PRACTISCII " MALEISCH-HOLLANDSCH EN HOLLANDSCII-MALEISCH IIANIJWOORIJEOEK NB BENEVENS EEN »KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER" DOOR

L. TH. MAYER. DERDE DRUK. AMSTERDAM SCHELTEMA & HOLKEMA'S BOEKHANDEL SEMARAN G SOERABAIA-'s-GRAVENHAGE - G. C. T. VAN DORP & Co. VO0RBERICHT. Bij de bewerking van dezen tweeden druk is er naar gestreefd, niet alleen, om do in dit woordenboek nog ontbrekende termen zooveel mogelijk aan to vullen, maar daarin ook die verbeteringen aan to brengen, die ons wenschelijk voorkwamen. Do beperkte omvang, die dit woordenboek behouden moest, maakte het echter niet mogelijk er bijv. nog meer voorbeelden voor het gebruik van enkele woorden in op to nemen. Bij het gebruik van het Hollandsch-Maleische gedeelte zal het daarom wenschelijk zijn ook hot Maleisch-Hollandsche deel to raadplegen, wanneer men omtrent het een of ander woord in onzekerheid verkeert. Waar noodig is ook achter de woorden (in het Maleisch Hollandsche en zijn daartoe do volgende verkortingen gebruikt, als Amb. = A mbonsch. Atj. = Atjehsch. Ar. = Arabisch. Bandj. = Bandjarmasinsch. Bat. = Bataviaasch Chin. = Chineesch. Eng. = Engelsch. Fr. = Fransch Har. = Haroekoesch. Overigens wordt beleefd naar verwezen. gedeelte) de herkomst opgogeven Holl. = Hollandsch. Jav. -- Javaansch. Mol. = Maleisch der Molukken. Perz. = Perzisch. Pont. = Pontianaksch. Port. = Portugeesch. Sap. = Saparoeaasch. Sk. = Sanskrit. Soend. = Soendaasch. het voorbericht op den eersten druk L. TH. MAYER. ME ESTER- CORNELIS, November 1906. VOORBERICHT OP DEN EERSTEN DRUK. Op uitdrukkelijk verlangen van de Uitgevers is bij do samenstelling van dit boekje er naar gestreefd, om daarin niet moor to geven dan hot gewone Maleisch, dat de hoofden en beschaafde inlanders

op Java spreken en schrtjven. Men zoeke hierin dus niet uitsluitend zuiver Riousch of Djohorsch Maleisch, want nevens de echt Maleische woorden en vormen komen er ook Javaansche en Soendasche, alsmede dialectisch Bataviasche on andere uitdrukkingen in voor. Ook is hot Hollandsch-Maleische gedeelte met hot oog op den beperkten omvang, then dit boekje hebben mocht, voor zoover doenlijk bekort, door er alleen de meest gebruikelijke woorden in op to nemen. Bij hot niet vinden van eenig woord zal de gebruiker dus de synoniemen daarvan moeten zoeken. Wat de plantennamen betreft, doze ziju ontleend aan FILET'S Plantkundig Woordenboek. Dat dit boekje moge beantwoorden aan hot doel, waarvoor hot is samengesteld ! 's-RAGE, Mei 1895. L. TH. MAYER. KORT BEGRIP DER MALEISCHE WOORDVORMING EN SPRAAKLEER. Alphabet. Hot Maleisch kent 18 medeklinkers en 5 klinkers. Uitspraak. Do meeste medeklinkers worden als de onze uitgesproken, enkele eenigszins anders, als de g = g bijv. in hot Fransche garCon; h : aan het begin van een woord meest niet, aan het eind van een woord hoorbaar; tusschen twee verschillende klinkers valt zij geheel weg, tusschen twee gelijke klinkers is zij echter duidelijk hoorbaar, evenals in vreemde woorden ; k : als sluitletter dikwijls niet hoorbaar; p en t aan het eind van een woord meer als b en d, dus zacht; s : altijd scherp. Twee naast elkander staande medeklinkers kunnen niet samen worden uitgesproken; daartusschen hoort men altijd min of meer duidelijk een e. De medeklinkers djim, tja, nga en nja, die wij door dj, tj, ng en nj teruggeven, zijn enkelvoudige medeklinkers, zoodat de voor de transcriptie daarvan gebruikte letters niet mogen worden gescheiden. De klinkers zijn, a, e, i, o, oe en worden uitgesproken a ais onze a, doch iets korter, in enkele streken ook als o of a en als o of e ; e als onze e en 6; e als stomme e; i als onze ie, nooit zoo kort als onze i bijv. in tik. VIII o als onze oo en O; oe als onze oe. Do klank e wordt meest in de voorlaatste of de derde lettergreep van achteren gehoord. Voorts bestaan de tweekianken ai als e of ei en au als au of o uitgesproken. Woordvorming. De meeste stamwoorden in hot Maleisch zijn tweelettergrepig; de eenlettergrepige worden gewoonlijk door voorvooging van do klanken a, e, 1 of oe tweelettergrepig gemaakt. De eigenlijk gezogde woordvorming geschiedt door a. voorvoegsels ; b. tusschenvoegsels ; c. achtervoegsels ; d. verdubbeling van hot grondwoord en e. samenstelling, waarover nader. Klemtoon. De klemtoon, die zeer zwak is, valt gewoonljjk op de voor-

laatste lettergreep, en, als doze stom is, op de laatste, zelfs al heeft hot woord eon achtervoegsel. Vormveranderingen. Vormveranderingen als verbuiging en vervoeging kent hot Maleisch niet. Een en hetzelfde woord kan zoowel eon substantief als eon adjectief of werkwoord enz. zijn, al naar gelang van den zin, waarin hot voorkomt. Zoo kan bijv. sakit zoowel ziekte, als ziek en ziek zijn, beteekenen, enz. De voorvoegsels (praeflxen). Doze zijn 1. me, steeds gevolgd door eon neusklank, behalve wanneer hot grondwoord begint met eon 1, r, j, w; dient ter uitdrukking van den actieven vorm van alle werkwoorden in hot Maleisch ; en geeft in hot algemeen eon handeling to kennen, waarbij dat, wat door hot grondwoord beteekend wordt, to pas komt, als a. is hot grondwoord do naam van eon werktuig, enz., dan beteekent hot werkwoord iets met dat werktuig enz. doen, bijv.: mematjoei, membedil, mend jaring, mengoentji, enz. b. geeft hot grondwoord eon hoedanigheid of eigenschap aan, dan beteekent hot werkwoord, dat hot subject die hoedanigheid enz. heeft, zich voordoet als door hot grondwoord is aangogeven, bijv.: merapoeh, meranting, menggombala, enz., en c. is hot grondwoord plaats- of richting-aanduidend, dan beteeIx kent het werkwoord, zich in die richting, naar die plaats bewegen, bijv.: mendarat, merantau, mengoelon, mengiri, enz. 2. pe of per, tot vorming van substantieven, die wij in het Hollandsch aangeven door den infinitief als substantief; meestal dienende als de determinatieven van andere substantieven en dan beteekenende het middel enz., waarmede een handeling geschiedt, en tot vorming der noemers van breuken, als : pemboeroe, pendjaga, pemidjet, perboeroe, perampat, enz. Met hot aanhechtsel an geeft zulk een substantief aan a. de plaats, de oorzaak, de tijd, het middel eener handeling, bij v.: perlindoengan, perhiasaan, persinggahan, enz. b. plaatsnamen, die aanduiden waar to vinden is enz., wat door het grondwoord wordt beteekend, bijv.: perapian, pergelangan, enz., en c. een rang, stand of collectie, bijv.: perdaraan, pertoenan, enz. Als verkorting van para dient dit voorvoegsel pe of per ook om een meervoud of verzameling aan to duiden, bijv.: permanteri, perpatih, enz. De aldus gevormde woorden kunnen ook den actieven werkwoordsvorm met het praefix me, dan tot mom vervormd, aannemen en worden dan transitieve werkwoorden, die beteekenen a. dat hot subject hot object maakt tot dat, wat hot grondwoord aanduidt, wanneer dit grondwoord een substantief is, bijv.: memperisteriken, mempergoendik, enz. b. dat hot object door de working van hett subject de eigenschap krijgt, enz., die door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: memperbaik, memperbanjak, enz. terwijl c. do beteekenis van hot werkwoord dikwijls daardoor niet verandert, maar hot voorvoegsel per of pe alleen dient om er een sierlijken vorm aan to geven, bijv.: mempereboet = mereboet, memperhimpoen = menghimpoen, enz. 3. ka dient a. tot vorming van de substantieven kahendak en kakasih, de eenigen in hot Maleisch, die dit voorvoegsel hebben;

b. tot vorming van rangschikkende en verzamelende telw oorden, al dan niet voorafgegaan door hot betrekkelijk voornaamwoord fang, naar gelang dat hot telwoord bijwoordelijk dan wel bijvoegelijk gebruikt wordt, bijv.: kadoewa, kalima, enz. x c. tot vorming van bijwoorden van plaats en voorzetsels, die een richting ergens heen aanwijzen, bijv. kasitoe, kasana, enz. d. in verbinding met het achtervoegsel an A. tot vorming van substantieven, die beteekenen 1. de benaming van het object der handeling, bijv.: kapertjajaa.n, kadoedoekan, enz. 2. een infinitief als substantief gebruikt, bijv.: kadatengan, kaberkatan, enz. 3. de plaats, waar iets of iemand is, woont, bijv.: kademangan, kajangan, enz. en 4. een substantief met ons achtervoegsel heid, dom of te, bij v.: kamoeliaan, kabesaran, enz. B. tot vorming van hat passief der werkwoorden (met de beteekenis van een passief deelwoord), waardoor wordt gezegd, dat hat object verkeert in den toestand, door hat grondwoord aangegoven, bijv.: kapanasan, kabakaran, enz. Van transitieve werkwoorden afgeleid kan daze passieve vorm in onze taal dikwijls worden teruggegeven door hat achtervoegsel baar of lijk, of door den infinitief met hat voorzetsel te, bijv.: kalihatan, enz. N.B. Nu en dan hoort en ziet men ook een passief gebruiken met ka alleen, zonder hat achtervoegsel an, bijv.: katabok, kapoekoel, enz., doch dit is geen zuiver Maleische vorm, daar een dergelijk passief in hat Maleisch met hat praefix di bestaat. 4. tar: dient tot vorming van werkwoordsvormen, met de beteekenis: a. van hat passief deelwoord, bijv.: terikat, tertjitak, enz. b. dat hat object kan ondergaan of hat subject kan verrichten, wat door hat grondwoord wordt aangegeven, bijv.: terangkat, terdjalan, enz. c. van iets toevalligs, iets onvoorziens, bijv.: t5rsepit, terboeka, enz. d. dat hat subject onwillekeurig, bij ongeluk, bij toeval, enz. de handeling verricht, die in hat grondwoord opgesloten ligt, bijv.: teringat, terdoedoek, enz. e. van een superlatief, bijv.: teramat, terlebih, enz. on f. van woorden, die eon gemoedsaandoening, enz. aangeven, bijv.: terkedjoet, enz. 5. bar: dient tot vorming van intransitieve werkwoorden en adjectieven met de beteekenis XI a. dat het subject doet of zijn beroep maakt van hetgeen door het grondwoord wordt uitgedrukt, wanneer dit een verbale stam is, bij v.: bertikam, b®rtemoe, enz. b. dat het subject tengevolge van een handeling in den toestand komt, then het grondwoord aangeeft, bijv.: berdjemoer, berlindoeng, enz. c. dat het subject heeft of k~ijgt wat het grondwoort zegt, bijv.: b®ranak, berlaki, enz. d. dat het subject een intransitieve handeling verricht, waaraan het grondwoord ten grondslag ligt, bijv.: bekerdja, bermalem, enz. e. dat het subject is of zich gedraagt als wat door het grondwoord wort dt aangegeven, bij v.: berkoeli, berboe-

djang, enz. en f. dat het subject de hoedanigheid krijgt, die door het grondwoord, dat dan een adjectief is, wordt beteekend, bijv.: berbanjak, bersetia, enz. Met het achtervoegsel kan of ken vormen deze afleidingen ook werkwoorden met causatieve beteekenis, bijv.: berlandjoetken, enz. Dit voorvoegsel ber dient ook tot vorming van verzamelende telwoorden, waarbij het grondwoord dikwijls ook verdubbeld wordt, bijv.: bhrdoewa, enz. 6. di (alleen bij transitieve werkwoorden) dient tot vorming van het zuiver passief met dezelfde beteekenis als in het Hollandsch, bijv.: di pikoel, di bawa, enz. Wordt het handelend subject genoemd dan komt er gewoonlijk het woordje oleh voor, evenals in het Hollandsch door, bijv.: di bawa oleh anakkoe, enz. Bij woorden die een ongeluk, enz. beteek enen, wordt di wel eens vervangen door kena, bijv.: di tipoe = kena tipoe, enz. 7. koe (ook akoe, hamba, sahaja, patik, enz. en in het meervoud kami, kita, akoe s®kalian, enz.). geplaatst voor den onveranderden stam van het werkwoord, dient ter aangeving van het subjectief passief van den eersten persoon, bijv.: koelihat, koekirim, enz. 8. kau (ook angkau, engkau, toean, toeanhamba, toeankoe, enz. en in het meervoud kamoe, enz.) dient evenals koe ter aanduiding van het subjectief passief, doch van den tweeden persoon, bijv.: kaulihat, enz. XII 9. sa dient tot vorming van a. telwoorden en breuken, bijv.: sapoeloeh, sabelas, satengah, saparo, enz. b. bijwoorden, dikwijls met verdubbeling van het grondwoord en achtervoeging van nja, bijv.: sasoenggoehnja, sabolehbolehnja, enz. Dit sa heeft ook de beteekenis van met, gansch, geheel, gelijk als, enz., bijv.: sagoenoeng, saroepa, enz. Tusschenvoegsels (infixen). Deze zijn m, r, 1, en gems, en vormnn toestandswoorden met de beteekenis van frequentatieven,' bijv. gemoeloeng, kerenjoet, selidik, gemerintjing, enz. Achtervoegsels (suffixen). Deze zijn 1. i. vormt in het algemeen werkwoorden, die beteekenen eon handeling, die tot direct object heeft de persoon, de plaats, enz. waar, waarin, waarop, waarnaar die handeling gescbiedt. a. Als het werkwoord zender dit suffix die persoon, enz. reeds tot object heeft, dient dit suffix alleen om de betrekking tusschen subject en object nauwer to maken, bijv.: menjoerat, men j oerati, enz. b. Is de stam intransitief, dan wordt het werkwoord door i transitief, bijv.: menaiki van naik, melaloel van Woe, enz. c. Bij werkwoorden, van niet-verbale st,ammen afgeleid, beteekent dit suffix, dat het subject aan het object geeft, enz. wat door het grondwoord wordt aangeduid, bijv.: menamai van nama, menempati van tempat, enz. Het suffix i wordt dikwijls ook in de plaats van het suffix kan gebruikt, en kan oak met het praefix per samengaan, doch alleen sierlijkheidshalve of om meer nadruk aan to geven, zonder verandering van de beteekenis van het werkwoord, bijv.: melepasi - melepasken, memperbanjaki = memperbanjakken, enz. 2. kan (of ken), scheidbaar en niet-scheidbaar dient tot vorming van werkwoorden met de beteekenis

a. (wanneer het grondwoord de naam is van een voorwerp) dat het subjet dat voorwerp gebruikt, enz. om de handeling to verrichten, bijv.: membehasaken van behasa, memarangken van parang, mengoeroengken van koeroeng, memendjaraken van pendjara, enz. b. (wanneer het grondwoord een beweging aangeeft), dat het subject het object in die beweging doet deelen, bUv.: melariken van lari, enz. XIII c. van eon handeling voor, ten behoove van, enz. eon persoon of zaak, die dan genoemd wordt, bijv.: membikinken, mentjehariken, enz., en d. dat hot subject maakt, dat hot object wordt, doet, enz. wat het grondwoord zegt, bijv.: mendjatohken van djatoh, menidoerken van tidoer, enz. Een transitief werkwoord met hot causatief achtervoegsel kan, geeft to kennen, dat hot object gegeven wordt, om er mode to doen, wat hot grondwoord zegt, bijv.: membawaken, enz. Dit suffix kan ook samengaan met hot praefix per, doch daardoor wordt de beteekenis van hot werkwoord niet veranderd ; dit bijgovoegde per dient dan alleen tot versiering, bijv.: membit jaraken = memperbitj araken, enz. 3. nja, dient a. als bezittelijk voornaamwoord van den derden persoon of ook als lidwoord, bijv.: koedanja = zijn (haar) paard, ook = hot paard, enz. b. (met of zonder oleh) tot vorming van hot subjectief passief van den derden persoon, waarbij hot grondwoord hot voorvoegsel di krijgt, bijv.: diperboewatnja, di ambil olehnja, enz. 4. an tot vorming van afgeleide substantieven a. met de beteekenis van eon infinitief als substantief gebruikt, bijv.: ikatan, atoeran, enz. b. (dikwijls met verdubbeling van hot grondwoord) met een collectieve beteekenis, bijv.: laoetan, tanem-taneman, kajoe-kajoean, enz. c. (dikwerf made met verdubbeling van hot grondwoord) een gelijkenis, gelijkheid aan, enz. aangevende, bijv.: ramboet, ramboetan, - baris, barisan, enz. d. benamingen beteekenende van zaken, enz., die do eigenschap hebben, vertoonen, etc., welke door hot grondwoord wordt aangegeven, bijv.: manis, manisan, enz. Dit achtervoegsel an dient ook tot vorming van bijvoegelike naamwoorden (afgeleid van namen van kleuren met verdubbeling van hot grondwoord) en kan samengaan met de voorvoegsels pe of per, ka (zie aldaar) en bar, bijv.: hitem-hitsman, perboewatan, kakoewatan, berlari-larian, enz. Verdubbeling van het grondwoord. Hierdoor wordt een veelvoudigheid van handeling of een meervoud aangegeven ; ook de XIV meeste bijwoordelijke uitdrukkingen worden op die wijze gevormd, bijv.: berkata-kata, djalan-djalan, soenggoeh-soenggoeh, enz. Deze verdubbeling of herhaling van hat grondwoord kan met hat achtervoegsel an ook een gelijkenis aangeven met hetgeen door hot grondwoord wordt bedoeld, bijv.: anak-anak-an, roemahroemah-an, enz. Samenstelling. Hiervan bestaan twee vormen, nl.: a. waarbij hat bepalende woord voor hat hoofdwoord komt, meest aan vreemde talen (hat Sanskrit voornamelijk) ont-

leend, bijv.: soeka-tjita, doeka-tjita, enz., en b. waarbij hat omgekeerde plaats heeft (de meest gewone vorm), bijv.: papan-tjatjoer, anak-ajam, djoeroe-koentji, enz. Door daze nevenstelling worden meest benamingen van boomen, planten, vruchten, bloemen, vogels, visschen, bergen, rivieren, enz., aismede figuurlijke benamingen gevormd, als pohon k®pala (njioer), boewah djamboe, kembang seroeni, boeroeng gelatik, ikan goerameh, goenoeng Gede, kadi Antj ol, enz. Ook dient de samen- of nevenstelling ter aanduiding der betrekking, die in hat Hollandsch door den genitief of door middel van hat voorzetsel van wordt aangegeven, bijv.: pintoe roemah, gelang perak, enz. Werkwoorden. Behalve do betrekkelijk weinige werkwoorden, die hun onveranderden stam behouden, zooals : doedoek, bangoen, tidoer, dating, pergi, enz., nemen alle Maleische werkwoorden in den actieven vorm hat voorvoegsel me met den correspondeerenden tusschengevoegden neusklank, wanneer hat grondwoord niet met een 1, r, j of w aanvangt, bijv.: mengambil, membeli, enz., maar melarang, meratjoen, mejatimken, mewartaken, enz. (Zie verder de voorvoegsels me, pe of per, tar, bar en de achtervoegsels i en kan hiervoren). Koppelwoorden. In hat Maleisch gebruikt men voor ons : zijn (bestaan) : ada. hebben : ada, verbonden met bagi, akan, pada. worden: djadi, mendjadi, ook nalk, masoek. heeten : bernama. schijnen : roepanja, al of niet verbonden met seperti. blijven: djoea, sahadja. Reflexieve werkwoorden. Daze worden gevormd met diri als object, xV verbonden met koe, moe, of nja tot dirikoe, dirimoe, dirinja al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en beteekenen een handeling, die op bet subject zelf terugslaat. Reciproque werkwoorden. Deze werkwoorden, die eene handeling over en weder aangeven, worden gevormd a. door achter den grondvorm van hot woord den workwoordsvorm met me of ber to voegen, bijv.: tangkis-menangkis, temoe-bertemoe, enz. b. door achter bet met ber verbonden grondwoord, dat dikwerf ook verdubbeld wordt, bet suffix an to plaatsen, bijv: bertangkis-tangkisan, bersambat-sambatan, enz. Deze werkwoorden geven dikwijls oak een herhaling of veelvuldigheid der handeling to kennen, bijv.: bertjotjoran, enz. Ti jden van hot werkwoord. De tegenwoordige tijd wordt aangegeven met behuip der hulpwoorden ada, Magi, tengah, sekarang, enz. Do verleden tijd met soedah en telah en Do toekomende tijd met hendak, akan, maoe, nanti, kelak. Wijzen van het werkwoord. Do gebiedende wijs a. der intransitieve werkwoorden heeft den vorm van bet werkwoord met me of ber (tenzij dat bet die voorvoegsels niet aanneemt) verbonden met bet nadrukswoordje lah, dat er achter wordt geplaatst. Bij dozen vorm moot de derde persoon, van wien gesproken wordt, altijd genoemd worden. b. der transitieve werkwoorden wordt gevormd door kau (ook angkau, engkau, enz.) to plaatsen voor den onver-

anderden vorm van hot stamwoord, dat bij een bepaald bevel enz. ook bet praefix me kan behouden. Wil men zich beleefd uitdrukken, dan gebruikt men daarbij apalah kiranja, silakanlah, enz. Ook barang, moega-moega, haroes, biar, balk, mari, tjoba, enz. dienen dikwijls als hulpwoorden bij dozen vorm van het werkwoord. Wanneer hierbij pergi wordt gebruikt, staan zoowel dit als hot daaropvolgend werkwoord in de gebiedende wijs. Do verbiedende wijs wordt gevormd met djangan, djanganlah, enz. en soms met hot werkwoord in bet passief met di, wanneer de nadruk op hot verbod wordt gelegd. XVI Zelfstandige naamwoorden. Behalve de stamwoorden, die niet van anderen zijn afgeleld, als bijv.: roemah, poetera, anak, kambing, koeda, enz., heeft men in hat Maleisch ook substantieven, die gevormd zijn met ka, an en ka en an. (Zie daze voor- en achtervoegsels). Geslacht. Geslachten kent hot substantief niet; alleen hat natuurlijk geslacht voor levende wezens wordt wel eens uitgedrukt door laki-laki, lelaki of djantan - mannelijk, en perampoean, isteri, b®tina = vrouwelijk. Getal. Tusschen hat enkel- en meervoud der Maleische woorden bestaat geen verschil, doch dikwijis wordt ter aangeving van hat enkelvoud sa, sa'ekor, enz. en van hat meervoud segala, sekalian, semoea, enz. gebezigd. Ook wordt hat meervoud niet zelden uitgedrukt door verdubbeling van hat grondwoord, al dan niet verbonden met segala, enz. Bijvoegelljke naamwoorden. Zijn of stamwoorden, als : balk, enz. of afgeleide vormen met de achtervoegsels an, wan, man dan wel met hat voorvoegsel bar, bijv.: poetih-poetihan, boedak-boedakan, setiawan, hartawan, boediman, enz. Hot adjectief staat in hat Maleisch gewoonlijk achter hat substantief, behalve wanneer hat een adjectief van hoeveelheid is, of wanneer de voile nadruk daarop vallen moat, bijv-: koeda bagoes, makanan enak, perboewatan balk, enz., lima orang, sekalian orang, banjak orang, enz. Trappen van vergelijking. De trappen van vergelijking worden gevorm d als volgt de positief met sama, sama dengan of sa, de comparatief door eenvoudige opsomming der vergeleken wordende zaken en toekenning der hoedanigheid aan dat voorwerp, dat die hoedanigheid in do hoogste mate vertoont of bezit ; ook met dari, dari pads, lebih, lebih lagi, enz. de superlatief met tar, t®rialoe, terlampau, amat, sangat, maha, sekali, enz. Voornaamwoorden. Daze worden onderscheiden in a. persoonlijke, d. i. 1. voor den eersten persoon akoe (verkort koe), dakoe (na do woorden akan of dengan), saja, hamba, hambatoean, oeloen, patik, awak, beta, goewa, enz. in hat enkelvoud en kami, kita, akoe sekalian, enz. in hat meervoud. 2. voor den tweeden persoon : angkau (verkort kau), engkau, XVII dikau, toean, toeanhamba, toeankoe, jang dipertoean, j amtoean, padoeka, s6ripadoeka, datoek, loe, kowe, enz. in het enkelvoud en kamoe, kau orang, loe'orang enz. in het meervoud, en 3. voor den derden persoon : ia, dia, dianja, nja (achter een passief) zoowel in het enkel- als in het meervoud, en marika itoe, diaorang, enz. in het meervoud.

b. onbepaalde, d. z. men = orang. iemand = sa'orang. niemand = tiada sa'orang (siapa). wie ook = barang sa'orang, barang, siapa, siapa djoega. ieder = sasa'orang, masing-masing, tiap-tiap. iets = sasoeatoe, barang sasoeatoe, apa, apa-apa. niets = tiada apa-apa, tiada barang sasoeatoe. c. wederkeerende, d. z. zich = diri met koe, moe of nja, al naar gelang dat de eerste, tweede of derde persoon bedoeld wordt, en sendiri. elkander = satoe sama lain, sama sendirinja. zelf = sendiri. d. bezittelijke, d. z. voor den eersten persoon akoe, koe. voor den tweeden persoon kamoe, moe. voor den derden persoon ia, nja; ook verbonden met ampoenja of poenja, doch dan direct gevolgd door den naam van het bezeten wordend voorwerp. e. aanwijzende, d. z. van zaken : ini, itoe (meest achter het substantief geplaatst) en met djoega de beteekenis hebbende van dezelfde", van hoedanigheid : begin, begitoe, demikian. Deze woorden krijgen, wanneer zij als praedicaten voorkomen, gewoonlijk ook het aanhechtsel lah. f. vragende, d. z. van personen of zaken : apa, mama, siapa. van hoedanigheid : betapa, bagaimana. van hoeveelheid: berapa. g. betrekkeli jke, d. z. jang en nan, welke altijd aan het begin van een relatieven zin staan, ofschoon zij soms ook weggelaten kunnen worden. Deze voornaamwoorden dienen soms ook als bepalende X VIII lidwoorden, en worden ook (althans jang) niet zelden gebruikt als voegwoorden. Telwoorden. Deze kan men onderscheiden in hoofdtelwoorden en ranggetallen. De hoofdtelwoorden van 1 tot 9 zijn : satoe, doewa, tiga, ampat (empat), lima, anem (enem), toedjoeh, delapan, sambilan (sambilan). van 11 tot 19: worden gevormd door voor hat woordje betas do hoofdtelwoorden 1 (dat sa wordt) tot 9 to plaatsen. van 21 tot 29: worden, evenals die van 11 tot 19 gevormd doch met hat woordje likoer. die getallen van de tientallige schaal uitmaken door tien = poeloeh honderd = ratoes duizend = riboe tienduizend = poeloeh riboe of laksa honderdduizend = ratoes riboe of keti millioen = joeta to verbinden met sa en do overige hoofdtelwoorden, on die getallen boven 30 uitdrukken door achter hat getal van hat tientallig stelsel do andere op voren aangegeven wijze gevormde telwoorden to voegen.

Bij hat tellen van levende wezens of andere voorwerpen worden dikwerf ook zoogenaamde classificeerende hulpwoorden gebruikt, die zijn o. a.: voor menschen orang voor dieren ekor voor levenlooze voorwerpen boewah, potong, panggal voor boomen batang voor ronde, kleine voorwerpen, enz. bootir, bidji, boekoe voor dunne, platte voorwerpen helai voor brieven poetjoek enz. Voor uitdrukkingen, als anderhalf, derdehalf, enz., wordt gebruikt tengah verbonden met hat hoofdtelwoord, dat hat cijfer aangeeft, waarvan de helft moat worden genomen, bijv. derdehalf = tiga tengah, d. i. hat derde (getal, enz.) half. De ranggetallen worden govormd met de voorvoegsels ka, al dan niet voorafgegaan door jang, bar, per en sa. (Zie daze voorvoegsels hiervoren). Voor de helft, half, zegt men in hat Maleisch satengah, XIX sab6lah, saparo; voor eerste Nvordt p6rtama gebezigd en voor alle bestaat de uitdrukking samoea, samoeanja. Voorts worden de vermenigvuldigingen aangegeven met kali, ganda, lapis, lipat, oak kian, do deelingen door bagi, bagian. Bijwoorden. Deze zij Jn: 6f stamwoordelijk, als: amat, sangat, b6lom, pe'rnah, enz. 6f gevormd door verdubbeling van het grondwoord, als: tibatiba, moela-moela, enz. 6f samenstellingen van een, dikwijls ook verdubbeld grondwoord met het voorvoegsel sa en het achtervoegsel nja, bijv.: sasoenggoehnja, sakoewat-koewatnja, enz. Ook wordt daaraan niet zelden de uitgang lah of pon toegevoegd, waardoor men dan bijwoorden van nadruk krijgt. Voorzetsels. De meest gebruikelijke zijn: di, ka, dari, pada, kapada, dari pada, akan, oleh, d6ngan, d6mi, hingga, kar6na, oentoek, enz. Voegwoorden. De meest gebruikelijke zijn: dan, atau, kalau, djikalau, t6tapi, akan t6tapi, maka, adapon, soepaja, enz. Tusschenwerpsels. Van deze woorden of uitdrukkingen bestaan in het Maleisch betrekkelijk weinige, als: hai, ja, adoeh, wah, ajo, tjis, ambol, tobat, enz. Ten slotte zij nog opgemerkt, dat vragen in het Maleisch meest worden gedaan met gebruikmaking als suffixen van de hulpwoordjes kah (bij nadruk in de vraag) en tah (uitsluitend achter apa en mana). Ook heeft men nog enkele woordjes die veel voor nal-nen of titels worden gebezigd, als: Sang voor namen van goden of vorsten en in fabels, enz. ook voor nainen van dieren; Si voor eigennamen van personen, die men familiaar kent; Dang (als titel) voor namen van vrouwen van rang, enz. en in fabels voor namen van visschen, en Hang voor namen van mannen en hoofden (eig. titel van hoofden in Malakka). Aala (Ar.), familie, geslacht, dynastie, ook : hoog, verheven. Ab (Ar.), (ook Tjepoe, Tjepoek) (Jav.), gesloten blikken of tinn en

bus of busje, zooals o. a. bij de verpakking van opium gebruikt worden. Aba, gloeien van hitte, het beet hebben. Aba (Ar.), (meervoud) voorvaderen, voorouders, enz., (enkelvoud) vader (in verbindingen Aboe bijv. Aboe-Bakar = de vader van Bakar, etc.) -- Mengabaken, iemand vader noemen, met aba betitelen, enz. Aba-aba (ook Abah-abah) (Jav.), tuig, huisraad, materialen, gereedschappen. Abad (Ar.), eeuw, eeuwigheid, in de toekomst voortduren, zonder eind, enz. ; Pada abad ini, in deze eeuw, in onzen tijd, enz. Abadi (Ar.), in de toekomst, eeuwig. Abadiat (Ar.), eeuwigheid. Abah, richting van iets, dat zich voortbeweegt ; Mengabah, zich voortbewegen, ook een richting aan iets geven ; Mengabahken, iets in een bepaalde richting doen gaan, enz. Abang(verkort ook Bang), l.oudere broeder of zuster (ook gebruikt als beleefdheidstitel tegenover anderen); 2. rood (eig. jav.) bijv. Belerang-abang, zwavel-arsenik ; 3. ook Abang-abang of Abangan, dakgoot, dakpijp tot MALEISCH-HOLLANDSCH. afvoer van water, enz. ; Mengabangken, iemand met abang aanspreken, als zoodanig beschouwen, behandelen, enz. Abdjad (Ar.), wijze van voorstelling en uitdrukking van het oude arab. alphabet en van de getallen tot 1000 door middel van de 28 letters van dat alphabet; gemeenlijk gebruikt voor : alphabet ; Dengan pengatoeran abdjad, alphabetisch. Abloer, zi a Boeloer. Abilah (Pers.), de kinderpokken, de echte pokken ; Abilah peringgi, ook Patek (Jav.), de spaansche pokken; Sakit abilah, de pokziekte, de pokken hebben. (Verg. Tjatjar, Toemboeh en Patek). Aboe, asch, ook stof (verg. Deboe) ; Tempat-aboe, aschbakje. Zie ook onder Aba. Aboek, stof, fijne meelachtige zelfstandigheid, molm, enz. ; Aboek

gergadji, zaagsel; Koewe aboek, een soort gebak. (Verg. ook Boeboek). Aboer, verkwisting, verkwistende aard ; Mengaboer en Mengaboerken, verkwisten, iets verkwisten ; Aboeran, verkwistend, verkwisting; Pengaboeran, id.; Pengaboer, verkwister; Orang pengaboeran (of - aboeran), iemand die alles verkwist. Achir (Ar.), einde, het laatste uiter st e, achterste, enz. ; Achirn j a, 1 2 ACHI. het einde, ten slotte ; Achir taoen, het einde van het jaar; Achirdjaman (of - zaman), einde des tijds, het laatste der dagen; Achir-napas (of nafas), de laatste ademtocht ; Mengachir, achteraan, to laat komen ; Mengachirken, als de laatsto doen komen, geheel achteraan stellen ; Pengachir, achterblijver, laatst aangekomene, de laatste; Achir-achirnja, ten laatste, ten slotte, eindolijk. Achirat (Acheirat) (Ar.), de andere wereld, het toekomstig leven, het hiernamaals (in tegenstelling van Doenia, de tegenwoordige wereld, deze wereld, enz.); Doenia-acheirat, het heden on het hiernamaals. Ada, zijn, bestaan, wezen, zich bevinden, aanwezig, voorhanden zijn, het zijn, het bestaan, het aanwezig zijn, enz.; Ada (in verbinding met pada, bagi of akan), hebben, bezitten, bijv. Radja itoepoen ada baginja saprang anak perampoean terlaloe elok parasnja = de worst had een zeer schoone dochter; Adanja (meest aan het slot van brieven, enz. en voorafgegaan door Demikianlah); zoodanig is het wezen er van, zoo is het; Mengada of Mengadaken, het aanzijn geven, voortbrongen, scheppen, tot stand brengen, maken, doen zijn, berokkenen, enz. bijv. Jang ada ditiadakannja; j ang tiada diadakann j a = wat is, doet hij to niet, wat niet is, doet hij zijn; Mengada-ada allerlei zotte dingen to voorschijn brengen, die niet to pas komen;

zich een ongepast air aanmatigen, enz. ; Ka-adann of Keadaan, wezen, bestaan, zijn, toestand, gesteldheid, aanzijn, enz. Adab (Ar.), beschaafd, minzaam, hoffelijkheid, welgemanierd, beADAP. schaafdheid, wellevendheid, welgemanierdheid, beschaafd zijn, goede manieren hebben, zich welopgevoed voordoen, hoffelijk zijn, enz.; Dengan adab, met hoffelijkheid, minzaam, op beschaafde wijze, enz.; Balik adab, ongemanierd, onbeschoft, onwelvoeglijk, ongepast, onfatsoenlijk, grof, enz. Adang (en Mengadang), wachten op iets, afwachten, in hinderlaag liggen, belagen, enz., ook hinderlaag, plaats van afwachting, enz. ; Pengadang, belager; degeen, die in hinderlaag ligt; belaging, afwachting; Peradangan, hinderlaag; de plaats, waar men iets of iemand afwacht, enz.; Adangadang, Kadang, Kadang-kadang of Terkadang, soms, bij wijlen, nu en dan, of en toe, enz. Adap(ookAdep,HadapenHadep), met het front, de voorzijde, het gezicht naar iets toegekeerd ; Mengadap of Mengadap, zich voor lets bevinden, iets voor zich hebben ; tegenover iets staan, voor iets komen, zijn opwachting maken voor, ook zich bezighouden met iets, enz.; Mengadep matahari mati, met hot gezicht staan naar de plaats, waar de zon ondergaat, dus naar het Westen gekeerd; Beradap moeka, van aangezicht tot aangezicht, enz. ; Adapan, wat men voor zich heeft, ook voorzijde, aanstaande, verloofde, enz. ; Kaadapan, voorzijde, voor, naar voren; Pengadapan, voorzijde, front, plaats, waar men voor iemand verschijnt, audientiezaal, enz. ; Pengadapan roemah, de voorzijde, het front van een huffs; Nasi-adap-adap, rijstkegel met schijfjes eieren enz. gegarneerd, die bij feesten voor den persoon, to wiens eere het feest gegeven wordt, geplaatst wordt; Beradap, ADAP.

tegenwoordig, aanwezig zijn; Beradap-adapan, tegenover elkander staan. Adapoen, en, voorts, wijders, nu, wat betreft, enz. (diem tot verbinding van een zin met een vorigen, waarin iets voorkomt, dat in dozen zin nader verklaard of toegelicht wordt).~ Adas (ook Adas pedes), venkel; Adas mania, anijs ; Minj ak adas, anijs-olie; Adas-poelasari, alyxia stellata, een geneeskrachtig kruid, waarvan de bast een aromatisch hars bevat. Adat (ook Hadat) (Ar.), gewoonte, gebruik, voorvaderlijk gebruik, wet op oude zeden en gebruiken gegrond, gewoonterecht, usance, vastgestelde boete, ook aard, geaardheid, temperament, enz., manier, manieren; Adat doeloe, Adat doeloe kala, ook Adat lama, oude gewoonte, ouder gewoonte, oud gebruik, naar oud gebruik, ouderwetsch, enz.; Adat 1embaga, vaste usance, geijkte gewoonte, enz. ; Adat negeri, 's lands wijs; Adat doenia, 's werelds loop; Adat-istiadat, krachtens usance; Adat perbehasaan, spraakgebruik, -- Adat poesaka, erfelijke gewoonte, Beradat of Taoe adat, weten hoe het behoort, wat do gewoonte is of meebrengt, beschaafd, enz.; Beradat, ook hot met het voorgeschreven ceremonieel verschijnen (van een vorst); Tiada taoe adat, linksch, onbesch aafd, ongemanierd, onbeschoft; Teradat, wat eenmaal als usance is aangenomen, getolereerd; Me1anggar adat, tegen de gewoonten indruischen, tegen de gebruiken zondigen, het gebruik, de voorvaderlijke instellingen schenden, enz.; Mengadatken, tot gewoonte maken, als gewoonte eerbiedigen, zich iets als gewoonte ADJA. 3 eigen maken ; Membawa adat, fatsoenlijke uitdrukking voor, do regels, de menses hebben; Adatnja, het is de gewoonte, gewoonlijk, zijn gewoonte, geaardheid, enz. is. Adawat (Ar.), vijandschap. Adik (Adis - verkort Dik, dis,

ook wel Ade), jongere broeder of zuster (familiair in het algemeen tegenover jongeren gebruikt, ook noemt do man zijne vrouw dikwijls zoo) ; Beradik, jongere broeders of zusters hebben, met jongere broeders of zusters in do wereld zijn, -- ook iemand als jongere brooder of zuster beschouwen, aannemen, enz. = Mengadikken, ieman d met Adik betitelen, Adik noemen, tot Adik aannemen, als zoodanig beschouwen, behandelen, erkennen, enz.; Adik lelaki, jongere brooder, broertje; Adik perampoean, jongere zuster. Adil (Ar.), rechtvaardig, doende wat recht is, ook billijk, rechtvaardig; Ka-adilan, (ook Adilat Ar.) rechtvaardigheid; Mengadilken, iemand re,-,ht doen wedervaren, ook rechtspreken, beslissen, uitmaken, enz. ; Pengadilan, rechtspraak, uitspraak, ook rechtbank, gerecht, enz. Adinda = Adik, (hoffelijker uitdrukking, en meer gebruikelijk in de eerbiedige of hoffelijke spreekwijze, ook in brieven). Adipati, heer (titel van javaansche hooggeplaatste ambtenaren). Adjafb (Ar.), wonderbaar, verwondering wekkend, wonderlijk, wonder, enz.; Terlaloe amat adjafb kakajaan Allah taala = Buitengewoon vreenld zijn de wonderdaden van Allah, den Hoogverhevene. Adjak en Mengadjak, aanmoedigen, aansporen, opwekken tot, uitnoodigen tot, voorslaan, aan4 ADJA. hitsen, verzoeken, overhalen tot; Pengadjak, de aanmoediger, uitnoodiger, verleider, ook de aanmoediging, enz. Adjal (Ar.), vastgestelde tijd, stervensuur, vastgestelde termijn, bepaalde termijn, bepaalde tijd van iemands levensduur, bepaalde tijd van iemands uiteinde of overlijden, do vooruitbepaalde dood ; Sampe ad j aln j a, zijn (stervens-)tijd is gekomen, zijn laatste uur heeft geslagen ; Be1om sampe adjalnja, zijn tijd is nog niet daar, zijn stervensuur heeft nog niet geslagen. Adjam (Ar.), Perzie. Adjan, drukken, person, drukking,

persing (bij ontlasting of bevalling). Zie Eden-Ngeden. Adjar, kluizenaar, godvruchtige eremiet of priester, heilige, boedaleeraar, ook Adjar-adjar. Adjar, leeren, onderwijs, onderricht, enz. (in het algemeen), Beradjar of Beladjar, leerende zijn, leeren, studeel en, onderwijs ontvangen, onderwezen worden, in de leer zijn, enz. ; Mengadjar, leeren, onderwijs geven, onderrichten, ook vermanen, kastijden, bestraffen ; Mengadjari, iemand leeren, onderwijzen, onderrichten, vermanen, bestraffen, kastijden; Mengadjarken, iemand iets leeren, onderwijzen, enz., ook icts laten leeren, iemand ergens in de leer doen, iets aan iemand leeren of doen gevoelen, vatten, begrijpen, enz.; Adjaran, wat onderwezen of geleerd wordt, les, wat iemand geleerd heeft, ontvangen onderwijs, ook leerling, degeen, die onderwezen wordt- of is; Peladjar ook Peradjar, leerling, degeen, die onderwijs krijgt, in de leer is, enz.; Peladjaran, wat onderwezen of geleerd wordt of moot worden, les, ook schooltijd, ADJI. tijd, gedurende welken men onderwijs geniet; Pengadjar, onderwijzer, degeen, die onderwijs geeft, leeraar; Pengadjaran, onderwijs, les, vermaning, berisping, straf; ook plaats, waar onderwijs gegoven wordt, school; Peladjaran, leer, watgeleerd, onderwezen wordt; Keras adjarnja, hij is strong bij hot onderwijzen; Deras adjarnja, hij is vlug in hot leeren ; Beladjar menoelis,leeren schrijven; Mengadjar kanak-anak, Kinderen leeren, onderwijzen ; Mengadjari sa'orang bebrapa ilmoe, iemand in verschillende vakken onderwijs geven, enz. ; Mengadjarken soeatoe ilmoe kapada sa'orang, aan iemand eon wetenschap leeren ; Koerang-adjar, onbeleefd, onbeschoft, brutaal, zonder vormen, driest, ongemanierd, lomp, onbeschaafd. Adji (= Adi), voortreffelijk, uit-

muntend (veelal in betitelingen van vorstelijke personen, en dergelijken, als Rama-adji, voortreffelijke vader). Adji, eon geheim tooverformulier of liever eon geheele klasse of soort van geheime tooverformulieron. Adji, leer, leerstelling (voorn. uit den Qoran on andere heilige Kitab's); Mengadji, leeren lezen (van godsdienstige werken, en meestal hardop), leeren (inzonderheid de godsdienstinstellingen, enz.), schoolgaan, onderwijs genieten, studeeren (bij eon goeroe of op eon priesterschool). Zie verder Hadji; Pengadjian, wat geleerd of gelezen wordt, ook plaats waar geleerd of onderwezen wordt. Adji-adji, raadslieden, ministers, enz. Adjidan (of Adjoedan), adjudant, ADJO. benaming van ondergeschikte politie-ambtenaren in de residentie Batavia. Adjoeng, orde, rangschikking ; Mengadjoeng in orde schikken, in slagorde stellen, ordenen, regelen ; Mengadj oengken : i ets (bijv. een leger) in slagorde stellen, tot den aanval gereed maken. Adjoer, zich zelven bedriegen, ook versterken, sterken, aanmoedigen; voorts : (Jav.) uit elkander, tot gruis, vergruisd, enz. (Lie Antj oer). Adjok, nabootsing, naaping; Mengadjok (ook Mengadjoki, mengadjokken), iemand nadoen, nabootsen, naapen, (voornamelijk met de bedoeling om hem to bespotten of bespottelijk to maken), ook napraten, nabauwen, bespotten; Pengadjok, nabootser, naaper, ook (Pengadjokan) nabootsing, naaping, bespotting, enz. Adoe, (hoffelijk) slapen, rusten, overlijden, slaap, rust, dood; Beradoe, slapen, enz.; Beradoe dengan, slapen bij, met, enz. ; Mangkat beradoe, overlijden, sferven, rusten bij of ingaan tot zijne voorvaderen (van vorstelijke personen); Peradoean, slaap,

rust, rustplaats. Adoe, klacht, bezwaar, bekiag; Mengadoe, kiagen, een klacht inbrengen, zich beklagen, ook klikken, verklikken; Mengadoei, iemand aanklagen, verkiagen, verklikken; Mengadoeken, eene klacht inbrengen, iets tot klacht doen strekken, over iets kiagen, eene zaak, enz., verklikken ; Adoean of Peradoean, klacht, wat tot klacht is ingebracht; Beradoe of Beradoean, elkander over en weder aanklagen, eene klacht wederzijds in to brengen hebben,procedeeren, enz. AEON. 5 Adoe, ophitsing, aanzetting, aanhitsing, ook botsing, carambolage, enz. Beradoe, tegen elkander in botsing komen, caramboleeren, tegen elkander vechten, enz. ; Mengadoe, tegen elkander ophitsen, laten vechten, ~strijden, loopen, enz. ; bijv. Mengadoe koeda, paarden laten racen, tegen elkander om het hardst laten loopen; Mengadoe andjing dengan babi oetan, honden tegen wilde varkens laten vechten, enz.; Mengadoeken, iets tot het voorwerp doen dienen, dat men in het strijdperk brengt, enz. ; Pengadoe, de persoon, die laat vechten, - ook het gevecht ; Peradoean, gevecht, strijd, wat of wie daartoe gebruikt wordt, enz. ; ook plaats, waar zulks geschiedt ; Peradoean koeda, race, races, wedrennen, ook renbaan enz. Adoeh (verkort doeh), ach ! wee! wee mij 1 ai, au, och ! (uitroep bij pijn, verdriet, enz.) Mengadoeh, weeklagen; Pengadoeh, weeklacht, (ook Pengadoehan), weeklager, enz. ; Adoehai (samentrekking van Adoeh en Hai) = adoeh, doch sterker. Adoek (Bat. Jav.), roeren, omroeren, fig. oak in beroering brengen, agiteeren, Mengadoek, het onderste boven gooien, door elkander halen, ook fig. iets in de war brengen, enz.; Tjampoeradoek, alles door elkander, verward, ook een soort zuur van allerlei groenten gemaakt. Adoen, net, netjes, keurig; Bera-

doen, keurig opgescliikt, net gekleed, enz. zijn; Mengadoen, keurig net opschikken; Adoenan, wat keurig en net opgeschikt is; Pengadoen, de persoon, die gewoon is, zich net en keurig op to schikken; ook opschikking. Adon (Jav.), mengsel, gemengd, 6 ADZA. deeg ; Mengadon of mengadoni, tot deeg mengen, ondereenmengen ; fig. ook tot een mensch vormen; Adonan, mongsel, deeg, beslag; Pengadon, monger of mengster (van deeg) ; Pengadonan, deeg, beslag, mengsel, vorming (tot mensch), ook voorwerp, waarin hot mengen geschiedt. Adzab (Ar.), = Siksa, straf, ellende. Adzan (Ar.), openbare uitroeping (inzonderheid van hot uur des gebods), oproeping tot hot gebed, aankondiging van hot uur des gebeds; Mengadzanken, in hot openbaar uitroepen of aankondigen (voorn. hot uur des gebeds). Aflat (Ar.), welvaren, welstand, gezondheid, heil, gezond, welvarend. Sihhat wa'1-aflat, gezondheid en welstand (veel als wensch gebruikt in brieven). Aga (ook Agak), pralerig, ijdel, ook : Mengaga; overwegen, beproeven, probeeren, beleefd eon bevel geven; uitnoodigen om iets to doen ; Mengagaken dirt, zich zeif verheffen, pralen op zijne eigen deugden, enz. Agah, brutale blik, strakke blik; Mengagah, iemand van nabij, strak, uitdagond aankijken, Ber. agahan, elkander strak, uitdagend aankijken, (bujv. van vechtende hanen). Agahari, middelmatig, gematigd, hot midden houdend; Panas agahari, matige hitte ; Harga agahari, middelmatige prijs. Agak, dreigende houding; Mengagak, dreigen, een dreigende houding aannemen; Mengagakken, met iets (een wapen, enz.) dreigen ; Agak, agak-agakan, ook opgeblazen (van verwaandheid), verwaand, fatterig, enz. Agak, gissing ; Mengagak, gisson, radon; Agaknja of agak-

AGOE. agak, naar gissing, vermoedelijk, denkelijk, bij gissing enz.; Mengagak-agak, gissen, berekenen, berekening maken, taxeeren. Agama, (ook Oegama of Igama), geloof, godsdienst,religie; Agama mesehi of Agama kristen, Christelijke godsdienst; Agama Islam of - selam, Mohammedanisme, Mohammedaansch ge. loof ; Agama boeda, Boedisme, ook Brahmaisme, en hot Heidendom ; Agama hindoe, Hi nd o eisme; Sa'agama, van hetzelfdo geloof, enz. ; Orang sa'agama of Sa'agama, geloofsgenoot, enz. Agar, mits, als maar; Agar soepaia, opdat, ten einde. Agar-agar, Plocaria candidia, eon soort eetbaar zeewier, gelatine, vischlijm. Agas (ook Agas-agas), kleine lastige vliegjes, die vooral tegen den avond in groote groepen rondvliegen, en dikwijls pun in de oogen veroorzaken (verg. ook Rengat). Agel (Jav.), bast van den Waroeboom, waarvan garen of touw gemaakt wordt; Tali-agel, dergelijk touw, touw van agel. Agem (Jav.), zooveel als tusschen don duim en den middelsten vinger kan worden vastgehouden ; maat voor een bos padi, gras enz. Agoeng (Jav.), groot, voornaamste ; Tiang agoeng, de groote mast; Lajar agoeng, hot groote zeil; Orang Agoeng of Agoeng-agoeng, de grooten, do n otabel en. (Dit woord komt dikwijls voor in titelaturen; Ratoe agoeng, in sommige streken do titel van de eerste gemalin van den vorst, enz.). Agoes, (verk. van Bagoes) komt alleen in titels voor; Mas-agoes, titel van mindere adellijken of beambten, die den Radenstitel AHAD. niet mogen dragen, dock toch niet tot het yolk behooren, (meestal zoolang zij minderjarig of ongetrouwd zijn, daar zij anders eenvoudig Mas worden genoemd).

Ahad (ook Hari ahad), de eerste dag der week, Zondag; Malem Ahad, Zaterdag-avond of nacht, of de avond of nacht van Zaterdag op Zondag (omdat de inlander rekent, dat de dag aanvangt to 6 uur 's avonds, dus btj den zonsondergang op den vorigen). Ahli, yolk, familie, lid, medelid van een gezin; Ahli negeri, burger, burgers; Ahli divan of Ahli mahkamah, lid van een raad. Ahli, bekwaam, bedreven, enz. ; Ahli'oelnoedjoem, sterrewichelaar, astroloog ; Ahli'oelibadat, do orthodoxen of godsdienstigen, die trouw hunne godsdienstplichten vervullen, zich trouw aan de voorschriften daarvan houden, goad op de hoogte daarvan zijn, enz. Ahmak (Ar.), d waas, gek. Ajah, vader (beleefder dan Bap&'), in het algemeen gebruikt tegenover iederen bloedverwant die hooger in graad staat, niet uitsluitend tegenover vorstelijke personen; Ajah soedara, oom of vaders of moeders brooder; Ajah toea, vaders of moeders oudere of oudste broeder; Ajah moeda, vaders of moeders jongere of jongste broader; Ajah boengsoe, Ajah ketjil, vaders of moeders jongste broader; Ajah tengah of Ajah alang, vaders of moeders middelste broeder; Ajah toenggal, eenige broader van vader of moeder; Ajah mentoea ~of -- mertoea, schoonvader; Berajah, in hat bezit zijn van ajah's, ook : zich ajah noemen tegenover AJAM. 7 eon jongeren aangesprokene; Mengajahken, iemand ajah noemen, als zoodanig erkennen, aannemen, behandelen, beschouwen, enz. ; A j ah-anda, beleefde betiteling(vader, vorstelijkevader, enz.) in brieven van minderen tegenovergrootenofouderen, enz. Ajak, zeef voor droge waren; Mengajak, zeven, door een zeef schudden, ook : aanslaan (van een zeil) en met hat achterste of achterdeel schudden, heen en weder slingeren (van mensch of

koffie (drank) . suikerwater. kip. Ajan.). ziftsel . zeewater. kuiken . duizeling. kalkoen . Ajer kali of -soengel. Ajer madoe. thee (drank). of Ajer perigi.). dwerghoen of Bantam . degeen. ijzerblik. zeef.). Ajan (ook Ajan-ajan). honig. die zeeft. nat. rivierwater. halfwassen hoen. Ajakajak. enz. Ajer (ook Ajar. Ajam kebiri. door duizelingen geplaagd . leghen of hen met kuikens. ook honigwater. -oetan of -alas (Jav. waterhoen. Ajam dedara. Ajamajam. bronwater. krielhoen met bovenwaarts gekrulde veeren Ajam boentoeng of toekoeng. enz. hoenders. Ajam wlanda. water vocht. parelhoen. waarop hat dier voortdurend schommelt. zog. waarvan de vrij korte staartveeren benedenwaarts gekruld zijn. ook die zijn achterste beweegt. --panggangan (van jonge hanen ook Lantjoer). . de vallende ziekte hebben. waas. wat gezeefd is. Ajer mandi. Aer). badwater. of ook. hen. Ajam hoen. blood uit een versche wond : Ajer teh. Ajer kopi of -kahwa. A. toevallen vallende ziekte. Ajakan. A jam kriting of -walik. Pengajak. Ajer minoem of Ajer kala. melk . Ajanajanan. Ajer laoet. geschikt voor hat braadspit. Ajam biang. de handeling van bet zeven. 8 AJAN. Ajam biroega. Anakaj am. bevro- . kapoen . Ajer soemoer. ook glans. Ajam moetiara.jamajaman. Ajer goela.). put. Ajer bekoe ook Ajer batoe. zeefsel. eon spin op hooge pooten. hat zeven. water. Pengajakan.Ajer soesoe. gestold.Ajer soember. ook Babon (Jav. soort strandlooper. hoen zonder staart of zonder lange staartveeren. Ajam katik of --bate. haan. ook een soort blik. Ajam lelaki of -djantan ook Djago (Jay. drinkwater. boschhaan of boschkip. slachtkip. .dier bij het gaan. boschhoen. regenwater. Ajam betina of --perampoean. Ajeroed jan.

ook wel: kolk. springtij. Ajer rasa of Rasa. eb of laag. besar (ketjil) een ~groote (kleine) behoeftedoen. traan . vloed. Memboeang ajer. Ajer wianda. Ajer deras of --berdjalan. stijfs el -water. oppervlak van hot water. water. zeepsop. vloeibaar verguldsel. beekje. als huwelijks-. Ajer mata. bron.). urine. sterkwater. Ajer perak. ziltig water. Ajer seni of -kentjing. limoensap. Ajer angst. Mata ajar. ook warme bron . zoet water: Ajerpasang. Ajer samba j ang of --moetlak. water (met bloemen uit een tuin). het water. koud. Ajer wangi. frisch water. Seltzerwater of in hot algemeen mineraalwater. Ajer anta of -antah. gebruikt tot badwater bij plechtige gelegenheden. uitdrukking van hot gelaat. enz. Ajer mas. zijrivier.Ajermoeka. rozewater. Ajer saboen. afgeschept of afgegoten wordt en min of moor slijmig is. zeepwater. odour. de glans. zout water. draaikolk. Ajer panas. stilstaand water. dat AJOE. dat niet geschikt is voor de reiniging van hot lichaam. foelie voor hot soldeeren.. geboorte-feesten. enz. Ajer makroeh. kwikzilver.Berboeang-boeang . rivier . Ajer garem. water. Ajer tawar. bij hot koken van rijst in een pot. Ajer soeroet of toeroen . Boeang ajer (ook Qadla hadjat (Ar. versteend water. zeewater. Ajer keras. Ajer kan dji. kolk. warm. Ajer diam. wel. Ajer timah. pekel. . riviertje. suikerrietsap. levend water (ook Ar jer hidoep) . waterspiegel . kalkwater. lauw water.: naik of-besar. vloeibaar zilver (voor hot verzilveren. brak. stroomend. Ajer asin. hoogwater. zwangerschaps-. Poeser ajer. Ajer dingin of adem. ook sterke drank. ijs. aan zijne natuurlijke behoeften voldoen. vlietend. Anak ajar. water voor do reiniging voor hot gebed . Batang ajar. Ajer djeroek.Ajar teboe. Ajer mawar.ren.). kokend water. Moeka ajer. Ajer setaman. Ajer kapoer.

schommelen. Ajoem. eensgezind. listig. slecht yolk helpen. Akan (of aken). voor. wat men aan slecht yolk verstrekt. zerk. wonderteeken. door list iets ontnemen. wiegen. mondig. been en weder slingeren. (Dit voorzetsel drukt in bet algemeen . Ajer masing (Amb. list. kom ! kom aan ! wel aan. -. verschaft. volwassen. A joeta (of joeta). tot den leeftijd der puberteit gekomen.) = zout water.a. Ajat. wat betreft. ten behoove van. om.joen kaki. slingering .zie ook Aman). luieren. Ajer masing tinggi = vloed. streek. buis met korte tot boven do ellebogen reikende armen (nauwsluitend) . mal. mooi. lief. Ajoeman. lieftallig. vol streken (zijn). huwbaar.! voort ! marsch ! enz. beetnemen. Akal. Mengakali. been en weder bewegen (van iets. aan.). met betrekking tot.ajer. middel. Ajat. raad. aanminnig (van vrouwen). buikloop hebben.Ajoe (Jav. iemand foppen. op alles raad weten. ook graf steen. zeewater. Ajer masing pendek = eb . midden in zee (? . Mengajoem. met slecht yolk heulen. dat men beraamt. van hot AJOE. Berajoen kaki of Berajoen. beleid. dat hangt). enz. een middel weten to vinden tot. bevriend (met slecht yolk) . vers.ook good fortuin. invallende gedachte. schoon. enz. dysenterie. Poetoes. kunstgreep. schommel of wat als zoodanig dient of gebruikt wordt.of mati akalnja. jegens. Ajoen. bedriegen. Akal mendateng. enz. Berakal. Ajoenan. de zee. enz. ook op listige wijze iets gedaan zien to krijgen of to verkrijgen. goon raad moor weten . Mengajoen. tot. betreffende. aangaande. Main (bermain) akal. naar. Qoranvers. ten opzichte van. met de voeten of beenen schommelen. over. millioen. ingeving . hulp verleenen. slinksche middelen aanwenden. wieg. Ajo. noodige voorzien.. Akalbalig (of akilbaleg). verstand. nopens. . . Kaki ajer = eon bron of we]. een dolce far niente genieten .

een zeegewas. beweren.) . bet erkennen. bekenner. d. (ook Hoeroef) letter. letterteeken. 9 slag. eene richting ergens been uit en komt bij zijn menigvuldig gebruik in zeer verschillende beteekenissen voor. erkentenis. wat door iemand als bet zijne erkend wordt. ook : van zich zelven sprekende Akoe gebruiken (beter Ber-akoe). ook doen bekennen of erkennen. voornw. zich toeeigenen. vaardig. grondALAH. Akan tetapi of Tetapi. voor iets uitgeven. vaardigheid. verbintenis. waarvan ringen. bewering. wortels hebben. streven naar. . handigheid. enz. verheven . wortelschieten. ik zeggen. Akas.). wortel. verklaring. tegenover eon ander akoe bezigen. bewering. i. geworteld zijn. belijdenis. beweerder. enz.).of klimplant. erkennen als iets. d. ik (pers. van wien iets gezegd of aan wien iets toegeschreven wordt. belijdenis. belijder. ook het bekennen. (na de woorden akan en dengan ook dakoe). iets als bet zijne erkennen . Pengakoean.). grassoort met welriekende wortels. Akar wangi. Mengakoei. slinger. Akoe. Mengakan. Allahoe akbar ! God is groot ! Akik (Ar. bekennen. agaat. kruipplant. ergens lang en vast gevestigd zijn. knapheid. Akoean. enz. Akar bahar. zich zelven aanwijzen als do persoon. veel als lijfsieraden gebruikt. Berakar. verklaring. . 1eri pers. Andropogon muricatus. belijden. doch. handig. edoch. Akbar (Ar. ook naam van een schelp. zelf als hulpwoord (voor bet werkwoord) tot vorming van hot futurum) . instaan voor. gemaakt worden. Akar. enz. beginsel . maar. knap. groot.een beweging. Aksara (Sk. borg blijven. iets beweren. vlugheid. erkenning. Mengakoe. iets als hot zijne erkennon. trachten naar. Mengakoeken. bekentonis. . wortelen. meest zwart van kle ur. zich tot iets verbinden. evenwel. gauw. Pengakoe. vlug. v. oorsprong.

beletsel. onderdoen. Alamat-oelhajat. verovering. vermeesteren. adres. Alangan. Peralangan. Alang. boom. kenmerk. nederlaag. overwinnen.Alah. of zijn. kenteeken. Mengalahken.). van een adres. Pengalah. vloek over hem! Alaikoem (Ar. lang. adresseeren . Assalam alaikoem of Salamalaikoem. enz. (ook Palang) . afleggen . Alang-alang. ook verhindering. over10 ALAI. teeken van leven. vrede zij over u 1 waarop gewoonlijk geantwoord wordt met: Wa alaikoem salam : en over u zij vrede ! Alam (Ar. lage zandof modderbank aan de monding van een rivier.. iets of iemand ten onder brengen. veroveren. Alaihi assalam. ook het yolk. overwinnaar. sala dateng. die in de breedte van het gebouw ligt. bintbalk. Mengalangken lajar.). over u.). Beralamat. adres van een brief. vaandel. Mengalangken. enz. voorzien van een merk. Imperata arundinacea. iets bemachtigen. veroveren . veel ALI. de tijd. Alamat soerat. wereld. Alahan. hot zeil dwarsscheeps zetten. -. bewijs. al wat daarin to vinden is. enz. gebint. als er goon verhindering is. Feralhan. Alamat kitab. beletsel . overwinning. van een merk voorzien. titel van een book. Alamat perang. doen bukken. eeuw. een balk als hint opstellen . ten onderbrengen. over hem. iets dwars zetten of leggen . sluitboom. heelal. scherp gras. Mengalamatken. Alaihi (Ar. bUy. de schepselen. verliezen. dijk. veldteeken.vrede over hem! Alaihi allanat. Alamat (Ar. dwarsliggend. Djikaloe tiada ada alangan. vaandel. Mengalahi. innemen.).ook: ontoe- . overwonnen worden. dwars. eon geschenk bij een brief gezonden. verhindering. gebezigd tot het dekken van woningen. bet onderspit delven. (gewone groet). bemachtigen. zal ik komen. winnen.

krijgstoerusting. langzaam. slingeren. inzamelon. Alas roemab. Alat perang.). dekkleed. om then naar zich toe to kunnen trekken. Alap (of Alab). Alas peraoe of Alas moeatan. ook aanleiding. wenden. iemand onder de oogen komen. onderlaag. ook Aleh. ren. langzaam. Alar-Mengalar. slingeALIB.). voetbankje. (Jav.). middelmatig. voeren. gewapende bends nomadische dajaks. Pengalasan. een kleine soort valk (Astur trivirgatus. Microhierax fringillarius etc. (zie Kepalang). Alas. gereedschap.of Alap-alap. Alat. slinger. onvoldoende. grondvesting. do fondanienten van een huffs. over een tak etc. voetstuk. nga as. Alat keracljaan. keeren. vestiging. grondslag. Alas kaki. oorlogsmateriaal . Alatan orang kalis. ook een aan eon touw gebonden steen enz. been slingeren. lets tot onderlaag doen dienen. Alib (Jav.). Alatan. lets een onderlaag geven. fundeering. gewapende bende. Astur ginjeng. rijkssieraden. ook rroondve en of rondventer. Mengali-ah. Alap-Mengalap. Algodja (Port. voering. (of Legodjo). onderstel. scherprechter. Pengalas. werktuig. Ali (mengali). fundament. Berdjalan alap santoen. bet na bet verstrijken (in de Vorstenlanden) van eon huurcontract nog to veld staande . verzetten. wapening. ring. grondlegging. van een onderlaag voorzien. beul. bosch . uitrusting. Mengalasken. Ali-ali. onderlaag der lading. reden. gedurig voor iemand heen drentelen. Alasan. werpen. ongemanierd. Alap. swat tot onderlaag dient. met een slinger. grondlegger. grondvester. bedaard. oorlogstuig.reikend. vruchten plukken. eon roofvogel. rijksinsignien. Astur sapi. ballast. op eene onbeschaamde of ongepaste wijze liggen. afstooten of afknijpen. met afgemeten schreden gaan (van vrouwen). bekleeden.

Mengalingalingi. Pengalihan. God (der Mohammedanen). van plaats veranderen. godgeleerde. Alit. Beralih. Kaalingan (Bat. Allah soebhanahoe wa ta'ala. verplaatsen. voor of ton behoove van iemand of iets veranderen. Pengalitan. ook schijnheilig. de geprezene en verhevene. beschut.ook jonkman. verzetten. Alingan. schijnheilige. Aling. gedekt. beschutting. voor iets staan. richting. ontwerpen. Pengalit. Mengalihken. God. inslaande bliksem. bet zich verplaatsen. (gekleurde) rand om iets been.) naam van bet eerste jaar van een windoe of cyclus van 8 j aren. van plaats doen veranderen. verandering van plaats . door iets wat er voor staat aan bet oog onttrokken. Oelama). = di-alingalingi). (z. Allah. ontwerp. iets bedekknn. Gode zij lof ! . Alif. een touw of koord om iets winden . Alih (of Aleh). wijzigen. beletsel. Allahoe akbar. keeren. beschutting. bedekking. beschermen. Alang). v. verplaatsing. . Peralihan. omwinding. alphabet. iemand do hand boven het hoofd houden. veranderen . wenkbrauw. keeren enz. dondersteen. beramen. verzetten. ook wat om iets been geslagen wordt. Alintar (ook Halilintar). enz. veranderen g. zooals een touw om een tol . van plaats. verandering van plaats. (verg. Jav. fig. Mengalit. verplaatsing. bedekt. verhuizen. 11 slag. wenden. a. verplaatsen. ontwerp . bedekking. ontwerper. Mengalih. -. geleerd. draaien (van den wind). vrijgezel. Alis (zie ook Kening). Alif of Alip (Jav. veranderen. God is groot! Alhamdoe'llilahi.gewas. geleerde. Alim. en penis. een (gekleurde) rand om iets maken. beraming. enz. die de nieuwe huurder den vorigen daarvoor betalen moet. verhuizing. naam der eerste letter van bet Arab. wiizlgmg. donderALOE. zoodat bet niet to zien is. enz. ook do schadevergoeding. omranding. beschutten.

en fig. ambt. ook voorhoede. Almari kodok. ook buffet.). enz. Alperes (Port.~gebied. gang (in een geweerloop). Amal. enz. voorlooper. Mengalpaken.). zachtmoedig. geesten . teeder. deinen. macht over iets. groef. bedaard. La ilaha illa Allah. defining. glazenkast. God. Adat aloes. M®ngaloen of Beraloen.nauw. Er is geen God dan Allah (begin van het geloofsformulier der Mohammedanen) . Aloen.Bismillah. beekje. van eene richting. Aloer. getrokken (van een geweerloop. gevoord (zijn).). geslepen. richting. vergeetachtig. Mengamalken.). scherpzinnig. alien in dezelfde richting. Sa-aloean. rijststamper. Alpa. besturen. officier. dun. enz. Almari makanan. zacht van aard. fijn. boekenkas t . yore. Aloean. otenskast. . Almari(gewoonlijkLemari)(Port.). Almari pakean. spits. Demi Allah en Billahi. bij God (bij bet doen van een eed) . nauw vaarwater. heerschappij. zacht van aard. nalatig. in lange golven langzaam aanrollen (van het water). Almari gantoeng. geul. zorgeloos . achteloos. Allah ta'ala. gegroefd. do Allerhoogste. -vergeten. slim. ook buffet. Temberang aloean. voorganger. . welgemanierd. in den naam van God. kreekje.~bediening. welopgevoed. Bangsa aloes. voorwant. kast. kleine lage kast. subtiel. Beraloer. ook fatsoenlijk. vaanderig. gleuf. hoekkastje. Almari boekoe. zachte aard. woningen van inlandsche grooten). smal vaarwater. Aloes (ook Haloes). gewest. bet voorste deel of gedeelte van iets (inzonderheid van eon vaartuig) voorsteven. geul. gids. uitgestrekt. Aimari katj a of -g®las. Aloer ajar (ook Aloeran). Aloe (Jav. fijne manieren. beheerschen. oflbedaeht. iets achteloos behandelen. kleerkast. hangkast . enz. Aloen-aloen (Jav. voorschip. open vlakte of plein (meest voor 12 ALOE.

anibergeur. ook degeen. zeer. to groot. loopen. kaaimuur. (zie ook Kambang). een good. handelwijze.. Amat. ook vertrouwde. bovendorpel. een Gode welgevalJig work. vertrouwen. Arran = rustig. doek ter bedekking van den boezem (der vrouwen) . bedreiging. grootelijks. Besar amat. in processie. kaai. Gode welgovallig work doen. amber. Memgambang. Mengamalken. Ambal. beschoeiing. Amben (Jay. Ambalan. bedreigen . benedendorpel (van een dour of venster) . bijv. die verbiedt. tegenhoudt. processie . Berboeat amal.Amal. met oplettendheid gadeslaan. Pengamat AMBE. vredig (van een land. dreigement. Mengamang of mengamang-amang. enz. bovenmate. . Amang. Ambang di bawah. Ambal-ambalan (Jav. in vaart doen verminderen. Pengamatan. in zijne vaart belemmerd door to veal tuig. Ambin of Emban). Ambar.) (Mol: mal) ook een bron of wel midden in zoo ? Amanat (Ar. met aandacht beschouwen. aandachtige beschouwer. iets goods doen. enz. nauwkeurige beschouwing.) en dorpel. good opnemen. vorrichting. al to. ook verbod . ook verbieden. Ambang di atas. enz.).). Pengamang. Ambaroe (of Ambaro).). in colonnes oprukken. Ambang (van een vaartuig). colonne. Mengamat-amati. barnsteen. zwak (van do stem). ook verbod. ook geregeld aangelegde terrassen (in hot gebergte). bijzonder. toevertrouwd good. iets tot een good work aanwenden. zeer ongemeen. Ambar koening of Batoe ambar. daad. ook flauw van snlaak (van tabak). vertrouweling. Ambalambalan. Pengambang. ook topzwaar (van iemand die dronken is. iota in zijne vaart belemmeren. wat de vaart belemmert. geordende troop menschen. schooling. Ambar. singel (van een zadel). (ook Amban. bedreiger. work.

ontleenen. Pengambil. ook pruttelig. om iets to nemen.. Pengambin. iets door middel van eon over den schouder geslagen doek etc. op den rug dragon. die neemt. wat genomen wordt. verzakken. ontleening. verheven zitplaats. uit zijn humeur zijn. enz. Mengambil anak. aannemen. verzakt. een naam aannemen. Memgamban of mengambin. Mengam- . opvatten. band.. Amboel.doek. wegnemen. ook (Bat. misverstand . enz. inzinken. aanhaling. terugspringen (bijv.ambilan. riem. Ambenan. verzonken. Salah ambil of . een ransel. ontleent.. Ambles (Jav. ook iets (een kind.). Mengambil. over en weder iemand (door aanhuwelijking).). als zijn kind erkennen .). Mengamboel. Amben (Jav. Perambinan. degeen. bijv. een kind. wegnemen. die aldus iets op den rug draagt. bijv. een kind aannemen. gereedschap. enz. enz. Ambilan. v AMBE. etc. buikband . waarmede lasten op den rug gedragen worden . Berambilambilan. Mengambil ati. een luier aandoen. luier. om visch to vangen. etc. doorzakken. het hart winnen.) in een doek op de heup dragon . Mengambeti en mengambetken. weder opduiken. soort van pakmand. rustbank. verkeerde opvatting.: Pengambil-ikan. luur. enz. Pengambinan. Amboeng. in de familie nemen. (van twee familien). sluier. buikriem. van een elastieken bal. slaapstede. Mengambilken. enz.. wat aldus gedragen wordt. wegnemen. adopteeren. nemen. ontstemd . bank.) afstuiten. opvatting. aanhalen . Ambil.) pruttelen. halen. doorgezakt (in modder. iets voor iemand halen. Mengambil nama. enz. Ambet (Jav. gordel. Ambinan. mopperen. ook gereedschap. halen. wat tot hot op die wijze dragon van hot een of ander gebruikt wordt. nemen. veerkrachtig.). een kind met een luier kleeden.vischtuig.

amen! Amin tsoemma amin ! amen. (bijv. blaasbalg. beveihebber. opperhoofd. strooien. degeon. verlegen. zijn vaderland. verlaten. een verwoeden aanval doen..boeng in zulk een mand dragen. kast. blaasbalg. enz. 13 zich versproiden. Ambon-ambon. Amboeramboer. ruiken. zooals de lucht van visch. het blazon. opperhoofd (de heer) der geloovigen. onsterk. kisting. moord in arren moede. geblaas. Amboesan of Emboesan. vies riekend. Amo (of Amoh) (Jav. bloed.). Amboengan. die verspreidt. Amboeran. Pengemboes. hoofd. kist. . blaasgereedschap.verspreid. enz.Bat. verbazend! Ambon. enz. Bat. Pengemboesan. borstwering. snel uit elkander ga an. AMOK. enz. Amboi. Mengamok. verstikt (van linnen enz. Amin. (nogmaals) amen! (meest aan hot eind van brievon of adressen). aanblazen. Amir-al (of -il) moe'minin.). op de golven). Pengamboer. (ook Hemboes) zich wegpakken. naar alle richtingen verspreid. wind maken (met een blaasbalg bijv. versleten. Amboer. kijk. (uitroep) o. Mengamboer. ra. ook de plaatsnaam Ambon of Amboina. hagels (om to schieten) . een geweer). een-mansvracht . ook (Mengemboes) blazen. (bij v.. bestrooierl. die blaast. Amboes. woede. uit elkander gaan. Amok. Mengamboeng. deserteeren. heen en weder slingeren of geslingerd worden. schanskorf. enz. we]. Amir. Beramboeran. titel der Chaliven. drijven. zich verstrooien. Amis (Jav. zaaiein. aanblazlng. Mengamboes. wat verspoeid wordt. bloedlucht. wegloopen. in razende woede alles overhoop loopen of stoken (ook van dieren). kus (op zijn inlandsch) . enz. geblaas. bezaaien.). rafelig. verstrooid zijn. Mengamboeri. ja. ook zoen. ach.). Amboeng (Jav. de persoon. vischlucht.).. enz. Penamboer. zoenen. .zernij. iets in een riem over den schouder dragon. kisting.

ook met zijn vieren iets doen. op do handen dragon.. Perempat.. met zijn vieren. vier. Pengamok. . de (hot) vierde. bezitting. kleine platte stukjes in de zon gedroogde of gebrande klei. Ampas. afval der koffie. moor. Beramokamok-an. Ampat laksa. hot amok-maken. in vieren gedeeld. afval. Mengempat. zijn beheer hebben. Ampat joeta. eetbare klei. de persoon die. zwavelkleurig. veertien . Ampat ratoes riboe. neerslag. voogdij. gal. of Ampat-poeloeh riboe. vier millioen. Ampatratoes. de vierde zijn . uitgeperst of uitgekauwd suikerriet. vierhonderd duizend. Ampatbelas. bezinksel. nabij. onderANAK. . dat amok maakt.steunon. Berempatan. ook zwavelkleur. Ampedas. wat ondersteund wordt. dichtbij. in woede moorden. of hot dier. viertal . in groepen of hoopen van vier. eetbare aarde. enz. ook do schillen van door pulpers gehaalde koffleboonen. Ampedal. Ampela = Ampedal.amok maken. Ampoe. beheeren. moor. drab. 14 AMPA. veertig duizend . Ampas teboe. Zie verder Hampir. Kaempat. kruisweg. Ampo (of Ampoh). Ampat riboe. Perempatan. vier in getal zijn. vierde. die als snoeperei gegeten kunnen worden. onder elkander woedend moorden. enz. lever. koffiedik. ook alle vier (meest echter met nja er achter). Mengampoe. enz. Mengamok kapal. Ampatpoeloeh. Perapatan. enz. enz. Ampir (ook Hampir). Ampedoe. vierhonderd... eigendom. Berempat. uitkauwsel. vierde deel. veertig. met de handen ondersteunen. vierduizend .ondersteunen. v Ampat (of Empat).. enz. Ampas kopi. enz. galblaas. bijna. eon schip afloopen. maag van vogels. Perampat of Perapat. overblijfsel.

enz. iets vergeven. onder water duiken. iemand vergeven. Pengampoe soesoe. enz. steun. Ampoen. Mengampoen en Mengampoeni. ondersteuning. ophouden. onder voogdij stellen of geven. waarnemen. .. ook een titel.) zijn. weigerend. Anak laki-laki of 1e1aki (Bat. _kind. vergoving.besturen. Bat. voornw. opdragen. met troebel water bedekt . kind of jong van het mannelijk geslacht. Mengampoenken. regent. koningin. Anak djantan. termiet. onderdeel van een geheel. Perampoean. gratie. bezitting. bezorgen. enz. begenadigen . inboorling. enz.. Anak betina. enz. M engampoe soesoe. zoon.)]. . Mengampoeken. do eerste vrouw van den vorst. Ampoet (ook Hampoet). Mempoenja. er van. administrateur. keurslijf. Pengampoe. onwillig. Ampoean. Anak angkat (ook Anak ambil. enz. kleedingstuk om de borsten omhoog to houden . genade. ook weigeren. enz.ook bezit. Anai-anai [ook Rajap (Jav. corset. bezitten Mempoenjaf. Anak perampoean. vergiffenis. jong van dieren en ANAK. met water bedekt staan.) ondersteunen. voogd. de borsten (met de handen of door middel van een corset. een platte uitdrukking voor paren. Ampoenja. hot voorwerp. (bez. vrouw. donker van kleur.). enz. Mengampoh. omhoog houden. overstroomen. beheerder. sultane. Zie ook Ampo hiervoren. Anak. planten. de voogdij uitoefent. den bijslaap of coitus uitoefenen.. watervloed overstrooming. dat ondersteunt behoort to worden . kind of jong van het vrouwelijk geslacht. . die ondersteunt. zijn eigendom noemen. bezitten. dochter . kwijtschelden. beheering. lid. Tengkoe ampoean. zondvloed. vergifrenis schenken. ook water drinken uit een tuit of kraan door den straal in den mond op to vangen . hot beheer voert. Tots hebben. witte mier. Ampoeh (of Ampoh). gedeelte interest. wat ondersteund wordt of moot worden.. enz. hebben. Ampohan.

spaak . matroos. Anak soesoean. klepel eener klok. hebben slaapplanken. (doch plat). id. Anak peraoe. Anak koeda. Anak tjoetjoe. opvarende. hoerekind. ook een aangenomen beschermkind . jongste kind. oudste kind. zoogkind. ook Anak dapet. Anak negeri of Anak benoea inboorling. 15 bontot Jav. Anak lidah. Anak gampang. onwettig kind. de doosjes van een beteldoos. weeskind. soldatenterm). een in de kazerne geboren soldatenkind (N. ook bemanning (eener prauw. ook zuigeling . huwbaar meisje. Anak tangga. laatste. vondeling . pupil.) . veulen. Anak tangan. Bat. Anak koentji. toon. Anak penengah. teen. Anak ketjil. is gonomen. eersteling. hot middelste kind van een oneven aantal kinderen .B. wichtje. Anak halal. Anak ajerkentjing. jonge plant.kalf. Anak djebah. kindje. Anak piara (ook Anak ambil.). Anak tiri. eenigste kind. Anak boengsoe of Anak pemANAK. ook Anak betoel. dat door den huisheer of meester onder zijne bescherming enz.Anakpoehoen. enz. Anak poengoet).Anak poengoet) aangenomen. Anak haram. een in huis geboren kind van slaven of bedienden. Anak kolong (Bat. Anak djadah. sport van een ladder. Anak lemboe of Anak sapi. onderhoorige. wettig kind. Anak ajam. Anak mas. Anak djanetra of -roda. getrouwden gebruiken meestal do ruimte daaronder om er den nacht door to brengen en voorzien de plank dan . Anak genta. Anak soendel. Anak poengoet of . geadopteerd kind. vrouw en kinderen. klein kind.. de huig. Anak boewah. stief kind. Anak dara. De soldatennl. die op pooten rusten . echt.). maagd. Anak kaki. sleutel. pleegkind. Anak piatoe. gezin . onecht. Anakbini. kinderen en kindskinderen . de Benjamin. kuiken .poengoetan. inlander. Bat. Anak soeloeng of Anak pembarep (Jav. vinger. Anak toenggal. wees.

(van een kapitaal) rendeeren. beschouwen. met zijn zessen. rente geven. Peranakan-tjina. voorts wordt Anak oak gebezigd om iets kleins. zes in getal.of afkomst aan to duiden. beeldje. maar ook kleine visch. rente. Anakanda baginda. tot kind hebben. . kleine berg. geboren worden . bruid (zoowel maagd. enz. Peranakan. en om een her. zijrivier. ook met zijn zessen iets doen. Indo. ook Sinjo. Anak-anak. baring. Anak-daroe. met kind of kinderen. kind van een vorstelijk of voornaam persoon. enz. prinses. al s weduwe) . bevalling. . baarmoeder (ook Tempat. Anak Man. Diperanak. K6-anem. een kind baren. kinderen. bevallen. d. (voor pop enz. Anak-anda. ook pop. van Batavia herkomstig. enz. bijv. kind van een Europeaan bij eone inland16 ANAM. prins. als kind voortbrengen. interest opbrengen.als scheldwoord ook gebruikt in den zin van hoerekind. behandelen. zes. Anakda. enz. pijl. ook Anakanakan). als anderszins) . ook Baba. Anak boekit. Anak panah. heuvel. inlandschkind. geboren. . tje . Ana'anda. Aaam (Anem of nem en Enem). zestal. pop. . enz.. tot kind aannemen. Beranam. niet alleen jongen van visschen. do (of eon der) ouders met hunne (zijne. ook interest. ook di beranakken. Anak soengei. Memperanak. aan to geven. Menganakken. ter wergild brengen. kind van een Chinees bij eon inlandsche vrouw. hare) kinderen. i. baren. sche vrouw. kind van een vreemden vader bij eene inlandsche (tot de inboorlingen behoorende) moeder. van een kind bevallen. enz. geboortig. ook. enz. Beranak. van ouder tot kind. Anakan. Anak Betawi. kind van den vorst. geboren zijn.van een rondom hangend gordijn. bijv.of Kandoengperanakan). zijtak. Peranakan wlanda. (in de beleefde of eerbiedige spreekwijze). Anakberanak. Anak radja. wat op een kind gelijkt.

toorts. zes aan zes. opschikking. Beraneman.ten zesde. Mengandam soerai of -ramboet. Andak. bij hoopen of groepen van zes . volgen. verondersteld geval. vlechtwerk. tooien. ook alle zes . vlechter. Bat. Anaman of Anjaman. net samenvoegen. in orde brengen. ondersteld geval. brandfakkel. goedschiks toestaan.. vlechting. geloof waardig. Pengandam. ook beletsel. enz. pand. Mengandak. alle zes. Andang-andang. ook Aren (Jav. ordenen. Andangan. Mengenem. Andaman ramboet. rangschikken. die samenvoegt. Andal (gewoonlijk Andal). rangschikking. Ka'enem-anem. bij ANDJ. borgsteiling. hat zesde enz. enz. aannemen. Andelan. vlechten. verondersteld dat. de persoon. de Arenga Saccharifera of Aren-palm. Andang. Andam. doen ophouden . ook Toewak). opmaken.). Andainja. geval dat. ook wijze van vlechten. ngandelken (Andelin. bijaldion. verhinderen. kapper. enz. gebeurlijkheid. enz. Kaboeng (Soend : Kawoeng) of Paloeloek]. beletten. Anam (ook Anjam). vlechtwork.als mogelijk stellen.). iemand zijn zin geven. ook eigenzinnig. reven. beletsel Berandangan. opgemaakt. Mengandam. regal. mogelijkheid. verhindering. in evenredigheid brengen. Andai (of Andei). onverwachts. ra. Pengandam ramboet. de zesde zijn (van een aantal kinderen. onvoorziens.veronderstellen. ordelijke sarnenvoeging. geloof. zesde. mogelijk geval. wat netjes samengevoegd. Andaman. Penganjam. . Peranem. . verkregen wordt. kappen . enz. regelen. de zesde. vertrouwd. reef in een zeal. hindernis : Andang of Mengandang. Menganam. Me. vertrouwen.). Anem-anem. zesde deel. hat haar opmaken. . waarvan de palmwijn (Nira of Legen. Anau [of Enau. enz. is. kapsel. opschikken. enz. Mengandaiken. vlecht.of kloswerk maken. Sa'andainja of Sandainja.

ironisch gebruikt van personen. wijken. zich verwijderen. Andjing ajer. de plaats ruimen. reu. kleine moederv11 kken op hat gelaat.) rnerkpaaltje. ook kloppen. otter. een slingerplant. (Calotropis gigantea) een heester. naam van een zoetwatervisch. Andjing perboeroean. Andjang (of Andjang andjang). gij. ook (Jav. anker. Andja-pajoeng. mouches. schudden (van den foetus). Andjing tanah. stief brooders en -zusters (kinderen van eene moeder doch verschillende vaders. wilde hond. Soedara andjing. enz. Andjing. Andjing-andjing. vloo. een soort jakhals of indische wolf. waarvan de fijngewreven biaderen als pap op hot hoofd van jonge kinderen wordt gelegd om den haargroei to bevorderen. vaireep (scheepsterm). Andjing lelaki of -djantan.. vijg. van plaats veranderen. u. Andang-andang (Jav. gevraagd of ongevraagd. Koetoe andjjing. Andjir. van zijn plaats wijken. terugspringen van elastieke voorwerpen.een boom (Cynometra cauliflora) met frischsmakende. hondeluis. van den Zen pers. ook =Andjing tanah. waak-. Andika. of op de huid. bond: ook als scheldwoord. schuif van een zonnescherm. veenmol . ook bewegen. wacht. . vertoonen (evenals het insect om of naar hot licht vliegt). rekel. Andjing rimba of -oetan. die zich op alle feesten. (ook Tai-laler). en = Badoeri. voornw. Andjal-Mengandjal. ook een stelling van wijd gevlochten bamboo (op pooten) om er iets op to dragen. And jak (of Mengadjak).of hof pond. Cissus papillosa. pers. Andjing djaga. (ook Poeki-andjingof Namnam). val. Andja. ANDJ. jachthond.). die met elkander trouwen). Andjar. eetbare vruchten. teef. ook van de voorkinderen onderling van een weduwnaar en een weduwe.Andawali. Andjing perampoean of -betina.

terras. Pengandjoer. waaraan iets (bijv. die gebruikt worden. buiten iets uitkomen. Mengandoek. steken enz. . enz. tot een gevecht) aanhitsen. van een huffs buiten do rooilijn. Calodracon-Jacquinii. Mengandjoeng. die voorop gaat. iets (bijv. Ketelandjoer. Andjoeng. baken. soort van opkamer ter zijde van een huffs met een hoogeren vloer dan hot hoofdgebouw : . verg. een vlieger) in de hoogte houden. to veel zeggen. in een doek of aan touwen enz. om behoorlijk of goedschiks terug to kunnen keeren. lets vooruit steken. uitsteken (bijv. to ver gegaan. van hanen. do touwen. ANEK. to ver. enz. als sierplant ook veel op begraafplaatsen aangeplant. Kandoet). MALEISCH-HOLLANDSCH. to ver gegaan. om de grenzen of de richting van een aan to leggen weg. enz. ook (Andjoerin (Bat.). bijv. Ketelandjoeran. dit laatste moor van menschen) aanmoedigen. aansporen (bijv. een sloop) hangt of waaraan de riemen van een boot bevestigd zijn. enz. een sloop aan touwen in de davids. voordat men er goed bij gedacht heeft of zonder aan de gevolgen to denken. Aneka. Tali-andoeh. van een zandbank of landtong in zee. Andoeh (ook Andoek. spits. enz. kleine stokjes. aan to geven." verscheiden. ophitsen. 17 verheven zitplaats op den achtersteven van een vaartuig (voor den gezagvoerder of roerganger) . veelsoortig. een zieken arm in een doek. of hot gezegde terug to kunnen nemen. enz. .baak. do voorhoede uitmaken.Andjoeng-andjoeng. Een plant met geneeskrachtige eigenschappen en schoon gekleurde bladeren. bijv. voorhoede. Mengandjoeri. Terandjoer. Andong. iets hangend dragen. iets zeggen.) en Alok-aloki (Bat. ook Mengandjoerken.) voorop gaan. voorop gaan. hoofd. gewoonlijk Telandjoer. . heffen. Andjoer-Mengandjoer. voorbarig. zich voor anderen bevinden. dragen. zich verpraten.

Angel (Jav. veranderlijk. . ontevreden. enz. buiging. rekenen of steunen op iets. oordeelen.ook de gevechtspositie bij het schermen. moeiljjk. Angga. hitte. Menganggar. buiig van humeur. basis. warmte. getakt. berekening. bij uitnoodigingen. lauwwarm. . rekenen. opwarmen. enz. Anggal. zooals bij ons tot een dans. Bat. meten. meening. steunpunt. licht geladen (van een voertuig). Anggar. of wenken met de hand. neen schudden met het hoofd. Angga-angga. oordeel. Cymbidium ova- . R oesa.). nl. 2 18 ANGA. lauw-warm.of Mend. tak . neen. enz. Angat (ook Anget. Anggerek djamboe ook Anggerek kesoemba. Soend. Angat-koekoe. Anggerek. berekening. . meening. beoordeelen. enz. algemeene benaming voor Orchidaeen : Anggerekand jing. angan berangga. heet. steunpunt. Cymbidium bicolor of cuspidatum. Anggerek kasian ook Anggerek poetih ketjil. verwarmen . warm maken. niets. lauw. Epidendrum caninum . verhit. punt van uitgang. een buiging maken. Phajus Blumei en parasiet. enz. (en garde) en tijdelijke zitof rustplaats. oordeel. ANGG. basis. zoo dat men door den nagel heen de warmte voelt. bijv. Aneka-werna. allerhande soorten. Angga (gewoonlijk Engga). niet. enz. al waarop men rekent of steunt. verder : legerplaats. een hert met getakt gewei. Berangga. kamp to velde. formule. tot bijwoning van een feest. (ook Anggerek lama of lema). lastig. berekenen. Anggap. Anggerek betoel of --boner. begrooten. Hangat)warm. niet gemakkelijk to voldoen. in allerlei. Mengangetken.allerlei . als teeken van ontkenning. Menganggap. Dendrobium purpureum. aardorchidae. vaste regel. Anggaran.

ledigheid.). leeglooper. knik . een vel over een trom). een tak of twijg afsnijden en planten. tak of twijg. wijnstok. Anggit. druivenrank. een vers of gedicht maken. druif. aanrijgen. (van een vaartuig of schip). enz. in de hoogte steken (van een voorovergebogen hoofd of den boeg van een schip). champagne. Anggoer (Jav. en Vanda furva. Anggoer asem. samengevoegd. Anggerek ketjil. verbinding. Pohon anggoer. Phalaenopsis amabilis . (bijv. Plocoglottis javanica. enz. luiaard. Menganggoer. Penganggit. een verhaal opstellen. niets doen. zonder work. Renanthera arachnitis. gemaakt is. ANGG. schrijven. Anggoer poef. Phajus callosus (aardorchidae). Plathantera Susannae (aardorchidae) en Epidendrum tuberosum (aardorchidae). Anggerek kringsing. lanterfanter. ledig.tum . op de horens . enz. dansen. luieren. spannen. opwippen. Peranggoeran. de rijger. rijgen. Boeah anggoer. lediggang. Anggerek tanah. Anggerek ringgit. Hysteria veratrifolia. rijnwijn. Anggo. lanterfanten. Anggoer of Anggoeran. ook een book. die afgesneden is om geplant to worden. M®nganggol. . (bijv. Vanilla albida (parasiet). dekriet op een dak). Anggok = Anggoet. Dendrobium angulatum en Cleisostoma spathulatum (parasieten) en Cypripedium javanicum (aardorchidae) . Anggerek Palembang. enz. gerek poetih besar. wijn . stampen. Menganggit. zoete wijn. Menganggoet. roode wijn . wat geregen. Anggoet. Memanggoet. knikken . Anggoer manis. stek . Anggerek warna. ook Anggok. Ang. Menganggoer. Microstylis Rhudii. Anggerek ketonggeng. Anggitan. Anggoer. rijgsel. leegloopen. Penganggoer. ledig zitten. de maker. Anggoer merah. Anggerek oetan. stekken. . Grammatophylluxn speciosum en Vanda lissochiloides. samenvoeging. .

Menganginken.nemen. hangen. Angin toeroetan of sorong boeritan. tegenwind . doorstaande sterke noordenwind zonder regen . 19 velwind . wind die van terzijde komt (op schepen. Angin. Mata-angin. die echter niet aanhouden . enz. fig. gerucht . Angin timbaroeang. met den kop achterover slaan . westenwind : Angin toekoes. een luchtje scheppen. de eerste noordenwinden na den westmoesson. Pokok angin. Anggota. landof bergwind . Angin haloean. beurtelings opwippen en zakken. orkaan . doorstaande stijve noordenwind. Angin kelamboe toenggal of menoenggal. Anggota perkataan.oetara. in den wind. (van een schip) op zijn ankers rijden. enz. Angin sakal (of -salah). Angin oelekan of poeseran. Angin laoet. ook luchtgesteldheid. de tocht of lucht blootstellen. deel (lid) van een gezegde. praatjes. tocht of lucht hebben. Angin-kidoel of --selatan. Angin eikor doejoeng of angin taoen baroe tjina. Anign riboet. B®rangin. oorsprong van den wind. damp. tocht.) . luchten. windstreek. wind. Angin tofan. zich daaraan blootstellen. Angin for of -. Tai angin. passaatwind. wind van voren. overblijfsel van wind. noordenwind .of kabarangin. wind. los gerucht. aan den wind.of regenwolken. Angin darat of --pagoenoengan. zuidenwind. Chabar. daaraan blootgesteld zijn. Angin wetan of -timoer. volzin. Ka-anginan. Teranggol-anggol. ledemaat (van het lichaam) . oostenwind. Angin-koelon of -barat. Angin kentj eng kelat. Angin moesim. w erANGK. zeewind . lucht. wind van achteren . ook een parasytische plant (Cassyta filiformis) met geneeskrachtige eigenschappen . lid. de wolk waaruit de wind zal waaien . storm. aan de working van den wind en de lucht blootgesteld . wind waardoor de brassen stijf getrokken worden. beuzeltaal. zin.

adopteeren .en Ma'angkat. zich voorstellen (verg. Mengangkat tangan. sterven (van vorstelijke personages) . Angkau (ook Engkau.geworden. met engkau bejegenen. Mengangkat anak. Angkap of Anggap. die he luchtruim of den hemel bewonen. voor elkander een bulging maken. aan2 0 ANGK. nommeren. ook beurtelings.). Berangkat. spijzen opdragen of opdisschen. ergens heengaan. leger. gerecht dat opgedischt wordt. oplichten. voornw. het luchtruim. Balai peranginan. reis. vloot. reisgezelschap. draagbaar. Angkin (Bat.of herhalingsteeken . peinzen. getalmerk. teeken. steken (van een wood. optocht. Berangkap-angkapan of beranggap-anggapan. expeditie. Angkasa of Akasa.: gij. Angkatan perang. Angkat. Mengangka. merk. die de vrouwen dragon om hare beenbekleeding vast to houden. deftige bulging. tutoijeeren. Mangkat en Mangkat . u jij. lusthuisje. Bapa. cijfer. pers. inlandsch orkest van uit bamboo vervaardigde muziekinstrumen- . Angka. het verdubbelings. enz. opbeuren.). buikband vane linnen. lekker maken. den invloed daarvan ondergaan hebben . van den 2en pers. Angkatan. zijde of andere stof. prijzen. Bat. Mengengkau_ (ook ~Berengkau). ook cijferen. rekenen en denken. jou. op reis gaan. tot kind aannemen. optillen. Angkeloeng (Soend. de lucht . -in de hoogte brengen. van merken voorzien. ook een vergezicht op een begroeid terrein en de zielen der afges torven en. opheffen. aanhefl'en (van een gezang). verheffen tot een waardigheid. vertrekken. Sangka). Angkadoea. de handen ophefon. ophemelen. koepel.b6radoe. aangenomen vader en moeder.) . tot de vaderen opgaan. Anak angkat. roemen. ook -afn emen. zich op weg begeven. dikau en kau). opnemen in een familie. ovorlijden. nummer. genomen kind. bij beurten. Mengangkat. marsch.

hover maar. Anglo (Chin. vuurpot. koepel. overbrengen .). erger worden. hoogmoedig. Angkoetan. wat opgenomen en weggedragen is. ook die instrumenten zelf. gapen. weideplaats. verbrand huis. met molentjes . weide. Mengangon (Jav. Angot (Bat. verbrand. dat daardoor eon soort knijper of tang gevormd wordt. op de weide brengen. opnemen en wegbrengen. trekken (van eon zweer). Anak angon of Toekang angon. verzengd. mennen. kornak. Angoer (Jav. enz. weiden. verergeren. besturen. (van eon ziekte). enz.). Jav. transporteeren.). Angloeng(Chin. Pengangkoet. Bat. half ontloken knopje. paviljoen. hooghartig. Angkoep. Mengangonken. overwulfde gang. geschroeid. erg. geeuwen. ergens laten weiden . jongens of meisjes. wordt of moot worden . kruier. ANGS.). verkoold. Mengangkoet sarang. iets laten aanbranden. iets met de einden zoodanig bijeenbrengen. open en dicht gaan (van den mond van eon sterven den visch bijv. test. Mengangkoes. eon olifant drijven. Angkoes.). opnieuw en in ergere mate terugkomen. Angkot. prieel. met eon knijpertje of tangetje aanvatten. Mengangkoet. beter. Pangonan. Roemah angoes.) . brandsignaal (op den Tongtong). Tongtong angoes. Angkoeh. enz. die hot vee weiden. Bat. lastdrager. trotsch. Mengangkoepken. brand. Mengangoesken. . tangetje. liever. dieren weiden. weider. Angkoet. Mengangkoep. steken. eon brandend. knijpertje. Angoep (of Angop) (Jav. aangebrand.ten. degeen. dwaas. Angot-angotan. liever bij voorkeur willen. Angoes (ook Hangoes). komfoor. hot noodige voor hot maken van eon nest bijeenbrengen. Angon. die transporteert.). ook gek. .

stark. Aniaja (Sk. Menganoegerahi of Menganoegerahai. enz. mishandeling. vreemdeling. verdrukken. zeker iets. garstigheid.). iets als gunstbewijs geven.). Anjir (van den reuk of smaak van iets). onrechtvaardig behandeld. Angsang (Bat. Angsoka. mindering van schuld. zeker iemand. iets dat men niet kan of wil noemen. de ketting scheren (bij hot weven) . enz. Pterocarpus indicus. onrecht aandoon. Toean Anoe. loopen. ondordrukken. Penganiaja. AN GS. Angsoer (ook ansoer). ter aanduiding van iets onbepaalds. garstig. zie onder Anam.. gunst. paiement. waarmede de padi aar voor aar gesneden of geplukt wordt. geschenk uit toegenegenheid . onrecht. Ani-ani. eon boom met fraai en stork hout. Anoe. schering (bij het weven). die pas aangekomen is. onderdrukker.voetje voor voetje vooruitgaan. Menganoeg®rahken. Orang anjar. Penganian. veel als sierplant in tuinen voorkomend. Anoeg®raha (ook Noegeraha). Pavetta indica. Anjar (Jav. begiftigen met iets. M®nganiaja. vorderen (van schulden). enz. onderdrukking. met molentjes loopen. tranig. onrechtmatig behandelen. de hear N. Teraniaja. tyran. onrechtma tige. wat in mindering eener schuld betaald wordt. mesje. enz.N. onbillijke handelwijze of behandeling. mishandelen. Mengangsoer. padi-snijmes. enz. nieuweling.). gunstbewijs. Ani (ook Ani ani). . onrechtvaardig behandelen. Soend. vereeren. kettingscheerder. begunstigen. heester. verdrukker. traansmaak. voortrukken.langzaam. verdrukking.van tijd tot tijd vlagen van krankzinnigheid hebben. vieze vischsmaak of -lucht. Anjam. enz. Mengani. mishandeld. Angsoeran langzame vooruitgang. kieuw van eon visch. geweld. Angsana. onschuldig gestraft of verdrukt. nieuw. verminderen .

Tembako anteb. Antan. rolrond stuk hout ter lengte van een arm. Mengantang. Mengantak. compact. ook stamper. onder d e menschen. gansch. zware tabak. Anting. paren (zie verder Hantam). stamper (van een vijzel.). Menganting. geheel. Antam. brak water. tusschenruimte.). 21 Antak. zware steen aan een . zoet. vrijwillige bemiddelaar.Mengantar. mortier. zwaar. brak. heiblok. enz. aanzetter . bemiddeling. niet dreinig (van kinderen). rijststamper. Anteh (ook Anti of Antih). tusschentijd. Antar-antaran. geschenken aanbieden of zenden (voornameltjk van bruidsgeschenken).achter-achterkleinkind. Antang. onder. tusschen. Antaran. Pada antara manoesia. Hantar). ziltig. enz. naar beneden hangen. Antero (Port. bezending. hat geheel. tusschen. Pengantara. A jer anta. alles.Anta (ook Antah). rijststamper. Batoe anting. tusschen beiden komen. bruidsgeschenk (verg. Antep~ (Bat. Perantaraan. of M®nganter. als bemiddelaar optreden. huppelen (van een paard). heel. ook met een stamper fijn maken. Antara. wat gezonden of aangekoden wordt. Mengantara. ook Mengentek). onder. stil. zoolang als. (ook Antab of Anteb). enz. Antang. alle. Anak anteb. stampen(van eon schip). garen spinnen. terwijl. ook geschenk. in zulk een mand dragon. Perantara. zou tachtig . Antar. ook laadstok. een soort belasting. Samantara. bij hat weven in gebruik . stampen. Menganteh. Jav. in den tusschentijd. Antah y. afhangen. wichtig. een zwaar kind. benoemde of aangewezen scheidsman. een soort mand.Cabah (zie dit woord). pijnlijk trekken (van een etterbuil. Antar-antar. steken. Pada antara.) -.). ANTI. In verbinding met Boejoet (zie dit woord) tot Boejoet-antah (Bandjerm.

smelten. slaap. Anting-anting. broken. dreigen (ook xnengantjam-antjam). vergiettest. de beruchte indische giftboom waarvan hat doodelijk pijlvergif verkregen wordt. Mengantjamken. ontbonden. aan een boom gehangen. Antjar (ook Pohon-oepas). landtong in zee.Mengantjam.). enz. hetzij op hot water drijvende. Pengantjaman. bedreiger. terugspringen. Mengantoek. slaapkop.of bedreigingsmiddel bezigen.bedreiging. bengelen . zich ontbinden. kleine vierkante of rondo horde van bamboo. bedreigen. Antool (Bat. APAB. verteerd (van spijs). Antoek. verbrijzeld worden. slaperig zijn. aan flarden.ook bamboezen roosterwerk op staken als droogplaats of -rak . Pengantoek. beslapen. Mengantjoek. opgelost. Mengantjami. Pengantjam. oplossen. bedreiging. bij of met eene vrouw slapen. enz. voorgebergte. hetzij aan den oever eener rivier. kaap. booze geest die zich onder allerlei vormen voordoet. Mengantoel. dutterig. den bijslaap uitoefenen.. zulk een antjak in eene rivier laten drijven. ook slaapmiddel. Antjam. Antoel. slaap hebben. als dreig. Antiaris toxicaria. enz. waarop offers aan geesten aangeboden worden. gesmolten. Antoe (ook Hantoe). spook. in alle richtingen goslingerd. . Pinggan antj ak. Koentangkanting. heen en weder. anker om dit naar beneden to trekken. Antjoek.22 ANTJ. verbrijzeld. ook wel een klein vlotje van pisang-stammen. of kaatsen (van een veer- . dreiger. vergruisd. Antjak. vischschotel met gaten . Oentang-anting. Memboeang antjak. oorhanger. in alle richtingen slingeren.vaak. gebroken in kleine stukjes. oorbel. aan gruis. jets (een wapen. Antjoer.). aan gruis vallen. enz. een boozen geest in zijn dienst hebben. door een boozen geest bezeten zijn (ook Kena antoe). Berantoe.. met jets dreigen.

kwast. toen. Berapa. met jets wat doen. moge het U gelieven. bezittingen. dorstig. dorst. niets . rondventer van gereed gemaakte. steunp unt. . Toekang aoer. wat moat daarmede gedaan worden ? Mengapai.). gekookte eetwaren. vun zig (zijn). tegen jets aanstooten. wat wilt gij. ook naam eener groote bamboesoort. enz. Apa-apa.ook : achter. goederen. al wat. Tiada apa. Mengantok. enz. . met jets behandelen .) ook Haoer. Antoep (Jav. Mengantoen. watt. hoeveel? Siapa (ook Sapa). Antok. dorstig zijn. APAK. als. Barang apa hat een of an der . muf heid.krachtig lichaam) .. al wat men heeft. Mantoep of mengantoep. enz. . wat ? Hoe? Welk ? (dient ook tot het aangeven van een wensch). Apalah (meest verbonden met Kiran j a tot Apalah kiran j a). Aoer (ook Aur). . ondersteuning.). Hendaklah toean kiran ja (of apalah kiranja) bgrsahabat dengan hamba. al wat. jets. bovendien. wat nog meer? Hoeveel to meer of to minder nog. hetgeen. wanneer. Antoelan. gaarkeuken. achtergebleven. enz. met den angel steken. van welk belang ? waarom ? Mengapaken. vriendschap met mij to sluiten. wat nog. Apalagi. welk. enz. en buitendien. lets to beteekenen hebben. Apakala. muf. Apa. duf. wat dan nog. al wat er is. (dient ook als hulpwoord bij vragen de zinnen) . Bat.. als toen. Apak (of apgk). jets aanraken. bijv. toen. Diapaken itoe. al wat. eigendommen. Mengapa. Aoer (Soend. van belang zijn. klaargemaakt eten . Antoen (Bat. Apabila. wat is er van uw (zijn) verlangen ? enz. angel van een bij. Segala apa. Aoes of Aos). achterlaten. voorts. wie ? Maoe apa. Tiada djoega diapaken akoe. verkooper. wanneer. ingebeelde gek. men doet mU toch niets. jets doen zijn. enz. dorst hebben.

vuurtouw. stoomschip. persing. op het vuur zetten. klemming. Mengapikgn. Apit of Boelan Apit.Apam (of apem). klem. vuursteen. opsteken. kamervuurwerk. Mgngapikkgn. opium rooken. Pengapit. Apit-apit. Makan-. ARA.. Goenoeng api. huichelen. ook : een vingergreep (bijv. vuurwerk. voorwenden. de bruidsjonkers en -meisjes. locomotief. Batoe api. ook Dzoelkafdah. Api-api (Jav. Berapi. zich interesseeren voor iets. verlicht zijn. geklemd. aan weerszijden van iets. opiumpachter. Apit. vonk. brandhout. wie of wat perst . persing. . glimworm en (ook Ka joe api-api). Apioen. pers. spoortrein. gloeiend zijn. drukpers. een snuifje). Kapal api. Apoeng. lovenloos voorwerp. bereide opium. net. tusschen hen in klemmen of knellen. ruwe opium. ophitsen . glimmen . Kajoe api. (van twee voorwerpen) links en rechts van een ander staan.of mgngisep apioen (ook n j gret) (Jav. iicht. die aan beide zijden van bruid en bruidegom geplaatst worden . kwanswijs. Apitan minjak. Kgreta api. lont . Avicennia officinalis. lucifer. brandend. 23 tusschen twee voorwerpen. enz. Tali api. kieschkeurig. vurig. ook vuurvlieg. Pak apioen. oliepers. rein. minoem. gepers. een kleine boom. Apioen mentah. inlandsche poffertjes. opium . gedrang. vuur vatten. Mgngapit. Apik. enz. kiesch.). opiumpacht. die goed brandhout levert.). Api. Boenga. vulkaan . en een soort damspel. veinzen. werktuig om to persen of knellen. anders spreken of doen dan men denkt of bedoelt. de elfde maand van het Mohammedaansche jaar. person. dat . Apit-apitan.of Kembang api. vuur. wat geperst wordt. Apioen mateng. tusschen tweevoorwerpenpersen. zindelijk. belangstellen in iets. Apitan. aansteken. opium schuiven. vastgezet of zitten. dit in het midden nemen. pers. voorgoven.

beletsel. verwachting. uitwisschen. Mengarah. kwijtgescholden. Bat. verdelgen. arabier. niet meer bestaand. statig voorbijdrij vende wolken. afschaffen. statige optocht of rondgang (meestal bij bruiloften). een teugel aandoen. naar iets streven. opheffen. enz. enz ). iets als dobber gebruiken. in statigen optocht rondvoeren. wildernis. koers. doe] (ook Ara) vijgeboom Boeah arah. Mgngapoengken. Mengarak. al wat daarbij open. Pengarak-angin. zijn hoop op iets stellen. Koeda arab. ook zich iets ten doel stellen.). fopperij . arabische vrouw . Mengapoesken. verhindering. bedrog.. enz. vijg. dobberen (van een vaartuig.zich als zoodanig voordoen. Mengarahken. Terapoengapoeng. beteugelen. uitgewischt. (ook Arak-arakan).). weg. uitvegen. Mengapoeng. Arab. strekking.van een dobber voorzien. aan iets een richting geven of aanwijzen. Arah. arabisch. lift wordt medegevoerd en vertoond. kwijtschelden. onbebouwde vlakte. die gebezigd worden om een lek in een dam of . Ara-ara (Jav. Bat.op het water drijft. streven. MengapoesiofMengapoeskgn. . (van arbeiders) aan het werk stellen. verdelgd. teugel. Mengapoesi. vernietigen. afschaffen. onbebouwd 2 4 ARAB. enz. opheffen. Bat. weggevaagd.). ook richting. arabier. arak. . iets in eene richting brengen. hoop. Mengapoes. zijne verwachting op iets gronden. iets verdelgen.verdwenen. Apoes. Arak. Arak. Aram. bedriegen. statige rondgang. Mengapoes. iemand bedriegen. terrein. Mengapoesken. als zoodanig op het water drijven . foppen. Perarakan. Perarakan. Apoes (Jav. dobber. bladeren takken enz. vernietigen. Orang arab. arakstokerij. Aral. streek. Apoes (Jav. (ook Aram-aram). enz. iemand met iets bedriegen. optocht. een sterke drank . arabisch paard. leidsel. uitdelgen. foppen. kwijtschelden.

welriekend. vieren. tenger. daarna. Aria. den prijs van iets bepalen. stootkant. prijs op iets stellen. Mengargaken.leiding etc. ebbenhout. Mengaram. Ari ook = Adik.). controleeren. kolenbranderU Aras (Tamiang en Perlak). van waarde. Nat los ! los. Mengaritken. Arep (zie ook Harep). waarvan de palmwijn enz. Soend. vaste. ook de nageboorte of placenta. Arga mati.). wil. Soend. Arenga saccharifera. de liezen en de navel zelf .en de schaamdeelen. Arif. Arga (ook Harga of Rega). sikkelvormig snijmes. iemand in het oog houden. geurig.scherpzinnig (meervoud Arifin). wenschen. houtskool. goed onderwezen. Berharga. Perarangan ook Pengarengan. met zulk een mes gras enz. verkregen wordt.slank. enz. Taliari-ari.). willen. een net met een zoom van rotting. verstandig. Ari (ook Ari-ari). bepaalde prijs. enz. de navelstreng. welopgevoed. dat some aan verdienstelijke inlandsche hoofden wordt verleend (Jav. . ook een adellijk ambtspredicaat. (gewoonlijk in samenstelling met maka tot Arkian maka). stroomversnelling in een rivier. hopen. waarde. (scheepsterm). touw langs den rand van een zeil genaaid. waarde hebben. ook voor (in do plaats van) iemand anders grassnijden. Kajoe arang. Arang (ook Areng). enz. Areng batoe. wensch. oplegsel. prijs. snijden. to stoppen. beoogen. de suikerpalm. steenkool. zijne handelingen nagaan. Aris. Bat. do onderbuik. Djaring berarisken rotan. Mengarit. Arit (Jav. ARON. vervolgens. neerhal en. wijs. verlangen. grassnijden. Tali-aris. ook hooge ladder of stelling (zooals bij het bouwen) . Arkian (ook Arkian). Aroem (Jav. Aroeng (van de leest). gedeelte van den buik tusschen den navel. geleerd. hoop. wijders. Aren. met zulk een mes voor een paard enz. voorts. aangezette zoom. grasmes.

zonder beteekenis . waarin de graven en begraafplaatsen worden schoongemaakt. begrijpen. Aronan. $aban of Roewah). Arta benda. een beteekenis hebben . iron. geld. . moeten. Berasa. een schrander mensch . . vatten. schatten. Arsj (Ar. stroom. Aroes. afgodsbeeld (voornamelijk sit den Hindoetijd). goed. beteekenis. den zin van iets vatten.). Tiada berarti. Aroengaroengan.beduidenis. hoop. bezittingen. waarin hat omroeren geschiedt. verdiend loon krijgen. van dezelfdo beteekenis. Artin ja. ook de beeldjes. Sa'erti. Mengerti. erfgoederen. aldus behandelde halfgare rijst . Mengaroeng. Pengaron. Mengasa. Mengasaken. Berarti. de maand der vereering der zielen der afgestorvenen. halfARSJ. waden. Artawan. al iemands bezittingen . verlangen .begrip. koesan halen en onder begieting met een weinig kokend water omroeren. of Pengaronan de bak. doorwaadbare plaats. met hoop vervuld.(ook ramping) . hopen. strooming. verstaan . enz. behoorlijk. spier. op iets hopen. geel smeersel. troon (inz. zin. geel orpiment. verstandig. wel to verstaan . Arta (ook Harta). een bevattelijk. verlangen. Arta poesaka. Asabat. geest. van Allah). die veal weet. Arti (dok Erti). goederen. gelijk van zin. halfgaar gekookte rijst . die op de Chineesche graven geplaatst worden.ook geoorloofd. Asa. naar iets verlangen. beeld. rijkdom. doorwaden. rijk zijn. meening. Mengaron of Mengaroni. gaar gekookte rijst uit de Koe. Orang arti of --mengarti.). onzin. gegoed. ook : verdiend loon. Arwah (ook Sjaban. geleerd mensch. (zie ook Haroes). Artal (of Etal). goederen. de achtste maand van hat Mohammedaansche jaar. de beteekenis. de z in van iets. Artja (Sk. behooren. Aron. have on goed. met beteekenis. en ze daarna in de Koekoesan verder gaar to stoomen .

Asap (asep). enz. of komst. ook beschaven. (Tamarindus indica) . . grond. al wat zuur smaakt . rookvat. zuurachtig. afkomst. dag. scherp maken. volstoppen. grondslag. fig.. . berooken. rooken. zuur. enz. aanstampen. oorsprong. Sajoer asem. Dialium indum. achtermid2 6 ASIA. herkomst. 2 5 wrijfsteen. Berasap. aanzien. aanzetten op een ASAR. enz. herkomst. Kakal-asep. rook geven.Asah. Pesawat-asep. (bijv. Mengasah. ook mits. rookpan. verdringen. een gerecht van ingelegde visch. smook. Asem-aseman. ook Asem kerandji. -berekor). slijpen. . Bintang berasep~ (ook Bintang berkotek. stam. Mengasak. als maar niet. met tamarinds zuurgemaakte groente (soap) als bijgerecht bij de rijst. Pengasak. rooken. ook masem). in den rook houden. geslacht. slijpsteen. enz.). verdrukken. Bekasem. van adel zijn. norsch gezicht. stuursch. stoomschip.) of Asihan). Kereta-asep. (ook Atsar). waim. rookhuis. enz. Asar (Ar. adel. van goede of komst zijn. waaronder de bekende Tamarinds. de tanden afslijpen of vijien. stamper. tijd voor hot middaggebed. met iets zuurs inwrijven. Mengasah gigi. locomotief. rookkam er. Batoe pengasah. aanzetten. aan rook blootstellen. namiddag. gelukkig. Asak. stoommachine . zoo maar. stoom. Mengasap. een zuur. Moeka asem. Asian (Bat. polijsten . Asem d jaws of Asem mania. Mengasam. . Waktoe asar. onder voorwaarde dat. ongeveer half vier a vier uur. als maar. beginsel. Perasepan. ook naam vary verscheidene zure of zoetzure vruchten dragende boomen. wasem. rook. Asam (of asem. Asal (Ar. komeet. wetten. Asem d jaws of -Ke randji. tot een oud adellijk geslacht behooren. Berasal. (ook Atzal). damp. Asal-oesoel.). visch) . laadstok. afstamming. spoortrein. enz.

ook liefde. zout. kwaadstokerij. Asin-asinan. als vreemd beschouwen. Asli. wat ingezouten is. verzorgster. vreemd land. Hadjar'oelasoed. ergens kunnen aarden. doordat zij ziek worden of spoedig dood gaan. ook verliefd. ATAS. Asoed. boot. ook : van adel.) bond (als scheldwoord). bekiadden. niet gel ukkig zijn met honden. ook zwart. zwartmakerij. uitheemsch. de god der liefde. herkomst (zie ook Asal). Pengasoeh. ook zich ergens good bevinden.gunstig werkend. oppassen. Pengasoet.. dat slecht bekomt . vreemd. verzorgen. verzorgster. eten. Asta (ook Hasta) elleboogslengte. kwaadstoken. kindermeid enz. afzonderlijk. zegenrijk. zout van smaak (ook masin). vreemdsoortig. die niet helpt. Asoeh. bont maken.). Asoe (Jav. Asoet. vleeschelijke liefde. Mengasta. Mengasoetken. Obat tiada asian. Asin. in het zout leggen. Asjik (Ar. iemand zwart maken. opruier. Asoetan. Inangpengasoeh. brak. pekelen. zich afzonderen. Asmara (Sk. de lengte van den top van den middelvinger tot aan hot elleboogsgewricht. oppasser. inmaken . met . to Buitenzorg niet kunnen aarden.. opruien. Mengasoeh (ook mengasoh). dol verliefd. kwaadstoker. voedster. zoutachtig. Negeri asing. Tiada asian miara andjing. Asing. opruierij (verg. enz. zwart. begeerig. verliefd. afzonderen. ziltig. niet tot iets beh oorend . met zout bedekt. Orang asing. over (eon klein kind bijv. Mengasingken. Asoed). Makanan tiada asian. afgezonderd. de zwarte steen.). zwart. vreemdeling. goon honden er op na kunnen houden. waken. stork verlangen. Ka'asmaran. afkomst. Berasin. zout bevatten.Mengasingken dirt.). Tiada asian tinggal di Bogor. ander. in den pekel zetten. Mengasin of mengasinken. medicijn. oorspY onkelijk. inzouten. Mengasoet. voedster (van vorstelijke kinderen).

oetawa). ook do daartoe gebezigde. Mengatjah. Negeri (of Tanah) di atas angin. Atap (of atop). Teratas. Beratasatasan. allerhoogst . kleine platte plankjes van bepaalden vorm tot dakbedekking. verkllkken. Mengatas. (uitroep van v erbazing). en. Atap batoe (ook gendeng of genteng). boven. treft. nipah. of. ook ter verantwoording van. . zie Artal. bij .die maat meten. verheffen.). bovenkant. Isi astana. ook leien . wat mij beATAU. dek. Astana (Sk. in schijn iets doen. eon dak geven. Atjang. stoop. ook voorgevel. op mijne verantwoording. boven. bovenste. balkon. naam van eon boom. enz. Atal. boveneinde. Di atas goenoeng. alien.en andere bladeren . boodschappen. Astag'fir'oellah (of Astaga'flrlah 1). Mengatasken. ook. boven den wind. aan stokjes bevestigde alang-alang-. to mijnen opzichte. Atjah.zichverheffen. to loevert. (iets anders to doen). hof houding. op den berg. onderling om do overhand strijden. pui. Astaka. om later to veranderen. dak. Atas sala. hof. voor mijne rekening. hoogst. kirai-. die gom geeft welke in de inlandsche geneeskunde dient. Atas angin of di atas angin. voor mij. in hot gebergte. do landen boven den wind. aangaat. . naar boven brengen. naar boven streven. in de hoogte vliegen. God beware! God vergeve me! God help me l enz.elkander een vlieg trachten of to vangen. Atau (ook atawa.to loevert. van eon dak voorzien.mausoleum . ook grafstede van vorstelijke of heiligverklaarde personen. (gaan). uitmeten. Atas. in do hoogte doen gaan. Di atas. enz. gebrande dakpannen. front en tijdelijke troon bij eon kroning. die daartoe behooren. dekking. opheffen. Atjang-atjang. enz. ten lasts van. Mengatap of mengatapken. boven op . (gaan). aanbrengen. bovenop. vorstelijk verblijf. . ook. paleis. Atap papan (of sirap).

Mengatjapi. Mengatjapken. gezwind. Mengatoeng. er in toestemmen dat iets gebeurt . geding. Pengatjara. wellicht. Atoeng. geklets. Atji. rechtszaak. verbitterd maken. Atjar tjampoer-adoek. dreigen. iets geheel. onwijs babbelon. ook overstroomd. bij geval. pleitbezorger. Mengatjap of mengatjapatjap. die. 27 tot een e zaak maken. geleuter. vaak. overstroomen (bijv. rechtsdag. zaniken. kwestie. Atjoe.).voorts : veal. Mengatjoem. een landstreek door hat water eon er rivier). Mengatjarai.. Atjo (Bat. tot aan hat eind ergens insteken . pleidooi. Atma. dikwijls. (van een vlinder) fladderen. Atjar.de hand. Mengatjoe of mengatjoeatjoe. Mengatjaraken. meermalen. naar geloofd wordt. --. iets in zuur inmaken. Atjapkali. vurig (zooals hat loopen van een haan om een kip in to halen). model. Mengatjo. (op het water) . kletsen. iemand in rechten betrekken. Hari atjara. bespoedigen. mogelijk. procureur. onder water geloopen. advocaat. tot aan hat. (zoowel van groenten als van vleesch of visch) . vlug. Atjoean. onzin praten. Bind in iets stekend. iemand heimelijk tegen een ander opstoken. in proces gooien. Mengatjarken. doen gebeuren. vervolgen.). tegen elkander houden om to vergelijken . in een ander lichaam kan varen). vergelijken. gemengd zuur van ailerlei groenten . Atjoem. aanhitsen. ingelegd zuur. Atjap. enz. Mengatjar. van aile markten thuis zijn. uitspraak doen. bezig zijn met atjar to maken. enz. gezanik . in rechten betrekken. praal (zie Oepatjara) . zaak. Atjar-ikan. ATOE. zal hat zoo zijn ? is hat zoo? is 't goad zoo? Mengatjiken. visch in hat zuur. Atjara. Mengatjara. dikwerf. berechten. ziel (van een doode. met den vinger dreigen (ook met een wapen. ook : staatsie. versnellen. een proves aandoen.

rangschikken. enz. makk er. yolk. een boom. opzetting.verklaring. wankelen. ook bemanning van hot schip. -koe. Awal (Ar. k ereltj e. aanvang. Ficus septica. om iemand to roepen). beredderen. overzenden. ordenen. waardeeren. van den beginne af. . (een spel) opzetten. zooals hat behoort. in geregelde orde staan. Mengawan. betamelijk. regaling . aanbieden. taxeeren . yolk. (meestal wordt hierbjj ter aanduiding van den ten. begin. scharen. Dengan atoeran. . bemanning. scharing. Atoer. Atoeran. i. wankelmoedig zijn . wuiven . Berawan. naar de wolken. de eon na of naast den ander. knaapj e. ordelijk. ook vriend. Awai. aan dit awak toegevoegd). enz. BABA. in gelid. algemeen heerschende ziekte. -moe. d.).dobberen (van menschen). of van zich zelf tegenover hem awak bezigen. schatten. ook voordracht. scheepsromp. 2 8 AWAI. in onzekerheid verkeeren. bemand zijn. lofwerk. wolk. regel. getuigenis. of n ja. Awan. met do hand wuiven (bijv. Awak negeri. in orde brengen. hem in den 3en persoon aanspreken. waarvan de fijngekorven bladeren met opium vermengd . Awal moela. Mengatoer hoeroef. enz. Mengawai. aarzelen. Berawak. geregeld. ook verklaren. Awar-awar. j ongetj e. (mengatoerkenofmengatoeri) Beratoer. rangschikking. Awak peraoe. Zen of 3en pets. lichaam. orde. firmament. bevolking. welvoegelijk. steurkrab. letterzetten. rangschikking. ingezetenen . regelen. uitspansel. ook (Awar-awar). enz. bereddering. regeling. . Awar. bewolkt zijn. Awang. hemel. ook jegens een ander awak zeggen. in rangschikking. persoon. oorsprong. volgorde. Awang-awang. bevolking. Oedang-atoeng. krullen in letters. Mengatoer. in do hoogte gaan. epidemie. Awak.

bij wijze van tabak gerookt worden. Bab(Ar.). ook scherp zien. Babad (Jay. scherp toezien. niet spoedig op of versleten. Bat. oplettend. hoofdstuk. uitstekend. lang jong blijven. rondreizende inlandsche straat.). voorzichtig.). let good op ! Kijk good uit! Awet (Jav. Awas. ook benaming van gegoede(?) inlanders to Batavia.comedian ton. bedrijf. enz. Soend. enz. Azimat (Ar. uitmuntend. Babang. geschiedenis. lang van duur. stuk. ook een erf enz.). afstammeling van een chineeschen vader en een inlandsche moeder. categoric. artikel. Jang awas! Voorzichtig. zaak. mengawasin of awasin (Bat. inboorling van Chineesche afkomst. voorzichtigheid. Bat. schors. Awas. Babakan asem. Mengawasken. oplettend zijn. good bekijken. Baba (ook Babah). scherp toekijken. Bat. B. nauwlettend gadeslaan. bast van den tamarindeboom. rooien.). bast. Topeng bakakan. do boomen daarin vellen. pas ge- . gapend(van eonwond). jonge. Ambabadi of ambabati. enz.). en die geneeskundige eigenschappen heeft. Loekanja babang.) = Djimat (zie aldaar). geschiedkundig geschrlft uit den ouden tijd. wegkappen.). de pens. Babak. duurzaam. jang tiada terang. hot onkruid enz.). voorzichtig handelen. de wond gaapt. oplettendheid. Awet moeda. lang good blijvend. in dit geding zijn twee zaken.). dour. spel (van rondgaande muzikanten. stork aankijken. ook: geval. BABA. Babad-Ambadad (Jav. die niet bewozen zijn. de groote en machtige(vannAllah gesproken). boekpens (van een dier). Azza (Ar. door dit weg to kappen of to snijden . Soend. het is (was) een gapende wond . wijd (van een opening). poort. schors. Babakan (Bat. Babal (Jav. van onkruid zuiveren. scherpziend. een bosch enz. Azza wa djalla. ook kroniek. Dalem perkara ini ada does bab.

enz. tweehoornige BADJ. kindermoid. ook hot to voorschijn komen van een kind. enz. plat. Badak kerbau. Babi oetan. Babi. Baboe (Jav.vormde vrucht van den nangka. Membabar (ook membeber). Babi roesa hertzwijn . do lepra in hot eerste stadium. volwassen kip. wikkelen. doen als een blind zwijn. aardvarken (sus vittatus) . Tjoela badak. wild zwijn. Babit. ook (Perz. Babar (ook Beber). op elkander gelijken. Babon (Jav. Sawan-babi. Babi panggangan. uitspreiden. op hooter daad betrapt worden. rhinoceros. een zeil bijzetten. eenhoornige rhinoceros. iemand of iets in eene zaak halen. blindelings to work gaan. een span (zie ook Babad). Babar (Jav. hen. Baboer (zie ook Lamoer).).). varken. Daging babi. ontrold. . Bintang babi. Babat. Babi doej oeng of Doejoeng. meid. uit elkander gedreven (van een leger). gebraden speenvarken . aan flarden scheuren (van een zeil). sp eenvarken. vallende ziekte. slecht van gezicht. Babas. Sababat. enz. Badak. varkensvleesch . beginkapitaal. klokhen. Membabit. Bat. hoorn van eon rhinoceros . (bij hot spel) kapitaal. geplet. i. Kebabaran. Bat. Badak gadjah. zoogster. ook begin. door stroom en wind afdrijven (van con vaartuig). zwijn . ook de jonge nog niet harde schaal eener jonge kokosnoot. zeekalf of zeevarken . enz. d. de planeet Venus.). logkip.. Bat. do bovalling. roode plekken op hot lichaam. oorsprong. min. een paar vormen. veel aangekweekt voor do cochenilleccultuur. 2 9 rhinoceros. opuntia cochinillifera. dienstmeid. een paar.) . uitgesproid. Lidah badak. betrekken. hot geboren worden daarvan bij de bevalling. Baboe soesoe of Baboe tetek. Babi tanah. Badam took Sakit Badam of Penjakit badam). voortschieten. een heester. Membabi boeta. Babi panggang. ontrollen.

strijkbord aan een ploeg . hot welzijn. welvaren van hot land. Bade (ook Badik of Bade-bade). to zamen bijeenbrengen. Tiang badjak. ploegstaart. Badjoe serodja. kleedingstuk tot dekking van hot bovenlijf. Bgrboeat kabad jikan. Badan. op de borst open . (ook Badjag. Membadjak. Bad joe pokok. vermoeden. Bad joe ajah. Djalan kabadjikan. ploeg.). Kabadjikan. een soort kiel. Badjoe.). veronderstellen. romp. eekhoorn. ploegijzerbeen.). ook (bij timmerlieden) zwaluwstaart en stelten . gissen. Badjing (Jav. een zeer lastig gras. Badji. Bad joe meskat. Badjoebelah dada. weldaad. dat tot op de heupen reikt. Badjang-badjang. Badjoe koeroeng. een soort geest. Badati (Har. ploegen. Badjang. gedeelte van hot lichaam zonder hoofd. armen en beenen. omdat de zaadpluizen er van zich aan de kleederen vastzetten. Gelang bad jang. geheel gesloten nauwsluitende badjoe. Badjik = Balk. Bat. een lange badjoe met aan . kabouter. Bgrbadan. een vorm hebben. (Zie verder Weloekoe). een kort dolkm es met een snede. met een geplooiden of gevouwen halskraag . een lichaam. radon. Membadjak. chysopogon aciculatus. ploegschaar. Bade. aardrnannetje. enz. wel doen. Badjoe raja'. een soort van borstrok . Bat. wig. pondspondsgewijs bijdragen (bijv.amandel. ploegijzer . jak of kort gesloten jasje. (zie aldaar). Badjak (Jav. Mata badjak. een gesloten vest zonder mouwen . Perampok di laoet). Badjak. tot betaling der kosten van een openbaar gebouw. Kabadj ikan negeri. Bad j oe takwa. deugd. een armband van garen ter bezwering van vorenbedoelden geest. zeeroover.). idem. welvaren. keg. welzijn. Gandar badjak. n auwsluitend buis. een vest met korte mouwen . lichaam. zeeroof plegen. 3 0 BADJ. pad der deugd. Soengkal badjak. enz. dwerg. idem. hot ploegen .

gestadig. wijze. Bagea (Mol. ook kaaiman. zooals hot behoort. Badjoe rante. Badjoe papas. Bagan. rustplaats. Membagan. aanbiddelijk. buikgordel (zie Bedong).). zich tijdelijk ergens bovinden. Sabagal poela. Berbadjoe. grappenmaker. ming van vorstelijke en heilige asceten. Badjoe besi. Berbagan. Badoet (Jav. in soorten . verschillende. zooals. ter dege. (van den wind) stork.of uitzetten of of bakenen. Bagaimana. ook buikband. enz. koekjes van sagoe met kanari. naar verkiezing met iets doen wat men wil. bloemstengel van de cocosnoot. Berbagal. eerwaardig. halte. ringkraag.). Badjoel (Jav. robust. zoo ook.de poison nauwsluitende armen (vrouwendracht). allerlei. wijders. Bad j oe dalem. op welke wijze.) (ook Banjol). sabagai poekoel. harnas. die aan hot achterhoofd en bij de ooren gedragen worden bij vertooningen van den Wajang-orang. Memoekoel. onderdeel. grof gebouwd. ook de metalen vleugelvormige versierselen. ontwerp. duchtig. iets naar willekeur behandelen. Bagawan (Jav. jong van een kaaiman. flanellen of wollen buffs. heilige. verscheidene. Sabagai. achtbaar. voorts. duchtig. . Bagaibagal. alligator. . Badong (Jav. een badjoe aanhebben. iets row schetsen. ter dege afrossen. Badjoe loear.). Bagai. hoedanig.). de omtrekken van iets af. gespierd. clown. kiasse. komiek (in de inlandsche schouwspelen). potsenmaker. Bagas. soort. als. Bagal. of van sagoe alleen bereid. Badjoe kadjari. een lange badjoe met lange wij de mouwen . evenals. nar. Membagaiken. platte grond. bona. borstplaat. bovenkleed. enz. BAGO. omtrek. malienkolder. op bivouac zijn . ontwerpen. aard. enz. onderbuis. tijdelijk gebouw. ruwe schets. gelijk als. bivouac. allerhande.

schoonheid. Bagini. zich opdirken. schoon. mooi. Bat. Bagitoe. zoo. Terbahagi. ten gebruike van . een titel. deeler. departenlent. voorts. enz. dus doende. mooi voordoen . aan) God. zoo. deeling. bestuursafdeeling. (bij hot kaartspel) geven . dus. Bagoer (ook Djagoer) (Jav. ik heb twee brooders (zusters) . Berbagoesan. anderdeels. Bahagian tanah. ook -ajoe (Jav. muilezel. onderdeel. dus. verfraaien. gedeelte van een land afdeeling. wat door deelingverkregen wordt. mooi maken. voor. ministerie.). van buitengewone maar geproBAGO. deel.). enz. verdeelen. portioneerde lengte (van menschen en dieren). aldus. Bagoes. gedeelte. fraai. gevaar. mooi maken. Bahagia (ook Bagia). aanminnig. Adakah bagimoe bapa? Hebt gij een vader? (Zie verder : Bahagi). ook de pokken. een mooi huis. Bagoe. Bahagian. geluk. Sakit bagoes of Babagoesan. hell. verdeeling. verdeeld . van welks bast stork touw wordt geslagen. gever. Bahaja. ongeluk. op die wijze . deelen (onder elkander).Bagi. Pembahagi. die in hot gewone leven alleen aan een regeerenden worst gegeven wordt. lieftalligheid. Perampoean bagoes. zus en zoo. Bahagian pamerentahan. deelen. Membagoesken. aldus. zijne (hare) gelukzaligheid. ten nutte van. Membahagi. Sabahagi lagi. onderdeel. Berbahagi. lieftallige vrouw. ten andere. een boom. lief. gelukkig. lieftallig. Sire". Bagral (Ar. verdeeld zijn. . een schoone. en dus overeenkomt met ons Zijne (Hare) Majesteit". deel. mooi opgeschikt. Ada bagikoe doea soedara. Bahagi (ook Bagi). mazelen. Baginda. Bagini-bagitoe. zoo handelende. Gnetum gnemon. Segala poedji bagi Allah. alle lof zij (voor. op doze wijze. nood. fraaiheid. . Roemah bagoes. wijders .). Perbahagian.

weerklink-en. nagalm. Bahara (ook Bahari). gevaar veroorzaken. kaak. Bahkan (ook Behkan). Taoen baroe. gekuischte taal . tegen den goeden Loon handelen. Taoe bahasa.chaafd. geluid. stem. schoonheid. nieuw jaar . enz.. voorwaar. Baharoe (ook Baroe). in gevaar zijn. woord. be. gezegde. zee. Perbahasa ook Perbahasaan spreekwijze. conventioneele taal. . goede manieren kennen. geweld maken . Bahoe. 31 groote rivier. Baham (ook Ba'am). wezenlijk. hebben. nieuweling. kies van verstand. Bahla (of bahala). Memberi bahaja. moor. vaartuig. spraak. inderdaad.(ook Mara bahaja) . verheffen. ja. manier. geraas-. nieuw. dagelijksche omgangstaal . zooeven. gevaarlijk. beschaafdheid. enz. Bahasa. fatsoenltjk uitdrukken. zeker. ja zeker. pas. de stem. spreekwoord. schreeuwen. Membaham. schouder. taal met vreemden tongval. Orang baroe. gevaarlijk zijn. schoon.z. in eene taal uitdrukken. dat. een zeogewas. volmaaktheid. zich behoorlijk. Bahasa aloes. klank. versch. echo. Bahasa tjampoer-baoer. volmaakt. hoftaal . (zie ook Poendak). onlangs . overbrengen. Bahasa katjoekan. Bahoewa (ook Bahwa). Berbahana. geraas . Bahtera. Akar bahar. ter dege. Membahasaken. taal. in gevaar brengen. zoo is het. klinken. gemengde. schuit enz. waarlijk. Melangkah bahasa. BALK. Bahasa sahari-hari.Akar) . Mengamboerken bahana. Dengan sabahoowanja. Bahar.. een groote pigs water. Bahar. langzaam eten. Bahana. ook uitmunten in schoonheid enz. gillen. ongeluk. (zie. nieuweling. herkauwen. Berbahaja. uitdrukking. nagalmen. Bahasa dalem. enz. baar. (van menschen) kauwen met gesloten mond (van koeien enz). vertalen . ook toon.. beschaafde.

hetzij . enz. Bajem ekor koetjing. deugdzaam. ook maar. verbeteren. Orang balk. deugdzaam. enz. hetzij mensch 32 BAIT. Membajangken.). gaaf. verlof geven. Dengan balk. Bajak. Bajang. de moskeekas. -denzelfden leeftijd. Amarantus retroflexes. hot heilige huis. Balt'oelmal. duurzaam.zijn. Bajan. schim. van eon hoog zwangere vrouw). . in orde. wel. Bajem selasi. Baja. Bajem toer. .) = vergunning verleenen. Cladostachys frutescps . hoe good ook. onevenredig dik van lichaam (bijv. ook iemand good doen. (ook Bajang-bajang). weldoen. Amarantusmelancholicus. Bait (Ar. good. Balt'oelharam. gezond. enz. slag. schaduwbeeld. goad doen. Amarantus paniculatus. spinasieachtige plantensoort . huis . goedschiks. . braaf. Balk orang. degelijk. alle van d e natuurlijke familie der Amarantaceae en eenjarige gewassen. goedschiks.. Sabaik-baik of sabaik-balknja zpo good mogelijk.~Membangi. die meerendeels eetbare bladeren geven.Bajem sajoer. -slag. Balk-balk. deugdelijk. -maken. repareeren. beschaduwen. of Amb. hetzij. aan den dag komen. Kasi balk (Sap. Amarantus oleraceus. . hotzij duivel. voorzichtig ! Membalki. (zie ook Benar). Celosia cristata. Terbajang. Amarantus spinosus : Bajem besar. van dozelfde soort. ook minzaam mensch. schaduw. welvarend. Bajem betoel. hot met iemand weder goad maken. sets verbeteren. Bajam (ook Bajem. toestaan. een good. Berbajang. (Zie verder Kebajan). als onduidelijk beeld to voorschijn komen. let wel op. Sabaja. soort. zich opdirken. pas good op. Membaikken. Bajem doers. repareeren.Balk. balk setae. do schatkist. Bajem merah.. . schaduw werpen op sets. de tempel to Mekka . . groote ~groene papegaai. Chenopodium filicifolium . herstellen. enz.

klierziekte. sets BAKA. beschaduwen. z. doch niet bepaald bedorven (van spijzen bijv. enz. Bajar. enz. Bak (Chin. Pembajaran. klein kind. Pembajar. betaling. Bajat (Membajat) padi op hot kweekbed zaaien. enz. Bakal roemah. made-echtgenoote. Baka. waarvan sets moat worden geBAKA. vormd. . ook wat men op reis. duurzaam. betaler. betaling . betalen. volbrengen . stormwind. Memboeang baka. ras. ook do benaming der verhouding tusschen do verschillende vrouwen van eon man. of komst. geslacht.). voldoen. uit hot land der vergankelijkheid teruggaali naar hot land der eeuwigheid bestendigheid)..g. Oost-Indische inkt in verharden vorm. ruwe stof of grondstof. onsmakelijk.). Baka' (Ar. voldoening..op sets schaduw werpen. betaalmiddel. kanegeri jang baka'. sterven. erfelijke ziekte. schaduw op sets laten vallen. beurt. enz. ook van smaak veranderd. wat iets moot worden. (wanneer doze moor dan eene vrouw heeft). wind. vervulling. erfelijke aard. mede-vrouw. aan velen uitbetalen.. vervullen. Membajar.). eene gelofte vervullen. Menimboelken baka. ook : hot aanstaan- . Maroe). aflossing. i. Mamba j ar ~oetang. bestendig. enz. onrein. wicht. do materialen voor eon huis. eeuwig. ook een Chineesch spel. om haren man to ontvangen. Bajoe (Sk. medeneemt (ook Bgkgl) . zijne schuld betalen . Chineesche inkt. eenigszins bedorven door to lang liggen. gemaakt. (verg. door handelingen etc. Baji (Jav. d. zuigeling. Membajariook Membajarken. Penjakit baka. jang fans. zware wind. pas geboren kind. oorsprong. Poelang ~dari negeri. zijne of komst verloochenen . Bakal.). zijne of komst verraden . stam. Mamba jar kaoel. Bajoeh (ook Wajoeh).). ook voor anderen betalen.

Bakoel. bakken. en vol. schade lijden door brand. hartzeer aandoen. tot iets bestemmen . branding. Bakal kawin. ook aanblazen. voorteeken. Bakal di gantoeng. Mgmbakalken. -veroorzaken. die bestemd is. onder hot koken gestremde of geschifte melk. Kajoe bakar. gehangen to worden. een brandend (of afgeebrand) huis. onstuimig. een waterplant met wormdrij vende eigen- .). Batoe bakar. fig. voorbode.).). Ba at. die niet moor menstrueert. aangeven. Bakal radja. Roemah terbakar. ook hot ophouden der menses bij vrouwen van zekeren leeftijd. korf met of zonder BALA. bUjv. Kabakaran. Chamaecladon augustifolium. . (Membakar hati). do vermoedeltjke troonopvolger. die zullen trouwen . presenteerblad. Bakal. blaken. metselsteen. ik zal naar Semarang gaan). Bakat angin. en Bakoeng ajar. eene vrouw. ijzer heet maken. ook maken. jaloersch maken. Bakat ketoemboehan. Bat. Crinum asiaticum. botsende golven. Akoe bakal pergi ka Sgmarang. Pgrampoean bald. Bakar. (Jav. die Crinum bankanum genoemd is. die do waren in hot groot verkoopt aan wederverkoopers in hot klein. mand. de voorteekenen der kinderpokken. Bakoeng. ook (Jav. zullen (wordt gebruikt tot het aangeven van het futurum. houten klompen (indische). 3 3 deksel . ook brand. hot branden. gebakken steen. Membakar. branden.de huis. den ruwen vorm van iets nemen. ophitsen. ook voorspellend voorkomen van iets. voorbode van den naderenden of opstekenden wind. do verloofden. Membakar besi. brandhout . bakje.). enz. Baker. brandstichten. verkooper of koopvrouw. Voorts Pancratium zeylanicum met eon zeer verg-If tigen bol. volgepropt. eon sierplant met geneeskrachtige eigenschappen. Bakiak (Bat. Membakal. evenals een andere soort. Baki (Holl.

Bala (Sk ). lager. Balesan. enz. dans. albinokleurig. aanbidding. Bala seni. Balar (Penjakit balar). Balai-roeng. teruggeeft. bank. Balai (Membalai). de vorstelijke gehoorzaal. waar de vorst zich in het openbaar vertoont. gezwollen. vereering. beloonen. dienstbetoon. Balangan (ook Balapan). Balan (Jav. die aan de voorgalerij van hot paleis verbonden is. zwelling. 3 34 BALA. enz. enz. betwisten. Bala. eerbied. beantwoorden. antwoord. met onverschilligheid behandelen. Bala tentera. Balai. Membalesi. ziekelijke opzetting. witte vlekken aan handen en voeten. bezoeken. Bgrbakti. Balai (ook Bale en Bale-bale). . Membala of Bala.vergelden. Stenocoris varicornis. Bala (Holl. striemen overdekt. enz. ongeluk. koepel. hulde bewijzen. danspartij. dienst.. vergoeden. Bat.). hulde. bezoeking. Bakti (Sk. Membales. vergelding. striemen op zijn lichaam hebben. Berbalan of Berbalan-balan. aandoening der longen . litteekens van striemen op 't lijf hebben. beantwoorden. iets in to brengen hebben tegen. verheven bolrond. enz.. dienst. tijdelijk logis voor vreemdelingen. lusthuisje. krijgsmacht. Balang sangit. dansen (als Europeanen doen). eerbetoon. sprinkhaan . wit. race. Balas (ook Bales). de Albinoziekte. wedren..schappen. belooning. laten begaan. terug doen. Membalal) beproeven. beloonen. rustbank (verg. ook opene vergaderzaal. kommer. Bakoep. yolk. wederstreven. wat men terug doet. tering. onheil. eerbied. iemand vergelden. vergoedi ng.. ongemak. open gebouw. vereeren. met MALEISCH-HOLLANDSCH. hulde betoonen. striem . de stinkende sprinkhaan. ook : beproeving. Balah (Mgmbalah). leger. Amben).). Bgrboeat bakti. vergelding. enz.). Balang. Balai pgranginan. opgezet.

bergkristal. draaierij. ook : fopperuj. enz. tot den leeftijd der puberteit. omkeeren. Baloeng. ingewikkeld is. (ook Akal-balig. onzinnig. hals over kop tuimelen. ook zwelling. Maranta dichotoma. ook heen en wader gaan. inwikkelen. zich omkeeren. enz. omgekeerd. Baloer. Baloe. BAMB. boom. omgekeerd. hat onderst boven gekeerd. Balik. Bolak-balik. rugzijde.. verbinden. Terbalik. ook zwelling der oogen (door hat huilen) .. d. windsel. omgedraaid . wat omwonden. meerderjarig. Bamban (ook Bambang). ook eon kind in slaap sussen (Membamken) . kristal. zware stem. omwinden. Baloetan.). nagelaten echtgenoot. weduwe of weduwnaar. verraad. des onderscheids gekomen. kam van eon haan. een tot de familie der Cannaceae behoorende plant. Pembaloet. i. hat roer en zijn dwarsbalk zijn gebroken. enz. verbonden. hat tegendeel. rijp.). zware bastoon. balk. terugkeeren. huwbaar. Patah kemoedi dengan bamnja. verband. alle hoop is verloren. hanekam. achtergebleven. Baloet.). Poeter-balik. ongelooide huid. Terbolak-balik. Kebalik. draaien enz. . enz. bedrog. Balila. nu zus. Baloewerti (Port. Baliloe. bedriegerij. mondig. dwaas. knook. Membaloet. hat omgekeerde. vergelder. veel gebruikt voor hat maken van . . beenderen en (ook Djengger-ajam). verdraaien. Membalik.Pembales. Balok (Roll. .) been. ook Jav. dwarsbalk op Indische vaartuigen. windsel. Barn (of Baam). enz. bolwerk. terug. wenden. omwikkeling. ook zwellnn (der oogen) . ook straf. zwelling door een slag of striem . tuchtiging. enz. belooner. zijne woorden verdraaien. een plant. keerzijde. enz. in de zon gedroogd vleesch. Balig (Ar. zoowel aan den mast als aan hat roer. dan zoo. . Akalbalek of Akil-balig). hat tegenovergestelde. verband. volwassen.

haven. Bamboo woeloeng. hoofd eener havenplaats. Bambang. Bamboo oeler. ook Bamboo tali. plat en breed. Bamboo andong. enz. Sjah-bandar. ook Bamboo ater.). maculata . Bambusa apus. Membandang. Schyzostachyum durio . vergroot (van de maan) . voor huiselijk of dagelijksch gebruik. Bandera (Port. Melocanna viridis . ook. een visch. en gro enten. Bambusa vulgaris var. Bamboo boeloe akar Melocanna gracilis . eon Chin eesch gerecht van eon soort macaronis of vermicelli (mi) met varkensvleesch. vaandel. Bambusa verticillata. Bambusa nigro-ciliata en Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. Bandar. . ventrea-terre laten loopen.matten. Perbandaran. bankier. wimpel. Gigantochloa robusta. garnalen. Bamboo gading. laten rennen. Schyzostachyum Blumei . Membandangken. Bamboo djawa. als allerlei gereedschappen. Bamboo kerisik. Bat. Bamboo tjina. Bambusa elegantissima. Melocanna brachyclada. hat met elkander eons zijn en heimelijk verkeeren van twee minnenden. havenplaats. Bandang. hard wegloopen . Bamboo-riot. Bamboo boeloe koening. enz. Bambangan. Bamboo apoes. Van doze tot de natuurlijke familie der Graminaee behoorende nuttige planten maakt de inlander zoowel zijn huis. Bami (Chin. Bumbusa fera. hoofd der kooplieden. op hol slaan. een zeevisch (ook Bandeng) . Bambusa serpentina. Bamboo boeloe id jo. kreeften. Bamboo doeri. Bamboo ampel.). item.). havenkantoor. Gigantochloa atter. Bamboo bitoeng of -betoeng. Bamboo BAMI. havenmeester. vlag. spek. ook (bij hot kaartspel). Bambusa vulgaris. Bamboo toetoel. degeen die de bank houdt en de kaarten uitdeelt. hollen. Bamboo seritkoeda. korfjes en mandjes.Bandang (Jav. Bamboo. Melocanna Zollingerii. Arundinaria glaucescens.

schommel. Bandjar. eene rij. hardhoorig. obstructie. Membandering. fatterig. enz. gedoornde vork. BANG. boeleerster. hooge schoft . ruw. Bandji (ook Bandii-bandji). Ka'in bang. stinkend. iets met een slinger gooien.. ook franje. Bangar. ook : streng. stank . echtbreuk.Oostindisch-doof(verg.. overstroomen. spoedig. blufferig. vergelijken . bespoedigen. vanghaak (wapen der gardoewachters. Kabandjiran. onzuiver van smaak of reuk. Membangatken. verstopping. evenbeeld. hangende wieg. onverwijld. ook : ondeugend.). gelid. eon gelid vormen. lofwerk. grootspreken. hoererij . enz. een sluiting met geweld openen. tegen over elkander stellen.). slinger. forceeren. Berbandjar. overstrooming. gaffelvormig instrument. Banding. om dieven. met een slinger werpen. pendant. een warme drank. verhaasten. in gelid staan. Bandering. Tiada bandingnja. enz. aan to houden). twee voorwerpen met elkander vergelijken. bereid met gember. tieren. enz. 3 5 weerga.Banderek (Bat. roodgeverfd kleed.. lets dat gebruikt wordt. ram. Bandoel (ook Bandoelan).) . enz. Bandil. onaangename reuk. Bangga (Bat. enz. onvergelijkelijk. koppig. pronkzuchtig. ook : razen. door eene overstrooming overvallen. enz.). Bangal. Membanding. haastig. enz. Zie ook Sangat. Milt. op eon rij. hooge rug. rij. roosterwerk. Band jir (Jav. leven maker. ook boel. bluf- . Bandot. Bangat (ook Bangkt). enz. uit de oevers treden (van eon rivier. om er iets in of aan to hangen. wat met iets vergeleken kan worden. hangmat. Membandingken. enz. voorts: Membanderek. Jav. rood. bok. eenig . Bandok (ook Bondok). Bengal). Bang (= abang). ook eelt of gezwel aan de schouders tengevolge van h et vale dragen.

vischkaar. Bangkong.Membangoen negeri. koppig. een vaartuig op stapel zetten. bank. verwijten. Ipomoea mamm osa : eon slingerplant met eetbare knollen. ook ophalen. Membangkitken. enz. enz. enz.). een groote pad. bluf. Membangoen. dat bb wijze van schadeloosstelling voor eon vermoorde betaald wordt. Ban?koedoe (Bengkoedoe of Mengkoedoe). dakrib. oprijzen. opstaan. Bangkit. doen oprtjzen. Bangoen. opstaan. Bangkoe kaki. verwijting. inrichten. uit wiens bast en wortels een roode kleurstof wordt getrokken . fatsoen. zich oprichten. Mem- . voorhouden. verstokte (zondaar). verstokt. oude zaken oprakelen. dakspar. Bangkes (ook Bebangkes of Bebangkis). grootspraak. een groote kikvorsch. opstaan. een pad. voetebank. enz. (verg. bouwen . Bangkawan (ook (Bengkarah). Bangkit. voetebankje. een huffs bouwen. rustbank. Bangle (ook Banglat).opstaan. bewezen dienst of weldaden verwijten. enz. oak: vorm. een stad stichten. heeft ook geneeskrachtige eigenschappen. ook iets vormen. Membangoenroemah. uitkomst. Zingiber cassumanar: een overblijvende plant met goneeskrachtige eigenschappen . kreng. Membangkitken. zich verheffen . Bangkai (ook Bangke).). niezen. maken. 36 BANG. (een scheldwoord). of Port. Banglok (Chin. Bangkoe (Roll. lijk. Bangoen.. Bangkoewang. Membangkit. oude koeien uit do sloot halen.. bloedgeld.fen. verwijt. enz. halsstarrig. halsstarrige. gestalts. zich oprichten. bouworde. Morinda citrifolia. Malt). Membangoen peraoe. Membangkitken perkara jang lama. dood lichaam. een boom. Membangkit. iemand aan bewozen diensten of weldaden herinneren . opkomen. Bangkawara. wordt ook in de inlandsche keuken gebruikt. zich boven de kim verheffen.

ook gebouw. dwarsfluit. een dak op sti jlen of jukken.BANG. met of zonder bewanding. eerloos mensch. vorm. van adel. menigte. ooievaar. de familie der mieren behoorende. tot eene soort rekenen. ondeugend. Bangsa koelit poetih. veal. enz. Berbangsing. blanke. stand. hoeveelheid. Bangsal kareta. ook wandluis. gedaante. . marabout. talrijk. Bangsa semoet. Banjak. smeerlap. reiger. Bangoenan. enz. een Chinees. vieze reuk. natie. schuilen kunnen. kaalkoppige ooievaar. BANI. Banian. Membangoenken. lucht (veroorzaakt bijv. schelm. schavuit. voor hot een of ander. enz. loods. iemand wekken. op zijn meest. vagebondeeren. yolk. enz. wagenloods. Bangsawan (ook Berbangsa). als eene soort beschouwen. schurk. soort. van een aanzienlijk geslacht. stam. Bango tongtong.. zooveel als. gauwdief. in den adel verheffen. stank. op een fluit blazon. Bangseng. Europeaan. gespuis. Bangsat. tot hot geslacht. Bango. ook iemand wekken. of voor iemand opstaan. inlandsche bamboezen fluit. boef. de zwartgevlekte. familie . Bangor (Bat. Membangsaken. postuur. booswicht. enz. Sabanjakbanjaknja. stout. torentje. enz. door hot dooden van eon wandluis). -d j awa. ongehoorzaam.). enz. snoet. Bangsa. Membangsat. enz. ook . spitsboef. Bangol. fluit. Bangsal. aantal. een loods. Javaan of inlander. geslacht. veelvuldig. die wachten moeten. (van een kind). onverbiedeltjk. evenveel. borstlap. bangoeni. vagebond. van eene aanzionlijke familie.Bangsa tj ina. als eon vagebond leven. Bangoes. enz. schobbejak. enz. snuit. in hoeveelheid van. om naar hot een of ander to kijken. waaronder rijtuigen. . wakker maken. hardhoorend. wakker maken . do fluit bespelen. canaille. Bangsing (ook Bangsi). Sabanjak. van goede of komst.

37 eon rijtuig rusten. Bantal gosling. heraut. ook meerderheid. enz. Binatang bantaian. wederstreving. stootkussen. kussen. Ban jak (Jay. stager. adjudant. onderlaag. stootkussen tangs hat boord van sloepen. veelh eid. gaps (zie ook Gangsa). (over de een of andere zaak). lets als kussen gebruiken. Bantah. Bantal kapala. Membantahken. wet op eon kussen gelijkt of als zoodanig dienst doet. eene ziekte in Karen voortgang stuiten. eene ondiepte. stijfhoofdigheid. eon gevaar of wenden. slachten. weerstreyen. Membantah (ook Membentoh). ruzie met elkander hebben. ruzie met elkander hebben. redetwisten. in niets toegeven.. de veeren van BANT. twisten. Psmbantai. ook met zijn velen jets doen. enz. Memban jaki. slachter. elkander tegenspreken. Banjol = Badoet..zooveel mogelijk. enz. enz. veal maken. . enz. bezweren. M®mbantahi. eene ziekte coupeeren. dooden. Bantalan. laagte in zee (bijv. enz. Membantai.).. rolkussen. geschil. en dat met looizuurhoudende schillen van vruchten eon zwarte inkt geeft). tegenspreken. Bantal penjangga. Bantal. twisten. enz. door bijvoeging vermeerderen. hat aantal van jets vergrooten enz. Berbantah (ook Bantah-bentoh). kussen of klos. hoofdkussen. Membanjakken. vermeerderen. . iemand tegenspreken. Banjon (ookBanjoe en Bebanjon). overbrenger van 's vorsten bevelen. enz. neerslaan. waarop bijv. Kabanjakan. tegenspreken. tegenspreven.).. tegenspraak. enz. Membantar. Banter. Membantal. Bantai. eon gedeeltelijk zichtbare zandbank. redetwist. . . zwartsel voor de tanden (hat water der cocosnoten. vleesch van geslacht vee. to veal. Banter. waarin roestend ijzer gedurende eon pear weken wordt gedompeld. Bantara (of Bentara). slachtvee.

enz. Banteng (Jay. Baoe.neergooien. bijstaan. helper. niet . huip. verhinderen (Membantjangl. boomkikvorsch. puisten) niet tot algehoole rijpheid gekomen. enz. kwee (Orang bantji). geurig. reuk. hot ~wilde rund. Pembantoe. vermengen. met elkander mengen. mislukken.). babbelen. Membantoen. helper . onder. eon jongen boom. bijstand. huip verleenen. M®mbanting. geur. ook : ongelijk van grootte (bijv. mengsel. niet voleindigd. Banting of Terbanting. geur of lucht van zich afgoven. contributie. lucht. 38 BANT. Bantjoehan. Baoek.). enz. niet good gerezen. Bantjl (Jay. Membantji. gear en ongaar door elkander. vorschoten.). Bat. Bantji. steunen . Bantjoet.). kouten. contributie heffen. (van gebak..kwakken. die onder de kin samenkomen . enz. Pembantoean. van eon span paarden). vermenging. enz. bijv. wilds stier (zie Seladang en Djawi). bijv. Bantoe. Banting. neersmijten. door eon beard. Baoek ook Bawoek. mislukt. (van ziekten. huip.) ook (als gemeen. mengsel. niet hear goheele verloop hebben. verschalen (van wijn. enz. vol (van den hats onder de kin. bakkebaarden. praten. gestuit. schatting. smijten. niet wel doorbakken. eon luchtjo hebben. Bantoet. eon kleine kikvorsch. tweeslachtig. ook beletten. laag scheldwoord) hoerekind. schatting. eon plant met wortel en al uit den grond rukkon. geurig rieken of stinken. enz. eon oppervlakte van 500 0 rijnlandsche rooden of ± 7096 0 meters. gecoupeord. Bantjoeh. ook verschaald. Bantoen. halfsleetsch. Berbaoe of Bebaoe. Bantjet. door. keuvelen.Bantat (ook Bantoet of Bantet). hermaphrodiet. helpen. Bantjang. op den grond smakken. ook dof van kleur. Membantoe. Baoe. springer. Tjambang baoek ook Bewok. Membantjoeh.

Barangkali (ook Barangkala). jets ongemeens. Bare. Barang. Baran. koopwaar.. . gowoon.A. wie ook. Bapa toewa. kleeding. Bapa tini ook Bapa koewalon. waponplaat. vormengen. eon sterkriekende manggasoort. Perkata~n t. Membaoer. mongon. ding. bijv. Barang. ook : 't is al wel. moerassig bosch. inlandsche comodianten.~ onvers chillig wet . borstplaat. glooionde kool of asch . oudste brooder van vader of moedor . goedoren. moeraszwijn.n. koopwaar. al wet. Sebarang (ook Sembarang). Barang sabagainja. enz. have en good. dingon. die langs do straten hunne kunsten vertoonen tegen eene kleine betaling. komfoor. goedhartig. . zweor. Tj ampoerbaoer. . goederen. Bapang. Bapa'. Barang ape. good. dikwtjls verkort tot Pa').). Tandak Barang. wet ook. Bapa ketjil. Bapa boengsoe. Babi baran. dooreonhaspelen. enz. alledaags ch. bagage.: Barang di sampaiken soerat ini kapada toean . bezorgd worden . ongewoons. al wie. . ontsteking. Barang. Barah. Perbara. Barang dagangan. kwaadaardig ontstoken BABA. zoo wet.hot aanzien van nieuwheid of frischheid vertoonend. al dergolijkon. Topeng Barang. jongsto idom. wie ook. test. Barang-barang. Bapa gods. eenig. vermengd . ten zeerste vermengd. moorasbosch. Barang ampat bidji. dat . vader (in hot algemeen ook gebruikt tegenover moor bedaagde mannelijke personen. stiefvader.. Bapa tjiiik. moge doze brief aan den hear A. wet ook. Bare-bare (Bat. Baoer. gomengd. stoof. dooreengohaspeld. Barang siapa. bloedzweer. waren. pleat met hot landswapon dat de politieen justitiebeambton dragon. zoo wet. ongeveor vier stuks. j ampoer baoer. jets. Boekan sebarang. brabbeltaal. wordt ook gebruikt om eon wenschende wijs uit to drukken. ook : Mangifera foetida (anders Batjang). enz.

zoo juist. zoo even. . eon bui uit hot westen. . West ten Noorden. Baroet. Bares (ook Penjakit. misschien. Zuidwest. wellicht. to ruste liggen . . zwachtel.). hit teeken voor de o en oe. enz. to zamen. melaatschheid.).. hit teeken tar aanduiding dat een medeklinker gain klinker heeft. Barat beret laoet. Baroe (ook Bahroe) zie Baharoe. windsel. oxerceeren.op welkon tijd ook. Berbaris. enz. zware westenwind. rechtwost. Barat di kanan d jaroem panel jang. Noordwest: Barat daja. greep . Barat tepat. neerliggen. enz. ligplaats.). zoo net. Baroesan (Bat. Barisan. Baring (Jay. verband.). Bares (Jay. liggen. hot westen (ook Koelon) (Jay. v BARE. Baring. Barat di kiri d jaroem pandak (pendek). zwaar wader.of Sakit bares). Bans di depan (ook Dlamma). neerliggen. eon oogenblik geleden. liggend rusten. gemarmerd. neerliggen. Barat di kanan d jaroem pandak (pendek). Pembaringan. Bat. West-Noordwest . rustplaats. . a. Baroes--Kapoer baroes. ook exercitie en benaming van een klankteeken . Barat di kini d jaroem panel jang. Berbaring. waarschijnlijk. tegeiijkertijd. Membarlngken. Membaris. op hot oogenblik. West half Zuid. Membarmg. kamfer. Bans di atas (ook Fatah). eene reeks. Bans di bawah (ook Kesra). dat. ook openhartig. eene rij vormen. roijaal. gelid. Bans mati (ook Djezma of Soekoen). west. Bank. Barat laoet. hit teeken voor de i en e. hit teeken voor de a. Berbarik. gezamenlijk. geaderd. 't is mogelijk dat. reeks krijgsvolk. in gelid stag. dus sluitmedeklinker is van eon woord of letter. liggende zijn. Bans. pas. . Bat. rij. Barat. geregelde troop krijgsvolk. mogolijk.. West half Noord. West ten Zuiden . nieuwelings. ader zooals in mariner. Soend. enz.

Base.. enz. -.ook eon eed of liggen. omzwachtelen. dessert. Membaroet. enz. opgeld nemen. mislukt. tegel. naam van eon volksstam in Sumatra. disconto. rat goad. aarzelen. Basal api. enz. gebakken vloersteen. Basal. goor. eon kook was. waarin eten wordt opgedischt en muf. hooggelegen droge grond. Membasik®n. aarzeling. vergeefs. Batang. bleak. Basal. wat gewasschen moot worden of tot wasschen diem. Basahan. doer mislukken. enz. eon borstlap. Baroet gantoeng (ook Oto). die bij feestelijke optochten op straat worden vertoond. Bata timah. Membasahken.). al wat men boven de mast neemt. Barongan (Jay. metselsteen. ook met natte kleederen. extra. wat bestemd is om rat gemaakt to worden. Perampoean basi. wasschen . garstig. rabat. duf. enz. rat. enz. tengevolge emir ziekte . Membatali. die van den hals tot aan den gordel reikt . of druipnat loopen . disconto berekenen.. droge grond aan den voet van eon berg of heuvel. Bata lilin. (Pembasoeh). groote pop. aarzelend. stain. opgeld. die uit hare schaamdeelen stinkt. ziekelijk. eon schuitje of blok tin . Bata. eon verband om jets liggen. tot bederf overgaand. Bat.). gistend. enz. ondertro uw. ziekelijke zwelling. omwinden. stronk. pen. ook schotel. Batak. 8 9 Basah. Bata-bate. mondwassching. Zie Bahasa. BATA. eene vrouw. Pembasoeh-moeloet.band om den bulk der kinderen . verijdelen. Zie Soempah. Basoeh (Membasoeh). Basoempa (Mol. rat. boomstam. vochtig . onaangenaam riekend. plunderer. Baroh. Batang . Basi. vochtig maker. verijdeld. baksteen. de roos (ziekte). order water dompeion. Batang poehoen. ondertrouwen . niet doorgaan. in bet algemeen eon platte langwerpige klomp. Batal. rooven. Membatalken. Basoehan.

Bati (Jay. Bath. Membatjaken. ook wUze van lezen. van eon grensscheiding voorzien. radon. gebeente van den schedel BAVCTA. drassig (van den grond). lezen. Terbatja. rivier. inwendig. Batoe kapa* la. Batas-betas. stroom. na voorafgaande beschildering met was. eon grensscheiding waken. Batang leper. Batin. gebeente. enz. steep. Pembatjaan. pals . Batik. ge- .meer den Penghoeloe. titel voor godheden. eon houten. gekleurde teekenmg op hjnwaad. bakje. Membatang. leesles. oprecht. ook binnenste.). Batja. enz. Batang (Jay. enz.). Loewarbatin. verklaren. zilvererts .ajar. de godin Doerga. uitlegging. amber. ook opzeggen. Membatas. enz. Mimbatang. kom. innerlijk. merkpaal. near rotte visch stinkend. voordeel. Batas (ook Bates on Wates). leesbaar.. eon onaangoname mislijke lucht afgevend. bergsteen. Batara (ook Batari) Doerga. Batoe. vochtig. verklaring. gelezen kunnen worden. door to veal vocht doodgegaan (van planten). verwaterd. klip. geraamte bekleeden. barnsteen. Batoe bate. ook eon stinkend lijk. enz. Batara Wlsnoe. titel van eon Maleier. al to pat. op die wijze (uit de hand) beschilderd kleed. scheiding. rolsteen. voorlezon . de god Wisnoe. Batjln. Membatesi. opgehoogd tuinbed . Batjak (ook Batjek). teekening. Membatik. arts. kreng. hersenpan. viesriekend. begrenzen. gewicht. onaangenaam rieken. winst. minder den Orang-kaja.. gebakken steep. 40 BATA.). Batara. verwen. Batoe amber. Membatja. Sajn batik of Batikan. zoowel van buitenv als van binnen. eon raadsel oplossen. Batoe datjln. lozen. Batoe perak. schaal. oprechtelijk. wet gelezen wordt. grens. verborgen . dergelijke teekeningen op lijnwaad brengen of lijnwaad. stinken. Membatesin (Bat. riviersteen. uitleggen. metselsteen.

naar beneden . ondergeschikte lastdrager. zich overwonnen verklaren. Arengbatoe.of kandijsuiker. enz. ondergeschikt. Bawaan. voorhoofd. Membawalari. lei. hoest. enz. ondereind. vuursteen .wicht van eon unster. graniet. Batoe api. Bawa (ook Bawak). sours ook to vertalen door gaan.onder iemand staan. omlaag. Batoe asah of Batoe gosok. naar onder. Membatoe. Batok..enz. aan lij. enz. Sapala batoe. Batoek. aangebracht. Dibawahangin. gemarmerde steep. ijzererts. kameread (Temen). Batoer (Jay. brenger. Batoe timbangan. BAWA. met lets op den loop gaan. Batoe besi. is. schaken. kruier.). bijv. onder. medenemen. bediende. bij zich hebben of dragon. Batoe pasir. Pembawa. Batoe giling. Goela batoe. Batoe toelis. hoesten. vracht. puimsteen. . Batoe djoebin.benedeneind. brengen bij mij). voordragen. medebrengen. onder den wind . op don loop brengen. fijngemalen worden door middel van eon stamen rol . rif. . reciteeren. Batoek kermg. gaan slapen. enz. ook fundeeringy fondament (van eon huffs. onder. Batoe berani. etc. dracht. vracht.. drager. slijpsteen . . wrijfsteen. aanbrengen. als eon steep zijn. Batoe karang. onderaan. Batoe oedji. vierkante vloertegel. zich onder de hoede. wordt of moot worden. Bawah. zich onderwerpen. koraalrif . wet gebracht is.). enz. de harde schaal eener cocosnoot. zap dsteen . Pembawaa n. klontjes. gewichten van eon weegschaal . Kabawah. Membawa tiidoer. de macht van iemand stellen (ook Membawah dini en Mem- . waarop specerijen enz. beneden. .). beneden.. ook verharden enz. Membawah.r voor (bij) mij (to) brengen (lett. tennghoest. Bawa ka jah diakoe (Bandj. steep worden. steenkool. . Batoe timboel. Membawa. zwarte toetssteen . klapperdop. medegebracht. stijfkop. Batoek. Dibawah. magnoet. droge hoest. brengen. wet gebracht. enz.

. enz. ui. Bebal. onnoozele. omwindsel.).g. botterik. enz. verstikt in modder. Membawahken. wat omwonden. verbinden. Pembebet of Pembebetan.). nieuweling . Membebas of membabas. die pas komt kijken. (van eon vaartuig) los. stomkop. Membebasken. niet verplicht tot. windsel. i. look. onbevattelijk. omgorden. bras. Membebet. Pajoeng bawat. wat om jets geslagen of gewonden wordt. enz. vrijgesteld. Bawang merah. zonder merkbare verandering of vermindering van omvang van de schouders tot aan den gordel. iemand. Bawas (Pout. bot. ruigte. vrij. Anakbawang. vrjj maken. Bebat (ook Bebet). verband. onnoozel .. eon jonge krekel. enz. Orang bebal. overwinnen. .bawahken diri) . enz. vrijgesteld van belasting-betaling. ontheven van jets. -BEDA. gewone witte ui. vrijstellen. Bebek. Bawat. bekrompen.. Bebas dari pads pembajaran bea. ten onder brengen. dom. Bawang benggala of Bawang bombay. verbonden is. wat daartoe diem. Bawang poetih. ook als gebieder over jets bevelen. overhellen. enz. binden om jets been. enz. praal. rond van postuur. aambeien. . naar beneden hangen . z. enz. knoflook. Bebetan. omwinden. Bawat. Orang babas (Amb.. bevrijden. als band of riem gebruiken. niet gemeerd. Tali-bawat. enz. vorstelijke staatsie-zonneseherm. in vrijheid. . eon plane zeevisch. leerling. . onderwerpen. vrije burgers. . staatsie. enz. met den stroom meedrijven (van eon vaartuig) . domoor. Bawang timoer. Bombayui. Bebas. . d. Bawasir. groote witte ui. afdrijven. ook gestikt. enz. Bawang. Djangkerik bawangan. verband. ontheffen van jets. = wildernis. 41 niet onder hot gezag der radja's staande bevolking. windsel. die pas harm krijgt. Bawal. gewone roods ui Bawang besar. enz.

uitstrooien (van zaadkorrels enz. verschillend. gescheurd. enz. ook Beberin) uitspreiden. jets of iemand lokken on vervolgens vermoorden. op hot stadhuis to . (bijv. smeersel. witten. onder water enz. onderscheid. verschil. Boeboek). gescheurd. anders zijn. ook poederdoos. in orde schikken. met jets insmeren. verschil. enz. rangschikken.). gebroken. (verg. anders. duwen (met den kop of hot hoofd) ook Belebek. Bebas (Membebes). die aan den muur eener kamer bevestigd is. besmeren. Bedel (Bat. dompelen. anders handelen. etc. van meubilair.) ook schoonmaak houden. Bebek. onderscheiden. . serviezen. moerbezieboom. ook fijnstampen. B®deng (Bat. moerbei. enz. Membedakken. open. poeder gebruiken. openleggen (van eon stuk linnen bijv. Bedah (Jay. blanketten. enz. . 42 BEDA. om in to smeren. Beda.). . houden. enz. ook op hol slaan of gaan (van een paard). enz. uitzonderen . send. Berbeda. Kamar bedeng. Bebesaran. Bedal (Membedal). . enz. beredderen. ranselen. op de bestemde plaats terugleggen. enz.) of Membebekken. Belebekin. doorgebroken (van een dam buy. waarin zulk eon brits staat. enz. Membeda. alles in huffs schoonmaken en op de behoorlijke plaatsen zetten.bepoederen. blankets el. Membedaken. Pembedakan.tot poeder of gruis stampen. .. enz.Bebekin (Bat. eon kamer. Beber (Membeber.). ter dege raken.). onderscheid. Bedak. opredderen. enz. of als smeersel. . anders . wat gebruikt wordt. tot or verstikking op volgt. losgetornd. uitzondering. witkalk. vorschillend zijn.). ordenen. Perbedaan. onder water. bekalken. enz.). Membedak. slaan. verschillen. een planken brits. onderscheid waken. Membedel. lostornen. openscheuren. ook strooien. opensnijden. anders zijn. Bebena (Bat. verschillend behandelen. opengesneden. enz. poeder. Bebek.).

zangeres. dansmeid BEJA.Batavia de kamer. Begap. kropgezwel (ook Gondong). enz. Begolk.. Membedong. verstokt zijn. dock abusiveltjk aangeduid door Bidoewanda of Bedoewanda). lijfbediende. Bedoewi (of Badoei). in eon luier of doek inwikkelen. zich verstokt. Bedoel (Jay.) (of Bedjad). schietgeweer . verhard. ook zanger. iemand op straat. aanbiddelijk. (ook als scheldnaam). enz. inbakeren. straatroof plegen. benauwddrukkend gevoel op de maag hebben. enz. straatroover. op eene eenzame plaats aanranden. verstokt. Membegar. zwijn . ordonnans. de groote moskeetrom.. vuurwapen. enz. varken. Membegal. genet. ook beu. waarin men jets kan doen of plaatsen. omslagdoek waarin men eon klein kind wikkelt met de armpjes tegen hot lijf en de beentjes gestrekt. krop. Bedoewanda. enz. eon wijze. op jets schieten. enz. Bedoewan. eerwaardig. afgetakeld. enz. beu zijn. niet zacht of malsch willen worden. enz. BO~loek. trom. verhard toonen. dik. hetztj in vereeniging met anderen). lijfwachter. geweer. Membedil. vacs. Bedoeng (of Bedong). Begar.). ook benauwd door dikte. veldbewoner. inpakken. eon gevoel van volheidhebben. waarin arrestanten voorloopig in arrest worden gehouden. woestijnbewoner. achtbaar. windsel. Begal (Jay. Soend. ook benaming van eon volksstam in Bantam. vat. afgejakkerd. enz. ook jagen. titel van vorstelijke. afgebeuld. Bedjana. Begawan (Sk. enz. uitgeholde boomstam. heilige kluizenaars. bedoein. robust. vuren. luier. roover. waarover eon vol gespannen is. zwijn. berooven (hetzij alleen.). eon ziener. versleten. niet zacht of malsch kunnen worden. (in geschriften dikwijls. genoeg hebben van jets. struikroover. bak.). B®gah (ook Wegah). Bedil. ook varken. Bedjat (Bat. doek. zat.

Bejo. deel. restant] es van hat eten. douanenkantoor. accijns. Membejaken. . enz. Bekas. wijk. indruk van jets herds of scherps op de huid.n. blijkbaar reeds gebruikt. lasting heffen. klagen. moedig. hat fijne gruis of de stof. Pembekam. gewezen vrouw. ook koppenzetter. verdeelen (bij hot kaarten). ik. Membeka. Menarik beta. be. gemeen. BEJO. wet men op refs medeneemt. koppen zetten. Bekas looks. heldhaftig. pacht. Pabejan of Perbeja . naam van een zeer leerzamen vogel. spoor. Bek (Roll. geven. enz. Behagi (ook Bagi). re chten. Bekal (ook Beke1). en gewezen. die van de rijst bij hot stam- . Bekam. onkiesch. onbetamelijk .) (of Beta). . Beka. Behadoer (ook Bahadoer). onbetamelijk zijn in handelingen en uitdrukkingen. moot. ook overblijfsel. Membehagi. . Bekabe ka. spoor van een voet of poot. wijkmeester. van jets cijns. cijns. recht. Membekam. tolkantoor. enz. pacht heffen . moedig.. deelen.of Eulabes religiosa. kop. koppen. cijns. gedeelte. pleats wear tol geheven wordt. jets belasten. onderdeel. cijnsbaar waken. heldhaftig. krijgshaftig. onkiesch. ridderlijk . Gracula. Bekas kaki. enz. blood aftappen . Bekatoel. Behadoeri (ook Bahadoeri). eon dapper man. Bekasem. Beita (Mol.(als scheldwoord). op jets belasting leggen. enz. gewezen echtgenoote. Zie Bakal. Bekas makanan. leeftocht. inkomende en uitgaande rechten.). held. Zie Bahagi. woordenrijk. ridderorde voor mood. litteeken van eon wond . enz. restant. Bekas di pakai. tol. enz. verscheidenheid van woorden. mij. klikken. rest. Beja. Zie onder Asam. belasting. accijns. iemand belasting doen betalen. gemeen zijn. Bintang behadoeri. enz. Bekas isteri. wet overgebleven is. Bekandjar. indruksel. gerechtigheid. belasting.

hot splijten. Badjoe belch dada. genoegdoening gevon. Bekoekoeng (Jay. enz. kloof. spleet. can de eene zijde. enz. Zie Adj ar.een zoenoffer eischen. Beko (of Bebeko). zich ten offer brengen voor eon doode. enz. kant. chineesch suikergoed in vorschillende vormen. ijs . Belch katoepat. in twee stukken snijden. verdodiging.. zich ten offer brengen. knielen. ook v erdedigen. (Chin. dims dood wreken. ook zijde. (meestal) eon deken van kleine driehoekige of vierkante stukjes divers gekleurd on gebloemd linnen. hard worden. enz. enz. barsten. . Ajar bekoe. Membelaken. kant. enz. barst. hard geworden. gestold. stuk. pap of brij. aangrenzend. ook hulp. breekbaar good. Sabelah. Membelah. Pembelah. in twee stukken. spleet. eon zijde. Saboen bake (Bat. wedervergelding. stollen. Belad jar. val voor wilds dieren. splijter. zooals de Chineezen voor hun Tapaikong. root. gebarsten. Membajar bale. Boeboer bekatoel. root. enz. v BELA. . kooi. enz. Belch. gewone gels waschzeep. Petjah belch. om ze to vangen en gevangen to houden.pen afvalt (eigenlijk hot meest voedzame gedeolte der rijst-korrels) . Membekoe. Belahan. enz.). splijting. enz. Bola. nevens. bevriezen. klieven.. daarvan gemaakt. Membela.).. beschermen. kloving. . helpen. enz. zoenoffer door den dood in to gaan. klover. een zoenoffer brengen. helft. 4 3 Bekoe. Pembelahan. . Bekoei. bescherming.). dekken. in dew bros springen. van voren op de borst open. gespleten. kloof. vergelding. splijten. ook werktuig om to splijten. ook naast. enz. buffs of jak. verdedigen . beschermen.. helft. doorbreken. Mints bela. genoegdoening. snoeperij voor kinderen. vergelden. ook iemand bijstaan. bevroren. gemaakt ..

). enz. ook lel. ook wijd openstaand (der oogen bij iijken bljv. Belaka. eon wit stipje. en oprecht. rond voor jets uitkomen. om zich to warmen. M~mbelakangken. schrokkig. met viammen . onvermengd. echt. enz. bout. achterdeel. Membelalak. gevlamd.) . gevlamd zijn (van hout enz. met den rug naar jets gekeerd zitten. achterste. zwaaien (van eon zwaard). gulzigaard. zulk een vuurtje. Belakang. vraat. louter. Pembelakang. verlengde snujt. wijd openstaan. Belalai. van achteren. enz. enz. Belanak. achterstaan. Belalah (ook Bilala). dat op koude avonden of in koude nachten. de wandelende tak Belaman (Jay. schrok. ruggegraat. allemaal. . koolteer. Toelang belakang. lel van eon kalkoenschen haan. iemand voorbij gaan. gevlekt. ook gulzigheid. Belak. Belalai a. . achterhujs. Belajam. Membelahak. Belalang ranting. trillen.). achterblijver. Belalang (zie ook Balang). routelen kuchen. vraatzucht. tromp. olifantenslurf. sprinkhaan. ook sterrenwichelaar.. achter. den rug naar jets toe keeren. slurf. enz. ook allegaar. de achterhoede uitmaken. eon spat in den oogappel. Belalai gadjah. smeulen d vuurtje. bout (van het haar van dieren. achterzijde. Belalang ~daoen.jam wlanda. gulzig. hot wandelend blad . achteraan komen. Belalak. Belakin (of Belanglkin). Membelakang. Berbelak. gezonden zoutwatervisch. door gardoewachters en dergelijken aangestoken en onderhouden wordt. alleen. waarzegger.) (of Beleman). bijgebouw. bekennen. met de handberoeron. enkel. ken. vraatzuchtig. enz. naam van eon smakelijv BELA.Belahak. achterstelion. road.enz. achternakomer. smeulen van vuur onder asch. rochelen. . rug. alle. 44 BELA. Roemah belakang.

met bajonetvormigen staart. om wilds dieren to dooden. houtkapper. Belantan. dagelijksche uitgaven. ondiepe.die veel in strandvijvers aangekweekt wordt. Belangkas. bekostigen. Belanga.). Belaoe. holiandsch. uitgestrekt. enz. aarden pot zonder ooren of pooten. dagelijksche uitgaven doen. de uitgaven voor jets betalen. blauw worden. iemand. als soldij of tractement gebruiken. ook in het algemeen europeesch. vlek. soldij. korte. bontheld. Membelaoe. giftige slang. -.. Europeaan. enz.enz. marktgeld. blauwsel. enz. de stekelrog. B®landong (Jay. verbonden v BELA. . Belantik. ook commissiehandelaar. Memb®landjaken. enz. . inkoopingen doen. ook tot eon Hollander of Europeaan maken. blauwe kleur. Hollander. laps. plaats waar hout gekapt wordt.). Belantara. tot loon maken. uitgestrekte vlakten en bosschen. Sakit belang. eon zwart en wit ~gevlekte. met . enz. bout. springveer. met eon korten knuppel afrossen. Membelantani. Beland j a. enz. inkoopen. tractement. aan een geweer. ook bezoldigen. grootbosch tusschen bewoonde streken. Belang. de kosten van jets. tot dagelijksche uitgaven bestemmen. ook huwelijksgift. Koeda belang. die in commissiegoederen handelt. knuppelen. Membelandjai. Oe1er belang. eon gevlekt paard . blauw. kosten. gevlekt. uitgaaf. speldegeld. Belantik (Jay. in hot hollandsch overzetten. zware knuppel. wegen enz. weekgeld. groote. eon snort albino-ziekte (zie Balan). Berbelandja of Membeland j a. hmulus (zie Mimi). ook blauw maken. Padang-belantara. houtaankap. Pedang eikor belangkas. loon geven. Membelandaken. tractement toekennen. Belanda (ook Welanda on O1landa). vertering. loon. Belandongan. eon driekantige degen. huishoudgeld.

Membelek. enz. Zie Glatik. gezouten kleine garnaaltjes of vischjes .gunstige meewarigheid.). fuik. Belati of Piso belati. sembilanbelas. ook (= Betjek) modderig. Belarak (ook Berarak) (Jay.of eenigen anderen palm. wijd open (van de oogen). negentien. europeesch maaksel. dertien. bij eon gerecht belatjan voegen. (van de oogen of den mond met de handen). 4 5 van eon huffs. elf. doeabelas. europeesch touw . krengen.of bamboezen bewanding V BELT. open maken. Belatoeng. ook de roads van de kam van hat inlandsche weeftoestel. waartegen de planken. Belebas. Belat. ook scherm of voorhang van dunne lange stokjes bamboo (verg. slikkerig . Belesan).: sabelas. krioelen. opensnijden. . zooals in lijken. europeesch. Membelasah. Belati. enz. Belaskasihan. regal. toedjoebelas. latrines enz. om met de getallen van 1 tot en met 9 de getallen van 11 tot en met 19 to vormen. Belatik (ook Belantik of Dje1atik). gapend (van den mond). Belek (ook Bales. kleverig. zeventien. afrossen. een yak slaag geven. Belek. bijv. gespijkerd wordt. druipoogen. Bolas. Belok. afranselen. slaag. Kere). den buik van eon visch). vuile zeere oogen (hebben) ook = Betjek. eon kort eenigszins gebogen mss. Belasah. twaalf. deernis . wordt ook gebruikt. ransel . Membelatjani.). openrijten. gevonden worden. medelijden.blauwsel behandelen. Belengket(Bat. Bolas. made. overal rondloopen on allerlei onbetamelijke of onbehoorlijke dingen doen (zooals kleine kinderen). openen. hot bekende wapen waarmede Madoereezen amok maken. fijngestampt en tot balletjes gevormde. Tall belati. enz. tigabelas. Belay. gunstig medelijden . droog afgevallen bled van den cocos. Belatjan. (bijv. enz. klevend.

verraad. Belimbing paft. (van den buik). grenzend. stork opgezet. Wangnja dibelikannja badjoe. . Behak. (eig. Behbelian. ook doen dieneii tot hot koopen. vastgehecht.Welirang). Membeliakken. Belt (Bat. zwavel. Belentoeng. Membeli. Mi heeft hot geld gebruikt. Belie. of bundeltje (inzonderheid van den . kleven. frisch. enz. gestreept (van eon koningstijger). drang.plakkend. bloeiend. scherpe kromming. (Zie Lekat). aankoopen. koopen. enz. y . Belingkas. geplakt. Belimbing boeloe of -boelat. nood (om eon natuurlijke behoefte to voldoen) . roods zwavel. enz. Averrhoa carambola.). zwavel-arsenik.). Belerang (Bat. Pembeli. grenzen. opzettelijk opengespalkt (van de oogen) . in de eerste jeugd. ongeluk. porcelain. beproeving. Beliloe. Belenting. oom or eon badjoe voor to koopen. aan jets vast zittend. dwaas. Belikat. onzinnig. PetJahan. bezoeking. klein bosje. zure en zuurzoete vruchten . wet gekocht is . voor eon ander jets koopen. buy. Belimbing tjina. kooper. Belimbing besi. Dapania racemosa. Capura zollingoriana.). Belimbing. alien. kleine wilds send. jeugd. Moeda belie. vastzitten. Kabelet. koopwaar. plakken. Belikoe. ook scherven van glas. verglaasd aardewerk.Averrhoa balimbi. porcelain. wet to koop is. ramp. aandrang. boomkikvorsch. schouderblad. hechten. Belila. scherpe bocht in een rivier. jeugdig. Belerang. baling). Membeliken. enz. Belerang abang. enz. (ook . jets koopen. hot niet meer of langer kunnen inhouden. taling. Bell. Beliah. verbonden. Belibis (ook Me1iwis) (Jaw. tot barstens toe opgeblazen. onheil. zeer jong. 4 6 BELLl de oogen opzettelijk openspalken. Baling. naam van eon boom met eetbare. enz.

kronkelen (zooals een slang) enz. enz. draaien. om jets wikkelen. Beloe. tot kleine bosjes of bundeltjes binden. eksteroog. om hat weefsel aan to zetten. ongeloojde huid. Beloekar. geboeid zijn.). Membelitken. jets omwinden. een anderen weg inslaan. omkeeren. niet goad wear van gezicht (ten ~gevolg~e van de kinderpokken). Beloek (of Belok).). inlandsche pudding. kreupelhout. die bij bet weven gebruikt wordt. Berbeloenggoe. om jets winden. jong bosch. half blind. boei. ook salt. bocht. bet een of ander om jets winden. fluweel. boeien. (Borassus flabelliformis) en van den cocospalm. enz. . terugkrabbelen. in boeien slaan. in boeien geslagen . rammelon. kronkel. fig. Belira (ook Welira) (Jay. Beloembang boenga lepang. handboei. enz. to kloppen.. Be1oe-belai. jonge pasgevormde vrucht van den Kaboeng.Toeba-wortel) . --binden. eon snort grof gebak. voetboel. Beloeboer. magazijn. roods vlekken op ~ hat lijf (na eon bad) . jets omkronkelen. Beloedak (ook Bedoedalk of Widoedak). wonden. Membeloenggoe. Song bout. --. zware defining. kluister. . eon booster met aromatische bladeren (Conyza indica) veal voor levende hagen gebruikt. de spaan. Beloedar (of Beloeder). kluisteren.of lontar-palm . Membe1it. Beloeloek (Jav. omwindsol. loeven. vischvjjver. omwinden. groote baar of golf. v BELO.) = vljver. de indische adder met roodgevlekten kop. Beloentas. schuur. Membelok. golven met witte koppen . (Cocos nucifera). ook aarzelen. pakhuis. Membelingkas. groote rijstschuur. Beloe-beloe. Beloenggoe. onbereide. Beloelang.. enz.). snateren. Beloembang ook (Jay. waterkom voor visschen (op erven. enz. Belit. Beloembang (ook Geloembang of Gelombang). Beloedroe. sane beweging zijwaarts waken.

veldwacht. hot slujten in bet blok. (om to poffen). Membembet. . die periodiek afvalt. zak waarin jets bewaard wordt.slikkerig(zle Belok. verraden.). veulen. eon mangga-soon met sterkriekende vruchten . garen. Membeloet. Be1om pernah. Belongsong (Jay.Beloet. enz. om jets been kronkelen. ook moddeng. Belok. Bembet. eon jong paard. in glooiende of heote asch gear maken. Beloet. getijgolf. plaag. poffen. -r.vertoond. eon jong paard. Membembam. Bembaran. met de voeten in hot blok sluiten. paling. enz. Membenam. nimmer nog. enz. Membeloet. begraven. Bembam (ook Bembem of Kabembem). Pembeloet. enz. gouddraad . Benang emas. Beloet (ook Weloet). verrader. nooit gebeurd. nog nooit gezien. ziekte. nog niet. vlood. Benang. ook eon spijker indrijven totdat do kop niet moor zichtbaar is. ook Koeda belo). overtrek. jets verraden. eon valies. wassend water. ook ineengekronkeld (als eon slang) . dat nog niet gebruikt kan worden. Be1ok. Mangifera laurina. ook iemand bij de ooren voorttrekken. ook plaats of v BEL 0. Belwag. verraad .). overtreksel. jets onder asch steken. enz. pioniersdienst ~(bij militairen). tegenover iemand verraad plegen. (eon strafwerktuig). Belo (Jay. epidemie. kamer waar iemand in hot blok gesloten wordt. Bona. ook de huid van slangen. dread . Membeloeti.. enz. Bench. verraad plegen . goon regel. Benam.). Sabelom of Sabelomnja. aal. Betjek) . Membeloetken. aan de hand dragon (bijv. onder water steken. Pembelokan. dat nog nestharen heeft. snort van draagstoel. nog nooit. zoolang nog niet. Membelok. Be1om taoe (ook Belom biases). Benang poe- . blok . Be1om. jneenkronkelen. hoogtij. blok. jemand jets verraden.

inderdaad. stopgaren. deugdelijk. zwart garen. behoorlijk. Benang item. scoot.tih. enz. wezenlijk. enz. have. .). . menstrueeren. Bendahara. ding (ook voor de schaamdeelen). naaizijde. rijk zijn. Benang soetera. enz. Benderang. begrensde akker. Benang lajar. omroeporsbekken . . Bendang. vetbuil. Benang boeloe of Benang wol. enz. . 47 waar maken. eigendommen. blear. schitterend verlicht. good. good maken. gebieder. Membenarken. enz. Ma ta-bends. heer. good. Benderang. bull. gebiedster. werkelijk. eon kleine sloes op twee wielen. gelijk geven. schatkamer. Toembak benderang. ook stork. oprecht. zaak. recht. Bender tjemar kain. Bends. echt. Bendjol (Jay. Bat. gezwol.). goederen. wit garen. Perbendaharaan. Dengan sabenarn ja. bobbol. Berbenda. in waarheid. Bendahara. Benang tisi of tires. Balk). Memoekoel bends. ter dogs. zwelling. in ernst. garen om to stoppen. in goeden doen. bezittingen. enz. met dijkjes enz. yak van eon bouwland. afgedijkt void. Bends. enz.). op hot bekken slaan. in hot gelijk stellon. in orde brengon. enz. zwelling. u BEND.meester. sajet. schatbewaarder . waarachtig. hel. grof bindgaren. nest of droog.. de menses hebben . Benang kasar. bull. enz. degelijk. schitterend (van licht) . hoofd der magazijnen. bekken. val. Harts-bends. waar. Bat. Bendjoet (Jay.). Bendara (Jay. butt. enz. wezenlijk. Bends. Benar (ook Betoel. degelijk. gegoed.meesteres. gezwel (tengevolge van eon slag.schatbewaarder. aldus versierde staatsielans . lets. schatkist. . rijksbestuurder. zeilgaren. voor waar houden. magazijnmeester. billijk. in waarheid. hear of pluim aan eon piek of laps tot versiering. ook herstellen. Terang benderang. titel van den eersten staatsdienaar. koopwaren. juist.

vertoonen. BengkaJang. kort aangebonden. knobbel. aamechtig. Bengis. knobbelig zijn . opgezet. Membenggalbenggol. ijdel zijn. gezwollen. $ebengisan. Bengah. Membengis. hard. zijn wrevel toonen. niet good adorn kunnen halen. waterkeering. boos. ook venusziekte. boosaardig. zwijgend. tegen elkander . sloof. enz. doengan of Pembendoengan. bij de ooren trekken. enz. Jigger (bouwkunde).Bendo (Jay. nijdig. stilt ook = Bengap. kwaadheM. opgezet. ongehoorig. dijk. vschten. aan alle kanten knobbels hebben. enz. zwelling. met zich zelf ingenomen. eon dijk leggen. strong. woede. door eon dijk tegenhouden (van water). ook roovorhoofdman. bolt. knobbels krsjgon. overal knobbels hebben. wreedheid. gestaakt. zich ingebeeld toonen. enz. Bengap. vochtig. Bendoe. enz. Bengkalal. enz. vol knobbels zitten. Bengbeng (Membengbeng). wrevelig. stijfkop. Bendoel. eon work staken. aan asthma lijdend. ijdel. krijgen. kortademig. 1emand aan-. Bengek. overmatig verzadigd. gezwollen. enz. . Bengal. niet spraakzaam. enz. wreed. korzelig. syphylis. enz. waterschutting. Bengang. . opgeblazen. koppig. Benggol (Jay. dam. ingebeeld. dam. ook = Bekelai of BerkelaI. overal knobbelig. Benggol. strong. asthma. Membendoeng. . strenghoid. . afdammen. enz. Membengah. Bengkak. onvoltooid laten. ook stout. gramschap. hardvochtigheid. wijd open (van den mond). Bat. hard. . vertoonen. dijk. ook laten vschten. zwelling. toorn. enz.). onnatuurlijk dik (van hat aangezicht). ook kwaad zijn. benauwd van verzadiging.). kapmes. Membenggol. gezwel. BenV 4 8 BENG. Bendoeng. gedempt (van eon klank). onvoltooid (van eon work). Benggol-benggil. hard ijn. enz. gapend. laatdunkend. twisten. Membengkalaaken. trots op zich zelven zijn.

vunzig. ook : neerslachtig. versuft.. Bengkeng. enz. Bengok (zie Bengap). holder water.) schreeuwen. Bengoe (ook Baoe bongos). Bengkoeng.enz. . Bangkok (ook Bengkong). Bengoel.). gebogen. ook gedachteloos kijken. enz. mismoedig. buikband. voortdurend. Boning. winkel.. papporig. Membengkok. BEND. enz. groot vastland. korzelig. enz. doorzichtig. om hulp roepen. Bengkel (Holl. enz. gezwollen (van de oogon door hot vole schreien of Waken). transparant. smederij (ijzer. Bengokbengok of Membengok-bengok. geschreeuw. to voorkomen. zijn. duf. Benoea. ook . Benjek. modderig. v BEND. timmerlieden.aanhitsen. good -. krom ma1 en. frisch gelaat. spoedig boos. onophoudelijk gillen. muf. Membengkokken. enz.). holder. land door een yolk bewoond. schoon . mismoedig.). opvliegend van aard. sprakeloos van verbazing. verbaasd. slikkerig. werkplaats voor smoden. sufferig. etc. Bengong. krom. molder. herhaaldelijk. uitgeslagen. ook (Jay. schreeuwen. omgobogen. kregelig. dat to zacht gekookt is). schrijnwerkers. in allerlei bochten gebogen. silk. gillen . absent van geest. . holder. buikgordel. verbluft. licht geraakt. krom on verdraaid. die in verscheidene windingen om de heupen en den bulk geslagen on s tevig aangezet wordt (bjj vrouwen vooral na bevallingen) om verzakkingen. Bengkakbengkok of Bengkang-bengkong. en gegil. onaangenaam vochtig riekend. Moeka boning. roepen. ook Belok. Membengok. krom worden . enz. lange smallo reap katoen of linnen. constructie-winkel. enz. enz.. (van schimmel bijv.Ajar boning. kleverig (van jets. beslagen. enz. wereiddeel.

afsnauwen. nog een kleine wij l . genegenheid.lasteraar. beleediging. uitspannen. samengepakt. MALEISCH-HOLLANDSCH. ook : kort. . een oogenblik. enz. gebarsten. Pembentjana. ineengedrongen. bosje. Sabentar-bentar. dadelijk. drassige. Membantang ook Mementang. Jay. . ineengewrongen. vesting. enz. Bentan. beleediging. (ook Sestet). (in harde voorwerpen als porcelain. lasteren. eventjes. arglist. bed aandoen. Bentet (Bat. enz. Bentjana. enz. fort. (gewoonlijk met sa of se verbonden tot) Sabentar. toesnauwen. laster. Benoedam. moerassig. nog een oogenblikje. enz. even. spleet. bed. Bentang. veengrond. kwellen. Berboewat bentjana. toesnauwing . belasteren. laster. . bedrog plegen. strak uitspreiden. redoute. bedrieger.). enz. Sabentar lagi. oogenblikkelijk. Bentak. bedriegen. Bentet. oogenblik. dijk. ook : borstwering. Bentel (Jay. drassig. ineengedrongen van postuur. Bentar. op hat oogenblik. in bosjes bijeenbrengen. toesnauwen. veenachtig .). moerassige grond. blaam. Pembentrjanaan. Membentel. barst. tot bederf overgegaan (van visch). smaad.). glas. Tanah bentjah. smaden. 49 smaad. (Zie ook Kamboe). elk oogenblik. ineengroeien tot een bosje. schans. snauwen. bedrog. Membentjanaken. aanhooging of regelmatige ophooging van aarde.groote stad. . verzwering aan het bovenlijf. bedorven. Bents. Membentak. spannen. scheur. Bentang (ook Pentang). landzaat. enz. Bentjah (ook Rentjah).berokkenen. enz. beleedigen . telkens. hoofdstad. snauw. bedrog. Bentek (ook Bonto) (Bat. Orang benoea. J BERA.. op nieuw ziek geworden na aan de before hand to zijn geweest. gespleten.). bosje pads. ingestort.

onvoltooid. Memberak.). Pemberahi. stork verlangen naar. natuurlijk vuur. Bera. diarrhea h ebben. Barahi (ook Birahi). verliefd zijn. schaamrood.. aangeloopen. enz. opgezet. tegen jets aangekomen. Bepada (Bandj. op lets poepen. buigen. niet versch ~meer (van visch buy. zich afsloven. carambole. enz. enz. Berabai. ook boschijten enz. vuur of licht gepaard gaande natuurverschijnselenj waarin de islander meest slechte of kwade voorteekons ziet. halfafgedaan. bekakken. verliefd. tegen jets aanloopen.. man uit de hoofdcaste der undoes. verzuipen. ook minnaar. enz. Membentoer. Berahmana. meteoor. Bentoer. Berad j ak. verzot zijn op. -. 4 u 50 BERA. buikloop hebben. enz. yerlegen. Membentji. met geweld onder water of in den modder dompelen. verkiappen. in hat aigemeen alle met vlammen. duwen en zoo doen stikken. Memberaki. een of keer van jets of iemand hebben. enz. stork verlangen. buigzaam zijn. beschaamd .gestooten. hatelijk. kakken. hat hatelijke. (door ziekte) gezwollen.. 00k: (jets buigzaams) buigen.). haten. . rood worden van schaamte of verlegenheid. beschijten. tegen jets stooten. aanloopen. dikwerf near achteren moeten . enz. zijn gevoeg doen. . Kabentoer. poepen. Membarahi. of keer. Bera moeka. lets uitschijten. ook haat. Berak. een zaak aanbrengen. Memberakken. aan een groote natuurlijke behoefte voldoen. moo zijn. vuurbol.) . vurige wensch. gostaakt. . Beradja (ook Berada) (Bat. Berberak-berak. beminnen. enz. Spaansche ruiters (versperrings mi d d el). stoat. Brahmaan. Berabi. stooten. afgesloofd. tegenzin . jets of iemand hateljjk vinden. druk in de weor zijn. bepoepen. Berak.Bentji. schijten. yerliefde.

kloek. als de regenboog bijv. enz. enz. Beberapa manoesia. als over den grond gestrooid. dapperheid. Berandal (Jay. divers gekleurd. menigte. vermetel. zwavel-arsenik. vreeswekkend van voorkomen. Berangsang. bevallen. afwisselend. enz. enz. menage. opvliegend. enz. hoeveel ? Berapa harga. kloekheid. ook elke snort graan of diergelijke kleine . (of Berangasan). mood inspreken. Berapa ban jak. hoezeer ook. moedig. Orang berani. enz. onversaagd. Berani. walk eon menigte. enz. magneetijzer. Memberaniken. hoe ook. opwekken. Berarakan. magneet. rattekruid. Besi berani. dapper. . vrijpostig.). enz. dapperheid. Bergs. eon warboel uitmakend. driest.. hoevele menschen. brutale. in hat huwlijk treden. Kaberanian. . een kind tar wergild brengen. Berantakan (Bat. ken en Tersiar). aanmoedigen. in wanorde door elkander liggen. huwon. niet bijzonder.Berakah. een dappere. Beranak. brutaliteit. hoe lang? Berapa kali. enz. aanhitsen. ongeduldig. Berangas (Jay. . enz. vrijpostigheid. vermetele. ontbolsterde rijst. enz. opwinden. ook woest. zooveel als. stout. Beralat. enz. hoevele malen ? Beberapa. durfal.). zio Berantakan. niet veal. eon aantal.aansporen. hoeveel nog ? Berapa lama. verstrooid. roover (in troepen uitgaande om to rooven). niet noemenswaard. heidhaftig. menig. Zie . durven. bemoedlgen. mood. Berapa. durfal. muiteling. woest in drift. enz. vermetelheid. trouwen. (ook Berarav BERD. hoeveel ook. . overal verspreid. driftig. doldriftig. vermetel. Tiada berapa of tiada saberapa. opstandeling. Bat. hoeveel. mood. een moedige.). fraai.Anak.. een held. van eon 1~ind verlost worden. Berangan (ook Warangan). brutaal. stout. Berantak. wet is de prijs ? Hoeveel kost hat? Berapa lagi. moedig maken.

vrucht. gewicht. Berengosan. Berengbereng. (bijv. brandy. lets. van de harde schil waarin zij bevat_ is. bijv. veel ruimte beslaan. Beremban. zwaarte. enz. kraken (van onrijpe of ongare groenten. zich bezwaard gevoelen. koperen slagbekken. (van zand enz.. Berem (of Beram). ook to zwaar. Berdatik. kraken. eon dour) met geweld dichtgooien. wichtig. ook hot bezinksel daarvan. voile baard. die bij feesten gestrooid wordt. (bijv. tot bederf overgegaan (van visch). Bergs koening of Bergs koenjit. . to mooilijk (om to dragon) enz. bedorven. bekken. on bezwaard. zooals palissaden. behoorende tot de Chineesche muziekinstrumenten. dwarslat of dwarshout ter verbinding van nevens elkander geplaatste lichamen. klinken. onder v BERD. cognac. Bergs kopi of Kopi bergs. belangrukheid. Berdantjing.). van grooten omvang. breed. Keberatan. van de hoornschil ontdane koffieboontjes. bakkebaard of knevel. ruig behaard. Berengga. niet in staat to dragon. . enz. smakken. to hard. bezwarend. Berdoes. hot eten. moeielijk. verkregen door gisting van Tap! of Tape. ontbolsterde. van jonge komkommers). moeilukheid. tusschen de tanden. belangrijkheid. btj hoog zwangere vrouwen). rinkelen. (zie dit woord). een bedwelmende drank. zie Bentek en Berak. enz. drukkend. enz. belangrijk. enz. enz. Beret. Berendi. ontdaan wordt. dik en vooruitstekend van den buik (bijv. Berek. wijd.. kraken (van den vloer of van schoenen. Berdarek. niet versch. gewicht. zwaar gebaard.). Berdaroh. zwaarte. zwaar.). moeilijkheid. bijv. veel plants innemen. die na droging voor hot gebruik. hard (om to verdragen). brandewijn. Berengos (Jay. Berdantong. met kurkuma peel gekieurde rust.

schenker. Kabersihan. zich stork aan iemand aansluiten.. mededeelen. Bergantoeng. schoon. zuiver. een hart onder den riem steken. net. Membersihken. Pemberi. bericht. berichten.). benchten. hinderhjk gebabbel.). eon pak slang geven. ranselen. Tangs jets heenschuiven (bijv. Memberitai. Beresih (of Bersih). mare. hechten. ook iemand mood inspreken. helderheid. Berida. rein. Beret (ook Baret). klaar. hem stork aanhangen. vergunnen.g. enz. ook (Bersihin) (Bat. gift. Urostigma benjaminum : de bekende z. inwilligen. zuiverheid. Ben. behoorlijk rangschikken.. oud. (iemand) slaan. in orde. enz. gave. opvolgen. gerangschikt. geruisch. opredderen. ook van jets of iemand afhangen. gehoorzamen.~ good geordend. geschramd. Berhala. verleenen. u BERK. geven. kennis geven. ook regelen (van zaken enz. niet vuil. Berija. Memberi at!. 51 Bergisai (of Bergisir). gever. geschenk . leven. toegeven. volgen. verwennen. schenken. waarop scheurtjes enz. Berita. in orde schikken. Member! taoe.).iets . Berisik. nieuws. ~helder. Member!.Bores (Bat. Beringin (ook Waringln of Weringin en Beraksa). kennisgeven. melden.). ook gave. geregeld.). afgodsbeeld. beredderen. iemand jets berichten. schenking. enz. om zijn schaduw aangeplant wordt. zuiveren. Beni (Bat. slang. gedruisch. die veel op pleinen enz. kennisgave. tij ding. Member!. schoonheld. geschenk. Indische vijgenboom. oud-gediende. geschaafd (van hot gezicht. Tangs een muur). in hot vel zichtbaar zijn). afgod. gift. klap. ransel. zindelijk . Pemberian. inwilliging. enz. rapporteeren. schoonmaken. enz. enz. Memberesken. een kind doen besnijden . gekrabd. toestaan. toelaten. eene ziekte. Ben-Ben. afhankelijk zijn. Memberita. veroorloven.

verslag. gelukzaligheid. overvloed. aanwas. schuilen. met de handen in hat water slaan on daardoor geluiden voortbrengen. mededeeling van eon tijding. Memberkati. eon schuilplaats zoeken. Berkapati. Berobol (Jay. Berkasan. tot eon bos. als eon geschenk voor hunne thuisgobleven familieleden van hot maal wordt medegenomen . ordonnantie. bemerken. waarvan dit woord eon klanknabootsing is. van badenden. ergens onder schuilgaan. nakomen. berichtgever. schoof. zegen aanbrengen. ook verordening. Berkasem. ook wat na eon ofl'ermaaltijd door de aanzittenden. Berkat. kakeion van hennen. .). zich dekken. v 52 BERK. Memberl at. rapport . Beroedjoel (Jay. Berkatjimpoeng (of Berkatjimploeng). Berkoko. Lie verder Lindoeng. enz. enz. vermeerdering. voor hem gaan staan. in grooten getale vorvallen. bos. gewaar worden. garve samenbinden (buy. Memberkas. bundel. in den modder rondwentelen. berichtgevi~ng. Berlindoeng.. ook iemand beschutten.wraak koesteren. zooals de karbouwen. zijn toilet maken. ook iemand berkat. ttjdelijke verduistering (der oogen). Berkoetek (of Berketok). schoof. Pemberita. openbare afkondiging. hot schemeren. enz. zegen. mededeelen. Berkas. in grooten getale ergens uitkomen. haatdragend zijn. zich aankleeden.zegenen. bundel. zich beschutten. voor de zijnen modegeven. garve.). proces-verbaal. an brandhout. zijn woord houden.). ploeg voor hoog- . geluk. Pemberitaan. Soerat pemberltaan. opmerken. Berkiring. schriftelijk verslag. Berkalab. eon dergelijk geschenk medenemen.als tijding of nieuwszenden. Bermani (of Mata gelap). sluimeren. enz.

Berontos (of Beroentoes). Beroentoesan. Bersimpa (of Bersimpoh). steigeren. Beroewang (00k Biroewang). Beroeroeng. Berondong. schermen.). Bersin.).levendig. luidruchtig. allerlei bokkesprongen maken. niezen (zie Bangkes). ergens tegen aanstooten. Bersila (Jay.gelegen terreinen. knobbel. dat or staat. (klanknabootsing) van Chineesch vuurwerk : tegelijk knallen. kunn ends bevatten 4 a 5 katti's rijst. zich trachten los to rukken. maar schuins naar achteren gebogen. zooals de inlanders doen. djah). werf. to Batavia ook hot gevangenhuis. gewone mast. Beroek (Jay.blijde. spartelen. kippevel hebben. klein gezwelletje . .vroolijk. Berontak. kluitig. enz. afgaan (van eon rits). enz. allerlei bokkesprongen daartoe maken (zie : Beroendjah). bij hot koopen van rijst. Berok (ook Berop) (Holl. Berombong (ook Beroemboeng on Seroemboeng). vooral in MiddenJava. do Indische bruins beer. eon mast van den dop sonar cocosnoot. ook kokers van bamboezen rasterwerk voor hot maken van dammen. Berongkolan.. ook Berselo). met bobbels of kn obbels.). niet vlak. vooraan zijn. (voornamelijk van hot aangezicht). enz. Beroend j ah (of Beroend j ah-oenv BERS. anderen jets afsnoepen. verheugd. bamboezen cylindervormige omheining om boompjes tegen beschadiging to beveiligen. omhoog springen. scheef. boonen. bobbel. ook zich met geweld verzetten. Berpasih (ook Berpasih langkah). hot lichaam met klelne bobbeltjes~ bezet hebben. ook in kiuiten. zitten met de beenen niet gekruisd onder hot lijf. Berong. ook spartelen. Bersigap. ook eon geanimeerd feast vieren. de eerste zijn. zitten met de beenen onder hot lijf gekruisd. ruig van vel.

gedachteloos zijn. aanzien. Besansabantal. hoogmoedig.enz. ijzervijlsel. de huid afstroopen scheren.). Berbesanan. iemand van hoogen rang . onwillekeurige vloeiing uit de geslachtsdeelen. zonder nadenken alles uit lappen.enz. geschaafd (van de huid. Membesar on Membesari. Karat besi. Ajer besar.groeien. Beser. idem van man en vrouw. yillen. hoog ambt. koppig. enz. kartets. groot worden. Besi lantai. Bersintau. rijksinsignien. Orang besar. in hot dagelijksche leven moor bepaaldelijk gebruikt voor Beser kentjing =onwillekeurigeurineloozing. waardigheid. Besi batang. ijzerblik. 53 tai. omvangrijk. een groot mensch. Beser maul. elkanders kinderen samen laten trouwen . benaming die de wederzijdsche oudors van getrouwde kinderen elkander geven. notabele.. Membesan. Hati besar. adellijke. ook durum.ook onophoudelijke of veelvuldige loozing. hoogmoed. Tai besi.M mbesarken. groot. aanzienlijk. wier voorkinderen met elkander getrouwd zijn . Peloeroe besi lanv BETA. achtbaarheid. Besi berani. ijzerroest. verheffen. dik. ijzer . witte vloed. magneotijzer. van hoogen rang . grootheid. ook (Tanda kabesaran). ook gescheurd. vergrooten. zwaar. granaatkartets. . iemand besan noemen. trots. blik. plaatijzer. zaadvloed. Besi. granaat. gewichtig. magneet. in aanzien doen toenemen. stijfhoofdig (hot eerste ook : eon groot hoofd) . Besan. groot waken. Besi poetih. ook eon aanzienl jke. Kepala besar of Besar kapala. trotsch. hoog water. macht. Kebesaran. Beser poetih-poetihan. Beset (ook Keset on Membeset). enz. Besar. staafijzer .v BERS.

enz. opengescheurd. gehard zijn. schaven. Betak. morgen. dat uitgebroed is). volleerd. zuiveringsmiddel. uit to houden. ook metalen van de alliage zuiveren.). --afV 54 BETA. ook wat gezuiverd is van alliage . enz. ergens aarden. welopgevoed. Besoet. Membesokken. Betawi. eon knevel dragon (zie Soemit). gesprongen. enz. afval. hot to Batavia niet kunnen uithouden. Pembesoet. Betah (Jay. hot kunnen uithouden. geleerd. Tiada betah tinggal di Betawi. den volgenden dag.Beskat (ook Baskat).). Membesoet. nog onbepaald wanneer . rif. or niet kunnen aarden. ook stork zijn. talentvol. Batavia. eon snort vest dat onder andere kleed eren gedragen wordt. afschaven. hot wijfje van alle levende dieren. (bijv. tegen lets bestand. . wie of wat schaaft of zuivort. later.). Besoetan. Mal. Biting. (sours ook gebruikt voor vrouw. eon borstrok. u. ook volharden in of met. Besoek kapan kapan. (of Besok). Bataviaasch. tot morgen. (bijv.). den volgenden dag. niet to Batavia . trachten vol to houden. van eon zak). lange smalle zandbank . Betas. Esoek). Membetak. gespleten of gebroken. hot bevalt mij (hem. schaafsel. stork van gestel. losgetornd. behoorlijk op bergen. opengegaan. Bestari.). zoo. vrouwelijk mensch). ook later . Djoeroe betak. ook -= Betah. in staat zijn. ook bestand zijn tegen. Besoemit (Pontian. enz. (van eon naad. enz. . in orde houden . robust. haar. Besoek pagi. hofmeester. onbepaalden tijd uitstellen (verg. Betak. Besoek (Jay. trachten to wennen aan. zooals. eon ei. om wat to doen ? Waarvoor ? Waartoe ? Waarom ? Wat ? Hoe? Hoedanig ? Tot welk einde ? Zoodanig. Betapa (ook Boewat apa). Betina. uitgebreide kundigheden bezitten. beredderen. M mbetahken. morgen ochtend . schaaf .

gebaard. ruk. enz. modderpoel. hit is werkelijk zoo.. (gew.Enggabetjoes. vrouwelijk. ook op lets mikken . besteden. corrigeeren. Bewok (Jay. vertering. indordaad. Betoewas. verbeteren. overeenkomen met. Berbetoelan. Boewah betis of Djantoeng betis. Betoeng (ook Petoeng). Bia-bia). Biaja. slikkerig. kuit. Membetoti. de grootste snort Bamboo. in orde brengen. rukken. Mimbiajaken. uitgaven doers . eon snort kleine krokodil. juist. vrouw. loon. verwijfd. regenwater. regelen . Bambusa aspera of Gigantochloa aspera. kost. ten koste loggers. Membiaja. lets in orde brengen. oprecht van harte . behaard. Biang (Jay. kantioljewerk. in waarheid. dat is bljjven staan (op straat).). iemand onderhouden of den kost given. recht. Betis. repareeren. juist. ook achterkleinkind. enz. Betoel. Kabetoelan. hard loopen. moeder. wezonlijk. modderig. Bambusa nigro-ciliata. valsch knijpon . Betot (Jay.eigenlijk. Toelang betis. uitgaven. Betjek. in d e richting zijn van . Membitit (Bat.in zoo of aan de monding van rivieren. pool. repareeren. enz.. juist van pas. Minibetoelken. in orde. hot gedeelte van hot lichaam tusschen de knie en den enkel . Betjokok. toevallig .). echt. niet in orde. ook valsche kneep. moederdier. herhaaldelijk rukken. plas. oprecht. Hati betoel. Sabetoelnja. Bia. waar. Betoel dl atas koeping. Betit. Membetot. good. verteren. ventre a-torte gaan (van eon vluchteling bijv. Bat. . teruggehaald wordt. Biada.niet good. juist boven hot nor. corrigeeren. vergelding. to goeder ure: van pas. Membetoeli. waarbij de hand eenigszins gedraaid en met eon ruk BIBI. levensonderhoud.). Betjoes. vertering makers. ruiggebaard. recht makers.). waarachtig. uitgaven.). scheenbeen .

A. ervaren. ook jonge tar overplanting bestemde plantjes. Biang djari tangan of Biang daridja.jam biang [ook : Bikang (Soend. Bidadari (ook Bidyadari. goedkeuren. Biar. aan zijn lot overlaten. enz. hit zij. wulpsch. Tjoebit). hysterisch (voornamelijk van vrouwen). ook gill. laten begaan. van vader of moeder . Bianglala. enz. Membiasaken. geoefend. Min jak bibir. Mimbiawak. ook Djempol tangan. do rand van eon glas . hot rood der lippen. rand van hot oog. Biarlah. lip. als eon leguaan zijn of doers. gewoon aan. ervaring. eon gewoonte van jets waken. knijpen. zoom. duim (van de hand) .bedrevenheid. dat reeds gejongd of eieren gelegd heeft . zaaien. Biasa. Bibir djoeweh of Bibir doble. dikke. boord van eon vaartuig. Menghilangken biasa. Bibir galas. laten. (ook : Mengambil bibit). er zich niet mode bemoeien. aanwensel. tame. enz. eon legkip of hen met kuikens .). . (Verg.leguaan. ook afstarrmelingen van dieren enz. last maar. op den bulk langs den grond voortkruipen. Biang djari kaki of Djimpol kaki. hangende lip. Biang. Bibit. Kabiasaan. Menjebarbibit. toelaten.wijfje van dieren. alles goedvinden. winners. Bat. gewennen. bedreven. groote toon. Membiar of Mimbiarken.)). trachten to krij en door paring of kruising. Membibit. ook: opdat. gewoonte. enz. zaad. Wida- . Bibir peraoe. Biawak(ook Minjawak). Bibir. omgebogen rand. boord of karat. dulden. laat hot zijn. ook gebruikt in hot algemeen tegenover eenigszins bejaarde vrouwen van minderen rang. jongere zuster BIBI. regenboog. gedoogen.) of Babon (Jay. eene gewoonte afwennen. met de vingertoppen jets aanpakkon. overlaten. zaad nemen of halen. gewoonte. Bibir mats. gewen d zijn aan. duim (van den voet) . Bibi (Jay. Membibit. lippenpomade.Merah bibir.

Bantamsche matten . klein vaartuig met scherpen boeg. s©samolre. ervaren. Bidang. hemelnimf. Zizyphus Horsfieldii . uit wier zaden olio wordt gewonnen. Pembidang. boom behoorende tot de natuurlijke familie der Rhamneao. Bidoer. bokwaamheid. Bidara poetih. netelzucht (eeno ziekte).. Bidara. pit van eon nangkavrucht. afsluiten. bodroven. vroedvrouw. ook Bidoer of Bidoeran.). uitgespannen. ook breed (van de borst bijv. knap. on z. enz. Membldangken. Bidara ketjil. eon plant. korrel. Bidara laoet. enz. nimf. waartusschen jets gekneld wordt. Bidara. Euricoma longifolia. ook : (Kabidjaksanaa. Bidji. Bidara goenoeng. BIKO. . zaad. raam. Bidji nangka. ook dicht naast elkander zichtbaro striemen op hot lijf. kundig. apsarase. Bldjaksana (Sk. Bidara part. eon gebroken arm) en striemen op jets maken. geschikt. Diospyros heterophylla . Berbidji of Berbidji-bidji. Membidai. blokj e of schuitj e tin. oogappel. Minjakbidjen. ook : spalken (bijv. ook doorzichtig vlechtwerk van dunne rotting of bamboo voor voorhangen. Bidji mats. angel. verstandig. Bidar. korrelig (bijv. stuk. Strychnos nux vomica . 55 met geneeskrachtige eigenschappen (Zizyphus jujuba).dari). Zizyphus rufula. Bid jeh. enz. wijshoid. pit. enz. verstand. spannen . uitspreiden. van rijst. schrander. tinerts. ook eenhoid (bij tellingen).) .met bidaibesehieten. vrouwelijke luchtgeest. uitgespreid. Zizyphus j uj uba. enz. Bidjen (of Widjen). graankorrel. g. Bidara t jina. die niet geheel gaar is). uitspannen. schranderheid. Sesamum indicum. Pembidangan of Pemidangan. bekwaam. pitten hebben. borduurraam. Bidai (ook Bide) (Soend. ook naam van eon visch.n). met pitten. on eon spalk.). vlechtwerk van bamboo voor bewandingen. wijs.

Bile. vra. Bika (of Bebika). gespleten stuk. Membilangken. gezegde . onheil.of bloem5 BILA. berispen. enz. bezwalken. Bilah. spoelen. Barang bile. karat. Perbikinan. rollen (van de oogen). vertellen. leven dig. verhalen. wanneer. Membikin. voor iemand jets optellen. vertrek. ook bamboevlechtwerk voor bewandingen. Bidoeri (Badoeri of Widoeri). to eeniger tijd. etc. Apabila of Bila ape. ook gezegde. doen. enz.). getand. lustig. berichten. mededeelon. op eon punt gevestigd zijn. rekenen. work met bochten of in en uitspringende hoeken. enz. enz. gesch ulpt. enz. wijd opengesperd. (dient ook als hulptelwoord = ons stuk" ). onverschillig wanneer. katoog. opsommen. Bidoeri boelan. berekenen. Bilas. met water nader sctioonwasschen. . enz. overspoelen. Membilas (ook Membilasken). kamer. maaksel. enz. stork zien.~ieder.at. schrok. landsch ~gebak. Mata bilas. Bikinan of Pembikinan. eon snort govlekte opaal . berekenen. telling. enz. eon heester met scherp melksap. enz. . Bilang. iemand jets onder hot oog brengen. uitspoeion. ook woord. toen. maken. leepoogen. Bllala. staren. wet tijd. ook jets aan iemand zeggen.. Bikin. (van paarden). bamboo . wanneer? Bila mane. vroolijk. Bidoeri pandan. Membilis. tijd. Bilangan. Bikoe-bikoe. enz. druipend (van de oogen) .. slokop. getal. Bilahi. voor iemand jets maken. ten tijde dat. Bulk. ook ontstoken. Bikoe. Bills. ook zeggen. afspoelen. Membikinken. berekening. edelgosteente. let. Bilas. Membilang. Bigar (Jav. eon snort in. optellen. wat men doet . . elk. som. ongeluk.Bidoeri. ook : Calotropis gigantea. vreetzak. laste- . tellen. Bilalang. wanneer. groene opaal . vervaard igen . enz.

Bangkok). enz. enz. vrouw en kinderen. Bin. verteederd (van hot gemoed). ook aangedaan. Bingoeng. Kabinasaan. wijfje (van eon dier) . iemand verbijsteren. maken. boost (ook ale scheldwoord).totvrouw. besluiteloos. paren (van eon mannelijk dier). huwen. vernietiging. All. Billahi. vergaan.~ook : aandoen. enz. echtgenoote (van den man). grimmig (als eenkat). kwtjnend (door eon verlies of eon stork verlangen near jets. oorpijn. Binatoe (ook Menatoe of Toekang basoeh). Bimbang. enz. striem. iemand den mantel vegen. man en vrouw. Membinasaken. Binges. enz. Membimbangken. enz. waschman. ongelukkig maken. verongelukt. trouwen. vernield. ongeluk. bleaker. Binara. nijdig. Anak bini. iemand in de war brengen. verwoesting. to gronde gericht. dat iemand niet weet wet hij doen moot. door den news spreken. . verstrooid. verliefd. verg. niet vierkant. zoon van Abdoellah. verlangend. bezorgd. MembiBINT. Bini. vrouw. dier. Menabengot. Bingai. tot wijfje nemen. Binatang. de waarheid zeggen. . Binasa. hebben. huisgezin (van den man) . in twijfel. Biloer. niet recht. ongerust. Membingoengken. lakenbereider. to gronde richten. niet weten. Membinasa. vernielen.). vernietigen. wankelmoedig. bezorgd. in de war. Berbini.). getrouwde vrouw. Bingot (ook Bengot en Ben jot. zoon All bin Abdoellah. wet to doen. verbijsterd. bij God! (in eeden).ren. scheef worden. eon vrouw nemen (van eon man). nara. ongerust maken. to gronde richten. verward. Bingit. vernietigen. verwoest. doen wankelen. . Bindeng (Jay. doen twijfelen. scheef. Bat. verwardheid. enz. jets of iemand ongeluk aanbrengen. belasteren.M mbiniken. enz. Laki bins. verteederen . gezin.

Membintoer. Bintang oetara. vlek. om kreeften of krabben to vangen . eereteeken . jets op eons openbareveiling op crediet koopen BISI. de Pleiaden. de avondster. hot Zevengesternte. ook ridderorde. puistje of gezwelletje (ten gevolge van eon muggebeet. Bintoel. Bintan bereikor of Bintang berasep. stip. Bintang al djoebar. Bira. Bintang sore of Bintang barest. ridderorde. fuik of mand. Bintiten of Bintitan zulk eon gezwelletje aan eon der oogleden hebben. Bintang kartika. hot sterrenbeeld de Maagd. ook strontj e of gezwelletje aan eon der oogleden .). Bintang berkotek. vaste star. Bintang majang.) Bintoer. Bintang pagi of Bintang timoer. hott sterrenbeeld de wagon. Membira (Bat. Berbintik. Berbiola of Main Moles. zomervlekjes. vol gaten als in eon zeef (bijv. klein gezwel. Bintang kale.). Bintik. de poolstor. Orion. ook verharding van de tepel eener aankomende maagd. Bintang al nasj. Bintang berkibar of Bintang berider. Bintang bahadoeri. kleine vlekjes of stippeltjes vertoonen. krabben op die wijze gevangen . enz. viool . staartster. sproeten. dwaalster. 5 7 en direct aan eon ander a comptant overdoen. Berbintangan. gevlekt. Berbintang. Kepiting bintoer. de ochtendster. verschietende star. ook jets op vendu- . eon viool bespelen. gedecoreerd zijn. op eon viool strijken. vlekje. eereteeken. star. ook Bintang BINT. koekoes of Bintang kemoekoes en Bintang berekor. hot sterrenbeeld de Groote Beer. van eon desk) waardoor men de sterren kan zien. Biola (Port. Bintikbintik. fuiken of manden voor de kreeftenvangst uitzetten. Bintang bidoek of Bintang djoeng. klein zweertj e.Bintang. Bintil. komeet. Bintang beralih. Bintit. Bintang tetap. hot sterrenbeeld de Schorpioen .

Bisoe (Jay. kundigheden. stoma Membisoe. blauwi sel. doen alsof men alles kan of west. Biros laoet of Biros ajar laoet. d. verdooven door gerommel in de ooren. zeeblauw. krom gebogen.. enz. in jets kunstmatige plooien leggen. schaap. Membiroeken. enz. bedreven. in den naam van God (begin van eon gebed. den buik vasthouden. ook verstand. kunstmatige plooi.tie laten verkoopen en zelf opkoo.ger. in elkander gepakt. bekwaam-heid. bekwaamheid. gift. venijnig. kundig. Biroebiroe. kunnen. Berbisa. eigenwijs zijn. (bijv. (Zie ook Deslng). enz. bekwaam..). sterken aandrang tot eon natuurlijke behoefte. Bengaleesch schaap. ook : jets kunstmatig plooien. Biroeang (zie Beroewang). Bisa.. . de billen : Terbiritbirit of Terberet-beret. Bismillah. Biros langit. kennis verliest hot tegen oefening of ervaring. Membisik. verstandig.).kunde. Rising. vergiftig. in staat zijn. i. hemelsblauw.). Membisikken. blauw maken. blauw.). geplooid. zws. ter zijde. zwagerin. Haroebiroe. bij hoogen nood. Biras. eigenzinnig. vergiftig. ook Terperet-peret. vergift. enz. enz. ook buitengewoon veal haast hebben. enz. Alah bisa oleh biases. Membiroeken. (Zie Haroe). blauw verwen . enz. verdoofd. lawaai. kunde. nijpend. Bisik. boschkip. Biros. fluisterend spreken. pen. of Bisik-bisik. pijnlijk. bedrevenheid. enz. gerommel in de ooren hoorend. als eon stomme doen. Membiroe. de praktijk gaat boven de theories Bisa-bisaan. de romp. blauwe kleur. Biroega (ook Ajam biroega). boschhaan. Birit. Membising. fluisteren. iemand jets influisteren. Membisoe- . Bisa (Jay. kennis. kennis. heimelijk spreken. met elkander fluisteren . venijnig zijn. Bini (of Bin-bin). venijn. enz. vrouws brooder of brooders vrouw. boschhoen. rumoer. blauw worden . de Maleische beer. Kabisaan. Berbiaik 8 BISI.

Apa bitjara kite. Biti wordt ook gebruikt bij hot tellers van platte lange voorwerpen. negenoog. hope. Bisoel selinop.. BOER. ook in zich zelven spreken. Masoek bitjara.. Perbitjara. enz. zich stow houden. hot overwegen. redeneering. voordracht. waarin recht wordt gesproken. stadhuis. enz. uitmaken. Bisoel (ook Bingsoel). verhandeld wordt. wat staat ons to doen. onderscheidend kenmerk. voorstel. Bisoel mate sembilan. gebruikt wordt voor do sesate). steenpuist aan eon scheenbeen. overwogen. . spreken. Tanda bits. lets overwegen. mooning. eon proces beginners. wat besproken.ken din. spreken. sprekende zijn. ook plelten . beschouwing. behandelin g eener zaak. handelen. twee (stuks) planken. Biting (Jay. procureur. van hetzelfde gevoelen. beraadslagen. advies. gezegde. bewijs in rechten . Biti. Apa bitjaramoe. bij v. Membitjara. de daad der overweging. wolken raad geeft (schaft) gij ? Bitjoe (ook Dongkrak.). Bisoel lade. Berbitjara. gebouw. over jets spreken. or is goon raad moor voor to schaffen. enz. Gedong bitjara. enz. raadpleging.. onderhandeling. corpus delicti. enz. Membitjaraken. bloedvin. met elkander spreken.. . voorstellen. Pembitjara. bloedzweer. advoeaat. enz.. steenpuist. pagan doewa biti. eon zaak in rechten gooien. (zooals o. beraming van middelen. enz. enz. verhandeling.). raad. bespreken. a. . die spreekt. Bisoel nanah of -mengangkoet nanah. van dozelfde mooning.n. gesprek. overweging. beschouwing. redeneeren. bespreking. hot bespreken. Holl. Sabitjara. kleine. bospreking. met otter gevulde zweer. puist. pleitbezorger. enz. raadhuis. Bltjara. eon voordracht houden. . zweer. vurigo on pijnlijke~puistjes. pennetje. dommekracht. enz. Tiada terbitjarakan lagi. loos. kloppende. speetje. rechtspreken. Pembitjaraan. . behandeling.

die nokbedekking ze1f. ook hot . 59 boeboeh tapak tangan.). dom.nd foppen. zich voor den domme houden. verward. in elkander gedraaid. gesteldheid eener vrouw. Api api bodo. pok. Boeboe. BOED.). zijno handteekening stellen . Boeboek. eon domkop noemen. enz. onwetend. herstellen. Keboeboengang. eon zegel of stempel op lets zetten. stow. onkunde. plaatsen. als eon stommoling bohandelen. van eon vloer). eon dom mensch.). jets ergens uithalen door eene opening in de bewaarplaats to makers of de bestaande opening to verwijden.. Memboeboel. -voeteuvel . eene verzwering. die na de bevalling. Bodjot. enz. voornamelijk aan de onderzijde der voeten (ook aan de handen). Memboeboeh pelana. domoor. zetten. enz. Bobab. wormpje. Boeboeng (ook Woewoeng) (Jay. domheid. -. Boeboel. kullen. ook poeder. Mem= bodoken. Bodo of Bodoh. zoodat or eon opening of gat door ontstaat (bUy. doorgezakt. Boeboeh. onkundig. booten. bedriegen. kleine snort tor. opnieuw zwanger is. .Boba. vischfuik. Bobos. opzadelon. Bobok. leggen.bijdoen. onwetendheid.). botterik .opdoen. enz. Boeboengan. Boeboel. Boeboeng. de top of nok van eon dak. boorkovertje. molm on fijngostampt good (als koffie.. iemand in verlegenheid brengen zoodat hij niet weet wat to doen. nok. enz. er in laten loopen. ook netten verstollen. (van fijn touw of gal-on. Orang bodo. kalander. enz. pokken. niet slim. de stok. zonder wedor gemenstrueerd to hebben. stommerik. Membobok (Jay. in dien toestand gebracht. stof enz. waaraan do nokbedekking bevestigd is.). ook Memboewat bodoh. enz. dat in bout of bamboo knaagt. ergens indoors. MemBOER. stellen . Memboeboeh. (buy. enz. bot.: geld uit eon bamboesen of blikken spaarpot. Memboeboeh tjap. jokken. domkop. -. fuik. ook ioma. enz. enz. Bat.

met verstand begaafd. Memboeboet. jonge. ongehuwde man. bediende. meld. papieren. meld. de ongetrouwde jongolieden. Keboedakboedakan. Menanggoengboedi orang. hot leven van eon celibatair lijden. Boedjang. ongetrouwd zijn (in doze beteekenis ook wel v an vrouwen gezegd). verplichting aan iemand hebben . bediende (mannelijk of vrouwelijk). Boeboer. streek . uitrukken. kinderachtig. uit den grond trokken. jongen. ook plukken (van de veeron van gevogolte. draaion. grootmoedig . schuld voor eon weldaad. Koentjoeng). Berboed jang of Memboedjang. dienstknecht. met verstand begaafd (alleen van menschen). ook in hot algemeen celibatair. Oetang boedi. Boedjal. (van onkruid bijv. dat men bij kinderen om de kruin van hot hoofd laat staan. slavin . (verg. ook de jongelingschap. dik touw. celibatair zijn. dienen. stag. jong kind.). uittrekken. slaaf. jongen. eon j ong dier van h et mannelijk geslacht . Perboed jangan.Memboedjangken. enz. val. Boeboet (Talc boeboet of Boeboetan). verstandig. Boeboet. als jongen of als meld dienen. Balk boedi. enz. op de draaibank maken. verstand. water. dat den mast vasthoudt. inlandsche draaibank (ook Boeboetan) . brij. Memboeboet.). weldaad. verstandig. bewerken. to voorschijn tredend (van den navel. uitpuilend. als celibatair leven.). knaap. . . wijshoid. verstandig. kundig geleerd. celibaat. Memboedjang. wijs zijn. staat van eon boedjang. als eon kind. enz. koker.). uitstekend. dionstmaagd. dienstmeld. Boedi (Sk.). Boeboet. ook arglist. Berboedi. kindsch.vlokje haar. pap. ongehuwde staat. Boedak. enz. Boediman (Sk. Boeboeng (of Boemboeng). waarin jets bowaard moot worden (btjv. enz. enz. edel. verplichting . en mooning. meisje. vertrek of logis voor de boedj anga. Boedjang. enz. bijv. wijs.). verstandelijk vermogen.

Boegineesch. enz. -gaan.. in de lengte uitgestrekt zijn of liggen. enz. schurftig. nemen. aanhaling. kleine garden of metaIen pot. evenwijdig aan. Berboegil. geleerd. -vllegen. vloeien (van papier). Telandjang boo it poedelnaakt. enz. in eon bepaalde richting liggen. die binnenshuis werkt. geleerde. verspreid zijn of worden. haveloos gekleed gaan. hot derde geslacht in de opgaande of nederdalende lime. enz. naakt. in de richting van hot westen uitgestrekt zijn. mannelijke bediende. vleien. ook ten rechter tijd.. enz. lief kozen. ruien . overhal©r. enz. Boejoet. gevloi. binnenjongen. overhalen. in de richting van. bepraten . geletterde. Boegil. Memboedjoer. Boed joek. zich in de lengte uitstrekken.. gevlei. veder. de vederen of harm verliezen. to goeder ure. . .beprater. rechtuit. Boedjang dalem. overhaling.. Boedjangga. bedient. zonder de gewoiie kleederen. recht. Boedjoer(ook en veelalMoedjoer). recht op jets aan.. vleier. kundig. vl ei erij. to gelegener tijd. geletterd. enz. Boejar. Memboegil (van dieren). enz.iemand als dienstknecht of als dienstmaagd hebben. haarloos. haveloos. enz. ook de onwillekeurige . Boedoeg. naakt loopen. urn. enz. Moedjoer ka koelon of Moedjoer mengoelon. Boejoeng. ergste grand van melaatschheid. Pemboedjoekan. wijze. toevallig. tot bedaron brengen. Memboed j ook. overgrootouders of achterkleinkinderen . ook uit elkander vallen. . Boegil. flikflo oierij. sieraden of wapens zijn (van menschen).of haarloos worden. Kertas boejar. urnvormige pot. naar hot westen 11ggen. door schurft geplaagd. stillen. liefkozing. vederloos. schurft . Boedoek (of Bodok). vloeipapier. 60 BOED. Boeginees. Pemboedjoek. zich verspreiden. zonder de gewone kleeding (van menschen). Boedoegen of Boedoegan. enz. in de lengte uitgestrekt. flikflooien. aanhalen. spiernaakt . kaal (van dieren). wijs. schrander.

wijdte. heuveltje. Boekan moedah pakerdjaan itoe. ontnemen. Memboekit. aanvangen. de vasten openen. bewerken.. ook breedte. den hoed afnemen . Memboeka kedai. Boekan boewatan. verboden. op touw zetten. Boekan akoe. Zie Boetek. van hot lichaam. bloot. enz. Pemboeka. niet zijn wat door hot woord waarop hot slant wordt uitgedrukt . Boekit anak of Anak boekit. hot is goon gemakkelijk work . banen (ook iiguurl jk). bewerken . Boejoet-antah = kinderen van achterkleinkinderen (Bandj. de dour openen. d. siddering. ondernemer. Keboejoetan. Memboeka poeasa. wijd. enz. all door andero redenen . en verbod. open.. Memboeka djalan. afnemen. eon stad stichten . enz. hot niet zijn. Boekan-boekan. openbaar. tengevolge van eon gelofte. hoogte. . enz. bijzonder. den grond ontginnen. hot is goon doen. ontdekken. beginners. openbaar. berg . kleine berg. Memboeka rasia..siddering van hot lichaam ten gevolge van den vergevorderden ouderdom. Boekan. openen. eon geheim openbaren. niet ik bon (was) hot. Boekit. -4open doen. zeer uitermate. BOEK. ontginnen. enz. enz. jets open naken. Memboeka.) Boeka. Terboeka. enz. uit elkander nemen. zoowel van ouderdom. zich all eon heuvel voordoen. ontginnen. i. niet. eindigen . enz. ongemeen. . ongeoorloofd. enz. Memboeka tanah. Memboekakan. Memboel af. onwillekeurige beBOEK. . voor remand jets openen. troebel (van water). Memboeka ~negeri. geenszins . Boekat. breed. middellijn. goon. Memboeka tops. weging. open. hot is buitengewoon schoon.. +en wen aanleggen. vreemd. ook Beboejoetan. geopend. Memboeka pintos. heuvel.. degeen die openbaart. een winkel opzetten . openbaren. enz. Boekan-boekan bagoesnja. .

Boelan. haarwrong. Poetoes boelan. korrel. wit. Boelai (of Boele). enz. eon maan of manen hebben. Berboelan-boelan. C arem saboekoe. wat op eon maan gelijkt. bij de maand. Boekoe (Holl. een kluwen garen. Boelan poernama. de eerste dagen der nieuwe maan. maand. gewricht. met aarde vermengd (van water). (zie aldaar) voorts (Jay. nieuwe maan. enz. ook maandstonden. C elap boelan of Boelan g®iap. maandenlang duren. kwast.). Boekoe tjatetan. in den maneschijn wandelen. ineengedrongen. .ook-_book. schietschijf. knobbel.akit boelan. geleding van hot suikerriet.). afnemende maan. Boekti = Biti. troebel. de menses krtjgen . ookschijf. een korrel zout. Dateng boelan of dapet boelan. notitieboekje.) = hot bij h et sluiten van een huurcontract (in de Vorstenlanden) aan den verhuurder (eigenaar of apanagehouder) der gronden to schenken douceur bij wijze van huldebltjk. 61 nan of Pen. Boekoer. (van jets dat kunstmatig tot korrels gevormd is. Kerbo boelai. witharige karbouw. Benang saboekoe. korrel. pakhuisboek . kakkerlak. Boelan baaroe. . enkel. Boekit-likat. zooals buskruit. Boekoe tangan. per maand. . maanziekte . Boelan timboel. ook bij maneschijn visch vangen. polsgewricht . Boelanan. donkere maan. Boekoe kaki of Boekoe lali. Berboelan. witteling. Memboelan. hot geheel ophouden der menses bij bejaarde vrouwen. eerste kwartier. kort. enz. ook Anak boelan. Boekoe goedang. Boekoe. (verg. geleding. laatste kwartier. Orang boelai. Boekoe teboe. enz. maandelijks. samengedraaide doek. onnatuurlijk wit van huidskleur. eon albino. laatste kwartier. Boelan ketjil of Boelan toewa. Boelan-boelan. oak Balar). voetgewricht. Boelang. (zooals onze aarde of Saturnus). KeboelaBOEL. maan. menses. voile maan . . samengodraaid haar. knoest.enz. maandelijksch.

. Memboelang kapala.oenhoofddoek gebruiken. ook groot (van de oogen). ook eon but van twijgon enz. hot luchtruim. Boeloe kambing. ellips . elliptisch. waarin jagers zich verschuilen. heel. wol. Boemantara. Memboelat. platrond (als eon muntstuk) . haar (behalve hot menschelijke hoofdhaar). zonder moor. Boeli pengentjingan. rond worden. dons. Oeler boeloe. porceleinen of aardeii kruikj e of urntj e met dikken bulk. road. enz. groote oogen opzetten. dienende tot bewaring van olien of reukmiddelen. kippeveeren. pen. (vergelijk ook Koera-koera). enz.). Boelat. wol van eon schaap. beschimmeld. met een bindsel omwinden. Boeloe ajam. kok er. Boeloekan (Bat. . cylindrisch . gevederd. veder. lager van hot wild. rond maken. bol.). ook kaal.bindsel . drogerijen. Boeloe landak. aanbinden. kruiderijen tar bereiding van spijzen of medicijnen. slokdarm. de vuist omwinden. bolrond. Memboelatken. omwikkelen (om to vechten) . Boeloe. ook Boeloeh leper. (zie aldaar). eirond . Boeli of Boeli-boeli. Boemboeng. Boeloeh = Bamboo. Boelat boemi. Memboelang tangan. Memboelang. gaaf. pisblaas. geeuwhonger. Boeloer (Jay. uitgehongerd. pennon van eon stekolvarkon . enz. Boemboe. Boemboen. Boelat telor. behaard. Berboela. 62 BOEL. hang. Boeloe babi. enz. de aardbol. kinderloos. Boeloe kapas. Boelat pepeh. en alleen. enz. bamboezen koker om water to balers of to bewa- . Boeloer. . om lets winden of bindsn. enz. gerd. enz. borstel. samendraaien. Boelat torak. borstels van eon varken. luchtpijp. specerijen. dons. Kaboeloeran. eon landschildpad. bladerloos. ook voltallig maken. waarin jets bewaard wordt. enz. rugs.. enz. Boelat pandjangof--boedjoer. verhon.. eenvoudig.

enz. om dit gedaan to krijgen. eon ontloken bloom. bloemknop. Boengar. figuur. lofwerk. ornament. Boenga. Boenga-boengaan. Boers (ook Emboen). ongerept. Boengkem (Bat. bouquet. aardbol. vuurwerk. ook toovermiddel. eon bloemruiker. Boenga api. nog in den oorspronkelijken. interest op interest laten of genieten. (van eon maagd) nog onaangeroerd. interest. Boenga asa. enz. Boenga mekar of --terboeka. Boenga sakarang of saroempoen. atom. om iemand stom to maken. de oorspronkelijke bewoners van eon land. vochtig. de bodem . mist kunnende afgaan (van eon geweer). rond. pop (speelgoed). (van vruchten) de eorste van hot seizoen. Boenga satangkai.). eersten staat. Boeneka (of Boneka). Boenga sekaki. Memboengaken. niet kunnonde ontvlammen. bloemen dragon. Boemi. eenBOEN. enz. zulk eon toovermiddel aanwenden.zwijgendzijn. blossom. Boenboenan (ook Eniboen-boenan). hot midden der hersenpan. Boenga sekoentoem of sekoentjoep. van de spraak to berooven. tot bloei brengen. bloom. bloeien. met bloemen versierd. rents.ren. kunstbloemen. ook geld togen rents uitzetten. ook de grond. laten bloeien. eon enkele bloom. Mendjalanken boenga. de fontanel. Memboengkem. inboorling. oak eon kapitaal rentegevend maken. bloemen hebben. eon tak met bloemen . tegen rents uitleenen. voudige bloom. (van eon jongeling) nog mist met vrouwen in aanraking geweost . Boemi poetera. gemaakte bloemen. interest trekken. Orang boemi. Boendar (ook Boender of Boenter). Makan boenga. zioEmboen. ook boender. schuier. borstal. Berboenga. op rents zetten. goon goluid kunnendegeven. of van eon jongen boom. de aarde. eon geweer niet to doers .

enz. enz. verhelen. galmen. Boen jian of Boen j i-boon jian. ook naam van eon grooten boom (Antidesma bunias) met eetbare vruchten. .. verduisteren. bawl. Boentak (of Boentak). vermoorden. geluid geven. eon jonge cocosnoot tar grootte van eon vuist. enz.). knoop in eon zakdoek. moordenaar. BOEN. enz. Semboeni. bundel. inhoud . Berboenji. dooden.). hot laatst geboren kind. jets verbergen. verstoppen. Pamboenoehan. . wegstoppen. Boemi (ook Boenji) Memboeni. kameleon. pak. ombrengen. ook de persoon. enveloppe. Memboenji. Mamboenoeh. omhulsel. pak. luiden. Pemboengkoes. Boen ji. degeen die doodt. enz. verborgen. heimelijk bewaren. muziekinstrument.). jongste. Boengsel. doen geluid geven. hot dooden. steelsgewijs. verduisteren. geluidgevend. pakket. Boengkil (Jay. heimelijk. omhulsel.. Boengsil. Pembontot) (Jay. klank. . enz. Boenoeh. enz. Memboenjiken. do kogelvisch. Pemboenoeh.afgaan. Pemboengkem. wat geluid geeft. Memboengkoes. wegstoppen. galm. die dat middel aanwendt. middel daartoe. verborgen. Boentar. Boeni of 'oeni (Jay. geluid. die inpakt. den inhoud van jets voorlezen . pakket. inpakken. Manjamboenikan. kook van de roster van olieboonen. Boentang. ook pakmiddel. Boengkoesan. . ook muziek. ineengedrongen : ook naam van eon visch met ronden opgeblazen buik. ook uitdooven (van vuur). Boengkoes. waaruit de olio reeds gehaald is (veal als most gobruikt). inwikkelen. enveloppe. helen. Boengsoe (ook Bontot. . verschuilen.~ klinken. ovaal. in hot geheim. kort. langwerpig rond. kam van eon weeftoestel. schrappen (van schrift). enz. doen klinken. laatstgeborene. ook onbewegelijk staren van de oogen (vann eon doode). Boenglon. moord. tar dood brengen. verscholen. doorhalen.

stuit. versteend. Boentelan. pakket. onderste deal van eon sabel. enz. Memboentel. Samboerit. verminkt. Boentoeng. Boentat. pakket. . Boers. achterste. stuit van eon kip . met eon staart. vervolgen. staart . Mamboerit. achterdeel. paederastie drijven. ook zwanger zijn van jets. ring onder eon krisgevest. wat ingepakt is. dicht. Boenting bantang. enz. Boerit. uiteen. gaand.). volgegeten. zwanger. zwangerschap . Boerik (Jay. (bijv. achtereind. gesloten. zat. inlandsch hoofdambtenaar.ndjing boentoeng. paederastie. pakken.) Boerak. pak. dicht. na- . Boental. pokdalig. achtersteven. bestoken (bijv. niet open. gestaart. Boentoer. Boentoel. jagen. eon bijennest met vuur. van tabak). afgesloten . inpakken. bezet.plegen. uit elkander. Mamboera. door de pokken geschonden. najagen. oververzadigd. Boeras.elliptisch. Mamboeroe. enz. ) pak. enz. verstopt. zwanger maken. Boentoe (Jay. waarbij hot menstruBOER. titel van eon regent. Mamboentingken. los. steenhard.). afgekapt. dat aan hot gevest bevestigd is . achtersteven . Boepati (Jay. eon hond met eon kortgekapten staart. A. die dood loopt. verstopt. bevruchten. vorsteening. bezwangeren. den vijand met kogels. rijst (met of zonder cocosmelk) in pisang-bladeren tott langwerpige platte koeken gewikkeld en gaargestoomd. enz. Barboentoet. Djalan boentoe. Boentat. Boeritan. Boentoet paraoe. zwangerschap.. Boenting.een staart hebben of dragon. Boenting sarat of Boenting palandoek. Boeritajam. Boentoet padang. achtervolgen. enz. eon wag. .). 6 3 eeren toch niet geheel ophoudt. Boeroe. stompje. bevrucht.knoop (in eon zakdoek enz. ook verstrooid. stuit. Boentoet. achterste.

Berboesik. Orang boeroek. vuil. jets in dagloon doen bewerken. stinkend. haastig. sterkte. hot sterrenbeeld de Leeuw. . enz. zich haasten. musch . enz. gedroste gevangene. aanzetten. vesting. vervolgen. vogelvrij. Berboesa. leelijk. jachtwild. rot. de dierenriem. schub. haveloos. Boeroean. schubbig. jacht. schuim.). (verg.. verwelken. als daglooner werken. slot. Memboesa. . nazetting. 64 BOER. rot.Boeroeboeroe. vogelvrij verklaarde. enz. jaagt. verdord. vrjj als de dieren in hot wild. jachtgereedschap . Boeroek. . haast maken. Pemboeroean. Beboeron (Jay. schuimen. met haast. schurftig. enz. oud. rijstdiefje. vervallen. jachtwild. aandrijven. . enz. Boeroek. Boeroedsj (Ar. gevogelte. enz. paradijsvogel .jachthond.). duff. dagloon. Boeroeng-boeroeng of Boeroengan. versleten. enz. enz. Boeroes. wat of wie nagezet wordt. enz. ook (Boeroedsj asmani). dagwerker. Boeroek (Jay. Boesa. betaling per dag of per tank. casuaris. wie nazet. struisvogel. Boeron (Jay. Boesik (Jay. zwaluw. verdorren.loopen. vogel (ook gebruikt voor hot mannelUk schaamdeol)..op jachtzijn. Onggas). Boeroeng.). Boeroedsj'oel'asad. Boeroeng dare. kruier. Pemboeroe. eons ziekte hebben waardoor men hot aanzien krijgt van geschubd to zijn door de velletjes die op hot lichaam zitten. Boeroeng gelatik. Boeroeng lajang. vergaan. waarop jacht wordt gemaakt. bouwvallig. Barboeroe. schuimend. Berboeroeh. verwelkt. vervolging. verdroogd. deserteur. in dagloon werken.). lastdrager. havelooze. ook nagemaakte of opgezette vogels.. verrot. schubbig. slecht yolk. Andjing pamboeroe. Pekakas pemboeroe. . Memboeroehken. gespuis. daglooner. Boeroeng dewata of Boeroeng sopan. Boeroehan. enz. bespoedigen. Boeroeng onta. schurftig zijn. jagen. loon.). . in haast. wild. Boeroeng gored ja.

Boewah peter. Boesoer. Boeroeng. Boewah serah. moons daad. bult. onrein. enz. Boeta petjah. blindheid . blinds.vruchten. slapen. Boewah tjatoer. ook pokpuiston . smerig. BoewahBOEW.vorsche vruchten in soorten. termietenterp. Boeta. lets opzettelijk niet willen zien. Boewah pantat. zich blind yoordoen. Boewahboewah.rond lichaam. dat gebruikt wordt om kapas (katoen of boomwol) to rafelen en to zuiveren. dobbelsteen . zoodat daaruit moeilijk hot waar en onwaar to onderscheiden zijn. slapen gaan. Boetatoeli. bol. molshoop. waterzucht. blind met verlies van bet oog. . Boewah poenggoeng. ook hot kleine boogvormige instrument. titan. aardhoop.korrel. troebel. verward. mierennest. knop. enz. met aarddeelen vormengd (van water). Perboewatan boesoek. (van eon zaak) . onoverlegd. ook niet klaar.). zonder dat hot oog geschonden is .bedorven. ook laag. onbesuisd. bong. blind houden. niet duidelijk. morsig. onedel. Boetoe (Bat. Boesoet. ooft. de stukken van hot schaakspel. een laagheid. bil . Boetjoe. groin. ook eons zaak in de war schoppen. kindorpokken . onbedachtzaam. enz. hook. reus. de moron. godroogde vruch ten. eon slechte reputatie. Nama boesoek. Boeta larangan. enz.. in hot algemeen elko zieke?ijke zwelling van den bulk. uitstekondo punt. Boetir. Boewah pareh.bollotje. Kapala boetoe. enz. troebel drabbig makon. Memboetekken of Memboetekin (Bat. drabbig. Boetek. hot mannelijk schaamdeol . blind. penis. Boewah-boewah aer.). een geBOEW. blind.). vrucht. gemeen. Boewah. boewah kering.. Boeta (Sk. bultje. keutel. Memboetek. de eikel (ook als scheldwoord gebruikt).. niet holder. enz. Memboeta. onzuiver. de testiculi. ook de oogen sluiten..

BoHO. Boewaian. grimmig. (van een vloeistof door de working bijv. Boewat (Bat. met dobbeisteenen werpen. blood afgaan. Pemboewangan. banneling. enz. Memboewang sial.). krokodil. Boewang. Memboewang ajar. woest. weggooien. enz. ook ironisch of als scheldnaam. enz. vorwerpen. wegwerpen. jets dat vrij hangt. verminderen. Boewangan. vijf van jets aftrekken . zich met slecht yolk afgeven. Memboewang anak. wet of wie weggeworpen. Boewaja. wordt. alligator. niet zuinig. barmen. om. verkwistend. wereld. zich verslingeren. vruchtgeven. 65 verwijdert. vorwijderd wordt. van eon schroef). Berboewah. weiden. enz. Aloe barbadensis. wie werpt. Memboewat. zijne oogen over jets laten gaan. wild. vrijhangen. de dysenteric hebben. vruchtdragen. tot. wegdoen. die op kosten van anderen leeft.). boosaardig. Mamboewang dirt. afdanken. om to. enz.). ook zich verdrinken . enz. enz. (van kokend water buy. een heesterachttg gowas. Boewar. dobbelen. Mamboewang mate... opborrelen. dat veal in tuinen wordt geplant.. opborrelen. verworpeling. verscheurend. ook aftrekken. MALEISCH-HOLLANDSCH. royaal. enz. Boewana (Sk. goedgeefsch. verstooten. plaats waarheen iemand verbannen. verbannen. voor.borrelen. Boewal. zijn bah oefte doen.Mamboewang dadoe.naar achteren gaan.enz. enz. Boewak. Memboewak. verwijderen.opwellen. Boewai.Memboewang lima. eon kind to vondeling leggen. enz. zooals een hanglamp. enz. ook hot verwerpen. schommelen. . . Lidah boewaja. Boewas.Memboewal. Memboewang. Mamboewang.). eon hangmat.vruchten op water. (ook Berboewang) ajar darah. leeglooper. enz. 'amboewang. kaaiman. jets aan de geesten ten offer brengon terweringvan ongeluk. iemand. ook in dikke wolken opstijgen~(van rook). afschaffen. bent.

maaksel. verhuizen. een stad stichten. bezig zijn to liegen . enz. van eon afgekapten Aren-boom . . foppen. totdat hij niet moor ken. verlustiging. Bobong. liegen. verrichtten. ook bejokkon. Memboewat negari. heengaan. schuimend. (ook Bebokong). ook met veal boweging loopen. good doen. in verlegenheid gebracht. Boga.ten behoove van. enz. maken. to maken. enz. vervaardigen. confuus. ook heup. dij en bil. . . Berbohong. hot onderste gedeelte van den rug.). enz. handeling.). maaksel . iemand spijs en drank voorzetten en dwingen er van to gebruiken. bezig zijn met lets to doen. Bokong. enz. Boewah of Boewih.. enz.). doen. Pemboewatan.en smakeloos (bijv. tronk. schaamte. moor den voldoende. hot achterste voren . eon ba. ook overvloed. Boewatan. schuim. maker.djoe naaien. beschaamd gemaakt. vertrekken. enz. Bogor (Soend. Boga (Bat. met schuim zijn. omgokeerd. enz. onwaarheid. ten einde. Pemboewat. dader. droog. ook wet tot hot maken van hot een of an der diem. van de onderste ribbon tot aan de heupen . enz. Memboewat badjoe. Bokong. daad. bezijden de waarheid. liegen. verrichting.. enz. van verlegen tabak). jets gebruiken voor. hot land vorlaten. verlegen. Berboewat balk. enz.. droog. enz. Membokongken.. Membohongken. met de schouders heen on wader draaien.. leugentaal. Perboewatan. voor5 66 BOJA. Berboeweh. Memboga. vermaak. beschaamd. enz. daad. oververzadiging. hiernaar is Buitenzorg door de inlanders Bogor genoemd. geur.: Membohong. onwaar. verrichting. enz. Berboewat. vervaardiging. enz. iemand beliegon. Bojong (Jay. verlegenheid. weldaden bewijzen. onwaarheid spreken. verlegen. Memboewat. leligen. saai. op refs gaan met familie. schuimen. Bojak. Kabogean.

etc. gebroken. heen broken. beloefd). knoesten vormen of krijgen.of Roemah bola.. versterkt kampemont. gezwol.. eon gat in lets waken. enz. in staat zijn. Membonggol. biljartzaal.). Bol (of ebol). door jets BONG. knoesten. samenvouwen. bultig. donkorblauw waken. hot kan niet. . carat. eig. opgezet. bultzak. of Port. motalen kom zonder voet. societeit. door jets heen sluipen. Berbonggol. onmogeiijk. bl ok. geretrancheerd kamp. Boleh. knoestig.). boron. uitwas. Bola (11011. knoest. inwikkelen. kunnen. bult. doorboren. door jets heen gedrongen. Bolak-(Bolak-balik). inpakken. zich als eon knoest. . uitgehold. Bokor. voor zooveol doenlijk. hol. doorboord. oprollen. vol gaten. scherp uitstekend. ook zwart. Bondjor.keeren. van eon gezwel) . Bolong. gezwollen. Bondjol. knobbel. enz. matras. Tiada boleh. enz. Bolot. windsel. enz. enz. moeder (hoffolijk. Bongkah. enz. (bijv. lets uithollen. bij machte zijn. doorboron. Bolor.. Bonggol (of Bongkol). afgebrokkeld. gesprongen. uithollen. enz. kogelrond. ook bulten. omkeeren. mogen. enz.: biljartkamer. . brok. anus. eon linie. uitwassen. zoodat de oogen nauwlijks to zien zijn. enz. hot mag niet. stork gezwollen (van hot aangezicht). zooveel mogelijk. doorgebroken. enz. jets of iemand den rug toekeeren. Bolos. enz. ook met den rug naar lets toe staan. Bokop. luur. zio Balik. naar vormogen. Saboleh of Saboleh-boleh. Membolot. scherp uitsteken. wormpje in vruchten. Bonds.donkerblauw. ook zwart-. bal. biljartbal. Kamar. eon bultige uitwas voordoen. Membolongken. eon slagordo verbreken. versterking. zitten. eind van den endeldarm. Mmbolong. vormogen. Membondjol. tusschen lets doorgeslopen : Membolos. met bulten. Bolsak (loll.

Bongkak. wat op. . lomp. enz. lichten . Bongkang. (bijv. Membongkak. bot. gapend (van eon wond). doorbr-eking. gebocheld zijn of loopen. ook werktuig dat daartoe gebruikt is of wordt. . enz. voorover gebogen. die overhoop haalt. om or in to kunnen komen . enz. Orang bongkok. gat. enz. afgekapto boomstam. Bongkot (Jay. onbeschoft. degeen. omgevallen met verbreking der bevestiging. van eon muur). lomp. gekromd gaan. dom. overhoop halen. ophaion. Bongkaran. overhoop liggend. Bongkok. enz. enz. voorover gebogen gaan. uit elkander halen. ook alles doorzoeken en nazien. stronk. gekromd. onderste deel van eon stam. onbevattelijk. Bongol (Bat. doorzocht. Membongkar roemah. (bijv. enz. dief die zich door uitof doorgraving. zich door uitgraving. enz. bultenaar. toegang tot jets verleenen. gebocheld. in den muur of jets anders maken. hot onderste boven keeren. etc. toegang verschaft... enz. of broker. sul. Membongkok.). ook eon BONG. hot anker ophalen. Membongkar. enz. eon boom. ook Bongkang. of braak . lam.).of afgehaald. uit hot verband rukken. opgeblazen. hot onderste boven halen. botterik. ongemanierd. Bongkar (Jay. vlegelachtig. gebochelde. eon huffs hot onderste boven halen. onbeschoft zijn of handelon.). loopen. ongemanierd. lompheid. sullig. vlegelachtig. vlegelachtigheid~ ongemanierdheid. oerYoop gehaald. als eon bultenaar doen. bewegingloos-. to voorschijn halon. Pembongkar. Bongkar. uit elkander. opgeblazen. ook inbreker. wiens wortels bij hot omvallen de aarde daaromheen doorbreken of scheuren). bij eon huiszoeking). bochel. enz. hot onderste boven gekeerd is. ontwortelen. of broken. trotsch. enz. (buy. wijd uit elkander (van vingers die niot bijeen to brongon zijn). Membongkar djangkar of --sane. omvallen. enz. voor dood -neerliggen.

zuchtig. enz. Boto (Bat. Oepah borong. in hot geheel. kaalhoofdig.).flesch. bijeen. verspillend.). enz.Bonjor (ook Bonjok) (Bat.. 67 samenvatten. enz. lieftallig. Memborong.). Beli borong. papporig. . innemend.). beu. Botol. Memboros. Memborehken. fig. aangepunte bamboestokjes. ook losgaan.Memborongken. royaal. in hot groot. (klanknaboot- . alles. afkeer wekken. waarvan de peulen en zaden gegeten w orden. bij den hoop. aanminnig. Roemah botjor. lek. verpachten. vervelen. dit smeersel gebruiken . ook eon sun. iemand vervelen.inhet openbaarverkoopen. verkwisten.. . moede van jets. door pokken geschonden. lief. jongen. gerplant.bottel. Botjor. verkwistend. geheel overlaten. ook eon work aannemen. voetangel. Boreh (ook Beboreh) (Jay. Borang. een huffs. den geheelen voorraad opkoopen. die in hot gras verborgen worden. dat lekt . bevallig (van golaat). enz.). aantrekkelijk. van eon touw. dat om jets gewonden is). Botjah (Jay. gezwel. Memboseni. afkeer van jets hebben. Brebet (of Berebet). enz. tot een geheel BROB. Membosenken. knaap. in een flesch doen. Borong. werkloon tot eon geheel samengevat. enz. enz. tegenzin wekken. jets vervelend vinden. pokdalig. smeersel. Boson (Jay. welriekend smeersel voor hot lichaam . besmeren. verspillen. Berboreh. Botak. vervelen. vervelend zijn.Membotolken.). enz. en gros. (bijv. kaal. in eons. geheel.iets bij aanneming. lek maken. enz. alles to gelijk. enz. enz.. bottelen. Membotjorken. (Psophocarpus tetragonobus). Bopeng (Jay. (van eon mond. kleine jongen (verg. enz. enz. klier. kaalhoofd. alles uitflappend. ook losgegaan. en gros opkoopen. jets of iemand met boreh insmeren. loon voor eon in zijn geheel aangenomen work. los. zacht (van lichamen die vast en hard moeten zijn). tot eon geheel. die alles uitkraamt) . Botor. Boedak). Boron.

plaatsbekleeder (inzonderheid van Mohammed). Choelki) (Ar. besneden zijn. knallond. scheuren.zeeman. bewusteloos liggen. de schepping. ook hat geschapene. hat aangeborene. geen bewustzijn van zich zelven hebben.). enz. cachet. natuurlijke eigenschap. . kennis dragen. Chabar angin. Brobot (of Berobot). Chalifat. enz.).).). hat besnijden. Chaimah (Ar. einde. Chaiwat (Ar. hut. Mengchatan. enz. melden. elke ronde mooning. tent. Chabar kawat. enz. hear. . knetteren van hout of bamboo. Donderdag. gescheurd. beeindigen. verhalen. mededeelen.). zegelen. geaderde steep.kennis hebben. harde steep . mariner. besnijden . enz. nieuws. heerscher. Batoe chars. Chatan (ook Chitanah) (Ar. berichten. wat nieuws ? Hoe staat hat er mee? Hoe is hat? Tiada chabar aken dirinja. bezegelen. Chalasji (Perz. Chabar (Ar. algemeen verspreid nieuws. kennisgave. zie Berobol.). Chamis. Mengchatamken. enz.). zegeiring. waarvan de herkomst niet bekend is. zegel. scheepsvolk. Choeloek.).. hat lawn uit den Qoran.schepeling. opvolger.). tijding. mededeeling. dat doorgebroken wordt of bij verbranding springt. eenzaam. Chatam (Ar. laatste van een reeks of geslacht . Chatib(Ar. matrons.). geruch t . Berchitauah. die door stutten geschraagd wordt. enz. knappend. verzegelen. Chars (Pert. de schepselen. opvarende. besnijding. menschen en dieren. ook een verhaal doen enz. buiten kennis zijn. telegram.. knallen. inborst. ten einde brengen (bijv. enz. kalif. 68 CRAB. aangeboren karakter. hot geluid maken van jets dat scheurt. Mengchabarken. Apa chabar. eenzaamheid. algemeen gerucht. Membrobot. Chalikat (ook Chilka.sing van jets dat scheurt of gescheurd wordt). afzondering. knappen.. (ook Ketib). Berchabar. de tweede . bericht. Membrebet. enz. Brobol. vertellen.

Mengchidmatken. ongerust maken omtrent iets. hat dienaar zijn. CROT. een Mohammedaan uit Hindostan. Klingalees. Chianat (Ar.. book. bezorgdheid. hande- . door diensten eeren. eeuwig leven.. Chawatir(Ar. gedachte. Zie Chatib hierboven. enz.). DANA. inventaris. journaal.). echtscheiding met wederzijdsch goedvinden.). catalogiseeren. schending van hat vertrouwen. Chotbat (of Choetbat) (Ar. enz. enz. verraad. een inval.. jets tot eon book maken. zich bevreesd. ingeving omtrent iets hobben of krijgen. hat dienen.). lijst.beambte bij een moskee.).. C. DABO. Mendaftarken. hat Vrijdaggebed in de moskee. bezorgd maken. Dagang. eeuwigheid. Choeloed (Ar. de lijst van jets opmaken. hat ontslag geven aan eene vrouw op haar verzoek . die belast is met het opzeggen van de Choetbat. Chodjah (of Kodja) (Pert. Chidmat (Ar. enz.(Koewatir. enz. enz. Berchidmat. ontrouw. rnventariseeren. dadel. voorstelling. uitheemsche.Kawatir). vrees. rol. eon cahier jnbinden. ook reden geven tot ongerustheid. Choeloe' (of Koeloek) (Ar. zegening van Mohammed en diens nakomelingen en aanbeveling van den regeerenden vorst. Mengchawatirken. ook kwade gedachten.). een Hindoe-Mohammedaan. bedrog. Mendaftar. ook vrees omtrent lets koesteren. ook vroolijk zingers. bedienen. schrift. enz. of redevoering van den preekstoel tot lof van God. cahier. 6 9 D. dienen. Chorma (of Korma) (Pert.). eon touw om jets slaan. iemand dienen. in dienst zijn. ingeving. inval. Daftar (Ar. ongerustheid .). paradijs.). vreemde. zich iets voorstellen. beduchtheid. buitenlandsche koopman.

bloedverwant. Mendagangk®n. Dagangan ook Barang dagangan. handelsartikelen. ook klap met de vlakke hand op de kin. Dahagi. om de wond daarna door toovermiddelen to genezen . vleesch hebben. hot vijlen der tanden. plotseling komen. kuchen. Mendaham. de tanden vijlen. remand toehemmen. de borst bieden tegen jets. vleezig. (zoowel van dieren als van vruchten). Dadak. geboorte-. . borst aan borst. versmachtend van dorst . enz. Dahak. ook bloedverwant. handel. rochel. ook de borsten ontblooten . Dahak ook = Tahak. zich afsloven. tandvijl . borst. Daham (ook Dehem). kuch . Berdahak. jets dat plotseling opkomt. enz. eon dergelijke kiap geven.of aanrukken. waarmede men zichzelven of anderen doorsteekt. enz. Nama daging. Mendada. de bevelen van hooger hand tegenstreven tegenwerken. van. Dagingdarah. in haast afgedaan moot worden. ook hevige braking . goederen in commissie.laar . . Mendadak. vleesch. kwalsteren. dat met dit voorwerp gedreven wordt. versmachten van dorst. Perdagangan. Berdagang. (Deboes of Gedeboes). zie aldaar. handel drijven. Dada. men. doer als eon vreemde koopman. jets in alle haast doers. bloedverwant. Sadaging. Dagoe. dorst hebben. Mendagoe. Berdahaga.). bloedverwantschap. koopwaren. verhandelen. Berdada-dadaan. enz. Daboeng. tegen jets op. centrum eener slagorde . ook hot spel. dorst. Berdaging. onvoorzien geval. Daging. van hetzelfde vleesch. koophandel. hout (van boomers). dorstig zijn.. jets tot eon voorwerp van handel maken. gehem. eon puntig ijzer met grooten kn op. Mendahagi. enz. laten vijlen. Daboes (Ar. Samboetan dagangan. Mendaboeng. . enz.. horn. man tegen man vechten. verkoopen. vleesch en blood. gokuch.. famjlienaam. (zie ook Aoes). Dahaga. klaar maken. fluim. handelen. kin. kwalster .

Zuid-Zuidwest..enz. pannekoek. ook Berdajaken en Memperdajaken. enz. enz. met dobbelsteenen werpen . juffer. foppen. oplichten. oplichterij. bedotten. Daja oepaia. enz. groot. dobbeist. ook lichtrood.Mendajaken. ook eten. dienstdoende jonge maagd aan hot hof. bedrieger. Dadoe. eten. Tipoe-daja. door gehem aanroepen.).). (ook Pendajang of Pendajangan). struif. roeiriem. Da jang. soldaten gespeeld). mm. oplichten . eon omelet bakken. roeispaan. vastleggen. Daja. dik touw. fam. riem. om den tuin leiden. ejerstruif. Dadap. Dajah (ook Ajah). Pendaja. ook vroolijk gezang : Mendadoeng. eon eierstruif maken.. roeien. (ook Dahsat of Dahsjat). redmiddelen . spijs gebruiken. diem ook om in verbinding met Barat of Salatan. Brmain dadoe. jets to kennen geven. fopperij. op jets aandachtig maken. eon boom. verschalken. dobbelen. bedotten. schrik. bohoorendo tot de Erjthrinae. enz. Mendajoeng. Salatan daja. bedotting. eon spel met dobbelsteenen voorzien van eon pin. omelet. drie windstreken tusschen Zuid en West aan to geven . huip-. Dajoeng. Perdajaan. Baratbarat-daja West-Zuidwest . list. bedriegen. waarom zij draaien (veel in de kazerno door ml. kunstgreep. Dadoeng. ook to voorschijn komen van de maan (Mendadari). dat nog niet gemenstrueerd heeft.en andere plantsoonen veel als schaduwboom aangoplant wordt. Dadar. foppen. der Papilionaceae. lets met . Dahasat (Ar. spijs. spijs tot zich nemen. aan eon touw binders. Barat daja. Dakar (Ar. uitvlucht. vrees. bedrog. verbazing. Dadoe poeter.een. zoogster. aankonlen d meisj e. die in kofhe. bedrog. Mendadar. Daja. bedrog. verslagenheid. Mendadoe. lichtrood worden. . . ook hevig braknn. Zuidwest . nat. bedriegerij. ontsteltenis. 70 DANA. met dobbelsteenen spelen . bedriegerij. hofjuffer. hulpmiddel.

binnen. Dalalah. uitvlucht. van binnen .. eene visits maken. be. bij iemand als gast komen. bewijs. Berdajoh. brutaal. Punica granatum. binnenwaarts . mij. binnen in. hoffelijk. Daksina (ook Daksjina) (Sk. jets tot. argument. de echtbreuk zijner vrouw verdragen. hoftaal. leiding. d. Dakoe. ook naar welgevallen.). voornamelijk gegrond op den Qoran. toog. . overmoedig. enz. Zuiden. Mendalihken. Berdaki. L. DALI. hoofsch. de wajang vertooner . Daka. enz. Dalam (of dalem). als voorwendsel. gast. Daki. de kuil in het graf. die de lahad. Dalima. binnenste. naar binnen (gaan). huidvuil. betoog. vuile afscheiding den huid. Berdalang of Mendalang. wajang-vertooner . Dalal. enz. als eon tyran regeeren. Padaleman. (wij ziging van akoe. r chting. Dalang. oogluikend toelaten. diep. Dakar. dat aan de huid vastkleeft. uitvlucht gebruiken. huidsmeer. Zuid. enz. vuil. Dalih (of Daleh). ook vorstelijk verblijf . marskramer.). waarin een doode wordt geplaatst. plank. Dajoes of Dajoets (Ar. aanwijzing. enz. Bahasa dalem. Dajoh (Jay. bezoeker . vermetel. enz. voortbewegen. voorwendsel . wanneer hot woord wordt voorafgegaan door dengan. akan of een werkwoord met den causatief uitgang kan). die niets ziet in de echtbreuk door zijne vrouw gepleegd. Di dalem. ik. smerig (van de huid).eon roeiriem in hot water voortstuwen. paleis. i. Berdalih. makelaar. ook venduafslager. Mendajoes.-de .). vuil. bewijsgrond. argument. iemand. zich van uitvluchten bedienen . zijne krachten overschattend.). Dalil (Ar. . Kadalem. diepzinnig. dekt. honen. ook diepzinnige taal. enz. to bast nomen. vorstelijk verbltjf. kleinhandelaar. zich daardoor later bespotten. innerlijk. enz. binnen. enz.

De voornaamste soorten zijn : Dalima-poetih. enz.. hot met elkander over lets eens zijn. vredestichting. slecht. Damai. hars. beeindiging van een twist. Dami. slechte rosier of zeiler (van vaartuigen). ook toorts. fam. halmen den pads nadat de aan gesneden is. ringworm. Berdamai. en naam van verscheidene boomsoorten behoorende tot de pat. Delima item.w. dauwworm. bevredigen. Pendamaran. wanneer doze laatste nog maagd is. Punica granatum.granaatappel. in vrede. Rmph. nachtlicht. die tot de hersens doordringt. die verschillende soorten waarde hebbende harsen leveren . . doorschijnende hars van den Dammara albs. Mendamai. hars inzamolen. enz. vrede maken. tot overeenstemming komen. overeenkomst. van. elkander good verstaan. Daloe (Bat. een schedeiwond toebrengen. Damar. enz. fore mgrs. licht. en zulks toestaat). granatum. enz. fakkel van hars.: Mendamar. overrijp. Damps. Mendamar. in goede verstandhouding met elkander leven. vrede met elkander doen sluiten. met witte bloemen on pitten . vredestichter. plaats den inzameling. den schedel tot op de hersenen doorsplijten. beursch.). goede verstandhouding . een afspraak maken. Perdamaian. Pendamai. Damai (ook Dame of Dami). Punica PALO. afspraak. met donkerpaarse bloemen. Delima merah. langzaam door hot water gaand. van.). . twee partijen verzoenen. niet frisch meer. met elkander een overeenkomst sluiten. verzoenen. den Burseraceae en Abietineae. Damar mate koetjing. Punica granatum. vrede. enz. bevrediging. ook hars leveren (van een boom). sluiten. Damar. verzoening. M®ndamaiken. albescens. enz. (ook de boom). lamp. Damar (Soend. met roods bloemen en pitten . padistroo. hot met elkander eens zijn over de uitoefening van den coitus . ook (van man en vro .

tevens.of trekdieren). tegen elkander in loopen. Dandanan. Dana (Sk. moor. blijven. voltooien. enz. reus. aanzien. enz. Terdampar of Kadampar. enz. doen stranden. groote. en. gestrand. mevrouw. enz. verzoeven. titan. tegen den wal aangedreven. demon. hooge koperen pot. Dandan. diem. Danau (of Danoel. Dan. Danawa (Sk. aangespoeld. nabij blijven. tooien. watervlakte. aaneengesloten. naderen. stilstaand water van eenige uitgestrektheid. tegen den wal opgeworpen. viak. op hot strand gezet of gedreven.) : dang-sanak . Damping. wat tot verfr aaiing. Berdamping.= de verschillende familieleden. versiering. enz. Dang : ook gebruikt ter aanduiding van eon verzameling. titel voor eon vrouw van 72 PANG. overvol. reisvaardig maken.enz. elkander verdringen. bestendig in de nabijheid van jets of iemand. dat diem om de in eon koekoesan. opschik.). ook de laatste hand aan jets leggen. bijv. Dampar. gedrang. gereedmaken. Danam. dus als collectief voorvoegsel. op den wal geworpen. (zie dit woord) boven de opening geplaatste rijst gaar to stoomen. weldaad. en : op den wal liggend. dorpel (van eon dour) die eenigszins boven den vloer uitsteekt.vol.nevens. aanbonzen. Mendandan (ook Berdandan). enz. enz.elkander tegen hot lijf loopen. sa-pa- . min of meer urnvormige. in de nabijheid van jets of iemand zijn. tool. versieren.ook. mejuffrouw.). liefdadig.verfraaien. ook verheven zitplaats.) .met. nabij komen. . Dandang (ook Dangdang). pool. troop. schuren. bank.PANG. effen. ook een blinds bij de hand of aan eon stok leiden . weldadig. Mendamping. Mendamparken. (Bandjerm. Dang. 71 Dampak. Memdampak. opschikken. waarin hot water gekookt wordt. vastzittend (van vaartuigen enz. op hot strand zetten. nabij zijnd. juk (voor draag. vorsiering. .

to spreken krijgen. .ondiepte. ondervinden.verzand. uitvinden. Danoer. Danjoe (ook Belarak). ook : hot kan niot. mooning.. Mendaoen. ook verkri. eon droog cocosblad. hot is noodzakelijk. Pendapet. blad vormen of krijgen. Dangkalan. verkrijgen. Mendangok. Kedapatan. bladeren hebben. eon slecht. Dapat (of Dapet). hot hoofd achterover buigen. Hati dangkal. enz. to krijgen. Dangkal. ookkunnen. gevoelloos hart. met bladeren. wreed. DARA. krijgen. stinkend lijkvocht. verkrigen. gevlekt. hooren. verkromming der gewrichten (eon snort van lepra?). Pendapetan (ook Pendapet). stengel van de bloemkolf van den arenpalm en kokosboom. krijgen. onnatuurlijk hard. Dangkar. hot moot. naar jets of iemand gaan. vervlgen. enz.pat. uitvinding. Daoen (of Daon).Tiada dapat. (van de huid door eon ziekte). enz. Sial dangkal. hot tegendeel is niet mogelijk. bovinden. nazetten. zien. .). gevoelen. hot is buiten twijfel . Mendangak. Mendapat. gedeeltelijk versteend en daardoor oneetbaar (van vruchten). enz. omvat houden (van vechtenden). Baroe menda. Tiada dapat tads of Ta' dapet tads. enz. verzanding.dang-sanak = al de familieleden. . niet verkregen. .jgbaar. degeen die krijgt enz. naloopen. ondervinden. Dangkap. Dangkoeng. ontdekt. ontvangen. in zijne macht bekomen. Dangok. bevinden. bedorven. iemand ontmoeten. zich als bladeren voordoen. Poor hot eorst jets to weten komen. blad. oor- . enz. gebladerd zijn. gevat. Mendangkap. Dangak. enz Mendapatken. diep ongelukkig. enz. bank. vinden. ondiep. gevorxlon. ook elkander omvatten. . ongelukkig. loofa Berdaoen. gevangen. (Mendangkar). Dangoe (Jay. vinden. met de kin op jets leunende strak Poor zich nit staren. bevinding. ook: oprollen. houden. enz. nijdig. betrappen. verkleurd.

volbloedig zijn. bloedrijk zijn. de bloedvloeiing bij de geboorte van een kind. land. Berdapoer. Darat. verblijf. en pan van eon vuursteengeweer. wal. Dagingdarah. hang daran ja. bobbed zijn. vastlegging aan den wal. Daradjah. bloedverwant . jonge dieren van hot vrouwelijk goslacht . land. land des vredes. leeren. . kookplaats. ook bloedverwant. Sadapat-dapat. binnenloopen. middel van verbinding met. Daratan. jonge dochter. Toeroen kadarat. hetzelfde bloed. aan wal gaan. do maagdelijke staat der gezamenlijke maagden. maagd. bloeden. over land gaan. Anak dare. lieden uit ddn huffs. enz. van een. Mendarat.) . hardop lezen. gewest. ook blood hebben. vleesch en bloed. oever. Berdarat. near den wal koersen. bijv. duff. enz. jonge dochter. Sadarah. van hetzelfde vleesch en bloed. oever. uitstoelen. zoQveel doenlijk. doorlezen. ook over land reizen. enz. zooveel mogelijk. stookplaats. . Darah. Dedara. Boeroeng dare. . land. Sadapat.deel. wie niets ontziet. bloedverwant. aan wal gaan. haard. Orang sadapoer. enz. Dar-assalam. Pendarat. naar vermogen. blood. een haven enz. naar best vermogen. debar- . Berdarah. (van planten) stoeion vormen. enz.). oven. enz. moeite geven . pisang. ook jonge spruit van eon plant. . reizen. enz. voel DARA. eon aankomend meisje. wal. . Darah pengiring boedak. . blood hebben of krijgen. binnenland. zij is haar maagdom kwijt. Mendarah. vaste grond. landen. Dara. huwbare maagd . enz. kombuis. oak zich Poor jets inspannen. of Mendapoer. Tiang pendarat.. koers zetten. . eon gezin (die van dezelfde keuken gebruik waken). huffs des vredes. Mendaras. enz. Dapoer. Perdaraan. enz. woning. Dares. keuken. maagdom. meerpaal . bobbed. bamboo. enz. Dar (Ar. wat verkregen wordt. lezen. studeeren. ook stool (van planten. enz. gewone of boschduif.

driftig van aard. vloer.keeren (ook Pergi ka darat. enz. gaat hij maar spelen. bedelmonnik. enz. enz. mild. aanwenden. . (gewoonlijk Penasaran). impotent. kleermaker. een huffs met planken vloer . Mendasarken. Pendasaran. jets tegen iemand hebben. Das. enz. van wear? Dani pada. zeehoofd. in stede van. wetenschap. van. Dare (of Darai). jets als tulband gebruiken. Darmaga (of Dermaga). meer den. nafk ka darat). enz. hoofdomwindsel. kennis. van. zich over iemand to beklagen hebben. Datang (of Dateng). van af. geluid van een vuurwapen . karakter. aalmoes. gebeuren. Darmawan. groote rivier. goedertieren. tulband . enz. door. . gekleed gaan . ten gevolge van. bodem. oceaan. zie Derma. Roemah dasar papan. 7 3 das. enz. grondkleur. barmhartig. aard. Dastar (of Destar). ook omdat. Berdateng. Dani mane. Dana. Batoe dasar vloersteen . een tulband gebruiken. jets tot vloer gebruiken. liefdadig. vloer van steenen . Mendastar. dat komt er van.). gemetselde vloer. Dasar.) (ook Derma). geschieden. Hbrmat seratoes satoe DATJ. saluut van 101 schoten. Dan. breed pad. Dasar batoe. Mendarmaken. aalmoes geven . den. maken. jets als liefdegift. Berdastar. milddadig. Darmawan. zee. aan jets een vloer geven. arms geestelijke of monnik. Dani pada nzengadji is bermafn-main sahadja. met een tulband loopen. mild. aankomen. in sleds van to leeren. door. Darjah.. uit. Dardji. tot onderligger maken. Derma (Sk. kunde. natuurlijke eigenschap. grondverf. grond. komst. teleurgesteld zijn. kaaimuur. Dasar berangasan. arriveeren. langwerpige hoofddoek. Lebih dari. schot. of komstig van. stroom. snijder. bevloeren. Darwis j (Pert. . liefdegift. komen. . jets onder het een of ander leggen. of komstig van .

iemand opzoeken. enz. Mendatangi. Mendebah. Debar. open. toetreden. popeling.). stuiven. Datjin (of Datjinan). dichterbijkomen. . unster. mg Mendebar. Datoe (of Dato'). (bijv. Deboeh. Debah. overvallen. onvervreemdbaar familie-erfgrond. grootje.naderen. eischen. grootmoeder. Da'wa (ook Dakwa) (Ar. ook bezorgen. vlakte . kloAp~ van hot hart . gelijk . 7 4 DAT 0. metaaldraad.). Selamet dateng. rechtsvordering. Mendedah. bezoeken. . Dawoek. enz. dagvaarden. rechtsgeding. Iang di da'wa of Iang kena da'wa. overvallen. enz. Pendebar. ongedekt zijn. iemand in rechten beschuldigen. inktkoker (ook Tempat dawat). hell. stof . demon. vlak. betichten. slager. vordering. aanspraak . voorspoed. ontbieden. enz.tegen elkanderopwegen. gedaagde. geluk. beschuldigen. (bijv. bij iemand of jets komen. (bijv. openstaan. afloopen. schimmel.). weegstok. jets laten komen. Tanah datar. bezocht . welkom. rechtza4ak. viakiand. ijzerschimmel (paard). een vlakte. balans. Dedak. klopping (van hot hart). Mendatengken. Dattja(Daitya). Dawai. een vijand) . Berdeboeh. slachten. Dati (Sap. slachten. met jets voor den dag komen. grootvader. eon dour) ongedekt. titan. kloppen (van hot hart). Deboe. met stof overdokt zijn. in rechten vorderon. eisch. Dawat (Ar. eon schotel) . Mendatar. bestellen. Datar. beschuldigde. ook een gewicht van 125 Amst. inkt (ook Ajer dawat). reus. Pendebah. doorloopen.. zegen.). bes. in hot algemoen gebruikt tegenover zeer oude lieden en hoofden. Daulat (Ar. aanspraak maken op jets. effen. popelen. Kadatengan. fidei commix. Menda'wa. aangrijpen. gelijk in krachten. Berdeboe. eischen. ponden of 621/2 kilogr. Penda'wa of Iang ampoenja da'wa.

met elkander wedijveren (om de eerste plaats. Mendekati. vuil. Mendekemi. Mendekam. iemand voortrekken. voor. op de leer liggend. enz. Degil. oudtijds.. vorig. eon aanroeping niet beantwoorden. tegen iemand schreeuwen of gillen. Dekat (of Deket). na. jets naderen. ongeregelde troepen bevinden. voorop. enz. nabijbrongen. stil op den grond liggen. Mendekoes. enz. gereed om eon sprong to doers. aan hot hoofd. v DEKO. . Mendehoeloeken. enz. reusa. hot eorst of eerder aan lets beginners. eorst. moor. Berdedal. voorop stellen. Dedas.Dedai. droesem (ook Dedegan of Degdegan). nederhurken. vroeger. op de leer liggen. blazon. dichterbij halen. voorop stellen .). nabij. bezinksel. dat steeds gebruikt on niet gewasschen wordt). Mendehoeloel. Dehoeloe (ook Dahoeloe of Doebe). aan hot hoofd. Mendehoeloe. enz. voorheen . Dekam. voor iemand uitgaan. zich vooraan. enz. liggend op jets boron. iemand voorgaan. Dedak (of Dedak). naderbij komen. rang. bokruipen. Mendedas. ook aanhoudend manors. vooruitstreven. Debrar. nedergehurkt . dichtbij. Berdahoeloe-dahoeloean. voorgaan. smerig. afval. naderen. Mendekat. Dekil. ook kruipend of hurkend naar jets toe gaan. eon snort zwaluw. Dekoes. benaderen . enz. robust. zemelen. in vroeger tijd. in de nabijheid . zich in onregelmatige. dichtbij zijn . Mendekatken. stil liggend. .chtig (van eon mensch). onregelmatige troop (menschen of dieren) . iemand voorbijgaan. de voorkeur geven. groot. (bijv. voorheen. van good. vroeger of eerder handelen. knetteren (als van vuurwerk). (van wilds dieren). Dehoeloe kale. een. koppig. Berdekat. jets vervroogen. eon . vooraan. eertijds. onregelmatige troepen vormen. Dedak (of Boeroeng Dedali).

onverbiddelijk. Dekok. klam (van waschgoed bijv. Demam (of D emem). ook (van eon kind) stout. Delok (Jay. de achtste zijn. niet good droog. typhus. onbeschaamd. sissend geluid voortbrengon (zooals eon kat). Delapan-delapan. Berdelapan. wild. Deloewang (Jay. binnenkoorts. intermitteerende koorts. Mendeliki. Mendelapan. iemand voortdurend. leggen. met zijn achten. acht bij acht. Demamkapialoe of Demam di kapala. door eon klokkend of kirrend geluid lokken (Mendekoet). Kedemangan. deuk. ook eon heester (Bixa orellana. Demam dingin of Demam gigil.). zie Dalima. zooals eon hen. Berdelapanan. district. enz. koortsig. laten rollen . koorts. koorts hebben (ook Sakit demam). ook Demam toelang. Mendemah. waarvan de naden eon Orleans-gale of -roode verfstof geven. enz. op zieke lichaamsdeelen warmo geneesmiddelen. Delap. Delima. zien. Delapan. nat. boombast tot near dunne platen uitgeslagen. ook verschuilen. ook districtshoofdsw oning. heete koorts. f xeeren. Delik. eon dergelijk geluid maken. ingodeukt. . Demang (Soend. pappen. V DELA. titel van eon districtshoofd (in West-Java).). tegen iemand groote oogen opzetten.bij hoopenofgroepen van acht. die hare kuikens roept. Mendelokin. papier uit boombast bereid. acht aan acht. Demam oerat of Demam didalem. Delokin. enz. fam. Demek (Bat. staroogen. vochtig. Mendelik. zich verstoppen. stork aankijken. acht in aantal (zijn) . aanzien . Mendeloki. ondeugend. Mendelak-mendelik. acht. brutaal. menle.). Delinggam (of Delinggem). ). . koude koorts. vermiljoen. Demah. kUken. vluchten enz. Dekoet. de oogen onophoudelijk open sporran. der Bixaceae). de oogen wijd open zetten. Demam koera.).blazend. L.

. . op hot tijdstip.(ookMinggoe). enz. stopverf. of Berdempok.). 75 Demon (Jay. jets knellen. enz. Mendempok. Demikian djoega. in eon ledige ruimte). naden met stopverf of work dichtmaken. aan elkander hechten. Dempoel. schelklinkend. schel. gekneld.. Mendempoel. enz. laten begaan. staan. ook : bij (in eeden) . vastzittend. do eon voor of na den ander. beminnen. op dezelfde wijze. Zondag. op die wijze. eon voor eon. Demikian. Mendempet. goon notitie van jets of iemand nemen. ten tjjde.).V DEMP. opeengehoopt. bij God! Demi dilihatnja. opeendringen. dicht naast of aan elkander. gebroken rijstkorrels. Dempet. Deminggoe(Port. Dempang. iemand of jets met rust laten. toen.). aan elkander vastzitten. week.). aan elkander vastgehecht . Denai. zitten. Hari deminggoe. gedrang. enz. jets lusten. Demenan. zoodanig. dus. Demi. rakelings aansluitend tegen jets. lief. lief j e. Satoe deminggoe. Dempet. vastgehecht. Mendempet. eon week. pad (door groote dieren gevormd of door groote die- . lawaaimakend (van hot geluid van bekkens bijv. toen hij hot zag. work om naden dicht to stoppen. opeenhoopen. dicht v 7 6 DENA. Dempir. aan zijn lot overlaten. iemand mogen lijden. wag. Berdempet. Saorang demi saorang. enz. van jets houden. hol (van eon geluid bijv. insgelijks. tegen elkander vast aandrukken. opeenhooping. Demoekoet. opeengepakt. naast eikander gaan loopen. Zondag. Deminin (ook Deminken) (Bat. bevestigd aan jets. liefhebben. enz. aldus. vastzittend tusschen twee voorwerpen (Kadempet). Demi Allah. zoo. zich vast tegen jets aandrukken. Dempok. . Mendempetken.

Mendendeng. hoorbaar zijn. enz. enz. in twijfel trekken. ook en gewoonlijk Dingklik. ook de breeds oppervlakte vertoonen (van de maan bij hot op. toevallig gehoord. Mendendoe. Denda mats. Mendendang. met boats straffen .Mendondang). Berdendang. boats. lappen gekruid en gedroogd vleesch . aanhooren. vergezeld van. in zijn eentje. Dendang (ook Dengdeng). Spaansche vlieg. Pendengaran. gehoord. heimelijk liefde voor iemand koesteren. wie of wat hoort.of ondergaan). (ook Dondang. Dendam (of Dendem). met. ook haat. zonder. Mendendam birahi. wat gehoord of vernomen wordt. alleenig. heimwee hebben. jets betwijfelen. Denda. Mendendam. Dendang (of Dendang). ~aanhooren. geheim verlangen. wrok. weennoedig zijn. Terdengar. gerucht. laag zitbankje. luisteren. straf. in lappen snijden. wrok koesteren. Mendenda. Dengan sapertinja. Dengan perentah. voorzien van. doodstraf. naar behooren .zingen. Dengkelik (Jay. haat. Mendengarken. dun en lang. Dengan. Dendoe. (ook Menengar). Mendengar. vleesch aldus bereiden. hot gehoor. Dengkel. Dengan saorang din. hot gehoorde. naar jets hooren. voetbankje. wrevel. een deuntje opdreunen. alleen. . lang en mager (van mensehen of kinderen). Denak. in de zon of boven vuur drogen. eon geheim of inwendig verlangen. dwergachtig. kortbeenig. vernomen . enz. inwendig in liefde naar iemand verlangen. . beboeten. verborgen verlangen (ook in kwaden zin). hooren. op last. Dengan tiada. twijfel .ren gewoonlijk gevolgd). Dengar. Pendengar. vernomen. enz. dun van vleosch (van vruchten). aan jets twijfelen.). Sadengeran. Dendang. v DEPA. kort van beenen bij eon gewoon bovenlijf.

lief. Dengoeng. een pak slang geven. rukken. Mendengkeng. Deplek. stark. Denok (Jay. Deragem (Jay. Menderas. Depa. loopen. Dengki. die hot aas ingeslikt heeft). aanminnig. ingedeukt (van den rug) zoodat de borst vooruitsteekt. gekromd of gebogen (bijv.nijdig. D ras redjelninja. enz. gebrom . met de borst vooruit en den rug ingedeukt loopen.spiertrekking. poezelig. vademen. kastanj ebruin. Depan. mollig. Menderasken. snel. spreken. pisdrijvend middel. leeren. de afstand tusschen de toppen der middelvingers van de horizontaal in eene lijn uitgestrekte armen . Depang. Dengoes. donkerbruin (van de kleur van een paard). knorren (van varkens). snorren. ras. nijdigaard. de lucht schielijk door den news blazon. gesnor. brommen. van een visch. Dengkol. drijfmiddel. enz. sigen.knie(ookLoetoet). Menders. schokken. hij verdient geld als water. Denjoet. Penderas. ziekelijk.trekking. enz. Mendenjoet. enz. Mendengki. Dengkoel(Jav. snel.Dengkeng. gesnik. tuchtigen. Berdengoeng of Mendengoeng. lezen. Mendepa. Pen- . eon brommend geluid voortbrengen. op de knieen rusten of liggen.iemandkruiv DEPL. zie Hadepan bij Hadap. Mendengoes. gonsen. vadem.wangunstig.afgunst. onnatuurlijk. geknor . trekken met eon schok (bujv. Pendengki. lieftallig. gesnuif. nijdig zijn op iemand. enz. viug handelen. knielen. snuiven. Deras. gezwind..)..).schok. aanzetter.ruk. . zich achter een openstaande deurverschuilen. ook met uitgestrekte armen voor eene opening gaan staan. vlug. Berdengkoel of Mendengkoel. kastijden. geeselen. wangunst. bij of met vadems meten. Mendepang. iemand benijden. gegons. Dera. Mendeplek. veranellen.). enz. ook drijver. snikken. van armen of beenen).

Derma. ook iemand fusileeren. gelederenvuur. enz. in een rij.drempel. enz. Derel. gehucht. Dia. enz. rij. Dewi (Sk. i. tijd. Berdesek. eene bewoonde plants op hat platte land. Desa (Jay.). gelid .). in huffs. di gantoeng. Menderep (Jay. Berdesing of Mendesing. Menderang. tijdstip. stroopsuiker. Di. Menderel. (ook Djawata) Dewa. Mendesek.Mendering.) (ook Doesoen). enz. zie Darma. Berdia of Mendiaken. bijv. peletonsvuur. drinDIRT. 77 gen. zich dringend een wag banen. ook als voorzetsel : in. Derek (Bat. Dewata (Sk. iemand met din. opeengehoopt. dicht bij elkander. Menderekk en of Berderekken. stroomversnelling in een rivier. Hindoe-godheid. een salvo geven. Derawa (of Goela derawa). een schel klinkend geluid voortbrengen. in den 3en persoon. opeengedrongen staan. ook dicht op elkander. gelid staan . Di roemah. gesuis. Dews (Sk. enz. door jets heen.. to zamen. vlek. leeftijd. op de tafel. . Desing. inlandsch dorp. zjj. godin. rinkelen. salvo. verdringen. tusschen jets door dringen.. in een gelid naast elkander stellen. buiten de steden of hoofdplaatsen. rinkinken. gehangen (worden). getuit. te. aanspreken. Dering(ook Derang). naast elkander in een rij. die Kota genoemd worden. i. Berderek. godheid. padisnijden tegen een bepaald deal van het gesnedene in natura als loon.). Di stns media. suizen (van de ooren).). hij. op. Dewasa `Sk.). opeengedrongen. Derep. hat. to huffs . voorvoegsel tot vorming van hat zuiver passief der Maleische werkwoorden.derasan. D sak (of Desek). ook als benaming van hooggeboren vrouwen van vorstelijken bloede. d. enz. d. tuiten. stroop.dorpel(vaneen deur). Derni. ook fluiten (van den wind).).

. enz.Diakoe (Band]. eene plants bewonen. pers. Darahkoe mendidi.).. Mendiang. nietreel. beetje. koesteren. ergens verblijven.Sedikit-Sedikit. gesloten.Godzingendloven. Diam. Didi (of Didih) schuim.). ook laten begaan. Sedikit. meerschuim. aan elkander vastzittend (van de oogleden bij zieke oogen).. Berdian. Dikau (= Engkau of Angkau). u. licht. Didihlaoet. zie Haoer-biros. . ellendig. enz. Dina (Jay. opkweeken. enz. zorgen voor lets of iemand. iemand niet aanspreken. Didik. mij. langzaam aan. voornw. ook spons. ook ergens wonen. zich stil houden. oak eenvoudig jets zingend verhalen. eon bloedprijs voor eon beganen moord betalen. die niet veal zegt. Berdiam stil zijn. beetje. zieden (van water). 7 8 DIDA. enz. Berdidi of Mendidi. iemand. licht aan steken. van den 2en persoon : gij. koken. zwijger. tijd van na middernacht tot hot krieken van den dag. greintje. Mendiat.). bloedgeld. Berdikir. hosts of schadQvergoeding voor een beganen moord. opvoeden. enz. zingen. Dint (Ar. verblijfplaats. zich niet roerend. zwijgend. zie ook Dempet. enz. Dikir (Ar. Didal. enz. vingerhoed. Dina hari. ook kaars (him). inlandsch lampje.). zwijgen. jou. schuimen. Berdiang. . Dikit. stil. Mendidik. ook laatste rustplaats. gevestigd zijn.). bjj beetjes. zich bij vlammend vuur warmen. arm. Pendiam. dag . mijn blood kookt. bij vlammend vuur verwarmen. Dian. enz. die moord met geld. Dimpit. verzoenen. weinigje. Kadiaman. Mendiamkent. zoetjes aan. verblijven. behoeftig. met een licht of lantaarn loopen. Dina (Sk. Mendikir. lets of iemand grootbrengen. doen zwijgen. (Dzikir). vlammend vuur. Dida. woonplaats. den lof van God vermelden. Mendiami. zich niet verroeren. ik. Diang. licht ophebben. eon weinig. nachtlicht. jij. siertje.. bloedprijs.

zij. doen staan. Berdiri. mijn persoon.beslaping. Diner. waarnemen. Dirimoe. bediening. lets als dinding ge. Diwan kerad j aan. afschutting. zie Dingkelik. uitoefening. persoon. koud. enz. Dini dari mane datang. bevestigen. eon dinding maken. Dirikoe. manshoogte.. ambtelijk. gerechtshof.Mendjabat. aanvatten. die staat . enz. gespuis. lets koud laten worden. Djabal (Ar. behandeling.. zijlieden . zeer koud. vorstelijk hof. enz. Diwan tanah India Nederland. ook verkouden zijn. gij. kil. hot. Djabatan. borstwering. aanvatting. berg. . enz. van koude bibberen. de persoon zelf. beschot. ambtshalve. uitoefenen. lets of iemand tot dinding strekken.). enz. koude. laag en ellendig yolk. eigen. . Diwann hibab.waarneming. Mendinding. zelf. bewanding.). Mendinginken. wear komt gij (gijlieden) van dean? Saorang din. zijn (hear) persoon. ambt.. Dingin. Din. geld. koude vatten. Mendiriken. van eon dinding voor zien zijn. . raadsvergadering. enz.. gijlieden . Kadinginan. alleen. wand. ook eon vrouw beslapen. Mendindingi. Hina-dine. opstellen. laag on ellendig. Raad van State. ook album. een ambt vervullen. enz. Dingklik. ook Sendiri. muur. Djabat.goring. staan. individu. uw persoon. bouwen. Diwan (Pert. waarnemen. in 't algemeen gemunt metaal. tribunaal. Indie. achter eon dinding zich opstellen. gebergte. enz. oprichten. gouden count ter waarde van ongeveer eon dukaat. de hoogte van iemand. gepeupel. bruiken. overeind staan . Pendirian. ook Memperdiriken. scherm. dikwijls ook gebruikt voor den Zen persoon . elkander de hand geven. behandelen. de Staten-generaal. DJAD. schutsel. 1k. lichaam. Pendjabatan. enz. Dinding. hij. de rekenkamer. register van ontvangsten en uitgaven. verkoelen. Dirinja. read van Ned. opgericht zijn. Diwan segala wakil orang banjak. hanteeren.

rondreis. vastlijmen. rondventen. lets al rondgaande verkoopen.. fan aannemen. ook eon snort gebak. gebeuren.). in eon rij staan. enz. wording. land rondreizen.. eon land in alle richtingen bereizen. eon wettig. slagen. enz. met eon marskraam loopen. Aloe socotrima. degeen die rondreist. onz. voortbrengen. gelid. gewest. . voortgang doer hebben. maken. enz. geboren. eon onwettig geborene. Pendjadah. doorreis. bijbehoorend land. enz. Djadjahan. onderhoorigheid. ook zijn. Djadah (Ar. geslaagd. . Djadja. (eig. in rijen.Aloe ofucinalis Forsk. en Aloe abyssinica. gebeurtenis. Djadi. Djadjah. Mendjadja. Lamm. of hankelijke streek. telen. streek. Djadi of Mendjadi. die de gedaante van hot eon of tinder dier. Halal-djadah. ontstaan. ook : bokje. reeks. worden. enz. eon . middel ter bereiking van zeker doel. doorreizen. -. eon in de inlandsche geneeskunde veel gebruikte gomhars van eon bitters Aloe-snort. Berdjadjar. geitje.). vastzetten. Lamm.. rondventen enz. doorreizen. Mend jaboeng. Mendjadjar. lijm . gebeurd. ook streek die veel bereisd wordt. hij is mandoor.. geborene. Djadjar. Djadah. Djadja. rij. Mendjadjaken. doer worden. bereizen. in eon gewest. met koopgoederen rondgaan. aanstellen. de kunst om zoo lets to doer. doel . hot teeken van hot sterrenbeeld de Steenbok. ook hot bereizen. nut. Kedjadian. Djadam. scheppen. DC. borer. in gelederen . geschieden. hoerekind. bij v. Berdjadjaran.ook de tastzin. Djadian of Djadi-djadian. -Aloe rubescens. benoemen. d o orgaan. Mendjadiken. Haram-d jadah. echt kind . Dzadah). enz. goDJAD. Pendjadjah. ontstaan. Mendjadjah. doorgegaan. enz. Ia d j adi mandor. geworden. -opzichter . lijmen. kind. ontstaan. vastmaken. gelukken. iemand. achter elkander of naast elkander in eon rij staand . geschied. Djaboeng.

namaken. wakker maker. gelederen opstellen. waar de wacht wordt gehouden. j ong meisj e. 7 9 rij. Djagat (Sk. de bekende Turksche tarwe. wakker zijn. Djadjat. I.of staartstuk 80 DJAH. Djagabela. de wacht houden . lichamelijk buitengewoon ontwikkeld. wakker blijven om feest to vieren . Dj ad j aroh hakakil. Zea mat's.).DJAG. hoog en zwaar van postuur. slachtonij. hot heelal (ook Djagad). wachthuisje. zorgen voor. bewaken. op zijn hoods zijn. wachten. Kedjagaan. behartigen. gelid. enz. Mendjagaken. M n djadjarken. waarschuwen . slapeloosheid door to veel waken. . onecht. Djaga. en benaming van eon to Batavia (bij de algemeene pakhuizon) liggend groot kanon nit den tijd der 0. L. ook hot waken. enz. dom. waken. de wacht houden. enz. Djagal (Jay. de jonge meisjes. wafer. Djagoer. waken. bewaker. onwotend. nabootsen. de openbare scherprechter. wachtplaats. jags. van eon kanon. nagemaakt . slachter. Djagoeng. nabootsing.. onwetendheid. naaping. slager. hot bewaken. Perdjagaan. enz. verkooper van vleesch in hot klein . in rijen. feestviering .).Bat. in rijen plaatsen. Berdjaga-djaga of Berdjaga-djagaan dag en nacht feestvieren. wokken. de wergild. Djago (Jay. Djahal on Djahala. bedienen. fijn van vol. Pedjagalan. nadoen. haan. Dj ad jaroh (Mol. ook verkoopplaats van hot vleesch (in hot groot).). Nat. die naar 's lands gebruik eons per jaar gedurende een maand bij den radja moeten worked. fam. . Mendjadjat. oppassen. den Gramineae. reeks vormen . ook achter. acht geven op. slachtplaats. onkunde. die de wacht houdt. Djadjei. enz. Pend jags. wachten. enz.). Mend. Compagnie. waarvan op Java en in den Indischen Archipel verscheidene varieteiten geteeld worden. maag d . Pendjagaan.

Djajang. openbaren. leelijko ziekte . leelijk. boosheid. enz. Djaja (Sk. Djahat. slaapmuts voor bruid on bruidegom. ook valsch. Pend jahitan. naaiwork. Mendjahatken. slecht. Djahar. gemeen valsch.wangunstig. valschelijk eon koopje gevon. ook verdoemd. in zijn nopjes zijn. bemiddeld. Pend jahit. verdoemde. bot. misgunstig. Pen jakit djahat. ook vorvloeking. boos. DJAL. naaiwerk . hot kwaad.Djahalis.). Pond jahat. werkmand. verdoemohng. boosdoener. gemeen. Djajangsekar. naaister. bruidsbed. Joodsch. kwaad.enz. overwinning. kleermaker. gemeen van aard. Manisan djahe. gelukkige afloop. goods uitslag. benaming van gewapende on bereden inlandsche politiedienaren.). Djahanam (of Djahennem) (Ar. openbaar . enz. enz. kleermaker. enz. . wat genaaid is of moot worden. tailleur. kwaadaardig. enz. hel. Mendjahit.middel om iemandkwaadte doen. Mendjahilken. gelukkig. diepe put. . iemand valsch behandelen. enz. Djahoedi. verwensching. goconfijte gembor. naaister. Orang djahat. in hot geniep kwaad doen. bevoorrecht. niets weten. slechtheid. in hot ongeluk storten. kleeren maken. Djahit (of Djait). eon kwaadaardige. botterik. naaier. thans reeds afgeschaft. ook naaimand. iemand kwaad doen.. Djaka (ook Djedjaka). to gronde goricht. booswicht. Kadjahatan. naaien. aankomendo j ongen. ongehuwde j onge man. in eon kwaad blaadje stellen. Toekang djahit of Toekang mend jahit. onheil. gember (plant on wortol) . rijk. halfvolwassen jongeling. Jood. Djahe. dom. gegood. verkondigen. Djahil (of Djail). zoge. naaisel. booswicht. laag. boosdoener. Djahitan. . . onwetond. geniepig valsch. hot naaien. welslagen. domoor. laatdunkend. ook publieke vrouw (Perampoean djahat) . Mend jaharken.

begaan. Berdjalan. Berdjaloer. uitgeholde boomstam. voortbeweging. enz. Perdjalanan. Djamadjoedja. hanespoor. marcheeren. ook iets doen. ook drinkglas. Djakat (of Dzakat) (Ar. refs. klok. eon wag afleggen. duidelijk. j uiste tijd. Djamak (Bat. yore . enz. der Gramineae.). ongeoorloofde betrekking staat. uren lang. ook : juist op tijd. aard. tweeds . fam. bewandelen. horloge. Mendjamah. .. aan den gang brengen. onder wag zijn. zuivei heid eener zaak. Djamah. gang. Mend jalanken.. bestaande in eon bij de wet voorgeschreven deal van iemands good. handel en wandel. L. gaande zijn. klaar. spiegel . D jalan. verscheidene uren duren. op de Amerikaansche vlag). gaan. our. handolwijs.vrijwillige (?) bijdrage of gift in padi (of geld) bij of na den rijstoogst aan den penghoeloe der desa gegeven of aangeboden. op refs zijn. enz. Djam.. zich voortbowegen. loopende. eon vrouwelijke bediende met wie de hear dos huizes in geheime.Mend jalani. schuitje. spoor van een haan. glinsterend. enz. gestreept. Mendjalan.zuivering. over iets gaan of loopen. die als kanoe gebruikt wordt. netvlies . enz. Djaloer. den geheelen wag langs. baker. ten uitvoer brengen. aalmoes tot zuivering.). Mendjala. kanoe. Sadjalan-d jalan. waarvan de rijpe zaden veal tot voeding DJAL. handel en ~wandel. pad. y-. enz. even met de hand of de vingers aanraken . nat. darmnet. werpnet. gewoonte.ook celibatair . Djala-djala. in beweging zijn. ook streep (als bijv. voor zieken en zwakken worden gebruikt. gepolijst. Djala. Djamahan. Berd jamd jaman. voor den kost dienen. wag. reap. bewegen. loopen. in dienst zijn. ook dienen. Djaka of Pedjaka. gang. de ondergang der wereld. refs. Djaloe (Jay. network. ook : Coix Lacrifina. Djali. met eon werpnet visschen.).

waarvan drie soorten bestaan. bos. privaat. nat. Djamboe. gedoeltelijk verschuif bare brug. yonder. Jambosa albs of Jambosa aquaea. der Myrtaceaeboom met eetbare vruchten on good stork hoot. handvol . Mendjambak. Djadjamban. met . bestekamer. ook de met franjes MALEISCH-HOLLANDSCH. Djambatan of Djambatan. kakhuis. een bos.). nl. Djamal. Djamtang (Jay. trekken.. Djaman (Ar. brug.natuur. der Myrtacoae. nat. enz . Djambatan angkatan. gepast. duiker. panache. zich bespottelijk aanstellen. eon vederbos. aarden watervat. de harm uitrukken. hersenpan.). Djambak.Ked jamal ook Kedjamalan. enz. niet to verwonderen. rukken . bij de kuif vatten. Mendjambet. kuip. naar jets grijpen. Boenga sadjambak. DJAM. eon handvol bloemen. met eon ruk jets optrekken. gewoon. Djambang of Djambangan. en geneeskrachtige eigenschappon . 81 versierde zitplaats voor bruid en bruidegom. voorste deel van hat hoofd. eon in vole verscheidenheden voorkomende boom met lokkere en gezonde vruchten. vlonder . iemand aan de harm trekken . tijdstip. geoorloofd. Djamala. schipbrug. Jambosa. dat links en rechts tar hoogte van of aan de ooren bevestigd en door eep voorhoofdsplaat bijeengehouden wordt. tijd. aarden vacs. enz. Djambak boeloe. de bast wordt in de inlandsche geneeskundo tegon diarrhoea gebruikt. franjes. bloompot. fam. Djamban. Djambakbawang. ophaalbrug. bokkeneel. pot. een mal figuur maken. Djambatan sarong. Djambelang Syzygium jambolanum Rxb. Rmph. Djambatan koeroeng. naar zich toe trekken. Batoe djamala. van hot voorhoofd tot de kruin. jets of iemand bij de harm. Djambat ruk. eon bos uien. fam. enz. schodel. secreet. gemetselde bak. enz. Djamboe-ajar. eon ruiker. vleugelvormig ac e hoofds e siersel.

onthaal. een bekende zwamsoort. L. met i eurige vruchten. haarvlok om of op de kruin (bij kleine kinderon). Bark. Mart. Jambosa domestics Rmph. der Anacardiaceae. . of Auricularia Sambuci. Djamoer. nl. veal in pas bewerkte tuinen voorkomend. Anacardium occidental e. Mendjamoe of Mendjamoef. onthaal . Tot de eetbare paddestoelen. Berdjamd jan. feast. Exidia purpurascens Jungh. champignon. banket. L. Pend jamoe. iemand onthalen. enz. Djamboel. gast. Djamdjam. nat. Psidium guajava. bos van vederen. Djamboe-bol.lichtgroene. Djamoe. zwam. die veal in soepen of andere spijzen gebruikt wordt. Djamoertom. Berd j amboel. Djamboe bidj of Djamboe kloetoek. groeit . gastheer. traan . enz. Djamboe aj ermawar. rose en donkorpaarse vruchten. Jambosa vulgaris Dc.Exidia auriculae judge. jets aanwenden om iemand to trakteeren. handstoffertje van vederen. Djamoertroetjoek en Djamoer boelan. rnuizenoor. waarvan drie soorten. enz. eon kuif hebben (bijv. kuif. Djamoer koeping of Djamoer tikoes. bij droppels zweeten. die op de na de indigobereiding weggeworpen in digostengels enz. 6 82 DJAM. tranen storten. met geneeskrachtige eigenschappen. als gast behoorlijk ontvangen. die in India gevonden worden behooren : Djamoer barat. maal. met saprijke. met vole kleine pitten. iemand op jets onthalen. schimmel. fam. trakteeren . kippen).~gastmaal. droppel (uit jets to voorschijn komend). zweetdroppel. aangenaam verfrisschendevruchten. panache.. ook Koeping tikoes. met witte. pluim. paddestoel. traktatie. witte en lichtrose vruchten . j et. gastmaal. Djamoean.. -. partij. beide soorten veal op dood hout of nieuw ontgonnen gronden gevonden . Mendjamoeken. een pluim dragon. Djamboemon. Perd jamoean.

L. Djampi. bedingen. Djandji. ontuchtig. toezeggen. of spraak. zich aan eene belofte. die in de inlandsche geneeskunde veel worden aangewend. eene overeenkomst niet nakomon. zijn laatste uur heeft geslagen . waarover zulk een formulier of gebed is uitgesproken. Mendjampeken. schnftelijke overeenkomst. schietgebed. Lev. enz. bepaalde tijd. Lycoperdon giganteum. verdrag. weduwe. toezegging. . Minta d j and j i sepoeloeh hari. verbintenis. eene belofte verbreken. Batsch. Mendjangak. eon tooverformulier of gebed over eon geneesmiddel. eon gemaakte of spraak of overeenkomst houden. verbintenis. zijn bepaalde levenstijd was daar.. belofte. twee zwamsoorten. afspraak. ongebonden. achtergebleven echtgenoot na hat afsterven of na echtscheiding van den man of de vrouw. enz. eon ongebonden. . tooverformulier. raam. zich verbinden. Djampi (of Djampe). boding. Djanda. ook over eon ziek DJAN. beloven. weduwnaar. enz.Djamoer-impes. Djanda laki-laki. eon contract broken. overeenkomst. Soedah sampai djandjinja. losbandig handelen. ook maagpijn. termijn. losbandig. afspreken. Menjampaiken. weduwe .).. weduwnaar. boding. Mengobahken d jand j i. belofte. Perd jandjian.. overeenkomst. levon lijden. liederlijk enz. lichaam of eon deal daarvan uitspreken. pijnlijk gevoel in de maag tengevolge van hot to veal gebruiken van zoetigheden. zijne belofte vervullen. enz. Djanda perampoean. hot gegeven woord schenden. Djandela (Port. vervaldag. niet gostand doen. of Lycoperdon kakavu. enz. Berd j and ji of Mendjandji.of Memegang d j andji. . ook geneesmiddel. eon termijn of uitstel van tien dagen vragen . contract.. Soerat perdjandjian. contract.hoerachtig. Polyporus sanguineus. venster. en Djamoer merah of Djamoer-brama. Djangak. verbond. los van zeden. overeenkomen. liederlijk.

last af. uitmeten. DJAN. hot ank er laten vallen. beoordeeling. enz. Mendjangkar. Mendjanggoet. wijdbeens loopen. trod. spreek niet van. met den passer of met stappen. met de kin op jets rusten. afmeten. vol. hot moat. Djanganan (Jay. (de lengte van jets). Djangan takoet.~ Saoeh). Djangankan. hot moat volstrekt . wel verre van. bast. afmeting. Djangkerik. loopen met de beenen wijd uit elkaar. Djangan tiada. 83 . ook hoop. loop niet wag. Djankang. gissen. van hat vol. Dj angankan sahaia. hats. nek. anker.). enz.. Djanggar. enz. ook voorbeeld. doe hot niet. Djangkar (Jay. bapanja sendiri poem tiada di takoeti. Bat. minachting. Memboewang d jangkar. veel als snoeperjj of toespijs bij de rijst gegeten. krekel . stag. Batoe djangat. bepaling van de lengte van jets. Djanggoet. passon. woes niet bang. (gebruikt tar uitdrukking van den vetatief). passer. hanekam.). ook beoordeelen. met minachting behandelen. afpassen. den bast ontdoen.Djangan. kam van een haan. Djangan lari. gissing. keisteen. Djangga (Jay. (verg. Mendjangkah. stag. Mengadoe DJAR. Mend j angkangken. kin. Mendjangkang (of MekangI ang). model.). afmeten. villen . Djangat. ankeren . wijd open. jets wU d openen.zelfs zijn eigen vader ontziet hij niet. ook tegen jets stooten of drukken. Djangkah. laat staan. laat staan mij. (van een vaartuig) met den voorsteven op hot strand zitten Djangka. (ook en veelal) Djengger). gazette tijd. Mend jangat. een mengsel van verschillende gekookte groenten met een speciaal daarvoor gemaakte sambel. h if springende over jets heenstappn. . voorstuk of voorsteven van eon vaartuig. wijdbeens. Mendjangka. opperhuid. trade. iemand honed.

tusschenruimte. laat.djangkerik. berooven. hart. ook zingend vertellen. drilboor. besmettelijk zijn. (van eon ziekte). schuw . enz. plundered. boron.). enz. verwijderen. op eon afstand blijven. dekken. Ricinus communis. buitmaken of verklaren wat van zijne gading is. de bekende castorolieplant. wegbrengen. vertellen. Djangkit. tooveren. L. D jantan. wegleggen. met vooruitspringend voorhoofd). Djaoeh malem. lang. enz. . bespringen. op eon afstand houden. Djantoeng. laat in den nacht . Djantoek. besmette ziekte. Bat. spinnewiel. Djantoeng-ati. verre. houtboor. D jantoer. wild. Aaron . de eetbare eindkolf van den pisaz gbloesem. Mendjangkit. dock meestal voor mannelijke dieren) . Penjakit djangkit. bezweren. hoog van postuur. goochelen. vooruitstekend (van hot voorhoofd). enz. enz. mann etj e (van alle levende wezens. . Iatropha multifida : meest voor levende hagen gebruikt . Djangkoengan. zich op eon afstand houden . handboor. verwijderd. eon stad doorzoeken. enz. op een afstand van elkander. van verre. (van vrouwelijke dieren) eon mannetje hebben. raderwerk. Mendjarah. Djangkoeng (Jay. gescheiden. hartedief. Djarak. overslaan (van vuur). Berdjarak. straal van een cirkel. wiel. krekels laten vechten (eon geliefd tijdverdrijf der inl~nders). stelten. op een afstand. Mendjaoehken. Berd jantan. ook buit. Djara. Djantera. Mendjara. nat. Djarah. dor Euphorbiaceae. Mendjantani. zich mededeelen. eon huffs. 84 DJAR. hartelief. afstand. ver. Mend j antoer. Djaoeh. hartvormig. scheiden. fam. Dani djaoeh. hoog. afstand. boor. Djaraktjina. enz. (van mannelijke dieren). uit elkander doers gaan. roof. Mendjarak. met eon boor organs eon gaatje in maken. rad. Djarak. Berdjaoeh.

Djarak minjak, Ricinus rugosus Miq. evenals de twee genoemde soorten vruchten gevend, waarvan olio (meest lampolie) bereid wordt. Djaram, verkoelend uitwendig geneesmiddel voor hot hoofd; llMendjaram, hot hoofd met water natmaken, batten, daarop eon verkoelend papje, compres of ander middel plaatsen, loggers, enz. Djarang, wijd uiteen, los geweven, doorzichtig, ijl, schaarsch, zeld zaam, dun, raar, zelden, ijiheid, doorzichtigheid, zeldzaamheid, enz.; Djarang-djarang, zelden, of en toe, flu en dan; gain djarang, los geweven, doorzichtige grove, wijdmazige stof : Mendjarangken, jets los, wijd nit een maken ; in jets openingen of tusschenruimten maken; maken, dat jets doorzichtig wordt, zelden voorkomt, enz. Djaras, boa, bundel; Mendjaras, jets tot een boa, bundel of tros vereenigen, bijeenbinden, enz. Djarei, geneesmiddel, ook moede zijn, moelte, verdriet; Sakit djarei. doodziek. Djaram (Jay. Bat.), gozwollen, otter of vuil houdend, enz.; Mendjarem, (van eon wond, enz.) nog niet geheol gonezen, nog gezwollen, vuil bevattend, enz. ; en daardoor pijnlijk stekend. Djari, (ook Daridji of Djaridji), vinger; Djari tangan of Anak d jars, vinger; Djari kaki, teen ; Iboe ~d j ari tangan, Iboe d jars of D empol tangan, duim; Djari teloendjoek of -toendjoek, DJAT. wijsvinger; Djari mats, Djari antoe of Djari tengab, middelvinger; Djari mania, ringvinger; Djari kalingking of Kalingking, pink. Djariah,dienstmeisje,dienstmaagd, dienstmeid. Djaring, net om jets to vangon, sleepvischnet, groot staand net, om vogels, wild, enz. to vangon; Mendjaring, met eon net vangen, visschen, jagen, enz.; Djaring dawai, network of gags van metaaldraad. Djaro, bamboelatten, die bestemd zijn om naast elkander in eon

raam gevlochten to worden tot een beschot, enz.; Pager djaro, eon beschot, wand, afsluiting, enz. op die wijze gemaakt; Djaro, (Soend.), ook benaming van dorpshoofden in West-Java. Djaroem, naald, priem, els, wijzer (van eon horloge, compas, enz.), naald van eon buks, puntig ijzer, enz.; Djaroem pandjang, de lange wijzer van hot compas ; Djaroem pandak, de korte wijzer van hot compas; Dsjaroem aloes of Djaroem mendjait, naainaal d ; Djaroem kasar, grove naald, rijgnaald; Djaroem keras, dommekracht; Djaroem lajar, naald om zeilen enz. to naaien; Djaroem tjoetjoek, borduurnaald ; Mend jaroem, er kale grijze harm krijgen, beginners grijs to worden; Djaroeman, koppelaar, koppelaarster. Djas (Roll.), jas, buffs, frak, enz. D jasa, dienst, verdienstelijk work (tegenover meerderen) ; Wang d jasa, pensioen. Djasad, lichaam, lichamolijk, persoon (van menschen, enz.). Djati, snort, kiasse, geslacht, geboorte, echt, waar, zuiver, onvervalscht, eigenlijk, zuiverheid, echthoid, enz. ; Sad jati, in waarheid, wezenlijk, waar, waarlijk, inderDJAT. daad, enz. ; Melajoe djati, zuiver Maleisch ; Djati, ook de naam van den bekenden Indischen teak. boom, Tectona grandis, L. nat. fam. der Verbenaceae, die eon der beste en duurzaamste houtsoorten levert. D jatoh, val, wat valt, gebourtenis, strekking eener handeling, verhouding, enz. ; Mend jatoh, vallen, bankroet slaan, failliet raken, zich laten vallen, vervallen, voorvallen, neerkomen op, to staan komen op, zich bepalen tot enz. ; Mendjatohken, laten vallen, omverwerpen, eon oordeel of vonnis vellen, eon ambt opdragen, enz. ; Djatoh sakit, ziek worden ; Apakah(of Pegimanakah) djatohn ja dengan kamoe; in welke verhouding staat hij (zij) tot u? D j awa, Javaans ch; Tanah d j awa, Java ; Poelau djawa, hot eiland Java ; Orang djawa, Javaan, in

't algemeon ook inlan der. Djawab (Ar.). antwoord; Mendjawab, antwoordon, beantwoorden, to woord staan, ten antwoord geven. Djawat, (verg. Djabat), handeling, daad, wat aangevat wordt, enz. ; Mendjawat, behandelen, uitoefenen, waarnomen, aangrijpen, aanvatten, toezicht uitoefenen, enz. ; Djawatan, ambt, beroep, bediening, betrekking, post, enz., ook stoat, gevolg, geleide (van eon vorst) ; Pendjawat, ambtenaax, dienaar; Pendjawat santapan, hofmeester (bij eon vorst) ; Pendjawat poewan, drager van de sirihdoos. D j awl (ook Lemboe, saps, sampi), rund, rundvee, ook bonaming voor hot wijf je van hot wilde rund, Bos sundaicus ; ook Javaansch, Polynesisch, tot de landstaal behoorend, Maleisch, enz. ; Mendjawiken, in de landstaal, in hot Maleisch overbrenv DJEH. 85 gon, vertalen, overzetten, enz. Djawil, Mendjawil, met de vingers aanraken, met de vingers beroeren, in hot voorbijgaan jets met de vingers grijpen, vatten, afrukken enz. Djebah, van onderen breed on vol (van eon golaat) ; Mendjebah, van onderen brood on 'vol zijn (van hot aangezicht.) Djebah (ook Djebah, vogelknip, kooi om vogels to lokkon, enz. ; Mend.j bak, met zulk eon kooi vogels vangon, zulk eon knip uitzetten. Djebat, civet, civetlucht, muskus ; Minjak djebat, odour of olio, waarin muskus gemengd is. D jading, (Jay.) gemetselde kuip, bak, badkuip ; ook naar boven gekruld, opgewip t (van do bovenlip.). Djedjak, trod, stag, voetstap, trap, stomp; Mendjed jak, treden, betreden, den voet op lets zetten, met den voet trappen, met de vuist stompen. Djedjal, vol, opeengehoopt, opeengedrongen, enz.; Mendjedjal, vol. stoppen (bijv. eon matras met wol, eon kind met eten), vullen,

stoppen, dichtstoppen (van eon lek bijv.), breouwen, kalfaten, enz., oak iomand jets in de hand stoppen, enz.; Djedjelin (Bat.) Mend,jedjal, eon kind volstoppen met eten, enz. Djedjer, rij, reeks, gelid, op eon rij, in eon gelid, achter of naast elkander in eon rij, enz. ; Berdjedjer, op eon rij staan, eon gelid vorrnen, enz. ; Mendjedjer, zich in rijen opstellen, in rijen gaan staan, ook op r jen zetten, rangeeren, enz. (Verg. Djadjar.) Djegong (Jay. Bat.), ingedeukt, gat, diepte, verzakking, inzakking, bergplaats op vaartuigen voor touwwerk, enz., zeilkooi, kabelgat. Djehennam zio Djahanam. V $6 DJEL. Djeladeri, zee, oceaan. Djelaga, zwartsel, fijn root. Djelai (ook, en meestal Djeli), scherp, doordringend, ook guitig (van de oogen). Djelamoet, Mendjelamoet, zonder ophoudon doorpraten, kallen, snateren, enz. (als eon gek). Djelanak, Mendjelanak, onder water zwemmen, zich kruipond voortbewegen. Djelang, Mend jelang, wachten, op jets wachten, verwachten, zijn opwachting bij iemand maken. Djelantah (Jay.), gebruikte olio, olio waarin reeds hot eon of ander gebakken of gebraden is. Djeleh, (Jay.), van jets walgen, mislijk zijn, moor dan genoeg hebben, of keerig, vies zijn, tegenzin in jets of iemand hebben, enz. Djelek, leelijk, gemeen, ongepast. Djelema (Sk.), incarnatie, menschwording, mensch ; Mend jelema, incarneeren, menschworden, zich in eon mensch veranderen (van goden). Djelimpat, Mendjelimpat stil en viug eon zijweg inslaan. Djeloed jeer, met grove steken naaien, rijgen. D j eloem, Mend jeloem, hot lichasm of eon deel daarvan (behalve hot hoofd) in hot water dompelen. Djeloentoeng (ook Tjatjar ajar), waterpokken. Djeloepak (Jay.), (of Tjeloepak),

inlandsch lampje, kleine aarden schotel daartoe dienende, ook de geheele toestel met voetstuk. Djelodjoh, gulzig, vraatzuchtig. Djemawa, Mendjemawa, ook Mend j emawaken, zich ongeroepen, ongevraagd met jets bemoeien, zich in jets mengen, enz. Djembar (Jay.), wijd, ruim. Djember(zie Tjemer), vuil, smerig. Djemboeng, groote kom, schotol pot. V DJEN. D jemboet, haar op den venush euvel. Djemeroed of Dzamroed (Ar.) smaragd. Djemoe, goon neiging, trek of lust tot jets gevoelen, hebben, beu zijn van lets, zat, moede van jets zijn, genoeg hebben, of keer, togenzin hebben, van jets walgen, enz. Djemoer, Mendjemoer, in de zon drogen, aan de zonnehitte blootstellen, enz. ; Berdjemoer, zich in de zon koesteron. Djempana, staatsie-draagstoel, draagkoets. Djemparing, phi, pijl en bong, werpspies, ook pijltje uit eon blaasroer; M ndrjemparing, met pijlen schioten, pijlen door eon blaasroer blazon, enz. Djempo (of Djempo), (Jay.) oud, zwak, niet moor kunnen werken, enz. Djempoet (ook Djoempoet), tusschen de punten van duim on voorsten of eon anderen vinger opgenomen, zooveel als men op die wijze op kan nemen, ook ontleend aan ; Mend joempoet, op vorenbeschreven wijze opnemen, enz., ook ontleenen aan. Djempol, duim (ook Djempol tangan) ; Djempol kaki, groote teen of teen. Djenang (of Djeneng), steun, stut, post van eon dour, enz., stijl in eon beschot of wand, ook eon snort gebak. Dj endela (Port.), venster, raam. Djenderal (Hell.), genoraal. Djendol, bult,~ zwelling, opgezwollon ; Berd j endol, met bulten~ zwellen enz. Djenga of Djengak (Bat.), verlo-

gen, beschaamd, veriegen zijn, op zijn news kijken, enz. Djengat, achterover liggend; Mend j engat, achterover liggen, naar boven geopend, opgelicht zijn, enz. DJEN. Djengkk, Mendjengek, iemand uitjouwen, bespotten, enz. Djengge (Chin.), aangekleede pop, beeld of kinderen, die bij hot Chineesehe lantaarnfeest in optocht worden rondgedragen. Djengger, zie Djanggar. Djengot, baard. Djengit, Mendjengit, grijnzen, de tanden toonen, laten zien. Djengkal, span, afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten dujm en pink, of middelvinger ; Mendjengkal, met spannen meten, ook zich met spannen of sprongen voortbewegen (zooals zekere rugs). Djengkan, met eon been opgelicht; Mendjenkang, met de beenen in de lucht vallen, zitten, enz., hinken, op verschillende wijzen op eon been gaan, ook (van eon lijk) gekromd met de beenen en armen stiff naar boven gebogen, enz.; Kedjengkang met eon been in de lucht achter- of voorover gevallen, vallen, enz. Djengkol, verdrietig zijn, verdriet hebben, hot hart vol hebben, zich verbijten, enz. Djengkelit, Mendjengkelit, teals over kop, hot onderste boven, met hot hoofd naar beneden tuimelon, enz. Djengkeng, stiff (zooals eon lijk, enz.) ; Berdjengkeng, stiff zijn, worden, enz. (bij stuipen, bijv.). Dj ngkerik (meestal Djangkerik), krekel, huiskrekel. Djengkeroet (ook Mengkeroet), verward, door elkander gegroeid, (van boomwortels), ook gerimpeld, vol rimpels, verweikt, verlept, verflenst, enz., verschrompeld. Djengking, gebogen of gebukt, zoo dat hot hoofd lager of op dezelfde hoogte komt to liggen als hot achterdeel ; Mendjengking, zijn achterste in de hoogte v DJER. 87

steken on hot hoofd voorover buigen, in die houding staan, enz. Djengkir (of Djoengkir), Men djengkir, uitsteken, vooruitsteken, vooruit.pringen (met hot achterdeel in de hoogte). Djengkol, Pithecolobium bigeminum, Mrt. nat. fam. der Mimoseae, boom, wiens stork en onaangenaam riekende zaden gaarne gegeten worden. Djengok, Mendjengok, met uitgerekten teals naar lets ktjkon. Djengol, Mendjengo1, (ook Mentjongol), met hot voorste gedeelte uit eene opening to voorschijn komen, hot hoofd nit eon opening steken, enz. (bijv. van eon slang, die haar kop uit haar hol steekt. D jenoe (of Toeba), Pongamia volubilis, Z. on M. nat. fam. der Papilionaceae, eon slingerplant, wier stengels en wortels veel gebruikt worden, om visschen to bedwelmen en zoo gemakkelijk to vangen. Mendjenoe of Mentoeba, vischvangen met toeba. Djentik, knip met duim en eon der vin ors, sprong van eon vloo, enz. ; Mend j entilk, met duim on vinger knippen, vatton, ook springen (van eon vloo). Djenti, Mendjentil, met den vinger tegen lets knippen, met den a gs den duim vooruitgestooten vinger tegen lets slann, tikken, knippen, onz.~Zie Djentik. Djepit, Mendjepit, knellen,nijpen, toeknijpen, omkneld houden, enz., Djepitan of Pendjepitan, klem, knip, nijptang. Djera, afgeschrikt door tegenspoed ; Mendjeraken afschrikken. Djerabai, in flarden (bijv. eon zeil). Djerah, in overvloed voorkomen, algemeen voorkomen, heerschen, enz.; Pen jakit d jerah, epidemie. Djerahab, plat op den grond, plat voorover, met uitgestrekte armen v 88 DJER. voorover vallen, enz.; ook vallen, bankroet slaan, failleeren, enz. Djerahan, (Pout), onderhoorige, onderhoorigheid. Djerait, Mend jerait, zich aan jets vasthechten (zooals eon slinger-

plant aan eon muur buy.). Djeram, snelle afloop van water van zekere hoogte, waterval, stroomversnelling. Djerambah, plants in eon Maleisch huffs, waar de potten met waschwater staan; op Java ook hot middonvertrek en de opgehoogde vloer in eon pendapa enz. Djerambai, in menigte los neerhangen (van luchtwortels,~ enz.) Dj erambang (ook Api d j erambang), dwaallicht. Djerami, platte vezelachtige banden of draden om de pitten van den nangka, enz. Djerang, Mendjerang, vloeistof fen op hetvuur zetten,om to koken. Djerangkang, met de beenen en armen in de lucht op den rug liggend, vallend, enz. ; Mend jerangkang, op die wijzo liggen, vallen, enz. Djerangkong, eon spook, dat zich meestal in de gedaante van eon mageren zwarten hond voordoet. Djerat (meest Djirat of Djiret), strik, strop, knoop, bindsel, lus; Mend j erat, strikken, in eon strlk, of lus vangen, vastknoopen, vastbinden, enz. Djerawat (ook Djeriawat), klein puistje, z.g. liefdepuistje op hot gelaat, Djerawat batoe, klein steenpuistje. Djerba, Mendjerba, eon vaartuig aan lij doon overhellen. Djeredjak (ook Radjek), dunne houten of latten, stutten, tusschenstijltjes, enz. waartegen eon bewanding gespijkerd of bevestigd wordt. Djerekit, klein, kort, gedrongen, dwergachtig. v DJER. Djerenlpak,Mencjerempak,zich onverwacht tegenover elkander bevinden (bU hot omslaan van eon hook, buy.). Djereng (Bat.), school, loensch, ook uitgespreid, enz. ; Mend jereng, school, loensch kijken, zien, enz., ook lets (bijv, eon stuk linnen) uitspreiden on tegen hot licht houden, enz. Djerit, schreeuw, gil; Mendjerit, schreeuwen, gillen ; M nd jeritdjerit, aanhoudend, herhaalde-

lijk schreeuwen, gillen enz. ; Pend jerit, geschreovw, gegil, ook sc;hreeuwer, schreouwleelijk. Djernih, holder, zuiver, klaar, rein, doorschijnend. Djeroeboeng, eon boven hot dek uitstekende roof of afdakje op inlandsche vaartuigen; Mendjeroeboeng, van zulk eon roof voorzien zijn, ook op eon hoop liggen, eon hoop vormen (van lading b jv.) in eon hoop verzameld zijn (bijv. van bijen). Djeroedjoe, Dalivaria obracteate, Juss. nat. fam. der Acantaceae, eon moerasplant, wier wortels bij beri-beri on vergiftige wonden worden aangewend (uitwendog) on b j buikp,jn (inwendig). Djeroek, algemoene benaming voor de tot de nat. fam. der Aurantiaceae behoorende citroen-, oranjeappel- en pompelmoessoorten, waarvan de meest bekenden zijn, o.a. Djeroek asem, Citrus medics, L., die de gewone citroen geeft; Djeroek bali, Citrus decumana, L. de pompelmoesboom ; Djeroek banten, Citrus aurantium, L. var. microcarpa, die de bekende kleine vorscheidenheid van sinaasappelen geeft; Djeroek limoh of limau, Citrus limonellus, Hassk. var. amblycarpa, die veal bij sambel wordt gebruikt ; Djeroek mania, Citrus macracantha, Hassk. de bekende zoete v DJER. citroensoort ; Djeroek nipis of --tipis, Citrus limonellus, Hassk. var. ox;ycarpa, de bekende lemmetjes; Djeroekpoeroet, Citrus papeda, Hassk, wier bladeren eon aangenamen geur hebben ; Djeroek tangan, Citrus sarcodactylis, Sbld. met zonderling gevormde vruchten, enz. eroem, Mend j eroem, op den bulk liggen (zooals paarden of honden met de pooten min of moor gestrekt en bij elkander, of als eon tijger, die op de loer ligt). Djeroemat, Mendjeroemat, met de naald stoppen. eroemoes, Mend j eroemoes (Bat.), met hot aangezicht voorover vallen ; Kad jeroemoes, met hot aangezicht voorover gevallen.

Djerongkong, op handen en voeten l o op end ; Mend j erongkong, op handen en voeten loopen. Djiad, geweld, dwang; Mendjiad, geweld aandoen, dwingen. Djib (Eng.), kluiver, kluiverzeil. Djibah, op vole plaatsen voorhanden ; BBrdjibah, algemeen verkrijgbaar (van koopwaren). Djidar, liniaal, lijn, streep. Djidat, voorhoofd. Djid ji, vies, vies van jets, van lets walgend ; Mendjidjii, mendjidjiken ; lets verfoeien, vies van lets zijn, van lets walgen, of keer hebben, enz. Djigoer, koffiedik. Djika, Djikalau, Djikaloe, als, indien, wanneer, zoo, bijaldien, ingeval, voor hot geval dat, gesteld dat, al is, ware hot; Djika begitoe sekalipoen, al is hot ook zoo, enz. Djila-djila, de hartzak, hot perjcordium. Djilat, lik ; Mendjilat likken, aflikken, enz. Djilid, band, deel (van eon book) ; Mendjilid, inbinden. Djimat (Ar.), talisman, amulet, tooDJIN. 8 9 vervoorbehoedmiddel, enz. ookk zuinig, spaarzaam, huishoudelijk ; Mendjimatkn, spaarzaam met jets zijn, bezuinigen. Djin (Ar.), genius, gees,, daemon. Djina (Ar.), ontucht, overspel, echtbreuk, hoererij ; Berd jina, zich aan ontucht, hoererij, overspel schuldig maken. D jinak, mak, tam, gedwee, volgzaam, getemd, gemeenzaam, gezellig ; Berdjinak, tam, mak, gemeenzaam, volgzaam, gezelligzijn, enz., ook zich op zijn gemak gevoelen ; Mendjinakken, tam maken, temmen ; Mend jmaki, eon dier door voortdurend erg dagelijksch bezoek enz. aan zich wennen, gewend maken, enz. Djinaka, kluchtig, geestig, boertig, grappig ; Mendjinaka, zich kluchtig, enz. voordoen, grappen maken ; darter, aardig zijn, enz. Djindjang, Blank, lang (van den hals), zwanenhals, enz., ook bestuurder, opperste (van goesten), geestenbezweerder, enz. Djindjit (Bat.), Berdjindjit, Men-

djindjit, op de teenen loopen, om niet gehoord to worden. D jingga, oranje, oranjerood, oranj ekleurig, enz. Djinggang, dun, Blank (om hott middenlijf ), fijn van taille. ingke, Berd j ingke, Mend j ingke (Bat.), op de teenen zachtjess loopen. Djingkir, lang uitsteken, vooruit. springen, vooruitsteken. ingkoe, Berd j ingkoe, Mendjingkoe, de hand uitsteken. Djin kerak, Berdjingkerak, Mendjingkerak, huppelen, springen, bokkensprongen maken, hinken. Djingkong, hok, , ook aardluis. Djinis, (gewoonltjk Djenis), geslacht, stam, snort, genus, slag ; Djinis perampoean, vrouwelijk geslacht ; Berdjinis, in soorten '90 DJIN. voorkomen, enz. ; Roepa roepa djinis, veelsoortig, allerlei snort; Bad jinis, van een soon, van eon geslacht, enz. Djinten of Djinten, Carum carvi, L. net. fam. der Umbelliferae ; de gewone karwei of kummel in den handel ; Djinten poetih, Cuminum Cyminum, L. hot komijnzaad; Djinten item, Nigella sativa, L. de zwarte kummel. Doze drie aromatische zaden vindt men in alle inlandsche apotheken. Djiret, zie Djerat. Djiroes, Mendjiroes; zacht besproeien, besprenkelen, begieten. Djisim (Ar.), lichaam, substantie, ook lijk, kreng. Djitak, Mendjitak, met de knokkels van de hand jemand op hot hoofd slaan. Djiwa (Sk)., leven, ziel, ook fig. als woord van liefkozing, bijv. Djiwakoe, mijn leven, mijn ziel, mijn liefje, enz. .Djiwit, Mndjiwit (Bat.), knijpen, eon kneep geven. Djobong~ (Bat.), hoer, straathoor, slot ; Berdjobong, als eon hoer, enz. leven, handelen, enz. ; Mendjobong, zich met straathoeren afgeven, enz. Djodo, geluk, lot, gelukkig (vooral in liefdezaken), ook pear, koppel, wederga;Soedahdjodonjabegitoe, hot is eenmaal ztjn geluk, zijn

lot; Katemoe d jodon ja de persoon vinden die eon geschikte wederhelft mag heeton, met wie men eon pear ken vormen; Berdjodo, geluk hebben, gelukkig zijn. Djoebah (Ar.), lang opperkleed, tabbaard. Djoebin(Jav.), vierkante vloersteen, vloertegel. Djoeboer (of Doeboer), ears, achterste, anus. Djoedas, Judas, valschaard, stokebrand, lasteraar, valsch, valsch van aard, enz. DJOE. Djoedi, dobbelspel, hazardspel ; Mendjoedi of Berdjoedi, met dobbelsteenen spelen, dobbelen, grof spelen; Mendjoediken, met jets dobbelen, jets verdobbelen ; Pendjoedi, dobbelaar, speler ; Perdjoedian, dobbelplaats, ook hot dobbelen. Djoedja, Mendjoedja of Mendjoedjah, den grond pollen, zie Doega. Djoedjai, Mendjoedjai, op eon afstand bestoken (met kogels, pijlon, enz.) Djoedjoel, wet boven de oppervlakte van jets uitsteekt, wet boven of buiten jets uitsteekt, paalstaketsel, palissade, heiwerk, enz. boven water, enz ; Mendjoedjoel, boven jets uitsteekn, verheven zijn, enz. Djoedjoeng, Mendjoedjoeng, eon kind inbakeren, in doeken winden. Djoedjoer, bruidschat, geld dataan de ouders der bruid betaald wordt. D j oed joet, ruk ; Mend joed, joet, trekken, rukken (zooals eon visch aan de lijn, enz.), met rukken near zich toe trachton tehalen,enz. Djoega (ook Djoewa), ook, insgolijks, eveneens, zelfs, zeker, toch, evenwel, alleen, juist, slechts, enz. D joekang, Mend, joekang omverwerpen, omvergeworpen worden, omslaan, omvallen, omgestooten worden. Djoekoeng (Jay.), bootjo, kanoe, klein vaartuig, van voron on achteren geltjk gevorm j. Djoekoet (Soend.), gras, grassoort, ook allerlei toespijs bij de rijst. Djoelai, uiteinde, punt van eon tak of twijg.

Djoelang, Mendjoelang, zich boven jets opheffen, verb effen,schrijlings op de schouders van iemand zitton, enz., ook jets op den nek dragon, enz. Djoelai, lengte; Sadjoelat kapal, DJOE. de lengte van een schip, scheepslengte, enz. Djoeli (11011.), Juli. Djoelig (Jay.), stout, ondeugend, gemeen, valsch. Djoelik, peperhuis van bladeren, enz. om bloemen, enz. or in to bewaren; Mendjoelik, bloemen in eon peperhuisjo doen, dragon, enz. Djoeling, loensch, school; Mendjoeling, school zien; Mendjoelingi, iomand school aankijken. Djoeloeng, tegen hot invallen van den avond of tegen hot aanbreken van den dag geboren (worden), ook begin, eersteling, de spitse nebbe van eon vaartuig, enz. Djoeloeng-d j oeloeng, eon snort zeevisch met puntigen bek. Djoeloer, Mend joeloer,recht voorof achteruit steken, met hot hoofd vooruitschuiven, enz. ; Mendjoeloer lidah, de tong uitsteken. Djoemaat, bijeenkomst, vereenigin g (in de moskee); ook gemeente. Malka masing-masing dengan d j ema ,tn j a toeroenlah, en ieder ging met zijn gemeenteleden (gezellen van dezelfde gemeente) aan wal ; Hari Djoemaat, dag der bijeenkomst (in de moskee), Vrijdag; Malem Djoemaat, de nacht van Donderdag op Vrijdag, Donderdagavond, Donderdagnacht. Djoemadil'achir, de zesde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemadil'awal, de vijfde maand van hot Mohammedaansche jaar. Djoemantara, firmament, hemel. Djoemlah, som, geheel, optelling, ook zin, volzin, zinsnede; Mendjoemlah, eene optelling maken; Mend j oemlahken, optellen, de som van eenige getallen zoeken, opsommen, enz. Djoempa-Berdjoempa, elkander ontmoeten, tegenkomen, aantrefDJOE. 91

fen, ook bezoeken on thuis vinden, Mend joempa, jets ontmoeten, tegenkomen, aantreffen, ondervinden. Djoemplang (Jay. Bat.) (of Djompelang), aan eon kant scheef, lager dan aan de andere zijde, wip, schommel; Djompelangan, wip, schommel; Berdjomplang, aan de eene zijde scheef, lager zijn, hot evenwicht vorliezen, schommelen; Mendjompelang, schommelen, mop eon wip zitten. Djoemperit (Jay.), met hot hoofd voorover tusschen de beenen, in eon hook gedoken; Berdjoemperit, Mendjoemprit, met hot hoofd voorover tusschen de boonon doorkijken, aldus een luchtsprong maken, hals over kop vallen, enz. Djoempoet zie Djempoet. Djoen ~Jav.), groote, nauwhalzige aarden waterpot, kan, lampetkan, waterkaraf, ook (vulgair) bijslaap, bespringing; Pandjoenan, pottebakker, maker van djoens, plaats waar doze potten gebakken worden, ook hoerehok, bordeel. Djoendjoeng - Mendjoendjoeng, op of boven hot hoofd brengen. zetten, dragon, eerbied of hulde bewijzen, ook ophemelen, in de hoogto heffen, enz. Djoeng, eon chineesch vaartuig, jonk, ook eon vlaktemaat van verschillende uitgestrektheid. D j oengit, Mend joengit, naar b o ven gekruld, opgewipt (van de bovenlip. Djoengoer,(ookTjoengoer), vooruitstekendo snuit, snoet, mond, ook snob, voorsteven, enz. Djoera, buiging, reverentie, plichtplegmg ; Mend j oera, eon buiging, reverentie maken. Djoeragan, gezagvoerder,schipper, ook bass, rneester, heer, gebieder, chef. 92 WOE. Djoeran, buigzame lange stole, hengeiroede, veerkrachtige staf, enz., ook toevoegsel, toebehooren. Djoerang, opening, kreek, doorgang, kloof, bergkloof, ravijn, enz., oak totebel (vischtuig). Djoering (Jay. Bat.), schijf, (bijv. van eon d j eroek of manggis).

Dj oerit, oorlog, Prad joerit, krijgsman, soldaat, ook benaming van gewapende politiesoldaten. Djoeroe, wie over lets gesteld, wien jets als ambt opgedragen is, enz., ook de staken in eon pager of homing, die doze rechtstandig houden ; Djoeroe-toeliss, schrijver, klerk; Djoeroebasa, of -bahasa, tolk; Djoeroemoedi, stuurman, ook roerganger; Djoeroekoentji, sleutelbewaarder, portier; Djoeroe tinggi, aan wien hot toezicht over de zielen, enz. is opgedragen, bootsman, enz. Djoeroes, streep, rechte ltjn, rechtuit, ook wijie, pons, oogenblik; Mendjoeroes, iemand in eon rechte lijn voorttrekken, voortsleepen, organs heen koersen, eene richting volgen, recht op eon doel afgaan, ook eon straal water op jets laten vallen, enz.; Sadjoeroes, eon oogenblik, in eon oogenblik, even, eventjes. Djoeroeh, stroop. Djoesta ook Doesta, leugen, onwaarheid, onwaar, niet waar, leugenachtig, enz.; Mendjoesta of Berdjoesta, liegen,~ eon onwaarheid vertellen ; Mend joestaken, iemand beliegen, eene onwaarheid vertellen, enz. Djoeta (of Joeta), millioen; Berdjoeta, bij miliioenen, ult millioenen bestaan, enz. Djoewa, zie Djoega. Djoewab, zie Djawab. Djoewadah, mondbehoeften, provisie, levensmiddelen, ook zeker gebak van rijstenleel. DJOH. Djoewal, Mendjoewal, lets verkoopen, ook van eon naam, enz. misbruik maken; Mendjoewal name orang, van iemands naam misbruik maken, ter verkrijging van hot eon of ander doe!; Djoeal bell, koopon en wader verkoopen, kleinhandel drijven; Djoewalan, wat verkocht, to koop aangeboden wordt, koopwaren, enz. ; Berdjoewalan, warm to koop aanbieden, verkoopen, koophandel drijven ; Mendjoewalken, iets~voor iemand verkoopen, enz.; Berdjoeal, van hot verkoopen eon bedrijf maken,

bijv. Berdjoeal koeda paardenhandolaar zijn ; tegenover Mendjoeal koeda, (eon enkelen keen) eon paard of paarden verkoopen. Dj oewawoet(beterDjawawoet), Panicum italicum, L. hot bekende panikkoorn, walks fljnkorrelige zaden zeer smakelijk en voedzaam zijn, dock meest aan kooivogels wordt gegeven. Djoewet (ook Djambelang), Syzygium jambolanum, Rab, middelmatige boom met eetbare vruchten en eon good timmerhout. Djoewita, bekoorlijk, lief, lieflijk, (als vocatief of lief koozingswoord ), ook schat, angel, dot, liefje, enz. ; Tall djoewita, z jden snoer. Djoez (Ar.), gedeelte, hoofdstuk, afdeeling (inzonderheid van den Qoran, die in 30 djoez is vordeeld.) Djodjok (Jay.) geschud, schudding, schudden, ook draven (van eon paard). Djogan, vloer, opgehoogde vloer, plaveisel, ook draagstoel, draagkoets en staatsieteeken. Djoged (Jay.), daps, dansmeid; Mendjoged, op de inlandsche wtjze dansen, enz. Djohar, Cassia florida, Vahi, nat. fam. der Papilionaceae, boom, die veal als schaduwboom fangs de DJOH. wegen aangepla,nt wordt en een snort wit ijzerhout, dat voor bouwwerk ge~chikt is, levert. Djohari (of Djauhari), juwelier, ook ervaren, kundig, bedreven, wezenlijk, natuurlijk, kloek. Djolok (of Tjolok), Mendjolok, Mentjolok, Menjolok, met jets longs (bijv. een vinger, een stok, enz.), naar of in jets steken, jets ergens uit- of afsteken, enz. D j and jot, Mend j and j ot, van jets, dot in elkander verward zit (zooals bijv. gekorven tabak), een deal, viok, greep, enz. wegnemen, uittrekken. D j ongkar, D j ongkar-d jangkir, ook D j ongkang-d jangking, verward, door elkander in alle richtingen uitsteken (bijv. van een hoop houtwerken,die niet opgestapeld, moor dooreen gegooid zijn). Djongkat, in een stomperi hoek omhoog stekend (zooals bijv. de

penis in erectie); Berdjongkat, in die positie komen, enz. D jongkok (Jay.), op de hurken zitten, hurken. Djongkong, schuit, kanoe, schuitje van tin of ijzer, ook zeker gebak, en sours gebruikt = Djongkok. Djongos (loll.), jongen, bediende, huisbediende. D jorok (of D j orog) (Jav.Bat.), vuil, smerig, niet zindelijk, telkens een groote behoefte moeten doen of doen, enz., ook scoot, duw, enz.; Mend j orokken, D jorokin, iemand een duw geven, zoodat hij vooruitschuift, enz. Djotos, stomp, duw met de vuist, vuistslag ; Mend jotos ; met de vuist slaan, stompen ; Mend jotosken, Mendjotosin, iemand vuistslagen toedienen, enz. Dlaif (Ar.), zwak, broos. Dlamma (Ar.), hat Arab. klinkerteeken tar aanduiding van den o- of oeklank. Doa (Ar.), gebed, schietgebed, zeDOER. 93 genwensch, aanroeping, afsmeeking van goad of kwaad, ook formulier bij of over eon geneesmiddel gepreveld; Mendoaken, eon gebed voor iemand doen, opzenden, eon zegenwensch voor hem uiten, ook eon formulier of schietgebed over een toe to dienen medicijn iiitspreken, zulk eon gebed over een zieke proveion, enz. Doang (Bat.), enkel, alleen, slechts, mats anders don. Doberak (Bat.), defect, met gaten, bouwvallig, vervallen, enz. ; Mendoberak, jets (eon homing, enz.) doorbreken, intrappen, uit elkander halen, verbreken, enz. Doberak, Mendoberek of Mendoberak, op hol slaan, aan den haal goon, enz. (van eon paard met eon voertuig bijv. achter zich). Doble (Jay. Bat.), (van de lippen) breed, dik, omgekrui d. Dobol, door en door hol, doorboord, met gaten, ook verzakking van de baarmoeder. Dodol, een snort gebak. Dodor, niet passend, to groot, to wijd (van eon kleedingstuk) ; Mendodor, Mendodoran, to wijd zijn, als eon zak aan hot

lijf zitten (van kleedingstukken.) Dodot (Jay.), long en breed beenkleed dot bij zekere gelegenheden op bepaalde wijze gedragen wordt. Doeboer, zie Djoeboer. Doeda (Jay.), weduwnaar. Doedoek, (sours Mendoedoek), zitten, gezeten zijn, wonen, gevestigd zijn, zich ophouden, eon rang bekleeden; Mendoedoeki, ergens op zitten, - gevestigd zijn, -- wonen, bewonen ; Mendoedoekken, iemand uithuwelijken, gevestigd doen zijn, ergens plaatsen, enz. ; Hedoedoekan, zitplaats, woonplaats, rang, ambt, betrekking. 9 4 D OED. Doedoel, dot, ook hengel, die met hot aas (meest een kikvorsch) schokkend over hot water heenbewogen wordt ; Mendoedoel, eon dot in den mond brengen, ook op bovenbedoelde wijze visschen, hengelen. Doega, peillood, ook gedachten, vermoeden, enz. ; Mendoeg'a, pollen, met hot peillood meten ; fig. ook doorgronden, denken, vermoeden, enz. Doegal, misselijk. Doegang, Mendoegang, met eon touw vastbinden, vastzetten, beletten eon andere richting to nemen (zooals eon boom, die gekapt wordt en in een bepaalde richting moot vallen). Doejoen-Berdoejoen, achter elkander aankomen (van schepen in een haven b v.). Doejoeng, zeekoo ; Ajer mate doejoeng, tranen van eon zeekoe, eon toovermiddel om wederliefde to wekken. Doek (Jay.), (ook Id,joek (Soend.), of indjoek), de harige vezels van den axenpalm ; Tall doek, touw, daarvan gemaakt. Doeka, verdriet, smart, kwelling, gemoedsaandoening, met smart, hood, droefheid, enz. ; Doeka tjita, verdriet, smart, droefheid, enz. Doekana, wellustig, wulpsch, onzedelijk, ontuchtig, enz. Doekoe, Lansium domesticum, Jack. hat. fam. der Meliaceae, hooge boom met lekkereo en gezonde vruchten, en good timmer-

hout leverende. Doekoeh (Jay.), gehucht, nedorzetting, buurt, hofstede. Doekoen,inlandsch geneeskundige, zoowel man als vrouw ; Doekoeh beranak, ook Doekoeh bail, vroedvrouw: Doekoeng, Mendoekoeng, levende wezens op den arm of op den rug dragon. DOER. Doelang, houten presenteerblad, ook de w jze waarop hot eten in den mond van eon jong kind gestopt wordt ; Doelang-doelang, mars, zaling ; Mendoelang, eon kind to eten geven, door hot 't eten in den mond to stoppen. Doelang (Bandjerm.), mijnput, uil graving voor hot zoeken naar erts, enz. ; Mendoelang, uitgraven, ontginnen (om naar ertsen to zoeken) ; Mendoelangi, lets uitgraven, - ontginnen, enz. ; Pendoelangan, mijn, uitgraving, ontginning (van een mijn). Doelapan, zie Delapan. Doeli, stof ; Doeli toewankoe, hot stof der voeten van mijn gebieder ; Kabawah doeli, onder hot stof der voeten (van den vorst). Doengkoel, benedenwaarts gebogen, krom on naar beneden hangen (van de horens van eon buffet, enz.). Doenia (Ar.), wereld, hot wereldsche, hot tegenwoordige,schatten, rijkdommen, enz. Doega, wierook ; Berdoepa, zich zelven bewierooken, in den rook van doepa zitten ; Mendoepa, bewierooken, lets met doepa berooken, enz. ; Perdoepaan, wierookvat. Doerdjana, slecht, gemeen, laag, boos, bedorvon, verdorven, onedel (van aard), booswicht, boosdoener, slecht mensch, enz. Doeren (ook Doerian), Durio zibethinus, L. hat. fam. der Sterculiaceae, hooge boom met lekkere dock stork riekende vruchten. Doerhaka (Sk.) (of Doeraka), ongehoorzaam, ontrouw, wederspannig, afvallig, zondig, ongehoorzaamh eid, zonde, enz. ; Berboewat doerhaka of Mendoerhaka, wederspannig, ongehoorzaam, enz. zijn, eon zonde begaan ;

Pendoerhaka, wederspanneling, ongehoorzame, zondaar, enz. DOER. Doers, doom, st.ekel, graat ; Berdoeri, gedoornd zijn, stekels, hebben, vol graters. Doerias, gebloemd fijn neteldoek. Doeriat, rang, trap, graad. Doesin (Holl.), dozijn (ook Loesin). Doesin (Bat.), (of Doesi), Mendoesin, wakker worden, ontwaken, slaapdronken opstaan of wakker worden. Doesoen, dorp, gehucht, ook dorpsch, boersch; Perdoesoenan hot platte land. Doesoen of Doesong (Mol. Dial.), tuin, boschtuin, tuin in 't bosch, (vergel. Kintal). Doesta (ook Djoesta), valsch, niet waar, onwaar, leugenachtig, leugen, onwaarheid, enz. ; Mendoesta, ook Berdoesta, ears leugen vertellen, liegen ; Mendoestai, iemand beliegen, ook foppen, bedriegen, enz. ; Mendoestaken, jets voor valsch verklaren, logenstraffen, enz. ; Pendoesta, leugenaar. Doeta, bode, afgezant. Doewa, twee; Berdoewa, met zijn tweeen (zijn) ; Mendoewa, de tweeds zijn, ook jets met zijn tweeen doers; Doewa-doewa, beiden, alle twee, ook twee aan twee; Kedoewa, tweeds, de (hat) tweeds, ten tweeds, enz. ; Doewabelas, twaalf ; Doewa poeloeh, twintig; Doewa ratoes, twee. honderd; Doewa riboe, twee dujzend; Doewa lakes, twintig dujzend; Doewa keti, twee honderd dujzend ; Doewa joeta, twee millioen. Doewai (meest Ipar of Ipar doewai), zwager. Doewit (Ho!!.), dust, geld. Dogol, plat (van hat hoofd), plathoofdig, ook bot. Dojan, belust op, verlangend naar, lusten, van jets houden, naar jets verlangen, belust zijn op jets. Dojong, scheefstaand, bouwvallig, DOSA. 95~ enz. (van eon huffs, enz.); Berdojong. Mendojong, scheef-

staan, hellen; Mendojongken, over jets hears hellen (btjv, van eon scheef staanden boom overeen huffs). Doktor, dokter, geneesheer. Dom, naald ; Pandoman of Pedoman, compas. Doman, aandeel in jets; Tiada,. doman of -- kadoman, gears aandeel in of van jets krijgen. Domoel, snujt, snoet. Domba, schaap. Dompet, lederen taschje, geldtaschje, portemonnaje, sirjhzakje, ports-cigares, enz. Dondong, Mendondong, wegdragen, wegbrengen. Dong (Fr. Bat.), dan, toch; .Apes dong, west dan, west is hot dan ? Dongak, naar boven opgelicht; Mendongak, met hat hoofd achterover naar boven ktjken. Dongeng, fabel, vertelling, legende, enz.; Mendongeng, een sprookje, fabel, legende, enz., verhalen (gewoonlijk half zingende). Dongkang, pad, groote kikvorsch. Dongkel, koevoet, werktuig om jets uit den grond to stooten, enz. ook sets, dat in den grond zit er met een koevoet enz. uithalen, uitdrukken, uitwippen, enz. Dongkerak, dommekracht; Mendongkerak, met een domme kracht optillen, jets uit zijn verband rukken, enz. (ook Dongkerek Mendongkerek). Dongkol, misvormd, krom, enz. ook sptjt, wroeging, enz.; Mendongkol, spijt hebben, zich ergeren, zich verkroppen van ergernis, enz. Dorong, stoot, duw, douw ; Mendorong, voortduwen, voortschuiven, vooruitstooten, ook jets dat in beweging is en stil moat staan, togenhouden, enz. Doses (Sk.), zonde, misdrijf, misdaad, ~6 DROB. overtreding, schuld ; Berdosa, zondigen, schuld hebben, eon misdrijf plegen, enz. ; Apatah dosan,,ja, wat is toch zijn (haar) misdrijf ? Drobos, door eon homing, hang, hog, enz. sluipen, kruipen, binnendringen (ook Mendrobos). Dzaib (Ar.), gebrek, ondeugd. Ebek, zeil voor eon dour of raam

. uitmeten. moeder. punt. enz. enz. afweren. Edan (Jay. ook Boelan besar of Boelan had ji. Emak (ook mak of ma). enz.). gevlochten stokpaarden. Elang. bevallig.ek. enz. dienende bij zekere vertooningen. ook in eon draf voortloopen. Elok parasn ja. enz. bocht. Dzoelkaidah. sierlijk. eon klep (aan eon tournooizadel) on platte. stiefmoeder . Elat tiga hari. bevallig van aangezicht .. enz. enz. Elak. . dwaas. Sa'eikor koeda. kiekendief. Berdzikir. Ebet. kromming bijv. Eloek (Jay. Mengeloken. eon lofzang op God aanheffen. Mengeloin. el.). fraai. Menged ja. van bamboo enz. Ed ja. regelmatige tusschenruimte. schoon. loven. in eon reeks van dingen (tijd. spellen van eon woord. steken. staart. enz. telkens op den vierden dag. ontwijken (van eon houw). Elok. Menged. spelling. spellen. (met woorden of gebaren). lief. enz. afwenden. tusschenruimte van tijd.). enz. bespotten beschimpen. gek. 31st (ook Let). Ebeng (Bat. eon paard.). ventje. . met de el uitmev EMBA. pijnlijk trekken (van eon gezwel. getallen. Mengelo. (gewoonlijk Amsterdamsche el). mooi. diem ook als hulpwoord bij de telling van dieren . schoonheid. uitwijken. Eikor (of Ekor).). zingen. Mengelakken.tot beschutting tegen zon of regen. Dzoelhidjah. pareeren. naapen. pons. iemand nabauwen. afmeten. Soend.). M ngelak. jongetje. Elo. jets met de el meten. in hot lemmer van eon Keris). Edjek. moedertje. Dzikir (Ar. Kaelokan. de elfde maand van hot Mohammedaansche jaarr ten. Ma'tiri. enz. toeroep tot eon klein jongetje. de laatste (twaalfde) maand van hot Mohammedaansche jaar. lief. (om hem to bespotten). geschikt voor of tot. Mengebet. om de vier dagen. Gode lof zingen. schoon. Ed jaan of Pengedjaan. uiteinde.

in den dauw zetten. blazen. ook ingedeukt. blaten. aan den dauw blootgesteld. enz. wit goud. vergulden. enz. enz.). emmer. (bijv. eerstgeborene. ook schaap. aan den dauw blootstellen. valsch goud . op water drijvende of liggende. niet willen. Teremboen. enz. Embat. Embek. oudere brooder. ook op den arm dragon. Embet. . voorhang (voor eon dour. moerassig veen. Anak emas. goud. EMBE. . Mengembek. zoogmoeder.). Mengemboenken. enz. ook (met goud) omkoopen. Emboesan.Ma'soesoe of Ma'tetek. die niet to begaan is. opgezet (van den buik). enz. Emboeng (Soend. doek. Mengemasi. v grootbrengt. Mengemboen. geblaat. verzakt zijn. Emboen. oudste kind. enz. enz. in den dauw zitten. gordel. Emas lantjoeng. Emboen. met gras. en deuk. Embek. eon kind. dat men in huffs noemt en v Emban. enz. met eon rottingstok). gouden. riem. doek. luchtstroom daardoor veroorzaakt . Mengemboes.. Emas kawin.). waarin jets gedragen wordt. ook E. slaan met eon lang enveerkrachtigvoorwerp.. ook (dock meest Boeng). Emas. Mengembat.kindermeid. enz. begroeide grond. (van eon vloer). dauw. Emas oerai. jets in eon doek.~ kindermeid. huwelijksgift . geit. enz. slaan of klapperen (van de zeilen). begroeid moeras. ook winderig. verzakking. Mengemban. -. gedegen goud. benauwd door die opzetting. van slangen. geblaas (bijv. ook (dock moostal Amben). Emas poetih of Emas kodok. dunne laag begroeide grond op eon moerassigen bodem. enz. plating . zeil. onwillig zijn. gelijk ons "schat" enz .). aanblazen. Emas masak. ook als liefkozingswoord. Ember (11011.ook dienstdoen als . ook dauwen. stofgoud .

veertigduizond . enz. (zoo wordt de sedekah of hot offermaal op den veertigsten dag na iemands overlijden ook go. moeder. onstuimig. versperring. Empang. dijk. enz. Empap. enz. Emping. viertal. vier millioen. Empat (of Ampat). Mengempat-poeloehhari. Empatpoeloeh. ook (Empok) oudere zuster (als aanspraakwoord). ook op die wijze bereido kleine koek- . veertig. vierduizend. halfrijpe padi of rijst. vierhonderd. eon offermaal als boven op den 40en dag aanrichten. wat versperd is. met zijn vierdn zijn . Empangan. v EMPO. Mengempang. veertien. vierhonderd duizend.. op elkander plaatMALEISCH-HOLLANDSCH. maken. Empat ratoes. enz. Empat keti. Empar. enz. blaasbalg. Keempat-empat. vierde. Empik. barricade. barricade. Berempatan. vast tegen elkander drukken. vier.. Empang. al le vier. de vierde zijn. Empat riboe. dam. neersmakken. stroom of wind). met geweld tegen den grond smijten. Mengempas. Perempangan. die na poffing en ontbolstering plat geslagen of gestampt wordt. vischvijver. Perempat. vierde deel. iets dicht opeen pakken. Berempat. enz. Mengempar. Empat-empat. dwars of drijven (van eon vaartuig door ~. uitgegraven kom. enz. vier aan vier . Empar.geblaas. van eon zuigeling naar de borst). enz. Empat poeloeh hari. afsluiting. Empat joeta. enz. veertig dagen. bjj groepen van vier . Empatbelas. . dringend naar iets verlangen (bijv. Mengempik. eon rivier versporren. versperring. 9 7 son en met eon gewicht bezwaren. Empat v laksa. kwart. (zooals bijv. noemd) . Mengempat. verpakking. Embok. vleesch in eon vat. eon weg. waarin visch geteeld of gehouden wordt. barricadeoren. vijver. eene versperring. enz.). Mengempap.

Keenam-enam. zeldzaam. bijna op dezelfde plaats zich bewegon 7 v 98 EMPO. enz. Berenam. zestal . enz. Mengempoel. Mengempos. vergaan. Enak. Mengenakken. Empoes. v Empoek. Perenam. alle zes. hem vleien.. enz. enz. Endak. uitstekend. naam. zoodje . ook koekjes van gekookte on daarna fijngestampte garnalen. om jets geven. kostbaar. Mengempos (Bat. heerlijk. vruchten plukken door ze van den steel of to draaien.enz. jets of jemand lekker maken. in- . smakelijk. bezienswaardig. enz. zes in getal zijn. Empos. enz. uitwis. zacht. Mengendal. lekker. schoon. halfrijpe of onrijpe vruchten door begraving onder den grond of door blootstelling aan vuurhitte den schijn van rijpheid geven. Mengempoes. aangenaam van smack. zes. schoon. uitvegen. pleizierig.~ schen. Empoel. enz. mooi. met zijn zessen. v zesde. Enam-enam. kostbaar. hot jemand naar den zin maken. enz. ook eon school visch. rijp maken. Enam. jets fraai. visch. doen rijpen. die veel bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. voor fraai. malsch. zesde deel .jes van vruchten van don Manindjo. Empos. Empong. zonder echter vooruit to komen (zooals eon schip bij zwaren tegenwind) enz.). vermolmd (van hout. melig. Anem of Nem). zes aan mazes . om eon plaats heen draaien. aango. to niet doen. zich voor jets interesseeren. ook lekkerheid. kleine hoeveelheid. (ook Enem. kruimig.). Mengenam. Ikan saempong. prop op eon lading kruit. Enal. eon zoodje visch. houden.. Mengendahken. fraai. Endal. induwen. interessant. de zesde zijn. Endah. achten. schoon. enz.

Engga (Bat. kleiner worden (van eon vlarn). nietbezwaard.. Engkat-engket. Endoek. stooten. (woordje. Mengentak. (bijv. eon kind schrijlings over de heup dragon en met den arm steunen. Mengengklek. eventjes oplichten. Enteng. op jets neerploffen.non. 1k west hot niet. Engket. Entah. (ook Mendak of Mendek) van troebele vochten.vrouwelijkeboeteling. weigeren. enz. slinken (van jets dat gerezen is.) (of Anteiro. neerslaan. bukken. vruchten. enz. enz. met eon rukje aan jots trekken. Mengendap. Endong. zie Angkau. enz. Mengengget. hengsel. neon. . zie Ind jak. gras in eon mand). licht maken. hot piepond geluid dat eon doorbuigende draagstok onder hot loopon van den drager maakt. al. om zich to verschuilen. (van eon vaartuig) tegen den grond stooten. trekken. Enggan. naar binnen slaan (van ziokten). End j ak.). (van een zweer). al 1 es. zooals deeg. niet bezwaren. Endang. Mengendong (Jav. boron. Endjal.J steken enz. den nacht buiten's huffs doorbrengen. scharnier. klein meisje. (bijv. pijnlijk . niet. enz. die men plukken wil) met eon hack naar zich toehalen. Engkau. bezinken. enz. vocatief tot kleine meisjes. Mengend jal. . geheel... niets. neerzakken. met kracht in jets steken.). enz. verlichten. lets (bijv. waarvan men niet Entak. bij eon publieke vrouw). eon klein rukje aan jets doen. . Mengentengken. Engget.).r (bijv. zakken. Endap. instoppen. weigoring.stooten. gebruikt bij antwoorden omtrent taken enz. enz.) Endjoet. weigerend. zich laten valion. Antero). eon dolk in eon lichaam. Engsel (loll. Enteiro (Port. ook trekken. licht. Engklek (ook Sengklek). ik kan niet zeggen.). niet zwaar vorlicht. V ENTE. Mengendjoet. geheel en al.

ook mevrouw. dwingen ineenFaal (Ar.) (gewoonlijk Paham). daad. enz.). Paedah) (Ar. kundig. Fakir (Ar. eieren tar uitbroeding order eene hen leggen. treden. benuttigon. zwart . vain belang. Epok (ook Epok-epok). Memboeka faal. rheumatjek. Padjek faal. enz. .). nut. met geweld op jets trapper. doorstekon. enz. Entjer. voorteekens raadplegen. Mengeram. enz. mijnheer. hemelgewelf. op eieren zitten. om eene zaak enz. mejuffrouw. opschuiven. 9 9 gedoken to zitten. jets aanloeren. hear. enz. Berfafdah. broaden. zjch in jets bekwamen. donkerblauw. eieren later uitbroeden. ervaren. doodsteken. ik west niet wie. jets geven. Entjok.l. plaats maker. enz. (ook Pekir). enz. Bererak. bedreven. tjtol voor Maloiers uit den fatsoenlijken stand. jicht. Mengeramken. jneengedoken zitten. bedrijfsbelasting . Entjik. enz.). to knielen. zich met jets bemoejon. Entjang. (gewoonlijk Perdoeli). ook knielen (van kameelen. Fadloeli (Ar. Menlfahamken. nuttig. zich met jets bemoejen. sterrenFATW. taschje of kokertje van mat. voordeel. bekwaam. ENTJ.. tot jets djenen. vortreden. notitie van jets nemen . op eieren later zitten. Erak. work. Fafdah (of Faedah. dun. enz.). Entjok. MemfaIdahken. enz. afscheid nemen. enz. Falak (Ar. .). Eram.. voordeel aanbrengend.v zeker is). aantrokken.). Entah siapa. schejden. Memfadloeliken. zich eene zaak enz. ook voorteeken. Mengentjang. enz. belang. bedelmonnik. donkergokleurd.).. zie Berak. Fakih (Ar. Erang.of vlechtwerk for bewaring van tabak. Mengerak. enz. benutten. rechtsgeleerde. zwart. dun vloeibaar (van vloeistoffen. om jets geven. Fahani (Ar. Mengerang. stiff van laden. God west wie.

ontleding. peinZen. Memfikir.) (ook Pihak). . later. steonen.. Ilmoe falak.vanweerszijden. zie Arti. scheiding. overmorgen. Fatsal (Ar.) (of Parsi). Esoek loess. spleet. denken. paragraaf. . hot land der vergankeltjkheid. physiognomic. of dealing. Erti. enz. gel aat . Festa (ook Pesta). Faradja (Ar. meening . to eeniger tijd. nadenken. Farisi (Ar. Memikir. kermen. of keerig. . meerv. noodzakelijkhoid. kloof. enz. heilzame leering. gelaatkunde. de vrouwolijke scheede. to eeniger tijd. peinzen. onz. hot mannelijk of vrouwelijk schaamdeel. enz. overlegging. Perzisch. ook Perbe. Mengerang. eon of keer van jets. Ilmoe $rasat. Esoek (of Besoek). Europeesch. overden king. den volgenden dag. hemel . Fans' (Ar. broos. astronomic. Mem$kirken. gedachte. overdenken. eenmaal. Fihak (Ar. Perziaan. Frank. Frankisch. artikel. zwak. hoofdstuk. plicht.).) of Fardloe. overpeinzing. zijde kant . Kadoewaflhak. Fikiran. morgen ochtend. ook later. noodzakelijk.). Fatah (Ar. de aarde. 100 FEST. kreunen (van pun). morgen.). overpeinzing.). ook ochtend. uitspraak of meev F. Ewa.). sterrenkunde.). Fikir (Ar. Memiklrken. Fardl (Ar. vroegte. gedachte. enz. tegenzin in jets hebben. Firasat. de volgende dag. afzonderlijk gedeelte van jets. steunon. Esoek hari. feest. over jets denken. Europeaan. bet teeken voor den klank a. enz. goede raad. Negeri fang fans. fling van een geleerde of heilig persoon..worden. Foeroedj). Erang.Kaesoekan hari. Berfikir. morgen.). Fatwa (Ar. Faranggi (of Feringgi) (Ar. vergankelijk. uitspraak van eon rechtsgeleerde.

Gada-gads. Gabas. Gaboes. Gaba-gabs (Mol. . last. ook last op blUven.ing in rijst of geld na de vasten (voor hot einde or van eigenlijk) aan den dorpspriester to betalen. gelasten.). Firman (Ar. niet fijn. belasteren. a.Firdaus (Ar. kwaadsprekerij. ook lasteraar. belast. Forma sagoe. Terfoekoer of Terpekoer. Menggaboengi. grof. onvruchtbaar (zoowel van planten als van menschen en dieren). Alstonia scholaris. enz. als vlechtwerk voor dakbedekking. Gada. Forma (Mol. flat.). Mem$tnahken.).). enz. lasteren. Gaba (of Gabah) (Jay. to slijpen. Bergadang. lasterbrok . een bevel uitGADJ. ook de naam van eon gezonde en smakelijke zoetwatervisch.) (ook Pekoer). zich vermoeien. een gebod bekend maken. dat gebruikt wordt om snijdende voorwerpen als messen enz. Gadang. slordig afgewerkt. kalkoven . Fitnah (Ar. der Apocyneae. in diep nadenken verzonken. in gedachten. zonder korrels (van rijst bij v. kinderloos. Fitrah (Ar. B. vorm voor sagoekoeken. Menggaboeng. Menggaboes. losse rijstkorrels in den dop of bolster. of kondigen. Gaboeng. bevelen. diep peinzend .). verkondigen. voos. Br. Bat. tobben. knots. vorm .). valsche beschuldiging. tot bossen binder. eon mss enz. windwijzer op den top van een mast. fornuis. bevel. Forma kapor. vaardigen. enz . Foekoer (Ar. dus als aanzetriem.) (of Pitrah). valsche aantijging. bos nipah-bladeren of rotting . bladeren van den sagoe-palm. enz.). faster. gebod (van God). eon bekende boom met zeer week en veerkrachtig hout. Mal. rotting enz. eon last geven. knuppel.). in diep nadenken verzonken. Gaboes (of Kajoe gaboes). paradijs. . fam. op gaboes aanzetten. oven. enz. Gaboeg (Jay. enz.

Gading. lawaai. enz. enz. jets verpanden. enz. tieren. storm. doorzetten. pandhuis. pandjeshuis. Gagoe. tasten. Menggade. enz. olifant . verpanden. Gad. greep. ook fier. lombard. PBrgadoehan. pand.). ivoor. pandgoederen . pandbrief . Gahar. snoepen. Menggadeken. verontrusten. ook handvat. hard schuren. enz. jong meisje. Menggadoehken. Bl. de bij de rijst behoorende toespijs alleen eten (zonder rijst) . nat. ook in pand nemen . rumoer. hakkelend spreken. iemand jets in pand geven. Orang tergade. kromhouten. Gadogado. Gadoeh. spanten. Gadis.waken. dapporheid. Gadji. Soerat gads. Gadoeng. der Dioscoreae. pand. gage. Gagau (ook Gogo). enz. Gadaah. M~nggagau. leven maken. Gagah-berani. een snoeperij van diverse gekookte groenten met speciaal daarvoor bereide sambel. walvisch. kraal. sterk. . stotteren. peuzelen. Gagak. stow. Gado (Jay. dapper . plagen.). . maagd. enz. zich over jets ongerust maken. leven. slagtand van een olifant. steel (van een blad bijv. in opschudding brengen. Gagang. . wat in pand gegeven wordt. lawaai maken. hindered. Gads (of Gadai). enz. Dioscorea hirsuta. Gading-gading. Menggahar. opschudding. . ook zich met kracht tegen lets verzetten. tasten. elpenbeen . lets moedig aanvatten. fier en dapper. in opschudding komen. geweldig. opschudding. Gagah. stamelen. forceer en. ah mina. Gadean. lawaai. Menggagahi. fam. opschudding verwekken. pandeling. Penggadean of P®gadean. . moedig. Bergadoeh. traktement. GAD 0. lets met kracht. dock dikwerf gevaarhjk zijn. onderpand. met de handed naar jets zoeken. heft. met geweld doen.. Gagap (ofMenggagap). rondtasten. loon. slingerplant wier vergiftige knoiwortels gegeten worded.

beddehaak. -. rhytmus. spijzen. naar zich toehalen. of haakvormig eindigt. ook bars. spinrag.. van vorstelijken bloede. sterkte. gordijnhaak. Gaja ook Gahi. voorwerp of middel om water enz. ook de spin zelf. L. to scheppen. jets op gemaakte wijze. Gait. zwevend hangen (zooals een hanglamp bijv. nat.. sterk. enz. die veel in den handel voorkomen.). manier. ook iemand foppen. zooals de Aloexylonagallochum Lour. Kajoe Garoe). Gala-gala.verscheidenehoutsoorten met welriekend bout en hays.gedwongen. Gajam (Jay. Gahara. zooals de Excoecaria Agallocha. fam.en tot de nat. met een gemaakte stem voprdragen. enz. fam.) (of Gajam). herkauwen. Gaitan. Inocarpus edulis. Menggajem of Menggajemi..) Gajam. Gahi (ook Gaja). vrij. enz. Gajoet.. Galtan klamboe. van vorstelijke of komst. GALA. die een weiriekende hays en olie geeft. taai (van eterij. der Papillionaceae. diet vast op de beenen (van eon beschonkene). Gajoeng. Gaja.gemaakte gang. hack. stevig. lets door middel van een stok enz.wrijven. Menggajoet. Gaharoe (ook Garoe. zooals de Aquilaria Agallocha Roxb. mengsel van hays en kalk om naden to dichten. draad van een spin. jets diets maken. fam.). Gala. gom. schepper. gemaakte toon of stem. enz. waggelend. ook een stok. tot de nat. poetsen. aan jets hangen. fam. trekken. Menggaft of Menggaet. die van een hank voorzien is. enz. Menggajaken. der Aquilarineae. behoorende tot de nat.. L. 101 der Euphorbiaceae. Galagasi (Bat. weerhaak. zwaar in 't hoofd (door to weinig slaap). Gajang. . die bet bests Aloehout en de bests hays levert. Gajal.. der Hernandiaceae. veerkrachtig. ook fopperu. hooge boom met eetbare vruchten. bedrog . die bet ware Aloehout levert. stopverf. hack. kracht. m elodie. enz. als voren bedoeld. enz.

met molentjes loopen. gaan. Menggali. wat uitgegraven is. eenigszins. boom. Galah (ook Gala). enz. woest. Galgal. Galuan of Peng galian. bevreesd maken.~ geplaatst wordt. wild. worstelen. jets in zijn geheelen samenhang. waarop rijst enz. Galoet (ook G loot. uitgraven. enz. enz. . omstuwen. bang. aanhitsen. fel. los. Galengan (Jay. niet stroef (bijv. netelroos (ook Bidoer). rain of moor getroubleerd zijn. verbouwereerd. zware doming. omringen. loopgraaf. Goelet). Menggalang. scheepshaak. verbluft. Gaman. M nggaloer. GAMP. vurig. Bergaloet. aanvuren. bijtend.). ook kuil. onderlaag van balken enz. Menggamah.). Galoer. gemakkelijk gaand. van hot begin tot hot eind vertellen. omgeven.). ook in ddne richting golven. stoeien.). verband. wild maken. enz.. enz. of or jets 102 GALA. omsingelen. lange stok (om or lets aan to hangen. Galak. worstelend vechten. waarop jets. Galang. C amah. van eon haan van eon geweer). enz. iemand vrees aanjagen. Gala. mode of to stooten. enz. enz. dijkje ter afscheiding der verschillende vakken gronds. delven. graven. verbaasd. happig (van dieren). verloopen (van eon schroef). Menggaloet. of en toe krankzinnig. stut. gretig. Meng galakken. van eon vorst door zijn gevolg. Galir. ook golven die in ddne richting gaan. enz. geteeld wordt. enz. dat men niet met den grond of jets anders in aanraking wenscht to brengen. woest. (bijv. eon voorwerp door zulk eon onderlaag steunen. steun. gat. . waggelend (van eon tand. confuus. ook dadelijk aanvallend. samenhang van 't begin tot 't eind. ophitsen.Galagata. Galoe. . Menggaloe.

of beelden. houten klompen of sandalen met eon knop. gemakkelijk achten. fam. zonder moeite. beeld.~zonderbezwaar (to doen. enz. gemakkelijk maken. ook teekenaar. ook licht opnemen. Gampang. Gamboeh. Gamut. Menggambelok. of beeldsel. (ook Toekang Gambar. ook met eon lederen his aan de voorzijde. hot teekenen. verlichten enz. der Rubiaceae. jets licht opvatten. beeltenis. in kaart brengen. Gambar (Jay.). Gamparan (Soend. iemand eon teeken goven. buidel. zak. Gambar sorot. uit wier bladeren de bij hot betelkauwen onmisbare gambar (eon snort Catechu) getrokken wordt. eon slingerplant. kaart der wereld . Gambar doenia. Peta). teekening. stel muziekinstrumenten.) (of G mbelok). . ook de aan dien daps deelnemende dansers en danseressen. (verg. Bat.. waarvan verschillende soorten bestaan. ook Sandjata). inlandsch muziekinstrument bestaande uit platte staven hout of metaal. licht. schilderij .) (of t emparan). photograaf enz. of beelden. enz. als eon zak ergens aanhangen (zooals bijv. toewenken. door hem even met den top van eon vinger of met de hand aan to raken.. teekening. waarschuwen. enz. gemakkeli jk. Penggambar. iemand wenken. niet bezwarend. eon soont van daps. teekenen. photographic. ook glas op eon langwerpigen bak. enz. in teekening. opnemer.). Gamelan (Jay. portretteeren. Gambang. Menggamit. enz. MenggampangGAMP.). portret. kinderen op den rug van iemand). beeld. etc. eenig work licht. ken. vormende eon Javaansch of inlandsch orkest. beeld.Gaman (Jay.). . wapen. enz. Gambar. Menggambar. portret van eon mensch. enz. nat. Gambar orang. Bat. (ambelok (Jay. enz. (of Gegaman. Uncaria gambir Roxb. schilder. Menggampang ook Gemampang.

rook. . GANG. enz. reiszak. bong. Gandaroekem. Menggand jai. eon snort hays. vergelding. Gandjaran (Jay. enz. Ganal. vroolijk. stiff aanhalen. die meestal kort afgesneden worden . Ganden (Jay. Binatang gangs. ians. Gandang. aan jets plaatsen enz. Gampoeng (Atj. alles aanvallend (van wilde dieren). Bouea gandaria Bl. ook trekken. dorp. wild. enz. go. aan elkander binden. Gand j al. Menggandeng of Mengganding. eon versierde voorhoofdsband. 103 G{andjal (ook Gindjal of Gandjel). nalezen van na den grooten oogst op hot void nog achtergebleven aren. verscheurend wild dier. fangs zijde sleepon. cooker.) jets dat ergens tusschengestoken. groote hamer. Gandeng.Gampoeng. wild dier. piek. door ze eon weinig uit de scheede to trekken). verschuiven (van wapens bijv. Gandjoer. ook naast of aan elkander liggend. Gandik. opgewekt.. stut. der Anacardiaceae. voorhoofdsversiersel van eon braid. onder. Gand jil. C andaria. evenbeeld. veel bij hot soldeeren gebruikt. verbinden. de nioren. ook veelvoud tweevoud.). . hot eon of ander tusschen. steun.). Gand jerk. enz. zonder spreken van iemand wegloopen. belooning. hucht. voortvarend. Gander. om hot vast to zetten. samenbinden. enz. . boom met fraai stork hoot en de bekende meest in zout ingemaak to vruchten. Ganding. omgewikkeld wordt. rusteloos.Mengganding. geur. precies als. lastig. Gandewa. j uist als. ook onderlaag. op sleeptouw nemen. Gangs. enz. woest. onstuimig. lam.) = Kampoeng. eon sloop enz. (of (hand j el. oneven. Menggand jerk. Menggampoeng. lezen. nat.

enz. zich met jets bemoeien. ook hol. ook een geel-koperen presenteer11ad. gest old. Mengganti. ondergraven (zooals dieven eon muur. in de plaats van jets anders stellen. opening door ondergraving ge104 GANG. inhoudsmaat voor droge waren. overplanten. Gangsing (Jay. . onder jets doorgraven. buiten boord en in hot water. Gandoeng. maakt. plat. om eon weinig to schroeien. storm. gelijk maken.). Bat. met eon gantang meten. effen. ergens met de hand aan komen. enz. effenen. Ponden). L. Gangsoer. tot vervanger. waarmede men speelt. lastig vallen.). effen. bij. elkander afwisselend enz. om hot schommelen to beletten. overbrengen. Gandoem. nat. enz. bettrtelings. Gang (11011. messing. vast geworden . schadevergoeding. plagen. over of tegen vuur houden. lam. opening in den grond . gewoonlijk 1/8 a /1O pikoel (van 125 A. Gangsir (Jay. hangen van boomen of fasten aan weerskanten van eon schuit enz. Ganting (Bat. tarwe (Triticum vulgare. v~rvangen. doen strekken. buy. opvolger. Ganggoe. aardkrekel. Gangsa. vergoeden . Menggandoeng.). eon snort zwarte boonen. zengen of to doen drogen . wat tar vervanging. verplaatsen. enz. enz. Menggantiken. jGangsiran. Ganti. Menggangsir. lastig maken. uitgraven. (ook Gangsingan). bij beurten. Menggantang. Mengganggoe. Menggangsa. Gantang. enz. Berganti-ganti of G anti-berganti. diem . verwisselen. Menggangsoer. Ganggang. gang. enz. sours ook minder metende. gelijk. zich bij eon vuur warmen. smal straatje. steeg.). enz. Gangsa. tol (speeltuig). gestol- .Gandoe. vergoeding geven. der (ramineae). Goela gaming. lets tot schadevergoeding. klokkenmetaal. on gaps. our organs in of uit to komen.). Berganggang. ondergraving.

huwelijk tusschen kinderen. diep. good kunnen raken (van iemand die knikkert). keukenzout. opbruisend. Garoek. Garing. ook good droog. Menggantoengken. die na tot eon dikke pap to zijn gekookt. SI. Gantjang. uitstellen. onafgedaan.de suiker. eon mythische vogel. uitgesteld huwlijk. eon hol geluid geven. enz. Garoe. met de nagels bewerken. krabben. knappend. wear galm. hard gebakken of gebraden. kras. Bergantoeng. lijn . enz. echo (b jy. ook zwaar bassen. croquant. hol geluid. rijdier van den god wishnoe. hangen. vlug. Menggaram. Gapoera. met zout inwrijven. krauwen. wier samenleving als man en vrouw vanwege hunne jeugdigheid tot nader uitgesteld wordt of is.weergalmen. uitgesteld. eggen. of hangen . suiker. hangende gehouden.w. eg . hangende zijn. woost. enz.. Gantoeng. inzouten. verdaagd. weerklinken. lijnen trekken. ophangen. ook met jets doen wat or aan of or mode gedaan moot worden .). hoofdingang van eon gebouw. enz. enz. . norsch. Menggaroek. droogt. nl. Menggantoeng. tot eon lenige vaste massa op. Kawin gantoeng (Jay. bij- . v erdagen. Menggaroe. Menggaoeng. schrap. blaffen (van honden). Gaoeng. met de eg bewerken. basstem. streep. Tergantoeng. in eon grot) . of hankelijk van . hangend. strepen of krassen in of op jets maken. ook schrapen. kurk droog. hoofdpoort. good kunnen mikken. Garoeda. kerf.). zout. Garang. wild. ook of hangen van. galm. wat gehangen moot worden. ruw. enz.z. haastig. Garau. d. ook galg . Garis. Menggarls. Gapa (Bat. opstuivend van aard. Menggaremi. vol (van eon geluid).). kraal. zwaar. poort. krab. G. Garam (of Garem). Gantoengan. enz. heftig. grimmig. . Gaok (Bat.

stork verlangend (naar den coitus). tochtig (van eon vrouwelijk dier). row een standje maken.heen en weder slingeren. enz. eon aandrang tot wellust. geil. kleed voor een deur. Gasir. Menggasak. Gawai. Gasing. zwaar lichaam bij het vallen veroorzaakt. sprei. ondergraving .. Gatak. braak plegen. L. Garpoe (Bat. Pegawai. afsnauwen.). enz. de gemaakte opening. voornaam. jeuk hebben. Gede. hoeden. ranselen (met een stuk hoot. jets tar dege doen. manziek (van eon vrouw). zie Gangsing.). nat. groot. ritsig. Garoeng. beambte. jets doen. loshangen. Nasal. tafelvork. neersmakken (Menggedebloeg. Gasak. aanzienlijk. iemand toesnauwen. hooge palm. klanknabootsing van het geluid. ondergraving. Gedabir. vork. Gebang. hot ultschreeuwen van pun of schrik. GATA. bengelen. wellustig zijn. stork belust. inbraak. enz. neerploffen. gebezigd worden. een tol doet). wellustig. Gasap. Zie Gangair. Gasiran.) (of Geboeg). Gebar. met kracht op jets werken. hard wrijven. oneven. enz. Menggaroeng. Corypha umbracilifera. braak. ook Menggedibleg of Menggedeblag). raken. Gasang. Gatal (of Gatel) jeuk. ook portiere. draai en in een hellenden stand (zooals bijv. ook wulpsch. Menggasir. Gedang. Geber-geberan. ook : lei van een haan of kalkoenschen haan. Geboek (Jay. enz. Geber. zie Kasap. braak. enz. Bat. fam. wapperen. verrichten. waarvan de bladeren tot dakbedekking. .wulpschheid gevoelen. geil. groot. dat eon groot. Gedebloeg of Gedeboeg. der Palmae. gereedschap. dekkleed. Gebos (Bat.eenschrapen (van eon woekeraar). werktuig.). ambtenaar. voorhang. gewapper (van eon vlag). slaan.

Gelakak (ook Ngakak) (Bat. in de vuist houden. razen. enk©1ring. armring. Gedogan (Jay. Gelagah.). schudden (van een stoomboot bijv. slijm.of voetgewricht. (zooals eon onwillige hond. der Gramineae. die aan eon ketting wordt. enz. bakeren. Geger. trillen. vierkant lapje. Gedeboes.). Gegar. Gelang. in de voile hand nemen. Saccharum spontaneum. Gegam (of Genggam). Geladir. 105 land op iemand hebben. beknorren. balk. boef. schoof. Gedebong (Jay. de gesloten hand.). Gelalar.Gedeboeng. lawaai maken. of hot lichaamsdeel. Geladak. t edeng (Jay. Gedek (of Gedeg). in eon luier wikkelen. zoldering.).opschudding. Gegares (Bat. dreunen. Gegaman.). Pergelangan. pisangstam.enz. vuist. bosje padi of ulen van 5 tot 10 katties gewicht. enz. fam.) haten.). in opschudding zijn. dek (van eon schip). (ook Gedebog of Gedebok en Gedebongan). oneerbaarmensch.). Menggedong. bos. Gedong. nat. voortgetrokken). wentelen. tieren. armband. vreten. eon of keer van jets hebben. ook Gegerin (Bat. Gelagar. . iemand eon flunk standje schoppen. hot v GELA. ook (als scheldwoord) gladakker. zolder. zie Gaman. schateren (van lachen). waaraan eon ring of band gedragen wordt. berispen. Gelanggang.ontuchtige. rib.besloten ruimte. zeker spel met scherpe werktuigen. schavuit. Menggegam. stalling (voor paarden). steenen gebouw. ring. poll-. hoog rietachtig gras.zich onwillig heen enweder bewegen. (Bat. luier waarin eon klein kind gebakerd wordt . hand. (ook Bedong). L. waarin de voor het gebruik medegenomen sirih-pruimen gewikkeld worden. de plaats aan hot lichaam.

dat uitgespreid wordt. donkey.. een eerenaam. bengelen. losspringen. Menggeleding. drinkglas . lets. spreiden. Menggelar. licht goad. Gelebar. geven. Gelatik. eerenaam. naam die aan kinderen van grooten gegeven wordt. op den rug zonder verdere zorg neerleggen. duisternis. vliegen. v GEL 0. zwellen (van den bulk).) (ook Gelanu 106 GELA. titel. jets. loslaten.). Gelar. tits]. Gelantoeng (Bat. blaas. strijdperk. Gelekak. enz. onverschillig. Menggelapken. Gelebaran. Gelap. onordelijk neerhggend. enz. in blazon opborrelen. verspreid. slingerend hangen. waarop de planken bevestigd worden. Geletak. Menggeletakken. ook eon kind enz. nit elkander stuiven. ting). verduisteren. Barang gelap. enz. aardewerk.duistermaken. onvoegzaam neerliggen. (van eon mat) .. mat. Gelegar. enz. enz. enz. Gelaran. klappertanden.kampplaats. Menggelantoeng. stijf (van de armen of beenen) van vermoeienis. zwelling. ligger. niet veal waard. waarvan de herkomst niet bewezen kan worden. lets onordelijk laten liggen. rtjstdiefje. opzetting (van den bulk). krom trekken (van houtwerken. vloerbalk. de bruine kringen om de tepels. nitspreiden. glas. lel (b U gevogelte). neerleggen.donker. (van pleisterwerk. bibberen. verdonkeremanen. opzetten. smokkelwaar. duister. . Gelemboeng. enz. Galas. Menggelemboeng. losgaan. waterbel. enz. enz. Geleding.. Gelanggang soesoe. Gelar. Menggeletak. Gelatoek. Galas aboe (een scheidwoord). Geledang. Menggelar. opborreling. enz.). na of btj hun besnijdenis . bintbalk onder den vloer. enz. los hangen. onordelijk ergens gedeponeerd zijn.

enz. voren. Geli-gels. rolletje. heen en weder schuiven. Gelindoeng. spool. jemand. die niet tegen kittelingen kan. Gelisah. -. Geloedoeg. rommelend dof g®luid. ~ enz. enz.slap neerhangen (van wangen bijv. (in den loop van een geweer bijv.). Gelloet). garen of touw om een klos. bibberen. bos.ook eon gevoel van kitteling. vies van jets zijn. rol. een gevoel van kitteling hebben.Gelgel (ook gelgelan) (Jay. donder. haspel.of touwvormigs gewonden wordt. Gelasar. Geloemang. Benang gelindoeng. enz. voorwerp. die gevangen of gekneld wordt). uitrekken (als eon slang. waarop jets draad. sidderen. Menggelindoeng. Gelibar.) ook lange balken. wapperen. zich krommen. Gelintiir. enz. enz. eon afkeer van jets hebben. baar. Gelintir. Menggelisah. Geloegoet. Geloeng. bedekt. onrustig zijn (ook in den slaap). met vuil bestreken. nieren. hooge golf.). defining. aandrang tot lachen hebben . Geloembang. . stork naar jets verlangen. fladderen. bibberen (van de koorts. haar- . uitghjden. donderen. zich niet op zijn gemak gevoelen. hook Selintjir. v GELD. stark beven. Gelangsir.). rol. schroefgangen. waarop jets rust of ligt.). een klein balletje. heen en weder wentelen (van iemand die den slaap niet kan vatten). Penggelian. ro]. ook die van alles vies is. klapperen. rillen (van koude). Gelitik. Bat. Geli (Bat. van alle kanten be. Gelimbir (of Gelember). . wat met de hand tot eon balletje of rolletje is gerold. smeerd. rillen. klosj esgaren . Geliang (ook Geliat. goon kitteling kunnen verdragen. heen en weder slaan of slingeren(zooals van een vlag enz..). bundel. klos. winden. Gelongsor). Geloegoer. glijden. woolen. golf. enz.

echo. melen (van glaswerk bijv. . worstelen. ook : vurig (van een paard) enz. maken. Gemantar (of Gemetar. een ruling krijgen (van afkeer. opgewonden. sidderen. van dien dop ontdoen. Kagamaran. begeerte. beven. driftig. vet. Gemar. enz. wanneer men or op loopt. enz. Gemeretjik). een knarsend. enz.) Gemerlap. ook jets order de kleederen dragen. slap. Gemoek. ram. lijvig. Gemar. zoodanig. rillen. Gemilang. jets in de gesloten hand.). Menggeloeng. Galotak (ook Kelotok). glinsteren. enz. rinkinken. afschilferen(van pleisterwerk. Gambol. dik. (bijv. elkander omstrengeld houden. papperig. vet. ook onstuimig. Gamboer (of Gambor). Galoengsoer. ritselend. Gmtar). vroolijk.). Gamal (Jay.ook afvallen. wrong samenvoegen. van grof zand. dreun. enz. glinsteren. in een bos of bundel houden. schitteren. verlangend.) Gema. met onstuimigheid behandelen. kwaadaardig. lust. ook hearth (van de stem). schurend geluid voortbrengen. vergramd. kletteren.wrong. schuddende zijn. Menggalotak. vruchten met een harden dop. . gezet (van menschen en dieren). dat een bult daarin zichtbaar is. vonkelen. tot een rol. dof. begeerig. hol geluid. strijdlustig. glijden. flonkeren. enz. langs jets afglijden.enz. gretig.) V GEND. enz. verheugd . Gambira. beursch. opgezet (van de wang bijv. zooals de kokosnoot. wratachtige uitwas aan den wortel of stam van een boom. vet. humusrijk (van den grond). los. voos. tot een bos samenbinden. Geloet (Bergeloet). 107 Gameresik (ook Gamarisik. Gemar (of Games). enz. ni}dig. t amarantjang (ook Gemerantjing). bundel. koperen bekken. schuifelend. lustig. flikkeren. waarin een pruim steekt). Gambreng. niet vast.

larven van wormen of kevers.). met molentjes loopen. groote flesch. Gendang. aardbeving. . jets op de heup. Gander. een muzlek-instrument behoorende tot den Gamelan. (van een stuk aarde. Gendi (of Kandi). vol. Gempoel. gek. ook vet. Gempal. valt). trom. heel. met zich voortsleuren. plakken. bijv. waterkruik (meest van aarde). aan elkander geplakt. palmboomen. Ganap. enz. ook de z. V 108 GEND. enz. inlandsche trom. krankzinnig. (zie Gandeng). (bijv. ook aan elkander verbinden. ten erode brengen. Gempita (of Goempita). trommel . bulderend. Bargempel. smear. van harm). enz. Menggenggam. reuzel. Soend. handvol. fatterig. op sleeptouw nemen. Mata genii. slagtand van eon olifant. enz. Menggenapken. rond (van hat lichaam). Genderang perang. nuffig. in kluiten. in eon doek ter zijde van hot lichaam dragon. verliefd van aard. enz. enz. enz. in de gesloten hand of vuist houden. Manggendeng. enz. Genggam. Genii. Bat. Gendang (ook Kandang). Menggenapi. jets voltallig maken. ook afgebrokkeld. (van planten). jets volvoeren. Gendang. simpel. welgedaan. dikbuikig. dicht aan elkander zitten. vuist.g. zitten of gevonden worden. dat uit een dijk enz. . Gendong. trom. die in rotting. de gesloten hand. Menggendong. geheel. Gempa. oorlogstrom. Gendoet.welig. afgescheurd. koket. even (van een getal). Gempal. Genie (of Genih). enz. gekleefd. kleven. Genderang. enz. in de hand. enz. Gendon (Jay. ook dwaas. dik en neerhangend (van den buik). koningin der witte mieren. voltallig. Gendoel. binder. enz. daverend (van een geluid). wat of hoeveel daarin vastgehouden kan worden. voltallig maken .sleuren. kluitvormig.

Gentas. draaien. zwart on wit geverfd bijv. Begentel. Menggentas. moot. Roemah genteng. platgedrukt. Genteng (ook Gendong). . eon vinger. Gentajangan (Bat. Gentang (Poet. dun. plat. van bij en). Menggentoes. Gera.). zoodat daarin eon groef to zien is). Gentala. balletje. ook viug. Genta. waarop goslagen word!. Gentjer. Geragas-Menggeragas. Gerah (Bat.). verward uitkammen (met de vingers bijv. dakpan. naar binnen loopend. jets tusschen de vingers tot eon balletje enz. Menggepengken. enz. ten einde. die graag mooie meisjos ziet. gegroefd (bijv. aan kleine stukjes. platslaan. jets plat slaan. bel. rap. verbazend groot. hues met pannen gedekt. Gepoek.. naar alle kanten zich versproiden (bijv. druk.). drukkend warm gevoel hebben. iemand. metalen bekken.). snort van kleine garnalen. ingedeukt. groef. plat waken. Menggepoek (Jay. platgeslagen.guitige oogen.). Menggera. enz. eon warm. gevlekt. iemand door woorden. jets klevengs. vrees aanjagen. enz. dikwijls.afgedaan. ingedrukt (bijv. met hot hoofd. tot gruis slaan. jets met do toppen der vingers afnemen. herhaaldelijk. waarom heen eon touwtje stevig gewonden is. haar lonkjes geeft. gedaan. waarin hot litteeken van eon diepe wond is). Gepeng.. Gentat. enz. V V GERE. ale eon bloedzuiger aan hot licha. afplukken. aan jets blijven hangen of klevon (bijv. Geragan. van eon arm. Geraham (ook Baham of Baam). Tergentoes). aan eene zijde ingedeukt.am). Gentoes. monsterachtig. pil. op. jets dat tusschen de vingers tot eon balletje gedraaid wordt. ergens tegen aankomen (bijv. stooten. ingedrukt. Menggentel. zwermen. Gentel. Genting. kink.

zich verbijten. Menggerepe (Bat. verroeren. enz. zaag . kras. Gerhana (of Grahana). rondtasten. Gergelet. schrap. Geratgerat. Tahi gergadji. v GERE. Gerhana boelan. Menggeridik (Jay. Geridik. in beweging. laveeren . betasten. bevoelen. met de handen overal aankomen.). alles aanraken. Bergerak. enz. zich bewegen. overeind staan (van de harm). zich niet moor kunnen beheerschen. Menggergadji angin. iemand plagen in zijne bezigheden. maaneclips. jets doen bewegen. schitteren. knarsend gelu d. Gerak hati. wrok hebben.drankenzetje. jets bewegen. de handen niet stil kunnen houden. Geriak.tries. vergraifld. zaagsel. mompelen. Geretjok-Menggeretjok (Bat. #lonkeren. Menggerajang. wemelen. Geretak. enz. rondvoelen.). Menggeretak. doorboorde. zagen . verschrikken.). . Menggerendeng. zon sverduistering. . lastig vallen bij zijn work. d. in opschudding brengen. Menggergad j i. in woedo ontstokon. gescheurde randen.karaf. knarsetanden. enz. betasten. Menggerakken. . glinsteren (van sterren. i. beweging. lastig zijn. nijdig zijn. rondgrijpen. schrik of vrees aanjagen (door hem ruw aan to spreken.kruik. verwoed.. Geredja (Port. enz.tasten. Gergad ji. krielen. lucifer. Geretap. enz. bevoelen. Gerendeng. zich ergeren. enz. Menggerak. zwavelstok. Geregeten. Gerajang. Gerepe. iemand doen schrikken. onduidelijk en boos praten. to berge rijzen.). ©nz. met de handen overal aankomen. ook niet stil kunnen zitten. Gerat (ook Geret). Gerak. kerk. mopperen.). hot geweten. Gerepes. Gerhana matahari. den wind zagen. zich verroeren . Geretan api. met uitgerafelde. eclips . Geremang. Geram. enz. enz. al tastend rondzoeken.).

vermagerd. rommelen (van de maag). trillen (van de zenuwen). op zijde schuiven. Gerodak. Goring. loopen. enz.). Menggeroes. etenskist of -kast. oneffen. opborrelen. enz. vliegenkast. wanneer men eon flesch onder water houdt). Gerobak (of Gerobag). open scheuren. Gerigis. enz. met gaten. kruiwagen. . enz. ook fijn maken. enz. Menggerobok. met rollende oogen rondki ken. enz. Geser. voortbrengen. flikkeren. verschuiven. Gerimis. trekken. op jets aandringen. motregenen. bol relen. zich verwijderen. Menggesa. Grinding. geschaard. opborreling van water (bijv. ongeduldig. gedurjg jets willen doen. polijsten. Gerobok. krank. rondo slijpsteen. ritselen eon ritselend geluid maken. holte. Menggerisik. rommelen. Geronjot. Gerodok. enz. open. haastig. hol. wtjd open van een wond (buy. (bij hot eten van echt zure dingen bijv. op eon ronden slijpsteen aanzetten. groot gat.) ook : weggaan. overhaasten. schitteren. met scherpe punten. woedend. Gerlap. kar. enz. fijn wrijven. uitgeteerd (door ziekte) ziek.).). wijd open staan. van eon . Geroes. mondharp. een scheef gezicht trekken enz. GETA. mager. Gerinda. uitgemergeid. ook groote op wielen staande kist. Geringsing. motregen. ook hot gerommel van den donder. vrachtkar. ook Oedjan of Hoedjan ritjik-ritjik. van hot lemmet van een oud en bedorven mes). Gerowak (Bat. (Mol. opschuiven. Mal. overhaast. glad schuren. Menggerinda. 109 Gerisik. Gerohong (of Geronggong). Gesa. wetten. glad maken. enz.maar alles moeten aanraken. rammelen. glinsteren. bijv. Geroedoek. door water of modder baggeren. Gerling. Menggerowak. open zijn. ongesteld. Geser (of Giser). (buy.

van wild). Gila. ook overrtjden. v . molen. flonkeren. . in jets bijten. bijten. zoom. Getar. moot. zinneloos. bevreesd. Gi j et. kerven. enz. ook suikerfabriek . beurt. Menggl jet. Gilir. fijnwrijven. tjes loopen. Menggiles. polijsten. enz. om water ult eon rivier. door eon rol halvn. Gi1es. krankzinnig.. plantenlijm. wrang. malen. beven. enz. plat. blinken. hays. enz. Gesoe. to person. Getir. Menggigit. gekheid maken. enz. tand. Bergigi. insnijden. drukken. ook dwaas. niet gemakkelijk to naderen. gomakkelijk brekend. acre de kim zichtbaar worden (van eon vaartuig). harstig (van smack). . insn$jding. Gesit (Bat. enz. Menggilang. Bergila-gilaan.. vonkolen. stork op jets aandringen. . Gilap. gek.). fijnmalen. watorrad. niet tam. lijm-houdend. beet. Giliran. gom-. van tijd tot tijd gek zijn. schuw. schuddon. verzot op lets. enz. Gilesan. sulkerrietmolen. beven. eon kras in jets maken. Penggilingan aj er. Bergs j et... enz. enz. glinsteren. op jets bijten.. Bergetah. trillen. rollen. enz. wrijfsteen met rol. Penggihngan teboe. Gigit.). tanden hebben. blinkered. broos. lijm. beurt. grenslijn. hays-. Gemetar of Goemetar. fijn wrijft of maalt . oprollen. zich als eon gek voordoen. waterscheprad. schuren. glinsterend. bourtolings. Penggilingan. aflos- . trillen.110 GEMS.. Bathe giling. Getah. gom. getand zijn. enz. waschplank met richels.fijn wrijven. machine om jets fijn to malen.. Gigs. Getek (Jay. kerf. sidderen. om beurten. Getah pertjah guttapercha. Getas. tiling. -poetsen. met de tanden vasthouden. Menggilap. breekbaar. ook sand. Bergilir. dol. bang (bijv. op eon hoogergelegen terrein to brengen. Getet. met molen. wegjagen (zie Oesir). waarop men medicijnen enz. Menggiling. blinkered maken. Gilang. vlot. sidderen. kleverig. Bergilang. Gila-gilaan.school visschen. enz. blinkered. Menggigl.

). ijven. remand GODO. slinger of tros van in elkander gestoken en aldus aan elkander verbonden . . Penggoda. vervangen. geruit. verleider. berg. Gobet. ik. enz.). Gobak. enz. enz. de nieren. . Menggiring. ook tegen jets aan schuren.). plagen. schuiven.). blijdschap. baard. donkey (van wolken). vreugde. Godam. aaneenverbonden bloemen. dikke platte kook. Gindjel. opwarmen. met de knokkels der hand tikken. Gisir.. eene vrouw de beurt geven. blijde maken. Menggiliri. bedroefd (van gemoed). Goda. vroolijk maken. opjagen. als de Chineezen vechton. Gisi (Bat. blijdschap. zie Geser. enz. Chin. op zijn Chineesch boksen. GOEA. enz. Goebah (of Gobah). verheugd.). Girang. vooruitdr. (zie Gand j al). Djitak). Globang. Mengging ser. Gingser (of Gingsir). Ginggang. opschuiven. mijn. ringbaard. Gisiau (Chin. smidshamer. groote cooker. Godeg (of Godek) (Jay. zijne beurt hebben. slaan (verg. aansporen. Mt nggesel). enz. Menggiranken. gestreept. warm maken. twee-dust-. schijfjes snijden. opbeuren. verzoeker. dr jven.). enz. blijde. Godot (Bat.. boksen. plaag. Girl (Sk. nier. plaaggeest. (ook Gesel. Kagirangan. bezoeking . mij. gekarteld gouddraad. plaag. gestreopte stof. Glut (Bat. door hot coos heen en weder to trekken. Gobar. Menggoda.. door bij haar to komen en to verblijven. snijden. tiring. enz.sing. in dunne plakjes. enz. bezoeken. op zijdeschuiven. koken. twee on eon halve centstuk. enz. verheugen. Goea (Chin. verschuiven. eon drijf jacht houden. ook (van mannen die moor vrouwen hebben).). Godok (of Godog). slacht en. verleiding.

om er onder to schuilen. suikerrietsuiker . Goedig.). keukenstroop. Goena.. ontvallen. Goelat (of Goelet). niet weten moat to doen. onnoozel. Menggoegoerken. ontijdig doen afvallen. verward. tot eon lijvige massa opgekookte en in dunne stokjes gestolde suiker . afvallen. gouverneur. . Ajer goela. enz. enz. domoor. Goelai (of Goole). Goela batoe. 111 of van vleesch bereide. spint (van hot hout). suiker in zandvorm. melkhuis. de schurft hebben. Goedel (Jay. Goena area = Goena d j awa. elkander omarmen. melkerij. uitslag. Goela pasir. wachthuisje. schurft. (meestal met kleine wimpels aan stokken in de hand of dergelijke kenteekens). verkregen door koking van van den kokospalm getapten palmwijn. schurffig zijn. Goedang. enz. Goedji. klontjessuiker . bruins door koking van pahnwijn verkregen suiker. onbevattelijk. worstelen. Goeboek (av. hot vuil aan de pudenda. huiduitslag. verbouwereord zijn. kalf of jong van eon buffel . enz. suiker. Goebloek (of Gebleg). Goebernadoer of Goebernoer (11011. Goegoer.). magazijn. Goelang of G oelang-goelang (Jay. Goelali. pakhuis. suikerwater. Goela tjeng. gejaagd. . siroop. suiker . voorraadschuur. Tahi goedel. rnelkinri chtin g. die eon met govolg rijdend hoofd voorafgaan. in de war. Goebal. Goela teboe.). Goela kelapa. provisiekamer. Goedigan. omstrengelen. stork gekruide toespijs bij de rijst.). Javaansche suiker .bloemen. ook (in de rekenkunde) deelen. klein huisje. voorrijders. personen. enz. enz. naam eener met GOEN. gewone gekristalliseerde suiker . Goeladjawa. schurftig. ontijdig ter wereld komen . eon abortus bewerken. ruwe stroopsuiker. Goegoep. kleine tijdelijke mooning. dom.

Goemilang. Mempergoenaken. pak van opgerold good. nut. voortrollen . gladgeschoren.iets wentelen. Gaud. moat opgerold is . ook zich op den grond wentelen. Goe- . wentelen. rol. Goeloengan. bergketen. rollen. berg. verkregen door waking van den bast van Boehmeria nivea.. ook : de geleider of verzorger van 112 GOEN. Goenoeng. snort van vlas. Goeni. rol. deugd. aanwenden.~ Goenem.enz. Goempita. bijzit. schitterend. ook inlandsche of Chineesche huishoudster (van eon Europeaan). weifelend. van vechtenden). enz. kaalhoofdig. Goendal. Gegoe loengan. goods eigenschap. Goendik (Jay. Goemilap. nuttig. omkrullen. rollen.). knikkor van hoorn of ivoor of van de hardo pitten van zekere vruchton. gotier. Bergoenem (Jay. rollen. elkander omvatten on tegen den grond trachten to smakken. lawaai. blinkend. met elkander praten.). blinkend. wankelend. ten nutte maken. Bergoena. enz. zich oprollen. dat men bij hot tellen van iets maakt. Menggoeiingken. dat men gehuurd heeft. Goena. Goempal. Gosling. enz. donderend. enz. van dit vlas worden zakken. van nut zijn. Goendoel. . kortharig. Goenawan. eon rol maken . dor Urticaceae . Menggoeling. geraas. leven. doen rollen.. ook toovermiddel (Goena-goena) . merk. gebruiken. schitterend. enz. Menggoeloeng. bijwijf. touw.pita. zie Gempal. fam.. nuttigheid. beraadslagen.~nuttig. glad van aanzien. in elkander gerold (bijv. rollen . enz. Goemoeroeh. Bergoeling. Goendah. kerfjo. Goendoe. Goeloeng. op zijde gooien. kaal. enz.. nut hebben. nat. twijfelmoedig. Bantal gos ling. Goemoel (van vochtenden). gemaakt. oprollen. rolkussen. tot iets strekken. eon rijpaard. enz. enz. zie Gem.

ovorhaast. Menggoerah. Goenting. Goeroeh. Goerda. in hot gebergte gelegen. spoelon. Goerindam. of knippen. Gogok. smakelijk. sollon. breed bulk. enz. schaar (om to knippen) . Bat. gekscheren. haast. enz. l eeraar (inzonderheid van den godsdienst). Goeri. tandvleesch. enz. Goerah. boos worden over lets.noeng api. afgeknot. schudden. aaien. Goewa. ravotten. Goetjel (Jay. euvel opnemen. enz. knippen. Bergoeroe. haastig. Goewam. enz. Goentji. vocht in de keel opvangen en zoo drinken. Goerau. Pegoenoengan. overhaasting. voorzien van strookon. bij eon goeroe in de leer zijn. Goeroe. lekker. spreuk. halfdonker. verglaasde pot. kan. spruw bij zeer jonge kinderen zichtbaar aan de dik beslagen tong. (ook Gom). die pas bevallen GOMB. groote haast. die als afzonderlijke bandjes dienst doen. zwaar gerommel. Goewah (beter Goeha).). Goepoeh. lekkersmakend. gedruisch. leermeester. meester. Goetji. Goeni. uitspoelen (den mond. niet holder. spelonk. Goerita. ook gaffelzeil. geraas.of onderlijfsband voor kleine kinderen (ook voor vrouwen. gekheid maken. kruik. Goepernemen. Goesar. gouvernement. benevold. zijn). Bergoerau. croquant. vetsmakend. meester. boerten. hol. onderwijzer. duister. haarlok. spelen. ook hoog. Menggoenting. Menggogok. dondor. niet puntig uitloopen (van vaartuigen).). lets kwalijk nemen. Goentjang (of Gontjang) Menggoentjang. spreukgedicht. zie Garoeda. gebergte. eon flesch. Goerem. enz. slip. euvel duiden. Goeati. stork heen on wader bewegen. stoeien. vulkaan . grot. Goentoeng (ook Boentoeng). hear. school gaan. stomp. . bovenlandsch. zie Goea.

schommelen. schommeling. braadsel. Gonggong. Go1ik-Menggohk.M nggonjeh.Menggombala. Menggojang. borende in jets. wrijven.lMenggonggong. Menggoreng. zie Gondok . Gombang.herder. wegvoeren. Menggorok. Menggonjel. bewegen. blaffen. Bergomplok. in alle haast opwinden. wegdragen. bakken. risten. Gorging. ook wegpakken. Menggoris. groot koperen bekken met een knop in hot midden. tros. Gosok.. 113 . Menggosok. schudding. krop. garen of touw. Gomplok. Gombal. in beweging brengen. Gondong. een gat maken. enz. naar de weide drijven. braden. Gombeng. enz. baal. vee hoedon. op lets bijten. haar op hot hoofd. verglaasde aarden pot. kropgezwel. kerf. schudden. klomp. jets of iemand de keel afsnijden. zich zacht heen en wader bewegen. baksel. eene opening wijder maken. de bof (Gondongan).veehoeder. enz. enz. vleien. een puist of gezwel) drukken. verwijden. Menggombeng. . Menggondong. vod. behoorende tot de inlandsche muziekinstrumenten. boeIHADJ. Bergojang. Goris. enz. maken. Gondok (ook Gondong. iemand lekker maken. Gonjeh. gezwel aan den hats. enz. kauwen. versleten good. Gondongan. ook zacht op lets (bijv. Gombak (Jay. kras. lijn. op een hoop bij elkander zijn. streep. vlok. lompen. Gombok. inpakken. (van iemand zonder tanden of van een zuigeling). pak. kuif. klompen vormen. Gong. schram. Gorok. hoop. krassen. Menggombok.. M nggolot. COMP. Golot. bepraton. oprollen. rondwentelen (bijv.ookGonjel. rist. rollen. kerven.). eon vogel aan hot spit). lets draaien. Menggonjel. Gombala. strepen enz. trossen.Gojang. pakket . Golok. kapmes. Gondong.

Gotongan. voorneinens zijn. ten einde brengen. .). Berhadjat. beeindigd. ook voornemen. Grombong of Grombongan (Bat. ten einde. niet moor voorhanden. Menghadjlken. afvegen. MALEISCH-HOLLANDS CH.).).) : Ada saorang datang daripada graib. Menggotjo. Boeroeng geredja. bezigheden hebben. wat gedragen wordt. boksen. Habis (of Abis). verborgon. afgedaan. Gosong. Grafb.non. wetten. koraalrif. Hadapan (of Hadepan) zie Adep.). enz. Menghabisken. poetsen. beeindigen. schuren. Hadjat (Ar. geschroeid. aangebrand. slijpen. alles. gedaan. Gredja (zie Geredja). afdoen. Hadj (Ar. Penghabisan. H. voor of in de plaats van eon . vreemd. enz. enz. verbruikt. ook rif. nieuw. zie Adep. stompen . noodzakelijkheid. vracht. niets moor over. bedevaartganger naar Mekka. verbrand. die niet diep onder water ligt. Barangbarang itoe graiblah disitoe. door wr jven schoonmaken. Gotong. al. zandbank. einde.. to groot (van kleederen). behoefte. op. Grembeng of Grembengin (Bat. to ruim. opmaken. de bedevaart naar Mekka. Naik hadji. enz. or kwam iemand uit den vreemde. opgebruikt.). ook draagmiddel. musch. Gosong. breede klip. Menggotong. met de vuist slaan. to wijd. Bergotjo. nieuwtj e nieuws. Hadap (of Adep).anhoudend om jets vragen. Hadji. in dienst zijn. verbruiken. geheel en al. Hadits (Ar. Gotjo. ook: orgens niet to krijgen (van goederen bijv. noodzaak. geschenk. enz. Hadiah (Ar. zandplaat. iemand bij zijn kleod vasthouden (zooals eon kind kan doen) en a. enz. dragon .). die goederen (artikelen) warm or vreemd (niet to krijgen). afgeloopen. een eind aan jets maken. aan eon behoefte voldoen. ter bedevaart gaan naar Mekka. verschrooid. vuist. vuistslag. met de vuist vechten.

enz.). voorhoede. echt.zonder smack. dierlijk. Anak halal. polijsten. rechter. dier. Haloewan. dienaar. overledene. tegenwoordigheid. voorstuk. HAMZ. Halimboeboe.). ook gebruikt voor : jk. .). enz. recht. fijn.. open plain (voor een. voorplein. ook welopgevoed. geesten. wettigen.). magistraat. Menghadlirken.). hoos. Perhambaan. enz. Hak (Ar. bliksemflits. toestand.). rechtmatig bezit.). wonderlijk. beast. tegenwoordigheid. Halaman. verbazingwekkend. Hal (Ar. de bedevaart near Mekka maken of het geld daarvoor besteden. verbazing wekken. Menghaloesken. Haiwani (Ar. de geestenwereld. Menghairanken. aanwezig. schenking bij leven. dienstbaarheid. voorhanden. echt. welgemanierd. Bangsa haloes.) (of Heran).).). verwondering. waarheid. geweldig. tegenwoordig doen zijn. Hadlirat (Ar. verbazen.gebouw). Haibat (Ar.). I Samba. zaak. waterhoos. bijwonen. bliksemschicht. bliksemstraal.). enz. tegenwoordig zijn. erkend . knecht. geoorloofd. windhaos. zwak (van een . voorste deal. wettig. vergiftige duizendpoot. staat. Haibah (Ar. voorsteven. wettig kind. koers. teeder. majesteit. in hat rechtmatig bezit van jets stellen.8 114 HADL. tegenwoordig. geslepen. Haiwan (Ar. fatsoenlijk. Hakikat (Ar. flauw van smack. Hambar(of Ambar). enz. wet iemand rechtens toekomt. ontzagwekkend. . Halilintar. jets fijn maken. omstandigheid. slavernij. vee. Haloes (of Aloes). gesteldheid van jets. die daartoe niet in de gelegenheid was. to voorschijn brengen. enz. dun. ook richting. voorhof. Hairan (Ar. Hakim (Ar. Menghalalken. Berhadlir. geval. Hadlir (Ar. verwonderd. Halal (Ar. Halipan. wonder. veroorloven.

Menghamparken tangan. zie Ampedal. Hangat (Hanget of Angst). enz. uitspreiden. zie Emboss. dicht bij. zwanger zijn. zie Anjoet. Hamper. Menghampir. makker.. dicht bij zijn. hat bekende teeken dat diem om den medeklinker alif to vervangen en van de wau en ya klinkers to maken. Hamis. kaaimuur. alleen. lauwheet. zich in de breedte en lengte uitbreiden. zie Ampelas. . de handen uitspreiden. zaaien. den v HAND. w. verspreiden. Hampedoe. Hambaro. vriend. Menghamboer. op jets springen. uitvegen. zwangerschap ..). Menghamilken. jets nabij komen. enz. Hamboer. doen naderen. z. Handai (of Ande). hoot (door vuur). ook jemand uitnoodigen to zijnent can to komen. schrappen. . houten beschoeiing. enz. lauw. d. naderen. Handai-taulan. uit elkander jagen. maar. Hamboes of Hemboes. uiteen. jets dooden. drijven. wel in de pleats van een sluitletter k to treden. zje Ampedoe. Menghamboerken. nader brengen. uitvegen. mild zijn. vrienden en makkers. wegvegen. ten ware.. zich verspreiden. Hampelas. Hamper. Meng hamparken. Sobat-handai. uitgedaan. tenzij. Menghampar. Menghampoesken. ook zwanger zijn van. Menghampiri. enz. zwanger. Hamil. Hampas. Hamza (Ar.. enz. schrappen. bezwangeren. zie Amis. zie Ampas. Hampoes. uitgespreid. zwanger maken. behalve. weggeveegd. enz. ook gooien. Hanjoet. jets uitspreiden. Hanja. Menghampirken.. uit elkander gaan. wag.stem). enz. bijna. kameraad. Hampedal. dood. slechts. zich op jets storten. uitdoen. ook op jets gelijken. Menghampoes. enz. enz. nabij.

Antar-antaran). . lang uitgestrekt l~ggen (bijv. .nd. aan gruis slaan.Hantam (of Hantemt). enz. Menghargaken. iemand of lets doen begeleiden. Anak harem of Harem dzadah. enz. van waarde.). Haoer-biros = Haroe-biros. uit zijn verba. enz. ranselen. M nghantemi. lets (een stok enz. op lets bouwen. heilig verklaren. heilig.verontrusten. Hapek (of Apek). (zie dit woord) . Menghantem(Bat.bruidsgeschenk. aan stukken. enz. met kracht slaan. Hantaran. een rammeling toedienen. Menghantemken. hopen. Harem (Ar. waarde. good raken. in onrust brengen. (Mengharep) Mengharep-harp. ook jets langzaam near voren brengen (bijv. in beroering. enz. N. lets verbieden. prijs. vunzig. verwachten. Harga (ook Arga of Rega).~beuken op jets. den prijs van lets bepalen. verteerd . met jets slaan. escorteeren. enz. 115 wet ongeoorloofd. .). verboden. vergruisd. suiker in water) doen oplossen. . eon hoogen prijs hebben. geheel in rep en roer. enz. hoop verwachting. geleiden. 3antjoer. muf. herhaaldelijk slaan. enz. jets stuk makers. aan flarden. ook jets (bijv.). . Mengharamken. ook vervloeken. .. Harap (of Harep). onecht kind. volgens de HATI. Menghantarken. reikhalzend near lets of iemand verlangen. de voeten) . hoop koesteren. Pengharepan. jets op prijs stellen. stuk. Menghantjoerken. Berharga. erg plagen. Terhantar. B. op jets hopen. hoerekind . in flarden scheuren. Hantoe zie Antoe. bezending (verg.) gebruiken om to slaan. slaan. duf riekend. Hot bijgevoegde dida diem tot versterking den uitdrukking en heeft dezolfde waarde als amat. enz. Hantar (zie ook Antar). enz. geleide. van lijken op eon slagveld). ook opgelost. verbr jzeld. ontbonden. Haoer-biros-dida (Bandjerm. gewijd.

ook belasting van jets heffen. Harimau (ook Rimau). productief maken. voorts. enz. Hate (Ar. opschudding. hart. ook belasting. met voorzichtigheid behandelen. zie Arta. begeerte. geroerd. enz. aroma. .~bergklimaat. Berhatsil.). Berhati. Hantjoer hats. (ook Hash of Ash). Hati beset of Besar hati. Sahari-hari. nu. Hedja. Menghatsilken. verontrusten . product. Hati (ook Ati). Menghedja. enz. binnenste.. Sampai 116 HATS. Hati ketjil. kwalijk nemend. Haste.). near hoogen strevend. enz. aangedaan. temperatuur. hot inwendige. opbrengst. Hawa pagoenoengan. Hawa nafsoe of -. Ketjil hati. ook geoorloofd.Hari. iemand toegeven. succes. aanmoedigen. Hatsil (Ar. Member hats. ook lucht.napsoe. berglucht. zie Asta. hartstocht. beroering. Hatihati. drift. of Sabers hari. voorzichtig. near behooren. . Heroes. toegen egenheld winnen . productief zijn. lever. . Sahari. enz. elken dag. spell en. toen. geurig. moedig zijn . spelling. hardvochtig. Haroem (of Aroem). Harts. voordeel. Haroebiroe. zin. wijders. Hedjrah (Ar. dag. hot tijdsverloop van eon geh eelen dag. jets ter harts nemen. op zekeren dag . Hartal. stroom. daarna. moedeloos . Hari-hari. Mengambil hats. iemands hart. geur. Hawa (Ar. lust. (meest verbonden met Make tot Hata make). enz. Memperhatiken. enz. zooals hot behoort. hoogmoedig. hooghartig. behoorlijk. eon dag. hats. onrust. beroeren. maag. beginnende met hot tijdstip der vlucht van Mohammed. tijger. de tljd van zonsopgang tot zonsondergang. dagelijks. enz. ook neiging. opstand. doen voortbrengen. een hart hebben.). gomood.). zie Artal. welriekend. dims. Haroe. de Arabische telling. gedurende eon ganschen dag. klimaat. strooming. en. Saharian of Sahari-harian. kleinmoedig. odour.

winnen. enz. willen. holder worden. opgaan (van de zon) . noodzakelUk zijn. Hiboek (of Iboek). leven. mooted. rusten. HIKM. walgen van jets. begeerte. ook tegen jets aandrukken. komkommer. uitscheiden. jets willen. Helai. ledig. duwen. zie Iba. dringen. levend (van planten en dieren). Menghempet.Hela. jets ledig maken. versch (van vloesch. . enz. klaar gazette spijs en drank. Hidoep. vel. ijdel. begeeren. zie Iboer. Hempa. enz. blad. Menghempaken waktoe. Hidang. zie Idam. HI ndak. enz. (dit woord wordt als hulpwoord gebruikt bij hot tellen van dunne. Henti. Menghela. platte voorwerpen.). ongerust. enz. ook van hot hart) . bezorgdheid . levenson- . wonsch. voortsleuren. Honing. jets verachten. de bovenhand hebben. Berhenti. Hemat. trekken. Kahendak. holder. Hiboer. verlangen. rust-. stjlstaan. enz. bedrukt. Hidam. doorschijnend (van vlooistoffen. hot leven. Menghematken. begeeren. Hidoeng. Hiba. vertoevon. Menghempaken. klaarzetten . Hentimoen (meest Timoen of Ketimoen). boven op jets liggen. Memperhentiken. blijven staan.. ploisterplaats. enz. ijdel maken . Hidangan. verlangen. Menghendaki.). doen stilstaan. wenschen. Hempet. enz. doen ophouden. treurig. als papier. den tijd verbouzolon. enz. inspanning (van den goost). spijs of drank opdisschen. kommervol. bladeron. bedoelen. Kahidoepan. bedoeling. zie Idoeng. Perhentian. Hidjau (of Idjo). doer uitscheiden. sleuren. boven zijn. Menghidang. halts. groan. verlangen. voorttrekken. Himat). wachten. Menghening. wil. enz. jets met zorg behandelen (vergel. klaar. Hewa.

hat gemeen. Perhijasan. Rajat. vereenigen. alles. gemeen. vergaderen. in hot leven laten. Menghtjasi. verfraaien.enz. zorg. godheid. enz. verzamelen. toovermiddel. Menghikmatken. nevelig. plebs. betooveren.Menghimatken. zuinig.enz. bijeenbrengen. berekenend.verhaal. Hikmat (Ar. eon geschiedenjs vertellen . jets versieren. wijsbegeerte. zie hang.. Hilam (of Hilam-hilam). Menghlmpoen. tot dat. verfraaien. vereeniging.of Orang hina dine. opschik. . ergens op neerstrijken (van vogels. bijeenbrengen. gemeen. Hl joe.derhoud.geschiedenis. tot aan. zorgvuldig. van jets eon verhaal maken. bijeenkomen. vergaderen . opsmukken. Hina. geheel afgedaan. met overleg. enz.toolen. vereenigen. Menghikajatken. zoodat. overleg. . wondervermogen. Sahingga. Perboewatan jang hina. doen leven. verzameling. bijeenroepen. tool.). HILA. Hijang (of Hjang). gering. onduidelijk. Voor-India. Hindoe. geheel. Hilir.). jets met overleg enz. zie Ilir. haaj. Orang bindoe. tot.zich ergens neerzetten. grens. in hot loven laten. berekening.Menghtjas. Hingga. vorsiering. Indisch. tot aan. onschikkon. Hindi. Himpoen. armoedig. Menghidoepi.vorsieren. Berhimpoen. . tot dat. vergadering. Hikajat(Ar. of betalen. vortelling. Hindoe. Himat of Himmat (Ar. die vliegen). tooien. verlevendigen. enz.. Hind. geleerdheid. gering yolk. ergens op zitten. Perhimpoenan. verzamelen. Menghidoepken. zelfs. geheime kunst. flauw zichtbaar. oplettend.jat. Hl jas. Hindoesch . Berhika. hot loven geven. Menghimpasken. kunde. jets geheel afdoen. gemeene. Menghimpoenken. . kennis. Himpas (of Impas). geheel of betaald. enz. Hinggap. min. lags handeling. laag. eon verhaal doen.Berhinggap.). doen. wetenschap. India. Hilang.gissing.

zie Itoeng. zeekreeft. hechten . Hoedang loeboek. belasteren . begluren. . Hoedang (of Oedang). gewoonte. uiterste punt. Hiroe-hare. Menghoekoem. Hoedjoeng tanah. loeren op jets.verbinden. de buitenhoek van hat oog. enz. stortregen. bestuur. rechterlijke uitspraak. . 117 groote ongerustheid verkeeren. Hoedjat. Hitoeng. regentijd. aaneenlasschen. rivierkreeft. aanhechtsel. Hoedjnn (of Oedjan). Hoedjan panas. ook bewijs. door sane kleine opening kjjken. Hoed jan rintik-rintik. gluren. lastering. Menghintai. Hoedjan deras. enz. verlengstuk. Menghoedjanken. garnaal.Hintai (of Intai). Hoedjat. rechtstitel.). -laten staan. Chin. Menghoedjani. Hoedang karang. opper ag. beregenen . verwarring. Hoeboeng. gewone garnaal. Hitam.). in HOEK. in den regen brengen. zie Isap. Menghoedjatken. enz. Haskoeman. belasteren. aaneengevoegd. hoek .regenbij zonneschijn. Hiris. landpunt. beloeren. ontroering. groote zeekreeft. Hoedjnn aboe.Menghoeboengi. Hoedjan aboe of Gerimis. Hoed joeng mate. Menghoeboengken. wet. Berhiroe-hare in onrust. motregen . er jets aan toevoegen. regen bij enkele droppels . Hoedjoeng (of Oedjoeng). regen .). laster. gelascht. hagel . bespieden. vonnis.. Hoekoem (Ar. samenvoegen. straf. onrust. enz. Hoedang barong-sai (Bat. Hoedang pantjet. kaap. zie Iris. wettelijke installing. ook aschregen . lasteren. verbonden . wolkbreuk . straf . uiteinde . groote zeegarnaal . kreeft . homard (Fr. Hoedjnn batoe. Menghintip. Moesim Hoed jan. ieman d lasteren. regenmoesson. jets ten lasts leggen . Hintip (of Intip). zie Item. Hisap. Menghoedjat. opschudding. ook : regal. Hoeboengan. Hoedang galah.

(gewicht) = 1/10 thail. overste. overgeven. Hoeloer. hoofdstam. de spits vormen. in vrijheid laten loopen (van vee. Hoema (Soend. tuimelen . doodstraf . klaar. Hoeloe kapala. hoofd. Hoetan (of Oetan). straffen . een vonnis velion. oorspronkelijke stain. spits. Hoetang (of Oetang). . grasp.aanreiken. met water hesprenkelen. legerhoofd. schelden. de vijanden tuimelden door elkander. letterteeken. Hoemba.). Hoeroe-hare. Hoeloebangsa. dat na eon a twee beplantingen verlaten en break gelaten wordt. Hoembar (of Oembar) (Jay. getier.). Orang-hoetan. Hoeloe hate. Hoeroes (of Oeroes). lawaai. oorsprong eenerrivier. Moesoehn j a berhoembalangan. Meng118 NOEL. rechterlijke uitspraak. voorste. enz.verplichting. Mohammedaanseh recht. beweging. geldschuld. kleine kinderen. enz. woud. in orde. NORM. Hoeras. zich aan hot hoofd stellen. schuld. Hoekoem siasat. geregeld geordend. bosch. opschudding. heft . Babi hoetan.). Hoenoes. Hoekoem mats. Hoeloebalang.). Hoeloe. vrij. voorafgaan. Menghoeloer. Hoekoem Islam. droog rijstveld op hot gebergte.Berhoetang. Ajam hoetan. geraas. toereiken. overreiken. geesels traf . wild . hoekoemken (ook Mendjatohken hoekoem).). beroering. verduisteren.onbeschaafde. wild zwijn.vonnis. ook benaming voor de bekende apensoort . zie Oenoes. maagholte. letter. Hoeram. verduisterd zijn.voorvechter. Menghoeloeken. zie ook : Oeloer.krijgsoverste. uitspraak doen. Hoekoem kisas.straffen. bovenland.boschhoen. hoofd. Hoembalang. Kapoetoesan hoekoem. Hoeroef (Ar. wildernis. wilde. uitspraak doen . kruin . weiden. gevest. Menghoeras. Hoen (Chin. begin. los.boschmensch.

Honar. aandoening. eer. Mengibaratken. Hormat (Ar. moeder . eer bewijzen. Terhormat. eerbewijs. enz. Tanda kahormatan. Ibadat (Ar. Iboe. eerbewijs. jets met zorg behandelen. iemand crediot verleenen. zich met jets bemoeien.). jets aan iemand leenen. Hoewit. bedoeling. zinspeling. achten. zie Onar. geeerd zijn. wet geheiligd is en niet geschonden mag worden . enz. voorbeeld. weigerend. huldigen. religie. enz. Ibarat (Ar. achting. uur. op crediet geven. Berhormat. Hoewa (Ar. eeredienst. debet en credit . waarbij eon waterbak om den rook door water to laten gaan. hoofdstad. . zie Oewap. eer hebben. eerbewijs. zorgvol. zie Hiboek. trouw zijn godsdienstplichten vervullen. iemand jets als bewijs van achting. godsdienst. Hoetang-pihoetang.. Iboe bapa. uitlegging. ook geeerd zijn. weemoed. jots verzorgen. zich aan jets gelegen laten liggen. Hokah. vader en moeder.. enz. voor jets zorg dragon. IBA. enz. ook iemand eer bewijzen. verschuldigd zijn. Menghormati of Members hormat. schuidvordering. Iba. Kahormatan. eerbied. achting toedragen . godsvereering. Hopen (of Open) (Jay. Hij.). Beribadat. enz.). nemen.). tijdstip. gelijkenis. duivel. God. weigeren. eeren. gelijkenis. ook eer bewijzen . enz. Pihoetang. eer. Iboe negeri. bewogen. eereteeken. voor jets interesseeren. jets tot voorbeeld. aanbieden. en lichaam. in sere stag. ook ongehoorzaam. .). goods naam. Horas. eeren. eerbiedigen . godsdienstig zijn. tabakspijp. Mengoetangi of Members hoetang. verklaring. Iblis (Ar.ontroering. Mengoetangken. Iboek.). ontroerd. eerbied.schuld hebben. reputatie. zie Oewit. eereteeken. op jets lotten. de duivel. weemoedig. jets als bewijs van achting of eerbied aanwenden. Hoewap. Menghormatken.

). periodiek op dezelfde plaats'terugkeeren. omsingeling. enz. insluiting.). lang over. schepping. Idjab (Ar. Idam. omwenteling. (buy. grooten trek in jets hebben. zulk een geschenk aanbieden. toestemming. Idjad. Pengiboer. uitvinding. kringloop. van plaats veranderen. omsingelen. rondgang. Mengidah. sukkelen . de borstelige vezels van den aren-palm. enz. Mengidari. Mengidar. met. processie. vertroosting. Bintang beridar. ook jets omringen.. troosten. trooster. vrije wil. de oorzaak zijn van bet ontstaan van jets. gaan vleeschelijke gemeenschap met een man hebben mag. troost. (of Iddat). wordt gemaakt. een lead lenigen. our jets been loopen.) (ook Indjoek of Doek). troost. Mengidam. 119 Idar (of Ider). Mengiboer. Mengidapken. . langdurig doen lijden. geschenk (van een vrouw aan een man) tot aanknooping van minnehandel .). ronddraaien.waarin of gedurende welken een weduwe (bestorven of onbestorven) niet hertrouwen..chronischlijden. langdurige ziekte.Iboer. Idapan. Peridapan. rondloopen. rondloopen. Mengidap. enz.. omloopen. enz. vertroosten. Peridaran. kwijnen. Idap. planeet. rondreizen. enz.). en die ook veal voor dakbedekking wor- . enz. wentelen. een keuze doen.. stark op jets belust zijn. de tijd. enz. IGAL. stark naar jets verlangen. Mengichtiarken. ook heiblok . vertrooster.Mengidarken. verandering van plaats. vrij handelen. Id jo. groan. Idjoek (Soend. die sours naar allerlei zaken kunnen verlangen).. Ichtiar (Ar. enz. enz . Iboeran. jets rond laten gaan. dwaalster. rondgaan. rondtrekken. Iddah (Ar. ronddrentelen. in de rondte gaan. enz. rondtrekking. enz. vrije keuze. van zwangere vrouwen. our jets lijden. rondgang. sukkelen. langdurig lijden. Idah (Ar. waarvan touwwerk enz. daardoor minnehandel aanknoopen.

Ija itoe. omdijkt. verlof. omwallen. vatten.enz. verbinden. waarin of waarmede jets gebonden.buikband. behooren . aaneengevoegd. Mengigal. Ihram (Ar. hardop droomen. Mengigau. daar. toestemming. logplankje. Mengikat. Ikan-ikan. veroorloven.de Mohammedaansche bedevaartskleeding.gordelband. bewilliging. enz. opvolgen. enz. navolgen. Mengikatken. Ija. verlof vragen. enz. gehoorzamen. met jets binden. hat. gedurende walker die kleeding gedragen wordt en verscheidene verbodsbepalingen behooren in acht teworden genomen. Ikat pinggang. (sours ook vooj vleesch).verlof geven. omwalling. krullend.. Ija. Igau (of Igo). in navolging van . verband. omringd is. ronddraaien (met den staart uitgespreid). enz. Minta idzin. achternagaan. ook de tijd. Idjon (Jay. tig rondstappen. slaapwandelen. welja. Idoeng. Ikat. bewilligen. in jets vatten of zetten. enz. ronddansen. een kalkoensche haan kan doen). omdijken. onderhoorig zijn. namelijk. Idzin (Ar. to weten. . onwettig. binden. de nachtmerrie hebben. in jets vatten. BeriJa. navolging. krul.visch. in den slaap ijlen. dat is. Pengikatan. bos. Iga. volger. rib. enz. Ikoet. Memberi idzin of Mengidzinken. omwallen. Ikan. inbinden.verbinden. Berikatken. . Memboewang ikan-ikan. verboden. Ikal. Igal (of Igel). binden. omgeving. bundel. pronkerig rondloopen (zooals bijv. news. vastbinden. -. voorschot op nog to veld staand gewas . fier.. vloek. praten. 120 IGAU. zij. samenvoegen. hij. enz.). bindsel. samenvoegen. ja. op nog to veld staand gewas geld geven. banvloek. hat. hij. inwilliging.). omdijken. vastbinden. Mengid jon. zij. gevat. Mengikoet.). logger. golvend.. enz. iemand met ija aanspreken. staI. enz. enz. angstig.den gebruikt. jawel. .

fijn trappen. enz. good. zoek brengen. salivatie. achter elkander.). geloof. Imat (Ar. Mengilir. salivee~ren. watertanden. enz. kwijlen. uitvegen. afvaren.verliezen. gevoelen. bevestiging. I1ir. doen verdwijnen. toestemmen. zie Kilam. tar dege. herhaaldelijk. bevestigen. wag. waaier van gevlochten bamboo. hat gewicht of hot getal. Giles). . enz. door een plotselingen schrik enz. eerbewtjs. oplettend. beoordeeling. stoat. (of Imboeh). Pengikoetan. INAN. ook inborst. zoek maken. (of Himat). Ikrar (Ar. gehoorzaming. karakter. Ilea. zorgvuldig. godsvereering. belijden. nadoen. vertrouwen in God.). met de voeten malen. ear bewijzen.). Ilir. enz. geestelijke voorganger bij den openbaren godsdienst. eon rivier enz. de daaraan gelegen streak benedenstrooms. Imam (Ar. Pengikoet. Ikoetan. wegmaken. Berikoetikoet. Mengimboh. wetenschap.). nabootser. (verg. ear. godsdienstbelij denis. train. vermist zijn of worden. Menghilangken. her. Perikoet of Pelikoet. Mengimbohken. . Mengiles. hang. Inang. Mengiler.tot. gevolg. nabootsing . trappen. nabootsing. ook keukenwaaier. zijne bezinning verliezen. . opvolgend. flap.). afzakken. Ikram (Ar. volger. enz. navolging. eon toegift bij jets doen. enz. I1am. Ilmoe (Ar. kennis. benedenloop eener rivier. opINAP. priester. tooverformulier. enz. toegift boven de mast. met overleg. treden. voorbeeld. tot voorbeeld n amen. gedachteloos. door wrjjving fijn maken. wel. Imam (Ar. ook verliezen.).). verloren. enz. nabootser.. kundigheden. Imboh (Jay. stroomafwaarts gaan. eeren. vrouwelijke volgeling. ook tooverspreuk. toestemming. volger. jets als toegift bij jets geven.

passter, maid van een vorstelijk kind. map (of Inep), Menginap, overnachten, organs den nacht doorbrengen, overblijven, nachtverblijf houden; Menginapken, iemand nachtverblijf verleenen, jets eon nacht laten staan, enz. Indang, Mengindang, wannen, heen en wader schudden in een wan. Indarang, op eene zijde liggen. Indik, Mengindik, hurkend op jets loeren, naar jets toegaan, om plotseling op to springen en to grijpen. hiding, Menginding, op jets loeren, wachten, stil op de loer liggen, stil naar jets luisteren. Indja (Samoan indja), stuipen (bij een kind). Indjak, Mengindjak, treden, nedertreden, trappen, op jets trappen, vertrappen, met de voeten stampen. Indjap, trechtervormige ingang in een fuik. Indjil, evangelic, hat Evangelic. Indjin (ook Indjen), as van eon wiel, ook machjne. Indoeng, lichameltjke moeder. Inga-inga, afgetrokken, distrait, onnoozel rondstarend. Ingar, geraas, lawaai, misbaar; Mengingar, razen, tieren, lawaai maken; Mengingarken, tegen jemand razen, tieren, uitvaren, enz., jets ruchtbaar maken, aan de groote klok hangen, enz. Ingat (of Ingot), denken, zich bewust zijn, bowustheid hebben, zich herinneren, op jets letten, aandachtig zijn, voorzichtig, op zijn hoede zijn ; Mengingat, aan jets denken, zich jets herinneren, onthouden, enz. ; Mengingatken, iemand jets herinneren, op lets attent maken, tot voorzichtigheid aanmanen, enz. ook jets onder hot oog brengen; Ingatan, TRAM. 121 herinnering, enz. vermaning, ook denkbeeld, ~gedachte, oordeel, mooning; Peringatan, herinnering, aandacht, geheugen, aanteekening, iota, enz.; Tanda Peringatan, gedachtenis, souvenir. Inggeris, Engelsch, Engelschman. Inggoe, asa foetida, duivelsdrek,

ook de wijnruit (Ruts graveolens, L.). Ingin, begeeren, wenschen; Mengingin, belust zijn op jets, stork naar jets verlangen, jets begeeren ; Kainginan, Peringinan, wensch, begeerte, belustheid. Ingoes, snot, slum uit den news; Ingoesan, verkouden zijn, den droes hebben. Iii, doze, dit, bier, nu, thans, momentelijk, tegenwoordig, enz. Inja (Bandj.), = ianja, hij, zij, hot, hun, haar. Insja' (Ar.), indien hij gewild heeft. Insja'-Allah ~(Ar.), zoo God moil. Intan (of Inten), diamant. Intik, vlek, spikkel, sproet, puistje. Intil, Mengintil, iemand enz. overal volgen, achterna loopen. Intip, zie Hintip ; ook aanbaksel van rijst. Intit, Mengintit, verstoppen, verbergen, achterbaks houden. Intjar, drilboor ; Mengintjar, met eon drilboor bewerken, boron, enz. Intjar (Bat.) (of Intjer), Mengintjar, mikken, op jets mikken, doelen, enz. Intjoet, scheef, kreupel, mark (van gestalte, enz.), verkeerd (van de uitspraak); Mengintjoet, scheef-, mank-, kreupel gaan, woorden verkeerd uitspreken (ook Mengintjoeti). Ipar (ook Iper), zwager, zwagerin; Periparan, zwagerschap. Iram, verkleurd, van kleur veranderd (van hot gelaat uit verlegenheid, enz.), beschaamd, verlegen, confuus ; Kairaman, schaamte, verlegenheid. 122 IRAS. Iras, uit een stuk, niet gelascht of aaneengevoegd (bijv. eon ijzeren stijl, enz.) ; Mengiras, uit een stuk maken, in een stuk doorloopen, tegelijkertijd jets afdoen, enz. Iran, Mengirau, zich met jets bemoeien, zich voor jets interesseeren, notitie van jets nemen, enz. In, Mengiri, jets wenschen to bezitten, to hebben, to krijgen, wat eon ander reeds heeft, - jets benijden. ?rig (ook Ink) (Jay.), zeef, groote zeef, om gewasschen of gekookte groenten enz. to laden uitdruipen.

Ink, Mengirik, trappen op jets, jets met geweld (door or op to trappen bijv)., door jets heen person of duwen, padi van de aren losmaken door or op to treden, enz. Iring, Mengiring, volgen, begeleiden, vergezellen, ook achter elkander gaan, evenwijdig aan jets loopen, enz., - ook zijde, flank; Iringan, gevolg, begeleiding; Pengiring, volgeling, begeleider; Pengiringan,begeleiding,gevolg, stoet, aanhang; Beriring, achter elkander, jn colonne marcheerend, enz. Iris, afgesneden stuk, schijf ; Me. ngiris, in schijf jes snijden, kerven (van tabak), ontleden (van gevogelte), voorsnijden ; Irisan, wat in schijf jes of stukken gesneden is, die schijven of stukjes zelf, enz. Iroep, Mengiroep (Bat. Soend.), slorpen, opslorpen. Iroes, spaan, houten kooklepel. Isap, Mengisap, zuigen, inzuigen, opzuigen, ujtzuigen, rooken, schuiven, aantrekken (van ijchamen onderling) ; Isapan, wat gezogen, gerookt, geschoven wordt, enz. ; Perisapan, rook-, schuifgereedschap. Iseng, uit verveling jets ter hand ISTI. nemen, doen, enz. ; Iseng-iseng, tot tijdverdrijf zjch met lets amuseeren, enz. Isi, inhoud, vulsel, wat in jets zit of besloten is, gevuld, enz.; Isi negeri, de bewoners eener stad, de gemeente; Isi peroet, ingewanden; Isi roemah, gezin, de gezamenlijke huisgenooten, de bewoners van eon huffs; Isi soerat, de inhoud van eon geschrift ; Isi bedil, de lading van eon geweer; Berisi, vol, gevuld zijn, jets in-houden, bevatten; Mengisi, vulion, laden. Isin (Jay.), beschaamd, schaamte, beschaamd, bloo, bescheiden zijn ; Mengisin-isin, ook Mengisinken, iemand beschaamd maken, enz. Isit, tandvleesch. Isja (Ar.), begin van den nacht, hot tijdstip na zonsondergang, waarop hot avondgebed moot worden

opgezegd. Isjarat (Ar.), gebaar, wenk, teeken; Mengiaiaratken, wenken, door teekens of gebaren jets to kennon geven, enz. Islam(Agama Islam) (Ar.),Mohammedaansch geloof; Orang Islam, Mohammedaan. Isnen (Ar.1, (of Senen), Hari Isnen, de tweede dag (der week), Maandag. Iso, darmen, voornamelijk de kleine darmen waarvan senate enzz gemaakt wordt. Isteri, vrouw, echtgenoote,gemalin, vrouwelijk; Beristeri, gehuwd zijn, eon vrouw hebben, eon vrouw nemen, met eon vrouw gaan trouwen; Mengisteriken, Memperisteriken, eon- vrouw tot zijne echtgenoote maken, tot vrouw nemen; Anak isteri, vrouw(en) on kinderen, huisgezin. Istiadat (Ar.), gewoonte, gebruik Istimewa, voornamelijk, inzonder-. heid, bijzonderlijk, in hot bijzonISTI. der, to moor, zooveol to moor, des to orgor, enz. Istirahat (Ar.), rusten, rustnemon ; Beristirahat,non.actief zijn,geen betrekkingvervullen,rustondezijn. Item (of Item), zwart, donkey van kleur, zwarte, donkere kleur ; Item legam, pikzwart; Itam moeda,donkerblauwzwart; Itam manis,liefelijkbruin; Mengitam, zwart worden; Mengit,amken, zwart maken, zwart verven, enz. ; Itam itaman of Semoe item, zwartachtig, naar hot zwarte zweemonde. Itik, oend. Itil, kittelaar, clitoris (van hot vrouwelijk schaamdoel) ; Itil-itilan, de huig (van de tong). Ja, (uitroep, moestal van aandoening of verbazing) 0, ach, hoe ! Jahoedi, Jood, Joodsch ; Orang jahoedi, Jood. Jaji (Jay.), jongere bloedverwant, jongere brooder of zuster. Jakin(Ar.), ernst, ernstig,overtuigd, overtuiging, oprecht, oprechtheid; Mejakmken, jets ernstig opnemen, met overtuiging opvatten, in alle oprechtheid behandelen. Ja,koet (Ar.), hyacinth, robijn, topaas, saffier, chrysolieth, enz.

Jang, die, dat, wi0, wolke, dewelke, walk, hetwelk, waarvan, ook gebruikt als voegwoord dat on sores als bepalend lidwoord de" of hot". Jani = Ja ini, die, doze, dezelfde. Jatim (Ar.), Woes; Mejatimken, iemand tot eon woes maken, als zoodanig behandelen. JOGIJ. 123 Itoe, die, dat; I.a itoe, dat is, namelijk, to weten, enz. ; Karena itoe, om die radon, daarom ; Itoepon, dat namelijk, dock, mits; Itoelah, die, dat, daarom, juist daarom. Itoeng, Mengitoeng, tellen, natal len, rekenen, berekenen, afrekenen, achten, in aanmerking nomen, enz ; Beritoengan, met elkander afrekonen, over en wader de rekening opmaken ; Itoengan, wat geteld is, de uitkomst, hot resultant van hot tellen, rekenen, enz. ; Peritoengan, telling, rekening, berekening, afrekening ; Ilmoe peritoengan, rekonkunde, cijferkunde, enz. Itsnain, zie Isnen (Ar.). Jaum (Ar.), dag; Jaumoe'lalha, de dag der offoranden, nl. de 300 van d0 maand Dzoelhidjah, waarop men tar gedachtenis aan Abraham eon schaap slacht. Jod jana (ook Oedjana of Joedjana), zoover als men zien kan, de afstand waarop men eon voorwerp nog kan onderscheiden, gezichtsverte. Joenanoe, yolk der Grieken (voor Constantijn). Joesir, (van eon vlieger) losgesch0urd van hot touw en in de lucht met den wind medegevoerd, zwevend, schootgaand, enz. Joeta (Sk.) (of Djoeta), millioen; Sajoeta, eon millioen Jogija (ook Jogja, Sajoeg.a), behoorlijk, betamolijk, gepast, naar behooron, zooals hot behoo-rt, hot is betamelijk dat, enz. J. 124 KA. KAFI. S. Ka (of Ke), na ar, tot, diem ook tot vorming van hot passief en van verbaalnaamwoorden enz.

met hot achtervoeg,sel an. Ka' of Kak (Chin.), lijm (in bladen). Kaabah (Ar.), de heiligo tompel in Mekka. Kaadaan, zie Ada. Kabadjikan, goedheid, deugd, weldaad, goede daad, welvaren, voorspoed. Kabaja, lang jak met lange mouwen en van voren geheel open. Sabajan (of Keba jan), bode, ordonnans, ondergeschikt politiebeambte; Nenek kebajan (aan Mal. hoven), opzichteres over de vrouwen en jonge meisjes, meest eon vertrouwde vrouwelijke bediende van den vorst, enz. Kabar, zie Chabar. Kabir, groot, meerderjarig, oud, machtig. Kabir, Mengabir, eon drijvend voorwerp met eon stok, pagaai, enz. naar zich toe helm. I aboel (Ar.), welgovallig, welgevallen, toestemming,i nstemming, enz. ; Mngaboelken, goedkeuren, goedvinden, bewilligen, aannemen, toestemmen, inwilligen, enz. Kaboeli, Nasi kaboeli, r~jst met vleesch, visch, eieren, specerijen en andere ingredienten toebereid. Kaboeng, hoofddoek, hoofdomwindsel van wit goad, ook eon lengtemaat van 1'/$ vadem; Mengaboeng, zulk eon hoofddoek dragon, met eon kaboeng meten. Kaboeng (Soend.) (of Kawoeng, v ook Enau en Lontar), Borassus flabelliformis, L. nat fam. der Palmae, hooge palmboom, waarvan de bladeren dikwi jls voor papier gebruikt worden, en de palmwijn zoeto suiker oplevert. Kaboepaten (Jay.), regentschap, ook regentswoning, wat door eon boepati beheerd, bewoond wordt, enz. Saboer (ook Lamoer), niet good van gezicht, niet goad kunnen

zien, niet duideljjk ziend, dof, nevelig (van de oogen). Kaboes, flauw zichtbaar, nevelachtig. Kaboet, novel, nevelachtig, mist, mistig, onduidelijk to zien, flauw zichtbaar, niet to onderscheiden, donkey, duister; Kelam kaboet, ook Kalang kaboet, stikdonker, ook verward, door elkander, niet uit elkander to ondersch eiden, enz. Kadal, gras- of tuinhagedis. Sadang, bloedverwant, familieleden van hetzelfde blood. Sadang, wtjlo, pons; Kadangkadang, ook Terkadang, b j wijlen, sours, somtijds, flu en dan, of en toe, bij tusschenpoozon, eon enkelen keen, enz. Kadar, zie Kedar. Kad fang, matten van lange pandan- of bengkoewang-bladeren, ook dek, overtrek, vol (papier) enz. Kadji = Adji on Hadji, zie aldaar. Kadli (Ar.), rechter. Kadoeng, geschied, niet to veranderen; Kadoengan biasa, gewoonte is eon tweede natuur, niet to veranderen. Kadoet, grof matwerk voor zakken, zeilen, enz. Kaedanan (Jay., Soend., Bat.), gek, verzot, dol zijn op. Kafr (Ar.), ongeloovige, niet-mohammedaan, kaffer. KAGA. Kaga (Bat.) (ook Engga), neon, niet. Kaget, schrik, schrikken, ook verstomd, verbaasd, verbluft zijn, staan, enz. ; Mengagetken, doen schrikken, verschrikken, aan hot schrikken maken, enz. Kah, aanhechtsel, dienende om eon vragenden zin to vormen. Kahar, kar zonder veeren, vrachtkar ; Kahar pir, kar met veeren, op veeren. Kahendak, zie Hendak. Kahwa (Ar.), kofne. Kail, hack, vischhaak, vischtuig ; Tall kail, hengelsnoer, lijn om to visschen; Djoeran trail, Kajoe trail, hengelstok; Mengail, hengelen, visschen met eon hengel; Pengail, hengelaar; Perahoe pengail, hengelaarsbootje of -- schuitje.

Kain, doek, geweven stof, lijnwaad, geweven katoen, onderlijfskleed (waarvan de uiteinden aan elkander genaaid zijn, ook Saroeng genaamd) ; Kain pand j ang, zulk eon kleed, dock langer on waarvan de uiteinden niet aan elkander bevestigd zijn; Kain batik, uit de hand beteekende en geverfde kleedjes; Kain t Japan, geverfde kleedjes, waarop do figiiren machinaal zijn aangebracht; Kain kotor, de menstruatie ; Berkain, eon train aanhebben, enz. ; Berkam kotor, menstrueeren, de regels hebben. Kais, Mengais, krabben, krabbelen (zooals bijv. de kippen doen) scharrelen, bijeenschrapen. Kait, (ook Gait), hack, haak aan eon steel, scheepshaak ; Mengait of Menggait, met eon haak grijpen, vatten, naar zich toe balm, door middel van eon haak vasthouden, aanhaken, aanklampen, enteren, ook haken, blijvenhaken, enz. ; Tergait, aan jets blij van haken, vastgehaakt zijn, enz. KAKE. 125 Kaga, a s, zooals, gelijk, evenals, gelijkvormig aan, alsof, enz. Kaga, rijk, gegoed, bemiddeld ; Orang kaja, eon rijke, rijk monsch, ook titel van hoofden ; Kakaj 'aan, rijkdom, rijkdommen, schatten; Kakarjaan Allah, de wonderdaden Gods; Mengajaken, rijk maken, verrijken. Kajah (Bandj.) bij, aan. Kajangan, (of Kah jangan), go. denverbltjf, de hemel der goden, enz. (Verg. Hjang). Kajap (of Kajab), gevaarlijke huiduitslag. Kajau, zwaard of kapmes der koppesnellers; (ook Mandau); Mengajau, koppensnellen, met eon ka,jau iemand hot hoofd afslaan, enz. ; - Menga jau, ook naar jets steken, dat onder water ligt en niet zichtbaar is. Kajoe, hout, houtgewas, boom, balk, enz., ook stuk good (dat om eon plankje gewonden is) ; veal gebruikt in verbinding met benamingen van vole houtsoorten, bijv.; Kajoe mania, kaneel, zoethout, enz.; Kajoe bakar, brandhout.

Kajoeh, riem, roeiriem, pagaai; Mengajoeh, roeien, pagaaien, met eon roei- of schepriem roeien ; Mengajoehken, eon vaartuig door roeien vooruitbrengen, enz. Kajoman, beschaduwd, onder schaduw. Kaka (ook Kakak, Kakang), oudere brooder of zuster; Kakanda, hetzelfde in hoflijken stijl en tegenover vorstelijke personages. Kakak, geschater, gesnater, gekakel ; Mengakak, schateren, hot uitschateren van lachen, snateren, kakelen, enz. Kakanda, zie Kaka. Kakang, zie Kaka. Kakatoea, nijptang; Boeroeng kakatoea, kakatoe. Kake (Jav.,Soend.,Bat.) (of Kakak, 126 KAKI. ook Aki, Kaki), grootvader, oud man, vadertje. Kaki, voet, been, poot, klauw, voetstuk, fondament, ook oen mast van ± 32 c.M.; Berkaki, met voeten, enz., voeten enz. hebben, op eon fondament rusten; Mengaki, met den voet uitmeten; Kaki kanan,rechtervoet, -been, -poot, enz.; Kaki kin, linker. voet, -been, enz. ; Kaki goenoeng, voet van eon berg; Binatang berkaki ampat, viervoetig dier. Kakoe, stiff, verstijfd, hard, taai, onbuigzaam, ook : lomp, linksch, enz., hardvochtig, niet minzaam, enz. Kakoes (loll.), kakhuis, latrine. Kala, tijd; tijdstip; Ada kale, or zijn tijden, somwijlen, somtijds; Dahoeloe kale, oudtijds; eer. tij ds ; .A.pa kala, ]Dana kale, Kala apa, Kala mane, op welk en tij d, wann eer ; Sedia kale, eertijds, in vroeger tijd; Barang kale, onverschillig wanneer, enz.; Tatkala, toen, ten tijde eat, wanneer, tijdens. Kala of Kala djengking, schorpioen. Kala, strik, valstrik ; Mengala, strikken zetten, met strikken vangen. Kalah (of Kala), verlies, verliezen (zoowel bij hot spel ale in eon gevecht); Mengalah, onderdoen, de verliezende parttj zijn, voor

eon ander de plaats ruimen, aan eon ander geven, wat men eigenlijk voor zich zelf behouden kan, enz. Kalahi, Berkalahi, vechten, plukharen, twisten, in onmin leven met, enz. Kalakian (meest verbonden met maka), voorts, vervolgens, wijders, verder. Kalakoean, zie Lakoe. Kalam (Ar.), pen, schrijfpen, pen KALI. gemaakt van de harde nerven van hot doek of de harige vezels van den aren-palm; ook woord, gezegde, en hot vuil eat bij hot smelten van goud to voorschijn komt. Kalama,ja, eon snort duizendpoot, die stork phosphoriseert, z.g. oorwurm. Kalamari (of Kalamaxen, ook Kemaren), gisteren ; Kalamaren doeloe, eergisteren. Kalang, niet vleezig (van vruchten), rand, versiersol, randversiering (zooals in sommige schrifturen), smalle dijkjes of paadjes langs rijstvelden, ook op eene helling halen, trekken, enz. (Mengalang) ; Kalangan, helling, werf, dok. Kalap, do], krankzinnig, niet moor weten wat men doet. Kalas, strop, waardoor een roeiriem gehaald on vastgehouden wordt. Kalasi, matrons. Kalau (of Kaloe), zie Djikalau, Kalau-kalau, als maar niet, zoo sours, wellicht, indien, ingeval, hot zou kunnen eat, enz. Kaldai (of Kalde), ezel (dier). Kaldoe, bouillon, vleeschnat. Kaleng, blik, blikken, van blik; Barang kaleng, blikken voorwerpen, enz. ; Toekang kaleng, blikslager. Kalenger, in flauwte vallen, hot bewustzijn verliezen, buiten kennis zijn, enz. Kali, rivier. Kali, maal, keer, refs ; Sekali, eenmaal, eons; Sekali-kali, eons, eenmaal, zeer, volstrekt; Sekalian, in eons, in zijn gehoel, heelemaal, alles to zamen, alles, allegaar, enz.

Kalik : Kalik-kalik dalem bad foe, hot achter de moues hebben, niot oprecht zijn. Kalimaja, zie Kalamaja. KALI. Kalimat (Sk.), woord, gezegde, spreuk, formulier, tooverformulier, enz. Kalimbadja (ook Bianglala), regenboog. Kalis, niet blinkend, zonder glens, dof, vuil, met een laag vuil bedekt (van metalen, glas, enz.) ; Orang kalis, nomadische Dajaks (Borneo's Westerafdeeling). Kaliwara (Jay., Soen., Bat.), heimwee, melancholia, heimwee hebben, melancholisch zijn, ziek door stark verlangen of door droefheid, enz. Kaloear, zie Loear. Kaloek, bocht, kromming, kromme lijn, krul, gebogen lijn, enz. Kaloeng, halsband, haisketen, collier; Berkaloeng of Berkaloengan, een halsband, enz. aanhebben ; Mengaloengken, iemand of jets een halsband omdoen, enz. Kaloet, onverstaanbare klanken voortbrengen (van een stervende); ook lever maker, lawaai, gedruisch, goner, rumoer. Kalong, de vliegende herd, een snort vleermuizen. Kamar, kamer ; Kamar bola, biljartzaal, societeit; Kamar mandi, badkamer; Kamar tikoes (zie ook : Roemah tikoes), cal (voorn. in een gevangenis). Kamar (Ar.), mean, ook gordel, sjerp. Kambang, drijven, bovendrijven, zweven, zich zwevend bovenhou. den (zooals gieren, enz. door hat strak uitspreiden hunnervleugels). Kambi, ream (van een dour, enz.), raamwerk, enz. Kambing, gait, schaap; Kambing djawa, gait ; Kambing wlanda, Kambing bin-bin, schaap ; Kambing kibas, schaap met dikken vetstaart. (Verg. Domba). Kamboe, wader ingestort, wader instorten (van een zieke die beKAND. 127 terende was), (zie ook Bentan). Kamedja (Port.), hemd; Kamedja

dalem, onderhemd; Kamedja panes, flanellen of wollen hemd. Kami, wij (met uitsluiting van den aangesproken persoon), sours ook : ik. Kamitetep, aardvloo. Kamoe, gij, gijlieden. Kamoes (Ar.) (Kitab kamoes), woordenboek. Kampak, biji, groote biji, ook roovers, die in gewapende benden hun slag slaan ; Mengampak, vellen, omhakken, met de biji bewerken, ook in benden rooven, plunderer, enz. Kampil, zak, tar bewaring van 't een of ardor, geldzak. Kampit, klein zakje van matwerk, geldzak, enz. Kampoeng, buurt, wijk, dorp, gehucht, bewoonde plek, enz. ; Berkampoeng, in een buurt wonen, verzameld zijn, enz., eon dorp enz, vormen, stichten; Mengampoengken, bijeenbrengen, verzamelen, enz. Kampret, vleermuis. Kanak-kanak, klein kind, kindje. Kanan, rechts, rechtsch, rechter; Sabelah kanan, aan de rechterzijde, rechts ; Tangan kanan, rechterhand ; Menganan, rechts gaan, aan den rechterkant gaan, enz.; Mengananken, rechts later liggen, ook near- rechts overbrengen, enz., rechts aanhouden. Kanda = Kakanda, zie Kaka. Kandang, hok, stal, kraal, insluitin g ; Mengandang, in een hok, stal, kraal, enz. doer; Mengandangken, jets in een hok, stal, kraal, lijst, ream, enz. plaatsen, jets eene ruimte tot stal, enz. geven. Kandara (of Kendara), rijden op of zitten in jets dat zich voortbeweegt; Kendaraan, rijdier, rijtuig, voertuig, wagon, enz. 128 KAND. Kandas, aan den gron d geraakt, gestrand, ook op eon onderlaag liggen (bijv. van jets dat men door wil kappen op eon stuk hout, enz.); Mengandasken, eon vaartuig, schip op den wal zetten, doen stranden, op eon rif of klip doen stooten, enz. Kand jar, Berkand jar, trappelen van ongeduld, ook klikken, ver-

klikken, overbrengen. Kandji, rijstwater, lijmerig afkooksel van rijst, dun, vloeibaar stijfsel; MQ ngandji, kleederen enz. daarmede st jven. Kandoel, bocht; Mengandoel, in bochten opbinden. Kandoeng, zak enz. waarjn jets gedragen woodt; Mengandoeng, lets dragon in eon zak of doek, enz., ook bevatten, inhovden; Mengandoeng anak, zwangor zijn van eon kind, eon kind in den moedersehoot dragon. Kandoeri of Kendoeri, jaarlijksch ofrermaal voor afgestorvenen. Kandoet, Mengandoet, jets in den schoot verborgen dragon, jets in den schoot verborgen, enz. Kang, groote kuip, waterbak, ook toom, breidel, teugel, on verkorting van Kakang (zie Kaka). Kangen, reikhalzend naar iemand verlangen ; reikhalzend verlangen, iemand to zien, enz. Kangkang, wijd uit elkander; Mengangkang of Mekangkang, wijdbeons loopen, staan, zitten, de beenen wijd uir elkander zetten, enz. ; Kelangkang, dQ ruimte tusschen de dijen. Kangkoeng,Ipomaea reptans,Poir. Nat. fam. der Convolvulaceae, eon waterplant,dio veel gegetonwordt. Kanoen (Ar.), regol, voorschrift, wet; Hoekoem kanoen, wettel jke bepalingen. Kantang, (van eon riviermonding, eon zeostraat, enz.), droog bij laag water. KAPA. Kantjana (Jay.) (of Kentjana), goud, gouden. Kantjil, dwerghert, dwergree, klein gazelletjo, (ook Pelandoek). Kantjing, knoop, grendel, klink, sluitmg; Mengantjing, knoopen, grondelen, sluiten, dichtdoen, enz.; Roemah kantjing, knoopsgat. Kantjoet, kleed, doek, enz. dat gedeeltelijk om den gordel en verder tusschen de beenen door gedragen wordt ; stondenlap ; Mengantjoet, hot beonkleed tusschen de beenen door halen, enz. ; Berkantjoet, ook Kantj oetan of Berkant, j oetan, met zulk eon kleed tusschen de boo-

non, met eon stondenlap loopen, enz. Kantong, zak, jaszak, broekzak, losse zak, beurs, suspensoir, enz. Kantor, kantoor, bureau, enz. Kaoek (Bat.) (of Kaok), goschreeuw, tooroep, toeroepen, toeschreeuwen;Kaoekin, iemand toeroepen, toeschreeuwen, enz. Kaoel, (Ar.), woord, plochtig woord, overeenkomst, gelofte; Berkaoel of Mengaoel, eon gelofte doen, zijn woord geven, beloven; Membajar kaoel, eene gelofte vervullen,aan eon geloftevoldoen,onz. Kaoem (Ar.), yolk, familie, vorwanten, ook benaming voor eon ondergeschikt dienaar der moskee, of eon ondergeschikt dorpsgeesteljjke. Kaoes (of Kaos), kous, sok. Kaoet, Mengaoet, bijeenschrapen, bijeenhalen, bijeenrapen, bijeentrekken, enz. (btjv. van geld met de beide armen). Kaoets (Ar.), schoen. Kap, eon touw vastmaken, ook kap, rijtuigkap, enz. Kapa (of Kapa-kapa), los verplaatsbaar dek of schut tegen hot inslaan der golven, (op eon vaartuig), meost van licht materiaal gemaakt, KAPA. Kapak (= Kampak), bijl, aks. Kapal, schip, ook : eelt; Kapal api, Kapal asp, stoomschip, stoomboot ; Kapal lajar, zeilschip ; Kapal prang, oorlogsschip ; Kapal dagang, koopvaardijschip ; Kapalan, eelt, vereelt, likdoren. Kapala, hoofd, kop, boveneind, hot voornaamste, knop, opperhoofd, aanvoerder, woordvoerder, leider, enz.; Mengepalaf, zich aan hot hoofd stellen, aanvoeren, leiden, in eene vergadering voorzitten, enz.; Kapala peraoe, voorste deel, voorsteven van eon schuit; Kapala kain, hoofd, anders beteekend deel van eon kleed; Kapala soerat, hoofd van eon brief; Kapala koeda, hoofd van eon paard, paardekop ; Kapala batoe, stiff kop, stiff hoofdig, koppig; Kapala-soa (Amb. Mal.), negorij(of kampong)hoofd, ondergeschikt aan den radja der negorij.

Kapalang, ontoereikend, onvoldoende, niet genoeg, gedeeltelijk, ten halve, ook verhinderd, belet, enz. ; Kapalangan, verhinderd, belet, gestuit, opgehouden, enz. Kapan, wanneer, als, immers; Kapan hari, onlangs, kortelings, verleden, laatst; Kapan tadi katanja begitoe, en zooeven heeft hij zoo gezegd, dat heeft hij immers zooeven nog gezegd, enz. Kapang, dobberen (van eon vaartuig door windstilte). Kapangan (Bat.), verduistering, eclips, verduisterd. Kapar, wanordelijk door elkander liggend, uit elkander geworpen; Mengapar, wanordelijk door of uit elkander gooien, werpen, enz. Kaparat (Ar.), ongeloovige, (als scheldwoord ook) ellendeling, beroerdeling, nietswaardige, schavuit. Kapan, katoen, katoenplant, GosMALEISCH-HOLLANDSCH. KAPO. 129 sypium indicum, Lam. nat. fam. der Malvaceae; van doze katoenplanten bestaan verscheidene varieteiten, die min of moor goede katoen of wol geven. Kaper (of Keper), nachtvlindertje, uiltj e. Kapi, hijschblok. Kapialoe, zwaarte, koorts in hot hoofd, typheuse koorts, typhus; Kapialoe njaman, geelzucht (ook : Sakit koening). Kapir (Ar.), zie Ka$r. Kapiran, teleurgesteld, teleurstelling ondervinden, verergerd, van kwaad tot erger vervallen, bedorven, verknoeid, verloren, enz. Kapit, helper, dienstdoende begeleider, adjudant. Kapitan, kapitein, gezagvoerder (op eon vaartuig). Kapoe of Kapoe-kapoe, eon watorplant, snort van vrij grootbladig kroos, dat veol in vischvijvers, moron, enz. voorkomt. Kapoek, boomwol, van den randoe- of kapoek-boom (Eriodendrum anfractuosum, D. C. nat. fam. der Sterculiaceae), meest gebruikt tot vulling van kussens en matrassen. Kapoelaga, cardamom (Amomum

cardamomum, L. nat. fam. der Zingiberaceae). Kapoer, kalk, kalkachtig; Kapoer tohor, Kapoer tembok, metselkalk, grove kalk; Kapoer sirih, fijne gebluschte kalk, die bij hot sirih-kauwen gebruikt wordt; Kapoer manta of mentah, ongebluschte kalk ; Kapoer mats, gebluschte, ook onbruikbare kalk; Kapoer wlanda, krijt; Kapoer baroes, kamfer (kalkachtige stof van Barns) ; Mengapoer, kalken, bekalken, witten, met kalk bestrijken; Pakapoeran, kalkbranderij, ook doosje waarin kalk bewaard wordt, kalkpotje in eon sirihdoos, enz. 9 130 KAPO. Kapok, afgeleerd (bijv. van eon kind, dat met vuur speelt en zich leelijk brandt), genoeg hebben, genoeg krtjgen van jets, er zich niet moor aan wagon, enz., leergeld betalen, enz. Karah, aanzetsel (buy, van kalk achter de tanden), vlekken (op bladeren, enz.); Sebatangkarah, iemand die alleen op de wergild is, goon familie heeft. Karam, (van vaartuigen) zinken, verongelukken, vergaan, schipbreuk lijden, (van schrift), ineen loopen, vloeion, ook verderf, in hot verderf raken, enz.; Mngaramken, doen verongelukken, laten zinken, in 't verderf storten. Karamat(Ar.), heilig, wonderdadig, met wonderkracht bedeeld (van eon persoon, gebouw, enz.), heilige plek, heilig graf, graf van eon heilige, enz. Karana of Karana (Sk.), oorzaak, reden, omdat, want, uithoofdo van, tar wille van, voor, dewijl, aangezien, naardien, vermits, enz. ; Karena Allah, om Gods wil, tar wille van God; Karana itoe, daarom, om die reden, enz. Karang, koraal, koraalrif, klip in zee, koraalbank, ook steenachtig aanzetsel; Berkarang, met riffen, met eon steenachtig aanzetsel, enz., eon steenachtig aanzetsel hebben, krijgen, vormen, enz. ; Boenga karang, koraalbloemen; Karang boenga, spons; Pen jakit karang, d e steep, hot

graveel, ook venusziekte. Karang, Mengarang, samonstelion, opstellen, in geschrift stelion, componeeren, eon work enz. schrijven, enz.; Karangan, samenstelling, opstel, geschrift, enz. Karang (Jay.), wat gereed is gemaakt, bewerkt, bestemd, afgopaald, enz. is, om iota to ontvangen, tot lets to dienen,enz.; Karangan, KARP. de piaats onder eon padischuur, die tot bergplaats van brandhout, enz. diem; Pekarangan, erf. Karap, weverskam, kam van hot weefgetouw. Karat, roost; Berkarat, roestig, verroest, verroest zijn. Karbau, (Kerbau, Kebo), buffet, karbouw. Karembong (Soend.), sluier voor vrouwen, vrouwensluier. Karat, guttapercha, gomelastiek, ook naam van den boom (Urostigma Karat en Urostigma elasticum, Miq.); Getah-karat, gom van dozen boom, gomelastiek. Kareta, wagon, rijtuig, enz. ; Berkareta, in eon wagon rijdon, met eon wagon gaan, enz. Karl, kerry, eon gerecht bij de rijst, ook overblijfsel, overschot. Karoean, vast, vastgesteld, zeker, bepaald, duidelijk, enz. Karoeng, zak, grove zak van matwerk, goni enz., ook grof doek, zakkengoed, enz. baal, eon zak, vol, enz. Karoenia(Sk.),gunst,genado,gunstbewijs, gonadegift: geschenk, enz.; Mengaroeniai, iemand begunstigen, begiftigen, eon gunst, go. nade bewijzen, enz. ; Mengaroeniaken, iemand jets als gunst bewijzen, geven, enz. Karoet, verward, in verwarring, door elkander, ongeregeld, ook gevlekt, met krassen of vlekken, pokdalig; Mengaroet, jets slordig doen, afdoen, enz. (bijv. naaiwerk), wartaal spreken, onzin uitkramen, enz. Karpai, patroontasch. Karpati, groote luis, hondeluis, dierenluis. Karpek (of Karepek, Kerpek), mand, reismand, enz. met eon deksel dat or bijna geheol over

hoop sluit. Karpoes, slaapmuts, ook ezelshoofd van eon mast, on goKARS. pleisterde nok van een huffs. Karsik (of Karisik), grof zand, fijn grim, ook de droge bladeren van den pisang. Kartas (Ar.) (of Kertas), papier ; Oewang kartas, papiergeld, bankpapier. Kasa, gags, fijn mousseline. Kasau, smeersel om de huid schoon en fijn to waken ; Mengasai, dit smeersel gebruiken. Kasap, ruig, ruw. Kasar, grof, ruw, onbeschaafd, lomp, ongemanierd, enz. Kasau (of Kaso), rib, dakrib, spanrib, lat, spanlat ; Kasau m lintang, ook rang, panlat, dwarslat, waaraan de dakbedekking wordt bevestigd, enz. Kasi (Mengasi) (Bat.), geven, afstaan, toestaan, inwilligen, bewilligen, toestemmen, enz. Kasih, toegenegenheid, liefde, iemand genegen zijn, liefhebben, beminnen, mogen lijden, van iemand houden, enz. ; Kasihan, toegenegenheid, enz., ook: deernis, medelijden, enz.; Pengasih, mjnnaar, ook toovermiddel, om iemands toegenegenheid, enz. to winnen; Kekasih, beminde, geliefde ; Mengasihi, iemand liefhebben. beminnen, enz., ook iemand begnnstigen,voortrekken; Tarima kasih, dankbaar, dankbaarheid, dank ; Menerima kasih, danken, dankzeggen, dankbaar zijn ; Mengasihani, Mengasihanken, zich over iemand ontfermen, medelijden met iemand hebben, enz. ; Bolas kasihan, deernis, medelijden, enz. Kasip (of Kasap) (Jav.), afgeloopen, op, over den tijd, to last. Kasoer, bultzak, matras, gevulde zitting. Kasoet, Chineesche schoon of pantoffel. Chineesche slof, ook hoefijzer, wielband. Kasoewari, casuaris. KATJ. 131 Kastoeri, muskus. Kata, woord, uitgesproken woord,

gezegde, enz. ; Kata-kata, gezegden, praatjes ; Berkata of Berkata-kata, spreken, zeggen, praten, redeneeren, enz., ook : uitschelden, schimpen, uitmaken, enz ; Mengataken, jets zeggen, uiten, jets van hat eon of ander zeggen, iemand jets onder hat oog brengen, berispen, beschimpen, van iemand jets zeggen, op iemand jets aanmerken, van iemand jets vertellen; Mengata-ngataf, iemand uitschelden, beschimpen, allerlei gemeenheden toevoegen, bepraten, bespreken, enz. Katak, kikvorsch. Kate,, kort, laag, klein, dwergachtig ; Orang kate, een mensch met korte beenen, dwerg; Ajam kate, dwerghoen, Bantamsch hoen. Katek (of Kateak), oksel. Katel (Jay.), aardspin, een snort tarantula. Katela, aardvrucht, eetbare knol, eetbare wortel, een snort aardappel ; hiervan bestaan vale soorten. Kati, gewicht van 11/4 Amst. pond. Katil, bank, sofa, rustbank, ledikant. Katir, vlerken, of aan stokken bevestigde en met een schuit verbonden, aan weerszijden daarvan op hat water drijvende boomen, enz. om haar voor omslaan to behoeden ; Peraoe katir, vlerkprauw. Katja, glas, spiegel; Katja mate, bril; Berkatja, zich spiegelen, in eon spiegel kijken, enz. ; Katja, ook bladzijde van een book, enz. Kat~ak, fier, trotsch, prachtig, heerlijk, levendig, opgewekt, flunk, ook kabbeling van water (bijv. door hat bestaan van een rif); Mengatjak, jets met den voet, met de punt van den voet op 132 KATJ. zijde slingeren, schoppen, enz. Katjang, naam van ~ele soorten van peulgewassen, boon, erwt, peulvrucht, aardaker, enz. ; Katjang bogor, Voandzeia subterranea, Thrs, met gezochte, ondor den grond groeiende zaden; Katjang boentjis, Phaseolus vulgaris, L. de gewone boonen ; Katja,ng djogo, Phaseolus radia-

tus, L. de Indische bruins boonon; Katjang idjo, Phaseolus Hernandesii, Savi en Phaseolus Xuaregii, Zucc. met kleine groans zaadjes; Katjang pandjang, Vigna sinensis, Savi, met lange, rondo peulen; Katjang tanah, Arachis hypogaea, L. de bekende aardakertjes of z.g. apeboontjos, enz. Katjapoeri, middelstuk, middendeel van jets (bijv. van eon huffs, dat aan alle kanten bijgebouwen, enz. heeft), kapiteel van eon kolom of stijl. Katjau (of Katjo), Mengatjau, dooreen roeren, door elkander mengen, door elkander smijten, in de war brengen, enz., ook kletsen, allerlei zottighedon vertellen, als eon gek praten, don mend goon oogenblik stil hebben, verward spreken, enz. Katji (Kain katji), fijn gebleekt wit katoen, shirting. Katjip, schaar om betelnoten door to knippen, betelschaar, ook knijper, nijptang. Katjir, zie Kotjar. Katjoe, catechu, ook (Jay.) : eon mast bij hat koopen van linnengood, enz., = aan do breedte van hot good. Katjoek, vroemd, raar, linksch, enz., met eon vreemden tongval (van de uitspraak) ; Bahasa katjoekan, de taal met eon vreemden tongval. Katjoeng (Jay.), knaap, knaapje, jongen, jongotje, ventje, enz. V KEBA. Katoeng, dobberen, drijven. Katoep, dicht, gesloten, toe, toegedaan, dichtgemaakt; Mengatoep, dicht doen, toe doen, sluiten, dichtmaken, enz. Katok, zie Ketok (Jay.), ook korte brook. Kau, zie A.ngkau. Kawa, kofe; Kawa-kawa, spin. Kawah, groote ijzeren pan, ook krater van eon vulkaan. Kawal, bewaker, wacht. Kawan, makker, metgezel, volgeling, bediende, bends, troop, hoop, ploeg, kudde, school, enz. Kawang (of Tengkawang), Hopea, Rxb. spec. div. hoogo, hars-

rijke boomen, die de bekende Din j ak-kawang of Kawang olio leveren. Kawat, metaaldraad; Kawat besi, ijzerdraad; Kawat tembaga, koperdraad; Soerat kawat, telegram. Kawin, huwelijk, paring, huwen, trouwen, eon huwelijk sluiten, zich in hot huwelijk verbinden, enz., paren (van dieren) ; Mas kawin, bruidsschat aan de bruid ; Berkawin, trouwen, getrouwd zijn, enz. ook : (van menschen) den coitus uitoefenen, (van dieren) paren ; Mengawinken, doen trouwen, uithuwelijken, in den echt verbinden. Kawoel (Spend.), zwam (van den aren- of sagueer-palm). Kawoeng (Spend.), de aren-palm, (zieAren),ook hot blad daarvan,dat toebereid tot dekblad van inlandsche sigaretten wordt gebruikt. Kebabal (of Babal) (Jay.), jonge nangka-vrucht. Keba,j an, zie Kaba, jan. Kebak, vol, gevuld. Kebam, loodkleurig. Kebar, waaier, om eon vuurtje aan to wakkeren ; Mengebar, met zulk eon waaier eon vuur aanmakon. V KEBA. Kebas, min of meer verdoofd,~ook schudding, uitschudding ; Meng®bas, uitschudden, schuddend reinigen, uitstoffen, enz. Kebat, uitkloppen, uitslaan, enz. ook : ontwikkelen. Kebek, onordelijk onder elkander, opeengedrongen, vol, overvol, enz. Keben, bamboezen dons, dons van gevlochten bamboe, mend. Keben (Keben-kebes), iets met de vingers uit elkander halen, van elkander trekken, uitpluizen, enz. Kebet, bled, vel (papier, enz.). Kebiri, ~gelubd, ontmand, gesneden; Mengebiri, lubben, ontmannen, snijden; Ajam k®biri, kapoen. Kebit (ook Tjatoet), tangetje om de harm van den beard, enz. nit to trekken. Kebo, zie Karbau. Keboer, Mengeboer, door omroeren troebel maken (van vochten,

stalletje. Seder (of Kadar) (Ar. schatting. plantage . naar evenredigheid van. enz. bedekt. de bekende Indische soya-boontjes. bedekken. enz. enz. de ledematen uitrekken. eon winkel houden. een vrouw. Berked jap of Ked japkedjap. Ked jar. knipoogen. dicht (van eon weefsel). krampachtig stiff (van eon arm of been). recht uitstrekken. ook een man. steak. Kedjang. een tuin aanleggen. heen en weder to zwaaien.knipoogen. slapen. ~winkel. eon oogenblikje. vegen. kraam. Soya hispida Monch. Kedai. oogenblik . Mengedangken. Kebos (of Keboes). mast. slechts. nazetten. waarde.. beV KEVJ. macht. afstofren. popelen. enz. hoogachting. ook de muskieten uit de gordijnen van een ledikant verjagen door er met eon bezem. Kedang. enz.). hof. beplant erf. Mengeboet. openen. waardeering.. Keboet. Kedengkik. Sakedjap. Kedjat. 133 schikking. die als eon man is en doet. uitkloppen. Kedangkang (ook : Kedongkong) beugel over den trekker van eon geweer. recht uitgestrekt .). Kedjap. tuinieren.waarin bezinksel is). Kedjai. enz. versttjfd (van . gesloten (van de oogen). enz. vermogen. Zie ook: Kedjap. tot den uitersten graad vermagerd. K®di. naar gelang van. die zich als een vrouw kleedt. enz. Sakedar. knip met het oog. vervolgen. stiff. . zich branden (bij het eten of drinken van heete spijzen of dranken). enz. Keder.. hoeveelheid. K®bon. tuin. geen reten vertoonend. Kedep. Kedele. noodlot. Kedep (Kedep kedep). alleen maar. enz. Kedjam. alleen. boomgaard. Mengedjar. de oogen open en dicht doen. manwijf. Mengebon. vol en been. enz. de oogen sluiten.. Berkedai. goedsluitend. vellen (van eon pick. scoffer. voorbeschikking.

Mengedjoetken. Bat. Mengkedoes. enz. veol in omheiningen aangeplant . ook kolk. wasemen (bijv. eon hoogo boom. eeuwig. Kedoes. Kedjen. Kedjoet. Kedjer-kedjer. Kedjoe. dampen. zenuwtrekking. aan hot schrikken brengen. Lam.. gebit. openen (van de vrouwelijko schaamdeelen buy. stuiptrekking. laag. zenuwtrekking. Kedji. bestendig. v 134 KEDO. walm. Kekar. Kedongdong. Mengedjiken. Kedjoera (of Ked jora). fam. ploegschaar. diepte in eon rivierbed. ook : rimpel. uit elkander. open. plooi. drukking op de maag voelen. enz. Pe- . Kedjer.eon lichaamsdeel). nlet opeengohoopt. schok van hot lichaam. stang. bijna goon adorn kunnen halen (van voortdurend lachen buy. enz. nat. onvergankeltjk. Kedoet = Kedjoet. onbuigzaam. .).). slecht.). Kekang. houten wig. omroeren. enz. stuiptrekken. bit. verschrikken. niet aaneensluitend. duurzaam. damp. holte. der Spondiaceae. trekken (der zenuwen). voor slecht. de morgenster. hartklopping krijgen. Soend. draaikolk. enz. voortdurend. uitgravon. Kekal. schrikken. Kedjoer. on de Evia borbonica. masker. zie aldaar. van gaargekookte rUst). uitscheppen. Kedoeng. uitmaken. gemeen. zooals de Evia amara Comm. Mengekar. zenuwtrillingen voelen. Bintang ked joera. ploegijzer. enz. keen. uithalen. nit elkander halon. Mengedoek. iemand doen schrikken. ook wig. eon schok door het lichaam voelen. steil (van hear). (zie Kekel). (Jay. Kedoetan. (door eon plotselingen schrik). Terkedjoet. stiff. enz. ook : stiff. op de een a of andere plek van hot lichaam (meestal aan de oogen). omwerken. Kedoek. enkele soorten hebben eetbare vruchten. enz. votive. wasem . Kedok.

met jets dekken. strijd.deksel. twist. voorhang. stikdonker. weldra. donkere maan . enz. aschkleur. eon Colocasiasoort (Colocasia antiquorum Schtt. KQlamboe. die in eon kookpot wordt geplaatst. Keland j er. met de armenr u KELA. donkey. enz. duisternis. bedgordon .). Kelam. Keladak. strijden. Kelahi. omklemmen en zoo dekken. om hetgoon daarop gelegd wordt.. kli er . man en vrouw. twisten. Keladi.). Kekara. Keke1 (Bat. to eeniger tijd. familie. gevlochten bamboezen raam of zeef. Boewah Keland j er. Kelam kaboet. zoo met eon. grijs. schudden van hot lachen. Kelamin. pikdonker. Kelamboe djendela. gordijn. fam. faro. moor. duizendpoot. Kelak. moederspiegel. nat. Kekep(Jav. instrument om de vrouweljjke schaamdeelen to openen. gezin. paar. daardoor ook ten laatste eon pijnltjke drukking op de maag voelen. grauw.der Papilionaceae. enz. Kelakat. nat. Mengelam. kliergezwel . Kelaboe. (van eon hen hare kuikens) onder de viougels nomen. Kelagepan. bij donkere maan visschen. enz. Kelabet. enz. vischvangen met netten.slingerplant met eetbare vruchten. onder eon mantel. naar den adem zoeken. Kelabang. Berkelahi. bedgordij deurgordijn. bezinksel. plukharen. Lablab vulgaris. gevecht. aanstonds. ook stikken. fenegriek. grijsachtig.ngekar. krakeelen. venstergordijn. Ngekepi. eons. aschkleurig. vechten. droesem. verstikken. mannetjo en wijfje. Kelan- . duister. enz. gaar to koken zonder dit in directe aanraking met hot water to brengen. der Ariodeae) waarvan de wortelknollen en de jonge bladeren gegeten worden. Savi. bokshoornzaad. op hot punt zijn van to stikken. het erg benauwd hebben. dek. Kelamboe tempat tidoer. plaatsen en zoo dekken. deken.

Kelapa tjoengkilan. good rijp . idem. idem.d. var. den schoot vieren : Menarik kelat. idem. fang toenggal. Cocos nucifera. var. Kelapa gading. pumila. lam. idem. ook de vrucht. Cocos nucifera. Kelapa bergigi balang. regia. idem. Mal. enz. good to drogen wordt gehangen . ook : idem-flesch. kruis. maxima . met week vleesch . Kelapa hidjau. Mengoeloerken kelat. Cocos nuclfera. enz. Kelapa koetai. drooglijn. met droge bast . non. waarvan hot vleesch brijachtig of klonterig is ~(veel als lekkernjj gebruikt) . Kelapa (00k: Njioer). Kelapa gontjang. kerf. Kelapa telinga kambing. Cocos nucifera. var. waarop KELA. enz.). droograam. vorm in jets trekken. Cocos nucifera. Kelapa idjo. waarop eon natte huid ter droging wordt uitgespannen. jonge cocosnoot met vleesch in zijn eerste vorming . testiculi. Kelapir (of Kelaper). Kelangkang.. klieren hebben. schoot. kerven. albs. Kelaps rad. eburnea . idem. Kelapa poejoe. Nat. De voornaamste soorten van dozen bekenden en nuttigen palm zijn Kelapa bali. yore. KELI. viridis .jeran. waarvan de voet zwart begint to worden . (scheepsterm). jets op eon raam of kruis uitspannen om to drogen. Ke1at. L. raam. Kelapa poean of Kelapa dimakan boelan. de cocospalm. aan kileron lijden. Kelapa koening. eon eenige cocosnoot aan den koif zittend (als toovermiddel to gebruiken). Kelar.je. den schoot aanhalen. var. bras. span. var. touw. Cocos nucifera. Mengelantang. Mengelar. Cocos nucifera. enz. waarvan hot water bij schudding hoorbaar is. Kelapa ingoesan. Kelantang (Jay. . 133 jenever-kist. half rijp . de zaadballen. Kelder of Kerder : (Mol. . Kelapa toeba. var. uitspannen. der Palmas. toestol.). enz.. idem. de ruimte tusschen de dijen.

ook hags. Kelemboeng. Mengelek. lemboengan. der Moringeae). schelletje.). roos. opgezet. enz. van ter zijde kijken. rhabarber. Kelempingan. zie Kalenger. Kelindan (of Kelinden). Kelembak. Kelilip (Kelilipan). vrucliten van den Kfor-boom (Moringa polygons. lang hakmes. onop- . lam. bel. stof. omslaan. Kelenger. klokje. enz. Babel. Kalewang. enz. clitoris. opgeblazen. luchthoudend. zie Koeliling. blaas .). houwer. smalls zoom aan eon kleed . 136 KELI. Kelip. (zie ook Kemboeng). rinkelbel. de blaas. vonk. slap. (van eon vlam buy. drijf koord. gezwolien. koord zonder eind tot hot drijven van eon spinnewiel. Bat. Keliling. konijn. pink. enz. Orang keling. glinsterlng . (op eon piano. Mengelim. drijfriem. ook tokkelen. Kelintji. vorm.) wrijven (om hem tot vechten aan to sporen). zinken. flikkeren. enz. Ke. Kelim. Kelentang.Keleboe (Jay. Keletikan. inlandsch zwaard. kittelaar. ook hot flonkeron. Kelek. nat. Kelip kelip. kleme glazen blaasbellen (kinderspeelgoed). Kelenengan (Jay. vergaan. zoomen. muziek maken op koperen slaginstrumenten. oksel . schilfers op 'thoofd. onder de vleugels (van eon haan bijv. Kelingking. leest. Kelinting. Klingalees. zoom.). DC. hot knipoogen. eon zoom aan eon kleed zetten. verongelukken (van eon vaartuig). enz. slap neerhangend (vanes de borsten eener vrouw).. Keleh (Mengeleh). glinsteren vanes de oogen. naaien. Keling. (als eon garnaal op 't droge. zijwaarts kijken. Kelemping. de kust van Coromandel.). hot knippen van de oogen. Kelentit. spartelen. Keleboet. Keletik (of Keletek). onder den oksel wrijven. in de oogen krijgen. Kelenaoemoer. blaas. (ook Kelintingan).). ook jets onder den arm op de heup dragon. die veel als grooms worden gebruikt.

do vrucht van den Poetjoeng(Pangium edule. dwaling. voetmat (waarop men de voeten afveegt). der Artocarpeae. kraaien (van eon haan). kromming. Mengeloek of Mengkeloek. de nog zachte dop van eon cocosnoot. L. ombuigen. enz . buiging. opeengehoopt zijn. ook Chineesche rondyonter. eon bocht hebben. Kelontong. Keloeroek. enz. Nat. zich achter jets verbergen. Ke1ir (Jay. verzameling. enz. Kelisar (of Kelisal). Berkeloek. enz. enz. enz. die zijne komst door zulk eon rammelaar . Rwd. van eon geslachte kip). Berkelit. verkeerd. levon maken. diep ademhalen. vergissing. Kelongkong. rammelaar.). zich buigen. die voel in toesptjzon bij de rijst gebruikt wordt. marskramer. beurtelings flikkeren on donkey zijn (zooals bij eon vuurvlieg).) KEMB. gekraai.). btj troepen of groepen. Mengeloeh. enz. Mengeloeng. Keloepoer (Keloepoeran). Ke= lontangan. uitgehold is. Keliroe (Jay. vereeniging. font. Kelit. om hot dier beter to kunnen beheerschen . Berkeloempoek. bocht. rammolen. in de war. enz. enz. btj scholen. die door eon eekhoorn. rammelaar. ook ledig rondloopen. Keloek. bocht. stow.) . vloermat. rondgaand koopman. drentelen. slentoren.opeengehoopt.opeenhooping. Keloewih Artocarpus incisa. kromming (van buigzame voorworpen als rotting. Kelontang. Keloeh. stuiptrekken (bijv. ook ring. scherm bij wajangvertooningen. met rammelaars enz. de broodboom. zich buigen. Keloe.houdelijk openen on sluiten (der oogen). spartelen. die door den news van eon bufrel of rund gehaald wordt. mat. enz. Keloewek. zuchten. kromtrekken. Keloeng. fam. Keloempoek. . zucht. eon bocht maken.

koperen vingerkom. Ikan L KEMB. ook open. hongerig. Mengemam. Berkembang. roor (van eon vaartuig). koperen waschkom. zich openen. bloom. Kemit. (of Kemben).). Kemeloet. tweeling. zi a Men j an. der Euphorbiaceao. Nat.m. Kemban (Jay. zie Komball. dook der vrouwen. aan elkander gelijk zijn en b j elkandor behooren (van twee of moor taken). opgezet. vaak naar eten verlangen. vervolgens. woonsdagnacht. Mengembang. geopend. openen. Berkemeh. crisis. fa. gezwollen (van de buik).). dwaallichtjes. dubbel. enz. span. uitgospreid .smal. DC. voortdurend hongerig zijn. eon snort gewildo zeevisch. beslissend oogenblik. waarin de vingers bij hot eten gewasschen wordon. wiens vruchten (zie Kelentang) en bladeren veel gegeten worden. Kemamang (of Kemang). Kembar. opgeblazen. wader. uitspreiden. beschouwd als geesten. enz. Kembok (of Kobokan). wachtor. om or den boezem mode to bedekken. die de wolbekende in vole spijzen gebruikt wordende noten geeft. urine . (zooals dikes jls met pas herstolde zieken hot geval is).lang kleed dat over de borst gedragen wordt. bloemen dragon. kolf (van eon geweer). Kemanakan. de nacht van woensdag op Donderdag. daarna. zusters kind. Kemen jan. Nat. Kembang (ook Boenga). Kemiri. . Kemis (Hari~k mis) (Ar. der Moringeae. Aleurites triloba Frst. Kemeh. hooge boom. Kemaroek. Donderdag. middelmatige boom. Kemboeng. Kemam. jets in den gosloten mond houdon. urjneeron. Ke1or. gebloemd zijn . wachtvolk. Ma1em kemis. Kemoedi. enz. Kemoedian. fam. Moringa polygons. kemboeng. Kembali.aankondigt.

enz. aangedaan. bedriegen. Kemoet. getroffen. omhebben. voorts. eon deken gebruiken. treffen. raken. enz. fam. Berkemoer. door den duivel bezeten. Kemoel. iemand door lets doen raken. treffen. Berkemoeroep. Mengenal. Mengemoet. op den bulk liggen. gotroffen. Murray a sumatrana. passend. Kemol (Kemol-kemol). ook iemand lets ontfutsolen. ingevallen (van de wangen buy. enz. enz. dekkleed... geslonken. mogelijk . treffen. Kempis. Kemoeroep (of Kemoereb). Nat. Berkemoel. enz. fam. en kennen. cubebe. doen . Berkempis-kempis. of handig waken. enz. slaan. later. eon blaas. raken. enz. Kena. Nat. Kempoengan. juist. J KENA.. der Piperaceae. ook. Kemoer. Kempes. bekend zijn met. na. iemand jets aandoen. Men anal. enz. Kemoening.. aan lets zuigen. aandoen. herkennen. enz. lets in don mond houden. met eon stuk hout. van iemand. buiton adorn zijn. de aars van eon kip). Kemoekoes.). deken. kruipen. ledig.. enz. plat (bijv. . Kemoelan. . enz. de onderbuik. geraakt. ingevallen. voorover op den bulk liggend. enz. (of Kemplang). op en neergaan (bijv. dek.een fluitend geluid doen hooren (bijv. afrosson.naderhand. middelmatige boom met geurige bloemen en goad hout. enz. Mengenalken. kennen. Kenal. enz. Terkena. Roxb. den mond spoelen. enz. Kempoeng. 137 Mengempiang. Cubeba offlcinalis. ranselen. Kempelang (Bat. Mengenaken. ook zich openen on wader sluiten (zooals (bijv. van de kaken bij hot eten). kennen. der Aurantiaceao. Kemoer-kemoer. zuiging. Miq. staartpeper. iemand met jets aanraken.). de blaas.. van iemand die goon tanden moor heeft).liggen. herkennen. mogen.. van de borsten eener vrouw. die hard geloopen hoeft).

goedkeuring . ook : moot. fam. gebit. verlangen . lets goedkeuren. bekonde. buikriem. hoeleerster. buikband. kennismaking. effen. Terkenang. Mengenanken.. persoon. enz. geheimen omgang heeft. Berkendak. Kenang. ilk. kennis maken. met de bekende amandelachtige vruchten. welbehagen. Kendang. behagen. enz. Kendi. behagen. in jets behagen s cheppen.). gewoon. welgevallen. Kenantan. trom. nat. met iemand van eon andere kunne geheimen omgang hebben. minnaar. waartoe. trens. Mengenali. zelf. . Kenalan. aarden waterkruik. herkenning. Maleische trom. bijv. Kenan. hooge boom. herkennen. enz. . Kendiri. instemming. zich doen kennen. minnares. kennis . valies. Kenari. boel. kleerenmand. . Zie vender Sendiri. Kndali. ztj hot ook. welriekende bloemen. toom. iemand of lets herkennen . enz. jets goedvinden. Berkenan. enz. welbehagen scheppen.). enz. enz. Kenapa. in hot midden buigbaar go. v 138 KENA. in druksel (in eenig lichaamsdeel. enz. L. zich herinneren. bit. Pengenalan. zich dan overspel schuldig maken.). geheel wit. Terkenangken. minnehandel drijven. good vinden. hooge boom met gezochte.nga odorate. last staan dat. der Burseraceae. Cana.nonaceae. waarom. leidsel. inlandsch gebit voorzien van scherpe stekels of punten. den arm.kennen. houten kistje. nat. A jam kenantan. enz. Canarium commune. waarvoor. . Kendit (Jay. Kendak (Jay. teugel. eon witte haan met witte pooten. Berkenan. Kendali katiip. der +A. Tall kendali. Kendati (Bat. ofschoon. Kendaga. al is hot ook. Kendali doers. goedkeuring. welgevallen. Berkenalan. alleen. goedkeuren . herinnering. Kenanga. bit. persoonlijk. fam. met wien men eon ongeoorloofden.

Kendoeng. genoeg hebben. wat voor hot kauwen bestemd is. Mengenjangken. Kenjat. kleverig. verkleumen. keffen. niet gespannen. sets in eon doek of zak dragon. Mengendorken.waaromheen eon touw stevig gebonden is geweest). Kendjar (ook Ngatjeng). niet dun. jong meisje. Mengen j oat. Kendor. KENT. Kenjam. Sirih sakenja (of Sirih satampin). Kantal (of Kental). enz. Kenta. dik. gekef. ook een poot oplichten (als eon hond bij hot urineeren). moor dan genoeg hebben. Kenong. gebonden. enz. Mengendoeng. schel blaffen. overvol. eon klaargemaakte betelpruim. . teeder van gestol. vieren. zie Ketara. verzadigen. zie Kental. brijig maken. bijv. los. wenkbrauw. niet vlug. met de lippen smakken (bijv. langzaam. vol. slap. Ken joet. Kanji. . Kakenjangan. eon koperen slaginstrument behoorende bij den gam~lan. enz. niet bij de hand. Kental. enz. b j hot proeven van wijn. Kenjang. plakkerig. Kentang. in erectie zijn (van hot mannelijk lid). aardappel. Mengentalken. Kendorin.). gestold. staan. traag. Mengengkang. Kengkeng. maagd. Kengkang. langzaam laten gaan. ook eon gevoel hebben alsof men krimpt. op den rug liggen met eon been uitgestrekt on hot andere opgetrokken. ook de positie van eon hond. licht vatbaar voor ziekte. die bij hot urineeren eon poot optilt. enz. Mengengkeng. Berkenjam. oververzadigd. Kening. niet vloeibaar. kleinzeerig. zuigen. en eon als eon band rondloopende vlam in hot hout eener krisscheede. verzadigd. Kentara. enz. slap (los) maken. zat zijn van iota . ontbinden. Berkengkang. dik. ook kauwen. ontspannen. enz. lijmig. genoeg doen krijgen of hebben. doen stollen. op lets zuigen. gevoelig voor koude.

stijfgespannen. veost. Mengentjang. enz. jets bespoedigen. vlechtwerk van bamboo. ook pissen. dat jets vlug afgedaan wordt.). blaas. Berkentjing. Mengentj angken. urine. jets in de vujst houden. enz. Kepal (of Kepe1). jets of iemand bepissen . aan elkanenz. ook strong optreden en maken. comptant. verhaasten. aan de borst zitten Kentet (ook Kantet). jemand beveesten. in hevigheid toenemen (van den wind). stevig bevostigd. Terkentjing-kentjing. eon veest. de gesloten hand. aanwakkeren. uit elkander halen. enz. eon wind later. enz. stijfaangehaald. V KENT. wateren. Mengepang. Kentjang (ook Kentjeng). Kentjeng (Jay. pisblaas. stij f aanh aion. plukkon. iemand de vuist toonen. vastzitten (zooals parende honden). vuist. pis. bij groote vrees. strong optreden. aaneengeschakeld. klont. wet in eon vuist gesloten. wateren. enz. vlecht. Kepe (of Kepek). enz. v KEPO. Kentoet. groote ijzeren of koperen kookpan. urineeren. der verbonden. de vuist order den news houden. . enz. in schilfers afbladeren. enz. enz. Kentjeng. strak. klont. stiff. (van eon kind). vlechten (van hear). gespannen. onwillekeurig pissen (buy. Pengentjingan.) . kluit. gokneed wordt. hard. Mengentoetken. enz. enz. onophoudeltjk zuigen. de hand tot eon vuist samentrekken. bal. stevig binden. stevig. ook afschilforon. Kentjing. iemand aansporen om jets viug of to doen. Kepang. enz. 139 .Kental. ook Chineesche drilboor. good vastmakon. jets tot eon kluit. . ook strong zijn. Mengepel. strong op jets aandringen . Mengentel. stork . Berkentoet. wind. knoden. enz. Mengentjingi. ook vlechtwerk maken van reopen bamboo. Mengepalken.

Mengepoeng.Kepek (Soend. dobbelen. Mengepoel. eon mop geven. omsingelen. enz. broersof zusterskind. center. Kepleset. jets vlak bij jets vastleggen. enz. dobbelpartij. uitgegleden.. halve cent. moron (van vaartuigen). insluiting. jets order den arm tegon hot lijf gedrukt dragon. Mengepret. enz. Mal. Mengeplek. gekiomd tusschen den arm on hot lijf. order den arm gedragen. zij aan zij. Kepoeng. die eon groote behoefte doet. lust zijn op. enz. behoefte gevoelen naar. zonder zich daarn a to wassch en) . Mengepilken. . enz. aan jets later rakon. Mengepet.). Kepeng. in kolommen opstijgend (van rook). gefrommeld. insluiten. trek. in dichto kolommen opstijgen. als eon rookkolom omhoog stijgen. aansluiten. be. enz. ook slag met de vlakke hand of met jets plats. omsjngoling. halve ~duit. dik opeengepakt. enz.. dicht. omsingeling. 140 KEPO. . naar jets verlangen. enz. enz.). enz. krab.. (van iemand. enz. Kepoel. Kepet. samengeploojd (van den mond). rookkolom. ook met de vlakke hand slaan. geld. ep ek. in elkander gedraaid. kring om lets heen. enz. enz. .. Kepit (ook Kempit). dichtbij brongen. zich aan hazardspolen overgoven. Kepot. omgeven. belegeren . mop. Pangepoengan. door schuddon van zich af- . Mengempit. Mengepretken. enz. van zich afschudden. belegering. zie Pleset. Keping (Mol. Kepengin (of Kepingin). Kepi1. met jets plats slaan. omringen. KKepiting. enz. lust in jets hobben. do billen riot afwasschen na hot doen eener groote behoefte. lets van zich afschudden. vuil. dobbelspel. enz. reismand of dons van de schutbladoron van eon palmsoort en van bamboo en rotting gemaakt. zoetwaterkrab. Keponakan. Kepret.tegen remand aan sprenkelen. .iets sprenkelen. reef of nicht. vlak bij of tegen lets aan.

enz. hard. (meest gebruikt voor bestrating. geheimschrijver. Keras. jets vast. oorbel. schr. pakmand. kooi. hecht inaken. de. KERE. straf. baron reinigen met bog. ook strong zijn. grind. . Berkerak. Kerap(of Kerep). Kerak. geweldig. enz. ten arbeidstelling aan de publieke werken (waaronder ook hot verzamelen en aanbrengen van grind. wilde dieren. stevig. Kerandjang. Kerangkang. vaak. Koran (of Karen). herhaaldelijk. Kerakal. verzamelen. (van ondergeschikten tot bet verrichten van eenig work). gotwist. oproepen. veal work van jets maken. zijn. dit door schudding wag doet).. iemand strong behandelen. politiestraf.). inlandsch oorhanger. alle krachten tot jets aanwendon. enz. Kerangkeng. vechten. vuil. kleine rolsteenen. Keramas. Kerakap. dikwijls. vast. dikwerf. enz. enz. enz. goweld aandoon. (zooals eon bond bijv. Chin. Kera (ook Mon jet). bi jeenroepen. gevlochten wand.~ strong. Kerak. hevig. korst (van rijst in eon pan). . korf. hot hoofd met bog schoonwasschen. Mengerasken. ook twist. enz. enz. .). vast aan lets. eon snort kleine krab met range pooten. stork. schelpdier.). jeer. enz. oproeping. enz. enz. Hoekoeman kerakal. test. twist zoeken . Mengerah. oorknop. schanskorf.goojen. . (voor gevangenen. gevecht. met stevige. schrijver of boekhouder. Kerang.houden. eenigszins van elkander staande tralies afgeschoten ruimte. twisten. enz. hok. . aap. enz. Mengerahken. telkens. aanbaksel. roost. mossel. ook vuil. die nit bet water komt. ook aanzetsel. Mengerasi. enz. eon aanbaksel aanbrandsel hebben. enz. Keraboe. Kerani. lets met alle kracht aanvatten. enz. twisten. do harde schutbiaderen aan sommige planten of boomen. komfoor. roestig. dicht aaneen. dicht op elkander. dwingen.

bedrijf. door ingewandswormen geplaagd zijn. enz.. schilfers op hat hoofd hebben. de onderbuik tar hoogte van de blaas. enz. veal gebruikt voor woningen in de plaats van zeilen. arbeid. zie Kerodong. aan jets werken. Mengerek. schilfers op hot hoofd. brok. in stukken verdeelen. Keredong.streng van uiterlijk.of kant. Kere. deer. open snij. enz. kervon. waken. bediei1ing.met geweld lets bevorderen.. kerf. . kleine ingewandswormen. jets doen. ook: pijnlijke zenuwtrekking. zich opzijn gemak gevoelen. (ook Betah). ten uitvoer brengen. met een katrol ophijschen. Kerepek. Kerasan (Jav. bebroeden. stuk. op jets zittend. Kere- . feestviering. Kerenjoet. ontzag inboezemend. Kerempoeng. arbeid. feast. Keremi. enz. arbeiden. V V KERE. a jour bewerkt. enz. feestvieren. aan hot work zetten. Kerem. valies. load. in dienst zijn. knarsen van de tanden. mand. Kerd. work. Bekerdja. hijschblok.). Kerawit. Karat. handeling. Mengerdjaken. ingewandswormen hebben. aan lets bezig zijn. Mengerem. roos. ruw. work. hot knappen der vingers bij hot trekken daaraan. afgesneden. strong. lets verrichten. enz. dat lets gedaan wordt. enz. Mengerat. snede. Keremian. enz. Keremeki. bearbeiden. handeling. bezigheid.ergens kunnen aarden. werken. katrol. broaden. roos. aarsmaden. dienst.en naaldwerk. a. optrekken.broedend. doen werken. Pakerdjaan. ambt. ook met stronghold optreden. Keremekian. Kereng. reismand. voorhang van dunne bamboolatjes die evenwijdig aan elkander verbonden. . norsch. arbeiden. Kerawang. eon snort van doorzichtig scherm vormen. aarswormen. afsnijden. bet er kunnen uithouden.. verrichting. Kerak. taker. Kerepot. ongemakkelijk.

verdroogd. Keriting. vol rimpels Keris(Jav. . Geret). hot water of laten loopen.. gekras. droog. Kerakal). gerimpeld. Kerinting (ook Kelinting on V KERO. enz. zijwaarts kijken. zie Kerinting. droogleggen. (van hot haar). in bossen. zweeten. (verg. Kent. rondo schijf jes van fijngestampte visch. Kerip. uitwaseming. Kereta. enz. radeeren. mode hond (uitslag). Kerintil. of krabsel. wasem. Mengerik. gekruld. krassend geluid. kroeshaar. knagen. opeonhooping. enz. krabben. Mengerik. (verg. dor. in krull en. enz. lonken. 141 Kerintjing). Kerindjal. geknars. Keripoet. eon lonk toewerpen. Keret. samenstroomen. zweet. in trossen.Soend. onz. Kerintjing.schelletjes. Birang keringet. lets in menigte omringen. in menigte naar jets toe gaan. enz. garnalen. . Kerik. in menigte bijeen. enz. knappend. hard over jets strijken. dunne. schrapsel. enzz die als toespijs bij de rijst of als snoeperij gegeten worden. . droogmaken. zie Kareta. opeengehoopt. gekruld haar. Mengerling. Berkeringet. enz.potin. uitwasemon. belletjes. kleine keisteenen. knabbelen aan jets (van muizen. vruchten. . Mengeringi. enz. Kerikan. neerhangen (bijv. de moron.. krassend geluid. uitgedroogd. Mengeroeboeng. bedekken. gekroosd. Keringet. afschrappen. Keroeboeng. Mengeringken. of krabben. kroesharig . Kerling. transpiratie.Kerintingan. Kering. enz. Keripik. vruchten aan eon boom). Mengeroeboengi. zwavelstok. lucifer. Ramboet keriting. in groepen bijeen zijn.. Kerikil. de vingers laten knappen. Kekeringan. even tai zijde. de Indische dolk. geknaag .). platte.). Keretan api. drogen. droog geloopen.

afkrabben. ook gemaakt van in dunne korte reepj es gesneden buffet. Kesak. Kesa1. iemand met zijn velen. jets a anpakken. enz.iemand aanpakken. valsch. schuifelend goluid. Kerontjong. Mengeroet. rimpel . scheef van go. zie Kese1. Kerpati. zooals vole ml. Keroeboetin. Kerongkongan en Tenggorokan). met den voet tegen . borstspeld (in den vorm van eon tak. enz. zie Karoean.. Keroeboet.. Mengerok. met zijn volen op jets aanvall en. 142 KERO. Keromong.opschuiven. vol rimpels zijn. loensch.(zooals eon zwerm bijen op eon vrucht. enz. Kerojok. slinksch. Kerokot (ook (slang). postelein.aangeloopen.). tegen lets met den voet gestooten.~ook eon krabbend geluid. ook eon trekkend. Mengesak. Keroewan. van eon lapel. roskammen. Berkeroet. Mal. krabben. . Kerok. hondeluis. Zie ook Kerojok. Keroet. Kesandoeng. rimpelen.). Keroeng. enz). zicht. rekkend geluid voortbrengen. uitholling (bijv. in menigte met ztjn velen op jets aanvallen. kraaien (van eon haan). holte. schuifelen. lastig vallen. Mengerojok (Jay. enz. ratelen (van kleine vallende of geschud wordende voorwerpen. toespijs bij de rijst (als Keripik). gotingel op eon guitaar. kletteren. enz. roskam. inkrimpen.). gemeen. Keroejoek. Keroepoek. gerimpeld. ritselen. fronsen. . slokdarm.of runderhuiden. groote veeluis. rinkelbel. koperen potvormig slaginstrumenten met knop. aanvatten. hinderen. KerotJok. Mengerosok. op~ zijde schuiven. gekraai. Kerosang (Atj. hagels). ritselend. ook de onderste bladeron der tabaksplant . bijv. aanvallen. Keroh. Kerong.opKchikken. gestruikeld. Kerongkong (ook Rongkong. bedriegelijk van aard. ook guitaar. uitsnijding. schelletjes. enz. enz. vrouwen dragon). guitaarspel. Kerosok.

Mengetik. voortschuiven op den grond enz. derdduizendtal. schuiven (op zijn derriere. bij beetjes. oksel. Ketela. Ketara. ook krabbe. ruig. blijkbaar. hot Arab. door V KETI. ook beker. Nat. Kesat. (bijv. kreeft . zich orgeren. rillen. hot vol afstroopen. Oryza glutinosa. otensbakje. Ketik. van zich of knippen. Kesel. Ketengan. der Compositae. afgemat. afstooten. Nat. enz. aan den dag gekomen. Kesoemba. Keteng. bij kleine hoeveelheden (verkoopen. laten zien. schaaf. Keskoel. enz. Mengeset. enz. lam.). stroopen. Keti (Sk. enz. openbaren. duidel ijk maken. erg schnkken. schrijfteeken voor den i-klank. doen blijken. ook Mengesot (Jay. enz. ergeren. Kesrah (of Kesra) (Ar. Keteak. Ketar (Mengetar). zich vervelen. duidelijk. L. met den . Kesot. iemand hot land opjagen.. niet glad.jets aanloopen. villen. Lour.). enz. die eon roods verfstof levert. zichtbaar. eon klem beetle. Berkesot. Mengetam. lam. drinknap. bloom (ook in figuurlijken zin). middelmatige boom. Ketam. met do schaaf bewerken.. Keset (ook Beset). aan den dag brengen. enz. Ketan.). Mengeselken. waarvan verscheidene varietoiton bestaan. gebleken. Carthamus tinctonus. Mengetaraken. schuddon. zie Katela. die nog niet good loopen kunnen. Kesoema (of Koesoema) (Sk. ruw. Ketel. honderdduizend. zat zijn. enz. Zie Sandoeng. over jets heon struikelen. sidderen. door schrik bevangen (b jv. eon aan kleefstof rijke rijstsoort. jets moods.). der Gramineae.). zooals kinderen doen. stroef. beven. Kesiap (Kesiapan). hon. hot zien van jets spookachtigs. nijdig maken. hot land hebben. blijken.). van do opperhuid ontdoen. schaven. vermoeid.). ketel. ook eon halve duit of halve cent.

Ketjap. verlegen. kleinmoedig.ook een dubbeltje (Jay. een smakkend geluid maken. klein huffs. tegen jets aan worden. Ketoek. nat. goring. enz. enz. beschaamd. koperen potvormig slag. komkommer. augurk. Achillespees. Ketir (of Ketar).). langwijlig (van eon fijn work bijv. Ketjoet (Jay. Oerat keting. instrument (met eon knop). klein. fam. sofa. enz. uitzonderen. beangst. die na samengebracht to zijn. K®tjoewali. enz. oogknip. orgernis aanbrengen.. Mengetjap. inlandsche sofa. ztjn. geknipt). jets kwalijk nemen. ook wrang. boven den hiel tot aan de kuit. Mengetjoewaliken. Ketjapi. der Solanaceae. kleingeld. nudig. met de oogen knippen. verlegen. . bevreesd. eon plant in Indie. Ketip. zich in zijne verwachting bedrogen zien. enz.duim en eon der vingers. uitgezonderd. gesmak. ook gezegde. Oewang ketjil. Ketjil hats. Getir). Ketjap. A. Ketjoeboeng. een klein kind . reduceeren . smakkend geluid. huisje. -. onder hot eten smakken. ergeren. amethyst. enz. gedeelte van hot been V KETI. zuur.). luit. Roemah ketjil. teleurgesteld. Mengetjilken hats. Mengetip. pasmunt . verkleinen. tenzij . ook Datura alba Nees. angstig . teleurgesteld. kleiner maken. een koopje snappen. enz. Ketjambah.). uitgeloopen kiem van erwten of boonen. harp. lastig. Keting.). geraakt. Hati ketjil. moeilijk. verminderen.). welbekend om hare bedwelmende eigenschappen. K®tjiwa (Jay. ongerust maken. ook bang. bot vangen. be- . Ketil.nak ketjil. beangst. behoudens. met jets een uitzondering maken. gefopt zun. . veryelend. Ketimoen. geergerd zijn. behalve. Mengetjilken. knipoogen. Ketjele (Bat. ook naam van een vruchtboom. ook heel fijn met de~nagels knijpen. min of moor tans of wrang (vergel. Ketjil. beschaamd. kwaad.

KIJA. Kewan (Mol. reebok. 144 KIJA. eon bezem). ook kwispelstaarten. Mol. rust in van kokosbladeren gevlochten zakjes gaargekookt. diet. Berketok-lretok. den mond good kunren roeren. slag. gegeven of bepaalde grootheid. boschwaohter. kinderziekte. boost. heen en weder zwaaien. (ook Selatan). kant. geplaatst). Doewa loan. Kijan. de verwoesting der wereld. titel voor bejaarde on hooggeeerde mannen. Kidoel (Jay. Ketoemboehan. deuntje. kleine schilfers of roos op hot h oofd. snibbig. enz. de pokken. Kidoeng. hoeveel malen hot gegevene. wapperen (van vl aggen). took de dooden worden in hot graf met hot gelaat daarheen gencht. zijde. met de knokkels van de hand op jets slaan. met jets (buy. Ketoembe.hoorende bij den gam®lan. klapwieken. gezan g. hoe- . op jets kloppen.).). Kijamat (Ar. waarheen de geloovigen zich bij hot bidden richten moeten. enz. Kapalakewan. Zuid. oudje. Ketoembar. tik. bosch . Kibar. Mengibas. opziener over de bosschen. streek. tweemaal zooveel . hot Zuiden. korianderzaad. Mengetok. Kewan. roe. zweven (van vogels).). 143 Ketoel (Jay. hemelstreek. enz. dus. Berapa loan.. Kewat. fladderen. ook van leeraren van priesterscholen en van godsdienstonderwijzers. zoodanig . Ketok. gekakel (van een kip) . bot. Ketoepat. met jets tegen jets slaan.).). Kibar. stomp. (voornamelijk) de streek. zooveel . kiop. liedje. Sakian. Kiblat (Ar. de opstanding.). zang. ook hot laatste oordeel. dusdanig. Kiai. vadertje. Berkibar. kakelen van eon kip. ook door kramp samengetrokken (van pezen. waarin de heilige tempel to Mekka gelegen is. Kidang (of Kidjang). tikken. zuideltjk. bij de hand. eon doek.

gekakel (van eon hoop). Mengkilap. schelpdier.). Mengi jok. Kintja. gedwongen. enz.). glanzen. Mas kimpal. Kimpal. woonerf (Mol. weerschijn. eon gereed gemaakte betelpruim. . Menginang. span. holte. enz. peuteren. schitteren. afvijlen. enz. geschreeuw. vrek. knop. blinken. enz. gedegen. bliksemen. Kilat. scheprad. schelp. Kilan (Jay. Kiong (of Keong). eon bloemknop). erf. ook : garenwinder. Bat. gierigaard. Orang kikir. eon groote schelp. stiff. smal. massief . Kijok (of Keok) (Soend. (zooals bijv. met lets in eon opening. Kintal. Kikoek. conclusie. haspel Kintjoep. de afstand tusschen de toppen van den uitgestrekten duim en pink. glinsteren. kwispelstaarten. niet op zijn gemak. Kikir. viii. half gesloten. om hot water op to pompon of naar eon hooger gelegen terrain op to voeKIRI. zinspeling. Kilap. ron. flikkering. linksch. Mal. betelpruimen.). enz. gierigheid. Mengikir. blinkered. glimmon. Mengipai-ngipai.).veel malen. (ook Mengilik). enz. ook : gierig. . bliksem. vergelijking.). Kilik koeping. kakelen. ook hot uitgepersto suikerrietsap. analogie. ook: (van eon vaartuig). gedegen goud. weerlichten. glimmered. waterrad. schraapzuchtig. met jets kittelen. Kijas (Ar. in hot oor peuteren (met eon veertje. enz. weerlicht. bloemknop. vrekkig. Kilang. Berkilat. Kima. Kinang(Jav. Kilik. dikke. flikkeren. jets in eon holte duwen en ronddraaien. boersch. vijlen. Kintjir. de rollen oener suikerrietpers. Kipal. goud in klompen of staven. eon weinig open of geopend en puntig eindigend. smalbuikig. brijachtige zoete sans bij sommige gebakken.). blinken. met eon vijl bewerken .

Berkisar. Mengirimken. kleine hond. Kira-kira. ook eon palmsoort. Mengirik of Mengkirik. links aanhoudon. Berkirim). Mengipas. sturen . afschuw.).schudden van de veeren (zooals kippen. Kisa. ook klapwieken. Mengiriken. Kirabat. vermoedelijk. enz. nabestaanden. berekening. meenen. waarvan de bladnerven gebruikt worden tot hot vervaardigen van de z. wat gezonden wordt. links schuiven. Sebelah kin. waaier . doen toekomen. sprenkelen. gissing. ook jets aan iemand medegeven. Mengiri. achten. jets aan iemand zenden. van mooning zijn. Kipsau (ook Kipsiau) (Chin. zittend voortschuiven . Kink (Jay. enz.. linker. kippevel krijgen (van vrees. begrooting.. berekenen. links. met overleg. overleggen. Mengiprat.g. enz. van gewasschen good bij hot ophangen). gevlochten mandje. . Kiriman. iemand jets zenden. Kiranja. aarden thee.Kipas. vermoeden. enz. links uitwijk en. Kisar (of Kiser). Mengirap. vermeenen. jong hondje. ook met mate. gissing. ~linkerzijde. besprenkelen . enz. met eon waaier jets bewaaien. verzenden. Mengipratken. zich schuivend verplaatsen. enz.of kofflepot. linksch.uitschudden. jets van zich afschudden. zich verbeelden. denken.. tar linkerzij de . eon gevlekte komkommersoort. toch. Kin. Kira.naar gissing. links. uitslaan (bijv. eon waaier gebruiken. Mengiraken. .). snelle op en neergaande beweging . met eon waaier waaien.denkelijk. enz. gissen. ook hot to berge rijzen der haren.). Kirim (Mengirim. enz. iet besprenkelen. Bantamsche matten. jets snel op en peer bewegen. berekenen. ook eon netje ter bewaring van een of ander. rillon. links plaatsen links opstellen. zenden . Kirap. Kiraf. schuivend opschikken. Kiprat. in tie rondte draaien. Mengirimi. ijzen. eilieve. mooning. links opgaan. van eon of ander jets denken. enz. doen).

snees. enz. wrijf. Mengobok. ook in water spoelen. Kita. ook krorngetrokken (van de vingers door jicht.verbranden. enz. enz. ook stain. Klengteng. hot book bij uitnemondh ei d. weinigje. convenieeren. ronddraaien. rasterwerk. Kitab (Ar. Kiontang (of Kelontang. enz. draaien. in lichto laaie. waschkom. in de gelegenheid zijn of de gelegenheid hebben tot. Chineesche tempel. voorwerp om door goklep. ook Kelontangan). kru impj e. brand. . spiji. enz. gekreukeld. klein weinigj e. wij (met insluiting van den aangesproken persoon). Kobokan. Kisoet. 145 Kiting. book. traliowerk. wasschon.. eon middelpunt draaien . geschrift (inzonderheid van godsdienstigen aard) . vermalen. Berkitar.).). Kisil of Kisilan. Kismis. partij. Klontong. wentelen. de vogels van de velden to jagen.). waar eon splinter of is. die in de rondte draait. schuren. jets omdraaien. enz. enz. een bitter kl ein beetje.of schuurpaal (veer dieren op de weide. clitoris. viiigorglas.. spit. Sitar (of Kiter). Mengisil. KUEB.) . Kisikisi. doen wentelen. fijn wrijven. tralie. de kittelaar. krenten. verschrompeld. waden. ook ik (wanneer de spreker zich hooger stelt dan de aangesprokone. zich togen dien paal aanwrijven. Kloemit. beschadigd. Alkitab. zie Kelontong. enz. Kober (Jay. volksstam. Kisi. branden. Mengitarken. tralies. twintigtal. ook in brieven). in vlammen uitslaan. vogelverschrikker. d e Koran.. Klentit. ook zich verplaatsen. beetje. gekreukt. (van dieren). den tijd hebben. MALEISCH-HOLLANDSCH. gerimpeld. . rozijnen. Kobok. door water gaan. Kobes. roede.Mengisar. om een as. hekwerk. enz. in eon melon of met eon molensteen. draaien. Kobar (Kobaran). Sakloemit. Kodi. of branden. twintig stuks. malen.

Koedoe (Jay. Ber- . Koeda lelaki. schurft. to paard. . Berkoeda. borstwering. al zijn krachten tot jets aanwenden. verschansing. Koebis.). schansingen. solied. worgon (de straf voor oversp©lige vrouwen). enz. merrier Koeda kebiri. kikvorsch. Mengoedoeng. Kodrat (Ar. maken. almacht. Kodok. bescherming. Koeda-koeda. keel. wijk of buurt. Koeda djantan. vor10 146 KOEB. dien men over hot hoofd of om hot lichaam draagt om dit to beschermen. zoowel pers. Koeda laki-laki. Mengoewatken. ook eon doek enz. Bengalees. afgekapt. Bengaloesch . kikkor. zijn best doen. vast. enz. om jets heen aanleggen. voornw. Koeda. Koeda isteri. enz.). Mengoeboerken. Koeboer (Ar. enz. krachtig. macht. roode hond. hot is noodig. woonplaats der Kod ja's. Mengoedjoet. met al zijn vermogen jots doen. scherm.Kod ja. stork. enz. Pakoeboeran. verminken. hot moot. stomp. schans. iemand begraven. van den ten persoon. enz. Koedjoet. Moorsch.. enz. verminkt van de lodema ten (zie ook Koetoeng).Mengoewat-ngoewatken. ook spruit (aan eon dak) waarop de nokbalk rust. ). Koed j a. enz. padde. jets met aarden wallen of verschansingen insluiten. Klingalees. Mengoeboei. begraven. stevig. to paard zitten. schraag.. vobrnw. kruik j e. Koedoeng. Pakod jan.. Klingaloesch. nagemaakt paard. dekhengst . hobbelpaard. enz. hecht. paard . hot behoort. kruk. in eon graf neerleggen. Koe. ruin. als bez. Moor. rijden. Koeda-koedaan. aarden wal. sterkmaken. Koedis.versterken. gesneden hengst. koolgroente. stut. Koeat. verkorting van Akoe. Koeboe. erg jeukende huiduitslag.. hengst. begraafplaats . graf. Koeda perampoean. kruik. met alle kracht jets doen. begraafplaats. noodzakelijk dat.

Koekoek-beloek. ook vuil aan de tanden. oog. Koekoe. Koekoep. enz. ook beschermen. Mengoedoesken. enz. stevig. Koelawarga (ook Koelawangsa) (Sk. gesluierd gaan. dokkleed. kram. Berkoekoe. kromgotrokkon..). maagschap. of krabben.koedoeng. gometselde waterbak. Koelat. enz. nagels hebben. familie. Koekoes. hecht. kirren. kuikens bijv. lets heiligen. Koekoeh. iemand eon sluier over hot hoofd slaan. aanslibbing aan de monding van rivieren. jets over hot hoofd of hot lichaam dr gen bij wijze van sluier. kraaien. enz.ook tam. bodekking. trochtervormig mandje.. heilig verklaren. mos. wasom. gokraai. de heiligo G eest . in stoom gaarkoken. ook klauw. vast. stijven in lets. Berkoekoer. zwam. heilig. Koekoek. enz. Berkoekoek. Mengoekoer. krabber.). damp. als heilig beschouwen. vij vor. Koel (of Ko1) (Ho1. gokir. Koekoet (ook Kokot.Mengoedoengi. stork. kom. beschermen. . mak. nagel klauw. in bescherming nemen. aan of door eon kram bevestigen.Bat. distilleeren. Roh'oelkoedoes. van klauwen voorzien. bedekken. schimmel. Lantah). stoom . deksel. waarin de rUst in eon dandang wordt gaargestoomd. Mengoekoet. dampen. nachtuil. stork maken. ook bijeenschrapen. bloed- . ook zich krabben . Koekoesan. Mengoekoes. . ook zich under de bescherming stellen van iemand. eon hoofddoek vastgesteven in den vorm van eon kool. volgzaam (van jonge diertjes. enz. walm. versterken. uitdampen. walmen.. samengetrokken (van de armen of vingers) .enz. Boengkoes koel. Koekoer. uitwasemen. Mengoekoehken. Koelah. ook dek. Berkoekoer.. krabben. uil. in bescherming nemen. met de als eon hark omgebogen vingers tot zich halen. KOEL. Koedoes. enz. koken. lets dekken. Mengoekoepi. enz.)kool.

bijeenbrengen. to zamen brengen. kluit. Koemoer. Koendjoeng. ook : groote for (ook Koewangwoeng). verzameld. Koelon (ook Barat). verzamelen. Mengoelilingi. vel. ook : som.overgrootvader. daglooner. spoelen. schors. Koeli. ook sik. bast. jets omtrekken. vergaderen. omtrek. enz. enz.. van een voorhuid voorzien. plechtig bezoek. Koembang. die nog niet besneden zijn. lederwerk. insluiten. de vuurvlieg. Koempal (of Goempal). sjouwer. enz. (ook Pakoem-poelan). bijeen komen.: ook bereide huid. west. vergaderen. omgeven. vergaderzaal.. den mond spoelen. Koeliling. omsingelen. ook iemand den mantel vegen. enz.Mengoend joengi. verzameld. Koeloep. Tiling. vergadering. omhulsel. gorgelen. Koenang-koenang.vergaderplaats.verwanten. nog niet besneden zijn. vergaderd zijn. opeenhoopen. om jets heen gaan. held eener zachte. Berkoemoer. 147 . leder. dop. Koelit chatan. taaie zelfstandigheid. Koemis. schil.iemand of KOEP. rondgaan . omkleedsel. Mengoeli. Mengoempoelken. verzameling. enz.). enz. . bekleedsel. achterkleinkind. klonter. Mengoembah. ook als liefkoozingsw oord voor jongens. enz. wasschen. Berkoeloep.. enz. bijeenkomst. Tempat koempoelan. Koempoel. glimworm. . snor.Anak koempi. . huid. BerkoeKOEL. praeputium . in de rondto. Berkoeli. zich verzamelen. eerbied. in den omtrek . het praeputium. bijeen zijn. het westen.overgrootmoeder . als daglooner werken. de voorhuid. samengedrukte hoeveel. bijeen . voorhuid. rondom. westelijk. Koelit. Koempi(Bat. hommel. uitspoelen. sjouwerdiensten doen. knevel. Koempoelan of Pakoempoelan. Berkoempoel. Koeloep. Koembah.

) (ook Koprak. sluiten. donkey geel. Koepang (Mol. Mengoentji. Anak-koentji. kurkuma. enz. ontdoen. de hoofdknol dezer plant . slot. vljnder. of halen (bijv. de schilfers of roofjes enz. blankgeelachtig.Sakit koening. dat aan het hoofd van kleine kinderen gelaten wordt. Koentji. Koening moeda. Sakit koera. de lies. ook den sleutel in een slot steken. Iboe koenjit. Koprakan). geelzucht. de bijwortels. geel. de huid. Anak koenjit. Koenir. van een zweer). fam. schildpad. Koentoel. aapje. samengeplooid (van bloemknoppen. Nat. Koentji maling. kuif. enz. Poetih koening (van de huidskleur). geel koper. ontbolsteren. oor. (Curcuma Tonga. de bast of schors van lets afnemen. Koentji papa. losmaken. Mengoepe. Koenjit. met een sleutel dichtmaken. klepmachine. L. zoowel om to sluiten als om to openen. Koeningan.jets een plechtig bezoek brengen. . der Zingiberaceae). Sirikauwsel. jonge aap. geld. to verdrijven. op slot doen. enz. klenper. sleutel. op eens.onverwachts. bloemknop. ook : reiger. Koepoe o oepoe-koepoe. knop. kapel. Koentjoep (of Kintjoep). Koepas. 148 KOEP. schillen. gesloten. afschilferen. Koening toewa.). eensklaps. enz. Koenjoek. Koera-koera. onvoorziens. pellen. geelachtig blank.). Iboe koentji. slot. Koeping (ook Telinga). om vogels enz. enz. plotseling. zie Koenjit. Koenjoeng (Koenjoeng-koenjoeng). lichi geel . rond. ook de wreef van den voet. Mengoepas.landschildpad. van de schil. opzetting van de milt. Koera. ook vlok of bosje haar. stomp. milt . Boeboeng). een looper die op alle sloten past. Koentjoeng. Koenjah. sluicing. kleine aap. Koepe. ter hoogte van de fontenel (verg. plukken. miltaandoening. Koening. Koeprak (Jay. bladknop.

verward. zetel. Nat.). enz. enz. enz. melaatschheid. ten tijde. verwijderen on den bak tegelijkertijd schoonmaken. offer. Koeras. oogenblik. katern. Koetang. tijdstip. enz. Koerang. Koesir. Koeskoes. to min. ook kleinigheid. aderen. enz. kooi. der Liliaceae). kooi. eon ergo graad van syphilis. Don. troop. van eon lijdende). jets zacht besprokon. gebrek. in de war. hok. in eon kooi. ook uithoozen. 5 a 6 vellen of 20 a 24 bladzijden. Mengoetil. verminderen. kleinigheden wegnemen. Koersi. in wanorde verspreid. Mengoerangi. eon snort uien of proi (Allium uliginosum. minder worden.. jets verminderen. afnemen. tijd. in de war brengen. Mengoesoetken. Koeroeng batang. fluisteren. gefluister.uitgeteerd. hok. gebrek hebben aan lets. ontbreken. gebrekkig. . carat. lijkbaar. Mengoeras. enz. kapen. minder. onderlijf. besloten ruimto. iemand to kort doen. mager. Koesta. hot water uit eon bak. Koernia (Sk. gevangenis. toen. Koeroes. hot halfcilindervormig bamboezen geraamte dat over hot lijk wordt geplaatst en waarover hot lijkkleed wordt geworpen . minder worden. geheim gesprek. Koerap. Koetika.Koerai. noodlijdend. vlammen (in mariner of hout). kajuit. . verwarren. niet genoeg. Koeroeng. terw jl. Mengoeskoes. smoezen. uit elkander geworpen. to weinig. lepra. eig. Koeroengan. ook KOEW. w jl. Mengoerangken. enz.).. tijdens. Kakoerangan. afnemen (bijv. kortmouwige borstrok.schraal. verminderen. stool. hok gevangenis plaatsen. Koetjai. to kort. Koerban (Ar. zie Karoenia. Mengoeroengken. ontoereikend. Koetjar (Koetjar-katrjir). fam. offerande. Koesoet. ontbrekend. to kort. koetsier. ringworm. Koetil. enz. eon snort corset. enz. .

Koewali. vervloeken. kwaken. stiefvader. Mengoewasaken. Koewaja.). enz. enz. gekort (van eon brook bij v.. gerekt geluid voortbrengen. uitgehold. runderluis. staart. Koewawa (Jay. 1emand vervloeken. gevloekt. in staat tot. kracht.). stief kind. Koetoe boesoek. volmacht. Pantat koewali. Koewab. stiefmoeder. tiok. Toetoep koewali of Kekeb. Koetoe and jing. volmacht geven. vloo . Boentoet). vrees. gezaghebbend. dikwerf. galzucht. Koewak. ongerust. diep. zwartsel. onrustig zijn. Mengoetjoep. bij machte. enz. Koetjoep. wandluis. Mengoetoek. enz. stork. Koetoek. iemand kussen. kussen. machtigen. eon vloek uitsprekon . bevreesd. luis. Bapakoewalon. kus. stief-. beangst. Berkoewasa. mij t . enz. diepe scheur. Ma'-koewalon. bodem van eon pan. Koewala. zoen . gevolmachtigde.. ook hot daaraan zittende root. zonder mouwen (van eon jak. gekwaak. Mengoewasani. vervloeking. monding eener rivier. pat. vloeken. Koetoe. in . afgehouwen.Koetjing. vervloekt . Anak koewalon. Mengoewak. pandeksel. enz. kat. krachtig. diep ingevreten.). Koewalon (Jay. stomp (van eon arm. gezag over jets uitoefenen .). uitholling. sans. Koetoeng. Mengoetoeki. ook dikwijls. lange haarvlecht der Chineezen. Koetoe lemboe. vloek. zoenen. afgeknot. zoenen. gaponde wonde. ook diepe wonde. Koetjir (ook Koentjir. macht hebben . pan . Mengoetjoepi. afgekapt. vergrooting der milt. enz. macht. aarden of ijzoron kookKOEW. onrust. vermogen. enz. deuk. .). gezag. Zie verder Koeat. Koewat. sop (van eon gerecht). Koewasa. langgerekt geluid. eon diep. angst. enz. enz. Koewatir (Ar.).

Anak kolong (kazerneterm) soldatenkind. vijver. bejaard. Kolong. wedorkeerig jets bewijzen. touw of band.). scheur. enz.. ronddolen . Tall kolor. enz.on achterstoven. eon bank. enz. ledige ruimte under lets (bijv. inhoudsmaat. uitholling. Kolak. (zie ook Koembang). KONG. enz. (ook Bianglala). omzwerving. Koewe. Kojan. en diem om dien vast aan hot ljjf to binden. Kolam.. kook. waarvan confituur wordt gemaakt. gebak. scheuren. die in eon gleuf. Kolang-kaling. commodore.staat.). Koeweni. dolen. onderaardsche gang. met suiker gestoofde vruchten. Lour. kunnende bevatten 27 tot 30 picots van 125 A. gleuf. ronddoling. enz. .. Kombara (Mengombara). dat niet in de kazerne geboren word. datin de kazerne geboren is. tor. stork genoeg tot. smeltkroes. commandeur. opnieuw. regenboog. Mengifera foetida. terug doen gaan. eon huffs. Koewoeng (Jav.in ontucht geboren kind". 149 ook : mijn. zwerven. vergelden enz. Anak kolong wordt ook als scheldwoord gebezigd in den zin van eon . Mengojak. Kojak. gescheurd. teruggeven. wader. terugzenden. gewicht. bekwaam. Kolor. eon mangga-snort met sterkriekende vruchten. Mengombaliken. en btjzonderlijk eon.). Pengombaraan. vruchten van den area-palm. hommel. Chineesche trekpleister. sleuf of zoom (bijv. Anaktangsi. eon soldatenkind in 't algemeen. Komendoer (of Koemendoer). snoeperij. eon snort van gesuikerd moos. in tegenstelling van Anak soldadoe. Kolot (Sound. oud. van eon brook) loopt. Kombang. teruggekomen. . Kojo (Chin. Koewi. inlandsch vaartuig met binnenwaarts gebogen voor. Kolek.). kever. terug. waterkom. Kombali. teruggekeerd. enz.

Kondangan.. routs. de ballen. wieden. Kopjah. klein in zijn snort. koffledik. Boewah kopi. Roemah kongsi. cornpagnio. aan eene oorziekte lijden. ongevuld. hot laatste boetje. de heilige schrift der' Mohammedanen. (ook Sekongkel) (11011. de 0. enz. zie : Koenang. bij kleine stukjes schillen. koffleboom. Konang. kalotje. pet. hot laatste scheutje wegnemen. Kopok. koffieboon.Koming. als genoodigde eon feast bijwonen. slap hangend. (van de borsten eener vrouw). Kored. koffleboom.). Korang. Kontan. enz. Kompes. vennootschap. cnz. impotent. verbond . Kopi. enz. Kopokan. enz.inwendig zacht van vleesch. eon geheinie afspraak met elkander maken. ook (Msngopek). Kompeni. Poehoen kopi. hot gouvernement.-I. gebouw.). de koran. schilfers van eon wond aftrekken. Kongkel. corn150 KONT.). ook hermaphrodiet. Kongsi (Chin. vereeniging. aftrekken. de regeering.). hot geheele mannelijke schaamdeel. roof jes. (Bat. bengelen. samenspannen. (van enkele vruchten). Koran (Ar. zetel van zulk eon coinpagnieschap. Kontal-kantil. iemand eon strong verhoor doen ondergaan. naar eon feast toe gaan. ook de geheele penis. van jets kleine stukjes afrukken. eon vrueht enz. Mengompes. waardoor hot vuil or steeds uitloopt. . compagnie. Kopek. schoffelen. Kontol. konkelen. maatschappij. contant. eon strong onderzoek instellen. nat. koffievrucht. schoffel. druiperig. comptant. druipooren hebben. Koredan.Ampas kopi. de testiculi.kofffie. Kopjor. vischmand. strong ondervragen. (van ooren) . ook de bij de West-indische bereiding der versche vruchten achterblijvende schillen. heen en weder schommelen. met papperig vleesch. . hangend slingeren. pagnieschap.

water in een flesch). Pakerd jaan kwartoe (Mol. door zweren enz. mijngang. Keatria (Sk.). luierstoel. Sots. krabben. dons. zie Koesta. vuil. Roemah kosong.schurft. telkens van plaats veranderen. Kowak. doorgebroken. een ledig huffs.). postelein. Mengotjak. peuteren. Korek koeping. morsig . zinledige beuzelpraat.. schudden. Kosta. onrein.. zie Koewak. Koterek (11011. gewone zitstoel. LABA. onreinheid. Korek. Kotoran. g j. je. Mai. graven. veel praats hebben. terras (van rijstvelden). (zie ook Koersi). huiduitslag. lets ledig maken. heerendienst ten behoove van den radja. net lets scherps of puntigs uithalen. bluffend. enz. enz. burcht. uitholling. jou. oorlepeltje. Kotjok. Korsi males. Kotjak. enz ). zweer. snoevend zijn. Kosen. enz. oorpeutertje. Omong kosong. schroefgang.). enz. uitgehold. Koreng. wroeten . schakel van eon metalen buikband. KWAR. stool. Kwartoe.) met de hand in hot water rondroeren. zonder inhoud. . eon mijn graven. Kowe (Jar. jij. kurketrekker. lade. dadel. Korengan. vesting. zonder zin . yak. hebben. verwaand. stad. opengebroken. enz. Kosong. Korsi doedoek. .). om to wassehen. . smerig. korrelige zelf standigheden (als rijst. Korma (of Choerma) (Ar. Korok. Mengosongken. Mengotjok.Krestantje. (bijv.geplaagd. vuil. (in den loop van een geweer. trotsch. versterkte plaats. Sotak. enz. ontruimen. ook schudding (van eon vocht).). Mengorek. Kosek. drek. dapper veelvermogend. negorij. iemand uit de krijgsmanscaste. Mengorok. enz. Kosak (Kosak-kasik). u. zweren. Mengosek. wipstoel. fort. ledig. lange ligstoel. enz. Korsi. schudden. Krokot. Kotor. enz. Korsi gojang. ook yak. door muron of andere versterkingen omgeven plaats.

ranselen. wijders. ruimte tusschen twee evenwijdige lijnen. snel vooruitgaan. winst. scheepswant. work van jets maken. op muziek zetten. rij. Laboeh. kuur. ook gekscheren. uitwendig . hiervan bestaan verscheidene soorten. voordeel . afstroomende lava uit eon krater. Ladenin (Bat. air . nedergelaten. Lad joer. zich vlug vooruitbewegen . voorts. Ladoe. melodie. Ladjoe. alleen de buiten~ijdo gaar. Labir(Ar. snel. 151 Laba. Melabaken. vooruit. manoeuvre. ter wergild . Berlaboeh. to voorschijn komen. Laga. Laboer. ankerplaats.). enz.). Lading (Jav. kalebas. . mss. woord. kt ren vertoonen.L. enz. uitspreken. Laberak. Laba-labs. enz. nog.). spin . Sarang labalaba. kolom (van eon bladzijde). peper. ankeren. pompom. bovendien. LAKI. daarbij. zangwijs. overstrooming. zelfs. ook lijnblad. gekheid maken. snel doen vooruitgaan. (van eon kleed. hoeveel to moor. Berlaba. geboren worden. Berlaga. afrossen. ongaar. Lagi. ook. A. Melaboer (Jay. bouwveld zonder kunstmatige bevloeiing. enz.). vechten. veinzen. Laboe. gordijn. vaart of gang in jets brengen. winstgevend . M lagoeken. ten anker liggen. reeds.). spinneweb. enz) . baan. Ladang. Melahirken. met jets bestrijken. neerhangend. M1 lad joeken. kortswijl . Ladek. uitspraak . manoeuvreeren. enz. enz. tegen elkander stooton. Melaberak (Jay. Lagos. notitie van jets nemen. winstgevend maken. besmeren. Laberang. enz. of jakkeren. scherts. productief.. openlijk. vermengd met water. meer.pa lagi. Lada. Lagonder. Pelaboehan.). viug. om jets geven. afhangend. nog steeds. en. Melafalken. afranselen. haven. zingend voordragen. gewin. Lafal (Ar. dragonder.

ook sluimeren. zeilende zijn. enz. Orang lakilaki of Orang lelaki. Melajani. Laik. enz.). loop. mannelijk persoon. enz. gewild zijn. echtgenoot. to voorschijn brengen. in gebruik zijn. Laki. al hot doen en laten van iemand.. Melajarken. vlieger.. Mclajang.. laten dekken (van eon vrouwelijk dier) . gevlieg . enz.). bedienen. lijk. aftrek hebben. enz. enz. verflenst. man. door den wind medegevoerd worden. zich gedragen. Berlakiken. Melainken. Melajap. anders zijn. een mannetje hebben (van vrouwelijke dieren). Berlainan. Lakoe. aftrek hebben.. openbaren. gebeuren. Laki bins of Laki isteri. geschikt. behulpzaam zijn. Lajangan. zweven. iemand tot man hebben . laag over den grond of hot water strijken (van vogels). zeil. ook man. vliegen. afzonderen. verscbillend . enz. gedrag. Lajan. gepast. ander.brengen. handel on wandel. gehuwd man. onderscheiden zijn van. onder zeil gaan. ook in zwang zijn. Laki-laki of Lelaki. baron. bedienen .iemand helpen. vorstelijk lijk. veranderen. met een mannetje paren . verwelkt. Lain. nitvaren. doen zeilen. met jets wegzeilen. gehuwd zijn. Berlakoe. Melajan. reizen to water. enz. zeilen. mannelijk. gezweef. Lajon (Jay. handelwijs. ook dichtvallen (van de oogen van ieman l die slaap hoop) . behalve. Lajar. Beriaki. laag bij den grond of op hot water . uitgezonderd. . betamelijk. uitzonderen. uithuwen (van eon meisje. met eon man trouwen (van een vrouw). go- . ook gangbaar zijn. Lajap. verschillon. gang. waardig. handel en wandel. man en vrouw. 152 LAKQ. jets zeilende vervoeren. Lajang. anders. Lajoe. Memperlakiken of Melakiken. mannetje van eon vrouwolijk dier. Belajar. verlept. in den smack zijn. dommelen.enz. een man hebben of krijgen. passend. ter zijde staan. behoorlijk. gedragingen. Tingkah-lakoe. doen paren.

Tahi lalat. huwelijksaanvraag. Lambat. lets voorbijgaan. Laksana. daarna. Berlambat. in praktijk brengen. invoeren. vergelijken. vergeetachtig. die men bij de rijst eet. talmen. veel tijd eischend. verspreid. verloopen (van tijd). ten huwelijk vragen. van toepassing zijn. talmend.).wild zijn. of wijken. eon tijdelijk voor gasten gebouwd logis. uitvoeren. Laloe. lang van duur. Lalat (ook Laler). viieg. Melamar (Jay. vorig. lang. overschrijden. Lama. traag zijn. ook passeeren. gelijkenis. Salaksa. zijn gedachten niet bij elkander hebben. toen. over. langdurig. enz. gepasseerd. slaperig. vroeger. enz. voorbeeld. Melambatken. Melaloeken. oud. Lamaran. langdurig. waarna. evenals. Lamer. Melaksanaken. enz. de huisvlieg . eon eind can jets waken. bezwijmd. Melakoeken.). uit den weg gaan. . oudtijds. overtreden. uitstellen. dr~alen. flank (van hot lichaam of eon vaartuig). laat. van hot water bij eon overstrooming). ten uitvoer brengen. Laksamana. . zijde. stuk. onoplettend. tienduizendtal.. . uit elkander .voorb j brengen.die ten tooneele wordt opgevoerd. doen. vervolgens. ook in eenig handwerk bedreven zijn. lang geleden. sproet. bedrijf of episode uit de Mythologie. vertragen. enz. Lampang. . . ook eon snort van Chineesche vermicelli . tienduizend. lengte van tijd.). op de lange bean schuiven. voorbijgaan. Melampar. traag. in zwang brengen. Salamanja.. immer. enz. enz. enz. heengaan. over lets heen gaan. zorgeloos. admiraal. enz. vlootvoogd. Melaloei. enz. jets verwijderen. voortgaan. voorbijvoeren. duur van tijd.enz. versche of gekookte groenten. Lalai. langzaam afdoen.gelijk. LAND. Lamboeng. onachtzaam. onverschillig. Wajang-.enz. langzaam. voorbij. altijd. verdagen. lang aanhouden. Lampar.ook handwerk. van kracht zijn. zich verspreiden (bijv. Laksa (Sk. Lalab. eertijds. Lakon (Jay.

Katelandjoer. zitmat (meest van rotting).). Melandas. . jets overtreden. Landak. Melanggar. stappen. .. enz. hemel van eon ledikant... langdurig. in do hoogto stijgen. bidkapel (zie Soerau). ook (eon vaartuig) op hot land zetten. op jets aanloopen. eon snort valk.. pas. lang van duur. Melandasken. stag. Landasan. onderlaag . Landjam. hemelwaarts stijgen. gerekt.Lampau. Ml landjoerken. Melanggarken. bedehuis. langdurig. Lampoe tembok of Lampoe teplok. hanglamp .. Landas (kf Landes). enz. enz.caramboleeren.). lang maken. schrijden. to ver gaan . gerekt. Melandjoetken. eon aanval doen. enz. Langgana. ook verhemelte . ook aanvallen. rekken. verdergaand. Langkah. Langgar (Jay. enz. Langitan. verlengd. lamp . ook aanbeeld. schrede. op eon onderlaag plaatsen. onwillig. enz. enz. over den tijd . onderlaag. luier.1 overschrijden. LAND. mat. lang. Lampin. weerbarstig. enz. verder gaan. staande lamp . stekelvarken. trod. Lampoe gantoeng. to bovengaand. muurlamp. overtreden.loopen enz. rekken. Landesan. verlengen (van hot leven bijv. steun. kouter.). Landjoer.. . hemel . to laat. tegen jets handelen. Langit. . over den bepaalden tijd. Melangkah. eenmaal geschied. ook jets (wetten. ploegijzer. -. to ver gegaan. niet meer to veranderen.aanloopen. ook tegen jets zondigen. -. zie : Landas. Lang (Boeroeng lang) kiekendief. enz. uitspansel. Lampoe doedoek. to ver gaan. Landjoet. over jets heenstappen. Melampau. lets tot onderlaag geven . weerspannig. enz. stut. Kaland joeran. tegen jets doen stooten. tegon jets aanstooten. Melangit. Langgar. Lampoe. de grens van jets overschrijden. voorbij. Melangkahken. Lampit (Jay.

doorzetten (van jets dat begonnen is). Lantai. drijvend huffs. jets ujtrusten. fam. Melantjipken. aanpunten. enz. indrijven. Langeing. compleet maken. Lantja. Melaantasken. compleet zjjn . brutaal handelen. voltallig. enz. rad (in hot spreken. hot ontbrekende aanvullen. viug. van hot noodigo voorzien. ook heiblok. regelrecht door. Langsai (of Langee). aanzetton . daarna. dat beplant is. muffe. huffs op eon vlot. inslaan. uitgerust. terstond. voorhang. voltallig. tenger. gordijn. Melangkapken.) Laming. duffe lucht van jets. Melantak. enz. puntig. nat. voorbarig. Lantar. oorzaak. duf. van hot noodige voorzien. vloer van eon op paten staand h uls. ook (van geluiden). open pink op eon void. LANT. durven. op eon ladang. rechtdoor. Lantak. compleet. Lantik. Lansium domesticum. dadelijk. inhuldigen (van eon vorst. daarop. ook eon groote spin. onverwijid. fijn. openlijk instalboron. voltallig. eon punt aan jets maken. Lantjoeng. Lantar. enz. Jack. reden.Langkap. Lantjar. op jets afgaan. .). Blank. scherp eindigend. lantaarn. Terlantar. scherpgepunt. vlot. laadstok. portiere. ook eon vlothuis. enz. recht op jets aanhouden. Langsoeng. spits. boom met lekkere vruchten. om reden. middel. schel. recht toe recht aan. tango vingers hebben. Lantjang (Jay. enz.). van hot noodige voorzien. Berlangkap. bijv. instampen. draperje. Lantar (Lantaran). eon snort van groote boot. snel in bewegin'. Melantik. onmiddellijk. Lantera. vlot. vervolgens. Pelantak. enz. 153 Langoe. laadstok . plat op den rug liggen. Langsep (of Langsat). muf. Lantjip (of Lintjip). ton gevolge van. vermengd met bijstof- . der Meliaceae. Langkau.

stinkende kippendrek. Lapau nasi. slenteren. ook uitspuiten van vocht (buy. oceaan . 154 LANT. voeren. Lapar.on schoonvegen. vrij. onderligger. idem. schip veer de groote vaart. enz. langzaam. drentelen. waarvan de bestandLAT. Lapis. Laoetan. scherp. laag. be. Tembelek lantoeng. langdurig. restauratie waar gekookte eetwaren verkocht worden . zeewaarts . kippendrek. doek. onderlaag. Melapis. Indische spekkoek. kaam. vaatdoek. enz. . veering. wandelen. Lantoer. Berlapis. wartaal. Lantjong. hongerig zijn. eon geluid enz. Bola kelaparan. Melantjong. deelen laagsgewijs op elkander geplaatst zijn. zee . rondkuieren. naar zee. Tanah lapang. . Lapau d jags moeda. pierewaaien. Kelaparan. wat ni et vlug vordert. honger. Lantjoer (Jav). allerlei toespijzon bij de rijst. open. honger hebben. halfwassen hoen. Lapik. schimmel. doordringond (van stank.) . zeeschip. verhongerd zijn . ook : Laoek paoek. enz. Mati kelaparan. den hongerdood sterven . zeewind . met eon doek af. Lap. Kapal laoet. in lagen liggend.fen (van goud. plain. Lantoet. Kalaoet. dock ongekookte eetwaren. Melantoer. Angin laoet. babbelen. Lapoek. govoerd zijn . enz. Lapau kedai (waroeng). Laoet. bekleedsel. in tegenstelling van de kustschepen. w jd. to gast gaan. Laoek. hongersnood. van den honger sterven. enz. open vlakte. onzin spreken. winkel . honger lijdon. kletsen. ook bij iemand eon visits maken. wat onder jets geplaatst wordt. ml.. Lantoeng. stofdoek. Melapi of Mengelapi. enz. kleeden . enz.) ook min of moor puntig. Koewe lapis. ruim. met eon doek over jets heengaan. Lapang. lap. uit een pup.

enz. draaibank.). gewild.). ook de wallen om eon stad. banket (van eon vesting). op zijn anker drijven (van eon vaartuig). Pelarian. enz. lUnen trekken.). to last. good verkoopbaar zijn (van koopwaren) . scheepsvolk. die men bij zich heeft. goeden aftrek hebben. gemakkolijk kan maken. slippen (van eon anker). streep. vliegende witte mier. enz.) . pleats voor of achter een huffs. opgohoogd jaagpad. . Laroet. erf. hoen en wader hard loopen. lets op stok brengen. trekken of draaien op eon draaibank . Lank. enz. (van een anker) langs den grond slepen en er niet in vast- . lets verbieden . hordes aan eon huffs. ontvoeren. Lat (of Let). zenuwachtige toestand. verloopen. . open grond. Latjak. afdwalen. enz. over den tijd. waarop men spreekt. v luchten. hardloopen . hard met lets wegloopen. Lat doewa hari. enz. Penglaris. om de drie dagen. op den derden LATA. soldaat. drossen . dag na dien. tusschenruimte (van tijd. schaken. wegvoeren. verboden waar. met eon tusschentijd van twee dagen. Berlari of Berlari-lari. Lapis (Jay. Lari. afdrijven. Melariken. hardloopen. Late (of Latah) (Jay. verbieden . good van de hand gaan. loopen. Lat. wegloopen. langzaam vooruitgaan. hot op eon dag 't eerst vordiendo geld door den verkoop. wet anderen doen of zeggen. lager. den verkoop der andere warm en artikelon. Lari-larian. matrons. waardoor men alles nadoet. Larat. enz. effen plain. (ook Pelataran). door water medegevoerd worden. Melarang. elarangken. Pelarikan. Laron. Later (Jay. smokkolwaar. Melarik. verbod. verboden zaak .Larrang. zij hot ook met eenig verlies (van hot eon of ander) dat naar geloofd wordt. last. Larangan. wat verboden is. Barang larangan. lijn. Lasjkar. rij .

Melawati kamatian. ruim. yak. dik opeon. Lawan. Lega. breeder maken. iernand nit deelneming bezoeken . enz. gerecht bij de rijsttafel. vledermuis.).. ruim. tegenpartii. to veal. zich verhefren boven. in duizend stukken. straatvuil. Ledos. Lawar (of Lelawar). dichte regen. vernield. wijd. Legen (Jay. meer nemen. mislukt. hoog zwanger. vonk. Lawat. Lawang (Jay. misfortuinlijk.).grijpen. grof. . Soend. enz. Soend.). Lebe (Jay. Lebang. . Leboe (of Deboe). gewoonlijk gevierd als hat inlandsch nieuwjaar. meer. vergrooten. spinrag en cocon van eon spin. voldoening smaken. tegenstand bieden. uitermate. Meleboer.). enz. in strijd met. stofje. stof. barsten (van eon zwaar gevulden zak). overschot. Lebaran (Jay.. Lawang seketeng. verzet. Melawan. breed. laadje. over. dicht bijeen. wijd. lade. breedte. gemaakt van kleine stukjes vleesch of gehakt met reboeng. Lawa (of Lelawa). opgeruiYnd zijn. openspringen. Lawa4awa. enz. verruimd (van gemoed). meer geven. spin. tegenstander. enz. Melebarken. Ml lawat. feast bij hat einde der groote vasten. ook aan gruis. smelten. palmwijn (ook . Latoe (Jay. dicht. zeer. tegenweer bieden. Latjoer. enz. Leboer. Meledos. 155 ken. verbreeden. vermeerderen. ongelukkig. deur. enz. Lebar. restant. inlandsch garen. Lebat. zich verweren. gesmolten. Terlebih. open poort.). mededinger. Lebih. lekker zijn. ook spinneweb. Melebihv LEKI.). zich tegen jets verzetten. Lawe (Jay. groot. Latji. oed j an lebat. zich op zijn gemak gevoelen. omsmelten (van metalen). dorpspriester. enz. op hat punt van to bevallen. vuur. een condoleance-bezoek bij iemand afleggen. ruimte.

Lekoeng. v 156 LEKO. indeuken. verdwenen. taai. gauw. snel. moo. enz. tivanneer zij van hat vuur worden afgenomen. induwen. met den elleboog op jets rusten. enz. in hat openbarr verkoopen. enz. Melekatken. Lelang. openbare verkooping. laagte tusschen hoogten ingesloten. deuk. binnen kort. op jets plakken. plakkerig. Legok. jets op vendutie verkoopen. Mata lekok. hats. scheur. gedeukt. kuilon. spleet. vallei.. ingedeukt. Leher. op of aan jets blijven kleven. zich openen. Lekat. verzakking. doen kleven. vlug. vendutie houden.. oneffen . enz. enz. dat van den arenpalm getapt wordt en waarvan door koking de bekende bruin© inlandsche suiker wordt verkregen. verzakt. ingezonken deal. haast achter jets zetten. gaten. nog kleverig. hol. . eerlang. scherprechter. verhaasten. Melekasken. mat. indrukking. schielijk. ingezonken. enz. ingedeukt. maken dat in jets kuilen. scheuren. splijten. hol (van de oogen). spoed.Toewakl. vol deuken. bespoedigen. in diepen sleep. Lekas. Lelap. Lekoe. haast. deuken komen. vermoeid. enz. kuil. zonder bewustheid zijn. kieverig. dra. get. eon veal gegeten wordende . opening. kleven. Berlekok of Lekak-lekok. Melelangken. spoedig.. aanplakken. zie Lekok. deuk. Lekah. wag. Lele. openbare veiling . vendutie. hol. Lekit (of Legit). Melekah. afgemat. Legodjo. Melekat. holle oogen . hot zoete sap. beul. Lekok mate. Lelah. openscheuren. haastig. slap. Lekar (of Leker). opengewerkt mandje. oogholte . Melekoe. Lekok. holte. gedeukt. Melelang. waarop gotten of pannen geplaatst worden. plakken. spoed maken. Melekokken.

verzwakken . welbespraakt. lief. Meleleh. oorspronkelijk.visch. impotent. enz.. hoog riot. Lamas). gooien.. op. Lemari galas. veerkrachtig. meegaand.. langzaam vloeibaar maken. buigzaam. kleerkast.. vermindering van krachten. Tali tiga lembar. enz. gesmoord. rund. afgemat. werpen.~koe. malsch. Melemboetken. good kunnen spreken. Kalemahan. Melemboeng. de nieren. Lemah. type. smijten. Lamas (of Lames). Lembang. slap. LENG. Melempari. afgewerkt. slap. eerste begin van jets. Melemahken. die in modderige wateren voorkomt. talk. langzaam vloeien . zwak. smakelijk. Lemang (of Lemeng). oorspronkelijke vorm. (verg. bewerpen. wegwerpen. smear. ook vel. jets . Melempar. opblazen. Lemak. Lemboe. zachtzinnig. buigzaam. model. feeder.). Lembaga. enz. enz. Lemaar.). lenig. niet stark. kiem. week. zwakheid. slap. glazen kast. Lemari makanan. Lempar. Melemparken. enz. Leleh (of Lele). boekenkast. gestolde was. strong. gestikt. kast met glasruiten. gemoedelijk. vloeien. Lames. machteloos. zwellen. krachteloos. week. ook verstikt. op den grond werpen. minzaam. Lemoesir (of Lemoengsir). langzaam doen vloeien (bijv. Kertas does lembar. enz. vet. verteederen. reuzel. zwakte. enz. draa. gedwee. machteloos. afgemat. Lemari pakean.d.. Lemari boekoe. zacht. bias. zwak. vet. ook weekhartig. rijst of ketan (kleefrijst) in eon bamboezen koker gear gepoft. drie strengen touw. etenskast. lekker van smack. Melelehken. Lembek. zich als eon blaas vertoonen. zacht en aangenaam van smack. enz. Lemari (Port. twee vellen papier. Lemboet. goon kracht hebben. machtig. kast. zwak. bled . opgeblazen zijn. zacht. enz. flauw. Lemboeng.

Melengos. die meest gedroogd worden gebruikt. nat. enz. Alpinia galanga. Lengkoewas. Lengkoeng. eon blaar vormen (bijv. Lengos. Lender. Melenting. zacht. enz. bulging. Lengganan (of Langganan). Lenggang. boom met zoete vruchten. ook abonne. enz. kleverig. eerepoort. Lempoeng. nat. rond gebogen. der Sapindaceae. -glippen. gewelfd. uit hot gezicht verdwijnen. aanleggen. in eon bocht zijn.naar. der Zingiberaceae. van de armen. zwaaiende. faro. slingerende beweging V LEND. Nephelium Litchi.kleverig. enz. verdwenen. pak inlandsche taba. Lengkap. tusschen de vingers doorschieten. Lenggok. verdwijnen. slum. blaasjes vormen. zonder bochten maken. gooien. Berlenggang of Melenggang. plak. Melengket. eon plant waarvan de wortelknollen zoowel in de inlandsche keuken als in de geneeskunde gebruikt worden (ook Laos). kneedbaar. enz. platte dunne laag. vrij zijn.: Melengkoeng. rust. rechtuit.vaste leverancier. Sw. bij waterpokken). klei. plakken. Melentjit. rechtstreeks . enz. wat gebogen. Lenggang. kleven. Melempengken. rechtdoor. kromtrekken. .zichhechtenaan. met minachting hot gezicht van lets of iemand afwenden. Lengan. ledige tijd. gebogen. Lempeng. heen en wader buigende beweging. recht. vacantie. Lenting. faro. Lenjap.k. Carob. bocht. fluim. iomand bij wien men geregeld koopt. de armen slingeren. recht maken. Pelengkoeng of Pelengkoengan. huigen. zie : Langkap. . de armen vooren achterwaarts zwaaien. goon work hebben. onder hot loopen met de armen slingeren. enz. loom. moues (van eon kleed).iemand enz. Lentjit. Lempeng. arm. Lengkeng. slijmig. Lengket. omgebogen is. werpen.

gekn eusd (van de huid). gekookte rijst). Lepoe. doorweekt (van natten grond). vlak. gekreukt. waarin lets gepakt wordt). lets op den grond leggen. sprenkelen (van vochten).-uitspringen (bijv. tusschentijd. bijv : Tamboerlep of Lep-tamboer. geschramd. barsten. op den grond neerzetten. vrij. Ddelepoe. Letjat. losmaken. Letjer (of Letjer). modderig.).. kieverig. dat men in den mond heeft. tusschenruimte. lets. eon gevoel van zwakheid hebben. Letjat. pleisteren. van glibberige pitjes). ontslagen. Meletjet. losgemaakt. Lepeh. slap. in klapperbiaderen go. Letis. fijn maken (bijv. 157 voorbij.). ook (en Meletakken). over. enz. los. in vrijheid. in vrijheid stellen. geschaafd. scheur. enz. Lesoeng. gevouwen (als papier. Lesoe. met kreuken en vouwen. glibbong. plakkerig. losbinden. blaren vertoonen (bijv. ook verfrommeld. bemodderd. stuk gaan. dl8ve. uit springen (bijv. niet gebondon. loom. Leper. plooi. springen.) . enz. enz. bevuild. uit gooien. van eon brandwond). besprenkelen. barst. lusteloos zijn. Lep of Lip. el8vetamboer. ondiep. roomier. V LETO. fijn wrijven. loslaten. Lepat (of Lepet). plat (van eon bord. losgelaten. Lepas. Melepehken. Meletak. scheuren. enz. van eon glibberige . lusteloos. wikkeld. nat.). niet glad (van waschgoed bijv. Meletis. Lepot. Lepa. Letjat. snoeperij van ketan. Letak. vrij laten loopen. Melepasken. spiegelglad. niet vastgemaakt.. vijzel. smerig. rauw. Let. flauw. Letjek. slikkerig. Melepa. Berlepot. or uit stooten. rijstblok. vouw. viii maken. pleister (van kalk. Letjeh. enz. bepleisteren. enz. Meletjek. zich afgemat gevoelen. mat. verkreukt. Letjek. Letjak. uitglippen. waterig (van eon wood.

ook groote garden pot.barsten. oog van eon naald. in 't gezicht. springen.). slinger. klein koperen of bronzen kanon. Lila. die tusschen de vingers vastgehouden wordt). suet eon dof geluid openspringen. de huig.. ontploffen. Lijo (Chin. waskaars. bezem van doze nerven gemaakt. inzicht. ontploffen. Penglihatan. Lilit.. enz. vetkaars. bezien.pit. nis .). kaars. Meletoep. Melilit. Ikan lidah. opnemen. Lilih. -lezen. Letoek. Lilin masak. Meletoek. to voorschijn komen. kronkelen. oog. inlandsch kanon van klein kaliber. Tanah hat. bekijken. leemachtig. Lim. onzuivere. taai. enz.. plank. enz. Letos. naar iemand zien. Mclihatki n. Kalihatan. . tong. Kalima. -slingeren. de evenaar. enz. zien. enz. om lets heen slingeren. nerf van eon klapperblad . Lidah timbangan.aroem.barsten. aanzien. hetgeen gezien is. Melihat. ook hot uitgesneden deel eener . . lets om lets heen winden. de (hot) . 158 LETO. enz. opening. --kijken. List. Lima. -omzien. Lidi. draaibas. zichtbaar. enz. Liana. gezien. iemand voorspellen. tong (visch). dof knappen. met eon plof openspringen. vhf. Meletos. ook voorspellen. was. voor iemand in de toekomst zien. de naald eener weegschaal. gezuiverde was. Anak lidah. Melihati. kloppen. Sapoe lids. met zijn vijven zijn. Lidah. Liana d. eon slingerplant enz. ongekookte was. enz. elastisch . Lilin mentah. neusgat . dat in de gleuf der nevenpiank past. Liana idoeng. loom. LING. . Melilitken. Berlima. -. winding om lets heen. zie Leleh. Letoep. lijm. gat. Lihat. enz. hot gezicht. kijken. pottebakkerij. bekijken. Lilin. vijftal . steerbakkerij. (als eon slang.

koevoet. de lever. ook fig. Limbang. om hot to ontwijken . limoen. Linggam. pyramidevormig. Linggis. zich verbergt. enz. amblycarpa. afzetter. lingsir. Lindoeng. Djeroek limau. Melimpau. de (hot) vijfde zijn. terwijl de vruchten citroensap leveren. enz. overdwars. huffs met vier schuins afloopende dakvlakken. Melintangi. Melimpauwi. Melima. Melindoengken. Limas. dat den smack van sambel verhoogt. Limau. besehut. Melindoeng. zich onder bescherming stellen van . enz. overschaduwen. Citrus limonelles Hassk. Limpas. beschutten. verborgen. hot neigen of dalen der zon na den middag. kleine overstrooming door to zwaren regen on hot niet vlug genoeg afloopen van hot water. Lingsir (Jay. bedekt. om hot to ontwijken. Linoe. zie : Ngiloe. met water omroeren om daardoor hot vuil to verwijderen. gedekt. bedekken.). blasts. in de breedte. beschutten. enz. ook rood. dwars liggen. kleine boom met geurige bladeren. var. beschermd. bescherming zoeken onder of bij. bloedzuiger. waar men schuilt. Waktoe LIMO. phallus. schuilen. hots in eon kom enz. tusschen 2 en 3I /2 uur na den middag. Lintah. Limboeng. kleine snort paling. Roemah limasan. dwars in den weg zijn of liggen. dwars. gemakkelijk kantelend. Perlindoengan. Melindoengi. Berlindoeng. lets of iemand beschermen. can eon kant zwaarder dan can de andore. breekijzer. Melintang. topzwaar. enz. ten vijfde. gebruikt voor woekeraar. iemand . Limpau. Melimbang. buiten de oevers treden (van eon rivier). Lintang. beschermen. Citroen. Limps (of Limpah). ook cal.. beschermen. om hots heen loopen. enz. lets omtrekken. zich beschutten. die veel in spijzen en in waschwater gebruikt worden.vijfde. mode kleur.

Lobang. behelzen. gij. groove mand. Liwat (zie ook Laioe). Melobaken. enz. gat. Lipat (of Lipet). L.. Lodji. Loderok. Lodoh. jij. je. of garen lampepit. enz. omgeven. jets omvatten. hol. overkoken. begeerig. Linting. kuil. groove. oog van een naald. fam. vertroosting.). Litjin.dwarsboemen. L. Melipoet. glad. voorbjjstreven. overtreffen. uw. papperig. jets voorbijgaan. enz. hoofdkantoor. enz. doorboord. als rood. Mehpat. enz. glibberig. .). gevouwen. Flacourtia rukam. aftroggelen. speeksel. katoenen. Lobang djaroem. range witte snort radijs. Loe (Chin. Lobang roman. Meliwati. jets begeeren. Raphanus caudatus. omvatten. zijdelings een blik werpen. over jets heen liggen. beursch. enz. jou. overloopen (van een to vol gevuld glas bijv. Lipoet. bedekken. woning van een hooggeplaatst persoon. Loedah. Link. die een lekkere gelei geven. als bijgerecht bij de rijst. vouwen. over. der Druciferae. Melirik. aarsgat. overvol zijn. lonken. troost. & M. voorbijvaren. versterkt gebouw. Lobak. Melipoeti. vol gaten. bevatten. neusgat . enz. Melintangken. voor bij. ook effen. dwars plaatsen. slikkerig. gevouwen. Lodeh (Jay. loge. . fam. nat. dubber. kwijl. Lobilobi. enz.). inhaligheid. Lobang pantat. holte. 159 zuurzoete vruchten. ook doorboren. boom met LOEM. begeerigheid. porie.. Loa (Chin. Loba. enz. factory. inhalig.).). zijdelings kijken. Berlipat. toevouwen. vouw. lonk. dubber zijn. een snort sajoer (inlandsche groentesoep). der Bixacea. papperig (van vruchten. Loeber. porous. Lipoer. enz. ook smelten van metalen. Lobang idoeng. Chineesche opkooper van en handelaar in oud roost. Tjina boa.bedorven. modderig. zijdelingsche blik .. nat. spuug. Berlobang. lets dwars leggen.

lam. berloemoetan. kroos. mos. kwetsen. wedstrijd.). Loeloet.). hot haasje (van slachtdieren). wedijver. sub. Berloemba-loembaan. Loemajan (Jay. kroos. Loempoeh (Jay. Loeloer. desnoods. scherpe haartjes of vezeltjes aan de schutbladen van hot bamboes-riot. vuil.Berloedah of Meloedah.). fij n as poeder. op jets of iemand spuwen. kwetsuur . r 160 LOEM. Loedjoer (ook Djeloedjoer). steenen vijzel. (van leden. enz. Loemboeng. verlamd. rijstschuur. door wrijving.n. tot poeder wrijvan. wedrennen . wedstrijd. Loegoet. rijgen. wier. Loemat. gekwetst. Loemba. vuil maken. bevuild. hot vuil van de huid verwjjderen. Meloekaken. Loempang batoe. schimmel . verwonden. beri-beri. modder. wier bedekt. die in slokdarm of maag opgenomen on vastgezet. Loenas. . bruinvisch. lamheld der beenen. met vuil bedekt zijn. wedijveren. Penjakit loempoeh. bevuilen. Meloekoe ploegen. Meloedahi. bespuwen. poedervormig. kwijlen . enz. met mos. sl(jk. enz. Meloemoerken. Loeka. wonden toebrengen. besmeerd. ploeg. Loekoe (Jay. met vuil besmeren. Loemoet. poeder. Perloembaa. Meloemoer. Meloekai. rijden. wedren. Loempoer. Meloedjoer. enz. voornamelijk de beenon). loemoetan. bij gebrek aan beter of moor. wond. Memperloematken. met grove steken naaien. spuwen. Ikan loembaloemba. rUstblok.). Loempang. gewond. eon gevaarlijke outstoking daarvan veroorzaken. door vocht uitgeslagen. vijzel. beschimmeld. Meioeloet. Loemoer. wedijver. enz. de kiel van eon schip. Berloemoet. . voorloopig voldoende.met elkander om hot hardst jets doen (loopen. vuil~ zijn. tot poeder fijn maken. de fijne. Berloemoer. lets op jets smeren. enz.

ontkomen. kluchtig. de beenen uitstrekken. sterko geweven. gestreept (van kleur). sponning. overmorgen. ontglijden. ook hoofd. zonder bochten. Loerah. ontsnapt. aanmatigend zijn. mislukt. een zwarte sap. ook brutaal. worptuig. Loetoeng. rijpe vruchten). Loemoer (Bat. enz. weg. Beloendjoer of Meloendjoer. Loeroes. op zijn tijd afvallen (van oude bladoren.). kniolen. Loepa. zich vorhoovaardigen. Meloepaken. ontglipt. vergeten zijn. Loess. Loetjoet. vergeten. LOEW.bevrijd. guitig.).). ontschoten.ook quitte. Loepoet (Jay. op de knie rusten. Peloetar. Loewak. zich niet moor herinneren. uitgestrekt (van de beenen) buy. Meloetar. verschioton (van stoffen). omhoog springen. meest blauw of blauwwit gekieurde inlandsche stof. tusschon de vingers doorgeglipt. blij d e. lets gooien. met de beenen uitgestrekt zitten. koddig. dorpshoofd. omhoog streven. onder hot zitten enz. oprecht (van gemoed). aardig. Loeroeng. Loeri (of Noeri). -gooien . enz. Loetoet. geheel afbetaald (van schuld. slinger. lets ergens heen werpen. lets vergeten. machine om to werpen. straat. lets boworpen . Loeroeh. niet moor to binnen kunnen brengen. bij hot zitten) . met lets werpen. Meloetari. Loerik. naar lets werpen. roods papegaai. [ook :~Hari loess). doen vergeten. eon snort bunsing of das. Loetar. enz. de verf loslaten. doorschioten.). ontschieten. groef. doorglijden. Meloetarken. Loendjak Meloendjak ook Ngaloendjak.verlost. verlossen. verkleuren. Berloetoet. den derden dag. Loendjoer (of Londjor). werpen. bevrijden. doen mislukken. . verkeken. doen ontkomen. ontglipt. Meloepoetken. enz. ontglippen. recht. de kni e . werpmiddel. enz. Loetjoe (Jay.vrij.mis. enz. onttrekken aan. grappig.

-brengen. ook uit dienst gaan. Mengeloewari. Lojang. afnemen. naar buiten gaan. ook een koekvorm. voor den dag balm. wijd. ook duur (van tijd). open zijn. jets overspringen. na den middag. over jets heen springen. messing. der Solaneae. uitgestrekt. nitkomen. stil. windstilte. gisten. Lombot (Mob. rustig. to wijd. enz. verwijden. Kaloewasan. wijder maken. buiten. uiten. papieren lantaarn. buiten. L. woordenboek. uitwendig. Loewap. zeggen. Capsicum annuum. Loewar. Melobosken. gapen (van een wond). afgemat. DI loewar. Mengeloewarken. to voorschijn brengen. losser . LOEW Loewas. Melonggarken. Mebompat of Berlompat. behalves Haloewar.Loewang. wijd maken. open. naar buiten. buitenwaarts. Lobos. losmaken enz. Lograt. uitbreiden. Lompat. doodmoe. een sprong maken. los. afhalen. tegemoet gaan . flat. nit. sprong . bedaard. los. spits eindigend. afgegleden (bijv. verwijden. Londjong. ook (van vlammen) hoog uitslaan. naar buiten komen. loszittend. wijd.) (ook Tjabe). ruim. Meloewasken. door hot eten in den mond to duwen. u~itgestrektheid. Meloewek. tegemoet trokken . Meloewap. naar buiten brengen. enz. groot. scherp toeloopend. uitgenomen. Loleng. Melompati of Mebompatken. Spaansche peper. klokkenmetaal. ruim. metaal. doodaf. Lohor. de tijd voor hot middaggebed.uitgestrektheld. van eon ring aan den vinger). Loloh. Lonzbok (Jay. uittrekken. breed. vergrooten. Longgar. den dienst verlaten .ruimte. rijzen. springen. loszitten. uitgaan. uitgezondord. waarvan vole soorten bestaan. fang en smal emdigend.. zwollen. enz. Logam. Loewek. . een mengsel van geel koper en zink. een kind voeren. huppelen .). dictionnaire. fam. Mal. metalen. enz.

Lotjot. Ma' (of Emak). opgelegd hout aan meubels. enz. los..). ook in . sprong. springen. vliering. bel. Melorod. hangklok. hoer. publieke vrouw.). enz. (bijv.) (ook Oetara). MAIN. die in een bus. Loteng. glijden. in de lengte afglijden. tabakskokertje van matwerk. hot voodsel met gulzigheid opnemen. Lontor. Loreng. naar beneden komen. Berbontjat.). waarin ouden van dagen de sirihpruim fijnstampen. Lotjok. Lotjok ook : eon busje net stamper. noord. L. enz. vulg. Lontar. afvallen (bijv. koningstijger. opspringen. gestreept . ten floor. van eon LOTJ. loslaten. hot noorden. de huid. Mebontor. Lotjeng. ook dienende tot bewaring van betelpruimen. Borassus flabelliformis. Lor (Jay. M. Lopis (Koewe bopis). Lontjeng. enz. enz. zich laten afglijden. moeder. met de beide voeten tegelijk van den grond. zie : Lontjeng. losgelaten. Lopak-bopak. enz. enz. Lontjat. Lonte (Jay.maken. van boombast. den. op en neer kan gaan . dozijn. enz. Losin (Roll. straathoer. om die to kunnen gobruiken. Lorek (Jay. los. zoldering. zolder. twaalftal. zeker gebak van ketan.). de gestreepte tijgor. Melontjat. Matjan lorek. eon hooge palm.). Melongsor. noordelijk. afschilferen. Lorod. MALEISCH-HOLLANDSCH. opengoreten. eene vrouw beslapen. klok. ook voor den coitus uitoefenen. stang.enz. 11 162 MA'. Mebotjok. in jets op en neer gaan (van den stang eener pomp bijv. afzakken. vreten. hot schuifelen van een slang. enz. Longsor.). opengescheurd.). 161 balk bangs een helling. afgevallon (van tanden. zi e : Lorek. pendule. glijdend afvallen. Longkah. schel. ergens afglijden.

opiumschuiver. amfioenkit . zich verontschuldigen.). iemand die op hot bureau van den eon of anderen ambtenaar als boning werkt. voorwaarts. hear. Machdoem (Ar. Pemabokan. dock in hot vooruitzicht van to eeniger tijd aan eene vaste betrekking geholpen to worden. Roemah madat.). chef. enz. dronken. Magrib (Ar. bags. raad. bedwelmd door bloedlucht. vooruit. Madjoe. onvruchtbaar. vooruitkomen. vooruitbrengen. hot zien van blood. . dronkaard. Mage1. honigwater. godsdienstschool. Rub.). Minoem madat. Memad joeken. A j er madoe. zeeziek. bereide opium . doen vooruitgaan. vergiffenis . Madrasah (Ar. enz.'t algemeen gebruikt tegenover bejaarde vrouwen. opium schuiven.). enz.). zeeziekte . hot Weston. zoet. school. . op 't punt van to gisten (van vloeistoffen). dronken maken. wegloopen.). flauw. Pemadat of Pemadatan. stokkerig. Aegle marmelos. dronken zijn. Madoe. Mabok. iemand die verslaafd is aan hot gebruik van opium. . vergadering. honig. op stokgaan. hooge boom met eetbare vruchten. Mints maaf. Madjelis (Ar. half gaar. wegvliegen. inlandsch volgeling. Machloek (Ar. vooruitgaan. mode. Madat (of Tjandoe). college. Madja. enz. enz. half rijp. opvliegen. schepsel. vergeving.) (of Makdoem). Madjikan (Soend.. Mabok laoet. bedwelmen .). ook medeechtgenoot. medeminnaar.f (Ar. nat. echtgen oote (verg. Mabok darah. audientiezaal. work (om to breeuwen). Mad joem. hear. Maroe). ook overrijp (van vruchten). ongeschikt voor de voortteling. die diem zonder loon. Magang (Jay. faro. bedwelmd. der Aurantiaceae. Madjir. (ook Pemadatan). Maboer (Jay. ook audientie. hot tijd- . enz. enz. tegen jets optrekken.bloedverlies. Memabokken. Maa. medeminnares .).

lijk. hot avondgebed (even na zonsondergang). . Siwah. enz. daarom.stip waarop de zon onder de westerkim duikt. Mahal. uitmuntend. . reinst. op jets spelen. Maha. ook moeilijk to krijgen. om die reden. Iang maha soetji. enz. ook schijn. toelonken. enz. veel van bloemtrossen der palmen hebbende pluimen. gezichtsbedrog. Main kartoe. die bij bruiloftsoptochten voor in den stoet gedragen worden. voor zijn genoegen. zoodat.. hoog. schim. zooals uit de hier aangegevon voorbeelden blijkt. gekscheren. zeer rein. weerschijn. Maka itoe. de twee of vier aan stokken bevestigde. spel. glinstering. Maha dews. kaarten. d e All erhe iligste. toen. in hooge mate. menschelijk lijk. Makanja. dure waar. Bermam bodo. bloemtros van palmen. ook speelgoed. zich voor zijn genoegen met iota bozig houden. met jets spelen. Malt (Ar. dikwijls door den superlatief-uitgang worden teruggegeven). waarom . tusschen licht en donkey . . niet goedkoop. boerten. . duur. enz. MALT. best. (Dit maha wordt alleen in samenstellingen gebruikt en kan. Majang. edelst. Bermain. de hooge god. jets doen. Maka. zoo. de groote god. hoog in prijs. spelen. . Permaman. Barang mahal. speeltuig. dat. zie : Maaf (Ar. daarom. kaartspelen. de Allerhoogste . Iang maha tinggi. iemand voor den gek houden. Maja. Sembajang magrib. gekheid maken. zeldzaam. bij uitstek rein.). spelen . schijn. enz. enz. Mahap. enz. groot. zich doze houden .). vermaak. enz. dobbelen. Main. Bermaln mats. zeer. Kembar majang. Maha moelia. elkander lonkjes geven. enz. lets bespelen. Maha soetji. aanzienlijk. ook benaming van zekere snort voor de vischvangst op zee gobruikte inlandsche vaartuigen . avondschemering.. en. Main gila. zich vermaken. uitstokend. ook gekheid maken.

enz. overnachten. (ook : Malahan). model. uitschelden. Memalemken. verblijfplaats. rijst eten . Malam (Jay. koningskroon. Makan gad ji. geest. zoo. eten. doel. uitmaken voor al wat leelijk is.). schimpen. zich uitbreiden. makin b®sar.dientengevolge. ook van nacht. geschreven. Toekang makan. Makota. pakken (van raderen).. Makin lama. bijten (van vissehen). snijden (van scherpe voorwerpen). to moor. Mal. hoe . spijs. vatten. Semalem eon nacht. oogmerk. Makanan. des to moor.. etenstijd. zetel. schelden. zich opvreten van ergernis . beteekenis. was. hoe . mal. Maktoeb (Termaktoeb) (Ar. enz.. dringen. enz. enz. enz. Makan darah.).). Malaikat (Ar. hoe langer hoe grooter.. enz. Bermalem. bijv.. nuttigen. etensbak. Makota rad j a. Tempo makan. beschimpen. avond. Malah. zooveel to meer. diep in den grond dringen (van boomwortels) . Makin (ook Mangkin). eterij. Zondagnacht. vreten. de avond (nacht) van Zondag op Maandag. eon nacht over laten blijven. kro on . slaan (bij hot damspel. voedsel. Malem Senen. vreetzak . gedurende eon nacht . zooveel to meer. Mal (of Emal). indringen. eten. zin. den afgeloopen nacht. enz. gebruiken. Makam. bedoeling. overslaan (van vuur bij eon brand enz. Maksoed (Ar. . nacht . 163 stevig e eter. loon trekken . Makan. naam van een snort visch. engel. MA LA. Tempat makanan. des to moor. etensuur. rooken. . vorm. wat meer is. hoe.). etensdrager.). .). Malam (of Malem). enz. zooveel to eer. voeding . doelwit. Zondagavond. des to eer. ook eon nacht lang opblijven . Maki (Mol.). de tijd na zonsondergang tot zonsopkomst. graf.). Makan nasi. invreten. trekken (van pleisters. Maki (of Maki-maki).). des to eer. enz. Makan of Memakan ook invreten (van een avond. opslurpen. eon nacht overblijven.

enz. looper. geheimo dour. beletten.). bij voortduring. veranderen. . enz.laten staan. dwars in den weg. Malem (Jay. paleis. Maleman. bekend zijn met jets . publiceeren. vorstel jke mooning.) Males (of Males). Malay. anders worden. (gedurende de vasten) eon nacht (gewoonlijk van den 21en. glad (van wapens. enz. verandoren. Percales. verlegenheid. Mema'loemlken. openbaar. effen. blootleggen. voortdurend. Memaloeken. schaamte. zich schamen. Maling. Kamaleman. dwars. door den nacht overvallen (worden). jets to schande maken. bekend.). Memalangi. loom. schande . vorstelijk verblijf. kennis geven.enz. Oentoeng malang. luiaard. vadsig. ook verhinderen.diefstal plegen. lui. enz. hat handwork van een dief uitoefenen.stelen.Kajoemalang. 25en. . beschaamd zijn. tegenspoed. 164 MALA. Maligai. Kamaloean.beschamen. als een dief doen.. dwarsliggen. traag. Memaloei. steeds. Malela. . Memaling. Malih. in den wag staan. van kleur. enz. Malang. vochtig klam. verlegen zijn. verlegen. niet gebloemd. alsmede offers aan de goden to brengen. zich over jets of iemand schamen. schande. een dief worden. lusteloos. Maloe. 23en.enz. beschaamdheid. verwelkt.. . ook verflenst. achterd our. Pintos maling. tot schande strekken van. beschaamd. Koentji maling. 27en en 29en der vastenmaand) vieren door op to blijven en to illumineeren. gedaante enz. ongeluk . to laat op den avond. niet actief. bekend maken.). dievensleutel. Ma'loem (Ar. dwarshout. beschaamd. beschaamd maken. dwarsboom. geen lust hebben om jets to doen. dief (ook Pentjoeri). ook : malah (zie aldaar. enz. openbaren. niet gedamasceerd. geen opgewektheid gevoelen tot. dwarsboomen.. ook schaamdeel.

bovendrijven. Dani mane.). fjjnkauwen. enz. ook vergiftig. op hat water liggen. Ma'moer (Ar.Mamah. vermogend zijn. net. verstoppen. gecrepeerd. Mampir.) gereedschap. badende. wear van dean. enz. hoe is hot mogelijk. Manarah. Mal. wet. open gebouw. baden. dichtstoppen. minaret.beteekenis. Ma'na (of Makna) (Ar. geheel met blood bedekt zijn.). verstopt. laten . hoe ken hot. Mamak. wear tar plaatse. bemiddeld. kunnen. Mandapa (of Pendapa) (Jav. Mampoes (vuig. Dimanamana. baden. . in zijn blood baden.Manara of Menara (Mol. een bad nemen.bevolkt. op walks wijze. toren (bij eon moskee. kapot. stoppen. BI. zin. Mandi. kauwen. drijven. hoe. aanwippen. hoe ook. Artocarpus rigida. overal. der Artocarpeae. van wear. uit hat waMAND. Bagimani.) (of Mahmoer). ter boven komen. Mampoe.). enz.). waarheen ook . walks. zijn. Kamana. enz. wel k huffs. wet. vermogen. bij iemand aanloopen. Kamana-mane. bij machte zijn. in staat. vorstelijke oom of tame. waarheen. enz. Mandalika. Bermandi darah of mandi darah. wear near toe. walk . Iang mans. hooge boom met zuurzoete vruchten. dichtgestopt. drijvende zijn. zich baden. hoe. verrekt. Manarah. Memandiken. voor en aan woningen van inlandsche hoofden. fam. bruid. enz. dood. baden. welvarond. Mampet. oom of tame. voornamelijk vischtuig.volkrijk. Mana boleh. gestorven. wear. dicht. geest. bloeden. wear ook . aangaan. enz. Mampilai. Bagimana djoega. Mambang (ook Kemambang). Memampetken. bedoeling. vast in elkander gestampt. MAND. Mana. wie. hot doel niet missend. gevaarlijk. wear. Bermandi. enz . Di mane. Mambos. bewoond. Roemah mama. . aankomen. gegoed. eon kort bezoek brengen. bruidegom. Mamanda. stinken. hoe hot ook uitvalle.

Telor. Mangkat beradoe.opengesperd houden. doodelijk (van een wapen. Mangifera foetida.. L..Kalapa. Mangifera indica. Bl. Mangkin. Mangga. Mangga bembem of Kabembem. tot de Nat.. var. Manggoet. overlijden. L. dodol. do steel der bloom. enz. sterven. . Mangga-kaer. var. fam. var. El. B1. 165 knikken van ouden van dagen. ook overrijp. sterkwerkend. Kayer. var. Kawini.baden. B1.Mangifera indica. BI. var. opengesperd. De voornaamste soorten zijn : Mangga batjang. de om zijne lekkere vruchten bekende. fare. Mangifera. Mandor. Mangkat. een bad geven. gapend. microcarpa. Mandjat. venijnig. Mandjoer. enz. Mangifera laurina. var. Mangifera foetida. MANT. Mangifera laurina. (inlandsch) opzichter over werkvolk. gevaarlijk. compressa. Mangga daging. doers baden. Manggar. die in vole vorscheidenheden algemeen voorkomt en aangeplant wordt. Mangifera laurina. . (bijv. Mangap. enz ). der Clusiaceae. var. Mangga-telor. zwellen. (in 't algemeen) open. Garcinia mangostana. doeltreffend (van eon geneesmiddel. van een kind). ontslapen.. zie : Makin.var.. Mangifera foetida. Mangga dodol. ook knikkebollen. middelmatige boom met heerlijke. vergiftig. Bl. var. uitdijen. Sangir. Mangga sengir.knikken (ten teeken van bevestiging). Zie verder : Angkat. Manggis (of Manggistan). der Anacardiaceae behoorende boom. den mend openhouden. overlijden (van vorstelijke personen) . Grtn. Mangifera laurina. moor dan gaar. Mangga kalapa. Mangga-kawini. (van vruchten en spijzen). Bl. L. . Bl.. Bi. Mangga wangi. Mangifera indica.). .en vruchttrossen van palmsoorten. Mangifera indica. mollis. L. Mangkak.. mandoor. opensperren. enz. gezonde vruchten. overmoedig. zie : Pandjat. Mangga benggala. enz. Nat. Mangifera indica. var. Mangga oedang. gratissima.

zaad schieten. Mangos. (ook in fig.).). wat zoet maakt. Mantat. . Mangoet (Jay. zie : Pantat. innemend. enz. Mangos (Termangoe-mangos). zest. eerste minister. veelkleurig. in hot ongeluk storten. Mangos (Jay. Memantjar mani.de mensch. minister. bevallig. (ook van smack). menschelijk (dierlijk) zaad. Manik (Manik-manik of Manimani). hat dikke schutblad van den bloemkolf der palmen. dat ik de slang-slang in brand hob gestoken. ook wat lieftalligheid bijzet. Djikalau njawa memboeka moeloet. vriendelijk. karbonkol. hem lief. Mantra. kommetje. lief. zin gebruikt). Mania. mensch. enz. Manikam. Mantjawerna. 166 MANT. enz. aanvallig maakt. Manoesia(Sk.). boter. kom. van allerlei kleur en snort.Mangkok. zeker vischgerecht. Manl4ri. oenda membakar lalang. lieftallig. zoetigheid. (bijv.a tempat seloekoet dan dini dimangsa. hengelen. achter lets trachten to komen. enz. dan zal ik uwe woning in vlammen doers opgaan en zult gij in hot ongeluk worden gestort. tegenover iemand een lief gezicht zetten. ongelukkig makers (Bandj. robijn. naar lets vorschen. raadsheer. Mantjing. . mishandelen. tooverspreuk. Mantega. zie : Moesim. Mani.). als gij verklaart. Perdana manteri. zacht. met den hengel visschen. kieine kraaltjes van allerlei kleur. minzaam behandelen. voorkomend. edelsteen. ook titel voor bepaalde mlandsche ambtenaren van~minderen rang . aanvallig . lief. minzaam. in droef gepeins verzonken. puntig. aanminnig. Pemanis. eon wijze van bereiding van visch. Manisan. minister-president. veelsoortig. tooverformulier. M®mangsa. spits uitloopend. sperms. njawa poemj. Mantjoeng. bevall ig. confituren. Memanisken. kop. kopje.

willen. . verlangen. iemand een standje maken. genegen zijn. Marhoem (Ar. hamer. ook noodzakelijk zijn. vochtig. weggaan. herwaarts komen. Martabat (Ar. Marbot (Ar. Maoe. Maoeng. beknorren. kom. hierheen. boos zijn op iemand. March. herwaarts. Mar (of Emar). hat zou wat. stil heengaan. tijdperk. Kasana kemari. onaangenaam. stain.tegemoet gaan. kwaadheid. boos. Maoengan.van een neus). komaan. nijdig. duf. Mardjan. Saiamaoe poelang. enz. onheil. toorn. Mara bahaja. een ondergeschikt Mohammedaansch geestelijke. schoonzoon of schoondochter. beschimmeld.). muf. Maoe oedjan. enz. betrekking. . begeeren. (ook Emas). mede-echtgenoote. bediening. hat dreigt to regenen. Maroe (Jay. enz. feestelijk inhalen. toornen. MASK. enz. (van een overledene gesproken). naar huffs gaan. seizoen. bloedkoraal. hat wil (zal) regenen. kanon . terug gaan. zaliger. cooker. wil. kwaad. niet versch. ook zou hat. den wil hebben tot. Mantok (of Mantoek). toch niet.). toornig. enz. Marika (Marika itoe).. enz. volksstam. kaam. Boewah marlam. . wijlen.. Mariam kodok. Mapag. tegemoet komen. ook : schimmel. ongeluk. ambt. lead. kanonskogel . her. tijd. gevaar. enz. verguld. riekend. ztjlieden. ik wil naar huffs gaan.en derwaarts. Marl. Masa.). Mani (Kemari). met schimmel of kaam bedekt. goud. Maoe ta' mane. kom hier. tegen wil en dank. Mantoe. gouden.). Mara. yolk. moeten geschieden. hat mocht wat. bedorven. enz. mortier. Mas. metalen buikband der vrouwen. Memarahi. Marga. welaan ! Mariam. zij. Martil. made-echtgenoot.

vermaard. enz. Mata angin. zout.. de oogen van eon schaar. gereed. ingaan. doordrongen van jets. . bekornmerd zijn. Matahari masoek. Maram (of Masem. enz. binnentreden. bekommerd.) (ook Mesigit). strak. Masoek pelaboehan. induwen. zelfs al. ongerust zijn. Masoek Islam. enz. Masoek kadalem roemah. lets ergens indoen. Masks (Masks poen). Mata-goenting. gaar. ziltig. elk.). enz. Masoek soldadoe.). in huffs gaan . bron. zuur zijn. Masalat (Ar. Mats-hari. vervuld van. Masing-masing. Masjhoer (Ar. beroemd (zijn). opium. zich als soldaat laten inlijven . Mata gelap. enz. Mohammedaansche kerk. Mata-ikan kloine puistjes met witte puntjes. en stroef. klaar. nog. vizierkorrel van eon geweer. beslommering. overgaan tot. zoutachtig. gaar makes. ook verzuurd. . reeds binnen komen . enz. kokerellen. hoewel. mass van een net. eon haven. allerlei gerechten klaar maken. nog steeds. Kamasoekan setae. Memasoekken. MASO. jets binnen krijgen. de zon gaat onder . ieder. alh newel. Asem). moskee. rijst koken. alom bekend. Mata-djaring. enz. Masak nasi. Masak-masak. Mats. behooren tot. Masdjid (Ar. ofschoon. ondergaan (van hemellichamen) . wel . Masoek. ook koken. instoppen. als goud. Masjgroel (Ar.Masak. last staan dat. Mata ajar. binnengaan. windstreek . ieder of zonderlijk. vraagstuk... . (ook Termasjhoer). enz. oog. soldaat worden.). door den duivel bezeten. een iegelijk. enz. binnenkomen. Mats bedil. rijp. Kamasoekan. elk afzonderlijk. zuur. overgaan tot hot Mohammedaansch geloof. zich ongerust maken over. enz. de zon . tijdelijke zinsverbijstering . Masih. ook eon klein gewicht voor kostbare zaken. boos (van hat gezicht). Masih (en Asin).

Tjermin mats of Katja mate. stil liggen. Tjahaja matahari. Mati.. Mata tadjem. Matjan koembang. hot Oosten. . gestorven. Terang matahari zonnelicht. Mematengken. ondergeschikt politiebeambte. tijger. de derde maand van hot Mohammedaansche jaar. Matahari masoek (toeroen). traan. model. een vuur). hnas ampat balsa matoe. ook een soon hays. rijp . in 't algemeen alle dieren behoorende tot de tijgerfamilie. de gestreepte koningstijger . enz. Matahari mats. (of Rabi' oelawal).). Orang mats. Matjan (zie ook : Harimau). de zon . zeker goudgewicht. zonneglans . do dood. Mats mania. dood gaan. overloden. sterven. Matakoetjing. Panes MEGA. Pokok mawar of Poehoen mawar. gear. enz Matjam (of Matjem). tepel . Matahari nafk (terbit). overlijden. Sinai' matahari. de zon komt op . eon edelgesteente. Mats kaki. Mats-mata. Sorot matahari. de zon gaat onder . rozestruik. Mat.jan lorek of --. zonnehitte . zachte oogen . 0011 doode . geeindigd. Mawar. panzer . monster. zoo genaamd naar Mohammeds geboortefeest. proof. kwast in hout . 167 matahari. onbeweeglijk. de naaste prijs. Maut (Ar.goud van 14 karaat. vorm. eon klok). de enkel .loreng. karaat. dood. gaarstoomen. blusschen (eon lamp. vaststellen (van eon prijs). soon. nip maken. steal. uit.). roos. Matjan toetoel. dooden. zonnestraal. Matting. Mauloed (Ar. de zwarte tijger. . dood. Ajar mate. stil laten staan (bijv. Mata padoman.Mats-kajoe.streek van eon compass Mats soesoe. scherpe. Harga mati. katoog . gaarkoken. hot westen . doodmaken.spion. scherpziende oogen . hot doodsuur. Mematiken. rijp laten worden. Matahari hidoep. Matoe. bril . de gevlekte tijger. Matahari. Boenga mawar. enz. roos (de bloom).

zich openen. opblijven. doen uitzetten. enz. zwellen (van deeg). Melantjong. uitgaan. openbarsten. Memelarken. barsten. Tanah melajoe. Melekab. op hetgeen can zijne zorg is toevertrouwd. Megan (ook Mekar).rozestruik . wakende den nacht doorbrengen. treffend.splijten. L. frappant gelijkend (van eon portret bijv. der Jasmineae. Meleng. gebrek lijdend. rozenolie . enz.). Med j a. . in de lengte uitrekken. pierewaaien. uitgezet. enz. dolen. uitloopen. enz. passen enz. de Indische jasmun.Medja maken. M®la joe.). Min jak mawar. enz. Melarat. de Maleischo thal. zich ontsluiten (van bloemen. Maleier. gezwollen.gebarsten.gespleten. plain. slenteren. fam. Orang melajoe. recht door heen. enz. opengaan. door on door. afgejakkerd. . ook rondzwerven. rondo tafel . zie : Lain. Medja toeiia. zie onder : Djamboe. v 168 MEGA. opkamen. behoeftig. Maleisch . opengaan. Djamboe mawar. afgebeuld tzijn). niet behoorlijk letten. armoede. Jasminum Sambac. hokkon. Zie : Lantas. wakende zijn. niet uitgaan. open pleats. uitzetten. nalatig. enz. Maleier . Molar. hokvast. openspringen. vierkante tafel. Med ja main.Ajar mawar. onverschillig.). gebrek lijden. onder eon to zwaren last bezwijken. Nat. aren. wakker zijn. to huffs zitton. niet in staat zijn vender to gaan. Bahasa melajoe. armoedig. etenstafel . Melantas. tafel . zwellen . uitrekken. enz. rozewat er . Med ja pe$agi. rijzen. Mega. vlakte. enz. Med j a boender. hot Maleisch . uitdijen. Melati. Melarken. speeltafel . enz. enz. lantorfanten. diet slapen. walk. Melainken. Mekoer.. Megrek (Jay. Melek. Medan. schrijftafel. onoplettend. de oogen open hebben. Melek. de Maleische landen.

ook juist. zie : Pandang. Mematoet. Memang niat nja begitoe. Membalangi. Memasang. Memaloe. ontrollen (ook Membeber). slingeren. Membabar. zie : Pakoe. informeeren. Memakoe.jar. van ouds. eon kleine snort wilde eend. Memanggil. Memangkoe. Memateri. zie : Pager. zie: Pandjang. aitijd. zie : Patch. gierig. werpen gooien. zie : Pateri. taling. enz. nauwkeurig naar jets vragen. eon kind ten wereld brengen. zie : Pahat. van zelf. ook : niet mild. M®lingker. enz. Memagoet. niet geefsch. Memandang. Memandjangken. van zelf sprekend. zie : Bajar. zie : Patjoel. Memang begitoe.).). enz. zie : Pasang. naar iemand v MEMB. Memba. zie : Patjak. Memalang. van nature. of jets werpen. zie : Pada. enz. zie : Patoek. zie : Panggang. zie : Pagoet. M®mbalang. zie : Pangkoe.Melee. zie : Patoet. zie : Pandjat. (Bat. Memaksa. zoodat vocht enz. zie : Panggil. Mematjoel. Memadamken. zoo behoort hot. al vast. zie : Pangs. remand of jets . zie : Paloe. niet good dicht. uitspreiden. M®liwis (Jay. hot is zeker zoo. Memanasi. alles haarfijn willen woten.). moor dan spaarzaam zijn. ook baron. enz. vrekkig. uit den acrd der zaak voortvloeiend. Mematjak. zoa behoort hot. Memahat. hij was dit ook juist van plan. tusschen de voegen door kan sijpelen... Memang. Memanggang. bij voorbaat. natuurlijk. . zie : Palang. Memandjat. zie : Parang. Melit. MEMB. Memadaken. zeker. spreiden. Memarang. niet good sluitend (van eon vloer bijv. Memageri. Mematoek. zie : Padam.ineengekronkeld liggen (als eon slang). zie : Paksa. Mematahken.

Membedaki.geest.bewerpen. doodmaken. moordenaar. Memeniran. schrappen. zie : Menir. zie : Pegang. zie : Benar. Membawah. uitvegen. zie : Baring. zie : Pikir. Memboengkem. v MEMP. Membekalken. Memikat. Membedoeng. bewerpen. Memikir. zie : Bongkar. zie : Pendek. zie : Bawah. Membeli. zie : Bebat. Membatja. Membatalken. zie : Pendam. zie : Perintah. zie : Ben. Membongkar. doorhalen (van schrift). Membejaken. zie : Pikat. zie : Boengkem. Membalangken. . enz. Membebat. zie : Periksa.moorden.. Membasoeh. Memetik. Membaringken. zie : Berkat. zie : Petjoet. Memikoel. Memid j et. Memendekken. Membetoelken. Membehagiken. Memeliharaken. spookver schijning. 169 Memerintah. zie Batal. Membenarken. Memerangi. uitblazen (van vuur of licht).). zie : Behagi. Membales. zie : Penoeh. zie : Behasa. zie : Beli. Memegang. Membinasaken. Memeriksai. doodslaan. zie : Bedoeng. Memetjoet. enz. zie : Bangoen. Memendam. jets naar jemand of jets toegoojen. Membangkit.geestverschijning. dooden. zie : Peloek. zie : Bangkit.zie : Boenoeh. zie: Petjah. zie : Basoeh. met jets werpen. Membelandjaken. spook. Membalikken. Memberi. zie : Balik. Membangoeni. zie : Pelihara. Memberkat. zie : Pidj et. Memboenoeh. Memedi (Jay. Memeloek. zie : Beja. Membehasaken. Memberita. zie : Petik. ook uitmaken. Membawa. zie : Pikoel. zie : Bawa. Pemboenoeh. zie : Bekal. zie : Belch. zie : Berita. zie : Binasa. zie : Bales. zie : Perang. zie : Bedak. Membelah. vermoorden. zie : Batja. Memetjahken.zie: Belandja. zie : Betoel. Memenoehl.

zie : Ampelas. zie : Olih. iemand tot dienaar. Memoesar. Menzpedal. Menalak. Menadah. Men. zie : Tahi. zie : Tagih. zie : Poekoel. Memperhambaken(zie: Hamba). enz. Menahi. Memisah. zie : Pind j am. zie : Tadah. Memoesingken. Menahan. zie : Poetih. Mempergoendikken (zie : Goendik). zie : Tambah. enz. zie : Pindah. zie : Poenja. Memperbanjakken(zie: Banjak)r vermenigvuldigen. Memoelangken. bepalen. gelijkenis hebben met. 1Vlemperolih. veer hebben van. Memoetar. Menaboer. Memperdengarken(zie: Dengar). Memoedji. Memperanakken. zie : Poesing. Memperhinggaken(zie:Hingga).aanstellen. Memipis. gissing. zie : Taban. Memper (Jay. zie : Pohon. (verkorting van Mena. Memoedj a.). zie : Pisah. tot grens stellen. Memohon. iemand (een vrouw) tot bijzit nemen. Mempelam. zie : Ampelam. Meminta. Menagih. zie : Takoet. zie : Pipis. reden. zie : Taboer. Mena. zie : Taker. Memoengoet. Memotong. Memoewasken. zie : Poetoes. zie : Pinang.Memilih. zie : Pints. oorzaak. Memoekoel. zie : Poedji. bevallen van. (zie : Anak)r ook : ter wereld brengen. zie : Poelang. Meminang. zie : Poed ja. zie : Poetar. zie : Pilih. zie : Potong. . Menakar. Mempelas. Memoetihken. zie : Ampedal. zie : Taboeh. zie : Poengoet. Mempoenjai. Memoetoes. Menambahken. Menakoetken. doen hooren. Memmdahken. zie dit woord). Menaboeh. bediende aannemen.in dienst nemen. zie : Talak. gelijken op. v 170 ZEMP. zie : Poesar. als grens aannemen. zie : Poewas. Memindj am.

zie: Tanggoeh. Menangkis. winst. zie : Tamboen. Menangani. klaarmaken.). Kamenangan. dronken. ziO: Tangis. drab. Menanggok. Menantoe. op jets gelijken. zie : Tandoer. Mendjak (Samendjak). zie : Tanggal. Menamoe. overwinning. jets in alle haast doen. Menanding. sedert. zie : Tanak. Mendelik. waschman. M. (00k: Roesa). zie : Tapis. Mendap. teeken van overwinn ing. Menanggoehken. Mendjait. bedwelmd(zijn). enz. Mendamai. Mendjangan (Jay. zie : Tambak. de oogen wijd openzetten. Menandai. Menandak. Menandang. zie : Tampak. zie : Tambang. aan jets geljjk zijn. Menampak. werktuig. overwinnen. Menang. Menandoek. winst. zie : Tamoe. Menawar. Mendem (Jay. Menara of Menarah (Mol. Mendjadi. bleeker. Menatoe. Menanak. klaarzetten. zie : Tandak. Menanggoeng. Menarik. zie : Tandoek. Mal. zie : Dehoeloe. Menapis. Menamboenken. hert. zie : Tan. zie : Dadak. Mendadak (Jay. zie : Tending. wet gewonnen is. Menambang. ook zich gekromd to slapen leggen. MENE. Menandoer.). winnon. Menanggalken. overwinning. Menari. zie : Djait. zie ook : Tatoe. schoonzoon of schoondochter. . zie : Tanggok. Menaroh. Menangkap. zie : D jadi. Menangas. zie : Tanggoeng.). gereedschap. groote oogen opzetten. staroogen. zie : Tangan. zie : Tanda. zie : Tank. Mendekok. thuis zitten koekeloeren.Menambak.). bezinken. zie : Tangkis. zie : Tangan. Menangis. zie : Tandoe. zie : Tandang. zie : Tarok. bezopen. Mendehoeloei. bezinksel.enandoe. zie : Tangkap. zie : Tawar.Zie ook: PendOm.

zie : Teboes. Mengadoe. achterover liggen. Mengadaken. Menedoehi. Mengadjak. Menembak. Menentoeken. Mendjerit. Menebang. zie : Tegor. zie : Tepi.). Menempoeh. regenachtig (van de lucht). Menengah. Menebah. Mengadjar. zie : Teroes. zie : Tempoeh. Menenoen. u v MENE. Menerima. Menerap. zie : Tempel. enz. zie : Tedoeh. zie : Kaboer. Mengadjoki. zie : Tendang. ook opengaan (van hot deksel van een kist. zie : Adoe. Menendang. bijv. Mengad j i. Mengadang. wol k. zie : Tetas. Menepi. Menerbangken. Menepoeng. zie : Terima. Menerangken. zie : Tebas. zie : Djerit. zie : Tentoe. achterover slaan. Menepok. zie : Terang.achterwaarts. zie : Dengar. Mnenoeng. zie : Tepoeng. Meneroesi. zie : Terbit. zie : Tembok. zie : Adjar. Mengadoni. zie : Kaft. Menerbitken. Menengar. achterover buigen. zie : Tenoen. bewolkt. zie : Telan. zie : Tebang. Mendjengat.Mendjaroemi. zie : Tepok. Meneboes. Menelan. MOnempel. zie : Tengah. Mendoeng (Jay. Menetapi. Menegahken. zie : Terbang. zie : Terka. betrokken. zie : Tegah. Meneraboeng. Menentang. zie : Kafl. zie : Ad j ok. Menerad jang. zie : Tegoeh. zie : Tetap. Menerka. .). Mengail. Menembok. zie : Tenoeng. zie : Trap. zie : Tentang. zie : Teraboeng. zie : Adang. zie : Ada. zie : Tekan.opwaarts gericht. Menegor. Menetas. zie : Adjak. zie : Tembak. zie : Tebah. opwaarts openslaan. Mengaboerken. Menebas. Mengait. Menegoehken. zie : Adj i. zie : Adore. MOnekan. zie : Djaroem. zie : Teradjang.

Mengataken. zie : Amboel. zie : Aron. zie : Kangkang. zie : Anoegeraha. zie : Kapoer. Mengantjing. zie : Alas. Mengarak. zie : Kambang en Ambang. Mengangkat. Mengania j a~ zie : Aniaj a. zie : Alah. Menganginken. zie : Kampoeng. zie : Kajau. zie : Arak. zie : Antoek. zie : Akoe. Mengantih. Menganoegerahaken. Mengasah. zie : Kakak. zie : Amook. zie : Ajer. zie : Anteh of Antih. Mengaroeniaken. zie : Kandoeng. Mengantjoek. 171 Mengampoe. zie :. Mengambang. Mengapa. zie : Apa. zie : Asah. enz. Mengampoeni. Mengapalaken. Mengalah. Mengambil. slaap hebben. Mengandoeng. zie : Karang. zie Aroeng en Karoeng. zie : Kajoeh. zie : A j oen. zie : Angkoet. Mengajoen. . Mengangkoet. zie : Kate. Mengakak. Mengganggoer. Mengantoek. zie : Ampoen. Mengantara. zie : Alih. Mengalpaken. zie : Mangap. Mengajoeh. Mengajau. amati. Mengalap. zie : Antara. Mengap. Mengapoesken. Mengajaken. zie : Amboel. zie : Asoeh. zie : Kandoet. zie : Ambil. zie : Amat. Mengapoer. Ajak. zie : Kasih. Mengangkang. slaperig zijn. Mengakoe. zie : Anlpoe. Mengasoeh. hoe komt hot. Mengaroeng. zie : Apoes. zie : Angkat. Mengapaken. Mengamboel. Mengalas. Mengamoek. zie : Antjoek. enz. Mengandoet. wet is or de reden van. zie : Kantjing. u MEND. zie : Alpa. Mengaron. Mengarang. zie : Kapala. zie : Alap. zie : Karoenia. Mengampoengken.Mengajak. zie : Angin. zie : Kaja. Mengalih. waarom. zie : Anggoer. Mengamboel. Mengajeri. Mengamat. Mengasihi.

Mengemoet. enz. zie : Keleh. v Mengemasi. zie : . M ngentjingi. Mengertlken. person (bij de ontlasting of bij eon bevelling). Mengenalken. zie : Keras. v Mengemboes. niet uitgaan. zie :Emboen. Mengekah. zie : Kena1. Mengenjoet. zie : Kelelk. zie : Atas. Mengatoer. zie : Kna. Mengepi. zie : Ketam. Mengepit. zie : Kenjoet. zie : Kerat. Mengetjilken. Menggehmenggeh). in eon kamer blijven. Mengelek. Mengendahken. zie : Kerak --om jets vechten (van honden). zie: Endah. Mengerat. hijgen. zie : Emboen. Mengerasken. zie : Kebas. Mengeringken. (van eon zieke). buiten adorn zijn (00k: Menggeh. Mengeret. zie : Art!. zie : Entak. benauwd.).Mengatas. Mengelek. Mengentak. zie : Kepit. zie : Emoet en Kemoet. pijnlijk trekken. Mengenaken. Mengeh. werken (van eon etterbuil. Mengepoeng. Mengedan. zie : Emas. zie :~Ketjil. zie' : Kekah. zie : Kering. . Mengerak. zie : Kentjing. Mengerti.Art!. Mengebas. Mengerdjaken. zie :~Kepoeng. Mengeroeboeng. de kamer houden. zie : Kawin. near den adorn snakk en. zie : Kelek. zie : Eret. stil thuis blijven. zie : Keroeboeng. v 172 MENG. Mengetam. zie : Atoer. trekken. Mengawinken. drukken. zie : Kerd ja. Mengeleh. Mengemboenken.

zie : Ketok. L. Menglndjak. Mengipas. Mengoedoengi. Mengisl. Earn. zie : Oekoer. Mengikir. zie : Koedoeng. Mengoelas. bevel en ten uitvoer brengen. Mengmgatken zie : Ingat. Mengobati. zie : Iring. die eon roods kleurstof geeft. Mengiring. zie : Oekoep. Mengidjabken. Mengikoet. Mengoebar. dat niet wel is. (Bandjerm. zie : Ikat. zie : Isap. zie : Ini en Kin. Mengigau. enz. zie : Kikir. op of in den schoot dragon. Mengkoet of Mamengkoet (Verg.Mengetok. Mengkeroek.). zie : Koekoes. . enz. Mengobah. Mengiri. Mengoekoes. zie : Oebar.Memangkoe). Morinda citrifolia. Mengkoedoe. Mengkal (of Mengkel).~zie : Indjak. zie : Iroep. Mengidar. zie : Obah. Mengitoeng. Mengijaken. zie : Ija. zie : Oelas. Mengoekir. zie : Koeli. ook benaming voor zekere slagorde. zie : Oedjar. Mengoedjar. u MENG. zie : Obat. enz. nog niet geheel rijp. Mengiroep. zie : Idzin. zie : Ilir en Kilir. zie : Ikoet. Mengisap. Mamengkoet perentah. den kop (hot hoofd) laten hangers. kreeft. Mengirak n. zie : Igau. zie : Igal. zie : Oekir. Mengikat. zie : Isi. zie : Oedoet. zie : Kira.. der Rubiaceae. zie : Kipas. hot sterrenbeeld de Kreeft. (ook Sangkoedoe of Koedoe). Mengilir. Pangkoe -. zie : Oed ji. de uitvoerder zijn van bevelen. half rijp . (van eon dior. zie Idar. Mengoedoet. beginners te rijpen (van vruchten). Mengoekoep. nat. Mengo ekoer. Mengigal. Mengkara. middelmatige boom. -fig. zie : Itoeng. ook : belast zijn met enz.). Mengidzmken. zie : Idjab. Mengoeli. Mengoedji.

Mengoewasani. zie : Tired j au .ja. Mengorek. scheef. Mengojak. zie : Oemboek. Menimba. zie : Oempil. Mengoetoeki. zie : Korek. zie : Koeliling. zie : Oepama. enz. Nat. zie : Kotj ok. Mengoerangken. op zijde. zie : Koetoek. Mengoendang. Mengoempoelken. Menimboen. zie : Oesap. Mengopahken. zie : Olok. zie : Oeroes. Mengoendoerken. Menimbang. Mengoetjap. zie : Oetjap. Mengolok-olok. zie : Timboel. Mengoentoekken. zie : Tindik. Mengoentji. zie : Koerang.jaken. zie : Timber. Fam. Mengoepas. Mengotj ok . zie : Ojak en Kojak. zie : Oesaha. zie : Koesoet. een middelmatige boom. Mengoerap. zie : Timboen. Mengoeloer. L. Mengok (ook: Mengor. scheefgeplaatst. zie: Koentji. zie : Kombali. Menindas. zie : Koenjah.zieKoenlpoel-. zie : Oera. Mengoeroet. Menimpa. V MENG. schuin. zie : Koewasa. Mengoesap. Menindih. zie : Oetoes. Mengoepa. zie : Oerap. zie : Koembah. Mengoerai. Mengoepamaken. zie : Timbang. . zie : Oend j ook. zie : Opah. zie : Oeroet. Mengoesoetken. Mengoentai. zie : Tindih. Mengoembaliken. Mengoend j ook . zie : Oeroeng en Koeroeng. Mengoenjah. Mengoeroes. Mengoetil. Mengoetjoepi. zie : Oentoek. Mengoesoeng. zie : Oepa. zie : Oental. zie : Timpa. Mengoeroeng. zie : Kotor. zie : Oesoeng. Menindik. Menind j au. zie : Tindas. der Gnetaceae. zie : Oendang. Mengoesir. zie : Oeloer. Mengoemboelk. Mengoesahaken.Mengoelilingi. Mengoempil. Gnetum gnemon. zie : Oerai. zie : Koetjoep. Mengoetoes. ook Menindjo of Melindjo. zie : Oendoer. Mengot). Menimboelken. Mengoembah. zie : Koetil. Mengotorken. Mengoera-oera. zie : Oesir. zie : Koepas.

zie : Samak. zie : Saksi. Menjahoet. zie : Titis. vlammen. Menjangka. Meniran. met benzoe bewierooken. zie : Tired joe. zie : Salin. Menitahken. Men jalamatken. Menjadiaken. net. ontvlammen. zie : T j aboet.walks bladeren en vruchten veal gegeten worden. zie : Sajoer. gebroken rust. Men j ampoernaken. Menjala (of Menjalah). zie : Sangga. zie : Sanggoep. zie : Sahoet. Menjalahken. zie : Sabit. zie : Salah. Menjamak. fam. zie : Samar. Menjanggoepi. Menir. Menjambat.) . der Verbenaceae(?) eon kleine heester met kleine. Menjamboeng. zie : Sangka. waarbij hat neusvlies(?) dikwijis kleine bobbeltjes vertoont. ook vermengen. zie : T j akar. Menjamar. fijnkorrelige. zie : Sampoerna. zie : Salamat. aanmaken (van vuur). zie : Samboeng. Menitir. Menit. zie : Titah. Menjan. enz. zie : Titir. Menjangga. Menjalaken. aansteken.. zie : Sampai. Menitir. Menitik. benzoe. Meninggiken. Menjajangken. Memeniran. minuut. zie : Tinggi. V 174 MEND. Men j aksiken. V MEND. zie : Sajang. Menjalin. M en j awaken. opvlammen. Menjajoer. vuurvatten. en neusbloeding pleats heeft (ook Mimisan). Men j abit. zie : Sambat. wierook . doen ontvlammen. zie : Same. rijstgruis . zie : Tinggal. L. zie : Samboet. . 173 Meninggal. Menjampaiken. Callicarpa cans. zie : Sadia. een ziekte in den news. fijnkorrelige zaden. Menind j oe. enz. Memenjanken. Men j aboet. Menjamboet. Men j akar. veal gebruikt in de inlandsche geneeskunde tegen vrouwenziekten . ook afgaan (van vuurwerk. zie : Titik.

zie : Sewa. zie : Serah. M njerampang. zie : Sepit. Menjenderken. Menjemboeniken. zie : Boeni en Semboeni. zie : Sesal. Menjingkir. zie : Soelam. Menjoenat. Men joker. Menjewa. zie : Sembeleh. zie : Sawah. Menjembajangi. zie : Selidik. vocht afgeven. zie : Tiarap. Men j apoe. Mend eboet. Men jindir. vloeien (van eon wond). zie : Sebar. zie : Sedoeh. zie : Selam. Menjasarken. zie Se berang. zie : Saroeng. Menjembah. zie : Sepoeh. Menjemboehken. zie : Slram. V MEND. Men j edoeh. . zie : Semboer. Men j cram. zie : Sipat.).zie : Soempit. Men jelam. Men j e1idik. Menjentak. Menjemboer. Menjesakken. zie : Sender. Menjikat. Meniarapken. Men joeloehi. aldoor vochtig zijn. zie : Soembang. zie : Sembah. Men jelimpet. Menjisir. Menjipat. zie : Soenat. Menjoempit. Men j oebit. Men j elesaiken. zie : Tj eker. Men j epit. Menjoekoer. zie : Sikat. zie : Soekar. Men jaroengi. Men jebar. zie : Selimpat. Menjerahken. zie : Sembajang. zie : Selesai. Men jimpan. zie : Soeloeh. Menjoempah. Menjenje (Bat. zie : Singklr. zie : Sasar. zie : Sesak. zie: Semboeh. ook D jepit. Menjapa. zie : Simpan. zie : Sapoe. zie : Sapa. Menjoelam. Menjendal. zie : Sangsara. Ml n jigeraken. zie : Sentak. zie : Sisir. M®n joembang. zie: Serampang. Menjembeleh. zie : Sisik. Men jawah. zie : Seboet. Menjepoeh. zie : Sengget. Menjoekarken. Menjengget.Menjangsaraken. zie : Tj oebit. Menjiksa. zie : Sendal. zie : Tjoekoer. Men j eberang. zie : Sindir. zie : Sigera. zie : Siksa. zie : Soempah. Menjisik. ]den j esal. .

). zie : Toekang. buikloop. Menoesoek. zie Mantega. zie : Toenggang. Menoed jah. zie : Soesoer. ongekookt. zie : Toekar. Mentja. Menoemboek. Menoenggoe. Men joesahken. dun afgaan. Menoetoek. zie : Toend joek. zie : Toempang. zie : Tolih. zie : Soerat. zie : Toenggoe. nog niet bereid.M n j oerat. Menoeroet. zie : Toeloeng. aan diarrhea lijden. Mentimoen. Menoedoeh. zie : Soewap. Menoekar. van blood . Menjowek. zie : Toetoep. zie : Toetoek. zie : Soesoel. Mentjoerat. rauw. zie : Tonton. terwiji. Mentang (Bat. Mentjeret. zie : Toeras. zie : Toeroen. Menoeba. zie : Soeroeh. zie : Toentoen. zie : Toembak. Men jorong. zie : Tjoetji. uitgutsen. Menoendoeng. Menoekang. met een straal uitstroomen (bijv. ook eon snort witte steep. zie : Toemboek. Menjoso. Men joewap. M®ntah. ongaar. zie : Sogok. Menoembak. zie : Toeba. Menjoesoer. zie : Toedjoe. Menjoesoel. Menoempahken. zie: Soga. Menjoetik. Menoelis. Mentega. zie: Pentja. Menoentoen. Menoer. Menoewang. Menoengging. Menonton. Mentjil. zie : Toelis. dunne afgang. zie : Toempah. Menjoga. zie : Toeroet. zie : Toempoek. onrijp. roset. Menolih. zie : Toengging. zie : Soetji. zie : Sorong. Menoedjoe. zie : Ketimoen. zie : Toewang. Menoeloeng. zie : Sowek. Mnoeras. Menjogok. Menoempoek. is hat omdat. Menoetoep. knop. Menoend joek. Menoempang. Menjoetji. zie : Toedoeh. Men joetjiken. buikloop hebben. al is hat ook. zie : Pentjil. Menoenggang. zie : Toed j ah. bal. v MEND. zie : Toendoeng. zie : Tjoetik. zie : Soesah. zie : Toesoek. Menoeroenken. Menjoeroeh. zie : Soso.

Merah toewa. een schuine richting nemen. zacht. gedroogde halmen van de rijstaren. uitglijden. Meritja (of Lada). Merah telor. Mares. de koorts voelen opkomen. Merinjo. .). -liggen. enz. ook ergens zijn verblijf houden. naar alle kanten uitslaan. lief (van een stem). schoonouders. enz. schoonmoeder. enz. Merem. Meriam. glijden. neerstrijken. paper. gebruikt om de Karen to wasschen. op een tak zitten. zin). 175 Merengoet. zie Mariam. Boentoet merak. Mentoewa. Merah betoel. koortsachtig. koortsig zijn. stroo. eon koortsig gevoel over zich hebben. schoonvader. inspoctour vary politie. M®riang (Jay. Merah. eon (op ondernemingon of landerijen) met de nachtwaak belaste persoon. eon zuur gezicht zetten. zie : Peres. pauw .onwel zijn. een ontevreden gezicht toonen. Merah moeda. karmozijnrood. MILI. ook eon ondergeschikt inlandsch politiebeambte. Merck. Mentjok. ook langzaam aan rood worden. schoonvader.). oranjerood . wasemen. Merang (Jay. duff. zich vestigen. Mentoewa isteri.uit een odor). Ajer merang. koortsig. scheef staan. vermiljoenrood. uitglippen. schout. Merosot. zuur zien. rood verven. rood. schuin gaan. Meroewap. dooier van eon ei. met gesloten oogen. enz. (as vogels). de oogen luiken (00k in fig. Merdoe. de oogen sluiten. --vallen. zich verspreiden (van damp. Memerahi. schoonmoeder. auwestaart. Meriap. Merapati. Mentjong (of Mentjeng). bog. enz. Mentoewa laki-laki. vuurroad. zie : Riap. getrokkon uit gobrande rijstaarhalmen. roodbruin . donkerrood. dampen. enz. uit de rechte ljjn gaan. lichtrood. afglijden: glippen. zie : Peres.). rook. Mares. huisdujf (ook : Boeroeng dare of Derpati). gewone duff.

slordig. Bermimpi. Lain minggoe. zie : Mentoewa. kruin. Mewek (Bat. hot moot. Milik. droom .). punt. de kansel. gaan. jachthagel. kokosolie. Mesem. hagel. enz. olio.~(Zie ook : Memeniran onder Menir). Mimisan. pruilen.Mertja. M®rtjon (Jay. Minjak ikan.. Mimi. Meski. enz. eon week. hot moot. in bozit nemen.ganzenhagel. olio geporst uit aardakers. Milir. rozonolie. enz. zie : Menantoe. eon neusbloeding hebben. graf paaltje. Minjak. droomen. eigendomsrecht. enz. zeewaarts gaan. eon rivier afvaron. Mimpi. Minfaat (Ar. Mertoewa. top. klapper. zie Masd jid.). schroot. Minatoe. hot behoort zoo.vuilik. woken lang (duren. petroleum.). Minjak katjang.enz. Mimic. odour. Meson (Ar. glimlach.) stroomafwaarts 176 MIMI. Hak kamilikan. de andere week. moeten. Minjak wangi. jets in eigendom bezitten. Minjak mawar. Minggoe (Hari minggoe). Bat. zekerlijk.de preekstool. Bermimpiken of Mengimpiken. Mesir (Ar. Minjak tanah. Minbar (of Mimbar) (Ar. musschonhagel. niet netjes.). Berminggoe.). . Minantoe. Mesti. eon vuil kind. hat hoogste gedeelte van jets. Belangkas). nut. hot is noodzakelijk. Saminggoe. zie : Menatoe. noodzakelijk zijn. de stekelrog (verg. Mesigit (Ar. glimlachen. voetzoeker. vuil. ook Mengimpi. eigendom . den mond plooien of vertrekken (van iomand die op 't punt stoat van to schroien). hot spreekgostoelte in eon moskee. Anak mesoem.). sloddervos. Mestmja begitoe. . enz. vet. Mingkin.. eon slordig kind. Mesoem. (Jay. smoer.) . Minjak kalapa. Memiliki. Tanah mesir. Egypte. voordeel. zie : Masks. 1Mertjoe. over jets droomen. vuurwerk. een volgende week. zie : Moertja. zie : Mangkin.Zondag. enz.). zeker. verplicht zijn.

subliem. zie verder Pints. schelden. van twee vrouwen (echtgenooten) de jongstgenomone. Modar (Soend. enz.). Minjak kambing of gi. . Tempat minoeman. schuiven. Minjak babi. verkorting van Kamoe. Moebeng (Jay.. schuin afloopend. enz. Minoem anggoer. Moebal. iemand uitschelden. medicijn (drankjo) innemen. Modda. lets drinken. draaien. de jongstge- . Mints-mints.). nicht. omloopen. jong. hellend. eon drank innemen. rondgaan. iemand bedrijfskapitaal verstrekken. fonds. verzoeken. enz. neof. uitmakon. Bini moods. bedrijfskapitaal. drinken. jougdig. loods. dood. wij n drinken. hellen. Memodalken. schuin afloopen. Moe. Misoehi of Memisoehi. Minoem obat. naar een kant neigen. moot oproepon. vragen.). waarmede men eon zaak begint. wat gedronkon wordt. eon ondergeschikt geestelijke aan eon moskee verbondon. . inleg. Mints. enz. die de geloovigen tot hot gobod. om jets heen loopen. ook kroonprins . gestorven. bedelen . Miring. Miskin. Minoem madat. karat.). boginkapitaal. Misan (ook : Misanan. enz. voornw van den Zen pers. Mirah. armoedig. naar jets sollicitoeren. drankenzetjo. Permintaan. reuzel. geiten. broers. sollicitatio. omhoog waaion (van vlammen). licht (van kleur). Moe'ala (Ar. schuin. handolskapitaal. onrijp (van vruchten). rob jn. enz. Modal. meostor. vorzook. kapitaal. Modin (Ar. bidden om jets. behoeftig.of zusters-kind.).of schapenvet . verrekt. Soedara misan). opium gebruiken. 00k: stuurman. onderkoning. karbonkol. arm. uitslaan. leeraar. gecrepeerd. bode. MOED. Moe'alim (Ar. gebl uiken.). enz. Minoem. hoofdsom.uitschelden. overhellen. Radja moeda. Minoeman drank.traan. rookon. vorheven. bez. 1 evertraan . Misoeh(Jav.

heilig. enz. enz. gelaatsuitdrukking. verblijfplaats. Memoedahken. aangenaam. voor. zich aan echtbreuk schuldig maken. voor. zoo mogelijk. enz. aantrekkeIijk gezicht. . Moeka mania. ingezetene. rechtuit. ook : gemakkelijk waken. Moedik. Memberi moeka. hat blad eener tafel. niot moeilijk. bewoner. inwoner. meeloopen (van hat geluk. . Moekah. radon. gemakkelijk achten. zie : Pohon. lets in een bepaalde richting recht uitstrekken. eon rivier opvaren. oorsprong. Moedah-moedahan. vooraan. wonend. voorzijde. aanvankelijk. om to beginrnen. toegeven. waterspiegel. in ears bepaalde richting recht uitgestrekt. overspel bedrij yen. enz. onder vier oogen. geringschatten. huichelen. echtbreuk. de eerste maand van hat Mohammedaansche jaar. enz.). oppervlakte van h et water. gemakkelijk. aanvankelijk. overspeelster. ook: van lieverlede. zoo mogolijk. gezicht. Moeka ajar. oppervlakte. aanioiding. Memoedjoerken. woonplaats. MOED. moge (bij wensehen). Moela. daarom. Moeharram (Ar. vestiging. boel. toegevend zijn . Moeka dengan moeka. Ajer moeka. . Memboewat moeka. moge hot gebeuren. buitenzijde. eerst. Moega (of Moega-moega). gelaat. ten eerste. Moekadas (Ar. kan hot zijn. een lief gezicht toonen.. een lief. oorzaak. iemand lekker maken . vooraan. kerspel. van aangezicht tot aangezicht. in den beginne. vergemakkelijken . gemeente. Moedah. gevestigd. licht.beginnen. geheiligd. naar hooger gelogon streken gaan. Moekim. boeleerster. enz. aanvangen. enz.). Moeka medja. overspel.trouwde. ook gelukkig zijn (in hat spel bijv. eon begin hebben. enz. aangezicht. Moehoen. Moeka. waarom.). overspeler.). Moedjoer. Bermoela. jets licht opnomen. Sabermoela. Bermoekah. Di moeka. plaatsen. begin.

uitrekbaar. lets beginners. heen en wader loopen. 177 begin met jets maken. 12 178 MOEN. dotterig. Moentah darah. braken. luister. geeerd . bloedspuwing. Moeloet bedil. aanhooging. enz. zie Mauloed (Ar. opening van een geweerloop. in de eerste plaats (meest aan hat begin van eon verhaal) . mond. enz. enz. monding.. Moengkir. aanvangen.ten eerste. v uilb ek . Moenggoek. verg. Moenggahin (van een j ong meisj e) naar de woning van harm beminde overloopen (verg. Memoelai of Moelaf. loochenon. roering. braaksel . enz. Moelia. Loentoer). verheerlijken. pun. gat. Memoeliaken. heerlijk. Moendoek-moendoek of Mendek-mendek. Moeloed. klein en lief. verheerlijking. elastisch. . Permoelaan. Moengil. . zich terugtrekken. Moentah. meineedig zijn. Moeloet kotor. ook van kleur verschieten (van geverfde stoffen. eon mond. bek. doorluchtig. Moeloer. Moeloet. Obat moentah. Moelas (of Moeles). verheven. lijke roering. edel. om to stolen. begin. koliek (hebben). jets of iemand bekruipen. eerbewijzen . heen en wader gaan.). die veal liefs kan zeggen. Ngeberoek). ontkennen. Memoentahken. . eon MALEISCH-HOLLANDSCH. MOEN. aanzienlijk. zich kunnen verlengen. eon belofte broken. zie Poengoet. Moeloet mauls.van jets niet moor willen weten enz. op en near gaan. uitrokken. heuvel. overgeven. in een hurkende of gekromde houding naar jets toe gaan. mull. uitbraken. opening. enz. braakmiddel . vomeeren. luisterrijk. kruipend naderen. roemrijk. kramp (in den bulk). uitspuwen. Moengoet. afvallig zijn. enz. enz. Kamoeliaan. aanminnig. hoogachten. bloedspuwen . ear. eerbewijs. Moendar-mandir.

bezwijmd. neerslachtig. bepaalde tjjd voor jets. Moesim motong path. bezwijmen. enz. carry). buiten kennis. Moesim oed jars. Memoesjawaratk en.. vrouw die voor een man een bedgenoote zoekt enz. spatters (van vochten door drukking. afvallige. in zwijm. Mozes. Moesang (of Moensang). ontevreden zijn. enz.Moentjerat. ook vuurrood. koppelaarster. Kamoeraban. uit zijn humour zijn. de oogsttijd van de rijst. boewah. somber. (van hat Eng. Moeram. zwaarmoedig. brommen. goedheid. Moerka. Moertad (Ar. gul. opvlammen. enz. Moesim boewahMONG. enz. mededeelzaam. Moentji. renegaat. guihartigheid. de tijd waarin de rust gesneden wordt. kwaad-. tlauw vallen. mildheid. pruttelen. enz. discipel. civetkat. de vruchtentijd. Moesa (Nabs Moesa). woede. de profeet Mozes. moesson. mild. een snort wilde kat. milddadig. laag in prijs.). droevig.). goedgeefsch. goedkoop. Moentji kari. afvailig worden of zijn. seizoen. over jets . droef geestig. beraadslaging. Moesim. bedroefd. overlegging. een anderen godsdienst omhelzen. grootmoedig. Moert ja. Moeroeng. die aan inlandsche of Chineesche huishoudsters van Europeanen gegeven wordt. Moesang djebat. benaming. niet duur. iemand verteederen. Moesjawarat (Ar.. zonder glens. de tijd der veranderlijke winders. Moesim pantjaroba. grommen. droevig (van hat gelaat). boos zijn. waarin vela en allerlei vruchten to krijgen zijn . de kentering. vlammen. de regentijd . leerling. donkey (van den dag). toornig. triest. meegaand. treurig. in flauwte. enz. boosheid. Moesim panes. Moerid. uitslaan (van vlammen). enz. Moeroep (of Moeroeb). jaargetijde. de droge moesson . Moerah. toorn. Mooring-mooring.). Memoerahken. ook read (lichaam).

alvorens zij tot den hemel worden toegelaten. snuitvormig. Moewara. aanvallig. Moewatan. aap . die de dooden in de graven ondervragen. dun afgaan. Montok. slapen. grootvader. enz. onbestaanbaar. iemand a. gemeen vrouwspersoon. . diarrhea. paarlemoer (ook Endoeng moetiara). hoot Nakir). enz. schildwachthuisje. haven.). Ketjil molek. (verg. spook. Mondok.. gevuld. Memoewatken. voorouders. letters. -. Mojang. bezoarsteen. enz. bevatten. bevallig. passers. Molor. vracht. Moestahil (Ar. Moewat. spits. Montjor. dotterig. Moestika. een der twee doodsengelen (de andere MONJ. teals vijand behandelen. mollig. mogelijk ! hat ken niet ! enz. Monjet. Moesoeh. steenachtige zelfstandigheid uit hat lichaam van menschen of dieren en nit pl amen of komstig. Momong (Jay. Roemah monjet. in jets laden. Molek. uitmonding eener rivier. vijand. mosterd. Nene-mojang.hoe is hat. Moetlara. straath oar. poezelig. ondenkbaar. Moestardi. mooi. spits toeloopend. Memoesoeh. onmoge]ijk. reede. Seteroe). om to stolen. lading. parelschelp.). loslijvig zijn. schilderhuisje. opkomend. kegelvormig. Bermoesoehan. rijVAMP. buikloop hebben. allerlief'st. gezwollen. onwaarschijnlijk. ook : slat. lief.). klein en lief. aanminnig. inhouden. Montjong. Koelit moetiara. iemand dienen.beraadslagen. absurd.ls vijand beschouwen. waterige stoelgang. bedienen. vijandig zijn. geladen zijn met. 179 zend. zie Pondok. bijzit. riviermond. tegenstander. vooruitstekend. op iemand (een kind. boel. minnares. Mongkar (of Moengkar). slaperig.). Momo (of Momok). dunne afgang. op lets. Molar (Bat. pare]. ook wan de borsten) : rond. in vijandschap levers met.

ademhalen . L. drift. Mohammedaan. op on of klimmen . Naik toeroen.onheil aanbrengend.). groote aal. Nafsoe (Ar. nu. Menafas of Bernafas. adorn. west onrein.). enz. lust hebben in. aan boord. rijdt. zeih doek. Muzelmansch. klimmen. opklimmen. grofdoek. Naik radja. morsig. ademhaling. to paard rijden. enz. (of Napsoe). oplaten. Naik koeda. ziet go wel ! (uitroep). inademen .hartstochtelijk begeeren. plaatsvervanger. Naik pangkat. Muzelman. promotie maken . Mesua ferrea. zuchten. onrein. Moses. koning worden. Moslim (Ar. Menarik nafas. Menafkken. waarop men zit. die de function van eon penghoeloe waarneemt. naar boven gaan. enz. (of Napas). hartstocht. rijdier. begeerte. naar de hoogte gaan. doen stijgen. Nafk di darat.vaartuig. Nafas (Ar. Nagasari. eon snort huiduitsiag in den vorm van kleine bobbeltjes of puistj es. Nafb. Mowa. Nadi. polsader. tegenspoed. enz. . op en neder gaan. .). fam.). . eon snort pot of pan met eon of twee handvatsels. lust. stijgen. ongelukkig voorteeken. op lets zitten. Nachoda ~Perz. ook bevordering maken. hooge. draak. Na. aan wal gaan . op lets gaan.voertuig.Montor. . op lets stijgen. opgaan. scheep gaan . gezagvoerder van eon handelsvaartuig. Morong. Mohammedaansch. rijzen . Naga. slavi n. Kanafkan. Menafasken. lust on begeerte. Nabi (Ar. enz. vuil is. Nahas. stijgen. enz. zwaar ademhalen.). profeet. (of Nakoda. Menafk. Naik. Nadjis (Ar. Bernafsoe. in prijs stijgen. fraaie boom met ijzersterk hout en aangenaam riekende bloemen. titel van den geestel jke. N.). ook Djoeragan). Motes (Ka'in motes). naar boven gaan. paling. Hawa-nafsoe. ademen. Nafk kapal. ongeluk. vuil. Naik harga. Menaiki. pols. der Clusiaceae. nest.

Nanas. beschutting. Bernaoeng. spoedig. Menamai. zie : Tampak. stouterd. Napes. zie : Nafsoe. Naoeng. Isi naraka. ondeugd. Kemangi-blade- . Nampik. naar lets noemen. nest.). geheeten zijn . nog eon oogenblik. Nampak.. Artocarpus integrifolia. de hei . Bernanah. lam. L. op jets of iemand wachten. Namnam. Menamaken. Annanassa sativa. titel. schaduw. hooge. ook van dozen boom bestaan veal varieteiten. zie Tandjak. fraaie boom met mooi en stork hout on aangenaam smakende vruchten . Naraka (Sk. fam. baldadigheid. titulatuur. beroemd. baldadig. zie : Tampin. oiideugende streken. Nasi oelam. Nampin. benaming. straks. heeten. stout. organs beschutting zoeken. Menantlken. Bernama. der Artocarpeae. Nan = Iang.stoutheid. Napsoe.Nakal. Names. zie : Tampik. Nanah. met otter zijn . enz. Mengangkoet nanah. lam. Nasi. opwachten. lommer. (rijst zonder koekoesan in eon pot gekookt) . net. zie : Nafas. over de verschillende rustbereidingen als Nasi koekoesan. Nandjak. van naam. C. Nangka. afwachten. stout zijn. net.ynometra caeliflora. die veel gegeten worden. stoute. naam. Bernanti en Menanti. zie aldaar. otter vormen (van eon zweer). waarvan men in India verscheidene varieteiten kept. moedwilligheid. enz. 180 NAMP. in de schaduw staan. den Papilionacea. befaamd. Nanti. helbewoners. wachten. etteren. Kanakalan. gekookte rust. zich onder lommer begeven. Nasi hwet. Ternama. de bekende Ananas. (rust met kleine vischjes. L. blijven wachten. ondeugend. eieren. noemen. eon naam hebben. enz. eon naam geven . ondeugend zijn. L. otter. (in eon koekoesan gaargestoomde rust). der Bromeliaceae. verdoemden. hooge boom met zuurzoote vruchten.

de vorst. bas. ingeborenen. Nasihat (Ar. ook den mond bewegen alsof men lets kauwt (zooals bu oude lieden gozien wordt). staan. Negeri. veel praats hebben. hoofdplaats. Christen. (rust met bouillon en kip. zie : Senantiasa. waarop iota staat. Negeri. open. stadgenoot. zwetser. Menganga. schaterond lachen. gewest. zie : Negeri. Moenggahin. Ngajoebken. zie : Negeri. de hear. Nata (Sk. Mengangoet. verg. voorouders. Nasrani (Orang nasrani). Nazarener.) . enz. in erectie komen (van hat mannelijk lid). overloopen van eon minnaar near hot huffs zijner geliefde). Ngeboel. enz. Nasi koening. Ngeden. vorst. rijk. enz. bandeeren. bluffen. ook open staan. Nenek-mojang. openhouden. wijd open. opengesperd. bluffer. zetel des rijks . grootmoeder.). enz. oude vrouw. medeburger.ingezetenen. wjjd geopend zijn. zie : Mengedan. Ngajoeb Ngajoebi. enz. Anak negerl. Hari natal. landgenoot. vermaning. zwetsen. Negara. Nasi kaboeli. Iboe negeri.). grootje. toepassing of moraal van eon verhaal. staat. Ngangoet. beschermen. hardop lachen. beschutten. Ngeberoek. hoofdstad. Nentiasa. landzaten . hear.). (met kurkumasap goelgekleurde rust) . land. stad. grootspreker. read. Sang nata. Ngatjeng. iota of iemand beschaduwen. v NGEL. zie de bestaande kookboeken. Nenek (verkort Nek). effen. ook: rooken. vlak. sullen. versuft zitten mijmeren.ren. bodem eener nvier. burgers. Ngejong. vlakke grond. Nganga. Nasi goerih. Mengeboel. (rust met vet en vleesch. hoofdstad. Kerstdag.). Mengejong-ngejong. hoofdplaats. schatoren. den mond opensperren. . Ngakak. Pengeboel. Pedoedoek negeri. Natar. Natal.

Mengeram.. Barang perniagaan. Mengibing. stork naar jets verlangen. benauwd zijn. huiveringwekkend. sn ork en. bedroefd. ook aardvloo. zanderig. Mengorok. voel in hot hoofd hebben. ook inlandsch muzikant. Mengeramken. Perniagaan. Ngiloe. koophandel . Meniatl JAM. uitteren. Mengiri. hu- . een wensch koesteren. ijzen. naar den adorn snakken. broaden. ook eon onaangenaam tintelend gevoel in de ledematen. inzonderheid bespeler van inlandsche muziekinstrumenten. tot den gamelan behoorende . stofferig op hot gevoel. Meniaga. Ngibing (Spend. koophandel. Nikah (Ar. Berniat.mauwen van eon kat. ook : ach terblijven. plan. blijven zitten. zoor (van de tanden bij hot eton van lets scherpzuurs bijv. Niaga. enz. mot. voornemen. ijselijk. huwelijkssluiting. dat men eon ander ziet krijgen. Ngorok. watertanden. Ngeriap. koopwaron. hot voornemen hebben . lets in zijn schild voeren. hoofdpjjn hebben. jets bebroeden. vreesaanjagend. Ngenget. van plan zijn. Ngengap. getroffen. eggig. stroef. lets benjjden. Mengeriap. Ngiler. handel. jaloersch zijn om lets. uitbroeden. Niat. wriemelen.). drukkend gev NGEN. pijnlijk aangedaan. han dal. Ngeram. eon zwaar. in myriaden door elkander loopen (zooals groote hoopen mieren. enz. zulk eon gevoel hebben. Mengiler. zich in hot lichaam verzamelen (van ziektestoffen) . handelen . 181 ken. bang worden. Berniaga. enz. enz. Ngiri. ook aangedaan. dansen (met eon dansmeid). kippevel krigen. wensch.). Ngeri. Ngeloe. handeldrijven. doeling. grieselig.). hulveren.). be. Ngeres. op jets zitten. krielen krioelen. en: langzaam afnemen.

van den 3en pers. verguizen. Calophyllum. smaad. Nja. zonder twijfel. lekker. gezond. de moeraspalm. ook : benaming voor de huishoudster. zeker. indigoblauw. faro. trouwen. --inzegenen. voornw. der Pandaneae. ongetwijfeld. donkerblauw. Nipah. Nistjaja.). stellig. Nista. uithuwelijken. fam. moeder. Indigofera tinctoria. Menikahi. Menjanja. Njaman. jnophyllum. Njamploeng. aanblazen. er van. met eon vlam bronden. (van den priester) trouwen. gemak. hun. zijn. vlammend . iemand. enz. Njamoek. der Clusiaceae. naam. Menis taken. in hot huwelijk bevestigen. nat. haar. Nira (of Legen). bez. Nimat (Ar. hot huwelijk sluiten. fam. hot trouwen voor den priester. (als achtervoegsel gebruikt). iemand tot vrouw nomen . gom. L. hooge boom met prachtig mooii en stark hoot. ook : doen trouwen. Njangket. zekerlijk.welijk. verguizing . der Papiljonaceae. opgewekt (van gevoel). gewis. van eon Europeaan. nat. Nj ala. ongegiste of ongekookte palmwijn. kleven (van verf. Kelemboengan n j all. Nila. echtvereeniging. ook tame. vlammen. aansteken. ontvlammen. Menjalaken. ook dikwijls terug to geven door ons bepalend lidwoord. mug. Menikah. nat. Menikahken. gal. (inlandsche of Chineesche).) (of Nikmat).. vlam. (verg. Njanja. in hot huwelijk treden . aangenaam. walks bladeren veal tot dakbedekking gebruikt worden. frisch. met iemand trouwen. heerlijk. muskiet. galblaas. zaligheid. vast. L. indigo (kleurstof en plant). lekker. doen ontvlammen. smadelijk behandelen. weelde. Wurmb. Toewak). heerlijkheid. kleverig. Nipa fruticans. Nj all. blauw. Bern j ala of Men jala. jets bakken of . aange182 NJAM. Njai. enz.

waarzeggen uit den stand der sterren. zingen . duidelijk waken. benaming voor gehuwde Europeesche of Chineesche vrouwen. vooruitstekend zijn. walgelijk zoet. Memboeka noedjoem.). Menjanji. Kanjataan. Nj arang. voor iemand lets zingen. Noedjoem (Ar.chl' oelnoedjoem. cocosnoot. verklaren. Menjelap. zje : Anoegeraha. Njedar. Menjonjong. Njiroe (of Niroe). jemand jets voorzingen. bewijs. de sterren raadplegen . mevrouw. voorspellen. ook bijv. den geest geven. (de profeet Noach). ook een nauwkeurig onderzoek instellen naar hat al of niet waar zijn.. duidelijk. Poetoes njawa. bevlekt. zangstuk. hot al of niet bestaan van jets. adorn . gevlekt. sterrenwichelaar . ook : schel.). licht. duidelijk. bijv. Noach. Noegeraha. de bovenlip vooruitsteken (zooals sommige dieren bij het ruiken doon). bekend maken. de cocospaim. ziel. Men j arang. sterven. gebleken. rijstwan. Menjari eken soewara. Njata. blijk. klaar. Noah (of Nabi Noeh). uitleggen. scherp~ (van geluiden). aantoonen. blijken . Ilmoe noedjoem. schril. bewijzen. de stem verhe n. waar. zie : Tjelap en Selap. ook iemand of lets bezingen . enz. Noda. Menjataken. A. vuil. vooruitstekend (van hat voorhoofd. Bernoda. zeef. zie : Sarang. openbaar. bekend. holder. Njaring. deep (van den slaap).). luid. Boewah njioer. lied. . M®lihat noedjoem. Nosc. Njioer (of Kalapa). duidelijk doen blijken. Njonjah. schelklinkend. Njawa. sterrenwichelarij.braden in zijn eigen vet (zonder olio). Zie verder : Kelapa. Njelap. Noer (Ar. vast. leven. zang. Njanjian of Pernjanjian. vlek. .pruilen. Menjanjiken. gezang. smet . Njonjong (ook Nonong). sterren . blijkbaar. iernands lot uit de sterren lezen. openbaren. Njanji.

Obat nninoem.. geneesdrankje. veranderd. Obat tjatjing. wijvigen. . benaming van ongehuwde dochters van een Europeaan of Chinees (sours ook van inlandsche hoofden en andero vreemde oosterlingen). ®bat (ook Penawar). Mengobahken. Mengobati. Mengobatken. lets als geneesmiddel toedienen.). kut.). iemand behandelen.. Obah. Menonton. OBAH. enz.Noeri (Boeroeng noon). Nonah.). middel tegen ingewandswormen . rechtdoor loopen zonder our of links en rechts to kijken. tegengif. om jets to weeg to brengen.). gif. geneesmiddelen toedienen. Obat gosok. OEDI. . vlek. wormpoeder. toovermiddel. eiland. punt. eon optocht. enz. zich onder behandelirlg van eon geneesheer stellen. enz. Noschat (Ar. jongejuffrouw. anders worden. ook lets bewegen. de roode papegaai. Nonton (Jay. Roemah . Nomor. origjneol. ook : bewegen . veranderen. wrijfmiddel. Noesa. nummer.. geneesmiddelen gebruiken.). enz. jets tot medicijn geven. verandering. enz. Nokta. bewegen. manuscript (waaruit wordt overgeschreven. kruit. 183 O. zoodat de kin bjjna op de knieen rust. Verg. hurken. tittel.). in beweging komen . kijken. zich veranderen. anders geworden. lets in beweging brengen. kruit. ook zich bewegen. Obat pasang. jets veranderen. nommer. naar eon schouwspel kijken. met de beenen naar boven gebogen zitten. verandering in jets brengen. buskruit . hurkend zitten. vrouwelijk schaamdeel. geneesmiddel. enz. Nonong. copie. anders maken. ook beweging. ook middel. voorbeeld model. medicijn. stip. Berobat. enz. medicijn geven (van eon geneesheer). ook : Njonjong. cijfer. of Noktah (Ar. Nongkrong (Bat. naar eon best. Mengobah. Nono (Bat. . enz. enz. eon vertooning bij wonen. Berobah.

de cassava . Oebeng. Oedang. bovenloop eener ri vier. . . Oeban. in brand steken. Mengoebar. apotheek. zie : Hoeboeng. Oebi-ollanda of Kentang. hot firmament. Convolvulaceae en Euphorbiaceae. onzin uitkramen. Janipha Manihot. losmaken. . hot luchtruim. en Coleus tuberoses. Solanaceae. omtrek. rondgang. ring om jets heen.ook: franje (evenals de pooten eener kwal). openrollen (van opgerold doek. Mengobong. grijs worden. uitgespreid . Obong. snoever. enz. Dioscorea sativa. los. Oebin (ook Djoebin). Oebar. zwetser.zeekwal. hot uitspansel. om lets heen loopen. zie : Hoedang. vierkante vloersteen. enz. vloertegel. Oebi d j awa. fam. ook fig. opstoken. toorts. bijv. ruitvormig. ophitserjj. grijs haar hebben. algemeene benaming voor aardvruchten en knollen. enz. ~naloopen.obat. Oedik (Soend. enz. kletskous. kletsen. ook : (een boom) gen. ook kruithuis. ook vierkant.). Mengoebengi. met eon fakkel. fakkel. branden. verbranden. open. met eon fakkel. rinb Oar Mengoeber achtervolgen vervolgen. geklets. krijgertje spelen. go. Oeboer-oeboer. opjagen. Obrol (Jay. de daaraan gelegen hoogere . Batatas edulis . kwal. Mengobor. Toekang obrol. enz. Dioscorianeae. Oebi.). enz. praats. kring. snoeven. elkander naloopen. Oebi lilin.). opstokerij. flambouw. Oeboeng. Oebi djendral. Van doze vruchten en planten bestaan vole soorten. zwets . inzonderheid voor die van planten behoorende tot de nat. de lucht. (Jay.). om lets rondloopen. Oebi dangder. de atmospheer. veer praats hebben. Solanum tuberosum L. Dioscorea alata. Mengobrol. zwetsen. losrollen. naar lets rondzoeken. verlichten. grijs haar. Oedara (Sk. enz. Obor. Oebanan. Oebi tjina.). M®ngobori. iemand ophitsen. Oeber-oeberan.

telkens. schuiver. Oekiran. bewijs . zwart en wit gekleurde slang. graveerwerk. Oe1er bidoedak. graveeren. in snijden. enz. enz. enz. slang. Batoe oed ji. resultant der meting. ook die van de eene vrouw naar de andere loopen. berooking met wierook. beproeven. enz. rooken. Mengoedja. sigarette. Oedji. graveur. opium. Oedoet (Jay. was gerookt words. toetssteen. enz. enz. zie : Hoedjoeng. (van figuren in hout. herhaaldelijk hetzelfde doen. bang maken. zie : Hoedjan. spreken. Oekoepan. hot toetsen. enz. wijze. Pengoekir. uitsnijden. Oekoep. Oeler doemoeng. Oedjar. Oekoeran.streken. deroodkoppige adder. Oegoet. steep. . Oedjoeng. Mengoedoet. Mengoegoet. lengtemaat. OELO. Moedik. sigaar. . Mengoelang. vechthanen tegen elkander ophitsen. wierookvat. Oekir. pijp (tabak in eon pup). Mengoedji. Mengoekir. Oekoer.). ode groene boomslang. schuiven .). Oelama (Ar. proof. do pof- . meten. wierook.). Oedjah. mast. die goon vast verblijf hebben. om jets to doen. Oedjan. zie : Wood joed. muskietenlarf. Mengoedjar. Oeler belang. de python. landmeten. metaal.de bovenlanden. met wierook berooken. Oeler saws. de bekende vergiftige. bewierooken . Oe1er daoen. naar hot gebergte opgaan. snijwerk. enz. lengtemaat .) . ook raps . toetsen. Mengoekoertanah. een rivier opvaren. herhaaldolijk. ook schimpnaam voor personen. ook afmeting. gezegde. Oedja. iemand door middel van wapens. zeggen. vertellen. naar de boven184 OEDJ. rooker. was gezegd words. mast. geleerde. Mengoekoer. dikwijls. Pngoedoet. afmeten . Mengoekoep. zie : Oedji. landen gaan. Oed joed. uitbeitelen. Oelang. Oeget-oeget (Jay. Oelar (of Oe1er).

worm. kurketrekker. wij. hij. werptuig. losschroeven. Mengoeloer. wegslingeren. larf . eon groote. met eon kurketrekker uithalen.). sprei. vastschroeven. elastisch. sloop. OELO. aflaten (van een touw. Oembara. Mengoelek. vieren. Beroelat. gekookt in klappermelk. enz.adder. gooien. fijngewreven is. spiraal. slingeren. Mengoelas. stinger. loslaten.omhullen. bekleedsel. bekleeden. de kiekendief. wormstekig (van vruchten). de harige rugs . Oembas. Oelir. lepel om jets om to roeren. fijn wrljven. Oeloer. . Oelas (of Oeles). sloop. dek. beddelaken. ook hot werktuig dat daartoe gebezigd words. rondzwerven. Mengoelir. gehoornde rugs.. enz. eon snort valk. door liefkoozingen tot bedaren brengen. Oelit. bekleedsel. schroefdraad. lets door wrijving fijn maken. deken. eon snoeperij van deeg. Oe1er keket. vrachtgeld. made. moeilijk to broken. Mengoemban. enz. bekleedsel. schroeven. Oeli. Oeloep. Oeloeng-oeloeng. Mengoelasken. Mengoelit. bedekken . Oemban. taai. Oembal (Jay.) (of Oe1eg). Oelat. groene. aanwenden. lief koozing.). Oe1er boeloe. enz. aaien. vracht. bedekking. jets omroeren. sprei. jets tot bedekking. langzaam omroeren. Oelasan. Mengoeli. passagegeld. enz. Mengoembas. ankerkluis. enz.. gebruiken. dienaar. rugs . liefkoozen. vrachtrijder. schroef . enz. enz. vrachtschip. sprei. Mengoembara. knedon. Oe1er tanah. Oelat boeloe. Oeloe. snel weg- . was omgeroerd. onderdaan.) Oe1ek (Jav. wegwerpen. ik. Oeloen. sloop. enz. omhulsel. roeren. zie Hoeloe. rugs. deeg. zij. de zwarte adder. Oelekan. Oelet (of Woelet). wat aan vracht of passage betaald wordt. eon kurketrekker in eon kurk draaien. stamper om jets fijn to wrijven. Oembalan. vol wormen (van wonden. omhulsel.

stil. zich verschuilen. met een hef boom oplichten. (zie : Oempet) Oempet (Jay. noch schrijven kan.. Oemoer (Ar. onverzeld. ouderdom. newt. publiceeren. leven.geheimhouden. enz. lokspijs.vlag aan een stack of stok. Oemboel (Jay. Oendang. ook oud zijn. als genoodigde op . palmist. Oenap. geheim. kwaadspreken. .Mengoempet. kwaadsprekerij.loopen. wortel. wetboek. vaandel. . reglement . ter algemeene kennis brengen. onnbieden. opborreling. iemands naam bekladden. levensduur. dobberen (van een vaartuig). het hart in de kroon der palmen. Oempil. achterbaks houden. bedaagd zijn.). zich verbergen. of kondigen.). voetstuk. Mengoempeti. Mengoendak. oemboel-oemboel (Jay. afgekondigd regeeringsbesluit. enz. Oemboet (Soend.zichverschuilen. 18 5 Oendak. Mengoembasken. ordonnantie. Oemplek. ook voeder.). acs. ook.). Koendangan. pagaaien. den leeftijd hebben van. alleen. wrik. ver zameling van wetten en bepalingen. of Kondangan. verordening. zich bewegen. voortdrtjven. uitgeroepen. Oembi. Oempan (of Empan). wet. het deel waarmede jets ergens aan of in zit. uitvaardigen. zonder geleide. levenstijd. zie : Toemplek. vaantje. wet. bron. Oendang oendang. enz. achterbaks. Mengoempat. publicatie. OENG. zich schullhouden. iemand die noch lezen. roepen. wegjagen.). laten komen} ook uitnoodigen. lokaas. Mengoempetken. Oempat. Kitab oendang-oendang. Beroemoer. gepubliceerd . inviteeren. jets verbergen. enz. wrikken. Mengoendangken. maar toch niet van plaatss veranderen. hef boom. leeftijd. Mengoempil. Oempak. achterklap. voortbewegen. doen omroepen. Mengoendang. persoonlijk. roeien. Oemi. geroepen.

weggaan . terugtrekken. opheffen. Mengoendoerken doen wijken. Oentai. iemand hulde. enz. . Mengoenap. Mengoendjoengken. achteruitgaan. spreken. jets aanbieden. -opwippen . Mengoendjoek. -. v OEPE. overreiken. eer bewijzen. Mengoengkap. den mond open en dicht maken om adem to halen (als eon visch op het droge. zie : Woengoe. Mengoenkil. eons spoor volgen. aangeven. zich verwijderen. Oengkap. krom. zich door woorden doen verstaan. Oendoer. Oendoer-oendoer.mierenleeuw. Oengkoelin (Bat. Oengkil. drilboor. (oaken . slap neerhangen. Oenoes. overhandigen . Mengoengkit. naar den adorn snakken. . jets overhandigen. enz. enz. 186 OENG. Mengoend j oeng. Oengkoel. jets overreiken. hetzelfde. Oengoe. Oendar. heengaan. eon. langzaam loopen (door ouderdom). Oenggal. Oenoet. zie : Toendjoek. retireeren. jets door middel van eon hefbootn oplichten. wip. deinzen. Oendjoeng. Oengkoet of Oengkoet-oengkoet. iemand.). ook jets als huldeblijk aanbieden. Oengkit. vereeren. tevreden stellen. slingeren. enz . Mengoendjoekken. Oendjoek.uitdrukken. jets even van den grond enz. optillen.). eenig. jets in woorden to kennon geven. vereering. Oengap.eon feest komen. verheerlijking . den kniekus brengen als bewijs van eerbied. zie : Toenggal. Oengkit-oengkitan. gebukt. to woord staan . wipplank. terugslaan. Mengoendjoengi. aftrekken. Mengoentai. . enz. bengelen. zie : Hoenoes. verheerlijken. beieren. wijken. eer bewijzen. achterwaarts . Mengoendoer of Moendoer. die benauwd is. Mengoenoet. aanbieden. oendjoek. aanbieding van jets. spoor.

Oentoek. ten behoove van enz. ook inslikken. geluk. toebedeelen. enz. klein. enz. noodlot. Oentil. stoken. Mengoepajaken. Oentoeng oentoengan. necessaire. voordeel aanbrengen. aansteken. tegenspoed. schietlood. Oepaja. zich van allerlei middelen. aansporen. Oentjoei (of Oentjoewe) (Chin. donna. enz. werkloon. opsl okken. bengelen (van kleine voorwerpen). beloonnn. Mengoenting. bijvoorbeeld. ook voor. reiszak. list. Mengoepahken. reistasch. verticaal hangen . bast. Denting-oenting. Oentjoeng malang (ook Tjilaka). vizierkorrel. Oepah (of Opah). Oen(oeng djahat. slingerend. fortuin. hot or op wagon. winst waken . aanmanen. balletje . Mengoentoekken. richten. aanblazen (van voor). kans. allerlei huip-.). voorbeeld. parabel. hulpmiddel enz. Beroentoeng. iemand boloonen. betaling voor godaan of geleverd work. bescheren. uitvluchten. betalon voor geleverd work. gelukkig zijn. voorspoed. voordeel. gebruiken. . Oepama (Sk. enz. wins(. bevoordeolen (ook Mengoentoengi). slingeren. stellen. Oentoeng. jets als redmiddel. gelijkenis. lotsbeschikking. hulpmiddel. voordeel. Denting. gelijk als. . uitvluchten bedienen. Mengoental.. doe!. Mengoepak. . enz. beschikken. loon geven. Oepak (of Opak). Oepak. Mengoentoengken. op good geluk af. in hey lood hangen. vizier. pjl. Oentjang. waterpas. geluk hebben.). ongeluk. Mengoepah. waterpassen. platte droge meelkoek. wet tot jets diem of bestemd is. Chineesche tabakspijp. eon aandeel geven. geluk. pillen draaien. . belooning.. mikken. . voordeel hebben.Oental. jets als loon of belooning geven. hangen. Oentoeng balk. hangend . veal als snoeperjj gebruikt. redmidden. middel. ---betalen. ophitsen. Mengoentil. opstoken. schade. Da ja-oepaja. enz. aandeel. enz. deelen. lot. loon. listen.

ook strooisel van geraspt kokosvleesch op spijzen. . losgebonden. besmeren. losmaken. loshangen. enz. draad. ontbonden. ook oppasser. los later hanger (van hot haar. Oeringoering. met aarde bedekken . open.). Jay. d eun . Mengoerap. vergelijking. vervellen. Mengoerak of Moerak. Mengoeroegi. gezang. schatting. zenuw. Mooring). smeren. zalf. boos zijn. ---bestrijken.). Oepatjara (Sk. besprenkelen (verg. eon deuntje zinger. Oerai. Hidoep. de halsslagader. bijv. politieagent. losgewikkeld. Oerak. rijkssieraden.. Mengoeraiken.. . vergif. Mengoera-oera. bij jets vergelijken. lied. pees. veal dienende tot hot maken van Kepek's (zie dit woord). enz. met water sprenkelen.). Oeraoera. cijns. de bladscheede van den pinangpalm en enkele andere palmen. Oerat pemboenoeh of Oerat leher. aan jets gelijkstellen. ook spreekwoord. gelijkenis. enz. ontbinden. rib (van eon blad) . pracht. Peroepamaan. ader. Teroera-oera. vezel. (verg. aanaarden. zinger. eerbewijs. polsader. enz. verspreid . enz. Oaring.). enz. met zalf insmeren. Oepas. plantaardig vergif. politiebeambte. Oeras. smeersel. ruien.. aanaarding . staatsie. verplichte belasting. Oerat nadi.enz. Oepeti (SkJ. Mengoepamai en Mengoepamaken. spier. los. losknoopen. losdragen. verplichte bijdraOEPI. pruttelen. Oeroeg. grommen. go ale bewijs van onderdanigheid. praal. Oera. slagador . Koeras). wijd en zijd verspreid . Oerip (Jay. mopperon. dienstbetoon. sikje op de bovenlip in de holte order den news. Mengoerai. met jets vergelijken. Oerat. Oerap.. Oepih(Jav. Mengoerae. kroonsieraden. aardhoop. loshangend . jets ten voorbeeld stellen. . ontvellen. uit elkander gehaald. los zijn. ook geraspt kokosvleesch op jets strooien. Mengoeroeg.

zie : Woeroeng. enz. Oeroet. 187 oeroes. jets met hot eon of ander inwrijven. enz. ook kras. . ordenen. in orde. . hard wrijven (ook buy. enz. nagaan. wat iemand op zich neemt to regelen. enz.. Mengoesap. Beroesaha. --aanaarden. onnoodig. enz. ook : lijnen trekken. work. in eon on dezelfde richting. ordering. landbouw. Oesaha (Sk ). jets maken. Mengv oESE. bedekken. met de harden drukkend over een lichaamsdeel heenwrij van. inspanning. arbeid. zich beijveren. hot middelpunt van eon draaikolk. Mengoeroet. laxans. Mengoeroegken. enz. Mengoesahaken. bedrijf. meestal alleen gebruikt in: Tiada oesah. Oesar. in gelijke richting. inwrijven. Oeroesan. .jets met aarde bedekken. behandelen. enz. work. . enz. . work van jets maken. eon bedrijf uitoefenen. aan jets worker. Mengoesapken.. wrijven. streep. Mengoeroesken.. lets op hot eon of ander smeren. ordenen. geregeld.. moeite doer voor jets. om vuur to maken). bohartigen. grondbewerking. Oeroeng. besmeren. schetsen.oeroes-oeroes. Mengoesaha. voor iemand jets regelen. Peroesahaan tanah. over jets heen wrijven. ook wat tot de bemoeienis van iemand behoort. --in orde maken. regelen. ook haarwrong of haar- .. moeite. enz. enz. oeroes. aan jets arbeiden. masseeren. zich toeleggen Op. middelpunt waarom jets draait of gedraaid is. bedrijf. Oeseroeseran. enz.n. arbeid. insnijding. van twee stukken hout tegen elkander. arbeiden. Oesah. moeite. streelen. jets regelen. vlijt. enz. purgeermiddel. enz. ophoogen. Oeser. Mengoesar. inspanning. enz. regaling. insmeren. kostwinning . -behandelen. met jets aanaarden. enz. Oesap. in orde brengen. Mengoeroesi. langs . Tra'oesah. streeling. . jets doer . Peroesahaa. purgatie. noodig zijn . hat is niet noodig. noodig. hot behoeft niet. streek met do hand over jets heen.

tasten. Oetar-oetar.achternazetten. Oesoeng. oudere brooder of zuster van vader of moeder. hindoren. zeer good. koord. Oetang. spreken. zie : Oeban. Oetas. kwellen. Oesik. lijn. aanzienlijkst. opzeggen. iemand met eon tending bolasten . . zie : Woetoeh (Jay. Oetoes.). enz. woord. on hunne respoctieve echtgenooten. Oesir. gezegde. enz. leeftijd.188 OESI. --vervoeren. draagtoostel. oom of tame van vader of moeder. oom of oudtante. Mengoesoed. Oewang (of Wang). levensduur. Mengoetoes. Mengoetja-oetja. Zie : Hoetan. enz. Mengoesoeng. count. uitspreken. Oesoes. enz. Oesoeugan. klein rond schild. bosch.). Oetoe. zich met anderen bemoelen. verjagen. -loopen. geld. voelen. ook eon insect. ouderdom. overlast aandoen. Oetama.wegdragen . hersenen (ook in fig. Noordelijk (ook : Lor). naloopen. draagbaar. Pengoetjap.). Oesoed (of Oesoet). zin). Oetak. met zijn velen transporteeren. verdrijven. wegjagen. haarkuiltje (op hot lichaam van paarden. Mengoetja-oetjain. Mengoetja. enz. Oewan. Barmen. ook eon geldswaarde van 10 duiten of 81/9 cent. Oetja (Bat. afgezant.). draagstoel. oom of tame. uitspraak. snoor. voortreffelijk.vervolgen. tros. . Mengoesir (Jav. Mengoesik. Oetara. wildernis. woud. Oetan. Oewak (of Oewa). Mengoetjap. Oetoesan. uitmuntend. enz. eon hond op jets of iemand aanhitsen. spraakvermogen. ook: oud OLAH. hot Noorden. krul. eon gezantschap tendon. -. gezant. Oetjap. zie : Hoetang. enz. plagen. zeggen. al tastend voortgaan. Oesia (Sk. muntstuk. kruin op eon menschelijk hoofd. zendeling. best. najagen.). bcde. Noord. ingewanden. spreker.

enz. Ogam. . kopergold. Mengoewap. Mengolak. goudgeld . zilvergeld . niet willen. op allerlei wijzen handelen. huishoudgeld. tengevolge van. Mengoewapi. Mengolah. koken. Oewang perak. gage. ook : slingerplant. ronddraaien. warreling. Bat. eon geluid maken alsof men braken wil of braakt. draaiing. uit kracht van. Olak (of Oelek). Mengogam. damp. aange- . enz. ronddraaiing . liaan. gapen . om reden. om hot los to maken of to krijgen. windhoos . uitwaseming. omdat. stoom.). draaien. wervelvind. gesteidheid. kwispelen (van eon hond). enz. iemand door toovermiddelen in extase. ook spijzen gereedmaken. stoom blootstellen. wachtgeld. enz. berolak. Mengoewek.publiek. tegen iota option enz. in de rondte draa. geestvervoering brengen. Oleh karena. lots. Mengoewarken. Bat in den grond vast zit heen on weder schudden. --draaien. goon lust. (ookWangdjasa). ook : geld voor dagolijksche uitgaven.wasem. krachtens.walm. o n reden. waggelen (van de tanden).algemeen bekend. non-activiteitstraktement. eon draaiende beweging geven.). Oewang boeta. ook : geeuw. kokhalzen. Oga (of wegah) (Jay. enz. Mengoewapken. Oewap. traktement. omdat. Oewang petjah. Olah. door. Oleh sebab. Oewar. uit. enz.pensioen. Ogah. ook geeuwon. . goon zin hebben iota to doen. allerlei kuren OLAK. wasemen. heen on weder schudden. Oewek. draaikolk. pasmunt . publiceeren. ook: de derriere heen on weder bewegen. Angin. dampen. Mengogah. enz. Mengogel. Oleh. Oewang tembaga.ien . Ogel (Ogel-ogel). aan heeten damp. of kunsten verkoopen.. zie : Akar. heen on weder wiebelen. warrelen. -bewegen. dwarrelwind.. Ojod (Jay.Oewang mas. openbaar. manier van doen. algemeen bekend maken. Oewang belandja. Olak ajar.

verwarring in hat een of ander . jets of iemand bespreken. Mengomong. golf. last. verkrijgen. voor-dengek-houderij . Mengonari. enz. uitjouwerij. enz. -smeren. blufferig. tegen elkander in klotsende golO TTA. onaangenaamheden bezorgen. in handers krijgen . mogen. bereiken . trotsch. een snort van gebak in den . behalen. iemand uitjouwen. hears en wader schommelen (van vaartuigen). zie : T jomel. -gedaan krijgen. eene zaak in de war brengen. golven. verwerving. -doers krijgen. Omel. jets verkrijgen.verkrijging. was gekregen of verkregen words. teleurstelling. krijgen. Omong. over jets spreken. bekomen. baar. Perolehan. -in slaap brengen. ruzie. Olok). door hat op de knieen to wiegelen. pedant. .. verkrijgen. Onar. Boleh. een kind sussen. Ombakmemetjah. enz. Mengoling-oling. rank (van vaartuigen). spot.brekende golven. Mengolok-o1ok. babbelen. Olo-olo. M1 ngonar. praten. onaangenaamheden. kunnen. enz.een gesprek voeren. Beroleh. bespotten. Berombak. Oling. defining . Out. spreken .erlanging. enz.enz. in golvende beweging komen. een praatjemaken. verwaand. golven met wine koppen . Ombak. Mengomongomong. iemand in moeilijkheden brengen. moeite. ook hat slingeren (van een schip of prauw). keuvelen. Onde. Ombak m®mboenga 1epang..voor een ander jets verwerven. voor den gek houden. brekers . Mengolesi. koopje. erlangen. Ombak bersaboeng. fatterig. enz.Mengomongken. 189 Yen . Mengolit. Memperolehken.zien . iemand lets bezorgen. Oles. jets met den vinger op jets strijken. jets met den vingerr bestrijken. Olok. Mengoles. Memperoleh. Oleng. gezegde . Ompong. enz. verwerven. tandeloos. (vergel. gesprek. golvende zijn. -besmeren. gepraat.

Saorang. 4e graad Pioet (kind van een achterkleinkind). Mengonjot. enz. opspringen. een klein mensch. Orang banjak. trekken. aanzienlijke. Dengan saorang din. zie : Oepah. Oneng (of Oneng-oneng). menschen.los to rukken. vogel. capriolen makers.vorm van balletjes. Pa' (of Pak). Orang ketjil. op zijn eentje. baar. -. kameel .. ook casuaris. enz. men. kosten. onkosten. Orang. Zie : Oepih. . kind in den 5den graad. yolk. de menigte. enz. -medebrengen . Ongkos (Holi. nieuw aangekomeno. Boeroeng onta. enz. zich trachten los to werken. verkorting van Bapa. Orang besar. Mengorak. gevogelte (meestal eon send) met vulsel toebereidon. Opas. gevuld gevogelte. struis. Ongkak. Onta. Mengopor. enz. hot yolk. eon mensch. gefarceerd. bediende. schudden (buy. Opah. dwerg. schudding.). hooggeplaatst persoon. -door elkander gooier. de groote hoop. kleinkind van een achterkleinkind. Mengongkosken. een tepel. Opor. Onggas. nieuweling. mensch. (achterkleinkind). een groot mensch. Ontak. De opvolging der nederdalende graders is : le graad Anak (kind). eon tak om er de bloemen of vruchten of to later vallen) . 2e graad Tj oetjoe of Poetoe (kleinkind). volwassen persoon. onkosten veroorzaken. iemand. de goringe man. gevogelte. ook : de kleine man. alleen. Orak. 3e graad Tjitji of Boejoet. lieden. bokkesprongen makers. Mengongkos. eon persoon. enz. kluisgat voor hat ankertouw. ook onderhoorige. alles door elkander schudden. ook : groote. persoon. geschud. geheel alleen. Mengorak-arik. struisvogel. Orang baro9. individu. aan jets (een touw. Orakarik. voor jets of iemand onkosten doers. zie : Oepas. 190 OPAH. Berontak. Opih. in wanorde door elkander werpen.). Onjot (of Enjot). Berongkos. ten koste leggen. . schudden.

eon zwarte. eon Afrikaan. vrouw . enz. eon iegelijk. zich go. van. -. de veenmol. Barang saorang. Orang perampoean. b j. wie ook (ook Sasaorang) . aan. bluschmiddel. Orang miskin. wat op eon mensch gelijkt. domper. Kapada. opgehouden. eon vlakte tusschen bowoonde streken. Orang laki-laki of --lelaki. vast ingeduwd. Orang oetan. vastgestouwd . eon rijke. gelijk. Orang koelit hitam. christengeestelijke. partuur. hot publiek . Padat (of Padet). doer bedaren. vergelijken. open vlakte Padang belantara. missionaris. l jkstellen aan. tot bedaren gekomen. vast in stouwen . void. in overeenstemming brengen. zulk eon borstiap aanhebben. hot lioveheersbeestje. Beroto. pop standbeeld. aan. Oteng. . evenredig. Padang. --dragon. uitdoover. bemiddelde. . pastoor. eon blanke. eon arms. blusscher. Pamadam. enz. passend. plein. PADI. gelijke. uitgedoofd. ook : benaming van eon groote apensoort. Memadat. Memadaken. Padan. uitmaken. stiller . behoeftige. Orang-orangan.dient verder om eon collectief meervoud uit to drukken . dat aan den hals en om hot middel met bandjes bevestigd wordt. gegoedo. iedereen. eon boschmensch. ter. uitgebluscht. blusscher. Orgol. Pada. Orang kaja. orgel. de eon of ander. naar. uitdoover. Orong-orong. Padam. weerga. Oto.vader. op. man . ook titel van sommige Maleische hoofden . aarde).een Europeaan. borstiap voor kleine kinderen in den vorm van eon driehoek met afgeknotten top. vast inpakken. vast instampen (buy. eon insect. Memadamken. predikant. Dani pads. geestelijke. Padsri. priester. Memadatken.Orang koelit poetih. wilds. om. vast ingestopt. . doer ophouden. ook gelijk. tot . uit. enz. bedaard.

belasting. steenen mu ur. Pad jak. Padjek kapala. Oryza praecox. Padjek koeda. bewanding . vergelijken. Padoe. er op uit to spreiden en to drogen. schutting. schoen. enz. een omheining enz. Pager hidoep. nagaan of twee taken of voorwerpen bij elkander passen. door vergelijking keuren. om jets maken. muur. Padi tipar. Pager PAJO. aan elkander sluiten. paardenbelasting. Padoeka. haag. PADJ. patentbelasting. omheining. Oryza montana. palissadeering. Memageri. de gewone op sawahs aangeplant wordende rijst. Padjar (Ar. Seri padoeka of Padoeka. Padjang (of Poewadai). Padjek tembako. een spoedig rijpende snort. Oryza sativa. enz. Oryza glutinosa. verponding. een omheining. huistaks. troop voor bruid en bruidegom. schutting. de lotus. verlicht. Padma. rat. enz. een veel in hot gebergte op de hellingen aangeplante snort. P. enz. Padjek pentjaharian. Padjek roemah. fam. Pad jek harts bends. elms op de tabak. Lour. Padjek boemi of Padjek tanah. cijns. voet. L.landrente. pacht. Utel voor vorstelijke en hooggeplaatste personen. om visch. dageraad. haag van levende planten. Memager. Lour. hek. Padjit j eras. ijzeren hekwerk . 191 besi.). bewanding van platgeslagen bamboo. waarvan vole varieteiten bestaan . Memadoe. Padjek (Jay. Pager ploepoeh. belasting~ op rij. Padi ketan of Ketan. L. horde. maken. (of Padjek). steenen omwalling. der Gramineae. Pager betek.en voertuigen.ldaar). van ineengevlochten bamboelatten. personeele belasting. bedrijfsbelasting. enz. schoeisel. hoofdgeld. ochtendschemering. . licht. Pager batoe. Pager (of Pager).Padi. omwalling. Padjek kendaraan. (zie a. ook Patjang.). de kleefrijst.

verdienste. ochtendstond. beschermen. zich kleeden met. loeka pajah. parapluie. doodelijk ziek zijn. dijbeen. Paham. Paha. jets doon gebruiken. hoofdpachter. Pagi-pagi. dijbeen. Pakai (of Pake).of regenscherm loopon.Pagi ochtend. go machtigde van den pachter. -jets aandoen. voorvechter. regenscherm. parasol. verkoopen. grif van de hand gaan. jets can den man brengen. Pahat. afgebeuld. Pahit (of Paft). zwaar. gewild zijn. 192 PAK. gestadig. Pajang of Majang. enz. Pajoe (. Ko~wasa pak. in moeilijkheden verkeeren. Kapala pale. remand kicedon. Pangkal pahat heup. Memakaiken. goeden aftrek hebben. held. aandoen. verdienstelijke handeling.ofregenschenn boven hot hoofd houden. gebruiken. Memajoengi. Pak. Pajoeng.). dragon. in den ochtend. enz. zonnescherm. afgetobd. afgetobd. pikken (van vogels). Memakai. zwaar gowond. Pajah. omdoen. legeraanvoerder. afgemat. zwaar lijden. afgebeuld zijn. Pahala. bijten (van slangen). zie : Popes.Tay. bout. aanhebben.. van de hand zetten. pachter . 's morgens vroeg. morgen. Memajoeken. hetzelfde gebleven. zwaar to dragon. onveranderd. amfioenpacht . Pahalawan. sleepnet. met eon zonne. enz. Bat. scherm. gedurig. 's ochtends. zie : Fahaxn (Ar. Memagoet. ook iemand beschutten.). Memahat. Toelang papa. Peraoe majang eon vaax tuig dat bij doze visscherij gebruikt wordt. moeiltjk. Pals. stork. aankleeden. dapper. waarmede men in voile zee vischt. met den beitel bewerken. beitelen. Pagoet. in boscherming nemen. Pak apioen. beitel. enz. dij. groot. erkenning daarvan. voortdurend. pacht . enz. uitbeitelen. zegen. aanvoerder. Pagon (Jay. in de vroegte. iemand eon zonne. bitter van smack.. -lets aan- . Berpajoeng. enz. prijshalen.). groot net.

enz. Pemakal. Pal. breeuwsel. draadnagel. Pakoe. breeuwsel. fam. Palet bibir. der Myristiceao. Memaksa. M makoe. Pakoe. van dozelde mooning. Paling diont ook . Memalet. spijkeren. der Polypodiaceao). niet to gebruiken. zalf enz. voor alle varensoorten (ook Pakis). nat. keeren. dwangarbeid. boom. enz. de notemuskaatboom. Pakai. Berpaling. Pakaa. collectief benaming. notemuskaatolie. Palet. lippenzalf. Memalangi. gewelddadig tot jets brengen . den toegang tot lets versperren. moeilijkheid ondervinclen. Pakat (of Pekat) (Ar. dwang. enz. Memaling. work. M makal. Pakaian. enz. met den vinger op jets smeren. de eigenlijke neat.trekken. foolie. Terpakai.. wat gebruikt wordt. door lets verhindord zijn. draaien. work. oensgezind. Houtt. Myristica fragrans. roedon. fam. naar de tegenovergestelde zijde wenden. dwang. noodzaken. boomvaron (Polypodium simile L. dichtspijkeren. enz. smear. lets met eon palang afsluiten. in gebruik. geweld plogen. dwarsboom. breeuwer. Palang. zich naar de tegenovergestelde zijde wenden. enz. Kapalangan. Pakerdjaan paksa.. van hetzelfde govoelen. Pemaksa. vernagelen. beletsol. dwingen. . dwarsboomen. bruikbaar. jets aanhebben. ook geweldenaar. breeuwen. tegonwerken. spijker.. Minjak pale. kleeding. Sapakat. afstand van 400 R. keeren. pit. Tiada terpakai. Bidji pale. Memalingken. of 1506. paal. Boengaof Kembang pale. Pakoe adji. nagel.). nuttig. naden met work dichtstoppen . sluitPANA. Berpakaian met jets gekleed gaan. enz. . overeenstemming . Paling. naar de andere zijde gekeerd . Boewah pale. nat. enz. jets dragon. enz... met een palang sluiten. lippenpomade . geweld. onnut. kern. zalf. boom. Pala. enz.94 meters. dracht. Memalang. muskaatnoot.

oom. ook pijl. jets tegen iemand hebben. min of moor lichte vlekken op de huid. in hot algemeen alle langwerpige en zware voorwerpen. ergeren. eon piji uit den bong schieten. ophitsen. Berpamor. Panau (of Panoe).slaan. grootst. namaken. hoot. waarmede men slaat. afscheid. met eon stole of knuppel. driftig maken. enz. boos maken. Demam pangs. damasceoron.). Memaisoeken. Memanasken. heete koorts. pijl . geneesmiddel. bediende. afschoidnemen. Palsoe. verhit.AnakPanah. door to groote hitte geplaagd. jemand valsch. . Paloe. Memanahken. Panawar.zonnewarmte. paleis. opwarmen. Memalsoe. enz. teleurstelling. iemand warm. knuppelen. Panakawan (Jay. geergerd . met pijl en bong schieten. oploopend. verhitten. eon snort huidziekte. warm. Memanah. ook : boosziend. boogschieten. Panas. zich voor eon ander uitgeven. enz. vervalschen. iemand als de oorzaak beschouwen van zijn ongeluk. hot grootst.hameren. bijv. gemeen behandelen. gedamasceord : Memamor. hamer. Kapanasan. Memanasi. jots vervalschen. enz. Paman. warm maken. spijt. Memalis. damasceersel. Panasaran. opstoken. bong. volgeling. zonnegloed. . medicijn. boos kijken. hot warm hebben. verhit zijn. toornig. enz. Panas matahari. Paling besar. ook zich in den zonnegloed koesteren.ter uitdrukking van den superlatief. in de zon loopen. ook gebruikt bij hot aanspreken van bejaarde inlanders uit den geringen stand. warmte. afschieten. Pamor. Memanas. ook valsch van aard . enz. hitte. Memaloe. . ook : driftig.beuken. eon pijl organs op PANG. nagemaakt. driftig. niot echt. Palls. Panah.). jongere brooder van vader of moeder. boven hot vuur zetten. lijfknecht. valsch. maker. Pamit (of Pamitan)(Jav. enz.

aanzien. Pemandang.). naar boven gaan. enz. good workman. langwijlig . hot bekijken. zich verlongen. waarover door eon doekoen eon tooverformulier of gebed is uitgesproken en dat als geneesmiddel wordt toegediend. predikant. . Memandjangken. beschouwen. Panawar djambi. uitgestrekt . ter wille van. ook medebespeler van inlandsche muziekinstrumonten. lan ge vingers hebben. enz. lang leven. klimmen. smid. nat. diefachtig zijn . Pandita. beklimmen. lang maken. cylinder . Pandjang boelet. middelmatige boom met zeer welriekende bladeren en bloemen.enz. lang worden . Pemandangan. verlengen. kijkj e. zich klimnzend in de hoogte heffen. Tot doze familie van planten behooren vole soorten.Berpandjang. fam. cylindrisch. PANG. aankijken. Sapandjang djalan. hooge ouderdom . van kwaadspreken houden . 'andan. den geheolen d ag . hoerohok. . voorschot. eon lange tong hebben. gezichtsverte.ook met hot oog op. kluizenaar. Memandang. Memandjat. . Pandjat. langs de geheeie lengte van don weg . Memandjang. wier harige aanhangsels aan den stronk. MALEISCH-HOLLANDSCH. hot hoofd van eon troop rondreizende danseressen. Panel j ang. Lidah pandjang. Kaulf. geleerde. Pandang. afstand van hot gezicht. water. zich in de lengte uitstrekken. der Pandaneao. Roemah pandjang. nat. --varensoorten. Pandanus odoratissimus L. bordeel. 193 beschouwing. Pandjar (of Pandjer). handgeld. . ook heilige. fam.Awjer panawar. Cibotium djambianum Hassk. godgeleerde. Pandai. dominee. lan g. Sapand jang hari. Pandjak (Jay. knap. ui tzicht. enz. Tangan pandjang. tooneelspeler. bedreven. Oemoer pandjang. bekwaam. der Polypodiaceae en Cibotium glaucescens. veel als bloodstelpend middel gebruikt worden.

ontbieden. Panggang. Members pangkat. Pandjatan. Nafk pangkat. enz. . Pangkal idoeng. . hot dikke deel eener dij . geroost . brok. cornpas. Pandoega.eon hoogte opgaan. . Panganan (Jay. de vorsteltjke waardigheid . geroep. Memanggang. . hot begin van hot jaar. --kappen.oorsprong is. roepen. uitnoodigen. aan hot spit braden. Pangeran. Panggangan. ook rooster. Pangkal mate. zie : Do egg. Pangkat radja. rang. ook : terras. grins. Pangkat. . verdieping. waardigheid. Pangkal. banier. Panel j i of Panel ji-panel ji. een huisje enz. enz. Panggil. snoeporij. titel van vorstelijke personages. enz. enz. . Pangkal tahoen. Panggoeng. stelling. slaapkamer. vlag. enz. Pangkal tangan. bediening. aanroepen. Pangkalan. heup. in stukken hakken. begin. franje. Pane. graad. roosters. versnapering. kamer. verheven wachthuis. gedeelte dat hot dichtst bij den. Pangkal paha.met eon ambt begiftigen. slaapvertrek. handgewricht . Panggoel. de wortel van den news. 13 194 PANG. afgehouwen stuk. begin. eterij. om daarna weder in den Koekoesan toruggestort to worden (ook Pengaron). --verdeelen. Memanggal. iemand eon rang toekenn en.). voet van eon boom . enz. Pangkal poehoen. op palen. rondo houten bak. die men beklimt. aan drang. Pandoman of Padoman. ook wimpel. Memanggil. eon hoogte. waarin de half gaargestoomde rUst omgoroerd wordt. boven hot vuur gebraden.tot jets benoemen. stellage. noemen. standaard. houwen. wat geroost. trap. is. boven vuur houden. Panggal. promotie makers.~ . verhoogde vloer. enz. een hoogeren rang krijgen. Pangkeng (Bat. de binnenhoek van hot oog. begin. roosteren. enz.).

Pangling (Jav. nagel. jets ergens aan vastsp jkeren. ook . zich menageeren. iemand niet herkennen. klapperrasp zooals die op Sumatra gebruikt wordt. Pantat. die als adviseurs zijn toegevoegd aan inlandsche rechtbanken. voerder. wat verboden is. Pantjalima. Pantang. ontzegd. Pangoeloe (of Panghoeloe). good staand. spier. aanPANT. vaardig. dunne Chineesche zijde. krijgsbevelhebber. verfraaien. enz. Pantangan. Pangkoer. opdirken. achterste. ook middel ter voorkoming of gene zing van impotentie. zie : Panau. verdeeld zijn. vloot~ voogd.hoofdpriester aan eon moskee. waarin sommige vruchten. . spijkeren . stuk of deel. strand. zich onthouden van. deftig. Memantek. bestuurder. als bijv. --voordoen. jets of iemand op den schoot nemen. . spijker . de sinaasappel.Pangkoe. ook fraai makers. glooiend. de billen. nagelen. -houden. Pantek. Pangoer. Berpantes. Memantekken. ook : mu. bodem. enz. vernagelon.).als heel beschaafd voordoen. eon vrouw beslapen. schoot .). zeestrand. Memantang. zacht hellend. oever. zich deftig houden. Memangkoe. to zijn. Berpantang. enz. enz. pen. den schijn aannemen van deftig enz. Pantas (of Pants). hoofd.skel. fondament. Pangsi. enz. . vijf . hot beheer over jets voeren. Pantja (Sk. enz. Paroet). ook de met dien rang bekleede geestelijken. Panoe... Memantes. wat als niet good verboden is. vlug . behoorlijk. Mantat of Memantat. (vulgair). (vergel. onderste deel. Panglima. -dragon. enz. zich netjes kleeden. verboden. derriere. . hot zeepaardje. den coitus uitoefenen. Pantai (ook Tepi). ook : handig. -houden. betamelijk. eon pen of spijker orgeris in slaan. . dieet houden. Pangsa. jets als schadeljjk verbieden .

penwortel. . met kracht in eon straal organs uitspuiten . op jets geplant. . stralen. puntdicht. hengel. arm. met kracht aanvatten.). zie : Laoek. hengelen. verarmen. pikken. Pantjoeran. -gestoken.. Pantjoeng (of Pantjong). walvisch. uitspreiden. Memaoet. Pantoen. -vastgeklemd. uithooren. waken. Memantoen. Paoek. Memantjar. -bevestigd. armoedig. doers spuiten. jets (bijv. zich aan jets vastklemmen. enz. enz. ook in fig. ook een sleep hebben. ellendig.wichelarij . M®mantjarken.. verarming. . enz.. PARA. kentering. punt. zinnen. Papa. Pantjing. Pantjak (of Pantjek). enz. -vastgezet. 195 Kapapaan. Panes (Ikan panes). Pantjaka. zin : uitvisschen. behoeftig. spuiten. verarmd. Mantjing of Memantjing. arm makers. met lets puntigs raken. straal. doers uitspuiten. . Pemaoet. ears vlaggestok op een huffs) op jets plaatsen. Pantjoer. de hoofdnerf van palmbladeren. slip. in armoedige omstandigheden verkeerend. de steel. Memantjak. water dat ult een goof of leiding enz. --naar zich toehalen. van zekere hoogte in eon straal neervalt. enz. jets good vasthouden. Paoet. de vijf PANT. straal van lets. met den hengel visschen. Pantjar. hack. Berpaoet. vischhaak . Mantjoer of Memantjoer. enz. Papah (Jay. aan lets vastzitten. zulk eon gedicht. spits. -naar zich toetrekken. enz. zingend opzeggen. brandstapel. enz. Pantjadria. waarin de winders uit alle hookers waaien. in een puntige slip eindigen. Pantja robs. enz. armoede. ellende. versa Berpantoen. zulk een gedicht. Pantjar (of Pandjer). enz. gedicht. uitspuiten. aan lets vastzittend. enz. dat vloeit . fontein. trekker (van eon geweer). Memapaken. Memantjoeng.

) . enz.). kapmes. Memarani. Papah tjatjoer. geeffend. remand afhalen. plat. hakmes. kroesharige inboorling van Nieuw-Guinea en omstreken. Memaramken. gebeurt. effenen. gelijk makers. Papoewa. vijfde .Papak. vlak . -plaatsen. de ministers. Para lima. effen. brad. om or jets op to drogen. doers plaats nemen. enz waarop geschreven moat worden . iemand doers afhalen. effen. zich orgens opstellen. geneeskrachtig smeersel . houwer waarmede koppen worden gesneld. eon kapmes. . vlak . Babel. Papah.tegemoet reizen . enz. eon verzachtend. de ledematen met parem besmeren. lets effenen. enz. enz. Para-para. van oneffenheden ontdoen.. horde. rak. schrijf bord. jets vlak makers. . enz. . enz. Memarang. enz. plank. Parang-kajau. een huffs met eon plat dak . -inhalers. de gezamenlijke ministers. Memapagken. stalling van latwerk. eon rijtuig) tegemoet zenden. enz. schaakbord . enz. ook hot brad. de oneffenheden van lets wegnemen. eon planken huffs. iemand of jets tegemoet gaan.. vlak makers. Papak (of Papag). --doers inhalers.. enz. enz. stationneeren. tegemoet gaan . Roemah papak. Para.. islet eon kapmes houwen. enz. Memarangken. iemand met zulk een smeersel insmeren. Mapag (Jay. bord. iemand tegemoet gaan. Mapagi. -ook plaats. iemand eon ander of jets (bijv. Paran. Roemah pagan. wat vlak en plat is. Param (of Parem). 196 PARA.koppensneller (Bandj. Mapanken. plat makers. dit woord diem ook om eon collectief meervoud to vormen . lel. gedeelte. Memaparken.vlak makers. near iemand of jets toe gaan. kappen. gelijk. deal. houwer. Para manteri. lets of iemand orgens plaatsen. waar jets ligt. deal. richting. Papah toelis. gelijk. tot hot toe- . Memapakken. Parang. hakken . droograk van latten. Mapan. Memapar of Mapar. vijfde deal. latwerk. Papar.

open huffs of loods. getij de. Memarit.. Masang of Memasang. gelijk maken.brengon van eon houw bezigen.die hunne opwachting bij den regent wenschen to maken. Paro (Jav. Memasang kartoe. do rog. gegraven kanaal. met eon drag ophalen. met eon kapmes. good toeluisteren. effen. Ajer pasang. ring.). in tweeen deelon. biding. enz. deelen. Maroeh of Memaroeh. op eon kaart inzetten. bamboo b~toeng. gelijk . iemand strikken spannon of zetten. gelaat. Memasang karate. Paroet (of Paroed. rasp. ook Paroeparoe. Berparit. hot jay. koppol. voor iemand inzetten. aangezicht.). voor regentswoningen wear zij. Pares. groef. bijzetten. Memaras. b egroefd. enz. . Memasangken. Pasang. Saparo. hot water west. gleuf. wachten tot zij geroepen worden . uitzetton. eon lamp opsteken. enz. inzetten. enz. enz. Memasang meriam. Pani (Ikan pan). o ok Paroedan). enz. effenen. aanspannon. Paring (Bandj.~ hear (zijn) gelaat is schoon . Pasang. -uitzettenstrikken zetten. de helft. whet is vloed. bamboo . Paring batoeng. Paroeh. Memaroet. hier moeten . poe. enz. aansteken. gedeeltelijk. Pring. . enz. gegleufd . eon kanon afschieten .). Mmasang koeping. houwen. half. Memasang djaPATA. mijngang. jets als inzet neerleggen. gedeelte. gelijk strijken. enz. Elok parasnja. de ooren spitsen. spannen. vlak. -aansteken. ook vloed. Pasar (Jay. dreggen. glad maken.). pikken. ook glad. pear. eon gedeelte. long. sloot. Memasang lam. onder elkander verdeelen (door twee personen). weerga. gracht. Paseban (Jay. Pant. aanmaken. markt. bek (van eon vogel). Paroe (of Peparoe). wet bij elkander behoort. raspen. afsteken. hot wassen van hot water. netten spannen. eon rijtuig inspannen . loopgraaf. helft. span. Maro. marktplaats (zie : Pekan). ook : drag.

gewone. soldeeren. gowis. iemand in hot blok sluiten. Patiman. Patar. Materi of Memateri.laag. vast. vaststellen. zanderig zijn. zandbank . titel van eon eersten minister of rijksbestierder. Patch. verglaasde garden of porseleinen pot met deksel. van binnen korrelig zijn (van hot vleesch van enkele vruchten. Mestiken. in rang volgende op den regent. Pateri. Pasir. Pasmen. groote vijl. passement. Patil.) . de hel. soldeersel. Goela pasir. -af knotten. stellig. Berpasir. slaaf. Dit woord diem ook om eon . -af breken. troop. Patek. bende. om er jets aan to hangen. ook Mesti).). of Memestiken. enz. zetmeel. ik. dienaar. pen. waschtobbe. kust. Pasoe (of Paso). Pasoek (of Pasoekan). de Spaansche pokken . enz. vast op jets rekenen. corps. hat fijnste deal van jets. met den stekel verwonden. de Salak). menigte. kustbewoner. breken (van harde lange voorwerpen). toeren. knot. bijv. tobbe. stekel (van eon visch. afgePATA. geknakt. Memasoeng. landen can de kust.). groote kom. --knakken. Patik. Mematil. Patekan.). Pasoeng. kuststreek. . strand. Pasisir. Patch majang. Patch (Jay.op Java titel van den inlandschen ambtenaar. enz. gebroken. eon toertje to paard of per rijtuig maken. (ook Pantek).gewest. wandelen. bloom. gekristalliseerde witte suiker.. de pokken hebben. Pasiar. waarin gevangenen worden gesloten. jets soldeeren. zand.verdieping. Pati (Jay. jets broken. Tanah pasisir.ook de administratief gestrafte inlandsche ambtenaren gedurende hun straftijd verblijven. kuieren. Pasts (of Pests. houten pen. blok.. door parsing enz. Orang pasisir. Pating. verkregen. enz. natuurlijk golvend (van haar). enz. essence. Mematahken. ook de onderwereld. Patala(Sk. zeker.

eon regaling voor jets maken. enz. passend. der Balsamineae. engagement. kleine bloedzuiger. enz. met den hak werken. schorpe snavel. aan to geven . Mematjoel. Mematjak. on jets regelen. zich voegzaam kleeden. zich netjes voordoen. eon verloofde hebben. Pating bertereak.). standbeeld. fam. Patjar. Patoet. ook bijten (van slangen). voegzaam. 197 pap van de bladeren van deze planten. verloven. behoorljjk. pikken (van vogels). enz. ook PEVA. Lythrarieae en Aurantiaceae. --passend maken. al s vennoot opnemen. voor elkander bestemmen. verloof den. benaming van planten behoorende tot de nat. Patoeng. Pagoet. enz. voor gezamenljjke rekening jets doen. Mematoengken. eon vennootschap sluiten. hak. de nagels met die pap roodverven. gillen. voor jets geschikt zijn. verloofd zijn. puntige bek (van vogels) . Patjoel (Jay. enz. enz. Mematjoeli.Pepatjangan. ook : verloving. ovoreenkomstig enz. ordenen. Patoek. beeld. verg. Mematjoelken. geschikt. jets in overeenstemming brengen met. algemeen en door elkander schreeuwen. aandeel in jets. Patjang (Patjangan) (Jay. . pop. die springend op zijn proof afgaat. iemand eon aandeel in jets geven. Patjak. ook bij jets passend.meervoudige handeling.). Mematoek. met don hak den grond bewerken . . den grond met den hak omwerken. geengageerden. Mematoetken. ook eon vaartuig op stapel zetten. Patjat (of Patjet).. Berpatoeng of Berpatoengan. -doen harmonieeren. samen handelen. jets aan hot spit braden. ---bewerken. waarvan vole vorschejdenheden bestaan. gepast. ook : deal. Berpatoet. als belegsel op de nagels om doze rood to verven. betamelijk. Mematjar... M matjangken. Patjar. de inlandsche hak voor de grondbewerking. wat voor elkander bestemd is.

zeer doen. bijten. . kar. een scherp woord. aanvatten. enz. zoutevisch. (Sk. platgedrukt. iemand jets laten vasthouden. Pedang bengkok.. hat bestuur voeren. Pegal (of Pegel).. Pedjoe.vechten. Memegangken. besturen.).).). Pedati. Memedangken. dat tot merkteeken of om or jets aan vast to leggen diem. gebruiken om een houw toe to brengen . wind. Pedar. Pedang. iemand jets in de hand geven. scram. steken. baloorig waken. wanneer men or j mover op giet). plat. waarnemen. voorteeken. rechte Babel. v 198 PEDA. zie ook Patoek. hat bestuur in handen . slaan. verstijfd. vasthouden.). met labels enz. enz. -gezegde. Pedah. Babel. Pegang. tegenhouden. kleine dolk (wapen der vrouwen). kromme Babel. besturen. baloorig. Memedang. Bermain pedang. ergeren. zwaard. stark van smack. Pedal (of Pedes). beteekenis van een droom.versieren. met een degen stooten . enz. scherp. vuur. prikkelend. onder zich hebben of houden. stark. ook wrevelig. ingezouten visch. stack. enz.. houwer. enz. afgemat. vervelen.. een Babel enz. raps. Turksche Babel. in de hand hebben. aanhouden. .opschikken. enz. paaltje. schermen. garstig. degen . Megalken. Peda (Ikan peda). Patok (Jay. (van een snijwond bijv. in of met de hand houden. Memegang parentah. mooi maken. zie: Beja. Makanan pedal. enz. Pawana. Memegang. enz. enz. vrachtkar. enz. degen . menschelijk (dierltjk) zaad. Patrem (Jay. heat. paal. met een Babel. enz. houden. heat. zaad. Pedih (of Perih). schrijnen. Perkataan pedal. Pedang loeroes. bijtend. Pebejan. moo. Pawaka (Sk. stark gepeperd eten. Pedal (ook Penjet).

enz. beul. Pelangki. enz. -. be ambten can eon moskee verbonden. natuur. Pegawai. erf. niet goad kunnen hooren. Memegat. Pelampang. gekreukt. -. bouwvallig. zie : Adjar. waar niets op groeit. bottel. enz. letten. stopflesch Pelesat. zie : Pega1. palankijn. Pekat (Bandj. karakter. ook gerimpeld.wegspringen. om er in feast to vieren. Pelebagai. plaats voor of achter eon mooning. Pekat. Pales. Megat. hot onderste boven rollen. Pelandoek. moat men houdt. rotting. dofklinkend v(van metalen). drijver. Pegangan.vallen. organs afwachten en den doorgang be. de ballen. flesch. speelgoed. Pegawai masd jid. Pejot. Pekasem. Pelampoeng. defect. Pe1er. ook : niet good hoorbaar. enz. Pelangi. de specht. Pekoeng. kanker.hebben . ook eon palankij nvormige draagstoel. Pelataran. -weggestooten worden. enz. inborst. Terpelanting. iemand den wag afsnijden. zie : Bekatoel. Pehak. . card. scherprechter. tijdelijke loods. Pelebaja (of Pelembaja). lijmig. landsdienaar. zie : Adjar. boei. tosticuli. oud. Pege1. stamelen (zooals kleine kinderen). met eon vaart wegvliegen. gedeeltelijk gebroken. eon snort dwerghert. beheert. Pogo (ook Pelo). een snort gestreepte zijden stof. (bijv. beambte. hot onderste boven. Peladjaran. Pelanting. dik. Pekerti. ook gereedschap. zie : Bekasem. Jobber. Pegat. Pekah. ambtenaar. bestuurt. half omgevallen. onduidelijk spreken. Pelatoek. brijig.). zie : Fihak. Peladjar. allerlei. Melesat. Pekatoel. Pegawai main. stark. V V PELF. speeltuig. u . natuurlijke geaardheid.

houden. Terpelesat. hot mannelijk schaamdeel. hot evenwicht verliezen. om iemand gedwee. behooding. enz. lmpotentie. gevlekt. jets onderhouden.. Pelipis. Kajoe pelet. die zich op jets afzet . opkweeking. verzorgen. zoom. Terpelesat. Mehntir. Pemeliharaan. dien men met den voet wegschopt) . en toovermiddel. in de armen knellen. impotent . lamp. . ook : iemand door toovermiddelen tot zich laten komen. verzwikt. Memelihara en Memeliharaken. enz. vlek.). bewaken. opvoeden. draaien. schuifzoom. Palo. omv PEND. in elkander draaien. wringen. Deleting. lijm. zweet. Peloek (of Pelok). een bal.). onderhoud. de penis. de slaap van hot hoofd. ook : kleefmiddel. nachtlamp. uitgegleden. enz. vogels. -gekneld houden. glijden. Pelet. to maken . enz. Berpeloeh. 199 arming . bewaren . de lever. bewaring. aangedaan. opkweeken. onvermogen. gedraaid. verzorging. treurig gestemd. gevlamd hout . enz.).zelfkant (aan eon kleed. zie : Pogo. fokkerij.enz.aan zij n wil onderwerpen. Peleset. enz. gewrongen. Pelita (Jay. Pelmtir. gevlekt. met de armen omvatten. Terpeletj oak. Peloepoeh (Jay. Pelihara (ook Piara). ook rand. door middel van lijnl vangen.). afglijden. Peloeh. inlandsche lamp met pit. omarmen. bewaring.). verstuikt. kweeken. Peloe. Memelet. bewogen. omhelzen. Pelipit. platgeslagen . Peletjoek.PELF. enz. Pe1ih. zorg. bamboezen kokertjo. verzorging. Peloeh (Jay. opvoeding. Memeloek. weggeslingerd. omhelzing. Pe1i (Jay. behoeden. zweeten. uitglijden. enz. onderhouden. Meleset. . houden. m eegaand enz. verdikte wazem of damp. Sakit ~peloeh. vogellijm.

niet lang. hoerehok.).bamboo voor bewandingen. verkorten. niet hoog. Pendjoenan. Peloeroe api(zie ook : Perijoek). zie : Belok. -verbergen. gehoor. bom. zie : Pandapa. hot eerste kind. schrijfpen. kartets . zie verder Dengar. iemand die voor een ander borg staat. good spreekt. Pendek. de eerstgeborene. bong. metalen omhulsel of overtrek van een Keris-scheede. de voorste. kwalijkriekend. zie : Panawar. in de gevangenis stoppen. kerker. ook: Memend jaraken. bekorten. Penawar. werpspies. Pemidangan. pen. Pengadjaran. bruidsbed. kogel. in den grond begraven. gevangenis . kerkeren. ongeoorloofd.. meester. leer. Memendem. Pembelokan. onder verbod liggend. Memend j ara. onder den grond stoppen. Pendjara. bespoedigen. Pembawa zie : Bawa. Pe1oeroe best lantai. onderwijzer. Pemali (Soend.).). kort. dikwijls ook geheel uit metalen platen bestaande. Pendahan of Pendawan. Penengeran. kort maken. verboden. van rijst. granaat. borduurraam. Pendem. (Jay. zie : Akoe. . Pending. huffs voor publieke vrouwen. Pengakoe. v 200 PEND. enz. vloeren enz. Pendok (Jay. bruidsvertrek. Pendapa. hot geleerde. gevangen zetten. leeraar. Pe1oeroe bolang-baling.). bewaarplaats.kettingkogel. bordeel. zie : Ad jar. wat als ongeoorloofd en onheilaanbrengend verboden is. Pemad jangan (Jay. Memendekken. Pengadjar.duf . muf-. Pendaringan. Tall pending buikband.). Peloeroe (of Pelor). metalen plaat aan een buikgordel . bekrompen (van verstand) . gordelband. zie : Adjar. (of Padjangan). Pena. Pembarep (Jay. onderwijs. Pengak.

Pengempang (of Empang). . Bantal peniti.). kwaal. Pontes (Jay. zie : Sakit. Mementang. aan de beide einden strak trekken. zeeschildpad. gelukkig. duizelig zijn. de punt der borst. speldekussen. Pengki (of Poengki). ziekte. bruidegom. bent. Penjakit. gevuld. weggeslingerd. enz. ook volmaken. een ruimte geheel ~bezetten. platgedrukt. gevuld doen zijn. juist van pas. gespannen. Pentang. enz. ook : borstspeld. Memenoehi. ook Penjet (Bat. duizelig. Penjek. Bedil penganten. Pental. ook tik met den tegen den duim aangedrukten en plotseling vooruitgeschoven vinger . bintbalk. jets vullen. bruid. Memenoehken. Penjoe. ook snibbig. zie : Pengoeloe. vischkom. preutsch. Pentil kembang. Pengaroe. Pengeret. ongesteldheid. enz... zie : Pangoeloe. bloemknop . tepel. wegslingeren . een geweer met dubbelen loop. punt. good kunnen praten. enz. Pentil soesoe of Pentil tetek. Pengoeloe.Penganten. jets aanvullen. tijdig. Terpental. wat gespannen is. knop. vuilnismandje. in menigte organs vereenigd . vischvijver. bijvullen. met een smak op een afstand neergegooid. klein plat mandje tar verwijdering van afval en ander vuil. Pentil. P nosh. speld. Memental. Penghoeloe. spannen. Peniti. vruchtknop. hot goad treffen. Penoodjoe. bij elkander hoorend. . geplet. vijver. vol. jets breed en strak openleggen (bijv. ook : paar. enz. vruchtkn op . Pening. welbespraakt. enz. stalmandje. PE PA. bloemknop. slingeren. door een geheimzinnige macht beschermd.). niet op hot mondje gevallen. Pentil boewah. haarspeld enz. terwijl. bruidspaar. door een duizeling overvallen worden. van eon huid die nog nat is on gedroogd nioet worden). vullen. tegelijkertijd. ook : toevallig. een ljcht gevoel in hot hoofd. bits. .

nat. knippen. Pepaja. Mementilken. (00k: Pepesan). Me.). jets als knuppel gebruiken om to slaan. Carica papaya. een slingerplant. of door over jets heen to schuren schoonmaken (zooals de honden bijv. jets waarmede men de derriere na de outlasting afveegt. knots . van de rechte richting afwljken. de derriere na de outlasting met jets afvegen. doen) . Pepak (Jav. mentoeng. visch of vleesch aldus toebereiden. zie : Pills (Jay. snort krijgsdans. visch of vleesch in een blad gewikkeld en zoo gaar geroosterd. Mementoengken. waarbij de dansers met lange stokken en andere wapens gewapend zijn. nat. Pentjing. de baarmoeder. gezonde vruchten. knellen. geheel en al. Peper. fam.ook : knikkeren. P®poedjoe. Pentjalang (Peraoe pent] alang).).voltallig. kieschkeurig.ook : afdrijven (van een vaartuig).volledig (zijn). Meper. der Cucurbitaceae. lets tegen jets anders aan knikkeren. dien daps uitvoeren. middelmatige boom met lekkere. Pope (of Pepek). der Papayaceae. een groot handelsvaartuig. Pepilis. knuppelen . met een knuppel of knots slaan. ook eon kruisboot. L. eon snoeperij of gerecht van diverse groenten. hot vrouwelijk schaamdeel (vulgair). Pentoeng. eon Maleische daps. knijpen. enz. fam.). Momordica charantia. Pentjak (of Pentja). L. (Jay. met den vinger op de vorenbedoelde wiize tikken. . knellen. Pentjok. Mementjet. Peper. jets of iemand tegen jets aandrukken. Meper. Pentjong. knuppel. v PEPA. alles bij elkander. scheef. M mentjak of Mentjak.Mementil. Pentjet. schuin . waarvan de vruchten veel worden gegeten. Pepare. Mentjong. scheef staan. overdreven nauwgezet. enz. ook : hot dwars afdrijven van een vaartuig.

Perbehasa. Peranakan. ook slagveld. stroef. Kapal perang. Perapati. uitwringen . enz. spreekwijze.Pepoeroes. vrouw. . Perampoean. ook. krijgskunde : Alat. tooneel van den oorlog. werktuig. jnlandsch vaartuig. oorlog. hoer. spreekwoord. vechten. Peranti. Peras (of Pores). eon natte kafn uitwringen. moeilijk gaand. maagdom. Perabot roemah. Mores. wijfje van eon dies . kruisweg. v PERG. uitpersen. in de moor). prauw. zilveren. hot melksap nit hot geraspte vleesch eener kokosnoot person. etc. P®rapatan. gereedschap. Mores kelapa. Perabot. verguldsel. Ilmoe perang. Perang. doodtij. Perabot dapoer. eon compleet stel van jets (bij v. Perawan. keukengereedschap. slag leveren. voorbeeld. publieke vrouw.of Perkakas peperangan. zilver in dunne bladen. 201 -van den strijd. nauw (van eon schroef bijv. oorlogsschip . Perampoean djahat. Prang sabil. huisraad. kleederen. zie : Anak. Aj er perbana. veldslag. Perada. strijden. ploeggereedschap. zie ook : Poeroes. viersprong. oorlog. Perangkat (ook Peranggo). klatergoud. bladgoud. gelijkenis. Peranti meloekoe. gereedschap. oorlog voeren. Mores soesoe. bladzilver: verguld. enz. hot punt waar twee wegen elkander snijden. ook wrang. duff. Berperang.). wat benoodigd is of wordt. P®rat (of Pert). melken. toestel. de blaas. gevech t. huisduif. oorlogstuig. meubilair . slag . Perahoe (00k: Prahoe of Peraoe). Peperangan. zilver. de heilige oorlog. vrouwelijk. Perbana (of Peraani). Mores kafn basah. (of Perpati ook : Derpati on Merpati). Perak. (ook : Paribasa). hot noodige voor hot ploegen. om to gebruiken . maagd (ook Anak dara). wat men noodig heeft.

regelen. Memeriksa. omstandigheden. staat. Pergi. Perth. zie : Pedih. enz. naar jets onderzoek. toestand. Perhinggaan.. Periksa. jets bevelen. Perideran. bevel. heengaan. enz. jets onderzoeken. Peri joek. eon verordening uitvaardigen. lastgeven. spreken. een onderzoek instellen . heen en wader gaan. gesteldheid. zie : Peras. manier.gegravenput. zie : Prat. bestuur. bevelen. keuvelen over jets. Perijoek apt. Peringgi. . Frank. Memerentahken.). aanvraag . navraag doen. zie : Hingga. Memeriksai. . Memeriken of Memperiken. zich vervoeV 202 FERG. enz. Peri. beleefde uitdrukking voor: ik west hat niet. hat gebeurde sans. gebod. put. . gebeuren. enz. verordening. bron:wel. weggaan. gaan. dikbuikige aarden of metalen kookpot . omwenteling. voorschrift. Pemeriksaan. wijze. zie : Hamba. trant. Pemerentah. Pert. Perijaji. Berpergian. gebeurtenis. urnvormige. ook : Peperiksaan. Peristiwa. enz. Koerang periksa. regelaar. zie : Fadloeli (Ar. verguld. Merentah. bestuurder. Pergt-datang. ambtenaar. gen tot. Peri. Sakali peristiwa. hier en daar heengaan. born. hot bestuur over jets voeren. nimf. uitgaan. onderzoek. enz. last. regeering. . granaat. Pent (of Emprit). Perentah. Pemerentahan. besturen.. eene kleine . Perigi. bestuursmaatregel. inlandsch landsdienaar. Pergol. onderzoeken. eigenschap . Berperi. enz. Perhambaan. Zie : Idar. de gesteldheid saner zaak. enz. . rondwenteling. in 't algemeen Europeaan. be v elgever . enz. Peri hal. last tot jets geven. enz. zich begeven naar. jets tot hot onderwerp van een gesprek maken. uitloopen. onderzoek.P®rdoeli. Pores. heen en wader trekken.

Perkakas perang. Pernah (Jay. edelgesteente. langzaam doen gaan. bedaard. immer. Permadani. tapijtwerk. Perkakas toekang ka joe. met geduld. benoodigdheden . kloek. enz. Kaperloean. een groote. oorlogstuig.). Perloe. noodig. dapper . in den graad.snort rijstvogel. nog nooit. verhouding. lets noodzakelijk achten.. een dapper man. noodzakelijk. in een zaak gewikkeld zijn . zich voor jets beij veren. een voornaam punt (van behandeling).. hat noodzakelijke. Zie verder : Pardloe. Peritoengan. Memperlahanken.. vorstin.langzaam aan. huisraad. Permaisoeri (Sk. tapijt. Perkakas (ook Pekakas of Bekakas en Perabot). Permata. eon plaats aanwijzen. iemand eene zaak aandoen. graad . juweel. enz. hoog noodig. onderwerp.). nooit. Merioeken of Memerloeken. een zaak. enz. een om zijn dapperheid beroemd man. Belom pernah. niet to vlug. . Perlak. blufferig. enz. omstandigheld.. ook Pelan-pelan. Mempernahken. ooit. enz. zich jets als noodzakelijk ten plicht maken. geding hebben.gereedschap. enz. verlakt. Perkara. koket. nimmer (ook : Tiada pernah) . moedig. torteld uif. . iemand of jets plaatsen. Berperkera. geval. de verhouding staan van neef of nicht to zijn (van iemand.). Memperkara of Memerkara. niet voorbarig. Perkara besar. enz. belangrijke zaak. zacht. in eene zaak wikkelen. enz.langzaam. zachtjes aan. ook plaats. Orang perkasa. bedaard. Perlente (Bat. Pernah kaponakan. --moeite geven. Perkakas roemah. zie : Itoeng. iemand voor hat gerecht dagen. Perlahan of Perlahan-lahan. tortel. die nom of tame genoemd wordt) . enz. werktuig. nufng. . zaak. enz. FERN. Perkoetoet. punt. hat noodig. van jets eene zaak maken. enz. verplicht. timmermansgereedschap . enz. Perkasa.

voor gezamenlijke rekening lets doen. fam. en percent. ontbieden. precept. koliek in den bulk. voor niets. cadeau. Medj a pesagi. zie : Oleh. opdragen. Bersero). Peroengoes. om to beginners. ook : bestellen.iets aan iemand toevertrouwen. onderbuik. licht geraakt. groote boom. zie : Oepama. . Peroepamaan. Pesan of Pesen. Pertama. vertrouwd. 203 geven. ontbieden. als laatste wil to kennen y PETE. to vergeefs. die de bekende Getahpertja. vertrouwd zijn of worden. Peroesahaan. enz.. der Sapotaceae. Ps~rsen. Perolehan. ten eerste. wat een stervende als zijn laatste wil to kennen geeft. ten honderd. ingewanden. pat.Mertjajaken. aanbeveling. Peroenggoe. geloof. Isonandra gutta. nutteloos. Pertja. geschenk. ook : bestellen. Berpesan. aanbevelen. een vierkante tafel. bulk. vergeefs. eerste. Peroet. Hassk. klokkenmetaal.Perniagaan. Persero (beter. enz. een vennootschap aangaan. vertrouwen . levert. Memesan. geloof. vierkant . gelasten. Pesagi. iemand lets aanbevelen. zie : Niaga. driftig van aard. Berdoedoek peroet. rentecijfer. een kruidje-roar-me-niet. ra aan een mast. ook : vennoot. enz. . vertrouwen. buikpijn. vertrouweling. Pertjaja. gelooven. ook ingewanden. titel van sommi ge Maleische hoofden. vertrouwen. Kapertjajaan. deelgenoot. opvliegend.jets tar harte .. V PERO. enz. boodschap. Memesani. Peroewan. Persil. enz. opdracht. gratis. in de eerste plaats. zwanger ztjn. enz. enz. de (hat) eerste. Pertjoema. aandeelhouder. om niets.. Isi peroet. zie : Oesaha. Sakit peroet. perceel. last. ook Perseroan. Perwatin. messing.

duister. Pesek. Berpesok. enz. ketting. Petak. door dijkjes enz. enz. een holte of deuk in jets (bijv. zeker. enz. Peti oewang. kaart. Pesanggerahan (Jay. fam. tokkelen op eon snaar. vuurwerk. Pesok (of Pesok). afplukken. tuinbed. zeestrand. of beelden. duisternis. . medegeven. jets schilderen. de bekende sterkriekende vruchten of boonen.. Pesing. enz. ingedeukt. vunzig. schilderij. iemand een opdracht. koffer. strand. hooge boom.in kaart brengen. krijgertj e spelen. stelaig. avond. koord. Pesisir. bal. der Mjmoseae. plukken. afgesloten stuk van een bouwveld. ie is plukken. lets laten komen. kist.. Memesanken. Petarangan. Parkia afrjcana. afgeschoten gedeelte in hat ruim van een vaartuig. partij. -. halve dust of halve cent. enz. ongetwijfeld. plat (van den neus). Petasan (of Merton). vol deuken of gaten. jets in teekening. streng. ook : jets bestellen. ook ontleenen can. voor kippers. Pets. Petik. enz. naar urine stin kend. Memetaken. met v 204 PETE. ook : de achternamiddag tegen hat dalen der zon. kust. enz. Petang. logeergebouw. machine. werktuig. jets of beelden. tijdelijk logjes. bestelling. pislucht. teekening. gewis. Pests. Pete. enz.portret. dissel. feast. donkey.drukken. Petak (Bermain petak). pat. Petel. Pesawat. nest. of beelding. voor reizende ambtenaren. Memeta. logies. geldkist. yak.ontbieden. Memetik. in een koperen pan). die veel bij de rijst gegeten wordt. ingedeukt. Pete. stoommachine. L. enz. pleisterplaats. enz. Pests. jets teekenen.). Peser. . voetzoekers. ook : voor iemand lets bestellen. teekenen. drijfriem. bed. klappers.

Petjat. Memetjatken. Petjoet. met de zweep of karwats slaan.of broken. Soesoe petjah. op jets treden. blijk (van overeenstemming. Petjah belch. Zie: Toewah. enz. hoofd van eon post. afzetten. gebroken. waar al hot waschwater enz. eon toespijs bj} de rijst.). dat als teeken.factoor. wordt gezonden en teruggebracht moot worden. gebarsten. ratelende donderslag. ontslagen. masseeren. Petor (Port. Pidjak. Barang petjah belch breekbare waar. enz. gezaghebber. Petjel. enz. kakelen. Petoeroes (Pout. Petis. jets. kapot. stuk maken. . enz. met de zweep klappen. enz. Memetjah. (van eon hen). dobbelhuis. de vuilnishoek achter de keuken of hot badhuis. dicht aaneengesloten. Petjahan. Petjah. karwats.) . inslaande bliksem. vertreden.. ook de kam. enz. ook breuk (in de rekenkunde). M mid jet. Pidit. zweepen. Zie : Pesok.. --verbreken. pool.). ontslaan. Memetjahken. stuk. zweep. op bijzondere wijze toebereide kip of visch. doorbreken. onderpand.handelsbeambte. lei (van eon haan). enz. opengebroken. in wordt gegoten of geworpen. met de vingers of voile hand drukken en kneden. ult zijne betrekking afgezet. modderpoel. op jets loopen. uit eon ambt ontzetten. teeken.of vleesch-extract op inlandsche wijze bereid. Zie: Top. pen.bovennatuurl jkemacht door ascese verkregen. -ontzet. gedeukt. jets broken. Memetjoet. bedorven. onderwerping. panel enz. in stukken en brokken. enz. Petok. op jets trap. (van eon puist. . gedrang.).Patir. petok. Petopan. panel. Peal. . Memidjak. speelhuis.). Petong. Petjok. Petoewah. Pidjet (ook Pid j it). Berpetok of BerpetokPILI. . Petjomberan (Bat. wat gebroken is. visch. geschifte melk.

verkouden. Memindahken. vrijerij. uitkiezen.)..). visch. Pijala. bokaal. op eene andere plaats zetten. Memikoel. zie : Fikir. Pikoelan. Pikoel. vogels vangen door middel van eon lokvogel (Bandj. of vleesch met eon waterige pikante sans toebereid.). verhuizen. Memimpin. Pilih. geneeskrachtigof verzachtend smeersel op hot voorhoofd. Pihak. PILO. door eene jonge maagd to vel zoeken voor hem eon betelpruim klaar to maken). Meminang. bij de hand leiden. eon meisje ten huwelijk vragen. (Ar. ook in eon andere taal overzetten. iemand leiden. Memikat. verdraaid. drinkbeker. kip of vleesch . windstilte. de betelpalm. ook (van dieren). Pindang ketjap. Piker. Piloewang. enz. Pekat. zich verplaai son. aanzoek doen om de hand van eon meisje. nat. zie : Fihak (Ar. Ptjagem (Jay. gevrij (van eon jongeling bijv. Pindang. ook : Indisch gewicht van 125 Amst. Pilihan. Pijoet of (Pejot). scheef. jets over den schouder dragon.). Pinang. Berpindah. ook eon kieschkeurige. kelk. Memilih. van plaats veranderen. visch. droes. lam. stilts. eene keuze doen. eon sausgerecht bij de rijst. keus. wee kiest. aanzoek. alleen op de wereld. draagvracht voor eon man. ~kooi met eon lokvogel or in. waarbij sofa wordt gebruikt. enz. verkouden zijn. Pi1eg. ook : rotting (vergel.Pidjetan. ouderloos. draagstok. kiezen. der Palmas. Pinang. Areca catechu. L. belasting. ponden of 100 Katies. beker. Pikat. uitzoeken. eon dito gerecht. besluit van aanstelling. Pemilih. Pijatoe. Pills. de droes hebben. Pindah. Memindang. welks rijpe noten bij hot sirih-kauwen gebruikt worden. keuze. kip. verwrongen. overbrengen. drinkglas. verplaatsen. zonder familiebetrekkingen.). zje : Lansat (of Langsip). . Pimpin. wat gekozen wordt.

herhaaldelijk vragen. Soerat permintaan. bij de hand. ook groote kom. boord van eon vaartuig. bedelen . enz. bezwij ming. Pinggir mod j a. smeeken. enz. verzoek. Memingit. Pinggir laoet. Minggir of Meminggir op ztj gaan. schotel. Pingit (Jay. geleerd. in flauwte. van PIPA. 205 eon huwbaar meisje. mank . rand. Memintal. getwoernd. middenlijf. Pintal. bangs den kant gaan . gesponnen. --plaatsen. Bisa). zoom. vraag. bode. Memintal. Pinggang. Memindjamken. hot geleende. in elkander draaion. in loon geven. kant. rand eener tafel. Mints of Meminta. tafelbord. Permintaan.knap. bord. zie : Pinter. om jots vragen. (ook Tjeredik. bangs den kant doen gaan. slim zijn. Pingsan.aldus toebereiden. gordel. . Memintasi. bezwijmen. flauwte. samengedraaid . aan den kant van jets zetten. getwijnd. verzoek. voor iemand jets vragen . verzoeken. de nieren . Meminggirken. Memintaf. op zijde zetten. bode. enz. geleend. verzoekschrift. bedroven. enz. buikband. buikriem. iemand opgesloten. slim. aan iemand leenen. middel. in huffs houden. rek est. Pindjam (of Pindjem). Ikat pinggang. enz. Pinggir kali. flauw vallen. buiten kennis zijn. Pinggir. iemand den pas afsnijden. . enz. Pinggir perahoe. Pintar. Boewah pinggang. boord. spinrokken. Memindjam. bekwaam. machine daartoe. de lendenen. zoekust. spinnewiel. (bijv. dat in huffs moot blijven en niet vrij uit mag gaan) . enz. to loon. Pinter. opgesloten.. in elkander godraaid. Pemintal. enz. . van iemand jets vragen. kust. bezwij md. Pinggan (Jay. kreupel. Mints-mints. rivioruever. never. strand. spinnon.). vraag. slues. mank. enz. Memintaken. bidden. -in been vragen.). den korsten weg nemen . den weg snijdon door eon rechte lljn to nemen. Pints ang. van iemand leenen . Pints. tweernen. Pintal. geslepen zijn.

enz. oliepers. Memipit. ook : Piso raoet. Pisang ambon. ook Tjatjing pits. Pipih. Pioet.). afzonderen. P1. dessertme . Pipi. eon paard met zulk eon vlek. Pipit. uitgang. enz. enz. of --rad jasereh. Pisang kepok. klein krom mes . Tjatjing pits. enz. der Musaceae. Pipisan. olio uit kokosnopen. Pisopenna. kleinkind van eon kleinkind. gewoon tafelbord. enz. Piring dalem. Piso. Memipis. lint. scheermes. Pipis (Jav. Pipitan. Pitak. pup. bord. van elkander scheiden. paardebrems . 206 PIPI. Pista. Pisah. Piso medja. Pisang mss. zich afscheiden. verborgen dour. zie : Fitnah (Ar. tafelmes.loopen. enz. witte vlek aan bet voorhoofd van paarden. pennemes : Piso pen joekoer. ingang. tabakspijp. ook blad. lintworm. eon diep bord. waarvan de voornaamste soorten zjjn Pisang radja. Piso penjoenat. Piskal. tiles. koord. behoorende tot de Nat. enz. lintworm. opening waar jets door heen kan gaan. afzonderen. Pintos depan. blinds. voorpoort. Pioetang. . Piso boewah-boewah. vensterblad. op eon steep fin Wrijven. gewoon vlak bord. ook vat. enz.). sluis. Pits. Pitena. Pisang. achterdeur. plat. Pisang rad j aseri. achterdeur. dour. inschuld. Zie : Oneng. zie : Oetang. zich afzonderen. officier van justitie. ook horzel. fiskaal. Pintos belakang. . mesje voor de besnijdenis. katjang. (zie ook : Pinggan). band. deurblad. voordeur. Memisahken. Pips. Piring tjeper. scheiden. ook : scheiden. soepbord . Wang.. wrijfsteen met rol. Pintos. schoteltje. okshoofd. sang soesoe. Pintos aj er. kreupel zijn. Pintos maling. Memisah. mes. poort. zie : Pests. de banaan. person. schuldvordering. Piso belati. fam. Koeda pitak. Tjatjing pipih. Piring.

loftuitingen. slag. beoorlogen. enz. slot van eon goweer. van goud). Poedja (of Poed jaan). Memoed jiken. opnieuw. ook. . kloppen. Pitjak (Jay. Poedak. Pitjis. enz.. werktuig waarmede geslagen wordt. loven. der Pandaneae. Po (of To-po). enz. tot de barm- . ook ophemelen. zegen. bout (van eon geslacht dier). den goden eon offer brengen. vorg. ook geheel blind. teruggaan. kleine count. ranselen. Pandanus moschatus POEL. zie : Fitrah (Ar. Memoekal. klop geven. Memoekat. fam. naar huffs gaan. deegachtig.). Poekang. Poekat. Poelang. vrouwelijk schaamdeel. wederom. wederkeeren tot. enz. klomp (bijv. Pemoekoel.visschen.Pitera. wervolwind. enz. terugkeeren tot. aan den oog blind. ronddraaien. Poekal. Poesing. pat. enz. (of Pitjek). enz. . insgeltjks. . tot eon klomp versmelten. Poedji-poedjian. slann. eon pandan-snort met stork geurendo bloemen. Poejoe. . bovendien. eon Chinoesch dobbelspel. warrelen. enz. enz. windhoos. Poelan (of Poelen).of sleepnet. Poela. loftuiting: Memoed ji. terugbezorgen. ook vorslaan. met zulk eon net visch vangen. weder worden als in eon vorig tijdperk. Poeki.). offer aan de goden. Poejeng(Jav. min of moor kleverig of slijmerig. ook de persoon die slant. lof. iomand jets toewenschen. eon snort van kwartel. e!astisch (van gaargekookte rijst). Poejoeh gonggong of -gonggong.. Poelang ka rahmat Allah. in de hoogte heffen.een draaierig gevoel in hot hoofd hebben. terug. bestormen. Pitjoe. Memoelangken. hoofdpijn hebben. count. Angin poejoe. kut.duizelig. Poedji. groot trek. vleitaal. Poekoel. de Indische patrijs. prijs. t oruggeven. weer. Memoekoel. tot eon klomp waken. prijzen.). offeren. Memoedja.. terugkeeren. vleien. terugzenden. Rmph. terugbrengen. dubbeltje. Poejoeh.

hartigheid Gods teruggaan. Berpoeloehpoeloeh. eon spiraal ran jets vormen. d. Alyxia stellata. tot piilen. Poelau (of Poelo). Poenggawa. Poelas. balletjes draaien.POEL. enz.zakje. schouder. grande. Poelih. Pemoeloet of Poeloetan. lijmstokje. bovenste deal van den rug. tien . jets glad wrijven. gekronkeld. Poeloeng. ook groote. Poelasan (of Kapoelasan).tasch. Nephelium lappaceum. in vasten slaap. hoofd.. Poendak. Poeloeh. schoon op. der Sapindaceae. klevenge zelfstandigheid .vast slapen. eon tiende deal. herstellen. beurs. getweernd. geldbeurs. Poeloet. legerhoofd. geheel wag. Memoehhken. kleefstof. eon schroefdraad in lets maken. niet moor to gebruiken. Memoelas. ook wringen. enz. R. tweernen. lets op den schouder hoog op den rug dragon. enz. enz. nat. MePOEN. inslapen. Poelasarl. ook : geschroefd (van den loop van eon geweer) . enz. vogels. met lijm enz. glad . bij tientallen. tiende . lets met lijm. hersteld. Memoeloeng. ook door hot bijgeioof verboden. Poelir. fam. fam. eiland. enz. in den vorigen staat terugbrengen. in elkander gedraaid. eon tiental. Memoeloet. schouderblad. geldtaschje. enz. Sapoeloeh. balletje . omdraaien. besmeren (om bijv. enz. Poelas. tiental . Poendi of Poendi-poendi. glad schaven.wier bast (altijd met venkel of adas) veal in geneesmiddelen wordt gebruikt. Poenah. L. tot den vorigen staat teruggekeerd (zijn) . op. gedraaid. eon geneeskrachtige slingerplant. waarvan de vruchten zeer gezocht zijn. omdraaien. eon ramboetansoort. der Apocyneae. pillen draaien. enz. vogels to vangen). sterven. slapen. 207 moendak.. i. vast in slaap. p11. nat. bevelhebber. vangen. . in elkander draaien. Memoelir. & S. lijm. gom. Saperpoeloeh.

waaier. Anak sepoepoe. .of zusterskind. Memoengoet. nemen. enz. aannemen. bezitting. zulk eon butt hebben. enz. brooders. niet scherp. Sepoepoe. eon spook in de gedaante eener schoone vrouw zonder schaamdeelen of hover met eon doorboring tar plaatse daarvan. eindje. in bezit hebben. Berpoenoek. Poepoek. enz. Poengoet. stompje.of stalmandje. derriere. Anak poengoet.). eon aangenomen. over 208 POEP. Memoentjak. kruin.hooggeplaatst staatsdienaar. Poenggoer. in eon punt eindigen. . ook iemands hoofd . bezit. van den grond oprapen. Poenggoeng. inzamelen. doode scam. hebben. nok van eon huffs . Poengki. bloedverwant in den eersten graad in de zijl inie. top. dikke opeenhooping van vleesch op hot schouderblad of in den nek . vandaar ook de naam Soendel oolong (ook bekend onder den naam Soendel malem). of op de fontanel . bot. tronk. bezitten. lets hebben. stomp. Poentoeng. Memoepoek. opnemen. Kapoenjaan. enz. adopteeren. Poentianak. vuilnis. pap of smeersel. op hot voorgedeelte van hot hoofd.. plukken. hangende of liggende waaier. eigenaar van lets zijn. eind van eon sigaar. enz. neef of nicht. spits uitloopen. gebl even stuk. geadopteerd kind. voile neef of nicht. Poentoel (ook Toempoel). Memoepoekken. uiteinde van jets. hot dikke achter. hoogste punt van jets Poentjak goenoeng. machine om wind of tocht to maken. Poepoe. Poentjak roemah. Poenja (of Ampoenja). Poenoek (Jay. lets tot zulk eon pap aanwenden. Poentjak. eigenaar zijn van. Poentoeng roko. enz. eon machinaal bewogen wordende waaier. zulk eon pap gebruiken . Poengka. plat. graad van bloedverwantschap in de zijlinie . butt. afnemen. eigendom. lets bezitten. Mempoenjai. ondiep. bergtop .of ondereind van lets. enz.

draaikolk . erfstuk. door draaiing ontstaan of gevormd. get of kuil. blanketsel. . middelpunt. Poernama. en waardoor de verbinding geschiedt.) ook de top. verg. Bedak. voorgeven. Poesat (ook Poesar). ook (vulgair) de penis. geblaas. gejaagd zijn. om eon as wentelen. wind. draaierig. Poepoes. enz. de kruin. Poeroes. Poepoer. enz. Barang poesaka. enz. Hak poesaka. oudtijds. geheel en al op. enz. do jongste bladeren (van andere planten). den schUn aannemen van.). erfstuk. navel. windhoos.met zulk eon pap beleggen of in hot algemeen lets nats of nattigs daarop leggen. enz. Adat poesaka. enz. jets haastig doen. nalatenschap. enz. verbruikt. spie of pen aan eon balk. ook : gejaagd. Moepoet. poeder (voor hot gelaat). gekheid maken. burcht. Poesing. hot hoofd compresses. enz. overgeerfde gewoonten en gebruiken. in vroeger tijd. enz. erfgoed. Poerba (Sk. erfgoederen . (van geld. past. uit gekheid. begin. Poer ba-kale. in de rondte of in eon spiraallijn ronddraaien . in overoude tijden. enz. vol . die in een opening in eon anderen balk enz. Angin poesar. duizelig. erfenis.of poeseran ajar. kolk. oorspronkelijk. voile mean. haastig. ronddraaien. Poera. enz. binnenstad. enz. familiestuk. overgeerfde gewoonten. hot uiterlijk van jets aannemen. de kruin van palmon. veinzen. POET. Boelan poernama. bijv. Poesar (of Poesar).. wet van ouder op kind overgaat. huichelen. smeersel. de spiraalvormige draaiing der harm op hot hoofd . vorstelijk verblijf. ook gekheid. wervelwind. binnenste deal van eon paleis. Poera. Memoesar. Poesaka. enz. goveinsd. Poesar kapala. Poera-poera. vroeger. . . . in . navel. eertijds. Poesar. erfrecht. oorsprong. Poepoet.

omdraaien. waarvan de zaden als Keloewak in vole spijzen gebruikt worden. gedraaid. afgeknot. enz. (ook Memoetoesi) . bloom. Poetoeng.Pokang. Poetjang. Poetar (of Poeter). planten. els. ook : om lets heen dentelen. der Pangiaceae. verzoekschrift. doen wentelen. draaiend. bleekt. Pokeng (00k: Toekoeng).Soerat permohonan. BermoMemoetih of Memoetihken. enz. Poestaka. enz. schrift. geeindigd.. Poetera (Sk. bl eeken. de stam van de Areca. -beslissen. POET. smeekpalm. of broken. teeder uiteinde van Poko. overgebleven eind. verzoeken. staarPoetjoek. enz. blank. teloos (van gevogelte). bout van eon geslacht dier. Poetoe. Poetera (Sk. stomp. Poeteran. . enz. Poetjat (of Poetjet). Poetoes njawa. wichelboek. opdraaien. opwinden.). grins of prinses. hooge boom. beeindigd. verzoek. vorstin. draaien in zij ne verklaringen. windas. Miq. Poewadai (of: Poewade). muizennissen. in tweeen (van touw. flets van kleur. afsnijden. Memoesingken. ook iemand duizelig maken. Poeteran kemoedi. punt. Memoetar. stuurrad. kruin. Poesoet. troop. zuiver. . holder. uiteinde. top. 209 Poetih. machine on1 lets to doen draaien. bode. lion.de rondte draaien. enz. enz. zijno woorden verdraaien. . afscheid nemen. ook allerlei beslommeringen. doen draaien. afmaken. ook : benaming van zeker meelgebak. honan. Poesing kapala. Rwdt. Poetjoeng. Poesaa. bezweringsformulier. duizeligheid. aanvraag . rekest. Memoetoesken. -®-p PONT.. vragen. pat. Permowit maken. enz. fam. ronddraaien. gebroken. den geest geven. prinses. den.). draaien. vorstelijk kind. enz. kleinkind (ook : Tjoetjoe). sterven. enz. . priem. ook : afgedaan. enz. jonge spruit.). . pat. ook uitvluchten to beat semen. witten. Poetoes. hoofdpijn bezorgen door hem to hinderen. wit. afgebroken. enz. Piperomia javanica. enz.. ronddraaien. gebroken. Pangium edule. Berpoetarbalik. ver. hoofdpijn. ook : eon zaak afdoen. bleek. haspel. enz. lancet.~rad. in de rondte draaien. enz. .

fam. Pongkol (of Pongkot). do vasten. Kain poling. pomp. verzadigen. glad. enz. gestreept good. politoeren. Pondok.enz. verzadigd. Polong. tevreden gesteld. oorsprong.. Kelapa poewan. enz. effen.boom (maar speciaal die hout levert). nu. polijsten. Pon (of Poen). afwisselend van kleur. in eon kokosnoot) maken. inzet.. smeekon. . Pongpong. genoeg hebben aan jets. olio daaruit verkregen. bidMALEISCH-HOLLANDSCH. peul. enz. Verg.logies.verzoek. Pills.Soend. . -overblijven. Polos.zitplaats voor bruid en bruidegom. Polpol. spuit. gestreept . Poewan. enz. Boelan poewasa. Pohon (of Poehoen). tijdelijk verblijf houden. bode. Pontang. ook : klisteer. enz. Memohon. enz.). enz. plant. grondwoord. Pohon kajoe. Mongpongi. peulvrucht. Poewas. peulen. ook : oorsprong. kwispeldoor. begin. der Piperaceae. enz. grondslag. eon snort pepermuntplant. strepen op lijnwaden. inleg. ter belegging van hot voorhoofd of de slapen. Poles. ergens logoeren. kapitaal. ook. pap van fijngemalen bladeren. hut. Poleng (Jav. Minjak poko.Bat. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. oorzaak.. jets of iemand tijdelijk ondor dak helpen.bijten. Memoewasken. doorboord. boom. zelfs. genoeg geven. boom. Polisi. Memondokken. enz. Pokok. plant. bevredigen. Memoles.Mongpong. Poewasa. . policie. ondereind van eon stam of stengel. eon kokosnoot met klonterig vleesch. ondereind of onderste deel van jets. de vastenmaand (Ramadlan of Ramadan). begin. iemand logeeren. Pohon (of Poehoen). eon gat in jets (bijv.tijdelijk verblijf. scam. de Mohammedaansche vasten . enz. Pompa. brandspuit. Mondok of Memondok. boontjes (ook: Katjang polong). grondslag. ook : klonterig. doorboron. tevreden stollen. voldaan zijn. hoofdzaak. Memongpong.

as. Vent. . Prabot.). enz. -. geregelde afstanden met zilver is beslagen. Praboe. voornamelijk gewapende politiesoldaten. eon kapmes waarvan de scheede op 14 210 POPO. Porok. fam. der Compositae.lens. Daon prasman. eerste minister. -platzak maken. Popok. iemand al zijn geld doen verliezen. Porak (Porak-parik). doorsnijden. fam. Potol. en Gendarussa vulgaris. enz. van lets of houden. milddadig. verminderen. kloek. Pradana manteri. verspeeld. ook voornaamste.. al zijn geld bij hot spel of door speculatie verliezen. kelen.. Franschman. enz. luier. inlandsch soldaat. enz. en Protol. vorst. Pradana. luur. . Popokan of Pokpokan. Prasman. doorgesneden. afgesneden. zie : Perabot. gevlekt. snijden.. Memotong. enz. lets van lets of trekken. wagonas. . vork. kolf (van eon geweer. die in de inlandsche geneeskunde veol worden gebruikt. eon snort spook. straatarm. ook aftrekken. verward door en uit elkander geslagen (van eon leger bijv. Poros (ook : Poeroes). moedig. soldaat. zie aldaar. Golok pontang. Memotongken. edelmoedig. voor iemand legs snijden. stuk. portwijn. afsnijden. Potol. Prameswari. slachten. afgesneden of afgenomen stuk of deel.Eupatorium aijapanna. Fransch. minister-president. geheel op. zie : Permaisoeri. heldhaftig. . Memotolken. gift. RADJ.straatarm maken. enz. Pradjoerit. verbruikt. ook Poetoeng. port. beido geneeskrachtige kruiden.regelmatig afwisselend gekleurd. kinderdoek. Popor. Prawira. slachten. geschenk. Port.afnemen.). dapper. enz. nat. Potong.platzak. enz. rijkskanselier. op. der Acanthaceae. eerste. Noess nat.

omgaand gerecht.. zich als eon vorst voordoen. ook in hot algemeen titel of benaniing voor inlanders van adellijke geboorte (op Java). . koning. Radon-Adipati. adellijke titol op Java. voorspellingen gedaan worden .. enz. betasting. enz. tonder. in rang hooger dan de Toemenggoeng's. voornaamste. Protol. Rabit. met de hand over lets heenstrijken. den schijn aannemen van eon vorst to zijn. Radjamoeda. enz. kaal.. ook: kroonprins. ingescheurd. Radja poetih. de kunst om uit de lijnen der hand iemands lot to voorspellen.huldigen. uit wier richting. omgaand rechter.). Rabi'(Ar. rechtbank. zonder haar of veder.). raad. eon weinig. Meradjal. kaal worden. wat --ook terug to geven door ons achtervoegsel: aehtig. vierschaar. enz. enz. . . Rabana.Priaji. Raba (Mol. most. Radja wall.). arend. meststof. afvallen (van de haren of vederen). de lijnen op de handpalmen. eon oorlel). iemand als vorst aanstellen. Meradja. ook als vorst heerschen. Raboek. ruien. Mrotoli. Heer(van God of tot God). iemand als vorst behandelen. Meradjaken. . kaal door hot uitvallen van de haren of vederen. Karad j aan. vorst. Mal. tamboerijn. Meraba. enz. tondel. betasten. Rada. Rad. vorstelijk.onderkoning. RADJ... syphilis. enz. streeling. op good geluk. chiromantie. enz. witte vloed. enz. enz. regeeren. Radja singe. gerecht . zwam.). koningschap. adelaar. koninklijk. Radja. bevoeling. ook : koninkrijk. --hoofd. zie : Perijaji (Jay. Rad sambang. enz. Raba. nitgescheurd (bijv. eenigszins. Ilmoe radjab. ook asch. R. de titel van de rijksbestuurders van Soerakarta en Djogjakarta. ook : vorstinr koningin. -erkennen. . . Radon (Jay. tasten. hot strijken met de hand over jets heen. Radjah. ook van regenten in de gouvernementslanden op Java. enz. chancre. gescheurd. enz. koninklijke waardigheid.

lets groot maken. Merajapi. breien. kakebeen. keelholte. gist in lets doen. genade. met gist mengen. haken. Raja. Ragoe. heerlijk. Ragi. mopperen. barmhartig. vieren. air. groote. grof en doorzichtig of a jour gevlochten mend. ijver. barmhartigheid. overal hoen kruipen. kruipen d insect. Hari raja. Radjoek. zich beijveren. geheim.). zie : Radja. Djalanraja.). ook drijfwiel. Menjimpan rahasia. vlijtig. ook bal van katoen of rotan voor hot Sepak-raga. Merajaken. manier. Toelang rahang. Meradjoet. naarstig. Ragang. mondholte . mededoogend. kruipen. vlijt. bekruipen. 211 Rahasia(Sk. -eerbiedigen. feostelijk herdonken. feestdag. werkzaamheid. enz. bon of korf. ook de baarmoeder. wijze. voorname weg. feestvieren. eon geheim bewaren. Rahmat (Ar. in verwarring. of vootbalspol. . aan zijn ontevredenheid lucht geven. enz. bankschroef. Meradjoek. RAKS.). mededoogen.). Ragam.witte mieren. grootsch. eon geheim openbaren. ijverig. verheffen. enz. Rahman (Ar. voornaam. zie : Regang. gist : Meragi. Memboeka rahasia. zie : Deradjat. monnik. enz. werkzaam (zijn) . Keradjinan. verward. knoopen.. Rahim (Ar. Ragoem. zakje of boursje van network. ontevreden zijn. arboidzaamheid. . schroef. Rahat.). eon groote dag. Roesia). geheimenis. Rajap (Jav. gril. Radjin.(ook:Rasia. kaak. groot. spinnowiel. grootmoedig. arpeidzaam. netten maken. tint.). Radjoet. genadig. Radjawali. Rahib (Ar. barmhartig. kuur. Rahang. enz.Radjasiuga. -schenden. pruilen. Meradjinken din. zie : Radja. Radjat. Raga. kleur. melodie. ook : wijze (in de muziek). network. beteutord. Merajap (als de witte mieren). op lets kruipen. --langzaam voortbewegon. ontferming. zich kruipend. -bekend maken. luim.

Roemah rakit. bemiddeld. vorstelijke vader. eon span paarden. jets parfumeeren. Min jak rak1 si. enz. . zijn plaats niet verlaten. Ramai. met odour enz. zijn lot voorspellen (ook : Memboeka ramal). enz. tot eon vlot samenbinden. huffs op eon vlot. vermengde olio. zie : Rame. gegoed zijn (van menschen). onderdaan. Rama-adji. Ram. genaamd. Me212 RAM. met de handen kneden. enz. enz Merakitken. geparfumeerd. Mengeram. Ramadlan. Ramas (of Rames). . --verbreiden (van planters). voorspelling van iemands lot door hot lezen en berekenen van allerlei teekens. Rakoes. op eon vlot zitten of varen. ook steeds thuis zitten. Ram (of Eram). yolk. tot hot maken van eon vlot aanwenden. gulzig. aan elkander binden. horoskoop. Raksasa (Sk. span .enz.). (verg. hard aanvatten (bijv. zie : Poewasa. Rakit. Rambat.). reus. (van kleino insecten). hat breed hebben. kneden. odour. drijvend huffs. Raksi. welrieken d maken. hot yolk. ook : wet aan elkander gebonden wordt. ook : krauwen. op alarm zitten. Membilang ramal. venster. enz. zich verspreiden. Rambak. broaden. daemon. Rajat (Ar. Meramas. parfum. raam. raksi. de 9e maand van hot Mohammedaansche jaar. welriekend . iemands horoskoop trekken. vader. Rama. in de breedte uitgebreid. vlot. door vaste berekeningen uit bestaande wichelboeken iemands toekomst voorspellen. Merambak. hat er good van nemen (van menschen). titan. wet bij elkander behoort. samenbinden. slingerend zich . -uitgespreid (van planten). de vastenmaand.ookBoelanPoewaea. welriekend gemaakte olio. vraatzuchtig. Anal-anal). Ramal. Koeda sarakit. van iemands gezicht). aan elkander vast maken. enz. -drukken. Merakit. kruipend.

Randa (of Djanda). Merampas. haar op hot lichaam. lustig. tenger. nustbank. behaard (zijn).uitbreidend. hoofdhaar. weduwe (zoowel bestorven ais onbestorven). dun van middel. Bl. der Urticaceae. schoon van~leest. Merampok. naar alle kanten uitbreiden. Kapala rampok. ook van insecten) . Rameh (of Rami). rooven. kaper. lustig. Merambat. doorgaans van aangepunte en gebrande bamboo (ook Borang). met geweld afnemen. -kapen . Eriodendrum anfractuosum. voetangels. enz. Rampok (of Rampog). Ramboetan. fam. mengsel van allerlei bloemen overgoten met welriekende olio. haar. enz. nat. Randjang (Soend. buitmaken. vroolijk maken.rooven. opvroolijken. ook wat geconfisqueerd is. zich verspreiden. Ramping. ontnemen. met zijn velen. ook vlechtwerk. DC. heester..vrooltjk. rooverhoofdman. in benden op roof uitgaan. Boehmeria nivea Gaud.). levendig. Bat. waarvan hot Rameh-vlas of Goni verkregen wordt. Rand jau (of Randjoe). ledikant.of slingerplant tegen jets op laten klimmen. Merameken. enz. enz. roover. RANG. ook volkrijk.wakker. Beramboet. Rame (of: Ram:ai). hang. nat. Boenga rampai. Rampas. Merambatken. verbeurd verklaren. met zijn velen. Rampasan. boom met lekkero vruchten. venlevendigen. enz. B®rame-ramean. Ramboet. Nephelium mutabile. der Sapindacea e. op jets of iemand aanvallen. buit. . enz. eon klim. manen. vrijbuiter. zich onder of met elkander amuseeren. Randoe (of Pohon kapoek). fam. roof.. . slag. druk. enz. staartharen. talrijk. rank. in talrijk gezelschap. Rampai (ook : Ramps). mengsel . Rampok of Perampok. tegen of langs jets opkruipen (van slingerplanten of planters met rankers. Rame-rams. . eon feast. in beslag nemen. met zijn velen. geanimeerd maken.

Meranggaken din. Rangkang. bijeenbinden.werkon. enz. . dubbel zijn. op handen en voeten loopen. twee of meer ambten tegelijk waarnemen.). . (ook : Merangkoep). Rangkak. voering. enz. samenbinden. wat samengebonden of sarnenvereenigd eon geheel uitmaakt . klein wachthuisje op hooge stijlen to midden der rijstvelden. getakt. Rangga. Rangket. den Sterculiaceae. zie : Rangkang. afrossen. samenvatten. Verg. zie : Rangkoem . ook afperking van een terrain door staketsel.nat. enz Rangke (of Rangkai). fam. . . ranselen. zich overwerken. Soend. die de Kapoek. afranselen. ambtstitel van ondorgchikte Javaansche hoofden in de Vorstenlanden. Merangkang. 213 . Rangkap (of Rangkap). alle vruehten plukken. bos. RANG. kruipen. -oogsten. stok. Merangkai. Rangkepan. ook aaneongesloten kvan wenkbrauwen). groote van stevige fatten gemaakte kooi (voor wilds dieren). met de beide handen of armen opnemen. Rangkoep. Rangkang (of Serangkeng).). (boomwol) levert. Rangga. Ranggah. -inzamelen. Roesa berangga of Mendjangan Rangga. hart met een gewei. enz. Meranggah. Merangga onvermoeid bezig zijn. Berangkep. Merangkep. Merangkoem. Merangket.: Rangkap. enz. paar. Rangga (Jay. samenvoegen. gewei . Rangkoem.krat. rietslagen geven. boom. Ranggon (Jay. enz. een kleine Goeboek op hooge stijlen en met verheven vloer. dubbel. met een karwats. verbinden. wat tot dubbele diem. hoeveelheid die men in eons nemen of opnemen kan . tros. onvermoeid . twee zaken tegelijk doen. een paar vormen. RANT.

enz. kaal worden. gekluisterd. portie. Perantean of Roemah perantean. aftoppen.. Ranting. Rants mas. zooveel als men in de aaneengesloten handen kan vatten . streak. kwartier voor kettinggangers. plas. zit. snoeien . ook kraal voor wilds dieren. slagersterm). horlogeketting . Meranting. enz. Rantjak. Rantjana. 214 RAGE. spichtig worden. hard huilen. Merantau. met de beide aaneen- . in de ketting sluiten.. Rangkang. Raoep. gaan. Rantoenan (Bat. mand of korf tot barging van eetwaren of keukengereedschap. snoeien. Meraoep. enz. hot geschrevene . weeklagen. Merantjanaken. Ranoe (of Danau). gouden keten . moor of rivier . Merantjakken. Rantang. Rantau. kettingganger . kluisteren. enz. Merangkang. eon bepaalde portie geven. takje zoilder bladeren. goed enz. kuststreek langs een zee. malienkolder . halsketting. Meraoeng. enz. Berante. Raoeng. Badjoe rants. Merangkoet. ook : or spichtig uitzien. ook spichtig . . Rants (of Rantai). rantsoen. enz. Meransoem. -opschrijven. de bladeren verliezen (van boomen of takken). schriftelijk opstel. eon boom enz. en : snoeien. enz. Merantjak. Rants orlodji. ketenen. toppen. Orang rants of Perantean.. iemand in drift attaqueeren. waterplas. kettingkwartier.Rangkoet zie : Angkoet . ketens dragen . iemands eigendom. lets schriftelijk opstellen. landstreek. twijgje. opvliegend. bij zijn eigen goed inpakken en medenemen (wetend of onwetend). op rantsoen stellen. -in schrift stellen. ketting. Ransoem. Meranteken. driftig. . aan eon ketting vastgelegd.collier. geketend. uitgestrekte kust. hot vleesch. dat aan de binnenzijde der ribbon tusschen dozen en de vetlaag om de Barmen enz. meer. op iemand aanvliegen.keten. langs de kust varen.

Liquidambar altingi a RAWA. enz. ook : raadsvergadering. ook eon smack hebben . Mengeratken. geljj- . Berarak of Belarak. der Hamamelideae.. ook : hot aangezicht wasschen. gelijk. dicht. nat. gevoelen. Rasa (ook : Ajar rasa). stevig binden . hooge boom met kleino vruchten. Piso raoet. Rapoeh. nat. brokkelig. gebruikt worden. Merasal gevoelen. fam. Rata. enz. geordend. eon bindsel starker car halen.). vliegende witte mier. enz. effen. enz. vermolmd. kwikzilver. gevoel. alles op zijn behoorlijke plaats. doen sluiten. Rasamala. vast. verteerd. Rapi (Bat. Merarak. Rat. enz. afgevallen kokosblad. over alles en allen gelijk gaan. fam. .Merapatken. jets proeven. Meratai. dicht maken. kruimig. Berasa. Perasaan.Allah. mooning. smack. Rasa. civetkat. enz. good bijeenvoegen. gewaarwording.gesloten handen jets opnemen of opscheppen. Rarak. glad. Bat daarvoor gebruikt wordt. met eon mes de scherpe kanten van jets wegnemen . enz. enz. mooning. good laten sluiten. enz. afgezant. enz. gezant. breekbaar. good gesloten. Mohammad rasoel .aaneengesloten. handelen. klein mes. opinie.). Mohammed (is) de gezant Gods. gerecht. jets ondervinden. DC. stevig. Mengerat. hot gevoel. rechtscollege. dicht aan elkander. Meraoet. jets doen gevoelen. broos. Merasaken. plat.) (of Laron). gelijk verdeeld. der Sapindaceae. afvallen en verstrooid liggen (van bladeren enz. . gevoelen. gelijkelijk. netj es. vlak.enz. Rasoel (Ar. hooge boom net good timmerhout. ondervinden. Rapat. Raoet. vast. die veel in de plaats van zeep voor hot wasschen van good. overal.) . Sapindus rarak. kruimelig. gevoelen. Bl. Rasia. Rasa. proeven . Raron (Jay. . Rarak (ook : Rerak of Rerek). zie : Rahasia. voelen. de smack.

. omvervallen. gelijk maken. in de lengte uitgestrekt liggen. jets in orde houden. onderhouden. wat fijngesneden. edelgesteente. juweel. bij honderden. Meratjoen ook Meratjoeni. enz. Reba. enz. treurig stemmen. eon honderdtal. Rebah. wartaal spreken. voor hot eon of ander fijnsnijden. gekorven is. enz. Rawan. Ratna. Ratap. Ratjik. Rawa. zondor ophouden . Ratio. jammeren. Ratoes. Mereakken. vellen. Beratoes-ratoes 01 Beratoesan. Ratoe. de formula van de geloofsbelijdenis opzeggen. .. ijlen. fijnsnijden. Meratai sanegeri. neerstorten. Meratib. aandoen RA WA. Rawat. omvallen. voor jets zorg dragen. vergif . -gereedmaken . bezorgd. . enz. vergiftlgen. enz. Reale. kerven . Merawati. angstig.kelijk bedeelen. Meratjlkken. doen omvervallen. weekiagen. angstig maken. Merataken. orde. groote plas stilstaand water. bezorgd maken. oppassing. moeras. Break. gekorven Meratjik. kwalsteren. M ratjau ook : Mengatjau of Mengatjo. fluim. jets oppassen. in de lengte op den grond liggend. fluimen .. liggen. zon der ophouden jets doen. -bespuwen. Meratap. ook : gelijkelijk verdeelen. behandelen. Rebah-rebah. Merebahken. in de lengte uitgestrekt liggend. Rebah. hon derdtal . bijv.. doen nedervallen. kwalster. enz. jnlandsche tweesnarige viool. (van hot gemoed). jets of iemand bekwalsteren. Ratjikan. . voortdurend. heel hot land door bezoeken. Ratjau. Rat oen. Saratoes. enz. in de lengte uitgestrekt doen liggen.. zie : Rebah. enz. rouwklacht . vergif toedienen. fijngesneden. ongerust. honderd . -befluimen. enz. vergeven. vorstin. omgevallen. pool. enz. ingredienten enz. zorg. . veizorgen. effenen. enz. verplegen. vorst. effen maken. overal heengaan. Merawanken.

huppelen (van vogels bijv. Reja. Malem Rebo. wat in water gekookt is.). Raged (Jay. zuur van reboeng. Reboesan.) (Hari Rebo). van reboeng gemaakt. Mereboeng. hot voorwerp waarom gevochten enz. ook benaming van zeker goudgewicht. raam. jonge spruitjes vormen (van bamboo) . zonder bladeren. ook streak.). met geweld afnemen. enz. Rebana. Redjoek.Woensdag.. Reboeng. tin. smerig. enz. enz. enz.op zijn gemak liggen. of Sap. met zijn velars om jets vechten. Reboet. tamboerijn. voorwaarts en in de hoogte springen. enz. Redi (Har. waartusschen jets strak gespannen is. schraal (van boomers). Mere- . en grabbelpartij. Mereboes. strak aangetrokken. twistappel. handtrom. de avond (nacht) van Dinsdag op Woensdag. sleepzaknet.levensbehoeften. uitvlucht. rekken . schielijk grijpen. 215 eon grabbelpartij plaats heeft (ook : Tjioko. Sajoer reboeng. hij verdient geld a]s water. vuil. Reboetan.. twisters.). zie : Harga. levensonderhoud. wordt. enz. naam van eon Chineesch feast waarbij zulk REMB.). nooddruft. liggend uitrusten.strak spanners.jeb).geluk. Redjeki (of Rezeki) (Ar. borduurraam. Raga. Peregangan of Ragangan. fortuin. Reges. Rebo (Ar. in water koken. trachten eon ander voor to zijn. ontrukken. Reka.. enz. waterige toespijs hij de rijst.). Atjar reboeng. jonge bamboespruit . Redjekinja deras. Dinsdagavond (-nacht). Chin. naam van de 7e maand van hot Mohammedaansche jaar. stiff gespannen. . Regang. Mereboet. dagelijksch brood. kaal. ook met elkander om jets vechten. Meredjoek. Meregang. reaal. uitspannen. verzinsel. Redjab (of Red. Redjasa (of Timah). middel. maatregel. Reboes. zijn fortuin stroomt snel toe.

mpelas. enz. aan hot rijpen (van vruchten). zich met geweld ergons doorheon eon wog banen. Remad j a-poeteri. Remang. Rempah (of Rempah-rempah).beraadslaging. de gal.raad. sijpelen. bijna huwbaar (van eon jongeling of meisje) . rezen (van do harm). vermorzelen. Remes. waar men veal van houdt. lief hebben. zie : A. Merekah. Rempoh. Remboeg(Jav. Zie : Ramas. verbrijzelen.) telkens uitgebreider. Zie 00k: Tempoeh. Rempoeh. -raadgoven. opengesprongen . behangen midden in vischrijke . specerijen. naar alle kanten grijpen. barston. halfrijp. enz. enz. to barge go.gebarsten. halfduister. vochtig zijn. kunstig samenstellen. enz.) (of Demon). enz. beraadslagen. enz. in gruis.overleg. gedroogde medicinale kruiden. doorzijgen. dat bijna huwbaar is. Remadja. ingewikkelder worden.Beremboeg.raadgeving.. verzinnen. afgewerkt. nat zijn. Remoek. broken. vergruisd. zie : Ramas en Remat. Remen (Jav. eon m eisja van 14 a 15 j aren. Rembet. op van vermoeidheid. beminde.. drogerijen. Remeng (Remeng-remeng). Remat (of Remet).). galblaas. enz. 216 REMB. nitzweeten.). Remenan. met iemand overleggen.geliefdo. schemering. oponspringen (van vruchten. kruipen. . afgetobd. afgejakkerd. iemand radon. zich naar alle kanten uitbreiden. staketsel of palm met twijgon. Rempeloe. Rebah (zie ook: Lekah). enz.ka. Meremboegken. lievelingskost. afgemat. veal van jets houd en. enz. . vermorzeld. Rempon (boter : Roempon). verbrijzeld. overeind. beminnen. jets uitdenken. behagen in jots scheppen. ook : in 't geheim mjnnehandel drijven. Merembet. ook : (van eon zaak buy. bijna nip (ook Mengkel). stuk maken. voortkruipen (van slingerplanten). Meremoekken. Rempelas. Merempoeh. met de handen kneden. enz. Rembes.

Merendang. dock eon scherp. gespleten. RENG. Merendahken. speldowerk. bladerrijk. lesser maken. . (van boomen). bescheidenheid . Gluta benghas. L. lags streak. ook naam van eon snort heel kleine vliegen (00k: Rengit of Rengat geheeten). in hat water gedompeld zitten. spleet. in vet of olio bakken. wijd uit elkander. zeer vergiftig melksap bevat. verlagen. koel . zie : Rages. eon rivier enz. nedorig. eon snort kleine witte mieren. zin : verwijderd.. jets laten zwemmen. Rengat. vol bladeren. in eon nvier enz. waarvan hot hout veal voor meubels gebruikt wordt.kantwerk. Merendam. baksel in vet of olio. barst. hooge boom. enz. Rendang (of Rendeng). bekoeld. vernederen. zwemmen . in hot water zitten. Renggang. vervreemd. jets zwemmend meevoeren. Merenggangken. Rang (Jay. enz. lets in eenig vocht laten staan weaken. bescheiden. dienende om de visch daarheen to lokken on zoo gemakkelijk to vvangen. snijding. naar lets toe zwemmen. regenseizoen... Berendam. verwijden. wijder maken. onderdanig. laag. . enz. Memberenangi. van elkander aftrekken. van. eon zitbad nemen. der Anacardiaceae. gebarsten. met eon ruimte or tusschen. Tanah rendah. Renda. gescheurd (van harde voorwerpen). Rendang. hot jaargetijde. ook met jets wogzwemmen. fam. Moesim rendang. Berenang.kant. gespleten. gebarsten. nederigheid. enz. enz. op hot water laten drij. lager maken.). enz. onderdanigheid. fruiten. waarin de boomen zoo zijn.. Rengges.. lags grond. Karendahan. zwemmend oversteken. stekende pijn. enz. enz.wateren. bezwemmon. Memberenangken. Rendam. Renang. ootmoedig. Rendah. panlat. ook in fig. ook kramp. zwemmen. enz. Rengas (ook : Rangas). enz. Rengas. nat.

enz. Meresanken. beven. Bat.Rengit. --brokkelen. Rerok. enz. pruilen. 217 vochten) indringen. Merengoes. stuursch. iemands woorden op zichzelf toepassen. zie : Rengat. Resan. aan eon leant schuin of puntig toeloopend. Rentjana. eon stuursch. hot druk hebben. enz. iemand barsch.). enz. Repot. behoorlijke schikking of samenstelling. Root of Reat-rent (Jay. Merentak of Merentek. iemand van terzijde bekijken. barsch.). heen en weder wiegelend van ouderdom. bouwvallig. een snort dolkmes. Rerot. niet veerkrachtig. opgenomen worden. . enz. ook bibberen. -loopen. pruttelen. Repeh.fwenden. behoorlijk schikken. enz. (buy. half defect. ook den blik van hem a. Rentjong. --opstellen. oud en scheef. --kijken. taai. Mererokken. van terzijde Zion. enz. krom on wager door oudordom of ziekte. Mererok of Melerok. Rengoet. mopperen. op instorten staand. ordelijke. Merengo et. drukte maken. norsch. Meresap. enz. met de handen in stukjes broken. broos. barsch. stuursch zijn. behandelen. versehe komkommers). v RENG. Repak (of Repas). Mererot. orgens binnendringen. tegen of op jets stooten (van een vaartuig). enz. tegen iemand een stuursch. broos (zooals bijv. drukte. norsch. gezicht zetten. croquant. Rentak (of Rentek). zich eon gezegde aantrekken. Merengoetken. samenstellen. kreunen. Renjah. (ook van RIDL. (van een zieke. enz. ontevreden gezicht zetten. . Rengkeh. norsch (zijn). knappend. in eon lange rij achter elkander gaan. Merentjana. Meresan. licht brekend. Rengoes. gebak). Resap (of Resep). doordringen. Merepeh. norsch.

stroomversnelling in eon nvier. Meriba. enz.). zwaar bosch. beeld. . kameraad. wijze. Meretjik. Ri jap. loshangen (van hat haar bijv. Riboet.). verbouwereerd. in de war. op den schoot houden. los laten hangen. manier. beteuterd. in menigte uitbotten. zie : Redjeki. enz. Riak. Rimau. gieren (van eon vaartuig). gunst. Zie ook : Ritjik. Retja. Riba (of: Ribaa n).).barsten. orkaan . (of Karldlaan). jets of iemand in de war brengen. bij duizendtallen. stormwind. heilige kluizenaar. Beriboean. syphilitische verzwering in of aan den news. Lestroeng). Beriboe-riboe. storm. ook : (Merewang). Meretjoep. enz. verward. goed218 RIJAP. zie : Hi jas. Angin riboet. bij duizenden. ook : pop. Real. zie : Reale. woud. knetteren (van gebakken zout. . Meriboetken. zie : Ratna. Merijap. tevredenheid. keuring. toestemmen. Rimba. enz. spronkelen. duizend. enz. Meriboet. gebarsten. in massa opspringen (van kleine visschen bijv. in kleine druppels vallen. enz. Meretek. ook : woekerrente. Retjik. spatten. Retek. tweede natuur. eon duizendtal. woekerrente innen. toestemming. Beriboe. schoot. ook bjjslaap. (van gras. Meridlaken.). Ridla (Ar. de lijnen in do handpalmen. Ri jas.Resemi. aan jets zijne goedkeuring hechten. stormen . afgodsbeeld. Retna. met jets tevreden zijn. heilige. Rezeki. Meretak (uok: Meletak). Retjoep. Rewang. Sariboe. MerJjapken. of eon met water in aanraking geweest zijnde lampepit). Retak tangan. Retak. spat. ook : geraas (van eon groote in beweging zijnde menigte). goedkeuren. ook: woekeren. Riam. Restoeng (ook Restroeng.springen. zie : Harimau. spiijten . duizendtal . -sturen. makker. woeker. Riboe. barst. helper. storm.

. goudstuk tar grootte van een dollar. Ringkas (of Ringkes). heimwee. geregeld. Berisik. inkervingen aan den rand van jets. wtjzigen. zie ook Bisik. Berintik. samengetrokken. -bekappen. spikkel. Riwa jat. ook beweging. dissel. levendig. in beweging bren- . vlak. stark verlangen naar jets of remand. enz. bewegen. wijziging in jets brengen. in kleiner volume teruggebracht. bekort.). Spaansche mat. zie : Rerok. enz. Berobah. Risik.. leven. vlekje. enz. kreunend jammeren (van pijn. luidruchtig zijn. regen dje ROEA. ook : jets licht opnemen. Rintik. verandering. Ringgit boeroeng.). Ringgit mas. luidruchtig. . de Amerikaansche dollar.Rimbas. ook : netjes aan kant genet. bekorten. stip. tot een kleiner volume enz. motregen. zaniken. gespikkeld. anders maken. enz. veranderd. zich bewegen. leven maken. Merioeh. beknopt. -rijksdaalder. ook : bewegen. Ringan. beknopt maken. zucht naar jets. Ringgit. verlicht (van ziekte enz. weemoed. Merinti. Robah. Meringkas. met een dissel bewerken. veranderen. dreinen. samentrekking. aanhoudend op huilenden toon om jets vragen (zooals sonsmige kieine kinderen kunnen doen). verljchten. Marimbas. Rinti. Merobah. njet zwaar. licht. stenen. enz. spat. enz. terugbrengen. anders worden. enz. Meringanken. Merobahken. leven maken. korte inhoud van jets. Ringkesan. Rindoe dendam. in of op orde gebracht. stark. M1 ringik. kreunen. oed jan rintik-rintik. smachten naar jets of iemand.. veranderen. luidruchtig ztjn. dollar. Rioeh. Rindoe. verhaal. licht maken. Ringik. woehg. Rink. rejkhalzend verlangen. met enkele fijne druppels valt. gewijzigd. reikhalzen.

ruim.gen.~. Roedjoek. -zetten. met wielen. Teboe saroeas. tuil. rad. Roedjah. i. Merod ja. ook: ruim van eon vaartuig (verg. verscheuren. mast van 12 voeten lengte. Roea. scheuren. Roeas.). een kind bij de geboorte. stuk scheuren. enz.). ROEA. Rodok. in overeenstemming . enz. enz.). enz. doen omvallen. overgoten met eon hoots. vellen. Roeba. op wielen. om wat daarin verborgen is er uit to drij van. omvervallen. Petak).. naar jets steken. van de bamboo. enz. enz. Robok. enz. zooveel als tusschen twee geledingen daarvan gelegen is. wielen hebben. ook : op jets vallen. of hot or is. instorten. Roedjah. sane wand. zie : Keroeboeng. zitten. de dagelijksche hoofdspijs. Beroda. uit eeno opening schielijk to voorschijn komen. Merobok. met eon rang en puntig voorwerp in jets (een boschje. straat.omvervallen .). d. Merodok. Roeboeh. bestaande uit eon mengsel van rijpe of onrijpe vruchten enz.). enz. enz. Roda. wijd. Roe. zoete Spaansc. i. Robek. Roedji. Meroeboehken. Merod jol. om hot to krijgen of om to voelen. tot een tuiltje. ruikertje van aaneengebonden of gestoken bloemen. bloemen aaneenvoegen. uit sane opening plotseling of met kracht vooruitschieten (bijv. omvallen. kreupelhout. Merobek. snoeperij. Roda. enz. met eon puntigen stok. een Rijnlandsche roads. d. tralie (in eon raam. Rod jol (Jay. Roeang. ook in een op wielen rustend voertuig rijden.. gescheurd. hot gedeelte tusschen twee geledingen (bid . steken of poken. eon gobding suikerriet. enz. invallen. hot omvallen. opborrelen en tevens een klokkend geluid voort brengen (zooals een onder water gehouden ledige flesch). fooi. -ook spank (van eon wiel). Roeboehan. bouquet. fonder de inlanders) rijst. Roeboeng. wiel .he pepersaus. Meroedjah.

verlies . knoopsgat . schade lijden. Roemah gendeng. -gedong.) eon hubs met houten geraamte en gabs-gabs-bewanding . Roekoen. hotel . Turkije. ook : overeenstemming. welgezind. schade. Roekoen islam. huishouding. Room. Roemah gila. de gezamenlijke bewoners van eon huffs. eon hubs met eon plat dak. huffs. meegaand. Roemah bola. nadeel. Roemah kantjin(g) (Mol. Roemah monjet. Beroemah. Roembai (of Roembe). 219 Roemah makan. Roemah setan. hot harde hout van palmboomen. Roejoeng. (verg.zijn. Roema. eon hubs gedekt met atap (zie dit woord) . bordeel. Roegi (en Karoegian). weezeninrichting. schildwachthuisje. steunpilaar. Roemah tempo. mooning. eon huffs met pannen gedekt : Roemah atap. ziekenzaal van licht materiaal opgetrokken. dons. hoerehok . schenden. Roegoel. Roemah papan. Roemah miskin. logement. nadeel hebben. eon huffs op neuten ROEN. -benadeelen. socioteit . enz. Roemah kolong. enz. Griekenland. enz. Meroegoel. Roemah tangga. hot good met elkander kunnen vinden. krankzinnigengesticht. (zie ook : Kamar tikoes) en schildwachthuisje. Roemah papak. eon huffs met planken bewandingen. Roed book) . vrijmotselaarsloge. eon huffs hebben. enz. tijdelijk ziekenverblijf. families Isi roemah. de stain. de fijne haartjes op den nek on hot lichaam. Mal. Byzantium. eon steenen gebouw. Roemah kantjing. verzorgingsgesticht.. Meroegiken. onteeren(van eon vrouw of meisje). Karoegian. cel. . gevestigd zijn. Roemah tembok. armenhuis. op jets verliezen . voornamelijk in eon gevangenis. wonen . kwast. iemand schade berokkenen. gezin. Roemah tikoes.--verlies doen lijden. Roemahkoening of Roemah panel j ang. Roemah. overeenstemming. de vij f pilaren van den Mohammedaanschen godsdienst. --batoe.

grasleverancior. afvallen. Roengkoek. Roeroet. enz. . Saroepiah perak. van jets (bijv. or van js . enz. de voorpooten opheffen (van eon paard. ke gelvormig zijn. hoof. instorten. j. de twee vlakken van eon vol papier.3'J$ cent. Roengkoep. allerhande . verg. Meroend joeng. Roepan ja. die uitstoelen als de rijstplant. Roempoen. grassntjder. enz. als bijv. als de ingewanden. (als eon stapel kogels.. naar hot schijnt. eon gulden koper. Roentoeh. Roempoet kering. ook : Roentoekan. de vorm. uiterlijk. Rontog. Roepiah. uiterlijk voorkomen. snort. . stool. kegelvormig. Toekang roempoet. ook vallen. gedaante. den vorm. enz. i. Roepa-roepa. eon vorm enz. ook : aftrekken. enz. enz. struik. veal van eon oud mannetje hebben. centen. gras. keel. eon touw) dot opgebonden of gorold behoort to zijn. de gedaante. afstrijken (door jets met de hand vast to houden en doze daarover heen to trekken. rijstaar.). Roepa. d. Saroepiah tembaga. goven. bijv. enz. ropij . Meroendjah. dot gevouwen is. 100 nude duiten of 8. invallen. schijn. afvallen (van ringen bijv.). schuin tegen elkander oploopend. de bamboo.omhoog loopend. slordig neerhangen. gokromd. grasverkooper. neerhangend versiersel aan jets. (van planten. Roempoet. Roend joeng. enz. gulden. hot voorkomen. vorm. 220 ROEN.). enz. afval van eon geslacht dier. Beroepa. . pyramids. enz. enz. hebben. ineengedoken. enz. Roendjah. afglippen. wijze of manier van doen. Roentai (of Roenti). allorlei. Meroepaken. steigeren. bijv. enz. aar. enz.: de afzondorlijke korrels van eon .aannemen. Roenggai (of Roengge). jets maken. sleepen. gedroogd gras.). eon gulden zilver. 100 Ned.franje. afglijdon. or ouwelijk uitzien. ook : onkruid . gestalts. Roentoehan. . d.

brengen. gehavend. bedorven. (ook : Meroeroet). toenomen. geweld. onverschillig of de bijslaap al don niet uitgeoefend wordt). onteeren. vernielen. lawaai. . enz. van eon vroedmeester om eon kind voor deli dog to halen).). om hot eon of ander. opschudding. Rogol. Merogo. Roesak. onteeren.). bedorven. sigarette. uitslag in den vorm van kleine puistjes. stuk zijn. bedorven. eon vrouw ofmeisje onteeren (door bijv. Meroewatken. --den arm in jets stoken om wat to grijpen (bijv. zich uitbreiden. levee maken. zie : Roeas. in opschudding brengen. razen. sigaar. hertzwijn. dot in hot water. voor of in hot belong van iemand zulk eon offer. enz. (00k: . Roewang. to gronde gericht. zie : Roeang. Roesoeh. beschadigd. Roh'oelkoedoes. Roesa berangga. toeroepen. Roesa hort. Meroesakken. geest. raken. vernield. Meroesoehken. geschonden. onttooveren. Roko manilla. de heilige geest.). enz. Roh (Ar.aar). levee. hinderen. enz. verborgen is. in struikgewas enz. Rogo. Roewah (Ar. Meroewat. tieren. broken. edelhert. Roewam. . met de hand naar jets. in opschudding zijn. tastend zoeken. in haar ledikant to gaan liggen. Meroewah. aanroepen.gedaan to krijgen. getier. beschadigd ROKO. Roewat. Merogol (Bat.in of door jets heen tasten (buy. (van vuur. ziel. eon offer aan de geesten aanbieden. strootje. Babi roesa. ook : eon offermaal aanrichten ter sere van de zielen der afgestorvenen. Roewas. broken. beschadigen.). Sjaban of Saban). Roko. door lawaai enz.Arwah. Meroewak. stukmaken. enz. eon Manilla-si- . ook : onteerd (van eon meisje). geraas. enz. to gronde richten. de 88 maand van hot Mohammedaansche jaar waarin de graven schoon worden gemaakt . Roewak. in eon bears). zich vorbreiden. hart met gewei.

Roko kiobot. verkreukeld (van iota dat hard on stiff was of moot zijn). oude gescheurde lap. afgebroken. met jets SAFE. enz. Rombeng. ook in 't algemeen. gesloopt. sigaar . vod. Ronjok. omvergehaald. aan flarden. oogenblik. rondo. enz.overal geschaard. Saber(Ar. wijzigen. Rongsok. oneffen (van eon gebit) . uit elkandor nemen. gedaante. veranderd . eon ganschen dag. nachtwacht.geduld. Merombak. houding. verfrommeld. ook : bijna geheel tandeloos. enz. Merontak. veranderen. boa (vruchten. geduld hebben. strottenhoofd. zie : Roewah on Saben. Sahari.). geduldig zijn. geduldig. geschaurd. enz. patrouille. Roko kawoeng. zacht. uiterlijk. (ook : Kerongkong Kerongkongan. in lappen . Berompjok of Merompjok. voorvoegsel met de beteekenis : eon. Roko wangi. enz.: Roepa.~ Rongkong. idem gemaakt van hot dekblad van de djagoengvrucht . slokdarm. of broken. voorkomen.). tijdstip. sloopen. Rerongkong). enz. omverhalen. Rompjok.lankmoedigheid. . 221 Ronggeng.ROMA. geduld oefenon. Ronda. Berontak. dansmeid. verg. enz. . zie : Rosok. vorm. Roman. tros. aan flarden. welks tabak vermengd is met eon weinig benzoe. lankmoedig. hot geprepareerde bled van den arecapalm . van dezelfde gedaante. wachtvolk dat in de rondte gaat. Menjabarken. strootje met dek van kawoeng. Rombak. eon van gedaante. Sa. eon dag. heel eon dag. strootje. gear. geheel. Saben (Ar. Rontak. gansch. met schaarden. geschaard.).) . heel. Saroepa. stuk. Rompang. Rompang-ramping. ook : hot achtorgedeelte van den rug van vogels. anders maken. Rombengan. luchtpijp. slap. sleutels. in trossen hangen. Scat (Ar.

. schuit. van de overzijde. geduld hebben. enz. enz. elk . Roti item. -waar men over wordt genet.). uitvallon (van tanden). enz. vruchten. stei geren. de heilige oorlog. -.). -geduld oefenen. klaar aan den dag komen. telkenmale. Sabil (Ar. zie : Belch. elkon dag.. brood. Saben hari. Sabit. Menjaberang. broodbakker. Saberang. niet bruikbaar moor. veerschuit. afglijden. enz. Penjaberangan. weg. met een sikkel snijden. Bersabda. Ros. 222 SAGE. afgeleefd. afvallen (van heron. enz. afglijden. ook : met een sabel kappen. jets of iemand near den overwal overzetten.) overwalsch. enz.. zich laten afglijden. slag met een lang voorwerp. Rontog. tegenstribbelen. Sabda (Ar. zoggen. ook. enz. Sabot. Rorot. . enz. striemen. krentebrood . Sabelas. Roti. Merosot. oude lappen. de overkant. roggebrood. Roti mania. zich verzetten. Toekang rots. enz. striem. Perang sabil.houwen.naar den overkant s. Saben. zweepen. (van eon rivior. waadbare plek in een rivier. bevelen. do overzijde. Menjabit. iedere keer. zoet brood. Menjaberangken. enz. pleats. Rotan. met jets langs slaan. afzakken (van eon brook bijv. linnen of katoenen den wel zijden band om den gordel. ook wadde. Roti kismis. de overwal. glippen. . Menjabet. . oud afgelegd good enz. woord. waarmede men over wordt genet. en veer. vod. oversteken.). zie : Roeas. enz.allerlei bokkesprongen maken. sikkel. elf. oud. ook: duidelijk. Sabelah. Perahoe penjaberangan. vervallen. geduldig op jets wachten. enz. spreken. gezegde. ontglippen. pout. Saboek. klaar. telkens. rotting. dagelijks. rottingriet. duidelijk. Rosot. waar men oversteekt.). Merorot of Melorot. Rosok (Rosokan).

.~ vechten. voorspoed. gordelband. spijs. Men j ad jiken. Sadia (of: Sedla). Tersediaken. niet goad uit elkander to onderkennen. Saboen (Ar. klaar zetten. Sadiakala (of Sedekala). ook twee voorwerpen tegen elkander slaan. eertjjds. dunno laag metaal op hot eon of ander aangebracht . bereiden. gewemel. gereed. Bersaboek.Menjaboen.zeepen. Sadjian. Bersedia. eon dunno laag metaal op jets brengen . met zeep wasschen. om ze op to disschen . enz. plaatsen en gereedmaken. welvaren. SAGO.). Saboeng. wet opgedischt wordt. zich onder een wemelende meni to mengen. vrede. Saboet. Sadoer. enz. Malem saptoe. maaltijd. Men jaboer. . bestemd voor . meal. vechten als hanen door tegen elkander in to vliegen. Hari Saptoe. klaargezet voor. enz.). Sadja. door elkander wemelend . gerechten. Sadjahtera. enz. Safer (of Sapar) (Ar. vechthaan . klaar genet. Sadji. gerechten enz. oudtijds. njadji. zeep. een gordelband aanhebben. rust. de 2e maand van hot Mohammedaansche . --op tafel brengen. zich klaar waken. Zaterdag. gerecht. Sabtoe (of: Saptoe). op. zie : Sahadja. Menjediaken. Tersedia. de zevende dag der week . tegen elkander laten vechten. enz. ook : jets voor hot een of ander bestemmen.. op schotels enz. bereid . Menjadoer. tegen elkander laten botsen. veilig. enz. gereed om opgedischt to worden . rustig. Me. Menjaboengken. gereed gemaakt . enz. d e avond (nacht) van Vrijdag op Zaterdag. enz. klaar. verguldsel. buikband . vroeger. disch. zich gereed houden . Sadoer was. disschen. lets gereed waken.sjerp. Bersaboeng. harigo of vezelige bast van een kokosnoot (ook : Saboek of Samboek). Vrijdagavond (-nacht). Sadoer. Menjaboeng. inzeepen.

ook in 't algemeen meal. ook een stok of stut tegen jets plaatsen. L. Samba sahajanja banjak. De kleine pitjes worden gebruikt o. zie : Sjair (Ar. ik. Sagang. enz. om dit tegen to houden of voor vallen to behoeden. Saja'(of Sajak). Bersaing. mijnheer! ook: slaaf. Menjahoetken. bevriend zijn. enz. opzettelijk (zie : Sengadja). titel voor fatsoenlijke Arabieren. Saja. just. vol. geveld. Bersahabat. Sahabat (Ar. antwoord geven. Bersahoet-sahoetan. . ook terug to geven door ja. bij hat zingen). schuin of hellend gehoudon. zonder gebreken. SAH. wederwoord . een geweer. Sair. fam. op jets antwoord geven. willons. ook voor hot wegen van edele metalen. een slingerplant.jaar. der Papilionaceae. Sagon. enz. TJw dienaar. (ook: Sobat).). enkel. Sahib (Ar. slechts. (of Sajid). Abrus praecatorius. gaaf. mijnheer ! Ja.). hij (zij) heeft (hebben) vole dienaren on slaven. alleen. ook : voornemen.).). Sahadja. vriend. eigenlijk voor nakomehngen van Mohammed. vriendschap sluiten. versnapering veal hebbende van gebakken sagoe. Sahoet. rech t. geldig. a. eon vrouwendracht . Sah (Ar. eenvoudig.). jets be. len (bijv. antwoorden. Saris (0. Sahaja (gewooniijk samengetrokken tot Saja). Men jagang. zeker. samen varen (van schepen). hear. Sagoe (of Sago). net. enz. Saga. hot bekende meet uit den sagoe-palm. die veel in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordt. in eon antwoord als Sahaja. antwoorden . v. paardejongen staljongen. toewan. antwoord. (in de vastenmaand) eten voor hot aanbreken van den dag. zie : Sahaja.). K. bijv. de sagoe. Saing. elkander over en wader antwoord geven (bijv. mijnheer ! Tot uw dienst. meester. echt. Sum). hear. wil.. Sahoer. Menjahoet. Said (Ar.

gevleugeld (zijn). medelijden. nu.). iemand pijnigen. allerlei soorten groenten. als getuige dienen. ziekte. getuige.. Menjaksii. enz. -aanwenden. optreden. Penjakit sampar. Sajap. ongesteldheid. omdat. op dit moment.. enz. hoofdpijn . ongesteld zijn. Sakit kapala. vieugel. eon snort van waterige inlandsche soap. jets door getuigen laten bevestigen. ziek waken. deernjs.joer. Menja. sympathie. ongesteld. orgernis. ziek. Sakoe. Menjakiti. . thans. Salkit-sakitan. jets ontzien . Sajoeran. het is (zeer) jammer. enz. pun hebben. toebereide groente. enz. door. groenten. . jnlandsche Christenen).. vlougels hebben. persoonlijk bij de eon of andere gebeurtenis tegenwoordig zijn. ziekelijk. dikes jls ziek. 223 gaan zijn met jets. enz. genegenheid. bestaande uit eon stijfgeplooiden saroeng. uithoofde van. -jets bevestigen of ont- . ailes. ziek zijn. Sakalian (of Sekalian). Penjakit. Zie : Kali. kwaal. epidemie. Sajang sekali koeda itoe mati. als toespijs bij de rijst. Bersajap. iota door getuigen bewijzen. Saksi. Menjaksi. iota bijwonen. pun.). Sajoer-majoer. alien. getuigen hebben . beSAKT. Sakit. groenten enzz tot vorenbedoelde toespijs klaarmaken. Sakarang (of Sekarang). kwaal. Bersaksi. enz. ziekte. Sajoer. die als eon rok gedragen wordt. vierk. ook : als getuige omtrent jets sane verklaring afleggen. ook allerlei plantaardige toespijzen.. zonde vinden. Sajang. dat hot paard dood is. enz. enz. niet met eon jaquet maar met eon Kabaja. zak (in eenjas of brook. enz. pijnlijk aangedaan. Sakit hati. hartzeer. ook jets jammer vinden. waarvan de mou wen aan de poison vastgeknoopt zijn. moeskruiden.). martelen.g. enz. taken. alle. enz. Saking (Jay. tegenwoordig. Men jaksiken..(voornamelijk onder de z. Sakelat (of Sangkelat)(Ar.

--ontwijken.). die veel gegeten worden. verkeerd.schuld. iemand de schuld van lets geven.).enz. hell. zich aan eon overtreding enz. Salah. SAMA. misslag. misslag. dot beantwoordt wordt met) Wa alaikoem salam. en over u zij vrede! Salamat (of Selamet). enz. schuld hebben. vrede zij over u (hot gewone begroetingsformulier. in hot ongelijk stellen. bovonnatuurlijke macht.. ook : eon slag of houw. onz. Zalacca edulis Rwdt. vergrijp. niet passen bij. Members salam.. schuldig verklaren. . verkeerd handelen. vrede. doen misses. not. 00k: niet bij elkander passend. enz. in hot belong van. lets vorwijten. niets mankeerend. schuld. . ook gozond. enz. wondermacht. Salak.). ongodeerd. dwaling. zich aan eon misslag schuldig gemaakt hebben. heiligheid. mis. der Palmas. ook : zich verzetten tegen. den vredegroet brengen. van iemand (geven. voorspoed. aanrichten. enz. . lout. natuurlijke macht hebben. groeten. enz. Kasaktian. misdrijf. misdaad. enz. hot mis hebben. iemand beschuldigen.kennen. . elkander groeten .etc. ten behoove van iemand of lets eon offermaal . heilig. hell. eon offermaal voor hot hail. schuldig maken. Menjalahken. welvaren. voor. behouden. enz. enz. eon lout begaan hebben. niet voegen of passen bij.). font. lam. eon lags palmsoort met zoetwrange vruchten. vredegroet. Bersalahan. . enz. eon heiloffer. machtig. ook verschillen met. van elkander verschillend. Menjelametken. Men j alahi. Salem alaikoem of Assalam alaikoem. enz. enz. zie : Sale.: Selametan. enz. vergissing. Salai. Salem (Ar. (Ar. pareeren. Sakti (Sk.. enz. met wondermacht begaafd zijn. .. Kasalahan. gezondheid. geluk. ondorscheiden zijn van. Kasaksian. op iemand de schuld gooien. getuigenis. boven224 SALA.. Bersalaman.

enz. Menjamaken. -aan de goden enz. overschrijven.>. wel doen varen.aanrichten. aan jets gelijkmaken. . enz. even als. grond afstaan aan hot gouvernement. Salin. van meester veranderen . enz. Menjamak. over en wader. gebeden. vertaling. Menjalin. tegolijk. hetzelfde.).~ bevallen. Toekang samak. over en wader. eveneens. baron . Salang. welvaren. Salang. wisselkleederen.).. kruis. iemand kruisigen. goot. aan reepjes gesneden en in de zon gedroogde rilpe pisang (eon snoeperij). vortalen. M zij alinkan tanah kapada goebernemen. enz.). ook : overzetting. Menjamal. Sale. gelijk. elkander slaan. aan een kruis nagelen. gebeden opzeggen. Salib (Ar. verwisselen of veranderen van kleederen. Samak. verwisselen (van kleeding. enz. Salin (Bandj. in de zon of boven hot vuur gedroogd . gebed. dakgoot. enz. Salinan of Persalinan. Kaselametan. enz. buffs tot afvoer van water. Soma. iemand krissen. to zamon. Salawat (Ar. -in overeenstemming zijn. elkander . Saber of Saloeran.). waterloiding.). met eon keris dooden door hem tusschen de schouderbladen to doorsteken. ook iemand gelukkig of zalig maken. Soling (Bat. --gelijkstellen. Mensalibken of M n j alibken. voorspoed. enz. Salawatan. alles over een kam scheren. run. looisel. Men j alan . mandje voor eetwaren. eenerloi. gezondhoid. . leerlooier. overbrengen. enz. enz. .. to zamen met. behouden. --gelijk achten. offeren. kruishout . Pisang sale. looien. Bersalin.samen. geluk. . . aan SAMA. met. vervangon. overgieten. Soling poekoel. enz.. ook in de kraam komen (van vrouwen). verandering van kleeding. enz. gelijk behandelen. met jets of iemand overeenstemmen. jets gelijk zijn. Salat (Ar. leder bereiden. Bersama-same.

Sambit (Bat. naar lets werpen. treffen (van den bliksem). waarvan de Spaansche peper eon der hoofdbestanddeelen is . gelijktljdig met jets anders doen.OLLAI DSCB. tegelijkertijd. weeklagen. enz. geweeklaag. Bersambat of Bersambatan. Sambet. . Sambal (of Sambal). snol op lets aanvliegen of of komen om hot to grijpen (zooals roofvogels bijv. enz. enz. SAMP.). enz. onkenbaar zijn. enz. Samar. eon snort van vallende ziekte. enz. vermomd zijn. allerlei. enz. negen . waarvan de bestanddeelen met elkander gofruit worden. Sambal-sambalan. door booze geesten geplaagd of ziekgemaakt. terwijl. Menjambitken. rondgaande beweging. draaiing. duizeligheid. Sambet (Jav. vermommen. 225 hinden . werpen. naar jets gooien . enz. lets in molls vaart grijpen. enz. niet good to onderscheiden. wore. gejammer. enz. negentig .. Menjamarken. Menjamar. als de sambal. omgaand rechter. Men j ambat. hosts. Sambang. onderwijl. Sambilan (of Sambilan). weeklagen. vermomd.).. draaierigheid. eon toeval krijgen. Sambal goreng. Bat. storks toespijs bij de rijst. meest stork gekruide toespijzen bij de rijst. Sambar (of Samber). Menjambit. ook met jets buigzaams dean. jets tegelijkertijd. Penjakit sambang. Menjamber. plotseling ongesteld worden. jammeren. op eon proof vallen). Sambilan poeloeb. Zie : Antara. intusschen. fijngewreven Spaansche peper met eon pear anders bijmengselen . negen honderd. Sambil. (Kasambet). enz. en aaneenlasschen. een stork gekruide toespijs. hulpgeroep . Sambilan ratoes. verMALEISCH-H. Sambal oeleg. omgaand gerecht. niet duidelijk. verborgen. door den duivel bezeten.Samantara. . om hulp roepen. lets naar hot een of ander gooien. Rad sambang. jets of iemand onkenbaar maken. .

verlengen.. vernissen. bij. nog niet genoeg. beleefd ontvangsn. jots beleefd aannemen. jets bewerpen met.. lasschen. afval. op eenzame plaatsen straatof struikroof plegen .) . hardvochtig zijn . Menjamboet. tot of bij iemand brengen. Samoewa (of Semoewa). zijne belofte gestand doen. in overeenstemming zijn met. totdat hij den arm brak. zoodat. inlandsch verlak of vernis. beleefde ontvangst. op hot land. Sampang. gekomen tot. Sampai mat!.aanvullen. aan iemand bezorgen. .. ails. epidemie (onder menschen en vee). enz. nog niet voldoende. hot geheel. enz. jets met hot een of ander verlengen. ook pagaaien (van een roeier. .gro o t e inlandsche vaartuigen. aangezet. Sampar. Menjamboengken.).. aanzetten. zie : Saboet (Jay. Below sampal. alien. verlengd . voldoende. enz. iemands verhaal enz. jets aan jets anders verbinden. verbonden. zoo zelfs dat. Samboet. genoegzaam. Samboeng. enz. . Menjamoen. Sampai djandjinja.26 SAMP. -in ontvangst nemen. die op de voorplecht eener schuit zit). ook jets vervullen. tot aan. hot hart hebben tot. Menjamboeng. tot de dood (er op volgt. Menjampai15 2. Penjamoen. enz. gelascht.). aan jets voldoen. Menjamboengi.. genoeg. daaraan voldoen. Samoan. zijn stervensuur heeft geslagen. Menjampang. enz. Samboek. jets aan iemand doen toekomen. aan. -aanzetten. enz. allerlei droog en ander vuil. enz. tot. Samboetan. Bersamboetan. enz. een so ort vrij . alles. enz. tot jets komen. een gast inhalen. 11Menjampalken perdjandjiannja. toerelkend. ontvangst. Sampab (Jay. ken. struikroover. pest. heel en al. Sampan.enz. .. recipieeren. Sampai (of Sampe). Sampal hat!. verlakken. Sampai patch tangannja. --las schen. vervolgen.

volmaken. Kasana. Sandang. nabestaande. bedekken. aankeeren. Sampi laki-laki. Sampoerna. tegen jets aanioopen.). kalf. enveloppe . Simpang. Menjampirken. Sampoel. koe. volkomenheid. Di camping. bloedverwant. insluiten. enz. enz. beenbedekking. Sampok. slachtos. Soesoe sampi. Toekangmotong sampislager. ginds . enz. sloop. Dan sana. aanwippen. Bersampoel. Sampiran. lets omhangen. iemand aangaan. rund.stelling enz.Sampi (Jay. draagband over den schouder. Sanak. enz. waaraan een en ander gehangen ken worden. Sampi keblri. karat. zonder gebreken. kapstok. Sanat (Jay. koemelk. ophangen. van daar. verg. Sampil.. Di sana. voorzien zijn Menjampoelken. daar. enz. stier. near ginds toe. van ter zijde. zijde. ginds van dean. volmaaktheid. voltoolen.). lets met hot een of ander overtrekken. langss den karat gaan. bandelier. Menjampoernaken. Anak sampi. Toekang sapi. ter zijde. Samping. volledig. (of Sap!). daar. Sampir. speciaal belast met de zorg voor de runderen zijns meesters. enz. Sampirin (Bat. aan jets. Pamotongan sap!. Sampi potongan. Sane. toedekken. enz. (of Ampirin). bout van een geslacht dier. kap of helm (waarmede sommige dieren en kinderen geboren worden). overtrek. Kasampoernaan. volmaakt. Sanak soedara. ginds . ter zijde. Menjandang. lets over jets heen. daarheen. onderlijfskleed. Menjampok. iemand gaan of h al en. -aanstooten.). os . hangen. ook een Saroeng. Menjamping. bi. jaar.bediende. om hem of to halen. aldaar. bloedverwanten. familiebetrekkingen. slachten van runderen. van een overtrek voorzien. --aan eon band of bandelier han- . voltooid. rund dat voor de slachterij bestennd is. volmaking. SAND. runderslachterij. maag. van een overtrek. aan den karat van . schouderriem.

aan jets blijven haken. leunen.. Menjandoeng. aderlaten. aangebrand. jets op zich nemen.. verden- . Sangat (of Sanget. enz. naast. met den voet tegen jets stooten. Sanggoep. voor jets instaan.. enz. jets op zich nemen. (Sandangan). aannemen jets to doen. stutten. bijzondere wijze van haardracht der inlandsche vrouwen. Sandang (Jay. enz. eon scherp onaangenaam riekend. steunen. geleund . SAND. enz. tegenhouden. vermoeden. Menjandarken. eon zwaard. Sandoeng. Sanggoel.).) dikwijls struikelend. Sangka. ook Banget en Amat) zeer. dat bij drukking. Sandoengan. met de handen ophouden. Sangga. bij de hand liggend. ook een hoeveelheid van 5 gedeng's padi (rijst) . lussen in een rijtuig.). Pesandaran.enz. uitermate. in fabels ook gebruikt voor namen van dieren. dat jets valt. met den voet stooten. stijgbeugel. ergens tegen aan zetten . stut. over jets gestruikeld zijn of struikelen. geleund zijn . titel voor eon godheid of doorluchtig persoon. drager. bijv. erg. Sander (of Sender). wat belet. Sanding. naast lets liggen. Menjangga. viak naast. vocht afscheidt. durum doen. Kasandoeng. Walang sangit. waartegen geleun d wordt. enz. kleeding. --aanraken. Sandoeng. niet vast op de beenen. enz.ook : (van eon paard enz.). Sanggerah. . aandurven. een ridderorde. enz. Pakaian.gend dragon (bijv. de trapper van een weeftoestel. tegen jets stooten.leuning(van eon stool. Zie : Pakai.instaanvoor. branderig-riekend. eon insect. om er de armen in to steken en zoo gemakkelijker to kunnen zitten . Sang. enz.. Bersanding. opgebonden haarwrong. Sangit. steun. aannemen. Sangga wedi of Sangga-oedi. Bersender.Menjanggoepi. enz.lets doenleunen. mooning. enz. argwaan. veronderstelling.

. ergens aan vastgehaakt zijn. Menjangsang.martelen. Saniri. enz. Sangsara. . verhinderen.doenlijden. bed. Menjangkalken. beletsel. enz. gehaakt. boddehaak. raadsvergadering van hoof den (11101. haak. jets ontkennen. ook belemmering. enz. aan lets vastzittend. hakend. Sangkoet. Tersangkoet. aan eon hank bevestigen. ontkennen. ieman d kwellen. hank . Menjangkoetken. Sangkal. Saniri tanah. vastgehaakt. -ergens aan vasthaken. Menjangketken. bode. Saniri-negeri. ook : weren. steel of handvat van werktuigen (als dissels. ook ring om een houten voorwerp om hot splijten to beletten. Sangketan kelaxnboe. loochenen. belet. pijnigen. beletsel. Sangsang. met eon bal (testikel). mondvoorraad op rein. enz. Menjangkal. i11a1. Sangkoer. Sanglir (Jay. -haken. enz. enz. blijven steken. jets ergens aan vasthaken. tegengaan. ook : haperen. verhinderd. Sangkak. Menjangka. al wat men op refs noodig heeft en medeneemt. vermoeden veronderstellen. verhindering.. --aan eon haak hangen.) . gordijnhaak. tegenhouden. vastzittond. gedachto. Sangoe. -hangen. bajonet. verloochenen. hetzelfde. Menjangkak. vastgehaakt. enz. Sangketan. tegenwerken.. aan jets blijven hangen of haken. kwelling. Sangket. enz. 227 nen. niet erkenSANT.kooi. plaag.). Kasangkoet. erlz. enz. meenen. enz. Sangkar. lijden. niet bekennen. marteling. loeftocht.. deur- . Menjang saraken. enz.king. (van eon paard. enz. verdenken. reisvoorraad. enz. beletten.). raad van de verzamelde hoofden eener geheele landstreek. jets e1 gens aan laten haken. Oetoesan saniri. enz. beletten. ergens aan blijven haken.). raad van negory-hoofden.: Sang koetan. piagen. Kasangsang..

zooals. doek. apoe. hoofddoek . gedeeltelijk. afstoffen. dreg. 228 SANT. gelijk als. half. eon gespeend kind. M njapa.). kwast . als. enz. boning eener Mohammedaansche priesterschool. bottine. vuistslag. geeselen. enz. kokosmelk. Setangan kapala. enz. iemand vragen wie hij is. afwisschen. enz. snel. hot uitgeperste sap van geraspt kokosvleesch.waarder bij zulk eon raad. snelstroomend. Santeri. heftig. over jets heen strijken. wie is daar ? Saparo (Jay. Santan (of Santen). . stooten met de vuist. Sapi. Santak. stompen. . ook vroom. laars.). Sapa (of Siapa). Saoeh. driftig. handdoek. schoenmaker. Menjantak. zakdoek. gelijk. stomp. Sapir. Santer. Sapoe. iemand vriondelijk aanspreken. anker. onstuimig. als ware hot. hoofddoek. Sapoet. afvegen. Men. evenals. Sapoe merang. met eon bezem. (of Separo). vlug. nest. Saoedara.). Sapoedoek. Menjapih. enz. enz. . bezem of garde van de harde ribbon van palmbladeren. Sapada (of Siapa ada).. enz. op zijn derriere slaan. bedekt. bezem van de harige vezels van eon area-palm . de helft. eon deel van jets. Toekang sepatoe. Sapoe-tangan of Setangan. Sapoetangan zie : Sapoe. . Sarang. veger. uitstoffen. SARO. de stof van jets afnemen. scheiden. zie : Soedara. om zoo to zeggen. Saperti. zie : Sanzpi (Jay. Sarang boeroeng. enz. Sapatoe (of Sepatoe). enz. Menjapoet. sappeur. heengaan. keukenbezem van rijststroo. garde. overeenkomstig. bezem. ook : iemand met eon stok enz. vegen. Anak sapihan. Sapih (Jay. Sapoe lids. duister. bij voorbeeld. bedekken (van wolken). . spenon. wie. schoen.

hoog zwangor. eon nest waken. enz. die op een hollen bak rusten. dwaas. aan jets deelnemen. eon saroeng aantrekken. enz.vogelnest. hoes. enz. hulsel. Saroeng. zot. zie : Ratoes. scheede. leelijk. Men jarang. nestelen. de Indische kastanjeboom en --vrucht. gefiltreerd water. voor : vrouw. doorgezogen. ongepast. Saroeng bantal. medeplichtig aan. Saring. enz. Boenting carat. ook hot bekende onderlijfskleed. bloom. filtreeren. huiduitslag (vooral bij kloine kinderen). Saring (ook Njaringl. Saroe (Jav. Nat. onbetamelijk. den Cupuliferae). zich ergens vestigen. kussensloop .). leksteen. omhulsel. Sari. --aanhebben. fiitreer.). . overtrek. de essence. gefiltreerd. Menjaroeng. daarvan voorzien zijn. huisje van jets. zijn volle dracht of lading hobbend. hoes over do rugleuning van eon stool. -eon saroeng aandoen. koker. Sarangan. door baton zijgen. scheede van eon sabel. handschoen . Saroeng tangan. zwaar beladen. hot fijne van jets. Sarekat. ergens verblijven. Menjaroengken. Sarsar (of Sarsaran). Sarap. Saroeng pedang. eon nest hebben. (Pout. meisje. schelklinkend. sloop. fam. welks einden aan elkander genaaid zijn (ook Kafn saroeng) . enz. mierennest. jets in eon saroeng steken. SARO. eon saroeng hebben. mmn of meer getroubleerd.jwring. filter. Bersaroeng. Bersarang.). Sarat. Men. ook fig. --van een saroeng voorzien. jets tot saroeng aanwenden. vol geladen. Saroeng kerosi. (Castanea argontea. gonesteld zjjn. muziekinstrument behoorende tot den gamelan en bestaande uit platte metalen staven. niet passend. Sarang semoet. Saratoes. Saringan. A j er saringan. Bl. Saron (Jay. enz.

Sate (of Sesate). verward. handelen. beast. Sastra (Sk. Kasasar of Kesasar. (Jay. aan speetjes gestoken.) verbod. Sasat). stuipen (bij kinderen) . Bersaudagar. Sasar. Menaroh sasie. dier . Sasatan of Kasasatan. wild dier. 229 mensch. de goede richting missend . rijstveld van water voorzien. van Soewatoe. een (verk. zoolang de Sasie aan de boomen bevestigd is). verdwalen (vergel. verdwaald. Sawah (Jay. . een v SEBA. Mergasatwa. in de war. Sawan tjeleng of Sawan babi. wichelaar. Memboeka sasie. Satija.Sasak. van de vruchten to plukken (gedurende eenigen tijd. beast. grof vlechtwerk van bamboelatten. Saorang voor Satoe orang. heilig boek. uitvaardigen . Menjasatken. nl. dat hat verboden is. gebraden of geroosterd vleesch. Koeweh satoe. verdwaald. ook : niet wel bij her hoofd. iemand die in geheline wetenschappen bedreven is. Sasat (of Sesat). dier. zie : Seteroe. Saudagar. een sawah bebouwen.). zulk een verbod op jets leggen. Sasie (Sap. koophandel drijven. enz.). trouw. Sato. eon persoon : Salah satoe. koopman. dwaling. (Sk. bewaterbaar rijstveld . dikwijls nog verkort tot Sa) . zulk een verbod opheffen. schijf. wicheiboek. Satroe. ook vlot van bamboe. geletterde. Sawan. een (onverschillig walk) van alien. duizeligheid. wild dier. en Har. Sastrawan. doel. getrouw. een snort droog gebak. Satoe. enz. epilepsie. schietschijf. Satijawan. Satwa. M njawah.) letter. astroloog. beperkende bepaling (eig : een krans van bladeren om boomen in bosschen of negorijaanplantingen. beplanten. groothandelaar . verdwalen . verdwaling. getrouwheid . boek. ten teeken. doen verdwalen .).

uitstrooien . enz. enz. tar bevestiging daarvan aan of op den nek van hot trekdier. Sawet (Jay. machine om jets in beweging to brengen. (van water.). enz. stukje. Sawat of Pesawat. aanleiding zijn tot. Menjebabken. der Sapotaceae. ook jets als oorzaak opgeven. oorzaak.). Sebelah. L. enz. Sebak. Sebit. ongelukkig. groote boom met prachtig hout en eetbarevruchten.. stoommachine . om. . bestaande uit in kleine stukjes . Dendeng sebit. zie : Saberang. wegens. overvloeiend.Sawang. Menjebarken. Achras sapota. jets op den loop brengen. hot gezaaide. Sawi (of Sesawi). roetafzetsel. om reden. enz. Mimusops kauki. drijfwiel. enz. over iei s 2 3 o SERA. in stukjes uit elkander trekken. door toedoen van. L. Sawo manilla. Sebar. jets ergens op zaaien. de witte mosterdplant. . tot reden. hot zaaien. drijfmiddel. omdat. Nat. middel-. in kleine stukjes scheuren. zie : Belch. beweegmiddel. ~uitspreiding. klein afgoscheurd stuk. zaaien. fam. rafel. enz. misfortuinlijk. enz. met eon snelle beweging jets van iemand afnemen. eon gorecht. L. veroorzaken. ultstrooiing . enz. band aan hat juk van eon ploeg. Nat. . --tot oorzaak maken van.). drijfriem. Sinapis alba. Pesawat asp. rooven. Sawo.. niet kunnen slagen in hetgeen men wenscht to krijgon. Menjebit. boor. tot oorzaak hebben. aanleiding geven tot. der Cruciferae. heen stroomen. tar norzake van. uitzaaiing. Sebab. tengevolge van. Seberang. overvol. kapen. enz. Seberot. drijfrad. enz. faro.). Menjebak. tar wille van. Bersebab. devol. . met lekkere zoete vruchten (sapodilla-pruimen of West-indische mispels). Menjebar. veer. --ergens op uitstrooien. uitrafelen. Sebal (of Sebe1) (Jay. Menjeberot (Jay. Pesawat djantera. cocon eener spin. reden. -loopend jets wvegkapon. Sebaran. ook : spinneweb.

aangodaan. uitspreken. zich van jots bowust zijn. altijd. om de goden .de juiste mast hebbend. Menjeboetken. Seboet. Sederhana. Menjedapken. juist greet genoog. wet geuit.. V sEDo. noemen . hot juiste middon houdend . als offer aanbieden. geven. prononciatie. uitgesprokon wordt. enz. wolriekend. bedroefd. jets ten offer brengen.. gift. eon snort van witte lelie met stork riekende bloemen. steeds. doen bijkomon. Polyanthes tuborosa. Seder. enz. treurig. enz. dear. juist. Seboetan. iemand tot bewustzijn brengen. . fam. hartzoer . bewustzijn hebben. Men j edari of Men j edarken. enz. enz. . vermelden. jets uiten. aangenamen smack can jets geven. enz. al den tijd. precies good. Sedang. bij allo belangrijke gobeurtenissen in hot ~leven gegeven . ook : middelmatig. Men jeboet. Sedih. op ~iets wijzen. unstig to stemmen. to alien tijde. ultspraak. Nat. ook : middelmatig ~groot.. juist good van grootto. niet to greet. enz. Sedekala. enz. vermeld . eon lekkeren. Terseboet. niet to klein. enz. dewijl. niet to veel. juist van pas.geseheurd vleesch. aalmoozen. lekker. Sedekah (Ar. offerande can de goden. ook waarschuwen. lets noemen. ook : voor of ten behoove van jemand eon offermaal aanrichten. (ook : Menjedar) . jets uitspre ken. Adat Sedekala. leodwezen. smakelijk. Sedep malem (ook : Soendel malem). immer. vermelding. genoegolijk. tot bewustzijn komen. Sedang besarnja. in olio of boter gebakken. terwijl. vermelding . enz. Men j edekahken. L. jets vermelden. van jets melding waken. spijt. jets als aalmoes.). aangenaam voor do zintuigen (behalve hot gezicht). droovig gestemd zijn. nude gewoonte. der Amaryllideae. meldon. gewoonte van oudsher. uiton.. enz. ook offerrnaal. niet to weinig . juist good. . Sedap (of Sedep). weemoedig.

gierig. koud. geheel.. ook met eon lap of de hand enz. gansch . bij hot rooken den rook inademen. Kasedjoekan. of (gewoonlijk) Persegi of Pesagi. van dien tijd af. zie : Sadi ja. zjjden of kanten hebben . all erlei. zie : Sahadja. weinig. versch. met kokend. sedort. enz. Sedikit-Sedikit. al. al. Mesehatken. alle soorten. gezondheid . vierkant. verdrietig. onaangenaam gestemd. Sedjak (ook : Sendjak. waarmede men stoft of afveegt. enz. Sedija. keel. Sedikit.Segara. enz. oceaan. beetje. opg ewekt. krachtig. langzaam can. hot koud hebben. niet mild. zie : Sahaja. allegaar. een trek doers aan een sigaar. besproeien . Menjedot. thee zetten. Sedot. sinds. btj beetjes. geheel. apes. Sehaja.(hebben). naarmate dat. veger. Segala roepa. vierhoekig. Sehat (Ar. gansch. inademing van den rook bij h et rooken. Segi. enz. zijde. verkwikt. kou vatten. uit zijn humour. over jets heenstrijken. gezond. enz.. Sekadar (of Sekedar). v SEDO. afvegen. scoffer. eon beetje. Sedoet. Ampat pesagi of Pesagi. .). hoot water begieten. verfrisschend. vierzijdig. enz. verkoolend. Segar (of Seger). verfrisschen. gezond. verkleumd zijn. trek aan een sigaar. Zie : Kedar. Sehadja. zee. Sekaker. eon weinig. kant. Semendjak). inhalig. koude. . kleinigheid. koud goworden. Menjegarken. alle. Seka. stoflap. koelte. alle. (ook : Kikir). ten j edoe.. Sekalian. welig. Menjeka of Seka. Sedoe. Segala. gezond makers. frisch. enz. verkwikken. Menjedoe teh. frisch. lustig. Bersegi. afstoffen. schoonwrijven. schoonmaken. aangedaan. Sedjoek.

eon gordijn. Sekep. Sekerobi. zadel. Orang selam. MenjekoetoeI. wat door broeiing rijp is gemaakt. aldus. zoodanig. nu. knevelen. steeds door. Seksek. een kind steeds v SELA. Sekati (Jay. schoolgaand kind leerling eener school. zie : Sela. salads. Perse koetoewan. enz. compagnieschap. enz. poffen. kaf. schroef. Selam. enz. naam van een gamelan. Sekoetoe. Anak sekola. zooveel. Sekongkel (of Sekongkol). Menjelak. Zie onder : Klan. Djawi). maak dat jewegkomt. enz. Kapala sekola. Selah. duiken. enz. maatschappjj. Mohammedaansch. maat. bolsters van gepeldo rijst. zilver (ook : Perak). scheer je weg. schrob je weg. compagnon lid. hoofd eener school. houtkevertje. tegenwoordig. enz. . enz. oplichten. Seladang. selderij. Selaka. houtmot. in dozen tijd. op 't oogenblik. om hot tegen koude to beveiligen. voortdurend. deelgenoot. 231 binnenshuis houden. Menjekep. om to zien wat or onder of achter is. Selada. opschorten (eon kleed). konkelen. door ze to broeien of onder den grond to stoppers. Sekijan. vruchten nip makers. . gestadig. ruimte. opwerpen. (verg. Sela paha. enz. Selaloe. . enz. handlanger . knoeien. gedurig. Sela. Sekolah (of Sekolo). naar jets duiken (ook : Seloeloep).). school .). op zijde schuiven (bijv. Sekepan. enz. Sekarang. ook een kind in de armen gesloten houden. doelgenootschap. iemand als compagnon helpers. wilds stier. Selam (Men jelam). tusschenruimte tusschen twee voorwerpen. .Sekam. inlander. de lies. onophoudelijk. enz. Sekeroep. Seladeri. Sela. helen. Selak. Mohammedaan.

eon sabel) gedragen wordt. ook : jets niet vertrouwen . straat.). zie : Sela. lioderlijk. ook ruimte van tijd. enz. Selasi. Selang. Malem selasa. netvlies (bijv.). bevreesd. bezorgd maken. afwisselend work verrichten.Dinsdag. vreezen.). (00k: Kidoel). vijf on twintig. dekvlies. Selangkang (of Selangkangan).). Selempang (Jav. huge sjaal die over den schouder gedragen wordt. bandolier. Menjelat. smal schouderdoek. de eons bezigheid met de andere afwisV 282 SELA. . fam. Selawe (Jay. heester met geneeskrachtige eigenschappen on waarvan de slijmige zaadjes veel met siroop.). Seleboe. Menjelempangken. bang. der Labiatae. zuidenwind. Selangka. ongorust. Selendro(Jav. heel bedekt met (stof bijv. Ocimum bacilicum. Selasar.een soortgamelan. Selatan. go. Seleder. enz.Seiama. ongerust. etc. lang. selen. galerij aan eon hues met eon lageren vloer dan hot middenhuis. enz. zuidelijk. zeestraat. iemand bang. ook de ruimte tusschen de dijen. zijn. nat.). Selempang. enz. ook tusschen twee v oorwerpen lets invoegen. gebruikt worden. enz. zie : Lama. zeeengte. zonder grenzen.. gevaarlijk zijn (bijv. hot Zuiden. V . terwiji. dan wel als borstkleod. zuid. schouderband waaraan jets (bijv. slof. L. Slat. Selasa(Hari selasa) (Ar. van eon huffs dat op invallen staat). ook : bedekt. our de hersens). sours ook diem. tusschentijd. Belendang (Jay. ongerust. door eon straat varon. our or jets in to dragon. gevaar meebrengen. slordig. onbegrensd. ook eon bonaming voor Singapoera. Maandag avond (-nacht). bezorgd. enz. de liezen. Men jelang. Angin selatan. Selapoet. sleutelbeen. de avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. tusschenpoos.

in orde brengon. mantel deken. ontwarren. met den voet uitglijden.). dek. met eon deken of mantel dekken. Menjelesaiken. Menjelit. (of Selese. Seloear. naar luizen zoeken on de veeren glad strijken. Menjeloekoet. Selimpet. eon stuk vleesch tusschen de tanden). beslechten. groote brand waarb j de vlammen hoog uitslaan . Menjeloembat. Selimoet. zie: Se1am (Men jelam). enz. enz. ook sigarenkoker of beteldoosje van gevlochten matwerk. eon dekkleed of mantel gebruiken. veref onen. . Selisik. zoeken. zie : Sidik. Menjelidik. Sehr. (ook Selepi). geklemd tusschen twee voorwerpen (bijv. Men jelisik. stillotjes weggaan. eon slip per maken. Seligi. in lichte laaie staan (doen staan). uitpluizen. Soling. dekkleed. Berselimoetan. bijzit. metalen doosje of busje dat men bij zich draagt en waarin tabak enz. Seloeloep.). ook : Selesih). bewaard wordt. tusschen twee voorwerpen geklemd zitten (bijv. ook : luizen. den voet vorzwikken. in orde. geschikt. eon keris tusschen den gordelband on hot lijf). M njelimpet. lichte iaaie. onder eon deken liggen. Selidik. Menjeligi. enz. klaar. (ook : Seroewal en Tjelana). . en dion verstuiken. zie : Slang. afdoen. afgedaan. bijwljf. eon spoor naar jets werpen. uitgemaakt. Selepa (Soend. zich dekken. Men j elimoetken lets of iemand toedekken. nauwkeurig onderzoeken. Selioe (Kaselioe). v SELO. vereffend. beddedeken:Berselimoet. in vlammen opgaan(doen opgaan). uitmakon. (van vogols). schikken. korte werpspies. spoor.SELO. brook. Slit. verzwikt. Selesai. enz. bedekken. Seloekoet (Bandj. met eon spoor werpen. beslecht. outward. . zich heimelijk verwijderen. Seloembat. aangepunt stuk bout of metaal tot bet schillen van eon kokosnoot. huge brook.

slechts. omhulsel van jets. bericht. der Cucurbitaceae.zieAntara.enz. Semamboe. alleen. aangeboden. Selongsong. 233 bahan. melden.eon kokosnoot met zulk een voorwerp schillen. op de trompet blazon. Soma-soma (of: Selesema). de godheid aanbidden. Men j embahken en Mempersembahken. fam. eerbiedige groet door de tegen elkander aangedrukte handen tar hoogte van hot voorhoofd op to heffen met de duimen tegen den news aan . (00k: Belongsong). Selompret. onderwijl. enz. rapporteeren. gansch. trompet. Daemonorops grandis Gruff. Se1oeroeh toeboeb. hot geheele lichaam. wild. huldigen . enz. enz. der Palmae.. (ook : Saroeng oeler). Semajam. Seloewar. Seloeroeh.). de bekende groote watermeloen. Semalk. enkel. Citrullus edulis. Sembahjang (meestSemba jang). aanbieden. Persemv SEMB. enz. afgeworpen slangenhuid. enz. Menjembahjangken of Menjembajangi. eon gebed uitspreken. Menjembah. Semantara. eon groote en zees gezochte rottingsoort. ondertus schen. vereering. geschenk.. bidden. zich ergens vestigen. gebed. zich ergens bevinden. wat onder hot maken van. modegedeeld. jets eerbiedig (van eon sembah vergezeld) zeggen. eon sembah wordt gezegd. Sembah (Jay. enz. Semadja. aanbidding der godheid. ruigte. Seloemoe.. Bersembahjang. Bersemajam. Semangka. fam. vers. verblijven. modedeeling. over eiken. waterleiding. Seloka. op bovenbedoelde wijze groeten. zie : Seloear. aanbidden. nat.intusschen. ergens blijvon. dicht begroeid. Spach. Selokan. wildornis. sloot. nat. ruig. Menjelompret. goot. voor jomand . peperhujsjo. verkoudheid.. Menjembahjang. struikgewas. geheel.

ten opzichte van jets of iemand onverschillig zijn. Semboejan. boom met schoone. onzuiver. der Compositae. spuwen. onverschillig zijn . gezond maken.weder gezon d . Bernjanji sembari berdjalan. Semberani. enz. Pakerdjaan sem-ben.). iemand een schuilplaats verleenen. teeken. Sembat. enz. Men jemboehken. onaangenaam trillend geluid. van eon gebarsten bekken. fam. als bijv. voorbijgaan lots snel grijpen. Semben (Jay. enz. zich verbergen. Poir. verschuilen. Semboer. Sembeleh. Bl: net. Sembilan. -verschuilen. Sembarangan. ieder. Menjembarangken. bespuiten. Semboep. tijdvel drijf. wanneer men er op slaat. -pakken. bespuwen (met water of medicament. jets achterbaks houden. tegelijkertijd jets (met jets anders) doen. Semboeni (of Semboenji). zooals de inlanders doen). bij eon lijk bidden. onnatuurlijk vol. -meenemen. hersteld. een heester met geneeskrachtige eigenschappen. Men jembeleh. elk. nat. Sembarang. Conyza macrophylla. genezen. Sembilan. sein. ratoes. gevleugeld paard.). Sembodja. geurige bloemen. onder hot. onder hot loopen (tegeljjk) zingen. slachten. Menjemboer. bijwerk. Sembari (Bat. den strot doorsnijden. negentig . Bersemboeni. Somber. genezen. dat men uit tijdverdrijf verricht. jets of iemand met onverschiliigheid behandelen. verborgen. eon work. Plumeria acutifolia. negen honderd. uitspuiten. Semboeng. der Apocyneae. signal. spuiten. gezwollen (van een gelaat). eon mythisch. . zich v erborgen houden (ook : Menjemboeni) . Men j emboeniken. fam. veal op begraafplaatsen aangeplant. v 234 sEMB. Semboeh. Menjembat. onverschillig walk of wie.bidden. bol. negen . Sembilan poeloeh. tijdkorting. jets of iemand verbergen.

Sempana. Semoet. Senapan. enz. nauw. gelegen komen. . kort blaaspijpje. Semoetan of Kasemoetan. bedrog. Semoewa. Zie : Moeka. Sen. Sempat. geschikte tijd. Semperong SEND. min of meer geel. doen spuiten. ook uitspuiten. gezegend. den tijd tot jets hebben. dock gedeeltelijk nog vastzittend (bijv. enz. -aanstooten. jonge loot. Semboerit. klisteer .. in ht voorbijgaan tegen jets aankomen. het slap+en der ledematen. Semoe koening. Semporna. aldoor. altijd.van een boomtak. Sempit. Sempal (Jay. enz. bespuiten. gelukaanbrengend. lavementspuit. weinig ruimte aanbiedend. jonge loten krtjgen. zie : Sampoerna. lampoe. inspuiten. bekrompen. rustig. vergenoegd. M n j emperotken. waarmede list vuur in de keuken wordt aangeblazen. eng. geelachtig. smal. jonge loten hebben. spuiten.). mislijk gevoel in de maag (hebben) Senang (of Seneng). jemand of jets bespuiten. inwendige tmteling der ledematen. enz. open koker. een gelen scl~ijn hebben. tevre den. mier. Men j emperot. op zijn gemak. zie : Samoedra. Semoe (Jay. zie : Samoewa.wachtwoord. met list eon of ander tegen jets aanspuiten.). boomknop. Senantijasa. Bersemi. Senak (of Senek). holle cylinder.. Sempok. met kracht uit jets spuiten . cent. geknakt (zijn).). gerust. benauwd. die hangen blijft). afgebroken. lampeglas. Semprong. Menjempok. uitbotten. kalm. enz. spun. snaphaan. ook : -achtig . convenieeren. voortdurend. sender van gelaat. Semoeka (of Samoeka). . schijn. Semoedra. enz. Semi (Jay. jong takje. pee derastie bedrijven. niet ruim. geweer. Menjemboerit. Semperot. steeds. eon drukkend.

scharnler. druk- . Sends. Sengget ook eon putwip. wapen. n SEND. alleen. stiff. zie : Sander. wil. stram. potlepel. met eon ruk optrekken. Send j ate api) . Sengadja. ruk in opwaartsche richting. jets dat hoog hangt. gewapend zijn. lkzelf.). jets of iemand tegen hot lijf loopen of stooten. scheppen. enz. ook met eon geweer schieten. . lepel. enz. de tweede dag der week. legerhoofd. alleenig. (of Itsnam). Sengal. Senggot. enz.). Sendal. zelf. Sendoe. al wat diem om to scheppen. knikkebollen. enz. natuurlijke waterkom om eon broil of wel. ook buskruit. M~anjengadja of Bersengadja. Menjengget. voornemen. met opzet. enz. Sendjata. vruchten van eon boom). Senen (Jay. treurig. Sengkak. Sengget. (Sendjata bedil. opzet. eigen. gewricht. persoonlijk. ruk naar boven. eigen kind. opzettelijk. --met eon hack. Menjendok. -bron. zie : Sengget. aflichten. ook geweer. met een langen stok er of harem -afhaken. alleen. wel. schieten. Sendok.bekneld.beklemd. enz.benauwd. Bersenggoek. Mend engkak. met eon iepel. Saja sendiri. plan . bedroefd. (Senggetan soemoer). legeraanvoerder. Menjendal. zonder iemand and ers er bij. pijnlijk (van de ledematen). met eon ruk naar boven halen. opzettelijk voornemens zijn. (bijv. Senggol.Senapati (Jay. Menjendjata. Sendirian. weemoedig. Hare Senen. Menjenggol. Sendiri. jets opzettelijk doen. verstopt (zijn). enz. vuurwapen. Sendawa. Senggoek (of Senggoet). Bersend j ate. geleding. plukken. -met opzet doen. met een geweer schieten. eve aanraken. scheppen.. salpeter. Anak sendiri. Sendang. Sendat. Sender. Maandag. schepper ook troffel van een metselaar.

urineeren. glimlach. us of lus aan de voeten bij hot beklimmen van boomen. enz. pis. Menjentak. gerust. toesnauwen. behoorlijk. onbetamelijk. Seni. Sentak. (van eon arm of been) gebrol en on or los of slap bij hangend. veiligheid. Chineesche begraafplaats. Senjar. rukken. rust. Sepak-raga. enz. hot tintelend gevoel in den arm bijv. Sasantosan. .. Berseni. betelkauwsel.. gedroogde. vredig. gezouten visch. vrede. enz. ook : snauw. Sengkelit. Sentil. plotseling eon duw opwaarts geven (bijv. doen. jets bijzonders uitvoeren. enz. Tiada senoenoeh. bits en grof aanspreken. zie : Djentil en Tjentil. den bulk). op die wijze trap. Bersengkelan apa apa. Sentosa (of Sentausa. Sepah.. pen of slaan. Sepat (of Sepet). zie : Senantijasa. lets wegrukken. glimlachen (ook : Mesem). enz. bits woord. vrede. zie ook Engkelek. wanneer men den SE PI. rust. ruk aan lets. Senoenoeh.betamelijk. trap met den voet of poot. fijn. Ikan sepat. rustig zijn. Santausa). Sepatoe. die veer wordt ingevoerd. ook : remand toesnauwen. Sepandri. Bersenjoem. infanterist 1° klas. bottine. Sepatoe kafn. lederen schoen. Menjentakken. Bersentosa. Sengkelek. veilig zl~n. schoen. enz. Senjoem. ook : schoen aan eon rijtuig. Men j epak. S®ntiong. . zoodat d'r niets mode gedaan kan worden. gepast.kende. laars. Sentiasa. in vrede zijn. Sepah. dun. Ajer semi of Seni. enz. ook : snauwen. bitter samentrekkend . 235 olleboog ergens tegen stoot. ongepast. rustig. voetbalspel. urine. Chineesch kerkhof. met eon ruk trekken. trekken. achterwaarts of ter zijde . enz. wrang. -met een ruk wegtrekken. Sepatoe koelit. stoffen . veilig. Sengkel.. uit~gekauwde betelpruim.

toevertrouwen. overleveren. aan goud of zilver een donkeren glans geven. kalm. Sera. zich samentrekken (door koude). Men j erang. Masoelk serani. . tangetje. ook verwoede aanval . Christen worden . om to steken of to w erp en . Serak. vergulden. . Serambi. Pen j epoeh. kippevel krijgen. schoenmaker . Christen. stuurman aan boord van eon inlandsch vaartuig.ook epoed (op dienstbrieven. eenzaam. heesch zijn. enz. met een Serampang steken of werpen. moeilijk to voldoen. tang. overgeven. Sepoet. 236 SEPO. knellen. enz. terwiji. gelijkgesteld worden aan. vergeleken worden met. Serang. verlaten. Men jerambahk n. overvallen. Toko sepatoe. wat als zoodanig diem. Sepi.schoen.ja. lastig. knijpen. tevens. bad. (zie ook : Sempit). inlandsch Christen. Seperai. ledig. metaal harden. aanvallen. Sepon. Sepoeh (Jay. Toekang sepatoe.~ Serambah. Seram. stir. to barge rijzen (der haren). Sarah. een welriekende grassoort veal in de inlandsche keuken en geneeskunde gebruikt. Tempat sepi. eon eenzame.). oud. ook in 't algemeen met lets langwerpigs (een stuk hout. Serani. spons. bestormen. schoenwinkel. Men j erampang. schor zijn. Seraka (of Serakah). ook benaming van een nachtvogel. enz.). jets aan iemand overlaten. aantasten. beddelaken. Men j epic of Mend j epit. met een tang grijpen. enz. schor. -. inhalig. verzilveren. een snort van vork of harpoon. bedaard. stoop. Menjepoeh. waarin men metaal dompelt om hat to harden. dof van kleur. in do Christelijke leer opnemen. Spit. Men j eraniken. overgave. als Christen doopen. overhandigen. Serampang. verlaten plaats. sprei. Serbi (of Sereh). voorportaal. staan. galerij. Menjerahken. hebzuchtig. enz.) werpen. enz.

iemand omtrent jets uithooren. tot poeder malen. in hooge mate ontstemd (zijn). Serenzpet. sorbet. (ook : Destar en Sorban). zie: Sjariat. Sereng (Serengan). servetring. Serbat. -stampen. die met bijzondere diensten is belast. enz. Serean. allerlei. al. benevens. allerlei. Menjerepin of Menjerepken. geraad. Seresah. infanterist der 18 kiasse. sleuren. amfioen schuiven. Menjeret. compleet. met. Serba roemah. Serengat. in hot geheim of langs omwegen enz. vertoord. enz. enz.Serba. sleep. enz. zoodra. soldaat. huisraad. eon snort kruidendrank. Seret (Jay.). sergeant.).kennis. Serban (Ar. gruis . tulband. sleepen. i. enz. Serba djenis. meesleuren. d. eon. moesleepen. v SERE. enz. vermalen. Gelang sorbet. Serep (Jav. stof. ook de vergulde strepen op de zonneschermen van inlandsche grooten en hoofden. ook benaming voor een ondergeschikt politiebeambte. Serdadoe (of Soldadoe). vuil. afval. servet. achter jets trachten to komen. van eon vaartuig langs den never eener rivier.enz. door verschrikken plotse- . Serdadoe sepandri. boos. geemployeerd soldaat. Menjerempet. in 't geheim eon onderzoek naar jets instellen. Men j erboek. Serenta (ook : Serta). kruimel. rafels. schoenpoetsen on dergelijk work moor. geheel. allerlei snort. poeder. rooken. rakelings langs jets gaan.bekendheid. Serbat. achterna sleepen. tevens. Serdadoe kampir. misnoegd. inzonderv SERG. (b jv. Seret. Zie verder Serta. Menjeret. pulver. stof. trek aan eon sigaar of pijp . Serboek.). . held amfioen rooken. Sergah. bijv.

Menjeroe. aanroepen. enz. ook geplaatst voor vorstelijke namen en titels. fam. keer op keer. Serod.. dikwerf. Serombong (Jay. sigaar.. ook : kleine inham of baai. Men j erodin of Men j erodken. enz. to water laten (van eon schip. derAnonaceae. middelmatige boom met zoete. L. Sergap. enz. luister. kamp op. kleine. hard. Serok. Serindit. meermalen. afglijden over lets zachts of glads. eon dam enz. jets laten afglijden. gelijk op. Berseroe. gezonde vruchten. herha. fine haarkam (voornamelijk dienende om hot vuil enz. Marika itoe menjergah kidjang. SETA.). gelijk. groeno parkiet. onverwachts bij iemand komen (ook : PergokMergokken). iemand overvallen. Serkoep. 237 Seroewal.). eon toespijs bij de rijst. Serikaja. eat. Serit.. Seroetoe. Menjerod. schepper. uit de haren to verwijderen). Men jero. Seri. luid (van eon geroep. Sere. Anona squamosa.ling doen stilstaan . die lieden hebben dwergherten in hunne vlucht gestuit (door ze aan 't schrikken to brengen. Menjeroet. met eon schepper ophalen. Seri. bamboezen staketsel in zee om visch to vangen . hard. kleefi ijst metbedoelde sans. Seroendeng. Seroe.).aldelijk. zie : Se1oear. spruw. heerlijkheid. dikwijls. visch in zulk eon staketsel vangen. luid roepen. Sering-kali). Ketan serikaja. enz. Serijawan. of om. cylinder van gevlochten bamboo. lets scheppen. dienende om pas geplante of jonge boomen tegen beschadiging to beveiligen. enz. Seroet. enz. schav en. glijden.). ook de naam van eon snort inlandsch gebaksaus. Menjerok. gevuld met groote steenen. stole. levee maken. enz. . scheurbuik. to vorrnen. schaaf. enz. iemand luid reopen. glans. Sering (00k: Sering-Sering. Menjergap. fangs eon helling neerlaten.

zakdoek . Serta. met lets samen doen. in hot nauw. eng. Sesal (of Sesel). verdwalen . Setangan kapala. Sesat. doen berouw hebben. Menjesatken. zoodra. scheef. medegeven. benauwd maken. mode. eon vijand hebben. van de rechte richting afwijken. Setae (of Sjaitan). aan lets deelnemen. berouw gevoelen. samendoen. enz. enz. M n j esalken. eon slang onder eon hoop vuilnis). Setiwel. met. medegaan. --als eon vijand beschouwen. Beserta. benevens. berouw aan den dag leggen. Memperseteroeken. iemand vijan dig zijn. doek. Menjerong. gedrongen. Seteng.Menjerta. zie : Sat ja. Satan. Men j eteroei. schuin. Berseteroe. puistje (strontje) aan hot oog. enz. doen vergezeld gaan. v 238 SETA. alle ruimten innemen. . Menjesap. vijand. -behandelen : Perseteroean. gording. Setamboel. overvol maken. Setabelan setiloor berg-artillerie. samen met iemand zijn. persoonlijke vijand. doen spijten. iemand vergezellen. stal. vijandschap. Mien jesakken. laars. spook . benevens. Seteroe. iemand tot vijand maken. Setinggi. orgens onder kruipen. en. enz. Setangan. met. (zooals bijv. verdwaald. artillerie. Swap (of Sesep). artillerie. Setabelan. vrijmetselaarsloge. nauw. stovel. Seta1. geitouw. Menjesal. doen verdwalen. Sesak (of Sesek). Roemah setae. Setanggi (of Istanggi). Menjertaf. Orang Setabelan. Zie verder : Sapoe. vesting-artillerie . scheef gaan. Constantinopel.vergezellen. Setija. met eon ander in vijandschap leven . overvol. spijt hebben. M1 njertaken. benauwen. beklemd.Serong. duivel. . wierook. hoofddoek. schuin gaan. Setabelan setringan. artillerist . void. geest. zich ergens onder verschuilen. bijvoegen enz. spijt. berouw.

Setorl. Orang setrengan. haastig. Slang. wie ook. eigenschap.. nauwkeurig onderzoeken. onderzoeken.). lets met onverschilligheid behandelen. gezwind. ook : verhuring. ruzle. Siasat. huurpenningen. Sigera. enz. enz. Si. onaangenaamheden.) (of Sipat). Sidang. verpachten. Siar. Sidik (00k: Selidik). Siapa. in twee stukken. Sewer. Sifat (Ar. Apa si. Setreng. enz. Persewaa n. huurwagen. --als onnut beschouwen. verhuren.).en nacht. ook: halve dolt of halve cent (ook Poser). tegenloopen. lijfsdwang. enz. . huren. lawaai. doorsnuffelen. . pachtgeld. dadelijk. gestoofd gerecht. stole. ook : verspreid.). enz. Menjiar. I in all es. geschil. enz. eon echte ongeluksvogel. in huur geven. huur.. dag. Menjewa. Menjia-njia. onverwijld. Kareta sews. enz. wat toch ? Sia (of Sia-sia). soldeeren. enz. Slang malem.. zeer ongelukkig SIKS. huishuur . Sigar (Jav. verhuurderij (van rijtuigen. door den dag overvallen. ongelukkig in ondernemingen. Sial dangkal. huurhuis . verpachting. Bersetori. naspeuren. enz. de voegen van jets aanstrijken. spoedig. z ich haasten.Setolop. hoedanigheid. Setop. Menjewaken. . siangan. enz.. lampestolp. Si Sidin. Menjianjiaken. holder. vergoefs . Ka.. kanon. of: bij eon vraag : toch . stoof. pachten. ijdel. wie ? Barang siapa. ruzie krijgen of maken. huurrijtuig. gespleten. tegenspoed. strong (aan eon tuig voor eon rijtuig. vlug. die (de bedoelde) Sidin. onnut. met onverschilligheid behandelen. pacht. straf. Sial. Menjelidik. daglicht. al wie. voorvoegsel voor eigennamen. enz. nauwkeurig onderzoek. bijeenkomst (vooral in de moskee). Roemah sews. Bersigera. verspreiden. to last op den dag. snel. vergadering. dag.. stukrijder. Sewer roemah. Menjidik.

wegleggen. opleggen tot voorraad. kammen. Sikap (Badjoe sikep). in voorraad gehouden is.) (of Sehat). enz. elleboog. . Sila. schoenborstel. afwijkend van de rechte richting. Sikaa. Angin siliran. keten. pijniging. weggelegd. . Silau (of Silo). haarkam. Simpang. eon zacht windje. _ straffen. aangedaan. zacht (van wind) . bespoedigen. wet bewaard. opgespaard. lets kammen. -borstelen. eon parasietplant. Sikap. Bersilat. kam. pijnigen. SILA. Silir. getroffen. onmiddellijk. nauwsluiten d buisj e. schemerend. borstelen. verblind (van de oogen door hot licht). met de beenen onder hot lijf gekruist zitten. ter zijde. serie. volkomen gezond. welvarend. Sikat. Menjigeraken. opgeborgen. hooding. Simpan. Menjimpan. Menjimpang. gestalts. welstand. enz. geroerd. band. Silsilah. ring om lets heen (bijv. Simpanan. Sikat sepatoe. op zijde leggen. borstal. straf. geslachtslijst. winkelhaak. Sihat (Ar. enz. uitkammen.schuieren. Simbar. zitten op do onder het lijf gekruiste beenen. kastijding. martelen. Sikat ramboet. eon zijweg inslaan. Menjikat. M njilat. bewaren. om eon vat). Menjiksaken. op zijn inlandsch vechten of schermen. geslachtslinie. Menjikati. zephyr. schuieren. . Sloe. hoepel.) Bersila. Siloeman. met spoed. enz. postuur. bergen. en dat bij hot gebruik ook daartegen wordt gehouden. schuler. Sikoe. waarbij zoowel handen als voeten dienst doen. in voorraad hebben of houden. Dengan sigera. hook.spoed maken. opbergen. kastijden. Sikoe-sikoe. Silat. dadelijk. Simpai (of Simpe).. kromhouten in eon vaartuig. op zijde gaan. beugel. (Jay. enz. welvaren. ook eon ijzeren wapentuig tar lengte van eon elleboog. geesten die zich in allerlei vormen vertoonen.

iemand doen aangaan. haarwrong. ergens aangaan. troop. verheven zitplaats. jonge rijsthalmen. ergens tijdelijk komen of vertoeven. wormachtige larven van vliegen. flonkeren. leeuw. enz. Bersindir of Men jindir.) (Sasimpatan). enz. zinspeling. Menjindirken. geopend (bijv. openen. glinsteren.. enz. Menjingkap. zonnostraal . Sindir. flikkeren. Singe.). Simpoel. Sinar terang. ook (bij hot afleggen van een verklaring. straal. Singgasana. Singit. vann eon gordijn. SING. Bersinar. aanwippen. enz. opgeslagen.). Sinar matahari. enz. bespo tten. op iemand zinspelen. -op zijde doen gaan. de vleugels laten hangen (bijv. enz.steken onder water geven. Bersinggah. van vogels die ziek zijn). Singgat (Jay. knoop in lets (bijv. eon pleats aandoen. --verzoeken aan to komen. dageraad. Menjmgkapken. Simpir. of uitspruiten. (ook Sindiran). lets in hot verkeerde keelgat krijgen.zinspelen op. schuifknoop. niet loodrecht. Singgang (Jay. zich verslikken. ploisterplaats. aanleggen. Persinggahan. Menjimpangken. Simpoel mats. enz. lichtstraal. Menjinggahken.. die na den oogst to voorschijn komen. opgelicht. schijn . hellend.. -eon zijweg doen inslaan. licht uitstraion. scheef staan. stralen. syphilis. iemand eon steek onder water geven. Singkap. openslaan. van sterren)..) (of Belatoeng). wegschuivon.bij lets aanleggen. Simpat (Bat. 239 Sinar. aan eon kant zwaarder.van de rechte richting afwijken. in rottend vuil.) : van hot onderwerp afwijken. lets ter zijde brengen. enz. vaste knoop . enz. Radja singe. enz. enz. weggeschoven. Simpoel. eon zakdoek). idoep. opzijde liggen. bespotting. M®njinggahi. chancre. lets oplichten. . glossen op iemand maken. Singgah.enz. (bijv..

enz. ook eon web maken (van spinnen). Singke. Men jirep. Sipat mate. (van kleeding). Sipat gantoeng. sproeieu. begieten. Menjiram. enz. rochte richting. afmeten. in slaap to doen vallen of machteloos to maken . baden (door hot water over hot lijf to gieten) . Siraman of Pan jiraman. Menjingkirken. besproeien. Singkir. enz. jets over jets heen gieten.iets bosprenkelen. hier (00k: di sini). Sipoet. Roemah crap.). met eon lijn eon streep maken. Me- . opgeschort. samenbinden. regal. 240 SING. hier tar plaatse.nnen godekt. straaltj a van hot eon of ander vocht. gieten. (Jay. Sirap (Jay. Menjiramken. Sioeman. Bersiram.). Siram. enz. jets begieten. eon huffs met houten dakpa. gietemmer. lijn. verf voor de oogleden. . Menjirat. pas uit China aangekomen Chinees. streep. Sirat. enz. niet wijd-open (van do oogen zooals die der Chineezen).). eon bad nemen. Sirap. slak. enz. Menj ingkir. Menjiratken. houten dakpan. Sipit. breien. enz. Tall sipat. Sini. opgebonden. enz. rijgen. (om to zien wet or in of achter zit. schelp. schietlood. volbloed Chinees. zulk ~eon ~middel gebruiken .enz. ook meten. aliekruik. timmermanslijn. ook : toovermiddel om al wat lovend is en in den omtrek gevonden wordt. op zij d e gaan. slagtand. aan kept zetten. bijgokomen (uit eon bezwijming. richten. doodstil. bergen. den wel om or door to gaan. nuchter (zijn). Sirat. opbergen. fijngespleten. --besproeien . nauw aangehaald. uit den weg gaan. Singsat. met hot eon of ander vocht sprenkelen. jets sprenkelon. Menjipat. in hat algemeen voor schelpdier. bij ztjn verstand.). Sipat. --op jets gieten . stil. zich van jets bewust (zijn). richtsnoer. Sioeng. mossel. knoopen. op zijde zetten. b j zinnen. Menjirami.

Sisir. ook met eon tabakspruim over de tanden of lippen wrijven. kliekje. schubbig. Sirih. rest. der Piperaceae. Bersisik. beteldoos.klein meertje. restant. laten overschieten. tusschen twee voorwerpen gekneld zitten. kam (zoowel voor hot hoofd. Ka sitoe. Sisi. resten. Den jisir. kammen. knellen. daarheen . Makan sirih. Sisa.). Dani sitoe. eon stuk pinang noot. enz. strand. zjjde. Sisik. enz. iemand door zulk eon SITQ.. vijver. van dear. flat.. jets ergens tusschen steken. schub. flank.. dear van dawn. betel kauwen. enz. kamvormig onderdeel van eon tros pisangs. waarvan vale soorten bestaan. schriftelijke dagvaarding. eon stuk gambir. Oewang sirih. dagvaarding . fooi. Sita. tusschen twee voorwerpen gekneld. middel in slaap doen vallen of machteloos maken. Sitoe (Dl sitoe). vastzitten. Chavica betle. overblijfsel. overschot.. klaargemaakte betelpruim. enz. fam. schubben. als voor hot weefgetouw. Soerat site. waarmede de sirih-kauwen de tanden en lippen schoonmaakt. enz. dagvaarden. en eon pruim tabak.njirepken. tusschen twee voorwerpen in steken. schilferig huiduitslag. Sitoe (Soend) (of Setoe). daar ginds. Tempat sirih. enz. enz. geld om betel to koopen. Menjisipken. bestaande uit twee a drie sirihbladeren. schubben hebben. voor hat gerecht dagen. uitkammen. enz. Sisip. ook. enz. Pasisir. Miq. vischschub. en tabakspruim. afschubben. Sirih masak. kant. daar SIT 241 ter plaatse. Menjisip. waarover wat gebluschte kalk gestreken is. ook schubbig vuil op hot lichaam. Menjita. jets voor eon ander. kust. Menjisik. enz. de betelplant. exploit. de schubben of krabben. Menjisaken. dagvaardon. gevormd door . geschubd zijn. kom.

enz. voorschrift. betwijfelen. Sjadjarah (of Sedjarah).). Nat. Sjawai (of Sawai). gedicht. (van den harden dop eener kokosnoot. en. L. wet . om water enz. voorschrift. de zon.). Sjart djabatan. in- . belijdenis. Sjaitan. or is goon god den Allah en Mohammed is zij n gezant. poezie. goddelijke wet. Sjaban (Ar. to schepper. twijfel koesteren. titel. verder. enz. Sjara (of Sjarat). Sjair. wet diem of gebruikt wordt. stamboom. van hot Mohammedaansche jaar. de 10e maand van hot Mohammedaansche jaar. bepaling. hot geloofsformulier der Mohammedanen . ook. dichter. Sjahwat (Ar. Mendatengken. fam.).g. geslachtboom. inzonderheid voor afstammelingon van Mohammed's sahabat's. voorwaarde. enz. zie : Setae. Sjahadan (Ar. argwaan hebben . Sjahadat (Ar. havenmeestor. M ALEISOR-HOLLANDSCH.of Mendjadiken Sjak. Siwoer (Jay. Sjart. de 8e maand. Menaroh Sjak. hoofd der kooplieden. waterschepper. Sjahbandar. schepper. Sjarbat. der Palmae). ook voor den palm zelf gebruikt. adellijke Arabische titol. ook : Roewah of Arwah). instructie voor eenig ambt. Siwalan. godsdienstinstelling. Sjaich (of Sech) (Ar. doen betwijfelen. voorts. Sjariat. lust (voornamelijk tot den bijslaap). achtordocht.). La ilaha ills Allah wa Mohammed rasoel Allah. reglement. in 't algemeen. zie : Serbat. Sjak. getuigenis.de indijking van eon riviertje. vrucht van den Lontarpalm (Borassus flabelliformis. twijfel.)(of Sahwat). begeerte. argwaan. op den lo waarvan hot z. geslachtlijst. argwaan wekken. blik. twijfel doen ontstaan.) (of Saban. Sjah. Sjarif (of Sjerif). boding. lied. adellijke Moh.). worst. wet. Sjams. Mengadaken--.

welig groeiend. laat hat genoeg zijn. darken. hoofd eener negorij. enz. Soeban. dageraad. uit. enz. Kapala-Soa. lof zij God! Soebhanahoe. jets beeindigen. enz. hat is reeds avond (nacht) . scheid er made uit. (ook: Keraboe). Mal.. bulging (voor de godheid) . . welig. enz. dankzegging. "Schadenfreude" over jets hebben. afgedaan. Men joedahi. ochtendgebed. Soedah malem. lof zij Hem ! Soebik. ingescheurd.). Menjobek. getroffen heeft. gezond maken. Men j oeboerken.landsch nieuwjaar (bij hot erode der ti asten) gevierd wordt. gezond aanzien geven. dank. Sokoer). Sobat. (direct ondorgeschikt aan den radja). Soa (Amb. gezond. scheuren. genoeg. enz. frisch van aanzien. Menjoedahken. Soeboer. ook : (in kwaden zin) r Goed zoo!" zeggen. verwezenlijken. bereids.). enz. Sembahjang soeboeh. . enz. splinter. --afscheuren. goddank. voldoen. eon splinter krijgen. ook graveeren. buigen. reeds. eon ongeluk. . zie Sahabat. een. kampong. Menjodja. Soedahlah. enz. Soebang of Soebeng. Soedagar. Soedah. een frisch. klaar. gedaan. aan een verzoek enz. eon bulging maker (zooals de Chineezen voor hunno godheden). klein schourtje. Soebhana Allah (Ar.. enz. van lets eon klein stukje afnemen. jets scheuren. als interjectie of toeroep (in goeden zin) ook : Dat do©t mu genoegen ! Gelukkig ! (in kwaden zin) : Je hebt je verdiende loon! Mengoetjap Sjoekoer. al. voltooid. ochtendschemermg. Menjoebik. kras. 16 242 SOEB. negorij. groote oorknop der inlandsche vrouwen. enz. enz. zie : Saudagar. . Soeboeh (Ar. dankzeggen. Sjoekoer (ook: Soekoer. . enz . eind aan .). Sodja (Bat. gescheurd. Kasoeban of Kasoesoeban. beeindigd. Sobek. eon stukje van lets afscheuren.). wanneer iemand bijv. genoeg.

broader of zuster. willen. met jets puntigs steken. vellen (bijv. niet genegen. horizontaal vooruitstekend . borduursel. een eerbiedige bulging maken (voornamel jk voor de godheid). Soegi. Soegi gigi of Pesoegi. langwerpig puntig voorwerp. zich gelukkig gevoelen. (zooals eenden.jets maken. Kasoedahan. bltj zijn. enz. Soedjana. borduren. steekwapen. pennetje. enz. verkiezen. met zulk een voorwerp in jets steken. . schoffelen. enz. enz. Soedara tin. Menjoed ji. enz. Menjoedoer. verheugd. beeindiging. wensch. vermaak. genoegen. Soedoer. horizontaal vooruitsteken. prism. de stukjes vleesch voor de Sesate gestoken worden. Soedoe. wat daartoe opgedischt wordt. waaraan o. Soedi (ook : Bersoedi). Menjoedoek. Soedji (of Soedjen). . nederbuiging . . behagen scheppen. enz. ganzen. tandenstoker. eerbiedig nederbuigen. genegen zijn. vreugde. enz. deugdzaam. genoegen hebben. Soedjoed. . trakteeren q Menjoegoehken. enz. enz. snavel van een send. Soedara. niet verkiezen to doen. onwillig. met een lapel scheppen. enz. een lans). goedvinden. ten slotte. Menjoegoeh. enz. lapel. a. speetje. Menjoedoerken. . pin. geveld zijn . lepelen. Tiada s oedi. klein. Menjoedoe. jets afmaken.. vreugde . stiefbroeder of -zuster. iemand op jets onthalen.onthaal.. enz. zich vorwaardigen tot. Soedoek. schoffel. blijdschap. gewillig zijn tot. ook puntig werkSOEK. jets afdoen. afdoening.). Soegi landak. welwjllend.. enz. els. eerbiedige buiging. genoegen nemen net. tuig om to steken. borduurwerk. Soedji. peuteren. enz. Soeka. . jets horizontaal vooruitsteken. onthalen. Bersoedjoed. pen van een stekelvarken . doen). Soegoeh(Jav. behagen. enz. einde. blijde. enz. Menjoegi. ook in hat algemeen bloedverwant .

naar jets zoeken. Menjoeling.. fam. moeilijkheid.). ook : goochelen. enz. . pleizier hebben. deal. fakkei. op elkander gelegd. bijlichten. zich verlustigen. Bersoeling. ook: dat. geest. waarvan men houdt. ook : houden van.debroodvrucht en-boom SOEI.. moeilijk. ziel. vergenoegdheid. bestanddeel.. pleizier maken. enz. jets doen ontbranden (ook in fig. fluit. enz. spietspaal. Menjoelet. Soekma (Sk. ook goochelarij . poot. der Artocarpeae). Soekoer. Kasoekaran. borduurwerk . bespionneeren. -blazen. blijdschap. . zie : Selasi. been. Menjoelap. . ook : Bermain soeling. enz. Soela.. tak (van een volksstam). puntig uitloopsel van sommige planten. zich amuseeren. vreugde. blijdschap. Menjoekaken. ljef hebben. enz. geheime verspieder. bezorgen. vreugde. met een fakkei. toorts. Soekoen. enz. Soeloer. in lagen leggen. . blij. Soelam. enz. aangestoken pit om bij to lichten. in het geheim nagaan. moeilijke omstandigheden. in brand steken. iemand pleizier. aansteken. enz. Soelasi. onderdeel..smaken. lastig. Men joeloehi. ook spion. Bersoeka-soekaan. waarop misdadigers gespietst worden . zie : Sjoekoer. enz. borduren (vergelijk : Soedji) Soelap (00k: Soenglap). spruit. enz. beminnen. . Soekar. een graat in de keel hebben. Soeloeh. gevoerd. -verheugen. Soelet. Menjoelaken. ook : bespieden. Kasoekaan. enz. -blijmaken enz. Soeling. enz. enz. (Artocarpus incisa. enz. Soekak (Kasoekakan). rank. zin). op zulk een paal spietsen. enz.. of krijgen. verheugd. ook : vujl . Men j oelam. Menjoeloeh. genoegen. op de fluit spelen. Soekoe. L. op elkander leggen. voet. nat. onder het licht van een fakkei. zwaar. Soekatjita. enz.

. Bersoempah en Men joempah. stop. cadeau. Soempe (of Soempai). zich kruipend voortbewegen. lout. aanbieden. .. pit (voorr licht). onzedelijk. een gat enz. enz. geschenk. put. bloedschande bedrjjven. krenkend voor het gevoel.enz. vorst. ook (van het een of ander) : in eon gat enz. jets in een gat enz. Menjoempahi (ook Menjoempah). wat tot stop diem. Kena soempah. Soemit (Pout. dichtstopt. kaarsepit. beeediging. iemand vervloeken. enz. eedsafneming. hoepel (om een ton. Soeltan. Soemangat. .. dat van jets afgevallen. Ajer soemoer putwater. Menjoembang. enz. ook : schaarde. Menjoempahken. om dit dicht to maken.. bewustzijn. geschaard. Soembang. Soembang (Soembangan) (Jay. Soempah.vervloeking. waardoor dit verstopt raakt. enz. vastzitten. onwelluidend. Menjoeloer. Menjoempelken. onwelvoegelijk. bijdrage tot een feest . Menjoembang. hazelip.. enz. ook : vloeken. vloek. beleedigend. vervloekt (zijn) . ring. ook lets door een eed bevestigen. snor. enz. ongepast. Soemoer.). ook : diep gat in den grond. iemand een eed afnemen. (Zie: Simpai). enz. jets slechts toewenschen. kruipen. Soempel. waterput. -afgebrokkeld is.en iemand vloeken. eed. 243 schenk of bijdrage voor een feest enz.. Soembingan. enz.). als deelnemer of geinviteerde een geSOE I. enz. Persoempahan. -vervloeken. Bibir soembing. sultan. Menjoempel. een eed doen. stukje. Soemboe. enz. ook bloedschande . Soembing (of Sombeng). opening enz. met jets dichtstoppen. vervloeken . een gat enz. stoppen. schaardig (zijn). Soempelan. lampepit. ranken.. wanstaltig. door een vloek getroffen (worden). ziel. levensgeest. stoppen . . band.). beeedigen. knevel. waarmede men een gat. alleenheerscher.

Men j oengkit. Soemsoem (of Soengsoem). Soempit. zich aan ontucht overgeven (van eon vrouw). ernstig opvatten. boeleerster. voelhoren. enz. zeker. . in waarheid. juist. stuursch . enz. uit een blaasroer blazon. eng. enz. jets beschilderen. ontuchtige vrouw.. Sasoenggoehnja. Anak soengai. fatsoenlijke uitdrukking voor: zijn gevoeg doen. versiering met schilderwerk. Soengging. Soengar. Soenan (Jay. hoer. nauw. enz. enz. borduren. in ernst. -aanpakken. zijn uiterste best voor jets doen. rivier. Bersoenggoeh-soenggoeh. kwasterig. hoereeren. ofschoon. besnijden. borduurwerk . . met eon blaasroer jagen. knevel (van dieren). publieke vrouw. zich met hoeren afgeven. naar de rivier gaan. ook : Sempit. Menjoengging. Soengoet. Soempit (Soempitan). Soenat. niet ruim. enz. Soenggoehpon. Soengkit. nasal van hot koninkrijk der Nederlanden. jets in alien ernst opvatten. book : Pergi kasoengai. Menjoendel. 244 SOEN. Soendel malem. hot bedrijf van hoer uitoefenen. ook : jets met ernst doen. Soengkit (of Songkit).) (Soesoehoenan). zijn uiterste best doen. in waarheid. blaaspijp. hoewel. een blaasroer. enz. inderdaad. Men j oenggoeh. enz. merg. werkelijk. zich er geheel aan wijden. zie onder: Sedap. zijn uiterste best doen . Soengai (ook : Kali). Menjoempit. zekerlijk. werkelijk. Bersoendel (ook : Menjoendel).enz. wet is waar. Soempet. waarachtig. Soendal (of Soendel). Soenggoeh. Menjoenatken. eon zuur gezicht . besnijdenis. geschilderde figuren. (van eon man). wezenlijk. titel van den vorst van Soerakarta. riviertje. kogeltjes of pijltjes. Bersoengoet. ook : norsch. lets versieren met allerlei schilderwerk. Menjoenggoehi. zie : Soengkit.stop. fatterig. Soempet.

krijgsgeschreeuw. Soerak. reispas.brievenbesteller. jubelen. kleine bidBOER kapel. hoofdhaar.). Soerabl (of Serabi). hot onderste boven. eenzaam. mokken. hot godenverblijf. om. enz. dikwijls dienende ook tot school. Soerat konde. weinig be. last. losgedragen hoofdhaar(alleen vanvorsten). Soeri (Jay. bevelen. schriftelijke overeenkomst. verlaten plaats. hot onderst boven hangen. eon geschrift opstellen: Menoells soerat. zulk een versiersel dragon. verlaten. Soengsang tegen hot beloop in. zie : Soemsoem. jubelkreet. verduisterd. schriftelijk bewijs. Pen j oerat. Menjoengsang. . Soerat. Bersoentmg. zendbrief. eon aan een pen gestoken bloom. Soerau (ook: Langgar). . Soerat pas. book. pandbriefje. schrij ver . enz.. donkey. bevel.). Soengsoem. manen (van eon leeuw. somber. enz. kwitantie. enz. Soenting. Soerat tanda tangan. brief.). Soerat perd land jian. testament.zetten. hoofdgeldbiljet (van Chineezen). Bersoerak of Menjoerak. ledig. enz. Soerat gads. eon brief schrijven. versiersel achter hot oor of in hot haar op hot achterhoofd (bijv. Soerat. boodschap.overbrenger van brieven. zonder glans. zich afzonderen. op de handen loopen. . Soeroeh. verlofpas. duister. enz. Soeram (of Soerem). SOER. juichen. tang. manen (van een paard. Pasoeratan. bedehuis. zocht . Soerah (Ar. de hemel. gelasten.). Menjoerat. Menjoeroeh. contract. loopen. eon snort van groote poffertjes van rijstemeel. zendbrief. gejuich. Soeralaja (Jay. geschrift. Bersoenji. Soepaja. stil. omgekeerd. onbewoond. Soerat wasiat. brievenpost. hoofdstuk uit de Koran. ten einde. morren. opdat. . pas. Soerat kiriman. enz. enz. eenzame.). schrijven : Mengarang soerat. woest. enz. Soenji. enz.) . Tempat soon ji.

Soetji. moeite. boezem. ergens onder of doorheen kruipen. zoom (van een trust. rein. eb. Ajer soesoe. zijdeworm. kust. Kasoesahan. Soeroep. zoogend kind. Menjoesoer. enz. enz. Menjoesoepken. ook : zoogkind. enz. (om in to halen) . ebben(van water) zakken. stapel van op elkander geplaatste voorwerpen. met een boodschap belasten. min. Anak soesoe of -soeson. verdriet. moeite. zuiver. last. hat ondergaan van zon of maan. Soesoek. Kasoesoel.~ kuststreek. Menjoesoet. enz. zwaar. Menjoesoet. achtervolgen. main. Menjoesahken. de borst geven. Soesoet. zitten. achterna loopen. schoon. &jars joesoen. Bersoesoen. Soesoer (Jay. Menoesoep of Menjoesoep. sunken. Soesoer. zoogster. jets ergens onder steken of schuiven (om hat to verbergen). achteruitgaan. last bezorgen. 245 bijv. zie : Soeltan. Soesah. melk. Soeroet. zoogen. aan de borst zitten.laten doen. rand. minder worden. Soesoek. Soesoep. ook iemand ergens hears zenden. Menjoesoe. Menjoesoet. vermindering. vischfuik. zorg. last. verminderen. zuigen. niet vuil. strook. op elkander gestapeld zijn of liggen.). afloopen. verminderen. uier.). fuik. enz. Soesoen. ook melk. opstapelen. Soet®ra. Oelat soetera. ears kust volgen. gezuiverd. afneming. Menjoesoek. Soesoe (ook : Tete). gereinigd. Baboe soesoe of Baboe tats. met een fuik visschen. enz. zijde. achterna gaan. bemoeilijken. zuigeling. tabakspruim. afnemen. . zorg. moeite. zie : Toesoek. zijden stof. Soesoet. enz. Soetan. moeilijkheid. lastig. tangs jets gaan. borst (van een vrouw). ` OEW. in zorg enz. ingehaald. hat iemand moeilijk makers.. Soesoer pantai. moeilijk. verdriet. iemand verdrietig stemmen. heilig.

enz. licht.) opvolgen. hot (de) eon of ander. geluid geven. lauw. Soewoeng. Bersoewamiken. . heiligheid. voeren (met de hand). enz. en z. eenig 246 SoEW. spreken. aan een meisje iemand tot man geven. geluid. enz. Soewang. de bevelen (van eon vorst. enz. alleen zijn. onverschillig welk. zonder moeite. Soewita. beta. uithuwen (van eon meisje). mondvol. zuivering.. enz. -toeroepen. ledig. reinigen. Persoetjian. hap. Bersoewara. Bersoetji. bocht. verlaten. Men joewarai. Bersoewal. lauw-warm. man. Soewatoe (ook : Satoe) een . Barang soewatoe. Sogok. stem. Menjoetjiken. echtgenoot. Kasoetjian. tot echtgenoot. Soewal.. tot man hebben . vragen doen. laten eten door hat telkens eon hap eten met de hand in den mond to stoppers. baai. . enz. dienen. Soewir. Soewami. Soewak. heiliging. zuiveren . enz. kleedjes daarmede geverfd. Bersoewatoe. enz. Mempersoewamiken. . Menjoewapken. inham. spinsbek. afgescheurd. met eon lang voorwerp steken. gescheurd. Zie ook : Tjoetji. heiligen. bijeenbrengen. eon van alien . enz. met de hand eten. eenzaam. Soewam. Soewasa. reinheid. Men jogok. iemand aanspreken. onbewoond. ook : hot eons zijn met eon ander. Menjoewap. -peuteren. toespreken. vraagstuk . uitgeslagen stuk (uit jets). toon. vragen. ding. vereenigen. telkens een hap eten met de hand in den mond brengen.oprech t (van gemoed). Soga. eon kind enz. zie Soon j i. vraagstukken opgeven. Soewap. tot eon maken. onbezet. Bersoewita. gespleten. Kain soga. vraag. Mempersoewatoeken. gemakkelijk. rein zijn. gemaal . Sasoewatoe. rondo of roodbruine verf stof verkregen van den bast van eon plant. Soewara. enz.

schoor.). Sondol. ophitsen. enz. ook jets op de handen dragon.) schrijlings dragon. Sorga (ook : Swarga of Soewarga) (Sk. gescheurd . Soldadoe. afgebroken. vermaard. soldaat. Menjompoh. aan den rand beschadigd. enz. hemel. Soso. boekje. jets (bijv. ambtenaren op Java. met de handen ophouden. om hem to winnen. zie : Serdadoe. iemand door geschenken enz. beroemd. verwaand. gescheard. Soeloeran). fatterig. Sompoh. verblijf der gelukzaligen. borduurwerk. (00k: Soeloer. bescheiden. ook : iemand aanzetten. Sontak gerowak. Sompek. Men j ongsong. gemanierd. met vole on groote scheuren (van linnen. enz. eon snort van hoed zonder bol met eon klep. Menjorok. afgescheurd (van eon stuk uit jets) enz. met den kop. beschaafd. eon kind. Sopan. Songsong (Jay. sloot. enz. enz. enz. stutten..) (of Patijoeng). Sombong. iemand in hetgeheim waarschuwen. slootje. staatsie of ambtszonnescherm der ml. enz. Soldadoe laoet. omkoopen. beleefd. stroompje. enz.). Sokong. met goud bestikken. Sorok. achternamiddag.). Songsong. jets tegemoet gaan. Sop.enz. tegen jets ingaan. doorweven. Sontak. jets ergens . stut. jets dat tegen jets aan gezet wordt om dit to steunen. Sore. Songket. iemand in hot geheim jets geven. schoren. befaamd.). afgebrokkeld. Salomo. Menjondol. bekend. opgeblazen. marjnier. zooals de Javanen veel dragon. vooravond. geroemd. Solaiman. zonnesch erm. voor omvervallen to behoeden. steun.). ingetogen. Sohor (Kesohor). met neergebogen kop stooten (van buffels. Songkok (Jay. Menjokong. steunen. tegen jets in. berucht. avond. Sompelak (Bat. enz. Solor. soep.. borduren. Menjongket.

enz. voortschujven. Kena sorong. groet. Ta'dapat tiada. Sowangan. Soso. met trommelslag (op de Tifa) bekend maken. met zulk een fuik vischvangen. -. geneeskunde.. enz. Men jorong. Sosok. met zulk een stok op eon instrument slaan. Tabir. -een . duw. hot behoeft niet. enz. door den omgekochte jets jn de hand to duwen . karakter. --verkondigen. Menjosol of Menjosor. windharp in den vorm Ta' (verkoaring van Tiada). Kareta sorong. met vooruitgestoken hats fangs den grond near jets toeschuiven om to bijten (zooals ganzen enz. Taboeh. enz. doen). vangen in ondiep water. en omkoopen. Menjosok. natuurlijke geaardheid. hot is onnoodig . . krujwagen. Sorong. ---wjt maken door stampen en verwuderjng van hot dunne vliesje dat om do korrels zit.fiabiat. om iemand om to koopen . hot moot volstrekt. toeschuiven. voortduwen. voorhang.ook uit to drukken door ons voorvoegsel on-. dat gegeven wordt. waarmede op de trom of andere slaginstrumenten geslagen wordt .). Ilmoe tabib. duwen. gegroet.onder schuiven of stooten. enz. de verheven God.). Men joso.h korte.) omkoopen door jn hot gehejm hot eon of ander geschenk onder zijne papieren. Menaboeh. Ta'oesah.ook iemand (eon ambtenaar. ook : voorstelle1n voorstellen doen. Tabik (of Tabe). of Har. to schujven. inborst. in den vorm van eon stole om visch to solo. : ook droomuitlegging . gordijn. -doen bekend maken. geneeskundige. woes gegroet. ook : geschenk. Sosol (of Sosor). de Allerhoogste. niet. ---omroepen. dokter . Sorongan. omgekocht zijn.. Tabaos (Sap. van eon veerkrachtigen knop voorziene stok. omkoopsom. heilgroet. Tabib. de rust wit stampen. Mentabirken. fuik zonder bodem. Taala (Allah taala) (Ar. heilwensch. enz. seen droom uitleggen. verklaring geven van een droom.

jets opvangen . . hagel. bezaaid met diamanten. enz. oplegsel van edelgesteente. in jets opvangen. zaaien. --bestrooien. jets met. puntig. lancet.troon. kunstspoor (voor eon vechthaan). enz. ker bewaard wordt. ---hot eon of ander onder jets plaatsen of houden.allerlei slaginstrumenten. . enz. . Menaboer. enz.). Tachta(Ar. Mentadbirken. (hebben). suede.scheuren(bijv. Menadah en Menadahi.). zie : Sorga. enz. Tadjam (of Tadjem). bamboezen spaarpot . zeer stark naar jets verlangen. wetten. Sowek (of Soewek). slijpen. (ook : Penamboer). wet in zulk een koTAGI. enz. Menadahken. Tafeir (Ar. . enz. scherp maken. vlijm. scherpen. Menadjemken. Menjowek-njowek.: Boemboeng). regeling. verlangen near jets. op. lemand manors. zooeven. zeer belust zijn op lets. T. strooien.instrument bespelen . Tadi.). spaargeld. enz. enz. spoor. daareven. Taboengan. kort geleden. om hot op to vangen. ook een vlieger van zulk een geluidgevend instrument voorzien. Swarga. lijnwaad. scherpe kant. Taboehtaboehan. vordering. pas. Taboer. in flarden scheuren. zoo pas. groote trek. bestuur . 247 van een bong aan vliegers bevestigd.). papier. verklaring (van den Koran). zaaisel. Tagih. Katagihan. Tadah. scherp. Tadbir (Ar. ook schroot. zaaien. 248 TAGI. Penaboer. scherpheid. lust in jets. enz. Pendok di taboeri intan eon scheede (van een Keris. jets bezaaien. gescheurd . -ook waning. Menaboeri. wet gezaaid is. nog niet fang geleden. gezeteld zijn. koker van bamboo oln or jets in to bewaren. leiding. Taboeng (verg. Menjowek. Tadji. Bertachta. besturen. dicht met jets beleggen.vorsteltjke zetel. op eon troop zitten.). leiden. Menagih.

Tahi lalat of ---laler. enz. verduren. -invorderen. . kuip. --. kunnen. verroesten. hat vujl der oogen . rein. volharden..Tahi angin. fam. ook de stof. Tahil. verdragen.als gewicht voor opium wegende ± 0. roesten. ijzerroest. kippendrek. beperken. onzin. poop. . Tahan. als gowicht voor edele metalon wegende ± 0. Tahi besi.. bezinksel. om jets tegen to houden. --verdragen. jets tegen jets aanhouden.jets vorderen.G.G.1 Soekoe = 2 Tall. Mentahirken. nat.3 Oewang. van jets bewust zijn. uitwerpsel. en TAKR. beletten. onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. vorstaan. zuiveren. die overblijft na hat person der olio uit de boonen. ook vat. jets verduren. zuiver. in lets bedreven zijn.0386 K. afscheidsel. . enz. verdragen. drek. ook ijdel geklap. L. oprisping. . die in de inlandsche geneeskundo veal tegen buikaandoeningen gebruikt wordt. ton. Mata of Hoen. zaagsel . boar. Tahi koeping of Tahi telinga. Tahi ajam. Tahang. enz. --uithouden. tegenhouden. Tahi. . reinigen. sproet. waters. uithouden. der Laurinae. enz. niet weten. Menahanken. tegenhouden.1 Tji = 10 Timbang. Tahi geregadji. jets als middel gebruiken. Menahani. en t Tall .'/ 16 Kati = 111 s o Pikoel =10 Tji . natuurlijke spoor van ears haan. uithouden. Menahan. oorsmeer . Tagil (of Tegil). een boar laten. -beletten. -. enz. een aan plantenslijm rijke plant. enz. tegenhouden. onbesmet. Bertahan. met jets bekend zijn. verstand van jets hebben. gewoon zijn. verhinderen. bergkloof. vuil. Tahi.1 Real = 4 Soekoe. kennen. Tahoe (of Taoe). Tahi minjak. moedervlek. . enz. en onderverdeeld als volgt : 1 Tahil -. beteugelen . Menahi. Tiada tahoe. ravijn. drab van olio. duurzaam zijn. verduren. boeren. Bertahak. Tahi mate. enz. Tahak. .2 Real.054 K.Cassytha filjformjs. stront.

enz. eerbetoon.). de wijze van echtscheiding. Takdir (Ar. van jets bepalen. Sabers tahoen. almanak. bekend zijn. Menahoen. Takdir Allah. beschikking voorbeschikking. wat driemalen mag gebeuren. jaren achtereen . vooruit bepalen. kennis. bekendheid met. eon jaar duren . bevreesd. Taksir.nieuwjaar. verbeelding. bangmaken. . enz. van Chin. gesnapt worden. taxeeren. zoodat hij haar tweemalen terug kan nemen. laf. bang. Takwim (Ar. verwaandheid. vrees aanjagen. -beschikking. Pengatahoean. Tahoen (of Taoon). jaren duren. om er bang voor to zijn. zonder dat de gescheiden vrouw eerst met een ander getrouwd moot zijn geweest. eon snort. gezien worden. angst.). zooals na de derde wegzending bij eventueele hereeniging hot geval is. . Mengatahoei lets waters. voorbeschikken. enz. Taksiran. verjaardag. Mentakdirken. bekend raken. de waarde. raadsbesluit . bloo. kennis van jets hebben of dragon.). ingebeeld. enz. Menaksir. enz. bang zijn. Katahoean. Tahoen bahroe. Tahoe. Taksir.jaarlijks.ook: niet gewoon . kennis geven. verblijven. TAKE. Bertahoen. beangst. taxatie. vereering. verwaand. meelgerecht. schatten. bevreesd. . enz. enz. verjaren. Menakoetken. elk jaar. . . schatting. organs een jaar lang overbltjven. enz. . waardebepaling. . dat in platte koeken verkocht wordt on in vole Chineesche schotels wordt gebruikt. MOnakoeti. waarbij de man zijne vrouw eenvoudig een ontslagbriefje als zoodanig geeft en haar wegstuurt. ook r vreeswekkend. met jets bekend zijn. vrees. Takrim (Ar. zijn voor jets. Bertahoen-tahoen of Bertahoenan. Hari tahoen. Mengatahoeken of Members tahoe. jets laten zien. jaar. Gods raadsbeslujt.). wetenschap. den prijs. enz. bang. Talak (Ar. dagwijzer. Takoet. enz. . Takaboer. jarenlang.

Tambah. eon cursus geheel doorloopen hebben. Tamat (Ar. bjjvoebsel. dam. dijk. dat in eenig kleedingstuk.). 249 ook : eon feast geven tar eere van hot verlaten der school (van eon kind). wat bij jets gevoegd moot worden. vermeerdering. enz. Tali. nadat hij in hot graf is neergelaten. draad. openhartig. beschoeien. eon slot daaraan maken. Membatja talkin. beschoeiing van een rivieroever. aangroeien. TAME. indijken.). enz. praeludium. enz. bijvoegsel. ook : zooveel to meet. touw. eon geschrift beeindigen. Menambahken. . toene-men. dok.. tooname. Tambak (Jav. onderhoorig. toevoegsel. bedijking. vuurtouw. Taloe. Menambal. dakgoot. enz. kwartje. wat bij jets komt. hot onderricht der dooden. jets aan jets toovoegen. Menambahi. Taloek (Ar. Tall doek. Talon (Jay. band. enz. eon gescheurd of beschadigd . aanvang. Bertambah. lap. geeindigd. bedijken. een touw orn jets slaan. reap. Menambak. onderworpen. 25 centstuk. vermeerderen. enz. Menaliken. enz. enz. Talkin(Ar. presenteerblad. lout voor hot aansteken van sigaren . touw van de harige vezels van den arenpalm . Tambahan. ingedijkte vischvijver. in eon kleed enz. genet is. onbewimpeld.). begin. onderworpen. zeal. to vermeerderen. Talar. Tambal (of Tambel). ronduit. enz. voorzeggen wat hij to antwoorden heeft wanneer de doodsengelen Moengkar en Na kir hem komen ondervragen. koord. einde (van eon geschrift). Tall api. Tali sipatan. eon overledene. ten onder brengen. . ook : volleerd.). of hankelijk . Talang. of hankelijk maken.Talam. jets vermeerderen met jets. opdammen.). Menaloekken. eon lap of stuk zetten. timmermanslijn. om hot to vergrooten. strong. enz.. jets met een touw vastbinden. stuk. Menamatken. lijn.

(ook : Tamboenan) . enz. ook vetmesten . ook hott gelapte deel. vastbinden. Perahoe penambang of -tambangan. Tambat. hoop. dus hog vrij is. Menambangi. vermetel. enz. Menambang. enz. Tambar. Tambang. enz. Penamboenan. ook onder den grond gepoft. lapwerk. 250 TAME. Tambang. mijt. overvaargeld. passagegeld voor hot overvaren. gelapt. Tamboer. Bertamboen. Tamboel. lappen. tooveren. opgestapeld (zijn). Menambang. . trommelsiager. touwslaan. Tambangan. goed in 't vleesch.vastleggen. mijnworker . Menamboeng. balddadigheden plegen. ook : stapel. touw. enz. tamboer. eon mijn graven. enz. baidadig. brutaal. . overbrengen. Menamboen. in hoopen (zijn) . enz. enz. met lappen. vet. yacht. aan eon touw vastleggen. yacht. Tambang. mijn . niet wit. Oewang tambangan. Tambalan. enz. jets of jemand tegen betaling overzetten. Kapala tambang. overvaren tegen betaling. overvaren. enz. dat geen passagiers heeft. enz. Tamboen. . ook : trom. enz. waarin men wordt overgebracht. (van gepelde rijst) gekleurd. hekserij. een lekkere zoetwatervisch. touwdraaien . onbeschoft zijn. overbrengen. wat tot vervoer van passagiers dient . Menambang. jets verbinden. Menambat. enz. . Menamboel. ook : goochelarij. Kareta tambangan. mijnwerk doen. . Pertambatan. Tambi.. Tamboel. hoofd eener mijn. toespijs bij de thee.. aan jets vastbinden. opstapelen. enz. Menambangken. jongere broeder. verband Tambera. opstapehng. titel of benaming waarmede men Klingaleezen aanspreekt..kleed. dik. onbeschoft. goochelen.. huurrijtuig. mijnopzichter. om . ophoopen. brutaal. onder asch geroosterd. schuit. Anak tambang. . enz. Tamboeng.

).). schoon van gestalte. Menampakken. verstellen. enz. enz.rijp to worden . oorveeg. verwerpen. Menamlikkan. schenken. Sakit tampeg. wan. effen gekapt. een visite maken. Tampeg (of Tampek). zichtbaar. ertamoe. enz. enz. Tampa. Menampik. enz. vruchten onder den grond laten rijpen. gaarbakken. wat aan iemand in ejgendom (all zijn voile eigendom) wordt overgedragen. . enz. . Tampal. Tampik. gast. Tam'lik (Ar. dienende om to wannen. enz. visite. enz. meenen. op bezoek gash. wan. enz. hetgeen op die wijze in eigendom wordt ontvangen of genomen . Tamalloek. niet . zoowel bij schenking all bij koop. Tamoe (of Tetamoe). vertoonen. iemand klappen geven. beschouwen. pleister. jets onder asch roosteren. de mazelen hebben. de oneffenheden van jets (bijv. Tampah (Jay. laten blijken. zichtbaar zijn. Menampi. . rond. enz. enz. opvatten. ook : zich goed voordoen. bezoek. ook visite hebben. kunnen zien. enz. gelijk gekapt. schild (ook in fig. Zie : Djamoe. iemand jets in vollen eigendom afstaan. jets bij handslag beloven. slag met de vlakke hand. om jets aan to nemen. waarmede jets bedekt wordt. Menampa. weigering. glad afgekapt. Bertampar tangan. plat vlechtwerk met lagen rand. erfenis. Tampak.: Tambal. een flunk voorkomen hebben.. klap. opvatting. beschouwing. enz. Menampari. toonen. Tampah. Vergel. versmaden. lappen. laten zien. wannen. zin). Tampar (ook : Tamper). een levende haag) weg snijden. . verkeerde opvatting.. gelijk kappen. TPameng. Tamps. lap. TANA. oplappen. rijstwan. Menampal. Menamboesken. weg kappen. Tampers. rijstwannen. wraken. Menampas. enz. mep . Menampak. Salah tamps. weigeren. zien . gezien kunnen worden. welgemaakt. van de hand wijzen. de mazelen. enz. enz. eeii pleister op jets zetten.

plaatsen. souvenir. Menandal. Bertanda. Tandan (ook : Toendoen). in den grond zetten. Tanah tinggi. Tampin. Menanak. voorteeken. Tanda mats. wet geplant. van eon teeken voorzien. plantsoen. laaggelegen grond. grond van particuliere bezitters. Tanah m ngandjoer. allegorische voorstelling. kenteeken. Tandak. verlaten grond. ook dansmeid. Tanah paair. enz. parabel. Tamsil(Ar. Tanah lempoeng. eon teeken hebben. landstreek. enz. landtong. mark. klei . Menanam. Sirih satampin. barn. aandenken. hooggelegen grond. enz. Tanah hidoep. vergelijken. pisang). aardbodem.. Tanak. leggen. Tanam (of Tanem). gouvernements grond. klaar gemaakt. kwitantie. een klaargemaakte Sirih-pruim.). enz . landeTANA..willen aannemen. wordt. enz. pooten. rijst koken. Tanah merdika. Tandang. planten. Tanah goepermen. ineen gedraaid all een peperhuisje. particuliere grond. Tanaman. bodem. begraven. een hen dteekening onder jets plaatsen. teeken. . Djoeroe tanak. aarde.ati. . Tanah.vergelijking. ook : schriftelijk bewijs. grond. Bertandang of Menan- . Pertanda. schiereiland .. Tanah rendah. koken . enz. enz. geschenk tot aandenken . jets als voorteeken beschouwen. Tanah hat. zandgrond. geteekend zijn. Menamsilken. Menandak. enz.Tanam-tanaman. Tanda tangan (ook : Tapak tangan). merkteeken. rijen. (op zijn inlandsch) dansen. gelijkenis. bebouwde grond. kok. . bewijs. merken. peperhuis. enz. Tanah m. allerlei planten. onbebouwde. Menandaken. inlandsche daps. uitstekende punt in zee. land. van een teeken voorzien zijn. landsdomein. handteekening. aanplant. s Creek . bezoek zonder bepaald doel. eon tros van vruchten (bijv. ook : in of onder den grond begraven. beul. Tanda. enz. . -streak. enz.

jets op de hoorns nemen. op bezoek gaan. Mata tangan. hot handgewricht : Ta- . . Tangan kanan. zich tegenover jets stellen (om to vergelijken). steigend. Menandoek. rechterarm . rechterhand. reizen. L.draagpalankijn. enz. h ~lnstok aan een roar. der Sapotaceae) met kleine welriekende bloemen. ring aan eon muur. waarin eon lamp] e hangt. tegenover elkander stellen. . Tandoe. bezoeken afleggen. Menanding on Menandingken. moues. Menand j oeli. Menandjoeng. hand. enz. faro.). enz. Tangan. Bertandoek. uitstekende landpunt in zee. met eon lasso werpen . arm. Daridji tangan. Tandjakan. enz. enz. 251 van een strijd. eon weerga hebben . steil opgaande wag. Tangan kin. een kaap omvaren.steilte. 252 TANG. de duim . Tandoek. voorwerpen met elkander vergelijken. hook. de vingers. vergelijking. Menandoer. Tandjoe. (inzonderheid van rijst). Iboe tang . draagstoel. Tandil. Bertanding. linkerhand. enz. Tend joeng.aanhoogte. enz. in eon draagstoel zitten. Tandoer (Jay. Tangan kemoedi. werpstrik. onderofficier aan boord. met de hoorns stooten. Tangan badjoe. kaap. linkerarm . Tandjak. enz. lasso. met eon rang onder dien van ears Serang. Tending. met eon werpstrik vangen. hoorns dragon. muurlamp. wet tar vergelijking mast jets anders of tegenover jets anders gesteld of geplaatst wordt . lasseeren. opwaarts. landtong. die veal gebruiktworden. ook de naam van eon hoogen boom (Mimusops elengi. gehoornd (zijn). hoorn . omhooggaand. Bertandoe. Tandjoel. zich begeven near hat tooneel TANG.dang. planten. de palm van de hand (zie ook : Tanda) . Menand j oel. Tapak tangan. moues van eon badjoe. zonder bepaald doel. -hebben. net. (sergeant).

verantwoordelijk zijn. Tangas. ladder. los. stoven. met zwaluwstaarten aan elkander hechten. vooruitstekend . Anak tangga. horizontaal. warm bad. Tanggoeng (Jay. Menangas. als gehuwd persoon ergens gevestigd zijn. geveld. jets op zich nemen. . sport. enz. zich borg stellen. Tanggam. Menanggoehken of Mempertanggoehken. jets uitstellen. ploeg. die naast elkander geplaatst worden) eon geregelde of regelmatige afdalende of opgaande rij vormend. eon datum op jets plaatsen. dampbad. borg. Tanggoeng. damp. dralen. loskomen. Tangga. geveld houden. jets ultTANG. Menanggoeng. trap. Bat. Zie ook Sagang. buur. dulden. niet genoeg.ngan pand jang. (Zie : Loekoe). (van eon aantal kinderen bijv. uitvallen (van eon tand bijv. losgaan. enz. stellen. de hand aan jets slaan. vellen.of stoombad nemen of geven. met al wat daartoe behoort. hot geheele huffs. zwaluwstaart (eon houtverbinding). eon huishouden hebben. datum (00k: Tanggal boelan).een warm-. voor jets instaan. broeien. trod e . stoombad. Toeroen-tangga. Tanggang. dragon. diefachtig (zijn) . met jets wachten. Tatangga of Tetangga. Roemah tangga. d. Menanggam. aan warmte of hitte blootstellen. regelmatig in hoogte verschillen als de treden van eon trap. enz. verbinden. verschuiven. huishouding . dateeren. uitstel.). ten halve. Tanggoeh. lange vingers hebben. enz. ondergaan. Menanggalken. Beroemah-tangga. . borgschap. Tanggal. trede (van eon rijtuig) .). borgstelling. borg staan. enz. weder to voorschjjn komen (van de maan). Tanggala. yendragon. Bertanggoeh. Menangani. bureii .ontoereikend. i. onvoldoende. l jden. huffs en trap. met de hand behandelen. tot later verdagen. jets met de handen aanvatten. Menanggang.

enz. en wat als borgstelling. Tanggok.. afweren. met jets pareeren. Menanggok.. --voor jets verantwoordelijk stellen. -wat als zekerheid dient. pareering. pakken. Tangkis. groot kruisnet. tegen of op elkander sluitend . zekerheid. tegen of op elkander sluiten.enz.iemand jets opdragen. Menangkoepken. Menangkisken. Menangisi. door eon talisman afweren. die zich als borg stelt. enz. eon slag enz. Menanggoengken. pareeren. Menangkap of Menangkep. Menangisken. vatten. ook : over jets of iemand weenen . afslaan. behoedmiddel. (of Tangke). dienende als vergiettest.). krachteloos maken. bijv. Tangkoep (of Tangkeb). Bertangkis-tangkisan. snel.. ook: gijzelaar. of wenden . Menangis. visch met zulk eon mand of zeef vangen. totebel. verantwoordelijkheid. huilen. gejammer. Penanggoeng. Tangisan. enz. afslaan. (ook : Penangkal) Menangkal. waarvoor men verantwoordelijk is. bolvormige. weenen. amulet. borstbeen (van eon kalf. Tangkas. of wenden. over en wader pareeren. of zeef zonder deksel. stengel. tegen of op elkander doen sluiten. borst.. tranen storten. iemand beweenen. Menangkoel. gevangen nemen. a jour gevlochten mand. geween. --met jets belasten. Tangkoel. met een totebel visschen. geween. Tangkai. Tangkai. iemand doen huilen..enz. enz. schermen. elkanders slagen enz. gehuil. gehuil. kwik (in beweging of gang). Tangis. eon onheil. Tangkai kmbang. TANG. grijpen. Tanggoengan. enz. enz. talisman. en dikwijls ook gebruikt om visch to vangen . bloemsteel. . borg. afweririg. vangen. Tangkap. oppakken. gegeven wordt . Tangkar. Menangkis. enz. parade. verplichting. vlug. ook dat. steel. Menangkoep of Bertangkoep. handvat .

. ook boete. bakoven. (Jay. Tanger. boetedoening. Bertapih. -ook: hat gefiltreerde. handteekening. voetzool. papieren lantaren. ook : de palm van de hand. Pertapaan. mark. kluis.). omtrent hot eon of ander bij iemand informeeren. Tapi (of Tape). Tarsi. . handpalm. Menanjaken. Pertanteraaan. lager. Chin. Menapis. iemand ondervragen. eon vraag doen. Tarang (Petarangan). onthouding. eon snoeperij van gegiste rijst. tafelkleed. iemand omtrent jets vragen doen.asceet.). TARO. zich menageeren. enz. landbouwer. Tares. afzondering. Tapes (Sk. landbouw. B®rtapa. Menanja. Tapak tangan. . bijv. kazerne. plat.Tanglong (ook : Loleng). informatics inwinnen .. zulk ears kleed aanhebben. hot lange beenkleed der vrouwen . verhooren. teems. lager. enz. Tapoek. dieet houdon. landbouwbedrijf uitoefenen Orang tarsi. tramp. weinig hellend. kluizenaar.). naar jets vragen. Tapisan. Bertarak. barak. doorzijgen. bijna vlak (van eon desk. Tapak. Pertapa. vragen. asceet. enz. Tangsi (00k: Roemah tangsi). west tot hot doorzijgen gebezigd wordt. woning van eon kluizenaar. boetedoening. Tapih (Jay. gelijk. 253 Tapak. landbouw.). filter. boete doen. Bales tantera. landbouwbedrijf. kluizenaar. Menanjaf. tafellaken. vraag . in afzondering levers. oven. navraag doen. boetedoener. boats. nest voor eon broedsehe of leggende kip. voetspoor. zich van jets onthouden. dieet . eon ascetisch levers leiden. Tapir. Tan ja. Tantera (of Tantara). informeeren. kroontje boven of op sommige vruchten (zooals de Manggis). zeven. Bertan ja. effen. iemand naar jets vragen. Pakerdjaan tans. ook indruksel daarvan of van de pooten van dieren. zeef. Tapelak. legerplaats. filtreeren. kampement. legerscharen .

). plant (Indigofera tinctoria. Taroeb (of Taroep). Tartib.. Taulan. Tarok. Tasbih (Ar. ook : innen. tijdens. Tarich mesehi. enz. regelmaat. Tatoe (Jay. enz. (zie : Loeka). Tatang (Menatang). Petaroh of Tarohan. Tatah. uitbouwsel aan eon huffs of Pendapa. orde.Tareak. met iemand tegen een inzet wedden . binnenzee. tijdrekening. naar zich toe trekken.). gillen. bidsnoer. nest. naar zich toe halen. Menari. rozekrans. deponeeren.(zaadjes van Phaseolus radiatus L.). Taring. met een beitel bewerken. Tauge (Chin. Taroem (of Tom) (Jay. Menating. L. spaander . zetten. fam. fam. pand. houtkrul. regel. Menarik boenga. Tating. Tan. Tatal kelam. inzet. chef. Tauke (Chin. schreeuwen. ook inzetten van edelgesteenten in goud. Tarich (Ar. beitelen. hoektand. neerleggen. invorderen. inzetten. Tarima. Tank. trekken. Bertareak. dansen. . moor. de indigo. der Papilionaceae). stellen. wanneer. enz. kame- . inleg. bedrag der weddenschap. leggen. jaartelling. de Christelijke jaartelling. ontkiemde Katjang idjo. wond. afdak. aanhalen. renters trekken. ten tijde. der Papilionaceae). zie : Terima. opzetten. oogtand.). makker. Menaroh. die de bekende indigo of Nila van den handel geeft. ook afzonderlijk gebouwtje van licht materiaal met eon plat desk tot tijdelijk gebruik. Tatal. Tasik. of in de tegen elkander aan gehouden handen dragon. Menatah. groote plas water. Tatkala. Menarik. jets in de holte der hand. 254 TARO. beitel . nat.). die veel als groente gebruikt worden (ook Ketjambah genaamd). bass. toen. enz. vriend. opvangen. hard roepen. Bertaroh of Bertarohan. plaatsen. zie : Tatang.). enz. hoofd..

enz. Moeka tebel. bij (insect).. scherm. tegengif. enz. Tawon kelantjeng. neerhouwen (van boomen. flauw. betooveren. krijgsgevangene. door bet een of U TEB 0. krachteloos maken (van vergift. Menawar. enz. laf. die vrij goede was levert. lets to koop aanbieden . Menebah. eeri schaamteloos mensch.. Menebas. Tawon. talrijk (van eon menigte). beuken. gevaarlijke snort wesp. iemand uitlachen. dicht. Tebah. enz. enz. Men®bang. Tebang. bod. enz. ook hardvochtig. wat gekapt op den grond ligt.). eon groote. Tawon. Menawarken. niet hartig. Menawar. enz. eon bod doen. buit. Penawar. mast.. sniakeloos. madoe. eon onbeschaamd gelaat. dik (van platte voorwerpen. geneesmiddel. Tebangan. MenawaI. aanbieding. op God vertrouwen. slag met jets langs of plats. als een plank. omkappen. Tebas. r Menawarken. Penawaran of Tawaran. alum. krachteloos.). gevangen nemen. ook aanbod. Tawon. enz. (van smaak). doen lachen. Menawan. Tawon endas of Tawon gong. onbeschaamd. Tawar. buit maken. Tawa (Tertawa of Tetawa). smakeloos. aan bet lachen brengen. ander flauw. Tawas. vellen. dicht bijeen (van onkruid bijv. dingen. iemand ontmoedigen . bod. lachen . struikgewas. dorschen.hut. dicht opeen. Tawakoel. wat . bondgenoot.). loon eenig work aannemen. afdingen Menawari. Tebeng.raad. enz. enz. ook tegen een overeongokomen. sc. wegkappen van klein bout. Menawari. Menawaken. de honigbij . plat op jets slaan. Teba1 (of Tebe1). eon klejne wesp. enz. gezel. met eon stok. to koop aanbieden. krachteloos maken. om jets lachen. enz. Tawar.) . ook : uitlachen. schild. bieden.

stevig. niet geschikt voor de natte rijstteelt. suikernetsap. krachtig. dienen. to kunnen kwetsen. beletten. Tedas (Bat. enz. enz. rechtop staan . achter eon scherm enz. jets of iemand to kunnen snijden. lommerrijk. Menegak. zie : Tagil. Meneboes. enz. Tegah (ook : T j egah). overeind zetten. gespierd. talud. piqueur. Menegah of Menjegah. Peneboes of Teboesan. M1 nebok. suikerriet. beschaduwen. fabriek . (van hot wader). verhinderen. . hard. moedig. vrijkoopt. glans. Menebengken. enz. suiker uit suikerriet bereid . Tegar. bedaard. Panegar. onbuigzaam. avondrood.niet of slecht bewaterbaar. ook degeen die lost. Goela taboo. Bertedoeh. Tegi1.daartoe diem of als zoodanig beschouwd wordt. Tedoeh. iemand tot scherm enz. eon klinkenden slag met do hand of de vuist geven. Tegar (Jay. Ajar teboe. enz. Tedja. Tebing. prijs waarvoor men lets of iemand vrijkoopt. kloek. enz. ook: onverschrokken. enz. bongo kant van jets. lossen. suikerrietmolen. tegenhouden. of koopt. tegengaan. overein d. stork. Tebok. ergens onder schuilen. vrijkoopen . Kebon teboe. beschutten. Teboes. Tega1(ook : Tegalan). schuilen. beschermen. beschaduwd (van plaatsen). zich oprichten. enz. Menedoehi. stiff. suikeru TEBO. losprijs.). loskoopen. suikerriettuin. schittering. stil. Teboe. ook om hot paard to dresseeren. Penggilingan teboe. weerhouden. enz. mmn of moor hoog gelegen bouwveld. zitten. to paard rijden.). onder dak zijn . losgeld. Bertebeng. schijn. scherp of stork genoeg om ergens in to kunnen dringen. enz. Tegak. rechtop . never. flunk. Tegap. eon toertje to paard maken. jets beschutten.) (van eon Babel. Peneboes.. Menegakken. enz. kalm.

toeroepen. Telaga. enz. Telah.aanroepen. standvastig zijn. Tekap. Daoen teh. vijver. den hals toeknijpen. `Telan. zich stevig houden. iemand bij den nek of den hals pakkeri en neerdrukken.. slok . teug. op lets drukken. Menekan. jets hecht maken. vouw. jets vouwen. kom. zie : Tokek. Minoem teh. Meneken. enz. eon vouw maken. . moor. reeds. . stork. . slok. -de smack. stok. h outduif. Ajer teh. zie :~Tombong. druk op jets . enz. Tekak. vast. duurzaam . Menekek. bereids . fam. L. Tegor. Kyllingia monocephala. hot orgaan van den smack. toespreken. toedekken. nat. -vormen . Teko. wandelstok. al. put. Telampoeng. hecht. Teki.). ook : zich van eon stok tot steun bedienen. kromming. Teh. met zulk eon deksel of met do holle hand jets bedekken. ook zich stevig can lets houden. Chin.Tegoeh. standvastig. neerdrukken. hot achterdeel van hot verhemelte. gevouwen zijn. bolvormig deksel of kap over jets . trekpot. aandrukken. thee (zoowel de plant als hot blad). eon kleine grassoort. opslikken. enz. Tekan (of Token). 255 Menegoehken. bocht. Meciekap. Tekoek.Anaktekak. Tekoekan. de huig. Tekoekoer. Menekoekken. thee zetten. gevouwen.. worgen. Menelan. Menekoek. theepot. enz.). eon bocht maken. Tegok. doorslikken. bevestigen. Rottb. inslikken. thee (drank) . waarvan de wortelknolletjes veal gebruikt worden als medicament (Cyperus rotundus. drukken. vouw. enz. Tekak. berispen. thee drinken. stevig. nadat. 256 TELA.ook druk op jets . Tokek (Bat. TELA. de theebladeren . bocht. enz..ook: aanmerking maken. aanspreken. Menegor. Masak teh. enz. Satelah. Bertegoeh. Token (Jav. der Cyperaceae).

Menelandjangken. achterover op den rug leggen. knie . . bloote voeten. good warm. nauwgezetheid. . Bertelor. spiernaakt. gezolten ei (meest van eenden) . enz. knielen. ook : in gezelschap van. oprecht. enz. Telatah. Berteman. Koeping). naakt. to ver gegaan. Kaki telandjang. niet nauwgezet. ongedekt . ook: goad. Zie: Toendjoek. e1. inham. niet moor to verhelpen. enz.. onverschillig. geheel ongekleed loopen. Teledoer (of Teledor). barrevoets. makker. iemand geheel ontkleeden. zeeboezem. Teloet (zie : Loetoet). moedernaakt. achterover op den rug liggen : Menelentangken. zorgvol. Berteloet. zorgvuldig. enz. to ver.Telandjang. geduldig. golf. zie : Tapak. Telor assn. Daoen telinga.). zijn plicht verzaken. bloot. kruk. oorlel. geduld bij eenig work. nauwgezet. oor. plat neerleggen. poedelnaakt. jets ontblooten. bevriend zijn. Telor teroaboek. enz. Telanc jang boelat-boelat. enz. baai. onachtzaam. enz. kameraad (vergel. Meneledoerken. ook : Dj ari teloendjoek. Telentang(ook: Tjelentang). enz. welmeonend. oorlap. metgezel. Keteland joer. Telor. gezouten knit (van eon snort Indische elft). als vriend helpen. Menemani. naakt. met onverschilligheid behandelen. enz. vergezellen. jets veronachtzamen. kuit . -zijn . fielinga (verg.naakt uitkleeden. vriend. oorscholp. gezelschap houden. ontblooten. zorgvuldigheid. eieren leggen. Teloek (of Telok). Teman. Telandjoer (Bat. kenmerk. Kawan) . bloot.gezichtsuitdrukking. Teloend joek. en: werkelijk. Bertelentang. Tjoeping telinga. erg. achterover op den rug liggend . teeken. erg . ongekleed.. deugdelijk. Bertelandjang. Telapak. enz. Telatah (Jay. Teman (of Teman) (Jay. Panes temen. TEMB. de wijsvinger. kaviaar.). enz.). ontbloot.

bol. Tembako roko. (zie ook : Timbil) . Menembelken. koperen. opzetten. L. steenen muur. koper. tabak . bepleisteren. een muur. sterke. enz. -doen kleven. Temen. rooktabak voor sigaren of sigarotten. Menembel. (of Toemenggoeng). doorboord. gekorven tabak in pakjes van bepaalde afmeting . rood koper. geheel door jets heendringend. enz. Temberang. enz. van muren. Menembakken. lapj e. Menemenken. goal koper. uitkomt. Tembak. enz. tabaksplant (Nicotiana tabacum. hot punt waar jets. Temenggoeng (Jay. plakken. Menembok. Tembaga mesh. schieten. zie : Teman. gekorven tabak.angan. voorzien zijn . tabaksblad . Menembak. afvuren. een muur. ook good. wet op jets is gelapt. Tembel. Tembaga. Tembako lempengan. Daoen tembako. met eon vuurwapen schieten. regentstitel op Java. hat. eon kogel. kleven. boven vuur gedroogd. Tembako garangan.). in de zon gedroogd . gekorven tabak. enz. dijk. enz. eon schot lossen. Temboes. gesausde gekorven rooktabak . ook jets met klei enz.warm .). der Solanaceae). mollig. geplakt. Tembako soesoer. Tembako tongboe. pruimtabak . Tembako rad. uit eon geweer. vuren. Pohon tembako. fam. Bertembok. met alien ernst doen. v TEMB. Temboesan. proj ectiel. wal. lets op jets plakken. Tembok. muur. pleat. Tembam (of Tembem) (Bat. Tembaga koening. Tembaga poetih. Tembako. Berlijnsch zilver. beer. gezwollen (van hot aangezicht). van koper. . jets met oprechtheid. Tembako pepean. door en door. dat geheel door een lichaam gedrongen is. enz. om jets heen bouwen. staand want op een vaartuig. gekorven tabak. vastzitten.

tegenkomen. geven. enz.enz. met iemand een samenkomst hebben . Ternpat berhenti. der Zingiberaceae. iemand tegemoet gaan. hot instuiven van den regen. ook gevonden . een klap. jets doen kleven. Menemoeken. L. enz. enz. mop. Tempel (Menempel). een plaats gev en. ten tijde. bij of wasp. ontmoet. Tempat. verMALEISCH-HOLLANDSCH. Tempajan. bruid en bruidegom) bij elkander brengen. plek. enz. ergens geplaatst zijn. aan jets grenzen. waarvan de jonge wortels veal gegeten worden. Kaempferia rotunda. enz. Bertemoe. fam. enz. fam. Tempias. nat. Tempajak. klap. ook (bijv. .Temoe. Tempihng: oorveeg. oord. Rxb. Tempo. L. Tempat toempah darah. staartpeper (Cubeba ofhcinalis. wijdmondige pot. Temoekoes (of Kemoekoes). nat. nat. groote pot. der Zingiberaceae. . . Nemoe of Menemoe. Bertemoe dengan. Bertempat. enz. TEND. om hem to ontmoeten. Menempiling. plaats. pleisterplaats . 257 blijfplaats. . aantreffen . tijd. larva van een mien. doen plakken. fam.enz. martevaan. een plaats innemen. jets vinden. in de inlandsche geneeskunde veal gebruikt. een plaats bezetten. aan jets vastzitten.. der Piperaceaej. Menempeli. lets ergens plaatsen. belenden. Temoelawak. ergens wonen. Curcuma Zerumbet. een geneeskrachtige knolplant.geboorteplaats. Menempatken.. een geneeskrachtige knolpant. aangetroffen. gevestigd zijn . Menempati. Ketemoe. ontmoeten. aanplakken. Katempatan barang gelap. palen. op een plaats gevestigd zijn. termijn. .. enz. groote. . een plaats innemen. enz. jets beplakken met. Temoe-koentji. Menempelken. plakken. enz. elkander doen ontmoeten. urnvormige. in hot bezit bevonden worden van gestolen goed. kleven. van golven. iemand of lets ontmoeten.

in hot madden. half. in hot madden.middag. enz. ook in hot algemeen lantaarn van wat ook gemaakt. wagon. enz.. jets doon zinken. trap . enz. to madden. Menengahken. stilstaand. Tempoeling. trappen geven. zinken . Menenggelemken.schuld aan. ook : tent van eon ledekant. kalm. Tempolong. trappen. juist madden in. Mints tempo. laten zinken.. middelpunt. oorzaak van. de Javaansche mierenetor (eon schubdier). Menengah. onbewogen. Tempoeh (Jav. enz. godeelte. uitstel vragen. kwispedoor. helft. Menempoehken. harpoon. zonnetent. aanvallen. groote papieren lantaarn.enz. centrum. de helft. middernacht : Di tengah. bestormen. harde dop van eon kokosnoot. enz. hack. Tenang. Tengah hari. Menempoeh. enz. -Menengadah. madden. schoppen. Satengah. . herhaaldelijk schoppen. Tempoeh. voor jets verantwoordelijk stellen. iemand de schuld van jets geven. to madden. Katempoehan. dang. knieschijf. eon schop of trap geven. iemand of jets schoppen. aanval . Tenggiling (of Terenggiling). naar hot madden schuiven. Temporong loetoet. Tong (of Ting). Tends. enz. naar hot madden gaan. eertijds. . ten halve..Tempo dehoeloe. de oogen opwaarts slaan. schadevergoeding moeten betalen. schedel . Menendangi. Menen1 258 TENG. Tenggelem. spuwbak.Tengah malem. Tendang. naar boven kijken. verzonken. Temporongkapala. (van water). tent. zich in hot madden verplaatsen. schop. Tengadah. werpspies met ijzeren punt en w eerhaak. madden op den dag. de schuld van jets krijgen. Tengah. jets in hot madden plaatsen. naar hot madden schuiven. . enz. madden. Temporong. de oude tijd. enterhaak. enz. stil. enz. brutaal kijken.vroeger.).

ziener. vaststelling. raps. . enz. Maleische adellijko titel. jets in de hand can eon touw. bepaling. Menengok. bepalon. zekerheid. betreffendo. enz. fam. Tenoen. hoogo. Petenoeng. dienende tar bewaring van eotwaren. eon toegeworpen voorwerp. bijv. gevlochten mandon of doozen van diverse vormen on met deksels. de tapir. Tentang. Tepak. enz. Tentang. zeker. enz. . voorspelling. Menepak. Tenoenan.recht uitkijken op. naar jets of iemand gaan zien. in eon zak. in de goode streak. waarzeggen. bekkeneel. met betrekking tot. tegenover. v TEPI. Tengok. stellig op jets rekenon. enz. juist. enz.. tot de Hopea-soorten (Nat. jets vaststellen. enz. stork van reuk of smack (van olien en vetten). weeftoostel. Menenoeng. die hot onder den naam Minjaktengkawang of Tengkawangolie bekende plaiitenvet levert. vast. woven. uitmaken. tegenovergep aatst. waarzegging. bepaald. moest dienende tot beteldoos.Tengik. Tenong. aangaande. . enz. naar jets kijken. Tengkoe (ook : Toewan koe).. Tepat. Menentang. zien. enz. onz. iemand bezoeken om to Zion hoe hij hot maakt. ranzig. Katentoean. ook wat geweven wordt of is. uitgemaakt. (ook: Bertenoen). voorspellen. zekerheid. niet afwijkend. bezig zijn met woven. ten aanzien van. enz. Tengkorak. Tenoek.. dons van vlechtwerk. Tentoe. recht. meevoeren. garstig.enz. kleoderon. enz. Menenoen. omkijken. . Menengokken. omzien. stellig. ook: zeker. Tepak. der Dipterocarpeao)behooronde boom. . tooverij . voorspellerij. met de hand afweren. doodshoofd. waarzegger. Menenteng. Menentoeken. enz. Tenoeng. Tengkawang. nopens. jets in de hand (hangend) dragon. vlak tegenover jets geplaatst zijn. schedel. verzekeren.

klap. enz. Menera. licht. Tepi laoet. gaan. aanstuiven. eig. holder. Tepok. meet maken. zoom. kant. eon slag geven. Menerangi.. opheldering verzoeken. enz. . eon klap of slag met de vlakke hand geven. . enz. drukkerij.. hot stempelen. Menepok. Menerangken. jets tot meet stampen. eon verwoeden aanval op jets doen. duidelijk. Teradjang. rivieroever. Terang. -aanvallen. bij hot doen eener natuurlijke behoefte). op jets aanvliegen. Menepiken. enz. Katerangan. oever. eon stempel op jets drukken. weegschaal. Bertepi. zie : Tiada. in de handen klappen. meet. ken. naar den kant. enz. klaar. jets opheldoren. Teran. voorzien (zijn) . (zooals twee hanen tegen elkander. zoom.ook Menged an. Tepi. de grens van den hemel. doorschijnend. rand. enz. Teradjoe (Jay. Meneraboeng. met de vlakke hand klappen. enz. verklaring. Mneradjang. -invliegen. enz. tegen jets aanloopen.). Menepi. . brengen. ook : ljcht. enz. aanvallen.Menepat. jets naar den kant. balans. . recht op jets afgaan. zeestrand . Tepi soengai. lust enz. opheldering. balm. Perteraan. Bertepok tangan. zie : Tepok. Tepoek. slag met de vlakke hand. grens. op jets aanvliegen. Tepi langit. . in de juiste richting gaan. jets verlichten . ook jets van een rand. Tepoeng. van eon rand. stempelen. inlichting vragen. enz. . -instuiven. oever. lUst. drukken. Teraboeng. enz. zoom. schaalbalans. enz. zegelen. Menerang. helderschijnend zijn . de horizont. boord. stempel. Tera. vermalen. enz. de naald daarvan. trekv TEPO. zoodat de veeren jn de rondte vliegen). Menepoeng. person. drukken (bijv. Meneran.. strand. oever. Terada. roeien. omtrent jets inlichting geven. voorzien. toeljchtjng. enz. verklaren. jets omvorloopen.

Menerdjoenken.of t arwemeel. Terdjoen. doen ontvanu 260 TERI. . L.. jets to voorschijn brengen. klemmend. zi ch van eene hoogte. jets ter hand stellen. bewerken. stiff aanhalen. 259 Terasi. Teratai (of Terate). alleen hot hart daarvan nemen. der Gramineae.. der Nelumbiacoae. hot hart (van hout). rogge. . Menerejakken. Menerima.Menerimaken. fam. Tertian. eon waterlelie. ook iemand luid roepen. stevig binden. hout tot op hot hart bewerken. Menerbangken. oprjjzen. L. strak gospannen of getrokken. stuiven. enz. afwerpen. Terbang. opstuiven (van stof). ontvangen. afstorton. nat. wit stampen. van jets afsmijten. kleine (meest gedroogde) vischjes. toeroepen. tevreden zijn.Teras. gillen . loslaten (van vogels). Meneras. tamboerijn (zie : Rabana). u TERI. gil . enz. -. stevig. jets good opnomen. doen wegvliegen. . der Gramineae) . doen ontstaan. ujtbreken. Menerbang. voortsprui ten. Terawang (Terawangan). schreeu w. Panas terik. Menerikken. fam. Menerbitken. schreeuwen. spannen. Tepoeng terigoe. stiff aangehaald. met lets wegvliegen. enz.aannemen. doen uitkomon. rogge (Secalo coreale. enz. rust enz. Terik. enz. ontstaan uit. nat. vliegen. aanvleden. nat. ontspringen. opkomen. faro. jets vljegend meevoeren. . wegvliegen. Wild. jn jets berusten. als kant bewerkt. enz. fijno garnalen of visch fijngestampt on daarna gedroogd.enz. enz. Berterejak. voortkomen. zuivere korrel (van graan) onz. Teri. van jets afspringen. enz.. de kern. Terigoe tarwe. . enz. enz. strak trekken. Terima. toespijs bij de rijsttafel voornamelijk in Sambel gobrujkt. Nelumbium speciosum. Terbit. Terejak. iemand doen gillen. a jour bewerkt. smoorheet . (Titricum vulgare.ook Gandoem).

Menerkaken. verdenking. doorgraving. veal door Chineezen in den handel gebracht en gegeten. door en door. zich met eon vaart op jets werpen. enz. Menerkam. enz.ook met ietstevredenzijn. zich dankbaar toonen. voortzetten. eon feast). vermoeden. ook voortzetting van lets. radon. enz. . bedanken.zeebloedzuiger. recht uit. vermoeden.zeeworm. Penerkaan. Meneroesken. doorloopen. Terkam. enz. Menerka. ronduit. benaming van vole heesters behoorende tot de rat. met jets tevreden stellen. doorboord. recht toe. faro. dankbaar (zijn). darken. vermoeden. enz. to vermoeden geyen. waarvan de kuit gezouten in den handel gebracht en veal wordt gegeten. jets door jets heen steken. Terong. jets ten lasts logger. voortschikken. enz.enz. enz. degeen. gissen. enz. regelrecht. enz. doorgraven. verdenking. snort elft. door jets heen. Tenma kasih. enz. iemand verdenken. Solanum pseudo-unda- . der Solaneae. enz. doorboren. Sulphas cupri.gen.. verdenken. sandaal. enz. eon zoutwatervisch. enz. oprecht. jets doorsteken. iemand van jets verdenken. v TETA. Meneroes. doorgaand. Teroes.. bespringen. Teroempah. Teroeboek. doorzenden. door jets heendringen. kanaal. . doordringen. waaronder Terong gelatik. die verdenkt. vervolgen. jets to radon. . Teripang.. kopervitriool. zijn dank beturgen.. Menerima kasih. Teroesan... enz. recht aan. dank. Teroes-terang. geheel doorgedrongen.enz.. rechtdoor. rond voor de vuist. Teroes-meneroes. Terka. doorgang. Penerka. Teroesi (of Peroesi). ook : beschuldigen. ook : lets door later gaan (bijv. met eon vaart op jets springen. zonder omwegen. ook : houten klomp met eon knop die tusschen den grooten en tweeden teen wordt vastgeklemd. door en door. door..

de borst geven. om eon houw. enz. -eon Babel enz. L.. Tetamoe. Menetekken. doen uitbroeden. Menetak. Zie : Tawa. gebruiken. Lycopersicum esculentum. platte mand met lager rand. pijp. v astheid. samengeperst. Teropong.). en: . stevig vastmaken. ~aan de borst zuigen. doorslaan.). uier. Solanum undatum. Zie Tampah.tum. (of Tete). . gebarsten. bevestiging: volharding. enz. compres. drukken. drop. Tetak.echter. bezoek. jets doorbreken. . Tetapi. Zie Tamoe.. blaaspijp. vuur). enz. Tetampah. . enz. evenwel. min. visits. rustig. Teropong bintang. stevig. slag met eon scherp wapen. bedaard. Tertawa. hak. t eloscoop . fixeeren. doorbreken. met eon Babel enz. Tetek (Bat. Katetapan. enz. Tetas. houw. dock. toe to brengen. hakken. maar. Tetap. aandrukken. vast.samenpersen. zuigen. TETE. Mill. bevestigen. Solanum melongena. zoogen. enz.. enz. wan. Terong gods. enz.. sterrekijker. bril. Bl. var. doen zuigen. houwen. ook melasse. gast. doorgeslagen. enz. doorgebroken. enz. ook . leucocarpum . enz.). konijn. . dicht ineendrukken. Terweloe (ook : Kaweloe) (Jay. Dam. aanblazen (bijv. kijker. lekstroop. Menteasken. Tesmak (Jay. Menetas. slaan. Teropong koetoe. druppel. mlcroscoop . met eon kijker naar jets zien. Tetes (Jay. bestendig.: Menetapi of Menetapken. losgetornd . Baboe tetek. Terong pat. met eon buffs of pijp jets blazon. Menetek. . verrekijker. openbreken. standvastig. Total (of Tetel). Zie ook: Katjamata. uitbroeden (van eieren). Menetakken. groote. lachen. kalm. buffs. samengedrukt. enz. rondo. keukenstroop. enz. doorgehakt.). naar jets houwen. vrouwenborst. zoogster.. enz. hags. Menetal. dicht. Meneropong. Terong wianda.. samengepakt.

over den tijd slapen. ook : beslapen zijn (van een vrouw). goad en vlot. op jets liggen. Tiap (of Tiap-tiap).. enz. voorover op den buik gaan liggen. met zijn drieen (zijn).ar. enz. elk. ook : as een mast (zijn). enz. laten liggen. sussen. op den buik leggen. derde. Meniarapken. enz. enz. buik (bepaaldelijk van een zwangere vrouw). . ieder. neen. legerstede. op jets slapen. van een mast voorzien (zijn). plotseling. rad kunnen spreken (ook : Pentes). dubbel. slaapplaats. Katiga. liggen. Bertiga.welbespraakt. ook : alle drie. Ta' dapet tiada. ten derde . slaap. Meniangken. belanden. pila. Menidoerken. Pertiga of pertigaan (pertigan). stut. zuil. eenskhaps. Tiang. Tigapoeloeh. . Tikal (of Tike1). Tiga betas. vast ingeslapen. Tiang bandera. enz. zie Tiada. enz. Tiba. onverwachts. enz. doen liggen. enz. enz. paal. jets van een mast voorzien. Meniadaken. niet. ook : eerie vrouw beslapen . vernietigen. Tidoer.) Meniarap. to laat wakker worden. maken. de (hat) derde. Petidoeran of Tempat tidoer. hat moat. Tiga-tiga. eerie vrouw beslapen. dat jets er niet is. slapen. Tiga ratoes. ergens aankomen. Tiarap. elke dag. Tiap-tiap hari. bet moat volstrekt.. drietal. . Tida (of Tidak). stijl.. ook TIMA. drie aan drie. alle drie . niet. op een mast gelijken. telkens. Bertiang. gevouwen. dertien . Katidoeran. ledekant. Tiba-tiba. voorover h ggend. vlaggestok. Tiga. een mast (of masten) hebben. enz. enz. Tiada. drie. derde deal. vlaggemast.. Tiang kapal. dertig . rusten. enz. enz. 261 beslapen. niet zijn. in slaap brengen. ook : gebeuren . scheepsmast. neen. ook een streng garen . drie honderd . niet bestaan. rust. op den buik. Tiara. (liggen) (00k: Bertiarap.. . mast. Menidoeri. enz..

tegenhanger zijn. Timah sari. schildwachthuisje. wegen. hoozen. tegenhanger. door den pot in kokend water to plaatsen. Tikar pandan. uithoozen. der Artocarpeae. Menimbal. schepper. tin. weerga. enz. fam. Tikar rotan. Timbh item. de opkomst der maan. bekijken.. poetih. zink. bereide en voor hot rooken klaar gemaakte opium.(zie : Toekel). Timboel. schepemmer. Timah 262 TIMA. to voorschijn komen.).) steken. . enz. bultzak. overhoopsteken. putemmer. mat. stoot (met een puntig voorwerp). Timbang. . tegen lets opwegen. Meniliki. Mengetim. enz. gewicht. Menimbang. zink. Menimba. net. Tilam. wassende. Batoe timboel. Menilik. muffs. rat. met jets puntigs (een dolk. jets in eon pot stoven. ligmat. enz.). opkomen. lood. Timbangan. Timboelnja boelan. rijst in eon gesloten pot gaar gestoomd. Menikam. enz. Timah. enz. puimsteen. Nasi tim. drijfsteen. zien. opkomende maan. unster. putten. iemand een bezoek brengen. stooten. zitmat. fijne mat van in i eepjes gesn eden pandan-bladeren. Tikoes. Tilik. Menikamken. evenwicht. tin. en wet all tegenhanger tot hat behoud van hat evenwicht gebruikt wordt. steek. gasp aan een gordelband. Artocarpus incise. ook : cal. Timbal. de broodvrucht (boom). overwegen. wet tegen lets opweegt. enz. om to zion hoe hij hot maakt. verrijzen. Timboel. rottingmat. Timber. . vlotten. eon puntig voorwerp in jets steken. enz. . gasp. Tikam. ook : overweging. uit hat water boven komen drijven.. . balans. bovendrijven. matras. tegenwicht. wikken. gaarstoomen. Timang (Jay. drijven. water putten. Tikar. Roemahtikoes. Tike (Jay. aandachtig opnemen. hood. enz. w eegschaal. stooten. een tegenhanger hebben. L. Boelan timboel. Brtimbal. por. doodsteken. Tim.

Menimpaken. druk. op jets hot eon of ander voorwerp. neerkomen. (Cucumus sativus L. om dit laatste to drukken. jets met zijn gewicht bezwaren. Bertimboen timboen.). Oost. kreupel gaan (zijn). enz. verdrukken. tegenhanger. Timpang. . ook (van eon dronkaard. enz. opgestapeld (zijn). door ze tusschen de nagels to verpletteren). ion. op jets liggen. op jets vallen. (en fig. platdrukken. op elkander gehoopt. zie : Tamboes. Menindihken. Timpoek. mank. kroupol. of gewicht neerleggen. tar sprake brengen. jets op jets anders plaatsen. werpen. drukken. enz. zichtbaar. hat Oosten. hear beslapen. doodknijpen (van ongedierte bijv. enz. Menindih. zie : Tempo. Menimpang.): vole glaasjes naar binnen slaan. met lets gooien. enz. jets zachts en duns (bijv. to berde. Timoen (of Ketimoen). Menimpa. enz.. mank. iemand of lets begooien. to voorschijn. Tindas (of Tinder). enz. enz. Timpal (00k: Timpalan). vulgair) ook : op cone vrouw valTING. enz. Menimpoek.. fam. werpen. lets op lets laten vallen. Timboen. Tindik (Jay. neervallen. ophooping. komkonimer. enz. Menindas. Timboel. enz. enz. Timpe.. opgehoopt. Timobr. liggen. enz. Menindik.. oostelijk. doen verschijnen. (zie ook : Tampak). mijt. verdrukking. de ooren) . op jets liggen. Menmdihi. der Cucurbitaceae) . neerkomen. dooddrukken. hinken. ondordrukken. Menimpoeki. eon span met jets' uitmakend. doen opkomen. hoop. Bertimpang. to gaan staan. bijv. door er op. Tindih. hiervan bestaan vole soorten.. good bij lets passend. bewerpen.enz. weerga. Timpak. jets drukken. Menimpoekken. . stapel. aanhangig maken. Timpe. jets naar iemand of lets gooien. zoodat hot gedrukt wordt. to Zion zjjn.Menimboelken. goad op den drank aanvallen. net.

dek. Tindjoe.) (of Tengteng. ook hoogmoedig. Meninggiken. .. ook : eon huffs. . manier van zijn.enz. Tints. hoog. enz. Tingting (Chin. enz. enz. van eons hoogte naar jets uitzien. sterven.doorboron. met gerekten hats naar lets uitkijken. boksen. Meninggalken. zie : Tindas on Tindih. bespieden. Meninting. vertrekken zonder mode tenemen. overlijden. vuist. in de hoogte heffen. eon gaatje er in maken. trotsch. Meninggal. onveranderd blijven. met do vuist slaan of stooten. kuren hebben. verheven. enz. liggen blijven. gedragingen. TING. Tinting. wandluis. Tinggi (Jay. Tinggi. inkt . manier van doen en laten. verblijven. verwaand. overbljjven. eon soon droge snoeperij of droog gebak met Katjang-boontjes. verdieping. Meningkap. vel laten. bezetten. doodgaan (met acht. Petinggi. spion. enz. Tingkah. in den steek laten. op dezelfde plaats blijven.en West. ook : Tenteng). Menind j au. doen achterblijven. ook : jets laten. kuur. . ook: venster. uit de hoogte. eon luik opennn.Java).. enz. enz. niet meevoeren.opheffen. enz. enz. achterlaten. Tindis. Tingkap. naar boven openslaand luik of klep ten sluicing van eon opening. manier van doen of zijn. er zijn verbljjf in yestigen.). ergens verblijf houden. woven. Ting (Chin.verhoogen. enz.melijk in Oost.. achter laten blijven. desahoofd (voorna. enz.verheffen. Penmdjau.. enz. niet voortzetten. Menindjoe. inktkok er..erlating den overlevenden) .. Tinggal.. verspieder. jets bespieden. om er door to kijken. enz. ook achterlaten. hooggeplaatst. Bertingkah. Tind jau. lantaarn. nalaten.). bewonen. Tingkat. Tingkah-lakoe. gedrag. jets in eon wan heen en weder schudden. papieren lantaarn. terras. Tempat tints.kijkgat. achterblijven. bliven. door eon luik of venster zien. dwaze inval.

Ma-tiri. op de trompet blazon. enz. fijn. niet dik. Menitiki. Tiras (Jay. bedriegen. dunner maken. tie ook: Tenteng. enz. listig zijn.. Penipoe. verdunnen. Bapa tin. gevlekt. Menioep selompret. Anak tin. rafel. fijnheid. vorstelljk woord. Tiram. Tisi (of Tisik). zijpelen.). (van vloeistoffen). wegblazen. stippeltjes op jets maken. enz. Bibir tipis. Bertipoe. enz. enz. Titik. enz. Menisi. misleiding. TITI. Titip (Jav. Bertitah. nadoen. eon scheur of gat in eon kleedingstuk stoppen. druppei. plaats waar nesters gevonden wordeii. bevelen. nester. lekken.). enz. enz. Tipoe-daja. Meniroe. geblaas. pluksel. van eon kin. in bewaring geven. nabootsen. smal dock niet puntig uitloopend. eon vinger. nauwkeurig. stiefvader. Tiroe. dun. met eon tending belasten. waaien. enz. blazon. namaak.Menitipken. Tipis. enz. nabootsing. Petiraman. Tiroes. Menipoe. stoppen (met de naald). stiefmoeder. spat. 264 TITL jets bij iemand deponeeren. enz. 263 Tioep. Tipoe. Bertitik. iemand eon last opdragen.. misleiden.schuddend wannen van jets korreligs.. enz. dente. Tirai (of Tire). (bijv. (door eon vorst). Meniris. punt. bedrog plegen. . oesterbank. tendon. dun. bevelen. stief kind. Menioep. enz. bedrog. Titi. gegeduldig in hot work. . uitlekken. namaken. spreken. klein vlekje. Tin. Menipisken. dunheid. bij druppels ergens uitkomen. Menitip. lets bedruppelen. list. om de groote en kleine korrels van elkander to scheiden. listen en streken. enz.. voorhang. bevel. zich van listen bedienen. iemand bedriegen. nauwgezet. . Tins. losgetornd draad nit stukjes linnen. gordijn. met stippels of kleine vlekjes. stip. Titah. gepareld.. (ook: Tiroean)..). (vary eon vorst) . dun. dunne lippen. stief-. Menitahken. shpt. enz. enz.

. Tjabe. uit den grond. enz. druppel. Titis.en roof partijen) . ongeluk. Tjaboet. Tjagak. Tj abang. gaffel. Tjaboel. fam.zie verder Tj amboek. der Solaneae. stutten. enz. enz. diem. windmolentjes op de velden om vogels en andere dieren to verschrikkon (ook : Kitiran). voor schietwapens). of waarin lets bevestigd is of vast zit. roekeloos. tak. rotsachtige grond. nat. Tjaboek. ook:incarnatie. steunen.). tak.. -.mensch worden. onzedelijk.). hot onderspit delven. verweerde rotsgrond. moor in de inlandsche geneeskunde gebruikt wordende pepersoort. TJAM. drop. enz. L. twijg. zijtak. tegenspoed. losbandig. alarmsignaal op hot rijstblok (bij moord. hot tegen eon ander afleggen.). (van eon godheid).Titir (Jay. Capsicum annuum. . enz.ook eon andere. iemand met zulk eon vork to lijf gaan. Titiran. eon tand. waarvan vole sooi ten bestaan. Chavica offlcina. nat. pawl. de z. enz.. Tjagak. Menjagak. vermetel. blufferig. enz. rivierarm. Tjadas (Soend ). stut. Miq. waarvan mode verscheidene soorten bestaan. enz. druppelen.g. der Piperaceae. harde. trekken (bijv. ontblooten (eon wapen bijv. ook mergelgrond..rum. alarm. uittrekkon.mensch-ofvle_eschwording (van eon godheid) . Bertjabang. (zie : Totes). voet of bok (bijv. schoren. brutaal. Menitis. dat tegen omvalion behoed moot worden. onbeschoft. niets ontziend. stijl. do gowone Spaansche peper. Menitir. wat tut steun van lets. snoevend. Tiwas. lange peper van den handel. Mentjaboet. afdruppelen. uitrukken. pochend. vork. tegen- . enz. Menjagak. yorkvormig wapen van gardoe-wachters . ook eon ongeluk krijgen. gotakt (zijn). eon plant. onbeschaamd.ook: zich incarneeren. alarm slaan. stout. hot hoogste stadium van melaatschheid. fam. schragen. zijrivier.

Tjaing. dooreengehaald. om to schioten. heolal. hoektand. Tjaling. zich mengen in. krabbelig slecht schrift. vermengd. baard. krabbelen. zich bemoeien met. enz. Mentjakar of Men akar. gebaard. rijzweep. handig. plaatsen. eon hoeveelheid padi van 200 bossen. Tjaja (of Tjahaja). omkrabbelen (zooals kippen buy. werpsch jf. jets neersmij ten. kunnen. den grond met hunne pooten bewerken). enz. Tjakera (Sk. aannemen jets to doon. zich afgeven met. enz. to open. horizont. Tjair. krabben. geknot. zweep. . zie : Tjehaja.) (of Tjakra). bakkebaard. ook : eon schietwapen op eon schraag of bok enz. deftig. hanepoot. Bertjamboek. dooreen. Tjakoep. jets of iemand met eon zweep enz. werpspies . afrossen. klappen. enz. flauw. klauw. Menjampakken. kippepoot. Tjamboek. poot (van vogels en viervoetige dieren).. kim.houden. Bertjakap. bereid zijn tot. laf van smack.. Tjakar. krab met dew nagels. Bertjambang. met een zweep slaan. hemelgewelf. mengen. slaan. assistent-wedana. rondo schijf. Tjamat (Soend. . getopt. gezichteinder. Tjampak. ver- . enz. Men jakoep. Ment jamboek. enz. . TJAM. Tjampoeng. or good uitziend. van eon flunk voorkomen. enz. in staat zijn tot. enz. Menjamboeki. enz. smakken. Tjampab. Menjampoer. Tjakerawala (of Tjakrawala).) onkiesch (van w oorden). durven. grootpraten. enz. ook : bluffen. (van spijzen bijv. Tjampoer. slagtand. Bertjampoer. van hot boveneind beroofd. Tjakap (of Tjakep). enz. Tjakar ajam. naar jets happen. gemengd. zie : Entjer. Men jamboek. titel van eon inlandsch hoofd. jets op zich nemen. afranselen. aanhouden. ook : vaardig. Tjambang. karwats . . karwats. onwelluidend (van muzi ek enz. met eon zweep.). spies.

) (Bertjandat. be. enz. ruins nit den Hindoe-tijd. bestemd om afgesneden en op zichzelf geplant t e worden) . kopje. kommetje. geheel vermengd. Tjampoer baoer. door or eon deal van de schors of bast van of to nemen on dit deal met cards to omwikkelen voor hot wortelschieten. omroepersbekken. bereikt. verward dooreen. -ook dragon in de armen of handen. dooreenmengen. can elkander . jets onder den arm dragon. jets bij bekkenslag bekend maken. ingehaald gegrepen. bevallig. TJAP. enz. stoeien. enz. jets can eon touw vast leggen (bijy. Tjanggah. een snort hak of patjoel (voor de grondbewerking. tegen elkander aanbrengen. Tjangkoe. gaffel. tegen elkander aangedrukt. Tjangkir. vork. van eon tak van eon boom. Tjanting (Jay. ook : de bestanddeelen van eon mengsel. Tjampoeran. Menjantoem. ravotten. aflegger. vormengen. jets orgens can vastbinden. enz. Menjantjang. Tjandi..mengen. Tjantoem. Tjantik. Tjandoe. aardig. (van twee lichamen) elkander aanrakend. Tjanda (Bat. bereide opium. jets bij of met jets anders mengen. dat bij hot batikken van kleedjes gebruikt wordt.). . klein koperen busje met handvat en tuft. Menj angking. krijgen. eon paard). twee lichamen. grij p en. achterhalen. enz. inhalen. Tjantang. ant (van eon boom enz. Tjanang. Tjandak (Jay. enz. Menantjang. bereiken. enz. T j angking. kertje. vermenging. eon aflegger of ant maken. net van voorkomen. Mentjanang en Mentjanangken. . enz. 265 Tjangkok. Menjampoerken. lief. Tjangkokan Tjangkok. zie : Tjagak. mengsel. Hindoetempel. Menjangkok. enz.). vorkvormig wapen van gardoewachters. Menjandak.

aantal. zegelen. Tjara inggris. prik. mode. Tjap. Tjaroet. Tjatjah (Jay. op de wijze enz. Tjat (of Tjet). gemeene taal uitkramen. wijze.). tatoueeren. jonge loten of takjes (bijv. enz. streep. Tjarpoe (of Tjaripoe). haksel .).). juffertje (insect). stempelen. Mentjapai. naar jets grijpen. Tjarita. fijngesneden stuk. klerk. drukken. ook Toedoeng). drukken . olieverf. in alle richtingen gekrast. breedgerande zonnehoed. Tjapoeng. afdruksel. schrijver. enz. enz. gezegeld papier. vull spreken. teekens. verf stof. . verven. glazemaker. Tjarik (Jay. 26f3 TJAP. stempel.). Tjarik. gescheurd . vuilbek. iijn. afgemat. druk .vastspelden. Tjape. vuile. Mentjarik. . eon jonge nlangga met eon mes in fijne stukjes hakken. bekladden met strepen. onz. Tjorak-tarik. enz. enz. stempel. gekrast. tram. verf. vuilbekken. enz. krassen. inlandsche. hoed. Mengetjap. gebarsten.. drukkerij . Tjap soerat. vee.Mentjaroet. vermoeid. Tjara. beprikken. zegel. van de bamboo. Hoeroef tjap. postzegel. Menjatjah. of drukpapier.. jets bedrukken . op jets eon zegel. zie : Tjehari.). kras. scheuren. Tjaping (Soend.). litteekens. steak met eon dun fijn voorwerp als eon naald. Mengetjat. vuile.). gescheurd. ook bijv. Mengetjapken. gebruik . Tjapoek. Pengetjapan. ook : papier bedrukt met eon hoofd enz. manier. Tjapai. vlekken (van pokken. moede. Pentjaroet. Tjarang.. moo. bedrag. zie : Tjeritera. op zijn Engelsch. (of Tjapil. desaschrijver. hoofddeksel. prikken. gemeene taal. cachet. drukletter . Tjari. zegel op eon brief. enz. enz. enz. cijfer (van zielen. enz. jets aanvatten. Tjatjah. der Engelschen. Tjapio (Chin. sandaal. Kertas tjap.

opening. rogenworm.). enz. dat tussch en de beenen doorgehaald wordt. Menjatjar. iemand met pokstof enz. naar eon middel tot hot . Pentjeharian. ook : haarstaart (van eon Chinees) : Tjatjing keroewit of --keremi. Papan tjatoer. . enz. Tjehari. enz. onderlijfskleed. plof (in water) . Tjawatan of Bertjawat. Tjatjar. zoeken. Menatjar. na hot doen van eene natuurlijke behoefte zich wasschen.. Ketjeboer. glinsteren. Bertjehaja. plomp. de hik hebben . de pokken. schaakstukken. (Tjegoekan). Mentjehariken. kinderpokken. de echte pokken. glans. wen. Tjebol. Tjegoek. Tjawat (of Tjawet). voor iemand jets zoeken. kort.Tjatjap (. Ketjeblos. in zulk eon opening geraakt. Tjebok. teug. navorschen . naar lets zoeken. enz. Tjatjar ajar.). per ongeluk in hot water gevallen . iemand of jets in hot water gooien. enz. enz. Tjehaja. Mentjehak. Mentjebok of Menjebok). jets bedenken. luister . v TJEK. pier. compres. glanzen. ineengedrongen. Tjawan. aardworm. schaakspel. de waterpokken.Tay. glans verspreiden. Menjatjarken. graven. ook : hik. du. Menjeboerken. broodwinning bedrijf. Tjatoer. ingewandsworm. waardoor iemand of jets heenzakt . Tj eboer. kostwinning. slok. nat verkoelend smeersel op hot hoofd . dwerg. zulk eon smeersel gebruiken. Tjatjing. opsporen. Boewah tjatoer. inenten . opzoeken. Tjeblos (Jay. Mentjheari akal. kopje. kommetje. Menjatjap. eon loopgraaf waken. inenten. delven. schijnsel. kom. licht. eon onderlijfskleed op die wijze dragon. Tjatjing pits. schaakbord . Bat. in hot water plompen. Mentj eboer of Menjeboer. Tjebak. Tjatjar betoel. ploffen.. Mentjehari. lintworm (ook : Tjatjing pipih). aarsmaden . zich in hot water werpen.

Menjelengi. afkeuren. vlek. voor de oogleden. Mentjehap. ongeluk. blameeren. Tj elana bamboo. pijnlijk stokers. tegenspoed.. blauw katoenen broek voor stukrijders (artillerieterm). verfctof (meestal zwart). root. Mentjehari redjeki. eon nachtvogel aan wiens geschreeuw bijgeloovige beteekenis wordt gehecht. (00k: Seloear) . onvolmaaktheid. Menje- .. enz. in een spaarpot bewaren.).). Tj~lana. wild zwijn.). gebrek. met de hand omvatten. doers. iemand jets verwijten. enz. omklemmen. onheil. kloof. Tjeki. spleet. berispen. iemand de keel toeknijpen. nauwe tussehenruimte. blaam. enz. een snort van inlandsehe either. levenson derhoud zoeken. -doers aantrekken. Tjela. Tjelengan (Jay. enz. een broek aandoen. rampzalig. bekladden. -trekken (van een zweer. font. Mentjela of Menjela. -ongelukkig makers. Mentj ekek. Mentjeloep. Tjelepoek. Mentjelanaken. iemand ongeluk aanbrengen. smaden. Tjelaka. een broek aan hebben. spaarpot in den vorm van een varken of wild zwijn. enz. enz. smet. lange tot gars de enkels reikende broek. uitzien . enz. verderfelijk. Tjelempoeng (Jay. ellende.. bjjv.ongeluk veroorzaken. Tjeloep. enz. Tjelak. Tjele (Bat. Tjelah. sparen. enz. broek. spaarpot. ook : berisping. met spleten. pjjnlijke inwendige steek. over jets berispen. Tjekot (Jay. Bertj ®lava. ramp. Men j ekek. Tj ekek. Bertjelah. eon Chineesch kaartspel met v TJEK.). worgen.). geruit lijnwaad. in hot alg. enz. Mentjelakaken. ongelukkig.) (ook : Babi oetan). Tjeleng (Jay. onheilaanbrengend. Tjekap. Menjekot of Bertjekottjekot. nauwe opening. ook de inhoud daarvan. . Mentjelaken.eon of ander zoeken. de bekende kleine speelkaarten. .

ijverzuchtig. Tjemar (of Tjemer). hoen met fijne. 267 pen. Berkain tjemar. nit jets vallen waarin een gat is (b(v. de stinkrat. vlecht. vies. losse haarvlecht. enz. vojlmaken. in blauwsel. Tj emer. . eon vuile kam. Tjemara. bekladden. inlandsch lampje zijnde een garden open reservoir met een pitje er in. vuil. menstrueeren. Tjemeti.. Tjeloepan. L. Tj empaka. Mentjemari. Taulama pumila. Tjeloeroet (of Tjeroeroet). L. bevuild. onzedelijk. Andr. Tjempaka poetih. enz. u 268 TJEM. vuiligheid. enz. rondo hond. Forst. jets under water duwen. onzedelijke handeling. Tj empaka gondok. der Casuarineae. fam. morsig. onreinheid. enz. nat.. Tjemboeroe. ook lijnwaad enz. Tjempaka goenoeng. onderdompelen. onzuiver. zweep. veel van grof haar hebbende veeren. Kain tjemar. karwats. sopv TJEM. . lastige jeukerige huiduitslag (00k: Biang keringet). valsche haarvlecht. Mentjelos. ook de menstruatie. hooge boom met haarachtige blaadjes. zi e : Tjemar. wat in indigo blauw is geverfd. fam. Mentjemarken..ook: naam van den Casuarina equisetifolia. jaloersch. L. beklad.. Tjelos. Michelia champaca. L. enz. Michelia montana. en Casuarina nodiflora. Katjemaran. naijverig. Ajam tj~mara.loep.). Tjeloepak (Jay. zoodat hot water er nit spuit. van dozen boom bestaan verseheidene varieteiten. nat. Michelia longifolia. achterdochtig (ook Tj emboeroean). onzedelijkheid. der Magnoliaceae (ook Kantil genaamd) hooge boom met welriekende bloomers. in een met water gevuld gat trappers. indigo verven. onrein. Tjempak. bevuilen. indompelen. van geld uit een gescheurde beurs).

vies.of stookplaats. snort van open haard op de voorplecht v TJER. Santalum album. Tjengang (Tertjengang).). wijd uit elkander (bijv. L. paddestoel. fam.). fam. der Myrtaceae. jonge kokosnoot. (Menjengkeram). pat. Tjenderawasi (of Tjandrawasa). zich verwonderen. in hot water smjjten. Artocarpus polyphema. Tjengkang. verstomd (staan to kijken). tusschen of in de klauwen vatten. zich verbazen. ook : T jingkiran (Pout. :Menj engkolong. Katjemploeng.). Tjempelek (of Keplek) (Jay. met de nagels vasthouden. pat. Tjendera (of Tjandra). zwammige of paddestoelachtige uitwas. Pers. walgelijk (van reuk). T j engkeran. verbaasd. plof. verkoelende drank of snoeperij. kook. verbluft. van de boenen). kuiltje. Tjendawan. enz. Tjengis. Tjemploeng. Tjendol. L. der Artocarpeae. Caryophillus aromaticus. bijv. die hot kostbare weiriekende sandelhout levert. schimmel. Tjengkeh. zwam. Tj endana. der Santalaceae. snoeperij van gedroogde on daarna gebraden rijst met suiker. in hot water springen. eon Nangka-snort met lekkere vruchten. waarvan de schaal nog niet verhard is. de maan. Tjengkir (Jay. Tjengkaroek. grijpen. holto (in de wang. M1 Djemploengken. Tjenela. krabbend va~stgrijpen. jets of houden. snort van kruis of muntspel.T jempedak. pat. pantoffel. Tj engkolong. (hot voordek) van eon sampan of bidar. Menjemploeng.. muil. Tjengkeram. fam. enz. Tertjengang-tjengang. in hot water gevallen.). de sandelhout-boom. --inhouden. -af- . in hot water ploffen. slof. enz. de paradijsvogel. Tjengkeroeng. de kruidnagel (-boom).

uitspuiten. Batoe tjeper. der Gramineae. behoorendo bij eon beteldoos. versierd met opgeplakte figuren. krom. uit elkander gegaan. holder. slues. Te1or tjeplok. slim. enz. enz.. plat. doorschijnend. gewoon. Oryzaa montana. onzindelijk. Tjeremai (of Tjerme). tuft. v TJER. spiegelei. ook : (in de rekenkunde). boom met zure vruchten. gauw. Piring tjeper. enz. vlug.) . Bertjerai. pat. ondiep (van schalen. fam. geschoidon. platte. Padi tj erai. van elkander gaan . kalfsoog. vlek of kring op jets. made. bak met vakjes waarin medicamenten zijn. mismaakt (van eon arm bijv. vaardig. gezwind. busje of . van elkander doen gaan. der Euphorbiacea. snugger. niet netjes. Tjentong. Lour. snel. leap. Tjerai (of Tjere). verstandig. aftappen. Tjeremi (of Keremi). Lam. Tjepoek. Tjeplok. . Tjerabah. scheiden. (Moentjerat). zie : Djepit. met een straal uit lets komen (van vochten). bij de hand.). scheiden. fam. enz. plat. Tjerat. echtscheiden. ondiep bord. Tjepet (of Tjepat)..). die veal gebruikt worden. schrander. Tjepit. voornamelijk om de rijst om to roeren. Tjeraken (Jay. waarin de verschillende ingredienten voor hot Sirih-kauwen bewaard worden. platte steep. nat. Tjeper. inlandsche apotheek. Tjerah. vlak. niet proper. behendig. of trekken. Mentjeraiken. bij de hand. Tjeredik (of T jerdik). -korten van eenig loon enz. eon vroegrijpe rijstsoort. Cicca nodiflora. keil. verdraaid. Mentjerat. Tjengkong (of Tjingkong). waarvan de aren meest ook niet zoo gevuld z jn als van de ardere soorten. enz. klaar. verwrongen. aars- . bladvormige rijstlepel van hout. kraan.doosje. vuil.trekken.

met de punt van de tong aanraken om to proeven. . wezel. bril. Mentjetjep. geschil. . enz. enz. waadbare plants. Tai. hinderen. Chineesche glanzende roodbruine verf. mededeelen. mopperig. Mentjerobo. Bertjeremm. hat iemand lastig maken. Tjetjap (of Tjetjep).. oneenibheid. Tjerepelai. vertellen. donna ontlasting.made. (bijy. lastig. waterig. TJIN. geschil hebben. list. nadeel. Tjeremin mate. hier en daar op hat gelaat een litteeken van pokken hebben. van gazette koffle. Mentjeritera. Mentj eriteraken. vertelling. oogglas. lets proeven. enz. wadde. mededeeling. enz. Tjerat. diarrhea (hebben). Tjet. in een spiegel kUken. Tjeremin. onbeschaamd. Tjerat (Jay. . kleine ingewandswormen. onkiesch. plotseling uitkomend straaltje van lets. dun. spiegel . ketel.). Tjet-to. Mentjeret. iemand lastig vallen. staketsel. enz. enz. zie : Seroetoe. Mentjetjepi. 269 Mentjeroboken. enz. (Mentjerewet). bedrog. doen (zijn). enz.. ongemak. lets verhalen. zeggen . lorgnette. Tjeritera. Tjetjak (of Tjitjak.. schade. Tjerewet. zie : Tjat. Tj eroetj oak. onfatsoenlijk. paalwerk. Tjewer. Mentjerewetken.. Bertjidera. onfatsoenlijk bejegenen. de vliegende hagedis. opspelen. geschiedenis. Tjeroetoe. ook : pupil van hat oog. Tjerobo (Jay. bedillen. met iemand kibbelen.). verhalen. (of Tjermin). Tjerita. Tjitjak koebin of Tjitjak terbang. ondiepte. gewone of huishagedis. Tjetek. ook : bedrog plegen. enz. moeilijk to vol. veal praats hebben. Tjeretjak. ook : leven maken.). vertelsel. waterketel. onkiesch zijn. klein.. pokdalig. verhaal. ook : spreken. proeven. Tjidera. verdund. zie : Tjeritera. een opiumgewicht = '/1o Thail. Tjeripoe. ondiep. iemand onkiesch. onbeschaamd. sandaal. vertellen.

enz. enz. liefde. ongerust maken. over lets geschil hebben.Chinees. fijnhakken. zich over jets bekommerd. zorg.. enz. omroeren. kussen. oneenigheid krijgen. deelneming. onwillekeurig. jets jn zijn brook doen. gevlekt. zorg. ruiken.. klein straaltje. iemand schade. Tjikar (Jay. Menjidoekken.schalm. scheppertje. Mentjintjang. Chineesche arak.). Menjioem. opscheppen. Tjiri (Jay. bezorgd. Tjioe. enz. Tjintjin. Mentjideraken. jets of iemand lief hebben. Tjikoetan. de hik hebben. stork naar lets verlangen.. Tjinta. kommer. Negeri tjina. lapel. Bertjinta. Chineesch . Kepetjirit. Tjindai (of Tjinde). 270 TJIN. . Tjioem. Chineesch maskeradefeest. Pertjintaan. Zie ook: Oetjoep (Mengoetjoep). Tjintjangan. zoenen. enz. bezorgd (zijn).voor iemand lets opscheppen. Tjintjang. hakken. zoen. liefde. wensch. Tjidoek.zonder or jets tegen to kunnen doen. verlangen naar lets.ring. toegenegenheid.). scheppertje. met liefde aan jets denken. keukenstroop. belangstelling.. lets opscheppen. gebloemd. waarbij verschillende onderwerpen voorstellende figuren enz..worden rondgedragen. Mentjidoek of Menjidoek. Tjirit. nadeel berokkenen.enz. eon verkoelende zoete drank. lapel. kus . scheppen. vrachtkar. Tjintjau. leksuiker. enz. in stukken hakken. wat fijngehakt is.. bezorgdheid. iemand bedriegen. gehakt. Tjing of Goela tjing. Tjinggai (of Djengge). bekommerd. genegenheid toedragen. met een nap.metalen band. schakel. zijn wooed niet gestand doen. Mentjintai. ook roeren. Mentjioem. frikkadel. enz. enz.China Orangtjina. Chinees. stroopsuiker. Kain tjindai. gebrek. enz.. teleurstellen.enz. kommer.iemand teleurstellen. gebloemde zijde. enz... Tjina.. Menjintjang. enz. enz.

hot afdrukken. tol. waarmede men jets ergens uitpeutert. Tjoe. uitstorten. Menjoba. enz. 00k: voor jets voldoende zijn. belasting garen. ten. (om hot los to maken). . schatting. pacht. genoeg. schatting innon. bij kleine hoeveelheden vallen. drukken. belasting. drukken. Menjoekoepi. dat ergens in bevestigd is of vastzit. Mentjitjirken. accijns. Tjoekoep. stempel. vreugde. Mentjobai. gebloemd katoen. Doeka-tjita. lust. genoegzaam. Pertjitakan. voldoende maken. recht. bij kleine hoeveelheden verspreid (bijv. bij kleine hoeveelheden storTJOE. blijdschap. norm. Penjitak. Verg. recht heffen. wensch. jets voltallig. proeven. pacht. Tjoeki. knippen. jets probeeren. ook benaming voor de muskietenlarve. Tjoekin (Chin. enz. kerij. sits. kommer. Tjitak. genoeg zijn . Poeki.ook: genoeg hebben. op den loop gaan. Mentjitak of Menjitak.. opwippen. . greep. cijns. bemiddeld zijn. Soeka-tjita. zje : Tjioe. azijn.voldoende. cijns. or ultpeuteren. belasting enz. storten. ontduiken. beproeven. overal verspreid. vrouwelijk schaamdeel. Memoengoet t joekai. jets aanpassen. jets of iemand op de proof stellen. Tjoea. . hot drukken. in de hoogte heffen. tusschen duim on vinger knellen. voorwerp. van rijstkorrels Tangs eon weg) . opwipt. enz. probeeren. Tjoekil (of Tjoengkil). gevoel. verlangen. boekdrukken. jets beproeven. smokkelen. Mentjoebit.Tjita. verspreid raken . met belasting enz. afdrukken. Tjoebit. proof. enz. kneep. druk.).. ook: gewaarwording. enz. druk. Katjitjiran. Mentjoba. Tjoeka. badhanddoek. met den duim en eon der vingers. tol.. verspreiden. Menjoebit. droef held. enz. Tjoekai (of Tjoeke). Tjitjir (of Tjetjer). enz. enz. Melariken tjoekai. begeeren. toereikend. Mentjoe kil (Menjoekil). smart. kort badkleedje. jets.

. uitstorten. schoonmaken (met water). steilte. tam. enz. scheermes. niet eerlijk. Tjoerah. ravijn. enz. Tjoelik of Tjoelik-tjoelik. mak. bergkloof. barbier. wasschen. Tjoeping idoeng. kloof. hellend vlak. helling. scheren. dief . dolk. Tjoela. sikje of haartjes in hot kuiltje of gleufje van do onderlip. uitstorten. Mentjoerahken. slechts. valsch. enz. uitschudden . Tjoeping. ook kosteloos. uitgieten. enz. Menjoekoepken. Tjoetji. alleen. Pentjoekoer. Menjoekoer. Pertjoema. ijdel. vergeefs. neerstortend water. storten. op jets neergioten. Tjoeri-toeri steelsgewijs. ultspuiten. Mentjoeri. diefstal. de inktvisch. enz. jets voldoende doen zijn. Tjoema. Tjoela badak.om jets to doen. afwasschon. diefstal plegen. Piso pentjoekoer. Mentjoerah. neusvleugel. die volgens hot bijgeloof kinderen de oogen uitsteekt. den mantel . Tjoemi of Tjoemi-tjoemi. iemand de huid volschelden. knil. Tjoelim. waarin bijv. gratis. Tjoerang (of Djoerang). oorlel . scheerder. to vergeefs. Tjoemboe (Jay. waterval. Tjoerang. geheimzinnig persoon of geest. enz. . stel er. enkel. reinigen. hot gestolen0 . eon TJOE. ook : busje of doosje. eon paal of mast past. M®njoetji. neerstorten. Mentjoetji. Tjoetji (Mentjoetji) maid. . Tjoerat. Tjoemik. hoeveelheid opium voor eon maal pijpen .).. met eon straal ergens uitstroomen. rhinoceroshoorn. ook de opiumpijp zelf. oneerljjk. Pentjoerian. . enz. holte. afscheren . stolen. Tjoeri. glooiing. Tjoeriga. Tjoepoe. lel. hoorn of hoornachtig uitsteeksel midden op hot voorhoofd. Tjoeram. enz. prism. Tjoema-Toema. enz. Tjoekoer. aanhalig. schoonwasschen.Mentjoekoer. Mentjoerat. Pentjoeri.

ook spitso snavel of bok (van vogels) . ook : hard kussen. . Tjoetjoep. Tjolok. likjo met den top van eon vinger . stolen. Tjoetjoer. Tjoetjoet. Men j okot. in eon straal ergens uitkomen (bijv. die Chineesche dansen uitvoeren on meest ook in dionst zijn van Chineezen. Mentjoetjoer. tusschenpersoon om eon samenkomst tusschen eon man en eon vrouw to bewerkstelligen . haai. Menjom272 TJOM. lets met den vingertop aanraken. pitje of vlammotje om bij to lichton. Tjoetjoek konde. kinderen en kindskinderen. Anak-tjoeTJOM. dansmeiden. enz. holder (van hot woder. Mentjolok. Mentjoetjoek. der Buttneriacoae). Tjomel (Jay. Menjolet. stroomen. koppelaar. chocolade. Tjokek. Tjoewatja. Mentjokot. bij ten. Menjolok. ook : de cacaoboom (Theobroma cacao. slurpen. nakomelingen. faro. pen of speetje. L.). vlieten. veeg. met den vingertop over jets heonstrijken.vegen. haarnaald . blang als tjomblang dienst doen. Bertj omblang. Tjolong. Tjoetjoer (of Tjotjor). snuit (van sommige dieren). haarspeld. nat. met jets duns en puntigs steken. 271 tjoe. of om or jets mode vast to steken .).). uitschelden voor al wat leelijk is. groote druppel. ook zeker gebak. kleinkind . Tjoetjoe. Menjolong. enz. ook: steek in hot oog. van blood). om or jets aan vast to rijgen. koppelaarster. Tjolet (of Tjolek). gemopper. zuigend zoenen. gutsen. Mentjolet. Tjokot (Soend. Tjokelat. zich van eon tjomblang bedienen . gepruttel. spits uitlooponde snob. nageslacht. steken (van insecten). straal . Mentjoetjoep. pikken. met groote druppels. Tjoetjoek. iemand of jets in hot oog of do oogen steken. Tjomblang.

Tjorong.plat aarden schaaltje. Bertjomel. . overeenkomen. (van een ketel. Menjongkelang. kras.. pijp. hellen.). een streep door jets halen . genegen zijn tot. Mentjongol. geheel vol strepen. Tjotjok. enz. uitpuilen. beklad. Tjowek(Jav. tuft. aardig. enz.). Mentjongok. met voorujtgestoken hals naar jets kijken. Tjoplok. bevallig. met de punt jn de hoogte stekend. enz. afkeer . Tjongol. kloppen. enz. Bertjongkelang. schoorsteenpijp. Tjorong asp. Menjomelken. Mentjorek. afgevallen. uitvallen. streep. mondstuk.).. enz. doen galoppeeren. voorbeeld. met lets overeenstemmen. Mentjotjokken. doen overeenkomen. berispen. berouw. lief. enz. enz. Tobat (Ar. ook : met opgericht bovenlijf zitten.kloppend. Menjorek. los. waarin de sambel wordt fijngewreven. Tjondong. trechter. voorbeeld enz.). Tjorot. in galop ergens heen gain. uitgevallen. Tlahir. Tjongok. doen kloppen. staal. Tjorek. naar jets hellen. Menjomel. overeenkomend. pruttelen. overeenTOED.lawaai. Tjongkah. jn galop rijden . tot jets neigen. Menjongkelangken. ergens gedeeltelijk uitsteken. zie : Lahir (Ar. galop. kloppend maken. . enz. overhellen. onregelmatige streep. buffs. stemmen. Tjonto. Papan tjongkak. enz. sehuitje met gaten of kuiltjes. kraan. schoorsteen. zie : Loehoer (Ar.). iemand beknorren. afvallen. Ber- . mopperen. jets tot model. enz. losraken. Tjongkelang. . omtrent jets dezelfde meening hebben. model. galoppeeren (van een paard). nemen. Tloehoer. losgeraakt. ook : voorrijder . Tjongkak. Tjomil (of Tjoemil). waarmede djt spel gespeeld wordt. Men j ongok. Bertjondong. vorm. enz. ook : dienst doen als voorrijder. monster. uitkomen. Tjorak-tjorek. M®njonto. zeker spel .

aanvatten. slingerplant. Toehfat (of Tauhfat) (Ar. Toedjoeh poeloeh. waarvan de vergiftige wortels veal gebruikt worden om visschen to bedwelmen. romp. de Heer. aangever. Menoedjoeken. hetzelfde oogmerk hebben. Katoedjoeh. 8ersatoedjoe.). plotseling op jets vallen. zeventig . nat. hoed. Satoedjoe. lijf. . beschermen. zeventien . wijzen. enz. B®rtoedoeng. met zijnzevenen zijn). aanwijzer. zonnehoed. berouw. . bekeeren. Z. duel. beschuldigen. enz. mikken op. Toehan Allah. Toeboeh. strekking. enz. van dezelfde meening zijn. ondiep. zich van een plaats niet verwijderen (bijv.).). koers.. Bersatoeboeh. Bertoedjoeh.. enz. doelen op. den bijslaap uitoefenen. aanTOED.. Toeba.. enz.).enz. op jets afgaan. ook : toovermiddel . richting. zie : Toendjang (Jay. zevende. zevental . ten zevende.bedekken. beschuldigen. de (hat) zevende. grijpen. met eon geweer enz.. uitstekend. beschutten. de Heer God. laag. Toehan. enz. uitmuntend. Menoedoengi. enz. een hoofdbedekking gebruiken. fam. & M. Penoedoeh. of keer hebben. Menoedoeh. eon van lichaam zijn. Menoedjoe. afkeer van jets doen hebben. Toedjoe. bedoeling. oppervlak. Toedjah. ook : met een vaart tegen jets aanloopen. aanduiden.). bedoeling. dezelfde bedoeling. . God. Toebroek. Pongamia volubilis.op. bij het waken bij een zieke. ook : ergens onder schuilen. koerson op. jets ergens heen richten. enz. op jets mikken. koers zetten naar. kig. ergens voortdurend blijven. sluier.tobat. Toedjoeh. doen berouwen. lichaam. Toedoeh (Jay. ~zeven. plotseling aanvallen. eon van richting. enz. enz. Toegoer (Jay. Toedoeng. naar jets richten. Menoebroek. Toehoer. de godheid.Mentobatken. vasthouden. zich vast voornemen jets nooit meer to doen. Toedjoeh belas. der Papilionaceae. al wat tot bedekking diem. enz. .

broodverkooper. TOEL. kiem.geschil. metselaar.. Toelang belakang.twist. voorschrift. Toelah. verwerpen. afduwen. spruit. bot. wisselen. lets tegen lets wisselen. vervangen. graat. dijbeen . ringen verwisselen als teeken van ondertrouw. veel als groente gebruikt (Tokolan). Toekang sepatoe..). broodbakker. enz. been. Toelak. model. gebeente. duw. verruilen. enz. Toekoel (Jay. Menoelak. roedjak-verkooper . bedrevene in eenig handwerk. duwen. verkooper van varkensvleesch. naaister . Menoekar (Bertoekar) tj intj in. enz. enz. Toekang mendjait. stoker. kiem. ruilen. Toelang daoen. Toekang roti. pak. Toekang besi. Toekar. . afwijzen. goudsmid . opkomen (van planten). streng (van garen). lets navolgen. Menoeladan. Toekang. waterdrager. kopie. . jongeplant. Menoekarken. Toekang batoe. meikboer. Toekang ajam. scoot. lets tot voorbeeld nemen. MALEISCH-HOLLANDSCH. Katoelah. bladnerf. ongeluk als gevolg van een vloek. enz. Menoekar. timmerman. door zulk een ongeluk getrofren. enz. Toekang babi. melkverkooper. Toekar(Jav. grasverkooper. steel. nerf. ruilen.. bags. Toekang api. ruil. Toelang moeda. afweren. ook : ontkiemde katjang idjo. kippenverkooper . voortstooten. Toekang roedjak. geruild .Bertoekar of Toekaran. knook. ruggegraat . verruilen. van zich afstooten. ontkiemen. Toekang soesoe. schoenmaker. Toekang roempoet. Toeladan. verwisselen. beenderen. Toelang. van de hand wijzen. inwisselen. voorbeeld. ijzersmid. Toekang kajoe. Toekang ajer. stooten. Toekoelan. kraakbeen . . kleermaker. grassnijder. enz. Toelang paha. een voorbeeld aan lets nemen. uitspruiten. twist hebben. weren.Toekal (of Toekel). Toekang mas. smid. 273 met elkander twisten. enz. modiste.).

. lets beschrijvon. Katoelaran. eon doove. doof en blind. Toembal (Jay. afstaan. teekenen. . doof held. bijstaan. piek. wild-vleesch in hot lichaam : Toemboeh toemboehan. besmetting.teekenen. toovermiddel tot afwering van onheilen. Toelis. lei. klerk.g. helper. enz. iemand helpen. planten in hot algemeen. bijspringen. ontkiemen. hulpverleening. Toembak. ook : een mast voor brandhout voornamelijk. Toema (Jay. Penoeloeng. Toelen (Jay. Toeli. onvermengd.. . Medja-toelis. voeten. luis. procureur. schrap. doof. bijstand. onvervalscht. Boeta-toeli. schrift. lang steekwapen.). Menoelari. beteekenen. om niets geven. besmet. enz. metende 6 X 6 X 6 of 216 Kub. enz. Toeman. Menoelarken. woordvoerder voor een ander. iemand met hot een of ander helpen. Menoeloeng. waarop geschreven enz. steel van een roeiriem. ook : inwendig abces. gewoon aan. bijv. gewend geraakt aan. de milt.). Toelang ikan. onverschillig. teekening. Toelar. figuren op jets maken. Orang toeli. beschilderen. . aansteken . Batoe-toelis. groeien (van planten) dag komen. advocaat. uitspruiten. hula. schrijven. enz. Papan-toelis. Djoeroe-toelis. enz.bladnerf. schrijfbord. laps.. Menoeloengken.. besmetten. jets als huip aan iemand geven. huip verleenen. Pertoeloengan. de pokken . helpen. bijstaan. Toelang dajoeng.). schilderen. echt. schrijf tafel. Toeloeng. enz. Toemboehan of Katoemboehan. aan de lever. Menoeloengi. hardhoorig.. kras. lijn. huip. schrijven. besmettelijk~ ztjn. Menoelar. Toemboeh. Penoeloeng bitjara. Menoelisi. roekeloos (zijn) . op lets schrijven. en een snort kankerachtig gezwel of z. Toemboehan. vischgraat. is 274 TOEL. opkomen. wordt. Menoelis. pleitbezorger. verwend. vermetel. enz.

uitgieten. enz.of steunpunt voor . Toemenggoeng. vergieten. storten. fijnstampen. hot bolvormig. Menoempangi. jets boven op jets leggen. Menoempoe. verdelgen.. steun. Menoempang. Toemit. . ergens uitstorten (van vochten). titel van een regent op Java. stapel. de persoon enz. Menoempoeken.. die tijdelijk aan de zorg enz. uitstorten. uitroeien. Menoemboeki. ook : stapels vormen. enz. enz. en hier en daar in TOEM. Menoemboek. op jets beuken. hoop. Menoempahi. Maleische landen. stooten.. hoop. groenten zoo toebereiden. enz. enz. tijdelijk verblijven. bij iemand logeeren. storten. ophooping. op jets doen steunen. enz. Toemis.. stampen. van iemand wordt toevertrouwd. logies. ook jets of iemand bij een ander tijdelijk deponeeren. -plaatsen. stomp. iemand of jets herhaaldelijk stompen geven. boven op jets liggen. duwen. op jets storten. Toemboeng (of Tombong). steunpunt. duw. stompen. van de baarmoeder).. sponsachtig lichaam. uitgezakt. verzakt. inkwartieren. dat men in kokosnoten vindt. enz. hiel. groenten in olio gaargebraden of gestoofd. Menoempahken. Menoempangken. Menoemis. verzakking (b jy. vernietigd . verdelgd. beuken. Toempang. Menoempas. voetbank. doen storten. plengen. rust. vernietigen. Toemboean kaki. Toempoe (ook : Toemboenn). opeenhooping. om mode to doen. mededoen. op jets steunen. Toempah. op jets drukken. opstapelen. de kiem eener kokosnoot. ook : tijdelijk verblijf. enz. bonzen. Toempas (of Toempes). stoot. inkwartiering. op jets vallen (van vochten). vervoegen enz. zich bij jets of iemand voegen.Toemboek. Toemboeng. Toempangan. ook van een voornaam staatsdienaar. . op of tog en jets doen rusten. uitzakking. tijdelijk doen logeeren. stapel. uitstorten..

jets tegen jets laten leunen. enz. Toen. enz. jemand jets wijzen.: Alamat toendoek. zich verloven meet. (Jay. gebukt gaan.). . aandujden. . eon verloofde hebben. verloving. naar beneden drukken. Menoendjangken. waarvan verschejdene soorten bestaan. hoop. . Bertoenas. wijsvinger. stutten. stutten. bot maken (van snijdende voorwerpen). Menoendoekken. bot. Menoendoeng. aanwijzen. ontstaan.). vertoonen. Toendjoeng. aantoonen. enz. Menoempoek. verloofd. toonen. enz. Toenas. nat. neergebogen. Toenang. schoor. Menoempoelken. . stapels. enz. gebukt. Menoenangken. Teloendjoek of Djari teloendjoek. schoren. engagement. L. stomp.). jets tegen jets aan zetten. -plaatsen (tot stut of steun). zje : Toewan. steunen. opeendringen. opeengedrongen groepen enz. fam. op elkander stapelen. stut. Menoendjoek. 275 Toempoekan. -laten zien. stomp. met hot hoofd benedenwaarts gekeerd. ophoopen. opstapelen. groep. Menoendjang.. Menoendoek. geengageerd zijn. neerbuigen. schoren. Bertoenangan. enz. gebukt doen gaan. teeken van onderwerpjng. Menoempoekken. afstompen. hoop. der Nymphaeaceae. laten zjen. troop. Menoendjangi. uitbotten. vormen. uitspruitsel. -aanwijzen. to voorschijn. enz. Menoendjoekken. zich onderwerpen. do waterlelie of lotus. Jay.den voet. ook : tegen jets aanloonen. . Toendoek. stapel. niet snijdend. onderwerpen ten onder brengen. -aantoonen. doen bukken. wijzen. bukken. Toendjoek. knop. stapel. Toempoel (Bat. Bertoempoek. Toendjang (Jay. steun. verloofde. Menoenang. enz. Toempoek. aan den TOEM. verloven (door de ouders) . jets steunen. Nymphaea lotus. TOEN. hoopen. enz.--toonen. buigen. Toenangan. Toendoeng. neerbuigen. Bertoendoek.

276 TOEN. de posjtie. wandelstok. eon blinde. jets opwachten. jets of iemand zoodanig plaatsen. vorderen. rijtuig. Penoenggoe. stok. oppasser. het achtereind in de hoogte heffen. rijden. Toenei (of Toenai). comptant . Toendoengan. ook : Badjing. wachter. najagen. Menoenggang. (vulg. eischen. eekhoorn. Menoentoet. enz. stronk. enz. hot onderste boven. Menoenggingken. Toentoet.. Menoengging. achterna. bewaker. rijden. Toengging. . dan hot overige gedeelte van hot lichaam. ujtzetten. . bij jets waken.). Oewang toenai. bannen.) ook : eon vrouw beslapen . bewaken. volgen. Toenggal. filtreeren. oppassen. enz. bewaken. weggejaagde. Toepai. enz. hot onderste boven gekeerd zijn. dat zijn achterste hoogtr komt to staan. op jets passen. Menoenggoe. ook : de beschermengel of beschermgeest. leiden. enz. jets berijden. doorzijgen. Menoeras. verwachten.. enz. stut.. Menoengganken. . toeven. eenigst. weren. enz. naar jets koersen. enz. verbejden. omgekeerd. enz. door eon zeef halen. op jets wachten. stam zonder takken of kroon. jets of jemand op jets laten zitten. Toenggoel. Toengkat kateak. Menoenggoef. . Toentoen. enz. Toeras. eenig. Toenggangan. enkel.Menoenggang. enz. bij de hand of aan eon stok.wogjagen. . Toengkak. Toenggang. . op jets zitten. Menoentoen. waardoor hot achtereind of achterste van jets in de hoogte wordt geheven. wachten. op of in jets zitten. Toenggang. afvragen. enz. leiden. eon paard aan eon lijn. enz. oppassen. volgen. op jets wachten. steun . enz. Toengkat. coinptant geld. Menoenggangi. die verondersteld wordt jets of iemand to bewaken. hiel. met hot achterste in de hoogte liggen. ritjdier. kruk. eon. (bijv. Toenggoe. waarop gozeten of gereden wordt. banneling.

in de gevangenis. volgen.. . Menoetoepi.. enz. Toeroen-toeroenan. Menoeroenken. dalen. Menoesoek. Toeroet. Toesoek. hameren. toedekken. en : steken. medegaan. helling naar boneden. neerkomen. enz. met eon of ander op jets kloppen. jets bedekken. tot dekking strekken. dekkleed. enz. Menoetoel. enz.. naar beneden gaan of komen. nederdalende familielinie. ook : afstammeling. enz. ook : sluiten. Toerki.). TOEW. Menoeroeni. Bertoeroettoeroet. Toetoel. dekknn. doen dalen. -aandrukken. Menoetoep. jets ergens in of doorsteken.. stek.Tay. eon dot. dichtmaken. Toeroenan. enz. enz. achter de tralies zetten. smet. (van vloeistoffen). ophitsen. achterna volgen. aanraken.). Menoetoepken. enz. Menoeroet. Tanah (negeri) toerki. bedekken. . Turkije. enz. gehoorzaam (zijn). ook: gewillig. Satoeroet. opsluiten. ter navolging. gehoorzamen. naar jets heen dalen. steken. jets tot hot be. steek. toedekken. Turk. enz. in navolging van. Orang toerki. . of klimmen. kloppen. doorboren. nakomelingschap. met eon stomp voorwerp (eon vinger. indruksel. panter. voorbeeld enz. plek. afdalen. vlek.en andere tuinen gedaan wordt). Toetoep. dek. Menoetoek. moot. Turksch. afsluiten. dichtmaken. Matjan toetoel. naar jets toe afklimmen. van zich doen afstammen. warm maken. naar beneden halen. ondergaan. Toeroen (. Toetoek. kort stuk van eon boomtak. doen beneden komen. in opvolging van. doorboring. enz. waarlangs men daalt. . mededoen. nederdalen. pijnlijk trekken (van eon zweer bijv. in eon ru achter elkander. nakomeling. . om geplant to worden (zooals met vole schaduwboomen in koffie. enz. Toeroetan. Toeroen.enz.). enz. deksel. in acht nemen.. enz. . ook iemand opstoken. wat tot dekking van jets diem. navolgen.de gevlekte tjjger.

Toewan poeteri. enz. WALA. waarop alarm. tot hoofd aanstellen. enz.Toewankoe.. Menoewang. gekko. Orang toewa.. heer. slingerplant met geurige bloemen. . Bertoewah.). tobbe. . louteren. Pergularia odoratissima. hoofd eener negorij. gelukkig.). enz. Tongkeng. enz. die heer genoemd wordt (titel van eon regeerenden vorst). vat. enz. Jang dipertoewan. wat bedekt. palmwijn. met hot eon of ander toedekken. deksel. TOEW. schoonvader of schoonmoeder. fam. kuip. . Tontonan. Toewan. ton. babbelen. Tongkol. enz. geluk. gieten. zijwaarts.en andere signalers geslagen worden.. ouders. 277 enz. Emas toewa. voldragen. tafelkleed. Toewak. ook: gevangene. donkey van kleur. oud maken. voorspoed hebben. ook : Legen (Jay.heer. overgieten in jets (eon glas. Bertoetoer. oud. mijnheer. mevrouw de prinses. bijv. Tombong. mijnheer. ook : metalen zuiveren. Tokek (of Tekek). toeschouwen. cycloon. blok. voorspoed. vormelooze klomp. bejaard. enz . Menoetoerken.) inschenken. keuvelen. enz. fijn (oud) gouda Merah toewa. praten.. Tonton (Jay. der Asclepiadeae. spreken. Meretoewa of Maratoewa. zie : Toemboeng. Nat. Menoetoer. Toewah. Menonton. donkerrood. Tofan. voorspoedig . (alleen van eon vorstelijk personage). hem op jets attent maken. achterom kijken. rijp. Menolih. schenken. Toewang. meester. Tolih. uitgeholk blok. gelukkig zjjn in ondernemingen. naar jets kijken. grooto soon hagedis. jets tot iemand zeggen. Menoetoeri.dekken van jets aanwenden. L. ook: oudste. Mentoewaken. versleten. Toetoep medja. Toetoepan. Toewa. orkaan. schoonouders. opgeslotene. aam. Soend. Tong. uitgieten. Tongtong. typhoon.enz. Toetoer. eon oud mensch. toekijken. schouwspel. mevrouw.

Wadja. Totok. Wajang golek. Mewadjibken. Toro(Bat. Tsalatsa (of Selasa) (Ar. behoorlijk. maag.). Totok welanda.). ijzeren braadpan (ook: Koewali wadja of Wadjan). dock plane poppers van hoot of lever . houten wajangpop. edit'. vertegenwoordiger. Wakaf (Ar.). baring. masker. Wab joe (Jay. dobbelen. plichtmatig.). tooneelvertooning daarmede. Betogang.een lange bijna tot aan de vooten reikende badjoe (voor mannelijke bedienden). overladen. mots. Wadjik. deed. ook : glans. sneeuw.). rdem als voren. Topeng. Wafat (Ar. Wakil (Ar. hoed.pop van lever. zulk eon tooneelvertooning geven . ook : tooneelvertooning daarmede . Wajang poppers van lever of hoot. Bermain top. eon pur sang Hollander. Wadoeng. pens. Tsaldjoe (Ar. staal.). do avond (nacht) van Maandag op Dinsdag. groote bijl. Wadjib (Ar. snoeperij van kleefrijst of Ketan in suiker gekookt. tooneelspel met gemaskerde acteurs. gestorven. mom.Wajang koelit. onvervalscht. stichting ten algemeenen none. Malem selasa. Top. Totang tatoueersel . verplichting. gevolmachtigde. waarmede vertooningen van tooneelen daaruit worden gegeven . iemand jets ten plicht stellen. Wajangan. plicht. plaatsvervanger.).volbloed. mister. . betamelijk.vertooning enz. getatoueerd zijn. bulk. liefdadige instelling. jets als verplichting opleggen enz. W. Dinsdag. enz. voorstellende personen nit den voortijd en de Hindoe-Javaansche mythologic.). overlijden. hoofddeksel van niet-inlandsch maaksel. goddelijke open. Wajang keroetjil. Wajang potehi. dobbelspel . en. zulk eon tooneelvertooning door menschen uitgevoerd. Wajang orang. wat als plicht op iemand rust. Wadoek (Jay. Wa (Ar. Chineesch marionettenspel. Topi.).).

reukwater. loopen.). hooge. gerucht. Wants (of Waris). gelukkig zijn met zijn handel. geurig. Zie : Berani. Ajer wangi. enz.). Waroe. iemand vertegenwoordigen. naaste beschermer. erfdeel. zwavel. nat. mare . Walanda (of Wolanda). Korth. kleur. rattenkruit. de gezamenlijke erf genamen . Mewakilken. enz. WOER. tijdstip. Waras. Ml warnaken. W slang (Jay. Warawiri. Hollandsch . ook de verschillende tijdstippon. Wang (of Oewang). ook: gedaante. Warts. Warns (00k: Werna). moedig. der. eon kleur. iemand tijdelijk vervangen. tijd voor lets. Mewakili. Warlngin. uiu. vorm .Urostigma benjaminum. . winkeltje. der Artocarpeae.. Schoutenia ovata. zich door iemand laten vortegeYiwoordigen. Negeri walanda. jets maken. heen en weder (gaan. nieuws. Hibiscus elatus.). voogd. durven. Ahliwaris. geld. Hollan278 WALA. Wall (Ar.). Waroeng inlandsch kraampje. Mewartaken. fare. agent. welvarend.).za akgelastigde. Waris. Holland. enz. der Tiliaceae. Warirang. gelegenheid. eon snort Chineesch vaartuig. enz. Sw. gezond. tjjding. dapper. fam. Wani (Jay. Wangi. Warangan. welriekend . boom met good hout. . Wangkang. groote boom. grif van de hand gaan (van koopwaren) . Miq. Walikoekoen. voor de voorgeschreven gebeden. bericht. iemand tot gemachtigde aanstellen. nat. sprinkhaan. odour. vriend. vertrouwde vriend. fam. Warisan. Nederland. Van dozen boom bestaan verscheidene soorten. -. gedaante. erfenis. enz.ook eon waarde van 10 duiten of 8h/ ~ cent. nat. vorm aan jets geven. Waktoe (Ar. erfgenaam . der Malyaceae. boom met lenig hout. Warisan.

Water. begrensd zijn door. Wira.grenspaal . m. testament. achterdocht. t jd. heester. tijdperk.) (of Djakat). eerste minister. overspel bedrijven.grens.Soend. testament. Woeroeng of Oeroeng(Jav.overspel plegen. de tegenwoordige tijd. geeft. 279 Zina (Ar. hot bestaan.). weloet. door teekens enz..grensscheiding. Aal. Berwasiat. . Watoek (Batoek). overspel Berzina.groengekleurde edelsteen. ten oosten. ook: Djemeroed. oostelijk. Zoemroed (of Djamroed). heldhaftig. aal.). opdracht. korenaar. lastgeving. Werna.). aambeien. Mewatesken. zie : Warns. A. beloet. Sesamum indicum. uiterste wil. dapper. ZOEM. Widjen. hoesten. mislukken. aalmoes. Z. Wedana (Jay. der Sesameae. Wasangka. hoest. Soend. niet doorgaan.).). hot Oosten. pencde. Weloet (Jay. moedig. Woedjoed.). Woengoe. lindoeng.: Pewarta berichtgever. Wazir (Ar. laatste wilsbeschikking . jets bij testament vermaken.) (of Djina).). Oost. districtshoofd. schrift. (Ar. ruchtbaar maken. Wasiat (Ar. ook :Djaman) (Ar. verplichte bijdrage aan den priester. fam. Weslah (Ar. aanbeveling . enz. goon gevolg hebben. meedeelen. gedaante. kwade vermoedens. Berwates. Soerat wasiat. Dc. Woeli.). paars. smaragd. hot wezen. Wasir (of Bawasir). vorm. Zaman sekara'ng. vizier. zijn testament maken . hot vereenigingsteeken in hot Arab. die de Sesam-olio (Minjak widjen). Bat. Soend.lets berichten. ZAKA. nat. door jets begrenzen. zuivering.). grenzen aan. Zakat (Ar. Wetan (Jay. Zaman (of Dzaman. ikan mowa. de grenzen van jets aangeven. rijstaar. Mewasiatken. eeuw.

Aamechtig.Aalfuik. angoes (van de stof zelf). Aanaarden. Aan. sakit bengek. kerak. tjerengkeng. Aanbidden.sama-toewan. Aanbakken. Aalgeer. Aanbesteding.. minta sedekah. poeroe sembilik. patoet di sembah. (opdragen). bengek. wasir. Aalmoes. Aanbevelingsbrief. bagai.. oeroegan. Aanbaksel. . Aan geld. sampai ka. poedjian. dengan.bagai-. Gestorven aan een ziekte. Tot aan. enz. penambak. Afgoden aanbidden. menjembah soedjoed. memberi derma. kapada. sampai. o. letih. Aan mijnheer. mengangoesken (van de persoon. di. pemborongan pakerdjaan. m.bagi-. v. lager. m. ka. mengoeroeg..Iets tot aalmoes geven. paron. sakit mengi. mendermaken. dzakat. Verplichte of zuiverings aalmoes. Aanbelang.. boeboe beloet. haroes di sembah.. roeda oewang. memoedji. zakat.. o. Yninta-minta. v. v. o. Aanbevelen (prijzen). mengi . sesak dada. pada. Aanaarding. Aanbesteden. Aanbeveling. tong gede (besar).. Aalmoezen geven. ook uitgedrukt door den transitief-uitgang i van werkwoorden. menggeh menggeh. menjembah... sama. Aamborstig. di darat . tong. roepa. menjedekahken. angoes. landesan. v. bawasir. memborongken pakerdjaan. Aalmoezen vragen. lelangan pakerdjaan. menambak.Aan wal. landasan..meminta-minta. minta derma. zie : Belang.. pendjoewalan pakerdjaan. menjerahken. Aanbiddelijk. djekat.. zie : Aanbiddelijk. die bakt).. v. Aanbiddenswaard. derma.. serampang. lesoe. menjembah berhala. Aam.memberi sedekah . sampai di. memborongken. pada-. akan. o. pajah. Aamborstigheid. hingga. bagi. kapada-. sedekah. soerat poedjian. v. tambakan. v. letih-lesoe. mati dengan penjakit (sakit) . Aambei. Aanbeeld.

bikin. memboewat. Zich vrijwillig aanbieden. mengetok. Tegen elkander aanbonzen. dinahari. mengoeboeng. mengoendjoek. tinggal. sembah. mempersembahken . pemandang. makan. mengidjabken . melanggar . mengoendjoekken. m. membikin. bikinan. Aanbrengen. pengoendjoek. menjamboeng. datang . Tegen lets aanbonzen. meloewak. Aanblaffen. (af brokkelen).. Aanbotsen. Aanbreken (van den dag). fadjar. menerimaken. pengoendjoekan. Aanbieden. ring. o. Een baker aanbieden. Aanblik. tawar.. Aanbieding. (aan een meerdere). idjab. Aanbieden van geschenken. Aanbouw. djandji. memperdiriken. membentoer. ketok. penjoelang. berkandjang. Zich aanbieden (van een gelegenheid). kedjap mats.Aanbidden. tawaran. (aaneenhechten). (aan jets hechten). Aanblijven. m en ep o ek . menda- . (van den wind). langgar. v. ada. menggonggonggi. (voorstel). menggigit. djalan. menaliken. Aanbieden (overreiken). orang jang menjembah. padjar. pemberdirian. melanggar. menjoelang piala. Aanbouwen.pembikinan. (ten verkoop). Aanbod. pemandangan. poedji. menambat. (van geld tot een troop).. pemboewatan. . enz. Te koop aanbieden. memboelang. Aanblazen. menawarken. penglihatan. menioep. persembahan. niemoepoet. m. mengikat. mengikatken. Aanbranden. membawa. (komen).. slang. zie : Aanbakken. menjorong. merekah. membentoer. kasi. ada 282 AANB. penjoelangan. Aanbidding.. membentoer. mempersahadjaken din. Aanbonzen. angoes. Aanbijten. mengemboes. kebentoer. bersentoeh-sentoeh. penjembah. penjembahan. m.. Aanbieden. rembang. kebentoes. bentoer. om iemand om to koopen. ada peni hal. merekah fadjar. V. m.

menjakitken hati. soekatjita. girang hati. kabelet. (vennoot). kerdja. (aantrekken).. mendjadiken soesahnja. Leed aandoen. merawanken hati. rawan.menggagahi. berseroan. Aandeel hebben in eene handelszaak. bertjampoer. peringatan. mengenaken. jang melemasken hati. o. belet. jang merawanken hati. bagian.. v. memba wa masoek. mengenaken . bawa menghadep menghadepken. resa. jang melemboetken hati.. Verdriet aandoen. mampir. memakai. Aandeelhouder m. tjita. gerak hat!. doeka-tjita. menjoesahken. singgah-. mendoekatjitaken. Aandoen.. menjekoetoei. (tot lets. besero. deel hebben in eene zaak.perasaan hati.rasa. me makaiken. (veroorzaken). soesah. masoek . Aandeel. Geweld aandoen. AanAAND . Eene plaats aandoen. dengan mengingatken. samodal dengan. Aandoening van smart. ingatan. (Eene zaak aanbrengen). V. kepengin. (doers aantrekken). . dengan ingatan. Aandenken. Aandragen. tanda peringatan. persero. mendoekaken. mengampiri. meng adaken. behagian.. jang menjedihken hati. sjarik. . Aandacht. bikin. (tot eene natuurlijke behoefte. mengadoeken perkara. bersekoetoe. ketj ek.tangken. saj oe . Aandoening van vreugde. mempersakiti . mempertjintaken. sekoetoe. Aandieden. menjedihken. membikin soesah hat!. Aandoenlijk. menjampaiken. soesah hati.. kasi pakai. memaksa. menjoesahken hat!. Aandrang. ingin . Het hart aandoen. Aandaehtig. (dringend verzoek). o. m. Aandoening. mendatangken soesahnja.des gemoeds). mendatangken . (iemand -). bersinggah kapada. pakai. zie: Brengen en Dragen.mengerasi. tjampoer.

ook : ganggoe. bersamasama. merapetken. AAND. (doers vermenigvuldigen). (razen. (tegen jets). Aaneenvoegen. mendjantanken. berlengket. aansporen). menghempet. toendjoek. mengerasken. enz. singgah. Aanduiden. rapet. beroelang-oelang meminta. menjorongken. menoendjoek. Aaneensluiten. mempertemoeken. mengentjangken. zie : Erven. memboedjoek. Bij iemand aangaan om to zien hoe hij het maakt. gairat. terhoeboeng. Aaneen (verbonden). mengadjak. Aandringen (aanhoudend verzoeken. mengetj ek. rapet . merapetken. memelihara. meminta-minta . Aanerven. menghoeboengken. menjesakken. to verstaan geven). (viammen). minta dengan keras. sorong.berani melawan (jets-) berani meiakoeken. memberi tahoe. menjataken. AANGr. terikat. zie : Drukken. Aanfokken. pamiaraan. Aandrijven. piara. tieren). . roesoeh. mengikat.himmat. berani mendjalanken. 283 bersinggah.. Aandrlft (neiging). menjamboeng. memberi katerangan. melengketken. memperbanjakken. gerak hati.). tilik. menjambat. menoendjoekken. (doers-). terdampar. Aangaan (ergens-). Aandurven. tersamboeng. (te kennen.perinintaan dengan keras. bertoeroet-toeroetan. perganggoean. kasi tahoe.v. bergesa-gesa. (achtereen).v. mengetahoeken..nafsoe. memeliharaken. minta dengan berkandjangkandjang. mampir . menj orong. (aanzetten. Aandrukken. Aanfokking. meroesoeh. kasi mengerti. beroelangoelang. (tegen jets-) berdampar. menerangken. geger. mengerah. bertoeroet-toeroet. nepsoe. memaksa. menilik. (geestdrift). mengertiken. meniliki. pemeliharaan. Aanduwen. (van yolk tot eenig werk).

atas. per284 AANG. (voor de zintuigen). Aangri jpen. (overgenomen) . sedang. Aangelegenheid. angkat. selang. anak poengoet.pakai. Aangapen. dat. mengerenjit. Aangeven (aanreiken). manis (van woorden enz. siloe. tambah. (klacht. tegal. choelki. karma. mendjandji.v.. Aangezicht. itoe boekan perkarakoe.rrengoeloerken. mengenjoet. Een verbond enz. mengangai.. Aangedaan. ash. menangkep. berdjandji. balk perinja. Dat gaat niet aan. peloe. berhadep-hadepan. bilangan . sebab. menggait. menjerang.(oorspronkelijk). pegang. Aangorden. Een huweUjk aangaan. memboewat perdjandjian . Een aangenomen gewoonte. bertambah.). mengasiken.menjala. kasi. Aangenomen. . perkara. sedap. enz. v. peni hal.). kasi bertahoe. enz. paras . dakwa. adat ! j ang beharoe (baroe) . Aangenaam. ni enggaitken. (aanvallen). moelai . kawin. dari sebab. sedih. da'wa. Een aangenomen kind. Van aangezicht tot aangezicht. anak angkat. pengadoean.) . nimat of nikmat . sedia. moeka. mengadoeken. pemberian tahoe. Zie verder : Groeien. itoe saja ta'ferdoeli.(kennis geven. mengamat-amati. tentang. Aangroeien (toenemen). Aangezien. mengoendjoekken. tnembikin perdjandjian. Aangifte (kennisgeving). oleh karma. meringisi. nikah . mememang. balk lak oenja. saoepama. poengoet. itoe ta'boleh. (beginners). aangaan. memberi tahoe. mengoeloer. Aanhaken. Aangeboren (ingeschapen). dari. Aangrijnzen. hiba. Aangenomen (geadopteerd).menjandangken.. Aangenaam van manieren. o.. akan. pemberitaan. sandainja. sajoe. Aangaande. bertambah-tambah. enak. hal. Dat gaat mu niet aan.

bergantoeng kapada. menerik. memetik. (inleiding). dada berhenti . . hoeboengan. dibadjat. mengeloes-aloes. tiada menanggalken. mengoetja-oetjaken. taloek. berlengket.).pengiringan. oemat. tambahan. tergantoeng. Aanhoorigheid. (aaien). beroelang-oelang. permoelaan .Aanhalen (trekken). iekat. Aanhooren. mengaroe. (van een gezang). dada bersalin. Ophoogen. lama. lambat. merampas. m. berlekat.. AANK. menengarken.memoengoet. menghela .mengoepak. menggantoeng : (kleven). mernakaiken. below di poetoesken. angkatan . Aanhef.. menoesoek. Aanhitsen. Aanhangen (hangen). permoelaan. dairah.menghoeboengken.mengambil.menangkep. gantoeng. menoesoek-noesoek. Clang duren). Aanhechten. daIrah ta'loek. Aanhang (secte). Aanhoogen. van kleederen buy. v. lets aanhebben. di bawah. terlekat kapada. mengerat.pengiring. o. bergantoeng. merampas. (vol.mengasoet. m. menjamboeng. (eene zaak-). Aanhangig (van een zaak). toeroet. (volharden). memakai . menjeboetken. below terpoetoes. Aanhangsel. dengan tiada berkapoetoesan . menjeboet. menggalakken. terbawah.. (voortdurend). berkandjang. djadjahan. (near eene pleats koersen). sentiasa. memboedjoek. (confisqueeren). menahan. menoedjoe . melambatken. pakai. (gedurig verzoeken).. mendengarken. tiada berganti. Aanhouden (jets of iemand -). Aanhebben. Aanhoudend (achtereen). (goederen-). mempertanggoehken . mengaroeken . menarik. mengatjoem. Aanhoorig. (van dieren). menahan.memegang. bertoeroet-toeroet. (citeeren). (niet afleggen. Aanhankeltjk. gelingen). bersangkoet. dengan dada berhenti. zie : Aanaarden. berpakaian. memakai.

Aankoop. (belanden). Aankloppen. naik ka darat. lets op iemand laten aankomen (aan hem overlaten). enz. memoelangken. m. Zich aankleeden. moelai mengomong. melihat. Aankomend (bijna volwassen). djatoh. menanggoengken . sampai. v.. v. remadja poetera (van een jongen). mendjabat. memakaiken. mengchabarken. Aanleg (neiging. ajo. dakwa. (van kennis enz. tiada mengapa. Aanknoopen (met een knoop vastmaken). pembelian. memegang . Het komt er niet op aan. adjar.). tiba. piara. menjampak. Ergens aan komen (met de handen).). Aankondigen. mampir . menjerang. beladjar. menoedoeh. mengadoeken. Aanleeren. (enteren). moelai bitjara. (aan wal gaan). Aanklagen.. mendakwa. Bij iemand aankomen (aan AANK. marilah. menoekas. memasang bitjara. bersinggah. Aanlanden. marl.. Aankweeken. mendakwa. enz. dateng. berpakaian} berpakai. pewarta. anak dara.. tra'ferdoeli . moelai berkata. Aan "ken. memandang.pechabaran. menggait. remadja poeteri (van een meisje). menoedoeh. Valschelijk aanklagen. Aanklacht. tengok . menoentoet. mema'loemken. dawa. Komaan. Aanlasschen. mengenaken pakaian . memeliharaken. Een aanklacht indienen. mengamat-amati. gaan).menepoek (pintoe). (een gesprek. bell. m. mendempokken. membeli. mengikat. menegor.pemberitaan. mengadoe. miara. Aanklampen (aanvallen). pegang. Aankomen. Aankoopen. mengetok.). singgah. Stark aankijken. kasi pakai. tiada djadi apa apa.senantiasa. kasi tahoe. Aankleeden. mewartaken. remadja. menjamboeng. member tahoe. melanggar. menjimpoelken. . pengadoean. pekerti. Aankondiging. penoedoeh.

elok. (vuur-). pasangan. rentjana. Aanlengen. (zie ook : aanlengen). enz. persinggahan. bagoes. Aanmoedigen. enz.). membikin entj er. atoeran. (mikken op). mengatoer. mengingatken . (uitvoering). Aanleggen (van een stad. tjela. mengingat. manis. pentjelaan . menoedjoeken . Aanmatigend. moela. bermoeafakat. olo-olo. bersinggah. poengah. mane. (ook : overweging). mendja. v. Aanleiding geven tot. (maven). pengrasaan. Aanlegplaats. tjerewet. menjoesoek. membetoeli. (een verband. bikin. membentoer. (ontwerp. Aanmerking waken. merasai. safakat. kabentoes. menjalaken. membikin. rnembentoes. (jets als doel nemen). (bij iemand. menjampoer. manis. mengadjak. Aanminnig. memasang. bikinan. dengan tiada samena-mena . tjonto . kabentoer . menjela. Aanleiding (oorzaak). Aanlokkeujk. berani. mem- . lantaran . menjoeneh .. menagih. menjampoerken. mentjela. pohon. mentjaerken. mengemenginken. mengadjak.). dinah. mengintjer. (gemeene zaak waken). timbangan. membeloenggoe. v. fikiran . Veel en dikwijls aanmerkingen waken. besar hati. en z.. permai.diken. Zonder AANN. Aanloopen (stooten). v. memboewat. (opmerking). paksa jang balk. ergens). menjebabken. elok. (met opzet toeleggen). (boeien. Aanmaken (vervaardigen).). soeroeh. angkoeh. perboewatan. memasang. merantai . memboewat. penilikan. sebab. memboeboeh . Aanmengen. enz. mengenaken. mampir.). menjehadjaken. bersoentoeh..boedi pekerti . bermaksoed. merentjanaken . Aanmerking (berisping). menjengadjaken . ingatan. mengentjerken. Aanmanen (aanzetten). 285 eenige aanleiding. tempat persinggahan. Gesehikte aanleiding (gelegenheid). djadi sebab. melanggar.

(op zich nemen). pemborong. Aanpunten. meraba.. (veronderstellen). menanggoeng. mengadjak : (ophitsen). mendjamah. njangka. mentjakep. soentoeh . Aannemelijk. Aanprijzen. (een naam-). berkenalan. menanem. Aanplakken. soerat tempel. terirna. bertemoe. memborong . sanggoep. mengoepak. me286 AANN. kasi hati. menangkep. menentoeken. menggamit. meremboekken. mengangkat. menjamboet. Aanraden. menjanggoepi. v. (met de punt van de tong om to proeven). berdjamoe. masoek . mentjetjap . mengasoet. melanggar. (een godsdienst-). menjoentoeh. . senggolan.melanggar. Aanporren (aansporen). menjerang. soerat templekan. (aanvallen). melanggar. Aanpakken. mengoesik . memberi hati.beraniken.menjenggol. menadjemken. menggambiraken. mentjoewit. menempelken. boleh di lakoeken . enteng kapala. boleh di pertjaja. menemplekken. boleh di terirna.. memakai nama . memoengoet . mendjawil. (een wet-. memberi nasihat.. Aanranden. o. merantjoeng.menjerang. vaststellen). Met iemand in aanraking komen. memegang. (tegen iets stooten). (een werk-). kira. Aanraking. menerima. Aanplanten. pelekat. tanem.berdjarldji. pertjaja . (van een kind). memegang. orang jang memborong pakerdjaan. Aanplant. ringan kepala. mentjoba. Aanraken (met de hand). mendjabat . m. bersoentoeh. menjoba. (even met den vinger). Aanplakbiljet. (bevattelijk). Aanpassen. melintjipken. gampang di adjar. Aannemer (van een werk). m. menggalakken.. memoedji. Aannemen (in ontvangst nemen). merasa. (voor waar houden). taneman. mendjandji . tjoba. pendjamahan.

Aanrichten (opdisschen). soerat peringatan. membitjaraken. menjeroe . Aanroeren. me- . tlahir. mengadaken kabinasaan. memberi perentah dengan soerat. zie : Aanraken .menghidangken. menampil.roepa. menoelisken . lahir. (schrif'telijk bevelen). mengoetas. membawa makanan. menjapa. Aanrennen. menadjemken. (van iets spreken). AanschouweUjk. panggil. loewar . dateng.. Aanroepen fluid toeroepen). Aanschnijving. memanggil . mengoeloerken. soerat permintaan. mengorda . menjeboet. melihat.mengoeloengken. lahir. menjeboet. ook : soerat pertanjaan. wadjah. Aanschroeven. (doers ontstaan). mendjeloedjoer. Aanschijn (voorkomen). (onheil-). menjoreki. menjelakaken. Aanraken.. Aanrijgen (aan een snoer njgen). memandang. mengirim soerat perentah.v. Aanschnijven(noteeren). menoetjoek. mendjadiken . soerat perentah. dateng bergoeling-goeling (van golven). (van een schildwacht). dateng dengan berlari-lari. mengangkat makanan . menandal. mengoendjoek. moeka. menjempok.tlahir. menoesoek. menggosok. menggoebah . djeloedjoer. mendjadiken tjelaka. menjoeratken. (tot zich roepen). AANS.Iemand in zijn eer aanranden. merapat. (losjes naaien). membinasaken . menganggit. (den naam van God). Aanrukken. membawa tjelaka. kalihatan. memoetar. paras. mengoendjoekken. Aanschouwen.menerimaken. soerat titah. Aanrollen. Aanschrappen. (gezicht). dateng bergoeloenggoeloeng. o. menjorek. menaadaken. (verwoestingen-). AANB. Aanscherpen. mengasah.

bergonggong. (berispen).moetarken. merapet. melantak. hak . . memakoeken. Aanspraak makers op. m. menpoenjai hak atas . bertitah kapada. (op het strand werpen).v. AANS.menambatken. piagem. berdamping.. mendampar. bertanggoeng. mengadjak. memikoel tanggoengan. soelang. (van een bekendmaking).memasang. mengatai. ter verantwoording roepen). mengenaken boa.).taksiran boa. merakitken. katanggoengan.. Aanspijkeren. Aansprakelijk (zijn).pengarah. (iemand in rechten aanspreken). (van een zeil). menjalak. enz. (eisch). (van honden). Aansluiten (dicht opeendringen). berkata kapada.tjoekai. Aanslagbiljet. menggeretakken : (de poren geven). berapet. rnnasihatken . Aanspreken (toespreken). pertjakapan. soerat padjek. mematjoe. enz. bersembah kapada. (booze toeleg) . (iemand aanspreken. (in de belasting). memasang. Aanslaan (in de belasting). mengenaken padjek. mengentjengken sekeroep.). menanggoeng. (vastslaan). menghempetken. Aansporen (aanzetten. menggonggong.makar.arah. mendakwa. menjapa. (zijn kapitaal aan- . Aanspoelen (aangespoeld worden). o. soerat boa. mendesek . terdampar . (recht). sawang. sekeroep. menetapken sekeroep. mendakwa atas. melantakken . mengajak. dakwa.djelaga. pertamtoean padjek.).. menjoolang. menempelken. soerat tjoekai. (van roet. Aanspannen (van paarden voor een rijtuig). bitjara. memarahi. perkata~in. menegori. memakoe. 287 (tot een vorst). mendatnparken. Aanslag (van roet. merapetken. boa. Aanspraak hebben op. (van een worst). enz. da' w a .taksiran padjek. menghempet. menemplekken. menegor. Doers aansluiten. Aa nspraak (toespraak).

(in brand steken). enz. penjakit menoelari.. (bederven). memboewat-boewat.spreken). menjalaken . jang nanti datang. mendjadiken. wording. jang akan datang . Een aanstekelijke ziekte. menjoekaken. menoelari. djemah. Zich aanstellen als. enz. mendjangkit. sampar. menetapken. (nog in aanmaak. menoelari . berdjaga-djaga. enz. berdjalan dengan tjepat. menjoemet.bersedia. Aanstaand (op handers zijnd). Aanstaan. melantak. De aanstaande week. melihati. a 288 AANS. (zijn stag versnellen)r mentjepatken-. jang dekat.n tot). Aanstappen (loopend aankomen). v. menoemboek.berkenan.. makan pokoknja. (van een lading in een vuurwapen). memasang. mendjadiken boesoek. merenoeng. mengenjak. di moeka ini . mendjangkit. ridla (vann den persoon). terboeka sedikit. memboesoekken. menaroh api. mewakilken . minggoe jang akan datang ini. memperkenanken . mentjoetjoeh . Aansteken.(tot gemachtigde). bakal. Aanstaren. di depan ini. datang dengan berdjalan kaki. mengasak. Aanstalte (aanstalten makers. menganga. jang ampir datang. toenangan. (van de zaak). . genoegen doers). (besmetten). (vast steken). salakoe seperti. (ontsteken). rnelakoeken dini seperti. sedia. mengerat. penjakit sampar. Aanstellen (benoemen). mengikat dengan peniti . memadetken. membakar. Aanstampen (van den grond). minggoe di depan ini . soeka. mengangkat. poera-poera. nlelekasken djalan. di hadepan ini. menjoelat. menoesoek. mengamatamati. -Aanstaan (van een deur. memandang. makan modalnja. Aanstekelijk. menggelar. memandangi.berlangkap. Aanstaande (verloofde). melantakken.). (bevallen.. zijn).

menjoerat di daftar. menoelisi. (van voegen tusschen steenen enz. membesarken. Aanstonds. soentoeh soentoehan. (een vuur). menjoerati. bentoes . menandai. memfitnahken. melanggar kahormatan . bentoer. menarohi tanda . melantak. merembet .. sjak. menoemboekken kapala ka (di) . Aantasten. banjak. menjerang .Aanstelling (benoeming). menoesoek. tiada laik. (ergernis).. De glazen aanstooten. zich verbreiden). (van een lucifer). melanggar. menjiar . memberi maloe. (noteeren). v. soerat angkatan. dj oemlah . Aangetast worden(door een ziekte). o. menoesoeknoesoek. m.oepak. Aanstoot geven. mengetjat. Aanstrijken (met kalk). mengadoe perbantahan.Aanstoken (ophitsen). (een twist). kena. De lading van een vuurwapen aanstooten. Aantal (hoeveelheid). mengoesapken kapoer . soerat gelaran.). angkatan . kabanjakan. piagem. kelak. tiada patoet. meramaiken perbantahan . mengasak . mendjangkit. boekoe toelis. mengantok.. Aanstooten. Het hoofd tegen iets aanstooten. memaloeken. sabentar. Groot aantal. kabentoer. membentoer. (acts). menjapoe-. menjenggol. mendjadiken perbantahan.soerat peringatan. mendjilat. bertemoeken piala. menggalakken api. menggeretken. menghembet. melaboer-. sabentar lagi. Aanteekenboek. menoelis. menggentoesken piala. Een deur aanstooten. memantik. dengan kapoer. Iemands ear aantasten. menjoetoeh. (met verf). Aanstoot (schok). menjalaken. membentoes. soerat pangkat. boekoe tjatetan. memberi sjak. menoelis di . boekoe peringatan. Aanteekenen (merken). mengoepak api. menoelak pintos.o. (van vuur.. meng. bilangan. kabentoes. mengadoe. menjampok. menaroh tjat . menjikat AANV.gelaran. . mengetjat.

berbesanan. berdjoempa. menerpa. penggoda.v. Aanval. bertemoe. (valschelijk--). perkiraan. (verwoede -). peringatan . herangkat. goda. (duideli jk waken. sahwat. berlajar. (eene refs). (van de wederzi jdsche ouders van gehuwden onderling). pelanggaran . penjerangan. pakai. sanak-soedara. mengoendjoek. menerkam. mengisap. pengamoekan. v. mendjabat.). m. $rtama. was-oewas. enz. Aanvangen. menarik . mendjeramah. menempoeh. menoendjoek. (de regeering). menjataken. kira. Aanverwanten. Aanverwant. . Aanvallen. datang.. Aanvaren (tegen elkander). mendapat. Aanvaarden (ontvangen). m. menjateti. Aanvatten. dapat. menjerboe. (des duivels). Aanvankelijk. sanak. (vinden). katemoe dengan . memakai . (aanmerking). memegang. penempoehan.. memberaniken din. pegang. melanggar.boekoe. koelawangsa .In aantocht zijn. meAANV AANZ.(zinnelijke lust). Aanvliegen (vliegend komen). menempoeh. (met een sprong). bermoela.). Aantocht. Aanvegen. menjeregap. Aantoonen (wi jzen). berketjil hati . Aantreffen. memfadloeliken. De stouts schoenen aantrekken. bertjinta akan. lagi berdjalan. sjahwat . lagi datang. (eene rein naar Mekka). Aanteekening (om to onthouden). kaum koelawarga . m o el al. menjamboet. menerangken. menoendjoekken. menoedoeh.. mendjabat. menjapoe. zie : Aanlokkelijk Aantrekken (van kleederen. (inzuigen). mengoendjoekken . aantrekken. 289 nerima. Aantrekkelijk. menangkep... penerpaan. moela-moela. berdjalan. enz. koelawarga. besan. mengamoek. (trekken). timbangan. menoekas. penjerboean. Aantijgen. Aanvechting. menjerang. melanggar. m. naik hadji. Zich sane zaak enz.

(van . menoedingken. menjapoe. m. Aanwezen. Aanwtjzen. menadjemken. hadlir. enz. gaboes. menjeboetken. (appliceeren). menerpa. berpoepoet. menjamboeng .mengadjak. penglima. (van den wind).).memoepoet. HOLLANDSCH-MALEISCH. memakaiken. (van hat water).menoendjoekken. m. Aanwrijven (iets ten lasts leggen). menoekasi. pembawaan. memasoekken . njita. Aanvoeren (aanbrengen. kapala. me. m.. menggalakken. Aanvullen (hat ontbrekende). perma'loeman . sits. Aanzetten (aanvoegen). (gerechtelijk-). mengasah..datang terbang.. -meloemas dengan kapoer. menggosok. Aanzetriem. Aanvoerder. menjeboet. (valschelijk). membawa. berhadlir. Aanwaaien. biasa. pemberian tahoe. menomdoeh. koelit pengasahan piso. mema'loemken . permoehoenan. Aanwas. ada. Aanvoer. penghoeloe. menoedoehi. Aanwenden (gebruiken). memoehoen. memberi tahoe. perolihan. tarnbah.. Aanzeggen (kennis geven).. m. menoekas. pahalawan. melangkapken. mengandjoer. enz. kasi tahoe. Gerechtelijke aanzegging.. pertambahan. mengepalai. menambahi. (een lager. (aansporen). (citeeren.). kaadaan. ajar pasang. Aanwinst.. pakai. enz. mengchabarken. mendjangkepken.soeroeh. menoeding. gosok. menoedoehken . membiasaken. mempergoenaken . mengoepajaken. v.. tambahan.). Aanwitten. oentoeng. djadi biasa. pernnintaan. Aanvraag. laba. menjoeroeh. Aanvragen. memenoehi. (scherpen). melaboer. pasang.. v. Aanwennen. mengenaken. menjamber . memberitaken. pemasoekan. o.men gipas. Aanwezend. m. meminta. menoendjoek. tambahan. mengepalaken. (op iemand-). melanggar. minta. Aanvulling. memakai. v. Aanzegging.

enz. lahir kalihatan . kera. Aanzien. indah. choeloek. monjet. Aanzoek.berasal. meminta. Aanzienlijk. menglamar.v. oetama. (verzoek). pengamat-amatan . orang moelia . angoes. (uiterlij k). adat.membeliak.boelir. permintaan. Ten aanzien van. penglamar. memboeka sedikit . enz. tenting.mendjadiken.. (de lading van een geweer. enz. (inborst). melihatk~n. majang.. Eon jonge aap. koewasa . merenoeng.. o.). (gezag). (ader). Do groote mensch-aap. Aanzien (aankjjken). memboeboeh. sangat. besar. majas. melihati. moelia. (hat zien). Met aandacht aanzien (beschouwen). m. memendelikken. o. Aap. koenjoek. kaadaan . berkerak . manier). menindjau. pemandangan. mengamatamati . orang berasal. di hormatk~n. Aanzoek doers. In aanzien zijn. 19 290 AANZ. kalihatannja. oerat. oewa-oewa . (huwelijks-). orang b~rkoewasa. melariken. (van root. berkoewasa.mengadaken. loetoeng. tampik.(eener zaak). siamang . doedoek. akin. o. (van een knoop. dasar . De zwarte aap.(zeer belangrjjk).. amat.perangai. Aanzijn. Hot last zich aanzien. orang-oetan.pekerti. kabilangan.paarden). Met groote oogen aanzien. De langarmige grijze aap. to bias. roenggai. orang moelia. (een deur). terhormat. bangsawan. lamaran . peri. Het aanzen geven.. mengamat-amati . (van geboorte). tjara monjet. meminang. Aanzitten. dat : roepanja. permoehoenan . Aar (korenaar. De Gibbon-aap. Aard. orang besar.). roepa. berharga. orang kaja. m~mandang. . bersoelang. (van waarde). menanoeng. Iemand van aanzien orang besar.woeli. Aanzienlijke.). m. m. (wjjze. kaja monjet. di bilangk~n . melantak .).. pining. berdoedoek. djalan. mernasang. enz. bangsawan. Aapachtig. boedi-pekerti. mawas..peri hal.

boemi. manic. beradat aloes. boesoet.v. Aardaker.pen. v. bengis . gemar. (snort). enz.(aardboh. van planters). Korzelig van aard. (zich op zi jn gemak gevoelen. (grappig). mendjatohken ka tanah.. AARD. elok.voorwerp). mendjeroemoesken di tanah. djinaka.(verrassing. Een aardigheid verkoopen. berperangai jang lemah lemboet. kerasan. tanah. (oppervlak). Aardbeving. senda. berdjinaka. Aardigheid. m. toemboeh.. bagoes. gempa. (tieren enz. bergirang hati. v. bersenang hati . rnenoeroet adatnja .. (grip). perabot tanah.. dani tanah. sanda. Onverglaasd aardewerk. moeka boemi. enz. Aardhoop. poendoeng. Vroolijk van aard.memerangaiken. kembili. (inlandsche). gojang tanah. ampo.(grond). Minzaam van aard. pining-mangkok . menoeroet perangainja. membanting di tanah. Aardig. Eetbare aarde. antoe tanah. AARD.gempa boemi. Aarde.o. Aarden. m. beling. Aardewerk. m. tanah . peni hal .. tjantik. timboenan tanah. oeroegan tanah. Ter aarde vallen.bangsa petjah. senang. berasa senang. (Europeesche)... bangsa koewali.. (overeenkomen met. bangsa beling. roepa. tembekar. memba- . kentang. membanjol. m. tanah bergojang. Aardachtig. banjolan . tertjampoer tanah. boemi . Aarden. Verglaasd aardewerk. seperti tanah. loetjoe. (iemand-). Aardbol. djblita .bangsa petjahan. djinaka. baring jang indah. Ter aarde werpen. aloes.).). manic. belanga. kaja tanah. Aardbodem. memboewang di tanah . (van aarde). m. poentoek. boemi. saperangai. Aardappel. girang. tanah tergojang. oebi. koertjatji. saroepa tanah.. boelat boemi. m. bagai . djatoh di tanah . papal . tanah ampo.. (lief). Aardgeest. lindoe.

v. ah. o. obat pendjoeloek. mengingat. m. bergoendah.. koetoe tanah. Aardsch. lindoe. Acht (oplettendheid)..o. Aarzelen.salah tampa. (goed. Aardworm. pantat.. bangkai . Aarzeling. pengingat. bea. (kreng). v. berdjandji. Achillespees. as... Aardkluit. goegoeran. v. keroeron.m. djaga. goempal tanah. gerak boemi. per.. barang doenia. AGHT. empan. Aarsgat. doenia.. o. v. memboewat perdjandjian. (in bet kaartspel). betoel. takoet. dari doenia. ingat... doeboer. bimbang. Aardvrucht. o. oebi. adoeh. tjotjok. Accoord. kamitetep. lapis tanah. mangsa.. Aardvloo. kabata-bataan. Aardlaag..doet. djandjian . Aars. obat akan menggoegoerken anak. memboewat perdjandjian. doeboer. oerat keting. lobang pantat. keremi. Accijns.. makanan .. o. kamitetep.. Accijnskantoor. m. in orde)... tjoekai.salah mengerti.. salah. m. soeka doenia. keloeron.(overeenkomen). oempan. dzoeboer.. minjak tanah. tjatjing. v. minjak latoeng. v.. . Aardschgezind. katel. Aardluis. pabean. katjang tanah. Abuis. berdjandji. m. goendah.. m. koetoe tanah. Aardrijk. tjatjing gelang. laba-laba tanah. Ach. v. Aarsworm.. minjak petroleum. 291 Accordeeren(overeenstemmen) satoedjoe . salah mengerti. tjatjing keroewit. Middel om abortus to veroorzaken. Aardslak. ingat. (overeenkomst). sipoet tanah. tiada betoel. dzoeboer. keroewit. doenia.. Aardolie. Aardsch goed. v. balk.gempa boemi. mengingatken . o. Abortus. Aardri jkskunde. v..salah. bata-bata. v. boemi. bei-salah. v. ilmoe boemi. bernafsoe doenia. Acht slaan op. Aas. bimbang. goegoeran anak.. Aardschok.. Abuis hebben. hang pantat. Een accoord aangaan. Aardnoot. v. Aardspin. v.

enz. o. Achterdeel. djaooh. o. mendjaga. Achtbladig. Achtbaarheid. Er steekt wat achter. poewer. koerang ati-ati. Achterbuurt.sangka. Achter. v. Achteloos. ingat. mengoepamaken. bersang- .membilangken. doelapan. (meenen). Aehterbeen.mempermoeliaken. beriring. v. Achterdocht.. menjimpen. katinggalan. delapan likoer. Gelijk achten. katinggalan. Ten achter. Kwart over acht. houden. v.tjemboeroe. Achter op een vaartuig. (geheime deur). mengerti. Achtbeenig. patoet di hormati.. Aehterbaks.. menjamaken.. kabelakangan. ada rahasianja. kabelakangan . Achter op een ru dier. men achterdeurtja hebben. tiada ferdoeli. mngira. di belakang. paha belakang. doea poeloeh delapan. delapan. Achterdochtig. Achtbaar. di belakang.In acht nemen. moehtasjam. Achter lets zijn of komen. semboeni. kabelakang. Achtenswaardig. was-oewas. paha. dari belakang. pantat. terhormat. poekoel delapan laloe sapei ampat. tinggal. semboenji. Achterbout.haroes di indahken. besar. bertoeroettoeroet.). memberi hormat. Naar achter. Achteraf'. boerit. Acht (telwoord). Van achter. sami nggoe . di belakang. pintoe maling . Acht dagen. mendapat. berkaki delapan. Aehteraan. bersjak. kamoeliaan.. Achterblijven. m. menjemboeniken. Achter elkander. Acht en twintig.. mengindahken. di boentoet . tinggal di belakang. koerang ferdoeli. Achten (hoogschatten. menghormati. bagian di belakang. sjak. berdaja-oepaja. delapan hari. belakang. kira. pintoe belakang. Achteraan btijven. Achterdeur.. di belakang. kabelakangan .soedjana. moelia. menjemboenjiken. berdaoen delapan. lalai. di boerit. moeliawan. v. Achterbaks 292 ACHT. kampoeng belakang. kaki belakang. di balik.

Achtergebouw. belakang. di belakang . sore. menoesoel. snappen).kabelakangan. Achterklap. Achterhals.o. m.tengkok. bertoeroet-toeroetan. sebelah belakang. penoetoep. m. o. v. menjemboeniken. Achternicht. kamar belakang. meninggalkeci . (in groei). toeroet berdjalan di belakang. o. Achtereen. Achterdeef.. boengkik. asar. m. di belakang. berat kapala . menoesoel. Achtermast. Achtererf. boentoet bala. menjimpen . kamoedian. Achterkant. m. o.-). tiang penjoeroeng. Achterhalen.. zie : Achterhuis. berpesan. Achterlader. Achterhuis. (derriere). senapan (meriam) bermoeloet di belakang. o. mendiamken. enz. Achterhouden. mesan. Aehterkwartier.o... di achirnja. boeritan. males. belakang kapala. Achtermiddag. moebeng . zie : Achterdeef.ka.sembahjang asar. mengambat. Achterhoede. ketjil . keredik. enz. (in zijn werk). v. senapan (menam) jang di isi dari belakang.. petang. soesoel.. Achtereinde. dari belakang. zie : Achter. Achterna loopen..tjitji.m. roemah belakang. ((later). Achterhoofd. lambat.. (een opdracht. tjemboeroean. bodo. m.. tjitjinda. Achteren (van). Achterna. menjoesoel. v. tiada pertjaja. Achterlijk. Achterom. soedara kadoewa poepoe. mengoesir... bilik belakang.. $lataran belakang. lam bat.. pantat. m.pekarangan belakang. menjoesoel. (vinden. dari belakang.. Aehterkamer. Achterlaten. fitnah. dengan tiada berhenti. senapan (meriam) ACHT. kopak. gebleg. Achterkleinkind. tiang belakang. toetoep. kebon belakang...Achtermiddaggebed. dengan tiada berkapoetoesan. achir.. o. zie : Achterdeel.leher belakang. sembahjang sore. anak soedara misan. (verzwi jgen). me. kampoeng belakang . mendapati. (niet viug van verstand).

. di belakang. jang kabelakang sekali . melengkoengken ka belakang. Achterop. katinggalan .belom di bajar. oendoer. pantat. Achteruit zetten. mengoesir. Achteruitsaan. zie : Achteruit. Achteruitzetten. Het achterste voren. mengambat. pintoe belakang.. o. di boeritan..menjimpen. menjoesoel. bertoeroet. moendoer. Achterstallig.lama. menjoengsang. Achtervoegsel. Achterstand.ka belakang. Achteruitgaan (van taken). (van werk). (vallen) djatoh telentang. tambahan.zie:Achterkamer. (di boentoet. kabeiakang. Achterstuk. roegi. moendoer.menjemboeniken.. (zitten) bersender. Achteruit. mengoendoerken. Achteruitgaan. hoeboengan. Achteruitgaan. ACHT Achtersteven. v. w o ero en g . boeritan kapal. kabelakang. menoesoel. sepak.. masih beroetang. Achtervolgens. zie : Achteruit. m.. katinggalan . Achtervolgen. . Achteruitdeinzen. soeroet. tinggal. Achterschip. (buigen) melioek. boeritan.(van schuld).. Aehterwiel.zie:Achteruit. tiada sampai. zie : Achteruit. toenggakan.o. kaki belakang. moendoer kabelakang. (niet gebeuren). di belakang. Achterste. o. terbalik. tida djadi. zie : Achteruit. (van bet hoofd) lenggak . katinggalan pakerdjaan. Achteruit treden.m. tjelentang. o. menjepak. soengsang. Achteruit loan. (liggen) telentang. Achterwaarts. Achterover. Achterpoort. boerit. gerbang belakang. (van een paard). katinggalan oetang. Achteruitdeinzen. di belakang.. roesak. memboeroe. boontan. (derriere). Achterwege. Achterwege houden. bertjelentang . boeritan pezaoe. roda belakang. jang belakang sekali. Achterpoot. Achteruittreden. o. m. Achterwege blijven.. dengan menoeroet.

mangkat beradoe.ati-ati.. delapan lapis. Achtpootig. Ademhalen. bernafas. oerat. bangsawan. beloedak. meninggal. v. bersegi delapan. oeler bedoedak. -delapan taoen lamanja. delapan kali. (gewone ader). perdelapan. jang kadelapanbelas.. oerat darah. beroemoer delapan taoen. lajar penjoeroeng. Aehtvoud. Ader. poetoes napas. Achtjarig. 293 (bet) achttiende. Buiten adem zijn. v.oerat nadi.. o. nafas. Adelen. Adelaar. Authentieke acts. kadelapan... Ademen. menggeh-menggeh .pangkat bangsawan. Achtkant. m. Adelltjk.. menoegerahken (memberi) pangkat bangsawan. Adem.. Achtzaam. De (het) achtste zijn. o. soerat . . Achttien honderd vi4jf en negentig. bernapas. memoeliaken. perdelapanbelas. oerat berdenjoet. m. delapanbelas. berbangsa. lank. koerai.. Achtste (deal). boesoek. Adder. toeroenan besar. lajar belakang. m. Aehtmaal. Achttiende. membangsawanken. De ADMI. Achttien. papier.. toeroenan asal. Acts. berasal. mangkat. m. bank. Den adem inhouden. soerat jang sah. bangsawan.. Den laatsten adem uitblazen. m. Halsslagader. m.. astakona.m. In den adelstand verheffen. sariboe delapan ratoes sambilan poeloeh lima. zie : Ademen. d j ongk er. poetoes njawa. o. radjawali. pamor. Adel. enz. napas. kadelapanbelas. memberi pangkat bangsawan. menarik napas. coati. Adelborst.Achterzeil. kadelapan kalinja. v. oeler beloedak. Achting. berasal.). Adelstand.. berek. Slagader. Adelijk.ingat-ingat. enz. m. menapas. (in warmer. mendelapan . berkaki delapan. delapan kali.jakin.. hormat.. (in gesmeed ijzer. Van adel. Ten achtste.). menahan napas . asal bangsawan. oerat pemboenoeh.

l~pas. l~tih. Stroom af. Admiraalschap. Af bakenen.. v. menggambarken. karang. pemberita.dari. alamat soerat. penoeloeng bitjara. Advertentie. mOnjiksakOn. menoelis gambarnja. mOnjikat. Adresseeren. naik goenoeng. kadang. impas. djat) laksamana.. (de vrucht).. membajar habis. p~mbOritaan. pengawam . boewah thmpoeroeng. mOlabrak. hampir. Af (van af). satengah coati . terkadang. Van iets of zijn.. mOnjapoe. Af betalen. memotaken. Aderlaten. (van gevaren). 1~soe. mombajar loenas... m. loenas. sanggrah. menggambar. Admiraalschip. memboeka oerat. Afbeelden. o. menandai. Aderslag.(van erts in den grond). poetoes. m. menjoentik oerat. boewah apokat. meroepaken. adjid an. Adres. koerang sedikit. mOminta (mOmoehoen) bOrkat Allah. pemberi tahoe.. memantik oerat.v. v. Afbeulen.panglima laoet. m. o. pajah. l~mah. kapal laksaAdmiraalsvlag. memeta. bOrminta doa akan di loepoetkon dari pada bOhaja. soedah djadi. menjanggrah. toeroen goenoeng .. Afboenen. pets. Afborstelen. toeroen. o. Afbidden (Gods zegen). (verzoekschrift). mOngimpaskOn. mOnsiasatkOn. mOnjikat. mOm- . alamat. zie : Polsslag. mOnjoesahkin. Admiraal. mOloenaskOn. gambar. habis. laksamana. adang-adang. mongalamatk~n. Af en toe.. mewatesi. m. djabatan (dara294 ADMI. soerat pers~mbahan. o. bandera laksamana. (rnana. mOnjiksa. p~ngatjara.. Adjudant. (van ears brief). monoeroen . (afgemat). kadangkala. Af beelding. Afbetaald. menarohi tanda wates. Advocaat. Berg op en af. (naar beneden). Bij hat kantje af. bitjara. milir. r~mboek. thrl~pas. Advies. kapit.dari pada (gedaan) soedah. mOnjeka. soerat pormoehoenan.. pengapit.

bisken. enz.). ook : habis. mOlanggar haknja orang.mOnoeroeni. toeroen. A. patch.. menitjil. habis di makan api.boendOr. (in vruchten.). mOmbOri lOpas. kotak. mOnObat.bongkaran. petak. mOmbfndoengknn. Af braak. (van hat gebergte naar de vlakte). enz. mOmbawa toeroen. (van den rechten wag). membendoeng. Afbreuk ljden. mOnjOsatkOn. pasoekan. Af branden (door vuur verteerd worden). memoetoesken. mOlepasken. mOmbakar habis. pOtjah. pegangan. menjoesoetken. mgmbikin bOndoengan. poetoes. (in kleine stukj es). menjoedahken. bab . (van een scbuld bij paiementen). mOngoendoerkon. karoegian. (van een boek). (takjes of bloemen). hangoes. gOntas. fatsal. rombak. dapet roegi .kasi lOpas. (van krtjgsvolk). Afdalen. bongkar. o. behagian. oendoer. bagian. Doers afdeinzen.v. mOnoeroenkOn. Af breken (sloopen). Af breuk. mOngloewarknn. lade). mOnOrbis. AFRO. bOrhOnti.m. Afdoen (van een werk). de oranjeappel). menghaAFDR. Afdeeling.rombakan. mOroegikOn. (van een onderzoek. lets voor afbraak verkoopen. pasoek.. distrik . Af breuk doers.v. mongoetil.m. (yak. emper. touw. mOmoetoeskOn. mOnjimpangkOn .katoemboekan.moelangken. Afdanken. menjelesaiken. membOhagi. habis tOrbakar. mOnambakkin. mOnjasarkOn. (van een voornemen). Af brengen (naar beneden brengen). mengilir. (in brand steken). mOmbalikkOn. mOndjoewal akan di bongkar... als bijv. membajar .fdammen. Afgebroken. mOrombak. Afdeelen. roegi. Afdeinzen. mOmisahkOn. angoes. pangsa. mOnggOntas . (een gesprek. pokiek. sOngkoewap. Afdak. milir. lemands rechten of breuk doers. moendoer . mOmbongkar.

). laloe dari pada . menoentoet. (recht op lets). bekas. hanjoet. Afgaan (naar beneden gaan). m. kareta meriam. berhamboeran. berak. berboenji. Afduwen.menggoegoei ken. (afleggen van kleeren. Dunne afgang. Doen afdwalen. menjasarken. .enz.). mengesatken. soedah habis. soedah djadi. koerang. toeroen. Afdruipen. mengilir .mengoerangi. berak. (van kleedjes). Affuit. membajar habis. Afgang. Afdwalen. tjitakan. berak. men era. kasesat. berlinang-linang. nlengetjap. menera. rompang. goegoer.dengan sedikit-sedikit. alasan meriam. menjitak.Afdruk.. menoedjoe. (van een voornemen. peneraan. memetrai.(stoelgang). meminta dengan paksa. Afgeknot. zie : Afdruipen. Afdrukken (van drukwerk). Afdrogen. boewang ajer darah. memboewang ajer.iringan. sombeng. mengeringken. tahi. Bloed-afgang. (outlasting hebben).. milir. Afgedaan. moeroes. mentjeret. patch.). Afdrijven (met den stroom).). medjen. selesai. menggosok. meletoep. tjapan. seka. verminderen). meloenasken. boleh koerang. meninggalken. pergi kabelakang. tjap. menjesatken. penjitakan. poetoes. Afgebrokkeld. soedah. menjimpangken. m. tjeret. (balling. swat. (de stof). (van een schot). (van een prijs. teraan. (van een ongeborenvruchtl. (van een scbuld geheel--). o. bersesat. menoelak. anjoet. alas meriam. memboeboeh tjap. boentoeng. rampoeng. bertitik. (afdruksel van een spoor. meminta dengan keras. enz.. kesasar . montjor.enz. boewang ajer. menjitak. toeroen. mengesat. mengetjap. enz. (van stempels). toeroeAFRA. membabas. menetes. menjapoe. Afdruppelen. Afeischen. tjitak.tjoeram. . melepasken. menjeka. impar. 295 nan. mmboeka. membajar loenas. menanggalken.

meloentoer. memoetoesken. Afgodendienaar. tjoeram. Afgodendienst.. geli . soeroehan. melepasken. tergantoeng. (afstroopen). berhala. loentoer. m. sepi. patoeng. (korten). m. o. m. di bawah perentah. o. soeroehan. oetoesan.enjoedahi. Afgeven (overreiken). m. bersahabatan. loeboek. (van lets . kiriman. Afhalen (inhalen. mendjempoet. m. m. toewa sekali. Afgelegen (ver). berdengki. dengki..Afgeleefd.. berdjinakan. bergantoeng.. enz. letih-lesoe. (diepte der zee). beset. memotong . memberi. memanggal. Afgezant. mengakalken. satengah coati. menjengkolong.). pajah. lesoe. oetoesan. patoeng berhala. mengoepas. Afgod. menebas. mengeset. ngeri.. v.. mengambil. Afhankelijk. Afhellen. m. kasi. bertjampoer.. Af hakken. mendjangkit. miring. (eenzaam). bergantoeng kapada. tjape. memantjoeng. tjoeram. toebir. tjemboeroean. ontvangen). letih. meloekang (van gekleurd lijnwaad. terlaloe toewa. mapag. menjelesaiken. menggantj oe.. Afgunstig. tjampoer. (van verf). menjerahken. memotong. menoeroenken. orang menjembah berhala. Afhangen (neerhangen). menetak. membabat. mengoendjoekken. dengki.. Afhandelen. Zieh afgeven met. me296 AFHA. retja. menjimpang. mengaloe. Afgrijzen (afkeer). Afhandlg-maken. menerimaken. lames. lelah.. melengket. djaoeh. Af gunst. soenji. menghabisken. penjembahan berhala. ta'loek. di bawah. berhadjat akan. Af haken. nendas. (near beneden halen). djoerang. Afgodsbeeld. Afgevaardigde. merampoengken. mereboet. artja. Afhouden (op zijde gaan). (tjzing). Afgrond. lelah djerih. membeset. Afgemat.

pareeren). menoeroeni. menoelak.. diloepoetken dari . menegor. mendjaoehken. membentji. menanak. Van voorname of komst.m elarangk en. Afkomeling. Afkeerig. toeroen.toeroenan. loepoet dari. segan.terughouden). (van lets bevrijd worden. merampas. djemoe. geli.). tiada mane terima. membentji. memotelken. (van werken). Afknippen. menjelaken. menggerogoti. memoeAFKO. memotel. enz. bersegan. memarani. menghantem.bangsa. berbalik. bentji. Afkomst. koel. bentji. sews.m enahan. Afkeer. Een of keer van lets hebben. mereboes.. mendapetken. menjewa. djidji . Afkeerig zijn. memepak.v. menahanken. berbangsa. Afkappen. menggoenting. Afkoelen. menjedjoekken. Af komen (near bededen komen). (verwerpen). oendoer. Afhuren. menampoeh. Afkloppen (afrossen).. menangkisken. Afkeeren (zich--. memaloe. menetak. berbentji. menjebrot. beroentoeng. tiada soeka. toeroen. afwenden). tiada menerima. m. memorot. moendoer. mengoesir. Afknabbelen. Afklimmen. (op iemand). terlepas dari.asal. mendatengi. djemoe dari. berdjemoe. mendinginken. (van iemand). djemoean. berasal. melarangken. memanggal. memotong. menggentas. menjela. moewal. menampoehi. Afkoken. zie : Afhouwen. lepas dari. Afkeuren (berispen). (heat). menoeroen. Goed van lets afkomen. mengelaberak. moengkir . berpaling. melergos (weren. mematahken. Afkapen. geli. menghampiri. memasak. bentji. bentji. mematahken. m. mengoetil. mengoetoengken. Afhouwen. (verwijderd houden). meng erat. geli . memapak. bermoewal. moewal. Afknakken. toeroenan . toeroenan.

mengganggoe. o. Afkooksel. Afladen.). berasal. (uitscheiden). menjoedahi.. pokok. Afleiden (van water). menjimpangken. merawatken malt. berdjalan. AFLA. menanggalken. pohon. memberi bangoen. menoeroenken. (van een bekentenis). meninggal. meneboes. teboesan) giliran pakerdjaan kompenian. (van een woord). mengadjar. mengakoe .menoeroenken moewatan.). asal. mengerdjaken malt. (van getuigenis). (van een lajk). menjoesoetken. mengapokken. menobatken. (iemand van zijn werk). (van water enz. memotong. membongkar moewatan. tjengkolong. reboesan. mengoewar-oewar. toeroenan. Afkondigen. menjaksiken. Afleiding. berkaoel. tiwas . pembajaran. memendekken. memberhentiken. menj oesahken . (paneboes. mendjalani. meringkasken. menjorong. berhenti. membajar diet.. mengoendangken. memboeka . mewartaken. (van den rechten weg). (van een eed). mengalirken. seloeran. nark saksi. enz ). meninggalken. Afkoop. enz.enz.). Afleggen (van kleeding). pembajaran. meloepaken . simpangan. Af koopen (loskoopen). asal. mengoeloerken . loepa. (van verdriet. (sterven). coati. toeroen. enz. (de doodstraf). v. pembelian. paneboes. enz. menghilangken tingkahnja. menjoempah . mematahken. bersoempah. Aflaten (neerlaten). menjasarken. bangsaw an. memandakken. (van een gelofte). pengli- . (van een gewoonte. (een weg. menjasatken. mengoewarken. asal. (onderdoen). Afkomstig. (doers verleeren). koewah.).(vanwoorden.Afkoop van heerendiensten.). ajar masakan. (omkoopen). lipoer. mengaoel. berseroe-seroeken. teboesan. (afstamming). Af korten (porter maken).besar. Afleeren (vergeten). (afhouden van geld. bersaksi.

(coos makers). Afmeten. memboeka. toeroenan. Afmatten. habis . (dalen). mentjeriteraken. Afmaken. alir. bikin coati . melemasken. menghabisken. kasoedahan. (verhalen). menggambarken. meneboes. toeroen. mendjilati. mendjangka. (eindigen). memoetoeskerl. Zich van iets afmaken. bergiliran. mendjarah . .. melepasken dini dari pada. (teekenen). menoeroen . (van bet water). (met een inhoudsmaat). (van tranen). zooals een schip van stapel). (afpassen). melondjor. (schuin. djoerang. Aflossen (vervangen). berhamboeran . (meters). menggiling habis. miring. (plunderer). menghabisken d jalan . melemahken. 297 mengalir. mengintai. membehagiken . membajar. Afloeren. mengamoki. Afloop. iringan.kasoedahan . (verzwakken).(einde). berpoetoes. miring. menjelesaiken. poetoes. (rondloopen in). hellend). mengoekoer. memboenoehi. (uitmoorden). poetoes. Aflikken. merrYoelangken modal. menjerahken. (verdeelen). Aflichten. mengangkat toetoepnja. Clangs een helling. (van tweet). rnendjilat. merampoengken. Afleveren. melelahken. memboenoeh. (elkander). (eb). mentjapeken. (uit den lombard). (malen). menandang. mengerdjaken habis. (van een kapitaal). (van een klok). berkasoedahan. ganti-berganti. membehagi. mengintip.poer hati. tjoeram. mematiken. berlinang-linang. berhenti. memberhentiken. menggambar. (van water). (geheel to voet afieggen). Afmalen. soeroet. (dooden). mengangkat. mengganti. berhenti. poetoesan. (schulden). (beeindigen). menjoedahi. penghabisan. menerimaken. menoelis gambar. menghabisken. soedah. membawa masoek. loentjoer. mendjalani sampai soedah. memoelangken pokok. (helling). AFNE. soeroet. mengombaliken.m. Afloopen. bergilir . nieloentjoer. meloekis. bergantian. pengalir. (serer zaak). berkoeliling.

(verminderen). meroentas. berlajar. melarangken. Africhten. menasihatken. labrak. memoekoel. mengoelilingi. toeroen. berdjalan. koerang. menggentas. memboelatken. mengambil dengan paksa.. meng- . memboentarken. melabrak. (aftrekken). v. memageri. (afperken). memotong. Afscheid. memboenderken. membatesi. Afrekenen. merampas. Afroepen. Afrukken. Afranselen. melepasken. meragoet. mereboot. mengetam. memboewang koelitnja. (een land). (kat. Afpersen.menaker. menjoempah. (geven). menjentak. letjet. meniadaken. member tabs. menghabisken peritoengan. mematoetken. berangkat. mendjadjahi. peninggal. mints poelang. pangkat. mengambil. (met een doek of vegen). menjendal. melepasken. Afrels. bermohon. mendjangkaken. Afschaffen. (nemen). menjegahken. menggasak. mengoepas. menghantem. (van bet water). memberhentiken. memaloe. Afraden. Afnemen. memaloemken. (voor merkteekens de grenzen aangeven). menjengkolong. mewatesi. membajar. berkoerangan. kasi (memberi) lepas. (over zee). menjoesoet. mengoerangken. melepas. mengambil. menjeroet. djadi koerang. mengoewarken. memoekoel. mengesat. zee: Afpalen. mengangkat. menandat.. Afperken. menjampadani. membetoelken itoengan. Afpellen. Afplukken.meletjetken. Afrossen (ranselen). beroleh dengan paksa. mengadjar. Afronden. o. (betalen). mendjangka. angAfreizen. Afpassen. mentjeraiken. mengalap. (eon eed). Afscheiden. (van de hued). membandingken itoengan. Afschaven. kasi tabs. memboeka. melabrak. menggasak. (naar iets). Afpalen. menganiaja. meloenasken. soeroet. membandingken. menjeka. 298 AFPA. memaloe. menghantem. memetik. memboewang.

mengeboet. menjoekoer.. menjalin soerat. menjidoek. memetaken. Afschubben. Afschilderen (teekenen). menjobek. takoet. Afschrijven. mentjarik. mendjaoehken. menakoetken. mengorakken. (kleine stukjes van iets). memisahken. Afschudden (van zich schudden). Afschrikken (bangmaken). menghapoesken. Afschrift. (van de schapen). Afschrappen.(verhalend). mentjeriteraken. menjendok. AFSt mengebas. v. menggambarken. menjisiki. mengirapken. zee : Afscheiden. menjowek. merantjanaken. Afscheppen. van een boom. mengeboetken. menjikat. (terughouden). merobek. Afschillen. Afscheiding. membikin gambarnja. memboewang koelitnja. afschieten. pisahan . memasang. orates. pentjeraian. Afschieten (van eon vuurwapen). asingken. memangkas. (vruchten enz. menembak. menendang. menoelis.AFSC.. enz. mentjoekoer.menggambar. mengebasken. Afschepen. membikin takoet. Afscheuren.. Een ruimte enz. mengikis. (grens). menoeroen soerat. memboenjiken. o. Afschrik. menakoeti. membitjaraken. menggojang. (van eon 'haag). mengirap.(verhalend). (van eon pijl). melepasken. robek. bates. mendjeraken. sobek. mengorak. menahan. menglepasken(mengloewarken) orang dengan kata gang manes.mentj ere teraken. mengojak. soewek. Afschoppen. mengoepas. Afscheren. Afschuieren. m.). toeroenan (salinan) soerat. memisah. lemand beleefd afschepen. menjebelahken. menahanken. mengoetil. mengirimken dengan peraoe (kapal). memanahken . membabat. mengeroek. memboen- . (van eon lijst). memaras. menggoenting. menjisik. mengerik. Afschetsen.

Afschutten.. (van een wag). (van prijs). (haat). (met een gespannen touw. (met een slot). memotong leher. toeroen harga . memalangi. menendas. . Afschuw. melorod. mendindingi. menggorok . tiada mane terima. (een rivier. mengoendoerken. memalang. (den vijand). (van mouwen). (afweren). geli. (van kleederen de stof -). (ijzing).enggan. pengoerangan hoekoeman (siksa) . (weigeren). (van den neus). ngeri . menoelak. v. (van hot haar). membendoeng.m. enz. mengeratken. menjakat djalan . memboewang oentoek. mengempang. boesoek sekali. Afsloven.~uen naves gang) menjiat poesat. menangkisken. remand den wag afsni jden. potong. djadi loesoeh. menoetoep . menjapeken. Afschuimen. mengebasken.). menjengkang.der. (met eon dwarsboom). melorodken. 1~ at. menoeroenken. menjembeleh.. memantjoeng . melepasken. (den prijs). menjoesahken. -sampai roesak .). memotong.penoelak . mendjatohken harganja . meragas. haiban. mernotong poeser .). mengoentji . mengoetoengken . nl Afsna njenta~ Afsnijden. merentangi . menjegati. Afschuweli jk. merentas. (met eon versperring of vertakking). Afslaan (hat hoofd. (van hat voorwerp zelf) djadi roesak. (van straf). menjakat . Afslag. menjegat. memotong. enz. menjorong kabawah. djadi boeroek. menjakat. tjengkolong. Afschuiven (naar beneden schuiven). memajahken. Een zaak van zich afschuiven. menetak. memageri. melelahken. Afslijten. Afsluiten. potongan. merompongken. (den hale). bentji. enz. mengeboetken. menggodot. membendoengi. mengerat poesat. (van geld).(weigering). memakai sampai boeroek.

De zorgen afspoelen. zoover als hat oog reikt). joedjana. berdjandjian. asal. mentjoetji. membawa. rnenenggelemken kasoesahan dalem minoeman. menetapken perdjandjian . het afstaan). memangkas Afsnoeien. (van lets. Afstammeling. (van hat gezicht. Eon afspraak makan. djaoeh. Zich aan eon afspraak houden.enz. merampal. (uitspoelen. molepask~n. m~nitis.. toeroenan. Eon afspraak verb reken. berdjandjian. mendjandji . merantjoeng.: w~ rgaw'~ ). berasal. peranakan .terdj oen. toeroenan. borpant jar. anak-tjoetjoe. menjampaiken perdjandjian . dzoeriat. menghilangken pengharepan . R Afstt. lit. m. p~nj~rahan. (met eon schaar).. Afspringen (van boven). bard j andji.. larat. toeroen. meranting.. Afspraak bi j handsiag. memoetoesken asa.. antaranja. Afstappen. memangkas. m~njelang. melaroetken. djandji.~. djarak. V. (van grond door water). bertegoh-tegohan.). mendjandji . toeroen (van een on- . makan. berdjandji. menggoenting. Afstamming. Afspreken. m~nj~langk~n . perdjandjian dengan bertampar tangan. (tusschenruimte). m~nj~rahk~n. laroet. v. antara.. pantjaran. Afstand (verte). Op een afstand. anak. meranting. melompat dari atas. Afspoelen (reinigen). m. Y . menerdjoen. dari djaoeh.(de hoop). slang. m~l~pask~n . titisan. meninggalk~n. widjana . asai. toeroent~moeroen. perdjandjian . menjoetji. (verwijderd staan). memoetoesken pengharepan.. Vast afspreken. terbawa ajar. merampal. Afspraak. s~rahan . djandji. Afstammelingen. mengobahken perdjandjian. Afstand doers van. m~ninggalk~n . djandji. m~mbiark~n. m~njerahk~n. Van afstand tot afstand plaatsen.(takken van boomen. mengoembah . meevoeren door water). b~rdiri djaoeh dari pads. Afstammen.

menggeret. sentak . mendjatohken. (de top. coati. m~noempoelk~n. AFTR. milir.poe. m~nd~hoeloeI. Afstompen.mengangkat kalangkapannja. b~rb ed a . Afstroopen (villen). Aftappen (overgieten). menjiksa. Afstooten. berhamboeran. Afstorten (vallen). (van palmwijn). Aftakelen (een schip. (in kleuren). mengeset. enz. mengadjar. mengalirken ajernja . (met de hand). mendjarag. m~noelak.menjolet. Afsterven. m~ngalahk~n. Afstri jken (afvegen). memasang . (weren). pen der vingers ergens op). m~n~rdjoenk en.Zie verder: Storten. mmotong . menoelak. mengalir. (van tweet). memberi pengadjaran. toempoel. Afsteken (van wal). Afstralen. wafat. Afstraffen. menjang- . mentjolet. m~noelak. memantoel. m~mbiark~n. Afstoffen. mengoeliti. (van vochten). melorot. memantik. menggeretknn. mengoepas. m~njeka. mnja. m~mahat. mengilir . bersinar. Afstij gen. (~erschillen) beda. (van tranen). m~mbikin toempoel. terdjoen. b~rlajar . (ebben).). (benedenwaarts van een rivier. berhiliran . (ears lucifer). soeroet . m~noelak.). meninggal. (met een beitel). mengamboel. Afstroomen. menghoekoem. berlinang-linang. (van een vuurwerk). djaooh. m~njikat. b~rlaman roepa. m~nang. membeset. tiada mgmbitjaraken lagi. (plunderer). menjamoen. menoewang. Iemand de loe f afsteken. enz. (bloed). menjalin. menerdjoenken . (een rivier). mentjoerahken. Afetuiten (terugstooten). Afstammen. menj eka . rnenjadap . berlaman warna . (doers vallen).derwerp). toeroen.

sampah. Aftrek. (rest). memboenjiken. menjedoeh. memaksa. (ontrouw zijn). Aftrappen.. Aftoppen. Aftocht. terdjoen. masak. Afvallig. menjojak. me nagih. menjekai. mereboes. menjeka. Afvallen (vallen). De hand van iemand aftrekken. mengeset. sisa. Afvragen. Afteekenen. meninggalken.. potongan. menggambar. tiada merdoeliken. kotoran . mengesat. mengerat oerat. loeroeh. oendoer.. seka. menjapoe. membeset. Afvuren. lakoe. mengoetoes. m. berhoembalang.ampas. tjengkolong.. Afvaardigen. (sane rivier). djadi moertad. menanja. Afvijlen. meAFT R ngopek. angkat. menggambarken. Afvoeren (vervoeren). . menembak. menanti. (ontrouw). menoeroenken . mengikir. doeraka. menendang poetoes. mengoekoes. Afwachten. moendoer. m. menendang. menjelidik. meminta dengan keras. menoentoet. menerdjoenken . Aftuinen. mengoeliti. (met een ruk). angkatan kombali. Aftrekken (rekenkunde) memotong. mengilirken. membiarken. Afvegen. (hebben). djadi koeroes. m. Afval (vuiinis). memasang. memetaken. Aftuimelen. (vermageren). djatoh terbolak-batik. mendoeraka. oendoeran. menanjai. goegoer. potong. riddat. Afvorderen. berlajar. memageri. (terugtrekken). djatoh. mengikirken. batik. membawa. moertad. mengoepas. (in water). menjentak.gerah. v. menantiken. memantjoeng. menoelis gambar. Afvaren (wegvaren). (de huid enz. mengirim. mengalir. riddat. (tangs een rivier).). menggiles dengan kaki. (korrels van de aren). doeraka. djatoh kadjoengkel. Afvloeien. tjengkolong. milir. menjoeroeh. menjengkolong . menjendal. melepasken. Aftrekking.

meloentar. swat. bertjidera. kasasar . berbeda. melempar. memboewang. Afwisselen. Afwenden (zich). (van een wet. menangkisken. mandi. mentjeng. memalingken. Afwatere Afwegen. gingsoer . meloepaken. bergantian. ALGA.toenggoe. menjegat. Afwentelen. menrr11L b.mentjoetji. Afwerpen. (voordeel). berganti. fonder wag). mendatangken hash. (jets). tiada mane terima. berselang. membasoeh. menoel ak . mema~.).(zich afwasschen. menjelimpang. meloentarken. menjabarken. menoelak. (verschuiven). menjapoe. zich afwasschen. mentj ong.d of wijzen. tiada ada. (van een onhell). menjoedahken. menahanken. membawa hash. beds. Afwasschen. menjelang. Afweren. (verschillen). menoekarken. gingser. bermandi. menjoetji. Ieman.menoelak. merampoengken. berbalik moeka. Afwijzen. berpaling. -baden). (om den andere-).menangkisken. menjeka. Afwisschen. melanggar. menghabisken. (jets met geduld). Afwezend. mengadang. melaloel. menggantiken. menoenggoe. Afwennen. melemparken. beralih . enz. membias. menghempaken. de ge 44 bok. menggoelingken. tiada terima. mendjaoehken. menjimpang. melentjong. bersesat. Afwijken. djaoeh. menggoeloengken. berbalik mata. menoenggoe dengan sabar. tiada hadlir. tiada berhadlir. meliwati. mengesat. membahkken. meninggalken. menjimpangken. membelokken.mentjoetjiken. melengos . berbalik. mendjatohken . mengengganken . mengoentoengken. Afwerken (afmaken). menoekar. menangkal. er- . (verdwalen).

mngirim. m~njoeroeh. Afzien (van iets).(uit een ambt). meninggalk~n. Afzichtelijk. mem~tjatken. mengasingken. kagolian. -~i uggosok. basi. menetes. m~ngoetoengk~n. anjoet. tjangkokan. o. m~lihatk~n. mengloewarkpn. m~nipoe. Afzakken (zakken). wakil. timoen tikoes. geloeloer. m~lorot. menjingkirken . m~ngakalk~n. m~ngirim. melepas. memboewang. satoesatoe. m. ketirnoen ketj ul . Afzetten (afnemen). akik. m~mp~rdajaken. berhiliran. m~mb~ri (kasi) lepas. Afzweren (ears godsdienst.). m. Afzagen. (van boomers. b~rlajar. masing-masing. (leeren door zien).. Afzetter. m~ngirimken. Agurk.. menjeka. djelek s~kali. m. . membiarken. Afzenden. milir. satoe-persatoe.m~ngangkat. Afzadelen.. memisa.. tjangkok. m~ngoetoes. Agent. m~mbikin tjangkokan.). wakil moetlak.. zie : Mwezend. jakoet. (van een arm. sendiri sehadja. enz. mtngg~radji. m~njangkok.). m~ngg~rgadji. menjimpan. m~ngangkat sela. atj ar ketimoen. (met den stroom). memboeka $lava. m~noeroenk~n. koewasa. Zicli afzonderen als kluizenaar. enz. polmak. akit. mentjzraikrn. mel~pask~n. sarf. m~nggolik~n.hken.. toeroen. Agaat. zie : Herroepen. Agurk in zuur. (berooven). bertapa.). (van boomers. m~ngoedoengk~n. tiada merdoelik~n lagi. m~motong. mengangkat p~lana. mombias. penipoe. Afzetsel. b~Afwr ~. Afzeggen. enz. b~ladjar dengan melihat. boesoek sekali. Agio. meminta dengan paksa . mendjaoehken.. sendirisandiri. menjamoen. Afzeilen. o. b~rjai. Afzijn. rembes. Afzonderen. Afzonderli jk. enz.. m. Afzi jpelen. Veranderen. (een brief). berasing.

mengerdjaken ladang. v. roesoeh. oemoem. s~gala. Alarmblok. m. moetlak. berladang. genta semboejan. djikaloe. maski. ladang. djikalau . mengerdjaken hoerna.pakerdjaan tani. poewalam. kendatipoen. (zelfs). s~kalian. kendati. kentongan . v. sawwa. orang tj~rewet. d~mikian. orang balar. orang banjak. kabanjakan orang. disana. (onverzeld). dj oewa. tiada enak . o.. sehadja. (sein). sawah. (op droge velden). kangerian.). di sin i. Algemeen. Aldus. (geheel). v. kepalang. telah. (slechts). o. sini. Alhier. (eenzaam). sakalian. o. lagi. segala. (van uiterlijk. Al te. lontjeng semboejan. m. peroesahaan tanah. soedah. semboejan. tanah jang di tanemi. tanda karoesoehan. Geheel en al. disitoe. antero. memang. bendang. menakoeti. Akker. tjoema. biasa. terlaloe. (zonder bevloeiing). l~bih dehoeloe.. biar.). sambil .. (van een uitgeholden boomstronk enz. djikalau. gadoeh. pakerdjaan tanah.pertanen. semboejan. sab~lomnja. hoerna. Het algemeen..memoekoel tongtong. . Albast. Alarm. zie : Ui.. (van levend water voorzien). semoea. menjawah . m. amat. aam. Aleer... serba. sahari-harian. Akkerbouw. orang saboen. Op hat alarmblok slaan. Alhoewel. (reeds). Alarmsein.. hoeroehara. menegal. batoe poewalam.Ajjuin. Albino. Alledaagsch. menggilaken. Al. sepi. teramat . tegal .. b~gini. tongtong. saben hari. Alle. sekalipoen. s~moea. mengkirikken. Albedil. enz.. Akelig (van gevoel). Alarmklok. Akkerbouw drijven (op matte velden). m. (hoog in hat gebergte en tijdelijk). Aldaar.. hanja. toekang tj~rewet. soenji. semoeanja. tipar. mengnrdjaken sawah. k~ndatilah. gempar. haroebiroe.. Alleen. ALBS. k~ndati. belaka. maskipoen.

s~gala. kas~moeanja. djika. maha soetji. s~moea. kas~rnoeanja. (toen). harga coati. 303 Allernaast. Ahergrootst. kadir. terlaloe tinggi. terlaloe manis. terlebi h banjak. bagai-bagai. Allerheiligst. s~kali-kali. roepa-roepa. Allegaar. m~noeroet hoeroefnja. Almacht. k~ndirian. (van een prijs). Almachtig. sekalian orang. Alphabetisch. s~moea. lidah boeaja. segala roepa. s~ndirian. Aloe. o. Allenthalve. Alleszins. (een kleine snort). dengan sabar. pada sebarang thmpat. ta'ala. aneka-w~rna. Allerhoogst. alif-ba-ta. s~barang orang. d~ngan p~ngatoeran abdjad.s~ndiri. maha koewasa. abdjad. di mana-mana. dari dzaman dehoeloe kala. teramat indah. kaloe. mahatinggi. Allerwegen. Allereerst. nanas w~landa. Allengs. Allicht. v. d~hoeloe kala. Aloehout. manis sekali. terlaloe b~sar. tat- .. orang banjak. t~lah. menoeroet alif-ba-to-nja. aneka. pelanp~lan. t~rlaloe elok. p~rtama-tama. s~moea sekali. bagoes sekali. segala orang. o. sa'orangdiri. s~kaliannja. di mana-mana.. kaja. di mana-mana. b~rasing. soedah. Allerliefst. barang di mana. p~rlahan-lahan. djikalau. Alphabet. (een gewone snort). Alreede. Allerlei. moedah-moedahan. (mengelmoes). tjampoeran. terpisah. (indien). Alleman. terlaloe banjak. (afgezonderd). b~rdj~nis-djenis. ALTIJ. lama lama. Allermeest. sama s~kali. sedang. s~kalian. jang banjak sendiri. (volstrekt). b~sar s~ndiri.. Alom. kodrat. jang pertama sendiri.. thrbanjak. o. kabanjakan orang. Allegaartje. s~dangkan . kajoe garoe. laksana. kadar. ta'dapat tiada. s~moeanja.. teram at bagoesnja. s~p~rti. Aloud. kendiri. Allen. m. Als (gelijk). thrlaloe amat b~sar. Allooi. maha koewasa.

karma itoe. m.djabatan. Een . Ambt. s~p~rti tawas. tanah tawas.. enz. men ng.. djawatan. Alum.. ~kal. Chinoesch altaar. poela... sabagai lagi. Alsof. Alsnu. mans. pada waktoe itoe. p~kerdjaan toekang. s~lama. m. maka itoe. t~men toekang. madzbah.o. m. b~gitoe. t~rkadang-kadang. Aluinwater. s~karang djoega. Altaar. barangdimana. Als het maar niet. barangkala. tatkala itoe. djoega. Aluinsteen. Alvorens. b~gitoe djoega. Ambachtsgezel. (fi. pak~rdjaan. Aluinaarde. m. (dai. s~nantiasa. s~kalian. s~p~rti. martabat... sekarang lagi. toekang. lagi s~kali. Aluinachtig. semoeanja.mbachtsman. s~d~kala.. begitoe roepa. masoek djabatan. batoe ambar. zie : Altijd.. o. Alsnog. Altoos.. apabila . Een ambt aanvaarden. .. dimana. Alwaar. sab~lomnja. Alsmede.. voortdurend. Amber. kombali lagi. l~bih dhoeloe. sabagai poela. dari itoe. semadja.Amandel. s~moea. kawan toekang. o. o.A. kaloe kaloe djangan. pertoekangan. o. djadi. Alweder. Ambacht. pada sekarang mi. . selaloe. barangl ali. kaja. Aithans. sabagai. Als het maar (nits). tawas. sekarang. v.). dan lagi. ambar. Altegader. poela. v. Amalgams. djoega lagi. ajor tawas. Altijddurend (bestendig). oetoesan. s~karang ini. Altemet.. 304 ALTIJ.kala. terd~hoeloe. lamoen djangan. s~lamanja. Alzoo. batoe tawas. m. anal . s~bab itoe. Altijd (steeds. thrtjampoer tawas.jn). o.. sabagai . tjampoeran. medja t~paikong. (op de wijze van). kapandaian. kajak aj a. lagi. boewah k~nari wlanda. lagi. pada mana itoe. panAmbassadeur. demikian. k~rdja. Alsdan.

. Andermaal. Amulet. mat~rai djabatan.o. v. pamadatan.. Uit een ambt ontslaan. soesah. v.. Amfloenpijp. mengamini. Angst.. memetjatk~n dari pads djabatan. pertjintaan. Amen zeggen. Amfloenpacht. m. m~nganggoer. bdoedan... pgmadat. pakordjaan. Ambtshalve.. thman pakerdjaan. lain roepa. Amfloenkit. djimat. lain.t. makan madat. nanas. batoe ketjoeboeng. pegawai. berselang. kadoewa kalinja. lagi sekali. amin. let sahari... mengisep mada. mengantoep. soesah hati. m. pak apioen. Ambtsbezigheid. permata biroe. monjeret. tiada poenja pakOrdjaan. tambahan poela.(onbereid). . Ambtszegel. berselang seling.Ambtenaar. Amfloenpachter. Om den ander. o. ANKE. Ambteloos. m. tjap djabatan. madat.... v.ambt waarnemen.. sjoegroel. tengah doewa. priaji. Ananas. melgpaskgn.. Ambtgenoot. kelelet. Ander. minoem madat. Amfloenschuiver. Amethist. v. Angel. o. (vuil in de ptjp). m. boeloe madat. tiada memegang djabatan. hanja. sengat. penangkal. kapala pak apioen.apioen. takoet. Anderdeels. . antoep : Met den angel steken. m. p~ndjabat. melainken. Anders.v. roam ah madat. Anderhalf. lam. pads lain kali. lagipoen.kawandjabatan. tike. Amfioen.. djitjeng. pemborongan apioen. m~lakoek~n djabatan. pedoedan. Anderdaagsch. mengoetjap amin. toekang minoem madat. (bereid). v. tahi apioen. djabatan. satoe satengah. Amen. tiada m~lakoekbn pakerdjaan. Amfloen schuiven. karma wadjibnja djabatan. sekali lagi. m. thman djabatan. menjengat. tjandoe. tjinta.

(op eon brief). pengikat tembok.. sahoet. bertjinta. djawaban. Arabia. penakoet. gangkat djangkar. v. kapals roemah obat. v. Ankerblad. Het anker lichten. tall saoeh. v. s~t~roe. roeba-roeba. Anijs. o. Appal. o. o... m. pengoengkil saoeh. Appelleeren.... s~limpat. m. memboewang djangkar. tall djangkar. masoek appal.. b~rlaboeh.. roemah obat. daoen djangkar. Ankerplaats. Ankeren. v. djangkar. m~ndjawab. p~rarakan.... Arabesk.. enz. o. lampoeng djangkar. boa $laboehan. (In appal gaan. m~njahoet. Angstvallig. bidji adas manis. oesaha. batang saoeh. djawab. m.. o. p~laboehan. Apotheker. b~rtahar . Ankerspaak. bgrlaj ar . Zie : Angstig. v. sahoetan. oeloep. tjintjin saoeh (djangkar). Ten anker komen.. Ankerboei. Ankeragegeld.. Ankerschacht. m. v.). arak. (Zie ook : Hooger beroep). Arak.. bersoesah. m~mbal~si soerat. k~dai obat. Ankerkluls. Ankerring. Anker in eon muur. orang arab. p~ngarakan. Antwoord. berasa soesah hati. Angstig van aard. menANKE. m.. Ankertouw. o. Antwoorden. Voor anker ri jden. Antagonist. daoen saoeh. Arakstokerij. Apotheek. Arbeid. saoeh... mints pa$riksaan dan p~rtimbangan pads hakim jang l~bih tinggi. o. adas manis. k~rdja. pnjahoetan. pembalgsan. Anker. tanah (n~g~ri) arab.m. m. m~mbal~s. toekang obat. (scheeps-anker).. takoet. Arabier. p~rmintaan pap~riksaan dan $rtimbangan pads hakim jang 1~bih tinggi. o. . p~roesahan. berlaboeh. kajoe djangkar. (op eon brief).Angstig.

Arglistig. v. Arbeider. Aan HOLLANDSCH-MALEISCH. v. sangka. Archipel. tipoe. lengan. menjangka. (melodie). kapoelauan. m~ntjOhari r~dj~ki.. De armen op do beret kruisen. l~ngan (tangan) kiri . Met de armen slingerend loopen. poehoen pinang. Arglist. lagoe. Arm worden. tipoe-daja. tangan . mentj~hari makan. orangb~kgrdja..idoeng mantjoeng. Areca. b~roesaha. (lichaamsdeel). De onderarm met de hand. soeka k~rdja.. m~ng~rdjak~n. De onderarm zonder de hand. selempang. pinang. hoe. oepahan. sjak. Arm . k~rdja. b~k~rdja.m~lenggang. Argwanend. tiada ingatan djahat. m~larat. ragam.Arbeiden.berlenggang.. Arduin.... ARM.. simpangan soengai (kali). tiada m~naroh sjak. m.. roewas sikoe. radjin. l~ngan (tangan) kanan . batoe loko. m. Arm. Aria. oepah. orang papa. Arm (behoeftig). Argeloos. v. m~ngira. Arendsneus.. p~megangan.. pembajaran boelanan. ook : tangan. njanjian. orang m~larat. Rechterarm. b~p~lok. (zangstuk). orang miskin. m. batang soengai. tj~redik. Linkerarm. miskin. 305 lets arbeiden. m~ngoesaha. Arbeidsloon. m. koeli. m. kira . djatoh melarat . (per maand). oepah k~rdja. Arendsoog. toekang.. boewah pinang.m. miskin. toeloes hati. Argwaan koesteren. belandja boelanan. mats tadj~m. djadi 20 306 ARMS. loe . Arm (steel). Arend. bajaran kerdja. m~mbikin. In de armen sluiten. gadji. Areca-palm. menaroh sjak. bersOdak~p. papa. b~rtipoe. o. berakal djahat. pokok pinang. akal djahat. Arbeidzaam. Argwaan. menaroh sjak. daja. o. perkoempoelan poelau-poelau. Een arm mensch. Arm (van een rivier). anak soengai. o. radjawali. m~m~lok .

hoedjan aboe... AZEN. roemah miskin. koersi persenderan.. haram d j adah. mendjadiken melarat. koersi bertangan. setabelan. zie : Armband. m. m. peti derma. Artillerist. memapaken. gelang. m.. Armstoel.. Armenhuis. Artsenjjkunde. Atmospheer. pamerentahan atas orang miskin.. Aschkleur. Atoom. v.. obat. haroem. m. o. perhatian. dokter. Aroma. leboe. Assisteeren. doekoen welanda. o. gedong sendjata... Attentie. tempat aboe. koeman. tabib. sapameloek. v. loeloeh.. Arsenaal.. perkara. Armenkas. memelaratken. kapapaan. Astroloog. Armzalig. Artseni j.makan. roepa (warns) aboe. haws.. Aromatisch.. o. Asch... Armbestuur. ilmoe obat. Assistentie. A. Aschgrauw. derma. aboe. poesat. Armring.. warangan. o. v. fatsal. m. v.. Armengeld. oedara. penawar. Armband. zie ook : Arm. aroem. miskin. boeroek. zie : Helpers. aroem. As. sasterawan. Artikel. m. zie : Hulp. ingatan. Arsenik. o. oewang derma. ilmoe menjampoer obat.. v. v. o. anak haram. poeroes. Armoede. Armoedig. . indjen. kelaboe. v. toelang lengan. deboe. hina. m.. gedong slat paperangan. Aterling.. orang (soldadoe) setabelan. tjelaka. haroem. mendjadiken papa. v. berbaoe aroem. anak soendel. (voor den bovenarm). melarat. v. o. inden. pontoh.. m. gelang pon toh. kamiskinan.. zie: Arm. Artillerie. pertoeloengan. Aschbak..rmpijp. m.. kamelaratan. as. Aschregen. Armvol.. o. dzarrah. wangi. gedong perabot paperangan. berbaoe wangi. Arts. wangi..

Avondschemering. mengingati. menjerai. Attribuut. Avondeten. Azi jnfiesch. lazoewardi. m. v. B. melihatken. soerat jang sah. waktoe sore. oentoeng djahat. kain soef. Avondrood.. o... m. Avonturier. (zie ook : Boezem). waktoe sandja. madjoe. (inlandsche). Avondstond. Avontuurlljk. malem. oentoeng balk.. sembahjang magrib.. batoe lazoewardi. sandja. waktoe samar moeka. badjoe. mentjehari makan. santap malem. petang hari.. v. mendengarken peroendjoekan... 30? A.. . v. o. Azen (op lets). Avondgebed. oentoeng . o. sah. orang jang mentjehari oentoeng. sifat. biroe. remeng-remeng. o. makan malem. Avondster. sore. Authentieke acts. petang. botol tjoeka. BAD. v.zuur. o.. santap malem. terang. penerimaan . (goad). tjoeka djawa. Avontuur. (slecht). v. v.. m. o. kaboes. halal . Augurk.. menerima peroendjoekan. kam boeloe. tedja. m. o. Avondmaal. orang jang tiada poenja kerdja tentoe.Azuursteen. rambang-rambang.penglihatan. magrib. o. m. korban. Authentiek. (met korte mouwen) badjoe koetoeng.. Azijnstel. wrak. zie : Agurk.. bintang babi. Audientie verleenen. mentjehari empan. Avonduur. Audientie. petang. o.. Azijn.. tjoeka . biroe langit. Baai. Avond. makan sore. Zijn attentie op lets vestigen. bintang sore. memandang. melihat.. AZIJN. sore. (wollen stof). menampil kahadepan. bintang dzoe-harat.. Baaitje.. (ge- . makan malem. Avanceeren. perhadapan. tempat tjoeka. repet-repet. Het heilige avondmaal. zie : Avondstond.. sandja. mOnampil.

(zandbank voor de monding van een rivier. Baard. enz. Bass. badjoe takwa. k~na poekoel. orang btharoe (baroe). djondang. Heirbaan.. b~ban . di poekoel. baban.. ranting. pandai . djalan : (van een hemellichaam). kandoeng p~ranakan. beting boesoeng. v. ramoes. toewan. lirang. Baarmoeder. alleen met een openingvoor het hoofd).badj oe koeroeng. dj~mpana. djalan raja. sakaroeng bras. (draag-). open). m. oewang toenai. (nieuweling). Langs de baan. (van gedroogde visch). b~rbadjoe. kampil. o. (lang. Baal. m~ngatas-atask~n din. piss. Baardig. gotongan. ombak. Een baal rijst. Baardtangetje. o. Den bass spelen. badjoe taro . djodang. batang. Baar geld.. njata. djalan b~sar .jk-). b~rdjenggot. djinarat. oowang kontan. di b~ri. (groote golf). karoeng. faedah. g~loembang . r~mbang. Een baal papier. (staaf). Bask. (nauw sluitend). Op zijn baaltje krjjgen. Baar. p~rgoenaan. tjatoet. (weg). totok.heel dicht.).m.. tiang tanda. gesloten). (van geweven stoffen). oesoengan. terang. m~landjoetk~n. Een baaitje aan hebben. (van het koren. tj ambang. enz. p~ranakan. m~ngalahk~n hoekoem. m~radja lela. Bast (voordeel). . b~toel. lerang. toekang. tot aan de enkels reikend. boengkoesan. v. mlambatk~n. tangga-tanggamajit . aloen. (bloot. kakikiran. badjoe sik~pan.. sab~ban ikan k~ring. sapandjang djalan. tanda. labs. lenjau.djenggot. v. k~ndang. p~poedjoe. di lab~rak. v. (modderbank). tams.djenggot baoek. gendang. -goendang) kertas.. gosong.. p~rideran .. Baan. (meester). (nut). kandoeng. ladjoer.(stekel van visschen). ramboet. boengkoes. oentoeng. p~rtoeloengan. Baatzucht. goena. spit angkoep. sag~ndang (-k~ndang.). Op de lange baan schuiven. (li. angkoep. goendang . doeri . gotongan majit. rahim. Een baal gedroogde visch.

s~poeh. stoom-). mandi djoenoeb.. tj~ramah. Babbelaar. s~poehan. b~rmandi ajar pangs. (na een zaadstorting. mandi wiladat. permandian tangas. bgrtjortjoran darah. Babbolkous. tjoekin.(gemetseld). tangas.. (in blood).lobs. toekang ngotjeh. (van hout als presenteerbiad). Een bad nemen. talam. menjopoeh. balai kambang. v. mate sangkoer. g~dong p~rmandian.. b~rtoetoer.. toekang ngomong. p~ngaron.. m~ngotjeh. o. (van aardewerk). Baden (zich). b~rsiram . orang mandi. stoombad nemen. m. v. ajar p~rmandian. of na den coitus). Bajonet. roemah mandi. v. menjepoehk~n. sab~lah kirinja kapal . omongan. (drijvend). o. m. Badkuip. (voor metalen). Badstoof. m. (na den 4Oen dag van het kraambed). v. Bad. (houten. paso p~rmandian. toekang ngomong. mandi. Een warm. permandian ajar pangs.. bermandi. sangkoer. (na eon bevelling). Bader. v. koelam. b~rbantjang. mandi. o. (gemetseld). pane. m~ngomong. paso . ajar mandi. omong kosong. Metalen in hot bad zetten. omong. toekang tjomel. bgr~ndam (b~rtjotjoran) ajar mats. m. roemah p~rmandian di atas getek. m~njiramken.kaIn mandi. (iemand). Bakboord. Babbelarij. orang tjeramah. thmpat mandi.waarin de rust wordt omgeroerd). toekang ngotjeh. m~nangas. thl~san... (in tranen). siram.. orang b~rbantjang-bantjang. koelam.. p~rmandian. b~rmandi. tangasan. o.. m~mandikOn. Badhuis. tangas. mandi djinabat. (warm-.koelah.. Babbelzucht. orang g~latak. mandi darah.kain basahan. kamar mandi. koelah .. barang-barang. o. Badkamer. Badkleed.. 308 BADE.roemah p~rmandian. mandi nifas . Babbelen. v. Badwater. Bagage. b~leter. orang b~leter.. doelang. bilik p~rmandian. Bak.

Baker (vroedvrouw). isang ikan panes. thmpat toempah darah. (voetbal van rotting). v. v.. (unster). kOrandjang. bats.. Bakerspeld. Balddadigheid. oental. gigi graham. (stout). toelak bars.. Baliemand. Ballast. Bakkebaard. (testikel). Balddadigheden plegen. angkara . (in vet of olio). Balk. batang kajoe.. kadjahatan. p~rbandingan itoengan. Baktand. pi). membakar. Balans. gorengan. o. n~g~ri (tempat) kalahiran. (voor eon snort kegelspel). (in eon pan).v. thmpat kaloewar. v. graham. r~ndangan. o.. batoe baker. timbangan... bakoel besar.. djoeroe makanan. langkan.m. toekang roti. mendadar.. v.. b~rboewat angkara. Een eierstruif bakken. Baksel. (dansparti j). Baiddadig (boosaardig). p~niti b~sar. (brutaal). Bal. m~ri~ndang: (boven vuur). bola. thmpat (roemah) p~mbakaran roti (koewe-koewe). tamb~ng. djahat. Bakker.. m. p~nggorengan. (bak). Bakmeester. pests dangsa... BALL. asal. Balkon. zie : Beak. alas moewatan. k~tai. m~nggoreng. Bakkerij. wadjan. datjin. m. kanakalan. m.). Ballasten. thradjoe. balok. batoe bats. doekoen b~ranak. peler. raga. b~rboewat kanakalan.. m. dapoer. Bakpan. o.tjambang. doekoen baji.. doekoen. kab~ranian.. v. bakaran. Bakoven. v. m. Bakermat. Baksteen.. m. naratja.(p~rahoe). nl~gOri (t~mpat) kadjadian. paso. v.. mOmoewatkOn toelak . nakal. m... b~rboewat roesoeh. Bakken (3n eon oven). b~rani . gOlondong. v.. koewali. m~manggang. (balletje. pests. Balein. enz. (biljart-. (rekening).. timbangan p~rahoe. Baken.dapoer pembakaran. datjinan. nakal. . Bakspier. boewah paler. Belie.v. m.

pemboewangan. poehoen pisang. tambatan. . m~mbikin. De barrier ontplooien. p~ri hal kaboewa= ngan. . takoet. hoeboengan. sakit hati. (troost. minjak kasai. (modderbank). Bank (inlandsche).kontol. p~rmainan sepak raga. bale. (geldinstelling). masoeh. (boekdeel). ikat. m. 309 dilan . m~mperdirik~n.. m. pisang. m~ngoetjilken. Banen. m. k~tjil hati. bandera. m~ngembangk~n. p~nawar.katil.. v. p~ntas. m. karang . toenggoel. Balspel. v.. enz. bang. m~ngloewarken. pemboewangan. p~ngoesiran. minjak raksi. pgrampok. Bandiet. haiban. (rechtbank). Ban (uitsluiting).. bale hoekoem. boewangan. tiada enak hati.. o. t~gar. pengoetjilan.m. gosong. Baloorig. Baisturig. moering-moering. (angstverwekkend). ikatan. alamat. koewatir. (Europeesche).. Band (bindmiddel). boewah pisang. (koraalbank). Banaanboom. kantong paler. k~ras hati. sepak raga. biting.. (zandbank).). katatoekan. m~ratak~n. BALL.bars. permaman k~tai . Barrier. Bang. mahkamat. (met den voet). bangsat. pengaBARM.. p~nakoet.. Balzak (scrotum). slam. pits. min goesir. m~nj~diak~n. l~njau. Bandolier. sandang. hoekoemat : In den ban doers. simpai. mengibarken. s~lempang..orang boewangan. Balling. tali.. (hoepel). (touw). m~r~ngoet. djilid. takoet. m. pokok pisang. memboewang. bale-bale. v. Banaan. (gebied). m. p~njamoen.. marsh. Bang makers. v. haibat. p~rentah. menakoeti. begal. m. Ballingschap.p~ngikat. kantor oewang. (van aard). tjintjin. Balsam. Bangheid. bangkoe. v. (lint). katakoetan. orang pOmboewangan.. pandji-pandji. boesoeng.

tlalim. rah310 BARN. v. p~rahoe b~sar.. tangsi. m. Berg. b~ranak.. v.. Barsch. ook: soerat gade. kapal dagang. zie : Bankbil jet. m~ndjaoekh~n. mengloewark~n. petjah. Bark. kering. babi k~biri. (gebak).. pnjoekoer.. t~ramat. Bankhouder. zalim. Barbaar. mengadak~n. m. kasihan. toekang tjoekoer. Barmhartig. Bartt. orang kafir. retak. p~gadean. v. b~rsalin. Banneling. batoe ambar.. m~ngasihani. (erg). Barensnood. morekah. orang boewangan. toekang m~megang pagadean. Barbier. o. m~ngoesir. (pandbriefje). Bankbreuk. Bankroetier.. m. p~rdjamoean .. bongis. zie : Bankbil j et. saudagar jang soedah djatoh. m. Bankbriefj e. b~rkaki tolandjang. m~lekah. Bankers (hazardspel). mendjadik~n. m. Bedriegelijke bankbreuk. (veroorzaken). bank~roet. thrtaloe. sekotji b~sar.. hadjim. Barkas.. tandoes. o. -jang paljit. m. Bankroet. b~rmaIn kartoe.(van leaning). rOkah. Barak. sampan.. amat. mer~tak. bOrmain top. keel. zie : Bankbreuk. orang tlalim. m. ambar koening. o. Baron (bevallen). Barrevoets. v. djatoh. b~lah. Barmhartigheid. tj ~lah. m- . orang b~ngis. Barmhartigheid betoonen. orang toendoengan.. koewe-koewe. v. v... b~rpoet~ra. l~tak. sedjoek. ran get... rahim. Banket (gastmaal). -jang moeflis. djatoh paljit d~ngan tipoe. (koud). toekang motong ramboet. b~ngis. m. m~mboewang. roemah pegadean. bangsal. Banknoot. b~rtelandjang kaki. kasihan. r~ngat. v. sakit b~ranak. m~l~tak. mat. moeflis. dingin.. m.. droog). Barbaarsch. Banners. p~rantean. Barnsteen. Barsten. soerat bang.. Bar (onbebouwd. m noon= doeng. o.oewang kertas. Bankbil jet.

selekoh. o. Beambte. v. menggarap. pasoekan. senang. sentausa. (in een tuin). Bataljon. enz.. kain asahan. Bassin. berpatoetan.mboewat. memberi hoekoeman denda. menjoesahken hati. djangat. Basstem. membenark~n. sahoet.. tedoeh. (langzaam .menggarap. (van een kokosnoot). meridlakon. Bearbeiden. adak soend~l.. kasoer. mengoesahaken.. ajem. soedah. BEDS. mOndjadikin. Beamen.pendjawab. membalesi. p~gawai. m. mendjawab. petidoeran. nafiri. zie : Blaffen. pembalOsan. Beangstigen. sopan.anak k~ndak.. mendjatohken denda. tempat tidoer. samboek. Bassen. koewatir. membandingken. santoen. Baste.dasar.. tilam. bermandi darah.petak. soewara dal~m. koeboe benteng. m~nakoeti.). saboet. m~mpertjintakin. o. mengchawatirk~n.. senang hati. koelam. b~rgoena. (eener rivier). (matras). Bastaard. bolsak. Bebloed. Beantwoorden. peradoean . balesan.. goena. chawatir. ads goenanja. Bast. penjahoetan. toewa. beroemoer. v. koelah. Beboeten. (overeenkomen met). Bedaagd. koelit. BattertJ. soewara jang garau. takoet. harem djadah. m~ngijak~n. (stil). m~norima. b~rtjinta. mendenda. oentoeng.. Bastion.. Beangst.djawab. ridla. bataljoen.m. m. b~rh~ntilah. Bazuin. men jahoeti. m~ngamini. meroepaken.v. mngoesahake n. katakoetan.. mengerdjaken. Bate. soedahlah. Bebouwen.. satoedjoe dengan. Bedaard (rustig.anak ha ram. o. Batist. Bed (ledekant). v.. rentengan meriam. v. berloemoeran darah. melotos.letek. soesah hati. mengerdjaken. bersantausa. o. diam. o.m. Baton. Beantwoording.

Bedelen. mints lepas. memberi lepas . seperai.. toetoep tempat tidoer. (armen-). bersenang lagi. v. m~sigit. menerima kasih. pintaan. menj~loeboengi. v.. tiada terima. m~lindoengi.. v. perlahan-lahan. Bedauwen. (overdekken). m~nj~mboenik~n . periringan. Bedekken. melepasken. menoelak. selimoet. m. mengengganken. permoehoenan . memberi behagian. m~noedoengi . BEDS. ati-ati.. thrlindoeng . (beschermen). (verbergen). m~noetoepi . (geleide). o. menjedekahken. salinan tempat tidoer. roemah sembahjang. berhenti.. mints s~d~kah. mengemboenken. djadi diam. Bedekt (geheim).. b~rsindir. Bedelaar. orang p~ngmng. selimoet. memboengkoes . Beddelaken. membilang terima kasih. Bedachtzaam. diam. Bedeesd. langgar. (omhullen). thrtoetoep . m~ngloeboengi. o. (zelf bedanken). Bedanken. In bedekte termen spreken. menahan hati. toedoeng . doe. toetoep. (afdanken). Bedekking. tjantelan kelamboe.. djadi padam. memberi derma. orang djaga. mints-mints. orang mints-mints. toetoepan. maloe. Beddehaak. Beddedeken. $noetoepan. memetjatken.. t~rs~mboeni. Bedding. loebir. (beschut). orang mngiring. m~ngoeroegi.permintaan. toedoengan. kain selimoet. g~redja. v. sopan santoen. pints. (met aarde). Bedaren (bedaard worden). menjindir. sopan..aan). o. mints berhenti. pelan-pelan. g~lap . Bedehuis. . m~ngoeroegk~n tanah . (tot God). mints derma. membehagiken . m~sdjid. p~noedoengan. dengan kira-kira. m~nj~limoetk~n. djadi tedoeh. (weigeren). dasar. Beddegoed. Bode. (toegedekt). melepas. Bedeelen (een deal geven). bidjaksana. m. enggan.

o.v.. karoesakan. darwisj. Bedilal. djawatan. penilikan. o.. thm~n. ingat. m~noetoepi d~ngan tanah. Bedenking waken. (bezwaar). orang tj~rewet. BEDO. Zich van lets bedienen. smpang . m. kawan tidoer. fikiran. Bederf. sakit pajah. ehadim.v. m~ngoeroegk~n . Ter bedevaart gaan.hadj. b~rfikir. Bedenking. pelajan. Bedgenoot. (overwegen). p~lajan. m. djaga.djabatan.tem~n tidoer. (huffs-). djadi boesoek. m~ngingat. m mbinasak~n. k~lamboe tempat tidoer. Bedenkel jk. (naar een andere plaats).m . pak rdjaan. $ntj~la. m~roesakk~n. djaga. orang serakah. Bedenkelijk ziek. Bedienen. m~lajani. enz. (verderf). melawan. kaboesoekan. ... enz.djadi miskin. pendjagaan.. pglajanan.enz.). m~nan~mk n. mengingatk~n. naik hadji. Bedijken. timbangan.).ziarah. Bedevaartganger.(beschadiging. pajah . m~iajan. Bedevaart. Bediende. Tot den bedelstaf geraken. kawan b~radoe. m~mb~ndoeng. m~mbantahk~n. boedjang.). meng~rdjak~n.. soekar. djongos. fakir. Bedgordijn. (onder golven. (middelen. pikiran. m. melakoek~n. kabinasaan. m~mfikirk~n.toekang tjomel.. k nek. membikin roesak. m. Bedenken (overdenken). m~ngira . m~nimbang . kawan. m~ndjaga . v.Bedelmonnik.. m~ntjid~rak~n. m~mikir.. karoesakan. m. waktoe s~mbahfang. hadji. m~ntj~hari oepaja. 311 Bederven. tirai p~tidoeran. fikir. Bedestond. boedak.sakatidoeran.bitjara. m~mbendoengi. djadi mMarat. hamba. m~nimboes. m~mbikin boesoek. tiada m~notjogi. ingatan. Bedelven (onder den grond). menambak.. m~makai. m~ngoeroegi.(naar Mekka). m. soesah. Bedelstaf. (een ambt). m~nan m.. m~ndjalank~n. Bediening. toengkat orang minta-mints. m~ntjhari akal. m~mboesoekken.

salah kira. Bedilziek. enz. bisa. v. v. melainken. Bedrieger: m. Bedragen. v. radjin. b~rdjandji. bilangan.sakit. m~ng~r djak&n. mahir. sakit. Bedreiging.v. m~ngantjam-antjam. menipoe. Bedrag. g~lap.. somber). berboewat. membodoken. goenggoengan. tipoe daja. Bedriegen. lakon. mane . m~mbikin p~rdjandijan. s~sak. berdoeka-tjita. Zich bedriegen. k~rdja. p~k~rdjaan. mi3nj~ngadjak~n. djandji. Bedriege "k. bOrtjinta. l~ngoeng. goenggoengnja. Bedompt (vunzig). m~njahadjak~n. Bedremmeld. tipoE.p~ngantjam.Onder boding dat. mbngantjam. djoemlahnja. biasa.. Bedroefd. memathngken. memp~rdajakgn . d~ngan djandji. pandai. kiss. bangsat. memabokkon din. p~ngamang. Bedrijvig. Bedreven. m~njMiaken. pi~nipoe. b rmaksoed. o. Bedisselen (in orde brengen. asal. m~ntj~la. 312 BEDO. m~ng~rti.. Beding. (zin. . m~ngamang-amang. bankjanja.. m ngatoer. Bedrinken (zich). bingoeng.tiada bisa kaloewar dari s~bab sakit. Bedriegerij. mnjomel. tjerewet. minoem sampai mabok. maksoed.sakitan. m~mperdajak~n. Bedoelen (voornemens ztjn).Bedillen. enz ). Bedoeling. makna. enz.). salah mgng~rti. Bedreigen. niat. soeka tjorewet. mmaksoedk~n . m~nipoeI.perdjandjian. Bedr&jven. o. (benauwd. m~nj~la.). Bediegerig.. (van een tooneelvoorstelling). m~nipoe. Bedingen. soeka m~nj&a. Bedrjjf (werk). (naar lets streven). apok . Bedotten. mane. djoemlah. (dead) p~rboewatan. soeka k~rdja. tjomel. (voornemen. d~ngan tipoe... b~rniat. anti.

katakoetan. mOn doeka-tjitaken. memaksa . soedah b~rsoempah (van een verklaring). (neersiachtig). v.. memoej~ngk~n. kal~nger. takoet. poesing kepala. menjoempahi.. Beeedigen (met eede bevestigen). s~moe.). (beteekenen). Bedruipen.). chawatir. moroesakk~n hati. batang soe- . sendoe. artin ja. (ten onder brengen)~ m~naloekk~n. anak soengai. enz. s~l~mpang. mnjataken. Bedsti jl. borsoempah. (den. m~ndjinakken. (fopperij). menahan. o. kira. Beeedigd. m~maboki. Bedwelmd.. p~rlagaan .. m~nahani. sedih . Bedwelmen. Bedroeven.iba. mendoekak~n. moeroeng. anti. v. p~radoean. Bedwang. (zich zelven). m.. mnoendjoekken.jt~mpat tidoer.. menjg dihk~n. koewatir. Bedrog. p~ndapOtan. m~njoesahk~n hati. Beduidenis. BEEL. Beek. potidoeran. moeram.v. eed afnemen).. menahank~n. t~rs~ndoe. m~ntjehari r~djeki s~ndiri. m~mperdajak~n.soesah hati.s~b~l. makna. In bedwang houden. agak. m~ng~rtik~n. sangka. o. mnipoe. --jang dengan di tanggoeng soempahnja. mabok. rasa.. tahan .bisa hidoep d~ngan senang. (temmen. mema bokken. jang di sertak~n d~ngan soempah. tipoe daja. m~maksa. m~njoempah. mi3masjgoelken.t~gah. poesing. Beduiden (verklaren. m~n~gahk~n. Bedstede.paksa. m~ndam. Bedunken.pemaksa. kitjau. Beducht. tipoe. m~ng= gagahi . p~nmoe. soempah. Bedrog plegen.o. m~nitiki. tiang tempat tidoer. Bedwingen. p~rdajaan : (verraad). lags. enz. m~njakitk~n hati. menahan. Zie vender : Bedroefd. m~ng~naken . Bedrukt. $ning kapala. p~rsmoean . momoesingk~n kapala. p~ngrasa. mem~rotjiki.

dap~t poesaka.Vel en been. mempoesakal. p~rmai.. v. v. haiwan. gambar. p~ta. peroepamaan . kali ketjil. oetang . o. ketik . binatang djinak. banjak ibaratnja.patah toelang. ibarat. (van eon sprinkhaan). Beeldig. kaki biroewang.. toelisan. toelang. (voorbeeld). ibarat. toelisan. (afgods-). toekang(pandai) BEEL. biroewang.. bagoes. babi laki-laki. patoeng. Beeldendienaar. b~roleh poesaka. m. Beeldspraak. Beeld (geteekend). (boven de knie).. (mannetjes varken).. haiwan oetan. kaki kajoe. koeroes-k~ring. Beerenklauw. sokong tembok.v.. o. toeladan. Beast. m~nghimpoenk~n. tahi . berdiri kaki satoe. Beenvlies..ngai. padang p~roempoetan. m. (waterkeering). roepa. g~moek biroewang. m. (schuld). enz. artja. babi djantan.). Beerenhuid. gambar.. orang-orangan. n~~ngoempoelk~n. o.. Beeldhouwen.. Op een been staan. (van bout). paha .. retja. Beeltenis.. Beerenvet. Beenbreuk. binatang liar. padang gombalaan. Wilde dieren. Beeldhouwen. djamban. v. m~mbikin (m~mahat) patoeng. elok. mewarisi. boneka . . Den boost spelen of uithangen. babi lblaki. Be®rven. Beeldendienst. patch kaki. bintang bidak. koelit biroewang. De groote Beer (bet gesternte). Beer (muurstut). (drek). peroepamaan. berhala. orang menjembah berhala. persembahan berhala. oepama. tanah peroempoetan. Beemd. (de Maleische). Beeldrijk. Been(gebeente). s~lapoet toelang.. betis . (gelijkenis). m~rgasatwa . serombong : Op de been brengen. v. soemoer kakoes. m. memahat (monem pa) patoeng. (standbeeld. terbis. Beerput. meradjalela. binatang. m~mp~rdirik~n . Tamme dieren. aliran. (licbaamsdeel). o.. kaki . aloeran. m.. fonder de knie)..o. n~.

langsoeng. sjarak . elok. m~ngikoet. mninggalk n . thrpegang . Befaamd. k~pingin. momperdajaken. 313 (begrijpen). (naar sp~js of drank). menganoegerahken. b~rkasihan. t ~rmasj boar. m~lagak~n. Begaan (betreden). idam. (vergeven).. Beet (hap).)r m~noeroet. soewap. Beetje. lets beet hebben (in handen hebben).o. permair bagoes . boediman. b~rkah~ndak. gigit. Begaafd. (inhalig).lnginan.Laatste beetjes. m~ngampoeni. (zinneljjke lust). b~rkah endak . b~rdjalan bersama-sama. pint~r.(een meerdere . m~mbikin . mm~ beri. menangkep. m~megang. sedikit sedikat. m~nganoegerahi . mengasihani. mengaroeniaken . m~ngidam (naar lets verlangen). ampoen. pandai. melangsoeng . Begeorte (lust. menjgrtai. (inhalig). meliwatk~n . masjhoer. v. k~pingin. kangen. Beetpakken. m~ng~rti. Begeerlijk.. loba . m~ndiamken. k~pingin. ketagihan. Begenadigen (beloonen). memegang. memb~ri. BEGS. rindoe. s~p~rti binatang. (bedrijven). kikir.m~ngiring. b~rboewat. m~mbiarken. b~ringin.. 314 BEGI. hawa-nafsoe. hasrat. poelang. Begeeren. m~ngah~ndaki. mfr ngahendakk~n . kasar. sjahwat. menghanterken. sisa. idam Begeleiden (vergezellen). Iemand beet hebben. (begaan ztjn met). kikir. koredan . katangkep. poelang karoemah . (zich naar huffs-). v. (zich. (van zwangere vrouwen). doerdjana. b~ringin.. (gevangen). sajang. m~nipoe. (laten--). b~ringin. kahgndak nafsoe. Begeven (zich ergens been-).t japlok.Beestachtig. pertjaboelan.sedikit. m~maaf kin. beran gkat . wench). (schenken). k pingin. BJj kieine beetjes. k~na. patoet di k~pinginir haroes di ingink~n. rindoe d~ndam. m~noedjoe. pergi ka. t~rnama. m~ndjalani. (zich op rein--). Begeerig. b~rgemar akan. inginr ka. .

. m~ndiris .. belandja mengoeboerken. terhingga. mengerti. gampang mengerti. pengoeboer. (van eon man).. penawaran. mengintip . nikah .Begrijpelljk.. o. di watesi. b~rlaki. Begoochelen. (verlaten). me.moela. menimpoeki. atoeran. m. kawin. o. berbates. menjedoeh. Begluren. (van tar zi. pakoeboeran.). ongkos mengoeboerken. menjilapi. sedekah koeboer. Begoocheling. menangkep. (grondslag). (eener vrouw). menerangBEHA. v. njata . pohon.Begrafeniskosten. berhingga. moela. menawari. b~rbini. o. kasi. m~ninggalken . Begieten. (bevattelijk). Begrenzen (aan lets tot grens strekken). menghintai. roekoen. Begrensd. enz. (grondslag).. sedekah soertanah. memb~ri. . v. m~njiram. Eene vrouw begoochelen. Begrafenis.. (zich in hot huweli jk begeven). menjataken. mOloetari. permoelaan. mongOrling. pokok . pergi berlajar .menganoegerahken. melerokken.. meinperhinggaken. masoek bilangan . m~njirami. vatten).(met warm water). ken. nganoegerahi. pads. silap.mewatesi. periringan majit. mendj~rami. Begrafenismaal. Begrijpen (verstaan.permoelaan. Ver- . awal . mng~roeniai. (van ears vrouw). memoelai.djadi water.. (met eon starkers straal). Begraafplaats. Begooien. berist~ri . Beginners. silap mats. In den beginne.de). ringan kapala. termoewat. hoeloe.(bevatten. . Begiftigen. m~ng~roeniak~n. Begraven. menjilap. Begrafenisstoet. pangkal . terang. melempari. . moewat. v. v. inhouden).asal. pertama. berwates. Begin(aanvang). moelai. mengoeboerkvn. menanemken. pohon.op zee-). (voorste deal. bersoewami. Begrijpelijk makers.Beginsel (stelregel). masoek.

Begrooten. kira-kira. Makers. silakanlah . Een zieke behandelen. o. menaksir. Behagen (genoegen). lets behaagUjk vinden. Eon zaak begunstigen. m~lakoek~n . m~ngobati . katjoewali. Indian hat Gode behaagt. menilai. karoenia. insja'Allah. mengasihi. v. memperkenanken . lain dari. pendapetan . ichtisar. kasi tabe . (meaning). mengaroenial. dat iemand behagen schept. enak. Vlug van begrip. dapat. Beha g1iJk. Begroeten. ringan kepala. sedap.. membitjaraken. Begunstigen. winst behalen. mongaroeniaken. menganoegerahi .anoegeraha. nilaian. berol eh labs. memperkenanken. Begrooting.. Behalen. Behagen. menoeloengi. mengalahken. kasih. berkenan pads. m~lainken.keerd begrijpen. ringkasan . seneng. mengichtisarken. akal. berkenan. mendapet oentoeng . kenan. Een onderwerp behandelen. terang akal boedi. karidlaan. m~ndjawat. Elkander begroeten. boedi. enteng kepala. menganoegerahken. Behalve. BEHA. Begrip (vermogen om to begrijpen). m~ng~rdjak~n. mendapet. menjoekai. lets tot eon kort begrip samentrekken meringkasken. memberi salam. m~ndjabat sendjata.. m~megang. ridla. soeka. mOnang. perkiraan.. salah mengerti. De overwinning behalen. rasa. Een zaak behandelen. seneng. pengertian. pertoeloengan. m~ndjabat. Iemand goad behandelen. Begunstiging. . De wapens behandelen. v. berlakoe dengan balk (d~ngan sapatoetnja) pads sa'orang. taksiran. mengira-ngiraken. Behagen scheppen in. salah tamps. soeka. Een work behandelen. (kort begrip van lets). djikalau di ridlaken Allah. bersalaman. o. silakan. Behandelen. memegang. berkenan akan. beroleh. Hot behage U.

Behelpen (zich). v. Behartigen. p~rboewatan. kadla. kalakoean. k~rtas boenga aken di tempelk~n. pmegangan. memakai. o. enz. BEHU.. o.). p~merentah. m~noeloengi. Behangen. akin goenanja. boewat. mengampoe. Beheerschen. (bedwingen). m.Behandeling. p~nangkal.. mngingatk~n. pandai. ters~boet di dal~mnja. b~rboenji.pegangan. pantas. m~ndjaga. m~mboewang ajar. pmegangan. obat. (bewindvoerder. Beheer (bestuur). akin. tj~pat. enz. p~ngampoe. ati-atL Behoef. m~mp~rhatik~n. Behouden (beschermen). pam~rentah. m~megang. moewat. brisi. thrmoewat. hadjat. p~ndj agaan. m~mp~rdoelik~n. m. m~meliharak~n.. Beheerder. tjr~dik. Behendig (schrander. ingatingat. berak. kadla. boenjinja. Behoedmiddel. k~lamboe . mem~rentahken m~nghoekoemk~n. tirai.). p~meren tahan .. m~m~rintahken. Beheeren. perentah. (papier). m~m~liharak~n. m~megang . mnempelk~n k~rtas boenga. o. (vlug).. Behangsel (draperie). Behelzen. m~m- liharak~n. Ten behoove van. mmadak~n din.m~ndjaga.. m~noeloeng diri. (verzorgen). (zorg). pinthr. m~nggantoengi. o.. djimat. Beheeracher (vorat). m~nahank~n. 315 Behoedzaam. . hadjat. bidjaksana. (van eon brief). pem~liharaan. langsai. Zijn behoef doen. jang dip~rtoewan .

Niet behoeven. m~mbatjoki.. ipar p~rampoean. haroes. mantoe (m~nantoe) laki-laki. Beide. v. Behuwdbroeder.ampoenjanja.. Behoudens. (redden). Behoeftigheid. hanja. m~loepoetk~n dari pada mars-bthaja.kamiskinan. Behulpzaam. b~toel. tiada oesah ($rloe). Behouden (bezitten).kapapaan. miskin. patoet. dengan s~lamat. kam~laratan. v. mnj~lam~tk~n. thrmasoek.m. Behoorlijk. mentoewa (mertoewa) p~rampoean. Behuwdzoon. poenjanja. d~ngan sajagjanja. v. p~rtoeloengan.. Behuwddochter. m~megang. tiada koerang apa-apa. kakoerangan. dengan mng~tjoewalik~n. melarat. m. prbe m~niakai. Behoeftig. btoe!. 316 BEHU. lain dari pada. kaloepoetan tj~laka. kakoerangan. Bebuwdzuster. Behouden. t~rloepoet dari pads mars-b~haja. hadjat. s~lamat.. m~mjimpan. haroes. memahati. papa. (noodig hebben).. Behuwdvader. patoet.. Behooren (moeten). kadoewanja.ipar. (betamen). d~ngan sapatoetnja. (tot lets behooren).. o. Behuwdmoeder. Behuisd. toeroet. doewa-doewanja. kakoerangan.Behoefte. d~ngan oepamanja. masoek bilangan. mentoewa (m~rtoewa) laki-laki. Behoeven (gebrek aan lets hebben). mantoe (mbnantoe) p~rampoean. Naar behooren. mane pakai . kakoerangan. doewa-doewa. d~ngan saharoesnja. ta'oesah. ipar lakilaki. kadoewa. b~roemah. (toebehooren aan). v. haroes . b~rh adj at. k~tjoewali. enz.).. o. p~rloe.s~lamat. ipar. koerang. m~laink~n.v. patoet. Behouwen. m~m~liharak~n. m. m~mpoenjai. Behulp. Behoud (redding. . l aik .. soeka m~noeloeng. menatahi. masoek.

djenga.. pahat batoe. boesoek. m~ngislamkdn. Beijveren (zich). slangen. bermaksoed. b~rkahendak. doewa dj~nis. tatah. (van vogels. m~ngh~ndaki. berdoewa. s~b~lah m~njebelah. roesak. m~ngapoer. pahat pengoekoe. Bekaaid. gouty. enz. m~mboewat. m~nganiajal. b~rthmoe. tjarian. (behandelen). m~nj~lamken . sajang. m~nobatk~n.Met zijn beiden. tjoetjoek. m~natah. tjoengoer. sabrang-menjabgrang. toentoean. m. orang moealaf. mentjahari. Bekappen.pahat gating. maloe. m~mbatj oki. Bekampen. pads kadoewa_ fihak. m~mboeroe. pahat. Beitel. kadathngan . m~ngasihi. (van andere dieren). toewa. Goed bejegenen. (verlegen). Bekeerling.. doewa roepa. doewa bagai. m~noentoet. Beitelen. (na jagen). djoengoer. moeloet. momerangi. Tot het Christendom bekeeren. m~njesalken. Bejammeren. m gnarah.of steenbeitel. mbnatahi. m~nantik~n. mengoesahakt n din. m~ndapet. mentobatk~n. Bek. beriakoe pads. tj~nges. gars beide zijden. doewa matj~m. m~nanti. Tot een nieuwen godsdienst bekeeren.. o. (spitse). Bejagen (streven naar). mOnj~ranik~n. soedah ada oemoer. m~nemoek~n . Bejegenen (ontmoeten). bbrnanti. Beiden (wachten).). b~rniat . menjapoek~n kapoer.. b~rlakoe atas. m. Bejag. Bekeeren. m~lawan. menj~sal. Bekalken. m. m~moea- . katemoe d~ngan. m~lakoek~n. Slecht bejegenen. enz. m~mboeroei. Bekeerlingen makers. masoek (m~masoehk~nj agama b~haroe. orang b~haroe masoek agama.). BEKIJ. paroeh. Tot den Mohammedaanschen godsdienst bekeeren. Bejaard. m~ngapoeri. m~radjink~n din. m~njajangi. Ronde gleufbeitel. m~mahat. Beiderlei.. (bedorven. m~mahati. (overkomen). soedah b~roemoer.

mema'loemken. m~masjhoerken. p~njajangan. (presenteerblad). sakitan. (bejammering). m. Met elkander bekend zijn. Bekend (gekend zijn). (omroepers-). m~ngenalkon . m~ntjanangk~n. (groote kom). m~njajangi. m~ndjatohken hoekoeman d~nda. b~rikrar.. m~ngadoe. pengakoean. o. m~ntj~rnark~n. ketoek . memantat. piala.laf ken. bbrk~nalan. m~ndjadik~n moealaf. toelang kapala. pen oedoehan. m~mberi tahoe. (scheer-). m~ntlahirken. m. oendang-oendang. m~makai. bonang. menidoeri. m~ngakoe. mengchabarkon. (Eene vrouw --)} bersetoeboeh dbngan sa'orang p~rampoean. ikrar. m~njomelk~n. rahi . v. dakwa. Bekladden. Bekiag. (diverse muziekinstrumenten). mbmandangi. .. tjanang. Bekeuren.. enema. m~ngg~mbrengkon. thngkoerak. (klacht). o. p~mbbrita n. m~nd~nda. pinggan tjoekoer . mnj~rantak~n. m~ngotork~n. ikrar. k~nong. kOnal.. gong. ma'roef. mwartak~n. kasi tahoe. ggmbreng. orang jang di toedoeh. masjhoer. m. Bekennen. Bi j bekkenslag bekendmaken. m~mbawa iman. Bekijven. Beklagen. p~ngadoehan. orang jang di dakwa. (belijden van een geloof). Bekijken. v. Beklaagde. pemberian tahoe. katahoean. BEKK. m~nd~ndar. m~loemoerk~n. m~ngoetjap sjahadat. m~njoeki. o. k~romong. Zich beklagen. k~nalan. (schriftelajke). ma'loemat.soeratma'loemat. m~ngasihani. m~lihati. p~sakitan. Bekend waken. m~mboesoekken. bokor . njata. t~rmasjhoer. m~nengok. talam. Bekendmaking. m~mberita.. Bekkeneel. Bekende. mangkok b~sar. Beker. m~ratapi . Bekentenis.. Bekken. ma'loem. Zie verder : berispen..soerat oendangoendang.

m~wakil. m~ndjadik~n. m~marahi. naik. enz. m~lapisk~n. m~n~goehk~n. m~nj~pit. enz. m~lakoek~n (m~ndjalank~n)pak~rdjaan. o. masjgroel. Bekleeden (aankleeden). m~megang djabatan. m~n~kan. m~madamk~n. Bekommerd. (van de borst). BEKO. m~mandjat. b~rtj~mas. simpan. (van een verdrag. kadj~pit. m~naiki. oleh. Beklemd (nauw). djadi balk. m~wakilk~n. kasihan. Bekommeren. .. (een ambt). masjgroel. djadi sdjoek. mngrima . mnaiki. Beklauteren. b~rtjinta. chawatir. m~norap. lapis. mem$rtjintaken. naik. saroengan. m~ndapet. b~batan. koewatir. lemands plaats ti j deUjk bekleeden.. mYnakaik~n. Beknopt. Iemand met een ambt bekleeden. Beknorren. soesah. m~nggegeri. m~makoe . overtrekken). pendek. m~nggoendahk~n . Bekomen (krijgen). b~rtjinta. m~netapk~n. m~mandj at. djadi wakilnja. m~njoesahk~n. koelit. soesah hati. koewatir. m~njaloet. m~ndjadik~n soesah hati. enz. m~mbebatk~n . haroes di sajangi. saloetan. poelih. ters~lit . (van een ziekte. m~ng~roeniak~n djabatan . o. ringkas. thrima. m~n~gori. chawatir.). padam : Laten bekoelen. m~ngganti.saroeng. (wel bekomen van spijzen). thrs~pit.Beklagenswaard. m~ngalask~n. Beklinken (met spijkers. Bekleedsel. 317 soesah hati. thrdj~pit. Beklemmen. m~njedjoekk~n. Beklimmen. m~ng~nak~n pakaian . (beschoeien).). m~mb~ri djabatan. m~ndingink~n. m~ndj~pit. goendah. s~sak . ichtisar. p~njaioetan.). (voeren. djadi gantinj a. haroes di kasihani. dap~t. m~ntj~rna. Bekoelen. djadi dingin. (bezorgd). m~r~diki. b~roleh. (tusschen lets). m~naik. s~mboeh. s~sak dada.

mgringkask~n. m~rahik~n. Bekoorlijk. boentoe. elok. paham. hobat. mengaisi.hebben). Bekomst. pandai. berat kgpala. (verleiden). Bekostigen. s~dap di pandang. soedah boson. m~ntjakar. djoawita. m~ntjakari. (nauw). m~mintas. (van verstand).b~ladjar. Bekoren (betooveren. chawatir. memb~ri rawan. k~njang. kabisaan. v. merdoelik~n. mengindahk~n. m~nggrti .. m~n~goehk~n. Bekrimpen (zich -). v. kapint~ran. koerang tjoekoep. m~mp~rahik~n. m~mboedjoek. m~ngichtisark~n. koewatir. memb~ri tanda kahormatan. pnawar. hina boedi. m~nginginkOn. boson. m~nd~m~nk~n. Bekrachtigen. s~mpit. bagoes. mrahi. mn~tapk~n. m~narik hati . (van de lust tot lets). Bekruipen (een vi jand. manis. b~rtjinta. m~makaik~n makota. Bekrompen (armoedig). (bekransen). Bekwaam. memb~landjak~n. birahi. pint~r. soedah k~njang. Bekwaamheid. kakoerangan. ngloewark~n b~landjanja. k~tjil.m~rdoelik~n. m~njakari. patoet. m~ngoerangk~n b~landja (ongkos). faham. m~nghiasi dongan karangan boenga.f~rdoeli. (zijn -. b~rsoesah hati. mng~nak~n makota. m~ndatengi d~ngan s~mboeni . p~rmai. miskin.m~nawari. (met een prijs). bodo. Bekwamen (zich -). v. s~rana.m~nj~satken. Bekomen. laik. sir. Bekrabben. m318 BEKR.). Bekronen (met een kroon). (geschikt). f~rdoeli.).. m~mbajar ongkosnja. m~nghobatk~n. s~sak. m~mb~ri hisnat. dj~lita. bisa. kapandaian. memendekk~n. Bekreunen (zich -. m~nggaroeki.om). enz.memfahamk~n . m~ngoesahak~n diri.. Bekoring. enz. rahi.Zich om lets bekommeren. m~ngoewatk~n.

mOmoewatkon .din. m~nertawakOn. mengenaken boa. (waterbel). tj~laka. (zwaar beladen zijn). Van geen belang. De bel luiden. toeloes. pergoenaan . besar. jang amat bergoena. datan g. termoewat. perkara besar. kapalang. hal besar. Itoe memang bergoena (ada goenanja. menoedoehken dengan . (klok. (opdragen). Belang. akan dakoe. g~l~mboeng. enz.n. boekan kapalang. hina. Belabberd. Belacheljjk. Van groot belang. toeloes hati. Belangen . tenggelem dalem oetang . Belasten (beladen). lontjeng. memadjekken. (bespotten). g~nta. memadjeki. Dit Is In uw eigen belang. mengoempat. memesanken. jang amat berpenting. berpesan. penting. moewat. Wat mi j belangt. kelintingan. k~l~mboeng. menanggoeng doss. memoewati. menertawai. o.).-) pads angkau sendiri . tiada ada goenanja . tiba. Dit werkwoord wordt meest teruggegeven door akan. bergoena. oentoeng. memesan. mengenak)n tjoekai. boesoek. m~ngadjark~n.. haroes di sindirken.. Belangeloos. Bel. Beladen (zijn). (voordeel). memoewat. Belanden. schel. Belachen. m~mboenjiken lontjeng. lebat. memoewati memoewatken . mengadangi. tiada mentjehari oentoengnja sendiri. djatoh. (met lets ). (Iemand -). (met zonden). tjir-tjir. laba. k~rontjong. patoet di tertawak~n (k~tawakon). v.mengenaken padjek. BELA. m~nggojang lontjeng. Belagen. (nut) goena. memfitnahken. menjoeroeh. Belangri jk. (belasting opleggen). djahat. moewat. penting. menanggoengk. (met schulden). menjindirken. Belasteren. sampai. mengadang. mengetawaken . mengetawal. sarat. jang amat besar. -itoe memang bisa (boleh) membawa oentoeng (goena besar) pads-moe (toewan).

pesanan. menghormatken. penggadean. me- . padjek pengempang. v. sopan-santoen. Beleggen (dekken met). Beleenbank. melepaskhn kopoengan. v. enz. v. (personeele) BELA. padjek pentjarian... padjek pentjarian. (op vischvijvers). Belegering. tjoekai). sopan. menganoegerahken.(schatting. en z. padjek karota. (op het bedrtjf). pesan. padjek boemi . mengeroeniaken. k o eb o e. memaloeken. (geld op pared opnemen). zie : Beleg. padj~k harts b~nda. m~nerapken. boenga pasir. pegadean. member hormat. padjek. (op paarden). (op tabak). menggade.tiada sabenarnja. menarohi. ook : boa p~ntjarian.. boa. Belasting (opdracht. padjek tanah. menerap. Beleefdheid. m~riam pengepoengan. (op rijtuigen).adab. Voorts kept men op Sumatra onder den naam boenga ook verschillende belastingen. m~naroh. beradab. (met lets beleenen. bekleeden). o. menggadeken. sopan. benteng. memboeboehi. padjek kendaraan . enz. als boenga kajoe.tanggoengan. padjek penggaotan..tahoe adat. Belegeringsschans. memperhentiken kepoengan... (op den grond).padjek koeda. Belastingschuldige. toewa. memegang barang gadean. Beleenen (geld op pared geven). (patent). orang jang kena padjek (boa. sopan-santoen.). v. menoetoep.. Beleg. m. Beleedigen. membentjanaken. pengepoengan . mengepoeng. tjoekai. Belegen (niet versch).hormat.bedrijfsbelasting. memb~ri oewang atas barang gadean . Beleening. menandoeri. member maloe. roemah gadean.. hormat. Belegeringsgeschut. kepoengan.). padj~k pak~rdjaan. Een beleefdheid bewijzen. bergade. boa tembako. Het beleg opbreken. o. Beleefd. gadean. menghinaken. tahoe adat. menoetoepi. v. v.. Belegeren.

menegahken. djikalau (toewan) soedi. (welgevallen). Belet. m~njoeloehi. Bellen. rintangan... tahan. kasoekaan. akal bitjara. saloet. v. karidlaan. o. memalangi. menjoesahi. tiada sempat. menjoekaken hati.silakanlah. soeka.. mendoestal. . orates. (hoofd van muiters. Als het u belieft. meng320 BELO. menjoekarken. saloetan. tahoe. v. m. pengakoean. In). Beleid. kpala berandal.. (sere weg-). m~ngadang. toetoep. memboewat. soeka. melihat. o. oedzoer. Beloeren. mendjoestaken. menarik lontjeng. (met goud. menjempitk)n. Believers (welgevallen vinden. mendjalanken. enz. menjahoet. menjoesahken. member soeka. Belemmeren. menahanken.. Beletten. Belenden (aan lets grenzen).. memperkenanken . kepala ketjoe. ridla. Beleven. Beliegen. ridla. (bekentenis).. Belemmering. Beletsel. memboengaken. menganakken. (bedekking). memboenjik~n lontjeng (g~nta). soedi.). tegah. torap.). bertempel. berkenan. menjesakken. anal. tiada bisa terima. menahan..silakan. o. Belending. (een raad.). 319 enz. toetoepan. berlengket. sangkoetan. anal. bidjaksana. berpinggir. lapis. Belegsel. Bell jdenis.masang. berdamping. pinggir. BELL. domba djantan jang di kaloengi gents. gojang lontjeng. m~ngintip. enz. (versiersel). menjaloet. sjahadat. mao e . (geld op rents zetten). (welgevallig zijn aan). berwates. memasangi. d j ikalau (toewan) soeka. m~ngintai. berikrar. v. akal. tiada sempat . (geloofs-). mengambil hati. Be "den. kepala keraman. palangan. o. o. pengadjak. ikrar. perhiasan. Belhamel. mengakoe. mendapet tahoe. Belet geven.memalangi. (ram). mempersilaken ..

tOrbalik. inembales. (voor eon huwe "k. pembalesan.).. Belommeren. o. Beloopen (bedragen). pOnglihatan.Belofte. (gang). mOlangkap dOngan anak (awak) pOrahoe. oepah. mOndOn garken. Beluisteren. mam- . lets op zijn beloop laten. mOrOboet. bangoen. bOrdjandji. Tegen hot beloop in. mOnoedoengi. mOngoeboei. pgri djalan. Bemerken. mOndjalani. mOngoedoengi . memasang koeping (tolinga). menawoengi. (vorm). enz. djoemlah.. (bedekken). mongoepahi. mOrasa. beringin. anak (awak) p0rahoe (kapal). rasa. m~ngajomi. kabalik. bOrdjoemlah. v.. bOrkaoel. pordjandjian. v. hartawan. (aanmerking). Beloonen (vergelden). pOrantara. Bemannen. mOnjOlimoeti. (bedrag). bOrnadzar. Bemachtigen. tjomblang. m. mantOroes. kOna angin riboet. mOmboeboehi gOmoek. Belooning.. mOngidam. m~njampaik~n $rdjandjian. Bemiddelaar. Beloven. mOlihat. (door eon storm). mOraboeki. ingin. pOngantara. naik sampai . soesoet. gandjaran. kaja. BENA. djandji. pOntjOlaan. v. mOnantikrn . mOnoetoepi. membalesken .goenggoeng. mOndjandji. (loon geven). (van eon vesting). pOrasaan. mOndapOt tahoe. djalan. pahala. mengobahken perdjandjian. soengsang. mOnOngarkOn. (begaan). Belust (zjjn op). wasit. Eon belofte schenden. Bemiddeld. balesan. mOngalahkOn. batoer. mOmboeboehi badja. mOmbiarkOn. mOmbadja. Bemerking.tjela. (een gelofte doers).. v. mOnjOlimoetkOn.. Bemanning. menedoehi. kOpingin . Bemantelen (met een mantel dekken). Bemesten. mOninggalkOn. memberi oepah. Beloop. chalazi. (van eon zwangere vrouw). goenggoeng. Eon belofte houden.djoemlah. mOngaoel.

. pOrdamaian. sempit (van hart). zie : Beminnelijk. mOmbirahikOn. soesah sekali. bOrtjampoer. koewatir. mOloemoerkOn dOngan loempoer. mOmpOrdamaikOn.. fOrdoeli. mOmfOrdoelikOn. m. bOrtoenangan. bOrkOndakan. mOmagori dOngan tembok. Benadeelen. mOroesakkOn. mOntjOmOrkOn. mOloempoeri. masoek. mOngotorkOn. v. Eon beminde hebben. kasoekaran. birahi. bOrkOnan. mOngasihi. mOnjoekai. melemesken badan. mOngantarai. mOmbOri hati. merampas .. BENA. Bemiddeling. kOkasih . Beminnelijk. sesak. mOnggambirakOn. sesak. (verloofde). memgambil. mOmbawa karoegian. orang sOliwing.. pajah. Beminnen. tjoekoep. v. Benaderen (zich toeeigenen). Bemoedigen. (verliefd zJjn). mOnghiboerkOn. Bemorsen. chawatir. v. soekar. Ben. soeka. Benauwd zijn. Benaming. pOrantaraan. bOrkasihkasihan. soesah hati. bOrloemoet. toenangan. v. poenja barang.poe. Beminde. v. kOndak . Bemuren. menjesakken napas. (verstikkend). kawan. toekang bOrtjampoer dalOm segala pOrkara. . Bemost. mengira-ngira. Bemoeien (zich). mOmaggri batoe. pasoek. (in hot geheim). katakoetan. manis. Bende. bOrloemoetan. Benauwd (eng). mOnembok.sesak dada. bakoel.. penamaan.. (van borst). Benard. soeka. mOmagOri dOngan batoe. sesak. mOmbOranikOn. Bemiddelen. toeroet-toeroet. mOwasiti. mOngloemoerkOn. mengitoeng dengan kira-kira. (in hot rekenen). nama. Beminnenswaardig. (troop). Bemoeial. soesah. soesah menarik napas. Elkande beminnen. patoet (haroes) di kasihi. takoet. mOroegikOn. Bemodderen.

di sebelah bor. menggelar.. serta. kepingin tahoe. pakoempoelan. patoet) di beri pangkat.. genta. menggojang lontjeng. Benedenste. dengan. BEPE. Benedeneind. mempergoenaken. Beneveld (van de lucht). bawah. kasoekaran. kaki. memboenoeh. soesah.. Benoorden. (klokje). Naar beneden. (ondeugende jongen). merampas . Benoeming. berhati dengki. pokok. (hot leven -). penamaan. dengki. soeka tahoe. masjgroel. v.me- . (besluit van-).(van een rivier). HOLLANDSCH-MALEISCH. menamaken. soesah hati. (met een ambt begiftigen). enz. mentjemboeroeken. mengambil. koerang.zijn).m. bongkot. disebelah oetara. kaboer. di bawah . jang di bawah. o. memberi pangkat. katoemboekan. angkatan. soerat angkatan. kabawah. perloe. lamoer. Bengelen. misti di pakai.pasoekan. beserta. haroes. memberi djabatan. Bengel. lontjeng. menganoegerahken pangkat. ! Benuttigen. Benoembaar. (van een boom. hilir. beserta dengan. Benepen. soekar. Beneden (onder). perloe di pakai. zie verder : Nemen en Ontnemen. gelaran . Benevens. perhimpoenan. bertjemboeroean. (van de oogen). jang di bawah sendiri. pinggir. soerat pangkat. oedjoeng jang di bawah. tiada terang. werzameling). menamai.). Benedenrand. pangkal. Benemen (ontnemen). (slingeren). m. toempoean . Benieuwd (. mengangkat.. redoep. Benoodigd. terkontal-kantil. boleh (dapat. Benedenloop. mereboet. kontal-kantil. 321 Benijden. tepi jang di bawah. menarik lontjeng. m. mentjemboeroei. mendengkiken. anak nakal. Benoemen (een naam geven). berdengki. kelam kaboet . hendak mengatahoei.

berkahendak. v. merajoe. peladjaran. menanemi. Beoorlogen. m~madoek en. berniat. Beoordeelen (een oordeel vellen over). bergoeroe. kemenjan. perentah. (van verstand). kirk~n. menghoekoemken. pertimbangan. tetep. m~nggalal. kira-kira.)..makai. (schriftelijk). momboeboehken gala. meloekoel. (bedingen). oesaha. . pergoeroean. m~nahani.(vastgesteld). (intoomen). Beperken (omheinen). m~nggala. v. m~mag~ri. Bepleiten. mane. Bepissen. Bepraten (door praten overhalen. pesti. taneman. Beperkt. Benzoe. soerat perentah. Beplanting. sOsak. pager. soenggoeh. p~nanman. v. menoedjoe. (begrenzing). mengintjar. Bepaald.. mengoesahaken. beladjar.. mengadji.). di sebelah wetan. m~masangi pager. v. Beplakken. (werkelijk). Bepoten.katentoean. m~l~ster. berdjandji. Bepeinzen. m~nanomi. enz. mOngira-ngirai. Bepleisteren (met cement. s~ndat. Beoordeeling. Bepalen (met palen afzetten). menanggalaI. bodo. timbangan. (mikken). wates. memageri dengan kajoo. (gissen). m~njaloeti kapoer. Beoefenen. m~nimbang. monempeli. di sebelah timoer. (vaststellen). koerang boedi. rnenentoeken.. Beplanten. bermaksoed. v. m~norap. melepa. g~bl~g. Beoosten. Bepekken. Beoefening. menimbang. Bepaling. tentoe.. Beoogen (bedoelen). agak-agak. m~ngandaki. pengadjian. enz. mengagak-agak. Beploegen. membitjaral. memi21 322 BEPE.soerat oendang-oendang. memboedjoek. m~nampali. memerangi. sm~ntoeng. m~ng~tir. mengira-ngirai. memfikirken. nlenjan. m~ng~ntjingi.

Beregenen. menjobal. menghoedjani. dapet. sedia. Te barge rijzen. telah. mengatoerkdn. mengatoer. sampai . mendapat. . menjamak. gods. m. tenggang daja. Beproeven (probeeren). Beraadslagen over lets. membitjaraken. enz. Bereiken (tot lets komen).brengen). Berg. Beraadslagen. bitjara. dengan karidlaan. mengitoeng.. mengoepajaken. Beredderen. mendjalani. mengira-ngira.). fikiran . beroleh. o. bersedia. menjanggoepi. meliwati. mengoedji. T jd van beraad. Bereiden (gereedmaken). Bereidwillig. beroleh maksoed. Top van een berg.(over lets praten). pengoedjian. membitjarakon. pertjobaan. Beprikken (tatoueeren). penggodaan. boekit. berbitjara. mane. Bereizen. memegang. goenoeng.poetjak (poentjak) goenoeng. memfikirken. membitjaraken. berdiri. mentjoba. Berde. timbangan. sanggoep. tempo borfikir.. (verwerven). Vuurspuwende berg. menjoba. merantjanakcn. soedah. membitjaraken. Beproeving. menjeram. bimbang . goenoeng api . Bereids. (toetsen van goud. Zijn doel bereiken. mengoeroesken. ingatan.). membetoelken. menimbang. (. Voet van een berg. (leder -). In beraad nemen. Beramen. menghisabkkn.n. Berechten. bermoesjawarat. momoesjawaratken. menjeboetk.zijn). In beraad staan. bermoeafakat. melangkapken. ichtiarken. pendapetan. sanggoep. Beraad. mengBERG. (van goud. mendjoeroe. tjoekoep. kaki goenoeng. m enjediaken. tersedia.dengan soeka hati. soeka.. Bereidvaardig. Bereid (gereed). enz. menghoekoemken. mane. v. membikin. menimbang. Berekenen. mereka. memerentahken.zie: Bereidvaardig. m entj atj ahi. dengan ridla. (Te -.

kinja. minta chabar. haroes di tj~1a. Een paard bertjden. (hat lijf). t~mpat simp~nan. m~mbangkit. Beroemen (zich -). m~ngirimkabar. p~roesahaan . m. loerah. menggoeloeng. gar~m tanah. Bergop. antoe goenoeng. lari. m~ntj~la. Bergaf. (behouden). o. t~rnama. (ambt). kabar. thrs~boet.m~ngabarkcn.. (van de zeilen). m~nghardik. djawatan. o. orang pagoenoengan.ng. fonder verwijting van genoten weldaden). barisan goenoeng (boekit).orang goenoeng. pak~rdjaan . djabatan. Bergland. o. m~noenggangi. Berispelijk. Bergzout. $mb~rita.. djoerang.. Bericht. Bergengte. o. naik koeda. Bergartillerie. menjimpan.. meloepoetken. patoet di tjatjad. m.. o.. m~mb~ri tahoe. limboengan. m. setabelan setiloor. Bergplaats. m~noenggangi koeda. Bericht geven.. b~rkoeda.. BERG. zie : Bergkloof. masjhoer. oesaha.m. Bergen (bewaren). pak~rdjaan. m. minggat.. Berispen. v. Bergketen. m~wartak~n . m~n~gor. p~mb~rian tahoe. zie : Bergkloof. m~marahi. m~nj~la. mnjatjad. Beroep. m~mb~rita. k~soehoer. galian. m~ngchabark~n. Bergwerk. Bericht vragen. Berggeest. kasitahoe. Bergbewoner. bergoenoeng goenoeng. m~marahk~n.. v. Bergpas. toeroen goenoeng. chabar. tanah pagoenoengan. Bergtop. Bergkloof. Bergkristal.. habloer goenoeng. semboeni. pegoenoengan.. m~wartak~n.m~ngchabark~n. naik goenoeng. Berijden.. mengendarai. w. m~naiki. Beroemd.Bergachtig. m~mb~sarken din. tj~lah goenoeng. m~m~gahk~n diri. bersemboeni. menoeroenken.. goenoeng (boekit) barisan. . poetjak (poentjak) goenoeng. tjoeram. tambang. warta. (bedrijf ). tiada balk. berboekit-boekit. Berichten. o.

meletos. m~njoesahk~n hati. (in rechten). Bersten. Beroepsbezigheid. oesoengan. Beruiken. ada di. m~ndjadiken. rengat. Beroeren(aanraken). lekah. m~mbawa (rn mboewat) bentjana.. sawan bangkai. Berooid. v. p~rmintaan. djahat. Beroepen (zich -. m~nangani. meletak. merekah. m~mboenoeh . m~rampoki.. boesoek. Leed berokkenen. memelaratknn. m~ngas~pi. In hooger beroep gaan.). mengasoet. meraboeni. tjelah. melekah. m~njaksiBES. v.op). terpegang oleh .m~ndjamah. Berouw. zie : Berouw. Berucht. meretak. Beroerte. o.. m~reboeti. lerang. jang lebih tinggi. (ziekte). (van het leven). p~rmintaan timbangan l~bih tinggi. m~ndjarahi . p~ntjarian. (op zee). petjah. miskin s~kali. p~ngoepa djiwa. rekah. (gegrond ztjn op). tersimpen.. Beret. m~rampasi. m~ngoekoepi. tobat. Berusten (in bewaring zijn). Berouwen. weal. m~ngadakOn. Berooven. p~rmintaan pap~riksaan den pertimbangan pada hakim. mime appel. mentjioemi menjioemi. (in een rots. b~rpindah bitjara. m~mbawa. m~njamoeni. papa sang~t.(kostwinning). djinarat. m~n~landjangk~n. belah. gotongan. (op weg). menjesal. m~larat. . m~megang . pindahan bitjara. p&tj ah . membadjaki. letak. m~ngoeb~k. retak. m~ngharoe-biros. thrbelah. Hooger beroep (zie : Appel). enz. tj~Iaka. djempana. v. p~k~rdjaan djabatan. thrnama kedji (boesoek). permoehoenan. m~narik saksi. Beroerd. Berooken. (omroeren). pitam babi. p~nghidoepan. m~mbentjanak~n. m~roesoehken. Berokkenen. v. m~njbabk~n. (in opschudding brengen). (met een ontploffing). bertobat. m~ngotjak. Berouw hebben.. (van ells middelen). rengat. di simpen. Berrie. 323 kin.

ml njeroeti. roesak. nenek-nenek. mengoentoekken. tahoe adat. v. memasahi. nenek. Beschamen. Bescherming. Beschansen. (antwoord). mengetam. v. penjaoetan. djawab. member maloe. adab. maloe.. (afhangen van). membajangken. menawoengi. menentoeken. danjang. memasah. Beschenken. membentengken. Beschieten (op jets schieten).. zie: Begiftigen. sopan santoen. m. pendjawaban. soemangat. Beschaamd maken. bergantoeng. memaloeken. Beschaad. (beleefd). melindoengken. Bes. bidjaksana. Beschadigen. perlindoengan. katjiwa. Beschaduwen. v. chabar. melem- . karoesakan. (oude vrouw). mengadjarken adat. bidjak. mengadjarken sopansantoen. memberi maloe. menjeroet. Beschaamd. memeliharaken. Bescheiden (ontbieden).. sopansantoen. Beschermgeest. mengajomi. aloes.. membikin maloe. mengoeboei. sopan. membedili. melindoengken. soeroeh dateng. mengetami. Beschaven (met de schaaf bewerken). Bescheren (bestemmen ). Besehermen. pertoeloengan. pertjaja. senoenoeh . (vertrouwen). BESG. menjampoernaken boedinja. memaloeken. (door onderricht). mentakdirken. mempersilaken. 324 BESG. orang perampoean toewa. sahoet. dapet maloe. mengadjar. menembaki. sesoenoeh. Beschadiglng. menoeloengi. roesak. karoesakan. Bescheiden (zedig). peroesakan. o. Beschadigd. anggoen. Bescheid. pemberian tahoe. Beschaamd uitkomen. membikin roesak. meroesakken. memanggil. pemeliharaan.. kabar. (bericht). boedi behasa. pemberita. membikin maloe.berdiri atas . djenga. menawoengi.

mengerdjaken. tjerita. yr. mengoeroesken. (lijnen trekken). menoelisi dengan ga. menoekas. Besehilderen (grof). takoet. menjoerati. . Besehot. menorap. penoekas. menjindiri. mabe.. menawoengi. mendakwa. karangan. Beschuldiging. mematoetken. (beoordeelen). mentjatjahi. menedoehi. met $guren). melakoeken. menerangken . menggaris . (verhalen). menerangken. Beschouwen (bekijken). dinding. memegang. memfikirken. Beschikken (ordenen.tartib. men oeloengi.. Beschikking. lohok.(Laatstewjls--). mensifa.. memerentahken. tjeritera. menangisi. dakwa . mendindingi. menimbang. mengatoerken. mengira. membilang seperti. menoeloesi. (duidelijk maken). memberaki. Beschreien. menjoeratken. memadangken. menistaken. (verhaal).pari peloeroe. Besehonken. (besturen). Beschutten. menggambari dengan tjat. menoedoeh. mengetjat dengan gambar. (verduidelijking). melaboeri tjat. v. menjinarken.tken. mengamat-amati . BeschiLjten. Beschuldigen. mabok. tjabar. melindoengi. Beschoeien. djamoeran. mender. rantjana. sifat: BESG. mengatoer. (fijn..mbar. menjalahken. (tatoueeren). menoelisken . (valschelijk). perentah. Beschroomd. Beschrijving. menarohi tjat. melapisi. memeliharaken. Besehrijven. regelen). pager. menjapoei tjat. mengetjat. merantjanaken. Beschijnen. v. memandang. Beschimpen (hoonen). melindoengken. menoekasi. mengoeroengi. memasangi ambaroe. (valsche). mentjeriteraken. o. mendjoeroeken. memandangi. (van een beschot voorzien). (houden voor). melihati. penjoeratan . Beschimmeld. memandang. atoeran. berlapoek. melihat. penoedoeh. wasiat.

meletjahken. kapoetoesan hoekoem. van de godheid). memoetoesken. patam . (van ears paard. menidoeri. Beslissen. djadi soeram. v. rasa.. tiada tahoe membikin apa. men entoeken.menjendiken. sedar. (begrip). . meloemoerken. Besmetteujk. besi koekoenja. termoewat .. (aan ]coffers). (van meal). mengadoni . simpai . (van meal). (dof worden). (van metaal aan stokken). bekleedsel om jets leggen). chawatir. (op goederen). sampak . (aan een wiel). o . menentoeken. Beseffen (begrijpen). Beslapen. soeram. (aan vaten). mengikat. (een beslag. memasangi. (eindigen). o. penghabisan.mengchatamken. mengampoet. 325 Besluit. Besluiten (omvatten). firman. (bepalen. meloempoeri.besi roda. menoenggangi. mentjemarken. Besmeren (bestrij ken). kasoedahan. perentah. saloetan . menggosokken . bingoeng. perasaan . menghabisken. menjelesaiken. Beslechten. mengewe. titah. v. djangkit. menjoedahken. mengabisken. menjaloet. mengenaken besi koekoenja. enz. (bewustzijn).(beslissen). Beslijken. men j apoe. berasa. BESP. mentakdirken. Beslaan (plaats innemen). poetoesan.). mengadon. soesah. mengotorken. bersetoeboeh (ber djima) dengan saorang perampoean. pengertian. ingatan. memperhentiken. Besluiteloos. Beslissing.(inwrbjven). kapoetoesan . bimbang. masjgroel. penahanan. mengotorken. memantat. bertempat . (inn rechten). menoelari . memoetoesken. (eind).. mendjabat. poesing kepala. Beslag. koewatir. memoetoesken . memasangi besi koekoenja . hoeroe-hara. Beslommering. moewat. (van goud). mengerti . tamat. adonan . (aan een paard).. merasa. perampasan . (gevoelen).membelal. $ngrasa. (een vrouw).meiiidoeri. kapoetoesan. menghabisken. berlapoek. chatam. menjendi. (vuil makers). Besef. o. goendah.

Bespotteli jk. (van eon snaarinstrument). patoet di sindirken.m. Besmetting. Besnoeien (van boomers). Bespelen..(van slaginstrumenten). mengetawaken. memotong. Besparen. Bespannen. (van eon strijkinstrument). m. mengenaken. memotong . Bespatter. sampar . pendjengkalan. Besnedene. m~njoeloeh. v.mpar. memaras. mengoerangken. Bespeuren. m~ngintip. mondengar. menjigorakOn. 326 BESP. merantjoeng.. mombasoehi. Besnijdenis. rakitan. orang jang di potong (di boewang. Bespotten. di karat) koelepnja. . chatan. Bespoelen (tegen lets aan spoelen). toelar. merakitken . (zich --).. meranting. mOnjipatken. mengotorken. penjakit sa. p~njoeloeh.Besmettelljke ziekte. menarol. patoet di olok-olok. mengintai. betjermin. m~l~kaskon. orang terchatan. enz. mengerat (memboewang. pentjemaran. meraoet. Bespieden. memasangi. rn naboeh. Bespanning. soeloeh. mem~rotjiki. di kiat. menjimpan. m~njip~rati. mgm~tiki . borkatja. (van bout. pendjangkitan. Bespiegelen. Besmetten (van ziekten). v. soenat. menjoenatken. Bespoedigen. melihat di katja.orang jang di soenat. melampar. penoelar. menjoenati. memasang. (aansteking). (met de hand). mendjengkalken. mats-mats. (vuil makers). melihat. penjakit menoelari. mendjangkit.. menadjisken. v. mentjemarken. patoet di ketawaken. Bespieden. monggosok. mgngatja. pasangan. mengchatanken. mempermainken.). (van geld). mengolok-olok. main. (bezoedeling). mondapet tahoe. Besnijden (der voorhuid). menjiat) koeloep . menoelari . mengoekir. membangatken.. m~maloe.

menerkam. Bespreken. berani melakoeken : (van kracht zijn). ada. goena. Bestanddeel. Bestaanbaar. kebal.menjindirken. remboek . bersanggoep. (nut. mendiriskrn. perhentian perang . bahagian. bersoenggoeh-soenggoeh hati. membelandjaken.). mentjoerii.. mempergoenaken. djamban. tahan.. Bestekamer. Besprenkelen. lagi berbitjara. (voortreffeliljk). berwoedjoed. (plaats). ada. zie : Besprengen. o. menjiperati. terlebih balk.. memeretjiki. menoesoeki. (uit). o. menjemproti. memboewang. menjirami. berpesan. bisa tahan. bisa bitjara. betah. menjemboer. (dekken van paarden.. dzat. menoebroek. berani memboewat. o. meloedahi. boleh djadi. Bespraakt.(plan). lagi beremboek. voordeel). bertjakap. Bespronien. Best. aanwenden). (wapenstilstand). balk sokall . o. Bestand. berlakoe. djadi. . menjirami. (verwant zi jn). selamet. memakai. Bespuiten. rantjana. Bestand. Zijn best doer. v. menikami. mentjoetjoeki. Best. (broodwinning). Bestaan.redjeki. memantjari. o. (ondernemen). (hot zijn). mendirisi. Besprengen. oentoeng. bersanakan. enz. teroetama. kaadaan. (van tijd. enz. Besprek. (lever). o. In besprek zijn.. hidoep. Bestek. Bespringen (zich op lets werpen). memakai. bagian. menjeregap . memesan. djadi (terbikin) dari. terbaik. mendjantan. moelia . dapet melawan. BEST. (voortduren). daripada. (bestellen).. berfasihat. kakoes.. menerpa. pentjarian. meremboekken . Bespuwen. bitjara.pengoepa djiwa.. berdiri. Bestelen. woedjoed. berkandjang . membitjaraken. penghidoepan. pandai berkata-kata. Bestaan (ziLjn). Besteken . Besteden (van geld). tempat.

soeroeh membikin. m~mboeboehi tjap. Sestormen. m~mbantahk~n. m~njinark~n. m~nj~rang. meloeloeti. beladjar. (een viool -. Bestelling. Bestemmen.Bestellen (een bestelling doer). Bestieren. m~nj~r~gap. m~lawan .. m~nghardik. mengatoerken.. m~ndjoedjai. tiada b~robah. mengatoer. pesbnan. Sestraffen. menjsdiaken . awet. (met kalk).m~laboer. Bestempelen (een naam geven). mgnggosoki . enz. Sestraffing. . Besterven. (doel). mengapoer. menggosok. enz ). menjawoeri. (lot).). m~noenggangi. mints di kirimken . m~ngganggoe. Bestri}ken (besmeren). (beoorlogen). menamaken. djandji . (van een pan met boter. mentakdirken. nasib. hoekoeman. maksoed. kamatian. m~langgar. m~njapoeken. adjaran. melengser. coati oleh karma. zie : Sesturen. Bestemming. menjeboetken. mengirimken. membawaken. memesan. kandjang. Bestoken. tampil m~nj~rang . (bezorgen). (met eon stempel bedrukken). v.m~langgar. m~ngadjar. meBEST ngetjap. m~mbantahi. Bestrooien. m~nampoeh. mane. s~nantiasa. coati dari s~bab. m~nghoekoem. kahendak. mmetraik~n. (van de godheid). menjapoe. coati. (standvastig). k~kal. karar. (Iastig vallen). m~ndasark~n djalan d~ngan batoe. m~naiki. hardik. m~laboeri. menentoeken. me ngapoeri. Bestraten. Bestralen. v. niat. (redetwisten). t~tap. mem~rangi. Bestendig (duurzaam). soeroeh memboewat.m~nj~rang. memerentahken . bespelen). lama. v. Bestudeeren. m~naboeri. baka. berpesan. Bestrij den (tegenstand bieden). (regelen). menghamboeri. menjampaiken. oentoeng. memboeboehi.. Best~jgen. Bestorven (van een weduwe. m~ndaras.

tompat sirih. pendjoeroe. o. pembajaran . v. sepah. sajogjanja. Bestuurder. membajar toenai.. sirih. pantes. daoen sirih. Betelpruim. pamerentahan negeri.. merabaI.. mengangsoer. pamerentahan karesidenan . pame rentahan afdeeling . koewasa. tjerana. dengan patoet. Betasten. 327 negeri. memeliharaken. Betaalmiddel. membajar kontan. boewah pinang. (. (onwettig -). Betalen. v. pinang. Beteldoosdrager. menitjil.. dengan sapatoetnja. mendjoeroe.. menimbang. wadjib.in termtjnen). o. o. m. membajar . Beteiblad. Bestuur.. pemerentah. o. poewan. makna. pemerentahan. dapat di bajar. angsoeran. v. memberi tahoe dengan di sita.. haroes. v. -karesidenan (afdeeling). Plaatselijk bestuur. Bestuursvergadering. memegang. Hoofd van gewesteUjk (plaatselijk) bestuur. bajaran . Betamelijk. arti. Betamen.. pembajaran jang tiada sah. m. sakapoer sirih. Betelnoot. perentah.. Beteekenis. Beteldoos. Beteekenen (een beteekenis hebben)... (wettig -). laik. vergelden). pembajaran jang sah. v. artinja. mentjatjoe. (betaald zetten. ada artinja. panths. semenggah. memerentahken. In termijnen betalen.. membales. v. kapala pamerentahan BETS. Gewestelijk bestuur. dj orong. Comptant betalen. Met koopwaren betalen. boleh di bajar. patoet. wadjib. Betaalbaar. penitjilan. lark. patoet. mendjamahi.Besturen.. v.. menimbangken. (te kennen geven). Betel. Een betelpruim . madjelis pam~rentahan. o. Betaling. pendjawat poewan. haroes. (uitgekauwde --). rapatPo pemerentahan. mengampoeken. pembajaran. saadonan sirih. meraba-rabai.

makers. (zie : Beter worden. m~mbalkken. Betreffende. (in rechten). Betoogen. menahani. ragoe. v. m~ndja. Betoog. (vasttreden). $star worden. djadi l~bih balk.lani. 3eterschap. (verrukken). m~nnasoekkan. tt~doeh. penjataan. makan sirih. Betoon. (bewandelen). m~ndap~tkrn. m~n~rka. mngindahk n. Betoonen. Betovergrootouders. dalil. adapoen. bitjara. l~ngoeng. m~njatak~n. lebih balk daripada. m~ndakwa. djadi balk. mredoep. mendap~ti. (in eons zaak --). m~ndjedjaki. m~ndalilken. oendjoekan. Betrachten. m~ndjadi soeram BETW. o. Betooveren. o. thrmangoe mangos. Betichten. mojang. v. Betooning. m~narik di hadepan hakim . mbngadoek~n. m~ngg~lar. m~ngoesahak~n. p~mb~rian kathrangan.. mgn~rangk~n. Betrekken (in gebruik nemen). . mentlahirk~n. mngindjak. Beteuterd. b~rtobat.. menjampoerk~n : (van bet gelaat).. . m~ndjadik~n l~bih bask. menggilak~n. melakoek~n.. m ngindjaki. akan. semboeh. m~narik. m ngobatk~n. m~njatak~n. mendakwa. Beteren. m~nahan. mtnawari.. Zich beteren. Betoomen. menoedoeh. zie : Beteugelen. m~mbikin l~bih balk. (moeram). Betrappen. s ~mb o eh. Beteugelen.gebruiken. m~ndjedjak. onder Beter) . Beter makers. m~ngingatk~n. pengoendjoekan. masoek. tobat. m~ndoedoeki. m~ndjalani. bingoeng. m~mbekak. van de lucht). m~ngoendjoekken. tanda. waras. Beter. m~ng~rdjak~n. Betreden (op jets treden). dari. m. m~nandaken. m~nahankon. oendjoek. 328 BETS. m~ndoeng. (van een hen door een haan). Betitelen. mong~naken mantra . m nggairatken.

membenarken. Inembasoehi. rn mbasahi. m~nindjau. melawan . membantahi. m. p~rsanakan. maka is t~rsangkoet dalem perkara itoe. pangkat. . door een beklaagde als mededader aangewezen) HiJ word door den beklaagde in die zaak betrokken. bosen. m~ndoeng. m~mbasoehk n. (sptjt hebben). tjintjin. i tameng. algodjo.. sanak. maka is katarik oleh jang didawa. m~njaksiknn. m ~ratapi. bilang. menj~sal. chalkat.Betrekking. Batten. menotjokknn. Beul. m~nggotjo. (faniilie--). Betw$jfelen.. soeram. pelabaja . djawatan. Zijn instenlming betuigen. m~ndj~ramken. Beu. Betuigen. (van bet gelaat). (verband). moeram.bergoendahr tiada pertjaja. legodjo. (bijv. memoekoel. bertjampoer (bijv. djgmoe. d~ngan tiada dikatahoeinja. BEU.. bertjintak~n.goendah. Beugel. koelawarga. m. pegangan. sanak soedara. (redetwisten). m~ndjeloemk~n. m. Betreuren. door een toevallige omstandigheid). m~mbilang. p~rhoeboengan. djabatan. membantahken. mengoendjoekken . m~noemboek. zie : Vertrouwen. i Beukhamer. orang bantahan. is b~rtjampoer dalem hal itoe d~ngan m~mbeli barangnja . (scherprechter). menjataken. Dank betuigen. redoep. enz. seloekoeng. (ambt).. Betweter. m~maloe. p~risai.. m. Betrouwen. moewal.) Hij was als baler in die zaak betrokken. Beukelaar. martil besar. t~doeh. membilang thrima kasih . m~nangisi .. door helm. (van de lucht). t~rsangkoet. da1~m p~rkara itoe. Hij is onwetend in die zaak betrokken geworden. Betwisten (tegenstand bieden). (wreedaard). poepoe. (rang). godam. v. Betrokken (zijn in eon zaak).. paloe. kokot. b~rsaksi. (bijv. m~ngataken. pak~rdjaan. menerima kasih. ganden. Toevertrouwen. Beuken. m. katarik.

Beurs. Bevechten. dompet. terang kepala. m~mperk~nanken . kaloeron. beranak. kadinginan. Bevallig. termoewat. meng~rdjak~n barang jang sia-sia. terang boedi. (door de hitte). k~rawang. Ontjjdige bevalling. (door schrik). orang tlalim. v. elok. m~ndjalani. b~rganti-ganti. (geknoopte of gebreide ---). zie : Opnemen. Bevaren zijn. Beuren. mabok. b~rgilir. Optillen. biasa di laoet. b~rganti ganti. gampang (lekas) bladjar. b~rboenji. m~lipoet. Beuzelwerk. bergilir. Geld in een beurs doen. Ontijdig bevallen. Bevaren. Bevalling. Beuzelen. kapanasan . m~lawani. m- . Beurt. hal berpoetera . Beuzelpraat. memoewat. b~rk~nan. Beveiligen. Beurtelings. v. kagoegoeran. (baren). m~ngerti. gampang mengerti.. thrk~djoet. tjantik. Bevaarbaar. Bevatten (inhouden). moewat. manis. bersalin. radjoet. b~risi. 329 poej~ng . ganti-berganti. gilir. enteng k~pala. meliwati.orang b~ngis. meradjoetken. b~rpoet~ra . Beursch (van vruchten). memerangi. bonjok. omong kosong. BEVI. sia-sia. m~masoekk~n di dal~m kantong (dompet. katakoetan. pekerdjaan jang s~dikit goenanja. kagoegoeran. (behagen scheppen in). m~lajari. giliran . t~rlaloe toewa. p~rmal. Bevallen (behagen aan). hal beranak. Beuzelachtig. karoeron. melawan.. biasa b~rlajar.kandoeng . (begrijpen). lodoh.. kaloeron. m~ngantongkbn.. berk~nank~n . ganti-b~rganti. goegoer... Ontvangen. Bevangen (bedwelmd). sosis.(door vrees). dapat (boleh) di djalani (liwati) p~raoe (kapal). Bevattelijk. radjoet). m.poendi-poendi. kantong oewang. Beuling. (door koude). kantong. Om beurten. hal bersalin. v. o. m. mem~liharak~n.

berdoedoek . hoeloebalang. b~rgojang. k~dar: Naar bevind van taken. enz. 330 BEVI. getar. o. memasangi dasar. (van de aarde). wan God. memesanken. perertah. b~rsabda. Zich ergens bevinden. ketar. m~ngidjabk~n. g~tar. (ontheiligen). enz.sak~dar pendapetan halnja. derodok . pendapetan. mengotorken. kapala. mngijak~n. di bawah perm tahn j a . haroes. mengerti. bergempa. menghadep. b~rlindoeng. bLrtitah. Bevelhebber. soerat $rentah. (aanbevelen). mgndirisken. pandai. titah. bersemajam. bisa. Bevel. gempa. men~goehken. sabda. p~ndap~tan.. Bevelschrift. Beving. soeroeh . (in het huwelijk). gentar. Bevinding. Bevestigen (vastmaken). Bevoegd (recht hebbend). m. Onder de bevelen staan van. mnj~mboeniken. m~njoenggoehken. memesan. m~ndapet. memegang (mempoenjai) hak.). melindoengi. m~m~rentahk~n . berasa. mendasarkrn. b~rp~san. meloemoerken. Schriftelijk bevel. m~ngoewatk~n . m~merentah. gemetar. Zich beveiligen. panghoeloe. (van de aarde). (van een worst.). Beven. Bevloeren.. soerat perentah. Bevind. .njentausak~n. mendapeti. ads. panglima. v:. lindoe. mentjemarken. Zich tegenover lets bevinden. o. Zich bevinden (gevoelen). m~mbenarken. Bevelen. goem~ntar. memerentahi. m~njoeroeh. (in een godsdienst). b~rsembo~ni. lindoe. wadjib. v. merasa. Bevochtigen. berfirman. (bekwaam). membasahken. sakedar halnja. menadjisken. gojang... gontjang. Bevlekken. menghadepk~n . soerat titah. m~ntapk~n. (toestemmen). g~ntar. firman. patoet. laik . menj~rahken. goem~tar. Bevinden (aantreffen). m~nikahken.

mentjemarkgn. menganoegerahken. meloemoerken.Bevrachten. ramai. mengangkat. memperdamaiken. meramaiken. Bevolkt. Bewaarheden. Bevolking. Bevoordeelde (bij levensverzekering). (den honger. v. orang isi negeri. merabai. merasa. (uit de ketenen). mengandoengken. orang. membebasken . mengheranken. hak. . membedaken. meninggiken pangkatnja. (vrede doers makers). menarohi orang. menjampaikkn. Bevruchten. mengoeraiken rantainja. membangatken. (in rang). penakoet. kapatoetan. bersahabatan. Bevoelen. . Bevreesd .Bevredigen (tevreden stellen). memerdikaken. menangani. memoewatken. menjenangken. . menaikken-.Bevoegdheid. Bevreesd. banjak isi negerinja. BEWA. mengoentoengken. (slaven). Bevuilen. melepasken. mOntjepatken . tjabar. menakoeti. mendiamken. Bevreemden.. mengotorkin.). (voldoen).Bevolken. jang misti trims oewangnja. melepas. Bevoordeelen. mengeroeniaken. Bevorderen (verhaasten). bersahabat. mengisi dengan orang. v. memadaken. mendjadiken hairan. melekasken. menjoenggoehken. en z. Bevroeden. membikin kotor. (beschroomd). Bevoorrechten. takoet. djadi bekoe.mengerti. Bevri j d (los). bersobatan. kira. menghamilken. menghairanken. rasa.. (vrijstellen van). isi negeri. meloepoetken. mendjamahi. maloe . memboentingknn. Bevrjjden (verlossen). berbekoe. memoewasken. memoewati. orang negeri. . katakoetan. Bevriezen. Bevriend.oaken. lepas. membekoe. bepoet. ma'moer. terlepas. mengira. mendamaiken.

. meng~ntjingi. menoeroet djalan. melindoengken. m~narohk~n. mengoesahaken. menjataken. menjingkirken. moela. menaroh. (gemoeds-). mendjaga. BEWA. mendjoeloer. (van een geheim). roesoeh. Bewerken. Beweegbaar. In bewaring geven. melindoengken. mengoeboei. m~rend~m. (zich --). (opschudding). p~rlindoengan. menangisken. Bewateren (besproeien). haroe-biros. membikin. hoeroe-hara. v. Bewaker. (schommelend bewegen). Bewasemen. pendjaga. karoesoehan . Bewaren (bergen). (van hemellichamen). m~nitipk~n. menggojangken. Beweging. tempat menaroh. mendjagai. p~meliharaan. karma. (der hemellichamen). (golvend).. Bewaken. menangisi. dapat (boleh) di g~rakk~n. p~rsimp~nan. Beweren. (opruien)... (bepissen). bergerak. perideran. membasahk~n. s~bab.. melangkapken dngan sendjata. m. berdjoeloer. tempat simpenan.membenarken. mengoewapk~n. Beweegreden. lantaran. (veroorzaken). v. mereksa. Bewaring. beridar. menanggoeng rahasia. (in beweging brengen). mengataken. membentengi. penoenggoe. mengerdjaken. menoenggoe. kawal. gerak . mengadaken. mengidar . mengidari koeboe. menoenggoei. Bewallen. memeliharaken. mentjenderoengken. Bewandelen.. v. memboedjoek. m~nitip. mengaroeken. mereka . kemit. mngoewapi. mengoepak. gerak hati. memberi sendjata. menjimpan. Bewaarplaats. menggerakken. orang djaga. menggontjangknn. (waar makers). (behoeden). (overhalen). mendjagai. mengajoen. Beweenen. v. m~ngajeri. Bewegen. Bewapenen. mendjalani. memeliharaken. mengharoebiroeknn.

soerat tanda tangan. o. melempari. meridlaken. pendoedoek. Bewilligen. Bewesten. orang boemi. mengaboelkln. pemerentahan. (oorspronkeli jke). Bewind. Bewijsgrond. menempati. m. soerat kenjataan. tanda. tadbir perentah. soerat katerangan. anak negeri. Bewonderenswaardig. di sebelah barat. Genade bewijzen. BEWU. Bewonderen. Bewerkstelligen. Bewimpelen.. menjebabken. Bewogen (van het hart). mendjadiken. mengampoenken. hairan. (van de godheid).memoedji-moedji. Bewoner.m. menoendjoekken. memerentahken. hoedjat.. tanda boekti. Bewerktuigen. teramat bagoesnja. heran. Bewijs. (acts). o. kepala perentah. (loftuiting). (Eer bewljzen). mentadbirken perentah. adjaIb. tanda boekti. melangkapi dengan perkakas. soerat katorangan. menjampaiken. Bewijsstuk (corpus delicti). memberi (kasi) permisie. tedoeh.. mengampoeni. v. Het bewind hebben (voeren). Bewijzen. mengindahken. tergerak. Bewoners van een huffs.. melakoeken. (in rechten). mengoekoepi. mernbawa oedzoer. menjataken. meloentari. (door getuigen). tanda biti.. kanjataan . melakoeken perentah. mengidzinken. m. mengadaken. pedoedoek . mengerdjaken. isi . menghormatk(n. o. Bewerpen. alamat. Bewonen. mengadiami.. Schrifteljjk bewijs. menerangken. memaaf ken . di sebelah koelon.mendjadiken. Bewindhebber. (inwoner). mendoeng. Bewondering. menoetoep. memberi rahmat. pemerentah. mendoedoeki. haroes di indahken.moedji. disapoet awan. menjaksiken. Bewierooken (met wierook berooken). 331 kasaksian. m. tanda biti. memoeliaken. Bewolkt. hairan dari. . meloeloesken..

kalengar.. sopan. (van de borstelige harem van den aren palm). Bezaaien. banjak kerdja. Bezemsteel.. sapoe lidi. orang gila. v. mendoedoeki. Bezetene.. m. v. soemangat. madjnoen. b~rhati s~nang. gagang s~sapoe. m. tahoe.. tiang di belakang. djoenoen. Bezeten (van den dowel). kamasoekan setan. m~ng~tjapk~n. bertempat.. slap. berhati sabar. sabar. sopan-santoen. mengatahoel. thrsampok. (op de borst). s~nang. (van de ribbetj es van palmbladeren). s~dar. s~sapoe. boenting. menarohi bala. batang (kajoe) s~sapoe. v. Bewustzijn. m~njakitken. menetapkOn. menanemi. m~loekai. lajar penjoeroeng. memboeboehi tjap. menarohi tjap.. tiada tahoe apa 332 BEWU. (van den duivel). (zwanger. m. Bezaansbras. memegang. v. tiada ingat. menj~bari. toekang sesapoe. moertja. Bewusteloos. . melajari. sapoe. Bezeeren. Bezaan... s~sak dada. menjakiti. Bezeilen. ingat. berdoedoek. (met edelgesteenten) m~natahk~n. ma'loem. Bewust. gila. veroveren). Bezaansmast. apa. (van een bezetting voorzien. Bezemmaker. van een dier). Bezem. m. (gek). m~nempati . menaboeri. Bewustheid. m.. penjeboetan. o. zie : Bewustheid. berlajar sampai.roemah... menaboeri. (het druk hebben). Bewoording. Bezegelen. (wooden). tiada sempat. orang kamasoekan setan. sedar. Bezending. (een post). tahoe. perkataan. Zich van iets bewust zijn. orang terk~na . krankzinnig). m. penjapo e . tiang p~njoeroeng. (beplanten). sesak. sapoe doek. terk~na. (bevestigen). mengambil. tali k~lat lajar p~njoeroeng. kiriman. Bezadigd. Bezet. BEZO. (dol. pingsan. Bezetten (plaats innemen).

mendeg. Bezingen. djoesta. koemal. v. o. mngerdjak~n. Bezinnen (zoeken). (bedenken). m. oesaha. mengotork~n.. mm~riksai.. Bezitten.. ampas. endeg endeg. Bezitter. memikirken. Bezijden. di sebelah. Bezoedelen. ingat. mengambil. (in bezit name). Bezi jden de waarheid. memoedji-moedji. mempoenjal. nadjis. membelandjaken. In het bezit zijn van. memandang. menjanji dari. rnemiliki. (herinneren). fikir. moestika. Bezit. pengepoengan. ber= fikir. Bezielen (levend waken). v. lagi (masih) bekerdja. goeliga.m~loemoerk~n. jang mempoenjaI (m emiliki). Bezichtigen. (van geld). pengalahan. mendap. (garnizoen). isi kota. Bezoedeld. milik.. tiada betoel. p~natahan. kerdja. m~lihati. mengingatken. m.. di pinggir. v.. memakai. memandang. pakerdjaan. menjari. menggambiraken memb~ranik~n. Bezoarsteen. rnengingat. m~nggoenaken. menghidoepknn . tjemar. mentj~marken. merrlriksai. mentahlilken.. memiliki. o. Bezigheid. Bezig (zijn). endap. pengambilan. Bezien. Bezitting. Zich bezig houden met. melihat. mentjehari. (God -). menonton. bohong. m~ngoesahaken. doedoek.Bezetting. soldadoe jang di taroh di dalem kota . kapoenjaan. Bezinken. m~lihat. di sisi. Bezinksel. kotor. kawal negeri. sesak. milik. mengampoenjakmn. poenja. Bezigen. di tepi . In bezit nemen. berdikir. m~ngoe- . (op de borst).. toeroen. (met geestdrift). ampoenja. menggairatk~n. BEZO. s~sak dada. mempoenjai.

. rr~lawati. m~mbajar. Bezuiden. m~mliharak~n. Een bezoek brengen.malk~n. b~rsaba. menjimpan. herat. bertamoe. thtamoe. bersoesah hati. h rboewat dosa. (moeilijk waken). m~mb~landja. m~nadjisk~n. memberati. tamoe. p~nggoda. niaja. menj~lengkark~n. Bezwalken (iemands naam).t~tarnoe). Bezorgen (zorgen voor). tjoba. kasoesahan. o. Iemands naam bezoedelen. (zenden). menghamilken. Bezuinigen. b~landja. mengatoer. soekar. m~ndjagai. m~ndapatk~n. p~mbajaran. soesah. menghimatk n.. m~mberi gadji. soesah.Bezoek ontvangen. Bezoek. djamoe. m~ngoepahk~n. mengedjiken. bertjinta. Bezondigen (zich --). berdjoempa. bertjinta. kasoesahan. toelah. gadji. Bezwaard. memboentingken. bajar. Bezoek krijgen. (gereedmaken). kaberatan. kadatangan djamoe(tamoe. 333 Bezwaarlijk. (zich over lets bezwa- . Bezwangeren. soesah. m~ngirimk~n. goda. di seb~lah kidoel. mengoeroesken. berdosa. Bezwaar.. b~rtamoe. mengandoengken. berdjamoe. (wrack Gods). (overbrengen). p~rkoendjoengan. b~rkoendjoengan. kena pembalesan. mendjimatkgn. o. (regelen). koewatir. berkoendjoengan. memboesoekken nama orang. chawatir. teraniaja. (visits). Bezoldigen. m~inbawa. soesah. b~rsaba. memfitnahken. Bezwadderen. p~rtjobaan. b~rdjoempa. memberatken. Bezuren. mengirim. m~ndapatk~n. masjgroel. Bezorgd. menga. tetamoe) . menjmdiaken. mengoendjoengi. t~rima (menerima) djamoe (tamoe. kaberatan. berdjamoe. Bezwaren (zwaar waken). Bezoeking (beproeving). takoet. memberatken. Bezoldiging.. Bezoeken. (bekommerd). v. di sebelah selatan. mampir. BIGG. v.m~ng~djiken.

dokat. Bies.. bersoempah. goetji bir. Bij honderden. kalenger. 334 BIJ. . pengakoean doss. kalah. djikalau kiranja. bersembahjang. tiba-tiba . mendada. setan. o. Bij kas. oepamanja. mengakoe dosa. l~bah . b~ratoes-ratoes. koetjai.ren). perangkepan bini (laki) doewa. o. kombang. antoe. v. Bij (insect). siring-siring. tawar. pinter.... menawar. Bezwijman. botol bir. menoeloeng. m~mpoenjai doewit. Bezweren (met eede bevestigen). Bidden. Bieslook. Biduur. v. melawan . Bijaidien. Bier. bOrsama-sama. Bidden (dingen). sampai . menderodok.. menoeloengi. minggat. v. djoerig. (tot). memedi. thrkadangkadang. gementar. Het hoofd bieden. ampir . b~ratoesan. Bjj wijlen. moertja. (voor telwoorden ook uitgedrukt door b r-) . pads. sakoenjoeng-koenjoeng. mgndjaoehken (mengoesir) setan. Bij God. tiwas. melinang. Biggelen.mengadoe. v. perhidoepan dengan bini (laki) doewa. Zijn biezen pakken. d~ngan. anak babi. sembahjang. d~mi Allah. BIj elkander. meninggal. Bibberen. v. Bij wi jze van spreken. m. minta doa. tawon madoe. Bierflesch. De biecht aheggen. welingi.. Bietebouw. memoehoen. (verzoeken om lets). Honigblj. djatoh kalenger. (aan).. Bij (nabs j). waktoe sembahjang. djikalau. sandainja. Big. o. lari. berdoa. radjin. v. Tegenstand bieden. Biecht. Bezwijken. keretjoet. gemetar. djika. Bierkruik. Bigamie. berlinanglinang.mengadoeken hal. De hand bieden. babi ketjil. coati.. berkata benar. Hommelbi j. tawon. (den duivel).. o. BtJ geval. kapada.. s~r~gap. bir. menjoempah. di. memboewang setan. tempotempo. thrkadang. Blj de hand.. kaloe. pingsan.

Bl jeendr jven. membantoe. m~noeroet. menambahi p~mbajaran. menambahken. p~ngadjaran alkitab'oelkoedoes. perkoempoelan. (helpen).. tjeredik. v. al'koran. Blj de hand. Bl jdragen (toevoegen). Bijbelleer. menghimpoenken. Bijbetalen. enz. Bi jeenstroomen. menoeloenai.. m. tjepat. (uit eon flauwte). (voorgeschreven .berdiri bersama-sama. rapat. d~ket satoe sama lain. Bijeentellen. alkitab'oelkoedoes orang m~sehi (n azaran i) . berhimpoen. menjampoer. menggiring djadi saperkoempoelan. pemberian. alkitab. Bijeenroepen. derma. (perhimpoenan. memanisken kata. membawa . mengawanken. menambah. Bijdraaien (van een schip). Bijeen (semen). berkoempoel. Blj eenstaan.. ingat. mengoempoel. B jdoen. Bijeengooien. De bi j bel der Mohammedanen. menoeloeng.aan de priesters). menahanken din. Bl jeenbrengen. mengerahken. pertoeloengan. (toegeven. mendjoemlah. v. menjorong damai. bahi. . mengiket djadi satoe. mengoempoelken. berkoempoel. (hulp). m embelok. Bljbll jven (in hot gaan). merangkai. memboewang djadi satoe toempoekan (timboenan). tiada loepa. perbantoean. Bi jeenblijven.Bijbel. Bijeenbinden.. menambahken. menjertaken. v. pinter. menamBIJGE. menjwdarkln. menjampoerknn. menj~rtai.). Bijeenkomen. mengoempoelken. De bijbel der Christenen. dzakat. sama-sama. Bijbrengen (aanbrengen). tiada meloepaken. tinggal bersamasama. kin. (onthouden). Bij de handsch.kitab'oelkoedoes. jang sabelah kin. borsabar. Bijeendoen. bersama-sama. Dicht bijeen. menambahi. Bijdrage. (gift). Bijeenkomst.

m~nj~l~saik~n. koerang s~dikit.). Bijschikken. sengat lebah. v.. kawan madoe. zie : Bi. bersamasama. Biji. doedoek berkoempoel. djalan simpangan. Bijlage. v. m~njampoerknn. kapak. Bijpassen. B ijkomen (van een flauwte). roemah gandok. sialang. B jkans. batang soengai. sarang tawon. roemah tawon. kali simpangan. toeroet. m~nambahi. Bijennest. Bljoogmerk. b~rs~dar. kampak.menjamboeng. o. roemah samping. Bi jmengen. m.(gelijken). mrap~tkon.. m~njampoer. berhimpoen. . sarang lebah. deket. v. roegi. Bijeenzljn. same roepa. (spotnaam). Bijleggen (van een geschil). doedoek bersamasama. (bijdoen).jenkorf. Bijgelegen. karoegian . njaris. roemah belakang.. ada bersama-sama. m~nambahi.v. b~rg~lar. antoep tawon. hampir. menghoeboengken. Btjrivier.. Bi jenkorf. Bijpad. nama sindiran. Bl jeenzamelen. antoep.. Bijenkoningin. m~nambahkan. nama tambahan . kap~rtjajaan jang tiada b~toel. simpangan. BIJGE.. Bijgebouw (van eon woonhuis). g~lar.. s~dar. soerat p~rhoeboengan. enz.(nest). merapatken.. tiada katinggalan. m. (verliezen). saroepa. Bljenzwerm. m. hampir. o.. menambahk~n. Bijgenaamd.. Bijhouden (in het gears. o. mengoempoelken. m~nghampirk~n. berhampiran. (inhalers). menghimpoenken.Bi jeenvoegen. berkoempoel. radja tawon. Bijgaand. m~njoesoel. niat jang thrs~mboenik~n. Bi jeenzitten. Bi jenangel. mengoempoelken. lampiran. Bijna. Bijnaam. m~nj~rtai.. nama timangan. v.. di pesertaken. Bijgeloof. b~rsoemangat . o. hampir.

m~masang. ampoet.Bl jschuiven. p~das.. o. m~mbantoe. Bljzetten (van een lijk). m~ndoedoeki saroemah. . Bijster (verward). djalan simpangan. dzina. Bjjwerk. ampoetan . kaboer. thrlaloe. p~rtoeloengan. madoe.). m~mp~rgoendikk~n. mbnghampirk~n. boeta ajam. Bijweg. m~ndampingk~n. m matoek. Een b: jzit hebben. o. m~nambahi. Btjstand. m~ngoeboerk n . m. (inbijten van scherpe vochten). Bijvoegen. (zeldzaam). djarang . boekan-boekan.. (fraai). kerdja tambahan. Bljwi jlen. m nan m. amat. boekan-kapalang . Bijwonen (tegenwoordig zljn). m~nj~lir. tambahan. bingoeng . o. choesoes . pada waktoe jang patoet. (van zeilen. thrlaloe. b~rhadlir . masing-masing. p~dih. BILJ. (speciaal). m. (onwettige). (zeer). s~ndirisendiri . (bij of met een ander worsen). m~nj~lirken. Tot bijwijf nemen. (verwonderltjk). soerat perhoeboengan. indah. m. amat sanget. Bijtend (scherp). b~rsatoeboehan. Bijvoegsel.. b~rkendak. Eene vrouw als bijzit hebben. (van vogels. membabar. menggigit . Bljstaan. m~mp~rgoendik. Bljwijf. (van spot. siring. k~ndak . m~ng~ndaki. Bijzonder (buitengemeen). tempo-tempo. mbmagoet. tadjemw Bljti jds. maroe . b~rk~ndakan . m~nambahkon. goendik. (tegenover de wettige vrouw). m~ng~ratk~n .. membantoei. ada. s~lir . lampiran. m~njorongk~n. Bijzijn. (elk afzonderlljk). o. slangen).... terkadang. p~mbantoean. sang t. m~noeloeng. 335 (op de lippen). v. m~noempang. Bijziend.(scherp zuur vansmaak). (ten opzichte van denn man). p~rih. menoeloengi. Bijslaap. Bl jzit. kadang-kadang. m~makan. m~ng~tap (menggigit) bibir.. p~rk~ndak~n. istimewa. Bijten. enz. siang-siang. hadlirat.

di pelaboehan. Van binnen komen. b~rmain bola. ingat. masoek koewala Binnengaan. v. o. Bil. m. sebelah dalem. masoek berangkang. (onaangediend ergens ).(iets vreemds)> p~rkara jang garib . tanah oedik (pegoenoengan). pantat. masoek . o. Binnenkant. masoek.). masoek kadalem . membawa masoek (kadalem).. garib. demaln di dalem. v. Binden (vastbinden). Alle bljzonderheden (van een zaak. soerat. mendjelen- . tali. sedar. Biljartspel.. bola. v. darat. 336 BILJ. di dalem. (van een boekwerk).. poeri $daleman. Verbinden. masoek... membawa masoek.). kaloewar dari dalem . meloeloesken... Bl jzonderheid. memperkenanken.. Billtjken.. Binnendeur. pelataran dalem (di sebelah dalem). v. Naar binnen gaan. Bindrotting.adjaib. enz. rotan.. patoet. o. loewar dalenn . m. tali pengikat. o. bilik (kamar) dalem (di sebelah dalem). dalem. benang kasar. memasoeki. masoek moewara. Binnengaats. v. Binnenhof. $ndjalin. adil. Biljet. Bil jartbal. pasak. (van een zak met een koord. Bills jk. Bindgaren. Binnenkruipen. Binnen (in). Zie verder : Samenbinden. memasoekken. memoendjoet... o. laik. terkenang. Bindtouw.. Binnenkamer. Binnenbrengen. soerat ketjil. masoek Binnenkoorts. enz. kadalem. o. Binnenhalen. oedik. v.. (omwinden). di moewara.. Bil fart. mengikat . menaliken . medja p~rmainan bola. pintoe dalem (di sebelah dalem). kaloewar. Biljarten. boewah pantat. Biljartkamer. masoek. Binnenloopen.. Binnendringen. s~gala p~ri hal ahoewal. Binnenkomen. Te binnen schieten. mendjilid . hoeloe. membebat . pantes. o. kamar bola. dari dalem. v. permainan bola. Van binnen en van buiten. Binnenland.

m djalanan ketjil.. batin. jang di dalem sendiri . kadalem. masoek dengan berlari-lari. o. pahit. Binnenpad. di dalem roemah. BLAA. Binnensmonds praten. past. bintil. melari masoek. halaman) di sebelah dalem. (dierli jke). lepoeh. sebelah dalem. Bismuth. (gemoed). pahit sepat . kastoeri.. tjela .. Bisam. sopi pahit. Blaasbalg.. (faster). Binnenplaats. zie : Blad. simpangan ketjil. rnelemboeng. mas woeroeng. pedih. djebat. Blaas. v. Blaasinstrument. di dalem moeloet . Blaam. melepoeh. . kendali. m. Bit. Bittertje. inoeman pahit. v. (van den regen). Binnenshuis.. v... v. Bitter.. o. Bitter (van smack). mengoering-oering. Binnenwaarts.. o. djalan ketjil.. lags sekali. moesang. o. boenji-boenjian jang di tioep. hats. Blaad j e. pelataran (natar. kekang.toeng. v. ternpias . Binnensmonds. v. oempat. m.. boengan. Binnenstuiven. Bisamkat. poendi-poendi.. pekentjingan. pager tembok di sebelah dalem. doekatjita. Binnentreden. Binnenweg.. tikoes. dalem. kang. Bits. njengoes. masoek. v. o. Bisamrat. Blaar. o. o. sakit. innenste. (drank). o. Binnenmuur. pakerdjaan di daleln (sebelah dalem). paroe-paroe . di dalem negeri. meremeh.. di dalem kamar (bilik).. sedih. fitnah. Binnenmands. v.. Bis. Binnenwerk. (pisblaas). kelemBLAA. v. merenj eh. Een blaar vormen. pengemboesan. Binnenzijde. pelajaran di soengai (kali).. tadjem.. (voor het gevoel). (blaar).. tjelaka. kasabelah dalem. Binnenskamers. pahit. lepoeh. legam. Binnenvaart. sopi pahit. kastoeri. bengis. (hard inloopen).

Bladluis.. diam. Bladerrijk. o. Blakeren. (van een zaag). banjak daoennja. Bladstil. boreh. om hot vuur cars to blazon). m~mb~daki. daftar isi kitab (boekoe). sjatar. perada. v. (uit de scheede). b~dak. Bladzijde. Huilend blaffen. Droog pisangblad.. baki. m~moepoerk~n.. v. (bleak). berbedak. koetoe daoen. (overstroomd). s~m$rong dapoer. Droog.. o. soempitan .Blaaspijp. m. daoen. m~nj~la. tangkai daoen. rampak. mentj~la. dilipoeti ajar. 337 naakt). Blanketsel. pagan. b~larak. poetih. rein). poetj~t. membakar. Bladsteel. memakaiken bedak . doelang. berboenji kaja kambing. o. telandjang. gagang daoen. . Zich blanketten. mlajoer. Andere droge. m~njoempit. Bladerloos. mengembek. b~rnjala. thrhoenoes . soempitan. Bladwi jzer. m~moepoeri. (bloot. Blaasroer. katja. moeka. poepoer. Blad. daoen keying. BLEE. m~ngangoesk~n. Bladgoud. memakai bldak (poepoer). Blaten. m~nggonggong. moeka soerat. k~l eang. mata g~rgadji. m~njalak. m. mas p~rada. (van een tafel). afgevallen blad van den kokospaim. Blank (wit. (van palmen). m~ngganggang.. march.. k~ping.. k~risik. v. afgevallen bladeren. daoen . soetji. Met ears blaasroer j agars (blazers). mengkilap. papah . (van drift). (schenkblad). tiada ada angin sama s~kali. s~Ynp~rong. m~mbaoeng. Blaken (zengen). r~ndang... m~ngangoesken. Blaffen. goendoel. m~njala. kabandjiran. Blanketten. talam. (van hot vuur). (korte. kelopak. (papier). Blameeren. (blinkered). berkilap. march sanget . (schutblad aan sommige planters). lumbar helai. tiada berdaoen. o. HOLLANDSCH-MALEISCH.

b~rgirang.. . soeka hati. tempat pendjemoeran barang. enz. soekatjita. In hot oor blazon. biroe moeda. bandera. wang m~natoe. Blazers. merah moeda . biroe. Bont en blauw. (grasveld). Bleeken. m. o. m ~n ggiran gk fin. Bleekgroen. v. m~njoekak~nhati. poetjet.o. v... poetih koening. girang. 22 338 BLEE. koeda petak. Bleekgoed. Bleak-rood.. Bleekrood. berbisik-bisik. v. Blijdschap. van kleuren). m. biroe laoet . pembajaran rnenatoe.Blauw. poetjat. Bli jde makers. (licht. barang dj~moeran. Blauwe plek op 't lichaam door een stoot.tampik. Licht blauw.. Bii jde ztjn. koening moeda... v. Bleekster. biroe langit. Indigo-blauw. menioep. Blauwsel. pandjipandji. Donkey blauw. o. belaoe. mom. Bleekgeel. Bleak. mendjemoer barang tjoetjian. Blauwtje. kasoekaan hati. minatoe. lebam . biroe toewa. mombironi.. toekang menatoe. Blauwverven. toekang tjoetji. Bleekveld. nila.. pembasoeh. thmpat p~ndjemoeran barang.. tjelep. bersoekaan. merah moeda. toekang tjelep. b~rsoeka hati. biroe-lebam. poetj~t. menatoe. Bleekheid.. Bleekgeld. memoetihk~n. Blijde (verheugd).tampikan. o. biroeken. petak. mengemboes..mengg~marken. di tampik. Blazoen. (veldteeken). mengetjet biroe (belaoe). v. Bleekertj. Blauwverven. tempatnja menatoe melakoeken pakerdjaannja. perang. barang tjoetjian. idjo moeda.. belaoe. Bleaker. binara.Ears blauwtje loopen. g~mar. kapoetjt an. kandji biroe. Bles. biroe nila. biroean. leseh. o. menjelep. warna koelit langsep. toekang tjoetji. Hemelsblauw.. moeda. soeka. o.. mernoepoet. membisikken.

Bliksemstraai. t~rang. m. besi geledek. Bliksemafieider. Eon scherpe bilk. Biiksem.. tinggal. lahir. berkandjang. Bliksemschicht. (met de oogen knippen). m~ninggalk~n. di sarnb~r gelap. ketara. berkilat. Laten blijven. thrnjata dari.. m. zie : Blijgeestig. njata. geledek. m~noendjoekk~n. m~lihat. k~djap. Blikken (van bilk). kilat. kar~m. kabar jang mthnggirank~n.. njata.g. Blijk. (bus enz. o. besi penangkal kilat. mnerangk~n. Stil biijven. borlthnti. Blijmare. kandjang. kilat poen b~rsaboengan (saboeng-m~njaboeng).. tinggal b~rdiri. salama-lamanja.. m~mandan. Bilk. b~rnjata. Bliksemfiits. kaleng. thtap. dari b~si poetih. Biijken. semstraal. Staan blijven. Bhjjven. b~si poetih. m.. m. tinggal diem. gelap. tanda thrang. tinggal di roemah . alamat. male petir.. Biiksemen. halilintar. kagirangan. . Blijvend. Bitjkbaar. De bliksem schoot onophoudeujk door de lucht. koepi. tanda kathrangan. coati di p~$ran gars . ajan. di samb~r g~ledek.kag~maran. mats tadj~m . tanda. v. ada kilat. kabar balk. m~ngdjapk~n (m~ngedepken) mate . van bilk). dari kaleng. thtap. (zien). Biijmoedig. achterlaten. ria. Te huis blijven.. Achter blijven. kaleng . k~kal. m.pandang. m. (van iemand die in den oorlog sneuvelt). zie : Biiksemstraal. zie : Bilk. kena kilat. kaleng. panah petir. b~rh~nti. Blljgeestlg. (vertind ijzer). (van eon schip dat vergaan is). Bi . Duidelijk biijk. Doers biijken.jkens. menjataken. kedjap mata. soeka hati. (oogopslag). BLIN.$mandang. b~rsoeka hati. thrang. Door den bliksem getroffen. tinggal di b~lakang. s~nantiasa.

darah .... Blindeman. memboetaken. BLIN. memboetak~n.Biiksemvuur. Bloedbraken. orang bodo. toedoeng tingkap.. memperdajaken. bodo. Blindemannetne spelen. m~moentah (moentah-moentah) darah. darah p~ngiring boedak . darah entj er . boeta. darah k~nte1. sadaging-darah . kilap. pemboenoehan orang banjak. b~rdengki. dat na de geboorte wordt uitgestort.soeka m~lihat darah. menaroh d~ndam (d~ngki).. Kwaad blood zetten. Blikslagerswinkei. Blikslager. mane (soeka) m. Van edel blood... m. (sukkel). m. goemirlap. Geronnen blood. Blinkers. kabodoan. di peranakken boeta. menoetoep mate dengan kain. kedai (waroeng) toekang kaleng. gilang goemilang. m. tj~m~rling. mabok darah. bermain babi boeta. m. Waterig blood. gebleg.. Biinddoeken. o.. dengan boeta-toeli.. bodo. (leng. m~loentoerk~n . bangsawan . Bloedbad. api kilat. m~nd~ndamk~n. Bloeddrijvend. Met bllndheid slaan. papan djendela. orang boeta.). m~njangg~rah . Naar blood dorsten. kaIn penoetoep mate. darah b~koe. o. papan tingkap.. Bloeddorstig. bergilap. boeta dari kaloe~ war moela. (figuurlijk). boeta. o. zie : Blinds. Blindheid. Blood. Blind makers. membodoken. toekang kaleng.noempahken darah. orang g~b1~g. p~ngamoekan. Bloeddorst. m. meng~rat oerat. Blood vergieten. menjakiti hati. b~rkilap. v. Blood. boeta-toeli. Biinde. Van hetzelfde blood. mane m~lihat darah . berd~ndam. soeka m~lihat darah. Biikwerk. o. kaboetaan . o. Blinddoek. barang-barang kaBlind (niet kunnen zien). m~noempahk~n darah .. B1oed aftappen. (vensterluik). m. (fig. (dom). Blindelings. api geledek. b~rhati batoe. Blindgeboren. gilap. mengkilap.

b~rloemoeran darah. Bloedkoek. Bloedgeld. Bloedschande. Bloedstorting. o. bisoel darah. moentah darah. b~rdarah. o. menahan darah. orang bersoembang. Bloedschande bedrijven. sanak-soedara jang damping (deket). penasak. Bloedrood. menasak darah. 339 Bloedloop. menoempahken darah.. Bloedschuw. Bloedvin. hilang darah. Bloedverwantschap. kena m~mbajar.. BLOE.. sanak.. kena ganti.v.. Bloedschender. diat. orang soeka melihat darah.. Zie ook : Bloedprtjs. koelawarga.. memboenoeh. darah kent l (bekoe). v. sapoepoean. . v. Bloedverwant. boewang ajer darah.. Bloedrijk. toempahan darah. penjoembang. bangoen. Bloeden. Bloedig. Bloedstelpend middel. katempoehan. De bloedverwanten. Bloedschuldig.warna(roepa) darah.. Bloedschuld. m. m. tiada ada darahnja. Bloedspuwen. m. oerat darah. v. banjak darahnja.. Bloedgetuige. kaloewar darahnja. (voor lets boeten). v. obat (djamoe) l~loentoer. sjahid. Bloedkoraal. b~rdarah. o. Bloedeloos. Bloedvat.. Bloedkleur. m.v. m.takoet m~lihat darah. sanak-soedara. mengamoek. Bloedverlies.. m. m~ng~moe darah... (bloeddorstig mensch). persanakan. obat menahan darah. poealam. permoentahan darah. merdjan. oetang darah. menjoembang. oepah m~mboenoeh orang. v. v. bisoel.. Bloedstelpend. memoentah (moentah-moentah) darah.denda pemboenoehan orang. darah toempah. m edj en.. salah (borsalahan) memboenoeh orang. Bloedprijs. orang bengis. De naaste bloedverwanten. m. m endiatken. Bloedvergieten. koelawarga. Met eon bloedprijs verzoenen. merah seperti darah.darah . Bloedspuwing.. soembang .. Bloedhond. Bloeddrijvend middel.

toempahan darah . berselamat. darah nifas. berkentjing (mengontjing) darah. m. (keur). m. daoen boenga (kembang). Bloemblad. enz. boenga asa. majang . Bloedvlek.... oembinja boenga .der vroii. ma'moer. kembang-kembangan. (in hout). ramai .. mekar . (van palmen). boenga.. tepoeng. bertambahtambah baiknja. Welriekende bloom.. sedang koewatnja .. boengaboengaan. pengisap darah orang . enz.. waktoe besar koewasanja. Bloedzweer.. Bloei (in . penoentoet bola. (van den handel). boenga (kembang) koentjoep . Bloedwreker. ramai. ramai. o. In den bloei des levens. boenga (kembang) wangi . Bloembed. poespa. m. (van meel. membela kisas. boenga soesoen. Dubbele bloom. Bloem. soewang koekoe. Bloedwond. berboenga. Bloedwraak nemen. Bloedwraak. berboenga . Bloeiti jd (van planters). (afzetter). m. kaln kotor..). (voorspoedig zijn). loeka berdarah. v. tepoeng aloes. kamoedaan. membersihken darah.. v.). Gesloten bloom. Bloedvloeiing. o.v. lintah. ma'moer. Bloedwateren.wen).Bloedvlag.. Nagemaakte bloom. Bloeien (van planters). boenga (kembang). pilihan . berkembang. soeh. bola kisas. 340 BLOE. kain tjemar. boenga (kembang) soenting. kembang. Bloedzuiverend. Bloembol.m. sampoerna. bekas (tanda) darah. petak boenga (kembang). bisoel. Bloedzuiger.(van een rijk.staan van planten). orang mengisap darah orang. berkembang. Opene bloom. v. bisoel mengemoe darah. barah.. (van een land). (de maandeljjksche . barik-barik . v.. moesim berboenga(berkembang). selamat. Aaneengeregen bloemen. pakembangan. Enkelvoudige bloom. menjoetji darah. darah pengiring boedak. memoentoet bola. bendera merah. m. Bloedwarm.v. (na de geboorte).

. toekang kembang. gambar boenga. haroemnja boenga (kembang).. Bloemenhandel. Bloemist... Bloemtuiltje. deboenja (tepoengnja) boenga (kembang). pendjoewalan boenga (kembang). o. Bloemsteel. Bloemkweeker. orang miara kembang. pekembangan. keloepak. koentjoep... bakoel boengaboenga. tepoengnja (deboenja) boenga (kembang).. v. ook : tepoeng aloes. Bloemrijk.m. toekang boenga-boengaan (kembang-kembangan).. taman poespa. Bloemmarkt.. v. m. Bloemlezing.. baoenja boenga (kembang).(kembang). Bloemvaas. thmpat boenga . v. tangkai boenga (kembang). Bloemenmand. v.v. m. pek~mbangan. karangan kembang. m. m. m.. wanginja boenga BLOE... pemiaraan boenga (kembang). Bloemtuin. sari. kebon kembang. Bloemenmaker. pigoera kembang. m. Bloemknop. Bloempot. toekang kebon jang menanem kembang. Bloemkweekerij.. o.. (kembang). Bloemengeur. toekang kembang... m. m. Bloemstofdraad. Bloemhof.. o. v. Bloemkelk. petak boenga-boenga (pekembangan). m. pasar (pekan) boenga (kembang). Bloemstuk. tempat boenga (kembang). Bloemperk. Bloemmeel. v. koentoem. Bloemkrans. dagangan boenga (kembang).. taman poespa (boenga). banjak boenganja (kembangnja).kebon boenga (kembang). tempat kembang. o... boenga rampal.. m. kebon boenga (kemBLOE.. bang). Bloemstof. karangan boenga (kembang). orang nanem kembang. m.

sahadja. poentoen g. takoet. pgmb~lokan. pair. Blok. m~mboekak~n. (wachttoren). . 341 Blootheid. maloe. (van palmen). (takel). Blokkeeren. roemah pasah . m. Bloodaard. thlandjang . (met schepen). orang tjabar. thrtjaboet. (van tin). d j anto en g. p~ndjara. kerekan. (van een schaaf ). m.. tjabar. sengk~la. kepala telandjang. land~san . soma : poetih.. kerek. mengopoeng. (aan den poot van een dier). boewi. o. ketelandjangan. poet~ran kerekan.. oekiran. Bloktin. pasoeng. Blond (van haar).. o. o.. Blootshoofds. lorak . karangan boenga. Bloohartig. Bloode. Blootleggen. p~nakoet. (van de pisang). b~lok. v. (deel van een land of gebouw. tjoema. tiada b~rh~nti bek rdja. Blokhuis. thrhoenoes. slechts). djoea. (van een houthakker). bangoenan . (in een gevangenis ter kluistering van gevangenen). petak. p~nakoet. majang. tidoer berthlandjang. (enkel. v. Onder den blooten hemel. (uitgetrokken. berbaring dengan telandjang. orang koerang brani. pasoengan . kerekan. menjataken. Bloesem. telandjang. v. goendoel. kerek. memgpat. radjin mengoesahak~n dirinja dal~m pakerdjaan. roemah ktam... Een bloot gerucht. tampang.(k~mbang). tjabar.). lands. soma : koening. pasoengan.. k~mbang . mOmajiri. koerang b~rani. koeboe. pengepoengan. Bloemwerk. Blokkade. enz. kabar angin. (gevangenis). o. (overgeschoten stuk hout). $maloe.). Blokken. bidoer. timah tampangan. menerangken. takoet. van labels. Blootliggen. maloe. boenga. Bloot (naakt). enz. BOED. tiada memakai toetoep kepala. sadja. di bawah langit. Blokschtjf..

sbrba roemah. ponoelakan harta poesaka (warisan). pantat. penawaran. in kwaden zin). membatalken. ... memadjan. memadamken. berbera. bermoeka merah. Een boedel beredderen. Bluschmiddel. (van schaamte. olo olo. mematiken.. eloek.. mOngoeroeskOn pOninggalan (warisan).. v. kotjak. m. (schip). m~nerima harts poesaka . Bodem. memanasken. m. harta poesaka. Een boedel verstooten. harta-benda. porkakas roemah. o. barang-barang poe342 BOED. v.. Bluts. p0noelisan barang warisan. keloek. kapal. (nalatenschap). Blusschen. pOnjoeratan harts poesaka. soeroehan. m. m. Boedel. bersipoewan moeka. m.. mengatjak. belikoe . menghoedjanken. tjakap angin. Blos. melengkangmol. seri. Boedelafstand. Bode. (op het water). melengkoeng. (op het lichaam). (al de bezittingen). bawah. mbnoelak harts poesaka.. lOpasan warisan. bertjakap angin. Bluf.. (aan de zon). loenas. bengkak-bengkok. mbmOrentahken harts poesaka. Bochel. berseri.ngkoeng. kamaloean. Bochtig. tawaran. olo-olo. berbelikoe. o. Eene zaak den bodem inslaan. (aan den regen). berhati besar. bengkak. boetjoeh. tanah . merah moeka. kotjak. Boedelbeschrijving. pegadean perahoe atau moewatannja. Bobbel. bengkak.Blootstellen. in goeden zin). maloe. Een boedel aanvaarden.. (inboedel). (van verlegenheid. m. m. pOnjoeratan barang-barang pOninggalan.. bongkok. Bocht. telok. v. pemadam. oetoesan.. Een boedel verdeelen. mombOhagi harts poesaka. m. pelengkoeng. perahoe. berpipi merah. loeboek.menggak-menggok. harta peninggalan.. (in iets). Bod. v. Blozen. gelemboeng . (inham). saka. harta. Bluffers. pelenting. bengkok.. memadjanken. Bodemerij.

bOrganti bitjara. (geschut). djahat. maling. mOmegang kOmoedi. mOlakoekOn p0rahoe (kapal). bOrakal bangsat.. Boekdrukkerjj. Boek. mOrantaikOn. mOrawankOn hati. kitab. mOnggilirken. djilid boekoe. (papier). mOnoenda. Boeg. o. v. pOntjoeri. lets voor den boeg hebben.tjoengoer. mOmbelokkOn.Te boek stellen. b0l0nggoe.. mOnoeliskOn.mOntalifkOn. Boekbinden. mOnjitak kitab. Boekdeel. bakal mOndapbt... lajar sOmandera. pOlampoeng. Boegen. Boefachtig. o. tali toenda. mOlintangi haloewan.. mOmasangi bOlOnggoe. o. enz.Boedelkamer. v. pOnjitakan) boekoe . mOnOra kitab.mOnjitak)boekoe.. Boegstuk. Boeganker. pOrtOraan (p0ngOtjapan. v. Boegseerli jn. m. Den boeg wenden.timboelan. djangkar (saoeh) haloewan. pOmbahagian harts poesaka (warisan).. (bekoren). o. m. mOngOtjap boekoe. Boegsprietzeil. o. porbOndaharaan harts poesaka. mOnoendakbn. Boeien (in boeien slaan). Boegspriet. BOEK. sOmandera. Boekdrukken. haloewan. mOriam haloewan.. Boekband. kajoe babewan. Boef. Dwars voor den boeg. Boegseeren. (van een anker. Boedelscheiding. mOndjilid. mOndjait. Boei. lampoeng. Boekbinden.. m0mbitjarak0n lain pOrkara. mbmbol0nggoe.. soerat. Boekbeslag. m.. lajar tjoetjoer. v. o. djilid . (deal). Het over een anderen boeg gooien.. boekoe . m. toekang mOndjilid boekoe. (kluister). soerat. m. bangsat. (balk).. toekang mOnOra(mOngOtjap.. tali pOndarat. tjoetjoer. mOngatoer djalannja pOrahoe (kapal).. orang djahat. saloetan kitab. djilid. mOnjoeratkan. Boekdrukker.. (onderdeel van een werk). v... tjoengoer. djilid kitab. m. toekang mOndjait boekoe. koeras. lajar kOlewer..

. (ontuchtig mensch). m~nggosok.. b~rdzina. orang b~k~rdja tarsi . m~mboend~r. (v. Boeleerder (-star). Boeren. Boenen. pOndjoewalan) boekoe (kitab).. orang oedik. (gears stadbewoner). m~njeka. m. Boender.. Boekenminnaar.). m. (haarkrul). Boekhandel. m.. orang hoeloe . kdai p~ndjoewalan boekoe-boekoe. ikal. mOnjoerat di daftar sOgala pamasoekan dan pakOloewaran bOlandja (oowang).. Boekhouder. m. orang jang b~rk~ndakan (jang b~rmoekah. m. v. (menigte). m. pOrhimpoenan kitab. bermoekah. b~rkendak.. 3oekverkooper. v. Boekenkraam. ilmoe mOnOra kitab (boekoe).. boendor. v. m~mb~rsihk~n. k0dai p0ndjoewalan boekoe. Boekenkast. Boekverkooping. sikat. Boer. orang jang bOrdagang boekoe-boekoe. banjak. pOndjoewal boekoe.(kitab). toko boekoe.. mOndaftarkOn itoengan. Boekdrukkunst. orang tarsi. soend~l.. m. tahak. sikat. orang doesoen. kabanjakan ... sordawah. m0masoekkOn di daftar. penjoerat (pnoelis) bilangan... k~ndak. mglakoek~n pakgrdjaan tanah.p~ndjoewalan boekoe (kitab). m. Boeleeren. m. (oprisping). Boekhouden. Boekhandelaar. v. orang jang soeka boekoe.v. Boeken. (landman). Boekerij. Boel. jang b~rdzina). almari kitab. m~lakoek~n p~roesahaan . zie : Boekhandelaar. lelang boekoe (kitab). pOrniagaan (dagangan. orang goenoeng. m~njikat. Boekwiekel. m.. 1Omari boekoe. moekah. pOrkoempoelan boekoe. orang m~ngoesahak~n tanah. m. ilmoe t0raan (tjitakan) boekoe (kitab). mOnjoerat (mOnoelis) di daftar. BOER. Boekel.

m.. k~na hoekoeman. v. Boerenarbeid. bangoen. djinaka. (berouw). m. roemah orang tarsi. bertapa. p~rmainan. Boaters (straf krijgen).. b~rmaln gila.. dada . tjara orang tan) (doesoen. pangkat orang tan).. kathmpoehan . Boezemvriend. m. orang g~bl~g (kikoek). orang taps. sobat k~ras. Boerten. Boerenwerk. perkoempoelan orang tarsi. ~bevredigen). membela mati. m~njoelami . orang goenoeng. Boerenhuis... (herstellen). orang b~rtobat.. b~hasa orang djahat. Boerenleven. sesal. kikoek. v. Boetseeren. b~rgoerau. orang goenoeng). BOK. b~rtapa . m~mboeboel. (in godsdienstige afzondering). m. m~mbajar d~nda. pakaian orang tarsi. b~k~rdja tarsi. (inham).. goerau. tetek . Boertig. Boezem. m.. b~rs~nda. o.. m~mbenarken . telok. (in afzondering). b~rmain. djinaka. tobat. orang padoesoenan. Boeteling. kakoe. orang b~rtapa. orang b~radat kasar. p~rtapa.. v. v. Boetedoening. tape. v.. (voor bloedschuld). m~njoelam. m~mbaiki. kena d~nda. Boete doers. makanan orang tarsi. pak~rdj aan ($roesahan) orang tarsi. melakoeken hoekoeman. chat. b~hasa maling. tape .tanah. (borst).. Boerendracht. soesoe. p~nghidoepan (tj era) orang tan). menoeladank~n. m~lakoek~n . v.. m~moewask~n. o. Boerenkost. m~rtani. . akal bangsat. m. Boert. p~ri hal orang tarsi. m~rtapa. (inboeten) . m~mbikin. m. 343 Boersch. (met hat levee). Boevenstreek.. m. k~na siksa. Boete. goenoeng). (borsten saner vrouw).. p~k~rdjaan (pbroesaha~in) orang tan) (orang doesoen. b~rtani. d~nda . m. m~mbela. s~nda. berdjinaka. Boeventaal. Boerenkinkel. Boetvaardige.. m~roepaken. (straf). Boerenstand.

bane bandot. roepa boendor.toedoeng. baloewarti. (dik). koelit. Bokkig.. handai b~nar. (mannetj esgeit). gebleg. dinding. v. salah . Bolwerk. b~rgiripan. soembat. temb~m. k~taloem. Bolrond. o... (projectiel). s~mboeb. sekam. t~mpat doedoeknja koesir. (schraag). koeda koeda .. (hoofd).. o. thrpoel. . boend~r . s~mboeb . tandoek kambing. Bokachtig. kotjak. v. m. Boksen. tiada tahoe adat. koelit kambing. Bol (road). Bokkenleer. m. boender. boentar. o. boentar. koeboe. saboet. badjoe pendek. ramboet kambing. orang tiada tahoe adat. (gebogen). Boezeroen. samboek . Boles. Bolster. berkotjakan... (van seas bloem). (font). . Bolsteren. pangkoeh. koerang adjar.. kepala . m. kasar. kambing l~laki. (gezwollen). m. Bol. Bolvormig. melengkoeng . kaki kambing. bola. p~ndjotosan. boelat. m~ngatjak. m~mboewat salah. Bokspoot.. pelor api. bandot . gotjo. menindjau. m. benteng. (stole). boelat. kambing laki-laki. v. v. piala. mengoepas. kambing djantan. m~ndjotos. Bokshoorn. (van de rijst). teb~l. berdjotosan. Bokkenhaar. orang pandai (pinthr). saboek. Bokkensprong. (op ears rtjtuig). Bokkensprongen waken. ook : pgrijoek api. bordjempalitan.. (van de kokosnoot). boelat. m. oebi . Born. bengkok.Een bole schieten. oembi. memboewang koelitnja. bane aring. kakoe. m~mboeka koelitnja. Bokkenlucht. k~labet. taulan b~nar. orang kakoe .. zie : Bokachtig. girip.. Bokaal.. m~mbesark~n din. Bokshoornzaad. (lompertl) orang koerang adjar. m. Bogen (pochen). boelat. 344 BOKA.sobat b~toel. djotos. Bok. o. b~ngkak. p~loeroe api. monggotjo. (bal). (knap mensch). tindjau. bok. toetoep.. salika. djompalit . (stop in een vat).. boewah boendor.

pantja warns. b~lar . lobang soemp~l. temen. (been). Bondgenoot. pemberita. (gevoeg). oetoesan. toendjang. v. warna warna . o.. (bericht). Bondig. m. mombentoerken . p~rdjandjian. penjoeroeh... p~rahoe poekat.. jang membawa chabar. v. ringkas.. Boodschappen. Bon. soeroehan. penembakan dengan pelor (api). mel~pasken. m. membanting. mewartaken. menoemboek. o. mengoesir.. soerat pesenan barang. tegoeh. mendampak. mengchabarken. Bonzen. Bondbreuk. kawan.. soerat bon. memb~ntoer. m~ngoesir. membawa chabar (warts. (tegen den grond). lobang soempat. boesoer. toemboek.so empel . biros-l~bam . toelang. (veelkleurlg).. panggal. o. m. persekoetoean. Boodschappen. m~noelak. Bond. berita). (op het lichaam. o. Boodschap. bolang . (stuk). Bonk. beloelang jang ads boeloenja. biros. r~bana . m~ngg~rakkon. p~rs~koetoean. m~nembaki d ngan p~loeroe (api).. member tahoe. koelit berboeloe. sakoetoe. m. lebam. BOOR. (idem door ziekte). hang soem$1. potong. (vaartuig). (rinkelbom). BOOG. kasi tahoe. soeroehan. (gevlekt) . Den bona geven. pewarta. Boast. m. Boog. Bombardeeren. hadjat. mengeloewarken. door een slag). m. terang. belang-bonteng. boewang ajer. berita . b~lang-bonteng. perdjandjian. warts. m.. Bomgat. (last). Bops. (schietboog). p~rombakan djandji. penembakan. meloepoeh. . p'rahoe majang. (verbond). $robahan perdjandjian.. pesanan. Bombardement. Boast. (bontwerk). chabar. biros lebam. kadla hadjat. Bondgenootschap. (boat en blauw). toemboek. kabar. (van den troop) . potongan besar. mendjatohken ...

toekang kbon. Boomgaard. boengkoel (bonggol) kajoe.m. kantjing.. o. m. (tolkantoor). Boombast. Boomgaardenier. b~r1~ngkoengan. Boomkikvorsch.. soldadoe . Boomolie. m. m~nggalahkon. 00k: panah. pengantjing .. (ter afsluiting van een vaart). Boogschutter. zie : Boomgaard. djombatan berlengkoeng.. o. Boogschot.. ~loeng. palang. pohon. Boommerg.... katak pohon. m. gandau. k~bon. Boogbrug. b~rgalah. p~nggandaran. v. djamoer. batangan. daoen. v.. v. Boomhevel. tali boesar (boesoer). m manah. . tahiangin. m. gandewa.. daoen-daoen. Boomblad. taman. Boomladder.koentjoep. bengkokan. galah . lengkoengan. p~manah. kodok bantjet.jang bergegaman panah. hatinja kajoe. (sluitboom). tangga apitan. m. tangga sokong.. p~ngoesoeng. Boomknop. m. ampoeloer.. 345 Boomloot. minjak kawang. (draagstok). pokok . (kromming).. kajoe boedjoer. loemoet pohon. Boomkweeker.. Boogpees. kantor pabean. in. p~manah.. daoen pohon. iboe panah. o. k~bon boewah-boewahan. sakat. djoeroe k~bon. v. v. (om eon schuit voort to bewegen). m. poehoen.. lengkoeng . tali gandewa.koetoem. pikoelan. o. tanman boewah-boewahan. o. Boomers. Met een bong schieten. p~lengkoeng.boengkoel. m~njoeroeng d~ngan galah.m.. Boomknoest. pemanahan. jang m~nanem s~gala roepa pohon. koelit pohon. mnoelak d~ngan galah. (van een wagon). djoeroe tan~m pohon. Boom.. pabean.boesar.. Boogsgewijs. BOOR. batang. djoeroe taman. koelit kajoe. Boomhof. boom. Boommos. $ngoengkil.. toekang kebon.

. orang jang memotong tangkai-tangkainja p0hon.. m. katjang pandjang. pelandjaran. Boonenstaak. dahan. tjendawan. pendjaleran. Boomwas. orang jang merantjoeng pohon. rimbat . m. m. Boomslang.. (aan een moues. Boorden. orang jang meranting pohon. penoenggoe kantor pabean. Boordevol. menggait. katjang kedele . bibir. goerdi.. batang kajoe. Boor.. koelat.. kapoek.. akar pohon. katjang. oelar daoen. v. m. Boomvrucht. n1. Boomwortel. djoeroe (penoenggoe) batangan. birai. v. o.. tjabang.. Boomstam. (dunne. rebatang.pakoe. enz. Boonenschil.v. mOmoewatkgn. v. toeroen ka kapal (perahoe).). katjang kapri! (bruine). Boomvaren.. tjawang. djara..pohon pakoe.. m. Aan boord klampen. Boomstronk. toendjang katjang. katjang polong.m. . m.. Boomwol. o. pinggir. (aardnoten). katjang boontjis. ponoeh sampai di pinggirnja (bibirnja). v. boewah pohon. toenggak. Boomschors. Boomwachter. o. lilin pohon. . koelit kajoe. 346 BOOR. (erwten). m. raboek.melanggar. (van den suikerpaim). katjang tjina. oelar pohon. poenggoer. tangkai.. katjang djoho. katjang tanah. sobak. lange snort). tepi. v. Boomzwam. Aan boord. bongkot. (groene). (gewone)..katjang idjo. birih. Boomtak.. boor.. ranting.Boomschender. Boomsnoeier. tali ajer.. orang jang m~roesakk~n tan~man kajoe.. birih. koelit katjang. m~ndjait pinggirnja. di kapal (perahoe). Boordsel. djamoer pohon. pangkal. toenggoel. v. v. (sojaboon). (verschansing van een vaartuig). m~mangkalken. en o.Aan boord nemen. Boon (in hot algemeen). sebir. menoempangkOn. ponoeh s~kali. Boord (karat)...

seroet b~sar. orang djahat. Zich boos houden.. Bordpapier. Boos worden. Borduren. djahat. anak perahoe (kapal). m.. memoerkaken. b~si p~nggirik.bingkai.Booze. sekotji. lonte. v. amarah. m. Bordenrek. serang. Boorijzer. doerdjana. marsh. (naar den worm. v. (schotel).. d~lap. nakal. kadjahatan. moerka.. roemah djobong. Bootsman. papan.. v. Bord. enz. Boosheid. . de grootte. moerka. (de duivel). poerapoera marsh . pinggan (piring) tjeper. Bootsmansfluit. goesar. piring dalem. galak. djoekoeng. o. sampan. k~rtas djilid. Booswicht. BURR.. v. Plat bord.. fasik. Boosdoener.. pendjemoeran piring. roemah pandjang. kertas kajoe. Bootsgezel. bidoek. matroes. orang perahoe (kapal). tali sampan. Boos makers. moerka. Boos (toornig). Bootsmansmaat. perahoe. v. djoeroe (kbpala) roemah pandjang (soendOl. o. kapista.. o. (goddeloos). pendjahat. lonte). setan. o. galak. toekang kin.. bisa. piring. pinggan.. m. orang fasik. o. pelontean. Bordeel. (toorn). Boosaardig. marsh. orang berdosa. pelesit. memarahken. Boorschaaf. tambangan. m. (een slecht mensch).). bangsat.. tingkal. tandil. awak perahoe (kapal). m. kolek. djoeroe tinggi. . pendjahat. (slecht). orang djahat. Bootstouw. djobong).. (schrijf of speelbord). meloekis. djahat. besi goerdi. Diep bord. m. Borax. kepala pelontean. Bordeeltaal. sjaitan. doerdjana. m. menjoelam. pendjahat. pemidjar... orang djahat. doerdjana. kadoerdjanaan. pathri. Boot.. roemah soendel.. menjoedji. chalasi. (slechtheid). Bordeelhouder... toekang kanan. behasa soendel (djobong. bengis. marsh. para-para. o. m~ngambil goesar . (stout). o.

loekisan.(slok). Slap neerhangende borsten. Zich op de borst slaan. Iemand in den grond borers. De borst geven. penjoelaman.gelemboeng. m. BORR.. dada tjekoeng. pengakoe. Een scherp vooruitstekende borst.. Borduurraam. Een ingedeukte borst. Een hooge borst opzetten. v.(bel). djaka. tjonto soelaman (soedjian). membinasaken. soelaman. soelaman. soesoe. (voor-bovenlijf ). ~orrelen..pembidang. v. beli (membeli) dengan beroetang. kafil.. djoewal (mendjoewal) dengan mengoetangken. soedjian. Borreling. Borrel. o.sopi. orang moeda. Borstbeen. menanggoeng. soesoe (tetek) kopek .. loekisan. m. merangkoel. dada. Borgtocht.. een schip in den grond boron. dada ajam. m~ndidih. $noetoepan dada. menembak sampai tenggelem. Borst. m~mb~ri soesoe(tetek). v.. tanggoengan. Borduurwerk. en m. dada l~gok.. g~lemboengan. taroena. Borgen (koopen op credit).o. (op crediet verkoopen). Borrelflesch. sandoeng lamoer. tanggoeng. (boezem van een vrouw). o.pemidangan. menanggoengken. m~napoek dada. memberi oetang. moneteki. andelan.. tetek.. Borg. anak djedjaka. Borduursel. (jonge man). Borers. g~logok.. Borgstelling. didih. member tanggoengan. m. zie: Borgstelling. Borgstellen. (waarborg). Tegen de borst stuiten. penanggoeng. bergel~rnboengan. o. menggirik. . toelang rawan.satjegok sopi. mengeboer. o. botol sopi. soedjian. dada lekok.. pakerdjaan soelaman. Borstbedekking. v. m~meloek. memikoel tanggoengan. Borg bl ven. kmban. botol minoeman. tjbgok. toelang dada.. v. tanggoengan.Borduurpatroon. (van de vrouwen). angkoeh . mendj~moek~n . hantaran. menjoesoei. djadi hantar. Aan de borst drukken. berdidih.

baroet dada. sesak dada.m. Borstzweer. o. ikat. kepet dada. alas. oto.Borstdoek. Borstvin. m~mboender. v. p~nitih badjoe. (varkenshaar).. baroet... sakit b~ngkak di dada. oetan... dahan. Kreupelbosch. menjikat. oetan ketjil.. rimba.. Boschbewoner. ajam biroega. m.pendjaga oetan.. baran . o. goeloeng. boend~r. Boschhond. o. Borstgezwel. v. 347 Borstwering. boeloe (ramboet) babi. Borstkwaal. v. mengikat-ikat. hoetan. m. (bundel). dada). (moerassig). (alas).. Boschslang.. memboengkoes. Boschwachter. Borstlap. Boschkat.. (van een geslacht flier).... Borstelmaker. Boschachtig. o. Borststuk. hoetan-rimba. oelgr oetan... gedeng.m. andjing rimba.. BOTE. toek~l. b~loekar. boengkoes.m. andjing oetan.. sandoeng lamoer. m. v. penjamoen. Borstharnas. antoe-alas. Borstel. o.. v.. v. sikat. v. Boschroover. Borstrok... . boeroeng tekoekoer. Bosschage. m.. m. beroepa oetan. m. bisoel di soesoe (tetek. b~rkas. apilan. banjak oetannja. pen. toenas. koetjing oetan. Bosch. Borstziekte. Bos. Borstmiddel. toekang sikat. toekang m~mbikin sikat. kota mars.. (knop). v. m. koeboe. Borstspeld. dada. dajoeng. m. v. (der vrouwen). dinding. menggedengken. Bot. v. sakit dada. antoe-oetan.. kota. orang jang hidoep di dalem oetan. sakit (penjakit) dada. Boschhaan. v.. obat sakit dada. Boschnimf.memberkas.. boeroeng deroek.. rimba-rimbaan. Borstelen. isi rimba. daging dada. rimba raja.. (-hen). kemb~n. m. membelingkas. m.. o.begal. badjoe b~si. menggeloeng. Bossen. (schuier). Boschduif. Boschmensch. m. koetang.. Boschduivel.

m. v..v... mengoeloerken1 haws nafsoenja. Bots. teroes-terang. tjidera bitjara. (knook). Botervlootje. toekoel. bentoes. koetoem. mengisiken di botol. Boterton. v. v. soentoeh. v. doengoe. toemboek. Boter. tempat mentega. kontan. toemboekan . v. Boud. m. koewah mentega. Boterpot. Boterboer. sendok mentega. v. v. melanggar. kaja mentega. m. roti dengan mentega. toempoel. membentoer. Bottelen. pena besi. Botanie. pakoe besar. sans mentega. membikin mentega. tong toemboekan mentega.. koentjoep. Bottel.. pakoe. v.. (dom). Botmaken. kabentoes. toenai.. pasak. goedang. orang bodo.. v.. v. saroepa mentega. toekang sepen. menoemboek. Botsing. m. sementoeng. berpoetjoek. tempat mentega. seperti mentega. Botweg.rantjing. oewang toenai. Bouillon... botol. Botsen. v. Bot (niet scherp). menoempoelken. Botten.. orang gebleg. orang bodo. tong mentega. soentoehan.. membotolken. 348 BOTE. m.. toemboek. him dian. pelawanan bitjara. Boter bJj de visch.. him. Boterkarn.. m. koerang tadjem . (in meaning). pakoe kantjing. m. Bottelier. bertoenas. dengan teroes-terang. Boterspaan. bodo. Boterham. (nagel. Botterik... Botweg. bebal. Botmuil.bersoentoeh. pin ggan mentega. Bougie. sepen. toelang . Bout... dengan teroes-terang. spijker). Botersaus. menoemboek mentega. toekang bikin dan djoewal mentega. Boterschaal. orang gebleg. v. en v. bentoer. Boter makers (karnen). o. mentega . Bottelari j.. berani. dengan berani. mbmeewasken (menoeroetken. kabentoer. gebleg. Een bout in . Ztjn hartstochten botvieren. kaldoe. Boterachtig. teroes-terang. ilmoe tanem-taneman.

boewatan. lembaga.. dari atas . Bouw. memeliharaken. bertimboel. terlebih poela. Boven over lets been. memboewat. m. terlampau. di kepala. (van een geslacht dier). toewa. Een gevaar. hoema. itik. soengsang. pertjaja. (rijstland).. meliwati. lagi. Iemand de hand boven bet hoofd houden. (niet of moeilijk bevloeibaar). roesak.. Bouwlieden. Bouwval. ladang. Bovendeur.. Bovendorpel. petjahan. Van boven. lagi poela. m. tipar. Boven komen. lain dari itoe. m. tanah peroesahaan. m. ambang (soendoek) diatas. to boven zijn. loepoet dari. (liefje). dedeg.. di atas . terlebih lagi. Bouwvallig. bangoenan. istimewa poela. o. terbalik . Bouwland. BOVE. timboel. pintos diatas. melipoeti. BOVE. Boutje. v. ramoewan. Bouwgereedschap. hati.. pemboewat. Op iemand bouwen. kabalik. poekang . tambahan lagi. bakal. menega. mengerdjaken. Bouwkosten. terlepas dari .. Bouwstof.lets drijven. sawah . (aanbouw). memasak. Het onderste boven. Bovenaan. meliwati atasnja. (lichaamsgestalte).. menjoengsang. roeboehan. v. tegal. o. . timboel. paha. pondok toekang-toekang bekerdja. di hoeloe. Naar boven. mengharep-harep. di atas sendiri.. Bouwen. sikap. Bouwloods. atas. o. Bovendien. toekang-toekang. Bo vendrijvend. melindoengken. membikin. Boven. Bovenal.belandja(ongkos). naik ka-atas. melebihi.. bendang. enz. (eendvogel). Te boven gaan. hanjoet. rombakan. perkakas memperdiriken roemah sabagainja. bangsal. tjinta. v. mas.m. laloe dari atas. pembikin. m emakoe dengan pakoe besar (kantjing) . jang perloe sendiri. bebek.. bertimboel. ampir (mane) roeboeh. ka-atas . mernperdiriken .

hoeloe.. oedara. minjak perendang.. tanah oedik. orang oedik. Bovenkant. badan di atas. Bovenlip. terlaloe amat. loteng. bilik (kamar) di atas. Braadolie. o. roemah loteng.. goenoeng). v. behagian badan jang sabelah atas. Bovenverdieping. Bovenkleed. tanah pegoenoengan. terlebih. Bovenstuk. Bovenop. Bovenkaak. jang terseboet diatas. boekoe diatas. v. bibir jang diatas. nakaian di loewar. Bovenmenschelijk. Bovenrang. barbs di atas. v. o.. jang di atas sendiri. kepala.. Bovengevel.... Bovenland. Bovennatuurl&jk. Bovenlander.. pangkat jang pertama (tinggi sendiri). (wtjs). terlaloe. moeka roemah jang diatas. o. Boventoon. m. v. o. Bovenhuis. hoeloe. m.. kamar loteng.BRAK.. jang terseboet diatas. Braadpan. Boventand.... gigi diatas. Bovenmate. De bovenhand hebben. menang. di atas. moeloet besar . boekoe asem. badjoe loewar... v. roemah andjoeng. v. penggorengan. Den boventoon hebben. terlampau. mengalahken kata orang lain. m. m.jk.. rohani. tjara oedik.. Bovenlandsch. Bovenstaand. pangkal. tjara orang goenoeng. Bovenraam. djendela (tingkap) jang diatas. tanah hoeloe.. behagian jang diatas. Bovengemeld.. Bovenstreep. o. Bovenlucht. m. Bovenhand.. Bovengoed. angkasa. v. 349 Boveneinde. v.. mengalahken.. sakti. m. sakti. o. Bovenste. jang paling di atas. sebelah atas. roemah diatas. v. o. Bovenzinneli. sebelah atas. orang goenoeng.. o. bermoeloet besar. Bovenkamer. minj ak goreng. Bovenltjf. Bovenzijde. dari hoebe (oedik. fatah (tar aangeving van den a-klank). wa- . v. tersanget.

membakar. obat moentah. thmberang tiang pengapoeh. tanah (padang) tandoes. (van hennip. menjerboek. salih . (inbraak).. Bramra. perkasa. o. menj anj ah . perkasa. Bramgijtouw. enz. Braakpoeder. m.. o. menjerboekken. mengotjeh. (in eon oven). gelang. Braak. gagah. tiang pgngapoeh. moentah-moen350 BRAM. betoel. mengomong dada karoewan. berani. Bloed braken. Braakland. Braak. m. tandoes. Braken. Braaksel. daging gorengan. kelat lajar saboer. Brambras. o. asin. penggalian. o. kaberanian.. tali singsing lajar pengapoeh. Braadworst.. Brak. kelat lajar pengapoeh.. kaloeroesan hati. Braden (in eon pan).). v. berbitjara koesoet. loeroes hati. Bramzeilskoelte. menamboes. (zonder vet. masin.. ara-ara. . o. lajar saboer. Braadspit. v. Brabbeltaal. Bracelet. menggoreng. pemanggang. membembem. pembongkaran. behasa katjoekan. (boven vuur).. rendang. tiada di kerdjaken. Braadsel. koewali. bitjara koesoet (dada karoewan). o.. v. v. moentah.. mengaroet. angin sedeng boewat menjoeroeng lajar pengapoeh. Braaf held. memanggang. tab. pgmbawan lajar pOngapoeh. sosis goreng.