PROVINCIE

NOORD-HOLLAND

Programmabegroting 2006

Programmabegroting 2006

Haarlem, 23 augustus 2005

2

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

Inhoudsopgave

Leeswijzer
7

1 De begroting in kort bestek
1.1 1.2 1.3 1.4 Inleiding en begrotingsopzet Tussenrapportage collegeprogramma De beleidsaccenten per programma Kerngegevens provincie Noord-Holland

23

2 Programmaplan
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 Bestuur en burger Bestuur en andere overheden Wegen, verkeer en mobiliteitsmanagement Openbaar vervoer Water Milieu Recreatie en toerisme, natuur en landschap Economie en landbouw Welzijn en (jeugd)zorg Kunst en cultuur Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Staf en ondersteuning Financiering en algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

129

3 Paragrafen
Introductie op de paragrafen 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 Provinciale heffingen Weerstandsvermogen Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Provinciaal grondbeleid Provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur (PMI) Extra Investeringimpuls Noord-Holland Kwaliteitsimpuls vitaal platteland

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

3

173

4 Financiële begroting
4.1 4.2 4.3 Introductie op de financiële begroting Financieel kader Het overzicht van baten en lasten en de toelichting

179

5 Bijlagen
Ontwerpbesluit 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 Staat van investeringen en financiering Staat van geactiveerde investeringen/deelnemingen Overzicht van het verloop van de investeringskredieten Specificatie van het verloop van investeringskredieten betreffende het Fonds Investeringen Noord-Holland en UNA (inclusief extra investeringsimpuls Noord-Holland) Overzicht EMU-saldo Staat van verstrekte langlopende leningen Staat van reserves en voorzieningen Overzicht van het renteresultaat en de kapitaallasten Staat van gewaarborgde geldleningen en andere garantieverplichtingen MJR 2006-2009 per programma MJR kapitaallasten 2006-2009 MJR reserves en voorzieningen 2006-2009 Subsidies buiten verordening 2006

4

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

Leeswijzer Programmabegroting 2006

Deze programmabegroting begint met een overzicht in kort bestek. Daarin passeren de beleidsaccenten voor 2006 in grove lijnen de revue en is de belangrijkste financiële informatie voor 2006 samengevat.

Het programmaplan is ingedeeld in de elf programma’s, zoals vorig jaar door Provinciale Staten (PS) is vastgesteld. Voor ieder programma is de indeling als volgt:
■ ■

Onder de kop ‘Wat mag het kosten’ staan: – – – de meerjarenplanning van baten en lasten per programma; de financiële vertaling van de beleidsaccenten voor 2006 e.v.; de investeringsuitgaven voor zover van toepassing.

De titel van het programma. De doelstelling die wij met alle activiteiten willen realiseren. De productgroepen die onder het programma vallen met vermelding van de eerstverantwoordelijke portefeuillehouder. Onder de kop ‘Wat willen we bereiken?’ staan: – – – de gewenste maatschappelijke effecten; de indicatoren die we gebruiken om het bereik van de effecten te meten; de doestelling door vermelding van het kengetal (wat is het nu) en de streefnorm (waar willen we naar toe); – de rapportage en de vindplaats (bij welk verantwoordingsdocument geven wij PS informatie over het bereik van het maatschappelijk effect en in welk document wordt over de indicatoren gerapporteerd). Onder de kop ‘Wat gaan we er voor doen?’ staan: – – – het staande beleid en de belangrijkste reguliere activiteiten; de beleidsintensiveringen (het nieuwe beleid) en daarvoor beschikbaar te stellen middelen; een toelichting op de beleidsintensiveringen. Onder de kop “Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen” staan de vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen met vermelding van de jaar (en maand) waarop PS deze hebben vastgesteld.

Afgesloten wordt met de paragrafen Extra Investeringsimpuls Noord-Holland en Kwaliteitsimpuls Landelijk Gebied. In de eerstgenoemde paragraaf wordt aangegeven welke projecten uit dit programma gerealiseerd worden met middelen uit de Extra Investeringsimpuls NoordHolland (EXIN-H). In de laatstgenoemde paragraaf wordt kort ingegaan op onze plannen over het landelijk gebied. Beide onderwerpen zullen separaat bij eerste begrotingswijziging worden behandeld.

In het hoofdstuk paragrafen wordt ingegaan op de opcenten, ons weerstandvermogen, uitgangspunten bij het onderhoud van kapitaalgoederen, de wijze van financiering, de bedrijfsvoering, verbonden partijen, grondbeleid, het PMI en de EXIN-H. In het hoofdstuk financiële begroting wordt o.a. de financiële positie van de provincie uiteengezet. In de bijlagen treft u de voordracht en het ontwerpbesluit aan voor deze programmabegroting.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

5

6

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

1

■ ■ ■ ■

De begroting in kort bestek

1.1 Inleiding en begrotingsopzet
De begroting 2006 is de derde programmabegroting van de provincie Noord-Holland. Deze is opgesteld binnen het kader van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De begroting is bij uitstek een instrument waarmee Provinciale Staten (PS) beleidsinhoudelijke en financiële kaders kunnen stellen.

Beleidsaccenten
De begroting 2006 is de derde begroting die het college aan PS aanbiedt. Inmiddels is het college ruim twee jaar in functie. Dat is een natuurlijk moment om zowel terug als vooruit te kijken. Terugkijken op datgene wat inmiddels gerealiseerd is en vooruitkijken naar wat wij in de tweede helft van deze collegeperiode nog willen realiseren. Per programma is nagegaan of en zo ja welke beleidsaccenten nodig zijn. Niet alleen de terug- en vooruitblik in relatie tot het

Programma’s
De indeling van de begroting in de verschillende programma’s is ongewijzigd. Conform de aanbevelingen van de werkgroep duale begroting van PS is de structuur van de programma’s aangepast. Hierdoor biedt de begroting meer inzicht in de programmainhoud. Dat is wenselijk in verband met de kaderstellende en controlerende taken van PS. Elk programma begint met de doelstelling, gevolgd door een overzicht van productgroepen en portefeuillehouders. Vervolgens komen de maatschappelijke effecten aan de orde. Na de omschrijving daarvan volgt steeds een driedeling: indicator, doelstelling en vindplaats. De indicator geeft aan wat we willen meten. De doelstelling omvat een kengetal (de situatie nu) en een streefnorm. Bij rapportage is aangegeven wanneer gemeten wordt en/of in welke documenten wij uw Staten rapporteren over de voortgang. Veelal gaat het hier om voorjaarsnota, najaarsnota en jaarverslag/jaarrekening. Dat zijn de veranwoordings- en sturingsprocucten uit de P&Ccyclus, die uw Staten in april 2002 hebben vastgesteld.

collegeprogramma 2003-2007 kan aanleiding zijn tot het benoemen van beleidsaccenten. Ook door PS aangenomen amendementen en moties (bijvoorbeeld bij de kaderbrief 2006) en actuele ontwikkelingen kunnen daartoe aanleiding geven. Een statusoverzicht van alle bij de kaderbrief aangenomen moties (en een amendement) vindt u in een bijlage bij deze begroting. Een bijzondere bron van beleidsaccenten vormt de voorgenomen extra investeringsimpuls NoordHolland. Ter uitvoering van de investeringsimpuls zijn tenminste beleidsaccenten nodig op de volgende beleidsterreinen: weginfrastructuur; openbaar vervoer infrastructuur; zorginfrastructuur; versterking van de economie in Noord-Holland Noord via de cluster duurzame energie.

Paragrafen
Het BBV schrijft voor dat in de begroting een verplicht aantal paragrafen wordt opgenomen. Deze hebben betrekking op beleidslijnen van relevante beheersaspecten en op de provinciale heffingen. Naast de verplichte paragrafen zijn het provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur (PMI) en de extra investeringsimpuls Noord-Holland opgenomen.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

7

Memorie van antwoord
Begin september ontvangt u de ontwerpprogrammabegroting. Aan het vaststellen van de begroting 2006 gaat een traject vooraf, waarin u met GS over het voorliggende ontwerp in debat kunt gaan. Allereerst is voorzien in een periode waarin de fracties van PS vragen en opmerkingen schriftelijk kunnen indienen. Het college beantwoordt deze vragen in de memorie van antwoord. Na ontvangst daarvan kunt u de beleidsterreinen in de desbetreffende commissies gedetailleerd bespreken in aanwezigheid van de betrokken portefeuillehouder(s). Het plenaire debat volgt op 14 november 2005. Het college hoopt op een vruchtbaar debat met uw PS. Na vaststelling dienen GS de begroting 2006 in bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het college geeft in het streekplan en het ontwikkelingsbeeld invulling aan een ruimtelijke ontwikkeling die inspeelt op terugdringing van de woon/werkpendel. De effecten daarvan zullen zijn een afnemende mobiliteit in het drukste deel van NoordHolland, minder milieubelasting en betere spreiding van de werkgelegenheid. Bij de uitvoering van dit beleid kan niet worden volstaan met stimuleringsprogramma’s. Het college kiest voor een actievere benadering via een Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland Noord. Landschapsbeleid, recreatiebeleid en cultuurhistorisch beleid vinden elkaar onder andere in de aanwijzing van de Stelling van Amsterdam en het gebied Laag Holland als nationale landschappen. Ook de Cultuurnota 2005-2008 legt een verbinding tussen cultuurhistorie en toerisme en recreatie. De beleidsterreinen wonen, welzijn en zorg vinden elkaar in het gelijknamige integrale stimule-

1.2 Tussenrapportage uitvoering collegeprogramma ‘Bruggen slaan’
Dit college ging ruim twee jaar geleden van start met de ambitie bruggen te slaan tussen partijen die niet ‘van nature’ coalitiepartners zijn. Het wilde inhoudelijke tegenstellingen overbruggen tussen traditioneel tegengestelde belangen. Daarbij moest het accent op de uitvoering komen te liggen in plaats van op het maken van plannen. Nu, ruim halverwege de collegeperiode, is het een goed moment een tussenbalans op te maken en conclusies te trekken voor de periode tot aan de verkiezingen van 2007.

ringsbeleid. Wij zullen u voor uw vergadering van 14 november een tot en met augustus 2005 bijgewerkt schematisch overzicht van de uitvoering van het collegeprogramma toezenden. Daarin zullen wij per uitspraak in het collegeprogramma aangeven hoe de stand van zaken is voor wat betreft de uitvoering ervan.

1.3 De beleidsaccenten per programma, nieuw beleid en moties
1 Bestuur en burger

Binnen het college is de wil om samen te werken onverminderd aanwezig. De spreiding van sterk verwante onderwerpen over verschillende portefeuilles heeft, in combinatie met de wil tot samenwerking, het denken en beslissen in grotere samenhang en met oog voor alle belangen tot een natuurlijk proces gemaakt. Bij het maken van plannen wordt menige brug geslagen, maar uiteraard komt het op de uitvoering aan.

De doelstelling
Het goed, betrouwbaar en duaal kunnen functioneren van het provinciaal bestuur. Het profileren van het gewenste imago van het provinciaal bestuur, zijn producten en diensten ten opzichte van de verschillende doelgroepen. Het zorgdragen voor een deugdelijke toepassing van wetgeving.

8

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

De accenten
Het formuleren van duidelijk meetbare doelen - en daarmee de afrekenbaarheid van beleid te vergroten - was en is een aandachtspunt. In het verleden zijn stappen in de goede richting gezet. PS hebben bij de bespreking van de jaarstukken 2004 uitgesproken dat de kwaliteit van deze (control)documenten beter moet. De kwaliteit van de begroting (planning) hangt daar nauw mee samen. Wij hebben aangegeven dat de verbetering een wisselwerking moet zijn tussen PS en het college. De werkgroep duale begroting buigt zich over dit onderwerp. Ter verbetering van onder andere de klantgerichtheid en de service aan de inwoners wordt het één loketsysteem ingevoerd. In de inrichtings- en uitwerkingsplannen voor de nieuwe organisatie en in het kader van ‘andere overheid’ wordt de nieuwe werkwijze opgenomen. Naar verwachting gaat de nieuwe provinciale organisatie op 1 januari 2006 van start. De aangekondigde naslagdocumentatie (met relevante provinciale informatie, instanties en personen) voor de inwoners kreeg in 2003 vorm in een digitale almanak op de voormalige website. Deze almanak paste helaas niet in de navigatiestructuur van de nieuwe website. In 2005 wordt de digitale almanak alsnog aangepast. Het voornemen de hoeveelheid regels kritisch te bezien en waar mogelijk te verminderen is actief ter hand genomen. Onderzocht is met name de regellast van de provincie bij het midden- en kleinbedrijf. Momenteel worden de resultaten van dit onderzoek geïmplementeerd in de bedrijfsvoering van de provinciale organisatie. Jongerenparticipatie is eveneens een beleidsaccent in het programma bestuur en burger. Op basis van de evaluatie van het succesvolle jongerenpanel is besloten dit instrument voort te zetten. Hiervoor is een structureel budget nodig. De provincie organiseert tal van evenementen, maar

een specifiek evenementenbeleid ontbreekt. Ook participeert de provincie in evenementen van anderen. Het beoogde evenementenbeleid biedt bestaande en toekomstige initiatieven een algemeen provinciaal kader, met de mogelijkheid afwegingen te maken. Evenementen kunnen de provincie beter op de kaart te zetten vanuit promotioneel belang (vergroting naamsbekendheid, imagovorming), economisch belang (toeristisch/recreatief, aantrekken van buitenlandse bezoekers) en maatschappelijk belang (grotere betrokkenheid inwoners, overbrugging van culturele verschillen, participatiebevordering). Evenementen leveren zo een bijdrage aan het realiseren van beleidsdoelstellingen op een breed provinciaal terrein.

2 Bestuur en andere overheden De doelstelling
Het bewaken van een gezond functioneren van lagere overheden en het verbeteren van de relaties met andere overheden.

De accenten
De bestuurlijke discussie over de toekomst van het middenbestuur gaat niet alleen over de provincies, maar ook over de verdeling van taken en bevoegdheden tussen rijk, provincies, plusregio’s (verlengd lokaal bestuur zoals het ROA) en gemeenten en de daarbij behorende bestuurskracht en schaalgrootte van deze bestuurslagen. In het verlengde hiervan wordt ook de rol van de provincie Noord-Holland in de verschillende samenwerkingsverbanden, zoals regio Randstad, P4, regionale samenwerking Amsterdam en IPO, in 2006 opnieuw beoordeeld. Het evaluatierapport van de regio Randstad, verschenen in het najaar van 2005, geeft een belangrijke aanzet. De agenda voor de Europese strategie (AES) wordt in 2006 verder uitgevoerd en bijgesteld op basis van de in 2005 verschenen tussenrapportage. De AES loopt tot 2007. Eind 2006 rapporteert het college over de geboekte resultaten. Deze rapportage geeft mede

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

9

richting aan het beleid voor de volgende collegeperiode. PS hebben er op aangedrongen de economische samenwerking met Pommeren (Polen) te verbreden. De in 2004 met Pommeren gesloten overeenkomst heeft betrekking op de beleidsvelden algemeen bestuur, economie, milieu en cultuur. Tot en met 2007 is de verbrede samenwerking met Pommeren een beleidsaccent.

de Raad van State. De Randweg Beverwijk vormt derhalve een beleidsaccent voor de tweede helft van deze collegeperiode. In de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H) staat de Zuidtangent in het onderdeel openbaar vervoerinfrastructuur op prioriteit één. Onze inzet in 2006 omvat deelname aan en ondersteuning van de uitwerking in Haarlem, betrokkenheid bij het project Zuidtangent Oost en acties in het kader van de rijksfinanciering (meerjarenprogramma infrastructuur en transport). In de EXIN-H zijn middelen toegewezen om vanaf 2006 de doorstromingsmaatregelen in de regio’s Haarlem-IJmond en Gooi en Vechtstreek te continueren. De maatregelen zijn in overeenstemming met RegioNet korte termijn en de OV-visies in de desbetreffende regio’s. Op zomerse dagen ondervinden verschillende plaat-

3 Wegen, verkeer en mobiliteitsmanagement De doelstelling
Vlot en veilig verkeer door Noord-Holland. Wij realiseren dat - voorzover binnen ons domein - door te investeren in infrastructuur, door het beheer en onderhoud van de provinciale wegen op orde te houden, door plannen te maken en door subsidies te verlenen aan andere wegbeheerders en organisaties.

De accenten
In het collegeprogramma is aangekondigd op grond van een uit te voeren evaluatie voorstellen te doen voor verbetering van de bereikbaarheid per auto, fiets en openbaar vervoer. De evaluatie en actualisatie van het verkeer en vervoerplan is nog niet gestart. Het college gaat dit beleidsaccent in 2006 uitvoeren. Op deelterreinen zijn al voorstellen gedaan voor verbetering van de bereikbaarheid, zoals de uitvoering van de fietsmotie, het Mediapark, de bereikbaarheid van de kust, de N201, de Westfrisiaweg en de Zuidtangent. GS werken aan betere bereikbaarheid van de Noordkop door onder andere de Westfrisiaweg. In juli 2005 hebben wij groen licht gegeven aan een gefaseerde aanpak van deze weg. De verdubbeling tot 2x2 rijbanen van de N203 tussen de A7 en de Markerwaardweg heeft prioriteit. In de extra investeringsimpuls Noord-Holland zijn middelen voor de Westfrisiaweg gereserveerd. De aanbestedingsprocedure van de Randweg Beverwijk is bijna afgerond, maar heeft vertraging opgelopen door uitspraken van

sen in de kuststreek hinder van lange files en parkeerproblemen. De bereikbaarheid staat dan (ook voor hulpdiensten) onder druk. De provincie NoordHolland helpt mee om de bereikbaarheid van de kust te verbeteren. De eerste maatregelen zijn in 2004 genomen in Zandvoort en Bloemendaal. In 2005 volgden maatregelen in de gemeenten Bergen en Zijpe. In de periode 2005 t/m 2007 worden middellange termijnmaatregelen verder uitgewerkt en gerealiseerd. Hiervoor zijn middelen opgenomen in de EXIN-H.

4 Openbaar vervoer De doelstelling
Wij realiseren vlot, veilig en beschikbaar openbaar vervoer door Noord-Holland voor iedereen. Dit maken wij mogelijk door het toetsen van sociale veiligheidsplannen van de vervoerders, het verstrekken van subsidies aan vervoerders, het aanbesteden van het openbaar vervoer en het monitoren van de prestaties van vervoerders.

10

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

De accenten
Om de kwaliteit van het openbaar vervoer zo goed mogelijk te bewaken, geeft het college in 2006 prioriteit aan de prestatiemetingen van de vervoerders. De meetgegevens worden vergeleken met de gemaakte afspraken. Vervolgens worden de bonusmalusregelingen toegepast. Bovendien krijgen deze activiteiten meer aandacht door intensieve publiciteit. De laatste jaren reizen elk jaar iets minder mensen met het openbaar vervoer. Voor het behoud van een levensvatbaar openbaar vervoer in onze provincie is dat geen goede zaak. Samen met de gecontracteerde vervoerder, de betrokken gemeenten en consumentenorganisaties willen GS de licht dalende lijn omzetten in een licht stijgende. Daarvoor wordt met de vervoerders een actieplan opgesteld en zo mogelijk al in 2006 uitgevoerd.

van de Europese kaderrichtlijn water en de normering van regionale keringen. Daarmee geeft de provincie sturing aan een duurzame en uitvoerbare versterking van de waterkwaliteit in de komende decennia en aan een kosteneffectieve versterking van de veiligheid tegen regionale overstromingen. De bepaling van realistische doelen en maatregelen voor de waterkwaliteit, samen met onze waterpartners (rijk, buurprovincies, waterschappen en gemeenten) en het betrekken van belanghebbenden bij dat proces vragen een extra financiële inspanning in de periode 2005-2009, ook van de provincie. Tegelijkertijd neemt de inzet nieuwe beleidsvorming meer dan evenredig af. Het resultaat is dat de begroting voor Water, na verwerking van de kwaliteitsimpuls landelijk gebied, in de komende jaren grofweg gelijk blijft. Dan is er sprake van een verschuiving van incidentele posten (voor nieuw beleid) naar structurele posten (voor uitvoering van beleid). Het provinciale Waterplan vormt daarbij het kader van de beleidsuitvoering in de komende vier jaar.

5 Water De doelstelling
De provincie Noord-Holland staat voor een gerichte en realistische aanpak van de wateropgaven in de komende vier jaar, samen met waterbeheerders, gemeenten en maatschappelijke partijen. Klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling hebben steeds meer invloed op het waterbeheer. De provincie werkt eraan dat wij in Noord-Holland veilig kunnen wonen achter de dijken, geen natte voeten krijgen bij hevige buien en dat de kwaliteit van het water voldoet aan de eisen die het gebruik hieraan stelt.

De veiligheidsrisico’s door schade aan dijken veroorzaakt door muskusratten moeten beperkt blijven. In 2006 moeten de eerste resultaten van onze geïntensiveerde muskusrattenbestrijding zichtbaar worden. PS hebben bij de kaderbrief een motie (14-9) aangenomen over schaduwwerking calamiteitenberging De Ronde Hoep c.a. Deze motie is uitgevoerd (zie het statusoverzicht van de moties in de bijlage).

De accenten
Vanaf 2006 investeert de provincie beduidend meer geld in de uitvoering van beleid, met name in integrale projecten, waar met de aanpak van wateroverlast en verbetering van de veiligheid en de waterkwaliteit, ook de natuur en het landschap worden versterkt en kansen voor recreatie worden benut. De ontwikkeling van nieuw beleid in 2006 blijft beperkt tot de –wettelijk verplichte- implementatie

6 Milieu De doelstelling
Wij streven naar een schoon, veilig, gezond en duurzaam leef- en werkklimaat in Noord-Holland.

De accenten
Om de uitstoot van CO2 in Noord-Holland terug te dringen blijft het CO2 Servicepunt gehandhaafd. Wij verwachten dat het aanpassen van vergunningen van

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

11

bedrijven met een hoog energieverbruik en het beoordelen van de energieplannen per 2006 zal leiden tot een vermeden CO2-emissie van 500 kiloton. In het collegeprogramma is opgenomen dat wij gemeenten stimuleren om in hun bestemmingsplannen aandacht te geven aan onder andere duurzame energie, duurzaam bouwen en zongericht verkavelen. Aan deze doelstelling is de afgelopen twee jaar uitvoering gegeven via reguliere programma’s, klimaatovereenkomsten en het CO2 Servicepunt. Een actuele ontwikkeling betreft de gevolgen van Europese regelgeving inzake luchtkwaliteit. Wij zullen het provinciaal actieplan luchtkwaliteit 2005 voortvarend uitvoeren. Tegelijkertijd blijven wij samen met het interprovinciaal overleg (IPO) en de rijksoverheid onze invloed aanwenden om de Europese regelgeving - waaraan thans niet naar de letter kan worden voldaan - te versoepelen. Ook zullen wij voortvarend onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om bij de realisering van infrastructuur, bedrijventerreinen en woningen in Noord-Holland de luchtkwaliteit te verbeteren. Tot en met 2009 worden extra middelen ingezet op lucht, veiligheid en geluid. Omdat wij belang hechten aan een goed functionerende CROS (commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol) verhogen wij in 2006 onze bijdrage. In 2006 geven wij ons succesvolle duurzaam energiebeleid een impuls door deze te verbinden met de economische ontwikkeling van Noord-Holland Noord. We richten ons hierbij op twee doelstellingen:

In 2005 is de doelstelling uit het collegeprogramma van 200 Megawatt duurzaam opgewekte energie gehaald. Voor 2007 ligt de lat op 300 Megawatt. De provincie en haar handhavingpartners streven naar professioneler toezicht en handhaving. Daarvoor stimuleren GS onder andere de oprichting van milieudiensten. Om de regio’s tegemoet te komen in de kosten voor het oprichten van milieudiensten is voor 2006 een bedrag van € 500.000,– gereserveerd. Dankzij deze provinciale bijdrage kunnen de regio’s het vereiste professionaliseringsniveau halen.

7 Recreatie en toerisme, natuur en landschap De doelstelling
De provincie streeft naar de versterking en ontwikkeling van het landelijk gebied voor recreatie, toerisme, natuur en landschap in hun onderlinge samenhang en in relatie tot water en landbouw.

De accenten
Wij zullen onverminderd doorgaan met de uitvoering van de Agenda Recreatie en Toerisme; in het uitvoeringsprogramma 2006 zullen wij de accenten voor dat jaar aangeven. Het jaar 2006 staat ook in het teken van de uitwerking (bijv. AmstelGroen) en de concrete uitvoering van de aanleg van nieuwe recreatiegebieden (bijv. Geestmerambacht). Om deze nieuwe groengebieden te kunnen toevoegen aan de bestaande recreatieschappen worden gemeenschappelijke regelingen opgesteld. Onze positiebepaling ten opzichte van deze recreatieschappen werken wij in 2006 verder uit. Dit zal leiden tot het vaststellen van een strategische visie. De Waddenzee is eveneens een beleidsaccent. Wij houden de gevolgen van de planologische kernbeslissing (PKB) waddenzee van de rijksoverheid voor de economie in de Noordkop scherp in beeld. Diverse ontwikkelingen, waaronder het verplaatsen van de veerhaven in Den Helder, de ontwikkeling

Groei van de economie in Noord-Holland Noord door activering van de in dat gebied aanwezige knowhow op het gebied van innovatieve duurzame energietechnologie bij aldaar gevestigde kenniscentra en bedrijven. Daling van de CO2-uitstoot door het gebruik van (innovatieve) duurzame energietechnieken te bevorderen.

12

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

van de havens in Wieringen en Oudeschild en de bouw van een getijdencentrale, zouden niet onmogelijk moeten worden. Wij zullen ons dan ook inspannen om de grens van de PKB Waddenzee iets te verleggen. Bij onze inspanningen ten aanzien van de nationale en provinciale landschappen merken wij het nationaal landschap Laag Holland als beleidsaccent aan. Wij zullen dit waardevolle open veenweidelandschap beschermen en ontwikkelen door het subsidiëren van projecten (o.a. voor het beter toegankelijk maken van het gebied) en door het opzetten van een grondbank. PS staten hebben bij de kaderbrief een motie (14-10) aangenomen met betrekking tot een te houden Noordvleugelconferentie over groen en landschap. GS zullen het belang hiervan (ook) tijdens de vijfde conferentie in november 2005 benadrukken. Zie hiervoor het statusoverzicht van de moties in de bijlage. PS hebben bij de kaderbrief een motie (14-9) aangenomen waarin het college de opdracht krijgt een agenda vitaal landelijk gebied 2006-2010 op te stellen. Wij voeren deze motie uit door het instellen van een “kwaliteitsimpuls landelijk gebied”, welke via een eerste begrotingswijziging aan u zal worden voorgelegd. Zie hiervoor ook het statusoverzicht van de moties in de bijlage. Het motto van ons collegeprogramma “Bruggen slaan”, is bij uitstek van toepassing op de sectoren openluchtrecreatie en toerisme. Via concrete jaarprogramma’s bevorderen wij de integratie van toerisme en recreatie door:

Betere kansen voor toeristische ontwikkelingen in en bij recreatieve voorzieningen. Kansen voor een in economisch en maatschappelijk vitaal platteland. Mogelijkheden voor koppeling voor cultuurhistorie.

8 Economie en landbouw De doelstelling
De provincie Noord-Holland investeert in een goed en innovatief vestigingsklimaat voor ondernemingen, ter bevordering van de werkgelegenheid en het bruto regionaal product. Een sterk en sociaal NoordHolland begint met een gezonde economie.

De accenten
Om onze ambities op economisch terrein te kunnen realiseren zijn vier beleidsagenda’s in uitvoering genomen:
■ ■ ■ ■

De economische agenda. De agenda arbeidsmarkt en onderwijs. De agenda landbouw en visserij. De agenda recreatie en toerisme

(zie programma 7). In Noord-Holland Zuid is vooral aan de orde hoe we de internationale concurrentiepositie kunnen behouden. Deze staat onder zware druk. Dit vraagt om nieuw elan en investeringen in kansrijke sectoren zoals de mainports Schiphol en Noordzeekanaalhavens, Amsterdam als financieel centrum, Flower mainport Aalsmeer en de mediacluster in het Gooi. Onze inzet is om samen met het bedrijfsleven op het niveau van de Noordvleugel hiervoor de voorwaarden te creëren. Extra aandacht is nodig voor Noord-Holland teneinde de woon-werk balans in evenwicht te krijgen. In het ontwikkelingsbeeld (streekplan) NoordHolland Noord hebben wij een forse ambitie opgenomen om de groei van de werkgelegenheid ‘van binnen uit’ te bevorderen.

Een optimaal gebruik van schaarse ruimte en kostbare voorzieningen. Meer mogelijkheden door kostenverlaging en inkomstenverhoging. Meer transparantie in beleid in inzet van instrumenten. Meer mogelijkheden voor ondernemers daar op

in te springen.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

13

Met het oprichten van het Ontwikkelingmbedrijf Noord-Holland Noord vergroten wij de slagkracht van de regio door bestaande initiatieven te bundelen. Het Ontwikkelingsbedrijf moet er voor zorgen dat de regio goed in beeld is bij investeerders en dat de economische potenties van de regio optimaal worden benut. De Landbouw- en visserijagenda 2004-2007 heeft als speerpunten:
■ ■ ■

matiek operationaliseren. Daarvoor wordt een projectplan opgesteld in het kader van de EXIN-H. De provincie Noord-Holland hecht aan leefbare kleine kernen. Wij stimuleren leefbaarheid via de sociale pijler van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV), wijksteunpunten en projecten voor multifunctionele accommodaties. Het project met de Hartwinkels is vertraagd door financiële problemen bij de beoogde marktpartij. GS hopen op het moment dat de begroting 2006 aan PS ter besluitvorming voorligt een besluit genomen te hebben over een herstart. Voor multifunctionele accommodaties wordt in het kader van de EXIN-H een projectplan leefbaar platteland gemaakt. Jeugdigen mogen niet te lang wachten op de jeugdzorg die ze nodig hebben. Het Aanvalsplan wachtlijsten jeugdzorg zorgt daarom voor meer plaatsen bij jeugdzorginstellingen zodat meer jongeren tijdig zorg krijgen. De wachtlijsten voor jeugdzorg moeten in 2006 dalen en bij het Advies- en Meldpunt

Biologische en duurzame landbouw. Innovatie en ondernemerschap. Perspectief voor de visserij.

De Agenda arbeidsmarkt en onderwijs 2004-2007 heeft de volgende speerpunten:
■ ■

Voorkomen van voortijdige schoolverlaters. Via leerwerkplekken toetreding van jongeren op de arbeidsmarkt. Stimuleren van ondernemerschap.

9 Welzijn en jeugdzorg De doelstelling
Een voor alle Noord-Hollandse burgers algemeen toegankelijke sociale infrastructuur met hoogwaardige voorzieningen voor (jeugd)zorg en welzijn.

Kindermishandeling moeten ze helemaal weg zijn.

10 Kunst, cultuur en educatie De doelstelling
De provincie Noord-Holland streeft naar een hoogwaardig en toegankelijk aanbod van cultuur en naar behoud, versterking en ontwikkeling van het cultureel erfgoed.

De accenten
Het integraal stimuleringsbeleid wonen-welzijn-zorg willen wij verbreden en betrekken bij de extra investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H):

De accenten
In het collegeprogramma schreven wij dat het verder verlagen van de subsidie aan de kunstuitleen wordt stopgezet. In de cultuurnota 2005-2008 is evenwel besloten de (rijks)subsidie voor de kunstuitlenen in de periode t/m 2008 geleidelijk af te bouwen tot nihil. Dit is reeds besloten en het beleid zal worden voortgezet in de jaren 2006 t/m 2008. Een van de onderdelen van de cultuurnota 2005-2008 is het vergroten van de bekendheid en het publieks-

wonen-welzijn-zorg in kleine kernen. Op dit moment bereiden wij hiertoe een projectplan voor. In het uitvoeringsprogramma sociaal beleid 2005 is opgenomen dat de provincie de opvang van dak- en thuislozen wil ondersteunen. Zwerfjongeren zijn daarbij nadrukkelijk inbegrepen. De provincie ontplooit daarvoor initiatieven in samenwerking met de primair verantwoordelijke gemeenten. Het college wil de verkenning van de dak- en thuislozenproble-

14

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

bereik van erfgoed. Het streven is om in 2006 een erfgoedhuis operationeel te hebben. Binnen dat erfgoedhuis werken tal van organisaties samen ten aanzien van deskundigheidsbevordering, educatie, toerisme en andere aspecten. Tot de relevante organisaties behoren in elk geval de Stichting Stelling van Amsterdam, het Museaal & Historisch perspectief Noord-Holland, het provinciaal archeologisch depot, de Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland en de Provinciale molencommissie. Ook andere particuliere instellingen en koepelorganisaties op het gebied van cultureel erfgoed komen voor participatie in aanmerking.

wijkt voor een innovatieve aanpak. Het accent ligt op grotere invloed en meer sturingsmogelijkheden in een vroeg stadium van de planontwikkeling. Daarbij wordt meer nadruk gelegd op het realiseren van bovenlokale en regionale projecten die in de streekplannen zijn vastgelegd. Dit moet in 2006 onder meer leiden tot een meer anticiperend grondbeleid en intensieve samenwerking met gemeenten en private partijen. Beoogd wordt om in 2006 een (ruil)grondbank te vestigen in Laag Holland voor het behoud van de daar aanwezige cultuurhistorische waarden. Om deze accenten te kunnen aanbrengen moet in 2006 de juiste kennis en expertise aanwezig zijn. Wij blijven ons inzetten op het behoud van de mainport Schiphol om de internationale concurrentiepositie van de regio te handhaven en te versterken. Wij zijn betrokken bij de ontwikkelingen van de mainport en de evaluatie van de Wet luchtvaart die in 2006 wordt afgerond. Met onze regionale partners voeren wij een actieve lobby om te zorgen dat Schiphol binnen de geldende milieu- en veiligheidsgrenzen kan groeien. De provincie Noord-Holland speelt een belangrijke rol in de samenwerking van de Noordvleugel. Wij dragen de verantwoordelijkheid voor een dertigtal afgesproken regionale acties.

11 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting De doelstelling
Ruimte bieden aan wonen, werken, natuur en vrije tijd in Noord-Holland. Wij realiseren deze ruimte door in nauw overleg met onze omgeving uitvoeringsplannen te maken voor nieuwe bouwlocaties, bedrijventerreinen en kantoorlocaties, groen- en watergebieden. Daarnaast beoordelen wij of gemeentelijke plannen aansluiten op het provinciale en rijksbeleid, stimuleren wij in samenwerking met onze omgeving de woningbouwproductie en verlenen wij subsidies aan gemeenten voor stedelijke vernieuwing.

De accenten
Bebouwing of aanleg van infrastructuur vindt altijd plaats door middel van passende landschappelijke inpassing en waar nodig de aanleg van nieuwe natuur- en recreatiegebieden. Open ruimten blijven in beginsel bestemd voor groen/blauwe en agrarische functies. Het verdient aandacht dat de verdichting in het stedelijk gebied vertraagt, waardoor bebouwing in uitleggebieden weer actueel wordt. De provincie wil in 2006 nog intensiever betrokken zijn bij het ontwikkelen en realiseren van ruimtelijke projecten door middel van ontwikkelingsplanologie en strategisch grondbeleid. De traditionele aanpak

Staf en ondersteuning
Geen specifieke beleidsaccenten.

Financiering en algemene dekkingsmiddelen
Ons doel is dat leges kostendekkend blijven door kostenverlaging en - in tweede instantie - door inkomstenverhoging. Hieraan is gedeeltelijk al invulling gegeven. Overigens vormen leges slechts een gering deel van de algemene dekkingsmiddelen. Het kostendekkend maken van leges wordt in 2006 gecontinueerd.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

15

Hieronder vindt u een resumerend overzicht van onze voorstellen voor nieuw beleid.
Beleidsvoorstellen begroting 2006 Portefeuille 2006 2007 2008 2009

Vervanging meubilair bestuur Uitvoering evenementenbeleid Cultuurparticipatie (actieplan cultuurbereik) Verbreding samenwerking met Pommeren Beprijzing in de Noordvleugel Voorbereiding uitvoeringsprogramma Noordvleugelconferentie 2006 Strategische agenda Schiphol Stimuleren woningbouwproductie Coördinatie Waddenzeebeleid Sanering riooloverstorten Bergen en Beverwijk Normering van regionale waterkeringen Implementatie EU kaderrichtlijn Water / Waterkwaliteit Toets veiligheid beweegbare bruggen Meerjarenprogramma kunstwerken overige vaarwegen Leasen van dienstauto’s voor muskusrattenbestrijders De provincie als netwerk voor kenniseconomie en innovatie Arbeidsmarkt en onderwijs Innovatie en ondernemerschap in de landbouw Het uitvoeren van wettelijke taken inzake lucht, veiligheid en geluid. Budget implementatie en uitvoering LVG-beleid en ondersteuning gemeenten Contributie landelijk meldpunt afvalstoffen Overdrachtskosten stortplaatsen “De Poel” en “Hollandse Brug”. Stimuleringsbijdrage oprichting milieudiensten Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord Verhoging bijdrage beheer openluchtrecreatie Bureau CROS (Commissie Regionaal Overleg Schiphol)

Borghouts Poelmann Kruisinga Kruisinga Mooij Hooijmaijers

210.000 700.000 1.057.300 50.000 100.000 315.000

0 500.000 1.057.300 50.000 0 200.000

0 0 1.057.300 0 0 100.000

0 0 0 0 0 100.000

Hooijmaijers Moens/Hooijmaijers Poelmann Poelmann Poelmann Poelmann

385.000 100.000 37.900 80.000 150.000 60.000

250.000 0 42.900 0 150.000 60.000

100.000 0 47.900 0 75.000 60.000

100.000 0 52.900 0 75.000 0

Mooij Mooij

200.000 250.000

0 0

0 0

0 0

Poelmann

180.000

0

0

0

Schipper

800.000

0

0

0

Schipper Schipper

510.000 300.000

510.000 300.000

0 0

0 0

Moens

350.000

350.000

350.000

350.000

Moens Moens

64.800 40.000

0 0

0 0

0 0

Moens Schipper Schipper

500.000 375.000 90.500

500.000 0 90.500

0 0 90.500

0 0 90.500

Moens

190.000

0

0

0

16

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Beleidsvoorstellen begroting 2006 Totaal nieuw beleid ten laste van algemene middelen

Portefeuille

2006 7.095.500

2007 4.060.700

2008 1.880.700

2009 768.400

Huidige meerjarenraming

-1.009.300

1.556.000

531.900

-4.295.300

Te dekken

-8.104.800

-2.504.700

-1.348.800

-5.063.700

Voorstel voor dekking

Voorstel structureel om te buigen

4.000.000

5.000.000

5.000.000

5.000.000

Incidenteel saldireserve (sluitend maken begroting)

4.104.800

63.700

Nieuwe meerjarenraming

0

2.495.300

3.651.200

0

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

17

Overzicht van moties (M) en amendementen (A) bij de kaderbrief 2006
Nr. en indiener(s) A 14-1 CDA, GrLinks, D66, VVD Status Aangenomen Onderwerp en dictum Extra investeringsimpuls (aanvullende gegevens). Te schrappen de punten 4 en 5 van voordracht 34 en op te nemen een nieuw punt 4 “Gedeputeerde Staten opdracht te geven voor 12 september de gevraagde aanvullende gegevens voor de extra investeringsimpuls Noord-Holland voor te leggen zodat 26 september 2005 PS kan besluiten over opcentenverhoging”. Uitvoering M 14-2 PvdA Aangenomen Wij zullen er voor zorgen dat de gevraagde informatie eind augustus beschikbaar is voor uw Staten. Extra investeringsimpuls (voorbereidingskrediet). Dragen het college van GS op om tien miljoen euro voorbereidingskrediet opgenomen in de kaderbrief ruimhartig mede toe te kennen aan lagere overheden en toegelaten instellingen. Uitvoering Tijdig voor de vergadering van uw Staten op 26 september 2005 zullen wij een besluit nemen over een voorstel voor de toekenning aan derden van bijdragen ten laste van het voorbereidingskrediet. M 14-7 ONH/ VSP Aangehouden Extra investeringsimpuls (financiële dekking en opcenten MRB). Dragen GS op (a) de structurele meeropbrengst van € 2,3 miljoen aan opcenten op de MRB met ingang van 1 januari 2006 te reserveren / gebruiken voor dekking van de investeringsimpuls, (b) de in de kaderbrief 2006 geschrapte structurele bezuinigingen van € 5 miljoen toch te realiseren met ingang van 1 januari 2006 en dat geld ook te reserveren / gebruiken voor dekking van de investeringsimpuls, (c) deze statenperiode de burger (autobezitter) niet te belasten met een opcentenverhoging op de MRB, welk aantal dan ook. Uitvoering In augustus stellen wij een voorstel over de extra investeringsimpuls vast. Dit voorstel zenden wij aan uw Staten, zodat uw Staten daar in september over kunnen beraadslagen. M 14-8 CDA Aangehouden Schaduwwerking calamiteitenberging Ronde Hoep c.a. Dragen GS op hiervoor een passende uitwerking op te stellen die draagvlak heeft bij de grondeigenaren en tevens te bezien of de te betalen bedragen ineens dan wel periodiek deels dan wel geheel kunnen worden teruggevorderd bij rijkswaterstaat Uitvoering De motie is besproken in de commissie ROV op 16 juni.en uitgevoerd door de aanvullende passage over schaduwwerking in de voordracht voor Provinciale Staten op 4 juli. M 14-9 GrLinks, CDA, VVD, D66 Aangenomen Agenda vitaal landelijk gebied 2006-2010. Dragen GS op een agenda vitaal landelijk gebied 2006-2010 op te stellen die een overzicht biedt van de beschikbare incidentele en structurele provinciale middelen en de incidentele en structurele kosten die gedurende deze vijf jaren gemoeid zijn met aankoop, inrichting en beheer van natuur-, veenweide- en recreatiegebieden, klassieke landinrichting en het platteland; de uitkomsten van deze agenda te betrekken bij de opstelling van de begroting 2006. Uitvoering In augustus stellen wij een voorstel over de kwaliteitsimpuls landelijk gebied vast. Dit voorstel zenden wij aan uw Staten, zodat uw Staten daar in september over kunnen beraadslagen. Wij verwijzen naar de eerste begrotingswijziging 2006 die u separaat wordt toegezonden, waarover ook in uw vergadering van november een besluit genomen kan worden. M 14-10 D66, GrLinks, VVD, CDA Aangenomen Noordvleugelconferentie groen en landschap. Het college van GS te verzoeken samen met de provincies Flevoland en Utrecht te bevorderen dat in het voorjaar van 2006 (2007) een volgende noordvleugelconferentie wordt gewijd aan het thema groen en landschap teneinde een gezamenlijke visie en beleid op dit terrein in het noordelijke deel van de randstad te formuleren, zodat de uitkomsten medio 2006 kunnen worden meegenomen in de besluitvorming van het rijk. Uitvoering Wij pakken het verzoek op binnen het huidige beleid. Inmiddels hebben wij samen met de gemeente Amsterdam een ambtelijke werkconferentie georganiseerd over het thema Groen en Landschap om op de vijfde noordvleugelconferentie in november een voorstel i.c. te kunnen inbrengen en deze groene conferentie in 2006 te kunnen bewerkstelligen.

18

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

1.4. Kerngegevens provincie Noord-Holland
Kerngegevens provincie Noord-Holland
Oppervlakte in km2 provincie, land en water totaal, 1 januari 2004

Provincie Noord-Holland Totale oppervlakte in km2 Land in km
2

4.091,76 2.670,36

Water totaal in km

2

1.421,41

Bevolkingsdichtheid. Inwoners per km2 provincie + regio-indeling

Provincie Noord-Holland Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar e.o. IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot Amsterdam Gooi en Vechtstreek

969

335 833 1.181 1.680 1.376 1.667
1.229

Aantal gemeenten, aantal per regio

Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar e.o. IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot Amsterdam Gooi en Vechtstreek Noord-Holland Aantal waterschappen Buisleidingen (gas) idem Afvalverwerkingsinrichtingen. aantal (2004) Industriële bedrijven aantal Omzet toeristische sector. € over 2000 (x 1 miljard) Toeristische overnachtingen. aantal 2004 (x 1 miljoen) Musea en provinciale musea. Aantal (2004) Monumenten. Idem (2004) Ziekenhuizen. Idem (2004) Verzorgingshuizen, 2004 22 6 5 6 2 15 9 65 3 800 80 9.548 6,3 17,2 146 550 24 191

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

19

Effectieve woningvoorraad Woningbouwproductie over 2004
Veranderingen in de woningvoorraad in 2004

Voorraad begin periode

Vermeerderingen

Voorraad einde periode

Noord-Holland Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam Gooi en Vechtstreek

1.157.773

8.305

1.166.078

147.682 94.402 79.110 97.280 65.735 567.649 105.915

1.675 1.126 280 170 542 4.018 494

149.357 95.528 79.390 97.450 66.277 571.667 106.409

2001 Aantal inwoners provincie
Noord-Holland totaal (1 januari)

2002 2.559.477

2003 2.573.120

2004 2.587.265

2005 2.599.103

Aantal personenauto’s geregistreerd in
provincie Noord-Holland (1 januari)

1.018.119

1.031.380

1.007.156

1.015.262

Ziekenhuisgewonden in het verkeer in
provincie Noord-Holland totaal 2004

1.581

1.594

1.645

1.317

Ziekenhuisgewonden in het verkeer
per 100.000 inwoners idem

62

62

64

51

Dodelijke verkeersslachtoffers idem

151

137

142

103

Dodelijke verkeersslachtoffers per 100.000 inwoners idem

6

5

6

4

20

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

2000 Werkgelegenheid Noord-Holland Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam Gooi en Vechtstreek 135.005 88.246 72.063 90.657 62.618 697.122 101.002 1.246.713

2001

2002

2003

2004

1.292.390

1.320.960

1.328.558

135.966 90.519 73.410 94.153 59.969 735.582 102.791

139.306 92.127 76.993 96.526 63.250 742.702 110.056

142.905 95.076 77.712 95.435 61.577 743.561 112.292

Werkloosheid Noord-Holland Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam Gooi en Vechtstreek 4.000 3.000 2.000 4.000 20.000 3.000 6.000 5.000 3.000 3.000 2.000 25.000 5.000 6.000 4.000 4.000 3.000 3.000 39.000 5.000 10.000 7.000 3.000 7.000 3.000 41.000 8.000 37.000 48.000 65.000 78.000

Werkloosheidspercentage Noord-Holland Corop-gebieden: Kop van Noord-Holland Alkmaar en omgeving IJmond Agglomeratie Haarlem Zaanstreek Groot-Amsterdam Het Gooi en Vechtstreek 2,7% 2,7% 2,6% 4,1% 3,5% 3,2% 3,6% 4,1% 3,5% 2,9% 2,4% 4,2% 4,7% 3,7% 3,4% 5,1% 3,3% 4,2% 6,6% 4,8% 5,7% 6,7% 3,7% 6,8% 3,7% 6,8% 6,9% 3,1% 3,9% 5,3% 6,3%

Overslag zeehavens Noord-Holland hoeveelheden/gewicht (x 1 miljoen ton) Overslag zeehavens Nederland

68,3

70,4

65,5

73,8

411,9

422,4

424,7

459,0

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

21

Personeel en organisatie

Personeelslasten provincie Noord-Holland. De totale lasten van het actieve personeel (exclusief medewerkers van Provinciale en Gedeputeerde Staten) over 2004 bedroegen € 78.996.000. Het totaal inclusief uitkeringen Provinciale Staten, wedden Gedeputeerde Staten en uitkeringen aan voormalig personeel en voormalige GS-leden) over 2004 kwam uit op € 84.265.000. Formatieplaatsen provincie Noord-Holland. Het aantal organieke formatieplaatsen op 31 december 2003 was 1.421. Op 31 december 2004 was dit afgenomen tot 1.342. Het aantal medewerkers op 31 december 2003 bedroeg 1.667, een jaar later 1.465. Personeelsverloop (uit dienst). In 2004 hebben 242 medewerkers de provincie verlaten. Dit aantal is inclusief de circa 100 medewerkers in het kader van de verzelfstandiging van de onderafdeling groenbeheer. In 2004 traden 43 nieuwe medewerkers in dienst. Vergeleken met 31 december 2003 waren er op 31 december 2004 zo’n 12% minder medewerkers in dienst van de provincie NoordHolland. Ziekteverzuim. Over 2004 bedraagt het gemiddelde ziekteverzuimpercentage 6,8%. In 2003 was dat 6,9%.

22

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Programmaplan 2006

24

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.1 Bestuur en burger

Het goed, betrouwbaar en duaal kunnen functioneren van het provinciaal bestuur. Het profileren van het gewenste imago van het provinciaal bestuur, zijn producten en diensten ten opzichte van de verschillende doelgroepen. Het zorgdragen voor een deugdelijke toepassing van wetgeving.

Productgroepen Provinciale Staten Gedeputeerde Staten Kabinetszaken Juridische Kwaliteitszorg Communicatie

Portefeuillehouder mr. H.C.J.L. Borghouts

P.J.M. Poelmann

Wat willen we bereiken?
Het goed, betrouwbaar, herkenbaar en duaal functioneren van het provinciebestuur.
Indicator Tevredenheidsenquête onder Provinciale Staten over de statengriffie Doelstelling Streefnorm: cijfer 7,0 Kengetal: n. n. b. Het percentage van de leden van PS dat vindt dat de vertegenwoordigende rol goed uit de verf komt Het percentage van de leden van PS dat vindt dat zij er goed in slagen om de nieuwe relevante vraagstukken op de politieke agenda te krijgen Het percentage van de leden van PS dat vindt dat hun kaderstellende functie voldoende waar gemaakt wordt. Het percentage van de leden van PS dat vindt dat zij hun controlerende taak voldoende waarmaakt. Het aantal door GS binnen de daarvoor gestelde termijn verleende vergunningen en ontheffingen Het aantal door GS binnen de daarvoor gestelde termijn genomen beslissingen op subsidieverzoeken (obv deelverordeningen) Streefnorm: 70% Kengetal 50% Streefnorm: 70% Kengetal: 47% Streefnorm: 55% Kengetal: 29% Streefnorm: 60% Kengetal:53% Streefnorm: 85% Kengetal: 85% Streefnorm: 100% Kengetal: niet beschikbaar1) Rapportage vindt plaats bij: jaarverslag van de statengriffie, de enquête die eind 2006 herhaald wordt en de jaarstukken 2006 Rapportage

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

25

Het herkenbaar functioneren van de commissaris van de Koningin als bestuursorgaan c.q. rijksorgaan en vertegenwoordiger van de provincie.
Indicator Aantal ambtsbezoeken van de CdK Doelstelling Streefnorm: 20 per jaar Kengetal: 19 per jaar Het percentage adviezen over burgemeester benoemingen dat binnen 6 maanden na het vrijgeven van de vacature aan de minister zijn uitgebracht Streefnorm: 100% van de adviezen Kengetal: 90% Rapportage Rapportage vindt plaats bij: het jaarverslag CdK 2006 en de jaarstukken 2006

De verschillende doelgroepen zien het provinciaal bestuur van Noord-Holland als:
■ ■

een organisatie die haar rol als volksvertegenwoordiger herkenbaar uitdraagt; een organisatie met duidelijke producten en diensten die een relevante bijdrage leveren aan de Noord-Hollandse samenleving.
Indicator

Doelstelling De streefnorm en het kengetal wordt bepaald op basis van de 0-meting van 2005

Rapportage Rapportage vindt plaats bij:

Versterking van het imago van de provinciale rollen als - financier/ subsidieverlener – toezichthouder en handhaver – coalitiepartner – initiator

– de jaarlijkse trendmeting – de jaarstukken 2006

2. Toename van het aantal vermeldingen van de naam van de provincie na het toekennen van subsidies of na (mede)financiering

t.o.v. metingsresultaten zoals beschreven in de burgermonitor en het stakeholdersonderzoek van 2004.

Waarborgen juridische kwaliteit en het tijdig afhandelen van procedures.
Indicator Tijdig afgehandelde bezwaarschriften Doelstelling Streefnorm: 60%, Kengetal: 34%

Rapportage Rapportage vindt plaats bij:

– de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006 – het jaarverslag van de HAC; – het burgerjaarverslag 2006

Wat gaan we ervoor doen?
Provinciale Staten
Naast de reguliere commissievergaderingen en vergaderingen van Provinciale Staten leggen de statenleden in commissieverband werkbezoeken af. Zij houden hoorzittingen en raadplegen de bevolking door consultaties. Aan deze activiteiten wordt bekendheid gegeven door:

het uitbrengen van persberichten;

26

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

vermelding op de internetsite van de provincie (waarop ook meegeluisterd kan worden naar PSvergaderingen); periodieke aankondigen op de provinciale pagina van plaatselijke nieuwsbladen.

dienstverlening via het internet. Tevens moet de inzet van ICT leiden tot deregulering, minder bureaucratie en verlaging van administratieve lasten. In 2006 worden de activiteiten met het jongerenpanel voortgezet.

Speciale activiteiten van Provinciale Staten zijn de jaarlijkse installatie van een jongerenpanel, de jaarlijkse Arondeuslezing en conferenties, zoals over het Wieringerrandmeer. Het provinciaal bestuur maakt regelmatig gebruik van vervoer door derden. Om het gewenste kwalitateitsniveau te waarborgen, wordt hiervoor alleen gewerkt met bedrijven met een Taxi Keurmerk.

Gedeputeerde Staten
2006 is het jaar vóór de statenverkiezingen. Zeker in dit jaar moet blijken in hoeverre wij erin zijn geslaagd de bruggen te slaan die ons voor ogen stonden bij de vaststelling van het collegeprogramma in mei 2003. Uit de midterm review over de stand van zaken van de uitvoering van het collegeprogramma blijkt dat veel voornemens inmiddels zijn uitgevoerd of dat de uitvoering ter hand is genomen. In 2005 is het dualisme geëvalueerd. De uitkomst van de evaluatie moet aangeven of en zo ja welke wijzigingen in het duaal functioneren tussen PS en het college nodig zijn. Indien noodzakelijk ondernemen wij in 2006 activiteiten om de gewenste wijzigingen vorm te geven. Ook in 2006 wordt door de commissaris van de Koningin een burgerjaarverslag opgesteld, dat inzichtelijk maakt waar de burgerparticipatie en de kwaliteit van de dienstverlening aan de inwoners van Noord-Holland beter kunnen. In 2006 zal blijken in hoeverre de reorganisatie van de ambtelijke organisatie effect heeft op de efficiëntie en effectiviteit en daarmee op de kwaliteit van de dienstverlening. In 2006 wordt verdere invulling gegeven aan het programma e-provincies. Dit programma ontwikkelt op generiek niveau producten die bijdragen aan de elektronische dienstverlening en informatievoorziening van de provincie aan burgers, bedrijven en instellingen. Eind 2007 verloopt 75% van de publieke

Kabinetszaken
De commissaris van de Koningin heeft als rijksorgaan een aantal taken die voortvloeien uit de Ambtsinstructie. Deze hebben betrekking op burgemeestersbenoemingen, advisering inzake (koninklijke) onderscheidingen, archivering en registratie van de op de ambtsinstructie betrekking hebbende stukken en werkbezoeken aan gemeenten. In de ambtsperiode van de huidige commissaris wordt er naar gestreefd elk jaar aan circa 20 Noord-Hollandse gemeenten een werkbezoek te brengen. Daarnaast is de commissaris regelmatig gastheer of vertegenwoordiger van de provincie bij aangelegenheden van het Koninklijk Huis en bij het bezoeken of ontvangen van relaties en klanten binnen en buiten de provincie. Om inzicht te geven in de uitvoering van deze taken aan Provinciale Staten, inwoners van Noord-Holland en externe partners, brengt de commissaris ieder jaar een jaarverslag uit. De belangrijkste externe partners bij het uitvoeren van zijn taken zijn gemeenten, het ministerie van BZK en diensten van het Koninklijk Huis. De belangrijkste taken/rollen van de provincie zijn onder meer de (inhoudelijke) organisatie van werkbezoeken en koninklijke bezoeken, procedurebegeleiding en advisering inzake burgemeestersbenoemingen en (koninklijke) onderscheidingen. Kritische succesfactoren zijn het zorgvuldig hanteren van procedures en het in acht nemen van privacy en vertrouwelijkheid bij burgemeestersbenoemingen en (koninklijke)

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

27

onderscheidingen. Voor de werkbezoeken aan gemeenten is een snelle rapportage naar GS en de interne organisatie van belang, zodat informatie gedeeld wordt en gemaakte afspraken een vervolg kunnen krijgen. Veel van genoemde taken zijn aan te merken als “going concern” taken.

velijk 100 (van 250 naar 400 bezwaarschriften en van 180 naar 280 beroepszaken). De juridische dienstverlening moet ondanks deze toename klantgericht en kwalitatief hoogwaardig blijven. Wij zullen daarvoor zorgdragen.

Evenementenbeleid
GS gaven in het voorjaar van 2005 opdracht om een kader voor het evenementenbeleid op te stellen. Dit inmiddels opgestelde beleid is in te passen in het communicatiebeleid van de provincie NoordHolland in aansluiting op het sponsorbeleid, waarover op 9 november 2004 een notitie door GS is vastgesteld. De provincie organiseert al jaren tal van evenementen, zonder dat dit onder de vlag van een evenementenbeleid is gebracht. Ook participeert de provincie in evenementen van anderen. Het evenementenbeleid beoogt de bestaande en toekomstige initiatieven een algemeen provinciaal kader te bieden, met de mogelijkheid afwegingen te maken. Evenementen kunnen de zichtbaarheid van de provincie in het brede maatschappelijk netwerk bevorderen, waardoor de beleidsontwikkeling en -uitvoering aan betekenis winnen. Evenementen kunnen de provincie beter op de kaart te zetten vanuit:

Communicatie
Om de burgers en overige doelgroepen van de provincie Noord-Holland bekend te maken met het provinciaal bestuur, zijn diensten en taken doen we in 2006 het volgende: De profilering van het provinciaal bestuur (GS en PS) is de kern van de corporate communicatie. Het hoofddoel van de provinciale communicatie is om bestuur, diensten en producten duidelijk te profileren conform het gewenste imago en tevens een bijdrage te leveren aan de profilering van het duale stelsel. Projectcommunicatiespecialisten verzorgen de communicatie van minimaal 50 provinciale projecten. Een aantal concerntaken valt binnen het programma Andere Overheid, zoals onze bijdrage aan het digitale loket. Overige activiteiten op het gebied van corporate communicatie zijn het ontwikkelen, (laten) produceren en implementeren van alle in- en externe communicatiemiddelen, het handhaven van de huisstijl, het op aanvraag leveren van bijdragen aan de statencommunicatie, jongerencommunicatie, het relatiemanagement van de commissaris van de Koningin, het relatiegeschenkenbeleid en de voorbereiding van de verkiezingen 2007.

promotioneel belang (vergroting naamsbekendheid, imagovorming,) economisch belang (toeristisme, recreatie, aantrekken buitenlandse bezoekers) maatschappelijk belang (versterking betrokkenheid inwoners, overbrugging culturele verschillen, participatiebevordering)

Juridische Kwaliteitszorg
Het aantal bezwaarschriften en beroepszaken zal toenemen als gevolg van de centralisering in de nieuwe organisatie: De verwachte toename is 150 respectieBeleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Evenementenbeleid

Hiermee dragen evenementen bij aan het realiseren van beleidsdoelstellingen op een breed provinciaal terrein.

2006
700.000

2007
500.000

2008
0

2009
0

28

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Evenementen zoals themabijeenkomsten zijn, naast informatieverzameling en monitoring van schriftelijke en digitale bronnen, belangrijk voor het opvangen van geluiden uit de omgeving van de provincie. Ze geven snel inzicht hoe relevante spelers denken over een onderwerp. Bestuurlijke relevantie is het criterium voor het wel of niet organiseren van een evenement. De provincie organiseert veel ontmoetingen, zoals de nieuwjaarsbijeenkomst en kennismakingsbijeenkomsten na de verkiezingen. Het zwaartepunt ligt evenwel bij inhoudelijke ontmoetingen: dagconferenties, symposia, officiële presentatie van beleidsnota’s. Evenementen zijn ook te onderscheiden naar hun omvang:

In het evenementenbeleid moet rekening worden gehouden met deze en andere verschillen in relatie tot de provinciale betrokkenheid en de profileringsmogelijkheden.

Grote evenementen van nationale schaal zullen veel bezoekers trekken en veel media-aandacht genereren (SAIL, Bevrijdingsfestival, Dance Valley, beurzen als HISWA en op internationale schaal MIPIM en Boot Düsseldorf); Middelgrote evenementen bewegen zich op provinciale schaal (voorbeeld: culturele zomerprogramma De Karavaan, Bevrijdingspop, Stellingmaand); Regionale evenementen kunnen een provinciale kleur krijgen door bijdragen van

provinciewege (voorbeeld: Dam-tot-Damloop, Corus schaaktoernooi, bloemententoonstellingen, vaardagen Haarlem). Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Verordening fractiebijdrage Reglement van orde Rekeningcommissie Noord-Holland 2003 Verordening ambtelijke bijstand Provinciale Staten van Noord-Holland 2003 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van PS commissie Noord-Holland 2003 Reglement van orde voor vergaderingen en ander werkzaamheden van Provinciale Staten van Noord-Holland Verordening regelende de geldelijke secundaire en faciliterende voorwaarden voor het provinciaal bestuur Reglement van Orde Gedeputeerde Staten Instructie griffier der staten (= ambtsinstructie Provinciesecretaris) Verordening ambtelijke organisatie

PS-datum
02-2005 01-2004 06-2004 06-2004 06-2004 09-2004 01-1996 05-1964 09-1996

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

29

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 5.603.200 5.969.300 910.000 6.121.000 7.031.000 500.000 5.901.000 6.401.000 5.865.900 5.865.900 5.850.900 5.850.900 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 354.566 53.600 53.600 53.600 53.600 53.600 53.600 53.600 53.600 53.600

Resultaat voor bestemming Ontrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

5.248.634 5.248.634

5.915.700 5.915.700

6.977.400 6.977.400

6.347.400 6.347.400

5.812.300 5.812.300

5.797.300 5.797.300

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 313.046 memorie 268.600 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie

30

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

31

32

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.2 Bestuur en andere overheden

Bewaken van een gezond functioneren van lagere overheden en verbeteren van de relaties met andere overheden.

Productgroepen Bestuurlijke samenwerking

Portefeuillehouder P.J.M. Poelmann A.M.C.A. Hooijmaijers A. Moens

Financieel Toezicht Archiefinspectie Europese Zaken Ontwikkelingssamenwerking Handhaving openbare orde Rampenbestrijding en civiel verdediging

P.J.M. Poelmann Mw. drs. R. Kruisinga mr. H.C.J.L. Borghouts

Wat willen we bereiken?
Verbeteren van de samenwerking van gemeenten.
Indicator Aantal regio’s die deelnemen aan de bestuurkrachtmonitor Doelstelling Streefnorm: 1 regio per jaar Kengetal: 1 regio per jaar Rapportage Rapportage vindt plaats bij – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006

Betere positionering van de provincie Noord-Holland t.o.v. andere overheden.
Indicator Er is geen indicator van het maatschappelijke effect1) Doelstelling Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006
1)

In het kader van de productenraming 2005 wordt gerapporteerd over de

verrichte activiteiten en de geleverde producten.

– de jaarstukken 2006

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

33

Het behoud van financiële autonomie van gemeenten (het voorkomen van artikel 12-gemeenten).
Indicator Aantal preventieve gemeenten o.b.v. financiële positie en proces Doelstelling Streefnorm: 0 Kengetal: 6 Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006.

Goed toegankelijke en goed beheerde papieren en digitale archieven van provincie, gemeenten, waterschappen, politieregio’s en gemeenschappelijke regelingen.
Indicator

Doelstelling Streefnorm: 100%. Kengetal: 90%

Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de najaarsnota 2006

Aantal gemeenten, waterschappen en politieregio’s met aangepaste archiefverordeningen

Aantal gemeenten, waterschappen en politieregio’s met goede archiefruimte

Steefnorm 100% Kengetal: 63%

Aantal Regionaal-historische centra (RHC’s)

Steefnorm 7 Kengetal: 6

Aantal gemeenten aangesloten bij RHC’s

Steefnorm 100% Kengetal: 93%

Het leveren van een passende provinciale bijdrage aan structurele verbetering van de primaire levensomstandigheden van burgers in arme landen en regio’s in de wereld.
Indicator Projecten die volgens projectplan verlopen Doelstelling De streefnorm is 100% Het kengetal is: 85% Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006

34

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Betere positionering van Noord-Holland in Europa voor het realiseren van provinciale doelstellingen met een Europees belang en samenwerking met andere Europese regio’s.
Indicator Hoeveelheid uitgevoerde taken uit het Werkplan Europa 2006. (De taken uit het werkplan vloeien voort uit de doelstellingen die zijn geformuleerd in de Agenda voor Europese Strategie 2003-2007) Doelstelling Streefnorm: 100% Kengetal: 90% Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006 Halverwege 2006 wordt apart gerapporteerd over de uitvoering van het Werkplan Europa 2006. De rapportage wordt gekoppeld aan de voorjaarsnota

Het verbeteren van de coördinatie en communicatie op het gebied van veiligheid.
Indicator Het percentage van gemeenten dat over tenminste 90% van de risicoobjecten informatie hebben aangeleverd Doelstelling Streefnorm: 100% Kengetal: geen kengetal beschikbaar Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de voorjaarsnota 2006 – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006 Ook wordt op internet op de risicokaart de stand van zaken gegeven.

Het verbeteren van de voorbereiding op en de coördinatie van rampenbestrijding.
Indicator Het percentage rampenplannen van de Noord-Hollandse gemeenten dat voldoet aan de vastgestelde toetsingscriteria Doelstelling Streefnorm: 100% Kengetal: geen kengetal beschikbaar Rapportage Rapportage vindt plaats bij: – de bestuurlijke rapportage GS/CdK inzake voorbereiding rampenbestrijding aan BZK. – de najaarsnota 2006 – de jaarstukken 2006

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

35

Wat gaan we ervoor doen?
Bestuurlijke Samenwerking
2006 staat in het teken van een actieve ondersteuning van initiatieven van gemeenten ter versterking van hun bestuurskracht. Verschillende gemeenten in Noord-Holland hebben inmiddels dergelijke initiatieven genomen, zoals samenwerking, herindeling of een onderzoek naar het functioneren van de gemeente. Ook in 2006 blijven wij deze initiatieven actief ondersteunen. Een discussie over de toekomst van het middenbestuur gaat namelijk niet alleen over de provincies, maar ook over de verdeling van taken en bevoegdheden tussen rijk, provincies, plusregio’s (verlengd lokaal bestuur zoals het ROA) en gemeenten en de daarbij behorende bestuurskracht en schaalgrootte van deze bestuurslagen. In het verlengde hiervan moeten ook de verschillende samenwerkingsverbanden opnieuw beoordeeld worden, zoals regio Randstad, P4, regionale samenwerking Amsterdam, IPO etc. Het evaluatierapport van de regio Randstad, verschenen in het najaar van 2005, geeft hiertoe een belangrijke aanzet. Het public affairs beleid wordt eveneens voortgezet. Onderdeel hiervan is de digitale nieuwsbrief ‘NoordHolland op de hoogte’. Deze nieuwsbrief wordt benut om relevant nieuws uit Den Haag en Brussel of ander collega-overheden te verspreiden.

gemeenschappelijk toezichtkader, dat door alle toezichthouders wordt gehanteerd (twaalf provincies en het Rijk). De vigerende versie dateert van juni 2003. Een geactualiseerde versie is in concept gereed. Ons oordeel is openbaar en wordt aan de gemeentebesturen bekend gemaakt. Jaarlijks wordt in het analyseformulier een landelijke toezichtthema opgenomen. Voor 2006 is dit thema ‘ verbonden partijen’. ‘Verbonden partijen’ zijn alle instanties waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.

Archiefinspectie
Goed toegankelijke en goed beheerde, recente archieven in papieren en digitale vorm zijn voor overheden essentieel als eigen geheugen. Maatschappelijk zijn ze van groot belang voor de democratische controle op het handelen van de overheid door Provinciale Staten, gemeenteraden en burgers. Individuele burgers kunnen hun rechten terugvinden in overheidsarchieven, mits die goed op orde zijn. Historische archieven van twintig jaar en ouder zijn een belangrijk onderdeel van het cultureel erfgoed. In NoordHolland wordt de publieke toegankelijkheid hiervan gestimuleerd door de vorming van zeven regionale historische centra, waar de historische archieven van alle gemeenten, waterschappen en andere instellingen toegankelijk zijn. Ook projecten die historische archieven via internet beter toegankelijk maken worden bevorderd, in aansluiting op het landelijke convenant archieven 2002.

Financieel toezicht
Het begrotingstoezicht op gemeenten is in beginsel repressief. Als de financiële situatie of het financiële proces binnen een gemeente daartoe aanleiding geeft kunnen wij preventief begrotingstoezicht instellen. Dit dient te voorkomen dat er zogenaamde artikel 12 gemeenten ontstaan. Financieel toezicht heeft tot doel het vertrouwen van de burger in een goed werkende overheid te bewaken. Jaarlijks worden hiertoe analyses gemaakt van de financiële positie en het financiële proces van iedere gemeente in Noord-Holland. De uitgangspunten voor de beoordeling zijn vastgelegd in een

Ontwikkelingssamenwerking
Jaarlijks worden er uit zo’n twintig projectvoorstellen van instanties circa tien projecten geselecteerd tot een gezamenlijk bedrag van € 453.800,-. De betrokken instanties stellen per project voortgangs-, financiële en evaluatierapporten op, die de provincie beoordeelt.

Europese Zaken
De uitvoering van de Agenda voor de Europese Strategie (AES) wordt voortgezet, rekening houdend

36

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

met de tussenrapportage van medio 2005. De belangrijkste elementen zijn het verankeren van de resultaten van Europaproof in de organisatie, professionele informatievoorziening, adequate belangenbehartiging in Brussel, Europese samenwerking en het benutten van Europese subsidieprogramma’s. De AES loopt tot 2007. Eind 2006 wordt een rapportage opgesteld over de geboekte resultaten, die input vormt voor de volgende collegeperiode. Jaarlijks bieden wij aan PS het werkplan Europa aan als vertaling van de Agenda voor Europese Strategie. In 2006 loopt dit werkplan procesmatig, wellicht ook inhoudelijk, parallel aan de productenraming die aan PS wordt aangeboden. Via dit werkplan is de uitvoering van het Europabeleid jaarlijks te volgen. Europaproof. Onze inzet is een optimaal gebruik van de hulpmiddelen om bij de uitvoering van taken in overeenstemming met de relevante Europese regelgeving te kunnen opereren. Informatievoorziening. De digitale informatievoorziening van ‘Noord-Holland op de hoogte’ zal worden benut om relevant nieuws uit Brussel, Den Haag of van andere collega-overheden te verspreiden (zie ook productgroep Bestuurlijke Samenwerking). Belangenbehartiging in Brussel. De lobby in Brussel mikt op het benutten van de mogelijkheden die ontstaan door de herziening van de structuurfondsen per 2007 (regionaal beleid). Ook plattelandsontwikkeling vraagt veel aandacht. Ten slotte oriënteren wij ons op de relevantie van het in ontwikkeling zijnde Europese ‘maritieme beleid’. Europese subsidies. Het effectief benutten van Europese subsidieprogramma’s blijft een harde doelstelling, hoewel veel subsidieprogramma’s aflopen en de middelen (vrijwel) zijn uitgeput. Een goede afronding van lopende projecten heeft daarom onze aandacht. De provincie verwacht in 2006 aanmerkelijk minder middelen nodig te hebben dan in voorgaande jaren en dat de afrekening van de diverse lopende projecten lager zal uitvallen dan begroot. Voor de uitvoering van het EU-programma Leader+ is budget beschikbaar. De overige nieuwe projecten

worden zoveel mogelijk gefinancierd uit de vrijval van middelen uit afgeronde projecten. Zijn de vrijgevallen middelen daarvoor niet toereikend, dan zullen wij bij het voorjaars- of najaarsbericht 2006 alsnog vragen om extra middelen voor cofinanciering. Samenwerking. De algemene samenwerking met andere Europese regio’s omvat deelname in de Noordzeecommissie en samenwerking met de regio Pommeren in Polen.

Handhaving Openbare Orde en Veiligheid
De coördinatie van taken op het gebied van veiligheid betreft zowel de provinciale samenwerking als de samenwerking met externe partners (gemeenten, hulpverleningsdiensten en bedrijven).

Rampenbestrijding en civiele verdediging
Bij het toezicht gaat het om de kwaliteit en tijdigheid van de voorbereiding van rampenbestrijding door gemeenten, regio’s en beheerders van waterstaatswerken. Dit omvat ook het al dan niet houden van oefeningen en aanpassingen in de planvorming naar aanleiding hiervan en de onderlinge afstemming tussen de diverse partners en planfiguren.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

37

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Verbreding samenwerking met Pommeren

2006
50.000

2007
50.000

2008
0

2009
0

Vanuit deze begrotingspost wordt een groot deel van de samenwerkingsactiviteiten met Pommeren (Polen) gefinancierd. Naar aanleiding van een motie van PS is deze aanvankelijk economische samenwerking gestart. PS hebben het college gevraagd om deze samenwerking te verbreden, wat beleidsmatig is vastgelegd in de ‘Agenda voor Europese Strategie 2003-2007, Grip op Europa’ en waarover in 2004 een overeenkomst met Pommeren is gesloten. De overeengekomen thema’s voor samenwerking zijn: algemeen bestuur, economie, milieu en cultuur. Deze thema’s zijn uitgewerkt in activiteiten. Op 24 mei 2005 hebben wij ingestemd met het activiteitenplan dat PS ter kennisname is toegezonden. Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Gemeenschappelijke regeling Regio Randstad Verenigingsstatuut Interprovinciaal Overleg (IPO) Gemeenschappelijk minimum beleidskader (Contract tussen 12 provincies en rijk) Deelverordening Ontwikkelingssamenwerking Agenda voor de Europese Strategie 2003-2007 Cultuurnota Provincie Noord-Holland 2005-2008 Archiefverordening Provincie Noord-Holland Landelijk convenant archieven

PS-datum
2002 2003 GS: 2003 06-2004 02-2004 11-2004 11-1997 2002

38

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 2.443.463 4.406.900 50.000 2.743.200 2.793.200 50.000 2.741.600 2.791.600 2.581.600 2.581.600 2.581.600 2.581.600 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 74.656 -

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

2.368.807 759.776 1.136.800 2.745.831

4.406.900 2.616.800 2.116.800 3.270.100

2.793.200 816.800 816.800 2.793.200

2.791.600 816.800 816.800 2.791.600

2.581.600 816.800 816.800 2.581.600

2.581.600 816.800 816.800 2.581.600

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 59.994 59.994 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

39

40

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.3 Wegen, verkeer en mobiliteitsmanagement

Vlot en veilig door Noord-Holland. Wij realiseren vlot en veilig verkeer door Noord-Holland, voorzover binnen ons domein, door te investeren in infrastructuur, het beheer en onderhoud van de provinciale wegen op orde te houden, door plannen te maken en subsidies te verlenen aan andere wegbeheerders en een aantal organisaties.

Productgroepen Verkeers- en vervoersplannen algemeen Mobiliteitsmanagement Vergunningverlening Provinciale infrastructuur Beheer provinciale wegen (incl. Zuidtangent) Overige producten provinciale wegen Noordhollandsch Kanaal Overige vaarwegen

Portefeuillehouder drs. C. Mooij

Wat willen we bereiken?
VLOT: Bereiken c.q. minimaal handhaven van een gemiddelde snelheid van 60 km per uur op het hoofdwegennet en 50 km per uur op het provinciale wegennet (BUBEKO).
Indicator 1 Gemiddelde snelheid per uur op aantal geselecteerde (maatgevende) relaties op het hoofdwegennet (ca. 10); Streefnorm 60 2 Gemiddelde snelheid per uur op geselecteerde (maatgevende) realties op het provinciale onderliggende wegennet Streefnorm: 50 Doelstelling Kengetal: Nog niet bekend. Cijfermateriaal is pas in december 2005 beschikbaar Rapportage Document(en): Jaarrekening 2005, Nota Mobiliteit + PVVP Moment: NJN

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

41

VEILIGHEID: Verminderen van het aantal verkeersslachtoffers, conform de doelstelling in VVPNH (= vertaling van de rijksdoelstelling naar NH, mits het Rijk voldoende middelen beschikbaar stelt) zowel : voor het provinciale wegennet in heel NH als alle wegen in de regiegebieden in NH (excl. ROA).
Indicator Aantal verkeersslachtoffers in relatie tot verkeersintensiteit; lees het aantal voertuigen per uur op aan te wijzen meetpunten Streefnorm: Terugbrengen: 1 aantal verkeersdoden op het gehele provinciale wegennet: 26 (2006) en 24 (2010) 2 aantal verkeersslachtoffers (met ziekenhuisopname) op het gehele provinciale wegennet: 260 (2006) en 254 (2010) 3 aantal verkeersdoden in de regiegebieden: 65 (2006) en 59 (2010) 4 aantal verkeersslachtoffers (met ziekenhuisopname) in de regiegebieden: 865 (2006) en 827 (2010) Doelstelling Kengetallen: Respectievelijk: 1. 28 2. 274 3. 70 4. 894 Rapportage Documenten: Jaarrekening 2005, PVVP + Monitor Verkeersveiligheid Moment: NJN

Provinciale wegen en busbanen voldoen aan de eisen van veiligheid, bereikbaarheid, comfort, aanzien, leefbaarheid en milieu.
Indicator Vergunningen worden verstrekt binnen de termijn die de Awb daarvoor stelt Het percentage wegen, waarvan de onderhoudstoestand VOLDOENDE, MATIG of ONVOLDOENDE is. Deze toestand stellen we jaarlijks middels ARAN metingen vast Resultaat van klanttevredenheidonderzoek over de infrastructuur van de Zuidtangent door een enquête onder de gebruikers Incidentmanagement: Personenauto’s worden 20 minuten eerder van de weg gehaald en vrachtauto’s 2 uur eerder dan voor de invoering hiervan. Bij het uitvoeren van werkzaamheden aan de weg is de vertraging voor het autoverkeer maximaal 10 minuten. Streefnorm: - 81% voldoende - 9% matig - 10% onvoldoende Kengetal: - 78% voldoende - 9% matig - 13% onvoldoende Streefnorm: Rapportcijfer 7 Kengetal: 7 Streefnorm: personenauto’s: 95% Streefnorm: vrachtauto’s: 95% Streefnorm: 90% Kengetal: nog onbekend Moment: Jaarverslag. Moment: Jaarverslag. Moment(en): NJN en Jaarverslag Moment: Jaarverslag. Doelstelling Streefnorm: 95%. Kengetal: 95% Rapportage Moment: Jaarverslag

42

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

VEILIG: Vaarwegen en kunstwerken voldoen aan de veiligheidsnormen.
Indicator Aantal incidenten door bedienfouten Doelstelling Streefnorm: 4 Kengetal: 6 Aantal incidenten door bedienfouten Streefnorm: 2 Kengetal: 3 Rapportage Moment(en): VJN, NJN en Jaarverslag Moment(en): VJN, NJN en Jaarverslag

VLOT: Vaarwegen en kunstwerken voldoen aan de functionele en beschikbaarheidseisen.
Indicator Gebruikersaspecten: 1. Aantal malen gestremd met duur binnen een zeker interval Doelstelling 1. Korter dan 1 dag:
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Rapportage Moment(en): Gebruikersaspecten: VJN, NJN en Jaarverslag.

Streefnorm: 6 Kengetal: 7 Tussen 1 en 7 dagen: Streefnorm: 4 Kengetal: 5 Langer dan 7 dagen: Streefnorm: 3 Kengetal: 4

2. Aantal klachten over stremmingen door weg- en vaarweggebruikers

2. Streefnorm: 8 Kengetal: 10

3. Aantal storingen aan kunstwerken

3. Streefnorm: 115 Kengetal: 128

4. Aantal klachten over bediening door weg- en vaarweggebruikers

4. Streefnorm: 8 Kengetal: 10

Moment: Onderhoud: jaarverslag

5. Onderhoud: Percentage oevers in onderhoudsstaat conform vastgestelde kwaliteitsniveau Gebruikersaspecten: 1. Aantal malen gestremd met duur binnen een zeker tijdsinterval

5. Streefnorm: 88% Kengetal: 78% Streefdoel 2008: 94% 1. Korter dan 1 dag: Streefnorm: 5 Kengetal: 6 Tussen 1 en 7 dagen: Streefnorm: 6 Kengetal: 7 Langer dan 7 dagen: Streefnorm: 7 Kengetal: 9 Moment(en): VJN, NJN en Jaarverslag

2. Aantal klachten over stremmingen door weg- en vaarweggebruikers

2. Streefnorm: 8 Kengetal: 10

3. Aantal storingen aan kunstwerken

3. Streefnorm: 150 Kengetal: 147

4. Aantal klachten over bediening door weg- en vaarweggebruikers

4. Streefnorm: 20 Kengetal: 25

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

43

Wat gaan we ervoor doen?
Verkeers- en vervoersplannen Zuidtangent west (Haarlem CSSchalkwijk) en oost (Amstelveen-Amsterdam ZO)
De Zuidtangent staat binnen de prioriteiten top vijf van het Platform Bereikbaarheid Noordvleugel. Aan de hand van nadere onderzoeken door provincie en gemeente in 2005 (inpassing tunnel in historische binnenstad en optimalisatie bestaande brug) neemt de gemeente Haarlem in 2005/2006 besluiten over de passage van het Spaarne (via een tunnel of de bestaande brug). In de Extra Investeringsimpuls staat de Zuidtangent in het onderdeel OV-infrastructuur op prioriteit 1. Afhankelijk van de keuze en de uitspraken op de ingediende bezwaarschriften m.b.t. de MIT 3 cyclus voeren wij in samenspraak met het ROA overleg met de minister over een rijkssubsidie. Onze inzet in 2006 bestaat derhalve uit participatie in en ondersteuning van de uitwerking in Haarlem, betrokkenheid bij het project Zuidtangent oost en acties in het kader van de rijksfinanciering (MIT).

station Haarlem-West, dat in combinatie met een integrale aanpak Zijlweg e.o. gerealiseerd kan worden. Overleg met de gemeente Haarlem is noodzakelijk om de eigen bijdrage van Haarlem te bepalen. De inzet bij het spoordossier blijft ook in 2006 voort om in overleg met het Rijk en NS onze beleidswensen gerealiseerd te krijgen, zowel in het noorden als het zuiden van de provincie.

RegioNet korte termijn
In 2005 wordt een vervolg gegeven aan de doorstromingsmaatregelen conform RegioNet korte termijn/Ov-visies in de regio’s Haarlem-IJmond en Gooi/Vechtstreek. In het kader van de Investeringsimpuls zijn middelen geprioriteerd om hier vanaf 2006 mee door te gaan. De Staten hebben besloten het budget van RegioNet te verhogen van € 4 naar € 15 miljoen, waardoor grotere projecten aan bod kunnen komen. Nog in 2005 wordt hiervoor een programma opgesteld.

Rijksprogramma Noordvleugel Gecoördineerde besluitvorming rond (rijks)programma Noordvleugel
In 2006 beslist het rijk over een aantal majeure projecten, die bepalend zijn voor de ontwikkeling van de Noordvleugel. De provincie speelt een belangrijke rol en is betrokken bij zowel de individuele projecten als de gecoördineerde besluitvorming en de ambtelijke voorbereiding daarvoor. De projecten vallen deels onder programma 3 (V&V) en deels onder programma 11 (RO). De door het rijk genoemde projecten zijn de planstudie Schiphol-Almere, de Schaalsprong Almere, de Zuiderzeelijn, de IJmeerverbinding, de gebiedsuitwerking Haarlemeermeer c.a., Mainport Schiphol (incl. de landzijdige bereikbaarheid), de Zuidas en het door de provincie ingebrachte (nog buiten het programma vallende) project De Groene Uitweg. Ons doel is een besluitenpakket dat in lijn ligt met het streekplan en het collegeprogramma. Het zal veel inzet vergen om de besluiten voor te bereiden en maximaal te beïnvloeden.

(Decentralisatie) spoor
De minister heeft niet ingestemd met ons voorstel tot overname van de vier aangeboden contractspoorlijnen. Aangezien het spoor de ruggengraat is van het openbaar vervoer, volgen wij de ontwikkelingen nauwlettend en zetten we waar nodig - gevraagd en ongevraagd - onze kennis en betrokkenheid in voor een zo goed mogelijk treinproduct in Noord-Holland. In het kader van de dienstregeling 2007 zijn dit jaar onderhandelingen gestart om, in combinatie met op te leveren spoor-infrastructuur, vanuit het RegioNetbudget, te komen tot een betere dienstverlening aan de reiziger. De NS heeft deze onderhandelingen inmiddels eenzijdig afgebroken. Bezien wordt of en op welke wijze de onderhandelingen worden vlotgetrokken. Eveneens wordt in overleg met de Platformpartners en RegioNetpartners bezien hoe wij op het afbreken van de onderhandelingen reageren. Onderdeel van deze spoor-infrastructuur vormt het

44

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Planstudie Schiphol - Almere
De Planstudie Hoofdwegverbinding SchipholAlmere is gestart. Het rijk zal twee varianten bestuderen voor de hoofdwegverbinding tussen Schiphol en Almere: de Stroomlijnvariant (De UITweg) en de A6-A9 variant (langs de zuidkant van Amsterdam Zuid-Oost). De Startnotitie en de ‘gewogen’ commentaren daarop zijn input voor de op te stellen Planstudie. In 2005 streeft het rijk naar afronding van de Planstudie 1e fase, waarover medio 2006 besluitvorming plaatsvindt in relatie tot een aantal andere rijksdossiers binnen het rijksprogramma Noordvleugel. Wij nemen bestuurlijk en ambtelijk deel in de projectorganisatie. Onze inzet is dat er een oplossing komt voor de verkeersproblematiek tussen Almere en Amsterdam en dat deze oplossing wordt gezocht in de Stroomlijnvariant.

Zuidas
In het kader van de investeringsimpuls hebben wij voorgesteld financieel te participeren in nader te bepalen, herkenbare onderdelen van het Dokmodel Zuidas, te dekken uit de investeringsimpuls verkeer en vervoer. Als lid van het Permanent Publiek Overlegorgaan Zuidas is de provincie actief betrokken bij het proces rond de financiële inzet. In dit orgaan stemmen rijk, Amsterdam, ROA en provincie de bestuurlijke afwegingen, beleid en procedures inzake de ontwikkeling van de Zuidas op elkaar af. De Zuidas is een goed voorbeeld van een ontwikkeling waarin lokale en regionale overheden samen met het rijk de handen ineenslaan en samenwerken met het bedrijfsleven. Ook in 2006 moeten er belangrijke besluiten genomen worden.

Landzijdige bereikbaarheid Schiphol Zuiderzeelijn
Vanaf medio 2004 zijn wij, het ROA en de gemeente Amsterdam actief betrokken bij het project Zuiderzeelijn. In dit dossier wordt al vanaf begin 2002 samengewerkt met Flevoland, Almere en het rijk . Het rijk kiest voor een structuurvisie. Op 8 december 2004 is in het platform Bereikbaarheid Noordvleugel afgesproken de regio Noordvleugel te laten participeren in het project Zuiderzeelijn (intentieovereenkomst, programma van eisen, samenwerkingsovereenkomst). Achtergrond hierbij is dat het rijk middelen beschikbaar heeft voor de Zuiderzeelijn en dat met de Zuiderzeelijn het regionale openbaar vervoer tussen Almere, Amsterdam en Schiphol verbeterd kan worden. Tevens is er een nieuwe variant toegevoegd: de Hanzelijn +++. De regio onderzoekt nog de mogelijkheden van de IJmeer verbinding. Medio 2006 moet besluitvorming plaatsvinden over de resultaten van de marktconsultatie in samenhang met andere projecten in het Noordvleugel programma. De voortgang in 2006 is mede afhankelijk van de uitkomsten van het kamerdebat over het rapport van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur (TCI). Wij hebben het trekkerschap op ons genomen van deze studie, die in principe in 2005 wordt afgerond. Het is nog niet duidelijk of en in hoeverre het doorloopt in 2006, naast de inzet in het rijksprogramma, maar een vervolg ligt wel in de rede.

Beprijzing
In deel 1 van de Nota Mobiliteit (2004) werd beprijzing van weginfrastructuur opnieuw op de rijksagenda geplaatst. Moties in de Tweede Kamer zetten extra druk op dit dossier. In Noordvleugelverband heeft de provincie zich voorstander getoond van het beprijzen van infrastructuur. Op dit moment bereidt het Kabinet een standpunt voor over beprijzen, gericht op opname in deel 3 van de Nota Mobiliteit (Kabinetsstandpunt). Onderdeel van deze voorbereiding is de instelling van het platform ‘Anders Betalen voor Mobiliteit’ onder voorzittersschap van dhr. Nouwen. Parallel aan dit traject bereiden partijen, waaronder de provincie binnen de Noordvleugelsamenwerking, zich voor op standpuntbepaling. Al in 2005 is onze inzet nodig binnen de eigen geledingen, de Noordvleugel (Amsterdam, ROA, Rijkswaterstaat) en het IPO en andere koepels, gericht op de ontwikkeling van betaald rijden en de positie van

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

45

de provincie daarbinnen. Na vaststelling van de Nota Mobiliteit zal er, afhankelijk van de besluiten en daarbinnen mogelijk gemaakte regionale initiatieven, van een meer uitvoeringsgericht traject sprake zijn.

Mobiliteitsmanagement
Bereikbaarheid Kust
2004 stond in het Kust, teken van het project Bereikbaarheid Bloemendaal/Zandvoort.

Mediapark Hilversum
De minister van Verkeer en Waterstaat heeft het gezamenlijk door de partijen (provincie, gemeenten, TCN) ingediende voorstel gehonoreerd en een bijdrage toegekend van € 25 miljoen. Daarnaast hebben wij PS gevraagd om een bedrag van € 12,5 miljoen. Medio 2005 wordt duidelijk of de gemeente Hilversum en TCN een harde garantie kunnen geven voor de regionale bijdrage ad € 12,5 miljoen. De projectorganisatie staat inmiddels op poten en er wordt voortvarend gewerkt aan maatregelen voor een betere bereikbaarheid van Hilversum. Op basis van voorstellen worden de maatregelen vervolgens uitgevoerd binnen de gestelde termijn tot 2010. In 2006 is onze inzet nodig voor de projectorganisatie, de uitwerking van maatregelen en het tot stand brengen van de eerste investeringen.

Voortbordurend op de ervaringen is in 2005 het project Bergen/Zijpe uitgevoerd en worden de middellange termijn maatregelen van het project Bloemendaal/Zandvoort verder uitgewerkt en gerealiseerd. In ons voorstel voor de Extra Investeringsimpuls is hiervoor een bedrag opgenomen van € 4,5 miljoen (gespreid over de jaren 2005, 2006 en 2007). Voor het project Bergen/Zijpe moeten ook uitvoeringsmiddelen ter beschikking komen om structurele maatregelen te kunnen realiseren. Wij denken hierbij aan een investeringsclaim van in totaal € 4,0 miljoen (2006: € 0,5 miljoen; 2007: € 1,25 miljoen en 2008: € 2,25 miljoen). In 2006 nemen wij het laatste deel van de kust ter hand, te weten Castricum-Velsen.

Vergunningverlening
In 2006 worden op aanvraag ontheffingen/vergunningen/toestemmingen verleend en worden er verkeersbesluiten opgesteld op basis van wet- en regelgeving.

Netwerkvisie/gebiedsgerichte aanpak
Samen met de Noordvleugelpartners werken wij aan de Netwerkvisie Noord-Holland, die binnenkort wordt afgerond. Het uitgangspunt voor optimalisatie is een betere benutting van het bestaande hoofdwegennet. Wij verwachten dat er vervolgens vijf gebieden worden aangepakt. Daarbij worden maatregelen geïntroduceerd (à la DVM) die passen in de Netwerkvisie. Deze aanpak past goed in de Nota Mobiliteit en daarom gaan wij uit van nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat. In dit verband werken wij ook aan voorstellen die moeten leiden tot afspraken over de toekomstige organisatie rond netwerkmanagement. Wij hebben daarin een vooraanstaande rol. Vanzelfsprekend zorgen wij voor een goede afstemming met wegbeheerders over de planning en fasering van uit te voeren projecten (afstemming werk in uitvoering).

Provinciale infrastructuur
PMI 2006-2010
Veel projecten uit het PMI (Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur) zijn opgenomen in het Collegeprogramma 2003-2007 en zijn inmiddels in voorbereiding of uitvoering. In de meerjarenraming houden wij rekening met € 31,5 miljoen als dekking van de kapitaalslasten. Daarnaast vinden er vanaf 2005 structurele verhogingen van de kapitaalslasten plaats voor de uitvoering de van de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland.

46

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Aanpak verkeersonveiligheid
Wij intensiveren de aanpak van verkeersonveiligheid op de provinciale infrastructuur. Voor de gebieden buiten het ROA wordt dit geïntegreerd in de aanpak van de regionale verkeersonveiligheid. Er worden geen extra middelen geclaimd. Een en ander dient naar onze mening tot stand te komen door herprioritering binnen het PMI.

aangegeven een nadere studie. Wij verwachten dat in 2006 de voorbereiding en uitwerking aan de orde zijn. Dit project maakt onderdeel uit van de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland. De uitgaven (voornamelijk subsidie aan de gemeente Haarlem) zullen hieruit moeten worden gedekt. De zijtak Hoofddorp - Nieuw-Vennep is in uitvoering. De zijtak Hoofddorp - Aalsmeer - Uithoorn wordt in 2006 in uitvoering genomen. Over de tak Hoofddorp - Schiphol-Oost vindt in 2006 besluitvorming plaats. De realisatiekosten worden in hoge mate gedekt door subsidies, onder meer van het ROA. De noodzakelijke eigen bijdrage van de provincie dekken wij uit de reguliere middelen voor de ontwikkeling van de Zuidtangent.

Uitvoering Masterplan N201
Met de goedkeuring door PS van de realisatieovereenkomst N201+ is de uitvoering van dit project zeker gesteld. Voor een aantal onderdelen dient nog definitieve besluitvorming plaats te vinden (aansluiting A9 en zgn. Amstelpassage). Ook de ontwikkelingen rond het besluit luchtkwaliteit vereisen nadere projectbesluiten. Voor de financiering wordt uit de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland € 31,3 miljoen bijgedragen en nog eens € 20 miljoen als risicoreservering. Met deze bijdragen lijkt de realisatie van de reconstructie N201 gewaarborgd. In 2006 hebben continuering van de uitvoering en afronding van de producten die nodig zijn voor rijksfinanciering prioriteit.

Westfrisiaweg (Alkmaar - Hoorn)
Na besluitvorming over de aanpak van deze weg (voorzien medio 2005) wordt de voorbereiding voor uitvoering van delen van de Westfrisiaweg ter hand genomen. De financiering van het provinciale aandeel moeten komen uit de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland.

Reconstructie N242
Vanwege de gunstig uitgevallen aanbesteding van dit project is in 2004 het krediet van € 120 miljoen naar € 70 miljoen verlaagd. Het provinciale financiële aandeel vermindert hierdoor. Deze middelen vallen vrij. Bij de begrotingsbehandeling wordt aan PS gevraagd of, en zo ja in hoeverre, de raming van deze verlaging juist was. Zo ja, dan kunnen PS een voorstel tot verhoging van het krediet tegemoet zien. In 2006 staat dit “speerpuntproject” in het teken van uitvoering. Een van de voorgenomen acties is de omgeving goed te blijven informeren over de voortgang.

Beheer provinciale wegen
Uitvoeren meerjarenprogramma onderhoud aan de provinciale weginfrastructuur (inclusief het inlopen van de 3e tranche 25% achterstallig onderhoud)
Wij werken sinds 2004 met de vernieuwde bekostigingssystematiek van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Daarvoor zijn de onderhoudsniveaus voor verschillende categorieën wegen vastgesteld. De vernieuwde bekostigingssystematiek is niet van toepassing op het onderhoud aan de Zuidtangent. Hiervoor is bij het CROW geen regelgeving aanwezig of in ontwikkeling. Binnen de vastgestelde kwaliteitsniveaus wordt de

5 Zuidtangent
De Zuidtangent is in ontwikkeling. Voor het westelijke deel (onderdeel van het kerntraject) loopt voor het gedeelte Schipholweg - Station Haarlem zoals

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

47

staat van onderhoud op basis van verschillende parameters als volgt vastgelegd: voldoende, matig of onvoldoende. De kwaliteit wordt eens per jaar bepaald via de zogenoemde Aranmetingen. Deze gegevens vormen de basis voor de vastgestelde meerjarenprogramma’s voor het onderhoud. In 2006 voeren we het jaarplan 2006 van het meerjarenprogramma 2006-2010 uit. Daarnaast en realiseren we de 3e tranche van het in 2004 gestarte, vierjarige programma om het achterstallig onderhoud in te lopen. In combinatie met de uitvoering van het vaste onderhoud worden hiermee de vastgestelde onderhoudsniveaus gehaald en 25% van het achterstallig onderhoud ingelopen. Het vaste onderhoud voeren we volgens jaarplanning uit.

sten gesloten met ROA en Haarlem, waarin de structurele bijdrage van deze partijen aan het onderhoud van het kerntraject is vastgelegd tot eind 2007. Gezien de oplopende onderhoudskosten starten wij in 2006 besprekingen over de financiële bijdragen na 2007. Daarbij is ook de gemeente Haarlemmermeer betrokken.

Verkeersveiligheid en verkeersmanagement
Verkeersveiligheid
In 2006 stellen we opnieuw een monitor verkeersveiligheid op voor een analyse van de ongevallen in relatie tot verkeersintensiteit, gedrag en inrichting van de weg. Op basis van de analyse doen we voorstellen ter verhoging van de verkeersveiligheid. Daarnaast participeren we in veiligheidsprojecten van derden (bijv. politie) en adviseren we andere overheden en burgers inzake verkeersveiligheid en eventuele aanpassing van ontwerpen.

Uitvoeren van het variabel onderhoud Zuidtangent
Onderhoud is onvermijdelijk om de functionaliteit en veiligheid van de Zuidtangent te blijven garanderen. Er is sprake is van oplopende kosten voor het onderhoud, onder meer als gevolg van vandalisme. Besloten is het verwijderen van graffiti en herstel van schade door vandalisme tot het hoogst noodzakelijke te beperken, zodat deze kosten binnen redelijke proporties blijven. Ook de herstelmaatregelen aan de haltes en aan de baan zijn ingrijpender dan was voorzien. Gebleken is echter dat wij nog onvoldoende inzicht hebben in de (soms in opdracht van derden) aangelegde constructies. In de loop van 2005 is hiernaar een nader onderzoek gestart. Een rapportage hierover wordt eind 2005 verwacht. Daarbij zullen ook voorstellen worden gedaan voor een (nieuwe) normering voor beheer en onderhoud, waarbij de esthetische kwaliteit van de Zuidtangent een rol blijft spelen. In 2006 wordt het onderhoud uitgevoerd op basis van deze rapportage. Het vaste onderhoud wordt in 2006 opnieuw aanbesteed middels een overeenkomst met producteisen, die zijn gebaseerd op het hoogwaardige concept van de Zuidtangent.

Verkeersmanagement
Verkeersmanagement bevordert de doorstroming en de verkeersveiligheid. Het zorgt voor afstemming van verkeersmaatregelen en samenwerking met andere wegbeheerders. Onderdelen van verkeersmanagement zijn Dynamisch Verkeersmanagement, regioregie, verkeerscoördinatie en incidentmanagement. Samen met Rijkswaterstaat, de gemeente Alkmaar en politie zijn we gestart met Dynamisch Verkeers Management (DVM) rond Alkmaar / NoordHolland Midden. In 2006 ronden we de koppeling van de verkeersregelinstallaties af ten behoeve van het reguleren van de verkeersstromen op de ring rond Alkmaar. Het resultaat daarvan is een betere doorstroming van het verkeer rondom Alkmaar. Daarmee krijgt de laatste DVM-maatregel zijn beslag. In 2004 is een bestuurlijk akkoord gesloten met

In 2005 zijn beheer- en samenwerkingsovereenkom-

betrekking tot de regioregie in de regio Alkmaar. De

48

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

regioregie is een overlegstructuur van de verschillende wegbeheerders met als voornaamste doel werkzaamheden aan de weg en evenementen op de weg op elkaar af te stemmen. Hierdoor kan de overlast voor de weggebruiker tot een minimum beperkt blijven. Vanwege het succes in de regio Alkmaar en de vele verbetermaatregelen die in het zuiden van de provincie op stapel staan, waaronder de omlegging van de N201, is inmiddels ook een regiegroep opgericht in Noord-Holland Zuid. In 2006 start een derde regio-overleg in een nog nader te bepalen regio. In het kader van de verkeerscoördinatie is VCP-GIS een belangrijk hulpmiddel voor de afstemming van wegwerkzaamheden en het realiseren van een goede doorstroming op de provinciale wegen. In 2005 is dit voor de burgers beschikbaar gesteld via internet. In 2006 gaan we dit systeem, afhankelijk van de resultaten van de in 2005 geplande evaluatie, verbeteren en zo mogelijk uitbreiden tot een dynamisch routesysteem. In dat geval worden via internet reisadviezen verstrekt die rekening houden met wegwerkzaamheden. Incidentmanagement heeft als doel de weg na een incident zo snel mogelijk vrij te maken voor het verkeer. Wij ontwikkelen dit met vijf andere provincies en zijn hiermee in 2005 gestart in de regio Alkmaar. De provincie zorgt ervoor dat de benodigde overeenkomsten worden gesloten en participeert in de kosten (o.a. administratiekosten Stichting Incident Management en niet verhaalbare kosten). Na een evaluatie in 2006 besluiten wij of het zinvol is incidentmanagement in de hele provincie toe te passen. In dat geval worden hiervoor met ingang van 2007 structureel middelen in de begroting opgenomen.

Beheer en verkoop van vastgoed
In 2006 continueren wij de verkoop van overtollig vastgoed (niet meer nodig voor provinciale doeleinden). Het gaat vooral om stukken grond (overhoeken) en opstallen. Voorts voltooien wij de juridische overdracht van restanten van wegdelen tussen provincie en andere overheden.

Het toepasbaar maken van innovaties
Kunststof bij kunstwerken In 2004 en 2005 is uitgebreid onderzoek gedaan naar de toepassing van kunststof bij kunstwerken. Op basis van de uitkomsten is besloten kunststof vaker toe te passen, ook bij bestaande kunstwerken. Toepassing van betonelementen bij rotondes De toepassing van betonelementen bij rotondes bevalt goed. Alle nieuwe rotondes worden voorzien van betonelementen, wat de duurzaamheid van de rotondes ten goede komt en de overlast voor het verkeer vermindert. In 2005 is ook gestart met het toepassen van betonelementen voor bestaande rotondes die onderhoud behoeven. Begin 2006 wordt dit geëvalueerd. In samenwerking met TNO is in 2005 gestart met een integraal afwegingsmodel, dat helpt bij het vaststellen van een oplossing die zowel duurzaam als kosteneffectief is. In 2006 wordt de toepasbaarheid van dit model beproefd. Baggerspecie In 2005 is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden, voor- en nadelen en concrete randvoorwaarden inzake het toepassen van baggerspecie in provinciale infrastructuur. Het onderzoek wijst uit dat baggerspecie zich het beste leent voor geluidswallen. In 2006 zoeken wij naar geschikte projecten.

Overige producten provinciale wegen
Deze productgroep omvat het beheer en verkoop van vastgoed en productontwikkeling en innovaties.

Energie uit asfalt De koers van het project energie uit asfalt is verlegd van de N201 naar de N244 . Dit project wordt samen met de gemeente Purmerend gerealiseerd.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

49

Overige vaarwegen
LED-verlichting In 2004 en 2005 hebben wij onderzoek gedaan naar het toepassen van LED-techniek bij verkeersregelinstallaties. De fabrikanten beschikken inmiddels over een door KEMA goedgekeurde toepassing. In 2005 zijn testen gehouden met de onderverlichting en is deze voor het grootste deel vervangen door LED. Bij het groot onderhoud in 2006 komen de eerste automaten en lantaarns aan bod. Deze techniek is in aanschaf duurder dan de conventionele, maar is goedkoper in onderhoud en vermindert de uitstoot van CO2.

Uitvoering onderhoud overige vaarwegen
Het onderhoud aan de oevers van de overige vaarwegen voeren wij uit op basis van een in 2005 opgesteld meerjarenprogramma, waarvan de beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd in het integraal vaarwegenbeheerplan. Het onderhoud aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder wordt via een overeenkomst uitgevoerd door het Hoogheemraadschap Rijnland. In 2006 volgt het meerjarenprogramma voor de 37 beweegbare bruggen van de overige vaarwegen en

Noordhollandsch Kanaal
Uitvoering Meerjarenprogramma (MPO) oeverherstel Noordhollandsch kanaal
In 2006 start de derde uitvoeringsfase conform de in 2004 vastgestelde strategie van risicogestuurd beheer. Daarnaast worden bij het vaste onderhoud knelpunten aangepakt die een gevaar vormen voor de functie van het kanaal en de oevers. Eind 2006 is 88% van de oevers in een onderhoudsstaat conform het vastgestelde kwaliteitsniveau. Eind 2008 is het achterstallig onderhoud aan de oevers van het Noordhollandsch Kanaal weggewerkt.

in 2007 komen de sluizen aan bod. Daarbij houden wij rekening met veranderde inzichten en omstandigheden, zoals arbo en milieu). In 2006 besteden wij in het kader van veiligheid ook aandacht aan de toegenomen verkeersbelasting van de bruggen.

Vervanging kunstwerken overige vaarwegen
Wij zijn gestart met het programma “vervanging kunstwerken”, waarvan de programmering en de financiële consequenties in 2005 zijn uitgewerkt. Vanaf 2006 willen wij de bekostiging van vervangingsprojecten uitsluitend regelen via het PMO en niet meer via het PMI. Voor de begroting van 2007 en volgende jaren leidt dit tot een extra behoefte aan middelen ter dekking van de kapitaalslasten voor vervanging van kunstwerken. Voor die dekking is naar schatting € 6 à 7 miljoen per jaar nodig. Na de besluitvorming worden in 2006 de eerste projecten in uitvoering genomen. Voorbereidingskredieten worden gevraagd in de voorjaarsnota 2006.

Uitvoering Meerjarenprogramma (MPO) bruggen en sluizen Noordhollandsch Kanaal
Het onderhoud aan bruggen en sluizen voeren wij uit op basis van het in 2005 opgestelde meerjarenprogramma 2006 - 2010. Hiervan wordt de eerste jaarschijf uitgevoerd, zijnde onderhoud aan acht beweegbare bruggen (waaronder drie monumentale vlotbruggen), vier sluizen en twee pontveren. De meerjarenprogramma’s worden jaarlijks geactualiseerd op basis van een vastgestelde beheerstrategie.

50

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Beprijzing Noordvleugel Toets veiligheid beweegbare bruggen Meerjarenprogramma kunstwerken overige vaarwegen

2006
100.000 200.000 250.000

2007
0 0 0

2008

2009

Beprijzing Noordvleugel
Zie eerdere toelichting onder de tussenkop ‘beprijzing’.

Rijkswaterstaat en gemeenten. In 2001 is door ons de normkostensystematiek voor beweegbare bruggen ontwikkeld. In de afgelopen jaren zijn andere inzichten en omstandigheden (onder andere inzake arbo en milieu) ontstaan, die in de meerjarenplannen worden meegenomen. Ook ontwikkelen wij normen voor de beschikbaarheid van de kunstwerken voor met name vaarweggebruikers, die wij PS ter instemming zullen voorleggen. De totale kosten voor het Meerjarenprogramma beweegbare bruggen van de overige vaarwegen bedragen € 250.000,–.

Toets veiligheid beweegbare bruggen
In 2005 is onderzoek verricht aan ca. 15 kunstwerken voor het opstellen van een vervangingsprogramma kunstwerken. Het onderzoek was vooral gericht op beweegbare bruggen in de provinciale stroomwegen en was mede bedoeld om de kredieten voor achterstalling onderhoud nader te kunnen onderbouwen Wij vervolgen dit onderzoek in 2006 met een tweede tranche van kunstwerken om de programmering van de vervanging van beweegbare bruggen te kunnen bepalen. Centraal staat de toetsing van de bruggen aan de toegenomen verkeersbelasting en -intensiteit ter waarborging van de veiligheid van de objecten. Inzage daarin ontbreekt tot op heden. Een uitkomst kan ook zijn dat tijdelijke maatregelen worden voorgesteld om de staat van de bruggen op een minimaal benodigd veiligheidsniveau te handhaven. De totale kosten van dit onderzoek worden geraamd op € 200.000,–.

Meerjarenprogramma beweegbare bruggen overige vaarwegen
In 2005 hebben we een meerjarenprogramma onderhoud kunstwerken (bruggen, sluizen en pontveren) van het Noordhollandsch Kanaal opgesteld. In 2006 gaan we dat opstellen voor de 37 beweegbare bruggen van de overige vaarwegen. Daarvoor dienen wij specialistische deskundigheid extern in te huren. De noodzaak van meerjarenprogramma’s onderhoud is ingegeven door de behoefte aan outputgestuurd werken, dat door de langetermijnplanning integrale afstemming mogelijk maakt met andere onderhoudsactiviteiten, inclusief die van andere beheerders zoals

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

51

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Verkeers- en Vervoersplan Noord Holland Voortschrijdend Provinciaal Meerjarenplan Infrastructuur (PMI) Wegenverordening Noord-Holland 1995 Scheepvaartwegenverordening Noord-Holland 1995 Normkostensystematiek onderhoud wegen Meerjarenprogramma onderhoud wegen Meerjarenprogramma Zuidtangent Normkostensystematiek Overige Vaarwegen Noordhollandsch Kanaal (besluit tot overname van Rijk naar provincie) Beheerstrategie en meerjarenprogramma oevers Noordhollandsch Kanaal

PS-datum
2003 Jaarlijks Febr. 1995 Febr. 1995 2003 Jan 2005 Jan 2005 April 1998 Juni 1994 Dec. 2004

Wat mag het kosten?
Exploitatie
Rekening 2004

Begroting 2005

Raming 2006

Raming 2007

Raming 2008

Raming 2009

Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 96.474.600 106.259.300 550.000 120.233.400 120.783.400 100.609.800 100.609.800 86.254.400 86.254.400 86.083.700 86.083.700

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 25.346.529 16.867.300 26.924.400 26.924.400 18.154.300 18.154.300 18.389.000 18.389.000 18.588.200 18.588.200

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

71.128.071 43.310.013 3.175.000 30.993.058

89.392.000 35.419.600 1.183.500 55.155.900

93.859.000 42.130.400 1.183.500 52.912.100

82.455.500 17.533.500 1.183.500 66.105.500

67.865.400 2.000.000 1.183.500 67.048.900

67.495.500 2.000.000 1.183.500 66.679.000

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves 30.981.600 36.247.826 120.498.400 20.434.900 19.915.000 147.100.800 26.774.500 68.475.500 159.200.000 95.000.000 20.000.000 140.750.000 128.780.000 4.000.000 155.200.000 151.900.000 4.000.000

Saldo activering

5.266.226

80.148.500

51.850.800

44.200.000

7.970.000

- 700.000

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 63.602.300 13.362.000 43.911.100 13.152.300 135.248.600 6.823.400 6.992.100 6.823.400 6.931.900 6.823.400 6.908.400

52

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Extra Investeringimpuls Noord-Holland
Projecten in het kader van de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland.

Prd.nr.

Product

Prod. totaal 2006-2009 2006
1.500.000

2007
2.500.000

2008
2.500.000

2009
2.500.000

Opmerkingen
Investeringsimpuls: 2005: 500.000 2010: 3.000.000

300

Mediapark Hilversum

9.000.000

Zuidelijke Randweg Zaanstad Verkeersmanagement A8-A9 Omlegging A9 Badhoevedorp Zuidtangent

15.000.000 5.000.000 15.000.000 51.000.000

15.000.000 2.000.000 15.000.000 1.000.000 8.000.000 17.000.000 25.000.000 3.000.000

Investeringsimpuls Investeringsimpuls Investeringsimpuls Investeringsimpuls: 2010 e.v.: 61.500.000

RegioNet H’lem/IJmond/G&V Zuidas Amsterdam

15.000.000 75.000.000

2.000.000 75.000.000

4.000.000

4.000.000

5.000.000

Investeringsimpuls Investeringsimpuls/ reservering

301

Bereikbaarheid kust: Zandvoort/ Bloemendaal Bereikbaarheid kust: Bergen/Zijpe

2.600.000

1.000.000

1.000.000

600.000

Investeringsimpuls

4.000.000

500.000

1.250.000

2.250.000

Investeringsimpuls

Totalen 300 t/m 306

192.150.000

113.550.000

17.500.000

23.500.000

32.500.000

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

53

54

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.4 Openbaar vervoer

Vlot, veilig en beschikbaar openbaar vervoer door Noord-Holland. Wij realiseren vlot, veilig en beschikbaar openbaar vervoer door Noord-Holland voor iedereen. Dit maken wij mogelijk door het toetsen van sociale veiligheidsplannen van de vervoerders, het verstrekken van subsidies aan vervoerders, het aanbesteden van het openbaar vervoer en het monitoren van de prestaties van de vervoerders.

Productgroepen Exploitatie openbaar vervoer en versnelde aanleg infrastructuur

Portefeuillehouder drs. C. Mooij

Wat willen we bereiken?
VLOT: Voldoende hoge reissnelheid voor Hoogwaardig OV.
Indicator Reissnelheid van het Hoogwaardig OV
1)

Doelstelling Streefnorm: De gemiddelde reissnelheid van de HOV-lijnen tijdens de spits: 39,5 km. De streefnorm voor 2015 is dat de gemiddelde reissnelheid op iedere HOVlijn minimaal gelijk is aan 75% van de maximaal toegestane gemiddelde snelheid

Rapportage Document: Jaarverslag van de drie concessies Moment: NJB

1)

Dit geldt voor de concessiegebieden in Noord-Holland, t.w. Noord-Holland

Noord, Haarlem-IJmond en Gooi en Vechtstreek (exclusief het ROA-gebied).

Kengetal: 38,5 km.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

55

BESCHIKBAAR: Voldoende beschikbaarheid van OV en/of OV-Taxi voor iedereen.
Indicator Percentage inwoners van Noord-Holland dat met OV en/of OV-Taxi kan reizen. Doelstelling Streefnorm: minimaal 80% van alle inwoners wonen binnen 500 meter (hemelsbreed) van een OV-halte en 100% kan over de OV-Taxi beschikken Kengetal: Op dit moment kunnen alle inwoners (80% woont binnen 500 meter van een OV-halte) met het OV reizen. Dit geldt ook voor de OV-taxi, met uitzondering van een aantal inwoners in Gooi en Vechtstreek en van Texel. Rapportage Documenten: Jaarverslag van de drie concessies en de OV/Taxi. Moment: NJB

VEILIGHEID: Sociale veiligheid in het OV.
Indicator Het gevoel van sociale veiligheid van reizigers in de bus. Doelstelling Streefnorm: 8,2 als gemiddeld reizigersoordeel voor sociale veiligheid. Kengetal: de gemiddelde rapportcijfers in 2004 voor de sociale veiligheid in de bus zijn: - G&V: 8,2 - H/IJ: 8,0 - NJN: 8,0 Rapportage Documenten: Jaarverslag van de drie concessies en de klantenbarometer. Moment: NJB

Wat gaan we ervoor doen?
Exploitatie openbaar vervoer Concessiebeheer
De prestaties van de verschillende vervoerders worden gemonitord om na te gaan of reizigers snel en veilig met bus, OV-Taxi en vervoer over water door Noord-Holland kunnen reizen. Het monitoren omvat overleg met vervoerders, eigen onderzoek naar hun prestaties en de opname van managementinformatie van vervoerders in een monitoringsysteem. Dit systeem houdt over een reeks van jaren informatie bij over de belangrijkste kentallen van het collectief personenvervoer in Noord-Holland. Het monitoring-

systeem vormt de basis voor het concessiebeheer in de komende jaren. De bevindingen leggen wij vast in kwartaalrapportages en jaarverslagen voor de drie concessies voor openbaar busvervoer in Gooi en Vechtstreek, Haarlem/IJmond en Noord-Holland Noord. Deze rapportages bevatten ook de resultaten van de OV-Taxi in Haarlem/IJmond en NoordHolland Noord en van het vervoer over water. Voor de Zuidtangent wordt een apart jaarverslag gemaakt. Enige malen per jaar wordt overlegd met consumentenorganisaties en gemeenten. Het monitoren van de financiën verloopt via het actueel houden van de meerjarenbegroting. Verantwoording over de financiën wordt afgelegd in de jaarrekening en in de rapportages aan het rijk.

56

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Ook in 2006 geven wij prioriteit aan deze activiteit. Goed opdrachtgeverschap vereist dat wij de prestaties van vervoerders meten en hen houden aan gemaakte afspraken. Dit laatste gebeurt door strikte naleving van de met hen overeengekomen bonus/malusregelingen. De publicitaire activiteiten op dit vlak worden in 2006 geïntensiveerd.

aantallen is om te buigen in een lichte groei. Samen met de gecontracteerde vervoerders wordt een actieplan opgesteld, dat zo mogelijk nog in 2006 tot uitvoering komt. Het ombuigen van de dalende tendens is nodig om het openbaar vervoer op termijn levensvatbaar te houden.

OV-chipkaart
Wij streven er naar, in overleg met betrokken partijen, op 1 januari 2007 de chipkaart in het openbaar vervoer ingevoerd te hebben in de drie concessiegebieden. Wij willen de chipkaart tenminste gelijktijdig in de noordelijke randstad invoeren. In 2006 worden de voorbereidingen voor de invoering getroffen. Het streven is de chipkaart ook toepasbaar te maken voor de OV-taxi.

OV-Taxi Gooi en Vechtstreek
In 2006 wordt de OV-Taxi Gooi en Vechtstreek aanbesteed. Door invoering van de OV-Taxi kan de reiziger alle plaatsen in deze regio met het openbaar vervoer bereiken. Gooi en Vechtstreek is de laatste in Noord-Holland waar de OV-Taxi wordt ingevoerd.

Fast Flying Ferries (bootverbinding IJmuiden-Amsterdam)
In 2006 wordt de Fast Flying Ferries voor de eerste keer aanbesteed. Daarmee zijn alle vormen van openbaar vervoer aanbesteed waarvoor de provincie opdrachtverlener is.

Aanbesteding concessie Noord-Holland Noord
De voorbereiding van de aanbesteding van de concessie Noord-Holland Noord start in 2006. Het programma van eisen wordt opgesteld in overleg met gemeenten en consumentenorganisaties.

Meer keuzereizigers in het openbaar vervoer
In 2006 willen wij samen met gemeenten en organisaties nagaan hoe de dalende trend van reizigers-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

57

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Verkeers en Vervoersplan Noord Holland Toekomstvast Openbaar Vervoer in Noord-Holland

PS-datum
2003 2001

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 82.211.714 53.532.600 55.380.600 55.380.600 53.512.100 53.512.100 53.990.700 53.990.700 55.179.100 55.179.100 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 60.878.563 43.255.500 43.233.800 43.233.800 42.278.000 42.278.000 43.085.200 43.085.200 44.205.000 44.205.000

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

21.333.151 14.142.267 10.006.125 17.197.009

10.276.100 1.300.800 3.020.400 11.995.700

12.146.800 2.699.900 1.944.800 11.391.700

11.234.100 1.787.200 1.944.800 11.720.300

10.905.500 1.458.600 1.944.800 11.391.700

10.974.100 1.222.300 1.944.800 11.696.600

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 1.435.300 41.702.100 40.266.800 43.044.700 43.044.700 42.055.200 42.055.200 42.856.800 42.856.800 43.928.200 43.928.200

58

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

59

60

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.5 Water

De provincie Noord-Holland werkt aan veiligheid tegen overstroming, het verminderen en beter beheersbaar maken van de risico’s van wateroverlast en watertekort en aan het waarborgen en waar nodig verbeteren van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. Dat doet zij in samenwerking met de waterbeheerders, gemeenten en maatschappelijke partijen.

Productgroepen Kustvisie Waterschapsaangelegenheden Veiligheid en waterkeringen Muskusrattenbestrijding Integraal Waterbeheer Grondwaterbeheer

Portefeuillehouder P.J.M. Poelmann

Wat willen we bereiken?
Wij willen de volgende maatschappelijke effecten op het gebied van water bereiken: 1 De inwoners van Noord-Holland tegen overstromingen vanuit zee beschermen, waarbij ons beleid zich richt op de komende 50 jaar. 2 Het overstromingsrisico door falen van primaire en regionale keringen 2 verminderen en beter beheersbaar maken op een betaalbare wijze. 3 De risico’s van wateroverlast of overstromingen beperken door het aantal vangsten van muskusratten de komende jaren op te voeren, hun verspreiding te verminderen en de beverrat te elimineren. 4 De inwoners van Noord-Holland beter beschermen tegen wateroverlast en -tekort en de waterkwaliteit van oppervlakte- en grondwater verhogen op grond van doelstellingen en maatregelen die aansluiten bij het (beoogde) gebruik. De maat6 5 regelen waar mogelijk integreren met natuur, landschaps- en recreatiedoelen en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving en de kosteneffectiviteit van onze maatregelen verhogen. Kwantitatief en kwalitatief goed grondwater behouden, vooral met het oog op een duurzaam veilige drinkwatervoorziening en het terugdringen van de verdroging van de duinen, het Gooi en de Vechtplassen. Transparant en effectief waterbeheer in samenwerking met de waterbeheerders.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

61

Bescherming tegen overstroming vanuit zee.
Indicator
■ ■

Doelstelling Streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Hoogte, stabiliteit en bekleding van primaire waterkeringen worden getoetst in kader van de 5-jaarlijkse toetsing door waterschappen.

Hoogte, stabiliteit en bekleding van de primaire waterkeringen Gemaakte keuzen over kustverdedigingstrategieën voor zwakke schakels.

de primaire waterkeringen voldoen aan de huidige wettelijke normen.3)

In 2006 ligt er met het oog op toekomstige veiligheid een integraal plan voor de versterking van zwakke

2)

Primaire keringen: dijken van IJsselmeer, Markermeer en waddenzee; regionale keringen; dijken langs binnenwateren. Behoudens de Hondsbossche Zeewering.

schakels.

Wij rapporteren bij de jaarstukken.

3)

Realiseren van effectief en transparant waterbeheer met waterbeheerders.
Indicator

Doelstelling Streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken. Juni 2006: evaluatie van de implementatie van de 26 afspraken ter modernisering van de relatie provinciewaterschappen

Geïmplementeerde afspraken over samenwerking en rolverdeling tussen waterschappen en provincie, (GS besluit van 29 maart 2005)

Dat gezamenlijke afspraken met de waterschappen zijn geïmplementeerd.

Correct en op tijd doorlopen van alle wettelijke procedures.

alle wettelijke procedures correct en op tijd zijn doorlopen.

Bescherming tegen overstroming door primaire en regionale keringen.
Indicator
■ ■

Doelstelling Streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Hoogte en stabiliteit van primaire en regionale waterkeringen. Periodieke oefeningen i.v.m. mogelijke overstromingen en actuele getoetste calamiteitenplannen

Dat de primaire waterkeringen zijn getoetst aan de geldende norm voor veiligheid;

Dat de regionale waterkeringen zijn aangewezen en genormeerd.

Dat de calamiteitenplannen door ons zijn beoordeeld en minimaal 1 maal geoefend.

62

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Het beperken van de schade door muskusratten.
Indicator
■ ■ ■

Doelstelling Wij hebben voor eind 2009 de volgende streefnormen bereikt:

Rapportage Wij rapporteren bij VJB, NJB en jaarstukken

Het aantal gevangen muskusratten per bestrijders uur Besmettingsgraad (vangsten per bestrijders uur) per regio Verspreidingsgraad per regio

Vangsten gestabiliseerd rond 4300 ratten

Op niet meer dan 42% van het grondgebied komt de muskusrat voor.

De kentallen voor 2006 zijn:
■ ■

Vangsten 13.000 ratten Op max. 64% van het grondgebied komt de muskusrat voor.

Bescherming tegen wateroverlast en watertekort en verhogen waterkwaliteit.
Indicator
■ ■

Doelstelling Streefnorm is:

Rapportage Resultaten van de aanpak van de wateroverlast en verbetering van de waterkwaliteit worden gemeld in kader van jaarlijkse bestuursrapportage van de waterschappen.

Door waterschappen toegepaste werknormen voor overlast. De toestand van de waterkwaliteit.

dat in 2006 de waterschappen uitvoeringsplannen gereed hebben om de wateroverlast aan te pakken o.b.v. werknormen.

dat in 2009 de ecologische waterkwaliteitsdoelen (KRW) zijn vastgesteld, dat in 2015 aan deze doelstellingen wordt voldaan en dat in 2006 de minimaal te handhaven waterkwaliteit wordt vastgelegd (minimum niveau is in elk geval de situatie in 2000).

Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Kwantitatief en kwalitatief goed grondwater behouden.
Indicator
■ ■

Doelstelling Streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Grondwatertoestand wordt gemeten in kader van het Jaarverslag grondwaterbeheer, de verdroging via de tweejaarlijkse kaart van de verdroging in Nederland.

Hoeveelheid onttrokken grondwater voor drinkwatervoorziening Oppervlak verdroogd gebied.

dat maximaal 22 miljoen m3 grondwater wordt onttrokken voor drinkwatervoorziening als optimum om enerzijds verdroging te bestrijden en anderzijds een betrouwbare drinkwatervoorziening te garanderen.

dat het oppervlak verdroogd gebied 30% minder is dan in 1985 (kengetal: in 2004 was verdroging met 25% teruggebracht t.o.v. 1985).

Wij rapporteren bij de jaarstukken.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

63

Wat gaan we ervoor doen?
In januari 2006 wordt het provinciale Waterplan 20062010 vastgesteld. Het Waterplan staat voor een gerichte en realistische aanpak van de wateropgaven in de komende vier jaar, samen met onze bestuurlijke partners. Klimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling hebben steeds meer invloed op het waterbeheer. In het Waterplan staat in hoofdlijnen beschreven wat de provincie de komende vier jaar doet om veilig te kunnen wonen achter de dijken, geen natte voeten te krijgen bij hevige buien en er voor te zorgen dat de kwaliteit van het water voldoet aan de eisen die het gebruik hier aan stelt. Vanaf 2006 investeren wij beduidend meer geld en tijd in de uitvoering van beleid. Tegelijkertijd neemt de inzet op de wettelijk verplichte nieuwe beleidsvorming meer dan evenredig af. Het resultaat is dat de begroting voor Water in de komende jaren grofweg gelijk blijft. Wel is er sprake van een verschuiving van incidentele posten (voor nieuw beleid) naar structurele posten (voor uitvoering van beleid). Het provinciale Waterplan vormt het kader van de beleidsuitvoering in de komende vier jaar.

Wettelijke taken
Wij gaan door met de uitvoering van onze wettelijke taken, inclusief toezicht, veiligheid, keringen en grondwaterbeheer. Wat betreft veiligheid is het project Kustvisie een speerpunt. Wij werken via een integrale aanpak van de kustzone met veiligheid als uitgangspunt. De uitwerking in 2006 is financieel geregeld. Daarnaast werken wij aan de tijdige uitvoering van de dijkversterking Enkhuizen-Hoorn. Wij hebben het initiatief genomen om de financiering hiervan door het rijk rond te krijgen.

Muskusrattenbestrijding
Wij willen mogelijke veiligheidsrisico’s als gevolg van muskusratten zoveel mogelijk beperken. In 2006 zijn de eerste resultaten van de ingezette intensivering zichtbaar door een toename in het aantal vangsten. De jaren daarna zullen de vangsten en de verspreiding afnemen. Wij zijn betrokken bij een landelijk verkenning naar de nut en noodzaak van de bestrijding van muskusratten deze verkenning moet het inzicht geven in de vraag of de aanpak van de muskusratten nader onderzoek vraagt en wat daarbij de relevante onderzoeksvragen zijn.

Uitwerking van beleid
Zoals aangegeven steken wij slechts beperkte tijd en energie in de uitwerking van (nieuw) beleid. Wettelijk verplicht beleid wordt de komende vier jaar uitgewerkt op twee terreinen:
■ ■

Normering regionale keringen
De provincie stelt als toezichthouder op de waterschappen normen vast voor regionale waterkeringen inzake bescherming tegen overstromingen. De normen maken de burger duidelijk waaraan de regionale waterkeringen moeten voldoen en geven waterbeheerders inzicht in de benodigde investeringen. In 2006 worden normen vastgesteld voor een deel van

Implementatie van de kaderrichtlijn Water Normering van de regionale keringen

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Normering regionale waterkeringen Muskusrattenbestrijding lease autos Sanering riooloverstorten Bergen en Beverwijk Implementatie EU kaderrichtlijn water

2006
150.000 180.000 80.000 60.000

2007
150.000

2008
75.000

2009
75.000

60.000

60.000

64

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

de regionale waterkeringen en boezemkaden. Voor de normering van de overige regionale waterkeringen zijn studies en berekeningen nodig. Leidraden worden opgesteld voor het toetsen en ontwerpen van regionale waterkeringen. De provincie draagt bij aan onderzoek naar kosteneffectieve maatregelen om aan het gewenste veiligheidsniveau te voldoen en naar de mogelijke integratie met andere versterkingsmaatregelen. In 2006 worden samen met andere provincies leidraden opgesteld voor het ontwerpen en versterken van regionale waterkeringen, kunstwerken en het beheer en onderhoud. Tevens wordt de systematiek voor normering geactualiseerd. In 2007 houden wij op basis van de toetsingsresultaten voor boezemkaden de (aangepaste systematiek voor) normering opnieuw tegen het licht. Dit vergt ook onderzoek naar toepassing van kosteneffectieve maatregelen en naar de normering van overige regionale waterkeringen. In 2008 en 2009 ligt het accent op de inpassing van verbeterings- en versterkingswerken.

vlag. Zolang de pijpen aanwezig zijn op het strand, krijgen deze badplaatsen geen blauwe vlag. Sanering van de pijpen leidt tot schoner zwemwater, herinvoering van de blauwe vlag en een impuls voor recreatie en toerisme. Wij nemen het initiatief tot saneren van de beide overstorten. Daarvoor moeten de technische oplossingen, de kostenplaatjes en de standpunten van alle partijen in beeld worden gebracht. Op bestuurlijk niveau zijn keuzes nodig en afspraken over een kostenverdeling. Pas dan kan tot daadwerkelijke sanering worden overgegaan. Dit gebeurt in eigen beheer door de gemeenten.

Implementatie EU-kaderrichtlijn Water
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is sinds december 2000 van kracht. De KRW verplicht alle lidstaten in Europa tot het opstellen van op elkaar afgestemde Stroomgebiedbeheerplannen om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren. Noord-Holland is samen met haar waterpartners (Rijk, buurprovincies, waterschappen en gemeenten) verantwoordelijk voor het uitwerken van de richtlijn. Het gaat om een wettelijke verplichting. Daarom zijn wij met onze waterpartners in 2003 het regionale samenwerkingsverband Rijn-West aangegaan. Voor de periode 2005-2009 moeten wij gezamenlijk haalbare en realistische kwaliteitsdoelen bepalen en aanduiden hoe en wanneer wij deze doelen gaan bereiken. Haalbaar betekent integraal afgewogen, maatschappelijk acceptabel, betaalbaar en technisch uitvoerbaar. De EU zal ons afrekenen op de resultaten. De KRW maakt de wijze waarop wij en onze waterpartners met beleidsdoelen in het waterbeheer omgaan minder vrijblijvend. Dit vereist een zorgvuldig proces en een intensivering van de bestaande inzet. In samenwerking met onze partners is het werkproces uitgewerkt en beschreven in het regionale ‘Werkplan deelstroomgebied Rijn-West 20052009’. In 2015 zijn deze gebiedsgerichte, haalbare en realistische kwaliteitsdoelen als uitwerking van de ‘goede toestand’ voor de verschillende waterlichamen grotendeels behaald. Voor de waterlichamen

Leaseauto’s muskusrattenbestrijding
De provincie breidt het aantal bestrijders tijdelijk uit tot 15 fte. Zij dienen goed te zijn uitgerust om zich naar en in het werkterrein te verplaatsen. Een aantal muskusrattenbestrijders rijdt momenteel nog in privé-auto’s. Om het uitsrustingsniveau van de medewerkers te verbeteren en de herkenbaarheid van de provincie bij de uitvoering van haar bestrijdingstaak te vergroten, sluiten wij in 2006 een full operational leasecontract af voor dienstauto’s, rekening houdend met de outsourcing van de bedrijfsvervoerstaak.

Sanering riooloverstorten Bergen en Beverwijk
Op 21 september 2004 is besloten een actieve rol te spelen in de sanering van de riooloverstorten op het strand te Egmond en Wijk aan Zee. Hoewel de verantwoordelijkheid hiervoor primair ligt bij de betrokken gemeenten, liggen er raakvlakken met de provinciale beleidsvelden zwemwater en de blauwe

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

65

waarvoor in 2009 duidelijk is dat het bereiken van de kwaliteitsdoelen meer tijd vergt, gaan 2021 en mogelijk 2027 als termijnen gelden. In 2027 verkeren alle oppervlaktewaterlichamen in de vastgestelde ‘goede toestand’. Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
400 Kustvisie Kustvisie 2050 420 Waterkeringen Verordening op de waterhuishouding en waterkeringen NH Interprov. Verordening waterbeheer Rijnland Interprov. Verordening waterhuishouding Amstel, Gooi en Vecht Verordening regionale waterkeringen 22 okt 1991 14 dec 1998 10 juni 2002 Eind 2005 10 juni 2002

PS-datum

430 Integraal beheer oppervlaktewater Verordening op de waterhuishouding en waterkeringen NH Provinciaal Waterhuishoudingsplan Stilstaan bij Stromen Provinciaal Waterplan 2006-2010 Provinciaal milieubeleidsplan 2002-2006 Streekplan Noord-Holland Zuid Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord 22 okt 1991 17 sep 2001 Jan. 2006 21 okt 2002 17 feb. 2003 25 okt. 2004

441 Grondwater Grondwaterverordening Noord-Holland 1998 Grondwaterheffingsverordening Noord-Holland 1998 29 mrt 1999 16 nov 2000

66

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 5.882.301 3.864.300 470.000 2.583.600 3.053.600 210.000 1.784.000 1.994.000 135.000 1.691.800 1.826.800 75.000 1.554.700 1.629.700 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 2.836.163 1.457.800 2.105.900 2.105.900 2.117.000 2.117.000 1.998.200 1.998.200 1.808.600 1.808.600

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

3.046.138 1.685.444 607.100 1.967.794

2.406.500 2.406.500

947.700 947.700

- 123.000 - 123.000

- 171.400 - 171.400

- 178.900 - 178.900

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserve -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 1.007.200 113.900 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

67

68

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.6 Milieu

De provincie Noord-Holland streeft naar een schoon en veilig Noord-Holland. De provincie Noord-Holland streeft naar een veilige fysieke leefomgeving. De provincie Noord-Holland streeft naar een veilig, gezond en duurzaam leef- en werkklimaat.

Productgroepen Coördinatie Milieubeleid Afvalstofenbeleid, bagger Bodembescherming Bodemsanering Nazorg gesloten stortplaatsen (na 1996) Lucht, Veiligheid en Geluid Duurzame energie Vergunningverlening Handhaving Regierol milieuwethandhaving Ontgrondingen

Portefeuillehouder A. Moens

Wat willen we bereiken?
Voortgang in de verwijdering van bagger uit Noord-Hollandse vaarwegen.
Indicator Volume verwijderde bagger Doelstelling De streefnorm is verwijderen van 300.000 m in 2006
3

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

69

De provincie Noord-Holland streeft naar het behoud voor toekomstige generaties van waardevolle bodemkwaliteitsaspecten in 80 unieke en zeldzame gebieden.
Indicator Onthulling aardkundig monument. Doelstelling De streefnorm – en kengetal – is de onthulling van tenminste 1 aardkundig monument. Rapportage De normen hebben wij vastgelegd in het GS-besluit nr. 2002-43948 d.d. 02/03. Wij rapporteren bij NajaarsToetsing bestemmingsplannen op bodemaspecten. De streefnorm is dat alle door de provincie te beoordelen bestemmingsplannen worden getoetst op bodemaspecten. Het kengetal is: 100%. nota of in de jaarstukken. De normen hebben wij vastgelegd in de Leidraad omgevingsbeleid. Wij rapporteren bij Najaarsnota.

De provincie Noord-Holland beoogt in 2030 de bodemverontreiniging te hebben gesaneerd of beheersbaar gemaakt.
Indicator Het oppervlakte en/of volume nog te saneren of beheersbaar te maken verontreinigde grond. Doelstelling De streefnorm – en kengetal – is een jaarlijkse actualisatie van het oppervlakte en/of volume verontreinigde grond, op basis van onderzoek en door de provincie, gemeenten en marktpartijen uitgevoerde saneringen. Rapportage Wij rapporteren in de jaarstukken.

Realisatie Meerjaren-programma Bodembescherming (MJP) 2005-2009.

De streefnorm is: jaarlijks afdoende voortgang realiseren voor een volledige uitvoering van het MJP 2005-2009. Met als speerpunten: het programma Gasfabrieken, Masterplan ’t Gooi, Ilperveld, Anna’s hoeve, waterbodems en grondwatersanering. Een kengetal is door de aard, complexiteit en duur van bodemsaneringtrajecten niet van toepassing.

De normen hebben wij vastgelegd in het MJP 20052009 (GS 11/04). Wij rapporteren over de voortgang van het MJP bij Voor- en Najaarsnota en in de jaarstukken.

70

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

De provincie Noord-Holland ziet er, door het effectueren van nazorgplannen, op toe dat de omgeving van na 1996 gesloten stortplaatsen geen nadelige effecten ondervindt.
Indicator Uitvoering nazorgplannen Doelstelling De streefnorm is: de nazorg op na 1996 gesloten stortplaatsen wordt conform vastgestelde nazorgplannen uitgevoerd. Een kengetal is nog niet van toepassing, omdat de eerste stortplaatsen pas in de loop van 2006 gesloten worden en aan ons worden overgedragen. Rapportage De normen liggen vast in nazorgplannen. (In 2006 voor Hollandse Brug in Huizen en de Poel in Zaanstad.) Wij rapporteren in de jaarrekening nazorgfonds 2006.

Het accommoderen van de verdere uitbouw van infrastructuur en woningbouw binnen voorgeschreven EU regelgeving.
Indicator Voor Luchtkwaliteit: Voortgangsrapportage uitvoering provinciaal actieplan luchtkwaliteit. Doelstelling Voor luchtkwaliteit: In 2006 worden de streefwaarden voor de verschillende stoffen voor 75% niet Voor geluid: Vermindering gemeten geluidbelasting bij toptien ‘provinciale’ Wmbedrijven en provinciale wegen. Voor geluid: Vermindering aantal (ernstig) Voor externe veiligheid: Een risicokaart met alle risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen (bedrijven,transport) en toetsingskader groepsrisico. Voor externe veiligheid: Verhogen veiligheid door uitvoeren Voor Geur: Vermindering aantal klachten/meldingen bij de toptien geurknelpunten ‘provinciale’ Wm-bedrijven. projecten uit programma’s EV-1 en EV-2. Voldoen aan grenswaarde voor plaatsgebonden risico voor nieuwe situaties geluidgehinderden t.o.v. 2000. meer overschreden. Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken

Voor Geur: Halveren aantal geurgehinderden in 2006 t.o.v. 2000

Bijdrage aan de vermindering van het broeikaseffect en groei van de werkgelegenheid in bouw en onderhoud van installaties in de sector duurzame energie.
Indicator Reductie kg CO2 Doelstelling Reductie CO2 met 0,3 Mton Toename opgesteld vermogen windenergie met 35 MW. Rapportage Wij rapporteren in de jaarstukken

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

71

De provincie Noord-Holland streeft na dat onder haar bevoegd gezag vallende bedrijven en activiteiten gestelde milieukwaliteits- en veiligheidseisen niet overschrijden respectievelijk actief bijdragen aan verbetering van de milieukwaliteit en veiligheid.
Indicator Adequate vergunningen en ontheffingen Doelstelling De streefnorm is: tenminste 70% van de vergunningen / ontheffingen wordt in 2006 op tijd afgegeven. Het kengetal is: 60% Rapportage De normen leggen wij vast in de productenraming. Wij rapporteren bij voor- en najaarsnota en in de jaarstukken.

Naleefgedrag regels

De streefnorm is: in 2006 worden kernvoorschriften – voorschriften die de kern vormen van de bescherming van belangen waartoe een regeling of beschikking strekt – voor tenminste 80% nageleefd, aanvullende voorschriften voor tenminste 70% en resterende voor tenminste 50%. Het kengetal is: in ontwikkeling

De normen hebben wij in 062004 vastgelegd in het Handhavingsuitvoeringsprogramma 2005-2006 m.b.t. de milieuhandhaving van de provincie Noord-Holland. Wij rapporteren in de handhavingrapportage-PS 2006.

Het voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen met minimalisatie van landontginning en beperken van primaire winning van bouwgrondstoffen op het land.
Indicator Inzet van bagger in m3 als alternatief voor primaire winning Aantal vergunningen voor primaire winningen Doelstelling Streefnorm voor 2006 is: Dat de inzet van bagger als alternatief tenminste op het niveau van 2005 ligt. Dat er in beginsel geen vergunningen voor primaire winning worden afgegeven. Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Wat gaan we ervoor doen?
Het bewaken en verbeteren van de fysieke leefomgeving tegen reële kosten blijft het uitgangspunt. In 2005 werd vooral het westen van het land geconfronteerd met de ingrijpende gevolgen van Europese regelgeving inzake luchtkwaliteit. Grote infrastructurele projecten en woningbouw zijn door uitspraken van de Raad van State op zijn minst vertraagd en vragen om herbezinning. Het kan niet de bedoeling zijn dat Noord-Holland op slot gaat. Om die reden zijn onze inspanningen in 2006 gericht op enerzijds steun aan IPO en rijk om de europese regelgeving (in de tijd) te versoepelen en anderzijds om zeer voortvarend mogelijkheden te onderzoeken om de NoordHollandse infrastructuur, bedrijventerreinen en woningbouw te kunnen realiseren. Wij geven (samen met gemeenten) met kracht uitvoering aan de maat-

72

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

regelen die zijn vastgelegd in het provinciaal actieplan luchtkwaliteit 2005. Ter uitvoering van de Europese richtlijn omgevingslawaai stellen wij in 2006 geluidsbelastingkaarten op voor provinciale wegen en zullen wij burgers en gemeenten daarover informeren. Het baggerprogramma Noord-Hollandse vaarwegen ligt op koers. Na het voltooien van één traject en vier knelpunten in 2005 kan eind 2006 het gehele Noordhollandsch Kanaal van Den Helder tot Zaanstad voldoen aan de maritieme en waterhuishoudkundige eisen. Wij zetten de bagger o.a. in als grondstof/bouwstof voor natuur en wegen. Het duurzaam energiebeleid heeft succes en krijgt in 2006 een wending door deze te verbinden met de ontwikkeling van de economie in de Kop van NoordHolland. Dit vergt een investeringsimpuls van € 10 miljoen. Het accent leggen we bij de doorontwikkeling van veelbelovende technieken voor offshore windparken, duurzame voertuigtechniek en zonnecellen. Onze inspanningen voor vergroting van het geplaatste vermogen windenergie gaan onverminderd door. In 2005 was de doelstelling uit het collegeprogramma reeds bereikt (200 MW). Nu richten we ons vizier op 300 MW voor eind 2007.

Om te voorzien in de behoefte aan bouwgrondstoffen met minimalisatie van landontgrondingen is in 2004 het bouwgrondstoffenplan vastgesteld. Voor de uitvoering daarvan werken wij ook in 2006 via twee sporen: een uitvoeringsstrategie voor primaire winning en een strategie om hergebruik en zuiniger gebruik te stimuleren. Anticiperend op de marktwerking in 2008 voeren wij een terughoudend vergunningenbeleid voor primaire winning van bouwgrondstoffen. Voorts informeren wij de inwoners van NoordHolland over milieubeleidthema’s (ontwikkelingen en speerpunten, veiligheidsaspecten en zwemgelegenheden) en de daaraan gerelateerde procedures via internet en andere kanalen, zoals:

de beleidseffectmonitor, rapportages en evaluaties; contacten met burgers, bedrijven en doelgroepen door bestuurders en ambtenaren; speciale informatiebijeenkomsten en hoorzittingen; RTV N-H, publieksfolders (zoals de jaarlijkse zwemfolder) en projectborden (billboards); de Milieuklachtentelefoon, inclusief het Groen Meldpunt, de Zwemwaterinformatielijn en het Afvalinformatiepunt; de maandelijkse provinciale pagina in de huis aan huisbladen; publicaties over (voorgenomen) besluiten e.a.;

De groei van Schiphol heeft grote gevolgen voor het milieu. In 2006 voltooit de CROS (Commissie Regionaal Overleg Schiphol) de dit jaar ingezette professionalisering. Dit omvat de vorming van een rechtspersoon voor de CROS en gewijzigde verhoudingen met de omgeving en de luchtvaartsector. Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Verhoging budget voor lucht, veiligheid en geluid Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) Landelijk meldpunt afvalstoffen (LMA) Overdrachtskosten stortplaatsen ‘De Poel’en ‘Hollandse brug’ Stimuleringsbijdrage oprichting milieudiensten

Daarnaast voeren wij met onze handhavingpartners ook in 2006 de 24-uurs Milieuestafette uit. Deze jaarlijkse, provinciebrede activiteit genereert veel publiciteit voor milieuhandhaving.

2006
€ 350.000 € 190.000 € 64.800 € 40.000 € 500.000

2007
€ 350.000

2008
€ 350.000

2009
€ 350.000

€ 500.000

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

73

Verhoging budget voor lucht, veiligheid en geluid
In de jaren 2006-2009 versterken wij onze inzet op lucht, veiligheid en geluid versterken met € 350.000 per jaar (€150.000 voor lucht, €100.000 voor externe veiligheid en € 100.000 voor geluid). Aanleidingen voor deze beleidsintensivering zijn de toenemende zorg over de luchtkwaliteit in onze regio, de groeiende invloed van Europese milieunormen op ons handelen Rijksbeleid. en recente ontwikkelingen in het

Overdrachtskosten stortplaatsen ‘De Poel’en ‘Hollandse brug’
Op basis van de Wet milieubeheer zijn wij verantwoordelijk voor de ‘eeuwig durende’ nazorg van na 1996 gesloten stortplaatsen. Om die nazorg te bekostigen beheren wij een nazorgfonds, dat wordt opgebouwd met aan exploitanten van stortplaatsen opgelegde heffingen. Dit jaar worden voor het eerst stortplaatsen gesloten (de Poel, Hollandse Brug) en aan ons overgedragen. Voordat wij daartoe kunnen overgaan, laten we een inspectieonderzoek uitvoeren om te bepalen of de stortplaatsen voldoen aan de gestelde eisen. De kosten daarvoor ad. € 40.000 mogen niet ten laste worden gebracht van het nazorgfonds en kunnen niet worden verhaald op de exploitanten. Vooralsnog ramen we de kosten niet structureel, omdat er nog teveel onzekerheden zijn.

Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS)
Bij de oprichting van de Commissie Regionaal Overleg luchthaven Schiphol (CROS) in 2003 heeft de provincie besloten deze commissie te ondersteunen door kantoorruimte en provinciale medewerkers beschikbaar te stellen. Vorig jaar hebben wij de inzet van medewerkers ter ondersteuning van de CROS afgebouwd en vond de commissie elders kantoorruimte. Er is nu alleen nog een financiële ralatie. Omdat wij groot belang hechten aan een goed functionerende CROS, verhogen wij de jaarlijkse bijdrage voor 2006 met € 190.000 tot € 400.000.

Stimuleringsbijdrage oprichting milieudiensten
Wij streven samen met onze handhavingpartners naar professioneler toezicht en handhaving. Daarvoor wordt onder andere de oprichting van milieudiensten gestimuleerd. Om de regio’s te helpen met het oprichten van milieudiensten is voor 2006 een bedrag gereserveerd van € 500.000 ter bestrijding van de frictiekosten. Met deze provinciale bijdrage kunnen deze regio’s het vereiste professionaliseringsniveau halen.

Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA)
Participatie in het LMA is van belang voor effectieve handhaving. De contributie wordt jaarlijks vastgesteld en is voor 2006 fors verhoogd met € 64.767 tot een bedrag van € 421.767. Wij zullen in 2006 het lidmaatschap evalueren en o.a. kijken naar de verhouding tussen kosten en baten.

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Het Provinciaal MilieuBeleidsplan (PMP) 2002-2006 PMV (herzieningaanvulling voorzin voor januari 2006) Landschapschoonverordening

PS-datum
21 oktober 2002 Januari 2001 2005

74

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 62.510.664 27.991.300 1.144.800 19.292.100 20.436.900 850.000 17.693.000 18.543.000 350.000 17.701.200 18.051.200 350.000 17.705.300 18.055.300 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 57.024.951 17.234.700 16.993.400 16.993.400 16.993.400 16.993.400 16.993.400 16.993.400 16.993.400 16.993.400

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

5.485.713 2.219.982 146.000 3.411.731

10.756.600 7.881.700 memorie 2.874.900

3.443.500 memorie memorie 3.443.500

1.549.600 memorie memorie 1.549.600

1.057.800 memorie memorie 1.057.800

1.061.900 memorie memorie 1.061.900

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 29.286.900 15.959.200 12.224.800 12.341.500 12.764.400 12.341.500 12.749.200 12.341.500 12.757.400 12.341.500 12.761.500

door activering van de in dat gebied aanwezige

Extra investeringimpuls NoordHolland
Investeringsimpuls duurzame energie
In 2004 hebben PS besloten tot een investeringsimpuls van ruim een half miljard euro. Elders in deze begroting wordt de investeringsimpuls integraal gepresenteerd. Binnen de investeringsimpuls is € 10 miljoen geoormerkt voor investeringen in de cluster Duurzame Energie, gericht op twee doelstellingen:
■ ■

knowhow op het gebied van innovatieve duurzame energietechnologie bij aldaar gevestigde kenniscentra en bedrijven, teneinde tot een economisch rendabele bedrijvencluster te komen. Daling van de CO2-uitstoot door het gebruik van (innovatieve) duurzame energietechnieken te bevorderen. Aan de investeringsimpuls duurzame energie wordt met zes projecten uitvoering gegeven. Het gaat zowel om voortzetting en/of versterking van succesvol bestaand beleid als om nieuw beleid. Dit nieuwe

Groei van de economie in Noord-Holland Noord

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

75

beleid is alleen mogelijk dankzij de investeringsimpuls en krijgt bovendien op een nieuwe, innovatie wijze vorm. De financiële planning voor de zes projecten ziet er als volgt uit. De jaarschijf 2005 is meegenomen om inzichtelijk te maken welke projecten reeds in 2005 zijn gestart.

2005
DE-01 DE-02 Windturbinepark Wieringermeerdijk CO2 servicepunt/deelverordening duurzaam energiepakket DE-03 DE-04 Stichting Duurzaam Texel Realisatie Facility Center voor maakindustrie duurzame energietechnieken DE-05 Realisatie Kenniscentrum Duurzame Energie door ATO DE-06 Bevordering Innovatieve duurzame energietechnieken € 457.500 pm € 140.000 € 50.000 € 250.000 € 17.500

2006
€ 200.000 € 807.500

2007
€ 200.000 € 775.000

2008
€ 650.000 € 400.000

totaal

€ 2.000.000

€ 116.000 € 2.400.000

€ 116.000 € 50.000

€ 116.000

€ 348.000 € 2.500.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 740.000

pm

pm

pm

€ 3.700.000

€ 3.723.500

€ 1.341.000

€ 716.000

€ 9.938.000

76

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

77

78

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.7 Recreatie en toerisme, natuur en landschap

De provincie streeft naar de versterking en ontwikkeling van het landelijk gebied voor recreatie, toerisme, natuur en landschap in hun onderlinge samenhang en in relatie tot water en landbouw.

Productgroepen Beleidsvoorbereiding Gebiedsprogramma’s landelijk gebied Realisatie gebiedsprogramma’s landelijk gebied Ontwikkeling openluchtrecreatie en toerisme Beheer openluchtrecreatie Ontwikkeling natuur Beheer natuur Landschapsbescherming en advisering

Portefeuillehouder A. Moens, J.J. Schipper, P.J.M. Poelmann en A.C.M.A. Hooijmaijers P.J.M. Poelmann, J.J. Schipper en A. Moens J.J. Schipper J.J. Schipper A. Moens A. Moens P.J.M. Poelmann

Wat willen we bereiken?
Wij noemen hier de maatschappelijke effecten die wij uiteindelijk willen bewerkstelligen in de Noord-Hollandse samenleving. Voor dit programma gaat het in 2006 om: 1 Een per gebied met de regionale partners overeengekomen samenhangend integraal programma. Dit behandelt de inrichting of ontwikkeling enerzijds en het beheer (behoud en onderhoud) van landelijk gebied anderzijds. Het doel van dit alles is om over voldoende recreatie en toerismevoorzieningen te beschikken, natuurwaarden te behouden of te vergroten, landschappelijke kenmerken en verscheidenheid te waarborgen, waterberging en schoon water te realiseren en economische ontwikkeling van platteland te stimuleren en in stand te houden. 2 Het uitvoeren van deze gebiedsprogramma’s. Dit 5 4 3 kan door het realiseren van nieuwe waterstructuren, openbaar toegankelijke groengebieden en recreatieve en ecologische verbindingen, die aan een beheerder kunnen worden overgedragen. De realisatie van recreatieve projecten die bijdragen aan voldoende, aantrekkelijke en goed bereikbare recreatiemogelijkheden, een vergroting van de werkgelegenheid, de bestedingen in het toerisme en het toegankelijker maken van cultuurhistorische locaties. Het verhogen van het gebruik van de recreatievoorzieningendoor een goed beheer van vrij toegankelijke recreatievoorzieningen, aangepast aan de behoefte van de recreant en het verhogen van de efficiency en bestuurlijke slagkracht van het beheer van de recreatieschappen. De afronding van de provinciale ecologische

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

79

hoofdstructuur (PEHS) in 2018, het realiseren van stimulerings- en beschermingsmaatregelen voor (bedreigde) soorten en het voorkomen dan wel bestrijden van schade door en overlast van dieren. 6 Het in stand houden dan wel verhogen van de 7

beoogde natuurkwaliteit en de optimale beleving daarvan. Het behouden en ontwikkelen van landschappelijke verscheidenheid en samenhang zoals omschreven in de Landschappelijke Basisstructuur.

Met regionale partners overeengekomen gebiedsprogramma’s landelijk gebied.
Indicator
■ ■

Doelstelling De streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Aantal gebiedsprogramma’s in voorbereiding Aantal gebiedsprogramma’s gereed voor uitvoering

dat wij een met de regionale partners overeengekomen provinciaal meerjarenprogramma landelijk gebied uitbrengen.

■ 4)

Dat wij 2 gebiedsprogramma’s in voorbereiding hebben en 4 gebiedsprogramma’s gereed maken voor uitvoering 4)

In voorbereiding zijn uitbreiding SGP Geestmerambacht en Horstermeerpolder en

wij maken in 2006 gereed voor uitvoering Nationaal Landschap Laag-Holland, landinrichting Zeevang, SGP AmstelGroen en Groene Uitweg. Daarnaast dragen wij bij aan de feitelijke uitvoering van veel gebiedsprogramma’s (landinrichtingen, SGB, SGP’s).

Het realiseren van gebiedsprogramma’s landelijk gebied.
Indicator
■ ■

Doelstelling De streefnorm is dat wij in 2006 (doen) realiseren:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Aantal gerealiseerde ha water en groengebied Het aantal gerealiseerde kilometers wandel-, fiets- en ecologische verbindingen en bruggen.

Totaal 792 ha recreatie en natuur waarvan – 130 ha SMG – 195 ha SGP HMGroen – 150 ha Groene AS – 150 ha FINH landinrichting – 85 ha Geestmerambacht – 80 ha Diemervijfhoek

Totaal 14 km verbindingen waarvan: – 1 km Diemervijfhoek – 13 km Geestmerambacht

Totaal 54 ha waterberging waarvan – 35 ha FINH landinrichting – 19 ha Geestmerambacht

1 brug in Geestmerambacht

80

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Realisatie van recreatieve en toeristische projecten.
Indicator
■ ■

Doelstelling De streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Meting vindt plaats via de monitor bij jaarprogramma Agenda Recreatie en Toerisme.

Aantal opgeloste knelpunten in recreatieve routenetwerken; Aantal toeristische overnachtingen.

Het wegnemen van 10 knelpunten in recreatieve routenetwerken;

Het aantal toeristische overnachtingen stijgt met 2,5%.

Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Goed beheer van recreatie en toeristische voorzieningen.
Indicator Vergroten gebruik recreatiegebied:
■ ■

Doelstelling De streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Meting vindt plaats via de monitor bij jaarprogramma Agenda Recreatie en Toerisme.

Groei aantal bezoeken recreatiegebieden Aantal vastgestelde/uitgevoerde plannen van recreatieschappen voor voorzieningen voor nieuwe doelgroepen

5% groei van het aantal bezoeken aan recreatiegebieden in 2005 t.o.v. 2003

Minimaal 12 vastgestelde en/of uitgevoerde plannen.

Wegwerken achterstallig onderhoud:

Minimaal 30 projecten om achterstallig onderhoud weg te werken zijn uitgevoerd.

Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Aantal gestarte projecten voor wegwerken achterstallig onderhoud.

Realisatie van natuur en bescherming van dier- en plantensoorten.
Indicator
■ ■ ■

Doelstelling

Rapportage Meting van realisatie natuur vindt plaats i.k.v. de Milieumonitor, schade meldingen via verslagen van Landelijk Faunafonds

Toename nieuwe natuur in ha. en ecologische verbindingszones in km. Uitbreiding particulier natuurbeheer in ha. Uitgekeerd bedrag aan schade door dieren

Toename nieuwe natuur in 2006 met 400 ha en ecologische verbindingszones met 17 km

Uitbreiding particulier natuurbeheer in 2006 met 150 ha

Het aan dierschade uitgekeerde bedrag is met 10% afgenomen t.o.v. 2005. Wij rapporteren bij de jaarstukken.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

81

Instandhouden en verhogen natuurkwaliteit.
Indicator
■ ■

Doelstelling Streefnorm is:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Vastgestelde beheersplannen van natuurorganisaties Mate waarin natuurdoeltypen daadwerkelijk zijn gerealiseerd in de PEHS.

In 2006 zijn beheersplannen en jaarverslagen van PWN, Landschap NH en GNR in PS commissies besproken

In 2006 is er een instrument voor het meten van de kwaliteit van de natuur.

Behouden en ontwikkelen landschap.
Indicator

Doelstelling Streefnorm voor 2006 is:

Rapportage Wij rapporteren bij de jaarstukken.

Aantal woonschepen dat nog niet in het kader van bestemmingsplan is geregeld

Aantal woonschepen dat niet geregeld is, is gedaald met 20% ten opzichte van 2005.

■ ■

Aantal zieke iepen Meetbaar instrument voor meting van de kwaliteit van het landschap.

Aandeel zieke iepen is afgenomen van 5 naar 2,5% (kerngetal: aandeel zieken iepen in NH 2005 is 5%).

In 2006 is er een monitor landschap operationeel.

Wat gaan we ervoor doen?
De prioriteit van het programma recreatie en toerisme, natuur en landschap blijft net als in 2005 liggen bij de uitvoering. Het gaat om:
■ ■

van deze gebiedsgerichte projecten; in bepaalde gevallen heeft de provincie ook een rol bij de feitelijke uitvoering, in andere gevallen wordt deze overgelaten aan derden. de uitvoering van het sectorale recreatie-, natuuren landschapsbeleid.

de uitwerking van het gebiedsgerichte beleid; we ontwikkelen instrumenten om de inrichting en het beheer van het landelijk gebied efficiënter en effectiever te maken. Rijk en provincies hebben hiertoe samen met de gemeenten en waterschappen een nieuw sturingsmodel voor het landelijk gebied ontwikkeld (het project ILG Investeringsbudget Landelijk Gebied).

Natuurbeleid
Op het gebied van natuur blijft onze inzet gericht op (versnelde) realisatie van de provinciale ecologische hoofdstructuur (PEHS). Om de beoogde maatschappelijke effecten op het gebied van natuur te realiseren. voeren wij het tempo van de uitvoering van de PEHS op. Het voor deze versnelling beschikbare bedrag zetten wij in voor de aankoop van natuurgebieden, voor de inschakeling van particulieren bij het beheer en voor het wegnemen van bestaande knelpunten in natuurgebieden. Het gaat in 2006 om toe-

de integrale uitvoering van projecten in het landelijk gebied; zodra het beleid is vertaald in integrale gebiedsprogramma’s kan de voorbereiding van de uitvoering beginnen; de provincie heeft veelal de regie bij het uitvoeringsgereed maken

82

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

voeging aan de PEHS van ruim 500 hectare, waarbij wij nadrukkelijk particulieren willen betrekken bij het beheren van de natuur.

een meerjarig programma voor de periode 20072013 opstellen. Hierin geven wij aan welke doelen wij in het landelijk gebied willen realiseren, welke middelen wij daarvoor beschikbaar hebben en welke prestaties wij daarvoor gaan leveren. Uitgangspunten zijn ‘afmaken waar wij aan begonnen zijn’ en ‘schoon schip maken in financieel en organisatorisch opzicht’. Wij achten de inrichting van gebieden onlosmakelijk verbonden met het daarop volgend beheer. In 2006 werken wij aan terugdringing van het aantal deelverordeningen om te komen tot één subsidieregeling voor ILG. Voorts passen we de interne organisatie aan en werken we aan het opstellen van een provinciaal uitvoeringsprogamma 2007-2013. In de Nota Vitaal Platteland is aangegeven dat voor de inrichting van de Strategische Groenprojecten het rijk een nieuwe normkostensystematiek gaat hanteren. Hierdoor is onduidelijk wat de rijksbijdrage de komende jaren zal zijn. In het kader van het ILG gaan wij hierover onderhandelingen voeren. Door de gronden te verwerven, kunnen wij deze gebieden veiligstellen. Daarbinnen willen wij nadrukkelijk agrariërs betrekken bij het beheer. Met rijk en de regio willen wij hierover een strategische discussie voeren. In 2005 is het Nationaal Landschap Laag-Holland tot stand gekomen. Wij zetten in op het duurzaam ontwikkelen het gebied, waarbij behoud van kwaliteiten en het goed beheren gekoppeld worden aan een verantwoorde ontwikkeling van andere functies, zoals woningbouw. De kern van de problematiek is het gebrek aan middelen voor een duurzaam beheer van natuur –en landschap. Wij willen nu voortvarend aan de lag met de realisering van projecten die het beoogde doel dichterbij brengen. Naast de middelen van EU, rijk en regio, achten wij daartoe provinciale investeringen noodzakelijk, uitgaande van de ambitie van provincie en regio gericht op behoud en ontwikkeling van bet bestaande cultuurlandschap. Naast het Nationaal Landschap Laag-Holland werken wij ook aan de inrichting van het Nationaal

Openluchtrecreatie en toerisme
In 2006 werken wij de discussie over onze positiebepaling ten opzichte van de recreatieschappen verder uit. Onze inzet is daarbij gericht op een intensiever gebruik en duurzame instandhouding van de voorzieningen en het aanpassen van de voorzieningen aan de behoefte van de hedendaagse recreant. Daarbij vinden wij het erg belangrijk dat inkomsten en uitgaven in de recreatieschappen duurzaam in evenwicht zijn. Volgens ons moet er nadrukkelijk worden gekeken naar de mogelijkheden tot verwerving van inkomstenbronnen uit exploitabele elementen. Tenslotte hebben wij besloten geen fundamentele wijziging van de organisatie via de gemeenschappelijke regelingen door te voeren. De Agenda Recreatie en Toerisme geeft aan wat de provincie in de periode 2004-2007 concreet wil bereiken op het gebied van recreatie en toerisme. De Agenda heeft een integrale opzet; niet alleen recreatie en toerisme zijn stevig verknoopt, óók landbouw en cultuurhistorie komen nadrukkelijk aan bod. In 2006 gaan wij onverminderd door met de uitvoering van de Agenda via een jaarlijks uitvoeringsprogramma. Wij richten ons daarbij op uitvoeringsprojecten in groengebieden, verbetering van het recreatief-toeristisch netwerk, de kust, water en toegankelijkheid van cultuurhistorie. Behalve de bestaande recreatieschappen staan er nog enkele Strategische Groenprojecten (SGP’s) in de steigers: Tussen IJ en Z, Geestmerambacht, AmstelGroen en Vechtstreek. Het jaar 2006 staat in het teken van de uitwerking van de plannen en de concrete uitvoering.

Landelijk gebied
In 2005 zijn wij gestart met de uitwerking van een nieuw sturingsmodel voor het landelijk gebied, in de vorm van het programma Investeringsbudget Landelijk Gebied. Wij nemen daarbij de regie over van het rijk voor de uitvoering. Daartoe zullen wij

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

83

Landschap Groene Hart. In 2005, doorlopend in 2006, zetten wij fors in op het project De Groene Uitweg tussen Amsterdam en Almere. De Uitweg heeft twee doelen. Ten eerste gaat het om het realiseren van een betere weg tussen Noord-Holland Zuid en Almere, in verband met het uitgroeien van Almere tot de vierde stad van Nederland. Ten tweede willen we deze ontwikkeling aangrijpen voor een versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het omliggende gebied (water, groen, landschap en verstedelijking). Wij willen stevig staan in het proces van de tracéstudie Van RWS voor de berinding A6-A9. Dit brengt de nodige proceskosten met zich mee. Bij het uitvoeringsprogramma Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord is het project Noordboog met de aantekening ‘belangrijk” opgenomen. Nadat in 2005 de ambities van alle betrokkenen (vooral landbouw, natuur en landschap, water en recreatie en toerisme) voor deze robuuste ecologische verbindingszone in beeld zijn gebracht, wordt in 2006 een concreet uitvoeringsprogamma opgesteld. Een andere robuuste ecologische verbindingszone is Van kust tot kust. Nadat wij in 2005 de begrenzing hebben geregeld, kan in 2006 naar verwachting tot uitvoering worden overgegaan.

Groningen aan dit gezamenlijke beleid. Verder vindt er via het Coördinatiecollege Waddengebied (CCW) afstemming plaats met de regionale en landelijke overheid. Eind 2003 heeft de SWP besloten de begroting 20042007 te verhogen, teneinde adequaat te kunnen inspelen op belangrijke Waddenonderwerpen. Wij hebben daarmee op 30 september 2003 ingestemd. Zowel voor 2004 als voor 2005 is de begroting op dit hogere ambitieniveau aangepast, maar niet structureel gemaakt. Beide jaren bedroeg de begroting in totaal € 217.100,–. Op 1 april 2005 heeft de SWP de begroting voor 2006 vastgesteld en in principe ingestemd met de meerjarenbegroting 2007 t/m 2009. In het CCW is ingestemd met de begroting voor het CCW. De begroting is opgebouwd uit de volgende onderdelen: bijdragen aan secretariaat Stuurgroep Waddenprovincies (SWP), secretariaat Coördinatiecollege Waddengebied (CCW), Interwad (website), rampenplan en onvoorzien.

Verhoging bijdrage beheer openluchtrecreatie
Een verhoging van de bijdrage aan de recreatieschappen is nodig door een verhoging van de participantenbijdrage aan het Alkmaarder- en Uitgeestermeer en aan Groengebied Amstelland, die deels wordt gecompenseerd door een verlaging van de bijdrage in de andere schappen. Zie de tabel.

Coördinatie Waddenzeebeleid
Het Waddenzeebeleid staat volop in de politieke belangstelling. De planologische kernbeslissing Waddenzee, het op te richten Waddenfonds, de Werelderfgoednominatie, de bestuurlijke organisatie in combinatie met over te dragen taken vanwege de Natuurbeschermingswet en de internationale samenwerking vergen ook op provinciaal niveau besluitvorming. Via de Stuurgroep Waddenprovincies (SWP) werken Noord-Holland, Friesland en

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Coördinatie Waddenzeebeleid Verhoging bijdrage beheer openluchtrecreatie

2006
37.900 90.461

2007
42.900 90.461

2008
47.900 90.461

2009
52.900 90.461

84

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Recreatieschap

Begroot (conform ingediende begrotingen recreatieschappen)

Voorlopig beschikbaar in provinciale begroting 2006 (info FEZ)

Alkmaarder- en Uitgeestermeer Spaarnwoude (excl. kosten Groene Weelde) Het Twiske Geestmerambacht Landschap Waterland Groengebied Amstelland Totaal Tekort

478.164 635.198 827.798 204.000 320.361 772.640 3.238.161

359.500 686.900 840.500 217.700 324.100 719.000 3.147.700 90.461

In hoofdlijn zijn er twee redenen voor deze verhogingen en verschuivingen: 1 De provincie gaat meer bijdragen in het Alkmaarder- en Uitgeestermeer en minder in Spaarnwoude, Het Twiske, Geestmerambacht en Landschap Waterland. Dit is in verband met een afspraak met 5 gemeenten die uit het Alkmaarder- en Uitgeestermeer overstappen naar een van de andere schappen. Deze verschuiving is budgettair neutrale. 2 De nieuwe regels rond de BBV. De recreatieschappen mogen investeringen in zaken met maatschappelijk nut (fietspaden, beschoeiingen en dergelijke) niet meer over meer jaren afschrijven. Als dit in het verleden wel gebeurde, moet dit versneld worden afgelost. Nieuwe investeringen moeten direct ten laste van de begroting worden gebracht. In Het Twiske, Geestmerambacht en Landschap Waterland speelde dit probleem beperkt en is dit vooralsnog binnen de begroting opgelost, door het uit de reserves te halen of door een verschuiving in de begroting. In Spaarnwoude was niet afgeschreven op investeringen met maatschappelijk nut, dus speelt dit probleem gelukkig niet. In het Alkmaarder- en Uitgeestermeer en Groengebied Amstelland is het wel een groot probleem. Het gaat hier om substantiële bedragen. Er zijn geen reserves waaruit dit opgelost kan worden en een verschuiving levert in de begroting direct een knelpunt op voor beheer en onderhoud of lopende afspraken. Vandaar dat

een verhoging van de participantenbijdrage hier noodzakelijk is. Dit wordt nu bij alle participanten voorgelegd ter afweging in hun begroting.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

85

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Agenda Recreatie en Toerisme 2004-2007 Landschapsverordening Verordening vrijstelling Flora- en Faunawet Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord Streekplan Noord-Holland Zuid Projectennota Streekplan NHZ Deelverordening landschapselementen NH Raamplan Haarlemmerméér groen Deelverordening Groene As NH Deelverordening Groene Long Nota Natuurbeleid 2005 ‘Noord-Holland Natuurlijk!’ Deelverordening Fonds Natuur en Landschapsbescherming

PS-datum
16 feb 2004 4 juli 2005 23 sep 2002 25 okt. 2004 17 feb. 2003 19 april 2004 13 sep 2004 7 mrt 2000 GS 13 dec 2004 15 mrt 2004 4 juli 2005 3 nov 1997, 14 juni 2004

86

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 17.823.426 32.741.325 128.400 29.392.500 29.520.900 133.400 24.964.600 25.098.000 138.400 18.685.900 18.824.300 143.400 15.259.000 15.402.400 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 3.808.022 4.238.700 542.600 542.600 997.400 997.400 495.100 495.100 358.600 358.600

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

14.015.404 8.135.431 8.395.077 14.275.050

28.502.625 21.261.600 4.019.800 11.260.825

28.978.300 17.967.200 3.285.800 14.296.900

24.100.600 14.128.000 3.285.800 13.258.400

18.329.200 7.856.200 3.315.800 18.329.200

15.043.800 memorie 3.315.800 11.728.000

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 1.052.300 8.600 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

87

88

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.8 Economie en landbouw

De provincie Noord-Holland investeert in een goed vestigingsklimaat voor ondernemingen.

Programma 8 is er op gericht de economie in Noord-Holland te versterken. Hoe deze ambities te realiseren is vertaald naar ‘things-to-do-today’ in 3 zgn. beleidsagenda’s (allen looptijd t/m 2007) : – – – de economische agenda de agenda arbeidsmarkt & onderwijs de agenda landbouw & visserij

Dit programma omschrijft de financiële inzet die nodig is voor de uitvoering van deze agenda’s in het jaar 2006. Het onderwerp toerisme is opgenomen in programma 7 (GS: wij beschouwen recreatie en toerisme als 1 beleidsveld). Productgroepen Regionale economie Lucht- en zeehavenregio’s Herstructurering bedrijventerreinen Water als economische drager Arbeidsmarkt Landbouw & visserij Portefeuillehouder J.J. Schipper drs. C. Mooij A.M.C.A. Hooijmaijers J.J. Schipper J.J. Schipper J.J. Schipper A. Moens J.J. Schipper

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

89

Wat willen we bereiken?
Regionale economie: waar mogelijk groei en waar niet mogelijk behoud van werkgelegenheid in de Noord-Hollandse regio’s door benutting aanwezige economische potenties, het stimuleren van innovatie en ondernemerschap.
Indicator
■ ■

Doelstelling In 2008 zijn in Noord-Holland 10.000 extra arbeidsplaatsen tov 2000

Rapportage Jaarlijks via de monitor RES-en

door de regionale partners gerealiseerde extra arbeidsplaatsen gerealiseerde kennisclusters

In 2008 zijn in Noord-Holland 3 kennisclusters: agriport NH, multimedia, duurzame energie

Jaarlijks via voorjaarsnota

Lucht- en zeehavenregio’s: versterken van de internationale concurrentiepositie van Noord-Holland-Zuid.
Indicator door gemeenten en ontwikkelaars gerealiseerde bedrijventerrein en kantoorlocaties rondom de mainport Schiphol én in het Noordzeekanaalgebied Doelstelling Rapportage 2-jaarlijks via voortgangsrapportage masterplan en rapportage SADC

Herstructurering bedrijventerreinen: minder beslag op beschikbare ruimte in Noord-Holland voor werklocaties.
Indicator Aantal door gemeenten herstructureerde bedrijventerreinen en percentage ruimtewinst Doelstelling Jaarlijks wordt 250 hectare bedrijventerrein geherstructureerd met 15% ruimtewinst en 10% inzet voor duurzaamheidsmaatregelen Rapportage Jaarlijks via HIRB voortgangsrapportage

Water als economische drager: betere benutting van de economische potentie van de aanwezige vaarroutes in Noord-Holland met accent op watersport, watergebonden bedrijvigheid en goederenvervoer over water.
Indicator Geen Doelstelling Rapportage

90

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Arbeidsmarkt: betere aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt.
Indicator Aantal probleemjongeren dat deelneemt aan een werkervaringsproject en aantal leerwerkplekken Doelstelling Eind 2006 zijn 250 probleemjongeren ingestroomd in eenwerkervaringsproject en 250 nieuwe leerwerkplekken gerealiseerd . Rapportage Jaarlijks bij najaarsnota.

Landbouw en visserij: Het bevorderen van de biologische en duurzame landbouw, het bieden van perspectief voor de visserij.
Indicator Areaal en afzet biologisch en duurzaam geteelde gewassen Doelstelling 6% biologische landbouw in 2007 Rapportage Jaarlijkse rapportage over ingezette subsidies, promotiecampagne en monitoring van areaalsgroei/groei afzet

Wat gaan we ervoor doen?
Economie
De economische agenda 2004 - 2007 kent twee speerpunten:

Wij willen, samen met economische partners in de regio, de ons beschikbare instrumenten inzetten om deze effecten te stabiliseren. Hiertoe voeren wij een actieve lobby in Brussel en Den Haag om besluiten te stoppen die de werkgelegenheid in de Kop negatief beïnvloeden. Samen met partners in de regio richten we een ontwikkelingsbedrijf op om de krachten te bundelen. Ook werken wij aan het uitbouwen van agriport Aalsmeer en het mogelijk maken van agriport A7, aan het behouden van multimediacluster in Amsterdam en het Gooi voor Noord-Holland. Wij beseffen dat we de invloeden van de wereldmarkt, de olieprijs en consumentenvertrouwen op de economie niet kunnen beïnvloeden. Maar onze rol is wezenlijk waar het gaat om het scheppen van economische voorwaarden, het bij elkaar brengen van partijen en het co-financieren van duurzame investeringen.

voor Noord-Holland-Noord: verbeteren van de woonwerkbalans; voor Noord-Holland-Zuid: versterken van de internationale concurrentiepositie.

De economische groei zat in de eerste helft van deze collegeperiode op een dieptepunt. In Noord-HollandZuid was de economische groei 0,2% en in NoordHolland-Noord zelfs nihil. Noord-Holland deed het hiermee slechter dan Nederland als geheel met een economische groei van 0,4%. De 4 daaraan voorgaande jaren kenmerkten zich juist door een hoogconjunctuur met 3,7% economische groei voor Nederland, waarbij Noord-Holland het relatief beter deed met 4,2%. De vooruitzichten voor de komende 2 jaar lijken beter: 1,3% economische groei, maar de werkloosheid in Noord-Holland stijgt naar verwachting weer (van 4% naar 6%).

Arbeidsmarkt en onderwijs
De agenda arbeidsmarkt en onderwijs 2004 - 2007 kent 3 speerpunten:
■ ■

voorkomen van voortijdig schoolverlaten; via leerwerkplekken toetreding van jongeren op

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

91

de arbeidsmarkt;

biologische landbouw - stellen wij subsidies beschikbaar om riskante, vernieuwende projecten van de grond te tillen. Maar ook hier geldt dat de markt (de consument) bepaalt of de doelstelling van 6 % biologisch in 2007 daadwerkelijk wordt bereikt.

stimuleren van ondernemerschap.

De werking van de arbeidsmarkt baart velen zorgen, jongeren komen niet aan de bak. Daarom hebben we, op verzoek van PS, een apart beleid hiervoor ontwikkeld om bruggen tussen school en werk te slaan.

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland-Noord
In het ontwikkelingsbeeld Noord-Holland-Noord is de ambitie opgenomen om het forensenverkeer terug te dringen door meer werkgelegenheid in de regio mogelijk te maken. Als uitvoeringsinstrument daarvoor is in het bijbehorende uitvoeringsprogramma een ontwikkelingsbedrijf genoemd. Deze moet alle bestaande initiatieven ter versterking van de regionale economie bundelen en daarmee efficiënter en krachtiger maken. In 2005 is gestart met de voorbereidende werkzaamheden en het creëren van draagvlak bij de beoogde regionale deelnemers.

Landbouw en visserij
De Landbouw- en visserijagenda 2004-2007 kent 3 speerpunten:
■ ■ ■

biologische en duurzame landbouw; innovatie en ondernemerschap; perspectief voor de visserij.

Landbouw en visserij zijn economische sectoren, met ondernemers die produceren wat de markt vraagt. Voor de bollenteelt en de glastuinbouw zijn die marktperspectieven gunstig. Sectoren als de akkerbouw en veehouderij staan onder druk door een afbouw van Europese subsidies en wereldwijde concurrentie. Dit vraagt aanpassingen van bedrijven zoals schaalvergroting en verbreding. Het kan echter ook leiden tot het stop zetten van agrarische activiteiten. Onze rol ligt met name in de ruimtelijke ordening. Wij bieden economisch sterke sectoren als de glastuinbouw en de bollenteelt ruimte om te groeien in projectvestigingen, zoals vastgelegd in streekplan en ontwikkelingsbeeld. Voorbeelden hiervan zijn Hollands Bloementuin voor de bollenteelt en de locaties Alton, Grootslag, Agriport A7 en Rijsenhout voor de glastuinbouw. Voorts willen wij in het landelijk gebied de landbouw, recreatie, natuur en waterdoelen zo goed mogelijk op elkaar afstemmen en laten aansluiten op hedendaagse eisen vanuit bedrijfsvoering, landschapsbeleving en waterberging. Wij doen dit door de financiering van Stivas, die op vrijwillige basis kavelruilen uitvoert. Daarnaast zullen wij, voor zover de financiën dat toelaten, innovaties in de landbouw en visserij stimuleren, zodat deze sectoren blijven vernieuwen en tevens duurzamer gaan produceren. Voor die verduurzaming - waaronder ook de groei van de afzet van de

Arbeidsmarkt en onderwijs
Eind 2004 hebben PS de agenda arbeidsmarkt en onderwijs vastgesteld. Ten opzichte van ons plan wensten zij een aantal aanvullende initiatieven, met name om schooluitval onder jongeren te voorkomen. Dit heeft er toe geleid dat in 2006 en 2007 € 510.000 meer nodig is voor uitvoering van de agenda dan was geraamd (en waarin was voorzien in de meerjarenbegroting).

Kennisalliantie
Op 30 mei 2005 hebben PS met algemene stemmen een initiatiefvoorstel aangenomen waarin zij ons opdroegen tot een kennismaatschappij (werktitel) te komen met een aantal taken en hiervoor een voorstel uit te werken. Op 5 juli hebben wij een voorstel besproken om, in navolging van Zuid-Holland, te komen tot een kennisalliantie. Tevens constateerden wij dat de middelen om dit te realiseren ontbraken. Indien PS toch verder wil met een kennisalliantie, is in 2006 een voorbereidingskrediet van € 800.000 nodig.

92

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Innovatie en ondernemerschap
In de Landbouw- en visserijagenda 2004-2007 is voor het speerpunt Innovatie en Ondernemerschap geen geld gereserveerd, terwijl in het bijbehorende Uitvoeringsprogramma wel een aantal belangrijke actiepunten is geformuleerd.

Bij de vaststelling van de landbouwagenda heeft provinciale staten aan ons verzocht om de financiering van het speerpunt Innovatie en Ondernemerschap ad € 300.000,- per jaar voor de jaren 2006 en 2007 te betrekken bij de begroting 2006. Bij de begroting 2007 wordt nogmaals een claim van

Dit zijn onder meer:

gelijke omvang ingebracht.

de realisatie van een regionaal innovatie- en kennisnetwerk; de medefinanciering van de regionale innovatiebeurs Agrinova; de ontwikkeling van praktijknetwerken tussen biologische en gangbare land- en tuinbouw; de opzet van een actieprogramma met nieuwe initiatieven ter verbreding van de landbouw, waaronder agrarisch natuurbeheer en zorgboerderijen; het operationeel maken van de Landbouw Effect Rapportage (LER).

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord Arbeidsmarkt en onderwijs Kennisalliantie Innovatie en ondernemerschap

2006
€ 375.000 € 510.000 € 800.000 € 300.000

2007

2008

2009

€ 510.000

€ 300.000

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Economische agenda Masterplan noordzeekanaalgebied Programma HIRB Streekplan Noord-Holland-Zuid, (onderdeel werklocaties) Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland-Noord (onderdeel werklocaties) Agenda Arbeidsmarkt en Onderwijs Landbouw- en visserijagenda 2004-2007 Deelverordening Landbouw en visserij Noord-Holland 2004 Programma duurzame bollenteelt in binnenduinrand 2005-1007 12/09/2005 (PS) 31/01/2005 (PS) 31/01/2005 (PS) 25/10/2004 (PS) 24/01/2005 (ELE)

PS-datum
10/02/ 2004 (GS) 15/01/1996 (PS) 08/12/2003 (PS)

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

93

Wat mag het kosten?
Lasten/baten programma 8.
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 17.897.433 20.537.700 1.985.000 14.549.700 16.534.700 810.000 13.264.100 14.074.100 6.078.900 6.078.900 6.047.700 6.047.700 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 2.300.706 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000 34.000

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

15.596.727 9.932.285 4.275.762 940.204

20.503.140 11.191.840 9.311.300

16.500.700 7.951.000 memorie 8.549.700

14.040.100 6.916.400 memorie 7.123.700

6.044.900 31.200 memorie 6.013.700

6.013.700 memorie memorie 6.013.700

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie

94

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

95

96

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.9 Welzijn en (jeugd)zorg

Een voor alle Noord-Hollandse burgers algemeen toegankelijke sociale infrastructuur, met hoogwaardige voorzieningen op het gebied van (jeugd)zorg en tweedelijns welzijnsvoorzieningen

Productgroepen Sociaal beleidskader Volksgezondheid Jeugdhulpverlening (incl. Educatie en bijzondere onderwijsprojecten)

Portefeuillehouder Mw. drs. R. Kruisinga Mw. drs. R. Kruisinga A. Moens

Wat willen we bereiken?
A De provincie streeft naar een grotere mate van integratie, diversiteit en emancipatie. B De provincie streeft naar een goede sportinfrastructuur en een toename van sportdeelname, met speciale aandacht voor ouderen, jongeren en gehandicapten. C De provincie streeft naar een sluitende keten in jeugdbeleid voor de jeugd tussen de 4 en 23 jaar. D De provincie streeft naar een verhoging van de sociaal-culturele omgevingskwaliteit met speciale aandacht voor het platteland en sociale cohesie. E Alle inwoners van de provincie Noord-Holland kunnen 7 dagen per week en 24 uur per dag een beroep doen op de THD’.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

97

Indicator a./b/c/d Percentage gemeenten/instellingen dat tevreden is over de ondersteuning van de steunfunctie-instellingen. Percentage gemeenten/instellingen dat de ondersteuning daadwerkelijk heeft kunnen toepassen.

Doelstelling In 2005 wordt gestart met de welzijnsmonitor. De streefnormen voor 2008 worden bepaald op basis van het voor de welzijnsmonitor uit te voeren klanttevredenheidsonderzoek.

Rapportage In de Welzijnsmonitor. Beschikbaar: bij VJB 2006

e. Bereikbaarheid Telefonische hulpdienst

De streefnorm is: de telefonische hulpdiensten zijn 24 uur per dag bereikbaar. Deze norm is in de afgelopen jaren reeds bereikt.

Jaarverslagen THD’s Beschikbaar: bij VJB 2006

De provincie streeft naar een betere afstemming tussen vraag en aanbod in de jeugdzorg, zodat de gewenste zorg binnen landelijke geaccepteerde wachttijden voorhanden is. Bij bestuurders en beleidsmedewerkers van gemeenten is meer inzicht verkregen in de omvang van de problematiek rond schooluitval in eigen regio. Door middel van voorbeeldprojecten zijn mogelijkheden aan hen aangereikt om het percentage schooluitval terug te brengen en hierin mee te gaan in de landelijke richtlijn (terugbrengen van 15% naar 8% in 2010).
Indicator Doelstelling (Streefnorm en kengetal) 3.a.1 Aantal wachtenden voor geïndiceerde jeugdzorg (bij gelijkblijvende instroom). 3.a.2 Wachttijd in dagen. 3.a.1. + 2.Streefnorm: Het aantal wachtenden dat langer dan 45 werkdagen wacht op geïndiceerde jeugdzorg is eind 2008 gereduceerd tot nul. Rapportage (vindplaats) - Kwartaalrapportages aan de commissie Sociale Infrastructuur - Jaarverslag uitvoeringsprogramma jeugdzorg 3.a.3 Aantal wachtenden bij het AMK. 3.a.3 Streefnorm: Er is geen wachtlijst: na een melding van kindermishandeling start het onderzoek altijd binnen vijf werkdagen (de landelijke normtijd) in 2006. 3.a.4 Het aantal regio’s met een zorgstructuur rond scholen 3.a.4 Streefnorm: In alle 6 regio’s is rond onderwijs een zorgstructuur gerealiseerd 3 b. Percentage voortijdige schoolverlaters tussen de 18 en 24 jaar 3b. Streefnorm: Het onderzoeksrapport met aanbevelingen over o.a. een sluitende registratie is nog niet definitief. Zolang de registratie nog niet sluitend is, is het niet mogelijk hier een streefnorm voor 2006 te noemen. 3 In jaarverslag over 2006

98

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

a b c

Samenhangend voorzieningenniveau op het gebied van wonen, welzijn en zorg voor mensen met een zorgvraag in wijken en buurten. Goed gespreide standplaatsen voor het ambulancevervoer. Verbetering van collectieve en individuele behartiging van de zorgvragersbelangen.
Indicator a Aantal gemeenten waar een samenhangend voorzieningenpakket aanwezig is. b Ambulances die binnen 15 minuten na melding ter plaatse zijn. c Eén effectieve, slagvaardige organisatievorm i.p.v. 6 regiokantoren. Doelstelling Kengetal: In 2004 was in geen enkele gemeente een samenhangend voorzieningenpakket. Streefnorm: In 2009 is in minimaal 10 gemeenten een samenhangend voorzieningenpakket. In alle gemeenten (uitgezonderd Amsterdam) heeft de provincie een bijdrage geleverd aan een meer samenhangend voorzieningenpakket. Kengetal: Op dit moment komt 93% van de ambulances op tijd. Streefnorm: In geval van spoed is 95% (of meer) van de ambulances binnen 15 minuten na melding aanwezig. Kengetal: 6 regionale organisaties (RPCP’s) voeren het zorgvragersbeleid uit. Streefnorm: Eén effectieve, slagvaardige en professioneel aangestuurde zorgvragersorganisatie voor geheel NH, m.u.v. Amsterdam, samengesteld uit de huidige RPCP’s, m.u.v. APCP/Amsterdam; Rapportage De resultaten van de monitor van het WWZ stimuleringsprogramma (lijn 1) worden in Voor- en Najaarsbericht gepresenteerd. De resultaten van lijn 2 van het Stimuleringsprogramma (dvo’s Wijksteunpunten, Mantelzorg, Wonen Plus, Kleinschalige Woonvormen Dementerenden) worden periodiek per dvo gemonitord en gepresenteerd in VJB en NJB. Jaarlijks overzicht per regio van de behaalde prestaties. Tevens wordt gerapporteerd in de jaarstukken. Over de implementatie van de nieuwe organisatievorm in 2006 zal aan PS in voor- en najaarsbericht worden gerapporteerd .

informatie. Bovendien is er de mogelijkheid om sub-

Wat gaan we ervoor doen?
Sociaal Beleid
De provincie levert een bijdrage aan diversiteit, gelijkwaardigheid en zelfredzaamheid van haar burgers. Om dit te bereiken financiert de provincie 4 instellingen die het uitvoerend werk van gemeenten, instellingen en burgers ondersteunen op lokaal en regionaal niveau door het aanbieden van kennis en

sidie aan te vragen voor projecten waarin actuele maatschappelijke projecten op een nieuwe eigentijdse manier worden opgepakt. In 2006 willen wij de sportdeelname van de Noord-Hollandse burger verder stimuleren. Het provinciale welzijnsterrein wil door samenwerking met andere beleidsterreinen (zoals stedelijke vernieuwing, wonen,welzijn en zorg) bijdragen aan de oplossing van sociale problemen. Bovendien subsidieert de provincie de Telefonische

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

99

Hulpdiensten, waarbij wordt gestreefd naar 24 uurs bereikbaarheid. Ook de leefbaarheid op het platteland zal in 2006 onze aandacht hebben.

dicapten die zorg nodig hadden vaak naar een verzorgingshuis of instelling. Tegenwoordig willen de meeste ouderen en gehandicapten zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Daarom heeft de provincie een Stimuleringsprogramma voor Wonen, Welzijn en Zorg opgesteld. Met de invoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) krijgen de gemeenten de wettelijke taak om hiervoor te zorgen. Veel gemeenten hebben moeite om dit goed te regelen. Dat komt door een gebrek aan kennis, ambtenaren of geld. De provincie heeft, indien de gemeenten daarom verzoeken, de mogelijkheid om gemeenten waar nodig te ondersteunen. De komende jaren wordt het Stimuleringsprogramma WWZ verder uitgebreid: Lijn 1: de provincie stelt subsidie beschikbaar voor vijf nieuwe meerjarige voorbeeldgemeenten in het landelijk gebied. In deze voorbeeldprojecten wordt onder regie van de gemeente een compleet en samenhangend aanbod van wonen, welzijn en zorg gerealiseerd. Dit betekent dat er in de gemeente voldoende woningen zijn met zorg en welzijn voor ouderen en gehandicapten. Lijn 2: in alle andere gemeenten stelt de provincie subsidie beschikbaar voor:

Jeugdzorg
De provincie heeft een spilfunctie in de NoordHollandse jeugdzorg. Dat is de hulp voor kinderen en jongeren met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen en kinderen van wie het lichamelijke of psychische welzijn bedreigd wordt. De hulpverlening gebeurt door vier regionale jeugdzorginstellingen en een specialistische instelling die in verschillende provincies werkzaam is. Vaak vindt de hulpverlening plaats op verzoek van de jongeren en/of hun ouders. Het gebeurt ook dat de rechter bepaalt dat een kind of jongere beschermd moet worden. Er is dan sprake van justitiële jeugdbescherming of jeugdreclassering. Een bijzondere positie is er voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). De provincie subsidieert het AMK als onderdeel van het Bureau Jeugdzorg. De jeugdzorg kent wachtlijsten. De provincie zet extra geld in om die terug te dringen. Dit gebeurt met voorrang bij het AMK: daar moet de wachtlijst in 2006 helemaal weg zijn. Bij andere delen van de jeugdzorg moet hij in 2006 flink dalen. Wij zetten ons er ook voor in dat de hulp beter aansluit bij de vraag en voor de versterking van de positie van jeugdzorgcliënten. En op meer samenwerking op concrete onderwerpen tussen het gemeentelijke jeugdbeleid en de provinciale jeugdzorg.

Wijksteunpunten Breed (wijkgebouwen voor zorg, informatie en recreatie). Wonen Plus (diensten door vrijwilligers bij hulpvragers aan huis). Kleinschalige Woonvormen Dementerende (huizen voor dementerende ouderen). Mantelzorg (ondersteuning voor familie of vrienden die voor hulpbehoevende mensen helpen).

Daarnaast onderneemt de provincie in 2006 acties die ertoe moeten leiden dat er minder jongeren voortijdig de school verlaten.

Dak- en thuislozenbeleid en zwerfjongeren
Centrumgemeenten investeren onvoldoende in de problematiek van dak- en thuislozen/zwerfjongeren. Er zijn te weinig opvangplaatsen, er is onvoldoende aandacht voor preventie, ketenaanpak en reïntegratie. De provincie ondersteunt de gemeenten bij het

Intensivering lijn 1 en lijn 2 van het Stimuleringsprogramma Wonen, Welzijn en Zorg
De vraag naar zorg en welzijn neemt door de vergrijzing sterk toe. Vroeger gingen ouderen en gehan-

100

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

oplossen van deze knelpunten, waarbij een geïntegreerde aanpak centraal staat. Dat houdt in dat er aandacht is voor opvang, preventie, ketenaanpak en reïntegratie.

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Stimuleringsprogramma Wonen, welzijn, zorg Nota ‘ Zorg verbetert het leefklimaat in NH’ Deelverordeningen:
■ ■ ■

PS-datum
apr. 2004 okt. 2004

Wijksteunpunten breed Mantelzorg Kleinschalige woonvormen voor ouderen met dementie apr. 2005 dec. 2000 dec. 2004 febr. 2004 mei 2005 13 sept. ‘04 13 sept. ’04 (wordt aangepast 4 jul. ’05) dec. 2004 dec. 2004

Nota Ambulancezorg in Noord-Holland 2001-2004 Spreidingplan ambulancezorg in Noord-Holland 2001-2006 Kadernota Zorgvragersbeleid 2004-2007 Nota ‘ Projecten Extra investeringsimpuls voor zorg en welzijn, jeugdzorg en sociaal-culturele infrastructuur’ Sociaal Beleidskader 2005-2008 Deelverordening Sociaal Beleid Noord-Holland 2005 Beleidskader jeugdzorg 2005-2008 Aanvalsplan wachtlijsten jeugdzorg 2005-2008

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

101

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 80.885.748 70.747.100 92.796.000 92.796.000 91.747.600 91.747.600 87.421.200 87.421.200 82.490.000 82.490.000 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 59.035.966 50.749.400 65.048.600 65.048.600 65.048.600 65.048.600 65.048.600 65.048.600 65.048.600 65.048.600

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

21.849.782 4.872.547 16.977.235

19.997.700 2.881.400 17.116.300

27.747.400 1.515.200 26.232.200

26.699.000 152.000 26.547.000

22.372.600 memorie 22.372.600

17.442.300 memorie 17.442.300

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves 27.798 27.798 250.000 250.000 773.900 773.900 1.714.868 1.714.868 -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 2.954.500 68.722.500 67.948.600 64.934.200 64.934.200 64.934.200 64.934.200 64.934.200 64.934.200 64.934.200 64.934.200

Extra investeringimpuls Noord-Holland
De beleidsveranderingen in 2006.
Prod.Nr.
860 (EII ZW1)

Omschrijving
Vijf meerjarige WWZ-voorbeeldprojecten in het landelijk gebied

2006
€ 800.000

2007
€ 1.400.000

2008
€ 1.400.000

2009
€ 1.400.000

860 (EII ZW4) 860 (EII ZW5) 860 (EII ZW7)

Kleinschalig wonen voor mensen met dementie WonenPlus 2006 t/m 2007 Dak en thuislozen beleid/Zwerfjongeren

€ 1.080.000 € 375.000 € 250.000

€ 1.080.000 € 375.000 € 250.000

€ 1.080.000 – € 250.000

€ 1.080.000 – € 250.000

102

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

A Impulsprogramma Zorg-Infrastructuur.
Nr.
ZW1 ZW2 ZW3 ZW4 ZW5 ZW6 ZW7 ZW8 JZ1 JZ2 JZ3

Project
Vijf voorbeeldprojecten WWZ in kleine gemeenten (gestart in 2005) Wijksteunpunten Breed (gestart in 2005) Mantelzorg (gestart in 2005) Kleinschalig wonen voor ouderen met dementie Wonen plus b. Leefbaar Platteland 2: pilot-project Hartwinkels (gestart in 2005) Opvang zwerfjongeren en daklozen Stimuleren breedtesport/Sportinfrastructuur (gestart in 2005) Aanvalsplan Jeugdzorg (gestart in 2005) Aansluiting met gemeentelijk beleid (gestart in 2005) Zorgaanbod voor jongeren met ernstige gedragsproblematiek (gestart in 2005)

Geraamd bedrag
€ 5 miljoen € 11 miljoen € 1,5 miljoen € 4.320.000,€ 750.000,b. € 1,5 miljoen € 1 miljoen € 1 miljoen € 10,3 miljoen € 3,1 miljoen € 9 miljoen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

103

104

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.10 Kunst, cultuur en educatie

De provincie Noord-Holland streeft naar een hoogwaardig en toegankelijk aanbod van cultuur en naar behoud, versterking en ontwikkeling van het cultureel erfgoed.

Productgroepen RTV Noord-Holland Cultuur Cultureel Erfgoed Bibliotheekwerk

Portefeuillehouder A. Moens Mw. drs. R. Kruisinga

Wat willen we bereiken?
Er wordt in voldoende mate naar RTV N-H gekeken en geluisterd. De waardering voor de radio- en TV programma’s is voldoende.
Indicator a. Kijk – en luisterdichtheid naar RTV N-H in relatie tot de landelijk gemiddelde waarden bij regionale omroepen Doelstelling a. Streefnorm: Hoger of gelijk aan landelijk gemiddelde van alle regionale omroepen Rapportage a. Wij rapporteren jaarlijks in het derde kwartaal via het rapport ‘Kwaliteit en kwantiteit van de regionale omroep’.

b. Mate van waardering van de programma’s door de Programmaraad van RTV Noord-Holland

b. Streefnorm: Geen Provinciale doelstelling ivm de Mediawet

b. Jaarverslag van de programmaraad (onderdeel van de jaarlijkse rapportage)

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

105

De provincie streeft naar een kwalitatief hoogwaardig en goed toegankelijk aanbod van cultuur, met daarbij speciale aandacht voor de Jeugd.
Indicator a. Het percentage mensen dat deelneemt aan culturele activiteiten5). Doelstelling a. Streefnorm: 90%, excl.Amsterdam (Kengetal: in 2004 83%) b. Het aantal gemeenten dat cultuurbeleid 6) voert. b. Streefnorm: 43 (Kengetal: 33 in 2004) c. Streefnorm: 7 (Kengetal: 0 in 2004) b. najaarsnota 2006 c. najaarsnota 2006 Rapportage a. extern onderzoek in 2008

c. Het aantal steunfunctie-instellingen dat afspraken over product- en prestatie-analyse in het plan heeft opgenomen.

5) 6)

Culturele activiteiten zijn activiteiten op het gebied van theater, dans, beeldende kunst, media,muziek, literatuur en cultureel erfgoed. Gemeentelijk cultuurbeleid is visie-ontwikkeling op de culturele activiteiten die regulier onderdeel gaan vormen van het gemeentelijk beleid.

Een door cultuur(historie) geïnspireerde inrichting van de openbare ruimte waardoor de kwaliteit en de identiteit van gebieden wordt vergroot en meer bekendheid wordt gegeven aan de geschiedenis en identiteit van de verblijfsomgeving.
Indicator a Het aantal provinciale plannen waarin de cultuurhistorische component expliciete aandacht krijgt. Doelstelling a Streefnorm: 5 provinciale plannen. Rapportage a Voorjaarsnota 2006, najaarsnota 2006 en het jaarverslag 2006. b Het aantal projecten waarbij zowel de cultuuractoren als de cultuurfactoren zijn ingebracht in ruimtelijke ordeningsprocessen. b Streefnorm: 15 – 20 projecten. b Voorjaarsnota 2006, najaarsnota 2006 en het jaarverslag 2006. c Aantal archeologische vindplaatsen die bewaard kunnen worden door middel van financiële compensatie aan agrariërs en waarover publiciteit gegenereerd wordt. c Streefnormen: Groetpolder-de Gouw: 1 nieuw beschermd terrein van ca. 8 ha. Oer-IJ: 4 nieuwe vindplaatsen van ca. 5 ha. c Beleid is neergelegd in ‘Cultuur verbindt’ , op basis van het projectrapporten ‘Met zorg vereeuwigd’ en ‘Behoud en beheer van archeologische vindplaatsen in het Oer-IJ-gebied’. Er wordt gerapporteerd middels de voorjaarsnota, najaarsnota en de jaarrekening.

106

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

De provincie streeft naar een kwalitatief en goed toegankelijk netwerk van bibliotheekvoorzieningen, door middel van de vorming van basisbibliotheken en een adequate ondersteuningsstructuur.
Indicator a Aantal leden van bibliotheken Doelstelling a Streefnorm: jaarlijks 2% toename ledental ten opzicht van het jaar ervoor; Rapportage a wij rapporteren over het ledental 2005 met voorjaarsbericht 2006. b Aantal basisbibliotheken b Kengetal: 2 nieuwe basisbibliotheken juridisch gevormd (mei 2005). Streefnorm: minimaal 6 nieuwe basisbibliotheken zijn najaar 2006 gevormd; b tussentijds inhoudelijk verslag Bibliotheekvernieuwing NH in opdracht van OCW (mei 2006);

Wat gaan we ervoor doen?
Stelling van Amsterdam
De Stelling van Amsterdam heeft een grote cultuurhistorische en landschappelijke betekenis. De provincie Noord-Holland wil de Stelling behouden en versterken door voor de lange termijn (2020) in te zetten op de doelstellingen, zoals die in het Streekplan Noord-Holland Zuid zijn verwoord:
■ ■

is door het college van GS vastgesteld op 10 mei 2005. Vaststelling door PS is voorzien op 4 juli 2005.

Archeologie
In 2006 richt de provincie Noord-Holland zich ten aanzien van de archeologie op het realiseren van een open depot in gebouw Mercurius, het behouden van archeologische vindplaatsen in het landelijke gebied, de uitwerking van de gevolgen van het Verdrag van Malta en de actualisering van de archeologische monumentenkaart van Noord-Holland. Daarnaast blijft de provincie de huidige taken en bevoegdheden uitvoeren, zoals vondstmeldingen, het beheer van het archeologische depot en het toetsen van diverse plannen en besluiten op archeologische aspecten.

Behoud van de ruimtelijke samenhang. Versterken van de herkenbaarheid en de gebruikswaarden.

Dit is voor de kortere termijn tot 2008 vertaald in 4 deelthema’s:
■ ■

Het vergroten van de publieke toegankelijkheid. Het behouden, restaureren en toegankelijk maken van het militair-historisch complex. Het versterken van de ruimtelijke samenhang en de landschappelijke herkenbaarheid. Het vergroten van de economische betekenis.

Cultuurnota
In de Cultuurnota 2005-2008 (Cultuur Verbindt) worden drie kerntaken onderscheiden:
■ ■ ■

cultuureducatie; culturele planologie; cultuurbehoud.

Dit is uitgewerkt in het Gebiedsprogramma Stelling van Amsterdam 2005-2008 . Het Gebiedsprogramma Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Cultuurparticipatie (Actieplan Cultuurbereik)

De voorstellen in het kader van de begroting 2006 houden hier rechtstreeks verband mee.

2006
€ 1.057.257

2007
€ 1.057.257

2008
€ 1.057.257

2009

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

107

Een van de doelstellingen uit de Cultuurnota is het vergroten van de bekendheid en publieksbereik van erfgoed. Om dit te stimuleren, is de planning er op gericht om in 2006 een Erfgoed operationeel te hebben. Het Actieplan Cultuurbereik wil in samenwerking met gemeenten en scholen cultuurparticipatie vergroten en cultuureducatie verbeteren. Om het bezoek aan de musea te stimuleren, wordt bijgedragen aan de kwaliteitsverbetering van enkele musea. In het kader van cultuurbehoud wordt een speciaal accent gelegd op behoud- en beheerprogramma’s archeologie en de Stelling van Amsterdam. Provinciale Staten hebben bij besluit van 13 december 2004, nr.86 inzake de vaststelling van de provinciale cultuurnota 2005-2008 ‘Cultuur verbindt’ onder punt 14. het volgende besloten: “Voor de jaren 2005 tot en met 2008 jaarlijks een bedrag beschikbaar te stellen van € 1.057.257,- voor het Actieplan cultuurbereik 2005-2008. De dekking hiervoor te vinden in 2005 vanuit het surplus van de saldi reserve en dit te regelen bij het Voorjaarsbericht. Bij de programmabegroting 2006 zal worden aangegeven op welke wijze dekking voor de jaren 2006 tot en met 2008 zal plaatsvinden.” Als maatschappelijk effect streeft de provincie naar een kwalitatief hoogwaardig en goed toegankelijk aanbod van culturele voorzieningen met speciale aandacht voor de jeugd. Door het Actieplan Cultuurbereik uit te voeren, wordt het publieksbereik en de actieve deelname aan kunst en cultuur van de Noord-Hollandse bevolking (excl. Amsterdam) vergroot en de cultuureducatie in het onderwijs versterkt. Dit gaat op een dusdanige manier, dat leerlingen van 4 tot 18 jaar in een doorgaande leerlijn kennis opdoen van kunst en cultuur in hun omgeving. De doelstellingen zijn onder meer dat in 2008 minimaal 90% van de Noord-Hollandse bevolking (excl. Amsterdam) deelneemt aan culturele activiteiten, dat eind 2008 75% van de scholen een cultuureducatief

beleid heeft dat opgenomen is in het schoolbeleidsplan en dat eind 2008 in geheel Noord-Holland netwerken erfgoededucatie voor het voortgezet onderwijs functioneren.

Op 17 december 2003 zijn de staatssecretaris van OCW, het IPO en de VNG overeengekomen het Actieplan Cultuurbereik 2001-2004 wegens succes met vier jaar te verlengen. Aan het Actieplan Cultuurbereik 2005-2008 doen OCW, de 12 provincies en 30 grote gemeenten in Nederland mee. Voor het Actieplan Cultuurbereik stelt OCW, in de vorm van een brede doeluitkering, jaarlijks € 0,79 per inwoner beschikbaar mits Noord-Holland eenzelfde bedrag per inwoner beschikbaar stelt. Voor Noord-Holland komt dit op een jaarlijks bedrag van € 1.057.257,–, gebaseerd op het totale aantal inwoners minus de inwoners van Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Haarlemmermeer en Zaanstad. Deze vijf gemeenten hebben evenals Noord-Holland een aanvraag voor een specifieke uitkering voor het Actieplan Cultuurbereik 2005-2008 bij OCW ingediend. OCW heeft onze aanvraag goedgekeurd en bij besluit van 29 april 2005 aan Noord-Holland op grond van de Regeling uitkeringen cultuurbereik 2005-2008, voor de jaren 2005-2008 een specifieke uitkering verstrekt van in totaal € 4.229.028,– ( € 1.057.257,– per jaar). Een van de verplichtingen waaronder de bijdrage is versterkt, is die van medefinanciering: “De eigen bijdrage van uw provincie is ten minste even hoog als de verstrekte uitkering (artikel 6, eerste lid, sub a, Regeling uitkeringen cultuurbereik 20052008).”

108

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Cultuurnota 2005-2008 Uitvoering geven aan de vier pijlers: cultuurparticipatie, cultuureducatie, culturele planologie en cultuurbehoud. Cultuurparticipatie (Actieplan Cultuurbereik) Bibliotheekplan Noord-Holland

PS-datum
13-12-2004 13-12-2004 Maart 2003

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 33.361.451 31.970.700 31.897.700 31.897.700 29.899.900 29.899.900 29.871.300 29.871.300 29.529.000 29.529.000 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 6.519.827 3.532.800 4.315.600 4.315.600 4.369.000 4.369.000 4.449.800 4.449.800 4.505.900 4.505.900

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

26.841.624 4.733.553 1.207.100 22.315.171

28.437.900 5.315.000 1.107.100 24.230.000

27.582.100 2.175.400 1.107.100 26.513.800

25.530.900 1.336.500 1.107.100 25.301.500

25.421.500 2.055.400 1.107.100 24.473.200

25.023.100 1.300.000 1.107.100 24.830.200

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 461.000 615.000 2.288.200 1.638.500 1.638.500 1.638.500 1.638.500 1.638.500 1.638.500 1.638.500 1.638.500

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

109

E Impulsprogramma Sociaal-Culturele Zorg in brede zin.
Nr.
CC1 CC2 CC8

Project
Vergroting bekendheid en publieksbereik erfgoed Verbetering van museum aanbod Behoud en beheer archeologie

Geraamd bedrag
Reeds toegezegd € 100.000 Reeds toegezegd € 2.300.000 € 1,2 miljoen

110

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

111

112

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

2.11 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting

Ruimte bieden aan wonen, werken, natuur en vrije tijd in Noord-Holland Wij realiseren deze ruimte door in intensief overleg met onze omgeving op uitvoering gerichte plannen te maken voor nieuwe bouwlocaties, bedrijventerreinen/kantoorlocaties, groen- en watergebieden. Daarnaast beoordelen wij gemeentelijke plannen op passendheid in provinciaal en rijksbeleid, stimuleren wij in samenwerking met onze omgeving de woningbouwproductie en verlenen wij subsidies aan gemeenten voor stedelijke vernieuwing.

Productgroepen Strategische beleidsontwikkeling Realisatie ruimtelijk beleid Gemeentelijke plannen Stedelijke vernieuwing Wonen

Portefeuillehouder A.M.C.A. Hooijmaijers

A. Moens

Wat willen we bereiken?
Tussen 2005 en 2015 ruimte bieden in Noord-Holland Noord.
Indicator Doelstelling (Streefnorm en kengetal) Planologische vertaling van de projecten zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord (algemene indicator) Rapportage (vindplaats)

Ruimte geven aan 390 ha bedrijventerreinen.
Indicator Doelstelling (Streefnorm en kengetal) Tot 2015 kan er tenminste 390 hectaren bedrijventerrein worden gerealiseerd Streefnorm: 390 Kengetal: 390 Rapportage (vindplaats) Document: Ontwikkelingsbeeld NHN Moment: NJB

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

113

Ruimte geven aan 2056 hectaren nieuwe natuur voor de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur.
Indicator Aan de hand van opgaven die volgen uit het uitvoeringsprogramma NHN, indien noodzakelijk streekplanherziening(en) doorvoeren. Begin 2006, op basis van verkenning, keuze go/ no go voor de Noordboog (robuuste ecol. verbinding). Doelstelling Streefnorm: Verwerving van een deel van 800 ha (voornamelijk bollengrond) in het westelijk deel van de Noordboog) Kengetal: 240 ha in westelijk deel Noord boog in bezit (Wieringerrandmeer-project) Rapportage Document: Ontwikkelingsbeeld NHN Moment: NJB

Ruimte geven aan 825 hectaren voor wateropvang.
Indicator Volgens het provinciaal Waterplan hebben de waterschappen in 2006 de wateropgave per polder bepaald. Aanpak via fijnmazige maatregelen Doelstelling Streefnorm: Fijn-mazige maatregelen (niet in ha uit te drukken) Kengetal: Het kengetal is niet bekend Rapportage Document: Ontwikkelingsbeeld NHN Moment: NJB

Ruimte geven aan 34.500 woningen.
Indicator In 2006 hebben de drie regio’s een regionale woonvisie opgesteld waarin wordt opgenomen hoeveel woningen gerealiseerd gaan worden en op welke locaties Doelstelling Streefnorm: Plancapaciteit van in totaal 45.000 woningen (waarbij rekening wordt gehouden met een planuitval van 30%). Van de nog te zoeken plancapaciteit (7.400 woningen, inclusief planuitval: 9.600 woningen) dient 40% in het bestaand stedelijk gebied te liggen. Kengetal: 28.900 woningen in bestaande plannen, waarvan 8.000 in bestaand stedelijk gebied Rapportage Document: Monitor woningbouwproductie Moment: NJB

Tussen 2005 en 2015 ruimte bieden in Noord-Holland Zuid.
Indicator Doelstelling Kengetal: 161.400 7) Rapportage

7)

Dit is de ruimtelijke plancapaciteit in 2004 (gerekend moet echter worden met een planuitval van circa 30%).

114

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Ruimte geven aan 1.000 hectaren bedrijventerreinen.
Indicator a Eind 2006 door PS vastgestelde evaluatienota streekplan NHZ waarin duidelijkheid wordt gegeven of er nog steeds een zoekopgave is van 1.000 ha bedrijventerrein, op basis van:
■ ■ ■

Doelstelling Streefnorm: Niet bekend. Kengetal: 640

Rapportage Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: Jaarrekening

Monitor Ontwikkelingsstrategie (Schipholgebonden bedrijven) Nota ELM (naam?) Besluit over Wijkermeerpolder

b Uitwerking Haarlemmermeer- Bollenstreek met extra ruimte voor bedrijventerreinen tot 2030

Streefnorm: Max. 90 ha voor opvang tekort Zuid-Kennemerland Kengetal: geen

Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: Jaarrekening

Ruimte geven aan 5.600 hectaren groenvoorziening en recreatief groen.
Indicator In de periode tot 2030, 5.600 hectaren groen en recreatie planologisch mogelijk maken Doelstelling Streefnorm: 0 (prioriteit wordt voorlopig gegeven aan het realiseren van de bestaande groene plannen) Kengetal: 0 Rapportage Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: NJB

Ruimte geven aan waterberging.
Indicator a In 2006 wateropgave bekend voor Bovenkerkerpolder en Horstermeerpolder Doelstelling Streefnorm: Niet bekend Kengetal: 0 Rapportage Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: NJB b Eventuele start streekplanprocedure voor locatie waterberging in Haarlemmermeer-Zuid Streefnorm: 50 ha, 1 miljoen m_ Kengetal: 0

c Besluit over noodzaak calamiteitenberging in Ronde Hoep

Streefnorm: Niet bekend Kengetal: 0

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

115

Ruimte geven aan 166.000 woningen in de periode tot 2020, waarvan 155.000 woningen binnen Noord-Holland Zuid.
Indicator In 2006 vastgestelde streekplanuitwerking voor de ontwikkeling van Bloemendalerpolder-KNSF. Daarmee maken wij 4.500 woningen planologisch mogelijk. Doelstelling Streefnorm: Ruimte voor 4.500 woningen waarvan circa 700 woningen in de bebouwde kom van Muiden en Weesp Kengetal: 0 Rapportage Document: ‘Voortgang van de woningbouwcapaciteit in Noord-Holland Zuid’ (tussenbalans 2004), GS, 15 maart 2005 en Streekplan NHZ In 2006 vastgestelde gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek. Daarmee maken we ruimte voor 10 tot 20.000 woningen planologische mogelijk. Streefnorm: Ruimte voor 10.000 tot 20.000 woningen in uitleglocaties tot 2030 Kengetal: 0 Moment: NJB Document: Uitvoeringsprogramma streekplan NoordHolland Zuid Eind 2006 door PS vastgestelde evaluatienota streekplan NHZ waarin duidelijkheid wordt gegeven of de ambitie van 50% stedelijk verdichting uit het streeplan gerealiseerd kan worden. Ook wordt duidelijk of het noodzakelijk is de zoekopgave voor het gebied al dan niet te effectueren. Streefnorm: Plancapaciteit van circa 158.000 woningen (waarbij rekening wordt gehouden met een planuitval van 30%) Kengetal: 141.000 woningen in bestaande plannen, waarvan 106.400 in binnenstedelijke plannen Moment: NJB Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: Jaarrekening

Rood-voor-Groen concepten betrekken bij de streekplanuitwerkingen.
Indicator In 2006 realiseren wij tenminste 2 streekplan-uitwerkingen/-herzieningen (Bloemendalerpolder en Wieringerrandmeer) waarin het Roodvoor-Groen concept is verwerkt. Doelstelling Streefnorm: 2 Kengetal: 0 Rapportage Document: Streekplan Noord-Holland Zuid Moment: NJB

Een gevarieerd en voldoende woningaanbod in koop- en huur in Noord-Holland voor starters en senioren.
Indicator Gevarieerd aanbod: inventarisatie woningbouwplannen, incl. woonmilieus Voldoende: urgent tekort onder woningen voor starters Doelstelling Rapportage

Het verminderen van het tekort aan woningen onder starters en daarmee het terugdringen van de wachttijden.
Indicator Het tekort aan woningen voor starters Doelstelling Streefnorm: tekort van 17.775 woningen (2010) Kengetal: tekort van 32.000 woningen (2002) Rapportage Document: Monitor woningbouwproductie Moment: NJB

116

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bouw van 33.400 0-treden woningen en het creëren van 7.500 plaatsen in woonvormen voor verzorgd wonen in de periode 2005-2010.
Indicator Indicator voor senioren: het aantal 0-treden woningen en het aantal te creëren woonvormen voor verzorgd wonen. Doelstelling Streefnorm: 33.400 0 treden woningen (tot 2010) en 7.500 plaatsen in woonvormen (tot 2010) Kengetal: 0 Rapportage Document: Beleidsdocument VROM/VWS (2004) Moment: NJB

Versnelde bouw van 3.000 woningen in de provincie door inspanningen van de provincie in de periode 2004 tot en met 2007.
Indicator Het aantal woningen dat betrokken is bij aanjaagacties Doelstelling Streefnorm: 11.797 Kengetal: 4.943 (1-6 2004 t/m 1-6-2005) Rapportage Document: Voortgangsrapportage Wonen (1-7-2005) Moment: NJB

Leefbaarheid en vitaliteit in steden vergroten door te investeren in sociaaleconomische en fysieke ruimte van de steden.
Indicator a Aantal gemeenten dat is gestart met de uitvoering van ISVactiviteiten in 2006 Doelstelling Streefnorm: 25 gemeenten Kengetal: 0 Rapportage Document: Moment: JR

b Aantal gemeenten dat in aanmerking komt voor UNA-ISV middelen

Streefnorm: 6 à 10 gemeenten Kengetal: 0

Document: PS-besluit 03-6 Moment: NJB

Wat gaan we ervoor doen?

Rijk en de luchtvaartsector. Daarmee willen we komen tot de uitvoering van maatregelen die deze positie handhaven en versterken , alsook de main-

Strategische beleidsontwikkeling
Strategische Agenda Schiphol
Net als voorgaande jaren blijven wij ons inzetten op het behoud van de Mainport Schiphol om de internationale concurrentiepositie van de regio te handhaven en te versterken. In dit kader is in 2005 een convenant gesloten met onze regionale partners, het

portstrategie naar de metropolitane strategie te verruimen. Daarnaast blijven wij betrokken bij zowel de ontwikkelingen van de Mainport als de evaluatie van de Wet luchtvaart die in 2006 wordt afgerond. Wij voeren met onze regionale partners een actieve lobby om te zorgen dat Schiphol binnen de geldende milieu- en veiligheidsgrenzen kan groeien en daarmee haar Mainport- en HUB-positie kan handhaven. Daarmee

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

117

zijn behoud en groei van veel arbeidsplaatsen in de regio gemoeid. Wij zijn nu gereed om deze provinciale hoofdtaak tot uitvoering te brengen, maar hebben daar meer capaciteit voor nodig.

meer om Uitweg, de IJmeerverbinding en de schaalsprong Almere. Wij willen de besluitvorming van het Rijk ten gunste van het provinciale beleid beïnvloeden. Daartoe ontplooien we diverse activiteiten, zoals deelname aan diverse ambtelijke en bestuurlijke overleggen en afstem-

Uitvoeringsprogramma 4e Noordvleugelconferentie
De gezamenlijke overheden in de Noordvleugel van de Randstad hebben gekozen voor een verdergaande samenwerking om de internationale concurrentiepositie van de regio te versterken. Zonder samenwerking staat die positie op de tocht, terwijl dit gebied de economische motor van Nederland is. Wij spelen een belangrijke rol in deze samenwerking en dragen de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van een groot aantal afgesproken regionale acties (31 in totaal). De uitvoering van deze acties, hetgeen vaak in samenwerking met gemeenten plaatsvindt, heeft hoge prioriteit bij ons. Het betreffen activiteiten op het gebied van infrastructuur, woningbouw, economische ontwikkeling, die een lange uitvoeringstijd kennen. Daarnaast vervullen wij de rol van vicevoorzitterschap van de Noordvleugelsamenwerking. Wij zijn nu gereed om deze provinciale hoofdtaak tot uitvoering te brengen, maar hebben daar meer capaciteit voor nodig.

ming op Noordvleugelniveau.

Ontwikkelingsplanologie
De opgaven voor de provincie zijn groot. De druk op de ruimte in Noord-Holland neemt steeds meer toe. Van de provincie worden, als (boven)regionaal regisseur, heldere keuzes en beslissingen gevraagd. Wij willen op een adequate wijze invulling geven aan de omslag in het denken over de ruimte. De essentie is van ordenen naar ontwikkelen om te buigen. De koers is nog niet helemaal helder, want deze hangt ook af van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening. Daarin krijgenprovincies ruimere bevoegdheden dan in de huidige wet. Ontwikkelingsplanologie is een instrument van integrale gebiedsontwikkeling, waarin publieke en marktpartijen in een gezamenlijk proces streven naar verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, door uitvoering en financiering van een aantal samenhangende ruimtelijke projecten. Dit vraagt een pro-actieve en ontwikkelende rol van de provincie, naast de traditionele coördinerende en toetsende rol. In samenwerking met de provinciaal bouwmeester passen wij ontwikkelingsplanologie toe in situaties waarin ontwikkelingsgericht werken daadwerkelijk toegevoegde waarde heeft. In 2006 werken wij aan het verder uitbouwen van de ontwikkelingscompetenties (kennis, vaardigheden en attitude), waarover wij moeten beschikken wil gebiedsontwikkeling een succes worden. Deze actualiseringslag vindt plaats langs het spoor van ontwikkeling, vorming en training en via de toepassing van ontwikkelings-planologie in complexe projecten. Ontwikkelingsplanologie is een cruciaal instrument voor de provincie ter versterking van de samenwerking met gemeenten, maatschappelijke organisaties, marktpartijen en burgers.

Nota Ruimte en de Uitvoeringsagenda Nota Ruimte
a Partiële herziening: In 2005 hebben wij de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer/Bollenstreek uitgevoerd in opdracht van het ministerie VROM. Omdat deze gebiedsuitwerking op onderdelen verschilt met het huidige streekplan Noord-Holland Zuid, leidt dit in 2006 tot een partiële streekplanherziening. b Uitvoering Nota Ruimte: De gestarte realisatie van het uitvoeringsprogramma Nota Ruimte en de vertaling naar provinciale projecten zetten wij in 2006 voort. Het Rijk neemt in 2006 over een aantal projecten uit de Nota Ruimte na afronding van studies een definitief besluit. Het gaat onder

118

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Strategisch grondbeleid
De oprichting van een grondbank voor Laag-Holland hebben wij in 2005 geïnitieerd. Ook voerden we een kaderstellende discussie over de vormgeving van het provinciaal strategisch grondbeleid. Wanneer er voldoende samenwerkende partners voor een grondbank in Laag-Holland zijn gevonden, gaan wij in 2006 over tot een definitieve oprichting van de grondbank. In 2006 gaan wij ook over tot de implementatie en uitvoering van de kaders die door Provinciale Staten in 2005 zijn vastgesteld. Dit kan betekenen dat wij grondbeleidinstrumenten sterker inzetten voor een aantal nog te selecteren projecten uit de uitvoeringsprogramma’s van de twee streekplannen en hiervoor een organisatie opzetten.

Taskforce Intensief ruimtegebruik
Wij voeren de acties van de Taskforce intensief ruimtegebruik zodanig uitdat de verdichtingopgave in Noord-Holland Zuid een nader invulling krijgt. Ook krijgen gemeenten handvatten aangereikt voor de vraag, hoe intensief ruimtegebruik concreet vorm kan krijgen. Dit zal leiden tot een aantal adviezen en publicaties over de mogelijkheden tot ruimtewinst van woningbouw- en bedrijvenprojecten in de provincie en de selectie van een aantal best practices.

Gemeentelijke plannen
Actualisering bestemmingsplannen
Wij blijven bevorderen dat gemeenten hun verouderde bestemmingsplannen daadkrachtig actualiseren. Dit doen wij door de uitvoering van de gemeen-

Realisatie ruimtelijk beleid
Uitvoering Streekplan Noord-Holland Zuid: projectennota
Wij voeren het Streekplan Noord-Holland Zuid uit op de volgende onderdelen:

telijke plannen van aanpak te bewaken. Zonodig passen wij artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening toe. Dit artikel geeft ons de bevoegdheid gemeenten een aanwijzing te geven om het bestemmingsplan te herzien. Zo dragen wij er aan bij dat de ruimtelijke ordening is gebaseerd op actuele bestemmingsplannen engaranderen wij de burger rechtszekerheid.

afronding van de streekplanuitwerking voor Bloemendaler-polder/KNSF; voor het gebied tussen de A4/A5 en oude Schipholweg loopt de streekplanuitwerking op basis van een besluit dat is genomen over het al of niet omleggen van de A9; tevens herzien wij het streekplan in verband met de verlenging van de reserveringstermijn voor het banenstelsel Schiphol.

Implementatie herziene Wet op de ruimtelijke ordening
De herziene Wet op de ruimtelijke ordening treedt naar verwachting op zijn vroegst in 2007 in werking. Het is daarom noodzakelijk om in 2006 de nodige voorbereidingen te treffen. Zolang de wettelijke behandeling van het wetsvoorstel niet is afgerond, is het moeilijk te voorspellen of deze wijzigingen beperkt of ingrijpend van aard zijn. Mocht onze goedkeuring van door gemeenteraden vastgestelde bestemmingsplannen vervallen, zoals nu in het ontwerp zit, dan bouwen wij de Leidraad Provinciaal Ruimtelijk Beleid om naar een provinciale verordening. Dan bekijken wij ook welke maatregelen nodig zijn om gebruik te maken van de bevoegdheden om provinciale bestemmingsplannen te maken of pro-

Uitvoering streekplan Noord-Holland Noord: uitvoeringsprogramma
Wij voeren het Streekplan Noord-Holland Noord uit voor het volgende onderwerp: het project BES/CAL wordt door ons in 2005 met een bestuursovereenkomst bekrachtigd; de start van de realisering is voorzien in september 2006.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

119

vinciale projectprocedures (voorheen art. 19 WRO) te doorlopen.

Voorbereiding uitvoeringsprogramma Noordvleugelconferentie 2006
Deze activiteit draagt bij aan de versterking van de internationale concurrentiepositie van de regio. Dat

Wonen
Naar één woningmarkt voor huurwoningen in Noord-Holland
In 2006 zoeken we naar manieren om de burger meer keuze te geven bij het zoeken naar huurwoningen in Noord-Holland. We streven ernaar om grenzen tussen woningmarktregio’s te beslechten en het beschikbare aanbod aan huurwoningen op een inzichtelijke manier aan de woningzoekende te presenteren.

uit zich in handhaving en versterking van de werkgelegenheid en welvaart in de regio op de lange termijn (2030). De actie draagt ertoe bij, dat economische groei mogelijk wordt gemaakt. Aan de fysieke randvoorwaarden daarvoor wordt voldaan, door bijvoorbeeld voldoende en goede huisvesting en dito bedrijventerreinen te hebben. Daartoe moeten nu met het Rijk afspraken worden gemaakt over aantallen woningen, infrastuctuur, locaties en moet met de regio worden gesproken over bedrijventerreinen en kantorenterreinen, over de ontwikkeling en groei van Schiphol en dergelijke. Het betreft intensivering van bestaand beleid. De Noordvleugelactiviteiten en de bijdrage daaraan van de provincie zijn bestaand beleid. De uitvoering en onze ambitie daarin een stevige rol te spelen, vergen meer inzet dan is voorzien in het clusterplan Beleid en meer middelen dan is opgenomen in de lopende begroting. Bij de Voorjaarsbegroting 2005 zijn incidenteel extra middelen ter beschikking gesteld voor 2005 (tijdelijke inhuur/onderzoek en dergelijke). Het huidige voorstel is deze intensivering structureel te maken vanaf 2006. Het bedrag is bestemd voor: a a Inhuren externe expertise: 2006 € 225.000,–; 2007 t/m 2009 € 110.000,– per jaar. Onderzoek en advies. Op basis van de ervaringen

Aanjaagteam stimuleren woningbouwproductie
Dit betreft een aanjaagactie waar wij op maat én op locatie bijdragen om de woningbouwproductie te versnellen. In 2006 wordt een aantal probleemlocaties in Noord-Holland bijgestaan door dit aanjaagteam. Dit gebeurt zodanig, dat de woningbouwproductie op deze plek sneller gerealiseerd kan worden. Daarnaast bewaakt het aanjaagteam onze zoektocht naar mogelijkheden om onze eigen procedures waar mogelijk te verkorten. Dat moet op zo’n manier gebeuren, dat uitvoering van onze wettelijke taken niet onnodig vertragend werkt in het planproces.

Beleidsintensiveringen 2006.
Omschrijving
Noordvleugel Schiphol Stimuleren woningbouwproductie

2006
315.000 385.000 100.000

2007
200.000 250.000

2008
100.000 100.000

2009
100.000 100.000

120

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

van de afgelopen twee jaar is hiervoor jaarlijks een extra bedrag nodig van € 50.000,– voor advisering en € 40.000,– voor onderzoek.

schap en secretariaat, directeurenoverleg en de BRS en de voorbereiding en uitvoering van alle door de BRS aan ons opgedragen maatregelen; uitvoering van de door de BRS geaccordeerde maatregelen van het Uitvoeringsprogramma (dit is het verbreed mainport-programma korte termijn; projectopdrachten)

Op deze wijze leveren wij een volwaardige inhoudelijke bijdrage inzake het woningbouwprogramma, infrastructuur, werklocaties en groenontwikkeling aan het document voor de Noordvleugelconferentie 2006 en de activiteiten die voortvloeien uit het uitvoeringsprogramma van de Noordvleugel. De voortgang van de Noordvleugelactiviteiten is afhankelijk van de overeenstemming in de regio. Een mijlpaal in de uitvoering is de Noordvleugelconferentie 2006.

het bevorderen van het draagvlak en met het oog daarop structureren en afstemmen van de communicatie (communicatieplan); het ontwikkelen van een lange termijnvisie op de mainportontwikkeling (opdracht GS 17 mei 2005);

het (doen) leveren van bijdragen aan onder meer projecten in het kader van de Noordvleugel, gebiedsuitwerking Haarlemmermeer/Bollenstreek en inbreng in de rijksprojecten Mainport en Evaluatie

Strategische agenda Schiphol
Wij willen bijdragen aan een internationaal concurrerende vestigingsklimaat in de regio Schiphol. Het gaat ons om de ruimtelijk-economische ontwikkeling in de regio in de vorm van bedrijventerreinen, woningbouw, infrastructuur en ontwikkeling van de leefomgeving binnen de gestelde (milieu) randvoorwaarden. Sinds tweede helft 2004 hebben wij met de regionale samenwerkingspartners het beleid geïntensiveerd. Dit heeft geleidtot onder meer een Uitvoeringsprogramma korte termijn, gezamenlijk uitbesteed onderzoek en een gezamenlijk optrekken in rijksprogramma’s. Het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma houdt in dat wij ons gesteld zien voor een uitbreiding van de taken van het Schipholteam. Het gaat om het (doen) uitvoeren van onderzoek, procesbegeleiding en het inhuren van externe expertise, om de slagvaardigheid van de uitvoering te vergroten . De gevraagde middelen stellen het Schipholteam in staat om onze regionale verantwoordelijkheid te nemen voor:

Schipholwet (MEIS) De extra middelen maken de door BRS/GS gevraagde uitvoering van de eerder genoemde reeks maatregelen en projecten mogelijk. Samen met de regio maken wij over de twintig projecten die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma afspraken in een uitvoeringsconvenant, dat in het najaar is vastgesteld.

Mijlpalen in de uitvoering
Het uitvoeringsconvenant is opgedragen door het College en de BRS. Wij willen een blijvende proactieve rol in dit dossier spelen en gaan ervan uit dat opeenvolgende GS-colleges (2007-2011 en verder) deze politiek-bestuurlijke prioriteit voortzetten. De gevraagde extra middelen zijn bestemd voor realisering van de in het uitvoeringsconvenant vervatte maatregelen en de daaruit te starten projecten. Voor deze projecten dragen wij deels financiële verantwoordelijkheid, maar ook willen wij met samenwerkingspartners afspreken voor welke projecten zij verantwoordelijkheid nemen. De belangrijkste mijlpalen die wij willen halen, zijn:
■ ■ ■

de aansturing van ons strategische Schipholteam; de regionale werkgroep Bestuurlijke Regio Schiphol (BRS) : het voeren van het voorzitters-

sluiten uitvoeringsconvenanten: 10-2005 bepalen lange-termijnstrategieën: 11-2005 afronding Economische Effect rapportage: 11-2005.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

121

Noordvleugelconferentie: 11-2005 (resultaten EER, uitvoeringsconvenant en diverse onderzoeken). Aanjagen uitvoeringsproces: geheel 2006. (eventuele) streekplanherziening baanherconfiguratie: 3-2006. lange-termijnvisie in PS: 3-2006. participatie in de Evaluatie Schipholwet Tweede Kamer; 4/5-2006. implementatie communicatie en draagvlakstrategie: geheel 2006. inbreng in het rijkstraject Mainport Schiphol: geheel 2006.

Dit moet uiteindelijk leiden tot enerzijds financiële doorlichtingen en adviezen voor locaties met financiële knelpunten daar waar dat volgens provinciaal beleid van belang is en kansrijke locaties die met een kleine impuls versneld kunnen worden. Anderzijds gaat het ook om de inhuur van maatwerkexpertise die ervoor zorgt dat de stagnatie in de ontwikkeling van een woningbouwlocatie wordt doorbroken en gaat het om de organisatie van enkele themabijeenkomsten op maat. Om de uitvoerbaarheid hiervan te waarborgen, is dit zeer zeker een beleidsaccent wat betreft bewaking en actie van proces en resultaten.

■ ■

■ ■

Stimuleren woningbouwproductie
Wij willen de planvorming en realisatie van woningbouwopgaven versnellen door gemeenten te stimuleren met maatwerkacties, procedureversnelling en inzet van expertise. Wij zijn van plan het bestaande beleid te intensiveren. In juli 2005 nemen wij kennis van de Voortgangsrapportage van de activiteiten in 2005. In oktober 2005 wordt op basis van een evaluatie een go/no gobesluit voor 2006 genomen. Wij bieden ons besluit aan Provinciale Staten aan in het vierde kwartaal van 2005. De bijbehorende kosten bedragen € 80.000,– voor inhuur expertise/menskracht en € 20.000,– voor communicatie. (werkconferenties) Meerjarige beleidsnota’s en verordeningen.
Vigerende meerjarige beleidsnota’s en verordeningen
Ontwikkeling NHN, incl. uitvoeringsprogramma Streekplan NHZ, incl. uitvoeringsprogramma Streekplanuitwerking Randzone Saendelft Streekplanuitwerking Westrand Streekplanuitwerking Bedrijventerrein Amstelveen Streekplanherziening Parkeernorm Zuidas Streekplanherziening Ruimte voor Water Beleidsnota Regionale Woonruimteverdeling in NH Provinciale beleidskader Stedelijke Vernieuwing in NH 2005-2009 Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing ISV II 2005-2009

Mijlpalen in de uitvoering
Cruciaal is het go/no-go besluit in het najaar. Op grond daarvan bepalen wij of en zo ja, welke mijlpalen gehaald moeten worden in 2006. Onze verwachtingen zijn: een toename van het aantal te bouwen woningen en een versnelling van het proces.

PS-datum
2004 2003 2004 2005 2005 2005 2005 2004 2005 2004

122

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Wat mag het kosten?
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 39.611.209 34.893.700 800.000 26.665.600 27.465.600 450.000 23.543.900 23.993.900 200.000 23.335.500 23.535.500 200.000 23.335.700 23.535.700 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 29.357.115 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000 20.000.000

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

10.254.094 8.509.142 1.815.100 3.560.052

14.893.700 7.753.600 1.315.100 8.455.200

7.465.600 4.233.900 1.315.100 4.546.800

3.993.900 1.764.700 1.315.100 3.544.300

3.535.500 1.500.000 1.315.100 3.350.600

3.535.700 1.500.000 1.315.100 3.350.600

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves -

Saldo activering

-

-

-

-

-

-

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen 10.422.000 18.000.000 20.205.600 20.000.000 20.259.800 20.000.000 20.309.800 20.000.000 20.365.900 20.000.000 20.365.900

Moties
Aanzet tot uitwerking motie 14-10 Aan de motie wordt uitvoering gegeven door de wens van PS aan de orde te stellen in een vergadering van de Bestuurlijke Kerngroep Noordvleugel. Of de suggestie daar gevolg vindt, is echter de vraag, want: I In de Noordvleugelconferentie van 4 februari 2005 is aan de orde geweest wanneer een volgende Noordvleugelconferentie zou moeten plaatsvinden en zijn diverse onderwerpen

genoemd, waaronder groen en landschap, dat overigens door gedeputeerde Hooijmaijers is ingebracht. Besloten is om in oktober/november 2005 een vijfde conferentie te organiseren. In die conferentie wordt de balans opgemaakt van de vier eerdere conferenties. De kwestie van de 20.000 woningen kan dan aan de orde komen en de actiepunten van de vierde conferentie worden nagelopen. Daarnaast wordt teruggekoppeld over het Programma Noordvleugel van minister Peijs en wordt gekeken of er aanbevelingen kun-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

123

nen worden gedaan voor de projecten in dat programma. Er is nadrukkelijk besloten nu geen conferentie over groen en water te beleggen. De reden om het niet te doen, was dat er gemeenteraadsverkiezingen zijn in het voorjaar van 2006 en men voor die tijd de uitkomst wil hebben afgerond van de vierde conferentie. Momenteel is de volgende conferentie volop in voorbereiding. II De Noordvleugelsamenwerking bestaat uit ongeveer 30 overheidspartijen die gezamenlijk hun agenda bepalen. Het is de vraag of NoordHolland, ondanks dat zij een belangrijk partner in de Noordvleugel is, nu haar partners kan overtuigen om een recentelijk gezamenlijk genomen besluit te veranderen. III De provincie Utrecht maakt geen deel uit van de Noordvleugel en samenwerking met Utrecht op het gebied van groen en landschap vergt dus een andere constellatie van samenwerking. Dit vraagt voorbereiding en dus tijd. IV Het programma Noordvleugel van minister Peijs bevat geen expliciete groen- en landschapprojecten. Als thema is het wel genoemd in dit programma. Vanuit de Milieufederatie, Amsterdam en Noord-Holland wordt daarom een bijeenkomst op ambtelijk niveau belegd in oktober 2005. Deze bijeenkomstmoet leiden tot een eerste aanzet van een gemeenschappelijke visie op het thema groen en landschap. Als dit verrassende resultaten oplevert, worden deze waarschijnlijk onder de aandacht gebracht in de Noordvleugelconferentie van 18 november aanstaande.

124

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Staf en ondersteuning
Lasten/baten staf en ondersteuning.
Exploitatie Rekening 2004 Lasten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal lasten 2.577.932 3.633.300 6.682.400 6.682.400 6.681.900 6.681.900 6.681.400 6.681.400 3.675.700 3.675.700 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Baten Beleidsaccenten Bestaand beleid Totaal baten 1.784.800 1.690.600 1.569.200 1.569.200 1.586.200 1.586.200 1.603.700 1.603.700 1.621.900 1.621.900

Resultaat voor bestemming Onttrekking reserves Storting reserves Resultaat na bestemming

791.132 -

1.942.700 -

5.113.200 -

5.077.700 -

5.095.700 -

2.053.800 -

Investeringen Beleidsaccenten Bestaand beleid Bijdragen derden Onttrekking reserves 1.956.772 3.378.285 memorie memorie memorie memorie -

Saldo activering

1.956.772

3.378.285

memorie

memorie

memorie

memorie

Voorzieningen Onttrekking voorzieningen Storting voorzieningen -

Toelichting staf en ondersteuning
In het overzicht Staf en ondersteuning zijn de lasten en baten weergegeven betreffende het voormalige provinciaal personeel (wachtgelduitkeringen e.d.), het voormalig personeel van gesubsidieerde instellingen (subsidies in kosten wachtgelduitkeringen) en het voormalig personeel van het ziekenhuis Santpoort (kosten boetes IZR en IZZ e.d.) . Voorts zijn

daarin begrepen de lasten en baten betreffende eigendommen niet voor de openbare dienst bestemd (bijv. opbrengst huren panden) en de opbrengsten van catering en drukwerk. Ook zijn daarin opgenomen de vergoedingen voor werkzaamheden verricht voor derden (bijv. via detacheringen).

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

125

Financiering en algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Financiering en algemene dekkingsmiddelen.
Rekening 2004 Direct beïnvloedbare kosten: Apparaatskosten Stelposten + onvoorzien Niet direct beïnvloedbare kosten: Storting in reserves torting in voorzieningen Afschrijvingskosten (dis)agio Totaal lasten Baten Bruto renteresultaat Provinciefonds Dividenden Opcenten motorrijtuigenbel. Onttrekking reserves Stelposten Overige baten Totaal baten Saldo 207.869.533 25.555.300 106.930.200 7.939.900 114.700.000 123.849.165 3.400.000 1.750.000 384.124.565 237.432.565 29.527.900 110.040.200 7.939.900 121.700.000 96.025.700 6.485.600 1.750.000 373.469.300 233.554.900 21.719.500 115.266.400 7.939.900 122.900.000 58.601.800 7.421.300 1.750.000 335.598.900 206.210.700 19.825.800 119.274.600 7.939.900 124.100.000 25.284.800 7.421.300 1.750.000 305.596.400 172.483.800 17.478.400 121.966.000 7.939.900 127.700.000 8.452.800 8.478.600 1.750.000 293.765.700 156.843.900 146.692.000 16.359.700 8.071.800 20.245.200 386.700 2.780.100 139.914.400 11.245.200 402.200 1.289.800 129.388.200 11.295.200 418.300 888.400 133.112.600 11.295.200 435.100 136.921.800 112.038.300 10.222.200 106.517.100 9.985.300 105.040.100 11.410.900 110.394.000 10.116.700 113.365.400 11.826.000 Begroting 2005 Raming 2006 Raming 2007 Raming 2008 Raming 2009

Toelichting Financiering en algemene dekkingsmiddelen
In het overzicht Financiering en algemene dekkingsmiddelen zijn de lasten en baten weergegeven welke niet in de programma’s en het overzicht Staf en ondersteuning zijn opgenomen. De belangrijkste onderdelen worden hieronder toegelicht.

de productenraming 2006 aan de hand van de op te stellen clusterplannen (voorheen afdelingsplannen). De dalende trend in de eerste jaren houdt verband met de bezuinigingstaakstelling op de apparaatskosten in samenhang met het reorganisatieproces.

Stelposten plus onvoorzien
Conform het bij de kaderbrief 2006 geactualiseerd financieel kader van het collegeprogramma en op basis van verdere GS-besluitvorming zijn de volgende stelposten in de begroting en meerjarenraming verwerkt:

Apparaatskosten
De apparaatskosten zijn als een stelpost in de programmabegroting 2006 opgenomen. Deze zijn nog niet verdeeld over de diverse programma’s resp. productgroepen. Dit zal (evenals vorig jaar) gebeuren in

126

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Omschrijving stelpost lasten Stelpost Infra/Normkosten Stelpost Nota “Toekomstvast openbaar vervoer” Stelpost prijscompensatie gesubsidieerde instellingen Stelpost prijsstijgingen Stelpost structureel baggeren Stelpost onvoorziene uitgaven Totaal lasten

2006 7.899.900 740.000 85.000 60.400 1.200.000 9.985.300

2007 1.478.400 740.000 85.000 2.907.500 5.000.000 1.200.000 11.410.900

Omschrijving stelpost baten Stelpost afrekeningsverschillen Stelpost verwachte onderuitputting Stelpost professionalisering inkoop en bezuiniging materiële apparaatskosten Stelpost bezuinigingen programmabegroting 2006 Totaal baten

2006 1.000.000 500.000 1.242.900 3.742.700 6.485.600

2007 1.000.000 1.742.900 4.678.400 7.421.300

Stortingen reserves en voorzieningen en onttrekkingen
Voor een specificatie van de stortingen in reserves en voorzieningen en van de geraamde onttrekkingen wordt verwezen naar de bijlagen 5.7 en 5.13.

Dividenden
De dividendopbrengsten voor 2006 en volgende jaren zijn geraamd op € 7.939.900. Een specificatie van het geraamde bedrag luidt als volgt: NV NUON NV PWN NV Afvalzorg NV BNG SADC NV NV NWB Totaal € 5.000.000,– € 476.500,– € 1.111.800,– € 1.171.900,– € € 127.600,– 52.100,–

Bruto renteresultaat
De vanaf 2007 zichtbare jaarlijkse daling van de renteopbrengst houdt met name verband met de te verwachten terugloop van de FINH- en UNA-middelen. Ook is er rekening mee gehouden dat de omvang van de bestemmingsreserves per saldo zal teruglopen. In het “Overzicht van het renteresultaat en de kapitaallasten” (staat 5.8) wordt een specificatie gegeven van het voor 2006 geraamde renteresultaat.

€ 7.939.900,–

Opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB)
Voor een toelichting op de raming voor 2006 e.v. wordt verwezen naar de paragraaf Provinciale heffingen (hoofdstuk 3.1).

Provinciefonds
De ramingen van de uitkering uit het Provinciefonds voor 2006 en volgende jaren zijn gebaseerd op de gegevens van de junicirculaire 2005 van de Minister van BZK. In hoofdstuk 4.2 (Financieel kader) is een nadere specificatie van de geraamde bedragen voor de jaren 2006 t/m 2009 opgenomen.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

127

128

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

3

■ ■ ■ ■

Paragrafen

Het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft de volgende paragrafen voor:
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Het is toegestaan om naar eigen inzicht paragrafen toe te voegen. Voor de programmabegroting 2006 zijn twee aanvullende, niet verplichte paragrafen opgenomen:

Provinciale heffingen. Weerstandsvermogen. Onderhoud kapitaalgoederen. Financiering. Bedrijfsvoering. Verbonden partijen. Provinciaal grondbeleid.

Provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur (PMI); Extra investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H).

Deze nieuwe paragrafen benadrukken het karakter van de investerende provincie. De beleidskaders voor het komende begrotingsjaar worden voor het PMI samengevat in deze paragraaf. Het PMI zelf blijft een afzonderlijk statenstuk. De paragraaf legt een duidelijke relatie tussen de geplande investeringen en de in de begroting beschikbaar gestelde kapitaallastenbudgetten.

Deze paragrafen lichten de beleidslijnen toe van beheersaspecten met grote financiële invloed, grote politieke betekenis of aanzienlijk belang voor de realisatie van beleidsprogramma’s. De provincie heeft de paragrafen het afgelopen jaar verbeterd, rekening houdend met de opmerkingen en adviezen die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties als toezichthouder op de begroting 2005 heeft gegeven. Met name de paragrafen Onderhoud kapitaalgoederen en Bedrijfsvoering zijn aangepast. In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen is een veel betere relatie gelegd met het sinds kort in werking zijnde jaarplan onderhoud (JPO) en het meerjarenplan onderhoud (MPO).

De paragraaf Extra Investeringsimpuls NoordHolland brengt alle onder dit investeringsprogramma vallende projecten tezamen. Dat is noodzakelijk vanwege de beleidsmatige verantwoording, omdat deze projecten investeringen bevatten die zullen worden geactiveerd en omdat deze investeringen subsidies bewerkstelligen in beleidsvelden zoals zorg, welzijn en cultuur.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

129

3.1 Provinciale heffingen
1 Inleiding
Belastingheffing is bedoeld ter financiering van collectief tot stand gebrachte voorzieningen. Bij de voortbrenging van overheidsvoorzieningen (allocatie) hebben lagere overheden veel mogelijkheden om eigen beleid te voeren, mede omdat het profijt van veel voorzieningen beperkt blijft tot het grondgebied van die lagere overheid. Een eigen belastinggebied leidt tot een scherpere afweging tussen de baten van overheidsvoorzieningen en de op te leggen lasten aan burgers en bedrijven. In het besluitvormingsproces verdient het eigen belastinggebied daarom een eigen plaats. In het duale stelsel normeren en controleren provinciale staten. Doel van deze paragraaf is provinciale staten de beleidslijnen van de diverse onderdelen te kunnen laten vaststellen en controleren. In het collegeprogramma 2003-2007 wordt bij het financieel kader aangegeven dat de dekking van de uitgaven voor mobiliteit moet plaatsvinden vanuit de enige provinciale belasting: de provinciale opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting (“de opcenten”). De opcentenheffing is een zuivere belasting, wat betekent dat de opbrengst ervan bestemd is als algemeen dekkingsmiddel.

2 3

Heffingen: uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Retributies: individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard.

In deze paragraaf geldt de provinciale terminologie voor lokale lasten:
■ ■

algemene belasting: de opcenten. heffingen: de Grondwaterheffing, de Ontgrondingenheffing en de Nazorgheffing gesloten stortplaatsen; retributies: leges (in de Provinciewet rechten genoemd).

3 Beleidsmatige aspecten van lokale lasten 3.1 Besteedbaar inkomen/lastendruk

Belastingheffing heeft direct invloed op het besteedbaar inkomen van de burger. Wettelijk is vastgelegd dat het de provincie niet vrij staat onderscheid te maken tussen haar inwoners of bedrijven aan te brengen. Het inkomensbeleid is een primaire verantwoordelijkheid van het rijk. De provinciale opcentenheffing heeft, gelet op de geringe financiële invloed en op de groep van belastingplichtigen, nauwelijks tot geen relatie met sociale aspecten en armoedebeleid. Daarom laten zowel de provinciale belasting als de heffingen, mede door hun aard, geen kwijtschelding toe. Provinciale belastingen zijn mede, al is het in geringe mate, bepalend voor de collectieve lastendruk en dus voor de omvang van het besteedbaar inkomen. Vandaar dat de rijksoverheid, via de monitor lokale lastendruk, de tariefontwikkelingen van lokale belastingen en heffingen nauwlettend volgt.

2 Wat zijn lokale lasten?
Lokale lasten zijn inkomsten voor de provincie, betaald door de burgers. Deze inkomsten worden verkregen op grond van publiekrechtelijke regels. Het zijn voornamelijk belastingen en heffingen, die de provincie op grond van wettelijke bepalingen oplegt aan haar inwoners en (in veel mindere mate) het bedrijfsleven. Lokale lasten omvatten: 1 Belastingen: uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening in het algemeen belang, maar ook publiek - individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting;

3.2

Legitimering overheid(soptreden)

Wat krijgt de burger terug voor de betaling aan de provincie? Er moet sprake zijn van een zeker evenwicht tussen het ervaren van overheidsoptreden en de hoogte van het te betalen bedrag. In de provincie-

130

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

wet is vastgelegd dat heffingen en leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Een provincie mag derhalve geen winst maken c.q. er mogen geen baten uit heffingen en leges toevloeien naar de algemene middelen. Bij overtreding hiervan kan de rechter de desbetreffende heffingsverordening onverbindend verklaren.

groot de financiële druk op de groep die wél belastingplichtig is en veroorzaakt een grotere discrepantie tussen betalers en niet-betalers. De invoering op termijn van een kilometerheffing of andere vorm van beprijzing kan de mogelijkheid tot het heffen van provinciale opcenten onder druk zetten. In voorstudies wordt de zogenaamde ingezetenenheffing gezien als belangrijkste vervanger voor de moge-

3.3

Algemene dekkingsmiddelen

lijk wegvallende opcentenheffing. Het moge duidelijk zijn dat een keuze voor deze heffingsvorm leidt tot een forse verschuiving in lastendruk tussen de nu wel en niet in de provinciale belastingheffing betrokken belastingplichtigen.

De opbrengst uit de provinciale opcentenheffing geldt als algemeen dekkingsmiddel. De totale omvang van deze inkomsten wordt voor de begroting 2006 geraamd op € 121,7 mln. Dit is ruim een kwart van de uitgaven die de provincie voor haar eigen exploitatie aanwendt.

5 Uitwerking van het provinciale beleid
Een beleid gericht op de kostendekking vergt inzicht in de kostenstructuur en de kostentoerekening. Dit beleid richt zich op de heffingen en rechten waarvoor wettelijk is vastgelegd dat de provincie slechts bepaalde respectievelijk de volledige kosten in de heffingstarieven mag doorberekenen en daarop geen winst mag maken. Dit beleid dient dan ook te beginnen met een adequate kostenbeheersing. Daarnaast dient er een concrete kostentoerekening aanwezig te zijn. Met het financiële systeem SAP, het tijdschrijven en het maken van kostenberekeningen zijn de instrumenten daartoe voorhanden. In het collegeprogramma wordt aangegeven dat leges in eerste instantie kostendekkend worden door kostenverlaging (het optimaliseren van efficiency) en in tweede instantie door inkomstenverhoging. Dit houdt in dat nog niet kostendekkende legestarieven worden opgetrokken en dat tarieven die meer dan kostendekkend zijn worden verlaagd tot op maximaal kostendekkend niveau.

4 Beleidsuitgangspunten lokale lasten 4.1 Belastingdruk

In het collegeprogramma 2003-2007 is afgesproken om bezuinigingen op de uitkering uit het Provinciefonds op te vangen met ombuigingen van de uitgaven. Nieuw beleid dient binnen het kader van de inkomsten te worden gefinancierd. Tijdens het beleidsdebat 2006 bevestigden Provinciale Staten dat de Extra investeringsimpuls NoordHolland (EXIN-H) mede gefinancierd wordt uit een opcentenverhoging. Op 26 september 2005 besluiten Provinciale Staten over de financiële dekking van de EXIN-H (deels door zogenoemde “vrije” UNAmiddelen, deels door een eventuele opcentenverhoging). Pas na die besluitvorming is duidelijk of en hoeveel de belastingdruk toeneemt. Het sinds 1 april geldende tarief van 52,7 opcenten is vastgesteld bij besluit van provinciale staten van 8 december 2003, nr. 80 (Provinciaal blad 2003/57).

6 Noord-Hollandse opcentenheffing 4.2 Profijt en belastingdruk interprovinciaal vergeleken
Als meerjarig referentiemateriaal kunnen de opcententarieven van andere provincies gebruikt worden. Op basis van hun en onze opcententarieven en het percentage van het jaarlijks wettelijk vastgesteld maximum aantal opcenten dat de provincies mogen heffen, Hoewel het profijtbeginsel zich sterker manifesteert bij heffingen dan bij belastingen, is een aanzienlijk deel van de Noord-Hollandse burgers en vrijwel het gehele bedrijfsleven niet betrokken bij in de opcentenheffing. Een verhoging van het opcententarief ver-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

131

ontstaat inzicht in de onderlinge verschillen en in de (on)benutte belastingcapaciteit. Het maximum aantal opcenten dat provincies mogen heffen is 99.0 per 1 april 2005 en 102,4 vanaf 1 april 2006. Aangetekend wordt dat de tarieven van de andere provincies voor 2006 nog voorlopig zijn en nog vastgesteld dienen te worden door hun provinciale besturen. Interprovinciaal is er in 2006 opnieuw sprake van een meer dan trendmatige tariefstijging. Noord-Holland, dat veruit het laagste opcententarief hanteert, blijft daar bij ongewijzigd beleid sterk bij achter.

bedraagt € 111,9 mln in 2006 en € 116 mln structureel bij het huidige tarief van 52,7 opcenten.

8 Overige heffingen 8.1 Legesheffing (begroting, diverse

producten onder kostensoort 8110000)
Leges, zogenaamde rechten of retributies, zijn betalingen die de overheid krachtens algemene regels vordert ter zake van een concrete, door haar individueel bewezen dienst. Het betreft werkzaamheden die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Daarmee onderscheiden de retributies zich van belastingen. Zuiver publiekrechtelijke handelingen van de overheid, zoals het verlenen van vergunningen of ontheffingen, zijn diensten in deze zin. De opbrengstnorm, vermeld in artikel 225 Provinciewet, bepaalt dat de tarieven in een belastingverordening waarin gebruiks- of genotsretributies zijn geregeld, zodanig moeten worden vastgesteld dat de geraamde baten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. In totaal wordt er in 2006 een opbrengst van ruim € 0,6 mln aan leges geraamd. De meest recente legesverordening is door provinciVoorlopig tarief 2006
61,0 75,0 75,9 73,1 62,5 78,1 71,7 52,7 71,8 68,3 69,3 71,1 69,3 76,0 76,8 77,4 74,0 63,4 79,0 74,1 52,7 72,2 69,7 69,3 75,3 72,8

7 Opcenten, beleid en cijfers 2005 (begroting programma 10, productnummer 020)
In het Collegeprogramma 2003-2007 wordt aangegeven dat de dekking van de uitgaven voor mobiliteit vanuit de opcenten, in het licht van de te verwachten financiële kortingen van rijkswege, opwaarts moet worden bijgesteld om de (extra) uitgaven en inkomsten voor mobiliteit in balans te houden. Dit leidde tot een tariefsverhoging van 10 opcenten op 1 april 2004. De opbrengst per opcent in 2006 wordt geraamd op ongeveer € 2,3 mln. Bij een tarief van 52,7 opcenten geeft dit een verwachte opbrengst van € 121,7 mln. De onbenutte belastingcapaciteit
Naam provincie Tarief opcenten 2005
Friesland Groningen Drenthe Overijssel Flevoland Gelderland Utrecht Noord-Holland Zuid-Holland Noord-Brabant Zeeland Limburg Provincies gemiddeld

Maximumtarief 2005 / 2006
99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4 99,0 / 102,4

% benut 2005 / 2006
61,6 / 74,2 75,8 / 73,7 76,6 / 75,6 73,8 / 72,3 63,1 / 61,9 78,9 / 77,2 72,4 / 72,4 53,2 / 51,5 72,5 / 70,5 69,0 / 68,1 70,0 / 67,7 71,8 / 73,5 70,0 / 71,1

132

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

ale staten vastgesteld bij besluit van 8 december 1997, nummer 64 (Provinciaal blad 1997/72), de meest recente tarieventabel bij besluit van 6 december 2004, nummer 92 (Provinciaal blad 2004/67).

8.3

Grondwaterheffing

(begroting programma 4)
In artikel 48 van de Grondwaterwet is aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid toegekend om bij wijze van een provinciale belasting een heffing in te stellen wegens het onttrekken van grondwater. De heffing is bestemd ter bestrijding van een groot deel van de ten laste van de provincie komende kosten die zijn verbonden aan het grondwaterbeheer, waaronder het tegengaan van verdroging in bepaalde gebieden. De kosten/batenverhouding wordt bij balansvoorziening geregeld. Heffingsplichtig zijn de onttrekkers van 10.000 m_ of meer grondwater per heffingsjaar. Het tarief bedraagt € 0,00808 per m2 netto onttrokken grondwater. In 2006 wordt een opbrengst geraamd van € 0,8 mln bij een ongewijzigd tarief. De vigerende Grondwaterheffingverordening is door provinciale staten vastgesteld bij besluit van 8 december 1997, nummer 65 (Provinciaal blad 1997/75). Het meest recente tarief bij besluit van 6 november 2000, nummer 78 (Provinciaal blad 2000/63). Gelet op de aanwezige balansvoorziening is er geen aanleiding om het tarief te verhogen of te verlagen.

8.2

Nazorgheffing gesloten

stortplaatsen (begroting programma 5)
In de Leemtewet is op 1 april 1998 een regeling in de Wet milieubeheer opgenomen (artikelen 15.44, 15.45 en 15.47) over de nazorg van operationele stortplaatsen. Dit zijn stortplaatsen waar het storten van afvalstoffen niet vóór 1 september 1996 is beëindigd. In deze wet is bepaald dat de provincies bestuurlijk en financieel ervoor verantwoordelijk zijn dat deze stortplaatsen na sluiting geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaken. Daartoe dient eeuwigdurende nazorg plaats te vinden. Dit vereist maatregelen om bodembeschermende voorzieningen op gesloten stortplaatsen in stand te houden, te onderhouden, te herstellen en eventueel te vervangen. Ook regelmatige inspecties van de bodembeschermende voorzieningen en bodemonderzoek onder de stortplaats behoren tot de provinciale taken. Ter bestrijding van deze kosten is als bestemmingsheffing een nazorgheffing ingesteld, die wordt geheven van de exploitanten van de operationele stortplaatsen. De opbrengst van de heffing, die via een rekenmodel per stortplaats wordt berekend, wordt in het uitsluitend voor nazorg bestemde Nazorgfonds gestort. Het Nazorgfonds is een bij wet vastgestelde rechtspersoon. In het Nazorgfonds wordt een zodanig kapitaal opgebouwd, dat uit het rendement daarvan de eeuwigdurende nazorg gefinancierd kan worden. Het Nazorgfonds bevatte per 1 januari 2005 ruim € 25,9 mln. In 2005 is voor € 1,5 mln aan nazorgheffing opgelegd. Per 1 januari 2006 zal het fonds ongeveer € 28,2 mln bevatten inclusief rentebaten. De verordening Nazorgheffing is door provinciale staten vastgesteld bij besluit van 29 maart 1999, nummer 19 (Provinciaal blad 1999/25), de meest recente tarieventabel bij besluit van 23 november 2004, nummer 85 (Provinciaal blad 2004/58).

8.4

Ontgrondingenheffing

(begroting programma 4)
In artikel 21f van de Ontgrondingenwet kunnen provincies de kosten van planvorming, coördinatie en informatie voor 50% verhalen op de houders van ontgrondingenvergunningen. Het tarief is in 2001 verhoogd van ƒ 0,07 naar ƒ 0,16 (€ 0,0726 ) per m_ te ontgronden stoffen. Deze tariefsverhoging werd veroorzaakt door een uitbreiding van planning en onderzoek. Vooral het in kaart brengen van zandvoorkomens en het onderzoek naar beton- en metselzand in de Noordzee zijn kostbaar. Het huidige tarief ad € 0,0726 per m_ blijft in 2006 gehandhaafd. Gelet op het karakter van deze bestemmingsheffing wordt de voorziening voor kosten en baten bij balans geregeld. Voor 2006 wordt een opbrengst geraamd van € 109.000,-. De thans vigerende heffingverordening Ontgrondingen is door provinciale staten vastgesteld bij besluit van 6 november 2000, nummer 79 (Provinciaal blad 2000/64).

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

133

3.2 Weerstandsvermogen
1 Inleiding
Sinds de Comptabiliteitsvoorschriften ‘95 (CV) kent de provincie Noord-Holland een risicoparagraaf. Deze omvat een uitwerking van de gesignaleerde risico’s en de opstelling van het daarvoor aanwezige financieel weerstandsvermogen. Tijdens de jaarlijkse actualisatie van deze paragraaf bij de begrotingsopstelling en jaarrekening bleek het weerstandsvermogen telkens toereikend. In 2004 zijn deze voorschriften vervangen door het Besluit Begroting & verantwoording (BBV ‘04). Anders dan voorheen wordt daarin aandacht gevraagd voor een kwantitatieve benadering van de geïnventariseerde risico’s ter reële bepaling van het (noodzakelijke) weerstandsvermogen van de provincies. Voor de provincie is dat geen onbekend gegeven. In de risicoparagrafen uit 2004 en voorgaande jaren werd reeds volgens deze lijn gewerkt.

volgende gedragslijn:

de hantering van een eenduidige definitie van het begrip risico; het periodiek en waar nodig uitzetten van een RM-vraaglijn bij de afdelingen als check-list ter signalering, objectivering en actualisering van nieuwe en bestaande risico’s.

In 2003 is toegewerkt naar de opstelling van een concernbreed risicobeheersplan. Daarin zijn de gesignaleerde risico’s beschreven volgens een daartoe ingericht format, waardoor er per afdeling zicht is op:
■ ■

de aard van de risico’s; de achterliggende oorzaken en de kans van optreden; de daarmee samenhangende (financiële) consequenties en het risiconiveau; de daarvoor ingezette beheersmaatregelen; de verwachte looptijd en de wijze waarop de monitoring is geregeld.

■ ■

2 Artikelen Besluit Begroting & Verantwoording 2004
In dit besluit (BBV ‘04) is bepaald dat de provincie in haar programmabegroting en jaarrekening paragrafen moet opnemen die van belang zijn voor het inzicht in de financiële positie van de organisatie. Een van die paragrafen betreft het Weerstandsvermogen (artikel 9-b). In deze paragraaf moet de provincie haar risico’s naar de laatste stand van zaken bevestigen, zowel bij de begroting als bij de vaststelling van de jaarrekening. Deze paragraaf bevat tenminste de volgende onderdelen: a b c het beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s; een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico’s.

Vanaf 2004 genereert dit plan op basis van driemaandelijkse actualisatie de input voor de paragraaf Weerstandsvermogen bij de Programmabegroting en de Jaarrekening. De optelsom van de daarin opgenomen financiële risicogevolgen is richtinggevend voor het benodigde financieel weerstandsvermogen in eerste aanleg.

2.b

Een inventarisatie van de

weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit betreft het vermogen om calamiteiten en financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de bestaande taken. Dit vermogen omvat het geheel van vrij aanwendbare middelen en mogelijkheden binnen de financiële positie van een organisatie. Het gaat dus om vrij aanwendbare middelen vanuit bepaalde reservebestanddelen, voorzieningen en mogelijk alsnog te genereren (onbenutte) inkomsten. Ook dient dient er bij de opbouw en samenstelling van de weerstandscapaciteit onderscheid gemaakt te worden tussen

2.a

Het beleid omtrent de

weerstandscapaciteit en de risico’s
Sinds 2000 beoordeelt de provincie potentiële risico’s steeds meer vanuit het principe van Risicomanagement (RM). Bij risico-inventarisatie geldt de

134

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

incidentele en structurele componenten. Incidentele componenten ter bepaling van de weerstandscapaciteit (in mln €). Volgens de jaarrekening 2004 beschikte de provincie Noord-Holland eind 2004 over de volgende vrij aanwendbare reservebestanddelen:

weerstandscapaciteit voor 2006 bedraagt dus € 122,8 mln.

2.c

Een inventarisatie van de risico’s

Hierbij wordt verwezen naar de bijlage van deze paragraaf met een verkorte weergave van de geïnventariseerde risico’s, als volgt gecategoriseerd:

Reservebestanddelen

Geraamd bedrag € 64,2 € 64,2 € 274,6 € 2,5 € 2,5 € 220,1 € 49,5 € 6,8 € 6,8 ––––––––––

Vanuit de algemene reserve saldireserve Vanuit bestemmingsreserves en fondsen reserve uitgestelde intenties reserve grondbeleid UNA-compartiment het niet nog niet schriftelijk verplichte deel Vanuit een stille reserve meerwaarde in al afgeschreven niet bedrijfsgebonden activa

Totaal aan incidentele ruimte

€ 345,6

Structurele componenten ter bepaling van de weerstandscapaciteit (in mln €). De onbenutte belastingcapaciteit bij opcentenheffing motorrijtuigbelasting voor 2006 (op basis van de gewichtsuitdraai d.d. 2 juli 2005) is € 116,Totaal aan structurele ruimte € 116,De reserve “uitgestelde intenties” bevat middelen voor bepaalde intenties en bestuurlijk geoormerkte bedragen voor doeleinden waarvoor nog geen schriftelijke toezeggingen zijn gedaan. Voorts worden de verwachte beleggingsopbrengsten van de algemene en bestemmingsreserves elk jaar ingezet als algemeen dekkingsmiddel. Daarom worden deze reservebestanddelen niet als vrij aanwendbaar meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Per saldo resteren de stille reserve ad € 6,8 mln en de onbenutte belastingcapaciteit bij de opcentenheffing op de motorrijtuigenbelasting ad € 116,- mln voor de berekening van de weerstandscapaciteit. De totale

A Juridische risico’s (waar aansprakelijkheid en schadeclaims in het geding zijn); B Risico’s beleidsvelden (met financiële onzekerheden); C Overige risico’s (met veelal niet op voorhand te kwantificeren gevolgen); D Vervallen risico’s. In totaal gaat het om 50 risico’s, waarvan er 7 uit de rapportage voor 2005 zijn komen te vervallen. Van de 43 resterende risico’s hebben 28 mogelijke financiële consequenties. Het totaal aan gekwantificeerde financiële tegenvallers dat daaruit kan voortvloeien bedraagt maximaal € 154,18 mln. De gemiddelde kans dat deze € 154,- mln het weerstandsvermogen zal belasten, is 48,52 %. Hierbij wordt opgemerkt dat niet alle risico’s voor het volledige bedrag en binnen één jaar zullen “exploderen”. Dat hangt af van de verwachte afwikkelingsdatum, het feitelijk risicoverloop en het effect

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

135

van de ingezette beheersmaatregelen. Er zijn immers maatregelen getroffen om de desbetreffende risico’s te verkleinen en hun gevolgen te beperken.

partij (een beroepsvisser) een schadeclaim ingediend van ca. € 95.000,–.

A.3 3 Conclusies over het weerstandsvermogen
Het na beschouwing te relativeren bedrag onder 2.c. (€ 154,2 mln) in relatie tot het daartoe benodigde financieel weerstandsvermogen, geeft aan dat de geïnventariseerde weerstands- capaciteit onder 2.b. (€ 122,8 mln.) toereikend is ter afdekking van de mogelijk optredende financiële risicogevolgen van de hieronder - in de bijlagen - opgenomen risco’s.

Claims i.v.m. verleggen van kabels

en leidingen bij reconstructie van wegwerken
Bij het realiseren van infrastructurele projecten loopt de provincie het risico dat kabel- en/of leidingexploitanten de projectkosten voor het verleggen van kabels en leidingen op de provincie zullen verhalen. De kans daarop is hoog. Inmiddels is door leidingbeheerder NUON een claim ingediend van € 164.606,-. Meer en hogere claims zijn niet uitgesloten.

A.4

Mogelijke claims wegens

Bijlage paragraaf weerstandsvermogen. Verkorte risicoparagraaf 2006.

vernattingsschade
Door het stoppen van de grondwaterwinning in natuurgebieden (Kennemerduinen), loopt de provincie het risico dat er wateroverlast voor de omwonenden optreedt met schadeclaims als gevolg.

A Juridische risico’s
A.1 Schadeclaim van Chipshol Holding

Zonder preventieve maatregelen is de kans daarop aanzienlijk. Dergelijke claims kunnen miljoenen euro’s omvatten. De resultaten van de meetprogramma’s wijzen vooralsnog niet op schade. De preventieve maatregelen lijken dus te werken, zodat de kans als laag kan worden ingeschat en de mogelijke schade beperkt blijft tot ca. € 1,- mln.

B.V. met betrekking tot Badhoevedorp-Zuid
In het streekplan Noord-Holland Zuid is een inspanningsverplichting opgenomen jegens TeleVerde B.V. om de gronden in Badhoevedorp-Zuid tot bedrijventerrein te ontwikkelen. Bij de uitwerking daarvan loopt de provincie het risico dat door Chipshol (deels economisch eigenaar van TeleVerde) een schadeclaim zal worden ingediend.

A.5

(Mogelijke) schadeclaims i.v.m.

Saneringsprojecten Bodemsanering
Komt te vervallen, zie D.1.

A.2

Schadeclaim bij toepassing

A.6

Delegatieregeling gemeente

bestuursdwang
Vanwege het opleggen van bestuursdwang na een brand bij een grasdrogend bedrijf (firma Hartog), loopt de provincie het risico dat deze firma de kosten van de haar opgedragen maat- regelen op de provincie zal verhalen. De kans daarop is hoog. Tegenpartij heeft tegen de bestuursdwang bezwaar aangetekend, is door de Raad van State in het gelijk gesteld en heeft onlangs een schadeclaim ingediend van € 389.597,–. Ook is inmiddels door een andere

Amsterdam
Vanwege de gedeeltelijke onrechtmatigheid van de delegatieregeling en de geleden schade door vertraging bij het verkrijgen van milieuvergunningen loopt de provincie het risico van schadeclaim door gedupeerde bedrijven. De kans daarop is zeer hoog. Betoncentrale Oost West B.V. heeft een claim ingediend ad. € 3.647.000,– (excl. rente en incassokosten). De rechtbank heeft bij uitspraak van 11 mei 2005 de primaire vordering van € 3,6 mln afgewezen. Zij

136

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

heeft de provincie en de gemeente Amsterdam wel aansprakelijk gesteld voor de winstderving van de betoncentrale over een periode van twintig maanden, terwijl de betoncentrale uitgaat van een langere schadeperiode dan 20 maanden. Subsidiair is € 1,5 mln. gevorderd. De rechtbank wil deskundigenadvies inwinnen over de feitelijke schade en zal op voorstel van alle partijen (betoncentrale, gemeente en provincie) deskundigen benoemen. Gemeente en PNH beraden zich zowel hierover als over een eventueel hoger beroep tegen deze uitspraak om de schadeperiode te verkorten. Het uiteindelijk door de rechter toegekende schadebedrag zal op 50/50 basis door de provincie en de gemeente Amsterdam worden betaald. Een tweede claim is aangekondigd door Coenhaven B.V.. Meer claims zijn niet uit te sluiten, hoewel de kans daarop kleiner wordt; de delegatieregeling is in 2002 gerepareerd.

A.9.

Claim Chipshol i.v.m.

Groenenbergterrein
Vanwege twee vernietigingen van goedkeuringsbesluiten van een wijzigingsplan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de daaruit voortgekomen schade- claim loopt de PNH het risico van een schadevergoeding voor twee jaar rentederving. De kans daarop is aanzienlijk. Chipshol heeft een claim ingediend die later is verhoogd tot € 118,5 mln i.v.m. een door de minister opgelegd bouwverbod. De provincie is tot nu toe uitsluitend veroordeeld tot betaling van gederfde rente (21-01-’04). Chipshol is hiertegen in hoger beroep gegaan. De uitspraak in deze zaak wordt begin 2006 verwacht. De vermelde claim is voor een groot deel (€ 97,2 mln) eveneens neergelegd bij de Luchthaven Schiphol. De rechtbank heeft de luchthaven inmiddels aansprakelijk geacht voor deze schade (12-01-’05). De hoogte daarvan wordt momenteel bepaald door deskundigen, waarna de rechtbank definitief uitspraak zal doen. De te vergoeden rente, uitgaande van de bij Schiphol geclaimde schade, kan oplopen tot ca. € 14,mln en hangt dus af van de uitspraak van de rechtbank in het geding tussen Chipshol en Schiphol, waarin de provincie zich heeft gevoegd. Deze uitspraak wordt begin 2006 verwacht.

A.7

Uitbreiding Luchthaven Schiphol

Komt te vervallen, zie D.2.

A.8

Schadeclaim in verband met

goedkeuring bestemmingsplan ‘Koepelbesluit’
Vanwege de ruimtelijke beperkingen van het Koepelbesluit en de vernietiging van dit besluit door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan de provincie door gedupeerde projectontwikkelaars aansprakelijk worden gesteld voor het niet meer kunnen verwezenlijken van hun oorspronkelijke plannen. In 2001 heeft een projectontwikkelaar (Gewerbe im Park) reeds een pro forma schadeclaim ingediend. Het aantal nog in te dienen claims door anderen is niet bekend. Door recente ontwikkelingen en door het verstrijken van de tijd neemt de kans op meer claims echter af tot beneden gemiddeld. Niettemin blijft het risico van claims hoger dan € 2,5 mln bestaan.

A.10 Omzetting Besluit Beheer Autowrakken
Het Besluit Beheer Autowrakken (Amvb) wijkt af van de Europese richtlijn. Hierdoor loopt de provincie het risico dat bij omzetting van dit Besluit in de Milieuvergunningen van ruim 100 autodemontagebedrijven, deze bedrijven in beroep gaan, in het gelijk worden gesteld en de vergunningen of handhavingacties alsnog nietig worden verklaard. Eind 2004 is de omzetting afgerond. Het risico van schadeclaims blijft echter bestaan, omdat vanaf begin 2005 - conform voornoemde Amvb - wordt gecontroleerd en gehandhaafd of de extra investeringsmaatregelen door de branche zijn uitgevoerd. De kans daarop is beneden gemiddeld. Als de investe-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

137

ringen niet zijn of worden gepleegd kunnen via het bestuurlijke handhavingtraject juridische procedures in gang worden gezet. Schadeclaims tot € 700.000,zijn daarbij niet uitgesloten.

A.13 Financiering bootverbinding Connexxion FFF
Vanwege de niet eenduidige financieringswijze voor de bootverbinding en verschillende verwachtingspatronen is er een geschil over de uitleg van in het verleden geschreven stukken over deze financiering van deze bootverbinding Hierdoor loopt de PNH het risico dat vervoerder Connexxion FFF een rechtszaak aanspant en dat de rechter Connexxion in het gelijk stelt. De kans daarop is beneden gemiddeld. Connexxion stelt dat het recht heeft op circa twee jaar extra Rijksbijdrage op basis van een brief van de provincie, die voor meerdere uitleg vatbaar is. Op verzoek heeft Connexxion haar stelling onderbouwd en aan de provincie toegezonden, met het verzoek om alsnog tot betaling over te gaan. Dit risico kan een financiële claim inhouden van maximaal € 1,7 mln.

A.11 Bezwaar- en beroepschriften Arriva m.b.t. aanbestedingsprocedure O.V.
Doordat bij de aanbesteding van de concessie Openbaar Vervoer in NHN een afgewezen vervoerder (Arriva) bezwaar en beroep heeft aangetekend, loopt de provincie het risico dat de rechter Arriva alsnog in het gelijk stelt. De kans daarop is gering. Een dergelijke uitspraak kan leiden tot een nieuwe aanbestedingsprocedure of tot een schadevergoeding aan Arriva, die waarschijnlijk niet hoger zal zijn dan € 6,- à € 8,- mln. Bij een evt. nieuwe aanbesteding van de concessie NHN is vervolgens een schadeclaim te verwachten van de huidige concessiehouder Connexxion, als deze de huidige concessie niet mag voortzetten. Ook in dit geval zal de schadeclaim hooguit € 6,- à € 8,mln bedragen. Arriva eist in geen van de lopende procedures een schadevergoeding, maar wel een nieuwe aanbesteding als uit de juridische toets blijkt dat de gehanteerde methode voor NHN onjuist was. De zitting is geweest, de uitspraak wordt verwacht in het derde kwartaal van 2005.

A.14 Bezwaar Arriva m.b.t. aanbestedingsprocedure O.V. in Gooi en Vechtstreek
Er is door een afgewezen vervoerder (Arriva) bezwaar ingediend tegen het besluit om haar offerte terzijde te leggen. Hierdoor loopt de provincie het risico dat de rechter dit in de beroepsfase honoreert, met als mogelijk gevolgen een hernieuwde aanbestedingsprocedure of het betalen van een schadevergoeding. Dit risico kan een schadeclaim inhouden van circa € 4,8 mln.

A.12 Schadeclaim Van Asbeck (‘Hippo-Tex’)
Vanwege een onterechte dwangsomoplegging bij een privé paardrijbak in Laren loopt de provincie het risico, dat zij (deels) moet opdraaien voor een schadeclaim van de eigenaar (Van Asbeck). De eigenaar is door de Raad van State in het gelijk gesteld en heeft inmiddels een schadeclaim van € 27.000,– neergelegd bij Gedeputeerde Staten. Naar verwachting wordt de claim in de loop van 2005 afgehandeld.

A.15 Beoordeling gemeentelijke plannen
Diverse factoren kunnen een zorgvuldige naleving van de wettelijke beoordelingsbepalingen in de weg staan. Hierdoor kan de provincie bij de beoordeling van gemeentelijke plannen fouten maken of niet tijdig en/of juist handelen. Van de mogelijke gevolgen zijn de juridisch/financiële het meest relevant. De kans daarop is redelijk klein. Eventuele schadeclaims kunnen oplopen tot zo’n € 25,- mln.

138

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

A.16 Bedrijfsvoeringknelpunten vergunningverlening & handhaving
Door knelpunten in de bedrijfsvoering bij de afdeling M&B worden vergunningen op grond van de Wet Milieubeheer soms niet op tijd verleend. Dit kan leiden tot schadeclaims door bedrijven. De kans daarop is redelijk klein op grond van de verwachte effecten van de ingezette beheersmaatregelen. Eventuele claims kunnen oplopen tot in totaal ca. € 3,- mln.

B.3

Reservering investeringsfonds RO

Noordzeekanaalgebied N.V. (RON)
Het is niet zeker dat de investeringsprojecten van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied altijd het gewenste rendement opleveren. Hierdoor bestaat de kans dat de RON het provinciale krediet van € 6,8 mln niet kan aflossen. Deze kans is klein. Het maximale risicobedrag bij het mislukken van alle investeringsprojecten wordt ingeschat op € 3,5 mln, plus eventuele niet betaalde rentelasten.

B Risico’s beleidsvelden
B.4 B.1 Co-financiering Europese projecten
Enkele vakafdelingen van de provincie voeren Europese projecten uit waarvoor de Europese Commissie (EC) subsidie (heeft) verstrekt. Daarnaast start de provincie in samenwerking met regionale en internationale partners regelmatig nieuwe projecten op waarvoor subsidie wordt aangevraagd bij de EC. De Europese regelgeving stelt onder andere dat de zogenaamde “lead partner” van zo’n project verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de uitkomst van het gehele project. Dit breft zowel de inhoud, de uitvoering, de voortgang en de kosten als het verhaal daarvan op de projectpartners. Waar de provincie optreedt als lead partner draagt zij het financieel risico. Dat kan variëren van enkele tonnen tot miljoenen euro’s. Uitgaande van een goede risicoafdekking richting en bij de partners is het eigen directe risico voor Noord-Holland ca. € 3,- mln. De kans daarop wordt ingeschat als gemiddeld. De provincie is momenteel lead partner van acht Europese projecten, samen goed voor ca. € 33,- mln inclusief partnerbijdragen.

Beheer en onderhoud Zuidtangent
voor het kerntraject van de

Als belangrijkste financier, beheerder en onderhoudsplichtige Zuidtangent draagt de PNH het risico van tegenvallende beheers- en onderhoudskosten. De kans daarop is zeer hoog. Voorlopig onderzoek heeft uitgewezen dat baan en halten ernstige gebreken vertonen. Daarnaast zijn de kosten wegens vandalisme (vernielingen, graffiti e.d.) veel hoger dan voorzien. De financiële consequenties van het herstel van schade en gebreken wordt geschat € 0,5 tot € 1,– mln..

B.5

Onderhoud oevers

Noordhollandsch Kanaal
Komt te vervallen, zie D.4.

B.6

Het Landelijk Faunafonds

Sinds het voorjaar van 2002 is de Flora- en Faunawet van kracht. In het Besluit Faunafonds (Staatsblad 337, jaargang 2002) van de rijksoverheid worden de provincies volledig verantwoordelijk gesteld voor de voeding van dat fonds. De kans is aanzienlijk dat de voeding van het fonds op enig moment onvoldoende blijkt te zijn, c.q. dat daarin tekorten gaan ontstaan. De provincie loopt dan het risico te moeten bijstorten. Over de exacte omvang daarvan en de termijn waarop deze bijstortingen noodzakelijk zijn valt nog weinig te zeggen. Vooralsnog wordt uitgegaan van een bedrag tussen de € 0,5 en € 1,– mln.

B.2

Bouwkundige staat huisvesting

jeugdhulpverleningsinstellingen
Komt te vervallen, zie D.3.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

139

B.7

Rente- en dividendinkomsten

Een en ander is afhankelijk van de zwaarte van de storm, de omvang van de schade en de toerekening daarvan aan anderen, zoals rijk, gemeente, eigenaren en bewoners. Als de storm- en overstromingsschade in buitendijks gebied van de Noord-Hollandse kustplaatsen groter is dan enkele (tientallen) miljoenen, moet er al snel een volledig beroep worden gedaan op het rijk. De regering zal dan waarschijnlijk de Wet Tegemoetkoming Schade bij Rampen en Zware Ongevallen (WTS) van toepassing verklaren. Hier van uitgaande zou de maximale financiële consequentie voor de provincie bepaald kunnen worden op ca. € 15,- mln.

Komt te vervallen, zie D.5.

B.8

Voorfinanciering dijkversterking

Medemblik-Enkhuizen
De provincie is betrokken bij de voorfinanciering van het dijkversterkingproject Medemblik-Enkhuizen, waarvoor nog geen gelden zijn vrijgemaakt en/of onvoldoende suppletie door het Rijk is verstrekt. Hierdoor kan de provincie geconfronteerd worden met declaraties van het Waterschap, waarvoor nog geen dekking is gevonden of aangegeven. De kans daarop is beneden gemiddeld; er is een minuut in productie waarin gevraagd wordt gelden vrij te maken om deze declaraties te kunnen betalen. Inmiddels zijn met het Waterschap afspraken gemaakt over in te dienen declaraties, oplopend tot ca. € 7,- mln. De eindafrekening met accountantsverklaring wordt in het najaar van 2005 verwacht.

B.12 Provinciaal garantiebeleid instellingen voor gezondheidszorg
Op 1 januari 2005 was de omvang van de provinciale garantstellingen € 64,7 mln. Het merendeel betreft gewaarborgde leningen aan instellingen voor gezondheidszorg binnen en buiten de provincie (€ 50,1 mln). Vanwege dit garantiebeleid loopt de provincie het risico op haar borgverplichtingen te worden aangesproken. Die kans is gering. De totale garantieverplichting per 01-01-2005 bedroeg € 50,1 mln voor elf instellingen Hiervan is ca. € 1,4 mln sterk risicogevoelig door het ontbreken van het eerste hypotheekrecht.

B.9

Recht op Jeugdzorg

Komt te vervallen, zie D.6.

B.10. Leerwerktraject
Komt te vervallen, zie D.7.

B.11 Kustplaatsen
Landelijk is er veel onduidelijkheid over ieders verantwoordelijkheid voor stormschade in de buitendijkse gebieden van de kustplaatsen. Dit geldt ook voor het Kennermerstrand met het bebouwde gebied rondom de jachthaven Seaport Marina. Waar zaken nog niet wettelijk zijn geregeld, loopt de provincie het risico dat schadeclaims worden ingediend. De kans daarop is gering, want de kans op stormschade is ca. 1/500 per jaar. Alleen wanneer er sprake is van onrechtmatig handelen (verwijtbaar gedrag) en bij nadeelcompensatie en planschade is de provincie aansprakelijk.De financiële gevolgen daarvan zijn op voorhand moeilijk te kwantificeren, maar kunnen variëren van enkele tienduizenden euro’s bij beperkte schade tot meer dan een miljard euro bij complete verwoesting van het buitendijkse gebied.

B.13 Masterplan N201
Als enige verantwoordelijke voor de uitvoering van het project “Masterplan N201” ad € 562,- mln kan de PNH geconfronteerd worden met budgetoverschrijdingen en meerkosten. De kans daarop is gemiddeld, blijkens een uitgebreide risico-inventarisatie. Voor de financiële risico’s, zoals zelf te dragen meerkosten, wordt rekening gehouden met een bedrag van ca. € 20,- mln.

B.14. Pro Biblio
Op grond van de de vernieuwing van de subsidierelatie met ProBiblio, waarbij de provincie andere activiteiten gaat inkopen, loopt de provincie het risico, dat ProBiblio een deel van te maken kosten (wacht-

140

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

gelden, bij- en nascholing) bij de provincie zal verhalen. Die kans is zeer hoog. ProBiblio heeft herhaaldelijk gesteld dat de verandering door de provincies Noord- en Zuid-Holland is ingezet en dat zij daarom de frictiekosten moeten betalen.

2020 substantieel geld uit om de zwakke schakels te versterken. Wanneer de provincie de planvorming voortzet, kan er een groot gat vallen tussen de afronding van de plannen (2007) en start van de uitvoering. De kans daarop is aanzienlijk, want de meerjarenbegroting V&W ligt al vast. De risico’s zijn van financiële, politieke en/of bestuurlijke aard. Uitstel van de uitvoering tast de geloofwaardigheid van de provincie en het draagvlak voor de plannen aan. De impact hiervan is bovengemiddeld. Bovendien betekent uitstel dat een groot deel van de planvorming opnieuw moet worden doorlopen, waarbij rekening gehouden moet worden met meerkosten ten bedrage van ca. € 1,5 mln.

B.15 Afwijzing subsidieverzoeken
Wanneer subsidieverzoeken worden afgewezen, kunnen aanvragers daar in principe bezwaar tegen aantekenen. Dit kan financiële gevolgen hebben voor de provincie. De kans daarop is boven gemiddeld, aangezien veel aanvragers afhankelijk zijn van overheidssubsidie. De financiële gevolgen zijn op voorhand moeilijk te kwantificeren, maar kunnen afhankelijk van de concrete aanvraag oplopen tot boven de € 4,5 mln.

C
B.16 Realisatie van de zuid- en oosttak van de Zuidtangent
Bij de financiering van voornoemde projectonderdelen van de Zuidtangent loopt de PNH het risico dat de voorbereidingskosten niet volledig door het ROA vanuit Bonroute-subsidies worden gedekt. De kans daarop is laag, want de subsidies zijn al geoormerkt door het ROA. De risico’s zijn van financiële, politieke en/of bestuurlijke aard: het zelf dragen van ongedekte kosten, annulering van projecten en imagoschade. Voor zelf te dragen kosten wordt rekening gehouden met een bedrag van € 1,5 mln.

Overige risico’s
Automatiseringsbeveiliging

C.1

Vanwege aanwijsbare situaties en omstandigheden loopt de PNH het risico dat het automatiseringsnetwerk, het serverpark en de telecommunicatieapparatuur uit vallen, waardoor bedrijfsprocessen tijdelijk geen doorgang kunnen vinden. Die kans is redelijk laag, maar storingen, brand, diefstal, inbraak, hacking, het binnendringen van virussen en andere calamiteiten zijn nooit volledig uit te sluiten. Calamiteiten in de centrale computerruimte kunnen leiden tot gevolgschade op alle afdelingen, zoals het verlies van tijd en arbeidsuren. De impact en schade hangen sterk af van de aard en omvang van de calamiteit en laten zich moeilijk op voorhand kwantificeren.

B.17 Realisatie projectplan N242
De RO-procedure kan leiden tot vertraagde uitvoering van het project N242. Hierdoor kan de provincie als enige verantwoordelijke voor de uitvoering geconfronteerd worden met budgetoverschrijdingen en meerkosten. De kans daarop is gemiddeld, de financiële gevolgen worden becijferd op ca. € 10 mln. Daarnaast kan vertraging van het project bestuurlijke consequenties hebben met een aanzienlijke impact.

C.2

Uitval P-View applicatie

Vanwege het niet of te laat ontvangen van de tape met (salaris)mutaties door leverancier Centric, loopt de PNH het risico dat de mutaties van de desbetreffende maand niet kunnen worden verwerkt. Medewerkers kunnen dan schadeclaims indienen wegens onzorgvuldig personeelsbeleid. Hoewel er bij verzending en ontvangst altijd iets mis kan gaan, is die kans beneden gemiddeld. In voorkomende

B.18 Kustvisie - zwakke schakels
Volgens zijn meerjarenbegroting trekt het Ministerie van Verkeer en Waterstaat pas in de periode 2015-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

141

gevallen heeft dit risico vooral organisatorische consequenties. De impact daarvan is op voorhand moeilijk te kwalificeren en kwantificeren.

sprakelijkheid, imago en reputatie kunnen redelijk groot zijn.

C.5 C.3 Beveiliging provinciale gebouwen
Bij onvoldoende toezicht, onder andere in situaties met veel goederenverkeer door werkzaamheden van derden in provinciale gebouwen, kunnen onbevoegden met onzuivere bedoelingen de provinciale gebouwen betreden en zich bezondigen aan vernielingen, diefstal en dergelijke. Rekening houdend met de getroffen beheersmaatregelen is de kans daarop redelijk laag, maar het risico is voortdurend aanwezig. De organisatorische, financiële en informatieconsequenties (evalueren beveiligingmaatregelen, vervangingskosten van gestolen apparatuur en eigendommen van medewerkers) variëren per geval. Ter beperking van schadegevolg vinden regelmatig waarschuwingen plaats op intranet in verband met diefstallen. De provincie is tegen diefstal verzekerd. Medewerkers van de provincie kunnen alleen claimen, als het om diefstal van eigen goederen gaat, die zij op verzoek van de leidinggevende naar de provincie hebben meegenomen. De impact en de negatieve gevolgen laten zich moeilijk op voorhand kwalificeren en kwantificeren.

Steunfunctie-instellingen

De provincie loopt het risico, dat gesubsidieerde instellingen failliet kunnen gaan. De kans daarop is aanwezig, blijkens het anditrapport uit 2004 en de gang van zaken bij Multiple Choice. De gevolgen zijn overwegend van politieke en bestuurlijke aard, zoals stagnerende beleidsuitvoering, imagoschade en negatieve media-aandacht. De impact en de negatieve gevolgen voor de klanten van de steunfunctie-instellingen (o.a. welzijnsinstellingen, vrijwillegersorganisaties en gemeenten) kunnen aanzienlijk zijn.

C.6

Overschrijding subsidieplafonds

Bij subsidieverlening op basis van deelverordeningen met door GS vastgestelde subsidie- plafonds loopt de provincie het risico dat deze plafonds worden overschreden. Die kans is redelijk laag; bij tenderprocedures is er een goed overzicht van de ingediende aanvragen en vindt er een duidelijke prioriteitstelling plaats, die bovendien wordt gecontroleerd. Bij de opis-op regelingen is de kans op overschrijding eveneens redelijk laag. De consequenties zijn vooral van organisatorische aard (evalueren; zonodig anders inrichten van werkinstructies en communicatielijnen). De impact en de negatieve effecten zijn als gemiddeld te kwalificeren..

C.4

(Geo)databestanden

Door het uitwisselen, beheren, interpreteren en gebruiken van onbetrouwbare en niet valide (geo)databestanden, alsmede door het gebruik van (geo)databestanden waarvoor de provincie geen gebruiksrecht heeft, loopt de provincie het risico dat gebruikte of te gebruiken gegevens niet juist of volledig zijn, met alle gevolgen van dien. De kans daarop is laag tot gemiddeld, want niet van alle aanwezige (geo)databestanden is de inhoud en/of kwaliteit beoordeeld en beschreven. Evenmin is zeker dat alle aanwezige (geo)databestanden bekend zijn. De eventuele gevolgen liggen voornamelijk op het informatieve vlak (verkeerd, onzorgvuldig of ongeautoriseerd gebruik van (geo)databestanden). De impact en de negatieve gevolgen in termen van aan-

C.7

Normen Luchtkwaliteit

Vanwege de nieuwe Europese regelgeving kunnen de normen voor luchtkwaliteit binnen de provincie worden overschreden. De kans daarop is redelijk hoog. De gevolgen zijn vooral van politieke en bestuurlijke aard, zoals vertraging of stopzetting van infrastructurele projecten.De impact hiervan is groot.

C.8

Project Windpark Wieringermeerdijk

Door het ontbreken van maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak of als gevolg van uitkomsten van het vogelonderzoek loopt de provincie het risico dat het

142

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

windpark niet doorgaat. De kans daarop is aanwezig. De realisatie van de doelstellingen ten aanzien van duurzame energie komt daardoor onder druk te staan. De impact daarvan is te kwalificeren als gemiddeld.

dieverlening.(leningen, leningsgaranties, voorschotten, e.d.). De kans daarop is gering, want bij het opstellen van subsidieverordeningen is er altijd systematische aandacht voor eventuele “verboden staatssteun”. Bovendien wordt in het minutenformulier stil gestaan bij de Europese regelgeving voor staatssteun en wordt in elk geval voorzien in de beantwoording van de vraag naar de europees rechtelijke consequenties in deze. Tenslotte komt elk voorgenomen GS-besluit langs een kwaliteitscommissie, waar ook aandacht voor dit fenomeen bestaat. Als er sprake is van “verboden staatssteun” zal de Europese Commissie besluiten dat de ontvangende partij de “onterecht verkregen gelden” aan de provincie moet terugbetalen. Kan de ontvanger dat niet, dan kan hij failliet gaan of als dubieuze debiteur worden aangemerkt. Zelfs als terugbetaling geen probleem vormt, kan dit het imago van de provincie aanzienlijke schade toebrengen. Tot op heden is dit niet gebeurd. Wel zijn enkele voorgenomen GS-besluiten niet doorgegaan, omdat dit zou leiden tot “verboden staatssteun”.

C.9

Oprichting ontwikkelingsbedrijf

Noord-Holland Noord
Het lokale denken bij gemeenten kan er toe leiden deze gemeenten niet participeren in het ontwikkelingsbedrijf. De kans daarop is beneden gemiddeld. De gevolgen zijn vooral van politieke en bestuurlijke aard (de ambitie uit het ontwikkelingsbeeld wordt niet gerealiseerd; geen verbetering van woon-werkverkeer). De impact daarvan is aanzienlijk.

C.10 Realisatie projectplan N197 Westelijke Randweg Beverwijk
Vanwege de recente uitspraak door de Raad van State met schorsende werking jegens een mogelijk ontoereikend flora- en faunaonderzoek kan de provincie - als verantwoordelijke voor de realisatie van project N197 ad € 29,49 mln - geconfronteerd worden met een ernstige vertraging. De kans daarop is zeer hoog. Er wordt gerekend op meer dan zes maanden vertraging t.o.v. de geplande start op 1-11-2005. Dit heeft vooral politieke en bestuurlijke gevolgen voor de gemaakte afspraken met de regio over de functionaliteit (vertraagde ontsluiting van bedrijfsterreinen, resp. vertraagde verbetering leefbaarheid bebouwde kom) en de financiering (de vertraging compliceert de met diverse partijen overeengekomen bijdragen). De impact daarvan is te kwalificeren als verontrustend. Bovendien kan een feitelijke vertraging leiden tot budgetoverschrijdingen en meerkosten vanwege indexatie.

D
D.1

Vervallen risico’s
(Mogelijke) schadeclaims i.v.m.

Saneringsprojecten Bodemsanering
Bij saneringsprojecten in twee Noord-Hollandse gemeenten loopt de provincie het risico van schadeclaims ten bedrage van ca. € 0,7 mln. De kans daarop is hoog. Inmiddels is aangegeven dat dergelijke risico’s gedekt kunnen worden vanuit het Meerjarenprogramma Bodemsanering, dat doorloopt tot 2009.

D.2 C.11 Risico’s bij Staatssteun
Waar sprake blijkt van “verboden staatssteun” en de ontvangende partij(en) deze niet (geheel) kan terugbetalen, loopt de provincie het risicodat zij de gevolgen daarvan niet (volledig) kan terugdraaien. Dit risico bestaat bij niet toegestane vormen van subsi-

Uitbreiding luchthaven Schiphol

De uitbreiding van de luchthaven Schiphol met de vijfde landingsbaan en de daarmee samenhangende aanpassingen van de wegen- en groenstructuur in de noordelijke Haarlemmermeer kunnen schade veroorzaken. De provincie is risicodrager voor schade als gevolg van maatregelen voor de aanleg van de

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

143

N22 en de vervoersbaan Zuidtangent. De kans daarop is aanzienlijk. Inmiddels loopt de provincie inzake Alkemade (mogelijke belastingschade door de aankoop van zijn grond voor de N22 Zuid/N205) geen financieel risico meer. Uit een arrest van de Hoge Raad blijkt dat de provincie aan Alkemade niets meer verschuldigd is.

D.5

Rente- en dividendinkomsten

De geraamde baten op het provinciale vermogen worden grotendeels ingezet als algemeen dekkingsmiddel in de begroting. Door prijs- en volume-effecten in het uitstaande vermogen loopt de provincie het structurele risico van beleggingsopbrengsten die achterblijven bij de raming. Ter beperking van dit risico wordt de geraamde opbrengst uit vermogen, zoals die is opgenomen in de meerjarenraming bij de begroting, periodiek bijgesteld op basis van de laatste renteontwikkelingen en het verwachte kasritme voor de eerstvolgende jaren. Fluctuerende prijs- en volume effecten worden derhalve begrotingstechnisch ondervangen, waardoor het risico kan vervallen.

D.3

Bouwkundige staat huisvesting

jeugdhulpverleningsinstellingen
Vanwege de beperkte financiële ruimte binnen de doeluitkering jeugdhulpverlening voor noodzakelijke investeringen in gebouwen, loopt de provincie het risico dat zij niet alle investeringsaanvragen kan honoreren, zonder dat dit ten koste gaat van het zorgaanbod of de eigen middelen. Die kans is gering, want tot dusver konden alle binnen de criteria te honoreren aanvragen - soms gefaseerd - worden toegekend. Uit een inventarisatie bij de instellingen is niet gebleken dat er veel of grote investeringsaanvragen zijn te verwachten die niet gehonoreerd kunnen worden. Bovendien is door PS bij de vaststelling van de begroting 2005 een motie aangenomen voor een extra investeringsimpuls van € 500 miljoen, waarvan ca. € 95,- mln voor Zorg. Daarmee is dit risico begrotingstechnisch ondervangen.

D.6

Recht op Jeugdzorg

Vanwege de Wet op de Jeugdzorg per 1-1-2005, waarmee cliënten recht kunnen doen gelden op provinciale jeugdzorg, loopt de provincie bij het vigerende zorgaanbod het risico dat de cliënt zijn aanspraak daarop alsnog via de rechter kan afdwingen. De kans daarop is aanzienlijk, want de huidige doeluitkering van het Rijk verschaft op dit moment onvoldoende middelen om in een adequaat zorgaanbod te voorzien. Op 13 december 2004 stelden PS het aanvalsplan wachtlijsten vast. Reeds op 12 en 15 november stelden PS de begroting 2005 vast en namen zij een motie aan voor een extra investeringsimpuls van € 500 miljoen, waarvan circa € 95 miljoen voor Zorg. Het dreigende structurele tekort vanaf 2005 is daarmee ondervangen.

D.4

Onderhoud oevers

Noordhollandsch Kanaal (NhK)
Het beheer en onderhoud van het Noordhollandsch Kanaal kan financiële knelpunten opleveren. De kans daarop is zeer hoog. De vervanging van de boordvoorzieningen van kanaal vergt de komende jaren waarschijnlijk tientallen miljoenen euro’s. Sinds oktober 2004 is er het meerjaren onderhoudsprogramma voor het oeverherstel. Hierin is een extra investering van ca. € 26 mln opgenomen voor de periode 20042009. Voor de periode 2010-2014 resteert ca. € 14 mln aan extra investeringen, maar dat vormt momenteel geen reëel risico. Inmiddels hebben PS alle verbeterplannen voor het Noordhollandsch Kanaal gehonoreerd. Het financiële risico is daarmee van tafel.

D.7

Leerwerktraject

VROM honoreert hooguit 23% van de totale projectkosten tot een maximum van € 440.640,–, waardoor de provincie een eventueelnadelig verschil in de afdekking uit eigen middelen moet betalen. De kans daarop is redelijk hoog, want de ontwikkeling van de kostenposten is neerwaarts, zodat VROM minder dan het voornoemde maximum zal bijdragen. Het nadelig verschil kan uitkomen op € 63.892,– . Uit de voortgangsrapportage Leerwerktraject 2004 blijkt dat

144

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

de provincie minder milieusubsidie nodig heeft (€ 414.384,–) dan door VROM is toegezegd (€ 440.640,–). Met het aangepaste subsidiebedrag kan de provincie de harde verplichtingen nakomen, waardoor het risico komt te vervallen.

Jaarprogramma 2006 en meerjarenprogramma 2006-2010 onderhoud provinciale weginfrastructuur.
Het jaarprogramma 2006 en het meerjarenprogramma 2006-2010 onderhoud provinciale weginfrastructuur (=MPO wegen) geeft een gedetailleerd inzicht in het uit te voeren onderhoud in 2006 en een

3.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Met een bevolking van ongeveer 2,5 miljoen inwoners en een oppervlakte van 406.000 ha heeft de provincie Noord-Holland grote stukken openbare ruimte in beheer. Voor goed onderhoud in dit gebied zijn veel kapitaalgoederen nodig. In beheer zijn (vaar)wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. In 2006 vertegenwoordigt het onderhoud van de kapitaalgoederen ongeveer 7,7% van de begroting. De jaarlijkse lasten zijn als volgt onder te verdelen: Het beleid voor het onderhouden van kapitaalgoederen is opgenomen in de nota’s:

globaal inzicht in het te verwachten onderhoud in de periode 2007-2010 met de bijbehorende financiële gevolgen. Het onderhoud is te verdelen in variabel onderhoud en vast onderhoud. Variabel onderhoud is onderhoud dat niet periodiek wordt uitgevoerd of een onderhoudscyclus heeft van meer dan twee jaar en gericht is op de vervanging van onderdelen van een constructie of zelfs de gehele constructie. Vast onderhoud wordt periodiek uitgevoerd en heeft een onderhoudscyclus van maximaal twee jaar. Het is gericht op het instandhouden van de infrastructuur zonder grote vervangingen of reconstructies. Variabel onderhoud bestaat uit de componenten groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Aangezien in dit MPO geen vervangingsinvesteringen zijn gepland, betreft het variabel onderhoud hier alleen groot onderhoud. Vast onderhoud bestaat uit dagelijks en klein onderhoud (kleine reparaties en vervangingen). In dit MPO is het uitvoeringsprogramma leidend, waarbij de provinciale weginfrastructuur moet vol

(Vaar)wegen: Normkostensystematiek Provincie Noord-Holland (conform bekostigingssystematiek van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek- CROW) Onderhoud gebouwen: Meerjarenonderhoudsplan 2003-2033 (facilitair bedrijf provincie NoordHolland)

Kostensoort

Begroot bedrag 2006 in €

Onderhoud gebouwen regulier Onderhoud gebouwen groot Onderhoud tuinen Onderhoud wegen (incl.groen) Onderhoud vaarwegen Totaal

300.000 686.700 90.000 29.638.600 11.442.400 42.157.700

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

145

doen aan door het provinciaal bestuur vastgelegde kwaliteitsniveaus.

onvoorzien extra variabel onderhoud aan de Zuidtangent: € 600.000,–; benodigde middelen voor verkeersmanagement en -besluiten: € 440.000,–; het uitvoeren van landmeetkundig revisiewerk dat in 2005 nog door eigen personeel wordt uitgevoerd, maar in 2006 zal worden uitbesteed: € 350.000,–;

Dit MPO is dus een productgestuurde planning. Eerst zijn alle werkzaamheden bepaald die nodig zijn om de afspraken betreffende de kwaliteitsniveaus na te kunnen komen. Vervolgens is bepaald welk budget nodig is om deze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Tot slot is dit noodzakelijke budget naast het medio 2005 voorlopig beschikbare budget gelegd. Door achterstallig onderhoud voldoet nog niet alle infrastructuur aan het afgesproken kwaliteitsniveau. In de jaren 2004-2007 wordt het achterstallig onderhoud met 25% per jaar ingelopen met behulp van aanvullende budgetten. In totaal is voor het wegenonderhoud in 2006 een bedrag nodig van € 32.428.600. In de begroting voor 2006 is echter slechts een totaal budget van € 29.638.600 beschikbaar. Dit betekent een tekort van € 2.790.000. Dit wordt veroorzaakt door: eerder dan in het vorige MPO gepland vervangen van twee bruggen: € 1.400.000,–;

Bij de voorjaarsnota 2006 worden PS gevraagd het benodigde extra budget beschikbaar te stellen. Wellicht kan dit in 2006 budgettair neutraal worden opgelost door lager uitvallende kapitaallasten als gevolg van een lager investeringsniveau in de afgelopen jaren. In het onderstaande overzicht is een specificatie weergegeven van het benodigde onderhoudsbudget.

Kostensoort

Bedrag in €

Uit te voeren werkzaamheden met financiële gevolgen: 310-11 310-31 310-32 310-33 310-34 310-35 Schades Strategisch beheer Variabel onderhoud Vast onderhoud wegen Verkeersmanagement en -besluiten Revisiewerkzaamheden Totaal nodig voor werkzaamheden onderhoud € € 500.000 384.000

€ 17.203.500 € 13.533.100 € € 458.000 350.000

€ 32.428.600

Beschikbare financiële middelen volgens ontwerp-begroting 2006: 310-11 310-31 310-32 310-33 310-34 310-35 Schades Strategisch beheer Variabel onderhoud Vast onderhoud Verkeersmanagement en -besluiten Revisiewerkzaamheden Totaal beschikbaar volgens ontwerp-begroting 2006 € € 500.000 384.000

€ 15.203.500 € 13.533.100 € € 18.000 0

€ 29.638.600

146

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

In het onderstaande overzicht zijn de in het MPO geraamde onderhoudsbedragen weergegeven voor 2006 t/m 2009. Zoals al is aangegeven zijn de in de provinciale begroting beschikbare budgetten niet toereikend om de totale kosten te dekken.

de vervanging van 6,1 km oevers. De ontwikkelde methodieken voor de oevers worden via administratieve procedures in de organisatie ingevoerd, waarmee de bedrijfsvoering wordt verbeterd. Voor het groot onderhoud van het Noordhollandsch Kanaal in 2006 is ca € 2,9 miljoen begroot. Voor de jaren 2007 t/m 2009 zijn de ramingen respectievelijk € 1,9, € 1,5 en € 0,7 miljoen. Voor regulier onderhoud en beheer is jaarlijks ca € 1,7 miljoen beschikbaar. De uitvoering van (groot) onderhoud geschiedt conform het jaarprogramma onderhoud (JPO) en het meerjarenprogramma Kanaal. Het beheer en het onderhoud van de overige vaarwegen in beheer en onderhoud bij de provincie verlopen eveneens volgens een JPO en een MPO onderhoud (MPO) Noordhollandsch

Onderhoud Noordhollandsch Kanaal en overige vaarwegen
In 1995 is het beheer en onderhoud van het Noordhollandsch Kanaal door de provincie overgenomen van het Rijk. Voor het onderhoud aan de oevers zijn initieel extra investeringen nodig om het kanaal - gegeven zijn functies - in een acceptabele staat van onderhoud te krijgen. Op basis van een nieuw ontwikkelde beheerstrategie is een vervangingsprogramma voor de oevers opgesteld en is in 2005 gestart met een tweede uitvoeringstraject voor

Overzicht programma kosten variabel en vast onderhoud wegen 2006-2009.
Onderdeel 2006 2007 2008 2009

A: Schades B: Strategisch Beheer C: Verhardingen D: Belijning E: Verkeersregelinstallaties F: Openbare verlichting G: Baggeren wegsloten H: Beschoeiingen I: Beplantingen/bomen J: Bermen K: Kunstwerken L: Gladheidmaterieel M: Bewegwijzering N: Bebording O: Zuidtangent P: Vast onderhoud Q: Vast onderhoud Zuidtangent R: Verkeersmanagement

500.000 384.000 8.049.480 900.000 1.453.500 1.742.200 250.000 250.000 320.000 295.000 3.025.000 120.000 265.000 120.000 600.000 11.270.100 2.263.000 458.000

500.000 384.000 7.840.000 900.000 1.225.000 1.819.000 714.000 455.000 320.000 330.000 965.000 354.400 200.000 80.000 600.000 11.600.000 2.330.000 400.000

500.000 384.000 8.000.000 900.000 837.000 513.000 714.000 455.000 320.000 365.000 515.000 203.200 485.000 80.000 600.000 11.950.000 2.400.000 410.000

500.000 384.000 8.000.000 900.000 1.219.000 852.000 714.000 455.000 320.000 400.000 1.865.000 109.500 265.000 80.000 600.000 12.300.000 2.475.000 420.000

Revisiewerkzaamheden

350.000

360.000

370.000

380.000

Totaal

32.428.600

31.376.400

30.001.200

32.238.400

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

147

Overige Vaarwegen. Voor groot onderhoud van deze vaarwegen is structureel ca € 2,3 miljoen beschikbaar, voor regulier onderhoud en beheer is dit structureel ca € 4,2 miljoen. In samenhang met het provinciale baggerprogramma wordt een beheer- en informatiesysteem ontwikkeld voor de bodems van de vaarwegen. In 2005 is gestart met de implementatie daarvan voor de vaarwegen die onderdeel uitmaken van het Basisnet Beroepsvaart. Met dit systeem kunnen de keuzes voor investeringen in de onderwaterbodems beter worden onderbouwd en worden de maatschappelijke effecten daarvan goed in beeld gebracht.

Het onderhoud wordt gesplitst in regulier en groot onderhoud. In het reguliere onderhoud zijn ook de onderhoudscontracten opgenomen. De kosten van het reguliere onderhoud bedragen op jaarbasis totaal ca € 300.000. Voor de periode 2006 - 2009 is er een meerjarenplan onderhoud vastgesteld voor het exterieur van de gebouwen in beheer bij het Facilitair Bedrijf. Het betreft de volgende panden: Paviljoen Welgelegen, Dreef 1, Dreef 3 (n.v.t. in verband met nieuwbouw), Houtplein, Zijlweg (inclusief Schoonzichtlaan 2 en 8), Schoonzichtlaan 4, Florapark 5 en 6, Frederikspark 10 en 12, Paviljoenslaan 3, 5, 7/9. Het onderhoud van de genoemde panden wordt bekostigd uit het budget voor materieel. Van de panden Welgelegenstraat 3 (dienstwoning) en Mercurius (Wormerveer) wordt het onderhoud bekostigd uit directe budgetten. Het meerjarenplan onderhoud omvat al het bouwkundig onderhoud aan de buitenzijde van gebouwen, inclusief terreinvoorzieningen en de vervanging van cv-installaties. Hoewel er geen definitief plan is voor het onderhoud van het interieur, is aan de hand van schattingen een overzicht samengesteld van de hiervoor benodigde budgetten. Dit betreft uitsluitend de panden in beheer bij het Facilitair Bedrijf. Het hoge bedrag in 2006 vloeit vooral voort uit groot onderhoud aan gebouw Mercurius ad € 220.000,– geraamd. Het betreft schilderwerk en het vervangen van glas in bestaande stalen raamconstructies. Waarschijnlijk zijn de beschikbare budgetten niet toereikend om de kosten in 2006 te dekken. In dat geval worden PS bij de voorjaarsnota 2006 gevraagd extra budget beschikbaar te stellen.

Meerjarenplan onderhoud gebouwen Inhoud van het onderhoudsplan
Het meerjarenplan onderhoud Gebouwen omvat al het bouwkundig onderhoud aan de buitenzijde van gebouwen, inclusief terreinvoorzieningen (hekwerk, bestrating, beelden en tuinmuur) en de vervanging van cv-installaties. Bovendien is voor elk gebouw een post klachten c.q. regulier onderhoud opgenomen.

Duur van onderhoudsplan
Het onderhoudsplan heeft een planningshorizon van 30 jaar en werd in 2003 geïmplementeerd. Om de drie jaar vindt er een herinspectie plaats (voor het eerst in 2005) en worden de onderhoudswerkzaamheden en bedragen aangepast.

Onderhoud kapitaalgoederen
Het Facilitair Bedrijf beheert panden voor de huisvesting van medewerkers en panden voor de verhuur.

De kosten voor het groot onderhoud van de panden over de periode 2006-2009 zijn als volgt verdeeld.
Groot onderhoud 2006 2007 2008 2009

Exterieur
Interieur

449.700
231.000

184.900
138.000

316.000
138.000

214.600
139.500

Totaal

680.700

322.900

454.000

354.100

148

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

3.4 Financiering
Inleiding
Sinds de inwerkingtreding van de Wet financiering decentrale overheden (Fido) op 1 januari 2001, gepubliceerd in Staatsblad nummer 587 van 2000, is deze paragraaf een verplicht onderdeel van de provinciale begroting. Een andere verplichting van genoemde wet is het opstellen van een financieringsstatuut. De provincie heeft dit statuut opgenomen in de Verordening financieel beheer. De herziening van de verordening werd door provinciale staten vastgesteld bij statenbesluit van 19 april 2004, voordracht nummer 25. De wijziging betreft de termijn waarop middelen belegd kunnen worden, te weten maximaal vijf jaar. Daarnaast is toegevoegd het maximale bedrag dat bij een wederpartij belegd kan worden, namelijk maximaal € 100 miljoen of een aandeel van 10% in het eigen vermogen van de wederpartij (artikel 5.4, lid 5 en 6). Op grond van genoemde wet en de daarop gebaseerde regelingen zijn normen vastgesteld voor de hoogte van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Voor de provinciale overheden geldt voor 2006 een kasgeldlimiet van 7% over het totaal van de begroting. Voor het renterisico geldt voor de provincies een percentage van 20. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vast schuld mag niet meer bedragen dan 20% van het totaal aan uitstaande geldleningen. Tevens is aangegeven dat het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen op prudente wijze dient te geschieden. Daarbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Voor het beleggen van middelen mogen in het algemeen alleen financiële instellingen als tegenpartij optreden. Die instellingen dienen ten minste een A-rating te bezitten.

punten zijn de inflatieverwachtingen en het consumentenvertrouwen. Deze zorgen voor een rentevergoeding op zowel de geld- als kapitaalmarkt die lager ligt dan vorig jaar. De referentiepunten op de die markten zijn als volgt: voor de geldmarkt (driemaands deposito) wordt een vergoeding van 2,0% (vorig jaar 2,3%) verwacht en voor de kapitaalmarkt (tienjarige staatsobligatie) ligt de verwachting op een rentevergoeding van 3,4% (vorig jaar 4,5%). Voor de beleggingtermijn van drie tot vier jaar, waarin de provincie veel van haar beleggingen heeft ondergebracht, wordt een rendement van 2,5% per jaar (vorig jaar 3%) verwacht. In 2005 heeft de provincie tot op heden € 15,9 mln uitgezet in beleggingen met looptijden van twee tot vier jaar ten laste van haar deposito’s. Deze omzetting levert een hogere rentevergoeding op dan de deposito’s. Voor 2006 leveren de meerjarige beleggingen in totaal € 16,9 mln aan rentebaten op. Hierop dient wel de afschrijving op agio in mindering te worden gebracht ad € 2,8 mln voor 2006.

Risicobeheer
Volgens de ‘Handreiking Treasury’ van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties dient in de financieringsparagraaf ingegaan te worden op de risico’s ten aanzien van rente, krediet, liquiditeit, koers, debiteuren en valuta, op het feit dat de uitvoering van de treasuryfunctie uitsluitend de publieke taak dient, dat het beheer prudent is en op de vraag of voldaan wordt aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De maat voor het renterisico op de vlottende schuld is de kasgeldlimiet. Uit hoofde van de Wet Fido geldt als grondslag de omvang van de jaarbegroting per 1 januari. De grondslag voor 2006 bedraagt € 551 mln. Vervolgens wordt de toegestane omvang van de kasgeldlimiet bepaald. Uitgaande van 7 procent bedraagt de kasgeldlimiet € 38,6 mln voor 2006. In geen kwartaal mag deze limiet worden overschreden, wat op basis van de huidige depositopositie ook niet wordt verwacht.

Algemene ontwikkelingen
Bij het opstellen van deze financieringsparagraaf (begin juli 2005) bestaat er nog steeds onzekerheid over de mate van economisch herstel. Aandachts-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

149

De maat voor het renterisico op de opgenomen en uitgezette vaste schuld is de renterisiconorm. De renterisiconorm is een bij ministeriële regeling aangegeven percentage van 20 over de stand van de vaste schuld per 1 januari van enig begrotingsjaar. De verkregen renterisiconorm wordt vergeleken met dat deel van de vaste schuld dat in het begrotingsjaar voor renteherziening in aanmerking komt, vermeerderd met het bedrag van herfinanciering. Blijkens de laatste stand van de financiële vaste activa staat er € 332 mln uit. Het bedrag van de renterisiconorm is dan € 66,4 miljoen. Aan aflossingen in 2006 is € 93,8 miljoen begroot, ruim € 27 mln meer dan de renterisiconorm. Volgens artikel 36 van het Besluit Begroting en Verantwoording 2004 (BBV) is een vastgestelde balansindeling van de financiële vaste activa vereist, te weten: a kapitaalverstrekkingen bonden partijen; b leningen aan woningbouwverenigingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; c overige langlopende leningen tijd van één jaar of langer; e bijdragen aan activa in eigendom van derden. aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige ver-

De leningen vermeld onder b. betreffen leningen die verstrekt zijn uit hoofde van publieke taak, te weten NUON € 21,3 mln. en PWN € 5,4 mln. De onder c. vermelde overige langlopende leningen zijn op basis van bestuurlijke besluitvorming verstrekt aan Coöperatieve Visafslag Den Oever (€ 0,1 mln), gemeente Purmerend (€ 9,3 mln) en Investeringsmaatschappij Noordzeekanaalgebied C.V. (€ 3,3 mln). De uitzettingen ad € 292 miljoen, vermeld onder d., zijn verstrekt uit hoofde van de Treasury. De uitzettingen voldoen aan de eisen uit hoofde van de Wet Fido. Het gaat om 13 verschillende financiële instellingen en een gemeente. De leningsvormen zijn te onderscheiden in onderhandse geldleningen, openbare obligaties en medium term notes. De komende vijf jaar vallen verstrekte leningen en uitzettingen als volgt vrij: 2006 € 92 mln, 2007 € 151 mln, 2008 € 44 mln, 2009 € 4 mln en 2010 € 4 mln, dus in totaal € 295 mln. Deze bedragen kunnen worden aangewend voor provinciale investeringen. Momenteel lopen er diverse investeringsprojecten, met als grootste de extra investeringsimpuls ad € 500 mln. De besluitvorming daarover is nog niet afgerond, zodat nog geen totaalbedrag genoemd kan worden. Gelet op de in vorige alinea genoemde middelen en de aanwezige liquiditeiten zal de financiering in de eerstkomende jaren geen probleem vormen.

d overige uitzettingen met een rentetypische loop-

Voor onderdeel a. wordt verwezen naar de paragraaf Verbonden partijen. b c Leningen verstrekt aan deelnemingen € 27 mln Overige langlopende leningen rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal conform staat 6.2 Investering en Financiële vaste activa etc. _________ € 332 mln € 13 mln € 292 mln

d Overige uitzettingen met een

Garanties
De door de provincie gegarandeerde leningen, die grotendeels door gezondheidsinstellingen bij institutionele vermogensverschaffers zijn opgenomen, omvatten bijna € 48 miljoen. Als gevolg van aflossingen daalt dit bedrag naar ruim € 43 miljoen ultimo 2006. Ten slotte heeft de provincie aan het begin van het begrotingsjaar aan andere garantieverplichtingen

150

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

tegenover derden een bedrag van ruim € 13 miljoen uitstaan.

3.5 Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering bij de overheid definiëren wij als de

Derivaten
Van derivaten (afgeleide financiële producten, zoals opties en termijncontracten) maakt de provincie geen gebruik.

sturing en beheersing van bedrijfsprocessen binnen de overheid om de (beleids)doelstellingen te kunnen realiseren. Het betreft zowel primaire als ondersteunende processen. Bedrijfsvoering is geen doel op zich; het uiteindelijke doel is immers het realiseren van de door het bestuur vastgestelde (beleids)doelstellingen.

Valuta
De provincie bezit geen financiële activa in vreemde valuta en kent dus geen valutarisico.

Missie Liquiditeiten
Gelet op de bij (financiële) instellingen gestalde deposito’s ad € 234 miljoen per juli 2005, worden er in 2006 geen liquiditeitsprobleem verwacht. Dit bedrag is inclusief een bedrag van circa € 50 mln van derden voor de reconstructie van de N201. De rentebaten van dit laatste bedrag worden aan het project toegevoegd. De deposito’s voldoen alle aan de ratingseisen die gesteld zijn in de Wet Fido. In het kader van relatiebeheer zijn bovengenoemde deposito’s ondergebracht bij zes instellingen. De missie van de provincie Noord-Holland is het leveren van een concrete bijdrage aan de kwaliteit van de Noord-Hollandse samenleving op alle terreinen van de publieke dienstverlening.

Doel van de ambtelijke organisatie
De ambtelijke organisatie ondersteunt het college bij het uitvoeren van het collegeprogramma. De afnemers zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. De ambtelijke organisatie is hiervoor slagvaardig en professioneel ingericht.

Prudent beheer
Het prudent beheer van middelen draait om twee aspecten: voldoende kredietwaardigheid van de tegenpartij (debiteurenrisico) en een beperkt marktrisico van de uitzetting. In de ministeriële “Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden” is ingegaan op het begrip prudent. Gelet op de verdeling van de verstrekte langlopende leningen en uitzettingen en de spreiding van de kortlopend uitgezette middelen is naar onze mening invulling gegeven aan het begrip prudent beheer.

Scheiding beleid en uitvoering
De scheiding tussen beleid en uitvoering is een leidend principe voor de inrichting van de nieuwe organisatie. Om een betere sturing te realiseren is deze indeling de basis van de hoofdstructuur. Dit maakt het mogelijk gelijksoortige processen gezamenlijk te organiseren, aangestuurd onder verantwoordelijkheid van één directeur. In de hoofdstructuur staat de sturing van het concern centraal. Dit concern bestaat uit drie productgroepen, te weten :

beleidsvoorbereiding en -evaluatie, ondergebracht in het cluster Beleid; administratieve producten (Subsidies, Handhaving en Vergunningverlening), ondergebracht in het cluster SHV; tastbare/zichtbare producten (onderhoud van (vaar)wegen en realisatieprojecten), ondergebracht in het cluster Beheer & Uitvoering.

Publieke taak
Volgens de Wet Fido mogen openbare organen uitsluitend financiële transacties aangaan voor de uitoefening van de publieke taak. In het kader van de uitoefening van de treasuryfunctie geschieden al de transacties per definitie ten dienste van de publieke taak.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

151

Organisatie
De hoofdstructuur van de organisatie per 1 januari 2006.

Statengriffie Statengriffie

PS PS

GS GS

Controlunit Controlunit

Algemeen Directeur Algemeen Directeur MT MT

Cluster Middelen Cluster Middelen

Cluster Beleid Cluster Beleid

Cluster Subsidies, Handhaving en Vergunningen Cluster Subsidies, Handhaving en Vergunningen

Cluster Beheer en Uitvoering Cluster Beheer en Uitvoering

Middelen centraal georganiseerd
In de hoofdstructuur zijn de bedrijfsvoeringsprocessen georganiseerd in een centraal cluster Middelen. Het cluster Middelen ondersteunt elk cluster op de gebieden financiën, personeel, organisatie, juridische zaken, informatie, automatisering, facilitaire dienstverlening, communicatie en administratie. Tevens levert het cluster Middelen de kaderstelling voor de algemeen directeur. Een groot aantal van de facilitaire en ICT-taken wordt uitbesteed. Het cluster Middelen voert de regie over deze opdrachtverlening aan externe partners.

waarin de planning van producten en activiteiten ter uitvoering van de programmabegroting is opgenomen. Deze werkwijze waarborgt een consequente koppeling in de lijn van politieke doelstelling tot concrete uitvoering. Door deze werkwijze zijn de voortgangsrapportages voor het college en PS direct te herleiden tot de door PS vastgestelde programmabegroting. Deze lijn waarborgt tevens de inbreng van PS in de voortgangsrapportages bij de voor- en najaarsnota. Om ook op het vlak van bedrijfsvoering een transparante en duidelijke sturing te kunnen realiseren, hebben wij ervoor gekozen de belangrijkste taakvelden in ondersteunende sfeer te integreren in de planning- en controlcyclus. Daarvoor brengen we de doelstellingen en resultaten van de ondersteunende processen op eenzelfde wijze in beeld als de primaire processen.

Planning en Control
Voor sturing op het primaire proces en beheersing van de ondersteunende processen zijn er in de organisatie specifieke planning- en controlinstrumenten. Deze geven invulling aan de door Provinciale Staten vastgestelde planning- en controlcyclus, waarin de programmabegroting een centrale plaats inneemt. Op basis hiervan stellen wij een productenraming vast,

152

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Voor de belangrijkste delen van de bedrijfsvoering en de ondersteunende processen is in deze paragraaf weergegeven wat we willen bereiken. Het betreft de volgende taakvelden: Personeel en Organisatie, Informatisering en Automatisering, Juridische zaken, Communicatie, Facilitaire Zaken. Daarnaast geven we in deze paragraaf weer wat we willen bereiken voor twee specifieke taken in het productieproces: Subsidies en Kennis & Strategie.

werken”, omdat dezelfde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd bij halvering van de materiele lasten. Bovendien gaat er gewerkt worden met een producten- en dienstencatalogus die duidelijkheid biedt over het dienstenpakket aan de totale organisatie. Het PSA-systeem P-view wordt vervangen door SAP-HR, wat de personeels- en salarisadministratie rechtstreeks koppelt aan het concernbrede financiële systeem. Daardoor zullen de managementrapportages helderder zijn en beter afgestemd op de vraag.

Personeel en organisatie
De afdeling Personeel en Organisatie (P&O) heeft als doelstelling om samen met het lijnmanagement te komen tot competente en betrokken medewerkers, die op professionele wijze bijdragen aan het primaire proces van de provinciale organisatie. Kerntaken van P&O zijn het adviseren van het management op rechtspositioneel gebied en personeelsbeleid, management development (werven en begeleiden van trainees en het coachen en begeleiden van potentials en leidinggevenden) en de personeels- en salarisadministratie. De ombouw naar een klantgerichte organisatie heeft hoge prioriteit, omdat daarmee vorm wordt gegeven aan de nieuwe organisatie. Het accent ligt op “anders
Productgroepomschrijving
Voormalig personeel Overige diensten voor derden

In 2006 komt er een herijking van het totale HRMbeleid en -instrumentarium. Dit moet leiden tot minder regelgeving en duidelijkere bevoegdheden. Een en ander gebeurt in overleg met de Ondernemingsraad en (eventueel) het Georganiseerd Overleg. De functie Organisatieadvies en advies over opleidingen zal, conform de aangegeven standpunten van het bestuur, worden afgebouwd. Werkzaamheden op deze terreinen zullen voortaan moeten worden ingehuurd. De speerpunten in 2006

Afhandeling van de personele aspecten van de reorganisatie. Ombouw naar klantgerichte organisatie van het cluster Middelen. Management development. Effectieve transitie van het personeels- en salaris-

■ ■

Belangrijke activiteiten in 2006
■ ■

Correcte betaling uitkeringen voormalig personeel Correcte salarisadministratie van door de provincie uit te betalen kosten voor het IZR

Administratie detacheringen Uitvoer regelingen Sociaal Plan Opstellen rechtspositionele brieven Inspelen op vraaggestuurde dienstverlening, HRM-instrumenten inzetten ten behoeve van effectieve en klantgerichte werkwijze

Afhandeling personele aspecten reorganisatie

■ ■

Klantgerichte organisatie cluster Middelen

Management Development Implementatie SAP HR

■ ■

Verdere professionalisering en begeleiding van management Effectief verloop van P-view naar SAP HR en efficiënte implementatie en uitvoering

HRM-beleid en instrumentarium Beleidsontwikkeling en advies op rechtspositioneel gebied

■ ■

Herijking personeelsbeleid na de reorganisatie Adviseren management

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

153

administratiesysteem van P-view naar SAP-HR.

Verder ontwikkelen en beheren van een (organisatiebrede) informatiearchitectuur, mede richting geven aan een ‘vraaggestuurde publieke elektronische dienstverlening (één loket)’, te beleggen in de nieuwe cluster Middelen.

Ontwikkeling en implementatie van HRM-beleid en HRM-instrumentarium na de reorganisatie. Beleidsontwikkeling en advisering op rechtspositioneel gebied. –

Verstevigen van het functioneel applicatiebeheer binnen de organisatie, te beleggen binnen de nieuwe cluster Middelen.

Informatievoorziening en automatisering
De afdeling Informatievoorziening en automatisering zet zich in voor een optimale informatievoorziening en geautomatiseerde ondersteuning van werkprocessen bij de provincie.

Belangrijk aandachtspunt
Het in de overgangsperiode tot aan de outsourcing waarborgen van ‘going concern processen’ en het ondersteunen van de nieuwe clusters, onder andere door het tijdig signaleren van eventuele knelpunten en het zo nodig benoemen van nieuwe prioriteiten.

De speerpunten in 2006

Implementatie plan van aanpak ICT-servicedesk ‘Nieuwe stijl’ (gericht op de verdere professionalisering van de dienstverlening in het licht van de missie van de cluster Middelen/aankomende outsourcing). Leveren van een adequate inhoudelijke bijdrage voor het outsourcingtraject. Consolidatie contract-, software- en licentiebeheer, te beleggen in de nieuwe cluster Middelen c.q. regiefunctie richting de outsourcingpartner.

Productgroepomschrijving
Een optimale informatievoorziening en geautomatiseerde ondersteuning van de werkprocessen bij de provincie

Belangrijke activiteiten in 2006

Een voortdurende (her)ijking van de ICT-voorzieningen aan de veranderende omgevingseisen (over te dragen aan de nieuwe cluster Middelen)

De ontwikkeling en implementatie van (nieuwe) informatiesystemen (gedeeltelijk over te dragen aan de nieuwe cluster Middelen)

De provinciaal medewerkers via een centraal computernetwerk kunnen laten werken met op de functie toegesneden toepassingen, toegang tot internet en intranet, bijbehorende randapparatuur en helpdeskondersteuning (definitieve bepaling van het aantal werkplekken vindt plaats als de definitieve huisvestingssituatie van de clusters bekend is).

■ ■ ■

Toegankelijke digitale gegevens Een bedrijfszekere telecommunicatie (zowel vast als mobiel) Interne afdelingsondersteuning (uit te voeren door c.q. in overleg met de cluster Middelen)

154

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Juridische zaken
Juridische Zaken richt zich op verbetering van de juridische kwaliteit van de door de provincie genomen beslissingen, zodat de rechtmatigheid van deze beslissingen wordt gewaarborgd. De going concerntaken zijn juridische adviezen, projectondersteuning, implementatie van nieuwe wetgeving, opstellen van verordeningen, mandaten en convenanten, het inschakelen van de huisadvocaat, deskundigheidsbevordering, onderhouden van juridische contacten en juridische informatievoorziening. Voor een compleet beeld van de activiteiten van de afdeling Juridische Zaken wordt verwezen naar het programma Bestuur en Burger.

Het regisseren van juridische kwaliteitszorg middels kwaliteitseisen en normen. Juridisch adviseur aan organisatie/management/bestuur (faciliteren van kwaliteitszorg).

De speerpunten in 2006
■ ■

Opzet contractbeheer. Opzetten één loket schadezaken inclusief regeling nadeelcompensatie. Besluitvorming provincie Europaproof. Inventariseren van convenanten en het doorlichten op nut en effect. Rechtmatigheid en bevoegd genomen besluiten.

■ ■

Belangrijke aandachtspunten

Opdrachtgeverschap-opdrachtnemerschap vindt JZ zeer belangrijk. Bij grote adviezen worden afspraken gemaakt over de leveringstermijn, de inzet van personeel en de kwaliteit van het geleverde advies. Kleinere adviezen worden per e-mail bevestigd. Er vindt voortdurend overleg plaats met/over cliënten, zowel door de afdelingscontactpersoon als in het managementoverleg juridische kwaliteit (MJK).

Productgroepomschrijving
Juridische Zaken (stafdeel)

Belangrijke activiteiten in 2006
■ ■ ■ ■

Opzet contractbeheer Opzetten éen-loket schadezaken inclusief nadeelcompensatieregeling Besluitvorming provincie Europaproof Inventariseren convenanten en het doorlichten op nut en effect

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

155

Facilitaire zaken

De speerpunten in 2006
Nieuwbouw en renovatie van de kantoorgebouwen begeleiden.

De afdeling Facilitaire Zaken verzorgt een doelmatige en op het bedrijfsproces afgestemde huisvesting voor de bestuurlijke en ambtelijke organisatie en levert doelmatige, efficiënte en klantgerichte diensten aan de primaire processen van de organisatie tegen zo laag mogelijke kosten.

Een naadloze overgang bewerkstelligen van de huidige diensten naar de outsourcing. Professionalisering inkoop inrichten volgens het clusterplan middelen.

Belangrijk aandachtspunt
De afdeling wil de reguliere ondersteuning van de organisatie op het huidige niveau houden. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de nieuwe werkwijze van het cluster Middelen. De ‘oude’ afdeling verzorgt in de nieuwe organisatie de outsouricng van diensten tot in de overgang is voorzien. Deze wordt zo uitgevoerd dat het serviceniveau op peil blijft.

Streven naar een hoge klantgerichtheid.

Professionalisering inkoop
Het team inkoop en aanbesteding staat in voor het strategische en tactische inkoopbeleid van de hele organisatie. Daarnaast verzorgt het team de inkoop van alle middelen voor de bedrijfsvoering van de hele organisatie. De resultaten van het project verantwoord aanbesteden (nieuwe aanbestedingsregels, AO etc. waarover PS op 4 juli 2005 heeft besloten) worden geïmplementeerd binnen de nieuwe organisatie. Daarbij vervult het team inkoop en aanbesteding een centrale rol. Het doel is dat inkoop en aanbesteding volgens de regels en tegen zo laag mogelijke kosten verlopen.
Productgroepomschrijving
Huisvesting

Belangrijke activiteiten in 2006
■ ■ ■

Begeleiden nieuwbouw Dreef Aanpassen paviljoen Welgelegen Vaststellen programma van eisen renovatie Houtplein Verbetering provinciale archivering Ondersteuning organisatie Begeleiden overgang naar outsourcing van de diensten Taxikeurmerk tbv vervoer GS-leden Vervanging huidige FB-auto’s door gasauto’s Verhogen aandeel biologische producten in de catering

Services

■ ■ ■ ■ ■ ■

156

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Communicatie
Communicatie levert de door het bestuur gewenste bijdrage aan de profilering van het provinciaal bestuur en haar diensten en producten.
■ ■

en de verschillende rollen van het provinciaal bestuur. sterkere profilering van de diensten en producten die door de keuzen van het provinciaal bestuur tot stand komen. bijdrage aan ‘Andere Overheid’ (ontwikkeling één loket, elektronische handtekening etc. etc.)
■ ■

De profilering van het provinciaal bestuur (GS en PS) is de kern van de corporate communicatie. Het hoofddoel van de provinciale communicatie is om het bestuur, haar diensten en producten duidelijk te profileren conform het gewenste imago en tevens een bijdrage te leveren aan de profilering van het duale stelsel. De projectcommunicatiespecialisten verzorgen de communicatie van minimaal 50 provinciale projecten. Een aantal van de concerntaken van de afdeling valt binnen het programma Andere Overheid, zoals onze bijdrage aan het digitaal loket. Overige corporate communicatieactiviteiten zijn het ontwikkelen en uitvoeren van alle interne en externe communicatiemiddelen, handhaving van de provinciale huisstijl, op aanvraag leveren van bijdragen aan de Statencommunicatie, jongerencommunicatie, het relatiemanagement van de commissaris van de Koningin, het relatiegeschenkenbeleid en de voorbereiding van de verkiezingen 2007.
■ ■ ■ ■ ■ ■

(mede) ontwikkelen publieksvoorlichting. stimuleren en faciliteren van interactieve beleidsvorming. versterken van de (regiogerichte) contacten met de externe media.

Belangrijke aandachtspunten
de volksvertegenwoordiging in het duale stelsel wordt duidelijker. voorbereiding van verkiezingen 2007. de producten en diensten van het provinciaal bestuur zijn duidelijk. het gewenste imago van het provinciaal bestuur neemt toe. de communicatieactiviteiten versterken elkaar door de uitvoering van een geïntegreerd communicatiebeleid zoals verwoord in het door GS op 16 september 2004 vastgestelde beleidskader 2003-2007.

Speerpunten in 2006

versterken van het gewenste provinciale imago

Productgroepomschrijving
Communicatie

Belangrijke activiteiten in 2006
■ ■ ■

projectcommunicatie rond beeldbepalende projecten beheer provinciale website ontwikkeling interne en externe communicatiemiddelen (brochures, folders, jaarverslagen, televisieprogramma’s etc.)

■ ■

organisatie bestuurlijke optredens en evenementen versterking naambekendheid van de provincie door naamsvermelding na verlening subsidies en (mede)financiering af te dwingen

■ ■ ■ ■

eerste fase uitvoering voorbereidende activiteiten verkiezingen 2007 lijncommunicatie advisering en ondersteuning afdelingen bij interne communicatie intranet en interne magazines

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

157

Subsidies
Efficiënt, effectief en rechtmatig subsidies verstrekken en een optimale dienst verlenen aan haar interneen externe klanten. Dit doet de sector Subsidies in samenwerking met de clusters Beleid en Middelen. De sector Subsidies ontwikkelt deskundigheid op het beleidsinstrument subsidies en adviseert het bestuur en de genoemde clusters over de inzet van het subsidie-instrument.

cluster Middelen ondersteunen juridisch medewerkers het primaire proces. De administratief medewerkers worden ook ingezet in de frontoffice van het cluster.

Taakverdeling
De sector Subsidies bestaat uit de units A en B. Elke unit behartigt een aantal beleidsvelden. Unit A: Cultuur, Educatie, Monumenten en Archeologie, Zorg, Welzijn en Ouderen.

Organisatie
Het proces subsidieverstrekking staat centraal in de sector Subsidies. De formatie van 38 fte per 1 januari 2006 wordt ingezet voor de programma’s 1 tot en met 11 in de begroting. Dit gebeurt in teamverband in de Units. Hierbij gelden de volgende overwegingen:

Unit B: Water, Natuur, Landschap, Openluchtrecreatie en toerisme, Milieu, Landbouw, Bodem, Ontwikkelingssamenwerking, Economie, FIN-H, Vervoer en Infrastructuur.

Aansturing
De sector Subsidies maakt deel uit van het cluster SHV. Het sectormanagement bestaat uit twee mensen, de sectormanager en de unitmanager. De sectormanager en de unitmanager sturen beiden een unit aan.

Flexibiliteit en stabiliteit: door teams verantwoordelijk te stellen voor de uitvoering van een subsidieregeling, ontstaat er meer flexibiliteit en stabiliteit. Betrokkenheid: de grootte van de teams is voldoende om het bovenstaande te bereiken en klein genoeg om medewerkers maximaal te betrekken bij het proces.

De speerpunten in 2006

Efficiënt, rechtmatig en doeltreffend uitvoeren van subsidieverstrekking conform de opdracht van de directie:

Motivering medewerkers/invloed op het werk: bepaalde regeltaken, zoals planningsactiviteiten, kunnen door de teams worden verzorgd. Dit ontlast het management en motiveert de medewerkers; Continue verbetering en verhoging van het leervermogen van de afdeling: de teams zijn verantwoordelijk voor de (eind)resultaten. Hierdoor kan in teamverband continu worden gewerkt aan het verbeteren van de prestaties. De teams kunnen van elkaar leren om zo tot verbeteringen te komen.

Efficiency = het gemiddeld aantal behandelde subsidieaanvragen per fte (primair proces); Rechtmatigheid = % gewonnen HAC zaken t.o.v. totaal ingediend aantal HAC zaken voor de afdeling Subsidies; Doeltreffendheid = % juist ingevoerde subsidiebedragen per maand = aantal verschillen tussen SAP/Susy; % volledig ingevoerde afhandeltermijnen per maand; volledig ingevoerde n.a.w. gegevens in RBS_sub + aanvragers in Susy /RBS_sub.

Specialisten
Binnen de Sector zijn in het primaire proces financieel specialisten werkzaam. Vanuit het cluster werkt een kwaliteitsmedewerker voor subsidies aan kwaliteitsverbetering van de werkwijzen. Vanuit het

Samenwerking met het cluster Beleid en inspelen op hun wensen en doelstellingen:

Tevredenheid = jaarlijkse meting & evaluatie;

158

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Klant/leverancier of dienstverlener = % actuele dienstverleningsovereenkomsten (of samenwerkingsovereenkomsten) / DVO.

Een optimale dienstverlening aan de subsidieaanvragers en -ontvangers:

Tevredenheid: Uitvoeren belangrijkste verbeterpunten o.b.v. tevredenheidsmeting 2004: 1 Het op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen inzake het provinciale beleid en subsidieregelingen; 2 De snelheid van subsidieverlening; 3 De helderheid/duidelijkheid van de aanvraagformulieren.

Belangrijke aandachtspunten

Afstemming beleid en uitvoering. Voor het uitvoeren van het beleidsinstrument subsidies is samenwerking tussen beleid en uitvoering essentieel. Op managementniveau wordt samengewerkt voor de begrotingscyclus, het monitoren van de uitvoering en het signaleren van noodzakelijke beleidswijzigingen. De medewerkers van subsidies en beleid werken samen bij de voorbereiding van bestuurlijke besluiten over subsidieverlening en bij de uitvoering van die besluiten. ICT. Voor het uitvoeren, beheren en monitoren van het beleidsinstrument subsidies is een automatiseringsysteem nodig. Dit systeem moet minimaal de termijnen van alle deelprocessen van het proces subsidieverstrekking monitoren en de subsidieplafonds bewaken. AO/werkprocessen. De afdeling Subsidies bestaat nog maar kort. Al in 2005 kregen de werkprocessen bijzondere aandacht. De beschrijving en implementatie van de werkprocessen is ook in 2006 aan de orde.

Productgroepomschrijving

Belangrijke activiteiten in 2006

Het beleidsinstrument subsidies komt voor in diverse programma’s van de begroting / productenraming.

Subsidieaanvragen beschikken.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

159

Kennis en strategie
Samenhang en helderheid op strategisch gebied en de organisatie voorzien van kennis op maat.

De speerpunten in 2006

Beleidsmonitoring verder vormgeven en verankeren. Methodiek van strategische verkenningen verankeren in het beleidsproces. Centraal ontsluiten en leveren van betrouwbare (geografische) basisdata. Adviseren over het doelmatig inzetten en uitbesteden van extern onderzoek. Voor een aantal provinciale producten de informatievoorziening in kaart brengen en optimaliseren.

Belangrijke aandachtspunten

Bij het verlenen van een geo(data) opdracht krijgt de aanvrager binnen een week een tijdsplanning. 100% betrouwbaarheid van de geleverde producten. Alle contracten over aanschaf van basisdata worden centraal beheerd.

Productgroepomschrijving
Strategie

Belangrijke activiteiten in 2006

Uitvoeren werkplan strategische verkenningen 2006 waaronder de Burgermonitor

Beleidsmonitoring

Uitvoeren werkprogramma beleidsmonitoring 2006 waaronder het adviseren over maatschappelijke effecten en indicatoren

(Geo)datavoorziening

Verder vormgeven van het Geoloket zodanig dat er eind 2006 via intranet een toegankelijke geografische database is.

Stimuleren GIS zodanig dat eind 2006 de GIS-methodiek wordt ingezet bij minstens drie nieuwe beleidsproducten

Informatievoorziening Onderzoeksadvisering

■ ■

Uitvoeren werkprogramma informatievoorziening 2006, waaronder DURP Adviseren bij formulering en uitbesteding van extern onderzoek, zodanig dat we extern onderzoek zo effectief mogelijk inzetten.

160

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

3.6 Verbonden partijen
Sinds 1 februari 2003 is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten van kracht. Artikel 9 schrijft voor dat de begroting een paragraaf verbonden partijen moet bevatten. Een verbonden partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een bestuurlijk belang is zeggenschap uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur of uit hoofde van stemrecht. De verbonden partijen van de Provincie NoordHolland bestaan uit de provinciale deelnemingen, de gemeenschappelijke regelingen waaraan wordt deelgenomen en publiekrechtelijke rechtspersonen waarmee een financieel en een bestuurlijk belang zijn gemoeid.

Vertegenwoordiging
In 2005 is er definitief voor gekozen om tijdens deze collegeperiode de belangen van de provincie bij de deelnemingen primair via de aandeelhoudersrol te behartigen. Wij zijn van mening dat dit uit vennootschapsrechtelijk oogpunt de voorkeur verdient. Dat betekent dat in de raden van commissarissen van de provinciale deelnemingen geen leden van het college zitting hebben. De aandeelhoudersrol is geplaatst in de portefeuille van de gedeputeerde die belast is met het beleidsveld. Teneinde het benodigde contact met de belangrijkste deelnemingen (NUON, Afvalzorg, PWN) te hebben, worden door het jaar heen verschillende afstemmingsoverleggen gehouden tussen de portefeuillehouder en bestuurders van de onderneming. Wij hebben PS voorgesteld periodiek overleg te plegen met de door of op voordracht van de provincie benoemde commissarissen in de diverse deelnemingen. Wij vinden dat provinciale commissarissen die op onze voordracht worden benoemd in ieder geval aan een aantal (algemene) kwalificatievoorwaarden moeten voldoen. Dit waarborgt het provinciale belang bij de deelneming. Op de internetsite van de provincie staat een register van provinciale commissarissen, zodat ook voor derden duidelijk is hoe de provincie vertegenwoordigd wordt. De structuurregeling in het Burgerlijk Wetboek is veranderd. Diverse deelnemingen (o.a. NUON, PWN en Afvalzorg) vallen onder het structuurregime. In de nieuwe structuurregeling is de direct door de overheid benoemde commissaris verdwenen. Wel betekent de wijziging een uitbreiding van de aandeelhoudersbevoegdheden, bijvoorbeeld door de bepaling dat de algemene vergadering van aandeelhouders de Raad van Commissarissen in zijn geheel naar huis kan sturen. Wij maken ons sterk voor optimale benutting van de verruimde zeggenschap bij de vennootschappen waarin de provincie deelneemt en streven naar goede afstemming met de overige aandeelhouders.

Toelichting deelnemingen
Het college is op grond van de Provinciewet bevoegd te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de provincie, dus ook tot het beschikken over de aandelen en het uitoefenen van aandeelhoudersrechten. Daarbij geldt dat wij PS op verzoek of wanneer de uitoefening van de aandeelhoudersrechten ingrijpende gevolgen voor de provincie kan hebben vooraf informatie geven. Het stemrecht op grond van de aandeelhoudersrelatie wordt uitgeoefend door een lid van het college op basis van een plenair collegebesluit. Van de belangrijkste deelnemingen worden de vergaderingen van aandeelhouders bezocht. De informatieverstrekking vanuit de deelneming vindt plaats door verzending van jaarstukken, begrotingen, notulen etc.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

161

Deelnemingen.
naam
1 2 3 N.V. Nuon N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland N.V. Afvalzorg

nominaal belang
61.962.205 6.806.703 14.294.077

percentage
9,2 100,0 90,0

belang (bestuurlijk)
stemrecht AVA stemrecht AVA stemrecht AVA

publiek doel
netwerkbeheer drinkwatervoorziening efficient gebruik stortplaatsen

4

N.V. Watertransportmaatschappij Rijn Kennemerland WRK

22.689

50,0

stemrecht AVA

drinkwatervoorziening

5

Schiphol Area Development Company N.V.

2.479.464

18,1

stemrecht AVA

ruimtelijke inrichting Schipholgebied

6 7

N.V. Luchtvaartterrein Texel N.V. Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland

12.252 45.378

5,2 100,0

stemrecht AVA stemrecht AVA

geen verbetering economie NH

Noord-Holland 8 Business Park Ymond C.V. 453.780 31,3

benoeming directie stemrecht AVA ontwikkeling bedrijventerrein

9

Financieringsmaatschappij voor Regionale Ontwikkeling van Noord-Holland ‘Firon’ B.V.

18.605

100,0

stemrecht AVA

ontwikkeling economie

10

NV Regionale Ontwikkelingsmaatschappij voor het Noordzeekanaalgebied

317.646

14,3

stemrecht AVA

Ontwikkeling Noordzeekanaalgebied

11

Zeehaven IJmuiden N.V.

408.402

8,4

benoeming lid administratiekant.

visserijbelangen

12 13 14 15 16

N.V. Bank Nederlandse gemeenten Nederlandse Waterschapsbank N.V. N.V. Landelijke bouwkunst West-Friesland N.V. Oostindiëvaarder ‘Amsterdam’ Recreatie Noord Holland N.V.

1.525.875 11.845 45.378 45 370.000

1,1 0,2 21,3

stemrecht AVA stemrecht AVA stemrecht AVA stemrecht AVA geen geen beheer en onderhoud recreatiegebieden

100,0

stemrecht AVA

gemeenschappelijke regelingen
Samenwerkingsverband Randstad Schadeschap Luchthaven Schiphol Recreatieschap Spaarnwoude Groengebied Amstelland Recreatieschap Het Twiske Recreatieschap Geestmerambacht Landschap Waterland Recreatiegebied Alkmaarder-en Uitgeestermeer

Doel
Bevordering van de ontwikkeling van het landsdeel west Bevordering afwikkeling schadevergoedingen uitbreiding Schiphol Beheer recreatiegebied Beheer recreatiegebied Beheer recreatiegebied Beheer recreatiegebied Beheer recreatiegebied Beheer recreatiegebied

publiekrechtelijk rechtspersoon
Fonds nazorg gesloten stortplaatsen provincie Noord-Holland

Doel
Beheer fonds ten behoeve van de nazorg stortplaatsen

vereniging
Interprovinciaal Overleg

Doel
belangenbehartiging provincies

162

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Het college ïnformeert PS over de ontwikkelingen bij de deelnemingen via de paragraaf verbonden partijen van de jaarrekening en anderszins als daar aanleiding toe is.

geen provinciaal belang meer. Deze aandelen worden verkocht zodra ook het Rijk haar belang in de NV opgeeft. Momenteel wordt onderhandeld over de voorwaarden waaronder de overdracht zal plaatsvinden. De afronding van de onderhandelingen wordt in het najaar van 2005 verwacht. De deelnemingen met een beleggingskarakter in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank dienen geen direct provinciaal belang, maar worden aangehouden vanwege het geringe risico en het hoge rendement. De deelneming in NV Landelijke Bouwkunst WestFriesland dient geen provinciaal belang en wordt afgestoten zodra een koper is gevonden. De aandelen in de NV Oost-Indiëvaarder Amsterdam zijn ooit verkregen als relatiegeschenk en dienen geen provinciaal belang. Gezien het te verwaarlozen belang worden ze aangehouden. Recreatie Noord-Holland NV beheert en onderhoudt

Ontwikkelingen
Naar hun aard worden de deelnemingen onderscheiden in (voormalige) nutsbedrijven, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, beleggingen en overig. De belangen in (voormalige) nutsbedrijven (NUON, PWN, Afvalzorg) zijn vooral ontstaan vanwege hun historische publieke belang. De voortgaande liberalisering van de energiemarkt maakt deze motieven voor het aanhouden van deze deelnemingen minder doorslaggevend. Regelmatig wordt beoordeeld of het aanhouden van de belangen een provinciaal belang dient. Voor de toekomst van onze deelneming in NUON is de landelijke discussie over de positionering van de energiesector van belang. Samen met de andere aandeelhouders in NUON volgen wij die discussie op de voet. Wij zien de drinkwatervoorziening, net als de rijksoverheid, als een publieke taak en hebben geen voornemen onze deelneming in NV PWN te verminderen. Ten aanzien van NV Afvalzorg hebben PS uitgesproken dat deze vennootschap een publiek belang dient. Uitbreiding van de activiteiten van Afvalzorg buiten het gebied van Noord-Holland en Flevoland (de huidige aandeelhouders) is niet uitgesloten, mits de decentrale overheden in het desbetreffende gebied daarvoor tot de vennootschap toetreden. NoordHolland zal echter altijd een bepalende meerderheid in de vennootschap willen hebben.

gebieden van zes recreatieschappen waarin de provincie deelneemt. Deze taak werd voorheen uitgevoerd door de provinciale onderafdeling Groenbeheer. Alle aandelen zijn bij de provincie geplaatst. Er worden nadere afspraken gemaakt over ‘inbesteding’ van activiteiten van de onderneming door de provincie. NV Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland kan eventueel worden ingeschakeld bij de vormgeving van het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord. In 2005 wordt de evaluatie van de provinciale deel-

Voor de participaties in regionale ontwikkelingsmaatschappijen gelden vooral sociaal-economische motieven. Zolang de doelstelling van een ontwikkelingsmaatschappij nog niet is bereikt, blijft de provincie daarom in principe deelnemen, tenzij nieuwe ontwikkelingen tot andere keuzes leiden. De deelneming in NV Luchthaventerrein Texel dient

nemingen uit 2000 geactualiseerd. Hierdoor kan het publieke doel van de deelnemingen wijzigen.

Toelichting gemeenschappelijk regelingen
Twee regelingen (Samenwerkingsverband Randstad en Schadeschap Luchthaven Schiphol) voorzien in de

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

163

afstemming van belangen tussen de diverse overheden in de regio. Ook is de provincie actief in zes recreatieschappen in het kader van landschapsbeheer en het creëren van recreatievoorzieningen.

door naar de uitbreiding van de grondbeleidsinstrumenten, inclusief een model van regionale ontwikkelingsmaatschappijen, een grondbank en een provinciaal grondbedrijf. Dergelijke ontwikkelingen kunnen extra risico’s met zich mee brengen, die afgewogen moeten worden bij de ter zake te nemen beslissingen. In dit verband wordt daarop hier niet ingegaan.

Toelichting overig
Het fonds nazorg gesloten stortplaatsen provincie Noord-Holland is op grond van de Wet milieubeheer tot stand gekomen als publiekrechtelijk rechtspersoon. Doel is het beheren van de gelden in het fonds ter dekking van de kosten van de gesloten stortplaatsen. De provincie is lid van het Interprovinciaal Overleg, het IPO. Het IPO is een vereniging, waarvan alleen de Nederlandse provincies lid kunnen worden. Met deze samenwerking wordt beoogd de condities waaronder provincies werken te optimaliseren en provinciale vernieuwingsprocessen te stimuleren.

Taakgebonden verwervingen
De taakgebonden verwervingen vinden plaats voor concrete provinciale plannen. Meestal betreft dit infrastructurele werken uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur. Voor alle aankopen gelden dezelfde uitgangspunten t.a.v. prijsvorming, schadeloosstelling en nadeelcompensatie. In dit kader wordt met voorrang gewerkt aan een regeling in verband met nadeelcompensatie voor claims van tracégedupeerden. Met in achtneming van de algemene uitgangspunten vraagt iedere transactie maatwerk, rekening houdend met de specifieke feiten en omstandighe-

3.7 Provinciaal grondbeleid
Algemeen
De Nota Grondbeleid uit 1994 en de Tweede Nota Grondbeleid 2001 “Met beide benen op de grond”, zoals deze op 10 december 2001 door Provinciale Staten is vastgesteld, vormen het uitgangspunt voor aan- en verkoop en het beheer van onroerende zaken die eigendom van deze provincie zijn en niet worden benut voor de openbare dienst. Beide nota’s gaan uit van het onderscheid tussen taakgebonden en anticiperende aankopen. Ook strategische aankopen worden vermeld, maar over de toepassing daarvan heeft geen besluitvorming plaatsgevonden. De toepassing van het grondbeleid heeft als regel financiële consequenties en kan, afhankelijk van de omvang van de bestede middelen, grote financiële risico’s inhouden. In dit kader is het zinvol om voor de uitvoering van het grondbeleid ook in 2006 goed rekenschap te geven. Uitgegaan wordt van het vastgestelde beleid. Het, op basis van het collegeprogramma 2003 - 2007, gestarte onderzoek loopt nog

den. Zolang er nog geen definitief besluit tot uitvoering van het plan is genomen, maar de taakgebonden verwervingen wel zijn gestart, vormt de vrije verkoopwaarde het uitgangspunt. Daarbij speelt het plaatselijk prijsniveau een belangrijke rol. Naast de vermogenschade wordt een vergoeding geboden voor verhuis- en herinrichtingskosten en voor aankoopkosten van een vervangende onroerende zaak (taxatie- en makelaarskosten, notariskosten e.d.). Als concreet tot de uitvoering van een plan is besloten vindt de verwerving plaats tegen vergoeding op onteigeningsbasis. Indien op deze basis niet tot aankoop kan worden gekomen, wordt vervolgens de onteigening in gang gezet. De bekostiging van grondverwerving vindt plaats vanuit de projectbudgetten voor de uit te voeren infrastructuurplannen. In 2006 zijn voor diverse plannen aankopen aan de orde. In financiële zin zijn de aankopen voor de omlegging van de N201 en de reconstructie van de N242 de belangrijkste. In de loop van 2005 werd er voor het project Wieringerrandmeer een intentieovereenkomst bereikt tussen de partijen. Hierdoor is het karakter

164

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

van de verwerving gewijzigd van anticiperend naar taakgebonden. Een samenwerkingsovereenkomst wordt spoedig verwacht.

gen € 2,3 mln, terwijl er nog verplichtingen liepen tot een bedrag van € 0,6 mln bij een boekwaarde van € 10,6 mln. De resterende bestedingsruimte per 31 december 2004 is € 16,0 mln. Ultimo 2004 bedroegen de opbrengsten uit verkoop van anticiperend verworven grond € 2,2 mln. Bij een boekwaarde van € 2,1 mln resulteerde dit in een winst van € 0,1 mln, die is toegevoegd aan de risicoreserve. Er is nog geen zicht op nieuwe concrete transacties. Wegens de correctieboeking voor de Wieringerrandmeer resteert er bij aanvang van het begrotingsjaar 2006 een budget van € 27,2 mln. Voor twee grote strategische projecten loopt het in 2004 ingezette voorkeursrecht tot aankoop door een aantal gemeenten krachtens de Wet voorkeursrecht gemeenten verder door. Verwacht wordt dat in 2006 diverse percelen aan de provincie te koop worden aangeboden (taakgebonden). Voor de rest van 2005 en 2006 bestaan er op dit moment geen concrete nieuwe transacties. Wel wordt hierover nagedacht in het kader van nieuw grondbeleid.

Anticiperende verwervingen
Het instrument anticiperende grondverwerving wordt ingezet waar grond wordt aangeboden en op termijn provinciale strategische doelstellingen gerealiseerd kunnen worden. De concrete plan- en besluitvorming daarover laat dan nog op zich wachten. De onroerende zaken worden aangekocht tegen marktwaarde. Als de plannen geen doorgang vinden kunnen de aangekochte onroerende zaken worden afgestoten tegen de dan geldende marktwaarde. De risico’s van dergelijke aankopen zijn gelegen in een daling van de marktwaarde en rentelasten over de periode van eigendom. Deze afspraken en regels zijn neergelegd in de nota Financiële spelregels anticiperende grondaankopen. Voor anticiperend grondbeleid is een krediet van € 27,23 mln beschikbaar. Dit is een ‘revolving fund’, omdat de gronden bij doorgang van het beoogde plan ten laste komen van het planbudget. Het krediet wordt dan voor hetzelfde bedrag aangezuiverd. Dit gebeurt in 2005 voor het project Wieringerrandmeer. Als voorgenomen plannen geen doorgang vinden, kunnen de onroerende zaken tegen marktwaarde worden verkocht. Voor eventuele verliezen en niet te compenseren rentelasten is eind 2001 binnen de saldireserve een bedrag van € 2,7 mln geoormerkt als risicoreserve grondbeleid. Deze risicoreserve is slechts zeer beperkt aangesproken (stand ultimo 2004: € 2,6 mln).

Risico’s anticiperend grondbeleid
De voornaamste risico’s van anticiperende grondaankopen zijn het niet doorgaan van de plannen waarvoor grond is aangekocht, de rentebijschrijvingen en een daling van de marktwaarde van de aangekochte gronden. In 2005 is de hoogte van de gemiddelde grondprijs (agrarisch) ongeveer € 2,60 per m2 (€ 26.000 per ha). Per 1 januari 2005 was het negatieve saldo van geschatte winsten en verliezen bij verkoop van de onroerende zaken in de huidige staat een € 2,8 tot € 3,9 mln. Dit overstijgt de aanwezige risicoreserve grondbeleid, die op dezelfde datum € 2,6 mln bedroeg. Begin 2005 is aan PS een voorstel voorgelegd tot ophoging van deze risicoreserve. Voor deze ophoging zou een gedeelte kunnen worden benut van de te verkrijgen opbrengst van een verkoop van gronden in Heemstede. Inmiddels is besloten om de helft hiervan toe te voegen aan de risicoreserve. Uiteraard moet bij alle komende transacties het risico van de gehele portefeuille worden afgewogen in rela-

Financiële positie anticiperend grondbeleid
Over de taakgebonden en anticiperende verwervingen rapporteert GS jaarlijks aan PS. In de jaarverslagen wordt gerapporteerd over de uitvoering van het grondbeleid, de besteding van de beschikbare kredieten en de risico’s inzake de anticiperende verwervingen. Ultimo 2004 bedroegen de bestedingen ten laste van het krediet voor anticiperende verwervin-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

165

tie tot de risicoreserve grondbeleid. Naar mate de grondportefeuille groeit worden de risico’s groter en wordt de risicobeoordeling steeds belangrijker. In het kader van de nieuwe nota grondbeleid wordt de financiële structuur van grondaankopen en vastgoed beoordeeld en zo nodig aangepast. Ook in dit kader moeten de genoemde financiële spelregels bezien worden.

Bij het opstellen van de programmabegroting 2006 is het PMI voor de jaren 2006-2010 nog niet beschikbaar. De afwijking tussen de financiële verantwoording van het PMI in de programmabegroting 2006 en het later dit jaar vast te stellen PMI 2006-2010 zal in de voorjaarsnota 2006 gesynchroniseerd worden. Wij streven ernaar voor het begrotingsjaar 2007 uit te kunnen gaan van het PMI 2007-2011.

3.8 Provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur (PMI)
Inleiding PMI 2006
Het provinciaal meerjarenprogramma infrastructuur (PMI) geeft een jaarlijks voortschrijdend inzicht in de geplande investeringen van projecten die in uitvoering genomen zijn. De projecten voor aanleg van wegen zijn dynamische processen, die beïnvloed worden door een turbulente omgeving met partijen die uiteenlopende belangen hebben. Dit heeft onder andere tot gevolg dat kasritmes en de meerjarenbegrotingen voor de samenhangende kapitaallasten gedurende het boekjaar 2005 enkele keren zijn aangepast. Wij verwachten voor het begrotingsjaar dat de dynamiek hetzelfde zal zijn als in voorgaande jaren. Kapitaallasten in PMI 2006
Omschrijving van de Investering

De kapitaallasten 2006 zijn berekend op basis van de op 26 mei 2005 vastgestelde actualisering van het PMI en een bijgewerkt kasritme van het PMI voor 2005. In juli 2005 heeft vervolgens nog een neerwaartse bijstelling van het kasritme 2005 plaatsgevonden van circa € 77 miljoen naar circa € 70 miljoen. Deze bijstelling is nog niet verwerkt.

Afschrijvingen

Toegerekende rentelasten

Totaal van de kapitaallasten

Toelichting

Provinciale wegen Achterstallig onderhoud vaarwegen Totaal kapitaallasten

13.345.299 287.693 13.632.992

10.305.268 311.838 10.617.106

23.650.567 599.531 24.250.098

nummer 306 nummer 335

Meerjarenraming Budget kapitaallasten Investeringsimpuls Totaal budget kapitaallasten 26.900.000 5.250.000 32.150.000

Onderschrijding

7.899.902

166

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

De kapitaallasten 2007-2009 zijn berekend op basis van de op 26 mei 2005 vastgestelde actualisering van het PMI en een bijgewerkt kasritme van het PMI voor 2005. In juli 2005 heeft nog een neerwaartse bijstelling van het kasritme 2005 plaatsgevonden van circa € 77 miljoen naar circa € 70 miljoen. Deze bijstelling is nog niet verwerkt.

Conclusie
Op basis van bovenstaande cijfers is er voor de jaren 2006 en 2007 een onderschrijding in de kapitaallasten van circa € 9, 4 miljoen (€ 7,9 miljoen + € 1,5 miljoen) en voor de jaren 2008 en 2009 een overschrijding van € 3,2 miljoen (€ 1, 4 miljoen en € 1,8 miljoen). Per saldo resteert een onderschrijding van € 6,2 miljoen. Wij beogen de onderschrijding in te zetten voor overschrijdingen van volgende jaren.

Kapitaallasten in PMI 2007-2009
Omschrijving van de Investering Totaal van de kapitaallasten 2007 Totaal van de kapitaallasten 2008 Totaal van de kapitaallasten 2009

Provinciale wegen Achterstallig onderhoud vaarwegen Totaal

28.860.742 811.598 29.672.340

31.654.617 901.064 32.555.681

31.968.664 1.013.420 32.982.084

Meerjarenraming Budget kapitaallasten Investeringsimpuls Totaal budget kapitaallasten 25.900.000 5.250.000 31.150.000 25.900.000 5.250.000 31.150.000 25.900.000 5.250.000 31.150.000

Onder-en overschrijding

1.477.660

-1.405.681

-1.832.084

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

167

3.9 Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H)
Begrotingsdebat 2005
Provinciale Staten hebben in het begrotingsdebat 2005 (15 november 2004) de uitgangspunten vastgesteld voor een extra investeringsimpuls NoordHolland. PS willen een zeer krachtige investeringsimpuls geven op een aantal gebieden, met name mobiliteit, economie in Noord-Holland Noord en zorg. Bovenop de reguliere middelen willen PS de komende jaren € 500 miljoen extra investeren om grote knelpunten voortvarend op te pakken en toekomstgerichte oplossingen uit te werken. Deze extra investering is als volgt verdeeld over een aantal programma’s:

aanvullende gegevens te verstrekken over de projecten opgenomen in de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland. PS willen op basis van de aanvullende gegevens op 26 september 2005 besluiten over de financiële dekking van de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (deels door zogenoemde ‘vrije’ UNA-middelen, deels door een eventuele opcentenverhoging). Wij stellen ons voor dat de resultaten van de bespreking van de ‘aanvullende gegevens over de Extra Investeringsimpuls NoordHolland’ betrokken worden in het begrotingsdebat 2006. De conclusies en eventuele besluiten betreffende de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland worden dan opgenomen in een eerste wijziging van de programmabegroting 2006 en in de productenraming 2006.

circa € 197,5 miljoen voor een Extra Investeringsimpuls Openbaar Vervoerinfrastructuur;

Overzicht projecten Extra Investeringsimpuls Noord-Holland
Onderstaand overzicht bevat de indicatieve groslijst van de te ontwikkelen projecten in het kader van de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland, zoals door Provinciale Staten vastgesteld op 30 mei 2005.

circa € 197,5 miljoen voor een Extra Investeringsimpuls Weginfrastructuur; circa € 10 miljoen voor een Extra Investeringsimpuls Versterking Economie in Noord-Holland Noord via de cluster duurzame energie; circa € 95 miljoen voor een Extra Investeringsimpuls Zorginfrastructuur, waarvan circa € 66 miljoen voor zorginfrastructuur en circa € 29 miljoen voor sociaal-culturele zorg in brede zin.

Beleidsdebat 2006
Een belangrijke stap voorwaarts voor de concrete invulling van de Extra Investeringsimpuls NoordHolland werd gezet in het beleidsdebat 2006 (30 mei 2005). PS stelden daarin een indicatieve groslijst vast van de te ontwikkelen projecten. Tevens hebben PS in dat debat bevestigd de Extra Investeringsimpuls Noord-Holland mede te financieren uit een opcentenverhoging. Het tijdstip van een opcentenverhoging ligt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het uitvoeringsgereed zijn van de te realiseren projecten. Een goede planning, begeleiding en voortgangscontrole van de geselecteerde projecten is noodzakelijk. Bij amendement 14-1 op de kaderbrief 2006 hebben PS het college opgedragen vóór 12 september 2005

168

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Extra Investeringsimpuls Openbaar Vervoerinfrastructuur (beschikbaar € 197,5 miljoen).
Indicatieve groslijst projecten
Zuidtangent RegioNet Haarlem/IJmond + Gooi en Vechtstreek Bereikbaarheid Kust Zuid As Amsterdam Zuiderzeelijn
1

Geraamd bedrag
€ 112.500.000 € 15.000.000 € 3.200.000 € 75.000.000 – € 205.700.000

Totaal indicatief investeringsbedrag

1)

Over uitwerking van het project ‘Zuiderzeelijn’ wordt pas besloten als er op rijksniveau meer duidelijkheid is over de realiseringskans

Extra Investeringsimpuls Weginfrastructuur (beschikbaar € 197,5 miljoen).
Indicatieve groslijst projecten
N201 N201 reservering Media Park Hilversum N23 Westfrisiaweg Zuidelijke Randweg Zaanstad Natuurverbinding Naardermeer – Ankeveense Plassen Oostweg Haarlem Verkeersmanagement A8-A9 Omlegging A9 Badhoevedorp / T106 Verbinding N244 Verbinding A208-A22 Ombouw N9 tot autoweg Totaal indicatief investeringsbedrag
1)

Geraamd bedrag
€ 31.300.000 € 20.000.000 € 12.500.000 € 100.000.000 € 15.000.000 € 3.000.000 € 15.000.000 € 5.000.000 € 15.000.000 – – – € 216.800.000

1)

Het project ‘Natuurverbinding Naardermeer-Ankeveense plas’ is voorshands gehandhaafd op de projectenlijst Weginfrastructuur, maar is bij voorkeur te financieren uit de reguliere begroting of het PMI. Gedeputeerde Staten werken de projecten van de prioriteitenlijst Weginfrastructuur vooralsnog uit binnen het beschikbare budget van € 197.500.000,–. De drie laatstgenoemde

*)

projecten worden opgepakt nadat aan het voorgaande is voldaan.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

169

Extra Investeringsimpuls Versterking Economie in Noord-Holland Noord via de cluster Duurzame Energie (beschikbaar € 10 miljoen).
Indicatieve groslijst projecten
Windturbinepark Wieringermeerdijk Voortzetting CO2 Servicepunt en deelverordening duurzaam energiepakket in de jaren 2006 en 2007 St. Duurzaam Texel Realisatie Facility Center Duurzame Energie Realisatie van een Kenniscentrum Duurzame Energie door de ATO-NH Bevordering Innovatieve Duurzame Energie Technieken Totaal indicatief investeringsbedrag

Geraamd bedrag
€ 650.000 € 2.000.000 € 350.000 € 2.500.000 € 800.000 € 3.700.000 € 10.000.000

Extra Investeringsimpuls Zorginfrastructuur (beschikbaar ca. € 66 miljoen).
Indicatieve groslijst projecten
Vijf voorbeeldprojecten WWZ in kleine gemeenten Wijksteunpunten Breed Mantelzorg Kleinschalig wonen voor ouderen met dementie Wonen plus a. Leefbaar Platteland 1: vitale voorzieningen b. Leefbaar Platteland 2: pilot-project Hartwinkels Opvang zwerfjongeren en daklozen Stimuleren breedtesport Kwaliteitsimpuls sportvoorzieningen Aanvalsplan Jeugdzorg Aansluiting met gemeentelijk beleid Zorgaanbod voor jongeren met ernstige gedragsproblematiek Verbetering spreiding speciaal onderwijs aan kinderen met gedragsproblemen Totaal indicatief investeringsbedrag

Geraamd bedrag
€ 5.000.000 € 20.000.000 € 3.000.000 € 4.320.000 € 750.000 € 2.500.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 1.000.000 € 2.000.000 € 10.400.000 € 3.000.000 € 9.000.000 € 3.000.000 € 66.470.000

Extra Investeringsimpuls Sociaal-culturele Zorg in brede zin (beschikbaar ca. € 29 miljoen).
Indicatieve groslijst projecten
Vergroting bekendheid en publieksbereik erfgoed Verbetering van museum aanbod Verbetering en uitbreiding van theaters en podia Investeringen in (basis-)bibliotheken Stelling van Amsterdam Industrieel erfgoed Noordzeekanaalgebied Inzichtcentrum voor droogmakerijen en waterbeheer Behoud en beheer archeologie Totaal indicatief investeringsbedrag

Geraamd bedrag
€ 1.500.000 € 7.000.000 € 4.500.000 € 4.000.000 € 6.000.000 € 3.500.000 € 1.300.000 € 1.200.000 € 29.000.000

170

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

3.10 Kwaliteitsimpuls landelijk gebied
Provinciale Staten hebben tijdens de behandeling van de Kaderbrief 2006 op 30 mei jongstleden de motie 14-9 ‘Vitaal Landelijk Gebied Noord-Holland’ unaniem aangenomen. De motie bevat een kaderstellende oproep aan GS om de financiën en eventueel noodzakelijke maatregelen in kaart te brengen voor een vitaal platteland. Wij willen met het instellen van een kwaliteitsimpuls landelijk gebied invulling geven aan deze motie. De kwaliteitsimpuls landelijk gebied is bedoeld om in de periode 2006-2013 bestaand beleid uit te voeren, met andere woorden af te maken waar we als provincie aan begonnen zijn. Er is in deze kwaliteitsimpuls géén sprake van financiering van nieuw beleid. De kwaliteitsimpuls is gericht op het wegwerken van achterstallig onderhoud, het structureel regelen van het beheer van gebieden, de provinciale cofinanciering van de aankoop van gronden en de inrichting van gebieden op de beleidsterreinen landbouw, recreatie, natuur, landschap en water. GS zijn van mening dat de provincie met het instellen van deze kwaliteitsimpuls landelijk gebied de verantwoordelijkheid neemt om naast het formuleren van uitvoerbaar beleid ook het beheer in het landelijk gebied structureel te regelen; kortom ook voor toekomstige generaties een vitaal platteland te realiseren. Om gehoor te geven aan de motie hebben wij een eerste verkenning uitgevoerd waaruit blijkt dat om bovenstaande te realiseren er bovenop bestaande middelen een aanzienlijk extra bedrag nodig is voor de periode 2006-2013. Wij hebben deze conclusie onderschreven en vervolgens besloten een lijst te selecteren van uit te voeren projecten en programma’s voor een maximale totale omvang van circa € 50 mln. Om dit bedrag van circa € 50 mln. te dekken stellen wij voor de opcentenheffing te verhogen met 2 opcenten met ingang van 1 april 2006 en daarnaast incidenteel voor het jaar 2006 een bedrag

van € 4 mln. aan het surplus van de saldireserve te onttrekken. Tenslotte hebben wij besloten voor de financieel administratieve verwerking van deze voorstellen vooralsnog alle extra beschikbaar komende middelen als reguliere begrotingsposten op te nemen. Voor de periode na 2006 wordt de mogelijkheid van een bestemmingsreserve onderzocht en afgewogen bij de begrotingsvoorbereiding 2007. Bovenstaande betekent dat er voor het jaar 2006 een bedrag beschikbaar is van € 7,6 mln. Wij stellen aan PS voor dit bedrag voor de volgende projecten en programma’s aan te wenden:
■ ■ ■ ■

Stimuleren biologische landbouw € Investeringsregeling jonge boeren € Landinrichtingsprojecten Uitvoering agenda recreatie en toerisme Soortenbescherming Nationaal Landschap Laag Holland Grondbank Laag Holland Tender water Wormer en Jisperwater Uitbreiden zwemlocaties Groene Hart Groene Uitweg Programma Investeringsbudget Landelijk Gebied € €

884.500,– 250.000,– 700.000,– 65.600,–

€ 2.000.000,–

■ ■

€ 1.176.000,– € 1.000.000,– € € € € € € 750.000,– 245.000,– 100.000,– 70.000,– 125.000,– 135.000,– 95.000,–

■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

Beleidsontwikkeling wateropgave €

De eerste verkenning met daarin opgenomen een nadere inleiding en onderbouwing van de tekorten toegespitst op concrete projecten en programma’s willen wij eind september met de commissie Natuur, Water, Landschap en Milieu bespreken. Voor de jaren 2007-2013 wordt een nadere prioritering en programmering van deze kwaliteitsimpuls voorzien in de loop van 2006. Wij achten het namelijk van groot belang om met deze kwaliteitsimpuls landelijk gebied aan te sluiten bij het proces om tot het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) te

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

171

komen. Met het rijk is in het kader van het ILG afgesproken dat wij daartoe voor de periode 2007-2013 een provinciaal meerjarenprogramma landelijk gebied opstellen, waarin wordt aangegeven welke doelen zullen worden gerealiseerd, waar dit in beginsel zal plaatsvinden, welke prestaties zullen worden geleverd en met welke financiële middelen van rijk, provincie en regionale partners. Over de uitvoering van dit provinciaal meerjarenprogramma rapporteert de provincie jaarlijks. Bij een separate voordracht, die u wel tegelijk met de ontwerp-begroting 2006 ontvangt, worden de voorstellen in het kader van deze Kwaliteitsimpuls nader onderbouwd.

172

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

4

■ ■ ■ ■

Financiële begroting

4.1 Introductie op de financiële begroting
In dit hoofdstuk geven wij aan welke budgettaire ontwikkelingen zich na de vaststelling van de voorjaarsnota 2005 en de kaderbrief 2006 op 30 mei 2005 hebben voorgedaan. Met de vaststelling van de kaderbrief 2006 bepaalden uw Staten in mei de financiële kaders voor het in de begroting 2006 uit te werken beleid. De kaderbrief bevat echter slechts een financiële tussenstand op basis van de op dat moment meest actueel beschikbare financiële stand van zaken. Op basis van ontwikkelingen en nieuwe kennis, bijvoorbeeld naar aanleiding van de junicirculaire, dient dit financiële kader te worden aangepast. De lengte van het voorbereidingsproces van de begroting enerzijds en de dynamiek in de financiële informatie anderzijds, maakt dat het aanbieden van een definitief financieel kader in mei van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar niet mogelijk is. Wij vragen daarvoor uw begrip.

De budgettaire positie van de provincie voor 2006 en volgende jaren laat zich per saldo nog iets ongunstiger aanzien dan in de kaderbrief 2006 werd aangenomen. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op het geactualiseerde financiële kader.

4.2 Financieel kader
Na de vaststelling van de kaderbrief 2006 hebben zich nog enkele ontwikkelingen voorgedaan die van belang zijn voor het financieel kader voor de programmabegroting 2006. Ter toelichting op bovenstaand schema het volgende:

Regel 1 - Bijgestelde prijsindexering 2006 (definitieve CPB cijfers)
Het bij de voorjaarsnota 2005 voorlopig vastgestelde prijsindexeringspercentage van 1,7% voor ‘tekort- en budgetsubsidies in exploitatiekosten instellingen’, ‘materiële apparaatskosten’ en ‘materiële directe kosten’ wordt aan de hand van de door het CPB

Omschrijving (getallen x € 1.000)

2006

2007

2008

2009

1 2

Bijgestelde prijsindexering (definitieve CPB cijfers) Provinciefonds (lager accres op basis van junicirculaire 2005) Saldo mutaties na 7 juli 2005

867,5 -946,0 -78,5 -1.160,0 -1.160,0 -960,0 -960,0 -1.275,0 -1.275,0

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

173

geactualiseerde consumentenprijsindexcijfers (CPI) definitief vastgesteld op -0,05% (1,7% -/- 1,75%). Het percentage is als volgt berekend (ten opzichte van VJN 2005):

omroepen aan de uitkering provinciefonds. Eerder zijn al bedragen tot circa € 65 miljoen voor dit doel aan de uitkering toegevoegd, maar in de decembercirculaire 2003 provinciefonds werd aangegeven dat een eerder aangekondigde aanvullende verhoging van de uitkering provinciefonds per 1 januari 2004 in verband met een overboeking van de begroting van

inflatie 2004 was geraamd: op 1,2 % en is uitgekomen op 1,2% inflatie 2005 was geraamd: op 1,75 % en wordt 1,25% inflatie 2006 was geraamd: op 2% en wordt 0,75% :

verschil 0,00 %

verschil - 0,50 % verschil - 1,25 % - 1,75 %

het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) van circa € 47 miljoen naar het fonds geen doorgang zou vinden. Dit vloeide voort uit het aanhouden van het wetsvoorstel ‘wijziging van de Mediawet’ in verband met een nieuwe financieringsstructuur voor de regionale omroep. Nu de Mediawet inmiddels gewijzigd is, wordt alsnog met ingang van 2006 een bedrag van € 47,592 miljoen aan de uitkering provinciefonds toegevoegd. Dit betekent dat de integratie-uitkering voor NoordHolland voor de omroepbijdragen met enkele miljoenen wordt verhoogd. Daar staat tegenover dat de doeluitkering die de provincie thans nog ontvangt van het Ministerie van OCW van € 2.586.600 zal komen te vervallen. Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat deze operatie voor de provincie budgettair neutraal zal verlopen, maar enig positief herverdeeleffect voor Noord-Holland wordt niet uitgesloten.

Correctie prijscompensatie totaal voor 2006

Het hiermee gemoeide voordeel bedraagt voor de exploitatie van het jaar 2006 € 867.500.

Regel 2 - Provinciefonds (op basis van juni circulaire 2005)
Recent is van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties de zogeheten junicirculaire 2005 ontvangen. Deze circulaire bevat onder meer de actuele ontwikkelingen ten aanzien van de accressen op de uitkeringen uit het provinciefonds. Onderstaand is aangegeven welke accrespercentages in de junicirculaire worden genoemd en met welke percentages bij de voorjaarsnota 2005 (op grond van eerdere circulaires) rekening werd gehouden.

Uitwerking bezuinigingstaakstellingen
Uit de tabel blijkt dat met name voor 2006 met een lager accres rekening wordt gehouden. Dit heeft structurele doorwerking naar volgende jaren. In de junicirculaire speelt echter nog een belangrijke ontwikkeling. Dat betreft de verdere toevoeging van middelen voor de regionale
Uitkeringsjaar 2005

Ons college heeft besloten in 2006 € 4 miljoen om te buigen op de directe uitgaven en in 2007 structureel € 5 miljoen. Afgesproken is dat de bezuinigingen “pondspondsgewijs” over de portefeuilles worden verdeeld. Binnen ons college is reeds voor € 257.300 aan bezuinigingen in 2006 en voor € 312.600 aan bezuinigingen in 2007 e.v. gevonden. De stelposten 2006 en 2007 e.v. van resp. € 4 miljoen en € 5 miljoen
2006 2007 2008 2009

Accres junicirculaire Accres voorjaarsnota Verschil Effect Noord-Holland

2,62 2,16 + 0,46

2,07 2,99 - 0,92 - € 946.000

3,83 3,95 - 0,08 - € 1.160.000

2,83 2,66 + 0,17 - € 960.000

2,74 2,93 - 0,19 - € 1.275.000

174

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

kunnen daardoor met genoemde bedragen worden verlaagd tot respectievelijk € 3.742.700,– en € 4.687.400,–. Het overige gedeelte van de taakstelling zal uiterlijk in oktober gevonden moeten worden. Deze zullen wij vervolgens verwerken in de eerste wijziging van de programmabegroting 2006 en de productenraming 2006.

Ad 7

In aanvulling hierop zijn in 2006 en 2009 (incidentele) onttrekkingen aan de Saldireserve noodzakelijk om de begroting 2006 en de meerjarenraming 2009 sluitend te maken.

Ad 8

Met inachtneming van het vorenstaande resteert voor de jaren 2007 en 2008 een beperkte financiële ruimte.

Actueel financieel kader 2006-2009
In de onderstaande tabel hebben wij de budgettaire effecten aangegeven van de wijzigingen ten opzichte van de kaderbrief 2006 / voorjaarsnota 2005. Daarna is op elke regel een toelichting gegeven. Ad 1 Dit was het financieel kader na de vaststelling van de voorjaarsnota 2005/kaderbrief op 30 mei 2005. Ad 2 Nadien is een aantal feiten bekend geworden die tot aanpassing van het kader hebben geleid. Ad 3 Ad 4 Ad 5 Ad 6 Dit betreft de nieuwe meerjarenraming na verwerking van de mutaties sub 2. Dit zijn de bedragen voor nieuw beleid waarover ons college op 7 juli heeft besloten. Deze besluitvorming zou zonder dekkingsmaatregelen tot genoemde tekorten leiden. Gelet hierop is besloten tot een bezuiniging op de directe uitgaven van € 4 miljoen in 2006 en € 5 miljoen in 2007 e.v. 2006

Omschrijving (getallen x € 1.000)

2006

2007

2008

2009

1

Financieel kader zoals vastgesteld in de voorjaarsnota 2005/kaderbrief 2006

-930,8

+2.716,0

+1.491,9

-3.020,3

2 3 4 5 6 7 8

Saldo mutaties na 7 juli 2005 Huidige meerjarenraming Totaal nieuw beleid t.l.v. algemene middelen Te dekken Ombuigingen Incidenteel Saldireserve (sluitend maken begroting) Nieuwe meerjarenraming

-78,5§ -1.009,3 -7.095,5 -8.104,8 4.000,0 4.104,8 0

-1.160,0 1.556,0 -4.060,7 -2.504,7 5.000,0 2.495,3

-960,0 531,9 -1.880,7 -1.348,8 5.000,0 3.651,2

-1.275,0 -4.295,3 -768,4 -5.063,7 5.000,0 63,7 0

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

175

4.3 Het overzicht van baten en lasten en toelichting
Totaaloverzicht van baten en lasten
Programma Rekening 2004 Begroting 2005

dienstjaar 2006
Begroting 2006

Burger en Bestuur Lasten Baten Saldo Bestuur en andere overheden Lasten Baten Saldo Vaar(wegen), verkeer en mobiliteitsmanagement Lasten Baten Saldo Openbaar vervoer Lasten Baten Saldo Water Lasten Baten Saldo Milieu Lasten Baten Saldo Recreatie en natuur Lasten Baten Saldo Economische en landbouw Lasten Baten Saldo Welzijn en (jeugd)zorg Lasten Baten Saldo 21.849.78270.747.100 50.749.400 19.997.70092.796.000 65.048.600 27.747.40015.596.72720.537.140 34.000 20.503.14016.534.700 34.000 16.500.70014.015.40432.741.325 4.238.700 28.502.62529.520.900 542.600 28.978.3005.485.71327.991.300 17.234.700 10.756.60020.436.900 16.993.400 3.443.5003.046.1383.864.300 1.457.800 2.406.5003.053.600 2.105.900 947.70021.333.15153.532.600 43.255.500 10.277.10055.380.600 43.233.800 12.146.80071.128.071 106.259.300 16.867.300 89.392.000 120.783.400 26.924.400 93.859.0002.368.807 4.406.900 4.406.900 2.793.200 2.793.2005.248.6345.969.300 53.600 5.915.7007.031.000 53.600 6.977.400-

176

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Kunst, cultuur en educatie Lasten Baten Saldo Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Lasten Baten Saldo Staf en ondersteuning Lasten Baten Saldo Financiering en algemene dekkingmiddelen Lasten/Onvoorzien Baten Saldo 207.869.533 130.332.300 260.275.400 129.943.100 119.669.200 277.443.600 157.774.400 791.1323.633.300 1.690.600 1.942.7006.682.400 1.569.200 5.113.20010.254.09434.893.700 20.000.000 14.893.70027.465.600 20.000.000 7.465.60026.841.62431.970.700 3.532.800 28.437.90031.897.700 4.315.600 27.582.100-

Totaal lasten Totaal baten

526.879.265 419.389.800

534.045.200 458.264.700

Resultaat Saldo voor bestemming Onttrekkingen aan reserves Stortingen in reserves Saldo na bestemming

9.910.256

107.489.465107.489.465123.849.165 16.359.700 -

75.780.50075.780.50096.025.700 20.245.200 -

Toelichting op de tabel:
Het totaaloverzicht van baten en lasten bevat: a b Per programma, of per programmaonderdeel, de raming van de baten en lasten en het saldo. Het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en het geraamde bedrag voor onvoorzien. c Het geraamde resultaat voor bestemming, volgend uit de onderdelen a en b. d De beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma. e Het geraamde resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d.

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

177

178

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

■ ■ ■ ■ ■

5 Bijlagen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

179

180

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.1
Staat van investeringen en financiering

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

181

5.1 Staat van investeringen en financiering Vermoedelijke stand per 31-12-2005 € ACTIVA 1. Immateriële activa 2. Materiële activa a. Investeringen met economisch nut b. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut 3. Financiële vaste activa a. Deelnemingen b. Bijdrage aan activa in eigendom van derden 4. Verstrekte langlopende leningen Totaal PASSIVA 6. Algemene reserves 7. Bestemmingsreserves 8. Voorzieningen 9. Opgenomen langlopende leningen Totaal 144.471.600 536.600.400 165.441.500 846.513.500 4.500.000 15.745.200 278.276.900 298.522.100 mutatie 88.843.300 4.104.800 91.920.900 165.111.200 261.136.900 144.866.800 460.424.700 278.607.200 883.898.700 5.7 5.7 5.7 7.136.299 282.499.060 66.390.068 216.108.992 89.355.965 89.355.965 341.798.100 720.789.424 2.780.100 193.148.000 193.148.000 95.250.000 95.250.000 2.780.100 55.904.400 2.256.500 53.647.900 7.136.299 324.492.660 64.133.568 260.359.092 89.355.965 89.355.965 248.346.400 669.331.324 5.2 Vermeerderingen 2006 € Verminderingen 2006 € Vermoedelijke stand per 31-12-2006 €

dienstjaar 2006

Omschrijving

Afschrijvingen 2006 €

Zie specificatie in Bijlage:

5.2 5.2

5.2 5.2 5.6

773.900 372.600 197.074.600

93.824.300 189.074.300

773.900 59.458.400


Overschot/ tekort aan financieringsmiddelen 125.724.076


214.567.376

182

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.2
Staat van geactiveerde investeringen/deelnemingen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

183

5.2 Staat van geactiveerde investeringen en deelnemingen Dienstjaar 2005 Omschrijving van de investeringen Oorspronkelijk bedrag van de investeringen begin 2005 Vermeerderingen in 2005 Verminderingen in 2005 Oorspronkelijk bedrag van de investeringen eind 2005 (kolom 2+3-4) 1 1. IMMATERIELE ACTIVA a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio: 1. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio Subtotaal a. immateriële activa b. kosten van onderzoek en ontwikkeling: Subtotaal b. immateriële activa Totaal immateriële activa 2. MATERIELE VASTE ACTIVA a. investeringen met een economisch nut 1. Krediet grondbeleid (incl.rentebijschrijving) 2. Landgoed "Marquette" te Heemskerk 3. Weidegronden landgoed "Marquette" 4. Wimmenummerduinen 5. Perceel Welgelegenstraat 3 te Haarlem 6. Houtpleincomplex te Haarlem *aankoop kantorencomplex en winkelruimten *optimalisering kantorencomplex 7. Voorbereidingskosten vervangende nieuwbouw provinciehuis te Haarlem Idem, rentebijschrijving Voorbereidingskrediet renovatie Paviljoenlaan Welgelegen 8. Perceel Paviljoenslaan 13-15 te Haarlem 9. Beveiliging bestuurscentrum Dreef 3 en Houtpleingebouw 10. Onderkomens muskusrattenvangers 11. Restauratie en inrichting gebouw Mercurius te Wormer als archeologisch depot 12. Vervanging technische infrastructuur * telefooncentrale en bekabeling 13. Meubilair CBD 14. Nieuwe website en intranet * aanvullend krediet 15. Financieel systeem Subtotaal a. investeringen met economisch nut 209.702 209.702 209.702 10.624.751 1.495.206 280.132 2.942.897 134.936 4.000.000 14.624.751 1.495.206 280.132 2.942.897 134.936 14.624.751 1.495.206 280.132 2.942.897 134.936 11.195.799 4.414.700 15.610.499 2.780.100 18.390.599 2 € 3 € 4 € 5 € 6 € 7 € Vermeerderingen in 2006 Verminderingen in 2006 Oorspronkelijk bedrag van de investeringen eind 2006 (kolom 5+6-7) 8 €

11.195.799 11.195.799

4.414.700 4.414.700 -

15.610.499 15.610.499

2.780.100 2.780.100 -

18.390.599 18.390.599

28.815.044 6.491.928

2.000.000

28.815.044 8.491.928

28.815.044 8.491.928

5.518.282 480.500

1.219.000 159.285

6.737.282 639.785

6.737.282 639.785

408.402 874.006

408.402 874.006

408.402 874.006

2.949.571

2.949.571

2.949.571

3.629.766 680.506

3.629.766 680.506

3.629.766 680.506

551.204 3.725.000 69.811.833 7.378.285 -

551.204 3.725.000 77.190.118 -

551.204 3.725.000 77.190.118

184

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Dienstjaar 2006 Percentage afschrijving 9 Rentepercentage Totaal van de afschrijvingen aan het begin van 2006 Afschrijvingen 2006 Boekwaarde per 1-1-2006 Boekwaarde per 31-12-2006 Gemiddelde boekwaarde Toegerekende rentelasten Totaal van de kapitaallasten Toelichting

(kol 5-11) 10 11 € 12 € 13 €

(kol 8-11-12) 14 €

(kol 13+14):2 15 € 16 €

(kolom 12+16) 17 € 18

8.474.200 8.474.200 8.474.200

2.780.100 2.780.100 2.780.100

7.136.299 7.136.299 7.136.299

7.136.299 7.136.299 7.136.299

7.136.299 7.136.299 7.136.299 -

2.780.100 2.780.100 2.780.100

nummer 012

2,8 4 4 4 4 7,5 7,5 7,5 7,5 1.446.205 246.532 1.412.667 118.136 24.500 11.200 117.700 5.600

14.624.751 49.001 33.600 1.530.230 16.800

14.624.751 24.501 22.400 1.412.530 11.200

14.624.751 36.751 28.000 1.471.380 14.000

409.500 2.700 2.100 110.500 1.100

409.500 27.200 13.300 228.200 6.700

activering rentekosten nummer 621 idem idem nummer 170

40jr/ann 13jr/ann

4,5 5,25

1.472.840 769.065

335.500 571.800

27.342.204 7.722.863

27.006.704 7.151.063

27.174.454 7.436.963

1.230.400 432.000

1.565.900 1.003.800

apparaatskosten idem

2 2

-

-

6.737.282 639.785

6.737.282 639.785

6.737.282 639.785

147.800 11.200

147.800 11.200

activering rentekosten activering rentekosten

activering rentekosten 4 7,5 173.142 8.400 36.600 28.200 32.400 2.400 10.800 apparaatskosten

15jr/ann 3 1/3

7 7,5

166.745 383.083

27.900 29.100

241.657 490.923

213.757 461.823

227.707 476.373

16.900 35.700

44.800 64.800

idem nummer 421

4

7,5

962.571

118.000

1.987.000

1.869.000

1.928.000

144.700

262.700

nummer 839

10jr/ann 15jr/ann

4,25 6,5

1.621.947 330.144

368.900 49.600

2.007.819 350.362

1.638.919 300.762

1.823.369 325.562

85.300 22.800

454.200 72.400

apparaatskosten idem

4jr/ann 7jr/ann

5 4,75

405.504 1.291.509 10.800.090

145.700 442.600 2.256.500

145.700 2.433.491 66.390.068

0 1.990.891 64.133.568

72.850 2.212.191 65.261.818

7.300 115.600 2.778.000

153.000 558.200 5.034.500

idem idem

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

185

5.2 Staat van geactiveerde investeringen en deelnemingen Dienstjaar 2005 Omschrijving van de investeringen Oorspronkelijk bedrag van de investeringen begin 2005 Vermeerderingen in 2005 Verminderingen in 2005 Oorspronkelijk bedrag van de investeringen eind 2005 (kolom 2+3-4) 1 2 € b. Investeringen in openbare ruimte met een maatschappelijk nut 1. Provinciale wegen 308.268.326 77.910.000 40.350.000 345.828.326 170.250.000 95.250.000 420.828.326 3 € 4 € 5 € 6 € 7 € Vermeerderingen in 2006 Verminderingen in 2006 Oorspronkelijk bedrag van de investeringen eind 2006 (kolom 5+6-7) 8 €

2. Achterstallig onderhoud vaarwegen

-

7.042.339

150.000

7.192.339

2.700.000

9.892.339

3. Vervanging boordvoorzieningen Noordhollandsch Kanaal Subtotaal b. investeringen in openbare ruimte met een maatschappelijk nut Totaal materiële vaste activa 3. FINANCIELE VASTE ACTIVA a. Deelnemingen 1. N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 2. N.V. Luchtvaartterrein Texel 3. Nederlandse Waterschapsbank N.V. 4. N.V. Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Holland 5. N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland 6. N.V. NUON 7. N.V. Afvalzorg Noord-Holland 8. C.V. Business Park Ymond BPY 9. FIRON B.V.: 10. Schiphol Area Development Company N.V.: * deelname aandelenkapitaal idem,uitbreiding aandelenkapitaal 11. Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Noordzeekanaalgebied N.V. (RON) 12. Zeehaven IJmuiden N.V. 13. N.V. Landelijke Bouwkunst West-Friesland 14. N.V. Oostindiëvaarder "Amsterdam" 15. N.V. Groenbeheer Subtotaal a. deelnemingen b. Bijdragen aan activa in eigendom van derden 1. Bijdrage in het project Diemervijfhoek Subtotaal b. bijdragen aan activa in eigendom van derden T0TAAL GEACTIVEERDE INVESTERINGEN 47.474 1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

595.000

595.000

20.198.000

20.793.000

315.310.665 385.122.498

78.655.000 86.033.285

40.350.000 40.350.000

353.615.665 430.805.783

193.148.000 193.148.000

95.250.000 95.250.000

451.513.665 528.703.783

1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

2.287.052 796.720

2.287.052 796.720

2.287.052 796.720

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965 -

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965 -

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965

250.000

297.474

773.900

1.071.374

47.474 485.721.736

250.000 90.697.985

40.350.000

297.474 536.069.721

773.900 196.702.000

95.250.000

1.071.374 637.521.721

186

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Dienstjaar 2006 Percentage afschrijving 9 Rentepercentage Totaal van de afschrijvingen aan het begin van 2006 Afschrijvingen 2006 Boekwaarde per 1-1-2006 Boekwaarde per 31-12-2006 Gemiddelde boekwaarde Toegerekende rentelasten Totaal van de kapitaallasten Toelichting

(kol 5-11) 10 11 € 12 € 13 €

(kol 8-11-12) 14 €

(kol 13+14):2 15 € 16 €

(kolom 12+16) 17 € 18

10.305.300 4 div 136.455.711 53.345.300 209.372.615 231.027.315 220.199.965 < 1.687.500 311.800 4 div 1.050.962 287.700 6.141.377 8.553.677 7.347.527 < 60.800

63.650.600 1.687.500 599.500 60.800

nummer 306 01 en 306 02 activering rentekosten nummer 335 activering rentekosten

2,5

4,0

-

14.900

595.000

20.778.100

10.686.550

427.400

442.300

nummer 334

137.506.673 148.306.763

53.647.900 55.904.400

216.108.992 282.499.060

260.359.092 324.492.660

238.234.042 303.495.860

12.792.800 15.570.800

66.440.700 71.475.200

-

1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

1.525.875 12.252 11.845 45.378 6.806.703 61.962.205 14.294.078 453.780 18.605

-

6,2 6,2

2.287.052 796.720

2.287.052 796.720

2.287.052 796.720

142.000 49.500

142.000 49.500

nummer 712 idem

5,0 7,5

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965

317.646 408.402 45.378 45 370.000 89.355.965 18.500 240.900 18.500 240.900 nummer 611 30.900 30.900 nummer 712

297.474

773.900

773.900

nummer 911 (t.l.v. FINH)

297.474 157.078.437

773.900 59.458.400

378.991.324

420.984.924

399.988.124

15.811.700

773.900 75.270.100

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

187

188

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.3
Overzicht van het verloop van de investeringskredieten

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

189

5.3 Overzicht van het verloop van de investeringskredieten Bijlage Catenumgorie mer nummer Besluit van provinciale staten (begrotingswijziging) Totaal krediet Te besteden vanaf 2005 Vermoedelijke uitgaven in de begrotingsjaren 2005 € 5.2 1. IMMATERIELE ACTIVA € € 2006 €

dienstjaar 2006 Nog te besteden in de volgende dienstjaren €

Omschrijving van de investeringsuitgaven

5.2

2. MATERIELE VASTE ACTIVA a. investeringen met een economisch nut 2.0 2.0 Krediet voor anticiperende grondaankopen Verkoop gronden Optimalisering Houtpleincomplex 2.1 * oorspronkelijk krediet * verlaging oorspronkelijk krediet 2.1 Perceel Welgelegenstraat 3 te Haarlem Vervangende nieuwbouw Provinciehuis 2.1 2.1 2.1 2.1 8.1 *voorbereidingskrediet; oorspronkelijk krediet * aanvullend krediet * aanvullend krediet * aanvullend krediet * rentebijschrijving Voorbereiding ondergrondse parkeergarage Dreef 2.1 * oorspronkelijk krediet voorjaarsbericht 2004 1.200.000 51.291.161 b. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Aanleg en reconstructie van provinciale wegen 2.0 2.1 4.1 8.1 Grondaankopen Overige investeringkosten 1) Bijdragen aan derden Rentebijschrijving diverse diverse diverse diverse 145.720.109 739.034.637 10.650.109 2.532.600 897.937.455 4.1 6.0 Bijdragen van derden Bijdragen uit fondsen (zie Bijlage 6.6) diverse diverse 168.660.000119.594.822288.254.822Provinciale vaarwegen 2.1 8.1 Uitbesteed onderhoud Rentebijschrijving diverse diverse 10.359.020 64.125 10.423.145 2.1 Vervanging boordvoorzieningen Noordhollandsch Kanaal c. Bijdragen aan activa in eigendom van derden 4.1 6.0 4.1 Bijdrage in project Diemervijfhoek Afschrijving ten laste van Fonds investeringen N-H Bijdrage andere participanten voorjaarsbericht 2000 2.786.211 821.3421.964.869Investeringsuitgaven Inkomsten t.z.v. investeringsuitgaven Netto investeringsuitgaven 1.000.602.972 291.041.033709.561.939 2.738.768 773.9001.964.868859.758.804 208.335.990651.422.814 250.000 250.000773.900 773.9001.714.868 1.714.868604.489.494 71.712.090532.777.404 1.750.172 64.125 1.814.297 150.000 3.375 153.375 2.700.000 60.750 2.760.750 110.175.347 670.094.933 5.199.146 2.532.600 788.002.026 90.002.400115.594.822205.597.22215.000.000 57.961.371 4.103.529 845.100 77.910.000 20.434.87919.915.12140.350.000142.562.500 1.000.000 1.687.500 145.250.000 26.774.50068.475.50095.250.00095.175.347 469.571.062 95.617 564.842.026 42.793.02127.204.20169.997.2221.099.8281.099.8281.200.000 29.038.713 memorie 7.378.285 memorie 1.200.000 21.660.428 najaarsbericht 2000 voorjaarsbericht 2002 najaarsbericht 2002 voorjaarsbericht 2004 jaarlijkse begroting 681.000 1.600.000 2.500.000 3.219.000 282.861 2.460.553 159.285 1.219.000 159.285 1.241.553 voorjaarsbericht 2001 voorjaarsbericht 2003 voorjaarsbericht 2004 16.790.000 8.016.240 2.281.700100.000 19.836 memorie memorie 19.836 2.000.000 memorie 6.016.240 1e/1994/10.12.2001 nr. 66 27.200.000 17.182.799 4.000.000 memorie 13.182.799

memorie -

diverse

38.165.000

38.165.000

595.000

20.198.000

17.372.000

86.286.660 168.982.650 40.600.000- 96.023.90045.686.660 72.958.750

190

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.4
Specificatie van het verloop van investeringskredieten betreffende het Fonds Investeringen Noord-Holland en UNA (inclusief Extra Investeringsimpuls Noord-Holland)

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

191

5.4 Specicatie van het verloop van investeringskredieten betreffende de reserve FINH en het UNA compartiment in de algemene reserve Omschrijving van de investeringen Ontvanger/respectievelijk Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten

jaar/nummer

datum

FINH EXCLUSIEF UNA-COMPARTIMENT
A. FINH-Projecten waartoe Provinciale Staten reeds besloten hebben: Projecten Eerste investeringsprogramma 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Deelprojecten Groene As Zaans Museum Australiehaven-Westpoort Uitbreiding Bollenarseaal (Anna Paulowna West) Herstructurering glastuinbouw: a. verbetering ontsluitingssituatie b. voorbereidings- en procesmanagement c. bevordering grondmobiliteit d. Inrichtingsplan Glastuinbouwgebied Het Grootslag Subtotaal 1 t/m 9 Projecten Overgangsprogramma 1998 10 11 12 13 14 15 16 17 18 HAL-Groenstructuur: grondverwerving Heerhugowaard Zuid Verbetering accommodaties jeugdhulpverlening 1e+2e tranche Herstructurering industrieterrein Medemblik HAL OpenbaarVervoer-corridor, deel a Theater De Toneelschuur Uitdiepen Alkmaarder- en Uitgeestermeer Oude Rijkswerf te Den Helder Zomer in de Kop: parkeerplaats Falga Bovenlanden Aalsmeer Subtotaal 10 t/m 18 Projecten investeringsprogramma 1999 19 20 21 22 23 24 25 26 27 Verbetering Haven Huizen Business Park IJmond: deelproject Triport Schouwburg/congrescentrum Hoorn Verbetering Vaarwegen De Zaan Diemer Vijfhoek (voorm.PEN-eiland) Blauwe loper: Groenontwikkelingsplan HAL-gebied Duurzaam bedrijfsterrein de Trompet (Heemskerk) Hemhavens Amsterdam; tweede fase Gedeeltelijke herbouw en restauratie vier molens: - De Twuyver - De Krijgsman Buitendijksterrein de Pieterman (Edam-Volendam) Subtotaal 19 t/m 28 Projecten begroting 2000 29 30 31 32 Theater de Purmaryn (Purmerend) Aansluiting op A7 Noorder-Koggenland gemeente Purmerend gem. Noorder-Koggenland gemeente Graft de Rijp S. Siewertsz van Reesema R.W. Goossens gemeente Heemskerk gemeente Amsterdam 1999-55a 1999-55a 2000-35 2000-35 15-11-99 15-11-99 15-05-00 15-05-00 gemeente Huizen gemeente Velsen gemeente Hoorn gemeente Zaanstad provincie Noord-Holland deelverordening gemeente Heemskerk gemeente Amsterdam div. (rechts)personen J. Kriek Stichting Molen de Krijgsman gemeente Edam/Volendam 1999-50 1999-43 1999-44 1999-79 1999+vjn2005 2000-15 1999-84 2000-3 1999-58 13-09-99 13-09-99 13-09-99 13-12-99 21-12-99 13-12-99 17-01-00 11-10-99 1998-51 1998-61 1998-62 1998-84 1998-86 1998-87 2000-55 1998-90 1998-89 12-10-98 09-11-98 09-11-98 14-12-98 14-12-98 14-12-98 13-11-00 14-12-98 14-12-98 Deelverordening Stichting Zaans Museum gemeente Amsterdam 1997-58 1997-03 1997-05 1998-09 1998-20 1998-20 1998-20 2002-39 03-11-97 19-01-98 19-01-98 09-03-98 06-04-98 06-04-98 06-04-98 13-05-02

Gemeenten Wervershoof en Andijk

deelproject gemeente Haarlem gemeente Den Helder gemeente Den Helder

28

2000-62

25-09-00

33 34

Museum In 't Houten Huis - Graft de Rijp Gedeeltelijke herbouw en restauratie van molens: - De Zwarte Ruiter - De Slootgaardmolen Landschapspark Assumburg/Oud Haerlem
Therapie reumabad Stadsdeel De Baarsjes Subtaal 29 t/m 34

2000-35 2000-35

15-05-00 15-05-00

192

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Maximaal krediet Restant krediet Te besteden Afdeling Nummer in volgende begroting dienstjaren 2009 € €

Vermoedelijke uitgaven in het begrotingsjaar

2005 € € €

2006 €

2007 €

2008 €

2.070.539 794.116 2.268.900 2.280.245 2.268.901 794.100 3.063.016 1.471.600 15.011.417

1.975.852 67.800 324.400 1.974.236 229.755 125.400 2.630.000 1.425.075 8.752.500

17.000 324.400 2.630.000

17.000

17.000

16.800

1.975.852 655.764229.755 362.175 1.912.018

WNLO ZWC ELM ELM ELM ELM ELM ELM

600 72 830 73 712 71 731 71 731 72 731 73 731 74 731 75

31.400 2.630.000386.500 759.300

31.400 386.500 434.900

31.400 289.900 338.300

31.200

48.000

4.991.600 11.833.700 871.300 4.878.100 680.700 1.477.100 8.667.200 351.700 473.860 34.225.260

1.458.600 250.000 784.100 4.878.100 136.100 295.400 2.044.400 70.300 68.500 9.985.500

1.300.800 147.700 400.000

1.300.800

975.700

177.700

1.458.600 250.000 784.100 1.300.800 136.100 147.700 1.466.700 70.300 68.500 5.682.800

WNLO ZWC ELM RWB ZWC WNLO ELM ELM ELM

600 73 880 71 713 71 342 71 830 70 610 71 711 71 711 73 731 76

1.848.500

1.478.500

975.700

2.268.900 907.600 3.857.100 816.800 821.400 1.043.700 1.134.500 1.089.100 195.700 171.200 1.973.900 14.279.900

692.500 181.500 771.400 343.400 773.900 1.043.700 579.700 1.089.100 39.100 34.200 1.688.200 7.236.700

771.400 250.000 773.900 151.700

10.000 705.000 1.736.400

4.600 394.800 1.173.300

19.500

692.500 181.500 343.400 401.7001.043.700 579.700 1.089.100 5.000 34.200 588.400 4.155.800

ELM ELM ZWC RWB RWB WNLO ELM ELM ZWC ZWC ELM -

712 72 713 70 830 71 335 71 911 71 600 74 713 72 712 73 839 71 839 72 714 71

171.200

680.700 830.400 794.100

9.000 830.400 158.800 57.200 25.000 676.100 1.516.600 3.273.100

830.400

9.000 158.800 57.200 25.000 127.100 701.500 1.078.600

ZWC RWB ZWC ZWC ZWC WNLO ZWC

830 69 306 71 830 74 839 74 839 75 620 74 880 73

212.700 107.500
2.745.400 1.815.100 7.185.900

549.000 815.100 2.194.500

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

193

5.4 Specicatie van het verloop van investeringskredieten betreffende de reserve FINH en het UNA compartiment in de algemene reserve Omschrijving van de investeringen Ontvanger/respectievelijk Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten

jaar/nummer

datum

Projecten begroting 2001 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 Goois museum te Hilversum Westergasfabriek,Stadsdeel Westerpark Amsterdam Stelling van Amsterdam: Fort Spijkerboor Blauwe netwerk: diverse deelprojecten (ingetrokken VJB2004) Industrieel Erfgoedpark De Hoop - Uitgeest Zeehaven IJmuiden Diverse locaties Amsterdam Westhaven Fase 1 Ecologische verbindingszones Amstelmeergebied ACB-terrein Beverwijk Restwarmteproject HVC Paleiskade Haven Den Helder Landinrichtingsprojecten 2001-2003 gemeente Hilversum gemeente Amsterdam Natuurmonumenten deelverordening Stichting Industrieel Erfgoedpark De Hoop Zeehaven IJmuiden N.V. gemeente Amsterdam gemeente Beverwijk 2000-55 2000-55 2000-55 2000-55 2000-55 2000-55 2000-55 2001-34 2001-34 2001-34 2001-34 2001-40 13-11-00 13-11-00 13-11-00 13-11-00 13-11-00 13-11-00 13-11-00 21-05-01 21-05-01 21-05-01 21-05-01 22-05-01

deelverordening

- deelproject procesmanagement - deelproject projecten
47 48 49 50 Wijksteunpunten Plus Reacreatiegebied Geestmerambacht: waterrijke variant Woon/werkproject Ridderikhoff Hoorn Subsidies duurzame-energiepakket N-H 2001-2005 Subtotaal 35 t/m 50 Projecten Begroting 2002 51 52 53 54 55 56 57 Fort Vijfhuizen Renovatie Concertgebouw Haarlem Wielerbaan Alkmaar Natuurbrug Zanderij Crailoo Kenniscentrum WMC+Wieringermeer ICT en Zorg IKTC Zaanstad St. Kunstfort Vijfhuizen gemeente Haarlem Gemeente Alkmaar St. het Goois Natuurreservaat St. Kenniscentrum WMC+ 2001-55 2001-55 2001-55 2001-55 2002-30 2002-30 2002-79 5-11-01 5-11-01 5-11-01 5-11-01 13-05-02 13-05-02 21-10-02 deelverordening Stichting Stadsherstel Hoorn deelverordening 2001-34 2001-34 2001-34 2001-45 21-05-01 21-05-01 21-05-01 22-05-01

Subtotaal 51 t/m 57 Begrotingsjaar 2003 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 Groen- en waterplan IJmondgemeenten Gemeente Beverwijk, Heemskerk en Velsen 2002-70a Kunstijsbaan Hoorn Gemeente Hoorm 2002-70a Renovatie - overkapping Kunstijsbaan Haarlem Gemeente Haarlem 2002-70a Revitalisering Zaanse Schans: herbouw molen Het Jonge Schaap Stichting De Zaanse Molen 2002-70a Herstel Biotoop Ilperveld (Krediet verlaagd bij VJB2004) Stichting Noord-Hollands Landschap 2002-70a Den Helder Offshore Service&Logistics Center Gemeente Den Helder 2002-70a Bezoekerscentrum Natiomaal Park Duinen van Texel 2002-70a Stichting EcoMare Texel Fort Uitermeer (verhoging bij VJB 2003) 2002-70a/2003/44 Deelsanering Ilperveld Integraal Stichting Noord-Hollands Landschap 2002-70a Herstructurering Bedrijventerreon Zandhorst 1 Heerhugowaard Gemeente Heerhugowaard 2002-70a

Subtotaal 58 t/m 67 Voorjaarsbericht 2004 + Begroting 2005 68 69 70 76 77 Reconstructie stadshaven Schagen Trust waterrijke variant uitbr.recreatieschap Geestmerambacht Realisatie van het Beheerpad Ilperveld Therapiebad Bussum Kleinschalige woonvormen voor mensen met dementie Gemeente Schagen Recretaieschap Geestmerambacht Stichting Landschap Noord-Holland Gemeente Bussum

Subtotaal 68 t/m 77

194

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Maximaal krediet Restant krediet Te besteden Afdeling Nummer in volgende begroting dienstjaren 2009 € €

Vermoedelijke uitgaven in het begrotingsjaar

2005 € € €

2006 €

2007 €

2008 €

1.021.000 2.268.900 487.800 730.200 2.948.400 771.400 2.104.600 704.700 626.700 2.124.100 212.000 4.791.900 6.479.100 1.815.100 830.400 4.448.800 32.365.100

51.100 2.268.900 310.800 252.800 1.125.600 771.400 2.074.100 494.800 125.300 1.972.800 190.100 3.599.300 5.013.900 1.815.100 166.100 4.448.800 24.680.900

51.100 453.800 97.500 127.100 786.200 551.100 140.900 424.800 69.200 719.900 1.883.600 484.000 1.805.400 7.594.600 69.200 719.900 1.361.300 484.000 907.600 5.150.700 2.162.700 719.700 69.100 719.900 363.100 146.100 786.200 551.100 125.300

589.800 420.800

1.815.100 213.300 20.4001.036.600771.400 551.100 353.900 1.548.000 17.400719.900 1.769.000 484.000 166.100 1.735.800 9.053.200

ZWC ZWC ZWC WNLO ELM ELM ELM WNLO ELM ELM ELM WNLO WNLO ZWC WNLO ZWC ELM

830 75 839 77 839 78 nvt 714 72 712 76 712 77 600 75 712 78 531 73 713 73 600 77 600 78 860 73 610 73 860 74 531 74

719.700

1.646.300 2.268.900 1.729.600 4.537.800 817.000 680.700 1.000.000

684.200 1.147.100 86.500 1.078.000 163.400 455.800 1.000.000

329.200 565.100 500.000 163.400 151.900

453.800 327.900 151.900 152.000

355.000 128.200 86.500 250.100 1.000.000

ZWC ZWC ZWC WNLO ELM ZWC ELM

839 79 830 72 802 71 620 76 715 71 860 72 715 72

12.680.300

4.615.000

1.709.600

933.600

152.000

-

-

1.819.800

4.487.075 3.693.000 3.802.100 884.900 865.500 1.069.300 715.000 798.650 1.600.000 1.151.500

3.626.800 738.600 2.456.500 857.200 360.125 1.069.300 143.000 730.200 466.900 1.124.800

897.400 760.400 236.000 100.000 427.700 143.000 730.200 235.300 230.300

897.400

897.400

897.500 738.600

236.000 100.000 213.900

176.900

235.300 230.300

235.300 230.300

320.000

37.100 1.696.100 208.300 160.125 427.700 559.000433.900

WNLO ZWC ZWC ELM WNLO ELM WNLO WNLO WNLO ELM

600 76 802 72 802 73 714 73 600 70 713 74 620 78 610 72 600 71 713 75

19.067.025

11.573.425

3.760.300

1.912.900

1.539.900

1.956.100

-

2.404.225

592.300 1.815.000 387.900 1.450.000 680.000

592.300 1.815.000 387.900 1.450.000 680.000

592.300 1.215.000 200.000 1.450.000 680.000

200.000 187.900

400.000 -

ELM WNLO WNLO ZWC ZWC

711 75 611 72 600 79 802 75 860 71

4.925.200

4.925.200

4.137.300

387.900

-

-

-

400.000

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

195

5.4 Specicatie van het verloop van investeringskredieten betreffende de reserve FINH en het UNA compartiment in de algemene reserve Omschrijving van de investeringen Ontvanger/respectievelijk Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten

jaar/nummer

datum

TOTAAL FINH EXCLUSIEF UNA-COMPARTIMENT UNA-COMPARTIMENT
A. UNA-projecten waartoe Provinciale Staten reeds besloten hebben: 1 2 Algemeen voorbereidingskrediet UNA Voorfinanciering grondaankoop PEHS a. Renteloos krediet t.b.v. aankoop van gronden b. Proceskosten (inzet extra menskracht DLG) Hermitage a/d Amstel a. kleine Hermitage b. grote Hermitage N201+ Realisatie Wieringerrandmeer ISV-programma Noord-Holland 2002-2004 Voorbereidingskrediet Realisatie Wieringerrandmeer Voorbereidingskrediet NH Maritiem/ Water als ec. drager Ilperveld Integraal Herstructurering en innovatief ruimtegebruik bedrijventerreinen Baggerprogramma Noord-Holland 1e tranche Vernieuwingsimpuls Openluchrecreatie Deelprojecten Sociaal Culturele. Infrastructuur Nieuwbouw Regionaal Historisch Centrum Hoorn DeelprojecRevitalisering Sluis bij Kudelstaart EBH-project Haarlem Museum Pest- en Dolhuys Haarlem Projectplan Sportinfrastructuur Noord-Holland 2e tranche ISV Programma 2005-2010 (Taskforce Ruimtewinst) Baggerprogramma Noord-Holland 1e tranche (2e bijdrage) Voorfinanciering grondaankoop PEHS (2e tranche) De Adelaar Noord-Holland Maritiem/ Water als economische drager - Ansjoviskade te Niedorp Programma Sociaal Culturele Infrastrucuur 2001-34 2002-28 21-05-01 15-04-02

Staat der Nederlanden

3

Stichting Hermitage a/d Amstel Stichting Hermitage a/d Amstel

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 20 21 22 23 24

Hilversum, Den Helder,Zaandam,Beverwijk

Noord-Hollands Lanschap diversen diversen diversen Gemeente Hoorn Gemeente Aalsmeer Gemeente Haarlem Stichting Pest- en Dolhuys Sportservice Noord-Holland

2002-41 2002-41 2003-8 2003-8 2003-8 2003-8 2003-8 2003-8 2003-70 2003-70 2003-91 2003-61 2003-61 2003-95 2003-95 2003-95 vjn2005 begr2005 begr2005 vjn2005 2004-108 2005-40/41

13-05-02 13-05-02 13-01-03 13-01-03 13-01-03 13-01-03 13-01-03 13-01-03 10-11-03 10-11-03 8-12-03 26-06-03 26-06-03 12-1-04 12-1-04 12-1-04

incl.ecoduct Zandvoortselaan € 1 mln. Gemeente Zaanstad Gemeente Niedorp Diversen

31-01-2005 04-07-2005

Subtotaal 1 t/m 24 B. UNA-projecten waartoe Provinciale Staten nog niet besloten hebben: 25 Zeepoort IJmond Subtotaal 25

TOTAAL UNA-COMPARTIMENT ALGEMENE RESERVE EXTRA INVESTERINGSIMPULS NOORD-HOLLAND
26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 N201+ (zie ook UNA project 4) Aanvalsplan Wachtlijsten Jeugdzorg Aansluiting gemeentelijk jeugdbeleid Wijksteunpunten Breed Mantelzorg Breedtesport Hart winkels Zorgaanbod voor jongeren met ernstige gedragsproblematiek Aansluiting met gemeentelijk jeugdbeleid Verbetering museumaanbod 2004-72 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 2005-33 11-10-2004 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005

196

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Maximaal krediet Restant krediet Te besteden Afdeling Nummer in volgende begroting dienstjaren 2009 € € 26.506.400

Vermoedelijke uitgaven in het begrotingsjaar

2005 € 139.740.102 € 75.042.325 € 23.740.500

2006 € 11.471.800

2007 € 5.339.800

2008 € 2.723.800

1.983.000 12.160.000 340.000 2.000.000 7.075.600 112.800.000 29.000.000 21.800.000 2.500.000 850.000 7.750.000 23.500.000 5.000.000 20.000.000 250.000 490.000 1.400.000 900.000 1.500.000 723.000 5.000.000 12.500.000 728.000 815.200 3.300.000

1.967.775 12.160.000 272.000 400.000 7.075.600 101.333.549 29.000.000 12.680.000 1.331.319 802.737 7.750.000 23.500.000 4.755.200 20.000.000 50.000 490.000 1.400.000 900.000 1.140.000 723.000 5.000.000 12.500.000 728.000 815.200 3.300.000

300.000

300.000

300.000

300.000

767.775 12.160.000 68.000

68.000 400.000 18.500.000 5.240.000 900.000 250.000 5.875.000 1.000.000 5.650.000 50.000 98.000 500.000 300.000 250.000 524.000 5.000.000 728.000

68.000

68.000

FEZ 179 31 WNLO 620 79 620 79 620 79 830 76 nvt 306 72 nvt 932 71 600 81 711 72 600 80 713 76 510 72 610 75 830 78 839 69 839 70 830 79 802 74 911 72 510 72 620 79 802 70

36.000.000 1.960.000 250.000 4.000.000 5.875.000 5.000.000

15.533.500

1.500.000 5.775.000 5.000.000

1.500.000

- ZWC 7.075.600 ZWC 31.300.049 RWB 29.000.000 WNLO 5.480.000 RWB 431.319 WNLO 302.737 ELM 750.000 WNLO 5.975.000 ELM 3.755.200 ELM 4.350.000 WNLO 392.000 500.000 600.000 290.000 100.00012.500.000 815.200 3.300.000 ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC RWB ELM WNLO WNLO ELM ZWC

400.000 200.000 186.000 200.000 113.000 200.000 -

274.364.800

250.074.380

45.633.000

54.239.000

28.489.500

2.000.000

-

119.712.880

memorie -

ELM

274.364.800

250.074.380

45.633.000

54.239.000

28.489.500

2.000.000

-

119.712.880

31.300.000 10.300.000 100.000 11.000.000 1.500.000 1.000.000 1.500.000 9.000.000 3.000.000 2.300.000

31.300.000 10.300.000 100.000 11.000.000 1.500.000 1.000.000 1.500.000 9.000.000 3.000.000 2.300.000

2.200.000 100.000 3.000.000 500.000 250.000 100.000 2.000.000 600.000 1.150.000

2.500.000 4.000.000 500.000 150.000 500.000 2.000.000 600.000 1.150.000

2.800.000 4.000.000 500.000 150.000 500.000 2.000.000 600.000

2.800.000

150.000 400.000 2.000.000 600.000

150.000 1.000.000 600.000

150.000 -

ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC ZWC

880 75 880 76 860 75 860 76 802 76 802 77 880 77 880 78 830 68

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

197

5.4 Specicatie van het verloop van investeringskredieten betreffende de reserve FINH en het UNA compartiment in de algemene reserve Omschrijving van de investeringen Ontvanger/respectievelijk Besluit van Provinciale Staten Besluit van Provinciale Staten

jaar/nummer

datum

36 37 38

Vergroting bekendheid en publieksbereik erfgoed Behoud en beheer archeologie Voorbereidingskrediet Extra Investeringsimpuls

2005-33 2005-33 2005-33

04-07-2005 04-07-2005 04-07-2005

TOTAAL EXTRA INVESTERINGSIMPULS NOORD-HOLLAND

TOTAAL FINH + UNA + EXTRA INV.IMPULS

198

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Maximaal krediet Restant krediet Te besteden Afdeling Nummer in volgende begroting dienstjaren 2009 € € 1.750.000 150.000 ZWC ZWC DIV 839 67 839 68 179 32

Vermoedelijke uitgaven in het begrotingsjaar

2005 € 100.000 1.200.000 10.000.000 82.300.000 € 100.000 1.200.000 10.000.000 82.300.000 € 100.000 250.000 1.000.000 11.250.000

2006 € 316.700 3.000.000 14.716.700

2007 € 316.700 3.000.000 13.866.700

2008 € 316.600 3.000.000 9.266.600

414.104.902

325.116.705

80.623.500

80.427.500

47.696.000

13.990.400

1.750.000

146.369.280

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

199

200

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.5
Overzicht EMU-saldo

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

201

Bijlage 5.5 Berekening EMU-saldo provincie Noord-Holland onderdeel x 1.000 € +1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) +2 +3 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie -4 Uitgaven aan investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd +5 De in mindering op onder 4 bedoelde investeringen gebrachte ontvangen bijdragen van het rijk, de provincies, de Europese Unie en overigen +6a Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) -6b -7 Boekwinst op desinvesteringen in (im)materiële vaste activa Uitgaven aan aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. +8a -8b -9 -10 Verkoopopbrengsten van grond (tegen verkoopprijs) Boekwinsten op grondverkopen Betalingen ten laste van de voorzieningen Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen e.d.) worden en die nog vallen onder één van de andere genoemde posten -11 Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen 4.000166.838165.11134.036 96.023 86.287168.9838.072 5.595 107.48919.748 75.78159.458 € Omschrijving 2005 2006

dienstjaar 2006 2007

€ 47.35753.295

1.288

169.200-

95.000

-

151.718-

-

Berekend EMU-saldo

302.757-

248.798-

218.692-

202

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.6
Staat van verstrekte langlopende leningen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

203

5.6 Staat van verstrekte langlopende geldleningen Datum en nummer besluit van Omschrijving Oorspronkelijk bedrag van de geldlening Rente percentage Restant bedrag Bedrag van de van de lening in de loop van per 1 januari 2006 te 2006 verstrekken leningen € €

Provinciale c.q. Gedeput. Staten

Koninklijke goedkeuring

Leningen aan deelnemingen
N.V. NUON N.V. NUON (achtergestelde converteerbare lening, retour 18 maart 2006) N.V. PWN Waterleidingbedrijf NoordHolland Recreatie Noord-Holland N.V. 45.378.000 21-12-1995; 83 div. 17.454.200

3.906.500

3.906.500

28.588.200 memorie

div.

div.

5.354.600

Overige langlopende leningen
Coöperatieve Visafslag Den Oever Stadsverwarming Gemeente Purmerend Investeringsmaatschappij Noordzeekanaalgebied C.V. 226.900 7.962.900 21-12-1993; 21 13-01-1997; 6 4,000 106.500 9.315.500 372.600

6.800.000

3.317.600

Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van 1 jaar en langer
ABNAmro Bouwfonds Nederlandse Waterschapsbank ING Bank Fortis Bank Nederland N.V. Credit Agricole Indosuez (Zero-lening) Rabobank Nederland 70.000.000 5.000.000 30.176.400 30.857.000 18.151.200 25.000.000 div. 07-08-2003;30781 div. div. 2004-9311 17-03-2004; 12919/12921 2004-14566 div. div. 13-07-2004/31678 13-07-2004/31680 15-07-2004/32144 14-07-2004/32145 14-09-2004/40361 28-07-2005/35690 div. 3,400 div. div. 4,500 70.000.000 5.000.000 30.176.400 29.042.000 18.151.200 25.000.000

Europ Investeringsbank LB Baden-Wuerttemberg Achmea Hypotheek Bank Friesland bank N.V. F. van Lanschot bankiers N.V. SNS Bank Nederland N.V. Aegon N.V. Gemeente Vlaardingen BNG Capital Managemet B.V. Totaal

5.700.000 30.903.400 30.000.000 10.000.000 7.260.500 5.227.500 5.000.000 5.000.000 10.000.000 381.138.500

8,500 div. div. 3,640 6,250 5,875 4,625 2,840 2,364

5.700.000 30.903.400 30.000.000 10.000.000 7.260.500 5.227.500 5.000.000 5.000.000 10.000.000 325.915.900 372.600

204

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Bedrag van de rente of het rentebestanddeel € Restantbedrag van de lening de aflossing of of voorschot per het aflossings31 december bestanddeel 2006 € €

940.800

3.490.500

13.963.700

3.906.500

-

400.200 memorie

1.143.500

4.211.100

25.000 386.700

81.500 9.688.100

memorie

3.317.600

2.841.000 170.000 1.121.800 562.200 1.125.000 21.100.800 29.042.000

70.000.000 5.000.000 9.075.600 18.151.200 25.000.000

366.100 1.447.100 808.100 364.000 376.900 307.100 231.200 142.000 11.590.200

5.700.000 6.693.400 20.000.000

24.210.000 10.000.000 10.000.000

7.260.500

5.227.500 5.000.000 5.000.000 10.000.000

98.362.200

227.926.300

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

205

206

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.7
Staat van reserves en voorzieningen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

207

5.7 Staat van reserves en voorzieningen Vorig dienstjaar 2005 Num- Naam van de reserve of voorziening mer Saldo bij de aanvang van het dienstjaar (op kasbasis) 2 Algemene reserves 1. 2. Saldireserve Eigen kapitaal wegens deelnemingen Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Reserve Investeringen Noord-Holland Reserve voor BTW-afdrachten Reserve Ontwikkelingssamenwerking Reserve Kleine infrastructuurprojecten Reserve Groot onderhoud wegen en vaarwegen Reserve Openbaar vervoerprojecten Reserve Grondverwerving en inrichting natuurgebieden Reserve Ontwikkeling openluchtrecreatie Reserve Herstructurering bedrijfsterreinen Reserve Cofinanciering Europese projecten Reserve Monumenten (Mr. F.J. Kranenburg monumentenfonds) Reserve Stedelijke vernieuwing UNA-Compartiment Reserve Uitgestelde intenties Reserve Grondbeleid Reserve afwikkeling opheffing fondsen Totaal bestemmingsreserves Totaal reserves Voorzieningen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35. Voorziening Stadsverwarming Purmerend Voorziening Verlofsparen en arbeidsmarkttoelagen Voorziening Kosten reorganisatie Voorziening Pensioenen leden GS Voorziening Rijksbijdrage interprovinciaal oefenbeleid Voorziening Rijksbijdragen Gebundelde Doel Uitkering GDU/IBDV Voorziening GOVERA Voorziening Rijksbijdrage jaarplan vervoersmanagement Voorziening Rijksbijdrage ROV Voorziening Groot onderhoud wegen en vaarwegen Voorziening Openbaar vervoer Voorziening Aanleg N201 Voorziening Rijksbijdrage planstudie kustvisie Voorziening Bijdrage diffuse bronnen Voorziening Grondwaterheffing Voorziening Bodemsanering Voorziening Rijksbijdrage leerwerktraject bodemsanering Voorziening Rijksbijdrage servicepunt duurzame energie Voorziening Rijksbijdrage impl. plan in milieuvergunningen Voorziening Rijksbijdrage technische isolatie woningen Voorziening Regionale service punten ter versterking milieu Voorziening Rijksbijdrage beleid,lucht, veiligheid en geluid Voorziening Convenant Mainport en Groen Voorziening Uitvoering Flora en Faunawet Voorziening Europese projecten Voorziening Rijksbijdrage tijd.stimul.reg.vrijwilligers werk Voorziening Rijksbijdrage cultuurbereik Voorziening Rijksbijdrage culturele planologie Voorziening Rijksbijdrage beeldende kunst Voorziening Rijksbijdrage cultureel erfgoed Voorziening Rijksbijdrage bibliotheekwerken Voorziening Rijksbijdrage primair onderwijs Voorziening Rijksbijdrage jeugdhulpverlening Voorziening Rijksbijdrage stedelijke vernieuwing Voorziening Rijksbijdrage Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) Totaal voorzieningen Totaal generaal 2.488.800 185.100 30.645.800 313.000 48.300 25.751.700 85.700 14.200 201.200 2.656.000 1.435.300 35.073.700 395.600 113.900 497.700 23.921.400 100.400 480.100 366.700 3.931.200 358.800 128.300 1.043.700 8.600 11.800 50.200 memorie 268.600 memorie 6.823.400 memorie memorie memorie 1.516.900 40.266.800 34.036.100 memorie memorie memorie 11.778.600 memorie memorie memorie memorie memorie 320.000 memorie memorie memorie 360.100 835.900 memorie 1.092.200 139.800 67.808.800 20.000.000 memorie 185.247.200 213.946.600 371.800 memorie 20.000 7.500.000 memorie 48.300 10.152.300 85.700 14.200 memorie 3.384.000 41.702.100 memorie memorie 113.900 memorie 15.000.000 100.400 100.000 memorie 400.000 358.800 memorie memorie 8.600 11.800 50.200 200.000 300.000 115.000 500.000 139.800 68.532.500 17.500.000 500.000 166.837.600 302.669.900 80.552.800 17.298.300 500.800 8.351.100 1.954.000 15.594.800 11.004.300 10.355.000 6.467.500 2.325.200 1.874.400 2.359.200 452.786.200 2.568.400 2.565.100 17.991.800 634.548.900 788.204.900 1.733.500 453.800 1.183.500 3.020.400 1.051.600 2.968.200 1.663.000 1.107.100 1.315.100 14.496.200 28.699.400 28.761.500 memorie 453.800 4.902.500 1.954.000 memorie 2.615.500 5.769.000 1.500.000 2.163.000 1.100.000 1.500.000 56.155.000 2.568.400 3.002.000 112.444.700 135.832.300 64.255.700 89.400.300 153.656.000 14.203.200 memorie 14.203.200 23.387.600 memorie 23.387.600 3 € Storting Toevoeging i.v.m. op peil houden van reserve of voorziening 5 € Onttrekking

1

4 €

6 €

481.700

1.053.000

446.200

205.400 115.000 140.600 2.904.300 9.033.500 1.388.800 144.094.800 932.299.700

205.600 2.558.300 2.558.300

208

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Dienstjaar 2006 Saldo op het eind van het dienstjaar (op kasbasis) 7 € Storting Toevoeging i.v.m. op peil houden van reserve of voorziening 9 € Ontrekking einde van het dienstjaar 2006 10 € Vermoedelijk saldo aan het einde van het dienstjaar (op kasbasis) 11 €

8 €

55.071.300 89.400.300 144.471.600

4.500.000 memorie 4.500.000 -

4.104.800 memorie 4.104.800

55.466.500 89.400.300 144.866.800

51.791.300 19.031.800 500.800 4.632.100 18.615.200 9.440.400 7.554.200 4.967.500 1.825.200 1.881.500 2.174.300 396.631.200 2.565.100 14.989.800 536.600.400 681.072.000

1.592.100 453.800 1.183.500 memorie 1.944.800 804.600 2.481.200 memorie 363.000 1.107.100 1.315.100 memorie memorie 4.500.000 15.745.200 20.245.200 -

11.471.800 memorie 453.800 2.000.000 memorie 1.399.100 2.535.500 2.142.000 memorie 363.000 1.100.000 1.500.000 68.955.700 memorie memorie memorie 91.920.900 96.025.700

40.319.500 20.623.900 500.800 3.815.600 19.160.900 7.709.500 7.893.400 4.967.500 1.825.200 1.888.600 1.989.400 327.675.500 7.065.100 14.989.800 460.424.700 605.291.500

2.860.600 185.100 23.145.800 581.600 22.904.500 201.200 788.900 70.162.800 395.600 497.700 21.146.200 380.100 366.700 3.531.200 358.800 448.300 1.043.700 160.100 741.300 732.800 2.180.600 11.739.100 888.800 165.441.500 846.513.500

memorie memorie 6.823.400 memorie memorie 43.044.700 123.900.000 memorie memorie 12.341.500 memorie memorie memorie memorie memorie memorie

386.700

394.800

4.130.400

memorie memorie 10.000.000 memorie 13.152.300 memorie memorie 43.044.700 memorie

3.247.300 185.100 13.145.800 581.600 16.970.400 201.200 788.900 198.193.200 395.600 497.700 21.569.100 380.100 366.700 3.531.200 358.800 448.300 1.043.700 160.100 741.300 732.800 2.180.600 11.998.900 888.800 278.607.200 883.898.700

422.900

memorie 12.341.500 memorie memorie memorie memorie memorie memorie

660.000 404.800 573.700 memorie 64.934.200 20.000.000 memorie 272.682.300 292.927.500

660.000 404.800 573.700 memorie 64.934.200 20.000.000 memorie 165.111.200 261.136.900

259.800 5.594.600 5.594.600

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

209

210

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.8
Overzicht van het renteresultaat en de kapitaallasten

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

211

5.8 Overzicht van het renteresultaat en de kapitaallasten Uitgaven c.q. lasten € A. RENTERESULTAAT 5.0 Rente van opgenomen kasgeld en van andere kortlopende schulden Rente van verstrekt kasgeld, van in rekening-courant uitstaande gelden en van andere kortlopende vorderingen

dienstjaar 2006 Inkomsten c.q. baten €

Categorie Omschrijving

-

5.0

1.514.300

5.0 6.1

Rente van opgenomen langlopende geldleningen Afschrijving op geactiveerde kosten van agio op overgenomen verstrekte geldleningen (functie 012) Rente van verstrekte langlopende geldleningen (zie Bijlage 5.6)

-

2.780.100

5.0

11.590.200 2.780.100 13.104.500

6.0

Doorberekende rente aan kostenplaatsen, functies en activa (zie specificatie onder B.) Op peil houden voorzieningen, niet op product 011 maar op functies Totaal Af: lasten Bijdrage renteresultaat aan HF0 product 011 per saldo

15.407.800

6.0

2.780.100 28.512.300 2.780.100 25.732.200

B. KAPITAALLASTEN

B1. RENTE 8.1 8.1 8.1 Op kostenplaatsen Op producten Geactiveerde rentekosten Totaal rente 1.912.700 11.582.200 2.316.800 15.811.700

B2. AFSCHRIJVINGEN 6.1 6.1 6.1 Op kostenplaatsen Op producten Op rentekosten Totaal afschrijvingen 1.950.400 54.727.900 2.780.100 59.458.400

Totaal te verdelen kapitaallasten

75.270.100

212

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.9
Staat van gewaarborgde geldleningen en andere garantieverplichtingen

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

213

5.9 Staat van gewaarborgde leningen en andere garantieverplichtingen Gevallen van gemeenschappelijke waarborging van de lening Nummer Oorspronkelijk bedrag Doel van de geldlening Door wie de geldlening is aangegaan Namen van andere waarborgende lichamen % of deel gewaarborgd provincie

€ 1001 * 1002 * 2005 * 2006 2009 2010 2011 2012 2013 2014 * * * * * * * 294.050 89.395 453.780 1.406.719 1.530.000 1.531.508 2.467.430 3.403.352 2.382.346 2.586.547 2.722.681 3.101.588 3.122.008 1.718.725 Aankoop, verbouwing en inrichting kliniek Ged. aankoop, verbouw.- en inrichtingskosten Bouw en inrichting kliniek Limmen Uitbreiding en verbetering inrichting 1ste fase nieuwbouw en renovatie psych. centrum Nieuwbouw en renovatie psych.centrum 2e fase nieuwbouw en renovatie psych. centrum Idem Idem Idem Bouw gemeenschapscentrum en uitbreiding therapiecomplex Eemeroord Idem Diverse projekten Zon & Schild te Amersfoort Vervangende nieuwbouw paviljoen Bergopwaarts en renovatie paviljoen Berkenrode Grondaankoop t.b.v. bouw Kadijkerkoog 1ste fase zwakzinnigeninrichting 2e fase zwakzinnigeninrichting Kadijkerkoog 3e fase zwakzinnigeninrichting Kadijkerkoog laatste fase Kadijkerkoog Gedeeltelijke vervanging 8,75%-lening 1977 Bouw Reigersdaal Ged. bouw zwakzinnigeninrichtng Reigersdaal Reigersdaal Investeringen verdere bouw van verpleeghuis Reigersdaal Bouw en inrichtingskosten 1e fase Bouw en inrichting verpleeghuis Amstelrade Idem Idem 2e fase bouw en inrichting Amstelrade Bouw verpleegtehuis Magnushof Idem Idem Idem Uitbreiding Lindendael Uitbreidings- en herstructueringswerken Bouw verpleeghuis Heemswijk Idem Gedeeltelijke financ. bouw verpleeghuis Heemswijk (Ver)nieuwbouwkosten huisvesting Provinciale Bibliotheekcentrale NH Diverse investeringen Aanpassing gebouw Eijkman, verbouw paviljoen en aankoop 4 woningen Aanleg ontsluitingsweg T106 Brijder Stichting Noord-Holland idem Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland-Noord idem idem idem idem idem idem idem Stichting De Open Ankh idem idem idem Provincie Utrecht Provincie Utrecht 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 40 40 100 100

4019 * 4020 * 4021 * 4022 *

10001 10002 10003 10004 10005 10006 11001 11002 11003 11004

* * * * * * * * * *

2.949.571 3.573.519 10.096.610 3.333.016 1.713.156 1.361.341 2.722.681 2.994.949 1.332.979 14.600.378

Dr. M.J. Prinsenstichting idem idem idem idem idem Esdégé-Reigersdaal idem idem idem

100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

13001 * 17001 17002 17003 17004 20002 20003 20004 20005 * * * *

8.956.623 1.089.073 453.780 2.495.791 2.044.298 1.128.098 680.670 1.361.341 907.560 3.781.532 3.403.352 3.374.310 3.403.352 5.309.229 1.815.121

Stichting Leekerweide Mytyl Stichting Amstelrade idem idem idem Zr. Kueter Stichting idem idem idem Westfriese Zorggroep De Omring (Lindendael) idem Stichting Heemswijk idem idem St. Provinciale Bibliotheekcentrale Gemeente Amstelveen Gem. Amsterdam /Amstelveen Gem. Amsterdam /Amstelveen Gem. Amsterdam /Amstelveen

100 83,333 50 50 50 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100

24001 * 24002 * 27001 * 27002 * 27004 * 28003

30002 33002 *

431.091 5.672.253

Recreatieschap Alkm. Uitgeester Meer Stichting Dennendal Prov. Utrecht/Zuid-Holland

100 30

37001

1.724.365

Schiphol Area Development Company N.V. te Schiphol Div. Ambtenaren

100

Totaal

83.895 119.604.063

Hypothecaire geldleningen i.v.m. aankoop of bouw woonhuis

100

Bij de met "*" aangeduide nummers van de borgstellingen is ten behoeve van de provincie zekerheid gevestigd op het onderpand. De met "#" gemerkte aflossingen betreft het aflossingesbestanddeel van de annuïteit.

214

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 Restantbedrag van de lening aan het begin van het dienstjaar 2006 rente Prov. Staten c.q. Ged. Staten Koninklijke Goedkeuring % Totaal Gewaarborgd door provincie € 108.907 9.021 11.344 70.336 1.275.000 1.276.256 1.446.424 2.042.011 1.508.819 1.293.273 181.512 248.272 832.609 902.325 Restantbedrag van de lening aan het einde van het dienstjaar 2006 Gewaarborgd door provincie € 98.016 6.044 35.168 1.190.000 1.191.172 1.361.340 1.928.566 1.429.407 1.228.609 363.024 517.310 728.428 859.357 98.016 6.044 35.168 1.190.000 1.191.172 1.361.340 1.928.566 1.429.407 1.228.609 145.210 206.924 728.428 859.357

Datum van het besluit

Te waarborgen in 2006

Totaalbedrag gewone en buitengewone aflossing

Totaal

€ 21-10-1974;103 10-04-1978;015 01-07-1965;004 25-01-1961;004 29-10-1979;080 29-10-1979;080 18-01-1982;005 18-01-1982;005 18-01-1982;005 10-06-1985;041 01-06-1978;031 01-06-1978;031 11-10-1982;092 13-06-1983;033 13-01-1975;010 21-10-1978;007 27-08-1965;039 27-02-1961;007 27-02-1980;048 27-02-1980;048 17-05-1982;006 17-05-1982;006 17-05-1982;006 21-08-1985;003 13-02-1979;009 13-02-1979;009 16-12-1982;011 21-11-1983;010 5,5 8,0 6,5 6,25 4,4 5,65 5,20 5,72 6,25 6,2 6,35 5,88 4,84 7,75 108.907 9.021 11.344 70.336 1.275.000 1.276.256 1.446.424 2.042.011 1.508.819 1.293.273 453.780 620.681 832.609 902.325

€ 10.891 2.977 11.344 35.168 85.000 85.084 85.084 113.445 79.412 64.664 90.756 103.371 104.181 42.968

21-10-1986;167 25-10-1976;085 04-12-1978;099 19-05-1980;019 14-11-1983;074 25-10-1976;085 30-10-1972;128 10-06-1985;045 10-06-1985;045 26-05-1975;036

18-11-1986;025 01-07-1977;002 31-01-1979;009 21-08-1980;170 05-12-1997;97-3 01-07-1977;002 18-05-1973;010 19-02-1986;010 19-02-1986;010 25-09-1975;003

6,7 7,05 7,75 7,15 6,06 7,05 6,35 6,68 6,68 5,8

907.560 1.548.525 3.533.814 1.922.894 963.651 544.536 588.716 998.316 444.251 5.862.273

907.560 1.548.525 3.533.814 1.922.894 963.651 544.536 588.716 998.316 444.251 5.862.273

113.445 119.117 252.415 128.193 107.072 45.378 73.585 99.832 44.425 442.436

794.115 1.429.408 3.281.399 1.794.701 856.579 499.158 515.131 898.484 399.826 5.419.837

794.115 1.429.408 3.281.399 1.794.701 856.579 499.158 515.131 898.484 399.826 5.419.837

29-10-1979;078 26-01-1966;027 26-01-1966;027 09-04-1973;033 09-04-1973;033 02-07-1969;092 02-07-1969;092 10-01-1972;222 10-01-1972;222 19-11-1984;077 19-11-1984;077 15-06-1981;036 15-06-1981;036 15-06-1981;036 18-04-1977;024

24-01-1980;020 09-03-1966;008 25-11-1968;228 08-10-1973;005 08-10-1973;005 29-09-1969;010 29-09-1969;010 30-03-1972;016 30-03-1972;016 10-01-1985;012 10-01-1985;012 30-09-1981;002 30-09-1981;002 30-09-1981;002 24-08-1977;006

7,875 6,375 6,75 6,45 6,8 5,5 7,53 6,875 7,05 6,2 5,9 8,35 8,35 8,125 7,1

5.373.974 71.177 87.141 1.017.604 1.316.210 294.271 128.784 257.566 171.706 2.079.842 2.042.011 1.861.681 1.928.566 1.964.869 272.268

5.373.974 59.314 43.571 508.802 658.105 294.271 128.784 257.566 171.706 2.079.842 2.042.011 1.861.681 1.928.566 1.964.869 272.268

358.265 71.177 27.171 144.242 110.803 49.079 18.397 36.792 24.530 189.077 170.168 116.356 113.445 152.016 90.756 # # # #

5.015.709 59.970 873.362 1.205.407 245.192 110.387 220.774 147.176 1.890.765 1.871.843 1.745.325 1.815.121 1.812.853 181.512

5.015.709 29.985 436.681 602.704 245.192 110.387 220.774 147.176 1.890.765 1.871.843 1.745.325 1.815.121 1.812.853 181.512

13-12-1993;078 16-04-1984;025

25-02-1994; 29-06-1984;74

4,52 8,125

183.213 1.891.356

183.213 567.407

21.555 189.045

161.658 1.702.311

161.658 510.693

11-12-1995;066

-

7,91

674.130

674.130

149.041 #

525.089

525.089

22-10-1963;XXIX

-

div.

21.181 50.802.872

21.181 47.611.906 -

7.098 4.379.256

14.083 46.423.616

14.083 43.634.429

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

215

6.10 Staat van gewaarborgde leningen

dienstjaar 2006 Provinciaal aandeel

Naam rechtspersoon

Inhoud garantieverplichting

looptijd

gerealiseerde aanspraken €

in procenten

bedrag €

Recreatieschap Geestmerambacht Stichting Agrarisch Texel

Kapitaalkrediet t.b.v. investeringen Nakoming verplichting jegens Rabobank Texel i.v.m. geldlening voor grondverbeteringsproject op Texel Terugbetaling subsidie bij gebrekkige uitvoering en bij niet terugbetaling door projectuitvoerder Uitvoering van het natuurbeleid

t/m 2007 t/m 2007

-

25 *) 100

5.344 204.201 max.

Co-financiering Europese projecten Het Nationaal Groenfonds

project

divers

689.296 1)

divers

-

6,20

9.005.071 2) 9.903.912

*) Volgens de gemeenschappelijke regelingen staan de participanten/deelnemers garant in de verhouding waarin zij participeren in het exploitatietekort van het recreatieschap 1) Betreft aandeel partners 2) Rente en aflossing komen t.l.v. van de van het rijk te ontvangen zgn. convenantsgelden.

216

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.10
Meerjarenraming 2006-2009 per programma

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

217

5.10 De meerjarenraming 2007-2009 BEGROTING 2006 Producten Lasten Baten Nadelig saldo € 54 26.924 6.977 2.793 93.859

bedragen x € 1.000 MEERJARENRAMING 2007 Lasten Baten Nadelig saldo € 54 18.154 6.347 2.792 82.456

€ Programma 1, Burger en Bestuur Programma 2, Bestuur en andere overheden Programma 3, (Vaarwegen), verkeer en mobiliteitsmanagement Programma 4, Openbaar vervoer Programma 5, Waterhuishouding Programma 6, Milieubeheer Programma 7, Recreatie en natuur Programma 8, Economische en agrarische zaken zaken Programma 9, (Jeugd)zorg en welzijn Programma 10, Kunst, cultuur en educatie Programma 11, Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting Programma 12, Staf en ondersteuning Totaal van de Programma's 1 t/m 12 Programma 0, Financiering en algemene dekkingsmiddelen 011 Bruto voordelig renteresultaat over financieringsmiddelen 021 Uitkering uit het Provinciefonds 030 Motorrijtuigenbelasting 040 Dividenden 045 Voorzieningen algemeen 050 BTW baten 050 Afschrijvingskosten (dis)agio 050 Stelposten (o.a. prijscompensatie en onvoorzien) 050 Apparaatskosten Programma 0 (exclusief mutaties reserves) Saldo voor bestemming 080 Mutaties reserves Saldo na bestemming 20.245 2.780 9.985 106.517 119.669 387 7.031 2.793 120.783

€ 6.401 2.792 100.610

55.381 3.054 20.437 29.521

43.234 2.106 16.993 543

12.147 948 3.444 28.978

53.512 1.994 18.543 25.098

42.278 2.117 16.993 997

11.234 1231.550 24.101

16.535 92.796 31.898

34 65.049 4.316

16.501 27.747 27.582

14.074 91.747 29.900

34 65.049 4.369

14.040 26.698 25.531

27.466 6.682 414.377

20.000 1.569 180.822

7.466 5.113 233.555

23.994 6.682 375.347

20.000 1.586 171.631

3.994 5.096 203.716

29.528 110.040 121.700 7.940 1.750

29.528 110.040 121.700 7.940 3871.750 2.7801.290 11.411 105.040 118.143 402

21.720 115.266 122.900 7.940 1.750

21.720 115.266 122.900 7.940 4021.750 1.290-

6.486

3.499106.517-

7.421

3.990105.040-

277.444

157.775 75.780-

276.997

158.854 44.862-

96.025

75.780 -

11.245

58.602

47.357 2.495

218

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Dienstjaar 2006 MEERJARENRAMING 2008 Lasten Baten Nadelig saldo € 54 18.389 5.812 2.582 67.866 MEERJARENRAMING 2009 Lasten Baten Nadelig saldo € 54 18.588 5.797 2.582 67.496

€ 5.866 2.582 86.255

€ 5.851 2.582 86.084

53.991 1.826 18.051 18.824

43.085 1.998 16.993 495

10.906 1721.058 18.329

55.179 1.630 18.055 15.402

44.205 1.809 16.993 359

10.974 1791.062 15.043

6.079 87.421 29.871

34 65.048 4.450

6.045 22.373 25.421

6.048 82.491 29.529

34 65.049 4.506

6.014 17.442 25.023

23.536 6.682 340.984

20.000 1.604 172.150

3.536 5.078 168.834

23.536 3.676 330.063

20.000 1.622 173.219

3.536 2.054 156.844

19.826 119.275 124.100 7.940 418 1.750 888 10.117 110.394 121.817 280.312 7.421

19.826 119.275 124.100 7.940 4181.750 8882.696110.394158.495 10.339-

-

17.478 121.966

17.478 121.966 127.700 7.940 435-

-

127.700 7.940

435 1.750 10.769 113.365 124.569 284.255 7.421

1.750 3.348113.365159.686 2.842

11.295

25.285

13.990 3.651

11.295

8.453

2.842-

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

219

220

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.11
Meerjarenraming kapitaallasten 2006-2009

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

221

5.11 Overzicht van de in de meerjarenraming verwerkte kapitaallasten 2006-2009

dienstjaar 2006
bedragen x € 1.000

Nummer begroting

Omschrijving

2006

2007

2008

2009

€ A: Apparaatskosten Aankoop Houtpleincomplex en winkelruimten Achterstallig en groot onderhoud Houtpleincomplex Perceel Paviljoenslaan 13-15 te Haarlem Aankoop meubilair kantoorgebouw Dreef 3 Beveiliging bestuurscentrum en Houtpleincomplex Vervanging technische infrastructuur Aanvullend krediet nieuwe website en intranet Financieel systeem Totaal A B: Directe kosten 012 170 306.72 306.01 306.02 334 Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio Perceel Welgelegenstraat 3 te Haarlem Reconstructie N242 (afschrijving ineens) Aanleg van provinciale wegen UNA realisatie N201+ Vervanging boordvoorzieningen Noordhollandsch Kanaal 335 421 611 Achterstallig onderhoud vaarwegen Onderkomens muskusrattenvangers Deelneming in het aandelenkapitaal van de N.V. Groenbeheer 621 621 621 712 712 839 911 Landgoed "Marquette" te Heemskerk Weidegronden landgoed "Marquette" De Wimmenummerduinen Deelneming in het aandelenkapitaal van de Zeehaven IJmuiden N.V. Deelneming in het startkapitaal van de N.V. Schipholontwikkelingsmaatschappij Provinciaal archeologisch centrum Mercurius FINH Diemervijfhoek Totaal B C: Te activeren rentekosten 18,5 27,2 13,3 228,2 30,9 191,5 262,7 773,9 68.686,3 2.711,7 38,4 599,5 64,8 1.565,9 1.003,8 10,8 72,4 44,8 454,2 153,0 558,2 3.863,1

1.565,9 1.003,8 10,0 72,4 44,8 454,2 558,2 3.709,3

1.565,9 1.003,8 9,3 72,4 44,8 454,2 558,2 3.708,6

1.565,9 1.003,8 8,7 72,4 44,8 454,2 558,2 3.708,0

2.780,1 6,7 4.000,0 23.650,6 36.000,0

1.289,8 6,2 4.000,0 28.860,0 15.533,5

888,4 5,7 4.000,0 31.654,0 -

4.000,0 31.968,0 -

1.340,5 811,6 62,6

1.809,0 901,1 60,4

2.010,9 1.013,4 58,3

18,5 25,4 12,4 219,4 30,9 191,5 253,8 151,7 52.807,8 memorie

18,5 11,6 209,7 30,9 191,5 245,0 40.025,8 memorie

18,5 201,6 30,9 191,5 236,1 39.729,2 memorie

Totaal A + B + C

75.261,1

56.517,1

43.734,4

43.437,2

222

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.12
Meerjarenraming reserves en voorzieningen 2006-2009

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

223

5.12 Ontwikkeling van de stand van de reserves en voorzieningen (Bedragen Dienstjaar 2006 Num- Naam van de reserve of voorziening mer Stand per 1-1-2006 Storting Storting ivm rentetoevoeging/ op peil houden voorziening € Onttrekking Stand per 1-1-2007 Dienstjaar 2007 Storting Storting ivm rentetoevoeging/ op peil houden voorziening € Onttrekking

€ Algemene reserves 1. 2. Saldireserve Eigen kapitaal wegens deelnemingen Totaal algemene reserves Bestemmingsreserves 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Reserve Investeringen Noord-Holland Reserve voor BTW-afdrachten Reserve Ontwikkelingssamenwerking Reserve Kleine infrastructuurprojecten Reserve Groot onderhoud wegen en vaarwegen Reserve Openbaar vervoerprojecten Reserve Grondverwerving en inrichting natuurgebieden Reserve Ontwikkeling openluchtrecreatie Reserve Herstructurering bedrijfsterreinen Reserve Cofinanciering Europese projecten Reserve Monumenten (Mr. F.J. Kranenburg monumentenfonds) Reserve Stedelijke vernieuwing UNA-Compartiment Reserve Uitgestelde intenties Reserve Grondbeleid Reserve afwikkeling opheffing fondsen Totaal bestemmingsreserves Voorzieningen 1 2 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 29 30 31 32 33 34 35 Voorziening Stadsverwarming Purmerend Voorziening Verlofsparen en arbeidsmarkttoelagen Voorziening Kosten reorganisatie Voorziening Pensioenen leden GS Voorziening Rijksbijdrage interprovinciaal oefenbeleid Voorziening Rijksbijdragen Gebundelde Doel Uitkering GDU/IBDV Voorziening GOVERA Voorziening Rijksbijdrage jaarplan vervoersmanagement Voorziening Rijksbijdrage ROV Voorziening Groot onderhoud wegen en vaarwegen Voorziening Openbaar vervoer Voorziening Aanleg N201 Voorziening Rijksbijdrage planstudie kustvisie Voorziening Bijdrage diffuse bronnen Voorziening Grondwaterheffing Voorziening Bodemsanering Voorziening Rijksbijdrage leerwerktraject bodemsanering Voorziening Rijksbijdrage servicepunt duurzame energie Voorziening Rijksbijdrage impl. plan in milieuvergunningen Voorziening Rijksbijdrage technische isolatie woningen Voorziening Regionale service punten ter versterking milieu Voorziening Rijksbijdrage beleid,lucht, veiligheid en geluid Voorziening Convenant Mainport en Groen Voorziening Uitvoering Flora en Faunawet Voorziening Europese projecten Voorziening Rijksbijdrage tijd.stimul.reg.vrijwilligers werk Voorziening Rijksbijdrage cultuurbereik Voorziening Rijkbijdrage culturele planologie Voorziening Rijksbijdrage beeldende kunst Voorziening Rijksbijdrage cultureel erfgoed Voorziening Rijksbijdrage bibliotheekwerken Voorziening Rijksbijdrage primair onderwijs Voorziening Rijksbijdrage jeugdhulpverlening Voorziening Rijksbijdrage stedelijke vernieuwing Voorziening Rijksbijdrage Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) Totaal voorzieningen Totaal generaal 2.860,6 185,1 23.145,8 581,6 0,0 22.904,5 0,0 0,0 201,2 788,9 0,0 70.162,8 395,6 0,0 497,7 21.146,2 0,0 380,1 366,7 3.531,2 358,8 448,3 1.043,7 0,0 0,0 0,0 160,1 0,0 741,3 0,0 732,8 0,0 2.180,6 11.739,1 888,8 165.441,5 846.513,5 51.791,3 19.031,8 500,8 4.632,1 0,0 18.615,2 9.440,4 7.554,2 4.967,5 1.825,2 1.881,5 2.174,3 396.631,2 0,0 2.565,1 14.989,8 536.600,4 55.071,3 89.400,3 144.471,6

4.500,0 memorie 4.500,0

-

4.104,8 memorie 4.104,8

55.466,5 89.400,3 144.866,8 40.319,5 20.623,9 500,8 3.815,6 19.160,9 7.709,5 7.893,4 4.967,5 1.825,2 1.888,6 1.989,4 327.675,5 7.065,1 14.989,8 460.424,7

memorie memorie -

-

memorie memorie -

0,0 1.592,1 453,8 1.183,5 memorie 1.944,8 804,6 2.481,2 memorie 363,0 1.107,1 1.315,1 0,0 memorie 4.500,0 0,0 15.745,2

-

11.471,8 memorie 453,8 2.000,0 memorie 1.399,1 2.535,5 2.142,0 memorie 363,0 1.100,0 1.500,0 68.955,7 memorie memorie memorie 91.920,9

0,0 1.592,1 453,8 1.183,5 memorie 1.944,8 804,6 2.481,2 memorie 363,0 1.107,1 1.315,1 0,0 memorie memorie 0,0 11.245,2

-

5.339,8 memorie 453,8 2.000,0 memorie 811,5 2.535,5 2.142,0 memorie 363,0 1.100,0 1.500,0 42.356,2 memorie memorie memorie 58.601,8

0 memorie 0 memorie

386,7 -

memorie memorie 10.000,0 memorie

3.247,3 185,1 13.145,8 581,6

memorie memorie

402,2

memorie memorie 4.000,0 memorie

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 43.044,7 123.900,0 memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie 0 memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie 272.682,3 292.927,5

394,8 4.130,4 422,9 memorie 259,8 5.594,6 5.594,6

13.152,3 memorie memorie memorie memorie 43.044,7 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie 165.111,2 261.136,9

16.970,4 201,2 788,9 198.193,2 395,6 497,7 21.569,1 380,1 366,7 3.531,2 358,8 448,3 1.043,7 160,1 741,3 732,8 2.180,6 11.998,9 888,8 278.607,2 883.898,7

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 42.055,2 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie 147.792,8 159.038,0

168,7

memorie

407,7

memorie

309,8

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 42.055,2 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie

1.288,4 1.288,4

151.792,8 210.394,6

224

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

dienstjaar 2006 x € 1.000) Dienstjaar 2008 Stand per 1-1-2008 Storting Storting ivm rentetoevoeging/ op peil houden voorziening € Onttrekking Stand per 1-1-2009 Dienstjaar 2009 Storting Storting ivm rentetoevoeging/ op peil houden voorziening € Onttrekking Stand per 1-1-2010

55.466,5 89.400,3 144.866,8

memorie memorie -

-

memorie memorie -

55.466,5 89.400,3 144.866,8

memorie memorie -

-

63,7 memorie 63,7

55.402,8 89.400,3 144.803,1

34.979,7 22.216,0 500,8 2.999,1 20.294,2 5.978,6 8.232,6 4.967,5 1.825,2 1.895,7 1.804,5 285.319,3 7.065,1 14.989,8 413.068,1

0,0 1.592,1 453,8 1.183,5 memorie 1.944,8 854,6 2.481,2 memorie 363,0 1.107,1 1.315,1 0,0 memorie memorie 0,0 11.295,2

-

2.723,8 memorie 453,8 2.000,0 memorie 1.458,6 2.277,0 2.142,0 memorie 363,0 1.100,0 1.500,0 11.266,6 memorie memorie memorie 25.284,8

32.255,9 23.808,1 500,8 2.182,6 20.780,4 4.556,2 8.571,8 4.967,5 1.825,2 1.902,8 1.619,6 274.052,7 7.065,1 14.989,8 399.078,5

0,0 1.592,1 453,8 1.183,5 memorie 1.944,8 854,6 2.481,2 memorie 363,0 1.107,1 1.315,1 0,0 memorie memorie 0,0 11.295,2

-

memorie memorie 453,8 2.000,0 memorie 1.222,3 memorie memorie memorie 363,0 1.100,0 1.500,0 1.750,0 memorie memorie memorie 8.389,1

32.255,9 25.400,2 500,8 1.366,1 21.502,9 5.410,8 11.053,0 4.967,5 1.825,2 1.909,9 1.434,7 272.302,7 7.065,1 14.989,8 401.984,6

3.649,5 185,1 9.145,8 581,6

418,3 memorie memorie

memorie memorie 2.000,0 memorie

4.470,0 185,1 7.145,8 581,6

435,1 memorie memorie -

memorie memorie 2.000,0 memorie

4.905,1 185,1 5.145,8 581,6

17.139,1 201,2 788,9 198.193,2 395,6 497,7 21.976,8 380,1 366,7 3.531,2 358,8 448,3 1.043,7 160,1 741,3 732,8 2.180,6 12.308,7 888,8 275.895,6 833.830,5

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 42.856,8 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie 148.594,4 159.889,6

108,5

memorie

415,9

memorie

365,9

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 42.856,8 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie

17.247,6 201,2 788,9 198.193,2 395,6 497,7 22.392,7 380,1 366,7 3.531,2 358,8 448,3 1.043,7 160,1 741,3 732,8 2.180,6 12.674,6 888,8 275.606,4 819.551,7

6.823,4 memorie memorie memorie memorie 43.928,2 memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie 149.665,8 160.961,0

85,0

memorie

420,0

memorie

365,9

6.823,4 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 12.341,5 memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie memorie 660,0 404,8 573,7 memorie memorie memorie 64.934,2 20.000,0 memorie

17.417,6 201,2 788,9 43.928,2 198.193,2 395,6 497,7 23.232,7 380,1 366,7 3.531,2 358,8 448,3 1.043,7 160,1 741,3 732,8 2.180,6 13.406,4 888,8 319.711,5 866.499,2

1.308,6 1.308,6

150.594,4 175.879,2

1.306,0 1.306,0

107.737,6 116.190,4

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

225

226

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

Bijlage 5.13
Subsidies buiten verordening 2006

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

227

5.13 Subsidielijst buiten verordening Subproduct nummer Subsidieontvanger (subsidies zonder verordening)

dienstjaar 2006 subsidie bedrag €

100 21 130 21 130 41 130 81 161 01 166 16 166 22 304 32 342 01

Fracties uit Provinciale Staten Interprovinciaal overleg (IPO) Gemeente Amsterdam (RSA) Bestuurlijke organisatiezaken Lidmaatschappen ABP Centrum Maatwerk administratie Voormalig personeel gesubsidieerde instellingen Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Exploitatiebijdragen openbaar vervoer: Connexxion-OVTaxi Onbekende subsidie-ontvanger OV-taxi Zuidkennemerland Onbekende subsidie-ontvanger treintaxi Gooi en Vechtstreek Connexxion-FFF Gemeente Andijk Gemeente Bergen Gemeente Castricum Gemeente Drechterland Gemeente Enkhuizen Gemeente Graft de Rijp Gemeente Heerhugowaard Gemeente Heiloo Gemeente Hoorn Gemeente Langedijk Gemeente Medemblik Gemeente N-Koggenland Gemeente Obdam Gemeente Opmeer Gemeente Schermer Gemeente Stede Broec Gemeente Venhuizen Gemeente Wervershoof Gemeente Wester-Koggenland Gemeente Wognum Connexxion-OVTaxi Onbekende subsidie-ontvanger OV-taxi Zuidkennemerland Onbekende subsidie-ontvanger treintaxi Gooi en Vechtstreek Gemeente Alkmaar Gemeente Haarlem Provincie Flevoland Nog te beslissen

778.300 856.900 50.000 100.000 500 35.400 104.400 590.000 130.023 40.613 18.467 1.223.049 22.402 112.718 170.418 56.018 90.217 32.396 205.806 36.982 241.585 86.771 28.263 39.457 41.194 51.216 24.853 92.876 24.700 34.756 59.805 35.558 2.167.043 676.887 307.791 2.806.671 1.574.083 91.000 42.107.082 22.600 500 394.100 134.800 500 40.200 500 465.300 486.600 442.400 200.000 70.000 827.900

430 11 500 01 500 41 500 51 530 81 531 11 550 01 550 03 550 15 550 22 600 55 600 56 610 02

Rioleringen buitengebied Contributie Vereninging van Milieukundige Milieufederatie Noord-Holland Interprovinciaal overleg ( IPO) Comm. Milieuhygiene voor de luchtvaart Ontwikkelen/bevrorderen duurzame energiebronnen Contributies Gemeente Amsterdam Landelijk Meldingsbureau Afvalstoffen Bijdragen aan overheden regie handhavingsamenw. en profess. Uitvoeringsprogramma NHM Laag Holland Amsterdam Toerisme & Congres Bureau

228

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

5.13 Subsidielijst buiten verordening Subproduct nummer Subsidieontvanger (subsidies zonder verordening)

dienstjaar 2006 subsidie bedrag €

601 03 611 11 611 12 611 13 611 14 611 15 611 16 612 17 611 21 611 22 611 31 620 51 621 12 621 33 621 35 621 36 621 37 621 30 622 21 711 11

Stichting NORT Noordholland Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer Recreatieschap Spaarnwoude Recreatieschap het Twiske Recreatieschap Geestmerambacht Landschap Waterland Groengebied Amstelland Plassenschap Loosdrecht Rijwielpadenvereniging “Gooi en Eemland Stichting Landelijk Fietsplatform Bestuurlijk platform het Groene Hart Nationaal Groenfonds Stichting Goois Natuurreservaat Instituut voor Natuurbeschermingseducatie Stichting Samenwerkende Vogelwerkgroepen In Natura Stichting Landschap Noord-Holland Coördinatie beleid en beheer Waddenzee ROL/RAL RES IJmond 2000+ RES Gooi RES Westfriesland/Noord-Kennemerland RES Kop van Noord-Holland Totaal 711 11 (verdeling nog onbekend)

200.000 478.200 895.200 827.800 204.000 320.400 772.600 394.800 26.800 3.200 28.100 703.400 407.300 152.900 5.500 135.000 2.135.700 167.100 133.900

2.640.200 199.700 222.900 250.000 45.000 524.700 250.000 115.500 114.800 46.000 6.509.100 5.459.100 23.200 607.100 3.919.000 1.411.300 461.700 1.311.900 45.500 505.100 1.524.100 1.924.800 72.500 562.200 29.500 585.400 22.700 225.200 34.104

712 11 712 23 716 20 718 12 731 21 731 26 731 42 731 61 731 65 800 11 800 21 802 10 802 20

Subsidie aanleg T106 Bijdragen Noordzeehavens Herstelling Bijdragen in- en externe missies STIVAS Agrarische ondernemers Biologische landbouw POP/Rruraal ontwikkelingsplan Structuurverbetering visserij Stichting Regionale Omroep Noord-Holland (regionale radio) Stichting Regionale Omroep Noord-Holland (regionale televisie) Anne Frank Stichting Stichting Sportservice Noord-Holland Stichting Primo St. A`damse Federatie van Steunf. Minderheden (evt. rechtsopvolgers ACB en SSA) Stichting Profor Voormalig Multiple Choice

802 40 802 51 830 31

Sport Telefonische hulpdiensten Stichting Kunst en cultuur Zeven regionale steunfuncties kunsteducatie Stichting Artiance te Alkmaar Stichting Museaal en Historisch Perspectief Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland Provinciaal steunpunt amateurkunst Historische verenigingen

830 32 830 33

Subsidies culturele planologie Kunstuitleen gemeente Hoorn

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

229

5.13 Subsidielijst buiten verordening Subproduct nummer Subsidieontvanger (subsidies zonder verordening)

dienstjaar 2006 subsidie bedrag €

Kunstuitleen gemeente Haarlem Kunstuitleen gemeente Den Helder Kunstuitleen gemeente Amstelveen Kunstuitleen gemeente Hilversum Kunstuitleen gemeente Beverwijk Kunstuitleen gemeente Bergen Kunstuitleen gemeente Alkmaar Kunstuitleen gemeente Zaanstad Kunstuitleen gemeente Purmerend 830 34 Kernpodia popmuziek Stichting Toneelgroep Wederzijds Kalebas Stichting MUZ theater + Caspar Rapak (jeugdtheater) Speeltheater Danstheater Aya 839 30 840 11 840 12 860 01 860 30 860 40 910 01 912 21 Subsidies uitvoering cultuurnota Stichting Probiblio Wetenschappelijke steunfunctie Lidmaatschappen Bijdrage regiovisies Noord-Hollandse (regionale) patiënten-consumentenplatforms Nederlands instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volksh. Lidmaatschappen Gemeente Amsterdam Totaal

55.225 31.378 40.976 43.385 18.926 16.753 34.458 50.717 37.102 113.400 394.154 125.460 308.814 103.463 110.092 710.300 3.946.400 372.800 500 244.400 1.727.800 7.500 1.600 74.200 104.435.607

230

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D

P R O G R A M M A B E G R O T I N G

2 0 0 6

231

Colofon
Uitgave Provincie Noord-Holland Postbus 123 2000 MD Haarlem Tel.: (023) 514 31 43 Fax: (023) 514 40 40 Internetadres: www.noord-holland.nl E-mailadres: post@noord-holland.nl Eindredactie Provincie Noord-Holland Afdeling Communicatie Fotografie Jur Engelchor, blz 33 Connexxion, blz 59 NUON, blz 75 Provincie Noord-Holland, overig Grafische verzorging Provincie Noord-Holland MediaProductie Papier Hello matt, houtvrij MC Oplage 500 exemplaren

Haarlem, augustus 2005

232

P R O V I N C I E

N O O R D- H O L L A N D