Poep naast de pot

Lokalen die één keer per week worden gedweild. Met vies sop. Om het maar niet over de wc’s te hebben. Waarom onze scholen zo vies zijn.
door Eva Schram foto’s Reyer Boxem
Op de Openbare Jenaplanschool De Petteflet in Groningen maken ouders van leerlingen de wc schoon

d

‘Dit zijn beruchte toiletten,’ zegt Bram van der Linden, directeur van Openbare Jenaplanschool De Petteflet in Groningen, en hij trekt een deur open. ‘Je begrijpt wel waarom.’ De penetrante lucht die uit de wc’s komt, maakt dat je zonder hand voor je neus niet lang in de ruimte kunt verblijven. Van der Linden: ‘De stank gaat in de tegels zitten. Als je het hier maar één keer per dag schoonmaakt, kom je nooit van de geur af. En na het overblijven ligt er overal modder, die

de kinderen naar binnen lopen. Soms zit er zelfs modder, of iets anders, op de muur gesmeerd.’ De schooldirecteur heeft geen geld voor extra schoonmaakuren, dus kwamen ouders in actie. Aanvankelijk maakten ze de wc’s tussen de middag zelf schoon. Inmiddels hebben ze geld ingezameld om de tweede schoonmaakronde door overblijfmoeders te laten doen. Het initiatief voor de geldinzameling kwam van Olivier de Greef, wiens zoontje in de kleuterklas zit. ‘Ik vond het gewoon onacceptabel, mijn kind wilde niet meer op school naar de wc en er gingen kinderen met buikpijn naar huis. Dan kom ik in beweging. Natuurlijk zijn er ouders die vinden dat ze hier niet voor zouden moeten betalen, maar met praten maak je geen wc’s schoon.’ In een paar weken tijd haalde De Greef bijna zevenhonderdtwintig euro op. Daarmee kan hij tot de zomervakantie de overblijfmoeders betalen. Voor de komende jaren gaat de directeur met de oudercommissie bekijken of de ouderbijdrage verhoogd kan worden om een hygiënische school te garanderen.

Van alles betalen
Wat is hier aan de hand? Een vrijwillige ouderbijdrage per kind is gebruikelijk, maar is in principe bedoeld voor schoolreisjes en sinterklaasvieringen. Het schoonmaken van het schoolgebouw behoort te worden bekostigd door het Rijk. Maar daar zit het probleem: de rijksvergoeding is veel te laag in vergelijking met de kosten die de meeste scholen moeten maken. Dat is al decennia het geval, maar vroeger konden scholen dat verschil met financiële reserves opvangen. Die tijd is inmiddels voorbij. ‘Elke basisschool heeft nu pijn,’ zegt Bram van der Linden. Een deel van het probleem wordt veroorzaakt doordat de rijksvergoeding (die ook de kosten voor energie, meubilair, lesmethoden en klein onderhoud moet dekken) aan scholen wordt berekend op basis van de zogenaamde Londonormen, genoemd naar de studie van een commissie onder leiding van ene dr. Londo, die in de jaren zeventig tot in detail beschreef op hoeveel geld gemeenten recht hadden voor de exploitatie van schoolgebouwen. Het leerlingaantal van een school is daarbij bepalend. Aan de hand daarvan wordt bijvoorbeeld bepaald hoeveel vierkante meter schoonmaak bekostigd wordt, los van hoe groot de school daadwerkelijk is. Dus als het aantal leerlingen op een school krimpt, moet hetzelfde gebouw met minder geld worden schoongehouden. In de praktijk wordt daarom vaak een beroep gedaan op de ouders. Op menig basisonderwijsinstelling werd dan ook met verbijstering gereageerd toen onderwijsminister Marja van Bijsterveldt afgelopen
74 Vrij Nederland 4 FEBRUARI 2012

december opriep tot versterking van de ouderparticipatie op scholen. Veel ouders zouden volgens haar gewild of ongewild in een ‘consumentenrol’ terecht zijn gekomen. Volgens Bram van der Linden heeft Van Bijsterveldt ‘geen idee’ hoe het er op basisscholen aan toe gaat. ‘Ze lacht zich het apekriekje. Ze vraagt expliciet om meer ouderhulp op school, alsof dat niet al hartstikke veel gebeurt, en nu ziet ze ook nog dat ouders van alles gaan betalen.’ Elke vijf jaar evalueert het ministerie van OCW of de vergoeding voor de exploitatie van basisscholen voldoet. In 2011 vond het laatste onderzoek plaats, waarin de uitgaven van scholen werden afgezet tegen de inkomsten vanuit het Rijk. Daaruit bleek dat scholen gemiddeld vier procent meer uitgaven dan er binnenkwam. Minister van Bijsterveldt meldde vervolgens aan de Tweede Kamer dat ze ‘gezien de geringe afwijking tussen bekostiging en de feitelijke uitgaven’ geen reden zag iets aan de rijksvergoeding te veranderen. ‘Bovendien heb ik daar de middelen nu niet voor.’ Een vreemde redenatie, vindt de Primair Onderwijs Raad, de sectororganisatie voor het basisonderwijs. ‘Scholen geven natuurlijk niet meer uit dan ze binnenkrijgen, dus de vergelijking die de minister maakt is weinig zinvol,’ zegt beleidsmedewerker Gertjan van Midden. ‘Je moet kijken hoeveel ze eigenlijk nodig hebben, en dat vergelijken met wat ze binnenkrijgen. Dan zou je een heel ander resultaat krijgen.’ Dat bleek al in 2006, toen OCW een aantal onderzoeksbureaus de opdracht gaf in kaart te brengen welke investeringen scholen jaarlijks zouden móéten doen, en welke worden nagelaten wegens geldgebrek. Daaruit viel af te leiden dat basisscholen gemiddeld twintigduizend euro tekortkomen op de exploitatie. En dat op negentig procent van de scholen in meer of mindere mate onbetaalde hulp wordt aangewend voor de schoonmaak. De toenmalige onderwijsminister, Maria van der Hoeven, zag niettemin geen aanleiding om het prijsniveau te herijken en hield vast aan de normen uit de jaren tachtig. Aan de Tweede Kamer schreef ze dat ‘er veel te winnen is door

Vrij Nederland 4 FEBRUARI 2012 75

j GRATIS bi l Het Paroo g a af zaterd van ri 11 februa

een betere organisatie van de schoonmaak, betere en meer frequente controle op de schoonmaak en betere selectie van schoonmaakbedrijven’.

Zwart van het stof
Op de Corantijnschool in Amsterdam-West weigert directrice Arnie Schuil ouders te vragen om te helpen schoonmaken, omdat ze het probleem volgens haar dan in stand houdt. ‘Maar als ze met een dweil en emmer op de stoep staan, hou ik ze ook niet tegen.’ De schoonmaker op de Corantijnschool heeft elke dag tweeënhalf uur om het bijna tweeduizend vierkante meter tellende gebouw te poetsen en te boenen. Dat betekent in de praktijk dat één keer per dag de wc’s worden gereinigd en de vuilnisbakken in klaslokalen worden geleegd. Eén keer per week wordt elk lokaal gedweild, maar alleen als de docent of de leerlingen al geveegd hebben. Het dweilen gebeurt bovendien vaak met vies sop, omdat de enige kraan met warm water zich op de begane grond bevindt, en de schoonmaker geen tijd heeft om voor elke verdieping vers water te halen. Lerarenruimtes en kantoren worden niet gedaan. ‘Kijk maar eens hoe vies het hier is,’ zegt Schuil over haar kantoor. Ze haalt een hand over de vloer, die gelijk zwart ziet van het stof. ‘Het maakt me niet zoveel uit, ik zit hier toch nooit. Maar de leraren-wc’s worden niet elke dag gedaan. Op welke werkplek is dat normaal? De kleuter-wc’s moeten eigenlijk twee keer per dag. Dat doen de kleuterjuffen.’ De schoonmaker verwijt ze niets. ‘Die krijgt gewoon veel te weinig uren betaald. Maar meer geld is er niet. Echt niet.’ Peter Meijboom is facilitair manager van de stichting Amsterdam-West Binnen de Ring, het schoolbestuur waar de Corantijnschool onder valt. ‘We zijn het normaal gaan vinden dat scholen niet schoon genoeg zijn en dat dat onbetaald opgelost wordt,’ zegt hij. ‘Ik ken schoonmakers die buiten werktijd komen poetsen.’

‘De kleuter-wc’s moeten eigenlijk twee keer per dag. Dat doen de kleuterjuffen’

Later zindelijk
Volgens de PO-raad zijn De Petteflet en de Corantijnschool allesbehalve uitzonderlijke gevallen. De vereniging vertegenwoordigt vijfenzeventig procent van de basisscholen in Nederland en zegt dergelijke verhalen van vrijwel alle leden te horen. De oplossing ligt voor de hand, meent de raad: stel hygiëne-eisen op waaraan scholen moeten voldoen. Op dit moment is er geen toezicht op hoe schoon scholen zijn, terwijl alle betrokkenen, inclusief het ministerie van OCW, van mening zijn dat een schone, nette school een positief effect heeft op de kwaliteit van het onderwijs. De PO-raad wil ook dat het Rijk geen geldstromen meer via de gemeenten naar de scholen laat lopen. Eind 2011 kwam aan het licht dat gemeenten jaarlijks driehonderd miljoen euro, bedoeld voor onderwijs, in de praktijk aan heel andere zaken uitgeven. Een meerderheid van de Tweede Kamer steunde daarop een motie van de PVV om deze gelden waar mogelijk direct aan de schoolbesturen beschikbaar te stellen. Minister Van Bijsterveldt vond dat ‘een interessante gedachte’, maar legde de motie naast zich neer omdat over verschuiving van dit budget geen afspraken zijn vastgelegd in het bestuursakkoord met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Op De Petteflet zitten ze overigens niet te wachten op hygiëne-eisen. ‘We hebben het alleen maar over normen,’ zegt betrokken vader Olivier de Greef. ‘Als je daaraan voldoet, ben je gelukkig. Maar zo werkt het dus niet. Als de wc’s hier net zijn schoongemaakt, voldoen ze aan de norm. Maar het gaat erom wat daarná gebeurt.’ Directeur Bram van der Linden voegt eraan toe: ‘Je kunt de aversie die een kind heeft om naar de wc te gaan niet meten. Maar ik weet zeker dat een kind dat buikpijn heeft omdat het zijn plas

ophoudt, minder goed leert dan een ander.’ Daar komt nog bij, zegt kleuterjuf Suzanne Claassen, dat docenten die bezig zijn de wc schoon te maken, niet bezig zijn met lesgeven. ‘Zeventien jaar geleden moest ik ook al de vloer vegen en de tafels afnemen. Maar vroeger had ik minder administratieve taken en was er een conciërge die kon helpen. Die hebben wij niet meer. En vroeger poepten kinderen echt niet naast de wc, nu wel. Want kinderen worden later zindelijk. Of dat door de luiers komt of toch een stukje opvoeding is, weet ik niet. Maar ik moet het wel opruimen, en dan zit mijn klas van dertig kleuters een tijdje alleen.’ Op papier hebben basisscholen wel de mogelijkheid meer geld uit te trekken voor schoonmaak dan ze op basis van de Londo-normen ontvangen. Sinds 2006 krijgen ze voor alle vergoedingen voor personele en materiële zaken één bedrag (de zogenaamde lumpsum), waarvan besturen en directies zelf mogen bepalen hoe ze het verdelen. Maar meer geld naar schoonmaak, betekent bijvoorbeeld wel minder geld voor lerarensalarissen. ‘Ik wil zo lang mogelijk mijn groepen in stand houden,’ zegt Bram van der Linden. Dus puzzelt hij met de begroting om zo veel mogelijk docenten in dienst te houden en zoekt hij voor de schoonmaak creatieve oplossingen. Met lede ogen ziet hij aan hoe het basisonderwijs, door de financiële onzekerheid, administratieve last en geringe schoonmaakkwaliteit, een steeds minder aantrekkelijke werkomgeving wordt. En hoe docenten tegen ‘het gevaar van het onderwijs’ aanlopen: ‘Wij onderwijzers gaan altijd over onze grenzen heen in het belang van de kinderen. We zetten een stapje bij, en nog een, en nog een. Tot de rand bereikt is. Mijn angst is dat die rand steeds dichterbij komt.’ n Vrij Nederland 4 FEBRUARI 2012 77

Verzamel in 10 weken alle 100 Trivial Pursuit kaarten

parool.nl/trivial

© 2012 Hasbro. All Rights Reserved.

‘Ik moet het wel opruimen, en dan zit mijn klas een tijdje alleen’