KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN

FACULTEIT LETTEREN

ONDERZOEKSEENHEID ARCHEOLOGIE

De Betekenis van Beenderen in het Neolithicum van het Oude Nabije Oosten

Bachelorpaper Tristan Michiels Promotor Prof. J. Bretschneider

Academiejaar 2010-2011

1

1) INLEIDING _______________________________________________________________________________ 3 2) AFBAKENING _____________________________________________________________________________ 4 3) BRONNEN EN ALGEMENE THEORIE ___________________________________________________________ 4 4) MENSELIJKE SKELETRESTEN _________________________________________________________________ 7 4.1 BEGRAVING __________________________________________________________________________ 7 4.1.1 GRAFRITE TIJDENS HET NATUFIAAN __________________________________________________ 8 4.1.2 BEGRAVING IN HET PPNA__________________________________________________________ 11 4.2 DODENRITUEEL IN HET PPNB__________________________________________________________ 14 4.2.1 ALGEMEEN GRAFRITE ____________________________________________________________ _14 4.2.2 SCHEDELCULTUS IN HET PPNB ______________________________________________________ 15 4.2.3 HET HUIS VAN DE SCHEDELS _______________________________________________________ 19 5) REPRESENTATIES VAN DE SYMBOLISCHE WERKELIJKHEID _______________________________________ 22 5.1 RESTEN VAN DIEREN IN RITUELE CONTEXTEN______________________________________________ 23 5.2 BEELDEN NAAR HET EVENBEELD: BUSTES, FIGURINES EN MASKERS ___________________________ 24 6) ALGEMEEN BESLUIT _____________________________________________________________________ 30 7) BIBLIOGRAFIE___________________________________________________________________________31 8) VERANTWOORDING VAN DE FIGUREN IN DE TEKST____________________________________________ 34

Aantal tekens totaal BA-Paper: 80 953 aantal woorden: 12 170

2

1) Inleiding Het doel van deze paper is een status quaestiones opmaken van de rituele betekenissen die men aan beendermateriaal kan toeschrijven tijdens het epipaleolithicum en het vroege neolithicum in de Levant en Anatolisch plateau. Het besproken materiaal splitst zich op in enerzijds menselijke resten en anderzijds dierlijke resten. Deze categorieën worden verder uitgewerkt. In verband met menselijke skeletresten worden vooral begravingen, primaire en secundaire, besproken. Een belangrijk onderdeel van dit essay betreffen de vondsten van apart begraven schedels die al dan niet een postmortale behandeling hebben gekregen. Vanaf het laat Natufiaan opent men graven om schedels een secundaire begrafenis te geven. Deze riten kennen een continuïteit in het PPNA en een verdere verdieping in het PPNB om tijdens het PPNC te verdwijnen1. De laatste twee decennia zijn er een aantal interpretaties gevormd die deze praktijk in de ruimere context van de vroegneolithische samenleving kaderen2. Tegelijkertijd begraaft men een deel van de bevolking in huiselijke contexten. Het is belangrijk te reflecteren over dit gegeven. Er worden in verband met secundaire begraving, schedelcultus verwezen naar analogieën met recentere etnografische studies. Deze studies werpen een blik op andere tradities. Als onderzoeker ingebed in de hedendaagse westerse cultuur, lijken sommige praktijken vreemd, onnatuurlijk, vuil,… De antropologie biedt een venster als het ware om als onderzoeker andere gebruiken te observeren. Gebruiken die we als een referentiële analogie zullen integreren, maar niet als een exacte kopie van een hedendaags gebruik naar het verleden extraheren. Een andere categorie betreffen resten van dieren. Hier wordt een onderscheid gemaakt tussen resten voor voedselvoorziening( dewelke bijna niet wordt behandeld)3 en resten van dieren in rituele contexten, zoals bijvoorbeeld in Jerf el Ahmar waar er stierenhorens in bepaalde huizen werden gevonden, dieren bij als grafgift bij inhumaties en beenderen in de vorm van figurines4. Afbeeldingen van runderen, gebruik van horens worden bijna altijd gevonden in correlatie met figurines van vrouwen5. De stier is een symbool dat doorleeft in verschillende tijden en verschillende culturen (bvb tauromachie op Kreta)6, ook in het oude Nabije Oosten7. Vanaf het Natufiaan verschijnen er vele kunstige vormen uit been8. Hiermee raken we een derde belangrijk punt: de productie van beelden. Hiermee doelen we op stèles ( Göbekli Tepe), figurines (bvb Ain Gazal), schilderingen (Catal Höyuk). Ook hier geldt het onderscheid tussen voorstellingen van mensen en voorstellingen van dieren. In sommige gevallen worden beiden tegelijkertijd gerepresenteerd. Figurines zijn belangrijk omdat ze , naargelang hun context, kunnen duiden op een magico-religieuze sfeer.

1 2

Zie Kuijt 1996, Kuijt 2000,Rollefson 1983, Rollefson 1986 Kuijt (ed) 2000 3 Bvb Davis 2005 4 Stordeur 2003, Cauvin 1994, Mellaart 1975 5 Cauvin 1994:44-48 6 Gimbutas 1974[198] 7 Cauvin 2000 8 Mellaart 1975: 39-42

3

Concreet betekent dit dat er vooral vondstenmateriaal wordt besproken uit een periode van 11000 BC tot 7000 BC uit de Levant en het Anatolisch Plateau. De onderzoekers zijn wel bewust dat de methode nog niet op punt staat en verder onderzoek nodig zal zijn om dit punt sterk te maken11. Het gaat dan niet enkel om hun morfologische kenmerken12. Chronologische afbakening van de verschillende subgroepen is geen evidentie. Er worden constructieve essays geschreven die voortbouwen op de opgravingsverslagen. Garfinkel 1994 10 4 . Veel van de data zijn in BP. Fletcher et all 2008 13 Bijvoorbeeld Kuijt 1996. colloquia en dergelijke. Voor een overzicht wordt hier de tabel van Jacques Cauvin gebruikt (zie tabel 1). In dit werk wordt uitgegaan van een (culturele) continuïteit zoals de meeste onderzoekers ze voorstellen. Recent werd dit echter in vraag gesteld. Zaken zoals bijvoorbeeld bepleisterde schedels worden uitvoerig besproken in de literatuur.Marc Verhoevens ‘RItual Framing’ (cf infra) oppert dat er verschillende archeologische contexte die een neerslag zijn van rites. Algemeen is er bij de onderzoekers een consensus over de continuïteit tussen de culturen onderling10. 2) Afbakening De besproken tijd en ruimte is het oude nabije oosten in een periode van het Laat Natufiaan tot een einde van het aceramisch neolithicum (PPN). Hij doelt hiermee op de plaats van een ritueel: de architectuur. Bockley en Pinhasi revalueerden verscheidene C14 dateringen van verschillende opgravingen om de continuïteit tussen het Laat Natufiaan en het PPNA te verifiëren. Ten eerste omdat het geografisch kader ruim is en ten twee omdat er in diverse streken een variant van een cultuur werd vastgesteld en een aparte plaats in de chronologie krijgt. Anderzijds zijn er de laatste twee decennia vele bijdragen geleverd die zich wentelen in een postprocessuele sfeer en dikwijls vanuit sociaal antropologische ooghoek het archeologisch bestand bestuderen. 9 Verhoeven 2002: 235-238 Kuijt 1996 p… 11 Blockley&Pinhasi 2011 12 Strouhal 1973. de setting van de architectuur in de nederzetting en neolithische tempels. Enerzijds zijn de sites die sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw zijn opgegraven te talrijk om ze allen in detail te bestuderen en bespreken. Uit de uitkomst blijkt dat er een hiaat tussen het einde van het Natufiaan en het begin van het PPNA is. maar ook om hun mogelijke maatschappelijke betekenis13. Sommige van deze architectuur komt aan bod. 3) Bronnen en algemene theorie Deze paper is een literatuurstudie. Ze bouwt op artikels die een reeds geïnterpreteerde visie op de bronnen bieden. Zijn studie heeft als bedoeling de identificatie van rituele setting ‘vereenvoudigen’9. De redenen hiervoor zijn divers. omdat er niet altijd een mogelijk is om juist te kalibreren.

Tabel 1: de chronologie van het vroege neolithicum in het Oude Nabije Oosten 5 .

14 15 Boivin 2000 Hodder& Cessford 2004. Er wordt hier niet volgens één paradigma gedacht. maar wanneer men ziet dat het neolithicum niet als een ‘pakket’ werd ‘ontdekt’. Daarin leverden de meeste vooraanstaande onderzoekers bijdragen in verband met de reconstructie van neolithische samenleving. Ian Kuijt baseert zich in zijn onderzoek op een aantal etnografische voorbeelden van secundaire begraving. Het is vanzelfsprekend dat dit vele bijdragen oplevert. Cauvin verwijst naar rotskunst van Tassili n’ Ajjer in Noord Afrika waar er tijdens de ‘Ronde Hoofden fase’. In deze veranderende wereld is het voor de (vroeg)neolithische mens duidelijk dat hij een houvast moet (her)creëren. kan men aannemen dat de mens in deze tijd en ruimte in verschillende fases verschillende zaken adapteerde. maar met het beste van alle werelden in navolging van wijlen Jacques Cauvin: ‘Beyond the overly theoretical controversies between “processual archaeologists” and “contextual archaeologists” we are striving to combine clearly the various methods with regard to the neolithic in the Near East. Hij extrapoleert deze voorbeelden om de toenmalige rituelen te kunnen interpreteren. wordt de infrastructuur van deze samenleving. biddende personen. Het denken van de neolithische mens was er al voor het neolithicum. Cauvin vervolgt: de vroegneolithische mens worstelt met een existentiële crisis. Kuijt 2008 16 Cauvin 2000: 237 17 ibid: 240-241 18 Cauvin 1994: 98-100 6 . niet het gevolg zijn van een verandering in denken. Ian Hodder heeft sinds de jaren’90 het onderzoek in Catal Höyuk nieuw leven in geblazen. Één belangrijke verandering had toen reeds plaatsgevonden: de mens werd meer en meer sedentair. De veranderingen door zijn (actief) ingrijpen in de natuur moet een diepe indruk hebben achtergelaten. De symbolische orde lijkt reeds te veranderen vanaf het Natufiaan. de groep en de omringende wereld. alvorens hij zelf kan domesticeren. De symbolische constructies van de mens zijn geen superstructuur op gang gebracht door het proces van domesticatie. De relaties met zijn realiteit moeten worden geherdefinieerd en hij creëert een nieuwe symbolische orde. Dit doet denken aan het idee van de domus van Ian Hodder en lijkt hier van afgeleid.’16 Cauvins idee is niet dat de mens landbouw adapteerde en daarna zijn denken veranderde. Het bidden is volgens hem een uiting van deze existentiële ongenoegen18. De implicaties lijken enorm. afbeeldingen verschijnen van oranten m.w. Hier en daar worden etnografische linken gelegd ivm tijdsbeleving14 en sociale herinnering15.Belangrijke recente bijdragen voor de studie van de neolithische samenleving zijn onder andere het boek van Ian Kuijt uit 2000. aangezien de rituelen en de zaken die we vanaf vooral het PPNA zien.a. Het idee van de sedentaire mens die landbouw doet en dan pas goden vereerd wordt onderuit gehaald. Hodder stelt dat eerst de mens gedomesticeerd moest worden. Hetgeen men de superstructuur acht. In het Laat Natufiaan en PPNA vinden we reflecties van verschillende rituelen die de mens toelaten zijn identiteit en sociale relaties steeds opnieuw uit te vinden en te herdefiniëren ten opzichte van zichzelf. Dit onderzoek brengt schatten aan informatie aan het licht. Dit is drastisch. aan het begin van het neolithicum aldaar. Hij gaat er van uit dat de ideologische structuur reeds aanwezig was. Het zijn rituelen die de maatschappij steeds opnieuw bevestigen (cf infra). deels in de geest van Hodder. De drijvende kracht komt van binnenuit17.

A difference is being made. kan er besloten worden dat er in de woorden van Jean Clottes een kern van waarheid zit als hij zegt dat de ‘homo sapiens’ met zijn geestelijke en materiële diepgang feitelijk meer een ‘homo spiritualis’ is23. 5) ritual framing is de uitgebreidste categorie. Hij gebruikt hiervoor vijf basisconcepten: 1) de syntax: verwijst naar de structuur van de rituelen (de culturele. zoals bvb begraving. Elk ritueel is doordrongen van symboliek.… als ritueel te bestempelen. Verhoeven doelt hiermee op de verschillende metaforen die verschillende culturele domeinen linken. De aandacht van Verhoeven gaat uit naar speciale architectuur en de materiële neerslag van gebruiken die. or performance. inwijding. chronologische. We weten van enkele oud paleolithische contexten (bvb Sima de los Huesos) dat er mogelijk een terugkerende dispositie was 19 20 Verhoeven 2002:234-235 ibid: 235 21 Cauvin 2000:243 22 Zie de bijvoorbeeld rijkgeillustreerde boeken van Marija Gimbutas 1974[1984] 23 Jean Clottes in een interview in de film: ’The cave of forgotten dreams’ Herzog 2010 7 . 3) dimensies gaat over het feit dat rituelen vele dimensies hebben. objecten (welke objecten. a special moment is constructed. observatie. Deze leren we kennen door 4) analogieën in etnografie of geschiedenis19. waar en wanneer gebruikt?). Het is voor buitenstaanders niet altijd even toegankelijk.Marc Verhoeven heeft met zijn studie van PPNB rituelen belangrijke noties naar voren geschoven om op basis van de materiële resten een bepaalde plaats. ruimtelijke context).21 Er is inderdaad een explosie van symboliek geweest. In archeologische studie is het nuttig deze zaken in het achterhoofd te houden. Symbolen zijn belangrijk als dragers van informatie.1 Begraving Wanneer juist het begraven van mensen is ontstaan is onzeker. 4) Menselijke skeletresten 4. Dit zien we ook naarmate de landbouw zich door Europa verspreidt22. 2) symboliek is belangrijk als concept. vondst. Het is het moment tussen het oude en het nieuwe. waarin een individu of een groep individuen een overgang maakt van een oude naar een nieuwe fase. bijna onomstotelijk te linken zijn met rite. neolithisch bestaan leidt. non-domestic purposes. Als we het rijke jong paleolithische Europa aanschouwen met de vele kunstuitingen. in which people and/or activities and/or objects are set off from others for ritual. Toch zijn er duidelijke aanwijzingen dat de prehistorische mens zijn symbolenrevolutie niet volledig uit de lucht kwam vallen. Het is degene waarin alles samenkomt: ‘Framing is defined as the way . maar tegelijkertijd ambigu en geladen met taboe. Er is duidelijk een grotere reflectie van symbolische gelaagdheid van de prehistorische samenleving sinds de mens een sedentair. typologie (wat voor soort ritueel: begrafenis. Tenslotte kunnen we besluiten met het volgende: het neolithicum wordt door Cauvin een ‘revolutie van symbolen’ genoemd. acten (hoe is de praktijk van het ritueel).…) ten slotte: de betrokkenen.’20 Met andere woorden: ritual framing is een creatie van een liminaal moment.

Hayonim. zgn. We zien dat de mensen van het Natufiaan hun mensen begraven op plaatsen dichtbij of in de nederzettingen. Men occupeert ook grotten die goed gelegen zijn. die iets lager liggen dan de begane grond. Seizoenaal kon men andere locaties aandoen27.1 grafrite tijdens het Natufiaan Echter vanaf het epipaleolithicum in de Levant zijn sites waar er begraving voorkomt spectaculair toegenomen.1. Er verschijnt een productie van kunst in been zoals kunstig gevormde heften van messen e. Resten van begraving zijn gevonden in grotten (Shuqba. maar ook een grafveld. We bevinden ons in het Natufiaan (12800-10300 BP). Beidha. Kebara). op terrassen (El Wad. Van het Europese jong Paleolithicum zijn er al meerdere sporen van begraving en zelfs ritueel. De graven van Sunghir geven een unieke blik in een begraving van ongeveer 20 000 jaar geleden25. De materiële cultuur bestaat uit kleine afslagen die tot sikkels worden geassembleerd. Algemeen zien we dat men ronde hutten bouwt. waarin de belangrijkste de wilde grassen zijn. wat wijst op een intens verzamelen en bewerken van wilde grassen. Deze zijn voorzien van opslagputten en centraal een ronde haard.28 De sedentarisatie gaat gepaard met het verschijnen van architectuur. De Natufiaanmensen hanteerden een breedspectrum economie die gebaseerd was op jagen van onder andere gazellen en verzamelen van planten. Doordat men steeds op dezelfde plaats terugkeerde of bleef wonen. lunaten en bijlen. Men vindt vaak maalstenen in Natufiaanse contexten. In Eynan observeerde reeds in het vroege Natufiaan een ronde structuur met banken gemaakt uit 24 25 Klein 2005: 109-112 Parker Pearson 1999: 147-154 26 ibid:23 27 Mellaart 1975: 28-32 28 Ibid: 34 29 Ibid: 36-37 8 . Wadi Falah.d. Geografisch zijn de sites gelegen in de vruchtbare sikkel.26 Een van de opmerkelijkste veranderingen met de vroege periodes is dat de mensen van de periode zich gedurende een langere tijd van het jaar vestigen op dezelfde plaats. Ain Malaha (Eynan). Sites waar men resten van het Natufiaan aantrof zijn onder andere Abu Hureyra.van doden24. Wadi Fallah) en naast de huizen en onder de vloeren van hun huizen (Eynan)29. Dit was het basiskamp. Er zijn enkele mogelijkheden die erop wijzen dat neanderthalers een vorm van grafritueel kennen. Net door op ecotone locaties te gaan wonen. De mens hanteerde schijnbaar geen grafvelden om zijn doden aan de eeuwigheid toe te vertrouwen. Men noemt de de Natufiaan economie ook wel ‘sedentary foraging’. De cultuur dankt haar naam aan de opgravingen die Dorothy Garrod in de jaren 1920 uitvoerde in het Palestijnse Wadi-en-Natuf in de Judeïsche heuvels. 4. Hoe en wat er dan wel gebeurde is grotendeels giswerk. Opvallend is dat de sites zich situeren op kruispunten van verschillende vegetatiezones. De Natufiaan cultuur is bekend van nederzettingen en grafvelden. had men tijdens verschillende seizoenen steeds voedsel voorhanden. Deze site betrof niet enkel een nederzetting. Het probleem met de zulke oude contexten is natuurlijke de grote werking van tijd en andere tafonomische processen. werd er een band met deze grond gecreëerd.

Men gaat er van uit dat het mobieler zijn zorgde dat men niet iedereen dezelfde begraafplaats kon gunnen. De grafgiften van weleer verdwijnen zo goed als volledig. Het is een vernieuwde focus op het overleden individu. werktuigen. later opgegraven en enkel de schedel en lange beenderen bijgezet in de traditionele begraafplaatsen. Het lichaam werd liggend op de rug of in foetushouding begraven.…31 Secundaire begraving wordt meer en meer toegepast tijdens de late Natufiaan. Men verklaard dit mede doordat deze mensen mogelijk een grotere mobiliteit kenden dan hun voorouders. Het is te interpreteren als een expressie van groepscohesie32. Bar-Yosef & Belfer-Cohen 2000:26 32 Bar-Yosef & Belfer-Cohen 2000:26-27 33 Kuijt 1996: 327 34 ibid: 326-330 35 Belfer-Cohen et all 2008:3 9 . Tijdens het vroege Natufiaan (12800-11000BP) bestaat het grafritueel voornamelijk uit een individuele primaire begraving. Recent werd er een graf gevonden in een 12000 jaar oude natufiaansite. Men vermoedt dat een site als Eynan tegen het einde van het Natufiaan enkel nog maar diende als grafveld. die het skelet hebben beschadigd aan het 30 31 Goring-Morris 2000: 116 Mellaart 1975: 37. Hij stelt dat tijdens het Laat Natufiaan de individuele begraving blijft domineren. De praktijk van de collectieve graven bevestigd het voorgaande. Schedels en lange beenderen ontbraken en waren waarschijnlijk verwijdert voor secundaire begraving35. De verwijdering van de schedels uit de grafcontext en ze terug binnenbrengen in de huiselijke sfeer kan betekenen dat men de voorouders terug binnenbrengt in het leven. Dit gebeurt dikwijls in groep. maar dat er uitzonderingen zijn zoals Eynan33. Later zou men de schedels opnieuw begraven( figuur 1). twee schedels van steenmarters. delen van een everzwijn. Deze praktijk kent zijn hoogtepunten in het PPNA en PPNB (cf infra). Het versterkt het vermoeden van een soort familiaal/ communaal gebeuren34. Tijdens de vroege fase gaf men grafgiften zoals: kralen van mineralen. Het onderscheidt tussen vroeg en laat Natufiaan. Naast 3 putten met de resten van tenminste 25 personen werd hier het uitzonderlijke graf ontaard van een kreupele vijftig jaar oude vrouw. De vrouw zelf was bedekt met een aantal grote stenen. Mensen die onderweg stierven werden mogelijk begraven. Een belangrijk deel van de graven werd heropend om de schedel te recupereren.kalkplaaster30. Mogelijkerwijs had het binnenbrengen van de schedel een speciale betekenis in de context van het huishouden. Dit wordt echter tegengesproken door Kuijt. berust deels op het veronderstelling dat men tijdens het vroege Natufiaan nog geen secundaire begraving praktiseerde. Na een tijd herbegraaft men de schedel. schelpen uit de Rode Zee en Middellandse Zee. Mogelijk is dit uit te breiden naar de extended families of zelfs clangebeuren. De vrouw werd begraven met de resten van vijftig schildpadden. Een praktijk die wel kadert in het idee van cohesie is de verwijdering van schedels uit bepaalde graven. een deel van een oerrund en de vleugel van een arend. Van een verdere bewerking is nog geen sprake. Het betreft de grot Hilazon Tachtit. Hier zette men verschillende personen bij in hetzelfde graf. Hun specifieke doel blijft ook onzeker. luipaard.

Mogelijk zijn het de giften van de verschillende clans die op het ‘begrafenisfeest’ een steentje bijdroegen. Clottes & Lewis-Williams 1998. Lewis-Williams 2002 38 Le Quellec 2001. De bekende theorie van Hayden van ‘communal feasting’ komt voor de geest. Is het aangeboren? Heeft ze een ongeluk gehad? Het valt te beargumenteren dat ze omwille van haar andere uiterlijk een uitverkoren sjamaan was. In het Natufiaan start men met de doden te begraven in grafvelden of het bijzetten van overledenen in zowel collectieve als individuele graven. cultuurvergelijkende studies belicht39. maken de onderzoekers redelijk snel. De vondsten van de vele schildpadden duiden op een feestmaal. Haar uiterlijk. Er zijn geen duidelijke reflecties van rituelen waarin er een priester de spirituele leiding neemt. Iemand die dichter bij de geesten stond door een permanent ‘anders zijn’40. De mode van productie is complementair aan de gewone economie43. was anders. Het is de ‘priester(es)’ van een samenleving met een animistisch geloof. Het is duidelijk dat de begraven persoon een speciale status genoot in haar samenleving. door haar kreupelheid. De interpretatie dat het om het graf van een sjamaan gaat. Het zijn resten van dieren de men niet courant vindt bij opgravingen. De situatie van deze begraving is totaal anders dan die van de ijstijdkunst. De verscheidenheid aan beenderen zijn misschien totemdieren die de geesten vertegenwoordigen41. De reden waarom de vrouw kreupel was is (nog) niet gekend. Het probleem bij de natufiaancultuur is: er is weinig kunst gekend die als sjamanistisch zou kunnen bestempeld worden (in tegenstelling tot andere situaties). Hij is de genezer. De gedachtegang van Lewis-Williams concentreert zich vooral op jongpaleolithische ijstijdkunst in Franse en Spaanse grotten. Lewis-Williams 2003 39 Eliade1964[2004]. waar een belangrijk deel van de bevolking meehelpt met de voorbereiding van een feest. Tijdens de vroegere fasen voorziet men de dode van grafgiften. Maar de cognitieve interpretatie van Lewis-Williams wordt fel bekritiseerd en op sommige vlakken terecht.42 Hiermee wordt deels een ‘ritual mode of production’ bevestigd. Bij 36 37 Belfer-Cohen et all 2008:7 Lewis-Williams 1988. Atkinson 1992 40 Turner 1978 [1997]: 78-85 41 Belfer-Cohen et all 2008:-8 42 ibid:4-8 43 Spielmann 2002: 195-207 10 . Op basis van de rijkdom van het graf. In de tot nu toe geraadpleegde literatuur omtrent de neolithische en natufiaancultuur is het de eerste keer dat deze zienswijze voorkwam. Hier is echter niet de ruimte om deze discussie in detail te belichten. Er is een verschil in grafrite van het vroege Natufiaan en het late Natufiaan. Waarom opperen ze deze interpretatie? De discussie omtrent prehistorisch sjamanisme is niet nieuw en heeft sinds eind jaren 1980 een boost gekregen deels onder invloed van de auteurs David Lewis-Williams en Jean Clottes37. de persoon die tussen de wereld van de geesten en mensen kan reizen en hier de relaties negotieert. We kunnen op basis van de vondsten besluiten dat de persoon een hoge status genoot. De rol van de sjamaan wordt in verschillende antropologische.heupbeen. de morfologie van de vrouw besluiten de auteurs dat het een sjamanengraf betreft36. maar zeker niet op alle38.

the power of ritual as a cohesive force is based.. a social drama designed by the living to elicit community participation. en anderzijds aan de Zuid-Oost Anatolische.. Men denkt dat ze de focus waren van een gemeenschappelijk ritueel47. We stellen nu ook vast dat er een opkomst is van gemeenschappelijke architectuur zoals Jericho en Jerf el Ahmar.de latere ontbreken deze giften. Kuijt stelt vast dat de meerderheid van de begraven PPNA volwassenen hun schedel werd verwijderd als onderdeel van een secundaire grafritueel46.. 4.mortuary practices are often a communal event usually controlled and directed by a limited number of individuals and enacted for an audience. Men praktiseert dan een secundaire begraving voor een groot deel van de bevolking. 44 45 Bar-Yosef & Belfer-Cohen 2001:28-33 Kuijt 1996:319 46 Ibid:321 47 Parker Pearson 1999:159-160 48 Kuijt 1996: 315 49 Ibid: 321-324 11 . De PPNA vondsten tonen dat de meerderheid van de volwassenen een secundaire begraving kenden. in Netiv Hagdud lagen er drie schedels samen in een huis al is men niet zeker van de datering. Men vindt de schedels begraven in clusters.. Tijdens het PPNA vinden we vele grafgebruiken terug die reeds waren ingezet tijdens het Laat Natufiaan.. that mortuary practice is a form of public action. van Clifford Geertz).. in dit geval het collectieve begrafenisritueel. Ook in Jericho zijn er vondsten van schedel met een vermoedelijke PPNA ouderdom. of the deceased”48 In deze stelling komen een aantal sleutelwoorden voor die als volgt kunnen worden voorgesteld: communal-controlled-enacted -> social drama -> cohesive force. We vinden in op de sites ronde mudbrick huizen met een stenen basis.. heeft de versteviging van de groepsidentiteit tot doel. Voor de analyse van riten hanteert Kuijt antropologische theorieën( o.. In de Negevwoestijn is er een lokaal voortbestaan van Natufiaangroepen44. Grafgiften zijn eerder zeldzaam en zijn dan kleine gebruiksvoorwerpen45.a. a reflection of the status. De praktijk van het openen van graven en het herbegraven kent hier al een hoogtepunt. en dus minder aan de ecotone Middellandse Zee heuvels..2 Begraving in het PPNA Het PPNA (ongeveer 10300-9300BP) kent twee periodes: het Khiamiaan en het Sultaniaan.. and is not always.. Dikwijls werden overledenen bijgezet onder de vloer van koeren. De economie van PPNA bestaat uit cultivatie van planten zoals granen en linzen aangevuld met jacht en wilde vruchten.1. Syrische oevers van Eufraat. Geografisch situeert het zich enerzijds aan de oevers van de Jordaan. Via dit gebeuren werden de relaties van de huishoudens onderling en ten opzichte van de samenleving geherdefinieerd49. Het betreffen simpele graven in de nederzettingen. De culturele continuïteit tussen het PPNA en Laat Natufiaan lijkt bevestigd (cf supra). Zo’n 40% van de gevonden graven bevatten de resten van kinderen. Op basis van etnografische literatuur stelt hij ”. Een ritueel. Er heerst daarbij een focus op de schedel.. Bijvoorbeeld In Quermez Dere vond in de NW hoek van een huis zes schedels. in het huis of in verlaten huizen.

Deze andere visies op dood kunnen een hint geven van wat er zich tijdens het PPNA afspeelde. Ook hier vinden we bewaring in huiselijke contexten. maar moet worden gehouden uit respect en verplichting t. Tenslotte geven ze de overledene een finale rustplaats met een groot feest51. Wat kenmerkend in de setting is de vergankelijke natuur van de dood die vorm wordt gegeven in de rituelen.o. De tweede begraving wordt ver vooraf gepland en is in de Bara gemeenschap één van de belangrijkste gebeurtenissen. Het feit dat men blijkbaar meerdere schedels tegelijkertijd opnieuw begroef kan wijzen dat men ze ‘spaarde’ voor een groot gezamenlijk ritueel. Ofwel bewaren ze de dode tenminste 8 maanden in huis. De Berawan kennen iets gelijkaardig. De uiteindelijke begrafenisceremonie kan enkele jaren worden uitgesteld. De beenderen zijn de kern van de persoon. De natuurlijke decompositie van het lijk zorgt dat de ziel vrijkomt en niet als spook terugkomt. maar het vlees is de levenskracht. of ze leggen de dode op een begraafplaats en laten ook hier de natuur zijn werk doen.Laat ons etnografische voorbeelden van de Bara en de Berawan beschouwen. De eerste begraving beschouwt men als ‘de natuurlijke preparatie van de dode’. waar er dan meerdere secundaire begravingen werden uitgevoerd. Figuur 1: het principe van primaire en secundaire begraving in laat Natufiian en PPNA 50 51 Kuijt 1996:317 Metcalf 1978 [1997]: 329 52 ibid: 329-331 12 . de overledene50.v. Na die maanden of jaren maakt men de botten schoon. Het feest op het einde van de laatste fase dient om de ziel een goede overgang te bieden naar het hiernamaals52. Deze plechtigheden brengen honderden mensen samen die hiervoor dikwijls meer dan honderd kilometer reizen. Deze wordt bijgewoond door een vijftig à honderd personen. De Bara kennen drie fases in de begraving: 1) begraving daags na het overlijden 2) bijeenkomst en feest na de oogst volgend op de dood van de overledene 3) openen van het graf en herbegraven na het ontvlezen. in een pot of uitgeholde boomstam. Hier wordt dan een eerste plechtigheid rond gehouden. De Berawan geloven dat de ziel van de dode huist in het vlees. het openen van het graf en het herbegraven van bepaalde delen.

Elders vond men een mensenhoofd. In Jericho bouwt men vlak bij de bron een toren die nu nog 9m hoog is en een diameter van 8 meter heeft.56 Het einde van het gebouw in Jerf el Ahmar was alleszins spectaculair. vrouwen en kinderen. Of we van een echte vooroudercultus kunnen spreken kan in twijfel worden getrokken. Daarna werd het gebouw in brand gestoken en volledig opgevuld met grond. Het betreffen mannen. Het systeem van gift en wedergift zal niet enkel ten opzichte van de levenden onderling hebben bestaan. Het was een openbaar gebouw dat plaats bood aan een vijftigtal personen. Leiders van huishoudens. Het zijn de enige skeletten van de 254 PPNA volwassenenbegravingen die geen (zichtbare) secundaire riten kennen53. Een aanzet kunnen we vinden in Eynan (cf supra). Het gemeenschappelijk gebouw heeft in Mureybet een gelijkvormige tegenhanger (figuur 4 & 5). Er bevonden zich steles met antropomorfe en dierlijke motieven60. clanhoofden ontmoetten elkaar en creëerden misschien via de feesten een soort plichtsysteem op basis van uitwisseling.57 Dit kan het werk zijn van prehistorische koppensnellers.Het is duidelijk dat de vroegneolithische mens een groeiende noodzaak had om zijn voorouders op een waardige manier te herdenken. In de overgangslagen van PPNA naar PPNB vond Danielle Stordeur in Jerf el Ahmar de resten van een ronde ondergrondse structuur bestaande uit een zestal kamer. Ten noorden van de Syrische Eufraatregio zien we de opkomst van grote gemeenschappelijke structuren zoals in Göbekli Tepe (cf infra). Het is goed mogelijk dat de tweede begraving van een persoon of groep personen de gelegenheid bood om de banden aan te halen. Kuijts interpretatie over de mogelijke rituelen omtrent de secundaire begraving passen ook in het plaatje van de grote rituele feesten. 53 54 Kuijt 1996 324 Parker Pearson 1999: 160 55 Kuijt 1996:324 56 Stordeur 2000: 1 57 Watkins 2005: 218-219 58 Parker Pearson 1999:161 59 Naar analogie met de bespreking van het ritueel begraven van objecten van Garfinkel 1994 60 Stordeur 2000:3-4 13 . De toren domineert een grote open ruimte waarrond de huizen zijn gebouwd. Mogelijker zijn de personen omgekomen bij een rampzalige gebeurtenis en heeft men ze daarom samen in de toren begraven. Bij de ontmanteling van het gebouw werd een fundament van een gelijkaardig bouwwerk gevonden. Hier vond men in de paalgate twee schedels die geïnterpreteerd worden als bouwoffer. Verschillende interpretaties bestaan. Het was overdekt en enkel toegankelijk vanaf het dak. zelfs na verloop van tijd terug materieel te maken. Hun schedel werd niet weggehaald. Een laatste belangrijk punt in verband met de PPNA rituelen betreft de opkomst van een gemeenschappelijke architectuur. maar ook van de levende naar de doden toe. Op een gegeven moment werd het dak ontmantelden werd het gebouw compleet leeggehaald. Ze interpreteert het als een gebouw voor opslag en/of voor rituelen.54 Het is mogelijk dat begraving in de toren geen schedelverwijdering veronderstelde55.58 Of zien we hier het einde van een belangrijk gebouw dat via verscheidene riten uiteindelijk werd begraven omdat het in onbruik was geraakt?59 Een ander gebouw in Jerf el Ahmar was een rond gebouw voorzien van bankjes. In de toren zijn de stoffelijke resten gevonden van 12 personen. Centraal legde men een onthoofd lijk met gespreide armen. Het is niet zeker of dit hoofd bij het skelet hoort. De argumentatie hieromtrent bekijken we in het volgende deel.

Het laat ook toe om huizen tegen elkaar te bouwen.1 Algemeen grafrite Tijdens het PPNB (9300-7000BP)zien we dat de mensen zich meer in echte dorpen beginnen te vestigen. We zien gedomesticeerde geiten en schapen verschijnen61. De eerste fase van de domesticatie van de mens is voltrokken. Ten opzichte van de vorige periode is er veel meer informatie voorhanden. Zo vinden we in het zuiden van Israel obsidiaan van Anatolië.… Doordat er meer mensen dichter bij elkaar wonen. De mens begrijpt beter zijn invloed op de plantenwereld (en in mindere mate de dierenwereld). Tijdens de feesten werd de maatschappij in zijn waarden en normen herbevestigd. De evoluerende symbolische orde reflecteert de veranderingen in de economie. 4. De architectuur veranderd: van ronde huisvormen naar vierkante. Het geeft aanleiding tot gebruiken waarvan we in latere tijden nog steeds de neerslag van vinden. We richten onze blik op ‘conglomeraten’ van huizen: Catal Höyuk.2 Dodenritueel in het PPNB 4. Dit geeft een nieuw materiaal om een vormentaal mee te ontwikkelen. De mens begint naast het afbeelden van dieren ook figurines te maken die het zelf in een gesymboliseerde vorm voorstellen.In het PPNA zien we een continuïteit in gebruiken. Nu echter zien we dat de vondsten talrijker zijn62.63 Een ander opmerkelijk gegeven is dat sommige mensen worden gedumpt. Overledenen werden in een bepleisterde put begraven onder de vloer van huizen. Er zijn ook goed geïnstalleerde handelsroutes. Ain Gazal. Tegelijkertijd zijn er technologische inventies. 230 63 Goring-Morris:119-121 64 Rollefson 1986: 50 14 . westelijker naar Anatolië. Het herbegraven van de schedel in het PPNA is de rechtstreekse aanleiding voor de ‘schedelcultus’ in het PPNB. Er ontbreekt een groot deel van de overledenen en het was 61 62 Beyens 2004:175-200 Watkins 200:208-209.2. Geografisch breidt het neolithicum uit naar het huidige Irak. primair en secundair zijn meestal geassocieerd met het gebruik van plaaster en architectuur. In Ain Gazal heeft men verschillende stoffelijke resten in de afvalhopen gevonden. De grafrites met de aanduiding van secundaire begraving geven mogelijkheid van het bestaan van grote gemeenschappelijke feesten. Wat de begraving betreft zien we een continuïteit met de PPNA. zijn dorpen als een katalysator die niet enkel technologie en domesticatie versnellen. maar de ideeën en uitingen van het symbolische denken. Het gamma aan gedomesticeerde levensmiddelen groeit. De graven zijn. Mensen worden nog steeds begraven in huiselijke contexten. Jacht wordt meer en meer naar de achtergrond geschoven. zoals het produceren van kalk. Op verschillende sites heeft men geobserveerd dat het opnieuw bepleisteren van de vloeren geregeld samenging met begraving. Dikwijls zijn de PPNB sites gelegen bovenop de oudere PPNA lagen. De economie blijft veranderen. Lange afstanduitwisseling zal reeds van in het epipaleolithicum hebben bestaan. Betreft het hier minderwaardige burgers? Slachtoffers van een epidemie?64 Over het algemeen is de verhouding tussen de grootte van de nederzettingen en het gevonden aantal graven zijn niet evenredig. De PPNB mens heeft een heel gamma aan planten gedomesticeerd. Jericho. Deze zijn meer gesloten dan hun ronde voorgangers.

Tell Aswad. De plaaster wordt samengesteld uit rundermest.69 Verder onderzoek is nodig en volop bezig in de multidisciplinaire opgraving van Catal Höyuk. Men concludeert dat de huizen regelmatig werden herbepleisterd.blijkbaar een selecte groep die in aanmerking kwam voor grafrituelen met een secundaire begraving.70 4. Er wordt geopperd dat de productie van kalk de neergang van de PPNB heeft bespoedigd66. De graven hier zijn typisch in PPNB stijl. Meer ten noorden zijn ze gevonden in Nevali Cori72 en recent zelfs in Catal Höyuk. Deze zienswijzen wordt getransponeerd naar Catal Höyuk. Ook de bepleistering van schedels zou zijn gebeurt in meerdere stages. in associatie met een schedel. De veelheid van pleisterlagen op de vloer is niet enkel in Catal Hoyuk geattesteerd.65 Mogelijk worden er in de toekomst nog grafvelden ontdekt. Watkins 2005: 224-225 72 Garfinkel 1994 73 Hodder 2004 15 . De betekenis kan meer zijn dan louter een renovatie van het huis in kwestie en wordt dus geassocieerd met een acte van sociale herinnering en het cyclische denken. Dit principe paste men ook toe ter voorbereiding van een cache waar men de schedel in begroef. De grond is een van de hoofdbestanddelen. Daar heeft men bepaalde huizen onderzocht op microstratigrafie. die ongeveer gelijklopen met de seizoenen). telkens met een ander soort plaaster. maar een uitzonderlijke hoeveelheid begravingen. dood en religieuze feestdagen. op enkele analogieën na die ver weg zijn in tijd en ruimte.73 Het betreft een exclusief PPNB gebruik. In zo werd bijvoorbeeld een hoofdloos karkas van een gazelle gevonden. Ze bleken niet uniek. Wat vermeldenswaardig is dat in vele grafcontexten een associatie is met dieren(skeletten). Het is technologisch geen voor de hand liggend proces. De vloeren van de huizen kregen geregeld een nieuwe laag plaaster. 65 66 Goring-Morris 2000 Ibid: 126 67 Beyens 2004: 171 68 Boivin 2000:368-380 69 Ibid:380-385 70 Goring-Morris 2000: 126 71 Mellaart 1975: 55-69. Waar en hoe het grootste gedeelte van de bevolking werd begraven is niet duidelijk. In Rajasthan reflecteert de bepleistering van de vloeren de overgang tussen verschillende seizoenen of belangrijke gebeurtenissen in een mensenleven (bij bvb huwelijk. Lange tijd veronderstelde men dat het reparaties van de huizen waren. Hier zijn beperkte sporen van bewoning. Het belang van plaaster in de neolithische context mag niet onderschat worden. zoals Kfar HaHoresh. Dit vereist speciale ovens en een grote hoeveelheid hout.67 Etnografische veldwerk in India en de studie van microstratigrafie in Catal Höyuk hebben een ander licht geworpen op bepleistering van vloeren en muren. Spoedig waren er ander neolithische sites waar men ze vond: Tell Ramad. geboorte. Beisamoun71 om er enkele in de Levant te noemen. Men vermoedt dat deze site vooral werd gebruikt voor begraving en rituelen er rond.2 Schedelcultus in het PPNB Sedert Kathleen Kenyon bij de opgravingen van Jericho in de jaren 50 van de vorige eeuw de eerste bepleisterde schedels blootlegde kwam er een discussie op gang over de mogelijke betekenissen van deze voorwerpen. Ten eerste is er de hoge temperatuur die moet worden bereikt om de kalk te maken. Bepaalde soorten grond geassocieerd worden met bepaalde godheden geassocieerd68. water en een speciaal soort grond. We zien rituele sites verschijnen.2. maar in de meerderheid van de PPNB sites.

80 Recent hebben Fletcher et al een andere bepleisterde schedel uit Jericho bestudeerd.Zoals gezegd kwam schijnbaar maar een deel van de bevolking in aanmerking voor rites die verband houden met secundaire begraving en een uitgebreide postmortale behandeling. De tanden werden bij verschillende exemplaren verwijderd. Als er een meerderheid van de hoofden vervormd blijkt te zijn.en kinderschedels werden bepleisterd. 81. Om een goed beeld te krijgen zouden alle bepleisterde schedels op eenzelfde manier moeten onderzocht worden. Het is etnografisch geattesteerd bij verschillende stammen.79 Dit laat besluiten dat het geen portretten zijn van de overledenen. kan dit belangrijke gevolgen hebben voor de interpretatie van het bepleistering.76 Men argumenteert dat als het om een vooroudercultus zou gaan. mogelijk om ze ouder te laten lijken. Verschillende graven werden geopend om de schedel te nemen. De schedel wordt achteraan iets langer gemaakt door manuele vervorming of het toepassen van een bandage. maar is het een resultaat van schedelvervorming toegepast in de vroegste groeifasen tijdens de kindertijd. In 1973 publiceerde Strouhal zijn bevindingen over vijf stuks die in een aantal huizen zijn gevonden onder latere bewoningslagen. hebben een kin die zo gemodelleerd is dat ze gemakkelijk kunnen steunen. Ze konden geen voorouder zijn. Sommigen kregen een laag bitumen. Strouhal 1973 76 Bonogofsky 2004:118-119. ogen werden soms uit schelpen gemaakt. die uiteindelijk zou leiden naar een postmortale vorm van verering. De ogen zijn schelpen. In Jericho en Ain Gazal kreeg een deel ogen van schelpen. Via radiografische observatie was er een schedelvervorming zichtbaar. Het zou betekenen dat bepaalde personen vanaf hun geboorte werden uitgekozen om een bepaalde behandeling te ondergaan. Bij vier stuks ontbreken de kaakbeenderen. het paradoxaal is om kinderschedels te gebruiken als cultusobject. Net omdat kinderen de kans niet hadden om al voor nageslacht te zorgen. Deze schedel is ook volledig opgevuld. Een groot deel van de schedels uit geopende graven kreeg een bepleistering. Strouhal wijt dit aan druk op de schedel na de dood en mogelijk een vorming tijdens de jonge jaren van het kind. Nog andere werden beschilderd. Oudere publicaties menen dat op de schedels de gezichten werden gemodelleerd van de overledene. 74 75 Voor referenties zie Strouhal 1973 en Fletcher et al 2008. Er wordt gewag gemaakt van schedelvervorming. Dit bestond erin met pleister menselijke kenmerken terug zichtbaar te maken. Ze konden ‘meekijken’. Men liet meestal het kaaksbeen achter. Er werd een mond gevormd. Men heeft verschillende schedels uit Jericho onderzocht. de kin is gemodelleerd. In een van de huizen werden er nog dertig begraven individuen zonder hoofd gevonden onder de vloer78. Fletcher et all 2008 77 Bonogofsky 2004: 119 78 Strouhal 1973: 231 79 Ibid:232-243 80 ibid 244 81 Fletcher et all 2008: 316 16 . Een duidelijke aanwijzing van selectiecriteria ontbreekt echter.77 Craniomorfologische studies leren ons bij over de structuur van de schedels. maar werd de mond kunstig nagebootst. maar het kaaksbeen ontbreekt. Het is aangetoond dat er ook vrouwen. Beisamoun en Kfar HaHoresh lijken de modellen te slapen (figuur 2 & 6c). Volgens deze onderzoekers is dit soort vervorming niet na de dood van het individu ontstaan.75 Dit word betwist. Er zijn een aantal manieren om de schedel te vervormen.74 Men ging er dikwijl vanuit dat de schedels alleen maar van mannen waren. Er bestaan blijkbaar twee tradities van schedelmodulatie. Op andere plaatsen zoals Tell Aswad. De overleden persoon zou zo een object van verering worden in verband met een vooroudercultus. De schedels zijn allen gevuld met klei.

Tell Ramad en AIn Gazal te voorschijn. 17 .& e). Tabel 2 is een hypothetische route die persoon en zijn gesymboliseerde bepleisterde schedel kan afleggen. Doorheen de oudheid zijn objecten met een speciale rituele betekenis begraven geweest. De reis omvat de transformatie van een benoemd persoon tot een collectief symbool. de overledene en zijn ingebed in de universele orde. De beelden zijn dikwijls gevonden in associatie met schedels zoals in Ramad. besluit hij dat het hoofd kan worden aanzien als een teken van vitaliteit. Naga’s in Pakistan en Iatmul van Papua Nieuw Guinea. Een object dat ook door velen wordt gezien als een vruchtbaarheidssymbool87. Dit is ook gekend ter voorbereiding van een cache voor een schedel te Kfar HaHoresh (figuur 6c). Omdat die objecten te veel betekenis droegen. Het feit is wel dat ze na de dood nog een aparte reis afleggen.v. Hij bespreekt de schedels in hun context van vondsten.88 Garfinkel pluist de historie van dit gebruik uit. Een andere reden was dat de objecten in kwestie hun rituele dienst hadden bewezen.o. We zien in deze voorbeelden schedels die versierd worden en vereerd als een soort van talisman. Misschien is het een afbeelding van een soort kapsel. Ze kaderen in een systeem van verantwoording t. De bekendste zijn de twee caches uit Ain Gazal die in de opgravingscampagne van Rollefson werden gevonden89. Het is mogelijk dat de PPNB schedels werden vereerd voor hun levenskracht. Net zoals in Ain Gazal en in Jericho werden de beelden in een bepleisterde put gelegd en vervolgens afgedekt (figuur 6a. b.90 Frappant is ook hier het gebruik van plaaster om de put voor te bereiden. Hier worden kort zijn conclusies geformuleerd.85 Bij deze interpretatie kan de voorgestelde analogie van Verhoeven worden vervoegd. zijn secundaire begrafenisriten bedoeld om de banden met de voorouders aan te halen. In zijn bespreking komen ook de antropomorfe beelden uit Jericho. Eerder had Yosef Garfinkel een essay geschreven over het ritueel begraven van objecten.82 In de latere bewoningslagen van Ramad zijn er eigenaardige beeldjes gevonden die misschien wel een interpretatie van in vivo vervormde schedels toelaten. In beide samenleving is de schedel/het hoofd een teken van zowel dood als levenskracht. Deze was gemarkeerd met een steen en samen begraven met een koploos gazelleskelet 82 83 Ibid: 320. Dit gebeurde om verschillende redenen. en komt bij de onder andere bepleisterde schedels van het PPNB terecht.84 Zoals eerder al besproken. Hij beschouwt ruim de betekenis van de schedels. Dit geheel van interpretaties is gebaseerd op het feit dat de schedels werden gevonden in een context die duidelijk ritueel. Degene die het hoofd van zijn vijand kan afhakken en bewaard. blijft giswerk.Welke de status van die personen zou kunnen zijn. Verhoeven 2002: 249 Cauvin 1994:197-198 84 Kuijt 2008: 85 Ibid: 177 86 Verhoeven 2002: 249-251 87 Ibid: 251. heeft die persoon zijn/haar (levens)krachten. Verhoeven brengt de relatie met stierenhoofden en horens naar voren86. Gimbutas 1982 88 Garfinkel 1994:159-162 89 Zie Rollefson 1983 en Rollefson 1986 90 Garfinkel 1994 162-163. (zie figuur 7e). De levenskracht van een persoon zit in zijn hoofd. legt verbanden met latere mythologieën en Bijbelse geschriften. kon men ze niet zomaar op het stort gooien. Naar twee etnografische voorbeelden. Dus werden ze begraven. bvb Cauvin 2000. Een eerste belangrijke reden was om de objecten te vrijwaren uit vijandelijke handen.83 De status van de personen tijdens hun leven zal moeilijk of niet te achterhalen zijn.

De bewaringstoestand was niet zo goed.een soort pruik (voor de schedels). steen en schelpen93.94 Interpretaties voor deze site en zijn uitzonderlijke vondsten is dat het een cultusplek betreft. De grot is gelegen aan een wadi die leidt naar de Dode Zee.en een pijlpunt91. Buiten eentje werden ze allemaal in een begraven toestand ontdekt. In Ain Gazal zijn dertien schedels gevonden. De opgravingverslagen maken duidelijk dat alle belangrijke objecten in een 91 92 Goring-Morris 2000:109-113 Garfinkel 1994:166-170 93 ibid: 170-171 94 Ibid: 171 18 . fragmenten van stenen maskers (figuur 3). Ze blijken bijna allemaal te zijn begraven tijdens het PPNB. fragmenten van bustes (stijl van Ain Gazal). mogelijk een territoriale ‘marker’. textiel geconserveerd door de extreme droogte. zoömorfe stenen beeldje. Het rijke assemblage bevat zaken die met zekerheid te duiden zijn als cultisch. Garfinkel betwijfelt dit. vier antropomorfe benen beeldjes. Het is mogelijk dat de site dienst deed als een opslagruimte van de cultusobjecten.92 Tabel 2: secundaire begraving en sociale herinnering Ten slotte bekijken we de vondsten In de grot van Nahal Hemar. De afstand van nederzettingen is te groot. Er was geen spoor van nederzetting in de buurt. omdat ze enkel daar werden gevonden. de bustes etc. Daarenboven vertoont de site geen specifieke topografische kenmerken die kunnen dienst doen als een herkenningspunt. Dus oppert men een andere interpretatie: de locatie werd gebruikt als een laatste rustplaats voor de rituele objecten nadat ze hun gemeenschappelijke dienst hadden bewezen. Van andere bepleisterde geeft men de context en vondstomstandigheden. een complete sikkel met gedecoreerd heft en een rijke collectie kralen gemaakt van plaaster. De vondsten zijn: zes schedels gemodelleerd met asfalt. fragmentair. De schedels waren verweerd. Men had ze in bepaalde huizen begraven onder de vloer. Ook werden er wat zaken voor dagelijks gebruik gevonden zoals pijlpunten en messen in de zogenaamde Nahal Hemar stijl.

2. of zelfs operaties uitgevoerd. Waarschijnlijk onthoofdde men ook runderen. schapen en mensen. vrouwen als kinderen.begraven toestand werden gevonden95. Zowel de put als de schedel werden met meerdere kalkplaasters voorbereid. Het belangrijkste in deze context is een gebouw dat speciaal ontworpen was voor het bewaren van beenderen en schedels. Er worden een aantal opmerkelijke vondsten besproken in een volgend hoofdstuk.98 De architectuur van het PPNB is divers.en maskers belangrijk zijn voor de interpretatie van de PPNB als geheel. Onderzoek wees uit dat het afkomstig is van runderen.antropomorf en zoömorf. Het vuursteenassemblage is te ambigu om een besluit te vormen. Onder de vondsten waren er 45 schedels. 97 Dat het gebouw iets met de funeraire rites van deze gemeenschap te maken heeft staat vast. Centraal werd er een stenen tafel gevonden. Hole 2000. Welke de aard van de riten waren is stof voor speculatie. Men vond er de stoffelijke resten van meer dan 400 individuen. met een gelijkvormige stenen tafel. kreeg postmortaal een speciale behandeling door middel van schedelbepleistering. Het gebruik van plaaster in huiselijke context als in rituele contexten kan wijzen op een ingewikkelde mix van religieuze en profane (symbolische) werkelijkheid. De schedels waren waarschijnlijk objecten van verering. Tijdens de belangrijkste fase van de PPNB nederzetting vinden we er verschillende publieke structuren. Laatste punt van deze discussie betreft de twijfel of het om depositie van een woestijnvolk of van mediterrane volken van PPNB origine gaat. in de nabijheid van verschillende andere PPNB vindplaatsen. Men doet geen definitieve uitspraak en laat alle opties open96. 4. Het zogenaamde ‘Skull Building’ kende minstens vijf restauratiefasen. In Beidha vindt men een gelijkaardig gebouw. In deze ruimte werd een grote silexen dolk gevonden. Het is moeilijk een definitief besluit te vormen over de schedelcultus zonder deze zaken eerste bekijken.3 Het huis van de schedels In ZO Turkije. Op basis van de morfologie van de schedel kan men een hypothese stellen dat er reeds van jongs af een selectie werd gemaakt voor bepleistering na de dood. We vinden ten eerste niet een juist aantal graven naar verhouding met de vermoedelijke bevolking. Er zijn verschillende zaken die spreken tegen een mediterraan volk zoals afwezigheid van obsidiaan. Rollefson 2000 19 . Hierop was er nog residu van bloed. Samenvattend: de grafgebruiken van de PPNB vertonen verschillen met voorgaande periodes. beeldjes uit been in plaats van gebakken klei. ligt de site van Cayönu.99 95 96 Garfinkel1994: 171 ibid: 171-172 97 Özdogan&Özdogan 1989:71 98 Hole 2000:200-201 99 zie bijvoorbeeld Beyens 2004. Na een periode van gebruik werden ze ritueel begraven. maar vertoont over een redelijk grote regio gelijkaardige concepten en structuren. Mellaart 1975. De Nahal Hemar grot toont wel dat figurines. zowel mannen. Een volledige bespreking van de PPNB architectuur is hier echter niet aan de orde. samen met verschillende stierenhorens die waarschijnlijk aan de muren hingen. Een deel van de begraven individuen. Mogelijk werden op deze tafel de doden onthoofd.

Figuur 2: bepleisterde schedel uit Jericho Figuur 3: Masker uit Nahal Hemar h:20cm figuur 4: reconstructie van de gemeenschappelijke structuur XVLII in Mureybet Figuur 5: luchtfoto van de tegenhanger in Jerf el Ahmar waar het onthoofde skelet werd gevonden 20 .

c) bepleisterde ‘slapende’ schedel uit Kfar HaHoresh. d) masker uit Jericho e) cache van figurines uit Ain Gazal. 21 .Figuur 6: a&b) bustes uit Ain Gazal.

PPNB e) menselijk figurine PN. Op basis van etnografische parallellen en theoretische constructies zagen we dat religie en dagelijkse realiteit waarschijnlijk een nauwe verbondenheid deelden. Doorheen de bespreking van de beelden van mens en dier komen we automatisch op deze plaatsten terecht. Allereerst worden de contexten van (begraven) dieren bekeken 100 Mellaart 1975:39. Ramad f) koeien figurine PPNB. In hoeverre dat profane en religieuze wereld met elkaar verweven waren. Jericho 5) Representaties van de symbolische werkelijkheid Zoals duidelijk werd in vorige delen heeft de sedentaire neolithische mens een aantal gebruiken gehad die buiten het louter economische lagen. 59-63. 44-53 22 . Cauvin 1994: 33-40. De traditie van beelden maken is niet nieuw. Beeldjes uit been en steen zijn bekend. is moeilijk te achterhalen. b&c) vrouwenfigurines uit Netiv Hagdud PPNA. Deze plaatsen worden dikwijls geïnterpreteerd als tempels.100 Soms zijn de beelden te vinden samengebracht in een architecturale setting. In het Natufiaan en PPNA zijn er een verschillende uitingen van artistieke productie.Figuur 7: a) vrouwenfigurine PPNA uit Dhra. Onder de vormen bevinden zich vrouwenfiguren en beeldjes van gazelle. d) vrouwenfiguur uit Ain Gazal.

5.en zoals in het graf van Hilazon Tachtit.…. anders gezegd: de woestheid van de natuur. De horens kunnen een maansikkel representeren. Centraal vond men een haard met daar rond verschillende basalten stampers en een basalten bijl met een gepolijste snede.schildpadden. Dat koeien niet enkel in Anatolische en Minoische culturen belangrijk waren. Bekend is ook het graf van Ain Malaha. in de Levant. Deze periode wordt in Syrië het ‘Mureybetiaan’ genoemd (zie tabel 1) In het reeds besproken Jerf el Ahmar is er tijdens de campagne van 1999 een gebouw gevonden met drie uitzonderlijke resten van rundkoppen. Zonder twijfel had dit gebouw een bijzondere betekenis104. van een vrouw begraven met een hondenschedel. Ook zijn er vondsten van gazellekoppen. Het betreffen kleine beeldjes uit been die als bijgaven werden meegegeven 101. vond men bij de campagne van 1991 een put waarin men de resten vond van zeven volwassen runderen en één bijna volwassen.102 In verband met dieren in rituele PPNA contexten vermelden de bronnen bijzonder weinig en kan er bijgevolg weinig over gezegd worden103. Bij de opgravingen van James Mellaart eind jaren ‘50.106 In de nederzetting van Ghwair 1 heeft men in een huis een cache van geiten. De sporen tonen dat de drie schedels aan de muren hingen. Men observeerde hier de enige plaats waar obsidiaan werd bewerkt. We vinden het op vele sites zoals Cayönu (cf supra). In de directe omgeving vond men twee grote obsidiaankernen. Halula. Talrijker zijn de vondsten van dierenresten in de transitie tussen PPNA en PPNB. Het is een ambivalent symbool.begin’60 in deze neolithische nederzetting kwamen er uitzonderlijke vondsten tevoorschijn van kamers gevuld met stierenkoppen. Dikwijls zijn de ze geassocieerd met vrouwenbeelden. De koppen en horens werden gemodelleerd rond de schedels van de dieren108.105 Iets dat de meeste contexten gemeen hebben is de aanwijzingen voor rituele of speciale activiteit. De stier kan het mannelijke aspect zijn in een matriarchale religie. In dezelfde ruimte was er nog een cache met silex werktuigen. Velen wijzen op de samenhang van vrouwen en stieren. toont het volgende voorbeeld. Het ophangen van runderkoppen in gebouwen leeft door tijdens de PPNB periode. Uit het oude Kreta kennen we beelden van cultische feesten waarin jongelingen de woestheid van de stier moest bedwingen. samen met het graf van een kind. als men spreekt over runderen in een architecturale context mag men uiteraard Catal Höyuk niet vergeten.1 Resten van dieren in rituele contexten Tenminste vanaf het vroege Natufiaan zijn er dierlijke vondsten gemeld in grafcontexten. Natuurlijk. al zijn er andere interpretatie mogelijkheden. de zogenaamde Moedergodin. De beenderen waren niet 101 102 Mellaart 1975: 39 Stordeur 2004: 151 103 Ibid: 151 104 Stordeur 2000: 1 105 Stordeur 2004: 152 106 Rosenberg & Redding 2000:45-46 107 Simmons &Najjar 2000: 8 108 Mellaart 1975: 108 109 Biedermann 2000: 352-354 23 . Abu Hureyra.109 Runderen zijn in het algemeen veel later gedomesticeerd dan bijvoorbeeld geiten en schapen. Eén exemplaar was geassocieerd met een ketting van kralen en kalksteen. een polijststeen en malachiet107. In Kfar HaHoresh.en runderschedels ontdekt. In Hallan Cemi bijvoorbeeld werd in een centrale ronde structuur een rundskop blootgelegd.

dat het steeds wilde dieren betreffen. ook vroege stèles in bas-reliëf en wandschilderingen.gearticuleerd. De nadruk ligt op beelden die een duidelijke ‘ritual frame’ vertonen. 5.2 Beelden naar het evenbeeld: bustes. Het is natuurlijk mogelijk dat sommige figurines. De runderen in het graf waren quasi compleet op hun schedel na. voor volwassenen decoratie of ornamenten. De context varieert van begraven 110 111 Goring-Morris & Horwitz 2007: 906-908 Ibid: 911 112 Ibid: 911 113 Voigt 2000: 258 24 . Het schema van Voigt verduidelijkt de verschillende soorten en hun type criteria. In de studie van neolithische beeldjes speelt de onderzoekster Mary Voigt een toonaangevende rol.111 De betekenis van feesten is divers.110 Herinner de bepleisterde schedel van deze site die geassocieerd was met een koploze gazelle (supra). De bovenvermelde bustes zijn niet de enige representaties die de mens van zichzelf maakte. voornamelijk vrouwenbeeldjes werden gevonden. Toys of speelgoed. De auteurs linken de put met de runderen en de begraving met het houden van een feest voor de overledene. Er bestaan ook figurines uit klei en steen die men dikwijls geassocieerd met bepleisterde schedels vindt. later ook herbruikt werden als speelgoed. Teaching figures inclusief de beelden bedoeld om bepaalde groepen in te wijden van de ene staat naar de andere (bij bijvoorbeeld overgangsrituelen). Daarbovenop vond men de resten van een primaire begraving. is het dikwijls noodzakelijk om de ruimere context te bekijken. figurines en maskers We hebben al kort de antropomorfe beelden en bustes aangeraakt uit onder andere Ain Gazal. In Ain Gazal werden er in totaal zo’n 200 beeldjes opgegraven. In hun interpretatie verwijzen de auteurs vooral naar de factor ’gemeenschap’ en het feit dat het economische kapitaal wordt omgezet in een symbolisch kapitaal. 130 dierenbeeldjes en een 40-tal menselijke. vooral van dieren. in hoeverre is het gejaagde dier dan al geen symbolisch kapitaal? De andere voedselbronnen voor het feest zijn niet gekend. Een opvallende observatie is.112 Men kan hierbij een vraagteken zetten in die zin dat als men voor deze gelegenheid speciaal op jacht gaat. ook de gazelle bij de schedel. Het hoofd was aangeduid en op een later tijdstip weggehaald. Het is één van de zeldzame vondsten van zo’n gebeuren. 4. tegenhouden of om te keren 3. Het zijn hier dat vooral de drie eerste die ons interesseren. Omdat zowel beelden van mensen als dieren in mogelijke rituele settings worden aangetroffen gaan ze hier samen worden behandeld. Er worden niet enkel plastische kunsten beschouwd. In dit deel wordt er dieper nagedacht over de mogelijke betekenis van beelden.113 Omdat de beelden op zich niet altijd de juiste categorisering toelaten. Enkel bij een gemeenschappelijke jacht zou men acht dieren kunnen doden en transporteren. Het concept is al enkele keren gerezen. Ze verdeelt de beelden in volgende klassen: 1. Mogelijk nuttigde men voor een feest enkel gejaagd en verzameld voedsel. Vehicles of magic of figurines bedoeld om een bepaalde situatie te creëren. 2. Ze werden overdekt met aarde en centraal een steen. Cult figures of representaties van goddelijke wezens gebruikt als symbool of object van verering. Meestal zijn ze gemeenschappelijk. Rond en boven het skelet bevonden zich veelhoekige stenen.

115 Twee beeldjes van runderen met een silex punten in hun lichaam vond men in een put begraven. Men vermoedt dat ze deel zijn van een jachtritueel. Nahal Hemar en Jericho (figuur 3 en figuur 7d) zijn er voorbeelden van stenen maskers boven gekomen. Een groot deel bestaat uit geschematiseerde vrouwen beeldjes. Merk op dat het geen gedomesticeerde dieren zijn en ook niet de meest voor de hand liggende jachtdieren.119 Maskers vormen een tweede deel in de bespreking van beelden. Heel kort echter. De neus is zacht geaccentueerd. De drager van het masker wordt de verpersoonlijking van een hoger wezen. kraanvogels en schorpioenen komen voor. waarschijnlijk zaten hier touwtjes of iets dergelijk om het masker aan het gezicht te bevestigen. Dat sommige figuurtjes brandsporen vertonen laten ook een magisch gebruik vermoeden. Ook deze dicht men een ritueel gebruik toe117. In vele PPNB contexten worden er figurines en dierenbeeldjes gevonden. De meest aangetroffen dieren zijn vooral gazellen (bijna 8000). In vele etnografische bijdragen wordt het masker gebruikt in allerhande riten120. Een belangrijk facet van de verering houdt in dat de godin staat voor vruchtbaarheid. maar tegelijk een symbool is van cyclisch denken. De exemplaren hebben ronde ogen. Zo zijn er tot nu toe drie cirkels gevonden. een half geopende mond met een viertal tanden boven en onderaan. Hoe en waar maskers in het PPNB werden gebruikt is niet duidelijk. Op het exemplaar van Nahal Hemar waren er nog sporen van rode verf. buiten het rund. buik en borst. De meeste menselijke beeldjes waren onthoofd. Elke T-vormige stèle. De transformerende werking van een masker mag niet onderschat worden121. Vooral de site van Göbekli is belangrijk voor de kennis van beelden. 114 115 Verhoeven 2002:236-237 Rollefson 1986:33-35 116 Campbell 2004:4-5 117 Verhoeven 2002.onder de keukenvloer naar afvalhopen buiten het huis. Daar zijn vanaf de transitie van PPNA naar PPNB grote bouwwerken verrezen met monolieten in cirkels geplaatst. Garfinkel 1994 118 Simmons &Najjar 2000: 8 119 Voor een volledige uiteenzetting in verband met vrouwenbeeldjes en de godin in al haar vormen zie Gimbutas 1974[1984]. In Ghwair 1 werden ook twee onthoofde vrouwen figuurtjes gevonden en een enigmatisch beeldje dat mogelijk een fallus voorstelt118.114 De vormen gaan van een meer ‘traditionele’ moedergodinvorm met een ronden (zwangere) buik tot slankere modellen (zie figuur 7). Men identificeerde er ongeveer 15000. men brengt hierdoor in verband met de schedelcultus. Ze hebben allemaal antropomorfe kenmerkten zoals handen en een gezicht. De meeste afgebeelde dieren zijn slangen. Er werden tijdens de opgravingen toch zo’n 38000 zoogdierbeenderen gevonden. die geïnterpreteerd worden als vruchtbaarheid beeldjes en worden in verband gebracht met de verering van de moedergodin. Andere beeldjes zijn gevonden met silex in de ogen. Rondom bevinden zich gaten.116 De bustes van Ain Gazal werden gevonden in een twee plaasteren putten. omdat de gevonden masker niet talrijk zijn. runderen en vossen. is bewerkt( figuur 9 en tabel 3). Ook jaguars. 120 Michiels 2007: 101-109 121 Cauvin 1994: 154-155 122 Garfinkel 1994:170-171 123 Peters& Schmidt 2004:180-182 25 . Stèles zijn de laatste twee decennia beter bekend geraakt door de vondsten in Nevali Cori en Göbekli Tepe. die megalithisch te noemen zijn. Dood en wedergeboorte worden dikwijls met haar geassocieerd.122 Het masker van Jericho heeft een gesloten mond en een baard. Vooraan staan er telkens combinaties van drie dieren afgebeeld123. Enkel in Hebron.

Op twee plaatsen werden er mensenschedels gevonden in de directe omgeving van de stierenkop (figuren 10 & 11.126 In Neval Cori.206-208 Watkins 2005: 220-221 126 Peters& Schmidt 2004:208-214 127 Verhoeven 2002:238-239 128 ibid:239 129 Peters& Schmidt 2004:206 130 Russel & Mcgowan 2003 131 Mellaart 1967:95-139 132 Beyens 2004: 222-224 26 . De muurschildering stelt een gier voor die een onthoofd lichaam ‘aanvalt’. niet zo ver van Göbekli heeft met begin jaren ’90 een structuur blootgelegd gelijkaardige T-vormige monolieten. Een aantal wilde dieren werden afgebeeld: leeuwen. Zittende vrouwen. die in Gobekli129 zijn gerepresenteerd en ook in Catal Höyuk. maar sowieso houden ze wel verband met het geestelijk leven van de neolithische mens. de archeoloog die Göbekli onderzoekt. Klaus Schmidt. totemisme en sjamanistische rituelen De opties worden grondig overwogen. In de laatste is er een kalkstenen stuk van een stèle waarop een mens en een vogel zijn afgebeeld. In een van de nissen was een mensenhoofd uitgehouwen( figuur 8. Uit de publicatie van Mellaart blijkt dat ze voorkomen in de heiligdommen in associatie met de gemodelleerde stierenhoofden. Hauptmann maakte van dit gebouw de tempel. al dan niet zwanger. Het min of meer rechthoekige gebouw vertoond een gans andere opbouw als de profane architectuur. Kleien beeldje zijn voornamelijk antropomorf.130 Anderzijds vinden we roofvogels. Men brengt ze in verband met een vorm van huwelijksceremonie. Binnenin vond men naast de stèles rondom zitbanken en verscheidene nissen. Dit is een gebruik dat nu nog wordt beoefend in Tibet waarbij men de overledene aan vogels voedt. De plaats werd wel onderhouden en regelmatig bezocht over een lange tijdsspanne. Hier produceerde men ook figurines. dodenrituelen. De verbondenheid van de gier en de borsten van de godin benadrukt het cyclische denken dat de godin voorstelt132.127 Zowel in Göbekli Tepe als in Nevali cori vond men verschillende associaties tussen vogels en mensen. bijna verdwenen. die bekend zijn uit de muurschildering van Catal Höyuk. Uit steen maakte men blijkbaar miniatuurvoorstellingen van de stèles. De voorkant is afgebroken. komen voor.124 Ondanks de vele resten van (jachtdieren) vertoont deze plaats geen sporen van bewoning. maar een definitieve uitspraak doet men niet. vooral gieren.125 De interpretaties van de site zijn divers. beren en gieren. op de achterkant staat de afbeelding van een kronkelende slang. Men onderscheidt kleien en stenen beeldjes. of andere de tanden van vossen. Een andere. De vossen heeft men mogelijk gevangen voor hun pels. Dit is ook geattesteerd in verschillende verbouwingen. Hun vele voorkomen op centrale plaatsen op deze site kan indiceren dat het een belangrijk symbool was. traditie is te vinden in Iran en India 124 125 Peters &Schmidt:183-185.rund (2500). verkent mogelijkheden van jachtrituelen. paarden (1100) en vossen (bijna 1000). Opvallend is dat geen van de beeldjes werd gevonden in de ‘tempel’. Paradoxaal zijn de mannelijke beeldjes hier het meest gevonden. wilde varkens (860). Op de stèles zag men afbeeldingen in dezelfde stijl als die van Göbekli Tepe. Enkele runderbeeldjes uit klei bestaan ook. Eén van de gangbare interpretaties voor deze en andere afbeeldingen van gieren is het gebruik van een zogenaamde ‘Sky Burial’.131 Van deze site zijn er beelden van godinnen bekend waarbij de borsten en tepels de bek van gieren bevatten.128 Enerzijds zijn er de kraanvogels.

Men kan denken dat het huis van de schedels in Cayönu een bewaarplaats was van beenderen uit vogelbegravingen.136 Mogelijk was de dans en de trance/vlucht van de sjamaan geen individueel gebeuren. als reliëf op stèles. Friedrich 1940: 194-199 27 . In Siberische en Noord Europese culturen gelooft men dat mens en dier verrijst uit zijn beenderen. Misschien is dit het vroegste bewijs van zulke begraving. Lewis-Williams 2002 138 Eliade 1964 [2004]:159-165. maar er is toch een zekere overlap.waar men ‘dakhmas’ of ‘Towers of Silence’ gebruikt volgens de Zoroastrische religie. Het is mogelijk dat in het neolithicum een groot deel van de bevolking zo een begrafenis kreeg. Het zou een verklaring bieden waarom men zo weinig graven vindt. Zoals gezien. De vindcontext en de natuur van de beelden laat toe een het grootste deel in een neolithisch geloofssysteem in te planten. De gelaagdheid van de beeldtaal is voor de hedendaagse onderzoeker geen evidentie. De beenderen zijn de kern van het wezen. Denk aan de notie van sociaal drama in eerdere hoofdstukken. zijn de beelden geen loutere.138 Sowieso hoeft de ene interpretatie de andere niet uit te sluiten. Dit is een reden waarom men geen beenderen van jachtbuit breekt. De vleugels om de vlucht te symboliseren. We moeten steeds in ons achterhoofd houden dat het archeologisch bestand niet compleet is en ons beeld constant moeten bijstellen. Hoe de verschillende domeinen gedefinieerd kunnen worden is de uitdaging voor komende generaties onderzoekers. Ook in het noorden van Irak. zijn er verschillende stenen beeldjes van gierenkoppen gevonden (figuur 11). op de site van Nemrik. Afbeelding komen tot ons via verschillende media: als figurines. of slechts bepaalde gemeenschappen dit gebruik kenden. Tijdens inwijdingen wordt de toekomstige sjamaan gestript van zijn vlees. en beenderen hebben een speciale betekenis in het sjamanistische denken. Beelden vormen een belangrijk deel van de vormentaal.133 Zoals bekend is de verhouding graven en vermoedelijke mensenaantal niet evenredig. Vogels zijn in verschillende animistische opvattingen ‘voertuigen’. Het is anderzijds ook mogelijk dat enkele bepaalde leden een sky burial genoten. Een andere hypothese is dat het te maken heeft sjamanisme. Hier legt men de overledenen in de toren waar vogels het vlees van de beenderen eten. In de grot van Shanidar en de nederzetting Zawi Chemi. Het is aan de ene kant een zoektocht hoe men van de data kan verenigen tot een werkbare hypothese . Ze hebben de kracht om te vliegen. Aan de andere kant loert het gevaar om niet in een soort van cultuurrelativisme te vervallen. meestal een arend of een raaf. 133 134 Peters& Schmidt 2004:214 Solecki 1977 135 Cauvin 1994:226-230 136 Eliade 1951 [2004]:156-158 137 Zie bijvoobeeld Bourguignon 1973. ‘vlakke’ kunstuitingen. Een sjamaan ondergaat in zijn trance dikwijls een metamorfose in een vogel. Harner 1980. Men vermoedt al enige tijd dat (roof)vogels een belangrijke rol speelden in de religeuze opvattingen van de prehistorische mens. maar begraaft of op een ritueel verwijderd.135 Ook in Gôbekli vond men de gesculpteerde kop van een gier. Ook het skelet. op wandschilderingen. Elk heeft zijn eigen kenmerken. In het kostuum van de sjamaan worden elementen van vogelskeletten verwerkt. vond men verschillede gearticuleerde vogelbeenderen van de vleugel134. maar collectief of voor een bepaalde bevolkingsgroep137. in het noorden van Irak.

Tabel 3: meest gerepresenteerde dieren in de sites rond de Eufraat in Syrië Figuur 8: Achterkant van het hoofd met slang. Nevali Cori h:37cm Gobekli h: 1m45 Figuur 9: een voorbeeld van de stèle uit 28 .

29 .Figuur 10: gierenheiligdom in Catal Höyuk Figuur 11: de noordoostwand van hetzelfde heiligdom.

In dit essay wordt meer de nadruk gelegd op het neolithicum als een ‘revolutie van symbolen’. Hij zaait zelf zijn voedsel en leert hoe hij bepaalde dieren kan controleren. maar toch gelijkvorming. zijn niet al deze gebruiken een ‘inventie’ van de neolithische mens. Zoals de studie van vroegere periode leert. De ideeën van geloof en religie kennen in deze nieuwe woonkernen een vruchtbare voedingsbodem. In latere fasen ontwikkelen zich kleinere heiligdommen en zal men ook een meer huiselijke rituele activiteit uitoefenen. De heiligdommen worden aangekleed in een symboliek die de hedendaagse onderzoekers voor raadsels stelt. Hij bouwt huizen en gaat samenleving met een veelvoud van gezinnen. zoals we zien in Jericho. Een aanzet tot verschillende praktijken zijn geworteld in oudere Natufiaanse culturen. Skeletresten van verschillende dieren worden geassocieerd met begraving en de bovengenoemde tempels. 30 . De interpretaties zijn divers en uiteenlopend. Deels komt dit door de aard van het bestudeerde materiaal. Pogingen voor interpretatie zijn ondernomen. Er ontstaat een architectuur voor deze samenkomsten. Göbekli Tepe.Figuur 12: gierenkoppen uit Nemrik 6) Algemeen Besluit Tijdens de overgang naar het neolithicum en de vroegste fases hiervan worden we geconfronteerd met een heel bestand van gebruiken. het bestaan van totemisme en sjamanisme. Deze mensen zullen waarschijnlijk de stress die grotere nederzettingen met zich mee brengen willen plaatsen. De interpretatie is nog niet te verzoenen met alle observaties zoals schedelvervorming tijdens de jonge kinderjaren. Ook hier is het onderzoek echter te fragmentair om een definitieve uitspraak te pogen. Jerf el Ahmar. De toenmalige realiteit zal een complex geheel hebben gevormd van alle besproken noties. Er ontstaan collectieve rituelen. Men kan hieromtrent argumenteren dat dit het bewijs vormt van rituele feesten. De mens komt in een door zichzelf geconstrueerde realiteit terecht. Deze denkpiste ontspruit vooral door de analogieën met etnografisch veldwerk. De beeldcultuur van de mensen breidt drastisch uit. maar bieden geen sluitende verklaring voor de rijkdom van het vroege neolithicum in het oude Nabije Oosten. dat bij uitstek ‘ritually framed’ is. Vooraanstaande onderzoekers denken bij zaken als bepleisterde schedels allen in de richting een soort vooroudercultus.

66. Hans. Davis. Erika (ed.1994. 31 .7) Bibliografie Atkinson. Atlas Biedermann. Religion.Lewis-Williams. 307-330. Harry N. Israel. 1964(2004).Abrams.M. Symbolen: Historisch-Culturele Symbolen van A to Z.2003. and differentiation. Life in neolithic farming communities : social organization.unimelb. Religion. Near Eastern Archaeology.B.2000. Annual Review of Anthropology.Life Rhythms and Floor Sequences: Excavating Time in Rural Rajasthan and Neolithic Catalhoyuk. Publicatie onbekend. Pinhasi. Eliade. Blockley S. 367-388. Vol. identity. Syria and Turkey. 1973. Nicole. In Bourguignon.118-119. Campbell. 19-37 Belfer-Cohen Anna. CNRS. No. Alexandra. Michelle.1998). PP. Paris. 31.). Ian (ed). Introduction: a framework for the comparative study of altered states of consciousness. 2000. jean & J. In Kuijt. Grosman Leore & Natalia D. Housing Neolithic Farmers. Vol. ½. 309-325. World Archaeology.2011. Ohio state university press. Vol. New York. No. Anna Belfer-Cohen. Jacques. Munro.pdf Cauvin.1996(eng. De Graangodin: het ontstaan van de landbouw.D. Inc. Banning. Journal of Archaeological Science 32.). 2004 . Pearson Jessica & Janet Ambers. Erika (ed. Ian (ed). Cambridge Archaeological Journal 18 nr 3.2000. Princeton University Press.au/CAV/iris/volume18/campbell. Shamanisms Today. & R. Columbus. Early Sedentism in the Near East: A Bumpy Ride to Village Life. Fletcher. Ohio state university press. A revised chronology for the adoption of agriculture in the Southern Levant and the role of Late glacial climatic change. Bar-Yosef. Naissance des divinités. Including Women and Children: Neolithic Modeled Skulls from Jordan. Cauvin. Clottes. Why Domesticate Food Animals? Some Zoo-Archaeological Evidence from the Levant. Columbus. Quaternary Science Reviews 30. Boivin. Bonogofsky. Ofer.E.P. Kluwer Academic. http://classicsarchaeology. Shamanism.2004. Altered states and Social Change. 98-108. ustralasian Society for Classical Studies. and differentiation. New Jersey. 1-12. The Symbolic Foundations of the Neolithic Revolution in the Near East. Simon J. Leanne M. Mircea.Shamans of prehistory: Trance and Magic in painted caves. 4-21. Altered states and Social Change.2005. Kluwer Academic. 235-251. New York. Louis. 1973. Archaic Techniques of Ecstasy.2008. naissance de l’agriculture : la révolution des symboles au néolithique.edu.2000. E. 3. Beyens. Het Spectrum. 2008. 1992. Bourguignon Erika. Near Eastern Archaeology 67 nr1. Jacques.2000. The Manipulation of Social and Physical Identity in the Pre-Pottery Neolithic. Anthropomorphic and Zoomrophic Figurines of the Eastern Mediterranean. A 12000-year old Shaman Burial from the Southern Levant (Israel). 21. 3-35. Jane M. Bourguignon. Radiographic Evidence for Cranial Modification at Jericho and its Implications for the Plastering of Skulls. 1408-1416. identity. Life in neolithic farming communities : social organization. 2004. In Kuijt. 2000.

identity. Is Size Important? Function and Hierachy in Neolithic Settlements. Cambridge University Press. In Lehmann Arthur. Agarwal. Glencross. Reading the Past: current approaches to interpretation in archaeology. Michael. 2000. witchcraft and religion. 1. Kluwer Academic. 137-164. Ian (ed). 8-10. The Earliest Evidence. In Kuijt. In Scarre. Hole. Nr. In Kuijt. 2000.1996. 15. The Cave of Forgotten dreams. Life in neolithic farming communities : social organization. London. New York . Mountain View. Goring-Morris.). 2007. Herzog. Negotiating Equality through Ritual: A Consideration of Late Natufian an Prepottery Neolithic A Period Mortuary Practices. Ian (ed). 2009. Antiquity 81. Ian (ed). 902-919. Richard . and differentiation. 1974(1984). Journal of Archaeological Science 38. HarperSanFrancisco Harris. 103-136. Gimbutas. Nigel. Eshed V. A Season of great finds and new faces at CatalHöyuk. World Prehistory & the Development of Human Societies. 17-40. 2000. Gopher A. identity.191-209. James E (eds. 32 . Hodder.2000. Notes on the Cult Buildings of Northern Mesopotamia in the Aceramic Neolithic Period. Life in neolithic farming communities : social organization. Ian & Craig Cessford.C & Myers. 1980. Cambridge Archaeological Journal 4 nr 2. Kornienko. Goring-Morris Nigel & Horwitz Liora K. Turkey using metacarpal radiogrammetry. Ian (ed). In Kuijt. Thames&Hudson. and the evolution of the spirit world. Anatolian Archaeology 10. Thames& Hudson. Funerals and Feast during the Pre-Pottery Naolithic B of the Near East. Harner. Magic. 1994. Kluwer Academic.2000. Ian. Mayfield pulishing company. E. Honminin Dispersal in the Old World.2004. An investigation of cortical bone loss and fracture patterns in the Neolithic community of Çatalhöyük. Hodder. Why we became religious. Kluwer Academic. Life in neolithic farming communities : social organization. New York. 2005.2005. Tatiana. Goddesses and gods of Old Europe: Myths and cult images. 513-521. An anthropological study of the supernatural. Kluwer Academic. Journal of Anthropological Archaeology. The way of the shaman. Ian. Keeping the Peace: Ritual. Chris (ed). 313-336. The Quick and the Dead: The Social Context of Aceramic Neolithic Mortuary Practices as seen from Kfar HaHoresh. 159-188. Kuijt. 81-102. Burial Practices at the Submerged Pre-Pottery Neolithic C Site of Atlit-Yam. American Antiquity 69. Journal of Near Eastern Studies 68. Kuijt. Ian. and differentiation. Werner. Marija. identity. 1989. Kuijt Ian. BASOR 339 1-19. The Human Past. Ritual Burial of Cultic Objects. Life in neolithic farming communities : social organization. and differentiation. Daily Practice and Social Memory at Çatalhöyük. nr 2.2004.2010.1987. and differentiation. Bonnie. New York. 84-123. Creative Differences Producion. Skull Caching and Community Integration in the Levantine Neolithic. Sabrina C. Klein. Marvin. Hershkovitz I. Frank.Galili. Yosef. identity. 2000.. Hodder.2010. New York. 2000b. 2005. Garfinkel.

Lewis-Williams J. Mountain View. Life in neolithic farming communities : social organization. symbolism at Çatalhöyük and beyond.pdf Lewis-Williams J. 328-331.. Death be no strange. Antiquity 77. 171-197. 1988. New York. 2002. 445-455. James E (eds. ParkerPearson. Arthur C. Mellaart. Tristan. 33 . James. Lewis-Williams J. Kuijt.C & Myers. Paléorient 12 nr 1. The Archaeology of Death and Burial. Mayfield publishing company. Current Anthropology 45.D. In Kuijt.000 Jahren in Anatolien. London. & Myers. Russel Nerissa and Kevin J. Scarre. The Human Past. 45-52. Sjamanisme en Entheogene Interpretaties: Een Prospectie door De Rotskunts Van de Centrale Sahara. Paléorient. Shamans and Martians: the same struggle! In Francfort. Kluwer Academic. Ritual and Ceremony at Neolithic Ain Gazal II(Jordan). Mcgowan. 2003. James E (eds. Özdogan A. 29-38. An anthropological study of the supernatural. 135-159. Gary O. Henri Paul & Roberte Hamayon(eds. Gary O. Rosenberg Michael &Richard W. Url: http://jean-loic. Ritual and Social Structure at Neolithic ‘Ain Gazal. Gary O. and Social Complexity in the Pre-Pottery Neolithic of the Southern Levant: A Review and Synthesis. 2005.Thames and Hudson. Çayönü. and differentiation.). 2003. 165-69. 1978. Chris (ed).Texas A&M University Press. 1983. Current Anthropology 29 Nr 2.2007. The mind in the cave. In Lehmann Arthur. Bibliotheca shamanistica 10. Kluwer Academic. Stuttgart. Hallan Cemi and Early Village Organization in Eastern Anatolia.2000. James. College Station.club. Clemens (ed). Ian. identity. 2000. London. The concept of shamanism: uses and abuses. Farming. Michiels. Lichter. identity. Metcalf. Life in neolithic farming communities : social organization. 1997. 165-190. and differentiation. Paléorient 9 nr 2. 1975. Gustav Lübbe Verlag. Özdogan Mehmet. Rollefson. Mayfield publishing company.). 83-113. Dance of the Cranes: Crane. Ireland and Southern Scandinavia.Kuijt. Ritual and Ceremony at Neolithic Ain Gazal (Jordan). Rollefson. An anthropological study of the supernatural. 2008. Catal Hüyük: Stadt aus der Steinzeit. In Kuijt.D. Landesausstellung. Mellaart. witchcraft and religion. Regeneration of Life: Neolithic Structures of Symbolic Remembering and Forgetting. Badisches Landesmuseum Schloss [oth]. Ian (ed). 361-440. 2000. Antiquity 77. The signs of all times: entoptic phenomena in upper palaeolithic art. Thames& Hudson.2007. Ian (ed).1989. Akadémiai Kiado Budapest.2000. Karlsruhe. witchcraft and religion. 2002. Mike.1967. 39-62 Rowley-Conwy. Magic. Lehmann. Ian &Nigel Goring-Morris. Redding. Journal of World Prehistory 16 nr 4. Onuitgegeven licentiaatsthesis. New York. Jean-Loïc. Rollefson. Peter. 2001. How the West Was Lost: a reconsideration of agricultural origins in Britain.1999. World Prehistory & the Development of Human Societies. A Conspectus of Recent Work. 1986. 201-45.fr/page2/page7/assets/Akademiai_Kiado.).D.2003.The Neolithic in the Near East. Peter. 65-74. Mountain View. Theiss. Current Anthropology 49 nr 2. 2004. Foraging. Magic. Bergisch Gladbach. Le Quellec. Thames&Hudson. Die ältesten Monumente der Menschheit : vor 12.lequellec. Putting the record straight: Rock art and shamanism. 15 nr1.

Southern Jordan. Predatory Bird Rituals at Zawi Chemi Shanidar. Mayfield publishing company. 2004. pagina 20-21 Tabel 2: uit Kuijt 2008. 200-233 8) Verantwoording van de figuren in de tekst Tabel 1:tabel uit Cauvin 1994. Strouhal. identity. 2004. 1-4. New Discoveries in Architecture and Symbolism at Jerf el Ahmar (Syria). Life in neolithic farming communities : social organization. Spielmann. witchcraft and religion. Klaus &Joris Peters. In Scarre.Schmidt.1973. Helmer Daniel & Lionel Gourichon.C & Myers. Anthropozoologica 39 nr 1. Ritual and Ideology in the Pre-Pottery Neolithic B of the Levant and Southeast Anatolia. Victor W. Chris (ed).2005. Craft Specialization. 179-218. 195-207. and differentiation. Danielle. World Prehistory & the Development of Human Societies. American Anthropologist. Feasting. New York. Rose L.). Magic. Thames& Hudson. Verhoeven Marc. From Foragers to Complex Societies in Southwest Asia. 2005. Anthropozoologica 39 nr 1.2000.2000. Neo-Lithics 01/00. James E (eds.cnrs. Solecki. Trevor. Animals in the Symbolic World of Pre-Pottery Neolithic Göbekli Tepe. 14 pagina 102 Figuur 11: uit Mellaart 1967 Abb. 1. Voigt. 253-293. Sumer 33. 1972. Five Plastered Skulls from Pre-Pottery Neolithic B Jericho: Anthropological Study. A l’aube de la Domestication Animale: Imaginaire et Symbolisme Animal dans les Premières Sociéteés néolithiques du Nord du Proche-Orient. Catal Höyük in Context: Ritual and Early Neolithic Sites in Central and Eastern Turkey. Preliminary Report of the 1999-2000 Excavation Season at the PrePottery Neolithic Settlement of Ghwair I. south eastern Turkey: A Preliminary Assessment. Stordeur. 2002. 2000. 7885. 1997-1999.fr/Cnrspresse/Archeo200 0/html/archeo11. 2002. and the Ritual Mode of Production in Small-Scale Societies. Eugen. Turner. 143-163. figure 4 pagina 179 Tabel 3: Stordeur et al 2004 tableau 2 pagina 152 Figuur 1: Uit Kuijt 2000 figure 1 pagina 144 Figuur 2: uit Verhoeven 2002 figure 8 pagina 249 Figuur 3: uit Verhoeven 2002 figure 7 pagina 248 Figuur 4: uit Cauvin 1994 figure 15 pagina 63 Figuur5:http://www. Ian (ed). Religious specialists. Kluwer Academic. 231-247. No. Dannielle. Mary M. Allan & Najjar Mohammed. The Human Past. 104. Neo-Lithics 01/00. An anthropological study of the supernatural. Mountain View.htm Figuur 6: uit Kuijt& Goring-Morris 2002 figuur 10 pagina 397 Figuur 7: uit Kuijt& Goring-Morris 2002 figuur 5 pagina 378 Figuur 8: uit Verhoeven 2002 figure 3 pagina 238 Figuur 9: uit Verhoeven 2002 figure 5 pagina 240 Figuur 10: uit Mellaart 1967 Abb. Stordeur. New Series. Simmons. 6-8. Cambridge Archaeological Journal 12 nr 2. In Kuijt. 233–58. 1977.2000. In Lehmann Arthur. Katherine A. Vol. 42-47. Paléorient 1 nr 2. Watkins. 15 pagina 103 Figuur 12: uit Cauvin 1994 figure 57 pagina 229 34 .

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful