You are on page 1of 62

Wat is uw mensbeeld?

In dit document staan alle (bijna 90) bijdragen van NRC-lezers n.a.v. de oproep ‘Wat is een mens?/ Wat is uw mensbeeld’ in het katern Mens& op 24 januari 2012. In Mens& van 7 februari is een selectie geplaatst. In dit katern staat ook een oproep voor een volgende bijdrage: ‘These, antithese, synthese. De vervolgvraag luidt: wat valt u op, wat mist u, wat verbaast u wanneer u de ingestuurde bijdragen leest? Reacties, opnieuw in circa 200 woorden, uiterlijk dinsdag 14 februari naar mensen@nrc.nl.’ De bijdragen hieronder zijn zonder tekstredactie overgenomen zoals ze door de lezers zijn ingestuurd.

…….. 1 Het woord mens is afgeleid van man. "Het hoogst ontwikkelde, in biologische zin tot de klasse der zoogdieren behorende wezen, dat zich vooral door zijn rede en zijn taal van de dieren onderscheidt", aldus de Van Dale van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Duidelijk, prettig en overzichtelijk. We zijn nu zo'n veertig jaar verder. Klopt het nog? Van geen kanten. De veertiger van nu is het type man dat niet volwassen wenst te worden. Hij is spelend grootgebracht, er is niets van hem gevraagd. Behalve dan, dat wat hij voelt alles bepalend is. Hij vindt het 'echt heel moeilijk' verantwoording te nemen. Hij stamelt en stuntelt, hij heeft geen interessante conversatie maar babbelt over zijn visie, meestal over dingen die er niet toe doen. Zijn geliefde is een tweede mama, die klopt, veegt en zuigt. Hij kan geen band meer plakken en komt daar ook nog voor uit. Het hoogst haalbare is het uitruimen van de vaatwasmachine. Dan kijkt hij triomfantelijk de kamer in. De mannen die jongens zijn gebleven en dat zelf zien als een compliment. Sinds mannen gevoelens hebben gekregen is het niet meer goed gekomen. Cora Duin, Amsterdam ….. 2 ‘Waarom doe jij wat je gevraagd wordt?’ vroeg de politieke Spinoza in de 17e eeuw. Hierachter schuilt het grote verhaal van Laura Dekkers, waar de wereld, m.u.v. Nederland, trots op is. Wat is een mens? Een mens is een politiek dier, aldus Aristoteles. Dit genereert de vraag Wat is politiek? Politiek is een samenleving op weg om collectieve waarden te beschermen, zodat concentratiekampen als Auschwitz en oorlogen niet kunnen ontstaan. Om vrij te blijven van deze ‘banaliteit van het kwaad’ heeft de mens de algemene wil (la volonté générale van

Rousseau) tijdens de Franse Revolutie van 1789 afgedwongen en in de eerst FransAmerikaanse mensenrechten van Marquis de La Fayette van 1789, in artikel 6, laten opnemen. En in artikel 2 ‘het recht op verzet bij onderdrukking’, de politieke invloed van Spinoza. Hierbij opgemerkt dat ook Rousseau onder de politieke invloed stond van Spinoza. Echter, deze plicht van de algemene wil en het recht op verzet bij onderdrukking zijn geruisloos verdwenen. Althans, zij komen niet voor in de huidige mensenrechten die door de familie Roosevelt na WO II, als de enige echte mensenrechten zijn gelanceerd. Tot op heden is hiervoor nog geen verklaring gegeven. Het gevolg is dat de mens, als individu, binnen de uitvoerende politiek niet meer bestaat. Hierdoor is het individu als mens een instrument geworden van de instituties die het individu als mens vertegenwoordigen. Geen intellectueel met een publiek domein die de mens daarop attendeer en voor waarschuwt. Zo komt het NRC met het artikel ‘Filosofen zijn ook maar denkers’, zonder daarbij de grootste Nederlandse politieke denker Spinoza te noemen. In de 17e eeuw vroeg Spinoza al waarom doe jij wat je gevraagd wordt? Uit de berichten van zeeheldin en onderneemster Laura Dekkers blijkt heel duidelijk dat zij een kind is van Spinoza. Zij is een politiek dier die zelfstandig als mens nadenkt over de waarden van het leven en het zijn. Wat zegt het NRC over haar: ‘Dat zeilmeisje vraagt te veel aandacht’ en wordt vervolgens in het artikel door een paar hoge hoed niemendalletjes afgebrand. Bah! Op haar dag van aankomst op St. Maarten, berichtte het NRC slechts een klein artikel in de kantlijn. Daarentegen stonden in Duitsland in de gerenommeerde kwaliteitskranten de Frankfurter Allgemeine Zeitung en de Suddeutsche Zeitungen grote artikelen met een grote kleurenfoto’s van Laura en de vlag van Nieuw Zeeland. Dit brengt mij terug tot de vraag wat is een mens? Een mens is een sterfelijk wezen die men in een moraalloze omgeving, zoals nu in Nederland heerst, heel makkelijk dom kan houden. Tenzij men net als Laura Dekkers de kracht heeft om zelfstandig na te denken over de vraag: ‘Waarom doe jij wat je gevraagd wordt?’ De roemruchte filosoof Fichtes auteur van de essay ‘Die Bestimmung des Menschen’ bepaalde na de Franse revolutie al dat de educatie gericht moet zijn om de vrije wil te vernietigen. Iets wat heel duidelijk bij Laura Dekkers niet is gelukt. Maar zij is dan ook een kind van de politieke Spinoza waar Aristoteles en Ibn Tufail trots op zouden zijn. Dat men sinds de Franse Revolutie geslaagd is de vrije wil van de bevolking te vernietigen werd door Bertrand Russell in 2003 opnieuw bevestigd. Laten wij allen leren van Laura Dekkers, die niet in het boek 'Guinness Book of World Records' wordt opgenomen. Hiermee laat zij als jongste vrouw de gehele wereld zien dat instituties drijven op vriendendiensten, ofwel op de effecten van het spreekwoord ‘wiens brood men eet diens woord men spreekt’ en waarvan bekend is dat dit de vrij wil vernietigt. Hiermee toont zij ondubbelzinnig aan dat de instituties die de mens vertegenwoordigen volstrekt onbetrouwbaar zijn. Om dit probleem op te lossen dient het individu de volonté générale van Rousseau opnieuw op te eisen. Deze dienen opnieuw in de mensenrechten te worden opgenomen Hierbij opgemerkt dat ook Paus Benedictus XVI in zijn rede in de Bondsdag in Berlijn op 22 september 2011 impliciet verwees naar de volonté générale van Rousseau. Deze rede wordt dan ook niet in Nederland besproken, noch op de websites van

de bisschoppen en katholieke kerken. Dit roept dan ook de vraag op Waarom katholieken niet in opstand komen. (NRC 24/1/12 Mens&Dier) Tot slot: hoe makkelijk de vrije wil van het individu, die niet de politieke Spinoza kennen, kan worden vernietigd wordt ondubbelzinnig aangetoond met de falsificatie van de spreuk ‘laten wij waken over de vrijheid van het spreken’ getekend ‘Pim’ weergegeven op de sokkel van de buste van wijlen de heer Fortuyn in Rotterdam. Toeval of niet, maar ook Fortuyn kwam altijd uit op Spinoza. (Albert de Booy in het voorwoord ‘A hell of a job’). Hierover gaat onderstaande e-mail over aan de rechterlijke macht m.b.t. ‘onafhankelijkheidstest van de Nederlandse rechtspraak’. Het laat zien hoe Nederland tot een achterstandsland is gekomen met progressieve wijken. Groet. Uw dienaar om het algemeen belang te dienen. Robert A. Verlinden, www.lijst11.nl

….. 3 Mens te worden, fysiek lachen als een kind, of dagen vissen aan de waterkant en een boze droom die koud eindigt tussen de sterren, bijeen brengen, is mijn opdracht. In de onmetelijke ruimte gaan staan, weten dat alles mogelijk is, handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen. De hemel kennen, de zwarte aarde ervaren en dit accepteren, dag na dag opstaan, uit die hemel neer te dalen om de aarde te bewerken, vorm te geven en mee te doen. De opdracht is vorm te geven, mij uit te spreken juist omdat alles, ook het ondenkbare kwaad, mogelijk is. Onuitgesproken verschil creëert afstand, is schadelijk en potentieel gevaarlijk als bitter brood en bronnen van vergif. Echt mens te worden kan alleen door die verschillen tussen mensen te overbruggen. Door mijzelf ten diepste uit te spreken en daarmee de ander, alle anderen, tegemoet te treden en de hand te reiken hoe groot en onbegrijpelijk de verschillen ook zijn. Alleen in de vorm zijn die verschillen zichtbaar te maken en uit te drukken. Dan kan ik mij toetsen aan mijn medemens en mijn vormen relativeren. Dan is een overeenkomst mogelijk. Dan kan ik lachen om mijzelf, vissen als een kind en accepteren dat boze dromen waarheid kunnen worden. Dit is geïnspireerd op een gedicht van Szymborska. Ik heb zoveel gelezen, maar in dit gedicht zit bijna alles. Al wel vijftig keren heb ik het bewust gelezen en het raakt mij als de eerste keer. Ik schrijf het hieronder voluit omdat het geen titel heeft en ik het alleen ken van een verzamelbundel, Einde en begin Gedichten 1957 1997.

Vroeger leerden we de wereld blindelings:

ze was zo klein dat ze in een handdruk paste zo makkelijk dat ze met een glimlach te beschrijven was, zo gewoon als de echo van oude waarheden in een gebed. De geschiedenis deed niet zijn intree met fanfares: ze strooide vuil zand in onze ogen. Voor ons lagen verre, blinde wegen, bitter brood en bronnen van vergif. Onze oorlogsbuit is kennis van de wereld: ze is zo groot dat hij in een handdruk past, zo moeilijk dat ze met een glimlach te beschrijven is, zo vreemd als de echo van oude waarheden in een gebed. (1945) Eddie van Aken ….. 4 Soms denk ik: Ik zou ook een blaadje hebben kunnen zijn van de notenboom, maar welk? Of een grasspriet? Welke? Een zandkorrel. Welke? Maar het meest verwarrend is WATER. Toevallig ben ik geen blaadje, grasspriet, zandkorrel of water. Ik ben een MENS. Toevallig. (Deze aantekening werd geïnspireerd door een uitzending van de televisiezender Arte op dinsdagnacht 24 januari 0.20 uur: Aranda: Briefe vom blauen Planeten.) Els Hupkes ….. 5 Voor mij is iemand die zich bewust is van de strekking van dit gedicht van Ed Hoornik een waarachtig mens. Hebben en Zijn Op school stonden ze op het bord geschreven Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn. Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven.

Het ene werkelijkheid, het andere schijn. Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven. Is van de wereld en haar goden zijn. Zijn is boven die dingen uitgeheven, Vervuld worden van goddelijke pijn. Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten. Is naar de aarde hongeren en dorsten. Is enkel zinnen, enkel botte plicht. Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken. Is kind worden en naar de sterren kijken En daarheen langzaam worden opgelicht. Ger de Wit ..... 6 Wat is een mens? Een denker die mijn mensbeeld beÏnvloedt? Mijn mensbeeld is eerder geneigd te worden beÏnvloed door mensen die niet nadenken. En maar beter zo, anders kom ik tot een haiku als deze: De neuroloog Swaab ontkracht het vrijheidsdenken van wijsgeer Sartre. Wat kunnen beesten niet wat wij wel kunnen? Terug op de plek van vorig onheil weten ze het nog precies. Alleen de tijd tussen het onheil van toen en het moment van nu zit niet in hun geheugen. In het onze wel, net of dat zo leuk is. Beesten reageren op klimaatverandering door zich aan te passen, wij door die verandering tegen te willen gaan, wat toch niet lukt. Verder staan wij boven het dier waar het gaat om eigenschappen als bureaucratie en corruptie. Echt iets om trots op te zijn. Je kunt het ook samenvatten in nog zo'n haiku, zeventien lettergrepen plus een vleugje Archimedes: Vissen en boten wegen wat ze verplaatsen. Wij doen dat met lucht. Hoe dan ook, duurzaam zijn we geen van allen. Hommo Hof www.haikuforismen.nl .....

7 De mens, is dat niet het enige wezen dat zoekend, tastend en struikelend zich een weg zoekt door het leven? Het enige wezen dat twijfel kent en besluiteloosheid? Het enige wezen dat zich afvraagt waartoe hij of zij leeft? Tegenover het meest fundamentele menszijn dat Primo Levi aan de orde stelt, kent juist de mens ook doelen die los staan van overlevingsdrang, voedsel, beschutting en voortplanting, gericht op de hogere regionen in de piramide van Maslow, met zelfverwerkelijking als hoogste goed. Zolang er honger in de wereld is, oorlog en uitbuiting, zullen veel mensen nooit het genoegen kennen om boven dat fundamentele niveau, het pure overleven uit te stijgen. Ik ben bevoorrecht. De strijd om fysiek in leven te blijven, heb ik nooit hoeven voeren. Maar wel die andere strijd: de strijd om in mijn leven de juiste keuzes te maken, om mijn leven zin te geven. De gedichten van Mary Oliver raken aan dat aspect van het menszijn: aan het kiezen voor je eigen leven en dat laten uitstijgen boven de elementaire noodzakelijkheden. Jet Holleman

The Journey One day you finally knew what you had to do, and began, though the voices around you kept shouting their bad advice-though the whole house began to tremble and you felt the old tug at your ankles. "Mend my life!" each voice cried. But you didn't stop. You knew what you had to do, though the wind pried with its stiff fingers at the very foundations, though their melancholy was terrible. It was already late enough, and a wild night, and the road full of fallen branches and stones. But little by little, as you left their voices behind,

the stars began to burn through the sheets of clouds, and there was a new voice which you slowly recognized as your own, that kept you company as you strode deeper and deeper into the world, determined to do the only thing you could do-determined to save the only life you could save. Mary Oliver (* 1935)

.... 8 Kantelen Een crematie onlangs waarbij een tekstboekje werd uitgedeeld deed mijn mensbeeld van een toch wel hele grote groep uit onze samenleving, grondig kantelen. Lied 118 zou worden gezongen en tijdens het lezen van de onderstaande gesitueerde liedtekst kwamen filosofische gedachten boven.

Gezang 118 voor de Her Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen. Verlos mij van mijn bange pijn! Zie, heel mijn hart staat voor U open en wil, o Heer mijn tempel zijn. O Gij, wien aard' en hemel zingen verkwik mij met Uw Heilge gloed. Kom met Uw zachte glans doordringen, o zon van liefde, mijn gemoed. Vervul, o Heiland, het verlangen Waarmee mijn hart Uw komst verbeidt! Ik wil in ootmoed U ontvangen, Mijn ziel en zinnen zijn bereid. Blijf in Uw liefde mij bewaren, Waar om mij heen de wereld woedt. O, mocht ik uwe troost ervaren: Doe intocht Heer in mijn gemoed.

Hoe bestaat het dat er mensen zijn die dit kunnen zingen en geloven! Wie de tekst werkelijk tot zich laat doordringen wordt bevangen door ongeloof. Nog tijdens de dienst kwam het in mij op, door een paar woorden te vervangen, deze treurniswekkende religieuze afhankelijkheid om te buigen in een werelds jubellied en het volgende werd geboren: Gedicht voor mijn liefste Op jou, mijn liefste, blijf ik hopen. Verlos mij van mijn zoete pijn! Zie, mij roos gaat voor je open en wil o lief je tempel zijn. O jij, wien aard' en hemel zingen, verkwik mij met je warme gloed. Kom met je zachte glans doordringen, o bron van liefde, mij gemoed. Vervul, o liefste, het verlangen waarmee mijn roos jouw komst verbeidt! Ik wil in ootmoed jou ontvangen, Mijn ziel en zinnen zijn bereid. Blijf in jouw liefde mij bewaren, Waar om mij heen de wereld woedt. O, mocht ik deze troost ervaren: Doe intocht schat in mijn gemoed. Met groeten, Kees Schouten, man.

….. 9 Ont-wikkeling...de zelf-ontwikkelbare mens... In één ademhaling voltrekt zich mijn leven, lucht halend van buiten naar binnen en een laatste zucht, van bineen naar buiten... Drift-energisch naar buiten gericht begin ik aan het leven...ademhalen voor het eerst; ik haal lucht van buiten naar binnen en adem voor het eerst , van binnen weer naar buiten...Ik hou op wanneer ik een bepaalde "grens" bereik, vol-doende, voldoende voor mijn longcapaciteit, en adem uit...rust... Wat echter in mij voldoende is, moet ook "goed" zijn voor het geheel, dienende het funktioneren van mijn lichaam...

De geboorte-schreeuw...chaotisch...en ritme ontstaat..."gedragen" door voldoende en goed, en het hart (be-) dient het geheel...geordend. Ordening door ritme,basis van innerlijke discipline. Op niveau van instinkt geldt mogelijk de kwantitatieve norm "voldoende", en op niveau van intuïtie, het directe, spontane gevoel van en voor het geheel of het gevoel voor verhoudingen de kwalitatieve waarde "goed". Mogelijk geldend voor alle vitaal-biologische behoeften...het lichaam leert mij...in relatie met "grond, lucht en water". Bewustzijn...mate of niveau van werkelijkheidsbeleving, leven in en be-leven, gebonden aan de potenties van instinkt-intuïtie, intelligentie, verstand, inzicht en beschouwing; gegeven in het materiële substraat van hersenstam, thalamus, hypothalamus, kleine hersenen, grote hersenen, hersenbalk, rechter- en linker-hemisfeer en een geïntegreerd functioneren van rechter en linker hersenhelft, gevoed en in stand gehouden in eerste en laatste instantie door de ademhaling. Adem..energie..geest Van bewustzijn hebben naar bewust zijn... Op nivo van intelligentie ontwikkel ik mij , ik heb een vermogen om te leren. Natuurnoodzakelijk word ik sociaal, immers profijtelijk voor mijn zelfhandhaving. Mogelijk in uitstel van mijn direkte behoeftenbevrediging, om redenen binnen of buiten mij, leer ik mij te gedragen...dienende mijn handhaving steeds en "effektiviteit" wordt norm van mijn handelen. Geleidelijk kom ik tot de jaren van verstand...een natuurlijk-noodzakelijk breuk. Ik leer onderscheiden, scheiden, vergelijken, denken, kiezen, concurreren, kompetitie en strijd... Natuurlijk ben ik, cultuurlijk word ik gemaakt...het nu verdwijnt meer en meer in kloktijd. Ik vergelijk, steeds meer, steeds beter, steeds hoger...dan de ander...en ontwikkel mij in vele soorten "wij"; de rationele norm van "algemene ordening" geldt binnen elke soort van "wij". Ik word bewustzijnsgespecialiseerd, ik heb ergens verstand van...daarvoor word ik betaald en kan zo in mijn levensonderhoud voorzien. Ik pas aan en wordt aangepast, ik beheers, heers en onderdruk..en verstand persevereert, desnoods eeuwenlang... Het niveau van de ratio draagt steeds het karakter van "algemene ordening", normatief, onderschikkend en onderdrukkend de ander en het andere...En de tijd verlies ik qua duur en duurzaamheid in feitelijkheid. Gepland van feit naar feit...ik heb eigenlijk geen tijd meer. Verlies ik mijn zelfbepaling, geëxploiteerd als een onuitputtelijke bron van behoeften, me verliezend in de veelheid en ogenblikkelijkheid der dingen in een utilitaristische maatschappij en cultuur? Over-aangepast op niveau van verstand, ik word vér-standig, vér-standig van mijzelf, de ander en het geheel...Deug ik als mens, feitelijk zo, eigenlijk wel voor het geheel? Waar dient de mens eigenlijk voor? Wat is mijn plaats in het geheel van de werkelijkheid? Wie ben ik eigenlijk zelf?

Mijn verstand..bron en oorzaak van praktisch alle problemen?? Het verstand abstraheert van en reduceert de werkelijkheid tot "mijn werkelijkheid", feitelijk profijtelijk. Maar deze gereduceerde werkelijkheid is niet dé werkelijkheid, de spanningsverhouding immers van feitelijkheid-eigenlijkheid. Inziende naar mijzelf...belevend deze dynamische en kontinue spanningsverhouding van feitelijkheid en eigenlijkheid word ik mijzelf; mijn ethische norm ligt in eerste instantie niet buiten-mij als kwalitatieve toets van mijn feitelijk gedrag, maar in mijzelf, voldoende en goed...en tijd is niet slechts kwantiteit, maar in duur ook kwaliteit, de continue en intuïtieve verbinding met en van het geheel. Duur verbindt mij door alle feiteklijkheid heen met mij-zelf eigenlijk. Ik leer laten, in bewondering, eerbied en respect..en rest de stilte. Ik overstijg de tegendelen, alle onderscheid en scheiding voorbij...in openheid en ruimte de ander werkelijk de ander latend...Het gelijktijdig kunnen beschikken over de mogelijkheden van beide hersenhelften, geïntegreerd functioneren of zijn correlaat vindend in het als één geheel functioneren van die twee helften. Reflectie en beschouwing... Leven in bewust zijn...van heersen naar dienen, dienende mij-zelf, de ander en het geheel, één en overeenkomend met het geheel. Vol-ledig en duurzaam...tijdloos. Emile van Gestel ….. 10 Wat is een mens? Het slingert tussen drift en wijsheid. We lijken op apen, op dolfijnen, op muizen: poten, ogen, wervels, hart en hersens. Het typerende verschil is ons bewustzijn. Wij kennen verantwoordelijkheid en keuzes. We zijn in staat wat het effect van ons gedrag te zien, de gevolgen van ons optreden. Zelfs kunnen wij gevolgen vooraf bedenken. En dan kiezen voor een alternatief. We hebben ook woorden. De woorden van je geliefde of van je kind blijven je soms je leven lang bij. Maar de pijn van een draai om je oren is vaak eerder voorbij dan het gif van ondermijnende kritiek. Wij kunnen mee voelen met een ander, zien wat hij nodig heeft; dan zijn we liefdevol, vriendelijk, vol mededogen. Empathie kan ook uitgeschakeld zijn, dan hebben we er geen last van. Ga maar nooit met uitgeschakelde empathie achter het stuur zitten. Met ons bewustzijn kunnen we ook naar binnen kijken. We hebben gedachten over wie we zijn, we doen aan reflectie. Iets doms gedaan, hoe doe ik dat een volgende keer beter? Dat is leren.

Overzicht over het verleden en verder de toekomst in, en tegenwoordig zelfs de wereld rond. Zelfs inzicht in eigen oordelen, hoe gemakkelijk je je een oordeel permitteert in plaats van kijken wat er aan de hand is. Dit allemaal is een mens; een reusachtige potentie en tegelijk ondergedompeld in de worsteling tussen het blinde paard gedreven door zijn drift, en de wijze mens die stopt en vragen stelt. Zo verwerft een mens zijn wijsheid, zijn doorzicht, zelfs zijn gevoel één te zijn met alles om zich heen. Frits Benoist

..... 11 Ondanks dat ik (52 jaar) nog steeds mijn best doet om goede hoop te houden voor de mens (incl. mijzelf) heb ik voldoende levenservaring opgebouwd om de mens te zien als een nog niet uit geëvolueerde amoebe die krampachtig een laagje vernis van beschaving over zichzelf heeft gegoten. Zodra de mens zichzelf kan bevoordelen zal hij het niet nalaten een ander te benadelen. Zodra men de mens een uniform of functie geeft waarin hij de ander kan misbruiken, dan zal hij dit niet nalaten om te doen. Maar goed, ik bevind mij in goed gezelschap bij Arthur Schopenhauer die het onderstaande verwoordde. “De arts ziet de mens in zijn ganse zwakheid, de advocaat in zijn ganse slechtheid, de theoloog in zijn ganse domheid.” Arie Nieuwenhuizen ….. 12 Wat is een mens ? Een vraag die we nooit zullen kunnen beantwoorden totdat we weten waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Het ziet er echter naar uit dat we voorlopig die twee vragen, waar vandaan en waar naartoe, niet kunnen beantwoorden. Blijft dus over om de vraag "wat is een mens " te behandelen vanuit onze huidige positie , het moment waar de mensheid zich op dit moment bevindt en wat wij denken wat we zijn. Enerzijds realiseren wij ons dat we behoren tot het dierenrijk en anderzijds menen wij daar juist ver boven te staan. Sommige dieren kennen wij wel enige vorm van intelligentie toe maar we beschouwen dat wel als uitzonderingen. Misschien gaan wij nog opkijken wanneer we ontdekken wat een mier denkt. Dat een mier kennis heeft van de werken van Plato en Aristoteles . Het zou zomaar kunnen. Zolang wij dus onze omgeving nauwelijks kunnen duiden en het gehele heelal een groot raadsel is en blijft, kunnen we de vraag "wat is een mens" dus voorlopig nog echt niet beantwoorden.

FHM Claassens …… 13 Verinbestaan De in Leiden tot theoretisch natuurkundige, socioloog en filosoof opgeleide prof. dr. Kwee Swan Liat (1922-2006) beschreef in zijn transculturele proefschrift over vergelijkende wijsbegeerte een inspirerend metamodel dat hij samenbalde tot een uit de Vedanta afkomstige term: saccidānanda, of fonetisch ongeveer satjtjidananda. Weliswaar gebruikte hij het begrip achter die term om de inhoud van filosofie te beschrijven. Maar dit begrip inspireert ook om het te hanteren voor een visie op een ideaal mensbeeld. Dat beeld omvat drie dimensies: sat <bestaan>>, cid <bewustzijn en/of rede> en ānanda <volmaaktheid en/of waarde>. Ik parafraseer en formuleer zo mijn inspirerende mensbeeld in 2*7 woorden: de mens kan met zijn verstaan (cid) instaan (ānanda) voor het bestaan (sat). Kortom, verinbestaan. En wie afwijkt mag ook meedoen. N.Wiedenhof, Nuenen

……. 14 Ernst Schumacher: “We zijn nu veel te slim om zonder wijsheid te kunnen overleven”, in A guide for the perplexed (1977). Volgens de Amerikaanse taalfilosoof Kenneth Burke verleidt ‘taal’ de mens tot het verwoorden van de wereld in tegenstellingen en contrasten. Als dit zo is, dan zou de levenskunst van het ‘overstijgen’ van contrasten centraal dienen te staan in mensbeelden. De tegenpolen in paren van tegengestelden (bijvoorbeeld marktwerking versus overheidssturing) kunnen onderscheiden, maar niet gescheiden worden. Het zijn paradoxen (schijnbare tegenstellingen) die uiteindelijk de twee kanten van één munt vormen, een eenheid-in-diversiteit, een werkelijkheid met een Janus-gezicht. Intellectuele betogen dat de tegenpolen ‘gebalanceerd’ moeten worden of dat ze ‘complementair’ zijn, lijken niet afdoende om tot werkelijke verbeteringen te komen. Hier is het onderscheid tussen enerzijds informatie en kennis, en anderzijds wijsheid belangrijk. Zoals Schumacher zegt hebben we wijsheid of een omvattende rationaliteit nodig, resulterend in sociaal en ecologisch verantwoord gedrag. Wijsheid verwijst naar iets dat voorbij het intellect ligt. Het gaat om het daadwerkelijk ‘leven’ van tegenpolen. Het begrip tegenpolen kan alleen maar gekend worden tegen de achtergrond van eenheid of heelheid. Het ‘overstijgen’ of transcenderen van tegenpolen naar een hogere synthese van heelheid vereist een of andere vorm van bewustzijnsontwikkeling. Denken en doen zijn nu eenmaal gestructureerd in

bewustzijn. In het katern Mens& zouden voorbeelden van het ‘overstijgen’ van de onontkoombare contrasten door ‘wijze’ mensen centraal dienen te staan. Toon van Eijk, Wageningen ….. 15 Wat is de mens? “Der Mensch ist ein Risikofall”, stelt Rüdiger Safranski en dat vat onze situatie goed samen. We kunnen verder nog met zekerheid zeggen dat de mens behoort tot de zoogdieren, maar het is wel een gemankeerd dier (Gehlen): een kuddedier dat zich aan de kudde probeert te ontworstelen, een rationeel dier dat onredelijk rationeel kan worden, een religieus dier dat een gevaarlijk fundamentalistisch bijtertje kan worden, een politiek dier dat alles verziekend verpolitiekt en ook nog een economisch dier dat omwille van het korte termijn gewin zijn leefomgeving bederft. Alles wat we over ons zelf denken kan dan ook in het tegendeel verkeren. We moeten op de een of andere manier de risico’s beperken door het verhaal te vertellen over wat het betekent om mens te zijn en wat menselijk is. Het gaat hierbij niet om feitelijkheid, maar om het formuleren van de doelstelling over wie en wat we kunnen zijn: we hebben en zijn ons ideaal. We zijn de ‘Werkmeister’ van ons eigen leven (Husserl). Het project van de ‘vermenselijking van de mens’ gaat om de concrete mensen en doet een beroep op onze emotionaliteit, onze redelijkheid en moet ons behoeden voor ideologie en gevaarlijke utopiën. Arne Jonges, Den Haag

…… 16 Wat is een mens – Deze vraag stelde ik mezelf ook toen ik merkte dat mijn echtgenoot van mij weggleed en er later vaat-dementie bij hem werd vastgesteld. Het ergste van deze ziekte,zo zei hij zelf ,is dat je het vertrouwen in jezelf kwijt raakt.Hij was zich bewust dat hij "zichzelf" ging verliezen. Ik ging me afvragen: hoe verhoudt ‘jezelf’ zich tot ‘mens-zijn’? Hij is nu een mens met minder denkvermogen,maar wel een mens met gevoel,die rust en harmonie nodig heeft,niets meer najaagt maar stil in zijn stoel zit,een mens die nog wel ervaart maar het niet onder woorden kan brengen. Is een mens die zichzelf kwijt is ook zijn mens-zijn kwijt? Nee, daar twijfel ik niet aan. Ook al denk ik hem als mens,die hij was, te verliezen,ik ervaar hem nog steeds als een waardevol mens. Maar wat is dan de mens? Ik kan alleen maar een vermoeden hebben,een vermoeden dat de MENS een mysterie is, die kan ervaren en die zich kan realiseren, dat we het niet WETEN wat de mens is. Is het niet zo dat we alleen maar mens kunnen ZIJN?

H.I. Berkhout

….. 17 Wedervaag Wat is een mens? Wat is een mens? Wat is een mens? Wat is een mens? Wat is een mens? Wat is een mens? Wie verzint nou zoiets? Wie! Frans Fermin Rookmaaker nationale gedichtendag 2012 (antwoord in psalm 25)

…. 18 Wat is een mens? Alleen al door die vraag wordt de mens gekenmerkt als het levende wezen dat over de waarde van zijn existentie kan nadenken en op zoek is naar een antwoord. Van de talloze pogingen die denkers hebben ondernomen heeft mij die van Peter Sloterdijk het meeste aangesproken. In zijn boek Weltfremdheit schrijft hij over de plaats van de mens buiten de natuur: “ …een steen ‘ís’ terwijl over de mens, en alleen over hem, kan worden gezegd dat hij ‘existeert’. Ik vind geen toevlucht meer bij het buitenmenselijke; ik ben…. geen steen, geen plant, geen dier, geen machine, geen geest, geen god.” Daarmee volgt hij de filosoof Heidegger, die betoogd heeft dat wij de mens tekort doen als wij hem opvatten als een dier met uitzonderlijke vermogens. Wat is dan dat andere, waardoor wij niet - of niet geheel - tot de natuur behoren?

Ik ben er steeds meer van overtuigd geraakt dat de mens het enige levende wezen is dat zich kan afvragen of zijn existentie zinvol is. Mensen ontlenen hun waarde aan de mate waarin zijzelf of anderen hun leven als zinvol ervaren. En daarbij is niet alles met nut zinvol en hoeft iets zinvols niet nuttig te zijn. Sigbert Samson, Rozendaal

….. 19 Als beeldend kunstenaar stuur ik mijn bijdrage in beeld, wie weet kan dat ook.

Titel: BRANDSTAPEL / SNOEIEN Toelichting: Een berg afgezaagde takken inspireerde tot dit beeld over bezuinigen. De natuur werkt als metafoor hoe mensen omgaan met: snoeien en vervolgens de brandstapel. Positieve en negatieve gevoelens spelen een wisselende rol: Van afgrijzen tot vreugdevuur. Gea Zwart www.geazwart.nl ….. 20 A.L. Snijders citeert in een ZKV Francis Picabia: ‘Ik vermom mij als mens om niets te hoeven zijn.’ Er vrede mee hebben dat de mens een speelbal is van zijn omgeving. Zou hij zoiets ermee bedoelt hebben? Jelle ….

21 Wat is een mens? ‘Een ballonnetje onvervulde verlangens’ Geïnspireerd door de Yoga Vasistha van Venkatesananda Een mens kan niet zijn lichaam zijn. Dat zie je als je een vers en warm lijk aanschouwt net nadat de dood is ingetreden. Alles is er nog, maar het leven is eruit. Dat roept de vraag op wat dat persoonlijk leven is geweest, dat gebruik heeft gemaakt van dit aan tijd gebonden lichaam, nu achtergelaten. Waar is de programmatuur gebleven van dit leven, hetgeen gemaakt heeft dat deze mens zijn leven heeft geleid zoals het is gelopen? Was het echt of een droom? Is er verschil? Als ik droom ervaar ik angst of uitzinnige vreugde als werkelijk en de tafel die ik aanraak in mijn droom is net zo hard als de tafel in de tastbare wereld. Een leven is een opeenstapeling van ervaringen waar we behoorlijk onder kunnen lijden, maar waar ook veel te leren valt. Het voorbeeld van het halfvolle en halflege glas laat zien, dat de waarneming bepaalt vanuit welk idee iemand de situatie beoordeelt. En dat idee wordt gevoed door inherente wensen en begeerten, die bij de geboorte in het levensprogramma zijn meegebakken: een ballonnetje onvervulde verlangens.

……. 22 Mijn mensbeeld is mede gevormd door een wijze uitspraak van mijn moeder: ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of de mensen doen het.’ Een mens kan je ten diepste ontroeren en schoonheid brengen, maar ook voor gruwelen draait hij zijn hand niet om. Wanneer het om de mens gaat hoeft niets te verbazen, hij is of lijkt een tabula rasa waarop je alles kwijt kunt. ‘Wat is de mens?’ is zo bezien een welhaast onzinnige vraag, je kunt er alle kanten mee op. Vandaar dat deze vraag de mens blijft intrigeren. Prometheus bracht de mensen het vuur en Zeus stuurde er een doos van Pandora achteraan. De ene mens gebruikt het vuur om zijn hart en dat van anderen te verwarmen, de ander om boeken en weldra mensen te verbranden, en sommigen doen het allebei. Over welk mensbeeld hebben we het dan? De mens als persoon? Maar is ‘persoon’ niet afgeleid van ‘persona’, een masker? Als de mens zijn masker zou willen en durven afwerpen zou er misschien zoiets als een voor iedereen herkenbaar mensbeeld verschijnen. Mijn zoon, een ‘rasechte’ mongool, komt aardig in de richting van een maskerloze mens. Maar wie wil tegenwoordig een mongool hebben, of wat voor ‘onzuiver’ of ‘gehandicapt’ mens dan ook? Hanteren we liever een gemaskerd of een geïdealiseerd mensbeeld? Of proberen we toch maar te zijn wie we zijn, of te worden wie we zijn, hoe moeilijk dat ook is? Albert Arts , Nijmegen

..…. 23 Waar is de mens? 'Adam waar ben je?', vroeg God, toen Adam zich had verstopt in de tuin van Eden na het eten van de appel. De alwetende God weet niet waar Adam is? Zo onnozel waren de verhalenvertellers van duizenden jaren geleden niet. God vroeg: 'Adam, waar ben JIJ?' Dit zegt Martin Buber in zijn kleine boekje De Weg van de Mens. Adam ontliep zijn verantwoordelijkheid en wordt nu aangesproken. De mens moet kiezen: ben ik een mens en laat ik mij aanspreken op mijn daden of verberg ik mij? En voor wie verberg ik mij dan? Buber zegt dat de mens zich vooral voor zichzelf verbergt. De mens kan kiezen: voor het goede of het kwade. Meestal is het een beetje van allebei, en aan natuurrampen en ziekten valt niet te ontkomen. Maar dat is voor mij de mens: de mogelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen voor jezelf, voor de ander en voor de wereld. Emmanuel Levinas, de Franse filosoof, die de Ander centraal stelt in zijn werk, nuanceert deze zware woorden een beetje: 'Laten we echt zwervers binnen? Dat is wel een heel moeilijke opdracht, want zwervers maken het tapijt vies.’ Renée Citroen

……. 24 Mens, mensbeelden en… culturele diversiteit De mens wenst het ‘kennen’ te ontsluieren, gewetensvol te ‘handelen’ en zijn existentiële onzekerheid te bestrijden door het creëren van iets dat boven het menselijke uitstijgt en waarin hij kan ‘geloven. In dat proces heeft hij een beeld van zichzelf gevormd. In de loop der eeuwen heeft deze ‘denktocht’ contrasterende mensbeelden voortgebracht. De spiltijd (circa 800-200 bc) was daarin cruciaal omdat toen in verschillende delen van de wereld diepgaand werd nagedacht over het wezenlijke van het mens-zijn. Zo gaf Shankara een impuls aan de ideeënwereld van het hindoeïsme en werd Thales één van de rationele Griekse presocratische natuurfilosofen. Loa-tse werd de grondlegger van het taoïsme, Zoroaster legde de basis voor het theologisch dualisme, terwijl Jeremia, als joods profeet, zijn religieuze overtuiging vertolkte in zijn klaagliederen. Gautama en Confucius waren tijdgenoten. Gautama wordt beschouwd als de stichter van het boeddhisme en de ideeën van Confucius hebben de grondslag gelegd voor het confucianisme.

Het benadrukken van het ‘kennen’ impliceert een rationele speurtocht naar de verklaringsgrond van al het zijnde. (Thales). In het doordenken van het wezenlijke van het menselijk ‘handelen’ staat het zoeken naar richtlijnen voor gedrag en handelen centraal, (Lao-tze en Confucius). In religieuze ideeënstelsels wordt de mens gezien als een schepping van iets hogers. In het monotheïtisch-lineaire mensbeeld wordt door gelovigen gewacht op de komst van een Godsrijk, terwijl in een cyclisch mensbeeld het menselijk bestaan is gericht op de uiteindelijke bevrijding uit de kringloop van menselijke existenties. Deze diversiteit van contrasterende mensbeelden zou uiteindelijk vorm en inhoud geven aan de huidige culturele diversiteit van de mensheid. Immers de mens creëert zijn eigen cultuurpatroon, maar wordt er vervolgens door geprogrammeerd. Daarmee krijgt een cultuur een superorganische dimensie. Elke cultuur geeft schijnbaar ongemerkt, maar met een onontkoombare vanzelfsprekendheid, richting aan alles en allen die binnen een bepaald cultuurpatroon zijn geboren, onderwezen en opgegroeid. Een cultuur geeft haar leden een cultuurspecifieke identiteit, een culturele eigenheid. Zo wordt voor ieder mens zijn cultuur een allesbeheersende factor in zijn denken en doen, kleurt zijn waarneming, schept zijn bewustzijn en is een leidend beginsel in zijn wijzij perspectief. De mens is een cultuurproduct, ook in een globaliserende wereld. Dr. Bram Stokroos, Veendam (oud-rector RSG Winkler Prins)

….. 25 Wat is uw mensbeeld? De bijbel heeft mijn mensbeeld bepaald. Het allerbelangrijkste in de bijbel is ‘de liefde’. Geen woord zo gecorrumpeerd als ‘de liefde’. Daarom: terug naar de bron van de Bijbelse liefde. Om vervolgens uit te komen bij ons aardse bestaan. ‘Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn Zoon gezonden heeft’ (Joh. 3 vers 16). Hier gaat het om ‘die liefde’, die zich omzet in daden: het zenden van een mens. We zijn bij de kern van ons mensbeeld: de incarnatie. Het Goddelijk liefdesbegrip– standpunt heeft te maken met één concept: het Latijnse woord in - carnatie, het ‘in het vlees gaan’. Men neme als paradigma een relatie tussen man en vrouw. Zij houden van elkaar. Ze hebben elkaar lief. Ze raken elkaar aan, ze willen bij elkaar zijn, ze minnekozen, zij willen delen, zij willen verbonden zijn. Wanneer hun samenzijn zich versterkt, ontstaat op een gegeven moment de wens: zouden wij aan ons samen zijn, zouden wij aan onze liefde niet een vorm kunnen geven? Zouden wij niet samen een kind willen hebben. Het is een groot verdriet wanneer die wens er is. En het maar niet gelukken mag om dat kind te krijgen. Dan kan het zijn, dat die wens om liefde vorm te geven een andere gestalte krijgt. We kennen mensen die een kind willen adopteren. Of die hun zorg geven aan gehandicapte kinderen. Of pleegouder worden. Wanneer je graag een kind wilt en het lukt niet, dan is dit een groot verdriet. Waar dit wel geschiedt, daar kun je van dit nieuwe kind zeggen: dat kind is een wij – gestalte: de helft van de één, de helft van de ander. Dit kind, dat er ooit niet – was, in het er wel – zijn, is het teken van geïncarneerde liefde. Die liefde tussen twee mensen heeft

gestalte gekregen in het zijn van dit kind. Ieder mens, die bestaat, ieder mens die naar zichzelf ziet, ook jij bent, ook al heb je mogelijk moeite met je ouders, ook jij bent in jouw daar – zijn gestalte van geïncarneerde liefde. Waar gaat het om in ons mensbeeld? Mijn eerste punt is: ‘alzo lief heeft God deze wereld gehad, dat hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft’ (Joh. 3 vers 16). In de geboorte van het Christuskind komt Gods liefde voor ons mensen tot uitdrukking. In wat voor wereld leven wij? In een wereld van alleen materie, stamcellen, DNA, chemie en causaal gedetermineerde fysische processen? Wie in het donker naar de sterrenhemel kijkt, kijkt niet naar een onverschillig universum. Achter dit bestaan staat één woord, staat één werkelijkheid: de liefde Gods. Achter deze wereld, die vaak donker en duister is, staat dat ene woord centraal: de liefde. De incarnatie van de Jezus - mens vertelt ons: Gods aandacht is een liefde, die niet op afstand blijft. De dragende kracht achter ons leven is die liefde, die zich wil incarneren, die gestalte aan wil nemen in ons leven. Vrome woorden? Ja. Lees ik wel eens de krant …? Ja. Er is heel veel mis met deze wereld. Het is niet moeilijk om schamper over deze wereld te doen. Er is een breed gevoel dat het anders moet. De mensen van de Occupy beweging verwoorden dat, wellicht op onbeholpen wijze. Maar zij hebben een punt. In al wat er bekend wordt over armoede en klimaat: het moet anders. In alles wat er bekend wordt over een vastgoedwereld, het bank – wezen, maar ook het instituut kerk is, wat toch zou moeten zijn een burcht van betrouwbaarheid zou moeten zijn, dader daar waar zij er zou moeten zijn voor de lijdenden …. Het moet anders. Ik ga hier verder niet op in. Iedereen kan na één minuut de krant lezen tot dezelfde conclusie komen. De incarnatie vertelt ons: Gods liefde zegt JA zegt tegen deze onaffe wereld, zegt JA tegen ons menselijk bestaan En nu …? Wat doen we met deze conclusies? De gordijnen dicht? Ik denk aan Vaclav Havel. Het Herald Trib schreef: Daar waar de communisten 40 jaar lang regeerden, bleven de meeste Tsjechen thuis en deden niets. Havel deed iets’. Wat doen wij met de conclusies? Dat is het grote nieuws van het verhaal, ooit 2000 jaar geleden opgetekend: de geboorte van het Christuskind, de geboorte van ieder kind, maar zeker de geboorte van DIT kind, die geboorte is het grote JA tegen deze gehavende wereld, de geboorte van dit kind is het grote JA tegen ons vaak aangevochten bestaan. Ondanks al wat er in deze wereld geschiedt, ondanks al wat er in ons eigen leven anders zou moeten zijn, ondanks al onze beperkingen, ons falen en onze onmacht: er wordt JA gezegd tegen deze wereld, er wordt JA gezegd tegen jouw bestaan. Met een duur en wat plechtig woord heet dat: Genade: je bestaan wordt gedragen door het goddelijke JA. Het geloofsverhaal is Gods investering in deze wereld; Hij wacht op de onze. Eind december is Vaclav Havel begraven, 18 december, 4e advent, overleden, 75 jaar oud. Net als Kim Jong Il, beiden ongeveer tijdgenoten, beiden groot geworden in een dwangregime, twee levens, twee levenswegen. In zijn ‘Brieven aan Olga’ schrijft Havel over de hoop. Diep in onszelf dragen we hoop. Hoop is een kwaliteit van de ziel. Hoop hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt. Hoop is niet voorspelbaar of vooruitzien. Het is een

gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd. Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft. Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft. Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen. Hoop is de zekerheid dat iets, afgezien van het resultaat, zinvol is. Havel was een lichttekening op onze levensweg. Jezus van Nazareth is de Lichttekening Gods op onze levensweg. God werpt Zijn glans vooruit. Wij mensen zijn betrokken op één grote geschiedenis, die van de ontwikkeling van ons bewustzijn. Welke kant gaat ons denken op? Teilhard de Chardin, in zijn boek ‘Het punt Omega’ schrijft dat het mensheidsdenken afgaat op een hoger plan, het plan Omega. God alles in allen. Wij mensen zijn in één grote bewustzijnsgeschiedenis betrokken. Het Jezus – verhaal;is daarvan de voorafschaduwing. Terwijl de lucht nog donker is, terwijl het firmament gesloten lijkt: ik zie de grote lichtplek voor mijn voeten liggen, een Boodschapper van de zon die voor mij staat. God spreekt zijn JA uit over onze wereld. Hij wacht op ons JA over deze wereld. Jan Rinzema, Blaricum

…. 26 ‘Humor is one characteristic that separates us from other animals. The other is the ability to contemplate our own death’ Uit: Gordon Livingstone. In: Too Soon Old, Too Late smart, Thirty True Thing you Need to Know Now Wat is úw mensbeeld? Wij zijn groepsdieren, geobsedeerd door onze in de groepshiërarchie en hoe die plaats te handhaven of te verbeteren. De hele sportwereld draait er op. Ons gedrag wordt ook grotendeels bepaald door conformisme aan de groep. Wankelmoedig in onze moraal, slechts weinigen onder ons hebben een betrouwbaar, eigen ethisch kompas. Lees Hannah Arendt er op na... Voor de rest: wij zijn zo sterk gekluisterd aan seksualiteit dat de grens onduidelijk is: wij zijn seksualiteit tot in het diepst van onze geest. Onze onzekerheid over deze wereld en ons bestaan hier overschreeuwen we met grote verhalen en wereldreligies. Waarin we op kinderlijk magische wijze de kosmos hopen te beïnvloeden... Gordon Livingstone komt niet met grote oplossingen, modellen of theoriën. In zijn kathechismus is het antwoord op de vraag "Waartoe zijn wij op aarde": "Wij zijn op aarde

om van elkaar te houden. ". Verwant met het Griekse advies uit de oudheid om anderen te behandelen zoals je zelf graag behandeld wilt worden. Onze eigen, onoverkomelijke dood voorzien maakt de mens waarlijk mens. Voor de rest: een echt medicijn is er nog niet. En humor? Humor werkt helaas slechts soms... En nu? Theo Smit, Son

….. 27 Mens? Een Mens verschilt niet erg veel van een dier. Wel kunnen wij praten, maar dat doen olifanten, walvissen, vogels ook. Hoe ze dat doen weten we niet, maar er is een duidelijke communicatie en omdat we niet weten wat ze zeggen denken we dat ze niet praten. Een mens speelt, maar zie eens hoe dieren spelen, hoeveel plezier een lam of veulen heeft, hoe kauwen buitelen in de lucht en om elkaar heen draaien, hoe een poes met een balletje of muis speelt: dat doen wij ook soms, spelen met een mens voor we hem afmaken, zie Abu Ghraid. Een mens schrijft, gedenkt zijn geschiedenis, leert er uit, onderzoekt, kijkt verder, denkt verder, weet wat de dood is, denkt zelfs te weten of er wel of niet iets is na de dood, maakt een godsdienst, maakt zich een god en vereert hem. Hij is dus creatief. Het verschil wat ik zie is dat de mensen hun gedachten materialiseren en verder terug en vooruit kunnen denken door alles op te schrijven. Een mens is dus een schrijvend wezen dat zijn gedachten conserveert, waar mee hij zijn vondsten kan bewaren en waar anderen mee verder kunnen. Door deze creativiteit kan hij kunst en bommen maken. Hanny Jasper, Kwadendamme

….. 28

‘Doe niet normaal man!’ ‘Trek nu uw toga glad en luister goed, Gij allen die van kwalijke ambitie of van geldzucht bleek ziet, koortsig verhit bent van genotzucht, bijgeloof of een andere geestesziekte. Kom dichter bij mij staan, in rijen, nu ik leer dat alle mensen gek zijn.’ Alle mensen zijn gek. Horatius zag het tweeduizend jaar geleden al en schreef het in zijn ode. Zijn wijsheid is voor mij onverkort geldig. Elke norm die voor normaal geldt is abnormaal. Zoals het heilig verklaren van de VOC-mentaliteit. Er is geen universele standaard voor normaal. Wat voor de één normaal is, vindt een ander gek. Gekte sluimert in ons als een onverwoestbaar virus. Bij de één meer en anders dan bij de ander. Maar hij ligt permanent op de loer. In het ergste geval slaat hij massaal over in massahysterie. Wie heeft zichzelf nooit eens afgevraagd: Hoe kon ik zo gek zijn? Stemmen op een onbetrouwbare politicus, ontaard in een machtswellusteling en nog erger een massamoordenaar. Of verliefd worden op de verkeerde, geld geven aan een verkeerd doel, je geld beleggen bij een oplichter. De inspiratie die ik hieruit put is dat je er niet naar moet streven om normaal te zijn. ,,Doe niet normaal man,’’ zeg ik ook tegen Wilders. Dan ben je tenminste jezelf. Harry Nijhuis ….. 29 Het was een deel van de preek van Ds Haentjens uit 1938, mij voorgelezen door zijn dochter. Kern van de boodschap was dat Leven niet aan de ene en de Dood de andere kant staat, maar een tweeling zijn en de moeder de Eeuwigheid is. Daarnaast de inspirerende gesprekken met Ds Johanna Klink over de keuzen die gemaakt worden voor je aan het leven begint. Ik maakte bijgaand gedicht " Broertje Dood ", waarin ik mogelijk een ander mensbeeld neerzet dan waarmee u zich mee bezig hield afgelopen donderdag.

BROERTJE DOOD Geboren uit de moederschoot, Schonk het Leven en de Dood. Alleen Leven krijgt een naam, Dood ziet het met een glimlach aan. Op het eind wordt hij erkend, Niet als broer, als vreemde vent. Hand in hand gaan zij ervaren, Hoe de wereld is vanaf het baren.

Samen besluiten ze, soms vroeg, Dit was het wel, het is genoeg. Niet altijd begrijp je hoe, De menigte kijkt zwijgzaam toe. Het valt niet te vermijden, Zwijgers zullen langer lijden Soms is Leven in te diepe rust, ’t is Dood die haar wakker kust. Je lijkt nog lang niet uitgerijpt, En niemand die dat dan begrijpt. Techniek is maar betrekkelijk, Maar maakt dit leven rekkelijk. Dan, soms na lange strijd, Keer je terug in de eeuwigheid. Amersfoort, mei 2010 Copyright norbert van zwetselaar …. 30 Wat is een mens? Het is tot op de dag van vandaag niet mogelijk een sluitende definitie van leven te geven. Hetzelfde probleem doet zich voor bij het definiëren van “de mens”. We kunnen een opsomming van eigenschappen geven maar hier geldt toch wel het gezegde: het geheel is meer dan de som der delen. Drie kanten van het verschijnsel mens springen er uit. De mens heeft de beperkingen die het lichaam en de beperkte levensduur daarvan hem of haar oplegt voor een aanzienlijk deel doorbroken. Door het intellect, het vermogen orde te scheppen in een chaotische omgeving, het buiten het eigen lichaam vastleggen van kennis, de vaardigheid gereedschappen en machines te bouwen, het intermenselijk netwerk waarin kennis wordt verspreid. Waar de natuur amoreel is en wordt geregeerd door gevoelloze wetten en processen heeft bij de mens het Goede en het Kwade zijn intrede gemaakt. Willem Kloos schrijft in zijn beroemde Sonnet V: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten, En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon.” God ja, maar toch ook Satan. De mens die alles in het werk stelt om

het leven van een kind te redden onderwerpt kinderen aan nameloze wreedheden. De mens die van (sommige) dieren houdt pleegt tegelijkertijd en elke dag massamoorden op dieren. Kloos schrijft in het slot van Sonnet V: “En trots en kalme glorie te vergaan Op úwe lippen in een wilden vloed Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond. “ Dat brengt mij bij de derde kant van de mens: De onverzadigbare drang naar seksueel genot. Een drang die zakelijke beslissingen beïnvloedt, politici ten val brengt. Het verlangen naar seks dat de gehele maatschappij doordringt. André Hermans, Den Bommel …… 31 Geordende gedachten ‘Maar wat men nergens vindt, alleen bij ons, is een reeks van geordende gedachten, een stoet van voorstellingen die ’t leven in zich kan bevatten. Dat alleen maakt ons pas tot mens.’, schrijft Belcampo. Het maakt de koning in zijn sprookje nederig. In de werkelijkheid maakt het de mens hautain. Door ‘geordende gedachten’ denken wij alles te begrijpen. Menen wij ons alles voor te kunnen stellen. Hoe bijvoorbeeld insecten en dieren een relatie met de omringende wereld hebben. Het lijkt ook zo dichtbij, de dans van een bij. Een zonnende slang op een ‘rots’. ‘Weet’ de bij dat -en wat- zij danst? ‘Weet’ de slang dat hij daar op een ‘rots’ ligt? Wij in ieder geval denken het, dankzij ons gestructureerde brein, te weten! Maar betekenissen die insecten en dieren aan de wereld geven zijn voor ons een onbekend parallel heelal. Zijn onbereikbaar voor ons binnenste, copernicaanse zonnestelsel. Ons inwendig planetarium is ontoereikend om andere relaties dan de menselijke, met de wereld, werkelijk te verstaan. Dit zelfbeeld vertelt, dat wij snappen dat wij ons alles kunnen voorstellen maar zelf(s) weinig weten. Begrip van onze innerlijke mierenkolonie zou ons bescheidener mogen maken. Geordende gedachten zijn sprookjes. Bevatten wij dat?

….. 32 ‘Wat is uw mensbeeld’ leidt als vraag al meteen naar het midden van de discussie. Want dat beeldend vermogen is de kern van ons rationele denken.

Het rationele denken is een typische,een van de mogelijke vormen van denken,met voor de mens wellicht zeer ongunstige gevolgen[Sloterdijk:Regeln Fuer Den Menschenpark] . Heidegger heeft in zijn brief "Ueber Den Humanismus" de nalatigheid van dit denken aangegeven.En toen waren Freud en Jung en Levi-Straus allang bezig om dit rationele denken,dat onze linker hersenhelft volledig in beslag neemt,in zijn houdbaarheid kritisch te ondervragen,gevolgd door Lacan en Levinas. En Francois Jullien heeft ons gewezen op andere mogelijkheden,door het Chinese denken voor ons "westerlingen" te vertalen. Wat een mens is als levend lijf,natuur,deel van het heelal,wordt niet door DNA,biophysica en biochemie bepaald,maar vraagt naar het wezen van de mens,dat het meest nabij is in zijn eigen lijf,heel nabij aan het dier.Dat vraagt om een denken,dat over zijn ratio heenstapt,en vragen naar zijn wezen durft te stellen. O.R.van Eikema Hommes, Saint Laurent-des-arbres, France

..…. 33 De zin van het leven “Een mens wordt geboren, lijdt en sterft”. Dat zij eens een wijze (wiens naam mij maar niet te binnen wil schieten) op de vraag wat de zin van het leven is. Ik meende dat ik geboren worden en sterven wel kon begrijpen. Maar ‘lijden’?! Dat klinkt somber, ellendig. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, een zin van het leven? Tot ik mij steeds vaker de vraag ging stellen wat ‘lijden’ nu precies is. Wéét ik wel wat lijden is. De antwoorden riepen steeds nieuwe vragen op. Totdat ik tegen het in mijn vroege jeugd opgedane gezegde liep “De mens lijdt het meest het lijden dat hij vreest”. Bingo: dit laatste lijden is wat ik doe, wat pijn doet, verdriet en noem maar op. Het ‘lijden’ van de grote meester is het aanvaarden van het leven zoals het is, zich aandient. Niet meer en niet minder. Verzet je je tegen een bepaald facet, dan kom je er na enige zelfstudie vanzelf achter dat je een lijden vreest dat er niet is. Dát geeft pijn. Ik moet er altijd aan denken als iets een keer niet meezit en veer dan opgelucht op met de constatering dat ik niet aan het lijden was, maar met vrezen. Ik kan dit iedereen van harte aanbevelen. Peter Heussen, Amsterdam

….. 34 De afgelopen jaren is mijn mensbeeld van zijn sokkel gevallen. Het bleek gemaakt te zijn van plastisch materiaal. In het park waar het stond lopen nu dieren rond. Het is een beestenbos geworden. Begin jaren 90 keek ik met mijn kinderen naar het programma ‘beestenbos is boos’. De dieren hebben in die serie menselijke eigenschappen. Soms doen mensen me aan diersoorten uit die serie denken. Het dierlijk wezen van de mens is deel van mijn mensbeeld geworden. In het dagelijks leven kom ik soortgenoten tegen waar ik mij direct bij op mijn

gemak voel. Soms zie ik mensen waarvan ik vind dat ze kwaadaardigheid en agressie uitstralen. Ik blijf dan zoveel mogelijk op afstand. Ik behoor tot een zachtaardiger soort. Er zijn ook minder bekende dieren voor mij die ik zo snel niet kan plaatsen. Kuddedieren en solitaire jagers. En dan nog wispelturige soorten. Soms gemakkelijk en prettig in de omgang maar dat kan ineens omslaan. De meeste mensen doen hun best om hun sociale en coöperatieve kant te laten zien en er naar te handelen. Dat maakt ons humaan. Alert zijn op het dierlijke is wel zo realistisch. En eigenlijk vind ik het eigenlijk reuze interessant, die dierentuin. Rian van Damme, Nieuwerkerk ….. 35 Mijn mensbeeld is vooral gevormd door Spinoza. De ‘Ethica’, zijn belangrijkste werk, begint met de volgende uitspraak: ‘Onder een oorzaak van zichzelf versta ik datgene, waarvan de essentie het bestaan insluit’. Met andere woorden, de natuur ontstaat uit zichzelf, wat later evolutie wordt genoemd en door kosmologen en Darwin, ongeveer 200 jaar later, met zijn natuurlijke selectie, wordt bevestigd. Alle andere ideeën van Spinoza vloeien hier logisch uit voort. Spinoza was zijn tijd ver vooruit. Daar kan ik mij steeds weer over verbazen. Zo is de belangrijkste drang die Spinoza de mens toekent het zelfbehoud of het eigenbelang. Dat kan nu met het Darwinisme verklaard worden door de individuele natuurlijke selectie. Tot dit eigenbelang behoort ook het groepsbelang en het milieubelang. Zonder deze belangen wordt het eigenbelang egoïsme. De huidige geldcrisis en de milieucrisis zijn het gevolg van de natuur van de mens. Spinoza maakt duidelijk hoe de mens, zonder een vrije wil, toch doelgericht kan handelen, namelijk met kennis van de natuur in de meest brede zin van het woord: sterrenstelsels, sterren, planeten, de aarde, planten, dieren en mensen. Maar overleven blijft een moeilijke uitdaging. De Ethica eindigt dan ook met: ‘Alles wat voortreffelijk is, is even moeilijk als zeldzaam’. Dr. Petrus Bult, bioloog, Haren

….. 36 Ieder mensenleven is betekend door de structuur van zichzelf. Een andere rechtvaardiging wordt niet afgegeven. Er zit niets anders op dan aanvaarden zoals het is en niet zoals het in je eigen gedachten zou moeten zijn. Het kromme kan nu eenmaal niet recht zijn en wat ontbreekt kan onmogelijk worden geteld. Wat niet is, kan niet zijn. Wie meer wil is als een blinde die wel weet waar de diepe kuil ligt, maar door zichzelf wordt aangeraden door te lopen. Inzicht levert verdriet op. Blindheid leidt tot botsing, woede en schade. Wat levert dit

voor de hanteerbaarheid van een mensbeeld op? Het woord alleen al impliceert nadenken, waar mensbeelden juist in de praktijk van alle dag door al of niet afgedwongen imitatie ontstaan. Om een voorbeeld te noemen: “ They fuck you up, your mum and dad./ They may not mean to, but they do./ They fill you with the faults they had/ And add some extra, just for you.” (Larkin) Het aantal mensbeelden is gelijk aan het aantal mensen. Dat roept de vraag op hoe communicatief met mensbeelden om te gaan. Sleutelwoord is begrijpen. Niet alleen in de zin van herkenning van wat men al weet, maar vooral te zien als verrijking van eigen mogelijk-heden door te vatten wat men zelf niet eerder zo gezien heeft. Hoe beter op herkenning en verrijking wordt ingespeeld, des te beter komt ieder (bv. krant en lezer) tot zijn recht. (inspiratiebron: Prediker) E.J.J. Uyterwijk, Haarlem

….. 37 Wat een mens is? Een hond. De hond die in het metaphoor van de stoa met een touw vast zit aan een kar en meegetrokken wordt. Zo vertelde het de leraar Latijn. Want zo verwoorden de stoici de dwang die uitging van de zintuigen, die je stoorden bij het zoeken van de goddelijk vonk. Tijdens mijn studie geneeskunde leerden wij dat wij niet een lichaam hadden maar het licham waren. Wij warden gedetermineerd door genen en alle mogelijk postgenetische fenomenen en interacties met de buitenwereld. Toen kwam het verhaal van de hond weer naar boven. Ja, wij zijn de hond achter de kar. Maar die lijn is niet zo strak zoals de stoici meenden. De lijn is losjes. De hond kan naar rechts en links, misschien iets voorbij het paard voor de kar. Er zijn grenzen, maar er is ook vrijheid binnen grenzen. Het was Hippolytus die ons dit verhaal mededeelde. Zijn naam zou je kunnen duiden als het paard dat loslaat, vrijkomt. De hond zal niet loskomen van de kar. Maar als wij de grenzen van ouderdom of wat dan ook meer leren aanvaarden zie je de mogelijkheden binnen de grenzen. Ja, het klopt wel. De mens is een hond die aan een kar gebonden is. Wat geeft het. Reinhard Maas

….. 38 ‘Ik ben niet volmaakt en geen heilige’ (Gandhi)

Net- niet- kind van de tweede wereldoorlog, was je je toch wel zo bewust geworden van wat gepasseerd was , dat je een volgende oorlog en repressie niemand meer toewenste. Als jonge student bedrijfseconomie - begin 60er jaren -, los van huis en haard maar met de bagage van de christelijke waarden op weg/op zoek naar de ontdekking van het ‘leven’, kwam ik in aanraking met het marxistische denken in haar oorspronkelijkheid- d.w.z. opkomen voor de eenvoudige mens,de arbeider, die hard moest werken voor de kost ; het delen van de ‘ bezittingen’ van deze wereld in eerlijke proporties voor ieder-; en tevens raakte ik gefascineerd en in de ban van het gedachtegoed van Gandhi, die geweldloosheid predikte in de strijd voor vrede en het opkomen voor minderheden en gelijkheid van de mensen; geen onderdrukking. Hoe anders is het allemaal niet verlopen .Zelfs de hoop op meer vrede en’n betere samenleving in het begin van deze nieuwe eeuw werd weer heel snel de kop ingedrukt. Is de Mens dan dikwijls niet meer dan een van de diersoorten uit de onlangs getoonde brilliante BBC series ,waarin maar een wet regeert :’survival of the fittest’;het ene dier (vr)eet het andere op? Het feit dat de mens bijzondere hersens heeft gekregen, heeft blijkbaar niet geresulteerd in een duidelijker gedragspatroon,waaruit zou kunnen blijken hoe het ook anders kan. Er moet een Turning Point gemaakt kunnen worden;het zou niet verkeerd zijn het Gandhisme nieuw leven in te blazen; laten zien dat het terrorisme van fanatici neergeslagen kan worden door een ook uit diezelfde streken komend geweldig gedachtegoed. Is de Mens niet in staat zijn een mensbeeld te creëren, waarin respect voor elkaar een grote(re) rol moet gaan vervullen. In dat geweldig uitdijende heelal, zou de mens/kosmopoliet meer moeten kunnen relativeren; vooral zijn uniciteit realiserend maar zeker zijn nietigheid ! Jan-Maarten Rompa, Dongen

…. 39 Het sprong je tegemoet, het mensbeeld dat Frits Bolkestein uitdroeg in Het heft in handen. De voorpagina van NRC-Handelsblad van 10 januari 2012 kondigde aan: ‘Vanaf vandaag elke dinsdag de bijlage Mens&, over motivatie, inspiratie en aspiratie’. Dat mensen niet enkel wat willen, maar vooral veel verlangen, dat zou kenmerkend voor hen zijn. Voor welk mensen? In 1995, het jaar waarin Bolkesteins boek verscheen, was 1968 voorgoed voorbij. Hij rekende af met het maatschappijbeeld dat structuren mensen gevangen houden. Mens& verschijnt in het 13de jaar van het nieuwe millennium. Slaat de slinger door? Verzorgingsstaten leren mensen hulpeloosheid aan en menig mens brengt het in hedendaags Nederland verder door het heft in eigen hand te nemen. Maar hoeveel langer mensen ook leven, ze gaan nog steeds dood en hoe langer ze leven, des te meer tegenslagen

krijgen ze te incasseren. De wil triomfeert niet altijd. Als iedereen assertiviteitstraining volgt, neemt alleen de zuurgraad van de samenleving toe. En als elk teamlid leider wil worden, blijven veel leiders dat maar kort, wat ertoe leidt dat de prestaties van het team bergafwaarts gaan. Menselijk gedrag wordt niet alleen bepaald door hun motivatie, maar ook door hun bekwaamheden en beperkingen, door oprijzende barrières en zich aandienende kansen. De vrijheden van de rechtsstaat vormen voor mensen even zo vele mogelijkheden tot handelen. Iedereen mag stemmen, onderwijsinstellingen laten kinderen niet toe op grond van hun herkomst maar van hun cijfers, en het staat mensen vrij een beroep te kiezen en van beroep te veranderen. Als een dubbeltje zelden een kwartje wordt, verandert een stuiver toch wel eens in drie stuivers. In Nederland is Links én Rechts voor de bekostiging van de vaccinatie van kleuters uit het basispakket, voor leerplicht, studiebeurzen, omscholing van werklozen, verplichte ziektekostenverzekering en voor AOW. Dat vermindert het samengaan van gelijke rechten met ongelijke uitkomsten. Maar waarom verschilt de levensloop van mensen toch nog sterk? Zo’n vraag is niet af te doen met ‘vrije keuze’ en ‘eigen schuld, dikke bult’. Verschijnselen als onvrijwillige werkloosheid en langdurige ziekten komen echt voor. En is zelfdoding een daad van de vrije wil, zoals het Duitse woord Freitot suggereert? Daar komt bij dat samenlevingen niet eenvoudig bestaan uit mensen met allerlei rechten. Behalve mensen van middelbare leeftijd, zijn er kinderen en ouderen. Moeten staten ingrijpen als ouders op levensbeschouwelijke gronden hun kinderen niet laten inenten? Wat gebeurt er met de rapportcijfers van kinderen als ze, door meer echtscheidingen en tweede huwelijken, niet door hun beide ouders worden opgevoed? En hoeveel kinderen behalen een einddiploma als ze langer naar school moeten en docenten in dezelfde tijd meer werk moeten verzetten? Moet de pil voor minderjarige vrouwen uit het basispakket? Moet de overheid werk scheppen voor gepensioneerden met een kelderend pensioen? Hoe moet het met de zorg voor hulpbehoevende bejaarden als ze zelf geen kinderen op de wereld hebben gezet? En moeten volwassenen meer tegen zichzelf worden beschermd, of liever gezegd tegen onnatuurlijke rechtspersonen als ondernemingen en de bureaus en diensten van staten? Hoeveel mensen kunnen op tegen de verlokkingen van de consumptiemaatschappij, blijkend uit een toenemend aantal schuldsaneringen, torenhoge studieschulden bij afgestudeerden en aflossingsvrije tophypotheken bij onder water gaande villabewoners? Worden die uitwassen groter door het dreggen van ondernemingen in de databestanden van de digitale revolutie? Ik wil niet dat Mens& een mensbeeld uitdraagt en ik hoop dat Mens& geen disucssie over mensbeelden aansnijdt, ik verwacht analyses van vragen op het snijvlak van een (te) optimistisch mensbeeld en een (te) pessimistisch maatschappijbeeld. Wout Ultee, Nijmegen

……

40 Wij zijn meer dan ons brein. De mens is een dier dat kan denken, zeiden de Ouden. Denken is verband leggen tussen alles (Herakleitos). De denkende mens is niet alleen verbonden met alle delen van zijn lichaam, maar ook met zijn medemens. Hij is onderdeel van het Grote Verhaal. Hij is aangesloten op het World-Wide-Webb.Hij is met talloze draden verknoopt met zijn verleden, met zijn "nature"en zijn "nurture". Er is geen wil die vrij beslist, geen homunculus, dat kleine mannetje in ons hoofd dat alles regelt. Onze keuzes worden beïnvloed door vele oorzaken en nog vaker bepaald door automatismen. Ons brein beschikt over een "werkelijkheidsgenerator"die de miljoenen signalen die we dagelijks opvangen, filtert, d,w,z, afschermt of inpast in bestaande modellen. Woorden (taal) moeten de werkelijkheid vastleggen om het "ik"of "zelf"te bepalen en de identiteit van de mens te verankeren.Met woorden schept deze Adam zijn (eigen) realiteit en schrijft hij de namen die hij heeft bedacht onder de schaduwen op de wand van zijn grot (Plato),zijn Egotunnel (Metzinger).Hij verbeeldt zich hoe de wereld er in werkelijkheid uitziet. Met taal kan hij communiceren. De "denkende dynamische zelforganisatie"die gevoed wordt door alle organen van het lichaam en zich bedient van de zintuigen, heet "ik". Vanaf de oudste tijden is de mens op zoek naar zichzelf. Het "ken u zelve"was al geschreven op de tempel van Apollo te Delphi. Pas als deze "ik" oog heeft voor alle mensen, het oor leent aan de influisteringen van de goden en zich verbonden voelt met de Kosmos, wordt een volwaardige mens geboren. Maarten Verhoog

…… 41 Als taal en symbool datgene is dat ons van dieren onderscheid mag poëzie niet ontbreken. Icarus' mythe is sinds Ovidius vele malen opnieuw gedefinieerd. Is ze onze hoogmoed, nieuwsgierigheid, liefde, onvermogen of wraak? Wellicht dit alles samen. 'Herscheppinge' verwijst naar Vondels vertaling van Ovidius en is wat we uiteindelijk allen dagelijks doen. Misschien ook wel wat ons tot mens maakt. Sommige taalprofeten spellen onze lidwoorden - met dank aan sociale media - ten einde, hierop schiet ik graag voor. Herscheppinge zijn lijk ligt eeuwen opgeborgen in struiken nog wenden wij ons af staat geen ploeg stil

dichter en boer vallen als Icarus zelf hun zondeval nog voelen wij ons niet geroepen de geest van Talus doet vleugellamme pogingen te stijgen in zijn wraak want zeeman weet alles van vallen wind bolt zijn zeilen dit geverfde woordentoneel is niet van hem

Chris den Engelsman, Houten …… 42 Mensen zijn een diersoort, en elk exemplaar is fysiek en mentaal door de evolutie gevormd. Net als andere dieren zijn wij daardoor in onze (natuurlijke) omgeving geschikt om te leven en ons voort te planten. Fysiek dus en mentaal. Dat mentale vermogen is ten eerste de instinctiviteit, die via emoties en gevoelens de basale drijfveren levert voor een doen en laten, dat op ons voortbestaan gericht is. Verlangens en streven, angsten en afweer zijn de belangrijkste aspecten ervan; vanwege het aangeboren karakter wordt instinctiviteit wel met ‘nature’ aangeduid. Ten tweede is er het leerproces in de opvoeding en daarna. Kinderen worden door ouders en anderen aangepast aan hun sociale omgeving. Dat gaat doorgaans heel natuurlijk, omdat de behoefte aan aandacht en bevestiging en het leervermogen aangeboren zijn. De geldende normen en waarden worden aanvaard en in het (ge)weten opgenomen. Conditionering en programmering, -ook wel ‘nurture’ en ‘culture’ genoemd-, liggen in het verlengde van de instinctiviteit en bepalen de sociaal-culturele vormgeving van ons denken en doen. Nature en nurture zijn verwant aan ’t Es en ’t Ueber-ich van Freud. Bij hem zijn de twee een tegenstelling, en is er een derde instantie, ’t Ich, dat met vallen en opstaan en met verstandelijk beleid tot de harmonie van compromis en middenweg kan komen. Karen Horney is als neo-Freudiaan wat nabijer; zij ziet drie strategieën waarmee mensen harmonisch en gelukkig kunnen leven: moving-towards, moving-against en moving-away. Maar beiden menen dat harmonie en geluk vaak moeilijk zijn te vinden. Innerlijke disharmonieën en conflicten tussen ‘t Es en ‘t Ueber-ich van Freud, en tussen de strategieën van Horney verhinderen het evenwicht en versterken een eenzijdig streven, dat niet tot rust en vrede leidt. Dit ongelukkige gedrag is helaas algemeen in onze samenleving. Maar goed, met enige afstand van alle drukte en met enig zelfbeheer kun je de rust en de

ruimte vinden om in het universum te genieten van jezelf en anderen en om te mijmeren over een mens- en wereldbeeld. P.M. Kleijburg, Haarlem ….. 43 Ik kan de Bijbel openslaan: “God sprak: Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; (…) En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; (…).” Hoogstwaarschijnlijk is het anders gegaan, maar het is wel een prachtig verhaal! En komt niet de hele menselijke geschiedenis in verhalen tot ons? Je kan ook bij Darwin in de leer gaan. Heel exact! Met mijn academische vorming moet dat toch waar zijn? Je staat eigenlijk nooit stil bij je mens-zijn. Pas bij het klimmen der jaren, bij toenemende krakkemikkigheid, realiseer je je pas hoe keurig alles in elkaar past. Prachtig! Bij toenemende vergeetachtigheid realiseer je je pas hoe slim die hersenen hun werk doen. Dat je echt een mens bent. Waarom zou ik kiezen tussen het bijbelverhaal en Darwin? Als kind door baboe Soep geïndoctrineerd in de mystieke wereld, en in Nederland in de natuurwetenschap, hanteer ik het Indische adagium: “Ik geloof er niet in, maar houd er wel rekening mee.” Dat is geen slapheid, voor de schoonheid van de mens gelden zowel de mystiek als de rede. Jan A. Somers ….. 44 Een mens is een natuurvrucht en leidt een niet gekozen leven, waarvan de oorsprong is gebaseerd op louter toeval. Het uitrustingsniveau van het menselijk lichaam kent een lange evolutionaire geschiedenis, waardoor het centraal zenuwstelsel, beschikkend over oude kernen, is gecodeerd met sporen van veel oudere werelden dan de onze. Dit verklaart veel van het driftmatig gestuurde irrationele gedrag van de mens, met vaak destructieve gevolgen. De mens is als geen andere natuurvrucht in staat om in een door hemzelf gecreëerde schijnwereld te (over)leven. De voorgestelde opbrengst van dit handelen is gemoedsrust, met als ultiem eindstation de dood. De mentale bakermat van de persoonlijkheidsstructuur is het gevoel voor eigenwaarde en het zelfbeeld.

Met name de manier waarop de mens zich aan zijn omgeving koppelt krijgt kleur door eigenwaardebeleving en zelfbeeld. Dit leidt tot een zich eindeloos herhalend patroon van positiekeuze in de interactie met anderen, gericht op in stand houden en reparatie van het zelfbeeld. De mens wordt gedreven door tegenstrijdige behoeften en illusies, is onderhevig aan zwakheid van wil en wens- en angst-gestuurde oordeelsvorming en besluitvorming. Een goed ontwikkeld vermogen tot zelfbedrog is het voordeel en keerzijde van de medaille die bestaat uit de sporen van geweld en vernedering die zijn achtergelaten in ons niet gekozen leven. Tot zover mijn bronnenbrouwsel van Darwin, Freud, Gray en Cruijff. Frank Elsenburg ….. 45 Een verwachtingsvol en vooral positief mensbeeld wordt voor mij opgeroepen door Nicolaas van Cusa (1401-1464) en Antonio Damásio.(1944) . Cusa leert ons dat wanneer je je eigen standpunt niet als de enige waarheid beschouwt, maar kan inzien dat er ook andere gezichtspunten zijn, je op dat moment iets hebt geleerd over je eigen beperking. Immers door die andere perspectieven te bekijken, zie je dat ook vanuit dat punt zich weer een scala aan nieuwe mogelijkheden opent , dat op zijn beurt óók weer nieuwe perspectieven toont, met andere woorden de waarheid ontsnapt ons voortdurend. We kunnen slechts vermoeden dat die er moet zijn. Hoe meer wij dus leren over onze eigen onwetendheid, hoe dichter we bij de waarheid komen. Toegegeven, door meer te leren, steeds minder te weten, klinkt niet erg bemoedigend. Maar het schijnt de mens allerminst te deren, Whitman schrijft erover: “Cool and composed stands the soul before a hundred universes”. Wittgenstein heeft het in zijn filosofie (die hij niet als wetenschap ziet, maar als activiteit) over een ladder die nodig is om bepaalde inzichten te bereiken en als daar dan bent, kun je de ladder weggooien. De wetenschap zou niet zijn wat zij nu is, als de mens die ladder niet was opgegaan! Damásio is neurowetenschapper/filosoof en komt tot de conclusie dat het menselijk brein zich voortdurend ontwikkelt onder invloed van de sociale omgeving. De wetenschappelijke ontdekkingen op velerlei niveau heeft een duidelijke impact op ons hersenstelsel. Het brengt Damásio er toe zijn artikel in de Groene van afgelopen januari te besluiten met: the best is yet to come! Dit voor ogen houdend is het toch jammer dat wij slechts een beperkt aantal jaren hier mogen rondlopen! Astrid A. Kuiper ….. 46

De Griekse filosoof en Hedonist Epicurus sprak in de 3e eeuw voor Christus: ‘Het is onverstandig om veel te eten, wat direct genot oplevert, als dit leidt tot maagpijn. Genieten dus met mate.’ De mens heeft in de 21e eeuw het Hedonistisch mensbeeld verkeerd geïnterpreteerd. In het idee naar genot te streven, dat volgens de Hedonisten het grootste goed is, zijn wij westerlingen te ver doorgeschoten. In ons egoïstisch zelfbeeld vreten we alles wat los en vast zit. We eten niet alleen ons eigen bord leeg maar plunderen ook dat van de anderen waardoor zij van uitputting sterven. De oorzaak kan worden vergeleken met de zielenleer van Plato. Na de jarenlange onderdrukking van ons weerspannige paard, epithumia, is ons nobele paard niet meer in staat de epithumia in bedwang te houden. Ons nobele deel is zo sterk afgezwakt dat de het geile paard de vrije loop heeft en de nous, ons intellect op de span, afgrijzend staat toe te kijken. Als men afgrijzend blijft toekijken en niet het intellect laat spreken maar het geile paard zijn weg laat wijzen is onze span niet meer te redden. Stijn van Tilburg (15), Amsterdam …. 47 I/ Menselijke beperkingen “Being disabled”, stelde socioloog en filosoof Tom Shakespeare, auteur van het boek Disability Rights and Wrongs (2006), “is a vital part in accepting what it is to be human.” Het concept handicap daagt ons idee van mens-zijn uit; dat wordt meteen duidelijk als we ons afvragen wat een handicap eigenlijk is. Iemand in een rolstoel is eigenlijk alleen maar gehandicapt in een wereld met trappen en smalle supermarktgangen. De meesten van ons zouden gehandicapt zijn in een wereld waar alleen gebarentaal wordt gesproken. Wat is eigenlijk normaal en wie beslist dat? Ik, in een rolstoel, ben niet de enige die waarschijnlijk nooit de Mount Everest zal beklimmen. In principe zijn we allemaal gehandicapt voor zover er dingen zijn die we niet zomaar kunnen doen, maar die we met wat ondersteuning wel zouden kunnen. De echte vraag is hier niet waar we de grens trekken tussen gehandicapt en normaal, maar welke menselijke capaciteiten bijzonder belangrijk zijn. Het denken over handicaps maakt duidelijk dat veel overtuigingen en waarheden die zo vanzelfsprekend lijken, het eigenlijk niet zijn. Ons idee van de betekenis van mens-zijn, en zelfs het beeld van mens-zijn, staan open voor discussie. II/ Cyborgs We zijn allemaal cyborgs. Dat betoogt de filosoof Andy Clark in zijn boek Natural-born Cyborgs (2004). Hij bedoelt niet alleen dat we in een oppervlakkige zin cyborgs zijn omdat we gebroken botten met metaalplaten aan elkaar schroeven, pacemakers gebruiken en cochleaire implantaten ontwikkelen waarmee doven leren horen. Fundamenteler, we zijn mens-technologie symbioten. We denken zowel met een biologisch brein als met nietbiologische hulpmiddelen. Neem bijvoorbeeld het vermenigvuldigen van grote getallen: we leren dat te doen met pen en papier en bewaren tussenstappen buiten ons brein. We zijn werktuiggebruikers, van pen en papier, via google en mobiele telefoons tot neurale implantaten. De grens tussen technologie en gebruiker wordt zo steeds dunner. Onze technologie is onlosmakelijk verbonden met wie we zijn en hoe we denken. Dat is zeker niet problematisch, eerder voordelig: zulke intieme relaties met techniek stellen ons in staat tot

abstract denken en maken ons zo slim als we zijn. Mensen met een handicap weten volgens mij vaak meer over de symbiose met technologie dan anderen. Zij gebruiken allang technologie om zich te bewegen, te communiceren of op een andere manier met hun omgeving om te gaan. In dat opzicht zijn ze pioniers. Inmiddels heb ik de indruk dat sommige mensen zonder hun smartphone hulpelozer zijn dan ik met een lekke band aan mijn rolstoel. Caroline Harnacke, PhD researcher, Utrecht ….. 48 Wat is een mens? Een mens is een soort alien, iedereen is eigenlijk een soort alien. Iedereen heeft een bijzondere vorm, maar het is niet een heel rare vorm, dus daarom hebben ze een naam bedacht en de naam is: mensen. Ze hebben een platte plaat met een soort stekels die niet scherp zijn en dat heet bij elkaar een hand. Een mens kan echt nadenken en dieren niet echt. Een mens eet met bestek en een dier met zijn (of haar) bek. Een mens veegt zijn billen en een hond niet. Mensen kopen in de winkel bijvoorbeeld eten en meubels, dieren moeten dat zelf oplossen. Wat is jouw mensbeeld? Ik vind dat een mens moet eten en drinken. Ik vind dat ze elkaar moeten helpen en niet moeten plagen. Als een mens een puzzel maakt, denk ik dat hij (of zij) nadenkt. Een mens zit op de WC en een dier niet. Mensen doen kaartspelletjes en dieren niet. Mensen hebben kleren aan en dieren niet. Mensen zijn slimmer dan dieren en maken grapjes. Barbara Geldof (7 jaar), Voorburg. …… 49 Mensen zijn wonderbaarlijk. In staat tot zowel grootse daden als weerzinwekkende laagheden. De enige levensvorm die zichzelf en de ander kan vernietigen, in een oogwenk of met een tergende traagheid, vaak om niets. Wij kunnen ons leven vullen met voldoening, verwondering en liefde, maar proppen het vol stress, frustratie en verdriet. Macht en geld lijken de ultieme drijfveren, maar niemand die al stervend verzucht daarvan onvoldoende te hebben. Kapitalen waarmee men hongerende kinderen structureel kan voeden worden klakkeloos neergelegd voor dingen en diensten die niemand werkelijk nodig heeft. Adembenemende schoonheden laten in hun gezonde lijven snijden en transformeren tot monsters met uniforme karakterloze trekken. De een wordt ongewenst geboren. De ander sterft veel te jong. De een droomt van iemand om zijn leven mee te delen, de ander snakt naar de ontsnapping uit een emotionele hel. De een vecht uit alle macht tegen de dood en de ander vecht net zo hard tegen het leven. De een ontkent al zijn misdaden, een ander vergeeft.

Allemaal uniek, maar zo weinig bewust, bang om te zijn wie we ten diepste zijn en bang voor ons potentieel. Gelukkig zijn er altijd lichtende voorbeelden met het lef om een authentiek mens te zijn.

(Mijn mensbeeld, geïnspireerd door ‘Het is ons licht, niet onze duisternis, dat ons het meest beangstigt’ uit ‘Return to love’ van Marianne Williamson, soms onterechte toegeschreven aan Nelson Mandela) Jayne Bakker-van den Hende ….. 50 Al interacterend, terugkoppelend, adapterend bouwt onze verzameling cellen via hormanale en neurale plaatjes een gevoel, bewustzijn en identiteit op. De buitenwereld is informatie die constant ons interne evenwicht verstoort. Wij vormen voorstellingen van de buitenwereld en voorstellingen van onze binnenwereld. Onze zintuigen, spieren en klieren vormen de interface van ons lichaam, die de informatie uitwisseling mogelijk maken. Via onze interface bouwen we een netwerk van relaties. Je bent je relaties. Ieder mens is een wolk vogels: je bent alle elementen uit de gehele wereld die zodanig op elkaar inwerken, dat jij bepaald gedrag vertoont, gedrag dat je als aller-individueelst ervaart. De kennis die je voor die ervaring en dat gedrag nodig hebt, ligt niet alleen vast in je lichaam en in je zenuwstelsel, maar ook in de inrichting van je huis, je boekenkast, je mobiele telefoon, je vakantiebestemmingen, je fantasieën en tijdschriften, etc.: alles maakt deel uit van jou intelligentie. Als je het idee loslaat dat je een ik bent of hebt, blijk je een complex systeem te zijn van een over de hele wereld verspreide intelligentie, een ‘gedistribueerd cognitief systeem’. Eigenlijk ben je niet. Iets heeft zich georganiseerd als een over alles en nog wat verspreid, zich een voortdurend uitbreidend en inkrimpend en herrangschikkend kennissysteem. En met een van de elementen daar uit, de taal, noem jij dat systeem ik. Marjolein Charlotte Hessels

….. 51 De complete mens Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) liet het als volgt in inkt op papier vloeien: ‘Liefde is het verlangen dat je met je hele wezen koestert om te worden verenigd met een ding of een wezen waarvan je voelt dat je het nodig hebt om een compleet mens te zijn.’ *

Toen ik deze zin las was er eerst de herkenning dat we als mens inderdaad op zoek zijn naar die ultieme, enige en verenigbare liefde om in samenhang compleet te zijn. Dat we onrustig blijven dwalen en zoeken zolang we ons nog niet compleet voelen. En we ons mensbeeld nog niet hebben kunnen spiegelen in iets of iemand naast ons. Bij het nader bestuderen van de zin valt op dat Coleridge sprak over een ding of een wezen in enkelvoud. Dat lijkt te wringen met het moderne, democratische zelfbeeld van steeds meer mensen. Mensen M/V die zich pas compleet denken te voelen als ze liefde en verlangen delen, vullen en verdelen met meer. Meer dingen, meer andere wezens, meer. Terwijl we van nature genoeg hebben aan één. Aan dat enige. Aan diegene die ons als twee mens& samen één laat zijn. Nick Henning * Vertaling uit ‘Alles over de liefde’ van Lisa Appignanesi, blz 57. ….. 52 ‘Man is the only creature who refuses to be what he is.’ Albert Camus Mensbeeld is de illusie omtrent de eigenschappen waardoor hij denkt boven het dierlijke uit te stijgen. Vaak bestudeert vanuit een ethische context die vervalt zodra hij onder grote stress komt te staan en de ware aard van het beestje bovenkomt. Mensen denken zich weleens treffend van het dierenrijk te onderscheiden door hun unieke communicatieve vaardigheden. De meeste geleedpotigen vinden immers voornamelijk aansluiting via chemische signalen, toch blijkt ook dat sommige wantsen door bepaalde trillingen aan planten door te geven informatie uitwisselen als een soort primitieve morsecode. Bijen maken een dansje om elkaar op een vers bloemenveldje te attenderen, doch de gezangen van walvissen zijn zo complex dat het volgens algoritmisch onderzoek met rasse schreden onze taalvaardigheid benadert. Het verschil zit hem dus eerder in niveau dan in de natuur. ‘We are constantly invited to be who we are.’ Henry David Thoreau Desalniettemin is het hebben van een mensbeeld voor de meesten van ons en mij incluis ongeveer net zo belangrijk als de koestering van het gedachtegoed van vrije wil. Dat klinkt wellicht hypocriet maar ik meen dat juist het spanningsveld tussen onze illusies en de werkelijkheid daaromtrent, hetgeen is wat onze soort zo ontzettend boeiend maakt, ook al lijkt mijn hond soms net als ik weleens kortstondig te denken dat hij een Godheid is. Koen Krul ….. 53

De mens is een dier met extreme hubris. Hij loochent zijn plek in de evolutie en plaatst zich verblind door zijn eigen ‘succes’ – als een god boven en buiten de natuur, die hij intussen op ongekende schaal plundert en ontwricht. Niet beseffend dat hij, door het vernietigen van de natuur, ook zichzelf uiteindelijk vernietigt. Hij meent dat hij verheven is boven zijn dierlijke soortgenoten door zijn vermogen tot taal en gebruik van gereedschap; ook door de rede en het geweten. Juist deze laatste twee eigenschappen, rede en geweten, zouden hem anders moeten doen handelen, maar gulzigheid en hoogmoed weerhouden hem om te handelen naar het inzicht dat wel degelijk aanwezig is. Hij geeft niet, hij neemt alleen maar. Het succes van de mens, maar juist ook zijn blindheid zijn terug te voeren op de overdominantie van de linker hersenhelft, zoals beschreven door Iain McGilchrist in zijn boek “The master and his emissary”. Deze Engelse psychiater – neurowetenschapper filosoof – linguist stelt (gebaseerd op uitgebreid wetenschappelijk onderzoek) dat beide hersenhelften fundamenteel verschillen in inzicht, prioriteit en kwaliteit, met daaruitvolgend een verschillende kijk op en behandeling van de wereld. Er bestaat een fundamentele asymmetrie tussen de hersenhelften. De rechter hersenhelft ziet de dingen als een geheel, in de context, integreert en verbindt. De linker analyseert, en redeneert, ziet delen, classificeert, ziet eerder de labels dan de context, en neigt tot volgen van de interne logica, ook als die strijdig is met de feiten (denk aan: Achilles en de schildpad). De rechter hemisfeer geeft prioriteit aan wat ‘is’, het bestaande, dat wat echt is, de gehelen; de linker aan het virtuele, de kunstmatige, de delen. De linker focust op details, maakt dingen expliciet, maar daarmee mechanisch, levenloos, want de blik op het geheel gaat verloren. De kracht is ook de zwakte. Kort samengevat komt het er op neer dat de linkerhersenhelft slechts over beperkte informatie beschikt, niet het geheel overziet, en daardoor onjuiste conclusies trekt over de aard van onszelf, de wereld, de natuur, en de samenhang daartussen. De linker helft is de emissary, de knecht/afgezant, de rechter de master. De master is verraden door de emissary, die denkt het wel alleen af te kunnen. De overdominantie van de linker hersenhelft heeft geleid tot een eenzijdige visie op de wereld, van waruit we de wereld hebben vormgegeven. Hierin overheersen getallen, feiten, techniek, abstracties. Macht, controle, de virtuele wereld en de wil overheersen. De waardering voor het hoe, het unieke, het echte, de ‘mythos’, het ontzag, de verwondering, voor de kwaliteit ipv kwantiteit, voor de kunsten is bijna geheel verloren gegaan. Het lichaam wordt bijna als machine gezien, de natuur als een te exploiteren bron van inkomsten. Het gevolg van die overdominantie leidt tot een verlies van contact met onszelf, met de wereld om ons heen en de samenhang, en is daarmee een bedreiging voor het voortbestaan van de wereld. De master moet weer aan het roer. Olga Heijtmajer, psychiater, Enschede

…… 54 ‘Het zelf is de bewuste synthese van noodzaak en mogelijkheid die zich tot zichzelf verhoudt, waarbij het de opgave is zichzelf te worden.’ Søren Kierkegaard, in: ‘De ziekte tot de dood’ Wat is een mens? Een samenraapsel van noodzakelijkheden: de groene ogen; het vrouwelijk geslacht; de onontkoombare voorliefde voor Bach; het onvermogen om allerlei toonladders aan te leren, om zich daar met lange adem voor te motiveren en mogelijkheden: want het begeesterde lichaam blijkt erg voor schaatsen geschikt; niet alleen van koude winters maar ook van tropische zomers te houden; talent te hebben voor spreken in het openbaar. En wie weet wat allemaal nog meer. Eindeloos blijkt de fantasie, ze springt van hier naar daar. Het leven springt er achteraan. De mens wordt zichzelf bewust en verhoudt zich tot wie zij is: zij heeft een hekel aan haar groene ogen, maar omarmt Bach en schaatsen op dichtgevroren sloten; zij reflecteert op wat haar fantasie haar voorschotelt en kiest sommige sprongen zorgvuldig uit. De mens heeft visies op de mens, zegt: ‘De mens is het noch nicht festgestellte Tier. De mens kan worden wie zij wil.’ Zegt: ‘De mens is een toevallige samenloop van genetische en neurologische omstandigheden waarop zij geen invloed kan uitoefenen.’ De mens kijkt in de spiegel die de visie voorhoudt, voelt vervreemding of herkent haar gezicht. Zij is het eens, oneens. Zij reageert. Zij schrijft een verhalend gedicht. Annemarie van Stee

……. 55 Wat is een mens? Het orakel van Delphi zegt: ’Mens, ken uzelf’, als instructie aan de mens om te leren verder te evolueren en te groeien in wijsheid, om daarmee allereerst zichzelf en vervolgens zijn medemens naar een hoger ( lees: vrediger, meedogender, liefdevoller ) niveau te brengen.

Om zichzelf te kennen kan de mens zelfbewust en gebruik makend van zijn ontwikkelde (ontwikkelende) denkvermogen, zichzelf observeren en analyseren en met deze verkregen kennis conclusies trekken, beslissingen nemen en acties ondernemen. De mens is zich echter niet alleen bewust van zichzelf maar ook van zijn omgeving en de invloedsfeer van zijn handelingen bestrijkt de gehele planeet en zelfs de ruimte daarbuiten. Het overwegend egocentrische karakter van de mens is niet veel verschillend van die van de dieren. Waar de mens zich wel mee onderscheidt is zijn eigenschap om een zelfbewuste, zelf beschouwende denker te zijn en op die wijze en vanuit vrije wil zijn eigen groei te realiseren en idealen te ontwikkelen. Hoe fragiel en prematuur deze idealen soms ook kunnen zijn, de mens kan hiermee daadwerkelijk bijdragen aan de totstandkoming van een betere wereld. Peter Kruithof, Schalkhaar

….. 56 Niet-mens Ik heb een diep zwakzinnige, autistische dochter. Ik ben haar moeder, dat wil zeggen, ik ben haar biologische moeder, ik heb haar gebaard. Maar haar mens-moeder ben ik nooit geworden. Zij heeft mij nooit als moeder aangeroepen, zij is nooit ‘naar mij toegekomen’, zij heeft mij nooit mamma genoemd. Ze zegt mah-mah-mah, dat wel, maar dat zegt ze tegen alles en iedereen. Ze zegt geen mamma. Haar mah-mah is eerder een ontkenning van het moederschap dan een bevestiging. Door mijn dochter werd ik geconfronteerd met de vraag: wat is menselijk leven, wat is een mens? Volgens de een is er sprake van menselijk leven vlak na de conceptie, volgens de ander pas na 12, 16 of 20 weken zwangerschap. Volgens weer anderen pas als het kind buiten de baarmoeder levensvatbaar is. Eén ding is duidelijk, het wezen dat door mensen wordt voortgebracht, dat genetisch menselijk materiaal bevat, noemen we ‘menselijk leven’, ongeacht hoe dat leven er uitziet, ongeacht de lichamelijke of geestelijke (on)vermogens. Maar is het genetisch materiaal dan het enige dat een mens tot mens maakt, dat mensen van dieren onderscheidt? Of is er meer? De overeenkomsten zijn duidelijk, mens en dier hebben beide behoefte aan eten, drinken en slapen, ze hebben – ter instandhouding van de soort – beide behoefte aan seks, zij hebben beide behoefte aan beschutting en veiligheid, ze hebben beide een lichamelijke dimensie. Voor mijn dochter houden hier de onderste twee lagen van de piramide van Maslow op. Uit niets kan ik opmaken dat ze behoefte heeft aan sociaal contact, aan gezelligheid of vriendschap, aan erkenning of waardering laat staan aan zelfontplooiing. Wat een mens tot mens maakt is, zijn geestelijke surplus, zijn vermogen tot symboliseren en abstraheren, zijn vermogen zich in taal uit te drukken en met anderen te communiceren, zijn vermogen om instinctmatige behoeften uit te stellen en niet onmiddellijk naar bevrediging te zoeken. De mens is bovendien een moreel wezen, hij kan kiezen tussen goed en kwaad.

Heel concreet: een mens kan praten (desnoods in gebarentaal), en kan leren luisteren, een mens kan nadenken over zijn doen en laten, een mens kan lachen en een mens kan huilen. Dit alles kan mijn dochter niet. Ze stoot klanken uit, dat wel, maar ze hebben geen betekenis. Ze kan horen, ze is niet doof, en soms interpreteren we het als luisteren. Maar zoals de hond van Pavlov reageerde op het geluid van de etensbak, zo is ook zij geconditioneerd op bepaald geluiden. Als de tafel wordt gedekt, gaat ze zitten. Maar luisteren… nee, ik kan haar niets uitleggen. We interpreteren haar signalen zoals het ons uitkomt. Of dat klopt, blijft een gok. We doen het omdat we dat zelf zo graag willen. Omdat het onverteerbaar is dat er met haar niet te communiceren valt. Voor mijn dochter is de wereld als een ongeordende chaos. Soms lacht ze, als er niets te lachen valt. Toen ze ooit haar handen brandde aan een gloeiend hete pan, begon ze te lachen. Ik dacht dat het dus wel meeviel, totdat ik de blaren op haar vingers zag. Ze kan plotseling in woede uitbarsten, althans zo lijkt het. Dan is niets in haar omgeving meer veilig, ook mensen niet. De reden voor haar boosheid is niet te vinden. Ze kan ineens schrikken, althans zo lijkt het, van een stofje in een zonnestraal. Maar ik kan haar niet uitleggen dat ze daarvoor niet bang hoeft te zijn. Bij haar loopt alles door elkaar. Het is zoals ‘In den beginne…’ – de chaos van vóórdat de Schepper daarin ordening aanbracht: tohoe-wabohoe. Mijn zwakzinnige dochter is geen moreel wezen – je kunt haar niet leren wat mag en wat niet mag, hoe het hoort of hoe het niet hoort. Ze kent geen gêne. Als ze de kans krijgt, masturbeert ze waar anderen bij zijn. Ze eist onmiddellijke behoeftebevrediging. Als ze geen honger meer heeft, moet je snel ingrijpen anders smijt ze haar bord op de grond. Wij moeten haar een menselijk wezen noemen, omdat zij uit mensen is geboren. Maar is zij ook een mens? Jarenlang ben ik op zoek geweest naar het menselijke in haar, maar ik heb het niet kunnen vinden. Zij is een menselijk wezen, meer niet. Is zij dan een onmens? Nee, zo zou ik haar niet willen noemen. Zij is een niet-mens, zij is de ontkenning van het mens zijn. Het was pijnlijk om dit te moeten erkennen. Maar de waarheid onder ogen zien, was uiteindelijk te verkiezen boven de pijn van jaren en jaren, en tegen beter weten in, op zoek te moeten blijven naar iets wat er niet was: de mens in dit door mensen voortgebrachte leven. Mariet van Zanten-van Hattum

….. 57 Het westerse mensbeeld is verschraald tot zijn materiële componenten. God is dood, Hij bestaat helemaal niet, zeggen ze. De vrije wil is sinds kort ook al – bewezen – een fictie . Zou de mens nog wél bestaan? Of zijn er alleen maar dieren [ beesten ] ? De mens als het dier met verstand, maar ook het meest wrede beest.

Zo bewijzen Auschwitz , Hirochima , Cambodia , Srebrenica , etc. etc. Geen mens om trots op te zijn en om van te houden. Wij zijn onze spirituele dimensie kwijtgeraakt ! Als we onszelf als dieren zien, zullen we ook elkaar als dieren behandelen. Hoe komen we aan een mensbeeld dat ons weer waardigheid geeft ? In zijn boek ‘Ich und Du’ [ Ik en Jij] stelt Martin Buber dat de mens twee kanten heeft. De ene kant is ‘Ik-Het’, de andere is ‘Ik-Jij ‘. Bij Ik-Het horen woorden als: objectiviteit, wetenschap, wetten en regels, statistiek. Bij Ik-Jij horen woorden als : ontmoeting, relatie, verhalen. Bij Ik-Jij heeft de mens een gezicht bij Ik-Het niet. Ons huidige westerse mensbeeld is scheefgetrokken in de richting van Ik- Het. Wij hebben onze Ik-Jij kant verwaarloosd. De wereld van ons werk wordt totaal beheerst door Ik-Het. Ik-Jij is teruggedrongen tot ons privé leven. Onze taak voor de toekomst is: dit recht te trekken. De mensen – in de organisaties die we bouwen – weer een gezicht geven. Mens zijn / worden is op de eerste plaats medemens zijn / worden. Paul Hoeke, Nijmegen …… 58 Een mens ontstaat uit vlees en bloed. Een mens krijgt hersenen, waarvan de eerste structuren waaruit die zich ontwikkelen, al ontstaan in de derde week van de zwangerschap. De verdere ontwikkeling van de hersenen groeit gestaag door in de foetale ontwikkelingsfase en is grotendeels voltooit bij de geboorte. De hersenen ontwikkelen zich daarna heel snel, door de groei van het kind. Vanaf de geboorte is de mens/het kind een sterk competent wezen, met grote nieuwsgierigheid. Alles wat het kind leert is een bouwsteen van zijn/haar persoonlijkheid. Het kind leert door contact en communicatie met de omgeving. Het kind ontwikkelt zichzelf. Het karakter wordt gevormd. Een kind/de mens wil serieus genomen worden, vertrouwen krijgen, begrepen worden en worden gehoord en wil geliefd worden. Het is een mens van vlees en bloed.

Gedicht: ‘110 talen van het kind’ door Loris Malaguzzi. Het kind Bestaat uit honderd Het kind heeft Honderd talen honderd handen honderd gedachten

honderd manieren van denken van spelen, van spreken Honderd, altijd weer honderd Manieren van luisteren Verwonderen en liefhebben Honderd vreugden Om te zingen En te begrijpen Honderd werelden Om te ontdekken Honderd werelden Om te verzinnen Honderd werelden Om te dromen Het kind heeft honderd talen en nog honderd honderd honderd meer. Maar ze pakken er negenennegentig af. De school en de samenleving Scheiden het hoofd van het lichaam Zij zeggen tegen het kind: Dat hij zonder handen moet denken Zonder hoofd moet handelen Moet begrijpen zonder vreugde Alleen met Pasen en met Kerst Mag liefhebben en verwonderen Ze zeggen tegen het kind: Ik geef je al de ontdekte wereld en van de honderd pakken ze er negen en negentig af. Ze zeggen tegen het kind: Dat werk en spel Realiteit en fantasie Wetenschap en verbeelding Hemel en aarde Verstand en droom Dingen zijn Die niet bij elkaar horen En dus vertellen ze het kind: Dat de honderd er niet is. Het kind zegt: ZEKER DIE IS ER WEL !! Berny Grobben-Selier, pedagogisch medewerker

…..

59 Wat is een mens ander dan een: atypische avatar, een authentieke azijnpisser, een barmhartig beest, een creatief creatuur, een denkend dier, een elitaire eenling, een filosofisch figuur, een gereedschapgebruikende geest, een hetzenajagende homo sapiens, een inteeltschuwend individu, een jaloerse jager, een kunstminnend kreng, een lezende liefhebber, een musicerende minkukel, een mindfullnessende meercellige, een nihilistische niet- gevederde , een nukkige nerd, een onverdraagzame onverlaat, een paniekerige pappenheimer, een qat etende queesteganger, een reflecterende rondtrekker, een rechtoplopende roofzuchtige, een schrijvende sterveling, een solidair schepsel, een twitterende tweevoeter, een uitgeslapen unicum, een vuurmakende vergiffenis-smeker, een waarheidszoekend wezen, een xenofobe xtc-slikker of een zuchtend ziel? Met vriendelijke groet, Yvette van Grol …. 60 Variatie op Maslow’s piramide. Een hiërarchie van Menselijke tijdsbesteding. Eerst moet de Mens zich bezighouden met essentiële dingen. Daarna komt hij toe aan de nuttige dingen. Vervolgens bereikt de Mens de top van de tijdsbestedings-piramide. Wat hij doet als hij daar eindelijk is blijkt echter dramatisch te verschillen.

Onnodige dingen. Zoals:

Muziekinstrumenten maken. Heel goed muziekinstrumenten leren bespelen. Concert schrijven voor muziekinstrumenten. Naar muziekconcert luisteren. Televisie uitvinden. Dan televisie kijken. Naar de maan vliegen. Eindeloze variaties maken op dezelfde kledingstukken. Boeken schrijven. Schilderen. Eindeloze variaties maken met dezelfde ingrediënten. Voetballen. Kijken naar anderen die voetballen. Eindeloos praten over anderen die voetbalden. God verwerpen. Proberen om te gaan met hernieuwde paniek als gevolg verwerpen God.

Nuttige dingen. Zoals: Goden bedenken om algeheel gevoel van paniek te onderdrukken. Goden voorzien van pakket strafmaatregelen om wenselijk gedrag te stimuleren. Planten en beesten kweken in plaats van alsmaar zoeken. Huizen bouwen want grotten beperkt beschikbaar. Kleding maken. Vervoersmiddelen bedenken zodat je niet de hele tijd hoeft te lopen. Varianten van samenlevingen uitproberen en weer verwerpen.

Essentiële dingen. Zoals: Iets te eten vinden en iets te drinken. Bescherming zoeken tegen kou, regen en al wat erop uit is je dood te maken. Voortplanten. Slapen. Jasper Mittelmeijer, Amsterdam

….. 61 Paleontoloog Teilhard de Chardin beschrijft in “Het verschijnsel mens” de sprongsgewijze overgangen vanuit materie naar veelvormig steeds complexer leven, en hierbinnen weer naar toenemend (zelf)bewustzijn. Leven ‘weet’ elk op eigen wijze, gegeven de eigen mogelijkheden tevens beperkingen, te (over)leven. Mits extern gebeuren of eigen aanpassingsfouten er niet een eind aan maken. De menselijke soort is onderdeel hiervan, weet dit inmiddels en stelt in verwondering zijn vragen. Tot nu toe heeft de mens het aardig gered, toegerust met overgeërfde aanpassingsstrategieën en aangeleerde kennis en gedragingen. Mondig geworden staat hij er wel alleen voor, zonder de vroegere bovenaardse zekerheden, hulp en troost. Hij weet na Kant van de principiële beperktheid van menselijk weten, hoezeer dit in versneld tempo toeneemt en hem nieuwe (voort)bestaansmogelijkheden biedt. Hij beseft, voor even een bescheiden plaats te mogen innemen toevallig ergens in een bovenmaatse kosmos. De duizelingwekkende gedachte hieraan kan hij ontvluchten door druk doende te pogen er het beste van te maken, zelf de zin ervan bedenkend. Hij blijft ongewis van enige richtinggevende Bedoeling. Wel kan hij kiezen dan maar ongevraagd mee te werken aan

groei van humaniteit. Of er meer en anders dan dit toevallige wonderlijke alles is? Vooralsnog rest hem hier een agnostisch vraagteken. R.H. Hoogervorst, Reeuwijk …. 62 Het 'ondanks alles-vermogen' Een mens is een zich op twee voeten voortbewegende primaat die zijn eigen belang en dat van zijn nakomelingen voor alles laat gaan. Om overeind te blijven is hij afhankelijk van de groep en slechts vanuit dat besef zal hij zich voor de mensen in zijn omgeving inzetten. Bij een roetzwart mensbeeld van zelfbehoud valt een kanttekening te maken: mijn gedachten gaan naar een vrouw die in de ellende van Westerbork getroost werd door een paardenbloem die bloeide achter haar barak. Het ondanks alles-vermogen van de mens maakt hem taai en biedt hem de mogelijkheden te genieten van het leven. Een andere, ijzersterke gave van de mens is het koesteren van hoop. 'Ik wilde alleen maar dit zeggen: de ellende is werkelijk groot en toch loop ik dikwijls, later op de avond, als de dag achter je in een diepte weggezonken is, met een veerkrachtige pas langs het prikkeldraad en dan stijgt er altijd weer uit m'n hart naar boven - ik kan er niets aan doen, het is nu eenmaal zo, het is van een elementaire kracht -: dit leven is iets prachtigs en iets groots, we moeten nog een hele nieuwe wereld opbouwen later…' Het verstoorde leven. Dagboek van Etty Hillesum, 19411943. Nelleke Viëtor

…. 63 ‘Er is een natuur die draagt, maar er is ook een natuur die dreigt’, zegt Theo de Boer in De God van de filosofen en de God van Pascal (1989). Deze ambivalentie hebben wij mensen van de natuur geërfd. Wij hebben constructieve en destructieve trekken. Als individu hebben we een begrensde tijd om daarmee in het reine te komen. De natuur geeft ons levenskansen en het is wijs deze in dank te aanvaarden. Tegelijk biedt de natuur geen garantie dat we onze bestemming bereiken. Maar ontkenning van onze natuurlijke wortels biedt wel de zekerheid dat we die bestemming missen. Als denkende wezens zijn we gedeeltelijk losgekomen van de natuur. Terugkeer naar de onwetendheid is uitgesloten. Tegen de wereld die we van ons voorgeslacht erven, kunnen we geen ‘nee dank u’ zeggen. Wel kunnen we de wereld meer nalaten dan enkel onze genen. Uit de dierenwereld hebben we de ontmoeting als cruciale gebeurtenis geërfd. Die kan, met de woorden van De Boer, een dreigend of een dragend karakter hebben. Dreigend, als zij uitloopt op strijd om de macht. Dragend, als mensen in elkaar ervaren dat er behalve competitie ook genade in de wereld is. Genade is de constructieve kracht bij uitstek.

Eddy Weeda, Zwolle …… 64 Wat is de mens? Doe niet zo moeilijk, dat is toch simpel. De mens is een wezen dat loopt op twee benen, behalve als baby of in de auto. Hoewel er ook fietsen zijn. De mens, jonge en oude mensen uitgezonderd, heeft haar op zijn (of haar) hoofd. Sommige mensen scheren hun hoofd kaal, dan is er ook eigenlijk geen haar maar dat kan terug groeien. Ze (wie? - de mensen) zeggen dat de mens van Mars ofwel van Venus komt maar hij (of zij) is toch altijd geboren op aarde. En ter voortbestaan van de soort is er liefde en seks tussen man en vrouw. Hoewel er ook homo’s bestaan die seks hebben en hetero’s die dat niet hebben. De mens heeft een hart die altijd klopt, maar maar klopt voor weinig. Zij (of hij) heeft een denkvermogen, in tegenstelling tot dieren, die hij (of was het zij) ten goede of ten kwade kan gebruiken, maar vaak genoeg gewoon niet gebruikt. De mens is één soort en ook verdeeld. Er is geen soort mens waarbij het mensbeeld gevormd is door denkers eerder dan mensen en door ideeën eerder dan gebeurtenissen. Of wel? De mens kan gaan en staan waar zij (en hij) wilt, maar blijft toch thuis, soms. Hij (en zij) is vrij en wordt toch altijd geleefd in het leven van alledag. Hij is zichzelf, maar zoals alle anderen. Hij heeft macht over zijn eigen leven maar kiest vaak het machteloos opgaan in anderen. De mens is in essentie, niks dan existentie. De mens, dat is iemand ‘die zijn heelheid nooit heeft bereikti’. Één die altijd de belofte in zich draagt van verandering.

Shirley van der Maarel
1

Quote uit Heidegger, Zijn en Tijd, p.302

…. 65 Ruim honderdzestig jaar geleden formuleerde Charles Darwin de evolutietheorie, waarvan je de essentie als volgt kan samenvatten: ons leven komt niet van God, maar uit het leven zelf. Het heeft geen hoger doel, het is meedogenloos en alleen de best-aangepasten overleven. En

dat geldt voor mensen precies zo als voor dieren, planten en andere levensvormen. Darwin zelf realiseerde zich de gruwelijke waarheid van zijn inzichten, waarvoor hij Victoriaans Engeland en vooral zijn geliefde vrouw wilde behoeden. Hij borg daarom zijn geschriften veilig op. Pas tien jaar later, op aandringen van vrienden en onder druk van een dreigende publicatie van collega Wallace, publiceerde hij zijn theorie alsnog. Darwin schokte de wereld. En het schokt nog altijd na. Dat is begrijpelijk. Want als hèt leven geen zin heeft, wat is dan de zin van òns leven? Als de evolutie ons heeft geprogrammeerd eerst aan onszelf te denken, hoe kunnen we dan met anderen samenleven? Als de evolutie het recht van de sterkste lijkt te legitimeren, hoe gaan we dan met zwakkeren om? Als mensen dieren zijn, wat is dan menselijkheid? Darwin en zijn moderne geestverwanten leveren steeds meer en overtuigender bewijs van het ontbreken van een fundamenteel verschil tussen mens en dier. Maar misschien is dat er toch: namelijk het vermogen in te zien hoe de evolutie werkt. Dat kan alleen de mens. Waarmee de mens het enige dier is dat zichzelf de opdracht kan geven zich tegen de meedogenloze krachten van de evolutie te verzetten en te blijven proberen om het leven ook voor de ‘minder goed aangepasten’ de moeite waard te laten zijn. Kees Frenay, Groningen …. 66 Elke vorm van orde is beter dan chaos (Claude Levi Strauss, 1908 2009, cultureel antropoloog, Frankrijk) Een mens is een ordenend wezen. Iedere mens wordt geboren tussen medemensen. Die leren hem namen te geven aan mensen dieren en dingen, waaronder ideeën. Het kind ontdekt ook het onderscheid tussen verwanten, buren, vrienden en anderen. En ook dat elk onderscheid een andersoortige relatie inhoudt en voorzien dient te worden van waarden: liefde, vriendschap, afkeer en nog zo wat. Soms ervaart hij dat het allemaal niet zo vanzelfsprekend is. Immers medemensen elders houden er andere indelingen op na. De opgroeiende mens kijkt ooit in de spiegel en vraagt: ga ik ook dood? Dat heet wording van zelfbewustzijn of kennis van goed en kwaad. Sommigen noemen de sprong door de spiegel zondeval, anderen pech. In ieder geval zit vanaf dat moment de klad erin. Volmaaktheid blijkt een sprookje en eindigheid de essentie van leven.

Wat is dan de zin ervan? Sartre: Het leven heeft geen andere zin dan die welke je er zelf aan geeft. Is dan iedere vorm van zingeving ook beter dan chaos? Ja, anders heb je geen leven, maar overleg wel even met je medemensen voor overlap van elkaars waarden. A J Andringa, Gasselte …. 67 Uit: Werkingen van het karma, Rudolf Steiner (Zeist 2004, pag. 31) “.... als we het menselijk leven van een hoger gezichtspunt uit beschouwen kunnen we zien dat er in een mensenleven spelingen van het lot optreden die niet gevolg blijken te zijn van oorzaken in dit ene leven, maar die vanuit een ander bewustzijn veroorzaakt zijn, vanuit een bewustzijn namelijk dat aan gene zijde van de geboorte ligt ....” Rudolf Steiner, 17 mei 1910 Ik put inspiratie uit de visie van de natuurkundige dr. Rudolf Steiner1 (1861 – 1925). Hij maakt inzichtelijk dat een mens niet alleen in onze driedimensionale en fysieke wereld leeft, maar tegelijk ook in een andere kosmische orde, door hem geestelijke wereld genoemd. Deze geestelijke wereld valt mijns inziens samen met de theoretisch natuurkundige visie op de parallelle universa of het multiversum van de Amerikaanse snaarfysicus Brian Greene. In Steiners kosmologie ontstaat de huidige kosmos vanuit krachtwerkingen uit deze geestelijke wereld. Steiner heeft dit beschreven in terminologie uit de vigerende filosofische stromingen zoals het Duits Idealisme en de Theosofie en daarbij heeft hij geworsteld met eigen taalgebruik. Steiner maakt de ontwikkeling van het bewustzijn, de innerlijke scholing, tot centraal thema om de geestelijke wereld te kunnen waarnemen. Wij blijven, met onze fysiek en driedimensionaal gebakken brein, vasthouden aan feitelijk aantoonbare voorwaarden waaronder resultaten fysiek zichtbaar moeten worden. Steiner geeft uitvoerige gezichtspunten over hoe ons bewustzijn door bijvoorbeeld meditatie en zelfinzicht boven deze driedimensionale realiteitslaag kan uitstijgen en impulsen kan ontvangen die werkzaam zijn als imaginaties, inspiratie en intuïtie. Vanaf de allereerste bewustzijnsontwikkeling heeft de mensheid dit beschreven in beelden die bij dát bewustzijn pasten. Steiner heeft dit in taal gegoten die paste bij onze westerse cultuur. Bernard Heldt, Zeist ….
1 Secretaris van de Theosofische Vereniging in Duitsland. Grondlegger van de antroposofie in 1912.

68 Wat is een mens? Lezers van NRC Handelsblad, wilt u vaststellen wat een mens is, wees snel, want hoe lang zal het voorwerp van onderzoek nog bestaan? Aanleiding voor deze vraag is het unieke menselijke vermogen in te grijpen in alles wat bestaat, zijn eigen lijf en ziel niet uitgezonderd, daarbij geleid door het streven naar onkwetsbaarheid, onsterfelijkheid en kostenbesparing. De vraag is of hij daarmee uiteindelijk zijn menselijke aard zal opheffen. Mechanisering: de bionische mens. Digitalisering: het electronische brein. Straks gebeurt het – en weten we dan wat menselijk is en niet te mechaniseren en digitaliseren? Ziet u ook dat het mysterieuze zesde zintuig het vermogen tot verwerken van digitale informatie is? Weten wat anderen denken, waar ze zijn, contact met overledenen – het hoort allemaal bij digitale communicatie. Niet geheimzinnig & wetenschappelijk verifieerbaar. Eenmaal beland in digitale bestaansvorm kunnen we met dat zintuig volstaan. En alles wat we nu ruiken/proeven/horen/zien/ voelen, kunnen we missen. Zullen we niet missen en dus laten gaan. Het ruimte-reizende systeem/ voorheen: de mensheid. Onsterfelijkheid in ruil voor onze menselijkheid? Of trekt hij dan echt de stekker eruit – de hand van God, of toch dat Marsmannetje. Nog even peinzend: zie, de mens.com. Nol Kraan, Woubrugge

….. 69 De mens is een dier verdwaald in een jungle van ideeën. Denken is het vermogen tot conceptualiseren van onze omgeving en van onszelf. Een woord is evengoed een concept als een ruimteschip of het godsbegrip. De mens is altijd in de weer geweest met het ontwikkelen en vernieuwen van concepten. Aanvankelijk ging het om pragmatische ‘technische’ concepten om te overleven; denk aan jachttechnieken en aan communicatie, aan muziek en taal. En vervolgens, vermoedelijk al heel snel als - poging tot wereldverklaring . Denken is ook belangrijk voor onze identiteit als mens en voor zingeving. Wij nemen daarom ons denken en onze ideeën erg serieus, terwijl we daarbij onvoldoende stilstaan bij de valkuilen; een concept is niet de werkelijkheid zelf maar slechts een afbeelding van een beperkt stuk van de werkelijkheid. Concepten hebben daardoor een beperkte geldigheid en houdbaarheid. Men name waar het gaat over ‘filosofische’ concepten leidt een zekere overschatting van het denken tot tragische misverstanden en erger. Mensen zijn dieren die bereid zijn te sterven en te doden voor ideeën. Er bestaat echter ook denken dat juist denken minder serieus neemt. Zo wijst Lao Tzu erop dat de Tao die wordt genoemd of beschreven niet de echte Tao is. En in Zen, waarvan Taoisme één van de wortels is, is men van mening dat taal werkelijk inzicht in de weg staat.

De werkelijkheid, de natuur is volgens deze spirituele filosofieën in conceptuele zin fundamenteel onkenbaar. Als baron von Munchhausen proberen we ons aan onze conceptuele haren uit ons existentiële moeras te trekken. In filosofische zin is de mens dus een dier dat gedoemd is te dwalen in een jungle van ideeën. Al dwalend creëren we schoonheid en vernietiging. R.S. de Waard

…. 70 Mijn idee over de mens en het daarmee samenhangende mensbeeld is onder meer tot stand gekomen door kennis te nemen van wat hierover geschreven is door N.D. Walsch. De vraag ´Wat is een mens´ schept afstand. De vraag van Primo Levi in zijn boek “ Is dit een mens ? “ vestigt de aandacht op wie de mens kan zijn. Wie wij zijn is een persoonlijke keuze: een keuze uit vrije wil: wie we zijn, wie we willen zijn en hoe we ons zelf willen ervaren. We kunnen op elk moment van ons leven een andere keuze maken: de manier waarop we de dingen bekijken bepalen we immers zelf, dat is onze verantwoordelijkheid. Daarmee worden wij ook de oorzaak van onze ervaring en niet het resultaat. Dat de mens deze keuze heeft is een direct gevolg van wie we werkelijk zijn. Wie we zijn volgt uit onze houding ten opzichte van wat is, wie we werkelijk zijn moeten we ons kunnen herinneren. Wij blijken dan deel te zijn van een groter Geheel, van een andere vorm van Leven. Er is dan ook sprake van een bijzonder relatie met dat grotere Geheel , met die andere vorm van Leven of met een Opperwezen. Het bijzondere van de relatie is dat er geen verplichtingen aan verbonden zijn, deze ultieme vrijheid vloeit voort uit wie we werkelijk zijn. Ons leven is bedoeld om de enige vraag die er toe doet om te beantwoorden te stellen en te proberen het antwoord te vinden : wie zijn we werkelijk ? Als we ons er van bewust worden wie we werkelijk zijn, kunnen we met anderen omgaan zoals zij werkelijk zijn. Het resultaat kan niet anders dan bijzonder zijn. j.w.bosschaart

….. 71 Hemelwoestijn De mens is de mens een wolf, stelde Hobbes. Conflict is een noodzakelijk gevolg van onze egoïstische driften. Zelfs als we ons aan regels houden gebeurt dat uit eigenbelang. Samenwerking, contract, is conflict, voortgezet met andere middelen.

Er is strijd bij ál wat leeft, voegde Darwin hieraan toe. Zelfs de mens ontkomt daar niet aan, al beschouwen we onszelf als redelijke, moreel handelende wezens. Ons altruïsme is niet beter of slechter dan de kaken van een krokodil. Het is een blind, toevallig geselecteerd aspect van onze geëvolueerde aard: samen sta je sterker. Meedogenloos vreten de levenswetenschappen zo onze diepste overtuigingen en hoogste waarden aan. De traditionele metafysica ziet harmonie in de natuur en verwondering in de mens; ik zie woeker en verbijstering. Minieme radertjes zijn wij in de alles doordringende kosmische mechanica van kosten en baten, verloren in de tijd. Wij mensen! Een van de miljard soorten die tot nu toe leefden op een van de honderd miljard planeten van dit sterrenstelsel, dat er maar een is van een paar honderd miljard andere, in een uithoek van een heelal dat er mogelijk maar een is van oneindig vele - een onmetelijke, hobbesiaanse hemelwoestijn. R. Corbey, Leiden

….. 72 Wat goed om te zien dat het mensbeeld weer als vraag opkomt. Zelf ben ik PhD onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, in een project genaamd "what can the humanities contribute to our practical self-understanding?", een groot project onder leiding van prof. dr. Marcus Duewell, waarin praktisch zelfbegrip centraal staat. Mijn project gaat specifiek over de filosofische antropologie, de filosofische discipline die zich vanaf ongeveer 1920 met de vraag 'wat is de mens' bezig houdt. Mensbeelden is als het ware mijn dagelijks werk. Ik kon dus niet anders dan ook een bijdrage inzenden, met het mensbeeld van mijn persoonlijke favoriet uit deze discipline: Helmuth Plessner. Dit is een belangrijk tegenwicht tegen een mensbeeld als dat van Kenneth Burke en veel andere analytische filosofen, omdat het een centrale rol toeschrijft aan lichamelijkheid. Misschien dat ik met deze kritische opmerking mijn kans op publicatie al verkeken heb, maar ik hoop dat Plessner weer eens gelezen wordt. Hieronder mijn inzending: De mens is een levend wezen dat van zijn leven weet. Hij is deel van de organische wereld en toch wezenlijk anders dan plant en dier. dat komt omdat hij anders in het leven staat: hij staat er excentrisch in. Hij is uit zijn centrum geplaatst. Dat klinkt zweverig, maar is het niet. Het gaat hier om een lichamelijke structuur: alles in de wereld heeft een plaats, alleen levende zaken hebben een positie, alleen dieren nemen een positie in en alleen mensen zien zichzelf ook nog geplaatst in hun omgeving. De mens kan daarom naar zichzelf kijken en 'ik' zeggen. Daarmee is hij een persoon. Een persoon leeft in een wereld met andere personen, met wie hij communiceert door taal, symbolen en techniek. Personen hebben elkaar nodig om personen te zijn, dat is een morele opgave. Persoon zijn maakt ons nog kwetsbaarder dan dieren, omdat wij ook in ons persoon zijn geraakt kunnen worden: als we bijvoorbeeld gereduceerd worden tot onze huidskleur, leeftijd of sekse. Dit is, heel summier samengevat, de opvatting over de mens van bioloog, socioloog en filosofisch antropoloog Helmuth Plessner (1892-1985).

Met vriendelijke groet, Kirsten Pols, PhD researcher, Utrecht

…. 73 Ik ervaar iets wonderbaarlijks en dat is beïnvloeding. Beïnvloeding die leidt tot vasthouden of afstoten. Een politieke partij die mij vasthoudt of afstoot. Een man die mij aantrekt of afstoot. Een baarmoeder die een embryo aanlokt of afstoot. Een ster die planeten vasthoudt en op den duur verslindt, een slinger die een steen laat wegschieten. Magneetpolen, die afstoten of aantrekken. Elektronen vastgehouden of losgelaten. Tot hoever mijn mensenbrein kan verbeelden, tot op picoschaal en daarbeneden en tot de schaal van ontelbare lichtjaren zie ik een krachtenspel van beïnvloeding. Wat ben ik daarin als mens? Ik besta in dit krachtenveld en dankzij dit krachtenveld, en wel op alle niveau’s van fysiek tot relationeel. In het beeld van mij zelf bestaat tussen deze twee niveaus geen wezenlijk verschil. Ik ervaar in mijn leven discipline. Ik zie ook dat discipline tot stand komt door beïnvloeden in alle omstandigheden. Discipline ontstaat in een proces van afstoten en aantrekken. En wat het wordt of is, aantrekken of afstoten, is een kans, het Toeval, anderen noemen dit God. Kijk ik naar mij zelf dan zie ik een entiteit waarbinnen een indrukwekkend krachtenspel van afstoten en vasthouden plaatsvindt. Niet willekeurig maar zeer streng, tot het absurde toe gedisciplineerd. Functioneert de discipline niet goed dan gaat het met het geheel verkeerd. Kanker is daar een helder voorbeeld van. Kijk ik naar de mensenmaatschappij hoe die functioneert dan zie ik dat daarvoor nodig is dat het functioneert als een entiteit met duidelijke onderlinge afspraken, waar een ieder ook aan gehouden wordt, anders vervalt zij tot struikroverij, anderen noemen dit Duivel. Ik zie, verder beschouwend, geen onderscheid tussen leven en niet leven. Sinds de jaren 50 van de vorige eeuw ontdekt de wetenschap dat materie zich spontaan kan ordenen tot bouwstenen nodig voor leven. Het is een zaak van afstoten en aantrekken. Hiervoor is een strikte discipline nodig in de omstandigheden, daarbij spelen zaken als temperatuur, atmosferische samenstelling, energie input en dergelijke. Ik verwacht dan ook dat er overal waar de juiste discipline aanwezig is in het spel van afstoten en aantrekken er een zodanig proces van aantrekken en afstoten plaats vindt dat er wat wij leven plachten te noemen zal zijn geordend. Ik noem hierbij heel bewust niet dat er ook de juiste materie aanwezig moet zijn, omdat mijn aanname is dat alle materie het gevolg is van aantrekken en afstoten. Materie is dan niet anders dan een verschijningsvorm aan ons mensen van dit krachtenspel van afstoten en aantrekken.

Zo doordenkend kom ik nog op een begrip horend bij discipline, de ordening. De ordening van moleculen in kristallen of fractalen ontroeren mij, maar ook ervaar ik sociale structuren als het gevolg van discipline en ordening in het spel van afstoten en aantrekken. Ook de spanning in het Europese bestel is mijns inziens in wezen een zaak van aantrekken en afstoten. Het krachtenveld van aantrekken en afstoten bepaalt hoe ver de discipline gaat en er ordening optreedt. Ons menselijk denken is altijd sterk gericht geweest op ordening. Onze visie op niet-leven en leven, nat en droog, schoon en vuil, blank en zwart, vies en lekker, mens en dier, zij en wij, goed en kwaad, god en duivel, rood en groen gaat er van uit dat er te onderscheiden valt. Ordening kan alleen maar als er iets te onderscheiden valt. Wij noemen ons mens om ons te onderscheiden. Maar waarvan onderscheiden wij ons? Een mens leeft en onderscheidt zich hiermee, maar waarvan dan? Onderscheiden wij ons van de dieren? Nee, het is algemeen aanvaard dat wij een zoogdiersoort zijn. Onderscheiden wij ons van de dieren met onze taal? Nee toch, de dolfijnen kunnen talig met ons communiceren en ook met ons gevoelens uitdelen. En niet alleen zij denk ik. Onderscheiden wij ons van planten? Ook planten kennen bijvoorbeeld noaberschap en broedzorg en planten geven elkaar zeer gedetailleerde kennis door. Ook onder planten zijn er pioniersoorten, zoals de mensensoort dat is. Ik zie is geen wezenlijk onderscheid. Onderscheiden wij ons van dode materie? Helder toch, of niet zo heel erg helder, of helemaal niet helder, het onderscheid tussen levende en dode ‘materie’? Ik denk aan de virussen die niet binnen onze definitie van leven vallen. Het overdenken van dit alles tovert geen mensbeeld voor mijn geestesoog. Ik voel mij als mens niet meer onderscheiden van, maar onderdeel tot in de kleinste vezels van mijn entiteit, van Beïnvloeding. Toch ben ik zo vrijmoedig om mijn ‘Niet- mensbeeld’ op te sturen en te ondertekenen met een naam en beeltenis, waarbij een ieder die mij kent zal weten dat ik besta en van mij een bepaald beeld zal hebben wat voor een soort mens ik ben. Ik schrijf dit, dus besta ik. Het resultaat van oneindige Beïnvloeding. Swanny den Hollander - Kamphuis

….. 74

Geschreven taal onderscheidt ons van het dier. Daarom ben ik een halve eeuw geleden een taal gaan studeren. Dieren hadden mijn ouders genoeg op onze boerderij. Goethe heeft het woord en de geest aldus beschreven in zijn West-Őstlicher Divan: ‘Sei das Wort die Braut genannt, Bräutigam der Geist; Diese Hochzeit hat gekannt, Wer Hafisen preist.’ [Hafis was een Perzisch dichter] Ook Nietzsche heeft mijn beeld van de wereld bepaald. In zijn essay ‘Over waarheid en leugen in buiten-morele zin’ zegt hij dat ergens in ons zonnestelsel ‘schrandere dieren het kennen uitvonden’. De mens vat dit kennen zo op ‘alsof het de spil is waar de wereld om draait’. Maar Nietzsche relativeert dit in zijn vergelijking met de mug. 'Als we met de mug zouden kunnen communiceren, zouden we te horen krijgen dat ook die met hetzelfde pathos door de lucht vliegt en zichzelf het vliegende centrum van deze wereld voelt’. Relativisme, reflectie en taal bepalen mijn beeld van de mens. Dat kan geen kwaad nu uiterlijk vertoon de maatstaf lijkt. Moeten wij er allemaal goed gevormd en gekleed uit zien? Ik wil zien hoe de mens in de 21e eeuw leeft. Of moet ik zeggen hoe hij die 'overleeft’? Nederland kent al jaren een ongeëvenaarde materiële welvaart. Vrijwel iedereen heeft een auto, sommigen zelfs twee. We zuipen ons vrijwillig in een coma en worden dan op kosten van de gemeenschap verzorgd. Misschien onderscheiden we ons niet alleen in deze solidariteit maar ook in deze vorm van vrijwilligheid wel van het dier. Maar net als het dier copuleren we gewoon in het openbaar. Moet kunnen… We blaffen elkaar af en roepen woorden waarvan de draagwijdte ons ontgaat. We schelden op de elite. Wie of wat dat ook mogen zijn. Jammer, dat we blèren als schapen en hebben afgeleerd wat taal voor ons als mens betekent. Tine Reijers-Ausma ….. 75 De mens is zichzelf een raadsel. We komen de mens vrijelijk tegen in stad en natuur, maar het beeld dat de mens van zichzelf heeft wordt toch eerder in boeken of schilderijen onthuld. Een man vroeg aan Picasso eens waarom hij de mensen niet schilderde zoals ze werkelijk waren. Picasso vroeg wat hij bedoelde. De man toonde een foto van zijn echtgenote. ‘Uw vrouw is wel erg klein en plat. Nietwaar?’, vond Picasso. De mens reflecteert op zichzelf en daaruit ontstaat een mensbeeld. Komt hij zichzelf tegen als soort onder andere soorten, als kroon van de schepping om over de aarde te waken of als een naar zijn voortbestaan strevend genenpakket? In al deze beelden spelen we impliciet ook de rol van waarnemer van die mens, de rol van bewustzijn. Elke voorstelling wordt door het bewustzijn begeleid en is als zodanig al specifiek menselijk. De vraag naar een mensbeeld lijkt in eerste instantie de vraag naar wat we tegenkomen in

de voorstelling als mens. We vergeten daarbij vaak dat we als het ware onszelf ‘in’ onszelf tegenkomen. Naïef beschouwt ontstaat nu het beeld van een op zichzelf reflecterende mens dat uitmondt in een oneindige reflecties, het zogenaamde Droste-effect (zie plaatje).

Een waar mensbeeld als voorstelling is als zodanig onmogelijk. Wij zijn onszelf meer raadsel dan we denken. Otto Patijn, Den Haag ….. 76 De grom van een wolf in levensnood is een diepe grom. Het is kracht. Vrij vertaald uit het boek ‘The Philosopher And The Wolf’ van Mark Rowlands. Vervolgens interpreteer ik erop los… Een dier accepteert zichzelf in de wereld om zich heen. Met of zonder voedsel, met of zonder gevaar. Er is acceptatie zonder te vluchten uit het gevecht dat het leven is. Zijn lijden is van hemzelf. De roep van de mens is een geïnterpreteerde roep, doordrenkt van verlangen en hoop naar een oplossing, naar een systeem of een of ander waarheidsbesef. De mens lijdt. Omdat de mens interpreteert. De mens ziet, hoort, voelt, ruikt en interpreteert zich suf. We accepteren niet dat de zon die op onze bol schijnt gewoon de zon is die op onze bol schijnt. We hebben drang tot meer. We voelen niet alleen de zonnestralen, maar onze waarnemingen zorgen voor de productie van ontelbare ingevingen en interpretaties. Zie hier ons geestelijk speelgoed. We kunnen ons eigen imago ermee veranderen en dat van anderen. Door nieuwe interpretaties toe te voegen of te vervangen. Het is de grondstof voor het maken van verhalen, systemen, wetenschap en kunst. Om er vervolgens tevergeefs in te vluchten op het moment dat er gevaar dreigt. We zijn transformers. Mesdita Sheji

….. 77 In de godsdienstles op de middelbare school leerde ik dat een baby een totaal egoïstisch wezen is. Alles is op hem of haar gericht. De rest van ons leven is bedoeld om van onszelf op anderen gericht te raken. Het zogenaamde altruïsme. Dit beeld wrikte bij mij altijd behoorlijk. Ik zie dat een baby zich ook totaal geeft. Hij is er gewoon en accepteert wat komt. Eén eigenschap is inherent: het verlangen om gelukkig te zijn. Is dit egoïstisch? Als dit aangeboren is? Van Prem Rawat, een internationaal bekend spreker (o.a. in het Europees Parlement, het Italiaans parlement, maar ook in diverse gevangenissen) heb ik geleerd dat niet alleen de behoefte, maar ook de mogelijkheid om gelukkig te zijn aanwezig is in ons. Dit betekent dus dat we als een totaalpakket ter wereld komen en het onze opdracht is deze tevredenheid weer terug te vinden. "Niet de wereld heeft vrede nodig , mensen hebben vrede nodig." Met echte tevredenheid in onszelf, komt naastenliefde mee. Greet Kusse-Okkerman, Voorburg

…. 78 Mijn mensbeeld heb ik gedeeltelijk gebaseerd op een citaat uit het boek ‘the Naked Ape’ van Desmond Morris.’) ‘We shall be able to twist any situation to our advantage; that we are so flexible that we can re-mould our way of life to fit any of the new demands made by our rapidly rising species-status; we shall manage to cope with the over-crowding, the stress, the loss of our privacy and independence of actions; that we shall control our aggressive and territorial feelings, our sexual impulses and our parental tendencies; that if we become battery chicken-apes, we can do it; that our intelligence can dominate all our basic biological urges.’ Mensen zijn vreemde en ingewikkelde Wezens. Het liefst wil de mens geen deel uitmaken van het dierenrijk en aldus weigeren wij dat deel van ons gedrag te erkennen dat niet menselijk is. Een dier kent geen beschaving waar de mens dit door evolutie heeft ontwikkeld. Zo kent de mens taal en voelt hij emoties. Voor de mens zou het onmogelijke niet bestaan, zelfs de natuur zouden wij kunnen bedwingen. Bestaat dit onmogelijke echter wel? Onderzoek heeft vastgesteld dat de mens, op genetisch gebied, voor 98.4 procent gelijk is aan de chimpansee. Over millennia heen heeft de mens zich, net als andere diersoorten, aangepast aan de omstandigheden waarin hij overleven moet. In de evolutie gaat niets verloren en deze aanpassingen stapelen zich op en maken elk individu tot wat deze geworden zijn. Eigenschappen die de mens aangenomen heeft krijgen zo in elke tijd een andere context. We zijn op zoek naar voedsel op de vlaktes van de Albert Heijn en we

vormen onze kudde op Facebook en Twitter. Door deze ontwikkelingen lijken nieuwe aanpassingen te ontstaan die het karakter van de mens zullen veranderen. In mijn mensbeeld zijn mensen niets anders dan ver ontwikkelde die in een ingewikkeld doolhof leven. Het zijn reuzen mieren die krioelen in hun nest zowel boven, als onder de grond. Leroy Sankes ….. 79 ‘A man’s got to do, what a man’s got to do.’ Dit citaat van de 20ste eeuwse denker Clint Eastwood laat zien wat ons mensen tot mens maakt; ons handelen. Door ons handelen, ons gedrag, geven we onszelf vorm als mens. Ten opzichte van anderen, ons gedrag bepaalt hoe anderen ons zien, maar ook ten opzichte van onszelf. Ik ben niet een mens dat handelt. Mijn handelingen vallen samen met mijn mens-zijn. Mijn handelingen maken mij tot het mens dat ik ben. Ik kan handelen vanuit mijn neigingen, maar ik volg dan niet het motto van Eastwood. Ik volg mijn driften. Ik doe niet wat ik zou moeten doen. Ik doe niet mijn plicht. Als ik doe wat ik moet doen, bepaal ik zelf wat ik doe. Alleen handelen vanuit de plicht leidt tot zelfbepaling. Johan Vos

…. 80 Het ‘leven van een mens zou alleen dan verspild zijn als hij een leven zou leiden waarbij hij zich, bedrogen door de vreugden van het leven of door de zorgen ervan, nooit eeuwig beslissend van zichzelf bewust zou worden als geest, als zelf, of – wat eigenlijk hetzelfde is – er nooit opmerkzaam op zou worden en in de diepste zin de indruk zou krijgen dat er een God bestaat en dat “hij”, hij Zelf, zijn Zelf voor die God bestaat’. Dit citaat van de filosoof Kierkegaard verwoordt voor mij de kern van mijn mens-zijn. Dit herken ik. Ik besta. Ik besta als geestelijk wezen. Daarvan ben ik me bewust. Ik kan nadenken over mijn mogelijkheden en beperkingen. Ik kan die aanvaarden, of niet. En God bestaat. Ook daarvan ben ik me bewust. Als ik bid, ervaar ik Hem. Door een gevoel dat geen materie mij ooit heeft gegeven. De kern van mijn mens-zijn is het bewustzijn dat ik besta voor God. Of zoals Kierkegaard het zegt: de mens is zich bewust van zichzelf. Hij wil zichzelf zijn En hij vindt zijn grond in de macht die hem stelde. Søren Kierkegaard, De ziekte tot de dood, Budel 2010, p. 40, 150. Gerson Veldhuizen, Voorburg …. 81

Mijn mensbeeld is holistisch: de mens is lichaam en geest en deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zet de geest het lichaam in beweging of het lichaam de geest, of beide? Deze mensvisie ontleen ik aan de fysiotherapie, maar is bruikbaar voor alle terreinen van de dagelijkse praktijk. Ook voor management. De koppeling hiervan aan de visie van Carl Rogers, psychotherapeut, op persoonlijke groei is voor mij heel waardevol gebleken (On becoming a person, 1961). Via zijn begrip 'de helpende relatie', waarbij een van de partijen ernaar streeft dat in een of beide partijen de latente innerlijke mogelijkheden een grotere waardering en meer ontplooiingskansen krijgen, opdat deze mogelijkheden beter tot uitdrukking gebracht worden, en opdat er een beter, functioneler, gebruik van gemaakt wordt. Gericht op het bevorderen van groei. Jacqueline van Kalsbeek, Kwaliteitskundige/Kwaliteitsmanager, van oorsprong fysiotherapeute

…. 82 ‘Laten we onze tuin bewerken’, repliceerde Candide de opmerking van zijn leermeester dat ‘alle gebeurtenissen aaneengeschakeld zijn in deze best denkbare aller werelden’. Gebeurtenissen zijn ervaringen die door mensen achteraf worden beschouwd en vooraf kunnen worden beredeneerd. Door te denken kun je spreken van een gebeurtenis want een gebeurtenis is pas een gebeurtenis als de mens dat vindt. Na het plaatsvinden van een gebeurtenis kan de mens beschouwen dat er een gebeurtenis heeft plaatsgevonden, wat de implicaties hiervan zijn, wat dit met jou gedaan heeft en of je hier iets mee gaat doen. Heb je de gebeurtenis beleefd of niet. Mensen zijn door te redeneren ook in staat gebeurtenissen te laten plaatsvinden. Soms hebben deze een onverwachte , soms tegengestelde of zelfs een geheel andere uitkomst maar altijd is het een inlossing van een verwachting vanuit de rede. Door een reeks gebeurtenissen als geheel te beschouwen en te beredeneren spreken we van een mensenleven. De volgorde en vorm van deze reeks gebeurtenissen in een mensenleven zorgt zo voor de specifieke typering van de individuele mens. Het beschouwen en beredeneren bewerkstelligt dus dat we ons mens voelen en ons hiervan bewust zijn. Om tenslotte je identiteit te vinden en te vormen moet er daadwerkelijk gewerkt worden. Of zoals Candide het noemt ‘onze tuin bewerken’. De tuin als metafoor voor het leven waarin de mens middels een reeks aaneengeschakelde gebeurtenissen zijn mensbeeld bij elkaar moet werken door te beschouwen en te redeneren. René Steenmeijer, Groningen

…..

83 Wat is uw mensbeeld? De vraag bevat het antwoord. Dat we die vraag serieus nemen, dat we erover nadenken en zelfs een antwoord uitproberen, dat alles is meteen indicatie voor wat een mens is. ‘Wat is uw paardbeeld’ is te gek voor woorden. Anders dan ‘het paard’ verwijst ‘de mens’ niet alleen naar een biologische soort, maar ook naar een verwachting, een ideaal waar bepaalde dingen bij passen en andere niet. Vandaar dat we van een mensenleven kunnen zeggen dat het geslaagd is, van een dierenleven niet. We hebben een beeld over wat een mens behoort te zijn. Dat kan enkel omdat ieder van ons ook het vermogen heeft afstand te nemen van zichzelf, van zijn verlangens, emoties en handelingen: lachte ik niet te luid, waarom ben ik bang voor haar, wil ik hem wel echt, wil ik dat hij weet dat ik hem wil… Voortdurend buigen we ons over onszelf. Dit vermogen tot reflectie wordt door de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt uitgelicht als uniek en essentieel menselijk. Hij schrijft: “we humans seem to be the only things around that are even capable of taking themselves seriously.” We zijn zelfs in staat om onszelf te serieus te nemen. Dit vermogen ons tot onszelf te verhouden is een vloek en een zegen. Het leidt tot de donkerste depressies en de mooiste kunstwerken, tot relatietherapie en filosofie, tot diepe identiteitscrisissen en Woody Allen. Katrien Schaubroeck …… 85 Een mens is de vrouwelijk of mannelijk levende onderneming, op zich neming of beproeving van zichzelf als lichaam en als geest, door middel van zichzelf als lichaam en als geest. En wel met de vervulling van een of van beide als doel en met de onvervuldheid van een of van beide als drijfveer. Een mens is hier en nu doel, middel, oorsprong en gevolg tegelijk van de onderneming van zijn leven. De methode van leven voor mensen - voor dieren en planten evenzo - is de wisselwerking tussen de gestelde kracht van het verenigende, het aantrekkende en de gelijkwaardig tegengestelde kracht van het onderscheidende, het afstotende. Zo onderneemt een mens zichzelf onder meer in de wisselwerkingen van leven(d) en dood(s), man(nelijkheid) en vrouw(elijkheid), lichaam en geest, vervulling en onvervuldheid, mogelijkheden en beperkingen, goed en kwaad, bewustzijn en onbewustzijn, liefde en angst, voor en tegenspoed. Het lijden aan de menselijke onderneming als geheel, of aan gebeurtenissen en omstandigheden daarbinnen, bestaat in het bewust of onbewust willen voorkomen, vermijden of bestrijden van de methode van leven als zodanig. De voorkeur voor het een en de afkeur van het andere, in plaats van het kiezen van de wisselwerking van beide, maakt zichzelf onvervulbaar. De maatschappij, als de gemeenschap van mensen, is de uitdrukking of optelsom in het groot van de individueel menselijke ondernemingen van zichzelf in het klein.

Maatschappelijke problemen zijn de opgetelde problemen van individuele mensen met de onderneming van zichzelf. Deze kunnen door maatschappelijke verantwoord ondernemen (MVO) niet worden opgelost; deze kunnen enkel door Persoonlijk Verantwoord Ondernemen (PVO) niet ontstaan! Uit: ‘Persoonlijk Verantwoord Ondernemen (PVO) als kern van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) dat ik bezig ben te schrijven. …. 85 De mens De mens is de laatste fase tot dusver in een groei-proces dat evolutie heet. In hem zijn alle deeltjes, die zo'n 13,7 miljard jaar geleden bij de oerknal vrijkwamen, een nieuw samenwerkingsverband aangegaan. Nadat deze deeltjes zich in chemische stoffen en mineralen hadden verenigd, voegden zij zich aaneen tot een grote verscheidenheid aan plantaardige en dierlijke soorten. Het lijkt wel alsof samenwerking de richting van de evolutie aangeeft. In steeds comple-<xere verbindingen wordt door samenwerking geprobeerd een steeds grotere vrijheid tegenover de buitenwereld te verkrijgen. In de mens leidt die complexiteit tot bewustzijn van zowel die buitenwereld als van zichzelf. Aan hem de keuze voor iets wat hem in eenheid overstijgt - de mensheid - of voor zichzelf (de eigen groep, het eigen volk, het eigen geloof). De mens leeft in een tijd, waarin het bewustzijn van de evolutie zijn geest uitdaagt niet voor zichzelf alleen te kiezen, maar ook de ander te bevorderen in zijn bestaan. Die potentie heeft de mens, naast de mogelijkheid om de ander te bestrijden met de krachten van de oerknal, vernietigend. De mens als drager van de evolutie wordt zo verantwoordelijk voor het voortbestaan van de mensheid en haar milieu. Henk Hogeboom van Buggenum, Heiloo

…. 86 Circa tweehonderd woorden is mijn ruimte om het spel te spelen: ‘der Mensch ist nur da Mensch wo er spielt’. Geen spel geen mens, zo simpel is het, ruimte is een gegeven, regels noodzaak, beide bepaal ik zelf. Behalve wanneer ik met anderen wil spelen, of moet, want zo zit de wereld ook in elkaar. Zo’n veertig jaar ( ) wist ik niet beter dan dat die uitspraak van Heinrich von Kleist was, zo heb ik die stelling aan vele studenten doorgeven. - Sorry jongens

en meisjes, maar niks mis als de essentie: jij bent speler, speel het spel!, is blijven hangen -. Ooit heb ik haar opgevangen tijdens een college filosofie waarbij de indruk blijkbaar groter was dan de naamgever: Friedrich Schiller. De man met het grote romantische verlangen de wereld beter te maken door middel van esthetische opvoeding. Esthetiek en spel zijn bij hem en mij één, esthetiseren is ingebakken. Om ‘waarlijk’ mens te zijn, d.w.z. met behoud van onze natuur cultuur scheppen, kunnen wij niet anders dan! daar in ‘open vrijheidsruimten’ spelend vorm aan te geven. Spel is, hoe vrolijk ook, een bloedernstige zaak Homo ludens is existentiële essentie en opdracht. René H Kijne, speler, Velp ….. 87
In de kern van zijn hart is de mens (gelijk aan) God. Verscholen achter lichaam, dagelijksheden en duizenden gedachten, is hij op pad gestuurd om dat op eigen kracht te ervaren. Zijn grootste instrument is zijn denkvermogen. Daarmee onderzoekt hij de materiële wereld, zijn gevoelens, zijn schaduwen en zijn denken zelf. Maar in zijn gedrevenheid om kennis te vergaren en zichzelf te bezien, laat hij zich gemakkelijk misleiden en neigt ernaar zijn denken af te grendelen. Hij bouwt gedachtekamers, vastomlijnde ideeën waarvoor hij zichzelf op de borst slaat en waarmee hij anderen bestrijdt. Dit is wat Charles Fillmore de Duivel noemt: een staat van bewustzijn waarin de mens zich niet verbindt met zijn innerlijk, maar zich vastbijt in ideeën over zijn eigen macht en persoonlijke bekwaamheid. Van tijd tot tijd spatten de bedenksels uit elkaar, en gaat de zoektocht verder, al dan niet geladen met gevoelens van twijfel en schaamte over deze mislukking. De mens is een wezen op zoek naar de kern en de waarheid. Hij moet zich een weg banen door duizenden gedachten, en leren de ware aard daarvan te beproeven. Want met zijn gedachtekamers onderscheidt hij zich slechts zogenaamd van een ander, maar beperkt hij in eerste instantie zichzelf. Naar “Metaphysical Bible Dictionary” (1931), The Charles Fillmore Reference Library
Gabrie Gelisse

i

Quote uit Heidegger, Zijn en Tijd, p.302