You are on page 1of 3

VAN PREDIKERS TOT PRELATEN

De transformatie van een joodse beweging

Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen, en Hij zeide tot hen: Neemt niets mede voor onderweg, geen staf of reiszak, geen brood of zilvergeld, en hebt ook niet twee hemden bij u. En komt gij ergens in een huis, blijft daar en reist vandaar verder. En zijn er, die u niet willen ontvangen, gaat dan weg uit die stad en schudt het stof af van uw voeten tot een getuigenis tegen hen. Zij gingen heen en trokken de dorpen langs, overal het evangelie predikende en genezingen doende. Lucas 9:1-6 Zoals Jezus Christus Zijn oorsprong vindt in de wil van de Vader, zo komen de bisschoppen die overal ter wereld genstalleerd zijn, voort uit de wil van Jezus Christus. Brief van Ignatius aan Efeze 2 (110. n.C.)

Met bijna 2 miljard aanhangers is het christendom anno 2003, ondanks de toenemende ontkerkelijking in met name Europa en Noord-Amerika, nog altijd de godsdienst met de meeste aanhangers ter wereld. Dat is niet altijd zo geweest. Het christendom is vermoedelijk pas zon duizend jaar een echte wereldgodsdienst. Wel is de religie al vroeg onlosmakelijk verbonden met de loop van de wereldgeschiedenis. Ontelbare gelovigen zijn er de afgelopen tweeduizend jaar door geraakt en bemoedigd. Aan de andere kant hebben even zoveel mensen in naam van het christendom het leven gelaten als andersgelovige. De erfenis van Jezus Christus dreef mensen tot ongekende kunstzinnige prestaties, maar ook tot doldrieste wreedheden. En nog altijd is het christendom een factor van betekenis op het wereldtoneel. De kiem voor deze ontwikkelingen werd al heel vroeg gelegd. Onder kerkhistorici is het gebruikelijk om de apostel Paulus aan te wijzen als de verantwoordelijke voor de snelle verbreiding van het christendom buiten Palestina. Jezus was immers een rondtrekkende prediker die voornamelijk in de Palestijnse provincie Galilea optrad en uitsluitend onder joden de komst van Gods Koninkrijk aankondigde. Zijn leerlingen spoorde Hij aan hetzelfde te doen. Het waren Paulus en zijn volgelingen die elementen uit Jezus prediking uitbouwden tot een zelfstandige religie die ook openstond voor nietjoden. Met het oog daarop haalden ze de scherpste kantjes van Jezus boodschap af. Uiteindelijk zetten zij ook een organisatiestructuur op die in Ignatius tijd al aan een kerk deed denken. Maar door de nadruk te leggen op Paulus activiteiten, blijft een deel van de ontwikkelingen onbelicht. Paulus versie van het christendom werd niet door alle christenen gedeeld. Zo lag de man uit Tarsus erg moeilijk in de gemeenten van Jeruzalem en Antiochi. Verder stichtte hij vooral gemeenschappen in steden, terwijl, zoals uit het citaat uit Lucas blijkt, Jezus vooral op het platteland van Galilea actief was. Wat gebeurde er met de volgelingen daar? Paulus wijdde in zijn christologie geen woord aan Jezus leven. De gelijkenissen, wonderen en prediking van de timmermanszoon liet hij buiten beschouwing. De nadruk lag op de heiliging door het kruis. Toch circuleerden ook al vroeg preken en

levensbeschrijvingen van Jezus, zowel mondeling als schriftelijk. Deze vormden de basis voor de vier evangelin die in de bijbel staan. De kerkgeschiedenis is vooral een geschiedenis van winnaars. De doorgaande lijn liep uiteindelijk via Paulus en de zijnen. De gemeenten in Palestina werden nog in de eerste eeuw gedecimeerd. Voor veel historici reden om aan die ontwikkelingen niet teveel aandacht aan te besteden in het licht van het grote verhaal van het christendom. Bijbelkritische onderzoekers stellen daarentegen weer wel belang in het ontstaan en het verval van gemeenten in en om Palestina. Zij hopen door een analyse van de evangelin en andere vroegchristelijke bronnen uit de eerste eeuw de onvervormde boodschap van Jezus op het spoor te komen. De kerk heeft volgens hen veel van Jezus bedoelingen onherkenbaar veranderd door ze te overladen met dogmatische inlegkunde. Bronnen zoals het Thomasevangelie, maar ook de eerste lagen in de synoptische evangelin zouden het ware christendom laten zien. Helaas slagen diezelfde bijbelkritisiche onderzoekers er vervolgens vaak niet in om de continuteit te verklaren tussen de door hen gereconstrueerde boodschap van Jezus en de versie van de kerk. Dit werk is niet de zoveelste poging nieuw licht op de geboorte van de kerk te werpen. Geprobeerd is door enkele theorien aan elkaar te verbinden het doorgaande verhaal te reconstrueren zonder de doodlopende eindjes uit het oog te verliezen. Dat doet recht aan het besef dat de geschiedenis van het christendom ook anders had kunnen verlopen. Historici hebben de neiging om bij het bestuderen van een bepaalde periode de daaropvolgende tijdspanne al in het achterhoofd te houden. Het gevaar is dat zo een teleologisch verhaal ontstaat. De focus zou omgekeerd moeten zijn, waardoor meer recht aan het verleden wordt gedaan: niet een heden dat noodzakelijk uit het verleden volgt, maar een verleden dat noodzakelijk aan het heden vooraf gaat. Een teleologisch gezichtspunt laat veel zaken onopgemerkt, omdat die niet interessant lijken voor dat wat volgt. Bovendien kunnen vanuit een dergelijk perspectief verbanden worden gelegd die op het moment zelf helemaal niet zo duidelijk waren. Natuurlijk is dit geen uitputtende verhandeling. Niet alle zijwegen komen zomaar aan bod. Dat kan ook niet, gezien de vele boekenkasten die al over dit onderwerp zijn volgeschreven. Enige afbakening is vereist. Om het onderwerp hanteerbaar te houden is gekozen om maar een beperkte periode te beschrijven. Het verhaal begint op Golgotha, toen Jezus zijn leerlingen in vertwijfeling achterliet. Niet lang daarna werd op verschillende plaatsen een doorstart gemaakt. Deze lijnen zullen we volgen en zien dat ze elkaar op cruciale momenten kruisten. Sommige initiatieven bloedden dood, andere groeiden uit tot gemeenschappen die in het hele Romeinse Rijk aan aanhang wonnen. In tegenstelling tot een aantal kerkhistorische studies wordt niet de regering van keizer Constantijn als cesuur gehanteerd. Daardoor zou het risico van teleologische beschrijvingen te groot worden. Het verhaal stopt reeds aan het einde van de tweede eeuw met de werken van de eerste systematische theologen Clemens en Origenes. Een open einde. Toch is in de jaren ervoor al aan veel voorwaarden voor succes voldaan. De organisatie van de kerk is ontwikkeld, de canon van de bijbel heeft een betrekkelijk vaste vorm en het antwoord op de belangrijkste ketterijen is geformuleerd, zoals montanisme, marcionisme en docetisme en andere afwijkingen in de leer t.a.v. de Drieenheid en Jezus natuur. Natuurlijk volgden in de eeuwen erna nog enkele cruciale fasen, maar die legden voornamelijk formeel vast wat al in de eerste en tweede eeuw tot stand was gekomen.

Van belang is de theorie van Michels en Etzioni over sociale bewegingen die zich ontwikkelen (take-off) uit projects en oligarchiseren: ontstaan van een bisschoppenstructuur en een paus. Die structuur is overigens geleend van die van het Romeinse Rijk. Toch heeft de strakke organisatie de kerk niet dood gemaakt. De kerk is nog altijd levend. Een religieuze organisatie is daarom in essentie wat anders dan een willekeurige andere sociale organisatie. Hoewel aan dezelfde voorwaarden wordt gedaan. Een religie drijft mensen echter op meer gebieden dan alleen een bepaald ideaal (beter milieu). Door de kerk ook niet zo strak te organiseren, maar veel over te laten aan locale initiatieven en locale interpretaties van directieven uit Rome, blijft de kerk als instituut bij gelovigen aansprekend. Van belang is ook de veelheid van organisaties binnen een beweging: van kloosterlingen, rondtrekkende predikers, pausen en kardinalen. Steeds heeft de kerk een ander gezicht. Verder blijven mensen betrokken door aansprekende symbolen. Belangrijk is het delen van Brood en Wijn (zie Didache etc) en de doop. Die geven binding. Martelaren zijn ook van belang als identificatie, rolmodel. De leer geeft orintatie op de wereld om zich heen. Van groot belang: zie Stark en Trouillez. De ontwikkeling van een kerkelijke elite betekent ook dat de kerk geworteld was in de maatschappelijke elite, die vaak samenvielen. Dat betekende meer geld en invloed. Verder was de inculturatie van populaire hellenistische voorstellingen van belang. De belangrijkste bronnen zijn de brieven van Paulus, de apostolische vaders, zoals de brieven van Clemens, Ignatius en Polycarpus, de didache, het evangelie van Thomas, maar natuurlijk ook de canonieke evangelin. Want Marcus, Matthes, Lucas en Johannes vertellen niet alleen het verhaal van Jezus leven, maar ook dat van de christelijke gemeenschappen waar zij voor schreven. De evangelisten maakten bewust bepaalde keuzes uit het materiaal dat hen ter beschikking stond en maakten dat tot een richtsnoer voor de gemeentes waar zij voor schreven. Ter beschikking stonden mondelinge overleveringen, maar ook schriftelijke bronnen. Veel theologen zijn het erover eens dat die wel eens ouder konden zijn dan de brieven van Paulus, de oudst overgeleverde christelijke geschriften. Het boek begint dan ook met de evangelin. Hoe verhouden zij zich tot elkaar. Hoe zijn ze tot stand gekomen? Wat kan over de schrijvers worden verteld en wat over hun publiek?