You are on page 1of 5

ARABISCH

Inleiding Het Arabische schrift - Abjadijah Arabijah Het Arabische alfabet is een medeklinkerschrift. Medeklinkers staan centraal. Klinkers worden aangegeven door tekens boven en onder de medeklinkers. Het Arabisch wordt van rechts naar links gelezen. Het is ook een vloeiend schrift: Het Arabisch wordt altijd in een vloeiende lijn aan elkaar geschreven. Dat maakt het voor een beginner lastig om Arabisch te lezen, omdat individuele lettertekens moeilijk te onderscheiden zijn. Daarnaast hebben lettertekens een iets afwijkende vorm afhankelijk van of ze aan het begin, in het midden, of aan het eind van een woord staan. Geschiedenis van het Arabische alfabet Het Arabisch schrift is waarschijnlijk ontstaan bij een volk dat de Natabaenen heet. Zij emigreerden rond de zesde eeuw voor Christus naar de regio rond Petra, in wat vandaag de dag Jordani is. De Natabaenen spraken een vorm van Arabisch, maar maakten gebruik van het Aramese alfabet, destijds de taal van handel in het Midden-Oosten. Gaandeweg veranderde het Natabaeense alfabet steeds meer van het Aramees. De eerste Natabaeense inscripties dateren uit de tweede eeuw AD. Het is een soort van Aramees vermengd met Arabische woorden. Op gegeven moment gebruiken de Natabaenen twee schriftvormen: Het n bedoeld voor inscripties in steen, met duidelijk te onderscheiden letters, en n schriftvorm voor het schrijven op papyrus, een cursiefvorm die aan elkaar geschreven werd. Deze laatste schriftvorm werd uiteindelijk de standaard voor het Arabische alfabet. De eerste echte Arabische tekst dateert uit 512 AD. Het is een drietalige toewijding in Arabisch, Grieks en Syrisch. Vandaag de dag zijn er nog ongeveer 50.000 Arabischtalige inscripties bekend uit het pre-islamitische tijdperk. Met de komst van de islam in de 7e eeuw neemt ook de Arabische taal een hoge vlucht. Veel gebieden die onder de Arabische invloedssfeer vallen nemen ook het alfabet over. Ook niet-Arabische talen worden dan met het Arabische alfabet geschreven, zoals Perzisch, Urdu en Turks (tot 1928).

Nr. Eind- Midden- Begin- Isolaat- Naam Uitspraak Opmerkingen vorm vorm vorm vorm 1 Alif a, i, u De letter Alif is een een klinkerdrager. Deze letter kan de klanken A, I en U vertegenwoordigen. 2 Ba b 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 Ta Tha Jim Ha Cha Dal Dhal Ra Zai Sin Sjin Sad Dad Tah t th dz h ch d dh r z s sj s d t Een sterke, nadrukkelijke T. Als in het Engelse woord sheep. Als in het Engelse think. Als in jazz. Een zeer nadrukkelijke H. Als in lach of als in Bach.

17

Thah

th

18

Ain

19 20 21

Gain Fa Qaf

gh / r f q/k

Een zeer nadrukkelijke Th, ongeveer als in het Engelse woord this. De moeilijkste klank van het Arabisch. Als een soort van Aklank, maar van heel diep uit de keel. Als de Franse R in Paris.

Een K-klank die diep vanuit de keel komt.

22 23 24 25 26 27 28

Kaf Lam Mim Nun Ha Waw Ya

k l m n h w / oe j / i / ai

zelfstandig naamwoord geslacht mannelijk vrouwelijk onzijdig enkelvoud meervoud werkwoord lidwoord voorzetsel bijwoord bijvoeglijk naamwoord vergelijkende trap overtreffende trap naamval persoonlijk voornaamwoord bezittelijk voornaamwoord aanwijswoord voegwoord

issm jins dhakar oentha layssa moehaddadan moefrad sighatoe aljamaa fiil adat taarif harf jarr darf makan aw zaman naat, siffa darajatoe almoekarana darajatoe attafdhil bayna assifat halatoe arrafaa dhamir ismi dhamir almilkiya dhamir ishara dhamir idhafa

Voorbeeldtekst 1 Onze Vader Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd, Uw Koninrijk kome, Uw wil geschiede gelijk in de hemel als ook op de aarde Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de Boze . Want van U is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen

Voorbeeldtekst 2 UNIVERSELE VERKLARING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS Artikel 1 1 Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. 2 Artikel 2 Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status. Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

. .

. Artikel 3 Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon. 3 .