PRACTISCII " MALEISCH-HOLLANDSCH EN HOLLANDSCII-MALEISCH IIANIJWOORIJEOEK NB BENEVENS EEN »KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER" DOOR

L. TH. MAYER. DERDE DRUK. AMSTERDAM SCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDEL SEMARAN G SOERABAIA-'s-GRAVENHAGE - G. C. T. VAN DORP & Co. VO0RBERICHT. Bij de bewerking van dezen tweeden druk is er naar gestreefd, niet alleen, om do in dit woordenboek nog ontbrekende termen zooveel mogelijk aan to vullen, maar daarin ook die verbeteringen aan to brengen, die ons wenschelijk voorkwamen. Do beperkte omvang, die dit woordenboek behouden moest, maakte het echter niet mogelijk er bijv. nog meer voorbeelden voor het gebruik van enkele woorden in op to nemen. Bij het gebruik van het Hollandsch-Maleische gedeelte zal het daarom wenschelijk zijn ook hot Maleisch-Hollandsche deel to raadplegen, wanneer men omtrent het een of ander woord in onzekerheid verkeert. Waar noodig is ook achter de woorden (in het Maleisch Hollandsche en zijn daartoe do volgende verkortingen gebruikt, als Amb. = A mbonsch. Atj. = Atjehsch. Ar. = Arabisch. Bandj. = Bandjarmasinsch. Bat. = Bataviaasch Chin. = Chineesch. Eng. = Engelsch. Fr. = Fransch Har. = Haroekoesch. Overigens wordt beleefd naar verwezen. gedeelte) de herkomst opgogeven Holl. = Hollandsch. Jav. -- Javaansch. Mol. = Maleisch der Molukken. Perz. = Perzisch. Pont. = Pontianaksch. Port. = Portugeesch. Sap. = Saparoeaasch. Sk. = Sanskrit. Soend. = Soendaasch. het voorbericht op den eersten druk L. TH. MAYER. ME ESTER- CORNELIS, November 1906. VOORBERICHT OP DEN EERSTEN DRUK. Op uitdrukkelijk verlangen van de Uitgevers is bij do samenstelling van dit boekje er naar gestreefd, om daarin niet moor to geven dan hot gewone Maleisch, dat de hoofden en beschaafde inlanders

op Java spreken en schrtjven. Men zoeke hierin dus niet uitsluitend zuiver Riousch of Djohorsch Maleisch, want nevens de echt Maleische woorden en vormen komen er ook Javaansche en Soendasche, alsmede dialectisch Bataviasche on andere uitdrukkingen in voor. Ook is hot Hollandsch-Maleische gedeelte met hot oog op den beperkten omvang, then dit boekje hebben mocht, voor zoover doenlijk bekort, door er alleen de meest gebruikelijke woorden in op to nemen. Bij hot niet vinden van eenig woord zal de gebruiker dus de synoniemen daarvan moeten zoeken. Wat de plantennamen betreft, doze ziju ontleend aan FILET'S Plantkundig Woordenboek. Dat dit boekje moge beantwoorden aan hot doel, waarvoor hot is samengesteld ! 's-RAGE, Mei 1895. L. TH. MAYER. KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER. Alphabet. Hot Maleisch kent 18 medeklinkers en 5 klinkers. Uitspraak. Do meeste medeklinkers worden als de onze uitgesproken, enkele eenigszins anders, als de g = g bijv. in hot Fransche garCon; h : aan het begin van een woord meest niet, aan het eind van een woord hoorbaar; tusschen twee verschillende klinkers valt zij geheel weg, tusschen twee gelijke klinkers is zij echter duidelijk hoorbaar, evenals in vreemde woorden ; k : als sluitletter dikwijls niet hoorbaar; p en t aan het eind van een woord meer als b en d, dus zacht; s : altijd scherp. Twee naast elkander staande medeklinkers kunnen niet samen worden uitgesproken; daartusschen hoort men altijd min of meer duidelijk een e. De medeklinkers djim, tja, nga en nja, die wij door dj, tj, ng en nj teruggeven, zijn enkelvoudige medeklinkers, zoodat de voor de transcriptie daarvan gebruikte letters niet mogen worden gescheiden. De klinkers zijn, a, e, i, o, oe en worden uitgesproken a ais onze a, doch iets korter, in enkele streken ook als o of a en als o of e ; e als onze e en 6; e als stomme e; i als onze ie, nooit zoo kort als onze i bijv. in tik. VIII o als onze oo en O; oe als onze oe. Do klank e wordt meest in de voorlaatste of de derde lettergreep van achteren gehoord. Voorts bestaan de tweekianken ai als e of ei en au als au of o uitgesproken. Woordvorming. De meeste stamwoorden in hot Maleisch zijn tweelettergrepig; de eenlettergrepige worden gewoonlijk door voorvooging van do klanken a, e, 1 of oe tweelettergrepig gemaakt. De eigenlijk gezogde woordvorming geschiedt door a. voorvoegsels ; b. tusschenvoegsels ; c. achtervoegsels ; d. verdubbeling van hot grondwoord en e. samenstelling, waarover nader. Klemtoon. De klemtoon, die zeer zwak is, valt gewoonljjk op de voor-

laatste lettergreep, en, als doze stom is, op de laatste, zelfs al heeft hot woord eon achtervoegsel. Vormveranderingen. Vormveranderingen als verbuiging en vervoeging kent hot Maleisch niet. Een en hetzelfde woord kan zoowel eon substantief als eon adjectief of werkwoord enz. zijn, al naar gelang van den zin, waarin hot voorkomt. Zoo kan bijv. sakit zoowel ziekte, als ziek en ziek zijn, beteekenen, enz. De voorvoegsels (praeflxen). Doze zijn 1. me, steeds gevolgd door eon neusklank, behalve wanneer hot grondwoord begint met eon 1, r, j, w; dient ter uitdrukking van den actieven vorm van alle werkwoorden in hot Maleisch ; en geeft in hot algemeen eon handeling to kennen, waarbij dat, wat door hot grondwoord beteekend wordt, to pas komt, als a. is hot grondwoord do naam van eon werktuig, enz., dan beteekent hot werkwoord iets met dat werktuig enz. doen, bijv.: mematjoei, membedil, mend jaring, mengoentji, enz. b. geeft hot grondwoord eon hoedanigheid of eigenschap aan, dan beteekent hot werkwoord, dat hot subject die hoedanigheid enz. heeft, zich voordoet als door hot grondwoord is aangogeven, bijv.: merapoeh, meranting, menggombala, enz., en c. is hot grondwoord plaats- of richting-aanduidend, dan beteeIx kent het werkwoord, zich in die richting, naar die plaats bewegen, bijv.: mendarat, merantau, mengoelon, mengiri, enz. 2. pe of per, tot vorming van substantieven, die wij in het Hollandsch aangeven door den infinitief als substantief; meestal dienende als de determinatieven van andere substantieven en dan beteekenende het middel enz., waarmede een handeling geschiedt, en tot vorming der noemers van breuken, als : pemboeroe, pendjaga, pemidjet, perboeroe, perampat, enz. Met hot aanhechtsel an geeft zulk een substantief aan a. de plaats, de oorzaak, de tijd, het middel eener handeling, bij v.: perlindoengan, perhiasaan, persinggahan, enz. b. plaatsnamen, die aanduiden waar to vinden is enz., wat door het grondwoord wordt beteekend, bijv.: perapian, pergelangan, enz., en c. een rang, stand of collectie, bijv.: perdaraan, pertoenan, enz. Als verkorting van para dient dit voorvoegsel pe of per ook om een meervoud of verzameling aan to duiden, bijv.: permanteri, perpatih, enz. De aldus gevormde woorden kunnen ook den actieven werkwoordsvorm met het praefix me, dan tot mom vervormd, aannemen en worden dan transitieve werkwoorden, die beteekenen a. dat hot subject hot object maakt tot dat, wat hot grondwoord aanduidt, wanneer dit grondwoord een substantief is, bijv.: memperisteriken, mempergoendik, enz. b. dat hot object door de working van hett subject de eigenschap krijgt, enz., die door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: memperbaik, memperbanjak, enz. terwijl c. do beteekenis van hot werkwoord dikwijls daardoor niet verandert, maar hot voorvoegsel per of pe alleen dient om er een sierlijken vorm aan to geven, bijv.: mempereboet = mereboet, memperhimpoen = menghimpoen, enz. 3. ka dient a. tot vorming van de substantieven kahendak en kakasih, de eenigen in hot Maleisch, die dit voorvoegsel hebben;

b. tot vorming van rangschikkende en verzamelende telw oorden, al dan niet voorafgegaan door hot betrekkelijk voornaamwoord fang, naar gelang dat hot telwoord bijwoordelijk dan wel bijvoegelijk gebruikt wordt, bijv.: kadoewa, kalima, enz. x c. tot vorming van bijwoorden van plaats en voorzetsels, die een richting ergens heen aanwijzen, bijv. kasitoe, kasana, enz. d. in verbinding met het achtervoegsel an A. tot vorming van substantieven, die beteekenen 1. de benaming van het object der handeling, bijv.: kapertjajaa.n, kadoedoekan, enz. 2. een infinitief als substantief gebruikt, bijv.: kadatengan, kaberkatan, enz. 3. de plaats, waar iets of iemand is, woont, bijv.: kademangan, kajangan, enz. en 4. een substantief met ons achtervoegsel heid, dom of te, bij v.: kamoeliaan, kabesaran, enz. B. tot vorming van hat passief der werkwoorden (met de beteekenis van een passief deelwoord), waardoor wordt gezegd, dat hat object verkeert in den toestand, door hat grondwoord aangegoven, bijv.: kapanasan, kabakaran, enz. Van transitieve werkwoorden afgeleid kan daze passieve vorm in onze taal dikwijls worden teruggegeven door hat achtervoegsel baar of lijk, of door den infinitief met hat voorzetsel te, bijv.: kalihatan, enz. N.B. Nu en dan hoort en ziet men ook een passief gebruiken met ka alleen, zonder hat achtervoegsel an, bijv.: katabok, kapoekoel, enz., doch dit is geen zuiver Maleische vorm, daar een dergelijk passief in hat Maleisch met hat praefix di bestaat. 4. tar: dient tot vorming van werkwoordsvormen, met de beteekenis: a. van hat passief deelwoord, bijv.: terikat, tertjitak, enz. b. dat hat object kan ondergaan of hat subject kan verrichten, wat door hat grondwoord wordt aangegeven, bijv.: terangkat, terdjalan, enz. c. van iets toevalligs, iets onvoorziens, bijv.: t5rsepit, terboeka, enz. d. dat hat subject onwillekeurig, bij ongeluk, bij toeval, enz. de handeling verricht, die in hat grondwoord opgesloten ligt, bijv.: teringat, terdoedoek, enz. e. van een superlatief, bijv.: teramat, terlebih, enz. on f. van woorden, die eon gemoedsaandoening, enz. aangeven, bijv.: terkedjoet, enz. 5. bar: dient tot vorming van intransitieve werkwoorden en adjectieven met de beteekenis XI a. dat het subject doet of zijn beroep maakt van hetgeen door het grondwoord wordt uitgedrukt, wanneer dit een verbale stam is, bij v.: bertikam, b®rtemoe, enz. b. dat het subject tengevolge van een handeling in den toestand komt, then het grondwoord aangeeft, bijv.: berdjemoer, berlindoeng, enz. c. dat het subject heeft of k~ijgt wat het grondwoort zegt, bijv.: b®ranak, berlaki, enz. d. dat het subject een intransitieve handeling verricht, waaraan het grondwoord ten grondslag ligt, bijv.: bekerdja, bermalem, enz. e. dat het subject is of zich gedraagt als wat door het grondwoord wort dt aangegeven, bij v.: berkoeli, berboe-

djang, enz. en f. dat het subject de hoedanigheid krijgt, die door het grondwoord, dat dan een adjectief is, wordt beteekend, bijv.: berbanjak, bersetia, enz. Met het achtervoegsel kan of ken vormen deze afleidingen ook werkwoorden met causatieve beteekenis, bijv.: berlandjoetken, enz. Dit voorvoegsel ber dient ook tot vorming van verzamelende telwoorden, waarbij het grondwoord dikwijls ook verdubbeld wordt, bijv.: bhrdoewa, enz. 6. di (alleen bij transitieve werkwoorden) dient tot vorming van het zuiver passief met dezelfde beteekenis als in het Hollandsch, bijv.: di pikoel, di bawa, enz. Wordt het handelend subject genoemd dan komt er gewoonlijk het woordje oleh voor, evenals in het Hollandsch door, bijv.: di bawa oleh anakkoe, enz. Bij woorden die een ongeluk, enz. beteek enen, wordt di wel eens vervangen door kena, bijv.: di tipoe = kena tipoe, enz. 7. koe (ook akoe, hamba, sahaja, patik, enz. en in het meervoud kami, kita, akoe s®kalian, enz.). geplaatst voor den onveranderden stam van het werkwoord, dient ter aangeving van het subjectief passief van den eersten persoon, bijv.: koelihat, koekirim, enz. 8. kau (ook angkau, engkau, toean, toeanhamba, toeankoe, enz. en in het meervoud kamoe, enz.) dient evenals koe ter aanduiding van het subjectief passief, doch van den tweeden persoon, bijv.: kaulihat, enz. XII 9. sa dient tot vorming van a. telwoorden en breuken, bijv.: sapoeloeh, sabelas, satengah, saparo, enz. b. bijwoorden, dikwijls met verdubbeling van het grondwoord en achtervoeging van nja, bijv.: sasoenggoehnja, sabolehbolehnja, enz. Dit sa heeft ook de beteekenis van met, gansch, geheel, gelijk als, enz., bijv.: sagoenoeng, saroepa, enz. Tusschenvoegsels (infixen). Deze zijn m, r, 1, en gems, en vormnn toestandswoorden met de beteekenis van frequentatieven,' bijv. gemoeloeng, kerenjoet, selidik, gemerintjing, enz. Achtervoegsels (suffixen). Deze zijn 1. i. vormt in het algemeen werkwoorden, die beteekenen eon handeling, die tot direct object heeft de persoon, de plaats, enz. waar, waarin, waarop, waarnaar die handeling gescbiedt. a. Als het werkwoord zender dit suffix die persoon, enz. reeds tot object heeft, dient dit suffix alleen om de betrekking tusschen subject en object nauwer to maken, bijv.: menjoerat, men j oerati, enz. b. Is de stam intransitief, dan wordt het werkwoord door i transitief, bijv.: menaiki van naik, melaloel van Woe, enz. c. Bij werkwoorden, van niet-verbale st,ammen afgeleid, beteekent dit suffix, dat het subject aan het object geeft, enz. wat door het grondwoord wordt aangeduid, bijv.: menamai van nama, menempati van tempat, enz. Het suffix i wordt dikwijls ook in de plaats van het suffix kan gebruikt, en kan oak met het praefix per samengaan, doch alleen sierlijkheidshalve of om meer nadruk aan to geven, zonder verandering van de beteekenis van het werkwoord, bijv.: melepasi - melepasken, memperbanjaki = memperbanjakken, enz. 2. kan (of ken), scheidbaar en niet-scheidbaar dient tot vorming van werkwoorden met de beteekenis

a. (wanneer het grondwoord de naam is van een voorwerp) dat het subjet dat voorwerp gebruikt, enz. om de handeling to verrichten, bijv.: membehasaken van behasa, memarangken van parang, mengoeroengken van koeroeng, memendjaraken van pendjara, enz. b. (wanneer het grondwoord een beweging aangeeft), dat het subject het object in die beweging doet deelen, bUv.: melariken van lari, enz. XIII c. van eon handeling voor, ten behoove van, enz. eon persoon of zaak, die dan genoemd wordt, bijv.: membikinken, mentjehariken, enz., en d. dat hot subject maakt, dat hot object wordt, doet, enz. wat het grondwoord zegt, bijv.: mendjatohken van djatoh, menidoerken van tidoer, enz. Een transitief werkwoord met hot causatief achtervoegsel kan, geeft to kennen, dat hot object gegeven wordt, om er mode to doen, wat hot grondwoord zegt, bijv.: membawaken, enz. Dit suffix kan ook samengaan met hot praefix per, doch daardoor wordt de beteekenis van hot werkwoord niet veranderd ; dit bijgovoegde per dient dan alleen tot versiering, bijv.: membit jaraken = memperbitj araken, enz. 3. nja, dient a. als bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon of ook als lidwoord, bijv.: koedanja = zijn (haar) paard, ook = hot paard, enz. b. (met of zonder oleh) tot vorming van hot subjectief passief van den derden persoon, waarbij hot grondwoord hot voorvoegsel di krijgt, bijv.: diperboewatnja, di ambil olehnja, enz. 4. an tot vorming van afgeleide substantieven a. met de beteekenis van eon infinitief als substantief gebruikt, bijv.: ikatan, atoeran, enz. b. (dikwijls met verdubbeling van hot grondwoord) met een collectieve beteekenis, bijv.: laoetan, tanem-taneman, kajoe-kajoean, enz. c. (dikwerf made met verdubbeling van hot grondwoord) een gelijkenis, gelijkheid aan, enz. aangevende, bijv.: ramboet, ramboetan, - baris, barisan, enz. d. benamingen beteekenende van zaken, enz., die do eigenschap hebben, vertoonen, etc., welke door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: manis, manisan, enz. Dit achtervoegsel an dient ook tot vorming van bijvoegelike naamwoorden (afgeleid van namen van kleuren met verdubbeling van hot grondwoord) en kan samengaan met de voorvoegsels pe of per, ka (zie aldaar) en bar, bijv.: hitem-hitsman, perboewatan, kakoewatan, berlari-larian, enz. Verdubbeling van het grondwoord. Hierdoor wordt een veelvoudigheid van handeling of een meervoud aangegeven ; ook de XIV meeste bijwoordelijke uitdrukkingen worden op die wijze gevormd, bijv.: berkata-kata, djalan-djalan, soenggoeh-soenggoeh, enz. Deze verdubbeling of herhaling van hat grondwoord kan met hat achtervoegsel an ook een gelijkenis aangeven met hetgeen door hot grondwoord wordt bedoeld, bijv.: anak-anak-an, roemahroemah-an, enz. Samenstelling. Hiervan bestaan twee vormen, nl.: a. waarbij hat bepalende woord voor hat hoofdwoord komt, meest aan vreemde talen (hat Sanskrit voornamelijk) ont-

leend, bijv.: soeka-tjita, doeka-tjita, enz., en b. waarbij hat omgekeerde plaats heeft (de meest gewone vorm), bijv.: papan-tjatjoer, anak-ajam, djoeroe-koentji, enz. Door daze nevenstelling worden meest benamingen van boomen, planten, vruchten, bloemen, vogels, visschen, bergen, rivieren, enz., aismede figuurlijke benamingen gevormd, als pohon k®pala (njioer), boewah djamboe, kembang seroeni, boeroeng gelatik, ikan goerameh, goenoeng Gede, kadi Antj ol, enz. Ook dient de samen- of nevenstelling ter aanduiding der betrekking, die in hat Hollandsch door den genitief of door middel van hat voorzetsel van wordt aangegeven, bijv.: pintoe roemah, gelang perak, enz. Werkwoorden. Behalve do betrekkelijk weinige werkwoorden, die hun onveranderden stam behouden, zooals : doedoek, bangoen, tidoer, dating, pergi, enz., nemen alle Maleische werkwoorden in den actieven vorm hat voorvoegsel me met den correspondeerenden tusschengevoegden neusklank, wanneer hat grondwoord niet met een 1, r, j of w aanvangt, bijv.: mengambil, membeli, enz., maar melarang, meratjoen, mejatimken, mewartaken, enz. (Zie verder de voorvoegsels me, pe of per, tar, bar en de achtervoegsels i en kan hiervoren). Koppelwoorden. In hat Maleisch gebruikt men voor ons : zijn (bestaan) : ada. hebben : ada, verbonden met bagi, akan, pada. worden: djadi, mendjadi, ook nalk, masoek. heeten : bernama. schijnen : roepanja, al of niet verbonden met seperti. blijven: djoea, sahadja. Reflexieve werkwoorden. Daze worden gevormd met diri als object, xV verbonden met koe, moe, of nja tot dirikoe, dirimoe, dirinja al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en beteekenen een handeling, die op bet subject zelf terugslaat. Reciproque werkwoorden. Deze werkwoorden, die eene handeling over en weder aangeven, worden gevormd a. door achter den grondvorm van hot woord den workwoordsvorm met me of ber to voegen, bijv.: tangkis-menangkis, temoe-bertemoe, enz. b. door achter bet met ber verbonden grondwoord, dat dikwerf ook verdubbeld wordt, bet suffix an to plaatsen, bijv: bertangkis-tangkisan, bersambat-sambatan, enz. Deze werkwoorden geven dikwijls oak een herhaling of veelvuldigheid der handeling to kennen, bijv.: bertjotjoran, enz. Ti jden van hot werkwoord. De tegenwoordige tijd wordt aangegeven met behuip der hulpwoorden ada, Magi, tengah, sekarang, enz. Do verleden tijd met soedah en telah en Do toekomende tijd met hendak, akan, maoe, nanti, kelak. Wijzen van het werkwoord. Do gebiedende wijs a. der intransitieve werkwoorden heeft den vorm van bet werkwoord met me of ber (tenzij dat bet die voorvoegsels niet aanneemt) verbonden met bet nadrukswoordje lah, dat er achter wordt geplaatst. Bij dozen vorm moot de derde persoon, van wien gesproken wordt, altijd genoemd worden. b. der transitieve werkwoorden wordt gevormd door kau (ook angkau, engkau, enz.) to plaatsen voor den onver-

anderden vorm van hot stamwoord, dat bij een bepaald bevel enz. ook bet praefix me kan behouden. Wil men zich beleefd uitdrukken, dan gebruikt men daarbij apalah kiranja, silakanlah, enz. Ook barang, moega-moega, haroes, biar, balk, mari, tjoba, enz. dienen dikwijls als hulpwoorden bij dozen vorm van het werkwoord. Wanneer hierbij pergi wordt gebruikt, staan zoowel dit als hot daaropvolgend werkwoord in de gebiedende wijs. Do verbiedende wijs wordt gevormd met djangan, djanganlah, enz. en soms met hot werkwoord in bet passief met di, wanneer de nadruk op hot verbod wordt gelegd. XVI Zelfstandige naamwoorden. Behalve de stamwoorden, die niet van anderen zijn afgeleld, als bijv.: roemah, poetera, anak, kambing, koeda, enz., heeft men in hat Maleisch ook substantieven, die gevormd zijn met ka, an en ka en an. (Zie daze voor- en achtervoegsels). Geslacht. Geslachten kent hot substantief niet; alleen hat natuurlijk geslacht voor levende wezens wordt wel eens uitgedrukt door laki-laki, lelaki of djantan - mannelijk, en perampoean, isteri, b®tina = vrouwelijk. Getal. Tusschen hat enkel- en meervoud der Maleische woorden bestaat geen verschil, doch dikwijis wordt ter aangeving van hat enkelvoud sa, sa'ekor, enz. en van hat meervoud segala, sekalian, semoea, enz. gebezigd. Ook wordt hat meervoud niet zelden uitgedrukt door verdubbeling van hat grondwoord, al dan niet verbonden met segala, enz. Bijvoegelljke naamwoorden. Zijn of stamwoorden, als : balk, enz. of afgeleide vormen met de achtervoegsels an, wan, man dan wel met hat voorvoegsel bar, bijv.: poetih-poetihan, boedak-boedakan, setiawan, hartawan, boediman, enz. Hot adjectief staat in hat Maleisch gewoonlijk achter hat substantief, behalve wanneer hat een adjectief van hoeveelheid is, of wanneer de voile nadruk daarop vallen moat, bijv-: koeda bagoes, makanan enak, perboewatan balk, enz., lima orang, sekalian orang, banjak orang, enz. Trappen van vergelijking. De trappen van vergelijking worden gevorm d als volgt de positief met sama, sama dengan of sa, de comparatief door eenvoudige opsomming der vergeleken wordende zaken en toekenning der hoedanigheid aan dat voorwerp, dat die hoedanigheid in do hoogste mate vertoont of bezit ; ook met dari, dari pads, lebih, lebih lagi, enz. de superlatief met tar, t®rialoe, terlampau, amat, sangat, maha, sekali, enz. Voornaamwoorden. Daze worden onderscheiden in a. persoonlijke, d. i. 1. voor den eersten persoon akoe (verkort koe), dakoe (na do woorden akan of dengan), saja, hamba, hambatoean, oeloen, patik, awak, beta, goewa, enz. in hat enkelvoud en kami, kita, akoe sekalian, enz. in hat meervoud. 2. voor den tweeden persoon : angkau (verkort kau), engkau, XVII dikau, toean, toeanhamba, toeankoe, jang dipertoean, j amtoean, padoeka, s6ripadoeka, datoek, loe, kowe, enz. in het enkelvoud en kamoe, kau orang, loe'orang enz. in het meervoud, en 3. voor den derden persoon : ia, dia, dianja, nja (achter een passief) zoowel in het enkel- als in het meervoud, en marika itoe, diaorang, enz. in het meervoud.

b. onbepaalde, d. z. men = orang. iemand = sa'orang. niemand = tiada sa'orang (siapa). wie ook = barang sa'orang, barang, siapa, siapa djoega. ieder = sasa'orang, masing-masing, tiap-tiap. iets = sasoeatoe, barang sasoeatoe, apa, apa-apa. niets = tiada apa-apa, tiada barang sasoeatoe. c. wederkeerende, d. z. zich = diri met koe, moe of nja, al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en sendiri. elkander = satoe sama lain, sama sendirinja. zelf = sendiri. d. bezittelijke, d. z. voor den eersten persoon akoe, koe. voor den tweeden persoon kamoe, moe. voor den derden persoon ia, nja; ook verbonden met ampoenja of poenja, doch dan direct gevolgd door den naam van het bezeten wordend voorwerp. e. aanwijzende, d. z. van zaken : ini, itoe (meest achter het substantief geplaatst) en met djoega de beteekenis hebbende van dezelfde", van hoedanigheid : begin, begitoe, demikian. Deze woorden krijgen, wanneer zij als praedicaten voorkomen, gewoonlijk ook het aanhechtsel lah. f. vragende, d. z. van personen of zaken : apa, mama, siapa. van hoedanigheid : betapa, bagaimana. van hoeveelheid: berapa. g. betrekkeli jke, d. z. jang en nan, welke altijd aan het begin van een relatieven zin staan, ofschoon zij soms ook weggelaten kunnen worden. Deze voornaamwoorden dienen soms ook als bepalende X VIII lidwoorden, en worden ook (althans jang) niet zelden gebruikt als voegwoorden. Telwoorden. Deze kan men onderscheiden in hoofdtelwoorden en ranggetallen. De hoofdtelwoorden van 1 tot 9 zijn : satoe, doewa, tiga, ampat (empat), lima, anem (enem), toedjoeh, delapan, sambilan (sambilan). van 11 tot 19: worden gevormd door voor hat woordje betas do hoofdtelwoorden 1 (dat sa wordt) tot 9 to plaatsen. van 21 tot 29: worden, evenals die van 11 tot 19 gevormd doch met hat woordje likoer. die getallen van de tientallige schaal uitmaken door tien = poeloeh honderd = ratoes duizend = riboe tienduizend = poeloeh riboe of laksa honderdduizend = ratoes riboe of keti millioen = joeta to verbinden met sa en do overige hoofdtelwoorden, on die getallen boven 30 uitdrukken door achter hat getal van hat tientallig stelsel do andere op voren aangegeven wijze gevormde telwoorden to voegen.

Bij hat tellen van levende wezens of andere voorwerpen worden dikwerf ook zoogenaamde classificeerende hulpwoorden gebruikt, die zijn o. a.: voor menschen orang voor dieren ekor voor levenlooze voorwerpen boewah, potong, panggal voor boomen batang voor ronde, kleine voorwerpen, enz. bootir, bidji, boekoe voor dunne, platte voorwerpen helai voor brieven poetjoek enz. Voor uitdrukkingen, als anderhalf, derdehalf, enz., wordt gebruikt tengah verbonden met hat hoofdtelwoord, dat hat cijfer aangeeft, waarvan de helft moat worden genomen, bijv. derdehalf = tiga tengah, d. i. hat derde (getal, enz.) half. De ranggetallen worden govormd met de voorvoegsels ka, al dan niet voorafgegaan door jang, bar, per en sa. (Zie daze voorvoegsels hiervoren). Voor de helft, half, zegt men in hat Maleisch satengah, XIX sab6lah, saparo; voor eerste Nvordt p6rtama gebezigd en voor alle bestaat de uitdrukking samoea, samoeanja. Voorts worden de vermenigvuldigingen aangegeven met kali, ganda, lapis, lipat, oak kian, do deelingen door bagi, bagian. Bijwoorden. Deze zij Jn: 6f stamwoordelijk, als: amat, sangat, b6lom, pe'rnah, enz. 6f gevormd door verdubbeling van het grondwoord, als: tibatiba, moela-moela, enz. 6f samenstellingen van een, dikwijls ook verdubbeld grondwoord met het voorvoegsel sa en het achtervoegsel nja, bijv.: sasoenggoehnja, sakoewat-koewatnja, enz. Ook wordt daaraan niet zelden de uitgang lah of pon toegevoegd, waardoor men dan bijwoorden van nadruk krijgt. Voorzetsels. De meest gebruikelijke zijn: di, ka, dari, pada, kapada, dari pada, akan, oleh, d6ngan, d6mi, hingga, kar6na, oentoek, enz. Voegwoorden. De meest gebruikelijke zijn: dan, atau, kalau, djikalau, t6tapi, akan t6tapi, maka, adapon, soepaja, enz. Tusschenwerpsels. Van deze woorden of uitdrukkingen bestaan in het Maleisch betrekkelijk weinige, als: hai, ja, adoeh, wah, ajo, tjis, ambol, tobat, enz. Ten slotte zij nog opgemerkt, dat vragen in het Maleisch meest worden gedaan met gebruikmaking als suffixen van de hulpwoordjes kah (bij nadruk in de vraag) en tah (uitsluitend achter apa en mana). Ook heeft men nog enkele woordjes die veel voor nal-nen of titels worden gebezigd, als: Sang voor namen van goden of vorsten en in fabels, enz. ook voor nainen van dieren; Si voor eigennamen van personen, die men familiaar kent; Dang (als titel) voor namen van vrouwen van rang, enz. en in fabels voor namen van visschen, en Hang voor namen van mannen en hoofden (eig. titel van hoofden in Malakka). Aala (Ar.), familie, geslacht, dynastie, ook : hoog, verheven. Ab (Ar.), (ook Tjepoe, Tjepoek) (Jav.), gesloten blikken of tinn en

bus of busje, zooals o. a. bij de verpakking van opium gebruikt worden. Aba, gloeien van hitte, het beet hebben. Aba (Ar.), (meervoud) voorvaderen, voorouders, enz., (enkelvoud) vader (in verbindingen Aboe bijv. Aboe-Bakar = de vader van Bakar, etc.) -- Mengabaken, iemand vader noemen, met aba betitelen, enz. Aba-aba (ook Abah-abah) (Jav.), tuig, huisraad, materialen, gereedschappen. Abad (Ar.), eeuw, eeuwigheid, in de toekomst voortduren, zonder eind, enz. ; Pada abad ini, in deze eeuw, in onzen tijd, enz. Abadi (Ar.), in de toekomst, eeuwig. Abadiat (Ar.), eeuwigheid. Abah, richting van iets, dat zich voortbeweegt ; Mengabah, zich voortbewegen, ook een richting aan iets geven ; Mengabahken, iets in een bepaalde richting doen gaan, enz. Abang(verkort ook Bang), l.oudere broeder of zuster (ook gebruikt als beleefdheidstitel tegenover anderen); 2. rood (eig. jav.) bijv. Belerang-abang, zwavel-arsenik ; 3. ook Abang-abang of Abangan, dakgoot, dakpijp tot MALEISCH-HOLLANDSCH. afvoer van water, enz. ; Mengabangken, iemand met abang aanspreken, als zoodanig beschouwen, behandelen, enz. Abdjad (Ar.), wijze van voorstelling en uitdrukking van het oude arab. alphabet en van de getallen tot 1000 door middel van de 28 letters van dat alphabet; gemeenlijk gebruikt voor : alphabet ; Dengan pengatoeran abdjad, alphabetisch. Abloer, zi a Boeloer. Abilah (Pers.), de kinderpokken, de echte pokken ; Abilah peringgi, ook Patek (Jav.), de spaansche pokken; Sakit abilah, de pokziekte, de pokken hebben. (Verg. Tjatjar, Toemboeh en Patek). Aboe, asch, ook stof (verg. Deboe) ; Tempat-aboe, aschbakje. Zie ook onder Aba. Aboek, stof, fijne meelachtige zelfstandigheid, molm, enz. ; Aboek

gergadji, zaagsel; Koewe aboek, een soort gebak. (Verg. ook Boeboek). Aboer, verkwisting, verkwistende aard ; Mengaboer en Mengaboerken, verkwisten, iets verkwisten ; Aboeran, verkwistend, verkwisting; Pengaboeran, id.; Pengaboer, verkwister; Orang pengaboeran (of - aboeran), iemand die alles verkwist. Achir (Ar.), einde, het laatste uiter st e, achterste, enz. ; Achirn j a, 1 2 ACHI. het einde, ten slotte ; Achir taoen, het einde van het jaar; Achirdjaman (of - zaman), einde des tijds, het laatste der dagen; Achir-napas (of nafas), de laatste ademtocht ; Mengachir, achteraan, to laat komen ; Mengachirken, als de laatsto doen komen, geheel achteraan stellen ; Pengachir, achterblijver, laatst aangekomene, de laatste; Achir-achirnja, ten laatste, ten slotte, eindolijk. Achirat (Acheirat) (Ar.), de andere wereld, het toekomstig leven, het hiernamaals (in tegenstelling van Doenia, de tegenwoordige wereld, deze wereld, enz.); Doenia-acheirat, het heden on het hiernamaals. Ada, zijn, bestaan, wezen, zich bevinden, aanwezig, voorhanden zijn, het zijn, het bestaan, het aanwezig zijn, enz.; Ada (in verbinding met pada, bagi of akan), hebben, bezitten, bijv. Radja itoepoen ada baginja saprang anak perampoean terlaloe elok parasnja = de worst had een zeer schoone dochter; Adanja (meest aan het slot van brieven, enz. en voorafgegaan door Demikianlah); zoodanig is het wezen er van, zoo is het; Mengada of Mengadaken, het aanzijn geven, voortbrongen, scheppen, tot stand brengen, maken, doen zijn, berokkenen, enz. bijv. Jang ada ditiadakannja; j ang tiada diadakann j a = wat is, doet hij to niet, wat niet is, doet hij zijn; Mengada-ada allerlei zotte dingen to voorschijn brengen, die niet to pas komen;

zich een ongepast air aanmatigen, enz. ; Ka-adann of Keadaan, wezen, bestaan, zijn, toestand, gesteldheid, aanzijn, enz. Adab (Ar.), beschaafd, minzaam, hoffelijkheid, welgemanierd, beADAP. schaafdheid, wellevendheid, welgemanierdheid, beschaafd zijn, goede manieren hebben, zich welopgevoed voordoen, hoffelijk zijn, enz.; Dengan adab, met hoffelijkheid, minzaam, op beschaafde wijze, enz.; Balik adab, ongemanierd, onbeschoft, onwelvoeglijk, ongepast, onfatsoenlijk, grof, enz. Adang (en Mengadang), wachten op iets, afwachten, in hinderlaag liggen, belagen, enz., ook hinderlaag, plaats van afwachting, enz. ; Pengadang, belager; degeen, die in hinderlaag ligt; belaging, afwachting; Peradangan, hinderlaag; de plaats, waar men iets of iemand afwacht, enz.; Adangadang, Kadang, Kadang-kadang of Terkadang, soms, bij wijlen, nu en dan, of en toe, enz. Adap(ookAdep,HadapenHadep), met het front, de voorzijde, het gezicht naar iets toegekeerd ; Mengadap of Mengadap, zich voor lets bevinden, iets voor zich hebben ; tegenover iets staan, voor iets komen, zijn opwachting maken voor, ook zich bezighouden met iets, enz.; Mengadep matahari mati, met hot gezicht staan naar de plaats, waar de zon ondergaat, dus naar het Westen gekeerd; Beradap moeka, van aangezicht tot aangezicht, enz. ; Adapan, wat men voor zich heeft, ook voorzijde, aanstaande, verloofde, enz. ; Kaadapan, voorzijde, voor, naar voren; Pengadapan, voorzijde, front, plaats, waar men voor iemand verschijnt, audientiezaal, enz. ; Pengadapan roemah, de voorzijde, het front van een huffs; Nasi-adap-adap, rijstkegel met schijfjes eieren enz. gegarneerd, die bij feesten voor den persoon, to wiens eere het feest gegeven wordt, geplaatst wordt; Beradap, ADAP.

tegenwoordig, aanwezig zijn; Beradap-adapan, tegenover elkander staan. Adapoen, en, voorts, wijders, nu, wat betreft, enz. (diem tot verbinding van een zin met een vorigen, waarin iets voorkomt, dat in dozen zin nader verklaard of toegelicht wordt).~ Adas (ook Adas pedes), venkel; Adas mania, anijs ; Minj ak adas, anijs-olie; Adas-poelasari, alyxia stellata, een geneeskrachtig kruid, waarvan de bast een aromatisch hars bevat. Adat (ook Hadat) (Ar.), gewoonte, gebruik, voorvaderlijk gebruik, wet op oude zeden en gebruiken gegrond, gewoonterecht, usance, vastgestelde boete, ook aard, geaardheid, temperament, enz., manier, manieren; Adat doeloe, Adat doeloe kala, ook Adat lama, oude gewoonte, ouder gewoonte, oud gebruik, naar oud gebruik, ouderwetsch, enz.; Adat 1embaga, vaste usance, geijkte gewoonte, enz. ; Adat negeri, 's lands wijs; Adat doenia, 's werelds loop; Adat-istiadat, krachtens usance; Adat perbehasaan, spraakgebruik, -- Adat poesaka, erfelijke gewoonte, Beradat of Taoe adat, weten hoe het behoort, wat do gewoonte is of meebrengt, beschaafd, enz.; Beradat, ook hot met het voorgeschreven ceremonieel verschijnen (van een vorst); Tiada taoe adat, linksch, onbesch aafd, ongemanierd, onbeschoft; Teradat, wat eenmaal als usance is aangenomen, getolereerd; Me1anggar adat, tegen de gewoonten indruischen, tegen de gebruiken zondigen, het gebruik, de voorvaderlijke instellingen schenden, enz.; Mengadatken, tot gewoonte maken, als gewoonte eerbiedigen, zich iets als gewoonte ADJA. 3 eigen maken ; Membawa adat, fatsoenlijke uitdrukking voor, do regels, de menses hebben; Adatnja, het is de gewoonte, gewoonlijk, zijn gewoonte, geaardheid, enz. is. Adawat (Ar.), vijandschap. Adik (Adis - verkort Dik, dis,

ook wel Ade), jongere broeder of zuster (familiair in het algemeen tegenover jongeren gebruikt, ook noemt do man zijne vrouw dikwijls zoo) ; Beradik, jongere broeders of zusters hebben, met jongere broeders of zusters in do wereld zijn, -- ook iemand als jongere brooder of zuster beschouwen, aannemen, enz. = Mengadikken, ieman d met Adik betitelen, Adik noemen, tot Adik aannemen, als zoodanig beschouwen, behandelen, erkennen, enz.; Adik lelaki, jongere brooder, broertje; Adik perampoean, jongere zuster. Adil (Ar.), rechtvaardig, doende wat recht is, ook billijk, rechtvaardig; Ka-adilan, (ook Adilat Ar.) rechtvaardigheid; Mengadilken, iemand re,-,ht doen wedervaren, ook rechtspreken, beslissen, uitmaken, enz. ; Pengadilan, rechtspraak, uitspraak, ook rechtbank, gerecht, enz. Adinda = Adik, (hoffelijker uitdrukking, en meer gebruikelijk in de eerbiedige of hoffelijke spreekwijze, ook in brieven). Adipati, heer (titel van javaansche hooggeplaatste ambtenaren). Adjafb (Ar.), wonderbaar, verwondering wekkend, wonderlijk, wonder, enz.; Terlaloe amat adjafb kakajaan Allah taala = Buitengewoon vreenld zijn de wonderdaden van Allah, den Hoogverhevene. Adjak en Mengadjak, aanmoedigen, aansporen, opwekken tot, uitnoodigen tot, voorslaan, aan4 ADJA. hitsen, verzoeken, overhalen tot; Pengadjak, de aanmoediger, uitnoodiger, verleider, ook de aanmoediging, enz. Adjal (Ar.), vastgestelde tijd, stervensuur, vastgestelde termijn, bepaalde termijn, bepaalde tijd van iemands levensduur, bepaalde tijd van iemands uiteinde of overlijden, do vooruitbepaalde dood ; Sampe ad j aln j a, zijn (stervens-)tijd is gekomen, zijn laatste uur heeft geslagen ; Be1om sampe adjalnja, zijn tijd is nog niet daar, zijn stervensuur heeft nog niet geslagen. Adjam (Ar.), Perzie. Adjan, drukken, person, drukking,

persing (bij ontlasting of bevalling). Zie Eden-Ngeden. Adjar, kluizenaar, godvruchtige eremiet of priester, heilige, boedaleeraar, ook Adjar-adjar. Adjar, leeren, onderwijs, onderricht, enz. (in het algemeen), Beradjar of Beladjar, leerende zijn, leeren, studeel en, onderwijs ontvangen, onderwezen worden, in de leer zijn, enz. ; Mengadjar, leeren, onderwijs geven, onderrichten, ook vermanen, kastijden, bestraffen ; Mengadjari, iemand leeren, onderwijzen, onderrichten, vermanen, bestraffen, kastijden; Mengadjarken, iemand iets leeren, onderwijzen, enz., ook icts laten leeren, iemand ergens in de leer doen, iets aan iemand leeren of doen gevoelen, vatten, begrijpen, enz.; Adjaran, wat onderwezen of geleerd wordt, les, wat iemand geleerd heeft, ontvangen onderwijs, ook leerling, degeen, die onderwezen wordt- of is; Peladjar ook Peradjar, leerling, degeen, die onderwijs krijgt, in de leer is, enz.; Peladjaran, wat onderwezen of geleerd wordt of moot worden, les, ook schooltijd, ADJI. tijd, gedurende welken men onderwijs geniet; Pengadjar, onderwijzer, degeen, die onderwijs geeft, leeraar; Pengadjaran, onderwijs, les, vermaning, berisping, straf; ook plaats, waar onderwijs gegoven wordt, school; Peladjaran, leer, watgeleerd, onderwezen wordt; Keras adjarnja, hij is strong bij hot onderwijzen; Deras adjarnja, hij is vlug in hot leeren ; Beladjar menoelis,leeren schrijven; Mengadjar kanak-anak, Kinderen leeren, onderwijzen ; Mengadjari sa'orang bebrapa ilmoe, iemand in verschillende vakken onderwijs geven, enz. ; Mengadjarken soeatoe ilmoe kapada sa'orang, aan iemand eon wetenschap leeren ; Koerang-adjar, onbeleefd, onbeschoft, brutaal, zonder vormen, driest, ongemanierd, lomp, onbeschaafd. Adji (= Adi), voortreffelijk, uit-

muntend (veelal in betitelingen van vorstelijke personen, en dergelijken, als Rama-adji, voortreffelijke vader). Adji, eon geheim tooverformulier of liever eon geheele klasse of soort van geheime tooverformulieron. Adji, leer, leerstelling (voorn. uit den Qoran on andere heilige Kitab's); Mengadji, leeren lezen (van godsdienstige werken, en meestal hardop), leeren (inzonderheid de godsdienstinstellingen, enz.), schoolgaan, onderwijs genieten, studeeren (bij eon goeroe of op eon priesterschool). Zie verder Hadji; Pengadjian, wat geleerd of gelezen wordt, ook plaats waar geleerd of onderwezen wordt. Adji-adji, raadslieden, ministers, enz. Adjidan (of Adjoedan), adjudant, ADJO. benaming van ondergeschikte politie-ambtenaren in de residentie Batavia. Adjoeng, orde, rangschikking ; Mengadjoeng in orde schikken, in slagorde stellen, ordenen, regelen ; Mengadj oengken : i ets (bijv. een leger) in slagorde stellen, tot den aanval gereed maken. Adjoer, zich zelven bedriegen, ook versterken, sterken, aanmoedigen; voorts : (Jav.) uit elkander, tot gruis, vergruisd, enz. (Lie Antj oer). Adjok, nabootsing, naaping; Mengadjok (ook Mengadjoki, mengadjokken), iemand nadoen, nabootsen, naapen, (voornamelijk met de bedoeling om hem to bespotten of bespottelijk to maken), ook napraten, nabauwen, bespotten; Pengadjok, nabootser, naaper, ook (Pengadjokan) nabootsing, naaping, bespotting, enz. Adoe, (hoffelijk) slapen, rusten, overlijden, slaap, rust, dood; Beradoe, slapen, enz.; Beradoe dengan, slapen bij, met, enz. ; Mangkat beradoe, overlijden, sferven, rusten bij of ingaan tot zijne voorvaderen (van vorstelijke personen); Peradoean, slaap,

rust, rustplaats. Adoe, klacht, bezwaar, bekiag; Mengadoe, kiagen, een klacht inbrengen, zich beklagen, ook klikken, verklikken; Mengadoei, iemand aanklagen, verkiagen, verklikken; Mengadoeken, eene klacht inbrengen, iets tot klacht doen strekken, over iets kiagen, eene zaak, enz., verklikken ; Adoean of Peradoean, klacht, wat tot klacht is ingebracht; Beradoe of Beradoean, elkander over en weder aanklagen, eene klacht wederzijds in to brengen hebben,procedeeren, enz. AEON. 5 Adoe, ophitsing, aanzetting, aanhitsing, ook botsing, carambolage, enz. Beradoe, tegen elkander in botsing komen, caramboleeren, tegen elkander vechten, enz. ; Mengadoe, tegen elkander ophitsen, laten vechten, ~strijden, loopen, enz. ; bijv. Mengadoe koeda, paarden laten racen, tegen elkander om het hardst laten loopen; Mengadoe andjing dengan babi oetan, honden tegen wilde varkens laten vechten, enz.; Mengadoeken, iets tot het voorwerp doen dienen, dat men in het strijdperk brengt, enz. ; Pengadoe, de persoon, die laat vechten, - ook het gevecht ; Peradoean, gevecht, strijd, wat of wie daartoe gebruikt wordt, enz. ; ook plaats, waar zulks geschiedt ; Peradoean koeda, race, races, wedrennen, ook renbaan enz. Adoeh (verkort doeh), ach ! wee! wee mij 1 ai, au, och ! (uitroep bij pijn, verdriet, enz.) Mengadoeh, weeklagen; Pengadoeh, weeklacht, (ook Pengadoehan), weeklager, enz. ; Adoehai (samentrekking van Adoeh en Hai) = adoeh, doch sterker. Adoek (Bat. Jav.), roeren, omroeren, fig. oak in beroering brengen, agiteeren, Mengadoek, het onderste boven gooien, door elkander halen, ook fig. iets in de war brengen, enz.; Tjampoeradoek, alles door elkander, verward, ook een soort zuur van allerlei groenten gemaakt. Adoen, net, netjes, keurig; Bera-

doen, keurig opgescliikt, net gekleed, enz. zijn; Mengadoen, keurig net opschikken; Adoenan, wat keurig en net opgeschikt is; Pengadoen, de persoon, die gewoon is, zich net en keurig op to schikken; ook opschikking. Adon (Jav.), mengsel, gemengd, 6 ADZA. deeg ; Mengadon of mengadoni, tot deeg mengen, ondereenmengen ; fig. ook tot een mensch vormen; Adonan, mongsel, deeg, beslag; Pengadon, monger of mengster (van deeg) ; Pengadonan, deeg, beslag, mengsel, vorming (tot mensch), ook voorwerp, waarin hot mengen geschiedt. Adzab (Ar.), = Siksa, straf, ellende. Adzan (Ar.), openbare uitroeping (inzonderheid van hot uur des gebods), oproeping tot hot gebed, aankondiging van hot uur des gebeds; Mengadzanken, in hot openbaar uitroepen of aankondigen (voorn. hot uur des gebeds). Aflat (Ar.), welvaren, welstand, gezondheid, heil, gezond, welvarend. Sihhat wa'1-aflat, gezondheid en welstand (veel als wensch gebruikt in brieven). Aga (ook Agak), pralerig, ijdel, ook : Mengaga; overwegen, beproeven, probeeren, beleefd eon bevel geven; uitnoodigen om iets to doen ; Mengagaken dirt, zich zeif verheffen, pralen op zijne eigen deugden, enz. Agah, brutale blik, strakke blik; Mengagah, iemand van nabij, strak, uitdagond aankijken, Ber. agahan, elkander strak, uitdagend aankijken, (bujv. van vechtende hanen). Agahari, middelmatig, gematigd, hot midden houdend; Panas agahari, matige hitte ; Harga agahari, middelmatige prijs. Agak, dreigende houding; Mengagak, dreigen, een dreigende houding aannemen; Mengagakken, met iets (een wapen, enz.) dreigen ; Agak, agak-agakan, ook opgeblazen (van verwaandheid), verwaand, fatterig, enz. Agak, gissing ; Mengagak, gisson, radon; Agaknja of agak-

AGOE. agak, naar gissing, vermoedelijk, denkelijk, bij gissing enz.; Mengagak-agak, gissen, berekenen, berekening maken, taxeeren. Agama, (ook Oegama of Igama), geloof, godsdienst,religie; Agama mesehi of Agama kristen, Christelijke godsdienst; Agama Islam of - selam, Mohammedanisme, Mohammedaansch ge. loof ; Agama boeda, Boedisme, ook Brahmaisme, en hot Heidendom ; Agama hindoe, Hi nd o eisme; Sa'agama, van hetzelfdo geloof, enz. ; Orang sa'agama of Sa'agama, geloofsgenoot, enz. Agar, mits, als maar; Agar soepaia, opdat, ten einde. Agar-agar, Plocaria candidia, eon soort eetbaar zeewier, gelatine, vischlijm. Agas (ook Agas-agas), kleine lastige vliegjes, die vooral tegen den avond in groote groepen rondvliegen, en dikwijls pun in de oogen veroorzaken (verg. ook Rengat). Agel (Jav.), bast van den Waroeboom, waarvan garen of touw gemaakt wordt; Tali-agel, dergelijk touw, touw van agel. Agem (Jav.), zooveel als tusschen don duim en den middelsten vinger kan worden vastgehouden ; maat voor een bos padi, gras enz. Agoeng (Jav.), groot, voornaamste ; Tiang agoeng, de groote mast; Lajar agoeng, hot groote zeil; Orang Agoeng of Agoeng-agoeng, de grooten, do n otabel en. (Dit woord komt dikwijls voor in titelaturen; Ratoe agoeng, in sommige streken do titel van de eerste gemalin van den vorst, enz.). Agoes, (verk. van Bagoes) komt alleen in titels voor; Mas-agoes, titel van mindere adellijken of beambten, die den Radenstitel AHAD. niet mogen dragen, dock toch niet tot het yolk behooren, (meestal zoolang zij minderjarig of ongetrouwd zijn, daar zij anders eenvoudig Mas worden genoemd).

Ahad (ook Hari ahad), de eerste dag der week, Zondag; Malem Ahad, Zaterdag-avond of nacht, of de avond of nacht van Zaterdag op Zondag (omdat de inlander rekent, dat de dag aanvangt to 6 uur 's avonds, dus btj den zonsondergang op den vorigen). Ahli, yolk, familie, lid, medelid van een gezin; Ahli negeri, burger, burgers; Ahli divan of Ahli mahkamah, lid van een raad. Ahli, bekwaam, bedreven, enz. ; Ahli'oelnoedjoem, sterrewichelaar, astroloog ; Ahli'oelibadat, do orthodoxen of godsdienstigen, die trouw hunne godsdienstplichten vervullen, zich trouw aan de voorschriften daarvan houden, goad op de hoogte daarvan zijn, enz. Ahmak (Ar.), d waas, gek. Ajah, vader (beleefder dan Bap&'), in het algemeen gebruikt tegenover iederen bloedverwant die hooger in graad staat, niet uitsluitend tegenover vorstelijke personen; Ajah soedara, oom of vaders of moeders brooder; Ajah toea, vaders of moeders oudere of oudste broeder; Ajah moeda, vaders of moeders jongere of jongste broader; Ajah boengsoe, Ajah ketjil, vaders of moeders jongste broader; Ajah tengah of Ajah alang, vaders of moeders middelste broeder; Ajah toenggal, eenige broader van vader of moeder; Ajah mentoea ~of -- mertoea, schoonvader; Berajah, in hat bezit zijn van ajah's, ook : zich ajah noemen tegenover AJAM. 7 eon jongeren aangesprokene; Mengajahken, iemand ajah noemen, als zoodanig erkennen, aannemen, behandelen, beschouwen, enz. ; A j ah-anda, beleefde betiteling(vader, vorstelijkevader, enz.) in brieven van minderen tegenovergrootenofouderen, enz. Ajak, zeef voor droge waren; Mengajak, zeven, door een zeef schudden, ook : aanslaan (van een zeil) en met hat achterste of achterdeel schudden, heen en weder slingeren (van mensch of

zeef. melk . enz. water. ook honigwater. Ajam hoen. degeen.jamajaman. Ajan (ook Ajan-ajan). koffie (drank) . gestold. ook een soort blik. Ajakajak. regenwater. soort strandlooper. waas. thee (drank). Ajeroed jan. hoenders.). eon spin op hooge pooten. Ajam biroega. A. Ajam biang. Ajer laoet.dier bij het gaan. Ajam katik of --bate. kapoen . ook Babon (Jav.Ajer soesoe. Ajam wlanda. Ajan. honig. leghen of hen met kuikens.).Ajer soember. haan. duizeling.). A jam kriting of -walik. ook die zijn achterste beweegt. hoen zonder staart of zonder lange staartveeren. Ajam betina of --perampoean. halfwassen hoen. zog. ook glans. zeefsel. zeewater. Ajer (ook Ajar. de handeling van bet zeven. of Ajer perigi. Ajer goela. toevallen vallende ziekte. de vallende ziekte hebben. waarop hat dier voortdurend schommelt. bronwater. Pengajak. kip. Aer). Ajakan.). ijzerblik. boschhaan of boschkip. Pengajakan. bevro- . krielhoen met bovenwaarts gekrulde veeren Ajam boentoeng of toekoeng. wat gezeefd is. rivierwater. drinkwater. blood uit een versche wond : Ajer teh. badwater. Ajam moetiara. Ajer mandi. . die zeeft. water vocht. Ajer kopi of -kahwa. Ajer soemoer. hat zeven. Ajer minoem of Ajer kala. put. door duizelingen geplaagd . Ajam lelaki of -djantan ook Djago (Jay. kalkoen . ziftsel . Ajam kebiri. boschhoen. kuiken . -oetan of -alas (Jav. suikerwater. waarvan de vrij korte staartveeren benedenwaarts gekruld zijn. Ajanajanan. waterhoen. Ajamajam. . hen. enz. of ook. Ajam dedara. slachtkip. Ajer kali of -soengel. Ajer madoe. nat. parelhoen. --panggangan (van jonge hanen ook Lantjoer). Anakaj am. Ajer bekoe ook Ajer batoe. dwerghoen of Bantam . geschikt voor hat braadspit. 8 AJAN.

beekje. het water. uitdrukking van hot gelaat. pekel. vloed. riviertje. Ajer mawar. Ajer dingin of adem. levend water (ook Ar jer hidoep) . rivier . waterspiegel . enz.). kalkwater. Seltzerwater of in hot algemeen mineraalwater. Ajer tawar. water. sterkwater.Ajar teboe. water (met bloemen uit een tuin). Ajer kapoer. Ajer diam. Ajer deras of --berdjalan. limoensap. zwangerschaps-. Ajer garem. Ajer wianda. Ajer samba j ang of --moetlak. stroomend. geboorte-feesten. urine. zeepwater. Ajer asin. Ajer setaman. zijrivier. Ajer anta of -antah. dat niet geschikt is voor de reiniging van hot lichaam. koud. . wel. eb of laag.ren. kolk.Ajermoeka. ijs. Ajer seni of -kentjing. zout water. Ajer soeroet of toeroen . vloeibaar verguldsel. oppervlak van hot water. aan zijne natuurlijke behoeften voldoen. Ajer mata. Batang ajar. Ajer perak. Mata ajar. warm. brak. kwikzilver. hoogwater. de glans. water. als huwelijks-. Ajer timah. vlietend. foelie voor hot soldeeren. Ajer djeroek. stilstaand water. Ajer keras. ziltig water. Ajer makroeh. Memboeang ajer. ook sterke drank. versteend water. zeepsop. Ajer angst. Ajer wangi. bron.. suikerrietsap. dat AJOE. lauw water. vloeibaar zilver (voor hot verzilveren. Poeser ajer. ook warme bron . rozewater. Ajer mas. ook wel: kolk. water voor do reiniging voor hot gebed . Ajer kan dji.: naik of-besar. traan .Berboeang-boeang . bij hot koken van rijst in een pot. Boeang ajer (ook Qadla hadjat (Ar. zoet water: Ajerpasang. Anak ajar.). afgeschept of afgegoten wordt en min of moor slijmig is. Moeka ajer. enz. draaikolk. odour. frisch water. springtij. kokend water. Ajer saboen. Ajer panas. zeewater. stijfs el -water. gebruikt tot badwater bij plechtige gelegenheden. Ajer rasa of Rasa. besar (ketjil) een ~groote (kleine) behoeftedoen.

streek. beleid.ook good fortuin. naar. ook op listige wijze iets gedaan zien to krijgen of to verkrijgen. vol streken (zijn). been en weder slingeren. lieftallig. verschaft. Ajer masing tinggi = vloed. Akalbalig (of akilbaleg).! voort ! marsch ! enz. zeewater. Ajoem. met betrekking tot. Mengakali. Mengajoen. iemand foppen. nopens. tot. mondig. aanminnig (van vrouwen). een middel weten to vinden tot. jegens. mooi. Akal mendateng. volwassen.Ajoe (Jav. over. Berakal. met slecht yolk heulen. schoon. aangaande. tot den leeftijd der puberteit gekomen.. raad. lief. slinksche middelen aanwenden. wiegen. Ajoen. zerk. noodige voorzien. Ajat. ook graf steen.) = zout water. kunstgreep. . midden in zee (? . (Dit voorzetsel drukt in bet algemeen . slecht yolk helpen. Ajoenan. ten opzichte van. wat betreft. enz.joen kaki. aan. buikloop hebben. Ajer masing (Amb. middel. wat men aan slecht yolk verstrekt. Ajer masing pendek = eb . schommel of wat als zoodanig dient of gebruikt wordt. goon raad moor weten . beetnemen. listig. Ajoeman. Berajoen kaki of Berajoen. A joeta (of joeta).a. enz. ten behoove van. mal. Qoranvers. kom ! kom aan ! wel aan. luieren. wieg. slingering . de zee. buis met korte tot boven do ellebogen reikende armen (nauwsluitend) . betreffende. Poetoes. ingeving .of mati akalnja. Ajat. vers.). Mengajoem. een dolce far niente genieten . dat hangt). millioen. Akan (of aken). wonderteeken. op alles raad weten. enz. door list iets ontnemen. dysenterie.ajer. enz. invallende gedachte. verstand. dat men beraamt. . hulp verleenen. voor. van hot AJOE. Ajo. bevriend (met slecht yolk) .zie ook Aman). Akal. bedriegen. been en weder bewegen (van iets. huwbaar. om. schommelen. -. met de voeten of beenen schommelen. eensgezind. Kaki ajer = eon bron of we]. list. Main (bermain) akal.

Akoe. ook : van zich zelven sprekende Akoe gebruiken (beter Ber-akoe). maar. iets als hot zijne erkennon. van wien iets gezegd of aan wien iets toegeschreven wordt. verbintenis. wortels hebben. knapheid. handigheid. ergens lang en vast gevestigd zijn. enz. v. gauw. zelf als hulpwoord (voor bet werkwoord) tot vorming van hot futurum) . streven naar. . Akbar (Ar. 9 slag. eene richting ergens been uit en komt bij zijn menigvuldig gebruik in zeer verschillende beteekenissen voor. ook naam van een schelp. borg blijven.). bekentonis. wat door iemand als bet zijne erkend wordt. instaan voor. Akan tetapi of Tetapi. erkennen als iets. zich toeeigenen. verklaring. Mengakoei. 1eri pers. ook het bekennen. handig. vaardigheid. bekenner. Andropogon muricatus.of klimplant. Akar. knap. wortelen. grassoort met welriekende wortels. . d. bekennen. wortel. voornw. Akar bahar. ook doen bekennen of erkennen. een zeegewas. verklaring. belijder. belijdenis. Aksara (Sk. Pengakoe. . vlugheid.een beweging. ik zeggen. zich zelven aanwijzen als do persoon. erkenning. d. grondALAH. enz. ik (pers. iets als bet zijne erkennen . iets beweren. Mengakoeken. Allahoe akbar ! God is groot ! Akik (Ar. enz. wortelschieten.) . Akoean. enz. bewering. bewering. voor iets uitgeven. vaardig. erkentenis. agaat. evenwel.). veel als lijfsieraden gebruikt. kruipplant. i. slinger. doch. geworteld zijn. edoch. Mengakan. vlug. Akar wangi. belijden. bet erkennen. letterteeken. zich tot iets verbinden. (ook Hoeroef) letter.). belijdenis. (na de woorden akan en dengan ook dakoe). Akas. beweerder. tegenover eon ander akoe bezigen. trachten naar. verheven . meest zwart van kle ur. Pengakoean. groot. beginsel . oorsprong. Mengakoe. waarvan ringen. gemaakt worden. Berakar. beweren.

veel ALI. winnen. ook het yolk. onderdoen. Alamat-oelhajat. vaandel. de schepselen. (gewone groet). bet onderspit delven. heelal. Assalam alaikoem of Salamalaikoem. Alahan. Mengalangken lajar.ook: ontoe- . overwinnen. wereld. verhindering. kenmerk. vloek over hem! Alaikoem (Ar. eeuw.. verliezen. vermeesteren. nederlaag. Imperata arundinacea. (ook Palang) . iets bemachtigen. Alang-alang. Mengalahi. doen bukken. Pengalah. bintbalk. ook verhindering. enz. over u. van een adres. sluitboom. dwars. dwarsliggend. Djikaloe tiada ada alangan.Alah. voorzien van een merk. adresseeren . afleggen . Mengalamatken. hot zeil dwarsscheeps zetten. lang. ten onderbrengen. Alamat soerat. gebint. Alamat kitab. beletsel . bemachtigen. enz. Alamat (Ar. vrede zij over u 1 waarop gewoonlijk geantwoord wordt met: Wa alaikoem salam : en over u zij vrede ! Alam (Ar. Mengalangken. over10 ALAI. eon geschenk bij een brief gezonden.). overwinnaar. Mengalahken. veldteeken. van een merk voorzien. enz. -. Feralhan.). adres van een brief. innemen. of zijn. gebezigd tot het dekken van woningen. bewijs. overwinning. Peralangan.). kenteeken. de tijd.vrede over hem! Alaihi allanat. al wat daarin to vinden is. verovering. vaandel. Alangan. teeken van leven. overwonnen worden. adres. titel van een book. Alamat perang. veroveren. Beralamat. een balk als hint opstellen . veroveren . Alaihi (Ar. lage zandof modderbank aan de monding van een rivier. sala dateng. als er goon verhindering is. iets of iemand ten onder brengen. over hem. Alaihi assalam. die in de breedte van het gebouw ligt. zal ik komen.). boom. iets dwars zetten of leggen . beletsel. bUy. scherp gras. dijk. Alang.

reden. ook Aleh. voeren. been slingeren. bedaard. middelmatig. Mengalasken. Alib (Jav. Alatan orang kalis. Alas kaki. vestiging. gereedschap. Alap (of Alab). van een onderlaag voorzien. Microhierax fringillarius etc. Ali-ali. onderstel. grondlegging. Alas. Alat. rijksinsignien. oorlogsmateriaal . Mengali-ah. Alas peraoe of Alas moeatan. ring. gedurig voor iemand heen drentelen. Astur ginjeng. grondvester. Pengalas. lets tot onderlaag doen dienen. fundament. (of Legodjo).). een kleine soort valk (Astur trivirgatus. ren. voetstuk. Pengalasan. onderlaag.of Alap-alap. op eene onbeschaamde of ongepaste wijze liggen. onderlaag der lading. krijgstoerusting. Alap. afstooten of afknijpen. scherprechter. vruchten plukken. slingeALIB. langzaam. Ali (mengali). Algodja (Port. slinger. ook rroondve en of rondventer. met afgemeten schreden gaan (van vrouwen). inzamelon. (Jav.reikend. wenden. om then naar zich toe to kunnen trekken. over een tak etc. Alat perang. ongemanierd. eon roofvogel. met een slinger. swat tot onderlaag dient. verzetten. grondlegger. gewapende bende. ook een aan eon touw gebonden steen enz. keeren. werpen. voetbankje. bet na bet verstrijken (in de Vorstenlanden) van eon huurcontract nog to veld staande .). fundeering.). nga as. grondvesting. rijkssieraden. slingeren. Alasan. lets een onderlaag geven. voering.). dekkleed. bosch . uitrusting. werktuig. Alas roemab. wapening. do fondanienten van een huffs. Alatan. oorlogstuig. bekleeden. Alat keracljaan. Astur sapi. ballast. onvoldoende. gewapende bends nomadische dajaks. (zie Kepalang). langzaam. Alar-Mengalar. ook aanleiding. iemand onder de oogen komen. grondslag. Alap-Mengalap. Berdjalan alap santoen. beul.

geleerd. wenkbrauw. ontwerper. beletsel. vrijgezel. een (gekleurde) rand om iets maken. keeren enz. verplaatsing. draaien (van den wind). verplaatsen. ook wat om iets been geslagen wordt.ook jonkman. verzetten. gedekt. = di-alingalingi). Mengalit. wiizlgmg. beramen. verplaatsen. . Oelama). alphabet. zooals een touw om een tol . Alit. geleerde. Alif. Pengalitan. 11 slag. iemand do hand boven het hoofd houden. Pengalihan. beschut. Aling. Pengalit. inslaande bliksem. verandering van plaats . beraming. Beralih. God is groot! Alhamdoe'llilahi. beschermen. veranderen . dondersteen. die de nieuwe huurder den vorigen daarvoor betalen moet. door iets wat er voor staat aan bet oog onttrokken. schijnheilige.) naam van bet eerste jaar van een windoe of cyclus van 8 j aren. God (der Mohammedanen). Jav. ontwerp. (verg. Allah. beschutting. enz. Peralihan. Alang). enz. Alif of Alip (Jav. een touw of koord om iets winden . (gekleurde) rand om iets been. van plaats veranderen. omwinding. godgeleerde. v. van plaats doen veranderen. veranderen. iets bedekknn. Allah soebhanahoe wa ta'ala. beschutting. veranderen g. Mengalihken. donderALOE. voor iets staan. verhuizing. voor of ton behoove van iemand of iets veranderen. verplaatsing. wijzigen. beschutten. enz. Kaalingan (Bat. ontwerpen. bet zich verplaatsen. van plaats. verzetten. bedekking. wenden. God. -. Alingan. richting. de geprezene en verhevene. ook do schadevergoeding. bedekt. (z. fig. Alis (zie ook Kening). a. ontwerp . Gode zij lof ! . Alih (of Aleh). bedekking. keeren. en penis. omranding. Alim. Allahoe akbar. naam der eerste letter van bet Arab. Alintar (ook Halilintar).gewas. zoodat bet niet to zien is. Mengalih. Mengalingalingi. verhuizen. verandering van plaats. ook schijnheilig.

voorschip. heerschappij. yore. fijn. do Allerhoogste. groef. geslepen. Demi Allah en Billahi. Aimari katj a of -g®las.~gebied. zacht van aard.). getrokken (van een geweerloop. enz. -vergeten. zacht van aard. en fig. hoekkastje. Almari(gewoonlijkLemari)(Port. . ambt. besturen. zachtmoedig. fijne manieren. otenskast. kast. nalatig.nauw. kleerkast. slim.). bij God (bij bet doen van een eed) . Allah ta'ala. boekenkas t . rijststamper. voorwant.). Temberang aloean. God. Mengamalken. Adat aloes. hangkast . Alpa. voorganger. Almari kodok. gids. alien in dezelfde richting. vergeetachtig. kleine lage kast. defining. uitgestrekt.). beheerschen. welopgevoed. gleuf. enz. open vlakte of plein (meest voor 12 ALOE. ook buffet. achteloos. subtiel. enz. Almari makanan. Aloen. zachte aard. bet voorste deel of gedeelte van iets (inzonderheid van eon vaartuig) voorsteven. woningen van inlandsche grooten). Bangsa aloes. Almari boekoe.). ook voorhoede. officier. geul. Aloes (ook Haloes). La ilaha illa Allah. Aloen-aloen (Jav. in den naam van God. iets achteloos behandelen. bedaard. oflbedaeht. geul.Bismillah. M®ngaloen of Beraloen. Aloer. zorgeloos . Aloean. ook fatsoenlijk. gang (in een geweerloop). Sa-aloean.~bediening. geesten . scherpzinnig. smal vaarwater. Alperes (Port. vaanderig. gegroefd. deinen. teeder. nauw vaarwater. macht over iets. Aloe (Jav. richting. Aloer ajar (ook Aloeran). Amal. gevoord (zijn). glazenkast. spits. welgemanierd. ook buffet. gewest. van eene richting. Beraloer. kreekje. enz. Mengalpaken. voorlooper. Er is geen God dan Allah (begin van het geloofsformulier der Mohammedanen) . . Almari pakean. beekje. dun. in lange golven langzaam aanrollen (van het water). Almari gantoeng.

beschoeiing. bovendorpel. barnsteen. vertrouweling. met aandacht beschouwen. (ook Amban. zeer ongemeen. . loopen.Amal. singel (van een zadel). Ambar. bijzonder. to groot. Pengambang. Pengamang. kaai.). zwak (van do stem). Ambang di bawah. Ambar koening of Batoe ambar. Ambang (van een vaartuig). ook verbod. Ambal-ambalan (Jav. Besar amat. een good. vorrichting. processie . schooling. vredig (van een land. iets goods doen. al to. Memgambang. Arran = rustig. tegenhoudt. ook degeen. iota in zijne vaart belemmeren.. dreigement. anibergeur. ook geregeld aangelegde terrassen (in hot gebergte). in vaart doen verminderen. handelwijze. bedreigen . Ambang di atas. Gode welgovallig work doen. Mengamalken. benedendorpel (van een dour of venster) . Ambaroe (of Ambaro). enz. Amat. geordende troop menschen. Ambalan. vertrouwen. Ambar. amber. good opnemen.). daad. kaaimuur. bedreiging. Mengamat-amati. Ambin of Emban). Pengamat AMBE. Ambalambalan. ook verbieden. bovenmate. aandachtige beschouwer. Berboeat amal. Ambal. ook topzwaar (van iemand die dronken is. een Gode welgevalJig work. in colonnes oprukken. bedreiger. Mengamang of mengamang-amang. bijv. zeer. met oplettendheid gadeslaan. enz. wat de vaart belemmert. Amang.). grootelijks. iets tot een good work aanwenden. in zijne vaart belemmerd door to veal tuig. doek ter bedekking van den boezem (der vrouwen) . (zie ook Kambang). ook flauw van snlaak (van tabak). ook verbod .) en dorpel. toevertrouwd good. work. Amben (Jay. Pengamatan. nauwkeurige beschouwing. die verbiedt. colonne. enz. ook vertrouwde.) (Mol: mal) ook een bron of wel midden in zoo ? Amanat (Ar. in processie.

het hart winnen. een ransel. gordel. ook gereedschap. iets voor iemand halen. bijv. ontleenen. buikband . opvatting. veerkrachtig. een naam aannemen. wat genomen wordt. wegnemen.. enz.). soort van pakmand. (van twee familien).) in een doek op de heup dragon . buikriem. verheven zitplaats. wat aldus gedragen wordt. terugspringen (bijv. iets door middel van eon over den schouder geslagen doek etc. etc. Mengam- . enz.. enz. mopperen. sluier. halen.). van een elastieken bal. Pengambinan. nemen. Memgamban of mengambin. enz. Ambilan. een kind. Salah ambil of . degeen. Ambles (Jav.: Pengambil-ikan. Berambilambilan. enz. Pengambin. ontleent. verkeerde opvatting. bank. een kind aannemen. Amboel.ambilan. die aldus iets op den rug draagt. verzakken. verzonken. ook iets (een kind. Amboeng. waarmede lasten op den rug gedragen worden . doorzakken. die neemt.. enz. in de familie nemen. Ambinan. nemen. misverstand . riem.doek. gereedschap. verzakt. halen. als zijn kind erkennen . luur. enz. op den rug dragon. wat tot hot op die wijze dragon van hot een of ander gebruikt wordt. Mengambeti en mengambetken. Mengambil ati. Amben (Jav. Pengambil. Mengambil anak.vischtuig. Mengambilken. band. een luier aandoen. Mengambil. aanhalen . om iets to nemen. om visch to vangen. Mengambil nama. etc. weder opduiken. over en weder iemand (door aanhuwelijking). Perambinan. Ambet (Jav. een kind met een luier kleeden. bijv. ook (Bat.) pruttelen. opvatten. luier.). ontleening. v AMBE.. Ambenan. adopteeren. ook pruttelig. ontstemd . Mengamboel. uit zijn humeur zijn. aannemen. Ambil.). wegnemen. doorgezakt (in modder.) afstuiten. slaapstede. inzinken. rustbank. wegnemen. aanhaling.

bloed. hoofd. Mengamok. naar alle richtingen verspreid. Mengamboes. bezaaien. Amboengan.).boeng in zulk een mand dragen.. vischlucht. die blaast. een geweer).zernij.). blaasgereedschap. Mengamboeng.. deserteeren. blaasbalg. (bijv. snel uit elkander ga an. borstwering. verstrooid zijn. Amboi. titel der Chaliven. verlegen. enz. Pengamboer. ach. strooien. verstikt (van linnen enz. enz. heen en weder slingeren of geslingerd worden. Amboeran. Mengamboeri. geblaas. Beramboeran. schanskorf. de persoon.verspreid. opperhoofd (de heer) der geloovigen. ra. op de golven). Amok. Amboer. zijn vaderland. opperhoofd. we]. Ambon-ambon. zoenen. blaasbalg. in razende woede alles overhoop loopen of stoken (ook van dieren). vies riekend. woede. . versleten. (nogmaals) amen! (meest aan hot eind van brievon of adressen). geblaas. verlaten. onsterk. bloedlucht. die verspreidt. een verwoeden aanval doen. ruiken. Amboeng (Jav. Amboes. het blazon. Pengemboesan. enz.). een-mansvracht . enz. Amo (of Amoh) (Jav.). 13 zich versproiden. AMOK. (ook Hemboes) zich wegpakken. enz. zich verstrooien. aanblazlng. Penamboer. drijven. bestrooierl. kist. kast. wind maken (met een blaasbalg bijv. rafelig. (bij v. ook (Mengemboes) blazen. enz. ja. Amis (Jav.Bat. Amboeramboer. iets in een riem over den schouder dragon. kus (op zijn inlandsch) . uit elkander gaan. wat verspoeid wordt. aanblazen. degeon. kisting. zooals de lucht van visch. verbazend! Ambon. kisting. ook zoen. Amir. Mengamboer. kijk. . Pengemboes. amen! Amin tsoemma amin ! amen. moord in arren moede. hagels (om to schieten) . Amir-al (of -il) moe'minin. wegloopen. (uitroep) o. ook de plaatsnaam Ambon of Amboina. enz. zaaiein.. Bat. Amin. beveihebber.). Amboesan of Emboesan.

eon schip afloopen. hot amok-maken. de (hot) vierde. Pengamok. Ampas teboe. zijn beheer hebben. Beramokamok-an. enz. onderANAK. moor. Ampas. Ampedal. onder elkander woedend moorden. Ampedas. gal. in groepen of hoopen van vier. v Ampat (of Empat). die als snoeperei gegeten kunnen worden.. veertien . vier. Ampir (ook Hampir). op do handen dragon. viertal . Mengampoe. vier millioen. veertig duizend . moor. Mengamok kapal. dichtbij. ook met zijn vieren iets doen. vier in getal zijn. overblijfsel. zwavelkleurig. bezinksel. . Kaempat. of Ampat-poeloeh riboe. Ampela = Ampedal. wat ondersteund wordt. enz. Ampedoe. Perempatan. galblaas. lever.. vierde. maag van vogels. in vieren gedeeld. neerslag. Ampas kopi. Ampat ratoes riboe. afval. Perampat of Perapat. Ampo (of Ampoh). ook zwavelkleur. Mengempat. nabij.amok maken. met zijn vieren. veertig. enz. vierhonderd duizend. vierhonderd. vierde deel. ook alle vier (meest echter met nja er achter). de persoon die. eigendom. Ampatratoes. kleine platte stukjes in de zon gedroogde of gebrande klei.. uitgeperst of uitgekauwd suikerriet. drab. 14 AMPA. Perapatan. koffiedik. de vierde zijn . ook do schillen van door pulpers gehaalde koffleboonen. Perempat.. enz. dat amok maakt. . bijna. enz. eetbare klei. enz. Ampat laksa.. Ampatpoeloeh. in woede moorden. met de handen ondersteunen. Zie verder Hampir. Berempat. kruisweg. vierduizend . eetbare aarde. Ampat joeta. of hot dier. Ampatbelas. afval der koffie.ondersteunen. voogdij. bezitting. enz. beheeren.steunon. Ampoe. Ampat riboe. uitkauwsel. Berempatan.

Tengkoe ampoean.. weigerend. termiet.. onwillig. kwijtschelden. hot beheer voert. Pengampoe. ondersteuning. Mempoenja. bezitten Mempoenjaf. er van. kind of jong van het mannelijk geslacht.. do eerste vrouw van den vorst. kleedingstuk om de borsten omhoog to houden . Ampoet (ook Hampoet). Zie ook Ampo hiervoren.) zijn. vergifrenis schenken. enz. ook water drinken uit een tuit of kraan door den straal in den mond op to vangen .)]. sultane. enz. inboorling. jong van dieren en ANAK.. _kind. de voogdij uitoefent. begenadigen . enz. Ampohan. vergiffenis. . bezitten. Anak perampoean.besturen. onderdeel van een geheel. beheering. Anak. iets vergeven. een platte uitdrukking voor paren. (bez. voornw. zondvloed.) ondersteunen. Tots hebben. Ampoean. enz. Mengampoen en Mengampoeni. regent. donker van kleur. M engampoe soesoe. enz. hot voorwerp. Mengampoenken. Anak laki-laki of 1e1aki (Bat.). bezorgen. dochter . gratie. wat ondersteund wordt of moot worden. genade. beheerder. Anai-anai [ook Rajap (Jav. Ampoeh (of Ampoh). enz. Mengampoeken. Pengampoe soesoe. vrouw. Anak betina. koningin. Ampoenja. ook een titel. den bijslaap of coitus uitoefenen. . keurslijf. zoon. ophouden. enz. opdragen. voogd. onder voogdij stellen of geven. de borsten (met de handen of door middel van een corset. Perampoean. onder water duiken. zijn eigendom noemen. iemand vergeven. ook weigeren. vergoving. enz. witte mier. lid. planten. corset. Anak angkat (ook Anak ambil. . enz. bezitting. met troebel water bedekt .ook bezit. omhoog houden. overstroomen. die ondersteunt. dat ondersteunt behoort to worden . steun. Mengampoh. watervloed overstrooming. Ampoen. gedeelte interest. hebben. waarnemen. met water bedekt staan. Anak djantan. kind of jong van het vrouwelijk geslacht. Bat. administrateur.

klepel eener klok. Anak lemboe of Anak sapi. Anak koeda. huwbaar meisje. ook Anak betoel. veulen. Anak soesoean. Anak soendel. id.Anakpoehoen. Anak toenggal. klein kind. de doosjes van een beteldoos. dat door den huisheer of meester onder zijne bescherming enz. ook zuigeling .. die op pooten rusten . Anak penengah.). vrouw en kinderen. Anak kaki. wichtje. enz. kindje. Anak boengsoe of Anak pemANAK. spaak . Anakbini. hebben slaapplanken. onderhoorige. onwettig kind. 15 bontot Jav. vinger. Anak peraoe. oudste kind. Anak tangan. opvarende. echt. ook bemanning (eener prauw. Anak dara. Anak djadah. Bat. sleutel. Anak piatoe. pleegkind. Bat. jonge plant. zoogkind. Anak ajerkentjing. Anak piara (ook Anak ambil. Anak tangga. sport van een ladder. Anak kolong (Bat. weeskind. Anak boewah. wees. maagd. (doch plat). inlander. getrouwden gebruiken meestal do ruimte daaronder om er den nacht door to brengen en voorzien de plank dan . hoerekind. eersteling. matroos. hot middelste kind van een oneven aantal kinderen . de Benjamin. Anak poengoet of . gezin . Anak ketjil. wettig kind. Anak tiri. Anak djebah. ook een aangenomen beschermkind .kalf. Anak lidah. jongste kind. ook Anak dapet. pupil. is gonomen. Anak djanetra of -roda. eenigste kind.) .Anak poengoet) aangenomen. stief kind. een in huis geboren kind van slaven of bedienden.). Anak ajam. Anak halal.B. de huig. Anak haram. laatste. Anak genta. Anak gampang. onecht. toon. soldatenterm). Anak koentji. Anak poengoet). Anak mas. Anak soeloeng of Anak pembarep (Jav. vondeling . kinderen en kindskinderen . een in de kazerne geboren soldatenkind (N. kuiken . De soldatennl. Anak negeri of Anak benoea inboorling. teen. Anak tjoetjoe.poengoetan. geadopteerd kind.

enz. (voor pop enz. als kind voortbrengen. (van een kapitaal) rendeeren. bruid (zoowel maagd. kind van een vorstelijk of voornaam persoon. baren. d.of Kandoengperanakan). heuvel. .van een rondom hangend gordijn. prinses. Anak soengei. i. een kind baren.. Anak-anak. met kind of kinderen. Diperanak. kind van een Chinees bij eon inlandsche vrouw. sche vrouw. tot kind hebben. bevallen. Anak radja. (in de beleefde of eerbiedige spreekwijze). van een kind bevallen. Anakanda baginda. Peranakan wlanda. rente geven. geboren worden . zes. enz. Aaam (Anem of nem en Enem). van ouder tot kind. Anakan. ook Sinjo. Anak Betawi. Peranakan-tjina. ook di beranakken. pop. ook Baba. zijtak. zijrivier. als anderszins) . van Batavia herkomstig. . Menganakken. Anakda. geboren. ook. K6-anem. ook met zijn zessen iets doen. baring. Indo. tot kind aannemen. Ana'anda. interest opbrengen. beschouwen. hare) kinderen. ook Anakanakan). en om een her. Anak panah. rente. maar ook kleine visch. kleine berg. enz. met zijn zessen. Anak-anda.of afkomst aan to duiden. voorts wordt Anak oak gebezigd om iets kleins. inlandschkind. geboortig. beeldje. Anak Man. behandelen. Peranakan. kind van een vreemden vader bij eene inlandsche (tot de inboorlingen behoorende) moeder. geboren zijn. Beranak. zes in getal. ook interest. ter wergild brengen. ook pop. aan to geven. tje . Anakberanak. bevalling. Anak-daroe. wat op een kind gelijkt. . Memperanak. prins. enz. . niet alleen jongen van visschen. Beranam. zestal. enz.als scheldwoord ook gebruikt in den zin van hoerekind. do (of eon der) ouders met hunne (zijne. pijl. bijv. kinderen. kind van den vorst. enz. al s weduwe) . enz. bijv. Anak boekit. baarmoeder (ook Tempat. kind van een Europeaan bij eone inland16 ANAM.

kappen . onverwachts. Andangan. enz. enz. ook wijze van vlechten. enz.als mogelijk stellen. vlechtwerk. Andang. Andang-andang. Pengandam ramboet. is. ook Aren (Jav. in orde brengen. Me. Menganam. geloof waardig. de persoon. reven. . ondersteld geval. reef in een zeal. Andal (gewoonlijk Andal). ordelijke sarnenvoeging. Anau [of Enau. Mengenem. vlecht. Andaman. vlechten. regal. onvoorziens. aannemen. Ka'enem-anem. bijaldion. ordenen. bij ANDJ. ook eigenzinnig. enz. borgsteiling. de zesde. ra. vertrouwd. pand. Anem-anem. toorts. ook Toewak). verondersteld dat. Mengandak. Andai (of Andei). geval dat. volgen. mogelijk geval. Penganjam. zesde. kapsel. beletten. brandfakkel. Beraneman. Andam. Andaman ramboet. Andelan. vlechter. bij hoopen of groepen van zes .of kloswerk maken. Anam (ook Anjam).veronderstellen. opmaken. opgemaakt. ook alle zes . mogelijkheid. iemand zijn zin geven. rangschikken. enz. Kaboeng (Soend : Kawoeng) of Paloeloek]. . Andainja. ook beletsel.ten zesde. opschikken.. Mengandam soerai of -ramboet. Peranem. opschikking. wat netjes samengevoegd. enz. vlechting. de Arenga Saccharifera of Aren-palm. kapper. net samenvoegen. geloof. . enz. hat haar opmaken. beletsel Berandangan. in evenredigheid brengen. zesde deel. regelen. verhindering. Bat. Anaman of Anjaman.). Pengandam. Mengandam. die samenvoegt. tooien. gebeurlijkheid. hindernis : Andang of Mengandang. goedschiks toestaan. hat zesde enz. verondersteld geval. zes aan zes. verhinderen. vlechtwork. alle zes. waarvan de palmwijn (Nira of Legen. rangschikking. verkregen wordt. Mengandaiken. doen ophouden . de zesde zijn (van een aantal kinderen. ngandelken (Andelin. Sa'andainja of Sandainja.). vertrouwen. Andak.).

Andawali. schudden (van den foetus). ook kloppen. (ook Poeki-andjingof Namnam).of hof pond. een slingerplant. waak-. of op de huid. Andjing tanah.. Andjang (of Andjang andjang). teef. gij. kleine moederv11 kken op hat gelaat. otter. Soedara andjing. Andjing rimba of -oetan. Koetoe andjjing. die met elkander trouwen). wacht. vaireep (scheepsterm). ook (Jav. Andjing djaga. zich verwijderen. en = Badoeri.een boom (Cynometra cauliflora) met frischsmakende.). Andjing ajer. wijken. Andjing-andjing. pers. stief brooders en -zusters (kinderen van eene moeder doch verschillende vaders. ook een stelling van wijd gevlochten bamboo (op pooten) om er iets op to dragen. van zijn plaats wijken. Andjing perboeroean. schuif van een zonnescherm. Andjing lelaki of -djantan. reu. ook =Andjing tanah. And jak (of Mengadjak). die zich op alle feesten. bond: ook als scheldwoord. terugspringen van elastieke voorwerpen. u. Andjar. Andjing perampoean of -betina. Andja. (Calotropis gigantea) een heester. voornw. de plaats ruimen. van den Zen pers. enz. ironisch gebruikt van personen. een soort jakhals of indische wolf. mouches. vertoonen (evenals het insect om of naar hot licht vliegt). Andjing. gevraagd of ongevraagd.) rnerkpaaltje. waarvan de fijngewreven biaderen als pap op hot hoofd van jonge kinderen wordt gelegd om den haargroei to bevorderen. val. eetbare vruchten. Andjal-Mengandjal. Andika. hondeluis. rekel. Cissus papillosa. ANDJ. ook van de voorkinderen onderling van een weduwnaar en een weduwe. . (ook Tai-laler). jachthond. wilde hond. ook bewegen. anker. van plaats veranderen. vloo. vijg. Andang-andang (Jav. Andjir. naam van een zoetwatervisch. veenmol . Andja-pajoeng.

om behoorlijk of goedschiks terug to kunnen keeren. enz. enz. enz. voorbarig. . terras. Andoeh (ook Andoek. spits. of hot gezegde terug to kunnen nemen.Andjoeng-andjoeng. een sloop aan touwen in de davids. . to veel zeggen. aansporen (bijv. enz. in een doek of aan touwen enz. die gebruikt worden. bijv. bijv. uitsteken (bijv. dit laatste moor van menschen) aanmoedigen. Een plant met geneeskrachtige eigenschappen en schoon gekleurde bladeren. dragen. een vlieger) in de hoogte houden. Aneka. Tali-andoeh. Pengandjoer. iets zeggen. Andjoer-Mengandjoer. van hanen. steken enz. veelsoortig.baak. tot een gevecht) aanhitsen.) voorop gaan. van een huffs buiten do rooilijn. ook Mengandjoerken. om de grenzen of de richting van een aan to leggen weg. . zich voor anderen bevinden. Ketelandjoeran. iets hangend dragen. to ver gegaan. als sierplant ook veel op begraafplaatsen aangeplant. 17 verheven zitplaats op den achtersteven van een vaartuig (voor den gezagvoerder of roerganger) .). een zieken arm in een doek. Mengandjoeng. Mengandoek. Mengandjoeri. Ketelandjoer. voordat men er goed bij gedacht heeft of zonder aan de gevolgen to denken. Calodracon-Jacquinii. to ver gegaan. Kandoet). voorop gaan. soort van opkamer ter zijde van een huffs met een hoogeren vloer dan hot hoofdgebouw : . gewoonlijk Telandjoer. iets (bijv. buiten iets uitkomen. ANEK." verscheiden. ook (Andjoerin (Bat. enz. enz. kleine stokjes. van een zandbank of landtong in zee. baken. lets vooruit steken. voorhoede. Andong. aan to geven. Andjoeng. Terandjoer. to ver. waaraan iets (bijv. die voorop gaat. do touwen. do voorhoede uitmaken. MALEISCH-HOLLANDSCH. verg. een sloop) hangt of waaraan de riemen van een boot bevestigd zijn. ophitsen. zich verpraten.) en Alok-aloki (Bat. hoofd. heffen.

steunpunt. Menganggap. rekenen. beoordeelen. tak . of wenken met de hand. basis. Berangga. Cymbidium bicolor of cuspidatum. licht geladen (van een voertuig). enz. (ook Anggerek lama of lema). . hitte. Mengangetken. 2 18 ANGA. niet gemakkelijk to voldoen. Anggap. verwarmen .allerlei . angan berangga. Anggal. berekenen. oordeelen. zooals bij ons tot een dans. tot bijwoning van een feest. steunpunt. Anggerek kasian ook Anggerek poetih ketjil. bijv. aardorchidae. allerhande soorten. niets. oordeel. heet.ook de gevechtspositie bij het schermen. kamp to velde. al waarop men rekent of steunt. Angat-koekoe. vaste regel. formule. Phajus Blumei en parasiet. Angga. enz. enz. ANGG. begrooten. opwarmen. neen schudden met het hoofd. . lastig. enz. Hangat)warm. Cymbidium ova- . als teeken van ontkenning. enz. moeiljjk. . Angat (ook Anget. buiig van humeur. lauw-warm. lauwwarm. getakt. verhit. Anggerek djamboe ook Anggerek kesoemba. Angel (Jav. een hert met getakt gewei. een buiging maken. algemeene benaming voor Orchidaeen : Anggerekand jing. Epidendrum caninum . veranderlijk.). Aneka-werna. niet. warmte. Anggaran. nl. in allerlei. ontevreden. lauw. berekening. buiging. Menganggar. basis. bij uitnoodigingen. meening. berekening.of Mend. Soend. Bat. oordeel. punt van uitgang. Angga (gewoonlijk Engga). rekenen of steunen op iets. Anggar. Anggerek betoel of --boner. meening. verder : legerplaats. warm maken. zoo dat men door den nagel heen de warmte voelt. Dendrobium purpureum. enz. (en garde) en tijdelijke zitof rustplaats. Anggerek. meten. Angga-angga. neen. R oesa.

de maker. een vers of gedicht maken. leegloopen. luieren. Penganggoer. rijnwijn. tak of twijg. aanrijgen. wat geregen. Anggerek ketjil. zoete wijn. in de hoogte steken (van een voorovergebogen hoofd of den boeg van een schip). M®nganggol. Anggo. Anggerek warna. Anggerek tanah. Menganggoer. Anggoer (Jav. een vel over een trom). enz. ANGG. Anggok = Anggoet. Anggit. stampen. dansen. opwippen. stekken. samengevoegd. schrijven. lanterfanter. Microstylis Rhudii. een verhaal opstellen. Grammatophylluxn speciosum en Vanda lissochiloides. Memanggoet.). en Vanda furva. Renanthera arachnitis. ledig zitten. dekriet op een dak). zonder work. niets doen. Phalaenopsis amabilis . Menganggoet. ledigheid. ook een book. Peranggoeran. die afgesneden is om geplant to worden. knik . Anggoer of Anggoeran. Menganggoer. Anggerek ringgit. Penganggit. roode wijn . Anggerek ketonggeng. samenvoeging. . druivenrank. . ook Anggok. luiaard. Anggitan. rijgsel. Anggoer. Plathantera Susannae (aardorchidae) en Epidendrum tuberosum (aardorchidae). gemaakt is. Anggoer merah. ledig. een tak of twijg afsnijden en planten. leeglooper. rijgen. Phajus callosus (aardorchidae). Boeah anggoer. knikken . enz. lediggang. verbinding. op de horens . (bijv. . Menganggit. Dendrobium angulatum en Cleisostoma spathulatum (parasieten) en Cypripedium javanicum (aardorchidae) . champagne. Anggerek kringsing. wijn . (van een vaartuig of schip). Vanilla albida (parasiet). Hysteria veratrifolia. enz. lanterfanten. Anggerek Palembang. Ang. wijnstok. (bijv. de rijger. stek . Pohon anggoer. Anggoet. Plocoglottis javanica. druif. gerek poetih besar. Anggerek oetan. Anggoer poef. enz. Anggoer asem. spannen. Anggoer manis.tum .

los gerucht. in den wind. Angin haloean. ook luchtgesteldheid. volzin. Angin kelamboe toenggal of menoenggal. Angin moesim.of kabarangin. praatjes. aan den wind. zuidenwind.oetara. wind. passaatwind. beuzeltaal. Angin-kidoel of --selatan. zin. orkaan . de tocht of lucht blootstellen. ledemaat (van het lichaam) . Angin laoet. tegenwind . luchten. deel (lid) van een gezegde. wind die van terzijde komt (op schepen. Angin timbaroeang. overblijfsel van wind. lucht. Angin tofan.) . tocht. noordenwind . Angin oelekan of poeseran. Angin kentj eng kelat. B®rangin. Angin eikor doejoeng of angin taoen baroe tjina. die echter niet aanhouden . doorstaande sterke noordenwind zonder regen . Mata-angin. oostenwind. Angin for of -. wind. westenwind : Angin toekoes. Angin. tocht of lucht hebben. windstreek. lid. Ka-anginan. Tai angin. Angin toeroetan of sorong boeritan. storm. Anign riboet. ook een parasytische plant (Cassyta filiformis) met geneeskrachtige eigenschappen . Anggota perkataan. enz. de eerste noordenwinden na den westmoesson. daaraan blootgesteld zijn. damp. wind van achteren . Menganginken. oorsprong van den wind. de wolk waaruit de wind zal waaien . een luchtje scheppen. Pokok angin. Chabar. Angin darat of --pagoenoengan. zich daaraan blootstellen. Angin sakal (of -salah). Anggota. landof bergwind . Angin wetan of -timoer. beurtelings opwippen en zakken. fig. Teranggol-anggol. (van een schip) op zijn ankers rijden. gerucht . met den kop achterover slaan . doorstaande stijve noordenwind. 19 velwind . Angin-koelon of -barat.of regenwolken. hangen. w erANGK. enz.nemen. zeewind . wind van voren. wind waardoor de brassen stijf getrokken worden. aan de working van den wind en de lucht blootgesteld .

Mengangkat. peinzen. sterven (van vorstelijke personages) . Angkatan perang. optocht. Berangkat. aangenomen vader en moeder. pers. lusthuisje. van merken voorzien. die he luchtruim of den hemel bewonen. Angkau (ook Engkau. teeken. vertrekken. zijde of andere stof. getalmerk. bij beurten. Mangkat en Mangkat . zich op weg begeven. aanhefl'en (van een gezang). van den 2en pers. Balai peranginan.) . ook beurtelings. optillen. tot de vaderen opgaan. merk. vloot. Angkin (Bat. tot kind aannemen.en Ma'angkat. Mengangkat anak. opnemen in een familie. steken (van een wood. opbeuren. oplichten. lekker maken. dikau en kau). met engkau bejegenen. aan2 0 ANGK. Mengangka. Bat. expeditie. op reis gaan. gerecht dat opgedischt wordt. de lucht . verheffen tot een waardigheid. Anak angkat.). nommeren. het luchtruim. Angkat. nummer. deftige bulging. Angkasa of Akasa. u jij. -in de hoogte brengen. draagbaar. ook -afn emen. enz. voornw. Angkadoea. Berangkap-angkapan of beranggap-anggapan. jou. den invloed daarvan ondergaan hebben . Angkatan. marsch. de handen ophefon. koepel. genomen kind. Mengangkat tangan. Angkap of Anggap. ook cijferen. opheffen. prijzen. Angka. ook een vergezicht op een begroeid terrein en de zielen der afges torven en. ovorlijden. cijfer. reisgezelschap. Sangka). leger. spijzen opdragen of opdisschen. rekenen en denken. zich voorstellen (verg. voor elkander een bulging maken. buikband vane linnen. adopteeren . het verdubbelings. inlandsch orkest van uit bamboo vervaardigde muziekinstrumen- . Mengengkau_ (ook ~Berengkau).: gij. ophemelen.of herhalingsteeken . ergens heengaan. reis. tutoijeeren. die de vrouwen dragon om hare beenbekleeding vast to houden. roemen. Angkeloeng (Soend.).geworden. Bapa.b6radoe.

Angkoetan. verkoold. gapen. ook die instrumenten zelf.). Bat. Angoes (ook Hangoes). brand. overwulfde gang. lastdrager. (van eon ziekte). opnemen en wegbrengen. weide. hoogmoedig. Angloeng(Chin. weider. geschroeid. Angoer (Jav. Angot-angotan. erger worden. Pangonan. Mengangoesken. hooghartig. . Angkoet. Angkoeh. Mengangkoep. wordt of moot worden . paviljoen. verzengd. trotsch. weideplaats. ook gek. besturen.).). liever bij voorkeur willen. weiden. iets met de einden zoodanig bijeenbrengen. opnieuw en in ergere mate terugkomen. verbrand. geeuwen. Jav. wat opgenomen en weggedragen is. trekken (van eon zweer). Angoep (of Angop) (Jav. enz. ANGS. jongens of meisjes. koepel. die transporteert. ergens laten weiden . Bat. komfoor. dat daardoor eon soort knijper of tang gevormd wordt. verbrand huis. Mengangkoet. verergeren. met molentjes . overbrengen . Tongtong angoes. Angkoes.) . Angon.). test. half ontloken knopje.). iets laten aanbranden. hover maar. open en dicht gaan (van den mond van eon sterven den visch bijv. eon olifant drijven. Anak angon of Toekang angon. tangetje. hot noodige voor hot maken van eon nest bijeenbrengen. beter. Roemah angoes. steken. knijpertje. prieel. transporteeren. vuurpot. aangebrand. liever. Mengangon (Jav. erg. Mengangkoepken.ten. op de weide brengen. Mengangkoes. . Pengangkoet. Angot (Bat. kornak. kruier. Angkot. degeen. Mengangkoet sarang. dwaas. eon brandend. enz. dieren weiden. Anglo (Chin. Mengangonken. Angkoep. brandsignaal (op den Tongtong). mennen. die hot vee weiden. met eon knijpertje of tangetje aanvatten. enz.).

tranig. zeker iets. enz. nieuweling. onrecht. mindering van schuld. Anjam. begunstigen. wat in mindering eener schuld betaald wordt. onrechtma tige. tyran. voortrukken. mishandelen. garstig. heester. geweld. Anjir (van den reuk of smaak van iets). Menganoegerahi of Menganoegerahai. Ani (ook Ani ani). M®nganiaja. stark.langzaam. vieze vischsmaak of -lucht. .N. vereeren. Orang anjar. onrechtvaardig behandeld. kieuw van eon visch. zie onder Anam. Anoeg®raha (ook Noegeraha). Ani-ani. Toean Anoe. onschuldig gestraft of verdrukt. iets dat men niet kan of wil noemen. schering (bij het weven). Mengani. geschenk uit toegenegenheid . Angsoka. eon boom met fraai en stork hout. gunst. Penganiaja.van tijd tot tijd vlagen van krankzinnigheid hebben.voetje voor voetje vooruitgaan.). Soend. Angsana. enz. die pas aangekomen is. Teraniaja. kettingscheerder. begiftigen met iets. verdrukker. veel als sierplant in tuinen voorkomend. enz. Angsoer (ook ansoer). iets als gunstbewijs geven. gunstbewijs.). zeker iemand. onbillijke handelwijze of behandeling. onderdrukker. enz. mishandeld. Anjar (Jav. verdrukken. verminderen . enz. Angsoeran langzame vooruitgang. traansmaak. Menganoeg®rahken. Pterocarpus indicus. Anoe. nieuw. Angsang (Bat. verdrukking. waarmede de padi aar voor aar gesneden of geplukt wordt. padi-snijmes. AN GS. garstigheid. mesje. ter aanduiding van iets onbepaalds. Mengangsoer. loopen.. paiement. vorderen (van schulden). onderdrukking. ondordrukken. met molentjes loopen. mishandeling. onrecht aandoon. de hear N. onrechtvaardig behandelen. onrechtmatig behandelen. vreemdeling. Pavetta indica. de ketting scheren (bij hot weven) .). enz. Aniaja (Sk. Penganian.

alles. Tembako anteb. Perantaraan. Antar-antar. ook stamper.Cabah (zie dit woord). hat geheel. stamper (van een vijzel. geheel. pijnlijk trekken (van een etterbuil. Mengantara. zoolang als. Antah y. Antang. tusschen. afhangen. Antam. bij hat weven in gebruik . of M®nganter.). Pengantara. vrijwillige bemiddelaar. Antar. Anteh (ook Anti of Antih). alle. bruidsgeschenk (verg. heiblok. heel. benoemde of aangewezen scheidsman. ook Mengentek). Mengantang. enz. Antar-antaran. brak. een soort mand. terwijl. steken. ANTI.achter-achterkleinkind. 21 Antak. (ook Antab of Anteb). wat gezonden of aangekoden wordt. ook geschenk. Antaran.Mengantar. zware tabak.). Antara. in den tusschentijd. Pada antara manoesia. een soort belasting. compact. zoet. zou tachtig . stampen(van eon schip). in zulk een mand dragon. mortier. Antero (Port. Menganteh. ziltig. Batoe anting. paren (zie verder Hantam). Jav. enz. onder. Pada antara. In verbinding met Boejoet (zie dit woord) tot Boejoet-antah (Bandjerm. Menganting. bemiddeling. enz. rijststamper. wichtig. A jer anta. naar beneden hangen. tusschen. rijststamper. Mengantak. Antep~ (Bat. huppelen (van een paard). Anting. zwaar. tusschenruimte. Perantara.) -. brak water. bezending. Hantar).). geschenken aanbieden of zenden (voornameltjk van bruidsgeschenken). tusschen beiden komen. aanzetter . rolrond stuk hout ter lengte van een arm. stil.Anta (ook Antah). Anak anteb. ook met een stamper fijn maken. Antan. garen spinnen. Samantara. ook laadstok. zware steen aan een . Antang. tusschentijd. gansch. onder. stampen. als bemiddelaar optreden. een zwaar kind. onder d e menschen. niet dreinig (van kinderen).

Antjak. gesmolten. een boozen geest in zijn dienst hebben. Antjoer.of bedreigingsmiddel bezigen. in alle richtingen slingeren.vaak. ook wel een klein vlotje van pisang-stammen. enz. slaap. ook slaapmiddel. de beruchte indische giftboom waarvan hat doodelijk pijlvergif verkregen wordt. bedreigen. Antoek. booze geest die zich onder allerlei vormen voordoet. kleine vierkante of rondo horde van bamboo.). smelten. beslapen. hetzij op hot water drijvende. dutterig.). enz. APAB.ook bamboezen roosterwerk op staken als droogplaats of -rak . Anting-anting. anker om dit naar beneden to trekken. in alle richtingen goslingerd.. vischschotel met gaten .Mengantjam. enz. Mengantoel. als dreig. bij of met eene vrouw slapen. zulk een antjak in eene rivier laten drijven. Berantoe.bedreiging.22 ANTJ. verteerd (van spijs). Antool (Bat. ontbonden. dreiger. waarop offers aan geesten aangeboden worden. door een boozen geest bezeten zijn (ook Kena antoe). bedreiger. zich ontbinden. slaap hebben. Pengantoek. slaperig zijn. aan flarden. jets (een wapen. Antoel. vergiettest. Oentang-anting. hetzij aan den oever eener rivier. Antjam. Mengantoek. oorhanger. opgelost. voorgebergte. Mengantjamken. Antjoek. aan gruis. of kaatsen (van een veer- . broken. Pengantjam. Koentangkanting.. aan een boom gehangen. Pengantjaman. Antjar (ook Pohon-oepas). Mengantjami. Pinggan antj ak. aan gruis vallen. terugspringen. slaapkop. verbrijzeld worden. enz. Antiaris toxicaria. heen en weder. den bijslaap uitoefenen. gebroken in kleine stukjes. . kaap. bengelen . Mengantjoek. met jets dreigen. Memboeang antjak. bedreiging. dreigen (ook xnengantjam-antjam). oplossen. vergruisd. spook. oorbel. landtong in zee. verbrijzeld. Antoe (ook Hantoe).

Antoelan. achterlaten. Aoer (Soend. verkooper. enz. Antoep (Jav. wanneer. Tiada apa. Hendaklah toean kiran ja (of apalah kiranja) bgrsahabat dengan hamba. al wat.). met jets behandelen . en buitendien. watt. .. jets.ook : achter. Segala apa. tegen jets aanstooten. Apalagi. al wat er is. Apakala. klaargemaakt eten . al wat men heeft. wat dan nog. Aoes of Aos). van welk belang ? waarom ? Mengapaken. wie ? Maoe apa. angel van een bij. dorst hebben. toen. Apalah (meest verbonden met Kiran j a tot Apalah kiran j a). Berapa. gekookte eetwaren. lets to beteekenen hebben. Mengantoen. Diapaken itoe. men doet mU toch niets. als. rondventer van gereed gemaakte. enz. wat nog. (dient ook als hulpwoord bij vragen de zinnen) . met den angel steken. Apa-apa. als toen.. wanneer. dorst. jets aanraken. welk. duf. . Barang apa hat een of an der . enz. dorstig zijn. bovendien. wat moat daarmede gedaan worden ? Mengapai. Apa. ondersteuning. hoeveel? Siapa (ook Sapa). ook naam eener groote bamboesoort. enz. enz. Aoer (ook Aur). ingebeelde gek. al wat. Antok. dorstig. Bat. niets . enz. van belang zijn. moge het U gelieven.). steunp unt.krachtig lichaam) . eigendommen. Mantoep of mengantoep. vriendschap met mij to sluiten. vun zig (zijn). Mengapa. jets doen zijn. achtergebleven. muf. kwast. hetgeen. wat ? Hoe? Welk ? (dient ook tot het aangeven van een wensch). APAK. wat wilt gij. Tiada djoega diapaken akoe.) ook Haoer. Mengantok. . wat is er van uw (zijn) verlangen ? enz. voorts. al wat. goederen. met jets wat doen. Apak (of apgk). gaarkeuken. Toekang aoer. toen. bijv. Apabila. Antoen (Bat. bezittingen. . wat nog meer? Hoeveel to meer of to minder nog. muf heid.

23 tusschen twee voorwerpen. huichelen. lont . ook : een vingergreep (bijv. klem. klemming. person. kamervuurwerk. Apit of Boelan Apit. Makan-. Apitan. pers. ook Dzoelkafdah. drukpers. Goenoeng api. opium rooken. ARA. spoortrein. kieschkeurig. vuurwerk. Kajoe api. op het vuur zetten. voorgoven. vuurtouw. oliepers. veinzen. rein. persing. de bruidsjonkers en -meisjes. brandend. aansteken. Mgngapikkgn. Tali api. gepers. belangstellen in iets. Apioen mateng. opsteken. een snuifje).). Kgreta api. Berapi. de elfde maand van het Mohammedaansche jaar. gedrang. stoomschip. Apioen mentah. bereide opium. en een soort damspel. enz. dat . die aan beide zijden van bruid en bruidegom geplaatst worden . ruwe opium.. zindelijk. Apit. Mengapikgn.of Kembang api. brandhout. Mgngapit. iicht. vuursteen. verlicht zijn. ook vuurvlieg. opiumpacht. tusschen hen in klemmen of knellen. Boenga. glimmen . geklemd. vurig. Pengapit. die goed brandhout levert. vuur vatten. vuur. zich interesseeren voor iets. lucifer. wat geperst wordt. opium schuiven. Apik. persing. ophitsen . dit in het midden nemen. Apioen. glimworm en (ook Ka joe api-api). Api-api (Jav. minoem. inlandsche poffertjes. . Apitan minjak. (van twee voorwerpen) links en rechts van een ander staan. Avicennia officinalis. een kleine boom. pers. aan weerszijden van iets. enz. Pak apioen. anders spreken of doen dan men denkt of bedoelt. werktuig om to persen of knellen. voorwenden. Kapal api. opium . Apoeng. Batoe api. Api. locomotief. lovenloos voorwerp. tusschen tweevoorwerpenpersen. wie of wat perst . gloeiend zijn. kwanswijs. vastgezet of zitten. vulkaan . Apit-apitan. opiumpachter. vonk. Apit-apit.Apam (of apem).of mgngisep apioen (ook n j gret) (Jav. kiesch.). net.

Pengarak-angin. wildernis. bedriegen. statige optocht of rondgang (meestal bij bruiloften). iets in eene richting brengen.. statig voorbijdrij vende wolken. doe] (ook Ara) vijgeboom Boeah arah. Bat. hoop. opheffen.). streven. iets verdelgen. uitwisschen. ook richting. foppen. streek. zijne verwachting op iets gronden. naar iets streven. Aral. verdelgen. arabisch. koers. niet meer bestaand. foppen. dobberen (van een vaartuig. Mengapoeng. Arah. arabische vrouw . arak. Mengapoes. een sterke drank . dobber. enz. statige rondgang. bedrog. arabier. . uitgewischt. uitvegen. iets als dobber gebruiken. Mengapoesken. vernietigen. Arak. Orang arab.zich als zoodanig voordoen. verdelgd. Bat. Mengapoes. lift wordt medegevoerd en vertoond. Arak. een teugel aandoen. in statigen optocht rondvoeren.). beteugelen.op het water drijft. als zoodanig op het water drijven . iemand bedriegen. enz. vernietigen. Mengarak. ook zich iets ten doel stellen. onbebouwd 2 4 ARAB. opheffen. enz ).). iemand met iets bedriegen. Perarakan. teugel. Mgngapoengken. Mengarahken. kwijtschelden. (ook Arak-arakan). onbebouwde vlakte. verwachting. Koeda arab. Mengapoesi. kwijtschelden. Mengarah. enz. arakstokerij. aan iets een richting geven of aanwijzen. Terapoengapoeng. zijn hoop op iets stellen.verdwenen. uitdelgen. Apoes (Jav. Apoes. Arab. weg.van een dobber voorzien. arabisch paard. Mengapoesken. weggevaagd. MengapoesiofMengapoeskgn. bladeren takken enz. afschaffen. enz. afschaffen. leidsel. fopperij . Ara-ara (Jav. beletsel. die gebezigd worden om een lek in een dam of . terrein. optocht. (van arbeiders) aan het werk stellen. Bat. verhindering. kwijtgescholden. strekking. vijg. al wat daarbij open. . (ook Aram-aram). Aram. Apoes (Jav. Perarakan. arabier.

stroomversnelling in een rivier. van waarde. vervolgens. Arkian (ook Arkian). met zulk een mes voor een paard enz. (scheepsterm). neerhal en. wil. verkregen wordt.). enz. wijders. Taliari-ari. wijs. Soend.slank. Arang (ook Areng). Berharga. (gewoonlijk in samenstelling met maka tot Arkian maka). ebbenhout. to stoppen. aangezette zoom. grasmes. geleerd. . hopen.). Djaring berarisken rotan. Perarangan ook Pengarengan. de suikerpalm. Nat los ! los. de navelstreng. Aria. steenkool. kolenbranderU Aras (Tamiang en Perlak). Aren. enz. Mengaram. Aroeng (van de leest). Ari ook = Adik. Areng batoe. goed onderwezen.scherpzinnig (meervoud Arifin). houtskool. Bat. ook voor (in do plaats van) iemand anders grassnijden. voorts. vaste.leiding etc. Aroem (Jav. Arga mati. geurig. waarvan de palmwijn enz. touw langs den rand van een zeil genaaid. vieren. zijne handelingen nagaan. grassnijden. met zulk een mes gras enz. enz. verlangen. gedeelte van den buik tusschen den navel.en de schaamdeelen. verstandig. Kajoe arang. oplegsel. sikkelvormig snijmes. bepaalde prijs. wensch. waarde. daarna. dat some aan verdienstelijke inlandsche hoofden wordt verleend (Jav. tenger. een net met een zoom van rotting. wenschen. beoogen. prijs. Tali-aris. welopgevoed. Aris.). ook de nageboorte of placenta. den prijs van iets bepalen. de liezen en de navel zelf . stootkant. controleeren. Mengarit. do onderbuik. Ari (ook Ari-ari). prijs op iets stellen. ook hooge ladder of stelling (zooals bij het bouwen) . iemand in het oog houden. Arenga saccharifera. willen. snijden. ook een adellijk ambtspredicaat. Arit (Jav. ARON. Arif. Arga (ook Harga of Rega). Arep (zie ook Harep). welriekend. Mengaritken. Mengargaken. waarde hebben. Soend. hoop.

rijk zijn. Mengaroeng. goed. have on goed. Orang arti of --mengarti. Mengasaken. geld. Asa. meening. Asabat.(ook ramping) . bezittingen. gaar gekookte rijst uit de Koe. den zin van iets vatten. die op de Chineesche graven geplaatst worden. verstaan . Arta (ook Harta). Pengaron. halfgaar gekookte rijst . strooming. verlangen . vatten. Mengerti. van dezelfdo beteekenis. geest. gegoed. spier. op iets hopen. een schrander mensch . en ze daarna in de Koekoesan verder gaar to stoomen . verstandig. al iemands bezittingen . ook : verdiend loon. de z in van iets. behooren. waarin de graven en begraafplaatsen worden schoongemaakt. rijkdom. hoop. met beteekenis. Artja (Sk. de beteekenis. Mengasa. Aroengaroengan. geel orpiment. Arta poesaka. Mengaron of Mengaroni. Artin ja. Aron. enz.ook geoorloofd. Berarti. Arwah (ook Sjaban. de achtste maand van hat Mohammedaansche jaar. Arsj (Ar. Artal (of Etal).). stroom. Arti (dok Erti). Berasa.begrip. de maand der vereering der zielen der afgestorvenen. een bevattelijk. verlangen. zin. begrijpen. doorwaadbare plaats.). hopen. halfARSJ. met hoop vervuld. erfgoederen. iron. moeten. . goederen. Sa'erti. verdiend loon krijgen. $aban of Roewah). of Pengaronan de bak. Tiada berarti. Artawan. beteekenis. geleerd mensch. van Allah). waarin hat omroeren geschiedt. beeld. troon (inz. . onzin. waden. geel smeersel. schatten. Aronan. die veal weet. goederen. afgodsbeeld (voornamelijk sit den Hindoetijd). zonder beteekenis .beduidenis. Arta benda. ook de beeldjes. naar iets verlangen. gelijk van zin. Aroes. koesan halen en onder begieting met een weinig kokend water omroeren. (zie ook Haroes). wel to verstaan . doorwaden. een beteekenis hebben . behoorlijk. aldus behandelde halfgare rijst .

locomotief.). smook. verdringen. volstoppen. spoortrein. ongeveer half vier a vier uur. grondslag. ook masem). van goede of komst zijn. de tanden afslijpen of vijien. Mengasah. wetten. enz. Batoe pengasah. in den rook houden. Mengasah gigi. (Tamarindus indica) . rooken. of komst. geslacht. stoommachine . rook. enz. al wat zuur smaakt . met iets zuurs inwrijven. stuursch. Dialium indum. rookpan. Asal-oesoel. rooken. . Kereta-asep. aanzien. komeet. (ook Atzal). Asak. achtermid2 6 ASIA. (bijv. dag. waim.Asah. Berasal. aan rook blootstellen. ook naam vary verscheidene zure of zoetzure vruchten dragende boomen. stoomschip. -berekor). enz. Asal (Ar. oorsprong. als maar. rookkam er. gelukkig. norsch gezicht. aanzetten. beginsel. Kakal-asep. Asian (Bat. . ook Asem kerandji. aanstampen. wasem. aanzetten op een ASAR. afkomst. Mengasak.). Pengasak. waaronder de bekende Tamarinds. stam. scherp maken. zuur. Asem d jaws of Asem mania. Pesawat-asep. Mengasam. namiddag. polijsten . enz. onder voorwaarde dat. . . rookvat. zoo maar. 2 5 wrijfsteen. Moeka asem. Bekasem. afstamming. Asam (of asem. verdrukken. Asem-aseman. slijpen. ook mits. Waktoe asar. stamper. Asar (Ar.) of Asihan). een zuur. tijd voor hot middaggebed. Asem d jaws of -Ke randji. rookhuis. Mengasap. enz. herkomst. Asap (asep). ook beschaven. visch) . laadstok. Sajoer asem. (ook Atsar). Perasepan. van adel zijn. slijpsteen. met tamarinds zuurgemaakte groente (soap) als bijgerecht bij de rijst. berooken. als maar niet. grond. zuurachtig.. fig. adel. stoom. tot een oud adellijk geslacht behooren. damp. Berasap. enz. een gerecht van ingelegde visch. herkomst. rook geven. Bintang berasep~ (ook Bintang berkotek.

zich afzonderen. dol verliefd. verzorgen. Negeri asing. begeerig. Asta (ook Hasta) elleboogslengte. pekelen. ook zich ergens good bevinden. vreemdsoortig. oppassen. over (eon klein kind bijv. doordat zij ziek worden of spoedig dood gaan. zegenrijk. iemand zwart maken. enz. Asoeh. verliefd. Asoe (Jav. de god der liefde. eten. verzorgster. uitheemsch. Mengasta. oppasser. die niet helpt. Asoetan. Tiada asian tinggal di Bogor. zout van smaak (ook masin).) bond (als scheldwoord). zout bevatten. zoutachtig.. Asin. Asin-asinan. afkomst. in het zout leggen. Pengasoeh. opruierij (verg. met . stork verlangen. afgezonderd. voedster (van vorstelijke kinderen). Inangpengasoeh. opruier. medicijn. kwaadstoker. Berasin. kindermeid enz. Asoed. Pengasoet. ook verliefd. zwartmakerij. Asoed). kwaadstokerij. Tiada asian miara andjing. inzouten. niet gel ukkig zijn met honden. de lengte van den top van den middelvinger tot aan hot elleboogsgewricht. inmaken . vreemd. vreemdeling. ook zwart. boot. opruien. Makanan tiada asian. afzonderlijk. goon honden er op na kunnen houden.Mengasingken dirt. vreemd land. oorspY onkelijk. Mengasoetken. brak. ook liefde. Orang asing. dat slecht bekomt . als vreemd beschouwen. Obat tiada asian. verzorgster. ander. Ka'asmaran. de zwarte steen. ziltig. in den pekel zetten. zout. Mengasin of mengasinken. to Buitenzorg niet kunnen aarden. vleeschelijke liefde. met zout bedekt.). Asli. bekiadden. ATAS. Asing. Mengasoet. herkomst (zie ook Asal). Hadjar'oelasoed. zwart.). afzonderen. waken. niet tot iets beh oorend . voedster. kwaadstoken. Asjik (Ar. ook : van adel. Mengasingken.gunstig werkend.. ergens kunnen aarden. Asoet. zwart. Asmara (Sk.). bont maken. Mengasoeh (ook mengasoh). wat ingezouten is.

Isi astana. boveneinde. (gaan). Mengatasken. aangaat. en. naar boven brengen. Atas sala. op mijne verantwoording. . om later to veranderen. boven op . ook leien . allerhoogst . balkon.). Atap batoe (ook gendeng of genteng). voor mij. opheffen. enz. Di atas goenoeng.zichverheffen. wat mij beATAU.to loevert. Astaka. eon dak geven. (gaan). God beware! God vergeve me! God help me l enz. Mengatas. Beratasatasan. Di atas. hoogst. gebrande dakpannen. Astana (Sk. in do hoogte doen gaan. to loevert.mausoleum . . hof. dak. naar boven streven. Atap (of atop). ten lasts van. bij . naam van eon boom. aan stokjes bevestigde alang-alang-. ook. vorstelijk verblijf. front en tijdelijke troon bij eon kroning. Mengatjah. in hot gebergte. to mijnen opzichte. enz. pui. do landen boven den wind. verheffen. boven. oetawa). zie Artal. Atjang-atjang. dek. of. hof houding. uitmeten. voor mijne rekening. Mengatap of mengatapken. ook grafstede van vorstelijke of heiligverklaarde personen. stoop. Atap papan (of sirap). kirai-. treft. boodschappen. dekking. bovenkant. (uitroep van v erbazing). ook. die daartoe behooren. aanbrengen. bovenop. in de hoogte vliegen. op den berg. Atau (ook atawa. Atjang. Atjah. onderling om do overhand strijden. . in schijn iets doen. paleis. verkllkken. Atas angin of di atas angin.elkander een vlieg trachten of to vangen.en andere bladeren . van eon dak voorzien. bovenste. die gom geeft welke in de inlandsche geneeskunde dient. Negeri (of Tanah) di atas angin. ook voorgevel. ook do daartoe gebezigde. kleine platte plankjes van bepaalden vorm tot dakbedekking. Atal. Teratas. (iets anders to doen). ook ter verantwoording van.die maat meten. nipah. Atas. boven. boven den wind. enz. Astag'fir'oellah (of Astaga'flrlah 1). alien.

27 tot een e zaak maken. onzin praten. Atjapkali. tot aan hat. zal hat zoo zijn ? is hat zoo? is 't goad zoo? Mengatjiken. iemand in rechten betrekken. Mengatjapken. Atjar. gemengd zuur van ailerlei groenten . aanhitsen. gezwind. enz. Mengatjo. dikwijls. rechtsdag. Mengatjoem. doen gebeuren. tot aan hat eind ergens insteken . versnellen. ziel (van een doode. geleuter.de hand. bespoedigen. ook : staatsie. Atoeng. rechtszaak. kwestie. Atjo (Bat. praal (zie Oepatjara) . naar geloofd wordt. er in toestemmen dat iets gebeurt . een landstreek door hat water eon er rivier). (op het water) . dikwerf. onwijs babbelon. mogelijk. zaniken. Hari atjara. Mengatjarai. Atjap. Atjoean. overstroomen (bijv. met den vinger dreigen (ook met een wapen. Mengatjaraken. bezig zijn met atjar to maken. tegen elkander houden om to vergelijken . pleitbezorger. iemand heimelijk tegen een ander opstoken. Atma.). iets in zuur inmaken. dreigen. een proves aandoen. Mengatjap of mengatjapatjap. in een ander lichaam kan varen). wellicht. ook overstroomd. berechten. geding. (van een vlinder) fladderen.voorts : veal. kletsen. Mengatjarken. pleidooi.). van aile markten thuis zijn. iets geheel. procureur. in rechten betrekken. advocaat. Atji. zaak. Atjar tjampoer-adoek. uitspraak doen. enz. (zoowel van groenten als van vleesch of visch) . Mengatjapi. ATOE. gezanik . Bind in iets stekend. meermalen. vlug. Atjara. ingelegd zuur. model. Mengatjoe of mengatjoeatjoe. onder water geloopen. bij geval. Atjoe. Mengatjara. verbitterd maken.. --. in proces gooien. geklets. Atjoem. vaak. vergelijken. Atjar-ikan. Mengatoeng. vurig (zooals hat loopen van een haan om een kip in to halen). Pengatjara. visch in hat zuur. vervolgen. die. Mengatjar.

Awang-awang. naar de wolken. of n ja. schatten. in rangschikking. Awal (Ar. -koe. Oedang-atoeng. aanvang. krullen in letters. letterzetten. Atoer. lichaam. BABA. in onzekerheid verkeeren. firmament. enz. in geregelde orde staan. i. bevolking. in do hoogte gaan. Berawan. Awak negeri. regeling. hemel. steurkrab. enz. ordelijk. enz. Zen of 3en pets. beredderen. met do hand wuiven (bijv. epidemie. overzenden. wolk. of van zich zelf tegenover hem awak bezigen. Awan. Awal moela. Awak peraoe. bemand zijn. (mengatoerkenofmengatoeri) Beratoer. rangschikken. regaling . regel. yolk. aan dit awak toegevoegd). van den beginne af. lofwerk. knaapj e. waardeeren. wankelen. om iemand to roepen). taxeeren . Awak. persoon. betamelijk. scheepsromp. ook jegens een ander awak zeggen. bevolking. ook bemanning van hot schip. ook (Awar-awar). Dengan atoeran. opzetting.verklaring. yolk.). wuiven . Mengawan. 2 8 AWAI. orde. een boom. uitspansel. ook vriend. (meestal wordt hierbjj ter aanduiding van den ten. ook verklaren. (een spel) opzetten. Awar-awar. j ongetj e. Mengatoer hoeroef. rangschikking. rangschikking. wankelmoedig zijn . Ficus septica. ordenen. -moe. in gelid. geregeld. aanbieden. k ereltj e. Berawak. de eon na of naast den ander. bemanning. waarvan de fijngekorven bladeren met opium vermengd . bewolkt zijn.dobberen (van menschen). scharing. volgorde. bereddering. . Awang. algemeen heerschende ziekte. Mengatoer. zooals hat behoort. hem in den 3en persoon aanspreken. enz. ook voordracht. begin. d. getuigenis. Awai. makk er. Mengawai. welvoegelijk. ingezetenen . aarzelen. regelen. oorsprong. . scharen. Awar. Atoeran. in orde brengen. .

stuk. zaak. Awas. jonge. mengawasin of awasin (Bat. wegkappen. afstammeling van een chineeschen vader en een inlandsche moeder. BABA. Babakan (Bat. Topeng bakakan. wijd (van een opening). Dalem perkara ini ada does bab. Azimat (Ar. Babak. voorzichtigheid. stork aankijken. Soend. hoofdstuk. rondreizende inlandsche straat. Awas. pas ge- . enz. het is (was) een gapende wond . Soend. Bat. Babakan asem.).comedian ton. good bekijken.) = Djimat (zie aldaar). artikel. lang van duur. geschiedkundig geschrlft uit den ouden tijd. lang jong blijven. let good op ! Kijk good uit! Awet (Jav.). Babad (Jay. poort. Bat. inboorling van Chineesche afkomst. Baba (ook Babah). do boomen daarin vellen. Bab(Ar. voorzichtig handelen. enz. in dit geding zijn twee zaken. ook benaming van gegoede(?) inlanders to Batavia. de groote en machtige(vannAllah gesproken).).). lang good blijvend. voorzichtig. hot onkruid enz. Babad-Ambadad (Jav. uitstekend. schors. ook een erf enz. ook kroniek. geschiedenis.). bast van den tamarindeboom. ook scherp zien. Jang awas! Voorzichtig. Ambabadi of ambabati. B. Awet moeda. oplettendheid. en die geneeskundige eigenschappen heeft. categoric. oplettend zijn. door dit weg to kappen of to snijden . Azza (Ar. boekpens (van een dier).). de pens. de wond gaapt. bast. scherpziend. bedrijf. duurzaam. schors. uitmuntend. jang tiada terang.). Babal (Jav. scherp toezien. Azza wa djalla. niet spoedig op of versleten. rooien.). Babang. oplettend. gapend(van eonwond). dour. die niet bewozen zijn. Mengawasken.bij wijze van tabak gerookt worden. nauwlettend gadeslaan. een bosch enz. scherp toekijken. van onkruid zuiveren.). spel (van rondgaande muzikanten. Loekanja babang. enz. ook: geval. Bat.

veel aangekweekt voor do cochenilleccultuur. enz. Babi. uit elkander gedreven (van een leger). d. i. Membabar (ook membeber). doen als een blind zwijn. min. Sababat. Badak kerbau. do lepra in hot eerste stadium.). Babar (ook Beber). aardvarken (sus vittatus) . zoogster. enz. Kebabaran. Badak. ontrollen. meid. ook hot to voorschijn komen van een kind. uitspreiden. blindelings to work gaan. op hooter daad betrapt worden. sp eenvarken. eenhoornige rhinoceros. roode plekken op hot lichaam. Babi roesa hertzwijn . zwijn . Babi panggangan. ook begin. vallende ziekte. ontrold. Lidah badak. een zeil bijzetten. ook (Perz. plat. een paar vormen. Bat. een paar. enz. Babi panggang. Babi doej oeng of Doejoeng. tweehoornige BADJ. hoorn van eon rhinoceros . voortschieten.) .). Membabit. do bovalling. Babit. Tjoela badak. Bat. Sawan-babi. door stroom en wind afdrijven (van con vaartuig). Membabi boeta. Babar (Jav. een span (zie ook Babad). klokhen. Bintang babi. Baboe soesoe of Baboe tetek. Baboe (Jav. een heester. (bij hot spel) kapitaal. hen.. wikkelen. varkensvleesch . iemand of iets in eene zaak halen. slecht van gezicht. Bat.). aan flarden scheuren (van een zeil). enz. Babi oetan. zeekalf of zeevarken . oorsprong. beginkapitaal. . Badak gadjah. volwassen kip. Babon (Jav. Babi tanah. geplet. rhinoceros. hot geboren worden daarvan bij de bevalling. varken. Daging babi. dienstmeid.vormde vrucht van den nangka. ook de jonge nog niet harde schaal eener jonge kokosnoot. wild zwijn. uitgesproid. opuntia cochinillifera. gebraden speenvarken . op elkander gelijken. Baboer (zie ook Lamoer). de planeet Venus. Badam took Sakit Badam of Penjakit badam). betrekken. Babas. kindermoid. 2 9 rhinoceros. logkip. Babat.

romp. dwerg. Badjing (Jav. dat tot op de heupen reikt. weldaad. pondspondsgewijs bijdragen (bijv. met een geplooiden of gevouwen halskraag . aardrnannetje.). tot betaling der kosten van een openbaar gebouw. Gelang bad jang. zeeroover. omdat de zaadpluizen er van zich aan de kleederen vastzetten. Badjoebelah dada. Badan. ploegijzer . ploegen. ook (bij timmerlieden) zwaluwstaart en stelten . Tiang badjak. een vorm hebben. enz. hot welzijn. een lichaam. Badjoe. strijkbord aan een ploeg . wig. armen en beenen. Bgrboeat kabad jikan. Perampok di laoet). radon. gedeelte van hot lichaam zonder hoofd. een kort dolkm es met een snede. welzijn. Badjik = Balk. ploegstaart. wel doen. Badjang-badjang. Membadjak. Bat. een soort geest. Mata badjak. Bat. Soengkal badjak. een soort kiel. to zamen bijeenbrengen. chysopogon aciculatus. Badati (Har. Badjang. ploegijzerbeen. een lange badjoe met aan . Bad joe ajah. Gandar badjak. een armband van garen ter bezwering van vorenbedoelden geest. Badjoe raja'. een gesloten vest zonder mouwen . Bade (ook Badik of Bade-bade). zeeroof plegen.). gissen. (zie aldaar). hot ploegen . deugd. enz. op de borst open . Membadjak. Bgrbadan.amandel. Badjoe koeroeng. welvaren van hot land. pad der deugd. welvaren. kleedingstuk tot dekking van hot bovenlijf. geheel gesloten nauwsluitende badjoe. idem. veronderstellen. idem. jak of kort gesloten jasje. vermoeden. Badjoe serodja. ploegschaar. keg. eekhoorn. een soort van borstrok . Bade. een vest met korte mouwen . Badji. Badjak. n auwsluitend buis. Bad joe meskat. Bad j oe takwa. Badjak (Jav. (ook Badjag. lichaam. ploeg. Kabadjikan.). (Zie verder Weloekoe). een zeer lastig gras. Bad joe pokok.). Djalan kabadjikan. Kabadj ikan negeri. kabouter. 3 0 BADJ.

achtbaar. gespierd. koekjes van sagoe met kanari. Bagawan (Jav. voorts. buikgordel (zie Bedong). omtrek. ter dege afrossen. of van sagoe alleen bereid. halte. onderdeel. . de omtrekken van iets af. Bagan. bovenkleed. bona.).). wijders. Berbagal. malienkolder. heilige. als. onderbuis. clown.of uitzetten of of bakenen. zoo ook. ook de metalen vleugelvormige versierselen. iets naar willekeur behandelen. harnas. tijdelijk gebouw. Memoekoel. grof gebouwd. Badoet (Jav. Badjoel (Jav. robust. flanellen of wollen buffs. BAGO. gelijk als. ontwerpen. Badjoe kadjari. bloemstengel van de cocosnoot.).). borstplaat. jong van een kaaiman. Bagaimana. nar. grappenmaker. Berbagan. verschillende. Badjoe besi. allerhande. alligator. enz. sabagai poekoel. ming van vorstelijke en heilige asceten. Bagai. platte grond. een lange badjoe met lange wij de mouwen . zich tijdelijk ergens bovinden. iets row schetsen. enz. soort. duchtig. Bad j oe dalem. ook kaaiman. Berbadjoe. Badjoe rante. duchtig. potsenmaker. Bagea (Mol. Membagan. naar verkiezing met iets doen wat men wil. hoedanig. op welke wijze. Sabagai. ter dege. Badjoe papas. enz. Sabagal poela. Membagaiken. kiasse. wijze. komiek (in de inlandsche schouwspelen). Bagal. die aan hot achterhoofd en bij de ooren gedragen worden bij vertooningen van den Wajang-orang. aard. . ringkraag. ook buikband. Bagas. ruwe schets. (van den wind) stork. allerlei. zooals hot behoort. bivouac. zooals.) (ook Banjol). een badjoe aanhebben. eerwaardig. Badjoe loear. op bivouac zijn . verscheidene. rustplaats.de poison nauwsluitende armen (vrouwendracht). Bagaibagal. aanbiddelijk. in soorten . gestadig. Badong (Jav. ontwerp. evenals.

ongeluk. zijne (hare) gelukzaligheid.). Gnetum gnemon. Pembahagi. Bahagia (ook Bagia). Bagitoe. aan) God. aldus. lief. alle lof zij (voor. Bahagi (ook Bagi). een mooi huis. ministerie. mazelen. dus. enz. zich opdirken. Adakah bagimoe bapa? Hebt gij een vader? (Zie verder : Bahagi). schoonheid. deeling. gever. mooi maken. lieftalligheid. mooi voordoen . geluk. gedeelte. deelen (onder elkander). die in hot gewone leven alleen aan een regeerenden worst gegeven wordt. Sakit bagoes of Babagoesan. ten nutte van. . voor. mooi opgeschikt. bestuursafdeeling. departenlent. verdeeld zijn. van buitengewone maar geproBAGO. aldus. deel. zoo. ten gebruike van . Bagini. schoon. . Perbahagian. Bagral (Ar. wat door deelingverkregen wordt. Ada bagikoe doea soedara.). aanminnig. een schoone. nood. lieftallige vrouw. hell. Bahaja. een titel. ten andere. mooi maken. Baginda. Membahagi. (bij hot kaartspel) geven . Bagoes. Terbahagi. verdeeld . Berbagoesan. zus en zoo. verfraaien. gelukkig. Bagoer (ook Djagoer) (Jav. portioneerde lengte (van menschen en dieren). lieftallig. op doze wijze. fraai. onderdeel. een boom. Segala poedji bagi Allah. Bagoe. enz. Bahagian pamerentahan. mooi. onderdeel. Berbahagi.Bagi. ook de pokken. dus. voorts. fraaiheid. Sabahagi lagi. Bahagian tanah. muilezel.). verdeelen. ik heb twee brooders (zusters) . deelen. anderdeels. op die wijze . gevaar. zoo handelende. ook -ajoe (Jav. zoo. dus doende. van welks bast stork touw wordt geslagen. Bahagian. deel. Bat. Membagoesken. Sire". en dus overeenkomt met ons Zijne (Hare) Majesteit". deeler. verdeeling. Roemah bagoes. Perampoean bagoes. wijders . gedeelte van een land afdeeling. Bagini-bagitoe.

klinken. beschaafdheid. Membaham.chaafd.. waarlijk. schoon. Bahar. beschaafde. spreekwoord. verheffen. de stem. zich behoorlijk. Melangkah bahasa. Bahasa dalem. moor. uitdrukking. gevaarlijk. Baharoe (ook Baroe). BALK. spraak. Berbahana. versch. goede manieren kennen. taal met vreemden tongval. Bahara (ook Bahari). ja zeker. weerklink-en. Berbahaja. Orang baroe. langzaam eten. in gevaar brengen.Akar) . nagalm. nieuw jaar . gezegde. Bahasa tjampoer-baoer. Dengan sabahoowanja. hoftaal . schreeuwen. Membahasaken. Memberi bahaja. Bahkan (ook Behkan). manier. in eene taal uitdrukken. fatsoenltjk uitdrukken. 31 groote rivier. ongeluk. (van menschen) kauwen met gesloten mond (van koeien enz). enz. enz. stem. Taoen baroe. Bahoe. geweld maken . Bahtera. tegen den goeden Loon handelen. woord. Bahana. nieuw. volmaakt.. Akar bahar. nieuweling. conventioneele taal. inderdaad. nagalmen. gekuischte taal . Bahasa. . vaartuig. herkauwen. zooeven. pas. gemengde. geluid. Taoe bahasa. baar. ja. een groote pigs water. vertalen . een zeogewas. zee. hebben. be. geraas-.. echo. gevaar veroorzaken. geraas . kies van verstand. Baham (ook Ba'am). voorwaar. (zie ook Poendak). zeker.(ook Mara bahaja) . volmaaktheid. (zie. kaak. schoonheid. schouder. nieuweling. overbrengen. Bahoewa (ook Bahwa). dat. Bahasa sahari-hari. klank. taal. Mengamboerken bahana. gevaarlijk zijn. Bahasa katjoekan. in gevaar zijn. enz.z. Perbahasa ook Perbahasaan spreekwijze. schuit enz. gillen. Bahasa aloes. wezenlijk. ter dege. zoo is het. dagelijksche omgangstaal . Bahla (of bahala). Bahar. onlangs . ook toon. ook uitmunten in schoonheid enz.

Bajan. verlof geven. Cladostachys frutescps . ook minzaam mensch. een good. pas good op. duurzaam. Bajem toer. onevenredig dik van lichaam (bijv. die meerendeels eetbare bladeren geven. enz. Amarantus spinosus : Bajem besar. schaduw werpen op sets. . wel. Sabaja. goedschiks. hot met iemand weder goad maken. in orde. Bajem selasi. enz. Balt'oelmal. repareeren. schim. Balk orang. -denzelfden leeftijd. Orang balk. als onduidelijk beeld to voorschijn komen. enz. ook iemand good doen. schaduwbeeld. weldoen. spinasieachtige plantensoort . van dozelfde soort. soort. -slag. Bajak. Bajem betoel. (ook Bajang-bajang). Balk-balk. gezond. alle van d e natuurlijke familie der Amarantaceae en eenjarige gewassen. Chenopodium filicifolium . welvarend. goedschiks. (Zie verder Kebajan). Dengan balk. Amarantusmelancholicus.. hotzij duivel. degelijk. of Amb. repareeren.zijn. hetzij. Bajem doers. . hot heilige huis. aan den dag komen. . Terbajang.) = vergunning verleenen. Kasi balk (Sap. schaduw. deugdelijk. herstellen. verbeteren. Membaikken. de tempel to Mekka . sets verbeteren. Bajem merah. de moskeekas. Bajam (ook Bajem.Bajem sajoer. let wel op.). . hetzij mensch 32 BAIT.. goad doen. enz. do schatkist. (zie ook Benar). van eon hoog zwangere vrouw). braaf. gaaf. Sabaik-baik of sabaik-balknja zpo good mogelijk. groote ~groene papegaai. toestaan. Bajang. Membajangken.~Membangi. good. Amarantus retroflexes. hoe good ook. Bait (Ar. zich opdirken. -maken.Balk. Bajem ekor koetjing. . Balt'oelharam. . voorzichtig ! Membalki. Baja. Amarantus oleraceus. hetzij . Amarantus paniculatus. beschaduwen. Celosia cristata. slag. Berbajang. ook maar. balk setae. deugdzaam. deugdzaam. huis .

wind. schaduw op sets laten vallen. vervullen. ook wat men op reis. ook do benaming der verhouding tusschen do verschillende vrouwen van eon man.). eene gelofte vervullen. . oorsprong. mede-vrouw. betaling . Baka. sets BAKA. Bajoeh (ook Wajoeh). z. Memboeang baka. pas geboren kind. bestendig. wicht. door handelingen etc. Membajar. stam.). Penjakit baka. Bak (Chin. ook voor anderen betalen. wat iets moot worden. duurzaam. Chineesche inkt. onsmakelijk. betaalmiddel. sterven. waarvan sets moat worden geBAKA. enz. (verg. erfelijke ziekte. om haren man to ontvangen. do materialen voor eon huis. betalen. ook : hot aanstaan- . enz. Mamba jar kaoel. jang fans.). gemaakt. beurt. eenigszins bedorven door to lang liggen. erfelijke aard. zware wind. enz. d. enz.. aan velen uitbetalen. betaler. onrein. made-echtgenoote. zijne schuld betalen . eeuwig. enz. aflossing. Bajar. kanegeri jang baka'. zijne of komst verloochenen . doch niet bepaald bedorven (van spijzen bijv. geslacht. vervulling. ras. Mamba j ar ~oetang. volbrengen . Bakal roemah. voldoening. Membajariook Membajarken. Menimboelken baka.. voldoen. betaling. Bajoe (Sk. zuigeling. Pembajar.. ook van smaak veranderd.op sets schaduw werpen. Baka' (Ar. Maroe). zijne of komst verraden .).g. Pembajaran. Oost-Indische inkt in verharden vorm. of komst. stormwind. ook een Chineesch spel.). Baji (Jav. Poelang ~dari negeri. klein kind. (wanneer doze moor dan eene vrouw heeft). Bajat (Membajat) padi op hot kweekbed zaaien. beschaduwen. Bakal. medeneemt (ook Bgkgl) . klierziekte. uit hot land der vergankelijkheid teruggaali naar hot land der eeuwigheid bestendigheid). vormd. i. ruwe stof of grondstof.

ook (Jav. een waterplant met wormdrij vende eigen- . de voorteekenen der kinderpokken. ook maken. voorbode van den naderenden of opstekenden wind. Bakiak (Bat. do verloofden. eon sierplant met geneeskrachtige eigenschappen. onstuimig. ophitsen. gehangen to worden. brandhout . Bat. Baki (Holl. die niet moor menstrueert. Membakar. voorbode. volgepropt.). Voorts Pancratium zeylanicum met eon zeer verg-If tigen bol. ook voorspellend voorkomen van iets. en vol. evenals een andere soort. . fig. tot iets bestemmen . die zullen trouwen . -veroorzaken. die Crinum bankanum genoemd is. Bakat angin. Bakal di gantoeng. presenteerblad. Bakoel. botsende golven.). Mgmbakalken. gebakken steen. voorteeken. die bestemd is. bUjv. blaken. Bakal. (Jav. branden. die do waren in hot groot verkoopt aan wederverkoopers in hot klein. ook aanblazen. bakje. en Bakoeng ajar. Bakat ketoemboehan. brandstichten. Akoe bakal pergi ka Sgmarang. Membakar besi. bakken. mand. schade lijden door brand. een brandend (of afgeebrand) huis. verkooper of koopvrouw. Bakal radja.de huis. 3 3 deksel . Bakoeng. hartzeer aandoen. jaloersch maken. eene vrouw. (Membakar hati). ook brand. Batoe bakar. Membakal. ik zal naar Semarang gaan). Kajoe bakar. do vermoedeltjke troonopvolger. hot branden. Crinum asiaticum. Roemah terbakar. ook hot ophouden der menses bij vrouwen van zekeren leeftijd. enz. zullen (wordt gebruikt tot het aangeven van het futurum. Chamaecladon augustifolium. korf met of zonder BALA. Ba at. onder hot koken gestremde of geschifte melk.). Baker. houten klompen (indische). branding. ijzer heet maken.). aangeven. Pgrampoean bald. Bakal kawin. Bakar. den ruwen vorm van iets nemen. Kabakaran. metselsteen.

Membales. krijgsmacht. antwoord. vergoedi ng. bezoeking. Bakti (Sk. Bat. Balan (Jav. Bala (Sk ). leger. Bala (Holl. Berbalan of Berbalan-balan. vergelding. sprinkhaan . terug doen. Balah (Mgmbalah). aanbidding. de Albinoziekte. Bakoep. tijdelijk logis voor vreemdelingen. Stenocoris varicornis. Balas (ook Bales). enz. ongeluk. eerbetoon. wedren. Balai (Membalai). betwisten. enz.. wat men terug doet. die aan de voorgalerij van hot paleis verbonden is. ook opene vergaderzaal. Balesan. . aandoening der longen . gezwollen. de stinkende sprinkhaan. Bala tentera. verheven bolrond. Balai pgranginan. lusthuisje. Membalesi. laten begaan. Balang sangit. enz. teruggeeft. opgezet. rustbank (verg. hulde betoonen. belooning. Balang. Membala of Bala. zwelling.). open gebouw. ook : beproeving. Bala seni. tering. enz. wit.. witte vlekken aan handen en voeten. Balai (ook Bale en Bale-bale). eerbied. hulde bewijzen. beloonen. vereeren. bezoeken. yolk. race. 3 34 BALA.. kommer. koepel. lager.vergelden. litteekens van striemen op 't lijf hebben. danspartij. ziekelijke opzetting. met onverschilligheid behandelen. dansen (als Europeanen doen). albinokleurig. iets in to brengen hebben tegen. vergelding. Bgrbakti. de vorstelijke gehoorzaal. striem . ongemak.. beantwoorden. waar de vorst zich in het openbaar vertoont. onheil. Balai-roeng. enz. iemand vergelden. striemen op zijn lichaam hebben. eerbied.). Bala. vergoeden. Membalal) beproeven. striemen overdekt. beantwoorden. dienst. Balai. bank. hulde. vereering. Bgrboeat bakti. Balangan (ook Balapan). beloonen. dienst. dans.schappen. Balar (Penjakit balar). wederstreven.). enz. met MALEISCH-HOLLANDSCH. Amben). dienstbetoon.

enz. draaien enz. Pembaloet. omgekeerd. Baloewerti (Port.). omwikkeling. Patah kemoedi dengan bamnja. alle hoop is verloren. d. beenderen en (ook Djengger-ajam). ook Jav. enz. bolwerk. wat omwonden. zijne woorden verdraaien. verbinden. ook zwelling der oogen (door hat huilen) . ook heen en wader gaan. enz. inwikkelen. bedrog. enz.. zware stem. . meerderjarig. Balila. Baliloe. omgedraaid . bergkristal. in de zon gedroogd vleesch. ongelooide huid.) been. rugzijde. volwassen. bedriegerij. des onderscheids gekomen. Poeter-balik. nu zus. . hat onderst boven gekeerd. ingewikkeld is. dwarsbalk op Indische vaartuigen. Maranta dichotoma. enz. ook straf. terugkeeren. belooner. hat tegenovergestelde. kam van eon haan.). i. ook zwelling. Membalik. Baloeng. Baloer. veel gebruikt voor hat maken van . Akalbalek of Akil-balig). hals over kop tuimelen. omwinden. kristal. hat omgekeerde. achtergebleven. dan zoo. Kebalik. dwaas. hat roer en zijn dwarsbalk zijn gebroken. balk. verraad. . zoowel aan den mast als aan hat roer. mondig. zware bastoon. Bolak-balik. rijp. een plant. draaierij. ook eon kind in slaap sussen (Membamken) . Baloet. huwbaar. windsel. enz. windsel. verband. weduwe of weduwnaar. zwelling door een slag of striem . onzinnig. verband. hanekam. Baloe. ook zwellnn (der oogen) . tot den leeftijd der puberteit.. nagelaten echtgenoot. Balig (Ar. een tot de familie der Cannaceae behoorende plant. Balik. keerzijde. ook : fopperuj. enz. Balok (Roll. hat tegendeel. vergelder. verdraaien. Terbalik. omgekeerd. (ook Akal-balig. knook. boom.). zich omkeeren. omkeeren. BAMB. . Terbolak-balik. wenden. Membaloet. Bamban (ook Bambang). verbonden. tuchtiging. terug.Pembales. Baloetan. Barn (of Baam).

Bamboo tjina. vlag. Schyzostachyum Blumei . Bamboo seritkoeda. Melocanna Zollingerii. Van doze tot de natuurlijke familie der Graminaee behoorende nuttige planten maakt de inlander zoowel zijn huis. een zeevisch (ook Bandeng) . enz. Bamboo andong. Melocanna viridis . Bamboo doeri. een visch. Bamboo gading. hat met elkander eons zijn en heimelijk verkeeren van twee minnenden. Melocanna brachyclada. Arundinaria glaucescens. Bambusa serpentina. Bandang. Membandang. hard wegloopen . Bambang.matten. Bambusa elegantissima. en gro enten. Bambangan. als allerlei gereedschappen. Bambusa apus. item. maculata . Schyzostachyum durio . Bambusa vulgaris.). wimpel. Sjah-bandar. Perbandaran. kreeften.). bankier. Bamboo bitoeng of -betoeng. degeen die de bank houdt en de kaarten uitdeelt. eon Chin eesch gerecht van eon soort macaronis of vermicelli (mi) met varkensvleesch. Bamboo boeloe id jo. Membandangken. ventrea-terre laten loopen. ook Bamboo tali. Bami (Chin. Bamboo toetoel. havenplaats. haven. enz. Bamboo ampel. spek. garnalen. Bamboo boeloe akar Melocanna gracilis . Bamboo boeloe koening. Bamboo woeloeng. hoofd eener havenplaats. ook (bij hot kaartspel). voor huiselijk of dagelijksch gebruik. Bamboo BAMI. Gigantochloa robusta. Bamboo apoes. Bandar. Bamboo. plat en breed. Bambusa nigro-ciliata en Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. havenmeester. hollen. vergroot (van de maan) . vaandel. Bandera (Port. Bambusa vulgaris var. ook Bamboo ater. korfjes en mandjes. Bamboo djawa. hoofd der kooplieden. Bat.). op hol slaan. Gigantochloa atter. Bamboo oeler. havenkantoor. Bamboo-riot. ook. Bambusa verticillata. Bumbusa fera.Bandang (Jav. laten rennen. . Bamboo kerisik.

Membanding. enz. Zie ook Sangat. hooge schoft . ook eelt of gezwel aan de schouders tengevolge van h et vale dragen. bespoedigen. Bandil. ook : streng. eene rij. hoererij .). enz. roodgeverfd kleed. rood. Kabandjiran. hardhoorig. lofwerk. verhaasten.. enz. bluf- . hangmat. 3 5 weerga. enz. Milt. Band jir (Jav. om er iets in of aan to hangen. vergelijken . Tiada bandingnja. door eene overstrooming overvallen. ook boel. Bangar. Bandot. overstroomen. enz. obstructie. iets met een slinger gooien. Bandoel (ook Bandoelan). evenbeeld. slinger. Jav. enz. forceeren. haastig. vanghaak (wapen der gardoewachters.. bok. een sluiting met geweld openen. uit de oevers treden (van eon rivier. ruw. BANG. gelid. onaangename reuk. Bangga (Bat. een warme drank. eenig . tegen over elkander stellen. pronkzuchtig. pendant. Bandji (ook Bandii-bandji). met een slinger werpen. Bangal. Banding. op eon rij. voorts: Membanderek. ram. leven maker. enz. wat met iets vergeleken kan worden. boeleerster. schommel. gaffelvormig instrument. blufferig. rij. enz. in gelid staan. Bandjar. gedoornde vork. Bengal). Membandering.. Bangat (ook Bangkt). Berbandjar. onvergelijkelijk.Oostindisch-doof(verg. fatterig. tieren. ook : ondeugend. hooge rug. overstrooming.). enz. twee voorwerpen met elkander vergelijken. Bandering. stank . Bandok (ook Bondok). bereid met gember. roosterwerk. hangende wieg. koppig. onzuiver van smaak of reuk. om dieven. eon gelid vormen. Bang (= abang). grootspreken. Ka'in bang. ook franje. ook : razen. aan to houden). enz. Membangatken. Membandingken.) . echtbreuk.). onverwijld. stinkend. spoedig. lets dat gebruikt wordt.Banderek (Bat. verstopping.

een pad. 36 BANG. bluf.. enz. Membangoen.fen. niezen. Membangkitken perkara jang lama.). wordt ook in de inlandsche keuken gebruikt. Ban?koedoe (Bengkoedoe of Mengkoedoe). Bangkong. Bangkoe (Roll. dakrib. Bangkit. een groote kikvorsch. Malt). Bangkes (ook Bebangkes of Bebangkis). zich oprichten. opstaan. verstokte (zondaar). een huffs bouwen.. inrichten. of Port. ook ophalen. maken. enz. opkomen. oprijzen. dakspar. Ipomoea mamm osa : eon slingerplant met eetbare knollen. vischkaar. dat bb wijze van schadeloosstelling voor eon vermoorde betaald wordt.). Banglok (Chin. Bangoen.Membangoen negeri. verwijt. verstokt. Bangoen. doen oprtjzen. rustbank. opstaan. Membangkitken. Bangkawan (ook (Bengkarah). Membangoen peraoe. voetebankje. bouwen . enz. verwijten. Membangoenroemah. Bangkoewang. uitkomst. Bangkawara. fatsoen.opstaan. voetebank. Bangle (ook Banglat). Bangkit. een groote pad. oude zaken oprakelen. koppig. bank. Membangkitken. dood lichaam. bewezen dienst of weldaden verwijten. heeft ook geneeskrachtige eigenschappen. zich verheffen . een vaartuig op stapel zetten. (een scheldwoord). een boom. Bangkai (ook Bangke). Mem- . verwijting. oude koeien uit do sloot halen. zich boven de kim verheffen. enz. kreng. halsstarrige. Zingiber cassumanar: een overblijvende plant met goneeskrachtige eigenschappen . bouworde. oak: vorm. Morinda citrifolia. opstaan. halsstarrig. bloedgeld. lijk. Membangkit. Bangkoe kaki. gestalts. iemand aan bewozen diensten of weldaden herinneren . een stad stichten. ook iets vormen. uit wiens bast en wortels een roode kleurstof wordt getrokken . (verg. Membangkit. zich oprichten. enz. grootspraak. enz. voorhouden.

Bangsa tj ina. lucht (veroorzaakt bijv. van goede of komst. stand. natie. gespuis. voor hot een of ander. yolk. ook . bangoeni. (van een kind). Bangol. snuit. Bangsal kareta. Bangoes. gauwdief. postuur. de familie der mieren behoorende.). stam. Bangsawan (ook Berbangsa). als eene soort beschouwen. als eon vagebond leven. schurk. boef. vagebondeeren. in den adel verheffen. enz. iemand wekken. Bangoenan. Bangsal. inlandsche bamboezen fluit. ongehoorzaam. kaalkoppige ooievaar. wakker maken. booswicht. op een fluit blazon. -d j awa. enz.. ooievaar. menigte. ook wandluis. dwarsfluit. marabout. schobbejak. onverbiedeltjk. . met of zonder bewanding. vieze reuk. ook iemand wekken. loods. gedaante. op zijn meest. waaronder rijtuigen. in hoeveelheid van. hoeveelheid. die wachten moeten. vorm. van eene aanzionlijke familie. Bango tongtong. om naar hot een of ander to kijken. veal. Bangsa semoet. eerloos mensch. wakker maken . Banjak. Membangoenken. enz. fluit. de zwartgevlekte. geslacht. talrijk. schavuit. enz. aantal. een dak op sti jlen of jukken. reiger. Membangsat. zooveel als. familie . canaille. wagenloods. van een aanzienlijk geslacht. enz. snoet. Sabanjak. Bangsa koelit poetih. Europeaan. Bangsing (ook Bangsi). een loods. hardhoorend. Bango. Javaan of inlander. enz. smeerlap. Banian. do fluit bespelen. enz. Bangseng. ook gebouw. ondeugend. tot eene soort rekenen. door hot dooden van eon wandluis). Bangor (Bat. torentje. borstlap. schelm. veelvuldig. Berbangsing. enz. Sabanjakbanjaknja.BANG. of voor iemand opstaan. enz. blanke. enz. van adel. stank. soort. evenveel. vagebond. . een Chinees. stout. Membangsaken. schuilen kunnen. tot hot geslacht. Bangsat. spitsboef. Bangsa. BANI.

enz.. kussen of klos. onderlaag. slachtvee.zooveel mogelijk. Bantal penjangga. enz. enz. zwartsel voor de tanden (hat water der cocosnoten. Bantah. Ban jak (Jay. kussen. Membantahken. adjudant.. slachter. waarin roestend ijzer gedurende eon pear weken wordt gedompeld. laagte in zee (bijv. ruzie met elkander hebben. eon gevaar of wenden. Banter. Membantar. . (over de een of andere zaak). Banjon (ookBanjoe en Bebanjon). wet op eon kussen gelijkt of als zoodanig dienst doet. dooden. heraut. de veeren van BANT. . geschil. door bijvoeging vermeerderen. Bantal. Membantah (ook Membentoh). Psmbantai. ook met zijn velen jets doen. overbrenger van 's vorsten bevelen. enz. weerstreyen. enz. eene ondiepte. stager. 37 eon rijtuig rusten. twisten. hoofdkussen. ruzie met elkander hebben. stootkussen tangs hat boord van sloepen. ook meerderheid. en dat met looizuurhoudende schillen van vruchten eon zwarte inkt geeft). Membantal. eon gedeeltelijk zichtbare zandbank. wederstreving. bezweren. enz. in niets toegeven. rolkussen. enz.). eene ziekte in Karen voortgang stuiten. Membanjakken. Bantal kapala. tegenspreven. gaps (zie ook Gangsa). Kabanjakan. vermeerderen. redetwisten. slachten. Membantai. Banjol = Badoet. vleesch van geslacht vee. M®mbantahi. tegenspreken. eene ziekte coupeeren. tegenspreken. to veal. Berbantah (ook Bantah-bentoh). stijfhoofdigheid.. lets als kussen gebruiken. . enz. redetwist.). enz. tegenspraak. veal maken. Binatang bantaian. hat aantal van jets vergrooten enz. Bantara (of Bentara). Memban jaki. twisten. stootkussen.. iemand tegenspreken. neerslaan. elkander tegenspreken. . Bantal gosling. Banter. waarop bijv. Bantai. veelh eid. Bantalan.

M®mbanting. eon jongen boom. Banting.). Membantoe. helper. bijstand. Membantoen. huip. enz. enz. mengsel. huip verleenen. geurig rieken of stinken. niet good gerezen.kwakken. gecoupeord.. ook beletten. verschalen (van wijn. praten. eon oppervlakte van 500 0 rijnlandsche rooden of ± 7096 0 meters. enz. Baoek. (van ziekten. Banteng (Jay. smijten. met elkander mengen. Bantjoeh. 38 BANT. eon luchtjo hebben. bijv. schatting. door. hermaphrodiet. bijstaan. Bantjang.neergooien. schatting. niet voleindigd. vermenging. vol (van den hats onder de kin. helper . neersmijten. die onder de kin samenkomen . Baoek ook Bawoek. steunen . door eon beard. kwee (Orang bantji). keuvelen. reuk. Baoe. enz. gestuit. ook dof van kleur.Bantat (ook Bantoet of Bantet). ook : ongelijk van grootte (bijv. Membantji. enz. geur. Bantjl (Jay. gear en ongaar door elkander. Bantjet. wilds stier (zie Seladang en Djawi). verhinderen (Membantjangl. Bantjoehan. bijv. hot ~wilde rund. geurig. Bantoen. vermengen. springer. halfsleetsch. kouten. huip. puisten) niet tot algehoole rijpheid gekomen. Pembantoean. Bat. Berbaoe of Bebaoe. Bantoet.). mislukken. boomkikvorsch. Tjambang baoek ook Bewok. Bantoe. (van gebak. niet wel doorbakken. niet . tweeslachtig.). Baoe. op den grond smakken. eon plant met wortel en al uit den grond rukkon. Bantjoet. Bantji. van eon span paarden). onder. enz. eon kleine kikvorsch. Membantjoeh.). geur of lucht van zich afgoven.) ook (als gemeen. contributie. niet hear goheele verloop hebben. mislukt. Pembantoe. enz. bakkebaarden. vorschoten. mengsel. ook verschaald. helpen. contributie heffen. laag scheldwoord) hoerekind. Banting of Terbanting. lucht. babbelen.

wordt ook gebruikt om eon wenschende wijs uit to drukken. Boekan sebarang. moge doze brief aan den hear A. Bare. enz. Barang. waren. vermengd . Bare-bare (Bat. ongewoons. koopwaar. moerassig bosch. jets ongemeens. stiefvader. Barang. inlandsche comodianten. wet ook. Baran. die langs do straten hunne kunsten vertoonen tegen eene kleine betaling. . Bapa boengsoe. mongon. gowoon. Bapa gods.hot aanzien van nieuwheid of frischheid vertoonend. Bapa ketjil. enz. ook : Mangifera foetida (anders Batjang). al wet. wet ook. Barang sabagainja. eenig. Bapa tjiiik. Barang ampat bidji. Membaoer. Barang. ontsteking. waponplaat.). brabbeltaal. Perkata~n t. Baoer. dikwtjls verkort tot Pa'). borstplaat. al dergolijkon. . enz. Tj ampoerbaoer.~ onvers chillig wet . Barah. jets. Barangkali (ook Barangkala). koopwaar. Barang siapa.. Babi baran. goederen. glooionde kool of asch . ongeveor vier stuks. gomengd. pleat met hot landswapon dat de politieen justitiebeambton dragon. Bapa'. ook : 't is al wel. goedoren. jongsto idom. goedhartig. dat . Barang ape. eon sterkriekende manggasoort. have en good. wie ook. . moeraszwijn. j ampoer baoer. bagage. bloedzweer. Topeng Barang.: Barang di sampaiken soerat ini kapada toean . kwaadaardig ontstoken BABA. Barang dagangan. wie ook.A. komfoor. test. Perbara. moorasbosch. Bapang.. dooreengohaspeld. ding.n. zoo wet. bijv. kleeding. vormengen. good. zweor. ten zeerste vermengd. alledaags ch. Sebarang (ook Sembarang). dooreonhaspelen. stoof. Bapa tini ook Bapa koewalon. oudste brooder van vader of moedor . Barang-barang. bezorgd worden . . zoo wet. al wie. Bapa toewa. Tandak Barang. dingon. vader (in hot algemeen ook gebruikt tegenover moor bedaagde mannelijke personen.

Baring (Jay. Bares (Jay. west.). West half Zuid. gelid. West-Noordwest . Bans di bawah (ook Kesra). . hot westen (ook Koelon) (Jay. melaatschheid. . hit teeken voor de o en oe. nieuwelings. pas. hit teeken voor de a. Berbaris. 't is mogelijk dat. Barat di kanan d jaroem panel jang. zoo even. kamfer. waarschijnlijk. ligplaats. neerliggen. enz.). Barat tepat. windsel. Barat beret laoet. Berbaring. a.). v BARE.op welkon tijd ook. liggen. Bat. Bat. Baroes--Kapoer baroes. rechtwost. Berbarik. Barat laoet. hit teeken voor de i en e. op hot oogenblik. mogolijk. Baring. Membarmg. verband. Soend. eene rij vormen. . Barat di kanan d jaroem pandak (pendek). to ruste liggen . enz. Bans di depan (ook Dlamma). Pembaringan. Bans. reeks krijgsvolk. to zamen. Bank. . enz. tegeiijkertijd.. oxerceeren. Baroesan (Bat. geaderd. Barat di kini d jaroem panel jang. wellicht. Bares (ook Penjakit. Bans di atas (ook Fatah). zwachtel. . Noordwest: Barat daja. zoo juist. eon bui uit hot westen. hit teeken tar aanduiding dat een medeklinker gain klinker heeft. West ten Noorden. in gelid stag. dus sluitmedeklinker is van eon woord of letter. Barisan. rustplaats. rij. West ten Zuiden . Membarlngken. roijaal. Baroet. gezamenlijk. enz.. neerliggen. Bans mati (ook Djezma of Soekoen).). neerliggen. Barat di kiri d jaroem pandak (pendek). zoo net. Membaris. liggend rusten. Zuidwest. ook openhartig. Baroe (ook Bahroe) zie Baharoe. West half Noord. zware westenwind. gemarmerd. ader zooals in mariner. misschien. eene reeks. liggende zijn. zwaar wader.of Sakit bares). Barat. greep . geregelde troop krijgsvolk. eon oogenblik geleden. ook exercitie en benaming van een klankteeken . dat.

Bata timah. enz. Batal. ziekelijk. verijdeld. niet doorgaan. rat. eene vrouw. rat goad. boomstam. Basal api. aarzelen. enz. ook schotel. Membatalken. dessert. aarzelend. Base. tengevolge emir ziekte . eon verband om jets liggen. extra. die van den hals tot aan den gordel reikt . tot bederf overgaand. Batang poehoen. eon schuitje of blok tin . Bata-bate. omwinden.). die bij feestelijke optochten op straat worden vertoond. Membatali. garstig. hooggelegen droge grond. (Pembasoeh). Basal. gistend. Batang . Membasik®n. Perampoean basi. enz. opgeld. Bata.band om den bulk der kinderen . disconto. Zie Bahasa. Baroet gantoeng (ook Oto). enz. enz. vergeefs. ziekelijke zwelling.). vochtig . Basi.. plunderer. disconto berekenen. die uit hare schaamdeelen stinkt. Basoehan. Basahan. order water dompeion. Membasahken. Barongan (Jay.. mondwassching. waarin eten wordt opgedischt en muf. enz. BATA. ondertrouwen . onaangenaam riekend. -. doer mislukken. stain. opgeld nemen. Basoempa (Mol. duf. in bet algemeen eon platte langwerpige klomp. 8 9 Basah. Batak. de roos (ziekte). omzwachtelen. Membaroet.ook eon eed of liggen. ondertro uw. Bat. groote pop. of druipnat loopen . aarzeling. wat bestemd is om rat gemaakt to worden. tegel. gebakken vloersteen. rooven. mislukt. ook met natte kleederen. wat gewasschen moot worden of tot wasschen diem. droge grond aan den voet van eon berg of heuvel. rat. Baroh. naam van eon volksstam in Sumatra. Pembasoeh-moeloet. Zie Soempah. rabat. Bata lilin. Basoeh (Membasoeh). enz. eon kook was. verijdelen. baksteen. metselsteen. stronk. eon borstlap. al wat men boven de mast neemt. pen. Batang. bleak. vochtig maker. wasschen . goor. Basal.

enz. Batjak (ook Batjek). kreng.meer den Penghoeloe. leesles. gebakken steep. Membatesin (Bat. ge- . eon onaangoname mislijke lucht afgevend. Batara Wlsnoe. viesriekend. oprecht. voorlezon . Batara (ook Batari) Doerga. radon. van eon grensscheiding voorzien. uitleggen. Membatja. Batin. Sajn batik of Batikan. klip. stinken. pals . teekening..). verborgen . zilvererts . rivier. eon grensscheiding waken. verklaren. Membatik. barnsteen. ook opzeggen. Membatas. stroom. de god Wisnoe. wet gelezen wordt. lezen. drassig (van den grond). door to veal vocht doodgegaan (van planten). Batas (ook Bates on Wates). amber.. kom. enz. Bati (Jay. bergsteen. gelezen kunnen worden. scheiding. Batoe perak. Batja. Bath. bakje. Loewarbatin. rolsteen. enz. eon houten.). metselsteen. riviersteen. hersenpan. Mimbatang. verwaterd. gebeente van den schedel BAVCTA. de godin Doerga.). voordeel. innerlijk. gebeente. dergelijke teekeningen op lijnwaad brengen of lijnwaad. zoowel van buitenv als van binnen. titel voor godheden. Membatjaken. Membatang. schaal. Batoe. Membatesi. na voorafgaande beschildering met was. uitlegging. minder den Orang-kaja. gekleurde teekenmg op hjnwaad. Batas-betas. Pembatjaan. Batang leper. oprechtelijk. Batoe bate. merkpaal. Batoe datjln. Batoe amber. Batoe kapa* la. ook binnenste. enz. begrenzen. lozen. eon raadsel oplossen. al to pat. onaangenaam rieken. inwendig. Batang (Jay. gewicht. leesbaar. Batara.ajar. winst. op die wijze (uit de hand) beschilderd kleed. vochtig. titel van eon Maleier. Terbatja. near rotte visch stinkend. arts. opgehoogd tuinbed . Batjln. steep. ook eon stinkend lijk. grens. Batik. verklaring. 40 BATA. verwen. geraamte bekleeden. enz. ook wUze van lezen.

klapperdop. Goela batoe. naar beneden . Kabawah. drager. lei. Membawalari.. vuursteen . BAWA. medegebracht. bij zich hebben of dragon. magnoet. wet gebracht is. Membatoe. de harde schaal eener cocosnoot. .).enz. Batoek.). Batoe berani. vierkante vloertegel. omlaag. graniet. slijpsteen .wicht van eon unster. Sapala batoe.r voor (bij) mij (to) brengen (lett. onder. gewichten van eon weegschaal . wordt of moot worden. waarop specerijen enz. Membawa. wet gebracht. medebrengen. ondereind. brengen. stijfkop. . Batoe api. Pembawaa n. Arengbatoe. vracht. zich overwonnen verklaren. Bawaan. . gemarmerde steep. bediende. aangebracht. koraalrif . fijngemalen worden door middel van eon stamen rol . voorhoofd. Dibawahangin. kameread (Temen). Batoe karang. de macht van iemand stellen (ook Membawah dini en Mem- . enz. Bawa ka jah diakoe (Bandj. zich onderwerpen. droge hoest. zich onder de hoede. Pembawa. Batoe timbangan. zap dsteen . ook verharden enz.onder iemand staan. Batoe timboel. aan lij.). Dibawah.of kandijsuiker. is. hoesten. Membawa tiidoer. enz. beneden. onder. steenkool. ondergeschikt. tennghoest. Bawah. ondergeschikte lastdrager. rif. Batoe besi. brengen bij mij). kruier. bijv. Batoek. schaken. met lets op den loop gaan. enz. Batoek kermg. enz. ook fundeeringy fondament (van eon huffs. klontjes. steep worden. zwarte toetssteen . Batoe toelis. aanbrengen. sours ook to vertalen door gaan. Batoe asah of Batoe gosok. ijzererts. Bawa (ook Bawak). Membawah. vracht. wrijfsteen. onder den wind . naar onder. Batoe djoebin. als eon steep zijn. reciteeren. Batok. Batoer (Jay.. Batoe pasir. voordragen. enz. . enz. puimsteen.benedeneind. dracht. hoest. Batoe oedji. beneden. op don loop brengen. etc.. onderaan. gaan slapen. brenger. . medenemen. Batoe giling.

bekrompen. Membebas of membabas. ui. vrjj maken. Orang babas (Amb. wat daartoe diem. praal. bot. vorstelijke staatsie-zonneseherm. omwinden. binden om jets been. verband. onderwerpen. niet verplicht tot. rond van postuur. enz. onbevattelijk. enz. wat omwonden. verstikt in modder.. ook gestikt. niet gemeerd. verband. Bebas dari pads pembajaran bea. staatsie. Bebas. verbonden is.g. Bebat (ook Bebet). d. botterik. . bevrijden.). (van eon vaartuig) los. eon jonge krekel. ten onder brengen. Bawat. ook als gebieder over jets bevelen. Bawang benggala of Bawang bombay. Pajoeng bawat.). i. enz. z. enz. Bawal. vrij. Djangkerik bawangan. Orang bebal. Bawat. Bawang merah. omgorden. enz. bras. Pembebet of Pembebetan. overwinnen. = wildernis. dom. Bawas (Pout. . gewone witte ui. . Bawang poetih. Bawang timoer. verbinden. Bawasir. zonder merkbare verandering of vermindering van omvang van de schouders tot aan den gordel. enz. met den stroom meedrijven (van eon vaartuig) .. ruigte. Tali-bawat. vrijgesteld. groote witte ui. . eon plane zeevisch. onnoozele. Anakbawang. Bombayui. afdrijven. ontheven van jets. knoflook. vrijstellen. Bebetan. leerling. als band of riem gebruiken. Membebasken.bawahken diri) . stomkop. enz. Bebek. . enz. Membebet. die pas komt kijken. aambeien. Bebal. 41 niet onder hot gezag der radja's staande bevolking. Membawahken. look. enz. naar beneden hangen . vrije burgers. die pas harm krijgt. iemand. windsel. enz. wat om jets geslagen of gewonden wordt. nieuweling . onnoozel .. omwindsel. -BEDA. vrijgesteld van belasting-betaling. in vrijheid. domoor. enz.. ontheffen van jets. . overhellen. windsel. enz. gewone roods ui Bawang besar. Bawang.

moerbezieboom. enz. enz. anders zijn. anders zijn. enz. Bebek. . B®deng (Bat. onderscheid waken. uitzondering. op de bestemde plaats terugleggen. uitzonderen . onder water. enz.tot poeder of gruis stampen.).) ook schoonmaak houden. gescheurd. om in to smeren. enz. Perbedaan. een planken brits. duwen (met den kop of hot hoofd) ook Belebek.). Berbeda. onderscheid. enz. witkalk. . Bebek. . poeder gebruiken. op hot stadhuis to . Membedaken. enz. Belebekin. uitstrooien (van zaadkorrels enz. tot or verstikking op volgt. verschillend behandelen. ordenen. houden. Bedak. anders handelen. enz. ook strooien. enz. gescheurd. beredderen. Membedak.bepoederen. doorgebroken (van een dam buy. slaan. 42 BEDA. gebroken. met jets insmeren.Bebekin (Bat.). onderscheiden. Bedal (Membedal). Membedel.). Bebas (Membebes). send. eon kamer. open. bekalken.). of als smeersel. moerbei. onder water enz. enz. waarin zulk eon brits staat. verschillend. openscheuren. besmeren. Membedakken. . lostornen. opredderen. anders . dompelen. Kamar bedeng. Bebesaran. witten.) of Membebekken. enz. ter dege raken. verschillen. wat gebruikt wordt. in orde schikken. die aan den muur eener kamer bevestigd is. ranselen. enz. Bebena (Bat.. blankets el. anders. ook Beberin) uitspreiden. van meubilair. serviezen.). . rangschikken. Boeboek). verschil. smeersel. . poeder. Bedel (Bat. jets of iemand lokken on vervolgens vermoorden. etc. verschil. Bedah (Jay. onderscheid. Beber (Membeber. ook poederdoos. opensnijden. vorschillend zijn. enz. ook fijnstampen. blanketten. (bijv. openleggen (van eon stuk linnen bijv. Beda. Membeda. opengesneden. losgetornd. ook op hol slaan of gaan (van een paard). Pembedakan.). (verg. alles in huffs schoonmaken en op de behoorlijke plaatsen zetten.

geweer. vuurwapen. dansmeid BEJA. Bedoewi (of Badoei). enz. dock abusiveltjk aangeduid door Bidoewanda of Bedoewanda). enz. robust. waarover eon vol gespannen is. Membedong. genet. Membedil. niet zacht of malsch kunnen worden. lijfbediende. straatroof plegen. B®gah (ook Wegah). ook jagen. inpakken. windsel.. zwijn. verhard. eon ziener. zich verstokt. iemand op straat. berooven (hetzij alleen. Begar. enz. Begal (Jay. enz. trom. omslagdoek waarin men eon klein kind wikkelt met de armpjes tegen hot lijf en de beentjes gestrekt. doek. Bedoewan. genoeg hebben van jets. waarin men jets kan doen of plaatsen. Bedoel (Jay. inbakeren. Soend. Bedjana. ook beu. uitgeholde boomstam. titel van vorstelijke. krop. verhard toonen. heilige kluizenaars. Begap. straatroover. enz. Bedoeng (of Bedong).) (of Bedjad). zangeres. ook benaming van eon volksstam in Bantam. waarin arrestanten voorloopig in arrest worden gehouden. afgejakkerd. afgetakeld. ook varken. BO~loek. eon gevoel van volheidhebben. ook benauwd door dikte.). ordonnans. Begolk. Begawan (Sk. afgebeuld. eerwaardig.Batavia de kamer. (ook als scheldnaam). verstokt zijn. verstokt. in eon luier of doek inwikkelen. eon wijze. bak. kropgezwel (ook Gondong). vat. op jets schieten. dik. niet zacht of malsch willen worden. benauwddrukkend gevoel op de maag hebben. woestijnbewoner. enz. vuren. roover. ook zanger. enz. vacs. lijfwachter. op eene eenzame plaats aanranden. Membegal. Bedjat (Bat. (in geschriften dikwijls.. de groote moskeetrom. Bedil. zwijn . veldbewoner. enz. Bedoewanda. enz. aanbiddelijk.). schietgeweer .). hetztj in vereeniging met anderen). versleten. enz. bedoein. luier. beu zijn. struikroover. achtbaar. zat. Membegar. varken.

douanenkantoor. Bintang behadoeri. Bekas kaki. Bekandjar. cijns. cijnsbaar waken. kop. ook overblijfsel. indruk van jets herds of scherps op de huid. Membejaken. blood aftappen . held. re chten. Pembekam. pleats wear tol geheven wordt. accijns. koppen zetten.(als scheldwoord). BEJO. iemand belasting doen betalen. moedig. onderdeel. Zie onder Asam.) (of Beta). be. Menarik beta. spoor. onbetamelijk zijn in handelingen en uitdrukkingen. Beka. Bejo. Behadoeri (ook Bahadoeri). tol. pacht heffen . gemeen zijn. heldhaftig. Membekam. Beita (Mol. recht. Behadoer (ook Bahadoer). heldhaftig. Membeka. gedeelte. gemeen. Zie Bahagi. litteeken van eon wond . . krijgshaftig. mij. restant] es van hat eten. gewezen echtgenoote.of Eulabes religiosa. Bek (Roll. onkiesch. jets belasten. enz. lasting heffen. ook koppenzetter. woordenrijk. Bekas looks. Bekam. Bekas isteri. enz. blijkbaar reeds gebruikt. wet overgebleven is. Behagi (ook Bagi). restant. gewezen vrouw. belasting. Pabejan of Perbeja . Gracula. deelen. naam van een zeer leerzamen vogel. Bekabe ka. en gewezen. enz. klagen. Beja. enz. enz. enz. onkiesch. wijk.. koppen. Bekal (ook Beke1). wet men op refs medeneemt. moot. tolkantoor. accijns. eon dapper man. Bekas makanan. inkomende en uitgaande rechten. verdeelen (bij hot kaarten). enz. leeftocht. spoor van een voet of poot. van jets cijns. hat fijne gruis of de stof. Bekas di pakai. enz. die van de rijst bij hot stam- . belasting.n. ik. rest. . verscheidenheid van woorden. wijkmeester. op jets belasting leggen. indruksel. Bekasem. Membehagi. ridderorde voor mood. ridderlijk . klikken. gerechtigheid. Zie Bakal. geven. deel. moedig. .). onbetamelijk . cijns. Bekas. Bekatoel. pacht.

. spleet. hard geworden. knielen. kloof. Pembelahan. pap of brij. van voren op de borst open. ook zijde. root. Membekoe. Beko (of Bebeko). enz. zooals de Chineezen voor hun Tapaikong. genoegdoening. vergelden. ijs . bescherming. v BELA. ook hulp. enz. enz.). buffs of jak. genoegdoening gevon. bevroren. enz. stuk. helpen. enz. gestold. barsten. (Chin.. helft. breekbaar good. kooi. bevriezen. beschermen. 4 3 Bekoe. kloving. gebarsten.een zoenoffer eischen. kloof. dims dood wreken. Membajar bale. ook werktuig om to splijten. barst. ook iemand bijstaan.. Petjah belch. . gespleten. daarvan gemaakt. helft. zich ten offer brengen voor eon doode. chineesch suikergoed in vorschillende vormen. gewone gels waschzeep. Belad jar. aangrenzend. hard worden.. Membelaken. enz.). . in dew bros springen. Membela. enz. kant. Mints bela.pen afvalt (eigenlijk hot meest voedzame gedeolte der rijst-korrels) . . ook v erdedigen. doorbreken. hot splijten. enz. klover. eon zijde. vergelding. enz. splijter. can de eene zijde. verdodiging. enz. zich ten offer brengen. val voor wilds dieren. . Belch. stollen. Belahan. Saboen bake (Bat. Membelah. gemaakt . Badjoe belch dada. wedervergelding. ook naast. beschermen. Ajar bekoe. Bola. in twee stukken snijden. enz. verdedigen . Pembelah. enz. kant. Belch katoepat. nevens. splijten. klieven. in twee stukken.. root. om ze to vangen en gevangen to houden. (meestal) eon deken van kleine driehoekige of vierkante stukjes divers gekleurd on gebloemd linnen. Bekoekoeng (Jay. spleet. een zoenoffer brengen.). splijting. Bekoei. snoeperij voor kinderen. dekken. zoenoffer door den dood in to gaan. Zie Adj ar. Boeboer bekatoel. Sabelah.

en oprecht. gevlamd.Belahak. smeulen d vuurtje. Pembelakang. Membelakang. gevlamd zijn (van hout enz.. enz. gulzig. eon wit stipje. achterstelion. enz. Membelahak. Roemah belakang. achter. sprinkhaan. gevlekt.enz. . routelen kuchen. schrok.).) (of Beleman). vraat. zwaaien (van eon zwaard).) . verlengde snujt. achteraan komen. ook gulzigheid. slurf. achternakomer. enz. tromp. de achterhoede uitmaken. Belakin (of Belanglkin).jam wlanda. road. Belalak. van achteren. achterste. enz. schrokkig. ruggegraat. dat op koude avonden of in koude nachten. Berbelak. Belakang. Toelang belakang. door gardoewachters en dergelijken aangestoken en onderhouden wordt. iemand voorbij gaan. trillen.). onvermengd. achterhujs. achterstaan. bijgebouw. zulk een vuurtje. Belalai a. Belalang ~daoen. naam van eon smakelijv BELA. met viammen . koolteer. vraatzuchtig. den rug naar jets toe keeren. vraatzucht. lel van eon kalkoenschen haan. waarzegger. allemaal. bout. ken. Belalang (zie ook Balang). gulzigaard. bekennen. eon spat in den oogappel. ook allegaar. wijd openstaan. met den rug naar jets gekeerd zitten. Belajam. achterzijde. Belalai gadjah. enkel. alleen. Membelalak. rond voor jets uitkomen. Belaka. ook sterrenwichelaar. Belalang ranting. M~mbelakangken. Belanak. echt. bout (van het haar van dieren. rug. met de handberoeron. Belalah (ook Bilala). alle. Belak. olifantenslurf. de wandelende tak Belaman (Jay. achterdeel. Belalai. ook lel. om zich to warmen. gezonden zoutwatervisch. enz. . louter. achterblijver. 44 BELA. ook wijd openstaand (der oogen bij iijken bljv. . hot wandelend blad . enz. smeulen van vuur onder asch. rochelen.

bout. houtaankap. Pedang eikor belangkas. Belandongan. weekgeld. dagelijksche uitgaven doen. ook bezoldigen.enz. Membelandaken. tractement. iemand. knuppelen. met eon korten knuppel afrossen. . . Belanda (ook Welanda on O1landa). loon. tractement toekennen. kosten. marktgeld. springveer. met bajonetvormigen staart. inkoopen. blauwe kleur. ook tot eon Hollander of Europeaan maken. eon gevlekt paard . hmulus (zie Mimi). Belantik (Jay. in hot hollandsch overzetten. Membelaoe.die veel in strandvijvers aangekweekt wordt. Sakit belang. ook huwelijksgift. ondiepe. zware knuppel. speldegeld. Padang-belantara. aarden pot zonder ooren of pooten. de uitgaven voor jets betalen. met . blauw. tot loon maken. enz. enz. enz. loon geven. verbonden v BELA. Belaoe. gevlekt. Belantara. tot dagelijksche uitgaven bestemmen. eon snort albino-ziekte (zie Balan). bontheld. plaats waar hout gekapt wordt. de stekelrog.). Oe1er belang. laps. Berbelandja of Membeland j a. wegen enz. de kosten van jets. Koeda belang. korte. inkoopingen doen. grootbosch tusschen bewoonde streken. eon zwart en wit ~gevlekte. vertering. Belantik. uitgestrekte vlakten en bosschen. Belantan.. aan een geweer. -. Hollander. Belangkas. ook blauw maken. holiandsch. Memb®landjaken. blauwsel. B®landong (Jay. Membelantani. Europeaan. als soldij of tractement gebruiken. enz. enz. dagelijksche uitgaven. enz. Belang. giftige slang. Beland j a. die in commissiegoederen handelt. uitgestrekt. huishoudgeld. ook commissiehandelaar. eon driekantige degen. blauw worden. uitgaaf.). bekostigen. groote. vlek. om wilds dieren to dooden. Belanga. ook in het algemeen europeesch. soldij. houtkapper. Membelandjai.

krengen. openen. slaag. ransel . sembilanbelas. enz. Belek (ook Bales. latrines enz. druipoogen. overal rondloopen on allerlei onbetamelijke of onbehoorlijke dingen doen (zooals kleine kinderen). twaalf. ook (= Betjek) modderig. gevonden worden.). Membelasah. zooals in lijken. regal. Belek. ook scherm of voorhang van dunne lange stokjes bamboo (verg. enz. enz. (van de oogen of den mond met de handen). bijv. gapend (van den mond). Bolas. zeventien. Belati. opensnijden.blauwsel behandelen. deernis . (bijv. negentien. Belarak (ook Berarak) (Jay. slikkerig . gezouten kleine garnaaltjes of vischjes . dertien. Belatik (ook Belantik of Dje1atik). Kere). Belatoeng. gespijkerd wordt. fijngestampt en tot balletjes gevormde. europeesch touw . tigabelas. Belatjan. Belaskasihan.gunstige meewarigheid. europeesch.of bamboezen bewanding V BELT. open maken. vuile zeere oogen (hebben) ook = Betjek. Belesan). fuik. medelijden. bij eon gerecht belatjan voegen. 4 5 van eon huffs. Belay. hot bekende wapen waarmede Madoereezen amok maken. Belat. europeesch maaksel. Zie Glatik. toedjoebelas. made. Belok. wijd open (van de oogen). wordt ook gebruikt. waartegen de planken. den buik van eon visch). afranselen. eon kort eenigszins gebogen mss. elf. Bolas. krioelen. Membelek. om met de getallen van 1 tot en met 9 de getallen van 11 tot en met 19 to vormen. klevend. Belasah. een yak slaag geven. Membelatjani. kleverig. gunstig medelijden . ook de roads van de kam van hat inlandsche weeftoestel. Belebas. Belengket(Bat.: sabelas.). Tall belati. enz. afrossen. droog afgevallen bled van den cocos. Belati of Piso belati. . doeabelas. openrijten.of eenigen anderen palm.

Beliloe. scherpe bocht in een rivier. aan jets vast zittend.). taling. onzinnig. jeugdig. Belie. onheil. Dapania racemosa. bezoeking. Belingkas. PetJahan. opzettelijk opengespalkt (van de oogen) . Wangnja dibelikannja badjoe. Belimbing. in de eerste jeugd. enz. boomkikvorsch. dwaas. buy. Baling. Membeliken. aandrang. porcelain. koopwaar. enz.). (ook . jets koopen. of bundeltje (inzonderheid van den . zure en zuurzoete vruchten . 4 6 BELLl de oogen opzettelijk openspalken.plakkend. (van den buik). Belerang. wet to koop is. drang. (eig. baling). Beliah. schouderblad. Belibis (ook Me1iwis) (Jaw. koopen. grenzend. beproeving. Belikat. voor eon ander jets koopen. plakken. bloeiend. Membeli.Averrhoa balimbi. wet gekocht is . tot barstens toe opgeblazen. hechten. grenzen. Belimbing besi. kleven. scherpe kromming. Belentoeng. verglaasd aardewerk. enz. nood (om eon natuurlijke behoefte to voldoen) . Belerang abang. porcelain. Belt (Bat. Moeda belie. Belila. frisch. Belimbing tjina. zeer jong. ook doen dieneii tot hot koopen. Pembeli. Belikoe. vastgehecht. kooper. verbonden. .Welirang). Belenting. roods zwavel. jeugd. naam van eon boom met eetbare. klein bosje. Mi heeft hot geld gebruikt. ongeluk. hot niet meer of langer kunnen inhouden. Bell. alien. kleine wilds send. zwavel. stork opgezet. y . oom or eon badjoe voor to koopen. Belerang (Bat. Averrhoa carambola. Membeliakken.). Belimbing paft. Behak. Belimbing boeloe of -boelat. Kabelet. enz. geplakt. vastzitten. ook scherven van glas. enz. aankoopen. enz. Behbelian. (Zie Lekat). gestreept (van eon koningstijger). verraad. Capura zollingoriana. ramp. zwavel-arsenik.

). Membelingkas. eon booster met aromatische bladeren (Conyza indica) veal voor levende hagen gebruikt. onbereide. kronkel. groote baar of golf. terugkrabbelen. enz. kluister. roods vlekken op ~ hat lijf (na eon bad) . om hat weefsel aan to zetten. omwindsol. fluweel. Beloedroe. kluisteren. waterkom voor visschen (op erven. ongeloojde huid. eon snort grof gebak. tot kleine bosjes of bundeltjes binden. magazijn. . Beloedar (of Beloeder). sane beweging zijwaarts waken. Membelitken. Beloeloek (Jav. omwinden.of lontar-palm . Beloek (of Belok). (Borassus flabelliformis) en van den cocospalm. wonden. half blind. in boeien slaan. Song bout. Beloembang boenga lepang. Beloe-beloe. die bij bet weven gebruikt wordt. --. Be1oe-belai. fig. Beloedak (ook Bedoedalk of Widoedak). niet goad wear van gezicht (ten ~gevolg~e van de kinderpokken). geboeid zijn. draaien.). in boeien geslagen . vischvjjver. jets omkronkelen. golven met witte koppen . (Cocos nucifera).. om jets wikkelen.kronkelen (zooals een slang) enz. v BELO. rammelon. enz. de spaan.Toeba-wortel) . ook salt. Beloeboer. om jets winden. Membe1it. boeien. Beloentas. jets omwinden. Membelok. Beloembang (ook Geloembang of Gelombang). Beloenggoe. enz. loeven. Beloembang ook (Jay. enz. snateren. pakhuis. Membeloenggoe. Belira (ook Welira) (Jay. Belit. bocht. ook aarzelen. . jonge pasgevormde vrucht van den Kaboeng. bet een of ander om jets winden. handboei.). eksteroog. de indische adder met roodgevlekten kop. jong bosch. boei.) = vljver. zware defining. --binden. omkeeren.. groote rijstschuur. enz. inlandsche pudding. voetboel. kreupelhout. schuur. een anderen weg inslaan. Berbeloenggoe. Beloekar. Beloe. to kloppen. Beloelang.

Pembelokan. wassend water. . verraad plegen . blok. begraven. eon valies. Benam. ook iemand bij de ooren voorttrekken. snort van draagstoel. enz.). ook plaats of v BEL 0.Beloet. goon regel. (eon strafwerktuig). onder water steken. Benang poe- . Membenam. Belongsong (Jay.vertoond. hot slujten in bet blok. ook ineengekronkeld (als eon slang) . Be1om. blok . nog nooit gezien. zoolang nog niet. Beloet (ook Weloet). jets onder asch steken. tegenover iemand verraad plegen. Membelok. veulen. Belok. Bona. jneenkronkelen. enz. Bembet. Belo (Jay.slikkerig(zle Belok. ook moddeng. Membeloet. -r. nimmer nog. Benang. enz. zak waarin jets bewaard wordt. Membeloet. epidemie. verrader. Bembaran. Sabelom of Sabelomnja. ook de huid van slangen. plaag. Betjek) . hoogtij. pioniersdienst ~(bij militairen). Beloet.). Be1ok. enz. nooit gebeurd. nog niet. ook Koeda belo). poffen. enz. garen. om jets been kronkelen.). Membembet. jemand jets verraden. overtreksel. (om to poffen). getijgolf. Be1om pernah. vlood. Bembam (ook Bembem of Kabembem). eon jong paard. dread . met de voeten in hot blok sluiten. Membeloetken. aan de hand dragon (bijv. Bench. ook eon spijker indrijven totdat do kop niet moor zichtbaar is. nog nooit. eon mangga-soon met sterkriekende vruchten . Benang emas. Membeloeti. Mangifera laurina. Pembeloet. verraad . verraden. dat nog nestharen heeft. ziekte. kamer waar iemand in hot blok gesloten wordt. Belwag. eon jong paard. enz. paling.. jets verraden. Membembam. aal. gouddraad . die periodiek afvalt. in glooiende of heote asch gear maken. veldwacht. dat nog niet gebruikt kan worden. overtrek. Be1om taoe (ook Belom biases).

oprecht. Bends. eon kleine sloes op twee wielen. gelijk geven. . goederen. enz. Bat. enz. schitterend verlicht. bezittingen. Toembak benderang. schatbewaarder . menstrueeren. Harts-bends. eigendommen. Benderang. in hot gelijk stellon. Benang lajar. hear of pluim aan eon piek of laps tot versiering.tih.). billijk. met dijkjes enz. Benang kasar. zaak. nest of droog. enz. waar. Benar (ook Betoel. gegoed. zeilgaren. schitterend (van licht) . titel van den eersten staatsdienaar. u BEND. enz. in ernst. . Berbenda. Bends. blear. enz.). Bender tjemar kain. de menses hebben .meesteres. scoot. Benderang. behoorlijk. Balk). in orde brengon. recht.. heer. 47 waar maken. garen om to stoppen. zwart garen. bekken. Terang benderang. sajet. Bendara (Jay. . vetbuil. echt. enz. waarachtig.). ding (ook voor de schaamdeelen). hoofd der magazijnen. zwelling. zwelling. voor waar houden. Benang tisi of tires. begrensde akker. magazijnmeester. Benang soetera. Benang item. Bends. schatkist. Perbendaharaan. . enz. degelijk. Memoekoel bends.schatbewaarder. stopgaren. ook herstellen. ook stork. val. naaizijde. Dengan sabenarn ja. good maken. Bendahara. ter dogs. grof bindgaren. aldus versierde staatsielans . Bat. rijksbestuurder. op hot bekken slaan. good. bull. butt. omroeporsbekken . wit garen. gebiedster. hel. yak van eon bouwland. bobbol. gezwel (tengevolge van eon slag. Bendahara. in waarheid. schatkamer. in goeden doen. degelijk. enz. afgedijkt void. rijk zijn. Membenarken. wezenlijk. . Bendjoet (Jay. gebieder. enz. good. Ma ta-bends. enz. koopwaren. Benang boeloe of Benang wol.). in waarheid. lets. have. bull. wezenlijk. inderdaad. Bendjol (Jay. juist. Bendang. werkelijk. deugdelijk.meester. gezwol.

dijk. hard. Bendoel. wijd open (van den mond). Bendoeng. aan asthma lijdend. Bengal. Bengkalal. dam. ook laten vschten. ook roovorhoofdman. BenV 4 8 BENG. stilt ook = Bengap. . laatdunkend. Membendoeng. strong. . aan alle kanten knobbels hebben. met zich zelf ingenomen. enz. ijdel zijn. kwaadheM. korzelig.Bendo (Jay. tegen elkander . ook kwaad zijn. niet good adorn kunnen halen. strenghoid. gestaakt. hard ijn. Membenggalbenggol. knobbels krsjgon. sloof. vol knobbels zitten. 1emand aan-. Bengah. koppig. opgeblazen. gezwollen. overmatig verzadigd. gezwel. Benggol. Bengek. waterkeering. onvoltooid (van eon work). knobbelig zijn . afdammen. ook = Bekelai of BerkelaI. onvoltooid laten. krijgen. zwelling. doengan of Pembendoengan. ook stout. strong. Bengkak. Bendoe. vochtig. gapend. vertoonen. . nijdig. ingebeeld. enz. hardvochtigheid. Benggol (Jay. Jigger (bouwkunde). eon work staken. waterschutting. Membengkalaaken. aamechtig. knobbel. enz. Membenggol. toorn.). gedempt (van eon klank). kapmes. benauwd van verzadiging. zich ingebeeld toonen. trots op zich zelven zijn. dam. kort aangebonden. . enz. Membengah. onnatuurlijk dik (van hat aangezicht). enz. Bengap. eon dijk leggen. vschten. dijk. hard. stijfkop. vertoonen. bolt. Membengis. Benggol-benggil. zwijgend. twisten. wreedheid. BengkaJang. Bat. overal knobbels hebben. niet spraakzaam. enz. kortademig. gramschap. overal knobbelig. bij de ooren trekken. zwelling. enz. enz. $ebengisan. enz. wrevelig. zijn wrevel toonen. opgezet. Bengbeng (Membengbeng).). opgezet. enz. boos. enz. Bengang. wreed. woede. syphylis. ijdel. enz. ook venusziekte. gezwollen. door eon dijk tegenhouden (van water). asthma. . ongehoorig. boosaardig. Bengis.

mismoedig. Bengkel (Holl.. silk. beslagen. land door een yolk bewoond. slikkerig. Membengkokken. onaangenaam vochtig riekend. herhaaldelijk. Bangkok (ook Bengkong). to voorkomen. sprakeloos van verbazing. transparant. versuft. gezwollen (van de oogon door hot vole schreien of Waken). krom. gillen . geschreeuw. verbluft. muf.). voortdurend.). holder. ook gedachteloos kijken. licht geraakt.. modderig. enz. roepen. zijn. schrijnwerkers. ook Belok. ook . constructie-winkel. molder. duf. smederij (ijzer. en gegil. enz. . timmerlieden. krom on verdraaid. schoon . enz. Benoea. enz. wereiddeel. lange smallo reap katoen of linnen. opvliegend van aard. Bengoel.Ajar boning. Bengkoeng. v BEND.aanhitsen. enz. buikgordel. mismoedig. krom ma1 en.) schreeuwen. Membengok.. BEND. sufferig. dat to zacht gekookt is). kleverig (van jets.). Membengkok.enz. ook : neerslachtig. gebogen. spoedig boos. verbaasd. krom worden . enz. enz. . onophoudelijk gillen. enz. Bengok (zie Bengap). Bengkakbengkok of Bengkang-bengkong. winkel. groot vastland. korzelig. (van schimmel bijv. Moeka boning. Bengkeng. buikband. doorzichtig. om hulp roepen. frisch gelaat. kregelig. in allerlei bochten gebogen. Boning. omgobogen. good -. etc. papporig. die in verscheidene windingen om de heupen en den bulk geslagen on s tevig aangezet wordt (bjj vrouwen vooral na bevallingen) om verzakkingen. enz. vunzig. schreeuwen. Bengong. werkplaats voor smoden. holder water. absent van geest. holder. uitgeslagen. ook (Jay. Benjek. Bengokbengok of Membengok-bengok. enz. Bengoe (ook Baoe bongos).

blaam. Bentan. Orang benoea. ineengewrongen. in bosjes bijeenbrengen. oogenblikkelijk. afsnauwen. drassige. J BERA. smaad. belasteren. veenachtig . Bentjah (ook Rentjah). . toesnauwen. strak uitspreiden. telkens. toesnauwen. lasteren. even. Pembentrjanaan. . Bentel (Jay. hoofdstad. Sabentar-bentar. bedrieger. Bents. Benoedam. Tanah bentjah. enz. Berboewat bentjana. kwellen.). op hat oogenblik. ineengedrongen. vesting. bedriegen. schans. bedrog. 49 smaad. laster. spannen. enz. eventjes. uitspannen.. ineengedrongen van postuur. dijk. bed. ineengroeien tot een bosje. Bentak. scheur. enz. snauw.lasteraar. nog een oogenblikje. Bentar.). veengrond. beleedigen . Sabentar lagi. (Zie ook Kamboe). landzaat. moerassig.). fort. barst. Membantang ook Mementang. drassig. beleediging. Bentet. (ook Sestet). (in harde voorwerpen als porcelain. op nieuw ziek geworden na aan de before hand to zijn geweest. laster. bedrog plegen. gespleten. smaden. Bentang. enz. toesnauwing . . bed aandoen. verzwering aan het bovenlijf. aanhooging of regelmatige ophooging van aarde. nog een kleine wij l . MALEISCH-HOLLANDSCH. snauwen. enz. enz. oogenblik. spleet. enz. bosje. bedrog. ingestort.). ook : borstwering. gebarsten. Bentjana. Membentak. beleediging. arglist.berokkenen. redoute. elk oogenblik. . bedorven. tot bederf overgegaan (van visch). (gewoonlijk met sa of se verbonden tot) Sabentar. enz. genegenheid. Bentek (ook Bonto) (Bat. ook : kort. glas. Pembentjana. moerassige grond. Jay. Membentel. Bentang (ook Pentang).groote stad. dadelijk. bosje pads. samengepakt. Bentet (Bat. Membentjanaken. een oogenblik.

ook minnaar.). vuurbol. stork verlangen. buigzaam zijn. duwen en zoo doen stikken. Berak. Bera moeka. -. schijten. beschaamd . Berberak-berak. op lets poepen. een zaak aanbrengen. schaamrood. 4 u 50 BERA. verliefd zijn. Bepada (Bandj. poepen. ook boschijten enz. een of keer van jets of iemand hebben. buigen. zich afsloven. Brahmaan. jets of iemand hateljjk vinden. man uit de hoofdcaste der undoes. Memberak. verzot zijn op. stooten. Berad j ak. vuur of licht gepaard gaande natuurverschijnselenj waarin de islander meest slechte of kwade voorteekons ziet. enz. . Memberaki. Berabi. yerlegen. beminnen. enz. stoat. rood worden van schaamte of verlegenheid. hatelijk. Berabai. vurige wensch. aangeloopen. . enz. afgesloofd.gestooten. bekakken. carambole. enz. Pemberahi. ook haat. Berak. Membarahi. meteoor. bepoepen. aan een groote natuurlijke behoefte voldoen. Memberakken. verkiappen. 00k: (jets buigzaams) buigen. Bera.. onvoltooid. moo zijn. enz.) . Bentoer. enz. dikwerf near achteren moeten . Beradja (ook Berada) (Bat. lets uitschijten..Bentji. enz. tegenzin . verzuipen. . Barahi (ook Birahi). Berahmana. stork verlangen naar. (door ziekte) gezwollen.). verliefd. opgezet. Membentji. kakken. of keer.. tegen jets stooten. met geweld onder water of in den modder dompelen. druk in de weor zijn. in hat aigemeen alle met vlammen. niet versch ~meer (van visch buy. natuurlijk vuur. tegen jets aangekomen. Kabentoer. Membentoer. diarrhea h ebben. gostaakt. beschijten. haten. yerliefde. buikloop hebben. zijn gevoeg doen. tegen jets aanloopen. hat hatelijke. enz. Spaansche ruiters (versperrings mi d d el). aanloopen. halfafgedaan.

mood. een kind tar wergild brengen. verstrooid. zwavel-arsenik. menage. Bat. hoezeer ook. enz. enz. enz. zio Berantakan. opstandeling. hoevele menschen.Berakah. enz. opwinden. een held. . magneetijzer. roover (in troepen uitgaande om to rooven). magneet. Berantak. Beralat. eon aantal. enz. ken en Tersiar). durven. mood inspreken. in hat huwlijk treden. enz. vermetelheid. vreeswekkend van voorkomen. Bergs. enz. enz. vermetel. divers gekleurd. Kaberanian. bevallen.aansporen. vermetel. Orang berani. Berarakan.. vrijpostigheid. Berangan (ook Warangan).kloek. ook woest. bemoedlgen. enz. van eon 1~ind verlost worden. . doldriftig. huwon. wet is de prijs ? Hoeveel kost hat? Berapa lagi. eon warboel uitmakend. driest. kloekheid. aanmoedigen. brutale. een dappere. moedig. Berapa. brutaal. niet veal. (ook Berarav BERD. aanhitsen. (of Berangasan). dapperheid. durfal. mood. driftig. muiteling. Berapa ban jak. trouwen. dapperheid. . menigte. Berantakan (Bat. brutaliteit. vrijpostig. rattekruid. hoe ook. hoeveel ook. ongeduldig.Anak. in wanorde door elkander liggen. moedig maken. enz. fraai. Beberapa manoesia. Beranak. Memberaniken.). enz. ontbolsterde rijst. als de regenboog bijv. Besi berani. als over den grond gestrooid. opwekken. hoeveel ? Berapa harga. een moedige. enz. menig. dapper. . Berandal (Jay. hoeveel nog ? Berapa lama. opvliegend. walk eon menigte. afwisselend. onversaagd.). Tiada berapa of tiada saberapa.. Berangas (Jay. hoeveel. Berangsang. stout. heidhaftig. enz. hoe lang? Berapa kali. ook elke snort graan of diergelijke kleine .). stout. hoevele malen ? Beberapa. Berani. niet bijzonder. zooveel als. vermetele. niet noemenswaard. durfal. overal verspreid. Zie . woest in drift.

vrucht. behoorende tot de Chineesche muziekinstrumenten. belangrukheid. Berem (of Beram). tot bederf overgegaan (van visch). lets. Berengbereng. (zie dit woord). klinken. btj hoog zwangere vrouwen).). enz. Berdarek. Berendi. dwarslat of dwarshout ter verbinding van nevens elkander geplaatste lichamen. on bezwaard. Berengos (Jay. Beremban.). brandewijn. bekken. zwaarte. . bezwarend. . moeielijk. Berdatik. cognac. niet in staat to dragon. Berengosan. (bijv. veel ruimte beslaan. verkregen door gisting van Tap! of Tape. koperen slagbekken. Bergs koening of Bergs koenjit. zwaar. enz. die na droging voor hot gebruik. Berek. moeilukheid. Berdantong. bijv. brandy. die bij feesten gestrooid wordt. dik en vooruitstekend van den buik (bijv. Keberatan. voile baard. van de harde schil waarin zij bevat_ is. enz. breed. to mooilijk (om to dragon) enz. hard (om to verdragen). belangrijk. zich bezwaard gevoelen. ruig behaard. een bedwelmende drank. ook to zwaar. moeilijkheid.. ook hot bezinksel daarvan. veel plants innemen. met kurkuma peel gekieurde rust. zwaarte. to hard. van de hoornschil ontdane koffieboontjes. (bijv. Berdantjing. Berdaroh. wijd. gewicht. belangrijkheid. bakkebaard of knevel. van grooten omvang. hot eten. wichtig. Berengga. drukkend.). bijv. rinkelen. ontbolsterde. tusschen de tanden. zie Bentek en Berak. bedorven. zwaar gebaard. van jonge komkommers). ontdaan wordt. kraken (van onrijpe of ongare groenten. Berdoes. kraken. enz. Beret. enz. (van zand enz. smakken. niet versch. eon dour) met geweld dichtgooien. Bergs kopi of Kopi bergs. gewicht. zooals palissaden. kraken (van den vloer of van schoenen.. onder v BERD. enz.

toelaten. afgod. enz. kennis geven. enz.~ good geordend. schenking. ook gave. (iemand) slaan. Beresih (of Bersih). toestaan. leven.. gedruisch. schoonmaken. een kind doen besnijden . berichten. waarop scheurtjes enz.g.). toegeven. kennisgave. tij ding. benchten. hinderhjk gebabbel. mare. geschaafd (van hot gezicht.). Ben. in orde. Berita. oud-gediende. u BERK. net. helderheid. ~helder. iemand jets berichten. ransel. eene ziekte. Kabersihan. zuiverheid. zuiver. zuiveren.iets . eon pak slang geven. gift. gekrabd. ook (Bersihin) (Bat. Membersihken. Beringin (ook Waringln of Weringin en Beraksa). in hot vel zichtbaar zijn). gever. ook regelen (van zaken enz. inwilligen. zindelijk . afgodsbeeld. beredderen. klap. inwilliging. schoonheld.). om zijn schaduw aangeplant wordt. rapporteeren. opvolgen. geschenk . Berhala. oud. Urostigma benjaminum : de bekende z. hem stork aanhangen. volgen. Memberitai. Ben-Ben. die veel op pleinen enz. schenker. veroorloven. opredderen. geschenk. zich stork aan iemand aansluiten. schoon. Beret (ook Baret). geruisch. klaar.). geregeld. mededeelen. gerangschikt. gehoorzamen. ook van jets of iemand afhangen. Pemberian. ranselen. Berisik. Member!. slang. gave. ook iemand mood inspreken. Memberi at!. enz. Member!. een hart onder den riem steken. Indische vijgenboom. Member! taoe. nieuws. melden. Memberita. Pemberi. in orde schikken. enz. vergunnen. Bergantoeng. hechten. afhankelijk zijn. Berija. 51 Bergisai (of Bergisir). behoorlijk rangschikken.). Tangs een muur). niet vuil.Bores (Bat. verwennen. bericht. schenken. verleenen. Berida. enz. geven.. Memberesken. Beni (Bat. geschramd. enz. kennisgeven. gift. Tangs jets heenschuiven (bijv. rein.

. ploeg voor hoog- . an brandhout. overvloed. Berkasem. schoof. Berkoetek (of Berketok). sluimeren. opmerken. bos.. Berkat. als eon geschenk voor hunne thuisgobleven familieleden van hot maal wordt medegenomen . in grooten getale ergens uitkomen. Berlindoeng. hot schemeren. eon dergelijk geschenk medenemen. mededeelen. ttjdelijke verduistering (der oogen). zooals de karbouwen. vermeerdering. Pemberitaan. bundel. zijn woord houden. met de handen in hat water slaan on daardoor geluiden voortbrengen. enz. gewaar worden. Berkoko. bemerken. enz. Berkapati. geluk. gelukzaligheid. ordonnantie. tot eon bos. voor de zijnen modegeven. v 52 BERK. Berkalab. schoof. Berkasan. Berkas. Soerat pemberltaan. Berkatjimpoeng (of Berkatjimploeng). garve. ook iemand berkat. berichtgevi~ng. Lie verder Lindoeng. Pemberita. zegen aanbrengen. berichtgever. in grooten getale vorvallen. proces-verbaal. in den modder rondwentelen. ook iemand beschutten. aanwas.als tijding of nieuwszenden. voor hem gaan staan. waarvan dit woord eon klanknabootsing is. Memberkati.). nakomen. zich dekken. garve samenbinden (buy. haatdragend zijn. enz. mededeeling van eon tijding. ook wat na eon ofl'ermaaltijd door de aanzittenden. openbare afkondiging. Berkiring. ook verordening. eon schuilplaats zoeken.zegenen. Memberl at. enz. schuilen. bundel. schriftelijk verslag. Beroedjoel (Jay. van badenden. Memberkas. verslag. rapport . zegen. kakeion van hennen.). zijn toilet maken.). ergens onder schuilgaan. zich aankleeden. Berobol (Jay. zich beschutten. Bermani (of Mata gelap).wraak koesteren.

. ergens tegen aanstooten. Berombong (ook Beroemboeng on Seroemboeng). Bersin. knobbel. Berontak. ook eon geanimeerd feast vieren. klein gezwelletje . werf. enz. Bersimpa (of Bersimpoh). djah). ook spartelen. afgaan (van eon rits).levendig. verheugd. vooral in MiddenJava. (klanknabootsing) van Chineesch vuurwerk : tegelijk knallen. (voornamelijk van hot aangezicht). maar schuins naar achteren gebogen.). to Batavia ook hot gevangenhuis. Beroeroeng. niet vlak. Berongkolan. vooraan zijn. Beroentoesan. bamboezen cylindervormige omheining om boompjes tegen beschadiging to beveiligen. Bersigap. scheef. enz. schermen. kunn ends bevatten 4 a 5 katti's rijst. Berok (ook Berop) (Holl. do Indische bruins beer. zich trachten los to rukken. Beroek (Jay. allerlei bokkesprongen maken. eon mast van den dop sonar cocosnoot. zitten met de beenen onder hot lijf gekruisd. kippevel hebben. steigeren. boonen. ook kokers van bamboezen rasterwerk voor hot maken van dammen.).gelegen terreinen.vroolijk. kluitig. spartelen. omhoog springen. met bobbels of kn obbels. Berong. Bersila (Jay. dat or staat. Beroend j ah (of Beroend j ah-oenv BERS. enz. hot lichaam met klelne bobbeltjes~ bezet hebben. allerlei bokkesprongen daartoe maken (zie : Beroendjah). ook in kiuiten. ruig van vel. niezen (zie Bangkes).. zooals de inlanders doen. luidruchtig. Beroewang (00k Biroewang). anderen jets afsnoepen. ook zich met geweld verzetten. de eerste zijn.blijde. gewone mast.). zitten met de beenen niet gekruisd onder hot lijf. ook Berselo). Berontos (of Beroentoes). Berpasih (ook Berpasih langkah). bij hot koopen van rijst. Berondong. bobbel.

gewichtig. . staafijzer . ijzervijlsel. Tai besi. hoogmoedig. blik. trots. granaat.groeien. Peloeroe besi lanv BETA. iemand besan noemen. vergrooten. aanzienlijk.M mbesarken. Kepala besar of Besar kapala. Beser maul. ook gescheurd. macht. elkanders kinderen samen laten trouwen . Beset (ook Keset on Membeset). groot worden.). iemand van hoogen rang . ook (Tanda kabesaran). dik. notabele. Besi poetih. magneet. 53 tai. Karat besi. Bersintau. van hoogen rang . in aanzien doen toenemen. waardigheid. Hati besar. granaatkartets. zwaar. zonder nadenken alles uit lappen. geschaafd (van de huid. Membesar on Membesari. enz. rijksinsignien. onwillekeurige vloeiing uit de geslachtsdeelen. achtbaarheid.. kartets. aanzien. hoogmoed.ook onophoudelijke of veelvuldige loozing. Besi lantai. groot waken. Ajer besar. magneotijzer. verheffen. grootheid. yillen.enz. hoog water. stijfhoofdig (hot eerste ook : eon groot hoofd) . ijzerblik. gedachteloos zijn. plaatijzer. Beser. Kebesaran. Besan. Besi batang. de huid afstroopen scheren. Besi.v BERS. witte vloed. enz.enz. Orang besar. ook durum. een groot mensch. Berbesanan. Membesan. adellijke. Beser poetih-poetihan. zaadvloed. Besansabantal. idem van man en vrouw. groot. trotsch. Besi berani. wier voorkinderen met elkander getrouwd zijn . omvangrijk. benaming die de wederzijdsche oudors van getrouwde kinderen elkander geven. hoog ambt. in hot dagelijksche leven moor bepaaldelijk gebruikt voor Beser kentjing =onwillekeurigeurineloozing. ijzer . ijzerroest. ook eon aanzienl jke. Besar. koppig.

enz. beredderen. hot kunnen uithouden. Besoek (Jay. (sours ook gebruikt voor vrouw. Besoet. zoo. schaven. M mbetahken. gespleten of gebroken. vrouwelijk mensch). ook wat gezuiverd is van alliage . lange smalle zandbank . trachten vol to houden. Pembesoet. uitgebreide kundigheden bezitten. behoorlijk op bergen. in orde houden . ook volharden in of met. Besoek pagi. Esoek). Batavia. morgen ochtend . Membesokken. (van eon naad. enz. om wat to doen ? Waarvoor ? Waartoe ? Waarom ? Wat ? Hoe? Hoedanig ? Tot welk einde ? Zoodanig.). Betawi.). u. Betak. eon ei. trachten to wennen aan. rif. Membetak. enz. ook -= Betah. niet to Batavia . haar. ook stork zijn. Membesoet. opengescheurd. Bestari. ook metalen van de alliage zuiveren. ergens aarden. nog onbepaald wanneer . den volgenden dag. afschaven. onbepaalden tijd uitstellen (verg. schaafsel. welopgevoed. Betak. ook bestand zijn tegen. enz. den volgenden dag. Biting. . (bijv. Besoek kapan kapan. . --afV 54 BETA. afval. dat uitgebroed is). eon knevel dragon (zie Soemit). opengegaan. tegen lets bestand. hofmeester. talentvol. later. Bataviaasch. ook later . Betah (Jay. hot wijfje van alle levende dieren. van eon zak). Betas. or niet kunnen aarden. wie of wat schaaft of zuivort. (of Besok). robust. eon borstrok. losgetornd. stork van gestel. morgen. schaaf .). gehard zijn.Beskat (ook Baskat). Besoemit (Pontian.). in staat zijn. enz. Besoetan. geleerd.). gesprongen. Djoeroe betak. (bijv. Betapa (ook Boewat apa). tot morgen. eon snort vest dat onder andere kleed eren gedragen wordt. volleerd. Tiada betah tinggal di Betawi. Mal. zuiveringsmiddel. hot to Batavia niet kunnen uithouden. hot bevalt mij (hem. Betina. uit to houden. zooals.

Biang (Jay. Toelang betis. Mimbiajaken. regelen . Betoel dl atas koeping.. enz. Biaja. echt. corrigeeren.). vrouwelijk. kost. Membetot. uitgaven. Betot (Jay.). ook achterkleinkind. Bewok (Jay. corrigeeren. Membiaja. Berbetoelan. uitgaven doers . gebaard. Betjokok. indordaad. Bat. in d e richting zijn van . waarbij de hand eenigszins gedraaid en met eon ruk BIBI.in zoo of aan de monding van rivieren.). juist. waar.). overeenkomen met.). verwijfd. ventre a-torte gaan (van eon vluchteling bijv. Boewah betis of Djantoeng betis. hard loopen. oprecht van harte . Membetoti. oprecht. ruiggebaard. scheenbeen . Betjoes. besteden. Betoel. Bia-bia). teruggehaald wordt. wezonlijk. rukken. vertering makers. niet in orde. behaard. Hati betoel. Bia. enz. vergelding. verteren. eon snort kleine krokodil. regenwater. hot gedeelte van hot lichaam tusschen de knie en den enkel . hit is werkelijk zoo.. toevallig . Minibetoelken. juist van pas. ook valsche kneep. Membetoeli. ook op lets mikken . ruk. modderpoel. . verbeteren. Betit. repareeren. in orde brengen. recht. Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. good. loon. moederdier. in waarheid. kantioljewerk. recht makers. Betoewas. Bambusa nigro-ciliata. Betis. dat is bljjven staan (op straat). repareeren. juist. slikkerig. juist boven hot nor.eigenlijk. Betjek. Kabetoelan. levensonderhoud. waarachtig. herhaaldelijk rukken. de grootste snort Bamboo. Sabetoelnja. kuit. to goeder ure: van pas.niet good. in orde. ten koste loggers. Biada. plas. moeder.Enggabetjoes. (gew. iemand onderhouden of den kost given. modderig. pool. vrouw. valsch knijpon . enz. Membitit (Bat. uitgaven. lets in orde brengen. vertering. Betoeng (ook Petoeng).

ook gill. Bibir galas. wulpsch. ook: opdat. omgebogen rand. laten begaan. bedreven. Biarlah. dikke. do rand van eon glas . enz. gewoonte. eon gewoonte van jets waken. duim (van de hand) . boord van eon vaartuig. goedkeuren. hot rood der lippen. hangende lip. dat reeds gejongd of eieren gelegd heeft . Mimbiawak. Bibir mats. Bianglala. gewennen. Bat. gewoonte. zaad. Biar. Membibit. (ook : Mengambil bibit). rand van hot oog. laten. gewoon aan. Menjebarbibit. eene gewoonte afwennen. geoefend. ervaring. op den bulk langs den grond voortkruipen. tame. knijpen. enz. Bibir. er zich niet mode bemoeien. aan zijn lot overlaten. eon legkip of hen met kuikens . regenboog. lip.bedrevenheid.) of Babon (Jay. Membibit. jongere zuster BIBI.leguaan. toelaten. dulden. enz. gewen d zijn aan. zaaien. laat hot zijn. van vader of moeder .jam biang [ook : Bikang (Soend. . met de vingertoppen jets aanpakkon. gedoogen.). Bidadari (ook Bidyadari. Bibit. als eon leguaan zijn of doers. Kabiasaan. aanwensel. Biang djari kaki of Djimpol kaki. overlaten. Menghilangken biasa. Membiasaken. Min jak bibir. enz. Bibi (Jay. lippenpomade. Tjoebit). winners. ook gebruikt in hot algemeen tegenover eenigszins bejaarde vrouwen van minderen rang. Biasa. Biang. last maar. hysterisch (voornamelijk van vrouwen). Bibir djoeweh of Bibir doble. Membiar of Mimbiarken. A. alles goedvinden. ook Djempol tangan. Biang djari tangan of Biang daridja. duim (van den voet) . trachten to krij en door paring of kruising.wijfje van dieren.)). zaad nemen of halen. Wida- . zoom. Bibir peraoe. (Verg. groote toon. hit zij. Biawak(ook Minjawak). ook afstarrmelingen van dieren enz.Merah bibir. ook jonge tar overplanting bestemde plantjes. ervaren. boord of karat.

Membidai. bokwaamheid. met pitten. raam. uitgespannen. tinerts. Pembidangan of Pemidangan. klein vaartuig met scherpen boeg. enz.met bidaibesehieten. Zizyphus j uj uba. Bidara. uitspannen. Bidara. blokj e of schuitj e tin. stuk. 55 met geneeskrachtige eigenschappen (Zizyphus jujuba). Bidai (ook Bide) (Soend. knap. pit. enz. pit van eon nangkavrucht. Bidji. Membldangken. Berbidji of Berbidji-bidji. korrel. netelzucht (eeno ziekte). Bidang. schrander. Bidar. die niet geheel gaar is). vrouwelijke luchtgeest. uitspreiden. hemelnimf. ook dicht naast elkander zichtbaro striemen op hot lijf. bodroven. wijs. verstand. g. BIKO. ook doorzichtig vlechtwerk van dunne rotting of bamboo voor voorhangen. Bidara laoet. Bidara part. Bidji mats. ook : (Kabidjaksanaa. Bldjaksana (Sk. Bid jeh.dari). s©samolre. Euricoma longifolia. Sesamum indicum. apsarase. boom behoorende tot de natuurlijke familie der Rhamneao. waartusschen jets gekneld wordt. uit wier zaden olio wordt gewonnen. oogappel. vlechtwerk van bamboo voor bewandingen. van rijst. Bidara goenoeng. uitgespreid. ervaren. vroedvrouw. Zizyphus rufula. Bantamsche matten . Bidara poetih. zaad.n). enz. wijshoid. ook naam van eon visch. angel. Pembidang.). Bidjen (of Widjen). afsluiten. enz. Bidji nangka. borduurraam.). Bidoer. on z. ook Bidoer of Bidoeran. kundig. ook eenhoid (bij tellingen). bekwaam. geschikt..) . korrelig (bijv. ook : spalken (bijv. on eon spalk. Bidara ketjil. eon gebroken arm) en striemen op jets maken. schranderheid. nimf. spannen . eon plant. enz. Strychnos nux vomica . verstandig. Diospyros heterophylla . Minjakbidjen. ook breed (van de borst bijv. pitten hebben. graankorrel. Zizyphus Horsfieldii . . Bidara t jina.

opsommen. Membilang.). laste- . verhalen. voor iemand jets optellen. staren. enz. Bilang. elk. schrok. mededeelon. wanneer. maaksel. ook ontstoken. optellen. getal. groene opaal . Bills. getand. ten tijde dat. Bilahi. edelgosteente. Bile. enz. toen. vertrek. enz. leven dig. Membilis. Bikoe-bikoe. slokop. Perbikinan. ook bamboevlechtwerk voor bewandingen. Membilangken. Bllala. Bikoe.. Bilalang. wet tijd. vroolijk. Bidoeri (Badoeri of Widoeri). ongeluk. Bidoeri pandan. vreetzak. overspoelen. doen. ook jets aan iemand zeggen. stork zien. enz. work met bochten of in en uitspringende hoeken. gespleten stuk. enz.at. enz. onverschillig wanneer. telling. Bikinan of Pembikinan. enz. Barang bile. som. uitspoeion.. wanneer. (van paarden). berispen.Bidoeri. vertellen. bezwalken. eon snort govlekte opaal . vra. berekenen. berekening. gesch ulpt. wanneer? Bila mane. Membikinken. let.of bloem5 BILA. Membilas (ook Membilasken). leepoogen. ook gezegde. rekenen. Apabila of Bila ape. bamboo . gezegde . kamer. Bilas. Bilah. Mata bilas. . enz. etc. to eeniger tijd. voor iemand jets maken. Bidoeri boelan. tellen. onheil. iemand jets onder hot oog brengen. Bilangan. ook zeggen. op eon punt gevestigd zijn. (dient ook als hulptelwoord = ons stuk" ). wijd opengesperd. katoog. tijd. Bulk. eon heester met scherp melksap. Bigar (Jav. landsch ~gebak. enz. wat men doet . met water nader sctioonwasschen. druipend (van de oogen) . Bilas. spoelen. ook : Calotropis gigantea. enz. vervaard igen . berekenen. ook woord. afspoelen. Membikin. enz. . maken. berichten.~ieder. karat. Bika (of Bebika). eon snort in. Bikin. . lustig. rollen (van de oogen).

getrouwde vrouw. eon vrouw nemen (van eon man). striem. bezorgd. Berbini. Bingoeng. jets of iemand ongeluk aanbrengen. iemand den mantel vegen. in twijfel. enz. dat iemand niet weet wet hij doen moot. wijfje (van eon dier) . verstrooid. verward. verwoesting. Bingai. hebben. wankelmoedig. vernield. ongerust maken. to gronde richten. Binatoe (ook Menatoe of Toekang basoeh). vernielen. vrouw. bij God! (in eeden). verongelukt. enz.~ook : aandoen. echtgenoote (van den man). in de war. enz. Binasa. vernietigen. All.ren. enz. to gronde gericht. enz. oorpijn. huwen. scheef. grimmig (als eenkat). verbijsterd. zoon All bin Abdoellah. Bin. Binara. kwtjnend (door eon verlies of eon stork verlangen near jets. Laki bins. ongerust. niet weten. doen twijfelen. belasteren. de waarheid zeggen. vergaan.). Anak bini. boost (ook ale scheldwoord). Membingoengken. Bindeng (Jay. to gronde richten. Membinasaken. verwoest. Membimbangken. Membinasa. niet recht. gezin. tot wijfje nemen.). wet to doen. maken. Binatang. ongeluk. Bangkok).M mbiniken. iemand verbijsteren. dier. Binges. nara. ongelukkig maken. Bat. verliefd. niet vierkant. enz. bleaker. enz. huisgezin (van den man) . MembiBINT. man en vrouw. Bimbang. lakenbereider. door den news spreken. Billahi. scheef worden. Bingot (ook Bengot en Ben jot. paren (van eon mannelijk dier). besluiteloos. nijdig. zoon van Abdoellah. waschman. Menabengot. Biloer. iemand in de war brengen. . vrouw en kinderen. Bingit. doen wankelen. ook aangedaan. Kabinasaan. bezorgd. vernietigen. verwardheid.totvrouw. verteederen . trouwen. enz. verlangend. . . Bini. verg. verteederd (van hot gemoed). vernietiging.

Bintiten of Bintitan zulk eon gezwelletje aan eon der oogleden hebben. puistje of gezwelletje (ten gevolge van eon muggebeet. Membintoer. van eon desk) waardoor men de sterren kan zien. zomervlekjes.Bintang. komeet. jets op eons openbareveiling op crediet koopen BISI. Bintikbintik.). koekoes of Bintang kemoekoes en Bintang berekor. om kreeften of krabben to vangen . ridderorde. hot sterrenbeeld de Groote Beer. Bintang berkotek. Bintang berkibar of Bintang berider. krabben op die wijze gevangen . hot sterrenbeeld de Schorpioen . Bintang beralih. Bira.) Bintoer. Biola (Port. ook Bintang BINT. kleine vlekjes of stippeltjes vertoonen. vlekje. Orion. stip. fuiken of manden voor de kreeftenvangst uitzetten. Bintang bidoek of Bintang djoeng. viool . Bintang bahadoeri. hott sterrenbeeld de wagon. vlek. Membira (Bat. vaste star. enz. ook jets op vendu- . de Pleiaden. gevlekt. klein zweertj e. Berbintangan. de ochtendster. Bintan bereikor of Bintang berasep. Bintang tetap. Bintik. klein gezwel.). star. de avondster. Bintang pagi of Bintang timoer. Bintang kartika. Bintang sore of Bintang barest. eereteeken . dwaalster. Bintang majang. 5 7 en direct aan eon ander a comptant overdoen. eon viool bespelen. hot Zevengesternte. Bintang kale. Berbintik. op eon viool strijken. sproeten. gedecoreerd zijn. de poolstor. Bintoel. Berbintang. Bintang al djoebar. ook ridderorde. Berbiola of Main Moles. fuik of mand. Kepiting bintoer. eereteeken. ook verharding van de tepel eener aankomende maagd. Bintang oetara. vol gaten als in eon zeef (bijv. Bintang al nasj. ook strontj e of gezwelletje aan eon der oogleden . verschietende star. Bintil. staartster. Bintit. hot sterrenbeeld de Maagd.

verdooven door gerommel in de ooren. kundig. zws. sterken aandrang tot eon natuurlijke behoefte. vergiftig. enz. venijnig. (Zie ook Deslng). iemand jets influisteren. Bismillah. blauw. Bisik. in elkander gepakt. nijpend. Bisa. Membiroeken.). in den naam van God (begin van eon gebed. met elkander fluisteren . boschkip. enz. i. boschhoen. ook buitengewoon veal haast hebben. pijnlijk. Berbisa. enz. den buik vasthouden. Membising. Bisa (Jay. fluisteren. Membisikken.kunde.. kunnen. bekwaam. Membiroe. (Zie Haroe). bedrevenheid. enz. kunde. vergiftig. rumoer.. Membiroeken. heimelijk spreken. kennis. blauwi sel. lawaai. Bini (of Bin-bin). venijn. venijnig zijn. kennis verliest hot tegen oefening of ervaring. eigenwijs zijn. of Bisik-bisik. vrouws brooder of brooders vrouw. schaap. gift. stoma Membisoe.tie laten verkoopen en zelf opkoo. als eon stomme doen. blauw maken. blauw worden . vergift. kundigheden. Biroega (ook Ajam biroega). bij hoogen nood. Birit.ger. enz. Biroeang (zie Beroewang). blauwe kleur. d. . gerommel in de ooren hoorend. zwagerin. krom gebogen. Bisoe (Jay. eigenzinnig. kunstmatige plooi. in jets kunstmatige plooien leggen.). Berbiaik 8 BISI. enz. pen. hemelsblauw. Bengaleesch schaap. Biras. Rising. de Maleische beer. bedreven. Biros langit. enz. Biroebiroe.. de romp. kennis. Haroebiroe. ter zijde. Membisik. Membisoe- . blauw verwen . verdoofd.). verstandig. Alah bisa oleh biases. fluisterend spreken. bekwaam-heid. Kabisaan. zeeblauw. Biros laoet of Biros ajar laoet. ook verstand. geplooid. Biros. ook : jets kunstmatig plooien. (bijv. de praktijk gaat boven de theories Bisa-bisaan. de billen : Terbiritbirit of Terberet-beret. boschhaan. in staat zijn.). doen alsof men alles kan of west. bekwaamheid. ook Terperet-peret. enz. enz.

zich stow houden.. hope. onderhandeling. beraadslagen. hot overwegen. beschouwing. enz. stadhuis. pagan doewa biti.. Bltjara. onderscheidend kenmerk. procureur. Bisoel selinop. Bisoel lade. Pembitjara. or is goon raad moor voor to schaffen. uitmaken. Apa bitjara kite. Masoek bitjara. loos. Tiada terbitjarakan lagi. redeneeren. bespreken. Gedong bitjara. Biti. raadhuis. . overwogen. mooning. advoeaat. Bisoel mate sembilan. corpus delicti.. speetje. steenpuist. kleine. enz. voorstellen. . bloedzweer. Membitjara. overweging. pleitbezorger. wolken raad geeft (schaft) gij ? Bitjoe (ook Dongkrak. hot bespreken. enz.ken din. gezegde. handelen. a. lets overwegen. eon voordracht houden. waarin recht wordt gesproken. wat besproken.). enz. de daad der overweging. enz. sprekende zijn. Sabitjara. zweer. gebruikt wordt voor do sesate). verhandeling. eon zaak in rechten gooien. Biting (Jay. enz. raadpleging. met otter gevulde zweer. enz. beschouwing. behandeling. Membitjaraken. Bisoel (ook Bingsoel). van dozelfde mooning.. . Holl. advies. ook plelten . pennetje. enz. raad. redeneering. van hetzelfde gevoelen. verhandeld wordt.). spreken. Perbitjara. bloedvin. Apa bitjaramoe. bij v. bewijs in rechten . enz.. bespreking. eon proces beginners. dommekracht. Biti wordt ook gebruikt bij hot tellers van platte lange voorwerpen. over jets spreken. twee (stuks) planken. gesprek. steenpuist aan eon scheenbeen. die spreekt. spreken. Pembitjaraan. (zooals o. met elkander spreken. negenoog. enz. rechtspreken. ook in zich zelven spreken. beraming van middelen. puist. bospreking. voordracht. Tanda bits. vurigo on pijnlijke~puistjes. . gebouw.n. kloppende. BOER. Bisoel nanah of -mengangkoet nanah. wat staat ons to doen. voorstel. Berbitjara. . behandelin g eener zaak.

pok. Bodjot. enz. ook Memboewat bodoh. enz. enz. enz.. bedriegen.).).). bot. herstellen.bijdoen. stommerik. . booten. Boeboel. waaraan do nokbedekking bevestigd is. kleine snort tor. ergens indoors. 59 boeboeh tapak tangan. gesteldheid eener vrouw. onwetendheid. van eon vloer). Boeboek. ook netten verstollen. stow. -voeteuvel . Boeboeng. botterik . doorgezakt. jets ergens uithalen door eene opening in de bewaarplaats to makers of de bestaande opening to verwijden. domoor. enz. domheid. Membobok (Jay.Boba. Orang bodo.: geld uit eon bamboesen of blikken spaarpot. stellen . Memboeboeh pelana. ook poeder. in dien toestand gebracht. (buy. dom. fuik. eon zegel of stempel op lets zetten. jokken. Boeboeng (ook Woewoeng) (Jay. Bobok. Boeboeh. niet slim. plaatsen. voornamelijk aan de onderzijde der voeten (ook aan de handen). enz. pokken. onwetend. in elkander gedraaid. Memboeboel. zetten. de top of nok van eon dak. zoodat or eon opening of gat door ontstaat (bUy. iemand in verlegenheid brengen zoodat hij niet weet wat to doen. -. boorkovertje. eene verzwering. onkundig. nok. Bat. onkunde. wormpje. de stok. zonder wedor gemenstrueerd to hebben. (van fijn touw of gal-on. kullen.. stof enz. BOED. molm on fijngostampt good (als koffie. Boeboel. die nokbedekking ze1f. Memboeboeh.opdoen. kalander.). enz. zijno handteekening stellen . Keboeboengang. -. enz. Bobab. Bodo of Bodoh. Boeboengan. verward.). als eon stommoling bohandelen. eon domkop noemen.nd foppen. Memboeboeh tjap. vischfuik. Mem= bodoken. eon dom mensch. dat in bout of bamboo knaagt. opzadelon. er in laten loopen. ook hot . ook ioma. die na de bevalling. leggen. MemBOER. enz. zich voor den domme houden. Boeboe. domkop. opnieuw zwanger is. enz. Api api bodo. Bobos.

Perboed jangan. bediende. Memboedjang. enz. en mooning. verstandig. als jongen of als meld dienen. edel. Boedi (Sk. eon j ong dier van h et mannelijk geslacht . uitrukken. wijshoid. (van onkruid bijv. (verg. met verstand begaafd. .). pap. hot leven van eon celibatair lijden. meld. wijs zijn. uitstekend. op de draaibank maken. verstandig. enz. Oetang boedi. schuld voor eon weldaad. Keboedakboedakan. Berboedi. water. ongehuwde staat. enz. als celibatair leven. jongen. Boedak. celibatair zijn. stag.vlokje haar.). waarin jets bowaard moot worden (btjv. to voorschijn tredend (van den navel. brij. Memboeboet. ook in hot algemeen celibatair. verstandig. draaion.). weldaad. verplichting aan iemand hebben . grootmoedig . jong kind. dienstmeld. val. dat men bij kinderen om de kruin van hot hoofd laat staan. Boedjang. meld. Boeboet (Talc boeboet of Boeboetan). staat van eon boedjang. slaaf. inlandsche draaibank (ook Boeboetan) . meisje.). dat den mast vasthoudt. knaap. Balk boedi. wijs. jongen. streek . dienen. vertrek of logis voor de boedj anga. enz. dienstknecht. uit den grond trokken. dionstmaagd. bewerken. Boedjal. met verstand begaafd (alleen van menschen). verstandelijk vermogen. Koentjoeng). Memboeboet. Boediman (Sk. enz. verstand. enz. Boeboet. Berboed jang of Memboedjang. enz. slavin . kundig geleerd. Boedjang. papieren. ook arglist. uitpuilend. Boeboeng (of Boemboeng). . de ongetrouwde jongolieden. bijv. koker. celibaat. ongetrouwd zijn (in doze beteekenis ook wel v an vrouwen gezegd). Boeboer. Boeboet.Memboedjangken.). kinderachtig. bediende (mannelijk of vrouwelijk). ook de jongelingschap. Menanggoengboedi orang.). ongehuwde man. als eon kind. dik touw. jonge. verplichting . ook plukken (van de veeron van gevogolte. kindsch. uittrekken.

haarloos. in de lengte uitgestrekt zijn of liggen. haveloos gekleed gaan. naar hot westen 11ggen. naakt.iemand als dienstknecht of als dienstmaagd hebben. Boedjang dalem. recht. overgrootouders of achterkleinkinderen . zonder de gewoiie kleederen. hot derde geslacht in de opgaande of nederdalende lime. tot bedaron brengen. to goeder ure. mannelijke bediende. enz. aanhalen. flikflooien. overhaling. veder. Boegineesch. flikflo oierij. in eon bepaalde richting liggen. enz.beprater. -vllegen. lief kozen. wijze. vleier. Boeginees. naakt loopen. geletterde.. in de lengte uitgestrekt. kleine garden of metaIen pot. enz. Moedjoer ka koelon of Moedjoer mengoelon. enz. . -gaan. vl ei erij. Boejoeng. door schurft geplaagd. ook ten rechter tijd. bedient. haveloos. Boejar.. ook uit elkander vallen. vederloos.of haarloos worden. schurftig. kaal (van dieren). gevloi. enz. enz. overhal©r. enz. Boedoeg. Boedjoer(ook en veelalMoedjoer). urn. urnvormige pot. to gelegener tijd. in de richting van hot westen uitgestrekt zijn. aanhaling. toevallig. die binnenshuis werkt. gevlei. zich in de lengte uitstrekken. Boedoegen of Boedoegan. zonder de gewone kleeding (van menschen).. Boed joek. wijs. spiernaakt . kundig. vleien. Pemboedjoekan. zich verspreiden. geletterd. enz. evenwijdig aan. geleerde. rechtuit. Boejoet. schurft . . ook de onwillekeurige . Memboed j ook. schrander. 60 BOED. nemen. Boedoek (of Bodok). Memboedjoer. vloeien (van papier). bepraten . Memboegil (van dieren). Boedjangga. recht op jets aan. ruien . . vloeipapier. Telandjang boo it poedelnaakt. overhalen. ergste grand van melaatschheid. sieraden of wapens zijn (van menschen). liefkozing. Boegil. in de richting van. Boegil.. verspreid zijn of worden. Berboegil. Kertas boejar. Pemboedjoek. enz. binnenjongen. geleerd. de vederen of harm verliezen. enz. enz. stillen..

bewerken. . vreemd. weging. hot is goon gemakkelijk work .siddering van hot lichaam ten gevolge van den vergevorderden ouderdom. niet zijn wat door hot woord waarop hot slant wordt uitgedrukt . ondernemer. Memboeka rasia. Boekan akoe. Memboeka tanah. afnemen. Boekan-boekan bagoesnja. enz. onwillekeurige beBOEK. ongeoorloofd. openen. den hoed afnemen . middellijn. BOEK. troebel (van water). enz. ontginnen. openbaar. Memboeka djalan. open. enz. hot is buitengewoon schoon. hot is goon doen. Memboeka kedai. Boekan moedah pakerdjaan itoe. Memboeka pintos. enz. jets open naken. zeer uitermate. ontnemen. Pemboeka. Zie Boetek. ontdekken. . . den grond ontginnen. aanvangen. zich all eon heuvel voordoen. enz. Keboejoetan. de vasten openen. Memboekit. ongemeen. +en wen aanleggen. all door andero redenen . niet ik bon (was) hot. eon stad stichten . berg . breed. Memboeka. Memboekakan. Boekit anak of Anak boekit. bijzonder. ontginnen. Boekat. Memboeka tops. Terboeka. heuveltje. i. degeen die openbaart. enz. op touw zetten. enz. eon geheim openbaren. tengevolge van eon gelofte. Boekit. Boekan. voor remand jets openen. Boekan-boekan. open. bewerken . ook Beboejoetan. Boejoet-antah = kinderen van achterkleinkinderen (Bandj. geenszins . heuvel. van hot lichaam. banen (ook iiguurl jk). wijd. goon. Memboel af.. een winkel opzetten . -4open doen.. geopend. openbaren. kleine berg.. openbaar. d. bloot.. enz. hot niet zijn. zoowel van ouderdom. en verbod. wijdte. hoogte. niet. Memboeka ~negeri. Boekan boewatan.) Boeka. ook breedte. beginners. enz. verboden. de dour openen. . Memboeka poeasa. eindigen . siddering.. uit elkander nemen. enz.

Boekti = Biti. Boekoe kaki of Boekoe lali. . Kerbo boelai. maandelijksch. Boekoe. geleding van hot suikerriet. schietschijf. korrel. polsgewricht . eon albino. ook maandstonden. ookschijf. voile maan . menses. maandelijks. . maand. de eerste dagen der nieuwe maan. (verg. Boelan baaroe. bij de maand. onnatuurlijk wit van huidskleur. enz. de menses krtjgen . troebel. eon maan of manen hebben. ook Anak boelan. kwast. notitieboekje. Boekoer. enz. witteling. Boelai (of Boele). Boelang. (zie aldaar) voorts (Jay. Boekoe tangan. haarwrong. Dateng boelan of dapet boelan. korrel. kakkerlak. een kluwen garen. Berboelan-boelan.ook-_book. maanziekte . in den maneschijn wandelen. Boekoe (Holl. C arem saboekoe. Memboelan. Orang boelai. Boekoe tjatetan. Berboelan. samengodraaid haar. (zooals onze aarde of Saturnus). met aarde vermengd (van water). Boelan-boelan. Boelan timboel. Boekit-likat. enkel. oak Balar). zooals buskruit. maan. Boelanan. gewricht.akit boelan.) = hot bij h et sluiten van een huurcontract (in de Vorstenlanden) aan den verhuurder (eigenaar of apanagehouder) der gronden to schenken douceur bij wijze van huldebltjk. per maand. . (van jets dat kunstmatig tot korrels gevormd is. afnemende maan. maandenlang duren. Boelan poernama. eerste kwartier. pakhuisboek . kort. Poetoes boelan. knobbel.). samengedraaide doek. knoest. enz. hot geheel ophouden der menses bij bejaarde vrouwen.). Boekoe teboe. witharige karbouw. 61 nan of Pen. wat op eon maan gelijkt. C elap boelan of Boelan g®iap.enz. Boelan ketjil of Boelan toewa. ineengedrongen. ook bij maneschijn visch vangen. wit. Boelan. geleding. KeboelaBOEL. nieuwe maan. voetgewricht. . donkere maan. een korrel zout. laatste kwartier. Boekoe goedang. Benang saboekoe. enz. laatste kwartier.

behaard. platrond (als eon muntstuk) . heel. porceleinen of aardeii kruikj e of urntj e met dikken bulk. enz. Memboelat. Boeloer (Jay. luchtpijp. Boeli pengentjingan. borstel. waarin jagers zich verschuilen. Memboelang tangan. enz. . bol. rugs. ook Boeloeh leper. met een bindsel omwinden.. Kaboeloeran. Boeloer. kinderloos.). enz. (zie aldaar). wol van eon schaap. elliptisch. Boeloekan (Bat. eirond . Boeloe babi. Boelat boemi. Oeler boeloe. Boeloe kambing. Memboelatken. Boemboen. Boemboe. haar (behalve hot menschelijke hoofdhaar). pisblaas. enz. gaaf. eon landschildpad. kok er. Boeli of Boeli-boeli. verhon. Berboela. zonder moor. bladerloos. Boelat pandjangof--boedjoer. ook groot (van de oogen). lager van hot wild. Boeloe. Boeloe landak.. kruiderijen tar bereiding van spijzen of medicijnen. om lets winden of bindsn. kippeveeren. rond worden. hang. en alleen. dons. rond maken. aanbinden. de aardbol. groote oogen opzetten. waarin jets bewaard wordt. borstels van eon varken. cylindrisch . dienende tot bewaring van olien of reukmiddelen. Memboelang kapala. uitgehongerd. ook voltallig maken. pennon van eon stekolvarkon . slokdarm. pen. enz. Boeloe ajam. omwikkelen (om to vechten) . 62 BOEL. veder. de vuist omwinden.). Boelat torak.oenhoofddoek gebruiken. Boelat. drogerijen. . dons. enz. Boeloe kapas. specerijen. wol. enz. (vergelijk ook Koera-koera). geeuwhonger. hot luchtruim. Boelat telor. road. enz. gevederd. bamboezen koker om water to balers of to bewa- . Boeloeh = Bamboo.bindsel . beschimmeld. eenvoudig. Boemboeng. Boemantara. bolrond. gerd. enz. ellips . ook eon but van twijgon enz. Memboelang. Boelat pepeh. samendraaien.. ook kaal.

hot midden der hersenpan. (van eon maagd) nog onaangeroerd. Berboenga. Orang boemi. van de spraak to berooven. met bloemen versierd. Boengkem (Bat. rents. de oorspronkelijke bewoners van eon land. voudige bloom. eon geweer niet to doers . bloemknop. Boers (ook Emboen). ook de grond. interest trekken. Boeneka (of Boneka). inboorling. interest op interest laten of genieten. bloom. kunstbloemen. Memboengkem. figuur. Boenboenan (ook Eniboen-boenan). eersten staat. ook toovermiddel. of van eon jongen boom. interest.zwijgendzijn. bloemen hebben. Boenga satangkai. ornament. ook boender. bouquet. Boemi. lofwerk. om iemand stom to maken. Boemi poetera. Boenga mekar of --terboeka. (van eon jongeling) nog mist met vrouwen in aanraking geweost . bloemen dragon. eenBOEN. aardbol. zulk eon toovermiddel aanwenden. mist kunnende afgaan (van eon geweer). Makan boenga. tot bloei brengen.ren. de fontanel. oak eon kapitaal rentegevend maken. Boenga asa. op rents zetten. goon goluid kunnendegeven. de bodem . Boenga api. ongerept. Boenga sekaki. vuurwerk. Boengar. laten bloeien. (van vruchten) de eorste van hot seizoen. gemaakte bloemen. schuier. Boenga sakarang of saroempoen. eon bloemruiker. enz. om dit gedaan to krijgen. borstal. enz. bloeien. Boenga. Memboengaken. tegen rents uitleenen. eon ontloken bloom. eon enkele bloom. Boendar (ook Boender of Boenter). Boenga sekoentoem of sekoentjoep. blossom. zioEmboen. eon tak met bloemen . ook geld togen rents uitzetten. vochtig. enz. nog in den oorspronkelijken.). Boenga-boengaan. pop (speelgoed). Mendjalanken boenga. rond. de aarde. niet kunnonde ontvlammen. atom.

omhulsel.). verduisteren. degeen die doodt. Pembontot) (Jay. ook de persoon. inwikkelen. ook muziek. Boengkil (Jay. enz. pakket. BOEN. wegstoppen. . langwerpig rond. Memboengkoes. galm. moordenaar. die dat middel aanwendt. Boentang. den inhoud van jets voorlezen . enz. enveloppe. verhelen. wat geluid geeft. Manjamboenikan.).. enz. verduisteren. kam van eon weeftoestel. Boengsoe (ook Bontot. Boenglon. Pemboengkem. . Boengkoesan. ineengedrongen : ook naam van eon visch met ronden opgeblazen buik. Boengsil. Boen jian of Boen j i-boon jian. pak. enz. jongste. tar dood brengen. bundel. moord. verstoppen. pak. enz. . verschuilen. pakket. waaruit de olio reeds gehaald is (veal als most gobruikt). Boeni of 'oeni (Jay. enz. wegstoppen. ook naam van eon grooten boom (Antidesma bunias) met eetbare vruchten. Boentak (of Boentak). doorhalen. ovaal. omhulsel. Pamboenoehan. Boen ji. kook van de roster van olieboonen. verborgen. muziekinstrument. Boengsel. Boenoeh. Berboenji. doen geluid geven. do kogelvisch. laatstgeborene. . heimelijk. Semboeni. geluidgevend. jets verbergen. klank. inhoud . Mamboenoeh. galmen. verscholen. geluid. schrappen (van schrift). ook pakmiddel. Memboenjiken. Boemi (ook Boenji) Memboeni. kameleon. verborgen. ombrengen. helen. Memboenji. enz. middel daartoe.). in hot geheim. inpakken. heimelijk bewaren. ook uitdooven (van vuur)..~ klinken. Pemboengkoes. vermoorden.afgaan. enz. kort. Boentar. Boengkoes. eon jonge cocosnoot tar grootte van eon vuist. . doen klinken. enveloppe. die inpakt. hot laatst geboren kind. steelsgewijs. bawl. Pemboenoeh. geluid geven. knoop in eon zakdoek. luiden. dooden. hot dooden. ook onbewegelijk staren van de oogen (vann eon doode).

enz. Samboerit. achtereind. .. volgegeten. bezet.).plegen. Boeroe. eon wag. ring onder eon krisgevest. titel van eon regent. pakken. stuit. 6 3 eeren toch niet geheel ophoudt. (bijv. bevruchten. eon hond met eon kortgekapten staart. paederastie drijven. verstopt.een staart hebben of dragon. steenhard. waarbij hot menstruBOER. enz. achterste. Boenting. oververzadigd. Boentoe (Jay.elliptisch.) Boerak. uit elkander. vorsteening. verminkt. enz.ndjing boentoeng. stompje. pak. . achtersteven. met eon staart. Boentelan. dat aan hot gevest bevestigd is . pakket. ook zwanger zijn van jets. zwangerschap. Mamboera. zwanger. Boental.). niet open. Boenting sarat of Boenting palandoek. stuit. staart . vervolgen. Mamboeroe. Boenting bantang. ook verstrooid. versteend. eon bijennest met vuur. die dood loopt. Boerit.). Boeritan. zwangerschap . onderste deal van eon sabel. stuit van eon kip . afgesloten . Mamboerit. verstopt. den vijand met kogels. ) pak. afgekapt. gaand. inlandsch hoofdambtenaar. Boentoet paraoe. Boentoet. gestaart. bestoken (bijv. enz. paederastie. zwanger maken. na- . dicht. Boentoer. van tabak). rijst (met of zonder cocosmelk) in pisang-bladeren tott langwerpige platte koeken gewikkeld en gaargestoomd. achtervolgen. Boentat. achterdeel. bevrucht. achtersteven . Boers. uiteen. pakket. A. Boeras.knoop (in eon zakdoek enz. gesloten. los. Barboentoet. enz. Boentat. Boeritajam. door de pokken geschonden. bezwangeren. inpakken. jagen. Boentoel. Boepati (Jay. dicht. Boentoeng. achterste. najagen. wat ingepakt is. Boentoet padang. Djalan boentoe. enz. pokdalig. Mamboentingken. zat. Boerik (Jay. Memboentel.

bouwvallig. bespoedigen. 64 BOER. Boeroek. enz. nazetting. verrot. enz. aanzetten. Boeroeng onta. zich haasten. Boeroedsj'oel'asad. schuimend. Boeroeng-boeroeng of Boeroengan. Boeroeng lajang. .loopen. jagen. Boeroeng. aandrijven. Boeron (Jay. loon. havelooze. verdorren. enz. versleten. daglooner. . dagwerker. vervolgen.. Boeroeng gored ja. Pekakas pemboeroe. enz. als daglooner werken. wild. wat of wie nagezet wordt.. rot. musch . waarop jacht wordt gemaakt. schub. ook (Boeroedsj asmani). deserteur. Boeroeng dare. schuim. Boeroeng dewata of Boeroeng sopan.op jachtzijn. verwelkt. enz. jacht. Berboesa. rijstdiefje. hot sterrenbeeld de Leeuw. enz. gespuis. Memboeroehken. Boesa. de dierenriem. Boeroek (Jay. (verg. vogelvrij. in haast. schubbig. Pemboeroe. zwaluw. in dagloon werken. Boeroek. lastdrager. Boeroes. Beboeron (Jay. enz. . jets in dagloon doen bewerken. verdroogd. slot. jachtwild.). kruier. gevogelte. vuil.jachthond. vesting. dagloon. struisvogel. Berboeroeh. Berboesik. haast maken. Barboeroe. jachtwild. leelijk. casuaris. slecht yolk. verwelken. jaagt. vervolging. vogelvrij verklaarde. Orang boeroek. vervallen. Boeroedsj (Ar.). vergaan. Memboesa. paradijsvogel . jachtgereedschap . sterkte. eons ziekte hebben waardoor men hot aanzien krijgt van geschubd to zijn door de velletjes die op hot lichaam zitten. rot. Onggas). haveloos. oud. Boeroehan. enz. . vogel (ook gebruikt voor hot mannelUk schaamdeol). stinkend. wie nazet. Andjing pamboeroe. vrjj als de dieren in hot wild. met haast. betaling per dag of per tank. schubbig. verdord.. duff. schurftig zijn. enz. . Pemboeroean. ook nagemaakte of opgezette vogels. . haastig.).). Boeroean. gedroste gevangene.). Boeroeng gelatik.Boeroeboeroe. enz. schurftig. Boesik (Jay. schuimen.

). niet holder. dobbelsteen . Boewah tjatoer. hook. Memboetekken of Memboetekin (Bat.korrel. bult. onbedachtzaam. Boewah pantat. zoodat daaruit moeilijk hot waar en onwaar to onderscheiden zijn. ook pokpuiston .. Boetoe (Bat. blind. met aarddeelen vormengd (van water). Boetatoeli. Boewah poenggoeng. enz. dat gebruikt wordt om kapas (katoen of boomwol) to rafelen en to zuiveren. blind. Boesoet.vorsche vruchten in soorten. enz. ook eons zaak in de war schoppen. termietenterp. bol.bollotje. Kapala boetoe.rond lichaam. zich blind yoordoen. knop. BoewahBOEW. Boetjoe. slapen gaan. blindheid . onoverlegd. ook niet klaar. . Boewahboewah. een laagheid. Boewah pareh. de testiculi. Nama boesoek. bil .. troebel drabbig makon. onrein. enz. drabbig. groin. onzuiver. gemeen. morsig. de moron. Boeroeng.bedorven. Memboetek. penis. Boewah serah. de stukken van hot schaakspel. kindorpokken . Boetek. smerig. lets opzettelijk niet willen zien. enz. Boewah. ook hot kleine boogvormige instrument. Memboeta. Boeta larangan. bultje. Boeta. ooft. hot mannelijk schaamdeol . godroogde vruch ten. Boewah peter. (van eon zaak) . blinds. onedel. bong. onbesuisd. reus. aardhoop. molshoop.vruchten. Boeta petjah. Boewah-boewah aer... titan. troebel. enz. boewah kering. zonder dat hot oog geschonden is . enz. Boesoer.). slapen. ook laag.). keutel. uitstekondo punt. waterzucht. mierennest. blind met verlies van bet oog. een geBOEW. Boetir. in hot algemeen elko zieke?ijke zwelling van den bulk. vrucht. moons daad. de eikel (ook als scheldwoord gebruikt). Boeta (Sk. ook de oogen sluiten. niet duidelijk. verward. Perboewatan boesoek. blind houden. eon slechte reputatie.

(van een vloeistof door de working bijv. BoHO. Boewang.borrelen. goedgeefsch. boosaardig.. (ook Berboewang) ajar darah. om to. bent. enz. jets dat vrij hangt. ook ironisch of als scheldnaam. leeglooper. enz. Mamboewang dirt. Boewat (Bat. Boewana (Sk. zijn bah oefte doen. Boewai. schommelen. verbannen. de dysenteric hebben. iemand.opwellen. Boewas. Berboewah. ook in dikke wolken opstijgen~(van rook). afdanken. wild. Boewal. Memboewang ajar.). jets aan de geesten ten offer brengon terweringvan ongeluk.vruchten op water. ook hot verwerpen. verwijderen. zich met slecht yolk afgeven. weiden. zooals een hanglamp. Boewangan.. met dobbeisteenen werpen. wereld. wordt. wie werpt. om. verminderen. die op kosten van anderen leeft. Pemboewangan. verstooten.Memboewang lima. Boewaian. alligator. Lidah boewaja. Memboewang anak. MALEISCH-HOLLANDSCH. ook aftrekken. zijne oogen over jets laten gaan. blood afgaan. Memboewak. Boewar. woest. . voor. royaal. dobbelen. vorwijderd wordt. afschaffen. Memboewang. eon kind to vondeling leggen. 'amboewang. wegdoen. enz. Memboewang sial. ook zich verdrinken . Mamboewang mate. enz. . grimmig. verscheurend. zich verslingeren. barmen. verkwistend.. kaaiman. weggooien.enz. dat veal in tuinen wordt geplant. Boewaja.). wegwerpen. Mamboewang. vijf van jets aftrekken .naar achteren gaan. enz. vruchtdragen. (van kokend water buy. enz. krokodil. enz. opborrelen.Mamboewang dadoe. 65 verwijdert. tot. vrijhangen. Aloe barbadensis. enz. enz. enz.). enz. plaats waarheen iemand verbannen. Memboewat. van eon schroef). een heesterachttg gowas.Memboewal. banneling. enz. vruchtgeven. verworpeling.). opborrelen. vorwerpen. Boewak. wet of wie weggeworpen. niet zuinig. eon hangmat.

droog.). Berboewat balk. droog. op refs gaan met familie. Berboeweh. heengaan. enz. doen. iemand spijs en drank voorzetten en dwingen er van to gebruiken. hiernaar is Buitenzorg door de inlanders Bogor genoemd. bezijden de waarheid. liegen. maaksel. Membohongken. beschaamd gemaakt. enz. geur. foppen. enz.). verlegenheid. good doen. liegen. maker. onwaarheid.. eon ba. ook wet tot hot maken van hot een of an der diem. vervaardiging.. in verlegenheid gebracht. bezig zijn to liegen . enz. Boga (Bat. enz. Bokong. van eon afgekapten Aren-boom . daad. enz. hot achterste voren . enz. dader.. vervaardigen. verrichting. tronk. . Pemboewat. enz.djoe naaien. moor den voldoende. maken. totdat hij niet moor ken. . enz.en smakeloos (bijv. van de onderste ribbon tot aan de heupen . beschaamd. enz. voor5 66 BOJA. Memboewat. Memboga. vertrekken.. verrichting. verhuizen. Berbohong.ten behoove van. schuimend. met de schouders heen on wader draaien.: Membohong. Bobong. Membokongken. bezig zijn met lets to doen. Perboewatan. . met schuim zijn. een stad stichten. iemand beliegon. Kabogean. Bogor (Soend. dij en bil. handeling. enz. enz. leligen. verlustiging. Pemboewatan. onwaar. Bojong (Jay. Bojak. saai. Boewah of Boewih. Berboewat. ook met veal boweging loopen. ook heup. weldaden bewijzen. ook bejokkon. schaamte. verrichtten. enz. maaksel . Boewatan. Memboewat badjoe. schuim. enz. vermaak. verlegen. to maken. (ook Bebokong). Memboewat negari. van verlegen tabak). onwaarheid spreken. leugentaal. ten einde.. verlegen. hot land vorlaten. jets gebruiken voor. oververzadiging. hot onderste gedeelte van den rug. confuus. omgokeerd. Boga. enz. Bokong. daad. schuimen. ook overvloed.).

Bolong. Bongkah. enz. . Membondjol. bultig. etc. met bulten. enz. stork gezwollen (van hot aangezicht). door jets BONG. biljartbal. knoesten vormen of krijgen. lets uithollen. enz. enz. zio Balik. gebroken. gezwollen. Bol (of ebol). . uitwas. knoest. tusschen lets doorgeslopen : Membolos. hot mag niet. samenvouwen. heen broken. inwikkelen. zoodat de oogen nauwlijks to zien zijn. Bolak-(Bolak-balik). Membonggol. Bola (11011. societeit. in staat zijn. eon bultige uitwas voordoen. bal. knoestig. Mmbolong. Bonds.keeren. vol gaten. onmogeiijk.). brok. bult. doorgebroken. door jets heen gedrongen. Bokop. gezwol. knobbel.donkerblauw. zich als eon knoest. uitgehold. Membolongken. bl ok. anus. moeder (hoffolijk. scherp uitsteken. ook met den rug naar lets toe staan. van eon gezwel) . eind van den endeldarm. versterking. eon slagordo verbreken. inpakken. . Saboleh of Saboleh-boleh. opgezet. beloefd). mogen. Bondjor.of Roemah bola. versterkt kampemont. Bokor. bij machte zijn. Bolsak (loll. kunnen.). voor zooveol doenlijk. bultzak. vormogen. windsel. Boleh. of Port. Kamar. Bolos. door jets heen sluipen. (bijv. Bondjol. zooveel mogelijk. omkeeren. jets of iemand den rug toekeeren.. afgebrokkeld. oprollen. eon gat in lets waken. Tiada boleh. Bonggol (of Bongkol). geretrancheerd kamp.: biljartkamer. eig. Bolot. knoesten. eon linie. kogelrond. enz. enz. enz. zitten. Membolot. enz. enz. boron. naar vormogen. ook zwart. enz. wormpje in vruchten. matras. doorboren. Berbonggol. ook bulten. hot kan niet. uitwassen. carat. Bolor. ook zwart-. gesprongen. doorboord. hol. donkorblauw waken. doorboron.. biljartzaal. scherp uitstekend. motalen kom zonder voet. uithollen.. enz. luur.

hot onderste boven halen. gebocheld zijn of loopen. uit elkander. gekromd gaan. Orang bongkok. Membongkok. hot onderste boven gekeerd is. uit elkander halen. enz. sullig. toegang verschaft. lompheid. als eon bultenaar doen. Bongol (Bat. (bijv.Bongkak. ook alles doorzoeken en nazien. enz. van eon muur).). gebochelde. opgeblazen. voor dood -neerliggen. lomp. gekromd. eon boom.. ontwortelen. om or in to kunnen komen . botterik. Membongkar. ophaion. opgeblazen. (bijv. wat op. degeen. ook eon BONG. sul. etc. loopen. Bongkok. gat. gapend (van eon wond). (buy. Bongkar (Jay. Bongkang. bochel. Membongkar roemah. Pembongkar. to voorschijn halon. doorzocht. hot anker ophalen. of braak . lomp.). zich door uitgraving. enz. onbeschoft. enz. Membongkar djangkar of --sane. enz. Membongkak. bij eon huiszoeking). omgevallen met verbreking der bevestiging. bultenaar. eon huffs hot onderste boven halen. of broker. vlegelachtig. . voorover gebogen gaan. doorbr-eking. in den muur of jets anders maken. ook inbreker. lichten . of broken. enz. wijd uit elkander (van vingers die niot bijeen to brongon zijn). ook Bongkang. Bongkar. enz. ook werktuig dat daartoe gebruikt is of wordt. overhoop liggend. onbeschoft zijn of handelon. stronk. trotsch. enz.. dief die zich door uitof doorgraving. oerYoop gehaald. ongemanierd. toegang tot jets verleenen. Bongkot (Jay. . enz. voorover gebogen. enz.). onderste deel van eon stam. die overhoop haalt. overhoop halen. vlegelachtig. enz. ongemanierd. hot onderste boven keeren. bewegingloos-. wiens wortels bij hot omvallen de aarde daaromheen doorbreken of scheuren).of afgehaald. enz. dom. Bongkaran. bot. vlegelachtigheid~ ongemanierdheid. afgekapto boomstam. onbevattelijk. omvallen. uit hot verband rukken. gebocheld. lam. enz.

tot een geheel BROB. aantrekkelijk. verspillen. dat lekt . kaal. bij den hoop. ook eon sun. en gros opkoopen.). 67 samenvatten. vervelen. verspillend. Memborehken. werkloon tot eon geheel samengevat. . enz. royaal. Botol. (klanknaboot- . pokdalig. Boron. welriekend smeersel voor hot lichaam .. Bopeng (Jay. kaalhoofdig. enz. verpachten. enz. door pokken geschonden. (bijv. waarvan de peulen en zaden gegeten w orden. bijeen. verkwisten. ook losgaan. aangepunte bamboestokjes.flesch. vervelen. den geheelen voorraad opkoopen. Boson (Jay. vervelend zijn. tot eon geheel. verkwistend. die in hot gras verborgen worden. van eon touw. afkeer van jets hebben. besmeren. die alles uitkraamt) . Boto (Bat. ook eon work aannemen. moede van jets. lieftallig. enz.Memborongken. Botak. Boreh (ook Beboreh) (Jay. Borong. enz. alles.). jongen. ook losgegaan. kleine jongen (verg. voetangel. zuchtig.). iemand vervelen.). in een flesch doen. tegenzin wekken. Beli borong.inhet openbaarverkoopen. Memborong. knaap. jets vervelend vinden. in eons. Oepah borong. los. Boedak). enz. klier. alles to gelijk. fig. lief. alles uitflappend. enz. jets of iemand met boreh insmeren. Memboros. Botjor. dit smeersel gebruiken . afkeer wekken. beu. Botor. dat om jets gewonden is). een huffs. zacht (van lichamen die vast en hard moeten zijn).bottel. enz. Brebet (of Berebet). kaalhoofd. enz. (van eon mond. geheel overlaten. Membotjorken. in hot geheel. . Memboseni. enz.. bevallig (van golaat). smeersel. Membosenken.).iets bij aanneming.Membotolken. bottelen. innemend. Botjah (Jay. loon voor eon in zijn geheel aangenomen work. geheel.). in hot groot. en gros. Berboreh. lek maken.. lek. Roemah botjor. papporig.Bonjor (ook Bonjok) (Bat. gezwel. (Psophocarpus tetragonobus). gerplant. enz. Borang. enz. aanminnig. enz.

. Berchitauah. enz. hot geluid maken van jets dat scheurt. knappend. telegram. enz. Batoe chars. laatste van een reeks of geslacht . bezegelen. kennis dragen. waarvan de herkomst niet bekend is. Chalifat. Choelki) (Ar. Brobot (of Berobot). Chabar kawat. beeindigen. heerscher. tent. besnijden . wat nieuws ? Hoe staat hat er mee? Hoe is hat? Tiada chabar aken dirinja.). enz. Membrebet. bewusteloos liggen.). Mengchabarken. Chaimah (Ar. enz.). hat besnijden. knetteren van hout of bamboo. einde. aangeboren karakter. Chatan (ook Chitanah) (Ar. berichten. cachet. Chatam (Ar. die door stutten geschraagd wordt. (ook Ketib). . Chalikat (ook Chilka. geaderde steep. ook een verhaal doen enz. scheepsvolk. 68 CRAB.). Brobol. de tweede . ten einde brengen (bijv. kalif.. buiten kennis zijn. Chatib(Ar. enz. eenzaam. geruch t . hut. natuurlijke eigenschap. zegeiring. Choeloek. Chabar (Ar. tijding. Chaiwat (Ar. Mengchatamken. gescheurd.). hat lawn uit den Qoran. . Chabar angin. harde steep . opvolger. opvarende.. scheuren.). besnijding. vertellen. mariner. elke ronde mooning. knallond. melden. enz.). enz.schepeling. Membrobot. besneden zijn. bericht. de schepselen. matrons. Mengchatan. plaatsbekleeder (inzonderheid van Mohammed).). ook hat geschapene. verzegelen. kennisgave. enz. Chars (Pert. Donderdag. knallen. algemeen verspreid nieuws. hear. zie Berobol. zegel. knappen. Chalasji (Perz. de schepping.sing van jets dat scheurt of gescheurd wordt). enz. hat aangeborene. Apa chabar. verhalen. mededeelen.). algemeen gerucht. menschen en dieren. Chamis. dat doorgebroken wordt of bij verbranding springt. zegelen.zeeman. nieuws. inborst.). eenzaamheid.kennis hebben. afzondering. mededeeling. Berchabar. geen bewustzijn van zich zelven hebben.

. Klingalees.. uitheemsche. enz. bezorgd maken.). cahier. Chodjah (of Kodja) (Pert.). schrift. in dienst zijn. C. dadel. Choeloe' (of Koeloek) (Ar. zich bevreesd. vrees. DABO. ongerustheid . Berchidmat. verraad. iemand dienen. bedrog. Dagang. Daftar (Ar.). hat dienen. DANA.). enz. Zie Chatib hierboven. de lijst van jets opmaken. hat Vrijdaggebed in de moskee. ongerust maken omtrent iets. hat dienaar zijn.. Mendaftarken. schending van hat vertrouwen. Mengchidmatken. catalogiseeren. hat ontslag geven aan eene vrouw op haar verzoek . door diensten eeren. 6 9 D.). Mendaftar. ontrouw. een Hindoe-Mohammedaan.. CROT. inventaris.). zich iets voorstellen. echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. rol. eeuwig leven.). zegening van Mohammed en diens nakomelingen en aanbeveling van den regeerenden vorst. gedachte. een Mohammedaan uit Hindostan. ook kwade gedachten. eeuwigheid. enz. ook reden geven tot ongerustheid. inval. voorstelling. of redevoering van den preekstoel tot lof van God. een inval. Choeloed (Ar. Mengchawatirken. bezorgdheid. ook vroolijk zingers. enz. vreemde.(Koewatir. jets tot eon book maken. enz. Chianat (Ar.beambte bij een moskee. book. eon touw om jets slaan. ingeving.). beduchtheid. Chotbat (of Choetbat) (Ar. die belast is met het opzeggen van de Choetbat. paradijs. journaal.Kawatir). Chorma (of Korma) (Pert. enz. bedienen. enz. dienen. hande- . Chidmat (Ar. Chawatir(Ar. buitenlandsche koopman. ook vrees omtrent lets koesteren.). ingeving omtrent iets hobben of krijgen. eon cahier jnbinden. lijst. rnventariseeren.

Dahak ook = Tahak. waarmede men zichzelven of anderen doorsteekt. Dagoe. versmachten van dorst. jets dat plotseling opkomt. doer als eon vreemde koopman. Dadak. eon dergelijke kiap geven. hot vijlen der tanden. enz. jets in alle haast doers. . Dahak. Mendaboeng. Mendagoe.. fluim. enz. vleezig. Berdahaga.laar . Dagangan ook Barang dagangan. versmachtend van dorst . dorst hebben. Berdaging. Berdagang. handelsartikelen. Perdagangan. Sadaging. Daboeng. gokuch. koopwaren. Mendahagi. koophandel.. ook hevige braking . Mendada. (Deboes of Gedeboes). kuch . verkoopen.of aanrukken. in haast afgedaan moot worden. Dada. goederen in commissie. Berdada-dadaan. Nama daging. Daging. famjlienaam. Daham (ook Dehem). Samboetan dagangan.. man tegen man vechten. men. Mendagangk®n. borst aan borst. handelen. enz. rochel. de borst bieden tegen jets. eon puntig ijzer met grooten kn op. kin. van.). tegen jets op. om de wond daarna door toovermiddelen to genezen . hout (van boomers). bloedverwant. kwalsteren. Mendaham. Dahagi. remand toehemmen. vleesch en blood. handel. (zoowel van dieren als van vruchten). ook de borsten ontblooten . Daboes (Ar. onvoorzien geval. dat met dit voorwerp gedreven wordt. dorst. borst. ook hot spel. verhandelen. (zie ook Aoes). ook bloedverwant. ook klap met de vlakke hand op de kin. enz. bloedverwant. horn. jets tot eon voorwerp van handel maken. bloedverwantschap. klaar maken. de bevelen van hooger hand tegenstreven tegenwerken. tandvijl . zich afsloven. plotseling komen. dorstig zijn. Dagingdarah. van hetzelfde vleesch. Berdahak. laten vijlen. kwalster . handel drijven. de tanden vijlen. . zie aldaar. . Mendadak. kuchen. vleesch hebben. geboorte-. Dahaga. vleesch. centrum eener slagorde . enz. gehem. enz.

eon omelet bakken. ook vroolijk gezang : Mendadoeng. verslagenheid. riem. Daja oepaia. Daja. om den tuin leiden. Dajah (ook Ajah). foppen. struif. enz. kunstgreep. Dadoeng. aankonlen d meisj e. eon eierstruif maken. met dobbelsteenen werpen . Dadoe poeter.en andere plantsoonen veel als schaduwboom aangoplant wordt.. bedrog. . ook hevig braknn. list. bedotten. bedrog. diem ook om in verbinding met Barat of Salatan. enz. dik touw. spijs. door gehem aanroepen. bedotten. roeien. 70 DANA. op jets aandachtig maken. verschalken. Salatan daja. spijs tot zich nemen. uitvlucht. dienstdoende jonge maagd aan hot hof. dobbelen. lichtrood worden. soldaten gespeeld). waarom zij draaien (veel in de kazerno door ml. huip-. bohoorendo tot de Erjthrinae. ontsteltenis. nat. ook lichtrood. hulpmiddel. ejerstruif. roeiriem. zoogster. aan eon touw binders. .). roeispaan. groot. bedrieger. fopperij. bedriegerij. Dakar (Ar. bedriegerij. hofjuffer. met dobbelsteenen spelen . (ook Dahsat of Dahsjat).Mendajaken. oplichten. schrik. enz. ook eten. jets to kennen geven. eten. dobbeist. Baratbarat-daja West-Zuidwest . der Papilionaceae. Mendadoe. pannekoek.. dat nog niet gemenstrueerd heeft. Mendajoeng. Da jang. spijs gebruiken. Zuidwest . vrees.enz. Tipoe-daja. oplichterij. Dadoe. Barat daja. fam. Dajoeng. lets met . redmiddelen . eon boom. omelet. Dadap. drie windstreken tusschen Zuid en West aan to geven . verbazing. Daja. (ook Pendajang of Pendajangan). ook Berdajaken en Memperdajaken. foppen. bedrog. Mendadar. Zuid-Zuidwest. die in kofhe. bedriegen. Brmain dadoe.een. oplichten . enz. Perdajaan. mm. bedotting. Pendaja.). Dahasat (Ar. juffer. eon spel met dobbelsteenen voorzien van eon pin. ook to voorschijn komen van de maan (Mendadari). Dadar. vastleggen.

Dalalah. honen. hoffelijk. hoofsch. enz. Mendalihken. vorstelijk verbltjf. binnen in. Berdalang of Mendalang. kleinhandelaar. to bast nomen. Dalam (of dalem). brutaal. zijne krachten overschattend. huidvuil. makelaar. leiding. i. Zuiden. argument. Di dalem. Daki. ook naar welgevallen. Dalang. als voorwendsel. wajang-vertooner . wanneer hot woord wordt voorafgegaan door dengan. bewijs. toog. die niets ziet in de echtbreuk door zijne vrouw gepleegd. zich van uitvluchten bedienen . hoftaal. Berdajoh. enz. smerig (van de huid). ik. Dalima. Dajoes of Dajoets (Ar. voorwendsel . enz. paleis. (wij ziging van akoe. de echtbreuk zijner vrouw verdragen. Punica granatum. Zuid. gast. . Padaleman. binnenste. bezoeker . Dalih (of Daleh). overmoedig. plank. binnen. diep. die de lahad. naar binnen (gaan). enz. binnenwaarts . .. uitvlucht gebruiken. Dakar. ook diepzinnige taal. ook vorstelijk verblijf . vuil. iemand. voornamelijk gegrond op den Qoran.-de . van binnen . voortbewegen. argument. innerlijk. jets tot. Berdalih. Kadalem. betoog. aanwijzing. vuil. bewijsgrond. r chting. akan of een werkwoord met den causatief uitgang kan). als eon tyran regeeren. de kuil in het graf. DALI. vermetel. mij. Bahasa dalem. waarin een doode wordt geplaatst. ook venduafslager. oogluikend toelaten. zich daardoor later bespotten.). Daka. bij iemand als gast komen. Dalil (Ar. enz.). Dalal. be. enz. dat aan de huid vastkleeft. enz. diepzinnig. de wajang vertooner . Dajoh (Jay. Berdaki. L.). Dakoe. enz. binnen. huidsmeer.). d. uitvlucht. Daksina (ook Daksjina) (Sk.eon roeiriem in hot water voortstuwen. enz. marskramer. eene visits maken. Mendajoes. dekt. vuile afscheiding den huid.

enz. twee partijen verzoenen. vredestichting. hars inzamolen. dauwworm. fore mgrs. beursch. enz. ringworm. ook hars leveren (van een boom). van. bevredigen. nachtlicht. enz. met donkerpaarse bloemen. . wanneer doze laatste nog maagd is. hars. Punica granatum. fam.: Mendamar. beeindiging van een twist. Damai (ook Dame of Dami). M®ndamaiken. Dami. Pendamaran. albescens. hot met elkander eens zijn over de uitoefening van den coitus . Perdamaian. hot met elkander over lets eens zijn. tot overeenstemming komen. langzaam door hot water gaand. elkander good verstaan. plaats den inzameling. een afspraak maken. Delima merah. slechte rosier of zeiler (van vaartuigen).). halmen den pads nadat de aan gesneden is. doorschijnende hars van den Dammara albs. Damar (Soend. den Burseraceae en Abietineae. licht. die tot de hersens doordringt. Punica PALO. enz. slecht. en naam van verscheidene boomsoorten behoorende tot de pat. lamp.. Damps. van. Mendamai. Damai. De voornaamste soorten zijn : Dalima-poetih. den schedel tot op de hersenen doorsplijten. verzoening.). met roods bloemen en pitten . Damar.granaatappel. vrede maken. ook (van man en vro . Damar mate koetjing. Mendamar. in goede verstandhouding met elkander leven. met witte bloemen on pitten . met elkander een overeenkomst sluiten. in vrede. Damar. enz. niet frisch meer. .w. granatum. die verschillende soorten waarde hebbende harsen leveren . enz. Berdamai. vrede. (ook de boom). overeenkomst. Punica granatum. afspraak. fakkel van hars. goede verstandhouding . een schedeiwond toebrengen. overrijp. vrede met elkander doen sluiten. Pendamai. Daloe (Bat. Rmph. en zulks toestaat). padistroo. Delima item. verzoenen. vredestichter. bevrediging. sluiten. ook toorts.

enz. reus. Berdamping. enz. voltooien. en : op den wal liggend. effen. sa-pa- . aanzien. Dandan. (zie dit woord) boven de opening geplaatste rijst gaar to stoomen. blijven. en. op hot strand gezet of gedreven. titel voor eon vrouw van 72 PANG. dus als collectief voorvoegsel. . gestrand. bijv. opschikken.) . Damping. aaneengesloten. nabij zijnd. troop. tegen den wal aangedreven. Mendandan (ook Berdandan). Memdampak. min of meer urnvormige.).vol. watervlakte. gedrang. Mendamparken. groote.elkander tegen hot lijf loopen. weldaad. versieren. op den wal geworpen. ook verheven zitplaats. titan. Danam. Danawa (Sk.of trekdieren). vastzittend (van vaartuigen enz. enz. stilstaand water van eenige uitgestrektheid. gereedmaken. pool. enz. enz. Dan. aanbonzen. ook een blinds bij de hand of aan eon stok leiden . op hot strand zetten.= de verschillende familieleden. in de nabijheid van jets of iemand zijn. wat tot verfr aaiing. Dang. demon.tevens. tegen elkander in loopen. opschik. Terdampar of Kadampar. tool. bank. Dampar. elkander verdringen.enz. dorpel (van eon dour) die eenigszins boven den vloer uitsteekt. aangespoeld. overvol. reisvaardig maken. Danau (of Danoel. vorsiering.) : dang-sanak . naderen. .ook. diem. waarin hot water gekookt wordt. schuren.nevens. nabij komen. Dana (Sk. versiering. verzoeven. weldadig.verfraaien. mevrouw. 71 Dampak. Dang : ook gebruikt ter aanduiding van eon verzameling. Dandang (ook Dangdang). viak. enz. nabij blijven. Dandanan. (Bandjerm. ook de laatste hand aan jets leggen. doen stranden. tooien.met. mejuffrouw. tegen den wal opgeworpen. hooge koperen pot. enz.). Mendamping. dat diem om de in eon koekoesan. juk (voor draag. bestendig in de nabijheid van jets of iemand. liefdadig.PANG. moor.

Dangoe (Jay. ondiep. gevoelloos hart. hot is buiten twijfel . diep ongelukkig. gevorxlon. enz. gevlekt. zich als bladeren voordoen. DARA. enz. Dangkoeng. gevat. Mendangok. (Mendangkar). krijgen. verkrijgen. bank. bevinding. (van de huid door eon ziekte). stinkend lijkvocht. hot tegendeel is niet mogelijk. ondervinden. krijgen. eon droog cocosblad. . Mendapat. verkrigen. bovinden. uitvinden. omvat houden (van vechtenden). bevinden. Dangkap. wreed. hot is noodzakelijk. naloopen. hooren. onnatuurlijk hard. Dangkalan. loofa Berdaoen. Baroe menda. to spreken krijgen. Dangkar. Kedapatan. verkleurd. .ondiepte. Sial dangkal. nazetten. met bladeren. enz. . Mendangak. ook : hot kan niot. Danoer. blad. Tiada dapat tads of Ta' dapet tads. stengel van de bloemkolf van den arenpalm en kokosboom. hot hoofd achterover buigen. mooning. in zijne macht bekomen. vinden.Tiada dapat. bladeren hebben. hot moot. zien. ook verkri. Dangok. oor- . eon slecht. Pendapetan (ook Pendapet). ontvangen. Poor hot eorst jets to weten komen. nijdig.. vervlgen. ook: oprollen. Dangkal. . gedeeltelijk versteend en daardoor oneetbaar (van vruchten). Danjoe (ook Belarak). to krijgen. Mendangkap. Dangak. gevangen. bedorven. enz. gebladerd zijn. naar jets of iemand gaan. ookkunnen.verzand. blad vormen of krijgen. . verzanding. betrappen. degeen die krijgt enz. Daoen (of Daon). enz. enz. verkromming der gewrichten (eon snort van lepra?). iemand ontmoeten. Mendaoen. Hati dangkal. ongelukkig.jgbaar. ontdekt. Dapat (of Dapet). vinden. ook elkander omvatten.pat. niet verkregen.dang-sanak = al de familieleden. uitvinding. ondervinden. Pendapet. enz. houden. enz. gevoelen. met de kin op jets leunende strak Poor zich nit staren. enz Mendapatken.).

land. koers zetten. enz. ook blood hebben. landen. huwbare maagd . enz. ook bloedverwant. blood hebben of krijgen. enz. bobbed zijn. Sadapat. Perdaraan. oever. wie niets ontziet.deel. Toeroen kadarat. kookplaats. enz. Dedara. pisang. Daratan. enz. lieden uit ddn huffs. over land gaan. uitstoelen. . land. of Mendapoer. aan wal gaan. duff. volbloedig zijn. enz. Pendarat. studeeren. bloeden. lezen. enz. de bloedvloeiing bij de geboorte van een kind. enz. Boeroeng dare. ook over land reizen. ook stool (van planten. . wal. gewest.) . Darat. stookplaats. . . gewone of boschduif. aan wal gaan. zoQveel doenlijk. near den wal koersen. . do maagdelijke staat der gezamenlijke maagden. Tiang pendarat. Dagingdarah. Mendaras. oever. Mendarah. meerpaal . eon gezin (die van dezelfde keuken gebruik waken). jonge dieren van hot vrouwelijk goslacht . Sadapat-dapat. bloedrijk zijn. wal. vleesch en bloed. middel van verbinding met. bijv. eon aankomend meisje. maagdom. ook jonge spruit van eon plant. enz. maagd. Sadarah. hetzelfde bloed. hardop lezen. Berdarat. zij is haar maagdom kwijt. haard. vastlegging aan den wal. bamboo.). een haven enz. bloedverwant. Dar-assalam. land. reizen. van hetzelfde vleesch en bloed. verblijf. bloedverwant . Anak dare. jonge dochter. naar vermogen. bobbed. vaste grond. huffs des vredes. Orang sadapoer. voel DARA. keuken. moeite geven . woning. kombuis. doorlezen. Mendarat. Dar (Ar. . enz. leeren. en pan van eon vuursteengeweer. naar best vermogen. Berdarah. Darah. (van planten) stoeion vormen. oak zich Poor jets inspannen. Berdapoer. . hang daran ja. zooveel mogelijk. Dara. blood. land des vredes. binnenland. debar- . Dapoer. jonge dochter.. Dares. Darah pengiring boedak. enz. Daradjah. oven. van een. wat verkregen wordt. enz. binnenloopen.

Darmawan. liefdadig. goedertieren. geluid van een vuurwapen . Dani pada nzengadji is bermafn-main sahadja. gekleed gaan . komst. enz. Dasar. Das. kleermaker. in stede van. Darjah. . Darmawan. schot. teleurgesteld zijn. enz. door. bodem. dat komt er van. enz. stroom. Dare (of Darai). zich over iemand to beklagen hebben. langwerpige hoofddoek. kaaimuur. komen. Dani mane. aan jets een vloer geven. maken. jets tegen iemand hebben. . impotent. jets onder het een of ander leggen. een tulband gebruiken. jets als tulband gebruiken. driftig van aard. Pendasaran. Lebih dari. van wear? Dani pada. enz. jets als liefdegift. Dasar batoe. jets tot vloer gebruiken. zeehoofd. Darmaga (of Dermaga). mild. enz. vloer. Dastar (of Destar). een huffs met planken vloer . Derma (Sk. gaat hij maar spelen. zee. Dasar berangasan. van. liefdegift. breed pad. grond. arms geestelijke of monnik. van af. in sleds van to leeren. vloer van steenen . karakter. natuurlijke eigenschap. grondkleur. saluut van 101 schoten. tulband . hoofdomwindsel. door. aard. Berdastar. met een tulband loopen. Dardji. den. kunde. ten gevolge van. 7 3 das. wetenschap. Berdateng. zie Derma. kennis. milddadig. oceaan. barmhartig. (gewoonlijk Penasaran). Datang (of Dateng). enz. aalmoes. Dana. of komstig van. meer den. enz.. snijder. gebeuren. van. geschieden. ook omdat.keeren (ook Pergi ka darat. uit. Darwis j (Pert. aalmoes geven . mild. bevloeren. bedelmonnik. arriveeren.) (ook Derma). Roemah dasar papan. Hbrmat seratoes satoe DATJ. nafk ka darat). groote rivier. Mendastar. aankomen. grondverf. of komstig van . . tot onderligger maken. gemetselde vloer.). Mendasarken. aanwenden. . Batoe dasar vloersteen . Dan. Mendarmaken.

). Kadatengan. . vordering. aanspraak . inktkoker (ook Tempat dawat). enz.tegen elkanderopwegen. Mendatengken. Dawai. aanspraak maken op jets.). inkt (ook Ajer dawat). Penda'wa of Iang ampoenja da'wa. een vlakte. vlak. eon dour) ongedekt. afloopen. fidei commix. bestellen. . balans. ontbieden. onvervreemdbaar familie-erfgrond. open. slager. met jets voor den dag komen. eischen. enz. Mendatar. betichten. ongedekt zijn. een vijand) . Daulat (Ar. klopping (van hot hart). hell. Datjin (of Datjinan). Tanah datar. ook een gewicht van 125 Amst. iemand opzoeken. zegen. Berdeboeh. ponden of 621/2 kilogr. vlakte . bes. Deboeh. Pendebar. rechtza4ak. eisch. grootmoeder. enz. weegstok. rechtsgeding. eon schotel) . (bijv. popelen. Debar. jets laten komen. overvallen. Mendebah. beschuldigen. Dedak. Dati (Sap. Menda'wa. stof . schimmel. kloAp~ van hot hart . enz. in hot algemoen gebruikt tegenover zeer oude lieden en hoofden. Dattja(Daitya). Mendatangi. Dawat (Ar. Mendedah. overvallen. in rechten vorderon. met stof overdokt zijn. gelijk . viakiand. Pendebah. beschuldigde. kloppen (van hot hart). toetreden. grootvader. bezocht . welkom. doorloopen. metaaldraad. dagvaarden. rechtsvordering. stuiven. gelijk in krachten. unster.). openstaan. reus.naderen. aangrijpen. Datoe (of Dato'). slachten. Berdeboe. titan. Da'wa (ook Dakwa) (Ar. mg Mendebar. Dawoek. Iang di da'wa of Iang kena da'wa. iemand in rechten beschuldigen. Debah. dichterbijkomen. Selamet dateng. gedaagde.). geluk. bezoeken. popeling. ijzerschimmel (paard). grootje. bij iemand of jets komen. voorspoed. ook bezorgen. (bijv.. 7 4 DAT 0. demon. Datar. (bijv. effen. slachten. eischen. Deboe.

met elkander wedijveren (om de eerste plaats. Mendekoes. (bijv. van good. op de leer liggend. vooruitstreven. iemand voorgaan. onregelmatige troepen vormen. robust. Debrar. benaderen . Mendehoeloel. vorig. vroeger of eerder handelen. gereed om eon sprong to doers. bezinksel. nabijbrongen. naderbij komen. vooraan. (van wilds dieren). enz. Dekil. Mendedas. dichtbij zijn . voorheen . eorst. v DEKO. ook kruipend of hurkend naar jets toe gaan. Berdahoeloe-dahoeloean. Mendehoeloeken. rang. zemelen. jets naderen. Mendekemi.. voor iemand uitgaan. vroeger. Mendekam. in vroeger tijd. Degil. Dedak (of Boeroeng Dedali). aan hot hoofd. Mendekati. Berdekat. iemand voortrekken.chtig (van eon mensch). enz. liggend op jets boron. vuil. Dekat (of Deket). zich vooraan. dichtbij. oudtijds. dichterbij halen. Mendekatken. dat steeds gebruikt on niet gewasschen wordt). ongeregelde troepen bevinden. ook aanhoudend manors. voorgaan. enz.). enz. . Dehoeloe kale. Dedas. de voorkeur geven. Mendehoeloe. koppig. eon snort zwaluw. hot eorst of eerder aan lets beginners. enz. Dedak (of Dedak). eon aanroeping niet beantwoorden. in de nabijheid . knetteren (als van vuurwerk). onregelmatige troop (menschen of dieren) . blazon. zich in onregelmatige. voorheen. moor. droesem (ook Dedegan of Degdegan).Dedai. voorop stellen. eon . op de leer liggen. voorop stellen . Dekam. nabij. nederhurken. enz. iemand voorbijgaan. nedergehurkt . afval. bokruipen. na. Mendekat. voor. smerig. jets vervroogen. Dehoeloe (ook Dahoeloe of Doebe). stil liggend. enz. groot. naderen. voorop. Berdedal. . stil op den grond liggen. een. Dekoes. eertijds. aan hot hoofd. tegen iemand schreeuwen of gillen. reusa.

L. Deloewang (Jay. Delap. Delima. eon dergelijk geluid maken. Mendeloki. brutaal. vochtig. staroogen. papier uit boombast bereid. nat. ondeugend. .). Demam oerat of Demam didalem. ook (van eon kind) stout. de oogen onophoudelijk open sporran. der Bixaceae). kUken. Berdelapanan. ook Demam toelang.bij hoopenofgroepen van acht. Kedemangan. acht bij acht. Mendelik. ook eon heester (Bixa orellana. pappen. fam. zie Dalima. boombast tot near dunne platen uitgeslagen. vluchten enz. acht in aantal (zijn) .). onbeschaamd. enz. ingodeukt. tegen iemand groote oogen opzetten. Delik. aanzien . Mendemah.blazend. Dekok. koorts hebben (ook Sakit demam). de achtste zijn.). koortsig. door eon klokkend of kirrend geluid lokken (Mendekoet). Delok (Jay. f xeeren. ook verschuilen. district. Demam (of D emem).). wild. deuk. Delinggam (of Delinggem). waarvan de naden eon Orleans-gale of -roode verfstof geven. die hare kuikens roept. Delapan-delapan. zien. zich verstoppen. Mendeliki. sissend geluid voortbrengon (zooals eon kat). iemand voortdurend. Dekoet. binnenkoorts. Delapan. . leggen. met zijn achten. Delokin. V DELA. menle. zooals eon hen. Demek (Bat. klam (van waschgoed bijv. intermitteerende koorts. koorts. Demah. ook districtshoofdsw oning. niet good droog. typhus. enz. acht aan acht. stork aankijken. Mendelokin. Mendelapan. heete koorts. acht. Demam koera. op zieke lichaamsdeelen warmo geneesmiddelen. laten rollen . Demang (Soend. ). Demam dingin of Demam gigil. onverbiddelijk. enz. koude koorts. Berdelapan. Demamkapialoe of Demam di kapala. vermiljoen. titel van eon districtshoofd (in West-Java). Mendelak-mendelik. de oogen wijd open zetten.

of Berdempok. op dezelfde wijze. Deminin (ook Deminken) (Bat. zich vast tegen jets aandrukken. eon voor eon. op hot tijdstip. Demikian djoega. dicht v 7 6 DENA. naden met stopverf of work dichtmaken. Denai. Mendempet. Demi. enz. stopverf. lawaaimakend (van hot geluid van bekkens bijv. vastzittend.).. Satoe deminggoe. Dempet. vastgehecht. Hari deminggoe. work om naden dicht to stoppen. Deminggoe(Port. op die wijze. in eon ledige ruimte). aldus. Demi Allah. ten tjjde. Dempoel. opeenhoopen. zitten. insgelijks. goon notitie van jets of iemand nemen. zoo. hol (van eon geluid bijv. jets knellen. tegen elkander vast aandrukken. iemand mogen lijden. enz. 75 Demon (Jay. Saorang demi saorang. Dempok. gekneld. Berdempet. pad (door groote dieren gevormd of door groote die- . Mendempetken. aan elkander vastgehecht .). gebroken rijstkorrels. enz. Dempang. Demoekoet. Zondag. aan zijn lot overlaten. opeenhooping. toen hij hot zag. eon week. opeengehoopt. . jets lusten. week. staan. dus. bevestigd aan jets.). vastzittend tusschen twee voorwerpen (Kadempet). wag. bij God! Demi dilihatnja. beminnen. iemand of jets met rust laten. toen. Dempet. Demikian. lief. . schel. liefhebben. laten begaan. zoodanig. Mendempoel. aan elkander hechten. Zondag. naast eikander gaan loopen. opeengepakt. enz. van jets houden. opeendringen.(ookMinggoe). enz. schelklinkend. rakelings aansluitend tegen jets. lief j e.). dicht naast of aan elkander. . Demenan. aan elkander vastzitten. gedrang. Mendempet. ook : bij (in eeden) .V DEMP. Mendempok. enz. do eon voor of na den ander. Dempir.

weennoedig zijn. Mendengar. Pendengar. jets betwijfelen. wrok koesteren. op last. Denda. enz. eon geheim of inwendig verlangen. heimwee hebben.of ondergaan). Dengkelik (Jay. dwergachtig. kort van beenen bij eon gewoon bovenlijf. kortbeenig. wie of wat hoort. vernomen. Dengan perentah. Mendendang. vergezeld van. boats. dun van vleosch (van vruchten). voorzien van. hoorbaar zijn. wrevel. Dendang (of Dendang). Sadengeran. Pendengaran. vernomen . enz. Mendendeng.). naar behooren .Mendondang). ook haat. Dendam (of Dendem). Mendendam birahi. Berdendang. alleen. lappen gekruid en gedroogd vleesch . Mendenda. gerucht. ook en gewoonlijk Dingklik. (ook Dondang.zingen. lang en mager (van mensehen of kinderen). Dendang. in twijfel trekken. zonder. naar jets hooren. Denda mats. Dengan. enz. gehoord. doodstraf. aanhooren. in zijn eentje. dun en lang. . laag zitbankje. v DEPA. voetbankje. ~aanhooren. Mendengarken. wat gehoord of vernomen wordt. twijfel . Dendoe. geheim verlangen. alleenig. Dengan tiada. Mendendoe. ook de breeds oppervlakte vertoonen (van de maan bij hot op. beboeten. Dengkel. vleesch aldus bereiden. hooren. Dendang (ook Dengdeng). hot gehoorde. luisteren. in lappen snijden.ren gewoonlijk gevolgd). Dengar. Spaansche vlieg. straf. Terdengar. toevallig gehoord. Denak. heimelijk liefde voor iemand koesteren. met. hot gehoor. inwendig in liefde naar iemand verlangen. . enz. haat. Dengan sapertinja. verborgen verlangen (ook in kwaden zin). in de zon of boven vuur drogen. wrok. met boats straffen . aan jets twijfelen. (ook Menengar). Dengan saorang din. een deuntje opdreunen. Mendendam.

mollig. ziekelijk. Pen- . knorren (van varkens). gekromd of gebogen (bijv.spiertrekking. lezen. brommen. Mendengoes. ras. enz. vadem. Mendengkeng.schok. een pak slang geven.nijdig. Depang. spreken. enz. snorren. Berdengoeng of Mendengoeng. sigen.trekking. lieftallig. de lucht schielijk door den news blazon. aanzetter. zie Hadepan bij Hadap. knielen. Denjoet. Dera. die hot aas ingeslikt heeft). aanminnig. eon brommend geluid voortbrengen. kastanj ebruin. enz. Deras. lief. gesnik. geknor . iemand benijden. onnatuurlijk. Penderas. vademen. Dengoeng. snikken. Mendenjoet. poezelig. ook met uitgestrekte armen voor eene opening gaan staan. Deragem (Jay. enz.. Depan.iemandkruiv DEPL. nijdig zijn op iemand. Dengkol. viug handelen.Dengkeng. gesnor. enz. hij verdient geld als water. Dengki. vlug. pisdrijvend middel.afgunst. ook drijver.wangunstig. snuiven. rukken. nijdigaard. snel. de afstand tusschen de toppen der middelvingers van de horizontaal in eene lijn uitgestrekte armen . donkerbruin (van de kleur van een paard). Denok (Jay. Depa. gegons. . kastijden. Menderasken. Mendengki. tuchtigen. enz. geeselen. Menders. Berdengkoel of Mendengkoel. Mendeplek. gezwind. ingedeukt (van den rug) zoodat de borst vooruitsteekt. Deplek. D ras redjelninja. gonsen.ruk. gesnuif. Dengkoel(Jav. Mendepang.).). veranellen. wangunst. gebrom . van een visch.knie(ookLoetoet).. drijfmiddel. stark. Pendengki. Menderas. loopen. schokken.). Dengoes. zich achter een openstaande deurverschuilen. leeren. bij of met vadems meten. trekken met eon schok (bujv. met de borst vooruit en den rug ingedeukt loopen. op de knieen rusten of liggen. snel. van armen of beenen). Mendepa.

in den 3en persoon. gelederenvuur. inlandsch dorp.) (ook Doesoen). ook fluiten (van den wind). (ook Djawata) Dewa. Derawa (of Goela derawa). getuit. suizen (van de ooren). i. dicht bij elkander. peletonsvuur. voorvoegsel tot vorming van hat zuiver passief der Maleische werkwoorden. Di stns media. padisnijden tegen een bepaald deal van het gesnedene in natura als loon. gesuis.). gelid . gehucht.). iemand met din. d. tijd. Dering(ook Derang). bijv. op de tafel. Berdesek. Berderek. op. door jets heen. enz. Menderang. Berdia of Mendiaken. enz. ook dicht op elkander. te. naast elkander in een rij. verdringen. Dewasa `Sk. salvo. 77 gen. Desing. leeftijd. Mendesek. Derek (Bat.. ook iemand fusileeren. D sak (of Desek). vlek. godheid. Di roemah. een schel klinkend geluid voortbrengen. Derni.). to huffs . Dewi (Sk. Derma.). Derep. hat. Menderep (Jay.derasan. in huffs. opeengedrongen staan. i. aanspreken. gelid staan . enz.dorpel(vaneen deur). di gantoeng. enz. Dewata (Sk. rinkelen. stroomversnelling in een rivier. .). Dia. enz. Desa (Jay. in een gelid naast elkander stellen. die Kota genoemd worden. gehangen (worden). godin. Menderel. Di. Menderekk en of Berderekken. Berdesing of Mendesing. zjj. buiten de steden of hoofdplaatsen. ook als voorzetsel : in. enz. stroopsuiker.. tijdstip. opeengedrongen. eene bewoonde plants op hat platte land. drinDIRT. to zamen.drempel. hij. rinkinken. tuiten. zich dringend een wag banen. opeengehoopt. rij. Dews (Sk.). zie Darma. Derel. in een rij. d. ook als benaming van hooggeboren vrouwen van vorstelijken bloede. Hindoe-godheid. stroop.Mendering. een salvo geven. tusschen jets door dringen.

. Pendiam. zwijgen. enz. Dina (Jay. ook ergens wonen. Dida. Dint (Ar. iemand niet aanspreken. licht aan steken. Didi (of Didih) schuim. siertje. . behoeftig. bloedgeld. met een licht of lantaarn loopen. doen zwijgen. Mendikir.. Diang. inlandsch lampje. zorgen voor lets of iemand. eene plants bewonen. Dikir (Ar. arm.Godzingendloven. die niet veal zegt. Berdidi of Mendidi. Berdikir. greintje.Sedikit-Sedikit. vlammend vuur. zieden (van water). iemand. woonplaats. koken. eon weinig. Dimpit. enz. tijd van na middernacht tot hot krieken van den dag. licht ophebben. Mendiami. enz. Berdiang. enz. ellendig. stil.Diakoe (Band]. jij. gevestigd zijn. hosts of schadQvergoeding voor een beganen moord. Mendidik. Dikit.). licht. ik. die moord met geld.. pers. verblijven. ergens verblijven.). bij vlammend vuur verwarmen. 7 8 DIDA.. mijn blood kookt. nietreel. mij. zich niet roerend. beetje. meerschuim. zie Haoer-biros. zingen. schuimen. Mendiat. opkweeken. dag . ook laten begaan. den lof van God vermelden. zich bij vlammend vuur warmen. Dina (Sk. Dikau (= Engkau of Angkau).). ook kaars (him). koesteren. voornw. ook laatste rustplaats. oak eenvoudig jets zingend verhalen. bjj beetjes. zwijger. bloedprijs. zoetjes aan. opvoeden. u. beetje. Mendiamkent. gesloten. jou. zwijgend. ook spons. Diam. Dina hari. Kadiaman. enz. nachtlicht. eon bloedprijs voor eon beganen moord betalen. Didihlaoet. lets of iemand grootbrengen. enz. Berdian. (Dzikir). enz.. Sedikit. Mendiang. aan elkander vastzittend (van de oogleden bij zieke oogen). zich niet verroeren. vingerhoed. verblijfplaats. zich stil houden. zie ook Dempet. van den 2en persoon : gij. enz. langzaam aan. verzoenen.). Darahkoe mendidi. Dian. Berdiam stil zijn. weinigje. Didal.). Didik.

de Staten-generaal. ambtshalve. Indie. ook Sendiri. vorstelijk hof. . Diwann hibab. enz. scherm. staan. die staat . de persoon zelf. Diwan (Pert. behandeling. Djabatan. Berdiri. Pendirian. ook Memperdiriken. zijlieden . aanvatting. Djabat. bediening. Dirikoe. Dini dari mane datang. in 't algemeen gemunt metaal. ook eon vrouw beslapen. laag on ellendig. gespuis. uitoefenen.. overeind staan .). gijlieden . lets of iemand tot dinding strekken. eigen.. ook album. gepeupel. Mendinginken. enz. gebergte. zie Dingkelik. opstellen. opgericht zijn. Djabal (Ar. kil. raadsvergadering. koude vatten. Diner. enz. beschot. alleen. koud. tribunaal. elkander de hand geven. geld. enz. gerechtshof. enz. bevestigen. oprichten. waarnemen. uitoefening. lets koud laten worden. zelf. van eon dinding voor zien zijn. . . Mendinding. hot. de rekenkamer. individu. Diwan kerad j aan. doen staan. laag en ellendig yolk. manshoogte. zij. achter eon dinding zich opstellen. enz. waarnemen. ook verkouden zijn. gouden count ter waarde van ongeveer eon dukaat. ambt. Hina-dine. koude. bruiken. de hoogte van iemand. berg. Dingin. Pendjabatan. register van ontvangsten en uitgaven. dikwijls ook gebruikt voor den Zen persoon . muur. bouwen. Dirimoe. zijn (hear) persoon. enz.beslaping. Raad van State. uw persoon. wear komt gij (gijlieden) van dean? Saorang din.. enz. ambtelijk. Kadinginan. een ambt vervullen. gij. Dirinja. read van Ned. persoon. Diwan segala wakil orang banjak.). eon dinding maken. lets als dinding ge. lichaam. hanteeren. DJAD.waarneming. enz. van koude bibberen. afschutting. Mendindingi. schutsel. hij. 1k..Mendjabat. Dinding. Diwan tanah India Nederland. Dingklik. bewanding. mijn persoon. zeer koud. verkoelen. Din. aanvatten. wand.goring. borstwering. behandelen. Mendiriken.

enz. eon onwettig geborene. bereizen. of hankelijke streek. en Aloe abyssinica. (eig. eon land in alle richtingen bereizen. hij is mandoor. Pendjadah. doel . de kunst om zoo lets to doer. gebeurtenis. Djadah (Ar. voortbrengen. aanstellen. DC. ook hot bereizen. vastzetten. geitje. hoerekind. Mendjadiken.. enz.. slagen. bij v. enz. lijm . Ia d j adi mandor. Djadian of Djadi-djadian. ontstaan. in gelederen . geworden. Djadjar. Djadi of Mendjadi. kind. -. geborene. die de gedaante van hot eon of tinder dier. Berdjadjar. reeks. Djadah. doer worden. Djadjah. eon . iemand. ook streek die veel bereisd wordt. degeen die rondreist. -opzichter . Pendjadjah. geboren. benoemen. telen. fan aannemen. doorreizen. Berdjadjaran. geschied. Djadja. enz. d o orgaan. nut. Aloe socotrima. gelid. .. rondreis. enz. geschieden. Mendjadjaken. ontstaan. land rondreizen. -Aloe rubescens. Djadam. rij. gewest. Djadjahan. in eon gewest. Mendjadjar. wording. vastlijmen. ook eon snort gebak. gebeurd. Djaboeng.). lijmen. ontstaan. onz.Aloe ofucinalis Forsk. rondventen enz. doorgegaan. borer. gelukken. maken. worden. vastmaken. ook zijn. Haram-d jadah. Lamm.). met eon marskraam loopen. achter elkander of naast elkander in eon rij staand . doorreis. geslaagd. Djadja. echt kind . streek. Djadi. Mendjadjah. Halal-djadah. ook : bokje. eon wettig. Lamm. goDJAD. lets al rondgaande verkoopen. met koopgoederen rondgaan. . hot teeken van hot sterrenbeeld de Steenbok. in rijen. Dzadah). middel ter bereiking van zeker doel.. Kedjadian. gebeuren. enz. eon in de inlandsche geneeskunde veel gebruikte gomhars van eon bitters Aloe-snort. doorreizen. in eon rij staan. onderhoorigheid. scheppen. bijbehoorend land. Mend jaboeng.ook de tastzin. voortgang doer hebben. Mendjadja. rondventen. enz.

van eon kanon. die naar 's lands gebruik eons per jaar gedurende een maand bij den radja moeten worked. in rijen plaatsen. de wacht houden .Bat. enz. M n djadjarken. Berdjaga-djaga of Berdjaga-djagaan dag en nacht feestvieren. Nat. naaping. acht geven op. lichamelijk buitengewoon ontwikkeld. Pendjagaan. Dj ad jaroh (Mol. fam.. Mend.DJAG. die de wacht houdt. Pend jags. feestviering . maag d . Djagabela. zorgen voor. bewaker. bewaken. haan. Djagoer. ook hot waken. waar de wacht wordt gehouden. gelid. bedienen. Djadjat. nabootsing. gelederen opstellen. de jonge meisjes. enz. wachten.). reeks vormen . Djago (Jay. dom.of staartstuk 80 DJAH. onwotend. de bekende Turksche tarwe. in rijen.). wachtplaats. 7 9 rij. L.). nagemaakt . enz. Djaga. slachter. op zijn hoods zijn. nabootsen. Djagoeng. j ong meisj e. wachten. hot bewaken. Djahal on Djahala. ook achter. I. wachthuisje. slager. Djagal (Jay. Compagnie. Mendjadjat. waken. behartigen. wakker maker. wakker blijven om feest to vieren . fijn van vol. Perdjagaan. namaken. Zea mat's. de wacht houden. Djadjei. de openbare scherprechter. de wergild. . slapeloosheid door to veel waken. verkooper van vleesch in hot klein . oppassen. onwetendheid.). enz. enz. Pedjagalan. wakker zijn. slachtplaats. hoog en zwaar van postuur. waarvan op Java en in den Indischen Archipel verscheidene varieteiten geteeld worden. jags. waarschuwen . ook verkoopplaats van hot vleesch (in hot groot). Mendjagaken. Dj ad j aroh hakakil. nadoen. slachtonij. wokken. enz. en benaming van eon to Batavia (bij de algemeene pakhuizon) liggend groot kanon nit den tijd der 0. waken. hot heelal (ook Djagad). Djagat (Sk. onecht. wafer. Kedjagaan. . onkunde. den Gramineae.

bevoorrecht. Manisan djahe. naaiwork. Djajangsekar. ongehuwde j onge man. leelijko ziekte . Mendjahit. eon kwaadaardige. in zijn nopjes zijn. boosheid. goods uitslag. welslagen. in hot ongeluk storten. to gronde goricht. Djahoedi. boosdoener. ook vorvloeking.). slechtheid. in hot geniep kwaad doen. geniepig valsch. DJAL. bemiddeld.enz. naaister. in eon kwaad blaadje stellen. gemeen. bot. halfvolwassen jongeling. Djaka (ook Djedjaka). gemeen van aard. laag. Mendjahilken. iemand valsch behandelen. . openbaren. hot kwaad. misgunstig. tailleur. Jood. naaisel. Pen jakit djahat. onwetond. leelijk. verwensching. niets weten. verdoemde. . Pond jahat. Pend jahit. naaier. overwinning. gegood. gelukkig. Orang djahat. kleermaker. benaming van gewapende on bereden inlandsche politiedienaren.middel om iemandkwaadte doen. booswicht. laatdunkend. verkondigen. enz. ook verdoemd. hot naaien. Djahit (of Djait). ook publieke vrouw (Perampoean djahat) . openbaar . onheil. kwaad. boos. valschelijk eon koopje gevon. Djahil (of Djail). domoor. Mend jaharken. Mendjahatken. Djaja (Sk. hel. Djahitan. . Toekang djahit of Toekang mend jahit. enz. enz. ook naaimand. bruidsbed. aankomendo j ongen. rijk. gember (plant on wortol) . Djahat. naaiwerk . boosdoener. kleeren maken. Pend jahitan. . Djahe.Djahalis. dom. slecht. diepe put. slaapmuts voor bruid on bruidegom. naaister. wat genaaid is of moot worden. naaien. kleermaker. zoge. Djajang. gemeen valsch. botterik. enz. thans reeds afgeschaft. Djahar. kwaadaardig.wangunstig. Djahanam (of Djahennem) (Ar. ook valsch. verdoemohng.. enz. booswicht. enz. Kadjahatan. werkmand. iemand kwaad doen. gelukkige afloop. Joodsch.). goconfijte gembor.

enz. begaan. klok. over iets gaan of loopen. ongeoorloofde betrekking staat. gaande zijn.). ook streep (als bijv. de ondergang der wereld. ook : juist op tijd. aan den gang brengen. uitgeholde boomstam. den geheelen wag langs. loopen. zuivei heid eener zaak. enz. Berd jamd jaman.. Djala. gepolijst. Djamahan. Berdjaloer. pad. bewegen. bestaande in eon bij de wet voorgeschreven deal van iemands good. ook iets doen. aalmoes tot zuivering. baker. duidelijk. op refs zijn. klaar.vrijwillige (?) bijdrage of gift in padi (of geld) bij of na den rijstoogst aan den penghoeloe der desa gegeven of aangeboden. D jalan. onder wag zijn. Mendjalan. Mendjala. gewoonte. enz. j uiste tijd. gang. enz. our. kanoe. met eon werpnet visschen. even met de hand of de vingers aanraken .ook celibatair . schuitje. in dienst zijn. Djakat (of Dzakat) (Ar. Perdjalanan.). ook dienen. refs. y-. Djali.zuivering. voor zieken en zwakken worden gebruikt. werpnet. spoor van een haan. aard. ook : Coix Lacrifina. glinsterend. enz. Djamadjoedja. Mendjamah. loopende. Djam. verscheidene uren duren. spiegel . netvlies . Djala-djala.). voortbeweging. uren lang. Djamah. . Djaka of Pedjaka. Mend jalanken. Berdjalan.. die als kanoe gebruikt wordt. eon vrouwelijke bediende met wie de hear dos huizes in geheime. gestreept. ten uitvoer brengen. handolwijs.Mend jalani. Sadjalan-d jalan. horloge. eon wag afleggen. hanespoor. gang. marcheeren. enz. refs. fam. waarvan de rijpe zaden veal tot voeding DJAL. Djamak (Bat. handel en wandel. zich voortbowegen. tweeds . Djaloe (Jay. op de Amerikaansche vlag). gaan. network. handel en ~wandel. reap. nat. ook drinkglas. wag. in beweging zijn. voor den kost dienen. yore . der Gramineae. bewandelen. darmnet. Djaloer. L..

fam. trekken. Djambatan of Djambatan. Rmph. Jambosa albs of Jambosa aquaea. Djambak boeloe. de harm uitrukken. Djambak. bloompot. Djamal. fam. Mendjambet. Djamban. enz . der Myrtaceaeboom met eetbare vruchten on good stork hoot. nl. ophaalbrug. bestekamer. hersenpan. Djambakbawang. Djambatan angkatan. Djambat ruk.). tijdstip. waarvan drie soorten bestaan. franjes. gewoon. Djaman (Ar. Djambang of Djambangan. met . eon bos uien. vleugelvormig ac e hoofds e siersel. met eon ruk jets optrekken. pot. Djambelang Syzygium jambolanum Rxb. nat. Jambosa. Djambatan sarong. schodel. Boenga sadjambak. vlonder . gemetselde bak. nat. dat links en rechts tar hoogte van of aan de ooren bevestigd en door eep voorhoofdsplaat bijeengehouden wordt. niet to verwonderen.). 81 versierde zitplaats voor bruid en bruidegom. geoorloofd. brug. handvol . en geneeskrachtige eigenschappon . Djadjamban. duiker. naar zich toe trekken. eon in vole verscheidenheden voorkomende boom met lokkere en gezonde vruchten. der Myrtacoae.Ked jamal ook Kedjamalan. Djambatan koeroeng. eon ruiker. aarden vacs. Djamboe. panache. Djamtang (Jay. rukken . privaat. gepast. Batoe djamala. enz. gedoeltelijk verschuif bare brug. naar jets grijpen. kakhuis. een mal figuur maken. secreet. bokkeneel.natuur. zich bespottelijk aanstellen. eon vederbos. jets of iemand bij de harm. enz. ook de met franjes MALEISCH-HOLLANDSCH. kuip. eon handvol bloemen. bij de kuif vatten. schipbrug. een bos. aarden watervat. Mendjambak. tijd. bos. enz. yonder. voorste deel van hat hoofd. Djamala. Djamboe-ajar. iemand aan de harm trekken . van hot voorhoofd tot de kruin.. DJAM. enz. de bast wordt in de inlandsche geneeskundo tegon diarrhoea gebruikt.

met geneeskrachtige eigenschappen. een bekende zwamsoort. rose en donkorpaarse vruchten. als gast behoorlijk ontvangen. rnuizenoor. .. iemand onthalen. Jambosa domestics Rmph. Pend jamoe. Mart. Exidia purpurascens Jungh. gast. fam. witte en lichtrose vruchten . partij. traan . Djamboel. ook Koeping tikoes. Djamoer koeping of Djamoer tikoes. L. die veal in soepen of andere spijzen gebruikt wordt. Psidium guajava. panache. champignon. jets aanwenden om iemand to trakteeren. beide soorten veal op dood hout of nieuw ontgonnen gronden gevonden . waarvan drie soorten. Djamoe. feast. Djamoer. Djamboe-bol. met vole kleine pitten. schimmel. Djamboemon. der Anacardiaceae. Djamboe bidj of Djamboe kloetoek. Anacardium occidental e. Djamdjam. enz. Berdjamd jan. eon kuif hebben (bijv. haarvlok om of op de kruin (bij kleine kinderon). aangenaam verfrisschendevruchten. maal. handstoffertje van vederen. j et.. zwam. enz. tranen storten. L. gastmaal. paddestoel. banket. veal in pas bewerkte tuinen voorkomend. Djamoertom. kippen).Exidia auriculae judge. nat. die in India gevonden worden behooren : Djamoer barat. droppel (uit jets to voorschijn komend). kuif. groeit . met i eurige vruchten. Mendjamoeken. Djamoertroetjoek en Djamoer boelan. Bark. Berd j amboel. Djamoean. gastheer.~gastmaal. iemand op jets onthalen. trakteeren . nl. onthaal . met witte. Perd jamoean. Djamboe aj ermawar. 6 82 DJAM. onthaal. zweetdroppel. traktatie. pluim.lichtgroene. bij droppels zweeten. of Auricularia Sambuci. bos van vederen. enz. die op de na de indigobereiding weggeworpen in digostengels enz. -. Tot de eetbare paddestoelen. met saprijke. Jambosa vulgaris Dc. Mendjamoe of Mendjamoef. een pluim dragon.

. verbintenis. Menjampaiken.. verbond. ook maagpijn. Mendjangak. Mendjampeken.. die in de inlandsche geneeskunde veel worden aangewend. enz. Djampi. Soedah sampai djandjinja. boding. Minta d j and j i sepoeloeh hari. Djangak. Mengobahken d jand j i. eon ongebonden. Djanda perampoean. weduwnaar. contract. toezegging. eon contract broken. Djampi (of Djampe). contract. achtergebleven echtgenoot na hat afsterven of na echtscheiding van den man of de vrouw. Djandela (Port. losbandig. eon termijn of uitstel van tien dagen vragen . schietgebed. overeenkomst. Batsch. of Lycoperdon kakavu. enz. zijn bepaalde levenstijd was daar. weduwe . of spraak. enz. liederlijk.). twee zwamsoorten. liederlijk enz. boding. bepaalde tijd. Polyporus sanguineus. eon gemaakte of spraak of overeenkomst houden. beloven. Djanda laki-laki. venster. Djanda. . waarover zulk een formulier of gebed is uitgesproken. raam. overeenkomst. schnftelijke overeenkomst. enz. L. eene overeenkomst niet nakomon. bedingen. afspreken.. eene belofte verbreken.. en Djamoer merah of Djamoer-brama. Perd jandjian. toezeggen. Djandji. Lycoperdon giganteum. Lev. Soerat perdjandjian. zijne belofte vervullen.Djamoer-impes. losbandig handelen. weduwe. hot gegeven woord schenden. Berd j and ji of Mendjandji. zich verbinden. zich aan eene belofte. . overeenkomen. belofte. ongebonden. verbintenis. verdrag. ontuchtig. levon lijden. ook geneesmiddel. tooverformulier. afspraak. pijnlijk gevoel in de maag tengevolge van hot to veal gebruiken van zoetigheden. ook over eon ziek DJAN.hoerachtig.of Memegang d j andji. vervaldag. termijn. belofte. enz. zijn laatste uur heeft geslagen . weduwnaar. lichaam of eon deal daarvan uitspreken. niet gostand doen. los van zeden. eon tooverformulier of gebed over eon geneesmiddel.

enz. den bast ontdoen. veel als snoeperjj of toespijs bij de rijst gegeten. nek. Mend j angkangken. Mengadoe DJAR. Djangkah. trade. voorstuk of voorsteven van eon vaartuig. wel verre van. bast. hot moat volstrekt . Djangan lari. Djanggoet. afmeten. bepaling van de lengte van jets. hanekam. Mendjangkah. ook tegen jets stooten of drukken.). iemand honed. Mendjangkar. Dj angankan sahaia. jets wU d openen. enz. van hat vol. Bat. een mengsel van verschillende gekookte groenten met een speciaal daarvoor gemaakte sambel. passer. ankeren . ook hoop. ook beoordeelen. minachting.). beoordeeling. met minachting behandelen. bapanja sendiri poem tiada di takoeti. woes niet bang. (ook en veelal) Djengger). Djangankan. Djanggar. (de lengte van jets). met de kin op jets rusten. hats. laat staan mij. ook voorbeeld. wijdbeens loopen. doe hot niet. hot moat. gissen. Mendjanggoet. Memboewang d jangkar. Mendjangkang (of MekangI ang). stag. Djangkar (Jay. Djangat. last af. Djangan takoet. keisteen.). wijd open. Djangkerik. krekel . (gebruikt tar uitdrukking van den vetatief). met den passer of met stappen. loop niet wag.zelfs zijn eigen vader ontziet hij niet. h if springende over jets heenstappn. . DJAN. enz. vol. Djanganan (Jay. trod. afmeting.. gissing. Mendjangka. Djangga (Jay. Djangan tiada. (van een vaartuig) met den voorsteven op hot strand zitten Djangka. Djankang. hot ank er laten vallen. loopen met de beenen wijd uit elkaar. wijdbeens.~ Saoeh). uitmeten. gazette tijd. kam van een haan. spreek niet van. laat staan. Batoe djangat. model. opperhuid. Mend jangat. afmeten. anker. stag. villen . 83 . (verg. kin. passon.Djangan. afpassen.

Mendjantani. hartelief. L. Berd jantan. spinnewiel. Mendjaoehken. zich op eon afstand houden . Dani djaoeh. krekels laten vechten (eon geliefd tijdverdrijf der inl~nders). afstand. gescheiden. . houtboor. wegleggen. enz. verwijderd. vooruitstekend (van hot voorhoofd). ook buit. ver. scheiden. enz. Djangkoeng (Jay. berooven. Djantoeng. met eon boor organs eon gaatje in maken. D jantan. eon stad doorzoeken. rad. Djarak. dor Euphorbiaceae. Djantera. boor. besmette ziekte. enz. 84 DJAR. (van eon ziekte). met vooruitspringend voorhoofd). de bekende castorolieplant. de eetbare eindkolf van den pisaz gbloesem. overslaan (van vuur). afstand. hoog. mann etj e (van alle levende wezens. plundered. op een afstand. roof. schuw . hart. boron. Djaoeh malem. Ricinus communis. . stelten. enz.). Berdjaoeh. Mendjangkit. enz. laat. Djara. bespringen. Mend j antoer. wegbrengen. drilboor. hoog van postuur. D jantoer. Djarah. lang. enz. Berdjarak. goochelen. Aaron . raderwerk. Mendjarak. Djarak. hartvormig. Mendjarah. Djangkoengan. (van mannelijke dieren).djangkerik. op eon afstand houden. Djantoeng-ati. tooveren. enz. fam. (van vrouwelijke dieren) eon mannetje hebben. Penjakit djangkit. Djaraktjina. Djangkit. zich mededeelen. Djaoeh. van verre. vertellen. besmettelijk zijn. Mendjara. bezweren. dekken. nat. uit elkander doers gaan. eon huffs. Djantoek. ook zingend vertellen. laat in den nacht . tusschenruimte. hartedief. dock meestal voor mannelijke dieren) . Iatropha multifida : meest voor levende hagen gebruikt . verre. straal van een cirkel. op een afstand van elkander. Bat. verwijderen. handboor. op eon afstand blijven. wiel. wild. buitmaken of verklaren wat van zijne gading is.

Djarak minjak, Ricinus rugosus Miq. evenals de twee genoemde soorten vruchten gevend, waarvan olio (meest lampolie) bereid wordt. Djaram, verkoelend uitwendig geneesmiddel voor hot hoofd; llMendjaram, hot hoofd met water natmaken, batten, daarop eon verkoelend papje, compres of ander middel plaatsen, loggers, enz. Djarang, wijd uiteen, los geweven, doorzichtig, ijl, schaarsch, zeld zaam, dun, raar, zelden, ijiheid, doorzichtigheid, zeldzaamheid, enz.; Djarang-djarang, zelden, of en toe, flu en dan; gain djarang, los geweven, doorzichtige grove, wijdmazige stof : Mendjarangken, jets los, wijd nit een maken ; in jets openingen of tusschenruimten maken; maken, dat jets doorzichtig wordt, zelden voorkomt, enz. Djaras, boa, bundel; Mendjaras, jets tot een boa, bundel of tros vereenigen, bijeenbinden, enz. Djarei, geneesmiddel, ook moede zijn, moelte, verdriet; Sakit djarei. doodziek. Djaram (Jay. Bat.), gozwollen, otter of vuil houdend, enz.; Mendjarem, (van eon wond, enz.) nog niet geheol gonezen, nog gezwollen, vuil bevattend, enz. ; en daardoor pijnlijk stekend. Djari, (ook Daridji of Djaridji), vinger; Djari tangan of Anak d jars, vinger; Djari kaki, teen ; Iboe ~d j ari tangan, Iboe d jars of D empol tangan, duim; Djari teloendjoek of -toendjoek, DJAT. wijsvinger; Djari mats, Djari antoe of Djari tengab, middelvinger; Djari mania, ringvinger; Djari kalingking of Kalingking, pink. Djariah,dienstmeisje,dienstmaagd, dienstmeid. Djaring, net om jets to vangon, sleepvischnet, groot staand net, om vogels, wild, enz. to vangon; Mendjaring, met eon net vangen, visschen, jagen, enz.; Djaring dawai, network of gags van metaaldraad. Djaro, bamboelatten, die bestemd zijn om naast elkander in eon

raam gevlochten to worden tot een beschot, enz.; Pager djaro, eon beschot, wand, afsluiting, enz. op die wijze gemaakt; Djaro, (Soend.), ook benaming van dorpshoofden in West-Java. Djaroem, naald, priem, els, wijzer (van eon horloge, compas, enz.), naald van eon buks, puntig ijzer, enz.; Djaroem pandjang, de lange wijzer van hot compas ; Djaroem pandak, de korte wijzer van hot compas; Dsjaroem aloes of Djaroem mendjait, naainaal d ; Djaroem kasar, grove naald, rijgnaald; Djaroem keras, dommekracht; Djaroem lajar, naald om zeilen enz. to naaien; Djaroem tjoetjoek, borduurnaald ; Mend jaroem, er kale grijze harm krijgen, beginners grijs to worden; Djaroeman, koppelaar, koppelaarster. Djas (Roll.), jas, buffs, frak, enz. D jasa, dienst, verdienstelijk work (tegenover meerderen) ; Wang d jasa, pensioen. Djasad, lichaam, lichamolijk, persoon (van menschen, enz.). Djati, snort, kiasse, geslacht, geboorte, echt, waar, zuiver, onvervalscht, eigenlijk, zuiverheid, echthoid, enz. ; Sad jati, in waarheid, wezenlijk, waar, waarlijk, inderDJAT. daad, enz. ; Melajoe djati, zuiver Maleisch ; Djati, ook de naam van den bekenden Indischen teak. boom, Tectona grandis, L. nat. fam. der Verbenaceae, die eon der beste en duurzaamste houtsoorten levert. D jatoh, val, wat valt, gebourtenis, strekking eener handeling, verhouding, enz. ; Mend jatoh, vallen, bankroet slaan, failliet raken, zich laten vallen, vervallen, voorvallen, neerkomen op, to staan komen op, zich bepalen tot enz. ; Mendjatohken, laten vallen, omverwerpen, eon oordeel of vonnis vellen, eon ambt opdragen, enz. ; Djatoh sakit, ziek worden ; Apakah(of Pegimanakah) djatohn ja dengan kamoe; in welke verhouding staat hij (zij) tot u? D j awa, Javaans ch; Tanah d j awa, Java ; Poelau djawa, hot eiland Java ; Orang djawa, Javaan, in

't algemeon ook inlan der. Djawab (Ar.). antwoord; Mendjawab, antwoordon, beantwoorden, to woord staan, ten antwoord geven. Djawat, (verg. Djabat), handeling, daad, wat aangevat wordt, enz. ; Mendjawat, behandelen, uitoefenen, waarnomen, aangrijpen, aanvatten, toezicht uitoefenen, enz. ; Djawatan, ambt, beroep, bediening, betrekking, post, enz., ook stoat, gevolg, geleide (van eon vorst) ; Pendjawat, ambtenaax, dienaar; Pendjawat santapan, hofmeester (bij eon vorst) ; Pendjawat poewan, drager van de sirihdoos. D j awl (ook Lemboe, saps, sampi), rund, rundvee, ook bonaming voor hot wijf je van hot wilde rund, Bos sundaicus ; ook Javaansch, Polynesisch, tot de landstaal behoorend, Maleisch, enz. ; Mendjawiken, in de landstaal, in hot Maleisch overbrenv DJEH. 85 gon, vertalen, overzetten, enz. Djawil, Mendjawil, met de vingers aanraken, met de vingers beroeren, in hot voorbijgaan jets met de vingers grijpen, vatten, afrukken enz. Djebah, van onderen breed on vol (van eon golaat) ; Mendjebah, van onderen brood on 'vol zijn (van hot aangezicht.) Djebah (ook Djebah, vogelknip, kooi om vogels to lokkon, enz. ; Mend.j bak, met zulk eon kooi vogels vangon, zulk eon knip uitzetten. Djebat, civet, civetlucht, muskus ; Minjak djebat, odour of olio, waarin muskus gemengd is. D jading, (Jay.) gemetselde kuip, bak, badkuip ; ook naar boven gekruld, opgewip t (van do bovenlip.). Djedjak, trod, stag, voetstap, trap, stomp; Mendjed jak, treden, betreden, den voet op lets zetten, met den voet trappen, met de vuist stompen. Djedjal, vol, opeengehoopt, opeengedrongen, enz.; Mendjedjal, vol. stoppen (bijv. eon matras met wol, eon kind met eten), vullen,

stoppen, dichtstoppen (van eon lek bijv.), breouwen, kalfaten, enz., oak iomand jets in de hand stoppen, enz.; Djedjelin (Bat.) Mend,jedjal, eon kind volstoppen met eten, enz. Djedjer, rij, reeks, gelid, op eon rij, in eon gelid, achter of naast elkander in eon rij, enz. ; Berdjedjer, op eon rij staan, eon gelid vorrnen, enz. ; Mendjedjer, zich in rijen opstellen, in rijen gaan staan, ook op r jen zetten, rangeeren, enz. (Verg. Djadjar.) Djegong (Jay. Bat.), ingedeukt, gat, diepte, verzakking, inzakking, bergplaats op vaartuigen voor touwwerk, enz., zeilkooi, kabelgat. Djehennam zio Djahanam. V $6 DJEL. Djeladeri, zee, oceaan. Djelaga, zwartsel, fijn root. Djelai (ook, en meestal Djeli), scherp, doordringend, ook guitig (van de oogen). Djelamoet, Mendjelamoet, zonder ophoudon doorpraten, kallen, snateren, enz. (als eon gek). Djelanak, Mendjelanak, onder water zwemmen, zich kruipond voortbewegen. Djelang, Mend jelang, wachten, op jets wachten, verwachten, zijn opwachting bij iemand maken. Djelantah (Jay.), gebruikte olio, olio waarin reeds hot eon of ander gebakken of gebraden is. Djeleh, (Jay.), van jets walgen, mislijk zijn, moor dan genoeg hebben, of keerig, vies zijn, tegenzin in jets of iemand hebben, enz. Djelek, leelijk, gemeen, ongepast. Djelema (Sk.), incarnatie, menschwording, mensch ; Mend jelema, incarneeren, menschworden, zich in eon mensch veranderen (van goden). Djelimpat, Mendjelimpat stil en viug eon zijweg inslaan. Djeloed jeer, met grove steken naaien, rijgen. D j eloem, Mend jeloem, hot lichasm of eon deel daarvan (behalve hot hoofd) in hot water dompelen. Djeloentoeng (ook Tjatjar ajar), waterpokken. Djeloepak (Jay.), (of Tjeloepak),

inlandsch lampje, kleine aarden schotel daartoe dienende, ook de geheele toestel met voetstuk. Djelodjoh, gulzig, vraatzuchtig. Djemawa, Mendjemawa, ook Mend j emawaken, zich ongeroepen, ongevraagd met jets bemoeien, zich in jets mengen, enz. Djembar (Jay.), wijd, ruim. Djember(zie Tjemer), vuil, smerig. Djemboeng, groote kom, schotol pot. V DJEN. D jemboet, haar op den venush euvel. Djemeroed of Dzamroed (Ar.) smaragd. Djemoe, goon neiging, trek of lust tot jets gevoelen, hebben, beu zijn van lets, zat, moede van jets zijn, genoeg hebben, of keer, togenzin hebben, van jets walgen, enz. Djemoer, Mendjemoer, in de zon drogen, aan de zonnehitte blootstellen, enz. ; Berdjemoer, zich in de zon koesteron. Djempana, staatsie-draagstoel, draagkoets. Djemparing, phi, pijl en bong, werpspies, ook pijltje uit eon blaasroer; M ndrjemparing, met pijlen schioten, pijlen door eon blaasroer blazon, enz. Djempo (of Djempo), (Jay.) oud, zwak, niet moor kunnen werken, enz. Djempoet (ook Djoempoet), tusschen de punten van duim on voorsten of eon anderen vinger opgenomen, zooveel als men op die wijze op kan nemen, ook ontleend aan ; Mend joempoet, op vorenbeschreven wijze opnemen, enz., ook ontleenen aan. Djempol, duim (ook Djempol tangan) ; Djempol kaki, groote teen of teen. Djenang (of Djeneng), steun, stut, post van eon dour, enz., stijl in eon beschot of wand, ook eon snort gebak. Dj endela (Port.), venster, raam. Djenderal (Hell.), genoraal. Djendol, bult,~ zwelling, opgezwollon ; Berd j endol, met bulten~ zwellen enz. Djenga of Djengak (Bat.), verlo-

gen, beschaamd, veriegen zijn, op zijn news kijken, enz. Djengat, achterover liggend; Mend j engat, achterover liggen, naar boven geopend, opgelicht zijn, enz. DJEN. Djengkk, Mendjengek, iemand uitjouwen, bespotten, enz. Djengge (Chin.), aangekleede pop, beeld of kinderen, die bij hot Chineesehe lantaarnfeest in optocht worden rondgedragen. Djengger, zie Djanggar. Djengot, baard. Djengit, Mendjengit, grijnzen, de tanden toonen, laten zien. Djengkal, span, afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten dujm en pink, of middelvinger ; Mendjengkal, met spannen meten, ook zich met spannen of sprongen voortbewegen (zooals zekere rugs). Djengkan, met eon been opgelicht; Mendjenkang, met de beenen in de lucht vallen, zitten, enz., hinken, op verschillende wijzen op eon been gaan, ook (van eon lijk) gekromd met de beenen en armen stiff naar boven gebogen, enz.; Kedjengkang met eon been in de lucht achter- of voorover gevallen, vallen, enz. Djengkol, verdrietig zijn, verdriet hebben, hot hart vol hebben, zich verbijten, enz. Djengkelit, Mendjengkelit, teals over kop, hot onderste boven, met hot hoofd naar beneden tuimelon, enz. Djengkeng, stiff (zooals eon lijk, enz.) ; Berdjengkeng, stiff zijn, worden, enz. (bij stuipen, bijv.). Dj ngkerik (meestal Djangkerik), krekel, huiskrekel. Djengkeroet (ook Mengkeroet), verward, door elkander gegroeid, (van boomwortels), ook gerimpeld, vol rimpels, verweikt, verlept, verflenst, enz., verschrompeld. Djengking, gebogen of gebukt, zoo dat hot hoofd lager of op dezelfde hoogte komt to liggen als hot achterdeel ; Mendjengking, zijn achterste in de hoogte v DJER. 87

steken on hot hoofd voorover buigen, in die houding staan, enz. Djengkir (of Djoengkir), Men djengkir, uitsteken, vooruitsteken, vooruit.pringen (met hot achterdeel in de hoogte). Djengkol, Pithecolobium bigeminum, Mrt. nat. fam. der Mimoseae, boom, wiens stork en onaangenaam riekende zaden gaarne gegeten worden. Djengok, Mendjengok, met uitgerekten teals naar lets ktjkon. Djengol, Mendjengo1, (ook Mentjongol), met hot voorste gedeelte uit eene opening to voorschijn komen, hot hoofd nit eon opening steken, enz. (bijv. van eon slang, die haar kop uit haar hol steekt. D jenoe (of Toeba), Pongamia volubilis, Z. on M. nat. fam. der Papilionaceae, eon slingerplant, wier stengels en wortels veel gebruikt worden, om visschen to bedwelmen en zoo gemakkelijk to vangen. Mendjenoe of Mentoeba, vischvangen met toeba. Djentik, knip met duim en eon der vin ors, sprong van eon vloo, enz. ; Mend j entilk, met duim on vinger knippen, vatton, ook springen (van eon vloo). Djenti, Mendjentil, met den vinger tegen lets knippen, met den a gs den duim vooruitgestooten vinger tegen lets slann, tikken, knippen, onz.~Zie Djentik. Djepit, Mendjepit, knellen,nijpen, toeknijpen, omkneld houden, enz., Djepitan of Pendjepitan, klem, knip, nijptang. Djera, afgeschrikt door tegenspoed ; Mendjeraken afschrikken. Djerabai, in flarden (bijv. eon zeil). Djerah, in overvloed voorkomen, algemeen voorkomen, heerschen, enz.; Pen jakit d jerah, epidemie. Djerahab, plat op den grond, plat voorover, met uitgestrekte armen v 88 DJER. voorover vallen, enz.; ook vallen, bankroet slaan, failleeren, enz. Djerahan, (Pout), onderhoorige, onderhoorigheid. Djerait, Mend jerait, zich aan jets vasthechten (zooals eon slinger-

plant aan eon muur buy.). Djeram, snelle afloop van water van zekere hoogte, waterval, stroomversnelling. Djerambah, plants in eon Maleisch huffs, waar de potten met waschwater staan; op Java ook hot middonvertrek en de opgehoogde vloer in eon pendapa enz. Djerambai, in menigte los neerhangen (van luchtwortels,~ enz.) Dj erambang (ook Api d j erambang), dwaallicht. Djerami, platte vezelachtige banden of draden om de pitten van den nangka, enz. Djerang, Mendjerang, vloeistof fen op hetvuur zetten,om to koken. Djerangkang, met de beenen en armen in de lucht op den rug liggend, vallend, enz. ; Mend jerangkang, op die wijzo liggen, vallen, enz. Djerangkong, eon spook, dat zich meestal in de gedaante van eon mageren zwarten hond voordoet. Djerat (meest Djirat of Djiret), strik, strop, knoop, bindsel, lus; Mend j erat, strikken, in eon strlk, of lus vangen, vastknoopen, vastbinden, enz. Djerawat (ook Djeriawat), klein puistje, z.g. liefdepuistje op hot gelaat, Djerawat batoe, klein steenpuistje. Djerba, Mendjerba, eon vaartuig aan lij doon overhellen. Djeredjak (ook Radjek), dunne houten of latten, stutten, tusschenstijltjes, enz. waartegen eon bewanding gespijkerd of bevestigd wordt. Djerekit, klein, kort, gedrongen, dwergachtig. v DJER. Djerenlpak,Mencjerempak,zich onverwacht tegenover elkander bevinden (bU hot omslaan van eon hook, buy.). Djereng (Bat.), school, loensch, ook uitgespreid, enz. ; Mend jereng, school, loensch kijken, zien, enz., ook lets (bijv, eon stuk linnen) uitspreiden on tegen hot licht houden, enz. Djerit, schreeuw, gil; Mendjerit, schreeuwen, gillen ; M nd jeritdjerit, aanhoudend, herhaalde-

lijk schreeuwen, gillen enz. ; Pend jerit, geschreovw, gegil, ook sc;hreeuwer, schreouwleelijk. Djernih, holder, zuiver, klaar, rein, doorschijnend. Djeroeboeng, eon boven hot dek uitstekende roof of afdakje op inlandsche vaartuigen; Mendjeroeboeng, van zulk eon roof voorzien zijn, ook op eon hoop liggen, eon hoop vormen (van lading b jv.) in eon hoop verzameld zijn (bijv. van bijen). Djeroedjoe, Dalivaria obracteate, Juss. nat. fam. der Acantaceae, eon moerasplant, wier wortels bij beri-beri on vergiftige wonden worden aangewend (uitwendog) on b j buikp,jn (inwendig). Djeroek, algemoene benaming voor de tot de nat. fam. der Aurantiaceae behoorende citroen-, oranjeappel- en pompelmoessoorten, waarvan de meest bekenden zijn, o.a. Djeroek asem, Citrus medics, L., die de gewone citroen geeft; Djeroek bali, Citrus decumana, L. de pompelmoesboom ; Djeroek banten, Citrus aurantium, L. var. microcarpa, die de bekende kleine vorscheidenheid van sinaasappelen geeft; Djeroek limoh of limau, Citrus limonellus, Hassk. var. amblycarpa, die veal bij sambel wordt gebruikt ; Djeroek mania, Citrus macracantha, Hassk. de bekende zoete v DJER. citroensoort ; Djeroek nipis of --tipis, Citrus limonellus, Hassk. var. ox;ycarpa, de bekende lemmetjes; Djeroekpoeroet, Citrus papeda, Hassk, wier bladeren eon aangenamen geur hebben ; Djeroek tangan, Citrus sarcodactylis, Sbld. met zonderling gevormde vruchten, enz. eroem, Mend j eroem, op den bulk liggen (zooals paarden of honden met de pooten min of moor gestrekt en bij elkander, of als eon tijger, die op de loer ligt). Djeroemat, Mendjeroemat, met de naald stoppen. eroemoes, Mend j eroemoes (Bat.), met hot aangezicht voorover vallen ; Kad jeroemoes, met hot aangezicht voorover gevallen.

Djerongkong, op handen en voeten l o op end ; Mend j erongkong, op handen en voeten loopen. Djiad, geweld, dwang; Mendjiad, geweld aandoen, dwingen. Djib (Eng.), kluiver, kluiverzeil. Djibah, op vole plaatsen voorhanden ; BBrdjibah, algemeen verkrijgbaar (van koopwaren). Djidar, liniaal, lijn, streep. Djidat, voorhoofd. Djid ji, vies, vies van jets, van lets walgend ; Mendjidjii, mendjidjiken ; lets verfoeien, vies van lets zijn, van lets walgen, of keer hebben, enz. Djigoer, koffiedik. Djika, Djikalau, Djikaloe, als, indien, wanneer, zoo, bijaldien, ingeval, voor hot geval dat, gesteld dat, al is, ware hot; Djika begitoe sekalipoen, al is hot ook zoo, enz. Djila-djila, de hartzak, hot perjcordium. Djilat, lik ; Mendjilat likken, aflikken, enz. Djilid, band, deel (van eon book) ; Mendjilid, inbinden. Djimat (Ar.), talisman, amulet, tooDJIN. 8 9 vervoorbehoedmiddel, enz. ookk zuinig, spaarzaam, huishoudelijk ; Mendjimatkn, spaarzaam met jets zijn, bezuinigen. Djin (Ar.), genius, gees,, daemon. Djina (Ar.), ontucht, overspel, echtbreuk, hoererij ; Berd jina, zich aan ontucht, hoererij, overspel schuldig maken. D jinak, mak, tam, gedwee, volgzaam, getemd, gemeenzaam, gezellig ; Berdjinak, tam, mak, gemeenzaam, volgzaam, gezelligzijn, enz., ook zich op zijn gemak gevoelen ; Mendjinakken, tam maken, temmen ; Mend jmaki, eon dier door voortdurend erg dagelijksch bezoek enz. aan zich wennen, gewend maken, enz. Djinaka, kluchtig, geestig, boertig, grappig ; Mendjinaka, zich kluchtig, enz. voordoen, grappen maken ; darter, aardig zijn, enz. Djindjang, Blank, lang (van den hals), zwanenhals, enz., ook bestuurder, opperste (van goesten), geestenbezweerder, enz. Djindjit (Bat.), Berdjindjit, Men-

djindjit, op de teenen loopen, om niet gehoord to worden. D jingga, oranje, oranjerood, oranj ekleurig, enz. Djinggang, dun, Blank (om hott middenlijf ), fijn van taille. ingke, Berd j ingke, Mend j ingke (Bat.), op de teenen zachtjess loopen. Djingkir, lang uitsteken, vooruit. springen, vooruitsteken. ingkoe, Berd j ingkoe, Mendjingkoe, de hand uitsteken. Djin kerak, Berdjingkerak, Mendjingkerak, huppelen, springen, bokkensprongen maken, hinken. Djingkong, hok, , ook aardluis. Djinis, (gewoonltjk Djenis), geslacht, stam, snort, genus, slag ; Djinis perampoean, vrouwelijk geslacht ; Berdjinis, in soorten '90 DJIN. voorkomen, enz. ; Roepa roepa djinis, veelsoortig, allerlei snort; Bad jinis, van een soon, van eon geslacht, enz. Djinten of Djinten, Carum carvi, L. net. fam. der Umbelliferae ; de gewone karwei of kummel in den handel ; Djinten poetih, Cuminum Cyminum, L. hot komijnzaad; Djinten item, Nigella sativa, L. de zwarte kummel. Doze drie aromatische zaden vindt men in alle inlandsche apotheken. Djiret, zie Djerat. Djiroes, Mendjiroes; zacht besproeien, besprenkelen, begieten. Djisim (Ar.), lichaam, substantie, ook lijk, kreng. Djitak, Mendjitak, met de knokkels van de hand jemand op hot hoofd slaan. Djiwa (Sk)., leven, ziel, ook fig. als woord van liefkozing, bijv. Djiwakoe, mijn leven, mijn ziel, mijn liefje, enz. .Djiwit, Mndjiwit (Bat.), knijpen, eon kneep geven. Djobong~ (Bat.), hoer, straathoor, slot ; Berdjobong, als eon hoer, enz. leven, handelen, enz. ; Mendjobong, zich met straathoeren afgeven, enz. Djodo, geluk, lot, gelukkig (vooral in liefdezaken), ook pear, koppel, wederga;Soedahdjodonjabegitoe, hot is eenmaal ztjn geluk, zijn

lot; Katemoe d jodon ja de persoon vinden die eon geschikte wederhelft mag heeton, met wie men eon pear ken vormen; Berdjodo, geluk hebben, gelukkig zijn. Djoebah (Ar.), lang opperkleed, tabbaard. Djoebin(Jav.), vierkante vloersteen, vloertegel. Djoeboer (of Doeboer), ears, achterste, anus. Djoedas, Judas, valschaard, stokebrand, lasteraar, valsch, valsch van aard, enz. DJOE. Djoedi, dobbelspel, hazardspel ; Mendjoedi of Berdjoedi, met dobbelsteenen spelen, dobbelen, grof spelen; Mendjoediken, met jets dobbelen, jets verdobbelen ; Pendjoedi, dobbelaar, speler ; Perdjoedian, dobbelplaats, ook hot dobbelen. Djoedja, Mendjoedja of Mendjoedjah, den grond pollen, zie Doega. Djoedjai, Mendjoedjai, op eon afstand bestoken (met kogels, pijlon, enz.) Djoedjoel, wet boven de oppervlakte van jets uitsteekt, wet boven of buiten jets uitsteekt, paalstaketsel, palissade, heiwerk, enz. boven water, enz ; Mendjoedjoel, boven jets uitsteekn, verheven zijn, enz. Djoedjoeng, Mendjoedjoeng, eon kind inbakeren, in doeken winden. Djoedjoer, bruidschat, geld dataan de ouders der bruid betaald wordt. D j oed joet, ruk ; Mend joed, joet, trekken, rukken (zooals eon visch aan de lijn, enz.), met rukken near zich toe trachton tehalen,enz. Djoega (ook Djoewa), ook, insgolijks, eveneens, zelfs, zeker, toch, evenwel, alleen, juist, slechts, enz. D joekang, Mend, joekang omverwerpen, omvergeworpen worden, omslaan, omvallen, omgestooten worden. Djoekoeng (Jay.), bootjo, kanoe, klein vaartuig, van voron on achteren geltjk gevorm j. Djoekoet (Soend.), gras, grassoort, ook allerlei toespijs bij de rijst. Djoelai, uiteinde, punt van eon tak of twijg.

Djoelang, Mendjoelang, zich boven jets opheffen, verb effen,schrijlings op de schouders van iemand zitton, enz., ook jets op den nek dragon, enz. Djoelai, lengte; Sadjoelat kapal, DJOE. de lengte van een schip, scheepslengte, enz. Djoeli (11011.), Juli. Djoelig (Jay.), stout, ondeugend, gemeen, valsch. Djoelik, peperhuis van bladeren, enz. om bloemen, enz. or in to bewaren; Mendjoelik, bloemen in eon peperhuisjo doen, dragon, enz. Djoeling, loensch, school; Mendjoeling, school zien; Mendjoelingi, iomand school aankijken. Djoeloeng, tegen hot invallen van den avond of tegen hot aanbreken van den dag geboren (worden), ook begin, eersteling, de spitse nebbe van eon vaartuig, enz. Djoeloeng-d j oeloeng, eon snort zeevisch met puntigen bek. Djoeloer, Mend joeloer,recht voorof achteruit steken, met hot hoofd vooruitschuiven, enz. ; Mendjoeloer lidah, de tong uitsteken. Djoemaat, bijeenkomst, vereenigin g (in de moskee); ook gemeente. Malka masing-masing dengan d j ema ,tn j a toeroenlah, en ieder ging met zijn gemeenteleden (gezellen van dezelfde gemeente) aan wal ; Hari Djoemaat, dag der bijeenkomst (in de moskee), Vrijdag; Malem Djoemaat, de nacht van Donderdag op Vrijdag, Donderdagavond, Donderdagnacht. Djoemadil'achir, de zesde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemadil'awal, de vijfde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemantara, firmament, hemel. Djoemlah, som, geheel, optelling, ook zin, volzin, zinsnede; Mendjoemlah, eene optelling maken; Mend j oemlahken, optellen, de som van eenige getallen zoeken, opsommen, enz. Djoempa-Berdjoempa, elkander ontmoeten, tegenkomen, aantrefDJOE. 91

fen, ook bezoeken on thuis vinden, Mend joempa, jets ontmoeten, tegenkomen, aantreffen, ondervinden. Djoemplang (Jay. Bat.) (of Djompelang), aan eon kant scheef, lager dan aan de andere zijde, wip, schommel; Djompelangan, wip, schommel; Berdjomplang, aan de eene zijde scheef, lager zijn, hot evenwicht vorliezen, schommelen; Mendjompelang, schommelen, mop eon wip zitten. Djoemperit (Jay.), met hot hoofd voorover tusschen de beenen, in eon hook gedoken; Berdjoemperit, Mendjoemprit, met hot hoofd voorover tusschen de boonon doorkijken, aldus een luchtsprong maken, hals over kop vallen, enz. Djoempoet zie Djempoet. Djoen ~Jav.), groote, nauwhalzige aarden waterpot, kan, lampetkan, waterkaraf, ook (vulgair) bijslaap, bespringing; Pandjoenan, pottebakker, maker van djoens, plaats waar doze potten gebakken worden, ook hoerehok, bordeel. Djoendjoeng - Mendjoendjoeng, op of boven hot hoofd brengen. zetten, dragon, eerbied of hulde bewijzen, ook ophemelen, in de hoogto heffen, enz. Djoeng, eon chineesch vaartuig, jonk, ook eon vlaktemaat van verschillende uitgestrektheid. D j oengit, Mend joengit, naar b o ven gekruld, opgewipt (van de bovenlip. Djoengoer,(ookTjoengoer), vooruitstekendo snuit, snoet, mond, ook snob, voorsteven, enz. Djoera, buiging, reverentie, plichtplegmg ; Mend j oera, eon buiging, reverentie maken. Djoeragan, gezagvoerder,schipper, ook bass, rneester, heer, gebieder, chef. 92 WOE. Djoeran, buigzame lange stole, hengeiroede, veerkrachtige staf, enz., ook toevoegsel, toebehooren. Djoerang, opening, kreek, doorgang, kloof, bergkloof, ravijn, enz., oak totebel (vischtuig). Djoering (Jay. Bat.), schijf, (bijv. van eon d j eroek of manggis).

Dj oerit, oorlog, Prad joerit, krijgsman, soldaat, ook benaming van gewapende politiesoldaten. Djoeroe, wie over lets gesteld, wien jets als ambt opgedragen is, enz., ook de staken in eon pager of homing, die doze rechtstandig houden ; Djoeroe-toeliss, schrijver, klerk; Djoeroebasa, of -bahasa, tolk; Djoeroemoedi, stuurman, ook roerganger; Djoeroekoentji, sleutelbewaarder, portier; Djoeroe tinggi, aan wien hot toezicht over de zielen, enz. is opgedragen, bootsman, enz. Djoeroes, streep, rechte ltjn, rechtuit, ook wijie, pons, oogenblik; Mendjoeroes, iemand in eon rechte lijn voorttrekken, voortsleepen, organs heen koersen, eene richting volgen, recht op eon doel afgaan, ook eon straal water op jets laten vallen, enz.; Sadjoeroes, eon oogenblik, in eon oogenblik, even, eventjes. Djoeroeh, stroop. Djoesta ook Doesta, leugen, onwaarheid, onwaar, niet waar, leugenachtig, enz.; Mendjoesta of Berdjoesta, liegen,~ eon onwaarheid vertellen ; Mend joestaken, iemand beliegen, eene onwaarheid vertellen, enz. Djoeta (of Joeta), millioen; Berdjoeta, bij miliioenen, ult millioenen bestaan, enz. Djoewa, zie Djoega. Djoewab, zie Djawab. Djoewadah, mondbehoeften, provisie, levensmiddelen, ook zeker gebak van rijstenleel. DJOH. Djoewal, Mendjoewal, lets verkoopen, ook van eon naam, enz. misbruik maken; Mendjoewal name orang, van iemands naam misbruik maken, ter verkrijging van hot eon of ander doe!; Djoeal bell, koopon en wader verkoopen, kleinhandel drijven; Djoewalan, wat verkocht, to koop aangeboden wordt, koopwaren, enz. ; Berdjoewalan, warm to koop aanbieden, verkoopen, koophandel drijven ; Mendjoewalken, iets~voor iemand verkoopen, enz.; Berdjoeal, van hot verkoopen eon bedrijf maken,

bijv. Berdjoeal koeda paardenhandolaar zijn ; tegenover Mendjoeal koeda, (eon enkelen keen) eon paard of paarden verkoopen. Dj oewawoet(beterDjawawoet), Panicum italicum, L. hot bekende panikkoorn, walks fljnkorrelige zaden zeer smakelijk en voedzaam zijn, dock meest aan kooivogels wordt gegeven. Djoewet (ook Djambelang), Syzygium jambolanum, Rab, middelmatige boom met eetbare vruchten en eon good timmerhout. Djoewita, bekoorlijk, lief, lieflijk, (als vocatief of lief koozingswoord ), ook schat, angel, dot, liefje, enz. ; Tall djoewita, z jden snoer. Djoez (Ar.), gedeelte, hoofdstuk, afdeeling (inzonderheid van den Qoran, die in 30 djoez is vordeeld.) Djodjok (Jay.) geschud, schudding, schudden, ook draven (van eon paard). Djogan, vloer, opgehoogde vloer, plaveisel, ook draagstoel, draagkoets en staatsieteeken. Djoged (Jay.), daps, dansmeid; Mendjoged, op de inlandsche wtjze dansen, enz. Djohar, Cassia florida, Vahi, nat. fam. der Papilionaceae, boom, die veal als schaduwboom fangs de DJOH. wegen aangepla,nt wordt en een snort wit ijzerhout, dat voor bouwwerk ge~chikt is, levert. Djohari (of Djauhari), juwelier, ook ervaren, kundig, bedreven, wezenlijk, natuurlijk, kloek. Djolok (of Tjolok), Mendjolok, Mentjolok, Menjolok, met jets longs (bijv. een vinger, een stok, enz.), naar of in jets steken, jets ergens uit- of afsteken, enz. D j and jot, Mend j and j ot, van jets, dot in elkander verward zit (zooals bijv. gekorven tabak), een deal, viok, greep, enz. wegnemen, uittrekken. D j ongkar, D j ongkar-d jangkir, ook D j ongkang-d jangking, verward, door elkander in alle richtingen uitsteken (bijv. van een hoop houtwerken,die niet opgestapeld, moor dooreen gegooid zijn). Djongkat, in een stomperi hoek omhoog stekend (zooals bijv. de

penis in erectie); Berdjongkat, in die positie komen, enz. D jongkok (Jay.), op de hurken zitten, hurken. Djongkong, schuit, kanoe, schuitje van tin of ijzer, ook zeker gebak, en sours gebruikt = Djongkok. Djongos (loll.), jongen, bediende, huisbediende. D jorok (of D j orog) (Jav.Bat.), vuil, smerig, niet zindelijk, telkens een groote behoefte moeten doen of doen, enz., ook scoot, duw, enz.; Mend j orokken, D jorokin, iemand een duw geven, zoodat hij vooruitschuift, enz. Djotos, stomp, duw met de vuist, vuistslag ; Mend jotos ; met de vuist slaan, stompen ; Mend jotosken, Mendjotosin, iemand vuistslagen toedienen, enz. Dlaif (Ar.), zwak, broos. Dlamma (Ar.), hat Arab. klinkerteeken tar aanduiding van den o- of oeklank. Doa (Ar.), gebed, schietgebed, zeDOER. 93 genwensch, aanroeping, afsmeeking van goad of kwaad, ook formulier bij of over eon geneesmiddel gepreveld; Mendoaken, eon gebed voor iemand doen, opzenden, eon zegenwensch voor hem uiten, ook eon formulier of schietgebed over een toe to dienen medicijn iiitspreken, zulk eon gebed over een zieke proveion, enz. Doang (Bat.), enkel, alleen, slechts, mats anders don. Doberak (Bat.), defect, met gaten, bouwvallig, vervallen, enz. ; Mendoberak, jets (eon homing, enz.) doorbreken, intrappen, uit elkander halen, verbreken, enz. Doberak, Mendoberek of Mendoberak, op hol slaan, aan den haal goon, enz. (van eon paard met eon voertuig bijv. achter zich). Doble (Jay. Bat.), (van de lippen) breed, dik, omgekrui d. Dobol, door en door hol, doorboord, met gaten, ook verzakking van de baarmoeder. Dodol, een snort gebak. Dodor, niet passend, to groot, to wijd (van eon kleedingstuk) ; Mendodor, Mendodoran, to wijd zijn, als eon zak aan hot

lijf zitten (van kleedingstukken.) Dodot (Jay.), long en breed beenkleed dot bij zekere gelegenheden op bepaalde wijze gedragen wordt. Doeboer, zie Djoeboer. Doeda (Jay.), weduwnaar. Doedoek, (sours Mendoedoek), zitten, gezeten zijn, wonen, gevestigd zijn, zich ophouden, eon rang bekleeden; Mendoedoeki, ergens op zitten, - gevestigd zijn, -- wonen, bewonen ; Mendoedoekken, iemand uithuwelijken, gevestigd doen zijn, ergens plaatsen, enz. ; Hedoedoekan, zitplaats, woonplaats, rang, ambt, betrekking. 9 4 D OED. Doedoel, dot, ook hengel, die met hot aas (meest een kikvorsch) schokkend over hot water heenbewogen wordt ; Mendoedoel, eon dot in den mond brengen, ook op bovenbedoelde wijze visschen, hengelen. Doega, peillood, ook gedachten, vermoeden, enz. ; Mendoeg'a, pollen, met hot peillood meten ; fig. ook doorgronden, denken, vermoeden, enz. Doegal, misselijk. Doegang, Mendoegang, met eon touw vastbinden, vastzetten, beletten eon andere richting to nemen (zooals eon boom, die gekapt wordt en in een bepaalde richting moot vallen). Doejoen-Berdoejoen, achter elkander aankomen (van schepen in een haven b v.). Doejoeng, zeekoo ; Ajer mate doejoeng, tranen van eon zeekoe, eon toovermiddel om wederliefde to wekken. Doek (Jay.), (ook Id,joek (Soend.), of indjoek), de harige vezels van den axenpalm ; Tall doek, touw, daarvan gemaakt. Doeka, verdriet, smart, kwelling, gemoedsaandoening, met smart, hood, droefheid, enz. ; Doeka tjita, verdriet, smart, droefheid, enz. Doekana, wellustig, wulpsch, onzedelijk, ontuchtig, enz. Doekoe, Lansium domesticum, Jack. hat. fam. der Meliaceae, hooge boom met lekkereo en gezonde vruchten, en good timmer-

hout leverende. Doekoeh (Jay.), gehucht, nedorzetting, buurt, hofstede. Doekoen,inlandsch geneeskundige, zoowel man als vrouw ; Doekoeh beranak, ook Doekoeh bail, vroedvrouw: Doekoeng, Mendoekoeng, levende wezens op den arm of op den rug dragon. DOER. Doelang, houten presenteerblad, ook de w jze waarop hot eten in den mond van eon jong kind gestopt wordt ; Doelang-doelang, mars, zaling ; Mendoelang, eon kind to eten geven, door hot 't eten in den mond to stoppen. Doelang (Bandjerm.), mijnput, uil graving voor hot zoeken naar erts, enz. ; Mendoelang, uitgraven, ontginnen (om naar ertsen to zoeken) ; Mendoelangi, lets uitgraven, - ontginnen, enz. ; Pendoelangan, mijn, uitgraving, ontginning (van een mijn). Doelapan, zie Delapan. Doeli, stof ; Doeli toewankoe, hot stof der voeten van mijn gebieder ; Kabawah doeli, onder hot stof der voeten (van den vorst). Doengkoel, benedenwaarts gebogen, krom on naar beneden hangen (van de horens van eon buffet, enz.). Doenia (Ar.), wereld, hot wereldsche, hot tegenwoordige,schatten, rijkdommen, enz. Doega, wierook ; Berdoepa, zich zelven bewierooken, in den rook van doepa zitten ; Mendoepa, bewierooken, lets met doepa berooken, enz. ; Perdoepaan, wierookvat. Doerdjana, slecht, gemeen, laag, boos, bedorvon, verdorven, onedel (van aard), booswicht, boosdoener, slecht mensch, enz. Doeren (ook Doerian), Durio zibethinus, L. hat. fam. der Sterculiaceae, hooge boom met lekkere dock stork riekende vruchten. Doerhaka (Sk.) (of Doeraka), ongehoorzaam, ontrouw, wederspannig, afvallig, zondig, ongehoorzaamh eid, zonde, enz. ; Berboewat doerhaka of Mendoerhaka, wederspannig, ongehoorzaam, enz. zijn, eon zonde begaan ;

Pendoerhaka, wederspanneling, ongehoorzame, zondaar, enz. DOER. Doers, doom, st.ekel, graat ; Berdoeri, gedoornd zijn, stekels, hebben, vol graters. Doerias, gebloemd fijn neteldoek. Doeriat, rang, trap, graad. Doesin (Holl.), dozijn (ook Loesin). Doesin (Bat.), (of Doesi), Mendoesin, wakker worden, ontwaken, slaapdronken opstaan of wakker worden. Doesoen, dorp, gehucht, ook dorpsch, boersch; Perdoesoenan hot platte land. Doesoen of Doesong (Mol. Dial.), tuin, boschtuin, tuin in 't bosch, (vergel. Kintal). Doesta (ook Djoesta), valsch, niet waar, onwaar, leugenachtig, leugen, onwaarheid, enz. ; Mendoesta, ook Berdoesta, ears leugen vertellen, liegen ; Mendoestai, iemand beliegen, ook foppen, bedriegen, enz. ; Mendoestaken, jets voor valsch verklaren, logenstraffen, enz. ; Pendoesta, leugenaar. Doeta, bode, afgezant. Doewa, twee; Berdoewa, met zijn tweeen (zijn) ; Mendoewa, de tweeds zijn, ook jets met zijn tweeen doers; Doewa-doewa, beiden, alle twee, ook twee aan twee; Kedoewa, tweeds, de (hat) tweeds, ten tweeds, enz. ; Doewabelas, twaalf ; Doewa poeloeh, twintig; Doewa ratoes, twee. honderd; Doewa riboe, twee dujzend; Doewa lakes, twintig dujzend; Doewa keti, twee honderd dujzend ; Doewa joeta, twee millioen. Doewai (meest Ipar of Ipar doewai), zwager. Doewit (Ho!!.), dust, geld. Dogol, plat (van hat hoofd), plathoofdig, ook bot. Dojan, belust op, verlangend naar, lusten, van jets houden, naar jets verlangen, belust zijn op jets. Dojong, scheefstaand, bouwvallig, DOSA. 95~ enz. (van eon huffs, enz.); Berdojong. Mendojong, scheef-

staan, hellen; Mendojongken, over jets hears hellen (btjv, van eon scheef staanden boom overeen huffs). Doktor, dokter, geneesheer. Dom, naald ; Pandoman of Pedoman, compas. Doman, aandeel in jets; Tiada,. doman of -- kadoman, gears aandeel in of van jets krijgen. Domoel, snujt, snoet. Domba, schaap. Dompet, lederen taschje, geldtaschje, portemonnaje, sirjhzakje, ports-cigares, enz. Dondong, Mendondong, wegdragen, wegbrengen. Dong (Fr. Bat.), dan, toch; .Apes dong, west dan, west is hot dan ? Dongak, naar boven opgelicht; Mendongak, met hat hoofd achterover naar boven ktjken. Dongeng, fabel, vertelling, legende, enz.; Mendongeng, een sprookje, fabel, legende, enz., verhalen (gewoonlijk half zingende). Dongkang, pad, groote kikvorsch. Dongkel, koevoet, werktuig om jets uit den grond to stooten, enz. ook sets, dat in den grond zit er met een koevoet enz. uithalen, uitdrukken, uitwippen, enz. Dongkerak, dommekracht; Mendongkerak, met een domme kracht optillen, jets uit zijn verband rukken, enz. (ook Dongkerek Mendongkerek). Dongkol, misvormd, krom, enz. ook sptjt, wroeging, enz.; Mendongkol, spijt hebben, zich ergeren, zich verkroppen van ergernis, enz. Dorong, stoot, duw, douw ; Mendorong, voortduwen, voortschuiven, vooruitstooten, ook jets dat in beweging is en stil moat staan, togenhouden, enz. Doses (Sk.), zonde, misdrijf, misdaad, ~6 DROB. overtreding, schuld ; Berdosa, zondigen, schuld hebben, eon misdrijf plegen, enz. ; Apatah dosan,,ja, wat is toch zijn (haar) misdrijf ? Drobos, door eon homing, hang, hog, enz. sluipen, kruipen, binnendringen (ook Mendrobos). Dzaib (Ar.), gebrek, ondeugd. Ebek, zeil voor eon dour of raam

Ed jaan of Pengedjaan. ventje. dwaas. enz. .. de elfde maand van hot Mohammedaansche jaarr ten. dienende bij zekere vertooningen. naapen. spelling.. uitmeten. geschikt voor of tot. moeder. Dzikir (Ar. ook Boelan besar of Boelan had ji. Edjek. zingen. stiefmoeder . M ngelak. spellen van eon woord. iemand nabauwen. Ebet. Sa'eikor koeda. Dzoelhidjah.). schoon. regelmatige tusschenruimte. Elo.). van bamboo enz. Mengeloin. telkens op den vierden dag. enz. enz. tusschenruimte van tijd. eon klep (aan eon tournooizadel) on platte. Elok. afwenden. getallen. (om hem to bespotten). pijnlijk trekken (van eon gezwel. bevallig van aangezicht . Ma'tiri. Menged ja.). enz. de laatste (twaalfde) maand van hot Mohammedaansche jaar. eon lofzang op God aanheffen. Berdzikir. . in hot lemmer van eon Keris). afweren. pons. diem ook als hulpwoord bij de telling van dieren . ontwijken (van eon houw). lief. afmeten. Kaelokan. bevallig. lief. kromming bijv. Elang.ek. enz. Elok parasn ja.). Mengeloken. Gode lof zingen. jongetje. enz. enz. moedertje. Menged. sierlijk. Emak (ook mak of ma). pareeren. Mengelakken. uitwijken. Mengebet. steken. toeroep tot eon klein jongetje. 31st (ook Let). om de vier dagen.tot beschutting tegen zon of regen. punt. Ebeng (Bat. schoon. spellen. enz. bespotten beschimpen. enz. eon paard. Eikor (of Ekor). gevlochten stokpaarden. met de el uitmev EMBA. Mengelo.). Elat tiga hari. jets met de el meten. fraai. in eon reeks van dingen (tijd. Ed ja. staart. schoonheid. mooi. bocht. Soend. Elak. Dzoelkaidah. ook in eon draf voortloopen. Eloek (Jay. Edan (Jay. (gewoonlijk Amsterdamsche el). enz. (met woorden of gebaren).). el. kiekendief. uiteinde. loven. enz. gek.

Mengembek. voorhang (voor eon dour. enz. blaten. oudere brooder. enz. enz. Emas poetih of Emas kodok.~ kindermeid. Mengemban. goud. slaan of klapperen (van de zeilen). plating . begroeide grond. ook schaap. enz. geblaas (bijv. Teremboen. aan den dauw blootgesteld. slaan met eon lang enveerkrachtigvoorwerp.). enz. (van eon vloer). gedegen goud. luchtstroom daardoor veroorzaakt . oudste kind. dauw. enz.ook dienstdoen als . geit. zoogmoeder.Ma'soesoe of Ma'tetek. met gras. vergulden. enz. onwillig zijn. verzakking. niet willen.). wit goud. jets in eon doek. Mengemboes. blazen. Emboen. die niet to begaan is. van slangen. in den dauw zetten. dat men in huffs noemt en v Emban. dunne laag begroeide grond op eon moerassigen bodem. ook op den arm dragon. Ember (11011. benauwd door die opzetting. -. riem. valsch goud . enz. . ook dauwen. Embat. ook (met goud) omkoopen. Embek. doek. aanblazen. aan den dauw blootstellen. v grootbrengt. verzakt zijn.). enz. (bijv. enz. waarin jets gedragen wordt. eerstgeborene. Anak emas. Embek. geblaat.. zeil. op water drijvende of liggende. Emboesan. Mengemboen.). ook ingedeukt. stofgoud . met eon rottingstok). Emas kawin. in den dauw zitten. Embet. enz. Emas oerai. huwelijksgift . Mengemasi. enz. doek. ook (dock moostal Amben). gordel. begroeid moeras. ook (dock meest Boeng). Emboeng (Soend. eon kind. emmer. Emas lantjoeng. ook E. Emas masak. gelijk ons "schat" enz . gouden. moerassig veen. opgezet (van den buik). Emas. EMBE. . Emboen.kindermeid. Mengembat. en deuk. ook als liefkozingswoord.. ook winderig. Mengemboenken.

vierde deel. enz. eon offermaal als boven op den 40en dag aanrichten. enz. kwart. Emping. eon rivier versporren. (zoo wordt de sedekah of hot offermaal op den veertigsten dag na iemands overlijden ook go. Mengempang.geblaas. dringend naar iets verlangen (bijv. vast tegen elkander drukken. ook op die wijze bereido kleine koek- . al le vier. . versperring. enz. enz. enz. dwars of drijven (van eon vaartuig door ~. blaasbalg. Berempat. Empat-empat. enz. vischvijver. veertien. dijk. vijver. Empat riboe. Empat ratoes. barricade. van eon zuigeling naar de borst). neersmakken. op elkander plaatMALEISCH-HOLLANDSCH. bjj groepen van vier . afsluiting. Perempat. Mengempap. Empat poeloeh hari. de vierde zijn. Perempangan. enz. Mengempat. Mengempas. viertal. wat versperd is. (zooals bijv. iets dicht opeen pakken.). Keempat-empat. vierhonderd. noemd) . vierduizend. vierde. v EMPO. Empatbelas. Embok. moeder. Empar. vierhonderd duizend. Empat keti. vleesch in eon vat. Empap. enz. Empat joeta. maken. barricade. stroom of wind). Empik. Mengempar. Empangan. Empar. veertig dagen. Mengempik. halfrijpe padi of rijst. Empat (of Ampat). versperring. eon weg.. waarin visch geteeld of gehouden wordt. enz. veertigduizond . Mengempat-poeloehhari. eene versperring. vier millioen. Empang. Empat v laksa. verpakking. 9 7 son en met eon gewicht bezwaren. ook (Empok) oudere zuster (als aanspraakwoord). uitgegraven kom. vier. Empang. die na poffing en ontbolstering plat geslagen of gestampt wordt. veertig. enz. Berempatan. barricadeoren. met geweld tegen den grond smijten. met zijn vierdn zijn . dam. onstuimig.. Empatpoeloeh. vier aan vier .

). in- . prop op eon lading kruit. smakelijk. die veel bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. houden. mooi. kleine hoeveelheid. om jets geven. Mengempoel. melig. met zijn zessen.jes van vruchten van don Manindjo. Perenam. vruchten plukken door ze van den steel of to draaien. Enak. ook koekjes van gekookte on daarna fijngestampte garnalen. kostbaar.. zestal . alle zes. enz. schoon. zich voor jets interesseeren. enz. lekker. Mengempos. zes. Endak. Empoel. Mengempoes. malsch. uitstekend. voor fraai. schoon. enz. Mengempos (Bat. Keenam-enam. enz. heerlijk. zeldzaam. uitvegen. halfrijpe of onrijpe vruchten door begraving onder den grond of door blootstelling aan vuurhitte den schijn van rijpheid geven. om eon plaats heen draaien. pleizierig. zesde deel . ook lekkerheid. Mengenam. zonder echter vooruit to komen (zooals eon schip bij zwaren tegenwind) enz. aangenaam van smack. Enam. enz.enz. Ikan saempong. zacht. uitwis. Enam-enam. zes in getal zijn. fraai. hot jemand naar den zin maken. Empos. Empos. enz. schoon. achten. induwen. Mengenakken. visch. Mengendal. Endal. bijna op dezelfde plaats zich bewegon 7 v 98 EMPO. bezienswaardig. hem vleien. rijp maken. naam. Endah. vermolmd (van hout. enz. v zesde.). interessant. Empong. eon zoodje visch. de zesde zijn. jets fraai. aango. zoodje . jets of jemand lekker maken. v Empoek. Anem of Nem). to niet doen.~ schen. ook eon school visch. enz. vergaan. kruimig. (ook Enem.. Mengendahken. Empoes. kostbaar. doen rijpen. enz. Berenam. Enal. zes aan mazes .

). . geheel. Enggan. Enteiro (Port. enz. op jets neerploffen. instoppen. waarvan men niet Entak. om zich to verschuilen. Endang. zakken.). . neerzakken. End j ak. enz. eon kind schrijlings over de heup dragon en met den arm steunen. eventjes oplichten. zooals deeg. weigoring. niet bezwaren. verlichten. eon klein rukje aan jets doen.) (of Anteiro. Engsel (loll. die men plukken wil) met eon hack naar zich toehalen. geheel en al. enz. boron. kleiner worden (van eon vlarn). den nacht buiten's huffs doorbrengen. met kracht in jets steken.). niets. zie Angkau. zie Ind jak. ik kan niet zeggen. Mengendap. bij eon publieke vrouw). Endjal. neerslaan. (van een zweer). Enteng. Mengengget. (van eon vaartuig) tegen den grond stooten. neon. Mengentengken.r (bijv. (bijv. Mengendjoet. scharnier. Mengengklek. licht. (woordje.. 1k west hot niet. al. Endong. eon dolk in eon lichaam. met eon rukje aan jots trekken. niet. gras in eon mand). Engga (Bat. weigerend. Mengend jal. klein meisje. niet zwaar vorlicht. stooten. zich laten valion. trekken. Engkat-engket. vruchten. slinken (van jets dat gerezen is.non. gebruikt bij antwoorden omtrent taken enz. Engklek (ook Sengklek). pijnlijk . Engget.vrouwelijkeboeteling. al 1 es. lets (bijv. Mengendong (Jav. ook trekken.). bezinken. hengsel. Endap. Mengentak. Engkau. vocatief tot kleine meisjes. licht maken. nietbezwaard.. (bijv. bukken. Endoek. Engket.) Endjoet. Entah.. enz.J steken enz. V ENTE.stooten. enz. . Antero). enz. enz. weigeren. (ook Mendak of Mendek) van troebele vochten. hot piepond geluid dat eon doorbuigende draagstok onder hot loopon van den drager maakt. enz. naar binnen slaan (van ziokten).

to knielen. enz. bedreven.). enz. rechtsgeleerde. enz. zwart. Entah siapa. op eieren later zitten. Fafdah (of Faedah. voordeel aanbrengend. bedelmonnik. sterrenFATW. enz. work. benuttigon. ook voorteeken. bedrijfsbelasting . daad. Erang.). mejuffrouw. ook mevrouw. Fahani (Ar. om jets geven. nut. jneengedoken zitten. met geweld op jets trapper. jets geven. rheumatjek. donkerblauw. dwingen ineenFaal (Ar. tot jets djenen. taschje of kokertje van mat. Mengerak.of vlechtwerk for bewaring van tabak.. Mengerang. eieren tar uitbroeding order eene hen leggen. Mengeram. aantrokken. Entjang.v zeker is). Fadloeli (Ar. Padjek faal. Memboeka faal. om eene zaak enz. zich met jets bemoejen. Eram. afscheid nemen. enz.). (gewoonlijk Perdoeli). schejden. Entjik. vortreden. broaden. Erak. dun. Entjok. zwart . eieren later uitbroeden. opschuiven.). ook knielen (van kameelen. 9 9 gedoken to zitten.).l. Mengentjang. enz. mijnheer. Paedah) (Ar. Bererak. voordeel. dun vloeibaar (van vloeistoffen. Epok (ook Epok-epok). hemelgewelf.) (gewoonlijk Paham). vain belang. enz. zich eene zaak enz. plaats maker. ENTJ. Fakir (Ar. enz. . ervaren. jets aanloeren.. God west wie. . Mengeramken.). nuttig. treden. kundig. doodsteken. enz. op eieren zitten. ik west niet wie. benutten. (ook Pekir). zie Berak. Fakih (Ar. Menlfahamken. Falak (Ar. stiff van laden. enz. enz. bekwaam. tjtol voor Maloiers uit den fatsoenlijken stand. donkergokleurd. Entjer.). enz. Entjok. doorstekon.. notitie van jets nemen . enz. Memfadloeliken. voorteekens raadplegen. MemfaIdahken. zjch in jets bekwamen. Berfafdah. jicht. zich met jets bemoejon. hear. belang.

Farisi (Ar. Europeesch. heilzame leering. scheiding. meening .). Frank. kreunen (van pun). de aarde. gelaatkunde. spleet. peinzen. Erang. ook later. kloof. 100 FEST. Firasat. morgen. eon of keer van jets. Mengerang.. peinZen.Kaesoekan hari. afzonderlijk gedeelte van jets. vroegte. overlegging. artikel. physiognomic. to eeniger tijd.) of Fardloe. overmorgen. enz. steunon. broos. de volgende dag.). Faranggi (of Feringgi) (Ar. Fatwa (Ar. enz. Faradja (Ar. Fikir (Ar.vanweerszijden. Memikir. astronomic.). ook ochtend.. nadenken. Perziaan. hoofdstuk. den volgenden dag. Kadoewaflhak. zie Arti.) (of Parsi). Erti. Fatsal (Ar. uitspraak van eon rechtsgeleerde. zijde kant . Memfikir. morgen. hot mannelijk of vrouwelijk schaamdeel. Memiklrken. noodzakelijk.). Mem$kirken. . de vrouwolijke scheede.).) (ook Pihak). paragraaf. Fans' (Ar. feest. overdenken. Fihak (Ar. Esoek loess. Fardl (Ar. gedachte. to eeniger tijd. meerv. ontleding. over jets denken.worden. vergankelijk. Esoek hari. onz. zwak. . enz. overden king. Perzisch. Fikiran. eenmaal. Europeaan. later. Fatah (Ar. noodzakelijkhoid.). goede raad. hot land der vergankeltjkheid. sterrenkunde. of keerig. Esoek (of Besoek). Ilmoe $rasat. enz. uitspraak of meev F. plicht. kermen. Festa (ook Pesta). overpeinzing. Foeroedj). . Frankisch. gel aat . morgen ochtend. ook Perbe. steonen. overpeinzing. gedachte. Berfikir. Negeri fang fans. tegenzin in jets hebben. Ilmoe falak. bet teeken voor den klank a. hemel . Ewa. fling van een geleerde of heilig persoon. of dealing.). enz. denken.

Forma sagoe. Forma kapor.). tot bossen binder. ook de naam van eon gezonde en smakelijke zoetwatervisch. enz. zonder korrels (van rijst bij v. eon mss enz. Terfoekoer of Terpekoer. een gebod bekend maken. a.) (of Pitrah). enz. eon bekende boom met zeer week en veerkrachtig hout. enz. Br.). der Apocyneae. in diep nadenken verzonken. Gaba (of Gabah) (Jay. fornuis. Gadang. . in diep nadenken verzonken. vaardigen. valsche beschuldiging. . Gada. Menggaboes. eon last geven. kinderloos.Firdaus (Ar. Gaba-gabs (Mol. Gaboes (of Kajoe gaboes). Forma (Mol. bevelen. Gabas. Gada-gads. of kondigen. dus als aanzetriem. enz. B.). Fitnah (Ar. bladeren van den sagoe-palm. lasterbrok . enz. to slijpen. gelasten.). Gaboeng. Bat. kwaadsprekerij. Firman (Ar.). losse rijstkorrels in den dop of bolster. Gaboes. bos nipah-bladeren of rotting . op gaboes aanzetten. bevel. tobben. vorm voor sagoekoeken. vorm . niet fijn. dat gebruikt wordt om snijdende voorwerpen als messen enz. oven. last. lasteren. knots. Bergadang.). ook last op blUven. Gaboeg (Jay. windwijzer op den top van een mast.) (ook Pekoer). Fitrah (Ar. een bevel uitGADJ. belasteren. kalkoven . gebod (van God). voos. grof. slordig afgewerkt. Menggaboengi. faster. diep peinzend . Alstonia scholaris. verkondigen. rotting enz. zich vermoeien. ook lasteraar.). Foekoer (Ar. belast. enz . Menggaboeng. paradijs.ing in rijst of geld na de vasten (voor hot einde or van eigenlijk) aan den dorpspriester to betalen. knuppel. in gedachten.). flat. als vlechtwerk voor dakbedekking. valsche aantijging. Mal. Mem$tnahken. fam. onvruchtbaar (zoowel van planten als van menschen en dieren).

Gagah-berani. der Dioscoreae. GAD 0. maagd. Menggade. . enz. Gadogado. sterk. . stow. tieren. Gading-gading. kromhouten. dapper . opschudding verwekken. Gadoeng. Orang tergade. enz. een snoeperij van diverse gekookte groenten met speciaal daarvoor bereide sambel. Gading. Gadoeh. storm. wat in pand gegeven wordt. leven maken. pandbrief . de bij de rijst behoorende toespijs alleen eten (zonder rijst) . enz. lets met kracht. in opschudding brengen. Gads (of Gadai). onderpand. zich over jets ongerust maken. Menggahar. hard schuren. met de handed naar jets zoeken. pand. ah mina. ivoor. rondtasten. hindered. moedig. doorzetten. lombard. Gadji. ook zich met kracht tegen lets verzetten. Gad. heft. lawaai maken. Gadaah. kraal. forceer en. lets moedig aanvatten. Gagau (ook Gogo). pandhuis. Gagap (ofMenggagap). pand.). PBrgadoehan. nat.). in opschudding komen. jong meisje. rumoer. stamelen. enz. leven. ook handvat. enz. geweldig. pandeling.. Gado (Jay. snoepen. lawaai. pandjeshuis. Gadis. enz. Bergadoeh. . peuzelen. pandgoederen . steel (van een blad bijv. Menggadoehken. stotteren. Gagang. enz. slingerplant wier vergiftige knoiwortels gegeten worded. Menggadeken. tasten. dock dikwerf gevaarhjk zijn. traktement. greep. dapporheid. spanten. loon.waken. M~nggagau. verpanden. gage. Bl. Dioscorea hirsuta. elpenbeen . iemand jets in pand geven. enz. ook fier. lawaai. plagen. fier en dapper. jets verpanden. Gagoe. hakkelend spreken. . slagtand van een olifant. opschudding. tasten. verontrusten. fam. Gagak. opschudding. ook in pand nemen . olifant . Penggadean of P®gadean. Gahar. Gagah. walvisch. . Menggagahi. Gadean. Soerat gads. met geweld doen.

lets door middel van een stok enz. to scheppen. poetsen.. sterk. zooals de Excoecaria Agallocha. trekken. Gajang. weerhaak. fam. mengsel van hays en kalk om naden to dichten. Menggajoet.en tot de nat. met een gemaakte stem voprdragen. gemaakte toon of stem.. gordijnhaak. van vorstelijke of komst. der Hernandiaceae. zwaar in 't hoofd (door to weinig slaap). veerkrachtig. fam. jets op gemaakte wijze. der Aquilarineae. Gaharoe (ook Garoe. enz. enz. Galtan klamboe. van vorstelijken bloede. ook iemand foppen. ook bars. stevig. Gaitan. GALA. gom. schepper. Gajam (Jay. Gait. waggelend. L.) Gajam.). hack. spijzen. enz. herkauwen. diet vast op de beenen (van eon beschonkene). spinrag. als voren bedoeld. enz. naar zich toehalen. Kajoe Garoe). Gaja ook Gahi. voorwerp of middel om water enz.wrijven. die bet ware Aloehout levert. . m elodie.gedwongen.. bedrog . zwevend hangen (zooals een hanglamp bijv. Gajal. Gala. rhytmus. fam. Inocarpus edulis.). der Papillionaceae. taai (van eterij.) (of Gajam)..gemaakte gang. manier. Menggajaken. tot de nat. L. fam. behoorende tot de nat. Gahi (ook Gaja). Menggajem of Menggajemi. enz. Gaja. Galagasi (Bat. beddehaak. kracht. Gala-gala. Gajoeng. ook de spin zelf. nat. zooals de Aloexylonagallochum Lour. die bet bests Aloehout en de bests hays levert. ook fopperu. -. enz.verscheidenehoutsoorten met welriekend bout en hays. of haakvormig eindigt. enz. hack. vrij. draad van een spin. Gajoet. ook een stok. die veel in den handel voorkomen. jets diets maken. die een weiriekende hays en olie geeft. hooge boom met eetbare vruchten. zooals de Aquilaria Agallocha Roxb. die van een hank voorzien is. Menggaft of Menggaet. aan jets hangen. 101 der Euphorbiaceae. Gahara. sterkte.. stopverf..

loopgraaf. lange stok (om or lets aan to hangen. steun. van hot begin tot hot eind vertellen.. verloopen (van eon schroef). wild maken. enz. Gaman. stut. bijtend. zware doming. Menggaloet.). bevreesd maken. waarop rijst enz. Galoe. Galgal. enz. Galoet (ook G loot. los. wat uitgegraven is. Galoer.). . van eon haan van eon geweer). scheepshaak. omstuwen. enz. aanhitsen. uitgraven. GAMP. enz. waarop jets. ook in ddne richting golven. stoeien. Galuan of Peng galian. of or jets 102 GALA. Galang. Menggamah. Galak. enz. enz. woest. omringen. graven. verbaasd. eon voorwerp door zulk eon onderlaag steunen. Galir. Menggali. rain of moor getroubleerd zijn. worstelend vechten. dijkje ter afscheiding der verschillende vakken gronds. . aanvuren. wild.~ geplaatst wordt. Menggaloe.Galagata. Galengan (Jay. enz. mode of to stooten. worstelen. Bergaloet. ook kuil. dat men niet met den grond of jets anders in aanraking wenscht to brengen. confuus. niet stroef (bijv. gat. enz. met molentjes loopen. waggelend (van eon tand. boom. . verbouwereerd. M nggaloer. geteeld wordt. Galah (ook Gala). samenhang van 't begin tot 't eind. gemakkelijk gaand. gretig. onderlaag van balken enz. Gala. van eon vorst door zijn gevolg. ook dadelijk aanvallend. verband. bang. of en toe krankzinnig. enz. delven. verbluft.). eenigszins. happig (van dieren). vurig. fel. omgeven. omsingelen. C amah. ophitsen. netelroos (ook Bidoer). gaan. enz. Goelet). jets in zijn geheelen samenhang. Menggalang.). Meng galakken. (bijv. iemand vrees aanjagen. ook golven die in ddne richting gaan. woest.

beeld. photograaf enz. inlandsch muziekinstrument bestaande uit platte staven hout of metaal. gemakkelijk achten. in teekening. schilder. ook Sandjata). etc. ook de aan dien daps deelnemende dansers en danseressen. Gambang. Uncaria gambir Roxb. Menggambelok. nat. beeld. als eon zak ergens aanhangen (zooals bijv.). niet bezwarend. Gambar orang. iemand wenken. eon soont van daps.) (of t emparan). enz. wapen. hot teekenen. jets licht opvatten. Gambar. enz. ook teekenaar. waarvan verschillende soorten bestaan. beeld. Gamboeh.~zonderbezwaar (to doen.). Gamelan (Jay. portret.) (of G mbelok). toewenken. verlichten enz. ken. Gampang. kaart der wereld . . Gambar doenia. Gamparan (Soend. gemakkeli jk. in kaart brengen. ook glas op eon langwerpigen bak. enz. ook licht opnemen. vormende eon Javaansch of inlandsch orkest. teekenen. Menggambar. enz. zak.. beeltenis. Bat. buidel. eon slingerplant. .. Peta). (verg. fam. of beeldsel. (ook Toekang Gambar. kinderen op den rug van iemand). photographic. Menggamit. licht. eenig work licht. teekening. gemakkelijk maken. MenggampangGAMP. Gamut.Gaman (Jay. Bat. (ambelok (Jay. portretteeren. der Rubiaceae. enz. waarschuwen. Gambar sorot. (of Gegaman. zonder moeite. iemand eon teeken goven.). door hem even met den top van eon vinger of met de hand aan to raken. opnemer. of beelden. Gambar (Jay. portret van eon mensch. stel muziekinstrumenten. teekening. Penggambar. enz. schilderij . enz. Menggampang ook Gemampang. ook met eon lederen his aan de voorzijde.). uit wier bladeren de bij hot betelkauwen onmisbare gambar (eon snort Catechu) getrokken wordt. enz. of beelden. houten klompen of sandalen met eon knop.

voortvarend. ook trekken. Gander. ook veelvoud tweevoud. op sleeptouw nemen. hucht. onstuimig. Gand jil. fangs zijde sleepon. Gangs.) jets dat ergens tusschengestoken. Gandik. Gand j al. Ganal. steun. hot eon of ander tusschen. ook naast of aan elkander liggend. stiff aanhalen.) = Kampoeng. enz. oneven. 103 G{andjal (ook Gindjal of Gandjel). rook. enz. Gampoeng (Atj. onder. Gandang. eon sloop enz. Menggandeng of Mengganding.Mengganding. eon snort hays. ook onderlaag.. enz. voorhoofdsversiersel van eon braid. Gandewa. GANG. Gandaroekem. omgewikkeld wordt. der Anacardiaceae. eon versierde voorhoofdsband. belooning. lam. Menggand jai. verschuiven (van wapens bijv. de nioren. . opgewekt. samenbinden. om hot vast to zetten. vergelding. dorp. Gandeng. rusteloos. C andaria. bong. verbinden. veel bij hot soldeeren gebruikt. ians. aan elkander binden. wild dier. nat. groote hamer. Bouea gandaria Bl. Menggampoeng. (of (hand j el. enz.Gampoeng. piek. zonder spreken van iemand wegloopen. cooker. reiszak. nalezen van na den grooten oogst op hot void nog achtergebleven aren. Ganden (Jay.). aan jets plaatsen enz. die meestal kort afgesneden worden . go. . door ze eon weinig uit de scheede to trekken). Menggand jerk. stut.). Ganding. precies als. Gand jerk. alles aanvallend (van wilde dieren). enz. vroolijk. woest. . verscheurend wild dier. Gandjaran (Jay. enz. wild. Gandjoer. Binatang gangs. boom met fraai stork hoot en de bekende meest in zout ingemaak to vruchten. evenbeeld. geur. lastig. j uist als. lezen.

opening door ondergraving ge104 GANG. gelijk maken. om hot schommelen to beletten. enz. L. opening in den grond . Mengganti. onder jets doorgraven. (ook Gangsingan). Menggantang. Gang (11011. verwisselen. plat. klokkenmetaal. bettrtelings. smal straatje. Menggangsa. Goela gaming. Gangsa. der (ramineae). wat tar vervanging. enz.). Ganggoe. overbrengen. hangen van boomen of fasten aan weerskanten van eon schuit enz. overplanten. uitgraven. Gangsa. Mengganggoe. zich met jets bemoeien. sours ook minder metende. diem . enz. nat. Menggantiken. lets tot schadevergoeding. gewoonlijk 1/8 a /1O pikoel (van 125 A. om eon weinig to schroeien. met eon gantang meten. Menggangsoer. enz. . steeg. Berganggang. ondergraven (zooals dieven eon muur. ergens met de hand aan komen.). Ponden). vast geworden . plagen. Ganting (Bat. Berganti-ganti of G anti-berganti. eon snort zwarte boonen. jGangsiran. ondergraving. effen. tol (speeltuig). Ganti. gest old. lastig maken. Gangsoer. vergoeden . effenen. bij. lastig vallen. v~rvangen. schadevergoeding. Menggandoeng. over of tegen vuur houden. tot vervanger.Gandoe. gang. tarwe (Triticum vulgare.). buy. verplaatsen. gelijk. enz. aardkrekel. elkander afwisselend enz. buiten boord en in hot water. Gantang. Gandoem. Bat. lam. storm. effen. doen strekken. zengen of to doen drogen . messing. Gangsing (Jay.). Ganggang. opvolger. Gangsir (Jay. Gandoeng.). on gaps. inhoudsmaat voor droge waren. gestol- . enz. zich bij eon vuur warmen. maakt. vergoeding geven. Menggangsir. our organs in of uit to komen. enz. bij beurten. waarmede men speelt. enz. ook hol. in de plaats van jets anders stellen. ook een geel-koperen presenteer11ad.

hoofdingang van eon gebouw. uitgesteld.de suiker. Garoeda..). enz. wat gehangen moot worden. Menggarls. basstem. diep. hol geluid. Gantjang. uitstellen. Garang. of hankelijk van . huwelijk tusschen kinderen. croquant. wear galm. lijnen trekken. . ophangen. Gaoeng. kurk droog. G. enz. Garoe. enz. Bergantoeng. Menggaroe. zwaar. enz. krabben. good kunnen raken (van iemand die knikkert). hangen. ruw. SI. Menggaoeng. hoofdpoort. bij- . rijdier van den god wishnoe. Kawin gantoeng (Jay. tot eon lenige vaste massa op. ook galg .). die na tot eon dikke pap to zijn gekookt. keukenzout. met zout inwrijven.w. vol (van eon geluid). vlug. ook schrapen. streep. ook good droog. wild. Gantoeng. haastig. Gantoengan. heftig. of hangen . Tergantoeng. . weerklinken. poort. Garoek. kras. knappend. inzouten. Menggaremi. verdaagd. Menggaroek. Menggaram. ook of hangen van. zout. kraal. Garau. uitgesteld huwlijk. kerf. krab. Garam (of Garem). met de eg bewerken. enz. woost. echo (b jy. Garis. hangend. hangende gehouden. ook met jets doen wat or aan of or mode gedaan moot worden .weergalmen. eon hol geluid geven. enz. Garing. hangende zijn.z. galm. krauwen. in eon grot) . eggen. enz. grimmig. schrap. d. v erdagen. norsch. eg . blaffen (van honden). suiker. strepen of krassen in of op jets maken. good kunnen mikken. met de nagels bewerken. Gapa (Bat. Gaok (Bat. Menggantoeng. lijn . opbruisend.). nl. eon mythische vogel. onafgedaan. hard gebakken of gebraden. droogt. ook zwaar bassen. Gapoera. wier samenleving als man en vrouw vanwege hunne jeugdigheid tot nader uitgesteld wordt of is. opstuivend van aard. Menggantoengken.

Menggasak. enz. loshangen. draai en in een hellenden stand (zooals bijv. enz. Gasiran. Garoeng. Gebos (Bat. Geber-geberan. Gasing. Menggaroeng. braak plegen. ook : lei van een haan of kalkoenschen haan. ranselen (met een stuk hoot. jets tar dege doen. waarvan de bladeren tot dakbedekking. vork. klanknabootsing van het geluid. enz. row een standje maken.wulpschheid gevoelen. neersmakken (Menggedebloeg. Gasir. zie Gangsing. voorhang. eon aandrang tot wellust. gewapper (van eon vlag). geil. gebezigd worden. Menggasir. Nasal. hard wrijven. slaan. Gedang. Gebang. . jets doen. neerploffen. ritsig.) (of Geboeg). Garpoe (Bat. wapperen. voornaam. verrichten. dat eon groot. stork verlangend (naar den coitus). Geber.heen en weder slingeren. der Palmae. groot. nat. Corypha umbracilifera. Gasang.). ambtenaar. ook portiere.. Pegawai. tochtig (van eon vrouwelijk dier). ondergraving. Gatal (of Gatel) jeuk. Gatak. tafelvork. Gasak. fam. de gemaakte opening. afsnauwen. met kracht op jets werken. Gede. manziek (van eon vrouw). ondergraving . GATA. beambte.). jeuk hebben. Bat. hoeden. stork belust. dekkleed. enz. hot ultschreeuwen van pun of schrik. enz. Zie Gangair. Gasap.). L. aanzienlijk. bengelen. Geboek (Jay. Gebar. wellustig. inbraak. een tol doet). Gedabir.eenschrapen (van eon woekeraar). werktuig. ook wulpsch. zwaar lichaam bij het vallen veroorzaakt. Gedebloeg of Gedeboeg. oneven. kleed voor een deur. Gawai. groot. raken. braak. enz. sprei. iemand toesnauwen. zie Kasap. hooge palm. ook Menggedibleg of Menggedeblag). gereedschap. geil. wellustig zijn. braak.

hoog rietachtig gras.ontuchtige. schateren (van lachen). ring.). in de vuist houden. boef. Gedong. (Bat. razen. zie Gaman. Gegaman.). wentelen. Geladir. iemand eon flunk standje schoppen. enz. stalling (voor paarden).opschudding. Gegares (Bat. schoof.) haten. luier waarin eon klein kind gebakerd wordt . ook Gegerin (Bat. Pergelangan. in opschudding zijn. trillen. pisangstam. Gegam (of Genggam).). Gedogan (Jay. armband. vierkant lapje. oneerbaarmensch. armring. poll-. of hot lichaamsdeel. Gedek (of Gedeg). dek (van eon schip). slijm.besloten ruimte. Gelanggang. in eon luier wikkelen. bakeren. rib. Gedeboes. beknorren. . nat.Gedeboeng. (ook Gedebog of Gedebok en Gedebongan). Gelagah. (zooals eon onwillige hond. berispen. Gelakak (ook Ngakak) (Bat. schudden (van een stoomboot bijv. de gesloten hand. zolder. in de voile hand nemen. eon of keer van jets hebben. tieren.). t edeng (Jay. Gelang. zoldering. hot v GELA.). enz. vuist. Saccharum spontaneum. bosje padi of ulen van 5 tot 10 katties gewicht.of voetgewricht. Geladak. voortgetrokken). der Gramineae. Geger. steenen gebouw.zich onwillig heen enweder bewegen. Gelalar. schavuit. Gegar. balk. (ook Bedong). Gelagar. fam. hand. enk©1ring.enz. bos. die aan eon ketting wordt. Menggegam. Menggedong. L. Gedebong (Jay. ook (als scheldwoord) gladakker. dreunen. vreten. de plaats aan hot lichaam.).). 105 land op iemand hebben. waaraan eon ring of band gedragen wordt. zeker spel met scherpe werktuigen. lawaai maken. waarin de voor het gebruik medegenomen sirih-pruimen gewikkeld worden.

Menggelemboeng. enz. Gelatoek. licht goad. enz. onordelijk ergens gedeponeerd zijn. enz.. niet veal waard. enz. jets. vliegen.).) (ook Gelanu 106 GELA. Gelantoeng (Bat. krom trekken (van houtwerken. lel (b U gevogelte). bibberen. duisternis. glas. eerenaam. opborreling. Menggeletak. los hangen. strijdperk. Gelaran. loslaten. enz. (van pleisterwerk. onordelijk neerhggend. Geleding. waterbel. enz. zwellen (van den bulk). . slingerend hangen. Barang gelap. opzetten. stijf (van de armen of beenen) van vermoeienis.duistermaken. Menggelar. de bruine kringen om de tepels. enz. tits]. enz. verduisteren. lets onordelijk laten liggen. Gelatik. Galas. Galas aboe (een scheidwoord). onvoegzaam neerliggen. Gelekak. klappertanden. in blazon opborrelen. Geledang.kampplaats. bintbalk onder den vloer. Geletak. losgaan. enz. donkey. bengelen. vloerbalk. titel. ook eon kind enz. Menggelar. Menggeleding. Gelap. naam die aan kinderen van grooten gegeven wordt.). mat.donker. zwelling. Gelebaran. op den rug zonder verdere zorg neerleggen. na of btj hun besnijdenis . ligger. opzetting (van den bulk). rtjstdiefje. Gelegar. nitspreiden. Menggelantoeng. losspringen. dat uitgespreid wordt. Menggelapken. nit elkander stuiven. lets. Gelar. verdonkeremanen. neerleggen. Gelemboeng. blaas. Gelebar. een eerenaam.. Menggeletakken. waarvan de herkomst niet bewezen kan worden. v GEL 0. Gelanggang soesoe. drinkglas . geven. waarop de planken bevestigd worden. onverschillig. verspreid. aardewerk. ting). enz. spreiden. Gelar.. smokkelwaar. duister. enz. (van eon mat) .

Geloemang. bibberen. Gelitik. donderen. donder. hooge golf. uitrekken (als eon slang. uitghjden. baar. bedekt. Gelibar. Gelintiir. smeerd. Geloeng. glijden. rommelend dof g®luid. enz. Gelisah. golf. rol. enz. enz. -. die gevangen of gekneld wordt).). met vuil bestreken. Gelintir. wapperen. een klein balletje. Gelangsir. rillen. garen of touw om een klos. zich niet op zijn gemak gevoelen. heen en weder slaan of slingeren(zooals van een vlag enz. fladderen.).of touwvormigs gewonden wordt. (in den loop van een geweer bijv. sidderen.ook eon gevoel van kitteling.). schroefgangen. enz. heen en weder schuiven. rol. Geliang (ook Geliat. winden. Gelimbir (of Gelember). voorwerp. Gelindoeng. eon afkeer van jets hebben.slap neerhangen (van wangen bijv. heen en weder wentelen (van iemand die den slaap niet kan vatten). enz. stork naar jets verlangen. v GELD. bibberen (van de koorts. rillen (van koude). Penggelian. spool. vies van jets zijn.). Geloegoet. stark beven. waarop jets draad. woolen. rolletje. haar- . Geloegoer. ook die van alles vies is. defining.Gelgel (ook gelgelan) (Jay. Geli-gels. aandrang tot lachen hebben . haspel. voren. Gelloet). ro]. Geli (Bat. zich krommen.). Geloembang. goon kitteling kunnen verdragen. Geloedoeg. Gelasar. onrustig zijn (ook in den slaap). hook Selintjir. Menggelisah. een gevoel van kitteling hebben. van alle kanten be. klosj esgaren . bundel. wat met de hand tot eon balletje of rolletje is gerold. ~ enz..) ook lange balken. bos. Menggelindoeng. . waarop jets rust of ligt. jemand. nieren. Gelongsor). enz. klapperen. klos. . Benang gelindoeng. Bat. die niet tegen kittelingen kan.

Gemar. enz. in een bos of bundel houden. vroolijk. verlangend. opgewonden. ritselend. ram. Galoengsoer. kwaadaardig. lust. vonkelen. beven. worstelen. enz. glinsteren. bundel. beursch. jets in de gesloten hand. Gemar. humusrijk (van den grond). opgezet (van de wang bijv. Gemilang. rillen. verheugd . flikkeren.). sidderen. waarin een pruim steekt). Gemoek. kletteren. enz. vet. vet. los. Menggeloeng. vergramd. tot een bos samenbinden.) Gema. ook onstuimig.) V GEND. wratachtige uitwas aan den wortel of stam van een boom. wanneer men or op loopt. driftig.) Gemerlap. begeerte. strijdlustig. enz. schurend geluid voortbrengen. dik. vruchten met een harden dop. schitteren. langs jets afglijden. melen (van glaswerk bijv. Gambreng. rinkinken. Gmtar).enz. Menggalotak. elkander omstrengeld houden. van dien dop ontdoen. enz.wrong. enz. een ruling krijgen (van afkeer. echo. ook hearth (van de stem). Gemar (of Games). vet. lijvig. lustig. niet vast. ook : vurig (van een paard) enz. enz. maken. dat een bult daarin zichtbaar is. Gambira. wrong samenvoegen. papperig. schuifelend. glinsteren. Gamal (Jay. . gretig. 107 Gameresik (ook Gamarisik. (bijv. hol geluid. Gemantar (of Gemetar. slap. voos.ook afvallen. zooals de kokosnoot. Kagamaran.). een knarsend. met onstuimigheid behandelen. begeerig. dreun. ni}dig. afschilferen(van pleisterwerk. enz. . dof. gezet (van menschen en dieren). koperen bekken. glijden. ook jets order de kleederen dragen. Geloet (Bergeloet). Gamboer (of Gambor). Gambol. Galotak (ook Kelotok). flonkeren. schuddende zijn. van grof zand. tot een rol. zoodanig. t amarantjang (ook Gemerantjing). Gemeretjik).

enz. Mata genii. (van een stuk aarde. bulderend. dik en neerhangend (van den buik). vol. oorlogstrom. voltallig maken . op sleeptouw nemen. Bat. in de hand. Gendang.g. enz. enz. jets voltallig maken. ook vet. Genie (of Genih). Gendang. (bijv. Gempal. Gempoel. plakken. afgescheurd. Genii. (zie Gandeng). Menggenapken. simpel. enz. krankzinnig. enz. Gendang (ook Kandang). heel. inlandsche trom. in kluiten. jets op de heup. enz. trommel . nuffig. dikbuikig. enz.sleuren. valt). Menggenapi. waterkruik (meest van aarde). rond (van hat lichaam). enz. reuzel. jets volvoeren. Gendon (Jay. Gendong. trom. dat uit een dijk enz. Manggendeng. larven van wormen of kevers. die in rotting. ook aan elkander verbinden. voltallig. Gempita (of Goempita). aardbeving. in de gesloten hand of vuist houden. koningin der witte mieren. koket. welgedaan. Ganap. daverend (van een geluid). enz. Genderang. handvol. ook dwaas. kluitvormig. in eon doek ter zijde van hot lichaam dragon. Gempa. Gander. de gesloten hand. Soend. kleven. V 108 GEND. binder. . een muzlek-instrument behoorende tot den Gamelan. Menggendong. ook de z. dicht aan elkander zitten. gek. gekleefd. Gendi (of Kandi). Gempal. met zich voortsleuren. Bargempel. van harm). geheel. enz. met molentjes loopen. even (van een getal). verliefd van aard. zitten of gevonden worden. Genderang perang. enz. palmboomen. wat of hoeveel daarin vastgehouden kan worden. Gendoel. slagtand van eon olifant. Menggenggam. (van planten). bijv. trom. groote flesch. enz. .). vuist.welig. Gendoet. ten erode brengen. aan elkander geplakt. ook afgebrokkeld. Genggam. fatterig. smear.

rap. Menggera. ingedeukt. moot. Gentas. Gentajangan (Bat. aan kleine stukjes. plat. jets tusschen de vingers tot eon balletje enz. kink. zoodat daarin eon groef to zien is). ale eon bloedzuiger aan hot licha. zwermen. aan jets blijven hangen of klevon (bijv. gegroefd (bijv. van bij en). bel. Gepeng. vrees aanjagen. jets dat tusschen de vingers tot eon balletje gedraaid wordt. enz. eon warm. Genteng (ook Gendong)..guitige oogen. aan eene zijde ingedeukt. Gentang (Poet. platslaan. dakpan. platgeslagen. V V GERE. Gerah (Bat. hues met pannen gedekt. waarin hot litteeken van eon diepe wond is). groef. metalen bekken. drukkend warm gevoel hebben.am). Genting.). pil. zwart on wit geverfd bijv. snort van kleine garnalen. Geragas-Menggeragas. platgedrukt. enz.). gevlekt. Geragan. Tergentoes). op. ingedrukt (bijv. naar binnen loopend. dikwijls. Menggepoek (Jay. verward uitkammen (met de vingers bijv. Begentel.). draaien. Gera. ook viug. enz. ten einde. Gentala. eon vinger. afplukken. jets klevengs. plat waken. Genta. jets met do toppen der vingers afnemen. . Menggepengken. jets plat slaan.afgedaan.). enz. ingedrukt. Menggentas. naar alle kanten zich versproiden (bijv.. Gentoes. die graag mooie meisjos ziet. Menggentel. Roemah genteng. van eon arm.). iemand. dun. balletje. waarop goslagen word!. monsterachtig. Geraham (ook Baham of Baam). ergens tegen aankomen (bijv. herhaaldelijk. gedaan. Gentel. verbazend groot. stooten. Menggentoes. Gentat. iemand door woorden. druk. waarom heen eon touwtje stevig gewonden is. haar lonkjes geeft. met hot hoofd. tot gruis slaan. Gentjer. Gepoek.

in beweging. laveeren . jets doen bewegen. Gerhana matahari. overeind staan (van de harm). nijdig zijn. vergraifld. Geridik. Geretjok-Menggeretjok (Bat. Menggeridik (Jay. krielen. enz. de handen niet stil kunnen houden. beweging. Gergelet.tasten. iemand plagen in zijne bezigheden. knarsetanden. al tastend rondzoeken. Menggerendeng. zich bewegen. onduidelijk en boos praten. verwoed. Menggerajang. maaneclips. betasten. . lucifer. iemand doen schrikken. Menggeretak. zich niet moor kunnen beheerschen. enz. Gerak hati. in opschudding brengen. zich verbijten.drankenzetje. Geretan api. Gergad ji. Gerendeng.karaf. schitteren. verroeren. den wind zagen. enz. hot geweten. ook niet stil kunnen zitten. ©nz. doorboorde. Menggerepe (Bat. Menggergad j i. bevoelen. Geredja (Port. Gerak. Geriak. schrik of vrees aanjagen (door hem ruw aan to spreken. mompelen. knarsend gelu d. Geremang. zon sverduistering. Menggergadji angin.tries. i. met de handen overal aankomen. d. verschrikken. enz.). . wemelen.). Gerepe. zaag . lastig vallen bij zijn work. glinsteren (van sterren. gescheurde randen.). lastig zijn. zwavelstok.). eclips . zich verroeren . enz. schrap. rondgrijpen. rondvoelen. Gerat (ook Geret). zich ergeren. enz. Geram. rondtasten. met uitgerafelde. #lonkeren. zagen . v GERE. jets bewegen. Geregeten. Gerajang. Menggerakken. kerk. Geratgerat. to berge rijzen. wrok hebben. Geretap. Tahi gergadji. . Gerepes. enz. zaagsel.kruik. enz. mopperen. enz.). Gerhana boelan. alles aanraken. Bergerak. kras.. in woedo ontstokon. met de handen overal aankomen. Gerhana (of Grahana).). betasten. Menggerak. bevoelen. Geretak.

enz. enz.) ook : weggaan. ook Oedjan of Hoedjan ritjik-ritjik. Gerobok. enz. motregen. Geroes. GETA. Gerodak. enz. Gerlap. bijv. woedend. Gerigis. enz. rammelen. wanneer men eon flesch onder water houdt). enz. ook hot gerommel van den donder. van eon . van hot lemmet van een oud en bedorven mes). mager. fijn wrijven. voortbrengen. Gerinda. ongeduldig. 109 Gerisik. door water of modder baggeren. flikkeren. Menggerowak. (buy. enz. geschaard. overhaast. (bij hot eten van echt zure dingen bijv. mondharp. Geringsing. wtjd open van een wond (buy. enz. glad maken. met scherpe punten. polijsten. uitgemergeid. op jets aandringen. oneffen. (Mol. Geronjot. een scheef gezicht trekken enz. uitgeteerd (door ziekte) ziek. Menggerobok. rommelen (van de maag). op eon ronden slijpsteen aanzetten. wetten. met gaten. trekken. . opschuiven. opborreling van water (bijv. vrachtkar. Geser. etenskist of -kast. hol. Menggerinda. open.). vermagerd. verschuiven. holte. schitteren. rommelen. ongesteld.maar alles moeten aanraken. wijd open staan. overhaasten. kruiwagen. kar. glinsteren. Menggeroes. loopen. motregenen.). Gerobak (of Gerobag). opborrelen. zich verwijderen. met rollende oogen rondki ken. Goring. Menggesa. op zijde schuiven. trillen (van de zenuwen). groot gat. Geser (of Giser). gedurjg jets willen doen. Gerimis. rondo slijpsteen. ritselen eon ritselend geluid maken. enz. ook fijn maken. Gerodok. glad schuren.). Gerohong (of Geronggong). Gesa. Menggerisik. krank. bol relen. Grinding. Geroedoek. vliegenkast. open scheuren. haastig. open zijn. ook groote op wielen staande kist. Mal. Gerowak (Bat. Gerling.

enz. beet. door eon rol halvn. blinken. lijm. Bergetah. to person. Getet. met de tanden vasthouden. Gilir. enz. Menggiling. Penggilingan. met molen.. enz. enz. niet gemakkelijk to naderen. krankzinnig. . enz. trillen. om water ult eon rivier. machine om jets fijn to malen. broos. glinsterend. moot.. Menggigit. Gigit. eon kras in jets maken. stork op jets aandringen. fijnwrijven. gekheid maken. molen. enz.. gomakkelijk brekend. blinkered. grenslijn. tanden hebben. sidderen. Gesit (Bat. . kerven.). zinneloos.. Gi1es. Gila. Penggihngan teboe. Bergila-gilaan. Menggilap. beven. getand zijn. flonkeren. aflos- . lijm-houdend. malen. enz. kerf. rollen.fijn wrijven. wrijfsteen met rol. Getek (Jay.110 GEMS. Bergigi. wegjagen (zie Oesir). gek. gom. kleverig. fijn wrijft of maalt . bevreesd. bijten. tjes loopen. verzot op lets. op eon hoogergelegen terrein to brengen. Getas. Gemetar of Goemetar. beurt. Getah pertjah guttapercha. sulkerrietmolen. bang (bijv. Menggigl. Getah. . hays-. niet tam. glinsteren. Menggl jet. enz. acre de kim zichtbaar worden (van eon vaartuig). breekbaar. drukken. gom-. ook dwaas. enz. Bergilang. waschplank met richels. hays. op jets bijten. Gila-gilaan. ook overrtjden. trillen. in jets bijten. sidderen. tiling. Bergs j et. blinkered maken. beven. wrang. beurt. Gesoe. vonkolen.). Menggilang. fijnmalen. schuddon. schuren. bourtolings. -poetsen. waarop men medicijnen enz. van tijd tot tijd gek zijn.school visschen. polijsten. enz. Getir. Bathe giling. Getar. dol. Penggilingan aj er. om beurten. plantenlijm. Gilang. ook suikerfabriek . insnijden.. waterscheprad.. Gilesan. zoom. tand. enz. zich als eon gek voordoen. insn$jding. Gigs. plat. watorrad. enz. schuw. Bergilir. harstig (van smack). Gi j et. ook sand. vlot. van wild). Gilap. Giliran. v .. oprollen. Menggiles. blinkered.

de nieren. aaneenverbonden bloemen. ringbaard. op zijn Chineesch boksen. bezoeking . mij. twee on eon halve centstuk. Gindjel. Gisiau (Chin. vreugde. zijne beurt hebben. enz. verleiding. Gingser (of Gingsir).). berg. in dunne plakjes. . plaag. Gisir. opjagen. blijde. Godok (of Godog). gestreept. ook (van mannen die moor vrouwen hebben). GOEA. ik. Gobet. slacht en. snijden. Goea (Chin. Ginggang. Glut (Bat. verheugd. nier. blijdschap. gestreopte stof. Penggoda. dikke platte kook. enz.. verschuiven. Godam. schijfjes snijden. slaan (verg. baard. Gisi (Bat. plagen. Goda. slinger of tros van in elkander gestoken en aldus aan elkander verbonden . enz. bezoeken. twee-dust-. verzoeker. eon drijf jacht houden. Djitak). opbeuren. enz. met de knokkels der hand tikken. Godeg (of Godek) (Jay. aansporen.. Girang. vooruitdr. mijn. ijven. opwarmen. Girl (Sk. Gobak. . remand GODO. zie Geser.).). enz. eene vrouw de beurt geven. koken. Menggoda. enz. vroolijk maken. blijdschap. enz. (zie Gand j al). plaag. enz.). Globang. donkey (van wolken). tiring. Chin. Menggiliri. door hot coos heen en weder to trekken. geruit. gekarteld gouddraad. ook tegen jets aan schuren. opschuiven. Goebah (of Gobah). Mt nggesel). schuiven.sing. Menggiring. door bij haar to komen en to verblijven.. Mengging ser. dr jven. boksen. blijde maken. verleider. enz. Kagirangan. Godot (Bat. op zijdeschuiven. plaaggeest. smidshamer. als de Chineezen vechton. verheugen. warm maken. Menggiranken.). (ook Gesel. Gobar. bedroefd (van gemoed).). groote cooker. enz.). vervangen.

Goela batoe. verbouwereord zijn. provisiekamer. melkhuis. Goebloek (of Gebleg).). magazijn. Ajer goela. Goena area = Goena d j awa. Goela teboe. suikerwater. Goela pasir.). ruwe stroopsuiker. Goena. Goelat (of Goelet). Goebernadoer of Goebernoer (11011. gewone gekristalliseerde suiker . domoor. Goebal. personen. dom.bloemen.). suikerrietsuiker . Goedel (Jay. enz. rnelkinri chtin g. Goelali. onnoozel. Goelai (of Goole). Goedig. om er onder to schuilen. suiker. voorrijders. enz. Javaansche suiker . gouverneur. kleine tijdelijke mooning. spint (van hot hout). enz.). Tahi goedel. schurftig. tot eon lijvige massa opgekookte en in dunne stokjes gestolde suiker . kalf of jong van eon buffel . Goelang of G oelang-goelang (Jay. schurft. suiker in zandvorm. onbevattelijk. siroop. ontijdig ter wereld komen . enz. . . Goedji. Goegoer. melkerij. omstrengelen. Goeboek (av. niet weten moat to doen. elkander omarmen. schurffig zijn. voorraadschuur. enz. de schurft hebben. pakhuis. uitslag. stork gekruide toespijs bij de rijst. Goeladjawa. enz.. verkregen door koking van van den kokospalm getapten palmwijn. keukenstroop. naam eener met GOEN. suiker . afvallen. bruins door koking van pahnwijn verkregen suiker. Goegoep. gejaagd. 111 of van vleesch bereide. ontijdig doen afvallen. ook (in de rekenkunde) deelen. in de war. huiduitslag. ontvallen. Goedigan. Goedang. (meestal met kleine wimpels aan stokken in de hand of dergelijke kenteekens). worstelen. wachthuisje. die eon met govolg rijdend hoofd voorafgaan. klontjessuiker . hot vuil aan de pudenda. Menggoegoerken. Goela kelapa. klein huisje. eon abortus bewerken. verward. Goela tjeng.

iets wentelen.. gebruiken. Goena. bijzit. rollen. Goempal. twijfelmoedig. knikkor van hoorn of ivoor of van de hardo pitten van zekere vruchton. in elkander gerold (bijv. deugd. Goendik (Jay. enz. lawaai. Menggoeloeng. Menggoeling. gladgeschoren. moat opgerold is . wentelen. fam. bijwijf. rollen . leven. met elkander praten. pak van opgerold good. Bergoenem (Jay. Mempergoenaken. berg. enz. kortharig. Goendah. enz. dat men bij hot tellen van iets maakt. Menggoeiingken. enz. enz. Gaud. gotier. dat men gehuurd heeft. ook toovermiddel (Goena-goena) . zich oprollen. op zijde gooien. zie Gem. schitterend.). Goenawan. eon rijpaard. tot iets strekken. geraas. nuttigheid. rollen. Goemoel (van vochtenden). nat.enz. verkregen door waking van den bast van Boehmeria nivea. dor Urticaceae . zie Gempal. beraadslagen. donderend. merk. van vechtenden). oprollen. Goendoel. nut hebben. voortrollen . wankelend. Goeloeng. Bantal gos ling. Goemilang. blinkend. Gegoe loengan. Goeloengan. blinkend. ook zich op den grond wentelen. van dit vlas worden zakken. Gosling. Goendal.).. touw. kerfjo. rolkussen. kaalhoofdig. doen rollen. bergketen. nuttig. rol. Goemilap. Bergoeling.~nuttig. Goe- . enz. schitterend. rol. eon rol maken . nut. goods eigenschap. ook : de geleider of verzorger van 112 GOEN. Goemoeroeh.. . enz. kaal.~ Goenem. glad van aanzien. rollen. enz. Bergoena. ten nutte maken. weifelend. aanwenden. enz. ook inlandsche of Chineesche huishoudster (van eon Europeaan). snort van vlas. Goempita. Goeni.. Goenoeng. elkander omvatten on tegen den grond trachten to smakken. Goendoe. gemaakt. omkrullen. van nut zijn.pita.

schaar (om to knippen) . Menggoenting. kruik. Bat. geraas. gekheid maken. Goerda. Goerem. vulkaan . gedruisch. meester. niet puntig uitloopen (van vaartuigen). groote haast. boerten. Goentji. voorzien van strookon. in hot gebergte gelegen. Goeri. euvel duiden. enz. lets kwalijk nemen. vocht in de keel opvangen en zoo drinken. spreuk. bovenlandsch. hol. stomp. zie Goea. Goeroeh. eon flesch. Goerindam. duister. Goepernemen. enz. Goerah. smakelijk. ravotten. slip. Goeroe. stork heen on wader bewegen.). l eeraar (inzonderheid van den godsdienst). halfdonker. zwaar gerommel. Goewa. sollon. bij eon goeroe in de leer zijn. Goeati. ook hoog. niet holder. benevold.of onderlijfsband voor kleine kinderen (ook voor vrouwen. Bergoerau. Bergoeroe. ook gaffelzeil.). kan. hear. Goerita. Goetjel (Jay. gouvernement. die als afzonderlijke bandjes dienst doen. Goeni. Gogok. Menggoerah. breed bulk. zie Garoeda. haastig. croquant. boos worden over lets. school gaan. Goentjang (of Gontjang) Menggoentjang. Menggogok. lekkersmakend. Goenting. onderwijzer. overhaasting. tandvleesch. stoeien. gekscheren. Goerau. Goewah (beter Goeha). haast. ovorhaast. euvel opnemen. enz. knippen. Goetji. aaien. spelonk. meester. Goewam. Goepoeh. enz. grot. spreukgedicht. Goentoeng (ook Boentoeng). spelen. schudden. afgeknot. gebergte. uitspoelen (den mond. zijn). spruw bij zeer jonge kinderen zichtbaar aan de dik beslagen tong. haarlok. lekker. leermeester. enz. vetsmakend. die pas bevallen GOMB. Pegoenoengan. spoelon. .noeng api. (ook Gom). enz. Goesar. dondor. of knippen. verglaasde pot.

lets draaien. vee hoedon. Go1ik-Menggohk. op lets bijten. Gorging. rist. Goris. Gombang. enz. 113 . Bergomplok. kropgezwel. vleien. zie Gondok . baksel. krop. eon vogel aan hot spit). Menggosok. gezwel aan den hats.Gojang. Gomplok. jets of iemand de keel afsnijden. Gombal. pakket . risten. zich zacht heen en wader bewegen. streep. enz. inpakken. Gong. kuif. oprollen.ookGonjel. Menggonjel. vlok. garen of touw.herder. Gombak (Jay. bewegen. Gosok. behoorende tot de inlandsche muziekinstrumenten. enz. wrijven. eene opening wijder maken. Menggoris. versleten good. Gonggong. enz. naar de weide drijven. wegdragen. Menggonjel.lMenggonggong. vod. enz. schram. baal. op een hoop bij elkander zijn. Gondongan.. krassen. Menggojang. iemand lekker maken. Menggoreng. Gondong. kapmes. borende in jets. bakken. Menggombeng. lijn. braadsel. rollen. trossen. hoop.). Bergojang.Menggombala. tros. Gorok. Gondok (ook Gondong. een gat maken. rondwentelen (bijv.M nggonjeh. kauwen. ook wegpakken. . (van iemand zonder tanden of van een zuigeling). in alle haast opwinden. strepen enz. groot koperen bekken met een knop in hot midden. enz. haar op hot hoofd. pak. braden. bepraton. schommeling. schudding. M nggolot. Menggondong. Gombala. schommelen. maken. Golot.veehoeder. wegvoeren. klomp. blaffen. COMP. een puist of gezwel) drukken. boeIHADJ. lompen. kras. schudden. kerf. klompen vormen. Gondong.. in beweging brengen. de bof (Gondongan). ook zacht op lets (bijv. Menggorok. Golok. Gombok. Gonjeh. verwijden. kerven. Gombeng. Menggombok. verglaasde aarden pot.

aangebrand. vuistslag. Hadits (Ar. Hadj (Ar. alles. Gredja (zie Geredja). beeindigen. met de vuist vechten. to wijd. aan eon behoefte voldoen. Gosong. verborgon. enz. Gotjo. enz. zandplaat. wat gedragen wordt. Penghabisan. wetten. verbruiken. to ruim. ten einde. zie Adep. afvegen. enz.non. bezigheden hebben. MALEISCH-HOLLANDS CH. al. bedevaartganger naar Mekka. die goederen (artikelen) warm or vreemd (niet to krijgen). Gosong. musch. Menghabisken. Gotongan. enz. Berhadjat.anhoudend om jets vragen.. stompen . H. ter bedevaart gaan naar Mekka. opgebruikt. Boeroeng geredja. niets moor over. ook: orgens niet to krijgen (van goederen bijv. de bedevaart naar Mekka. nieuw. ook draagmiddel. Grembeng of Grembengin (Bat. slijpen.). poetsen. noodzaak.). geschenk. Hadap (of Adep). enz. Bergotjo. afgeloopen. Habis (of Abis). door wr jven schoonmaken. vreemd. dragon . een eind aan jets maken. nieuwtj e nieuws. afgedaan. voor of in de plaats van eon . verbrand. vracht. voorneinens zijn. Menggotjo. Grafb. breede klip. Hadiah (Ar. op. Hadapan (of Hadepan) zie Adep. Grombong of Grombongan (Bat.). in dienst zijn. met de vuist slaan. verschrooid. schuren. die niet diep onder water ligt. Naik hadji. . Menghadjlken.) : Ada saorang datang daripada graib. Barangbarang itoe graiblah disitoe. ook voornemen. vuist. einde. Hadji. opmaken. or kwam iemand uit den vreemde. verbruikt. Gotong. enz. beeindigd. gedaan. zandbank. geschroeid. behoefte. niet moor voorhanden. ook rif. noodzakelijkheid. Menggotong. ten einde brengen.).). koraalrif. afdoen. boksen. to groot (van kleederen). geheel en al. Hadjat (Ar.). iemand bij zijn kleod vasthouden (zooals eon kind kan doen) en a.

to voorschijn brengen. Hadlir (Ar.). voorhoede. hoos.). in hat rechtmatig bezit van jets stellen. rechter. fatsoenlijk. veroorloven.). verbazingwekkend. wettig. enz. geslepen. dier. . Hadlirat (Ar. verwonderd. slavernij. geesten.) (of Heran). welgemanierd. geoorloofd. Hal (Ar.). fijn. majesteit. bliksemschicht. gesteldheid van jets. voorsteven. dun. wonderlijk. geval. Berhadlir.). wettig kind. verbazing wekken. Menghalalken. echt. toestand.). Haibat (Ar. vergiftige duizendpoot. Hakikat (Ar. flauw van smack. voorhof. ontzagwekkend. overledene. Perhambaan.). teeder. enz. zaak. de bedevaart near Mekka maken of het geld daarvoor besteden. Haloewan. verbazen. jets fijn maken. Hakim (Ar. ook richting. voorstuk. zwak (van een . beast. enz.8 114 HADL. polijsten. voorhanden. wettigen. de geestenwereld. wet iemand rechtens toekomt.). rechtmatig bezit. knecht. wonder. dienaar. omstandigheid. bliksemstraal. open plain (voor een. Hambar(of Ambar). Halal (Ar. tegenwoordig doen zijn. HAMZ. ook welopgevoed. Menghairanken. bijwonen. die daartoe niet in de gelegenheid was.zonder smack. Menghaloesken. Haloes (of Aloes). magistraat. ook gebruikt voor : jk. schenking bij leven. verwondering. dienstbaarheid. windhaos.gebouw). Halilintar. enz. koers. Menghadlirken. Hairan (Ar. vee. Halimboeboe. aanwezig. echt. bliksemflits. Halipan. tegenwoordigheid. waarheid. enz. Haiwan (Ar. Haiwani (Ar. dierlijk. recht. waterhoos. erkend .).). staat. voorste deal. I Samba. tegenwoordig. voorplein.). tegenwoordigheid. geweldig. tegenwoordig zijn. Anak halal. enz.. . Halaman. Hak (Ar. Bangsa haloes. Haibah (Ar.

zie Ampelas. dood. Hambaro. bezwangeren. uitvegen. . de handen uitspreiden. Hamis. Menghampiri. Hamboes of Hemboes. uitgespreid. tenzij. Hamza (Ar. zie Ampas. Hampelas. op jets springen. zaaien. Menghamilken. wel in de pleats van een sluitletter k to treden. verspreiden. houten beschoeiing. jets nabij komen. makker. uiteen. ook op jets gelijken. uitvegen. enz. nabij. kameraad. Sobat-handai. jets uitspreiden. Menghampirken. weggeveegd. Menghampar. hat bekende teeken dat diem om den medeklinker alif to vervangen en van de wau en ya klinkers to maken. nader brengen. uitspreiden. wegvegen. Meng hamparken. naderen. zwanger maken. slechts. Menghampir.. ook zwanger zijn van. zich op jets storten. zwanger zijn. den v HAND. behalve. uitgedaan. enz. zje Ampedoe. enz. Menghampoes. Hampedal. zwanger. z... Menghamboerken. zie Emboss. zich verspreiden. jets dooden. Hanja. zich in de breedte en lengte uitbreiden.). ook jemand uitnoodigen to zijnent can to komen. Menghampoesken. Hamil. zie Amis. Hampas. enz. Handai-taulan. dicht bij zijn. enz. alleen. Handai (of Ande). Hamboer. Hangat (Hanget of Angst). zwangerschap . vrienden en makkers. Hampedoe. doen naderen. kaaimuur. enz. Hamper. enz. Hanjoet. enz. schrappen.stem). w. . zie Anjoet. uitdoen. lauwheet. Hamper. schrappen. ten ware. uit elkander jagen. maar. wag. Hampoes. dicht bij. bijna. ook gooien. Menghamboer. drijven. mild zijn. uit elkander gaan. enz. vriend. Menghamparken tangan. d. zie Ampedal. lauw... hoot (door vuur).

met kracht slaan. vunzig. onecht kind. uit zijn verba. Menghantemken. muf. Menghantjoerken.Hantam (of Hantemt). lets verbieden. enz. B. gewijd. Menghantarken. hopen. 115 wet ongeoorloofd. aan gruis slaan. Harga (ook Arga of Rega). Mengharamken. enz. Menghantem(Bat. jets stuk makers. verboden. ook opgelost. 3antjoer. in flarden scheuren. volgens de HATI. van waarde. heilig. duf riekend. Haoer-biros = Haroe-biros. lang uitgestrekt l~ggen (bijv. Hapek (of Apek). (zie dit woord) . van lijken op eon slagveld). suiker in water) doen oplossen. lets (een stok enz. waarde. enz. bezending (verg. hoop koesteren. met jets slaan. Hot bijgevoegde dida diem tot versterking den uitdrukking en heeft dezolfde waarde als amat. .verontrusten. geleide. enz. Harap (of Harep). good raken. herhaaldelijk slaan.~beuken op jets. op jets hopen. jets op prijs stellen. . . enz. . Hantaran. Antar-antaran). vergruisd. verbr jzeld. Anak harem of Harem dzadah. aan stukken.). Hantar (zie ook Antar). enz. M nghantemi. enz. iemand of lets doen begeleiden. in beroering. verwachten. aan flarden.bruidsgeschenk. Terhantar. reikhalzend near lets of iemand verlangen. ook jets langzaam near voren brengen (bijv. een rammeling toedienen. geheel in rep en roer. stuk. enz.. heilig verklaren. Hantoe zie Antoe. ranselen. Harem (Ar. Haoer-biros-dida (Bandjerm. enz. prijs. N. .) gebruiken om to slaan. verteerd . . den prijs van lets bepalen. Pengharepan. geleiden. (Mengharep) Mengharep-harp. enz. eon hoogen prijs hebben. slaan. ook vervloeken. hoop verwachting.). escorteeren. ook jets (bijv. erg plagen.).nd. Berharga. op lets bouwen. hoerekind . de voeten) . in onrust brengen. Menghargaken. ontbonden.

Sahari. Harimau (ook Rimau). ook lucht. en. Hawa nafsoe of -. Hari-hari. binnenste. Haroebiroe. de Arabische telling. enz. Haroe. Heroes.). ook belasting van jets heffen. (meest verbonden met Make tot Hata make). Hati beset of Besar hati. near behooren. begeerte. temperatuur. kwalijk nemend. Hartal. Saharian of Sahari-harian. Sampai 116 HATS. productief maken. hartstocht. enz. ook belasting. hardvochtig. Haste. zooals hot behoort. kleinmoedig. Sahari-hari. moedeloos . enz. eon dag. hart. beroeren. hats. dag. onrust. succes. stroom. enz. berglucht. Hatihati. Harts. productief zijn. Memperhatiken. beroering. zin. lust. Hedjrah (Ar. Haroem (of Aroem).. Hate (Ar.). doen voortbrengen. Hawa (Ar. . elken dag. daarna. Hati ketjil. Hantjoer hats. gomood. Menghatsilken. aangedaan. Berhatsil. of Sabers hari. . zie Artal. nu. ook neiging. aroma. strooming. enz. Berhati. toegen egenheld winnen . moedig zijn . . drift. Menghedja. geur. gedurende eon ganschen dag. Hedja. de tljd van zonsopgang tot zonsondergang. opstand. opbrengst. Mengambil hats.). welriekend. geurig. iemand toegeven. opschudding. toen. zie Arta. dagelijks. hot tijdsverloop van eon geh eelen dag. geroerd. lever. Member hats. enz. beginnende met hot tijdstip der vlucht van Mohammed. ook geoorloofd. product. dims. behoorlijk. (ook Hash of Ash).napsoe.Hari. wijders. hot inwendige. hooghartig. aanmoedigen.~bergklimaat. op zekeren dag . jets ter harts nemen. voorzichtig. zie Asta. Hawa pagoenoengan. maag. odour. Ketjil hati. enz. spelling. tijger. met voorzichtigheid behandelen. voorts. Hatsil (Ar. iemands hart. klimaat. verontrusten . enz. Hati (ook Ati). hoogmoedig. spell en.). near hoogen strevend. voordeel. een hart hebben.

groan. hot leven. .. bedoeling. blad. begeeren. verlangen. Honing. duwen. platte voorwerpen. Menghempaken. enz. Menghidang. doer uitscheiden. Hewa. wil. bedrukt. HIKM. boven op jets liggen. wenschen. doen stilstaan. enz. Berhenti. uitscheiden. trekken. noodzakelUk zijn. (dit woord wordt als hulpwoord gebruikt bij hot tellen van dunne. holder worden. voortsleuren. sleuren. willen. walgen van jets. begeerte. holder. Hidoeng. Hidangan. dringen. ijdel maken . levend (van planten en dieren). klaarzetten . ook van hot hart) . ijdel. opgaan (van de zon) . Hempet. Perhentian. Menghendaki. versch (van vloesch. blijven staan. stjlstaan. als papier. jets met zorg behandelen (vergel. enz. Henti. enz. Menghempet. rusten. enz. Hidam. HI ndak. zie Iba. bladeron. halts. enz. jets willen. Hidang. enz. Kahidoepan. zie Idoeng. zie Iboer. den tijd verbouzolon. ongerust. bedoelen. Helai. klaar gazette spijs en drank. Menghela. klaar. de bovenhand hebben. Hiba. rust-. Hempa. inspanning (van den goost). enz. Hiboer. doorschijnend (van vlooistoffen. jets verachten. voorttrekken. Kahendak. Hidjau (of Idjo). doen ophouden. Hentimoen (meest Timoen of Ketimoen). Hidoep. ledig. jets ledig maken. komkommer. mooted. boven zijn. bezorgdheid . Hemat.). begeeren. ook tegen jets aandrukken. verlangen. verlangen. spijs of drank opdisschen. winnen. treurig. ploisterplaats. Hiboek (of Iboek). leven. Memperhentiken. Menghening. kommervol. enz. wonsch.Hela. Himat).). zie Idam. vertoevon. enz. wachten. vel. levenson- . Menghematken. Menghempaken waktoe.

vortelling. vergadering. Menghidoepi. Hikajat(Ar. vereenigen. Indisch. bijeenbrengen. betooveren. India. opschik. zorgvuldig. eon geschiedenjs vertellen . . hot loven geven. Hl joe. bijeenroepen. Hindoe. wondervermogen. gering yolk. onschikkon. Berhika. overleg. zie hang. Menghlmpoen.of Orang hina dine. alles. bijeenbrengen. Rajat.vorsieren. enz. jets versieren. Perhimpoenan. geheel. enz.. Hilam (of Hilam-hilam). plebs. gemeene. geleerdheid. Hindoe. eon verhaal doen. Menghikmatken. gering. berekening. verlevendigen. Hilir. Menghtjasi. . godheid. Himpas (of Impas). Hilang. oplettend. nevelig. Hind. Hl jas. flauw zichtbaar. . Hijang (of Hjang). min. onduidelijk. zoodat. enz. vereenigen.jat. tot. Perhijasan. jets geheel afdoen. verfraaien. Himpoen. ergens op neerstrijken (van vogels. verzamelen. tot dat.toolen. tot aan. zie Ilir. gemeen. wetenschap. zuinig. Hikmat (Ar. grens. Sahingga.). in hot leven laten. ergens op zitten. met overleg. bijeenkomen. lags handeling. Himat of Himmat (Ar. kennis.Berhinggap. Hindi. geheel of betaald. of betalen. Hindoesch .enz. vergaderen. haaj. HILA. toovermiddel. opsmukken. Hingga. tot dat. laag. zorg.gissing. Hinggap. Hina.enz. Perboewatan jang hina. kunde. armoedig. tooien. Menghidoepken. enz. berekenend. verzameling.derhoud. hat gemeen.). gemeen.. Berhimpoen. vergaderen .). doen.zich ergens neerzetten. wijsbegeerte. Menghikajatken.geschiedenis. Voor-India. tool. van jets eon verhaal maken.Menghtjas. tot aan. doen leven. Menghimpoenken. verzamelen. geheime kunst.Menghimatken. Orang bindoe. vorsiering. geheel afgedaan. verfraaien. die vliegen). . zelfs.verhaal. jets met overleg enz. Menghimpasken. in hot loven laten. vereeniging.

Menghoedjatken. stortregen. rechtstitel. Hiris. ook aschregen . ook : regal. homard (Fr. enz. Menghoeboengken. . Menghoedjani. kaap. 117 groote ongerustheid verkeeren. belasteren .verbinden. Hoedjan deras. kreeft . wolkbreuk . Hintip (of Intip). opschudding. garnaal. regenmoesson.). onrust. Hoedang (of Oedang). verbonden . Hoedjat. verlengstuk. hagel . Menghoedjat. aanhechtsel. -laten staan. Hoed joeng mate. lasteren. ieman d lasteren. gelascht. zeekreeft. gewone garnaal. Menghoedjanken. zie Item. ontroering. Menghoekoem. er jets aan toevoegen. Hoedang pantjet. Hoeboengan. door sane kleine opening kjjken. zie Itoeng. rechterlijke uitspraak. gluren. Hiroe-hare. lastering. motregen . Hoedjoeng (of Oedjoeng). hechten . beloeren. Hoedjnn (of Oedjan). jets ten lasts leggen . opper ag. uiterste punt. Hoekoem (Ar. enz. straf. wet. begluren. bestuur. laster. Hitoeng. aaneengevoegd. belasteren. Hoedang karang. groote zeegarnaal .Hintai (of Intai). Hoedang barong-sai (Bat.Menghoeboengi. landpunt. Hisap. Hoedjan panas. regen .). uiteinde . verwarring. hoek . groote zeekreeft. beregenen . Hitam. zie Isap. de buitenhoek van hat oog. vonnis. aaneenlasschen. Hoedjnn batoe. Hoed jan rintik-rintik. in HOEK. . Moesim Hoed jan. Hoeboeng. regen bij enkele droppels . Menghintip. Hoedang galah. in den regen brengen. Hoedang loeboek.. Menghintai. Berhiroe-hare in onrust. samenvoegen. regentijd. ook bewijs. Hoedjan aboe of Gerimis. enz. zie Iris. Hoedjat. Hoedjnn aboe. rivierkreeft. straf . Chin. Hoedjoeng tanah. Haskoeman. wettelijke installing. enz. gewoonte.).regenbij zonneschijn. loeren op jets. bespieden.

Menghoeloer.).boschmensch. hoofd. Meng118 NOEL. Kapoetoesan hoekoem.).aanreiken. Hoenoes. Hoekoem mats. met water hesprenkelen. Babi hoetan. in orde. geraas. Hoemba. geesels traf . verduisterd zijn. Hoekoem Islam. . getier. Hoetan (of Oetan). Hoeloe.verplichting. hoekoemken (ook Mendjatohken hoekoem). Hoeroe-hare. legerhoofd. beweging. letterteeken.). kleine kinderen. letter. bovenland. de vijanden tuimelden door elkander. schelden. dat na eon a twee beplantingen verlaten en break gelaten wordt. uitspraak doen . oorsprong eenerrivier. doodstraf . Hoeloebalang. Hoembalang. bosch. oorspronkelijke stain. zie ook : Oeloer.krijgsoverste. zie Oenoes. een vonnis velion. overreiken. droog rijstveld op hot gebergte.straffen. begin. vrij. tuimelen . voorafgaan. zich aan hot hoofd stellen. wilde.Berhoetang. in vrijheid laten loopen (van vee. de spits vormen. enz. Ajam hoetan. Hoeram. weiden.). Hoema (Soend. schuld. enz. uitspraak doen. verduisteren. ook benaming voor de bekende apensoort . voorste. wild zwijn. kruin . gevest. Hoetang (of Oetang). Hoeras.vonnis. overgeven. Hoeloebangsa. grasp. straffen . Orang-hoetan. klaar. opschudding. Hoeloe hate. maagholte. wildernis. woud. heft . Hoeloe kapala. hoofd. geldschuld. overste. Hoekoem siasat. beroering.boschhoen. (gewicht) = 1/10 thail. hoofdstam. spits. Hoekoem kisas. NORM. Moesoehn j a berhoembalangan. wild . Menghoeloeken.). Hoen (Chin. Hoeroef (Ar. rechterlijke uitspraak. Menghoeras. geregeld geordend. los.onbeschaafde. Hoembar (of Oembar) (Jay. Mohammedaanseh recht. Hoeloer.voorvechter. lawaai. toereiken. Hoeroes (of Oeroes).

Kahormatan. moeder . zorgvol.). . verschuldigd zijn. voor jets interesseeren. Hij. godsdienstig zijn. voor jets zorg dragon. Hokah. nemen. Iboek.). Iboe. debet en credit . enz. huldigen.ontroering. Tanda kahormatan. aanbieden.). gelijkenis. in sere stag. Ibadat (Ar. zie Onar. godsvereering. voorbeeld. God. duivel. Terhormat. Mengoetangken. iemand jets als bewijs van achting. op crediet geven. Iblis (Ar. zich met jets bemoeien. eeren. enz. eer. bedoeling. ook iemand eer bewijzen. Mengibaratken. Mengoetangi of Members hoetang. zie Oewap.). zich aan jets gelegen laten liggen. eerbiedigen . enz. Hoewit.). zie Hiboek. reputatie. Hoetang-pihoetang. en lichaam. Ibarat (Ar. Honar. Berhormat. weemoed. gelijkenis. goods naam. uitlegging. jets als bewijs van achting of eerbied aanwenden. eer. Iba. trouw zijn godsdienstplichten vervullen. op jets lotten. eerbewijs.. eerbied. Pihoetang. bewogen. iemand crediot verleenen. Hormat (Ar. ontroerd.. weigerend. eer hebben. vader en moeder.schuld hebben. . uur. tijdstip. Hoewap. enz. eereteeken. enz. zinspeling.). eerbied. Iboe negeri. enz. weemoedig. Beribadat. Hoewa (Ar. ook ongehoorzaam. eerbewijs. achting. achten. weigeren. jets aan iemand leenen. eer bewijzen. hoofdstad. Iboe bapa. schuidvordering. eerbewijs. aandoening. IBA. jets tot voorbeeld. verklaring. achting toedragen . religie. jots verzorgen. eereteeken. ook geeerd zijn. geeerd zijn. ook eer bewijzen . wet geheiligd is en niet geschonden mag worden . Menghormatken. Horas. jets met zorg behandelen. godsdienst. zie Oewit. waarbij eon waterbak om den rook door water to laten gaan. enz. eeren. de duivel. Hopen (of Open) (Jay. Menghormati of Members hormat. eeredienst. tabakspijp.

omsingelen. enz. Mengidap. rondtrekking. rondgang.. uitvinding. jets rond laten gaan. en die ook veal voor dakbedekking wor- . periodiek op dezelfde plaats'terugkeeren. vrije keuze.). rondloopen. enz. troost. de borstelige vezels van den aren-palm. Idjoek (Soend.Iboer. een keuze doen. lang over. Mengichtiarken. . ronddrentelen. Mengidam. insluiting. (buy. kringloop. de oorzaak zijn van bet ontstaan van jets. rondgaan. met. langdurig doen lijden. van zwangere vrouwen. Idapan. omsingeling. vertroosten. Mengiboer. Mengidar. vertrooster. de tijd. enz. omwenteling. ronddraaien. ook heiblok . troosten. trooster.Mengidarken. our jets lijden. enz. rondgang.. grooten trek in jets hebben. Idam. daardoor minnehandel aanknoopen. toestemming. Bintang beridar. ook jets omringen.). 119 Idar (of Ider). enz. enz. Idjad. zulk een geschenk aanbieden. troost. Iddah (Ar. langdurige ziekte. vertroosting. enz. wordt gemaakt. Iboeran.). vrije wil.. sukkelen. enz.. stark op jets belust zijn.). enz. (of Iddat). waarvan touwwerk enz. Pengiboer. Mengidah. langdurig lijden. geschenk (van een vrouw aan een man) tot aanknooping van minnehandel . Idah (Ar. rondreizen. dwaalster. schepping. in de rondte gaan. enz.chronischlijden. enz . rondtrekken. Peridaran. een lead lenigen. stark naar jets verlangen.. groan. IGAL.waarin of gedurende welken een weduwe (bestorven of onbestorven) niet hertrouwen. Mengidari. Ichtiar (Ar. Mengidapken. gaan vleeschelijke gemeenschap met een man hebben mag. our jets been loopen. Id jo. Idjab (Ar. rondloopen. van plaats veranderen. verandering van plaats. omloopen.) (ook Indjoek of Doek). die sours naar allerlei zaken kunnen verlangen). processie. kwijnen. Idap. planeet. Peridapan. sukkelen . wentelen. vrij handelen.

daar. banvloek. behooren . achternagaan..). to weten. krullend. binden. -. Igal (of Igel). vatten. verbinden. Idjon (Jay. in jets vatten.buikband. rib. Idoeng. Ija. de nachtmerrie hebben. ronddansen. verlof vragen. binden. onderhoorig zijn. Mengikatken. Ikan-ikan. vloek. angstig. namelijk. . Memboewang ikan-ikan.enz.). enz. news. enz. . navolging. Ikan. omwalling. opvolgen. verband. Ikat pinggang. bindsel.de Mohammedaansche bedevaartskleeding.. jawel. volger. Ija. omgeving. omdijkt. Mengigal. dat is. BeriJa. inwilliging. veroorloven.visch. slaapwandelen. logplankje. met jets binden. enz. hat. in navolging van . welja. bundel. enz. op nog to veld staand gewas geld geven. verboden. Ikat. aaneengevoegd. een kalkoensche haan kan doen).den gebruikt. zij. zij. navolgen. ook de tijd. Minta idzin. enz. hat. Ija itoe. samenvoegen.. Berikatken. staI. omwallen.verbinden. Ikal. gevat. enz. toestemming. golvend. pronkerig rondloopen (zooals bijv. omdijken. Memberi idzin of Mengidzinken. hardop droomen. gehoorzamen. hij. ja. enz. verlof. fier. Mengikat. Ihram (Ar. tig rondstappen. ronddraaien (met den staart uitgespreid). iemand met ija aanspreken. Mengigau. Iga. Pengikatan. Mengid jon. omwallen. bos. waarin of waarmede jets gebonden. enz. 120 IGAU. praten. Idzin (Ar.gordelband. Igau (of Igo). in jets vatten of zetten. omdijken. enz.). (sours ook vooj vleesch). vastbinden. onwettig. bewilliging. voorschot op nog to veld staand gewas . . enz. logger. samenvoegen. in den slaap ijlen. vastbinden. gedurende walker die kleeding gedragen wordt en verscheidene verbodsbepalingen behooren in acht teworden genomen. krul. Mengikoet. bewilligen. omringd is. Ikoet. inbinden.verlof geven. hij.

priester. benedenloop eener rivier. volger. . vrouwelijke volgeling. Mengimboh. (verg. Mengimbohken. Ikrar (Ar. enz. navolging. ear. volger. gehoorzaming. treden.). enz. geloof. wag. gevoelen. stroomafwaarts gaan. wel. wegmaken. flap. fijn trappen. voorbeeld. nabootser. ook inborst. Pengikoetan. Mengiles.). trappen. vertrouwen in God. Ikoetan. Pengikoet. Ilmoe (Ar. train.tot. wetenschap. stoat. watertanden. zoek maken. Perikoet of Pelikoet. (of Himat). zie Kilam. Inang. tooverformulier. met overleg. enz. kennis. gevolg. vermist zijn of worden. de daaraan gelegen streak benedenstrooms. ook verliezen. Ikram (Ar. bevestiging. met de voeten malen. Ilir. waaier van gevlochten bamboo.verliezen. salivee~ren. tar dege. enz. toestemmen. gedachteloos. Ilea. door wrjjving fijn maken. tot voorbeeld n amen. Menghilangken. enz. . enz. toestemming. eon rivier enz. Imat (Ar. zorgvuldig. ook tooverspreuk. Imboh (Jay. afzakken. toegift boven de mast. geestelijke voorganger bij den openbaren godsdienst.). hat gewicht of hot getal. Imam (Ar.). enz. enz. verloren. uitvegen. her. nabootsing. afvaren. nabootser. Giles). nabootsing . door een plotselingen schrik enz. opINAP.. salivatie. eon toegift bij jets doen. kwijlen. bevestigen. nadoen. zoek brengen. eerbewtjs. INAN. godsvereering. ear bewijzen.). belijden.). hang. ook keukenwaaier. Berikoetikoet. opvolgend. karakter. (of Imboeh). achter elkander. eeren.). . I1am. Mengilir. Imam (Ar. kundigheden. good. beoordeeling. I1ir. jets als toegift bij jets geven. doen verdwijnen. Mengiler. godsdienstbelij denis. oplettend. zijne bezinning verliezen. herhaaldelijk.

passter, maid van een vorstelijk kind. map (of Inep), Menginap, overnachten, organs den nacht doorbrengen, overblijven, nachtverblijf houden; Menginapken, iemand nachtverblijf verleenen, jets eon nacht laten staan, enz. Indang, Mengindang, wannen, heen en wader schudden in een wan. Indarang, op eene zijde liggen. Indik, Mengindik, hurkend op jets loeren, naar jets toegaan, om plotseling op to springen en to grijpen. hiding, Menginding, op jets loeren, wachten, stil op de loer liggen, stil naar jets luisteren. Indja (Samoan indja), stuipen (bij een kind). Indjak, Mengindjak, treden, nedertreden, trappen, op jets trappen, vertrappen, met de voeten stampen. Indjap, trechtervormige ingang in een fuik. Indjil, evangelic, hat Evangelic. Indjin (ook Indjen), as van eon wiel, ook machjne. Indoeng, lichameltjke moeder. Inga-inga, afgetrokken, distrait, onnoozel rondstarend. Ingar, geraas, lawaai, misbaar; Mengingar, razen, tieren, lawaai maken; Mengingarken, tegen jemand razen, tieren, uitvaren, enz., jets ruchtbaar maken, aan de groote klok hangen, enz. Ingat (of Ingot), denken, zich bewust zijn, bowustheid hebben, zich herinneren, op jets letten, aandachtig zijn, voorzichtig, op zijn hoede zijn ; Mengingat, aan jets denken, zich jets herinneren, onthouden, enz. ; Mengingatken, iemand jets herinneren, op lets attent maken, tot voorzichtigheid aanmanen, enz. ook jets onder hot oog brengen; Ingatan, TRAM. 121 herinnering, enz. vermaning, ook denkbeeld, ~gedachte, oordeel, mooning; Peringatan, herinnering, aandacht, geheugen, aanteekening, iota, enz.; Tanda Peringatan, gedachtenis, souvenir. Inggeris, Engelsch, Engelschman. Inggoe, asa foetida, duivelsdrek,

ook de wijnruit (Ruts graveolens, L.). Ingin, begeeren, wenschen; Mengingin, belust zijn op jets, stork naar jets verlangen, jets begeeren ; Kainginan, Peringinan, wensch, begeerte, belustheid. Ingoes, snot, slum uit den news; Ingoesan, verkouden zijn, den droes hebben. Iii, doze, dit, bier, nu, thans, momentelijk, tegenwoordig, enz. Inja (Bandj.), = ianja, hij, zij, hot, hun, haar. Insja' (Ar.), indien hij gewild heeft. Insja'-Allah ~(Ar.), zoo God moil. Intan (of Inten), diamant. Intik, vlek, spikkel, sproet, puistje. Intil, Mengintil, iemand enz. overal volgen, achterna loopen. Intip, zie Hintip ; ook aanbaksel van rijst. Intit, Mengintit, verstoppen, verbergen, achterbaks houden. Intjar, drilboor ; Mengintjar, met eon drilboor bewerken, boron, enz. Intjar (Bat.) (of Intjer), Mengintjar, mikken, op jets mikken, doelen, enz. Intjoet, scheef, kreupel, mark (van gestalte, enz.), verkeerd (van de uitspraak); Mengintjoet, scheef-, mank-, kreupel gaan, woorden verkeerd uitspreken (ook Mengintjoeti). Ipar (ook Iper), zwager, zwagerin; Periparan, zwagerschap. Iram, verkleurd, van kleur veranderd (van hot gelaat uit verlegenheid, enz.), beschaamd, verlegen, confuus ; Kairaman, schaamte, verlegenheid. 122 IRAS. Iras, uit een stuk, niet gelascht of aaneengevoegd (bijv. eon ijzeren stijl, enz.) ; Mengiras, uit een stuk maken, in een stuk doorloopen, tegelijkertijd jets afdoen, enz. Iran, Mengirau, zich met jets bemoeien, zich voor jets interesseeren, notitie van jets nemen, enz. In, Mengiri, jets wenschen to bezitten, to hebben, to krijgen, wat eon ander reeds heeft, - jets benijden. ?rig (ook Ink) (Jay.), zeef, groote zeef, om gewasschen of gekookte groenten enz. to laden uitdruipen.

Ink, Mengirik, trappen op jets, jets met geweld (door or op to trappen bijv)., door jets heen person of duwen, padi van de aren losmaken door or op to treden, enz. Iring, Mengiring, volgen, begeleiden, vergezellen, ook achter elkander gaan, evenwijdig aan jets loopen, enz., - ook zijde, flank; Iringan, gevolg, begeleiding; Pengiring, volgeling, begeleider; Pengiringan,begeleiding,gevolg, stoet, aanhang; Beriring, achter elkander, jn colonne marcheerend, enz. Iris, afgesneden stuk, schijf ; Me. ngiris, in schijf jes snijden, kerven (van tabak), ontleden (van gevogelte), voorsnijden ; Irisan, wat in schijf jes of stukken gesneden is, die schijven of stukjes zelf, enz. Iroep, Mengiroep (Bat. Soend.), slorpen, opslorpen. Iroes, spaan, houten kooklepel. Isap, Mengisap, zuigen, inzuigen, opzuigen, ujtzuigen, rooken, schuiven, aantrekken (van ijchamen onderling) ; Isapan, wat gezogen, gerookt, geschoven wordt, enz. ; Perisapan, rook-, schuifgereedschap. Iseng, uit verveling jets ter hand ISTI. nemen, doen, enz. ; Iseng-iseng, tot tijdverdrijf zjch met lets amuseeren, enz. Isi, inhoud, vulsel, wat in jets zit of besloten is, gevuld, enz.; Isi negeri, de bewoners eener stad, de gemeente; Isi peroet, ingewanden; Isi roemah, gezin, de gezamenlijke huisgenooten, de bewoners van eon huffs; Isi soerat, de inhoud van eon geschrift ; Isi bedil, de lading van eon geweer; Berisi, vol, gevuld zijn, jets in-houden, bevatten; Mengisi, vulion, laden. Isin (Jay.), beschaamd, schaamte, beschaamd, bloo, bescheiden zijn ; Mengisin-isin, ook Mengisinken, iemand beschaamd maken, enz. Isit, tandvleesch. Isja (Ar.), begin van den nacht, hot tijdstip na zonsondergang, waarop hot avondgebed moot worden

opgezegd. Isjarat (Ar.), gebaar, wenk, teeken; Mengiaiaratken, wenken, door teekens of gebaren jets to kennon geven, enz. Islam(Agama Islam) (Ar.),Mohammedaansch geloof; Orang Islam, Mohammedaan. Isnen (Ar.1, (of Senen), Hari Isnen, de tweede dag (der week), Maandag. Iso, darmen, voornamelijk de kleine darmen waarvan senate enzz gemaakt wordt. Isteri, vrouw, echtgenoote,gemalin, vrouwelijk; Beristeri, gehuwd zijn, eon vrouw hebben, eon vrouw nemen, met eon vrouw gaan trouwen; Mengisteriken, Memperisteriken, eon- vrouw tot zijne echtgenoote maken, tot vrouw nemen; Anak isteri, vrouw(en) on kinderen, huisgezin. Istiadat (Ar.), gewoonte, gebruik Istimewa, voornamelijk, inzonder-. heid, bijzonderlijk, in hot bijzonISTI. der, to moor, zooveol to moor, des to orgor, enz. Istirahat (Ar.), rusten, rustnemon ; Beristirahat,non.actief zijn,geen betrekkingvervullen,rustondezijn. Item (of Item), zwart, donkey van kleur, zwarte, donkere kleur ; Item legam, pikzwart; Itam moeda,donkerblauwzwart; Itam manis,liefelijkbruin; Mengitam, zwart worden; Mengit,amken, zwart maken, zwart verven, enz. ; Itam itaman of Semoe item, zwartachtig, naar hot zwarte zweemonde. Itik, oend. Itil, kittelaar, clitoris (van hot vrouwelijk schaamdoel) ; Itil-itilan, de huig (van de tong). Ja, (uitroep, moestal van aandoening of verbazing) 0, ach, hoe ! Jahoedi, Jood, Joodsch ; Orang jahoedi, Jood. Jaji (Jay.), jongere bloedverwant, jongere brooder of zuster. Jakin(Ar.), ernst, ernstig,overtuigd, overtuiging, oprecht, oprechtheid; Mejakmken, jets ernstig opnemen, met overtuiging opvatten, in alle oprechtheid behandelen. Ja,koet (Ar.), hyacinth, robijn, topaas, saffier, chrysolieth, enz.

Jang, die, dat, wi0, wolke, dewelke, walk, hetwelk, waarvan, ook gebruikt als voegwoord dat on sores als bepalend lidwoord de" of hot". Jani = Ja ini, die, doze, dezelfde. Jatim (Ar.), Woes; Mejatimken, iemand tot eon woes maken, als zoodanig behandelen. JOGIJ. 123 Itoe, die, dat; I.a itoe, dat is, namelijk, to weten, enz. ; Karena itoe, om die radon, daarom ; Itoepon, dat namelijk, dock, mits; Itoelah, die, dat, daarom, juist daarom. Itoeng, Mengitoeng, tellen, natal len, rekenen, berekenen, afrekenen, achten, in aanmerking nomen, enz ; Beritoengan, met elkander afrekonen, over en wader de rekening opmaken ; Itoengan, wat geteld is, de uitkomst, hot resultant van hot tellen, rekenen, enz. ; Peritoengan, telling, rekening, berekening, afrekening ; Ilmoe peritoengan, rekonkunde, cijferkunde, enz. Itsnain, zie Isnen (Ar.). Jaum (Ar.), dag; Jaumoe'lalha, de dag der offoranden, nl. de 300 van d0 maand Dzoelhidjah, waarop men tar gedachtenis aan Abraham eon schaap slacht. Jod jana (ook Oedjana of Joedjana), zoover als men zien kan, de afstand waarop men eon voorwerp nog kan onderscheiden, gezichtsverte. Joenanoe, yolk der Grieken (voor Constantijn). Joesir, (van eon vlieger) losgesch0urd van hot touw en in de lucht met den wind medegevoerd, zwevend, schootgaand, enz. Joeta (Sk.) (of Djoeta), millioen; Sajoeta, eon millioen Jogija (ook Jogja, Sajoeg.a), behoorlijk, betamolijk, gepast, naar behooron, zooals hot behoo-rt, hot is betamelijk dat, enz. J. 124 KA. KAFI. S. Ka (of Ke), na ar, tot, diem ook tot vorming van hot passief en van verbaalnaamwoorden enz.

met hot achtervoeg,sel an. Ka' of Kak (Chin.), lijm (in bladen). Kaabah (Ar.), de heiligo tompel in Mekka. Kaadaan, zie Ada. Kabadjikan, goedheid, deugd, weldaad, goede daad, welvaren, voorspoed. Kabaja, lang jak met lange mouwen en van voren geheel open. Sabajan (of Keba jan), bode, ordonnans, ondergeschikt politiebeambte; Nenek kebajan (aan Mal. hoven), opzichteres over de vrouwen en jonge meisjes, meest eon vertrouwde vrouwelijke bediende van den vorst, enz. Kabar, zie Chabar. Kabir, groot, meerderjarig, oud, machtig. Kabir, Mengabir, eon drijvend voorwerp met eon stok, pagaai, enz. naar zich toe helm. I aboel (Ar.), welgovallig, welgevallen, toestemming,i nstemming, enz. ; Mngaboelken, goedkeuren, goedvinden, bewilligen, aannemen, toestemmen, inwilligen, enz. Kaboeli, Nasi kaboeli, r~jst met vleesch, visch, eieren, specerijen en andere ingredienten toebereid. Kaboeng, hoofddoek, hoofdomwindsel van wit goad, ook eon lengtemaat van 1'/$ vadem; Mengaboeng, zulk eon hoofddoek dragon, met eon kaboeng meten. Kaboeng (Soend.) (of Kawoeng, v ook Enau en Lontar), Borassus flabelliformis, L. nat fam. der Palmae, hooge palmboom, waarvan de bladeren dikwi jls voor papier gebruikt worden, en de palmwijn zoeto suiker oplevert. Kaboepaten (Jay.), regentschap, ook regentswoning, wat door eon boepati beheerd, bewoond wordt, enz. Saboer (ook Lamoer), niet good van gezicht, niet goad kunnen

zien, niet duideljjk ziend, dof, nevelig (van de oogen). Kaboes, flauw zichtbaar, nevelachtig. Kaboet, novel, nevelachtig, mist, mistig, onduidelijk to zien, flauw zichtbaar, niet to onderscheiden, donkey, duister; Kelam kaboet, ook Kalang kaboet, stikdonker, ook verward, door elkander, niet uit elkander to ondersch eiden, enz. Kadal, gras- of tuinhagedis. Sadang, bloedverwant, familieleden van hetzelfde blood. Sadang, wtjlo, pons; Kadangkadang, ook Terkadang, b j wijlen, sours, somtijds, flu en dan, of en toe, bij tusschenpoozon, eon enkelen keen, enz. Kadar, zie Kedar. Kad fang, matten van lange pandan- of bengkoewang-bladeren, ook dek, overtrek, vol (papier) enz. Kadji = Adji on Hadji, zie aldaar. Kadli (Ar.), rechter. Kadoeng, geschied, niet to veranderen; Kadoengan biasa, gewoonte is eon tweede natuur, niet to veranderen. Kadoet, grof matwerk voor zakken, zeilen, enz. Kaedanan (Jay., Soend., Bat.), gek, verzot, dol zijn op. Kafr (Ar.), ongeloovige, niet-mohammedaan, kaffer. KAGA. Kaga (Bat.) (ook Engga), neon, niet. Kaget, schrik, schrikken, ook verstomd, verbaasd, verbluft zijn, staan, enz. ; Mengagetken, doen schrikken, verschrikken, aan hot schrikken maken, enz. Kah, aanhechtsel, dienende om eon vragenden zin to vormen. Kahar, kar zonder veeren, vrachtkar ; Kahar pir, kar met veeren, op veeren. Kahendak, zie Hendak. Kahwa (Ar.), kofne. Kail, hack, vischhaak, vischtuig ; Tall kail, hengelsnoer, lijn om to visschen; Djoeran trail, Kajoe trail, hengelstok; Mengail, hengelen, visschen met eon hengel; Pengail, hengelaar; Perahoe pengail, hengelaarsbootje of -- schuitje.

Kain, doek, geweven stof, lijnwaad, geweven katoen, onderlijfskleed (waarvan de uiteinden aan elkander genaaid zijn, ook Saroeng genaamd) ; Kain pand j ang, zulk eon kleed, dock langer on waarvan de uiteinden niet aan elkander bevestigd zijn; Kain batik, uit de hand beteekende en geverfde kleedjes; Kain t Japan, geverfde kleedjes, waarop do figiiren machinaal zijn aangebracht; Kain kotor, de menstruatie ; Berkain, eon train aanhebben, enz. ; Berkam kotor, menstrueeren, de regels hebben. Kais, Mengais, krabben, krabbelen (zooals bijv. de kippen doen) scharrelen, bijeenschrapen. Kait, (ook Gait), hack, haak aan eon steel, scheepshaak ; Mengait of Menggait, met eon haak grijpen, vatten, naar zich toe balm, door middel van eon haak vasthouden, aanhaken, aanklampen, enteren, ook haken, blijvenhaken, enz. ; Tergait, aan jets blij van haken, vastgehaakt zijn, enz. KAKE. 125 Kaga, a s, zooals, gelijk, evenals, gelijkvormig aan, alsof, enz. Kaga, rijk, gegoed, bemiddeld ; Orang kaja, eon rijke, rijk monsch, ook titel van hoofden ; Kakaj 'aan, rijkdom, rijkdommen, schatten; Kakarjaan Allah, de wonderdaden Gods; Mengajaken, rijk maken, verrijken. Kajah (Bandj.) bij, aan. Kajangan, (of Kah jangan), go. denverbltjf, de hemel der goden, enz. (Verg. Hjang). Kajap (of Kajab), gevaarlijke huiduitslag. Kajau, zwaard of kapmes der koppesnellers; (ook Mandau); Mengajau, koppensnellen, met eon ka,jau iemand hot hoofd afslaan, enz. ; - Menga jau, ook naar jets steken, dat onder water ligt en niet zichtbaar is. Kajoe, hout, houtgewas, boom, balk, enz., ook stuk good (dat om eon plankje gewonden is) ; veal gebruikt in verbinding met benamingen van vole houtsoorten, bijv.; Kajoe mania, kaneel, zoethout, enz.; Kajoe bakar, brandhout.

Kajoeh, riem, roeiriem, pagaai; Mengajoeh, roeien, pagaaien, met eon roei- of schepriem roeien ; Mengajoehken, eon vaartuig door roeien vooruitbrengen, enz. Kajoman, beschaduwd, onder schaduw. Kaka (ook Kakak, Kakang), oudere brooder of zuster; Kakanda, hetzelfde in hoflijken stijl en tegenover vorstelijke personages. Kakak, geschater, gesnater, gekakel ; Mengakak, schateren, hot uitschateren van lachen, snateren, kakelen, enz. Kakanda, zie Kaka. Kakang, zie Kaka. Kakatoea, nijptang; Boeroeng kakatoea, kakatoe. Kake (Jav.,Soend.,Bat.) (of Kakak, 126 KAKI. ook Aki, Kaki), grootvader, oud man, vadertje. Kaki, voet, been, poot, klauw, voetstuk, fondament, ook oen mast van ± 32 c.M.; Berkaki, met voeten, enz., voeten enz. hebben, op eon fondament rusten; Mengaki, met den voet uitmeten; Kaki kanan,rechtervoet, -been, -poot, enz.; Kaki kin, linker. voet, -been, enz. ; Kaki goenoeng, voet van eon berg; Binatang berkaki ampat, viervoetig dier. Kakoe, stiff, verstijfd, hard, taai, onbuigzaam, ook : lomp, linksch, enz., hardvochtig, niet minzaam, enz. Kakoes (loll.), kakhuis, latrine. Kala, tijd; tijdstip; Ada kale, or zijn tijden, somwijlen, somtijds; Dahoeloe kale, oudtijds; eer. tij ds ; .A.pa kala, ]Dana kale, Kala apa, Kala mane, op welk en tij d, wann eer ; Sedia kale, eertijds, in vroeger tijd; Barang kale, onverschillig wanneer, enz.; Tatkala, toen, ten tijde eat, wanneer, tijdens. Kala of Kala djengking, schorpioen. Kala, strik, valstrik ; Mengala, strikken zetten, met strikken vangen. Kalah (of Kala), verlies, verliezen (zoowel bij hot spel ale in eon gevecht); Mengalah, onderdoen, de verliezende parttj zijn, voor

eon ander de plaats ruimen, aan eon ander geven, wat men eigenlijk voor zich zelf behouden kan, enz. Kalahi, Berkalahi, vechten, plukharen, twisten, in onmin leven met, enz. Kalakian (meest verbonden met maka), voorts, vervolgens, wijders, verder. Kalakoean, zie Lakoe. Kalam (Ar.), pen, schrijfpen, pen KALI. gemaakt van de harde nerven van hot doek of de harige vezels van den aren-palm; ook woord, gezegde, en hot vuil eat bij hot smelten van goud to voorschijn komt. Kalama,ja, eon snort duizendpoot, die stork phosphoriseert, z.g. oorwurm. Kalamari (of Kalamaxen, ook Kemaren), gisteren ; Kalamaren doeloe, eergisteren. Kalang, niet vleezig (van vruchten), rand, versiersol, randversiering (zooals in sommige schrifturen), smalle dijkjes of paadjes langs rijstvelden, ook op eene helling halen, trekken, enz. (Mengalang) ; Kalangan, helling, werf, dok. Kalap, do], krankzinnig, niet moor weten wat men doet. Kalas, strop, waardoor een roeiriem gehaald on vastgehouden wordt. Kalasi, matrons. Kalau (of Kaloe), zie Djikalau, Kalau-kalau, als maar niet, zoo sours, wellicht, indien, ingeval, hot zou kunnen eat, enz. Kaldai (of Kalde), ezel (dier). Kaldoe, bouillon, vleeschnat. Kaleng, blik, blikken, van blik; Barang kaleng, blikken voorwerpen, enz. ; Toekang kaleng, blikslager. Kalenger, in flauwte vallen, hot bewustzijn verliezen, buiten kennis zijn, enz. Kali, rivier. Kali, maal, keer, refs ; Sekali, eenmaal, eons; Sekali-kali, eons, eenmaal, zeer, volstrekt; Sekalian, in eons, in zijn gehoel, heelemaal, alles to zamen, alles, allegaar, enz.

Kalik : Kalik-kalik dalem bad foe, hot achter de moues hebben, niot oprecht zijn. Kalimaja, zie Kalamaja. KALI. Kalimat (Sk.), woord, gezegde, spreuk, formulier, tooverformulier, enz. Kalimbadja (ook Bianglala), regenboog. Kalis, niet blinkend, zonder glens, dof, vuil, met een laag vuil bedekt (van metalen, glas, enz.) ; Orang kalis, nomadische Dajaks (Borneo's Westerafdeeling). Kaliwara (Jay., Soen., Bat.), heimwee, melancholia, heimwee hebben, melancholisch zijn, ziek door stark verlangen of door droefheid, enz. Kaloear, zie Loear. Kaloek, bocht, kromming, kromme lijn, krul, gebogen lijn, enz. Kaloeng, halsband, haisketen, collier; Berkaloeng of Berkaloengan, een halsband, enz. aanhebben ; Mengaloengken, iemand of jets een halsband omdoen, enz. Kaloet, onverstaanbare klanken voortbrengen (van een stervende); ook lever maker, lawaai, gedruisch, goner, rumoer. Kalong, de vliegende herd, een snort vleermuizen. Kamar, kamer ; Kamar bola, biljartzaal, societeit; Kamar mandi, badkamer; Kamar tikoes (zie ook : Roemah tikoes), cal (voorn. in een gevangenis). Kamar (Ar.), mean, ook gordel, sjerp. Kambang, drijven, bovendrijven, zweven, zich zwevend bovenhou. den (zooals gieren, enz. door hat strak uitspreiden hunnervleugels). Kambi, ream (van een dour, enz.), raamwerk, enz. Kambing, gait, schaap; Kambing djawa, gait ; Kambing wlanda, Kambing bin-bin, schaap ; Kambing kibas, schaap met dikken vetstaart. (Verg. Domba). Kamboe, wader ingestort, wader instorten (van een zieke die beKAND. 127 terende was), (zie ook Bentan). Kamedja (Port.), hemd; Kamedja

dalem, onderhemd; Kamedja panes, flanellen of wollen hemd. Kami, wij (met uitsluiting van den aangesproken persoon), sours ook : ik. Kamitetep, aardvloo. Kamoe, gij, gijlieden. Kamoes (Ar.) (Kitab kamoes), woordenboek. Kampak, biji, groote biji, ook roovers, die in gewapende benden hun slag slaan ; Mengampak, vellen, omhakken, met de biji bewerken, ook in benden rooven, plunderer, enz. Kampil, zak, tar bewaring van 't een of ardor, geldzak. Kampit, klein zakje van matwerk, geldzak, enz. Kampoeng, buurt, wijk, dorp, gehucht, bewoonde plek, enz. ; Berkampoeng, in een buurt wonen, verzameld zijn, enz., eon dorp enz, vormen, stichten; Mengampoengken, bijeenbrengen, verzamelen, enz. Kampret, vleermuis. Kanak-kanak, klein kind, kindje. Kanan, rechts, rechtsch, rechter; Sabelah kanan, aan de rechterzijde, rechts ; Tangan kanan, rechterhand ; Menganan, rechts gaan, aan den rechterkant gaan, enz.; Mengananken, rechts later liggen, ook near- rechts overbrengen, enz., rechts aanhouden. Kanda = Kakanda, zie Kaka. Kandang, hok, stal, kraal, insluitin g ; Mengandang, in een hok, stal, kraal, enz. doer; Mengandangken, jets in een hok, stal, kraal, lijst, ream, enz. plaatsen, jets eene ruimte tot stal, enz. geven. Kandara (of Kendara), rijden op of zitten in jets dat zich voortbeweegt; Kendaraan, rijdier, rijtuig, voertuig, wagon, enz. 128 KAND. Kandas, aan den gron d geraakt, gestrand, ook op eon onderlaag liggen (bijv. van jets dat men door wil kappen op eon stuk hout, enz.); Mengandasken, eon vaartuig, schip op den wal zetten, doen stranden, op eon rif of klip doen stooten, enz. Kand jar, Berkand jar, trappelen van ongeduld, ook klikken, ver-

klikken, overbrengen. Kandji, rijstwater, lijmerig afkooksel van rijst, dun, vloeibaar stijfsel; MQ ngandji, kleederen enz. daarmede st jven. Kandoel, bocht; Mengandoel, in bochten opbinden. Kandoeng, zak enz. waarjn jets gedragen woodt; Mengandoeng, lets dragon in eon zak of doek, enz., ook bevatten, inhovden; Mengandoeng anak, zwangor zijn van eon kind, eon kind in den moedersehoot dragon. Kandoeri of Kendoeri, jaarlijksch ofrermaal voor afgestorvenen. Kandoet, Mengandoet, jets in den schoot verborgen dragon, jets in den schoot verborgen, enz. Kang, groote kuip, waterbak, ook toom, breidel, teugel, on verkorting van Kakang (zie Kaka). Kangen, reikhalzend naar iemand verlangen ; reikhalzend verlangen, iemand to zien, enz. Kangkang, wijd uit elkander; Mengangkang of Mekangkang, wijdbeons loopen, staan, zitten, de beenen wijd uir elkander zetten, enz. ; Kelangkang, dQ ruimte tusschen de dijen. Kangkoeng,Ipomaea reptans,Poir. Nat. fam. der Convolvulaceae, eon waterplant,dio veel gegetonwordt. Kanoen (Ar.), regol, voorschrift, wet; Hoekoem kanoen, wettel jke bepalingen. Kantang, (van eon riviermonding, eon zeostraat, enz.), droog bij laag water. KAPA. Kantjana (Jay.) (of Kentjana), goud, gouden. Kantjil, dwerghert, dwergree, klein gazelletjo, (ook Pelandoek). Kantjing, knoop, grendel, klink, sluitmg; Mengantjing, knoopen, grondelen, sluiten, dichtdoen, enz.; Roemah kantjing, knoopsgat. Kantjoet, kleed, doek, enz. dat gedeeltelijk om den gordel en verder tusschen de beenen door gedragen wordt ; stondenlap ; Mengantjoet, hot beonkleed tusschen de beenen door halen, enz. ; Berkantjoet, ook Kantj oetan of Berkant, j oetan, met zulk eon kleed tusschen de boo-

non, met eon stondenlap loopen, enz. Kantong, zak, jaszak, broekzak, losse zak, beurs, suspensoir, enz. Kantor, kantoor, bureau, enz. Kaoek (Bat.) (of Kaok), goschreeuw, tooroep, toeroepen, toeschreeuwen;Kaoekin, iemand toeroepen, toeschreeuwen, enz. Kaoel, (Ar.), woord, plochtig woord, overeenkomst, gelofte; Berkaoel of Mengaoel, eon gelofte doen, zijn woord geven, beloven; Membajar kaoel, eene gelofte vervullen,aan eon geloftevoldoen,onz. Kaoem (Ar.), yolk, familie, vorwanten, ook benaming voor eon ondergeschikt dienaar der moskee, of eon ondergeschikt dorpsgeesteljjke. Kaoes (of Kaos), kous, sok. Kaoet, Mengaoet, bijeenschrapen, bijeenhalen, bijeenrapen, bijeentrekken, enz. (btjv. van geld met de beide armen). Kaoets (Ar.), schoen. Kap, eon touw vastmaken, ook kap, rijtuigkap, enz. Kapa (of Kapa-kapa), los verplaatsbaar dek of schut tegen hot inslaan der golven, (op eon vaartuig), meost van licht materiaal gemaakt, KAPA. Kapak (= Kampak), bijl, aks. Kapal, schip, ook : eelt; Kapal api, Kapal asp, stoomschip, stoomboot ; Kapal lajar, zeilschip ; Kapal prang, oorlogsschip ; Kapal dagang, koopvaardijschip ; Kapalan, eelt, vereelt, likdoren. Kapala, hoofd, kop, boveneind, hot voornaamste, knop, opperhoofd, aanvoerder, woordvoerder, leider, enz.; Mengepalaf, zich aan hot hoofd stellen, aanvoeren, leiden, in eene vergadering voorzitten, enz.; Kapala peraoe, voorste deel, voorsteven van eon schuit; Kapala kain, hoofd, anders beteekend deel van eon kleed; Kapala soerat, hoofd van eon brief; Kapala koeda, hoofd van eon paard, paardekop ; Kapala batoe, stiff kop, stiff hoofdig, koppig; Kapala-soa (Amb. Mal.), negorij(of kampong)hoofd, ondergeschikt aan den radja der negorij.

Kapalang, ontoereikend, onvoldoende, niet genoeg, gedeeltelijk, ten halve, ook verhinderd, belet, enz. ; Kapalangan, verhinderd, belet, gestuit, opgehouden, enz. Kapan, wanneer, als, immers; Kapan hari, onlangs, kortelings, verleden, laatst; Kapan tadi katanja begitoe, en zooeven heeft hij zoo gezegd, dat heeft hij immers zooeven nog gezegd, enz. Kapang, dobberen (van eon vaartuig door windstilte). Kapangan (Bat.), verduistering, eclips, verduisterd. Kapar, wanordelijk door elkander liggend, uit elkander geworpen; Mengapar, wanordelijk door of uit elkander gooien, werpen, enz. Kaparat (Ar.), ongeloovige, (als scheldwoord ook) ellendeling, beroerdeling, nietswaardige, schavuit. Kapan, katoen, katoenplant, GosMALEISCH-HOLLANDSCH. KAPO. 129 sypium indicum, Lam. nat. fam. der Malvaceae; van doze katoenplanten bestaan verscheidene varieteiten, die min of moor goede katoen of wol geven. Kaper (of Keper), nachtvlindertje, uiltj e. Kapi, hijschblok. Kapialoe, zwaarte, koorts in hot hoofd, typheuse koorts, typhus; Kapialoe njaman, geelzucht (ook : Sakit koening). Kapir (Ar.), zie Ka$r. Kapiran, teleurgesteld, teleurstelling ondervinden, verergerd, van kwaad tot erger vervallen, bedorven, verknoeid, verloren, enz. Kapit, helper, dienstdoende begeleider, adjudant. Kapitan, kapitein, gezagvoerder (op eon vaartuig). Kapoe of Kapoe-kapoe, eon watorplant, snort van vrij grootbladig kroos, dat veol in vischvijvers, moron, enz. voorkomt. Kapoek, boomwol, van den randoe- of kapoek-boom (Eriodendrum anfractuosum, D. C. nat. fam. der Sterculiaceae), meest gebruikt tot vulling van kussens en matrassen. Kapoelaga, cardamom (Amomum

cardamomum, L. nat. fam. der Zingiberaceae). Kapoer, kalk, kalkachtig; Kapoer tohor, Kapoer tembok, metselkalk, grove kalk; Kapoer sirih, fijne gebluschte kalk, die bij hot sirih-kauwen gebruikt wordt; Kapoer manta of mentah, ongebluschte kalk ; Kapoer mats, gebluschte, ook onbruikbare kalk; Kapoer wlanda, krijt; Kapoer baroes, kamfer (kalkachtige stof van Barns) ; Mengapoer, kalken, bekalken, witten, met kalk bestrijken; Pakapoeran, kalkbranderij, ook doosje waarin kalk bewaard wordt, kalkpotje in eon sirihdoos, enz. 9 130 KAPO. Kapok, afgeleerd (bijv. van eon kind, dat met vuur speelt en zich leelijk brandt), genoeg hebben, genoeg krtjgen van jets, er zich niet moor aan wagon, enz., leergeld betalen, enz. Karah, aanzetsel (buy, van kalk achter de tanden), vlekken (op bladeren, enz.); Sebatangkarah, iemand die alleen op de wergild is, goon familie heeft. Karam, (van vaartuigen) zinken, verongelukken, vergaan, schipbreuk lijden, (van schrift), ineen loopen, vloeion, ook verderf, in hot verderf raken, enz.; Mngaramken, doen verongelukken, laten zinken, in 't verderf storten. Karamat(Ar.), heilig, wonderdadig, met wonderkracht bedeeld (van eon persoon, gebouw, enz.), heilige plek, heilig graf, graf van eon heilige, enz. Karana of Karana (Sk.), oorzaak, reden, omdat, want, uithoofdo van, tar wille van, voor, dewijl, aangezien, naardien, vermits, enz. ; Karena Allah, om Gods wil, tar wille van God; Karana itoe, daarom, om die reden, enz. Karang, koraal, koraalrif, klip in zee, koraalbank, ook steenachtig aanzetsel; Berkarang, met riffen, met eon steenachtig aanzetsel, enz., eon steenachtig aanzetsel hebben, krijgen, vormen, enz. ; Boenga karang, koraalbloemen; Karang boenga, spons; Pen jakit karang, d e steep, hot

graveel, ook venusziekte. Karang, Mengarang, samonstelion, opstellen, in geschrift stelion, componeeren, eon work enz. schrijven, enz.; Karangan, samenstelling, opstel, geschrift, enz. Karang (Jay.), wat gereed is gemaakt, bewerkt, bestemd, afgopaald, enz. is, om iota to ontvangen, tot lets to dienen,enz.; Karangan, KARP. de piaats onder eon padischuur, die tot bergplaats van brandhout, enz. diem; Pekarangan, erf. Karap, weverskam, kam van hot weefgetouw. Karat, roost; Berkarat, roestig, verroest, verroest zijn. Karbau, (Kerbau, Kebo), buffet, karbouw. Karembong (Soend.), sluier voor vrouwen, vrouwensluier. Karat, guttapercha, gomelastiek, ook naam van den boom (Urostigma Karat en Urostigma elasticum, Miq.); Getah-karat, gom van dozen boom, gomelastiek. Kareta, wagon, rijtuig, enz. ; Berkareta, in eon wagon rijdon, met eon wagon gaan, enz. Karl, kerry, eon gerecht bij de rijst, ook overblijfsel, overschot. Karoean, vast, vastgesteld, zeker, bepaald, duidelijk, enz. Karoeng, zak, grove zak van matwerk, goni enz., ook grof doek, zakkengoed, enz. baal, eon zak, vol, enz. Karoenia(Sk.),gunst,genado,gunstbewijs, gonadegift: geschenk, enz.; Mengaroeniai, iemand begunstigen, begiftigen, eon gunst, go. nade bewijzen, enz. ; Mengaroeniaken, iemand jets als gunst bewijzen, geven, enz. Karoet, verward, in verwarring, door elkander, ongeregeld, ook gevlekt, met krassen of vlekken, pokdalig; Mengaroet, jets slordig doen, afdoen, enz. (bijv. naaiwerk), wartaal spreken, onzin uitkramen, enz. Karpai, patroontasch. Karpati, groote luis, hondeluis, dierenluis. Karpek (of Karepek, Kerpek), mand, reismand, enz. met eon deksel dat or bijna geheol over

hoop sluit. Karpoes, slaapmuts, ook ezelshoofd van eon mast, on goKARS. pleisterde nok van een huffs. Karsik (of Karisik), grof zand, fijn grim, ook de droge bladeren van den pisang. Kartas (Ar.) (of Kertas), papier ; Oewang kartas, papiergeld, bankpapier. Kasa, gags, fijn mousseline. Kasau, smeersel om de huid schoon en fijn to waken ; Mengasai, dit smeersel gebruiken. Kasap, ruig, ruw. Kasar, grof, ruw, onbeschaafd, lomp, ongemanierd, enz. Kasau (of Kaso), rib, dakrib, spanrib, lat, spanlat ; Kasau m lintang, ook rang, panlat, dwarslat, waaraan de dakbedekking wordt bevestigd, enz. Kasi (Mengasi) (Bat.), geven, afstaan, toestaan, inwilligen, bewilligen, toestemmen, enz. Kasih, toegenegenheid, liefde, iemand genegen zijn, liefhebben, beminnen, mogen lijden, van iemand houden, enz. ; Kasihan, toegenegenheid, enz., ook: deernis, medelijden, enz.; Pengasih, mjnnaar, ook toovermiddel, om iemands toegenegenheid, enz. to winnen; Kekasih, beminde, geliefde ; Mengasihi, iemand liefhebben. beminnen, enz., ook iemand begnnstigen,voortrekken; Tarima kasih, dankbaar, dankbaarheid, dank ; Menerima kasih, danken, dankzeggen, dankbaar zijn ; Mengasihani, Mengasihanken, zich over iemand ontfermen, medelijden met iemand hebben, enz. ; Bolas kasihan, deernis, medelijden, enz. Kasip (of Kasap) (Jav.), afgeloopen, op, over den tijd, to last. Kasoer, bultzak, matras, gevulde zitting. Kasoet, Chineesche schoon of pantoffel. Chineesche slof, ook hoefijzer, wielband. Kasoewari, casuaris. KATJ. 131 Kastoeri, muskus. Kata, woord, uitgesproken woord,

gezegde, enz. ; Kata-kata, gezegden, praatjes ; Berkata of Berkata-kata, spreken, zeggen, praten, redeneeren, enz., ook : uitschelden, schimpen, uitmaken, enz ; Mengataken, jets zeggen, uiten, jets van hat eon of ander zeggen, iemand jets onder hat oog brengen, berispen, beschimpen, van iemand jets zeggen, op iemand jets aanmerken, van iemand jets vertellen; Mengata-ngataf, iemand uitschelden, beschimpen, allerlei gemeenheden toevoegen, bepraten, bespreken, enz. Katak, kikvorsch. Kate,, kort, laag, klein, dwergachtig ; Orang kate, een mensch met korte beenen, dwerg; Ajam kate, dwerghoen, Bantamsch hoen. Katek (of Kateak), oksel. Katel (Jay.), aardspin, een snort tarantula. Katela, aardvrucht, eetbare knol, eetbare wortel, een snort aardappel ; hiervan bestaan vale soorten. Kati, gewicht van 11/4 Amst. pond. Katil, bank, sofa, rustbank, ledikant. Katir, vlerken, of aan stokken bevestigde en met een schuit verbonden, aan weerszijden daarvan op hat water drijvende boomen, enz. om haar voor omslaan to behoeden ; Peraoe katir, vlerkprauw. Katja, glas, spiegel; Katja mate, bril; Berkatja, zich spiegelen, in eon spiegel kijken, enz. ; Katja, ook bladzijde van een book, enz. Kat~ak, fier, trotsch, prachtig, heerlijk, levendig, opgewekt, flunk, ook kabbeling van water (bijv. door hat bestaan van een rif); Mengatjak, jets met den voet, met de punt van den voet op 132 KATJ. zijde slingeren, schoppen, enz. Katjang, naam van ~ele soorten van peulgewassen, boon, erwt, peulvrucht, aardaker, enz. ; Katjang bogor, Voandzeia subterranea, Thrs, met gezochte, ondor den grond groeiende zaden; Katjang boentjis, Phaseolus vulgaris, L. de gewone boonen ; Katja,ng djogo, Phaseolus radia-

tus, L. de Indische bruins boonon; Katjang idjo, Phaseolus Hernandesii, Savi en Phaseolus Xuaregii, Zucc. met kleine groans zaadjes; Katjang pandjang, Vigna sinensis, Savi, met lange, rondo peulen; Katjang tanah, Arachis hypogaea, L. de bekende aardakertjes of z.g. apeboontjos, enz. Katjapoeri, middelstuk, middendeel van jets (bijv. van eon huffs, dat aan alle kanten bijgebouwen, enz. heeft), kapiteel van eon kolom of stijl. Katjau (of Katjo), Mengatjau, dooreen roeren, door elkander mengen, door elkander smijten, in de war brengen, enz., ook kletsen, allerlei zottighedon vertellen, als eon gek praten, don mend goon oogenblik stil hebben, verward spreken, enz. Katji (Kain katji), fijn gebleekt wit katoen, shirting. Katjip, schaar om betelnoten door to knippen, betelschaar, ook knijper, nijptang. Katjir, zie Kotjar. Katjoe, catechu, ook (Jay.) : eon mast bij hat koopen van linnengood, enz., = aan do breedte van hot good. Katjoek, vroemd, raar, linksch, enz., met eon vreemden tongval (van de uitspraak) ; Bahasa katjoekan, de taal met eon vreemden tongval. Katjoeng (Jay.), knaap, knaapje, jongen, jongotje, ventje, enz. V KEBA. Katoeng, dobberen, drijven. Katoep, dicht, gesloten, toe, toegedaan, dichtgemaakt; Mengatoep, dicht doen, toe doen, sluiten, dichtmaken, enz. Katok, zie Ketok (Jay.), ook korte brook. Kau, zie A.ngkau. Kawa, kofe; Kawa-kawa, spin. Kawah, groote ijzeren pan, ook krater van eon vulkaan. Kawal, bewaker, wacht. Kawan, makker, metgezel, volgeling, bediende, bends, troop, hoop, ploeg, kudde, school, enz. Kawang (of Tengkawang), Hopea, Rxb. spec. div. hoogo, hars-

rijke boomen, die de bekende Din j ak-kawang of Kawang olio leveren. Kawat, metaaldraad; Kawat besi, ijzerdraad; Kawat tembaga, koperdraad; Soerat kawat, telegram. Kawin, huwelijk, paring, huwen, trouwen, eon huwelijk sluiten, zich in hot huwelijk verbinden, enz., paren (van dieren) ; Mas kawin, bruidsschat aan de bruid ; Berkawin, trouwen, getrouwd zijn, enz. ook : (van menschen) den coitus uitoefenen, (van dieren) paren ; Mengawinken, doen trouwen, uithuwelijken, in den echt verbinden. Kawoel (Spend.), zwam (van den aren- of sagueer-palm). Kawoeng (Spend.), de aren-palm, (zieAren),ook hot blad daarvan,dat toebereid tot dekblad van inlandsche sigaretten wordt gebruikt. Kebabal (of Babal) (Jay.), jonge nangka-vrucht. Keba,j an, zie Kaba, jan. Kebak, vol, gevuld. Kebam, loodkleurig. Kebar, waaier, om eon vuurtje aan to wakkeren ; Mengebar, met zulk eon waaier eon vuur aanmakon. V KEBA. Kebas, min of meer verdoofd,~ook schudding, uitschudding ; Meng®bas, uitschudden, schuddend reinigen, uitstoffen, enz. Kebat, uitkloppen, uitslaan, enz. ook : ontwikkelen. Kebek, onordelijk onder elkander, opeengedrongen, vol, overvol, enz. Keben, bamboezen dons, dons van gevlochten bamboe, mend. Keben (Keben-kebes), iets met de vingers uit elkander halen, van elkander trekken, uitpluizen, enz. Kebet, bled, vel (papier, enz.). Kebiri, ~gelubd, ontmand, gesneden; Mengebiri, lubben, ontmannen, snijden; Ajam k®biri, kapoen. Kebit (ook Tjatoet), tangetje om de harm van den beard, enz. nit to trekken. Kebo, zie Karbau. Keboer, Mengeboer, door omroeren troebel maken (van vochten,

eon oogenblikje. de oogen open en dicht doen. tot den uitersten graad vermagerd. Berked jap of Ked japkedjap. slechts.. tuin. recht uitgestrekt . goedsluitend. die zich als een vrouw kleedt.. Mengebon. nazetten. 133 schikking. ook de muskieten uit de gordijnen van een ledikant verjagen door er met eon bezem. vellen (van eon pick. versttjfd (van . voorbeschikking. enz.waarin bezinksel is). de ledematen uitrekken. boomgaard. Kedep (Kedep kedep). bedekken. naar evenredigheid van. dicht (van eon weefsel). slapen. noodlot. Kedai. afstofren. enz. naar gelang van. steak. eon winkel houden. Mengedjar. tuinieren. alleen maar. stalletje. zich branden (bij het eten of drinken van heete spijzen of dranken). popelen. Kedang. recht uitstrekken. Kedjap. Soya hispida Monch. oogenblik . Berkedai. Mengeboet. hoogachting. plantage .. gesloten (van de oogen). . Mengedangken.). enz. openen. enz. mast. Ked jar. Keder. Kedele. enz. een tuin aanleggen. vol en been. enz. alleen. knip met het oog. scoffer. waarde. beplant erf. Kedengkik. de oogen sluiten. K®bon. manwijf. K®di. Zie ook: Kedjap. geen reten vertoonend. die als eon man is en doet. enz. hoeveelheid. schatting. kraam. enz. Kedjang.). ~winkel. hof.. Kedjam.knipoogen. Kedangkang (ook : Kedongkong) beugel over den trekker van eon geweer. Kedjai. de bekende Indische soya-boontjes. knipoogen. vegen. Kedep. Sakedar. Kebos (of Keboes). heen en weder to zwaaien. enz. Seder (of Kadar) (Ar. ook een man. Kedjat. waardeering. beV KEVJ. uitkloppen. vervolgen. bedekt. enz. vermogen. krampachtig stiff (van eon arm of been). macht. een vrouw. stiff. enz. Sakedjap. Keboet.

Kedjer-kedjer. masker. aan hot schrikken brengen. enz. op de een a of andere plek van hot lichaam (meestal aan de oogen). diepte in eon rivierbed. zie aldaar. Kedoes. omroeren. fam. uit elkander. holte. ook : stiff. uithalen. stang. de morgenster. schok van hot lichaam. voor slecht. der Spondiaceae. enkele soorten hebben eetbare vruchten. ook wig. keen. onvergankeltjk. hartklopping krijgen. . Bintang ked joera. nlet opeengohoopt. stuiptrekken. v 134 KEDO. ook kolk. eeuwig. Mengkedoes. zenuwtrekking. steil (van hear). walm. Kekal. Kedongdong. bit. damp. open. draaikolk. Bat. trekken (der zenuwen). nit elkander halon. enz.eon lichaamsdeel). enz. zenuwtrillingen voelen. Kedoetan.).. Mengedjiken. Kedjoe. verschrikken. stuiptrekking. enz. slecht. van gaargekookte rUst). bijna goon adorn kunnen halen (van voortdurend lachen buy.). eon schok door het lichaam voelen. (door eon plotselingen schrik). uitgravon. onbuigzaam. duurzaam. (Jay. iemand doen schrikken. drukking op de maag voelen. wasem . eon hoogo boom. Kedjoet. zooals de Evia amara Comm. (zie Kekel). enz. stiff. votive. Lam. Kekar. niet aaneensluitend. ploegijzer. enz. Kedjoer.). ook : rimpel. openen (van de vrouwelijko schaamdeelen buy. Soend. Kedok. Kedoet = Kedjoet. bestendig. plooi. Kedoek. laag. schrikken. nat. houten wig. Mengedoek. Kedjer. gebit. zenuwtrekking. Mengedjoetken. uitscheppen. ploegschaar. Kedjoera (of Ked jora). uitmaken. wasemen (bijv. Pe- . Kedoeng. gemeen. enz. omwerken. dampen. Mengekar. enz. on de Evia borbonica. Kedji. Terkedjoet. veol in omheiningen aangeplant . Kedjen. voortdurend. Kekang.

stikdonker. donkey. vechten. op hot punt zijn van to stikken. duisternis. enz. strijd. ook stikken. (van eon hen hare kuikens) onder de viougels nomen. Kelam. Kekep(Jav. enz. grijs. vischvangen met netten. grauw. Berkelahi. Kelam kaboet. deken. Kelabet. to eeniger tijd. venstergordijn. aschkleurig. fenegriek. eon Colocasiasoort (Colocasia antiquorum Schtt. met de armenr u KELA. donkere maan . Keke1 (Bat.ngekar. het erg benauwd hebben. strijden. gordijn. om hetgoon daarop gelegd wordt. moederspiegel. duizendpoot. naar den adem zoeken.slingerplant met eetbare vruchten. Kelak. Kelamboe tempat tidoer. aschkleur. fam. gezin. Boewah Keland j er. voorhang. eons. mannetjo en wijfje. Mengelam. bij donkere maan visschen. paar. schudden van hot lachen. pikdonker. omklemmen en zoo dekken. dek. Kelamboe djendela. Keland j er. KQlamboe. kli er .der Papilionaceae. weldra. daardoor ook ten laatste eon pijnltjke drukking op de maag voelen. bokshoornzaad. bedgordon . aanstonds. met jets dekken. verstikken. Kelabang. instrument om de vrouweljjke schaamdeelen to openen. Kelakat. twist.deksel. Kelahi. enz. onder eon mantel. krakeelen. bedgordij deurgordijn. bezinksel. Keladak. die in eon kookpot wordt geplaatst. Kelamin. gevecht. Kelagepan. Kelaboe.). nat. Savi. Keladi. twisten. Lablab vulgaris. kliergezwel . Kelan- . plaatsen en zoo dekken. droesem. der Ariodeae) waarvan de wortelknollen en de jonge bladeren gegeten worden. zoo met eon. moor. faro. gevlochten bamboezen raam of zeef.. nat. gaar to koken zonder dit in directe aanraking met hot water to brengen. enz.). man en vrouw. grijsachtig. familie. Ngekepi. plukharen. duister. enz. enz. Kekara.

droograam. KELI. testiculi. Kelapa hidjau. enz. Kelapa bergigi balang. de cocospalm. ook : idem-flesch. Cocos nucifera. Kelar. span. var. var. Cocos nuclfera. albs. Kelapa poejoe. drooglijn. idem. idem. Kelapa (00k: Njioer).. . Nat. touw. raam. Mengoeloerken kelat. Kelapa koening. Kelapa ingoesan. regia. Kelapa toeba. waarop eon natte huid ter droging wordt uitgespannen. yore. kerf. de ruimte tusschen de dijen. Cocos nucifera. jonge cocosnoot met vleesch in zijn eerste vorming . Kelapir (of Kelaper). toestol. Kelapa idjo. De voornaamste soorten van dozen bekenden en nuttigen palm zijn Kelapa bali. bras. maxima . Kelapa poean of Kelapa dimakan boelan. var. Kelaps rad.). Kelapa telinga kambing. 133 jenever-kist. kruis. . idem. enz. pumila. met week vleesch . idem. var. Kelapa tjoengkilan. Kelangkang. vorm in jets trekken. aan kileron lijden. de zaadballen.je. Kelapa gading.). Kelapa gontjang. schoot. Mal. ook de vrucht. half rijp . enz.jeran. non. uitspannen. Cocos nucifera. Mengelar. Kelapa koetai. Mengelantang. met droge bast . eon eenige cocosnoot aan den koif zittend (als toovermiddel to gebruiken). fang toenggal. viridis . den schoot aanhalen. var. eburnea . der Palmas. idem. den schoot vieren : Menarik kelat. (scheepsterm). Cocos nucifera. Kelder of Kerder : (Mol. Kelantang (Jay. kerven. waarvan hot vleesch brijachtig of klonterig is ~(veel als lekkernjj gebruikt) .d. good to drogen wordt gehangen . enz. L. Cocos nucifera. jets op eon raam of kruis uitspannen om to drogen. klieren hebben. lam. Ke1at. waarop KELA.. var. waarvan de voet zwart begint to worden . idem. enz. good rijp . idem. waarvan hot water bij schudding hoorbaar is. Cocos nucifera.

schelletje.).). slap. 136 KELI. (als eon garnaal op 't droge. schilfers op 'thoofd. kleme glazen blaasbellen (kinderspeelgoed). Keleboet. Kalewang. enz. Kelemping. enz. Kelip. vonk. enz. enz. Kelim. enz. kittelaar. nat. verongelukken (van eon vaartuig). Keliling. lam. glinsterlng . Mengelek. DC. (ook Kelintingan). zoomen. Keleh (Mengeleh). naaien. enz. drijfriem. Babel. die veel als grooms worden gebruikt. de kust van Coromandel. houwer. zie Kalenger. Orang keling.). hot knippen van de oogen. Kelindan (of Kelinden). roos. stof. inlandsch zwaard. lang hakmes.Keleboe (Jay.)..) wrijven (om hem tot vechten aan to sporen). Kelenger. luchthoudend. oksel .). spartelen. Kelintji. ook jets onder den arm op de heup dragon. Kelenaoemoer. Klingalees. Bat. Ke. rhabarber. leest. blaas. (op eon piano. Kelembak. lemboengan. Kelek. opgeblazen. vergaan. ook tokkelen. drijf koord. klokje. opgezet. der Moringeae). Keling. Kelentang. zinken. Kelemboeng. (zie ook Kemboeng). ook hot flonkeron. glinsteren vanes de oogen. koord zonder eind tot hot drijven van eon spinnewiel. onder den oksel wrijven. smalls zoom aan eon kleed . slap neerhangend (vanes de borsten eener vrouw). onop- . van ter zijde kijken. omslaan. Kelilip (Kelilipan). Kelinting. bel. Kelempingan. zijwaarts kijken. zie Koeliling. clitoris. flikkeren. pink. Keletik (of Keletek). Mengelim. rinkelbel. gezwolien. ook hags. de blaas. Kelip kelip. vrucliten van den Kfor-boom (Moringa polygons. Kelentit. eon zoom aan eon kleed zetten. Kelenengan (Jay. muziek maken op koperen slaginstrumenten. konijn. Kelingking. in de oogen krijgen. (van eon vlam buy. onder de vleugels (van eon haan bijv. hot knipoogen. blaas . zoom. Keletikan. vorm.

stuiptrekken (bijv. kromming. met rammelaars enz. scherm bij wajangvertooningen. Kelontang. enz. Kelisar (of Kelisal). beurtelings flikkeren on donkey zijn (zooals bij eon vuurvlieg). uitgehold is. stow. die door den news van eon bufrel of rund gehaald wordt.opeengehoopt. enz. fam. font. Kelit. zich buigen. bocht. Keloe. vergissing. enz . verkeerd. buiging. Mengeloek of Mengkeloek. Berkelit. do vrucht van den Poetjoeng(Pangium edule. btj troepen of groepen. opeengehoopt zijn. kromming (van buigzame voorworpen als rotting. Keliroe (Jay. der Artocarpeae. Keloempoek. btj scholen. ombuigen. kraaien (van eon haan). ook ledig rondloopen. slentoren. Keloek. voetmat (waarop men de voeten afveegt).houdelijk openen on sluiten (der oogen). ook Chineesche rondyonter. zuchten. Ke= lontangan. enz. eon bocht maken. levon maken. Berkeloempoek. van eon geslachte kip). enz. in de war. die voel in toesptjzon bij de rijst gebruikt wordt. rammelaar.) KEMB. enz. vloermat. Keloeng. zich achter jets verbergen. drentelen. die zijne komst door zulk eon rammelaar . verzameling. diep ademhalen. die door eon eekhoorn. vereeniging. rondgaand koopman. mat. Rwd. Mengeloeh. zich buigen. Keloewih Artocarpus incisa. ook ring. Nat. enz. enz. Keloeroek. Keloeh. spartelen. rammolen. .). kromtrekken. enz.opeenhooping.). enz. eon bocht hebben. Kelontong. bocht. dwaling. de nog zachte dop van eon cocosnoot. gekraai. zucht. Ke1ir (Jay.) . Keloewek. Berkeloek. om hot dier beter to kunnen beheerschen . de broodboom. Mengeloeng. L. Kelongkong. rammelaar. marskramer. Keloepoer (Keloepoeran).

der Moringeae. tweeling. eon snort gewildo zeevisch. span. Kemeh. hongerig. dwaallichtjes. jets in den gosloten mond houdon. Ikan L KEMB.). fa. enz. kolf (van eon geweer). Kembang (ook Boenga). Berkemeh. vervolgens. Mengemam. Kembok (of Kobokan). Kemen jan. opgeblazen.smal. geopend. beslissend oogenblik. urjneeron. zich openen. roor (van eon vaartuig). Donderdag. wachtvolk. Kembar. Kemeloet. waarin de vingers bij hot eten gewasschen wordon. beschouwd als geesten. middelmatige boom. Kemanakan. voortdurend hongerig zijn. Kemoedian. daarna.aankondigt.). (of Kemben). wader. die de wolbekende in vole spijzen gebruikt wordende noten geeft. Nat. gebloemd zijn . Kemam. zi a Men j an. . Kemamang (of Kemang). dubbel. hooge boom. bloemen dragon. opgezet. zusters kind. Kemban (Jay. Ke1or. dook der vrouwen. Kemaroek. koperen vingerkom. urine . enz. woonsdagnacht. kemboeng. (zooals dikes jls met pas herstolde zieken hot geval is). bloom. Kemit. Kemis (Hari~k mis) (Ar. openen. vaak naar eten verlangen. Mengembang. Kemoedi. aan elkander gelijk zijn en b j elkandor behooren (van twee of moor taken). crisis. Kemiri. fam. Aleurites triloba Frst. uitspreiden.m. Ma1em kemis. enz. ook open. uitgospreid . Kemboeng. Kembali. Berkembang. gezwollen (van de buik). koperen waschkom. zie Komball. Nat. DC. wiens vruchten (zie Kelentang) en bladeren veel gegeten worden. de nacht van woensdag op Donderdag. der Euphorbiaceao. Moringa polygons.lang kleed dat over de borst gedragen wordt. wachtor. om or den boezem mode to bedekken.

enz. Kemoel. treffen. der Aurantiaceao. Mengenalken. iemand door lets doen raken. Kena. enz. of handig waken. Kempis. Kemoer. herkennen. iemand jets aandoen. bedriegen. Kenal. buiton adorn zijn. voorts. 137 Mengempiang. iemand met jets aanraken.. Kemoelan. Kemol (Kemol-kemol). enz. Kemoer-kemoer. aan lets zuigen. op en neergaan (bijv. van iemand. passend. enz. Berkemoer.). slaan. enz. mogen. Kemoeroep (of Kemoereb).een fluitend geluid doen hooren (bijv. fam. afrosson. dekkleed. Kempelang (Bat. . Mengemoet. Kempes. raken. dek. treffen. Roxb. ook. kennen. van de borsten eener vrouw. Mengenal. Berkemoel. omhebben. staartpeper. van iemand die goon tanden moor heeft). mogelijk .naderhand. eon deken gebruiken. enz. fam. kennen. plat (bijv. ledig. aandoen. op den bulk liggen. enz. (of Kemplang).). na. eon blaas. Kempoengan. Cubeba offlcinalis. de blaas. enz. ook iemand lets ontfutsolen. den mond spoelen. Kempoeng. juist. later. door den duivel bezeten. herkennen. ingevallen. Berkemoeroep.liggen. Kemoet.. der Piperaceae. kruipen. raken. Berkempis-kempis. doen . treffen. aangedaan. bekend zijn met. enz. geslonken. ranselen. Nat. enz. zuiging.. enz. ook zich openen on wader sluiten (zooals (bijv. met eon stuk hout. Terkena. enz.. van de kaken bij hot eten). middelmatige boom met geurige bloemen en goad hout. enz.. cubebe.. Nat. Kemoekoes. J KENA. Miq. enz. de onderbuik. ingevallen (van de wangen buy. geraakt. Men anal. de aars van eon kip). Mengenaken. . deken. Kemoening. Murray a sumatrana. voorover op den bulk liggend. en kennen. getroffen. gotroffen. lets in don mond houden. die hard geloopen hoeft). enz..

last staan dat. bijv. Terkenangken. Canarium commune. Terkenang. met iemand van eon andere kunne geheimen omgang hebben. al is hot ook. welbehagen. minnares. der Burseraceae. met wien men eon ongeoorloofden. inlandsch gebit voorzien van scherpe stekels of punten. Kenan. enz. geheel wit. Kenalan. minnaar. Kendiri. houten kistje. enz. kennis . nat. Kenantan. lets goedkeuren. geheimen omgang heeft. Kendali katiip. hoeleerster. bit.nga odorate. ofschoon. hooge boom. leidsel. met de bekende amandelachtige vruchten. behagen. Berkendak. Cana. instemming. welbehagen scheppen. herinnering. Kenanga. goedkeuring. welgevallen. gewoon. zich dan overspel schuldig maken. trens. v 138 KENA. enz. teugel. Berkenan. . Kendang. nat. . in druksel (in eenig lichaamsdeel. Mengenanken. iemand of lets herkennen . fam. Berkenan. Kendati (Bat. effen. enz. Kendit (Jay. Kendaga. welgevallen. enz. in hot midden buigbaar go. trom. verlangen . good vinden. enz. Zie vender Sendiri. Maleische trom. bekonde. Kendali doers. waarvoor. Kendak (Jay. enz. L. ilk. enz. herkennen. der +A. boel. Mengenali. buikband. hooge boom met gezochte. buikriem. zich doen kennen. ook : moot. alleen. Kenang.). Kendi. gebit. Pengenalan. toom. fam. persoonlijk. jets goedvinden. valies. kennismaking. behagen..kennen. minnehandel drijven. Kenari. eon witte haan met witte pooten. persoon. bit. enz. den arm. ztj hot ook. A jam kenantan. kennis maken. waartoe. aarden waterkruik. Kndali. herkenning. .). zelf. goedkeuring . kleerenmand. welriekende bloemen.). waarom. zich herinneren. Tall kendali. goedkeuren . in jets behagen s cheppen. Kenapa.nonaceae. . Berkenalan.

ook kauwen. dik. Berkengkang. Kendor. Kendjar (ook Ngatjeng). Mengendorken. Kendorin. Kanji. ontspannen. enz. ook een poot oplichten (als eon hond bij hot urineeren). met de lippen smakken (bijv. ook eon gevoel hebben alsof men krimpt. Kenta. Berkenjam. verzadigen. jong meisje. b j hot proeven van wijn. die bij hot urineeren eon poot optilt. in erectie zijn (van hot mannelijk lid). Kantal (of Kental). Ken joet. Mengenjangken. genoeg hebben. enz. brijig maken. licht vatbaar voor ziekte. zuigen. enz. Kakenjangan. bijv. maagd. dik.waaromheen eon touw stevig gebonden is geweest). gestold. genoeg doen krijgen of hebben. verkleumen. kleinzeerig. wat voor hot kauwen bestemd is. gekef. enz. niet gespannen. Mengengkang. zat zijn van iota . plakkerig. overvol. Kening. Sirih sakenja (of Sirih satampin). traag. Kendoeng. vieren. oververzadigd. en eon als eon band rondloopende vlam in hot hout eener krisscheede. langzaam laten gaan. sets in eon doek of zak dragon. niet vlug. op den rug liggen met eon been uitgestrekt on hot andere opgetrokken. langzaam. . enz. zie Ketara. keffen. op lets zuigen. Mengendoeng. enz. vol. kleverig. Mengen j oat. teeder van gestol. ook de positie van eon hond. eon koperen slaginstrument behoorende bij den gam~lan. KENT. aardappel. slap. enz. Kenjam. los. Kengkeng. slap (los) maken. Kentara. wenkbrauw. zie Kental. Kenjang. niet dun. . schel blaffen. moor dan genoeg hebben.). Kengkang. Kentang. staan. lijmig. Kenjat. Kenong. Kental. doen stollen. niet bij de hand. gebonden. gevoelig voor koude. verzadigd. Mengentalken. ontbinden. Mengengkeng. niet vloeibaar. eon klaargemaakte betelpruim.

Berkentoet. jets bespoedigen. pis. in schilfers afbladeren. bal. pisblaas. stevig. Kentjeng.Kental. strong op jets aandringen . Berkentjing. stij f aanh aion. urineeren. good vastmakon. urine. Kepang. strong optreden. Mengentj angken. dat jets vlug afgedaan wordt. ook afschilforon. vlechten (van hear). stevig bevostigd. aanwakkeren. 139 . iemand aansporen om jets viug of to doen. vlecht. enz. gespannen. vuist. enz. V KENT. strak. verhaasten. Mengentoetken. eon wind later. Kentoet. Kepe (of Kepek). ook pissen. enz. enz. enz.) . Terkentjing-kentjing. ook strong optreden en maken. onophoudeltjk zuigen. Mengentjang. veost. ook Chineesche drilboor. bij groote vrees. vlechtwerk van bamboo. Pengentjingan. (van eon kind). jets tot eon kluit. wateren. klont. wateren. plukkon. Kentjing. jets in de vujst houden. de hand tot eon vuist samentrekken. jets of iemand bepissen . stork . . vastzitten (zooals parende honden). iemand de vuist toonen. enz. enz. wind. Mengepalken. Mengepel. Mengepang. enz. in hevigheid toenemen (van den wind). stijfgespannen. . groote ijzeren of koperen kookpan. kluit. enz. wet in eon vuist gesloten. eon veest. enz. knoden. ook vlechtwerk maken van reopen bamboo. comptant. aaneengeschakeld. stevig binden. v KEPO. aan elkanenz.). Mengentjingi. Kentjeng (Jay. stijfaangehaald. ook strong zijn. onwillekeurig pissen (buy. jemand beveesten. de vuist order den news houden. blaas. Kepal (of Kepe1). uit elkander halen. klont. enz. gokneed wordt. de gesloten hand. aan de borst zitten Kentet (ook Kantet). Kentjang (ook Kentjeng). enz. der verbonden. Mengentel. enz. stiff. hard.

. zij aan zij. ook slag met de vlakke hand of met jets plats. enz. be. in dichto kolommen opstijgen. Kepoel. lust in jets hobben. moron (van vaartuigen). gekiomd tusschen den arm on hot lijf. . jets vlak bij jets vastleggen. zonder zich daarn a to wassch en) . enz. zie Pleset. enz. dik opeengepakt.. dobbelspel. enz. reismand of dons van de schutbladoron van eon palmsoort en van bamboo en rotting gemaakt. enz. aan jets later rakon. omsingeling. trek. . kring om lets heen. in kolommen opstijgend (van rook). insluiten. mop. enz. belegering. enz. Kepot. jets order den arm tegon hot lijf gedrukt dragon. door schuddon van zich af- . enz. Mal. Kepret. enz. lets van zich afschudden. Mengempit. Kepi1. halve cent. enz. Mengepret. (van iemand.tegen remand aan sprenkelen. aansluiten. geld. enz.. Kepit (ook Kempit). krab. Mengepet. dobbelpartij. zich aan hazardspolen overgoven.). belegeren . omgeven. KKepiting. insluiting. Mengeplek. dichtbij brongen. gefrommeld. Kepleset. omringen. Kepoeng. Mengepoel. Mengepilken. halve ~duit. zoetwaterkrab. . lust zijn op. samengeploojd (van den mond). omsingelen. ook met de vlakke hand slaan. behoefte gevoelen naar.. rookkolom. ep ek. Keping (Mol. als eon rookkolom omhoog stijgen. enz. eon mop geven. enz.. van zich afschudden. vuil. order den arm gedragen. Kepengin (of Kepingin). Mengepretken. Mengepoeng. dobbelen. omsjngoling.Kepek (Soend. enz. met jets plats slaan. Keponakan. in elkander gedraaid. Kepeng. uitgegleden. reef of nicht. vlak bij of tegen lets aan. 140 KEPO.). enz.iets sprenkelen. Kepet. die eon groote behoefte doet. dicht. naar jets verlangen. do billen riot afwasschen na hot doen eener groote behoefte. broersof zusterskind. center. Pangepoengan. enz.

Berkerak. schrijver of boekhouder. wilde dieren. KERE. korst (van rijst in eon pan). enz. dicht op elkander. twist zoeken . inlandsch oorhanger. Kerak. komfoor. Keraboe. (voor gevangenen. jets vast. aap. pakmand. ook vuil.~ strong. politiestraf. gevecht. Mengerasi. hecht inaken. oorknop. roost. gevlochten wand. schr. korf. enz.houden. vuil. die nit bet water komt. ook twist. enz. enz. Kerakap. eenigszins van elkander staande tralies afgeschoten ruimte. goweld aandoon. oorbel. straf. telkens. enz. Kerangkeng. ook aanzetsel. herhaaldelijk. Chin. ook strong zijn. Keras. bi jeenroepen. Koran (of Karen). dikwerf. schanskorf. veal work van jets maken. zijn. . enz. enz. twisten. hevig. vast. oproepen. enz. enz. . twisten. . Mengerah.goojen. Kerak. . enz. kooi. vechten. dikwijls. grind. Kera (ook Mon jet). geheimschrijver. enz. oproeping. ten arbeidstelling aan de publieke werken (waaronder ook hot verzamelen en aanbrengen van grind. (meest gebruikt voor bestrating. . lets met alle kracht aanvatten. Kerandjang. met stevige.. Kerakal. Mengerasken. Mengerahken. geweldig. hok. kleine rolsteenen.). vast aan lets. enz. eon snort kleine krab met range pooten. hot hoofd met bog schoonwasschen.). (zooals eon bond bijv. enz.). do harde schutbiaderen aan sommige planten of boomen. Kerap(of Kerep). (van ondergeschikten tot bet verrichten van eenig work). Kerangkang. enz. stevig. alle krachten tot jets aanwendon. Kerang. jeer. aanbaksel. enz. dit door schudding wag doet). dicht aaneen. hard. baron reinigen met bog. dwingen. stork. mossel. roestig. test. gotwist. de. iemand strong behandelen. Kerani. eon aanbaksel aanbrandsel hebben. Keramas. schelpdier. Hoekoeman kerakal. enz. vaak. verzamelen.

Karat. bebroeden. norsch. Kerd. enz. doen werken. open snij. hijschblok. Kerepek. work. Kere. work. in stukken verdeelen. enz. enz. ruw. verrichting. de onderbuik tar hoogte van de blaas. aan lets bezig zijn. mand. aarsmaden.met geweld lets bevorderen. Kerawang. kervon. ongemakkelijk. ook: pijnlijke zenuwtrekking. bediei1ing. Pakerdjaan. a jour bewerkt. enz. a. Keremeki. Kereng.. Kerawit. arbeiden.of kant.. kerf. afgesneden.). load. strong. arbeid. roos. valies. Keredong. kleine ingewandswormen. ten uitvoer brengen. Kere- . roos. zie Kerodong. broaden. ingewandswormen hebben. enz. bedrijf. katrol. . ook met stronghold optreden. Keremian. waken. Mengerat. bet er kunnen uithouden. Mengerek. werken. door ingewandswormen geplaagd zijn.broedend. Kerepot. op jets zittend. ontzag inboezemend. Bekerdja. bezigheid. voorhang van dunne bamboolatjes die evenwijdig aan elkander verbonden. dienst. brok. Kerak. hot knappen der vingers bij hot trekken daaraan.en naaldwerk. jets doen. Keremekian. deer. aan hot work zetten. arbeid. enz. snede. aarswormen. stuk. Kerenjoet. afsnijden. schilfers op hat hoofd hebben. in dienst zijn. feast. veal gebruikt voor woningen in de plaats van zeilen. handeling. Keremi. Kerempoeng. Kerem. enz.streng van uiterlijk. dat lets gedaan wordt. Mengerdjaken. lets verrichten.ergens kunnen aarden. knarsen van de tanden. handeling. optrekken. reismand. enz. . feestviering. feestvieren. schilfers op hot hoofd. aan jets werken. zich opzijn gemak gevoelen. V V KERE. Kerasan (Jav.. Mengerem. ambt. met een katrol ophijschen. arbeiden. eon snort van doorzichtig scherm vormen. bearbeiden. taker. (ook Betah).

afschrappen. enz. zweet. Kerip.Soend. uitgedroogd. enz. Kerakal). gekruld. 141 Kerintjing). rondo schijf jes van fijngestampte visch. belletjes. krassend geluid. in trossen. in bossen. bedekken. de Indische dolk. Geret). zijwaarts kijken. Kereta. Kerinting (ook Kelinting on V KERO. Kerintil.. droogleggen.. drogen. krassend geluid. Berkeringet. opeonhooping.Kerintingan. enzz die als toespijs bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. . wasem.potin. kroesharig . Keretan api. (verg. platte. gekras. knappend. Kent.. vruchten. Keriting. garnalen. Kering. (van hot haar). Kekeringan. Birang keringet. . kroeshaar. kleine keisteenen. Mengeroeboengi. zie Kareta. enz. . enz. enz. enz. Kerling. de vingers laten knappen. even tai zijde. radeeren. zwavelstok.). eon lonk toewerpen. zweeten. Mengeroeboeng. enz. Mengerik. onz. hot water of laten loopen. of krabsel. geknaag . verdroogd. Keringet. lonken. knabbelen aan jets (van muizen. in krull en. Kerikan. samenstroomen. gerimpeld. Mengerik. transpiratie. droog geloopen. enz. de moron. schrapsel. uitwasemon.schelletjes.). Mengeringken. hard over jets strijken. lets in menigte omringen. Keripik. enz. Kerik. knagen. vol rimpels Keris(Jav. Mengeringi. (verg. droog. dor. Kerikil. gekruld haar. vruchten aan eon boom). Kerindjal. zie Kerinting. krabben. gekroosd. in groepen bijeen zijn. . dunne. neerhangen (bijv. of krabben. geknars. in menigte bijeen. Ramboet keriting. Mengerling. lucifer. Keripoet. opeengehoopt. Keroeboeng. Keret. mode hond (uitslag). in menigte naar jets toe gaan. uitwaseming. Kerintjing. droogmaken.

zicht. hondeluis. lastig vallen. Kerojok. gestruikeld. enz. scheef van go. schuifelend goluid. ritselen.). Kerontjong.aangeloopen. Berkeroet. fronsen. holte. Kerokot (ook (slang). enz. enz. Mengesak. Mengeroet. roskammen. ook gemaakt van in dunne korte reepj es gesneden buffet. Mal. valsch. met zijn volen op jets aanvall en.(zooals eon zwerm bijen op eon vrucht. Kesak. toespijs bij de rijst (als Keripik). Keroejoek. in menigte met ztjn velen op jets aanvallen. Keroepoek. iemand met zijn velen. ratelen (van kleine vallende of geschud wordende voorwerpen. Mengerosok. Kerosok. enz. enz. Zie ook Kerojok. Keroet.. bijv. inkrimpen. Kerpati. met den voet tegen . borstspeld (in den vorm van eon tak. ritselend. Kerongkong (ook Rongkong.opKchikken. slokdarm. ook eon trekkend. 142 KERO. postelein.opschuiven. uitholling (bijv. van eon lapel. schelletjes. aanvallen.iemand aanpakken. roskam. kraaien (van eon haan). Kerosang (Atj. jets a anpakken. Keroeboetin. enz).). gerimpeld. zooals vole ml. enz. afkrabben. guitaarspel.~ook eon krabbend geluid. gemeen.). rimpelen. vol rimpels zijn. rimpel .. ook de onderste bladeron der tabaksplant . ook guitaar. uitsnijding. schuifelen. slinksch. Keroeng. gekraai. kletteren. Keroeboet. gotingel op eon guitaar.of runderhuiden. rekkend geluid voortbrengen. rinkelbel. enz. Keroewan. op~ zijde schuiven. Kerok. Kerong. tegen lets met den voet gestooten. zie Karoean. bedriegelijk van aard. zie Kese1. groote veeluis. . Mengerok. aanvatten. KerotJok. Kesandoeng. hinderen. Kesa1. krabben. vrouwen dragon). Keroh. Keromong. loensch. . koperen potvormig slaginstrumenten met knop. hagels). Mengerojok (Jay. Kerongkongan en Tenggorokan).

sidderen. Kesoema (of Koesoema) (Sk. ergeren. zich vervelen. lam. enz. drinknap. kreeft . enz. enz. Kesrah (of Kesra) (Ar. zichtbaar. Nat. door schrik bevangen (b jv. honderdduizend. openbaren. afstooten. Ketan. eon klem beetle. enz. hot Arab. Ketar (Mengetar).. Keset (ook Beset).). zat zijn. Keteak. Ketik. otensbakje. Oryza glutinosa. middelmatige boom. enz. Ketam. hot land hebben. aan den dag brengen. Mengeselken. voortschuiven op den grond enz. die nog niet good loopen kunnen. aan den dag gekomen. vermoeid. Mengetam. enz. bij kleine hoeveelheden (verkoopen. nijdig maken. ook krabbe. Mengetaraken. Berkesot. iemand hot land opjagen. met den . laten zien. stroef.). afgemat. ook eon halve duit of halve cent. doen blijken. Ketara. Kesat. Nat.). (bijv. ook Mengesot (Jay. Lour. Kesel. bloom (ook in figuurlijken zin). Ketel. waarvan verscheidene varietoiton bestaan. Mengeset.). schuiven (op zijn derriere. Keti (Sk. schrijfteeken voor den i-klank. Ketela. Ketengan. Carthamus tinctonus. ruw.). die eon roods verfstof levert..). blijken. gebleken. over jets heon struikelen. met do schaaf bewerken. schaven. beven. villen. L. zie Katela. bij beetjes.jets aanloopen. Kesoemba. van zich of knippen. duidel ijk maken. duidelijk. van do opperhuid ontdoen.). zich orgeren. blijkbaar. oksel. der Gramineae. ruig. Zie Sandoeng. ook beker. Keskoel. lam. zooals kinderen doen. Kesiap (Kesiapan). der Compositae. hot vol afstroopen. schaaf. niet glad. erg schnkken. door V KETI. enz. ketel. Mengetik. hon. stroopen. schuddon. enz. Kesot. Keteng. eon aan kleefstof rijke rijstsoort. rillen. derdduizendtal. hot zien van jets spookachtigs. jets moods.

verminderen.ook een dubbeltje (Jay. Oerat keting. Ketjoet (Jay. enz. kleingeld. A. gedeelte van hot been V KETI. ook naam van een vruchtboom. Ketimoen. ztjn. Keting. Ketjoeboeng. geknipt). reduceeren . Ketjil hats. een koopje snappen. met jets een uitzondering maken. verlegen. ook bang. harp. zich in zijne verwachting bedrogen zien. verkleinen. kwaad.). Ketir (of Ketar). Mengetjilken hats. huisje. uitgezonderd. sofa. moeilijk. K®tjoewali. klein.). een klein kind . luit. jets kwalijk nemen. Ketjap. Ketjambah. eon plant in Indie. Roemah ketjil. orgernis aanbrengen. zuur.). lastig.). . ook Datura alba Nees. langwijlig (van eon fijn work bijv. Mengetjilken. instrument (met eon knop). geraakt. verlegen. Ketil. Ketjele (Bat. Ketjil. geergerd zijn. behoudens. goring. komkommer. enz. klein huffs. angstig . Achillespees. enz. ergeren. Mengetjoewaliken. gefopt zun. koperen potvormig slag. bot vangen. oogknip. enz. enz. behalve.). min of moor tans of wrang (vergel. kleiner maken. bevreesd. boven den hiel tot aan de kuit. be- . een smakkend geluid maken. . inlandsche sofa. beschaamd. Ketjap.. kleinmoedig. der Solanaceae. beangst. beschaamd. -. beangst. uitzonderen. pasmunt . teleurgesteld. gesmak. Oewang ketjil. tegen jets aan worden. ongerust maken. smakkend geluid. enz. ook wrang. Hati ketjil. nudig. teleurgesteld. amethyst. nat. ook heel fijn met de~nagels knijpen. die na samengebracht to zijn. Mengetip. knipoogen. Ketjapi.nak ketjil. uitgeloopen kiem van erwten of boonen. welbekend om hare bedwelmende eigenschappen. onder hot eten smakken. Ketoek. augurk. Getir). veryelend. tenzij . ook gezegde. K®tjiwa (Jay. Ketip.duim en eon der vingers. met de oogen knippen. enz. fam. Mengetjap.

op jets kloppen. kinderziekte. kleine schilfers of roos op hot h oofd. vadertje. Kapalakewan. dus. (ook Selatan). kant. slag. oudje. diet. Berkibar.). de opstanding. zweven (van vogels). titel voor bejaarde on hooggeeerde mannen.hoorende bij den gam®lan. zuideltjk. Mol. streek. Mengetok.). tweemaal zooveel . Kewan. eon doek. Kijamat (Ar. tikken. waarin de heilige tempel to Mekka gelegen is. de verwoesting der wereld. zoodanig . bij de hand. zang. Kewan (Mol. deuntje. dusdanig. kakelen van eon kip. waarheen de geloovigen zich bij hot bidden richten moeten. Ketok. Kiai. gezan g. Kijan. ook door kramp samengetrokken (van pezen. gekakel (van een kip) .). Kibar. Kiblat (Ar. tik. hemelstreek. bot. klapwieken. hoeveel malen hot gegevene.). korianderzaad.). Ketoemboehan. den mond good kunren roeren. reebok. zooveel . (voornamelijk) de streek. gegeven of bepaalde grootheid. 144 KIJA. Ketoembar. ook kwispelstaarten. stomp. Zuid. enz. took de dooden worden in hot graf met hot gelaat daarheen gencht. opziener over de bosschen. Kidang (of Kidjang). boschwaohter.. bosch . KIJA. snibbig. zijde. de pokken.). Berketok-lretok. Kibar. hoe- . 143 Ketoel (Jay. Ketoepat. ook hot laatste oordeel. geplaatst). kiop. Mengibas. enz. heen en weder zwaaien. Sakian. fladderen. ook van leeraren van priesterscholen en van godsdienstonderwijzers. Berapa loan. boost. wapperen (van vl aggen). rust in van kokosbladeren gevlochten zakjes gaargekookt. Kidoel (Jay. met jets (buy. eon bezem). Kidoeng. met de knokkels van de hand op jets slaan. hot Zuiden. liedje. Ketoembe. enz. met jets tegen jets slaan. Kewat. Doewa loan. roe.

in hot oor peuteren (met eon veertje. schitteren. smalbuikig. weerlicht. linksch. enz. enz. enz. enz. ook: (van eon vaartuig). blinken. weerschijn. half gesloten. Mengkilap. schelp. jets in eon holte duwen en ronddraaien. niet op zijn gemak. gierigaard. dikke. vrekkig. Mengikir. bloemknop. vergelijking. Kilan (Jay. blinkered. Kijas (Ar.). holte. Mengipai-ngipai.). kwispelstaarten. vrek. geschreeuw. (ook Mengilik). de afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten duim en pink. met jets kittelen. flikkering. enz. massief . ook : gierig. boersch. knop. met eon vijl bewerken . span.). glinsteren. bliksem. schelpdier. Kilap. zinspeling. Kintjir. glimmon. peuteren. goud in klompen of staven. eon weinig open of geopend en puntig eindigend. glanzen. stiff. gierigheid. eon groote schelp. gedegen goud. . brijachtige zoete sans bij sommige gebakken. waterrad. bliksemen. om hot water op to pompon of naar eon hooger gelegen terrain op to voeKIRI. Kimpal.). Kintja. Mengi jok.). Menginang. enz. Mal. Kikir. schraapzuchtig. ook hot uitgepersto suikerrietsap. blinken. eon bloemknop). (zooals bijv.). kakelen. . vijlen. Kilik koeping. Kilat. Kinang(Jav. Orang kikir. Kiong (of Keong). viii. conclusie. Kima. gedwongen. Kilik. enz. gekakel (van eon hoop). haspel Kintjoep. gedegen. Kijok (of Keok) (Soend. analogie. de rollen oener suikerrietpers. Bat. erf.veel malen. glimmered. ron. betelpruimen. ook : garenwinder. smal. scheprad. flikkeren. eon gereed gemaakte betelpruim. afvijlen. Kikoek. weerlichten. Kipal. Kilang. Kintal. met lets in eon opening. Berkilat. Mas kimpal. woonerf (Mol.

berekenen. jets snel op en peer bewegen. Mengirik of Mengkirik.uitschudden. doen). achten. Kink (Jay. Kira-kira.denkelijk. eilieve. linksch. denken. vermoeden.of kofflepot. Kin.. links opgaan. enz. verzenden. sturen . Mengiri. enz. in tie rondte draaien. links uitwijk en. ook eon netje ter bewaring van een of ander. ~linkerzijde. tar linkerzij de . gissen. ook hot to berge rijzen der haren. Mengirimi. enz. enz. Kisa. Kiprat. jong hondje. linker.g. Mengiraken. links aanhoudon. ook klapwieken.). rillon. Mengirap.). Berkirim). Kirabat. zich verbeelden. ook jets aan iemand medegeven. Berkisar. Mengiriken. aarden thee. ook met mate. begrooting. iet besprenkelen. Kirap. waarvan de bladnerven gebruikt worden tot hot vervaardigen van de z. sprenkelen. enz.schudden van de veeren (zooals kippen. met eon waaier waaien. van gewasschen good bij hot ophangen). Kiriman. jets van zich afschudden. kippevel krijgen (van vrees. van mooning zijn. besprenkelen . toch. ook eon palmsoort. nabestaanden. vermoedelijk. links plaatsen links opstellen. van eon of ander jets denken. gissing. kleine hond. wat gezonden wordt. overleggen. Mengipas. waaier . Mengipratken. schuivend opschikken. enz. Mengiprat. Bantamsche matten. links schuiven. met eon waaier jets bewaaien. Kisar (of Kiser). snelle op en neergaande beweging . Sebelah kin. zenden . zittend voortschuiven . Kipsau (ook Kipsiau) (Chin. enz. eon gevlekte komkommersoort. enz. doen toekomen. uitslaan (bijv. berekening. . afschuw. Kira. jets aan iemand zenden. ijzen. berekenen. gissing. . eon waaier gebruiken. gevlochten mandje. vermeenen. enz..).Kipas. links. meenen. met overleg. zich schuivend verplaatsen. Kiranja. Mengirimken..naar gissing. Kirim (Mengirim. iemand jets zenden. mooning. links. Kiraf.

vogelverschrikker. clitoris. gekreukeld. 145 Kiting. spiji. Kisil of Kisilan. wij (met insluiting van den aangesproken persoon). wasschon. Kloemit. Sitar (of Kiter). snees. (van dieren). Kita. enz. of branden.. de kittelaar. Kitab (Ar. den tijd hebben. ook in brieven).. eon middelpunt draaien . enz.) . vermalen. d e Koran. Klentit. gerimpeld. enz. Klontong. viiigorglas. tralies. in lichto laaie. tralie. Kobokan.). twintig stuks. waar eon splinter of is. enz. Alkitab. Kisoet. enz. draaien.verbranden. in de gelegenheid zijn of de gelegenheid hebben tot. enz. waden. gekreukt. partij. Kobar (Kobaran). een bitter kl ein beetje. de vogels van de velden to jagen. Kisi. . ook stain. Mengisil. geschrift (inzonderheid van godsdienstigen aard) . wentelen. Kisikisi. Klengteng. . volksstam. twintigtal. rozijnen.of schuurpaal (veer dieren op de weide. zie Kelontong. beschadigd. voorwerp om door goklep. weinigje. traliowerk. in vlammen uitslaan. waschkom. branden. hot book bij uitnemondh ei d. beetje.). Mengobok. brand. book. Kobok. ook in water spoelen. convenieeren. fijn wrijven. ook ik (wanneer de spreker zich hooger stelt dan de aangesprokone. doen wentelen. enz. Mengitarken. in eon melon of met eon molensteen. MALEISCH-HOLLANDSCH. rasterwerk. draaien. Chineesche tempel. zich togen dien paal aanwrijven. kru impj e. Berkitar.).Mengisar. verschrompeld. spit. Kobes. enz.. schuren. ronddraaien. KUEB. malen. ook krorngetrokken (van de vingers door jicht. om een as. die in de rondte draait. Kober (Jay. Kodi. wrijf. jets omdraaien. roede. krenten. enz. hekwerk. Sakloemit. door water gaan. Kismis. ook Kelontangan). klein weinigj e. ook zich verplaatsen. Kiontang (of Kelontang.

Kodok. schurft. vast. merrier Koeda kebiri. stevig. aarden wal. om jets heen aanleggen. Koedoeng. Koeda perampoean. al zijn krachten tot jets aanwenden. to paard zitten. enz. enz. Koeda. ). zoowel pers.). hobbelpaard.. Ber- . maken. Koedis. hecht. met al zijn vermogen jots doen. Pakoeboeran. verminkt van de lodema ten (zie ook Koetoeng). woonplaats der Kod ja's. ook eon doek enz. van den ten persoon. hengst. enz. macht. schans. enz.. padde.versterken. Bengaloesch . ook spruit (aan eon dak) waarop de nokbalk rust. Moor. erg jeukende huiduitslag. Koeda lelaki. Mengoedoeng. verschansing. worgon (de straf voor oversp©lige vrouwen). kruik. ruin. Mengoeboei. Klingaloesch. keel. verkorting van Akoe. nagemaakt paard. iemand begraven. Koeda djantan. dekhengst . bescherming. Koedjoet. Mengoedjoet. paard . to paard.. Koeda-koeda. Koeat. vobrnw. kruik j e. Klingalees. borstwering. roode hond. stomp. enz. begraven. graf. stut. stork. Mengoeboerken. noodzakelijk dat.Mengoewat-ngoewatken. in eon graf neerleggen. schraag. Koeda isteri. vor10 146 KOEB. scherm. Koed j a. hot is noodig. begraafplaats . . Kodrat (Ar. Koeda-koedaan. rijden. voornw. hot moot. Berkoeda. kikvorsch. Koeda laki-laki. Koedoe (Jay. Koeboer (Ar.. enz. Bengalees. enz. schansingen. met alle kracht jets doen. solied. Koeboe. gesneden hengst. krachtig. hot behoort. als bez. enz. Mengoewatken. kruk. sterkmaken. enz. zijn best doen. dien men over hot hoofd of om hot lichaam draagt om dit to beschermen.Kod ja. Pakod jan. jets met aarden wallen of verschansingen insluiten. almacht. Koe.). verminken. kikkor. wijk of buurt. Moorsch. Koebis. afgekapt. koolgroente. begraafplaats.

van klauwen voorzien. walmen. stoom . Berkoekoek. oog. nagel klauw. maagschap. als heilig beschouwen. kromgotrokkon. mos. Koelah. Berkoekoer. kom. gokraai.)kool. bodekking. samengetrokken (van de armen of vingers) .). Koel (of Ko1) (Ho1. jets over hot hoofd of hot lichaam dr gen bij wijze van sluier. familie. bloed- . Berkoekoer.. hecht. beschermen. walm. nachtuil. dampen. aanslibbing aan de monding van rivieren. krabber. Koekoet (ook Kokot. in stoom gaarkoken. kirren.enz. ook klauw. Koekoes. ook zich under de bescherming stellen van iemand. kram. Mengoekoes. versterken. dokkleed. trochtervormig mandje. de heiligo G eest . enz. enz. met de als eon hark omgebogen vingers tot zich halen. enz. uitdampen. enz. in bescherming nemen.ook tam. gokir. heilig. Boengkoes koel. Lantah). distilleeren. wasom. lets dekken. kraaien. ook bijeenschrapen.). uitwasemen. of krabben. Mengoekoehken. Koekoek-beloek.Mengoedoengi. Koekoek. Roh'oelkoedoes. stork. krabben. iemand eon sluier over hot hoofd slaan. vast. stijven in lets. Koekoep. Koedoes. Koelawarga (ook Koelawangsa) (Sk. aan of door eon kram bevestigen. stevig. gesluierd gaan. Koekoesan. ook zich krabben .. enz.. . ook beschermen. enz. schimmel. Koekoeh. uil. in bescherming nemen. Mengoekoer. enz. koken. Koekoer. enz. bedekken. waarin de rUst in eon dandang wordt gaargestoomd. Mengoekoet. stork maken.. mak. damp. volgzaam (van jonge diertjes. gometselde waterbak. heilig verklaren. Mengoedoesken. nagels hebben.Bat. eon hoofddoek vastgesteven in den vorm van eon kool.koedoeng. Mengoekoepi. lets heiligen. vij vor. Koelat. KOEL. . kuikens bijv. ook vuil aan de tanden. zwam. Koekoe. Berkoekoe. deksel. ook dek.

glimworm. westelijk. vergaderd zijn. omtrek. de vuurvlieg. jets omtrekken. vel. bijeen komen. . eerbied. Mengoembah. rondom. to zamen brengen. leder. Koeliling. enz. gorgelen. dop. uitspoelen.: ook bereide huid. enz. enz.overgrootvader. lederwerk. held eener zachte. . enz. om jets heen gaan. Koeloep.iemand of KOEP. Berkoempoel. 147 .Anak koempi. . ook als liefkoozingsw oord voor jongens. praeputium . verzameling. klonter. enz. kluit. huid. bijeen zijn. in den omtrek . Koelit chatan.. enz. het praeputium. verzamelen.. samengedrukte hoeveel. Koemoer.). Mengoempoelken. opeenhoopen. spoelen. omkleedsel. bijeen .. Koembang. achterkleinkind.Mengoend joengi. snor. bast. sjouwerdiensten doen. Koelit. verzameld. ook sik. Koempoel. vergaderzaal. Mengoeli. Koeli. enz. Koemis. bijeenbrengen. plechtig bezoek. knevel. Berkoemoer. west. Koempi(Bat. Koempal (of Goempal). (ook Pakoem-poelan). Koeloep. enz. Koenang-koenang.vergaderplaats. bekleedsel. Mengoelilingi. het westen. zich verzamelen. Koempoelan of Pakoempoelan. schors. daglooner. Koendjoeng. die nog niet besneden zijn. schil. omsingelen. Tempat koempoelan. hommel.verwanten. insluiten.overgrootmoeder . de voorhuid. wasschen. Koembah. verzameld. Berkoeloep. BerkoeKOEL. Koelon (ook Barat). ook : groote for (ook Koewangwoeng). bijeenkomst. voorhuid. vergaderen. in de rondto. omhulsel. rondgaan . ook : som. den mond spoelen. vergadering. sjouwer. taaie zelfstandigheid. Berkoeli. vergaderen. omgeven. als daglooner werken. van een voorhuid voorzien. ook iemand den mantel vegen. Tiling. nog niet besneden zijn.

Koepang (Mol. sluiten. Koening moeda. milt . schillen. enz. klepmachine. de bijwortels. vljnder. slot. geelzucht. bloemknop. Koepoe o oepoe-koepoe. de hoofdknol dezer plant . Koening toewa. (Curcuma Tonga. kuif. de huid. de bast of schors van lets afnemen. enz. Poetih koening (van de huidskleur). de lies. afschilferen. der Zingiberaceae). samengeplooid (van bloemknoppen. op slot doen. blankgeelachtig. ook vlok of bosje haar. Koera-koera. enz. een looper die op alle sloten past.onverwachts. kapel. plukken.) (ook Koprak. lichi geel . bladknop. kurkuma. Koening. 148 KOEP. Iboe koentji. met een sleutel dichtmaken. Koentjoeng. jonge aap. Nat. enz. Koentjoep (of Kintjoep). ontdoen. enz. onvoorziens. plotseling. Sakit koera. ook : reiger. Mengoepe. zoowel om to sluiten als om to openen. Koenjah. gesloten. Koentji maling. sluicing. om vogels enz. L. Sirikauwsel. sleutel.landschildpad. Koentji. geel. Anak-koentji. geelachtig blank. slot. pellen. donkey geel. losmaken. ter hoogte van de fontenel (verg. van de schil. van een zweer). ontbolsteren. Koepe. schildpad. geld. Koentoel. miltaandoening. rond. Koenir. dat aan het hoofd van kleine kinderen gelaten wordt. to verdrijven.Sakit koening. klenper. Koepas. Koeprak (Jay. Boeboeng). Mengoentji. Iboe koenjit. oor. op eens. geel koper. . Koprakan). aapje. Koeningan. zie Koenjit.). eensklaps. stomp. Koentji papa. knop. Koenjit. ook den sleutel in een slot steken. Mengoepas. Koeping (ook Telinga). opzetting van de milt.jets een plechtig bezoek brengen. ook de wreef van den voet. Koenjoeng (Koenjoeng-koenjoeng). Koenjoek. de schilfers of roofjes enz. Koera. fam. of halen (bijv.). kleine aap. Anak koenjit.

gebrekkig. zetel.. uit elkander geworpen. lepra. fam. minder worden. Mengoerangi. troop. zie Karoenia. vlammen (in mariner of hout). jets verminderen. enz. smoezen. to min. onderlijf. ten tijde. gebrek hebben aan lets. in wanorde verspreid. geheim gesprek.). Koeroeng batang. gevangenis. carat. tijdstip. ontoereikend. enz. Koesta. Koernia (Sk. enz. . enz. jets zacht besprokon. koetsier. kajuit. eig. noodlijdend. enz. Mengoetil. verwarren. to weinig. Mengoeras. ook uithoozen. offer. mager. offerande. Mengoeskoes. Don. hok. tijd. ontbrekend. verminderen. Koerap. in de war brengen. in eon kooi. Koetika.uitgeteerd. van eon lijdende). to kort. ontbreken. toen.Koerai. ook kleinigheid. kooi. verward. Koeras. fluisteren. aderen. in de war. iemand to kort doen. lijkbaar. Koesoet. Koeroeng. Mengoesoetken. 5 a 6 vellen of 20 a 24 bladzijden. eon ergo graad van syphilis. enz. stool. Koerban (Ar. Koerang. Koeroes. eon snort corset. eon snort uien of proi (Allium uliginosum. Koetang. tijdens. hok. . Koeroengan. to kort. hok gevangenis plaatsen. minder worden. w jl. hot halfcilindervormig bamboezen geraamte dat over hot lijk wordt geplaatst en waarover hot lijkkleed wordt geworpen . niet genoeg. katern. afnemen (bijv. besloten ruimto. hot water uit eon bak. Koetil. Mengoeroengken. ringworm.schraal. ook KOEW. Kakoerangan. Mengoerangken.). Koesir. Nat. Koersi. . Koetjar (Koetjar-katrjir). Koeskoes. enz. Koetjai. gefluister. kapen. afnemen. melaatschheid.. enz. kooi. der Liliaceae). oogenblik. terw jl. kleinigheden wegnemen. kortmouwige borstrok. gebrek. enz. verminderen. verwijderen on den bak tegelijkertijd schoonmaken. minder.

uitgehold. diep ingevreten. vloo . luis. enz.). vervloekt . vrees. sans.). ook diepe wonde. afgekapt. ook hot daaraan zittende root. iemand kussen. enz. Mengoetjoepi. bij machte. kussen. Koetoek. machtigen. Koetjoep. bevreesd. enz. Koewasa. stork. monding eener rivier. Mengoewasani. pat. Bapakoewalon. gezag. krachtig. pandeksel. tiok. enz.). gevloekt.Koetjing. vervloeking. Koetoe. volmacht. Koewali. macht hebben . vloek. gevolmachtigde. Mengoetoek. sop (van eon gerecht). angst. Mengoewak. Koewaja. Pantat koewali. onrustig zijn. stief kind. wandluis. Koewawa (Jay. langgerekt geluid. mij t . afgeknot. enz. in staat tot. Koetoe and jing. Toetoep koewali of Kekeb. ook dikwijls. Mengoewasaken. Koetjir (ook Koentjir. Zie verder Koeat. stomp (van eon arm. bodem van eon pan. zoen . Mengoetjoep. kus.).. onrust. uitholling. zonder mouwen (van eon jak. Koewab. . enz. diepe scheur. Koetoe lemboe. deuk.. vermogen.). vergrooting der milt. runderluis. staart. beangst. volmacht geven. Berkoewasa. aarden of ijzoron kookKOEW. enz. Koetoe boesoek. Koewat. Boentoet). gaponde wonde. gerekt geluid voortbrengen. pan . gekort (van eon brook bij v. macht. enz. zoenen. in . diep. 1emand vervloeken. vloeken. kracht. enz. galzucht. vervloeken. gekwaak. enz. Koewalon (Jay. ongerust. eon vloek uitsprekon . zoenen. Koewala. Koewak. gezag over jets uitoefenen . Anak koewalon. kwaken. stiefmoeder. zwartsel.). Mengoetoeki. kat. Koetoeng. lange haarvlecht der Chineezen. eon diep. stiefvader. afgehouwen. stief-. gezaghebbend. dikwerf. Koewatir (Ar. Ma'-koewalon.

Chineesche trekpleister. (ook Bianglala). onderaardsche gang. bekwaam. van eon brook) loopt. . vruchten van den area-palm.. enz.. (zie ook Koembang). hommel. uitholling. scheuren. opnieuw. Koewe. ronddoling. kever. enz. Kojo (Chin. Kombara (Mengombara). Kolot (Sound.staat. sleuf of zoom (bijv. snoeperij. die in eon gleuf. Kolak. eon snort van gesuikerd moos. tor. en btjzonderlijk eon. terugzenden. Kolong. eon bank. 149 ook : mijn. Koeweni. Kombali. Koewi. enz. vijver. . enz. regenboog. eon mangga-snort met sterkriekende vruchten. Kolam. dolen. stork genoeg tot. vergelden enz.). Mengifera foetida. enz. gleuf. Kolor. Kolek. oud. ronddolen . eon huffs. terug. ledige ruimte under lets (bijv. en diem om dien vast aan hot ljjf to binden. scheur. Pengombaraan. Mengojak.on achterstoven. wedorkeerig jets bewijzen. Lour. kunnende bevatten 27 tot 30 picots van 125 A. eon soldatenkind in 't algemeen. Mengombaliken. inhoudsmaat. Anaktangsi. teruggeven.in ontucht geboren kind". commandeur. inlandsch vaartuig met binnenwaarts gebogen voor. Anak kolong (kazerneterm) soldatenkind. Kojan. touw of band. Tall kolor. terug doen gaan. Komendoer (of Koemendoer).). enz. gescheurd. kook. in tegenstelling van Anak soldadoe. smeltkroes. datin de kazerne geboren is. Kolang-kaling. KONG. Kojak. gewicht. met suiker gestoofde vruchten.). Kombang. omzwerving. Anak kolong wordt ook als scheldwoord gebezigd in den zin van eon . gebak. teruggekeerd. wader. waterkom. bejaard. dat niet in de kazerne geboren word.. commodore.). teruggekomen. Koewoeng (Jav. waarvan confituur wordt gemaakt. zwerven.

hangend slingeren. bengelen. aftrekken. Kopjor. samenspannen. enz. eon geheinie afspraak met elkander maken.).kofffie. met papperig vleesch. compagnie. eon vrueht enz. Kopok. hot geheele mannelijke schaamdeel. Roemah kongsi. Kopi. kalotje. Konang. (ook Sekongkel) (11011. (Bat. Kongsi (Chin. de ballen. iemand eon strong verhoor doen ondergaan. heen en weder schommelen. de heilige schrift der' Mohammedanen. klein in zijn snort. de regeering. ook hermaphrodiet. Kontol. naar eon feast toe gaan. Boewah kopi. vischmand. hot laatste scheutje wegnemen. Koredan.Koming. Kongkel..-I. Kompes. verbond . maatschappij. (van ooren) . Mengompes. hot laatste boetje. ook (Msngopek). konkelen. slap hangend. bij kleine stukjes schillen. de koran. Korang. als genoodigde eon feast bijwonen. vennootschap. contant. hot gouvernement. koffledik. cornpagnio. schoffelen.).). (van enkele vruchten). enz. van jets kleine stukjes afrukken. Kontal-kantil. Kopek. koffleboom. enz.). Kondangan. ook de bij de West-indische bereiding der versche vruchten achterblijvende schillen. aan eene oorziekte lijden. cnz. . schilfers van eon wond aftrekken. Kored. ook de geheele penis. de 0.Ampas kopi. druiperig. koffievrucht. zetel van zulk eon coinpagnieschap. strong ondervragen. Kompeni. corn150 KONT. (van de borsten eener vrouw). waardoor hot vuil or steeds uitloopt. schoffel. Kontan. zie : Koenang. Koran (Ar. comptant. pet. wieden. koffieboon. ongevuld. gebouw. routs. nat. impotent. Poehoen kopi. de testiculi. eon strong onderzoek instellen. Kopokan. Kopjah. pagnieschap. druipooren hebben. enz. vereeniging. koffleboom. roof jes.inwendig zacht van vleesch. .

Korsi males. enz. Pakerd jaan kwartoe (Mol. vuil. burcht. water in een flesch).schurft. Mengorek. dapper veelvermogend. Korengan. je. drek. lade. jou. schudden. veel praats hebben.). Koterek (11011. Mengotjak. huiduitslag. door muron of andere versterkingen omgeven plaats. Kwartoe. LABA. krabben. Korek koeping. Mengosek. zonder zin . stool.. wroeten . uitholling. (bijv. dadel. Sotak. verwaand.). telkens van plaats veranderen. Kotjak. eon mijn graven. Kotor. enz ).). postelein. om to wassehen. schudden. opengebroken. vuil. bluffend. Omong kosong. g j. enz. zonder inhoud. u. terras (van rijstvelden). mijngang. ontruimen. een ledig huffs. Korma (of Choerma) (Ar. trotsch. enz. heerendienst ten behoove van den radja. Keatria (Sk. enz. oorpeutertje. ook yak. (zie ook Koersi). Kosen.) met de hand in hot water rondroeren. (in den loop van een geweer. ook schudding (van eon vocht). onrein. Kosong. hebben. fort. Roemah kosong. iemand uit de krijgsmanscaste. . Korek. Korsi doedoek. oorlepeltje. net lets scherps of puntigs uithalen. ledig. wipstoel. Korok. Mengosongken. Sots. zie Koesta. enz. onreinheid. enz. KWAR. Kosta. Mengorok. zinledige beuzelpraat.geplaagd. . . zie Koewak. graven. Kotoran. yak. vesting. Kotjok. Mengotjok. kurketrekker. snoevend zijn. morsig . peuteren. smerig. luierstoel.. Mai. negorij. Kosek. Kosak (Kosak-kasik). Kowe (Jar. uitgehold. schakel van eon metalen buikband. door zweren enz. lange ligstoel. Korsi gojang. zweer. Krokot. zweren. jij. gewone zitstoel. dons. Kowak. stad. enz. enz.Krestantje. doorgebroken. korrelige zelf standigheden (als rijst. schroefgang. Korsi. lets ledig maken. versterkte plaats.). Koreng.). enz.

kt ren vertoonen. Lafal (Ar.. productief. nog. enz. Berlaboeh. viug. openlijk. hiervan bestaan verscheidene soorten. enz.). zingend voordragen. Ladenin (Bat. kuur. Melabaken. LAKI. ter wergild . spinneweb. ook gekscheren. enz. uitwendig . neerhangend. ruimte tusschen twee evenwijdige lijnen. M1 lad joeken. winstgevend maken. winst. om jets geven. enz. Berlaga. work van jets maken. to voorschijn komen. ankerplaats. Laberang. rij. peper. geboren worden. Lada.). afrossen. Pelaboehan. Melafalken. vermengd met water. Laba-labs. kalebas.).). bovendien. voorts. hoeveel to moor. ook lijnblad. Ladjoe. notitie van jets nemen. zich vlug vooruitbewegen . Lading (Jav. haven. kolom (van eon bladzijde). Lagos. vaart of gang in jets brengen. (van eon kleed. tegen elkander stooton. reeds. Sarang labalaba. Laboe. veinzen. vooruit. voordeel . baan. Laboer. overstrooming. nog steeds. daarbij. Berlaba. ranselen. ten anker liggen. en. zelfs. Lad joer. snel vooruitgaan. ankeren. woord. enz. snel doen vooruitgaan. M lagoeken. melodie. Laberak. Lagi. Ladang. Ladoe. mss. pompom. 151 Laba. op muziek zetten. Ladek. uitspreken. enz) . bouwveld zonder kunstmatige bevloeiing. zangwijs. Melahirken. spin . winstgevend . ook. nedergelaten. . wijders. meer. afhangend.pa lagi.). Lagonder. afranselen. Laboeh. snel. ongaar. manoeuvreeren. manoeuvre. besmeren.). scheepswant.L. Laga. gewin. dragonder. gordijn. enz. Melaboer (Jay. kortswijl . alleen de buiten~ijdo gaar. uitspraak . Labir(Ar. afstroomende lava uit eon krater. gekheid maken. Melaberak (Jay. vechten. met jets bestrijken. of jakkeren. scherts. enz. air . A.

Laki-laki of Lelaki. man.. go- . iemand tot man hebben . 152 LAKQ. zich gedragen. Berlakoe.enz. al hot doen en laten van iemand. mannetje van eon vrouwolijk dier. enz. Berlakiken. Memperlakiken of Melakiken. vliegen. anders zijn. Laki bins of Laki isteri. verschillon. openbaren. man en vrouw. aftrek hebben. verlept. Melajarken. Lajan. in den smack zijn. Lajar. geschikt. ook dichtvallen (van de oogen van ieman l die slaap hoop) . Lajang. een man hebben of krijgen. enz. laag over den grond of hot water strijken (van vogels).brengen. gang. uitgezonderd. mannelijk persoon. Melajap. Lajap. jets zeilende vervoeren. onderscheiden zijn van. bedienen. gezweef. Mclajang.. aftrek hebben. doen zeilen. verflenst. behalve. enz. afzonderen. baron. vlieger. gepast. handel en wandel. echtgenoot. ook in zwang zijn. gevlieg . doen paren. door den wind medegevoerd worden. zeilende zijn. ter zijde staan. nitvaren. Melajani. zeil.iemand helpen. enz. Melainken. gewild zijn. Tingkah-lakoe. Lain. enz. uitzonderen. laag bij den grond of op hot water . Lajangan. Beriaki. reizen to water. ander. handelwijs. Belajar... Laki. bedienen . verwelkt. enz. handel on wandel. dommelen. Laik. Lajoe. mannelijk. veranderen. zweven. met jets wegzeilen. to voorschijn brengen. behoorlijk. waardig. gebeuren. een mannetje hebben (van vrouwelijke dieren). Melajan. gehuwd man.). laten dekken (van eon vrouwelijk dier) . gehuwd zijn. in gebruik zijn. ook man. Lakoe. vorstelijk lijk. ook gangbaar zijn. enz. loop. onder zeil gaan. zeilen. behulpzaam zijn. Orang lakilaki of Orang lelaki. met eon man trouwen (van een vrouw). met een mannetje paren . anders.). passend. gedragingen. gedrag. Berlainan. Lajon (Jay. lijk. uithuwen (van eon meisje. betamelijk. ook sluimeren. enz. . verscbillend .

voorbij. enz. LAND. waarna. flank (van hot lichaam of eon vaartuig). Lama. doen. . oud. langzaam afdoen. Salaksa. Laksa (Sk. van hot water bij eon overstrooming). Melaksanaken. enz. in praktijk brengen. onachtzaam. zorgeloos. ten uitvoer brengen. lang van duur. voortgaan. Laksana.enz. gelijkenis. . vertragen. enz. of wijken.die ten tooneele wordt opgevoerd. enz. de huisvlieg . Laloe. talmend. uit elkander . evenals. oudtijds. stuk. uit den weg gaan. lang aanhouden. altijd. Salamanja. van kracht zijn. immer. eon tijdelijk voor gasten gebouwd logis. Melakoeken. overschrijden. ook eon snort van Chineesche vermicelli . op de lange bean schuiven. ook in eenig handwerk bedreven zijn. vergeetachtig. zijde. onoplettend. versche of gekookte groenten. daarna. enz. enz. vlootvoogd. duur van tijd. ten huwelijk vragen. voorbijgaan. Melaloeken. admiraal. van toepassing zijn. gepasseerd.. lang geleden. vergelijken. over lets heen gaan. invoeren. langzaam. langdurig. Melaloei.enz. Lalai. verloopen (van tijd). tienduizendtal. Melambatken. lets voorbijgaan. Lamaran.). jets verwijderen. Laksamana. bezwijmd.voorb j brengen. laat. over.. traag zijn. overtreden. slaperig. verdagen. Lamer.gelijk. enz.wild zijn. enz. voorbijvoeren. Lamboeng. vroeger. . uitvoeren. Lalat (ook Laler). zich verspreiden (bijv. in zwang brengen. die men bij de rijst eet. Melamar (Jay. veel tijd eischend. eon eind can jets waken. voorbeeld. bedrijf of episode uit de Mythologie.). dr~alen. Berlambat. Lalab. Tahi lalat. toen. vervolgens. verspreid. Lambat. uitstellen.ook handwerk. Lampar. sproet. Wajang-. viieg. tienduizend. lengte van tijd. onverschillig. langdurig. traag. huwelijksaanvraag. Melampar. talmen.). heengaan. . enz. Lakon (Jay. Lampang. lang. . vorig. eertijds. zijn gedachten niet bij elkander hebben. ook passeeren.

de grens van jets overschrijden. kouter. gerekt. Lang (Boeroeng lang) kiekendief. over den bepaalden tijd. Lampoe.. weerspannig.. langdurig. onderlaag . eenmaal geschied. to ver gaan. zitmat (meest van rotting). ook aanbeeld. Langgar.). -. rekken. hemel van eon ledikant. Melangit. niet meer to veranderen. Lampoe tembok of Lampoe teplok. enz. Melampau.caramboleeren. Melandas. lang maken. verlengd. muurlamp. Melandasken. Lampin. verdergaand. Landjoet. op jets aanloopen. to laat. eon snort valk.. Langgana. gerekt. Lampoe gantoeng. stekelvarken. zie : Landas.loopen enz. langdurig. op eon onderlaag plaatsen. enz. Lampit (Jay. enz. stut. -. . eon aanval doen. hemelwaarts stijgen. lets tot onderlaag geven . verlengen (van hot leven bijv. Landjoer. Landasan. Melanggar.. Landas (kf Landes). trod. Langgar (Jay. bidkapel (zie Soerau).. pas. onderlaag.Lampau. stappen. Landak. enz. enz. enz. lamp . Kaland joeran. overtreden. Landjam..). ook aanvallen. tegen jets doen stooten. luier. Langkah. to ver gegaan. Langit. . verder gaan. stag. lang. uitspansel.). Lampoe doedoek. to ver gaan . voorbij. Landesan. onwillig. over jets heenstappen. enz. Melangkahken. . ook jets (wetten. weerbarstig. Melangkah. lang van duur. in do hoogto stijgen. ook (eon vaartuig) op hot land zetten. ook verhemelte . enz. mat. rekken.aanloopen. over den tijd . enz. Katelandjoer. Ml landjoerken. schrede. ook tegen jets zondigen. tegon jets aanstooten. Melandjoetken. enz. schrijden. hanglamp .1 overschrijden. steun. hemel . . staande lamp . ploegijzer. bedehuis. jets overtreden. Melanggarken. tegen jets handelen. LAND. Langitan. to bovengaand.

enz. gordijn. scherp eindigend. schel. daarop. drijvend huffs. plat op den rug liggen. fam. nat. compleet zjjn . om reden. Lantik. draperje. inhuldigen (van eon vorst. duffe lucht van jets. indrijven. 153 Langoe. ook heiblok. enz. Lantera. vermengd met bijstof- . voltallig. openlijk instalboron. der Meliaceae. inslaan. voorhang. snel in bewegin'. recht op jets aanhouden. Lantar. rechtdoor. terstond. fijn. middel. enz. instampen. ton gevolge van. Langsoeng. tango vingers hebben. boom met lekkere vruchten.Langkap. laadstok . Lantar (Lantaran). enz. recht toe recht aan. . viug. enz. Lantak. ook (van geluiden). muffe. Melaantasken. durven. uitgerust. Lantjar. enz. onmiddellijk. ook eon vlothuis. onverwijid. jets ujtrusten. Jack. rad (in hot spreken. Lantjoeng. Lantjang (Jay. muf. duf. vloer van eon op paten staand h uls. Langsai (of Langee). Lantjip (of Lintjip). vlot. regelrecht door. dat beplant is. aanzetton . Pelantak. scherpgepunt. compleet maken. eon snort van groote boot. op jets afgaan. Melangkapken. voltallig. laadstok. voorbarig. Lantar. doorzetten (van jets dat begonnen is). puntig. hot ontbrekende aanvullen. van hot noodige voorzien. bijv. portiere. LANT. Lansium domesticum. vervolgens. lantaarn. daarna. reden. Blank. Lantja. Langkau. eon punt aan jets maken. enz. Langeing. op eon ladang. dadelijk. open pink op eon void. vlot. tenger. ook eon groote spin. Berlangkap. huffs op eon vlot.). Lantai. Melantik. spits. voltallig. brutaal handelen. van hot noodige voorzien. Terlantar. van hot noodigo voorzien.) Laming. Langsep (of Langsat). Melantjipken. Melantak. compleet. aanpunten. oorzaak.).

in lagen liggend. van den honger sterven. slenteren. ook bij iemand eon visits maken. 154 LANT. open vlakte. waarvan de bestandLAT. to gast gaan. idem. vrij.on schoonvegen.fen (van goud. be. enz.) ook min of moor puntig. stinkende kippendrek. Melantoer. zeeschip. dock ongekookte eetwaren. ook : Laoek paoek. stofdoek. Laoek. Tembelek lantoeng. Lapik. w jd. plain. Kalaoet. enz. Melapi of Mengelapi. Lapar. Lantjong. wandelen.) . scherp. honger. hongerig zijn. langzaam. wat ni et vlug vordert. allerlei toespijzon bij de rijst. doek. Melantjong. eon geluid enz. zeewaarts . schip veer de groote vaart. lap. govoerd zijn . Laoetan. wartaal. vaatdoek. laag. doordringond (van stank. Lap. drentelen. voeren. Lantoeng. Kapal laoet. Melapis. onderlaag. halfwassen hoen. open. naar zee. Lapoek. zeewind . Tanah lapang. den hongerdood sterven . ook uitspuiten van vocht (buy. winkel . uit een pup. Berlapis. enz. Bola kelaparan. deelen laagsgewijs op elkander geplaatst zijn.. bekleedsel. Kelaparan. enz. pierewaaien. Indische spekkoek. kaam. zee . Angin laoet. kletsen. ruim. hongersnood. Lantoer. Mati kelaparan. honger hebben. in tegenstelling van de kustschepen. Laoet. verhongerd zijn . rondkuieren. Koewe lapis. veering. Lapau d jags moeda. met eon doek af. schimmel. Lapau nasi. oceaan . Lantjoer (Jav). restauratie waar gekookte eetwaren verkocht worden . met eon doek over jets heengaan. Lapis. onderligger. Lantoet. kippendrek. onzin spreken. . ml. enz. . Lapang. enz. langdurig. babbelen. honger lijdon. enz. kleeden . Lapau kedai (waroeng). wat onder jets geplaatst wordt.

slippen (van eon anker). v luchten. verloopen. Laroet. smokkolwaar. zenuwachtige toestand. wegloopen. Lank. Latjak. Late (of Latah) (Jay. den verkoop der andere warm en artikelon. Larat. last.). op den derden LATA. Pelarikan. Barang larangan. goeden aftrek hebben. hardloopen . door water medegevoerd worden. enz. Lat. enz. tusschenruimte (van tijd. erf. wat verboden is. hordes aan eon huffs. draaibank. gemakkolijk kan maken. waarop men spreekt. verboden zaak . afdrijven. ook de wallen om eon stad. hardloopen.).Larrang.). Melarang. open grond.) . zij hot ook met eenig verlies (van hot eon of ander) dat naar geloofd wordt. Lat doewa hari. die men bij zich heeft. gewild. hard met lets wegloopen. waardoor men alles nadoet. elarangken. wegvoeren. enz. matrons. vliegende witte mier. Laron. Melariken. enz. streep. dag na dien. lets verbieden . enz. hot op eon dag 't eerst vordiendo geld door den verkoop. . enz. soldaat. verboden waar. Penglaris. to last. pleats voor of achter een huffs. verbieden . Berlari of Berlari-lari. afdwalen. op zijn anker drijven (van eon vaartuig). opgohoogd jaagpad. lijn. good verkoopbaar zijn (van koopwaren) . lUnen trekken. Lari-larian. . (van een anker) langs den grond slepen en er niet in vast- . Larangan. lets op stok brengen. banket (van eon vesting). good van de hand gaan. loopen. (ook Pelataran). Lat (of Let). ontvoeren. trekken of draaien op eon draaibank . verbod. rij . effen plain. Lari. schaken. om de drie dagen. Pelarian. Later (Jay. Melarik. over den tijd. Lapis (Jay. Lasjkar. langzaam vooruitgaan. wet anderen doen of zeggen. drossen . enz. hoen en wader hard loopen. scheepsvolk. met eon tusschentijd van twee dagen. lager.

iernand nit deelneming bezoeken . stof.). enz. mislukt. Melebihv LEKI. palmwijn (ook . feast bij hat einde der groote vasten. wijd. zich verhefren boven. dichte regen. meer nemen. inlandsch garen. mededinger. vergrooten. in duizend stukken. ruimte. tegenweer bieden. Melebarken. Lawang (Jay. enz. verbreeden. vermeerderen. Latji. Lega.). tegenstander. opgeruiYnd zijn. Lawa (of Lelawa). Lawan. tegenpartii. verzet. ongelukkig. tegenstand bieden. Latoe (Jay. Lebaran (Jay. breed.). omsmelten (van metalen). gemaakt van kleine stukjes vleesch of gehakt met reboeng. Ledos. vonk. Lawa4awa.). stofje. 155 ken. open poort. zich verweren. laadje. ook spinneweb.. Melawati kamatian. enz. Lebih. meer geven. gewoonlijk gevierd als hat inlandsch nieuwjaar. oed j an lebat. deur. Ml lawat. overschot. Latjoer. vuur.).). . breeder maken. Lawang seketeng. spin. Lebat. ruim. enz. Meledos. to veal. smelten. Lawe (Jay. verruimd (van gemoed). gesmolten. straatvuil. op hat punt van to bevallen. vledermuis. een condoleance-bezoek bij iemand afleggen. Lebar. restant. meer. wijd. Lawar (of Lelawar).grijpen. Terlebih. voldoening smaken. openspringen. barsten (van eon zwaar gevulden zak). Lawat. enz. misfortuinlijk. grof. Lebe (Jay. gerecht bij de rijsttafel. Melawan. Legen (Jay. in strijd met. enz. lekker zijn. Leboe (of Deboe). hoog zwanger. dicht bijeen. dik opeon. dorpspriester. ruim. zich op zijn gemak gevoelen. dicht. zeer. . vernield.. Soend. Leboer. lade. zich tegen jets verzetten. enz. yak. breedte. Lebang. over. enz. Soend. uitermate. ook aan gruis. spinrag en cocon van eon spin. Meleboer. groot.

taai. openbare veiling . zie Lekok. enz. op of aan jets blijven kleven. enz. gauw. opengewerkt mandje. kleven. haast. deuk. spoed maken. schielijk. plakkerig. nog kleverig. verzakt. verhaasten. Leher. laagte tusschen hoogten ingesloten. vol deuken. hot zoete sap. holle oogen . splijten. vendutie. Melekokken. spoed. openbare verkooping. moo. induwen. Legok. opening. v 156 LEKO. in hat openbarr verkoopen.. indrukking. maken dat in jets kuilen. vendutie houden. verdwenen. verzakking. scheuren. dra. afgemat. Mata lekok. beul. vlug. gedeukt. op jets plakken. scheur. Melelangken. . vermoeid. oneffen . Lekoe. mat. Melekah. Legodjo. Lekah. enz. Melekasken. indeuken. haast achter jets zetten. aanplakken. get. tivanneer zij van hat vuur worden afgenomen. gedeukt. holte.. dat van den arenpalm getapt wordt en waarvan door koking de bekende bruin© inlandsche suiker wordt verkregen. kuilon. Melekat. met den elleboog op jets rusten. gaten. eerlang. enz. deuk. Lekit (of Legit). enz. spoedig. slap. Melekoe. jets op vendutie verkoopen. enz. snel. binnen kort. Melelang. Melekatken.. Lelang. deuken komen. doen kleven. hats. Lelah. oogholte . Lekoeng. Lele. scherprechter. hol. hol. ingezonken deal. Lelap. Lekat. in diepen sleep. Lekas.Toewakl. ingedeukt. hol (van de oogen). eon veal gegeten wordende . kieverig. Lekar (of Leker). ingedeukt. kuil. openscheuren. haastig. Lekok mate. Lekok. zonder bewustheid zijn. ingezonken. bespoedigen. spleet. plakken. waarop gotten of pannen geplaatst worden. zich openen. enz. Berlekok of Lekak-lekok. vallei. wag.

vloeien. vet. hoog riot. week. week. Lempar. eerste begin van jets. lekker van smack. buigzaam. gesmoord. vet. Lemoesir (of Lemoengsir). opgeblazen zijn. welbespraakt. Lemah. bled . zwellen. Lames. Melemahken.visch. malsch. kiem. zwak. meegaand. kast. strong. Melemparken. zacht. Lemaar.. zachtzinnig. op. (verg. gedwee. afgemat. Lemari boekoe. goon kracht hebben. enz. wegwerpen. Melemboeng. zacht. Meleleh. Lembang. smakelijk. Kalemahan.. afgewerkt. Melempari. slap. zich als eon blaas vertoonen. kast met glasruiten. impotent. drie strengen touw. gestikt. bias. slap. Melempar. machteloos. enz. twee vellen papier. oorspronkelijke vorm. zwak. Lemboeng. op den grond werpen. niet stark. Lemari makanan. lenig. verteederen. Tali tiga lembar. Lembaga. smijten. oorspronkelijk. werpen. krachteloos. rijst of ketan (kleefrijst) in eon bamboezen koker gear gepoft.). Lemboet. machteloos. gemoedelijk. zwakheid. enz. enz. bewerpen. enz. Lemari galas. flauw. langzaam vloeien . Leleh (of Lele). die in modderige wateren voorkomt. Melelehken. zacht en aangenaam van smack. glazen kast. langzaam vloeibaar maken.. enz. etenskast. enz. verzwakken . lief. gooien. Kertas does lembar. gestolde was. enz. zwakte. kleerkast. rund.~koe. Lemari (Port. machtig. ook vel. ook weekhartig. Lembek. langzaam doen vloeien (bijv... model. Melemboetken. slap. Lamas).d. Lemang (of Lemeng). talk. veerkrachtig. vermindering van krachten. afgemat. feeder. buigzaam. Lemak. zwak. boekenkast. good kunnen spreken. type. Lemari pakean. de nieren.). draa. minzaam. Lemboe. enz. ook verstikt. jets . reuzel. smear. Lamas (of Lames). opblazen. LENG.

gebogen. Melengket. Lengkap. Lenggang. zonder bochten maken. onder hot loopen met de armen slingeren. Melenting. eerepoort. zie : Langkap. de armen slingeren. Lempoeng. eon plant waarvan de wortelknollen zoowel in de inlandsche keuken als in de geneeskunde gebruikt worden (ook Laos). omgebogen is. enz. klei. loom. Lenting. Melempengken. recht. uit hot gezicht verdwijnen. gewelfd. Lengkoeng. slijmig. gooien. kleverig. Nephelium Litchi.k. die meest gedroogd worden gebruikt. fluim. -glippen. verdwijnen. der Sapindaceae. .vaste leverancier. faro. Lender.iemand enz. nat. Lenjap. enz. rust. Lengket. verdwenen. enz. Melengos. moues (van eon kleed). enz. van de armen. rechtstreeks . de armen vooren achterwaarts zwaaien. Lengganan (of Langganan).: Melengkoeng. plak. enz. eon blaar vormen (bijv.zichhechtenaan. ook abonne. huigen. in eon bocht zijn. blaasjes vormen. nat. enz. wat gebogen. bij waterpokken). arm. der Zingiberaceae. aanleggen. Lempeng. goon work hebben. kneedbaar. enz. rechtuit. zacht. met minachting hot gezicht van lets of iemand afwenden. vacantie. Lengos. Lengan. zwaaiende. rond gebogen. kromtrekken. Lenggang.naar. Berlenggang of Melenggang. Lentjit. rechtdoor. kleven. bulging. Lempeng. Lengkeng. slum. faro. iomand bij wien men geregeld koopt. slingerende beweging V LEND. Melentjit. Lenggok. bocht. . ledige tijd. plakken. Pelengkoeng of Pelengkoengan. werpen. Alpinia galanga. boom met zoete vruchten. Sw. vrij zijn. tusschen de vingers doorschieten. Carob. pak inlandsche taba. recht maken. Lengkoewas. platte dunne laag. heen en wader buigende beweging.kleverig.

niet vastgemaakt. Melepasken. slikkerig. bevuild. pleister (van kalk. Letis. flauw. verkreukt. lets. plooi. lusteloos zijn. loslaten. tusschenruimte. niet gebondon. besprenkelen. smerig. losgemaakt. vrij laten loopen. over. ook verfrommeld. vlak. zich afgemat gevoelen. enz. viii maken. Melepa. glibbong. Berlepot. Letjat. pleisteren. enz. rauw. in klapperbiaderen go. modderig. bijv : Tamboerlep of Lep-tamboer. los. Letjek. Lepeh. Lepoe. or uit stooten. springen. losbinden. met kreuken en vouwen. blaren vertoonen (bijv.). Letjer (of Letjer). losgelaten. tusschentijd. in vrijheid. dl8ve. vijzel. op den grond neerzetten. barst. uit gooien. gevouwen (als papier. Lepa. geschaafd. snoeperij van ketan. gekn eusd (van de huid). uit springen (bijv. Lesoeng. fijn maken (bijv. enz.) .. Lepat (of Lepet). Meletjet. roomier. scheur. Letjak. enz. geschramd. waarin lets gepakt wordt). fijn wrijven. enz. Lep of Lip. ontslagen. gekookte rijst). Lesoe. Ddelepoe.). Letjeh. el8vetamboer. ook (en Meletakken). Letjat. lets op den grond leggen. doorweekt (van natten grond). waterig (van eon wood. Letjat. losmaken. Leper. nat. loom. Melepehken.. Letak. vouw. Meletjek. scheuren. dat men in den mond heeft. Let. in vrijheid stellen. ondiep. plat (van eon bord. V LETO. bepleisteren. plakkerig. uitglippen. Lepot. Meletak. Lepas. stuk gaan. eon gevoel van zwakheid hebben. van glibberige pitjes). niet glad (van waschgoed bijv. rijstblok. Letjek. 157 voorbij. slap. vrij. spiegelglad. lusteloos. kieverig. enz. van eon glibberige . barsten.). sprenkelen (van vochten).-uitspringen (bijv. wikkeld. Meletis. gekreukt. van eon brandwond). enz. mat. bemodderd.

bekijken.. lijm. tong (visch). vijftal . gezuiverde was. met eon plof openspringen. de (hot) . ook hot uitgesneden deel eener .).. ontploffen. taai. die tusschen de vingers vastgehouden wordt). Lidi. Kalihatan. (als eon slang. ook voorspellen. Kalima. Lijo (Chin. 158 LETO. klein koperen of bronzen kanon. loom. dat in de gleuf der nevenpiank past. lets om lets heen winden. bezem van doze nerven gemaakt. Melilitken. Lihat. slinger.aroem. Ikan lidah. enz. enz.pit. oog van eon naald. enz. Lilin masak. enz. Meletoep. Lim. aanzien. de naald eener weegschaal. eon slingerplant enz. leemachtig. Lilit. ongekookte was. Lilin. onzuivere. vhf. waskaars. . enz. -. nerf van eon klapperblad . to voorschijn komen.barsten. suet eon dof geluid openspringen. was. Melihati. enz. zien. ontploffen. Liana idoeng. nis . List. Sapoe lids. iemand voorspellen. met zijn vijven zijn. Berlima. zie Leleh. voor iemand in de toekomst zien. Melihat. springen. Melilit. Meletoek. . oog. de huig. Anak lidah. vetkaars. LING. enz. Meletos. hetgeen gezien is. pottebakkerij. Tanah hat. gat. steerbakkerij. . Lima. Lilih. enz. inlandsch kanon van klein kaliber. kloppen. Lidah.. dof knappen. neusgat . inzicht. opnemen. Letos. Letoep. -omzien. zichtbaar. hot gezicht. plank. --kijken. bezien. enz. Lilin mentah. opening. bekijken. Penglihatan. de evenaar. naar iemand zien. Mclihatki n. Liana. om lets heen slingeren. -lezen. elastisch . tong.barsten. Letoek.). kaars. ook groote garden pot. Lila. in 't gezicht. winding om lets heen. Lidah timbangan. kronkelen. draaibas. -slingeren. gezien. Liana d. kijken.

huffs met vier schuins afloopende dakvlakken. Djeroek limau. iemand . zie : Ngiloe. Citroen. bescherming zoeken onder of bij. Linggam. Melintang. blasts. afzetter. kleine boom met geurige bladeren. lets omtrekken. var. ook rood. enz. dwars liggen. die veel in spijzen en in waschwater gebruikt worden. mode kleur. beschermd. Melimbang. phallus. gemakkelijk kantelend. kleine overstrooming door to zwaren regen on hot niet vlug genoeg afloopen van hot water. buiten de oevers treden (van eon rivier). lets of iemand beschermen. Lintah. in de breedte. Lingsir (Jay. Limpau. Melintangi. Melimpauwi. beschutten. amblycarpa. Linggis. Lindoeng. enz. zich beschutten. pyramidevormig. Melindoengken. Perlindoengan. topzwaar. om hot to ontwijken. om hots heen loopen. Melindoengi. bedekt. koevoet.. Melimpau.vijfde. dwars in den weg zijn of liggen. can eon kant zwaarder dan can de andore. de lever. besehut. Limas. beschermen. bloedzuiger. de (hot) vijfde zijn. kleine snort paling. terwijl de vruchten citroensap leveren. gebruikt voor woekeraar. overschaduwen. met water omroeren om daardoor hot vuil to verwijderen. zich onder bescherming stellen van . limoen. Melindoeng. zich verbergt. hots in eon kom enz. Roemah limasan. Limpas. beschutten.). Limps (of Limpah). Linoe. dat den smack van sambel verhoogt. lingsir. Lintang. enz. dwars. overdwars. om hot to ontwijken . ook fig. enz. verborgen. hot neigen of dalen der zon na den middag. Limau. Limbang. waar men schuilt. tusschen 2 en 3I /2 uur na den middag. schuilen. Melima. ook cal. enz. breekijzer. Limboeng. Berlindoeng. gedekt. Waktoe LIMO. Citrus limonelles Hassk. ten vijfde. bedekken. enz. beschermen.

bevatten. Loderok. der Druciferae. enz.. Raphanus caudatus. vouwen. gevouwen. katoenen. begeerigheid. versterkt gebouw. Lobang. Loe (Chin. overkoken.bedorven.dwarsboemen. woning van een hooggeplaatst persoon. zijdelings kijken. enz. Melipoet. jij. Melirik. porie. porous. vol gaten. bedekken. spuug. dubber zijn. range witte snort radijs. fam. Loedah. overloopen (van een to vol gevuld glas bijv. loge. enz. die een lekkere gelei geven. glibberig. doorboord. Link. Lipoer. jets voorbijgaan. voorbjjstreven. nat. als rood. vertroosting. Berlipat. jets begeeren. Lobak. hol. Melobaken. glad. aarsgat. enz. als bijgerecht bij de rijst. groove. Litjin. Melintangken.).. gat. ook effen. lonken. zijdelingsche blik . zijdelings een blik werpen.). hoofdkantoor. lonk. Lodji. Liwat (zie ook Laioe). factory. inhalig. kuil. uw. overvol zijn. jou. enz. Linting. dwars plaatsen. ook smelten van metalen. .). voor bij. Lipoet.). je. der Bixacea.). kwijl. Lobilobi. Melipoeti. enz. Chineesche opkooper van en handelaar in oud roost. speeksel. vouw. Lipat (of Lipet). oog van een naald. gevouwen. overtreffen. Lobang djaroem. enz. boom met LOEM. enz. modderig. Lobang idoeng. fam. L. ook doorboren. inhaligheid. Meliwati. beursch. voorbijvaren. of garen lampepit. . een snort sajoer (inlandsche groentesoep). lets dwars leggen. Lodeh (Jay. papperig. enz. enz. neusgat . & M. gij. aftroggelen. Loa (Chin. Lodoh. Flacourtia rukam. papperig (van vruchten. troost. L. over jets heen liggen. Lobang roman. omgeven. omvatten. slikkerig. over. Berlobang. begeerig. nat. Mehpat. holte. groove mand. Loeber. Lobang pantat. toevouwen. 159 zuurzoete vruchten. Tjina boa. dubber.. Loba. behelzen. jets omvatten.

. Memperloematken. rijden. kwetsuur . wedstrijd. bevuilen. Loeloet. Berloemba-loembaan. (van leden. Loemajan (Jay. tot poeder wrijvan. bevuild. sub. vuil. wier. rijgen.). Loemoer. Meloedjoer. tot poeder fijn maken.). rijstschuur. wedijver. wedstrijd. Loegoet. wonden toebrengen. met grove steken naaien. Meloekoe ploegen.Berloedah of Meloedah. desnoods. Loeka. enz. Ikan loembaloemba. enz. kroos. poedervormig. Meloekai. Meloemoer. . op jets of iemand spuwen. scherpe haartjes of vezeltjes aan de schutbladen van hot bamboes-riot. voorloopig voldoende. enz. Loempoer. wedren. Loemba.met elkander om hot hardst jets doen (loopen. enz. rUstblok. Penjakit loempoeh. beschimmeld. hot haasje (van slachtdieren). met mos. bespuwen. bij gebrek aan beter of moor. Meloekaken. kroos. Loemoet. wedrennen . hot vuil van de huid verwjjderen. wond. Berloemoer. Loemboeng. Berloemoet. lets op jets smeren. Loekoe (Jay. verlamd. gekwetst. door vocht uitgeslagen. voornamelijk de beenon). Loempang batoe. wedijver.). modder. Loenas. die in slokdarm of maag opgenomen on vastgezet. Loempang. kwetsen. Loeloer. berloemoetan. loemoetan. beri-beri. vuil maken. schimmel . lam. enz. r 160 LOEM. met vuil besmeren. fij n as poeder. Meloedahi.n. ploeg. Loedjoer (ook Djeloedjoer). met vuil bedekt zijn. lamheld der beenen. Loempoeh (Jay. poeder. de kiel van eon schip. Meloemoerken. vuil~ zijn.). spuwen. wedijveren. steenen vijzel. bruinvisch. sl(jk. de fijne. gewond. Meioeloet. Perloembaa. kwijlen . enz. mos. vijzel. besmeerd. Loemat. verwonden. door wrijving. eon gevaarlijke outstoking daarvan veroorzaken. wier bedekt.

mislukt. dorpshoofd. doen mislukken. ontschieten. rijpe vruchten). Loepoet (Jay. weg. slinger. op de knie rusten. enz. Loetjoe (Jay. Loeri (of Noeri). verkleuren. zich vorhoovaardigen. met lets werpen. Loetoeng. uitgestrekt (van de beenen) buy. Loemoer (Bat. zonder bochten. Loewak.). Loeroes. vergeten zijn. [ook :~Hari loess). meest blauw of blauwwit gekieurde inlandsche stof. Loendjoer (of Londjor). lets boworpen . tusschon de vingers doorgeglipt. worptuig. de kni e .). de beenen uitstrekken. de verf loslaten. oprecht (van gemoed). ook brutaal. blij d e. enz. naar lets werpen. Loess. gestreept (van kleur). ontglippen. Loendjak Meloendjak ook Ngaloendjak. verschioton (van stoffen). onder hot zitten enz. niet moor to binnen kunnen brengen. Meloepoetken. eon snort bunsing of das. met de beenen uitgestrekt zitten. omhoog springen. guitig. koddig. ontschoten. Meloetarken. machine om to werpen. Loepa. omhoog streven. doen ontkomen. Loeroeng. den derden dag. ontsnapt. -gooien . Meloepaken.mis. lets gooien.). roods papegaai. Loerah. aanmatigend zijn. werpen. op zijn tijd afvallen (van oude bladoren. sponning.ook quitte. Beloendjoer of Meloendjoer. bij hot zitten) . Meloetar. enz. straat. geheel afbetaald (van schuld. .). vergeten. Meloetari. verlossen. groef. enz. aardig. doorglijden.vrij. lets ergens heen werpen. ontglipt. enz. verkeken. ook hoofd. een zwarte sap. doorschioten. LOEW. grappig. ontglipt. kniolen. Berloetoet. overmorgen. Loerik. lets vergeten. onttrekken aan.verlost. recht. sterko geweven. kluchtig. ontkomen. enz.bevrijd. Loetjoet. bevrijden. Loetoet. doen vergeten. zich niet moor herinneren. Peloetar. werpmiddel. ontglijden. Loeroeh. Loetar.

zeggen. een sprong maken. los. uitbreiden. enz. Melompati of Mebompatken. een kind voeren. fam. metaal. naar buiten brengen. gisten.uitgestrektheld. open zijn. naar buiten gaan. breed. Meloewek. bedaard. Kaloewasan. Lojang. enz. afhalen.Loewang. loszitten. fang en smal emdigend. springen. de tijd voor hot middaggebed. Lonzbok (Jay. Loewek. Lohor. losser . dictionnaire. uitgenomen. Meloewap. ruim. gapen (van een wond). rustig. Logam. Melonggarken. verwijden. zwollen. afgemat. metalen. Capsicum annuum. LOEW Loewas. over jets heen springen. doodaf. wijd. na den middag. wijd maken.ruimte. uitgestrekt. afgegleden (bijv. Loleng. uittrekken. door hot eten in den mond to duwen. los. nit. nitkomen. Lombot (Mob. uiten. uitwendig. u~itgestrektheid. Mal. Loloh. wijder maken. verwijden. waarvan vole soorten bestaan. L. Mebompat of Berlompat. ook een koekvorm. behalves Haloewar. woordenboek. buiten. scherp toeloopend. messing. to wijd. een mengsel van geel koper en zink. voor den dag balm. klokkenmetaal. uitgezondord. to voorschijn brengen. Loewap. loszittend. der Solaneae. open. Lompat.. Longgar. Londjong. tegemoet gaan . Loewar. wijd. papieren lantaarn. Melobosken. rijzen. Mengeloewari. den dienst verlaten . windstilte. groot. buiten. flat. ook duur (van tijd). ook uit dienst gaan. huppelen . afnemen. losmaken enz. uitgaan. enz. Lograt. van eon ring aan den vinger). DI loewar. spits eindigend. doodmoe. Meloewasken. Lobos. tegemoet trokken . vergrooten. ruim. buitenwaarts. enz. ook (van vlammen) hoog uitslaan. naar buiten komen. jets overspringen.). stil.) (ook Tjabe). -brengen. Spaansche peper. sprong . Mengeloewarken. . naar buiten.

zolder. vliering. noordelijk. eon hooge palm. schel. tabakskokertje van matwerk. Lor (Jay. met de beide voeten tegelijk van den grond. los. enz. MAIN. moeder. Longkah. Lorek (Jay. vulg. afgevallon (van tanden. waarin ouden van dagen de sirihpruim fijnstampen. springen. van eon LOTJ. enz. die in een bus.maken. opengoreten. MALEISCH-HOLLANDSCH. publieke vrouw. op en neer kan gaan . zeker gebak van ketan. Loteng. naar beneden komen. enz. Lontjat. stang. dozijn. enz. ergens afglijden. straathoer.. M. gestreept . sprong. enz.). Lontor. zich laten afglijden. Lopis (Koewe bopis).). (bijv. Lopak-bopak.) (ook Oetara).).). noord. vreten. zoldering.enz. Berbontjat. hot noorden. enz. Lotjok ook : eon busje net stamper. opengescheurd. zi e : Lorek. om die to kunnen gobruiken. hot schuifelen van een slang. Lorod. afzakken. in jets op en neer gaan (van den stang eener pomp bijv. losgelaten. hot voodsel met gulzigheid opnemen. zie : Lontjeng. 11 162 MA'. klok. opgelegd hout aan meubels.). glijdend afvallen.). Borassus flabelliformis. Lontar. van boombast. L. Mebontor. hoer. Lotjot. eene vrouw beslapen. Melorod.). Lonte (Jay. de gestreepte tijgor. ook in . afschilferen. enz. de huid. koningstijger. ook dienende tot bewaring van betelpruimen. Melongsor. ten floor. Losin (Roll. Lotjok. bel. Mebotjok. den. enz. in de lengte afglijden. Ma' (of Emak). twaalftal. glijden. afvallen (bijv. hangklok. Lotjeng. Lontjeng. enz. Melontjat. ook voor den coitus uitoefenen. Longsor. loslaten. Loreng. 161 balk bangs een helling. opspringen. pendule. los. Matjan lorek.

vergadering. tegen jets optrekken. vergiffenis . hot tijd- . flauw. Memad joeken. Madat (of Tjandoe). Mabok.). honig. dronkaard.).) (of Makdoem). faro. Aegle marmelos. raad. hot Weston. enz. Roemah madat. Madjikan (Soend. Magang (Jay. echtgen oote (verg. medeminnares .bloedverlies. Mabok darah. Machdoem (Ar. vooruitgaan. nat. Minoem madat. iemand die verslaafd is aan hot gebruik van opium. Maroe). audientiezaal. work (om to breeuwen). hear. Mabok laoet. school. Mage1. . honigwater. doen vooruitgaan. zich verontschuldigen. . inlandsch volgeling. bereide opium . hooge boom met eetbare vruchten. godsdienstschool.).). enz.). enz. opium schuiven. (ook Pemadatan). Madja. Memabokken. die diem zonder loon. amfioenkit . vergeving. zoet. zeeziek. medeminnaar. Madjoe. enz. half rijp. dock in hot vooruitzicht van to eeniger tijd aan eene vaste betrekking geholpen to worden. vooruitkomen. Maboer (Jay. . hear.). bedwelmd. chef.. ook overrijp (van vruchten). bedwelmen . Mints maaf. dronken maken. wegvliegen. mode. Magrib (Ar. Machloek (Ar. bedwelmd door bloedlucht. iemand die op hot bureau van den eon of anderen ambtenaar als boning werkt. op stokgaan. Maa. Rub. college. enz. vooruit. hot zien van blood. zeeziekte . half gaar.'t algemeen gebruikt tegenover bejaarde vrouwen. A j er madoe. opiumschuiver.f (Ar. Madjelis (Ar. op 't punt van to gisten (van vloeistoffen). ook medeechtgenoot. voorwaarts. stokkerig. bags. vooruitbrengen.). wegloopen. dronken zijn. Madoe. Pemadat of Pemadatan. der Aurantiaceae. onvruchtbaar. enz.). enz. Madrasah (Ar. Madjir. dronken. Pemabokan. opvliegen. ongeschikt voor de voortteling. schepsel. ook audientie. Mad joem.

kaartspelen. edelst. toen. weerschijn. waarom .). enz. aanzienlijk. enz. Iang maha tinggi. avondschemering. lijk. Maka itoe. zoo. d e All erhe iligste. tusschen licht en donkey . jets doen. reinst. hot avondgebed (even na zonsondergang). bloemtros van palmen. daarom. Barang mahal. zich voor zijn genoegen met iota bozig houden. dobbelen. duur. best. iemand voor den gek houden. enz. ook benaming van zekere snort voor de vischvangst op zee gobruikte inlandsche vaartuigen . gekscheren. zoodat. vermaak. hoog in prijs. Bermam bodo. Maka. dat. enz. en. ook moeilijk to krijgen. om die reden. gekheid maken. daarom. Bermaln mats. ook schijn. veel van bloemtrossen der palmen hebbende pluimen. in hooge mate. zich vermaken. Kembar majang. zeer rein. de groote god. . niet goedkoop. zie : Maaf (Ar. Malt (Ar. spel. ook speelgoed. gezichtsbedrog.. de Allerhoogste . voor zijn genoegen. glinstering. elkander lonkjes geven. enz. Maha.stip waarop de zon onder de westerkim duikt. de hooge god. Main. Mahap. Permaman. . schim. dikwijls door den superlatief-uitgang worden teruggegeven). lets bespelen. . Main kartoe.. . zich doze houden . Maha soetji. spelen . uitstokend. enz. boerten. enz. die bij bruiloftsoptochten voor in den stoet gedragen worden. Main gila. kaarten. Mahal. bij uitstek rein. met jets spelen. zeer. schijn. spelen. Siwah. Bermain. Maja. Maha dews. enz. Majang. hoog. op jets spelen. uitmuntend. dure waar. toelonken. speeltuig. ook gekheid maken. menschelijk lijk. Iang maha soetji. (Dit maha wordt alleen in samenstellingen gebruikt en kan. MALT. zeldzaam. zooals uit de hier aangegevon voorbeelden blijkt. Makanja. enz. de twee of vier aan stokken bevestigde. Maha moelia. Sembajang magrib.). groot. .

(ook : Malahan).). enz. loon trekken .). Makin (ook Mangkin). Makan. geest. schelden. doelwit. beteekenis. engel. enz. voedsel. eten. snijden (van scherpe voorwerpen). Makan gad ji. trekken (van pleisters. Maktoeb (Termaktoeb) (Ar. schimpen. zich opvreten van ergernis . zin. nuttigen. hoe . indringen. diep in den grond dringen (van boomwortels) . Maksoed (Ar. Makan of Memakan ook invreten (van een avond. makin b®sar. enz. Malaikat (Ar.dientengevolge. eon nacht overblijven. enz. enz. Tempo makan.. enz. Malem Senen. ook van nacht. zooveel to meer. enz. enz. Makan nasi.. doel. zich uitbreiden. eterij. Makota rad j a. rijst eten . des to eer. voeding . ook eon nacht lang opblijven . . Makota.).). Zondagnacht. oogmerk. etensdrager. invreten. bedoeling. zooveel to meer. gebruiken. etenstijd. . graf. Makin lama. Malam (of Malem).. opslurpen. gedurende eon nacht . Toekang makan. Malah. de avond (nacht) van Zondag op Maandag. 163 stevig e eter. Maki (Mol. des to moor.).. rooken. Mal. hoe. wat meer is. Maki (of Maki-maki). enz. geschreven. overslaan (van vuur bij eon brand enz. Tempat makanan. vreetzak . spijs. avond. . hoe . etensbak. eten. Zondagavond. zoo. des to eer. vorm. vreten. uitmaken voor al wat leelijk is.). Memalemken. Semalem eon nacht. Malam (Jay. uitschelden. de tijd na zonsondergang tot zonsopkomst. eon nacht over laten blijven. kro on . bijv. den afgeloopen nacht. dringen. Makam.). des to moor. was. model. vatten.). koningskroon. hoe langer hoe grooter. beschimpen. zetel. pakken (van raderen). to moor.). MA LA. Mal (of Emal). etensuur. nacht . overnachten. mal. verblijfplaats. naam van een snort visch. Bermalem. zooveel to eer. Makanan. Makan darah.. slaan (bij hot damspel. bijten (van vissehen).

vorstel jke mooning. Maleman. tegenspoed. anders worden. 27en en 29en der vastenmaand) vieren door op to blijven en to illumineeren. een dief worden. schande . van kleur. bij voortduring. Maling. jets to schande maken. Malem (Jay. paleis. dwarshout. verlegen zijn.beschamen. Memalangi. Kamaloean. als een dief doen.Kajoemalang. Pintos maling. enz. zich schamen. luiaard. geheimo dour. gedaante enz. verandoren.diefstal plegen. steeds. blootleggen. glad (van wapens. beletten. Maloe. zich over jets of iemand schamen. enz. voortdurend. niet gebloemd. Oentoeng malang. looper. Maligai. ook verhinderen. . enz. Memaloeken.enz. geen lust hebben om jets to doen. bekend maken. dief (ook Pentjoeri). bekend zijn met jets . Memaloei.enz.. geen opgewektheid gevoelen tot. dievensleutel.). Ma'loem (Ar. alsmede offers aan de goden to brengen. to laat op den avond. . ook schaamdeel. openbaren. publiceeren. bekend. achterd our. 23en. Memaling.) Males (of Males). dwars. (gedurende de vasten) eon nacht (gewoonlijk van den 21en. beschaamd. niet actief. schaamte. verlegenheid. vochtig klam. tot schande strekken van. 25en.. enz. Malay. traag. beschaamd. effen. 164 MALA. door den nacht overvallen (worden). in den wag staan. lui. kennis geven. ook : malah (zie aldaar.. veranderen. vorstelijk verblijf. ook verflenst. dwarsliggen. Percales. ongeluk . enz. verlegen. hat handwork van een dief uitoefenen. Malela. enz. . dwars in den weg. Koentji maling. vadsig. verwelkt. loom. Malang.laten staan.stelen. Mema'loemlken. beschaamdheid.). openbaar. Kamaleman. schande. beschaamd zijn.). dwarsboomen. lusteloos. . Malih. beschaamd maken. niet gedamasceerd. dwarsboom.

dichtgestopt. geheel met blood bedekt zijn. zijn. uit hat waMAND. fjjnkauwen. van wear.beteekenis. verstopt. walk . Iang mans. Mandi. enz. verrekt. Mamanda. Mampilai. kauwen. eon kort bezoek brengen.volkrijk. Ma'na (of Makna) (Ar. gestorven. Dani mane.bevolkt. Manarah. voor en aan woningen van inlandsche hoofden. enz. open gebouw.Manara of Menara (Mol. in zijn blood baden. enz.Mamah.). bruidegom. bij machte zijn. bij iemand aanloopen. op hat water liggen. voornamelijk vischtuig. zich baden. wear van dean. hoe. zin. hoe ken hot. wear. fam. bemiddeld. aangaan. kapot. bedoeling. Manarah.). vermogen. MAND. wet. Mandalika. Mana. Mampoe. wear. laten . Mampir. bovendrijven. welvarond. ook vergiftig. drijven. baden. oom of tame. op walks wijze. Artocarpus rigida. verstoppen. Bermandi darah of mandi darah. wear near toe. . Mampoes (vuig. Mambos. dichtstoppen. aankomen. Di mane. hoe ook. overal. vast in elkander gestampt. hoe. gegoed. BI. in staat. aanwippen. enz. bewoond. gevaarlijk. dicht. Mana boleh. enz. der Artocarpeae. Mampet. stinken. hot doel niet missend. hoe is hot mogelijk. wie. vorstelijke oom of tame. walks. Mambang (ook Kemambang). Mamak. Bagimana djoega. wear tar plaatse.). stoppen. Roemah mama. vermogend zijn. Kamana. hoe hot ook uitvalle. dood. baden.). enz. . hooge boom met zuurzoete vruchten. bruid. wel k huffs. toren (bij eon moskee. Mandapa (of Pendapa) (Jav. minaret. Mal. baden.) (of Mahmoer). Memandiken. ter boven komen. bloeden. badende. geest. enz. waarheen ook . enz . Kamana-mane. wear ook . gecrepeerd. Bagimani. Ma'moer (Ar. een bad nemen. kunnen. net. Dimanamana. waarheen. drijvende zijn. Memampetken.) gereedschap. Bermandi. wet.

Mangifera indica. enz. Mangifera laurina. El.. Mangkat beradoe. Mangga-kaer.baden. vergiftig.Mangifera indica. Bl. ontslapen. den mend openhouden. overlijden (van vorstelijke personen) . microcarpa. Mangifera indica. enz. Mangga daging. do steel der bloom. var. Mangga-kawini. (inlandsch) opzichter over werkvolk. zwellen. Mangga oedang. ook overrijp. (bijv. . mollis. doers baden. var. Telor. .. Nat. dodol. Bl.opengesperd houden.knikken (ten teeken van bevestiging). der Clusiaceae. een bad geven. compressa. Mangga. Kayer. (in 't algemeen) open. Mangifera indica. Garcinia mangostana. sterkwerkend. Mangga dodol. L. Bl. van een kind). var. Mangga-telor.. BI. Mangkak. Grtn. var. mandoor.. var. Bi. enz. Mangifera laurina. L. Mangga benggala.. Mangkat. Zie verder : Angkat. fam. var. .. uitdijen. gapend. doodelijk (van een wapen. Manggoet. 165 knikken van ouden van dagen. Mangifera laurina. Mangga wangi. Mangifera foetida. sterven. gratissima. Mangga kalapa. moor dan gaar. var. Mangifera. opensperren. L. Kawini. MANT. Mandor.en vruchttrossen van palmsoorten. gevaarlijk. overmoedig. Mangkin.Kalapa. middelmatige boom met heerlijke. Mangga bembem of Kabembem.. tot de Nat. zie : Pandjat. opengesperd. doeltreffend (van eon geneesmiddel. venijnig. Mangifera foetida. die in vole vorscheidenheden algemeen voorkomt en aangeplant wordt. Mandjat. L.). Manggar. Mangifera indica.var. De voornaamste soorten zijn : Mangga batjang. ook knikkebollen. gezonde vruchten. var. Mangap. (van vruchten en spijzen). . de om zijne lekkere vruchten bekende. B1. Mangifera foetida. overlijden. enz. enz ). var. Mangifera laurina. der Anacardiaceae behoorende boom. Sangir. Bl. Mangga sengir. zie : Makin. Mandjoer. B1. Manggis (of Manggistan). fare.

hengelen. innemend. lieftallig. aanvallig maakt. zie : Moesim. zeker vischgerecht. (ook van smack). bevallig. Memanisken. Mantjawerna. Mantjoeng. Mantat. Mantra. njawa poemj. ongelukkig makers (Bandj. Memantjar mani. zin gebruikt). mensch. sperms. Pemanis. zie : Pantat. . eerste minister. Mania. hat dikke schutblad van den bloemkolf der palmen. Mangos (Jay. aanvallig . als gij verklaart. naar lets vorschen. robijn. enz. spits uitloopend. vriendelijk. zaad schieten. van allerlei kleur en snort. Manisan. Perdana manteri. lief.). tooverformulier. lief. met den hengel visschen. Manl4ri. ook titel voor bepaalde mlandsche ambtenaren van~minderen rang . minister-president. karbonkol. Mangos. M®mangsa. Mangos (Termangoe-mangos). minzaam behandelen. oenda membakar lalang.a tempat seloekoet dan dini dimangsa.). Manik (Manik-manik of Manimani). . Mani. dan zal ik uwe woning in vlammen doers opgaan en zult gij in hot ongeluk worden gestort. tooverspreuk. kom. kop. achter lets trachten to komen. Manoesia(Sk. kommetje. Mantega.). enz. confituren. hem lief. menschelijk (dierlijk) zaad. Mangoet (Jay. in droef gepeins verzonken. Manikam. veelkleurig. (ook in fig. dat ik de slang-slang in brand hob gestoken. enz. boter. tegenover iemand een lief gezicht zetten. (bijv. bevall ig. puntig. in hot ongeluk storten. 166 MANT. kopje.Mangkok. eon wijze van bereiding van visch. zoetigheid. zacht.de mensch.). enz. wat zoet maakt. voorkomend. Djikalau njawa memboeka moeloet. minister. aanminnig. kieine kraaltjes van allerlei kleur. raadsheer. edelsteen. Mantjing. veelsoortig. mishandelen. ook wat lieftalligheid bijzet. zest. minzaam.

tegemoet gaan. tegen wil en dank. feestelijk inhalen. enz. moeten geschieden.. enz. Mapag. kwaad. enz. ongeluk. nijdig. Mardjan. hat zou wat. herwaarts. tijdperk. March. vochtig. herwaarts komen. riekend. hamer. Martil. mortier. Mantok (of Mantoek). Marga. gevaar. kanonskogel . muf. bedorven. toorn. . terug gaan. Maoengan. gouden. boos zijn op iemand. begeeren. Mani (Kemari). een ondergeschikt Mohammedaansch geestelijke. wijlen. enz. komaan. boos. hat dreigt to regenen. verlangen. Maoe oedjan. her. Marl. ambt. beschimmeld. beknorren. kaam. seizoen. onaangenaam. willen. ook noodzakelijk zijn. wil. bloedkoraal. duf.). Martabat (Ar. zij. Marhoem (Ar. kanon . Maroe (Jay. niet versch. ook zou hat. made-echtgenoot. goud. volksstam.). Saiamaoe poelang. welaan ! Mariam. yolk. enz. Mara bahaja. met schimmel of kaam bedekt. kwaadheid. betrekking. ik wil naar huffs gaan. onheil. iemand een standje maken. metalen buikband der vrouwen. hat mocht wat. bediening. kom hier. hat wil (zal) regenen. Boewah marlam. Mas. Marika (Marika itoe). Masa. Mar (of Emar). Mara. enz. stil heengaan. tegemoet komen.. cooker. toornig. (van een overledene gesproken). stain. lead. schoonzoon of schoondochter. . ztjlieden. Memarahi. hierheen. Maoe. mede-echtgenoote. ook : schimmel. weggaan. verguld. tijd. (ook Emas). naar huffs gaan. kom.). Mantoe. Mariam kodok. toornen.van een neus). toch niet.). . MASK. Maoe ta' mane. enz. zaliger. den wil hebben tot. genegen zijn. Maoeng. Marbot (Ar. Kasana kemari. enz.en derwaarts.

eon haven.Masak. en stroef. zelfs al. Masoek Islam. Masih (en Asin). nog. Masjhoer (Ar. nog steeds. Masalat (Ar. windstreek . hoewel. . een iegelijk. elk afzonderlijk. ziltig. alom bekend. wel . Masih. tijdelijke zinsverbijstering . Memasoekken. Masing-masing.. Kamasoekan. ofschoon. Masoek kadalem roemah. Mats bedil. Masoek soldadoe. overgaan tot. binnenkomen. oog.) (ook Mesigit). Masks (Masks poen). lets ergens indoen. Mats-hari. Maram (of Masem. Mohammedaansche kerk. zuur zijn. opium. alh newel. Masoek. enz. enz. mass van een net. Mata-goenting. ieder of zonderlijk. reeds binnen komen . MASO. Matahari masoek. als goud. vermaard. de zon gaat onder . de oogen van eon schaar. last staan dat. binnengaan. Mata gelap. elk. ingaan. Mata angin. beroemd (zijn). enz. enz.. induwen. Kamasoekan setae. zich ongerust maken over. enz. enz. gereed. binnentreden.. bekommerd. Masjgroel (Ar. . zich als soldaat laten inlijven . behooren tot. Masoek pelaboehan. Mata ajar. de zon . bron. Masdjid (Ar. gaar makes. gaar. bekornmerd zijn. soldaat worden. Mata-djaring. enz. Masak nasi. ieder. in huffs gaan . vervuld van.). klaar. Asem). ondergaan (van hemellichamen) . . (ook Termasjhoer). doordrongen van jets. zuur. Mats. overgaan tot hot Mohammedaansch geloof. ook eon klein gewicht voor kostbare zaken. ook koken. vraagstuk. strak. jets binnen krijgen. zout. Masak-masak. beslommering.). enz. rijst koken.). ook verzuurd. door den duivel bezeten. boos (van hat gezicht). moskee. ongerust zijn. allerlei gerechten klaar maken. vizierkorrel van eon geweer. kokerellen. Mata-ikan kloine puistjes met witte puntjes. instoppen. zoutachtig. enz. rijp. enz.

scherpe. de zon gaat onder . stil laten staan (bijv. hot doodsuur. de zwarte tijger. eon edelgesteente. Pokok mawar of Poehoen mawar. model.loreng. proof. Sinai' matahari. enz. Mauloed (Ar.streek van eon compass Mats soesoe. Mematengken. gaarstoomen. Panes MEGA. Matjan koembang. de naaste prijs. tijger. Ajar mate. Harga mati.spion. Matahari nafk (terbit).Mats-kajoe. karaat. hnas ampat balsa matoe. rijp laten worden. vaststellen (van eon prijs). hot Oosten. blusschen (eon lamp. zoo genaamd naar Mohammeds geboortefeest. gaarkoken. Boenga mawar. .goud van 14 karaat. Tjermin mats of Katja mate. zachte oogen . enz. Terang matahari zonnelicht. onbeweeglijk. gear. (of Rabi' oelawal). Mats-mata. Matakoetjing. eon klok). vorm. Mats mania. de derde maand van hot Mohammedaansche jaar. . uit. de gestreepte koningstijger .. de gevlekte tijger. ondergeschikt politiebeambte. Maut (Ar. enz Matjam (of Matjem). Tjahaja matahari. Matahari masoek (toeroen). Matting. een vuur). dood. Matjan (zie ook : Harimau). zonnehitte . Matjan toetoel. de zon .jan lorek of --. Mata tadjem. dood. Mawar. zeker goudgewicht. hot westen . doodmaken.). Sorot matahari. de zon komt op . in 't algemeen alle dieren behoorende tot de tijgerfamilie. sterven. monster. dooden. zonnestraal. 167 matahari. 0011 doode . katoog . rijp . stil liggen. Mats kaki. geeindigd. dood gaan. steal. roos (de bloom). roos. Matoe. scherpziende oogen . Matahari hidoep. overlijden. Matahari mats. ook een soon hays. gestorven. rozestruik. Mematiken. Matahari. zonneglans . Mat. soon. nip maken. Mata padoman. tepel .). Mati. Orang mats. panzer . de enkel . traan. overloden. do dood. kwast in hout . bril .

. recht door heen. onder eon to zwaren last bezwijken. Tanah melajoe. L.splijten. door on door. Melarken. Megan (ook Mekar). rozewat er . Medan. Meleng. openbarsten. zie : Lain. walk. de Maleische landen. openspringen. vlakte. Megrek (Jay. aren. Min jak mawar. Orang melajoe. passen enz. opblijven. Med j a boender. Melekab. zwellen (van deeg). enz. Melek. rijzen. de Indische jasmun. onverschillig. . tafel . vierkante tafel.gebarsten.gespleten. niet in staat zijn vender to gaan. plain. diet slapen. behoeftig. rozenolie . zich ontsluiten (van bloemen. v 168 MEGA. barsten. Mekoer. afgejakkerd. enz. uitgezet. Maleier . uitzetten. gebrek lijden. onoplettend. uitrekken. in de lengte uitrekken. Jasminum Sambac. niet behoorlijk letten. doen uitzetten. enz. Med ja main. Nat. opengaan. hot Maleisch . nalatig. Melati. opengaan. uitdijen. frappant gelijkend (van eon portret bijv. Maleier. treffend. Molar. Melantas. gebrek lijdend. armoedig. Djamboe mawar. M®la joe.Medja maken. wakker zijn. niet uitgaan. enz.). to huffs zitton.). wakende den nacht doorbrengen. enz. slenteren. armoede. op hetgeen can zijne zorg is toevertrouwd. pierewaaien. Bahasa melajoe. speeltafel . Melarat. Maleisch . enz. zie onder : Djamboe. uitgaan. Med j a. dolen. Mega. Melek. Melainken. opkamen. etenstafel . open pleats. gezwollen. wakende zijn.Ajar mawar. uitloopen. enz. Memelarken. enz.. afgebeuld tzijn). Melantjong. zich openen. der Jasmineae. enz. zwellen .). enz. Medja toeiia. lantorfanten. schrijftafel. de Maleischo thal. hokvast. rondo tafel . fam. Zie : Lantas. de oogen open hebben. ook rondzwerven.rozestruik . hokkon. Med ja pe$agi. enz.

Memateri. zoodat vocht enz. Memaksa. zie : Patch.ineengekronkeld liggen (als eon slang). Memadamken. enz. zie : Pandjat. niet good sluitend (van eon vloer bijv. zie : Pasang. Melit. taling. zie : Panggil. Memakoe. zeker. zoo behoort hot. Membalangi. moor dan spaarzaam zijn. enz. zie : Pangkoe. remand of jets .).). van ouds. zie : Pagoet. Memangkoe. Memandang. Memasang. Memba.Melee. Mematoet.jar. zie : Palang. M®mbalang. zie : Pager.). alles haarfijn willen woten. zie : Pada. gierig. naar iemand v MEMB. zie : Pateri. M®liwis (Jay. enz. . Memang niat nja begitoe. vrekkig. Memandjat. spreiden. zie: Pandjang... nauwkeurig naar jets vragen. zoa behoort hot. niet geefsch. zie : Patoek. zie : Pakoe. zie : Parang. Memanggang. niet good dicht. van zelf sprekend. enz. Mematahken. zie : Patoet. Memang begitoe. Memandjangken. eon kind ten wereld brengen. tusschen de voegen door kan sijpelen. Memahat. enz. Memagoet. M®lingker. MEMB. bij voorbaat. zie : Pangs. Membabar. al vast. zie : Pandang. zie : Paksa. Memarang. hij was dit ook juist van plan. Memalang. Mematjak. ook juist. zie : Panggang. zie : Patjoel. eon kleine snort wilde eend. natuurlijk. Memang. of jets werpen. (Bat. Memadaken. zie : Patjak. Mematoek. Mematjoel. uitspreiden. van zelf. informeeren. zie : Paloe. Memaloe. aitijd. zie : Pahat. zie : Bajar. zie : Padam. Memageri. werpen gooien. Memanggil. Memanasi. hot is zeker zoo. slingeren. ontrollen (ook Membeber). ook baron. van nature. ook : niet mild. uit den acrd der zaak voortvloeiend.

zie : Penoeh. Membatalken. Memeliharaken. Memendam. zie : Bekal. Membetoelken.). zie : Perang. spook. zie : Petjoet. Membongkar. zie : Beja. zie : Bangoen. Membelandjaken. Membenarken. Memetjoet. Memerangi. zie : Balik. dooden. Membalikken. uitblazen (van vuur of licht). bewerpen. Membehagiken. Memedi (Jay.bewerpen.moorden. zie : Binasa. zie : Bongkar. vermoorden. zie : Periksa. Membaringken. zie : Pelihara. zie : Belch. jets naar jemand of jets toegoojen. zie : Petik. doorhalen (van schrift). zie : Pikoel. ook uitmaken.geest. zie Batal. zie : Pikat. 169 Memerintah. Membelah.. Membinasaken. Membangoeni. doodslaan. zie : Bedoeng. zie : Behasa. Membedaki. zie : Pikir. Memegang. zie : Perintah. zie : Pegang.zie: Belandja. zie : Pendek. zie : Bangkit. zie : Pendam. Memberi. Membekalken. zie : Pidj et. Membatja. Memetjahken. Memetik. moordenaar. Memikat. spookver schijning. Memeloek. Memendekken. schrappen. zie : Behagi. uitvegen. Memid j et. v MEMP. Membejaken. Memboenoeh. zie : Beli. Memberita. zie : Berkat. zie : Benar. zie : Bales. zie : Baring.geestverschijning. Memeniran.zie : Boenoeh. doodmaken. zie : Bebat. Membangkit. Memikir. Membasoeh. . enz. zie : Peloek. Memeriksai. Membawah. Membalangken. zie : Bedak. zie : Berita. zie : Basoeh. zie : Boengkem. enz. Pemboenoeh. zie : Menir. zie : Bawah. Memberkat. Membawa. Memikoel. Memboengkem. Membeli. zie : Batja. zie : Bawa. Membedoeng. zie : Betoel. zie: Petjah. met jets werpen. Membales. Membehasaken. zie : Ben. Memenoehl. Membebat.

Memperanakken.in dienst nemen. zie : Poekoel. iemand tot dienaar. enz. veer hebben van. zie : Ampelam. Meminang. tot grens stellen. Memperhinggaken(zie:Hingga).Memilih. reden. Mempelas. oorzaak. Menakoetken. zie : Poedji. zie : Poetoes. Memoesar. Memperdengarken(zie: Dengar). Mempoenjai. bepalen. Mena.aanstellen. Menzpedal. Memoekoel. Mempelam. Memoewasken. gissing. zie : Pisah. Memoedj a. zie : Poewas. als grens aannemen. zie : Poelang. zie : Tagih. Memoetoes. zie : Pipis.). zie : Pints. Memoengoet. zie : Taban. zie : Pind j am. bevallen van. Menakar. zie : Poengoet. zie : Tadah. v 170 ZEMP. Memper (Jay. zie : Pilih. enz. zie : Tahi. zie : Olih. gelijken op. zie : Pindah. Meminta. Memoesingken. Memoetihken. zie : Taker. bediende aannemen. Memmdahken. Menambahken. Menadah. Menahan. gelijkenis hebben met. Menaboer. (zie : Anak)r ook : ter wereld brengen. Menagih. Menahi. zie : Pohon. zie : Potong. Memisah. . (verkorting van Mena. Men. zie : Ampedal. Memoelangken. Mempergoendikken (zie : Goendik). Memoedji. zie : Taboer. zie : Pinang. zie : Poetar. zie dit woord). 1Vlemperolih. Memindj am. zie : Poetih. Menalak. zie : Ampelas. doen hooren. Memipis. Memperhambaken(zie: Hamba). zie : Talak. zie : Poed ja. Memotong. Menaboeh. zie : Poesar. iemand (een vrouw) tot bijzit nemen. zie : Poesing. zie : Takoet. zie : Tambah. Memohon. zie : Poenja. Memoetar. Memperbanjakken(zie: Banjak)r vermenigvuldigen. zie : Taboeh.

waschman. zie : Tangkap. winst. thuis zitten koekeloeren. Menanding. de oogen wijd openzetten. Mendjadi. Menandoer. groote oogen opzetten. Menawar. schoonzoon of schoondochter. zie : Tambak. zie : Tank. op jets gelijken. zie : Dadak. sedert. overwinning. zie : Tanggok. Mendadak (Jay. Menangani. Menapis. Menang. drab. Menandang. zie : Tandoe. Menandai. Menangkap. dronken. zie : Dehoeloe. Menantoe. zie : Tending. enz. zie : Tawar. zie : Tapis. Menamoe. Mendehoeloei. zie ook : Tatoe. Menangkis. Mendelik. werktuig.enandoe. klaarzetten. Menamboenken. Mendjak (Samendjak). teeken van overwinn ing.). Menandak. aan jets geljjk zijn. MENE. zie : Tangan. klaarmaken. winnon. Mendem (Jay. Menanggok. bezinken. zie : Tamoe. Menangas. Menampak. zie : Tan. zie : Tandoek. Menari. Menangis.). zie : Tandak. Menanak. Menanggoeng. ook zich gekromd to slapen leggen. zie : D jadi. hert. Menanggoehken. Mendekok. gereedschap. bedwelmd(zijn). Menara of Menarah (Mol. Kamenangan. Mendjait. zie : Tanda. bezinksel. zie : Tampak. zie : Tandoer. zie : Tandang. (00k: Roesa). winst. . zie : Tanak. M. Menandoek. zie : Tarok. zie : Tangkis. zie : Djait. Mendap. zie : Tamboen. overwinnen. Menarik.). Mendamai. zie : Tanggal. staroogen. zie : Tanggoeng. jets in alle haast doen. bezopen. ziO: Tangis.Menambak. zie: Tanggoeh. Menaroh. zie : Tambang. Menatoe. zie : Tangan. Menanggalken. overwinning.Zie ook: PendOm. bleeker. wet gewonnen is. Menambang.). Mal. Mendjangan (Jay.

zie : Terka. Menerad jang. zie : Terima. Mnenoeng. Meneroesi.). zie : Kaft. MOnempel. u v MENE. opwaarts openslaan. zie : Tempoeh. Menempoeh.). zie : Terbang. zie : Djaroem. Menerbitken. Menenoen. Menetapi. Mengadjak. Menegor. zie : Kafl. zie : Tegoeh. zie : Tendang. Menembak. . Menepi. Menengar. Menedoehi. Menerangken. zie : Tentang. zie : Teroes. zie : Adang. zie : Tepoeng. zie : Tepi. zie : Tetas. zie : Tembok. achterover buigen. zie : Tepok. ook opengaan (van hot deksel van een kist. zie : Tembak. Mengadang. zie : Ad j ok. Menegoehken. Menerap. achterover liggen. zie : Adore. Mendjengat. Mengail. zie : Tenoen. zie : Terbit. zie : Adjak. Mengadoni. Menendang. zie : Trap. achterover slaan. zie : Adjar. Menerka. Mengadaken. betrokken. bewolkt. zie : Tedoeh. zie : Tetap. zie : Tempel. zie : Tengah. Menengah. zie : Telan. zie : Terang. Menentang. zie : Tebas. Mendoeng (Jay. Mengad j i. zie : Adj i. zie : Teboes. zie : Teradjang. Mengait. wol k. zie : Kaboer. zie : Tentoe. zie : Dengar. regenachtig (van de lucht). Menepok. Meneboes. Mendjerit.opwaarts gericht. zie : Djerit. Menelan. zie : Tebah. Menepoeng. zie : Ada. Mengadoe. MOnekan. Menebah. Menerima. zie : Tebang. Mengaboerken. Menerbangken. zie : Teraboeng. Mengadjoki. zie : Tegor. zie : Tegah. Mengadjar. Menentoeken. zie : Tekan. enz.achterwaarts. Menembok. zie : Tenoeng. Menetas. zie : Adoe. Meneraboeng. Menebang.Mendjaroemi. Menegahken. Menebas. bijv.

Mengajau. enz. Mengania j a~ zie : Aniaj a. zie : Aron. zie : Antoek. zie : Kapala. Mengapaken. Mengap. zie : Apoes. hoe komt hot. zie : Kasih. zie : Alih. zie : Karang. enz. zie : Antjoek. Mengalpaken. slaperig zijn. u MEND. zie : Kampoeng. slaap hebben. Mengalap. 171 Mengampoe. Mengarang. zie :. zie : Antara. zie : Alpa. zie : Angkat. zie : Kakak. zie : Kantjing. zie : Amook. Mengapalaken. zie : Kaja. Mengamat. zie : Apa. Mengalas. Mengangkat. Mengantjing. zie : Alas. zie : Mangap. zie : Kandoet. zie : Kate. zie : Ambil. zie : Asah.Mengajak. zie : A j oen. Mengantih. Menganginken. Mengandoet. Mengantara. zie : Ajer. zie : Amboel. Mengamboel. zie : Asoeh. Mengalah. Mengarak. . Mengampoengken. Mengapoer. zie : Kajoeh. zie : Kapoer. zie : Anoegeraha. zie : Karoenia. Menganoegerahaken. Mengambang. zie : Alap. Mengambil. Mengasoeh. Mengakoe. Mengaron. Mengantjoek. zie : Akoe. waarom. zie : Arak. Mengapa. Mengaroeng. Mengajeri. zie : Angin. zie : Kangkang. Mengapoesken. zie : Alah. zie : Kajau. zie : Ampoen. Mengajoen. zie : Anggoer. Mengandoeng. zie : Kambang en Ambang. Mengaroeniaken. Mengangkoet. Mengamboel. Mengajaken. zie : Kandoeng. Mengangkang. zie : Amboel. Mengantoek. Mengasah. Mengalih. zie Aroeng en Karoeng. zie : Amat. zie : Anlpoe. Mengampoeni. amati. Mengasihi. Mengakak. Mengganggoer. zie : Angkoet. Mengamoek. wet is or de reden van. Ajak. zie : Anteh of Antih. Mengajoeh. Mengataken.

zie : Kawin. Mengenaken. Mengemboenken. person (bij de ontlasting of bij eon bevelling). Mengeringken. Mengentak. zie : Kerak --om jets vechten (van honden). M ngentjingi.Art!. hijgen. Mengepi. zie : Kelelk. Mengepoeng. niet uitgaan. v 172 MENG. zie : Keleh.Mengatas. Mengenjoet. Mengerasken. Mengedan. zie : Kerat. in eon kamer blijven. zie :~Ketjil. Mengetam. zie' : Kekah. zie : Kering. werken (van eon etterbuil. drukken. Mengelek. zie : Kepit. pijnlijk trekken. Mengerak. zie : Kebas. . trekken. zie: Endah. Mengeret. buiten adorn zijn (00k: Menggeh. zie : Keroeboeng. Menggehmenggeh). zie :~Kepoeng. Mengerdjaken. zie : Emboen. zie : Keras. de kamer houden. benauwd. zie : Atas. Mengerat. Mengenalken. zie : Kentjing. Mengertlken. Mengerti. zie : Atoer. zie : Kna. Mengeroeboeng. zie : Emas. Mengatoer. Mengendahken. zie : Kena1. near den adorn snakk en. zie : Art!. zie : Emoet en Kemoet. Mengeh. zie : Entak. Mengemoet. v Mengemasi. zie : . Mengekah. v Mengemboes. Mengepit.). zie : Kenjoet. Mengebas. (van eon zieke). enz. Mengeleh. Mengelek. zie : Eret. zie : Kelek. zie : Ketam. Mengawinken. Mengetjilken. stil thuis blijven. zie : Kerd ja. zie :Emboen.

zie : Obat. Mengoekir. kreeft. der Rubiaceae. zie : Ikoet. zie : Oed ji. Mengikoet. den kop (hot hoofd) laten hangers. Mengigal. zie : Ija. enz. Mengiroep.Mengetok. Mengirak n. die eon roods kleurstof geeft. zie : Iroep. (van eon dior. zie : Itoeng. Mengidar. enz. Mengkara. Mengipas. L. Mengikat. Mengkoedoe. Mengoedoengi. Mengoelas. ook : belast zijn met enz. Mengiring. (Bandjerm. Mengobah. Mengilir. zie : Kikir.Memangkoe). Mengidzmken. zie : Ini en Kin.). Mengisl. Mengoekoep. zie : Isap. zie : Oedjar. -fig. Mengoedji. zie : Koeli. zie : Obah. zie : Oekoer. bevel en ten uitvoer brengen. zie : Isi. zie : Oekir. Mengo ekoer. Mengkoet of Mamengkoet (Verg. ook benaming voor zekere slagorde. Mengoeli. Mengijaken. zie : Idjab. (ook Sangkoedoe of Koedoe). nog niet geheel rijp.). zie : Oedoet. zie : Koekoes. u MENG. middelmatige boom. Mengigau. Mengoedoet. zie : Ilir en Kilir. Mengikir. zie : Oekoep. Mengoekoes. half rijp . Mengobati. op of in den schoot dragon. Mengoedjar. Mamengkoet perentah. zie : Igau. Mengoebar. zie Idar. Mengisap. zie : Idzin. zie : Iring. zie : Kipas. hot sterrenbeeld de Kreeft. Menglndjak. Pangkoe -. enz. de uitvoerder zijn van bevelen. zie : Ikat. zie : Ketok..~zie : Indjak. Earn. . Mengitoeng. Mengiri. beginners te rijpen (van vruchten). dat niet wel is. zie : Kira. nat. zie : Oebar. Morinda citrifolia. Mengidjabken. Mengkeroek. zie : Igal. zie : Oelas. Mengkal (of Mengkel). zie : Koedoeng. Mengmgatken zie : Ingat.

enz. ook Menindjo of Melindjo. zie : Timbang. een middelmatige boom. Mengoeroes. zie : Oemboek. zie : Oeroeng en Koeroeng. zie : Oetjap. Mengolok-olok. Mengoentoekken.zieKoenlpoel-. Mengotorken. Menimba. Mengoesahaken. zie : Olok. Mengoesoeng. Mengoendang. Menimboen. zie : Koewasa. zie : Oeroet. . Menimpa. Mengoentai. zie : Timboen. L. zie : Koesoet. zie : Oera. zie : Koerang. der Gnetaceae. zie : Koeliling. Mengoewasani. zie : Oesap. V MENG. Mengoetoes. zie : Oesaha. zie : Tired j au .ja. Gnetum gnemon. zie : Oental. scheef. zie : Koembah. zie : Koetil. Mengoempil. Mengoembah. zie : Kotor. zie : Oeloer.jaken. Mengoetil.Mengoelilingi. Mengoeroet. zie : Oesir. Mengoenjah. Mengoetoeki. zie : Oend j ook. Mengoentji. zie : Koetoek. Mengoesoetken. Menimbang. zie : Oerai. Mengoerap. Menindas. zie : Oeroes. zie : Kotj ok. Mengoerai. zie : Tindih. Mengoembaliken. Mengot). schuin. zie : Tindas. zie: Koentji. scheefgeplaatst. Mengoesap. Mengoempoelken. Mengoeroeng. Menindik. zie : Oentoek. Mengoepas. zie : Timber. Nat. Mengoerangken. Menind j au. zie : Koepas. zie : Kombali. zie : Tindik. Mengok (ook: Mengor. zie : Oepama. zie : Opah. Mengoetjoepi. Mengoeloer. zie : Oesoeng. Mengoetjap. zie : Oetoes. Mengojak. zie : Timpa. zie : Oerap. zie : Oendoer. Menindih. Mengoemboelk. zie : Korek. Fam. Mengoera-oera. zie : Koetjoep. zie : Oempil. Mengotj ok . Mengorek. op zijde. Mengoepa. Mengoepamaken. zie : Oendang. Mengoend j ook . zie : Koenjah. Mengopahken. zie : Timboel. Mengoesir. Menimboelken. zie : Oepa. zie : Ojak en Kojak. Mengoendoerken.

Menjangka. zie : T j aboet. met benzoe bewierooken. zie : Tinggal. Menitir. Menjan. enz. Menjampaiken. Menjalaken. zie : Saksi. . een ziekte in den news. waarbij hat neusvlies(?) dikwijis kleine bobbeltjes vertoont. M en j awaken. aanmaken (van vuur). ook vermengen. Menind j oe. Callicarpa cans. Menjajoer. Memeniran. zie : Tinggi. zie : Samak. zie : Same. zie : Sabit. zie : Sampai. minuut. Menitahken. gebroken rust. Menjangga. vlammen. ook afgaan (van vuurwerk. Menjadiaken. ontvlammen. Menitir. zie : Titir. Men j aboet. zie : Sajang. Menit. fijnkorrelige. net. zie : Sangga. zie : Sadia. zie : Sambat. Meniran. doen ontvlammen. zie : T j akar. Menjalahken. zie : Samboet. fijnkorrelige zaden.. Memenjanken. zie : Titis. enz. zie : Titah. L. en neusbloeding pleats heeft (ook Mimisan).) . vuurvatten.walks bladeren en vruchten veal gegeten worden. V MEND. zie : Sampoerna. wierook . zie : Sangka. Men jalamatken. Menjahoet. Menjamar. aansteken. veal gebruikt in de inlandsche geneeskunde tegen vrouwenziekten . zie : Sanggoep. Meninggiken. zie : Salamat. Men j ampoernaken. Menjalin. zie : Samar. benzoe. zie : Titik. zie : Tired joe. V 174 MEND. Menjajangken. Men j abit. 173 Meninggal. rijstgruis . Men j aksiken. zie : Sajoer. Menjambat. Menjamboet. zie : Salah. der Verbenaceae(?) eon kleine heester met kleine. fam. Menir. Menitik. zie : Salin. zie : Sahoet. Menjanggoepi. Men j akar. zie : Samboeng. Menjamboeng. Menjamak. opvlammen. Menjala (of Menjalah).

zie : Sembajang. zie : Sesal. zie : Sangsara. zie : Sembah. Menjemboehken. zie : Soelam. Men jebar. ook D jepit. zie : Sender. . Menjoempit. Menjikat. Menjisir. zie : Soekar. Men jaroengi. Men j e1idik. zie : Soeloeh. zie : Sindir. zie : Serah. zie : Sasar. Men jimpan. zie : Sapoe. Menjembah. zie : Tj eker.). zie : Tj oebit. Menjoekoer. V MEND. Menjerahken. zie Se berang. Menjengget. vloeien (van eon wond). Menjendal. Men joker. zie : Semboer. zie : Sewa. Men joeloehi. zie : Singklr. Men j epit. Menjapa. Menjenderken. zie : Simpan. Menjiksa. zie : Slram. Men jindir. zie : Tiarap. zie : Tjoekoer. Men j eberang. Menjoempah. . zie : Saroeng. Menjemboer. Men j edoeh. zie : Sipat. vocht afgeven. Meniarapken. zie : Sentak. zie : Boeni en Semboeni. zie : Sikat. Menjewa. zie : Sengget. Menjemboeniken. Men jawah. zie : Sisik. M njerampang. zie : Soenat. aldoor vochtig zijn.zie : Soempit. zie : Sepoeh. zie : Sedoeh. Menjembeleh. zie: Serampang.Menjangsaraken. M®n joembang. zie : Sendal. Menjentak. zie : Selesai. Menjoekarken. zie : Soembang. zie : Sawah. zie : Siksa. Menjoelam. Men j cram. zie: Semboeh. Men jelam. zie : Sepit. zie : Selimpat. zie : Sapa. Menjoenat. Menjenje (Bat. Men j apoe. Mend eboet. zie : Sesak. Men j oebit. Menjipat. zie : Selidik. zie : Soempah. zie : Sembeleh. Men jelimpet. Menjingkir. zie : Sigera. zie : Selam. zie : Sisir. Menjembajangi. Menjepoeh. zie : Seboet. Menjisik. zie : Sebar. Menjesakken. Men j elesaiken. Ml n jigeraken. ]den j esal. Menjasarken.

Mnoeras. zie : Toed j ah. is hat omdat. zie : Ketimoen. ongekookt. met een straal uitstroomen (bijv. Mentjeret. Mentja. Menoengging. zie : Sowek. zie : Tolih. buikloop hebben. zie : Toetoep. zie : Tonton. zie : Toeloeng. zie : Toenggoe. zie : Sorong. Menjogok. Menoedjoe. zie : Toeba. Menoembak. Menjoetik. Mentjil. Menoed jah. Menoeloeng. zie : Soso. zie : Toeroet. roset. Men joesahken. Mentega. Menjoesoer. zie : Tjoetik. zie : Toesoek. Menoempahken. Menjoga. ook eon snort witte steep. Menoeroenken. onrijp. zie Mantega. Menolih. Men joewap. uitgutsen. bal. Menjoesoel. zie : Toembak. Menoekang. zie: Soga. al is hat ook. zie : Toekang. aan diarrhea lijden. Menjoetji. Menoempang. terwiji. Menoend joek. knop. van blood . zie : Toeras. zie : Soesah. Menoedoeh. zie : Toengging. Menoekar. zie : Soesoer. Menoetoek. Menoenggoe. zie : Toempah. zie : Soewap. Menjowek. nog niet bereid. Menjoso. Menoemboek. ongaar. zie : Toendoeng. zie : Pentjil. zie : Soesoel. zie : Toedoeh. Mentimoen. zie : Soerat. Menoenggang. Menjoeroeh. v MEND. zie : Toeroen. Menoendoeng. Mentang (Bat. zie : Soeroeh. zie : Toempoek. zie : Toentoen. zie : Toempang. buikloop. zie : Soetji. zie : Toetoek. Menonton. Menoempoek. zie : Toewang. M®ntah. Menoentoen. zie : Tjoetji. Men joetjiken. rauw. dunne afgang. Menoeba. Men jorong. zie : Toemboek. zie : Sogok. zie : Toend joek. Menoelis. zie : Toekar. Menoesoek. Menoeroet.M n j oerat. zie : Toedjoe. Menoer.). zie: Pentja. Menoetoep. dun afgaan. Mentjoerat. Menoewang. zie : Toenggang. zie : Toelis.

MILI. Merah telor. inspoctour vary politie. schoonmoeder. zin). glijden.onwel zijn. Ajer merang. ook langzaam aan rood worden. de oogen sluiten. dooier van eon ei. Merah. donkerrood. oranjerood . Mentoewa laki-laki. Merosot. 175 Merengoet. schoonouders. Merdoe. wasemen. Merapati. gedroogde halmen van de rijstaren. Meriap. koortsig zijn. de oogen luiken (00k in fig. Merah moeda. zie : Peres. --vallen. koortsig. rood verven. Merang (Jay. Meritja (of Lada). enz. dampen. gewone duff. paper. zie : Peres. Merah betoel. Merck. stroo. enz. karmozijnrood. Merinjo. pauw . eon zuur gezicht zetten.). rood. naar alle kanten uitslaan. schoonmoeder. roodbruin . Memerahi. zie : Riap. uit de rechte ljjn gaan. Mentjong (of Mentjeng). Meroewap. enz. gebruikt om de Karen to wasschen. ook ergens zijn verblijf houden. zacht. Mares. ook eon ondergeschikt inlandsch politiebeambte. vuurroad. zich vestigen. duff. uitglijden. scheef staan. zie Mariam. schoonvader. huisdujf (ook : Boeroeng dare of Derpati). schuin gaan. de koorts voelen opkomen. schoonvader. Merah toewa. lief (van een stem). op een tak zitten. Mentoewa. enz. lichtrood. Mentjok. zich verspreiden (van damp. rook. Meriam. vermiljoenrood. een schuine richting nemen. schout. Merem. neerstrijken. Mentoewa isteri. eon (op ondernemingon of landerijen) met de nachtwaak belaste persoon. M®riang (Jay. met gesloten oogen. eon koortsig gevoel over zich hebben. auwestaart. enz. .).uit een odor). Mares. zuur zien. afglijden: glippen. koortsachtig. bog. getrokkon uit gobrande rijstaarhalmen. -liggen. een ontevreden gezicht toonen. (as vogels). Boentoet merak.). uitglippen. enz.

Meson (Ar. gaan. Milik. enz. Minbar (of Mimbar) (Ar.Zondag. Lain minggoe. eigendomsrecht. een volgende week. jachthagel. Belangkas). enz.).~(Zie ook : Memeniran onder Menir). klapper. Mesigit (Ar. hagel. in bozit nemen. droom . Minatoe. Minjak katjang. zie : Mentoewa. Mertoewa. over jets droomen. Bat. glimlach. pruilen. den mond plooien of vertrekken (van iomand die op 't punt stoat van to schroien). eon rivier afvaron. enz. zie : Menatoe. slordig.) stroomafwaarts 176 MIMI.ganzenhagel. voetzoeker. (Jay. Minantoe. eon vuil kind. Mesem. zie Masd jid. vet. Mimi. petroleum. M®rtjon (Jay. zekerlijk.). . Minjak wangi. hat hoogste gedeelte van jets. Anak mesoem. hot behoort zoo. zie : Moertja. hot moot. odour. olio. noodzakelijk zijn. Mingkin. zeewaarts gaan.. de stekelrog (verg. hot moot. droomen. zie : Mangkin. Minjak. de kansel. Berminggoe. hot spreekgostoelte in eon moskee. Mewek (Bat. enz.).. verplicht zijn. Minjak tanah.). Egypte. Milir. rozonolie.enz. ook Mengimpi. Minggoe (Hari minggoe). Meski. Mimpi. graf paaltje.vuilik. vuil. Mestmja begitoe.). Tanah mesir. punt. Mimic. Saminggoe. . voordeel. Mesti. Minfaat (Ar. glimlachen.) . Bermimpi. smoer. kokosolie. niet netjes. zeker. Minjak mawar. olio geporst uit aardakers. de andere week. eon week.de preekstool. woken lang (duren. enz. Mesir (Ar. eon slordig kind. Mesoem. top. musschonhagel. schroot. hot is noodzakelijk. eon neusbloeding hebben. sloddervos. Mimisan. Minjak ikan.). kruin.). vuurwerk. zie : Menantoe. Memiliki. moeten. jets in eigendom bezitten.Mertja. Hak kamilikan. enz. zie : Masks. 1Mertjoe. nut. Bermimpiken of Mengimpiken. eigendom . Minjak kalapa.

fonds.). Modin (Ar. bidden om jets.. broers. schuin. opium gebruiken. schuin afloopen. subliem. naar een kant neigen.). gebl uiken. eon ondergeschikt geestelijke aan eon moskee verbondon. Permintaan. om jets heen loopen. bode. rondgaan. iemand uitschelden. Minoem obat.traan. Misan (ook : Misanan. Misoehi of Memisoehi. karbonkol. enz. de jongstge- . schelden. handolskapitaal. onrijp (van vruchten). Memodalken. hoofdsom. Minoeman drank. zie verder Pints. . verrekt. rob jn. Moebal. enz. gecrepeerd. enz.of zusters-kind. Minoem. jougdig. nicht. vragen. medicijn (drankjo) innemen. drinken. hellen. Radja moeda. Bini moods.). 00k: stuurman. naar jets sollicitoeren. bedelen . Miring.). reuzel. Moe. van twee vrouwen (echtgenooten) de jongstgenomone. die de geloovigen tot hot gobod. moot oproepon. 1 evertraan . hellend. arm. ook kroonprins . licht (van kleur). vorzook. enz. Minoem anggoer. enz. kapitaal. vorheven. MOED. drankenzetjo. bedrijfskapitaal. meostor. Tempat minoeman. Minjak kambing of gi. verkorting van Kamoe. Mints. voornw van den Zen pers. draaien. rookon. Modda. omhoog waaion (van vlammen). uitslaan. dood. Mints-mints. lets drinken.of schapenvet . armoedig. wij n drinken. Minoem madat. omloopen. Soedara misan). Moe'ala (Ar. eon drank innemen. inleg. loods. neof. gestorven. waarmede men eon zaak begint. Mirah. enz. bez. wat gedronkon wordt. uitmakon. karat. overhellen. Minjak babi. Modal. jong. verzoeken. Misoeh(Jav. sollicitatio. iemand bedrijfskapitaal verstrekken. behoeftig. Moe'alim (Ar.uitschelden. schuiven. boginkapitaal. Modar (Soend. .). schuin afloopend. enz. Miskin.). onderkoning. geiten. Moebeng (Jay. leeraar.

in ears bepaalde richting recht uitgestrekt. Bermoekah. de eerste maand van hat Mohammedaansche jaar. begin. enz. oppervlakte. moge hot gebeuren.. echtbreuk. aantrekkeIijk gezicht. ook: van lieverlede. kerspel. enz. enz. oorzaak. Memoedjoerken. in den beginne.). overspel. Moehoen. enz. aanvankelijk. voorzijde. een lief gezicht toonen. gemakkelijk achten. gelaatsuitdrukking. overspeler. Ajer moeka. aanvangen. Moeharram (Ar. enz. zoo mogelijk. Moedik. niot moeilijk. meeloopen (van hat geluk. geringschatten. gevestigd. van aangezicht tot aangezicht. vestiging. om to beginrnen. buitenzijde. kan hot zijn. wonend. gelaat. huichelen. Moedah. een lief. geheiligd. radon.beginnen. verblijfplaats. licht. waterspiegel. naar hooger gelogon streken gaan. aangenaam. bewoner. woonplaats. onder vier oogen. ingezetene. boeleerster. hat blad eener tafel. eerst. . toegeven. lets in een bepaalde richting recht uitstrekken. Moeka dengan moeka. zoo mogolijk. gemakkelijk. Moeka medja. eon rivier opvaren. Di moeka.). vergemakkelijken . zie : Pohon. Moeka mania. ook : gemakkelijk waken.trouwde. Moekadas (Ar. Moeka. jets licht opnomen. aangezicht. Moela. Moedah-moedahan. . enz. Moekim.). Moekah. oorsprong. Memboewat moeka. ten eerste. Bermoela. iemand lekker maken . vooraan. waarom. daarom. vooraan. ook gelukkig zijn (in hat spel bijv. zich aan echtbreuk schuldig maken. aanvankelijk. moge (bij wensehen). enz. inwoner. enz. overspel bedrij yen. Memberi moeka. Moega (of Moega-moega). Sabermoela. voor.). overspeelster. Memoedahken. heilig. boel. oppervlakte van h et water. . plaatsen. gemeente. gezicht. rechtuit. Moeka ajar. voor. toegevend zijn . eon begin hebben. aanioiding. Moedjoer. MOED.

heen en wader gaan. Permoelaan. edel. in de eerste plaats (meest aan hat begin van eon verhaal) . lets beginners. Obat moentah. eerbewijs. eerbewijzen . bloedspuwen . om to stolen. verheerlijken. klein en lief. Moeloet. eon mond. enz. uitspuwen. Memoeliaken. Moendar-mandir. bek. ook van kleur verschieten (van geverfde stoffen. verheven. . Moendoek-moendoek of Mendek-mendek. heen en wader loopen. eon MALEISCH-HOLLANDSCH. Moengkir. Ngeberoek). Moengoet. Loentoer). ear. lijke roering. uitbraken. jets of iemand bekruipen. monding. Moenggahin (van een j ong meisj e) naar de woning van harm beminde overloopen (verg. ontkennen. luisterrijk. mull. op en near gaan. doorluchtig. Moeloed. aanzienlijk. roering. opening van een geweerloop. loochenon. dotterig.van jets niet moor willen weten enz. bloedspuwing. verheerlijking. die veal liefs kan zeggen. Moengil. heerlijk. v uilb ek . Memoelai of Moelaf.. enz. afvallig zijn. braaksel . opening. aanvangen. eon belofte broken. overgeven. braken. Memoentahken. meineedig zijn. elastisch. uitrokken. enz. Moeloet kotor. Moelia. Moentah. begin. uitrekbaar. hoogachten. . braakmiddel . koliek (hebben). aanhooging. geeerd . MOEN. Moeloer. roemrijk. 177 begin met jets maken. Moenggoek. enz. vomeeren. Moeloet bedil. gat.). in een hurkende of gekromde houding naar jets toe gaan. zich kunnen verlengen. . enz. verg. kramp (in den bulk). Moelas (of Moeles). enz. Kamoeliaan. enz. zie Mauloed (Ar. heuvel. 12 178 MOEN. pun. zie Poengoet. zich terugtrekken. aanminnig. luister.ten eerste. kruipend naderen. Moentah darah. Moeloet mauls. mond.

spatters (van vochten door drukking. iemand verteederen.. Moesjawarat (Ar.). uitslaan (van vlammen). (van hat Eng. Moertad (Ar. Moesim. seizoen. koppelaarster.. bepaalde tjjd voor jets. leerling. goedheid. overlegging. Memoesjawaratk en. Moeroeng. enz. Moert ja. kwaad-. boewah. milddadig. tlauw vallen. enz. een anderen godsdienst omhelzen. discipel. Memoerahken. waarin vela en allerlei vruchten to krijgen zijn . Moesa (Nabs Moesa). enz. vlammen. neerslachtig.). Mooring-mooring. enz. Moesang (of Moensang). boos zijn. boosheid. toorn. Moesim oed jars. benaming. de vruchtentijd. mildheid.Moentjerat. goedkoop. uit zijn humour zijn. carry). Moesim pantjaroba. somber. niet duur. beraadslaging. moesson. droef geestig. renegaat. droevig (van hat gelaat). afvailig worden of zijn. de oogsttijd van de rijst. opvlammen. de profeet Mozes. guihartigheid. triest.). Moesim boewahMONG. enz. brommen. de kentering. vrouw die voor een man een bedgenoote zoekt enz. mededeelzaam. ook read (lichaam). grootmoedig. bezwijmd. Mozes. Moentji kari. Moerid. goedgeefsch. Moerah. droevig. de regentijd . over jets . Moeram. enz. toornig. die aan inlandsche of Chineesche huishoudsters van Europeanen gegeven wordt. grommen. een snort wilde kat. de tijd waarin de rust gesneden wordt. ook vuurrood. in flauwte. Moesim motong path. afvallige. Moesim panes. de tijd der veranderlijke winders. meegaand. ontevreden zijn. donkey (van den dag). woede. bezwijmen. civetkat. bedroefd. Kamoeraban. Moesang djebat. zwaarmoedig. Moeroep (of Moeroeb). de droge moesson . buiten kennis. treurig. mild. jaargetijde. Moerka. gul. in zwijm. zonder glens. enz. laag in prijs. pruttelen. Moentji.

klein en lief. op lets. Koelit moetiara. gevuld. dotterig.beraadslagen. parelschelp. buikloop hebben. om to stolen. dunne afgang. Moesoeh. mosterd.). in jets laden. waterige stoelgang. loslijvig zijn. ook wan de borsten) : rond. Moestika. uitmonding eener rivier. Moestahil (Ar. Memoesoeh. Montjong. boel. Bermoesoehan. allerlief'st.hoe is hat. aanminnig. Molek. poezelig. Momong (Jay. bevatten. (verg. Roemah monjet. vijandig zijn. grootvader. 179 zend. diarrhea. Mongkar (of Moengkar). iemand dienen. slapen. alvorens zij tot den hemel worden toegelaten. zie Pondok.. dun afgaan. Moewat. rijVAMP. pare]. minnares. steenachtige zelfstandigheid uit hat lichaam van menschen of dieren en nit pl amen of komstig. straath oar. paarlemoer (ook Endoeng moetiara). op iemand (een kind. enz. in vijandschap levers met. mogelijk ! hat ken niet ! enz. voorouders. haven. vooruitstekend. bezoarsteen. iemand a. enz.ls vijand beschouwen. Moewatan. onwaarschijnlijk. bedienen. Montok. spits toeloopend. een der twee doodsengelen (de andere MONJ. onmoge]ijk. bijzit. riviermond. gezwollen. vijand. teals vijand behandelen. slaperig. Nene-mojang. snuitvormig. -. ondenkbaar. Mojang. schilderhuisje. tegenstander. Molor. Moestardi. Monjet. passers. aanvallig. Moewara. reede. Molar (Bat. bevallig. lief. geladen zijn met. spits. Montjor. hoot Nakir). inhouden. mollig. vracht. absurd. enz.). spook. opkomend. lading. kegelvormig.). letters.). . Ketjil molek. schildwachthuisje. Mondok. Memoewatken. Moetlara. die de dooden in de graven ondervragen. Momo (of Momok). aap . Seteroe). ook : slat. onbestaanbaar. gemeen vrouwspersoon. mooi.

Muzelman. doen stijgen. groote aal. Naik koeda. to paard rijden. naar boven gaan. gezagvoerder van eon handelsvaartuig. Nadi. plaatsvervanger. . op lets zitten. scheep gaan . vuil. aan wal gaan . Nafsoe (Ar. drift. zuchten. Moslim (Ar. N. naar de hoogte gaan. rijdier.voertuig. nu. ongelukkig voorteeken. opklimmen.vaartuig. Nachoda ~Perz. Mesua ferrea. inademen . enz. onrein. Mohammedaansch. west onrein. fam. koning worden. tegenspoed. lust on begeerte. L.hartstochtelijk begeeren. ademhaling. enz. enz. Naik. . Kanafkan. vuil is. ademen. Nafk kapal.). zeih doek. Nafb. Naik toeroen. Muzelmansch. pols. Naik pangkat. Hawa-nafsoe. naar boven gaan. Motes (Ka'in motes). begeerte. Morong. hartstocht. Na. ziet go wel ! (uitroep).Montor. Menarik nafas.). Nafas (Ar. die de function van eon penghoeloe waarneemt. adorn.). ook Djoeragan). eon snort pot of pan met eon of twee handvatsels. Nabi (Ar. enz. rijzen . eon snort huiduitsiag in den vorm van kleine bobbeltjes of puistj es. waarop men zit. op lets gaan. Naga. lust. ongeluk. stijgen. nest. promotie maken . zwaar ademhalen. polsader. Menafk. profeet. ademhalen . Menafas of Bernafas.onheil aanbrengend. Menaiki. (of Napas). (of Napsoe). hooge. op en neder gaan. .). Mowa. rijdt. enz. oplaten. . fraaie boom met ijzersterk hout en aangenaam riekende bloemen. in prijs stijgen. Naik radja. (of Nakoda. Nadjis (Ar. paling. aan boord. Nahas. Mohammedaan. titel van den geestel jke. grofdoek. op lets stijgen. ook bevordering maken. enz. draak. lust hebben in.). stijgen. Nagasari. Menafkken. morsig. klimmen. slavi n. op on of klimmen . der Clusiaceae. Moses. opgaan. Nafk di darat. Naik harga. Menafasken. Bernafsoe.).

hooge boom met zuurzoote vruchten. Menamaken. Nampak.). verdoemden. oiideugende streken. Ternama. L. geheeten zijn . ondeugd. stout. etteren. zie aldaar. lam. ondeugend. organs beschutting zoeken. zie : Tampin. zie : Nafas. zie Tandjak. lam. Nandjak. Naraka (Sk. Nampin. Menantlken. Isi naraka. enz. Bernanah.. naar lets noemen. Nampik.Nakal. Nasi oelam. fam. Names. Bernaoeng. schaduw. Nasi hwet. Bernama. stout zijn. straks. helbewoners. C. Nasi. zie : Tampik. net. die veel gegeten worden. de hei . baldadigheid. Nanti. (rijst zonder koekoesan in eon pot gekookt) . otter. fraaie boom met mooi en stork hout on aangenaam smakende vruchten . Nanah. zie : Nafsoe. hooge. wachten.ynometra caeliflora. Napsoe. beroemd. beschutting. noemen. op jets of iemand wachten. met otter zijn . zie : Tampak. Nan = Iang. Naoeng. moedwilligheid. benaming. net. eon naam hebben. afwachten. L. heeten. spoedig. lommer. gekookte rust. waarvan men in India verscheidene varieteiten kept. naam. in de schaduw staan. otter vormen (van eon zweer). L. (in eon koekoesan gaargestoomde rust). titel. ook van dozen boom bestaan veal varieteiten. blijven wachten. nest. Napes. Nangka. der Artocarpeae. Mengangkoet nanah. eon naam geven .stoutheid. Artocarpus integrifolia. ondeugend zijn. zich onder lommer begeven. 180 NAMP. de bekende Ananas. stouterd. van naam. opwachten. befaamd. Kemangi-blade- . den Papilionacea. Bernanti en Menanti. Kanakalan. Namnam. enz. eieren. Nanas. Menamai. titulatuur. nog eon oogenblik. baldadig. der Bromeliaceae. stoute. Annanassa sativa. enz. (rust met kleine vischjes. over de verschillende rustbereidingen als Nasi koekoesan.

Ngeboel. ook den mond bewegen alsof men lets kauwt (zooals bu oude lieden gozien wordt). Iboe negeri. grootspreker. schaterond lachen. Moenggahin. grootje. landzaten .). gewest. Ngeberoek. bluffer. hoofdstad. hear. hoofdplaats. Negeri. hoofdplaats. staan. stad. Kerstdag. Mengejong-ngejong. Ngejong. ook open staan. toepassing of moraal van eon verhaal. enz. wijd open. Nasi koening. Natal. Ngakak. Hari natal. effen. enz. Pengeboel. Anak negerl. wjjd geopend zijn. (rust met bouillon en kip. overloopen van eon minnaar near hot huffs zijner geliefde). beschutten. oude vrouw. Nazarener. Nata (Sk. v NGEL. den mond opensperren. verg. opengesperd. (rust met vet en vleesch. Negeri. beschermen. Nasrani (Orang nasrani). medeburger. land. enz. enz. open. bas. iota of iemand beschaduwen. Ngangoet. Ngeden.) . zie de bestaande kookboeken. bluffen. zwetsen. Pedoedoek negeri. de hear. rijk. Nasihat (Ar. hardop lachen. waarop iota staat. Mengangoet. zwetser. Menganga. Natar. Ngajoebken.ren. zie : Mengedan. (met kurkumasap goelgekleurde rust) . de vorst. zie : Negeri. Nasi goerih. bodem eener nvier.ingezetenen. zie : Negeri. . Mengeboel. Nenek-mojang. Ngatjeng. ook: rooken. grootmoeder. Negara. staat. Nentiasa. openhouden. stadgenoot. in erectie komen (van hat mannelijk lid). Nasi kaboeli. voorouders. vlak. read. zie : Senantiasa. vermaning.). Ngajoeb Ngajoebi. veel praats hebben. schatoren. ingeborenen. burgers. enz. hoofdstad. bandeeren. Christen. sullen. Nganga. landgenoot. versuft zitten mijmeren. Nenek (verkort Nek). vorst.). vlakke grond. Sang nata.). zetel des rijks .

Ngeres. jets bebroeden. dansen (met eon dansmeid). inzonderheid bespeler van inlandsche muziekinstrumenten.). Mengeriap. vreesaanjagend. in myriaden door elkander loopen (zooals groote hoopen mieren.). stroef. lets benjjden. ook inlandsch muzikant. handeldrijven. ijzen. eon zwaar. koophandel. ook aangedaan. Barang perniagaan. Ngeri. ook aardvloo. hulveren. enz. Perniagaan. stofferig op hot gevoel. zoor (van de tanden bij hot eton van lets scherpzuurs bijv. Mengiler. ijselijk. hoofdpjjn hebben.). drukkend gev NGEN. Ngeram. tot den gamelan behoorende . Ngengap. grieselig. watertanden. Nikah (Ar. blijven zitten. Ngenget. ook eon onaangenaam tintelend gevoel in de ledematen. dat men eon ander ziet krijgen. Niat. Mengeramken. sn ork en. huiveringwekkend. zulk eon gevoel hebben. Berniaga.mauwen van eon kat. van plan zijn. Mengeram. pijnlijk aangedaan. eggig. be. uitbroeden. enz.. Mengorok. Ngibing (Spend. een wensch koesteren. enz. Niaga. Ngiler. hot voornemen hebben . getroffen.). Berniat. krielen krioelen. wriemelen. voornemen. enz. han dal. ook : ach terblijven. handelen . mot. voel in hot hoofd hebben. benauwd zijn. 181 ken. bedroefd. plan. bang worden. en: langzaam afnemen. zanderig. Ngiri. naar den adorn snakken. hu- . huwelijkssluiting. koopwaron. koophandel . Mengibing. stork naar jets verlangen. Ngeriap. doeling. Meniatl JAM. op jets zitten. broaden. handel. lets in zijn schild voeren. kippevel krigen. jaloersch zijn om lets. Ngiloe. Meniaga. zich in hot lichaam verzamelen (van ziektestoffen) . wensch. Ngeloe. uitteren. Ngorok. Mengiri.

faro. Njangket. Toewak). Njaman. der Clusiaceae. --inzegenen. naam. verguizing . enz. iemand. Nimat (Ar. zonder twijfel. Menjanja. Wurmb. lekker. Menikah. Nistjaja. ook : benaming voor de huishoudster. indigoblauw. haar. nat. met eon vlam bronden. doen ontvlammen. vlammend . in hot huwelijk treden . jnophyllum. kleven (van verf. Nira (of Legen). Menikahi. zaligheid. walks bladeren veal tot dakbedekking gebruikt worden. der Pandaneae. hot trouwen voor den priester. ook : doen trouwen. heerlijkheid. gezond.. vlam. muskiet. aangenaam. indigo (kleurstof en plant). hooge boom met prachtig mooii en stark hoot. Calophyllum. Njamploeng. moeder. Menjalaken. Bern j ala of Men jala. nat. gom. er van. gemak. aansteken. lekker. Nja. hot huwelijk sluiten. zeker. heerlijk. der Papiljonaceae. stellig. mug. smaad. smadelijk behandelen. kleverig. galblaas. jets bakken of . gal. fam. Nj ala. zekerlijk.welijk. Menikahken. bez. zijn. Nista. opgewekt (van gevoel). donkerblauw. ongetwijfeld. ongegiste of ongekookte palmwijn. verguizen. vast. fam. (van den priester) trouwen. ook tame. van eon Europeaan. frisch. L. Kelemboengan n j all. uithuwelijken. hun. vlammen. ontvlammen. aanblazen. Nj all.) (of Nikmat). nat. Nila. in hot huwelijk bevestigen. met iemand trouwen. voornw. blauw. iemand tot vrouw nomen . Indigofera tinctoria. gewis. (inlandsche of Chineesche). Njai. aange182 NJAM. L. Njamoek. trouwen. Njanja. echtvereeniging. Nipah. Nipa fruticans. enz. van den 3en pers.). Menis taken. ook dikwijls terug to geven door ons bepalend lidwoord. de moeraspalm. weelde. (als achtervoegsel gebruikt). (verg.

Njonjong (ook Nonong).). Zie verder : Kelapa. zingen . duidelijk. Noah (of Nabi Noeh). jemand jets voorzingen. bevlekt. voor iemand lets zingen. Bernoda. bekend. vlek. Menjelap. Noegeraha. Menjanjiken. de stem verhe n. Njedar. hot al of niet bestaan van jets. rijstwan. zie : Tjelap en Selap. blijken . vast. vooruitstekend (van hat voorhoofd. Njawa. Boewah njioer. benaming voor gehuwde Europeesche of Chineesche vrouwen. ook iemand of lets bezingen . blijk. Njonjah. luid. waarzeggen uit den stand der sterren. zangstuk. duidelijk waken. gebleken. Poetoes njawa. bewijzen. de cocospaim. ziel. M®lihat noedjoem. Noedjoem (Ar. Noer (Ar. sterrenwichelarij. klaar. Nosc. Menjonjong. Men j arang. bijv.. schril. gevlekt. zje : Anoegeraha. Noach. Njiroe (of Niroe). den geest geven. Njelap. bewijs. Njanji. deep (van den slaap). openbaren. (de profeet Noach). Njaring. Kanjataan.). bekend maken. cocosnoot. lied. Nj arang. adorn . Njata. uitleggen. iernands lot uit de sterren lezen. ook : schel. A.). vuil. voorspellen.pruilen. zang. zeef. sterren . walgelijk zoet. duidelijk doen blijken. Memboeka noedjoem. Noda. ook bijv. licht. gezang. Menjari eken soewara. waar. smet . Njioer (of Kalapa). . zie : Sarang. de sterren raadplegen . scherp~ (van geluiden). blijkbaar. openbaar. sterrenwichelaar . enz. schelklinkend. mevrouw. verklaren. vooruitstekend zijn. ook een nauwkeurig onderzoek instellen naar hat al of niet waar zijn. Menjanji. aantoonen. leven. duidelijk. Ilmoe noedjoem. de bovenlip vooruitsteken (zooals sommige dieren bij het ruiken doon). Njanjian of Pernjanjian.chl' oelnoedjoem. Menjataken. holder. sterven.braden in zijn eigen vet (zonder olio). .

ook lets bewegen. kruit. Berobah. vlek. lets als geneesmiddel toedienen. . anders worden. de roode papegaai. naar eon schouwspel kijken. Nomor.). Obat nninoem. ook zich bewegen. voorbeeld model. ook : bewegen . . eiland. tegengif. kut. in beweging komen . manuscript (waaruit wordt overgeschreven. buskruit . zich onder behandelirlg van eon geneesheer stellen. met de beenen naar boven gebogen zitten. eon vertooning bij wonen. verandering in jets brengen. Nongkrong (Bat. Obat tjatjing. anders maken. enz.. origjneol. iemand behandelen. Obah. enz. Mengobati. ook middel. enz.. veranderen.). veranderd. wormpoeder.). Nokta. enz. Noesa. ®bat (ook Penawar). cijfer. Mengobatken. gif. Mengobah.). stip. wijvigen. Berobat. verandering. zich veranderen.. eon optocht. hurkend zitten. wrijfmiddel. naar eon best. anders geworden. benaming van ongehuwde dochters van een Europeaan of Chinees (sours ook van inlandsche hoofden en andero vreemde oosterlingen). 183 O. Nonton (Jay. enz. Nonah. geneesdrankje. nummer. toovermiddel. middel tegen ingewandswormen . punt. bewegen. of Noktah (Ar. Nono (Bat. geneesmiddelen gebruiken. OEDI. medicijn. om jets to weeg to brengen. Menonton. Verg. copie. Mengobahken. zoodat de kin bjjna op de knieen rust. lets in beweging brengen. OBAH. enz. jongejuffrouw. kruit.Noeri (Boeroeng noon). Noschat (Ar. jets tot medicijn geven. Obat pasang.). Obat gosok. Nonong. ook : Njonjong. enz. geneesmiddelen toedienen. nommer. Roemah . enz. ook beweging. kijken. medicijn geven (van eon geneesheer). . vrouwelijk schaamdeel. jets veranderen.). rechtdoor loopen zonder our of links en rechts to kijken. enz. tittel. hurken. geneesmiddel.

rondgang. elkander naloopen. losmaken. en Coleus tuberoses. de daaraan gelegen hoogere .ook: franje (evenals de pooten eener kwal).obat. Oeboer-oeboer. krijgertje spelen. zwetser. verlichten. Oeban. kwal. ook vierkant. om lets rondloopen. snoever. Van doze vruchten en planten bestaan vole soorten. apotheek. openrollen (van opgerold doek. de atmospheer. M®ngobori. Oebi. flambouw. ook kruithuis. ook fig. zwetsen. vierkante vloersteen. praats. toorts. Oebi-ollanda of Kentang. verbranden. enz. algemeene benaming voor aardvruchten en knollen. Oedik (Soend. Oeber-oeberan. enz. de lucht. Oebar. branden.). Dioscorea sativa. losrollen. hot luchtruim. Oebanan. Oeboeng. Solanaceae. los. . . uitgespreid . Mengobong. Oebi lilin. ring om jets heen. enz. enz. go. opstokerij. Mengobrol. Mengobor.). vloertegel. Obong. zie : Hoedang. Dioscorianeae. kletsen. veer praats hebben. Oebi dangder. Toekang obrol. Oebi djendral.). met eon fakkel. Obrol (Jay. opstoken. bijv. . Dioscorea alata. hot firmament. Mengoebengi. Solanum tuberosum L. grijs haar. grijs haar hebben. zwets . Batatas edulis . ophitserjj. om lets heen loopen. Mengoebar. iemand ophitsen. kring. zie : Hoeboeng.). (Jay. bovenloop eener ri vier. grijs worden. snoeven. opjagen. fakkel. ~naloopen. met eon fakkel. kletskous. naar lets rondzoeken. in brand steken. Oedara (Sk.). de cassava . Convolvulaceae en Euphorbiaceae.zeekwal. enz. enz. Obor. fam. ruitvormig. inzonderheid voor die van planten behoorende tot de nat. onzin uitkramen. Oebin (ook Djoebin). enz. open. Oebi d j awa. Oebi tjina. geklets. rinb Oar Mengoeber achtervolgen vervolgen. Janipha Manihot. hot uitspansel. Oebeng. ook : (een boom) gen. Oedang. omtrek.

wierook. ode groene boomslang. toetsen. Mengoegoet. lengtemaat. Oekoepan. sigaar. beproeven. vechthanen tegen elkander ophitsen. Mengoekoer. Oe1er daoen. met wierook berooken. Mengoedji. Mengoekoertanah. uitsnijden. bewierooken . Oelang. opium. Oekoer. Batoe oed ji. geleerde. toetssteen. Mengoelang. Oeler doemoeng.) . berooking met wierook. resultant der meting.). mast. enz. graveur. rooken. enz. telkens. Oelar (of Oe1er). slang. Oeler belang. ook raps . ook schimpnaam voor personen. zeggen. was gezegd words. zie : Wood joed. graveerwerk. Oekoep. Oed joed. Mengoedja. meten. lengtemaat . Oegoet. . enz. herhaaldelijk hetzelfde doen. Pengoekir. iemand door middel van wapens. Mengoekoep. snijwerk. Oedoet (Jay. Mengoedoet. deroodkoppige adder. landen gaan. metaal. Oedjar. vertellen. Oedjoeng. rooker. Pngoedoet. die goon vast verblijf hebben. landmeten. schuiver. zie : Hoedjoeng. muskietenlarf. enz. sigarette. uitbeitelen. graveeren.streken. Oe1er bidoedak. mast. Mengoekir. wijze. Oekiran. gezegde. enz. dikwijls.). steep. om jets to doen. wierookvat. proof. spreken. Oedjah. afmeten . de bekende vergiftige. naar de boven184 OEDJ.de bovenlanden. naar hot gebergte opgaan. Oekir. enz. hot toetsen. do pof- . in snijden. bewijs . enz. herhaaldolijk. ook afmeting. OELO. schuiven . enz. een rivier opvaren. Oelama (Ar. Moedik. zie : Oedji. bang maken. Oekoeran. . Oedji. de python. Oedjan. Oeget-oeget (Jay.). zwart en wit gekleurde slang. (van figuren in hout. zie : Hoedjan. Mengoedjar. ook die van de eene vrouw naar de andere loopen. was gerookt words. pijp (tabak in eon pup). Oeler saws. Oedja.

rondzwerven. omhulsel. ankerkluis. ook hot werktuig dat daartoe gebezigd words. wegwerpen. made. gebruiken. roeren. sprei. langzaam omroeren. fijn wrljven. dek.) Oe1ek (Jav. Mengoelit. Oembalan. fijngewreven is. enz. Oeloe. Oembara. schroefdraad. Oembal (Jay. vol wormen (van wonden. sloop. spiraal. worm. enz. slingeren. dienaar. Mengoelasken.omhullen. knedon. schroeven.adder. Oeloeng-oeloeng. beddelaken. vrachtgeld. bekleedsel. rugs. wat aan vracht of passage betaald wordt. moeilijk to broken. zij. elastisch. Oeloep. Mengoeloer. rugs . Oe1er boeloe. Mengoelas. was omgeroerd. hij. omhulsel. jets tot bedekking. Beroelat. bedekken . . zie Hoeloe. sloop. eon snoeperij van deeg. enz. stinger. aaien. eon groote. onderdaan. eon kurketrekker in eon kurk draaien. stamper om jets fijn to wrijven. door liefkoozingen tot bedaren brengen. Oembas. bekleeden. losschroeven. liefkoozen. de zwarte adder. vracht. groene. enz. enz. wegslingeren. jets omroeren. enz. Oelasan. Oe1er keket. deken. de kiekendief. Mengoelir. Oe1er tanah.). sloop. Oelet (of Woelet). passagegeld. OELO. Mengoembas. met eon kurketrekker uithalen. ik. kurketrekker. larf . loslaten. sprei. vrachtrijder.) (of Oe1eg). Oemban. deeg. Mengoeli. vieren. snel weg- . Oeli. sprei. gooien. de harige rugs . Oelat boeloe.. Mengoemban. lief koozing. Oeloer. Oelat. bedekking. Mengoelek. schroef . gehoornde rugs. enz. Oeloen. Mengoembara.). Oelit.. Oelas (of Oeles). wij. lepel om jets om to roeren. aflaten (van een touw. bekleedsel. Oelir. aanwenden. Oelekan. taai. eon snort valk. werptuig. gekookt in klappermelk. enz. enz. vrachtschip. lets door wrijving fijn maken. bekleedsel. vastschroeven. wormstekig (van vruchten).

Oempak. laten komen} ook uitnoodigen. OENG. stil. Mengoendangken.). Oemboet (Soend. kwaadspreken. of kondigen. roepen. pagaaien. lokaas.geheimhouden. of Kondangan. vaantje. Oendang. zich bewegen. Beroemoer. . enz. enz. achterbaks houden. ouderdom. oemboel-oemboel (Jay. enz. Mengoendak. Oemoer (Ar. Mengoempeti. hef boom. bedaagd zijn. dobberen (van een vaartuig). onnbieden. verordening. ook voeder. het deel waarmede jets ergens aan of in zit. Oempat. geheim. Oempil. vaandel. wetboek. bron. noch schrijven kan.).vlag aan een stack of stok.). 18 5 Oendak. Oembi. het hart in de kroon der palmen. roeien. publicatie. Oemi. den leeftijd hebben van. zich schullhouden. lokspijs. wegjagen. Mengoempetken. (zie : Oempet) Oempet (Jay. wrikken. onverzeld. palmist. afgekondigd regeeringsbesluit. Kitab oendang-oendang. Oenap. voortdrtjven.. Oendang oendang. gepubliceerd . Mengoempat. zich verschuilen. jets verbergen. ter algemeene kennis brengen. alleen. achterbaks. persoonlijk. levensduur. doen omroepen.). maar toch niet van plaatss veranderen. enz. levenstijd. achterklap. ook. zich verbergen. Oempan (of Empan). met een hef boom oplichten. voetstuk. acs. leven. uitvaardigen. Mengoembasken. leeftijd. geroepen. voortbewegen. Oemplek. reglement . uitgeroepen. Mengoendang.Mengoempet. ordonnantie. . iemands naam bekladden.zichverschuilen. iemand die noch lezen. kwaadsprekerij. Oemboel (Jay. als genoodigde op . opborreling.). wrik. wet.loopen. zonder geleide. Mengoempil. newt. zie : Toemplek. ook oud zijn. wortel. publiceeren. Koendangan. wet. ver zameling van wetten en bepalingen. inviteeren.

wijken. eons spoor volgen. -opwippen . enz. wip. weggaan . iemand hulde. heengaan. Oengkoelin (Bat. ook jets als huldeblijk aanbieden. langzaam loopen (door ouderdom). zie : Hoenoes. zie : Toendjoek. terugslaan. enz. eer bewijzen. zich door woorden doen verstaan. Oendoer. vereeren. beieren. zie : Toenggal. Mengoendoer of Moendoer. Oengkit. jets in woorden to kennon geven. aftrekken. Mengoengkit.uitdrukken. Oenggal. den kniekus brengen als bewijs van eerbied. Oengkil. . opheffen. Oengkoel. eenig. spoor. aanbieding van jets. terugtrekken. Mengoendjoek. oendjoek. Oenoet. Oengkit-oengkitan. Oengkoet of Oengkoet-oengkoet. iemand. Oengkap. jets overhandigen. verheerlijking . optillen. . krom. Oenoes. Oendar. Mengoentai.mierenleeuw. Mengoendoerken doen wijken. den mond open en dicht maken om adem to halen (als eon visch op het droge. (oaken . jets even van den grond enz. Mengoengkap. Mengoend j oeng. overhandigen . -. naar den adorn snakken. overreiken. enz. to woord staan . drilboor. slingeren. achteruitgaan. zie : Woengoe. vereering. tevreden stellen. 186 OENG. Oengap. die benauwd is. Oengoe. spreken. aanbieden. bengelen. deinzen. Mengoendjoengi. eer bewijzen. Mengoenap. Mengoendjoekken. hetzelfde. . enz. Oendoer-oendoer. zich verwijderen. Oentai.). eon. verheerlijken. gebukt. Mengoenoet. Mengoendjoengken. enz . slap neerhangen. aangeven. retireeren. v OEPE. Oendjoeng.eon feest komen. jets door middel van eon hefbootn oplichten. wipplank. Oendjoek. Mengoenkil. achterwaarts .). jets aanbieden. jets overreiken.

---betalen. schietlood. ook voor. voordeel hebben. winst waken . stellen. aansporen. Denting-oenting. Chineesche tabakspijp.. lotsbeschikking. toebedeelen. wet tot jets diem of bestemd is. Oentjoeng malang (ook Tjilaka). hulpmiddel. donna. Oentoek. noodlot. wins(. aansteken. vizierkorrel. schade. Mengoenting. geluk. Mengoepahken. loon geven. Mengoentoekken. op good geluk af. enz. gelijk als. ophitsen. Oepama (Sk. stoken. reistasch. voorspoed. voorbeeld. redmidden. opsl okken. hot or op wagon. fortuin. Mengoentoengken. gebruiken. Mengoepah.. ook inslikken. voordeel. geluk. slingerend. aanblazen (van voor). . klein. Oentil. richten. Da ja-oepaja. jets als redmiddel. bast. Oentoeng. Oepaja. enz. parabel. . reiszak. slingeren. Oentjoei (of Oentjoewe) (Chin. Mengoental. Oepak. list. verticaal hangen . gelukkig zijn. uitvluchten. balletje . hangend . Mengoepajaken. doe!. mikken. belooning. waterpassen. . ten behoove van enz. in hey lood hangen. betalon voor geleverd work. kans. enz.). middel. tegenspoed. Denting. aanmanen. voordeel. bengelen (van kleine voorwerpen). werkloon. Oentoeng balk. opstoken. loon. . vizier. bescheren.).Oental. Oepak (of Opak). . iemand boloonen. zich van allerlei middelen. hangen. uitvluchten bedienen. betaling voor godaan of geleverd work. voordeel aanbrengen. platte droge meelkoek. eon aandeel geven. Beroentoeng. enz. listen. jets als loon of belooning geven. pillen draaien. beschikken. Mengoepak. bevoordeolen (ook Mengoentoengi). bijvoorbeeld. aandeel. pjl. Oepah (of Opah). lot. Oentjang. gelijkenis. ongeluk. enz. necessaire. allerlei huip-. Mengoentil. enz. enz. Oen(oeng djahat. beloonnn. waterpas. geluk hebben. hulpmiddel enz. deelen. veal als snoeperjj gebruikt. Oentoeng oentoengan.

Mengoerae. enz. aanaarding . mopperon. boos zijn. pruttelen. Mengoera-oera. zalf. Oeras. . . zenuw. d eun . Peroepamaan. Oeraoera. ook strooisel van geraspt kokosvleesch op spijzen. Oepeti (SkJ. go ale bewijs van onderdanigheid. praal. de bladscheede van den pinangpalm en enkele andere palmen. Oera. rib (van eon blad) . uit elkander gehaald. aan jets gelijkstellen. enz. Oerak. Oerip (Jay. Mengoerak of Moerak. rijkssieraden. Oepih(Jav. dienstbetoon. ---bestrijken. loshangen. gelijkenis. spier. open. ader. aardhoop.enz. pracht. de halsslagader. staatsie. met aarde bedekken . politieagent. loshangend . smeersel. Oerai. ook geraspt kokosvleesch op jets strooien. ook oppasser. politiebeambte. bijv. Oerat pemboenoeh of Oerat leher.). pees. Mengoepamai en Mengoepamaken. jets ten voorbeeld stellen. Mengoeroegi. . slagador .). enz. ruien. lied. Oeringoering. Oerat. Oepas. vervellen. grommen. met zalf insmeren. los later hanger (van hot haar. Oeroeg. verplichte belasting. losmaken. Mengoeroeg. ontbinden. verspreid . eerbewijs. vezel. kroonsieraden. losdragen. enz.. plantaardig vergif. eon deuntje zinger. losknoopen. met jets vergelijken. enz. draad. Oaring.). besmeren. vergelijking. losgewikkeld. zinger. verplichte bijdraOEPI. besprenkelen (verg. wijd en zijd verspreid . enz. los zijn. los. Oerap. Koeras). ontvellen. vergif. Mengoeraiken. met water sprenkelen. Oepatjara (Sk. bij jets vergelijken. aanaarden.. ook spreekwoord.). (verg. Mengoerap.. losgebonden. schatting. smeren. Jay.. gezang. Oerat nadi. ontbonden. Teroera-oera. Hidoep. Mooring). polsader. sikje op de bovenlip in de holte order den news. Mengoerai. veal dienende tot hot maken van Kepek's (zie dit woord). cijns.

landbouw. enz. zich beijveren. bohartigen. --in orde maken. van twee stukken hout tegen elkander. hard wrijven (ook buy. moeite. jets doer . . ook haarwrong of haar- . Peroesahaan tanah. in orde. met de harden drukkend over een lichaamsdeel heenwrij van.. vlijt. . . voor iemand jets regelen. Beroesaha. . insmeren. lets op hot eon of ander smeren. wat iemand op zich neemt to regelen. . ordenen. in eon on dezelfde richting. middelpunt waarom jets draait of gedraaid is. noodig.. bedrijf. hot middelpunt van eon draaikolk. eon bedrijf uitoefenen. ophoogen. streeling. hot behoeft niet. Oesar. ordering. Oeroeng. regaling. enz. purgatie. behandelen. 187 oeroes. enz. Mengoesaha. Mengoeroesi. purgeermiddel. arbeid. moeite. . ook wat tot de bemoeienis van iemand behoort.oeroes-oeroes. aan jets worker. langs . Mengoeroesken. aan jets arbeiden. laxans. --aanaarden. streek met do hand over jets heen. nagaan. arbeid. inspanning. jets maken.. om vuur to maken). bedekken. enz. Mengoesapken. Oeroet. grondbewerking. Oesaha (Sk ). Oesap. Oeser. Tra'oesah. bedrijf. enz. Peroesahaa. masseeren. arbeiden. Mengv oESE. Mengoeroegken. work. work. inwrijven. Oesah. kostwinning . Oeroesan. in gelijke richting. enz.. enz. Oeseroeseran. hat is niet noodig. meestal alleen gebruikt in: Tiada oesah. enz. enz. -behandelen. regelen. ook : lijnen trekken. zie : Woeroeng. geregeld. moeite doer voor jets. jets met hot eon of ander inwrijven. ook kras. enz. streep. streelen. jets regelen. Mengoesahaken. work van jets maken. enz. enz. wrijven. enz. inspanning. oeroes.jets met aarde bedekken. onnoodig. besmeren. enz. insnijding. ordenen. enz.. schetsen. Mengoesar. zich toeleggen Op. in orde brengen. Mengoeroet. over jets heen wrijven.n. Mengoesap. noodig zijn . met jets aanaarden.

Pengoetjap. wegjagen. bosch. snoor. Noord. bcde. enz.). Zie : Hoetan. ook eon insect. muntstuk. uitspraak. zin). uitmuntend. tasten. count. Oesoeugan. zie : Woetoeh (Jay. koord. Oesoes. Mengoesoeng. enz. spreker. ook: oud OLAH. klein rond schild. oom of tame van vader of moeder. oom of tame. eon hond op jets of iemand aanhitsen. opzeggen. Oesir. Oetoes. Mengoetoes.188 OESI. spraakvermogen. ouderdom. -. lijn. Oewak (of Oewa). Oetoe. spreken. leeftijd. best. enz. gezant. . Mengoesir (Jav. woud. --vervoeren. al tastend voortgaan. on hunne respoctieve echtgenooten. wildernis. verjagen. oom of oudtante. woord. enz. kruin op eon menschelijk hoofd. naloopen. draagtoostel. Mengoesik.achternazetten. ook eon geldswaarde van 10 duiten of 81/9 cent. tros. voortreffelijk. Noordelijk (ook : Lor). draagbaar. eon gezantschap tendon. enz. Oetoesan. kwellen. levensduur.). Oetara. geld. Mengoesoed. enz. verdrijven.vervolgen. Mengoetja-oetjain. Oetama. haarkuiltje (op hot lichaam van paarden.). gezegde. zie : Hoetang. krul. oudere brooder of zuster van vader of moeder. zie : Oeban. Oewang (of Wang). met zijn velen transporteeren. Oetan. overlast aandoen. Oetang. -loopen. Oetak. Oetjap. . Barmen. Oetar-oetar. iemand met eon tending bolasten . enz. Oesoeng. ingewanden. voelen. hindoren. najagen. Mengoetja. Oesia (Sk. uitspreken. Oetas. plagen. zeggen. draagstoel. afgezant. Mengoetjap. zeer good. Mengoetja-oetja. Oesik. zendeling. aanzienlijkst. Oetja (Bat. hersenen (ook in fig.). hot Noorden.).wegdragen . Oesoed (of Oesoet). zich met anderen bemoelen. Oewan.

Oga (of wegah) (Jay. allerlei kuren OLAK. enz. Oewek. Olak ajar. goudgeld . . Mengolah. ook : slingerplant. eon draaiende beweging geven. om reden. (ookWangdjasa).publiek. stoom. wasemen. uit. o n reden. non-activiteitstraktement. publiceeren. of kunsten verkoopen.algemeen bekend. Mengoewapken. Mengogah. Oleh karena. Ogam. ook : geld voor dagolijksche uitgaven. wervelvind. Mengogel. Mengoewek. Mengoewapi. lots. kokhalzen. gapen . stoom blootstellen. door. ronddraaiing .. Oewang belandja. warreling. Bat in den grond vast zit heen on weder schudden. pasmunt . draaiing. Angin. Olak (of Oelek). enz.Oewang mas.wasem. Oleh sebab. . in de rondte draa. Ogel (Ogel-ogel). enz. Oleh. Oewar. dampen.walm. omdat. wachtgeld. enz. aange- . eon geluid maken alsof men braken wil of braakt. Bat. geestvervoering brengen. zie : Akar. ook spijzen gereedmaken. uitwaseming.pensioen. Oewang petjah. Ojod (Jay. Mengoewap. dwarrelwind. berolak. liaan. tengevolge van. kopergold. Ogah.). Mengogam.. ook: de derriere heen on weder bewegen. gesteidheid. ronddraaien. enz. Mengolak. manier van doen. damp. zilvergeld . uit kracht van. om hot los to maken of to krijgen. huishoudgeld. kwispelen (van eon hond). tegen iota option enz. warrelen. goon zin hebben iota to doen. ook : geeuw. krachtens. algemeen bekend maken. iemand door toovermiddelen in extase. goon lust. enz. Oewang boeta. draaikolk. draaien. niet willen. enz. ook geeuwon. koken. Oewang perak. windhoos . heen on weder wiebelen. aan heeten damp.). -bewegen. heen on weder schudden.ien . Oewang tembaga. --draaien. op allerlei wijzen handelen. Mengoewarken. waggelen (van de tanden). openbaar. Olah. traktement. gage. omdat. Oewap.

last. bereiken . blufferig. Mengolok-o1ok. Berombak. M1 ngonar. Mengomong. enz. verwerving. in handers krijgen . bekomen. krijgen. jets of iemand bespreken. ook hat slingeren (van een schip of prauw). enz.voor een ander jets verwerven. spot. Mengoles. -in slaap brengen. -gedaan krijgen.verkrijging. was gekregen of verkregen words. Oling. voor-dengek-houderij . een praatjemaken. Ombakmemetjah. brekers . verwaand.erlanging. Mengolit. enz. enz. voor den gek houden. golf. enz.brekende golven. een kind sussen. . verkrijgen. verwerven. Mengolesi.zien . jets verkrijgen. Beroleh. golven met wine koppen . tegen elkander in klotsende golO TTA. Perolehan. Olok). (vergel.. behalen. Mengomongomong. Memperoleh. Oleng. rank (van vaartuigen). 189 Yen .een gesprek voeren. tandeloos. iemand uitjouwen. iemand in moeilijkheden brengen. Out. verkrijgen. Boleh. Olo-olo. eene zaak in de war brengen. jets met den vinger op jets strijken. verwarring in hat een of ander . Ombak bersaboeng. zie : T jomel. trotsch. babbelen. Oles. mogen. jets met den vingerr bestrijken. Memperolehken. baar. over jets spreken. keuvelen. Ompong.. ruzie. kunnen. teleurstelling. Onde. golvende zijn. gesprek. -besmeren. pedant. Mengoling-oling. Onar. Mengonari. bespotten. enz. moeite. fatterig. golven. -doers krijgen. Ombak m®mboenga 1epang. door hat op de knieen to wiegelen. enz. -smeren. iemand lets bezorgen. gezegde . in golvende beweging komen. gepraat. Ombak. uitjouwerij.Mengomongken. onaangenaamheden bezorgen. praten. Omel.enz. Olok. koopje. Omong. hears en wader schommelen (van vaartuigen). erlangen. een snort van gebak in den . spreken . onaangenaamheden. defining .

opspringen. bokkesprongen makers. Orang baro9. -medebrengen . (achterkleinkind). enz.). schudding. gefarceerd. enz. aanzienlijke. verkorting van Bapa. eon tak om er de bloemen of vruchten of to later vallen) . mensch. Orang ketjil. ook : groote. schudden. yolk. . Berongkos. Zie : Oepih. onkosten veroorzaken. een groot mensch. lieden. alles door elkander schudden. 3e graad Tjitji of Boejoet. een tepel. dwerg. Oneng (of Oneng-oneng). alleen. zie : Oepas. Orak. Orang besar. Berontak. bediende. Opas. ook onderhoorige. Ontak. 2e graad Tj oetjoe of Poetoe (kleinkind). capriolen makers. Onta. ook casuaris. de menigte. nieuweling. eon mensch. vogel. voor jets of iemand onkosten doers.. volwassen persoon. enz. Orang. Onggas. onkosten. schudden (buy.). Orang banjak. gevogelte (meestal eon send) met vulsel toebereidon. Ongkos (Holi. eon persoon. hooggeplaatst persoon. op zijn eentje. Mengonjot. de goringe man. Mengongkosken. kameel . in wanorde door elkander werpen. enz. zie : Oepah. struis. Ongkak. De opvolging der nederdalende graders is : le graad Anak (kind). gevogelte. . de groote hoop. iemand. individu. ten koste leggen. hot yolk. ook : de kleine man. Pa' (of Pak). gevuld gevogelte. struisvogel. Opih. 4e graad Pioet (kind van een achterkleinkind). Mengongkos. Dengan saorang din. kosten. -door elkander gooier. men. Saorang. geheel alleen. aan jets (een touw. Mengopor. nieuw aangekomeno. 190 OPAH. Boeroeng onta. -. persoon. trekken. zich trachten los to werken. enz. Orakarik. Opor. baar. Mengorak-arik. Opah. kluisgat voor hat ankertouw. kleinkind van een achterkleinkind. Mengorak. geschud. Onjot (of Enjot). enz.los to rukken. een klein mensch. menschen.vorm van balletjes. kind in den 5den graad.

Memadatken. PADI. dat aan den hals en om hot middel met bandjes bevestigd wordt. . pastoor. Orang perampoean. aarde). domper. vast inpakken. geestelijke.dient verder om eon collectief meervoud uit to drukken . b j. weerga. Memadat. enz. Beroto. stiller . uitdoover. enz. Kapada. man .een Europeaan. enz. naar. Orgol. de eon of ander. Oto. ter. aan. uitgedoofd. doer ophouden. bluschmiddel. blusscher. --dragon. borstiap voor kleine kinderen in den vorm van eon driehoek met afgeknotten top. Pada. tot bedaren gekomen. orgel. eon zwarte.vader. vast ingeduwd. evenredig. Padsri. Pamadam. aan. Memadamken. Orong-orong. ook : benaming van eon groote apensoort. Memadaken. Orang oetan. om. l jkstellen aan. Padam. zich go. plein. priester. blusscher. in overeenstemming brengen. iedereen. eon boschmensch. missionaris. gegoedo. Dani pads. ook gelijk. Padang. hot publiek . vast in stouwen . opgehouden. Padan. bedaard. bemiddelde. ook titel van sommige Maleische hoofden . wie ook (ook Sasaorang) . hot lioveheersbeestje. uitgebluscht. partuur. vrouw . zulk eon borstiap aanhebben. op. uitdoover. passend. christengeestelijke. Barang saorang. Orang miskin. Orang koelit hitam. de veenmol. vergelijken. eon rijke. eon iegelijk. tot . behoeftige. eon arms. pop standbeeld. vast ingestopt. van. Oteng. void. uit. vast instampen (buy.Orang koelit poetih. Orang laki-laki of --lelaki. eon insect. Orang-orangan. eon vlakte tusschen bowoonde streken. open vlakte Padang belantara. . gelijk. doer bedaren. vastgestouwd . gelijke. Orang kaja. wat op eon mensch gelijkt. eon Afrikaan. eon blanke. wilds. . uitmaken. -. Padat (of Padet). predikant.

Padi ketan of Ketan. Seri padoeka of Padoeka. er op uit to spreiden en to drogen. bewanding van platgeslagen bamboo. Oryza sativa. elms op de tabak. haag van levende planten. voet. licht. palissadeering. schutting. de kleefrijst. Padjek pentjaharian. enz. belasting. rat. der Gramineae. van ineengevlochten bamboelatten. Padi tipar. vergelijken. Pad jek harts bends. de lotus.ldaar). dageraad. Pager batoe. waarvan vole varieteiten bestaan . troop voor bruid en bruidegom. een omheining. Padjek (Jay. verponding.Padi. ochtendschemering. Padjit j eras. Pager hidoep. aan elkander sluiten. nagaan of twee taken of voorwerpen bij elkander passen. om jets maken. P. om visch.). maken. verlicht. haag. de gewone op sawahs aangeplant wordende rijst. personeele belasting. . cijns. muur. L. (zie a. Oryza glutinosa. hek. Oryza montana. Padjar (Ar. horde. schutting. pacht. een spoedig rijpende snort. enz. Pager betek. Padjek boemi of Padjek tanah. Lour. een veel in hot gebergte op de hellingen aangeplante snort. hoofdgeld. fam. ijzeren hekwerk . enz. Padjek kapala. enz. schoen. huistaks. Utel voor vorstelijke en hooggeplaatste personen. Oryza praecox. Padjek tembako. Padma. Memager. patentbelasting. L. Padoeka. PADJ. steenen omwalling. belasting~ op rij. Lour. Padjek koeda. 191 besi. Pager (of Pager). Padjang (of Poewadai). Pad jak. (of Padjek). Padjek kendaraan. bewanding . Padoe. bedrijfsbelasting.).landrente. Pager PAJO.en voertuigen. door vergelijking keuren. omheining. steenen mu ur. paardenbelasting. een omheining enz. Padjek roemah. omwalling. schoeisel. Memadoe. Memageri. ook Patjang. Pager ploepoeh. enz.

. Kapala pale. 's morgens vroeg. legeraanvoerder.). hetzelfde gebleven. afgetobd. pikken (van vogels). afgemat. jets can den man brengen. zie : Fahaxn (Ar. Paham. Paha. scherm. Pahala. Pals. Toelang papa. Pajah. Pagi-pagi. groot. enz. gewild zijn. aandoen. beschermen. Memajoeken.of regenscherm loopon. in den ochtend. zich kleeden met. 's ochtends. go machtigde van den pachter. jets doon gebruiken. in boscherming nemen. sleepnet. aanvoerder. in de vroegte. zegen. bijten (van slangen). dij. goeden aftrek hebben. aanhebben.Pagi ochtend. waarmede men in voile zee vischt. Pagoet. prijshalen. -lets aan- . in moeilijkheden verkeeren. dijbeen. pachter . iemand eon zonne. groot net. verdienstelijke handeling. erkenning daarvan. enz. Memakai. zwaar. hoofdpachter. Pakai (of Pake). zwaar gowond. Pak. enz. voortdurend. van de hand zetten. Ko~wasa pak. dragon.. Pahalawan. pacht . omdoen. Pajang of Majang. enz. Peraoe majang eon vaax tuig dat bij doze visscherij gebruikt wordt. loeka pajah. zie : Popes. Memajoengi. parapluie. Pahat. beitelen. voorvechter. enz.ofregenschenn boven hot hoofd houden. grif van de hand gaan. verdienste. amfioenpacht . Pajoe (. regenscherm. enz. Bat. dijbeen. parasol. verkoopen. ook iemand beschutten. beitel. Pak apioen. Memagoet. ochtendstond. met eon zonne. Pahit (of Paft). Pagon (Jay. -jets aandoen. morgen. gestadig.). zwaar to dragon. Pangkal pahat heup. gebruiken. aankleeden. moeiltjk. held. 192 PAK. afgebeuld. Memahat. Memakaiken. zwaar lijden. Pajoeng.Tay. zonnescherm. bout. afgebeuld zijn. onveranderd. doodelijk ziek zijn. afgetobd.). remand kicedon. met den beitel bewerken. stork. dapper. bitter van smack. Berpajoeng. uitbeitelen. gedurig.

afstand van 400 R. Pala. roedon. spijker. geweld. Pakaian. Pemakal. zalf. van hetzelfde govoelen. met den vinger op jets smeren. dwang. notemuskaatolie.). ook geweldenaar. Bidji pale. dracht. keeren. Paling diont ook . zalf enz. met een palang sluiten. Palang. Houtt. moeilijkheid ondervinclen. breeuwen. dwangarbeid. Boewah pale. draaien. dwingen. enz. fam. niet to gebruiken. nat. Sapakat. Memaling. Tiada terpakai. kern. lippenzalf.. pit. Pakai. dichtspijkeren. enz. noodzaken. enz. Pakaa. naden met work dichtstoppen . M makoe. der Myristiceao. Pemaksa. Pakoe adji. dwang.trekken. boomvaron (Polypodium simile L. de eigenlijke neat. dwarsboomen. enz. overeenstemming . keeren. M makal.94 meters. boom. work. Memalangi. Minjak pale. breeuwer. vernagelen. den toegang tot lets versperren. Pal. Pakoe. Pakerdjaan paksa.. foolie. collectief benaming. beletsol. Memalet. Memaksa. tegonwerken. nagel. jets aanhebben. Boengaof Kembang pale. gewelddadig tot jets brengen . sluitPANA. van dozelde mooning. onnut. muskaatnoot. enz. kleeding. enz. enz. de notemuskaatboom. naar de tegenovergestelde zijde wenden. Kapalangan. Berpaling. nat. Berpakaian met jets gekleed gaan. Terpakai. bruikbaar. lippenpomade . . Palet bibir. door lets verhindord zijn. enz. smear. Memalingken. zich naar de tegenovergestelde zijde wenden. enz. geweld plogen. oensgezind. Memalang. breeuwsel. dwarsboom. . work. nuttig. wat gebruikt wordt. Paling. voor alle varensoorten (ook Pakis). Pakat (of Pekat) (Ar. in gebruik.. lets met eon palang afsluiten. paal. enz. of 1506. der Polypodiaceao). spijkeren. boom. naar de andere zijde gekeerd . breeuwsel. draadnagel. Myristica fragrans... jets dragon. fam. Palet. Pakoe.

Panas. enz. jets tegen iemand hebben. eon snort huidziekte. driftig. pijl . Pamor. valsch. waarmede men slaat. niot echt. ook gebruikt bij hot aanspreken van bejaarde inlanders uit den geringen stand.beuken. bong. Memanasi. met pijl en bong schieten. verhit zijn. volgeling. nagemaakt. damasceoron. zonnegloed. ook : boosziend. maker.hameren. Paloe. Kapanasan. lijfknecht. hamer. Memanah. Panawar. afscheid. namaken. enz. . Paling besar. eon pijl organs op PANG. Paman. bijv. in hot algemeen alle langwerpige en zware voorwerpen. door to groote hitte geplaagd. ergeren. ook pijl. boos kijken. Pamit (of Pamitan)(Jav.). ook : driftig.ter uitdrukking van den superlatief. Memanahken. enz. met eon stole of knuppel. Panakawan (Jay. ophitsen. opwarmen. Memanas. Panas matahari. min of moor lichte vlekken op de huid. enz. afschoidnemen. opstoken. iemand warm. hot warm hebben. . Palsoe. warm maken. boven hot vuur zetten. verhitten. geergerd . Palls.slaan.). Memalis. in de zon loopen. enz. gemeen behandelen. geneesmiddel. driftig maken. grootst. Memaloe. warmte. jongere brooder van vader of moeder. enz. paleis. afschieten. jemand valsch. . Memaisoeken. oploopend. heete koorts. vervalschen. damasceersel. Panau (of Panoe). hitte. iemand als de oorzaak beschouwen van zijn ongeluk. hot grootst. Memanasken. ook valsch van aard . medicijn. teleurstelling. eon piji uit den bong schieten.zonnewarmte. toornig. ook zich in den zonnegloed koesteren. boogschieten. verhit. spijt. hoot. bediende. warm. Panah. Demam pangs. jots vervalschen. Berpamor. boos maken. gedamasceord : Memamor. Panasaran. knuppelen.AnakPanah. Memalsoe. oom. zich voor eon ander uitgeven. enz.

veel als bloodstelpend middel gebruikt worden.ook met hot oog op. hot bekijken. Lidah pandjang. Memandang. langs de geheeie lengte van don weg . lang worden . nat. cylindrisch. kijkj e. der Pandaneao. .Awjer panawar. klimmen. tooneelspeler. langwijlig .Berpandjang. Tot doze familie van planten behooren vole soorten. . lang leven. hoerohok. ook heilige. fam. Panel j ang. knap. lang maken. diefachtig zijn . predikant. 193 beschouwing. Oemoer pandjang.enz. Pandjat. Pandjar (of Pandjer). Memandjangken. fam. Pandita. ter wille van. . enz. water. zich klimnzend in de hoogte heffen. Tangan pandjang. 'andan. zich verlongen. godgeleerde. hooge ouderdom . kluizenaar. eon lange tong hebben. MALEISCH-HOLLANDSCH. der Polypodiaceae en Cibotium glaucescens. Panawar djambi. enz. Sapandjang djalan. Cibotium djambianum Hassk. zich in de lengte uitstrekken. uitgestrekt . Pemandangan. cylinder . beklimmen. van kwaadspreken houden . voorschot. afstand van hot gezicht. naar boven gaan. lan ge vingers hebben. --varensoorten. Sapand jang hari. . ui tzicht. enz. hot hoofd van eon troop rondreizende danseressen. Pandai. smid. gezichtsverte. Pandanus odoratissimus L. ook medebespeler van inlandsche muziekinstrumonten. middelmatige boom met zeer welriekende bladeren en bloemen. waarover door eon doekoen eon tooverformulier of gebed is uitgesproken en dat als geneesmiddel wordt toegediend. bedreven. PANG. aankijken. Kaulf. good workman. Roemah pandjang. lan g. geleerde. bekwaam. Memandjat. handgeld. Pandjang boelet. bordeel. wier harige aanhangsels aan den stronk. den geheolen d ag .). aanzien. Pemandang. verlengen. Memandjang. dominee. Pandang. nat. Pandjak (Jay. beschouwen.

enz. kamer. verhoogde vloer. roosteren. begin. Pangkal paha. boven hot vuur gebraden. stelling. grins. Panggoel. . iemand eon rang toekenn en. bediening. hot dikke deel eener dij . roosters. 13 194 PANG. zie : Do egg.). enz. noemen. de wortel van den news. roepen. Pangkal mate. geroep. enz. begin. Pane. enz.~ . graad. Pangkalan. stellage. slaapvertrek. om daarna weder in den Koekoesan toruggestort to worden (ook Pengaron). Pangkal idoeng. . titel van vorstelijke personages. Pangkal poehoen. hot begin van hot jaar. op palen. ook wimpel. een hoogeren rang krijgen. Memanggil. Pangkat radja. --kappen. Pandoman of Padoman. standaard. . banier. aanroepen.oorsprong is. Pangkal tangan. Pandoega. ontbieden. houwen. Members pangkat.).met eon ambt begiftigen. Pangkal tahoen. slaapkamer. . verheven wachthuis. Panggoeng. Panggang. eon hoogte. . Pangkeng (Bat. --verdeelen. waarin de half gaargestoomde rUst omgoroerd wordt. Pandjatan. eterij. Memanggal. in stukken hakken. Panggil. geroost . enz. handgewricht . Panggangan. enz. waardigheid. uitnoodigen. trap. aan drang. Pangeran. Panganan (Jay. franje. enz. rang. vlag. de binnenhoek van hot oog. ook : terras. verdieping. versnapering. gedeelte dat hot dichtst bij den.eon hoogte opgaan. boven vuur houden. voet van eon boom .tot jets benoemen. heup. Panel j i of Panel ji-panel ji. Memanggang. Pangkal. cornpas. ook rooster. Panggal. enz. aan hot spit braden. promotie makers. brok. rondo houten bak. Pangkat. begin. wat geroost. een huisje enz. is. de vorsteltjke waardigheid . Nafk pangkat. afgehouwen stuk. snoeporij. die men beklimt. .

strand. enz. zich deftig houden. Pangsa. jets of iemand op den schoot nemen. betamelijk. Pangling (Jav. dieet houden. Pantangan. Pantai (ook Tepi). ook : mu. eon vrouw beslapen. enz. wat als niet good verboden is. dunne Chineesche zijde. zie : Panau. Pantek. verboden. behoorlijk. iemand niet herkennen. zich netjes kleeden. Memantek. -houden. hot beheer over jets voeren. eon pen of spijker orgeris in slaan. Pantas (of Pants). Pangsi. vaardig. verdeeld zijn.hoofdpriester aan eon moskee. spijkeren . spier.Pangkoe. ook fraai makers. ook . Panoe. oever. Pangoeloe (of Panghoeloe). waarin sommige vruchten. Pangkoer. ook : handig.). jets als schadeljjk verbieden . (vergel. klapperrasp zooals die op Sumatra gebruikt wordt. Berpantes. . zich menageeren. Memantes. nagelen. . Panglima. hoofd. die als adviseurs zijn toegevoegd aan inlandsche rechtbanken. verfraaien. vlug . good staand..). Memantekken. zacht hellend.. den coitus uitoefenen. opdirken. . ook middel ter voorkoming of gene zing van impotentie.als heel beschaafd voordoen. wat verboden is. -dragon. . enz. bodem. --voordoen. glooiend. de sinaasappel. onderste deel. vijf . ook de met dien rang bekleede geestelijken. ontzegd. Pantjalima. jets ergens aan vastsp jkeren. nagel. vernagelon. -houden. krijgsbevelhebber. aanPANT. enz. (vulgair). spijker . Mantat of Memantat. Memangkoe. enz. achterste. Pangoer. zeestrand. vloot~ voogd. to zijn. den schijn aannemen van deftig enz. Berpantang. fondament. pen. voerder. als bijv. zich onthouden van. enz. . Pantat. hot zeepaardje. Pantja (Sk. enz. schoot .skel. Memantang. Paroet). bestuurder. derriere. stuk of deel. deftig. de billen. Pantang.

Panes (Ikan panes). enz. ellende. enz. Pantjadria. Paoet. gedicht. Pemaoet. . punt. Memantjoeng. de steel. kentering. versa Berpantoen. armoedig. spuiten. Memantjak. brandstapel. uitspreiden. Papa. Mantjoer of Memantjoer. walvisch. PARA. M®mantjarken. arm. met lets puntigs raken. enz. uitspuiten. doers spuiten. verarmen. enz. trekker (van eon geweer). stralen. hengel. zie : Laoek. Papah (Jay. aan lets vastzitten. zin : uitvisschen. Memaoet. straal. aan lets vastzittend. hengelen. hack. met kracht in eon straal organs uitspuiten . .. Memapaken. fontein. slip. water dat ult een goof of leiding enz. zingend opzeggen. ook een sleep hebben. ears vlaggestok op een huffs) op jets plaatsen. met den hengel visschen. doers uitspuiten. Memantoen. behoeftig. zich aan jets vastklemmen. enz. . Mantjing of Memantjing. enz. Memantjar. -bevestigd. enz.. ook in fig. Pantjing. Pantjoeng (of Pantjong). zulk een gedicht. enz. penwortel. Pantjaka. in armoedige omstandigheden verkeerend. Pantja robs. Pantjoeran. zulk eon gedicht. verarmd. pikken. armoede. enz. vischhaak . straal van lets. Paoek. enz. dat vloeit . Berpaoet.. -vastgezet. enz. 195 Kapapaan. de hoofdnerf van palmbladeren. arm makers. jets (bijv. ellendig. . de vijf PANT. met kracht aanvatten. in een puntige slip eindigen. uithooren. waken. Pantjar (of Pandjer). -gestoken. spits.wichelarij . Pantjoer. -vastgeklemd. jets good vasthouden. van zekere hoogte in eon straal neervalt. --naar zich toehalen. Pantjak (of Pantjek). Pantjar. zinnen.). verarming. -naar zich toetrekken. op jets geplant. Pantoen. waarin de winders uit alle hookers waaien. puntdicht.

. Memapar of Mapar. -ook plaats. schrijf bord. near iemand of jets toe gaan. kappen. -plaatsen. vlak .Papak. effen. hakmes. remand afhalen. houwer. gelijk. vijfde deal. iemand doers afhalen. latwerk. . Papah toelis. gelijk makers.. tot hot toe- . enz. eon planken huffs. enz. Memapakken.tegemoet reizen . Param (of Parem). kroesharige inboorling van Nieuw-Guinea en omstreken. dit woord diem ook om eon collectief meervoud to vormen . vijfde . jets vlak makers. lel. . de ledematen met parem besmeren.) . Roemah pagan. islet eon kapmes houwen. iemand eon ander of jets (bijv. Mapanken. Babel. enz waarop geschreven moat worden .koppensneller (Bandj. brad. Memarangken. stalling van latwerk. Memarang. Para-para. enz. vlak . -inhalers. Parang-kajau. gelijk. bord. de oneffenheden van lets wegnemen. doers plaats nemen. deal. plat. eon rijtuig) tegemoet zenden. Mapag (Jay. .. Paran. wat vlak en plat is. enz. rak. effen. stationneeren. plank. hakken . van oneffenheden ontdoen. geneeskrachtig smeersel . iemand of jets tegemoet gaan. iemand met zulk een smeersel insmeren. kapmes. de gezamenlijke ministers. Para manteri. plat makers. om or jets op to drogen. eon kapmes. effenen. vlak makers. geeffend. Memaparken. eon verzachtend. 196 PARA.). Papoewa. Parang.. Mapan. enz. Para lima. gedeelte. droograk van latten. zich orgens opstellen. een huffs met eon plat dak . enz. enz. Roemah papak. lets effenen. Papar. Memarani. lets of iemand orgens plaatsen. Mapagi. richting. Papah. enz. enz. ook hot brad. de ministers. horde. Memaramken. iemand tegemoet gaan. gebeurt.vlak makers. waar jets ligt. --doers inhalers. schaakbord . enz. enz. Memapagken. Papak (of Papag). tegemoet gaan . enz. Papah tjatjoer. deal. Para. houwer waarmede koppen worden gesneld.

vlak. bamboo b~toeng. gelijk . met eon kapmes. Pring. eon rijtuig inspannen . eon gedeelte. pear. poe. Berparit. gelaat. long. afsteken.). Memasang kartoe. gedeelte. hot water west. effenen. enz. aansteken. Memaras.die hunne opwachting bij den regent wenschen to maken. effen.brengon van eon houw bezigen. hot jay. onder elkander verdeelen (door twee personen). span. gelijk strijken. getij de. ook Paroeparoe. markt. ook glad. Paro (Jav. Memasangken. bijzetten. half. Memasang karate. -uitzettenstrikken zetten.. open huffs of loods. enz. Memasang meriam. biding. op eon kaart inzetten. Memasang djaPATA. aangezicht. Pasang. gegraven kanaal. Pant. de ooren spitsen. enz. whet is vloed. enz. Maroeh of Memaroeh. gracht. Saparo. Paseban (Jay. Mmasang koeping. Ajer pasang. gegleufd . in tweeen deelon. pikken. Pasang. voor regentswoningen wear zij. o ok Paroedan). Paring batoeng. ring. . koppol. jets als inzet neerleggen.~ hear (zijn) gelaat is schoon . enz.). hot wassen van hot water. Paring (Bandj. enz. voor iemand inzetten. Pani (Ikan pan). . aanmaken. Memaroet. Paroe (of Peparoe). dreggen. deelen. Elok parasnja. gleuf. netten spannen. mijngang. gelijk maken. iemand strikken spannon of zetten. raspen. Paroet (of Paroed. helft. sloot. Pares. aanspannon. weerga. bamboo . b egroefd. inzetten.). loopgraaf. hier moeten . bek (van eon vogel). houwen. Pasar (Jay. enz. wachten tot zij geroepen worden . de helft.). ook vloed. wet bij elkander behoort. Masang of Memasang. groef. enz. -aansteken. uitzetton. do rog. eon kanon afschieten . Memarit. eon lamp opsteken. Maro. good toeluisteren. spannen. enz. glad maken. met eon drag ophalen. Memasang lam. Paroeh. gedeeltelijk. rasp. marktplaats (zie : Pekan). ook : drag.

hat fijnste deal van jets. ook Mesti). zeker. Materi of Memateri. verkregen. dienaar. toeren. Pasoe (of Paso). natuurlijk golvend (van haar). de pokken hebben. soldeeren. (ook Pantek). strand. wandelen. waschtobbe. met den stekel verwonden. Tanah pasisir. gekristalliseerde witte suiker. Pating. jets soldeeren. de Salak). Goela pasir. zand. iemand in hot blok sluiten. Dit woord diem ook om eon . zetmeel. pen. Berpasir. enz. stekel (van eon visch. titel van eon eersten minister of rijksbestierder. Patar. Mestiken. essence. enz. blok. gebroken. groote kom.op Java titel van den inlandschen ambtenaar. vast. ik. Orang pasisir. Patch majang. de Spaansche pokken . Pasoek (of Pasoekan). breken (van harde lange voorwerpen).). kustbewoner. knot. of Memestiken. om er jets aan to hangen. kust. kuststreek. zanderig zijn. stellig. vaststellen. tobbe. enz. vast op jets rekenen. Pasisir. houten pen. bloom. Patch. Patch (Jay.gewest. ook de onderwereld. geknakt. bijv. Mematil. landen can de kust. gowis. Patik. enz. Patil. passement. Patek. troop.). van binnen korrelig zijn (van hot vleesch van enkele vruchten.). Patekan. eon toertje to paard of per rijtuig maken. Pateri. slaaf. waarin gevangenen worden gesloten. Patala(Sk. zandbank . afgePATA. kuieren. Pasmen. corps.laag. door parsing enz. jets broken.) ..ook de administratief gestrafte inlandsche ambtenaren gedurende hun straftijd verblijven. soldeersel. Pasoeng. Pasiar. Patiman. in rang volgende op den regent. bende. Pasir. groote vijl.verdieping. enz.. menigte. gewone. -af knotten. . Memasoeng. Pati (Jay. -af breken. Mematahken. --knakken. de hel. verglaasde garden of porseleinen pot met deksel. Pasts (of Pests.

on jets regelen. voor elkander bestemmen. met don hak den grond bewerken . de inlandsche hak voor de grondbewerking. zich voegzaam kleeden. behoorljjk. Pating bertereak. Mematjoel. Mematoek. passend. Mematjak. M matjangken. . samen handelen. Patjang (Patjangan) (Jay. Patjak. ook bijten (van slangen). Patjar. hak. benaming van planten behoorende tot de nat. der Balsamineae. fam. Berpatoet. schorpe snavel. aandeel in jets. zich netjes voordoen. pop. Mematoengken.).Pepatjangan. waarvan vole vorschejdenheden bestaan.. de nagels met die pap roodverven. verloven. Lythrarieae en Aurantiaceae. gepast. eon regaling voor jets maken. geschikt. verg. engagement. enz. -doen harmonieeren. ---bewerken. beeld.. eon verloofde hebben. Pagoet. . ordenen. Patoek. met den hak werken. voor gezamenljjke rekening jets doen. 197 pap van de bladeren van deze planten. enz. geengageerden. ook : deal. Berpatoeng of Berpatoengan. voegzaam. --passend maken. pikken (van vogels). ook : verloving. Mematjoeli. al s vennoot opnemen. Mematjoelken. ook PEVA. jets aan hot spit braden. iemand eon aandeel in jets geven. Mematoetken. Patjoel (Jay. puntige bek (van vogels) . Patoet. ook bij jets passend. aan to geven . ook eon vaartuig op stapel zetten. betamelijk. ovoreenkomstig enz. Patjar. Patoeng. standbeeld.meervoudige handeling. als belegsel op de nagels om doze rood to verven. wat voor elkander bestemd is. gillen. algemeen en door elkander schreeuwen. jets in overeenstemming brengen met.). verloofd zijn. voor jets geschikt zijn. enz. kleine bloedzuiger. verloof den. Patjat (of Patjet). enz. enz. eon vennootschap sluiten. die springend op zijn proof afgaat.. Mematjar. enz. den grond met den hak omwerken.

afgemat. Pawana. Peda (Ikan peda). Pedah. kromme Babel. paal. enz. Memegang. Patrem (Jay. kar. met labels enz. enz. schrijnen. enz. enz. ingezouten visch. slaan. heat. bijtend. kleine dolk (wapen der vrouwen). v 198 PEDA. in of met de hand houden. houwer. hat bestuur in handen . menschelijk (dierltjk) zaad. bijten. vrachtkar. vuur. steken. enz.. plat.opschikken. heat. stack. vasthouden.. onder zich hebben of houden. (van een snijwond bijv. enz. Makanan pedal.). baloorig waken. Pedati. Pedjoe. zie: Beja. garstig. aanhouden. gebruiken om een houw toe to brengen . Perkataan pedal. paaltje. besturen. enz. vervelen. ergeren. Pedang loeroes. Memegang parentah. Pegal (of Pegel). moo. dat tot merkteeken of om or jets aan vast to leggen diem. Bermain pedang. zeer doen. tegenhouden. raps. zie ook Patoek. verstijfd.versieren. . wanneer men or j mover op giet). (Sk.). Megalken. Pedang bengkok.. degen . Pedal (ook Penjet). enz. Memegangken. stark gepeperd eten. Patok (Jay. Pedang. waarnemen. Memedang. een Babel enz. mooi maken. Pawaka (Sk. zaad. Pedal (of Pedes). Pedih (of Perih). beteekenis van een droom. -gezegde. stark. Turksche Babel. voorteeken. scram. stark van smack.). degen . iemand jets laten vasthouden. zoutevisch. hat bestuur voeren. Pegang. . enz. Pebejan. zwaard. prikkelend. scherp. enz. besturen. rechte Babel. Babel. een scherp woord.. wind. platgedrukt. met een degen stooten . baloorig. schermen. ook wrevelig. enz.). houden. Pedar. aanvatten. in de hand hebben.vechten. met een Babel. iemand jets in de hand geven. Memedangken.

Pehak. stamelen (zooals kleine kinderen). Peladjaran. natuurlijke geaardheid. stark. inborst. onduidelijk spreken. Pegangan. dofklinkend v(van metalen). hot onderste boven rollen. speelgoed. Peladjar. Pelataran. waar niets op groeit. half omgevallen. tosticuli. Pelebaja (of Pelembaja). palankijn. Pogo (ook Pelo). oud. flesch. stopflesch Pelesat. Pelatoek. erf. -. Pelebagai. Pekatoel. tijdelijke loods. bestuurt. gekreukt. zie : Adjar. hot onderste boven. een snort gestreepte zijden stof. kanker. niet goad kunnen hooren. lijmig.vallen. Pege1.hebben . Pales. Terpelanting. card. letten. Pelangki. ambtenaar. gedeeltelijk gebroken. speeltuig. V V PELF.). om er in feast to vieren.wegspringen. de ballen. dik. Pelangi. rotting. drijver. allerlei. karakter. Pekerti. eon snort dwerghert. enz. beambte. Pejot. Pekat. ook gerimpeld. Pelanting. de specht. zie : Bekasem. landsdienaar. Pelampoeng. Memegat. ook gereedschap. beul. . zie : Bekatoel. Pegawai masd jid. bottel. Pegawai main. Pegawai. met eon vaart wegvliegen. Pelampang. Pekah. zie : Fihak. Pe1er. Pekasem. Pelandoek. Melesat. brijig. zie : Pega1. Pegat. -. ook eon palankij nvormige draagstoel. organs afwachten en den doorgang be. Pekat (Bandj. be ambten can eon moskee verbonden. defect. enz. scherprechter. Pekoeng. enz. iemand den wag afsnijden. beheert. u . -weggestooten worden. boei. Megat. ook : niet good hoorbaar. moat men houdt. enz. natuur. enz. plaats voor of achter eon mooning. bouwvallig. (bijv. zie : Adjar. Jobber.

de penis. jets onderhouden.). afglijden. Mehntir. dien men met den voet wegschopt) .).PELF. enz. verzorgen. de lever. lijm. verzorging. -gekneld houden. door middel van lijnl vangen. lamp. aangedaan. in de armen knellen. met de armen omvatten. schuifzoom. Palo. verzorging. Peloepoeh (Jay.zelfkant (aan eon kleed. Terpeletj oak. Pelipit. Peloeh (Jay. opvoeding. Pelet. bamboezen kokertjo. onderhoud. gevlekt. verzwikt. onderhouden. de slaap van hot hoofd. ook : iemand door toovermiddelen tot zich laten komen. hot mannelijk schaamdeel. onvermogen. Meleset. houden. opkweeking. fokkerij. zorg. enz. Pelipis. Pelita (Jay.). behoeden. treurig gestemd. Pelmtir. in elkander draaien. bewaring.. om iemand gedwee. Peloe. behooding. Peloek (of Pelok). 199 arming . bewogen. Memelet. Sakit ~peloeh. draaien. opvoeden. verdikte wazem of damp. zweeten. enz. enz. zweet. Peleset. die zich op jets afzet . ook : kleefmiddel. vlek. bewaken. en toovermiddel. weggeslingerd.enz. . kweeken.). Pe1i (Jay. vogellijm. Pelihara (ook Piara). opkweeken. zie : Pogo.aan zij n wil onderwerpen. m eegaand enz. Berpeloeh. ook rand. platgeslagen . houden. gedraaid. Memelihara en Memeliharaken. hot evenwicht verliezen. uitglijden. lmpotentie. enz. Terpelesat.). uitgegleden. Pemeliharaan. wringen. Terpelesat. enz. omhelzen. Peletjoek. Pe1ih. gevlekt. Deleting. zoom. vogels. bewaren . omhelzing. verstuikt. Kajoe pelet. enz. gevlamd hout . enz. Peloeh. inlandsche lamp met pit. omarmen. bewaring. . omv PEND. een bal. impotent . to maken . Memeloek. gewrongen. nachtlamp. glijden.

v 200 PEND.bamboo voor bewandingen. good spreekt. Pendok (Jay. Pembelokan. bruidsbed. kort. Peloeroe api(zie ook : Perijoek).). -verbergen.. kerker. bom. Memend j ara. pen. verboden. bruidsvertrek. zie : Pandapa. werpspies. wat als ongeoorloofd en onheilaanbrengend verboden is. kwalijkriekend. bekorten. kogel. kerkeren. Memendekken. (Jay. onderwijs. leer. Memendem. gevangenis . zie : Ad jar. zie : Panawar. zie : Adjar. iemand die voor een ander borg staat. ongeoorloofd. Pengadjar. granaat. hot geleerde. Pending. (of Padjangan). Pemali (Soend. hoerehok. zie : Belok. zie : Akoe. Tall pending buikband. Pendapa. Pemidangan. hot eerste kind. Peloeroe (of Pelor). Pembarep (Jay. zie verder Dengar. bespoedigen. Pendek. bordeel. Pembawa zie : Bawa. verkorten. onder verbod liggend. bekrompen (van verstand) . kort maken. bewaarplaats. vloeren enz. borduurraam. van rijst. Pena. ook: Memend jaraken. Penawar. Pendaringan. schrijfpen.). metalen omhulsel of overtrek van een Keris-scheede.kettingkogel. dikwijls ook geheel uit metalen platen bestaande. Pemad jangan (Jay. muf-. Pengakoe. Pengak. gehoor.duf . niet hoog. onder den grond stoppen. in de gevangenis stoppen. metalen plaat aan een buikgordel . Pendjara. gevangen zetten. de eerstgeborene. leeraar.). de voorste. onderwijzer. huffs voor publieke vrouwen. Pendem. in den grond begraven. Pe1oeroe bolang-baling. Pe1oeroe best lantai. kartets . . enz. gordelband. niet lang. Penengeran. meester. Pendahan of Pendawan. Pendjoenan.).). Pengadjaran. bong.

Penjek. Pontes (Jay. stalmandje. ook snibbig. P nosh. ook Penjet (Bat. terwijl. Pentang. jets vullen. door een duizeling overvallen worden. ook : borstspeld. Penjakit. welbespraakt. bloemknop. bruidspaar. gespannen. Memental. Memenoehi. Memenoehken. een ruimte geheel ~bezetten. Terpental. vuilnismandje. tegelijkertijd.). . Penoodjoe. speldekussen. een ljcht gevoel in hot hoofd. Pengempang (of Empang). kwaal. wegslingeren . enz. ook : paar. zie : Pengoeloe. spannen.. Pentil soesoe of Pentil tetek.. bruid. Pengki (of Poengki). Pentil boewah. niet op hot mondje gevallen. Bedil penganten. Penjoe. Mementang. Pengoeloe. bits. gevuld. klein plat mandje tar verwijdering van afval en ander vuil. bent. weggeslingerd. bruidegom. ook volmaken. PE PA. . bij elkander hoorend. de punt der borst. . enz. van eon huid die nog nat is on gedroogd nioet worden). met een smak op een afstand neergegooid. Pental. enz. duizelig zijn. preutsch. zie : Pangoeloe. juist van pas. gelukkig. bijvullen. vischvijver. enz. ziekte. Pengeret. good kunnen praten. vruchtkn op .Penganten. speld. jets aanvullen. Pening. hot goad treffen. bintbalk. Peniti. enz. duizelig. vol. in menigte organs vereenigd . aan de beide einden strak trekken.). platgedrukt. punt. haarspeld enz. geplet. door een geheimzinnige macht beschermd. vullen. ook tik met den tegen den duim aangedrukten en plotseling vooruitgeschoven vinger . tepel. gevuld doen zijn. slingeren. wat gespannen is. zie : Sakit. knop. vruchtknop. bloemknop . Penghoeloe. tijdig. ongesteldheid. vijver. jets breed en strak openleggen (bijv. zeeschildpad. ook : toevallig. vischkom. enz. Pentil kembang. Bantal peniti. een geweer met dubbelen loop. Pengaroe. Pentil.

scheef. schuin . Momordica charantia. Meper. doen) . Pepilis. Me. Mementjet. nat. Mentjong. lets tegen jets anders aan knikkeren. knippen. enz. Pepare. enz.Mementil. knuppel.ook : knikkeren. zie : Pills (Jay. Mementilken. ook : hot dwars afdrijven van een vaartuig. Pentoeng. Peper.voltallig. Peper. hot vrouwelijk schaamdeel (vulgair). waarbij de dansers met lange stokken en andere wapens gewapend zijn. Pentjong. Pentjet. Pepak (Jav. een slingerplant. eon Maleische daps. knellen. snort krijgsdans. van de rechte richting afwljken. Pepaja. een groot handelsvaartuig. visch of vleesch in een blad gewikkeld en zoo gaar geroosterd. jets waarmede men de derriere na de outlasting afveegt. middelmatige boom met lekkere.ook : afdrijven (van een vaartuig). Meper. mentoeng. . ook eon kruisboot. geheel en al. fam. (00k: Pepesan). L. (Jay. de derriere na de outlasting met jets afvegen. L. scheef staan. eon snoeperij of gerecht van diverse groenten. knellen. jets of iemand tegen jets aandrukken. knijpen. overdreven nauwgezet. de baarmoeder. met den vinger op de vorenbedoelde wiize tikken. kieschkeurig. met een knuppel of knots slaan. Pentjalang (Peraoe pent] alang). dien daps uitvoeren. nat. Mementoengken.). gezonde vruchten. knuppelen . of door over jets heen to schuren schoonmaken (zooals de honden bijv. jets als knuppel gebruiken om to slaan. Carica papaya. P®poedjoe. Pentjak (of Pentja).). fam.). alles bij elkander. visch of vleesch aldus toebereiden. der Papayaceae. knots .volledig (zijn). der Cucurbitaceae. Pope (of Pepek). M mentjak of Mentjak. waarvan de vruchten veel worden gegeten. Pentjok. v PEPA. Pentjing.

Peranti meloekoe. Perangkat (ook Peranggo). klatergoud. Peranakan. Ilmoe perang. melken. vechten. zilver. krijgskunde : Alat. Perampoean djahat. nauw (van eon schroef bijv. enz.Pepoeroes. wat men noodig heeft. (of Perpati ook : Derpati on Merpati). Perang. hot punt waar twee wegen elkander snijden. meubilair . bladgoud. vrouw. Perabot. Perbehasa. Mores soesoe. Perawan. ook slagveld. jnlandsch vaartuig. Mores kelapa. moeilijk gaand. gelijkenis. voorbeeld. slag leveren. Peperangan. Perabot roemah. gevech t. ook. oorlog. toestel. P®rat (of Pert). verguldsel. oorlogstuig. viersprong. prauw. Perapati. Prang sabil. Perabot dapoer. Perbana (of Peraani). . wijfje van eon dies . keukengereedschap. zie : Anak. ploeggereedschap. kleederen. tooneel van den oorlog. etc. oorlog. Peras (of Pores). hoer. Perahoe (00k: Prahoe of Peraoe). de heilige oorlog. Mores kafn basah. (ook : Paribasa). maagdom. bladzilver: verguld. zie ook : Poeroes. uitpersen. slag . 201 -van den strijd. publieke vrouw. hot noodige voor hot ploegen. werktuig. spreekwoord. strijden. Perada. wat benoodigd is of wordt. de blaas. eon natte kafn uitwringen. huisraad. oorlogsschip . vrouwelijk. v PERG. Aj er perbana. stroef. in de moor). gereedschap. duff.of Perkakas peperangan. enz. P®rapatan. hot melksap nit hot geraspte vleesch eener kokosnoot person. veldslag. om to gebruiken . eon compleet stel van jets (bij v. uitwringen . Kapal perang. Berperang. Perampoean.). doodtij. zilveren. kruisweg. Peranti. Perak. oorlog voeren. maagd (ook Anak dara). huisduif. zilver in dunne bladen. ook wrang. spreekwijze. Mores. gereedschap.

Perhinggaan. zich vervoeV 202 FERG. put. inlandsch landsdienaar. weggaan. Pert. eigenschap . de gesteldheid saner zaak. gebeurtenis. . Peri. Pemeriksaan. zie : Hamba. Memeriksai. enz. Periksa. enz. bevelen. dikbuikige aarden of metalen kookpot . . trant. verguld. Berperi. nimf. Frank. regelen. voorschrift. onderzoek. Koerang periksa. lastgeven. hier en daar heengaan. Pemerentah. Perideran.. jets tot hot onderwerp van een gesprek maken. aanvraag . Peristiwa. hat gebeurde sans. Perijoek apt. Peri. omwenteling. jets onderzoeken. .gegravenput. urnvormige. een onderzoek instellen . Pergol. in 't algemeen Europeaan. Perth. Perijaji. Pergt-datang. zie : Fadloeli (Ar. gebeuren. enz. zie : Prat. . heengaan. keuvelen over jets. zie : Pedih. bestuursmaatregel. naar jets onderzoek. enz. Perigi. Peringgi. born. gebod. enz. granaat. navraag doen. last tot jets geven. enz. regeering. toestand. bestuur. Sakali peristiwa. besturen. enz. Peri joek. omstandigheden. spreken. enz. Pent (of Emprit). Memeriken of Memperiken. Berpergian. gen tot. zie : Peras. Memeriksa. Peri hal. ambtenaar. . gesteldheid. Pergi. bron:wel. rondwenteling. Perhambaan. verordening. zie : Hingga. jets bevelen. zich begeven naar. bevel. Merentah. hot bestuur over jets voeren. regelaar. Pores. be v elgever . bestuurder. wijze. enz. Memerentahken. Zie : Idar. Pemerentahan. manier.. onderzoeken. gaan. eene kleine . ook : Peperiksaan. beleefde uitdrukking voor: ik west hat niet.P®rdoeli. eon verordening uitvaardigen. onderzoek. uitloopen. staat. heen en wader gaan. Perentah.). last. uitgaan. heen en wader trekken. enz.

ook plaats. Perkakas roemah. Permadani. die nom of tame genoemd wordt) . in eene zaak wikkelen.langzaam. enz. nooit.. hoog noodig. een zaak. Perlak. tortel. Memperkara of Memerkara. een voornaam punt (van behandeling). Perkasa. noodzakelijk. Perkakas toekang ka joe. nog nooit. Belom pernah. iemand of jets plaatsen. ook Pelan-pelan. Kaperloean. enz. immer.gereedschap. hat noodig. Peritoengan. nufng. niet voorbarig. Perkoetoet. enz. geval.. zachtjes aan. --moeite geven. Perkakas perang. omstandigheld. vorstin. enz. een om zijn dapperheid beroemd man. Merioeken of Memerloeken. enz. tapijtwerk. nimmer (ook : Tiada pernah) . koket. enz. Perloe. tapijt. in een zaak gewikkeld zijn . graad . Memperlahanken. in den graad. Mempernahken. hat noodzakelijke.). enz. Permata.langzaam aan. blufferig. de verhouding staan van neef of nicht to zijn (van iemand. . zaak. geding hebben. Perlente (Bat. zich voor jets beij veren. verhouding. kloek. .snort rijstvogel. benoodigdheden . Perkara besar. Perkakas (ook Pekakas of Bekakas en Perabot). werktuig. van jets eene zaak maken. ooit. Berperkera. eon plaats aanwijzen. timmermansgereedschap . Perkara. verlakt. Orang perkasa. dapper . zacht. belangrijke zaak. iemand eene zaak aandoen. . iemand voor hat gerecht dagen. een dapper man. noodig. enz. verplicht.). moedig. juweel. enz. bedaard. Pernah kaponakan. Permaisoeri (Sk. torteld uif. met geduld. lets noodzakelijk achten. enz. langzaam doen gaan. niet to vlug. oorlogstuig. punt. Zie verder : Pardloe. huisraad. enz. Perlahan of Perlahan-lahan.. een groote. Pernah (Jay.). zie : Itoeng. edelgesteente. onderwerp. zich jets als noodzakelijk ten plicht maken. FERN. bedaard.. enz.

zie : Oesaha. zie : Niaga. Berdoedoek peroet. als laatste wil to kennen y PETE. ook : vennoot. to vergeefs. Peroenggoe. titel van sommi ge Maleische hoofden. ra aan een mast. zie : Oepama. last. enz. ten honderd. ook : bestellen. Persero (beter. precept. de (hat) eerste. geloof. voor niets. Ps~rsen. Pesagi. Peroet. Peroepamaan. . vertrouwd. 203 geven. ook Perseroan. eerste. fam. voor gezamenlijke rekening lets doen. onderbuik. klokkenmetaal. ingewanden. een vennootschap aangaan. enz. opdragen. nutteloos. bulk. V PERO. iemand lets aanbevelen. vertrouwd zijn of worden. ontbieden. Isonandra gutta.Perniagaan. licht geraakt. enz. zie : Oleh. rentecijfer. . enz. opdracht. om to beginners. wat een stervende als zijn laatste wil to kennen geeft. vertrouweling. Peroewan. ten eerste. Medj a pesagi. enz. gelooven. buikpijn. Memesan.Mertjajaken. vertrouwen . een kruidje-roar-me-niet. Hassk. vergeefs. die de bekende Getahpertja.jets tar harte . aanbeveling. Pesan of Pesen.. Perwatin. Pertjoema.. gratis. opvliegend. Perolehan. ook : bestellen. Sakit peroet. om niets. zwanger ztjn. pat. Pertja. Peroesahaan. en percent. Pertama. Bersero). Berpesan. cadeau. Kapertjajaan. vierkant . ontbieden. perceel. boodschap. deelgenoot.iets aan iemand toevertrouwen. gelasten. aandeelhouder. geschenk. Peroengoes. ook ingewanden. een vierkante tafel. driftig van aard. messing. Pertjaja.. Memesani. geloof. koliek in den bulk. Isi peroet. vertrouwen. Persil. der Sapotaceae. in de eerste plaats. enz. enz. groote boom. levert. vertrouwen. aanbevelen.

ketting. enz. fam. teekening. vol deuken of gaten. Petasan (of Merton). .ontbieden. plukken. Pesek. medegeven. enz. enz. dissel. machine. Petarangan.in kaart brengen. Pete. Pests. halve dust of halve cent. kist. de bekende sterkriekende vruchten of boonen. duister. afgesloten stuk van een bouwveld. Pesanggerahan (Jay.). ingedeukt. of beelding. tijdelijk logjes. plat (van den neus). zeker. Pests. koffer. enz. Pets. tuinbed. ook : de achternamiddag tegen hat dalen der zon. yak. krijgertj e spelen. pislucht. strand. enz. logies. een holte of deuk in jets (bijv. schilderij. jets in teekening. ingedeukt. vuurwerk. drijfriem.drukken. logeergebouw. Memetaken. die veel bij de rijst gegeten wordt. geldkist. afgeschoten gedeelte in hat ruim van een vaartuig. der Mjmoseae. Pete. klappers. duisternis. pleisterplaats. -. Pesisir. partij. Pesing. voor kippers. Parkia afrjcana. ook : jets bestellen. Petang. streng. nest. avond. koord. Pesok (of Pesok).portret. enz. hooge boom. teekenen. enz. kust. enz. ook : voor iemand lets bestellen... kaart. pat. Peser. ook ontleenen can. Petel. ie is plukken. iemand een opdracht. enz. voor reizende ambtenaren. afplukken. in een koperen pan). jets teekenen. Berpesok. naar urine stin kend. feast. Memetik. stoommachine. Pesawat. jets schilderen. bed. gewis. Memesanken. L. Petik. stelaig. werktuig. tokkelen op eon snaar. donkey. Petak (Bermain petak). bal. lets laten komen. . jets of beelden. of beelden. enz. Petak. ongetwijfeld. bestelling. met v 204 PETE. vunzig. zeestrand. door dijkjes enz. Peti oewang. voetzoekers. Memeta.

ontslaan.). Soesoe petjah.). inslaande bliksem. bedorven. Berpetok of BerpetokPILI. petok. Zie : Pesok. masseeren. ult zijne betrekking afgezet.. hoofd van eon post. Memetjatken. Petong. kakelen. (van eon puist. op jets treden.factoor. lei (van eon haan). blijk (van overeenstemming. in stukken en brokken. gedrang. Petjah belch.bovennatuurl jkemacht door ascese verkregen. Petis. enz. op jets trap.). . Memidjak. Zie: Toewah.of vleesch-extract op inlandsche wijze bereid. enz. karwats. Petjel. gedeukt. stuk maken. modderpoel. enz. enz. panel. Petjok. speelhuis. onderpand. pen. zweep. . ook de kam. met de zweep klappen. de vuilnishoek achter de keuken of hot badhuis. dobbelhuis. Barang petjah belch breekbare waar. enz. onderwerping. wordt gezonden en teruggebracht moot worden. (van eon hen). geschifte melk. gebroken. Petjat. M mid jet. stuk. jets broken. Petjomberan (Bat.).Patir. met de vingers of voile hand drukken en kneden. ook breuk (in de rekenkunde). uit eon ambt ontzetten. afzetten. opengebroken. gebarsten. wat gebroken is. dat als teeken. Petjahan. Petoewah. Peal. Pidjet (ook Pid j it). ontslagen. Zie: Top. pool. kapot. vertreden. zweepen.handelsbeambte. Petopan. --verbreken. dicht aaneengesloten. Pidit. teeken. Petoeroes (Pout. jets. .of broken. enz. met de zweep of karwats slaan. Petjoet. Memetjah. gezaghebber. ratelende donderslag. waar al hot waschwater enz. eon toespijs bj} de rijst. enz. Memetjahken. Petor (Port. op jets loopen. Pidjak. enz.. visch. Petjah. op bijzondere wijze toebereide kip of visch. . panel enz. Petok. in wordt gegoten of geworpen. Memetjoet. -ontzet. doorbreken.) .

uitkiezen. wee kiest. enz. zich verplaai son. geneeskrachtigof verzachtend smeersel op hot voorhoofd. aanzoek. verdraaid. Pinang. stilts. droes. door eene jonge maagd to vel zoeken voor hem eon betelpruim klaar to maken). bij de hand leiden. zonder familiebetrekkingen. Pihak. alleen op de wereld. der Palmas. Pijala. wat gekozen wordt. of vleesch met eon waterige pikante sans toebereid. ouderloos. Pekat. vogels vangen door middel van eon lokvogel (Bandj. zie : Fikir. visch. Piloewang. Pindang ketjap. Pinang. kiezen. windstilte. jets over den schouder dragon. Pijatoe.). drinkglas. ook eon kieschkeurige. Pikoel. zje : Lansat (of Langsip).. Pijoet of (Pejot). besluit van aanstelling.Pidjetan. Areca catechu. welks rijpe noten bij hot sirih-kauwen gebruikt worden. Pindang. Pi1eg. Pikoelan. Pilih. Memimpin. ook in eon andere taal overzetten. ook : rotting (vergel. Memikat. eon meisje ten huwelijk vragen. Berpindah. Memindahken. drinkbeker.). kip. L. keus.). Pilihan. nat. Pimpin.). scheef. vrijerij. kelk. Pemilih. ~kooi met eon lokvogel or in. Piker. draagstok. op eene andere plaats zetten. Memikoel. . verkouden. Meminang. beker. Memilih.). ook : Indisch gewicht van 125 Amst. Pindah. ponden of 100 Katies. verkouden zijn. visch. van plaats veranderen. waarbij sofa wordt gebruikt. ook (van dieren). de droes hebben. de betelpalm. Pills. draagvracht voor eon man. zie : Fihak (Ar. eene keuze doen. Pikat. eon dito gerecht. verwrongen. verhuizen. bokaal. Memindang. iemand leiden. (Ar. enz. gevrij (van eon jongeling bijv. kip of vleesch . belasting. aanzoek doen om de hand van eon meisje. Ptjagem (Jay. keuze. verplaatsen. PILO. uitzoeken. lam. eon sausgerecht bij de rijst. overbrengen.

zoekust. Pinggir kali. enz. bekwaam. bedroven. geleerd. vraag. bangs den kant doen gaan. van iemand jets vragen. boord van eon vaartuig. enz. geleend. om jots vragen. getwoernd. Pints ang. (bijv. tweernen. Pinggir mod j a. den korsten weg nemen . slim. aan iemand leenen. schotel. slues. verzoekschrift. Pinggir laoet. Pinggir perahoe. op zijde zetten. bangs den kant gaan . buikband. . spinrokken. getwijnd. bij de hand. Pemintal. buikriem.). rivioruever. bidden. Pingsan. Boewah pinggang. -in been vragen. . aan den kant van jets zetten. Pintal. Mints of Meminta. Memintal. Meminggirken. van iemand leenen . geslepen zijn. verzoek. rek est.. voor iemand jets vragen . zoom. Memintaf. . den weg snijdon door eon rechte lljn to nemen. Memintasi. in huffs houden. (ook Tjeredik. to loon. gordel. enz. gesponnen. Memintaken. kust. machine daartoe. buiten kennis zijn. kreupel. in flauwte. bode. Mints-mints. Pinggan (Jay. opgesloten. in loon geven. kant. samengedraaid . bord. enz. bezwij ming. middel. 205 eon huwbaar meisje. slim zijn. mank. flauw vallen. Soerat permintaan. mank . smeeken. enz. Bisa). strand. flauwte. bezwij md. bode. de lendenen. iemand den pas afsnijden. Memintal. in elkander godraaid. vraag. enz. bedelen . Memingit. dat in huffs moot blijven en niet vrij uit mag gaan) . bezwijmen. van PIPA. Memindjam. ook groote kom. Ikat pinggang. zie : Pinter. rand. never.). Memindjamken. Minggir of Meminggir op ztj gaan. Pinggir. --plaatsen. hot geleende.knap. Pints. middenlijf. Pindjam (of Pindjem). Pintal. de nieren . enz.aldus toebereiden. spinnewiel. iemand opgesloten. boord. herhaaldelijk vragen. Pintar. spinnon. Permintaan. rand eener tafel. enz. enz. verzoeken. in elkander draaion. Pinter. verzoek. Pingit (Jay. Pinggang. tafelbord.

Pintos maling. Pitena. kleinkind van eon kleinkind. enz. Pisah. inschuld. achterdeur. enz. wrijfsteen met rol. schuldvordering.). Piso penjoenat. soepbord . Pitak. Pipi. gewoon vlak bord. witte vlek aan bet voorhoofd van paarden. enz. Memisahken. afzonderen. . ook Tjatjing pits. behoorende tot de Nat. katjang. enz. Pisang rad j aseri. Piso belati. sang soesoe. lintworm. eon paard met zulk eon vlek. klein krom mes . ingang. voorpoort. scheermes. Tjatjing pits. eon diep bord. oliepers. Pipitan. uitgang. dour. kreupel zijn. ook vat. Pipih. Piskal. mes. Piso medja. sluis. fiskaal. Memipit. verborgen dour. fam. Memipis. tiles. Pintos belakang. tabakspijp. Pintos depan. enz. schoteltje. ook : scheiden. blinds. Pintos. vensterblad. poort. Pisang mss. enz. okshoofd. Piring tjeper. Pisang ambon. Zie : Oneng. P1. (zie ook : Pinggan). gewoon tafelbord. Pipit. opening waar jets door heen kan gaan. lintworm. Pintos aj er. . ook blad. band. van elkander scheiden. zie : Pests. Wang. zich afscheiden. Piso boewah-boewah. Koeda pitak. zich afzonderen. Pisang. Tjatjing pipih. plat. ook horzel. der Musaceae. Pioet. officier van justitie. deurblad. pennemes : Piso pen joekoer. op eon steep fin Wrijven. Pioetang. enz. paardebrems . pup.. scheiden. olio uit kokosnopen. Piring dalem. achterdeur. koord. Pipisan. afzonderen. ook : Piso raoet. zie : Oetang. Pits. person. Piso. Pisopenna. zie : Fitnah (Ar. enz. waarvan de voornaamste soorten zjjn Pisang radja. Memisah. Pisang kepok. de banaan. dessertme . mesje voor de besnijdenis. of --rad jasereh. Piring. 206 PIPI. voordeur.). tafelmes. Pista. Pipis (Jav.loopen. bord. lint. Pips.

insgeltjks. terug. hoofdpijn hebben. vrouwelijk schaamdeel. enz. . dubbeltje. wederkeeren tot. windhoos. klop geven. wederom. enz. enz. Memoekat. Po (of To-po). ook geheel blind. Memoekoel. ook. weer. met zulk eon net visch vangen. vleien. Poeki. prijs. bout (van eon geslacht dier). van goud). slag. eon snort van kwartel. ranselen. opnieuw. Pemoekoel. warrelen. zie : Fitrah (Ar. terugkeeren tot. offer aan de goden. Poelang ka rahmat Allah.duizelig. klomp (bijv. de Indische patrijs. teruggaan. pat. Poejeng(Jav. Memoed jiken. Poela. Memoelangken. fam. tot eon klomp waken. vorg. . . slot van eon goweer. (of Pitjek). Pandanus moschatus POEL. naar huffs gaan. terugbrengen. Poekat. loftuiting: Memoed ji. bestormen. kleine count. weder worden als in eon vorig tijdperk. Poekang. Pitjis. count. beoorlogen. t oruggeven. kut. Rmph. der Pandaneae. tot eon klomp versmelten. Memoedja. Poesing. kloppen. enz. Poejoeh gonggong of -gonggong. ronddraaien. zegen. Poelan (of Poelen).). Poedji.). iomand jets toewenschen.). den goden eon offer brengen. Poedak. enz. deegachtig. vleitaal. terugkeeren. wervolwind. Memoekal. e!astisch (van gaargekookte rijst).. ook ophemelen.of sleepnet. min of moor kleverig of slijmerig. enz. Poejoeh. in de hoogte heffen. Poedji-poedjian. . terugbezorgen. offeren. slann. eon Chinoesch dobbelspel. loftuitingen. eon pandan-snort met stork geurendo bloemen. loven. Poelang. ook vorslaan. tot de barm- . werktuig waarmede geslagen wordt. ook de persoon die slant.. Poekoel. Pitjak (Jay. enz. enz. prijzen. Pitjoe.Pitera..een draaierig gevoel in hot hoofd hebben. lof. groot trek. aan den oog blind. Poejoe. enz. Angin poejoe. Poedja (of Poed jaan). bovendien.visschen. Poekal. terugzenden.

niet moor to gebruiken. ook door hot bijgeioof verboden. Memoelir. bevelhebber. schouderblad. enz.vast slapen. gekronkeld. nat. tien . eon schroefdraad in lets maken. bovenste deal van den rug.wier bast (altijd met venkel of adas) veal in geneesmiddelen wordt gebruikt. in vasten slaap. ook : geschroefd (van den loop van eon geweer) . waarvan de vruchten zeer gezocht zijn. ook groote. eon tiende deal. schouder. R. eon tiental. sterven. . Memoelas. enz. L. beurs. balletje . Poeloeh. Poelasan (of Kapoelasan). klevenge zelfstandigheid . Poelih. Poenggawa. tiende . Nephelium lappaceum. lets met lijm.. bij tientallen. Memoehhken.zakje. der Apocyneae. Saperpoeloeh. Poelas. Poendak. enz. & S. Pemoeloet of Poeloetan. gom. enz. fam. omdraaien. met lijm enz. Berpoeloehpoeloeh. p11. glad . geheel wag. eon spiraal ran jets vormen.. Poelir. Memoeloeng. hersteld. Alyxia stellata. glad schaven. in elkander draaien. tot den vorigen staat teruggekeerd (zijn) . 207 moendak. der Sapindaceae. balletjes draaien. enz. i. herstellen. lets op den schouder hoog op den rug dragon. besmeren (om bijv. Poelau (of Poelo). in den vorigen staat terugbrengen. hoofd. jets glad wrijven. Poendi of Poendi-poendi. vogels. gedraaid. grande. geldtaschje. slapen. lijm. enz. enz.POEL. Poenah. tweernen. d. kleefstof. eiland. fam. tot piilen. op. nat. eon geneeskrachtige slingerplant. ook wringen. Poelasarl. inslapen. getweernd. Poelas. omdraaien. geldbeurs. schoon op.tasch. vogels to vangen). MePOEN. enz. Sapoeloeh. vangen. pillen draaien. lijmstokje. Memoeloet. eon ramboetansoort. vast in slaap. Poeloet. tiental . hartigheid Gods teruggaan. Poeloeng. legerhoofd. enz. in elkander gedraaid.

enz. hoogste punt van jets Poentjak goenoeng. Memoepoekken.of zusterskind. Anak poengoet. enz. enz. Poepoe. machine om wind of tocht to maken. doode scam. Poentoeng. enz. butt. hangende of liggende waaier. bezitting. of op de fontanel . Poentoeng roko. afnemen. hebben. Anak sepoepoe.hooggeplaatst staatsdienaar. Poentjak roemah. Memoentjak. eigenaar zijn van. kruin. voile neef of nicht. nok van eon huffs . niet scherp. uiteinde van jets. bezit. Poengka. bot.of ondereind van lets. Kapoenjaan. over 208 POEP. stompje. Poentoel (ook Toempoel). top. vuilnis. eon spook in de gedaante eener schoone vrouw zonder schaamdeelen of hover met eon doorboring tar plaatse daarvan. Poentjak. bezitten. nemen. eon aangenomen. waaier. bergtop . opnemen. geadopteerd kind. op hot voorgedeelte van hot hoofd. Poenja (of Ampoenja). hot dikke achter. Berpoenoek.of stalmandje. lets hebben. Poepoek. Sepoepoe. stomp. Poengoet. ondiep. adopteeren. Poenggoer. eindje. neef of nicht. Memoepoek. Poentianak. graad van bloedverwantschap in de zijlinie . plukken. tronk. gebl even stuk. eigenaar van lets zijn.). spits uitloopen. eigendom. vandaar ook de naam Soendel oolong (ook bekend onder den naam Soendel malem). enz. ook iemands hoofd . lets tot zulk eon pap aanwenden. Poenoek (Jay. bloedverwant in den eersten graad in de zijl inie. zulk eon pap gebruiken . inzamelen. zulk eon butt hebben. Memoengoet. Mempoenjai.. enz. enz. Poengki. pap of smeersel. eon machinaal bewogen wordende waaier. plat. . . derriere. in eon punt eindigen. aannemen. van den grond oprapen. Poenggoeng. lets bezitten. in bezit hebben. dikke opeenhooping van vleesch op hot schouderblad of in den nek . brooders. eind van eon sigaar.

door draaiing ontstaan of gevormd.met zulk eon pap beleggen of in hot algemeen lets nats of nattigs daarop leggen. POET. enz. navel. kolk. ook : gejaagd. binnenstad. navel. enz. Barang poesaka. binnenste deal van eon paleis. in vroeger tijd. enz. om eon as wentelen. . familiestuk. . Poera. Memoesar. do jongste bladeren (van andere planten). huichelen.of poeseran ajar. smeersel. verbruikt. die in een opening in eon anderen balk enz. middelpunt. hot uiterlijk van jets aannemen. Moepoet. spie of pen aan eon balk. nalatenschap. erfstuk. Poepoet. Poera. enz. ook gekheid. enz. uit gekheid. begin. Angin poesar. overgeerfde gewoonten. Adat poesaka. bijv. (van geld.). voorgeven.. overgeerfde gewoonten en gebruiken. vroeger. Poepoes. voile mean. hot hoofd compresses. Poera-poera. erfgoed. ronddraaien. in de rondte of in eon spiraallijn ronddraaien . erfrecht. erfgoederen . gejaagd zijn. duizelig. erfenis. wind. . Poernama.) ook de top. draaikolk . oudtijds. ook (vulgair) de penis. verg. . Poeroes. enz. enz. in overoude tijden. enz. de kruin van palmon. wervelwind. enz. de kruin. haastig. vol . oorsprong. get of kuil. Poepoer. Bedak. oorspronkelijk. eertijds. de spiraalvormige draaiing der harm op hot hoofd . wet van ouder op kind overgaat. vorstelijk verblijf. goveinsd. past. windhoos. Hak poesaka. veinzen. Poerba (Sk. Poesat (ook Poesar). enz. Poesar. enz. blanketsel. en waardoor de verbinding geschiedt. enz. draaierig. enz. poeder (voor hot gelaat). erfstuk. geblaas. Boelan poernama. Poesing. Poesar (of Poesar). geheel en al op. jets haastig doen. burcht. Poer ba-kale. Poesaka. in . den schUn aannemen van. gekheid maken. Poesar kapala.

enz. der Pangiaceae. gedraaid. enz. ook allerlei beslommeringen.). . ook : eon zaak afdoen. Poewadai (of: Poewade). bleekt. kruin. hoofdpijn.. draaien in zij ne verklaringen. gebroken. vragen. muizennissen. Poetoeng. punt. Memoetoesken. holder. overgebleven eind. beeindigd. enz. smeekpalm.). machine on1 lets to doen draaien. verzoeken. fam. ook : afgedaan. afsnijden. vorstin. haspel. planten. ronddraaien. enz. jonge spruit. Memoetar. Piperomia javanica. pat. den geest geven. schrift. ook uitvluchten to beat semen. Poetjat (of Poetjet). staarPoetjoek. stuurrad. doen wentelen. bout van eon geslacht dier. opwinden. stomp. afmaken.de rondte draaien.Pokang. in de rondte draaien. ook : om lets heen dentelen. ver. of broken. hooge boom. Pangium edule. els. draaien. aanvraag . .. Poeteran kemoedi. vorstelijk kind. den. hoofdpijn bezorgen door hem to hinderen. verzoek. enz. de stam van de Areca. 209 Poetih. (ook Memoetoesi) . ook iemand duizelig maken. enz. afgebroken. opdraaien. blank. enz. gebroken. troop. grins of prinses. priem. ook : benaming van zeker meelgebak. enz. bl eeken. ronddraaien. uiteinde. afscheid nemen. Permowit maken. bleek. doen draaien. flets van kleur. bezweringsformulier.). lancet. . Poetjoeng. Poesing kapala. -®-p PONT. geeindigd. draaiend. Berpoetarbalik. teeder uiteinde van Poko. in tweeen (van touw. enz. Poetoes njawa. Poesoet. Poesaa. windas. Poetoes. top. enz. . Poetar (of Poeter). -beslissen. rekest. Memoesingken. . Poestaka. bode. zijno woorden verdraaien. teloos (van gevogelte). wit. Poetjang.~rad. enz. zuiver. prinses. Poetera (Sk. lion. pat. honan..Soerat permohonan. Pokeng (00k: Toekoeng). waarvan de zaden als Keloewak in vole spijzen gebruikt worden. enz. Poeteran. witten. Poetera (Sk. kleinkind (ook : Tjoetjoe). omdraaien. duizeligheid. sterven. wichelboek. Miq. BermoMemoetih of Memoetihken. POET. Rwdt. verzoekschrift. Poetoe. enz. enz. . enz. afgeknot. bloom.

Poleng (Jav. plant. Pohon (of Poehoen). verzadigen.boom (maar speciaal die hout levert). Pontang.. smeekon.bijten. ook : klisteer. enz. Pompa. jets of iemand tijdelijk ondor dak helpen. tevreden stollen.Soend.. afwisselend van kleur. enz. enz. plant. Polpol. de vastenmaand (Ramadlan of Ramadan). polijsten. oorzaak. Memoles. glad.logies.).enz. Verg. Mongpongi. ook. grondslag. Memohon. eon kokosnoot met klonterig vleesch. Polisi. genoeg geven. pomp. boom. tevreden gesteld. inleg. Mondok of Memondok. kapitaal. Memoewasken. tijdelijk verblijf houden. . enz. hut. Pohon kajoe. begin. inzet. gestreept . bode. doorboord. kwispeldoor. genoeg hebben aan jets. eon gat in jets (bijv.tijdelijk verblijf. Memongpong. enz.verzoek. . gestreept good.Bat. politoeren. Pondok. ook : klonterig. . Polong. Poewan. ter belegging van hot voorhoofd of de slapen. begin. enz. Pongpong. Kelapa poewan. de Mohammedaansche vasten . voldaan zijn. doorboron. hoofdzaak. fam. -overblijven. Poewasa. Kain poling. ondereind van eon stam of stengel. pap van fijngemalen bladeren. Pills. bevredigen. der Piperaceae. iemand logeeren. spuit. bidMALEISCH-HOLLANDSCH. boontjes (ook: Katjang polong). olio daaruit verkregen. brandspuit. nu. Polos. Pohon (of Poehoen). ook : oorsprong. Poles. Pokok. peulvrucht. Poewas. strepen op lijnwaden. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. eon snort pepermuntplant. scam. enz. enz. oorsprong. Minjak poko. verzadigd. enz.Mongpong. Pon (of Poen). peul. enz. do vasten. grondwoord. grondslag. Pongkol (of Pongkot). ergens logoeren. boom. effen. Boelan poewasa. Memondokken. policie. peulen. in eon kokosnoot) maken.. zelfs. ondereind of onderste deel van jets.zitplaats voor bruid en bruidegom.

eerste minister. Memotolken.platzak. verbruikt. Fransch. iemand al zijn geld doen verliezen. ook voornaamste. kloek. . eon snort spook. beido geneeskrachtige kruiden. van lets of houden. stuk. . voornamelijk gewapende politiesoldaten. milddadig. Prawira. Memotong.. Port. . al zijn geld bij hot spel of door speculatie verliezen. geschenk. vorst. Porak (Porak-parik). der Compositae.regelmatig afwisselend gekleurd. lets van lets of trekken. rijkskanselier. straatarm. der Acanthaceae. Memotongken. -platzak maken. inlandsch soldaat. zie aldaar. nat.. enz. Noess nat. edelmoedig. Potol. Porok. en Gendarussa vulgaris. Daon prasman. eerste. kelen. RADJ. op. ook Poetoeng. luier. enz. verspeeld. luur.). portwijn. Popor. en Protol. kolf (van eon geweer. gevlekt. fam. heldhaftig. enz. port. slachten.afnemen. Franschman. Pradana. enz. -. afgesneden of afgenomen stuk of deel. Popokan of Pokpokan. doorgesneden. dapper. . afgesneden.). wagonas. Pradjoerit. Potong. verminderen. kinderdoek. Potol. afsnijden. enz. doorsnijden. fam.Eupatorium aijapanna. verward door en uit elkander geslagen (van eon leger bijv. geheel op. eon kapmes waarvan de scheede op 14 210 POPO. enz. gift. zie : Perabot. minister-president.lens. Poros (ook : Poeroes). ook aftrekken. voor iemand legs snijden. as. Prabot. Prameswari. vork. enz. Praboe. Golok pontang. Vent.straatarm maken.. Prasman. die in de inlandsche geneeskunde veol worden gebruikt. soldaat. geregelde afstanden met zilver is beslagen. Popok. Pradana manteri. slachten. enz. zie : Permaisoeri. snijden. moedig.

op good geluk. bevoeling. wat --ook terug to geven door ons achtervoegsel: aehtig. enz. nitgescheurd (bijv. enz. adelaar. de kunst om uit de lijnen der hand iemands lot to voorspellen. zie : Perijaji (Jay. betasting. enz. tasten. gerecht . enz. Rabit. gescheurd. vorstelijk. enz.. syphilis. uit wier richting. betasten. . Rad.).. voorspellingen gedaan worden . Raba. Heer(van God of tot God). . Rada. kaal worden. enz. in rang hooger dan de Toemenggoeng's. koninklijk. ruien. most. Ilmoe radjab. . Radja. Raboek.. voornaamste. iemand als vorst behandelen. Meradjaken. met de hand over lets heenstrijken. meststof. enz.). rechtbank. . Radjah. zonder haar of veder. kaal door hot uitvallen van de haren of vederen. Radon-Adipati.). zwam. arend. Mal. Karad j aan. Meradja. enz. ook asch. Meradjal. eenigszins. . enz.. de lijnen op de handpalmen. de titel van de rijksbestuurders van Soerakarta en Djogjakarta. raad. hot strijken met de hand over jets heen. --hoofd. ingescheurd. enz. Radon (Jay. enz. adellijke titol op Java. Rad sambang. ook : vorstinr koningin. iemand als vorst aanstellen.onderkoning. omgaand rechter. Radja singe. vierschaar.). ook van regenten in de gouvernementslanden op Java. koningschap. Meraba. afvallen (van de haren of vederen). Mrotoli. chancre. R. enz. ook als vorst heerschen. RADJ. . tonder. koning. -erkennen. Rabi'(Ar.huldigen. witte vloed. Rabana. chiromantie. vorst. tamboerijn. Radja wall. koninklijke waardigheid. eon oorlel). den schijn aannemen van eon vorst to zijn. enz. streeling.. ook : koninkrijk. eon weinig. omgaand gerecht. Protol. kaal. ook: kroonprins.Priaji. tondel. Radja poetih. zich als eon vorst voordoen. Raba (Mol. Radjamoeda. ook in hot algemeen titel of benaniing voor inlanders van adellijke geboorte (op Java). regeeren.

pruilen. Rahang. enz. geheim. monnik. Radjoek. breien. vlijt. zakje of boursje van network. ook drijfwiel. Memboeka rahasia. --langzaam voortbewegon. netten maken. Menjimpan rahasia. bon of korf.Radjasiuga. ontevreden zijn. barmhartig. melodie. ijver. werkzaam (zijn) . gril. 211 Rahasia(Sk.(ook:Rasia. Ragang. barmhartig. Merajaken. mondholte . op lets kruipen. kruipen. feostelijk herdonken. spinnowiel. Rahman (Ar. . Keradjinan. zich kruipend. -schenden.. zie : Radja. zie : Regang. ook : wijze (in de muziek). grootmoedig. genadig. Ragoem. gist : Meragi. ook bal van katoen of rotan voor hot Sepak-raga. kleur. enz. Rahat. -bekend maken. Roesia). grof en doorzichtig of a jour gevlochten mend.witte mieren.). barmhartigheid. luim. lets groot maken. eon geheim bewaren. zie : Deradjat. Raga. Radjoet. Meradjoet. aan zijn ontevredenheid lucht geven. kaak. network. Ragi. feestdag. Merajapi. Raja. Rajap (Jav. genade. Ragoe. -eerbiedigen. schroef. tint. voorname weg. Meradjinken din. kruipen d insect. Rahim (Ar. bankschroef. enz. eon groote dag.). vlijtig. geheimenis. Radjawali. mopperen. Rahib (Ar. haken. zich beijveren. kakebeen. arboidzaamheid. wijze. overal hoen kruipen. ook de baarmoeder. groot. RAKS. bekruipen. kuur. enz.). Toelang rahang. beteutord. verheffen. gist in lets doen.). voornaam. ijverig. mededoogen. Djalanraja. arpeidzaam. mededoogend. Radjat. air. keelholte. Hari raja. verward. heerlijk. Radjin. eon geheim openbaren. Merajap (als de witte mieren).). manier. vieren. grootsch.). naarstig. groote. Rahmat (Ar. ontferming. zie : Radja. of vootbalspol. enz. Meradjoek. werkzaamheid. . feestvieren. knoopen. in verwarring. Ragam. met gist mengen.

welriekend gemaakte olio. zie : Poewasa. op eon vlot zitten of varen. aan elkander vast maken. titan. -uitgespreid (van planten). vraatzuchtig. Rakoes.ookBoelanPoewaea. voorspelling van iemands lot door hot lezen en berekenen van allerlei teekens. op alarm zitten. drijvend huffs. daemon. ook : wet aan elkander gebonden wordt. (van kleino insecten). geparfumeerd. Membilang ramal. . -drukken. Rama. onderdaan. zich verspreiden. Meramas. Koeda sarakit. gegoed zijn (van menschen). hat breed hebben. Merambak. yolk. kneden. van iemands gezicht). ook : krauwen. Ram. hat er good van nemen (van menschen). Ramai. --verbreiden (van planters). enz. Raksasa (Sk. Rambat. hot yolk. iemands horoskoop trekken. Ramadlan. welrieken d maken. Min jak rak1 si. met odour enz. jets parfumeeren. gulzig. slingerend zich . Rajat (Ar. enz. venster. zijn lot voorspellen (ook : Memboeka ramal). tot eon vlot samenbinden. Merakit. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. odour. . broaden. Roemah rakit. enz. samenbinden. enz. met de handen kneden. zijn plaats niet verlaten. bemiddeld. vlot. Anal-anal). welriekend . tot hot maken van eon vlot aanwenden. Ramal. raam. hard aanvatten (bijv. reus. aan elkander binden. genaamd. Raksi.).enz. eon span paarden. vader. vermengde olio. door vaste berekeningen uit bestaande wichelboeken iemands toekomst voorspellen. raksi. vorstelijke vader. Rambak. kruipend. horoskoop. zie : Rame. enz. parfum. de vastenmaand. Ramas (of Rames). Rakit.). Rama-adji. Mengeram. ook steeds thuis zitten. wet bij elkander behoort. (verg. Ram (of Eram). span . enz Merakitken. Me212 RAM. in de breedte uitgebreid. huffs op eon vlot.

. enz. met zijn velen. op jets of iemand aanvallen.of slingerplant tegen jets op laten klimmen. weduwe (zoowel bestorven ais onbestorven). enz. enz. tegen of langs jets opkruipen (van slingerplanten of planters met rankers. haar. naar alle kanten uitbreiden. Merambat. kaper.wakker. opvroolijken. buitmaken.). roover. Ramboetan. ook vlechtwerk. schoon van~leest. Bl. Eriodendrum anfractuosum. zich onder of met elkander amuseeren. in benden op roof uitgaan. hoofdhaar. Ramping. rooverhoofdman. RANG. rank. Rame-rams. Randa (of Djanda). Ramboet. Boenga rampai. in talrijk gezelschap. voetangels. nat. heester. enz. Boehmeria nivea Gaud. lustig. Randoe (of Pohon kapoek). verbeurd verklaren. ontnemen. enz. Bat. . staartharen. Nephelium mutabile. .. hang. Rampas. in beslag nemen. Rampok of Perampok. ook volkrijk. Beramboet. met zijn velen. DC. nat. Merambatken. Rampai (ook : Ramps).rooven. . manen.vrooltjk.uitbreidend. ledikant. der Sapindacea e. fam. nustbank. enz. vrijbuiter. Rand jau (of Randjoe). zich verspreiden. eon klim. eon feast. Merameken. Randjang (Soend. -kapen . fam. Rampasan. met zijn velen. Rampok (of Rampog). tenger. vroolijk maken. mengsel van allerlei bloemen overgoten met welriekende olio. behaard (zijn). B®rame-ramean. levendig. slag. roof. Rame (of: Ram:ai). Kapala rampok. Rameh (of Rami). ook wat geconfisqueerd is. geanimeerd maken. met geweld afnemen. rooven. dun van middel. ook van insecten) . buit. talrijk. druk. lustig. Merampas. doorgaans van aangepunte en gebrande bamboo (ook Borang). Merampok. der Urticaceae. boom met lekkero vruchten. enz. venlevendigen. waarvan hot Rameh-vlas of Goni verkregen wordt. mengsel . haar op hot lichaam.

enz. twee of meer ambten tegelijk waarnemen. zie : Rangkoem . Roesa berangga of Mendjangan Rangga. -inzamelen. (ook : Merangkoep). paar. 213 . Rangga (Jay. een paar vormen. RANG. Rangkoep. . zich overwerken. ambtstitel van ondorgchikte Javaansche hoofden in de Vorstenlanden.werkon. Merangkang. ook aaneongesloten kvan wenkbrauwen). dubbel zijn. Rangkak. alle vruehten plukken. fam. dubbel. Berangkep. Merangkai. gewei . samenvoegen. . Meranggaken din. Rangga. samenvatten. onvermoeid . stok. met een karwats. . enz. ook afperking van een terrain door staketsel. Rangga.). . -oogsten. verbinden. Rangkang (of Serangkeng). op handen en voeten loopen. Soend. voering. enz Rangke (of Rangkai). tros. bos. groote van stevige fatten gemaakte kooi (voor wilds dieren). getakt. met de beide handen of armen opnemen. enz. wat samengebonden of sarnenvereenigd eon geheel uitmaakt . Ranggon (Jay. Rangkap (of Rangkap). enz. Merangket.). die de Kapoek. afrossen. RANT. (boomwol) levert. twee zaken tegelijk doen. klein wachthuisje op hooge stijlen to midden der rijstvelden. ranselen. kruipen. samenbinden. wat tot dubbele diem. een kleine Goeboek op hooge stijlen en met verheven vloer. Merangga onvermoeid bezig zijn. Merangkoem. den Sterculiaceae. hart met een gewei. Rangkoem. zie : Rangkang. Rangket. Meranggah. Rangkepan. Merangkep. bijeenbinden.: Rangkap. hoeveelheid die men in eons nemen of opnemen kan .krat. enz. Ranggah.nat. boom. rietslagen geven. afranselen. Verg. Rangkang.

schriftelijk opstel. rantsoen. lets schriftelijk opstellen. enz. hot vleesch. Rants orlodji. kettingganger . spichtig worden. Perantean of Roemah perantean. langs de kust varen. Merangkang. ketting. Badjoe rants. met de beide aaneen- . -opschrijven. 214 RAGE. Meransoem. gekluisterd. Rants (of Rantai).. Merantau. kuststreek langs een zee. mand of korf tot barging van eetwaren of keukengereedschap. Raoep. uitgestrekte kust. portie. dat aan de binnenzijde der ribbon tusschen dozen en de vetlaag om de Barmen enz. Merantjanaken. takje zoilder bladeren. Ranting. enz. aftoppen. weeklagen. op rantsoen stellen. eon boom enz. enz. snoeien. malienkolder . Meranting. slagersterm). . goed enz. ook spichtig . -in schrift stellen. Ranoe (of Danau).. iemands eigendom. twijgje. Meranteken. Merantjak. enz. Meraoeng. Rantoenan (Bat. de bladeren verliezen (van boomen of takken). Rantang. Ransoem. Merantjakken. in de ketting sluiten. ketenen. landstreek. enz. ook : or spichtig uitzien. Berante. snoeien . kettingkwartier. Rangkang. Merangkoet. enz. geketend. meer. ook kraal voor wilds dieren. Meraoep. eon bepaalde portie geven. gaan. toppen. kaal worden. waterplas. gouden keten . iemand in drift attaqueeren. en : snoeien. bij zijn eigen goed inpakken en medenemen (wetend of onwetend). halsketting. Raoeng. Rantjak. moor of rivier . op iemand aanvliegen. ketens dragen . plas. streak. zooveel als men in de aaneengesloten handen kan vatten . kluisteren.collier. Orang rants of Perantean. hard huilen. driftig. opvliegend. Rantjana.Rangkoet zie : Angkoet . Rants mas. enz. aan eon ketting vastgelegd. hot geschrevene . Rantau. horlogeketting . zit.keten. . kwartier voor kettinggangers..

proeven . Berarak of Belarak. de smack. enz. handelen. Perasaan. Rapi (Bat. DC. Piso raoet. nat. vliegende witte mier. . enz. Berasa. der Hamamelideae. gevoelen. gebruikt worden. plat. afgezant. Rat. Merasal gevoelen. hot gevoel. enz. opinie. jets doen gevoelen. geordend. Rasa. vast. gevoelen. met eon mes de scherpe kanten van jets wegnemen . Rasa (ook : Ajar rasa). ook : raadsvergadering. . ook eon smack hebben . . Raron (Jay. zie : Rahasia. gelijkelijk. enz. Bl. doen sluiten. stevig binden . Merarak. over alles en allen gelijk gaan. Mohammed (is) de gezant Gods.). smack. nat. Sapindus rarak. breekbaar.gesloten handen jets opnemen of opscheppen. jets ondervinden. vlak. good laten sluiten. Liquidambar altingi a RAWA. gezant. overal.Allah. ook : hot aangezicht wasschen. eon bindsel starker car halen. hooge boom met kleino vruchten. gelijk. Rapoeh.Merapatken. geljj- . enz. kruimelig. die veel in de plaats van zeep voor hot wasschen van good. enz. vermolmd. good gesloten. alles op zijn behoorlijke plaats. jets proeven. voelen. dicht aan elkander. gevoelen. civetkat. brokkelig.aaneengesloten. enz. Rarak. Mengeratken. Rasoel (Ar. gevoel.).) . Mengerat. kruimig. Rasia.) (of Laron). Raoet. dicht. hooge boom net good timmerhout. enz. afgevallen kokosblad. gewaarwording. broos. enz. stevig. Rata. der Sapindaceae. rechtscollege. kwikzilver. glad. good bijeenvoegen. Meraoet. Mohammad rasoel . Merasaken. Rasa. ondervinden. Meratai. gelijk verdeeld. dicht maken. vast. verteerd. fam.enz. Rapat. mooning. enz. Rasamala. fam. effen. Bat daarvoor gebruikt wordt.. mooning. gerecht. klein mes. Rarak (ook : Rerak of Rerek). netj es. afvallen en verstrooid liggen (van bladeren enz.

zondor ophouden . enz. bijv.. behandelen. Meratib. angstig. ook : gelijkelijk verdeelen. enz. in de lengte uitgestrekt doen liggen. . vergeven. Mereakken. enz. Rawat. . M ratjau ook : Mengatjau of Mengatjo. pool. oppassing. hon derdtal . voor hot eon of ander fijnsnijden. overal heengaan. Rat oen. bezorgd maken. Ratio. rouwklacht . Merawanken. orde. Rawa. voortdurend. juweel. gekorven Meratjik. treurig stemmen. Ratap. kwalsteren. fluimen . eon honderdtal. jammeren. omgevallen. weekiagen. gekorven is. Merawati. -befluimen. Reba. heel hot land door bezoeken. Ratjikan. . angstig maken. Rawan. Beratoes-ratoes 01 Beratoesan. moeras. in de lengte uitgestrekt liggen. enz.. fijngesneden. enz. (van hot gemoed). kwalster. Ratjik. honderd . Meratai sanegeri. vergif toedienen. . vergif . enz. zorg. Ratna. in de lengte op den grond liggend. onderhouden. liggen. voor jets zorg dragen. jets in orde houden.kelijk bedeelen. doen nedervallen. vellen. -bespuwen. fijnsnijden. zie : Rebah. Break.. fluim. Ratoe. effen maken. enz. omvervallen. Reale. neerstorten. . ongerust. aandoen RA WA. effenen. Merataken. bezorgd. zon der ophouden jets doen. groote plas stilstaand water. in de lengte uitgestrekt liggend. verplegen. enz. doen omvervallen. -gereedmaken . ijlen. vergiftlgen.. veizorgen. Saratoes. bij honderden. Meratap. Rebah-rebah. omvallen. enz. Ratoes. Ratjau. Rebah. enz. Rebah. jnlandsche tweesnarige viool. ingredienten enz. jets oppassen. gelijk maken. edelgesteente. vorstin. Meratjoen ook Meratjoeni. enz. wat fijngesneden. wartaal spreken. Meratjlkken. vorst. de formula van de geloofsbelijdenis opzeggen. Merebahken. kerven . jets of iemand bekwalsteren.

naam van eon Chineesch feast waarbij zulk REMB. huppelen (van vogels bijv.). Reboeng. jonge spruitjes vormen (van bamboo) . waterige toespijs hij de rijst. Meredjoek.). Dinsdagavond (-nacht). enz. Reboesan. hot voorwerp waarom gevochten enz.levensbehoeften. en grabbelpartij. twisters. zijn fortuin stroomt snel toe.strak spanners. enz. wordt. ook streak. enz. met geweld afnemen. Redjab (of Red. Raga.op zijn gemak liggen. Redi (Har. in water koken. Redjoek. ook met elkander om jets vechten. trachten eon ander voor to zijn. verzinsel. liggend uitrusten. Rebana. Chin. nooddruft. Raged (Jay. naam van de 7e maand van hot Mohammedaansche jaar. uitspannen. middel. Peregangan of Ragangan. smerig. reaal.Woensdag. rekken . Malem Rebo. Reboetan. of Sap.. schielijk grijpen. tin.. vuil. kaal. enz.) (Hari Rebo). met zijn velars om jets vechten. jonge bamboespruit . enz. Redjasa (of Timah). Mere- . twistappel. waartusschen jets strak gespannen is. Mereboet. ook benaming van zeker goudgewicht. Mereboeng. Reges. raam. wat in water gekookt is. Reboes. van reboeng gemaakt. Reboet. Redjekinja deras. . Sajoer reboeng. hij verdient geld a]s water.). Rebo (Ar. tamboerijn. borduurraam.). Mereboes. handtrom.geluk. zuur van reboeng. enz. sleepzaknet. 215 eon grabbelpartij plaats heeft (ook : Tjioko.jeb). Meregang. de avond (nacht) van Dinsdag op Woensdag. zonder bladeren. ontrukken. Regang. dagelijksch brood. zie : Harga. enz. schraal (van boomers). levensonderhoud. stiff gespannen. Reka. fortuin. Reja. Redjeki (of Rezeki) (Ar. strak aangetrokken.. voorwaarts en in de hoogte springen. maatregel. Atjar reboeng.). uitvlucht.

Rembes. verzinnen. afgetobd. Remadja. opengesprongen . waar men veal van houdt.) (of Demon). Rempoeh.beraadslaging. zich naar alle kanten uitbreiden. op van vermoeidheid. de gal. halfrijp. enz. . Rebah (zie ook: Lekah). Remat (of Remet). verbrijzeld. naar alle kanten grijpen. behagen in jots scheppen. eon m eisja van 14 a 15 j aren. beminnen. voortkruipen (van slingerplanten). Meremboegken. met iemand overleggen.raad. enz. enz. sijpelen. zich met geweld ergons doorheon eon wog banen. Merembet. aan hot rijpen (van vruchten).). ook : (van eon zaak buy. Remenan. verbrijzelen. -raadgoven.. enz. oponspringen (van vruchten. Remboeg(Jav. specerijen. Meremoekken. barston. Remes. Merekah. vermorzelen. bijna nip (ook Mengkel). enz. Rempon (boter : Roempon). Remad j a-poeteri. Rempoh. afgemat. rezen (van do harm). doorzijgen. stuk maken. gedroogde medicinale kruiden. zie : A. bijna huwbaar (van eon jongeling of meisje) . ingewikkelder worden. Remoek. ook : in 't geheim mjnnehandel drijven. 216 REMB. lievelingskost. Rembet. beraadslagen. iemand radon. vergruisd. schemering. Rempeloe..geliefdo. afgewerkt.raadgeving. enz. Zie 00k: Tempoeh.gebarsten. nitzweeten. zie : Ramas en Remat. kruipen. enz. vochtig zijn. Zie : Ramas. to barge go. dat bijna huwbaar is.) telkens uitgebreider. jets uitdenken.mpelas. halfduister. Rempelas. galblaas. Rempah (of Rempah-rempah). Remang.). afgejakkerd. veal van jets houd en.ka. Remeng (Remeng-remeng). kunstig samenstellen. . lief hebben. nat zijn. enz. met de handen kneden. in gruis. vermorzeld.overleg. Remen (Jav.Beremboeg. drogerijen. beminde. Merempoeh. overeind. enz. staketsel of palm met twijgon. behangen midden in vischrijke . enz. broken.

. Rendam. enz. dock eon scherp. waarvan hot hout veal voor meubels gebruikt wordt. Rengas. fam. jets zwemmend meevoeren. hot jaargetijde. ootmoedig. in hot water zitten. Rendah. bladerrijk. Karendahan.. met eon ruimte or tusschen. zwemmen . enz. waarin de boomen zoo zijn. Gluta benghas. RENG. nedorig.. dienende om de visch daarheen to lokken on zoo gemakkelijk to vvangen. gebarsten. stekende pijn. nederigheid. vernederen. Merenggangken. lager maken. ook in fig. enz. gebarsten. Rang (Jay. hooge boom. koel . verlagen. Renang. eon zitbad nemen. verwijden. enz.kantwerk. nat. vol bladeren. lags streak. vervreemd. Rendang. speldowerk. barst. zin : verwijderd. Merendang. jets laten zwemmen. lags grond. . ook kramp. eon snort kleine witte mieren.. ook naam van eon snort heel kleine vliegen (00k: Rengit of Rengat geheeten). lesser maken. Berenang. wijder maken. bezwemmon. enz. eon rivier enz. panlat. (van boomen). gespleten. Tanah rendah. Merendam. bekoeld. der Anacardiaceae. bescheidenheid . lets in eenig vocht laten staan weaken. Rengas (ook : Rangas). spleet. zie : Rages. bescheiden. Merendahken. naar lets toe zwemmen. Renggang.. Berendam. Memberenangi. Renda. Moesim rendang. snijding. van. in vet of olio bakken. zeer vergiftig melksap bevat. onderdanig. enz. wijd uit elkander. regenseizoen. Rendang (of Rendeng). Rengges. zwemmen. Rengat. gescheurd (van harde voorwerpen). op hot water laten drij.kant. baksel in vet of olio. ook met jets wogzwemmen. Memberenangken. enz.wateren. L. enz. in eon nvier enz.). zwemmend oversteken. in hat water gedompeld zitten. van elkander aftrekken. gespleten. enz. onderdanigheid. fruiten. laag. enz. .

Rengkeh. Merengoes. oud en scheef. Rengoet. opgenomen worden. eon stuursch.Rengit. enz. behoorlijke schikking of samenstelling. enz. iemand van terzijde bekijken. enz. iemands woorden op zichzelf toepassen. Rentak (of Rentek). -loopen. Root of Reat-rent (Jay. met de handen in stukjes broken. ook bibberen. mopperen.). knappend. barsch. . orgens binnendringen. Meresanken. enz. enz. Bat. (van een zieke. ontevreden gezicht zetten. Merengo et. half defect. enz. Resap (of Resep). Merentjana. bouwvallig. croquant. versehe komkommers). op instorten staand. hot druk hebben. norsch (zijn). licht brekend. in eon lange rij achter elkander gaan. norsch. Rentjong. stuursch. Repak (of Repas). niet veerkrachtig. 217 vochten) indringen. drukte maken. Merentak of Merentek. zie : Rengat. beven. ook den blik van hem a. Mererot. Rengoes. krom on wager door oudordom of ziekte. broos (zooals bijv. norsch. gezicht zetten. barsch. --kijken. enz. enz. Renjah. tegen iemand een stuursch. een snort dolkmes. Rerot. heen en weder wiegelend van ouderdom. v RENG. enz. Merengoetken. iemand barsch. tegen of op jets stooten (van een vaartuig). ordelijke. van terzijde Zion. taai. norsch.). drukte. Repot. behoorlijk schikken. broos. gebak). (buy. Meresap. stuursch zijn. Repeh.fwenden. pruttelen. samenstellen. . enz. Mererok of Melerok. behandelen. doordringen. --opstellen. Mererokken. zich eon gezegde aantrekken. (ook van RIDL. kreunen. aan eon leant schuin of puntig toeloopend. Meresan. Merepeh. --brokkelen. Rerok. Rentjana. Resan. pruilen.

helper. Restoeng (ook Restroeng. Retek. woud. MerJjapken. toestemmen. Rimba. loshangen (van hat haar bijv. toestemming. storm. bij duizenden.). Retak. kameraad. Beriboean. Beriboe-riboe. Riboe. op den schoot houden. heilige kluizenaar. enz. in kleine druppels vallen. verward. goed218 RIJAP. los laten hangen. stormen . Lestroeng). zie : Harimau. -sturen. Meretak (uok: Meletak). wijze. gieren (van eon vaartuig). in de war. stormwind. orkaan .). Sariboe. enz. Riak. ook : (Merewang). zie : Ratna. afgodsbeeld. storm. Angin riboet. ook : geraas (van eon groote in beweging zijnde menigte). in menigte uitbotten. bij duizendtallen. beteuterd. duizendtal . Ri jap. ook: woekeren. Rezeki. enz. makker. Meriba. schoot. spiijten . tweede natuur. Retjik. Retjoep. Meretek. of eon met water in aanraking geweest zijnde lampepit). Merijap. met jets tevreden zijn. beeld. manier. gebarsten. enz. Retja. eon duizendtal. zwaar bosch.). knetteren (van gebakken zout. de lijnen in do handpalmen. Real. barst. ook : woekerrente. in massa opspringen (van kleine visschen bijv. tevredenheid. woeker. enz. keuring.barsten. Meriboet. zie : Hi jas. Meretjik. (of Karldlaan). Riam. ook : pop. spat.). heilige. spatten. jets of iemand in de war brengen. stroomversnelling in eon nvier. Ri jas. Riba (of: Ribaa n). Rewang. spronkelen. woekerrente innen. duizend. gunst. Retak tangan. aan jets zijne goedkeuring hechten. syphilitische verzwering in of aan den news. goedkeuren. Retna. Ridla (Ar. enz. zie : Reale. .Resemi. Meridlaken.springen. . Rimau. Meriboetken. zie : Redjeki. ook bjjslaap. Zie ook : Ritjik. Meretjoep. (van gras. Riboet. verbouwereerd. Beriboe.

stark. leven maken. inkervingen aan den rand van jets. anders maken. . gespikkeld. stark verlangen naar jets of remand. enz. weemoed.Rimbas. enz. dreinen. Ringgit boeroeng. beknopt maken. regen dje ROEA. terugbrengen. njet zwaar. spikkel. Spaansche mat. veranderen. rejkhalzend verlangen. enz. leven. Merioeh. de Amerikaansche dollar. luidruchtig zijn. Ringkesan. veranderen. -bekappen. Merobahken. vlak. verhaal. Riwa jat. Rioeh. in of op orde gebracht. Berintik. in beweging bren- . zie : Rerok.. verlicht (van ziekte enz. oed jan rintik-rintik. Rindoe dendam. Ringgit mas. reikhalzen. anders worden. luidruchtig ztjn. ook beweging. . bewegen. smachten naar jets of iemand. bekorten. enz. licht. enz. kreunend jammeren (van pijn. enz. samengetrokken. Meringanken. zucht naar jets. Berisik. ook : bewegen. ook : netjes aan kant genet. zaniken. kreunen. levendig. geregeld.. heimwee. M1 ringik. Merobah. Berobah. wtjzigen. met een dissel bewerken. Meringkas. tot een kleiner volume enz. Robah. veranderd. dissel.). Marimbas. beknopt. samentrekking. enz. woehg.). korte inhoud van jets. Risik. spat. Ringan. Ringgit. leven maken. dollar. motregen. luidruchtig. Rindoe. bekort. Ringik. verandering. Merinti. aanhoudend op huilenden toon om jets vragen (zooals sonsmige kieine kinderen kunnen doen). stenen. met enkele fijne druppels valt. Rinti. Rink. zie ook Bisik. zich bewegen. verljchten. wijziging in jets brengen. vlekje. Rintik. licht maken. ook : jets licht opnemen. gewijzigd. stip. in kleiner volume teruggebracht. Ringkas (of Ringkes). -rijksdaalder. goudstuk tar grootte van een dollar.

een kind bij de geboorte. Merobek. Roedjoek. enz. zie : Keroeboeng.). gescheurd.. i. enz.). Meroeboehken. of hot or is. ook in een op wielen rustend voertuig rijden. uit sane opening plotseling of met kracht vooruitschieten (bijv. ruim. enz.he pepersaus. d. omvallen. fonder de inlanders) rijst. Roedji. eon gobding suikerriet.). -ook spank (van eon wiel). Merod jol. naar jets steken.). Robok. enz.. Merod ja. Roea. met wielen. bloemen aaneenvoegen. omvervallen. Merodok. stuk scheuren. Robek. de dagelijksche hoofdspijs. Roda. Roeba. tralie (in eon raam. enz. kreupelhout. om wat daarin verborgen is er uit to drij van. snoeperij. op wielen. Roeang. vellen. -zetten. Petak). instorten. zitten. sane wand. i. doen omvallen. zoete Spaansc. Roeas. Roe. scheuren. d. enz. tot een tuiltje. Rod jol (Jay. met eon rang en puntig voorwerp in jets (een boschje. Roeboehan. hot gedeelte tusschen twee geledingen (bid . Roedjah. enz. een Rijnlandsche roads. mast van 12 voeten lengte. wiel . zooveel als tusschen twee geledingen daarvan gelegen is.). ook: ruim van eon vaartuig (verg. ROEA. in overeenstemming .~. wijd. van de bamboo. Roda. Roedjah. enz. uit eeno opening schielijk to voorschijn komen. opborrelen en tevens een klokkend geluid voort brengen (zooals een onder water gehouden ledige flesch). steken of poken. om hot to krijgen of om to voelen. Teboe saroeas. overgoten met eon hoots. hot omvallen. bouquet. enz. Meroedjah. fooi. Roeboeng. Beroda. enz. enz.omvervallen . met eon puntigen stok. bestaande uit eon mengsel van rijpe of onrijpe vruchten enz. ruikertje van aaneengebonden of gestoken bloemen. invallen. wielen hebben.gen. Rodok. Roeboeh. verscheuren. ook : op jets vallen. rad. Merobok. tuil. straat.

hotel . eon hubs met eon plat dak. de gezamenlijke bewoners van eon huffs. (zie ook : Kamar tikoes) en schildwachthuisje. Karoegian. Roemah tikoes. Roembai (of Roembe). overeenstemming. de vij f pilaren van den Mohammedaanschen godsdienst. eon huffs met pannen gedekt : Roemah atap. eon hubs gedekt met atap (zie dit woord) . Roemah monjet. Roed book) . wonen . weezeninrichting. hot good met elkander kunnen vinden. Roemah kolong. krankzinnigengesticht. Beroemah. Roemah gila. hot harde hout van palmboomen. kwast. dons. Room. Roemahkoening of Roemah panel j ang. families Isi roemah.zijn. Roemah bola. Roemah tempo. op jets verliezen . 219 Roemah makan. -benadeelen. enz. socioteit . eon huffs hebben. hoerehok . Mal. Roemah. de stain. Roemah tembok. steunpilaar. tijdelijk ziekenverblijf. nadeel. Roegi (en Karoegian). eon huffs op neuten ROEN.--verlies doen lijden. knoopsgat . schildwachthuisje. Turkije. Roemah papak. enz. Meroegoel. nadeel hebben. gevestigd zijn. (verg. armenhuis. Griekenland. logement. welgezind. Byzantium. voornamelijk in eon gevangenis. de fijne haartjes op den nek on hot lichaam. schenden. verzorgingsgesticht. huishouding. enz. cel. eon huffs met planken bewandingen. Roejoeng. bordeel. Roemah setan. eon steenen gebouw. Meroegiken. enz. schade lijden. onteeren(van eon vrouw of meisje). Roemah papan. iemand schade berokkenen. Roemah kantjing. ook : overeenstemming.) eon hubs met houten geraamte en gabs-gabs-bewanding . mooning. --batoe. Roegoel. vrijmotselaarsloge. Roekoen islam. Roemah gendeng.. Roemah miskin. ziekenzaal van licht materiaal opgetrokken. gezin. meegaand. huffs. -gedong. Roemah tangga. . verlies . Roekoen. Roemah kantjin(g) (Mol. schade. Roema.

afval van eon geslacht dier. Roepa. enz. Roengkoep.). slordig neerhangen. hot voorkomen. ook : onkruid . de gedaante.). or ouwelijk uitzien. . Roepiah. gedroogd gras.). als bijv. Roepan ja. grasleverancior. Roepa-roepa. enz. enz. afvallen (van ringen bijv. Rontog. die uitstoelen als de rijstplant. naar hot schijnt. ropij . 100 nude duiten of 8. de bamboo. Roempoet kering.3'J$ cent. goven. steigeren. (van planten.aannemen. schuin tegen elkander oploopend. den vorm. . hebben. i. afvallen. de twee vlakken van eon vol papier. wijze of manier van doen. enz. neerhangend versiersel aan jets. enz. gedaante. Saroepiah perak. invallen.). struik. vorm. enz. Meroepaken. gokromd. uiterlijk voorkomen. (als eon stapel kogels. hoof. gestalts. afstrijken (door jets met de hand vast to houden en doze daarover heen to trekken. Saroepiah tembaga. pyramids. de voorpooten opheffen (van eon paard.omhoog loopend. enz. eon vorm enz. j. jets maken. rijstaar. instorten. Roentoeh. gras. grassntjder. stool.. Roengkoek. bijv. Roend joeng. enz.franje. ook : Roentoekan. afglippen. Roeroet. or van js . Roempoet. enz. snort. ineengedoken. centen. kegelvormig. als de ingewanden. eon gulden zilver. Roenggai (of Roengge). eon touw) dot opgebonden of gorold behoort to zijn. schijn. Roempoen. . allorlei. allerhande . . afglijdon. 220 ROEN. sleepen. enz. enz. 100 Ned. Toekang roempoet. van jets (bijv. Beroepa. gulden. Roentai (of Roenti). aar. d. enz. grasverkooper. Meroend joeng. enz. Roentoehan. uiterlijk. enz. veal van eon oud mannetje hebben. ook : aftrekken. Roendjah. de vorm. verg. Meroendjah. keel. bijv. d. dot gevouwen is.: de afzondorlijke korrels van eon . ook vallen. eon gulden koper. ke gelvormig zijn.

hertzwijn. hart met gewei. in struikgewas enz.). eon Manilla-si- . tieren. lawaai. onteeren. verborgen is. Roewang. onverschillig of de bijslaap al don niet uitgeoefend wordt). met de hand naar jets. eon vrouw ofmeisje onteeren (door bijv. Meroesakken. (van vuur. hinderen. . Sjaban of Saban). Roesoeh. aanroepen. stuk zijn. Roewat. levee maken. to gronde richten. --den arm in jets stoken om wat to grijpen (bijv. enz. van eon vroedmeester om eon kind voor deli dog to halen). Babi roesa. brengen. stukmaken. tastend zoeken. geraas. ook : onteerd (van eon meisje). uitslag in den vorm van kleine puistjes. Roewak. enz. Roko manilla. (00k: . edelhert. in opschudding zijn. Roewam. geschonden. Roewah (Ar. onteeren.gedaan to krijgen. de 88 maand van hot Mohammedaansche jaar waarin de graven schoon worden gemaakt . onttooveren. ziel. door lawaai enz. in opschudding brengen. broken. vernielen. vernield. enz. broken. Rogo. Roh'oelkoedoes. de heilige geest. bedorven. beschadigd. razen. enz. dot in hot water. voor of in hot belong van iemand zulk eon offer. toeroepen. ook : eon offermaal aanrichten ter sere van de zielen der afgestorvenen. zie : Roeas. bedorven. Roesak. strootje. gehavend. Meroewah. Merogol (Bat. Rogol. Meroewak. opschudding. enz. Meroewatken. enz. bedorven. in haar ledikant to gaan liggen. beschadigd ROKO.Arwah. Meroesoehken. geest. toenomen. sigarette. Roewas.).). beschadigen. getier. raken. in eon bears). . sigaar. Roh (Ar. Roesa hort. om hot eon of ander. Roesa berangga. Merogo. geweld. to gronde gericht. zie : Roeang. zich uitbreiden. zich vorbreiden. Meroewat.aar). eon offer aan de geesten aanbieden. (ook : Meroeroet). Roko. levee.).in of door jets heen tasten (buy.

geduld. patrouille. enz. Rontak. eon dag. Merontak. strottenhoofd. houding. veranderd . geduld oefenon. Rompang. voorvoegsel met de beteekenis : eon. luchtpijp. oogenblik. geduldig zijn. heel. welks tabak vermengd is met eon weinig benzoe. stuk. Roman. Sa. eon ganschen dag. vod. zie : Roewah on Saben. enz. gear. Berontak. zie : Rosok. geheel.). oneffen (van eon gebit) . geschaard. Ronjok. Merombak. rondo. enz. uit elkandor nemen. idem gemaakt van hot dekblad van de djagoengvrucht . sigaar . Roko kawoeng. ook : hot achtorgedeelte van den rug van vogels. Menjabarken. slokdarm. enz. in trossen hangen. gesloopt. wachtvolk dat in de rondte gaat. ook in 't algemeen. afgebroken. Saroepa. Rerongkong). geduldig. in lappen . strootje. verg. enz. zacht. gansch. of broken. Roko kiobot.lankmoedigheid. veranderen. Roko wangi. hot geprepareerde bled van den arecapalm . 221 Ronggeng. dansmeid. nachtwacht. tijdstip. Rongsok. . strootje met dek van kawoeng. enz. Saber(Ar. Rombeng. ook : bijna geheel tandeloos.ROMA. tros. uiterlijk.). . verfrommeld. vorm. Rombengan.) . met jets SAFE. omverhalen. aan flarden. oude gescheurde lap. Rompang-ramping.: Roepa. voorkomen. eon van gedaante.). heel eon dag. Scat (Ar. sloopen. met schaarden. slap. geduld hebben. aan flarden. Ronda. boa (vruchten. lankmoedig. wijzigen. (ook : Kerongkong Kerongkongan.overal geschaard. Berompjok of Merompjok. sleutels. omvergehaald. geschaurd. Rompjok. Rombak. verkreukeld (van iota dat hard on stiff was of moot zijn). anders maken. van dezelfde gedaante. enz. Sahari. gedaante. Saben (Ar.~ Rongkong.

).). . Merorot of Melorot. . telkenmale. pleats. slag met een lang voorwerp. de overkant. enz. elkon dag. zoet brood. de overwal. rotting. waar men oversteekt. brood. (van eon rivior. klaar. rottingriet. oud. roggebrood. -waar men over wordt genet. enz. enz. enz. veerschuit. enz. ook wadde. afglijden. geduld hebben.).naar den overkant s.houwen. Roti mania.. Saberang. waarmede men over wordt genet. gezegde. zie : Belch. Sabil (Ar. Rotan. stei geren. Toekang rots. krentebrood . ook. Saben. . vervallen. telkens. niet bruikbaar moor. zich verzetten. vod.). Rosok (Rosokan). klaar aan den dag komen. Roti kismis. Sabit. enz. do overzijde. Penjaberangan. van de overzijde. Perang sabil. vruchten. enz. broodbakker. enz. Sabda (Ar. -geduld oefenen. afvallen (van heron. Sabelah. Menjabet. Saboek. bevelen. zich laten afglijden. waadbare plek in een rivier. en veer. zie : Roeas. geduldig op jets wachten. striem. uitvallon (van tanden). spreken. Sabot. Roti item. jets of iemand near den overwal overzetten. Roti. elk . Rosot. sikkel. enz.) overwalsch. ook: duidelijk. enz. 222 SAGE. Ros. enz. zoggen. Bersabda. oude lappen. Rorot. oversteken. enz. met een sikkel snijden. ontglippen. dagelijks. Menjaberang. duidelijk. iedere keer. schuit. -. Menjabit. Perahoe penjaberangan.. Menjaberangken. ook : met een sabel kappen. woord. met jets langs slaan. glippen. de heilige oorlog. striemen. afzakken (van eon brook bijv. Sabelas. pout. tegenstribbelen. Saben hari. afgeleefd. . zweepen. oud afgelegd good enz. elf. linnen of katoenen den wel zijden band om den gordel. afglijden. weg. Merosot. Rontog.allerlei bokkesprongen maken.

harigo of vezelige bast van een kokosnoot (ook : Saboek of Samboek). Saboen (Ar. zeep. Bersaboeng.). gordelband. bestemd voor . disschen. gerechten enz. dunno laag metaal op hot eon of ander aangebracht . lets gereed waken. voorspoed. ook : jets voor hot een of ander bestemmen. de 2e maand van hot Mohammedaansche . Menjadoer. Tersedia.sjerp. . Sadjian. meal. disch. bereid . tegen elkander laten botsen. Menjaboeng. Bersaboek. vechten als hanen door tegen elkander in to vliegen. Saboeng. niet goad uit elkander to onderkennen. Malem saptoe. Sadiakala (of Sedekala). wet opgedischt wordt. om ze op to disschen . enz. Sadoer.). welvaren. klaargezet voor. --op tafel brengen. Hari Saptoe. enz. enz. d e avond (nacht) van Vrijdag op Zaterdag. Menjaboengken. zich onder een wemelende meni to mengen. Sadji. spijs. rust. . gewemel. zich klaar waken. Zaterdag. klaar zetten. Sadoer was. enz. vechthaan . Me. SAGO. oudtijds. enz. vroeger. Sadia (of: Sedla). door elkander wemelend . de zevende dag der week . Menjediaken. gereed. njadji. Safer (of Sapar) (Ar. Bersedia. eertjjds. buikband . Sadoer. veilig. Vrijdagavond (-nacht). rustig.zeepen. Men j ad jiken. enz.. inzeepen. Tersediaken.Menjaboen. verguldsel. vrede. enz. eon dunno laag metaal op jets brengen . gerecht. klaar genet. op schotels enz. zich gereed houden . plaatsen en gereedmaken. op. zie : Sahadja. Sabtoe (of: Saptoe). Sadjahtera. een gordelband aanhebben. maaltijd. klaar. bereiden. tegen elkander laten vechten. gerechten. Men jaboer. Sadja. gereed gemaakt . Saboet.~ vechten. enz. ook twee voorwerpen tegen elkander slaan. met zeep wasschen. gereed om opgedischt to worden .

wederwoord . antwoorden . Men jagang. Sahoer. echt. Saga. samen varen (van schepen). L. antwoord. Menjahoetken. Saja'(of Sajak). enz. versnapering veal hebbende van gebakken sagoe. slechts.). antwoord geven. schuin of hellend gehoudon. (ook: Sobat). SAH.. ik. geldig. een slingerplant.jaar. Sahadja. bevriend zijn. De kleine pitjes worden gebruikt o. ook : voornemen. mijnheer ! Tot uw dienst. v. rech t. (in de vastenmaand) eten voor hot aanbreken van den dag. eenvoudig. de sagoe. ook voor hot wegen van edele metalen. . Bersahoet-sahoetan. zie : Sahaja. eon vrouwendracht . Sahib (Ar. Sagon. mijnheer ! Ja. die veel in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordt. Abrus praecatorius. Samba sahajanja banjak. Sah (Ar. om dit tegen to houden of voor vallen to behoeden. ook terug to geven door ja. Saris (0. len (bijv. vriendschap sluiten. TJw dienaar.). in eon antwoord als Sahaja.). a. antwoorden. enkel. enz. hij (zij) heeft (hebben) vole dienaren on slaven. Saing. enz. meester. hear.). Sahoet. hear. toewan. paardejongen staljongen. alleen. Sagoe (of Sago). mijnheer! ook: slaaf. een geweer. elkander over en wader antwoord geven (bijv. Sair. der Papilionaceae. ook een stok of stut tegen jets plaatsen. Sahabat (Ar. geveld. willons. (of Sajid). K. jets be. zonder gebreken. just. vriend. bij hat zingen). ook in 't algemeen meal. Sagang. Said (Ar. zeker. vol. hot bekende meet uit den sagoe-palm. Saja. Sum).). enz. Bersaing. Bersahabat. titel voor fatsoenlijke Arabieren. op jets antwoord geven. opzettelijk (zie : Sengadja). net.). fam. eigenlijk voor nakomehngen van Mohammed. gaaf. Menjahoet. zie : Sjair (Ar. Sahaja (gewooniijk samengetrokken tot Saja). wil. bijv.

hartzeer. als getuige dienen. Penjakit sampar. vierk. Menjaksii.. martelen. kwaal. kwaal. jets ontzien . op dit moment. vlougels hebben. deernjs. hoofdpijn . eon snort van waterige inlandsche soap. vieugel. . Bersaksi.). medelijden. Sajang. door. bestaande uit eon stijfgeplooiden saroeng. 223 gaan zijn met jets. alien. -jets bevestigen of ont- . ongesteldheid. persoonlijk bij de eon of andere gebeurtenis tegenwoordig zijn. ziekte. getuige. sympathie. iota bijwonen. gevleugeld (zijn). Sakelat (of Sangkelat)(Ar. niet met eon jaquet maar met eon Kabaja. beSAKT. Menjaksi. moeskruiden. ongesteld. het is (zeer) jammer. pun. uithoofde van. alle. Sajoer. orgernis. zak (in eenjas of brook. thans. enz. ziekelijk. enz. enz. enz. groenten. Sakit hati. omdat. tegenwoordig. dikes jls ziek. Sakit kapala. jnlandsche Christenen). Menjakiti. enz. ook allerlei plantaardige toespijzen.g. . ook jets jammer vinden. Sajoer-majoer. Sakoe. toebereide groente. Menja. getuigen hebben . als toespijs bij de rijst. ziek. Sakalian (of Sekalian). zonde vinden. die als eon rok gedragen wordt. Sajap. enz. enz. pun hebben. enz. Penjakit. Saksi. epidemie. ziekte. ailes. dat hot paard dood is.).joer. genegenheid. ongesteld zijn. Sajang sekali koeda itoe mati. ziek waken. Sajoeran. ziek zijn. Bersajap. optreden. Zie : Kali. Salkit-sakitan. Men jaksiken.). taken. Sakit.(voornamelijk onder de z. Saking (Jay.. iota door getuigen bewijzen. enz. Sakarang (of Sekarang). jets door getuigen laten bevestigen.. iemand pijnigen. waarvan de mou wen aan de poison vastgeknoopt zijn. nu. groenten enzz tot vorenbedoelde toespijs klaarmaken. ook : als getuige omtrent jets sane verklaring afleggen. -aanwenden. enz. pijnlijk aangedaan. allerlei soorten groenten... enz.

SAMA. op iemand de schuld gooien. Bersalaman. enz. den vredegroet brengen. Menjalahken. voor. . boven224 SALA. Kasalahan. niet voegen of passen bij. hot mis hebben. not. misslag. ten behoove van iemand of lets eon offermaal . verkeerd handelen.). font. zie : Sale. getuigenis.. ongodeerd. Salai. iemand beschuldigen. behouden. enz. eon lags palmsoort met zoetwrange vruchten. . in hot belong van. der Palmas. Kasaktian. Bersalahan. enz. eon offermaal voor hot hail. misdrijf. zich aan eon misslag schuldig gemaakt hebben. machtig. heilig. aanrichten. Menjelametken.. . dwaling. enz. ondorscheiden zijn van. (Ar. wondermacht. hell. enz. onz. doen misses. verkeerd. vergrijp. mis. . ook gozond. enz. eon heiloffer. voorspoed.: Selametan. elkander groeten . Zalacca edulis Rwdt. niets mankeerend. Salah. heiligheid. ook : eon slag of houw. enz. eon lout begaan hebben. enz. groeten.. Men j alahi. enz. Salak. --ontwijken. lam. schuldig maken.schuld. pareeren. vergissing. . geluk. Salem (Ar. enz. vrede zij over u (hot gewone begroetingsformulier.enz. van iemand (geven.). vrede. niet passen bij. zich aan eon overtreding enz. enz. dot beantwoordt wordt met) Wa alaikoem salam..kennen. Members salam. welvaren. schuld hebben. misdaad. enz. gezondheid. ook verschillen met. in hot ongelijk stellen.). bovonnatuurlijke macht. 00k: niet bij elkander passend..etc. ook : zich verzetten tegen.). schuldig verklaren. Kasaksian. misslag. lets vorwijten. iemand de schuld van lets geven. van elkander verschillend. natuurlijke macht hebben. Salem alaikoem of Assalam alaikoem. die veel gegeten worden. schuld. enz. met wondermacht begaafd zijn. lout. hell. Sakti (Sk. . vredegroet. en over u zij vrede! Salamat (of Selamet).

aan een kruis nagelen. over en wader. aan SAMA. gebed.. Bersama-same. leder bereiden. enz. enz. . M zij alinkan tanah kapada goebernemen. hetzelfde. elkander . enz. Soling poekoel. Salang. enz. to zamon. looisel. ook in de kraam komen (van vrouwen). leerlooier. verwisselen (van kleeding. goot. geluk. eenerloi. . gezondhoid. kruis. gelijk behandelen. enz. Pisang sale. vortalen. . enz. Salat (Ar. buffs tot afvoer van water. offeren. Men j alan .). met jets of iemand overeenstemmen. alles over een kam scheren. aan jets gelijkmaken. -in overeenstemming zijn. overschrijven. eveneens. Saber of Saloeran. verwisselen of veranderen van kleederen. iemand kruisigen.. dakgoot. aan reepjes gesneden en in de zon gedroogde rilpe pisang (eon snoeperij). Menjamal. --gelijk achten.samen. enz. Soling (Bat. met eon keris dooden door hem tusschen de schouderbladen to doorsteken. behouden. enz. welvaren. voorspoed. enz. vervangon. elkander slaan. mandje voor eetwaren. Mensalibken of M n j alibken. even als. overbrengen. kruishout . Salinan of Persalinan. Toekang samak. baron . waterloiding. --gelijkstellen.). met. Salib (Ar. enz. Sale.). Salin (Bandj. wel doen varen. Menjamak. Bersalin.~ bevallen. Salawat (Ar. grond afstaan aan hot gouvernement.).>.). Samak. . Kaselametan. .. jets gelijk zijn. over en wader. run. Menjamaken. verandering van kleeding. iemand krissen.aanrichten. gebeden opzeggen. -aan de goden enz. to zamen met. van meester veranderen . gebeden. looien. enz. tegolijk. overgieten. vertaling. Soma. wisselkleederen. enz. Salin. gelijk. in de zon of boven hot vuur gedroogd . Menjalin. ook iemand gelukkig of zalig maken. Salang. ook : overzetting. Salawatan.

lets naar hot een of ander gooien.). gelijktljdig met jets anders doen. treffen (van den bliksem). Penjakit sambang. enz. enz. eon snort van vallende ziekte. onderwijl. Sambal goreng. duizeligheid. Sambilan (of Sambilan). Menjamarken. omgaand gerecht. verMALEISCH-H. naar lets werpen. weeklagen. snol op lets aanvliegen of of komen om hot to grijpen (zooals roofvogels bijv. rondgaande beweging. Samar. Sambilan poeloeb. Menjambitken. gejammer. ook met jets buigzaams dean. intusschen. jammeren. eon toeval krijgen. naar jets gooien . terwijl. waarvan de Spaansche peper eon der hoofdbestanddeelen is . plotseling ongesteld worden.. Bersambat of Bersambatan. (Kasambet). Zie : Antara. waarvan de bestanddeelen met elkander gofruit worden. enz. Sambal-sambalan. door den duivel bezeten. storks toespijs bij de rijst. vermommen. Sambil. vermomd. en aaneenlasschen. negentig . enz. fijngewreven Spaansche peper met eon pear anders bijmengselen . werpen. Rad sambang.Samantara. Men j ambat. enz. Sambang. onkenbaar zijn. hosts.OLLAI DSCB. Sambal (of Sambal). Sambal oeleg. niet duidelijk. Menjambit. draaiing. negen honderd. Bat. hulpgeroep . 225 hinden . Sambilan ratoes. Sambet (Jav. allerlei. als de sambal. draaierigheid. Sambar (of Samber). Sambet. op eon proof vallen). enz. tegelijkertijd. weeklagen. verborgen. geweeklaag. omgaand rechter. niet good to onderscheiden. jets tegelijkertijd. . enz. negen . meest stork gekruide toespijzen bij de rijst. door booze geesten geplaagd of ziekgemaakt. .). enz. enz. Menjamar.. enz. lets in molls vaart grijpen. SAMP. Sambit (Bat. Menjamber. om hulp roepen. enz. . wore. vermomd zijn. een stork gekruide toespijs. jets of iemand onkenbaar maken.

verlengd . Sampai (of Sampe). jets met hot een of ander verlengen. iemands verhaal enz. nog niet genoeg. alien. op hot land. allerlei droog en ander vuil. struikroover. Menjampai15 2. Below sampal. een so ort vrij . 11Menjampalken perdjandjiannja. aan iemand bezorgen. beleefde ontvangst. inlandsch verlak of vernis. Sampan. gekomen tot. aanzetten. voldoende. Samboek. tot jets komen. genoeg. ook jets vervullen. Menjampang. ook pagaaien (van een roeier.. Bersamboetan. op eenzame plaatsen straatof struikroof plegen . enz. hardvochtig zijn . pest. aan. Sampab (Jay. jets bewerpen met. Menjamboeng. enz. enz. jets aan iemand doen toekomen. verlakken. enz. Penjamoen.. verbonden. Menjamboengi. genoegzaam. die op de voorplecht eener schuit zit). beleefd ontvangsn. toerelkend. zoo zelfs dat. . totdat hij den arm brak. Samoewa (of Semoewa). Menjamboet. Sampai patch tangannja. zijne belofte gestand doen. aan jets voldoen. -in ontvangst nemen.. heel en al. -aanzetten. hot geheel. . Sampai djandjinja. gelascht. enz. aangezet. daaraan voldoen.gro o t e inlandsche vaartuigen. tot de dood (er op volgt. hot hart hebben tot.. Samoan. afval. Samboetan. zie : Saboet (Jay. alles. een gast inhalen.) . vernissen. ontvangst. vervolgen.. tot of bij iemand brengen. Menjamboengken. recipieeren.enz. tot aan. .. jots beleefd aannemen. enz. in overeenstemming zijn met. Samboet. Menjamoen. enz. enz. nog niet voldoende. zijn stervensuur heeft geslagen. epidemie (onder menschen en vee). tot. jets aan jets anders verbinden. Samboeng. verlengen.). Sampal hat!. Sampai mat!.26 SAMP.aanvullen. lasschen. ails. bij. enz. ken. Sampar. --las schen.). enz. zoodat. Sampang. .

aan den karat van . insluiten. overtrek. Sampi laki-laki. Simpang. aan jets. iemand gaan of h al en. enz. schouderriem. Menjandang. zonder gebreken. Sampir. (of Sap!). enz. ook een Saroeng. volmaaktheid. nabestaande. Samping. Sanat (Jay.). Menjampoernaken.). enz. van daar. bloedverwanten. volmaking. Anak sampi. koe. draagband over den schouder. kalf. Di camping. aldaar. Sanak soedara. voltooid. Pamotongan sap!. Kasampoernaan. ginds van dean. hangen. near ginds toe. -aanstooten. ginds . Sampiran.stelling enz. slachtos. karat. daar. rund dat voor de slachterij bestennd is. familiebetrekkingen. Sampil. langss den karat gaan. tegen jets aanioopen. Sampok. bloedverwant. beenbedekking. lets over jets heen. enveloppe . Sampoerna. enz. Bersampoel. Dan sana. bout van een geslacht dier. Toekang sapi. aankeeren.bediende. iemand aangaan. volmaakt. sloop. kapstok. waaraan een en ander gehangen ken worden. Sampirin (Bat.Sampi (Jay. Sanak. daar. volmaken. ter zijde. enz. voltoolen.. speciaal belast met de zorg voor de runderen zijns meesters. Kasana. ter zijde. jaar. ginds . toedekken. Menjamping. van ter zijde. van een overtrek voorzien. lets met hot een of ander overtrekken. Toekangmotong sampislager. aanwippen. Sampoel. volledig. runderslachterij. Sampi potongan.). Sampi keblri. bandelier. zijde. voorzien zijn Menjampoelken. verg. om hem of to halen. Soesoe sampi. enz. daarheen. onderlijfskleed. Sandang. Sane. Menjampirken. --aan eon band of bandelier han- . slachten van runderen. bedekken. (of Ampirin). lets omhangen. SAND. van een overtrek. enz. volkomenheid. bi. os . rund. kap of helm (waarmede sommige dieren en kinderen geboren worden). maag. ophangen. koemelk. Di sana. Menjampok. stier.

) dikwijls struikelend. aannemen jets to doen.. niet vast op de beenen. Sander (of Sender). branderig-riekend. --aanraken. Sang. bijv. Sandoeng. opgebonden haarwrong. Sanding. Zie : Pakai. naast.. durum doen. steun. in fabels ook gebruikt voor namen van dieren. Sandang (Jay. enz. ook een hoeveelheid van 5 gedeng's padi (rijst) . over jets gestruikeld zijn of struikelen. mooning. argwaan. Sangit. bijzondere wijze van haardracht der inlandsche vrouwen. een ridderorde. enz. voor jets instaan. dat bij drukking. aandurven. Menjandoeng.. lussen in een rijtuig.). Pakaian. aannemen. met den voet stooten. viak naast. vermoeden. met den voet tegen jets stooten. enz. (Sandangan). geleund zijn . Sandoeng. tegenhouden. drager. enz. .). Menjandarken. uitermate. jets op zich nemen. enz. enz. steunen. leunen. ook Banget en Amat) zeer. eon insect.instaanvoor. Sangka. eon scherp onaangenaam riekend. aangebrand. Sangga wedi of Sangga-oedi. enz. Sanggoep. SAND. Sanggerah. stutten. bij de hand liggend.Menjanggoepi. Sangga. ergens tegen aan zetten .enz. kleeding. aan jets blijven haken. stut.). Sandoengan. dat jets valt..lets doenleunen. Menjangga. Bersanding. Kasandoeng. stijgbeugel. tegen jets stooten. jets op zich nemen.ook : (van eon paard enz. Sangat (of Sanget. waartegen geleun d wordt. enz. om er de armen in to steken en zoo gemakkelijker to kunnen zitten . verden- . Sanggoel.gend dragon (bijv. veronderstelling. Bersender. eon zwaard. enz. Pesandaran. titel voor eon godheid of doorluchtig persoon. enz.leuning(van eon stool. erg. Walang sangit. geleund . naast lets liggen. wat belet. met de handen ophouden. vocht afscheidt. de trapper van een weeftoestel. aderlaten.

raad van de verzamelde hoofden eener geheele landstreek. aan jets blijven hangen of haken.doenlijden.. enz. Sangketan. Kasangsang. ieman d kwellen. Saniri. jets ontkennen. Kasangkoet. tegenhouden. enz. --aan eon haak hangen. Sangsang. ook belemmering. piagen. verloochenen.. enz. enz. mondvoorraad op rein. Menjangkalken. verhindering. haak. Menjangketken. . Sangket.martelen. enz. enz. Menjang saraken. erlz. raadsvergadering van hoof den (11101. steel of handvat van werktuigen (als dissels. loeftocht. ook ring om een houten voorwerp om hot splijten to beletten.kooi. al wat men op refs noodig heeft en medeneemt. tegenwerken. aan lets vastzittend. enz. enz. hank . lijden. Sangkoet. bode. Menjangka. -hangen. reisvoorraad. (van eon paard. Sangsara. jets e1 gens aan laten haken. Sangketan kelaxnboe. vastgehaakt. 227 nen. hakend. enz.). Sangkal. gedachto. verdenken. Sangkoer. aan eon hank bevestigen. beletten. enz. pijnigen. niet erkenSANT. Sangkak. raad van negory-hoofden. bed.king. Sanglir (Jay.). i11a1.. ontkennen. gehaakt. blijven steken. jets ergens aan vasthaken. vastgehaakt. verhinderen. belet. boddehaak. plaag. -ergens aan vasthaken. vastzittond. meenen. Menjangkak.). deur- . vermoeden veronderstellen. beletsel.) . kwelling. niet bekennen. ergens aan blijven haken. Menjangsang. Menjangkoetken. -haken. Sangoe. Tersangkoet. gordijnhaak. enz.: Sang koetan. beletsel.. tegengaan. met eon bal (testikel). Oetoesan saniri. Saniri tanah. enz. Saniri-negeri. bajonet. Sangkar. enz. beletten. hetzelfde. ook : weren. ergens aan vastgehaakt zijn. Menjangkal. . marteling. loochenen. enz. ook : haperen. verhinderd.

gelijk als. Menjantak. handdoek. half. snelstroomend.. enz. Sapa (of Siapa). anker. scheiden. de helft. Sapoedoek. Saoeh. Sapoe. stooten met de vuist. Menjapih. bezem. Saperti. M njapa. Sapir.). driftig. bedekken (van wolken). doek. Sarang. garde. Sapoe merang. om zoo to zeggen. stompen. hoofddoek . enz. zooals. hot uitgeperste sap van geraspt kokosvleesch. onstuimig. Sapoe-tangan of Setangan. . bedekt. sappeur. evenals. apoe. spenon. zakdoek. veger. zie : Sanzpi (Jay. . gedeeltelijk. . dreg. als ware hot. bij voorbeeld. Sapi. Santan (of Santen). iemand vriondelijk aanspreken. . stomp. geeselen. schoen. afstoffen.). Sapoet. . Setangan kapala. bezem of garde van de harde ribbon van palmbladeren. op zijn derriere slaan. Sarang boeroeng. de stof van jets afnemen. vlug. met eon bezem. eon gespeend kind. 228 SANT. hoofddoek.).waarder bij zulk eon raad. overeenkomstig. ook : iemand met eon stok enz. kokosmelk. iemand vragen wie hij is. vegen. Toekang sepatoe. enz. Sapada (of Siapa ada). enz. enz. ook vroom. enz. wie is daar ? Saparo (Jay. schoenmaker. enz. kwast . zie : Soedara. nest. keukenbezem van rijststroo. als. Men. enz. vuistslag. afwisschen. Menjapoet. Sapatoe (of Sepatoe). wie. Santak. duister. enz. laars. Sapih (Jay. Anak sapihan. gelijk. Sapoetangan zie : Sapoe. (of Separo). snel. eon deel van jets. uitstoffen. afvegen. Santer. Santeri. Sapoe lids. heftig. over jets heen strijken. bottine. Saoedara. SARO. boning eener Mohammedaansche priesterschool. bezem van de harige vezels van eon area-palm . heengaan.

Sarang semoet. ook hot bekende onderlijfskleed. ook fig. welks einden aan elkander genaaid zijn (ook Kafn saroeng) . enz. jets tot saroeng aanwenden. handschoen . Menjaroengken. zijn volle dracht of lading hobbend. hoes. bloom. muziekinstrument behoorende tot den gamelan en bestaande uit platte metalen staven. leksteen. -eon saroeng aandoen. mierennest. niet passend. nestelen. fam. den Cupuliferae). onbetamelijk. Saroeng tangan. leelijk. ergens verblijven.). Sarsar (of Sarsaran). Saroeng bantal. doorgezogen. scheede. omhulsel. (Castanea argontea. Menjaroeng. voor : vrouw. Men. Saron (Jay. schelklinkend. (Pout. Bersarang. Saroe (Jav. Sarekat. Saratoes. huisje van jets. medeplichtig aan. SARO. eon saroeng aantrekken. hoes over do rugleuning van eon stool. Nat. enz. kussensloop . hoog zwangor. vol geladen. ongepast. fiitreer. daarvan voorzien zijn. zot. Bersaroeng. enz. eon saroeng hebben. Bl. de Indische kastanjeboom en --vrucht. zich ergens vestigen. gefiltreerd water. Saroeng kerosi. meisje. aan jets deelnemen. hulsel. zwaar beladen.jwring. hot fijne van jets. Sari.vogelnest. huiduitslag (vooral bij kloine kinderen). gonesteld zjjn. eon nest hebben. Saring (ook Njaringl. Sarangan. overtrek. zie : Ratoes. enz. --aanhebben. A j er saringan. mmn of meer getroubleerd. Saroeng pedang. Men jarang. Boenting carat. jets in eon saroeng steken. koker. enz.). de essence. door baton zijgen.). . filter. sloop. Saringan. gefiltreerd. die op een hollen bak rusten. dwaas. Sarap. Saroeng. eon nest waken. enz. Saring. filtreeren. --van een saroeng voorzien. Sarat. scheede van eon sabel.

Bersaudagar. beast. Koeweh satoe. iemand die in geheline wetenschappen bedreven is.) letter. (Jay. Menaroh sasie. Sastra (Sk. wichelaar. Satwa. 229 mensch. beplanten. van Soewatoe. Sasat). Saorang voor Satoe orang. schietschijf.). schijf. dat hat verboden is. een snort droog gebak.). gebraden of geroosterd vleesch. verdwalen (vergel. beast. ook vlot van bamboe.). een v SEBA. de goede richting missend . verdwaald. verdwaald. zie : Seteroe. heilig boek. Sawan tjeleng of Sawan babi. koophandel drijven. ook : niet wel bij her hoofd. Sasatan of Kasasatan. doel. wild dier. Sasie (Sap. Satija. getrouw. rijstveld van water voorzien. nl. (Sk. Satijawan. wild dier. zoolang de Sasie aan de boomen bevestigd is). beperkende bepaling (eig : een krans van bladeren om boomen in bosschen of negorijaanplantingen. Sasat (of Sesat). Saudagar. eon persoon : Salah satoe. dwaling. dier . Sawan. zulk een verbod op jets leggen. Mergasatwa. verward. boek.Sasak. Satoe. groothandelaar . epilepsie. . M njawah. wicheiboek. zulk een verbod opheffen. verdwalen . in de war. aan speetjes gestoken. Memboeka sasie. Menjasatken. een sawah bebouwen. handelen. bewaterbaar rijstveld . duizeligheid. en Har. grof vlechtwerk van bamboelatten. doen verdwalen . Sato. van de vruchten to plukken (gedurende eenigen tijd. koopman. ten teeken. dier. verdwaling. een (onverschillig walk) van alien. dikwijls nog verkort tot Sa) . trouw. uitvaardigen . Sasar. stuipen (bij kinderen) . Satroe. Sawah (Jay. Kasasar of Kesasar. een (verk. getrouwheid . enz. enz. Sate (of Sesate). geletterde. Sastrawan.) verbod. astroloog.

Sebak. enz. uitrafelen. . enz. devol. ongelukkig. enz. fam. Nat. enz. stoommachine . . drijfwiel. enz. hot zaaien. Sebar. aanleiding geven tot. Sawat of Pesawat. groote boom met prachtig hout en eetbarevruchten.. der Sapotaceae. rooven. Sebab. hot gezaaide. Sawet (Jay. met lekkere zoete vruchten (sapodilla-pruimen of West-indische mispels). over iei s 2 3 o SERA. in kleine stukjes scheuren. Menjebar. tar wille van. ultstrooiing . om reden. Sebelah. oorzaak. Sawo manilla. omdat. in stukjes uit elkander trekken. jets ergens op zaaien. zaaien. enz.).Sawang. Nat. (van water. beweegmiddel. rafel. ook : spinneweb. Seberang. Seberot.). Sebit. Menjebak. Menjebabken. enz. Sebaran. Menjebarken. overvloeiend. met eon snelle beweging jets van iemand afnemen. Menjeberot (Jay. Sawi (of Sesawi). --tot oorzaak maken van. Sawo. tar bevestiging daarvan aan of op den nek van hot trekdier. Mimusops kauki. enz. tengevolge van. tar norzake van. .). bestaande uit in kleine stukjes . uitstrooien . drijfriem. Menjebit. door toedoen van. Pesawat asp. band aan hat juk van eon ploeg. zie : Saberang. Dendeng sebit. ook jets als oorzaak opgeven. L. klein afgoscheurd stuk. misfortuinlijk. kapen. . tot reden. enz. drijfmiddel. Pesawat djantera. de witte mosterdplant. Sinapis alba. roetafzetsel. aanleiding zijn tot. --ergens op uitstrooien. drijfrad. Sebal (of Sebe1) (Jay. middel-. tot oorzaak hebben. jets op den loop brengen. zie : Belch. uitzaaiing.. stukje. enz. L. faro. veroorzaken. ~uitspreiding. L. der Cruciferae. cocon eener spin. overvol. reden. niet kunnen slagen in hetgeen men wenscht to krijgon. Bersebab.). -loopend jets wvegkapon. veer. eon gorecht. heen stroomen. om. machine om jets in beweging to brengen. enz. Achras sapota. wegens. boor.

Sedang. bewustzijn hebben. . offerande can de goden. steeds. hartzoer . ook waarschuwen. noemen .geseheurd vleesch. Sedang besarnja. uitspreken. enz. droovig gestemd zijn. terwijl. . altijd. Sedih. vermelding . wolriekend. eon snort van witte lelie met stork riekende bloemen. V sEDo. lets noemen. enz. geven. Menjeboetken. dewijl. Menjedapken. enz. vermeld . fam. leodwezen. prononciatie. Sedap (of Sedep). doen bijkomon. enz. jets als aalmoes. juist greet genoog. niet to weinig . . zich van jots bowust zijn. nude gewoonte. vermelden.. juist. lekker. ook : middelmatig. juist good van grootto. genoegolijk. van jets melding waken. gift. Seboet. ook : middelmatig ~groot.. Seboetan. tot bewustzijn komen. aangenaam voor do zintuigen (behalve hot gezicht). smakelijk. Seder. enz. enz. niet to veel.de juiste mast hebbend. meldon. Sedekah (Ar. juist van pas. Men j edari of Men j edarken. om de goden . treurig. uiton.. wet geuit. hot juiste middon houdend . Sedep malem (ook : Soendel malem). Men j edekahken. der Amaryllideae. jets uitspre ken. (ook : Menjedar) . aalmoozen. vermelding. Sederhana. als offer aanbieden. juist good. jets ten offer brengen. bedroefd. L. Sedekala.. in olio of boter gebakken. Terseboet. Polyanthes tuborosa. Men jeboet. enz. niet to klein. al den tijd. niet to greet. jets uiten. Nat. aangodaan. enz. jets vermelden. weemoedig. enz. immer. bij allo belangrijke gobeurtenissen in hot ~leven gegeven . precies good. ultspraak. op ~iets wijzen. ook offerrnaal. spijt. gewoonte van oudsher. iemand tot bewustzijn brengen. to alien tijde. uitgesprokon wordt. enz.). enz. aangenamen smack can jets geven. ook : voor of ten behoove van jemand eon offermaal aanrichten. eon lekkeren. dear. Adat Sedekala. unstig to stemmen.

Sehat (Ar. (ook : Kikir). enz. zie : Sadi ja. sinds. hot koud hebben. afstoffen. Sekadar (of Sekedar). apes. krachtig. Kasedjoekan.Segara. vierzijdig. verdrietig. koud goworden. Segala roepa.. of (gewoonlijk) Persegi of Pesagi. koud. frisch. vierhoekig. btj beetjes. Menjedot. sedort. enz. langzaam can. . eon beetje. alle soorten. koude. geheel. Sedot. thee zetten. een trek doers aan een sigaar. geheel.(hebben). zie : Sahadja. stoflap. gierig.. zjjden of kanten hebben . schoonmaken. zie : Sahaja. Sehadja. enz. trek aan een sigaar. frisch. alle. beetje. oceaan. aangedaan. uit zijn humour. alle. kou vatten. Sedija. Segar (of Seger). gezond makers. Menjedoe teh. opg ewekt. hoot water begieten. kleinigheid. Sehaja. . gezond. verkwikken. verfrisschen. gezond. weinig. verkoolend. keel. Seka. Sedoet. gezondheid . inademing van den rook bij h et rooken. gansch. al. ten j edoe. enz. van dien tijd af. zijde.). afvegen. Sedikit. bij hot rooken den rook inademen. koelte. Ampat pesagi of Pesagi. Bersegi. Menjeka of Seka. onaangenaam gestemd. over jets heenstrijken. schoonwrijven. Sedjoek. enz. versch. Sekalian. Semendjak). verkwikt. verfrisschend. Segala. inhalig. veger. Mesehatken. Sedjak (ook : Sendjak. Sedoe. Menjegarken. enz. Sekaker.. all erlei. Segi. vierkant. allegaar. kant. lustig. al. met kokend. ook met eon lap of de hand enz. besproeien . Sedikit-Sedikit. scoffer. verkleumd zijn. gansch . niet mild. welig. naarmate dat. zee. v SEDO. Zie : Kedar. waarmede men stoft of afveegt. enz. eon weinig.

zilver (ook : Perak). Mohammedaan. enz. opwerpen. doelgenootschap. knevelen. enz. Sela paha. Zie onder : Klan.Sekam. aldus. Menjelak. onophoudelijk. om hot tegen koude to beveiligen. Sekongkel (of Sekongkol). Sekolah (of Sekolo). . Sekoetoe. Sela. bolsters van gepeldo rijst. . voortdurend. 231 binnenshuis houden. naam van een gamelan. school . Selaloe. Sekeroep. kaf. konkelen. selderij. knoeien. Selam.). wat door broeiing rijp is gemaakt. deelgenoot. houtmot. Sekijan. maak dat jewegkomt. tegenwoordig. handlanger . enz. schrob je weg. steeds door. Sela. enz. enz. gedurig. Selak. Djawi). nu. Selah. Sekepan. Seksek. zooveel. Menjekep. tusschenruimte tusschen twee voorwerpen. Sekep. gestadig. enz. zie : Sela. MenjekoetoeI. helen. iemand als compagnon helpers. op zijde schuiven (bijv. ook een kind in de armen gesloten houden. Selam (Men jelam). Perse koetoewan. compagnon lid. (verg. Selaka. maat. hoofd eener school. enz. wilds stier. eon gordijn. salads. Anak sekola. naar jets duiken (ook : Seloeloep). Kapala sekola. Sekati (Jay. in dozen tijd. opschorten (eon kleed). Mohammedaansch. . ruimte. scheer je weg. zadel. duiken. de lies. schoolgaand kind leerling eener school. compagnieschap. inlander. door ze to broeien of onder den grond to stoppers. een kind steeds v SELA. Orang selam. oplichten. schroef. enz. poffen. zoodanig.). Sekerobi. maatschappjj. houtkevertje. . enz. Selada. op 't oogenblik. Seladeri. Sekarang. om to zien wat or onder of achter is. enz. vruchten nip makers. Seladang. enz.

de avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. go. Selatan. vreezen. L. Menjelempangken. Malem selasa. Ocimum bacilicum. ongerust. zuidenwind. Selasar. slordig. zuid. Angin selatan. gevaar meebrengen. enz. Menjelat. . ook : jets niet vertrouwen . Men jelang. sleutelbeen. gebruikt worden. zeeengte. ook eon bonaming voor Singapoera. heester met geneeskrachtige eigenschappen on waarvan de slijmige zaadjes veel met siroop. bang. etc.). Selempang. dekvlies. (00k: Kidoel). bevreesd.). zeestraat. Selendro(Jav. heel bedekt met (stof bijv. eon sabel) gedragen wordt. tusschentijd. straat. lioderlijk. gevaarlijk zijn (bijv..Dinsdag.). schouderband waaraan jets (bijv. de eons bezigheid met de andere afwisV 282 SELA. smal schouderdoek. enz. hot Zuiden. Selapoet. ook ruimte van tijd. der Labiatae. Slat. zie : Sela. Maandag avond (-nacht). ongerust. ook tusschen twee v oorwerpen lets invoegen. fam. Selangkang (of Selangkangan).).). V . enz. netvlies (bijv. enz. onbegrensd. slof.). selen.Seiama. Selangka. van eon huffs dat op invallen staat). door eon straat varon. Selempang (Jav. dan wel als borstkleod. enz. zonder grenzen. Selawe (Jay. tusschenpoos. Selasi. Selasa(Hari selasa) (Ar. nat. zuidelijk. zie : Lama. our or jets in to dragon. Seleboe. zijn. bandolier.een soortgamelan. huge sjaal die over den schouder gedragen wordt. bezorgd maken. de liezen. Selang. sours ook diem. galerij aan eon hues met eon lageren vloer dan hot middenhuis. ook : bedekt. Belendang (Jay. lang. vijf on twintig. ongorust. Seleder. ook de ruimte tusschen de dijen. terwiji. bezorgd. iemand bang. our de hersens). afwisselend work verrichten. enz.

met eon deken of mantel dekken. v SELO. afdoen. ook sigarenkoker of beteldoosje van gevlochten matwerk. bewaard wordt. zie: Se1am (Men jelam). eon keris tusschen den gordelband on hot lijf). M njelimpet. den voet vorzwikken. veref onen. bijzit. zoeken. geklemd tusschen twee voorwerpen (bijv. Seloear. Men j elimoetken lets of iemand toedekken. Menjeloekoet. enz. Seloekoet (Bandj. beddedeken:Berselimoet. eon dekkleed of mantel gebruiken. afgedaan. dekkleed. Selioe (Kaselioe). uitpluizen. in vlammen opgaan(doen opgaan). mantel deken. dek. vereffend. Selepa (Soend. Seloembat. Seligi. eon slip per maken. Seloeloep. ook : Selesih). . enz. beslechten. (of Selese. ontwarren. zich heimelijk verwijderen. enz. zich dekken. schikken. en dion verstuiken. met eon spoor werpen. (ook Selepi). lichte iaaie. enz. Menjeloembat. Berselimoetan. zie : Slang. (ook : Seroewal en Tjelana). geschikt. Soling.). Slit. verzwikt. tusschen twee voorwerpen geklemd zitten (bijv. aangepunt stuk bout of metaal tot bet schillen van eon kokosnoot. outward. Menjelit. Menjeligi. Selimoet. spoor. eon stuk vleesch tusschen de tanden). . eon spoor naar jets werpen. Selesai. Men jelisik. met den voet uitglijden. . groote brand waarb j de vlammen hoog uitslaan . zie : Sidik. in lichte laaie staan (doen staan). Menjelesaiken. bedekken. uitgemaakt. klaar. metalen doosje of busje dat men bij zich draagt en waarin tabak enz.). brook. Menjelidik. uitmakon. Selimpet. korte werpspies. huge brook. bijwljf. naar luizen zoeken on de veeren glad strijken. stillotjes weggaan.SELO. in orde. ook : luizen. nauwkeurig onderzoeken. onder eon deken liggen. Selidik. beslecht. (van vogols). Selisik. in orde brengon. Sehr.

ondertus schen. voor jomand . aangeboden. (00k: Belongsong). aanbidding der godheid. aanbidden. eon groote en zees gezochte rottingsoort. afgeworpen slangenhuid. Men j embahken en Mempersembahken. verkoudheid. enz. Soma-soma (of: Selesema). op de trompet blazon.enz. enz. Selokan. modegedeeld. enkel. gebed. Selongsong. eerbiedige groet door de tegen elkander aangedrukte handen tar hoogte van hot voorhoofd op to heffen met de duimen tegen den news aan . der Palmae. Bersembahjang. eon gebed uitspreken. Menjelompret. enz. omhulsel van jets. enz. vers. nat. Seloeroeh.. Semalk. Spach. Menjembahjangken of Menjembajangi. op bovenbedoelde wijze groeten. de bekende groote watermeloen. Daemonorops grandis Gruff. modedeeling. vereering. wildornis. ruigte. Bersemajam.. Sembahjang (meestSemba jang). geschenk. gansch. Se1oeroeh toeboeb.. de godheid aanbidden. aanbieden. rapporteeren. enz. zie : Seloear. Citrullus edulis. wild. hot geheele lichaam. onderwijl. fam. Seloka. Seloewar. Semamboe. peperhujsjo. geheel. nat. wat onder hot maken van. waterleiding. verblijven.eon kokosnoot met zulk een voorwerp schillen. der Cucurbitaceae. Sembah (Jay. (ook : Saroeng oeler). Menjembahjang. eon sembah wordt gezegd. Semadja. fam. alleen. ergens blijvon. Semajam.zieAntara. ruig. sloot. dicht begroeid.). Seloemoe.intusschen. Menjembah. Persemv SEMB. trompet. zich ergens vestigen. enz. huldigen . struikgewas. Semangka. slechts. goot. bidden. bericht. zich ergens bevinden. 233 bahan. Selompret. over eiken. jets eerbiedig (van eon sembah vergezeld) zeggen.. melden. Semantara.

iemand een schuilplaats verleenen. Semboeni (of Semboenji). enz. sein. gezwollen (van een gelaat). Semberani. spuiten. bij eon lijk bidden. een heester met geneeskrachtige eigenschappen. Men j emboeniken. Semboeng. Semboeh. enz. ten opzichte van jets of iemand onverschillig zijn. Sembarangan. negentig . der Compositae. negen . Menjembarangken. tijdkorting. zich verbergen. uitspuiten. boom met schoone. genezen. negen honderd. zooals de inlanders doen).). voorbijgaan lots snel grijpen. Sembilan poeloeh. tijdvel drijf. gezond maken. -meenemen. den strot doorsnijden. v 234 sEMB. hersteld. Sembodja. Bl: net. onverschillig walk of wie. Semboejan. Sembilan. Menjembat. Semboer. ieder. -pakken. Bersemboeni. fam. Plumeria acutifolia. bol. als bijv. Pakerdjaan sem-ben. eon mythisch. verschuilen. gevleugeld paard. onder hot loopen (tegeljjk) zingen. Men jembeleh. dat men uit tijdverdrijf verricht. onnatuurlijk vol. verborgen.). Men jemboehken. Sembari (Bat. Menjemboer. Conyza macrophylla. onaangenaam trillend geluid. zich v erborgen houden (ook : Menjemboeni) . enz. jets of iemand verbergen. fam. bijwerk. onzuiver. jets achterbaks houden.weder gezon d . geurige bloemen. onverschillig zijn . -verschuilen. Somber. van eon gebarsten bekken. . tegelijkertijd jets (met jets anders) doen. signal. Bernjanji sembari berdjalan. Semboep. onder hot. Sembilan. eon work. slachten. Sembeleh. teeken. der Apocyneae. spuwen. Poir.bidden. elk. nat. ratoes. genezen. wanneer men er op slaat. bespuwen (met water of medicament. Semben (Jay. Sembat. jets of iemand met onverschiliigheid behandelen. veal op begraafplaatsen aangeplant. bespuiten. Sembarang.

bespuiten. . op zijn gemak. mier.. Semoewa. mislijk gevoel in de maag (hebben) Senang (of Seneng). cent. Sempana. voortdurend. tevre den. eng. spun. open koker. geschikte tijd. -aanstooten. in ht voorbijgaan tegen jets aankomen. enz. zie : Sampoerna. jemand of jets bespuiten. Semboerit. lampeglas.). lampoe. bekrompen. sender van gelaat. geelachtig. ook uitspuiten. M n j emperotken. Senapan. afgebroken. Sempok. inspuiten. Senak (of Senek). holle cylinder. Menjemboerit. Semperong SEND. Sempit.van een boomtak. Bersemi. altijd. zie : Samoewa. . gelukaanbrengend. ook : -achtig . min of meer geel.). enz. een gelen scl~ijn hebben. jonge loot. snaphaan. het slap+en der ledematen. schijn. jonge loten hebben. doen spuiten.. nauw. Sen. met kracht uit jets spuiten . rustig. smal. kort blaaspijpje. geweer.wachtwoord. aldoor. convenieeren. jonge loten krtjgen. zie : Samoedra. niet ruim. waarmede list vuur in de keuken wordt aangeblazen.). met list eon of ander tegen jets aanspuiten. geknakt (zijn). spuiten. Semoedra. gelegen komen. Semoe koening. bedrog. enz. Senantijasa. uitbotten. boomknop. klisteer . Zie : Moeka. jong takje. gezegend. gerust. enz. Sempat. Semoetan of Kasemoetan. vergenoegd. die hangen blijft). Sempal (Jay. kalm. enz. inwendige tmteling der ledematen. weinig ruimte aanbiedend. Menjempok. Semoet. Semoe (Jay. den tijd tot jets hebben. Semi (Jay. steeds. Semperot. pee derastie bedrijven. benauwd. enz. eon drukkend. Semporna. Men j emperot. Semoeka (of Samoeka). dock gedeeltelijk nog vastzittend (bijv. lavementspuit. Semprong.

alleen. wapen. Sengget. weemoedig. lkzelf.benauwd. Senen (Jay. Sendiri. met een langen stok er of harem -afhaken. Bersenggoek. wel. scharnler. persoonlijk. zonder iemand and ers er bij. treurig. Sengal. plukken. Sendjata. Sengadja. jets dat hoog hangt. lepel. met eon ruk optrekken. Sendang. potlepel. bedroefd. vuurwapen. enz. Sendok. alleen. druk- . gewapend zijn. enz. -met opzet doen.). Senggot. Anak sendiri. zie : Sander. zie : Sengget. met opzet. Menjengget. Hare Senen. enz. . schepper ook troffel van een metselaar. Send j ate api) . al wat diem om to scheppen. met eon iepel. salpeter.Senapati (Jay. ook geweer. Menjenggol. verstopt (zijn). knikkebollen. (Sendjata bedil. eigen. Mend engkak. opzettelijk voornemens zijn. legeraanvoerder. Sendat. jets of iemand tegen hot lijf loopen of stooten. Menjendjata.. legerhoofd. n SEND. eve aanraken. scheppen. schieten. pijnlijk (van de ledematen). Sengkak. M~anjengadja of Bersengadja. Menjendok. jets opzettelijk doen. stiff. opzet. de tweede dag der week. enz. enz. plan . Saja sendiri. met eon ruk naar boven halen. Sendoe. ook buskruit.). Senggol. -bron. --met eon hack. wil. (bijv. Maandag. met een geweer schieten. Sendawa. ruk naar boven. geleding. Sendal. Sends. natuurlijke waterkom om eon broil of wel. Menjendal.bekneld. Sendirian.beklemd. Sender. opzettelijk. alleenig. ruk in opwaartsche richting. zelf. aflichten. ook met eon geweer schieten. Sengget ook eon putwip. enz. (Senggetan soemoer). voornemen. (of Itsnam). stram. vruchten van eon boom). enz. eigen kind. Bersend j ate. Senggoek (of Senggoet). gewricht. scheppen.

Sepat (of Sepet). veilig zl~n. wanneer men den SE PI. Sengkelit. ook : snauwen. . Bersenjoem. voetbalspel. behoorlijk. Sentil. Menjentak. zie : Senantijasa. zie ook Engkelek. lederen schoen. -met een ruk wegtrekken. ook : snauw. lets wegrukken. op die wijze trap. plotseling eon duw opwaarts geven (bijv. bottine. hot tintelend gevoel in den arm bijv. Sepah. (van eon arm of been) gebrol en on or los of slap bij hangend. Seni. ook : schoen aan eon rijtuig. in vrede zijn. uit~gekauwde betelpruim. bits woord. glimlachen (ook : Mesem). rust. Menjentakken. Sepandri. Chineesche begraafplaats. vredig. pen of slaan. enz. gedroogde. veilig. laars. Bersentosa. Santausa). enz. rustig.. doen. rustig zijn. Bersengkelan apa apa. bits en grof aanspreken. glimlach. enz.betamelijk. ongepast. Sentiasa. Sengkelek. toesnauwen. den bulk). enz. Sepak-raga. vrede. vrede. ruk aan lets. Sepatoe kafn. zoodat d'r niets mode gedaan kan worden. Chineesch kerkhof. Men j epak.. onbetamelijk. us of lus aan de voeten bij hot beklimmen van boomen. gepast. zie : Djentil en Tjentil..kende. Senjar. veiligheid. achterwaarts of ter zijde . Sepatoe koelit. Sepatoe. Sepah. Sasantosan. enz. S®ntiong. urine. trekken. urineeren. infanterist 1° klas. schoen. Sentosa (of Sentausa. Sengkel. trap met den voet of poot. jets bijzonders uitvoeren. stoffen . rukken. betelkauwsel. Ikan sepat. bitter samentrekkend . 235 olleboog ergens tegen stoot. Sentak. gerust. Senoenoeh. rust. dun. fijn. Ajer semi of Seni. enz.. enz. enz. . gezouten visch. wrang. Tiada senoenoeh. die veer wordt ingevoerd. ook : remand toesnauwen. pis. met eon ruk trekken. Senjoem. Berseni.

stuurman aan boord van eon inlandsch vaartuig. dof van kleur. Sera. met een Serampang steken of werpen. ook benaming van een nachtvogel. inlandsch Christen. Seram. enz. Men j epic of Mend j epit. met een tang grijpen. galerij. bestormen. Toekang sepatoe. verzilveren. inhalig. aanvallen. Seraka (of Serakah). metaal harden. Spit. sprei. Seperai. kalm. voorportaal. enz. Sepon. oud. Masoelk serani.~ Serambah. enz. stir. schor zijn. knijpen. enz. enz. aantasten. overleveren.) werpen. tevens. overhandigen.ja. 236 SEPO. Christen worden . Men j erang. overgeven. om to steken of to w erp en . een snort van vork of harpoon. Serambi.). verlaten plaats. Menjerahken. waarin men metaal dompelt om hat to harden. aan goud of zilver een donkeren glans geven. Serang. lastig. Serani. terwiji. -. als Christen doopen. spons. overvallen. in do Christelijke leer opnemen. eenzaam. ledig. Sepoeh (Jay. schoenwinkel. stoop. Men jerambahk n. Menjepoeh.ook epoed (op dienstbrieven. Sarah. vergeleken worden met. toevertrouwen. tang. Christen. wat als zoodanig diem. Men j eraniken. Serampang. schor.). Sepi. ook in 't algemeen met lets langwerpigs (een stuk hout. gelijkgesteld worden aan. tangetje. . eon eenzame. bad. (zie ook : Sempit). Men j erampang. Tempat sepi. Pen j epoeh. enz. hebzuchtig. bedaard. Toko sepatoe. Sepoet. zich samentrekken (door koude). ook verwoede aanval . . to barge rijzen (der haren). jets aan iemand overlaten. Serak. vergulden. overgave. knellen. verlaten. staan. heesch zijn. moeilijk to voldoen. beddelaken. kippevel krijgen.schoen. Serbi (of Sereh). een welriekende grassoort veal in de inlandsche keuken en geneeskunde gebruikt. schoenmaker .

sergeant. iemand omtrent jets uithooren. d. achterna sleepen. misnoegd. die met bijzondere diensten is belast. Serdadoe kampir. Menjeret. (ook : Destar en Sorban). benevens. Zie verder Serta. vertoord. infanterist der 18 kiasse. tot poeder malen. compleet. gruis . enz. allerlei snort. Seret (Jay. Serba djenis. Serenta (ook : Serta). sleuren. achter jets trachten to komen.Serba. Serba roemah. trek aan eon sigaar of pijp . meesleuren. i. ook benaming voor een ondergeschikt politiebeambte. Serbat. met. Sergah. Serban (Ar. held amfioen rooken.enz. enz. enz. v SERE. eon. rafels. allerlei. Serboek. amfioen schuiven. servetring. kruimel. soldaat. van eon vaartuig langs den never eener rivier. in 't geheim eon onderzoek naar jets instellen. door verschrikken plotse- . bijv.). geemployeerd soldaat. Menjerempet. Serep (Jav.). Seret. geraad. stof. enz. in hot geheim of langs omwegen enz. moesleepen. inzonderv SERG. huisraad. sorbet. al. in hooge mate ontstemd (zijn). Serdadoe (of Soldadoe). Serengat. .). sleepen. Serean. geheel. Sereng (Serengan). enz. Men j erboek. eon snort kruidendrank. tulband. afval. vuil. sleep. Seresah. pulver. -stampen. vermalen.kennis. Menjerepin of Menjerepken. Serdadoe sepandri. zoodra. ook de vergulde strepen op de zonneschermen van inlandsche grooten en hoofden. enz. stof. allerlei. schoenpoetsen on dergelijk work moor. Gelang sorbet. (b jv. rooken. tevens. poeder. servet.bekendheid. Serbat. zie: Sjariat. Menjeret. Serenzpet. boos. rakelings langs jets gaan.

).aldelijk. . eat. Serit. enz. eon toespijs bij de rijst. Serindit. levee maken. jets laten afglijden. luid roepen. enz. kamp op. Menjeroe. schepper. Seri. Ketan serikaja. Serikaja. Serok. hard. Seroe. die lieden hebben dwergherten in hunne vlucht gestuit (door ze aan 't schrikken to brengen. groeno parkiet. Seroetoe. schav en.. Serombong (Jay. eon dam enz. schaaf. glijden. Menjerod. Sere. hard.). gelijk op. bamboezen staketsel in zee om visch to vangen . enz. enz. dikwerf.). of om. Seroendeng. enz. heerlijkheid. Serkoep. Seri. Serijawan. Men j erodin of Men j erodken. spruw. keer op keer. enz. kleine.). Menjergap. enz. gelijk. scheurbuik. SETA. meermalen. Marika itoe menjergah kidjang. met eon schepper ophalen. iemand overvallen. ook geplaatst voor vorstelijke namen en titels. fam. iemand luid reopen. Serod. fangs eon helling neerlaten. Sering-kali). glans. gezonde vruchten. ook : kleine inham of baai. dikwijls. aanroepen. L. Sering (00k: Sering-Sering. visch in zulk eon staketsel vangen.. gevuld met groote steenen. Menjeroet. fine haarkam (voornamelijk dienende om hot vuil enz. kleefi ijst metbedoelde sans. Men jero. derAnonaceae.. middelmatige boom met zoete.ling doen stilstaan . ook de naam van eon snort inlandsch gebaksaus. dienende om pas geplante of jonge boomen tegen beschadiging to beveiligen. Menjerok. stole. sigaar. Seroet. 237 Seroewal. herha. to water laten (van eon schip. afglijden over lets zachts of glads. zie : Se1oear. uit de haren to verwijderen). to vorrnen. Sergap. onverwachts bij iemand komen (ook : PergokMergokken). cylinder van gevlochten bamboo. Anona squamosa. Berseroe. lets scheppen. enz. luid (van eon geroep. luister.

Serta. puistje (strontje) aan hot oog. verdwalen . enz. van de rechte richting afwijken. medegeven. Mien jesakken. artillerie. . overvol. Sesat. laars. doen vergezeld gaan. . spook . Menjertaf. benauwen. Seta1. iemand tot vijand maken. medegaan. met. mode. doek. doen verdwalen. vijand. vijandschap. beklemd. M1 njertaken.vergezellen. (zooals bijv. Menjerong. eng. gording. Zie verder : Sapoe. Setabelan. Sesal (of Sesel). artillerist . spijt hebben. Setinggi. verdwaald. Berseteroe. eon vijand hebben. iemand vijan dig zijn. wierook. Menjesap. Setanggi (of Istanggi). Setabelan setiloor berg-artillerie. Setiwel. en. met. Constantinopel. -behandelen : Perseteroean. Setabelan setringan. Satan. scheef. geest. doen spijten. hoofddoek. Orang Setabelan. persoonlijke vijand. berouw. schuin. berouw gevoelen. Memperseteroeken. schuin gaan. Men j eteroei. scheef gaan. void. met eon ander in vijandschap leven . iemand vergezellen. orgens onder kruipen. benevens. artillerie. enz. berouw aan den dag leggen. Setangan kapala. Roemah setae. Menjesatken. gedrongen. met lets samen doen. Setija. in hot nauw. bijvoegen enz.Menjerta. benauwd maken. benevens. enz. aan lets deelnemen.Serong. overvol maken. Setae (of Sjaitan). --als eon vijand beschouwen. v 238 SETA. vrijmetselaarsloge. samendoen. Setamboel. Sesak (of Sesek). Beserta. doen berouw hebben. geitouw. zakdoek . Menjesal. zich ergens onder verschuilen. zie : Sat ja. nauw. vesting-artillerie . spijt. duivel. alle ruimten innemen. M n j esalken. stovel. Swap (of Sesep). Seteng. samen met iemand zijn. enz. stal. eon slang onder eon hoop vuilnis). zoodra. Setangan. Seteroe.

Sifat (Ar. enz. huur. enz. huren. verhuurderij (van rijtuigen. Menjiar. ook : verspreid. Sewer. ook: halve dolt of halve cent (ook Poser). enz. verpachting. lets met onverschilligheid behandelen. Setreng. soldeeren. Sigera. Slang malem. huurpenningen.). eon echte ongeluksvogel. spoedig. tegenspoed. . enz. in huur geven. onderzoeken. Menjidik. --als onnut beschouwen.. Apa si..). verspreiden. snel. kanon. onaangenaamheden. gespleten. door den dag overvallen. wat toch ? Sia (of Sia-sia). ..en nacht. in twee stukken. dag. enz. huurhuis . naspeuren. Sigar (Jav.. huishuur . vlug. stukrijder. bijeenkomst (vooral in de moskee). Sial dangkal. lijfsdwang. onverwijld. straf. z ich haasten. de voegen van jets aanstrijken. verhuren. Menjia-njia. Kareta sews. stole. wie ? Barang siapa. Si Sidin. enz. enz. ruzle. to last op den dag. Roemah sews. tegenloopen. Menjewaken. Sewer roemah. lampestolp. Siapa. enz. Setop. ijdel. Menjelidik. die (de bedoelde) Sidin. dadelijk. pachten.) (of Sipat). daglicht. huurwagen. Persewaa n. of: bij eon vraag : toch . Siasat. Bersigera. huurrijtuig. siangan. holder. lawaai. onnut. stoof. gestoofd gerecht. . ook : verhuring. ongelukkig in ondernemingen. met onverschilligheid behandelen. eigenschap. al wie. Siar. Bersetori. Slang. dag. geschil. verpachten. nauwkeurig onderzoeken. Sidik (00k: Selidik). Ka. wie ook. zeer ongelukkig SIKS. I in all es. gezwind. pachtgeld.. Si. vergadering..). vergoefs . enz. Sidang. Setorl.Setolop. haastig. Sial. ruzie krijgen of maken. strong (aan eon tuig voor eon rijtuig. voorvoegsel voor eigennamen. nauwkeurig onderzoek. Menjewa. Orang setrengan. hoedanigheid. enz. pacht. Menjianjiaken. doorsnuffelen. enz.

gestalts. straf. pijniging. bespoedigen. _ straffen. afwijkend van de rechte richting. zitten op do onder het lijf gekruiste beenen. opgeborgen. -borstelen. kastijden. zephyr. Sihat (Ar. Siloeman. postuur. met spoed. lets kammen. ook eon ijzeren wapentuig tar lengte van eon elleboog. schuler. geslachtslijst. kammen. opbergen. Silat. in voorraad gehouden is. bergen. Silsilah. borstelen. zacht (van wind) . welvaren.. Sikap. Sikat. verblind (van de oogen door hot licht). (Jay.) (of Sehat). Silir. getroffen. band.) Bersila. Simpan. winkelhaak. ter zijde. haarkam. Sikoe-sikoe. Silau (of Silo). op zijde leggen. aangedaan.schuieren. M njilat. bewaren. schoenborstel. enz. eon zacht windje. Sila. Angin siliran. geroerd. . op zijde gaan. martelen.spoed maken. geslachtslinie. schuieren. Menjiksaken. waarbij zoowel handen als voeten dienst doen. Sikaa. geesten die zich in allerlei vormen vertoonen. enz. wegleggen. enz. enz. eon zijweg inslaan. om eon vat). Dengan sigera. Simpang. Menjimpang. Simpanan. Sikoe. ring om lets heen (bijv. onmiddellijk. welstand. kam. in voorraad hebben of houden. Sikat ramboet. serie. beugel. Menjigeraken. en dat bij hot gebruik ook daartegen wordt gehouden. opgespaard. welvarend. weggelegd. enz. pijnigen. Sloe. . volkomen gezond. Menjikati. wet bewaard. met de beenen onder hot lijf gekruist zitten. hook. Simpai (of Simpe). hoepel. Menjikat. Sikat sepatoe. kastijding. Sikap (Badjoe sikep). elleboog. schemerend. eon parasietplant. dadelijk. SILA. Simbar. nauwsluiten d buisj e. kromhouten in eon vaartuig. Bersilat. op zijn inlandsch vechten of schermen. uitkammen. hooding. borstal. opleggen tot voorraad. Menjimpan. . keten.

wegschuivon. enz. enz. Simpir. zich verslikken. glossen op iemand maken. enz. ergens tijdelijk komen of vertoeven. chancre.steken onder water geven.enz. Bersinggah. Bersinar. de vleugels laten hangen (bijv.) (Sasimpatan). jonge rijsthalmen. SING. bespo tten. troop. zinspeling.. openen. ook (bij hot afleggen van een verklaring. Menjinggahken. schuifknoop. opgeslagen. Simpoel mats. ploisterplaats. weggeschoven. Singkap. haarwrong. Simpoel. Sindir. 239 Sinar. Singgah. lichtstraal.. opzijde liggen. schijn ..) : van hot onderwerp afwijken. van sterren). scheef staan. Menjingkap. Simpoel.). van vogels die ziek zijn). idoep. stralen. in rottend vuil. wormachtige larven van vliegen. Singit. enz. verheven zitplaats. enz. . vaste knoop . Persinggahan. Simpat (Bat. Bersindir of Men jindir.zinspelen op. (bijv.van de rechte richting afwijken. Menjimpangken. openslaan. ergens aangaan. eon pleats aandoen. aan eon kant zwaarder. iemand doen aangaan. dageraad. Singgasana. enz. enz. lets ter zijde brengen. flonkeren. Menjmgkapken. aanwippen. enz. geopend (bijv. (ook Sindiran). die na den oogst to voorschijn komen. -op zijde doen gaan. flikkeren. op iemand zinspelen. leeuw. Sinar terang. eon zakdoek). iemand eon steek onder water geven. niet loodrecht. licht uitstraion.bij lets aanleggen. enz. knoop in lets (bijv. Singgat (Jay. Menjindirken. straal. hellend.. lets in hot verkeerde keelgat krijgen. zonnostraal . opgelicht. syphilis. Radja singe. --verzoeken aan to komen. of uitspruiten. Sinar matahari. enz. Singgang (Jay. lets oplichten. M®njinggahi. bespotting. aanleggen..) (of Belatoeng). enz. Singe. vann eon gordijn. glinsteren.). -eon zijweg doen inslaan.

eon huffs met houten dakpa. sproeieu.iets bosprenkelen. Menjiram. verf voor de oogleden. niet wijd-open (van do oogen zooals die der Chineezen). nauw aangehaald. samenbinden. Sipit. met hot eon of ander vocht sprenkelen. bijgokomen (uit eon bezwijming. enz. Sipat mate. Sipat gantoeng. --op jets gieten . ook : toovermiddel om al wat lovend is en in den omtrek gevonden wordt. Sipat. richten. Singkir. Sirap (Jay. bij ztjn verstand. Sini. streep. rochte richting. in slaap to doen vallen of machteloos to maken . Singsat. uit den weg gaan. . (van kleeding). nuchter (zijn). enz. b j zinnen. Me- . Sioeman. opgebonden. Sirat. baden (door hot water over hot lijf to gieten) . slagtand. houten dakpan. opgeschort. gieten. Sirap. Menjingkirken. hier tar plaatse. jets sprenkelon.). Menjiratken. Men jirep. Menjirami. schietlood. slak. Singke. jets begieten. Menjipat. enz. knoopen. enz. breien. --besproeien .enz. Siram. afmeten. enz. begieten. zich van jets bewust (zijn).). Tall sipat. op zij d e gaan. bergen. rijgen. met eon lijn eon streep maken. fijngespleten. in hat algemeen voor schelpdier. doodstil. (om to zien wet or in of achter zit. stil. volbloed Chinees. jets over jets heen gieten. enz. Siraman of Pan jiraman. richtsnoer. enz. ook meten. gietemmer. ook eon web maken (van spinnen). regal. den wel om or door to gaan. timmermanslijn. Sirat. besproeien.nnen godekt. enz. aan kept zetten. Menj ingkir. zulk ~eon ~middel gebruiken . lijn. Sioeng. straaltj a van hot eon of ander vocht. Menjirat. Bersiram. aliekruik.). Roemah crap.). eon bad nemen. pas uit China aangekomen Chinees. mossel. (Jay. Sipoet. opbergen. hier (00k: di sini). op zijde zetten. 240 SING. Menjiramken. schelp.

eon stuk pinang noot. Oewang sirih. beteldoos. afschubben. betel kauwen. middel in slaap doen vallen of machteloos maken. schubbig. waarover wat gebluschte kalk gestreken is. Sita. vijver. fooi. flank. Menjisip. en eon pruim tabak. Tempat sirih. Sisa. voor hat gerecht dagen.. Sirih. overschot. Menjisik. Menjisaken. Sisir. kammen. Miq. als voor hot weefgetouw. Den jisir. Makan sirih. zjjde. tusschen twee voorwerpen in steken. waarvan vale soorten bestaan. daar SIT 241 ter plaatse. de schubben of krabben. dagvaarding . Soerat site. exploit. flat. der Piperaceae. ook. Ka sitoe. klaargemaakte betelpruim. de betelplant.. kant. enz. schubben. Sirih masak. Menjita. jets ergens tusschen steken. Chavica betle. eon stuk gambir. Pasisir. laten overschieten. kam (zoowel voor hot hoofd. resten. enz. enz. vastzitten. kust. kamvormig onderdeel van eon tros pisangs. schriftelijke dagvaarding. kom. enz. daar ginds. Sisik. rest. enz. ook schubbig vuil op hot lichaam. ook met eon tabakspruim over de tanden of lippen wrijven. fam. dagvaardon. schubben hebben. vischschub.klein meertje. Bersisik. tusschen twee voorwerpen gekneld. gevormd door . bestaande uit twee a drie sirihbladeren. Dani sitoe. jets voor eon ander. iemand door zulk eon SITQ.. uitkammen. schilferig huiduitslag. schub.njirepken. knellen. geschubd zijn.. Sitoe (Dl sitoe). enz. strand. tusschen twee voorwerpen gekneld zitten. enz. enz. overblijfsel. enz. van dear. en tabakspruim. enz. Sisip. kliekje. dagvaarden. waarmede de sirih-kauwen de tanden en lippen schoonmaakt. Sisi. Sitoe (Soend) (of Setoe). Menjisipken. restant. daarheen .). dear van dawn. geld om betel to koopen.

Siwalan. voorschrift. goddelijke wet. fam. L. Sjaitan. der Palmae). instructie voor eenig ambt. bepaling. gedicht. twijfel koesteren. Menaroh Sjak. om water enz. stamboom. in 't algemeen. achtordocht. voorschrift. twijfel. hot geloofsformulier der Mohammedanen . Sjara (of Sjarat). zie : Setae. ook : Roewah of Arwah). Sjart djabatan. Sjahbandar. de zon. getuigenis. wet . ook voor den palm zelf gebruikt. poezie. waterschepper. zie : Serbat. in- . geslachtlijst. doen betwijfelen. begeerte. inzonderheid voor afstammelingon van Mohammed's sahabat's. enz. hoofd der kooplieden. Sjaich (of Sech) (Ar. Nat. reglement. op den lo waarvan hot z. de 8e maand. vrucht van den Lontarpalm (Borassus flabelliformis. M ALEISOR-HOLLANDSCH. titel.) (of Saban. voorwaarde. Sjariat.of Mendjadiken Sjak.). Sjaban (Ar. van hot Mohammedaansche jaar. Sjahwat (Ar. de 10e maand van hot Mohammedaansche jaar.). adellijke Moh. (van den harden dop eener kokosnoot.)(of Sahwat). Sjahadan (Ar. Sjadjarah (of Sedjarah). en.g. argwaan hebben . argwaan.). Sjawai (of Sawai).). Siwoer (Jay. Sjair. Sjarif (of Sjerif). havenmeestor. to schepper. Mendatengken. lust (voornamelijk tot den bijslaap). adellijke Arabische titol. wet. wet diem of gebruikt wordt. godsdienstinstelling. ook. Sjarbat.de indijking van eon riviertje. boding. Sjak.). Mengadaken--. Sjams. worst. voorts. twijfel doen ontstaan. lied. Sjart. schepper. argwaan wekken. La ilaha ills Allah wa Mohammed rasoel Allah. enz. Sjah. or is goon god den Allah en Mohammed is zij n gezant. dichter. betwijfelen. belijdenis. Sjahadat (Ar. blik. enz. verder. geslachtboom.

"Schadenfreude" over jets hebben. darken. Soebhana Allah (Ar. Soedah malem. Sobek. klaar. zie : Saudagar. Soedagar. Soedah. Sokoer).. negorij. ook graveeren. Soeboeh (Ar. dankzegging. . enz. Menjodja. enz. Soedahlah. . enz. hat is reeds avond (nacht) . splinter. eon ongeluk. 16 242 SOEB. klein schourtje. afgedaan. jets scheuren. ook : (in kwaden zin) r Goed zoo!" zeggen. Mal. Sembahjang soeboeh. wanneer iemand bijv. Sjoekoer (ook: Soekoer. groote oorknop der inlandsche vrouwen. . enz. Soa (Amb. enz. kampong. Men j oeboerken. voltooid.landsch nieuwjaar (bij hot erode der ti asten) gevierd wordt. uit. genoeg. gezond aanzien geven. enz. dageraad.). Menjoebik. voldoen. jets beeindigen. lof zij Hem ! Soebik. scheid er made uit. eon stukje van lets afscheuren. beeindigd. ochtendschemermg. bereids. (direct ondorgeschikt aan den radja). gezond maken. getroffen heeft. . zie Sahabat. hoofd eener negorij. enz . van lets eon klein stukje afnemen. frisch van aanzien. verwezenlijken. scheuren. genoeg. ochtendgebed. als interjectie of toeroep (in goeden zin) ook : Dat do©t mu genoegen ! Gelukkig ! (in kwaden zin) : Je hebt je verdiende loon! Mengoetjap Sjoekoer. Kapala-Soa. laat hat genoeg zijn.). enz. bulging (voor de godheid) . eind aan . gezond. dankzeggen. enz. enz..). aan een verzoek enz. eon splinter krijgen. enz. enz. ingescheurd.). lof zij God! Soebhanahoe. Menjoedahken. gescheurd. welig. buigen. gedaan. --afscheuren. Sodja (Bat. een. al. een frisch. dank. welig groeiend. . goddank. eon bulging maker (zooals de Chineezen voor hunno godheden). (ook: Keraboe). Soeban. Men joedahi. Soeboer. Kasoeban of Kasoesoeban. Menjobek. Soebang of Soebeng. reeds. kras. Sobat.

Soeka. behagen. enz. welwjllend. Soedara. Soegi. lapel. vellen (bijv. blijde. borduursel. enz. steekwapen. zich vorwaardigen tot. wat daartoe opgedischt wordt. Soegoeh(Jav. jets afdoen. langwerpig puntig voorwerp.onthaal. schoffelen. ganzen. willen. prism. enz. enz. snavel van een send. horizontaal vooruitsteken.. a. ook puntig werkSOEK. geveld zijn . enz. Kasoedahan. met een lapel scheppen. Menjoegoeh. Soedoek. Menjoedoerken.).. vreugde. zich gelukkig gevoelen. deugdzaam. wensch. Menjoedoe. tandenstoker. jets horizontaal vooruitsteken. met zulk een voorwerp in jets steken. verheugd. pin. afdoening. een eerbiedige bulging maken (voornamel jk voor de godheid). enz. ook in hat algemeen bloedverwant . jets afmaken. vreugde . peuteren. genoegen. eerbiedige buiging. enz. Soedara tin. klein. lepelen. horizontaal vooruitstekend .. Menjoedoer. enz. . Soegi gigi of Pesoegi. . . . nederbuiging . genoegen hebben. . blijdschap. enz. vermaak. enz. ten slotte. genegen zijn. de stukjes vleesch voor de Sesate gestoken worden. borduren. enz. gewillig zijn tot. Menjoed ji. een lans). Menjoedoek. genoegen nemen net. beeindiging. broader of zuster. (zooals eenden. niet genegen. enz. enz. pen van een stekelvarken . einde. behagen scheppen. Soedoe. Soedi (ook : Bersoedi). onthalen. enz. Soedji (of Soedjen). Soedjoed. Menjoegi. enz. doen). eerbiedig nederbuigen. goedvinden. iemand op jets onthalen. trakteeren q Menjoegoehken. Tiada s oedi. borduurwerk. Soedjana. verkiezen. . bltj zijn. els. stiefbroeder of -zuster. niet verkiezen to doen. schoffel. met jets puntigs steken.jets maken. Soegi landak. pennetje. waaraan o. tuig om to steken. onwillig. Bersoedjoed. Soedoer. enz. speetje. Soedji.

waarop misdadigers gespietst worden . zich verlustigen. naar jets zoeken. Menjoekaken.. in het geheim nagaan. blij. bijlichten. enz. enz. moeilijk. enz. vreugde. iemand pleizier. zie : Sjoekoer. geheime verspieder. enz. Soelet. blijdschap. enz.. ook : houden van. Menjoelaken. Men joeloehi. ziel. onderdeel. ljef hebben. verheugd. borduren (vergelijk : Soedji) Soelap (00k: Soenglap). onder het licht van een fakkei. (Artocarpus incisa. zwaar. ook goochelarij . Soelasi. gevoerd. Soela. Soekma (Sk. toorts. ook spion. pleizier hebben. zie : Selasi. met een fakkei. bespionneeren. borduurwerk . pleizier maken. puntig uitloopsel van sommige planten. Soekoer. ook : bespieden. genoegen... zin). . Soeloer. fakkei. Bersoeling. ook : vujl . . der Artocarpeae). ook : goochelen. vreugde. rank. Soekar. Soeloeh. een graat in de keel hebben. op elkander gelegd. Kasoekaan.smaken. blijdschap. -verheugen. enz. in brand steken. in lagen leggen. fam. Soelam. fluit. enz. enz. lastig. voet. Menjoelet. zich amuseeren. Menjoeloeh. enz. Menjoelap. enz. bezorgen. op elkander leggen. tak (van een volksstam). L. spietspaal. enz. poot. bestanddeel. aangestoken pit om bij to lichten. nat. Soekatjita. -blazen. enz. waarvan men houdt. . geest. Soekoen. Soekoe. Men j oelam. moeilijkheid. enz. moeilijke omstandigheden.. been. . Soeling. enz. enz. ook: dat. vergenoegdheid. Bersoeka-soekaan. . deal. Soekak (Kasoekakan). spruit.).. op de fluit spelen. Kasoekaran.debroodvrucht en-boom SOEI. of krijgen. op zulk een paal spietsen. beminnen. Menjoeling. -blijmaken enz. jets doen ontbranden (ook in fig. aansteken. enz. ook : Bermain soeling.

. Soempe (of Soempai). lampepit. schaardig (zijn). iemand vervloeken. waardoor dit verstopt raakt. levensgeest. een eed doen. enz. een gat enz. waterput. Soemboe. snor. Menjoempelken. Soembingan. ongepast. wanstaltig. enz. Soembang (Soembangan) (Jay. vloek. Soempel. stoppen. eed. put. ranken. ook : diep gat in den grond. lout. kaarsepit. cadeau. pit (voorr licht). ziel. eedsafneming. . een gat enz.). onwelvoegelijk. Soemit (Pout.enz. Soemoer. dat van jets afgevallen. ring. .). jets in een gat enz. beeediging. hazelip. Soembang. wat tot stop diem. Soempah. onwelluidend. als deelnemer of geinviteerde een geSOE I.vervloeking. enz. knevel. krenkend voor het gevoel. Soemangat. enz. opening enz. Menjoembang. waarmede men een gat. stoppen .en iemand vloeken. Soeltan. enz. 243 schenk of bijdrage voor een feest enz.). . vervloeken . stop. iemand een eed afnemen. Bersoempah en Men joempah. Menjoempahi (ook Menjoempah). kruipen. bijdrage tot een feest . Persoempahan. aanbieden. vastzitten. sultan. enz. enz. hoepel (om een ton. beeedigen. jets slechts toewenschen. stukje. onzedelijk. beleedigend. om dit dicht to maken. ook lets door een eed bevestigen. geschaard. ook : schaarde. vervloekt (zijn) .. .. Kena soempah. vorst. Soempelan. Menjoempel. band. Menjoeloer. bloedschande bedrjjven. enz. ook bloedschande . met jets dichtstoppen. ook (van het een of ander) : in eon gat enz. zich kruipend voortbewegen. ook : vloeken. Menjoembang.. -vervloeken. alleenheerscher. dichtstopt. bewustzijn. geschenk.. Bibir soembing. enz. -afgebrokkeld is. Ajer soemoer putwater. Menjoempahken. enz. door een vloek getroffen (worden).. (Zie: Simpai). Soembing (of Sombeng).

Soendel malem. ook : Sempit. 244 SOEN. ernstig opvatten. fatsoenlijke uitdrukking voor: zijn gevoeg doen. Soempit (Soempitan).stop. . naar de rivier gaan. zijn uiterste best doen. (van eon man). Soendal (of Soendel). lets versieren met allerlei schilderwerk. Menjoengging. publieke vrouw. zich er geheel aan wijden. stuursch . zich met hoeren afgeven. boeleerster. knevel (van dieren). enz. werkelijk. Menjoempit. Soenat. uit een blaasroer blazon. enz. Soempit. Menjoenggoehi. Anak soengai. enz. een blaasroer. besnijdenis. Men j oenggoeh. Soengai (ook : Kali). Soenan (Jay. versiering met schilderwerk. wezenlijk. borduren. Soengkit. Soenggoehpon. enz. Sasoenggoehnja. besnijden. in waarheid. jets in alien ernst opvatten. eon zuur gezicht . blaaspijp. in waarheid. voelhoren. rivier. Soenggoeh. book : Pergi kasoengai. met eon blaasroer jagen. Soempet. zie onder: Sedap. zijn uiterste best doen . -aanpakken. borduurwerk . merg. Soengar. . Soemsoem (of Soengsoem). jets beschilderen. zeker. niet ruim. Soengging. inderdaad. zekerlijk. geschilderde figuren. fatterig. Men j oengkit. Menjoenatken. wet is waar.) (Soesoehoenan). Soempet. riviertje. juist. zie : Soengkit. nauw. ofschoon. zich aan ontucht overgeven (van eon vrouw). hoer. hoereeren. enz. Bersoengoet. Bersoendel (ook : Menjoendel). Menjoendel. enz.enz. eng. in ernst. kwasterig. ook : jets met ernst doen. Soengoet. hoewel.. Bersoenggoeh-soenggoeh. ook : norsch. Soengkit (of Songkit). werkelijk. kogeltjes of pijltjes. hot bedrijf van hoer uitoefenen. waarachtig. ontuchtige vrouw. nasal van hot koninkrijk der Nederlanden. titel van den vorst van Soerakarta. enz. zijn uiterste best voor jets doen. enz.

verlaten plaats. enz. versiersel achter hot oor of in hot haar op hot achterhoofd (bijv. om. zie : Soemsoem. Bersoerak of Menjoerak. zocht . eon snort van groote poffertjes van rijstemeel. hoofdhaar. . eenzame. brief. enz.). geschrift. Soengsoem.overbrenger van brieven. book. . gejuich. kwitantie. loopen. tang. losgedragen hoofdhaar(alleen vanvorsten). jubelen. gelasten. enz. schrijven : Mengarang soerat. boodschap. enz. zulk een versiersel dragon. enz. reispas. manen (van eon leeuw. Soengsang tegen hot beloop in. kleine bidBOER kapel.. hot onderst boven hangen. . Soeroeh.). weinig be. woest. eenzaam. enz. enz.). enz. Soerat. hoofdstuk uit de Koran. bedehuis. last. . pandbriefje. Soerat gads. hoofdgeldbiljet (van Chineezen). enz. Bersoenji. schrij ver . verlaten. brievenpost. schriftelijke overeenkomst. zendbrief. opdat. Soeralaja (Jay. verlofpas. Soerat konde. ten einde. Bersoentmg. Soerat kiriman.). Soerat tanda tangan. donkey. SOER. Soenting. zonder glans. dikwijls dienende ook tot school. onbewoond. Menjoerat. Soerau (ook: Langgar). contract. eon brief schrijven. Soepaja. de hemel. Soerak. Soerabl (of Serabi). bevel. Soerah (Ar. duister. ledig. zich afzonderen. schriftelijk bewijs.). Soenji. zendbrief. op de handen loopen. testament. Soerat wasiat. Soerat.) . krijgsgeschreeuw. Pen j oerat. somber. eon aan een pen gestoken bloom. eon geschrift opstellen: Menoells soerat. Menjoengsang. Tempat soon ji. stil. morren. omgekeerd. Pasoeratan. hot onderste boven. verduisterd. Soeri (Jay. Soeram (of Soerem). manen (van een paard. Soerat pas. enz. juichen. mokken.zetten. Soerat perd land jian. jubelkreet.brievenbesteller. hot godenverblijf. Menjoeroeh. pas. bevelen.

ears kust volgen. boezem. zie : Soeltan. achtervolgen. Soesoep. Menjoesoet. fuik. last. vermindering. zorg. Soet®ra. Soesoer. Baboe soesoe of Baboe tats. Menjoesoet. eb. enz. verdriet. zoogend kind. main. moeite. zwaar. zitten. Kasoesoel. (om in to halen) . zorg. gereinigd. stapel van op elkander geplaatste voorwerpen. Soesoek. zuigeling. Kasoesahan. tangs jets gaan. zijde. last bezorgen. zie : Toesoek. heilig. Soesoer (Jay. gezuiverd. enz. zoogster. enz. rand. Menjoesoe. verminderen. achterna gaan. in zorg enz. Anak soesoe of -soeson. vischfuik. achterna loopen. min. hat iemand moeilijk makers. met een boodschap belasten. Soesoek. op elkander gestapeld zijn of liggen. ergens onder of doorheen kruipen. kust. last. tabakspruim. strook. Menjoesoek. minder worden. hat ondergaan van zon of maan. moeite. lastig. 245 bijv. opstapelen. &jars joesoen.~ kuststreek. Soetji. verdriet. afneming. ook : zoogkind. Soesah. Menoesoep of Menjoesoep. sunken. niet vuil. moeilijk. . achteruitgaan. verminderen. bemoeilijken. Ajer soesoe. schoon. moeite. zuigen. rein. enz. moeilijkheid. zoom (van een trust. zijden stof. ook iemand ergens hears zenden. Soesoet. aan de borst zitten. Oelat soetera. Soesoet.laten doen. zijdeworm.). afloopen. de borst geven. afnemen. Bersoesoen. zuiver. Soeroet. Menjoesahken. ebben(van water) zakken. borst (van een vrouw). enz. enz. ingehaald. Soeroep. jets ergens onder steken of schuiven (om hat to verbergen). Menjoesoepken. zoogen. uier. enz. ook melk. Soesoen. Soetan. iemand verdrietig stemmen.. Soesoer pantai. ` OEW. met een fuik visschen. Soesoe (ook : Tete). Menjoesoet.). Menjoesoer. melk.

. vragen doen. aan een meisje iemand tot man geven. de bevelen (van eon vorst. Persoetjian. geluid geven. baai. dienen. telkens een hap eten met de hand in den mond brengen. enz. gespleten. uithuwen (van eon meisje). Menjoewap. mondvol. bijeenbrengen. stem. zie Soon j i. Soewami.) opvolgen. . Menjoetjiken. ook : hot eons zijn met eon ander. inham. rondo of roodbruine verf stof verkregen van den bast van eon plant. enz. tot man hebben . . Soewasa. Kasoetjian. gescheurd. verlaten. tot echtgenoot. enz. Sasoewatoe. Bersoetji. enz. onbezet. tot eon maken. vraag. Bersoewara. geluid. zuiveren . Bersoewal.. zuivering. vereenigen. rein zijn. alleen zijn. gemakkelijk. gemaal . Bersoewamiken. vraagstuk . Soewam. echtgenoot. ledig. lauw. Barang soewatoe. met de hand eten. laten eten door hat telkens eon hap eten met de hand in den mond to stoppers. zonder moeite. man. Soewal. en z. onverschillig welk. voeren (met de hand). Soewita. -peuteren. lauw-warm. Sogok. Soewara. enz. reinheid. Soewak. Men jogok. eenig 246 SoEW. spreken. heiligheid. vraagstukken opgeven. hap. kleedjes daarmede geverfd. Bersoewatoe. uitgeslagen stuk (uit jets). enz. beta. enz. Soga. licht. enz. -toeroepen. eon van alien . spinsbek. Soewatoe (ook : Satoe) een . afgescheurd. eenzaam. Menjoewapken. toon. iemand aanspreken. heiligen. heiliging. ding. Zie ook : Tjoetji. eon kind enz. Mempersoewatoeken.oprech t (van gemoed). Soewir. bocht. reinigen. Soewang. Soewoeng. . vragen. Soewap. toespreken. Mempersoewamiken. Kain soga. onbewoond. enz. Men joewarai. Bersoewita. hot (de) eon of ander. enz. met eon lang voorwerp steken.

enz. Sopan. Menjokong. avond. afgebrokkeld.. Sompoh. eon kind. Sontak gerowak.). Sokong. Men j ongsong. bescheiden. stut. borduurwerk. afgebroken. Songsong. met vole on groote scheuren (van linnen. jets ergens . met goud bestikken. afgescheurd (van eon stuk uit jets) enz. schoor. soep. soldaat. berucht. met den kop. (00k: Soeloer. iemand in hot geheim jets geven. Sore. zie : Serdadoe. beroemd. enz. met neergebogen kop stooten (van buffels. enz.. Sohor (Kesohor). jets tegemoet gaan. fatterig. staatsie of ambtszonnescherm der ml. Menjorok. sloot. ingetogen. beleefd. jets (bijv. ophitsen. zooals de Javanen veel dragon. Soeloeran). Salomo. voor omvervallen to behoeden. slootje. boekje. steunen. om hem to winnen. Soso. geroemd. beschaafd.). Solaiman. marjnier. schoren.) schrijlings dragon. stutten. Menjondol.). bekend. tegen jets ingaan. Songsong (Jay. iemand in hetgeheim waarschuwen. jets dat tegen jets aan gezet wordt om dit to steunen.) (of Patijoeng). Sombong. befaamd. borduren. Sompek. Soldadoe laoet. Solor. enz. iemand door geschenken enz. Sondol. steun. ambtenaren op Java. ook : iemand aanzetten.). opgeblazen. hemel. omkoopen. Sop. verblijf der gelukzaligen. Sontak. Sorok. gescheurd . tegen jets in. eon snort van hoed zonder bol met eon klep. Menjompoh.). doorweven. vermaard. verwaand. enz. gescheard. met de handen ophouden. enz. Sompelak (Bat. stroompje. enz. Songkok (Jay. Sorga (ook : Swarga of Soewarga) (Sk. enz. achternamiddag. Soldadoe. zonnesch erm. enz. vooravond. Songket. gemanierd. ook jets op de handen dragon. Menjongket. aan den rand beschadigd.enz.

---omroepen. Sorong. voortduwen.fiabiat. gordijn. de rust wit stampen. ook : geschenk. enz. vangen in ondiep water. enz.). Mentabirken. geneeskunde. niet. de verheven God. Men joso.ook uit to drukken door ons voorvoegsel on-. Men jorong. toeschuiven. enz. Sosol (of Sosor). Soso. Kareta sorong. enz. heilgroet. in den vorm van eon stole om visch to solo. heilwensch. om iemand om to koopen . de Allerhoogste. --verkondigen.. enz.). duwen. of Har. gegroet. hot is onnoodig . voortschujven. Menaboeh. Taala (Allah taala) (Ar. met zulk een fuik vischvangen. natuurlijke geaardheid. met trommelslag (op de Tifa) bekend maken. Ta'oesah. hot behoeft niet. . omgekocht zijn. woes gegroet. -een . met vooruitgestoken hats fangs den grond near jets toeschuiven om to bijten (zooals ganzen enz. en omkoopen. Menjosol of Menjosor. hot moot volstrekt. Taboeh. Ta'dapat tiada. Tabir. door den omgekochte jets jn de hand to duwen . : ook droomuitlegging . enz.h korte. windharp in den vorm Ta' (verkoaring van Tiada).ook iemand (eon ambtenaar. duw. Sorongan. voorhang. omkoopsom. ---wjt maken door stampen en verwuderjng van hot dunne vliesje dat om do korrels zit. met zulk een stok op eon instrument slaan. seen droom uitleggen. krujwagen. Ilmoe tabib. Sosok. -. dat gegeven wordt. karakter. Tabib. waarmede op de trom of andere slaginstrumenten geslagen wordt . geneeskundige. Tabaos (Sap.. doen). Menjosok. inborst. Sowangan. to schujven. dokter . Kena sorong.onder schuiven of stooten. Tabik (of Tabe). van eon veerkrachtigen knop voorziene stok. -doen bekend maken.) omkoopen door jn hot gehejm hot eon of ander geschenk onder zijne papieren. groet. fuik zonder bodem. ook : voorstelle1n voorstellen doen. verklaring geven van een droom.

verklaring (van den Koran). Pendok di taboeri intan eon scheede (van een Keris. Menagih. puntig. enz. pas. enz. lancet. hagel. groote trek.). nog niet fang geleden. Tadji. kunstspoor (voor eon vechthaan). op eon troop zitten. Taboengan. . Menadah en Menadahi. wet in zulk een koTAGI. spoor.: Boemboeng).). in jets opvangen. daareven. leiden. scherpen. slijpen. bamboezen spaarpot . lemand manors. zooeven. Menadahken. jets bezaaien. bezaaid met diamanten. jets met. Mentadbirken. -ook waning. enz. besturen. ook een vlieger van zulk een geluidgevend instrument voorzien. zaaien. Tadbir (Ar. bestuur .instrument bespelen . Taboeng (verg.allerlei slaginstrumenten. spaargeld. vordering.troon. Tadah. scherp. Menjowek. Tachta(Ar. enz. lijnwaad. op. enz. . zoo pas. scherpe kant. koker van bamboo oln or jets in to bewaren. Katagihan. . scherpheid. regeling. Penaboer. Tadjam (of Tadjem). om hot op to vangen. Tafeir (Ar. Menjowek-njowek. . zeer stark naar jets verlangen.). kort geleden. enz. ook schroot. vlijm. Taboer. enz. Menaboeri. (ook : Penamboer). wetten. enz. gezeteld zijn. enz. Tagih. suede. ---hot eon of ander onder jets plaatsen of houden. zaaisel. oplegsel van edelgesteente. Menaboer. ker bewaard wordt. --bestrooien. lust in jets.). dicht met jets beleggen. verlangen near jets. papier. wet gezaaid is. zie : Sorga. 247 van een bong aan vliegers bevestigd. Tadi. zaaien. jets opvangen . Menadjemken. (hebben). 248 TAGI. Taboehtaboehan. T. enz. Bertachta. leiding.). gescheurd .scheuren(bijv. Swarga.vorsteltjke zetel. Sowek (of Soewek). scherp maken. strooien. zeer belust zijn op lets. in flarden scheuren.

Menahani. oorsmeer . tegenhouden. een boar laten. om jets tegen to houden. Tiada tahoe. boar. niet weten. en t Tall . Tahi mate.'/ 16 Kati = 111 s o Pikoel =10 Tji . hat vujl der oogen . jets als middel gebruiken. Bertahak. moedervlek. Tahoe (of Taoe). --uithouden. -invorderen. beteugelen . tegenhouden. --verdragen.1 Soekoe = 2 Tall. --.Tahi angin. Mentahirken. waters. oprisping. van jets bewust zijn.2 Real. enz. die in de inlandsche geneeskundo veal tegen buikaandoeningen gebruikt wordt. volharden. enz. Tahi lalat of ---laler.. uitwerpsel. enz. Menahan. onbesmet. zuiver. onzin. kippendrek. verdragen. drek. verduren. L. . Tahi besi. fam. enz. ook ijdel geklap. Menahi. als gowicht voor edele metalon wegende ± 0. verstand van jets hebben. drab van olio. uithouden.1 Tji = 10 Timbang. uithouden. verroesten. natuurlijke spoor van ears haan. . tegenhouden. kennen. beletten.3 Oewang. met jets bekend zijn. Tagil (of Tegil). . enz. boeren. enz. rein. der Laurinae.054 K. in lets bedreven zijn. reinigen. ijzerroest. Tahan. gewoon zijn. verhinderen. ton. Menahanken. poop. en onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. bergkloof. verdragen. bezinksel. afscheidsel. . duurzaam zijn. roesten. Tahang. onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. ravijn.G. Tahi koeping of Tahi telinga. Tahi ajam. Tahi geregadji.. nat. jets tegen jets aanhouden.0386 K. verduren. Tahi minjak. en TAKR. -. Tahi.1 Real = 4 Soekoe. . stront. Mata of Hoen. . kunnen. vorstaan. Tahil.G. . jets verduren. een aan plantenslijm rijke plant. enz. enz. sproet. vuil. ook vat. ook de stof.jets vorderen. Bertahan. Tahak. zuiveren. die overblijft na hat person der olio uit de boonen. Tahi. zaagsel . kuip. beperken. -beletten.Cassytha filjformjs.als gewicht voor opium wegende ± 0.

bevreesd. bang zijn. laf. enz. jaar. waardebepaling. Menakoetken. van jets bepalen.). de wijze van echtscheiding. gezien worden. eerbetoon. bekend zijn. verbeelding. elk jaar. jarenlang. eon jaar duren . Taksir. bang.jaarlijks. zoodat hij haar tweemalen terug kan nemen. waarbij de man zijne vrouw eenvoudig een ontslagbriefje als zoodanig geeft en haar wegstuurt. zijn voor jets. Taksiran. enz.ook: niet gewoon . van Chin. enz. beschikking voorbeschikking. taxeeren. organs een jaar lang overbltjven. bang. . Talak (Ar. angst. zooals na de derde wegzending bij eventueele hereeniging hot geval is. Menahoen. gesnapt worden. ingebeeld. Bertahoen. Taksir. verwaandheid. dat in platte koeken verkocht wordt on in vole Chineesche schotels wordt gebruikt. MOnakoeti. jaren duren. Takaboer. Takdir Allah. verwaand. Tahoe. . Tahoen (of Taoon). -beschikking. . schatten. Takdir (Ar. Katahoean. bangmaken. enz. bekend raken. schatting. enz. den prijs. Hari tahoen. bloo. om er bang voor to zijn. taxatie. Mengatahoeken of Members tahoe. vooruit bepalen. wetenschap. Takrim (Ar. vereering. . enz. voorbeschikken. enz.). wat driemalen mag gebeuren. . enz. kennis geven.nieuwjaar. vrees. beangst. Tahoen bahroe. verjaren. TAKE. Mentakdirken. verblijven. raadsbesluit . ook r vreeswekkend.). enz. vrees aanjagen. . dagwijzer. Gods raadsbeslujt.). Menaksir. jaren achtereen . Pengatahoean. . kennis van jets hebben of dragon. met jets bekend zijn. jets laten zien. enz. . de waarde. kennis. Takoet. zonder dat de gescheiden vrouw eerst met een ander getrouwd moot zijn geweest. Sabers tahoen. meelgerecht. Mengatahoei lets waters. bevreesd. Takwim (Ar. bekendheid met. Bertahoen-tahoen of Bertahoenan. verjaardag. almanak. eon snort.

Talang. begin. beschoeiing van een rivieroever. dok. Tambahan. bedijken. eon cursus geheel doorloopen hebben. aanvang. Taloe. Membatja talkin. praeludium. genet is. 25 centstuk. touw van de harige vezels van den arenpalm . TAME. hot onderricht der dooden. Menaliken. nadat hij in hot graf is neergelaten. strong.).). onderworpen. stuk. Talkin(Ar. enz. enz. vermeerderen. eon slot daaraan maken. ingedijkte vischvijver. bjjvoebsel.. Taloek (Ar.Talam. Menambal. vermeerdering. toene-men. Bertambah. Tambak (Jav. in eon kleed enz. enz. dakgoot. jets met een touw vastbinden. Talar. wat bij jets gevoegd moot worden. to vermeerderen. draad. . enz. bijvoegsel. lap. Menambak.). onderhoorig. openhartig. dijk. onbewimpeld.). eon gescheurd of beschadigd . lout voor hot aansteken van sigaren . Menambahken. een touw orn jets slaan. dat in eenig kleedingstuk. touw. voorzeggen wat hij to antwoorden heeft wanneer de doodsengelen Moengkar en Na kir hem komen ondervragen. ronduit. jets aan jets toovoegen. zeal. ook : volleerd. enz. dam.. timmermanslijn. . enz. indijken. bedijking. Talon (Jay. ten onder brengen. aangroeien. enz. koord. band. geeindigd. of hankelijk maken. Menamatken. Tambah. Menaloekken. opdammen. Menambahi. enz. Tali sipatan. Tali. eon geschrift beeindigen. Tall api.). beschoeien. kwartje. presenteerblad. Tamat (Ar. Tall doek. Tambal (of Tambel). enz. reap. toevoegsel. om hot to vergrooten. ook : zooveel to meet. enz. wat bij jets komt. tooname. vuurtouw. lijn. einde (van eon geschrift). onderworpen. of hankelijk . eon overledene. eon lap of stuk zetten. 249 ook : eon feast geven tar eere van hot verlaten der school (van eon kind). jets vermeerderen met jets.

gelapt. ophoopen. vermetel. Menambang. goochelen. onbeschoft. Menambang. in hoopen (zijn) . enz. overvaargeld. niet wit. overvaren. Menamboen. jets verbinden. Tambang. overvaren tegen betaling. schuit. opstapehng. passagegeld voor hot overvaren. enz. ook : stapel. verband Tambera. touwdraaien . Penamboenan. trommelsiager. overbrengen. brutaal. mijnworker . aan eon touw vastleggen. Tamboeng. Menambat. mijnopzichter.. enz. Kareta tambangan. om . . Tamboel. Menambang. ook hott gelapte deel. Kapala tambang. ook : goochelarij.. goed in 't vleesch. enz. Menambangken. Tambangan. Tambang. enz. Tambalan. jongere broeder. enz. Pertambatan. jets of jemand tegen betaling overzetten. hoofd eener mijn. Anak tambang.. ook vetmesten . enz. onbeschoft zijn. ook onder den grond gepoft. Tambi. vastbinden. toespijs bij de thee. mijt. waarin men wordt overgebracht. 250 TAME. Menamboeng. wat tot vervoer van passagiers dient . een lekkere zoetwatervisch. Tambang. opgestapeld (zijn). balddadigheden plegen. . Tamboer. vet. hoop. . yacht. onder asch geroosterd. . lapwerk. dus hog vrij is.kleed. baidadig. opstapelen. ook : trom. enz. Bertamboen. Oewang tambangan. Perahoe penambang of -tambangan. dat geen passagiers heeft. overbrengen. hekserij. enz. tooveren. lappen. yacht. (van gepelde rijst) gekleurd. enz. met lappen. enz. enz.vastleggen. Tamboen. Menamboel. Tambat. . tamboer. dik. Tambar. aan jets vastbinden. mijnwerk doen. touwslaan. Tamboel. enz. titel of benaming waarmede men Klingaleezen aanspreekt. enz. . (ook : Tamboenan) . mijn . eon mijn graven.. touw. enz. Menambangi. brutaal. huurrijtuig.

. Menampak. TPameng. verwerpen. wraken. Menamlikkan. zin). Menampari. erfenis. weg kappen. schenken. effen gekapt. weigering. enz. Tampah (Jay. . Salah tamps. wat aan iemand in ejgendom (all zijn voile eigendom) wordt overgedragen. wan. toonen.: Tambal. om jets aan to nemen. Tamps. Menamboesken. van de hand wijzen. de mazelen. opvatting. gast. welgemaakt. jets onder asch roosteren. jets bij handslag beloven. dienende om to wannen. de oneffenheden van jets (bijv. enz. beschouwen. meenen. Menampa. . lap. enz. beschouwing. weigeren. Menampik. zoowel bij schenking all bij koop. Sakit tampeg. slag met de vlakke hand. Menampal. Tampers. een visite maken.rijp to worden . Menampi. enz. enz. . lappen. enz. enz. glad afgekapt. enz. zichtbaar. enz. Bertampar tangan. plat vlechtwerk met lagen rand. op bezoek gash. iemand jets in vollen eigendom afstaan. vertoonen. Tampah. niet . ook visite hebben.). pleister. enz. Vergel. Tamalloek. kunnen zien. enz. enz. ertamoe. oorveeg. Tamoe (of Tetamoe). enz. zichtbaar zijn. klap. enz. wannen. opvatten. rijstwan.). Tampak. waarmede jets bedekt wordt. Zie : Djamoe. versmaden. wan. zien . Tampar (ook : Tamper). verkeerde opvatting. de mazelen hebben. Tampeg (of Tampek). rijstwannen. iemand klappen geven. hetgeen op die wijze in eigendom wordt ontvangen of genomen . enz. rond. Tampal. schild (ook in fig. een flunk voorkomen hebben. visite. . enz. gezien kunnen worden. eeii pleister op jets zetten. TANA. vruchten onder den grond laten rijpen. gelijk gekapt. Tampik. oplappen. gaarbakken. gelijk kappen. Tam'lik (Ar. schoon van gestalte. laten zien. bezoek. laten blijken. Menampakken. ook : zich goed voordoen. mep . Menampas. Tampa.. een levende haag) weg snijden. verstellen.

rijst koken. voorteeken.. . landstreek. Tanah paair. gelijkenis. enz. Tanaman. Menamsilken. van eon teeken voorzien. Tanah m ngandjoer. Pertanda. eon teeken hebben. pisang). enz. grond van particuliere bezitters. gouvernements grond. landtong. aandenken. ineen gedraaid all een peperhuisje. land. verlaten grond. ook : schriftelijk bewijs. van een teeken voorzien zijn. Bertanda. een klaargemaakte Sirih-pruim. begraven. bebouwde grond. schiereiland . handteekening. Sirih satampin. kwitantie. een hen dteekening onder jets plaatsen. Menandal. merkteeken.willen aannemen. Tandang. Tampin.. beul. jets als voorteeken beschouwen. ook dansmeid. kenteeken. enz. Tanah hat. bodem. parabel. particuliere grond. uitstekende punt in zee. klaar gemaakt. zandgrond.Tanam-tanaman.). enz. kok. Tanah hidoep. . enz. . Menandak. bewijs. wordt. plantsoen. mark. vergelijken. . Tanda tangan (ook : Tapak tangan). inlandsche daps. s Creek . plaatsen. -streak. planten. Tandan (ook : Toendoen). Menanam. Tanah rendah. Tanak. enz. merken. geschenk tot aandenken . hooggelegen grond. enz. rijen. koken . ook : in of onder den grond begraven. souvenir. enz . pooten. onbebouwde. landsdomein. allerlei planten.vergelijking. Tanda. Tanah lempoeng. geteekend zijn. Tanah merdika. aardbodem. peperhuis. bezoek zonder bepaald doel. enz. Tanam (of Tanem). Tanda mats. Bertandang of Menan- . aanplant. landeTANA. klei . eon tros van vruchten (bijv.. enz. (op zijn inlandsch) dansen. leggen.ati. enz. teeken. in den grond zetten. Tandak. Tamsil(Ar. Tanah tinggi. Menandaken. Tanah m. Tanah. wet geplant. Menanak. aarde. Tanah goepermen. laaggelegen grond. allegorische voorstelling. grond. barn. Djoeroe tanak.

met de hoorns stooten. hand. 251 van een strijd. uitstekende landpunt in zee. enz. reizen. met eon rang onder dien van ears Serang. L. Bertandoe. onderofficier aan boord. Tandjak. Tandjoel. lasso. der Sapotaceae) met kleine welriekende bloemen.steilte. in eon draagstoel zitten. planten. hot handgewricht : Ta- . ring aan eon muur. Tandoek. Tandjakan. enz. wet tar vergelijking mast jets anders of tegenover jets anders gesteld of geplaatst wordt . Tapak tangan. Tend joeng. Tangan. gehoornd (zijn). zich tegenover jets stellen (om to vergelijken). moues van eon badjoe. hoorns dragon. moues. Mata tangan. Menand j oel. op bezoek gaan. Tandil. landtong. 252 TANG. Bertandoek. zich begeven near hat tooneel TANG. (inzonderheid van rijst). ook de naam van eon hoogen boom (Mimusops elengi. faro. Iboe tang . hoorn . enz. lasseeren. Bertanding. enz.dang. hook. linkerarm . h ~lnstok aan een roar. Tangan badjoe.draagpalankijn. zonder bepaald doel. (sergeant). jets op de hoorns nemen. steil opgaande wag. met eon werpstrik vangen. Menandoek. bezoeken afleggen. -hebben. net.aanhoogte. de palm van de hand (zie ook : Tanda) . linkerhand. Daridji tangan. Menand j oeli. rechterhand. Tangan kemoedi.). Tending. omhooggaand. kaap. waarin eon lamp] e hangt. de duim . Tandoe. rechterarm . Menandoer. de vingers. Menanding on Menandingken. arm. enz. steigend. enz. opwaarts. een kaap omvaren. werpstrik. Tangan kanan. enz. . draagstoel. Menandjoeng. Tandoer (Jay. met eon lasso werpen . . Tandjoe. vergelijking. tegenover elkander stellen. voorwerpen met elkander vergelijken. die veal gebruiktworden. Tangan kin. enz. muurlamp. eon weerga hebben .

die naast elkander geplaatst worden) eon geregelde of regelmatige afdalende of opgaande rij vormend. jets uitstellen. dralen. verbinden. de hand aan jets slaan. Zie ook Sagang. voor jets instaan. met jets wachten. enz. regelmatig in hoogte verschillen als de treden van eon trap. tot later verdagen.of stoombad nemen of geven. dragon. diefachtig (zijn) . ondergaan. dampbad. warm bad. Tanggal. zich borg stellen. losgaan.ontoereikend. Tanggoeh. Tangga. . Tanggoeng (Jay. eon huishouden hebben. borgschap. datum (00k: Tanggal boelan). Tangas. met al wat daartoe behoort. Tanggam. Menanggam. dulden. bureii . borg. ten halve. uitvallen (van eon tand bijv. Menanggalken.). stellen. ladder. als gehuwd persoon ergens gevestigd zijn. Menangani. damp. borgstelling. Bat. stoven. onvoldoende. niet genoeg. ploeg. broeien. trod e . l jden. . lange vingers hebben. Tanggoeng. verschuiven. horizontaal. Anak tangga. Toeroen-tangga. huffs en trap. Bertanggoeh. enz. jets ultTANG. Beroemah-tangga. los. vooruitstekend . Tanggang. met de hand behandelen. dateeren. jets op zich nemen. Menanggang. borg staan. (Zie : Loekoe). stoombad. weder to voorschjjn komen (van de maan). eon datum op jets plaatsen. loskomen. yendragon. hot geheele huffs. Tanggala. aan warmte of hitte blootstellen. trede (van eon rijtuig) . jets met de handen aanvatten. met zwaluwstaarten aan elkander hechten. Roemah tangga. d. trap. huishouding . Menanggoehken of Mempertanggoehken. zwaluwstaart (eon houtverbinding). buur. sport. i. Tatangga of Tetangga. geveld houden. geveld. enz.een warm-. Menangas. Menanggoeng.). enz. uitstel. enz.verantwoordelijk zijn.ngan pand jang. vellen. (van eon aantal kinderen bijv.

door eon talisman afweren. Penanggoeng. iemand doen huilen. geween. of zeef zonder deksel. parade. tegen of op elkander sluitend . Tangisan. met een totebel visschen. geween. of wenden . en wat als borgstelling. handvat . dienende als vergiettest. Tangis. TANG. Menangkoel. bolvormige. afslaan. gehuil. stengel. Tanggok. borg.enz. enz. tegen of op elkander sluiten. eon slag enz. gehuil. enz. ook dat. Menanggoengken. afweririg. met jets pareeren. Menangkisken. . vatten. amulet. (of Tangke). enz.iemand jets opdragen. die zich als borg stelt. Menangisken. (ook : Penangkal) Menangkal. schermen. oppakken. Bertangkis-tangkisan. afslaan. Tangkis.. waarvoor men verantwoordelijk is. tranen storten. ook : over jets of iemand weenen . enz.. zekerheid.enz.). Tangkar. ook: gijzelaar. --voor jets verantwoordelijk stellen. gegeven wordt . pakken. gejammer. bloemsteel. borstbeen (van eon kalf. Tangkas. verantwoordelijkheid. huilen. Tanggoengan. weenen. steel. grijpen.. of wenden. Menangkap of Menangkep. kwik (in beweging of gang). -wat als zekerheid dient. --met jets belasten. enz. elkanders slagen enz. iemand beweenen. over en wader pareeren. Menangkoep of Bertangkoep. tegen of op elkander doen sluiten. groot kruisnet. Tangkoep (of Tangkeb).. vlug. Tangkai. snel. Tangkap. vangen. Tangkai kmbang. pareeren.. enz. totebel. eon onheil. Menangis. borst. Menangisi. behoedmiddel. Tangkoel. bijv. gevangen nemen. Menangkoepken. visch met zulk eon mand of zeef vangen. Tangkai. verplichting. talisman. krachteloos maken. a jour gevlochten mand. Menangkis. Menanggok. afweren. pareering. en dikwijls ook gebruikt om visch to vangen . enz.

eon vraag doen. eon ascetisch levers leiden. iemand ondervragen. zeven. plat. informeeren. boetedoener. Menanja. Tan ja. B®rtapa. Tares. Menapis. Tapak. kazerne. boete doen. omtrent hot eon of ander bij iemand informeeren. bakoven. landbouwer. Pertapaan. zich van jets onthouden. boetedoening. verhooren. landbouwbedrijf uitoefenen Orang tarsi. lager. Tapi (of Tape). Bertapih. barak. ook boete. Tapoek. Tapak tangan. tafellaken.). Pakerdjaan tans. bijna vlak (van eon desk. Tapisan. kluis. Tarang (Petarangan). Pertanteraaan. naar jets vragen. zulk ears kleed aanhebben. tramp. handteekening. Tantera (of Tantara). enz. landbouw. boetedoening. asceet. bijv. mark. tafelkleed. gelijk. landbouw. vragen. Pertapa. nest voor eon broedsehe of leggende kip. afzondering. Tanger. teems. oven.. zeef. Menanjaken. onthouding. handpalm. legerscharen . Tapir. navraag doen. voetzool. hot lange beenkleed der vrouwen . boats. Tapes (Sk. Menanjaf. weinig hellend. -ook: hat gefiltreerde. woning van eon kluizenaar. . lager. west tot hot doorzijgen gebezigd wordt. doorzijgen. .). informatics inwinnen . dieet . kampement. Tangsi (00k: Roemah tangsi).asceet. Bertarak.Tanglong (ook : Loleng). Chin. Tapelak. dieet houdon.). Bales tantera. Tapih (Jay. kroontje boven of op sommige vruchten (zooals de Manggis). enz. voetspoor. kluizenaar. vraag . kluizenaar. (Jay. iemand omtrent jets vragen doen. effen. ook : de palm van de hand. iemand naar jets vragen. eon snoeperij van gegiste rijst. Bertan ja. Tarsi. papieren lantaren. ook indruksel daarvan of van de pooten van dieren. TARO. legerplaats. filtreeren. in afzondering levers. filter. enz. landbouwbedrijf. 253 Tapak.). zich menageeren. .

Tank. rozekrans. Tatal kelam. opvangen. Taring.). Menaroh. Menatah.). Taroem (of Tom) (Jay. regelmaat. inzet. binnenzee. zie : Tatang. hard roepen. wond. Taroeb (of Taroep). uitbouwsel aan eon huffs of Pendapa. naar zich toe halen. beitelen. Tatkala. hoektand. .(zaadjes van Phaseolus radiatus L. dansen. die de bekende indigo of Nila van den handel geeft. Taulan. Menari. vriend. groote plas water. Tartib. enz. leggen. der Papilionaceae). Tauke (Chin. die veel als groente gebruikt worden (ook Ketjambah genaamd). kame- . nat. L. inzetten. deponeeren. renters trekken. chef. enz. Tatoe (Jay. Bertareak.Tareak. afdak. ook afzonderlijk gebouwtje van licht materiaal met eon plat desk tot tijdelijk gebruik. gillen. enz. nest. plaatsen.). opzetten. inleg. wanneer. Tasik.. ook : innen.. tijdrekening. jaartelling. neerleggen. invorderen. met iemand tegen een inzet wedden . (zie : Loeka). stellen. Menarik boenga. of in de tegen elkander aan gehouden handen dragon. ook inzetten van edelgesteenten in goud. Tauge (Chin. houtkrul.). de Christelijke jaartelling. der Papilionaceae). Tatal. Petaroh of Tarohan. trekken. Menarik. Tan. 254 TARO. aanhalen. enz. pand. Bertaroh of Bertarohan. toen. met een beitel bewerken. Menating. ten tijde. oogtand. Tasbih (Ar. de indigo. jets in de holte der hand. Tarich mesehi.). beitel . plant (Indigofera tinctoria. Tarok. tijdens. Tatah. Tating. Tarima. fam. zetten. regel. enz. bidsnoer. ontkiemde Katjang idjo. bass. naar zich toe trekken. orde. makker. zie : Terima. Tatang (Menatang). moor. schreeuwen.). bedrag der weddenschap. fam. hoofd. spaander . Tarich (Ar.

) . krachteloos. eeri schaamteloos mensch. enz. plat op jets slaan. eon groote. krachteloos maken. Penawaran of Tawaran. als een plank. Tebah. lets to koop aanbieden . eon klejne wesp. dicht bijeen (van onkruid bijv. mast. Tebeng. dorschen. beuken. aanbieding. loon eenig work aannemen. die vrij goede was levert. buit. Tebas. geneesmiddel. Menawari. (van smaak). bod. iemand uitlachen. dicht opeen. r Menawarken. Tawon. betooveren. enz. tegengif. Tawar. enz. Menawar. dingen. ander flauw.hut.. scherm. lachen . Menebah. Tawon endas of Tawon gong. struikgewas. wegkappen van klein bout. onbeschaamd. Menebas. bondgenoot. eon bod doen. Tawar. enz. enz. ook aanbod. Tebangan. sc. enz. Tawa (Tertawa of Tetawa). neerhouwen (van boomen. talrijk (van eon menigte). flauw. enz. enz. wat . om jets lachen. iemand ontmoedigen . Men®bang. enz. ook tegen een overeongokomen. gevangen nemen. aan bet lachen brengen. eon onbeschaamd gelaat. alum. ook hardvochtig. bieden. Menawan.). Tawakoel. bod. schild. enz. afdingen Menawari. Penawar. de honigbij . door bet een of U TEB 0.. enz.). laf. omkappen. enz. krachteloos maken (van vergift. wat gekapt op den grond ligt. smakeloos. dik (van platte voorwerpen. MenawaI. krijgsgevangene. Moeka tebel. Menawaken. madoe. slag met jets langs of plats. gezel. Tebang. doen lachen. gevaarlijke snort wesp. Tawon kelantjeng. bij (insect). Menawar. niet hartig. vellen. Tawas. buit maken. Tawon. Teba1 (of Tebe1). met eon stok. sniakeloos. Tawon. Menawarken. dicht. ook : uitlachen.raad. op God vertrouwen. to koop aanbieden.)..

Tedoeh. lossen. moedig.). M1 nebok. Tegah (ook : T j egah). of koopt. stiff. enz. kloek. hard. enz. fabriek . Menebengken. jets beschutten.. enz. bongo kant van jets. suikeru TEBO. Tedas (Bat. beschutten. suikerriet. enz. stork. enz. tegenhouden. suikerriettuin. gespierd. Menedoehi. Menegak.) (van eon Babel. losprijs. ook degeen die lost. eon klinkenden slag met do hand of de vuist geven. losgeld. Bertedoeh. Tegar. zich oprichten.niet of slecht bewaterbaar. enz. scherp of stork genoeg om ergens in to kunnen dringen. schijn. stevig. Ajar teboe. rechtop staan . beschermen. overeind zetten. Tega1(ook : Tegalan). overein d. loskoopen. verhinderen.daartoe diem of als zoodanig beschouwd wordt. zie : Tagil. ook om hot paard to dresseeren. enz. glans. Menegakken. vrijkoopen . vrijkoopt. piqueur. talud. stil. beschaduwd (van plaatsen). schittering. ook: onverschrokken.). beschaduwen. Tedja. Panegar. achter eon scherm enz. Tebok. Bertebeng. weerhouden. to paard rijden. dienen. Tegar (Jay. ergens onder schuilen. to kunnen kwetsen. krachtig. Meneboes. Teboes. Tegi1. Peneboes of Teboesan. kalm. enz. tegengaan. onder dak zijn . enz. Penggilingan teboe. zitten. suikerrietmolen. lommerrijk. beletten. suikernetsap. Kebon teboe. Goela taboo. iemand tot scherm enz. bedaard. Tegap. flunk. Peneboes. schuilen. prijs waarvoor men lets of iemand vrijkoopt. . Menegah of Menjegah. onbuigzaam. never. suiker uit suikerriet bereid . (van hot wader). niet geschikt voor de natte rijstteelt. Tegak. mmn of moor hoog gelegen bouwveld. eon toertje to paard maken. avondrood. Teboe. rechtop . enz. enz. jets of iemand to kunnen snijden. Tebing.

Meneken. Tekoekan. slok . Kyllingia monocephala. der Cyperaceae). zie :~Tombong. hot achterdeel van hot verhemelte. Masak teh. inslikken. Tekoek. -de smack. Teko. Menekan. hot orgaan van den smack. put. vouw.ook: aanmerking maken. Tekak. stork. Menelan. Menekoek. Daoen teh. fam.). enz.). eon bocht maken. doorslikken. enz. Teh. Ajer teh.Anaktekak. enz. hecht. thee (zoowel de plant als hot blad). den hals toeknijpen. waarvan de wortelknolletjes veal gebruikt worden als medicament (Cyperus rotundus. enz. bevestigen. wandelstok. enz. aanspreken. met zulk eon deksel of met do holle hand jets bedekken. ook zich stevig can lets houden. 256 TELA. iemand bij den nek of den hals pakkeri en neerdrukken. worgen. Meciekap. vast. bocht. trekpot. Menekek. Telaga. bocht. `Telan. Tekan (of Token). Tegor. kromming. eon vouw maken. Bertegoeh. toespreken. eon kleine grassoort. kom. neerdrukken. opslikken. enz. Menekoekken.ook druk op jets . al. vouw. zie : Tokek. de theebladeren . reeds. Chin.. Teki. op lets drukken. TELA. h outduif. duurzaam . Telah. thee drinken. .aanroepen. Menegor. enz. aandrukken. thee (drank) . -vormen . nadat. de huig. stevig. jets vouwen. drukken. Tokek (Bat. toedekken.. bereids . Tekap. Tekak. slok. . zich stevig houden. L. vijver. moor.Tegoeh. berispen.. bolvormig deksel of kap over jets . . theepot. ook : zich van eon stok tot steun bedienen. jets hecht maken. druk op jets . thee zetten. gevouwen. nat. standvastig zijn. teug. gevouwen zijn. Minoem teh. stok. Token (Jav. Tegok. enz. 255 Menegoehken. Telampoeng.toeroepen. Rottb. Satelah. Tekoekoer. standvastig.

kruk. jets ontblooten. Bertelandjang. enz. bloot. Telor teroaboek. Meneledoerken. enz. naakt. enz. good warm. gezolten ei (meest van eenden) .). naakt. geheel ongekleed loopen. enz. bloote voeten. moedernaakt. jets veronachtzamen. eieren leggen. ongekleed.). nauwgezetheid. makker. Teman. oor. poedelnaakt. enz. Berteloet. kameraad (vergel.). bloot. zie : Tapak. zeeboezem. en: werkelijk. teeken. oorscholp. ontblooten. iemand geheel ontkleeden. achterover op den rug leggen. achterover op den rug liggend . Daoen telinga. zorgvuldigheid. knie . kenmerk. Telandjoer (Bat. Telatah. oorlap. Teloet (zie : Loetoet). nauwgezet. oprecht. ontbloot. niet nauwgezet. enz. gezouten knit (van eon snort Indische elft). Telentang(ook: Tjelentang). ook : Dj ari teloendjoek. Keteland joer. . barrevoets. e1. Telapak. Kaki telandjang. zorgvol. Zie: Toendjoek. Koeping). Teloend joek. enz. knielen. Telatah (Jay. metgezel. baai. Menelandjangken. enz. als vriend helpen. bevriend zijn. deugdelijk.naakt uitkleeden. zijn plicht verzaken. welmeonend. zorgvuldig. ongedekt . TEMB. de wijsvinger. geduld bij eenig work. kaviaar. Telor assn. golf. vergezellen. erg. Menemani.Telandjang. achterover op den rug liggen : Menelentangken. gezelschap houden. Teloek (of Telok). enz. Teman (of Teman) (Jay. Bertelor. Teledoer (of Teledor). niet moor to verhelpen.. . erg . ook : in gezelschap van. onverschillig. geduldig. Telor. Berteman. enz. Telanc jang boelat-boelat. kuit . met onverschilligheid behandelen. Bertelentang. onachtzaam. enz. Tjoeping telinga. ook: goad. vriend. plat neerleggen. to ver gegaan.. fielinga (verg. inham. Panes temen. spiernaakt. Kawan) . to ver. -zijn . oorlel.gezichtsuitdrukking.

warm . beer. Menembel. een muur. Tembaga. enz. schieten. gekorven tabak. hot punt waar jets. met alien ernst doen. lapj e. Menembakken. goal koper. Temboes. Menembelken. eon kogel. pleat. sterke. zie : Teman. Daoen tembako. muur. dat geheel door een lichaam gedrongen is. uit eon geweer. Temboesan.). geplakt. Tembako pepean. ook jets met klei enz. Temenggoeng (Jay. tabaksblad . enz. Temberang. pruimtabak . een muur.angan. koper. geheel door jets heendringend. met eon vuurwapen schieten. -doen kleven. vastzitten. staand want op een vaartuig. gesausde gekorven rooktabak . (zie ook : Timbil) . enz. Tembako lempengan. (of Toemenggoeng). Tembel. koperen. L. Tembako roko. afvuren.). Menembok. Tembako. steenen muur. van muren. enz. gekorven tabak in pakjes van bepaalde afmeting . Tembok. jets met oprechtheid. om jets heen bouwen. doorboord. bol. wet op jets is gelapt. enz. fam. kleven. v TEMB. gezwollen (van hot aangezicht). Tembam (of Tembem) (Bat. uitkomt. dijk. boven vuur gedroogd. rooktabak voor sigaren of sigarotten. Temen. wal. plakken. rood koper. Tembako tongboe. opzetten. Menembak. der Solanaceae). Pohon tembako. enz. bepleisteren. Tembako soesoer. . Menemenken. Tembaga poetih. regentstitel op Java. Tembako garangan. Tembak. Bertembok. eon schot lossen. Tembaga mesh. gekorven tabak. van koper. tabak . vuren. enz. ook good. gekorven tabak. tabaksplant (Nicotiana tabacum. Tembaga koening. hat. in de zon gedroogd . lets op jets plakken. Tembako rad. voorzien zijn . proj ectiel. door en door. Berlijnsch zilver. mollig.

ook gevonden . Temoelawak. enz. elkander doen ontmoeten. der Zingiberaceae. Tempajak. op een plaats gevestigd zijn. nat. termijn. L. Tempat. van golven. fam.. Tempias. met iemand een samenkomst hebben . hot instuiven van den regen. belenden. Curcuma Zerumbet. fam. iemand of lets ontmoeten. 257 blijfplaats. Menemoeken. jets doen kleven. een plaats innemen. . klap.geboorteplaats. ook (bijv. Menempiling. aan jets grenzen. gevestigd zijn . ergens wonen. der Zingiberaceae. pleisterplaats . Bertemoe dengan.Temoe. plakken. L. Bertempat. . enz. groote. Katempatan barang gelap. waarvan de jonge wortels veal gegeten worden. nat. ontmoeten. jets vinden. in hot bezit bevonden worden van gestolen goed. aangetroffen. tijd.enz. plek.. Rxb. Tempihng: oorveeg. . geven. een geneeskrachtige knolplant. martevaan. Tempajan. in de inlandsche geneeskunde veal gebruikt. Tempat toempah darah. Ketemoe. . Menempeli. kleven. urnvormige. . Menempatken. aantreffen . TEND. mop. Nemoe of Menemoe. bruid en bruidegom) bij elkander brengen. doen plakken. enz. enz. bij of wasp. om hem to ontmoeten. Tempel (Menempel). tegenkomen. ergens geplaatst zijn. enz. der Piperaceaej. enz. aanplakken. enz. ontmoet. verMALEISCH-HOLLANDSCH. enz. larva van een mien. oord. groote pot. enz. enz. nat. iemand tegemoet gaan. Kaempferia rotunda. een plaats gev en. Bertemoe. fam. ten tijde. een klap. Temoe-koentji. aan jets vastzitten. Ternpat berhenti. lets ergens plaatsen. palen. een plaats bezetten..enz. . Tempo. Menempelken. Temoekoes (of Kemoekoes). een plaats innemen. wijdmondige pot. Menempati. plaats. een geneeskrachtige knolpant. jets beplakken met. staartpeper (Cubeba ofhcinalis.

trap . enz. jets in hot madden plaatsen. schedel . (van water). oorzaak van. iemand de schuld van jets geven. schop. enz. -Menengadah. de schuld van jets krijgen. stilstaand. naar hot madden schuiven. enz. de helft. . half. Tendang.Tempo dehoeloe. iemand of jets schoppen. de oogen opwaarts slaan. Tenggiling (of Terenggiling). Menen1 258 TENG. zich in hot madden verplaatsen. hack. Menempoehken. harde dop van eon kokosnoot. aanvallen. de oude tijd. Menendangi.vroeger.). helft. to madden. in hot madden. Tends. zinken .Tengah malem. ook in hot algemeen lantaarn van wat ook gemaakt. laten zinken. kwispedoor. de Javaansche mierenetor (eon schubdier). Menenggelemken. Tempolong. Tempoeh. schoppen. enz. harpoon. eertijds. enz. Mints tempo. enz. werpspies met ijzeren punt en w eerhaak. wagon. brutaal kijken. madden. godeelte. in hot madden. aanval . dang. enterhaak. naar boven kijken..middag. Tempoeling. to madden. enz. tent. enz. . centrum.. . schadevergoeding moeten betalen. Tong (of Ting). eon schop of trap geven. bestormen. trappen geven. trappen. Tengah hari. juist madden in. middernacht : Di tengah. knieschijf. voor jets verantwoordelijk stellen.schuld aan. Temporong. Temporongkapala. kalm. naar hot madden gaan. Menempoeh. Menengahken. Temporong loetoet. Tenggelem. herhaaldelijk schoppen. jets doon zinken. Katempoehan.. madden. groote papieren lantaarn. Tempoeh (Jav. Tengah. verzonken. ook : tent van eon ledekant. Menengah. onbewogen. middelpunt. spuwbak. enz. zonnetent. uitstel vragen. stil. Tengadah. naar hot madden schuiven. enz. ten halve.enz. Tenang. Satengah. madden op den dag.

fam. zekerheid. gevlochten mandon of doozen van diverse vormen on met deksels. enz. tegenover. . Tenoeng. enz. bepaald. . der Dipterocarpeao)behooronde boom. Tentang. weeftoostel. recht. verzekeren. iemand bezoeken om to Zion hoe hij hot maakt. Tenoek. Menepak. . enz. Tengkorak. Tenoenan. niet afwijkend. vaststelling.enz. Maleische adellijko titel. . raps. (ook: Bertenoen). zekerheid. stellig op jets rekenon. bekkeneel. enz. betreffendo. in de goode streak. zien. bezig zijn met woven. Tenong. ziener. woven. tot de Hopea-soorten (Nat. Menenoen. Tengkoe (ook : Toewan koe).. vast. Menengok. tooverij . waarzeggen.. uitgemaakt. Tengok. bepalon. dons van vlechtwerk. jets vaststellen. jets in de hand can eon touw. onz. eon toegeworpen voorwerp. waarzegger. Tepat. doodshoofd. . enz. enz. naar jets kijken. dienende tar bewaring van eotwaren. Petenoeng. vlak tegenover jets geplaatst zijn. enz. bepaling. met de hand afweren. juist. voorspellerij. zeker. Menentang. Tentoe.recht uitkijken op. Katentoean. schedel. meevoeren. Menenoeng. Tengkawang. stellig. naar jets of iemand gaan zien. aangaande. Tepak. moest dienende tot beteldoos. voorspelling. nopens. Tepak. voorspellen. Tenoen. enz. waarzegging. tegenovergep aatst. stork van reuk of smack (van olien en vetten). kleoderon. garstig.. ook wat geweven wordt of is. omkijken. hoogo. enz. enz. ook: zeker. omzien. ten aanzien van. met betrekking tot. in eon zak. bijv. v TEPI. enz. Menentoeken. ranzig. Menenteng. jets in de hand (hangend) dragon. Menengokken. de tapir. die hot onder den naam Minjaktengkawang of Tengkawangolie bekende plaiitenvet levert. uitmaken.Tengik. enz. Tentang.

(zooals twee hanen tegen elkander. Meneran. enz. enz. Terada. vermalen. Teradjoe (Jay. rivieroever. Menepiken. Teran. kant. doorschijnend. person.. Teraboeng. -invliegen. lust enz. Menepi. naar den kant. jets omvorloopen. zoom. toeljchtjng. helderschijnend zijn . . enz. Menerangken. Katerangan. de horizont. omtrent jets inlichting geven. de grens van den hemel. opheldering. zoodat de veeren jn de rondte vliegen). licht. -instuiven. enz. zie : Tepok. zoom. oever. weegschaal. zegelen. inlichting vragen.). duidelijk. Tepi. tegen jets aanloopen. ook jets van een rand. enz. rand. boord. op jets aanvliegen. aanstuiven. jets opheldoren. op jets aanvliegen. eig. eon slag geven. Tepoeng. balans. aanvallen. stempelen. enz. enz. drukken. drukken (bijv. balm. verklaring. enz. drukkerij. ken. grens. bij hot doen eener natuurlijke behoefte). . Tepi laoet. Perteraan. klaar. Bertepok tangan. oever. jets verlichten . Meneraboeng. in de juiste richting gaan. zeestrand . hot stempelen. eon stempel op jets drukken. in de handen klappen. . enz. jets tot meet stampen. Mneradjang. Teradjang. holder. Tepi soengai. recht op jets afgaan. Terang. Tepi langit. Tepok.Menepat. enz. eon verwoeden aanval op jets doen. . de naald daarvan.ook Menged an. brengen... zie : Tiada. gaan. . meet maken. -aanvallen. trekv TEPO. van eon rand. zoom. jets naar den kant. enz. slag met de vlakke hand. Menerang. met de vlakke hand klappen. voorzien (zijn) . ook : ljcht. enz. lUst. enz. Tepoek. opheldering verzoeken. Menepok. meet. voorzien. . oever. strand. schaalbalans. Menepoeng. roeien. verklaren. eon klap of slag met de vlakke hand geven. klap. enz. Menerangi. Menera. Bertepi. stempel. Tera.

Tepoeng terigoe. schreeu w. u TERI. toeroepen. jets ter hand stellen. doen ontstaan. ontspringen. Terik. fam. ontvangen. zuivere korrel (van graan) onz. Menerikken. fijno garnalen of visch fijngestampt on daarna gedroogd. aanvleden. -. enz. Menerejakken. Terima. Terawang (Terawangan). Teri. Nelumbium speciosum. alleen hot hart daarvan nemen. jets vljegend meevoeren. iemand doen gillen.enz. enz. Tertian. jn jets berusten.. Menerdjoenken. Menerbang. gillen .ook Gandoem). de kern. enz.Teras. Menerbangken. . rust enz. oprjjzen. tevreden zijn. enz. der Nelumbiacoae. zi ch van eene hoogte. enz.Menerimaken.. loslaten (van vogels).aannemen. stevig. (Titricum vulgare. Terdjoen. Wild. nat. L. gil . strak gospannen of getrokken. doen wegvliegen. L. enz. rogge (Secalo coreale. jets good opnomen. Terbit. nat. opkomen. rogge. van jets afspringen. opstuiven (van stof). stuiven. kleine (meest gedroogde) vischjes. hot hart (van hout). vliegen. Menerima. eon waterlelie. klemmend. afstorton. enz. hout tot op hot hart bewerken. toespijs bij de rijsttafel voornamelijk in Sambel gobrujkt. voortsprui ten. Meneras. Panas terik. stiff aangehaald. . bewerken. smoorheet . faro. doen uitkomon. der Gramineae) . Terigoe tarwe. doen ontvanu 260 TERI. . Berterejak. . stiff aanhalen. schreeuwen. met lets wegvliegen. ook iemand luid roepen. fam. stevig binden. jets to voorschijn brengen. voortkomen. Terbang. wegvliegen. afwerpen. van jets afsmijten. nat. ujtbreken. enz.. .of t arwemeel. der Gramineae. enz. spannen. Teratai (of Terate). enz. a jour bewerkt. ontstaan uit. strak trekken. tamboerijn (zie : Rabana). als kant bewerkt. 259 Terasi. Terejak. wit stampen. Menerbitken.

door jets heen. jets ten lasts logger. darken. rechtdoor. Teroesi (of Peroesi).. zich dankbaar toonen. enz. doorboord. ook : beschuldigen. Menerima kasih. geheel doorgedrongen. oprecht. enz. enz. iemand verdenken. Meneroes. doorgraving. faro. . jets doorsteken. ook : lets door later gaan (bijv. Teroempah. enz. Terong. doorloopen. Meneroesken. doorzenden.zeebloedzuiger. Teroes-terang. Teroes-meneroes. zijn dank beturgen. Teroesan. enz. enz. radon. Teroeboek. Penerkaan. enz. voortschikken. sandaal.. voortzetten.ook met ietstevredenzijn. doorboren. zich met eon vaart op jets werpen. verdenking. Sulphas cupri. vermoeden. door en door.enz. benaming van vole heesters behoorende tot de rat. veal door Chineezen in den handel gebracht en gegeten. dank.. recht toe. doorgaand. der Solaneae. Menerkam. dankbaar (zijn). enz. gissen. jets door jets heen steken. door en door. Tenma kasih. door. verdenken. kanaal. . regelrecht.. recht uit. Solanum pseudo-unda- . verdenking. snort elft. recht aan. v TETA.gen. enz. Menerkaken. ook : houten klomp met eon knop die tusschen den grooten en tweeden teen wordt vastgeklemd. kopervitriool. vermoeden. Teroes.. rond voor de vuist. doorgang. enz.enz. bespringen. Menerka. ook voortzetting van lets. door jets heendringen. eon zoutwatervisch. Terka.. Teripang. waaronder Terong gelatik. jets to radon.. iemand van jets verdenken. Penerka. met jets tevreden stellen. bedanken. doorgraven. doordringen. . ronduit. zonder omwegen.. met eon vaart op jets springen. eon feast). enz. enz. degeen. vervolgen. to vermoeden geyen. vermoeden. waarvan de kuit gezouten in den handel gebracht en veal wordt gegeten.zeeworm. die verdenkt. enz. enz. Terkam.

enz. samengepakt. om eon houw. Teropong bintang. doorbreken.). enz. doorslaan. Terong gods. . Tetas. uitbroeden (van eieren). enz. .). kalm..tum. Baboe tetek. de borst geven. enz. min. aandrukken. samengedrukt. enz. Total (of Tetel). Terong wianda. jets doorbreken. slag met eon scherp wapen. Menetek. zuigen. stevig. Zie : Tawa. ook melasse. Menetas. pijp. maar. losgetornd . drop. uier. enz. leucocarpum . naar jets houwen. lekstroop. toe to brengen. vast. Tetek (Bat. . Tesmak (Jay.). doen zuigen. enz.: Menetapi of Menetapken. enz. Katetapan. vuur). Teropong koetoe. Menetak. Solanum melongena. Menetakken. verrekijker. Zie Tampah. evenwel.). wan. Terweloe (ook : Kaweloe) (Jay. samengeperst. Menetekken. sterrekijker. bevestiging: volharding. gast. Menteasken. doorgeslagen. en: . Tetap. doorgebroken. fixeeren. slaan. mlcroscoop . doorgehakt. Tetampah. aanblazen (bijv. v astheid. lachen. doen uitbroeden. bril. Tertawa... enz. Tetamoe. keukenstroop. enz. Bl. blaaspijp. visits. t eloscoop . Solanum undatum. Menetal. ~aan de borst zuigen. ook . hak. rondo. bevestigen. hags. Tetes (Jay. houw. . (of Tete). Lycopersicum esculentum. vrouwenborst. bezoek. L. konijn. gebarsten. bestendig.samenpersen. Terong pat. Tetak. met eon kijker naar jets zien.echter. openbreken. kijker. Meneropong. bedaard. met eon buffs of pijp jets blazon. rustig. . zoogster. dicht ineendrukken. TETE. enz. zoogen. met eon Babel enz. druppel. compres. enz. drukken. -eon Babel enz. dicht.. standvastig.. enz. var. enz.. gebruiken. Dam. stevig vastmaken. Teropong. platte mand met lager rand. dock. groote. Tetapi. Zie Tamoe. houwen. Mill. buffs. Zie ook: Katjamata. hakken.

Tigapoeloeh. op den buik leggen. neen. op jets slapen. Petidoeran of Tempat tidoer. Tiba-tiba. .. drie aan drie. drie honderd . gevouwen. enz. enz. Tiarap. . voorover op den buik gaan liggen.welbespraakt. ledekant. Tiang bandera. enz. ook : beslapen zijn (van een vrouw). dertien . enz. enz.) Meniarap. Tida (of Tidak). bet moat volstrekt. eerie vrouw beslapen. drie. Katidoeran. enz. ieder. de (hat) derde. scheepsmast. zuil. dertig . to laat wakker worden. enz. vast ingeslapen. stijl. laten liggen. niet. enz. ten derde . stut. Pertiga of pertigaan (pertigan). zie Tiada. dat jets er niet is. Tikal (of Tike1). vlaggemast. vernietigen.. liggen. ook : eerie vrouw beslapen . ook : gebeuren . Tiba. enz. Ta' dapet tiada. op den buik. Katiga.. over den tijd slapen. ook : as een mast (zijn). Tiga.. enz. op een mast gelijken. hat moat. een mast (of masten) hebben. Tiga betas. ook TIMA. neen. enz. voorover h ggend. mast. elk. rusten. elke dag. vlaggestok. ... met zijn drieen (zijn). onverwachts. Tiada. Tiga-tiga. enz. Tiga ratoes. pila. slapen. belanden. niet. paal. ergens aankomen. . Tiara. dubbel. Meniadaken. ook : alle drie. Tiang. maken. Menidoerken. Tiap-tiap hari. buik (bepaaldelijk van een zwangere vrouw). 261 beslapen. alle drie . Meniangken. Bertiga. (liggen) (00k: Bertiarap. telkens. Tiang kapal. rust. van een mast voorzien (zijn). Menidoeri. enz. sussen. Meniarapken. ook een streng garen . enz. slaap.ar. goad en vlot. niet bestaan. Tiap (of Tiap-tiap). derde. enz. op jets liggen. derde deal. slaapplaats. Bertiang. niet zijn. in slaap brengen. legerstede. Tidoer. plotseling. rad kunnen spreken (ook : Pentes). doen liggen. eenskhaps. drietal. jets van een mast voorzien.

putemmer. een tegenhanger hebben. Mengetim. . stooten. Boelan timboel. Timah 262 TIMA. Menimba. drijven. gasp. de broodvrucht (boom).). verrijzen. om to zion hoe hij hot maakt. enz. stooten. rijst in eon gesloten pot gaar gestoomd. poetih. wegen. Timboel. bekijken. water putten. steek. wikken. Roemahtikoes. tin. gaarstoomen. Tikar. matras. Tikam. Timber. . Tikoes. Timboelnja boelan. ook : overweging. enz. hood. gewicht. aandachtig opnemen. schildwachthuisje.(zie : Toekel). rottingmat. hoozen. zitmat. stoot (met een puntig voorwerp). ligmat.. schepemmer. evenwicht. tin.. enz. zink. jets in eon pot stoven. overwegen. L. Batoe timboel. to voorschijn komen. Timah sari. Menilik. Tike (Jay. overhoopsteken. Timbangan. enz. balans. Tilam. Artocarpus incise. wet tegen lets opweegt. puimsteen. Timah. de opkomst der maan. Brtimbal. w eegschaal. Tikar pandan. Tilik. fam. uithoozen. met jets puntigs (een dolk. ook : cal. enz. der Artocarpeae. putten. drijfsteen. lood. Timbang. iemand een bezoek brengen. bultzak. por. enz. eon puntig voorwerp in jets steken. Tim. weerga. Menikamken. . zien. Menikam. Tikar rotan. Timbal. doodsteken. . schepper. opkomen. Timang (Jay. enz. Nasi tim. muffs. bovendrijven. enz. zink. unster. Timboel. rat. . wassende.) steken. gasp aan een gordelband. tegenhanger. tegen lets opwegen. Timbh item. uit hat water boven komen drijven. net. Menimbang. tegenhanger zijn. tegenwicht. Menimbal. vlotten. Meniliki. mat. bereide en voor hot rooken klaar gemaakte opium.). opkomende maan. fijne mat van in i eepjes gesn eden pandan-bladeren. door den pot in kokend water to plaatsen. en wet all tegenhanger tot hat behoud van hat evenwicht gebruikt wordt. enz.

. der Cucurbitaceae) . ophooping. Timpe. Menmdihi. enz. bijv. de ooren) . mank. to Zion zjjn. enz. Bertimboen timboen. enz. jets op jets anders plaatsen. Timpe. tar sprake brengen.. doodknijpen (van ongedierte bijv. verdrukken.): vole glaasjes naar binnen slaan. Oost.Menimboelken. op jets vallen. to berde. iemand of lets begooien. Menimpoekken. Timpoek. doen verschijnen. hat Oosten. om dit laatste to drukken. werpen. door ze tusschen de nagels to verpletteren). (en fig. Menimpoeki. druk. Menindihken. kreupel gaan (zijn). enz. zoodat hot gedrukt wordt. Menimpang. hoop. vulgair) ook : op cone vrouw valTING. met lets gooien. Timpang. tegenhanger. Tindik (Jay. Menindik. stapel. enz. mijt. net. (zie ook : Tampak). zie : Tamboes. opgehoopt. jets drukken.. jets naar iemand of lets gooien. Menindas. . platdrukken. enz. hear beslapen. door er op. doen opkomen. to gaan staan. kroupol. good bij lets passend. neerkomen. op jets liggen. Bertimpang. lets op lets laten vallen. neervallen. op jets liggen.. dooddrukken. goad op den drank aanvallen. opgestapeld (zijn). Timoen (of Ketimoen). of gewicht neerleggen. op jets hot eon of ander voorwerp. oostelijk. fam.. enz. Tindih. mank. Timpal (00k: Timpalan). verdrukking. aanhangig maken. Menimpoek. bewerpen. to voorschijn. hinken. Menindih. op elkander gehoopt. eon span met jets' uitmakend. drukken. enz. Timboel. enz. ion. Tindas (of Tinder). Timobr. werpen. liggen. hiervan bestaan vole soorten. ook (van eon dronkaard. ondordrukken. (Cucumus sativus L. Timboen. enz. jets met zijn gewicht bezwaren. .). komkonimer. jets zachts en duns (bijv. zie : Tempo. Menimpaken. enz. enz. neerkomen. enz. Menimpa. zichtbaar. Timpak. weerga.enz.

enz. bezetten. nalaten. Tempat tints. Tingkah-lakoe. hoog. gedragingen. Meninting.. gedrag. Tingkat. Tinggal.Java). verwaand.opheffen. eon soon droge snoeperij of droog gebak met Katjang-boontjes. op dezelfde plaats blijven. enz. verspieder. bewonen. ook : jets laten. Tints. onveranderd blijven. ook achterlaten. met gerekten hats naar lets uitkijken. woven. eon luik opennn. dek. manier van doen en laten. achterlaten. verdieping. niet voortzetten.. achter laten blijven. Tingting (Chin. inkt . Menindjoe. .verhoogen. desahoofd (voorna. door eon luik of venster zien. terras. enz. eon gaatje er in maken.. ook : Tenteng). inktkok er. vertrekken zonder mode tenemen.). Tinggi. verblijven. TING. naar boven openslaand luik of klep ten sluicing van eon opening. verheven. Tingkah. zie : Tindas on Tindih. bespieden. . enz. jets in eon wan heen en weder schudden. . in de hoogte heffen.melijk in Oost. Tinting.enz. papieren lantaarn. Tinggi (Jay. enz. lantaarn. overlijden. ook hoogmoedig. bliven. Petinggi. Meninggiken.doorboron. enz.verheffen. manier van zijn. van eons hoogte naar jets uitzien. doen achterblijven.. kuren hebben. met do vuist slaan of stooten. Menind j au. Penmdjau. Tindis. boksen. enz. Meninggalken. sterven. enz. enz. in den steek laten. spion. Bertingkah. achterblijven. Meningkap. kuur. enz. enz..) (of Tengteng.erlating den overlevenden) . jets bespieden. overbljjven. Ting (Chin. wandluis. manier van doen of zijn. trotsch. vuist.. liggen blijven. er zijn verbljjf in yestigen. dwaze inval. niet meevoeren. ook: venster.en West. hooggeplaatst. Meninggal. Tindjoe.). vel laten. Tind jau. om er door to kijken. ook : eon huffs. ergens verblijf houden. enz. enz. Tingkap. uit de hoogte. doodgaan (met acht.kijkgat..

bedrog plegen. voorhang. Meniroe.. enz. Tipoe-daja. gordijn.schuddend wannen van jets korreligs. enz. enz. Menitahken. fijn.. enz.). enz. . stiefvader. eon vinger. Menipisken. enz. Menitiki. Bertipoe. 264 TITL jets bij iemand deponeeren. bedriegen. (van vloeistoffen)..). zich van listen bedienen. listen en streken. Petiraman. Titip (Jav. enz. enz. rafel. enz. Tipoe. bevelen. fijnheid. nabootsen. met stippels of kleine vlekjes. Menioep. zijpelen. stippeltjes op jets maken. (door eon vorst). shpt. enz. (ook: Tiroean). losgetornd draad nit stukjes linnen. dunne lippen. Anak tin. in bewaring geven. Tiroe. Titik. Meniris. bedrog. verdunnen. Tiras (Jay. dunner maken. Titah. stief kind. blazon. lekken. list. plaats waar nesters gevonden wordeii. stiefmoeder. om de groote en kleine korrels van elkander to scheiden. misleiden. dente. enz. Tisi (of Tisik). nauwkeurig.. eon scheur of gat in eon kleedingstuk stoppen. enz. Titi. Menipoe. van eon kin. enz. geblaas.). Menitip. misleiding. bevel. met eon tending belasten. spat. tendon. waaien. (bijv. Tipis. listig zijn. gevlekt. druppei. Penipoe. gepareld. Bibir tipis. dun. (vary eon vorst) . nester. lets bedruppelen. Menisi. dun. bij druppels ergens uitkomen. gegeduldig in hot work.. Tirai (of Tire). vorstelljk woord.Menitipken. Tin. op de trompet blazon. iemand bedriegen.. stoppen (met de naald). nauwgezet. bevelen. smal dock niet puntig uitloopend. Bertitik. uitlekken. Bertitah. pluksel. Menioep selompret. enz. namaak. Ma-tiri. niet dik. dunheid. 263 Tioep. punt. tie ook: Tenteng. wegblazen. klein vlekje. spreken. enz. enz. oesterbank. Tins. stief-. iemand eon last opdragen. namaken. nadoen. stip. TITI. . Bapa tin. dun. . Tiroes. Tiram. nabootsing.

enz.). uitrukken. enz. harde. schoren.g. fam. de z. nat. Menjagak. lange peper van den handel. vermetel. iemand met zulk eon vork to lijf gaan. do gowone Spaansche peper.mensch worden. druppelen. ook eon ongeluk krijgen. enz. nat. (van eon godheid). Tiwas. uit den grond. Menjagak. ontblooten (eon wapen bijv. Menitis. Titiran. snoevend.zie verder Tj amboek. niets ontziend. stutten. Mentjaboet. brutaal. stout. onbeschaamd.en roof partijen) . druppel. schragen. Chavica offlcina. der Solaneae. eon tand. Tj abang. voor schietwapens). pawl. alarmsignaal op hot rijstblok (bij moord. ook mergelgrond. zijtak. Capsicum annuum. hot tegen eon ander afleggen.). steunen. Tjagak. enz. enz. Tjagak. der Piperaceae. (zie : Totes). tegenspoed. moor in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordende pepersoort. Tjaboek. ook:incarnatie. tak. tegen- .rum.ook eon andere. TJAM. enz. voet of bok (bijv. -. vork. wat tut steun van lets. Miq. Tjaboet. drop. rivierarm. diem. waarvan vole sooi ten bestaan.ook: zich incarneeren. of waarin lets bevestigd is of vast zit. losbandig.mensch-ofvle_eschwording (van eon godheid) . tak. ongeluk. stijl. L. Tjaboel. eon plant. onzedelijk. . enz. afdruppelen. pochend. gotakt (zijn). fam. enz. Tjadas (Soend ). alarm. Titis. waarvan mode verscheidene soorten bestaan. stut. hot onderspit delven. onbeschoft. roekeloos. yorkvormig wapen van gardoe-wachters .. windmolentjes op de velden om vogels en andere dieren to verschrikkon (ook : Kitiran).Titir (Jay. blufferig.. alarm slaan. gaffel. dat tegen omvalion behoed moot worden. enz. zijrivier.). uittrekkon. trekken (bijv. hot hoogste stadium van melaatschheid. Tjabe. Bertjabang. verweerde rotsgrond.. Menitir. rotsachtige grond. twijg. .

. horizont. Bertjampoer. kim. karwats . jets op zich nemen. dooreen.houden. zie : Tjehaja. Tjaing. in staat zijn tot. enz. rijzweep. Tjair.) (of Tjakra). getopt. Tjakar. bereid zijn tot. hanepoot. Men jamboek.) onkiesch (van w oorden). flauw. spies. Ment jamboek. klappen. eon hoeveelheid padi van 200 bossen. om to schioten. smakken. slagtand. enz. bakkebaard. van hot boveneind beroofd. deftig. Mentjakar of Men akar. krab met dew nagels. aanhouden. Tjaling. Menjampakken. aannemen jets to doon. poot (van vogels en viervoetige dieren). den grond met hunne pooten bewerken). Tjampoer.). Tjakoep. klauw. onwelluidend (van muzi ek enz. Tjakap (of Tjakep). naar jets happen. Tjakera (Sk. durven. TJAM. heolal. enz. assistent-wedana. to open. vermengd. enz. hemelgewelf. zie : Entjer. zich afgeven met. afranselen. dooreengehaald. geknot. (van spijzen bijv. ver- . Tjamboek. Tjamat (Soend. werpsch jf. . ook : vaardig. Bertjambang. zich bemoeien met. Tjampoeng. . enz. plaatsen. enz. kunnen. gebaard. Menjamboeki. zich mengen in. omkrabbelen (zooals kippen buy. slaan. . Tjampak. or good uitziend. titel van eon inlandsch hoofd. enz. Tjampab. rondo schijf. karwats. enz. Tjambang. met eon zweep. krabbelen. van eon flunk voorkomen. Bertjamboek. gezichteinder. met een zweep slaan. ook : bluffen. jets of iemand met eon zweep enz. mengen. krabbelig slecht schrift. handig. baard.. laf van smack. gemengd. werpspies . krabben. hoektand. Tjakerawala (of Tjakrawala). afrossen. zweep. Tjakar ajam. Tjaja (of Tjahaja). ook : eon schietwapen op eon schraag of bok enz. grootpraten. enz. Menjampoer. enz. kippepoot. jets neersmij ten. enz. Bertjakap. Men jakoep. .

enz. enz. eon paard). Tjantoem. Tjanang. inhalen. Tjandi. Tjanda (Bat. jets onder den arm dragon. zie : Tjagak. eon aflegger of ant maken. geheel vermengd. mengsel. Menjantjang. TJAP. kopje. lief. Tjantik. grij p en. kertje. Mentjanang en Mentjanangken. van eon tak van eon boom. klein koperen busje met handvat en tuft. enz. Tjandak (Jay.. ant (van eon boom enz. Menjantoem. Menjangkok. achterhalen. enz. door or eon deal van de schors of bast van of to nemen on dit deal met cards to omwikkelen voor hot wortelschieten. . bereikt. can elkander . Hindoetempel. T j angking. -ook dragon in de armen of handen. enz. enz. Tjampoer baoer. ruins nit den Hindoe-tijd. stoeien. . verward dooreen. enz. net van voorkomen. ravotten. 265 Tjangkok. tegen elkander aangedrukt. vorkvormig wapen van gardoewachters. een snort hak of patjoel (voor de grondbewerking. vormengen. dooreenmengen. jets orgens can vastbinden. tegen elkander aanbrengen. enz. omroepersbekken. aardig. vork.). gaffel. Menjandak. vermenging.mengen. Tjanting (Jay. Menj angking. Tjangkoe. Tjantang. Tjampoeran. Tjangkokan Tjangkok. Menjampoerken.) (Bertjandat. Tjangkir. be. jets bij of met jets anders mengen. bereiken. ingehaald gegrepen. krijgen. dat bij hot batikken van kleedjes gebruikt wordt. twee lichamen. Tjandoe.). enz. bestemd om afgesneden en op zichzelf geplant t e worden) . jets bij bekkenslag bekend maken. bereide opium. aflegger. ook : de bestanddeelen van eon mengsel. jets can eon touw vast leggen (bijy. (van twee lichamen) elkander aanrakend. kommetje. bevallig. Menantjang. Tjanggah.

bedrag. naar jets grijpen. enz. vee. verf stof. olieverf.. Tjap. of drukpapier. scheuren. ook : papier bedrukt met eon hoofd enz. op de wijze enz. zegel. krassen. schrijver. zie : Tjehari. Tjatjah (Jay. Tjapio (Chin. Mentjapai. Tjorak-tarik. Tjarik (Jay. drukkerij . Tjarpoe (of Tjaripoe). glazemaker. gescheurd. Menjatjah. enz. afdruksel. Tjarang. . gekrast. enz. Tjara inggris. postzegel. enz. juffertje (insect).). Tjapoeng. moede. gescheurd . Tjarik.). zegelen. vull spreken. Mengetjap. op jets eon zegel. in alle richtingen gekrast. enz. Pentjaroet. manier. gemeene taal uitkramen. moo. vuile. wijze. streep. drukletter . onz.. Tjat (of Tjet).. sandaal.). prikken. Kertas tjap. enz. enz. tram. Hoeroef tjap. vlekken (van pokken. breedgerande zonnehoed. enz. beprikken. litteekens. Tjap soerat. ook bijv. Mentjarik. inlandsche. ook Toedoeng). gebruik . Tjapai. kras. gebarsten. Tjarita. fijngesneden stuk. cachet.).Mentjaroet. eon jonge nlangga met eon mes in fijne stukjes hakken. vuile. steak met eon dun fijn voorwerp als eon naald. vermoeid. Tjari. Tjara. verven. drukken . jonge loten of takjes (bijv. 26f3 TJAP. afgemat. vuilbekken. jets bedrukken . op zijn Engelsch. vuilbek. jets aanvatten. verf. Mengetjat. hoed. drukken. hoofddeksel. tatoueeren. Tjaroet. stempel. . (of Tjapil. gemeene taal.). gezegeld papier. desaschrijver. Tjaping (Soend. Tjape. haksel .vastspelden. bekladden met strepen. iijn. Mengetjapken. stempel. der Engelschen. enz. stempelen. aantal. Tjapoek. druk . teekens. Pengetjapan. van de bamboo. prik. mode. enz.). Tjatjah. cijfer (van zielen. zie : Tjeritera. zegel op eon brief. klerk.).

Tjeblos (Jay.Tay. ook : haarstaart (van eon Chinees) : Tjatjing keroewit of --keremi. kinderpokken. enz. de waterpokken. ook : hik. nat verkoelend smeersel op hot hoofd .). Bat. Tjatjing. broodwinning bedrijf. de pokken. Tjebok. Tjatoer. waardoor iemand of jets heenzakt . Menjatjap. na hot doen van eene natuurlijke behoefte zich wasschen. Mentjehari. Tjehari. enz. zich in hot water werpen. inenten . schaakspel. opzoeken. iemand met pokstof enz. Ketjeboer. plomp. schaakstukken. glans verspreiden. schaakbord . ingewandsworm. Menjeboerken. Tjatjar betoel. navorschen . aardworm. Menjatjarken. dwerg.Tjatjap (. kommetje. Menatjar. Mentjehak. . naar lets zoeken. teug. Mentj eboer of Menjeboer. Tjebol. kom. Bertjehaja. v TJEK. zoeken. glans. inenten. luister . Tjawatan of Bertjawat. (Tjegoekan). Ketjeblos. slok. in zulk eon opening geraakt. schijnsel. eon loopgraaf waken. naar eon middel tot hot . du. Mentjheari akal. Tjatjar. kort. per ongeluk in hot water gevallen . plof (in water) .). zulk eon smeersel gebruiken. Menjatjar. Tjawat (of Tjawet). glinsteren. de hik hebben . Tjebak. rogenworm. opening. Tjatjing pits. Boewah tjatoer. Tjatjar ajar. Tjawan. kopje. Mentjehariken. delven. Mentjebok of Menjebok). enz. compres. onderlijfskleed. lintworm (ook : Tjatjing pipih).. dat tussch en de beenen doorgehaald wordt. Tjehaja. jets bedenken. iemand of jets in hot water gooien. in hot water plompen. Tjegoek. Papan tjatoer. Tj eboer. wen.. aarsmaden . Pentjeharian. ineengedrongen. enz. eon onderlijfskleed op die wijze dragon. opsporen. graven. pier. enz. kostwinning. voor iemand jets zoeken. de echte pokken. ploffen. glanzen. enz. licht.

Menjekot of Bertjekottjekot. tegenspoed.). voor de oogleden. eon Chineesch kaartspel met v TJEK. de bekende kleine speelkaarten. Tj elana bamboo. broek. doers. smet. met spleten. Tjelak. een broek aan hebben. enz. bekladden. over jets berispen. iemand de keel toeknijpen. berispen. uitzien . Tjelempoeng (Jay. Mentjehap. Tjelepoek. wild zwijn. Mentj ekek. vlek. levenson derhoud zoeken. ellende. Mentjela of Menjela. Bertjelah..). in een spaarpot bewaren.). enz. blauw katoenen broek voor stukrijders (artillerieterm). Tjelah. Men j ekek. onheil. iemand ongeluk aanbrengen. Tjeleng (Jay. enz. Tjela. root. enz. Mentjelanaken. enz. onheilaanbrengend. enz. Tj ekek. onvolmaaktheid. smaden. ongelukkig. afkeuren.) (ook : Babi oetan). Tjekot (Jay. in hot alg. enz.eon of ander zoeken. nauwe tussehenruimte. Mentjeloep. . ramp. Tj~lana.ongeluk veroorzaken. worgen. Tjele (Bat. pjjnlijke inwendige steek. verderfelijk. spaarpot. pijnlijk stokers. sparen. ook : berisping. met de hand omvatten. ook de inhoud daarvan. Mentjelaken. gebrek. bjjv. . kloof. blameeren. Tjeloep.). -ongelukkig makers. ongeluk. verfctof (meestal zwart). -trekken (van een zweer. spaarpot in den vorm van een varken of wild zwijn. enz. Tjelengan (Jay.. spleet. lange tot gars de enkels reikende broek. omklemmen. (00k: Seloear) . Menjelengi. Tjekap. Tjeki. een broek aandoen. enz. Bertj ®lava. Menje- . Tjelaka. eon nachtvogel aan wiens geschreeuw bijgeloovige beteekenis wordt gehecht.). Mentjehari redjeki. rampzalig. nauwe opening. Mentjelakaken. geruit lijnwaad. enz. -doers aantrekken. blaam. font.. iemand jets verwijten. een snort van inlandsehe either.

Tjempak. fam. de stinkrat. Mentjemarken. L. en Casuarina nodiflora. Forst. 267 pen. onzedelijkheid. Taulama pumila. wat in indigo blauw is geverfd. achterdochtig (ook Tj emboeroean). nat. enz. Tj emer. nat. .. Tjeloepak (Jay. Michelia champaca. in blauwsel. Katjemaran. Tj empaka. Tjeloeroet (of Tjeroeroet). onzedelijke handeling. sopv TJEM.ook: naam van den Casuarina equisetifolia. Mentjemari. ook de menstruatie. Tjempaka goenoeng. hoen met fijne. valsche haarvlecht. indompelen. onrein. nit jets vallen waarin een gat is (b(v. ook lijnwaad enz. bekladden. van dozen boom bestaan verseheidene varieteiten. Tjempaka poetih. Tjemboeroe. karwats. bevuilen. Kain tjemar. onzedelijk. enz. indigo verven. Tj empaka gondok. beklad. Ajam tj~mara. van geld uit een gescheurde beurs). enz. onzuiver. veel van grof haar hebbende veeren. lastige jeukerige huiduitslag (00k: Biang keringet). ijverzuchtig. zi e : Tjemar. fam. enz. der Magnoliaceae (ook Kantil genaamd) hooge boom met welriekende bloomers. rondo hond. Michelia montana. enz. vuiligheid. losse haarvlecht. Berkain tjemar. naijverig. zweep. inlandsch lampje zijnde een garden open reservoir met een pitje er in. onderdompelen. vlecht. hooge boom met haarachtige blaadjes.. menstrueeren. Tjemar (of Tjemer). in een met water gevuld gat trappers.. vuil. jaloersch. Andr. Tjelos. . Tjemara. der Casuarineae.). L. onreinheid. vies. vojlmaken. bevuild. eon vuile kam. Tjeloepan.loep. jets under water duwen. u 268 TJEM. Tjemeti.. morsig. zoodat hot water er nit spuit. Michelia longifolia. Mentjelos. L. L.

T j engkeran. plof. Tjengang (Tertjengang). M1 Djemploengken. zich verwonderen. in hot water ploffen. Tjendera (of Tjandra). der Artocarpeae. verbaasd. pat. met de nagels vasthouden. Tjengkeram. enz. pat. L. muil. L. van de boenen). snoeperij van gedroogde on daarna gebraden rijst met suiker. (Menjengkeram). Tertjengang-tjengang. vies. in hot water springen. ook : T jingkiran (Pout. wijd uit elkander (bijv. snort van open haard op de voorplecht v TJER. Tjengkeroeng. fam. walgelijk (van reuk). de paradijsvogel. Tjengkeh. verstomd (staan to kijken).). fam. Tj engkolong. in hot water smjjten. Pers. zich verbazen. -af- . verbluft. Tjengkir (Jay. Tjengkaroek. Menjemploeng. die hot kostbare weiriekende sandelhout levert. kuiltje. Tjenela. jonge kokosnoot. Tj endana. Caryophillus aromaticus. Tjengis. eon Nangka-snort met lekkere vruchten. zwam. Tjempelek (of Keplek) (Jay. de kruidnagel (-boom). der Santalaceae. jets of houden. paddestoel. Tjengkang. krabbend va~stgrijpen.T jempedak. tusschen of in de klauwen vatten. zwammige of paddestoelachtige uitwas. schimmel. --inhouden. waarvan de schaal nog niet verhard is. (hot voordek) van eon sampan of bidar.).).of stookplaats. de sandelhout-boom. Tjendawan. holto (in de wang. pat. de maan. slof. in hot water gevallen. der Myrtaceae. bijv.. Tjenderawasi (of Tjandrawasa).). Tjendol. verkoelende drank of snoeperij. :Menj engkolong. snort van kruis of muntspel. Artocarpus polyphema. enz. enz. fam. Tjemploeng. kook. grijpen. Katjemploeng. Santalum album. pantoffel.

snel. boom met zure vruchten. behoorendo bij eon beteldoos. gewoon.. inlandsche apotheek. of trekken. voornamelijk om de rijst om to roeren. versierd met opgeplakte figuren. gezwind. zie : Djepit. snugger. bij de hand. van elkander doen gaan. v TJER. schrander. niet proper. slues. Tjepet (of Tjepat). aars- . platte steep. Cicca nodiflora. bladvormige rijstlepel van hout. leap. aftappen. nat. Tjeremai (of Tjerme).). enz. Oryzaa montana. die veal gebruikt worden. pat. vuil. scheiden. Tjeraken (Jay. Tjeplok. keil. ook : (in de rekenkunde). Tjeper. bak met vakjes waarin medicamenten zijn. Tjepoek. Lam. vlug. gauw. plat. Piring tjeper. niet netjes. fam. spiegelei. met een straal uit lets komen (van vochten). der Euphorbiacea. Tjerah. Tjerai (of Tjere). platte. scheiden. kalfsoog. doorschijnend. verstandig. verdraaid. slim. enz. waarin de verschillende ingredienten voor hot Sirih-kauwen bewaard worden. Tjerat. (Moentjerat). bij de hand. . -korten van eenig loon enz. van elkander gaan . klaar. geschoidon. uit elkander gegaan. Tjengkong (of Tjingkong). kraan. made.. vlek of kring op jets. Padi tj erai.). enz. Batoe tjeper. der Gramineae. busje of . Te1or tjeplok. Lour. eon vroegrijpe rijstsoort. Bertjerai. Tjerabah. enz. waarvan de aren meest ook niet zoo gevuld z jn als van de ardere soorten. echtscheiden. plat. Mentjeraiken. Tjepit. ondiep bord. enz. Mentjerat. tuft. vaardig. uitspuiten. onzindelijk. holder. Tjeremi (of Keremi). vlak. verwrongen. ondiep (van schalen. Tjentong. behendig. fam.doosje.trekken.) . Tjeredik (of T jerdik). mismaakt (van eon arm bijv. krom.

enz. enz. onbeschaamd. Tai. onbeschaamd. ondiepte. een opiumgewicht = '/1o Thail.. Tjerobo (Jay. vertellen.). Tjerat. (bijy. oneenibheid. klein. plotseling uitkomend straaltje van lets.. ketel. geschil hebben. . pokdalig. spiegel . proeven. Mentjeritera.). bedillen. verhaal. hinderen. TJIN. met iemand kibbelen. Tjerat (Jay. geschil. waadbare plants. Chineesche glanzende roodbruine verf. zie : Tjeritera. (of Tjermin). wezel. enz. Tjet-to. . oogglas. ongemak. gewone of huishagedis.. zie : Tjat. hier en daar op hat gelaat een litteeken van pokken hebben. ook : bedrog plegen. onfatsoenlijk. lets proeven.made. Tjeremin mate. kleine ingewandswormen. Tjewer. lets verhalen. opspelen. Mentj eriteraken. waterig. Tjerita. hat iemand lastig maken. enz. waterketel. verhalen. Tjet. bedrog. ook : pupil van hat oog. vertelsel. vertelling. mededeelen. wadde.. doen (zijn). enz. staketsel. enz. Tjetjak (of Tjitjak. paalwerk. onfatsoenlijk bejegenen. Tjeretjak. Mentjetjep. moeilijk to vol. ook : spreken. zie : Seroetoe. nadeel. Mentjeret. Tj eroetj oak. Tjeripoe. mopperig. mededeeling. enz. lorgnette. iemand lastig vallen. in een spiegel kUken. Mentjerobo. onkiesch zijn. Bertjeremm. dun. vertellen. lastig. zeggen .). schade. met de punt van de tong aanraken om to proeven. veal praats hebben. Tjitjak koebin of Tjitjak terbang. Tjerepelai. Tjeritera. enz. iemand onkiesch. bril. onkiesch. diarrhea (hebben). Bertjidera. geschiedenis. (Mentjerewet). enz. ook : leven maken. sandaal. verdund. Tjidera. . Tjeroetoe. donna ontlasting. list. de vliegende hagedis.. ondiep. Tjerewet. 269 Mentjeroboken. van gazette koffle. Tjeremin. Mentjetjepi. Tjetjap (of Tjetjep). Mentjerewetken. Tjetek.

enz.. zoen. iemand bedriegen. Tjintjang. stroopsuiker. liefde. Tjiri (Jay. Mentjideraken. gehakt. enz. Tjintjin. enz.China Orangtjina. wensch.metalen band. Negeri tjina.. scheppertje. nadeel berokkenen. Tjinggai (of Djengge).. eon verkoelende zoete drank. wat fijngehakt is. iemand schade. zijn wooed niet gestand doen.schalm.). lets opscheppen. opscheppen.. zorg. in stukken hakken.enz. verlangen naar lets. enz. Mentjidoek of Menjidoek.voor iemand lets opscheppen. Tjintjangan. gebloemd. toegenegenheid. Tjina.. kommer. frikkadel. waarbij verschillende onderwerpen voorstellende figuren enz. stork naar lets verlangen. kommer. 270 TJIN. Mentjintai. bezorgd (zijn). bezorgd. genegenheid toedragen. de hik hebben. enz. klein straaltje. Chineesche arak. enz.worden rondgedragen. gebloemde zijde. ruiken. keukenstroop.Chinees. Kain tjindai. met liefde aan jets denken. Chinees. Kepetjirit. vrachtkar. oneenigheid krijgen. schakel.ring. ook roeren. Tjindai (of Tjinde). lapel.. Tjidoek. omroeren.. Tjioem. Chineesch maskeradefeest. enz. Zie ook: Oetjoep (Mengoetjoep). kussen. Tjinta. enz. scheppertje. jets of iemand lief hebben. enz. enz. Tjirit.zonder or jets tegen to kunnen doen. lapel. Menjioem. Bertjinta. Chineesch . enz.. belangstelling. Tjing of Goela tjing. Tjioe. Tjikar (Jay. met een nap. zich over jets bekommerd..enz. bekommerd. Menjidoekken. deelneming. Pertjintaan. enz. bezorgdheid.iemand teleurstellen. leksuiker. ongerust maken. scheppen. liefde. Mentjintjang. Menjintjang.). teleurstellen. Tjikoetan. gevlekt. over lets geschil hebben. onwillekeurig. Mentjioem. kus . Tjintjau. zoenen. fijnhakken.. hakken. jets jn zijn brook doen. gebrek. . zorg.

waarmede men jets ergens uitpeutert. ook: gewaarwording. azijn. pacht. recht. enz. badhanddoek.ook: genoeg hebben. Mentjoebit. gebloemd katoen.. enz. genoeg zijn . drukken. begeeren. Tjitak.Tjita. jets of iemand op de proof stellen. toereikend. schatting innon. blijdschap. Tjoebit. smokkelen. bij kleine hoeveelheden storTJOE. dat ergens in bevestigd is of vastzit. voldoende maken. or ultpeuteren. Menjoebit. ook benaming voor de muskietenlarve. enz. ontduiken. Verg. met belasting enz. vrouwelijk schaamdeel. beproeven.). bij kleine hoeveelheden verspreid (bijv. Tjoekil (of Tjoengkil). boekdrukken.voldoende. jets aanpassen. afdrukken. proof. Tjitjir (of Tjetjer). Mentjitjirken. Melariken tjoekai. verspreiden. (om hot los to maken). cijns. hot drukken. Soeka-tjita. pacht. recht heffen. stempel. kommer. lust. Tjoekin (Chin. Tjoekoep. op den loop gaan. Poeki. storten. Mentjoba. cijns. Tjoekai (of Tjoeke). Tjoe. . jets voltallig. Mentjoe kil (Menjoekil). Pertjitakan. jets probeeren.. jets beproeven. enz. Tjoea. kort badkleedje. Katjitjiran. genoegzaam. opwippen. enz. uitstorten. opwipt. drukken. kerij. met den duim en eon der vingers. tusschen duim on vinger knellen. schatting. voorwerp. Menjoekoepi. greep. vreugde. genoeg.. Memoengoet t joekai. Tjoeki. enz. hot afdrukken. bij kleine hoeveelheden vallen. tol. norm. smart. druk. bemiddeld zijn. Menjoba. druk. wensch. 00k: voor jets voldoende zijn. Mentjitak of Menjitak. in de hoogte heffen. van rijstkorrels Tangs eon weg) . enz. Mentjobai. . sits. enz. gevoel. belasting garen. tol. probeeren. droef held. overal verspreid. proeven. . jets. ten. Tjoeka. belasting enz. accijns. kneep. knippen. verlangen. Penjitak. Doeka-tjita. belasting. zje : Tjioe. verspreid raken .

Piso pentjoekoer. diefstal plegen. barbier. enkel. M®njoetji. afwasschon. Tjoetji. helling. Tjoerang. holte. ook de opiumpijp zelf. uitschudden . ravijn. Mentjoerat. Tjoetji (Mentjoetji) maid. sikje of haartjes in hot kuiltje of gleufje van do onderlip. Tjoemi of Tjoemi-tjoemi. eon TJOE. dief . uitstorten. slechts. dolk. Tjoeping. neerstorten. enz. op jets neergioten. gratis. geheimzinnig persoon of geest. enz.om jets to doen. oneerljjk. Tjoela badak. alleen. ultspuiten. Tjoeri-toeri steelsgewijs. schoonwasschen. eon paal of mast past. Tjoelim. Tjoeram. scheren. stolen. met eon straal ergens uitstroomen. enz. Mentjoeri. oorlel . niet eerlijk. valsch. den mantel . glooiing. Pertjoema. Tjoemboe (Jay.. scheermes. . mak. hoeveelheid opium voor eon maal pijpen . Menjoekoepken. Tjoerang (of Djoerang). Menjoekoer. diefstal. enz. Tjoepoe. ijdel. to vergeefs. Tjoelik of Tjoelik-tjoelik. ook : busje of doosje. bergkloof. hot gestolen0 . iemand de huid volschelden. Pentjoerian. Tjoerat. tam. . lel. neusvleugel. Tjoeri. waterval. hoorn of hoornachtig uitsteeksel midden op hot voorhoofd. Tjoerah. stel er. rhinoceroshoorn. Pentjoekoer. Tjoeriga. die volgens hot bijgeloof kinderen de oogen uitsteekt. prism.). storten. reinigen. afscheren . schoonmaken (met water). enz. enz. hellend vlak. de inktvisch. Mentjoerahken. uitgieten. wasschen. Pentjoeri. steilte. Tjoeping idoeng. Mentjoetji. vergeefs. jets voldoende doen zijn. knil. uitstorten. aanhalig. waarin bijv. Tjoekoer.Mentjoekoer. Tjoema-Toema.. neerstortend water. scheerder. . enz. Tjoemik. Tjoema. Tjoela. kloof. Mentjoerah. enz. enz. ook kosteloos.

faro. kinderen en kindskinderen. nat. Tjoetjoet. Tjokelat. groote druppel. Tjomel (Jay. haai. Bertj omblang. holder (van hot woder. van blood). of om or jets mode vast to steken . der Buttneriacoae). ook zeker gebak. pitje of vlammotje om bij to lichton. Tjolok. chocolade. Mentjoetjoek. kleinkind . ook : de cacaoboom (Theobroma cacao. Tjolet (of Tjolek). vlieten. veeg. gemopper. snuit (van sommige dieren). Menjolok. stroomen. Tjoetjoep. Anak-tjoeTJOM. Tjomblang. Tjolong. Mentjoetjoep. ook : hard kussen. koppelaarster. haarspeld. pikken. zich van eon tjomblang bedienen . . ook: steek in hot oog. met jets duns en puntigs steken. Menjolong. Men j okot. straal . pen of speetje. L. Tjoewatja. Menjom272 TJOM. Mentjoetjoer. enz. haarnaald . enz. Tjoetjoer.vegen. Tjoetjoer (of Tjotjor). zuigend zoenen. Tjokot (Soend. om or jets aan vast to rijgen. Mentjolet.). dansmeiden. Tjokek. stolen. spits uitlooponde snob. koppelaar. blang als tjomblang dienst doen. 271 tjoe. tusschenpersoon om eon samenkomst tusschen eon man en eon vrouw to bewerkstelligen . Tjoetjoek. ook spitso snavel of bok (van vogels) . nageslacht. iemand of jets in hot oog of do oogen steken. Tjoetjoe. slurpen.). Tjoetjoek konde. Menjolet. likjo met den top van eon vinger . die Chineesche dansen uitvoeren on meest ook in dionst zijn van Chineezen. gutsen. gepruttel. met den vingertop over jets heonstrijken. bij ten. in eon straal ergens uitkomen (bijv. Mentjokot. uitschelden voor al wat leelijk is. steken (van insecten). nakomelingen. Mentjolok.). lets met den vingertop aanraken. met groote druppels.

Mentjotjokken. kloppen. Tlahir. stemmen. zeker spel . sehuitje met gaten of kuiltjes. (van een ketel. model. doen kloppen. uitgevallen. Tjorong asp.). uitvallen. Papan tjongkak. zie : Lahir (Ar. overeenkomen. Tjongkak.). galoppeeren (van een paard). tot jets neigen. uitpuilen. beklad. omtrent jets dezelfde meening hebben. enz. schoorsteen. met de punt jn de hoogte stekend. Tjonto. los. Tjomil (of Tjoemil). met lets overeenstemmen.. Tjotjok. Tobat (Ar. een streep door jets halen . Tjongkelang. Menjorek. enz. Men j ongok. pruttelen. aardig.lawaai. enz. doen overeenkomen. ook : met opgericht bovenlijf zitten. naar jets hellen. afgevallen. ergens gedeeltelijk uitsteken. galop. enz. Tjongol. Mentjongol. kloppend maken. buffs. Menjomelken. Tjowek(Jav. Bertjondong.plat aarden schaaltje. Tjorak-tjorek. enz. trechter. Menjongkelang. M®njonto. enz. ook : dienst doen als voorrijder. ook : voorrijder . vorm. kraan. onregelmatige streep. . enz. Bertjomel. bevallig. Ber- . Tjorot. waarmede djt spel gespeeld wordt. losgeraakt. in galop ergens heen gain. enz. voorbeeld enz. genegen zijn tot. Tjondong. jn galop rijden . lief. iemand beknorren. overeenTOED. enz. enz.). doen galoppeeren. enz. streep. mondstuk. hellen. kras. mopperen.). overeenkomend. afkeer . geheel vol strepen. jets tot model. pijp. Tjongkah. . Mentjorek. waarin de sambel wordt fijngewreven. Tloehoer. berouw. losraken. nemen.. Tjoplok. . Tjongok. met voorujtgestoken hals naar jets kijken. tuft. voorbeeld. Bertjongkelang. Menjongkelangken. Tjorek. monster. Mentjongok. staal. Tjorong. Menjomel.).kloppend. berispen. schoorsteenpijp. zie : Loehoer (Ar. uitkomen. overhellen. afvallen.

. hetzelfde oogmerk hebben. koerson op. der Papilionaceae.. eon van lichaam zijn. Toeba.Mentobatken.op. enz. afkeer van jets doen hebben. Katoedjoeh. de (hat) zevende. wijzen. Menoebroek. bij het waken bij een zieke. enz.. Toedoeng. aanwijzer. lijf. lichaam. op jets afgaan. naar jets richten. beschuldigen. zevental . mikken op. kig. Toedjoeh. Toedjoeh belas. Pongamia volubilis. ~zeven. zie : Toendjang (Jay. romp. aangever. doelen op. plotseling op jets vallen. van dezelfde meening zijn. richting. eon van richting. koers. enz. dezelfde bedoeling. Z.. Toedoeh (Jay. koers zetten naar. of keer hebben. Menoedoeh. zich vast voornemen jets nooit meer to doen. aanvatten. enz. met eon geweer enz. laag. . een hoofdbedekking gebruiken. Menoedjoe. ook : toovermiddel . 8ersatoedjoe.). Toedjoe.enz. duel. slingerplant. de Heer God. Bertoedjoeh. beschermen. Toedjoeh poeloeh. ergens voortdurend blijven. God. enz. berouw. Toehoer. strekking. jets ergens heen richten.tobat. bekeeren. enz. Toedjah. Bersatoeboeh. doen berouwen. bedoeling. ondiep. aanTOED. Penoedoeh. Toebroek. . waarvan de vergiftige wortels veal gebruikt worden om visschen to bedwelmen.). ook : met een vaart tegen jets aanloopen. grijpen. zeventig .). vasthouden. Satoedjoe. Menoedoengi. Toegoer (Jay. Menoedjoeken. Toehan. hoed. B®rtoedoeng. uitmuntend. sluier. al wat tot bedekking diem.bedekken. zevende. Toeboeh. beschuldigen. met zijnzevenen zijn). de godheid. bedoeling. uitstekend. enz. .. oppervlak. zeventien .). fam. ook : ergens onder schuilen.). plotseling aanvallen. beschutten.. nat. enz. enz. de Heer. den bijslaap uitoefenen. Toehan Allah. enz. Toehfat (of Tauhfat) (Ar. aanduiden. enz. zich van een plaats niet verwijderen (bijv. ten zevende. & M. op jets mikken. zonnehoed.

ringen verwisselen als teeken van ondertrouw. geruild . enz.geschil. MALEISCH-HOLLANDSCH. metselaar. TOEL. verwerpen. grassnijder. been. graat. waterdrager. Toelang daoen. Toelah. enz.Bertoekar of Toekaran. van de hand wijzen.. Toekang kajoe. naaister . Menoekar. voorschrift. Toekang mendjait. roedjak-verkooper . enz. bladnerf. Katoelah. model. Toekang api. Toekang roti. Toekang ajer. voortstooten. Toekang. Menoeladan. duw. bot. van zich afstooten. lets navolgen. ijzersmid. ruil.. steel. smid.). veel als groente gebruikt (Tokolan). enz. dijbeen . voorbeeld. vervangen. enz. kopie. kleermaker. inwisselen. Toekang babi. melkverkooper. timmerman.. streng (van garen). Toelang belakang. gebeente. enz. Toekoelan. verwisselen. ontkiemen. door zulk een ongeluk getrofren. Toekang mas. . Toelak. bedrevene in eenig handwerk. kiem. Toekang ajam. nerf. Toekang batoe. broodverkooper.). . schoenmaker. stoker. verkooper van varkensvleesch. Menoekarken. bags. scoot. wisselen. Toelang paha. opkomen (van planten). afweren. Toekang soesoe. Toekang roempoet. uitspruiten. broodbakker.Toekal (of Toekel). meikboer. afduwen. verruilen. Toekar. Toekang besi. Toekoel (Jay. lets tegen lets wisselen.twist. lets tot voorbeeld nemen. Toekar(Jav. pak. afwijzen. knook. Toelang moeda. enz. ruggegraat . Toeladan. modiste. 273 met elkander twisten. grasverkooper. . kraakbeen . beenderen. spruit. Menoekar (Bertoekar) tj intj in. ook : ontkiemde katjang idjo. een voorbeeld aan lets nemen. twist hebben. Toekang roedjak. Menoelak. Toekang sepatoe. ruilen. ongeluk als gevolg van een vloek. duwen. enz. Toelang. verruilen. weren. kippenverkooper . ruilen. goudsmid . jongeplant. stooten. kiem.

Menoeloeng. verwend. besmet. Menoelisi. beschilderen. aan de lever.g. . planten in hot algemeen. Toelar. Toelen (Jay. helper. Toelis. hulpverleening. bijstaan. roekeloos (zijn) .). enz. Penoeloeng. klerk. Djoeroe-toelis. laps. Toelang ikan. Menoelis. enz. waarop geschreven enz. gewend geraakt aan. om niets geven. procureur. onvermengd. hardhoorig. besmetting. huip verleenen.. besmetten. hula. de pokken . gewoon aan. echt. Pertoeloengan. Toeman. woordvoerder voor een ander. onvervalscht.. huip. Menoelar. doof en blind. iemand helpen. doof held. advocaat. lets beschrijvon. enz. Orang toeli. iemand met hot een of ander helpen. Toembal (Jay. Papan-toelis. voeten. Toema (Jay. Toeli. Boeta-toeli. afstaan. lei. teekenen. enz. Toemboehan of Katoemboehan. . Menoelarken.. schilderen. bijv.). schrijven. uitspruiten. helpen.). aansteken . Toemboehan. Penoeloeng bitjara. vermetel. onverschillig.bladnerf. steel van een roeiriem. ook : een mast voor brandhout voornamelijk.. is 274 TOEL. opkomen. ontkiemen. de milt. bijspringen. Batoe-toelis. vischgraat. Toembak. en een snort kankerachtig gezwel of z. metende 6 X 6 X 6 of 216 Kub. op lets schrijven. bijstand. wild-vleesch in hot lichaam : Toemboeh toemboehan.. schrijven. beteekenen. Toemboeh. schrijfbord. Menoeloengken. pleitbezorger. enz.teekenen. jets als huip aan iemand geven. enz. groeien (van planten) dag komen. piek. lijn. schrap. enz. lang steekwapen. Katoelaran. Toeloeng. ook : inwendig abces. eon doove. Toelang dajoeng. Medja-toelis. doof. Menoeloengi. Menoelari. schrift. figuren op jets maken. kras. luis. besmettelijk~ ztjn. toovermiddel tot afwering van onheilen. teekening. bijstaan. . schrijf tafel. wordt.

dat men in kokosnoten vindt. enz. stampen. op jets steunen. op jets beuken. vergieten. de kiem eener kokosnoot. enz. opstapelen. enz.. Menoemis. op jets doen steunen. -plaatsen. Menoempangken.of steunpunt voor . enz. tijdelijk doen logeeren.. Menoemboek. stooten. uitstorten. sponsachtig lichaam. vernietigd . Toemboeng (of Tombong). steunpunt. hoop.. mededoen. ook : stapels vormen. storten. de persoon enz. Toemis. op jets storten. Toemboean kaki.. enz. bonzen. enz. rust. op of tog en jets doen rusten. die tijdelijk aan de zorg enz. op jets drukken. storten. hoop. fijnstampen. jets boven op jets leggen. Menoempahken. inkwartiering. verzakt.. steun. verdelgd. stapel. Menoempangi. Toempang. Menoempang. Toempah. Toemenggoeng. vernietigen. duw. ophooping. enz. inkwartieren. duwen. vervoegen enz. uitgieten. doen storten.. om mode to doen. stoot. groenten in olio gaargebraden of gestoofd. opeenhooping.Toemboek. hiel. Toemit. uitstorten. zich bij jets of iemand voegen. Toempoe (ook : Toemboenn). Toempas (of Toempes). logies. stompen. van de baarmoeder). verzakking (b jy. tijdelijk verblijven. Maleische landen. iemand of jets herhaaldelijk stompen geven. Menoemboeki. enz. uitzakking. bij iemand logeeren. ook : tijdelijk verblijf. stapel. stomp. van iemand wordt toevertrouwd. beuken. op jets vallen (van vochten). Menoempas. ook van een voornaam staatsdienaar. verdelgen. ook jets of iemand bij een ander tijdelijk deponeeren. Toemboeng. Menoempahi. uitgezakt. Menoempoe. boven op jets liggen. Toempangan. en hier en daar in TOEM. voetbank. . titel van een regent op Java. Menoempoeken. plengen. uitroeien. . groenten zoo toebereiden. ergens uitstorten (van vochten). hot bolvormig.

neerbuigen. verloving. bukken.. Bertoenangan. wijsvinger. opeengedrongen groepen enz. Menoempoek. stapel. zje : Toewan. nat. vormen. eon verloofde hebben. aantoonen. Menoendjangken. Menoendjoek. uitspruitsel. zich onderwerpen. engagement. Menoendoek. aandujden. -aanwijzen. uitbotten. enz. steun. enz. laten zjen. Toenangan. Nymphaea lotus. aanwijzen. Menoendoekken.: Alamat toendoek. -plaatsen (tot stut of steun). schoor. naar beneden drukken. Menoendjangi. jets tegen jets laten leunen. do waterlelie of lotus. to voorschijn. hoop. zich verloven meet. -laten zien. enz. Toen. toonen. stutten. aan den TOEM. verloofde. hoopen. . verloofd. steunen. (Jay. opstapelen.den voet. bot maken (van snijdende voorwerpen). Toenang. Toempoek.). ook : tegen jets aanloonen. groep. TOEN. opeendringen. gebukt. troop. schoren. enz. stapels. vertoonen. teeken van onderwerpjng. knop. bot. neergebogen. L. verloven (door de ouders) . Menoendjang. Toendjoeng. Toenas.). onderwerpen ten onder brengen.). neerbuigen. wijzen. stutten. doen bukken. . Bertoendoek. ophoopen. fam. enz. waarvan verschejdene soorten bestaan. jemand jets wijzen. stomp. Menoempoelken. 275 Toempoekan. stapel. gebukt gaan. Bertoenas. Toendoek. -aantoonen. Menoendjoekken. gebukt doen gaan. Toendjang (Jay. stut. Menoenang. enz. Bertoempoek. .--toonen. afstompen. buigen. schoren. Toendjoek. . Teloendjoek of Djari teloendjoek. der Nymphaeaceae. Toempoel (Bat. Jay. enz. stomp. enz. hoop. enz. . Menoendoeng. jets tegen jets aan zetten. geengageerd zijn. Menoempoekken. Menoenangken. met hot hoofd benedenwaarts gekeerd. op elkander stapelen. Toendoeng. jets steunen. ontstaan. niet snijdend.

hot onderste boven gekeerd zijn. filtreeren. enz. rijden. enz. hiel. Toenggoe. enz. leiden. 276 TOEN. stok. coinptant geld. Menoentoet. verwachten. naar jets koersen. doorzijgen. Toentoen. banneling. stut.) ook : eon vrouw beslapen . (vulg. enz. . enz. jets of jemand op jets laten zitten. weggejaagde. Toentoet. Penoenggoe. verbejden.). eekhoorn. waarop gozeten of gereden wordt. Menoenggangi. . bij jets waken. stam zonder takken of kroon. Toengging. oppassen. wandelstok. Toengkat.Menoenggang. oppassen. het achtereind in de hoogte heffen. Toepai. eon blinde. Toengkat kateak. Menoenggoef. kruk. Menoenggoe. bewaken. Toenggang. bij de hand of aan eon stok. hot onderste boven. oppasser. Menoentoen. eischen. enz. Menoengganken.. ook : Badjing. bewaken. enz. achterna. Toenggangan. bannen. bewaker. Menoenggingken. . enz. Menoenggang. Toenggoel. najagen. volgen. enz. op of in jets zitten. enkel. eon paard aan eon lijn. Menoengging. enz. enz. comptant . de posjtie. toeven. door eon zeef halen. leiden. afvragen. op jets wachten. wachter. enz. rijtuig. Toenggang. met hot achterste in de hoogte liggen. vorderen. wachten. eenig. Toeras. dat zijn achterste hoogtr komt to staan.. omgekeerd. rijden.. . dan hot overige gedeelte van hot lichaam. die verondersteld wordt jets of iemand to bewaken. jets berijden. volgen. Toendoengan. waardoor hot achtereind of achterste van jets in de hoogte wordt geheven. weren. Menoeras.wogjagen. Oewang toenai. . enz. jets of iemand zoodanig plaatsen. (bijv. ook : de beschermengel of beschermgeest. . ujtzetten. Toenggal. eon. enz. eenigst. Toenei (of Toenai). steun . jets opwachten. stronk. Toengkak. op jets zitten. ritjdier. op jets wachten. op jets passen.

Toeroet. Orang toerki. enz. Toetoep. naar beneden gaan of komen. van zich doen afstammen. doorboring. tot dekking strekken.en andere tuinen gedaan wordt). achter de tralies zetten. neerkomen. plek. waarlangs men daalt. . Satoeroet. Menoeroet. Menoeroenken. opsluiten. nakomelingschap. ook iemand opstoken. Menoetoepi. bedekken. enz. in acht nemen. -aandrukken. Toeroen (. helling naar boneden. in eon ru achter elkander. in opvolging van. nakomeling. met eon stomp voorwerp (eon vinger.Tay. naar jets heen dalen. om geplant to worden (zooals met vole schaduwboomen in koffie. en : steken. nederdalen. dekknn. enz. enz. Toesoek. doen beneden komen. Tanah (negeri) toerki. kort stuk van eon boomtak. Menoetoep.. steken. naar beneden halen. Toeroen. enz. naar jets toe afklimmen. steek. smet. enz. dek. . enz. ophitsen. medegaan. TOEW. Menoesoek. ondergaan.enz. enz. moot.. stek. doorboren. toedekken. ook : afstammeling.). navolgen. enz.. Turkije. Menoetoepken. (van vloeistoffen). Toeroetan. Toeroen-toeroenan.). vlek. of klimmen. . enz. jets tot hot be. enz. dekkleed. jets ergens in of doorsteken. kloppen.. Toerki. Menoetoel. met eon of ander op jets kloppen. warm maken. hameren. Toeroenan. afsluiten.de gevlekte tjjger. enz. Toetoel.. gehoorzamen. Menoetoek. deksel. Matjan toetoel. dalen. doen dalen. dichtmaken. indruksel. aanraken. achterna volgen. jets bedekken. afdalen. wat tot dekking van jets diem. . panter. Turk. pijnlijk trekken (van eon zweer bijv. ook : sluiten. nederdalende familielinie. Menoeroeni. . dichtmaken. in navolging van. Turksch. enz. gehoorzaam (zijn). ter navolging. mededoen. voorbeeld enz. Bertoeroettoeroet. volgen. Toetoek. eon dot. ook: gewillig.). . toedekken. enz. in de gevangenis.

Menoetoeri.heer. Menolih. Toetoepan. Emas toewa. bijv.enz. Menoetoer. enz . Toewan. Pergularia odoratissima. rijp. Bertoetoer. mevrouw de prinses.Toewankoe. Tongkol. wat bedekt. versleten. ouders. blok. mijnheer. gelukkig. vormelooze klomp. voorspoed. praten. Mentoewaken.dekken van jets aanwenden. schenken. heer. enz. vat. keuvelen. Soend. palmwijn. Menonton.en andere signalers geslagen worden.. Menoewang. voorspoed hebben. spreken. zie : Toemboeng. Tongtong. louteren. enz. kuip. Toewa. enz. toekijken. (alleen van eon vorstelijk personage). Toewak. Tonton (Jay. toeschouwen. mevrouw. enz. grooto soon hagedis. jets tot iemand zeggen. gekko. . der Asclepiadeae. tafelkleed. waarop alarm. bejaard. overgieten in jets (eon glas. Toetoep medja. schoonouders. Tongkeng. oud maken. voldragen.) inschenken. tot hoofd aanstellen. met hot eon of ander toedekken. donkey van kleur. deksel. ook: gevangene. Tombong. . mijnheer. zijwaarts. enz. Menoetoerken. hoofd eener negorij. Meretoewa of Maratoewa.). enz. ton. Toetoer. voorspoedig . . schoonvader of schoonmoeder. gelukkig zjjn in ondernemingen. Bertoewah. geluk. schouwspel. uitgeholk blok. fijn (oud) gouda Merah toewa. 277 enz. Tolih. tobbe. cycloon. naar jets kijken. L.. orkaan. Toewah. Toewang. ook : metalen zuiveren. babbelen. die heer genoemd wordt (titel van eon regeerenden vorst). Tofan. Tokek (of Tekek). WALA. TOEW. ook: oudste.. achterom kijken. typhoon. opgeslotene. donkerrood. Jang dipertoewan. ook : Legen (Jay.. Orang toewa.). meester. slingerplant met geurige bloemen. aam. Tontonan. Tong. gieten. eon oud mensch. oud. enz. hem op jets attent maken. Nat. Toewan poeteri. uitgieten. fam.

hoed. Wadja. snoeperij van kleefrijst of Ketan in suiker gekookt. mots. mister.Wajang koelit. maag. deed.). dock plane poppers van hoot of lever .een lange bijna tot aan de vooten reikende badjoe (voor mannelijke bedienden). do avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. tooneelvertooning daarmede.). Chineesch marionettenspel. gevolmachtigde. eon pur sang Hollander. vertegenwoordiger. Tsalatsa (of Selasa) (Ar. verplichting.). Wajangan. masker. Malem selasa. stichting ten algemeenen none. plicht. Wadjib (Ar. ijzeren braadpan (ook: Koewali wadja of Wadjan). plichtmatig.). Mewadjibken. Top. Totok welanda. mom. edit'. jets als verplichting opleggen enz. Wadoeng. Topeng. overlijden. getatoueerd zijn. Bermain top. W.). rdem als voren. hoofddeksel van niet-inlandsch maaksel. overladen. betamelijk. Wab joe (Jay. pens. dobbelspel . ook : glans. Totok.volbloed. Wajang orang.). staal. goddelijke open. baring.). Wakil (Ar. sneeuw. behoorlijk. onvervalscht.pop van lever. Betogang. iemand jets ten plicht stellen. Wadoek (Jay. tooneelspel met gemaskerde acteurs. Dinsdag. Wafat (Ar. houten wajangpop. zulk eon tooneelvertooning geven . Wajang keroetjil.). en. ook : tooneelvertooning daarmede . waarmede vertooningen van tooneelen daaruit worden gegeven . gestorven.). Tsaldjoe (Ar. Totang tatoueersel . Topi. Wadjik. dobbelen. Wakaf (Ar. Wajang poppers van lever of hoot. liefdadige instelling. Wajang golek. Wajang potehi. enz. Wa (Ar. bulk. groote bijl.vertooning enz. wat als plicht op iemand rust. Toro(Bat. . zulk eon tooneelvertooning door menschen uitgevoerd. voorstellende personen nit den voortijd en de Hindoe-Javaansche mythologic.). plaatsvervanger.

voogd. Warirang. nieuws. Waktoe (Ar. groote boom. agent. Ajer wangi. gerucht. Ml warnaken. Nederland. boom met good hout. tjjding. grif van de hand gaan (van koopwaren) . loopen. fam. Wall (Ar. durven. Wangi. winkeltje. tijdstip. WOER. vriend. Waroeng inlandsch kraampje. odour. gelukkig zijn met zijn handel. de gezamenlijke erf genamen . gedaante. Mewakilken. vertrouwde vriend. rattenkruit. W slang (Jay. -. boom met lenig hout. Walanda (of Wolanda). Hibiscus elatus. Waras. dapper. zich door iemand laten vortegeYiwoordigen. der Malyaceae. iemand tot gemachtigde aanstellen. vorm aan jets geven. Korth. eon snort Chineesch vaartuig. heen en weder (gaan. Mewakili. Warns (00k: Werna). Holland. voor de voorgeschreven gebeden.za akgelastigde. . Warlngin. enz. gezond. Wants (of Waris).Urostigma benjaminum. vorm . nat. uiu. sprinkhaan. Van dozen boom bestaan verscheidene soorten. Warangan. kleur. iemand tijdelijk vervangen. der. jets maken. Hollandsch . Warisan. Wangkang. Ahliwaris. erfenis. Sw. der Artocarpeae. Wani (Jay. welriekend . . moedig. Warisan. welvarend. enz. nat. reukwater.). geurig. Miq. bericht. naaste beschermer. Negeri walanda. Warts. ook de verschillende tijdstippon.). der Tiliaceae. Hollan278 WALA. zwavel.). enz. nat. ook: gedaante. erfgenaam . eon kleur. fare. Warawiri. tijd voor lets. Wang (of Oewang). Schoutenia ovata. enz. iemand vertegenwoordigen. gelegenheid.ook eon waarde van 10 duiten of 8h/ ~ cent. Waris.). Mewartaken.. Waroe. enz. fam. mare .). geld. Zie : Berani. Walikoekoen. erfdeel. hooge.

dapper. gedaante. Berwasiat. smaragd. enz. Wasiat (Ar. Soerat wasiat. overspel bedrijven.overspel plegen. achterdocht. Wasangka.). Wazir (Ar. testament. (Ar.) (of Djakat). zijn testament maken . Wasir (of Bawasir). der Sesameae. oostelijk. Berwates. Soend. verplichte bijdrage aan den priester. A. ook :Djaman) (Ar. Weloet (Jay. Zaman sekara'ng. heldhaftig. ikan mowa. hot wezen. vizier. m. districtshoofd.lets berichten. Dc. goon gevolg hebben. de tegenwoordige tijd.). ten oosten. hot bestaan. uiterste wil.. kwade vermoedens. Bat. tijdperk. opdracht. . zuivering. Aal. Wira.: Pewarta berichtgever. niet doorgaan. 279 Zina (Ar.). testament. Sesamum indicum. Mewatesken. door teekens enz. Zakat (Ar. meedeelen. begrensd zijn door.). lastgeving. Woedjoed. Water. hot vereenigingsteeken in hot Arab. fam. nat.grenspaal . die de Sesam-olio (Minjak widjen). schrift. ZAKA. Oost. grenzen aan. Weslah (Ar. weloet.grensscheiding. heester. Werna. rijstaar. de grenzen van jets aangeven. korenaar. overspel Berzina. Wetan (Jay.). t jd. geeft.). ZOEM. eeuw. ook: Djemeroed. Soend. lindoeng. hoest. pencde. Zaman (of Dzaman.). aanbeveling . aambeien.grens. jets bij testament vermaken. eerste minister. mislukken. beloet. hoesten. Mewasiatken. vorm. zie : Warns. Woeroeng of Oeroeng(Jav. paars. Z. aal.) (of Djina). Woeli.Soend. ruchtbaar maken. door jets begrenzen. laatste wilsbeschikking . Zoemroed (of Djamroed). hot Oosten.). Wedana (Jay. moedig. aalmoes. Widjen.groengekleurde edelsteen. Watoek (Batoek). Woengoe.).

Aalfuik. o. angoes (van de stof zelf). derma. mengangoesken (van de persoon. v.. Aambei. memoedji. memborongken pakerdjaan. kapada. Aanaarding. minta derma. tjerengkeng.sama-toewan.. . zie : Belang. enz. roepa.Iets tot aalmoes geven. lesoe. Aanbevelen (prijzen).bagi-. mendermaken. Aalmoezen vragen. Aan geld. penambak. roeda oewang. kerak. menambak.. poedjian. Aam. zakat. mati dengan penjakit (sakit) . Aamborstigheid. lager. Aamechtig. m. dzakat. bagi. haroes di sembah. tong gede (besar). pada. kapada-.meminta-minta. ook uitgedrukt door den transitief-uitgang i van werkwoorden. Aanbeveling.. landesan. pada-. zie : Aanbiddelijk.. Aanbakken. ka. wasir. menjerahken. mengoeroeg. memberi derma. sakit bengek. Aanbiddelijk.Aan wal. die bakt). Aanbidden. v. sama.bagai-. oeroegan.. o. menjembah soedjoed. Aanbeeld. Aanbesteding. paron. sampai ka. sampai di. v. pemborongan pakerdjaan. v. o. serampang. memborongken.. poeroe sembilik. bagai. lelangan pakerdjaan... v. mengi . Aanbelang. Tot aan. menjedekahken. Aanbiddenswaard. tong. letih-lesoe. menjembah. menggeh menggeh. pendjoewalan pakerdjaan. patoet di sembah. sesak dada. m. djekat. akan. dengan. v. hingga. Afgoden aanbidden. Aalmoes. Aanbaksel. o. di darat .. Aan. sedekah. sakit mengi. pajah. sampai. Aalmoezen geven.memberi sedekah . Aalgeer. menjembah berhala. Aanaarden. Gestorven aan een ziekte. Yninta-minta. (opdragen). landasan.. Aanbesteden. soerat poedjian.. bawasir. angoes. di. v. Aan mijnheer. tambakan. minta sedekah.. letih.. Verplichte of zuiverings aalmoes. bengek. Aanbevelingsbrief. Aamborstig. boeboe beloet.

m. menjoelang piala. V. (van den wind). membentoer. menggonggonggi. v. menawarken. sembah. (aan jets hechten). tawaran. kedjap mats. djandji. penglihatan. Aanbieden. (voorstel). Een baker aanbieden. membentoer. (aaneenhechten). mengidjabken . ada 282 AANB. m en ep o ek . mengikat. Aanbod. poedji. pemboewatan. djalan. Aanbidding.. (aan een meerdere). bikin. membentoer. Aanblijven. orang jang menjembah. memboewat. pengoendjoek. idjab. datang . Zich vrijwillig aanbieden. menaliken. menjamboeng. memboelang. m. mempersahadjaken din. Aanbouwen. Aanblaffen. menggigit. m. padjar. pengoendjoekan. mengoeboeng. makan. membawa. Aanbieden (overreiken). mengoendjoekken. tinggal. tawar. kebentoes. menerimaken. (van geld tot een troop). merekah fadjar. Aanbouw. Aanbonzen. ada peni hal. menioep. Aanbotsen.. bersentoeh-sentoeh. penjembah. pemandangan. Aanbieding. pemberdirian. langgar. (af brokkelen). Aanbijten. mempersembahken . Tegen lets aanbonzen. penjoelang.pembikinan. Zich aanbieden (van een gelegenheid). membikin. om iemand om to koopen. bentoer. mengemboes. Aanblik. kebentoer. ketok. .. fadjar. ada.. bikinan. dinahari. berkandjang. Aanbrengen. niemoepoet.Aanbidden. pemandang. zie : Aanbakken. rembang. slang. m.. penjoelangan. menda- . persembahan. merekah. melanggar . memperdiriken. (ten verkoop). Te koop aanbieden. menjorong. menambat. mengetok. ring. angoes. enz. penjembahan. melanggar. Aanbreken (van den dag). kasi. meloewak.. (komen). mengoendjoek. mengikatken. o. Aanblazen. Aanbieden van geschenken. Tegen elkander aanbonzen. Aanbranden. Aanbieden.

V. meng adaken. Aandrang.perasaan hati. jang melemasken hati. mendoekatjitaken. (iemand -). Aandenken. Aandaehtig. dengan ingatan. bikin. (doers aantrekken). Aandeel hebben in eene handelszaak. m. mengampiri. Leed aandoen. Aandeelhouder m. mendoekaken. me makaiken. (dringend verzoek). kasi pakai. ingatan. mampir. Verdriet aandoen. gerak hat!. o. ketj ek. . dengan mengingatken. memakai. jang melemboetken hati. berseroan.mengerasi. menjoesahken hat!. bersekoetoe. memba wa masoek. (Eene zaak aanbrengen). pakai. mengadoeken perkara. menjakitken hati.. (tot eene natuurlijke behoefte. AanAAND . sekoetoe. Aandacht.menggagahi. Aandoening van smart. menjoesahken. rawan. Aandragen. Aandeel. zie: Brengen en Dragen. memaksa.. Eene plaats aandoen. Aandoenlijk. sjarik. jang merawanken hati. kepengin.. singgah-. mempertjintaken. mendatangken . (aantrekken). menjedihken.rasa. bertjampoer. bagian. Aandoening.. menjampaiken. kabelet. girang hati.des gemoeds). Geweld aandoen. doeka-tjita. bersinggah kapada. menjekoetoei. (tot lets. (veroorzaken). belet. v. Aandoen. Aandoening van vreugde. mendatangken soesahnja. membikin soesah hat!. tjita. tanda peringatan. Het hart aandoen. mendjadiken soesahnja. besero. masoek . resa. mengenaken. persero. mengenaken . deel hebben in eene zaak. kerdja. o. soekatjita.. merawanken hati. peringatan. bawa menghadep menghadepken.tangken. mempersakiti . saj oe . behagian. soesah hati. (vennoot). Aandieden. . ingin . tjampoer. soesah. jang menjedihken hati.. samodal dengan.

minta dengan keras. kasi tahoe. meminta-minta .. geger. memboedjoek. AANGr. menjesakken. to verstaan geven). merapetken. memperbanjakken.v. menjamboeng. menjataken. (viammen). tieren). 283 bersinggah. melengketken. mempertemoeken. (tegen jets).). memberi katerangan. meroesoeh. mengikat. mengerah. toendjoek. terikat. Aangaan (ergens-). Aandrukken. tilik. Aaneenvoegen. Aaneen (verbonden). mengertiken. menilik. bergesa-gesa. memelihara. pemeliharaan. menghempet.nafsoe. merapetken. pamiaraan. berani mendjalanken. Aandringen (aanhoudend verzoeken. bersamasama. menjorongken. Aanduwen.himmat. perganggoean.v. berlengket. tersamboeng. enz. Aandrijven. Aanerven. mengetahoeken. sorong. rapet. terdampar. menjambat. beroelang-oelang meminta. gairat. singgah. (doers vermenigvuldigen). Aanfokking. (geestdrift). minta dengan berkandjangkandjang. (aanzetten. Aandurven. mengentjangken. memberi tahoe. rapet .perinintaan dengan keras. (tegen jets-) berdampar. aansporen). mengadjak.berani melawan (jets-) berani meiakoeken. terhoeboeng. piara. ook : ganggoe. Aaneensluiten. gerak hati. (van yolk tot eenig werk).. menj orong. mengetj ek. nepsoe. menghoeboengken. AAND. Aandrlft (neiging). memeliharaken. (razen. zie : Drukken. mendjantanken. mengerasken. (achtereen). Aanfokken. bertoeroet-toeroet. menoendjoek. roesoeh. Aanduiden. zie : Erven. beroelangoelang. (te kennen. memaksa. mampir . (doers-). Bij iemand aangaan om to zien hoe hij het maakt. kasi mengerti. menoendjoekken. . meniliki. bertoeroet-toeroetan. menerangken.

Aangri jpen.). mengamat-amati.. Aangorden. Dat gaat mu niet aan. karma. sedih. (aanvallen). anak poengoet. hiba. Aangroeien (toenemen).) . sedia. Een verbond enz. bilangan . Aangenomen (geadopteerd). o. angkat. mendjandji. oleh karma. Aangezien. perkara. (overgenomen) . kasi bertahoe. bertambah-tambah. Aangapen. enak. enz. per284 AANG. Aangenaam. memboewat perdjandjian . (klacht. tambah. Aangifte (kennisgeving). adat ! j ang beharoe (baroe) . mengerenjit. anak angkat. Dat gaat niet aan. Aangaande. poengoet. enz. mengangai. moeka..). kawin. choelki. sebab. memberi tahoe. Aangelegenheid. Aangedaan. itoe ta'boleh. berdjandji. mengasiken. hal. ash. sedap. itoe saja ta'ferdoeli. nimat of nikmat . peni hal. mengadoeken.(oorspronkelijk).(kennis geven. Zie verder : Groeien. dari. saoepama. manis (van woorden enz. pengadoean. Een aangenomen gewoonte. meringisi. Aangeboren (ingeschapen). ni enggaitken. atas. Aangrijnzen. selang. Aanhaken. akan. itoe boekan perkarakoe. menggait. sajoe. Een huweUjk aangaan. pemberian tahoe. dari sebab.menjala. da'wa...rrengoeloerken. Aangeven (aanreiken). tnembikin perdjandjian.v. Aangezicht. siloe. moelai .pakai. Aangenaam van manieren. Van aangezicht tot aangezicht. (voor de zintuigen). mengoendjoekken. . balk lak oenja. menangkep. Een aangenomen kind. Aangenomen. tentang. mengoeloer. mememang. balk perinja. aangaan. dat. pegang. (beginners). peloe. v. dakwa. nikah .menjandangken. sandainja. menjerang. kasi. tegal. berhadep-hadepan. paras . bertambah. sedang. pemberitaan. mengenjoet.

mengasoet. lets aanhebben. Aanhooren. mengaroeken .. (goederen-). Aanhoogen. dengan tiada berkapoetoesan . Aanhouden (jets of iemand -). menoesoek-noesoek. mengatjoem.). oemat. Ophoogen. memakai. menengarken. Aanhef. . Aanhechten. memakai . (citeeren). tiada berganti. berkandjang. permoelaan. daIrah ta'loek. menggalakken. gantoeng. menoesoek. iekat. lama. (vol.mengambil. (near eene pleats koersen).Aanhalen (trekken). (van een gezang). berlengket. m. hoeboengan. zie : Aanaarden. menghela .memegang. merampas.. sentiasa. gelingen). menahan.pengiringan. mendengarken. mempertanggoehken . dada bersalin. menahan. pakai. Aanhang (secte). (eene zaak-). Aanhankeltjk. mernakaiken. mengaroe. bertoeroet-toeroet. terbawah. mengerat. Aanhoorigheid. taloek. Clang duren). permoelaan . tergantoeng. terlekat kapada. (niet afleggen. below terpoetoes. (van dieren). menjeboetken. toeroet. berlekat.memoengoet. dengan dada berhenti. tambahan. dairah. angkatan . Aanhoorig.menangkep. menggantoeng : (kleven). menjeboet. bergantoeng kapada. di bawah. (volharden). Aanhangsel. mengoetja-oetjaken. tiada menanggalken. melambatken. (aaien).. memboedjoek. (gedurig verzoeken). memetik. m..mengoepak. (confisqueeren). o. Aanhebben. dada berhenti . dibadjat.pengiring. bergantoeng.menghoeboengken. menoedjoe . AANK. v. beroelang-oelang. Aanhangig (van een zaak). Aanhoudend (achtereen). bersangkoet. van kleederen buy. Aanhangen (hangen). berpakaian. mengeloes-aloes. (voortdurend). lambat. (inleiding). menarik. menerik. djadjahan. below di poetoesken. menjamboeng. merampas. Aanhitsen.

menegor. Valschelijk aanklagen. tra'ferdoeli . (aan wal gaan). lets op iemand laten aankomen (aan hem overlaten). memegang . moelai berkata.. miara. tiba. melihat. adjar. pembelian. Aankomen. gaan).pemberitaan. dakwa. mendempokken. menjerang. naik ka darat. mengadoeken. (van kennis enz. mendakwa. memeliharaken. tiada mengapa. menoekas. memasang bitjara. mewartaken. anak dara. (een gesprek. tiada djadi apa apa. dawa. menanggoengken . Bij iemand aankomen (aan AANK. menjampak. mampir . Een aanklacht indienen. beladjar. penoedoeh. pewarta.menepoek (pintoe). ajo. remadja poeteri (van een meisje). mengamat-amati. Aankondiging. v. Aanleg (neiging. melanggar. Aanknoopen (met een knoop vastmaken). Aankoopen. djatoh. m. menjamboeng.senantiasa. Komaan. remadja. enz. dateng. marl. enz. mema'loemken. menoentoet.pechabaran.). menoedoeh. mengikat. mendakwa. menjimpoelken. mengchabarken. menoedoeh. pekerti. kasi tahoe. piara. pegang.. menggait. (belanden).. membeli. . Ergens aan komen (met de handen). bersinggah. Aan "ken. Aanlasschen. Aankomend (bijna volwassen). singgah. mengadoe. Aankleeden. Aanklampen (aanvallen). Stark aankijken.. member tahoe. memakaiken. Aankloppen. memandang. m. moelai mengomong. Aankoop. Aanklacht. tengok .). Aanleeren. marilah. kasi pakai. mengetok. remadja poetera (van een jongen). Aanklagen. berpakaian} berpakai. mendjabat. Aanlanden. moelai bitjara. mengenaken pakaian . Aankondigen. Zich aankleeden. Aankweeken. v. (enteren). Het komt er niet op aan. sampai. bell. memoelangken. pengadoean.).

(uitvoering). menoedjoeken . Aanleiding (oorzaak). elok. Aanmaken (vervaardigen). besar hati. membeloenggoe. sebab. mengintjer. memasang. enz. Aanmoedigen. menjehadjaken. mengemenginken. dengan tiada samena-mena . menjengadjaken . mampir. Aanlokkeujk. menjampoerken. melanggar. kabentoer . v. manis. pengrasaan. mengingat. paksa jang balk. mengadjak. Gesehikte aanleiding (gelegenheid). mane. menjela. bikinan.boedi pekerti . safakat. enz. pentjelaan . bersinggah. Aanmerking (berisping).. Aanmerking waken. memboewat. (bij iemand. menjoesoek. menagih. bagoes. persinggahan. bersoentoeh. menjebabken. membikin.). soeroeh. v. (vuur-). membikin entj er. berani. merantai . penilikan. timbangan. dinah. bermaksoed. tjela. lantaran . elok. merentjanaken . ingatan. membentoer. ergens). rnembentoes. memboeboeh . moela. (met opzet toeleggen). (ook : overweging). bikin. rentjana. (mikken op). Aanminnig. mengadjak. Aanlengen. Aanleggen (van een stad. Aanmatigend. (een verband. poengah. (maven). (ontwerp. (zie ook : aanlengen). (jets als doel nemen). tjerewet. enz. menjoeneh . memasang. (opmerking). tempat persinggahan.diken. (boeien. menjalaken. permai. Aanlegplaats. en z. fikiran .). atoeran. mem- . olo-olo. mentjela. pasangan. Aanleiding geven tot. merasai. mentjaerken.). manis. Aanmanen (aanzetten). mendja. Zonder AANN. Veel en dikwijls aanmerkingen waken. angkoeh. v... mengenaken. mengentjerken. membetoeli. tjonto . mengatoer. Aanloopen (stooten). perboewatan. kabentoes. djadi sebab. bermoeafakat. (gemeene zaak waken). menjampoer. Aanmengen. memboewat. pohon. 285 eenige aanleiding.). mengingatken .

menentoeken. mengangkat. . boleh di lakoeken .. mentjakep. tanem. (een wet-. Aanplanten. mendjawil. (even met den vinger). memborong . menemplekken. taneman.. kasi hati. Aanplakken. Aanporren (aansporen). meraba. Aanplakbiljet. memoengoet . terirna. o. tjoba. (een naam-). mengadjak : (ophitsen). (bevattelijk). menggamit. bersoentoeh. merasa. memegang. Aannemelijk. soerat tempel. menangkep. (tegen iets stooten). Aanraken (met de hand). (voor waar houden). me286 AANN. (aanvallen). (op zich nemen). sanggoep. pendjamahan. menjoentoeh. masoek . Aannemer (van een werk). memegang. menggambiraken. Aanprijzen. Aanpassen. vaststellen). menanem. memberi hati. melintjipken. mengasoet. Aanpunten. menjoba. (met de punt van de tong om to proeven). melanggar. Aanpakken. boleh di pertjaja. Aannemen (in ontvangst nemen). Met iemand in aanraking komen.menjerang. mentjetjap . mendjandji . memberi nasihat. Aanplant. bertemoe. menadjemken. Aanraden. m. memakai nama . senggolan. merantjoeng.. mentjoewit. gampang di adjar. meremboekken. orang jang memborong pakerdjaan. soentoeh . Aanraking. boleh di terirna. enteng kapala. menjamboet. m. menjanggoepi. pelekat. mengoepak.melanggar. berkenalan. mendjamah. menempelken. v. Aanranden. (een werk-). (van een kind). mendjabat . mengoesik . ringan kepala. melanggar. mentjoba. soerat templekan. menjerang. memoedji. pertjaja . menggalakken. njangka. menanggoeng. berdjamoe.menjenggol.berdjarldji. (een godsdienst-). kira. menerima. pemborong. (veronderstellen)..beraniken.

(schrif'telijk bevelen).v. membitjaraken. o. mendjeloedjoer. menjeroe . melihat. memanggil . Aanroeren. kalihatan. Aanschouwen. merapat. AANS. (losjes naaien). mengoendjoek. (van een schildwacht). memberi perentah dengan soerat. menjoreki. soerat perentah. menandal. menganggit.. (onheil-). menjoeratken. Aanscherpen.mengoeloengken. ook : soerat pertanjaan. memandang. soerat permintaan. Aanschrappen. dateng. menjorek.menerimaken.. moeka. mengirim soerat perentah. lahir. menoesoek. mendjadiken . Aanschroeven. tlahir. menggoebah . mengasah. menjempok. soerat peringatan. mendjadiken tjelaka. lahir. menampil. menoelisken . dateng bergoeloenggoeloeng. Aanrukken. Aanrijgen (aan een snoer njgen). djeloedjoer. membawa makanan. menjeboet. Aanschijn (voorkomen). paras. mengoetas. Aanrichten (opdisschen). membawa tjelaka. (den naam van God). mengangkat makanan . menjapa. loewar . menaadaken. (doers ontstaan). menjelakaken. Aanrennen. soerat titah. mengadaken kabinasaan. AanschouweUjk. membinasaken . menadjemken.tlahir. AANB. (gezicht). menjeboet. mengorda . dateng dengan berlari-lari. panggil. Aanraken.roepa. zie : Aanraken . mengoeloerken. mengoendjoekken.menghidangken. Aanschnijven(noteeren). wadjah. (verwoestingen-). Aanrollen. me- . (tot zich roepen).Iemand in zijn eer aanranden. menggosok. memoetar. Aanroepen fluid toeroepen). (van iets spreken). Aanschnijving. menoetjoek. dateng bergoeling-goeling (van golven).

287 (tot een vorst). mengadjak. menggeretakken : (de poren geven). Aansporen (aanzetten. menghempet.djelaga. (op het strand werpen). bersembah kapada. memasang. mengentjengken sekeroep. berkata kapada. da' w a . Aanspijkeren. mengatai. memarahi.. (vastslaan)..makar. memakoe.. (van een zeil).tjoekai. bergonggong.taksiran padjek. menjalak. mengenaken boa. mematjoe. m. bitjara. memakoeken. (in de belasting). (van honden).).moetarken. Aanspannen (van paarden voor een rijtuig). menghempetken. merakitken. menjoolang. Aanslagbiljet. Doers aansluiten. merapet.arah. AANS.memasang. (iemand aanspreken. menpoenjai hak atas . mendakwa. sawang. Aanspoelen (aangespoeld worden). mendatnparken. (zijn kapitaal aan- . hak . Aanspraak hebben op. mendesek . soerat tjoekai. bertitah kapada. (van roet. (recht).). terdampar . menemplekken. mendakwa atas. menjapa. pertamtoean padjek. (booze toeleg) . memikoel tanggoengan. soerat padjek. (van een bekendmaking). enz. pertjakapan. menggonggong. Aansluiten (dicht opeendringen). Aa nspraak (toespraak). boa. mengajak. sekeroep.menambatken. . enz. dakwa.taksiran boa.v. Aanspraak makers op.pengarah. berapet. menegori. menempelken. (eisch). o. (iemand in rechten aanspreken). melantakken . Aanslag (van roet. mendampar. Aanslaan (in de belasting). ter verantwoording roepen). merapetken. menegor. soelang. Aanspreken (toespreken). (berispen). melantak.). menetapken sekeroep. soerat boa. enz. Aansprakelijk (zijn). rnnasihatken . (van een worst). berdamping. katanggoengan. perkata~in. mengenaken padjek. menanggoeng. bertanggoeng. piagem.

terboeka sedikit. memboesoekken. Aanstalte (aanstalten makers. melantakken. jang nanti datang. merenoeng. mendjadiken boesoek. rnelakoeken dini seperti. Aanstellen (benoemen). melantak. berdjaga-djaga. melihati. enz. enz. penjakit menoelari.. di depan ini. sampar. memandang. memboewat-boewat. mendjadiken. jang ampir datang.bersedia. menjoelat. Aanstappen (loopend aankomen). berdjalan dengan tjepat. menjoekaken. Aanstaan. jang akan datang . Zich aanstellen als. memadetken. mewakilken . djemah. Aanstekelijk. nlelekasken djalan. menjoemet. (zijn stag versnellen)r mentjepatken-. Aanstaande (verloofde). zijn). Aansteken.. jang dekat. enz. (nog in aanmaak. mengerat. menoelari. wording. poera-poera. minggoe jang akan datang ini. memandangi. mengasak. v.berlangkap. menjalaken . (in brand steken). toenangan. menoesoek. minggoe di depan ini . mendjangkit. di moeka ini . ridla (vann den persoon). Een aanstekelijke ziekte. (vast steken). memasang. mentjoetjoeh . De aanstaande week. (besmetten). (van de zaak). menetapken.). (van een lading in een vuurwapen). (bederven).berkenan. datang dengan berdjalan kaki. mendjangkit. mengikat dengan peniti .. a 288 AANS. menganga. mengamatamati. (ontsteken).n tot). mengangkat. penjakit sampar. menaroh api.spreken). makan pokoknja. salakoe seperti. mengenjak. di hadepan ini. . memperkenanken . -Aanstaan (van een deur. makan modalnja. Aanstaren. Aanstampen (van den grond).(tot gemachtigde). sedia. menoelari . (bevallen. menoemboek. menggelar. bakal. Aanstaand (op handers zijnd). soeka. genoegen doers). membakar.

menoesoeknoesoek.. menggeretken. menoelis di . membentoer. menoelis.oepak. mengantok.Aanstelling (benoeming). (ergernis). m.. kena.gelaran. menjiar . dj oemlah . mendjangkit. Aantasten. dengan kapoer.). banjak. kabentoes. menjerang .. boekoe toelis. membesarken. mendjilat. menarohi tanda . Aanstoot (schok). meramaiken perbantahan . bentoer. angkatan . mendjadiken perbantahan. menjapoe-.. De lading van een vuurwapen aanstooten.Aanstoken (ophitsen). menjoetoeh. boekoe peringatan. menjalaken. mengetjat. menggalakken api. menoemboekken kapala ka (di) . mengetjat. Aanstoot geven. soerat gelaran. soentoeh soentoehan. melanggar. melantak. membentoes. sabentar. memfitnahken. sabentar lagi. memberi sjak. Groot aantal. menjoerati. boekoe tjatetan. Aanteekenen (merken). Aanstrijken (met kalk). De glazen aanstooten. mengoesapken kapoer . sjak.soerat peringatan. kabentoer. merembet . Aantal (hoeveelheid). tiada patoet. Een deur aanstooten. (van vuur. bilangan. melanggar kahormatan . v. meng. (van voegen tusschen steenen enz. menjikat AANV. bertemoeken piala. (met verf). soerat pangkat. kabanjakan. menoesoek. o. soerat angkatan. zich verbreiden). mengadoe. memantik. melaboer-. menggentoesken piala. Iemands ear aantasten. mengasak . piagem. menoelak pintos. Het hoofd tegen iets aanstooten. menoelisi. menjampok. memberi maloe. mengoepak api. (van een lucifer). kelak. Aangetast worden(door een ziekte). menjenggol. menghembet.o. Aanstonds. memaloeken. menaroh tjat . menandai. (acts). Aanstooten. tiada laik. mengadoe perbantahan. menjoerat di daftar. Aanteekenboek. . (noteeren). bentoes . (een twist). (een vuur).

(verwoede -). mengoendjoekken . (met een sprong).In aantocht zijn.. naik hadji. penjerboean. (valschelijk--). herangkat. lagi datang. menjateti. koelawarga. Aantoonen (wi jzen). sanak. aantrekken. m o el al. bermoela.v. (eene rein naar Mekka). dapat. pakai.). Aanverwant. mengoendjoek. menempoeh. berdjoempa. Aanval. Aanvliegen (vliegend komen). Zich sane zaak enz. Aanvallen. mendjabat. menerkam. mendapat. berbesanan. $rtama. Aanverwanten. datang.). Aanvatten. m. memakai . bertjinta akan. Aantijgen. katemoe dengan .. Aanteekening (om to onthouden). . berlajar. mendjabat. pengamoekan. berdjalan. timbangan. De stouts schoenen aantrekken. Aantreffen. enz. penggoda. menjeregap. menoendjoekken. berketjil hati . meAANV AANZ. was-oewas. 289 nerima. sjahwat . Aanvangen. koelawangsa . (trekken). menangkep. peringatan . sahwat. menempoeh. Aanvankelijk. goda. menjamboet. kira. v. (eene refs). m. (inzuigen). mendjeramah. memegang. moela-moela. mengamoek. menoendjoek. Aanvegen.. penjerangan. bertemoe. m. lagi berdjalan. besan. (vinden). menjerang. zie : Aanlokkelijk Aantrekken (van kleederen. Aantrekkelijk. menarik . menjataken. menoekas. melanggar. (aanmerking). melanggar. memberaniken din. memfadloeliken. menjerboe. Aanvaren (tegen elkander). kaum koelawarga .boekoe. Aanvechting. mengisap.. Aantocht. (des duivels). pegang. sanak-soedara. pelanggaran . (de regeering). menerangken. menoedoeh. penerpaan. enz. (van de wederzi jdsche ouders van gehuwden onderling)..(zinnelijke lust). (duideli jk waken. menjapoe. menerpa. penempoehan. perkiraan. Aanvaarden (ontvangen).

). menjamboeng .. (van den wind). mengepalai. meminta. Aanwrijven (iets ten lasts leggen)...datang terbang. pembawaan. Aanzetten (aanvoegen). tarnbah. biasa. ajar pasang. membawa.. Aanvulling. menoeding. pernnintaan. minta. enz. menoedoehken . berhadlir. Aanvoer. Aanwtjzen. Aanvraag. melangkapken. mengenaken. gosok. mengoepajaken. laba. memakaiken. Aanwas. menomdoeh. kasi tahoe. menjoeroeh. (citeeren. menoekasi. Aanvragen.). mengchabarken. menoekas.soeroeh. pemasoekan. pemberian tahoe. Aanwenden (gebruiken). menjeboetken. berpoepoet.. (van . mengepalaken. menadjemken. Aanwezen. mendjangkepken. (van hat water). permoehoenan. mema'loemken . kapala.. (gerechtelijk-).. memasoekken . Aanwaaien. melanggar. perolihan. m. menoendjoek. menggosok. pahalawan. ada. tambahan. -meloemas dengan kapoer. enz. menggalakken. mempergoenaken . m.men gipas. penglima. djadi biasa. Aanzeggen (kennis geven). mengasah. (appliceeren). menoedingken. Aanzegging. mengandjoer.menoendjoekken. membiasaken. Aanvoeren (aanbrengen. (op iemand-). (aansporen). enz. m. penghoeloe. memberitaken. pakai. menoedoehi. o. memoehoen. Aanwinst.memoepoet. gaboes. menerpa. HOLLANDSCH-MALEISCH. perma'loeman . sits.mengadjak. Aanzetriem. Aanvoerder. (valschelijk). koelit pengasahan piso. menjapoe. v. memenoehi. njita. oentoeng. pasang. v. Aanvullen (hat ontbrekende). memakai. m. Gerechtelijke aanzegging. menambahi. kaadaan. tambahan. (een lager. hadlir. memberi tahoe. melaboer. (scherpen).). Aanwezend. Aanwitten. m... v. me. Aanwennen. menjamber . pertambahan. menjeboet.

menindjau. (ader). Met aandacht aanzien (beschouwen).paarden). lahir kalihatan . mengamatamati . (van een knoop.pekerti. kaja monjet.mengadaken. Het aanzen geven. monjet. Aanzienlijk. koenjoek. koewasa .peri hal. choeloek. Aapachtig. tenting. oetama. m. loetoeng. menglamar.. berdoedoek. Aanzoek doers. permoehoenan . Aanzienlijke. orang berasal. pining. tampik. tjara monjet. enz. o. permintaan. indah. melariken. di bilangk~n . adat.(zeer belangrjjk). moelia. memboeboeh. Iemand van aanzien orang besar.. besar. melihatk~n. (van geboorte). enz.. kalihatannja. dat : roepanja.v. (inborst). bangsawan. (van waarde). o. (de lading van een geweer. m. to bias. Aanzitten.. orang moelia . berharga. In aanzien zijn.(eener zaak).. roepa. Eon jonge aap. menanoeng. Aanzijn. Aap. sangat. Aanzien (aankjjken). pemandangan. orang moelia. pengamat-amatan . Aanzoek. oerat. . De langarmige grijze aap. berkerak . Aanzien. (gezag). memendelikken. lamaran . Ten aanzien van. enz. De Gibbon-aap.perangai. (hat zien). melihati.). djalan.berasal. (huwelijks-). orang b~rkoewasa. bangsawan. (van root. (wjjze. meminang. peri. kabilangan. Aar (korenaar. (verzoek). Aard. di hormatk~n. o. memboeka sedikit . m~mandang. mawas. terhormat. siamang . (een deur). majas.woeli. orang kaja.. doedoek.). berkoewasa. Met groote oogen aanzien.boelir. orang besar. roenggai. penglamar. majang.). orang-oetan. dasar . amat. kaadaan . De zwarte aap. m. Do groote mensch-aap. 19 290 AANZ. boedi-pekerti. (uiterlij k).. angoes.mendjadiken. mernasang. oewa-oewa . mengamat-amati .membeliak. meminta. manier). melantak . akin. bersoelang. Hot last zich aanzien. merenoeng. enz. kera.).

lindoe. oeroegan tanah. roepa. m. Aardewerk. Aarden. (grip). berasa senang. Ter aarde vallen. bagai . tanah ampo. saroepa tanah. menoeroet perangainja. manic. boemi . kaja tanah. koertjatji. enz. Aardhoop.. antoe tanah. enz. baring jang indah. aloes. Aardappel. Onverglaasd aardewerk. kerasan.. membanjol. Verglaasd aardewerk. dani tanah. tanah. (grappig). memba- . Minzaam van aard.. moeka boemi. (snort). membanting di tanah. v. (iemand-). banjolan . Aardachtig. djinaka.. v.. (van aarde). Vroolijk van aard. AARD. memboewang di tanah . manic. saperangai.memerangaiken. elok. djinaka. Aardaker. loetjoe. (inlandsche). Aardbeving.bangsa petjah. belanga. (overeenkomen met. girang. timboenan tanah. pining-mangkok . bangsa koewali. (oppervlak). Korzelig van aard. senda. m. rnenoeroet adatnja . oebi. (tieren enz.o. bangsa beling. tjantik.v. m.. djatoh di tanah . poendoeng. (zich op zi jn gemak gevoelen. sanda. gemar. poentoek. ampo. Ter aarde werpen.. (lief). kembili.voorwerp). djblita . Eetbare aarde.(verrassing. peni hal . toemboeh.). beradat aloes. (Europeesche). gempa. boesoet. berdjinaka. bersenang hati .(aardboh.pen. Aardbol. bagoes. mendjeroemoesken di tanah. m. Aarden. tanah . senang.gempa boemi. tanah bergojang. gojang tanah..). kentang.(grond). seperti tanah. tembekar. papal . tertjampoer tanah. bengis . boemi. perabot tanah.bangsa petjahan. Aarde. van planters). m. tanah tergojang.. Aardbodem. m. beling. Aardgeest. berperangai jang lemah lemboet. AARD. Een aardigheid verkoopen. Aardigheid.boemi. Aardig. boelat boemi.. bergirang hati. mendjatohken ka tanah.

tjatjing gelang. lindoe.. tjoekai. mangsa. empan. kabata-bataan. Aarzelen.. v. djaga. Aardlaag. 291 Accordeeren(overeenstemmen) satoedjoe . Abuis hebben. v. koetoe tanah. kamitetep.. mengingat. Aardri jkskunde. Een accoord aangaan. AGHT. Accijnskantoor. bernafsoe doenia.. doenia. katjang tanah. betoel. Aardschok. m. Aardnoot. Achillespees.salah tampa. Aardkluit. tiada betoel. oebi.salah mengerti. as. Aardslak. keremi. m. keroewit... katel. berdjandji.m. m. Aardsch. Acht slaan op. m. ingat. Aardspin. goempal tanah. tjatjing. doeboer.gempa boemi. v. bangkai . o. oerat keting. keroeron.. barang doenia. balk.. tjotjok. v. v. Aars. salah. bergoendah. obat pendjoeloek.. Aardvloo. v. v. Ach. hang pantat. kamitetep.. v. koetoe tanah. (goed. takoet. Aardvrucht. Aardworm. tjatjing keroewit.salah. salah mengerti.o. djandjian . v. o. bimbang. adoeh. bei-salah. mengingatken .doet. ah. dari doenia. pantat. minjak petroleum. Aardluis. bimbang. o.. soeka doenia. oempan. pabean. ilmoe boemi.. bea. . memboewat perdjandjian. Aardolie. (in bet kaartspel). Accoord. gerak boemi. ingat. goegoeran anak. Aarsworm... (overeenkomst). berdjandji... pengingat. Aardrijk.. Aarzeling. Aarsgat.. laba-laba tanah. per. goegoeran. v. dzoeboer. Abortus... lapis tanah. (kreng). memboewat perdjandjian. bata-bata. makanan .. Aas. o. dzoeboer. goendah. Middel om abortus to veroorzaken. m. Aardsch goed. doenia. obat akan menggoegoerken anak. minjak tanah.. boemi. keloeron. v. v. sipoet tanah. in orde). o.. Abuis.. lobang pantat. Acht (oplettendheid). minjak latoeng. doeboer. v. Accijns.(overeenkomen). Aardschgezind..

menjimpen. mengerti. semboeni. (meenen). v.. koerang ferdoeli. mngira. mengindahken. Acht (telwoord). v. berkaki delapan. Gelijk achten. mengoepamaken.In acht nemen. berdaja-oepaja. houden. Achterdeel. Achterdocht. katinggalan. doelapan. kabelakangan. djaooh. boerit. memberi hormat. Achterblijven. mendjaga.. Aehterbaks. paha belakang. Achteraf'. semboenji. berdaoen delapan.). dari belakang.membilangken. menjemboeniken. Achter lets zijn of komen. tinggal. di boentoet .tjemboeroe. kira. m. Aehteraan. bersjak. men achterdeurtja hebben. v. di belakang. terhormat. tiada ferdoeli. pantat. doea poeloeh delapan. pintoe maling . Achteloos. katinggalan. di boerit. poekoel delapan laloe sapei ampat. Naar achter. Achterdochtig. pintoe belakang. delapan hari. Achtbaarheid. menjemboenjiken. Achteraan btijven. enz.. bagian di belakang. Achter op een ru dier. Achtbeenig. tinggal di belakang. sjak. moehtasjam. mendapat. Achtenswaardig. v. besar. Achter op een vaartuig. delapan.. Er steekt wat achter. Achterdeur.. Achterbout. ada rahasianja.. delapan likoer. Van achter. Acht dagen. lalai. di belakang. sami nggoe . bertoeroettoeroet. kamoeliaan. Achter. beriring. di belakang. kabelakangan .haroes di indahken. Acht en twintig. moeliawan. was-oewas. Kwart over acht. Achtbladig. Aehterbeen. kabelakangan . kabelakang. kaki belakang. Achten (hoogschatten. koerang ati-ati. moelia. patoet di hormati. Ten achter. menghormati. poewer. ingat. Achterbuurt. di balik. Achter elkander. kampoeng belakang. di belakang. Achterbaks 292 ACHT. bersang- .soedjana.mempermoeliaken.. o. (geheime deur). o. Achtbaar. paha.sangka. menjamaken. belakang.

menoesoel. Achterhalen. m.pekarangan belakang.-). enz. menjimpen . tiang penjoeroeng... Achteren (van). Achterdeef. soedara kadoewa poepoe. m. di belakang . tjitjinda. achir. (verzwi jgen). me. (vinden. senapan (menam) jang di isi dari belakang.. males. Achtereinde. kamoedian. o. Achtermiddag. penoetoep. (derriere). ((later). keredik. fitnah. ketjil .Achtermiddaggebed.. o. dari belakang. Achterlader... Achterklap.. Achterlaten.kabelakangan.. (niet viug van verstand).sembahjang asar. roemah belakang. Achterkleinkind. bilik belakang. (een opdracht.. dengan tiada berhenti.m. v. kamar belakang. Achterna loopen. Achterhouden. kebon belakang..tjitji.o. toetoep. $lataran belakang.tengkok. snappen). belakang kapala. v. o.o.. (in groei).. Achterhals. sembahjang sore. pantat. dengan tiada berkapoetoesan. kampoeng belakang . m. senapan (meriam) bermoeloet di belakang. m. di achirnja. mengambat. di belakang. belakang. Achterna. mengoesir. zie : Achterhuis. Achterlijk. zie : Achterdeef. toeroet berdjalan di belakang. sebelah belakang. menjoesoel. Aehterkamer. asar. petang. berpesan. Achtermast..ka. boentoet bala. m. lam bat. lambat. Achtererf. o. tiang belakang. menoesoel. zie : Achter. Achterhoofd. Achterkant. Achtereen. mendapati. moebeng . boengkik. Achtergebouw. bertoeroet-toeroetan. o. enz. berat kapala . soesoel. menjoesoel.. senapan (meriam) ACHT. bodo. Achternicht. Achterhuis. kopak. sore. meninggalkeci . tiada pertjaja. mendiamken.. boeritan. menjemboeniken. mesan.leher belakang. v. dari belakang. gebleg.. Achterhoede. Achterom. anak soedara misan. zie : Achterdeel. m.. tjemboeroean. (in zijn werk). Aehterkwartier.

Achteruit loan. kabelakang. roda belakang. Achteruit treden. di belakang. kaki belakang. boerit. w o ero en g . jang belakang sekali. kabeiakang. sepak. mengoendoerken.ka belakang. Achterwege. boontan. Achterschip. Achterwege houden. moendoer. oendoer. Achteruitgaan (van taken).m. (niet gebeuren). (zitten) bersender. zie : Achteruit.menjemboeniken. dengan menoeroet. (liggen) telentang. tambahan. ACHT Achtersteven. tjelentang. zie : Achteruit. mengambat. Achtervolgen. zie : Achteruit. tiada sampai. m.. di belakang.zie:Achterkamer.zie:Achteruit. Achteruitgaan. toenggakan. Achterpoort. menjoesoel. (van een paard). v. di boeritan. (van werk). Achtervolgens. menoesoel.. Achterste.menjimpen. mengoesir. Achterwaarts. Achterpoot. boeritan pezaoe. tida djadi. melengkoengken ka belakang. Achtervoegsel. soeroet. menjepak.. Achteruitsaan. katinggalan oetang. di belakang. menjoengsang. terbalik. Achteruitzetten. o..lama. katinggalan . Achterstand. Aehterwiel. m. pintoe belakang. soengsang. o. zie : Achteruit.. pantat. tinggal. bertjelentang . (vallen) djatoh telentang. bertoeroet. (buigen) melioek. katinggalan . Achteruittreden. hoeboengan.. Achterstallig. moendoer. Achteruitdeinzen.o. memboeroe.. Achterover. . katinggalan pakerdjaan. Achteruit. Achteruit zetten. boeritan kapal. o. Het achterste voren. boeritan. Achterwege blijven. gerbang belakang. jang kabelakang sekali . (di boentoet. Achterstuk. moendoer kabelakang.(van schuld). (van bet hoofd) lenggak . Achterop.belom di bajar.. Achteruitgaan. roesak.. Achteruitdeinzen. roegi. (derriere). o. masih beroetang.

Aehtvoud. Adelltjk. menggeh-menggeh ..jakin. . nafas. Achtpootig. Adelstand. Adelborst. berkaki delapan. v.oerat nadi. perdelapan.. Achtkant. oerat pemboenoeh. memoeliaken. Halsslagader. oerat.. Adem. berasal. beroemoer delapan taoen. v. menarik napas. Authentieke acts. o. m. In den adelstand verheffen.. De (het) achtste zijn. sariboe delapan ratoes sambilan poeloeh lima. lajar belakang. membangsawanken. Acts. Achtste (deal). boesoek. Slagader.m. (in warmer. asal bangsawan. d j ongk er. bersegi delapan. soerat . oeler beloedak. Aehtmaal. v. enz. beloedak.. m. m. Adder. oerat darah.. o.pangkat bangsawan. Adelaar. bangsawan. Den laatsten adem uitblazen. Adelijk. zie : Ademen.. berbangsa.). menapas. kadelapan. (in gesmeed ijzer. delapan kali. mendelapan .). meninggal. -delapan taoen lamanja. m. memberi pangkat bangsawan. pamor.. 293 (bet) achttiende. m. papier. De ADMI. menoegerahken (memberi) pangkat bangsawan. Achtjarig. coati... enz. lank.ingat-ingat. Ten achtste. Achttien honderd vi4jf en negentig. delapan kali. kadelapan kalinja. lajar penjoeroeng. jang kadelapanbelas. poetoes napas. Ademhalen. Achttien. bernafas. toeroenan asal. Achttiende. radjawali. astakona. berasal. Van adel. bank. berek. oerat berdenjoet. menahan napas . m. oeler bedoedak. (gewone ader). toeroenan besar. delapanbelas. poetoes njawa. Ader. Adelen. o. bangsawan.. Den adem inhouden.. kadelapanbelas.ati-ati.. koerai. Ademen.. napas. Buiten adem zijn. mangkat beradoe. perdelapanbelas. mangkat. bernapas. delapan lapis. m. Adel. soerat jang sah. Achtzaam. hormat.Achterzeil. Achting.

mOngimpaskOn. l~mah.. bOrminta doa akan di loepoetkon dari pada bOhaja. mOnjeka. o. m. Afborstelen.. mOnjapoe. djat) laksamana. milir. naik goenoeng. Admiraalschap. r~mboek. memboeka oerat.. mOnjikat. kadang. sanggrah. p~mbOritaan. toeroen. (rnana. Aderslag. karang. l~tih. o. meroepaken.(van erts in den grond). menggambarken. adjid an. soerat pers~mbahan. menoelis gambarnja.. menggambar. membajar habis. 1~soe. satengah coati .panglima laoet. Bij hat kantje af. menandai.. memotaken. pengawam . menarohi tanda wates. mOnjoesahkin. alamat. Van iets of zijn. alamat soerat. menjanggrah. l~pas. kapit. monoeroen . Adres. soerat pormoehoenan. Admiraal. Adresseeren. Admiraalschip. koerang sedikit. v.. thrl~pas. m. kadangkala. (de vrucht). pajah. (van gevaren). pets. menjoentik oerat. mOm- . mOnjiksa. (naar beneden). penoeloeng bitjara. mOlabrak. loenas. Afbetaald. bandera laksamana. p~ngatjara.v. o. pemberita. Afbidden (Gods zegen).. mOloenaskOn. gambar. Afbeelden. Stroom af. m. Advies. toeroen goenoeng . mOnjiksakOn. pengapit. v. bitjara. Af betalen. kapal laksaAdmiraalsvlag. Af en toe..dari pada (gedaan) soedah. Af (van af).. memeta. mOminta (mOmoehoen) bOrkat Allah. boewah thmpoeroeng..dari. Berg op en af. impas. Aderlaten. Advertentie. boewah apokat. soedah djadi.. Afboenen. hampir. m. mombajar loenas. Af bakenen. habis. memantik oerat. terkadang. pemberi tahoe. mOnjikat. mOnsiasatkOn. (van ears brief). Af beelding. poetoes. Advocaat. zie : Polsslag. (afgemat). djabatan (dara294 ADMI. o. laksamana. Adjudant. mewatesi. mongalamatk~n. adang-adang. Afbeulen. (verzoekschrift).

mOndjoewal akan di bongkar. A. bagian.). de oranjeappel). Af breuk doers. (van hat gebergte naar de vlakte). emper. Afbreuk ljden. mongoetil. Af brengen (naar beneden brengen). petak. membOhagi. mOmisahkOn. sOngkoewap. mOnjOsatkOn. (van een voornemen). kotak. mOmbongkar.mOnoeroeni. mOlepasken... bab . (van krtjgsvolk). mOmoetoeskOn.fdammen. mOnObat. habis di makan api. poetoes. menjelesaiken. Af braak.boendOr. pasoek. lets voor afbraak verkoopen. dapet roegi . (van een scbuld bij paiementen). mOroegikOn. toeroen. (in brand steken). Afdoen (van een werk). bisken. mOnambakkin. pOtjah. bOrhOnti. als bijv. Af breken (sloopen).rombakan. mengilir. menghaAFDR. lade). roegi. (een gesprek. Afdeeling. Afdak.v. Afgebroken. (van een onderzoek. gOntas. mOnjimpangkOn . hangoes. fatsal. habis tOrbakar. milir. mOngloewarknn. Af branden (door vuur verteerd worden). mOnOrbis. mgmbikin bOndoengan. Afdeinzen. memoetoesken. mOmbOri lOpas.bongkaran. mOnggOntas . mOngoendoerkon. mOmbalikkOn. karoegian. oendoer. mOmbakar habis. touw. (in vruchten. (yak.m. Afdeelen.katoemboekan. (van een boek). Doers afdeinzen. mOnoeroenkOn. AFRO. patch. Afdalen. enz. mOnjasarkOn.kasi lOpas. enz. membajar . pegangan. bongkar. menjoedahken. o. (takjes of bloemen). (van den rechten wag).v. behagian. angoes.m. menitjil. pasoekan. (in kleine stukj es). mOrombak. distrik . mOlanggar haknja orang. Af breuk. ook : habis. pokiek.). menjoesoetken. Afdanken. rombak. pangsa..moelangken. mOmbawa toeroen. membendoeng. moendoer . mOmbfndoengknn.. lemands rechten of breuk doers.

). 295 nan. Doen afdwalen. menjitak. menoelak. memboewang ajer. berboenji. mengeringken. zie : Afdruipen. memetrai. menjesatken. menggosok.). Dunne afgang.menggoegoei ken. mengetjap. Afdruipen. menera. meninggalken. mengesat. (afleggen van kleeren. meletoep. verminderen). toeroeAFRA. tjapan. montjor. bertitik. (van een schot). m. membajar loenas. menjitak. teraan. menetes. anjoet..tjoeram. selesai..(stoelgang). (van kleedjes).. (de stof). tjitak. menoentoet. tahi. pergi kabelakang. kareta meriam. bekas. menjasarken. (van een voornemen. laloe dari pada . meloenasken. (van een ongeborenvruchtl. alasan meriam. menjimpangken. Afduwen. membabas. . swat. Affuit. moeroes. tjitakan. Afdwalen. Afgedaan. impar. penjitakan. rompang. (recht op lets). boewang ajer darah. menjapoe. Afgang. memboeboeh tjap. menjeka. (van een scbuld geheel--). seka.enz. alas meriam. sombeng. (balling.Afdruk. nlengetjap. soedah. goegoer. soedah djadi. Afdrogen. kasesat. berak. mengilir . menoedjoe. meminta dengan paksa. toeroen. Afgebrokkeld. hanjoet. o. melepasken.). berak. peneraan. berlinang-linang. men era. meminta dengan keras. soedah habis. poetoes. berak.). m. boentoeng. kesasar . Afgeknot. membajar habis. Afdrukken (van drukwerk). boewang ajer. tjeret. boleh koerang. (van een prijs. menanggalken.iringan. enz. koerang. . (van stempels). tjap. toeroen. (outlasting hebben). Afgaan (naar beneden gaan). milir. mmboeka. mengesatken. (afdruksel van een spoor. medjen. berhamboeran. Afdruppelen. bersesat.mengoerangi. patch. Afdrijven (met den stroom). Afeischen. Bloed-afgang. enz.enz. mentjeret.dengan sedikit-sedikit. rampoeng.

retja. penjembahan berhala.. oetoesan. Afhandlg-maken. m. (near beneden halen). geli . Afhalen (inhalen. ta'loek. kasi. soeroehan. berdjinakan. Afgezant. (van verf). Afgodendienst. enz. (van lets . di bawah perentah. memotong .. tjoeram. Afhandelen. melepasken. mendjempoet.. bergantoeng.. letih-lesoe. Afgrond. membeset. tjampoer. Afgemat. tjemboeroean. Afgunstig. lelah djerih. menetak. mengakalken.. djaoeh. dengki. tjoeram. Afgrijzen (afkeer). mendjangkit. bersahabatan. m.). Af hakken. soenji. menggantj oe.. Afgod.enjoedahi. menebas. bertjampoer.. ontvangen). (diepte der zee). mengambil. Zieh afgeven met. memotong. loeboek. m. merampoengken. meloekang (van gekleurd lijnwaad. menoeroenken. Af haken. (eenzaam).Afgeleefd. v. mengaloe. berdengki. menjelesaiken. berhala. dengki. Afgodsbeeld. Afhellen. Afgeven (overreiken). mengoepas. artja. m. loentoer. mengoendjoekken. bergantoeng kapada. patoeng berhala. Afhankelijk. soeroehan. tjape. memantjoeng. memberi. menjimpang. menghabisken. sepi. menjengkolong. m. menjerahken. djoerang. oetoesan. Afgevaardigde. nendas. (afstroopen). kiriman. melengket. tergantoeng.. Afhouden (op zijde gaan). letih. satengah coati. toebir. (tjzing). o. mengeset.. m. di bawah. menerimaken. beset.. pajah. terlaloe toewa. lames. memanggal. berhadjat akan. me296 AFHA. orang menjembah berhala. patoeng. Af gunst. lesoe. meloentoer. ngeri. mereboet. Afgodendienaar. memoetoesken. membabat. miring. o. toewa sekali. Afhangen (neerhangen). Afgelegen (ver). (korten). mapag. lelah. m.

memarani. m. menoelak. memapak. memotelken. Afkomeling. tiada soeka. afwenden). bentji. menjela. menegor. (van iemand). Afkeerig. berasal. mendapetken. meng erat. menggerogoti.). toeroen. berbangsa. Afkappen.toeroenan. mengoetil. Afhouwen. memasak. Afklimmen.m elarangk en. moengkir .. menoeroen. djemoean.m enahan. moewal. mereboes. koel. toeroenan. Afkeuren (berispen). moewal. bentji. menampoehi. djemoe dari. (van werken). memaloe. merampas. toeroen. geli.terughouden). Af komen (near bededen komen). bentji.asal. Een of keer van lets hebben. berdjemoe. membentji.bangsa. Goed van lets afkomen. membentji. Afknabbelen. Afhuren. m. (verwijderd houden). mendatengi. Afkeer. (heat). Afkoken. geli . moendoer. menjebrot. mengoetoengken. terlepas dari. (op iemand). menjewa. menoeroeni. menahanken. sews. lepas dari. menggentas. Afkapen. menanak. menjelaken. Afkeerig zijn. mengelaberak. memotel. mematahken. bermoewal. djemoe. tiada mane terima. memepak.v. melergos (weren. djidji . enz. loepoet dari. memanggal. toeroenan . beroentoeng. menampoeh.. mematahken. Afkeeren (zich--. zie : Afhouwen. berpaling. (verwerpen). Afknakken.. Afkoelen. mendjaoehken. pareeren). menangkisken. Van voorname of komst. memotong. geli. menjedjoekken. mendinginken. mengoesir. berbentji. (van lets bevrijd worden. segan. tiada menerima. menghantem. bentji. melarangken. Afkloppen (afrossen). bersegan. Afknippen. memoeAFKO. diloepoetken dari . memorot. menggoenting. berbalik. oendoer. menghampiri. menetak. Afkomst.

(een weg. mengoendangken. (van getuigenis). enz ). menjaksiken. loepa. reboesan.). bersoempah. Afkoop. memotong. paneboes. (sterven). membajar diet. memendekken.).Afkoop van heerendiensten.menoeroenken moewatan. enz. Afleeren (vergeten). meringkasken.besar. Afleggen (van kleeding). tiwas . asal. (iemand van zijn werk). menjoesoetken. merawatken malt. mematahken. (uitscheiden). asal. Afladen. (van een gewoonte. asal. meninggalken. enz. memboeka . menjorong. bangsaw an. Afleiding. seloeran. toeroenan. menoeroenken. Afkooksel. (van den rechten weg). mendjalani. mengoewarken. lipoer. (onderdoen). (van een bekentenis). (afhouden van geld.enz. (paneboes. menj oesahken . mengakoe . (van een lajk). pohon. menghilangken tingkahnja. enz. berkaoel.(vanwoorden. v.. (omkoopen). meninggal. pembajaran. pokok. berseroe-seroeken.. menjoedahi. meneboes. Afkomstig. menanggalken. berasal. menjoempah . (van een eed). pembelian. menjasarken. bersaksi. simpangan. (van water enz. (van verdriet. memberi bangoen. AFLA. mengganggoe. menobatken. Af korten (porter maken). (van een gelofte). pengli- . menjimpangken. mewartaken. (doers verleeren).). (de doodstraf). o. memberhentiken. berdjalan. Aflaten (neerlaten). ajar masakan. meloepaken . (van een woord). mengoeloerken . berhenti. mengalirken. toeroen. nark saksi. koewah. mengoewar-oewar. pembajaran. membongkar moewatan.). Afkondigen. menjasatken. Afleiden (van water). mengerdjaken malt. teboesan) giliran pakerdjaan kompenian. tjengkolong. mengaoel. Af koopen (loskoopen). (afstamming).). teboesan. memandakken. mengapokken. mengadjar. coati.

hellend). djoerang. menoeroen . mentjapeken. rnendjilat. Afloop. mengintip. memoetoeskerl. (meters). berlinang-linang. membawa masoek. (geheel to voet afieggen). alir. meneboes. (verzwakken). merampoengken.poer hati. (met een inhoudsmaat). menggambarken.. melemasken. mendjalani sampai soedah. (helling). berpoetoes. kasoedahan. Afmalen. Afmaken. miring. (van bet water). (van een kapitaal). mendjangka. tjoeram. mengintai. mengombaliken. (schuin. memboenoeh. (coos makers). menoelis gambar. penghabisan. melepasken dini dari pada. berhamboeran . mengamoki. mengangkat. (van een klok). (serer zaak). (van tweet). menghabisken. mendjarah . bergiliran. berkasoedahan. merrYoelangken modal. toeroenan. memoelangken pokok. (teekenen). nieloentjoer. iringan. memboeka. ganti-berganti. loentjoer. (uit den lombard). (verdeelen). (dalen). soeroet. meloekis. memberhentiken. miring.(einde). berkoeliling. AFNE. Clangs een helling. mengangkat toetoepnja. (uitmoorden). Afloeren. (afpassen). menjerahken. bergilir . (eindigen). menghabisken d jalan . 297 mengalir. menghabisken. Aflikken. membajar. berhenti. berhenti. poetoes. menggiling habis. memboenoehi. melelahken. mengganti. (schulden). menjoedahi. menggambar. (dooden). zooals een schip van stapel). (van tranen). Aflossen (vervangen). menjelesaiken. habis . (beeindigen). (van water). (plunderer). mengerdjaken habis. melemahken. membehagi. menandang. Zich van iets afmaken. membehagiken . Afleveren. mendjilati. (malen).m. menerimaken.kasoedahan . (rondloopen in). bergantian. (eb). mematiken. bikin coati . Aflichten. Afmeten. pengalir. toeroen. Afmatten. melondjor. soeroet. mengoekoer. mentjeriteraken. . poetoesan. (elkander). (verhalen). poetoes. soedah. Afloopen.

Afrels. membatesi. meroentas. memaloemken. kasi (memberi) lepas. Africhten. (voor merkteekens de grenzen aangeven). mengambil dengan paksa. mengesat. Afrossen (ranselen). meloenasken. zee: Afpalen. mengetam. bermohon. (aftrekken). membandingken. memboeka. memotong. toeroen. (nemen). menjendal. menasihatken. djadi koerang. menjegahken. melarangken. mengambil. pangkat. mematoetken.. Afrekenen. (afperken). menjentak. Afranselen. membetoelken itoengan. (van de hued). (naar iets). menjampadani. Afpassen. angAfreizen. memboenderken. meragoet. menandat. memboentarken. v. Afraden. mendjadjahi. Afscheid. memboelatken. merampas. Afnemen. member tabs. mendjangka. mengangkat. labrak. meniadaken. (verminderen). soeroet. (kat. memboewang koelitnja. mengoewarken. menghantem. mengoepas. memageri. meng- . melepasken. Afschaven. menghabisken peritoengan. Afplukken. berdjalan. mengambil. menjeka. berlajar. Afpalen. memoekoel. mendjangkaken. Afpellen. Afroepen. (betalen). menganiaja. memaloe. memaloe. mewatesi. berkoerangan. menjengkolong. membandingken itoengan. mengadjar. menghantem. mengalap.. melabrak. Afperken. 298 AFPA. (eon eed). memboewang. mints poelang. mentjeraiken. memetik. mereboot. Afscheiden.meletjetken.menaker. menjeroet. koerang. melepas. mengoelilingi. Afrukken. (met een doek of vegen). menggasak. letjet. menggentas. berangkat. (van bet water). (over zee). o. menggasak. memoekoel. (geven). melabrak. memberhentiken. (een land). melepasken. Afronden. menjoesoet. Afpersen. membajar. beroleh dengan paksa. menjoempah. Afschaffen. peninggal. kasi tabs. mengoerangken.

menahan. menjikat. enz. merantjanaken. Afschrikken (bangmaken). zee : Afscheiden.mentj ere teraken. menahanken. menjoekoer. mengorak. mengirimken dengan peraoe (kapal). (van eon lijst). memangkas. melepasken. (vruchten enz. menoelis.menggambar.). menjidoek. (van eon 'haag). AFSt mengebas. menembak.. merobek. menjowek. Afschudden (van zich schudden). mengoetil.(verhalend). Afschepen. (kleine stukjes van iets). menoeroen soerat. Een ruimte enz. mengirap. menggojang. membikin takoet. Afschetsen. mentjeriteraken. Afschillen. membitjaraken. menggambarken. menjalin soerat. memetaken. menjisiki. memboenjiken. v. mendjaoehken. (van de schapen). menjisik. Afschrappen. asingken. memaras. mengeboet. (van eon pijl). Afschrijven. pisahan . mengirapken. memboen- .AFSC. menjebelahken.. mendjeraken. mengerik.. mengoepas. menghapoesken. lemand beleefd afschepen. mentjoekoer. mengorakken. menjendok. mengeroek. Afschuieren. mentjarik. Afscheuren. m. Afschrift. (grens). Afschrik. Afschieten (van eon vuurwapen). van een boom. memisah. sobek. o. Afschilderen (teekenen). memboewang koelitnja. mengikis. menggoenting. menendang. memanahken . mengojak. robek. menglepasken(mengloewarken) orang dengan kata gang manes. Afscheppen. mengeboetken. Afschubben. memasang.(verhalend). menakoetken. (terughouden). mengebasken. membabat. orates. pentjeraian. Afscheren. menakoeti. takoet. Afschoppen. membikin gambarnja. soewek. afschieten. Afscheiding. toeroenan (salinan) soerat. bates. menjobek. memisahken.

enz. mendindingi. (haat). menjorong kabawah. potongan. menggorok . Afsloven.(weigering). mendjatohken harganja . memageri. tiada mane terima. menangkisken. djadi loesoeh. Afschuiven (naar beneden schuiven). menendas. Afschuimen.. potong. Afslag. (met eon versperring of vertakking). menjakat . remand den wag afsni jden. v. (van mouwen). memotong. (met een gespannen touw.). mengoetoengken . (van prijs). Een zaak van zich afschuiven. ngeri . membendoeng. (van straf).. membendoengi. menetak. Afschutten. memboewang oentoek.~uen naves gang) menjiat poesat. menjakat.penoelak . menoetoep . enz. Afschuweli jk.enggan. (den vijand). menjoesahken. bentji. melepasken. (ijzing). . menjegat. toeroen harga . nl Afsna njenta~ Afsnijden. geli. melorod. (van hat voorwerp zelf) djadi roesak.). memalangi. memajahken. 1~ at. mengoentji . menjakat djalan . menoelak. haiban. merentangi . melorodken. mengeratken. merentas. boesoek sekali. Afslaan (hat hoofd. enz.der. memotong. pengoerangan hoekoeman (siksa) . menjengkang. memotong leher. (van den neus).m. mengoendoerken. memakai sampai boeroek. (van kleederen de stof -). (den prijs). Afschuw. (den hale). mernotong poeser . merompongken. mengeboetken. (van hot haar). (weigeren). (van een wag). mengerat poesat. memantjoeng . Afslijten. (van geld). menjapeken. melelahken. mengempang. menjembeleh. menoeroenken. -sampai roesak . memalang. tjengkolong. Afsluiten.). (met een slot). (afweren). (een rivier. menjegati. (met eon dwarsboom). menggodot. mengebasken. djadi boeroek. meragas.

meranting. bard j andji.. Afspraak bi j handsiag. perdjandjian dengan bertampar tangan. anak. rnenenggelemken kasoesahan dalem minoeman.. antaranja.: w~ rgaw'~ ). m~njelang. m~mbiark~n. merampal. m~njerahk~n. toeroenan. s~rahan . makan. toeroenan. mengoembah . membawa. (met eon schaar). pantjaran.terdj oen.). memangkas Afsnoeien. meevoeren door water). V. m~nitis. Zich aan eon afspraak houden. berdjandjian. melaroetken. joedjana. toeroen (van een on- . dari djaoeh. larat.enz. Op een afstand. Afspreken. v. djandji. De zorgen afspoelen.. menghilangken pengharepan . b~rdiri djaoeh dari pads. berdjandjian. asai. Afspoelen (reinigen). mendjandji . anak-tjoetjoe. (van grond door water).. Eon afspraak makan. laroet. (van lets.~. zoover als hat oog reikt). menerdjoen. Afstand doers van.(de hoop). (verwijderd staan). Afstamming. Vast afspreken. R Afstt. mentjoetji. merampal. Afstammen. berdjandji. (van hat gezicht. m~nj~rahk~n. Y . Afspraak. djaoeh. p~nj~rahan.. m~ninggalk~n . (tusschenruimte). toeroent~moeroen. meninggalk~n. m~l~pask~n . (uitspoelen. asal. lit. molepask~n. djandji. m. m~nj~langk~n . mengobahken perdjandjian. memoetoesken asa. mendjandji . melompat dari atas. Van afstand tot afstand plaatsen. memangkas.. menjampaiken perdjandjian . slang. memoetoesken pengharepan. Afstand (verte). terbawa ajar. Afspringen (van boven). Eon afspraak verb reken. widjana . menjoetji. berasal. Afstammeling. dzoeriat. bertegoh-tegohan. Afstammelingen. Afstappen. djarak. toeroen. merantjoeng. menetapken perdjandjian . borpant jar. meranting. perdjandjian . m. peranakan ..(takken van boomen. titisan. djandji. antara. het afstaan). menggoenting.

(van tweet). Afsterven. Afstroomen. mendjatohken.mengangkat kalangkapannja. djaooh. (ebben). menjiksa. memberi pengadjaran. mengamboel. Aftappen (overgieten). pen der vingers ergens op). mmotong . (~erschillen) beda. meninggal. m~noelak. menghoekoem. bersinar. m~noelak. memantik. m~njikat. Afstompen. memasang . m~mbiark~n. AFTR. coati. b~rlajar . m~ngalahk~n. berhiliran . m~noelak. menj eka . Afstij gen. mengadjar. menjamoen. (van een vuurwerk). (bloed). (met een beitel). mengalirken ajernja . menerdjoenken . (ears lucifer). mengalir. Aftakelen (een schip. toempoel. mentjolet. Afstroopen (villen). berlinang-linang. Afstammen. (van vochten). mengilir .Zie verder: Storten. mnja. (doers vallen). menoelak. Afstooten. (weren). terdjoen. menjang- . (in kleuren).). m~njeka. berlaman warna . membeset. m~mahat. Afetuiten (terugstooten). melorot. (de top. (benedenwaarts van een rivier. enz. tiada mgmbitjaraken lagi. m~nang. (van palmwijn). Afstoffen. soeroet . m~noempoelk~n. Iemand de loe f afsteken. Afstorten (vallen). mengoepas. menggeret.derwerp). mentjoerahken. mengeset. Afstraffen. (van tranen). menjalin. Afstri jken (afvegen). (plunderer).menjolet.poe. Afstralen. sentak . menoewang. toeroen. mengoeliti. (een rivier). b~rlaman roepa. b~rb ed a . (met de hand). enz. m~mbikin toempoel. memantoel. milir. wafat. berhamboeran. Afsteken (van wal). m~n~rdjoenk en. mendjarag. rnenjadap . m~nd~hoeloeI. menggeretknn.).

djatoh terbolak-batik. (in water). kotoran . (de huid enz. Afvaardigen. riddat. memageri. oendoeran.. (rest). mengikir. menjeka. m. djatoh kadjoengkel. (tangs een rivier). menendang. batik. berhoembalang. oendoer. djadi moertad. Aftuimelen. m. menjekai. (terugtrekken). Afteekenen. riddat. menggambar. menantiken.. v. memboenjiken. membeset. menjoeroeh. angkat. (vermageren).. menjapoe.ampas. Aftuinen. Afvoeren (vervoeren). (sane rivier). Afvallig. (korrels van de aren).gerah. Afvorderen. mengoekoes. Aftrek. meminta dengan keras. . mengilirken. membiarken. Afvragen. melepasken. masak. Afvaren (wegvaren). Aftocht. mengalir. (met een ruk). Afvloeien. Afvegen. memantjoeng. (ontrouw zijn). menggiles dengan kaki. tiada merdoeliken. sampah. menoeroenken . menerdjoenken . menjengkolong . potongan. Afvallen (vallen). Aftrappen. memasang. menembak. memaksa. Afvuren. tjengkolong. berlajar. mengirim. menjentak. menggambarken. doeraka. menoentoet. mengoepas. membawa. menoelis gambar. angkatan kombali. milir. mendoeraka. me nagih. djatoh. lakoe.). Afwachten. moendoer. potong. terdjoen. loeroeh. meninggalken.. mengoetoes. mengeset. m. menanti. menanja. Aftoppen. Afval (vuiinis). Aftrekking. memetaken. mengerat oerat. (ontrouw). doeraka. (hebben). menjedoeh. menjojak. djadi koeroes. menendang poetoes. Afvijlen. meAFT R ngopek. De hand van iemand aftrekken. tjengkolong. menjendal. mengikirken. Aftrekken (rekenkunde) memotong. moertad. menjelidik. mengesat. seka. menanjai. mengoeliti. sisa. goegoer. mereboes.

berganti. mendjaoehken. membawa hash. menjegat. mentjeng. menggoeloengken. membasoeh. de ge 44 bok. Afwijken. menoelak. kasasar . mendjatohken . menjelang. Afwijzen. menjelimpang. merampoengken. mandi. mentj ong. membelokken. tiada hadlir. melentjong. menjimpangken. Afwennen. berbeda. Afweren. menjoedahken. menoekar. menrr11L b.toenggoe. bergantian. gingsoer . berselang. melemparken. gingser. menjimpang. tiada terima. meninggalken.(zich afwasschen. (van een wet. mendatangken hash. Afwerpen. menghempaken. melaloel. bersesat. menoel ak . berbalik moeka. berpaling. (jets). memboewang. (verdwalen). (om den andere-).d of wijzen. zich afwasschen. beds. (verschuiven). beralih . mengengganken . menghabisken. (verschillen). djaoeh. bertjidera.menoelak. memalingken. mengoentoengken. enz. menggantiken. menoekarken. er- . Afwentelen. melanggar. menoenggoe dengan sabar. Afwezend. meloentar. Ieman. fonder wag). menggoelingken. berbalik. menjoetji. mengesat. menangkal. -baden). menjabarken. (jets met geduld). Afwatere Afwegen. meloentarken. (van een onhell). swat. bermandi. menjeka. Afwerken (afmaken). Afwisselen. mengadang. berbalik mata. meliwati. membias. Afwisschen. mema~.). tiada ada. menjapoe. menangkisken. tiada berhadlir. menoenggoe.menangkisken. Afwenden (zich). Afwasschen. melempar.mentjoetjiken. tiada mane terima. menahanken. melengos . ALGA. membahkken. (voordeel). meloepaken.mentjoetji.

m~mp~rdajaken. tiada merdoelik~n lagi.). Agurk in zuur. Afzetsel. mel~pask~n. satoe-persatoe. tjangkokan. (van een arm. membiarken. (berooven). mngirim. .. menjamoen. penipoe.. Zicli afzonderen als kluizenaar. m~njangkok. m~ngoetoengk~n. mengloewarkpn. zie : Mwezend. menjingkirken . masing-masing. Agent. Afzien (van iets). satoesatoe. anjoet. Afzadelen. koewasa. menetes. mentjzraikrn. geloeloer. Afzonderen. b~rlajar. m. enz. mendjaoehken. bertapa. mombias. Afzeggen. Afzeilen. Afzakken (zakken). o. b~ladjar dengan melihat. ketirnoen ketj ul .. kagolian. m~ngirimken. Agio. o. Veranderen.(uit een ambt). djelek s~kali. menjeka.)..). m~nggolik~n. jakoet. (van boomers. b~rjai. m. boesoek sekali. memisa. milir. m~mb~ri (kasi) lepas. mengangkat p~lana.. m~lihatk~n. b~Afwr ~. akik. Afzweren (ears godsdienst. basi. (van boomers. m~njoeroeh. Afzagen. m~noeroenk~n. polmak. sarf. menjimpan. m~mbikin tjangkokan.. enz. meninggalk~n. mtngg~radji. melepas. m~ngoetoes. (een brief). toeroen. (met den stroom). Agurk. timoen tikoes. m~ngoedoengk~n. m. mengasingken. meminta dengan paksa . berhiliran. enz. Afzetter. wakil. Afzi jpelen. Afzichtelijk. sendirisandiri. zie : Herroepen. -~i uggosok. akit.hken. m~ngakalk~n. m~lorot. m~motong.). Agaat. Afzijn. m. memboewang. mem~tjatken. Afzenden. tjangkok. berasing. m~ngg~rgadji. memboeka $lava. wakil moetlak. rembes. atj ar ketimoen. m~nipoe.. Afzonderli jk. m~ngangkat sela. Afzetten (afnemen). m~ngirim.m~ngangkat. enz. (leeren door zien).. sendiri sehadja.

m.. sawah. (van een uitgeholden boomstronk enz. menakoeti. djikalau . Alarmsein. segala. kepalang. terlaloe. kendati. saben hari. menggilaken. ladang. Alhier.. (sein).. menegal. antero. Alhoewel.pakerdjaan tani. maski. soenji.. berladang.. k~ndati. lontjeng semboejan. Akelig (van gevoel). aam. mengkirikken. s~gala. tanda karoesoehan. Aldus. o. orang balar. peroesahaan tanah. serba. lagi. sahari-harian. orang tj~rewet. biasa. o. m. maskipoen. toekang tj~rewet. tongtong. teramat . kangerian. sehadja. disitoe. s~kalian.Ajjuin. semboejan. Alarmblok. sekalipoen. v. semoea. moetlak. batoe poewalam. enz. (zelfs). orang banjak. poewalam. semoeanja. Albino. l~bih dehoeloe. telah. sambil . (geheel).. disana. Aldaar. menjawah . d~mikian. tipar. gadoeh. soedah. (reeds). pakerdjaan tanah. dj oewa. (onverzeld).. djikaloe. . Akkerbouw drijven (op matte velden). hoerna. m. mengerdjaken ladang. (slechts). Op hat alarmblok slaan. semboejan. sepi. Akkerbouw. (zonder bevloeiing). roesoeh. Aleer. tjoema. kendatipoen. oemoem. sawwa. mengerdjaken hoerna. zie : Ui.memoekoel tongtong. Al. Alle. Alarm. amat. di sin i. mengnrdjaken sawah. biar. Al te. ALBS.).pertanen. Algemeen. sab~lomnja. (van levend water voorzien). v. hanja. (van uiterlijk.). tanah jang di tanemi. o.. orang saboen. (hoog in hat gebergte en tijdelijk). Akker. Albast. Alleen.. m.. (eenzaam). tiada enak . (op droge velden). hoeroehara. haroebiroe. bendang. tegal . gempar. sini. sakalian.. belaka. s~moea. genta semboejan. Alledaagsch.. b~gini. memang. Alarmklok. Het algemeen. k~ndatilah. djikalau. kentongan . Geheel en al. kabanjakan orang. Albedil. v.

Allerlei. Allerliefst. Allereerst. t~rlaloe elok. Almachtig. lidah boeaja. Allerheiligst. t~lah. maha soetji.. s~kali-kali. k~ndirian. Allegaar. ta'dapat tiada. kajoe garoe. (volstrekt). Aloud. s~moeanja. s~moea sekali. s~gala. sekalian orang. terlaloe banjak. Allermeest. pada sebarang thmpat. bagai-bagai. ta'ala. Allenthalve. (toen). kas~rnoeanja. soedah. Allerhoogst. Aloe. b~rdj~nis-djenis. kabanjakan orang. menoeroet alif-ba-to-nja. terlaloe manis. (een gewone snort). dengan sabar. v. moedah-moedahan. Als (gelijk). Allicht. (mengelmoes). orang banjak. alif-ba-ta. b~rasing. o. djika. barang di mana. Allen. (van een prijs). segala orang. terlaloe b~sar. lama lama. kaja. Alphabetisch. s~kaliannja. teramat indah.. o. Ahergrootst. kas~moeanja. s~p~rti. s~barang orang. m~noeroet hoeroefnja. maha koewasa. d~ngan p~ngatoeran abdjad. Allengs. aneka-w~rna. tjampoeran. jang banjak sendiri. p~rtama-tama... Allegaartje. segala roepa. maha koewasa. b~sar s~ndiri. abdjad. (indien). kadir. Alleman. s~dangkan . pelanp~lan. Alom. thrbanjak. d~hoeloe kala.. o. laksana. roepa-roepa. jang pertama sendiri. Almacht. 303 Allernaast. mahatinggi. (een kleine snort). Alreede. Aloehout. terpisah. s~moea. nanas w~landa. terlebi h banjak. sa'orangdiri. djikalau. manis sekali. dari dzaman dehoeloe kala. ALTIJ. s~ndirian. m. di mana-mana. aneka. kodrat. s~kalian. Allerwegen. di mana-mana. sama s~kali. teram at bagoesnja. p~rlahan-lahan. Alleszins. di mana-mana. Alphabet. Allooi. bagoes sekali. kaloe. s~moea. harga coati. kadar. thrlaloe amat b~sar. terlaloe tinggi. (afgezonderd).s~ndiri. kendiri. tat- . sedang.

Aluinachtig. selaloe. lamoen djangan.. l~bih dhoeloe.). Altijddurend (bestendig). apabila . Als het maar niet. barangdimana. medja t~paikong. Amalgams. s~karang ini. v. batoe tawas.jn). m. madzbah. Altijd (steeds. o. tanah tawas. sabagai poela. Een . masoek djabatan. o. s~lama. s~nantiasa. Als het maar (nits). kajak aj a. sabagai lagi. martabat. tawas. (op de wijze van). Alsof. lagi. djadi. s~p~rti tawas. lagi s~kali. djoega.. barangl ali. Chinoesch altaar. kaja. (dai. Aluinaarde. o. semadja. dan lagi. men ng. Alwaar. (fi. djawatan. kombali lagi. t~men toekang. ambar.. p~kerdjaan toekang.. Alsdan. semoeanja. sekarang lagi. sab~lomnja.. demikian.. s~p~rti. dari itoe. b~gitoe djoega. v. karma itoe. terd~hoeloe.o. Alsmede.. tatkala itoe. s~karang djoega. Ambt.. b~gitoe. pertoekangan..djabatan. o. Ambacht. panAmbassadeur. kapandaian. Aluinwater. toekang. Alum. m. begitoe roepa. Een ambt aanvaarden. thrtjampoer tawas. s~bab itoe. m. s~kalian. tjampoeran. voortdurend. batoe ambar.. Aithans. s~lamanja. ~kal. Ambachtsgezel. Alweder. m. s~moea. t~rkadang-kadang. Alsnu. pada waktoe itoe. sekarang. maka itoe. lagi.. mans. ajor tawas. m. . oetoesan.. o. . Altaar. dimana. poela. Altoos. sabagai . Alvorens. Altemet. pada sekarang mi. poela. 304 ALTIJ. anal .A.Amandel. barangkala.. djoega lagi. zie : Altijd. Aluinsteen. pada mana itoe. Altegader. kawan toekang. sabagai. kaloe kaloe djangan. pak~rdjaan.. Amber. Alsnog.mbachtsman. s~d~kala. k~rdja.kala. Alzoo. enz. boewah k~nari wlanda.

Andermaal. lain roepa. tike.. tambahan poela. pegawai..kawandjabatan. melainken.ambt waarnemen. sjoegroel.. tjap djabatan.. tiada memegang djabatan. memetjatk~n dari pads djabatan. karma wadjibnja djabatan.. antoep : Met den angel steken. Ambtsbezigheid.. Anderdaagsch. soesah. djimat. m. tengah doewa. tjinta. hanja. mengantoep.t. pak apioen. lain. melgpaskgn.. permata biroe. amin. (vuil in de ptjp). soesah hati.. . Amfloenschuiver. Ander. makan madat. berselang. sekali lagi.. djitjeng. Uit een ambt ontslaan. kelelet. Amfloenpachter. mengoetjap amin. djabatan. tjandoe. Amen zeggen.o. lagi sekali. roam ah madat. pertjintaan. v. Om den ander. penangkal. bdoedan. Ambtgenoot. pamadatan..apioen. let sahari. priaji. ANKE. berselang seling. kapala pak apioen. thman djabatan. m.(onbereid). Angst. nanas. menjengat. pgmadat. lam. Anderhalf. minoem madat. Anderdeels. tiada m~lakoekbn pakerdjaan. thman pakerdjaan. madat. m.. o. batoe ketjoeboeng. mengisep mada. pads lain kali. v. monjeret. satoe satengah. lagipoen. toekang minoem madat. o. Amfloen schuiven. Ananas. m~lakoek~n djabatan. p~ndjabat. m.. takoet. pedoedan. mat~rai djabatan. sengat. . Ambteloos. Anders. Ambtszegel. v. mengamini. tahi apioen. (bereid). tiada poenja pakOrdjaan. Amfioen. v. Ambtshalve. Amfloenkit. kadoewa kalinja.. Amulet. Angel. Amen. Amfloenpijp.Ambtenaar. Amethist.v. boeloe madat. m. m.. v. m~nganggoer. pemborongan apioen. pakordjaan. Amfloenpacht..

Ten anker komen. tjintjin saoeh (djangkar). tall djangkar. b~rtahar . penakoet.m. m~mbal~si soerat. berasa soesah hati. Ankerspaak.. o. m. Arakstokerij. daoen saoeh. v. Ankertouw. oeloep.. Antwoorden. Antagonist. tanah (n~g~ri) arab.Angstig. berlaboeh. pnjahoetan. m. Ankerplaats. o... menANKE. p~rarakan. Ankeren. saoeh. masoek appal. Apotheek. Ankerboei. bertjinta. memboewang djangkar.. o. batang saoeh. .. k~dai obat. adas manis.. Appal. (op eon brief). m. Apotheker. m~ndjawab. m~njahoet. mints pa$riksaan dan p~rtimbangan pads hakim jang l~bih tinggi. o. Zie : Angstig. (Zie ook : Hooger beroep).. kajoe djangkar. djawab. m. Ankerkluls. sahoetan. (op eon brief).. Ankerblad.. Ankerschacht. v. Ankerring. Angstig van aard. bgrlaj ar .. pengoengkil saoeh. Anker in eon muur. takoet.. Antwoord. pengikat tembok. m. gangkat djangkar. bidji adas manis. (In appal gaan. p~ngarakan. djangkar. sahoet. Ankeragegeld. m. bersoesah. Arbeid. Angstvallig. v. roemah obat.. boa $laboehan. Anijs. s~limpat. enz. p~laboehan.. Appelleeren. s~t~roe. v. p~roesahan. v. o. o. k~rdja.. b~rlaboeh.. roeba-roeba. Arak. p~rmintaan pap~riksaan dan $rtimbangan pads hakim jang 1~bih tinggi.. lampoeng djangkar..). Voor anker ri jden. Arabesk. Het anker lichten. Anker. o. Arabier. m~mbal~s. o. (scheeps-anker). orang arab. oesaha. tall saoeh. toekang obat.. pembalgsan. daoen djangkar. arak. kapals roemah obat. Arabia.. djawaban. v.

Arendsneus. soeka k~rdja.. oepahan. tj~redik. v. batoe loko. Argwaan.. Aan HOLLANDSCH-MALEISCH. kira . Arm (van een rivier). Arbeidsloon. Arm. gadji. De onderarm zonder de hand. Aria. ook : tangan. m. De armen op do beret kruisen. menaroh sjak. perkoempoelan poelau-poelau. miskin.m~lenggang. b~k~rdja. miskin. radjin. Rechterarm.. menaroh sjak. m~ntjOhari r~dj~ki. orang m~larat. toeloes hati.. b~rtipoe. Argwaan koesteren. In de armen sluiten. papa. b~p~lok. Met de armen slingerend loopen.. lengan. m.. berakal djahat. Argeloos. kapoelauan. pokok pinang. Een arm mensch. l~ngan (tangan) kiri . (per maand). b~roesaha. m~ngoesaha. (melodie). m. mentj~hari makan. tiada m~naroh sjak. ragam. Arendsoog.. (zangstuk). m~larat. hoe. m. akal djahat. tangan . Areca-palm.Arbeiden. Arm (steel). m. Arbeider. tiada ingatan djahat. radjawali. orang papa. ARM. o. belandja boelanan. oepah. njanjian. selempang. Arbeidzaam. djatoh melarat . daja. bajaran kerdja. boewah pinang. sjak. roewas sikoe. m~m~lok . p~megangan. tipoe. o.berlenggang. djadi 20 306 ARMS. Argwanend. m~mbikin. toekang.. batang soengai. tipoe-daja. De onderarm met de hand. Arduin.. Linkerarm. Arm (behoeftig). Arm worden. 305 lets arbeiden. oepah k~rdja. mats tadj~m. poehoen pinang. Arglistig.. anak soengai. koeli. pinang. k~rdja. Archipel. (lichaamsdeel). loe .idoeng mantjoeng. lagoe.. Areca. l~ngan (tangan) kanan . Arglist. Arm . pembajaran boelanan. Arend.. simpangan soengai (kali). o. v. sangka. orang miskin.m. menjangka. bersOdak~p. v. m~ngira. m~ng~rdjak~n. orangb~kgrdja.

(voor den bovenarm). inden.. pontoh.. koeman. As. Artseni j. o..... . Arts.. haroem. gedong perabot paperangan. kamiskinan. peti derma.rmpijp... memapaken. dzarrah. m. ingatan. gedong sendjata. kelaboe. mendjadiken papa. pertoeloengan. o. v. A. haram d j adah.. gelang. mendjadiken melarat. m. Armring. Armenkas. Armzalig. aroem. kamelaratan. o. anak soendel. loeloeh. tabib. indjen. m. o.. wangi. gelang pon toh. oewang derma.. warangan. berbaoe wangi. m. aboe. derma. Aroma. poesat. v. Atmospheer. tempat aboe. Astroloog. fatsal. Asch. Artsenjjkunde. pamerentahan atas orang miskin. roemah miskin. miskin... gedong slat paperangan. hina. o. zie: Arm. v. Arsenaal. Artikel. anak haram... Artillerie. setabelan. Aschbak. haroem. Aterling. Arsenik... Artillerist. obat. as. ilmoe obat. memelaratken. Aschgrauw. oedara. Armoede. o. Aschkleur. v. m. zie ook : Arm. sasterawan. v. m. dokter. Assisteeren... tjelaka. Aschregen... koersi bertangan. v. koersi persenderan. deboe.. Armstoel. m.. m. orang (soldadoe) setabelan. Armband. v.. roepa (warns) aboe. Armengeld. Armenhuis. Aromatisch. zie : Helpers. poeroes. penawar. AZEN. wangi. o. berbaoe aroem. boeroek. sapameloek. m. Atoom. zie : Hulp.. o. kapapaan. Armvol. Assistentie. melarat. Armbestuur. perhatian. perkara. toelang lengan. ilmoe menjampoer obat. Armoedig. leboe.makan. Attentie. zie : Armband. v. v. doekoen welanda. haws. hoedjan aboe. aroem.

. tjoeka . Avondstond. terang. v. (ge- . penerimaan . Avonturier.. o. halal . m. korban. Authentiek. botol tjoeka. mentjehari makan. mengingati. m. Avonduur. AZIJN. mOnampil. Azijnstel. remeng-remeng. (met korte mouwen) badjoe koetoeng. melihat.. BAD. Augurk. sifat. m.. o. menerima peroendjoekan.penglihatan.. tedja. menampil kahadepan. wrak. mendengarken peroendjoekan. m. badjoe. waktoe sore.. perhadapan. makan sore. santap malem. v. Azen (op lets). .. (goad). kaboes.Azuursteen. (inlandsche). Avondster. petang.... magrib. bintang sore. bintang babi. Azi jnfiesch. Avontuur. oentoeng balk. madjoe. (slecht). sore. batoe lazoewardi. o. o. orang jang tiada poenja kerdja tentoe.. santap malem. o. sah.. bintang dzoe-harat.zuur. Audientie verleenen.. Avondgebed. (wollen stof). repet-repet. menjerai. malem. sandja. Avond. m. zie : Agurk. Avanceeren. rambang-rambang. sembahjang magrib. o. orang jang mentjehari oentoeng. makan malem.... kain soef. oentoeng . Avondschemering. petang hari. v. Attribuut.. lazoewardi.. Azijn. 30? A. mentjehari empan. Avontuurlljk. biroe. makan malem. soerat jang sah. zie : Avondstond. Audientie.. Baaitje. o. o. o. memandang.. oentoeng djahat. biroe langit. Zijn attentie op lets vestigen. v. B. kam boeloe. sore. Authentieke acts. Avondmaal. (zie ook : Boezem). Avondeten. waktoe samar moeka. petang. v. tjoeka djawa. Baai. Avondrood. melihatken. sandja. waktoe sandja. tempat tjoeka. v. Het heilige avondmaal.

piss.(stekel van visschen). Langs de baan. sapandjang djalan. (nieuweling). Bast (voordeel).. tangga-tanggamajit . gesloten). Baar. badjoe sik~pan. djodang.m. badjoe taro . njata. (nut). boengkoes. Baardig. mlambatk~n. (bloot. gendang. v. goendang . Bask. (groote golf). ladjoer. kakikiran. karoeng. orang btharoe (baroe). gotongan majit. b~rbadjoe. o. Baan. oewang toenai. baban. Baatzucht. labs. p~rideran . toekang. gosong. Op zijn baaltje krjjgen. djalan b~sar . (lang. (modderbank).djenggot.. oesoengan. Baard. b~rdjenggot.. v. doeri . ramoes. Een baal papier. lirang. Baal. djondang. Een baal gedroogde visch. tanda. (van het koren. Een baal rijst. m~landjoetk~n. ramboet. r~mbang. Heirbaan. (van geweven stoffen). lerang. enz. b~ban .). tot aan de enkels reikend. b~toel. lenjau. boengkoesan. Den bass spelen. pandai . Een baaitje aan hebben. Op de lange baan schuiven. batang. (draag-).jk-). enz.badj oe koeroeng. m~ngatas-atask~n din. m. tams. . badjoe takwa. di poekoel. sag~ndang (-k~ndang.. ranting. alleen met een openingvoor het hoofd). tj ambang. Baar geld. kampil. faedah. (nauw sluitend). v. tiang tanda. djalan raja.djenggot baoek. v. di lab~rak.heel dicht. aloen. (meester).. k~na poekoel. beting boesoeng. g~loembang . (staaf). spit angkoep. gotongan. (weg). kandoeng. m~radja lela.)... kandoeng p~ranakan. (zandbank voor de monding van een rivier. -goendang) kertas. open). toewan. terang. sakaroeng bras. (li.. djinarat. Baarmoeder. ombak. dj~mpana. goena. p~rtoeloengan. rahim. Baardtangetje. Bass. sab~ban ikan k~ring. djalan : (van een hemellichaam). (van gedroogde visch). o. m~ngalahk~n hoekoem. p~ranakan. oowang kontan. tjatoet. p~rgoenaan. di b~ri. oentoeng. k~ndang. p~poedjoe. totok. angkoep.

omong.. p~ngaron. tangas. b~rmandi ajar pangs.. m. v. v. Een warm. (na eon bevelling).. Bader. b~rtoetoer. menjepoehk~n. Babbelaar. o. roemah p~rmandian di atas getek. p~rmandian. Badkamer. mandi nifas . toekang tjomel. omongan. mandi wiladat. ajar mandi. m~ngomong. v. (in tranen). b~rbantjang. mandi djinabat. tangas. toekang ngotjeh. (van hout als presenteerbiad). mandi. roemah mandi. menjopoeh. (houten. s~poeh. mandi djoenoeb. pane. g~dong p~rmandian.. bgrtjortjoran darah. balai kambang. (gemetseld). orang g~latak. Baden (zich). Bajonet. mandi.. Bagage. Babbelzucht. omong kosong. doelang. m~ngotjeh. (voor metalen). v.koelah.. s~poehan. tjoekin. o. b~rmandi. bgr~ndam (b~rtjotjoran) ajar mats. b~rsiram . paso . (warm-. mate sangkoer. paso p~rmandian.. tj~ramah.. m~nangas. orang b~leter. koelam..(gemetseld). m~mandikOn. Bakboord. Babbelarij. orang mandi. (drijvend).. b~leter. (na den 4Oen dag van het kraambed). siram. bermandi.roemah p~rmandian. talam. m. (iemand). sangkoer. koelah . toekang ngomong. o. kamar mandi.lobs. mandi darah. barang-barang. v. permandian ajar pangs. bilik p~rmandian. stoom-).kaIn mandi. koelam.kain basahan.. Badkuip. ajar p~rmandian.. Bak. (van aardewerk). thmpat mandi. Badwater. Badhuis. 308 BADE. permandian tangas..waarin de rust wordt omgeroerd). Badstoof. Een bad nemen. Bad. o. m. thl~san. (in blood). orang tjeramah. v. Badkleed. toekang ngomong. Metalen in hot bad zetten.. m~njiramken. Babbolkous. m.. Babbelen. tangasan. toekang ngotjeh. o. orang b~rbantjang-bantjang. sab~lah kirinja kapal . of na den coitus). (na een zaadstorting. stoombad nemen.

oental. doekoen. doekoen baji. v. (voetbal van rotting). kOrandjang. Bakkebaard. Baksteen. mOmoewatkOn toelak .. asal. Balans. Bakpan. Bakkerij. timbangan. toelak bars. m. m~manggang.. b~rboewat angkara. timbangan p~rahoe. Baiddadig (boosaardig). thmpat toempah darah. datjin. thradjoe. (in vet of olio).. balok.. m. kab~ranian. m. Een eierstruif bakken.tjambang... mendadar. m. gOlondong. (brutaal). peler. r~ndangan.v.. datjinan. boewah paler. Bakmeester.. zie : Beak. b~rboewat roesoeh. doekoen b~ranak.. (rekening). wadjan.. bakoel besar. naratja. v. Ballasten.. raga. alas moewatan.dapoer pembakaran. membakar. Balein. Bakken (3n eon oven). batoe bats. nakal. Baken. Baker (vroedvrouw). n~g~ri (tempat) kalahiran.. (stout).(p~rahoe). v. b~rani . m. k~tai.. m.. thmpat kaloewar.m. batoe baker. nakal. batang kajoe. pests. Baktand. bakaran. enz. toekang roti. BALL.. angkara . v. m. (biljart-. (in eon pan). koewali. . Baliemand. b~rboewat kanakalan. tamb~ng. thmpat (roemah) p~mbakaran roti (koewe-koewe). v. (testikel). djoeroe makanan. p~nggorengan. gorengan.. (voor eon snort kegelspel). isang ikan panes. m~ri~ndang: (boven vuur). Balddadigheid.. Bakoven. kadjahatan. v. m~nggoreng.). o. v. Balkon. Bal.. o.. Ballast. o. p~niti b~sar. v.. nl~gOri (t~mpat) kadjadian. Bakspier. (unster). (bak). Balddadigheden plegen. bats. m. Balk. pi). Baksel.. (dansparti j). bola. gigi graham. kanakalan. pests dangsa. p~rbandingan itoengan. paso. (balletje. Bakermat. graham. djahat. Bakker. Belie.v. Bakerspeld. langkan.. dapoer.

v. m~ngembangk~n. kantong paler. pokok pisang. menakoeti. (Europeesche). djilid. (geldinstelling). sandang. masoeh. katatoekan. kantor oewang. BALL. Ballingschap. alamat.m. tambatan. Baloorig.. Bandolier. m. (zandbank). takoet. bandera... orang pOmboewangan. min goesir. gosong. m~mperdirik~n. takoet. bale. (rechtbank).. (koraalbank). m. tiada enak hati. k~tjil hati. pisang. p~ngoesiran.orang boewangan. toenggoel. m~ngoetjilken. p~rentah. p~ntas. Banaanboom.kontol. m~ngloewarken.bars. v.. ikatan. (boekdeel). Ban (uitsluiting).. l~njau. bang. pandji-pandji. v. minjak kasai. moering-moering. ikat. p~nawar. haibat. bangkoe. m. boewangan. v. p~njamoen. permaman k~tai . m~mbikin. . s~lempang. simpai. m~nj~diak~n.. poehoen pisang.. (van aard). bangsat. hoeboengan. m. (hoepel).p~ngikat.). (gebied). t~gar. mengibarken. (touw).. Balling. (angstverwekkend). hoekoemat : In den ban doers. sakit hati. pemboewangan. katakoetan. Bang makers.. pengaBARM. Band (bindmiddel). tjintjin. begal. Bandiet. . m~ratak~n. marsh. Banaan. De barrier ontplooien. mahkamat. karang . minjak raksi. Balsam. Balzak (scrotum). 309 dilan . Bank (inlandsche). Bangheid. v. pgrampok. tali. pengoetjilan. Baisturig. sepak raga. slam. p~ri hal kaboewa= ngan. m. memboewang.. pemboewangan.katil. k~ras hati. boesoeng. m~r~ngoet. koewatir. enz. bale hoekoem. (lint). (troost.. haiban.. m. m. p~rmainan sepak raga. Banen. (met den voet). bale-bale. Bang. (modderbank). biting. Barrier. o. boewah pisang. pits. p~nakoet. Balspel.

m. pnjoekoer. bangsal. Bankroetier. mengloewark~n. m. Bartt.(van leaning). Barbaar. morekah.. m~l~tak.. koewe-koewe. v. l~tak. o. m~mboewang. m. v. o. mendjadik~n.. Banners.. bOrmain top.. Bankbriefj e. o. roemah pegadean. djatoh. b~rpoet~ra. Bankbil jet.. rah310 BARN. toekang tjoekoer. -jang moeflis. v. sekotji b~sar. kapal dagang. mat. dingin. babi k~biri.. saudagar jang soedah djatoh.oewang kertas. v. p~rdjamoean . petjah. -jang paljit. Bar (onbebouwd. tandoes. sedjoek. (gebak). m noon= doeng. sampan. rahim.. tj ~lah. droog). Banket (gastmaal).. Barak. retak. b~rkaki tolandjang. (koud). toekang motong ramboet. b~ranak. m. v. ran get. Barmhartigheid. tlalim. djatoh paljit d~ngan tipoe. m~ngoesir. Barsch. Barkas.. (veroorzaken).. t~ramat. p~rahoe b~sar. toekang m~megang pagadean. amat. m. m. sakit b~ranak. Barbier. Bankroet. tangsi.. r~ngat. b~rsalin. Barsten.. Barmhartigheid betoonen. batoe ambar. zie : Bankbil j et. zie : Bankbil jet. Bark. rOkah. keel. zalim. m- . thrtaloe.. Banknoot. p~rantean. ambar koening. b~rmaIn kartoe. kasihan. v. (pandbriefje). Bankhouder. orang boewangan. m. Baron (bevallen). bank~roet. b~ngis. mer~tak. kasihan. hadjim. soerat bang. (erg). b~lah.. m. zie : Bankbreuk. o. Barnsteen. bongis. Barbaarsch.. orang tlalim. mengadak~n. Barrevoets. kering. Banneling. b~rtelandjang kaki. orang b~ngis. p~gadean. Bankers (hazardspel). m~ngasihani. Bankbreuk. m~ndjaoekh~n.. Berg. moeflis. orang kafir. ook: soerat gade. v.. Barensnood. Barmhartig.. orang toendoengan. Bedriegelijke bankbreuk. m~lekah. m.

Beambte. Bataljon. melotos. Bassin. samboek. Batist. mendjawab. b~rtjinta. m~ngijak~n.. Beboeten. mOndjadikin. (matras). petidoeran. menjoesahken hati. santoen. tilam. m~norima. v. membalesi.. o. bolsak. m~ngamini. bersantausa. Bedaagd.m. rentengan meriam. sentausa. menggarap. tedoeh. sahoet. mengchawatirk~n. Bebloed. mngoesahake n.petak. mengoesahaken.menggarap. meroepaken... m. Basstem. Bed (ledekant). Bedaard (rustig. membandingken. diam. senang hati. (eener rivier). mengerdjaken. (in een tuin). enz. meridlakon.anak ha ram. nafiri. (stil). mendjatohken denda. soedah. katakoetan. bataljoen. (langzaam . (overeenkomen met). membenark~n. koewatir. selekoh. penjahoetan. m~nakoeti. o. Bast. djangat.m.pendjawab. b~rgoena. BEDS.mboewat. sopan. men jahoeti. Beangstigen.anak k~ndak. v. soewara jang garau. memberi hoekoeman denda. m~mpertjintakin..dasar.. mengerdjaken. b~rh~ntilah. zie : Blaffen. toewa. koelit. BattertJ. goena.. v. berpatoetan. Bastaard. chawatir. v. oentoeng. o. Beangst. Bastion. o. Beantwoorden. bermandi darah. ads goenanja. m. p~gawai. tempat tidoer.. ajem. koelah. kain asahan. takoet.letek. o. mendenda. pasoekan. Bebouwen. peradoean . berloemoeran darah. adak soend~l. Bassen. Bearbeiden. satoedjoe dengan.. Beamen. soewara dal~m. Bate.djawab. ridla. balesan.. kasoer. beroemoer.v. pembalOsan. soesah hati.)... soedahlah.. koelam. (van een kokosnoot). senang. Baton. koeboe benteng. Bazuin. Baste. harem djadah. saboet. Beantwoording.

. (overdekken). m~noedoengi . (omhullen). Beddehaak. g~redja. BEDS. m~nj~mboenik~n . pelan-pelan. membilang terima kasih. m~ngoeroegk~n tanah . m~ngoeroegi. In bedekte termen spreken. melepas. kain selimoet. m~noetoepi . menjedekahken. enggan. langgar. seperai. (beschermen). Bedekt (geheim). salinan tempat tidoer. (verbergen). loebir. (weigeren). Beddelaken. toedoengan.. djadi diam. djadi padam. mengengganken. menahan hati. v. mints-mints. selimoet. sopan santoen. periringan. perlahan-lahan. Bode. Bedelaar. o. melepasken. permoehoenan . t~rs~mboeni. o. orang mngiring. orang mints-mints. $noetoepan. memetjatken. (beschut). pintaan. dasar. m~nj~limoetk~n. Bedekking. (tot God).. menoelak. (toegedekt). thrtoetoep . Bedeelen (een deal geven). mints derma. m~lindoengi. m~ngloeboengi.. Bedding. tjantelan kelamboe. menerima kasih. o. thrlindoeng . orang p~ngmng. Beddegoed. menj~loeboengi.. Bedeesd. m. roemah sembahjang. m~sigit. ati-ati. toetoep tempat tidoer. sopan. Bedehuis. memboengkoes .. Beddedeken. Bedaren (bedaard worden). memberi lepas . b~rsindir. mints lepas. m~sdjid. djadi tedoeh. (met aarde). tiada terima. (geleide). toetoep. v. . Bedachtzaam. Bedauwen.. memberi behagian. selimoet.. toedoeng . orang djaga. memberi derma. mints berhenti. g~lap . v.permintaan. mints s~d~kah. v. bersenang lagi. berhenti. maloe. diam. m. bidjaksana. dengan kira-kira. membehagiken .aan). p~noedoengan. Bedelen. mengemboenken. Bedekken. (zelf bedanken). (afdanken).. (armen-). Bedanken. pints. menjindir. doe. toetoepan.

Bedelven (onder den grond).). djaga.v.ziarah. (huffs-). mengingatk~n. Bedevaart. hamba. m~ngoeroegi.bitjara. djongos..v. soekar. orang serakah. kawan. orang tj~rewet. m~ntj~hari oepaja. m~nan m. kaboesoekan. kabinasaan. Tot den bedelstaf geraken.. pglajanan.. tiada m~notjogi.toekang tjomel. m. m~mb~ndoeng. enz. djadi mMarat. melakoek~n.Bedelmonnik.. Bedenking. djadi boesoek. darwisj. penilikan. kawan tidoer. Bedenken (overdenken). Bedijken. m~ngira . m~noetoepi d~ngan tanah. b~rfikir. m.). m. k~lamboe tempat tidoer. . (bezwaar). m~roesakk~n. Bediening. (middelen. naik hadji. Bediende.(beschadiging. pendjagaan. pikiran. k nek. m~mboesoekken. menambak. m~ndjaga . m~nimboes. tirai p~tidoeran. kawan b~radoe. djaga. m..tem~n tidoer. ingat. pajah .djadi miskin. Zich van lets bedienen. (een ambt). pak rdjaan.djabatan.(naar Mekka). m~ngingat. Bedevaartganger. m~makai. pelajan. v. m~ntjid~rak~n. sakit pajah. boedjang.. karoesakan. membikin roesak.. (naar een andere plaats). Ter bedevaart gaan. m~mbantahk~n. Bedienen. Bedgordijn. m~mfikirk~n. m~mikir. fakir. melawan. m. m~ngoeroegk~n . hadji. smpang . m~mbikin boesoek. Bedestond. 311 Bederven. m mbinasak~n. (onder golven... ehadim. BEDO. toengkat orang minta-mints. karoesakan.enz. (verderf). fikiran. Bedilal.m .sakatidoeran. timbangan. m~ntjhari akal. thm~n. Bedenking waken. Bedgenoot. Bederf.. m~ndjalank~n. Bedenkelijk ziek. m. Bedenkel jk. fikir. m~nimbang . waktoe s~mbahfang.. m~lajani. soesah.hadj. $ntj~la. p~lajan. (overwegen). Bedelstaf. o. boedak. djawatan. enz. m~iajan. ingatan. m~nan~mk n. o.). meng~rdjak~n. m~mbendoengi.

Bedisselen (in orde brengen. m ngatoer. b~rdjandji. soeka tjorewet. asal. kiss. s~sak. Bedroefd. lakon. m~ntj~la.Bedillen. berboewat. (zin. djoemlahnja. mahir. m~mbikin p~rdjandijan.v. b rmaksoed. (van een tooneelvoorstelling). maksoed. Bedingen. Bedriegen. goenggoengnja. m~nipoeI. mnjomel. Bedrinken (zich). minoem sampai mabok. menipoe. membodoken. p~k~rdjaan. Beding.. anti. mbngantjam. memp~rdajakgn . Bedilziek. bisa. djandji. tjerewet.tiada bisa kaloewar dari s~bab sakit.p~ngantjam.. Bedreigen. enz. (dead) p~rboewatan. o.. mi3nj~ngadjak~n.Onder boding dat. Bedrijvig. soeka k~rdja. salah mgng~rti. pi~nipoe. Bedompt (vunzig). o.. . m~njMiaken. Zich bedriegen. bingoeng. memabokkon din. sakit.). m~ngantjam-antjam. m~ngamang-amang. 312 BEDO.). bankjanja. Bediegerig. m~nipoe. Bedriege "k. (benauwd. m~ng~rti. mane. djoemlah. Bedr&jven. apok .sakitan. tipoe daja.. m~njahadjak~n. Bedreiging. Bedreven. Bedriegerij. soeka m~nj&a. berdoeka-tjita. v. melainken. Bedrieger: m. Bedragen. m~ng~r djak&n. m~nj~la. p~ngamang. mane .. memathngken. d~ngan tipoe. makna. v. tipoE. l~ngoeng. somber). v. Bedotten. tjomel. (voornemen.perdjandjian. m~mperdajak~n. Bedoeling. Bedremmeld.. g~lap. niat. radjin. biasa. Bedoelen (voornemens ztjn).sakit. enz ). enz. d~ngan djandji. bilangan. salah kira. b~rniat. goenggoengan. (naar lets streven). pandai. Bedrjjf (werk). mmaksoedk~n . bangsat. k~rdja. Bedrag. bOrtjinta.

p~rlagaan . m~nitiki. v. Bedrog plegen. m~nahani. s~l~mpang. m~n~gahk~n. menjg dihk~n.. soempah. p~ndapOtan. m~ndam. borsoempah.). koewatir.. Bedroeven. t~rs~ndoe. Beduiden (verklaren. kira. m~njakitk~n hati. batang soe- . m~ndjinakken. p~ngrasa. mOn doeka-tjitaken. menahan. sangka. enz. (zich zelven). jang di sertak~n d~ngan soempah. p~rdajaan : (verraad). mema bokken. Bedsti jl. sendoe. Bedunken. (beteekenen). (temmen. m~ntjehari r~djeki s~ndiri. Beeedigd. mi3masjgoelken. sedih . Bedwelmd. m~ng~naken . agak. Beduidenis. m. tipoe daja.). Bedruipen.pemaksa. Beeedigen (met eede bevestigen). BEEL. mabok. m~njoempah.. rasa. $ning kapala. makna.. eed afnemen). anti. moeroeng. m~mperdajak~n. v.. p~radoean. o. menahank~n. p~nmoe.v. (den. kitjau. Bedwingen. (ten onder brengen)~ m~naloekk~n. m~njoesahk~n hati. s~moe. tiang tempat tidoer. mnipoe.. mnjataken. lags.t~gah. Bedwelmen. Bedwang. soedah b~rsoempah (van een verklaring). Zie vender : Bedroefd.soesah hati. tahan . mnoendjoekken. Bedstede. enz.. memoej~ngk~n. artin ja. In bedwang houden.s~b~l. menjoempahi. anak soengai. m~ng= gagahi . memaksa . mem~rotjiki. (neersiachtig). Beek.bisa hidoep d~ngan senang. m~ng~rtik~n. --jang dengan di tanggoeng soempahnja. kal~nger. potidoeran. Bedrog. moroesakk~n hati. poesing kepala.iba. (fopperij). chawatir. tipoe. o. mendoekak~n. moeram. momoesingk~n kapala.paksa.. takoet. menahan.jt~mpat tidoer. Beducht. m~maksa. p~rsmoean . m~maboki. katakoetan. poesing.o. Bedrukt.

m. Been(gebeente). toeladan. Beeldendienst. Beeldig. p~rmai. m~mp~rdirik~n . betis . (waterkeering). v. Beer (muurstut). bintang bidak.. binatang djinak. toelisan. kaki kajoe. djamban.. oetang . Beenvlies.ngai. gambar. (van bout).. persembahan berhala. koelit biroewang. Be®rven. (drek). kaki biroewang. m. (standbeeld. Beeldrijk. banjak ibaratnja. tahi . (voorbeeld). kaki ..patah toelang. . Beeltenis. binatang. (de Maleische). m.. Beeld (geteekend). roepa. n~. Beemd. peroepamaan. ibarat. patoeng.. Beeldhouwen. ibarat. haiwan. orang menjembah berhala... Den boost spelen of uithangen. m~nghimpoenk~n. elok. Beenbreuk. binatang liar. (boven de knie). padang gombalaan. meradjalela. babi laki-laki. babi djantan. peroepamaan . aliran. mewarisi. mempoesakal. Beerenhuid. biroewang. s~lapoet toelang. enz. serombong : Op de been brengen. (afgods-). Beerput. m.Vel en been..v. aloeran. (van eon sprinkhaan). berhala. Tamme dieren. Op een been staan.... m~mbikin (m~mahat) patoeng. g~moek biroewang. koeroes-k~ring. fonder de knie). (gelijkenis). o. m~rgasatwa . Beerenklauw.o. Beerenvet. n~~ngoempoelk~n. soemoer kakoes. memahat (monem pa) patoeng. patch kaki. toekang(pandai) BEEL. Wilde dieren. haiwan oetan. De groote Beer (bet gesternte). v. toelisan. retja. Beeldhouwen. berdiri kaki satoe.). sokong tembok. gambar. artja. dap~t poesaka. babi lblaki. boneka . p~ta. bagoes. v. Beeldendienaar... paha . o. toelang. b~roleh poesaka. o. o. terbis. Beast. (licbaamsdeel). ketik . orang-orangan. m. oepama. v. tanah peroempoetan.. padang p~roempoetan. (mannetjes varken). (schuld).. Beeldspraak. kali ketjil.

Begenadigen (beloonen). (zich op rein--). soewap. patoet di k~pinginir haroes di ingink~n. . (naar sp~js of drank). Begeven (zich ergens been-). b~rkah endak . m~megang. Befaamd. 314 BEGI.(een meerdere . kasar. melangsoeng .sedikit. 313 (begrijpen). b~rkasihan. Begeeren. Beetje. (inhalig). (vergeven). m~noedjoe.Laatste beetjes. menghanterken. kikir. (zich naar huffs-).. Begaafd. elok. mninggalk n . Iemand beet hebben. Begeorte (lust. ketagihan. permair bagoes . koredan . m~maaf kin. (schenken). poelang. BJj kieine beetjes. Begeerlijk. hawa-nafsoe. (van zwangere vrouwen). doerdjana. kikir. beran gkat . m~ndiamken.)r m~noeroet. pergi ka. m~ng~rti. (laten--). k~pingin. v. mengaroeniaken . kangen. b~ringin. Beet (hap). pertjaboelan. m~ngampoeni.. m~ndjalani. pandai. menganoegerahken. Begeerig. s~p~rti binatang. katangkep. masjhoer. poelang karoemah . b~rboewat.m~ngiring. thrpegang . hasrat. rindoe d~ndam. mfr ngahendakk~n . b~ringin. menjgrtai. b~rdjalan bersama-sama. wench). t~rnama. b~rkah~ndak. m~lagak~n. langsoeng. (zinneljjke lust). k~pingin.t japlok. (inhalig). momperdajaken. k pingin. sjahwat. b~rgemar akan. memb~ri. (zich. m~ngikoet. boediman. gigit. m~mbikin . sjarak . pint~r. idam. m~ngah~ndaki. m~ngidam (naar lets verlangen). meliwatk~n . loba . m~mbiarken. v. b~ringin. (gevangen). t ~rmasj boar. mm~ beri. idam Begeleiden (vergezellen). sedikit sedikat. Beetpakken. menangkep. m~nipoe.. (begaan ztjn met). memegang.Beestachtig. m~nganoegerahi . lets beet hebben (in handen hebben). kahgndak nafsoe. ampoen. BEGS.o. k~na. Begaan (betreden).. mengasihani. rindoe. sajang. k~pingin. (bedrijven). inginr ka.lnginan. sisa.

ongkos mengoeboerken. menghintai. me. memoelai. mengerti. pengoeboer. melempari. atoeran. menimpoeki. Eene vrouw begoochelen. di watesi. .mewatesi. m~ndiris . m~ng~roeniak~n. pangkal . (voorste deal.Begrijpelljk.op zee-). v.(met warm water). Ver- . kawin. termoewat. pohon.permoelaan. menanemken. moewat. pertama. silap. Begraafplaats.. pohon. Begoocheling. Begooien. nikah . Begrafenisstoet.(bevatten. Begraven. o. meinperhinggaken. berist~ri . Begrafenis. In den beginne.moela. periringan majit. pads. b~rbini. berwates. hoeloe. mengoeboerkvn.. (van tar zi. o. moelai.. m. ringan kapala. pokok . permoelaan. (grondslag). belandja mengoeboerken. Begin(aanvang). (verlaten). menjilap.. menawari. (eener vrouw). (bevattelijk). berbates. awal . Beginners. . Begrensd. penawaran. roekoen. vatten). Begrafenismaal. masoek. Begoochelen. berhingga. mendj~rami.djadi water. . terang..de).menganoegerahken.. nganoegerahi. menangkep.. Begluren. Begrijpelijk makers. inhouden). (grondslag). (van ears vrouw). enz. bersoewami. gampang mengerti. menjedoeh. v. ken. silap mats. o. melerokken. m~njiram. pakoeboeran. (zich in hot huweli jk begeven). mOloetari. pergi berlajar . Begieten.asal.. njata . moela. m~ninggalken . mongOrling. sedekah koeboer. Begiftigen. (met eon starkers straal). v. masoek bilangan . menjataken. terhingga. sedekah soertanah. menerangBEHA. v. m~njirami. b~rlaki. memb~ri. kasi.Beginsel (stelregel). mng~roeniai. (van eon man). menjilapi. mengintip .).Begrafeniskosten. Begrenzen (aan lets tot grens strekken). Begrijpen (verstaan.

pendapetan . mengasihi. pertoeloengan. djikalau di ridlaken Allah. BEHA. soeka. v. perkiraan. dapat. Een zaak behandelen. mengira-ngiraken. memperkenanken . menjoekai. Een zieke behandelen. (kort begrip van lets). mendapet. mongaroeniaken. ichtisar. Behagen. seneng. m~ndjabat sendjata. ringan kepala. salah tamps. kenan. m~ndjabat. seneng. mOnang. memperkenanken. Behagen (genoegen). lets behaagUjk vinden. berol eh labs. mengichtisarken. bersalaman. mengaroenial. membitjaraken. o. insja'Allah. silakan. mendapet oentoeng . silakanlah . enak. ringkasan . winst behalen. menaksir. Iemand goad behandelen.. . Begrooting. (meaning). Behandelen. Behagen scheppen in. memegang. sedap. ridla. akal. m~ng~rdjak~n. m~megang.anoegeraha. Behalve. Indian hat Gode behaagt. Makers. Begroeten.. Een onderwerp behandelen. m~lainken. terang akal boedi. m~ndjawat. kira-kira. kasi tabe . mengalahken. memberi salam. m~ngobati . salah mengerti.keerd begrijpen. Een work behandelen. Behalen. nilaian. Vlug van begrip. karidlaan. Begrip (vermogen om to begrijpen). menganoegerahken. m~lakoek~n . Elkander begroeten. o.. soeka. pengertian. berkenan akan.. menilai. enteng kepala. De wapens behandelen. kasih. Begrooten. rasa. karoenia. menoeloengi. Hot behage U. taksiran. menganoegerahi . Begunstigen. katjoewali. v. De overwinning behalen. Begunstiging. lain dari. berkenan. boedi. beroleh. lets tot eon kort begrip samentrekken meringkasken. berlakoe dengan balk (d~ngan sapatoetnja) pads sa'orang. Beha g1iJk. dat iemand behagen schept. berkenan pads. Eon zaak begunstigen.

Beheerder. (papier). hadjat. pmegangan. Beheerschen. pantas.m~ndjaga. Behouden (beschermen). kadla. mngingatk~n. (vlug)..). m~meliharak~n. m~nahank~n. tirai. p~nangkal. ati-atL Behoef. p~meren tahan .pegangan. p~rboewatan. bidjaksana. m. BEHU.. k~rtas boenga aken di tempelk~n. ters~boet di dal~mnja. akin. m~ndjaga. thrmoewat. . enz. o. ingatingat. Behangsel (draperie). pinthr. o. (verzorgen). m~m~rintahken. Behangen. Ten behoove van.). (zorg). p~ndj agaan.Behandeling. k~lamboe . boewat. 315 Behoedzaam. m~mp~rdoelik~n. berak. Beheer (bestuur). Behelzen. mmadak~n din. enz. brisi.. boenjinja. Beheeren. akin goenanja. v. hadjat. m~noeloengi. m~megang . m~mboewang ajar. m~mp~rhatik~n. Beheeracher (vorat). djimat. p~ngampoe... (van eon brief). o. b~rboenji. moewat. jang dip~rtoewan . p~merentah. m~megang. Zijn behoef doen. m~m~liharak~n.. mengampoe. Behoedmiddel. kadla. Behartigen. Behelpen (zich). obat. pam~rentah. langsai. mnempelk~n k~rtas boenga. m~nggantoengi. pmegangan. tjr~dik. m~noeloeng diri. perentah. memakai. m~m- liharak~n. (bedwingen). tj~pat. kalakoean. mem~rentahken m~nghoekoemk~n. pem~liharaan. Behendig (schrander. m. o. pandai.. (bewindvoerder.

ipar lakilaki. t~rloepoet dari pads mars-b~haja. thrmasoek. memahati.. k~tjoewali. papa. b~roemah. ipar p~rampoean. m. melarat. kakoerangan. m~mpoenjai. Behoudens. mantoe (mbnantoe) p~rampoean. v. m~mbatjoki.. tiada oesah ($rloe). Beide. v. ipar. mentoewa (m~rtoewa) laki-laki. d~ngan sajagjanja. patoet. Niet behoeven. masoek. patoet. Behulp.kamiskinan. Behuwdzoon. doewa-doewa. l aik . haroes . Behulpzaam. btoe!. toeroet. kakoerangan. m~mjimpan. ta'oesah. s~lamat. Behuwdvader. haroes. (tot lets behooren). Behouwen. kam~laratan. hadjat. Naar behooren.. Bebuwdzuster. prbe m~niakai. p~rtoeloengan. miskin. m~loepoetk~n dari pada mars-bthaja. Behuwdbroeder. kakoerangan. d~ngan saharoesnja.. d~ngan sapatoetnja. Behoeven (gebrek aan lets hebben). Behouden.v. m~laink~n. doewa-doewanja. mane pakai . 316 BEHU. o. (betamen).ipar. Behoeftig.s~lamat.kapapaan. soeka m~noeloeng. p~rloe. m. mantoe (m~nantoe) laki-laki.m.. Behuwdmoeder. haroes. m~megang. masoek bilangan.). kakoerangan. tiada koerang apa-apa. Behouden (bezitten).. menatahi. d~ngan oepamanja. lain dari pada.. kadoewanja. (noodig hebben). Behoud (redding. Behuisd. Behuwddochter. (toebehooren aan). (redden). enz. Behoeftigheid. kadoewa. b~toel.ampoenjanja. poenjanja. mnj~lam~tk~n.. m~m~liharak~n.Behoefte. koerang. Behoorlijk. b~rh adj at. mentoewa (mertoewa) p~rampoean. dengan mng~tjoewalik~n. o.. hanja. v. v. dengan s~lamat. patoet. . Behooren (moeten). kaloepoetan tj~laka.

Bejaard. (overkomen). m~mboeroei. tjoengoer. Bekeerling. mbnatahi. gars beide zijden. m~noentoet. m~nganiajal. m~ngislamkdn. mentjahari. m~moea- . Tot den Mohammedaanschen godsdienst bekeeren. toentoean. Bekeerlingen makers. Beijveren (zich). Bejammeren. Bekaaid. bermaksoed. soedah ada oemoer. m~nobatk~n. (spitse). djoengoer. doewa bagai. masoek (m~masoehk~nj agama b~haroe. roesak. Tot het Christendom bekeeren. b~rniat . menj~sal. Beiden (wachten). BEKIJ. sabrang-menjabgrang. tjoetjoek. m~ngapoer. (van vogels. m~ngasihi. m~njajangi. menjapoek~n kapoer. doewa roepa. m~nj~lamken . m~mbatj oki. Bejegenen (ontmoeten). pahat pengoekoe. mengoesahakt n din. boesoek. Bejag. Ronde gleufbeitel. paroeh.. m~ngh~ndaki. (van andere dieren). Bekeeren. m~ndapet. soedah b~roemoer. Tot een nieuwen godsdienst bekeeren. m. m~nemoek~n . m. (bedorven. tjarian. pads kadoewa_ fihak.. djenga. m gnarah. tatah. m~natah.of steenbeitel. m~radjink~n din. Bekalken.). Beiderlei. m~lakoek~n. beriakoe pads..Met zijn beiden. momerangi. m~mahati. mOnj~ranik~n. mentobatk~n. Bejagen (streven naar). m~ngapoeri. pahat batoe. m~mahat. m~nanti. doewa matj~m. m~lawan.pahat gating. moeloet. b~rthmoe. Bekampen. toewa. gouty. sajang. orang moealaf. Beitelen. enz. m~njesalken. bbrnanti. s~b~lah m~njebelah. (verlegen). o... slangen. katemoe d~ngan. Goed bejegenen. b~rkahendak. pahat. m~mboeroe. m. Slecht bejegenen. Beitel. enz. (na jagen). (behandelen). doewa dj~nis. Bekappen. tj~nges. m~nantik~n. maloe. Bek. b~rlakoe atas. berdoewa. m~mboewat. orang b~haroe masoek agama. kadathngan .).

m~lihati. o. (belijden van een geloof). k~nalan. k~romong. m~njomelk~n. kOnal. Beker. Bekiag. b~rikrar.. Bekend (gekend zijn).. katahoean. m~ntjanangk~n. ketoek . p~ngadoehan. Bekendmaking. mwartak~n. rahi . o. tjanang. pemberian tahoe. m~ngoetjap sjahadat. Bekentenis. Bekijven. p~sakitan. kasi tahoe. m~makai. talam. m~ntj~rnark~n. (scheer-). dakwa. m~mberi tahoe. m~nd~ndar. Beklaagde. bonang. m~ndjatohken hoekoeman d~nda.. Bekende. sakitan. m~njajangi. mangkok b~sar. t~rmasjhoer. ikrar. ma'loem. m~ngotork~n. m~ngenalkon . Bekken. . Bekkeneel. Beklagen. gong. p~mbbrita n. Bi j bekkenslag bekendmaken. m~ngakoe. ikrar. m~ngg~mbrengkon.. (bejammering). m~mboesoekken. p~njajangan. m~mberita. Bekend waken. m~ngadoe. (presenteerblad). Bekijken. m~masjhoerken. (diverse muziekinstrumenten). Met elkander bekend zijn. piala. ma'roef. enema. m~loemoerk~n.. m~ndjadik~n moealaf. (Eene vrouw --)} bersetoeboeh dbngan sa'orang p~rampoean. (klacht). mengchabarkon.laf ken. m. toelang kapala. orang jang di dakwa. Zich beklagen. v. mema'loemken. v. BEKK. ggmbreng.soeratma'loemat. memantat. (groote kom). m~nd~nda. oendang-oendang. (omroepers-). m~ntlahirken.soerat oendangoendang. bbrk~nalan. pen oedoehan. masjhoer. ma'loemat. k~nong. Bekennen. m. thngkoerak. m~ratapi . pengakoean. bokor . orang jang di toedoeh. m~nengok.. pinggan tjoekoer .. mbmandangi. Zie verder : berispen. njata. m~njoeki. Bekladden. mnj~rantak~n. m~ngasihani. menidoeri. (schriftelajke). m~mbawa iman. Bekeuren. o. m.

Bekleeden (aankleeden). o. m~madamk~n. m~mandjat. m~makoe . (bezorgd). m~nggoendahk~n . naik. s~mboeh. mem$rtjintaken. Beknorren.saroeng.). soesah. . m~ndjadik~n. chawatir. m~ntj~rna. BEKO. m~wakilk~n. m~ndj~pit. chawatir. m~ndjadik~n soesah hati. haroes di sajangi. m~ngalask~n. b~rtjinta. thrs~pit. djadi sdjoek. Beklinken (met spijkers.Beklagenswaard. (van een verdrag. simpan. padam : Laten bekoelen. Bekommeren. p~njaioetan. ichtisar.. enz. lapis. m~njedjoekk~n. (tusschen lets). (wel bekomen van spijzen). koewatir. masjgroel. masjgroel. djadi balk.). dap~t. koelit. m~marahi. mnaiki. (beschoeien). mngrima . m~ndapet. (van de borst). Bekoelen. m~wakil. m~mandj at. pendek. Bekleedsel. b~rtj~mas. m~lakoek~n (m~ndjalank~n)pak~rdjaan. saloetan. mYnakaik~n. kadj~pit. b~batan. m~mbebatk~n .. naik. b~roleh. Iemand met een ambt bekleeden. haroes di kasihani. djadi dingin. (voeren. m~ngganti. 317 soesah hati. m~ng~roeniak~n djabatan . m~naiki. m~norap. lemands plaats ti j deUjk bekleeden. koewatir. overtrekken). djadi wakilnja. m~njoesahk~n. m~nj~pit. m~n~kan. enz. ringkas. m~lapisk~n. m~r~diki. o. b~rtjinta. m~n~gori. saroengan. Beklimmen. m~megang djabatan. m~netapk~n. Bekommerd. m~ng~nak~n pakaian . Beklauteren. kasihan. enz. thrdj~pit. m~njaloet. m~ndingink~n. djadi gantinj a. ters~lit . s~sak dada. (een ambt).). m~nggegeri. oleh. m~n~goehk~n. thrima. m~mb~ri djabatan. Beklemmen. soesah hati. s~sak . goendah. Beknopt. m~naik. Bekomen (krijgen). poelih. Beklemd (nauw). (van een ziekte.

m~mintas.hebben). (nauw). Bekrachtigen. mengaisi. m~narik hati . soedah boson. memb~ri rawan. v. memendekk~n. birahi. sir. m~mbajar ongkosnja. Bekostigen. mng~nak~n makota. m~nggrti . rahi. mgringkask~n. m~mboedjoek. Bekoren (betooveren. (bekransen).. m318 BEKR. m~njakari. m~ndatengi d~ngan s~mboeni . Bekruipen (een vi jand. Bekoring.). Bekreunen (zich -. hina boedi. boson. m~nggaroeki. s~rana. laik. memb~ri tanda kahormatan. enz. m~ntjakar. v.m~nj~satken. miskin. enz. elok.om). m~nd~m~nk~n. kapint~ran.Zich om lets bekommeren. Bekomen.m~nawari. m~ntjakari. merdoelik~n. f~rdoeli. (geschikt). chawatir. k~njang. soedah k~njang. hobat. Bekrimpen (zich -). (zijn -. m~mp~rahik~n. Bekronen (met een kroon). djoawita. p~rmai. mn~tapk~n. Bekrompen (armoedig). (met een prijs). m~ngichtisark~n. m~makaik~n makota.. pnawar.f~rdoeli. pandai. (van verstand). m~nghobatk~n. m~rahik~n. s~sak. m~ngoesahak~n diri. mrahi. faham.). (van de lust tot lets). kakoerangan.m~rdoelik~n. dj~lita. b~rsoesah hati. s~dap di pandang. m~mb~ri hisnat. koerang tjoekoep..b~ladjar. m~nginginkOn. Bekoorlijk. m~n~goehk~n. Bekomst. mengindahk~n. m~ngoerangk~n b~landja (ongkos). m~ngoewatk~n. Bekwamen (zich -). memb~landjak~n. Bekwaam. koewatir. paham. bodo. s~mpit. pint~r. k~tjil. boentoe. ngloewark~n b~landjanja. bisa. Bekrabben. m~nghiasi dongan karangan boenga. b~rtjinta. v.memfahamk~n . kapandaian. patoet. kabisaan. (verleiden). berat kgpala. Bekwaamheid. bagoes. manis.

oentoeng. patoet di tertawak~n (k~tawakon). bergoena. menertawai. besar. laba. (met schulden). Beladen (zijn). mengadang. termoewat. Belasteren. memadjekken. memoewat. djahat. mengetawal. menanggoeng doss. hina. k~l~mboeng.).mengenaken padjek. toeloes hati. sarat. BELA. (nut) goena. berpesan. perkara besar.n. Belangeloos. menanggoengk. penting. (waterbel). (met zonden). (bespotten). tiba. lebat. memfitnahken. kapalang.din. boesoek. memoewati memoewatken . -itoe memang bisa (boleh) membawa oentoeng (goena besar) pads-moe (toewan). boekan kapalang. o. Belangri jk. Van groot belang. haroes di sindirken. (zwaar beladen zijn). memesanken. m~nertawakOn. akan dakoe. jang amat bergoena. (voordeel). v. Belacheljjk. Belabberd. sampai. tiada mentjehari oentoengnja sendiri. m~mboenjiken lontjeng. datan g. Wat mi j belangt. jang amat besar.. k~rontjong. Belachen. Van geen belang. Belangen . tj~laka. (Iemand -). menjindirken. m~ngadjark~n. menjoeroeh. tjir-tjir. moewat.-) pads angkau sendiri . m~nggojang lontjeng. mengenak)n tjoekai. mengoempat. jang amat berpenting. memoewati. mengenaken boa. mOmoewatkon . g~l~mboeng. Dit Is In uw eigen belang. moewat. Itoe memang bergoena (ada goenanja. mengetawaken . toeloes. tenggelem dalem oetang . penting. Dit werkwoord wordt meest teruggegeven door akan. djatoh. mengadangi.. Belanden. Bel. tiada ada goenanja . kelintingan. memesan. menoedoehken dengan . (klok. enz. schel. pergoenaan . (belasting opleggen). De bel luiden. (opdragen). (met lets ). Belagen. Belang. hal besar. Belasten (beladen). g~nta. memadjeki. lontjeng.

pengepoengan . Belasting (opdracht. menandoeri. Beleenen (geld op pared geven). Beleefd. (patent). (op paarden). pesan. Het beleg opbreken.bedrijfsbelasting. enz. Belegeren. v.. sopan-santoen.hormat. padj~k harts b~nda.tanggoengan. mengepoeng. member maloe. v. ook : boa p~ntjarian. en z.. Belegeringsschans. (op vischvijvers). toewa. (personeele) BELA. v. menggade.. me- . (op den grond). tjoekai. menganoegerahken. benteng. (op tabak). memboeboehi. melepaskhn kopoengan. (op rijtuigen). m~nerapken. gadean. padjek karota. padjek tanah. boa. Een beleefdheid bewijzen. enz. Beleedigen. Belegeringsgeschut. zie : Beleg.adab. menoetoep. member hormat. memb~ri oewang atas barang gadean . tahoe adat. menerap. (geld op pared opnemen). o. m~riam pengepoengan. sopan-santoen. roemah gadean.. padjek. boenga pasir. pegadean.(schatting. memperhentiken kepoengan.padjek koeda. boa tembako. v.)... menggadeken. Belastingschuldige. beradab. memegang barang gadean. Beleggen (dekken met). kepoengan. (op het bedrtjf). mengeroeniaken. hormat. memaloeken. k o eb o e. penggadean.. padj~k pak~rdjaan. tjoekai). orang jang kena padjek (boa. Belegen (niet versch). padjek penggaotan. m. padjek pengempang. menghinaken. (met lets beleenen. Beleg.). menghormatken.pesanan. sopan.. Belegering. padjek pentjarian. padjek kendaraan . v. o. als boenga kajoe.. Beleenbank.tiada sabenarnja. menoetoepi. membentjanaken. Beleefdheid. Voorts kept men op Sumatra onder den naam boenga ook verschillende belastingen. menarohi. padjek pentjarian. Beleening.tahoe adat. bekleeden). bergade. m~naroh. v. sopan. padjek boemi .

lapis. pengadjak. mendoestal. Belhamel. palangan. menjoesahken. Belemmeren. anal. tiada bisa terima. menjoesahi. o. akal. kepala keraman. (geloofs-). (bekentenis). 319 enz. kpala berandal. soeka. BELL. djikalau (toewan) soedi. karidlaan. toetoep.. toetoepan. saloetan. member soeka. oedzoer. menahanken. mempersilaken . menjempitk)n.silakanlah. berwates. (met goud. memboewat. mendjoestaken. menjoekaken hati. (een raad.. Be "den. enz. torap. berpinggir. Believers (welgevallen vinden. domba djantan jang di kaloengi gents. menganakken. mengambil hati. Bellen. meng320 BELO. Beliegen. mengakoe. kepala ketjoe. memasangi. tegah. soedi. Beleven. o. menarik lontjeng. berikrar.. bertempel. ridla. (welgevallig zijn aan). Als het u belieft. gojang lontjeng. berdamping. pengakoean. m~ngintai. Beloeren. (versiersel). menjesakken. enz. mao e . (geld op rents zetten). bidjaksana...silakan.. o. ridla. (hoofd van muiters. tiada sempat . Belet geven. tahan. sjahadat. o. menjahoet. memboenjik~n lontjeng (g~nta). berkenan. o. sangkoetan. kasoekaan. (welgevallen). m. pinggir. Belending. saloet. Beleid. (sere weg-). m~ngintip. (ram). melihat.memalangi. v. menjaloet. berlengket. Bell jdenis. soeka. Belemmering. m~njoeloehi. tiada sempat. ikrar.). anal. Belegsel. perhiasan.. menjoekarken.masang. . menahan.). Beletsel. memperkenanken . m~ngadang. Beletten. mendjalanken.). memalangi. tahoe. menegahken. rintangan. (bedekking). d j ikalau (toewan) soeka. v. Belet.. akal bitjara.. mendapet tahoe. orates. In). v. memboengaken. Belenden (aan lets grenzen).

mOninggalkOn.. soengsang.goenggoeng. Eon belofte houden. pgri djalan. bOrnadzar.). bangoen. soesoet. menedoehi. memberi oepah. pahala. mOngoeboei. menawoengi. Bemannen. v.. mOndjalani. (bedekken). pordjandjian. mOraboeki. pOngantara. mOndapOt tahoe. (een gelofte doers). balesan. rasa. mOnoetoepi. wasit. Beloop. mongoepahi. djalan. (van eon vesting). (vorm). mOmbadja. m~ngajomi. gandjaran.. Bemiddeld. oepah. bOrkaoel. m. mOnoedoengi. mOrasa. mOlihat. mam- . Eon belofte schenden. Bemachtigen. hartawan. o. kOpingin . bOrdjoemlah. kaja. (door eon storm). lets op zijn beloop laten.tjela. (begaan). naik sampai . Bemerken. mantOroes. pOrantara. chalazi. (gang). (aanmerking). Bemerking. kOna angin riboet. Bemesten. mOngidam. memasang koeping (tolinga).. Bemiddelaar. mOlangkap dOngan anak (awak) pOrahoe.. tjomblang.. enz. (loon geven). pembalesan. mOndjandji. pOnglihatan. mOmboeboehi badja. pOrasaan. Beloonen (vergelden). mOnantikrn . beringin. Belooning. BENA. inembales. mOmbiarkOn. mOnjOlimoetkOn. mOngaoel. (van eon zwangere vrouw). m~njampaik~n $rdjandjian. mOndOn garken. mengobahken perdjandjian.Belofte. Bemantelen (met een mantel dekken). v. mOrOboet. djoemlah. kabalik. v.djoemlah. goenggoeng. batoer. Tegen hot beloop in. mOnjOlimoeti. membalesken . mOngoedoengi . mOngalahkOn. Belommeren. djandji. v. mOnOngarkOn. mOmboeboehi gOmoek. Bemanning. (voor eon huwe "k. Belust (zjjn op). Beloven. Beloopen (bedragen). anak (awak) p0rahoe (kapal). bOrdjandji. tOrbalik. pOntjOlaan. (bedrag). Beluisteren. ingin.

masoek. mOntjOmOrkOn. bOrkOndakan. (verloofde). Benauwd zijn. melemesken badan.. v. mengira-ngira. (van borst). BENA. manis. katakoetan. birahi. patoet (haroes) di kasihi.sesak dada. (troop). bakoel. mOngasihi. Bemuren. mOmagOri dOngan batoe. pajah. Bemiddeling. Bende. soeka. Ben. Bemoeial. mOmbOri hati. kOkasih . tjoekoep. toeroet-toeroet.. m. bOrtjampoer. mOnghiboerkOn. mOmaggri batoe. takoet. mOmpOrdamaikOn. mOnembok. Benadeelen. soekar. mOmbirahikOn. soesah sekali. Beminde. (in hot rekenen). Benaming. (in hot geheim).. bOrkasihkasihan. soesah. fOrdoeli. Beminnelijk. mOmbawa karoegian. mOloempoeri. sesak. toenangan. koewatir. toekang bOrtjampoer dalOm segala pOrkara. bOrloemoet. mOwasiti. v. Benauwd (eng). Bemoedigen. sesak. Bemodderen. bOrtoenangan. mOnjoekai.. v.poe. mOnggambirakOn.. zie : Beminnelijk. mengitoeng dengan kira-kira. poenja barang. nama.. sesak. penamaan. v. bOrloemoetan. Benaderen (zich toeeigenen). soesah hati. mOroegikOn. Beminnenswaardig. mOloemoerkOn dOngan loempoer. kOndak . Elkande beminnen. Bemoeien (zich). kasoekaran. merampas . pOrdamaian. soesah menarik napas. Eon beminde hebben. chawatir. Beminnen. menjesakken napas. (verliefd zJjn). Benard. mOngotorkOn. Bemiddelen. mOngloemoerkOn. mOmbOranikOn. . Bemorsen. orang sOliwing. memgambil. mOroesakkOn. mOngantarai. mOmfOrdoelikOn. v. bOrkOnan. mOmagori dOngan tembok. kawan. pasoek. soeka. sempit (van hart). pOrantaraan. (verstikkend). Bemost.

memboenoeh. redoep. terkontal-kantil. Bengel.). bongkot.pasoekan. kabawah. gelaran . Naar beneden. kasoekaran. masjgroel. mereboet. beserta. hendak mengatahoei.. HOLLANDSCH-MALEISCH. soekar. soerat angkatan. (van de oogen). memberi pangkat. dengan. pangkal. kelam kaboet .m. Benemen (ontnemen).me- . katoemboekan. mengambil. 321 Benijden.. kepingin tahoe. Benoorden. BEPE. anak nakal. kontal-kantil. haroes. jang di bawah sendiri. kaki. Benieuwd (. pakoempoelan. Benedenrand. mentjemboeroeken. koerang. kaboer. bertjemboeroean. perloe di pakai. oedjoeng jang di bawah.zijn). merampas . menamaken. pinggir. serta. tepi jang di bawah. Benevens. (met een ambt begiftigen). mengangkat. disebelah oetara. dengki. genta.. enz. patoet) di beri pangkat. menganoegerahken pangkat. Benoodigd. menamai. Beneden (onder). di bawah . (van een boom. ! Benuttigen. soesah. perloe. tiada terang. mempergoenaken. mendengkiken. Benoembaar. Beneveld (van de lucht). perhimpoenan.(van een rivier). m. soerat pangkat. (besluit van-).. menggojang lontjeng. menarik lontjeng. lontjeng. Bengelen. Benoemen (een naam geven). Benedenste. Benedenloop. bawah. mentjemboeroei. beserta dengan. berhati dengki. jang di bawah. soeka tahoe. (slingeren). misti di pakai. zie verder : Nemen en Ontnemen. (klokje). boleh (dapat. m. v. werzameling). Benedeneind. memberi djabatan. (ondeugende jongen). berdengki. lamoer. menggelar. di sebelah bor. toempoean . o. Benepen. pokok. angkatan. penamaan. soesah hati. (hot leven -). hilir. Benoeming.

enz. v. m~masangi pager. momboeboehken gala. memfikirken. merajoe. menanemi. menanggalaI. memageri dengan kajoo. (schriftelijk). Beplanten. agak-agak. di sebelah timoer. Bepalen (met palen afzetten). meloekoel. Beplanting. tentoe. membitjaral. Beoogen (bedoelen). (van verstand). (intoomen). m~ngandaki. peladjaran. bergoeroe. pertimbangan. mengoesahaken. Benzoe.makai. Bepeinzen. m~nggala. m~ng~ntjingi.. Bepekken. mengagak-agak. m~nggalal. enz.soerat oendang-oendang. m~nimbang. kirk~n.katentoean. soenggoeh. menimbang. Beperken (omheinen).berkahendak. Bepaling. Bepleiten.). (mikken). nlenjan.. melepa. memboedjoek. berniat. oesaha. m~nampali. p~nanman. Bepaald. Beoefening. sm~ntoeng. perentah. pergoeroean. m~nanomi. berdjandji. mengintjar. (begrenzing).). memi21 322 BEPE. v. koerang boedi. (vaststellen). g~bl~g. bodo. m~njaloeti kapoer. m~madoek en. pengadjian. Beoordeeling. mengira-ngirai. Beoordeelen (een oordeel vellen over). menghoekoemken. m~ng~tir. s~ndat. Beoefenen.. monempeli. v. Bepissen. pager. Bepoten. kira-kira.(vastgesteld). sOsak. Beoosten. beladjar. pesti. Bepleisteren (met cement. mengadji. (bedingen). menoedjoe. Beploegen. mOngira-ngirai. wates. (gissen). di sebelah wetan. rnenentoeken. taneman. m~norap. m~l~ster. timbangan. memerangi. kemenjan. Beperkt. Bepraten (door praten overhalen. (werkelijk). bermaksoed. m~nahani. .. Beplakken. m~mag~ri.. tetep. Beoorlogen. mane. v. soerat perentah. v.

dengan ridla. Bereiden (gereedmaken). berdiri. merantjanakcn. m enjediaken. (van goud. menjeram. mentjoba. bersedia. bermoesjawarat. tjoekoep. Bereidvaardig. membitjaraken. mendjoeroe. Beramen. menjobal. Beregenen. mane. membitjarakon. melangkapken. Berde. bimbang . . (verwerven). ichtiarken. menjanggoepi. membitjaraken. sedia.. menjamak. menjoba.(over lets praten). In beraad staan.zie: Bereidvaardig.). mengitoeng. pendapetan. dapet. tersedia. Bereid (gereed). bermoeafakat. membitjaraken.brengen). gods. soedah. telah. soeka. Beprikken (tatoueeren). enz. mengBERG. Voet van een berg. Bereidwillig. sampai . ingatan. sanggoep. T jd van beraad. Berechten.dengan soeka hati. Te barge rijzen.. menimbang.n. mengoeroesken. mengoedji. (leder -).zijn). In beraad nemen. meliwati. beroleh. membikin. Beproeving. menghoekoemken. Bereizen. Bereiken (tot lets komen).poetjak (poentjak) goenoeng. tenggang daja. v. berbitjara. mengatoer. mengira-ngira.. goenoeng. Beraadslagen over lets. mane. mereka. mendjalani. (. m. mendapat. menghisabkkn. menimbang. kaki goenoeng. goenoeng api . dengan karidlaan. enz. m entj atj ahi. fikiran . beroleh maksoed. mengoepajaken. Vuurspuwende berg. boekit. Zijn doel bereiken. memfikirken. Top van een berg. tempo borfikir. menghoedjani. pengoedjian. Beproeven (probeeren). memerentahken. momoesjawaratken. pertjobaan. mengatoerkdn. Beredderen. Berekenen. Berg. o. timbangan. bitjara.). memegang. Beraad. Bereids. menjeboetk. sanggoep. (toetsen van goud. Beraadslagen. (Te -. membetoelken. penggodaan.

m~ntj~la. Berispelijk. (ambt). m~mbangkit.. kasitahoe. galian. habloer goenoeng.. bergoenoeng goenoeng. Bergen (bewaren). Berispen. kinja. Bergwerk. naik koeda. Bergland. m~wartak~n. Bergbewoner. m. limboengan. o. v. naik goenoeng. m~m~gahk~n diri. antoe goenoeng..m~ngabarkcn. Bergop.. o. mengendarai. m~nghardik. BERG. m~mb~rita. o. oesaha. m~marahi. meloepoetken. Bergpas. pak~rdjaan. Beroemd. (behouden). djabatan. Bergkristal. (hat lijf). m~mb~ri tahoe.. loerah. t~mpat simp~nan.m~ngchabark~n. tanah pagoenoengan. menoeroenken. o. m~noenggangi.. Bergzout. setabelan setiloor. berboekit-boekit. Beroep. k~soehoer. tj~lah goenoeng.. Bericht vragen. menjimpan. Een paard bertjden. pak~rdjaan . m~ngirimkabar. Bergplaats.Bergachtig. Bergketen. djoerang. orang pagoenoengan. b~rkoeda. (bedrijf ). masjhoer. zie : Bergkloof.. w. p~mb~rian tahoe. haroes di tj~1a. m. chabar. fonder verwijting van genoten weldaden). patoet di tjatjad. m~marahk~n.m. tambang. Bergartillerie. thrs~boet. $mb~rita. . Berijden.. m~noenggangi koeda. m. Bergkloof. goenoeng (boekit) barisan. Bericht. p~roesahaan . Berggeest. o. Beroemen (zich -). toeroen goenoeng. m~mb~sarken din. lari. Berichten. semboeni. (van de zeilen). m~wartak~n . Bericht geven. kabar.. m~n~gor. o.. m. gar~m tanah. barisan goenoeng (boekit). tiada balk.ng. djawatan. minggat. bersemboeni. zie : Bergkloof..orang goenoeng. m~naiki. poetjak (poentjak) goenoeng. m~ngchabark~n. t~rnama. menggoeloeng. warta. Bergtop. m~nj~la. minta chabar. tjoeram.. v.. Bergengte. mnjatjad. pegoenoengan. Bergaf.

enz. meletak. rekah. menjesal. v. m~njaksiBES. m~megang . o. jang lebih tinggi. merekah. Berooid. ada di.(kostwinning). mengasoet. meletos. (op zee). letak. thrnama kedji (boesoek). m~nangani. m~njoesahk~n hati. (in opschudding brengen). mime appel. Beroepen (zich -. Berusten (in bewaring zijn). meretak. In hooger beroep gaan. b~rpindah bitjara. m~ngoekoepi. Beroepsbezigheid. Berokkenen. mentjioemi menjioemi. membadjaki.. m~ndjarahi .. p~ntjarian. memelaratknn. djempana. melekah. m~ndjadiken. m~ngharoe-biros. Berouw. weal. . v.op). (gegrond ztjn op). (van het leven). m~mbentjanak~n. Bersten. m~rampoki. sawan bangkai. pindahan bitjara. (in rechten). m~n~landjangk~n. rengat. p~nghidoepan. p~rmintaan pap~riksaan den pertimbangan pada hakim. (met een ontploffing).. (omroeren). m~narik saksi. m~roesoehken. p~k~rdjaan djabatan. Berooven. m~mboenoeh . djahat. m~ngadakOn. (ziekte). (van ells middelen). p~rmintaan timbangan l~bih tinggi. m~ngotjak. (op weg). papa sang~t. (in een rots. p~ngoepa djiwa. oesoengan. tersimpen. Beroerd. v. rengat. tj~Iaka. m~njbabk~n. Beret... Beroerte. Berouw hebben. p&tj ah . Berooken. Beruiken. di simpen. m~mbawa. m~mbawa (rn mboewat) bentjana. 323 kin. Leed berokkenen. tobat. Berrie. lerang.). p~rmintaan. terpegang oleh . m~ngoeb~k. petjah. tjelah. meraboeni. Berucht. m~ngas~pi. m~njamoeni. m~rampasi. m~larat. Hooger beroep (zie : Appel). pitam babi. Berouwen. belah. gotongan. thrbelah. bertobat. permoehoenan. m~reboeti. lekah. Beroeren(aanraken). zie : Berouw. boesoek.m~ndjamah. v. miskin s~kali. retak. djinarat.

djenga. menawoengi. Beschadigen. zie: Begiftigen. pertjaja. nenek-nenek. penjaoetan. menawoengi. Beschaven (met de schaaf bewerken). meroesakken. karoesakan. melindoengken.berdiri atas . menentoeken. kabar. katjiwa. (door onderricht). karoesakan. (oude vrouw). Bescheiden (ontbieden). roesak. memeliharaken.. member maloe. menoeloengi. memaloeken.. memasahi. membedili. perlindoengan. (afhangen van). pemberita. pemeliharaan. tahoe adat. mengadjar. menjampoernaken boedinja. senoenoeh . Beschadiglng. chabar. membikin maloe. Besehermen. bidjaksana. Beschaamd. orang perampoean toewa. Beschansen. pertoeloengan. (vertrouwen). mengadjarken sopansantoen. sopan. melindoengken. anggoen. (bericht). menembaki. sahoet. mengetam. mengoentoekken. Beschieten (op jets schieten). membikin roesak. boedi behasa. mengetami. 324 BESG.. sopan santoen. membikin maloe. pemberian tahoe. Beschaad. memanggil. adab. memaloeken. mempersilaken. Beschenken. v. Bescheid. mentakdirken. pendjawaban. Beschaamd uitkomen. peroesakan. Bescherming. sopansantoen. Beschermgeest. mengoeboei. nenek. ml njeroeti. Bes. membentengken. djawab. v. m. Beschaamd maken. sesoenoeh. menjeroet. bergantoeng. roesak. mengajomi. (beleefd).. Beschaduwen. Bescheren (bestemmen ). membajangken. maloe. BESG. mengadjarken adat. dapet maloe. memberi maloe. soemangat. Beschamen. aloes. memasah. soeroeh dateng.. v. bidjak. melem- . (antwoord). danjang. Bescheiden (zedig). o. Beschadigd.

mematoetken. sifat: BESG.tartib. memerentahken. mengatoer. mengetjat. berlapoek. melapisi. dakwa . dinding. melakoeken.(Laatstewjls--).. Beschuldiging. mengoeroengi. v. menoeloesi. memandangi. djamoeran. menimbang. o. wasiat. melihati. menedoehi. met $guren). menarohi tjat.mbar. menawoengi. BeschiLjten. melihat. tjerita. Beschimpen (hoonen). menggaris . melaboeri tjat. merantjanaken. menoekasi. (valschelijk). rantjana. menggambari dengan tjat.. Beschouwen (bekijken). (besturen). Besehilderen (grof). menerangken. mendjoeroeken. mender. takoet. atoeran. menjinarken. mentjatjahi. lohok. men oeloengi. memeliharaken. melindoengken. menistaken. mengamat-amati . mensifa. memadangken. Beschijnen. regelen). mentjeriteraken. penjoeratan . (verduidelijking). Beschrijving. Besehrijven. (verhaal). (duidelijk maken). memasangi ambaroe. Beschutten. . membilang seperti. penoekas. memfikirken. (beoordeelen). mabe. memberaki. Beschikken (ordenen. Beschimmeld.pari peloeroe. menoedoeh. mendindingi.tken. mendakwa. (valsche). mengoeroesken.. mengira. menorap. mabok. perentah. menjindiri. (lijnen trekken). memandang. (tatoueeren). (houden voor). menjapoei tjat. menangisi. (verhalen). v. (van een beschot voorzien). Beschikking. Besehot. mengatoerken. pager. Beschuldigen. tjeritera. menoelisi dengan ga. menoelisken . menerangken . melindoengi. menjoerati. Besehonken. penoedoeh. mengetjat dengan gambar.. Beschoeien. menoekas. karangan. menjoeratken. memegang. menjalahken. yr. Beschreien. mengerdjaken. Beschroomd. (fijn. tjabar. memandang.

menoenggangi. (eindigen). bimbang. Besef. sedar. (van ears paard. mengikat. berlapoek. chawatir. mengewe. penahanan. Besmeren (bestrij ken). masjgroel.besi roda... bingoeng. v. djangkit. memperhentiken. chatam. mengadon. (aan ]coffers). termoewat . mengotorken. van de godheid). (gevoelen). adonan . (aan een paard). Besluiteloos. sampak . menggosokken . mengabisken. perampasan . memantat. (op goederen). mentjemarken. poesing kepala. BESP. goendah. saloetan . meloempoeri. pengertian. enz. kapoetoesan. Beslaan (plaats innemen). Beslag. kapoetoesan . tiada tahoe membikin apa. menghabisken. Beslissing. memasangi besi koekoenja . firman. o.menjendiken. Beslechten.membelal. Beslommering. ingatan. v. poetoesan. (eind). (aan vaten).(beslissen). menjaloet. (van meal). o . (dof worden). bersetoeboeh (ber djima) dengan saorang perampoean. titah. simpai . mengotorken. menjendi. mengerti .meiiidoeri. perentah. (vuil makers). kasoedahan.. menidoeri. Besluiten (omvatten). men j apoe. meloemoerken. (bepalen. Beslapen. memoetoesken. koewatir. (inn rechten). mengampoet. mentakdirken. besi koekoenja. kapoetoesan hoekoem. bekleedsel om jets leggen). soeram. djadi soeram. (begrip). (van metaal aan stokken). Beslijken. moewat. (aan een wiel). (van goud). menghabisken. (een beslag. memoetoesken. (van meal).). menentoeken. memasangi. mengadoni . soesah. menjelesaiken. tamat.mengchatamken. (een vrouw). patam . rasa. mengenaken besi koekoenja. menoelari .(inwrbjven). $ngrasa. perasaan .. bertempat . 325 Besluit. Beseffen (begrijpen). meletjahken. mendjabat. penghabisan. hoeroe-hara. (bewustzijn). memoetoesken . . menjoedahken. Besmetteujk. merasa. men entoeken. o. berasa. Beslissen.

. mengenaken. mengerat (memboewang. memaras. mondengar. pentjemaran. mengotorken. mondapet tahoe.m. (van bout. mombasoehi. penoelar. memotong. chatan. mgngatja. Besnoeien (van boomers). patoet di sindirken. enz. (met de hand). Besmetting. penjakit menoelari.orang jang di soenat. rn naboeh. memasangi. m~l~kaskon. menjoenatken. melihat. v. di kiat. menarol. mengchatanken. mengoekir. memotong . main. orang jang di potong (di boewang. patoet di olok-olok. m~maloe. betjermin. meraoet. m~ngintip. monggosok.. v. Bespotten.Besmettelljke ziekte. m~njip~rati. Besnedene. mengetawaken. mengoerangken. memasang. Bespiegelen. merakitken . sampar . (zich --). Bespelen. rakitan. mgm~tiki . menoelari . Bespieden. pendjengkalan. melihat di katja. Besnijdenis. membangatken. melampar. (van geld). p~njoeloeh. mendjengkalken.. (vuil makers). 326 BESP.. Bespoedigen. Bespanning.(van slaginstrumenten). Bespoelen (tegen lets aan spoelen). borkatja. v. mengolok-olok. pasangan. menjimpan. (aansteking). mats-mats. di karat) koelepnja. orang terchatan.. soenat. Bespannen. Bespatter. m. mentjemarken.mpar. (van eon snaarinstrument). Bespotteli jk. merantjoeng. m~njoeloeh. mendjangkit. toelar. mengintai. (van eon strijkinstrument). Besnijden (der voorhuid). mempermainken. menjoenati. Besmetten (van ziekten). (bezoedeling). menjiat) koeloep . Bespeuren. menadjisken.. pendjangkitan. patoet di ketawaken.). mem~rotjiki. menjigorakOn. Besparen. mOnjipatken. Bespieden. soeloeh. penjakit sa. meranting.

Best. mentjoetjoeki. mentjoerii. membelandjaken. (van tijd. menjirami. Bestaan (ziLjn). memantjari.). (hot zijn). Besprengen. teroetama. (ondernemen). menjirami. enz. (verwant zi jn). menikami. Bespuiten. o. bersoenggoeh-soenggoeh hati. memakai. Bestand. berkandjang . Bespraakt. memakai. kaadaan..redjeki. menjemproti. Bestaanbaar. Bestek. oentoeng. zie : Besprengen. berfasihat. pandai berkata-kata. perhentian perang . berlakoe. Bestand. balk sokall . o. memeretjiki.. berani memboewat. moelia .. BEST. menerkam. kebal. rantjana. djadi (terbikin) dari. memboewang.. menoebroek.. Bestelen. (nut. Bespronien. (broodwinning). o. . bisa bitjara. Best. boleh djadi. goena. o.. Besprenkelen. menerpa. Bespuwen. mendiriskrn. dzat. Besteken . mendjantan. mempergoenaken. tahan. Bespringen (zich op lets werpen). (lever). Besteden (van geld). betah. membitjaraken. menjemboer. bahagian. berpesan. tempat. bagian. bertjakap. menjiperati.(plan). bisa tahan. terlebih balk. lagi berbitjara. o. menoesoeki. In besprek zijn. ada. ada. remboek .. berwoedjoed. v. penghidoepan. (voortreffeliljk). Bestekamer. bitjara.pengoepa djiwa. dapet melawan. meremboekken . Bestanddeel. enz. (dekken van paarden. djadi. berdiri. terbaik. djamban. menjeregap . memesan. hidoep. Bestaan. kakoes. Bespreken. mendirisi. (bestellen). pentjarian.menjindirken. lagi beremboek. (uit). aanwenden). berani melakoeken : (van kracht zijn). o. woedjoed.. bersanggoep. voordeel). daripada. (voortduren). (wapenstilstand). selamet. Zijn best doer. Besprek. meloedahi. bersanakan. (plaats).

menjeboetken. m~mbantahi.). .. (lot). s~nantiasa. lama. mmetraik~n. menggosok. m~lawan . Bestorven (van een weduwe. meBEST ngetjap. karar. Bestri}ken (besmeren). tampil m~nj~rang . me ngapoeri. Bestraten. enz. menjampaiken. Bestelling. Bestudeeren. m~njapoeken. (met kalk). (standvastig). Best~jgen. (beoorlogen). mgnggosoki . Bestemming. niat. Bestrooien. menjawoeri. (redetwisten). m~njinark~n. Bestempelen (een naam geven). Sestraffing.m~laboer. m~nj~r~gap. menghamboeri. baka.m~langgar. beladjar. v. (doel). mentakdirken. (een viool -. memesan. (van de godheid). menjsdiaken . m~mbantahk~n. m~ndasark~n djalan d~ngan batoe. v. awet. m~nampoeh. memerentahken . coati oleh karma. kandjang. mints di kirimken . mengapoer.m~nj~rang. djandji . Bestralen. menentoeken. adjaran. t~tap. m~naboeri. mem~rangi. maksoed. tiada b~robah. m~laboeri. (van een pan met boter. menjapoe. Sestraffen. zie : Sesturen.Bestellen (een bestelling doer). m~langgar. mengatoer. m~ndaras. m~ngganggoe. mengatoerken. membawaken. Bestieren. melengser. m~nghardik. mengirimken. m~naiki. berpesan. m~nghoekoem. m~noenggangi. Bestoken. v. k~kal. bespelen). hardik. m~nj~rang. (met eon stempel bedrukken). memboeboehi. kamatian.. Bestemmen. m~ngadjar. nasib. soeroeh memboewat. (bezorgen). Bestrij den (tegenstand bieden). m~mboeboehi tjap. coati dari s~bab. mane. hoekoeman. menamaken. enz ). Bestendig (duurzaam). pesbnan. m~ndjoedjai. coati. Sestormen. oentoeng. (regelen). Besterven. kahendak.. (Iastig vallen). soeroeh membikin. meloeloeti.

rapatPo pemerentahan. Een betelpruim . Bestuur. Comptant betalen.. Met koopwaren betalen.in termtjnen). Betel. Beteekenis. artinja. mendjamahi. haroes.. v. mendjoeroe. Betelpruim. dengan sapatoetnja. boewah pinang. m. (. menimbang. pinang. Betamen.. Beteekenen (een beteekenis hebben). vergelden). o. panths. Bestuurder. lark. (wettig -). pembajaran . pembajaran. pamerentahan negeri. pendjawat poewan. boleh di bajar. patoet. Hoofd van gewesteUjk (plaatselijk) bestuur. Betaalmiddel. membales. (te kennen geven). pamerentahan karesidenan .. v. semenggah. memerentahken. v. wadjib. Beteldoos. memegang. v. pantes.. memberi tahoe dengan di sita.. penitjilan. dengan patoet.. o. (onwettig -).Besturen. m. tompat sirih. mengangsoer. membajar . pemerentah. arti. pembajaran jang tiada sah.. makna. pemerentahan. koewasa. meraba-rabai. dapat di bajar.. In termijnen betalen. kapala pamerentahan BETS. Betelnoot. sajogjanja.. ada artinja. membajar toenai. Betalen.. laik. mengampoeken. v. v. pembajaran jang sah. 327 negeri.. Beteldoosdrager. dj orong. merabaI.. saadonan sirih. sepah. (betaald zetten. membajar kontan. o. poewan. haroes. pendjoeroe. memeliharaken. Betamelijk. menimbangken. Bestuursvergadering. sirih. menitjil. Plaatselijk bestuur. o. wadjib. patoet. madjelis pam~rentahan. o. Gewestelijk bestuur.. tjerana. -karesidenan (afdeeling). mentjatjoe. (uitgekauwde --). angsoeran. perentah. Betaling. daoen sirih. bajaran . v. Beteiblad. pame rentahan afdeeling . sakapoer sirih. Betasten. Betaalbaar.

m~mbalkken. m~ndalilken. Betrachten. (vasttreden). mendap~ti. 328 BETS. m~njatak~n. Betoomen. (verrukken). m~ndjadi soeram BETW. m~narik. s ~mb o eh. 3eterschap. m~nahankon. v.. dalil. masoek. lebih balk daripada. m~ndjalani. Beteugelen. p~mb~rian kathrangan. m~ngingatk~n. waras. Betooveren. Beteren. Betoon. m~ndjedjaki.gebruiken. (in eons zaak --). o. m~mbekak. m ngindjaki. m~ndja. m~ngoendjoekken. v. . m~njatak~n. (moeram). melakoek~n. (van een hen door een haan). m~ndjedjak. mredoep. mendakwa. Beteuterd.lani. akan. m nggairatken. m~nandaken. Betoonen. thrmangoe mangos. Betitelen. mojang. Betoogen. ragoe. m~mbikin l~bih balk. tt~doeh. o. mentlahirk~n. $star worden. . m. menahani. makan sirih. oendjoek. m ngobatk~n.. m~ndoeng. adapoen. tobat. Betichten.makers. zie : Beteugelen. Betrappen. b~rtobat. l~ngoeng. van de lucht). bitjara. oendjoekan. m~ndakwa. tanda. Zich beteren.. djadi l~bih balk. Beter. Betreffende. penjataan. mtnawari. m~ndjadik~n l~bih bask. menoedoeh. mong~naken mantra . onder Beter) . mgn~rangk~n.. menjampoerk~n : (van bet gelaat). m~ndap~tkrn. Betrekken (in gebruik nemen). (in rechten). m~ng~rdjak~n. Betreden (op jets treden). (zie : Beter worden. m~n~rka. m~narik di hadepan hakim . djadi balk. menggilak~n. m~nahan.. pengoendjoekan. m~ngg~lar. dari. mngindjak. mbngadoek~n. Betovergrootouders. Beter makers. m~ngoesahak~n. Betooning. mngindahk n. semboeh. m~nnasoekkan. bingoeng. m~ndoedoeki. (bewandelen). Betoog.

door een beklaagde als mededader aangewezen) HiJ word door den beklaagde in die zaak betrokken.. Beul. m~ndj~ramken. moewal. i Beukhamer. rn mbasahi. da1~m p~rkara itoe.. m~maloe. (sptjt hebben). m. m. pangkat. i tameng. m~ndoeng. soeram. melawan . (rang). . pak~rdjaan. djawatan. Beukelaar. m. door helm. paloe. Betreuren. Hij is onwetend in die zaak betrokken geworden. zie : Vertrouwen. orang bantahan. Zijn instenlming betuigen. ganden. (redetwisten). Batten. m~nangisi . godam. seloekoeng. (bijv. menerima kasih. maka is katarik oleh jang didawa.. m~mbasoehk n. Dank betuigen. martil besar. enz.Betrekking. membenarken. membantahi. bertjintak~n. membantahken. t~doeh.bergoendahr tiada pertjaja. t~rsangkoet.. (wreedaard). m~noemboek. b~rsaksi. is b~rtjampoer dalem hal itoe d~ngan m~mbeli barangnja .. BEU. v. (faniilie--). (van de lucht). (van bet gelaat). Betrokken (zijn in eon zaak). tjintjin. menotjokknn. Betweter. menjataken. pegangan. m~nindjau. Betuigen. bilang. mengoendjoekken . Betw$jfelen. p~rsanakan. Betwisten (tegenstand bieden). memoekoel. m~njaksiknn. redoep. (bijv. sanak. djabatan.) Hij was als baler in die zaak betrokken. kokot. (verband). m~ngataken. Inembasoehi. membilang thrima kasih . Beu. bosen. poepoe. (scherprechter). p~rhoeboengan. koelawarga. m~mbilang. p~risai. menj~sal. m. door een toevallige omstandigheid). m~nggotjo. pelabaja . Betrouwen. m ~ratapi. sanak soedara.goendah. djgmoe. chalkat. legodjo.. bertjampoer (bijv. (ambt). maka is t~rsangkoet dalem perkara itoe. moeram. d~ngan tiada dikatahoeinja. Toevertrouwen. m~ndjeloemk~n. Beuken.. katarik. Beugel. algodjo. m.

memerangi.. v. memoewat. b~rgilir. Bevatten (inhouden). kaloeron. kaloeron. bersalin. Beuzelwerk. Bevechten. b~risi. melawan. Beurs. termoewat. Bevangen (bedwelmd). k~rawang.. v.orang b~ngis.kandoeng . gampang (lekas) bladjar. p~rmal. sia-sia. hal berpoetera . m~lajari. Beuling. (geknoopte of gebreide ---).. o. Ontijdig bevallen. sosis. Beuzelachtig. v. meradjoetken.(door vrees).. Beurtelings. gilir. zie : Opnemen. dapat (boleh) di djalani (liwati) p~raoe (kapal). enteng k~pala. berk~nank~n . dompet. radjoet. Bevallen (behagen aan). hal beranak. m~ngantongkbn.. hal bersalin. (begrijpen). b~rboenji. Beuzelpraat. (door koude).. kagoegoeran. Bevaren. 329 poej~ng . lodoh. manis. Beursch (van vruchten). pekerdjaan jang s~dikit goenanja. kapanasan . kadinginan. ganti-berganti. t~rlaloe toewa. m~mperk~nanken .poendi-poendi. m~masoekk~n di dal~m kantong (dompet. beranak. terang kepala. thrk~djoet. biasa b~rlajar. tjantik. mem~liharak~n. meng~rdjak~n barang jang sia-sia. omong kosong. meliwati. m- . b~rganti-ganti. katakoetan. (behagen scheppen in). m. kagoegoeran. Optillen. Beveiligen. b~rganti ganti. (door schrik). (baren). goegoer. mabok. m. Bevaren zijn. bergilir. Ontjjdige bevalling. terang boedi. kantong oewang. Bevaarbaar. gampang mengerti. kantong. Beuzelen. b~rk~nan. Beuren. ganti-b~rganti. m~lawani. biasa di laoet. orang tlalim. Geld in een beurs doen. m~lipoet. radjoet). karoeron. m~ngerti. Beurt. Bevattelijk. Om beurten. (door de hitte). m~ndjalani. bonjok. elok. giliran . BEVI. Ontvangen. Bevallig. Bevalling. moewat. b~rpoet~ra .

soerat perentah. Zich ergens bevinden. membasahken. mentjemarken. soeroeh . di bawah perm tahn j a . berfirman. (in een godsdienst). titah. memasangi dasar. b~rsabda. b~rlindoeng. (van de aarde). g~tar. bisa. panglima. berdoedoek . sakedar halnja. wadjib. Bevinden (aantreffen). m~ngidjabk~n. memesan. Bevochtigen.). Bevelen. men~goehken. mgndirisken. sabda. o. berasa. mengotorken. Bevel. m~merentah. (van een worst. laik . m~ntapk~n. m~nikahken. menghadep. memesanken. mengerti. p~ndap~tan. menj~rahken. Beven. bergempa. m~mbenarken. m~njoenggoehken. m~ndapet. goem~tar. (van de aarde). gentar.sak~dar pendapetan halnja. b~rp~san. ads. Bevlekken. m~njoeroeh. wan God. enz. meloemoerken. merasa. pandai. firman. k~dar: Naar bevind van taken. mnj~mboeniken. g~ntar. mngijak~n. goem~ntar. Onder de bevelen staan van. lindoe. Bevoegd (recht hebbend).. Bevind. hoeloebalang.. Bevinding. pendapetan. v:. Bevestigen (vastmaken). bersemajam. menadjisken. Beving. enz. . gemetar. (aanbevelen). (in het huwelijk).). menghadepk~n . (ontheiligen). memegang (mempoenjai) hak. getar. mendasarkrn. m~m~rentahk~n . patoet. gontjang. memerentahi. b~rgojang. ketar. Bevelschrift. 330 BEVI. soerat $rentah. soerat titah.. Bevelhebber. (bekwaam). melindoengi. m~ngoewatk~n . gojang.. Zich beveiligen. lindoe.njentausak~n. (toestemmen). o. b~rsembo~ni. gempa. Schriftelijk bevel. v. Zich bevinden (gevoelen). kapala. mendapeti. Bevloeren. bLrtitah. perertah. panghoeloe. m. Zich tegenover lets bevinden. derodok . haroes.

. memerdikaken. . memoewatken. banjak isi negerinja.). mendiamken. mengheranken. meloemoerken. Bevoorrechten. Bevorderen (verhaasten). mengotorkin. (beschroomd). mengangkat. Bevrjjden (verlossen). (slaven). melepas. melepasken. katakoetan. rasa. Bevolkt. mendjadiken hairan. (den honger. menjampaikkn. membebasken . memperdamaiken. orang. membedaken.. memoewasken. orang negeri. djadi bekoe. (vrijstellen van). berbekoe.. mengeroeniaken. hak. mendjamahi. Bevuilen. lepas. memadaken. mengoentoengken. takoet. v. Bevreesd . mengisi dengan orang. mengandoengken. menganoegerahken. Bevriezen. bersahabat. bepoet. merasa. (uit de ketenen). en z. Bevruchten. membekoe. menakoeti. terlepas. Bewaarheden.Bevolken. tjabar. menangani. mengoeraiken rantainja. (voldoen). Bevri j d (los). ma'moer. Bevreemden. merabai. menaikken-. Bevreesd. mendamaiken. membikin kotor. mengira. maloe . bersobatan. . jang misti trims oewangnja. menarohi orang. penakoet. ramai. mentjemarkgn. Bevroeden. Bevolking. Bevoordeelde (bij levensverzekering). .Bevoegdheid. bersahabatan.Bevredigen (tevreden stellen). kapatoetan. menjoenggoehken. menghairanken. orang isi negeri. (in rang). kira.mengerti.oaken. Bevoordeelen. meninggiken pangkatnja. isi negeri. memoewati. mOntjepatken . menjenangken. melekasken. BEWA. meloepoetken. menghamilken. v. memboentingknn. membangatken. Bevoelen. meramaiken. Bevriend. (vrede doers makers).Bevrachten.

mengidar . In bewaring geven. p~rlindoengan. (bepissen). memeliharaken. kemit. tempat simpenan. m~ngajeri. Bewerken. BEWA. m~nitipk~n. mngoewapi. menoenggoe. karoesoehan . mengharoebiroeknn. meng~ntjingi. (golvend). Beweegbaar. beridar. Bewaker. m~narohk~n. menanggoeng rahasia. mendjagai. membikin. (schommelend bewegen). Beweren. menoeroet djalan. (behoeden). mendjaga. p~meliharaan. Bewapenen. menggojangken. (overhalen). roesoeh. mereksa. Bewaarplaats. (gemoeds-). mengoesahaken. mengajoen. Bewegen. p~rsimp~nan. pendjaga. Bewaring. (van hemellichamen). menoenggoei. . mereka . moela. gerak . mendjalani. membentengi. v. mengadaken. (opruien). (waar makers). menjimpan. melindoengken.. hoeroe-hara. menjataken. mengoepak. perideran. mendjagai. Bewandelen. mengerdjaken. Beweenen. menaroh. (veroorzaken). mengaroeken. s~bab.. mengataken. mentjenderoengken. menggontjangknn. memeliharaken. mengidari koeboe. memberi sendjata. Bewateren (besproeien). tempat menaroh. menggerakken. Bewaken.. memboedjoek. m~nitip. orang djaga.. menangisken. m. Beweging. lantaran.membenarken. v. mendjoeloer. (opschudding). dapat (boleh) di g~rakk~n. Bewaren (bergen).. berdjoeloer. melindoengken. (in beweging brengen). penoenggoe. (zich --). Bewasemen. mengoewapk~n. gerak hati. (van een geheim). v. menangisi. melangkapken dngan sendjata. mengoeboei. (der hemellichamen). Bewallen. menjingkirken. v. bergerak. membasahk~n. Beweegreden. haroe-biros. m~rend~m. karma. kawal.

alamat. melakoeken perentah. tanda biti.. menjebabken. menerangken. Bewesten.memoedji-moedji. anak negeri. mendoeng. tedoeh. (Eer bewljzen). di sebelah barat. Bewijsgrond. mendoedoeki. meloentari. Schrifteljjk bewijs. soerat kenjataan. (acts). v. soerat katerangan. mengampoenken. di sebelah koelon. (inwoner). tanda boekti. adjaIb. melakoeken. mengoekoepi. tanda biti. melangkapi dengan perkakas. tadbir perentah. melempari. memerentahken. menjampaiken. tergerak. o. menoendjoekken. Bewijzen. Bewerktuigen. meridlaken. isi . haroes di indahken. m. mengidzinken. Bewondering. Bewerkstelligen. orang boemi. kanjataan . Bewogen (van het hart). (door getuigen). o. mengindahken.mendjadiken. mendjadiken. pemerentah. memberi (kasi) permisie... mengadaken. Bewerpen.. m.moedji. soerat tanda tangan. Het bewind hebben (voeren). Bewierooken (met wierook berooken). Bewind. meloeloesken. menjataken. tanda. kepala perentah. pemerentahan. Bewolkt. mengampoeni. hoedjat. BEWU. Bewonderenswaardig. o. .. heran. menjaksiken. Bewijs. mengerdjaken. Bewonen. menghormatk(n. Bewoners van een huffs. menoetoep. Bewimpelen. tanda boekti. mentadbirken perentah. m. mengadiami. Bewilligen. teramat bagoesnja. Bewijsstuk (corpus delicti). soerat katorangan. pedoedoek . menempati. (loftuiting). Bewonderen. (in rechten). memoeliaken. Bewindhebber. 331 kasaksian. memberi rahmat. hairan dari. pendoedoek.. mernbawa oedzoer. Genade bewijzen.m. memaaf ken . mengaboelkln. Bewoner.. disapoet awan. hairan. (oorspronkeli jke). (van de godheid).

tahoe. menaboeri. penjapo e . sabar. gagang s~sapoe. s~sak dada. tiada ingat. sopan-santoen. berhati sabar. (het druk hebben). van een dier). batang (kajoe) s~sapoe. sapoe lidi. memegang. b~rhati s~nang. Bezending. (van een bezetting voorzien. sapoe. lajar penjoeroeng. m~loekai. Bezegelen. orang gila. Bezaaien. banjak kerdja. menarohi bala. penjeboetan. Bewust. v. m. moertja. tiada tahoe apa 332 BEWU. m~nempati . (van de borstelige harem van den aren palm). v. menetapkOn. berdoedoek. boenting. (gek). tiang p~njoeroeng.. .. krankzinnig). Bezeilen. Bewustheid. memboeboehi tjap. Bezaansbras. thrsampok. Bezetten (plaats innemen). o. kalengar. BEZO. pingsan. Bezemsteel. berlajar sampai. s~sapoe. orang terk~na . v. m~njakitken. s~nang. (bevestigen). Bezaansmast. (van den duivel). (een post). (met edelgesteenten) m~natahk~n. sopan. mengambil. sesak. mendoedoeki. Bezadigd. djoenoen. Bewoording. m. tahoe. v. Bezaan. Bezeten (van den dowel). Bezeeren.. kamasoekan setan. (beplanten). sedar. sapoe doek. orang kamasoekan setan. bertempat. Bezetene. menaboeri. Bewusteloos. Bezet. (wooden).. terk~na. tiang di belakang. m.. m~ng~tjapk~n. kiriman. (van de ribbetj es van palmbladeren). gila. Bezemmaker. ingat. m. toekang sesapoe. menj~bari. Zich van iets bewust zijn. s~dar. (zwanger. menarohi tjap. veroveren). madjnoen.. zie : Bewustheid. slap. apa. soemangat. Bewustzijn. mengatahoel. (dol. m. ma'loem. tiada sempat. Bezem.roemah. perkataan. melajari.. menjakiti.. menanemi. tali k~lat lajar p~njoeroeng. m. (op de borst)....

menggambiraken memb~ranik~n. tjemar. endap. menjari. Bezoedeld. ampoenja.. (met geestdrift). Bezit. m~lihat. o. fikir. mengampoenjakmn. pengalahan. Bezoedelen. menggairatk~n. s~sak dada. o. soldadoe jang di taroh di dalem kota . kapoenjaan. kotor. v. di pinggir. (van geld). berdikir. ingat. rnengingat. (God -). pengambilan. Zich bezig houden met. memakai. mengingatken. p~natahan. Bezinken. v. sesak. (op de borst). (herinneren). di tepi . Bezinksel. pengepoengan. merrlriksai. m~lihati. membelandjaken. rnemiliki. endeg endeg. Bezoarsteen. Bezielen (levend waken). mentahlilken. toeroen. ber= fikir. Bezinnen (zoeken). di sisi. milik.. mengambil. isi kota. goeliga.. (garnizoen). melihat. nadjis. m. poenja. tiada betoel. mm~riksai.. memikirken. m~nggoenaken. mentjehari. Bezigheid. mempoenjai. v. Bezien. Bezitten. menonton. pakerdjaan. lagi (masih) bekerdja. m~ngoe- . jang mempoenjaI (m emiliki). m.. mendap. memiliki. bohong. mempoenjal. Bezitter. Bezichtigen. memoedji-moedji. koemal. mngerdjak~n. Bezingen. Bezi jden de waarheid. memandang. moestika. m~ngoesahaken. menghidoepknn . di sebelah. doedoek. ampas. BEZO. oesaha. Bezig (zijn). memandang. Bezigen. (in bezit name). mentj~marken. menjanji dari. Bezijden.Bezetting. kerdja. In het bezit zijn van.. mendeg. mengotork~n. In bezit nemen. (bedenken).m~loemoerk~n. kawal negeri. milik... Bezitting. djoesta.

Bezwaren (zwaar waken). djamoe. menjmdiaken. p~rkoendjoengan. b~rkoendjoengan. m~inbawa. Bezwadderen. bertjinta. memboesoekken nama orang. mengoendjoengi.. Bezwaard. memberatken. (gereedmaken). Bezuinigen. mengirim. berdjoempa. takoet. teraniaja. soesah. b~landja. (regelen). tjoba. p~nggoda. menghimatk n. chawatir.Bezoek ontvangen. memboentingken. kasoesahan. p~mbajaran.. (zich over lets bezwa- . Bezwalken (iemands naam). soekar. Bezoek. Bezondigen (zich --). Bezwaar. berdjamoe. (zenden). kena pembalesan. toelah. b~rdjoempa. menjimpan. (visits). Bezwangeren. kasoesahan.malk~n. (bekommerd).t~tarnoe). berkoendjoengan. m~ndapatk~n. bertamoe. gadji. (moeilijk waken). o. menj~lengkark~n. m~nadjisk~n. m~mbajar. v.. b~rsaba. menghamilken. v. Bezoek krijgen. bertjinta. koewatir. b~rsaba. (overbrengen). kaberatan. goda.m~ng~djiken. berdjamoe. mengandoengken. Bezoeken. thtamoe. Bezorgen (zorgen voor). soesah. Iemands naam bezoedelen. p~rtjobaan. m~ndapatk~n. m~ndjagai. o. m~mberi gadji. mampir. mengoeroesken. Bezuiden. bajar. m~ngoepahk~n. tamoe. Bezoeking (beproeving). (wrack Gods). herat. mengatoer. soesah. h rboewat dosa. m~mb~landja. mendjimatkgn. di seb~lah kidoel. niaja. kaberatan. Bezoldigen. mengedjiken. bersoesah hati. rr~lawati. masjgroel. m~ngirimk~n. menga. Bezoldiging. kadatangan djamoe(tamoe.. memfitnahken. memberati. b~rtamoe. m~mliharak~n. soesah. memberatken. tetamoe) . 333 Bezwaarlijk. BIGG. t~rima (menerima) djamoe (tamoe. Bezuren. Bezorgd. Een bezoek brengen. berdosa. di sebelah selatan.

. Bieslook. BIj elkander. djoerig. Bijaidien. sakoenjoeng-koenjoeng. tawar. Bezwijman.ren). lari. gemetar. v. v. (den duivel). (tot). minta doa. o. pengakoean doss. mengakoe dosa. bersoempah. minggat. Bier. radjin. v. v. o. botol bir. kaloe. sampai . mendada. d~mi Allah. coati. mgndjaoehken (mengoesir) setan. Bietebouw. keretjoet. thrkadangkadang. menoeloengi. siring-siring.. memoehoen. menoeloeng. djikalau kiranja. setan. Tegenstand bieden. berkata benar. s~r~gap. menderodok. kalah. o. berdoa.. kombang.. melawan . Biduur. Zijn biezen pakken. Hommelbi j. 334 BIJ. berlinanglinang. Bigamie. antoe. v. kapada. Honigblj. memboewang setan. l~bah . Bjj wijlen. anak babi. moertja. b~ratoes-ratoes. welingi. d~ngan. Bezweren (met eede bevestigen). b~ratoesan. memedi. perangkepan bini (laki) doewa. tiba-tiba . Bij (nabs j). oepamanja. waktoe sembahjang. kalenger.mengadoe. tempotempo... Bidden. (voor telwoorden ook uitgedrukt door b r-) . koetjai. bersembahjang. dokat. perhidoepan dengan bini (laki) doewa. melinang. Bibberen. pingsan. Bij God.. djikalau. De biecht aheggen. sandainja. m~mpoenjai doewit. De hand bieden. menjoempah.. Bies. menawar. Big. Bidden (dingen). Blj de hand. thrkadang.. Biecht. goetji bir. Bij honderden. tiwas. (aan). tawon madoe. bOrsama-sama. meninggal. v. djika. djatoh kalenger. Biggelen. tawon. Bierkruik. Het hoofd bieden. . Bezwijken. BtJ geval. Bij kas. o.mengadoeken hal. pads. di.. ampir . bir. Bij wi jze van spreken. gementar. sembahjang.. (verzoeken om lets). Bij (insect). m. babi ketjil. pinter. Bierflesch.

aan de priesters). berhimpoen. memboewang djadi satoe toempoekan (timboenan). mengoempoel. menjampoerknn. Bijdraaien (van een schip). pinter. menoeloeng. menj~rtai. B jdoen. tinggal bersamasama. v. m. ingat. d~ket satoe sama lain. v. (toegeven. menjorong damai..Bijbel. Bijeengooien. menghimpoenken. Bijeenkomst. menjampoer. Bijeentellen. Bijeenbinden. (helpen). Bijeenkomen. membawa . mengoempoelken. perbantoean. (voorgeschreven . Bi jeenblijven. menoeloenai. menambahken. mengoempoelken. rapat. alkitab. Bl jdragen (toevoegen). Blj de hand. Bijdrage. menambahi. kin. menambah. Bljbll jven (in hot gaan). pemberian. Dicht bijeen. Bijeenroepen. v. dzakat. pertoeloengan. Bijeendoen. berkoempoel. menahanken din. Bl jeenbrengen. alkitab'oelkoedoes orang m~sehi (n azaran i) . borsabar. mengiket djadi satoe. . Blj eenstaan.. enz. menjertaken. bahi. memanisken kata. (perhimpoenan. Bi jeenstroomen. De bi j bel der Mohammedanen. m embelok. tjepat. Bijeen (semen).berdiri bersama-sama. tiada meloepaken. Bij de handsch. berkoempoel. (uit eon flauwte).. tiada loepa.). tjeredik. sama-sama. mendjoemlah. (hulp). menamBIJGE. membantoe. menggiring djadi saperkoempoelan. m~noeroet. Bijbelleer. (onthouden). (gift).kitab'oelkoedoes. Bijbetalen. perkoempoelan. menambahi p~mbajaran. mengawanken. al'koran. merangkai. p~ngadjaran alkitab'oelkoedoes. jang sabelah kin. menjwdarkln.. Bijbrengen (aanbrengen). derma. De bijbel der Christenen. mengerahken. menambahken. Bl jeendr jven. bersama-sama.

radja tawon. hampir. o. Bijeenzljn. antoep tawon. Bijgenaamd. roemah gandok. di pesertaken.. hampir. o. BIJGE. toeroet.Bi jeenvoegen. deket. Biji. hampir. Bijgelegen. sialang. menghimpoenken. s~dar. m~njoesoel. saroepa. tiada katinggalan. m. (verliezen). b~rg~lar. doedoek berkoempoel.(nest). m~nambahi.. Bijennest... v. mrap~tkon. v. Bijna. ada bersama-sama. kampak. m~njampoer. o. Bijgebouw (van eon woonhuis). B ijkomen (van een flauwte). (bijdoen). sengat lebah. Bijnaam. karoegian .jenkorf. m. enz. lampiran.v. Bijgaand... roemah belakang. nama timangan.. m~nj~l~saik~n. antoep. batang soengai. b~rsoemangat . sarang tawon. zie : Bi.. Bijpassen. soerat p~rhoeboengan. m~nj~rtai. kali simpangan. Bijenkoningin. m~nghampirk~n. djalan simpangan. roegi. b~rs~dar.. mengoempoelken.. Bl jeenzamelen. same roepa. v. nama sindiran. mengoempoelken. berkoempoel. menambahk~n. . Bi jmengen. koerang s~dikit. merapatken. Bi jenangel. Bijlage. Bijgeloof. B jkans. o. m. berhimpoen. Btjrivier. (spotnaam). Bljenzwerm. menghoeboengken. doedoek bersamasama. nama tambahan . Bijleggen (van een geschil). v. Bijhouden (in het gears. Bijpad. kap~rtjajaan jang tiada b~toel. roemah tawon.. niat jang thrs~mboenik~n. g~lar. Bi jenkorf.. Bljoogmerk. kawan madoe. kapak. Bijschikken. simpangan. njaris. berhampiran. Bi jeenzitten. m~njampoerknn. m~nambahkan.menjamboeng. bersamasama.). (inhalers).(gelijken). sarang lebah. roemah samping. m~nambahi.

kadang-kadang. hadlirat. Bijweg.. kaboer. m~nambahi. boekan-kapalang . m~noempang. (van zeilen. m. enz. (ten opzichte van denn man). pada waktoe jang patoet. tambahan. maroe . dzina. . Bijzonder (buitengemeen). Bijslaap. Bijtend (scherp). m~ngoeboerk n . m~mp~rgoendikk~n.. Bijvoegsel. terkadang. b~rk~ndakan .Bl jschuiven. o. amat. Bjjwerk. Bljzetten (van een lijk). m. m~mp~rgoendik. kerdja tambahan. b~rkendak. thrlaloe.. (inbijten van scherpe vochten). Eene vrouw als bijzit hebben. (elk afzonderlljk). b~rhadlir . (verwonderltjk). m~ng~ratk~n . m~ng~ndaki. Bijzijn. membantoei. Bijvoegen. Bijwonen (tegenwoordig zljn). (zeer). boekan-boekan. (van vogels. BILJ. m~njorongk~n. (fraai). tempo-tempo. m~ng~tap (menggigit) bibir. s~lir . (van spot. menoeloengi. masing-masing. sang t.(scherp zuur vansmaak). Bljwi jlen. goendik. madoe. menggigit . m~mbantoe. o. p~rtoeloengan.. mbmagoet. lampiran. o. slangen). (bij of met een ander worsen). Een b: jzit hebben.. thrlaloe. membabar. choesoes . m~nj~lirken. p~das. m~nambahkon.. Bljwijf. m~masang.. Bijziend. m~noeloeng. m. p~rk~ndak~n.. indah. Bl jzit. Bljstaan. (speciaal). Bijten. m~makan. siang-siang. ampoetan . (zeldzaam). m~ndampingk~n. m~nj~lir. b~rsatoeboehan. siring. amat sanget. istimewa. p~dih. m nan m. o. p~mbantoean.). soerat perhoeboengan. (tegenover de wettige vrouw). p~rih. Btjstand. tadjemw Bljti jds. Bijster (verward). bingoeng . k~ndak . (onwettige). m matoek. Tot bijwijf nemen. v. djalan simpangan. m~ndoedoeki saroemah. mbnghampirk~n. djarang . ada. boeta ajam. s~ndirisendiri . ampoet. 335 (op de lippen).

Biljartspel. pintoe dalem (di sebelah dalem). kaloewar dari dalem . masoek kadalem . tali pengikat. membawa masoek. masoek berangkang. adil. laik. tanah oedik (pegoenoengan). Binnenland... Naar binnen gaan. tali.(iets vreemds)> p~rkara jang garib . masoek. v. ingat. o. Binnenkant.. masoek Binnenkoorts. v. v.. hoeloe.). masoek. di pelaboehan. (van een zak met een koord. memperkenanken. kadalem. membawa masoek (kadalem). Bil jartbal. mendjelen- . medja p~rmainan bola. Binden (vastbinden).. Van binnen komen. pantes. Binnenloopen. m. benang kasar. Bindgaren. Binnenhof. memoendjoet.. Bil. Bindtouw. enz. 336 BILJ. loewar dalenn . m. meloeloesken. boewah pantat. v. Binnenhalen. Biljarten. Binnenkomen. (onaangediend ergens ). Zie verder : Samenbinden. soerat ketjil. b~rmain bola. garib. Verbinden. pasak.. Binnen (in). mengikat . kamar bola. Billtjken. rotan.. dalem. o. Binnenkamer. Binnendringen. Bindrotting. masoek . memasoekken. enz. $ndjalin. terkenang.. s~gala p~ri hal ahoewal. pantat. kaloewar. (van een boekwerk). demaln di dalem. di moewara. Biljet. o. o. masoek. sedar. mendjilid . Binnengaats. dari dalem. poeri $daleman. darat. (omwinden). Bills jk. masoek koewala Binnengaan. v.. Biljartkamer. Bil fart. sebelah dalem. bilik (kamar) dalem (di sebelah dalem). bola.. pelataran dalem (di sebelah dalem). o.. masoek moewara. o... Binnenbrengen. memasoeki. o. Binnendeur. soerat. Alle bljzonderheden (van een zaak.. permainan bola.. v. patoet. Binnenkruipen. menaliken . Van binnen en van buiten. Te binnen schieten. v. oedik. Bl jzonderheid.adjaib. di dalem. membebat .).

poendi-poendi. melepoeh. Binnenvaart. Blaas. o. ternpias . tadjem. Blaad j e. masoek. sebelah dalem.. (voor het gevoel). v. m djalanan ketjil. bintil. lepoeh. Bitter (van smack). (gemoed). (faster). pager tembok di sebelah dalem. (pisblaas). kasabelah dalem. di dalem negeri. di dalem roemah.toeng. mengoering-oering. Binnentreden. jang di dalem sendiri . v. Een blaar vormen. v. pedih. o. di dalem kamar (bilik). Blaasinstrument. meremeh.. Blaam. lags sekali. (blaar). zie : Blad. sopi pahit.. Bismuth. Binnenskamers. Binnenmands. melari masoek. Binnenpad. kekang. tjelaka. Binnensmonds.. Bisamrat.... pahit. kastoeri. pahit sepat . kendali. pengemboesan. batin. (hard inloopen).. Blaar. Binnenwaarts. Blaasbalg. (dierli jke).. oempat. paroe-paroe . . v. djebat. v.. past. inoeman pahit. Binnenmuur. Binnensmonds praten.. o. Binnenshuis. Binnenweg. sakit. boenji-boenjian jang di tioep. merenj eh. Bittertje. masoek dengan berlari-lari. rnelemboeng. v. Bisamkat. pakerdjaan di daleln (sebelah dalem).. boengan. Bitter. hats. tikoes. halaman) di sebelah dalem. mas woeroeng. o.. Binnenwerk. dalem. kang.. v. innenste. djalan ketjil. moesang. m. simpangan ketjil.. (drank). pelataran (natar. kadalem. kelemBLAA. doekatjita.. pekentjingan. Binnenplaats. o. bengis. tjela . sedih. pelajaran di soengai (kali). (van den regen). legam. m. di dalem moeloet .. lepoeh. o. v. v. BLAA. Binnenzijde. Bisam. Bis. o.. Bits. Bit. sopi pahit. fitnah. njengoes.. pahit. Binnenstuiven. o. kastoeri.

(papier). poetih. (schenkblad). s~Ynp~rong. Bladluis. daoen . v. m~njala. m~ngangoesken. talam. (schutblad aan sommige planters). march sanget . Blameeren. (blinkered). membakar. (van drift). tangkai daoen. o. Blaffen. Andere droge. daoen. Bladwi jzer.. afgevallen bladeren. Bladstil. mentj~la. k~ping. moeka soerat.. soetji. Droog pisangblad. moeka. b~dak. k~risik. m~mbaoeng.. . v. m~nj~la. Blakeren. m~ngangoesk~n. telandjang. sjatar.. gagang daoen. Blad. berkilap. Bladerrijk. (van hot vuur). doelang. katja. BLEE.Blaaspijp. (overstroomd). diam. (van een tafel).. om hot vuur cars to blazon). goendoel. banjak daoennja. baki. (van palmen). Bladzijde. Blaken (zengen). b~larak. m~moepoeri. memakaiken bedak . v. (van een zaag). Zich blanketten. (bloot. 337 naakt). rampak. Blaasroer. (bleak). Blanketten. pagan. m~njoempit. daoen keying. papah . dilipoeti ajar. mengembek. memakai bldak (poepoer). m. m~nggonggong. Bladgoud. afgevallen blad van den kokospaim. m. (korte. mata g~rgadji.. kabandjiran.. koetoe daoen. mlajoer. thrhoenoes . tiada berdaoen. o. HOLLANDSCH-MALEISCH. tiada ada angin sama s~kali. o. m~mb~daki. o. Blaten. Bladerloos. m~ngganggang. march. Blanketsel. mas p~rada.. r~ndang.. Bladsteel. berboenji kaja kambing. perada. poetj~t. soempitan. Blank (wit. (uit de scheede). k~l eang. m~moepoerk~n. lumbar helai. soempitan . s~m$rong dapoer. berbedak. mengkilap. Droog. Huilend blaffen. m~njalak. Met ears blaasroer j agars (blazers). boreh. kelopak. daftar isi kitab (boekoe). b~rnjala. rein). poepoer.

koeda petak. menioep. Blijde (verheugd). tjelep. Blauwverven.. 22 338 BLEE. o. bandera. Bii jde ztjn. v. Blazoen. poetjet. g~mar. thmpat p~ndjemoeran barang. merah moeda. m ~n ggiran gk fin. Donkey blauw. poetih koening. Bleekertj. toekang tjelep. kasoekaan hati. (veldteeken). wang m~natoe. bersoekaan. barang dj~moeran. pembasoeh. berbisik-bisik. belaoe. biroeken.Ears blauwtje loopen.. soekatjita. Bleekster. biroe nila.. minatoe. membisikken. o.tampikan. Bleekgeld. nila. biroean. b~rgirang. merah moeda . tempat pendjemoeran barang. Blauwtje. m.. m~njoekak~nhati. Bleekheid. Bleaker.. van kleuren). soeka hati.. Bleekgeel. toekang menatoe. mengemboes. warna koelit langsep. menatoe.. Bles. biroe-lebam. Indigo-blauw. mombironi. perang. Bleekrood. Blauwsel. menjelep. binara.o. mom. petak. biroe. . moeda. In hot oor blazon.. m. mengetjet biroe (belaoe).Blauw. o. belaoe. Bleeken. Blauwe plek op 't lichaam door een stoot. tempatnja menatoe melakoeken pakerdjaannja. v. barang tjoetjian. Blazers.. girang. o. leseh. Bli jde makers. Blijdschap.. biroe laoet . di tampik. Bleekgoed.tampik.. pandjipandji. Blauwverven.. Bleak-rood... (licht. v. Hemelsblauw. kandji biroe. pembajaran rnenatoe. memoetihk~n. biroe toewa. (grasveld). poetj~t. b~rsoeka hati. poetjat. koening moeda. toekang tjoetji. enz. Licht blauw. biroe langit.mengg~marken. biroe moeda. lebam . o.. toekang tjoetji. kapoetjt an. Bleekgroen. Bleekveld. Bont en blauw. mendjemoer barang tjoetjian. v. soeka. mernoepoet. v. Bleak. idjo moeda.

b~rh~nti. b~rnjata.. m. (met de oogen knippen).. ajan.. kar~m. mats tadj~m . s~nantiasa. kagirangan.kag~maran. Bliksemschicht. thtap. panah petir.pandang. kabar jang mthnggirank~n. Bitjkbaar. Blijvend. Biijmoedig. besi geledek. m. m~mandan. dari b~si poetih. k~djap.. thtap. njata. alamat. lahir. m~ngdjapk~n (m~ngedepken) mate . ria. berkilat. gelap. thrnjata dari. Biiksemen. Stil biijven. tanda. kedjap mata. mnerangk~n. kena kilat. kaleng . kaleng. (vertind ijzer).. Staan blijven.$mandang. thrang. achterlaten. Laten blijven. Blljgeestlg. m~lihat. Biiksem. (zien). m.. Doers biijken. berkandjang. Blijk. tinggal di b~lakang. k~kal.. halilintar. m. kilat poen b~rsaboengan (saboeng-m~njaboeng). salama-lamanja. v. (bus enz. Bilk. zie : Biiksemstraal. (van eon schip dat vergaan is). tinggal. menjataken. Te huis blijven. zie : Bilk. soeka hati. ada kilat.jkens. kabar balk. Bliksemstraai. Bhjjven. koepi. male petir. b~rsoeka hati. De bliksem schoot onophoudeujk door de lucht. ketara. njata. m~ninggalk~n. tinggal di roemah . Blikken (van bilk). Biijken. di sarnb~r gelap. BLIN. dari kaleng. semstraal. m. Eon scherpe bilk. Bliksemfiits. borlthnti. Duidelijk biijk. geledek. b~si poetih. m~noendjoekk~n.g. Blijmare. Achter blijven. . zie : Blijgeestig. tanda thrang. kaleng. t~rang. m.. Door den bliksem getroffen. kilat. tinggal diem. (oogopslag). tanda kathrangan. o. tinggal b~rdiri. besi penangkal kilat. coati di p~$ran gars . van bilk). (van iemand die in den oorlog sneuvelt). Bi . Bliksemafieider. di samb~r g~ledek. kandjang.

darah p~ngiring boedak .. bergilap.. darah k~nte1. Blindemannetne spelen.. gilang goemilang. barang-barang kaBlind (niet kunnen zien). Blood vergieten. papan djendela. Biikwerk. o.. darah entj er . o. boeta. kilap. goemirlap. m~noempahk~n darah . bodo. darah . Van edel blood. pemboenoehan orang banjak. kaboetaan . Blinddoek.. (fig. Bloedbraken. m. soeka m~lihat darah. mabok darah. Geronnen blood. m. Blindelings. Kwaad blood zetten.. mane (soeka) m. v. bermain babi boeta. kabodoan. sadaging-darah . mengkilap. menjakiti hati. dat na de geboorte wordt uitgestort. kaIn penoetoep mate. Blindgeboren. Blood. berd~ndam. Blinkers. Blind makers. orang boeta. (figuurlijk).. gilap. tj~m~rling. menaroh d~ndam (d~ngki). m. orang g~b1~g. Bloeddorst. Van hetzelfde blood. B1oed aftappen. m. Blood. di peranakken boeta.. toedoeng tingkap. (sukkel). memperdajaken. o. zie : Blinds. Biinddoeken. api geledek. m~loentoerk~n . Bloedbad. memboetak~n. Bloeddorstig. b~rdengki. p~ngamoekan. Naar blood dorsten. boeta-toeli.soeka m~lihat darah. membodoken.. b~rhati batoe. m~nd~ndamk~n.Biiksemvuur. Biinde. bodo. (dom). Bloeddrijvend.noempahken darah. BLIN. m~njangg~rah . menoetoep mate dengan kain. Waterig blood. orang bodo. o. memboetaken. o. gebleg. Blindheid. m. dengan boeta-toeli. m~moentah (moentah-moentah) darah. mane m~lihat darah . Blikslagerswinkei. Met bllndheid slaan. kedai (waroeng) toekang kaleng. b~rkilap.). bangsawan . (vensterluik). api kilat.. Blikslager.. meng~rat oerat. papan tingkap. darah b~koe. m. Blindeman. (leng.. boeta dari kaloe~ war moela. boeta. toekang kaleng.

obat menahan darah. moentah darah. Bloeden.warna(roepa) darah. m. 339 Bloedloop. soembang . Bloedrood. bisoel darah. poealam. . obat (djamoe) l~loentoer. v. darah toempah. m. Bloedschande. b~rdarah. Bloedkoek. Bloedschande bedrijven. menoempahken darah.. kena ganti. hilang darah. BLOE. banjak darahnja. v. menahan darah. m.. Bloedschuw. o. penjoembang. Bloedeloos.. darah kent l (bekoe). v. sanak-soedara jang damping (deket). sapoepoean. v. Bloedstelpend middel.. m endiatken. kena m~mbajar. Bloedig. orang bersoembang. diat. oetang darah.. orang bengis. o. kaloewar darahnja. v. (bloeddorstig mensch).. Bloedverwantschap. Bloeddrijvend middel.v.. De naaste bloedverwanten. m. m edj en...v. orang soeka melihat darah. b~rloemoeran darah. Bloedhond. salah (borsalahan) memboenoeh orang. Bloedstorting. sanak-soedara. m. Bloedspuwen. Bloedrijk.. Bloedvin. v. (voor lets boeten).darah . toempahan darah. Bloedverlies. Bloedgetuige. mengamoek..... Bloedvergieten. Bloedvat.. oepah m~mboenoeh orang. boewang ajer darah. penasak. tiada ada darahnja. Bloedschuldig. Zie ook : Bloedprtjs. memboenoeh. Bloedverwant. koelawarga. bisoel. sjahid. sanak.denda pemboenoehan orang. Met eon bloedprijs verzoenen. menjoembang. b~rdarah. m. memoentah (moentah-moentah) darah. persanakan.. m. oerat darah. Bloedschuld. m~ng~moe darah. De bloedverwanten. permoentahan darah. Bloedspuwing. menasak darah. bangoen. koelawarga. Bloedkoraal.takoet m~lihat darah. Bloedschender. Bloedgeld.. merdjan. Bloedstelpend.. o. Bloedkleur. Bloedprijs. merah seperti darah. katempoehan.

darah nifas. tepoeng. menjoetji darah.. Bloeiti jd (van planters). v. Bloedwraak. bisoel. In den bloei des levens. kembang. kamoedaan. Nagemaakte bloom. o. loeka berdarah. m. v.).. bekas (tanda) darah. (van palmen). sampoerna.. bertambahtambah baiknja. (afzetter). ramai . kain tjemar. Bloedzweer. m. boenga (kembang) wangi . berboenga. pakembangan.Bloedvlag. 340 BLOE. (van den handel). daoen boenga (kembang).der vroii. (keur). o. boenga asa. ramai. soewang koekoe.. Bloembed. boenga soesoen. Bloedzuiger. enz. mekar . barah. pengisap darah orang . pilihan . Bloedwateren. poespa. Dubbele bloom. berkembang. lintah. selamat.v. (voorspoedig zijn). bendera merah. berkembang. (van een land).. petak boenga (kembang). sedang koewatnja . Opene bloom. v..(van een rijk.. moesim berboenga(berkembang). Welriekende bloom... berkentjing (mengontjing) darah. Bloei (in . Bloembol. Bloedvlek. boengaboengaan. berboenga . Aaneengeregen bloemen. Bloedvloeiing. kaln kotor.m. m. Bloedwarm.. Bloedwraak nemen. boenga (kembang). oembinja boenga . majang . Bloemblad.wen).).. boenga (kembang) koentjoep . toempahan darah . soeh. memoentoet bola. Bloeien (van planters). (de maandeljjksche . m.staan van planten). tepoeng aloes. ma'moer. waktoe besar koewasanja. bisoel mengemoe darah. m. membersihken darah. (na de geboorte). (in hout). boenga (kembang) soenting. Bloedwreker. ramai. enz. boenga. Bloedwond. bola kisas. Gesloten bloom. (van meel... penoentoet bola. membela kisas. barik-barik . Bloedzuiverend.v. Enkelvoudige bloom. berselamat. Bloem. darah pengiring boedak. kembang-kembangan. v.. orang mengisap darah orang. ma'moer.

. o. Bloemenmand.. v. o.. taman poespa. Bloemhof. kebon boenga (kemBLOE. tempat boenga (kembang). haroemnja boenga (kembang). keloepak. tepoengnja (deboenja) boenga (kembang). Bloemtuiltje. wanginja boenga BLOE. m. m. m. v. koentoem. m. m. Bloemlezing. o... pek~mbangan.. pasar (pekan) boenga (kembang). gambar boenga. banjak boenganja (kembangnja). v. tempat kembang. thmpat boenga .. Bloemstof. bakoel boengaboenga. Bloemist.kebon boenga (kembang). baoenja boenga (kembang). toekang boenga-boengaan (kembang-kembangan). m. Bloemenmaker. karangan kembang. Bloemmarkt.. v. pemiaraan boenga (kembang).. toekang kembang. Bloemknop. orang miara kembang. m. toekang kembang. sari. m. tangkai boenga (kembang).. toekang kebon jang menanem kembang. deboenja (tepoengnja) boenga (kembang). Bloemkweeker.. Bloemsteel.v. ook : tepoeng aloes. Bloemengeur.... Bloemstuk. Bloemvaas. Bloemkrans. Bloemperk. karangan boenga (kembang). Bloemenhandel. m. m. v. o.. kebon kembang. taman poespa (boenga). pigoera kembang. Bloemkelk. m.m. Bloempot.. v. bang). Bloemstofdraad.. orang nanem kembang. boenga rampal.. pendjoewalan boenga (kembang). Bloemrijk.. Bloemmeel. dagangan boenga (kembang)... pekembangan.(kembang). koentjoep. Bloemkweekerij. (kembang). Bloemtuin. petak boenga-boenga (pekembangan)...

Onder den blooten hemel. pengepoengan. menjataken. radjin mengoesahak~n dirinja dal~m pakerdjaan. petak. oekiran. (uitgetrokken. (aan den poot van een dier). pgmb~lokan. $maloe. land~san . tjabar. Bloode. menerangken. (overgeschoten stuk hout). boewi. majang. (van de pisang). m~mboekak~n. d j anto en g. tampang. Bloemwerk.. poentoen g. p~ndjara. Blootliggen. thlandjang . thrhoenoes. ketelandjangan. b~lok. berbaring dengan telandjang. mengopoeng. takoet. Een bloot gerucht. enz. p~nakoet.. (van een houthakker). (takel). v. (van palmen). kerekan.. tidoer berthlandjang. maloe. (deel van een land of gebouw. slechts). Blokkeeren. takoet. mOmajiri. poet~ran kerekan. v. soma : koening. Blokkade. enz. soma : poetih. telandjang. o. roemah ktam. Blokhuis. pasoeng. m. bidoer. m. timah tampangan. maloe. kerek. kerekan. (wachttoren). tiada b~rh~nti bek rdja. bangoenan . k~mbang . Bloesem. . goendoel.). v.. o. lorak . 341 Blootheid. boenga. Blond (van haar). lands. p~nakoet. pasoengan . Blootleggen. Blootshoofds. Bloktin. kerek. Bloot (naakt).). thrtjaboet.. roemah pasah . sadja. Blokken. Blok. (van een schaaf ). (in een gevangenis ter kluistering van gevangenen). di bawah langit. memgpat. sengk~la. koerang b~rani. pair. kabar angin. tjoema. sahadja. Bloodaard. karangan boenga.(k~mbang).. BOED.. van labels. Bloohartig. tjabar. o. djoea. kepala telandjang. (met schepen). o.. (van tin). tiada memakai toetoep kepala.. Blokschtjf. (gevangenis). orang koerang brani. pasoengan. koeboe. (enkel. orang tjabar.

gelemboeng . Bodem. Bluf. kotjak. m~nerima harts poesaka . Blos. .ngkoeng. (op het lichaam). (in iets). telok. p0noelisan barang warisan... Bluschmiddel. (nalatenschap). in kwaden zin). olo olo. Bod. bermoeka merah.. bengkak. mOngoeroeskOn pOninggalan (warisan). m. penawaran. tanah . tjakap angin.menggak-menggok. m. Bobbel.. memanasken. barang-barang poe342 BOED. porkakas roemah. in goeden zin). saka. bengkok. (van verlegenheid. (al de bezittingen). pelenting. bengkak-bengkok. tawaran. Een boedel verstooten. Bluffers. v. menghoedjanken. Een boedel aanvaarden. (aan den regen). olo-olo. melengkoeng.. bawah. memadjanken. Een boedel beredderen. sbrba roemah. m. m.. m.. Boedelafstand. (schip). m. soeroehan. harta poesaka. m. oetoesan. berbelikoe. ponoelakan harta poesaka (warisan). berpipi merah. pOnjoeratan harts poesaka. memadamken. bertjakap angin. harta-benda. mombOhagi harts poesaka. berhati besar. o. maloe. kapal. bongkok. eloek. merah moeka. mengatjak. loenas. (op het water). Bochel. Bochtig. mbmOrentahken harts poesaka. berseri.Blootstellen. Blozen. (inham). Blusschen. lOpasan warisan. loeboek. bengkak. keloek. seri.. Boedel. Een boedel verdeelen. berbera. kamaloean. pegadean perahoe atau moewatannja. perahoe. Bocht. belikoe . pOnjoeratan barang-barang pOninggalan... (aan de zon). o. Bluts.. harta. mematiken. v. membatalken. pemadam.. Bode. Eene zaak den bodem inslaan. melengkangmol.. m. mbnoelak harts poesaka. v. memadjan. harta peninggalan. bersipoewan moeka. pantat. pelengkoeng.. Bodemerij. kotjak. v. boetjoeh. (inboedel). Boedelbeschrijving. (van schaamte.

. pOlampoeng. (papier). djilid . pOnjitakan) boekoe . soerat. mOrantaikOn. koeras. v. Boekdrukker. sOmandera. djilid kitab. Boegseerli jn. djilid boekoe. boekoe . mOriam haloewan. kajoe babewan. m. mOrawankOn hati.Te boek stellen. o. Boefachtig. Boeg. m. (onderdeel van een werk). (bekoren). (deal). mOngOtjap boekoe. toekang mOndjilid boekoe. Boekdrukkerjj. djangkar (saoeh) haloewan. Boegen. saloetan kitab. o. orang djahat. Boegseeren. mOmasangi bOlOnggoe. bakal mOndapbt.. m. bOrakal bangsat.. Dwars voor den boeg. lajar tjoetjoer. m. kitab. mOndjait. m0mbitjarak0n lain pOrkara. Boeganker. Boegstuk. maling.. mOnOra kitab. mOmegang kOmoedi.. v.. mOnjoeratkan. mOnggilirken.. mOnoeliskOn.. djahat. mOngatoer djalannja pOrahoe (kapal). enz. mOlakoekOn p0rahoe (kapal). toekang mOndjait boekoe. pOntjoeri.. porbOndaharaan harts poesaka. mOnjitak kitab.tjoengoer. o. lajar kOlewer.. djilid. lajar sOmandera. (geschut).. Boei. BOEK. mOnoenda. o. mOmbelokkOn. mOlintangi haloewan. mOnoendakbn.. Den boeg wenden.mOntalifkOn. tjoetjoer.. (kluister). Boekband. tjoengoer. toekang mOnOra(mOngOtjap. b0l0nggoe.. Boekbinden. v.mOnjitak)boekoe. Boegsprietzeil.. lampoeng. tali pOndarat. haloewan. lets voor den boeg hebben. pOmbahagian harts poesaka (warisan). v. v. Boeien (in boeien slaan). o. bangsat. soerat.. mbmbol0nggoe. pOrtOraan (p0ngOtjapan. Boekbinden. Boek. o.timboelan. Boedelscheiding. m. Het over een anderen boeg gooien. Boef. (van een anker. tali toenda. mOndjilid.. Boekdeel. (balk). Boekdrukken.. m. Boekbeslag. Boegspriet. bOrganti bitjara.Boedelkamer..

(gears stadbewoner).). orang b~k~rdja tarsi . orang oedik. Boeken. Boekhandel.. orang goenoeng. (oprisping).. 1Omari boekoe. m. v. b~rdzina. orang tarsi. (v.. m~mb~rsihk~n. m. v. orang m~ngoesahak~n tanah. BOER. pOrkoempoelan boekoe. Boeleeren. orang jang b~rk~ndakan (jang b~rmoekah. (menigte).p~ndjoewalan boekoe (kitab).. k~ndak. jang b~rdzina). m. orang hoeloe . kabanjakan . soend~l. v. (haarkrul).... m~njikat. m0masoekkOn di daftar. m~lakoek~n p~roesahaan . penjoerat (pnoelis) bilangan. Boekenkraam. m~mboend~r. pOrhimpoenan kitab. Boekverkooping. mOndaftarkOn itoengan.. m. (landman). Boekhandelaar.. m.. v. Boekhouder.. orang doesoen. 3oekverkooper. lelang boekoe (kitab). Boekhouden. orang jang soeka boekoe. Boeleerder (-star). Boekerij.. Boekenkast. Boekdrukkunst. moekah. Boekwiekel. m. Boeren. orang jang bOrdagang boekoe-boekoe. Boekenminnaar. toko boekoe. m. banjak. m. m~njeka. mOnjoerat di daftar sOgala pamasoekan dan pakOloewaran bOlandja (oowang).v. almari kitab.. boendor. k0dai p0ndjoewalan boekoe. Boenen. Boekel.. b~rkendak. zie : Boekhandelaar. sikat. pOndjoewalan) boekoe (kitab).(kitab). tahak. Boel. sikat. mglakoek~n pakgrdjaan tanah. mOnjoerat (mOnoelis) di daftar. m~nggosok. m. kdai p~ndjoewalan boekoe-boekoe. m. ikal. bermoekah. ilmoe mOnOra kitab (boekoe).. Boer. ilmoe t0raan (tjitakan) boekoe (kitab). pOndjoewal boekoe. Boender. m. pOrniagaan (dagangan. (ontuchtig mensch). sordawah.

djinaka. Boerenwerk. Boerenkinkel.. b~rmain. m. makanan orang tarsi.. Boertig. (inham). m~mbaiki. tjara orang tan) (doesoen. Boevenstreek. b~k~rdja tarsi. (berouw). b~rtapa .. (straf). Boetedoening. v. Boetseeren. p~nghidoepan (tj era) orang tan).tanah. (in godsdienstige afzondering). (borsten saner vrouw). pangkat orang tan). perkoempoelan orang tarsi. p~rmainan. . Boeventaal. Boete. o. m.. m~njoelam. Boezem. Boetvaardige. kakoe. m~mbajar d~nda. menoeladank~n. kena d~nda. (voor bloedschuld). m~mbenarken . BOK. tape. m~rtapa. m. Boert. goenoeng). kathmpoehan . m~mboeboel. m~rtani. (in afzondering). tetek . orang taps.. Boezemvriend. b~hasa maling. m~lakoek~n .. 343 Boersch. k~na hoekoeman. o. tape . chat. m~mbela. Boete doers. v. m. kikoek. melakoeken hoekoeman. v. v. akal bangsat. b~rs~nda. orang goenoeng. p~rtapa. membela mati. Boerenkost. b~hasa orang djahat. Boerenhuis. sesal. b~rtani.. (borst). p~ri hal orang tarsi. m.. m~roepaken. Boerenleven. roemah orang tarsi. orang goenoeng).. Boerenarbeid. orang b~rtobat. orang padoesoenan. s~nda. bertapa. tobat. orang b~radat kasar. m~mbikin.. m~moewask~n. orang g~bl~g (kikoek). m. m. k~na siksa.. sobat k~ras. Boaters (straf krijgen)... ~bevredigen). goerau. orang b~rtapa. soesoe. d~nda . m. p~k~rdjaan (pbroesaha~in) orang tan) (orang doesoen. berdjinaka. (inboeten) .. m. Boerenstand.. djinaka. b~rmaln gila. pak~rdj aan ($roesahan) orang tarsi. Boerten. b~rgoerau. v. bangoen. v. Boerendracht. m~njoelami .. telok. Boeteling.. dada . (met hat levee). pakaian orang tarsi. (herstellen).

. orang kakoe . m~mbesark~n din. (stop in een vat).. taulan b~nar. roepa boendor. saboek. ook : pgrijoek api. boender.. berkotjakan. tiada tahoe adat. Bokshoorn. Bokaal. m~ngatjak. koeboe. memboewang koelitnja. pangkoeh. 344 BOKA. v. djotos. (op ears rtjtuig). oembi. sekam. soembat. (bal). kambing laki-laki. Bokkensprong.. gebleg.. Bokkenhaar.. bola. Bol. . djompalit . m. piala. t~mpat doedoeknja koesir. kambing l~laki. (hoofd). (stole). boelat. melengkoeng . salika. . (schraag).. koerang adjar. v. boentar. bordjempalitan. boewah boendor. boelat. m. (van de kokosnoot). b~ngkak. boentar. Born. Bolvormig. bok. Bol (road). saboet. toetoep. ramboet kambing. Bolsteren. (lompertl) orang koerang adjar. dinding. oebi . orang tiada tahoe adat. bandot . kasar. berdjotosan.sobat b~toel.. (projectiel). (mannetj esgeit). p~loeroe api. m. m~mboeka koelitnja. Bolster. monggotjo.toedoeng. Bokkenlucht. Bolwerk. orang pandai (pinthr). samboek . boelat. kakoe. bengkok. boelat. handai b~nar. salah ... koelit kambing.. m~ndjotos. teb~l. m. s~mboeb. Bokkenleer. tandoek kambing. bane aring. b~rgiripan. tindjau. (font). kepala . thrpoel. v. kotjak. benteng. Bogen (pochen). boend~r . mengoepas. Boksen. m. (dik). s~mboeb . (van de rijst). Bolrond. m. menindjau. p~ndjotosan. o. Boles. Bok. girip. (van seas bloem). pelor api.. (gezwollen).Een bole schieten. koelit. kambing djantan. v. koeda koeda . Bokspoot. (gebogen). badjoe pendek. temb~m. o. m~mboewat salah.. kaki kambing. zie : Bokachtig. m. baloewarti. o. Bokkig. k~labet.. Boezeroen. Bokkensprongen waken. Bokshoornzaad. o.. gotjo. Bokachtig. bane bandot. (knap mensch). k~taloem.

o.. Boodschap. p~rdjandjian. mengoesir. v. Bondgenoot.. $robahan perdjandjian.. hadjat. potong. kabar. (veelkleurlg). warts. m~noelak. o. (idem door ziekte). p~rahoe poekat. door een slag). berita). Bondbreuk. terang. biros. (op het lichaam. (last). potongan besar. Bon. Bombardement. Bondig. pantja warns. lobang soemp~l. meloepoeh. (gevlekt) . toendjang. b~lar . Boast. Boast. (verbond). b~lang-bonteng. (boat en blauw). m. biros-l~bam . m~nembaki d ngan p~loeroe (api). (bericht). beloelang jang ads boeloenja. BOOG. jang membawa chabar. Den bona geven. menoemboek. mendjatohken . koelit berboeloe. Bond. tegoeh. (rinkelbom).. BOOR. pemberita. toelang. toemboek. kadla hadjat. (gevoeg). boewang ajer. berita . soerat bon. member tahoe. Bondgenootschap. . kawan. mengchabarken. mombentoerken . warna warna . temen. m. persekoetoean. hang soem$1. penembakan dengan pelor (api). Bomgat. biros lebam. Bops. (van den troop) .. soeroehan. pewarta. toemboek. lebam. m. p~rombakan djandji. mel~pasken.. pesanan. Boodschappen. (vaartuig).. Bonzen. m~ngoesir. mewartaken. (schietboog).. penembakan. Boog. sakoetoe. belang-bonteng.. mengeloewarken. chabar. oetoesan. m. boesoer. o..so empel . (tegen den grond). Bombardeeren. membanting. m~ngg~rakkon. m.. v. (bontwerk). mendampak. (stuk). soerat pesenan barang.. lobang soempat. p~rs~koetoean. Boodschappen. m. r~bana . (been). Bonk. p'rahoe majang. memb~ntoer. m.. panggal. bolang . o. ringkas. membawa chabar (warts. kasi tahoe. penjoeroeh. perdjandjian. soeroehan.

djoeroe k~bon. tali boesar (boesoer).. ~loeng. m.. p~nggandaran. Boomladder. tanman boewah-boewahan.m. v. m. Boomgaard. daoen-daoen. o. Boommos. (om eon schuit voort to bewegen)..koentjoep. Boomknoest. v.. (sluitboom). batang. bengkokan. $ngoengkil. pikoelan. m. m~nggalahkon. Boommerg. boengkoel (bonggol) kajoe. o. taman.. soldadoe . Boogschutter. tahiangin. batangan. Boogpees. p~manah. m.boesar. 345 Boomloot. o. lengkoengan. m~njoeroeng d~ngan galah. Boomkikvorsch. daoen pohon. poehoen. katak pohon. m. hatinja kajoe. palang. b~rgalah. Boomhevel. (kromming). pemanahan. loemoet pohon... v. pabean. minjak kawang. . Boomers. Boombast. galah . Boomknop.jang bergegaman panah. m manah. iboe panah. (tolkantoor). gandewa. b~r1~ngkoengan. Boogsgewijs. zie : Boomgaard. toekang kebon. (draagstok). m. Boogbrug. pohon. v. o.m.. mnoelak d~ngan galah. kantor pabean. in. k~bon. pokok . Boomolie.... (van een wagon). m. tangga apitan. lengkoeng .. o. Boomblad. 00k: panah. p~lengkoeng.. pengantjing . p~ngoesoeng. djamoer. toekang kbon. Met een bong schieten. djombatan berlengkoeng.. Boomhof. djoeroe taman.boengkoel. sakat. tangga sokong. djoeroe tan~m pohon. Boom. v. kajoe boedjoer. ampoeloer. koelit kajoe. (ter afsluiting van een vaart).. Boomkweeker. jang m~nanem s~gala roepa pohon. daoen. kantjing..koetoem. kodok bantjet. boom.. Boomgaardenier. k~bon boewah-boewahan. gandau.. p~manah.. BOOR. koelit pohon.. Boogschot. tali gandewa.

tjabang. . tangkai. Boomsnoeier. Boomschors.. Aan boord klampen. goerdi. koelit katjang. birai. m.. rimbat .. Aan boord. orang jang meranting pohon. (gewone). birih. en o. m~ndjait pinggirnja. pangkal. toeroen ka kapal (perahoe). tepi. Boorden. m. (sojaboon). katjang pandjang. raboek..). mOmoewatkgn. birih. (aardnoten). pelandjaran. . lilin pohon. orang jang merantjoeng pohon. rebatang. m. (verschansing van een vaartuig).. o.v. n1.. m~mangkalken. dahan.. Boord (karat). Boomvaren. v. katjang boontjis. Boordevol. o. tjendawan. koelat. (erwten).. orang jang m~roesakk~n tan~man kajoe.. katjang. boor.. v. Boordsel. poenggoer. sebir. (dunne. penoenggoe kantor pabean. Boomwachter. ponoeh sampai di pinggirnja (bibirnja). Boomtak.Aan boord nemen.m. oelar pohon. Boomstam. v. Boor....pohon pakoe. menoempangkOn. tali ajer. djoeroe (penoenggoe) batangan. katjang djoho. koelit kajoe. menggait. v. toenggak. oelar daoen. (aan een moues. Boomvrucht. Boomstronk. akar pohon. ponoeh s~kali. Boomwortel.. m.. m. kapoek. Boomwol. boewah pohon. Boon (in hot algemeen). batang kajoe.melanggar. 346 BOOR. toenggoel. katjang kapri! (bruine). toendjang katjang. o.pakoe.Boomschender. Boonenschil. sobak. v. v. Boomslang. Boomzwam. tjawang.. (groene).. katjang tjina. lange snort). v. katjang polong. bongkot. enz. m. djara. m... bibir.katjang idjo. Boomwas. djamoer pohon. Boonenstaak.. katjang kedele . pendjaleran. di kapal (perahoe). pinggir. (van den suikerpaim).. ranting. katjang tanah. orang jang memotong tangkai-tangkainja p0hon.

djoeroe (kbpala) roemah pandjang (soendOl. marsh. Zich boos houden. anak perahoe (kapal). v. piring. tali sampan. o. Boorijzer. (slecht). v. kapista.. m. o. kertas kajoe. (naar den worm.. amarah.. m. Bord. k~rtas djilid. pelontean. Borduren. kolek. m... m. memarahken. fasik. kepala pelontean. orang djahat. chalasi. doerdjana. seroet b~sar.. Bordeeltaal... bangsat. m. Boos worden. kadoerdjanaan. pendjemoeran piring. b~si p~nggirik. serang. goesar. besi goerdi. (schrijf of speelbord). orang fasik. o.. tambangan.. orang berdosa. Bordeel. lonte. djoekoeng. pendjahat. Boosaardig. pendjahat. marsh. behasa soendel (djobong. nakal.. pinggan (piring) tjeper. Boos makers. para-para. Bootsmansmaat. pinggan.. marsh. o. doerdjana.. Bootsgezel. sjaitan.. awak perahoe (kapal). djahat. de grootte. djobong).Booze. djoeroe tinggi. piring dalem. Borax. roemah soendel. pelesit. moerka. enz. Bootsman. (de duivel). setan.).bingkai. m. Boot. Bordpapier. lonte). Diep bord. Boosheid. . orang djahat. poerapoera marsh . Booswicht. sekotji. (schotel). orang djahat. o. galak. tingkal. v. papan. menjoedji. pendjahat. Bootsmansfluit.. o. Boos (toornig). toekang kin. m~ngambil goesar . Bootstouw. roemah djobong. (stout). Plat bord. menjoelam. (een slecht mensch).. bidoek. o. (goddeloos). Boorschaaf. matroes. bengis. pemidjar. doerdjana. pathri.. . bisa. meloekis. v. djahat. m. moerka. kadjahatan. orang perahoe (kapal). (slechtheid). roemah pandjang.. toekang kanan. Bordeelhouder. sampan. d~lap. memoerkaken. (toorn). Boosdoener. BURR.. galak. tandil. perahoe. moerka. Bordenrek. v.

. dada ajam. anak djedjaka. mendj~moek~n . soesoe. (boezem van een vrouw).pembidang. g~logok. tjbgok. bergel~rnboengan. sandoeng lamoer.. loekisan.. Slap neerhangende borsten. kmban. . Een ingedeukte borst. dada tjekoeng. memikoel tanggoengan. m. andelan. (jonge man). penanggoeng. Borgen (koopen op credit). menembak sampai tenggelem. taroena.. Borduurwerk. g~lemboengan.sopi. Tegen de borst stuiten. angkoeh . v.(slok).satjegok sopi. v. soelaman. (van de vrouwen).gelemboeng. menanggoengken. orang moeda.pemidangan. soedjian. m~napoek dada. menjoesoei. $noetoepan dada. dada l~gok. tetek. Aan de borst drukken. Borstbedekking. o. Borg. toelang rawan. m. v. menanggoeng. djadi hantar.. soedjian.. Een scherp vooruitstekende borst. beli (membeli) dengan beroetang. o. berdidih. tanggoengan. Borst. soelaman. m~ndidih. m~mb~ri soesoe(tetek). zie: Borgstelling. dada. v. (waarborg). o. member tanggoengan. merangkoel. een schip in den grond boron. botol sopi. Zich op de borst slaan. djaka. soesoe (tetek) kopek . en m. (voor-bovenlijf ). toelang dada. Borduurraam. m~meloek. Iemand in den grond borers.(bel). Borgstellen. moneteki. membinasaken. De borst geven. mengeboer..Borduurpatroon. tanggoeng.. Borrel. djoewal (mendjoewal) dengan mengoetangken. (op crediet verkoopen).. ~orrelen. o.. memberi oetang. penjoelaman. Borrelflesch. botol minoeman. menggirik. hantaran. pengakoe.. didih.. Borduursel.o. Een hooge borst opzetten. Borstbeen. Borers. m. tanggoengan. loekisan. Borreling. dada lekok. Borg bl ven. pakerdjaan soelaman. Borgtocht.. BORR. v. Borgstelling. kafil. tjonto soelaman (soedjian).

. o. o. isi rimba. (van een geslacht flier). BOTE. Boschachtig.. m. v.. Boschbewoner. boeroeng deroek. v. orang jang hidoep di dalem oetan.. sakit (penjakit) dada. Bosschage. menjikat. Boschduif. toekang m~mbikin sikat. (knop). sandoeng lamoer.. Boschslang. boend~r. m~mboender. rimba. v. Borstzweer. b~rkas. Borstrok.memberkas. boeloe (ramboet) babi. Boschhond. (schuier). Bot. oetan ketjil. ajam biroega. oelgr oetan..begal. Borstspeld. Borstmiddel. memboengkoes. Kreupelbosch.pendjaga oetan. v. menggeloeng. (bundel). Boschwachter. toekang sikat. v. (alas).Borstdoek.. baroet dada.. Bos. Borstelmaker. Boschkat. m. Borstziekte. pen.m. (varkenshaar). Borstel.. mengikat-ikat.. Boschmensch.. beroepa oetan. Borstvin. m. banjak oetannja.. menggedengken. o.. m. v.. o. Borstharnas. Borststuk. gedeng.. (der vrouwen).. Bossen.m. goeloeng. boengkoes. m. apilan.. b~loekar.. badjoe b~si. Boschroover.m. baroet. m.. baran . kepet dada. o. dajoeng. sesak dada. v. andjing oetan. andjing rimba. hoetan-rimba. . Borstlap. antoe-alas. alas. toek~l. v. Boschduivel. dada. m. v. m. rimba raja. rimba-rimbaan. dada).. koetjing oetan. obat sakit dada. v. kota. o.. sikat. daging dada. Borstelen. m... kemb~n. dinding... dahan. membelingkas. kota mars. Borstgezwel. koetang. p~nitih badjoe. oto. 347 Borstwering. penjamoen. sakit dada. ikat.. Boschhaan.. toenas. antoe-oetan. koeboe. boeroeng tekoekoer.. m. (moerassig).. Borstkwaal. v. (-hen). m. Bosch. Boschnimf. oetan.. bisoel di soesoe (tetek.. sakit b~ngkak di dada. hoetan.

. dengan berani... berpoetjoek. Botten. tjidera bitjara. Boud. dengan teroes-terang. toemboekan .v.. toempoel. v. v. m. v. him. Bout. Botterik. Boter. Een bout in . v.. Boterspaan. pakoe.. pena besi. pasak. soentoehan. koentjoep. orang gebleg. (dom). tong toemboekan mentega. kaja mentega. menoempoelken. pelawanan bitjara. (knook). en v. Botweg. menoemboek mentega. orang bodo. koerang tadjem . Bougie. Boterton. seperti mentega. Boter bJj de visch. kontan. v. Bottel. menoemboek.rantjing. roti dengan mentega. (nagel. Botweg. Botmuil.. m. pakoe kantjing. Boterkarn. sans mentega. sementoeng. toenai. membentoer. him dian. mbmeewasken (menoeroetken. membikin mentega.. Bots. soentoeh. m. Bouillon.. Boter makers (karnen). v. Boterachtig. tempat mentega. m. goedang. bodo. v. Botsing. gebleg. Bottelier. Boterpot. 348 BOTE. mengoeloerken1 haws nafsoenja. Botsen. orang gebleg. Ztjn hartstochten botvieren. bebal. bertoenas.. kaldoe. m. membotolken.. toemboek. Botmaken.. Botervlootje. koetoem. tempat mentega.bersoentoeh.. Botanie. o. mengisiken di botol. oewang toenai. v. toekang sepen. m. kabentoer. berani. saroepa mentega. teroes-terang. pin ggan mentega. sepen. Bottelen. kabentoes. Boterboer.. orang bodo. v. bentoer. m.. teroes-terang. toelang . Boterham. sendok mentega. (in meaning). v. pakoe besar. dengan teroes-terang. toekang bikin dan djoewal mentega. Bottelari j. toemboek. spijker). tong mentega. Boterschaal. bentoes. v. koewah mentega. v.... Bot (niet scherp). mentega ... melanggar.. Botersaus. toekoel. botol. doengoe. ilmoe tanem-taneman.

o. pertjaja. ambang (soendoek) diatas. Bovenaan. terlepas dari . Bouwlieden. Bovendien. di atas . toewa. pembikin.. mengerdjaken. bangsal. Bouwval. di kepala. rombakan. mas. pondok toekang-toekang bekerdja. m.m. m. roesak. o. sikap. naik ka-atas. Bouw. Bouwgereedschap. o. terbalik . enz. bendang. lagi poela. jang perloe sendiri. roeboehan. bertimboel. BOVE. pemboewat. (liefje). terlampau. tjinta. Bouwstof. pintos diatas. tipar. Naar boven. (lichaamsgestalte). Bouwloods. petjahan. bertimboel. meliwati atasnja. lagi. memboewat. Boven over lets been. mernperdiriken . Bo vendrijvend. Bouwen.belandja(ongkos). Bovenal. (aanbouw). membikin. v. loepoet dari. (rijstland). (eendvogel). m. bebek. lain dari itoe.. ampir (mane) roeboeh. tanah peroesahaan. melindoengken.. Boutje. istimewa poela. ka-atas . paha. Bouwland. Bovendorpel. ramoewan.lets drijven. poekang . melipoeti.. dedeg. lembaga. (van een geslacht dier). timboel. Het onderste boven. mengharep-harep. bakal. m emakoe dengan pakoe besar (kantjing) . bangoenan. atas. di hoeloe. toekang-toekang. Op iemand bouwen. kabalik. Van boven. Bouwkosten. ladang. Boven. hati. dari atas .. sawah . itik. Boven komen. (niet of moeilijk bevloeibaar). hoema. tambahan lagi. memeliharaken. BOVE. Bovendeur. Iemand de hand boven bet hoofd houden. to boven zijn. menega. tegal. . perkakas memperdiriken roemah sabagainja. m. terlebih lagi. Bouwvallig. timboel. memasak. v. Te boven gaan. melebihi.. Een gevaar. di atas sendiri. menjoengsang. soengsang. terlebih poela.. meliwati. v.. hanjoet. laloe dari atas.... boewatan.

penggorengan. Bovennatuurl&jk. Bovenstreep. badjoe loewar.. roemah diatas. tjara oedik. v. badan di atas.. Bovengoed. m. kepala. goenoeng). Bovengemeld... moeka roemah jang diatas. o. kamar loteng. o.. Bovenstaand. Bovenkant.. djendela (tingkap) jang diatas.. mengalahken kata orang lain. jang terseboet diatas. behagian badan jang sabelah atas. v. v. Bovenzinneli.jk. jang paling di atas. v. bilik (kamar) di atas. rohani. fatah (tar aangeving van den a-klank). Den boventoon hebben. di atas... v. o. behagian jang diatas. sebelah atas.. angkasa. terlampau. sebelah atas. tjara orang goenoeng. menang.. Bovenop. m. tanah hoeloe.. barbs di atas. jang di atas sendiri. mengalahken. v. Bovenraam. terlaloe. bibir jang diatas. boekoe diatas. jang terseboet diatas. v. o. Bovenhuis. oedara.BRAK. sakti.. o... m. minj ak goreng. Bovenkaak. moeloet besar . Bovenlip. hoeloe. m.. Bovenste. bermoeloet besar. Bovenltjf.. Bovenhand. 349 Boveneinde. Braadpan. pangkat jang pertama (tinggi sendiri). Bovenrang. Boventoon. Bovenland. Bovenkamer.. (wtjs). pangkal. tanah pegoenoengan. dari hoebe (oedik. gigi diatas. wa- . roemah andjoeng.. minjak perendang. Bovenlandsch. Bovenstuk. De bovenhand hebben. terlebih. tanah oedik. v. hoeloe. Bovenlander. o. o. Bovengevel. orang oedik.. o.. terlaloe amat. Bovenmate. m. v. roemah loteng.. m. Bovenlucht. nakaian di loewar.. Bovenmenschelijk. Bovenzijde. Braadolie. Boventand. boekoe asem. v. tersanget. loteng. sakti. Bovenkleed. Bovenverdieping. orang goenoeng..

Braakpoeder. berbitjara koesoet. angin sedeng boewat menjoeroeng lajar pengapoeh.. Braak.djan. moetah. rendang. v. loeroes hati. v. tanah (padang) tandoes. v. Braaf (deugdzaam). behasa katjoekan. (inbraak). (in eon oven). Braak. (zonder vet.. gemoek gorengan. menjerboekken. Bramzeilskoelte. Braaksel.). asin. Braken. menamboes. kabalkan. obat moentah.. moentah darah . Braakmiddel. patjak. tab. pemanggang. membakar. o.. daging gorengan. tanah jang dada di kerdjaken (peroesahaken).. kelat lajar saboer. o. penggalian.. moentah. (boven vuur). mematjak . Braden (in eon pan). Bramzeil. masin. moentah. Bracelet. Brabbeltaal. m. Brabbelen (wartaal spreken). menj anj ah .. lajar saboer... bitjara koesoet (dada karoewan). pemboekaan. membembem. betoel.. Braadworst. o. berani. enz. kelat lajar pengapoeh. v... Bloed braken. (mood). mengomong dada karoewan. Bramgijtouw.. obat loemat boewat moentah. v. kaloeroesan hati. tiada di kerdjaken. pembongkaran... Brak. o. v. kaberanian. menjerboek. olio of boter). Bramstenrg. v. gagah. Braadvet. menggoreng. fonder haste asch). gelang.. Braadstuk. .. (dapper).. pgmbawan lajar pOngapoeh. tali sin