You are on page 1of 11

REACTIES van lezers op twee beschouwingen in NRC-katern Mens&: - Maarten ’t Hart, 24 januari 2012: ‘Waarom katholieken niet

in opstand komen’ - Beatrijs Ritsema, 31 januari 2012: ‘Waarom Maarten ’t Hart niks van katholieken snapt’

….. 1 ‘Mijn eerste reactie was: de mij ooit zo sympathiek overkomende schrijver en muziekkenner Maarten ‘tHart (MH) is een seniele oude man geworden. Bij nader inzien wil hij het roomskatholieke volksdeel op een laffe wijze kwetsen. Daartoe dekt hij zich geraffineerd in door zich bij de meest kwalijke opmerkingen te verbergen achter citaten. Van de meester van zijn biblebeltschool leerde hij dat ‘de RK-kerk de oudste en grootste misdadigersorganisatie ter wereld is’. En van de zieke collega Gerard Reve weet hij de pauselijke zegen als ‘masturbi et mastorbi’ te ontfutselen. Daarmee is volgens MH eigenlijk ook de vraag in de kop van het artikel beantwoord. De meeste gelovige katholieken in ons land, door MH ‘eenvoudige straat- en stoepkatholieken’ genoemd, schamen zich inderdaad voor de wantoestanden in hun kerk. Velen zijn daardoor diepbedroefd en lijden eronder. En allemaal zijn ze er van overtuigd dat de verantwoordelijken opgespoord en gestraft moeten worden. Ik voel mij echter gekwetst door de laffe, zinloze aanval van MH op mijn kerk, die mij nog steeds zeer lief is. Eerst heeft hij zijn eigen kerk en protestants geloof bij het oud vuil gedeponeerd en nu schopt hij tegen mijn kerk en mijn geloof, met de voor mij heilige mysteries. Het getuigt op zijn minst van gebrek aan respect en elke vorm van empathie, door fatsoenlijke mensen met een geloofsovertuiging zo te kwetsen. Met zijn slotpleidooi, om de katholieke kerk hier maar weer te verbieden, geeft MH aan hoezeer de man de weg kwijt is. Rest bij mij nog de vraag aan de redactie wat dit artikel van MH nog toevoegt aan alles wat reeds is geschreven en gezegd en vooral wat onze ‘kwaliteitskrant’ ertoe bewogen heeft om dit artikel paginagroot op te nemen! J.J.M. Braam-Van Gorp, Mill

….. 2 Omdat ik geen lezersreactie heb gelezen over het abominale stukje van Maaryen ‘t Hart in Mens& van 24 januari wil ik toch nog even mijn verbazing kwijt over het geringe onderscheidingsvermogen waarvan de redactie blijk gaf. Het gaat over de poging van Maarten ‘t Hart om katholieken te begrijpen.

Wat hem heeft bezield dit stukje af te scheiden is mij een raadsel. Was het een oprisping van antipapisme die hij nog heeft overgehouden van het afgezworen geloof zijner vaderen of is het slecht uitgevallen ironie? Maar erger: wat mankeerde de redactie van de NRC om zo'n artikeltje op te nemen? Ik doe maar een greep: - katholieken zijn 'onfatsoenlijke mensen die zich aan kanibalisme bezondigen tijdens de mis' - gelukkig dat 'zelfs praktiserende katholieken al die flauwekul over de aftandse firma God & Zoon niet serieus nemen' - zielig voor de zich katholiek noemende lezers van de nette, redelijke, culturele, zindelijke NRC dat ze uit hun krant moeten vernemen lid te zijn van een 'pedofielenkerk' - en dat ze moeten lezen dat - wat lux et libertas! - de katholieke kerk van overheidswege VERBODEN moet worden. G. Rood (niet van ‘t houtje)

….. 3 Beatrijs Ritsema verwijst naar Maarten ‘t Hart als naar een “zelfingenomen intellectueel”. (NRC Handelsblad 31-01.) Ik ben het helemaal eens met haar artikel, behalve op dit punt. “Zelfingenomen”? Zeer zeker! “Intellectueel”? Het lijkt er niet op! De onvolprezen Heldring definieerde lang geleden in deze krant een intellectueel als iemand die op basis van uitgebreide en diepgaande kennis een onafhankelijk oordeel had. Maarten ‘t Hart kon ongetwijfeld goed leren, en heeft het zelfs tot een universitaire graad gebracht, maar dat is nog iets anders dan kennis en diepgang. Dat demonstreert hij zelf doordat hij, ondanks zijn enorm afgeven op de het geloof waarin hij is opgevoed, bij de eerste de beste gelegenheid terugvalt op de primitiefste opvattingen van dat geloof omtrent het katholicisme. Dat is geen onafhankelijk oordeel van een intellectueel; dat is benepenheid van het ergste soort. Dat had Beatrijs Ritsema toch moeten zien! O.L.E. Jongmans, Wateringen

….. 4 Ik zou naar aanleiding van het stukje van Beatrijs Ritsema een paar kanttekeningen willen plaatsen. De wereld van 2012 is inderdaad de wereld van 1962 niet meer. Maar de katholieke kerk van 2012 is nog steeds de katholieke kerk van 50 jaar geleden. Erger zelfs, als je kijkt naar de paus van 50 jaar geleden, de vernieuwende Johannes XXIII, en naar de intolerante paus van nu.

Het gaat niet om slechts 800 daders. De Commissie Deetman geeft aan dat op grond van 1795 meldingen ongeveer 800 namen van plegers te herleiden zijn tot personen die werkzaam zijn of waren in bisdommen, ordes en congregaties. De Commissie Deetman geeft ook aan dat om enige tienduizenden slachtoffers gaat. Eenvoudige extrapolatie leidt tot de conclusie dat er duizenden daders waren. De kritiek richt zich niet zozeer op het gedrag van de criminele prelaten, maar op de doofpotcultuur binnen de katholieke kerk. De Commissie Deetman heeft het, al te diplomatiek, over de aarzelingen en onwil van kerkelijke en religieuze bestuurders het Openbaar Ministerie op de hoogte te stellen. B. Heldring Amsterdam

…… 5 Maarten ’t Hart schrijft in deze krant (24-1) dat hij niet begrijpt waarom katholieken niet in opstand komen tegen de inmiddels bekende misstanden in hun kerk. Dat valt ’t Hart niet euvel te duiden, want hij is immers niet (Rooms) katholiek opgevoed. Ik wel. Ik ga hem vanuit die opvoeding dan ook duidelijk proberen te maken hoe dit soort zaken voor katholieke jongetjes werkten en voor veel katholieke volwassenen nog steeds werken. Want ook ik verbaas me er met de dag meer over dat niemand van mijn toenmalige medegymnasiastjes zich gemeld heeft om pater X en pater Y aan te klagen. Want als misdienaartje (een erebaantje!) kreeg ik al die verhalen natuurlijk ook te horen, over wat er zich na de ochtendmis in de sacristie afspeelde tussen bepaalde paters en bepaalde leerlingen. Bij mijn weten heeft inderdaad niemand zich gemeld en ik heb daar veel over nagedacht: vanwaar dat zwijgen? Is dat lafheid? Schaamte? Angst? Ik ben tot de volgende conclusies gekomen: Allereerst dient men zich in deze context te realiseren, hoe zo’n Rooms katholieke opvoeding – hersenspoeling, zo men wil - eruit zag in die tijd. Er waren hoofdzonden en dagelijkse zonden, er was schuld en boete. Kern van de zaak was hoe dan ook dat we niet deugden en van dat gevoel van niet-deugen steeds dieper doordrongen raakten. Seks was vies, masturbatie uit den boze, het denken aan een vloek was al heel erg erg. Je kon natuurlijk gaan biechten, maar dat hadden wij toen ook al wel in de gaten dat dat toch wel heel gemakkelijk geregeld was. Daarom was er ook nog een andere redding mogelijk: in de blinde verering, verafgoding, van bepaalde personen. Om dat goed te begrijpen dien je te bedenken dat er in een gemiddeld Rooms katholiek gezin niet één God was, maar drie. En dan niet de bekende Vader, Zoon en heilige Geest, maar de (echte) God, de dokter en de pastoor. Deze drie wezens waren boven elke vorm van twijfel en kritiek verheven, dienden koste wat kost gehoorzaamd en gerespecteerd te worden, want zij beschikten over geestelijk en lichamelijk welzijn, over leven en dood, en zelfs over het leven na de dood. Voorwaar geen wezens met wie je het aan de stok moest krijgen, want zoals gezegd - zij waren je enige kans op redding. Die ga je niet aan de schandpaal nagelen, want daar heb je alleen jezelf mee. Die hield je altijd te vriend, tegen elke prijs. Nu zullen velen tegenwoordig denken dat dat allemaal wel zo kan zijn, maar dat je op enig moment toch ook volwassen wordt, bij zinnen komt en voor jezelf leert te denken. En dat je

dan dus, tot inzicht gekomen, zonder enige moeite al die foute zwartrokken en die hele roomse kliek zonder enig schuldgevoel voor de rechter zou kunnen slepen. Maar zo denkende, zie je over het hoofd hoe diepgaand een jarenlang dagelijks herhaalde rooms katholieke hersenspoeling kan doordringen in een mensengeest. Natuurlijk heb ik later aan medeleerlingen gevraagd waarom ze hun mond dicht hielden. En geloof het of niet: als volwassen hogeropgeleiden presteerden ze het nog steeds om te zeggen dat je zoiets toch niet kunt maken. Het ging hier ten slotte wel om pater X en pater Y, priesters dus en over de priesters niets dan goed. Verbijsterende reacties dus, maar vanuit de psychologie klopt het eigenlijk wel. Freud zei het al: wat je er voor een jaar of tien bij een kind instopt, zal het hele leven lang blijven doorwerken. Dat geldt voor algemene opvoedingspraktijken, maar speciaal voor angst – en schuldgevoelens. Daar kom je als het even tegen zit, van je leven niet meer af. In de praktijk betekent dit het merendeel van de volwassen Rooms-katholieken nu dus nog even bang is voor de eeuwige hel en verdoemenis, als in de tijd dat ze al die onzin in hun hoofd moesten pompen. Ze zijn nog net zo bang als vroeger, terwijl ze heel goed weten dat die angst er door die `organisatie’ is in-geconditioneerd. En je kunt je met je verstand alleen niet losmaken van conditioneringen, die vallen buiten de controle van de rede, dat zijn autonome gevoelsmatige processen geworden. Van ’t Hart zou de katholieke kerk het liefst verboden zien, zoals in de zestiende en zeventiende eeuw. Ik steun hem daarin van harte, en het zou komende generaties behoeden voor vele wandaden in naam van God. Maar mijn generatie is daarmee niet geholpen. Wij moeten collectief, uiteraard op kosten van het vaticaan, in groepstherapie. Niet dat we daarmee verlost worden van onze angst en schuldgevoelens, die zitten veel te diep. Maar misschien dat zo’n therapie een wat verzachtende uitwerking heeft op dat misselijk makende gevoel van lafheid. Want daar heeft elke bewust levende en eerlijke katholiek in deze tijden erg veel last van. Dr. Jan Verhulst, klinisch psycholoog te Eindhoven

….. 6 Nu ook Dr. Jan Verhulst , psycholoog en schrijver van het boek “ Moeders zijn Loeders” zich heeft aangesloten bij het grote koor van “R.K. Bashers “wil ik hier gaarne mijn persoonlijke ervaringen aan toe voegen. Want ook ik woonde in Eindhoven, ook ik was een blauwe maandag misdienaar en ook ik was gymnasiast (1940- 46). Intern !. Welnu de ervaringen van Verhulst (van horen –zeggen ? ) heb ik niet . De geheimen van de sacristie en die van de slaapzalen zijn mij onbekend gebleven. Nooit een glurende pater gezien. Wel waren er overdag de surveillanten die over ons waakten. Gekleed in het zwart. Een jurk en dus een aberratie. Wij noemden hen kraaien. Ons denken in die jaren werd bepaald door het verloop van de oorlog , door studie en sport. De sexuele revolutie in de jaren 60 van die eeuw was nog ver van ons bed. Andere tijden met andere zeden. Prof. dr. J.C. van der Meulen, (em.) chirurg, Rotterdam.

….. 7 Beatrijs Ritsema lijkt zelf duidelijk niks te begrijpen van calvinisten, blijkens haar stuk ‘Waarom Maarten ‘tHart niks begrijpt van katholieken’(NRC dd 31-1). Ze schrijft met zoveel venijn: ’’....bij de inktzwarte predestinatieleer van de calvinisten met zijn schaarse uitverkorenen voor het paradijs, zijn vreugdeloze kerken zonder beelden of wierook en zijn steile minachting voor alles wat het leven aangenaam kan maken’’. Vermoedelijk bestond haar contact met het calvinisme slechts uit het lezen van het boek ‘’Knielen op een bed violen’’ van Jan Siebelink. Ik had haar als ex-katholiek en psycholoog en publicist wijzer geacht. Jolien T.C.Berendsen-Prins, Haren(Gr.)

….. 8 Onbedoeld zet Beatrijs Ritsema in haar kritiek op Maarten ’t Hart zelf nog eens de katholieke kerk in haar hemd, door deze af te schilderen als een jolige boel waar alles mag en kan. Tja, dat moet inderdaad een groot elastisch laken bezitten om de misdadige decreten van diens leiders toe te dekken. Ritsema’s kritiek is beledigend voor goedwillende katholieken en misplaatst, want dat een pauselijk condoomverbod wordt genegeerd, praat het nog niet goed, net zomin als het verzet tegen de Jodenvervolging de praktijken van Hitler zou kunnen rechtvaardigen. Ritsema heeft in haar jeugd wat katholieke klokken horen luiden, maar later als atheist nooit de kwaadaardige klepel gezien. ’t Hart verbaast zich er terecht over dat katholieken niet in opstand komen. De katholieke leiders van nu kunnen misschien niet verantwoordelijk worden gehouden voor het misbruik van hun voorgangers, zij laten wel deze kerk als misdadigersorganisatie onder aanvoering van het Vaticaan haar gang gaan! Iedere katholiek zou kennis moeten nemen van de schokkende onthullingen van journalist Gideon Levy en Boris Dittrich (Human Rights Watch). De katholieke leer gaat boven alles: boven vrouwen, boven homoseksuelen, boven abortusrecht etc. De leiders voeren een wereldwijde morele dictatuur, waarmee zij God de katholieke kerk uit hebben gegooid. De verkrachte vrouwen in Kirchizië en de uit zijn ambt gezette samenwonende bisschop in Eindhoven kunnen daarover meepraten! Het is niet de elasticiteit, mevrouw Ritsema, die de katholieke kerk sterk maakt, maar het bewust dom houden van haar volgelingen. Er is maar één manier om het katholiek-fundamentalistisch geweld te doen stoppen: niet langer haar leiders kritiekloos volgen. Voor de nadenkende en weldenkende katholiek is er altijd een plek bij de vrijzinnig-christelijke kerken, waar gelijkwaardigheid, vrijheid en verdraagzaamheid al sinds 400 jaar een rekkelijk, of modern gezegd, elastisch en vreugdevol alternatief bieden. Desiderius van Noord, remonstrant

…..

9 Als katholiek lees ik de tirades die Maarten ’t Hart met gepaste regelmaat afsteekt tegen de “oudste en grootste misdadigersorganisatie ter wereld” niet zozeer als het “bashen van papen” zoals Beatrijs Ritsema in deze krant van 31 januari het zo eigentijds formuleert, maar veeleer als literatuur. Ik kan het niet helpen dat ik alles wat hij schrijft zo prachtig vind. Is dat (katholiek) masochisme? Ook ik, 57 jaar oud, kom uit een “gemiddeld rooms gezin”, zoals dr. Jan Verhulst schrijft, maar bij ons thuis was maar één God de vader: mijn eigen vader. Voor de pastoor had hij respect, maar die pastoor kreeg niet méér respect dan onze buurman of het personeel dat bij mijn vader op kantoor werkte. Als mijn vader het nodig achtte werd niet alleen onze huisarts maar ook de pastoor gewezen op fouten of in zijn ogen onacceptabele praktijken – dat was bij ons thuis vanzelfsprekend. Als een begin van rechtvaardigheid ten opzichte van de slachtoffers van het grootscheepse kindermisbruik door priesters en broeders zouden onze Nederlandse bisschoppen het voortouw moeten nemen door zonder enige terughoudendheid alle benodigde financiële middelen vrij te maken voor zowel geestelijke begeleiding alsook materiële schadevergoeding voor deze slachtoffers. Er kunnen kerkgebouwen verkocht worden, er zou een bisdom failliet kunnen gaan, dat alles is minder erg dan spiritueel en moreel failliet te zijn. Sommige kerkelijke voorgangers en leiders lijken hun uiterste best te doen – zoals Herman Finkers eens zei – om mij van mijn geloof af te helpen, maar dat zal ze niet lukken. De katholieke kerk moge twee millennia oud zijn, het geloof ervan moet door elk individu van elke generatie opnieuw weer waargemaakt worden.

Guus Goorhuis Denekamp

….. 10 Uit zijn artikel [NRC 24jan.] blijkt dat hem dat nooit zal lukken. Onze wereld kent nu eenmaal verschillende soorten mensen. Zo zijn er mensen die de voorkeur geven aan wonen op het platteland of het dorp, met ruimte, natuur en schone lucht. Aan de andere kant zijn er mensen die zweren bij het wonen in de stad. Stadsbewoners zijn met geen stokslagen naar het platteland te krijgen. Voor zijn inwoners is een stad méér dan enkel het corrupte stadsbestuur, zijn verpauperde buurten en vuilnisbelten. Zij blijven hun stad trouw ook als die in brand staat , vervuild is of onveilig ; zij zullen er blijven wonen , desnoods in een tentje in het park. Katholieken zijn spiritueel gezien ‘grootstadbewoners’ ; zij houden ondanks alle pijn en schaamte van hun [ zondige ] Heilige Stad. Bewoners van het ‘geestelijk platteland’ in onze lage landen , zullen dat nooit begrijpen ! Paul Hoeke Nijmegen

…… 11 WAAROM KATHOLIEKEN NIET IN OPSTAND KOMEN? Wel omdat goed en kwaad door elkaar heen lopen. Daarom. Echter, wat ik niet te verteren vind, is dat in diezelfde tijd waarin ontucht plaatsvond overal en ook bij de róómskatholieken, er nog gristelijke scholen waren die de leerlingen met zo’n haat opvoedden tegen een Nederlands bevolkingsdeel: a.h.w. Het Wilders van toen. Arme Maarten, die na al een heel lang leven daar nog steeds slachtoffer van is. M. Galama- Steenwinkel Waalre

…… 12 In zijn artikel ‘Waarom katholieken niet in opstand komen’ d.d. 24 januari j.l. keert Maarten ’t Hart zich weer op zijn gebruikelijke gereformeerde wijze tegen de rooms-katholieken. De lezer krijgt een historisch overzicht voorgeschoteld van voornamelijk protestantse groeperingen die zich al of niet met succes verzet hebben tegen de katholieke kerk. Ook noemt hij een ‘opstand’ onderling onder de protestanten, de zgn. Afscheiding van 1834. Het is juist dat het beleid van de Rooms-Katholieke kerk door de eeuwen heen niet altijd bewondering heeft gewekt en daardoor veel gelovigen van zich af heeft gestoten. De kwestie pedofilie heeft in de laatste jaren nog eens extra afkeer opgewekt. ’t Hart merkt terecht op: ‘de kerk heeft geen gezag meer, de leer wordt voor kennisgeving aangenomen…’ Het treurige gevolg is het krimpen van de parochies en het sluiten van kerkgebouwen; wat overigens bij de protestantse kerken evenzeer het geval is. Waar protestanten voor een religieus alternatief naartoe moeten, weet ik niet. Voor gefrustreerde rooms-katholieken is er een goede oplossing: de Oud-Katholieke kerk, of zoals de officiële naam is: de Rooms-Katholieke kerk van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie. De ‘opstand’ tegen de R.K. kerk, beter gezegd ‘scheiding der geesten’ onder de katholieken in de 18e eeuw heeft ’t Hart niet in zijn historische opsomming genoemd. Daarom zal ik hieronder een zeer beknopte samenvatting van verleden en heden van deze kerk laten volgen. Na de reformatie, duidelijker gezegd na de Beeldenstorm (1566), gingen de kerkgebouwen in protestantse handen over. Katholieken konden hun geloof slechts in het verborgene belijden: bij voorbeeld in tot kapel ingerichte zolders en schuren van privéwoningen. De paus beschouwde de kerkstructuur als weggevaagd en verklaarde de Noordelijke Nederlanden tot missiegebied. Het werd actieterrein voor leden van de met missie belaste Jezuïetenorde en van andere congregaties. Daarmee ontstond frictie tussen de nog bestaande ondergronds opererende Nederlandse geestelijkheid en de door Rome gezonden ordegeestelijken. Deze wrijving, mede met een geschil in de geloofsleer (Jansenisme) leidde tot een schisma dat in 1723 gerealiseerd werd.

Sindsdien zijn de oud-katholieken hun eigen weg gegaan onder leiding van een bisschoppelijk bestuur. In de loop der tijden is er wel steeds toenadering tot Rome gezocht, maar tot een hereniging is het nooit gekomen. In 1870 werd het dogma betreffende de onfeilbaarheid van de paus afgewezen, evenals eerder (1854) het dogma van de onbevlekte ontvangenis van Maria. De geloofsleer van de oud-katholieken is gebaseerd op de leer van de ongedeelde kerk uit de eerste tien eeuwen. Dat wil niet zeggen dat zij ouderwets zijn. Integendeel. In de huidige maatschappelijke problemen zijn onder andere oplossingen gevonden voor de vrouw in het ambt; parochianen van elke seksuele geaardheid zijn welkom. Het celibaat is in 1922 afgeschaft. Er is nooit sprake geweest van pedofilie; misschien ook omdat de oud-katholieken niet beschikken over kloosters of internaten. Daarentegen bezitten zij een schat aan gedeeltelijk nog historische (schuil)kerken. Maar ook moderne gebouwen komen erbij. Kort geleden zijn er drie kerkgebouwen aangekocht, die op het ogenblik door een nieuwe, enthousiaste gemeente voor misviering en parochieleven in gereedheid wordt gebracht. Lia Schade van Westrum Auteur/fotograaf o.a. van Oud-Katholieke kerken Drie eeuwen verborgen erfgoed van een eigenzinnige geloofsgemeenschap ISBN 978.90.5730.667.9

…… 13 Waarom komen katholieken niet in opstand na alle misstanden in hun kerk? vraagt Maarten ’t Hart zich af (Mens en mensbeeld 24 januari ). Het antwoord is duidelijk: Het gaat in het katholieke geloof niet om de Kerk maar primair om de navolging van haar inspirator Jezus Christus. 1 á 2 procent van de katholieke ambtsdragers, zo toont het rapport Deetman aan is in de fout gegaan, ongeveer 800 mensen. 5000 priesters en zusters hebben daarnaast in de onderzoeksperiode met hart en ziel hun werk gedaan in gezondheidszorg, onderwijs en zielzorg. Dat mag ’t Hart ook wel eens vermelden. De katholieken zijn geschrokken van de misbruikplegers en keuren dit volmondig af. Zij houden echter vast aan de boodschap van Christus die de gelovigen oproept in een boodschap van vrede, troost, vergeving en eeuwig leven. Talloze vrijwilligers zetten zich geheel belangeloos in voor hun naasten door voedselbanken en liefdadigheidsorganisaties. Zij helpen armen, troosten bedroefden, bezoeken gevangenen, kleden daklozen, geven hongerige mensen te eten. Voor hen is het verhaal van Jezus nog steeds relevant. Zij brengen zo zijn boodschap tot leven. Voor de burgerlijke rechtbank zijn de misdaden soms verjaard, zei premier Rutte. De misdadigers worden echter voor de kerkelijke rechtbank gebracht en paus Benedictus 16 heeft bepaald dat de misbruikmisdaad daar niet verjaard. De katholieken zijn zich er in iedere viering van bewust dat de kerk geen organisatie van perfecte mensen is maar een plaats van troost van zondaars in een zondige

wereld waar de zonde en het misbruik ook buiten de kerk wijd verbreid is. Maarten ’t Hart verwijst ten slotte naar de reformatie. De katholieke kerk heeft de reformatie aangegrepen om de kerk te zuiveren en terug te keren naar haar oorsprong in het besef dat de kerk voortdurend hervormd moet worden. Jan Hendrik Stieger, theologiestudent, Schiedam

…… 14 Maarten ’t Hart kreeg enkele weken geleden veel ruimte in uw en mijn krant om zijn mening te ventileren over de oorzaken van het seksueel misbruik in de katholieke kerk. Hij schoof de gesloten, hiërarchische structuur naar voren, aangevuld met het celibaat. Daar zit veel in. Hij mist cq. onderbelicht daarbij echter een in mijn ogen veel centraler aspect: het misbruik vond plaats door mensen die de macht hebben in relatie tot de slachtoffers. En die in die positie ook door de ouders daarvan beschermd werden: de geestelijkheid kòn bij wijze van spreken het misbruik in het lichamelijke vlak niet gepleegd hebben. Tot de 80-er jaren van de vorige eeuw werden de klachten van de slachtoffers niet geloofd: het zou de ziekelijke fantasie van de kinderen zijn die hen zulke dingen deed denken. Wat mij opvalt aan de publiciteit van de afgelopen tijd is de gretigheid, waarmee met name de pers van reformatorische huize (Knevel en van de Brink) met een zeker genoegen op dit “katholieke” onderwerp springt. Ik heb ruim dertig jaar in een algemeen ziekenhuis gewerkt als klinisch psycholoog. En veel mensen gezien die onder hun psychosomatische klachten een verleden van seksueel misbruik verstopt hadden zitten. Daar zaten natuurlijk mensen bij, die binnen hun gezin/familie/onderwijs/sportvereniging hier mee te maken hadden gekregen. Ook mensen met een tehuizenverleden, overigens niet alleen van katholieke, maar ook van reformatorische en niet-confessionele huize. Ik wil het hier echter nadrukkelijk hebben over de kinderen die door een dominee of ouderling misbruikt zijn. Daarbij trof ik enkele gevallen waarin zij door hun ouders aan de daders overgeleverd werden: hun wens om met het kind alleen te kunnen zijn werd door de ouders bij herhaling ingewilligd, soms uit ontzag/angst voor het belang van het ambt van de drager, soms mogelijk ook om bij deze personen in een goed blaadje te komen. Sommige slachtoffers vertelden mij hoe betrapte daders de kans kregen om naar een andere standplaats te gaan en daarmee een justitieel en/of publicitair gevolg te kunnen vermijden. Ik zie hier geen essentieel verschil tussen de verschillende kerken. In het algemeen zijn het allen voorbeelden van hoe individuele daders zich konden vergrijpen aan kinderen en daarmee wegkwamen. Omdat de ouders hen, als vertegenwoordigers van God op aarde, boven de wet zagen staan, dan wel het niet aandurfden om binnen de gesloten kerkgemeenschap iemand te beschuldigen, die beroepsmatig zeer gerespecteerd werd. Mensen met een pedofiele geaardheid hebben altijd bestaan, net als er altijd mensen zijn geweest, die vóór gingen in het geloof en daarin boven de wet kwamen te staan. De combinatie van deze twee kenmerken binnen één persoon staat garant voor een voor blijven komen van deze ellende. Goddank(…) zijn we daar tegenwoordig beter op bedacht,

en vertrouwen we het verhaal van onze kinderen sneller. Soms zelfs iets te snel. Ik heb in diverse gevallen vele lange jaren later de schade hiervan gezien. Snel ingrijpen en behandelen bespaart dan tegenwoordig wel heel veel ellende. Ik neem aan dat zonder het celibaat de omvang van het seksuele misbruik door dominees in de reformatorische wereld kleiner van omvang is dan binnen de katholieke kerk. Als ik zie hoe de publieke erkenning vele slachtoffers jaren na dato nog goed doet, lijkt me een vergelijkbaar onderzoek binnen die protestantse wereld geen kwaad kunnen. Dat geldt natuurlijk ook voor de talloze andere religieuze stromingen waarin de geestelijkheid een hoge status heeft. A.H. Gieskes, klinisch psycholoog, Leiden

…… 15 De kop op voorkant van de nieuwe prachtbijlage Mens& was opmerkelijk. Maarten 't Hart probeert katholieken te begrijpen. Geloof het of niet, mijn hart sprong op. Maarten 't Hart probeert me te begrijpen! Prijs de Heer, het is zover. Na al die jaren van niet aflatende negatieve somberte in boeken en artikelen ben ik ronduit nieuwsgierig. Vlug bladeren, spannend! Maar in één diagonale oogopslag is het duidelijk. Maarten heeft weer eens een hele krantenpagina nodig om uit te leggen hoe volslagen achterlijk de katholiek is die ook vandaag de dag nog katholiek blijft. Lees: hoe achterlijk ik ben. Misschien zette de kop mij op het verkeerde been, misschien ben ik slechts naïef; maar teleurstelling en pijn streden in mij om voorrang. Hoewel 't Hart ongetwijfeld niet op een antwoord zit te wachten, en al helemaal niet op het antwoord van een onbeduidende Deventerse, is het hier toch. Orang oetans en gorilla's Waarom katholieken niet in opstand komen, heet het artikel. De protestante 't Hart komt mij vertellen waarom ik iets achterwege laat. Weet kennelijk wat mij beweegt. Kent mijn kerk beter dan ikzelf. Los van de vraag hoe het kan dat dergelijk proza in Nederland veelal tegen katholieken gericht is en het uiterst zelden voorkomt dat een katholiek zijn pen in gal doopt en een bitter stuk schrijft over bijvoorbeeld al dat protestante geredeneer, voorbije beeldenstormen en ingepikte kerken (geeuw), dringt zich een andere vraag op. Hoe is het mogelijk dat de belezen, ontwikkelde mens die 't Hart toch moet zijn, nooit in staat is buiten zijn eigen kaders te denken? Hoe kan het dat hij zich slechts in een ander kan verplaatsen voor zover hij hem begrijpt? Die pastoor die met zijn huishoudster vrijt - ja, dát is een leuke man! Maar als hij niet met zijn huishoudster vree, nee, dan trokken we hem van zijn fiets. Het niveau van redeneren is onthutsend. De stelling van 't Hart wil dat de katholieken niet in opstand komen ten aanzien van de schandalen die vandaag aan het licht komen, omdat er geen leer- en standsverschil aan ten grondslag zou liggen. Vervolgens moeten de Middeleeuwse albigenzen eraan te pas komen om 't Hart anno 2012 aan zijn gelijk te helpen. Waldenzen, hussieten, lutheranen,

zwinglianen, calvinisten, afsplitsing van afsplitsing, chimpansees, orang oetans en gorilla's iedereen kan, of hij nu gelijk heeft of niet, bij voorbaat op meer sympathie en begrip van 't Hart rekenen dan ik, de opportunistische stommeling die katholiek bleef ondanks alles. Nergens vraagt 't Hart zich af hoe het moet zijn om lid te zijn van een kerk waarbinnen al dat verschrikkelijks gebeurde. Nergens geeft hij blijk van medemenselijkheid, betrokkenheid of warmte. Nergens klinkt een vraag naar hoe het straat- en stoepkatholieken (?) nu werkelijk vergaat onder de schanddaden. 't Hart hoeft zich niets meer af te vragen, want hij heeft het antwoord al dichtgetimmerd klaarliggen; om de eenzame reden dat ik de kerk niet verlaat, beoordeelt hij mij als iemand die misbruik sanctioneert. Anders was ik immers wel vertrokken. Maar willen dat ik mijn lidmaatschap opzeg, is zoiets als eisen dat ik zou verklaren dat mijn vader ophoudt mijn vader te zijn, zodra hij zich vergrijpt aan het buurmeisje. (Postuum excuus aan vader, sorry voor de vergelijking). Zoals mijn vader onherroepelijk mijn vader is, is mijn kerk mijn kerk. Wat niet wil zeggen dat ik het altijd met ze eens ben, noch dat ze slechts goede kanten zouden hebben. Een verre geliefde De grimmige, levenslange queeste van Maarten 't Hart doet nog het meest denken aan het bij voorbaat kansloze gevecht van de verliefde ziel, die niet wil toegeven dat hij bezweken is voor die ene, die onbereikbare. Een verre, gevaarlijke geliefde, iemand waaraan je je misschien zult branden, iemand die zachtjes in je oor fluistert en het woord hartstocht op je naakte huid schrijft met vingers van fluweel. Weg wil je, maar het vluchten valt zwaar, de verleiding is groot, ze lonkt en trekt. Er zit niets anders op dan schreeuwen, heel hard schreeuwen, in de hoop dat er een dag komt dat je je eigen woorden bent gaan geloven. In de hoop misschien dat je in staat bent geweest het mysterie te vernietigen en dat je de geliefde weg hebt kunnen jagen. Ik zou bijna zeggen: Maarten, wordt toch katholiek. Luther had gelijk, maar wat jij doet heeft hij nooit gewild. Steek die woestijn over die je aangelegd hebt tussen jou en mij, laten we samen van God houden en dan desnoods samen mooie stukken schrijven, helende woorden van liefde spreken en zo eendrachtig iets tegenover al het verschrikkelijke stellen, maar dan iets van niveau, iets wat van blijvende betekenis is, iets weerloos' desnoods, iets van waarde. Maria van Mierlo Schrijver