You are on page 1of 19

EEN BEETJE GESCHIEDENIS…

Beeldvorming is zo oud als de mens zelf.


In grotten waar wij de eerste menselijke sporen aantreffen, Altamira,
Lascaux, Gargas enz. duiken telkens weer afbeeldingen op.
De mens wil alles wat hij ziet, wat hij denkt, … vastleggen, bewaren,
meedelen.

Lascaux

Altamira

Wanneer later, veel later, bij middel van tekens, het schrift wordt
uitgevonden (het spijkerschrift in Babylonië, de hiërogliefen in Egypte; het
Griekse schrift en tenslotte het Romeinse schrift dat wij nu nog gebruiken),
blijft de afbeelding (het beeld, de schildering, de mozaïek en de tekening)
de teksten ondersteunen.
Eigenlijk wordt de afbeelding de tekst of de boodschap voor de
ongeletterde.

De uitgehouwen kapitelen van de Romaanse kerkjes of de


muurschilderingen van de gotische kathedralen hadden maar één doel, nl.
een verhaal vertellen, een gedachte in de vorm van beeld bij de mensen
brengen.

Maar wanneer in de middeleeuwen, door monniken, scholen worden


opgericht waar lezen en schrijven wordt onderricht, stijgt ook de
belangstelling voor de manuscripten. Ze worden steeds weer opnieuw met
de hand gekopieerd en fraai geïllustreerd met miniaturen. Maar... ze zijn
tijdrovend en onbetaalbaar.

Tot omstreeks 1453 Gutenberg op het idee komt losse lettertjes te snijden
in
hout, er woorden mee te vormen en ze af te drukken.
De boekdrukkunst was uitgevonden.
De illustraties volgden dezelfde weg. In een gladgeschuurd houten blok
werden afbeeldingen gesneden en afgedrukt.
In China werd deze blokdruk, reeds lang toegepast om stoffen te
bedrukken .
Nu wordt deze techniek bij het boekdrukken gebruikt om gedrukte teksten
van illustraties te voorzien.
Het procédé is minder tijdrovend, dus goedkoper.

En zo zien we bv. Dat het verhaal " VAN DEN VOS REYNAERDE" waarvan
het origineel rond 1200 met de hand op perkament werd geschreven en
geïllustreerd, later, zij het enigszins in gewijzigde vorm, verlucht met
houtsneden, want zo werden deze afdrukken genoemd, in boekvorm
werd uitgegeven
DE HOUTSNEDE

Op een vlak geschuurd houten blok wordt een tekening, in spiegelbeeld


aangebracht; al wat na het drukken wit moet blijven, wordt weggesneden.
Het gladde oppervlak dat overblijft, wordt met inkt ingesmeerd en op
papier afgedrukt.

Het specifieke van de houtsnede is, dat het hier voornamelijk gaat om
witte en zwarte vlakken. Het weergeven van veel details is moeilijk.
Maar hierdoor stijgt ook de expressiviteit. Hier spreekt men van
HOOGDRUK
Deze hoogdruk kennen we bv. van de bureelstempel, de kurkstempel
(soms gebruikt op aswoensdag voor askruisjes op voorhoofd),
brandstempel bij runderen…

Schematische voorstelling drukpers

Latere technieken als houtgravure, burijngravure of etsen scheppen


mogelijkheden om meer details weer te geven, maar hebben dikwijls het
nadeel dat men uiteindelijk door het bos de bomen niet meer ziet. Etsen
en burijngravuren zijn DIEPDRUKTECHNIEKEN (de met inkt ingestreken
plaat wordt afgeveegd en enkel de inkt die in de krassen blijft zitten zorgt
voor de afdruk).

Met vorderende druktechnieken gaat de houtsnede uit de mode.


Pas in de twintiger jaren van vorige eeuw gaan in Duitsland Käthe
Kollwitz en Ernst Barlach opnieuw de houtsnede als expressiemiddel
gebruiken.
Ook hier in Vlaanderen krijgen we dan een heropleving met Joris Minne,
Henri van Straten, Jan en Jozef Cantré maar vooral met Frans Masereel.
Deze kunstenaars worden doorgaans ‘DE VIJF' genoemd.
Door Käthe Kollwitz

Door Ernst Barlach


Letter A uit het Alfabet door Joris Minne

Oever door
Henri Van Straten

Cyriel Buysse door Frans Masereel


In de ex libris-kunst duikt de houtsnede ook regelmatig op.
De linosnede gelijkt op het eerste zicht zeer sterk op de houtsnede.
Het houtblok wordt hier vervangen door lino, een materiaal dat
gemakkelijker bewerkbaar is dan hout, maar dat in de meeste
gevallen een minder krachtige indruk nalaat.

Ex-Libris Frank-Ivo Van Dam Ex-Libris Wim De Cock (voor Carl


Vos)
MEEST GELIEFDE KUNSTWERK: DE VREUGDETRAAN

De kleine houtsnede met het gedicht dat mijn moeder kreeg bij mijn
geboorte ligt mij nauw aan het hart.
Een embryo nog in de baarmoeder of in een traan van geluk!

Dit werk hoort samen met het huwelijkscadeau van mijn ouders, en met
mijn geboortekaartje.

Het huwelijkscadeau is een beeld, gemaakt uit Braziliaanse notelaar. Het


heet ‘Verwachting’.

De vrouw die het kind in haar schoot draagt, wordt ook afgebeeld op mijn
geboortekaartje. Hier heeft deze vrouw het kindje in haar armen.
Verwachting Vreugdetraan Geboortekaartje Griet
DE KUNSTENAAR: WIM DE COCK

Na zijn humaniora was hij in de publiciteit bedrijvig, maar hij had reeds
van in zijn jeugd het creatieve in zich.
Na eerste experimenten in klei ging hij stilaan over tot het snijden in hout.
Met de tijd ontwikkelde hij een eigen stijl. De onderwerpen waren
herkenbaar, niet gezocht, gewoon alledaagse dingen: spelend kind,
moeder, jonge vrouw, pelgrim ,herder, geitenhoedster....
Stuk voor stuk in hout gesneden momenten uit het gewone leven.

Bij het huwelijk van mijn ouders, snijdt Wim de Cock een eerste kleine
houtsnede, als embleem op de menukaart. Een vos en een haan (Vos – De
Cock). Een aanwezige tafelgenoot, leraar grafiek in Sint-Lucas te Gent (Raf
Coorevits) vindt het resultaat de moeite waard en
moedigt De Cock aan om in die richting verder te werken.
Van nu af aan groeit stilaan een heel oeuvre, waarbij tekst en grafiek
elkaar aanvullen en onafscheidelijk zijn.

De evolutie

Een eerder toevallig voorval brengt deze kunstenaar in een litterair milieu.

Toen hij een houtsnede had gemaakt bij een Oud - Franse tekst van
Francoys Villon (1431 -1463), waren er weinigen die daar iets van
verstonden.
Van Wilderode spoorde hem aan deze teksten zelf te vertalen.
Het resultaat was voortreffelijk en werd in 1998 bij Davidsfonds
uitgegeven in een boek.

Nu trad De Cock een litteraire wereld binnen .


Er werden illustraties gemaakt bij werken van Felix Timmermans, Bert De
Corte, Stijn Streuvels, Bert Peleman, Erik Verstraete, Anton van
Wilderode…
De kaft van de 10 laatste jaargangen van het litteraire tijdschrift TIECELIJN
worden door hem verzorgd.

Echter, twee grote kenmerken onderscheiden De Cock van de voornoemde


VIJF:
1. de aard van het onderwerp
2. de eenvoud van uitwerking
1. Onderwerp of bronnen van inspriatie

Als we nu de onderwerpen beschouwen die Wim De Cock behandelt, dan


zien we dat hij zijn inspiratie put in ons eigen oud cultuurpatrimonium, in
ons West Europees erfgoed.
Van Maerlant, Karel ende Elegast, Beatrijs, Reynaert de Vos, hier te lande,
maar ook Parijs met Villon en La Chaise Dieu met zijn schitterende
dodendans. Ook Noord-Duitsland, Lübeck, waar hij de in 1942 vernielde
dodendans in beeld brengt. Om dan Uylenspiegel van Braunsweich niet te
vergeten, een figuur waar deze kunstenaar toch verscheidene
kunstmappen heeft aan gewijd. Zelfs Geofrey Chauser met zijn Canterbury
Tales komen aan de beurt.

Wat bij de Cock vooral opvalt, is de litteraire binding met het grafisch
beeld.

Als we nu nagaan wat bij de heropleving van de houtsnede in de twintiger


jaren zoal het onderwerp van inspiratie was, dan zien we dat een sociaal
engagement hier aan de basis ligt.
Barlach en Kollwitz maken schrijnende taferelen over armoede, honger en
ellende.
Waar Van Straeten het sociale leven van Antwerpen belicht, wordt
Masereel de man die met zijn grafiek, de ontvoogding van de arbeider, de
revolte tegen het gezag ondersteunt. (Masereel was trouwens overtuigd
communist)

De Cock wil iets heel anders tonen: een culturele boodschap.


Hij wil ons aantonen dat wij fier mogen zijn op onze eigen West-Europees
cultuurbezit.
Hoe mooi andere culturen ook mogen zijn, wij hoeven ze niet na te apen.
Onze cultuur heeft een eigen klank, een eigen kleur, een eigen beeld. En
dat is de boodschap die De Cock wil overdragen.

2. Eenvoud van uitwerking

In tegenstelling tot de houtsnijders van vorige eeuw, zien we dat deze


kunstenaar zoveel mogelijk details achterwege laat. Hij beperkt zich tot de
essentie van de zaak. Het wordt geen zoekplaatje.
Dat hij deze manier van benaderen uit de publiciteit heeft geleerd, hoeft
geen twijfel. De boodschap klaar naar voor brengen, alle ballast weglaten,
daardoor wordt de stijl dan ook als direct en ook als enigszins agressief
aangevoeld, en bekomt zo ook zijn eigen karakter.

LINKEN BINNEN HET EIGEN OEVRE


François Villon

Françoys Villon = Françoys de Montcorbier, Maître ès


Arts (Sorbonne), in 1455 wegens moord tot de galg
veroordeeld, straf wordt omgezet in verbanning en later
kwijtgescholden. In 1462 tweede maal tot de galg
veroordeeld, straf wordt omgezet in 10 jaar verbanning.
Daarna wordt niets meer van hem vernomen.

In dit boek staan gedichten van Villon (oud-Frans) met


vertalingen door Wim De Cock, voorzien van
houtsneden.

Enkele van deze vertalingen zijn op muziek gezet door


de groep Arjaun.

Ballade van de kleine spreuken (p. 139)


Ik ken de vliegen in de room;
Ik ken de mensen aan hun kleren;
Ik ken de appel aan de boom;
Ik ken aan ‘t hars de coniferen;
Ik het weer dat kan verkeren;
Ik ken wat nooit vernieuwing biedt;
Ik ken wie lui’ren of presteren;
Ik ken alleen mezelve niet.

Ik ken het wambuis aan de kraag;


Ik ken de fraters aan hun frakken;
Ik ken de meester aan de slaaf;
Ik ken de nonnen aan de hun kappen;
Ik ken ‘t bargoens dat dieven klappen;
Ik ken de vraat die slagroom ziet;
Ik ken de wijn bij ‘t horen tappen;
Ik ken alleen mezelve niet.

Ik ken het muildier en het paard;


Ik ken hun lasten en hun lonen;
Ik ken de prijs van elke kaart;
Ik ken waar Bel en Bea wonen;
Ik ken het slapen en het dromen;
Ik ken het oud Boheems verdriet;
Ik ken de sterke macht van Rome;
Ik ken alleen mezelve niet.

Prins ‘k zal ten leste alles weten;


Ik ken wat kleurt of wat verschiet;
Ik ken de dood die ’t al zal vreten;
Ik ken alleen mezelve niet.

Reynaert De Vos
Het Reynaertverhaal houdt deze kunstenaar al zeer lang bezig. Hij heeft
meerdere teksten geïllustreerd door middel van houtsneden. Maar ook
beelden die in dit thema passen zijn hem niet vreemd.

Niet alleen dit middeleeuws en Vlaams verhaal houdt hem bezig, ook Tijl
Uilenspiegel, de legende van Beatrijs of de Canterbury Tales zijn geliefde
onderwerpen.
KUNST VERWEKT KUNST

Als klein meisje dat kon


rondhangen in het atelier van
haar vader, experimenteerde
mijn moeder geregeld.

Deze linosnede is hiervan het


bewijs.

Zelf werd ik ook geïnspireerd, en schreef ik in 2003 een gedicht over


vrede.
Mijn grootvader maakte hierbij een houtsnede, zette de letters en drukte
handmatig enkele exemplaren.
VERWERKING IN DE LAGERE SCHOOL

Thema: Beeldcultuur (stilstaande beelden)

Dit thema kan gekoppeld worden aan een wero-thema.

• Eerste beelden (grottekeningen): bekijken, bespreken…


• Beeldculturen vergelijken:
o eigen cultuur: vroeger en nu?
o Egyptische cultuur: vroeger en nu?
o Eigen cultuur en Egyptische cultuur: nu?
o …
• (boek)drukkunst (Gutenberg)
• Fotografie: negatieven
• Leren kijken: details leren wegdenken, enkel de essentie overhouden
• Cultuurhistorische verhalen (Reynaert de Vos, Tijl Uilenspiegel, …) →
lezen, bespreken, dramatiseren…

Technieken
• Blokje klei: stukjes weghalen (zoals uit hout of lino), afdruk van
maken met verf
• Isomo doosje (van vlees of fruit): omdraaien, tekening op maken,
met priknaald tekening uitkrassen, verf uitrollen, afdrukken.
Griet Vos
2 LO B
Beeldopvoeding
Mevr. Ivens

Kunst

Schooljaar 2007 – 2008

Mevrouw Ivens,
Op de CD staat een visuele voorstelling.
Deze voorstelling wordt ondersteund door muziek.

Op dit moment heb ik enkel het boek ‘François Villon’ bij mijn werk
gestoken.
De meeste afbeeldingen die u ziet in de voorstelling, breng ik op het
mondeling examen mee. Dit zijn allemaal originele stukken, vandaar dat ik
ze niet graag achterlaat in de klas, of telkens heen-en-weer wil nemen.
Ik hoop dat u hiervoor begrip heeft.

Met vriendelijke groeten,


Griet Vos
2 LO B