid gepercipieerde bekendheid is. De gewenste bekendheid is 38%.

A

Resultaten hebben betrekking op de Awareness component uit het A-I-A-P model. Blauw Research beschouwt resultaten gebaseerd op minder dan 60 waarnemingen (n<60) als indicatief.

Vraagstelling: In hoeverre ben je Energietransitiemodel?

bekend

met

het

Basis: bekend met Energietransitiemodel

Vraagstelling: Heb je al eens gebruik gemaakt van /het 40 Bewustwording energietransitie pag. t.b.v. GasTerra en Quintel Energietransitiemodel?
Blauw Research / B13126 © oktober 2011

6

Energietransitie

Eén op de vijf Nederlanders bekend met GasTerra.

6.6 Geholpen bekendheid GasTerra

GasTerra staat voornamelijk bekend om gas. Daarnaast worden basketbal en Groningen ook relatief vaak genoemd. GasTerra is bekender in Nederland dan vooraf verwacht (20% vs. 3%). De gewenste bekendheid is 38%.

Spontane typering GasTerra

Basis: bekend met GasTerra

Vraagstelling: In hoeverre ben je bekend met GasTerra? Vraagstelling: Kun je hieronder GasTerra met steekwoorden typeren?
Bewustwording energietransitie / pag. 41 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk VII: Profiel

Bewustwording energietransitie / pag. 42 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

7

Profiel

7.1 Profiel

Bewustwording energietransitie / pag. 43 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk VIII: De politiek en energietransitie

Links

Rechts

Bewustwording energietransitie / pag. 44 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Links en rechts loodrecht tegenover elkaar in de discussie omtrent duurzame energie en energietransitie.
• Parallel aan het kwantitatieve onderzoek onder burgers, studenten en scholieren hebben enkele kwalitatieve diepte-interviews plaatsgevonden met politici en met medewerkers van aan de politiek gelieerde organisaties. • In het huidige Nederlands politiek klimaat is er een duidelijke polarisatie tussen links en rechts. Deze is ook zichtbaar bij de discussie over het gebruik van duurzame energiebronnen. Deze discussie staat in het onderhavige hoofdstuk centraal. Hierbij worden de volgende onderwerpen besproken: − − − − Het energieprobleem; De oplossingen; Taakverdeling; Het Energietransitiemodel.

8

De politiek en energietransitie

8.1 De discussie

Links

Rechts

Bewustwording energietransitie / pag. 45 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Links en rechts hebben hun eigen redenen om alternatieven te zoeken voor de fossiele energiebronnen.
• Er is een duidelijke scheiding tussen een linkse en een rechtse stroming wat de energie- en duurzaamheiddiscussie aangaat. Dit wordt reeds duidelijk als de belangrijkste issues benoemd worden met betrekking tot energiegebruik in de toekomst. • Links ziet twee duidelijke issues en redenen om het gebruik van duurzame energie te stimuleren: 1. Het opraken van de fossiele brandstoffen. De veronderstelling overheerst dat olie, gas en steenkoolreserves binnen 100 jaar uitgeput zullen zijn. 2. De klimaatverandering. De mening overheerst dat de mens mede verantwoordelijk is voor de klimaatverandering en dat het handelen van de mens impact heeft op het milieu. • Rechts ziet de noodzaak van energietransitie ook in maar om een andere redenen. Zij zien noodzaak om afhankelijkheid van fossiele brandstoffen beperken, omdat: − het vanuit deze optiek niet wenselijk is om afhankelijk te zijn van niet-Westerse landen en regio’s (Midden-Oosten, Rusland), door de mogelijkheid (of het idee ervan) om afgesloten te worden of om (tijdelijk) niet geleverd te krijgen. − de verwachting is dat de kosten voor fossiele energiebronnen zullen stijgen. • Rechts ziet in de zorgen die links uitspreekt nauwelijks een probleem. De wereld heeft volgens rechts nog een behoorlijke fossiele voorraad. Daarnaast is de rol van de mens op de klimaatverandering marginaal. Hierbij wordt verwezen naar ijstijden die in het verleden hebben plaatsgevonden.

8

De politiek en energietransitie

8.2 Het energieprobleem

“We zullen wel moeten. De fossiele brandstoffen raken op. We hebben de mogelijkheden om naar 100% duurzame energie te streven”.

“Het gaat ons niet zo zeer om het opraken van de fossiele energiebronnen. We kunnen echt nog wel een tijd vooruit. We moeten echter niet teveel afhankelijk worden van bijvoorbeeld het MiddenOosten”.

Bewustwording energietransitie / pag. 46 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

8

De politiek en energietransitie

Links zet in op duurzame energie, rechts op kernenergie.
• Links zet vol in op duurzame energie: energie opgewekt door wind, zon en water. Het streven is om uiteindelijk 100% gebruik te maken van deze duurzame energiebronnen. − De voornaamste reden is dat duurzame energie schoon en onuitputtelijk is. − Links is van mening dat de burger en het bedrijfsleven gestimuleerd moeten worden om gebruik te maken van duurzame energie. − Kernenergie is voor links geen optie. Enerzijds door het radioactieve afval waar vooralsnog geen oplossing voor is gevonden. Anderzijds door het mogelijke gevaar van straling die vrij kan komen. − Er wordt gerealiseerd dat het niet mogelijk is om in korte tijd een energietransitie van fossiele naar duurzame bronnen te bewerkstelligen. In de overgangsfase zullen fossiele en duurzame energiebronnen naast elkaar worden gebruikt. Hierbij wordt een grote rol toegedicht aan gas. De Nederlandse gasvoorraad is nog relatief groot en de CO2-uitstoot bij verbranding is in vergelijking met olie en steenkool klein. • Rechts wil inzetten op kernenergie. Kernenergie wordt gezien als goedkoop, efficiënt en schoon. Er wordt daarom gepleit voor meer kerncentrales. Men is van mening dat het kabinet daar toestemming voor moet geven. − Rechts ziet weinig in duurzame energie. Het opwekken ervan is volgens hen duur en levert in verhouding relatief weinig energie op. Met name de kosten zullen volgens rechts een drempel zijn voor huishoudens en bedrijfsleven om vanuit eigen beweging te kiezen voor duurzame energie of om zelf duurzame energie op te wekken. De enige stimulans is volgens rechts om subsidies te verlenen. Echter, rechts is in principe tegen het verlenen van subsidies.

8.3 De oplossingen

“Zon, wind en water, schone energie. Met de stand van de wetenschap moet het over 50 jaar mogelijk zijn om in ieder geval 80% op te wekken met duurzame energie”.

“De oplossing is kernenergie. Het is efficiënt en goedkoop. En ook bij kernenergie wordt er geen CO2 uitgestoten”.

Bewustwording energietransitie / pag. 47 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Volgens links dient het gebruik van duurzame energie actief gestimuleerd te worden. Overheid en de energiebranche spelen daar een grote rol in.
• De energietransitie naar 100% gebruik van duurzame energie wordt vanuit links ervaren als een zeer belangrijk proces. Vanuit hun optiek dienen alle marktpartijen die te maken hebben met energielevering en opwekking een actieve rol te spelen bij het stimuleren van het gebruik van duurzame energiebronnen. De volgende taakverdeling wordt voor ogen gezien: • De overheid heeft een regulerende en stimulerende taak. − De overheid dient te zorgen voor wet- en regelgeving die het implementeren van maatregelen om de duurzaamheids- en energietransitiedoelstellingen te halen vergemakkelijken. Bijvoorbeeld door duurzaamheidsdoelstellingen op te leggen aan bedrijven en het gebruik van duurzame energie deels te verplichten. − De overheid dient het gebruik van duurzame energiebronnen actief te stimuleren. Enerzijds door het bewustzijn en de kennis bij burgers en het bedrijfsleven te vergroten. Anderzijds door de opwekmiddelen voor duurzame energie deels te financieren. Bijvoorbeeld door subsidies te verstrekken voor het installeren van opwekmiddelen als zonnepanelen, windmolens en warmtekrachtkoppelingen. • De energiebranche dient te investeren en te stimuleren. − De energieleveranciers dienen nadrukkelijk te investeren in kennis, technologie en middelen om duurzame energie op te wekken. Het is ook de taak van de energiebranche om de vraag naar duurzame energie te stimuleren door het aanbod te vergroten. De energiebedrijven dienen hun verantwoordelijkheid te nemen voor het uitputten van de fossiele energiebronnen en voor de CO2uitstoot. − Daarnaast heeft ook de energiebranche de taak om burgers en bedrijfsleven te stimuleren om te investeren in duurzame energie. Bijvoorbeeld over maatregelen die zij zelf kunnen nemen.

8

De politiek en energietransitie

8.4 Taakverdeling

“De overheid heeft wel degelijk een taak. Maar er zal altijd een klassieke tweedeling zijn in de politiek. Klassiek liberaal versus de grote overheid”. “Een taak van de overheid is onder andere om bewustzijn te creëren. Dat valt niet mee want mensen zijn slecht in veranderen. Je ziet nu ook een behoorlijke sceptische houding ten aanzien van de klimaatverandering”).

Bewustwording energietransitie / pag. 48 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

In een optimale wereld dragen ook burgers en het bedrijfsleven volgens links hun steentje bij.
• Iedereen heeft volgens links te maken met het uitputten van de fossiele energiebronnen en de klimaatveranderingen. In principe zou daarom iedereen een stuk verantwoordelijkheid moeten nemen. Bedrijven zouden bijvoorbeeld zelf duidelijke duurzaamheiddoelstellingen kunnen opstellen om die vervolgens ook daadwerkelijk na te leven. • Uit het burgeronderzoek komt naar voren dat burgers de relevantie van energietransitie inzien maar dat men niet goed inziet welke maatregelen men zelf kan nemen. Burgers vertrouwen wat dat betreft op de technologische vooruitgang, op de overheid en de energiebranche. Het onderzoek toont aan burgers het aandeel van huishoudens aan het totale energieverbruik in Nederland onderschatten. Indien dit bewustzijn er is dan zou het volgens links goed zijn als de huishoudens energie meer efficiënt gaan gebruiken en minder verspillen. • Het algemene streven op korte termijn is volgens links om een maatschappij brede discussie te krijgen over het gebruik van duurzame energie waarbij er respect is voor elkaars standpunten. Vanuit die positie kunnen gezamenlijk maatregelen worden genomen. Vanuit die optiek wordt onder andere geopperd om een Energietransitie Raad te formeren met daarin vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven, de energiebranche, kennisinstituten, milieubeweging en andere belangenbehartigers.

8

De politiek en energietransitie

8.4 Taakverdeling

“Het zou nu al mooi zijn als er een maatschappij brede discussie gevoerd kan worden waarin alle stakeholders bij vertegenwoordigd zijn”.

Bewustwording energietransitie / pag. 49 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

8

De politiek en energietransitie

Rechts vertrouwt op de markt en wil de rol van de overheid beperken.
• Rechts wenst zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Dat betekent enerzijds geen wetten om duurzame energie te verplichten. Anderzijds betekent dat geen investeringen met belastinggeld voor het opwekken van duurzame energie en geen subsidies aan bedrijven en burgers om het gebruik van duurzame energie te stimuleren. • De rol van de overheid dient beperkt te blijven tot: − Het scheppen van een kader waarbinnen het bedrijfsleven, inclusief de energieleveranciers, ruimte krijgen om zelf maatregelen te nemen om de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen te verkleinen. Bijvoorbeeld om te investeren in en het bouwen van kerncentrales. − Het toezicht houden op de belangen van de burger en het bedrijfsleven waar het gaat om de kosten voor energie. • Rechts vertrouwt op de marktwerking. Als de kosten voor fossiele energiebronnen stijgen dan zal dat volgens rechts leiden tot een grotere vraag voor alternatieve energiebronnen. Bovendien is er dan minder vraag naar fossiele brandstoffen zodat de reserve minder wordt aangetast. Het alternatief kan evengoed duurzame als kernenergie zijn. Dat wijst de werking van vraag en aanbod uit. Kernenergie is dan volgens hen zoals reeds eerder gezegd de meest voor de hand liggende oplossing.

8.4 Taakverdeling

“Je moet de markt zijn werk laten doen. Als de vraag naar olie groot is dan stijgt de prijs. Dan gaat men vanzelf op zoek naar goedkopere alternatieven. De overheid moet zich hiermee niet bemoeien”.

Bewustwording energietransitie / pag. 50 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Het Energietransitiemodel wordt vooral gezien als een tool om bewustzijn te creëren en om de discussie te stimuleren.
• Er wordt vanuit de politieke hoek van dit onderzoek meerwaarde gezien van het Energietransitiemodel. Deze zit hem met name in het vermogen van het model om het bewustzijn van het belang van de energietransitie te vergroten en vanuit die positie de (maatschappelijke) discussie te stimuleren. Deze waarde van het model ziet men vooral voor: − Interne organisaties. Bijvoorbeeld om bewustzijn te creëren bij en kennis te geven aan medewerkers binnen (locale) overheden, bedrijven, belangenorganisaties, energieleveranciers. Dit maakt het gemakkelijker om duurzaamheiddoelstellingen te implementeren en samen te werken om een doel te bereiken. Kennis en begrip motiveren. − Stakeholders in de duurzame energie discussie. Er zal samen moeten worden gewerkt om duurzaamheiddoelstellingen te halen. Om de neuzen dezelfde richting op te krijgen kan het zinvol zijn om het model te gebruiken om de discussie te voeren. − Het onderwijs. Aan de hand van het model kunnen cases worden geformuleerd en worden berekend. Men ziet zich voor dat het model bij verschillende studies wordt gebruikt. • Het model wordt als te ingewikkeld ervaren voor de gemiddelde burger. Er is kennis, inzicht en tijd voor nodig om gebruik te maken van het model. Daarom vindt men het minder geschikt voor burgers. • Het model wordt vooralsnog niet gezien als de basis voor beleid. Wat advies voor beleid betreft wordt veel waarde gehecht aan het ECN. Het ECN is een kennisinstituut waar gebruik wordt gemaakt van verschillende modellen die door het ECN gecombineerd en aan elkaar gekoppeld worden.

8

De politiek en energietransitie

8.5 Het Energietransitiemodel

“Dit model is een goed middel om het bewustzijn nog meer te vergroten. Aan de hand hiervan kun je discussie voeren. Stel dat iemand een bewering doet. Dan je met het model aantonen of deze persoon het goed heeft of niet”. “Als beleidsmedewerker zou ik er geen gebruik van maken. Wel uit persoonlijke interesse om te zien of iets klopt. Ik heb hier achter me een boekenkast vol met scenario’s die allemaal laten zien dat 100% schoon mogelijk is”. “Dit is een model voor studenten en voor de zeer geïnteresseerde burger. Er zitten veel moeilijke vaktermen in als decentrale energieopwekking en bio-voetafdruk”.

Bewustwording energietransitie / pag. 51 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Hoofdstuk IX: Energiebedrijven en zakelijke gebruiker

Bewustwording energietransitie / pag. 52 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen: de gebruiker versus de leverancier en distributeur.
• Er is gesproken met enkele energiebedrijven (2 netwerkbedrijven en 2 leveranciers) en met enkele grote zakelijke energiegebruikers (N=4: ziekenhuis, zwembad, industrie en vervoer). Drie van deze vier energiebedrijven/netwerkbedrijven zijn stakeholder van Quintel (Eneco, Alliander, Tennet) en kennen het Energietransitiemodel. De grootzakelijke energieverbruikers zijn geen stakeholders van Quintel. • De doelgroepen die aan de orde komen in dit hoofdstuk kijken elk vanuit een ander perspectief naar de toekomst en het gebruik van energie. Het bedrijfsleven als verbruiker van energie, de leverancier die de invloed van de marktwerking ondervindt en daarmee moet handelen en het netwerkbedrijf dat positie dient te kiezen in de ‘slimme energie’- en duurzame energiediscussie. • In dit hoofdstuk worden de positie en motieven van deze doelgroepen kort besproken. Het hoofdstuk ken de volgende indeling: − − − − Het bedrijfsleven; De energieleveranciers; De netwerkbedrijven; Het Energietransitiemodel.

9

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.1 Inleiding

Bewustwording energietransitie / pag. 53 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

9

Zakelijke energiegebruiker weegt kosten af tegen duurzaamheid.
• Steeds meer bedrijven en organisaties hebben duurzaamheiddoelstellingen. Vaak hebben deze betrekking op: − Het meer efficiënt omgaan met energie en tegengaan van verspilling. Hierbij is het streven om minder energie te gebruiken bijvoorbeeld door lampen uit te doen als deze niet noodzakelijk zijn, isoleren van het bedrijfspand. − Afvalverwerking. Hierbij kan gedacht worden aan het scheiden van afval. − Print- en papierbeleid. Er wordt naar gestreefd om zo min mogelijk papier te gebruiken en zo min mogelijk te printen. • Bij de meeste bedrijven uit het onderzoek behoort de inkoop van duurzame energie (nog) niet tot de duurzaamheiddoelstellingen. Kostenbesparing gaat over het algemeen boven het gebruik van duurzame energie. Dat wil niet zeggen dat bedrijven de mogelijkheden van duurzame energie niet bekijken, maar dat zij deze bekijken vanuit de behoefte om kosten te reduceren. Als voorbeeld gelden bedrijven waar veel warmte wordt geproduceerd en waar die warmte omgezet kan worden naar energie. Deze ‘zelf opgewekte’ energie kan door die bedrijven zelf gebruikt worden of worden teruggeleverd aan het netwerk. • Instellingen die aan de overheid gelieerd zijn, hebben per 1 juli 2012 de verplichting om 50% duurzaam in te kopen wat energie betreft. Bij een deelnemend ziekenhuis is deze verplichting ook opgenomen in de duurzaamheiddoelstellingen.

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.2 Bedrijfsleven

“Wij scheiden afval en letten erop dat we niet teveel printen. Ik print altijd dubbelzijdig”.

“Je voelt zelf hoe warm het hier is. In een zwembad wordt zeer veel gestookt. Ik heb hier een warmtekrachtcentrale laten installeren. Zo zetten we warmte om in energie. Dat levert best wel wat op. Zo ben je minder afhankelijk van de energiemaatschappijen. Die proberen je toch alleen maar te naaien. Ik zou graag het hele dak vol hebben met zonnepanelen als me dat minder afhankelijk maakt van de energiebedrijven”.

Bewustwording energietransitie / pag. 54 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Energie-inkoper is ook burger. Standpunten over duurzame energie komen grotendeels voort uit de persoonlijke mening.
• De verantwoordelijke voor energie-inkoop kan per organisatie verschillen. − Het ene bedrijf is, wat de corebusiness betreft, puur afhankelijk van energie. Bij hen wordt veel belang gehecht aan energie. Dat kan reden zijn om aan de inkoop van energie een voltijd functie te koppelen. Betrokkenheid met en kennis over energie is dan vaak meer dan gemiddeld. − Bij andere bedrijven en organisaties is de inkoop van energie slechts een (klein) onderdeel van het takenpakket. De betrokkenheid en kennis is dan doorgaans minder. • Naast het inkoopbeleid van de organisatie, de duurzaamheiddoelstellingen, vakbetrokkenheid en kennis over energie van de inkoper speelt ook de persoonlijke mening van deze persoon een rol in zijn houding ten aanzien van energie-issues en duurzame energie. Hij denkt in die zin ook als een burger. Hij kan een groot voorstander zijn van duurzame energie maar er ook zeer sceptisch tegenover staan en een voorkeur uit spreken voor kernenergie. Met name als de energieverantwoordelijke enige kennis heeft over energie en de kosten en baten ervan dan kan zijn mening en advies impact hebben op beslissingen die op directieniveau genomen worden. Bijvoorbeeld over de aanschaf van zonnepanelen en warmtekrachtkoppelingen en centrales. • Meningen en standpunten ten aanzien van verschillende energiebronnen zijn te vergelijken met de uitspraken van burgers zoals verwoord bij de eerdere hoofdstukken.

9

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.2 Bedrijfsleven

“Ik denk in alles rechts. Ik heb dus ook geen probleem met kerncentrales. Eigenlijk is dat de schoonste energie”. “Ik zit ook in de milieucommissie van ons ziekenhuis. Het is sowieso een onderwerp dat me interesseert”.

Bewustwording energietransitie / pag. 55 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

9

Energieleveranciers enigszins gevangen in kosten-baten dilemma.
• Energieleveranciers spelen een grote, zo niet de grootste, rol in het duurzame energie debat. Ze zijn verantwoordelijk voor de energieopwek en aankoop ervan. Dat betekent ook dat de spotlights met betrekking tot de opwek van duurzame energie op hen zijn gericht. De positie waarin zij zitten wordt door hen enigszins complex genoemd. Zij hebben te maken met verschillende belangen: − Van de energieleveranciers wordt verwacht dat zij het voortouw nemen wat betreft het opwekken van duurzame energie. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het opwekken van energie. Een associatie met schone, duurzame energie is goed voor het imago. Anderzijds kan een associatie met milieuvervuiling, CO2uitstoot en kernenergie negatief effect hebben. Zij moeten daarom ook mee in de ontwikkelingen. Dit brengt investeringen met zich mee. − Klant nog altijd kosten gericht. Aan de ene kant dient een energieleverancier te investeren in duurzame energie. Aan de andere kant dient het rekening te houden met de behoefte van de klant aan een zo laag mogelijke energierekening. De klant gaat nog altijd voor de goedkoopste aanbieder. Met name de zakelijke klant die volgens de leveranciers doorgaans op ratio beslissen en zeer kostengedreven zijn. De burger is volgens hen nog redelijk te beïnvloeden met emotie. Als voorbeeld wordt de sterk toegenomen vraag naar biologische producten genoemd. − Decentrale energieopwek kent twee kanten. Decentrale energie opwek heeft een zeer duurzaam karakter. Het stimuleren ervan en het aanbieden van de middelen ervoor aan de klant sluit goed aan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijf. Aan de andere kant kan dit ook ten koste gaan van de omzet van de leverancier.

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.3 Energieleveranciers

“Ik opereer in de zakelijk markt. Ik ga veel naar klanten toe om te vertellen over duurzame energie. Dat vinden ze dan heel interessant tot het moment dat ik vertel dat het iets duurder is. Ze gaan dan toch voor het goedkoopste. Ik vind het moeilijk om daarmee om te gaan”. “Op de zakelijke markt gaat het om harde feiten, daar moet je rationeel reageren. Op de consumentenmarkt is het gevoeliger. Daar kun je nog iets met marketing”.

“Wij willen onder andere inzetten op decentrale energieopwek. Echter, je wil ook weer niet dat het teveel omzet gaat kosten”.

Bewustwording energietransitie / pag. 56 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

9

De netwerkbedrijven zoeken positie in het energietransitie debat.
• De primaire taak van de netwerkbedrijven is de distributie van energie en gas van de leverancier naar de gebruiker en het onderhouden van het netwerk. De distributie van A naar B. Het netwerk gaat echter steeds belangrijker worden. Er worden voor de toekomst hoge eisen gesteld aan de capaciteit ervan. Met name als straks de decentrale energie-opwek een vlucht gaat nemen en het tweewegsverkeer overal mogelijk moet zijn. • De taak van de netwerkbedrijven is altijd ondersteunend geweest. Zowel voor als na de splitsing van energiebedrijf en netwerkbedrijf. Een groot verschil met de vroegere situatie is dat het netwerkbedrijf als onderdeel van een leverancier zich niet hoefde te profileren. Als zelfstandige organisatie lijkt deze behoefte wel te bestaan. Het netwerk wordt door hen gezien als een onmisbare schakel in de energie-waardeketen, zeker met het oog op de toekomst. • Vanuit het netwerkbedrijf wordt geopperd dat er in het energietransitieproces moet worden samengewerkt tussen alle relevante en betrokken partijen. Volgens hen is hierbij geen topdown-benadering gewenst maar een horizontale benadering. Er moet gebruik worden gemaakt van elkaars kennis en expertise. Soms bestaat het gevoel dat de verschillende partijen in elkaars vaarwater zitten waardoor men vooral naar de eigen belangen kijkt. Men is van mening dat de duurzame energie discussie nu gevoerd moet worden maar dat het daarvoor van groot belang is dat de partijen (leveranciers, netwerkbedrijven, overheden en belangenbehartigers) verder kijken dan de eigen standpunten. Vanuit die positie kan er beleid worden gemaakt om de eindklant te stimuleren om gebruik te maken van duurzame energie.

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.4 Netwerkbedrijven

“We zijn nu met z’n allen aan het discussiëren. Dat betekent dat iedereen zijn mening geeft maar eigenlijk te weinig naar de ander luistert. We moeten toe naar de dialoog. Dat we elkaars standpunten begrijpen. Pas dan kun je efficiënt samenwerken”.

Bewustwording energietransitie / pag. 57 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Het Energietransitiemodel als leidraad voor de discussie en als bewustmakingstool.
• De energiebedrijven zien het Energietransitiemodel met name als een tool om bewustzijn te creëren over het belang van duurzame energiebronnen en om verschillende doelgroepen aan het denken te zetten over toekomstig energiegebruik. Op basis van het model kunnen cases worden uitgewerkt die het startpunt kunnen zijn voor discussie en dialoog. In die zin kijken de energiebedrijven op een zelfde manier naar het model als de politieke deelnemers van het onderzoek (vorige hoofdstuk). • De bedrijven uit het onderzoek zien het model niet zo zeer voor het bedrijfsleven bedoeld maar voor beleidsmakers en de energiebedrijven. Men geeft aan te ver af te staan van het onderwerp om met een dergelijk model te werken. Bovendien is men in de veronderstelling dat er ‘echte’ kennis nodig is om het model te gebruiken.

9

Bedrijfsleven en energiemaatschappijen

9.5 Het Energietransitiemodel

Bewustwording energietransitie / pag. 58 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Bijlage Verantwoording kwantitatieve onderzoek
Inleiding In deze verantwoording komen het doel, de doelgroep, de methode, het veldwerk en de dataverwerking en de aan de orde. Het biedt de lezer inzicht in de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd. Doel en doelgroep Het centrale doel van het onderzoek is het geven van inzicht in het kennisniveau dat een aantal doelgroepen heeft van energietransitie en de beelden die men daarbij heeft. De doelgroepen van het onderzoek bestaan uit: −Nederlanders ouder dan 18 jaar, −scholieren op VMBO, HAVO en VWO niveau van 15 en 16 jaar oud −HBO en WO studenten in de leeftijd van 20 en 21 jaar. Methode Dit kwantitatieve onderzoek is online uitgevoerd. Er is onder meer voor deze methode gekozen omdat respondenten bij online datacollectie kunnen participeren aan de enquête op een door hen gewenst tijdstip. Ook konden game elementen worden toegepast in de vragenlijst waardoor deze meer aansprekend is voor de jongeren doelgroepen. Hierdoor is online onderzoek respondentvriendelijker en is de respons hoger dan bij andere veldwerkmethoden. De panels van Survey Sampling International en Panelclix zijn hierbij gebruikt als steekproefkader. Alle (potentiële) respondenten ontvingen een uitnodigingsmail met een link, met daarin een unieke code en wachtwoord. Via deze link kon de vragenlijst op (een afgeschermd deel van) de website van Blauw Research worden ingevuld. Blauw Research heeft de vragenlijst ontwikkeld op basis van de doelstellingen en vooraf gehouden groepsdiscussies en geprogrammeerd. Veldwerk Het veldwerk van het onderzoek heeft plaatsgevonden van 6 juni tot en met 19 juni 2011. Bij aanvang van het onderzoek is 10% van de bruto steekproef uitgenodigd. Op het moment dat ongeveer 10% van de beoogde (netto) respons was behaald, zijn tussentijds resultaten opgevraagd om te controleren of zich geen problemen hadden voorgedaan in de vragenlijst. Vervolgens is de overige 90% uitgenodigd voor het onderzoek. Om de respons te bevorderen is bovendien tussentijds een herinneringsmail verstuurd naar alle mensen in de steekproef die –op het moment van versturen– nog niet aan het onderzoek hadden geparticipeerd. In totaal hebben 1122 Nederlanders, 516 scholieren en 536 studenten aan het onderzoek meegewerkt. Dataverwerking De mate waarin de uitkomsten van het onderzoek ook daadwerkelijk voor de gehele doelgroep gelden, uit zich o.a. in de validiteit, representativiteit en de betrouwbaarheid van de uitkomsten. Op deze punten wordt nader ingegaan. Validiteit Een bepalende factor in de algehele kwaliteit van onderzoek is de validiteit. Een goede validiteit duidt erop dat meetfouten binnen het onderzoeksproces worden geminimaliseerd. Bij dit onderzoek is hieraan ruime aandacht besteed. Bij de opzet en het ontwerp van de vragenlijst is veel aandacht geschonken aan de wijze van vraagstelling en aan het opstellen van antwoordcategorieën en antwoordschalen. Voor zover mogelijk zijn alle antwoordcategorieën en vraagblokken gerandomiseerd en gerouleerd, waardoor mogelijke volgorde-effecten zijn uitgesloten. Representativiteit Om de bruikbaarheid van de resultaten te waarborgen, besteedt Blauw Research veel aandacht aan de representativiteit van het onderzoek. Representativiteit van de onderzoeksuitkomsten betekent dat deze kunnen worden gegeneraliseerd naar de gehele populatie. De dataset van dit onderzoek is na afloop van het onderzoek gewogen naar de populatiegegevens van de Nederlandse bevolking op geslacht, leeftijd, opleiding (laag, midden, hoog). De data van scholieren en studenten zijn na afloop gewogen op onderwijsniveau en geslacht. De onderzoeksuitkomsten mogen als representatief worden beschouwd voor de Nederlandse bevolking (naar geslacht, leeftijd en opleiding), scholieren en studenten (naar onderwijsniveau en geslacht) . Betrouwbaarheid Na afloop van het veldwerk is het opgebouwde databestand gecontroleerd. Het databestand is vervolgens geschikt gemaakt voor de statistische analyses. Analyse heeft plaatsgevonden door middel van de meest gangbare toetsen en testen. In dit rapport worden de uitkomsten significant genoemd bij een betrouwbaarheid van 95% (α=0,05). Dat wil zeggen, dat Bewustwording energietransitie / pag. 59 de kans op een waarneming buiten het vastgestelde t.b.v. GasTerra en Quintel interval niet groter is dan 5%.Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Bijlage Verantwoording kwalitatief onderzoek stakeholdersgroepen
Inleiding In deze verantwoording komen het doel, de doelgroep, de methode en het veldwerk aan de orde. Het biedt de lezer inzicht in de wijze waarop het kwalitatieve onderzoek is uitgevoerd. Doel en doelgroep Het centrale doel van het onderzoek is het geven van inzicht in de attitude en houding die een aantal stakeholdersgroepen heeft van energietransitie. De doelgroepen van deze onderzoeksfase bestaan uit: −Politiek en aan de politiek gelieerde organisaties (n=6); −Energiebranche (n=4); −Zakelijke energiegebruikers (n=4). Methode Dit kwalitatieve onderzoek is uitgevoerd met face-to-face diepte-interviews op de werkplek van de respondent. Er is onder meer voor deze methode gekozen omdat onderwerpen tot op detail niveau besproken kunnen worden. Als een antwoord van de respondent nog niet geheel duidelijk is dan heeft de interviewer de mogelijkheid om door te vragen. Daarnaast geeft het de respondent ruim de tijd om zijn of haar verhaal te vertellen. De respondenten zijn op hun werkplek bezocht vanuit efficiëntie overwegingen. Het zijn allen drukbezette personen en een gesprek op de werkplek is bij hen beter in te plannen. Er hebben een aantal persoonlijke stakeholders van Quintel deel genomen aan het onderzoek. Quintel heeft de betreffende personen zelf benaderd om deel te nemen aan het onderzoek (zowel politiek als energiebranche). De overige respondenten zijn ‘koud’ geworven door een gespecialiseerd selectiebureau. Veldwerk Het veldwerk van het onderzoek heeft plaatsgevonden van 13 juni tot en met 21 juni 2011. Alle interviews zijn afgenomen door ervaren onderzoekers van Blauw Research, aan de hand van een, vooraf goedgekeurde, gesprekspuntenlijst.

Bewustwording energietransitie / pag. 60 t.b.v. GasTerra en Quintel Blauw Research / B13126 © oktober 2011

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful