9 december 2011

ling, culturele factoren, de leerfactoren … We zitten heel sterk op structurering, architectuur en dergelijk, maar mijn ervaring is dat hoe serieuzer je dat neemt, hoe eerder dat gaat knellen. Organisaties leven vaak in het valse idee dat ze beter gaan samenwerken als ze de structuur aanpassen. Als we het structurele informatiehuis maar beter optuigen, gaat het vanzelf beter. Maar zo werkt het natuurlijk niet.” Onbeheersbaarheid Die van maakbaarheid doordrenkte visie op de informatiemanagementdiscipline – Maes zou die overigens liever ICT-management noemen – wordt steeds minder vruchtbaar voor het bestieren van de informatiehuishouding van bedrijven, meent Maes. Dat heeft deels te maken met de oncontroleerbare groei van data en bronnen van data. “We gaan nog steeds uit van het idee van ‘control’: informatie is iets dat je moet beheersen. Maar dat kan helemaal niet meer, tegenwoordig. Als eenmaal iets

IT IN BEDRIJF 13
column daan kalmeijer

“We schieten tekort qua maatschappelijke zichtbaarheid. Maarten Hillenaar, de rijks-CIO van Nederland, zie je bijvoorbeeld nooit op televisie uitleg geven als er bij de overheid iets aan de hand is dat informatiegerelateerd is. Terwijl daar soms toch alle reden toe is, zoals bijvoorbeeld onlangs bij het incident met DigiNotar.”

Ten strijde tegen de illusie van maakbaarheid
de nadruk op vormgeving, waarbij impliciet wordt uitgegaan van een geïdealiseerde visie op organisaties. Het manco dat aan het model van Henderson en Venkatraman kleeft, heeft dan ook wellicht eerder te maken met de invulling die daaraan vanuit ICT gegeven is, dan met de bedoelingen van de auteurs zelf. Tegenover dat idee zette Maes een model dat tussen business en technologie een aparte kolom onderscheidt, die Maes Informatie/ communicatie doopte, en tussen strategie (richten) en operations (verrichten) als aparte activiteit het structureren (inrichten) benoemt. “Als men het goed gebruikt is het een ordeningsschema om de communicatie tussen de businesskant en de technologiekant, en de informatiekant als die er al is, goed tot stand te brengen. Waarbij je kunt gaan kijken waar de ontbrekende elementen zitten, waar een organisatie te weinig aan doet, welke visie verschillende betrokken partijen hebben. Het is een bescheiden mo-

“Wantrouw standaarden”
É
én ding leren. Voor elk project waar ik aan meewerk is dat mijn doel. Dat klinkt misschien alsof ik de lat niet
bepaald hoog leg, maar ik vind het wel mooi. Elk project één les, één levenswijsheid of één trucje erbij. Als je het bij één les houdt, dan heb je daar volgens mij veel meer aan, dan wordt het veel specifieker en krachtiger. Ik probeer daar dan ook nog eens een mooie naam voor te verzinnen. Dan onthoud je hem beter. Het eerste project waar ik zo’n les bij leerde is alweer jaren geleden. Ik was gevraagd om mee te helpen bij het destilleren van een standaard. Een J2EE-architectuurstandaard om precies te zijn. J2EE was toen net aan het opkomen en de organisatie waar ik voor werkte had net met veel moeite hun eerste succesvolle J2EE-systeem opgeleverd. Nu was het de bedoeling om al die opgedane J2EE-kennis om te zetten in een echte architectuurstandaard, een beschrijving van hoe J2EE projecten voortaan binnen die organisatie uitgevoerd zouden moeten worden. We waren er best tevreden mee - het resultaat was redelijk compact, toepasbaar en praktisch. Een prima architectuurdocument. Toen vroeg iemand wat de houdbaarheidsdatum van het document was. Daar hadden we nog niet over nagedacht. Wat is de halfwaardetijd van een architectuur?

P

rof.dr.ir. Rik Maes velt zijn oordeel op milde toon, met twinkelende ogen. Maar dat maakt de kritiek op de beroepsgroep niet minder scherp. En kritiek is nodig. Informatiemanagement – Maes’ vakgebied – kan een belangrijke rol spelen bij de veranderingen die op organisaties afkomen. Maar de praktijk behoeft wel verbetering als informatiemanagement zijn potentie wil waarmaken, daar laat Maes geen misverstand over bestaan. “De manier waarop informatiemanagement soms wordt bedreven, lijkt op de situatie waarin geneeskunde is verengd tot verloskunde. We gooien informatiesystemen de wereld in, en kijk dan maar wat ervan komt.” Manco Prof.dr.ir. Rik Maes is hoogleraar informatie- en communicatiemanagement aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. Maes heeft naam gemaakt met wat tegenwoordig het Amsterdams negenvlak voor informatiemanagement heet. Met dat model beoogde Maes een verrijking van het ‘strategic alignment’-model dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw aan populariteit won. Dat model zou naar analogie met het negenvlak het viervlak van Henderson en Venkatraman genoemd kunnen worden: het analyseerde de samenhang tussen business en ICT op strategisch en operationeel niveau. Hét manco van die benadering is de instrumentaliteit die in het model van Henderson en Venkatraman is gelegd. Of, zoals Maes het in één van zijn publicaties verwoordt: ‘Strategic alignment dwingt om ICT als een aparte, van de rest losstaande factor te beschouwen om deze hierna in lijn te brengen met de organisatie.’ Of beter, met een idee van de organisatie. Want de ICT-wereld legt sterk

Prof.dr.ir. Rik Maes
Rik Maes studeerde en promoveerde aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is sinds 1981 hoogleraar informatie- en communicatiemanagement aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. Prof. Maes is initiatiefnemer en programmaleider van het Executive Master in Information Management programma (www.ienm.nl) van de Universiteit van Amsterdam, een topopleiding gericht op de vorming van strategische gesprekspartners en ‘thought leaders’ in informatiemanagement. Deze opleiding bestaat inmiddels 25 jaar.
del. Het is goed om eens op die manier naar je informatievoorziening te kijken, maar je moet er ook niet meer van maken dan erin zit. Het is bedoeld om een constructief gesprek op gang te brengen over de zaken die ertoe doen in een organisatie.” Ontzettend probleemgericht Zo’n gesprek wordt niet vanzelf constructief. De instrumentele visie op de relatie tussen ICT en de business is hardnekkig, heeft Maes de afgelopen jaren gemerkt. Dat heeft veel te maken met de aard van het beestje: “ICT is ontzettend probleemgericht. Dat is op zich geen slechte eigenschap. zo lang je je beseft dat je niet ieder probleem kunt oplossen, en dat niet voor alle problemen maar één oplossing is. Dat is een kwalijke misvatting.” Echo’s van die misvatting leiProf.dr.ir. Rik Maes: “We gaan nog steeds uit van het idee van ‘control’: informatie is iets dat je moet beheersen. Maar dat kan helemaal niet meer, tegenwoordig.”. foto: ruud jonkers

‘je kunt niet elk probleem oplossen, en niet elk probleem kent maar één oplossing

Wat is de halfwaardetijd van een architectuur?

den tot interpretaties van zijn negenvlak waar Maes ronduit ongelukkig mee is. “Als ik zie wat sommige consultancybedrijven ermee doen, die het ingewikkeld maken door allerlei verfijningen toe te voegen … Je ziet ook interpretaties waarbij de lagen aangeduid worden als strategisch, tactisch en operationeel – waarbij je voorbijgaat aan de fundamentele rol die het inrichten van je organisatie (de mid-

delste rij) moet spelen. Of interpretaties waarbij de middelste laag ingevuld wordt als systeemontwikkeling, en de onderste als beheer. Dergelijke interpretaties doen niet alleen afbreuk aan de eenvoud van het model, ze bergen ook het gevaar in zich dat je het model als gesloten systeem gaat zien. Zo in de trant van ‘Als ik het intern in de organisatie zo voor elkaar heb, is het klaar’. Terwijl het ook in de re-

latie tot de buitenwereld geregeld moet worden.” “Die interpretaties halen bovendien de aandacht weg van wat ik ‘de aandachtsgebieden onder de streep’ noem. Boven de streep regelen we van alles: structuren aanbrengen, processen beschrijven, noem maar op. Maar onder de streep heb je het over samenwerking, de bereidheid tot samenwerken, loyaliteit, informatie-uitwisse-

over jou bekend is geworden via internet, blijft het bekend. Je kunt er helemaal geen controle of beheersing op uitoefenen. Met andere woorden: je kunt informatie maar beter te vriend houden.” Daar komt volgens Maes bij dat de mogelijkheden die internet biedt, de rol tussen organisaties in de samenleving ingrijpend verandert. “Dat dwingt je fundamenteel na te denken over wat een organisatie is en hoe die zich verhoudt tot de wereld. We komen van een wereldvisie waarin de organisatie heel centraal stond, en je bij wijze van spreken blij mocht zijn dat je daar klant was. Die visie wordt verdrongen door een wereld waarin mensen heel veel onderling doen, en daar af en toe een organisatie bij nodig hebben. De bekendste huisarts van Amerika is ‘patientslikeme’. Dat is een website waar patiënten onderling over hun aandoeningen communiceren, daar zit geen huisarts bij. Maar die site is wel uitgeroepen tot de beste huisarts van Amerika. Dat betekent nogal wat. Dat betekent dat die buitenwereld veel meer over jou weet dan je over jezelf weet. Dat betekent dat je als organisatie blij mag zijn als ze je nog eens nodig hebben. Informatie wordt de bloedsomloop van de maatschappij, dat is een heel andere wereld.

Onze opdrachtgever vond die houdbaarheidsdatum niet belangrijk. “Voor altijd”, daar ging hij voor. Ik dacht daar anders over. J2EE was toen net twee jaar beschikbaar en in die twee jaar was het al twee keer over de kop gegaan. Het nieuwste type javabean was nog niet bedacht of het was alweer achterhaald verklaard. “Zouden we dit project een jaar geleden ook zo hebben kunnen doen?”, was de vraag waar ik mee zat. Zo nee, is deze architectuur over één of twee jaar dan nog wel zinvol? Daar kwam nog eens bij dat de meeste projecten van deze organisatie al gauw een jaar in beslag namen. Tegen de tijd dat een project afgerond werd zou de dan beschikbare technologie heel anders zijn dan bij de start van datzelfde project. Mensen houden veel langer vast aan architecturen en andere standaarden dan goed voor ze is. De les die ik bij dat project leerde noemde ik “wantrouw standaarden”. Ik gebruik hem nog dagelijks.

H

et is misschien een beetje raar voor een architect om standaarden te wantrouwen. Dat is als een boer die

geen koeien vertrouwt of een kok die bang is voor messen. Er zijn mensen die beweren dat architecten niets anders doen dan standaarden bedenken en afdwingen. Ik zie dat dus anders. Architectuur gaat over het nemen van belangrijke, vaak pijnlijke beslissingen. Bij die beslissingen kunnen standaarden van pas komen - maar dat hoeft niet altijd. In de eerste paar jaar na “wantrouw standaarden” was de houdbaarheid van standaarden de belangrijkste reden voor dat wantrouwen. Nu zie ik dat breder. Er zijn veel meer redenen om standaarden te wantrouwen. Standaarden blokkeren per definitie opportunistische oplossingen. Soms is dat wat je wilt bereiken (productielijnen, koekjesfabriek?), meestal is het dat niet (maatwerk software, integratie, ...). Standaarden hebben een waarde - onderhoudbaarheid, overdraagbaarheid, ... - maar ze hebben ook kosten. Die kosten willen we nog wel eens vergeten.

W

anneer een collega uitroept dat “het toch niet zo kan zijn dat elk team dit op een andere manier

↑ Lees verder op pagina 14

oplost!”, dan denk ik “waarom eigenlijk niet?”. We hebben het werk verdeeld over teams en die teams krijgen de verantwoordelijkheid om hun klus zo goed mogelijk te doen. Telkens wanneer je een standaard (een standaardproces, een technische standaard, een documentstandaard, ...) afdwingt, dan verliest dat team een beetje verantwoordelijkheid en vrijheid. Met de verantwoordelijkheid en vrijheid verdwijnt ook een beetje motivatie en innovatiekracht. Is die standaard dat waard? Als die teams goede oplossingen bedenken, dan heb ik graag dat ze die delen en zo nieuwe standaarden laten ontstaan. Dat zijn de standaarden die ik eerder vertrouw.

amsterdams negenvlak voor informatiemanagement
Prof.dr.ir. Rik Maes’ naam is onlosmakelijk verbonden met het Amsterdams negenvlak voor informatiemanagement. Dat model was een reactie op het Strategic Alignment-model van J.C. Henderson en N. Venkatraman. In vereenvoudigde vorm zag hun model er uit als figuur 1. Dat model werd door Henderson & Venkatraman voorgesteld als raamwerk voor analyse en onderlinge vergelijking van de doelstellingen en activiteiten van de IT-afdeling met die van het bedrijf, met als doel om te komen toe een betere afstemming tussen beide. Het kreeg, ook al in de uitwerking van Henderson & Venkatraman zelf, sterk instrumentalistische trekjes, alsof het goed definiëren van doelstellingen en bijbehorende structuren en informatiesystemen en het vervolgens doortrekken daarvan naar de ‘andere hokjes’ voldoende zou zijn om een goed ‘uitgelijnde’ organisatie te bewerkstelligen.

Figuur 1

Business stategy

IT strategy

STRATEGIC FIT

AUTOMATION

LINKAGE

Organizational infrastructure & processes

IS infrastructure & processes

Business
Prof. Maes deelt dat geloof niet: hij stelde tegenover het ‘viervlak’ van Henderson & Venkatraman een denkmodel waarin de nadruk niet ligt

Information technolgy
FUNCTIONAL INTEGRATION op plannen en structuren, maar juist op de interactie tussen de mensen die die plannen en structuren invulling en inhoud moeten geven (figuur 2).

‘Dit raamwerk stelt ons in staat om de verschillende vraagstukken van informatiemanagement in hun onderling verband te positioneren; het is een integrerend raamwerk’, stelt Maes op zijn website (www.rikmaes. nl) ‘Informatiemanagement wordt gedefinieerd als het gebalanceerd managen van de (relaties tussen de) verschillende componenten die in het raamwerk worden afgebeeld. Vooral de middelste kolom (de technologieonafhankelijke beschouwing van informatie- en communicatieprocessen) wordt in veel organisaties verwaarloosd; ze benadrukt dat het genereren, verwerven, verwerken, opslaan, distribueren en vooral ook gebruiken van informatie een centrale plaats in het organisatorische denken dient in te nemen.’ Het is niet meer dan een denkmodel, waarschuwt Maes. Men moet oppassen zich niet te verliezen in beschouwingen over of invullingen à

Figuur 2

External

BUSINESS

INFORMATIE/ COMMUNICATIE

TECHNOLOGY

STRATEGIE (richten)

STRUCTUUR (inrichten)

Internal

UITVOERING (verrichten)

la Henderson en Venkatraman van de vakjes in het model. “Uiteindelijk doe je het allemaal alleen maar om linksonder – bij het uitvoeren van je

bedrijfsprocessen – beter te presteren. Eigenlijk zou dat vakje een stuk groter getekend moeten worden in het plaatje”, zegt Maes.

Daan Kalmeijer is senior adviseur/docent bij DNV-CIBIT.

»
juli

1 1

Digitale gsm-telefonie bestaat 20 jaar. Op 1 juli 1991 werd in Finland het eerste mobiele gesprek gevoerd met het Global System for Mobile Communications. Een consortium van Apple, Microsoft, RIM, Sony, EMC en Ericsson heeft de biedingsstrijd gewonnen om de patenten van het failliete Canadese telecombedrijf Nortel Networks. Google en Intel bleven met lege handen achter.

4

Alle kwetsbare chipknip-oplaadpunten zijn de afgelopen weken

voorzien van een voorzetmondje om skimmen op die apparaten tegen te gaan. Europese commissaris Neelie Kroes stelt telecombedrijven een pad van dalende tariefplafonds voor dataverkeer in het vooruitzicht. In drie jaar tijd halveert het maximumtarief per megabyte. Vingerafdrukken die nodig zijn voor een paspoort, worden vanaf eind juli niet meer bewaard. Gemeenten en andere uitgiftepunten van reisdocumenten beschikken alleen nog over de vingerafdrukken totdat het paspoort is afgegeven. Daarna zijn ze niet meer te raadplegen. Google biedt niet langer de mogelijkheid realtime te zoeken in Twitter en andere social media. Over de reden daarvoor bestaan verschillende ideëen. Vast staat dat de mogelijkheid om real time te zoeken verdween aan het begin van zondag 3 juli. Het contract dat Google met Twitter had verliep op 2 juli.

6

5 5 5

Android ontwikkelt zich tot een belangrijke inkomstenbron voor… Microsoft. Het bedrijf heeft inmiddels patentovereenkomsten getekend met ten minste vijf producenten van Android-telefoons die toegeven dat hun toestel Microsoft-technologie gebruikt. SURFnet heeft Ciena de opdracht gegund de nieuwe versie van zijn toonaangevende onderzoeksnetwerk te bouwen. Het netwerk is onderdeel van het Gigaport3-project waarvoor de overheid 32 miljoen euro beschikbaar stelde. Apple heeft de 15 miljardste download in zijn App Store geregistreerd. Dat betekent dat er in het eerste halfjaar van 2011 5 miljard apps zijn gedownload. KPN gaat de vaste telefonie verzorgen voor de Rijksoverheid. KPN was eerder buitengesloten van de order met een potentiële waarde van 120 miljoen euro, omdat concurrenten benadeeld zouden zijn.

12

In de z-Serie heeft IBM het tot nog toe kleinste model geïntroduceerd. De z114 is ontwikkeld voor gebruikers uit het MKB. Het apparaat kan worden ingezet als vervanging van zo’n 300 x86 servers.

16 19 20

8

11 11

13

Gebruikers van de jongste lijn solid state disks van Intel, de 320 Series, hebben problemen. Een aantal van die SSD’s loopt vast, en is na die vastloper het grootste deel van de beschikbare schijfruimte kwijt. Het probleem speelt al sinds begin juni.

Internetproviders hoeven gegevens over het internetgedrag van hun klanten van nu af aan nog maar een half jaar te bewaren. Tot nog toe moesten ze gegevens over het gebruik van e-mail, bellen via internet en toegang tot internet nog een jaar bewaren. Cisco maakt bekend wereldwijd 6500 banen te schrappen als onderdeel van een grote reorganisatie. Verder gaan 5000 mensen over naar een nieuwe werkgever. Mac OS X 10.7, alias Lion, komt beschikbaar in de webwinkel van Apple. Lion bevat meer dan 250 nieuwe voorzieningen. De Mac App Store voor het kopen van Mactoepassingen is er daar één van. Bedrijven die een ICT’er in dienst hebben die werken en leren combineert, kunnen hiervoor subsidie ontvangen die kan oplopen tot meer dan 1400 euro. Oracle moet het bedrag van ruim 6 miljard dollar dat het eist van

25 25

Google wegens vermeende patentschendingen van de rechter zeer sterk verlagen. Hij stelt dat Oracle als startbedrag 100 miljoen dollar kan nemen. Randy Vickers, de directeur van de Amerikaanse dienst voor internetbeveiliging, is afgetreden. Zelf noemde hij geen reden voor zijn vertrek, maar er wordt gehint dat hij is afgerekend op een aantal grote computerinbraken bij de Amerikaanse overheid. KPN wil 2000 tot 2500 banen schrappen bij Getronics. Dat komt neer op ruwweg de helft van de banenreductie die in mei voor KPN als geheel werd aangekondigd. ITIL 2011 wordt gepubliceerd: de eerste herziening van ITIL V3 sinds 2007.

26

26 29 1

augustus
KPN en Vodafone willen het dataverbruik van hun klanten inzich-

telijker maken. De telecombedrijven werken beide aan een service waarmee alle klanten met een smartphone kunnen zien hoeveel mobiele data ze per maand verbruiken. HTML 5 en andere recente webstandaarden die onder auspiciën van het World Wide Web Consortium (W3C) zijn opgesteld, blijken nogal wat beveiligingsproblemen te kennen. De European Network Information Security Agency vond er in een analyse 51. De Russische investeringsmaatschappij Digital Sky Technologies wil voor 400 miljoen dollar een belang van 5 procent in Twitter nemen. Dat bepaalt de waarde van het bedrijf op 8 miljard dollar. De bezitter van een MacBook Prolaptop wil Apple via de rechter aansprakelijk stellen voor het afbranden van zijn woning. Een defect aan de laptop zou de brand hebben veroorzaakt. Nederlandse bellers zijn, in vergelijking met een jaar geleden,

30 procent meer gebruik gaan maken van smartphones. Dit blijkt uit een onderzoek dat is gedaan door Telecompaper.

2 2 4 5

9

Dagelijks wachten de Nederlandse internetters met zijn allen zo’n 700.000 uur op het laden van trage sites. Daarmee is het probleem op de digitale snelweg bijna twee keer zo groot als op de fysieke weg. Gemiddeld verdoen automobilisten 400.000 uur per dag in de file, concludeert SpeedProfs na analyse van de honderd meest bezochte sites in Nederland. IBM en het National Center for Supercomputing Applications

9

C

14 IT IN BEDRIJF
↑ Vervolg van pagina 13

Technologie

markTmoniTor iT in BedrijF peopleWare

9 december 2011

Dan redt je het niet meer met een nog groter ERP-systeem.” Informatiemanagement kan organisaties helpen in die veranderende wereld hun positie te definieren, als afstand word gehouden van de instrumentele visie op de materie. “Niet meer denken in termen van oplossingen en structuren alleen, maar ook denken in termen van samenwerken, vertrouwen brengen in de organisatie, wegnemen van de angst. En accepteren dat veel vraagstukken geen oplossing kennen. We zijn behept met het zoeken naar de perfecte oplossing, of desnoods 80 procent. Maar heel vaak is het al voldoende als je dingen gewoon wat makkelijker maakt.” Wat ook heel belangrijk is, is niet uit abstracte modellen vertrekken maar uit de werkbaarheid van systemen, stelt Maes. “Ik noem dat de voelbaarheidsfase. Als je een nieuw informatiesysteem voor een bejaardentehuis moet ontwerpen, zou je niet vanuit een model van een bejaardenhuis moeten vertrekken, je zou er eerst eens twee weken als bejaarde of als verpleger moeten gaan leven, dan weet je waar het over gaat. Dat doen automatiseerders te weinig: uitgaan van de werkelijkheid in plaats van uitgaan van een abstract model ervan.” Informatieleiderschap Belangrijk is in zijn ogen ook een andere invulling van de functie informatiemanager; Maes neemt in dat verband de term informatieleiderschap in de mond. Dat begint met het opeisen van een prominentere rol. “We schieten als vakgebied te kort in maatschappelijke

zichtbaarheid. De aanslag op het World Trade Centre in New York in 2011 was in heel hoge mate een informatievraagstuk. Er was heel veel informatie over de aanslagplegers, maar dat werd niet bij elkaar geharkt. Ik heb geen CIO van de Amerikaanse overheid gezien die dit informatievraagstuk op de televisie kwam toelichten. We zijn ontzettend onzichtbaar; daarin verandering aanbrengen is belangrijk.” Daarnaast moet de informatiemanager die echt leiderschap wil tonen ook ‘thought leader’ zijn, een man of vrouw die ideeën genereert en de link met innovatie weet te leggen, zegt Maes. En het moet iemand zijn die de verbindingsrol kan spelen, die een strategische gesprekspartner is die niet alleen in technologietermen kan praten, maar ook in businesstermen. “De

‘Defensieproject SPEER zit op het goede spoor’
▪ Afbouwfase van SAPproject komt in zicht

N

informatiemanager die leiderschap wil tonen moet ook ‘thought leader’ zijn

manier waarop vanuit automatisering wordt gecommuniceerd is zo zwak, daar kun je met informatiemanagement nog heel veel aan verbeteren. Ik heb op een ministerie wel eens beleidsplannen geformuleerd met alleen woorden die je thuis ook zou gebruiken in gesprekken met vrouw en kinderen. Moet je je voorstellen hoe lastig dat is als je om te beginnen het woord beleidsplan niet mag gebruiken. Metaforen die passen bij de situatie kunnen ook heel goed werken. Daarmee maak je ICT namelijk begrijpelijk voor de organisatie. Als ICT-architecten op die manier hun architectuur zouden brengen, in plaats van ingewikkelde schema’s voor te leggen, als ze zouden vertellen wat er na invoering van hun plan mogelijk wordt, en niet meer mogelijk zal zijn, als ze alternatieven voorleggen in plaats van binaire keuzes, wordt het veel begrijpelijker voor raden van bestuur. En dat daar complexiteit achter zit, gelooft iedereen zo ook wel. Maar houd dat alsjeblieft voor jezelf, de wereld is al complex genoeg.”
Jelle Wijkstra/j.wijkstra@sdu.nl

a zes lange jaren komt de afbouwfase van SPEER in zicht. De invoering van SAP bij de Nederlandse strijdkrachten heeft nog twee jaar te gaan. De hoogst verantwoordelijke militair, Supervisor SPEER vice-admiraal Jan van der Burg, ziet het stap voor stap de goede kant op gaan. Minister Hans Hillen, die zijn politieke lot aan de goede afloop van SPEER verbond, is zelfverzekerd dat het werk op tijd afkomt. De druk op de implementatie in de defensieorganisatie is inmiddels enorm. Het falen van SPEER zal zich immers onmiddelijk vertalen in nóg meer bezuinigingen op Defensie. En meer eenheden doen afvallen. Onder het motto ‘doorpakken met meer focus’ onderstreept de supervisor het hoofddoel van SPEER: de verbetering van de logistieke ondersteuning van militaire missies. “De bevoorradingslogistiek gaan we goed doen, met een automatische koppeling naar de boekhouding. Dat is de basis en dat houden we overeind.” In een Gateway Review in 2010 kreeg SPEER code oranje/rood. Een geslaagde implementatie is onzeker, betekent dat, het project kent in meerdere essentiële opzichten grote risico’s of problemen. Maar stoppen kan allang niet meer. Delen (Finad) zijn al vier jaar geleden geïmplementeerd en werken goed. Nu volgt gestaag de implementatie van het Matlog-deel, voor de materieel logistiek, bij steeds meer krijgsmachtonderdelen en eenheden. Van der Burg zegt hierover in zijn kantoor op de Frederik Kazerne in Den Haag: “Het loopt in de hand.” Lastigste IT-project overheid SPEER zou wel eens het lastigste mega-IT-propramma van de Nederlandse overheid op dit moment kunnen zijn. Door de complexe Defensieorganisatie die groot en divers is en geplaagd wordt door bureaucratie. Door aanvankelijk te hoge ambities, de eerdere onderbezetting van de projectorganisatie

sieorganisatie af. Nu de Matlogfunctionaliteit in de organisatie begint te ‘inktvlekken’, dringt het besef door dat SAP, met standaard werkwijzen en procedures, kan helpen de afgeslankte organisatie logistiek goed in te richten. De koppeling tussen de reorganisaties en de implementatie van SAP wordt nadrukkelijk gelegd. Omdat het niet anders kan en omdat het zou kunnen helpen. Het is een reden te meer om SPEER netjes af te maken, ondanks het verdriet van de afslanking.” Lesson learned Terugkijkend zegt Van der Burg dat de belangrijkste les die hij nu al kan trekken uit SPEER is dat je “bij elk groot project alles op alles moet zetten om de ambities van het project voor de organisatie behapbaar te krijgen. Ervoor zorgen dat de organisatie de veranderingen aan kan. De implementatie van die aanvankelijk hele grote SAP-gereedschapskist was te hoog gegrepen. We hebben de ambities naar beneden moeten draaien en zijn nu bezig met de essentiële basis.”
‘Delicate wapensystemen aan ‘het scherpe end’ van de organisatie onder SAP brengen, lukt niet in een paar weken.

techniek en de migratiekant naar de gebruikers binnen defensie. Met de Voortbrengingsteams hebben we dat samengebracht. De eindgebruikers zitten al bij de ontwerpers om te vertellen hoe ze nu werken, en ontwerpen zeggen wat de mogelijkheden straks zijn. Zo ontstaat vanaf het prille begin de betrokkenheid van de eindgebruikers. We bouwen en migreren nu trefzeker en dat is een zaligheid. Dat hebben we wel ontdekt.” Sprints doen de Voortbrengingsteams niet, daar is de militaire materie te complex voor, zegt Van der Burg. “Sprints van een paar weken organiseren lukt niet vanwege de complexiteit van de materie. Neem de SAP-module ‘componentenonderhoud’. Dat gaat om onderhoud aan onderdelen uit de hardware van Defensie, schepen, vliegtuigen en rijdend materieel. Als je dat onder SAP wilt brengen, inclusief werkorderbesturing, configuratiebeheer, luchtwaardigheidseisen, ook voor delicate wapensystemen aan ‘het scherpe end’ van de organisatie, lukt dat niet in een paar weken.” Problemen genoeg Maar ook met bijgestelde ambities en een nieuwe ontwikkelmethodiek blijft SPEER kampen met grote problemen. In de autorisaties van gebruikers en de kwaliteit van de gemigreerde gegevens in SAP bijvoorbeeld. Er is een getrapt schoningsplan opgesteld dat ervoor moet zorgen dat de gegevens kloppen. De datamigratie moet verbeteren en de autorisaties kennen veel verbijzonderingen. Die moeten tot een acceptabel niveau teruggebracht worden. Op deze vlakken ligt er een belangrijke rol voor de staande organisatie, zegt Van der Burg. “De kennisoverdracht van de programmaorganisatie naar de staande organisatie is een punt van aandacht.” “Defensie komt van ver en we zitten op het goede spoor, “ zegt vice-admiraal Van der Burg. “De staande organisatie wil SAP gaan gebruiken en ziet de mogelijkheden, zeker voor de afgeslankte organisatie. Dat helpt.”
Chris Nap/c.nap@sdu.nl

en de uittocht van goedgeschoolde engineers, die in het bedrijfsleven aanzienlijk meer kunnen verdienen. En door de bezuinigingen die op het ministerie van Defensie no-

dig zijn en de reorganisaties die daaruit voortkomen. Die bezuinigingen van bijna 1 miljard euro op een begroting van 7,86 miljard euro, vormen voor

sPEER

Langst lopende, duurste project
In 2003 besloot het ministerie van Defensie ongeveer tachtig standalonelegacysystemen te vervangen door een integraal financieel en materieel logistiek systeem van SAP. SAP had in Duitsland samen met industriële partners en de Bundeswehr een ERP-applicatie voor de militaire sector ontwikkeld: SAP Defence Force Public Security. Dat werd de basis voor het Nederlandse Defensiesysteem. Het programma kreeg de naam SPEER (Strategic Process Enabled ERP Re-engineering). Het programma begon in 2005, de eerste fase loopt tot 2014. Het budget voor de eeste fase, dat herhaaldelijk werd vergroot, staat op 268 miljoen euro. Bij afronding in 2014 zal ongeveer 500 miljoen euro aan SPEER zijn uitgegeven. Volgens een inventarisatie van de Software Improvement Group is SPEER het langstlopende en duurste van de grote IT-projecten van de overheid, en kent het programma een ‘burnrate’ van gemiddeld meer dan 80.000 euro per dag. Er werken 469 mensen aan SPEER, waarvan 80 externen zijn. Capgemini en Logica zijn hoofdaannemers; ook Atos, IBM, Ordina, PA Consulting en PWC zijn bij de implementatie betrokken (geweest).

Van der Burg de grootste uitdaging voor de laatste mijl van SPEER. “De Defensieorganisatie is door de bezuinigingen in rep en roer. Daardoor is de omgeving waarin SAP moet worden ingevoerd echt minder stabiel dan één of twee jaar geleden.” De Koninklijke Marechaussee, het Korps Mariniers, Genie-eenheden en de Luchtmobiele Brigade zijn al over op de Matlog-functionaliteit van SAP. Ook werken twee fregatten en twee typen helikopters (NH90 en Alouette) met SAP. De schatting is lastig te maken, maar volgens Van der Burg gebruikt ongeveer 15 procent van de totale Defensieorganisatie het nieuwe SAPsysteem op dit moment. Toch hebben de bezuinigingen volgens Van der Burg ook een positief effect op de acceptatie van SAP. “SPEER was lange tijd een theoretische exercitie die de organisatie niet of nauwelijks raakte. Ook de implementatie van Finad voor de boekhouding speelde zich feitelijk in een specifiek deel van de defen-

Te veel afstand tussen ontwerpers en bouwers enerzijds en gebruikers anderzijds

Gaande het programma is een methodologische switch gemaakt van watervalmethode naar een meer Agile-achtige aanpak met zogeheten Voortbrengingsteams. Die agile-achtige aanpak in softwareontwikkeling beviel beter dan de watervalmethode, al kende Van der Burg vóór dit gesprek de termen ‘agile’ en ‘scrum’ niet. De Voortbrengingsteams betrekken de eindgebruikers – net als bij Agile – vanaf het prille begin bij nieuwe software. Van der Burg: “We hebben de Voortbrengingsteams in 2010 ingevoerd omdat er daarvoor te veel afstand was tussen de ontwerpers en de bouwers van de

advertentie

Closing the gap between business and IT is in your hands
De omgeving waarin uw organisatie actief is, verandert voortdurend. In deze dynamiek volstaan traditionele ICT-oplossingen niet meer. Maak kennis met een compleet nieuwe benadering van business process management: Aquima. Door te modelleren in plaats van programmeren kunnen zelfs businessgeoriënteerde collega’s software snel en intuïtief aanpassen. Zo dicht Aquima de kloof tussen business en IT en kan uw organisatie meer service bieden en sneller reageren tegen minder kosten. Nu Aquima open source is, zijn uw mogelijkheden als ICT-manager vrijwel onbegrensd. U zet de applicatie volledig naar uw hand en daarmee uw organisatie op voorsprong. Maak vandaag nog kennis met Aquima op www.aquima.com.

Your business your rules

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful