You are on page 1of 32

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

VBO vzw Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel T + 32 2 515 08 11 F + 32 2 515 09 99 info@vbo-feb.be Geert Vancronenburg Landmarks, Vanessa Solymosi DRUK: Geers Offset VERANTWOORDELIJKE UITGEVER: Charles Gheur Ravensteinstraat 4, 1000 Brussel WETTELIJK DEPOT: D/0140/2011/21
REDACTIE: VORMGEVING:

De inhoud van deze publicatie vindt u op www.vbo.be


Cette brochure est galement disponible en franais.

Brussel, november 2011

Beste lezer, Elk jaar publiceert de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zijn rapport over de concurrentiepositie van Belgi in vergelijking met onze drie voornaamste handelspartners (zijnde Duitsland, Frankrijk en Nederland). In de even jaren vormt dit het startschot voor de interprofessionele onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van respectievelijk de werkgevers en de werknemers. Dit jaar betreft het een intermediair verslag. Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zullen de Belgische loonkosten voor de vierde keer op rij sneller evolueren dan in onze drie buurlanden. Het gevolg hiervan is dat we voornamelijk vanaf 2005 een extra loonkostenhandicap hebben opgebouwd van 4,6%. Dit komt bovenop de loonkostenhandicap die reeds bestond voor de invoering van de loonnormwet van 1996. Volgens de laatste cijfers van het gerenommeerde Duitse instituut IDW Kln is een arbeidsuur in Belgi vandaag ongeveer 15% duurder dan in onze buurlanden. Dit zakboekje wil aan de hand van cijfers en feiten aantonen wat de nefaste sociaaleconomische impact is van onze sterker stijgende loonkosten. Niet alleen verliezen we elk jaar aan concurrentiekracht, onze hoge loonkostenhandicap bemoeilijkt ook de jobcreatie in de marktsector. Nochtans is het dit wat we nodig hebben indien we daadwerkelijk ons sociaal model in de toekomst wensen te vrijwaren. Voor verdere vragen en suggesties tot verbetering kunt u terecht bij Geert Vancronenburg (gva@vbo-feb.be). Dit zakboekje is gratis te verkrijgen in gedrukte vorm (zie colofon), alsook terug te vinden op onze website www.vbo.be, onder de rubriek Publicaties / Cijfers en feiten. Wij wensen u veel leesplezier. Met vriendelijke groeten,

Pieter Timmermans, bestuurder-directeur-generaal van het VBO

INHOUD

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP p. 6 p. 7 p. 8 p. 9 p. 10 Belgische loonkosten stijgen voor de vierde keer op rij sneller Loonkostenhandicap loopt verder op Indexering drijft loonkostenhandicap op Belgische loonkosten 15% hoger dan in de buurlanden Hoge productiviteit neutraliseert onze loonkostenhandicap niet meer CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT p. 12 p. 13 p. 14 p. 16 p. 17 Onze export is de motor van onze welvaart We verliezen marktaandelen Loonkostenhandicap: ook een rem voor buitenlandse investeerders Onze industrie groeit minder sterk dan in de buurlanden Loonkostenhandicap voedt inflatie die vervolgens opnieuw tot hogere loonkosten leidt MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG p. 20 p. 21 p. 22 p. 24 p. 25 Lonen en winsten: even sterk gestegen sinds 1996 Loonaandeel bevindt zich op het langetermijngemiddelde Werkgelegenheid stijgt, maar vooral in de niet-marktsector Meer jobs in de marktsector: van cruciaal belang om ons sociaal model te vrijwaren Ondernemingen betalen relatief veel vennootschapsbelasting ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING p. 28 p. 29 p. 30 Investeringen in opleiding houden goed stand tijdens de crisis Belgische ondernemingen in de Europese top qua opleiding van personeel Ondernemingen investeren in onderzoek en ontwikkeling

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP

BELGISCHE LOONKOSTEN STIJGEN VOOR DE VIERDE KEER OP RIJ SNELLER


Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) zullen de Belgische loonkosten in de periode 2011-2012 met gemiddeld 6,3% stijgen. De automatische indexering zal de loonkosten met gemiddeld 5,5% doen toenemen, wat maar liefst 1,6 procentpunten hoger is dan de verwachting verleden jaar (3,9%). Bij onze drie buurlanden (zijnde Duitsland, Frankrijk en Nederland) zullen de loonkosten met gemiddeld 6% stijgen, waarbij 5,8% wordt verklaard door een verhoging van de brutolonen en 0,2% door een toename van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid. De conclusie is dan ook dat de Belgische loonkosten voor de vierde keer op rij ontsporen ten opzichte van onze buurlanden.

Verwachte toename van de loonkosten per uur in de privsector in de periode 2011-2012 (in %; Bron: CRB)
7 6 5 4 3 2 1 0 -1
indexering
-0,1 BE GEM3 5,5 5,8

+6,3%
0,8

+6,0%
0,2

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

bovenop indexering

brutolonen

sociale werkgeversbijdragen

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP


Tussen 1988 en 1994 stegen de Belgische loonkosten maar liefst 10% sneller dan bij onze drie buurlanden. Als antwoord hierop trad in 1996 de wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen in werking. Deze wet had als doelstelling om onze loonkosten niet sneller te laten evolueren dan in onze buurlanden. Zoals de grafiek toont, slaagde de wet hier tot 2005 min of meer in. Sindsdien is onze loonkostenhandicap terug beginnen oplopen. Volgens de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven zal de sinds 1996 extra opgebouwde loonkostenhandicap in 2012 uitkomen op 4,6%.

Verloop van de loonkostenhandicap van Belgi ten opzichte van onze drie buurlanden (1988 = 100; Bron: CRB, VBO)
116 114 112 110 108 106 104 102 100 98
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

Invoering van de wet van 96

96
19 8 19 8 8 19 9 9 19 0 9 19 1 92 19 9 19 3 9 19 4 9 19 5 9 19 6 97 19 9 19 8 9 20 9 0 20 0 0 20 1 02 20 0 20 3 0 20 4 05 20 0 20 6 07 20 0 20 8 09 20 1 20 0 1 20 1 12

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP

INDEXERING DRIJFT LOONKOSTENHANDICAP OP


De wet van 96 is er sinds 2005 niet meer in geslaagd om onze loonkosten in lijn te laten evolueren met onze buurlanden. Met name twee oorzaken liggen hier aan de basis. Ten eerste, externe prijsschokken (bv. een forse stijging van de olieprijs zoals in de eerste helft van 2008 en 2011) maken dat de inflatie vaak hoger uitkomt dan verwacht, wat zich door ons systeem van automatische indexering direct vertaalt in een sterkere stijging van de loonkosten. Daar onze buurlanden geen systeem van automatische indexering kennen, is de impact van een externe prijsschok er veel beperkter. Het gevolg is een verdere toename van onze loonkostenhandicap. Ten tweede, over de afgelopen acht jaar viel de index in Belgi nagenoeg samen met de totale loonkostenontwikkeling in onze buurlanden. Daar de wet van 96 stelt dat de loonsverhogingen in Belgi minstens gelijk moeten zijn aan de indexering en de

Toename van de loonkosten per uur in de privsector in Belgi (in %; Bron: CRB)
8 7 6 5 4 3 2 1 0 -1
2005-2006 2007-2008 2009-2010 2011-2012p +6,9% +6,3%

+5,0%
+3,4%

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

indexering bovenop indexering sociale werkgeversbijdragen gemiddelde loonkostenstijging 3 buurlanden

baremieke verhogingen, bestond er met andere woorden nauwelijks marge om een correctie door te voeren voor de loonkostenontsporingen uit het verleden.

Hierdoor krijgt, net zoals in de periode 1988-1994, de sinds 2005 extra opgebouwde loonkostenhandicap een structureel karakter.

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP

BELGISCHE LOONKOSTEN 15% HOGER DAN IN DE BUURLANDEN


De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven meet hoe de Belgische loonkosten zijn gevolueerd ten opzichte van onze drie buurlanden sinds 1996. Het gaat hier met andere woorden om een relatieve maatstaf. Dit zegt dus niets over hoe duur een arbeidsuur (uitgedrukt in EUR per uur) in Belgi is in vergelijking met onze voornaamste handelspartners. Om dit te weten, kunnen we gebruik maken van een jaarlijks onderzoek uitgevoerd door het gerenommeerde Duitse instituut IDW Kln. Hieruit blijkt dat de loonkosten van een werknemer in de industrie in Belgi in 2010 gelijk waren aan 39,3 euro per uur. Dit is het hoogste niveau binnen de eurozone en maar liefst 13,6% duurder dan in Frankrijk (34,6 euro per uur), 13,9% duurder dan in Duitsland (34,5 euro per uur) en 22,8% duurder dan in Nederland (32 euro per uur). Onze absolute loonkostenhandicap ten opzichte van het gewogen gemiddelde van onze drie buurlanden bedraagt 15%.

Loonkosten per uur in de industrie in 2010 (in EUR; Bron: IDW Kln)
45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
BE FR DE NL FI AT LU IE IT ES GR SI CY MT PT SK EE
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

39,3 34,6 34,5 32,0

31,5 31,1 30,2 29,7 25,8 21,6 16,6 13,4 13,0 11,8 10,5

8,0 7,2

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP

HOGE PRODUCTIVITEIT NEUTRALISEERT ONZE LOONKOSTENHANDICAP NIET MEER


In de voorbije 40 jaar heeft de Belgische economie zon hoog productiviteitsniveau opgebouwd (o.a. door automatisering en het gebruik van de nieuwste technologien), dat het zeer moeilijk geworden is om dit nog verder te verhogen. We zien dan ook dat in de laatste 15 jaar de productiviteitstoename bij ons lager uitviel dan in onze buurlanden. Onze prestatie op het vlak van productiviteit compenseert dus niet meer voor de extra loonkostenhandicap die we opbouwen. Wel integendeel, indien we rekening houden met onze tragere productiviteitstoename, dan bedraagt onze sinds 1996 opgebouwde loonkostenhandicap zelfs 9,7% tegenover de 4,6% waarvan de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven melding maakt (maar die, zoals voorzien in de wet van 96, dus geen rekening houdt met het verschil in productiviteitsevolutie tussen Belgi en onze drie buurlanden).

Verloop van de loonkostenhandicap van Belgi ten opzichte van onze drie buurlanden (1996 = 100; Bron: CRB, AMECO)
110 108 106 104 102 100 98
19 96 19 97 19 98 19 99 20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10 20 11 20 12

Na correctie voor productiviteit

Voor correctie voor productiviteit

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

loonkostenhandicap per eenheid product

loonkostenhandicap per uur

10

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

ONZE EXPORT IS DE MOTOR VAN ONZE WELVAART


Voor grote economien zoals bijvoorbeeld de VS, Frankrijk en Itali is de binnenlandse markt van levensnoodzakelijk belang voor groei en jobs: de export bedraagt er immers maar zon 20% van het bbp. Voor kleine, open economien zoals de Benelux-landen speelt het buitenland een meer prominente rol. In Belgi was de export in 2010 bijvoorbeeld gelijk aan maar liefst 80% van het bbp. Opdat we onze goederen en diensten zouden kunnen blijven verkopen aan het buitenland, dienen we erover te waken dat onze internationale concurrentiepositie intact blijft.
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

Aandeel van de export in het bbp in 2010


(in % van het bbp; Bron: Eurostat)
120
101,1

100 80 60
46,8 54,0 78,0 80,0

50,0 50,7

40 20 0
US JP GR 12,7 15,2 21,5

40,3 29,9 30,9 25,5 26,7 27,0

FR

IT

ES

UK

PT

FI

DE

SE DK

AT

NL BE

IE

12

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

WE VERLIEZEN MARKTAANDELEN
De afgelopen 10 jaar zijn we er niet in geslaagd om ons marktaandeel op de internationale exportmarkten te behouden. Sinds 2000 hebben we maar liefst 7,3% marktaandeel verloren. Duitsland heeft over dezelfde periode meer dan 20% marktaandeel gewonnen. Dit toont dat ons concurrentievermogen in de afgelopen jaren beetje bij beetje is verslechterd.

Cumulatief verloop van de marktaandelen tussen 2000 en 2010 (in %; Bron: AMECO)
30 20 10 0
-2,2 -1,7 0,2 2,2 4,9 20,5 16,1

-10 -20 -30 -40


IT GR FR -24,3 -29,9 -15,2

-8,2 -7,8

-7,3

-7,3

DK

UK

BE

FI

ES

PT

AT

SE

NL

IE

DE

13

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

LOONKOSTENHANDICAP: OOK EEN REM VOOR BUITENLANDSE INVESTEERDERS


Belgi heeft verschillende troeven om buitenlandse investeerders aan te trekken. Voorbeelden zijn: de levenskwaliteit, onze infrastructuur en de competenties van onze werknemers. Anderzijds bestaan er ook verscheidene handicaps die maken dat buitenlandse investeerders ons land mogelijk links laten liggen. Volgens de ondervraagde bedrijfsleiders vormen de hoge loonkosten en de bedrijfsbelastingen in Belgi op dit vlak de voornaamste obstakels.

De vijf belangrijkste troeven van Belgi voor buitenlandse directe investeringen (Bron: Ernst&Young)
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
levenskwaliteit transport en logistieke infrastructuur telecommunicatieinfrastructuur competentie van de Belgische werknemer Belgische talen, cultuur en waarden

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

zeer aantrekkelijk niet aantrekkelijk

redelijk aantrekkelijk weet het niet

weinig aantrekkelijk

14

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

De vijf belangrijkste handicaps van Belgi voor buitenlandse directe investeringen (Bron: Ernst&Young)
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
flexibiliteit van het arbeidsrecht toegankelijkheid duidelijk en stabiel bedrijfstot de Belgische politiek, wetgevend en belastingen investeerders administratief klimaat loonkosten
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

zeer aantrekkelijk niet aantrekkelijk

redelijk aantrekkelijk weet het niet

weinig aantrekkelijk

15

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

ONZE INDUSTRIE GROEIT MINDER STERK DAN IN DE BUURLANDEN


We verliezen niet alleen marktaandelen op de internationale exportmarkten, maar ook de toegevoegde waarde van onze industrie steeg minder snel dan in onze buurlanden. Ook dit toont dat de Belgische industrie met allerlei handicaps en obstakels te kampen heeft.

Verloop van de toegevoegde waarde in de industrie


(2000 = 100; Bron: AMECO)
120 115 110 105 100 95
20 01 20 00 20 05 20 02 20 04

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

20 03

BE

DE

FR

16

20 06

NL

20 07

20 08

CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT

LOONKOSTENHANDICAP VOEDT INFLATIE DIE VERVOLGENS OPNIEUW TOT HOGERE LOONKOSTEN LEIDT
De tussen 1996 en 2010 extra opgebouwde loonkostenhandicap gecorrigeerd voor de verschillen in productiviteitsverloop tussen Belgi en onze drie buurlanden bedraagt 8,5%. Slechts door hun winstmarge te verlagen of te snijden in andere kosten, kunnen ondernemingen vermijden dat deze loonkostenontsporingen aanleiding geven tot hogere prijzen. Het is duidelijk dat deze strategie niet lang kan worden volgehouden. Dit zien we ook in de grafiek. Sinds 1996 is de kerninflatie (ofwel de inflatie waaruit zeer volatiele producten zoals bijvoorbeeld energie gezuiverd zijn) in Belgi maar liefst meer dan 4% sneller gestegen dan in onze buurlanden. Het snellere verloop vond met name plaats vanaf 2005, ofwel op hetzelfde moment dat ook onze loonkosten veel sterker zijn beginnen stijgen dan in onze buurlanden. Dit is bovendien

Verloop van de loonkosten en de kerninflatie (Belgi in


verhouding tot de 3 buurlanden; 1996 = 100; Bron: AMECO, Eurostat)
110 108 106 104 102 100
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

98
19 96 19 97 19 98 19 99 20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10

loonkostenhandicap per eenheid product

kerninflatieverschil

een vicieuze cirkel: loonkostenontsporingen geven aanleiding tot sterker stijgende prijzen, die op hun beurt door

ons systeem van automatische indexering weer een opwaartse druk zetten op de lonen.

17

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

LONEN EN WINSTEN: EVEN STERK GESTEGEN SINDS 1996


Wanneer we naar de loonmassa (= de vergoeding voor de factor arbeid) en het bruto-exploitatieoverschot (= de vergoeding voor de factor kapitaal) kijken over een iets langere periode, dan stellen we vast dat deze even snel evolueren. Het bruto-exploitatieoverschot kent echter wel een meer volatiel verloop: wanneer het economisch goed gaat, stijgt het sneller dan de loonmassa, maar de keerzijde van de medaille is dat het eveneens veel sterker terugvalt wanneer de economische groei vertraagt.

Verloop van de loonmassa en het bruto-exploitatieoverschot in Belgi (1996 = 100; Bron: AMECO)
180 170 160 150 140 130 120 110 100 90
19 96 19 97 19 98 19 99 20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

loonmassa

bruto-exploitatieoverschot

20

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

LOONAANDEEL BEVINDT ZICH OP HET LANGETERMIJNGEMIDDELDE


Het loonaandeel is het deel van de toegevoegde waarde dat gereserveerd wordt voor de vergoeding van de factor arbeid. Voor 2010 stellen we vast dat het loonaandeel zich ongeveer op het langetermijngemiddelde bevindt. Bovendien bevindt het loonaandeel in Belgi zich tussen enerzijds het niveau in Frankrijk en anderzijds de niveaus in Duitsland en Nederland.

Loonaandeel (in % van het bbp tegen factorkosten; Bron: AMECO)


63 62 61 60 59 58 57 56 55 54 53
19 96 19 97 19 98 19 99 20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 10 20 11
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

BE

DE

FR

NL

21

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

WERKGELEGENHEID STIJGT, MAAR VOORAL IN DE NIET-MARKTSECTOR


Sinds 2005 is de werkgelegenheid in Belgi sterker toegenomen dan in onze drie buurlanden. Wanneer we dit wat meer in detail bestuderen, dan zien we dat dit vooral in de door de overheid gesubsidieerde sectoren is: publieke administratie, gezondheidszorg, onderwijs en dienstencheques. In de industrie, de hotels en restaurants, de sector van het transport en de communicatie en de financile sector werden dan weer minder banen gecreerd dan in onze buurlanden. Gegeven de sanering van de overheidsfinancin kan men verwachten dat de gesubsidieerde tewerkstelling in de nabije toekomst voor minder banengroei zal zorgen dan in de voorgaande jaren. Om dit te compenseren, zullen er meer jobs in de marktsector dienen te worden gecreerd. Dit zal enkel mogelijk zijn mits een matiging van de loonkosten, een performant activeringsbeleid

Waar werden er sinds 2005 meer banen gecreerd dan in onze drie buurlanden? (Bron: Eurostat)
Bouw Handel Diensten aan bedrijven (incl. dienstencheques) Publieke administratie Onderwijs, gezondheidszorg en andere diensten aan de gemeenschap Overige 25% 17% 3% 14%

16%

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

25%

ten aanzien van werkzoekenden en een strikter beleid ten aanzien van vervroegde uittreders op de arbeidsmarkt.

22

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

Waar werden er sinds 2005 minder banen gecreerd dan in onze drie buurlanden? (Bron: Eurostat)
3% 12% Hotels en restaurants 8% 35% Transport en communicatie Industrie

Financile sector

42%

23

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

Overige

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR: VAN CRUCIAAL BELANG OM ONS SOCIAAL MODEL TE VRIJWAREN
In 2000 was 65,8% van de 20-64-jarigen in Belgi aan het werk. Tien jaar later was dit met 1,8 procentpunten gestegen tot 67,6%. Volgens het Federaal Planbureau zullen we bij ongewijzigd beleid in 2020 uitkomen op 69,8%. Dit is duidelijk fors lager dan de doelstelling van 73,2%, waartoe we ons ten aanzien van Europa hebben gengageerd. Om dit te realiseren, zullen er ten opzichte van vandaag meer dan een half miljoen extra jobs moeten bij komen.

Werkgelegenheidsgraad 20-64-jarigen in Belgi


(in %; Bron: Eurostat, FPB)
74 72 70 68 66 64
65,8 69,8 67,6 73,2%

62
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

60
20 00 20 01 20 02 20 03 20 04 20 05 20 06 20 07 20 08 20 09 20 1 20 0 11 20 p 12 20 p 13 20 p 14 20 p 15 20 p 16 20 p 17 20 p 18 20 p 19 20 p 20 p

Geobserveerd + ongewijzigd beleid

Doelstelling

24

MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG

ONDERNEMINGEN BETALEN RELATIEF VEEL VENNOOTSCHAPSBELASTING


Ondernemingen betalen verschillende belastingen. Indien we ons beperken tot de vennootschapsbelasting, dan zien we dat ons land in een internationale context tot die landen behoort waar de ondernemingen veel bijdragen aan de schatkist.

Vennootschapsbelasting in 2008 (in % van het bbp; Bron: EC)


6 5 4 3 2 1 0
Eu ro zo ne
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

DE

GR

AT

FR

IE

ES

SE

IT

DK

BE

NL

FI

UK

PT

LU

25

LOONKOSTENHANDICAP LOOPT VERDER OP CONCURRENTIEVERMOGEN GAAT ACHTERUIT MEER JOBS IN DE MARKTSECTOR NODIG ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

INVESTERINGEN IN OPLEIDING HOUDEN GOED STAND TIJDENS DE CRISIS


In 2010 bedroegen de investeringen in opleiding door de ondernemingen 1,61% van de loonmassa. Hiermee scoren we beter dan in 2009. Dit toont dat de investeringen in opleiding al bij al goed hebben stand gehouden tijdens de crisis. Voor de ondernemingen met meer dan 10 werknemers kwamen de investeringen zelfs uit op 1,84% van de loonmassa. Deze categorie van ondernemingen is belangrijk, omdat deze ook wordt opgevolgd in de Europese enqute naar de voortgezette beroepsopleidingen die als basis heeft gediend voor het vastleggen van de opleidingsdoelstelling van 1,9%.

Investeringen in opleiding van de werkgevers ten gunste van de werknemers (in % van de loonmassa; Bron: CRB)
2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0
Formeel
2008 2009 2010p

1,88% 0,20 0,53

1,77%

1,84%

0,21 0,49

0,23 0,53

1,15

1,07

1,08

ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

Informeel + alle brutobijdragen

Correctie voor bedrijven met meer dan 10 werknemers

28

ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

BELGISCHE ONDERNEMINGEN IN DE EUROPESE TOP QUA OPLEIDING VAN PERSONEEL


In een Europese context participeren Belgische werknemers sterk aan formele opleidingen georganiseerd door de werkgever. Met een participatiegraad van 40% doen we het wel iets minder goed dan Frankrijk (46%), maar beter dan Duitsland (30%), Nederland (34%) en het Europese gemiddelde (33%).

Participatiegraad van werknemers in formele opleidingen


(in %; Bron: Eurostat)
60 50 40 30 20 10 0
GR PT IT DE EU27 ES AT UK NL DK FI BE FR SE IE
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

46 39 28 29 30 33 33 33 33 34 35 40

46

49

14

29

ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN OPLEIDING EN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING

ONDERNEMINGEN INVESTEREN IN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING


In 2009 bedroegen de uitgaven van de Belgische ondernemingen aan onderzoek en ontwikkeling 1,32% van het bbp. Hiermee scoren we beter dan het gemiddelde van de eurozone, maar minder dan bijvoorbeeld Duitsland. De uitgaven van de overheid en het hoger onderwijs kwamen uit op 0,62% van het bbp, wat lager is dan in onze drie buurlanden en het gemiddelde van de eurozone.

Uitgaven in onderzoek en ontwikkeling in 2009


(in % van het bbp; Bron: Eurostat)
3,0 2,5 2,0 1,5 1,0
1,32 0,62 0,76 0,81 0,90

0,96
1,27 1,37

1,92

0,5 0,0
ZAKBOEKJE CONCURRENTIEKRACHT 2011

0,88
NL BE Eurozone FR DE

Ondernemingen

Overheid + hoger onderwijs

Overige

30

Verbond van Belgische Ondernemingen vzw Ravensteinstraat 4 1000 Brussel T + 32 2 515 08 11 F + 32 2 515 09 99 www.vbo.be