Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne

EDIT BY Asefeh

1  
3   4   4   4   4   4   5   6   8   8   9   12   13   13   13   14   15   15   15   15   16   17   17   18   18   18   18   18   18   18   19   19   19   19   19   20   21   22   22   22   22   22   23   24   24   24   25   25  

INLEIDING   DEEL  I:  TELEVISIESTUDIES  IN  THEORIE   HOOFDSTUK  1:  TELEVISIE  EN  TELEVISIESTUDIES   1.1  HET  BEGIN   1.2  TELEVISIESTUDIES  ALS  EEN  NIEUW  VAKGEBIED   1.3  DE  WORTELS  VAN  TELEVISIESTUDIES   1.4    TELEVISIESTUDIES  ALS  ECHTE  DISCIPLINE   1.5  UITGANGSPUNTEN  VAN  DE  NIEUWE  BENADERING   HOOFDSTUK  2:  REPRESENTATIE  EN  IDEOLOGIE   2.1  REPRESENTATIE,  IDENTITEIT  EN  CULTUREEL  BURGERSCHAP   2.2  IDEOLOGIE,  MEDIA  EN  MACHT   2.3  IDEOLOGIE  IN  PRAKTIJK   HOOFDSTUK  3:  VERTOOG  EN  GOVERNMENTALITY   3.1  VAN  IDEOLOGIE  NAAR  VERTOOG   3.2  VAN  VERTOOG  NAAR  GOVERNMENTALITY   3.3  MEER  AANDACHT  VOOR  TELEVISIEPRODUCTIE  IN  CULTURAL  STUDIES   DEEL  II:  TELEVISIESTUDIES  IN  CONTEXT   HOOFDSTUK  4:  TELEVISIEPRODUCTIE:  EEN  BIJZONDER(E)  CREATIEVE  INDUSTRIE   4.1  ABOVE-­‐  EN  BELOW-­‐THE-­‐LINE   4.2  NIVEAUS  VAN  PRODUCTIEONDERZOEK   4.3  POLITIEKE  ECONOMIE   4.4  ORGANISATIESOCIOLOGIE   4.5  CULTURAL  STUDIES   HOOFDSTUK  5:  TELEVISIERECEPTIE:  HET  DEBAT  OVER  DE  KWETSBARE  KIJKER   5.1  GEWONE  DOMHEID   5.2  NEGATIEVE  EFFECTEN  VAN  TELEVISIEKIJKEN   5.3  KIJKWIJZER?   5.4  ULTIEME  BEGRIPPEN   5.5  ALLEGORIE   5.6  DESKUNDIGEN   HOOFDSTUK  6:  VAN  PRODUCTIE  TOT  RECEPTIE:  PERSPECTIEFWISSELINGEN  IN  TELEVISIESTUDIES   6.1  GESCHIEDENIS   6.2  TELEVISIE  ALS  MASSAMEDIUM   6.3  REALITY-­‐TV  ALS  DEMOCRATISERING   6.4  ONTNUCHTERING  IN  PRODUCTIE   6.5  ONTNUCHTERING  IN  RECEPTIE   6.6  REALITY  EN  GOVERNMENTALITY  STUDIES   DEEL  III:  TELEVISIESTUDIES  IN  PRAKTIJK   HOOFDSTUK  7:  MAKE-­‐OVERTELEVISIE:  MODEGOEROES  EN  MAGISCHE  TRANSFORMATIES   7.1  INLEIDING   7.2  VOORLOPERS  VAN  MAKE-­‐OVERTELEVISIE   7.3  GENREKENMERKEN   7.4  MAKE-­‐OVERTELEVISIE  ONDER  DE  LOEP   HOOFDSTUK  8:  SPORT  OP  TELEVISIE:  NATIONAAL  GEVOEL  EN  VERBROEDERING   8.1  RESULTATEN  EN  GEMEENSCHAP   8.2  ENSCENERING  EN  DE  PRODUCTIE  VAN  KENNIS   8.3  KENNIS  EN  CULTURELE  NORMEN   8.4  NAAR  EEN  ECONOMIE  VAN  DE  SPORT    

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

2  
26   26   26   26   27   27   27   27   28   28   29   29   29   29   30   31   31   31   31   32   32   33   33   33   33   34  

HOOFDSTUK  9:  KINDERTELEVISIE:  CULTUREEL  BURGERSCHAP  IN  CROSSMEDIALE  CONTEXT   9.1  GOEDE  BEDOELINGEN   9.2  GEWOON  VOOR  DE  LOL   9.3  HET  CULTUREEL  BURGERSCHAP  VAN  KINDEREN   DEEL  IV:  TELEVISIESTUDIES  IN  DE  WERELD  +  H15   HOOFDSTUK  10:  TELEVISIE  EN  AZIATISCHE  HYBRIDISERING   10.1  DE  GEVAREN  VAN  DE  DANS   10.2  CULTURELE  GLOBALISERING:  VIER  BENADERINGEN   10.3  INTEGRATIE  VAN  DE  BENADERINGEN   10.4  HET  TELEVISIEFORMAT   HOOFDSTUK  11:  TELEVISIE  EN  AMERIKAANS  UNIVERSALISME   11.1  OPRAHIFICATION   11.2  AMERIKA  ALS  VERBEELDE  GEMEENSCHAP   11.3  9/11  IN  ‘THE  OPRAH  WINFREY  SHOW’   11.4  9/11  IN  THE  WEST  WING   HOOFDSTUK  12:  DE  INTERNATIONALE  HANDEL  IN  TV-­‐FORMATS   12.1  TELEVISIEHANDEL  EN  MONDIALISERING   12.2  WETENSCHAPPELIJKE  PERSPECTIEVEN  OP  TELEVISIEHANDEL   12.3  TELEVISIE  KOPEN  EN  VERKOPEN:  DE  INTERNATIONALE  TELEVISIEMARKT   12.4  DE  WISSELWERKING  TUSSEN  NATIONAAL  EN  TRANSNATIONAAL   12.5  CONCLUSIE:  TELEVISIEHANDEL  TUSSEN  NATIONAAL  EN  TRANSNATIONAAL   HOOFDSTUK  15:  DE  TOEKOMST  VAN  DE  TELEVISIE  IN  DE  NIEUWE  EEUW   15.1  TEGENGESTELDE  TRENDS?   15.2  PRODUCTIE  EN  DISTRIBUTIE   15.3  INHOUDELIJKE  ONTWIKKELINGEN   15.4  RECEPTIE  EN  BETEKENIS  

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

3  

Inleiding
• In NL speelde televisie een cruciale rol bij de opkomst van het nieuwe populisme in de politiek Voorbeelden: Pim Fortuyn & Geert Wilders • We leven in een televisiecultuur à Leven lijkt te bestaan uit ‘media-events’, maar is eigenlijk maar een klein deel

• Cultural studies Houdt zich bezig met de bestudering van populaire cultuur in het algemeen • Het oude ‘broadcast’-model >> televisie als centraal medium boor een grote publieksgroep wordt zwaar beconcurreerd door de grote hoeveelheid mogelijkheden die de kijker heeft om langs andere wegen, tv te bekijken

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

4  

Deel  I:  Televisiestudies  in  theorie  
Hoofdstuk  1:  Televisie  en  televisiestudies  
1.1  Het  begin   1951: Dinsdag 2 Oktober à 1e televisiebeelden vanuit studie Irene in Bussum uitgezonden Supervisie van de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) waaronder de volgende ‘zenders’ vallen: - AVRO - KRO - NCRV - VARA Deze uitzending was de 1e verzorgd door verzuilde omroepen. Er waren al echter eerder experimenten met tv uitzendingen gedaan door Philips (Eindhoven) >> vanaf maart 1948 Pas in 2e helft van de jaren ’50 steeg het aantal verkochte tv’s DOOR >> technologische ontwikkeling en financiële investeringen vanuit overheid en bedrijfsleven 1956: Start NTS-journaal Vanuit cultural studies-benadering, is begin van tv in NL à 1962: Televisie-event: Open het dorp Televisie versterkt het nationaal gevoel, maar het verzwakt de macht van de elites die de toppen van de zuilen vormen zoals die eind 19e eeuw ontstonden en die samen t/m de jaren ’60 van de 20e eeuw NL besturen. 1.2  Televisiestudies  als  een  nieuw  vakgebied   Cultural studies heeft zich ongewild geprofileerd als een romantische stroming die volkse en populaire cultuur waardeert. Jaren ’60-’70: Essentiële rol van de massamedia en televisie steeds duidelijker 1.3  De  wortels  van  televisiestudies   Jaren ’70: Stuart Hall zorgt voor begin ‘cultural studies’ als academische stroming. Uitgangspunten cultural studies: - Methode of strategisch gebruik van methoden van onderzoek dwars door de geeste- en de sociale wetenschappen heen (interdisciplinariteit) - Interesse in context (van historische tijd en plaats) - Interesse in wat mensen zelf te zeggen hebben (de etnografische benadering) - Engagement van de onderzoekers De aard van dat engagement zal veranderen van rigide marxistisch in meer progressief-politiek, onder meer geïnspireerd door vrouwenstudies en etnische studies. Verdwijnen doet het niet. Het encoding/decoding-model Twee centrale processen die samen bepalen welke betekenis een televisieprogramma heeft. Productie kant à De onderhandelingen die plaatsvinden aan de kant van de producenten (encoding) met inbegrip van alle beperkingen die zij daarbij ondervinden. >> Volgens Hall: Infrastructuur; info waartoe producenten toegang hebben, mensen die iets te melden hebben, eigen vooropleiding. Receptie kant à De ontvangers (decoding), daar speelt eenzelfde reeks van processen die betrekking hebben op achtergrondkennis, afkomst, interpretatieve mogelijkheden en toegang tot het medium.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

5  

>> Er wordt ‘onderhandelt’ met de tekst.  Raymond Williams: Cultuur wordt niet gedefinieerd door producten zoals boeken of kunstwerken, maar als proces van betekenisgeving. Cultuur is niet een afgescheiden deel van het dagelijks leven, maar cultuur is het hele alledaagse leven in al zijn veelvormigheid. Flow Tv krijgt op een andere manier betekenis dan bv boeken, omdat de ervaring van tv kijken een fundamenteel andere is. Je kijkt programma’s maar ook naar de aankondigingen daartussendoor voor andere programma’s, en je ziet soms een begin van het ene en het eind van het andere programma. .... 1.4    Televisiestudies  als  echte  discipline   John Fiske en John Hartley (1978: Reading Television): Maken als 1e een begin door tv te theoretiseren aan de hand van de betekenissen van tv als medium, en van tv genres en tv programma’s.  James Carey We hebben ons te lang uitsluitend gericht op de overdracht van info door de mediamaker aan het grote publiek. Volgens Carey is dat maar de helft van het verhaal. De media + tv hebben volgens hem ook een belangrijke rituele functie. Het ritueel versterkt groepsbanden. De regels die bepalen dat je erbij hoort, bepalen ook dat andere dat niet doen (in- en uitsluiting). In- en uitsluiting kan ook plaatsvinden door middel van programmering strategieën een omroep. Horizontale programmering: Het brengen van hetzelfde soort programma op vaste tijdstippen Verticale programmering : Om te voorkomen dat mensen weg zappen. Dit wordt bereikt door een minder populair programma tussen twee 'publiekstrekkers' te plaatsen of door een aantal programma's met hetzelfde genre na elkaar uit te zenden, zoals allerlei kookprogramma's achter elkaar op hetzelfde net. John Fiske: Andere boek (Television Culture 1987) 3 begrippen:

1. Polysemie ‘Veelbetekenendheid’. Tekens (de kleinste onderdelen van talige systemen zoals spreektaal/beeldtaal) hebben geen inherente betekenis. Ze leggen uitsluitend (en tijdelijk) sociale conventies vast. Het zijn impliciete sociale afspraken over de verbinding tussen klanten, letters en concepten. 2. Macht De strijd tussen sociale groepen, de dominante klasse vs. de ondergeschikte groepen, wordt voor een groot deel op het vlak van taal, cultuur en betekenis gevoerd. 3. Plezier We kunnen als kijkers zowel plezier ontlenen aan de betekenis van mediatekst, door de lezing exact over te nemen alsmede door te kiezen voor een ‘tegendraadse’ lezing. Fiske ’s gebruikte concepten komen uit de filmwetenschap (bv. semiotiek en psychoanalyse). >> Deze ontwikkelde zich na WO II eerst in FR en later ook in de VS. Jaren ’50: Ontwikkeling van auteurstheorie à stelt film op een goed modernistische wijze voor als het product van een auteur, individuele kunstenaar en dus als potentiële Kunst met de grote K. Tv komt tot bloei in zelfde periode waarin naast moderne denken, het postmoderne denken zich ontwikkelt. Fiske = postmodern denken en feminist. >> Maatschappelijke machtsrelaties hebben ook te maken met sekse volgens hem  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

6  

 -

Kim Zijn tv studies ook feminist criticism, omdat discipline als belangrijk doel heeft tv te begrijpen als een plek waar verhalen worden verteld voor en door vrouwen in een patriarchale maatschappij o Herken hier: tv als bard; verhalenverteller, van Fiske en Hartley Hoofddoel tv studies, als cultural studies, is om betekenis van verhalen te begrijpen in hun maatschappelijke context Tv studies onderscheiden van film en de cinematografische ervaring o Gaze (blik) in film is mannelijk, de bioscoop die de kijker individualiseert en de camera die de kijker mee laat kijken met de mannelijke hoofdpersoon. Terwijl tv de blik niet monopoliseert maar vraagt om een veel meer terloops kijken (glance) o In filmtheorie het probleem van de vrouwelijke kijker dat nooit helemaal bevredigend is opgelost, omdat het plezier van het kijken nu eenmaal als mannelijk was gedefinieerd. Tv wist dit al en hield qua commerciële programma’s daar al rekening mee.

-

Marxisme belangrijke inspiratiebron voor tv studies.  Pierre Bourdieu Jaren ’70 à klassenverschil niet alleen te maken met geld, maar ook met cultureel kapitaal. Bestaan uit rijken die kunst kunnen veroorloven, maar ook uit degenen die ze daarin adviseren of erover schrijven. Die laatsten zijn de bewakers van het juiste jargon en van de goede smaak, die de scheidslijn tussen elite en patjepeeërs in stand houdt = distinctie  Roland Barthes Er zijn 2 soorten plezier

-

Plaisir = Jouissance =

conventioneel plezier seksueel getint en grensoverschrijdend plezier

 Michel Foucault Nieuwe manier van begrijpen van ‘subjectiviteit’. Onze status als lezer en burger is deels gebaseerd op onderwerping aan macht van de overheid en instanties; en deels gebaseerd op verleiding door overheid in instanties (geeft ons gevoel er toe te doen en iemand zijn). Pas van jaren ’80 populair bij cultural studies en elders. Foucault à Laat ons begrijpen hoe agency ; of ons gevoel dat we over onszelf kunnen beschikken, deels het gevolg is van de manier waarop we ons laten verleiden onszelf zo te zien. 1.5  Uitgangspunten  van  de  nieuwe  benadering   8 theoretische uitgangspunten van de cultural studies benadering: 1. Integraal geheel: Zien communicatieproces als een integraal geheel, waarin onderlinge samenhang moet worden bestudeerd. Bv: Hall à encoding/decoding model 2. Context: Betekenis van cultuurproducten moeten in de context van hun productie en consumptie worden bestudeerd, als ook in contexten van historische tijd en plaats. Hangt af van de sociale positie van verschillende groepen in de samenleving + van culturele woorden en ideeën die daarbinnen circuleren. 3. Kwalitatief onderzoek: Gericht op het begrijpen van de betekenis van culturele processen en teksten, wat noodzakelijk is om de betekenis van media en cultuur te begrijpen. 4. Betrokkenheid: Binnen cultural studies geldt het uitgangspunt dat objectiviteit niet bestaat. Natuurlijk bestaan er strategieën van afstand, neutraliteit en onpartijdigheid, maar dat moet worden bezien tegen de achtergrond van de mate waarin een onderzoeker zich bewust is van het  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

7  

effect van zijn sekse, achtergrond, vooropleiding en vooronderstellingen over de (mogelijke) uitkomsten van onderzoek. 5. Machtsverschillen: In betrokkenheid hierop alert zijn. Er is machtsongelijkheid in de maatschappij, en academici moeten niet de kant van de machtigen kiezen. De media zijn een semiotisch strijdperk. 6. Beelden zijn geconstrueerd: Beelden op tv zijn niet als de realiteit. Halls encoding/decoding model laat zien dat er niet zoiets is als een onbemiddelde blik, een idee dat wordt versterkt door de analysemethode van de semiotiek voor het uiteenrafelen van de tekens en codes die samen de betekenis van een tekst bepalen. Bij het monteren van een programma wordt op 3 momenten geselecteerd en geconstrueerd; 1) Institutioneel Het geld en de toestemming om het programma te maken 2) Technisch Camerastandpunten, kadrering, het gebruik van lenzen 3) Inhoudelijk Het overleg binnen redacties en de keuzen in montage 7. Vervaging grens openbaar en privé: De tv laat door functie als ‘venster op de wereld’ of ‘spiegel van de werkelijkheid’ de grens tussen privé en openbaar vervagen. 8. Televisie als integraal onderdeel van de besturingsmechanismen in onze maatschappij We geloven niet in een direct enkelvoudig effect van tv. Tv is verweven met de manier waarop in onze maatschappij macht wordt uigeoefend. Er is geen eenduidige boodschap, er zijn aanwijzingen voor wie ze wil oppakken.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

8  

Hoofdstuk  2:  Representatie  en  ideologie  
2.1  Representatie,  identiteit  en  cultureel  burgerschap   Tv beschreven als ‘venster op de wereld’ of ‘spiegel van de werkelijkheid’. Het laat immers zien wat er elders gebeurt. Deze metaforen veronderstellen een directe relatie tussen de ‘echte’ realiteit en de beelden die we daarvan via tv te zien krijgen. Het zou dan ook fout zijn als de tv de werkelijkheid ‘verdraait’. Vanuit cultural studies-optiek is het zoeken naar verdraaiing van een gegeven werkelijkheid een doodlopende weg. Het cruciale begrip is: Representatie. De manier waarop betekenis wordt gegeven aan dingen die worden afgebeeld. Representatie gaat in tv studies vanuit cultural studies-perspectief over à Alledaagse praktijken van betekenisgeving à   zowel in de tv tekst, de programma’s, als op het moment dat het publiek de programma’s bekijken. àà  Het is niet een object of een stand van zaken, maar een praktijk.
Om representatie als complexe praktijk te begrijpen zijn verschillende invalshoeken mogelijk: Ideologiekritiek (komt terug in H11) Publieksonderzoek (H9) Betekenisgeving (H4)

In cultural studies gaat het altijd om constructies van de werkelijkheid. Er is geen ‘neutraal’ begrip van ‘de werkelijkheid’ en de hulpmiddelen die we gebruiken zijn van belang. Dit wordt een constructivistische of poststructuralistische benadering genoemd. Constructie denken: Sluit aan op werk van bv Barthes. De betekenis ligt volgens de (post)structuralisten vervat in codes, in de op zichzelf willekeurige relaties die we als maatschappij tussen vormen, klanken, dingen of toestanden, concepten en woorden, vastleggen. Betekenis is uiteindelijk gebaseerd op sociale conventies. Betekenisconstructies kom je op het spoor door met aandacht voor detail verhalen te beluisteren en te bekijken. Het belangrijkste is eigenlijk de vergelijking van de te onderzoeken representaties met andere verhalen en verbeeldingen uit diezelfde periode, en in dezelfde streek of regio. Door te vergelijken worden verschillen en bijzonderheden duidelijker en kan de onderzoeken komen tot een interpretatie. Coderingen en her coderingen verwijzen niet alleen naar conventies en maatschappelijk afspraken, maar ook naar de machtsbalans in onze samenleving. Representatie: Beschrijven, weergeven of afbeelden. Maar ook symboliseren (à Tekens staan voor een hele groep of verzameling, daarom kan het een enorme lading meegeven die in 1e instantie niet zichtbaar is) en vertegenwoordiging. Identiteit: In 1e instantie à Zelfbeeld. Maar niet alleen voor individuen, ook voor groepen. Hall à Identiteit gaat over een proces van telkens weer ‘worden’, waarin we verschillende hulpmiddelen gebruiken: elementen uit onze persoonlijke geschiedenis, culturele kennis en ideeën over de context waarin we over onszelf praten, of waarin we onszelf tonen. Hoewel we vertellers zijn van verhalen over onszelf, zijn dat verhalen die noodzakelijkerwijs zijn ingebed in omstandigheden die we lang niet altijd zelf in de hand hebben. Bovendien gebruiken we de codes van representationele regimes die we ook niet naar believen kunnen veranderen. We worden geboren in een talig systeem à Er is vaak al een naam voor ons voordat we er zijn, we worden ingedeeld in een seksecategorie en daarmee liggen er al heel wat verachtingen klaar. We zijn geen meester over onze eigen identiteit. Identiteit word binnen cultural studies verbonden met maatschappelijke scheidslijnen die het gevolg zijn van machtsongelijkheid. Identiteit voor individu à Heeft te maken met de verhalen die we over zichzelf vertellen, met de constructie van persoonlijk geschiedenissen.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

9  

Identiteit voor groep à Heeft te maken met het vertellen van geschiedenissen die moeten dienen ter ondersteuning van een claim op speciale rechten. (In politieke zin vaak te verwijzen naar slachtofferschap).  Kate Woodward à suggereert dat de termen ‘representatie’ en ‘identiteit’ samen laten zien hoe een bepaalde betekenisgevende praktijk en de definities en omschrijvingen die deze praktijk aanbiedt ons als subjecten positioneert. Zulke posities hoeven we niet op te nemen, en we kunnen ze ook weer inruilen voor andere. Het is belangrijk dat we collectieve identiteiten delen. Deze saamhorigheid, verbonden voelen met elkaar = Cultureel burgerschap.  John Hartley (1999, boek: Uses of Television) Begint discussie cultureel burgerschap met ‘democratainment’. Tv is een ‘transmoderne leraar’, het biedt ons de lering in de vorm van vermaak, onwillekeurig zonder sprake van hiërarchische ordening. Burgerschap vroeger à gemeenschap vormen rond gemeenschappelijk taal, wetten en gebruiken. Nu à Tv trekt zich niets aan van regionale of nationale grenzen. Tv leert identity aan en is tegelijkertijd leraar van difference vanwege de veelheid aan culturen die je al zappend kort in de huiskamer hebt. Cultureel burgerschap vind je terug in interpretatie en betekenisgeving gebaseerde praktijken die mensen binden als publieksgroepen of lezersgemeenschappen. Cultureel burgerschap vertaalt de kern van het encoding/decoding model! 2.2  Ideologie,  media  en  macht   Ideologie: Een samenhangend systeem van ideeën waarmee (elementen van) cultuur en samenleving kunnen worden begrepen. Begrip niet altijd zo breed geweest. Opkomst tijdens Marxisme à Cultuur werd bepaald door een ideologie, die van de bovenklasse (Base). Marx stelde de kapitalistische samenleving aan einde 19e eeuw voor als bestaande uit: - Onderklasse (Superstructure) Het proletariaat dat geen ander bezit heeft dan het eigen lijf, dat als arbeidskracht kan of moet verkopen Heersende klasse, dominante klasse ( Base) De dominante klasse die de productiemiddelen bezit en de onderklassen uitbuit door winst te maken en die zelf op te strijken.

De ideeën van de dominante klasse vormen de dominantie ideologie. Dominantie ideologie à Samenleving zoals we die hebben is ‘natuurlijk’: de orde der dingen is zoals die zijn moet. Wereldbeeld is kapitalistisch. Marx beschuldigen de media van ‘vals bewustzijn’ met betrekking tot de begrippen realiteit, waarheid en wetenschappelijke kennis.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

10  

Het encoding/decoding – model van Hall De bijzondere kwaliteiten zijn gelegen in de verdubbeling van het moment van betekenisgeving en ten tweede door de beperkende condities aan beide kanten van het proces van betekenisgeving. Zowel producten als publieksgroepen worden beperkt door de kennis die ze tot hun beschikking hebben. Ook worden ze beperkt door productieverhoudingen.
Concreet: Productieverhoudingen Links à Organisatiestructuur tv productiebedrijven en omroepen Productieverhoudingen Rechts à Maatschappelijke positie van de kijkers, als verkopers van arbeidskracht

De kijkers beslissen zelf over hun framework of knowledge welk ze hebben verworven in de loop van hun leven. Er zijn meerdere ‘deel ideologieën’ in het model zichtbaar als concrete dimensies (de frameworks of knowledge) in processen van betekenisgeving. Hall à Maakt duidelijk dat tv-kanalen of de afstandsbediening kan bepalen hoe er tv kan worden gekeken en welke betekenissen er hierdoor kunnen ontstaan. Er wordt altijd over betekenissen onderhandeld.

Preferred meaning De wijze waarop de producenten graag willen dat je de tekst begrijpt. Hoewel elke tekst een ‘preferred meaning’ heeft, wil dit niet zegen de prefered meaning die er bij de encoding door producenten is toegevoegd tijdens het decoding door alle kijkers overgenomen wordt. Volgens Hall kan een mediatekst op meerdere manieren ‘gedecodeerd worden’. Je kunt aan een mediatekst namelijk meerdere lezingen geven. Je kunt erin meegaan, er tegen zijn of onderhandelen over de mediatekst. Deze driedeling heeft Hall benoemd. Zie hieronder:  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

11  

-

Dominant-Hegemonic Reading Een dominante-hegemoniale lezing: De lezer volgt de preferred meaning zoals meegegeven aan een mediatekts door de producenten. Negotiated Reading Een onderhandelende lezing: De lezer herkent de preferred meaning maar geeft daar een eigen draai aan, de lezer onderhandelt als het ware over de mediatekst. Oppositional Reading Oppositionele lezing: De lezer begrijpt de letterlijke en associatieve betekenis, dus de preferred meaning, van de mediatekst, maar gaat hier lijnrecht tegenin.

-

-

 Gramsci (1971) Tussen machthebbers en de gewone mensen staat een maatschappelijke groep die het denken van de ene groep voor de andere groep heen en weer vertaalde: de intellectuelen. Daarbij onderscheiden: - Traditionele intellectuelen: Priesters, werken in dienst van de macht - Organische intellectuelen: Hebben kritiek op de maatschappelijke orde en proberen de ‘common sense’ tot revolutionaire duidelijkheid te brengen Op deze impliciete kritiek en op het werk van deze organische intellectuelen reageert de dominante orde met flexibiliteit in plaats van met geweld. Door een mogelijke verzet tegen te gaan, bieden ze deze klasse een klein stukje symbolische inspraak om hun positie te kunnen behouden. Met andere woorden: - Hegemonie Maakt klassenideologie acceptabel, door haar voor te stellen als een ‘natuurlijke’ orde. Hegemonie ‘naturaliseert’ klassentegenstellingen, en gaat zo onproblematisch deel uitmaken val alledaagse kennis. Hegemonie biedt de onderklasse een klein deel inspraak, de onderklasse voelt zich zo gehoord en begint geen revolutie. De onderklasse/bovenklasse structuur wordt ze op een ‘geweldloze’ manier behouden.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

12  

Gramsci’s theorie voor NL: Productiemiddelen + complex multiculturele maatschappijstructuur. Het is niet duidelijk meer wie tot dominante en onderdrukte klasse behoort. Juist op basis hiervan kan je stellen dat de hegemonie (die naturaliserende kracht) nog nooit zo sterk is geweest. Ook de 2 soorten intellectuelen kunnen worden toegepast. Vooral als soorten opgevat worden als posities; journalisten en programmamakers kunnen van tijd tot tijd kritische interventies doen, zonder dat ze tot een politieke voorhoede hoeven te behoren. Ze kunnen soms als organische en soms als traditionele intellectuelen optreden. Hoe verhouden wij ons als gewone mensen, als tv kijkers, nu tot ideologie? Althusser à Imaginaire relatie Althusser à Interpellatie à Op het moment dat je wordt aangesproken, herken je jezelf in die ideologie, en voel je je tegelijkertijd erkend. Zo worden we aangesproken als subjecten: onderworpen aan een denksysteem, maar tegelijk het onderwerp van dat systeem. Eenmaal binnen de ideologie (ook wel à symbolische orde) kunnen we ons niet meer voorstellen dat we ooit geen subject zijn geweest of zouden kunnen zijn. Zo kan interpellatie ons aanspreken als tv-kijker op een ‘deel van onze identiteit’, onze etnische afkomst, huidskleur, leeftijd, sekse, ect. Ideologie vormt een perfecte cirkel om ons heen van (h)erkenning maar ook van miskenning 2.3  Ideologie  in  praktijk   Ideologie op vertoog theoretische versie à Als snippers van groter denksystemen waarvan wel degelijk een specifieke machtswerking uitgaat. Deze machtswerking heeft niet meer altijd of uitsluitend de ideeën, visies of belangen van de dominante klasse. Hoe kom je erachter wat voor wereldbeelden tv ons aanbiedt, qua tekst globaal 3 mogelijkheden: 1. Tellen: De onderzoeker stelt eerst vast waaruit zou kunnen blijken dat bv actualiteitenrubrieken van ‘linkse’ of ‘rechtse’ politieke signatuur zijn en telt dan de partijpolitieke achtergrond van gasten in die programma’s. Letten op gebruik bepaalde woorden, tellen aantal mannen/vrouwen + welke rol. 2. Tekens: De onderzoeker die van mening is dat betekenissen niet onmiddellijk gegeven zijn, maar versleuteld liggen in bv codes, gelooft niet dat ‘tellen’ meer oplevert dan een 1e indruk. Hij/zij gaat op zoek naar centrale tekens in een tekst. Bv landkaarten in het journaal, impliciete verwijzing naar machtsverdeling over de aardbol. 3. Thema’s: Samenhang tussen tekens op een hoger abstractieniveau bv in aantal centrale thema’s Het is van belang om te zorgen voor een sterke keuze van bronnen en voorbeelden, zodat kan worden beargumenteerd dat de gevonden thema’s inderdaad meer zijn dan de willekeurige keuze van een onderzoeker.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

13  

Hoofdstuk  3:  Vertoog  en  governmentality  
3.1  Van  ideologie  naar  vertoog   Ideologie (of hegemonie) vormt de kern van een proces dat er betrekkelijk efficiënt voor zorgt dat de status-quo in stand blijft en dat machthebbers hun dominante plek behouden. Tegelijkertijd moeten ze ook ruimte afstaan om de instemming van grote groepen te ‘kopen’. Tv heeft een rol gespeeld bij het vervagen van de scheidslijn tussen hoge en lage cultuur. Het hiërarchische onderscheid tussen die twee is mede door tv effectief ter discussie gesteld.  Michel Foucault à Macht; in welke vorm dan ook, roept weer tegenmacht op. Onze macht is verbonden met specifieke praktijken en instituties. à Vertoog; Alles wat er over een onderwerp gezegd en geschreven kan worden. Taal is niet een doorzichtig of universeel bruikbaar medium, maar georganiseerd rond onderwerpen en begrensd door ‘discursieve’ regels. Ideologieën werken door middel van interpellatie, maar ook via naturalisatie of inburgering, het gewoon en alledaags maken. Foucault ’s notie van vertoog stelt ons in staat om alles wat er over televisie kan worden gezegd en geschreven, te analyseren als georganiseerd rond een specifieke norm. De ‘norm’ is hier dat tv in 1e instantie aan de maatstaven van ‘oudere’ media moet worden gemeten. Omdat ideologiekritiek in de regel gericht is op de interne structuur van de tekst, op de codes en conventies die specifieke betekenissen tot stand brengen, bestaat het gevaar dat historische en andere contexten buiten beschouwing blijven.  John Fiske à Polysemie: Als we het tv programma als tekst herkennen in al zijn complexe gelaagdheid. Met een analyse in termen van vertogen krijgen we niet alleen zicht op de veelheid aan vertogen die de specifieke tv programma’s raken en ze mede betekenis geven, maar ook op het centrale vertoog over tv als medium zelf à het metaniveau Zoals bij alle grote vertogen wordt de kern gevormd door een spanningsrelatie. Het vertoog over tv dicteert dat tv gemakkelijk en vermakelijk, als informatief moet zijn.  John Hartley à Kritiek op tv van links intellectuelen: De sleutel tot het geheim van tv had alles te maken met commercie en massacultuur, en weinig met authenticiteit of volkscultuur. Hartley beweert dat degene die hij rekent tot de ‘knowledge class’ (gezelschap van leraren, filosofen en journalisten) al voor het bestaan van tv zo volhardend waren in hun vooroordelen over massacultuur, dat tv nooit een kans heeft gehad om serieus te worden genomen.
In NL hetzelfde à Door verzuiling, de katholieken en protestanten waren tegen bv. dansen op tv, dat was onzedelijk

Tv is gemakkelijke zondebok voor een aantal maatschappelijke zorgen en zonden van deze tijd. 3.2  Van  vertoog  naar  governmentality   Machts- en betekenisstructuren liggen diep ingegraven. Ze zij niet enorm vatbaar voor tijdelijke aanvallen en kritiek. De makers van een succesvol format kunnen (om het publiek te behagen) een zwenking maken, dit geeft aan dat er geen grondregels zijn voor de gevestigde orde.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

14  

 Bas Heijne à Het is noodzakelijk om de traditie van het neoliberalisme en de verlichting, waarin we vandaag de dag onze identiteit en geschiedenis begrijpen, te zien in samenhang met zijn romantische tegenhanger die niet rationaliteit en redelijkheid maar gevoel en sentiment centraal stelt. Stichting kijkwijzer à kent onder toezicht van een wetenschappelijke raad icoontjes toe aan programma’s. (vb van governmentality)  Mitchell Dean à Governmentality kan in het werk van Foucault langs twee lijnen worden gedefinieerd: 1. Gaat letterlijk over govern-mentality: Over hoe we denken over hoe we worden bestuurd. Hoe we denken staat dan voor een collectieve activiteit, over kennis, opvattingen en normen en waarden waar we ons middenin bevinden. Governmentality is dan het vertoog over de overheid en bestuur dat we zelf ondersteunen en ten uitvoer brengen. 2. Gaat over nieuwe manieren van machtsuitoefening: Ziet nieuwe vormen van macht ontstaan als de staat en staatsbestuur zich expliciet gaan bedienen van allerlei technieken van kennis en vergaring zoals die door de geestes- en sociale wetenschappen worden ontwikkeld. Eigen omroep oprichten samen met gelijkgestemden: Kan, zolang die omroepen dan maar weer netjes samenwerken voor het groter algemeen goed à Voor een zo goed mogelijk geïnformeerde bevolking die met aanschouwelijk onderwijs leert hoe je je hoort te gedragen en wat voor misstappen wel en niet vergeeflijk zijn. Governmentality: Sterkte vorm van machtsuitoefening, berust immer op het heilig geloof van betrokkenen in de juistheid van hun eigen ideeën over het bestuur en de maatschappij. Televisie is een medium dat dwingend uitnodigt; Zowel aan de kant van het aanbod à naar de kijkers toe en daarmee in alledaagse kijkpraktijken. Als aan de kant van de makers à waarin alle betrokkenen bij een tv productie het best werken als ze ervan overtuigd zijn dat het ertoe doet hoe ze een programma neerzetten. 3.3  Meer  aandacht  voor  televisieproductie  in  cultural  studies   Actor-netwerk-theorie: Hierin wordt gewezen op de ‘agency’ en macht van dingen en situaties.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

15  

Deel  II:  Televisiestudies  in  context  
Hoofdstuk  4:  Televisieproductie:  een  bijzonder(e)  creatieve  industrie  
4.1  Above-­‐  en  below-­‐the-­‐line   De tweedeling en respectievelijke ‘creatieve’ en ‘vaktechnische’ beroepen. Dit onderscheid duidt op de mate waarin bepaalde programmamakers al dan niet beslissingen nemen over de inhoud van een tv-productie. Above-the-line makers à Bijdrage is vooral creatief en dus inhoudelijk bepalend bv. schrijvers, regisseurs, acteurs en redacteuren Below-the-line makers à Voornamelijk uitvoerend en technisch personeel bv. technici, visagisten, setdressers, editors, productiemedewerkers.  Jane Landman à individuele programmamakers below-the-line kunnen op allerlei manieren hun stempel drukken op het uiteindelijke tv programma. Mediaprofessionals verhouden zich tot de (mondiale) trends in het medialandschap, de omroepbazen voor wie zij werken, de organisatiestructuren waarbinnen zij zich bevinden en het persoonlijke netwerk waarop zij aanspraak kunnen maken. Machtsstructuren en eigendomsverhoudingen werken daarmee vooral indirect door in de media-inhoud. Mediaproductie is creatief werk, maar binnen zekere beperkingen; mediaprofessionals vormen enerzijds de scheppers van populaire cultuur, anderzijds functioneren zij in het kapitalistische systeem. Vanuit cultural studies benadering wordt de laatste jaren steeds gepleit voor de bestudering van het productieproces in zijn gehele context. Een uitgangspunt daarbij is dat de tv-sector gezien kan worden als onderdeel van de zogenaamde cultuurindustrie. 4.2  Niveaus  van  productieonderzoek   John Corner à 4 niveaus van productieonderzoek:
1. 2. 3. 4. Historical context Institutional settings Production mentalities Production practices het niveau van politiek, economie, sociale context het niveau van de mediasector, het bedrijf, de organisatie het niveau van de ‘denkwijzen’ van producenten en makers het niveau van de werkvloer, praktijken, strategieën

Kunnen elkaar overlappen, bv veranderingen op gebied van wetgeving kunnen bv consequenties hebben voor productiepraktijken op de werkvloer. 1. Historical context: De algemene politieke en economische context waarbinnen tv (mogelijk) wordt gemaakt. Begrippen: nationale wetgeving, ontzuiling, commercialisering van het omroepbestel, globalisering, marktwerking. Als deze begrippen spelen een rol in de vorming van het instituut tv en in de veranderingen die daar vervolgens weer uit voortvloeien op het niveau van de programma’s, genres en programmering. Jaren ’60 à culturele revolutie = voorbeeld hoe de maatschappelijk/sociaalpolitieke context zijn weerslag heeft gehad op het NL tv-landschap. De ontwikkelingen in de NL maatschappij hadden hun aandeel in de hervorming van het omroepbestel, o.a. de Omroepwet 1967. 1967: Omroepwet à Maakte een einde aan monopolie positie van de verzuilde omroepen, het bestel werd opengesteld voor nieuwkomers. 1e was de TROS (1965 al zendtijd).  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

16  

Hiermee kreeg de ontzuiling een duidelijk gezicht op tv, er kwam meer amusement. Andere omroepen waren bang om hun leden te verliezen en gingen hierdoor ook meer amusement uitzenden à vertrossing 1964: 2e tv-net, er moest dus meer tv worden gemaakt, maar budget bleef gelijk. Er moest dus meer geproduceerd worden van hetzelfde budget wat zorgde voor goedkopere genres zoals talkshows en cabaret. De reden dat er nu meer reality tv is, is vooral te verklaren door commercialisering en deregulering. Meer zendtijd, minder geld dus bezuinigen op bijvoorbeeld sets en acteurs. 2. Institutionele settings: Gaat om de institutionele en organisatorische omgeving van tv-productie, waaronder zaken als financiering, werkgelegenheid en planning vallen. Elke maker heeft direct/indirect te maken met een organisatie, beroepsgroep, team, programmering, adverteerders en publiek. De relatie met en tussen al deze partijen is georganiseerd in het onderdeel van de institutionele settings. >> Industry-level analysis = puur institutioneel onderzoek Onderdeel van 2: kijkcijfers: het institutionele perspectief 1991: Ien Ang (desperately seeking the audience) à De manier waarop er doorgaans over ‘het televisiepubliek’ wordt gedacht en gesproken wordt voor het grootste deel bepaald door wat zij het ‘institutionele perspectief’ noemt. Het publiek wordt gezien als een grote amorfe massa die zo veel mogelijk gecontroleerd moet worden om het aantal kijkers te kunnen maximaliseren. Voor de hele tv-industrie kan worden gesteld dat kijkcijfers essentieel zijn als het gaat om de legitimatie van wat wordt uitgezonden. (Ang) De publieke omroepen – die, traditioneel als ‘verheffer’ van de burger, een hele andere taak voor ogen hebben dan de op de consument gerichte commerciële zenders – zich grotendeels baseren op dit perspectief. 3. Production mentalities: Ook wel ‘denkwijzen’, het kijken naar de waarden en opvattingen van hen die werken in het productieproces, alsmede naar de creatieve, vaktechnische, professionele en commerciële doelen die zij voor ogen hebben. Uitgangspunt: het produceren van tv programma’s is in bepaalde mate een ideologisch proces. Verband met Hall encoding/decoding; frameworks of knowledge; à Een maker maakt altijd onderdeel uit van een land, een beroepsgroep en een organisatie en het is deze omgeving die medebepalend is voor zijn opvattingen, denkwijzen en normen. 4. Production practices: Bestaat uit de vaardigheden, praktijken en conventies die samen zorgen voor de constructie van tvprogramma’s. Mensen achter de schermen zorgen ervoor om het geplande, georganiseerde en uitgedachte ‘verborgen’ blijft voor de kijker. De laatste 2 niveaus van Corner leveren een bijdrage aan de discussie over de werking van ideologie.  David Hesmondhalgh à Er zijn meerdere academische stromingen waaruit onderzoek naar cultuurindustrieën mogelijk is. Drie van deze benaderingen zijn politieke economie, organisatie sociologie en cultural studies. 4.3  Politieke  economie   Houden zich bezig met de mate waarin de cultuurindustrieën de belangen van rijken en machtigen in de samenleving dienen. Onderzoeken zijn geïnspireerd door Marx. Bij tv ligt de focus van politiek economen op de manier waarop eigendomsverhoudingen en de structuur van inkomsten van een tvorganisatie de inhoud van het programmering beïnvloeden. Of een omroep nu wordt gecontroleerd door een regering of juist compleet wordt gefinancierd door de reclame-inkomsten, de programmering zal grotendeels de belangen dienen van degenen aan de top.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

17  

4.4  Organisatiesociologie   Neemt de organisatie zelf als uitgangspunt en heeft als doel het in kaart brengen van de processen die het productieproces sturen. Met name het ‘managen van creativiteit’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Is tegenhanger voor pessimistisch almacht-denken over de cultuurindustrieën. 4.5  Cultural  studies   Vormt de kern van onderzoeken en herdefiniëren van cultuur door haar verwevenheid met sociale macht in beschouwing te nemen. Het ziet cultuur als een complexe ruimte waarin vele verschillende invloeden elkaar versterken, dan wel tegenwerken. Het verbindt de macro- en microniveaus met elkaar. Er is oog voor het denken en handelen van de individuele maker binnen de beperkingen van de (institutionele) context. Ook wel ‘creativity within constraints’ genoemd door Mayes, Banks en Caldwell. Vorm van convergentie is de zogenaamde ‘camjo’ (een samentrekking van camera en journalist). >> Staat tv-maken waarbij een persoon alle functies van het productieproces op zich neemt.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

18  

Hoofdstuk  5:  Televisiereceptie:  het  debat  over  de  kwetsbare  kijker  
5.1  Gewone  domheid   Onderzoekers waren benieuwd of de ‘sombere voorspellingen’ over vervlakking, ondermijning van het gezinsleven, verslaving en schade aan de psyché of het lichaam en de verslechtering van de schoolprestaties door tv waar zouden zijn. Het viel allemaal reuze mee.   5.2  Negatieve  effecten  van  televisiekijken   Tientallen onderzoeken verschenen waarin werd gesuggereerd dat er een relatie is tussen tv kijken en gebrek aan lichaamsbeweging.
Gebrek aan lichaamsbeweging à leidt tot hartproblemen à wat leidt tot zwaarlijvigheid à wat kan leiden tot suikerziekte

à dus lang tv kijken zorgt voor diabetes. Tv kijken veroorzaakt een slecht eetpatroon dat versterkt wordt door reclames van junkfood + door de vele sigaretten reclames is er een grotere kans dat mensen gaan roken. Daarnaast waren de onderzoekers bang voor de cognitieve ontwikkeling bij kinderen
>> volgens hen wordt er door veelvuldig tv kijken minder gelezen en presteren kinderen hierdoor ook minder op school.

Er is in de wetenschap nog steeds geen overeenstemming over de kwalijke invloed van tv.   5.3  Kijkwijzer?   1999: In NL oprichting instituut tegen kwalijke invloed van mediagebruik. Het NICAM (NL instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media). NICAM: Heeft als belangrijkste taak het ontwikkelen en beheren van de kijkwijzer, die ouders waarschuwt welke films/programma’s schadelijk kunnen zijn voor kinderen van bepaalde leeftijd.   5.4  Ultieme  begrippen    Robert Davis Er is altijd een grote groep die het nieuwe medium ziet als een bedreiging en vaak een kleinere groep die het verdedigt tegen de aantijgingen dat het allemaal heel slecht zou zijn. De herhaling komt omdat een nieuw medium altijd in relatie wordt gebracht met ‘de ultieme begrippen’: democratie, educatie, vrede, cultuur, schoonheid, thuis, familie/gezin en realiteit. (1976) Dit zijn de ‘gods terms’ die niet meer ter discussie staan en beiden een ‘ultimate rhetoric potency’ à Elk nieuw medium wordt getoetst aan de hand van de waarde die het heeft voor kernbegrippen in een samenleving.   5.5  Allegorie   Bezorgdheid dient belang dat niet afhankelijk is van de vraag of tv daadwerkelijk slecht voor je is.  David Ticchi (1991) Kinderen: Ouders: Wetenschappers: Televisie: The Innocents The Guardians The Experts The Illuminater

Beschreef de verschillende partijen als rollen in een allegorie. De nadruk van de bezorgdheid op kinderen.

<>

The Corruptor

5.6  Deskundigen     Wanneer is tv slecht voor je? >> De deskundigen effectonderzoekers helpen te bepalen wanneer tv een kwade invloed heeft.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

19  

Hoofdstuk  6:  Van  productie  tot  receptie:  perspectiefwisselingen  in   televisiestudies  
6.1  Geschiedenis   Het medium tv heeft maar weinig eigen genres ontwikkeld. Sitcom: situation comedy is er een van, net als de tv-quiz, soap en reality tv. Reality tv Is meer een losse verzamelnaam voor een aantal subgenres die niet noodzakelijke kenmerken met elkaar delen. Nieuwheid van een genre heeft een voordeel: het stelt ons in staat om te zien hoe tvstudies reageren op het ogenblik dat ze met een nieuwe culturele vorm worden geconfronteerd. 6.2  Televisie  als  massamedium    Raymond Williams (Television: Technology and Cultural Form) 1974 Bekritiseert de wijze waarop tv vorm geeft aan het publieke debat. Ziet ernstige beperkingen in de wijze waarop bv actualiteitenprogramma’s argumenten in de publieke sfeer brengen. De reden hiervoor zegt Williams is dat ze gelijktijdig de consensus opzoeken en werken door middel van vervanging. 6.3  Reality-­‐tv  als  democratisering   Eind jaren ’90: 1e reality-shows op tv. Talkshows moeten worden gezien als een vorm van directe democratie omdat ze publiekparticipatie mogelijk maken; het publiek wordt niet langer door middel van een substituut gerepresenteerd, maar is zelf fysiek aanwezig en levert dus een directe bijdrage aan het programma. Reality-tv word geprezen vanwege: 1. Gebrek aan scenario, wat een onvoorspelbaar karakter geeft. Volgens Williams à het creëren van meer openheid en diversiteit in de publieke sfeer 2. Veelvoorkomend gebruik van ‘gewone mensen’. Volgens Williams à Gewone mensen zijn niet langer buikspreekpoppen, kunnen zelf hun zegje doen, waardoor tv gevarieerder wordt en een breder maatschappelijk spectrum aan het woord gelaten wordt. >> Je zou kunnen stellen dat reality-tv past binnen de rij van meer interactieve tv-vormen, zoals belspellen, tele-voting, of het gebruik van user-generated content. User-generated content: ‘Gewone mensen’ (kijkers) integreren in het productieproces waardoor de afstand tussen productie en receptie als het ware wordt overbrugd. Televisie is niet langer iets om te kijken, maar iets om te doen. 6.4  Ontnuchtering  in  productie   Binnen tv-studies had het succes van publiekstudies ertoe geleid dat productie een onder bestudeerd veld was. Best raar want Halls encoding/decoding model verwees expliciet naar productie. Hiervoor zijn verschillende redenen benoembaar: - Het conflict met politieke economie had geleid tot een taakverdeling, waarbij cultural studies zich bezighielden met tekst en receptie, maar niet met productie. - De opkomst van de feministische en postkoloniale kritiek binnen tv-studies verdreef de marxistische voorkeur voor productie als het analytische startpunt naar de achtergrond. - De cultureel esthetische nadruk op de geleefde cultuur en het alledaagse onderwaardeerden het institutionele en duwden tv-onderzoekers in de richting van het publiek.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

20  

Productieproces van reality-tv gingen onder de loep. ‘Gewone mensen’ krijgen weliswaar een platform aangeboden, maar ze doen dat in een context die ze niet onder controle hebben. Ze zitten in een gemaakte setting /omgeving. De opname set lijkt op een open podium, maar in werkelijkheid is het een gestructureerd en gemanagede setting. Het gevolg hiervan is dat deelnemers terecht komen in een context waarvan ze de parameters niet beheren; de deelnemers hebben geen invloed op de selectie, format, redactionele beslissingen of modus operandi. à Hierdoor wordt hun performance ‘geformat’. De grondoorzaak van deze gefaalde democratische hoop ligt in Hall encoding/decoding model productierelaties à De specifieke sociale vorm waarin de tv-productie plaatsvindt, inclusief het bezit van de productiemiddelen. In reality-tv mogen deelnemers hun inhoudelijke input geven maar de productiemiddelen blijven het exclusieve bezit van de mediaprofessionals. Deze fundamentele asymmetrie van wat we het ‘reality dispositief’ kunnen noemen, is een 1e verklaring waarom Williams’ droom van ongemedieerde participatie niet wordt gerealiseerd in de huidige vorm die reality-tv heeft aangenomen. 6.5  Ontnuchtering  in  receptie    Guy Debords (1967) Bekritiseerde de naoorlogse consumptiemaatschappij, omdat zij gekenmerkt wordt door een passieve levenshouding waarbij de mensen een rad voor de ogen wordt gedraaid. Het is wel duidelijk dat de media, met tv voorop, een belangrijke rol spelen in de spektakelmaatschappij. à Debords voornaamste kritiek à Het spektakel passieve subjectpositie: we nemen ons eigen leven niet in handen, maar berusten in de bestaande situatie. Het spektakel isoleert mensen onderling omdat ze in plaats van met elkaar te communiceren, op passieve wijze enkel het ‘kijken’ naar het spektakel delen.  Raymond Williams (1974) Gebruikte de term mobile privatization om deze maatschappelijke-televisuele constellatie van publiek medium en private ontvangst te benoemen, met andere woorden tv-tekst is de enige vorm van verbinding tussen mensen. Reality-tv draagt bij aan een algemene tendens, namelijk de steeds grotere kennis van kijkers over de media in het algemeen en tv in het bijzonder. Bovendien maakt reality-tv gebruik van diverse alternatieve kanalen (zoals internet). Reality-tv stimuleert de mediawijsheid van het algemene publiek à gaat in tegen Debords analyse van de spektakelmaatschappij. Immers, je zou kunnen stellen dat wanneer kijkers de cultuurindustrie achter het spektakel zien, ze sterker staan ten aanzien van diezelfde cultuurindustrie.  Andrejevic (2004) Stelt dat de dominante leespositie van reality-kijkers omschreven kan worden als ‘savvy’. Savvy Impliceert een wereldse vorm van wijsheid. Een savvy iemand weet hoe de wereld in elkaar zit, en is ook trots op zijn of haar realistisch houding. Hij/zij kijk naar op ‘naïeve kijkers’s. Deze laatsten evalueren reality programma’s in termen van authenticiteit of echtheid. Een savvy iemand weet dat tv draait om de kijkcijfers. Ze laten zich niet vangen door het spektakel, maar zien in de 1e plaats de machine die het spektakel produceert. Hebben een onsentimentele houding ten aanzien van tv. Toch is de savvy houden niet emancipatorische als hij lijkt, in exact dezelfde operatie waarin de savvy kijker door het spektakel heen prikt, wordt simultaan de hele constructie genaturaliseerd. Hiermee bedoel Andrejevic dat het commerciële model als onvermijdelijk wordt beschouwd. Als gevolg hiervan wordt het hele commerciële bestel en zijn/haar kijkcijferlogica onbekritiseerbaar gemaakt.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

21  

6.6  Reality  en  governmentality  studies   Governmentality studies Tekent zich af als alternatief voor de cultural studies zoals die door Hall op de rails was gezet in de jaren ’70. In deze benadering worden culturele producten niet langer gezien als dragers van ideologie, maar zijn het middelen waarmee het menselijk gedrag wordt gestuurd. De kern van het idee is dat vele reality-formats niet zozeer de realiteit willen representeren maar haar vooral willen veranderen. Speciale aandacht is er voor de wijze waarop reality-tv drager is van een neoliberale gouvernementele logica. Op Foucault voortbouwend à focust deze benadering minder op het sociaaleconomische aspect en komt de nadruk te liggen op neoliberalisme als nieuwe politieke rationaliteit. Hoewel de retoriek van neoliberalisme bol staat van positieve termen als vrijheid en ondernemingszin, legt reality-tv soms ook het autoritaire, neoconservatieve supplement bloot.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

22  

Deel  III:  Televisiestudies  in  praktijk  
Hoofdstuk  7:  Make-­‐overtelevisie:  modegoeroes  en  magische  transformaties  
7.1  Inleiding   Make-over televisie is een relatief nieuw genre. Een van de 1e shows was What not to wear (show waarin 2 vrouwen andere ‘slecht’ geklede vrouwen modeadvies gaven. Was mateloos populair en werd verkocht aan veel landen. Het genre van de make-over is echter niet beperkt tot metamorfoses op het gebied van kleding, stijl en gedrag.  Bratich Reality-tv draait in tegenstelling tot wat sommigen denken niet om het laten zien van de werkelijkheid, om objectieve representatie, maar om interventie in de werkelijkheid. Van zo’n interventie is niet alleen van sprake bij de klassieke make-overshows die om uiterlijke veranderingen draaien, maar ook bij een hele reeks reality-shows waarin de transformatie, uiterlijk of innerlijk, van een individu, groep bedrijf of andere unit centraal staat. 7.2  Voorlopers  van  make-­‐overtelevisie   ‘Make-overs’ of magische transformaties komen in alle volksculturen voor. De verspreiding van de make-over moet echter gekoppeld worden aan de periode vanaf de late moderniteit (midden 19e eeuw) toen een reeks ingrijpende sociale veranderingen plaatsvond. Door de industriële revolutie ontstaan er nieuwe ideeën over gender, klasse, consumptie en de inrichting van de huiselijk sfeer. Burgers krijgen dankzij technologische ontwikkelingen meer vrijheid en meer vrije tijd om hun identiteit op deze gebieden te vormen.  Tania Lewis (2008) à 3 fasen in deze ontwikkeling: 1. Vanaf ongeveer 1830 tot de WO II Het advies wordt vooral gegeven in de vorm van handboeken. Deze richten zich op de vrouw en gaan over smaak, etiquette en het huishouden. Voor mannen gelden andere regels, hun identiteit wordt bepaald door het werk buitenshuis. 2. Jaren ’50 vorige eeuw Magazines staan centraal en ontwikkelen zich tot infobladen voor ‘self-styling’. De overgang naar een individualistische levensstijl hangt samen met twee maatschappelijke trends: Emancipatie van de vrouw en de groeiende macht van adverteerders. Jaren ’50 markeren tijdperk van massaconsumptie. Tijdschriften plaatsen make-overs, gericht op kleding en stijl. Voor mannen wat lastiger, en toen was er de playboy.... YeeeY 3. Vanaf jaren ’80 Sprake van een verregaande stilering van het alledaagse leven waarin nauwelijks nog onderscheid te maken is tussen advies, advertenties en entertainment. Make-over vinden nu ook plaats op de tv, worden overdag uitgezonden en richten zich op de vrouw. Vanaf eind jaren ’90 omarmen de publieke en commerciële omroepen het idee van lifestyle als basis voor (een deel van) hun programmering. Niet langer beperkt tot middag, maar ook nu in de avondprogrammering. Deze ontwikkeling wordt mede ingegeven door de opkomst van reality-tv, dat niet alleen populair blijkt te zijn bij kijkers, maar ook veel goedkoper is om te produceren. Ook de publieke omroepen kiezen steeds vaker voor infotainment in plaats van de traditioneel educatieve televisie. 7.3  Genrekenmerken   Make-over tv wordt vaak geproduceerd als format (volgens strakke richtlijnen). Het is dus wettelijk beschermd en kan verkocht worden. Naast de richtlijnen zijn er een aantal algemene kenmerken onderscheiden die make-over tv tot een genre maken.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

23  

1. Personages Het moet gaan om ‘gewone’ mensen met ‘echte’ problemen, talenten etc. Gewoon en echt tussen aanhalingstekens omdat het format van de show de werkelijkheid altijd stuurt. Naast de gewone deelnemers zijn er de sterren/experts en presentatoren als nieuwe populaire autoriteiten die wij volgen. 2. Settings De meeste make-over programma’s gaan over alledaagse zaken. Kenmerkend is dat de kijker een kijkje neemt in deze privédomeinen. Voyeurisme verklaart mede de aantrekkingskracht van make-over shows. 3. Cinematografie Make-over programma’s hebben een snelle montage, populaire (upbeat) achtergrondmuziek en maken regelmatig gebruik van ‘amateur’ cinematografie (handcams). Dit zorgt ervoor dat de beelden authentiek lijken. Er wordt veel nadruk gelegd in montage van beelden op de grote veranderingen die hebben plaatsgevonden. 4. Narratieve structuur Genre wordt vooral bepaald door een uniforme narratieve structuur en thematiek. Basisverhaal achter elke make-over is dat een wens, manifest ... in vervulling is gegaan. Proces van transformatie wordt getoond in klassieke opbouw: 1e deel scènes introduceren situatie. Middenstuk waarin proces metamorfose wordt samengevat, en 3e deel de onthulling. 7.4  Make-­‐overtelevisie  onder  de  loep   3 belangrijke invalshoeken: 1) Feminisme Vanuit dit perspectief is de ideologie die met de make-over programma’s gericht op vrouwen wordt uitgedragen problematisch. Elke make-over is een bevestiging van de norm dat vrouwen zich verzorgd, modieus en vrouwelijk moeten kleden. Het versterken van deze boodschap gebeurt doordat de familie van de persoon de metamorfose toejuichen. Kritiek ontstaan des te meer als er cosmetische chirurgie wordt ingezet. Een ideologische en feministische lezing van deze show legt meerdere problematische zaken bloot: - de koppeling van (morele) goedheid aan schoonheid - onnatuurlijke schoonheidsidealen - de rol van agency, zijn dit zelfbewuste vrouwen of slachtoffers van het schoonheidsideaal 2) Governmentality studies Nadruk op zelfdisciplinering als middel waarmee regeringen een optimaal maatschappelijk resultaat proberen na te streven. Make-over tv is geanalyseerd als expressie van een (neo)liberale logica; het idee dat zelfregulering en privatisering beter is dan sturing door de overheid. In deze invalshoek is de ideologische boodschap tweeledig: - het individu is verantwoordelijk voor de inrichting en kwaliteit van zijn leven. - het is heel goed mogelijk om dat leven volgens de heersende normen in te richten als je weet welke dat zijn Deze ideologie kan worden bekritiseerd voor het gebrek aan aandacht voor ongelijke en onfortuinlijke omstandigheden. 3) Consumentisme Veel kritiek op de manier waarop transformatie in deze programma’s gekoppeld wordt aan de aanschaf van (de juiste) producten. Op commerciële zenders is de uitbuiting van make-over programma’s als advertentieplatform het meest duidelijk. Make-over tv kan bij uitstek als manifestatie van de huidige consumentencultuur worden gezien.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

24  

Hoofdstuk  8:  Sport  op  televisie:  nationaal  gevoel  en  verbroedering  
Sport op tv is in meerdere opzichten een bijzonder genre, al een eindeloze stroom aan evenementen. Sport levert dus zowel een continue, seriële ontwikkeling, die dagelijks of wekelijks uitzendingen met de laatste ontwikkelingen mogelijk maakt, alsook uitzonderlijke gebeurtenissen die de routinematige programmering van de tv onderbreken of veranderen. Whannel à Laat zien dat tv sport altijd een mengvorm is van journalistiek, drama en amusement. 8.1  Resultaten  en  gemeenschap   Media events Tv zendt een gebeurtenis uit die, hoe groot de rol van de tv daarbij ook is, niet door het medium zelf is georganiseerd en waarvan de betekenis cultureel is verankerd. De tv tracht vooral de ‘geest’ van het evenement over te brengen. Het is kenmerkend voor media events dat zij lang van tevoren worden aangekondigd en dat ze de gebruikelijke structuur van het programmaschema doorbreken. Terwijl bij andere media events zoals staatbegrafenissen en kroningen een vlekkeloze volgens de planning lopende voortgang en afloop van het grootste belang is, kenmerkt de tv-sport zich door de mogelijkheid dat de georganiseerde gebeurtenis een onverwacht verloop kent. Dit ontbreken van vaststaande afloop legt nadruk op live-karakter van tv. Combinatie van bijzonder gebeurtenis met bijvoorbeeld een verrassende, sensationele gebeurtenis geeft aanleiding tot grote gemeenschappelijke aandacht en bied uitgangspunt voor discussies. Daarbovenop hebben media events een mondiale uitstraling. Daarbij blijft het nationale perspectief in het algemeen echter dominant. Sport op tv zorgt er dus niet alleen voor dat de belangstelling van uitzonderlijk grote groepen mensen wordt opgewekt, maar ook dat de toeschouwers zich als deel van een collectief voelen aangesproken. Een natie kan dus als imagined community worden begrepen. Imagined community Een gemeenschap dat desondanks ze het onderling elkaar niet feitelijk kent, een gezamenlijke voorstelling heeft van bepaalde tradities, eigenschappen en emoties. Dit creëert op zijn beurt een gevoel van samenhorigheid, waarin ze zich in een ‘imagined’ gemeenschap wanen. Omdat grote sportgebeurtenissen als media events op een bijzondere manier worden aangekondigd en deels inbreken in de ruimte van het alledaagse leven, veranderen deze gebeurtenissen vaak de wijze van de toeschouwen. Publiek viewing Als mensen samen in groepen naar iets kijken, soms in openbare ruimtes. 8.2  Enscenering  en  de  productie  van  kennis   Dit nationale perspectief van mediaberichtgeving wijst erop dat media events in het algemeen en sportevenementen in het bijzonder niet zomaar verslagen zijn van gebeurtenissen. Enerzijds: Dragen de media juist bij aan de sport tot de organisatie van het evenement. Anderzijds: Ondergaat het de gebeurtenis daarbij ook altijd een aantal transformatieprocessen Bijvoorbeeld door het gebruik van een splitscreen of grafieken, tijdens een wedstrijd.  Caldwell Televisuele stijl: Op tv ontwikkelde zich zeer snel een veelheid aan stilistische middelen, die de ‘look’ van een programma, door technische innovatie gestuurd, tot een belangrijk onderscheidend kenmerk maken. De tv verschaft zelf de basis voor de kennis over sport, doordat het de prestatie met allerlei middelen aan elkaar koppelt en onder de loep legt.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

25  

 Morse (1983) Enerzijds functioneert een vertraagde herhaling als een esthetische stilering, maar tegelijkertijd is de vertraagde herhaling ook een quasi-wetenschappelijk product, dat het lichaam tot het object van de analytische blik maakt. 8.3  Kennis  en  culturele  normen   De mate waarin sport op een bijzonder gericht wijze bepaalde prestaties zichtbaar maakt, draagt bij aan een voortdurende beoordeling van gedragswijzen van andere mensen en daarmee tot de onderhandeling over culturele waarden. De tv maakt het mogelijk om de karakterologische ontwikkeling van een sporter te volgen en van commentaar te voorzien. De bij sport naar voren gebrachte eigenschappen zijn bij uitstek mannelijk. Sport is tevens een van de weinige culturele domeinen waarbinnen het mannelijk lichaam tot object van de blik wordt gemaakt (à Morse). 8.4  Naar  een  economie  van  de  sport   Omdat sport een groot en trouw publiek weet te trekken, werd het vooral sinds de jaren ’80 een felbegeerd product voor de in die tijd opkomende commerciële zenders. Sport is tegenwoordig het duurste programmagenre op tv. Ondanks de enorme reclame-inkomsten kunnen tv-zenders de kosten voor de uitzendrechten van sportuitzendingen vaak niet terugverdienen. Dit wordt op de koop toegenomen omdat: - de aantrekkingskracht van de evenementen het algemene imago van de zenders ten goede komt.
- de tv zenders rond de sportuitzending andere programma’s onder de aandacht kunnen brengen = misschien grote publiek winnen voor die programma’s

Ondanks de commercialisering zijn sportprogramma’s ook onderdeel van de publieke zenders. Deze trachten daarmee: - Ook kijkers te trekken - Sportuitzendingen hebben een zekere sociaal-culturele relevantie toegedicht; namelijk dat het de hele bevolking bereikt en voor gemeenschappelijk bewustzijn zorgt.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

26  

Hoofdstuk  9:  Kindertelevisie:  cultureel  burgerschap  in  crossmediale   context  
Het publieke debat idealiseert graag kinderen in de kindertijd à naïef, kwetsbaar en schattig. Rydin à Daarom onduidelijk dat kinderen eigenlijk op dezelfde manier tv kijken als volwassenen en de gedachten daarvoor goed uiteen kunnen zetten. 9.1  Goede  bedoelingen   Publieke-omroep tv voor kinderen wordt vaak geassocieerd met onderwijs en cognitieve leereffecten. Doen alsof je kampeert of kookt als leuk, maar als je dat op tv ziet als een echte, alledaagse realiteit, is er een shock-horror-effect. Een veel bekeken programma zoals het jeugdjournaal combineert beelden van de 3e wereld landen met helder informatief commentaar. Kinderen letten vooral op de verhaallijn en niet op de omgeving en de achtergrond. Het jeugdjournaal is in NL onderdeel van het reguliere journaal van de publieke omroep. Het heeft groot nieuws, items speciaal gericht op kinderen, ‘grappig’ nieuws, shownieuws, dierennieuws en weerbericht. De setting is informeel, presentatoren jong. Het jeugdjournaal spreekt kinderen juist heel direct aan op hun verantwoordelijkheid voor de wereld waarin ze leven. Milieubewustzijn wordt gezien als een van de meest directe routes richting een sterk besef van burgerschap voor kinderen. De argumentatieve structuur van de nieuwsitems correspondeert direct met hun eendimensionale logica en moreel redeneren. Er is geen uitdaging aan de kijkers om verder te denken over de structuur of de werkelijkheid van de levens van anderen en om ze in context en grijstinten te begrijpen in plaats van in zwart-wit en gestructureerd rond de simpelst mogelijke logica. 9.2  Gewoon  voor  de  lol   ‘Formele uitnodigingen tot burgerschap’ in serieuze kinder-tv en in fondsenwerfprogramma’s laten zien hoe de visies van volwassenen en kinderen op media op populaire cultuur uiteenlopen. Fictional rehearsal Het repeteren van scenario’s voor het echte leven door middel van fictie en fantasie. Geweld staat bij kinderen helemaal niet tegenover zelfbeheersing, discipline en andere deugden van de aangepaste burger, zoals het publieke debat over games ons graag wil doen geloven. Gamen geeft een gevoel van macht en controle. De link naar cultureel burgerschap lijkt vooral te liggen in het gemeenschapsgevoel dat gamers ervaren. 9.3  Het  cultureel  burgerschap  van  kinderen   Als kinderen ‘schade wordt gedaan’, in het vocabulaire van de bezorgdheid, dan betekent dat onze investering in menselijk kapitaal in waarde daalt.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

27  

Deel  IV:  Televisiestudies  in  de  wereld  +  H15  
Hoofdstuk  10:  Televisie  en  Aziatische  hybridisering  
10.1  De  gevaren  van  de  dans   Globalisering betreft het steeds sneller reizen van geld, mensen, mediaproducten, technologieën en ideologieën.  Raymond Williams (1975) Liveness: Mogelijkheid tot het live volgen van het nieuws op tv De centrale rol die tv speelt in dit proces van globalisering is verre van onschuldig of waardevrij. Het lijkt erop dat met name Amerikaanse producten de wereld veroveren. De culturele stromen zijn blijkbaar niet gelijk. In het journalistieke vertoog over globalisering overheerst het idee dat de wereld steeds meer hetzelfde wordt, ergo, steeds meer als Amerika wordt. In 1931 heeft de NL overheid al een rapport uitgebracht uit zorg over de snelle toename van het aantal danslokalen in NL, waar ‘onzedige’ US jazz werd gespeeld. In navolging op de marxistische kritiek op het kapitalisme in de jaren ’60 verschenen er studies over hoe het wereldwijde kapitalisme mondiale ongelijkheid in stand houdt. Het culturele imperialisme gaat ervan uit dat machtige landen, zoals de VS, de minder machtige landen in hun greep hebben.  Media-imperialisme Een afgeleide van het culturele imperialisme en richt zich op hoe een handvol mediaconglomeraten de media wereldwijd beheersen. Dit zou uiteindelijk tot een gelijkschakeling van cultuur leiden, en daarmee tot toenemende culturele homogenisering. 10.2  Culturele  globalisering:  vier  benaderingen    Crane Theoretisch modellen van culturele globalisering overzicht: Model Cultureel imperialisme Culturele flows Transmissie Centrum-periferie Actoren Mondiale mediabedrijven Consequenties Homogenisering

Wederkerig

Receptietheorie Cultureel beleid

Regionale en nationale mediabedrijven Centrum-periferie, Publieke omroepen, Multi directioneel culturele ondernemers Framing door Nationale instituties, nationale cultuur steden, culturele organisaties

Hybridisering

Onderhandeling verzet Competitie, onderhandeling

en

Hoewel het idee van media-imperialisme met name in het journalistieke vertoog nog altijd erg populair is, kleven er veel haken en ogen aan het gelijkstellen van globalisering aan homogenisering. à Kritiek: - Ten 1e doet het geen recht aan de andere centra die populaire cultuur produceren - Ten 2e ontneemt een enkelvoudige focus op de Amerikaanse populaire cultuur, de rol die lokale en regionale vormen van populaire cultuur het dagelijks leven van consumenten innemen.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

28  

In het 2e model dat Crane onderscheidt, ligt de nadruk dan ook op de culturele flows of netwerken die de wereld omspannen. Regionale producenten lijken eerder belangrijke dan minder belangrijk te worden. Taal en culturele nabijheid spelen hier een belangrijke rol, vaak juist in combinatie met en zekere mate van cultureel verschil. Regionale culturele stromen kunnen een tegenwicht bieden aan de macht van westerse populaire cultuur (door dingen te laten zien die wij niet hebben). Het resultaat is een toenemende hybridisering van culturen. Niet alleen neemt de diversiteit van het aanbod toe, ook vermengen culturele stromen telkens met elkaar, waardoor nieuwe vormen ontstaan. Globalisering leidt in deze benadering niet tot homogenisering, maar juist tot heterogenisering. Een 3e mogelijke kritiek stelt dat zelf als het gaat om de populariteit van Amerikaans drama op tv, of om het overnemen van een Amerikaans of westers format, er altijd sprake zal zijn van een culturele vertaling en toe-eigening. Dit hangt samen met het 3e model van Crane. In navolging van het encoding/decoding model van Hall kan gesteld worden dat kijkers allesbehalve passief zijn, integendeel, zij eigenen zich producten toe, geven er een eigen draai aan en bieden mogelijk verzet tegen de boodschap. Het 4e model legt nadruk op het beleid gevoerd vanuit steden, nationale overheden en culturele organisaties. Onderscheid tussen 3 strategieën: 1. Het beleid ter bescherming van de nationale en lokale cultuur, bijvoorbeeld door subsidiering van culturele producten, of door bescherming van het culturele erfgoed in een land of streek. 2. Er zijn maatregelen om mondiale cultuurstromen tegen te werken, bijvoorbeeld door instellen quota’s en andere importrestricties. 3. Het beleid dat juist de globalisering van lokale culturele vormen tracht te bevorderen. 10.3  Integratie  van  de  benaderingen   In plaats van te denken in termen van homogenisering als gevolg van cultureel imperialisme, of in termen van hybridisering of heterogenisering als gevolg van de stromen van populaire cultuur die kriskras over de wereld lopen, dan wel in termen van verzet door een creatieve onderhandeling op het niveau van de receptie, is het van belang om meer precies in kaart te brengen op welk analyseniveau zich welke processen afspelen, en welke factoren daarbij een rol spelen. Het inspelen op en daarmee ook produceren van culturele verschillen is vaak onderdeel van de mondiale bedrijfsvoering van mediaconglomeraten. 10.4  Het  televisieformat   De mondiale macht van mediaconglomeraten in combinatie met de onderkenning van het belang van cultuurspecifieke mediateksten verklaar waarom in de tv-industrie de handel in formats in plaats van programma’s de laatste jaren steeds belangrijker is geworden. Juist omdat een format relatief flexibel is, en daarmee de mogelijkheid biedt om een specifieke culturele invulling te geven, is het zo’n geschikt model voor de mondiale tv-industrie. Juist omdat een format flexibel is, is het niet altijd even gemakkelijk om haar juridisch te beschermen.  Straubhaar Bij de kans van het slagen van een format spelen diverse factoren een belangrijke rol: taal, religie, etniciteit en cultuur.  Kuipers Laat zien dat een belangrijke factor hierbij over het hoofd wordt gezien: de (meestal nationale) instituties zoals omroepen, overheid, tv-aankopers en vertaalbureaus die de globalisering en vertaling van tv en tv-formats organiseren en reguleren. Zij blijven vaak onzichtbaar, maar zijn er wel degelijk.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

29  

Hoofdstuk  11:  Televisie  en  Amerikaans  universalisme  
11.1  Oprahification   Op 11 en 12 september 2001, wordt voor de 1e keer in 15 jaar Oprah niet uitgezonden. De aanslag op de Twin Towers lijkt een typisch tv-‘event’. Alle normale programmering maakte plaats voor het laatste nieuws. 11.2  Amerika  als  verbeelde  gemeenschap   Omdat de burgers van een natiestaat elkaar nooit allemaal persoonlijk kunnen kennen, wordt er een verbeelde gemeenschap gecreëerd door gedeelde ideeën over wat het betekent om een natie te zijn en daarbij te horen. De verbeelde gemeenschap is beperkt om diegenen die er niet bij horen uit te (kunnen) uitsluiten en ook om naties van elkaar te kunnen onderscheiden. Het idee van de natie als soevereine staat maakt het mogelijk voor burgers om als vrij individuen een (nationale) identiteit te delen in plaats van dat ze zich moeten onderwerpen aan een heerser met een ‘god gegeven’ macht. Ongeacht verschillen in macht, wordt de natie altijd voorgesteld als een ‘dorp ingebedde horizontale kameraadschap’.  Elsaesser Helpen cinema en tv inderdaad om identiteiten en gevoelens van verbondenheid tot stand te brengen of zijn het parasieten op een al bestaande waarden en identiteiten? Amerikaanse populaire cultuur reageerde op 2 manieren (op 9/11)
1. 2. De patriottistische houding van ‘Angry American’ die de terroristen wel eens een lesje zouden leren Een naïef aandoenlijke houding van onschuld

11.3  9/11  in  ‘The  Oprah  Winfrey  Show’   In de 1e 2 weken na 9/11 richtten vrijwel alle afleveringen van Oprah zich op de terroristische aanslagen en de manier waarop Amerikaanse burgers hierop zouden kunnen en moeten reageren. De nadruk lag vooral op het terugwinnen van het vertrouwen in de verbeelde gemeenschap ‘Amerika’ en diens idealen van vrijheid en democratie te herstellen.  Spigel Laat zien hoe Oprah ernaar tendeert om 9/11 te personaliseren en te dramatiseren als een gebeurtenis waar therapeutische gesprekken voor nodig zijn. De nadruk lag volgens Spigel nooit op het begrijpen van internationale politiek. - Oprahfication Wordt oorspronkelijk gebruikt voor de sensationalisering van de Amerikaanse tv.  Shattuc Voegt eraan toe dat talkshows geen privédomein zijn, maar plekken die openbare ruimte verbinden door de perspectieven van gewone mensen in het publieke debat op te nemen, maar ook door ‘de echte politiek te vertalen in de alledaagse ervaring van politiek’ Oprahfication heeft een positieve alsmede een negatieve invloed: Positief à Zorgt voor een meer open en divers debat Negatief à Leidt tot oversimplificering, trivialisering en sensationalisme Serieuze kwesties worden gereduceerd tot bekentenissen voortkomende uit persoonlijke schandalen en seksuele leefstijlen. De combinatie van Amerikaans burgerschap met consumentisme (in de Oprah show aangeboden artikelen) is doortrokken van de Amerikaanse ideologie.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

30  

Het perspectief van Amerikaans exceptionalisme als universeel ideaal wordt versterkt door de manier waarop Oprah de conventionele beelden herhaalt van een verbeeld Amerika als ‘HET Baken van Vrijheid en Mogelijkheden, dat een veilige haven aanbiedt aan vluchtelingen die van overal ter wereld komen’. 11.4  9/11  in  The  West  Wing   Het reguliere format van de series hadden het dilemma of ze 9/11 moesten verweken in de series. Ze konden het niet negeren zonder compleet ongeloofwaardig te worden als realistisch tv-drama. The West Wing werd gezien als een zeer realistische serie over het presidentschap in Amerika. Om het politiek realisme van de serie in stand te houden konden ze niet om 9/11 heen.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

31  

Hoofdstuk  12:  De  internationale  handel  in  tv-­‐formats  
12.1  Televisiehandel  en  mondialisering   Vanaf het begin van de komst van tv kochten omroepen programma’s in formats uit het buitenland. Zelf alles produceren was te duur en de zendtijd moest gevuld worden. Een analyse van de internationale tv handel weerlegt simplistische interpretaties van globalisering als homogenisering en ‘cultureel imperialisme’. Globalisering vindt niet alleen plaats in een transnationale markt gedomineerd door Amerikaanse mediabedrijven, maar vooral binnen specifieke nationale contexten. Culturele variaties stellen bovendien duidelijke grenzen aan de transnationale verspreiding van tv. 12.2  Wetenschappelijke  perspectieven  op  televisiehandel   De internationale tv-handel draait grotendeels om kant-en-klare producten: series, films, documentaires en entertainmentprogramma’s zoals talkshows en quizzen. Daarnaast is er een groeiende handel in formats en scripts voor tv: halffabricaten die door lokale producenten worden aangepast en opnieuw geproduceerd. Formats zijn meestal sterk auteursrechtelijk beschermd: decor, muziek, spelregels, zelf camerastandpunten liggen vaak contractueel vast. Kopers betalen niet alleen voor het idee, maar ook voor het merk. Scripts zijn verhalen en verhaallijnen voor films en fictieseries. Contracten voor scripts voor series en films, en voor minder scherp omlijnde ‘concepten’ zijn vaak minder dwingend. De Amerikaanse studio’s in Hollywood zijn het onbetwiste centrum van de mondiale tvproductie. Deze machtspositie blijkt uit de ‘oneway flow’ à De VS exporteert wereldwijd, maar importeert nauwelijks tv Dit imperialistisch model schetst bovendien een simplistisch beeld van de internationale tv-markt. De producten, praktijken en standaarden in het transnationale tv-veld zijn meer divers dan het cultureel imperialisme suggereert. Intermediairs Bemiddelaars (verkopers en aankopers, organisatoren) vormen de centrale schakel tussen nationale tvmakers en zenders en het transnationale tv-veld. Om deze tv-handel te doorgronden, moeten we niet alleen kijken naar export- en importcijfers en ‘stromen’ (flows) van tv-programma’s. Het gaat ook om de processen van afstemming, vertaling en bemiddeling die aan deze patronen ten grondslag liggen. 12.3  Televisie  kopen  en  verkopen:  de  internationale  televisiemarkt   NL aankopen van programma’s vooral uit Engeland, Duitsland en Amerika. Televisieaankoop is deel economische noodzaak: kostenbesparend en risico vermijdend zendtijd vullen. Het biedt de mogelijkheid om een gevarieerder, en soms ook kwalitatief hoogstaander programmering aan te bieden. De internationale tv-handel draai vooral om amusement: series, films, muziek en scripts en formats voor amusementsprogramma’s ß is minder context gebonden dan bv nieuws. Het veroudert niet zo snel en is gemakkelijk te herhalen. Elke tv-aanbieder heeft minsten 1 aankoper in dienst. Dit zijn de ‘poortwachters’ van de nationale tv: ze beslissen over de aankoop van buitenlandse producten en doen ook de onderhandelingen over deze aankopen. De aankopers en verkopers zijn een voorbeeld van culturele intermediairs: personen die bemiddelen tussen productie en consumptie in het culturele veld.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

32  

Tv-handel is niet echt ‘mondiaal’, maar eerder ‘transnationaal’. Er zijn verschillende netwerken, die elk meerdere landen en regio’s omvatten. Dit is vaker zo bij ‘globalisering’: bij nadere beschouwing gaat het weliswaar om connecties tussen meerdere landen, maar zeker niet alle landen ter wereld. Binnen het Amerikaans-Europese veld bestaan grote machtsverschillen. De VS majors, die verreweg de meeste films en tv-programma’s maken, hebben de touwtjes in handen. Europese zenders willen het liefste recente blockbusters en hit series. Maar dergelijke film en series worden gewoonlijk verkocht als onderdeel van pakketten, waarin naast succesvolle films en series ook minder geslaagde producten zitten. aankopers zijn verplichting om een X aantal uren af te nemen. Output deals Deals waarbij exclusieve (of 1e) aankooprechten worden verkregen van een bepaalde major, in ruil voor de verplichting een bepaalde hoeveelheid programma’s te kopen voor X aantal jaren. >> Dergelijke output- en package- deals kunnen alleen bestaan in een oligopolie: Een markt met weinig machtige verkopers en veel gretige cliënten. Europese aankopers doen ook zaken met kleinere niet-Amerikaanse producten, en met VS independents. Machtsverhoudingen zijn kleiner, prijzen lager, en inhoud speelt grotere rol. De internationale tv-handel heeft een specifieke ‘culturele geografie’, met naast grotere centra ook allerlei secundaire centra. Deze secundaire leveren tv aan naburige landen; of ze bezetten ‘niches’ voor specifieke publieksgroepen en producten. 12.4  De  wisselwerking  tussen  nationaal  en  transnationaal   NL is 1 van de EU landen met het hoogste % geïmporteerde programma’s en internationale formats. NL is relatief klein, waardoor lokale productie duur is en door taal moeilijk te exporteren. De afgelopen decennia hebben NL bedrijven (Endemol, Eyeworks) echter NL ook op de kaart gezet als transnationaal producent en exporteur van tv. Deze bedrijven hebben zich vooral gemanifesteerd als producenten van formats = slimme strategie voor producenten uit een klein land, met een taal die niemand spreekt, maar dat wel rijk en internationaal georiënteerd. Ze hebben goed genetwerkt, en zijn heel ver gekomen met hun kennis van internationale tv en een lange traditie van handeldrijven. Met de komst van commerciële omroepen werkte het verzuilde stelsel echter in het nadeel van de omroepen. Omdat elke zendgemachtigde zijn eigen aankoper had, konden ze nooit concurreren met de commerciële aankopers. De mondialisering van tv heeft dus vorm gekregen binnen een specifiek Nederlandse constellatie. OFTEWEL: Nationale verhoudingen vormden ‘het transnationale’ of ‘het mondiale’ van een unieke Nederlandse versie van ‘gemondialiseerd tv’. 12.5  Conclusie:  televisiehandel  tussen  nationaal  en  transnationaal   Het nationale en het transnationale zijn steeds meer met elkaar vervlochten. Maar het is altijd een wisselwerking à het nationale verdwijnt niet, en lost niet op in eenvormige, banale globality. Mondialisering van media is een proces dat weliswaar verschillende verloopt, maar het gaat altijd wel dezelfde kant op; van mondialisering komt meer mondialisering.

 

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

33  

Hoofdstuk  15:  De  toekomst  van  de  televisie  in  de  nieuwe  eeuw  
15.1  Tegengestelde  trends?   Volgens velen liggen de hoogtijdagen van tv achter ons. Het medium dat ooit de wereld voor onze ogen ontsloot, zou door allerlei technologische ontwikkelingen inmiddels achterhaald zijn. Is tv kijken via internet of via de mobiel nog wel tv? In tegenstelling tot wat vaak wordt gesuggereerd kijken we in NL jaarlijks gemiddeld méér tv. Wel is er verschil tussen groepen kijkers; ouderen kijken langer, jongeren kijken minder (vanwege de platform mogelijkheden). 15.2  Productie  en  distributie   Digitalisering grijpt op zoveel verschillende manieren in dat de impact daarvan nu al nauwelijks in te schatten is. De voortschrijdende technologie heeft de kwaliteit van het beelden ongelofelijk verbetert. De computer is in relatief korte tijd in de tv-wereld het instrument geworden waarmee beelden worden opgenomen, opgeslagen, gemonteerd, bewerkt en van allerlei extra’s voorzien. Dat betekent dat ook kleine, beginnende tv-makers met relatief goedkope apparatuur veel gemakkelijker dan vroeger audiovisuele content kunnen maken – om het aan zenders te verkopen, op het net te zetten of anders te verspreiden. Aandachtseconomie Dringen om de vrije tijd van de kijker die ook vele andere dingen heeft om zich mee te ontspannen. Product placement De naam en het product worden genoemd of komt expliciet in beeld. Zo wordt de inhoud van het tv-aanbod, vaak zonder dat de kijker er duidelijk bij wordt verteld, steeds meer bepaald door de wetten van de commercie, en is er voor de makers ervan steeds minder ruimte om op inhoudelijke gronden keuzes te maken om er een zo mooi of goed mogelijk eindproduct van te maken. ‘High concept tv’ Tv dat zich kenmerkt door hoge research & development-kosten met het oog op het generen van nóg hogere winsten. High concept tv brengt ons op een andere ontwikkeling die met de digitalisering samenhangt maar toch ook weer eigen kenmerken vertoont, te weten ‘mediaconvergentie’. Mediaconvergentie Het steeds meer samengaan en door elkaar heen lopen van allerlei vooral elektronische media. Een andere ontwikkeling die nauw met digitalisering, convergentie en commercialisering samenhangt is de internationalisering van de tv-wereld. De grote tv-networks waren decennia lang dominant in de tv-wereld, maar de laatste tijd leveren ze steeds meer marktaandeel in ten op zichte van de kleinere aanbieders. 15.3  Inhoudelijke  ontwikkelingen   Tv-producenten hebben indirect invloed op de tv-industrie in het algemeen en het aanbod zoals we dat in veel landen op het scherm zien. Bij tv-formats gaat het in veel gevallen om wat internationaal bekend staat als ‘non-scripted television’. Non-scripted television Term die redelijk overeenkomt met wat wij aanduiden met non-fictie tv, waarvan reality-tv weer een onderdeel is.  

Samenvatting Tentamen; HMC ; TV 2011; COPYRIGHTS @ DROPBOX MEDIA&CULTUUR ; MADE BY Rozanne
EDIT BY Asefeh

34  

De grote winsten worden vaak behaald door de internationale exploitatie van successeries, die mede mogelijk worden gemaakt door het feit dat Amerikaanse tv-series door publiekgroepen wereldwijd worden gewaardeerd. In tegenstelling tot EU producenten die de taal barrière hebben. Gevolg hiervan is dat EU tv-producenten al gauw met name met de fictieprogramma’s aan hun financiële plafond zitten. Oplossing à Verhandeling van non-fictieformats. Fictie verdwijnt daarentegen niet, het geeft voordelen ten op zichtte van non-fictie. Het heeft te maken met het feit dat tv net als film een zeer indringend medium is voor het vertellen van goede verhalen en dat het publiek daardoor geboeid is. In NL werken de film- en tv-wereld steeds vaker samen, waarbij een omroep medefinancier is van een filmproductie die later bijvoorbeeld in de vorm van een miniserie op tv kan worden uitgezonden. Een ander voordeel van ‘scripted’ tegenover ‘non-scripted’ is de tijdloosheid ervan. Kan alsmaar herhaald worden + uitgegeven worden op dvd. Negatief punt van digitalisering is het makkelijk online zetten van materiaal, wat door iedereen alles kan kopiëren, en waaraan de makers dus geen geld meer verdienen aan items als het uitgelekt wordt en op het web gezet wordt. 15.4  Receptie  en  betekenis   Sociale functie Rituele functie van tv, voor veel mensen een vast punt van de avond. Het is dus niet zozeer de inhoud van de programma’s als wel het feit dat de tv er is. Uit kijkersonderzoek blijkt ook dat de meeste mensen, ondanks het grote aanbod van zenders, vaak hun meeste kijktijd besteden aan een vrij gering aantal zenders, met 2 of 3 als favoriet. Tv-zenders spelen hier handig op in door hun programmering als een slimme opeenvolging van programma’s uit een te zetten. Hiermee willen ze een zo groot mogelijk ‘doorkijkeffect’ bereiken. (Mede door vaste presentatoren aan een zender te verbinden). Een andere sociale functie: houdt verband met het al dan niet gesimuleerde live-karakter van het medium. In het algemeen wordt de kijker via het scherm toegesproken alsof alles in het hier en nu gebeurd, geeft een gevoel van sociaal samenzijn.

 

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful