Inzicht

Ve r k e nning duurzaam ketenbeheer C U R NET & SBR in kennisalliantie M u l t ikering Katwijk C o l umn: weKnowledge Wa terbouwdag 2012: Bouwen voor de toekomst H o e goed is beton tegen chloriden bestand? G eotechniek kijkt in de toekomst Nieuw publicaties en CUR-Aanbevelingen Nieuwe commissies GWW LIGHT Uitgave 19 - december 2011

Bouwen met kennis
2 3 3 3 4 4 5 6 - 7 8 8

Wij wensen al onze relaties een constructief en inspirerend 2012!

Kennis voor, door en met de sector
CUR Bouw & Infra gaat 2012 in met een groot aantal nieuwe initiatieven en projecten. In ons jaarprogramma 2012 zijn onderwerpen opgenomen die relevant zijn voor de dagelijkse praktijk van onze stakeholders en ook een breder maatschappelijk belang in zich dragen. Te denken valt aan vraagstukken als duurzaamheid, veiligheid, ketenintegratie, de bredere toepassing van ICT en, last but not least het zeer actuele vraagstuk van asset management. Naast kennisontwikkeling is en blijft ook de verspreiding en toepassing van die innovatieve kennis voor ons een belangrijke opdracht. CUR Bouw & Infra fungeert al bijna 60 jaar als neutrale schakel tussen vraag en aanbod van vernieuwende kennis. De essentie van onze werkwijze -voor, door en met de sector- mag in al die jaren niet veranderd zijn, ook hier ontwikkelen wij ons steeds weer nieuwe werkvormen om tegemoet te komen aan de steeds grotere en acutere behoefte aan praktisch toepasbare kennis. Zo zullen we in 2012 verder gaan met nieuwe werkwijzen, waarbij in een ‘snelkookpansituatie’ met expertpanels sneller kennis gemobiliseerd en geactiveerd kan worden. Ook gaan we verder met specialistische kennisplatforms, die op hun eigen onderwerp als autoriteit en vraagbaak fungeren. Een goed voorbeeld hiervan is het platform Voegovergangen en opleggingen, dat in nauwe samenspraak met Rijkswaterstaat is opgericht. Het programma 2012 kent een sterke inhoudelijke programmatische samenhang, gericht op het oplossen van maatschappelijke vraagstukken op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. In onderstaande matrix wordt de opbouw van ons programma schematisch weergegeven. Het CUR Bouw & Infra programma 2012 omvat circa 100 projecten, verdeeld over 5 programma’s. Een volledig overzicht kunnen we hier niet geven, wel een aantal in het oog lopende projecten.

Duur zaam

h Veilig teit kwali eid en Mobi liteit

Them a’s

Leven delta in de

heid ergi en en

am Pr o g r

ma’s

e

en s Beton onstructie etonc b en rialen Mate ucties tr cons / e rbouw Wate echnologi taT Del k chnie Geote em d en bo n nieke e tech Nieuw cessen o en pr

Beton en betonconstructies
Duurzaamheid, in de betekenis van sustainability, wordt belangrijker bij nieuwbouw en beheer van bestaande bouwwerken en dus een thema binnen dit programma. De projecten Groen beton en Thermisch actieve gebouwdelen zijn aansprekende voorbeelden

1

hiervan. Twee andere nieuwe onderwerpen die we gaan oppakken zijn vezelversterkt beton en ultrahogesterkte beton. Recent zijn de eerste drie CURAanbevelingen op betongebied gepubliceerd die nu geheel zijn toegesneden op de Eurocodes voor beton. In 2012 worden de overige twaalf herziene Aanbevelingen gepubliceerd. Voor de meest actuele publicaties zie www.cur-aanbevelingen.nl.

ontwerpers en het personeel op de bouwplaats. Naast vertrouwde materialen als beton en staal is er binnen dit programma ook aandacht voor andere materialen zoals vezelversterkte kunststoffen. In dat kader wordt hard gewerkt aan de herziening van CUR-Aanbeveling 96.

project ‘Hydraulische belasting boegschroeven en straalpijpen schepen’. De kennis uit dit project en volgende projecten zal te zijner tijd een plek krijgen in het nog op te richten kennisplatform Duurzame Haveninfrastructuur.

Proces en techniek
De digitale revolutie verandert de wereld in snel tempo. In dit programma ligt de focus op de activiteiten in het verlengde van De Bouw Informatieraad (BIR), die onder meer de implementatie van BIM als digitaal bouwwerkmodel stimuleert en zich beijvert voor de hiervoor noodzakelijke standaard instrumenten voor gegevensuitwisseling zoals objectenbibliotheken. De strategische Research Agenda van IIP bouw heeft onderwerpen vastgesteld die zich lenen voor de slimme toepassing van meer ICT. Een voorbeeld daarvan is logistiek in de bouw, een onderwerp dat samen met het CURNET-programma Transumo zal worden opgepakt. Aansluitend op het lopende project BIM-Omgeving oriënteert CURNET zich op uitbreiding van haar activiteiten met geo-informatie, met name aan een bundelende rol tussen partijen in de bouwwereld en in de geo-informatiewereld. U vindt het volledige jaarprogramma 2012 op www.curbouweninfra.nl

Geotechniek en bodem
Recent is ook CUR-Geo gestart, een commissie vergelijkbaar met CUR-Beton, CUR-Waterbouw en de BIR. De leden van CUR-Geo vormen tevens het bestuur van de betreffende vaksectie van KIVI NIRIA. Op geotechnisch gebied starten het komende jaar tal van nieuwe initiatieven, zoals onderzoek naar trekpalen en naar de beddingsconstante bij funderingen op staal. GWW-LIGHT is een nieuw kennisprogramma dat tot doel heeft slimme en lichte funderingsconstructies voor de wegenbouw en dijkconstructies te ontwikkelen. De recente kennisalliantie met SBR over bouwputten en funderingen zal de positie van dit programma versterken.

Waterbouw en deltatechnologie
Eind 2011 is CUR-Waterbouw tot stand gekomen, een programmerend stakeholderoverleg. Dit platform zal nauw aansluiten op ontwikkelingen zoals het Hoogwater Beschermingsprogramma, het Deltaprogramma en niet te vergeten de Topsector Water. Actueel is het project Multidijk (zie elders in dit nummer) en de Hydraulic Fill Manual, een voorbeeld van internationale samenwerking bij het verspreiden van actuele kennis. Ook vermeldenswaard zijn kennisprojecten voor het duurzaam beheren van de haveninfrastructuur. Zo starten we met het

Materialen en constructies
Veiligheid is een belangrijk thema binnen dit programma. Het Platform Constructieve Veiligheid zorgt voor meer bewustzijn en kennis van de structurele oorzaken van falende constructies en levert actief expertise bij de analyse van voorkomende incidenten (galerijflat Leeuwarden, instorting dak FC Twente stadion). Een nieuw initiatief is veiligheid op de bouwplaats, met de focus op het verbeteren van de communicatie tussen

Verkenning duurzaam ketenbeheer
CUR Bouw & Infra heeft in opdracht van de commissie Duurzaam Ketenbeheer in de Bouw (DKB), van het ministerie van Infrastructuur & Milieu, een verkenning uitgevoerd naar nieuwe initiatieven, die leiden tot duurzaam (materiaal)ketenbeheer in de bouw. Het resultaat van deze verkenning is een businessmodel met (SMART- gemaakte) actieplannen. Hieruit blijkt dat duurzaam ketenbeheer nog geen alledaagse gang van zaken is in de bouw. Voor de bedrijfstak is (duurzaam) materiaalketenbeheer echter zeer belangrijk omdat: • aalkosten kunnen worden tef ruggedrongen en procesvoering efficiënter plaatsvindt; • r door verkorting van de uite voeringstijd ook minder hinder ontstaat voor de omgeving; • nnovatief gedrag gestimuleerd i wordt (nieuwe proces- en samenwerkingsvormen, andersoortige contractvorming); • nergiegebruik (en daarmee e CO2 uitstoot) kan worden gereduceerd. Een duurzame inrichting van de keten, dus ook rekening houdend met de eindigheid van materialen en fossiele brandstoffen, wordt niet alleen als lastig gezien, maar ook (onterecht) als kostenverhogend. Dit laatste omdat teveel naar alleen investeringen wordt gekeken en niet naar het total cost of ownership (life cycle costs), dus rendementen op langere termijn. De, samen met begeleidingscommissies benoemde actieplannen, zijn gekoppeld aan de achtereenvolgende fasen in het bouwproces: van winning van grondstoffen en productie van bouwmaterialen en -producten tot de toepassing (het gebruik) ervan. Voorbeelden van de komende tijd uit te voeren actieplannen zijn o.a. • ermindering van het netto mav teriaalgebruik: door inzet van secundaire grondstoffen en het efficiënter produceren; • ermindering van productieverv liezen en hergebruik van afvalproducten: efficiëntere procesvoering (minder uitval, minder verplaatsen van materialen, primaire grondstoffen door limitering transportkilometers); • nformeren betrokkenen in inii tiatieffase: op basis van gegevens over de milieubelasting van materialen/producten kunnen opdrachtgevers sturend in

aanbestedings- en gunningsfase optreden; • nformeren betrokkenen recyi clingfase: nagaan op welke wijze financiële ruimte kan worden gecreëerd om slopen te kunnen richten op optimaal hergebruik en recycling. Het opzetten

van (regionale) materiaal- en productbanken is een andere activiteit die in deze fase kan leiden tot duurzaam materiaalketenbeheer. De verkenning over duurzaam ketenbeheer kan worden gedownload vanaf.......

2

CUR Bouw & I nfra

december 2011 - 19

CURNET & SBR in kennisalliantie
CURNET/CUR Bouw & Infra en Stichting Bouwresearch gaan samenwerken op het gebied van funderingen, trillingen en bouwputten. Tijdens de Geotechniekdag op 10 november ondertekenden de beide directeuren, respectievelijk Jaco ter Wal (links op de foto) en Jack de Leeuw daartoe een kennisalliantie. Het gezamenlijke doel van de partijen is de sectoren GWW en B&U beter te bedienen met kennis op het gebied van funderingen en bouwputten. De kennisalliantie beoogt de huidige samenwerking verder uit te bouwen en beter zichtbaar te maken voor de markt. De samenwerking bestrijkt de hele cirkel van kennisontwikkeling: van onderzoek, via vastleggen in kennisproducten tot uitrol van kennis in de markt. De samenwerking bevordert de efficiëntie en voorkomt dat werk dubbel wordt gedaan. Op termijn biedt de samenwerking de mogelijkheid tot verbreding tot een volwaardig kennisprogramma, waarbij aanhaken van andere kennisinstituten een reële mogelijkheid is. SBR-directeur Jack de Leeuw bij de ondertekening: ‘we werken al samen, maar doen dat in deels verschillende sectoren. Deze kennisalliantie maakt het mogelijk om intensiever te gaan samenwerken en kennisontwikkeling beter vorm te geven. De ontwikkeling en implementatie van kennis wordt hiermee efficiënter geregeld’. Jaco ter Wal van CURNET voegde daar nog aan toe: ‘met deze kennisalliantie spelen we in op de consolidatie die in de kenniswereld aanstaande is. En zoals Aristoteles destijds al stelde: het geheel is meer dan de som der delen!’

Multikering Katwijk
De Multidijk is een alternatieve oplossing voor de kustverdediging bij Katwijk. Een innovatief concept van waterkering gecombineerd met ondergrondse ruimten voor parkeren en horeca kan twintig miljoen euro besparen op de investeringskosten.

De Multidijk is een eigen initiatief vanuit programma Multidijk geaccepteerd door stuurgroep Kustversterking Katwijk. Op voorstel van de gemeente heeft de stuurgroep Kustversterking Katwijk, samengesteld uit bestuurlijke vertegenwoordigers van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, het Hoogheemraadschap Rijnland, de provincie ZuidHolland en de gemeente Katwijk, besloten de haalbaarheid van het concept Multikering nader te onderzoeken. Dit alternatief voor de huidige dijk-in-duin oplossing maakt, tegen aanzienlijk lagere investerings- en onderhoudskosten, veel betere inpassing van de in Katwijk noodzakelijke waterveiligheidsmaatregelen mogelijk. Het concept is gebaseerd op een zware keerwandconstructie. Deze brengt, in tegenstelling tot het traditionele brede duin of de iets minder brede dijk-in-duin oplossing, een aanzienlijk lager

ruimtebeslag met zich mee. Door het geringe ruimtebeslag is geen kostbare, onderhoudsgevoelige zandsuppletie noodzakelijk. Ook in aanleg is het concept veel eenvoudiger en met minder hinder en overlast uitvoerbaar. Het consortium Multikering Katwijk, bestaande uit architectenbureau DP6, het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam, de TU Delft, TNO en CUR Bouw & Infra werkt het concept de komende maanden verder uit. Belangrijkste technische aandachtspunten daarbij zijn mogelijke ontgronding van de keerwand en mogelijk onacceptabele wateroverslag naar de kern Katwijk aan Zee. In het voorjaar 2012 kan, op basis van een voorlopig ontwerp, een waterbouwkundige onderbouwing en een kostenraming, de stuurgroep Kustversterking Katwijk een goede afweging maken ten opzichte van het huidige voorkeursalternatief.

COLUMN

weKnowledge
De uitspraak ‘kennis is macht’ vind ik achterhaald. Kennis is er in overvloed en is ook steeds beter via het internet verkrijgbaar voor iedereen. Het is een illusie dat je (digitale) informatie en kennis geheim kunt houden. De opkomst van de netwerksamenleving en de daarbij behorende social media, heeft inmiddels een andere inhoud aan het begrip macht gegeven. De kracht van deze netwerken neemt, met het aantal gebruikers exponentieel toe. De ‘macht van de massa’ uit zich ook in het beschikbaar komen van denkkracht om problemen op te lossen of nieuwe wegen in te slaan. Regelmatig verwonder ik mij tijdens dialogen met het management van organisaties over kennisdelen en organisatieontwikkeling via het internet. De toch nog grote onbekendheid met de internetontwikkelingen en opmerkingen zoals “ik ga mijn concurrent niet helpen ontwikkelen”, zeggen mij genoeg. Na doorvragen blijkt dat zij zich als individu en als organisatie graag willen verrijken met kennis, zodat zij concurrentievoordeel kunnen creëren. Een begrijpelijke reactie, echter een denk- en handelingswijze uit de vorige eeuw. Data, kennis en creativiteit zijn niet meer exclusief in handen van organisaties. De macht over de markt zal verschuiven van organisaties naar sociale (waarde)netwerken. Binnen organisaties moet dan ook een omslag gaan plaatsvinden: van gesloten, hiërarchisch en controle naar open, authenticiteit en verbondenheid. Het is niet meer de tent, maar de vent (of vrouw) die uiteindelijk het verschil maakt. Kortom, we maken een switch iKnowledge naar weKnowledge. Auteur: Menno Lammers Procesmanager bij Vernieuwing BouwInitiator van de denktank ‘Connectivity’ van De NieuwBouw

3

Waterbouwdag 2012: Bouwen voor de toekomst
Goede plannen met hoge baten zijn noodzakelijk als we willen bouwen aan de toekomst. Dat was het onderwerp van de Waterbouwdag 2011. De regering is strak aan het bezuinigen en daarmee ontstaat ook aarzeling om grote projecten te starten. Om onze economie te laten bloeien zijn uitvoerbare en concrete plannen nodig. Op 13 oktober jl. werden daarom zowel praktijkvoorbeelden uit Nederland en China gepresenteerd, maar werd ook stilgestaan bij deze veranderende markt. Een kleine selectie uit de sprekersverhalen: Ir. Han Vos van Iv Infra gaf de stand van zaken rond een aantal grote (zee)sluizen wereldwijd. Sluizen zijn van groot economisch belang: op veel plekken zijn ze cruciaal voor de werkgelegenheid, de internationale handel en het toerisme. Li Wenwei, werkzaam bij de China Three Gorges Corporation, beaamde dat door in zijn presentatie aan te geven dat de bouw van de zes dammen in de Blauwe Rivier ook groot economisch belang hebben. Naast de reductie van overstromingsgevaar, wordt met de dammen een gigantische hoeveelheid elektriciteit opgewekt en kunnen kosten voor de binnenvaart verminderd worden. Ook het project Maasvlakte 2 is van economisch belang. Doel is om Rotterdam de grootste haven te laten blijven. Maar daarnaast is het een prima praktijkcase over innovatieve uitvoering van een vernieuwend ontwerp, stelde Dirk Hamer van uitvoeringsorganisatie PUMA. Het project zit op schema en is tot nu toe binnen budget door de bijzondere samenwerking tussen opdrachtgever en -nemer. Bij het contractontwerp bestond bij beide partijen het gevoel dat het efficiënter kon. Als oplossing werd een partnering clausule opgenomen: samen optimaliseren en de voordelen delen. De centrale vraag Koos van Oord, lid van de (tweede) Deltacommissie en trekker van het Topteam Water, luidde: moeten we kennis verkopen of vermarkten, dus integreren in een project? Zie ook het interview met hem in de vorige editie van Inzicht. Han Vrijling, voorzitter van de commissie Waterbouwdag stelde aan het einde van de dag vast dat uitvoerbare en concrete plannen met een gunstige kostenbatenverhouding nodig zijn om onze economie te laten bloeien. Export van kennis kan daaraan bijdragen, maar het zal moeilijk worden om daarmee geld te verdienen. Voor een uitgebreid verslag van alle sprekers zie ook www.waterbouwdag.nl

Hoe goed is beton tegen chloriden bestand?
In 2009 publiceerde CUR Bouw & Infra de ‘Leidraad duurzaamheid van constructief beton met betrekking tot chloride-geïnitieerde wapeningscorrosie’. Met deze leidraad kunnen prestatie-eisen aan betonmengsels worden geformuleerd, wat van groot belang is nu van beton in bepaalde gevallen een levensduur van 100 jaar of meer wordt geëist. CUR-commissie C 177, de kerngroep duurzaamheid van betonconstructies, organiseerde afgelopen najaar een workshop over de ervaringen die met de leidraad zijn opgedaan. Chloride-indringing van beton is het maatgevende mechanisme wat betreft de levensduur van beton, zoveel is bekend, maar kun je op basis van dit mechanisme de levensduur betrouwbaar voorspellen? Verschillende sprekers gingen in op vragen die hieromtrent leven. Rob Polder van TNO gaf in zijn voordracht een toelichting op het model waarop de Leidraad is gebaseerd. Dat gaat uit van het kritisch chloridegehalte, dat ligt op een chloridegehalte van 0,6 % (m/m) ten opzichte van het cement. Uitgangspunt bij dit mechanisme is diffusie, waarbij een chloridefront in het beton doordringt. Als dit front de wapening bereikt, en het kritisch chloridegehalte wordt overschreden begint corrosie van de wapening. Er is echter onzekerheid over de waarde van de absoluut ogende grens van 0,6%. Proeven in het lab hebben bij een zelfde betonmengsel hebben daarnaast aangetoond dat de permeabiliteit van proefstukken van dezelfde betonkwaliteit sterk kan verschillen. Gebleken is dat de kwaliteit van de slak, de klinker en de maalfijnheid van het cement van invloed zijn op de poriënstructuur, en dus op de dichtheid van het beton. Gert van der Wegen van Intron gaf aan dat terugkoppeling uit de praktijk beperkt is, wellicht vanwege de problematiek zelf (aantasting van beton). Wel heeft Intron zelf 25 cases beschouwd op aantasting/levensduur. Daarbij kwam naar voren dat goede nabehandeling cruciaal is; dit bepaalt uiteindelijk de dichtheid en permeabiliteit van het verharde beton. Jeanette Bouwmeester van BAM Infraconsult vestigde de aandacht op inconsequenties in de regelgeving: de CUR-Leidraad maakt onderscheid naar type cement, terwijl de Eurocode dat niet doet. Dit terwijl bekend is dat beton met hoogovencement (CEM III/B) een dichtere poriestructuur heeft dan met portlandcement (CEM I). Bouwmeester en ook prof. Aad van der Horst kwamen tot de conclusie dat er bij ontwerp en uitvoering van betonconstructies meer samenwerking en communicatie nodig is. Constructeur, betontechnoloog en aannemer moeten samenwerken bij het optimaal vaststellen van betondekking, sterkteklasse, vereist betonmengsel en uitvoerbaarheid. Het gekozen mengsel moet tenslotte wel toepasbaar zijn in combinatie met de wapening. De resultaten van deze workshop zullen worden meegenomen bij een nog uit te voeren update van de Leidraad. Hierover zullen wij te zijner tijd berichten.

4

CUR Bouw & I nfra

december 2011 - 19

Geotechniek kijkt in de toekomst
De geotechniek is een levend vakgebied met veel actuele ontwikkelingen. Ook in de (nabije) toekomst zijn nog veel ontwikkelingen te verwachten volgens verschillende sprekers tijdens de Geotechniekdag, die op 10 november j.l. werd gehouden. Sensoren, geavanceerde simulaties met eindige elementen in 3D en koppeling met game dynamics zullen het vak in de toekomst een ander aanzien geven. De bodem is heterogeen en vertoont niet-lineair gedrag. Dit maakt van het voorspellen van zettingen, deformaties en belastingen complex. Tegelijkertijd willen opdrachtgevers bouwen in minder tijd, met minder risico’s en met minder kosten. Het verklaart de toenemende rol van eindigeelementenmethoden (EEM) in de geotechniek, zo bleek uit de voordracht van Ronald Brinkgreve van Plaxis/TU Delft. Met eindigeelementenmodellen kan dat complexe gedrag nog het beste worden gesimleerd, reden waarom deze modellen een enorme vlucht hebben genomen. Materiaalmodellen kunnen niet-lineaire verschijnselen als anisotropie en softening benaderen. Het aantal gebruikers van EEM stijgt, mede door de toenemende rekenkracht van de PC en gebruiksvriendelijke software. Die vraagt minder deskundigheid van de gebruiker, maar het risico is volgens Brinkgreve dat de kennis waarop die modellen gebaseerd zijn, beperkt blijft tot een paar experts. Een gebruiker moet daarbij nog altijd gevoel hebben voor de uitkomst van een model. De rol van EEM zal in de toekomst alleen nog maar toenemen: een uitdaging is de koppeling tussen Bouwwerk Informatie Modellen (BIM), de integratie met het ontwerpproces van bouwwerken. Andere ontwikkelingen zijn o.a. het automatisch genereren van stabiliteitsberekeningen van dijken, ‘engineering in the field’ met apps op de smartphone en de verder ontwikkeling van constituele modellen. Vooral voor het modelleren van grote deformaties schieten die nu nog tekort.

BEM droom
Jeroen Coenders van Arup/TU Delft, ging in zijn blik op de toekomst nog wat verder. De ontwikkeling van BIM is op zich een goede zaak, maar in zijn ogen nog te veel gericht op objecten. Hij verwacht dat de toekomst een verdere integratie van modellen en simulatietechnieken te zien zal geven. In een Building Environment Model (BEM) kan bij het ontwerp van een gebouw bijvoorbeeld een koppeling plaatsvinden tussen simulaties van het gedrag van mensen, ook in geval van brand. Ook een koppeling tussen gebouwontwerp en modellen voor windbelasting ligt voor de hand. Met simulatietechnieken kan al in het voorontwerpstadium van gebouwen optimalisaties worden gemaakt van het gedrag van gebouwen in de gebruiksfase. Het energiegebruik bij verschillende ontwerpvarianten is daar een voorbeeld van. Geavanceerde simulaties die de vorm aannemen van gaming, zullen een toenemende rol spelen bij het ontwerp van gebouwen en in de stedenbouw,

zo verwacht Coenders. (Kijk voor meer informatie op www.bemnext.org)

Ankerpalen
Ad Vriend gaf als rapporteur een korte en duidelijke presentatie van de nieuwe CUR-richtlijn voor ankerpalen. De richtlijn is nodig vanwege de grote uitvoeringsgevoeligheid van de verschillende systemen die op de markt zijn gebracht en geeft eenduidige regels voor ondermeer draagkracht en axiale veerstijfheid. Ad Vriend Het eerste exemplaar van deze publicatie 236 werd uitgereikt aan Wim Anemaat van Rijkswaterstaat en Ton Groeneweg, sinds kort voorzitter van de NVAF, de branchevereniging van funderingsbedrijven. De publicatie bevordert uniformiteit en is een goed handvat voor de praktijk, menen zij.

bouwkosten vooralsnog hoger zijn dan de gebruikelijke constructies, maar bij ruimere toepassing kan de afschrijving op de tunnelboormachine per project omlaag.

Keverling Buismanprijs
Op deze Geotechniekdag vond ook de prijsuitreiking plaats van de Keverling Buismanprijs, die is ingesteld door KIVI NIRIA. Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt voor publicaties die de ondergrond en de geotechniek het beste onder de aandacht weten te brengen. Mandy Korff van Deltares reikte de prijzen uit aan: • uzanne van Eekelen, Adam S Bezuijen en Frits van Tol voor een wetenschappelijke publicatie over paal-matrassystemen. Het artikel laat zien hoe toegepast onderzoek met diverse stakeholders kan leiden tot een fundamentele verschuiving in de branche. • MF (MTV) ‘Wat te doen met T je poen’: een jong publiek wordt geïnformeerd over het berekenen van de stabiliteit van waterkeringen en het beoordelen daarvan. Het item werd geïnitieerd door de Hogeschool Alkmaar en gebracht door Goaitske de Vries van Deltares. • e prijs voor jong talent ging D naar Esther Rosenbrand voor haar afstudeerwerk aan de TU Delft over een innovatieve toepassing van visuele presentatiemiddelen voor het beschrijven van piping. Meer informatie vindt u op www. geonet.nl en www.deltares.nl

Urban Passway
Op een geotechnisch congres van enkele jaren geleden presenteerde de Japanse firma Obayashi een praktijkproef met een vierkante tunnelboormachine. Door toepassing van vierkante betonnen elementen heeft de gemaakte tunnel voor voetgangers en fietsers een geringe gronddekking nodig.. Sallo van der Woude van Van Hattum en Blankevoort heeft onderzocht of deze methode ook in ons land bruikbaar is. Met de nodige aanpassingen (ballast om opdrijven te voorkomen bijvoorbeeld) blijkt dat inderdaad mogelijk: ook hier kan de methode een sneller en met minder hinder te bouwen alternatief zijn. Nadeel is dat de

5

Nieuwe publicaties

Ontwerprichtlijn thermisch actieve gebouwen
Het materiaal beton kan een belangrijke bijdrage leveren aan energiebesparing in gebouwen. Door de massa van beton in vloeren en wanden te gebruiken kunnen deze werken als regulator van het thermische en hygrische binnenklimaat. Het gebruik van de betonmassa voor dit doel wordt betonkernactivering (bka) genoemd. Dit wordt in de praktijk steeds frequenter toegepast. De afgelopen jaren zijn dan ook diverse publicaties over betonkernactivering verschenen. CUR-publicatie 237 - ‘Ontwerprichtlijn thermisch actieve gebouwen’ richt zich speciaal op de thermische behaaglijkheid die met betonkernactivering van vloeren is te realiseren. De publicatie (een combinatie van rapport en ontwerptool) is daarmee als een hulpmiddel in de ontwerpfase van gebouwen te gebruiken.

Ankerpalen
De laatste jaren worden in toenemende mate slanke, in de grond gevormde ankerpalen toegepast, vooral als verankeringselement onder onderwaterbetonvloeren. Bij het ontwerp van ankerpalen bestaat onduidelijkheid over de bepaling van de draagkracht en de axiale veerstijfheid. Daarnaast zijn ankerpalen sterk uitvoeringsgevoelig. Dat waren redenen om in CUR-verband een richtlijn op te stellen, die tijdens de Geotechniekdag werd gepresenteerd. Centraal staan de uitvoeringsgevoeligheid en de kwaliteitsborging. Dit heeft geleid tot een eigen veiligheidsfilosofie voor ankerpalen, waarbij voor de grondmechanische draagkracht strikt onderscheid wordt gemaakt tussen ankerpalen die wel worden beproefd en een strenge uitvoeringscontrole ondergaan en ankerpalen waarbij dit niet of in mindere mate plaatsvindt. In het laatste geval moeten hogere veiligheden gehanteerd worden gehanteerd, terwijl in het eerste geval een optimalisatie mogelijk is. De opdrachtgever heeft hierbij de verantwoordelijkheid om aan te geven welke eisen er worden gesteld aan met name de duurzaamheid en de kwaliteitsborging. Ten aanzien van de duurzaamheid geeft deze richtlijn aanbevelingen voor de corrosiebescherming. Een belangrijk onderdeel is de kwaliteitsborging. Aanbevelingen worden gedaan voor het proefbelasten van de ankerpalen en de uitvoeringscontrole. Deze richtlijn over ankerpalen is primair bedoeld voor ontwerpers en uitvoerende partijen. Signalen uit de praktijk over het gebruik van deze richtlijn zullen worden gebruikt om deze in de toekomst verder te optimaliseren. Daarvoor wordt een gebruikersgroep gestart, u kunt zich hiervoor opgeven door het sturen van een email naar fred.jonker@curbouweninfra.nl

Bestellen
De publicatie ( 42,50 excl. BTW) kan worden besteld via www.curaanbevelingen.nl

Bestellen
CUR-publicatie 236 Ankerpalen is via de webwinkel van www.curnet.nl verkrijgbaar voor 95,- (incl. BTW en verzendkosten).

Constructieve veiligheidevaluatie ABC meldpunt
Bij CUR Bouw & Infra verscheen recent de digitale publicatie 236 over het ABCmeldpunt Constructieve veiligheid. Dit meldpunt bestaat nu drie jaar en heeft een signalerende functie als het gaat om gebreken aan constructies. Bij het meldpunt kan iedereen die bij de bouw betrokken is bouwfouten melden. Via analyse van de meldingen ontstaat een beeld van veel voorkomende oorzaken van zaken die bij ontwerp en/of uitvoering misgaan. Dat behoeven niet alleen calamiteiten zoals het instorten van balkons te zijn, maar het moet wel gaan om incidenten die ten koste gaan van de constructieve veiligheid. Het rapport constateert dat het meldpunt nog onvoldoende bekendheid geniet en dat het aantal meldingen in verband daarmee nog niet hoog is: in de eerste drie jaar zijn ca. 190 meldingen binnengekomen. Om dit aantal omhoog te brengen is meer bekendheid van het meldpunt nodig. Daarvoor moet meer worden gedaan om de toegevoegde waarde van het meldpunt over te brengen. Het rapport bevat verder veel informatie over de inhoudelijke evaluatie van de meldingen. Daaruit blijkt onder meer dat ontwerp- en productiefouten met 65% het meest voorkomen en dat deze in een kwart van de gevallen wordt veroorzaakt door onvoldoende kennis van het project. Een aantal interviews met managers uit de bouw in de bijlagen van het rapport biedt verder een goed inzicht in structurele oorzaken van bouwfouten. Fragmentatie van het proces wordt daarin als belangrijke oorzaak genoemd. Het meldpunt heeft een signalerende functie voor de bouwwereld en bedrijven kunnen informatie uit de regelmatig verschijnende nieuwsbrief gebruiken voor hun risicoanalyse. Leren van wat elders misgaat dus. Het rapport kan worden gedownload vanaf www.curbouweninfra.nl, onder downloads van publicaties. Kijk verder op www.abcmeldpunt.nl

Interpretatie van snelle paaltesten
Proefbelastingen zijn nodig voor de bepaling van het draagvermogen van nieuwe paalsystemen en de controle van funderingen. In ons land worden daarvoor vrijwel uitsluitend statische proefbelastingen gebruikt, maar deze manier van beproeven is tijdrovend en kostbaar. Dynamische en snelle paaltesten zijn goedkoper maar minder betrouwbaar omdat een interpretatie van de testresultaten nodig is. Er is discussie over de juiste interpretatie van deze alternatieve beproevingsmethoden en dat bemoeilijkt de toepassing ervan. De snelle paaltest is een tussenvorm tussen de statische en dynamische paaltest, waarbij een klap op de paal een last-zakkingsdiagram oplevert. Onlangs verscheen de publicatie ‘Rapid Load Testing on Piles’ waarin twee interpretatiemethoden zijn opgenomen, die houvast geven bij de interpretatie van snelle paaltesten. Deze richtlijn is het resultaat van een CUR/Delft Cluster onderzoek. De richtlijn is in het Engels verschenen, als sluitstuk van een serie publicaties die in een Europees netwerk zijn opgesteld. Voor de Nederlandse markt wordt de richtlijn als CUR-publicatie 230 op de markt gebracht. Deze kan voor 80,- (incl. BTW en verzendkosten) worden besteld via onze webwinkel op www.curnet.nl. De richtlijn wordt op de internationale markt uitgegeven door CRC Press/Balkema, zie www. balkema.nl / www.CRCpress.com

6

CUR Bouw & I nfra

- advertentie december

2011 - 19

Drie CUR-Aanbevelingen herzien
In verband met de nieuwe Eurocodes voor beton werken wij aan het herzien van in totaal 17 CURAanbevelingen op betongebied. De eerste drie Aanbevelingen zijn nu zodanig redactioneel aangepast dat zij helemaal aansluiten op deze betonnormen. De volgende Aanbevelingen zijn sinds de Betondag 2011 in geactualiseerde versie verkrijgbaar: • 18: 2011 Colloïdaal beton • 2: 2011 Bepaling van de in4 vloed van polypropyleenvezels in beton op de vorming van plastische krimpscheuren • 2: 2011 Inspectie en onder7 zoek van betonconstructies Binnenkort worden bovendien de volgende Aanbevelingen gepubliceerd • 68: 2011 Vijzelen en schuiven • 6: 2011 Ontwerpen van 3 elastisch ondersteunde betonvloeren en -verhardingen (incl. Aanbeveling 35) Inmiddels zijn de voorbereidingen gestart voor het redactioneel herzien van de volgende CUR-Aanbevelingen, die in 2012 worden gepubliceerd: • : Metselwerkpuingranulaat als 5 toeslagmateriaal voor beton • 9: Vervaardiging en beproe5 ving schuimbeton • 0: Beton met menggranulaten 8 als grof toeslagmateriaal • 9: Strokenvloeren. Aanvul9 lende bepalingen op NEN 6720 (VBC 1995) • 06: Beton met fijne fracties uit 1 BSA-granulaten als fijn toeslagmateriaal • 12: Beton met betongranulaat 1 als grof toeslagmateriaal CUR-Aanbevelingen op betongebied worden vanaf dit jaar alleen nog digitaal gepubliceerd en verschijnen dus niet meer als bijlage bij het vakblad Cement. U kunt zich nu abonneren op alle CURAanbevelingen op betongebied. Voordelen: altijd de meest actuele versie en direct te downloaden! Kijk op www.cur-aanbevelingen.nl voor meer informatie en abonneren.

CUR-AANBEVELINGEN VOORTAAN ONLINE VERKRIJGBAAR

CUR-Aanbevelingen worden in opdracht van CUR Bouw & Infra uitgegeven door Uitgeverij Æneas. Voorheen verschenen CUR-Aanbevelingen bij het vakblad Cement, voortaan zijn deze alleen nog online te verkrijgen. Om op de hoogte te blijven van alle nieuwe en gewijzigde CUR-Aanbevelingen kunt u een abonnement afsluiten op het Cement online archief of op de CUR-Aanbevelingen.
ABONNEMENT OP CEMENT ONLINE ARCHIEF
Toegang tot de CUR-Aanbevelingen en alle jaargangen van vakblad Cement!
Ga voor meer informatie over abonnementen naar de webshop op:

CUR-Aanbevelingen betonreparatie herzien
Op het gebied van betonreparatie zijn in 1997 vier CUR-Aanbevelingen gepubliceerd over betonreparatie: met spuitbeton, reparatiemortels en scheurinjectie met epoxy. Deze documenten vormen tevens de basis voor certificatie van reparatiebedrijven. Om verschillende redenen was het nodig die documenten te beoordelen op bruikbaarheid anno 2011. In 2010 is in CUR-verband onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van betonreparaties, naar aanleiding van een Europese studie (ConRepNet) die uitwees dat betonreparaties meestal een geringe levensduur hebben. Oorzaak was in veel gevallen een verkeerde diagnose van de schade-oorzaak. In ons land is die diagnose meestal wel juist, maar gaan er tijdens de uitvoering zaken mis. Dat hoeft overigens niet te liggen aan de kwaliteit van het uitvoerende bedrijf, maar kan ook te maken hebben met slechte omstandigheden tijdens de uitvoering. Daarnaast speelt het feit dat er sindsdien verschillende nieuwe Europese normen voor betonreparatie-materialen van kracht zijn geworden. Deze aspecten behoeven dus niet meer in een CUR-Aanbeveling te worden geregeld. Dat heeft er toe geleid dat de drie huidige Aanbevelingen 53 t/m 55 worden vervangen door één nieuwe CUR-Aanbeveling en dat nr. 56 over injecteren met kunsthars door een nieuwe CUR-Aanbeveling zal worden vervangen. De twee nieuwe Aanbevelingen op betonreparatiegebied worden praktische uitvoeringsrichtlijnen, die in samenwerking met de betrokken partijen, waaronder onder andere Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur en branchevereniging VABOR tot stand zullen komen. Publicatie vindt plaats in 2012. Voor nadere informatie: stuur een email naar erwin.vega@ curbouweninfra.nl

WWW.CEMENTONLINE.NL
ABONNEMENT OP CUR-AANBEVELINGEN
Toegang tot alle CUR-Aanbevelingen!
Ga voor meer informatie over abonnementen naar de webshop op:

WWW.CUR-AANBEVELINGEN.NL

5 HERZIENE : CUR AANBEVELINGEN
• CUR-Aanbeveling 18: Colloïdaal beton • CUR-Aanbeveling 36: Ontwerpen van elastisch ondersteunde betonvloeren en –verhardingen, derde herziene uitgave • CUR-Aanbeveling 42: Bepaling van de invloed van polypropyleenvezels in beton op de vorming van plastische krimpscheuren • CUR-Aanbeveling 68: Vijzelen en schuiven • CUR-Aanbeveling 72: Inspectie en onderzoek van betonconstructies

ZORG DAT U DEZE NIET MIST EN SLUIT UW ABONNEMENT VANDAAG NOG AF!
7

Nieuwe commissies

Voor uw agenda
CURNET organiseert:
26 januari 2012
InfraCampus Locatie: Ahoy, Rotterdam Zie www.infracampus.nl

PC 192 Staalvezelbeton
Doelstelling: het identificeren van kennisleemten op het gebied van het construeren met staalvezelbeton en het opstellen van een plan om deze in te vullen.

Op de foto van links naar rechts: Henk Sliedrecht (RWS DI), Simon Wijte (Adviesbureau Ir. J.G. Hageman), Ab van den Bos (ABT), Daniel Toonen (Van Berlo Engineering), Mohammed Al-Saadi (Gemeente Rotterdam),

Anne Hoekstra (Bekaert), Cees Kleinman (TU Eindhoven), Jan Gijsbers (TNO), Jan Mijnsbergen (CUR Bouw & Infra) en René Braam (Adviesbureau Ir. J.G. Hageman).

8, 9, 15 & 16 maart 2012
Cursus damwandconstructies en bouwputten Zie www.pao-tudelft.nl

C 180 Grensvlakstabiliteit, golven en stromen
Doelstelling: A. Het door experimenteel onderzoek valideren van de ontwerpformules voor de belasting van filterconstructies door stroming.

B. Het ontwikkelen en valideren van een ontwerpmethode voor open filters onder golfaanval. Op de foto, van links naar rechts: Ger Vergeer (CUR Bouw & Infra), Marcel van Gent (Deltares), Henk Verheij (Deltares), Daan Heineke

(RWS/DI), Greg Smith (Van Oord), Coen Kuiper (Witteveen + Bos), Guido Wolters (Deltares), Kees Dorst (RWS/DI), Jan Olthof (Boskalis) en Teus Blokland (Gemeentewerken Rotterdam) Niet op de foto: Mark Franssen (RWS DI)

GWW LIGHT

Lichtere funderingsconstructies in de grond- weg- en waterbouw. Met de publieke lancering, op dinsdag 4 oktober 2011, op de Innovatie-Estafette 2011 in Rotterdam, heeft het nieuwe CURprogramma GWW LIGHT een flitsende start gemaakt. De basis hiervoor is gelegd op een eveneens in Rotterdam gehouden kickoff bijeenkomst waaraan meer dan dertig partijen uit de sector hebben deelgenomen. Gesondeerd is dat er in de GWW markt brede belangstelling is voor het nieuwe programma en de komende maanden wordt het programmaplan voor het in 2012 en 2013 uit te voeren haalbaarheidonderzoek verder uitgewerkt. Belangrijk speerpunt voor het programma

GWW LIGHT is om zo snel mogelijk een of meer praktijkprojecten tot uitvoering te brengen. Binnen het programma GWW LIGHT worden twee haalbaarheidssporen verkend: toepasbaarheid van het concept in de droge infrastructuur, wegen, railinfra en leidinginfra, en toepasbaarheid in natte infrastructuur, in primaire en secundaire waterkeringen.

Colofon
Aad van den Thoorn Van Lint in vorm, Zierikzee CUR Bouw & Infra, Van Lint in vorm De Heij - Van Norden, Reeuwijk CUR Bouw & Infra Groningenweg 10 Postbus 420 2800 AK Gouda tel 0182 540 620 fax 0182 540 651 e-mail secretariaat@curbouweninfra.nl site www.curbouweninfra.nl

Redactie Vormgeving Fotografie en illustraties Druk

8

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful