Landmacht

Personeelsblad van de Koninklijke Landmacht | nummer 9 | december 2011

Landmacht Infodagen:

Duidelijke koers
KKW-schietbaan schot in de roos Terugblik op Bosnië

Landmacht | 1

Landmacht | Colofon

Landmacht | nummer 9 | december 2011 | Inhoud

Adreswijzigingen: • Als in de code op uw adresstrook onder meer uw militaire registratie nummer is afgedrukt (voorafgegaan door de letter ‘T’) dan heeft het geen zin om een adreswijziging aan de redactie van het blad Landmacht te sturen. U dient in dat geval zelf via PeopleSoft je persoonsgegevens te wijzigen. Klik hiervoor op ‘Startpagina P&O-selfservice’ op het Defensie Intranetportaal. De redactie is niet geautoriseerd om adressen te wijzigen. • Reservisten die niet in staat zijn via selfservice hun adreswijziging door te geven, kunnen het formulier ‘wijzigen adres en/of gegevens contactpersonen bij noodgevallen’ downloaden op de www.landmacht. nl/personeel/reservisten. Het formulier vervolgens opsturen naar: DCHR, Postbus 295, 7500 AG Enschede. • Postactieven en veteranen kunnen bellen naar: 030-2181942, of een e-mail sturen naar: info.postactieven@rnla.mindef.nl. • Sinds 1 december 2011 is de nieuwe Abonnementenwet van kracht. Deze is van invloed voor abonnementen van betalende abonnees. Kijk voor meer informatie op de website www.aboland.nl en de specifieke pagina voor dit blad. Betalende abonnees dienen contact op te nemen met Abonnementenland: 0900-2265263 (10 eurocent per minuut) of via de website www.aboland.nl voor abonneren, adreswijzigingen en overige vragen.

12 |
Landmacht Infodagen

22 |
KKW-schietbaan op ASK

24 |
Odyssee Sword

26 |
Einde Nederlandse aanwezigheid

‘Vechten voor vrede en vrijheid’

Voor de ‘kleine jongens’

Het hart van de landmacht ‘op de mat’

‘Bosnië is veranderd en heeft veranderd’

Colofon
Landmacht is een uitgave van de Koninklijke Landmacht, geproduceerd door het Dienstencentrum Defensiemedia. Hoofdredactie: Kolonel Joland Dubbeldam Eindredactie: Kapitein Roel van de Wiel Kapitein Corné Dalebout Ingmar Kooman Vormgeving: Grafisch Bedrijf | Audiovisuele Dienst Defensie | Den Haag

Druk: OBT bv Den Haag, ISSN: 1572-1248 Oplage: 53.000 stuks Redactieadres: Kromhoutkazerne MPC 55A Postbus 90004 3509 AA Utrecht MDTN *06 560 81036 KPN 030 2181036 E-mail: redactielandmacht@mindef.nl Adreswijzigingen: Zie linkerkolom

10 12 16 18 20 30

| | | | | |

Bezuinigingen rubriek Atlanta Landmacht Infodagen - Visie C-LAS Landmacht Infodagen - DP&O Landmacht Infodagen - C-PTG1 Landmacht Infodagen - Jaaroverzicht Uruzgan gewonde ontmoet vrouwelijke lotgenoten

Voorpagina:

De Infodagen zijn de jaarlijkse herijking van de koers van de landmacht. Foto: kpl1 Joshua Laisina

4 5 8 32 34 36

| | | | | |

Voorwoord Korte berichten Gezien Personeelsberichten Photoshoot Waargenomen

Landmacht | Voorwoord

Landmacht | Korte berichten
Weer goud voor Geschikt/Ongeschikt Salarisbetalingen 2012
Met ingang van 1 januari 2012 wordt de papieren loonstrook niet meer verzonden. Na de maandelijkse salarisberekening ontvangt u een mail met de loonstrook als bijlage op uw werkmailadres. Desgewenst kan de digitale loonstrook ook naar uw privé e-mailadres worden verzonden. In Selfservice is een toepassing beschikbaar waar u kunt bepalen óf en naar welk e-mailadres de loonstrook moet worden verzonden (Startpagina werknemer > Persoonlijke gegevens > Persoonlijke instellingen > Correspondentie). Ook via de P&O Selfservice (Salaris, toelagen en vergoedingen > Mijn loonstrook) kunt u de meest recente loonstrook raadplegen. Datums In 2012 wordt het salaris op de volgende datums overgemaakt: Dinsdag 24 januari Vrijdag 24 februari Vrijdag 23 maart Dinsdag 24 april Donderdag 24 mei (incl. vakantiegeld) Vrijdag 22 juni Dinsdag 24 juli Vrijdag 24 augustus Maandag 24 september Woensdag 24 oktober Vrijdag 23 november (incl. eindejaarsuitkering) Vrijdag 21 december

Van Commandant Landstrijdkrachten

Schouder aan schouder
De afgelopen week heb ik met u gedeeld hoe de Koninklijke Landmacht erbij staat en waar we heen gaan. Dat laatste heb ik vastgelegd in mijn visie die u elders in de Landmacht kunt lezen. De bottom line is dat we in een storm zitten die voorlopig niet gaat liggen en die van ons allen alles zal vergen. Hierbij hoort ook dat niet iedereen kan blijven. Hierbij kies ik voor kwaliteit boven behoud, naast een goede begeleiding voor

diegenen die ons moeten verlaten. Kwaliteit omdat ons vak geen tweede plaatsen kent en kwaliteit om de Koninklijke Landmacht zo effectief mogelijk te laten werken. En ten slotte kwaliteit omdat de mens ons succes bepaalt. Hoewel technologie helpt, gaan conflicten immers tussen mensen en het zijn dus mensen die conflicten moeten oplossen. Geen vrede en vrijheid zonder boots on the ground. Op deze plaats wil ik u danken voor het meedenken met deze visie de afgelopen maanden en uw openheid tijdens de KL-infodagen. Het bracht bij mij nog weer eens het besef naar boven wat voor een mooie organisatie we zijn en ook moeten blijven. En als u het daar mee eens bent, een vakman bent, fysiek fit en flexibel van geest en werk, kunt u een pijler zijn voor deze toekomst! Ten slotte wens ik iedereen, al ons personeel en ons thuisfront, waar ook ter wereld, een fantastische Kerst en een vreedzaam en gelukkig nieuwjaar. Ik kijk er naar uit ook volgend jaar weer met u schouder aan schouder te kunnen werken aan onze kerntaak: Vechten voor Vrede en Vrijheid.

De wervingscampagne Geschikt/Ongeschikt van de Koninklijke Landmacht is weer in de prijzen gevallen. Stichting Jaarprijzen Personeelscommunicatie (SJP) beloonde deze campagne in de categorie Employer Branding met een gouden Magneet. De gouden Magneet vormt een mooie afsluiting voor de succesvolle Geschikt/Ongeschikt campagne, die in de afgelopen vijf jaar al vele prijzen heeft gewonnen. Een andere Magneet ging naar de advertentie ‘Playstation’ in de categorie Indoor en Outdoor. Vanaf volgend jaar worden de wervingskrachten gebundeld en komt het Dienstencentrum Werving & Selectie (DCWS) met een defensiebrede wervingscampagne. Daarin uiteraard veel ruimte voor de vier sterke ‘merken’ Koninklijke Landmacht, Koninklijke Marine, Koninklijke Luchtmacht en Koninklijke Marechaussee.

Doorverwijzing zorg militairen aangescherpt
Vanaf 1 januari 2012 hebben actief dienende militairen een verwijskaart nodig als zij naar een arts gaan die niet werkzaam is bij de Militair Geneeskundige Dienst (MGD). Luitenant-generaal Mart de Kruif Commandant Landstrijdkrachten Het blijkt dat militairen zich soms zonder tussenkomst van het Medisch Zorgteam (MZT) en zonder melding achteraf tot een civiele arts wenden. Dat is een ongewenste situatie, omdat daardoor onvoldoende zicht bestaat op de inzetbaarheid van deze militairen. De verwijskaart wordt verstrekt als de militair arts een doorverwijzing naar een civiele arts opstelt. In dit geval wordt ook een verwijsbrief verstrekt. Als voorafgaand aan de behandeling of het consult van de niet-MGD zorgaanbieder geen verwijskaart wordt getoond, moet die alsnog binnen zes weken bij de MZT aangevraagd worden en worden opgestuurd naar Univé. Wordt dit niet gedaan dan wordt gevraagd binnen twee weken alsnog de verwijskaart op te sturen. Van dat verzoek wordt de militaire arts op de hoogte gesteld. Overigens heeft deze maatregel geen gevolgen voor de omvang van de zorg. Die blijft hetzelfde. Voor vragen over de aanscherping van de uitvoering van het verwijsbeleid kunt u bellen met het DCHR: *06 733.

4 | Landmacht

Landmacht | 5

Landmacht | Korte berichten

Landmacht | Korte berichten
Nieuwe aanwijzing Social Media
Dankzij internet ligt de wereld voor iedereen open. Daarmee zijn alle Defensiemedewerkers, nog meer dan voorheen, ambassadeurs van de organisatie geworden. Internet biedt kansen te laten zien wat voor goed werk we doen, maar er zijn ook afbreukrisico’s, bijvoorbeeld als het gaat om privacy. De nieuwe aanwijzing Secretaris-generaal A/973 heeft speciale aandacht voor sociale media.

Vier brugleggers voor pantsergenie
De landmacht beschikt sinds vrijdag 4 november over vier Leguaan brugleggers. Brigadegeneraal Peter Engelhart van Defensie Materieel Organisatie (DMO) overhandigde op de Van Brederodekazerne in Vught de eerste van vier wielvoertuigen aan kolonel Hans van Griensven, commandant van het Opleiding- en Trainingcommando Genie. De Leguaan ‘wiel’ dient als interimoplossing totdat de brugleggende tanks definitief worden vervangen. Het vervangen daarvan is een traject dat al sinds 1997 loopt. Om diverse redenen kwam het nog niet tot een definitieve oplossing en recent is het nog tot na 2017 uitgesteld. In 2007 werden vier vijftien jaar oude Leguaan brugleggers van Noorwegen overgenomen. Na een update zijn deze nu klaar voor gebruik door de Nederlandse genie. 41 en 11 Pantsergeniebataljon krijgen beide twee Leguanen tot hun beschikking en zullen daarvoor evenzoveel brugleggende tanks afstoten. De geniebataljons beschikken dan ieder over twee brugleggende tanks en twee Leguanen. Kolonel Van Griensven roemt de voordelen die de Leguaan ten opzichte van de brugleggende tank heeft. “Denk aan verplaatsingssnelheid over de weg, minder schades aan die weg en een vriendelijkere uitstraling. Allemaal dingen die in een groot deel van onze operaties gunstig zijn, zoals bij nationale operaties of operaties laag in het geweldsspectrum.”

Conditieproef vanaf nu verplicht
Wat in 2009 begon als pilot is uitgemond in officieel beleid; de Defensie Conditie Proef. Iedere militair is nu verplicht deze proef elk jaar af te leggen. De bedoeling van de DCP is dat elke militair jaarlijks aantoont dat hij over voldoende basis fysieke fitheid beschikt, gerelateerd aan geslacht en leeftijd. De invoering is in 2009 gestart met een proefperiode waarin elke militair kon wennen aan de DCP. Hoewel nog niet alle militairen hebben voldaan aan de opdracht om de DCP minimaal eenmaal af te leggen, is besloten de proefperiode te beëindigen en over te gaan tot reguliere uitvoering. Dit betekent dat elke militair vanaf nu jaarlijks de DCP dient af te leggen. Er zijn voorlopig nog geen rechtspositionele consequenties verbonden aan het niet slagen voor de proef omdat dit eerst nog met de bonden moet worden afgestemd. De verwachting is dat dit volgend jaar gaat gebeuren.

Sociale media is de verzamelnaam voor alle internettoepassingen om informatie (tekst, geluid en beeld) direct met elkaar te delen. Denk aan Hyves, Facebook, Twitter, LinkedIn en YouTube. Mensen vinden het leuk te vertellen over hun werk bij Defensie, en dat is vooral erg goed. Eigenlijk kan het niet misgaan, zolang je maar alert bent op de inhoud en nadenkt over de informatie die je deelt. Zeg bijvoorbeeld niets over operationele inzet, want dat kan je missie, je collega’s en jezelf schaden. En respecteer de privacy van je collega’s. Vertel alleen over de eigen taken en werkomgeving en doe dat op een begrijpelijke manier, zonder vaktermen. Het onderscheid tussen werk en privé is vaak moeilijk te maken op internet. Let op dat je als privé persoon op internet zit, en dus niet namens Defensie. Maar je moet er rekening mee houden dat wat je op internet doet, van invloed kan zijn op je werkomgeving en op het imago van Defensie. Gebruik dus ook bij sociale media gewoon je gezonde verstand: • wees altijd eerlijk en consistent; • houd rekening met het imago van Defensie; • post niet over interne aangelegenheden, niet-vastgesteld beleid of geclassificeerde zaken;

Er is een beperkt aantal medewerkers dat, met toestemming van de Directie Communicatie van de Bestuursstaf, specifiek vanuit hun functie en dus namens Defensie sociale media mogen gebruiken. Overige gebruikers mogen dus ook geen gebruik maken van het rijkslogo of de beeldmerken van de krijgsmachtdelen, want dan wekken ze ten onrechte de indruk dat hun internetposts de officiële van Defensie zijn. De Aanwijzing SG A/973 is in zijn geheel terug te vinden op intranet, Officiële Defensiebrede Publicatie onder Publicaties. Deze Defensiespecifieke aanwijzing SG is een aanvulling op de rijksbrede “Uitgangspunten online communicatie rijksambtenaren”, die zijn ook terug te vinden op intranet, onder de publicaties van de Directie Communicatie van de Bestuursstaf. Tot slot: Sociale Media staan niet op zich. Ze zijn onderdeel van een groter geheel aan vormen van extern optreden. Binnenkort verschijnt ook een nieuwe Aanwijzing SG over dit onderwerp, waarin wordt aangegeven hoe Defensiemedewerkers het best om kunnen gaan met alle vormen van extern optreden.

Bertholee nieuw hoofd AIVD
Luitenant-generaal b.d. Rob Bertholee (56) is per 1 december de nieuwe directeur van de Algemene Inlichtingenen Veiligheidsdienst (AIVD). De ministerraad stemde half november in met het benoemingsvoorstel van minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eind oktober droeg generaal Bertholee zijn commando over. Per 1 december ginghij met leeftijdsontslag. Hij eindigde zijn Defensieloopbaan als Commandant Landstrijdkrachten, een functie die hij sinds maart 2008 vervulde. In de periode daarvoor was hij plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten, hiervoor was hij op 1 december 2006 bevorderd tot luitenant-generaal. Vanwege zijn grote verdiensten voor de krijgsmacht is Bertholee door koningin Beatrix benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau, met de Zwaarden. Bertholee volgt Gerard Bouman op, die in mei 2011 werd aangesteld als kwartiermaker nationale politie bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

• schaad niemands persoonlijke levenssfeer; • wees voorzichtig met wie je toelaat als contact, vriend of volger.

Straatnaam voor korporaal Strik
Korporaal Cor Strik, de eerste Nederlandse militair die door oorlogsgeweld omkwam tijdens de Uruzgan-missie in Afghanistan, krijgt een naar hem vernoemde straat in zijn woonplaats Amersfoort. De ouders van de in 2007 door een bermbom omgekomen korporaal Strik zijn blij met het idee van burgemeester Lucas Bolsius. De burgemeester overlegde met hen en met de voetbalclub waarvan Strik lid was over een passende manier om de militair te herdenken. Het toekomstige Cor Strikpad loopt langs de velden van de voetbalclub.

6 | Landmacht

Landmacht | 7

Landmacht | Gezien

Keihard

Twee sportinstructrices van de landmacht geven een demonstratie tijdens een van hun zelfverdedigingslessen voor vrouwelijke Burundese militairen, vorige maand. De lessen maakten deel uit van het Security Sector Reform-programma, dat de veiligheid en mensenrechtensituatie in het Centraal-Afrikaanse land moet verbeteren. Na de tienjarige burgeroorlog tussen Hutu’s en Tutsi’s, wordt in Burundi hard gewerkt om het land weer op de rails te krijgen. De Nederlandse training gaf de Afrikaanse vrouwen meer zelfvertrouwen. “De cultuur is hier keihard en ook militaire vrouwen worden in elkaar geslagen”, vertelt sportinstructrice sergeant-majoor Renate van der Hoek (links). “Schuchter kwamen de vrouwen op de eerste dag ons leslokaal binnen. Ze keken duidelijk de kat uit de boom. Gedurende de lesweek zagen we ze veranderen. Ze praatten steeds meer en tijdens de aanval en verdediging werden ze fanatieker. De gretigheid was van hun gezichten af te lezen.” Van der Hoek en haar collega, sergeant-1 Kim van Keulen, trainden alle 135 vrouwen van het Burundese leger.

8 | Landmacht

Landmacht | 9

Landmacht | bezuinigingen

Masterplan ATLANTA klaar voor uitvoering
Het masterplan ATLANTA is klaar. In het duimdikke document zijn alle reorganisaties binnen de landmacht op elkaar afgestemd. De uitvoering kan daarmee ‘beheerd en beheerst’ beginnen.

Eigen maatregelen
Commandant Landstrijdkrachten neemt behalve de besluiten uit de beleidsbrief zelf nog extra maatregelen om de landmacht effectiever, efficiënter, en gezonder te maken. Deze maatregelen komen voor een groot deel voort uit geleerde lessen bij de inzet in Afghanistan. Voor al deze maatregelen geldt dat ze geen extra functies kosten en dus VTE-neutraal kunnen worden uitgevoerd.

bouwen binnen de resterende ongeveer 18.500 functies. Vanwege zorgvuldigheid heeft dit enige tijd gekost. De vele maatregelen en kruisverbanden maakten het nodig om alle functies in detail te bekijken om te voorkomen dat dingen dubbel geteld zouden worden of over het hoofd gezien. Uit de optelsom bleek bovendien dat niet alles paste. Daarop zijn nieuwe aanvullende studies uitgevoerd en maatregelen genomen om alsnog tot de totale reductie te komen. In ATLANTA is de gehele reeks projectmandaten geformuleerd; de reorganisatie, oprichting en samenvoeging of opheffing van eenheden of functiegebieden. Aan de hand van die voornemens moesten betrokkenen en kenners in meer dan veertig afzonderlijke projecten (van materieel- en personeellogistiek via internationale samenwerking en operationele catering tot en met opleidingen en gezondheidszorg) aan de slag met het toekomstige gezicht van de landmacht. De projectteams bestudeerden afzonderlijk hoe er binnen hun werkveld kan worden gereorganiseerd en toch een operationeel, relevant en aantrekkelijke landmacht voor medewerkers overeind blijft. De verzameling van projectopdrachten met richtlijnen en randvoorwaarden, en vooral ook de broodnodige afstemming om de uitvoering daarvan in samenhang te laten verlopen: dat samen is het masterplan ATLANTA. Daarnaast zijn in ATLANTA ook de fasering, invulling van de medezeggenschap, risico’s, communicatie en wijze van besturing en beheersing uitgewerkt. Met zijn handtekening gaf luitenant-generaal Mart De Kruif het mandaat aan de projectmanagers om de reorganisaties uit te voeren.

geworden die, eenmaal in elkaar geschoven, de routekaart vormt naar de nieuwe landmacht. Voordat die organisatie er staat, moet de komende jaren echter nog veel gebeuren. De uitdaging zit hem nu in een gestructureerde uitvoering van alle maatregelen. Duidelijk is dat elke eenheid in de landmacht wel geraakt wordt. Behalve projecten die duidelijk over bepaalde eenheden gaan, zijn er ook functionele projecten die dwars door alle eenheden lopen. Zo gaat het project ‘Gezondheidszorg’ over alle geneeskundige elementen bij eenheden, van gezondheidscentra tot de afvoerploegen bij compagnieen, of het project ‘Personeelslogistiek’ dat gaat over de P&O capaciteit, maar ook de personeelszorgfuncties bij operationele eenheden. Het streven is om de veelheid aan projecten uiteindelijk zo soepel mogelijk te laten verlopen in zo weinig mogelijk reorganisatieprojecten. Bedoeling is per eenheid alle maatregelen bijeen te nemen in één reorganisatietraject. Bij elk beleidsvoornemen horen namelijk verschillende projecten. Bijvoorbeeld: de reorganisatie van de manoeuvre (pantserinfanteriebataljons en luchtmobiele infanteriebataljons) neemt maatregelen mee uit onder andere de projecten ‘Personeelslogistiek’, ‘Reduceren MRAT’ en ‘Gezondheidszorg’. Matthijssen: “Voor elk beleidsvoornemen stuurt een aangewezen projectmanager de uitvoering van de reorganisatie aan bij alle betrokken eenheden. Zo blijft er centrale regie en overzicht in de planning.” Vertrouwen In oktober is een conceptversie van ATLANTA al grondig getoetst en in grote lijnen goedgekeurd door de secretaris-generaal. “Dat toont aan dat de Bestuurstaf vertrouwen heeft dat de landmacht de reorganisatie goed gaat uitvoeren”, stelt kolonel Matthijssen. “Het is nu de uitdaging de reorganisatie zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Last gaan de eenheden er wel van krijgen, maar de bedoeling is dat zo veel mogelijk te beperken. We moeten er met z'n allen tegenaan. Iedereen is gebaat bij een stabiele toekomst voor de landmacht. Dat is ook de belangrijkste drijfveer voor ATLANTA.”

Met zijn handtekening onder het masterplan ATLANTA sloot de Commandant Landstrijdkrachten eind november een periode af van maandenlang denkwerk, gepuzzel en zware overwegingen voor vele collega's. Sinds het verschijnen van de beleidsbrief van minister Hans Hillen in april lag de bal bij de landmachtstaf. In zijn brief presenteerde de minister de reorganisatie van Defensie en de krijgsmachtdelen. Na het uitkomen van de beleidsbrief is in Den Haag gewerkt aan zogenaamde blauwdrukken waarin diverse onderwerpen op hoofdlijnen zijn uitgewerkt. Maar deze plannen waren veelal nog globaal. Taak voor de landmacht om de brief van Hillen om

te zetten naar concrete plannen voor onze organisatie. Vanaf april is gewerkt aan het masterplan ATLANTA. Pas met het uitkomen van de zogenoemde Startbrief in augustus is C-LAS verantwoordelijk gemaakt voor de uitvoering van alle reorganisaties binnen de landmacht. Toen waren alle besluiten genomen en de randvoorwaarden duidelijk. Vanaf dat moment kon het plan ATLANTA dus ook volledig worden afgerond. Een forse uitdaging die ruim drie maanden in beslag nam. De grootste uitdaging was de beantwoording van de vraag of we binnen de landmacht een toekomstbestendige organisatie kunnen

Omvang “De maatregelen zijn op zich geen hot news meer”, zegt kolonel Kees Matthijssen, hoofd Afdeling Integratie bij de landmachtstaf en een van de schrijvers van het masterplan. “Inmiddels zijn die in grote lijnen al wel even bekend. Maar de omvang van de totale reorganisatie is enorm groot. De samenhang tussen de projecten maakt het ontzettend complex. Die samenhang maakt van het masterplan een onmisbaar document.” ATLANTA is zodoende een immense en ingewikkelde legpuzzel

• MANOEUVRE - Omvorming van de stafcompagnie painfbats naar een D-cie, waarin verkennings-, MRAT- en mortiercapaciteit is opgenomen. - Bij deze compagnieën worden tegelijkertijd Fire Support Teams (FST) in de organisatie opgenomen. - Fennek MRAT-capaciteit wordt georganiseerd in 2 pels à 5 MRATs per bat in D-cie. Hierbij wordt ook de mortiercapaciteit 81 mm mede beschouwd. - STATcie Lumblbats: omvormen naar een D-cie met een verkenningspeloton en twee zware wapens pelotons. • GENIE Herinrichten van het gehele genie-veld: van 6 pagncien naar 4 pagncien; oprichten ODB-gp bij ststcie Pagnbats; opheffen 104 Constrcie; aanpassen 102 en 103 Constrcie; aanpassen 105 Brugcie. • VUURSTEUN - De nieuw te formeren Afdva zal bestaan uit 3 batterijen en samen met het

OTCvust een ‘vuursteuncommando’ (voorlopige werknaam) gaan vormen. - Het ‘vuursteuncommando’ wordt organisatorisch ingedeeld bij het OOCL. - De tradities van zowel het Korps Veldartillerie als het Korps Rijdende Artillerie worden in de nieuw op te richten Afdeling verankerd. • MATERIEELLOGISTIEK - C-Defensie Bedrijf Grondgebonden Systemen (DBGS) wordt ondercommandant rechtstreeks onder C-LAS (werknaam MatlogCo). - Hrstcien: de operationele (‘groene’) capaciteit komt als compagnie onder de brigades (Mech + LMB), de niet-operationele (‘blauwe’) capaciteit komt onder DBGS. • 1 CIMIC-bat wordt omgevormd naar een ‘Civil Effectsbat’, waarmee de taakstelling verbreed wordt en beter aansluit op de praktijk van hedendaagse operaties. • De taak Special Operations Task Group (SOTG) wordt geborgd in het gereedstellingsmodel van de landmacht .

• 13 Mechbrig voert een pilot uit voor de pooling van operationele wielvoertuigen.In de toekomst zullen alle voertuigen gepoold gaan worden, behalve crewserved weaponsystems. • Het gemotoriseerde optreden wordt structureel geborgd in het gereedstellingsplan (SJP). De Bushmaster wordt ingebed bij 11 LMB en is primair voor deze brigade, maar kan ook aan andere eenheden worden toebedeeld bij voorbereidingen voor inzet (bijv. voor de GPM aan de Mechbrigs of Mariniers). • Het aantal Natresbats gaat terug van 5 naar 3, onder instandhouden van dezelfde capaciteit. • Alle geneeskundige role 1 en afvoercapaciteit wordt geconcentreerd per brigade in de brig gnkcie. • De Manpad stingercapaciteit, inclusief WALS-radar, wordt ondergebracht bij DGLC.

• Als dit mogelijk is binnen de numerus fixus, wordt de leiding van painfpels versterkt. Daarmee wordt de kaderbezetting van het uitgestegen deel vergelijkbaar met een luchtmobiel infanteriepeloton en beschikt het peloton tevens over onderofficieren voertuigcommandant. Of deze maatregel doorgevoerd kan worden is afhankelijk van de ruimte binnen de numerus fixus. C-LAS kan pas hierover besluiten als dit volledig duidelijk is. • De Staf OndersteuningsGroep CLAS (OGCLAS) wordt opgeheven. De diverse onderliggende eenheden worden elders ondergebracht. • BESTUUR - De Staf van het Commando Landstrijdkrachten gaat van vier directies naar drie directies: Directie Training & Operaties, Directie Materieel & Diensten, Directie Personeel & Bedrijfsvoering. Er komen twee separate entiteiten voor Control en Director of Staff/Planintegratie (DOS/PLINT).

10 | Landmacht

Landmacht | 11

Landmacht | Infodagen
Commandant Landstrijdkrachten:

‘Vechten voor vrede en vrijheid’
“Wie heeft er nog vertrouwen in de toekomst?” luidde de openingsvraag van de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif, tijdens de Landmacht Informatiedagen op zeven verschillende locaties. Nog niet de helft stak zijn hand omhoog. “Ik ga mijn verhaal niet mooier maken dan het is, maar ik vertel u wel wat ik denk dat we moeten doen.”

FOTO’S: Bart Nijs Fotografie, Josua Laisina / AVDD

Bijpraten
De Landmacht Informatiedagen bieden de Commandant Landstrijdkrachten de mogelijkheid om leidinggevenden en staffunctionarissen bij te praten over de stand van zaken binnen de Koninklijke Landmacht en over de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen die invloed hebben op de organisatie. Van 22 tot en met 24 november sprak C-LAS collega’s toe in Oirschot, Bergen Hohne, Schaarsbergen, Breda, Wezep en Ermelo.

KAPITEIN PATRICK DE VOS, HOOFD BUREAU STAFONDERSTEUNING STAF 11 LMBLBRIG “Ik heb nog steeds vertrouwen in de toekomst van de landmacht. Het was zeker geen vrolijk verhaal en voor het individu is er nog veel onzeker, maar dat C-LAS wil blijven investeren in ‘boots on the ground’ is voor de infanterie een positieve ontwikkeling. Het is goed om dat zelf van de hoogste baas te horen. Dat betekent niet dat wij nu ‘veilig’ zijn. Er moeten nog steeds mensen weg. Het enige voordeel is dat de bezuinigingen dwingen tot een échte visie. Een visie die heel concreet is: voortaan gaat kwaliteit boven alles. Ik ben benieuwd hoe dat in de praktijk uitpakt.”

12 | Landmacht

Landmacht | 13

Landmacht | Infodagen

‘Wij gaan voor honderd procent, een tweede plaats bestaat niet in conflicten’
Visie Vechten voor Vrede en Vrijheid
succes is de wil om te winnen. Wij gaan door waar anderen moeten stoppen. Wij dienen Nederland en zijn integer, behulpzaam en moedig, maar als het moet ook hard en onstuitbaar. Wij kunnen incasseren zonder ons uit het veld te laten slaan en stellen het team boven ons zelf. Wij zijn professioneel en stralen dat naar buiten toe uit, ook buiten de dienst. Wij putten kracht uit onze verbondenheid met de collega’s van Defensie en met onze internationale partners. Wij eren onze gesneuvelden, zorgen voor onze gewonden en steunen onze veteranen. Conflicten worden beslist op het land, daar staan wij tussen de mensen en kijken ze in de ogen. Wij kunnen iedere vijand aan, of hij nu gepantserd is en in formaties optreedt of bijna onzichtbaar. Op afstand en dichtbij. Zo veilig mogelijk, maar kwetsbaar als het moet. Wij verplaatsen door en opereren vanaf lucht, zee en land. Te voet of met snelle, hoogwaardige, goed beschermde voertuigen met superieure vuurkracht. Wij zijn goed getraind, wij hebben betrouwbare en inspirerende leiders en inzetbaar materieel. Onze organisatie is daarop ingericht en wij kunnen dat: Vechten voor Vrede en Vrijheid.

“Niet gesloten wegens verbouwing, maar geopend voor vernieuwing”
De Koninklijke Landmacht vecht voor vrede en veiligheid. Wij vechten omdat wij (met de collega’s van de krijgsmacht) de enigen zijn die dat kunnen als het moet. Dit doen we om Nederland, zijn mensen en zijn belangen te dienen en te beschermen. Wij zijn schild en slagzwaard! Wij strijden voor vrijheid en rechtvaardigheid in de wereld. Wij beschermen de zwakken, helpen waar mogelijk en bouwen waar anderen daar nog niet klaar voor zijn. Dat doen wij overal in de wereld: in steden, bergen, bossen en woestijnen. Samen met anderen, voor en met de mensen die we beschermen. Ook in Nederland beschermen we dagelijks onze burgers met nationale inzet. Onze mensen zijn de kracht van de landmacht. De basis voor ons

“Hoe je het ook draait of keert, we moeten als landmacht bezuinigen en er moeten mensen weg. Dan kies ik voor kwaliteit boven behoud.” Stevige taal van de Commandant Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Mart de Kruif. Ondanks de bezuinigingen bezweert De Kruif dat er een toekomst is voor de KL. “Uiteindelijk moet er een landmacht staan die er nog steeds toe doet en als KL moeten we zorgen dat wij klaar zijn voor een conflict.” Een goed moment voor een nieuwe visie voor de landmacht, aldus De Kruif. "De landmacht heeft zich altijd adequaat aangepast aan de veranderende situatie in de wereld. Ook de huidige bezuinigingsmaatregelen hebben veel invloed op onze organisatie en werkwijze. Als we in Afghanistan in een TIC kwamen, gingen we de volgende dag ook gewoon weer de poort uit. We moeten ook nu dus doorgaan met het uitvoeren van onze taken.” Deze veranderingen vragen om een nieuwe visie. “De kern van mijn

visie is terug naar de basis van ons werk en dat is vechten als het moet. Dat is onze kerntaak en dat maakt ons uniek. En omdat we kunnen vechten en de kennis hebben, kunnen we ook opbouwen en nationale operaties uitvoeren.” Richting De visie geeft de richting aan waar we als landmacht naartoe willen. Hij is voor de komende vier jaar, waarin de organisatie flink wordt gereorganiseerd maar wel volwaardig operationeel moet blijven. Het is richtinggevend voor eenheden, maar zeker ook voor individuele militairen. "Onze mensen vormen de kracht van ons optreden. Techniek is slechts een enabler. Wij hebben de boots on the ground en kijken de mensen in de ogen. Je kunt geen vrede stichten zonder tussen de strijdende partijen te lopen.” C-LAS schreef de visie niet uit het niets. Hij liet zich uitvoerig

bijpraten en inspireren door vele mensen binnen en buiten de landmacht, waaronder de 'denktank' Jong Landmacht en diverse reservisten. Hoe komen we daar? Voor het personeel gaat kwaliteit boven behoud. “Ik wil goed en gemotiveerd personeel dat in de organisatie wil blijven. Er wordt veel van u verwacht de komende tijd. Daarnaast bent u een vakman die fit is en aan de fysieke eisen voldoet. Commandanten selecteren op kwaliteit, maar als alles klopt, kies ik voor jong.” Ook in de organisatie, opleiding en training en op het gebied van materieel zijn er een flink aantal doelen voor de komende jaren. Zo wil hij bijvoorbeeld zo min mogelijk staf en zoveel mogelijk boots on the ground door eenheden slimmer onder te brengen, wil hij meer oefen-mandagen op niveau 1 t/m 3 en meer trainen op compagnie/ bataljon- en brigadeniveau. Er komen D-compagnieën en zware

wapencompagnieën bij de infanteriebataljons en C-LAS onderzoekt het potentieel aan reservisten en het intensiveren van internationale samenwerking. Maar hij verwacht meer van zijn mensen. “Praat niet meer over 'licht en zwaar'. Achter iedere eenheid hangen 1100 containers en 'zwaar' doet buiten Defensie denken aan de Koude Oorlog. Beide eenheden zijn net zo expeditionair. Het verschil zit in ‘licht beschermd’ en ‘goed beschermd’. Ook praten we niet meer over brigadestaven, maar over brigadehoofdkwartieren. Een staf is voor vredestijd, een hoofdkwartier geeft aan dat het een essentiële kwaliteit is in het tactisch en strategisch optreden. Daarbij komt veertig procent van de landmachters ooit te werken op een internationaal hoofdkwartier, net zoals de politietrainingsgroep ook wordt geleid door mensen uit een brigadehoofdkwartier. En gebruik de naam Koninklijke Landmacht in plaats van het CLAS.”

ADJUDANT ERIK DIBBELINK, SECTIE 4, 11 INFBAT “Veel ontwikkelingen waren al bekend. Ik heb dus weinig nieuws gehoord. De visie zelf vond ik erg helder. De generaal kan het overtuigend brengen. Al blijft het teleurstellend dat we nog steeds niet weten in welke functies er wordt gesneden. Natuurlijk is er na 2016 nog een landmacht. Mijn zorg is wel dat we goede collega’s gaan kwijtraken. De boodschap van C-LAS was ‘kwaliteit gaat boven behoud.’ Dat vind ik een goed uitgangspunt, maar hoe meet je dat in de praktijk? En we moeten wel de middelen hebben om die kwaliteit te kunnen leveren. Personeelzorg op maat is in mijn ogen nog ver te zoeken. Ik zou graag positiever zijn, maar voorlopig houdt de reorganisatie mij in de greep.”

KORPORAAL-1 JARNO NIJHUIS, SECTIE 3, 11 INFBAT “Ik heb er een gemengd gevoel bij. Het verhaal was overtuigend, maar de boodschap niet leuk. Ik heb veel vertrouwen in de nieuwe C-LAS. Hij vertelt wat hij weet en schat de infanterie op juiste waarde. Ik ben blij dat deze generaal ons door de komende tijd gaat loodsen. Tussen de regels door kon ik opmaken dat hard werken, eindelijk wordt beloond. Dat is een motivatie voor velen. Ik ben positief over de toekomst van de landmacht. In de wandelgangen wordt gesproken over een zinkend schip. Dat is de KL in mijn ogen zeker niet! Er zijn nog genoeg taken die de KL wel kan, daarom moet je af en toe het glas half vol zien in plaats van half leeg.”

14 | Landmacht

Landmacht | 15

Landmacht | Infodagen

ontwikkelmogelijkheden voor personeel. Maar om de organisatie te ‘verjongen’ en ‘trek in de schoorsteen’ te houden, zal er bevorderingsen doorstroomruimte moeten blijven om personeel perspectief te blijven bieden. Om een aantrekkelijk werkgever te blijven is de keuze gevallen op het carrièremodel, met andere woorden: C-LAS stelt kwaliteit voor behoud.” Niet voldoende De landmacht moet een aantal defensiebrede maatregelen uitvoeren, zoals de externe vacaturestop voor burgerpersoneel, het niet toestaan van nadienen, niet verlengen op functie en het beperken van de doorstroom naar uitloopofficier en stafadjudant. Dat is voor de landmacht niet voldoende om in 2016 adequaat te kunnen zijn gevuld en het daarna te kunnen blijven. DP&O presenteert daarom aanvullende maatregelen, voor burgers en militairen. Deze maatregelen zijn opgesteld met de kennis van nu en richtinggevend gedurende de transitieperiode, of totdat het personeelsbestand voor de nieuwe landmacht staat.

Directeur P&O:

‘Trek in de schoorsteen van de landmacht’
“Geen zekerheid, wel meer duidelijkheid”. Dat is wat brigadegeneraal Marius van Zeijts, directeur Personeel & Organisatie, kon bieden tijdens de Landmacht Infodagen.
Méér duidelijkheid, in elk geval meer dan een paar maanden geleden. De reorganisatie bij de landmacht zal nog wel een tijdje voor vraagtekens zorgen bij alle landmachtmedewerkers. Het antwoord op de vraag 'wat betekent dat voor mij?', is onder meer afhankelijk van ieders eigen kennis, ervaring, ambitie en doelstellingen. Het is inmiddels duidelijk dat de landmachtorganisatie de komende jaren flink kleiner wordt en de mogelijkheden om buiten het krijgsmachtdeel functies te vervullen zullen afnemen. De aard en omvang van het personeelsbestand, zowel burgermedewerkers alsook militairen, stemt de landmacht af op de veranderde behoefte. Bekend is, dat hoe dan ook overtolligheid gaat ontstaan onder burgerpersoneel, bij adjudanten, uitloopofficieren en luitenant-kolonels. Ook andere landmachtmedewerkers gaan de reorganisatie voelen, weet Van Zeijts. “De Commandant Landstrijdkrachten had de keuze uit het behoudmodel en het carrièremodel. Het eerste model zet in op maximaal behoud, maar beperkt de in- en doorstroom en

‘De landmacht wordt kleiner maar blijft een aantrekkelijk werkgever’
“Uitgangspunt daarbij is dat de operationele eenheden straks weer honderd procent zijn gevuld”, stelt generaal Van Zeijts vast. “Zodra we klaar zijn met reorganiseren, moet er een gezonde organisatie staan waarmee we probleemloos kunnen overgaan op de situatie na 2016. Andere uitgangspunten zijn: gegarandeerde startfuncties voor opgeleide collega’s, een beheerste afbouw van het personeelsbestand, balans tussen in-, door- en uitstroom en maatwerk om schaarse kwaliteiten te behouden.” Knelpunten De interne vacaturestop voor burgerpersoneel eindigt, maar er ontstaat onder burgerpersoneel hoe dan ook overtolligheid. De landmacht stelt aan de Hoofddirectie Personeel (HDP) voor om burgerpersoneel dat in een schaal of functiegroep acteert waar sprake is van kwantitatieve

overtolligheid, of dat een militaire functie vervult, aan te merken als knelpuntcategorie. De landmacht “stelt voor”, omdat de HDP over dit onderwerp overlegt met de Centrales voor Overheidspersoneel en alleen de minister knelpuntcategorieën vaststelt. Daarnaast wordt neergeschut functioneren, wat bovenmatig budget kost, aangepakt. Voor manschappen geldt dat de instroom wordt aangepast aan de nieuwe organisatie en dat de doorstroom naar andere categorieën tijdelijk wordt beperkt. Ook voor onderofficieren wordt de instroom aangepast en de doorstroom naar officier beperkt. Toch blijft het voor uitstekend functionerende ambitieuze manschappen en onderofficieren mogelijk om respectievelijk onderofficier of officier te worden zij het vooralsnog zeer beperkt. Nog nader te definiëren groepen adjudanten zullen als knelpuntcategorie worden aangemerkt. Dat geldt niet voor stafadjudanten en (schaars) technisch en zorgverlenend personeel in diezelfde rang. Ook voor officieren wordt het instroommodel aangepast: het zwaartepunt komt meer, dan tot nu toe het geval was, te liggen op ‘het lange model’. De landmacht stelt aan de HDP voor om uitloopofficieren en (niet gebrevetteerde) luitenant-kolonels als knelpuntcategorie aan te merken. Voor iedereen gaan vervolgens reguliere processen, zoals het functietoewijzingsproces, werken. “Iedereen krijgt daarbinnen dezelfde kansen en dezelfde behandeling”, stelt generaal Van Zeijts. Om invulling te geven aan “kwaliteit voor behoud” en het “bieden van perspectief” verwijdert de organisatie schotten in het selectieproces. Aantoonbare kennis en ervaring gaan de uitkomst van de selectie bepalen, meer dan de huidige rang of looptijd in rang. Er ontstaan dus meer mogelijkheden om mee te opteren naar functies in de naast hogere rang, maar realiteitszin blijft onverkort noodzakelijk. Bij het niet tijdig verkrijgen van een functie dreigt immers ontslag als gevolg van overtolligheid. Aan eenieder de boodschap om in elk geval zaken goed voor elkaar te hebben en je te onderscheiden.” Draaiknoppen “De bezuinigingsslag wordt ons opgelegd,” besluit Van Zeijts, “daar kunnen we niet omheen”. Om die slag te maken en in 2016 een betaalbare, sterke en gezonde organisatie neer te zetten, zijn regelknoppen nodig. “De door ons genomen maatregelen vormen die regelknoppen. De maatregelen die we nu nemen, zijn gericht op de toekomst. Een toekomst die we met vertrouwen tegemoet zien.”

KAPITEIN JAAP BOT, CC 17 PANTSERINFANTERIEBATALJON “Ik vond dat de C-LAS een duidelijk en concreet verhaal had. Nu is het een kwestie van afwachten hoe zijn plannen in de praktijk zullen uitpakken. Ik ben het met hem eens dat we voor kwaliteit moeten gaan. Maar dan moeten we wel de middelen hebben om die kwaliteit te kunnen leveren. In ons vak telt de tweede plaats niet, en daarom moeten we wel de middelen krijgen om ons huidige niveau vast te houden en mogelijk nog beter te worden. Waar ik mij als compagniescommandant infanterie zorgen om maak is het feit dat de manschapfuncties momenteel voor vijftig procent gevuld zijn en er nauwelijks nieuwe mensen binnenkomen. Ik ben positief over de toekomst van de KL, maar wel benieuwd wat er nog meer aan bezuinigingen op ons af komt.”

EERSTE LUITENANT REMCO HEREIJGERS, PLV PC 13 HERSTELCOMPAGNIE “Het verhaal van de generaal was interessant. Het is sowieso leuk om te horen wat de visie is van de hoogste generaal van de KL. Je kent de visie van je eigen commandant natuurlijk, maar nu hoor je het van de generaal zelf. Door dit soort dagen weet je wat de vangrails zijn van C-LAS waarbinnen je zelf werkt. Inhoudelijk vond ik zijn verhaal erg overtuigend. Het is goed om te horen dat hij kiest voor kwaliteit in plaats van behoud. Ik zie de noodzaak van bepaalde bezuinigingen in en kan me vinden in de beslissingen die C-LAS heeft genomen voor de komende periode.”

16 | Landmacht

Landmacht | 17

Landmacht | Infodagen

“Het uitvoerende militaire werk in Kunduz is makkelijker dan in Uruzgan, maar de materie is voor de meeste militairen nieuw’, begint Smits. ‘We zijn er niet alleen voor het opleiden van agenten. Nederland is ook betrokken bij het ontwikkelen van de hele justitiële keten: van de basisopleiding van de agent tot en met de berechting van een verdachte. De marechaussee heeft deze expertise in huis, maar voor ons was het zeker wennen.” Politieagenten, marechaussees, militaire trainers en begeleiders, diplomaten en ontwikkelingswerkers: allemaal dragen ze bij aan de geïntegreerde politiemissie in de Noord-Afghaanse provincie. De missie moet ervoor zorgen dat het politie- en justitieapparaat van de provincie verbetert. Een belangrijk speerpunt daarbij is het vertrouwen onder de burgers in de politie en justitie te vergroten. Voorzichtig Inmiddels zijn zo’n 280 agenten geregistreerd, is de basisopleiding versneld naar acht weken uitgebreid, zijn de eerste vrouwelijke agenten gecertificeerd en is een belangrijke veilige trainingslocatie opgeknapt en in gebruik genomen. Het zijn kleine mijlpalen, maar in het licht van de complexiteit van de missie een succes te noemen voor de eerste Police Training Group (PTG) vindt Smits. “We hebben meer bereikt dan verwacht. Als je bedenkt dat bij de diploma-uitreiking van de eerste vrouwelijke agenten, de mannen in rijen stonden opgesteld, dan geeft dat een goed gevoel. Vrouwen vervullen nog lang geen volwaardige politietaak en we moeten het heel voorzichtig aanpakken, maar het is een begin.” De Initial Police Training Course, de basisopleiding, wordt gegeven op het trainingscentrum van de Duitsers, die lead nation zijn in de provincie. Marechaussees geven daar theorielessen aan de Afghaanse politierekruten en agenten van de Afghan Uniformed Police (AUP), want een deel van de politieagenten heeft nooit een politieopleiding genoten. De agenten krijgen les in onder meer fouilleren en het correct omgaan met burgers. Maar ook lezen en schrijven komen aan bod. Vervolgens wordt door de Police Mentoring and Liaison Teams (POMLT’s) buiten de poort gekeken hoe deze onderdelen in de praktijk worden toegepast. Dat Nederland breed heeft ingezet, werpt zijn vruchten af weet Smits.

“De basis- en vervolgopleiding draaien inmiddels zo goed dat de Nederlandse aanpak breder in de provincie wordt uitgerold.” Eisenpakket Dat was bij de start wel anders. De missie kwam langzaam op gang en verliep soms stroef. Door vertraging in de logistieke lijn kwam niet al het materieel compleet aan. Frustrerend voor met name de boordschutters en de chauffeurs, meent de kolonel. “Uiteindelijk hebben we voertuigen van de coalitietroepen geleend, waardoor onze mensen toch met het werk konden starten. De vertraging viel daardoor mee. De militaire samenwerking is over de hele linie genomen trouwens echt een schoolvoorbeeld.” Ook kreeg Smits bij aanvang van de missie een behoorlijk eisenpakket mee. “Ja er waren restricties, maar die heeft elk land. Als militair voer je gewoon de opdracht uit zoals je die hebt ontvangen. Intern heeft het ons vooral tijd gekost om onze coalitiepartners uit te leggen wat we kwamen doen en om de juiste afstemming te vinden. Er zijn zoveel departementen en partijen bij betrokken, dat je als commandant PTG vooral bezig bent met de diplomatieke en politieke kant van de missie.” Vergrootglas Het is nu aan zijn opvolger kolonel Nico van der Zee om de opleidingen uit te breiden. Volgend jaar gaat de capaciteit van het opleidingscentrum omhoog van 120 naar ruim 500 plaatsen. Hoewel ISAF momenteel prioriteit geeft aan het opleiden van de grenspolitie en de opkomst voor de basisopleiding daardoor kleiner is dan gepland, ligt er genoeg werk in Kunduz, zegt Smits. “De vraag is of we vanuit de politiek de kans krijgen om behalve ‘gewone’ agenten ook andere disciplines van de politie te mogen gaan opleiden. Hoe het ook zij, voorlopig blijft de geïntegreerde politiemissie nog wel onder een vergrootglas liggen.” Kunduz leert ons dat de landmacht elk soort missie aan kan, besluit Smits. Binnen PTG-1 had veertig procent Uruzgan ervaring. Die mindset zat er gewoon in. Natuurlijk doet de infanterist het liefst waar hij voor is opgeleid, maar ik heb met eigen ogen gezien dat iedereen flexibel met zijn taken omgaat als het moet. Een mooi voorbeeld is de EOD’er die de Afghaanse EOD les geeft en de genist die in plaats van te searchen nu lesgebouwen opknapt, vertelt Smits. “Het is even schakelen, maar uiteindelijk levert iedereen zijn bijdrage wel.”

Kunduz in de praktijk:

‘Het is even schakelen’
Ondanks alle donkere bezuinigingswolken, gaan de missies van de landmacht gewoon door. Zoals de bijdrage aan de missie in Kunduz. Kolonel Ron Smits, de eerste commandant van deze politietrainingsmissie, praatte het publiek van de Landmacht Infodagen bij met de eerste ervaringen. “De missie is minder militair dan Uruzgan was, daar moet de landmacht weer aan wennen.”

MARIJKE HARMSEN, COMMUNICATIE-ADVISEUR, 13 MECHBRIG / RMC ZUID “Vorig jaar was het motto van de infodagen ‘Vertrouwen in de toekomst’. Dit jaar vroeg de nieuwe C-LAS wie er nog vertrouwen heeft in de landmacht. Maar enkele handen gingen omhoog. Een betoog over hoe de landmacht er uiteindelijk uit zal gaan zien in 2016 volgde. Maar nu staan we aan de vooravond van een grote bezuinigingsoperatie welke gepaard gaat met een omvangrijke personeelreductie – voor zowel burgers als militairen – en had ik als burgermedewerker van onze hoogste baas binnen de landmacht, toch meer nieuwe info verwacht. De gegeven informatie over dit onderwerp was voor een heel groot gedeelte afgestemd op de militairen en niet op het burgerpersoneel.”

RITMEESTER DANIËL YPMA, SECTIE G3, 43 MECHBRIG “Toen de generaal aan het begin vroeg wie er nog vertrouwen had in de toekomst van de KL, stak ik mijn hand niet op. Na het aanhoren van zijn visie, heb ik mijn mening bijgesteld. Ik waardeer het dat De Kruif vindt dat we ons niet altijd achter regelgevingen moeten verschuilen. Zeker waar het om individuele zaken gaat. Toch blijft de situatie lastig. Als tanker is het goed om te horen dat De Kruif de kennis over tanks binnen de landmacht niet kwijt wil raken. Ik zie dus de wil om het voor elkaar te krijgen. Of het gaat lukken is een tweede, maar ook al behalen we ‘slechts’ tachtig procent van die doelen, dan zijn we al een heel eind.”

18 | Landmacht

Landmacht | 19

Landmacht | Infodagen | Jaaroverzicht
Diverse landmachteenheden werden in januari ingezet in de door hoog water geteisterde provincie Limburg. Viertonners reden op verschillende locaties af en aan om mensen te evacueren, reservisten boden welkome hand- en spandiensten. Een nieuw gebied, een nieuwe missie. De landmacht doet sinds dit jaar mee aan de politietrainingsmissie in Kunduz. Samen met collega's van de marechaussee gingen de eerste landmachters begin juli naar de Noord-Afghaanse provincie voor de Police Training Group (PTG) 1. De kwartiermakers van het OOCL gingen voor ze uit.

Achttien genisten van 11 Pantsergeniebataljon zochten begin maart mee naar een vermiste vrouw in het Mallebos bij Spijkenisse. De landmachtmilitairen ondersteunden het politieonderzoek met specialistische kennis. Dit zogenoemde Engineer Advanced Reconnaisanceand Search (EARS) peloton bekeek met grondradar de grond op oneffenheden en verzamelde forensisch bewijsmateriaal.

30 Nationale Reservebataljon was begin juli de eerste reserve-eenheid onder een operationele eenheid (13 Mechbrig). De regie over militaire steun aan civiele autoriteiten is sinds juli belegd bij de brigades. In hun regio hebben zij daarmee ëde brugfunctie naar de maatschappijí gekregen.

Commandant der Strijdkrachten generaal Peter van Uhm nam in maart de Geuzenpenning in ontvangst. De krijgsmacht kreeg de onderscheiding voor het bevorderen van Development, Diplomacy and Defense tijdens diverse vredesmissies.

De beleidsbrief van minister Hillen sloeg begin april ook bij de landmacht in als een bom. De rest van het jaar stond bij alle medewerkers in het teken van bezuinigen - en bij sommige eenheden (zoals bij tankbataljons) zelfs van een pijnlijk afscheid.

Militairen van 42 Pantserinfanteriebataljon assisteerden half mei bij het beoefenen van het rampenplan op Bonaire. De militairen van de landmachtcompagnie, de ingeroteerde eenheid in de West, assisteerden het medisch personeel en de politie bij het behandelen van slachtoffers, wegdragen van gewonden en het afzetten van het terrein.

Een team van 101 CIS-bataljon (communicatie en informatiesystemen) nam in juli in Gambia deel aan de jaarlijkse, internationale oefening African Endeavour. Doel van de oefening was het verbeteren van de uitwisseling tussen de communicatie- en informatiesystemen van de 36 deelnemende Afrikaanse landen. De negen Nederlanders, een mix van officieren, sergeanten en ervaren korporaals hielpen bij het koppelen van de systemen, assisteerden bij de oefenscenario's en fungeerden als instructeurs.

Aan de megaoefening Falcon Autumn, met een Air Assault-optreden rondom het TT-circuit als hoogtepunt, deden in oktober diverse landmachteenheden mee. Vele bewoners van het grote, civiele oefenterrein (Oost- en Noord-Nederland) kwamen een kijkje nemen.

De landmacht heeft een nieuwe commandant. Tijdens een ceremonie in 't Harde droeg luitenant-generaal Rob Bertholee eind oktober het commando over aan luitenant-generaal Mart de Kruif.

EERSTE LUITENANT HARM JAN KROON, HOOFD SECTIE 6, 101 CISBAT “Wat op dit moment de consequenties zijn voor de enkele man is nog niet te zeggen. De verschillende reorganisaties van eenheden lopen of moeten nog beginnen. De wijze waarop de reducties door de KL aangelopen gaan worden is nu wel bekend en daarmee is toch iets meer duidelijkheid. Door het motto ‘kwaliteit boven behoud’ word je nog meer verantwoordelijk voor je eigen toekomst. Je moet het beste uit jezelf halen om een zo goed mogelijke ‘concurrentiepositie’ te creëren. Hiermee kan inzet op een goede manier worden beloond. De beperking van doorstroom mogelijkheden had ik liever anders gezien. Het vooruitzicht van een mogelijke toekomst als onderofficier is bij veel manschappen toch een motiverende factor.”

ADJUDANT GER THIJSSEN, STAFADJUDANT 11 PAGNBAT “Als mensen na het aanhoren van de visie van C-LAS nog geen beeld hebben van de toekomst, dan moeten ze echt in de spiegel kijken. Het doel is dat we in 2016 weer een gezonde organisatie zijn. Dat het pijn kan gaan doen, daar draait de generaal niet omheen. Toch is de boodschap positief overgekomen. ‘Boots on the ground’, daar gaat de generaal voor. Als mijn plek straks wordt opgevuld door iemand die beter is dan ik, dan begrijp ik dat. Zoals iedereen moet doen met een ‘groen hart’. De juiste man zal op deze manier op de juiste plaats terecht komen, daar heb ik vertrouwen in.”

20 | Landmacht

Landmacht | 21

Een opvallend rood bordje wijst de weg naar de laatste aanwinst van het Artillerie Schietkamp: Gevechtsbaan 23. Deze baan is echter niet bedoeld voor grote jongens als de pantserhouwitser of het mortier, maar voor de klein kaliber wapens (KKW). De schutters kunnen zich hier uitleven in een even fraaie als natuurlijke omgeving. “Al langer leefde bij eenheden de wens om ook in Nederland met klein kaliber wapens te kunnen schieten met vuur en beweging in meerdere scenario’s”, zegt kapitein Henk Kemp, hoofd bureau schietveiligheid. “De tot nu toe beschikbare banen, tot een afstand van driehonderd meter met klapschijven, zijn prima geschikt voor statische oefeningen voor alle KKW-schutters, maar voor de niveaus 2 en 3 (groep en peloton, red.) wordt een ander soort baan gevraagd. Een gevechtsbaan dus.” De gevechtsbaan is op verzoek van het Schietinstructie & Controle Team (SICT) ingericht om de stap van de vlakke schietbaan voor niveau 1 schietoefeningen en de ‘echte’ gevechtsbanen op het ISK en in Duitsland kleiner te maken. Kemp: “Gevechtsbaan 23 is geschikt voor groepsoptreden met gebruik van Diemaco/Colt en Minimi, met opklappende schijven in een variabel scenario.” Uitdaging Na een uitgebreide inventarisatie wat zoal aan banen voorhanden is, gingen de medewerkers van het ASK zelf aan de slag. Met maximale inzet van personeel van 11 Pantsergeniecompagnie, SICT en de steun van de Dienst Vastgoed Defensie heeft Bureau Schietveiligheid nu een tweede gevechtsbaan voor KKW gerealiseerd. Veiligheid stond daarbij vanzelfsprekend voorop. Kemp: “De A28 en een camping liggen vlakbij en we willen natuurlijk niet dat verdwaalde kogels schade aanrichten. De baan is uitdagend, maar tegelijkertijd veilig. Het is nu eenmaal geen cowboybaan.” In deze tijd van bezuinigingen is een uitbreiding van faciliteiten niet vanzelfsprekend. “De gevechtsbaan is dan ook kostenneutraal aangelegd”, meldt Kemp trots. “Het onderhoud vindt in eigen beheer

door personeel van het ASK plaats.” Dat betekent weliswaar een extra belasting voor de ASK-medewerkers, maar dat hebben ze er graag voor over. “Het geeft extra werk, maar we redden het. Ik bespeur een hoop enthousiasme bij onze mensen om er de schouders onder te zetten en dan lukt het ook. Kijk, we blijven natuurlijk in de eerste plaats een vuursteunbaan, dat heeft hier toch de prioriteit. Maar we zien dit als extraatje, waarmee we hopelijk veel eenheden blij kunnen maken.” Trainingswaarde Gevechtsbaan 23 is een ander type baan dan de troepen op het Infanterie Schietkamp of in Duitsland tegenkomen. Kemp: “Deze baan is niet gecultiveerd, ligt prachtig in het terrein en vormt met de greppels, heidestruiken en bomen een fraaie uitdaging voor bewegend militair optreden. De opklapschijven staan verspreid en niet altijd even makkelijk zichtbaar in een natuurlijke omgeving. Zowel de individuele militair als de groepscommandant kunnen hier dus trainingswaarde uit halen.” Dat wordt onderschreven door de eerste testers, een groep militairen van 45 Pantserinfanteriebataljon van het ‘om de hoek’ gelegen Ermelo. “Een leuke baan met genoeg mogelijkheden”, vinden schutters Roelof ten Berge en Stefan Stravis. Groepscommandant sergeant Koen Huisman prijst de ligging van de gevechtsbaan, die al vanaf de parkeerplaats via de bosrand ‘tactisch’ te bereiken is. “De baan is wel wat smal voor optreden met acht man. Ideaal voor de beginnende groepsdrill met een ploegje van vier tot zes man. Met een ervaren club heb je hier weinig te zoeken. Toch zijn we blij dat we nu deze mogelijkheid zo dicht bij huis hebben.” Dat laatste geldt blijkbaar voor meer eenheden. “De eerste aanvragen zijn reeds binnen”, weet instructeur adjudant Ron Willems al op de dag van opening te melden. Gevechtsbaan 23 op het ASK lijkt daarmee een schot in de roos.

KKW-schietbaan op ASK

Voor de ‘kleine jongens’
TEKST: Leo de Rooij FOTO’S: Robert Koelewijn / AVDD

Het Artillerie Schietkamp (ASK) in ’t Harde is een schietbaan en discipline rijker. Begin november is hier een gevechtsbaan voor schutters van klein kaliber wapens geopend. De nieuwe schietbaan is kostenneutraal, want in beheer bij personeel van het ASK zelf.
22 | Landmacht Landmacht | 23

Odyssee Sword

Het hart van de landmacht ‘op de mat’
computersystemen gesimuleerd. Weemering: “Coördinatie, informatie-uitwisseling en daadwerkelijk contact met civiele partners worden echter wel doorgevoerd.” Op ruim een half uur rijden van het JOC, ontvangen de hoofdkwartieren 11 AMB, 43 Mechbrig en 13 Mechbrig in hun commandoposten op Camp Örbke de meest uiteenlopende scenario’s, die elkaar vaak snel opvolgen. Het is de bedoeling dat de militairen en de civiele vertegenwoordigers gezamenlijk hulp bieden in de Tytaanse crisis met de

43 Gemechaniseerde Brigade Luitenant-kolonel Mark Jongejan, acting chief of staff:
‘Diversiteit aan spelers’ “Het hoofdkwartier van 43 Mechbrig vergroot tijdens deze oefening de vaardigheden op het gebied van samenwerking met andere departementen zoals Buitenlandse Zaken, Justitie, Niet Gouvernementele Organisaties et cetera. De nadruk ligt op coördinatie, communicatie en integratie met behulp van het Tactische Besluitvormingsmodel en alle ondersteunende nationale en internationale commandovoeringsystemen. Door onder andere liaisonofficieren in te zetten bij de andere brigades en het hogere niveau, en door contact te zoeken met de diverse interagency partijen in het gebied, verwerven we kennis van elkaars procedures. Meerwaarde van deze manier van trainen is dan ook de diversiteit aan spelers in een internationale, multidisciplinaire omgeving.”

‘Met alleen militaire middelen zijn conflicten niet meer vanzelfsprekend op te lossen’
bekende drie D’s (Defence, Diplomacy en Development) plus humanitaire bijstand. Volgens brigadegeneraal Vleugels is het de kunst alle partijen met elkaar te laten samenwerken. Behalve militairen oefenen diplomaten, hulpverleners en politieagenten dan ook allemaal mee, maar er is geen sprake van roleplay. Elke deelnemer oefent z’n eigen rol in het proces. Zo ook Cees Roels van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. In het dagelijks leven is hij Chef de Poste in Burundi, tijdens de oefening fungeert hij als politiek adviseur van de commandant 1GNC. “Het bijzondere aan deze manier van oefenen is dat er vanuit verschillende invalshoeken naar de situatie wordt gekeken. Het is niet alleen een militaire operatie, we krijgen ook te maken met culturele gevoeligheden, daar kunnen we op deze manier op anticiperen.”

13 Gemechaniseerde Brigade Luitenant-kolonel Michel Roelen, acting chief plans
‘Kritische Duitse blik' “Dit soort oefeningen is essentieel om het brigadehoofdkwartier te trainen. We hebben wel de EU-battlegroup gedraaid, maar veel mensen zijn van functie gewisseld. Door te trainen kunnen we onze kennis binnen het operationele stafconcept herpakken. De setting waarin geoefend wordt, vormt voor ons een meerwaarde. Uiteraard kunnen we het hoofdkwartier ook gewoon in Oirschot trainen, maar daar hebben we niet te maken met deze, opgespeelde omgevingsfactoren en de kritische blik van 1GNC. Daarbij is het een goede training om te laten zien wat we als brigade allemaal in huis hebben en een aanloop naar de Operationele Gereedstelling in januari 2013.”

Een luchtfoto van het Joint Operation Center (JOC) op Camp Horsten.

Nog geen drie maanden geleden stond in Münster de samenwerking tussen militairen, diplomaten en hulpverleners centraal in de oefening Common Effort van 1 (German/ Netherlands) Corps (1GNC). Begin november heeft het legerkorps als trainingsplatform de lessons learned doorgegeven aan de staven van 43 Gemechaniseerde Brigade, 13 Gemechaniseerde Brigade en 11 Air Manoeuvre Brigade. In het Duitse Bergen werd tijdens de oefening Odyssee Sword het ‘hart van de Nederlandse landmacht’ getraind in de zogenoemde comprehensive approach.
“Met alleen militaire middelen zijn wereldwijde conflicten vandaag de dag niet meer vanzelfsprekend op te lossen”, legt brigadegeneraal Theo Vleugels uit. Juist de samenwerking met civiele partners is volgens de commandant van het Opleidings- en Trainingscommando (OTCo) van belang. Net als bij Common Effort wordt bij Odyssee Sword de samenwerking en samenhangende benadering tussen militairen en diverse internationale en niet- gouvernementele organisaties toegepast. Vleugels: “De comprehensive approach maakt het militaire optreden een stuk ingewikkelder. Door regelmatig te trainen, kunnen we de expertise vergroten.” Niet alleen de geleerde lessen opgedaan tijdens Common Effort zijn een welkome toevoeging aan de oefening in Bergen, waar ruim duizend militairen aan deelnemen en meer dan dertien nationaliteiten zijn vertegenwoordigd. Volgens luitenant-kolonel Ronald Weemering, hoofd communicatie 1GNC, heeft het multinationale hoofdkwartier uit Münster als gevolg van diverse missies in Afghanistan meer te bieden. “Ervaring, samen met kennis van NAVO-procedures en vaktaal in het Engels, komt bij dit soort trainingen goed van pas en is dan ook verwerkt in het scenario dat de brigades krijgen aangeboden.” Bij Odyssee Sword is het script van de oefening in september in leven gehouden: ‘hommeles in en aan de kust van Tytan’. Orde is verdwenen, honger en ziektes breken uit en piraten hebben vrij baan in de Golf van Canopia. Ook roert in de grensregio een immense vluchtelingenstroom. Intussen beginnen ook andere landen zich te bemoeien met de onrust in Tytan. Kortom: een uitdagend scenario met complexe problemen die niet alleen met militaire middelen zijn op te lossen. In het Joint Operation Center (JOC) op Camp Horsten volgt 1GNC, dat verantwoordelijk is voor de lopende operatie in het land, nauwlettend de bewegingen van de manoeuvrebrigades. De oefening wordt van strategisch tot operationeel planniveau uitgevoerd, oftewel de militaire en civiele partijen trekken er niet daadwerkelijk op uit. Alles wordt met

In het Joint Operation Center (JOC) volgt 1 (GE/NL) Corps, dat verantwoordelijk is voor de lopende operatie in het land, nauwlettend de bewegingen van de manoeuvre brigades.

11 Air Manoeuvre Brigade Luitenant-kolonel Rene Van Dorp, acting chief of staff
‘Rechtstreeks sparren met hoger niveau’ “Het is een unieke oefening, waarbij de drie Nederlandse manoeuvrebrigades tegelijk worden getraind. Door de inzet van het complete hoofdkwartier van 1GNC kunnen we rechtstreeks sparren met alle functionaliteiten op het hogere niveau. Mooi aan de Comprehensive Approach is dat verschillende vormen van inzet worden beoefend, van Air Assault tot CIMIC. Het is voor ons brigadehoofdkwartier de vierde keer dat we dit jaar worden getraind, zo hebben we net de grote oefening Falcon Autumn gedraaid. Odyssee Sword is voor ons een bouwsteen naar de Field Training Exercise Peregrine Sword in september volgend jaar, waar we met de gehele Air Manoeuvre Brigade de mat opgaan.”

24 | Landmacht

Landmacht | 25

Na twintig jaar einde aan grote Nederlandse aanwezigheid

TEKST: Evert Brouwer FOTO’S: Archief AVDD

Bosnië is veranderd

en heeft veranderd
Tussen 1992 en 1995 is Bosnië het bloedige toneel van een burgeroorlog tussen Bosniërs, Kroaten en Serviërs. Een burgeroorlog waarin grove misdaden worden begaan tegen de burgerbevolking. Een oorlog waarin door geweld, massamoorden en etnische zuiveringen naar schatting honderdduizend mensen omkomen. Op het hoogtepunt van de strijd zijn meer dan 3,5 miljoen mensen op de vlucht. Zowel binnen als buiten Bosnië. Dat schrikbeeld staat menigeen nog helder voor ogen. Zoals bij brigadegeneraal buiten dienst George Eleveld. Hij was plaatsvervangend hoofd van de monitormissie van de Europese Gemeenschap, de voorloper van de EU. We schrijven 1990-1992. Met 75 in het wit geklede mannen, deels militairen, moet escalatie van het conflict tussen de Joegoslavische Republiek en Slovenië, Kroatië en Bosnië worden voorkomen. “Met de wetenschap van nu is het duidelijk dat die opdracht onhaalbaar was”, zegt hij terugblikkend. “Bij elke vergadering tussen de entiteiten dreigden de asbakken door de lucht te vliegen en het begon steevast met een scheldpartij. Daarbij werd niet geschuwd historische gebeurtenissen uit de Middeleeuwen aan te voeren. En dan heb ik het over het niveau generaal en kolonel. Als ik dan eindelijk kon uitleggen dat wij Nederlanders prima kunnen samenwerken met de Duitsers, bedaarde het wel.” De missie, later uitgebreid tot ruim driehonderd ongewapende monitors, blijkt tot mislukken gedoemd in een gebied waar het geweld steeds verder toeneemt. “Toch ben ik ervan overtuigd dat de zaken veel slechter waren afgelopen als de monitormissie er niet was geweest”, aldus de generaal. Eleveld betoogt al in een vroeg stadium bij de VN om blauwhelmen te sturen. Dat gebeurt uiteindelijk begin 1992. De Verenigde Naties doen ook een beroep op ons land. De bijdrage bestaat uit een verbindingsbataljon van zo'n driehonderd man (UNPROFOR-I) van 101 Verbindingsgroep naar onder meer Sarajevo, Belgrado en de Krajina (Servische enclave in Kroatië). De toenmalige kapitein en nu luitenant-kolonel Edward van Dipten werkt destijds bij de sectie personeel, die de groep moet samenstellen. Bepaald geen gemakkelijke taak, omdat de dienstplichtigen in die tijd op vrijwillige basis meegaan. Later mag Van Dipten – hij somt de data 29 november 1994 tot 6 juni 1995 uit het blote hoofd op – als commandant naar logbase Split. “Daar was het soms ook niet pluis”, zegt hij. “Er heeft op 1 mei 1995 nog een aanval plaats gehad op het vliegveld met clusterbommen die vanuit de Servische enclave Krajina werden afgevuurd.” Het gecombineerd Nederlands-Belgisch Transportbataljon, dat aanvankelijk neerstrijkt op Busovaca (Hotel Nunspeet), is de volgende in de reeks uit te zenden eenheden. De Tweede Kamer vindt dat niet genoeg, getuige de motie Van Traa (PvdA)/Van Vlijmen (CDA), en roept de regering op een gevechtseenheid naar Bosnië te sturen. Na een verzoek van secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali van de Verenigde Naties, wordt het eerste operationele bataljon van de Luchtmobiele Brigade (11 Infanteriebataljon Luchtmobiel) uitgezonden onder leiding van luitenant-kolonel Chris Vermeulen. In totaal vertrekken de eerste maanden van 1994 onder de naam Dutchbat dik 1100 militairen,

De terugkeer van de laatste 75 Nederlandse militairen uit Bosnië-Herzegovina vormt het slot van twintig jaar aanwezigheid in de republieken van het voormalige Joegoslavië. Een periode waarin successen werden geboekt, maar met de val van Srebrenica ook een zwarte bladzijde werd opgetekend. Een terugblik in woord en beeld.
26 | Landmacht Landmacht | 27

Twintig jaar Bosnië
UNPROFOR

6 geweren, 370 handgranaten, 43 geweergranaten, 1 mortier, 38 mijnen, 22.444 kogels, 12 kilogram explosieven en 1 uniform
(De oogst van Operatie Harvest in 2003 door 11 (NL) Mechbat Regiment Huzaren van Sytzama)
waaronder logistieke eenheden, genisten, een compagnie van het Korps Commandotroepen, marechaussees en een helikopterdetachement (Bulkow). Lucas van Gool is destijds de commandant van de Charlie 'Tijger' compagnie 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel. Zijn eenheid trekt in maart 1995 de belegerde enclave binnen. “Een bijzondere periode”, blikt hij terug. Opmerkelijk is dat hij en de commandant A-compagnie, kapitein Arnold Jansen op de Haar, na de ervaringen in Srebrenica de landmacht de rug toekeerden. Erik Jellema, commandant B-compagnie, blijft wel bij de landmacht. Van Gool 'doet' weliswaar nog een periode in Bosnië, maar houdt het daarna voor gezien. “Het was mijn wereld niet meer.” Waar Jansen op de Haar de ervaringen van zich afschrijft als dichter en auteur, leert Van Gool zichzelf letterlijk en figuurlijk kennen. “Mijn ervaringen deel ik nu als traumatherapeut van het Life for Fitness Instituut. Daar komen op eigen initiatief ook militairen langs die het even niet meer zien zitten. Nederland heeft niet alleen geholpen Bosnië uit een donkere tijd te helpen, de periode daar heeft ook veel mensen veranderd.” Niet pluis Na het 11e komt het 12e Bataljon onder leiding van overste Peer Everts, opgevolgd door het 13e Bataljon van luitenant-kolonel Thom Karremans. Met de val van Srebrenica op 11 juli 1995 wordt een zwarte bladzijde opgetekend voor de internationale gemeenschap in het algemeen en voor Bosnië en Nederland in het bijzonder. Met de ondertekening van het Verdrag van Dayton (14 december 1995) komt een einde aan de bloedige oorlog in Bosnië-Herzegovina. Nederland draagt daarna flink bij aan IFOR en SFOR en heeft bases door heel Bosnië, zoals in Novi Travnik, Vitez, Bugojno en Sisava. Dat er nog veel onzekerheid heerst over de toekomst, blijkt uit het relaas van de militairen van SFOR-17/EUFOR-1: “Om 15.30 zitten we eindelijk in de bussen en begint de drie uur durende rit naar Bugojno. Veel indrukken onderweg; een prachtig landschap, veel huizen die niet afgebouwd zijn, veel vernielde huizen, wegen waar ongelukken in iedere bocht op de loer liggen, weinig tot geen straatverlichting….benieuwd wat het komende half jaar ons gaat bieden”, staat op www.sfor17.com. En voor het eerst op pad: “De verkenning gaat globaal vanaf (base) Bugojno, via Donji Vakuf naar Turbe, waar tijdens de burgeroorlog behoorlijk huisgehouden is.” De duur van de operatie in combinatie met nieuwe missies in de wereld decimeert de aandacht voor de operaties in Bosnië. Er wordt in het voormalig Joegoslavië veel vooruitgang geboekt. Toekomst Luitenant-kolonel Erik van Vuren, hoofd Operaties bij het CLAS, heeft de laatste drie jaar Bosnië van nabij meegemaakt. Bovendien is hij eerder in zijn carrière tweemaal uitgezonden geweest: met SFOR-1

Op 24 februari 1992 wordt besloten een VN-troepenmacht, de United Nations Protection Force (UNPROFOR), naar Kroatië te sturen om toe te zien op het bestand tussen de strijdende partijen. In april 1992 breken ongeregeldheden uit in Bosnië-Herzegovina, die uitlopen op een volledige burgeroorlog. De primaire taak van UNPROFOR is het ondersteunen van de levering van humanitaire steun. Tussen 10 maart 1992 en 20 december 1995 levert Nederland 9753 militairen aan UNPROFOR. Hierbij komen zeven Nederlanders om het leven, waarvan drie door directe gevechtshandelingen.

IFOR / SFOR
In december 1995 wordt het Dayton Peace Agreement gesloten, dat de onafhankelijkheid van Bosnië-Herzegovina regelt. Onderdeel hiervan vormt de stationering van een multinationale vredesmacht. Tot eind 1996 gaat het om de Implementation Force (IFOR), waar ons land militair aan bijdraagt. IFOR is een robuuste, 60.000 militairen sterke, multinationale NAVO-implementatiemacht. De kleinere Stabilisation Force (SFOR) volgt in december 1996 IFOR op. Tussen 20 december 1995 en 2 december 2004 levert Nederland in totaal 27.734 militairen aan IFOR / SFOR. Acht Nederlandse militairen komen in deze periode om het leven.

Foto linksboven: De JNA trekt onder ogen van de EC Monitormissie door het plaatsje Turanj. Foto's linksonder: 1 (NL/BE) Transportbataljon op weg. Legerplaats Bugojno.

EUFOR
(Knesevo/Skender Vakuf ) en SFOR-9 (Bugojno). “Er is veel veranderd in die jaren, maar dat is vooral door de hulp van de internationale gemeenschap. Persoonlijk vind ik dat de Bosnische bevolking zelf het heft te weinig in handen neemt. De tegenstellingen tussen de diverse entiteiten zijn nog onveranderd groot. Bosnisch Kroatische jongeren en moslims gaan niet naar dezelfde scholen. Als je ergens wilt beginnen, is het bij de jeugd. Bovendien is het bestuurlijk instabiel. Sinds vorig jaar oktober wordt geprobeerd een regering te vormen.” Hij is niettemin trots op wat Nederland voor het land heeft betekend. “We hebben een voortrekkersrol gespeeld en gedurende een lange tijd een fikse bijdrage geleverd.” De algemene veiligheidssituatie in Bosnië-Herzegovina is nu al wel langdurig stabiel. Zoals sergeant-majoor Harm Bos, die als APOD (airport of debarcation) als laatste Sarajevo heeft verlaten. “Ik heb het land sterk zien veranderen sinds ik in 1997 als onderhoudsmonteur van het 17e Infanteriebataljon 'op' Busovaca werd geplaatst. Vier jaar later was ik geplaatst op Bugojno. De eerste keer liep ik altijd met de helm op, scherfvest omgehangen en wapen om de schouder. De tweede keer was de situatie al sterk verbeterd. Daarom wilde ik ook per se nog een keer naar Bosnië worden uitgezonden. Kijken hoe het is veranderd. Het feit dat ik er volgend jaar op vakantie wil gaan met mijn gezin, zegt genoeg.” Op 2 december 2004 neemt de Europese Unie de vredesmissie in Bosnië over van de NAVO. De European Union Force (EUFOR) zet de taken van SFOR voort. 'Althea' - zoals de EU-missie genoemd wordt – begint met dezelfde troepenomvang (circa zesduizend) als waarmee SFOR eindigde. Na succesvolle verkiezingen in Bosnië-Herzegovina in 2006 besluit de Europese Raad voor Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) om de EUFOR-troepenmacht in 2007 te verkleinen naar 2.500 militairen. Deze afbouw zet de daarop volgende jaren door. Ook de Nederlandse bijdrage verkleint gestaag tot maximaal 75 militairen in 2011. Tussen 2 december 2004 en 1 november 2011 draagt Nederland met 2857 militairen bij aan EUFOR. Tijdens de uitvoering van deze missie komen geen Nederlanders om het leven.

Overige missies
Behalve de grootschalige deelname aan UNPROFOR, IFOR, SFOR leverde Nederland ook personeel aan diverse missies in BosniëHerzegovina, zoals de European Community (Union) Monitor Mission, de Rapid Reaction Force, Task Force Mostar, de United Nations Mission in Bosnia Herzegovina, de OVSE-missie, het NAVO hoofdkwartier in Sarajevo en de European Union Police Mission. Hierbij kwam 1 militair om het leven.

28 | Landmacht

Landmacht | 29

Uruzgan gewonde ontmoet vrouwelijke lotgenoten

‘We delen één verleden’

TEKST: ELT Marlous de Ridder

Onder de indruk keerde sergeant Jaaike Brandsma onlangs terug van haar bezoek aan het Walter Reed National Military Medical Center. Brandsma verloor in 2007 haar linkerbeen bij een aanslag in Uruzgan. Met het ontmoeten van vrouwelijke lotgenoten, ging voor haar een stille wens in vervulling. “Dit was nodig voor het laatste stukje verwerking.”

“Bepaalde zaken bespreek je gewoon makkelijker met vrouwen. Hoe het is om niet meer op hakken te kunnen lopen of hoe mannen op je reageren als je een prothese hebt.” Brandsma is de eerste Nederlandse vrouw die tijdens de Uruzgan-missie gewond raakt. Ze heeft als gevolg van een zelfmoordaanslag op de bazaar in Deh Rawod een prothese aan haar linkerbeen. Het bezoek aan het Amerikaanse revalidatiecentrum was haar eigen idee. Brandsma wil zo graag dat ze de reis zelf financiert. “In Nederland ben ik met nog één andere militair de enige vrouwelijke gewonde. In Amerika ligt dat anders. Het aantal vrouwen dat de poort uitgaat, is daar veel groter. Ik was gewoon heel benieuwd naar hun ervaringen en het re-integratietraject.” Vrouwelijkheid Via de landmachtattaché in Washington, kolonel Aart Ooms, komt Brandsma in contact met staff sergeant Stefanie Mason. De Amerikaanse liep na een auto-ongeluk in Kabul zwaar hersenletsel op. Momenteel revalideert ze in de kliniek. Brandsma: “Stefanie heeft zo’n vechtlust. Hoewel ze waarschijnlijk nooit meer helemaal zal herstellen, blijft ze positief.” De dames spreken over het leven met een handicap, over mannen en over de toekomst. “Zij herkent het gevoel dat je iets van je vrouwelijkheid kwijt bent. We voelen ons nu allebei minder zelfverzekerd. Onze verwondingen zijn misschien niet hetzelfde, maar we delen wel één verleden.” Niet slecht Brandsma krijgt een uniek kijkje in de keuken van de militaire kliniek en praat met veel gewonden. Ze ontmoet quadruple amputees, militairen die zowel armen als benen zijn verloren. De verhalen doen haar beseffen dat het altijd erger kan. “Verschillen met onze revalidatie zijn er beslist”, zegt Brandsma. “Opvallend is dat in Amerika veelal de ouders vanwege de reisafstand de zorg op zich nemen. Militairen wonen samen met hun familie op het complex, waardoor de militair sneller uit het ziekenhuisbed kan. Daarnaast is in de VS veel meer geld voor ontwikkeling en onderzoek.” De mogelijkheid om in de VS militair te blijven, is volgens de sergeant vele malen groter dan in Nederland. Na een intensieve training keren

bijna alle gewonden terug in het leger. In uitzonderlijke gevallen gaan ze zelfs na amputatie weer op uitzending, iets wat in Nederland onmogelijk is. “Dat betekent niet dat wij het als gewonde Nederlandse militair slecht hebben”, meent Brandsma. “In onze organisatie is bijvoorbeeld meer aandacht voor de psychische gesteldheid. Je hoeft maar aan de bel te trekken en hulp ligt aan je voeten. Daar kunnen de Amerikanen juist iets van leren.” Tijdens haar bezoek aan Washington stond verder de nationale begraafplaats Arlington en het Pentagon op het programma. Brandsma: “Op beide plekken werd ik voor het eerst geconfronteerd met het respect voor militairen. Zo kwamen er mensen naar mij toe om me te bedanken voor mijn bewezen diensten in Afghanistan. Ze wilden zelfs op de foto. Niet eerder, sinds ik gewond raakte, voelde ik mij zo gewaardeerd.” Waardering Vier jaar na de aanslag richt Brandsma haar blik op de toekomst. Ze werkt een aantal dagdelen als militair verpleegkundige in het Centraal Militair Hospitaal. Een wereld waar ze gek genoeg gefascineerd door raakte toen ze zelf werd behandeld. Sindsdien wil ze mensen ‘helpen’. Het liefst op de Spoedeisende Hulp. “Mijn verwonding heeft deuren geopend. Vroeger was ik veel passiever. Nu word ik gedwongen beter na te denken over wat ik wil.” Ze spreekt nog regelmatig met andere Uruzgan gewonden. Brandsma hoopt dat er voor hen ook een kans komt om Washington te bezoeken. Niet alleen vanwege het contact met lotgenoten, maar ook om zich eens extra gewaardeerd te voelen

‘Ik voel me voor het eerst gewaardeerd’
door de burgers voor datgene wat ze hebben doorstaan. De steun die vaak in eigen land ontbreekt. Brandsma: “In de VS is het bijvoorbeeld doodnormaal dat het bedrijfsleven, bekende sportclubs en burgers uitjes en diners organiseren voor de wounded warriors. Als we zoiets ook in Nederland van de grond krijgen, zou dat echt prachtig zijn.”

30 | Landmacht

Landmacht | 31

Landmacht | Personeelsmutaties
Militair personeel bevorderd
Luitenant-generaal
MC de Kruif (inf )

Burgerpersoneel bevorderd
Sergeant der eerste klasse / wachtmeester der eerste klasse
JAE Bartels (log b&t); HLW Konings (gn); AAJ van den Bergh (gn); M van der Tas (lua); D de Vries (log b&t); AP Dingemanse (log b&t); MJP van Loon (vbdd); NCS de Boer (vbdd); JG Saaltink (vbdd); R Fennis (vbdd); JLA Wolffers (log b&t); HJ Treffers (log b&t); P Jansen (gn); M Boon (gn); JFT van Gorp (gn); TD Frerichs (lua); RPD van de Breevaart (cav); R Groeneveld (gn); T van der Bruggen (lua); J Star (inf ); AH Meijer (inf ); D Betting (vbdd); J van Hoek (inf ); R Moraal (gn); F van Doornmalen (gn); E van Boeijen (lua); RFT Kollar (vbdd); SAM Steuns (lua); J van Limpt (inf ); W Stevens (vbdd); TM Verbaarschot (gn); SM Schipper (inf ); J Zwartbol (gn); CP Oostendorp (lua); W Schiedon (inf ); RMW Niewold (gn); W Karman (lua); EHC Groeneveld (inf ); GA van Malde (gn); HM van Hout (log b&t); TPS Scheld (cav); V van Druten (vbdd); AJWP Janssen (lua); JB van Egmond (vbdd); AJ Hulsegge (gn); HP Dam (vbdd); B Boerrigter (vbdd); JC Trinidad (cav); JP Vonk (gn) C Smit (gn); GW van Beek (inf ); MH van Haren (inf ); RJ Schot (inf ); LA van der Ark (inf ); S Timans (cav); JS van Rees (inf ); EM Selassa (log gnk); MB Hoffman (log gnk); N Roovers (inf )

Reünies
Jubileum 1962 – 2012 17 Infbat Nieuw-Guinea
Datum: 20 april 2012 Locatie: Generaal-majoor de Ruyter van Steveninckkazerne te Oirschot Bijzonderheden: ook partner is welkom, ontvangst, lunch en bijpraten met een drankje. Er worden bussen ingezet om van station Eindhoven naar de kazerne te komen, als u met het openbaar vervoer reist. Na aanmelding (tot 1 maart) krijgt u de uitnodiging (c.q. het toegangsbewijs) per post. Info en aanmelden: Jos Rijnhart, 030-6662946.

Sergeant / wachtmeester
PM de Bruin (log b&t); JJRWH Knops (vbdd); E Vierwind (cav); MC Lankhorst (gn)

Schaal 11
T van de Groep

Generaal-majoor
MJHM van Uhm (inf )

Schaal 7 Korporaal der eerste klasse
FA Houtman (log b&t); LFA Lioe-A-Joe (log b&t); JB Hoving (inf ); TFM Jacobs (vbdd); B Lammerse (log td); P Stern (log b&t); M Vos (cav); AAJ Huisman (log td); MCJ van der Laan (gn); M van Dam (log td); R Zandstra (gn); EL Duysker (log b&t); S van den Bosch (log b&t); R de Korte (log b&t); Y van Schoote (inf ); G van Wegberg (cav); DB van Kempen (log b&t); MAB de Vries (log ma); P van Maanen (art); B Ramp (log td); H Nout (log gnk); P Uilenberg (gn); N Driehuijs (log td); M Oldenbeuving (cav); MCG van den Bogaard (gn); S den Braber (log gnk); KSA Verhoeven (log td); J Vijfvinkel (inf ); M Tieleman (log td); GJ Lubbers (log td); MHAJ Tiebax (log td); D Brantjes (log td); SW Tosserams (cav); J Jongerling (gn); P Slabbers (log td); E Veltman (log td); D Mulder (inf ); WMJ Nelis (inf ); AW Schäfer (cav); EJC Maturbongs (gn); RB Roelofs (log td); SD Steenstra (vbdd); J Möhringer (log td); D Dudink (gn); B de Haas (inf ); H Besseling (cav); A Henstra (log b&t); V van Schijndel (vbdd); AAF van Sundert (cav); AC Koopman (log td); R Mientjes (log gnk); RE Martina (log b&t); NM Sint Jago (log gnk) JGM Luijten

Kolonel
GPJ Schijvenaars (ts)

Militair personeel dienst verlaten
Brigadegeneraal
RJM Veger (gn)

Schaal 5
L Vink

Luitenant-kolonel
G Dekker (cav); RA Arts (log b&t); LFA Houben (art); EH van Vuren (inf ); HJO Hulzebos (cav); JAF Vierboom (vbdd); OJA Lagas (inf )

Burgerpersoneel dienst verlaten
Schaal 11
GMH Graafmans, FAJ Schrijvers

Kolonel
DJ Versluis (log gnk); NF Atkins (log td)

Majoor
SB Saton (cav); J van Leeuwen (log gnk); LH Beijering (inf ); G Eenkhoorn (log ma); MG Ackermans (log gnk); MCM van Valen (log td); PJT van Poll (inf )

Luitenant-kolonel
MCJM Lieshout (rk gv); JC Everts (rk gv); RS Keijner (log ma); JWM Veenstra (log b&t); JEAM van Grinsven (cav); RJCL Ubachs (gn); IL Beijer (hum gv)

Schaal 10
HJM Stroek, PE Vioen, JMM van der Zanden, PCJ van Soest, H Winters

Charlie ‘Hanen’ Cie 45 Painfbat RIOG
Datum: donderdag 26 januari 2012 Locatie: Generaal Spoorkazerne te Ermelo Bijzonderheden: vanaf 19.00 uur. De reünie is bedoeld voor iedereen die gediend heeft bij de compagnie sinds de oprichting in 2006. Info en aanmelden: zie www.45painfbat.nl onder de link ‘reünie’.

Schaal 9
A van der Leij, C van den Hoek, JJ Haas, G van Houten, SJ van der Mark

Kapitein / ritmeester
JPJ Bakker (log gnk); HGM Caris (log b&t); HFTM van den Ende (log ma); SJ Garritsen (log gnk); AEP van Haren (log gnk); IS Dral (log gnk); EM Lever (log gnk); R van der Meer (cav); RFE Weijers (log td); R Hulsteijn (log b&t); MJW van Alphen (log td); AJH Wesselink (inf )

Majoor
P Triel (log ma); J Gort (log gnk); J Venema (log td); JHJA Verdonschot (inf ); MPJM Kerstens (log b&t); PFJ Jacobs (art); AM Sentse (inf )

Schaal 8
BM Braakman, P Houtekamer, GW Heesters, HBM Beex, JF Balleur

Korporaal der eerste klasse
ON van Delft (log b&t); RHA van Mil (inf ); S Oonk (inf ); JMJM Raaijmakers (inf ); RJH Dorhout (inf ); J van den Hoek (gn); G Looije (inf ); GH de Jong (lua); T Verdonk (inf ); B Meilink (inf ); B van Geffen (inf ); ME Lievendag (inf ); PJ van de Sluis (lua); CM van Egdom (log b&t); RJ Stevelink (lua); M van Goor (lua); KAM Verbiesen (inf ); MMFM Wijnhoven (inf ); SGHM Gielens (inf ); FC Dekker (gn); C van Houten (gn); M Dripal (inf ); M van Raamsdonk (lua); GW Dolman (lua); WJ Krijger (art); B Hoekstra (log b&t); R Hoekman (cav); TM Spoolder (gn); R de Jager (log b&t); BJR Stokreef (art); JWAM Paffen (lua); G Hup (log td); DJ van der Wal (gn); R van Herwerden (log b&t); DW van Delst (inf ); A Holtman (log b&t); RG Hoet (lua); N Olthuis (art); JS Kampman (gn); WS Weijman (art); BMC van Hoek (log b&t); FC van Schijndel (inf ); M Hommersom (inf ); RGJ Janssen (gn); N van Leeuwen (gn); H Mulder (log b&t); S Schokkenbroek (log ma); E Ruiter (inf ); E den Hertog (cav); J Bus (log td); M van de Pavert (log ma); DN van der Wilde (log b&t); DGF van Benthem (gn); JR de Vries (log td); AL Wienke (gn); J de Graaf (inf ); B de Jong (log gnk); M Kortland (vbdd); JG Nagtegaal (log td); SHE Gouweloos (inf ); JP Bouwman (inf ); JSA Dijkman (log ma); W den Deurwaarder (inf );

Korpsdiner Korps Rijdende Artillerie
Datum: 25 februari 2012 Locatie: Officierscantine Legerplaats bij Oldebroek Info en aanmelden: via www.korpsrijdendeartillerie.nl , overige info via S1 11 AfdRA, t.v.driel@mindef.nl .

Kapitein / ritmeester
L van Guldener (log td); A Breijer (log td); SM Reuzel (log gnk); WM van Vliet (log ma); EW Blok (log b&t); JA van Leeuwen (log td); FJ ter Beek (log td); MP Nijs (inf )

Schaal 7
JF Michielsen, G van de Kraats, HA Tammer, J van de Kamp, BJ Nijmeijer

Eerste luitenant
FTS Peters (log b&t); RJS van Riemsdijk (inf ); RJP Glasbergen (log td); MA van der Kamp (art); C Disco (gn); MPC Kools (log b&t); PJCH Jongen (log td)

Schaal 6 Eerste luitenant
B de Kort (log gnk); CC Douglas (gn); AMJ Bacharias-Fraanje (log ma); WAL Buitenhuis (log td) H van Gog, MHJ Mathot, LM Wichman, H Kanninga, GJ Hol, JGPM van Hoek

Tweede luitenant
SC van der Panne (log td)

Uilennest Schaal 5
PAM van Lent, CGM Lambers, M Koelewijn De Oud-Onderofficiersvereniging Het Uilennest zoekt nieuwe leden (actief of postactief ). De vereniging stamt oorspronkelijk vanuit de PJKOnderofficiersmess. De Vereniging is Notarieel en KvK opgericht. Wij zijn voorzien van een postactievencertificaat vanuit het CLAS. Wij komen minimaal 1x per jaar bij elkaar om een reünie te houden. Heeft u interesse, bekijk dan onze website: http://verenigingen.hansjansma.nl/ Uilennest/uilennest.htm. Of neem direct contact op met het secretariaat : J.F.Jansma. Tel: 010-4370007, E mail : johannesjansma@cs.com.

Adjudant
MF de Swart (log b&t); J Speerstra (log td); J Veltema (log b&t); EA ten Hoedt (log b&t); RFW van Haandel (log gnk); JGA Bresser (inf ); MTT Warmerdam (vbdd); RK van Drongelen (log td); R Jansen (inf ); CJ van Brummen (log td); EM Elsing (inf )

Adjudant
H Hulsebos (vbdd); GW Berendsen (log b&t); GHM van Gurp (lua); HJFTM Raaimakers (art); TJA Witlox (inf ); PLF Merkx (log td); ABGM Hamers (log b&t); R Mast (gn)

Sergeant-majoor / opperwachtmeester
M Put (log gnk); M Hollema (log gnk)

Sergeant-majoor / opperwachtmeester
APJ Geurts (log gnk); RW Luijk (log td); K Verhees (log ma); M Beekhuis (inf ); S Streep (log ma); CBJ Portier (inf ); R van den Berg (inf ); JC Kapteyn (log gnk); RA van Holten (lua); LC Stedehouder (log ma); REI Doomen (vbdd); MG Schörgers (inf ); M Wijsman (log b&t); MC Noordhoek (log b&t); LCPM Woestenborg (gn); MMEM van Vlijmen (log gnk); MN Staal (log b&t); JF Eker (log gnk); MWG den Teuling (inf ); B de Jong (log b&t)

Sergeant der eerste klasse / wachtmeester der eerste klasse
A Meijer (log b&t); EJ van der Sluijs (gn); DJ Goede (log b&t); RHG Maubach (lua); RD van den Brink (cav); HB Remmers (vbdd); J Bakker (log gnk); W Rintjema (gn); R de Vries (inf ); ACA Verhagen (log gnk)

32 | Landmacht

Landmacht | 33

Landmacht | Photoshoot

Landmacht | Korte berichten
Uniek militair erfgoed in boekvorm beschikbaar Opleidingsdag MC-leden CLAS
Op 31 januari 2012 is er voor de meer ervaren leden van een medezeggenschapscommissie (MC) binnen het CLAS en hun hoofd diensteenheid (HDE) een opleidingsdag op de Kromhoutkazerne in Utrecht. De Defensieonderdeel Medezeggenschapscommissie (DMC) van het CLAS organiseert deze dag samen met SBI GITP, de defensiepartner in medezeggenschapsopleidingen. Belangrijk onderwerpen die aan bod komen zijn het domein en de grenzen van medezeggenschap van een MC, GMC, DMC en CMC, hun rol in de besluitvorming. Dit alles om de medezeggenschap dichter bij de specifieke bedrijfsvoering van de CLAS-eenheden te brengen. Het aantal deelnemers is beperkt, uiterlijke opgave op 24 januari 2012. Het programma en aanmeldingsdetails kunt u vinden op de opleidingspagina Medezeggenschap CLAS op intranet. Koninklijke Landmacht > Service > Personeel > Medezeggenschap CLAS > Opleidingen Medezeggenschap

Uit het fotoarchief van luitenant-kolonel Gert van de Ruit komt bovenstaande afbeelding, door de overste zelf als ‘De tijdloze klaproos’ betiteld. “De foto heb ik gemaakt in 2000, in de omgeving Pristina tijdens mijn uitzending voor

de KFOR- missie”, schrijft overste Van de Ruit. “Ook hier groeit tussen alle concertina’s de klaproos, ooit bron voor het gedicht ‘In Flanders Fields’ van de Canadese militaire arts en dichter John McCrae.”

Oproep | Photoshoot
Heb je ook een leuke, mooie of spannende foto gemaakt tijdens een oefening, uitzending of op de kazerne? Stuur deze op naar de redactie van Landmacht, voorzien van achtergrondinformatie zoals waar en wanneer de foto is genomen, welke eenheid of personen te zien zijn en waarom de foto zo bijzonder is. De foto moet voldoende resolutie hebben, bij voorkeur 1 MB of meer, vanwege de afdrukkwaliteit. De foto, bij voorkeur, mailen naar: redactielandmacht@mindef.nl Postadres: Staf CLAS, sectie Communicatie T.a.v. redactie Landmacht / Photoshoot MPC 55A Postbus 90004 3509 AA Utrecht Geplaatste inzendingen worden beloond met een Victorinox Multi Tool!

Landmacht | Redactieraad
Voor ideeën en opmerkingen over het blad Landmacht kun je terecht bij de leden van de redactieraad: Staf OOCL: OTCRij: KCT: OTCo: 1CIMIC: CoLua: JISTARC: OTCMan KC: Korps Natres: OTCMan: OTCOpn: OOCL: DP&O: 1 (GE/NL) Corps: maj Tjeerd Dijkstra aooi Leo van Meerendonk sm Dennis Brouwer maj Henk Asma tlnt Evert-Jan Daniels elnt Jurriaan Esser aooi Erik Vriens aooi Paul Fontein elnt (r) Fred Warmer maj Henri Kuijpers kap Corné van den Berg aoo (R) Roel van Essen kap Anne-Marie Berndsen lkol Ronald Weemering *06 573 71426 *06 549 97304 *06 589 58022 *06 560 1806 06-15900334 *06 494 2059 *06 536 57934 *06 500 61069 *06 573 73107 *06 500 63025 *06 500 63086 *06 573 71708 *06 560 81169 *06 801 2091

De chef Militair Huis, generaal-majoor Henk Morsink, heeft onlangs het eerste exemplaar in ontvangst genomen van het boek 'Nederlandse militaire uniformen 1752-1800'. Hiermee is een uniek gedeelte van het Nederlandse militaire erfgoed beschikbaar gekomen voor het brede publiek. Hoofdmoot van deze publicatie is de inhoud van het zogeheten Jassenboekje. In dit manuscript staan de uniformjassen afgebeeld van de Nederlandse eenheden uit de tweede helft van de achttiende eeuw. De nieuwe uitgave bevat een vijftigtal tekeningen, die de manschappen van top tot teen weergeven. Deze aquarellen zijn omstreeks 1775 vervaardigd door Duncan Macalester Loup, een Schotse militair in Nederlandse dienst. Het Jassenboekje en de aquarellenserie zijn in het bezit van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Door de kleurrijke weergave en de gedetailleerdheid van de illustraties behoren zij tot de pronkstukken van de collectie. Het nieuwe boek, dat is samengesteld door Joep van Hoof, is een co-productie van het NIMH en het Legermuseum. Het is voor 39,50 Euro te bestellen via het NIMH. Dit kan alleen met een e-mail naar: nimh@mindef.nl of via de website: www.defensie.nl/nimh . Contante betaling is niet mogelijk. Bij het NIMH is tevens een Duitse en een Engelse versie van het boek te bestellen, elk voor de prijs van 69 euro.

INFOOP Hogere Defensie Vorming
Het Commando Landstrijdkrachten heeft een INFOOP gepubliceerd voor de selectie van kandidaten voor de opleiding Hogere Defensie Vorming (HDV), studiejaar 2013-2014. Deze INFOOP is specifiek bestemd voor landmachtofficieren in de rang van majoor. De doelstelling is om op korte termijn een zo groot mogelijke doelgroep te bereiken. Geschikte en geïnteresseerde kandidaten worden verzocht te solliciteren. De genoemde INFOOP is te vinden via: Koninklijke Landmacht > Staf CLAS > Organisatie > Eenheden / Directies > Directie Personeel & Organisatie > Directie & Top > Themapagina DPenO > Infoop

Is jouw eenheid nog niet vertegenwoordigd in de redactieraad en praat je graag eens in de twee maanden mee over de inhoud van het blad? Neem dan contact op met de redactie van Landmacht: redactielandmacht@mindef.nl

34 | Landmacht

Landmacht | 35

Landmacht | Waargenomen
Samen met de thuisfrontorganisaties van Defensie en de politie verzorgde Omroep Max op 26 november voor de vierde maal de thuisfrontdag Missie Max. Honderden ‘thuisfronters’ kwamen in de Jaarbeurs samen voor een feestelijke samenzijn. Behalve de relaties van uitgezonden militairen waren vanwege de geïntegreerde politietrainingsmissie in de noord-Afghaanse provincie Kunduz ook het thuisfront van de politie op missie uitgenodigd. Met een muzikaal programma maakte Omroep Max de dag extra bijzonder. Al konden LA The Voices, Wolter Kroes, Ruth Jacott, Edsilia Rombley en Jannes niet op tegen het onbetwiste hoogtepunt van de dag: de live beeldverbindingen. Partners, ouders en kinderen konden even oog in oog staan met ondermeer Kunduz, Kabul en Mazar-e-Sharif om zo hun geliefde een hart onder de riem te steken. Van ‘Dag lieverd, fijne feestdagen’ tot ‘Doe voorzichtig, kusje’ – stuk voor stuk hartverwarmende boodschappen die in de zaal tot de nodige tranen leidden. De uitzending van Missie MAX is op Eerste Kerstdag, zondag 25 december van 16.20 tot 17.05 uur en Nieuwjaarsdag van 16.15-16.55 uur op Nederland 1.
FOTO’S: John van Helvert / AVDD

36 | Landmacht