You are on page 1of 5

Management & organisatie

De naamloze vennootschap Hoofdstuk 4; de activa van de NV In dit hoofdstuk komt aan de orde wat men met het geld heeft gedaan (vermogensaanwending) Het kenmerk van vaste activa is dat deze langer mee gaan dan een jaar en er wordt afgeschreven over deze activa. Er zijn 3 soorten vaste activa: 1. Materile vaste activa zoals gebouwen, machines en de inventaris. Deze zijn tastbaar 2. Immaterile vaste activa, deze zijn niet tastbaar. Hieronder vallen: - Geactiveerde kosten hier tegenover staat een wettelijke reserve aan de creditkant - Vergunningen hier staat geen reserve - Goodwil, bedrag dat meer wordt betaald dan het EV tegenover want deze - Consessies activa kan verkocht worden 3. Financiele vaste activa, hieronder vallen leningen u/g (uitgeleend geld) en deelnemingen aandelen die je hebt met doel zeggenschap te verkrijgen. Je kan aandelen op verschillende plekken op de balans vinden: Vaste activa (deelnemingen): doel zeggenschapsverkrijging Vlottende activa: om andere redenen dan bij VA en LA. Liquide activa: courante effecten snel omzetten in geld Als een onderneming een bedrijf overneemt wordt de NV/BV die overneemt de moedermaatschappij en de overgenomen NV/BV de dochtermaatschappij. Een fusie is een samensmelting van twee ondernemingen tot een nieuwe zelfstandige onderneming. Zelfstandig opererende ondernemingen die economisch een eenheid vormen wordt een groepsmaatschappij of concern genoemd. Ieder heeft een eigen balans met winst- en verliesrekening. Om inzicht te krijgen in het vermogen en resultaten van de groepsmaatschappij, wordt er een geconsolideerde jaarrekening gemaakt als de moedermaatschappij >50% heeft in de dochtermaatschappij. de balansen en winst- en verliesrekening worden samengevoegd tot n balans en winst- en verliesrekening. Bezittingen en schulden van moeder- en dochtermaatschappij(en) bij elkaar optellen en onderlinge vorderingen en schulden achterwege laten. Vaak worden veel vaste activa niet meer gekocht maar geleased. Er zijn 2 soorten: - Operational lease, hierbij blijft het geleasede object eigen van de lessor(verhuurder), is de lessor juridisch en economisch eigenaar en kan de lessee (huurder) het contract op korte termijn opzeggen - Financiale lease, de lessee heeft economische eigendom, dus draagt alle risicos. De lessor is nog de juridische eigenaar en na de betaling van de laatste termijn kan de lessee het object kopen. Het grote voordeel is dat een onderneming geen vermogen hoeft aan te trekken om de vaste activa te financieren. Bij vlottende activa komt het geld dat in de activa ligt opgesloten binnen een jaar weer vrij. Tot de vlottende activa zijn voorraden, debiteuren, transitorische posten (= overlopende kosten) zoals vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen bedragen, onderhanden werken. Je kan zo een industrieel bedrijf herkennen doordat het grondstoffen op de balans heeft staan.

Geld belegd in actieve aandelen reken je tot de liquide activa, samen met de kas, bank en giro. Hoofdstuk 5: interne en externe verslaggeving Een balans die voor intern gebruik wordt gemaakt, is afgestemd op de wensen van het management en is dus voor elk bedrijf anders. Daarom is het in het algemeen ook niet te vergelijken. Om de gegevens van een bedrijf met elkaar vergelijkbaar te maken en makkelijk te kunnen interpreteren is de externe verslaggeving voor alle bedrijven hetzelfde. Activa Algemeen model externe balans Passiva Vaste activa Eigen vermogen - Materile vaste activa - Geplaatst aandelenkapitaal - Immaterile vaste activa - Agioreserve - Financile vaste activa - Herwaarderingsreserve Vlottende activa - Wettelijke en statutaire reserves - Voorraden - Overige reserves - Vorderingen en overlopende - Onverdeelde winst (nettowinst na activa belasting) - Effecten Voorzieningen - Liquide middelen Langlopende schulden Kortlopende schulden en overlopende passiva Wat voor de balans geldt, geldt ook voor de winst- en verlies rekening. Om de cijfers weer met elkaar te kunnen vergelijken zijn er ook voor de externe resultatenrekening richtlijnen gemaakt, zodat er geen interpretatieverschillen kunnen optreden, Netto omzet Inkoopwaarde omzet incl. inkoopkosten Bruto omzetresultaat Algemene kosten .. + Verkoopkosten .. Overheadkosten Netto omzetresultaat Interest opbrengsten Interestkosten . Financieringsresultaat /+ Nettowinst uit gewone bedrijfsvoering (voor belasting) Vennootschapsbelasting Nettowinst uit gewone bedrijfsvoering (na belasting) .. .. . .

. .. .. ..

Een account controleert de cijfers zodat deze een waarheidsgetrouw beeld geven van de werkelijkheid bij een NV of BV is een externe account verplicht. Een account controleert niet alleen de cijfers, maar maakt veelvuldig gebruik van verbanden. Er zijn verschillende soorten verklaringen die een accountant kan geven: - Goedkeurende verklaring - Verklaring met beperking - Verklaring van oordeelsonthouding - Afkeurende verklaring De accountantsverklaring moet worden opgenomen in het jaarverslag.

Er zijn verschillende manieren om je voorraden op te waarderen: - Fifo-systeem, de goederen worden bij verkoop afgeboekt tegen de prijs van de langst aanwezige partij. En op de balans wordt de voorraad niet juist gewaardeerd, want de voorraad wordt gewaardeerd voor de oude prijzen, in plaats van de actuele - Lifo-systeem, goederen worden bij de verkoop afgeboekt tegen de prijs van de goederen die het laatst zijn ingekocht. De goederen die er dus het eerst binnen komen wordt het eerst verkocht. - Vaste verrekenprijs is een schatting van de gemiddelde verkoopprijs voor de komende periode. Het bestaat uit 2 delen: geschatte inkoopkosten + geschatte inkoopprijs - Historische verkrijgingprijs, inkoopprijs + bijkomende kosten Een manager heeft verschillende taken: - Ontwikkelen van beleid: hier worden doelstelling vastgesteld en wordt aangegeven welke activiteiten ondernomen moeten worden om de doelstellingen te bereiken - Organiseren: na het vaststellen van de doelen is het de taak van het management om alle middelen te verdelen over de verschillende activiteiten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een organisatiestructuur - Besturen: het benvloeden van het gedrag van de werknemers zodat de doelstellingen behaald worden - Controleren Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, zijn de cijfers van de jaarverslagen zeer belangrijk. Hoofdstuk 6: de beoordeling van het gevoerde beleid Bij de beoordeling van de getallen, zoals winst- en verliesrekening, maakt met gebruik van kerngetallen/ratios je kunt nu snel vaststellen hoe het met de onderneming gaat. Liquiditeit als alle verplichtingen die een bedrijf heeft op korte termijn kan voldoen. Er zijn 3 verschillende manieren om dat uit te rekenen. LA + VLA 1 theoretisch liquide Current ratio= 1,5 praktijk liquide KVV LA + VLA - KVV 0 theoretisch liquide Working capital ratio = 0,5 praktijk liquide KVV LA + VLA voorraden 1 zeer liquid Quick ratio = KVV Het meten van de liquiditeit aan de hand van de bovenstaande ratios heeft al groot nadeel dat het een moment opname is daarom vaak een liquiditeitsbegroting Solvabiliteit wanneer bedrijf aan al haar verplichtingen kan voldoen na de liquidatie. Hoe beter de solvabiliteitsratio, hoe beter je vreemd vermogen kan aantrekken. TV 1 theoretisch solvabel Solvabiliteitsratio = 1,5 praktijk solvabel VV EV 0 theoretisch solvabel Debt ratio = 0,5 praktijk solvabel

TV Om een goed beeld te krijgen van de solvabiliteit moet er op de balans eigenlijk de liquidatiewaarde van de bezittingen staan De solvabiliteit kan beter worden waarde de teller groter en/of noemer kleiner EV neemt toe en/of vreemd vermogen neemt af. EV kan toenemen door plaatsen van aandelen, het maken en reserveren van nettowinst en het herwaarderen van vaste activa. Indien toename van EV wordt genvesteerd in vlottende en/of liquide kapitaal als ook de liquiditeit toenemen. De solvabiliteit kan ook beter worden door afname van VV aflossen leningen. Wanneer uit de liquide middelen lang vreemd vermogen wordt afgelost neemt de solvabiliteit toe, maar daalt de liquiditeit. Wanneer uit liquide middelen het KVV wordt afgelost worden de solvabiliteit en de liquiditeit beter. Rentabiliteit maatstaaf voor de winstgevendheid van de onderneming. Nettowinst REV van 10% elke euro die de eigenaren in de REV = onderneming gestopt hebben 10 cent oplevert. GEV Vaststellen of het zin heeft om aandelen te kopen Nettowinst + interestkosten Verhouding tussen de beloning voor verschaffers RTV= van eigen en vreemd vermogen GTV Interestkosten Interestpercentage vreemd vermogen IVV = GVV Om het gemiddeld vermogen (EV, VV en TV) heb je twee gegevens nodig namelijk aan het begin van het jaar en aan het einde van het jaar. als je een balans hebt is dat bedrag wat daar staat het gemiddeld vermogen. Indien de nettowinst op de balans staat vermeld, wordt er vanuit gegaan dat die gelijkmatig in het jaar is verkregen gemiddelde winst door nettowinst de delen door 2. In de formules voor RTV en REV gebruik je alleen in de noemer de gemiddelde nettowinst; in de teller altijd de totale nettowinst. Een rentabiliteit van 10% betekent dat verschaffers van vreemd vermogen en eigen vermogen samen voor elke euro gemiddeld 10 cent beloning krijgen. Betaalt de NV minder rente aan de verschaffers van vreemd vermogen dan de rentabiliteit van totale vermogen dan verdienen de aandeelhouders op elke geleende euro ze krijgen meer dan de rentabiliteit van totale vermogen. Als een onderneming verdient op vreemd vermogen (RTV > IVV) dan neemt de REV toe wanneer de onderneming meer vreemd vermogen aantrekt. VV REV = RTV + (RTV IVV) EV (RTV IVV) = interest marge VV / EV = hefboomfactor (RTV IVV) x VV/EV hefboomeffect = REV RTV

Als RTV > IVV dan zal REV > RTV en is het hefboomeffect positief. onderneming op elke euro vreemd vermogen meer verdient dan deze kost aan interest (RTV>IVV) dan zullen de verschaffers van eigen vermogen meer ontvangen dan de verschaffers van totale vermogen verdient op elke euro vreemd vermogen die ze aantrekt.

Nettowinst is zeer gevoelig voor de afschrijvingsmethode die een onderneming toepast. Om dit probleem op te lossen bestaat er het begrip cashflow ongevoelig voor afschrijvingskosten. Cashflow is een geldstroom die beschikbaar is voor de onderneming om bijv. krediet af te lossen Cashflow = bruto dividend + inhouden winst + afschrijvingen of Cashflow = nettowinst na belasting + afschrijvingen Het is niet alleen een maatstaaf voor winstvermogen van de onderneming, maar door de liquiditeitsontwikkeling. Beleggers willen weten of hun belegging in aandelen genoeg oplevert berekenen ze met dividendrendement Bruto dividend per aandeel Dividendrendement = x 100 % Beurskoers per aandeel Niet te verwarren met dividendpercentage Bruto dividend per aandeel Dividendpercentage = x 100% Nominale waarde 1 aandeel