Rapport  Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe  generatie studenten 

Expertisecentrum ICT in het Onderwijs, IVLOS  Januari 2007

Colofon 
Auteur:  Sanne Akkerman 

Korte beschrijving: 

Dit document is ontwikkeld in het kader van het project  ‘nieuwe vormen van onderwijs voor veranderende studenten’  van het Expertisecentrum ICT in het onderwijs (IVLOS,  Universiteit Utrecht). 

Bronvermelding foto voorkant: http://www.sxc.hu/photo/488056 

Contactadres 

Expertisecentrum ICT in het Onderwijs  IVLOS, Universiteit Utrecht  Sanne Akkerman  Postbus 80.127  3508 TC Utrecht  030­2533914  s.f.akkerman@uu.nl  ictexpertisecentrum@ivlos.uu.nl  http://www.uu.nl/ivlos­ictexpertisecentrum 

De Creative Commons Naamsvermelding­Niet­commercieel­Gelijk delen 2.5 Nederland  Licentie is van toepassing op dit werk. Ga naar http://creativecommons.org/licenses/by­  nc­sa/2.5/nl/ of stuur een brief naar Creative Commons, 559 Nathan Abbott Way,  Stanford, Californië 94305, VS om deze licentie te bekijken.

2  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

I nhoudsopgave 
Management samenvatting..................................................................................... 5  1. I nleiding ......................................................................................................... 7  1.1 Aanleiding .................................................................................................... 7  1.2 Projectbeschrijving ........................................................................................ 6  2. Trendstudie .................................................................................................... 9  2.1 Methode ....................................................................................................... 9  2.2 Uitkomsten ................................................................................................... 9  2.3 Toekomstig onderzoek ................................................................................. 11 

3. P ilot .............................................................................................................. 13  4. Tools voor nieuw e vormen van onderw ijs..................................................... 15  4.1 Annotatietool .............................................................................................. 15  4.2 Peerfeedback m.b.v. Annotatietool ................................................................ 16  4.3 Screencasts over social software ................................................................... 17 

5. Symposium en w orkshops ............................................................................ 19  5.1 UU­brede bijeenkomst ‘De student van de toekomst’ ....................................... 19  5.2 Workshop bij Communicatie Service Centrum ‘De nieuwe student’..................... 22  5.3 Toekomstige workshops ............................................................................... 23  6. Good practices .............................................................................................. 25  7. Videofragmenten van de Einsteingeneratie .................................................. 27  8. Kruisbestuiving met andere projecten .......................................................... 29  9. Tot slot: antw oorden op centrale vragen ...................................................... 31  9.1 Reële, omvangrijke en universele veranderingen? ........................................... 31  9.2 Betekenis voor de universiteit?...................................................................... 32  9.3 Consequenties van de veranderingen? ........................................................... 32  Literatuurlijst ................................................................................................... 35  Bijlage 1 ........................................................................................................... 37

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  3 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

4

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

Management samenvatting 
Projectbeschrijving 
Aanleiding voor het project 'de nieuwe student' is de verwachting dat er de komende  jaren een ander type student in de collegebanken komt te zitten. Recente  wetenschappelijke literatuur geeft aan dat jongeren van nu, en daarmee studenten van  de nabije toekomst, op een andere manier leren. Die manier van leren wordt getypeerd  door kernbegrippen als bereikbaarheid, multitasking, interactiviteit, non­lineariteit,  gaming en visuele informatie.  Doel van dit project was enerzijds om zelf na te gaan of er inderdaad een nieuwe student  aankomt, en zo ja om te verkennen wat dat betekent of zou moeten betekenen voor het  onderwijs aan de universiteit. Anderzijds had dit project tot doel om het bewustzijn van  de faculteits­ en opleidingsdirecteuren en docenten te verhogen met betrekking tot de  nieuwe student. Vanuit deze doelen zijn een trendstudie en een pilot uitgevoerd, is op  basis van verworven inzichten een aantal workshops opgezet en uitgevoerd, en is  verschillend materiaal verzameld over de nieuwe student. Docenten, faculteits­ en  opleidingsdirecteuren kunnen op de website van het Expertisecentrum ICT in het  Onderwijs (http://www.uu.nl/ivlos­ictexpertisecentrum) een overzicht van dit materiaal  vinden. Dit materiaal bestaat uit: good practices in het onderwijs binnen en buiten de  Universiteit Utrecht, videofragmenten van jongeren en de manier waarop zij nieuwe 
1  media gebruiken, screencasts over verschillende social software . 

Centrale vragen en antwoorden 
1. Hoe reëel, omvangrijk en universeel zijn de geschetste veranderingen?  Op basis van de trendstudie, waarin een literatuurstudie en een empirische studie is  uitgevoerd, kan worden geconcludeerd dat er wel degelijk een andere groep studenten in  de collegebanken zal komen te zitten. De veranderingen die in de literatuur geschetst  worden zijn dat jongeren van nu: snel en ongeduldig zijn, het liefst leren door te doen,  resultaatgericht denken, sociaal en interactief zijn, goed zijn in multi­tasking, visueel  ingesteld zijn en verbonden en mobiel zijn. Op basis van de verkennende interviews  lijken deze geschetste veranderingen in zekere mate reëel. De kenmerken zijn echter  niet alleen specifiek voor een nieuwe generatie jongeren, maar typeren ook een  maatschappelijke tendens. 

Software die het ontstaan en onderhouden van sociale structuren, samenwerking en online gemeenschappen 

faciliteert.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  5 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

2. Zou de universiteit er in zijn toekomstig onderwijs iets mee moeten en zo ja wat dan?  Onze suggestie is niet dat het onderwijs helemaal anders wordt, maar wel dat  onderwijsvormen en curricula nog kritisch moet worden bekeken vanuit het perspectief  van de nieuwe student. Daarbij moet vooral verder worden uitgezocht waar en hoe het  onderwijs zich nou wel en niet moet aanpassen aan de nieuwe student. 

3. Welke consequenties heeft een nieuwe student voor het universitair onderwijs, de 

manier van leren van toekomstige studenten en de rol voor ICT in het UU­onderwijs,  zodat dat goed zal aansluiten bij de toekomstige behoeften? 
Er zijn twee soorten consequenties te identificeren. Enerzijds vraagt de nieuwe student  om het nadenken over nieuwe vormen van onderwijs. Twee criteria staan daarbij  centraal: authenticiteit en interactiviteit. Het eerste verwijst naar het belang van  levensechte en betekenisvolle ervaringen voor studenten. Het tweede verwijst naar het  continu, en onafhankelijk van tijd en plaats, in contact staan met verschillende mensen.  Anderzijds vraagt de nieuwe student om het verkennen van het onderwijskundig gebruik  van een variëteit aan media (zoals bijv. wiki’s, podcasts, maar ook gaming, streaming  video, etcetera). Deze media kunnen op bepaalde manieren authenticiteit en  interactiviteit in het onderwijs stimuleren.  Naast deze consequenties worden individuele leerwegen en personalisatie in het  onderwijs van belang om tegemoet te komen aan de groeiende diversiteit onder  studenten. 

Vanwege de voortdurende ontwikkelingen is er naast onderwijskundig onderzoek, ruimte  nodig voor docenten om nieuwe onderwijsvormen en toepassingen van nieuwe media uit  te proberen en te ontwikkelen ( ‘digitale proeftuinen’). De good practices die in het kader  van dit project verzameld zijn, zijn daar eerste voorbeelden van.  In dit project is verder duidelijk geworden dat de dialoog met de huidige generatie  studenten over de vormgeving van het onderwijs nadrukkelijker vorm moet krijgen.

6  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

1. I nleiding 
1.1 Aanleiding 
De notitie van het Expertisecentrum ICT in het Onderwijs 2006­2010 schetst dat één van  de verwachtingen voor de komende jaren is dat er een andere student in de  collegebanken komt te zitten. Deze nieuwe student vraagt mogelijk om nieuwe vormen  van onderwijs. Naar aanleiding van de geschetste verwachtingen, is in het jaar 2006 het  project 'De nieuwe student' uitgevoerd. Dit rapport doet verslag van de verschillende  activiteiten die zijn ondernomen in het kader van dit project en geeft de verworven  inzichten beknopt weer. We geven nu eerst een overzicht van dit project, waarin de  centrale vragen, het doel en de ondernomen activiteiten worden toegelicht. 

1.2 Projectbeschrijving 
Zoals aangegeven in de genoemde notitie laat recent onderzoek (Oblinger, 2005; Rohde,  2003; Veen & Jacobs, 2004) zien dat bij de jeugd tussen de 7 en 18 jaar belangrijke  veranderingen in leren te zien zijn. Deze veranderingen zijn het sterkst bij de jongste  groep (7­12 jaar). Kernbegrippen die uit deze onderzoeken naar voren omen, zijn onder  andere: bereikbaarheid, multitasking, interactiviteit, non­lineariteit, gaming en visuele  informatie. Op basis van deze verwachtingen, formuleerde het Expertisecentrum ICT in  het Onderwijs een aantal vragen die van belang zijn voor de Universiteit Utrecht om de  komende jaren antwoord op te vinden: · · Hoe reëel, omvangrijk en universeel zijn de geschetste veranderingen? Zou de universiteit er in zijn toekomstig onderwijs iets mee moeten en zo ja wat  dan? · Welke consequenties heeft dit voor een nieuwe student universitair onderwijs, de  manier van leren van toekomstige studenten en de rol voor ICT in het UU­  onderwijs, zodat dat goed zal aansluiten bij de toekomstige behoeften?  In dit project zijn de volgende activiteiten ondernomen om eerste antwoorden te vinden  op deze centrale vragen:  ­ Een trendstudie waarin een overzicht wordt gegeven van de te verwachten  veranderingen in de leer­ en informatieverwerkingsstijlen van toekomstige studenten.  ­ Een pilot waarin studenten in een nieuwe onderwijsvorm werken die past bij de 'nieuwe  student'.  Naast het krijgen van inzicht, was een centraal doel van dit project het verhogen van het  bewustzijn van opleidingsdirecteuren en het beter voorbereiden van docenten op  veranderingen in de studentenpopulatie en op de consequenties hiervan voor onderwijs  en het gebruik van ICT in het onderwijs. Om dit doel te bereiken zijn de volgende  activiteiten ondernomen, waarbij tegelijkertijd verder inzicht verworven is:

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  7 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

­ Er is een overzicht gemaakt van tools voor nieuwe vormen van onderwijs die passen bij  de nieuwe student  ­ Er zijn workshops georganiseerd voor faculteits­ en opleidingsdirecteuren en docenten  ­ Er is een overzicht gemaakt van good practices binnen en buiten de UU  ­ Er zijn videofragmenten verzameld van jongeren en de manier waarop zij moderne  media gebruiken  Tot slot zijn er in het kader van andere projecten van het Expertisecentrum activiteiten  ondernomen die nauw aan bleken te sluiten bij de verworven inzichten over de nieuwe  student. Daardoor is kruisbestuiving tussen projecten mogelijk geworden.  In de volgende paragrafen worden de genoemde activiteiten achtereenvolgens in meer  detail beschreven.

8  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

2. Trendstudie 
In het kader van dit project is besloten allereerst een trendstudie uit te voeren, om te  kijken naar de te verwachte veranderingen in de leer –en informatieverwerkingsstijlen  van toekomstige studenten, en naar de mogelijke gevolgen hiervan voor het universitaire  onderwijs. Hieronder worden methode en uitkomsten beschreven en wordt vooruitgeblikt  op toekomstig onderzoek. Meer details hierover zijn te vinden in de oorspronkelijke  trendstudie. Een digitale versie van de trendstudie is te vinden op de site van het  expertisecentrum ICT in het onderwijs (http://www.uu.nl/ivlos­ictexpertisecentrum),  onder het kopje de nieuwe student. 

2.1 Methode 
De trendstudie is totstandgekomen op basis van een literatuurstudie enerzijds en op  basis van een eigen kleinschalig onderzoek naar toekomstige studenten anderzijds.  Ten behoeve van het literatuuronderzoek is in diverse media gezocht naar relevante  bronnen. Hieronder valt het gebruik van de universiteitsbibliotheek, de wetenschappelijke  en niet­wetenschappelijke zoekmachine van Google, diverse websites en databases met  full­text artikelen en pagina’s van specifieke auteurs en instellingen. Ook zijn bepaalde  artikelen door collega’s onder de aandacht gebracht of kon er via de literatuurlijst van  een bepaalde tekst een nieuw artikel opgespoord worden. Er is veel gezocht met behulp  van sleutelwoorden, zoals ‘net­generatie’, ‘webgeneratie’, ‘millennials’, ‘homo zappiens’  en met behulp van de namen van bekende auteurs in het veld, zoals Rohde (2003), Veen  (2000), Prensky (2005) en Oblinger (2005). Tevens heeft één van de auteurs het  congres ‘Klikt ‘t’ bijgewoond waar werd gesproken over educatieve oplossingen voor de  net­generatie.  Het eigen onderzoek bestond uit het houden van interviews met toekomstige  universitaire studenten. Via het Scholennetwerk van het IVLOS zijn zeven middelbare  scholen in de regio Utrecht benaderd om daar één of twee groepsinterviews met vijf  leerlingen uit 4 of 5 VWO te houden. Vier scholen hebben uiteindelijk positief gereageerd  op dit verzoek (zie voor meer details hoofdstuk drie van de trendstudie). Op de vier vwo  scholen zijn zeven groepjes van vier of vijf leerlingen geïnterviewd, met een totaal van  33 leerlingen. Tijdens die interviews is gevraagd naar ervaringen en belevingen van de  jongeren ten aanzien van onderwijs en ICT. 

2.2 Uitkomsten 
Uit de literatuurstudie komt naar voren dat diverse auteurs de volgende eigenschappen  toedichten aan de net­generatie:

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  9 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

1.  Snel en ongeduldig; men reageert snel, maar verwacht ook dat anderen snel  reageren.  2.  Leren door doen; het leren door middel van experimenteren, het  proefondervindelijk vaststellen hoe iets werkt, wordt als een van de voorkeuren  van de net­generatie genoemd.  3.  Resultaatgericht; de net­generatie vraagt zich vaak af wat het doel is van een  bepaalde activiteit en handelt als aan deze handeling een bepaalde beloning  gekoppeld is.  4.  Sociaal en interactief; de net­generatie werkt graag samen met anderen en vindt  het belangrijk om via ICT contacten te onderhouden met anderen.  5.  Multi­tasking; de net­generatie is in staat meerdere taken simultaan uit te voeren.  6.  Visueel ingesteld; de net­generatie laat zich sterker leiden door afbeeldingen dan  door tekst.  7.  Verbonden & mobiel; de net­generatie is mobiel, voorzien van  communicatietechnologie om op verschillende plaatsen in verbinding te staan met  onder andere hun sociale kring.  In hoofdstuk twee van de trendstudie zijn deze kenmerken nader uitgewerkt. Er wordt  geconstateerd dat verschillende auteurs vooral opiniërende publicaties hebben  geschreven. Er is weinig onderzoek naar de net­generatie gedaan.  De uitkomsten van het eigen onderzoek dat in het kader van de trendstudie is gedaan  ondersteunen grotendeels de opvattingen uit de literatuur. Desalniettemin worden in  hoofdstuk vier van de trendstudie enkele belangrijke nuanceringen gemaakt. Jongeren  gebruiken ICT bijvoorbeeld op een vanzelfsprekende manier, maar de mate waarin zij  ICT gebruiken verschilt sterk per persoon. Wel wordt door het uitgevoerde onderzoek  bevestigd dat jongeren vermoedelijk vooral leren door te doen èn sociaal en interactief  zijn. Voor het visueel ingesteld zijn, is in de groepsinterviews niet direct bevestiging  gevonden. Verder maken de uitkomsten duidelijk dat jongeren gebruik maken van  andere ICT­tools (zoals de mobiele telefoon, internet, en MSN) dan de tools die met  name binnen het universitaire onderwijs worden gebruikt. Samenvattend wordt in de  trendstudie geconcludeerd dat de typeringen van de netgeneratie enigszins overtrokken  zijn, maar dat de aankomende generatie studenten zich wel degelijk anders gedraagt in  relatie tot ICT, informatie en kennis dan voorgaande generaties.  Aangezien de net­generatie een zeer diverse groep is, wordt in hoofdstuk vier nog  aandacht besteed aan personalisatie. Met personalisatie wordt bedoeld het verbeteren  van de aansluiting bij de verschillen tussen studenten, zodat zij het gevoel krijgen ergens  bij te horen en als persoon en niet als onderdeel van de massa te worden aangesproken  (Lam, Rubens & Simons, 2006, p. 35).

10  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

Hoofdstuk vijf van de trendstudie bevat ten slotte een aantal aanbevelingen die  betrekking hebben op het kritisch tegen het licht houden van curricula en leerstof, de  binnen het universitaire onderwijs in te zetten ICT­tools, personalisatie en het uitvoeren  van meer onderzoek. 

2.3 Toekomstig onderzoek 
De trendstudie beschrijft een eerste verkenning van de toekomstige student. Om meer  gefundeerde uitspraken te kunnen doen en over een ‘generatie’ en haar kenmerken te  spreken, is meer grootschalig en systematisch onderzoek nodig naar jeugdculturen en  hun manier van omgaan met elkaar, met informatie en met ICT.  Zoals ook in de trendstudie wordt opgemerkt, wordt er weliswaar regelmatig over de net­  generatie geschreven maar betrekkelijk weinig met deze generatie zelf gesproken. Op  basis van de ervaringen in de trendstudie bevelen we aan om juist de groep waarover  het gaat te betrekken in het onderzoek. We adviseren beleidsmakers in het universitaire  onderwijs om regelmatig met zowel huidige als toekomstige studenten in gesprek te  gaan, en hun niet alleen te vragen naar hun ervaringen en belevingen van het onderwijs,  maar ook naar hun verwachtingen en wensen ten aanzien van onderwijs en de  vormgeving daarvan.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  11 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

12 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

3. P ilot 
In het voorjaar van 2006 is een uitgebreide pilot gehouden bij het Junior College (JCU)  van de UU. Op het JCU werken aankomende studenten in groepjes van drie aan een  zogeheten ‘pre­thesis’. De pilot bestond uit het inzetten van een wiki (MediaWiki) bij het  schrijven van deze pre­thesis. Het doel van de pilot was om te kijken of deze manier van  werken aansluit bij de manier waarop studenten een product gezamenlijk willen  ontwikkelen. Een wiki is een systeem waarmee online ­ en dus op ieder moment van de  dag ­ samengewerkt kan worden aan een of meerdere documenten. Een voordeel van de  deze techniek is dat inzichtelijk is welke bijdragen zijn geleverd en hoe een schrijfsel zich  over een bepaalde tijd ontwikkeld. Alle revisies blijven beschikbaar en zijn met elkaar te  vergelijken.  Vijf groepjes hebben via de wiki samengewerkt aan hun onderzoek en gezamenlijke  tekst. Met de 15 studenten zijn na afloop van 4 weken samenwerken, groepsinterviews  gehouden. In deze interviews werden de studenten gevraagd hoe frequent  en op welke  manier ze de wiki gebruikt hadden en hoe ze de wiki hadden ervaren.  Uit de analyse van de interviews kwam naar voren dat er zeker belangstelling bestond  voor de applicatie, maar dat de opmaak van de wiki beperkingen opgeworpen heeft.  Studenten hebben zich positief uitgelaten over het gemak van één centrale versie van  het werk en de zichtbaarheid van wijzigingen en individuele bijdragen. Als  discussieplatform ­ of overlegsysteem ­ is MediaWiki minder geschikt bevonden. Met  betrekking tot de opmaak wordt door de leerlingen verwezen naar het gemak van  Microsoft Word, waarin direct zichtbaar is hoe het product er op papier uit komt te zien.  Het lijkt ons zeer zinvol om de ontwikkelingen van MediaWiki te volgen, aangezien het  software betreft die steeds verder ontwikkeld wordt. Te verwachten is dat deze applicatie  op korte termijn over een zogenaamde WYSIWYG­editor zal beschikken zodat de  opmaakmogelijkheden worden verbeterd.  Een uitgebreider verslag van de casus is in een doctoraalscriptie verwerkt (Procee,  2006). Deze scriptie kan op verzoek worden toegezonden.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  13 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

14 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

4. Tools voor nieuw e vormen van onderw ijs 
Om docenten te ondersteunen bij het vormgeven van nieuwe vormen van onderwijs, is  een Annotatietool ontwikkeld die onder andere geschikt is voor het faciliteren van  peerfeedback onder studenten. Om docenten ook bekend te maken met andere  mogelijke tools, zijn online presentaties (zogeheten screencasts) gemaakt over het  gebruik van diverse social software. 

4.1 Annotatietool 
In een promotieproject van het Expertisecentrum ICT in het onderwijs is de afgelopen  jaren door Jakko van der Pol een tool ontwikkeld, een Annotatietool, om studenten online  hun studiemateriaal te laten bespreken en een gezamenlijke verdieping van de stof te  ondersteunen. Door middel van de Annotatietool worden zowel de te bestuderen  literatuur als de discussie binnen één beeldscherm aangeboden. Studenten discussiëren  over deze tekst in het discussieplatform en geven aan, door middel van een ‘anker’, op  welk gedeelte van de tekst hun discussie betrekking heeft. Ook kunnen studenten elkaar  met behulp van de tool feedback geven. In figuur 1 wordt de Annotatietool  gevisualiseerd. 

Figuur 1. Screenshot van de Annotatietool 

Resultaten uit zijn onderzoek (Van der Pol, Admiraal & Simons, 2006) laten onder andere  zien dat er met behulp van de Annotatietool meer betekenisvol wordt gediscussieerd en  er vaker aan de inhoud van de literatuur wordt gerefereerd in vergelijking met eenzelfde

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  15 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

opdracht en gebruik van een discussie forum in Blackboard. Ook wordt er efficiënter  gecommuniceerd.  Op de site van het expertisecentrum ICT in het onderwijs (http://www.uu.nl/ivlos­  ictexpertisecentrum), wordt aangegeven op welke manier docenten over deze tool  kunnen beschikken en hoe ze de tool in hun onderwijs kunnen inzetten. 

4.2 Peerfeedback met behulp van Annotatietool 
De Annotatietool is onder andere geschikt voor het ondersteunen van peerfeedback.  Feedback geven op schrijfproducten is arbeidsintensief voor een docent. Het introduceren  van peerfeedback is een manier om de hoeveelheid feedback uit te breiden zonder dat  het de docent extra tijd kost. Daarnaast is het vanuit didactisch perspectief ook  aantrekkelijk om gebruik te maken van peerfeedback. Immers, ‘peers’ spreken de taal  van elkaar, ze zijn actief met het materiaal bezig waardoor een grotere diepteverwerking  kan worden bereikt, het kan als een tussenstap naar zelfstandig leren worden ingebouwd  en het bereidt hen voor op hun latere beroepsuitoefening.  In het kader van dit project en het Europese eLene­TT project is door het IVLOS een  blended cursus ontwikkeld over peerassessment van schrijfproducten, o.a. met behulp  van de Annotatietool. De cursus is bedoelt om docenten, die geïnteresseerd zijn om  peerfeedback te gaan gebruiken in hun onderwijs, te introduceren in de wereld van  peerfeedback en ICT. De cursus bestaat uit een gezamenlijke startbijeenkomst en een  afsluitende groepsbijeenkomst. Tussen deze twee face­to­face bijeenkomsten liggen drie  weken waarin de deelnemers individueel aan een opdracht werken. Het idee is om het  eerst zelf te laten ervaren wat online peerfeedback is voordat zij studenten ermee kennis  laten maken.  In de eerste bijeenkomst van tweeëneenhalf uur wordt uitgelegd wat peerfeedback  behelst, wordt theoretische achtergrond informatie gegeven over peerfeedback, worden  de ICT mogelijkheden toegelicht en wordt het Annotatiesysteem geïntroduceerd. Ook  voeren de docenten al een kortdurende hands­on opdracht uit waarbij ze in duo’s  experimenteren, met behulp van een oefentekst, en elkaar feedback geven. Tot slot  wordt de opdracht die ze tussen de bijeenkomsten moeten uitvoeren, toegelicht.  De bedoeling van deze tussenliggende opdracht, die online met behulp van het  Annotatiesysteem wordt uitgevoerd, is dat in trio’s of duo’s een tekst wordt besproken.  Een groepslid moet een niet al te omvangrijke tekst inbrengen en daarbij enige  contextuele informatie geven. Ook worden enkele criteria voor beoordeling meegegeven  (bijvoorbeeld: het doel is om goede, opbouwende kritiek te leveren en niet om een cijfer  te geven) en worden ‘spelregels’ afgesproken met betrekking tot de frequentie van het  lezen, schrijven en reageren op de tekst.

16  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

In de afsluitende face­to­face bijeenkomst wordt teruggeblikt op de opdracht aan de  hand van kenmerken van feedback. Ook wordt het werken met de Annotatietool  geëvalueerd. Verder wordt ingegaan op de rol van de docent wanneer zij peerfeedback in  hun onderwijs introduceren. Bijvoorbeeld: hoe kan er effectief en efficiënt worden  gemonitord? Wat is de rol van de begeleider? Hoe kan peerfeedback worden  georganiseerd in grote groepen?  De cursus over peerfeedback en de annotatietool worden op moment van schrijven nog  doorontwikkeld. Meer informatie over de beschikbaarheid en het aanvragen van de  cursus en de annotatietool wordt op korte termijn geplaatst op de site van het  expertisecentrum ICT in het onderwijs (http://www.uu.nl/ivlos­ictexpertisecentrum)  onder het kopje de nieuwe student. 

4.3 Screencasts over social software 
Om mensen kort en gemakkelijk kennis te laten maken met een aantal social software  die interessant lijken voor de nieuwe generatie studenten, zijn er in het kader van dit  project zogeheten screencasts gemaakt. Screencasts zijn korte online presentaties. Het  voordeel van deze presentaties is dat docenten deze online presentaties plaats­ en  tijdonafhankelijk kunnen bekijken. Veel docenten vinden het immers lastig om tijd vrij te  maken voor het bezoeken van workshops. Docenten kunnen op deze manier eerst  kennismaken met een onderwerp en bij verdere interesse meer informatie vragen en/of  workshops bezoeken.  Er zijn op dit moment vier presentaties beschikbaar: · · · · Introductie (4 minuten) RSS (ongeveer 12 minuten) Weblogs (ongeveer 15 minuten) Podcasting (ongeveer 14 minuten) 

Elke presentatie: · · · · introduceert een bepaald type nieuwe technologie, verkent de onderwijskundige mogelijkheden (aan de hand van voorbeelden), gaat in op de vraag in hoeverre deze technologie past bij de net­generatie, en verwijst naar meer informatie. 

De screencasts zijn eveneens op de site van het Expertisecentrum geplaatst, en kunnen  in de nabije toekomst aangevuld worden met presentaties over andere tools zoals Hyves,  gaming, mobile learning, etcetera. Via de nieuwsbrief zullen mensen op de hoogte  worden gesteld van nieuwe screencasts.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  17 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

18 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

5. Symposium en w orkshops 
Om universiteitsbreed het bewustzijn over de nieuwe student te verhogen, is in het  najaar een universiteitsbreed symposium georganiseerd. Vervolgens is er een op­maat  workshop over de nieuwe student verzorgd bij de groep Digitale en Gedrukte Media van  het Communicatie Service Centrum. In het voorjaar 2007 volgen mogelijk nog een aantal  op­maat workshops. Hieronder worden het symposium en de workshop (die op maat kan  worden aangepast) meer uitvoerig beschreven. 

5.1 UU­brede bijeenkomst ‘De student van de toekomst’ 
Het IVLOS organiseerde op 29 september een symposium over de student van de  toekomst, in het kader van het afscheid van Albert Pilot als hoogleraar­directeur van het  IVLOS. De genodigden bestonden onder andere uit docenten, opleidingsdirecteuren, ICT­  coördinatoren en onderwijskundigen van de UU.  De middag begon met een lezing van Inez Groen van het reclame­ en adviesbureau  Keesie en medeauteur van het boek ‘Generatie Einstein’  (http://www.keesie.nl/generatieeinstein/). Zij sprak over de eigenschappen van de  nieuwe generatie. Ze zijn niet lui, verwend en verspillen hun tijd achter de computer,  maar ze zijn snel, sociaal en slim. In de tijd die ze besteden achter de computer  onderhouden de jongeren sociale netwerken en leren ze multi­tasken.  Om de meningen in het publiek te peilen en meteen ook zelf op een nieuwe manier een  symposium te verzorgen, is gebruik gemaakt van de stemkastjes van  Geowetenschappen. Een aantal van de uitkomsten worden hieronder beschreven.  Het publiek sprak deze middag ook zelf met 12 jongeren van het Bonifatiuscollege in de  leeftijd van 12 tot 15 jaar. Men ging uiteen in 6 verschillende groepen, waarin per groep  twee jongeren hun gebruik van een bepaald medium lieten zien. De volgende media  werden behandeld: · · · · · · Google Hyves (online netwerk van vrienden) Websites Gaming Chat SMS 

Dit diende een dubbel doel; enerzijds werd het universiteitsbrede publiek geïnformeerd  over verschillende nieuwe media, waarbij de jongeren als experts fungeerden. Anderzijds  kon ter plekke worden getoetst in hoeverre en op welke manier jongeren nu anders  omgaan met informatie en met leren, waarbij de jongeren als voorbeelden van de

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  19 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

Einsteingeneratie optraden. In de groepsessies werd door de aanwezigen veel gevraagd  over de wereld van online gamen, websites bouwen, vriendennetwerken onderhouden  (via Hyves, SMS en MSN) en informatie opzoeken. De frequentie, snelheid en het gemak  waarmee deze nieuwe media door de jongeren bleek te worden ingezet liet zien hoe ze  hun eigen informatie en communicatielijnen gebruiken. 

Met behulp van de stemkastjes werden twee stemrondes gehouden. De eerste  stemsessie volgde op de lezing van Inez Groen, en bestond onder andere uit de vraag of  mensen dachten dat er een nieuwe generatie studenten aankomt, en de vraag hoeveel  van de jeugd volgens hun voldoet aan de geschetste kenmerken van de Einstein. Dit  leverde de volgende resultaten op: 

1.)  Gelooft u dat er een nieuwe generatie studenten aankomt?  Antwoorden  (percentage)  (aantal)  Ja  Nee  Ik twijfel  Totalen  68,04%  11,34%  20,62%  100%  66  11  20  97 

2.)  Welk percentage van de jeugd voldoet aan de kenmerken van de generatie Einstein?  Antwoorden  (percentage)  (percentage)  0%  1 – 20%  21 – 40%  41 – 60%  61 – 80%  81 – 99%  100%  Totalen  3,41%  10,23%  14,77%  26,14%  31,82%  12,50%  1,14%  100%  3  9  13  23  28  11  1  88 

Uit de tabellen komt naar voren dat het merendeel van het publiek (68 %) na de lezing  gelooft dat er een nieuwe generatie studenten aankomt, en denkt het grootste deel van  het publiek (58 %) dat tussen de 41 en 80 procent van de jeugd aan de Einstein  kenmerken voldoet.

20  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

De tweede stemsessie vond plaats na de interviews met de jongeren, en bestond uit  verschillende vragen over het beeld dat het publiek had over de jeugd, en over de  consequenties voor het onderwijs. 

1.)  Is uw beeld van de jeugd vanmiddag veranderd?  Antwoorden  (percentage)  Ja  Nee  Totalen  34,83%  65,17%  100%  (aantal)  31  58  89 

2.)  In welk van onderstaande kenmerken gelooft u het meest?  Antwoorden  (percentage)  Mediasmart  Professionele ontvangers: of je reageert  bepaal je zelf  Continue met elkaar in contact  Ze hechten emotionele waarde aan media  Ze hebben een wereldwijd hobby­ en  interessenetwerk  Ze onderhouden een open tweerichting­  communicatie (weblogs)  Ze hebben authenticiteit als belangrijke  waarde  Totalen  25,29%  100%  22  87  2,30%  2  8,05%  7  5,75%  42,53%  1,15%  5  37  1  14,94%  (aantal)  13 

3.)  Vindt u dat er iets in het onderwijs moet veranderen vanwege de nieuwe instroom?  Antwoorden  (percentage)  Ja  Nee  Weet niet  Totalen  83,52%  7,69%  8,79%  100%  (aantal)  76  7  8  91

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  21 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

4.)  Wat vindt u het belangrijkste dat het hoger onderwijs dan moet veranderen?  Antwoorden  (percentage)  Onderwijswerkvormen aansluiten bij de  kenmerken van de nieuwe generatie  Meer moderne technologie gebruiken  Studenten leren om op academische wijze  te studeren  Flexibilisering, individualisering en  differentiatie  Totalen  54,35%  100%  50  92  19,57%  18  18,48%  7,61%  17  7  (aantal) 

Uit de tabellen komt naar voren dat het publiek gelooft dat het meest kenmerkende voor  die nieuwe generatie studenten is dat ze continu met elkaar in contact staan,  authenticiteit als meest belangrijke waarde hebben, en mediasmart zijn. Opvallend is dat  83% van het publiek vindt dat er iets in het onderwijs moet veranderen, en dat  flexibilisering, individualisering en differentiatie als meest belangrijke  onderwijsveranderingen worden gezien.  Vanwege de onwennigheid van het publiek met de stemkastjes is niet helemaal duidelijk  hoe betrouwbaar de uitkomsten zijn. Desondanks geven de peilingen in grote lijnen aan  dat het publiek denkt dat er een nieuwe student aankomt, en van mening is dat het  onderwijs daarop aangepast moet worden.  De informele reacties op de workshop waren zeer positief, en de workshop heeft naast  verdere belangstelling vanuit de faculteiten, ook binnen het IVLOS de nodige discussies  over de nieuwe student in gang gezet. De bijeenkomst heeft ook de aandacht van het  AD/Utrechts Nieuwsblad gekregen. Op 30 september 2006 is er een nieuwsbericht  verschenen waarin de bijeenkomst is beschreven. Dit bericht is opgenomen in bijlage 1  van dit rapport. 

5.2  Workshop bij Communicatie Service Centrum ‘De nieuwe student’ 
Op dinsdag 21 november 2006 gaven Robert­Jan Simons en Sanne Akkerman een  workshop (3 uur) bij de groep Digitale en Gedrukte Media van het Communicatie Service  Centrum. Aanleiding voor de workshop was een concrete vraag van de groep: Wat  kunnen we in plaats van brochures en studiegidsen doen om de nieuwe generatie  studenten te bereiken en te informeren?  Robert­Jan Simons opende de bijeenkomst met een lezing over de veranderde  voorkeuren voor informatieverwerking en motivatie bij de nieuwe generatie studenten. 22  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

Hierin werd onder andere verwezen naar de literatuur zoals beschreven in de trendstudie  en werden een aantal video­fragmenten getoond die gemaakt zijn van de groepsessies  (symposium). De lezing werd afgesloten met een korte discussie over de vraag of  mensen dit herkennen en geloven, en of het Communicatie Service Centrum hier iets  mee moet.  De vraag of het nu om een generatie met wezenlijk andere kenmerken gaat of om een  meer brede cultuurverandering bleef onbeslist. Wel concludeerde de groep dat ze zeker  iets anders kan en wil doen om studenten te bereiken en te informeren. Drie specifieke  thema’s werden nader verkend en besproken in subgroepen:  1. Interactiviteit en netwerken – Hoe zouden aankomende studenten benaderd willen  worden?  2. Authenticiteit en ervaren – Wat voor soorten informatie en materialen heb je nodig om  authentieke ervaringen rond de studies te organiseren?  3. Visualiteit en mediagebruik – Wat voor nieuwe media kun je inzetten om studenten te  bereiken en te informeren?  In de subgroepen werden een reeks mogelijkheden genoemd. Als meest concrete  mogelijkheid werd genoemd dat de groep als platform kan functioneren voor het  organiseren van zogeheten ‘grenspraktijken’. Daarbij worden aankomende studenten in  contact gebracht met studenten en docenten uit de verschillende studies, en horen de  aankomende studenten authentieke verhalen over het vak en de studie. Een manier om  het organiseren van grenspraktijken vorm te geven is bijvoorbeeld het opzetten van  discussieforums of weblogs per studie of het verzamelen en ontsluiten van video­  verhalen over de verschillende studies.  Sylvia den Hengst, manager van de groep, gaf in haar evaluatie aan dat de workshop tot  suggesties heeft geleid die gebruikt zullen worden bij het formuleren van  toekomstplannen voor de groep Digitale en Gedrukte Media. 

5.3 Toekomstige workshops 
Er is vanuit verschillende kanten interesse getoond voor een soortgelijke workshop als  gegeven bij het Communicatie Service Centrum. Naar aanleiding daarvan wordt gekeken  of in het voorjaar 2007 een dergelijke workshop verzorgd kan worden bij:  ­ de faculteit Rechten  ­ de faculteit Sociale Wetenschappen  ­ Onderwijsparade  Het Ublad heeft in navolging van het bezoek aan het symposium (zie 5.1) laten weten  graag één van deze workshops bij te wonen ten behoeve van een artikel.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  23 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

24 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

6. Good practices 
Om docenten inzicht te geven in hoe onderwijs voor de nieuwe student concreet handen  en voeten kan worden gegeven, zijn verschillende good practices verzameld. Op basis  van interviews met de betrokken docent of student, is een aantal initiatieven binnen de  universiteit beschreven: · · · · Gaming bij Media en Re/presentatie Videoconferencing bij de vakgroep Spaans Project Einstein bij Natuurkunde Actief, online en non­lineair aan eigen onderzoeksopzet werken bij IVLOS 

Verder is aangesloten bij de good practice site van SURF (http://goodpractices.surf.nl) en  is gezocht naar een aantal good practices die, op basis van de kenmerken van de nieuwe  student, als inspirerend kunnen worden bestempeld. Dit heeft de volgende voorbeelden  opgeleverd: · · · · · ZAP, zeer interactieve multimedia programma’s E­zine, leren schrijven voor nieuwe media Blackboard Inspiratio Spoorzone Sieberdam, een online simulatie voor sociale interactie Weblogs in het onderwijs 

Voor elke good practice is beschreven hoe het onderwijs en de nieuwe media eruit zien.  Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in welke aspecten dit onderwijs past bij de net  generatie en wordt naar meer informatie verwezen.  De good practices zijn op de site van het Expertisecentrum (http://www.uu.nl/ivlos­  ictexpertisecentrum) te vinden, en kunnen in de toekomst verder worden aangevuld met  andere vernieuwende initiatieven binnen de UU. Via de nieuwsbrief zullen mensen op de  hoogte worden gesteld van de good practices en uitgenodigd worden om nieuwe good  practices aan te melden.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  25 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

26 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

7. Videofragmenten van de Einsteingeneratie 
Tijdens het UU­brede symposium (zie 5.1) zijn zes groepsessies van ongeveer 20  minuten opgenomen. In iedere bijeenkomst toonden 2 jongeren aan de genodigden hoe  zij met een specifiek medium omgingen. Het gaat om de volgende onderwerpen: · · · · · · Google Hyves (online netwerk van vrienden) Websites Gaming Chat SMS 

De videofragmenten illustreren de volgende indrukken die we tijdens de sessies hebben  gekregen: · Jongeren gebruiken nieuwe media dagelijks en op hun eigen manier (bijv. Hyves  voor heel breed vriendennetwerk, MSN voor vrienden, SMS en telefoon voor  dichtbije vrienden). · Met behulp van die nieuwe media weten jongeren redelijk goed hun weg te vinden  in onze platte wereld waarin veelheid aan informatie is, en waar met iedereen  contact kan worden opgenomen. · De tijd achter de computer is niet verspilde tijd, want via dit medium  onderhouden jongeren sociale netwerken, leren ze multitasken, en blijven up­to­  date wat betreft maatschappelijk ontwikkelingen en ideeën. · Daarnaast lijken jongeren ook gewoon jongeren, die begeleiding en enige  structuur nodig hebben in hun zoektocht naar eigen identiteit. 

De videofragmenten zijn toegankelijk gemaakt via de site van het expertisecentrum ICT  in het Onderwijs (http://www.uu.nl/ivlos­ictexpertisecentrum), en zullen tevens worden  gebruikt in toekomstige workshops over de nieuwe student en over nieuwe media.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  27 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

28 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

8. Kruisbestuiving met andere projecten 
Het Expertisecentrum is in het kader van verschillende projecten bezig met het  informeren van docenten en faculteiten over nieuwe vormen van onderwijs waarbij  gebruik wordt gemaakt van nieuwe media. Het project 'de nieuwe student' heeft met de  verworven inzichten tot een kader geleid waarmee het Expertisecentrum beter kan  duiden wat het belang en wat het nut is van nieuwe media en nieuwe onderwijsvormen.  Weblogs sluiten bijvoorbeeld aan bij flexibilisering van het onderwijs en bij authenticiteit.  En gaming sluit juist goed aan bij multitasking en bij het aanbieden van informatie in  visuele vorm. 

Op stapel staan de volgende bijeenkomsten over nieuwe media die mede voortbouwen  op de opgedane kennis in dit project:  ­ Workshop podcasting voor docenten, onderwijsondersteuners, en onderwijsmanagers  op donderdag 18 januari.  ­ Lunchbijeenkomst over gaming.  ­ Workshop over annotatietool.  ­ Brown bag bijeenkomst over RSS. 

Het IVLOS participeert in verschillende projecten (EMP, SURF, EU) waar goed gebruik kan  worden gemaakt van de inzichten over de nieuwe student: 

­ EMP project Mobile learning (faculteit Geneeskunde)  In september 2006 startte een EMP­project over mobiel leren binnen het onderwijs van  de opleidingen Geneeskunde en Algemene Gezondheidswetenschappen. Het project  beoogt een aantal pilots op te zetten waarin wordt verkend hoe mobiele technologie  (zoals bijv. PDA’s, laptops) ingezet kunnen worden in het onderwijs van studenten.  Mobiele technologie maakt het mogelijk het leren tijd­ en plaatsonafhankelijk te  ondersteunen. Met behulp van PDA’s kunnen studenten bijvoorbeeld ter plaatse medische  handboeken raadplegen, verslag doen van gesprekken, diagnostische tools doorlopen,  het elektronisch patiënten dossier aanvullen, en kunnen korte klinische beoordelingen  worden uitgevoerd. 

­ SURF project Nationaal Actie Programma: DiViDossier  In november 2006 is het project DIVIdossier van start gegaan. Dit project heeft tot doel  het technisch en inhoudelijk inpassen van het digitale videodossier in het portfolio binnen  de lerarenopleiding. Analyse van praktijksituaties en de reflectie op de eigen rol daarin,

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  29 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

dragen bij aan de beroepscompetenties van docenten in opleiding. Het DiVIdossier wordt  zowel als begeleidings­ en beoordelingsinstrument verkend. 

­ Europees project ELene­TLC  Elene­TLC is een door door de Europese Commissie gefinancierd project dat beoogt om  het leren en het doceren in het hoger onderwijs nog beter te ondersteunen met ICT. Het  doel is om een verzameling aan didactische en technologische middelen beschikbaar te  stellen voor docenten, onderwijsontwerpers, en studenten. IVLOS is vooral betrokken bij  het verzamelen van middelen voor studenten, en zal daarbij ook kijken naar de  behoeften en wensen van studenten. Daarnaast werkt het IVLOS aan een competentie  raamwerk waarmee de ICT vaardigheden van studenten kunnen worden getoetst. 

In deze verschillende projecten zal gebruik worden gemaakt van, maar ook verder  worden bijgedragen aan de opgedane expertise over de nieuwe student.

30  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

9. Tot slot: antw oorden op centrale vragen 
Bij de opzet van dit project zijn drie centrale vragen gesteld. Zonder systematisch en  grootschalig onderzoek kunnen deze nog niet worden beantwoord. Op basis van de  trendstudie, pilot en andere activiteiten zijn echter wel voorlopige antwoorden te geven.  We behandelen hieronder elk van de drie vragen. 

9.1 Hoe reëel, omvangrijk en universeel zijn de geschetste veranderingen?  Op basis van de trendstudie kan worden geconcludeerd dat er wel degelijk een andere  groep studenten in de collegebanken komt. De veranderingen die in de literatuur  geschetst worden zijn dat jongeren van nu, en daarmee studenten van de toekomst: · · · · · · · snel en ongeduldig zijn, het liefst leren door te doen, resultaatgericht denken, sociaal en interactief zijn, goed zijn in multi­tasking, visueel ingesteld zijn, verbonden en mobiel zijn. 

Op basis van de 33 interviews lijken deze geschetste veranderingen reëel (waarbij de  trendstudie wel een aantal nuanceringen aangeeft). De veranderingen lijken echter niet  alleen een typering van een nieuwe generatie jongeren maar ook een typering van  maatschappij­brede veranderingen waar we nu mee te maken hebben. Uit de  verkennende interviews voor de trendstudie is gebleken dat er nog wel grote verschillen  bestaan tussen jongeren in de mate waarin ze bepaalde media gebruiken en in de manier  waarin ze omgaan met informatie. We hebben tot nog toe gesproken over DE nieuwe  student en DE student van de toekomst, maar deze bestaat eigenlijk niet. Wel is te zien  dat hoe jonger de kinderen zijn des te meer en breder de geschetste veranderingen  zichtbaar zijn. Het lijkt dus wel om een maatschappelijke tendens te gaan waar het hoger  onderwijs naar moet kijken.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  31 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

9.2 Zou de universiteit er in zijn toekomstig onderwijs iets mee moeten en zo ja wat 

dan? 
Bovengenoemde veranderingen geven aan dat de nieuwe student ook specifieke  verwachtingen en wensen ten aanzien van onderwijs met zich mee zal brengen. Zo zal de  student die resultaatgericht is en graag leert door te doen waarschijnlijk minder graag in  de collegebanken zitten en theoretische kennis tot zich nemen. Zonder te willen  suggereren dat het onderwijs helemaal anders moet, lijkt het wel nodig om curricula en  het totaal aan onderwijsvormen eens kritisch tegen het licht van de nieuwe student te  houden. Daarbij moet vooral verder worden uitgezocht waar en hoe het onderwijs zich  nou wel en niet moet aanpassen aan de nieuwe student. Waar de eerste discussies over  de ‘netgeneratie’ nog spraken over een complete aanpassing van het onderwijs, wordt nu  al meer genuanceerd gekeken welke aspecten ook juist moeten worden behouden. Zo  werd bijvoorbeeld eerst geroepen dat het onderwijs hipper moest om tegemoet te komen  aan de nieuwe student die ‘snel’ en ‘ongeduldig’ is, terwijl nu juist ook de vraag rijst of  academisch onderwijs daar niet juist een onderwijstaak heeft. Zo is er bijvoorbeeld niets  mis met goede colleges, waar studenten moeten leren goed te luisteren, en  aantekeningen te maken. Wel kan computertechnologie deze bestaande  onderwijsvormen ondersteunen, bijvoorbeeld door praatjes van docenten te  ondersteunen met powerpoint­presentaties, en actief luisteren te stimuleren door de  inzet van digitale stemkastjes. 

9.3 Welke consequenties heeft een nieuwe student voor het universitair onderwijs, de 

manier van leren van toekomstige studenten en de rol voor ICT in het UU­onderwijs,  zodat dat goed zal aansluiten bij de toekomstige behoeften? 
Nieuwe vormen van onderwijs  Naar aanleiding van discussies over de nieuwe generatie leerlingen en maatschappelijke  ontwikkelingen, wordt in de onderwijskundige literatuur steeds meer nadruk gelegd op  het inrichten van individuele leerpaden, het aanbieden van basiskennis via complexe  opdrachten en uitdagingen èn het in een vroeg stadium van de studie onderdompelen  van studenten in de beroepspraktijk (Veen en Jacobs, 2004; Simons, Van der Linden, &  Duffy, 2000). In lijn met deze principes zijn twee elementen in de loop van dit project  naar voren gekomen die wij als meest centraal beschouwen voor toekomstig onderwijs  en de inzet van nieuwe media:  ­ Authenticiteit  Veel van de in dit project genoemde kenmerken van studenten, zoals leren door doen,  resultaatgerichtheid, leren in de beroepspraktijk, en persoonlijke leerwegen komen  samen in de term authenticiteit. Zoals door verschillende trendwatchers wordt 32  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

aangegeven zijn jongeren vooral op zoek naar authentieke ervaringen (o.a. Veen, 2000;  Boschma & Groen, 2006). Dat betekent dat de waarde en de betekenis van dat wat  geleerd wordt duidelijk moet zijn voor hen. Dit kan door levensechte problemen centraal  te zetten in het onderwijs, en door het organiseren van zogeheten grenspraktijken  (Wenger, McDermott, & Snyder, 2002; Akkerman, 2006). Een grenspraktijk verwijst naar  een samenwerking tussen verschillende leer­ en werkgemeenschappen. Zo is ons advies  aan academisch onderwijs om activiteiten te organiseren waarin studenten niet meer een  geïsoleerde groep vormen maar samenwerken met docenten, onderzoekers, experts uit  het veld, en bijvoorbeeld alumni, aan gedeelde vraagstukken of praktijkproblemen.  ­ I nteractiviteit  In de trendstudie komt naar voren dat studenten duidelijk sociaal en interactief, en  verbonden en mobiel zijn. Dit benadrukt het belang van het organiseren van  interactiviteit, dat wil zeggen, het continu, en onafhankelijk van tijd en plaats in contact  staan met verschillende mensen. 

Nieuwe media  Het universitaire onderwijs zou nadrukkelijker moeten kijken hoe zij applicaties kan  inzetten die vooral samenwerking en (synchrone) interactie mogelijk kunnen maken en  kunnen ondersteunen. Denk daarbij aan social software als weblogs, wiki’s, podcasts,  maar ook aan mobiele technologie, gaming, streaming video en video­conferencing. Deze  technologie kan ingezet worden voor het ondersteunen van authenticiteit door het  gezamenlijk werken aan casussen of literatuur mogelijk te maken (via wiki’s), maar ook  door het maken en verzamelen van persoonlijke leer­ en werkverhalen te faciliteren (via  bijv. weblogs, of video’s). Gaming kan daarnaast ingezet worden om bepaalde  levensechte situaties (denk aan geneeskundige, scheikundige of natuurkundige  processen) te simuleren en na te spelen, zonder dat het praktijkrisico’s met zich  meebrengt.  De nieuwe media lijken ook nuttig voor het ondersteunen van interactiviteit door mensen  van verschillende gemeenschappen met elkaar in contact te brengen. Dat kan met online  systemen zoals Hyves, MSN, maar ook video­conferencing (bijvoorbeeld studenten  Spaans in Nederland in contact brengen met Spanjaarden in Spanje.). Daarnaast kan  mobiele technologie een belangrijke rol spelen in het onderwijs, bijvoorbeeld door co­  assistenten geneeskunde aan het bed van de patiënt middels PDA’s dingen te kunnen  laten opzoeken of met specialisten, docent of medestudent te kunnen laten overleggen.  Zoals beschreven in de trendstudie blijkt de net­generatie op meerdere terreinen een  zeer diverse doelgroep te zijn. Het onderwijs zal daarom in sterkere mate  gepersonaliseerd moeten worden. In dialoog met studenten kunnen leerdoelen en  leeractiviteiten en te gebruiken ICT­applicaties worden geselecteerd. Op langere termijn

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  33 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

kan de ‘persoonlijke leeromgeving’ in dit verband een interessant concept zijn. Het  verdient aanbeveling de ontwikkeling van persoonlijke leeromgevingen nauwgezet te  volgen en indien mogelijk deel te nemen aan pilots ten behoeve van het opdoen van  leerervaringen. 

Naast mogelijkheden die wij nu zien, geldt dat, vanwege de snelle ontwikkelingen er  onderwijskundig onderzoek nodig is, maar bovenal ruimte voor docenten om te  experimenteren. Om deze reden pleiten wij voor het inrichten van ‘digitale proeftuinen’,  waarin docenten nieuwe onderwijsvormen en toepassingen van nieuwe media kunnen  verkennen. De good practices die in het kader van dit project verzameld zijn, zijn daar  eerste voorbeelden van.  In dit project is verder duidelijk geworden dat de dialoog met de huidige generatie  studenten over de vormgeving van het onderwijs nadrukkelijker vorm moet krijgen. Er  wordt regelmatig over de net­generatie geschreven, maar er wordt betrekkelijk weinig  met deze generatie gesproken. Het is aan te bevelen om regelmatig en op grotere schaal  aankomende studenten te vragen naar hun ervaringen, belevingen en verwachtingen ten  aanzien van onderwijs en het potentieel van diverse media binnen het onderwijs.  Concluderend, verder onderzoek naar jeugdculturen en nieuwe media blijft nodig om te  anticiperen op toekomstige studenten door een meer continue en geleidelijke  vernieuwing van het onderwijs.

34  ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

Literatuurlijst 

Akkerman, S. (2006). Strangers in dialogue. Academic collaboration across 

organizational boundaries. Unpublished doctoral dissertation, Utrecht University, the 
Netherlands.  Boschma, J. & Groen, I. Generatie Einstein. Slimmer, sneller en socialer. Amsterdam:  Pearson Education Benelux  Lam, I., Rubens, W. en Simons, P.R­J. (2006). Hebben elektronische leeromgevingen  hun langste tijd gehad of toch niet?, Thema, Tijdschrift voor Hoger onderwijs & 

Management, 13, 35­39. 
Oblinger, D. G. (2005). Learners, Learning, & Technology, Educause Review, 40, 66­75.  Rohde, C. (2003). Generation Next. An analysis of the habitus of a new generation in  Northern Europe. Signs of the Time, Tilburg ­ commercial report.  Prensky, M. (2005). Engage Me or Enrage Me: What today's learners demand. In: 

Educause Review, 40, 60­64. 
Prozee, G. J. (2006). De netgeneratiestudent: nieuwe media, nieuw onderwijs. Master  thesis. Utrecht: Universiteit Utrecht. Beschikbaar: http://igitur­  archive.library.uu.nl/student­theses/2006­0906­200824/UUindex.html  Simons, P. R. J., Linden, J. van der, & Duffy, T. (Eds.) (2000). New learning. Dordrecht:  Kluwer A.P.  Veen, W. (2000). Flexibel onderwijs voor nieuwe generaties studerenden. Retrieved  March 27, 2006, from http://elearning.surf.nl/docs/e­learning/oratiewimveen2.pdf  Veen, W., & Jacobs, F. (2004). Leren van Jongeren: een Literatuuronderzoek naar 

Nieuwe Geletterdheid. Utrecht: Stichting Surf 
Van der Pol, J. Admiraal, W. & Simons, P. R. J. (2006). The affordance of anchored  discussion for the collaborative processing of academic texts. International Journal of 

Computer Supported Collaborative Learning, 1, 339­357. 
Wenger, E., McDermott, R., & Snyder, W. (2002). Cultivating Communities of Practice: A 

Guide to Managing Knowledge. Boston, MA: Harvard Business School Press.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  35 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

36 ­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­ 

Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007 

BIJLAGE 1 Persbericht n.a.v. UU­Symposium (zie 5.1) 
Copyright 2006 AD NieuwsMedia BV  All Rights Reserved  AD/Utrechts Nieuwsblad  30 September 2006 Saturday 5:00 AM (Central European Time) 

Docent hoeft niet jong en hip te zijn  PAULINE WESEMAN  UTRECHT  Alvast een geruststelling voor alle universitaire docenten. Een docent hoeft niet jong en  hip te zijn. Hij moet zéker niet jong en hip gaan doen, als hij dat niet is. De nieuwe  generatie studenten moet daar niets van hebben. Wat dan wel? De codewoorden zijn  echtheid, goed onderwijs en goede docenten.  “Een docent moet bevlogen zijn en veel weten over zijn vak. Als die ook dezelfde  documentaires kijkt als zij op Discovery Channel en ook een weblog bijhoudt, dan maakt  hij zich zeer geliefd. Een stoffig jasje mag dan best,” leert Inez Groen van het reclame­  en adviesbureau Keesie en medeauteur van het boek Generatie Einstein.  Toekomstige en huidige docenten van de Universiteit Utrecht lieten zich gisteren gewillig  bijpraten over de jeugd van tegenwoordig, opdat ze daar beter op in kunnen spelen in  hun vak. Dat was tijdens een symposium van het IVLOS (Interfacultair Instituut voor  Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden).  Volgens Groen is de generatie die over een paar jaar de collegebanken in schuift,  wezenlijk anders dan de babyboomers en generatie X. Zij weet dat, want zij en  medeauteur Jeroen Boschma ondervroegen daar zes, zeven jaar allerlei typen jongeren  voor.  Vaak wordt de huidige lichting pubers volgens haar verweten dat het ze gaat om genot,  gemak en gewin, maar Groen noemt ze liever slimmer, sneller en socialer. De vorige  generaties hebben nieuwe snufjes zoals internet, sms, msn en mobiele telefoons zien  ontstaan. Voor de jeugd zijn die vanzelfsprekend. Ze voelen zich als een vis in het water  in de voortdurende stroom aan informatie. Hoe snel en slim de jeugd is, demonsteerden  gisteren twaalf leerlingen van het Utrechtse Bonifatiuscollege. Zij onderwezen nu eens de  docenten over hun wereld van online gamen, hyves (voor onderhouden en uitbouwen  van vriendennetwerken), sms, msn, google en het bouwen van eigen sites. Bij al dat  geweld is de docent met zijn boek en krijtje natuurlijk hopeloos ouderwets. Voor  eenderde van de ruim negentig aanwezigen ging er een wereld open, 84 procent van de  docenten vindt dan ook dat het onderwijs moet veranderen: flexibeler, meer op het  individu gericht en gedifferentieerder.

­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­­  37 
Rapport ‘Nieuwe vormen van onderwijs voor een nieuwe generatie studenten’, januari 2007