<

Belastingdienst
Gerechtshof Amsterdam
Sector Belastingrecht
Procedurenummer BK-11/976
BEROEPSCHRIFT
Terneuzen, 20 januari 2012
INGEKOMEN TER GRE VAN
24 JAN 2012
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
BELASTINGSECTOR
Van
2010,lagnummer 20111860700004.
: dhr. J. Menge rink,
: mr. T. Vink te Amsterdam.
1. Aanslaggegevens I feiten
Voor wat betreft de aanslaggegevens en de feiten wil ik kortheidshalve verwijzen naar mijn
verweerschrift in eerste aanleg en de uitspraak van de rechtbank.
2. Uitspraak rechtbank
Op 24 november 2011 heeft de Rechtbank Haarlem uitspraak gedaan in het geding tussen
belanghebbende en de inspecteur, procedurenummer AWB 11/1309 (bijlage 1 ). De rechtbank heeft
het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar, de naheftingsaanslag en de verzuimboete
vernietigd.
Naar mijn mening is de uitspraak niet juist ten aanzien van het oordeel dat de hefting van
kansspelbelasting in deze situatie in strijd is met het vrij verkeer van diensten als bedoeld in art. 56
VwEU.
3. Geschilpunten
In geschil zijn de antwoorden op de volgende vragen:
a. Is een meerdaags pokertoernooi waarbij de pokervariant Texas Hold'em wordt gespeeld een
kansspel?
b. Is de hefting van kansspelbelasting in deze situatie in strijd met het vrij verkeer van diensten als
bedoeld in art. 56 VwEU?
c. Is terecht een verzuimboete opgelegd?
4. Standpunt belanghebbende
Belanghebbende is primair van mening dat meerdaagse pokertoernooien waarbij de pokervariant
Texas Hold'em wordt gespeeld geen kansspelen zijn maar behendigheidsspelen waaruit volgt dater
door hem geen kansspelbelasting verschuldigd is. Belanghebbende heeft aangegeven dit geschilpunt
in te brengen bij incidenteel hoger beroep.
Subsidiair is hij van mening dat de hefting van kansspelbelasting wegens deelname aan
pokertoernooien in andere lid staten van de Europese Unie voor wat betreft de maatstaf van hefting
strijdig is met artikel56 van het VwEU.
Tot slot is hij van mening dater geen verzuimboete kan worden opgelegd omdat er sprake is van een
pleitbaar standpunt.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Belastingdienst
5. Beschouwing
5.1. Algemeen
De uitspraak van de Rechtbank Haarlem kan niet in stand blijven omdat de hefting van
kansspelbelasting in deze situatie niet in strijd is met de vrijheid van diensten als bedoeld in art. 56
VwEU (par. 5.4.). Van doorslaggevende betekenis hierbij is welke maatstaf van hefting hoort bij
gerechtigdheid tot de prijzen bij deelname aan Texas Hold'em pokertoernooien indien dit als een
binnenlands of als een buitenlands kansspel wordt gespeeld. Scharnierpunt hierbij is het antwoord op
de vraag of een zodanig pokertoernooi een casinospel is. Nu dit laatste niet het geval is ben ik van
mening dat de maatstaf van hefting zowel bij binnenlandse als bij buitenlandse pokertoernooien de
prijs is als bedoeld in art. 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de kansspelbelasting (hierna: Wet
KSB).
Hieraan vooraf gaat het oordeel van de rechtbank dat het pokerspel genaamd Texas Hold' em een
kansspel is (par. 5.2.).
De wijze waarop deze pokervariant wordt gespeeld bij toernooien leidt er toe dat dit spel niet is aan te
merken als een casinospel (par. 5.3.)
Subsidiair ben ik van mening dat, indien de heftingsgrondslag bij binnenlandse en buitenlandse live-
pokertoernooien verschillend is, hiervoor rechtvaardigingsgronden bestaan (par. 5.5.).
De betaalverzuimboete is terecht opgelegd nu er ten aanzien van het verzuim geen pleitbaar standpunt
is (par. 5.6.).
Niet ter discussie staat dat belanghebbende in Nederland woonachtig is, de gerechtigde was tot de
prijs van € 10.800 uit een door een buitenlandse organisatie (Unibet Group pic, Malta) georganiseerd
pokertoernooi en waaraan door belanghebbende is deelgenomen in Hongarije.
5.2. Kans- of behendigheidsspel
Op 6 en 7 maart 2010 nam belanghebbende deel aan het '€ 500 No Limit Hold'em Unibet Open
Budapest' te Boedapest, Hongarije, waar hij op de tweede plaats eindigde. De ontvangen prijs
bedraagt $ 14.755 of te wei omgerekend toen € 10.800. Belanghebbende heeft aangegeven oak in
hager beroep het stand punt in te zullen nemen dat hij heeft deelgenomen aan een behendigheidsspel
waardoor er geen kansspelbelasting verschuldigd is. Met de Rechtbank Haarlem ben ik van mening
dat hij heeft deelgenomen aan een kansspel als bedoeld in art. 2, eerste lid, onderdeel a, Wet KSB.
Verder is hij aan te merken als de belastingplichtige als bedoeld in art. 1, eerste lid, onderdeel d, Wet
KSB. De bijbehorende maatstaf van hefting is de gewonnen prijs (art. 3, eerste lid, onderdeel b, Wet
KSB. De hoogte van de prijs komt uit boven de vrijstelling van art. 4 eerste lid, onderdeel a, Wet KSB
(€ 454).
Ten aanzien van de pokervariant Texas Hold'em sluit ik aan bij het oordeel van de Hoge Raad van 3
maart 1998 (NJ 1999/95) dat de bedoelde kaartspelen zijn aan te merken als een kansspel. Nu deze
rechtspraak oak van toepassing is op het begrip kansspel in art. 2 van de Wet KSB ben ik van mening
dat de in dit arrest bevestigde overwegingen van het Hof Amsterdam oak in deze casus van
toepassing zijn.
Belanghebbende heeft tijdens de mondelinge behandeling in Haarlem op 14 oktober 2011 verklaard
dat hij subsidiair van mening is dat Texas Hold' em in de vorm van cashgames (een speler kan na elke
ronde stoppen en de een eventuele winst verzilveren) kansspelen zijn (p.v. van de zitting, biz. 3, eerste
alinea). Verder heeft hij ter zitting verklaard dat Texas Hold' em dat via internet wordt gespeeld oak een
kansspel is. Aileen bij meerdaagse toernooien zou er sprake zijn van behendigheidsspelen. Nu uit de
jurisprudentie blijkt dat uit de spelregels van Texas Hold' em volgt dater een spelbepalende
toevalgenerator is en de spelvormen cashgames en het spelen van poker via internet kansspelen zijn,
is het aan belanghebbende om aannemelijk te maken dat Texas Hold' em in de spelvorm meerdaagse
toernooien een behendigheidsspel is. Hierin is hij niet geslaagd.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
2
<
Belastingdienst
Los de bovengenoemde bewijslastverdeling is het hierbij de vraag of er bij Texas Hold' em sprake is
van een ander spel als het in de vorm van een meerdaags toernooi wordt gespeeld. De Rechtbank
Haarlem geeft aan dat het geen verschil maakt dat het bij hem gaat om meerdaagse toernooien (r.o.
4.6. , laatste zin biz. 5). lk wit hier tach wat dieper op ingaan. Is Texas Hold'em dat als cashgame of via
het internet wordt gespeeld, een ander spel als het in de vorm van een meerdaags toernooi wordt
gespeeld? Mijns inziens niet. De spelregels van Texas Hold' em en de spelbepalende toevalsgenerator
zijn hetzelfde, aileen de bepaling van de uiteindelijke prijswinnaar wordt op een later tijdstip
vastgesteld. Uit de vaste jurisprudentie inzake kansspelen volgt dat voor de vraag of er sprake is een
kansspel, doorslaggevend is hoe de grate meerderheid der spelers het spel in de praktijk speelt (o.a.
BNB 1991/334). De wijze waarop de grate meerderheid van de spelers het spelspeelt blijkt uit het
onderzoek van Regioplan in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie dat o.a. een beeld
geeft van de deelname aan pokerspelen en de resultaten die daarbij behaald worden (bijlage 18 bij
verweer in eerste aanleg). Uit tabel S.2 (biz. Ill, bijlage 18) blijkt dat in 2008/2009 ongeveer 205.000
personen in Nederland deelnamen aan een vorm van illegaal poker (anders dan via het internet).
Verder blijkt uit dit overzicht dat ongeveer 565.000 personen vanuit Nederland deelname aan
kansspelen via het internet. Uit tabel 3.12 (biz. 34, bijlage 18) blijkt dat van de respondenten 66%
aangeeft dat het gaat om online pokeren. Hieruit valt af te leiden dat 565.000 x 66% = 372.900
personen in Nederland een of meerdere keren deelneemt aan het pokerspel via het internet. Bij deze
grate aantallen gaat het niet om professionele spelers. Uit tabel 3.16 (biz. 36, bijlage 18) blijkt dat 50%
van de respondenten die poker speelt anders dan via het internet, bij mensen thuis pokert, 38% in een
cafe, 17% in een sportclub of bij een vereniging, 7% in een buurthuis en 7% op een andere locatie.
Van de respondenten zijn er maar weinig die deelnemen aan wereldwijde live-pokertoernooien in
casino's zoals belanghebbende (onderdeel van de laatstgenoemde 7%). Bij het overgrote deel van de
pokerspelers is er dus sprake van een recreatieve vorm van deelname aan het spel.
Nu de grate meerderheid van de pokerspelers dit spel niet speelt in de vorm van een meerdaags
toernooi ga ik er van uit dat Texas Hold' em in al zijn spelvormen het te beoordelen spel is. Zoals
aangegeven is Texas Hold'em een kansspel.
5.3. Begrip casinospel
5.3.1. Casinospel volgens Rechtbank Haarlem
In de bestreden uitspraak van Rechtbank Haarlem (r.o. 4.8.) oordeelt de rechtbank dat Texas Hold'em
een casinospel is. Dit wordt afgeleid uit art. 10 van het spelreglement van Holland Casino. Niet van
belang zou zijn of Holland casino hierbij als bankhouder, speler of organisator optreedt:
"4 . 8 . Uit het 2 . 4 geciteerde deel van art ikel 10 van het
Spelreglement van Holland Casino kan worden afgeleid dat Texas Hold' em een
casino spel is en dat niet van belang is of Holland Casino daarbi j als
bankhouder , speler of organisator optreedt ."
Door de rechtbank wordt voor de invulling van het begrip casinospel ten onrechte aangesloten bij het
spelreglement van Holland Casino. Het betrokken spelreglement (bijlage 2) geeft per soort spel de
spelregels weer. Het gaat hierbij om de diverse spelen die worden aangeboden, waaronder
speelautomaten. Uit de redenatie van de rechtbank dat sprake is van een casinospel als bedoeld in
art. 1 eerste lid, onderdeel a, Wet KSB indien het spel in het reglement van Holland Casino is
opgenomen volgt, dat spelen op speelautomaten oak casinospelen zijn. Dit is niet juist en tevens oak
onbegrijpelijk; een spel is geen casinospel metals (enige) reden dat Holland Casino dat spel opneemt
in haar reglement.
In art. 1, eerste lid, onderdeel a, Wet KSB wordt ten aanzien van de belastingplicht duidelijk
onderscheid gemaakt tussen binnenlandse casinospelen en het kansspelautomatenspel. Zoals oak uit
de bewoordingen van art. 1, eerste lid, onderdeel c, en art. 3, eerste lid, onderdeel a, laatste zinsnede,
Wet KSB blijkt zijn kansspelautomatenspelen geen casinospelen. In de volgende paragraaf ga ik daar
verder op in. De invulling van het begrip casinospel die de rechtbank geeft in r.o. 4.8. is dus onjuist.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
3
<
Belastingdienst
5.3.2. lnvulling begrip casinospel
In 1981 is in de Wet KSB een apart heffingsregime voor binnenlandse casinospelen opgenomen
omdat het bestaande systeem van hefting over de prijzen boven de vrijstelling van hfl. 1.000
onoverkomelijke praktische bezwaren met zich meebracht voor de legale staatscasino's. De
belastingplicht werd daarbij verlegd van de prijswinnaar naar gelegenheidgever en de
heftingsgrondslag is bij casinospelen sinds de wetswijziging in 1981 niet meer de prijs maar het
verschil tussen de in een tijdvak ontvangen inzetten en deter beschikking gestelde prijzen, dan wei de
provisie voor het geven van gelegenheid. De wetgever heeft het daarbij niet nodig gevonden om het
begrip casinospel in de Wet KSB te Ook in de aanverwante Wet op de kansspelen (hierna:
Wok) is geen definitie van het begrip casinospel opgenomen. Wei is in de laatstgenoemde wet het
begrip speelcasino gedefinieerd. In art. 27g, tweede lid, Wok staat de volgende definitie:
"Onder speelcasino wordt verstaan de voor het publiek opengestelde of
bedrijfsmatig gedreven inrichting, waar door middel van gemeenschappelijk
beoefende kansspelen aan de deelnemers de gelegenheid wordt gegeven om mede
te dingen naar prijzen of premies , indien de aanwijzing der winnaars
geschiedt door enige kansbepaling, waarop de deelnemers in het algemeen
geen overwegende invloed kunnen uitoefenen.n
Deze definitie is niet 'waterdicht' . Een zaal (dorpshuis, clubgebouw) waar bijvoorbeeld het bingospel
wordt aangeboden valt ook onder het begrip speelcasino, terwijl in het spraakgebruik deze gebouwen
qua uitstraling en inkleding moeilijk als een speelcasino kunnen worden gezien.
lndien zoals de Rechtbank Haarlem kennelijk oordeelt, een casinospel een kansspel is dat in een
casino wordt georganiseerd, dan zou volgens de bovenstaande definitie ook het bingospel voor de
kansspelbelasting aangemerkt moeten worden als een casinos pel. De maatstaf van hefting zou dan
niet meer de prijs zijn maar de bruto spelopbrengst.
Een ander gevolg van deze invulling van het beg rip casinospel is dat het speelautomatenspel ook een
casinospel zou zijn, omdat dit spel ook in de casino's van Holland Casino wordt gespeeld. Zoals eerder
aangegeven volgt uit de tekst van art. 1, eerste lid, onderdeel a en c, en art. 3, eerste lid, onderdeel a,
Wet KSB, dat het speelautomatenspel geen casinospel is.
Verder koppelt de rechtbank het spelen van Texas Hold'em aan het aanbod van dit spel bij Holland
Casino. Dit is te beperkt. Slechts een kleine minderheid van de pokerspelers in Nederland speelt dit
spel in een van de casino's van Holland Casino. Uit het onderzoek van Regioplan (bijlage 18 bij het
verweer in eerste aanleg, tabel 3.16, biz. 36 blijkt dat 50% van de respondenten die poker speelt
anders dan via het internet, bij mensen thuis pokert, 38% in een cafe, 17% in een sportclub of bij een
vereniging, 7% in een buurthuis en 7% op een andere locatie. De deelname aan live-pokertoernooien
in vestigingen van Holland Casino vormt een onderdeel van de laatstgenoemde 7%. lndien de
speelwijze van de grate meerderheid der spelers doorslaggevend is (r.o. 4.6. van bestreden uitspraak)
volgt hieruit dat voor het beg rip casinospel niet gekeken moet worden naar het spelen van poker bij
Holland Casino, maar de wijze waarop dit spel doorgaans wordt gespeeld.
Nu er geen duidelijkheid bestaat over de invulling van het beg rip casinos pel dient op basis van vaste
jurisprudentia (o.a. HR 19 oktober 1988, BNB 1989/43) gekeken te worden naar de bedoeling van de
wetgever. De rechtbank haalt in r.o. 4.13. ook de bedoeling van de wetgever aan bij het zoeken naar
een passende maatstaf van hefting. Naar mijn mening moet echter gezocht worden naar de door de
wetgever bedoelde belastingplichtige bij het betrokken soort kansspel en daarna naar de daarbij
behorende maatstaf van hefting. Bij de verschillende maatstaften van hefting in art. 3, eerste lid, Wet
KSB wordt immers verwezen naar de bijbehorende groep belastingplichtigen in art. 1 eerste lid, Wet
KSB.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
4
<
Belastingdienst
5.3.3. Afbakening begrip casinospel in parlementaire behandeling
Zoals ik in de vorige paragraaf heb aangegeven is het beg rip casinospel in de Wet KSB niet nader
omschreven. Het onderscheid tussen casinospelen en overige kansspelen is bij de invoering van dit
begrip wei uitgebreid aan de orde gekomen tijdens de parlementaire behandeling van deze
wetswijziging. Op vragen uit de Tweede en de Eerste Kamer heeft de staatssecretaris meerdere malen
aangegeven wanneer een kansspel een casinospel is.
In de memorie van toelichting bij de wet van 26 maart 1981, Stb. 1981, 143, Kamerstukken II 1978/79,
15 358, nr. 3, biz. 2, 5-6 en 7-8 (bijlage 4), staat over dit onderscheid het volgende:
" ( ... )
In zijn betoog waarbij dit amendement ter sprake kwam, stelde de indiener -
het toenmalige Tweede-Kamerlid W. Scholten - dat de kansspelbelasting op
geen enkele wijze is toegeschreven op de roulette en op andere vormen van
kansspel die mogelijk werden via speel banken en dat die wet daarop dan ook
niet kon worden toegepast (Handelingen der Tweede Kamerzitting 1972- 1973,
blz. 1321 1k.) .
Niettemin is in de vorenbfdoelde periode van zes maanden geen voorstel tot
wijziging van de Wet op kansspel belasting gedaan. In antwoord op
desbetreffende vragen heeft mijn ambtsvoorganger op 17 maart 1975 de
gronden uiteengezet waarop deze beslissing berustte (Aanhangsel bij de
Handelingen der Tweede Kamer, zitting 1974-1975, nr . 842). Blijkens dat
antwoord was het uitgangspunt van denken! casinospelen fiscaal in een
vergelijkbare positie plaatsen met andere kansspel en . Oat betekent dat
speelopbrengsten uit casinospelen welke de vrijstellingsgrens van f 1000 te
boven gaan - zulks beoordeeld per afzonderlijk spel en zonder samenvoeging
- aan de belastingheffing moeten worden onderworpen.
Gegeven dit uitgangspunt zijn verschi l lende heffingswijzen onderzocht. In
de eerste plaats is bekeken of het in Belgie gehanteerde systeem in de
Nederlandse kansspelbelasting kon worden ingepast , waarbij de aandacht
vooral is uitgegaan naar het roulettespel.
( ... )
De hierboven toegelichte beslissing is genomen ondanks sterke aandrang van
de Raad voor de Casinospelen - een advieslichaam ter zake van speelcasino-
aangelegenheden ten behoeve van de bewindslieden van Economische Zaken en
van Justitie - om casinospelen geheel buiten de kansspelbelasting te laten.
Als argument is aangevoerd dat de netto-opbrengst van speelcasino's toch
reeds naar de schatkist gaat . Dit argument , dat zou leiden tot een fiscaal
bevoorrechte positie van casinospelen, gaat echter niet op : ondanks de
bestemming die aan de uiteindel i jke opbrengst wordt gegeven, leidt het
gelijkheidsbeginsel in de fiscale wetgeving tot onderworpenheid aan de
belastingheffing. Voorst l egde de raad sterk de nadruk op de technische
bezwaren van het systeem.
( ... )
Gezien het vorenstaande is daarom uiteindelijk gekozen voor het voorstellen
van een oplossing die zich weliswaar formeel van de buitenkansfilosofie
verwijdert, maar daarvan in feite niet veel verder afstaat dan de
toepassing van de huidige kansspelbelasting zoals die uitwerkt bij
overneming van de belasting door een casino-organisator. Deze oplossing,
die materieel berust op het buitenkansbeginsel , komt neer op een bijzondere
regeling voor de kansspelbelasting terzake van casinospelen, een regeling
overeenkomende met die welke ook elders in Europa geldt en waarvan de
uitkomst nagenoeg gelijk i s aan een heffing over prijzen van f 1000 en
hoger, indien het behalen van een prijs niet per spel , maar per
speelperiode wordt beoordeeld.
Een afzonderlijk heffingsregime voor casinospelen ligt ook voor de hand
vanwege het r eeds aangeduide verschil in karakter tussen casinospelen en de
andere toegelaten vormen van kansspel . De snelle opeenvolging van
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
5
<
Belastingdienst
achtereenvolgende spelen, het heen en weer gaan van inzetten en uitkeringen
tussen spelers en bank en de meer actieve rol van de spelers bij het spel
onder meer tot uiting komend in de wijze waarop zij hun inzetten doen -
illustreren namelijk dat een vergelijking met meer traditionele kansspelen,
zoals loterijen, moeilijk te trekken is. Dit blijkt ook uit het
spraakgebruik: spreekt men bij loterijen van trekkingen waarbij van te
voren bepaalde prijzen te winnen zijn, bij casinospelen spreekt men van een
avond roulette of van een speelperiode, gedurende welke per saldo winst
wordt genoten of verlies wordt geleden."
In de memorie van antwoord bij de wet van 26 maart 1981, Stb. 1981, 143 Eerste Kamer, zitting
1980/81, 15 358 en 15 520, nr. 60, biz. 2, 3 (bijlage 5), staat over dit onderscheid het volgende:
"De aan het woord zijnde leden menen dat ik bij de verdediging van de term
«speelperiode» meer begrip heb kunnen opbrengen voor de psyche van
goklustigen in een casino dan voor de gelijkheid van behandeling van
belasting van belastingplichtigen. Achter deze opmerking lijkt de opvatting
schuil te gaan dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen casinospelen
en andere kansspelen. Naar het mij voorkomt miskent deze opvatting evenwel
de maatschappelijke realiteit . Reeds meermalen heb ik betoogd dat
casinospelen niet op dezelfde noemer kunnen worden gebracht als andere
kansspelen. Aan het adres van de Tweede Kamer heb ik het z6 uitgedrukt dat
de casinospelen een «eigenaardig» karakter b ezitten (blz . 18 van de memorie
van antwoord; blz. 6 van de nota naar aanleiding van het eindvers1ag).
Wanneer men nu bij de belastingheffing geen rekening zou houden met deze
«eigenaardigheid», dan ligt mijns inziens de opmerking voor de hand dat ik
geen oog zou hebben voor de gelijkheid van behandeling van
belastingplichtigen. Dan zouden immers ongelijke zaken «gelijk» worden
behandeld. In deze zin versta ik dan ook de aanvaarding van het amendement-
Scholten waardoor in het initiatiefontwerp Geursen en Van Schaik (zitting
1971-1972,11 549) een tweede lid aan de inwerkingtredingsbepaling is
toegevoegd. Nu er in casu inderdaad sprake is van ongelijke zaken, is ook
een andersoortige belastingheffing op haar plaats ."
In de nadere memorie van antwoord bij de wet van 26 maart 1981, Stb. 1981, 143 Eerste Kamer,
zitting 1980/81, 15 358 en 15 520, nr. 60b, biz. 2 (bijlage 6), staat over dit onderscheid het volgende:
"Deze leden betwijfelen of het casinospel zich wel zo sterk onderscheidt
van andere kansspelen als is voorgesteld. Het is inderdaad juist dat er
zekere overeenkomsten met andere spelen bestaan; verschillende malen is
hierop reeds gewezen. Aan de andere kant wil en kan ik de ogen niet sluiten
voor de aanwijsbare verschillen, waarbij ik met name denk ik aan het
psychologische aspect: hoe ervaart «men» casinospelen in vergelijking met
andere kansspelen. Wanneer ik mijn oor te luisteren leg, constateer ik dat
«men» deze verschillen wel degelijk ziet .
Welk gewicht men, bij de beoordeling van het voorgestelde belastingregime,
aan de verschillen (grotere eigen activiteit , snellere opeenvolging, meer
betrokkenheid) toekent , hangt uiteraard mede samen met de eigen visie
omtrent het fenomeen kansspelen. Zoals ik al meerdere malen heb gesteld,
zijn voor mij de verschillen zo gewichtig dat zij een eigen regime voor
casinospelen rechtvaardigen.
Ik kan niet goed inzien hoe de opmerking dat bij casinospelen rekening
wordt gehouden met het resultaat van voorafgaande spellen, voedsel zou
geven aan de misvatting dat een roulette over een geheugen beschikt. In
haar context geplaatst had de door deze leden geciteerde opmerking
betrekking op de wijze waarop spelers casinospelen kunnen beoefenen. Zij
zien het resultaat van een spel en kunnen daarmee bij een volgend spel
rekening houden: risico spreiden, hogere of lagere inze tten. Dit inspelen
op de behaalde resultaten is in feite alleen bij casinospelen goed
mogelijk. Enerzijds doordat een casinospeler met behulp van zijn inzetten
de hoogte van winst of verlies kan belnvloeden. En anderzijds doordat de
casinospeler nagenoeg direct resultaat van zijn handelingen ziet , in
tegenstelling tot andere veel beoefende kansspelen waarbij tussen de
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
6
<
Belasti ngdienst
opeenvolgende spel len een periode van meestal een week of meer ligt . Mijn
ervaringen met beoefenaren van casinospel en wi j zen erop dat zij terdege
beseffen dat elk op volgend roulettespel weer dezelfde winst - of
verlieskansen in z ich bergt . Dit neemt niet weg dat spelers na afloop van
hun speelperiode niet letten op het resultaat per spel , maar op dat van de
speelperiode .
Deze omstandigheid is mede een aanknopi ngspunt geweest bij het ontwerpen
van een afzonderlijk heffingsregime voor casinosp elen. In de eerdere
stukken i s namelijk uiteengezet dat bij het zoeken naar een oplossing
gezocht is naar een systeem waarb ij de belasting over het resultaat van de
gehele speelperiode zou worden geheven. Aangezien bij een hefting van de
spelers de mogelijkheid om aan de hefting te ontkomen reeel aanwezig is, is
uiteindelijk voorgesteld de belasting van de kansspelorganisator te
heffen ."
Uit de voorgaande citaten uit de parlementaire stukken en met name uit de memorie van toelichting,
biz. 8 (zie bijlage ) valt op te maken dat het verschil tussen casinospelen en de overige kansspelen
gevormd wordt door:
a. Is er een snelle opeenvolging van achtereenvolgende spelen;
b. gaan inzetten en uitkeringen heen en weer tussen spelers en bank;
c. is er een meer actieve rol van de spelers bij het spel;
d. gaat het om de individuele prijs, of om de uitkomst I het saldo van winst en verlies gedurende een
bepaalde spelperiode.
Als we de voorgaande criteria toepassen op de spelregels bij Texas Hold'em in toernooivorm dan blijkt
dat de wetgever de spelvariant 'meerdaags pokertoernooi' niet als een casinospel bedoeld heeft.
Ada.
Bij Texas Hold'em duurt het toernooi een langere tijd (soms meerdere dagen) voordat het spel is
afgelopen. Er is dus geen sprake van een snelle opeenvolging van de achtereenvolgende spelen.
Ad b.
De inzetten en uitkeringen gaan niet heen en weer tussen de spelers en de bank. Aileen de fiches
rouleren tijdens het toernooi tussen de spelers onderling, waarbij de overblijvende fiches niet tegen
geld inwisselbaar zijn en uiteindelijk niet bepalend zijn bij de bepaling van de winnaars van het
toernooi.
Ad c.
Ten aanzien van de rol van de spelers bij het spel is er geen duidelijk onderscheid te onderkennen.
Add.
In tegenstelling tot casinospelen zoals roulette en Black Jack gaat het bij een meerdaags toernooi niet
om het resultaat I saldo van winst en verlies over een langere speelperiode, maar om het winnen van
een van de individuele prijzen die aan de winnaars van het toernooi in het vooruitzicht worden gesteld.
In de tijd dat de vorenbedoelde wetswijziging door de wetgever werd behandeld (1978-1981) was er
nag geen sprake van het op grate schaal spelen van Texas Hold'em tijdens meerdaagse
pokertoernooien. Deze pokervariant is niet in de parlementaire stukken terug te vinden, maar wei de
bedoeling van de wetgever. lndien we deze criteria toepassen op deze pokervariant is er geen sprake
van een casinospel.
5.3.4. Conclusie begrip casinospel
Op grand van het voorgaande kom ik tot de conclusie dat Texas Hold' em dat in de vorm van een
meerdaags toernooi wordt gespeeld in de vestigingen van Holland Casino, maar meer nog daarbuiten,
niet aangemerkt dient te worden als een (binnenlands) casinospel als bedoeld in artikel1 , eerste lid,
onderdeel a, Wet KSB, omdat het niet voldoet aan de criteria die de wetgever bij het begrip casinospel
bedoeld heeft. Deze spelvorm is aan te merken als een overig kansspel , waarbij de belastingplicht ligt
bij de gerechtigden tot de prijzen uit binnenlandse kansspelen, niet zijnde casinospelen,
Beroepschrift in hager beroep J . Mengerink, maart 2010
7
Belastingdienst
kansspelautomatenspelen of kansspelen welke via het internet worden gespeeld (art. 1, eerste lid,
onderdeel c, Wet KSB).
5.3.5. Bijbehorende maatstaf van hefting
Uitgaande van de voorgaande conclusie de betrokken spelen, waaraan belanghebbende heeft
deelgenomen in het buitenland en zoals dezelfde spelen in Nederland gespeeld worden, geen
casinospelen zijn, ligt de belastingplicht bij deze binnenlandse kansspelen bij de gerechtigden tot de
prijzen (art. 1, eerste lid, onderdeel c, Wet KSB). De bijbehorende maatstaf van hefting is de prijs als
bedoeld in art. 3, eerste lid, onderdeel b, Wet KSB. Deze maatstaf van hefting is gelijk aan de maatstaf
van hefting bij buitenlandse kansspelen (anders dan internetkansspelen) waarbij de in Nederland
woonachtige gerechtigden tot de prijzen de belastingplichtigen zijn (art. 1, eerste lid, onderdeel d, Wet
KSB).
In r.o. 4.7. oordeelt de rechtbank:
"Er bestaat dus geen verschil in maatstaf van heffi ng tussen in het
binnenland en in het bui tenland georgani seerde pokertoernooien waar de
organisator niet de inzetten ontvangt noch de p ri jzen ter beschikking
stelt. n ·
Deze overweging geeft een onjuiste weergave van de feiten weer. Bij live-toernooien in casino's in
binnen en buitenland is de organisator (van het casino) de prijzen verschuldigd. Zie oak
'Pokertoernooivoorwaarden' van Holland Casino, art. 10 (bijlage 3).
"HC stelt het prijzengeld vast. Prijzen worde n uitgekeerd aan de winnaar
Hieruit blijkt dat Holland Casino wei de prijzen ter beschikking stelt bij pokertoernooien. Nu zij bij
pokertoernooien als de organisator wei de prijzen ter beschikking stelt is het tweede deel van art.
3, eerste lid, onderdeel a, Wet KSB (na de woorden 'dan wei') niet van toepassing. Er kan geen
kansspelbelasting geheven worden over hetgeen ontvangen wordt voor het gelegenheid geven,
omdat niet een ander dan de belastingplichtige (in de visie van de rechtbank) de prijzen ter
beschikking stelt.
Oak het eerste deel van deze bepaling Ievert per saldo geen hefting op nu hetgeen wordt ingezet
er als prijzengeld weer uit gaat (verschil tussen inzetten en prijzen is nul). Uit de
wetsgeschiedenis valt op te maken dat de wetgever bedoeld heeft om bij kansspelen
kansspelbelasting te heffen. Nu deze spelvorm van poker niet besproken is in het betrokken
wetsontwerp ten aanzien van casinospelen dient teruggegrepen te worden op de oorspronkel ijke
maatstaf van hefting, zijnde de prijs.
In r.o. 4.8. oordeelt de rechtbank dat Texas Hold'em een casinospel is n.a.v. de vermelding van deze
variant in art. 10 van het Spelreglement van Holland Casino genoemd in r.o. 2.4. Hieraan wordt
gekoppeld dat de maatstaf van hefting wordt vastgesteld op grand van art. 3, eerste lid, onderdeel a,
Wet KSB. In het tweede deel van deze rechtsoverweging verwijst de rechtbank naar het tweede deel
van deze wettelijke bepaling. De rechtbank geeft ten onrechte aan dat de rnaatstaf van hefting voor
Holland Casino de vergoeding is die Holland Casino ontvangt voor de organisatie van een meerdaags
poker toernooi. Dit oordeel is onjuist nu niet een ander dan Holland Casino de prijzen ter beschikking
stelt.
In r.o. 4.1 0. oordeelt de rechtbank dat er sprake is van belemmering van het dienstenverkeer.
Uitgangspunt hierbij is het verschil in heftingsgrondslagen bij binnenlandse en buitenlandse
casinospelen. Aanname door de rechtbank hierbij is dat:
a. deelnemers aan binnenlandse pokertoernooien geen kansspelbelasting hoeven te voldoen;
b. het casino kansspelbelasting verschuldigd is over de bruto spelopbrengst of over hetgeen
ontvangen wordt voor het gelegenheid geven.
Beroepschrift in hager beroep J. Mengerink, maart 2010
8
Belastingdienst
Zeals aangegeven zijn beide aannames onjuist.
In deze rechtsoverwegingen wordt geen aandacht besteed aan mijn standpunt dat de vrijstelling van
€ 454 (art. 4, eerste lid, onderdeel a, Wet KSB) van toepassing is indien geheven wordt over de prijs.
Hierbij dient objectivering plaats te vinden. Doorgaans wordt bij pokertoernooien niet om grote prijzen
gespeeld en kan de prijs beneden de € 454 blijven zodat geen kansspelbelasting verschuldigd is.
Door de Belastingdienst is in 2006 de volgende rechtsvraag kansspelbelasting gesteld aan de
daarvoor bestemde kennisgroep Loonheffing Algemeen:
"Is het casinoregime van toepassing bij pokertoernooien?"
De kennisgroep heeft daarop het volgende antwoord gegeven:
"Bij de keuze van de heffingsgrondslag ksb bij het betrokken pokertoernooi,
is bepalend of er sprake is van een casinospel. Het begrip casinospelen
wordt in de Wet ksb niet gedefinieerd. In verband hiermee wordt de keuze
gemaakt op basis van de bedoeling van de wetgever bij het tot stand komen
van het speciale heffingsregime voor casino's. Op basis van de
parlementaire behandeling is de heffingsgrondslag genoemd in art. 3, eerste
lid, onderdeel a , van toepassing als de deelnemers tegen het casino spelen,
of indien men tegen elkaar speelt en een ander de prijzen ter beschikking
stelt . In deze casus wordt aan beide uitgangspunten niet voldaan . Hieruit
leid ik af dat de pokertoernooien niet als casinospelen kunnen worden
bestempeld. Hier komt bij dat de pokertoernooien niet in een casino of in
een casinoachtige omgeving worden gehouden. De ksb dient te worden geheven
over de prijzen (art. 3 , eerste lid, onderdeel b)."
Tot slot merk ik op dat niet ter discussie staat de belastbaarheid van de prijs als maatstaf van heffing
(art. 3, eerste lid, onderdeel b, Wet KSB) behorend bij de belastingplicht als bedoeld in art. 1, eerste
lid, onderdeel d, Wet KSB en dat belanghebbende belastingplichtige is op basis van de
laatstgenoemde bepaling. Verder staat niet ter discussie dat de betrokken prijs in Hongarije niet
onderworpen is aan enige belastingheffing.
5.4. Geen strijdigheid met art. 56 VwEU
Uit het voorgaande blijkt dat de maatstaf van heffing zowel in de binnenlandse als in de buitenlandse
situatie de prijs is als bedoeld in art. 3, eerste lid, onderdeel b, Wet KSB. Belastingplichtigen in beide
situaties zijn de gerechtigden tot de prijzen. Het enige onderscheid is dan dat bij binnenlandse
toernooien de inhoudingsplichtige gehouden is de kansspelbelasting in te houden op de prijs en bij
buitenlandse toernooien de gerechtigden in Nederland moeten wonen of gevestigd zijn waarbij de
gerechtigden zelf de verschuldigde kansspelbelasting op aangifte moeten voldoen. Deze verschillen
worden veroorzaakt door het ontbreken van een inhoudingsplichtige bij buitenlandse kansspelen. Dit is
vergelijkbaar met de verschillen tussen binnenlandse en buitenlandse dienstbetrekkingen waarbij
aileen bij binnenlandse dienstbetrekkingen loonheffing kan worden ingehouden door een
inhoudingsplichtige, maar de uiteindelijke belastingdruk in de inkomstenbelasting bij beide groepen
gelijk is.
Nu de kansspelbelasting in beide situaties 29% over de waarde van de prijs boven de € 454 bedraagt,
is er geen belemmering van het dienstenverkeer omdat er geen ongunstiger belastingregeling is voor
deelnemers aan pokertoernooien in andere lidstaten van de EU.
Het maakt bij de vergelijking tussen de binnenlandse en de buitenlandse pokertoernooien niet uit of
daadwerkelijk kansspelbelasting door de gerechtigden tot de prijzen wordt betaald. In beide situaties is
het voor de Belastingdienst moeilijk om de inhoudingsplichtigen (bij illegale binnenlandse toernooien)
en belastingplichtigen (bij buitenlandse toernooien) te vinden. Uitgangspunt bij de vergelijking is de
situatie dat degene die aangifte zou moeten doen dit ook doet, zodat (objectief gezien) wet- en
regelgeving doorslaggevend zijn bij de vraag of er verschil in belastingdruk is die strijd oplevert met art.
56 VwEU.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
9
Belastingdienst
Met betrekking tot de hefting van kansspelbelasting bij Holland Casino is van belang dat het hier gaat
om een kleine minderheid van het aantal pokertoernooien in Nederland. Oat Holland Casino tot op dit
moment geen kansspelbelasting inhoudt op de prijzen boven de € 454 bij pokertoernooien is een zaak
tussen de betrokken inspecteur en inhoudings- c.q. belastingplichtige. De huidige competente
inspecteur is op de hoogte gebracht van de onjuiste hefting. Het Iicht dus in de verwachting dat hij
actie onderneemt. Deelnemers aan· pokertoernooien bij Holland Casino kunnen aan het niet inhouden
van belasting door Casino geen rechten ontlenen.
De rechtbank combineert in r.o. 4.1 0. de hogere belastingdruk in de buitenlandse situatie aan de
administratieve verplichtingen die aan prijswinnaars in een buitenlands casinospel zijn opgelegd. De
aanwezigheid van administratieve verplichtingen is niet ter sprake gebracht ter zitting en komt ook niet
aan de orde in het stukken van belanghebbende. Er zijn geen specifieke administratieve verplichtingen
opgelegd aan prijswinnaars van buitenlandse kansspelen anders dan het doen van aangifte. Het
moeten doen van aangifte geldt echter evenzeer voor werknemers die in het buitenland werken waarbij
geen loonhefting wordt ingehouden, maar die wei een aangifte inkomstenbelasting moeten indienen.
Voor het verschil in de wijze van hefting bij binnenlandse en bij buitenlandse kansspelen (art. 6 c.q. art.
8 Wet KSB) bestaat een rechtvaardigingsgrond die bestaat uit het ontbreken van een
inhoudingsplichtige in de buitenlandse situatie. Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om
de wijze van hefting verschillend te Iaten zijn, omdat de wetgever het niet haalbaar achtte om bij
buitenlandse kansspelen (zonder band met Nederland) kansspelbelasting te Iaten inhouden en
afdragen ten aan zien Nederlandse prijswinnaars.
5.5. Rechtvaardigingsgrond ongelijke behandeling
Macht uw Hof van mening zijn dat er in beginsel sprake is van een belemmering van het vrij verkeer
van diensten, dan ben ik subsidiair van mening dat voor deze ongelijke behandeling
rechtvaardigingsgronden bestaan.
Van belang hierbij is dat in geen enkel bilateraal verdrag tussen Nederland en de overige lidstaten van
de EU (waaronder Hongarije waar de prijs is gewonnen) een bepaling is opgenomen waarin ten
behoeve van de hefting en/of de inning van de kansspelbelasting wederzijdse bijstand wordt verleend.
In art. 2 van de 'Overeenkomst tussen de Regering van het Koriinkrijk der Nederlanden en de
Regering van de Hongaarse Volksrepubliek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen
van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen'
worden de belastingen genoemd waarop de overeenkomst ziet. De kansspelbelasting wordt hierbij niet
genoemd. Ook art. 27 van deze overeenkomst geeft voor wat betreft de inlichtingenuitwisseling
hieraan geen uitbreiding.
Zoals aangegeven is de door belanghebbende gewonnen prijs in Hongarije niet onderworpen aan
enige belastinghefting. Bij de invoering van de loterijbelasting (voorganger van de kansspelbelasting) in
1961 heeft de wetgever gemeend om prijzen die bij buitenlandse kansspelen worden genoten in
Nederland onder de loterijbelasting te Iaten vallen tenzij de prijs in het andere land is_ onderworpen aan
een soortgelijke belasting. Hiermee wordt voorkomen dat het aantrekkelijker wordt om deel te neme1
aan buitenlandse kansspelen. In de memorie van antwoord bij de wet van 14 september 1961, Stb.
1961, 313, Kamerstukken 11959/60, 5787, nr. 5, p. 5-6 staat hierover:
"Met de hier aan het woord zijnde leden zijn de ondergetekenden van mening
dat de concurrentiepositie van een loterij wordt bepaal d door velerlei
factoren. Tot die factoren behoort naar hun gevoelen ook de fiscale
behandeling van de prijswinnaars . Uit dit oogpunt achten zij het een
nadeel, indien als gevolg van schrapping van de onderhavige maatregel de
buitenlandse loterijen hier te lande fiscaal een gunstiger positie zouden
gaan innemen dan de binnenlandse ."
Bij de eerder aangehaalde wijziging van de Wet KSB per 1 april1981 is de belastingplicht bij
binnenlandse casinospelen verlegd van de gerechtigden tot de prijzen degene die gelegenheid
geeft tot deelname aan deze prijzen. De redenen hiervoor waren de bij de
inhouding van kansspelbelasting aan de speeltafels. In de memorie van tole.l.ichting bij de wet 26
maart 1981, Stb. 1981, 143, Kamerstukken II 1978/79, 15 358, nr. 3, biz. (PIJiage 4}, staat over d1t .
onderscheid het volgende:
Beroepschrift in hager beroep J. Mengerink, maart 2010
10
<
Belastingdienst
"Gezien het vorenstaande is daarom uiteindel i jk gekozen voor het
voorstellen van een oplossing die zich weliswaar formeel van de
buitenkansfilosofie verwijdert , maar daarvan in feite niet veel verder
afstaat dan de toepassing van de huidige kansspel bel asting zoals die
uitwerkt bij overneming van de belasting door een casino- organisator . Deze
opl ossing, die materieel berust op het buitenkansbeginsel , komt neer op een
bijzondere regeling voor de kansspelbelasting terzake van casinospelen, een
regeling overeenkomende met die welke oak elders in Europa geldt en waarvan
de uitkomst nagenoeg gelijk is aan een heffing over prijzen van f 1000 e n
hager , indien het behalen van een prijs niet per spel , maar per
speelperiode wordt beoordeeld. u
In de binnentandse situatie is het heffingssysteem voor binnenlandse casinospelen aangepast terwijl
de heffing van kansspelbelasting bij buitenlandse casinospelen gelijk gebleven is. Zoals de rechtbank
in r.o. 4.12. en 4.13. aangeeft is een vergelijkbare maatstaf van heffing bij buitenlandse casinospelen
(pokertoernooien) niet mogelijk nu niet bekend is welke inzetten zijn gedaan en welk bedrag aan
prijzen is uitgekeerd aan in Nederland woonachtige personen. Ook al zou Nederlandse
kansspelbelasting kunnen worden geheven van casino's buiten Nederland, dan nog is de inning van de
belastinggelden een probleem omdat de overeenkomst tussen Nederland en Hongarije niet voorziet in
wederzijdse bijstand op het gebied van de kansspelbelasting.
In het arrest van HvJ EU van 3 oktober 2006, nr. C-290/04 (V-N 2006/54.13) oordeelt het Hof in r.o.
36:
"De bronheffingsprocedure en de daartoe als garantie dienende
aansprakelijkheidsregeling vormen immers een wettig en passend middel voor
de fiscale behandeling van de i nkomsten van een buiten de heffingsstaat
gevestigde persoon en ter voorkoming dat op de betrokken inkomst en geen
belasting wordt betaald in de woonstaat en evenmin in de staat waar de
diensten zijn verricht. In dit zij eraan herinnerd dat ten tijde
van de feiten in het hoofdgeding, in 1993, geen gemeenschapsrichtlijn of
ander in het dossier genoemd instrument bestond tot regeling van de
wederzijdse administratieve bijstand inzake de inning van
belastingvorderingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de
Bondsrepubliek Duitsland.u
De in deze procedure geconstateerde belemmering werd door het Hof gerechtvaardigd geacht:
59 . Deze belemmering is evenwel gerechtvaardigd om de goede werking van de
bronheffingsprocedure te waarborgen .
De ongelijke fiscale behandeling van de binnenlandse en de buitenlandse situatie was hier
gerechtvaardigd door het destijds ontbreken van wederzijdse bijstand.
In het arrest van HvJ EU van 22 december 2008, nr. C-282/07 (V-N 2009/7.23) oordeelt het Hof in r.o.
47 en 48:
"47. Ten slotte zijn deze verschillende heffingstechnieken het gevolg van
de verschillende situaties waarin deze vennootschappen zich bevinden met
betrekking tot de inning van de belasting.
48 . Terwijl ingezeten renteontvangende vennootschapp n onder het
rechtstreekse toezicht staan van de Belgische belast 'ngautoriteiten, die de
belasting soeverein kunnen innen, is dat immers niet het geval voor niet-
ingezeten renteontvangende vennootschappen, aangezien voor de inning van de
belasting bij deze laatste bijstand van de belastingadministratie van de
andere lidstaat vereist is .u
De te verwachten inningsproblemen bij het in de heffing van kansspelbelasting betrekken van
buitenlandse casino's is een rechtvaardigingsgrond om kansspelbelasting te (blijven) heffen bij de in
Nederland woonachtige prijswinnaars.
In de conclusie van Advocaat.:Generaal J. Kokott in de zaak C-498/10 (V-N 2012/4.22) stelt deze in
overwegingen 45 en 46 het volgende:
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
11
I <
Belastingdienst
..
"45. De beslissing van de nationale wetgever om in gevallen waarin een
overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting met de zetelstaat van de
dienstverlener is gesloten, geheel van belasting over het op het nationale
grondgebied verworven i nkomen af te zien, trekt de geschiktheid van de
bronbelasting voor een efficiente belastingheffing als zodanig echter niet
in twijfel. Meer bepaald laat zij niet de conclusie toe dat de
bronbelasting voor de belast i ngdienst geen voorkeur geniet boven een
directe hefting van belasting van buitenlandse dienstverleners . Het gaat
eerder om een afweging die is gemaakt , waartoe de lidstaat een zekere
beoordelingsvrijheid heeft , en die veel ingewikkelder kan zijn dan het
lijkt. Zo was volgens de Nederlandse regering de reden voor deze wijziging
het streven om Nederland aantrekkelijker te maken voor topsporters.
46. Op de tweede prejudiciele vraag moet derhal ve worden geantwoord dat de
beperking van het vrij verrichten van diensten waartoe de aan de orde
zijnde bronbelasting leidt , kan worden gerechtvaardigd door de noodzaak om
de hefting en invordering van belastingen te waar borgen van buitenlandse
dienstverleners die slechts kortstondig in Nederland verblijven en moeilijk
controleerbaar zijn. Oat in deze lidstaat ondertussen in situaties als de
onderhavige van belastingheffing wordt afgezien, is in dat verband van geen
belang. "
In deze conclusie geeft de AG aan dat de lidstaat een zekere beoordelingsvrijheid heeft om
afwegingen te maken bij de noodzaak om de heffing en inning te waarborgen in situaties dat de heffing
moeilijk controleerbaar is. lk ben van mening dat deze rechtvaardigingsgronden oak in de situatie van
belanghebbende van toepassing zijn. De Nederlandse wetgever heeft er terecht van afgezien om de
belastingheffing bij buitenlandse pokertoernooien waar Nederlandse ingezetenen aan deelnemen aan
de heffing te onderwerpen.
In dit verband is het van belang dat de AG in de bedoelde conclusie in r.o. 58 en 59 aangeeft dat het
heffen van be lasting bij de buitenlandse dienstverlener het vrij verkeer van diensten nag verder zou
bemoeilijken:
"58. In dit verband moet ook in aanmerking worden genomen dat het afzien
van de bronbelasting slechts gecompenseerd kan worden door een directe
belasting op de buitenlandse dienstverlener . Dan zou weliswaar de aan de
orde zijnde beperking worden opgeheven, maar deze directe heffing van een
aanzienlijke belasting van een buitenlandse dienstverlener zou ook kunnen
betekenen, zoals verschillende regeringen hebben aangevoerd, dat deze zijn
belastingaangifte in een vreemde taal moet doen en wegwijs moet raken in
een vreemd belastingstelsel . Aangezien de buitenlandse dienstverlener er
daardoor van zou kunnen worden afgeschrikt om de dienst op het nationale
grondgebied te verrichten, zou het voor de ontvanger van de dienst
uiteindelijk zelfs nog moeilijker kunnen worden om op buitenlandse
dienstverlening een beroep te doen.
59. Nog afgezien van de aanzienlijke bijkomende administratieve last die de
grensoverschrijdende belastinginvordering bij het grote aantal slechts
eenmalig verrichte diensten voor de belastingautoriteiten met zich mee zou
brengen, zou een directe belastingheffing van de buitenlandse
dienstverlener daarmee niet noodzakelijkerwijs een minder vergaande
zijn dan de bronbelasting."
Om bovenstaande redenen is het gerechtvaardigd om bij buitenlandse casinospelen (pokertoernooien)
te heffen bij de gerechtigden tot de prijzen om te voorkomen dat bij deze kansspelen geen kansspel
zou worden betaald.
5.6. Betaalverzuimboete
Doordat de rechtbank geoordeeld heeft dat de bestreden aanslag moet worden vernietigd wegens
strijd met art. 56 VwEU is zij niet meer toegekomen aan het geschilpunt of in deze situatie terecht een
verzuimboete is opgelegd.
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
12
<
Belastingdienst
J I
In de bestreden aanslag is een betaalverzuimboete begrepen van 2% van € 3.132 = € 62.
Belanghebbende heeft de volgens de Wet KSB verschuldigde kansspelbelasting die hij op aangifte
had moeten voldoen niet (tijdig) betaald. Om deze reden is in de naheffingsaanslag een verzuimboete
begrepen als bedoeld in art. 67c AWR. Omdat hij geen te betalen belasting op de ingediende aangifte
over maart 2010 heeft aangegeven en de verschuldigde belasting niet heeft voldaan, is een
naheffingsaanslag opgelegd wegens gebleken onjuistheden. Op basis van par. 24 van het Besluit
Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is een verzuimboete opgelegd. Het in het tweede lid genoemde
percentage van 1 0% is in deze situatie beperkt tot 2%. De betaalverzuimboete wordt opgelegd omdat
de belasting die volgens de wet verschuldigd is niet of niet tijdig is betaald. Ten aanzien van dit verzuim
is er geen pleitbaar stand punt als bedoeld in par. 4 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.
De verzuimboete is terecht opgelegd.
6. Conclusie
Op grond van het voorgaande concludeer ik dat de uitspraak van de Rechtbank Haarlem niet in stand
kan blijven. De uitspraak op bezwaar kan worden bevestigd en de aanslag kan worden gehandhaafd.
7. Bijlagen
1. Uitspraak Rechtbank Haarlem van 24 november 2010
2. Spelreglement Holland Casino
3. Pokertoernooivoorwaarden van Holland Casino
4. Memorie van toelichting bij de wet van 26 maart 1981
5. Memorie van antwoord bij de wet van 26 maart 1981
6. Nadere memorie van antwoord bij de wet van 26 maart 1981
7. -
Mr. T. Enter
Beroepschrift in hoger beroep J. Mengerink, maart 2010
13

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful