You are on page 1of 35

Inventarisatie naar de concentraties van cyanotoxines in Nederlandse meren gedurende zomer 2003 en naar eventuele hiermee samenhangende incidenten,

een Quick Scan.

Bibi Krot en Petra M. Visser


December 2003 Aquatische Microbiologie IBED/ Universiteit van Amsterdam

Afbeeldingen voorkant met de klok mee beginnend links boven: - rottende drijflaag bij gemaal De Wende (Polder Oosterwolde/Oldebroek); fotos gemaakt door waterschap Veluwe - microscopische opname van een Microcystis kolonie - drijflaag in haven De Nieuwe Meer (1991) - structuurformule van het cyanotoxine microcystine

Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het RIZA Email adres auteurs: Petra.Visser@science.uva.nl Secr-IBED.MB@science.uva.nl

Inhoud
Pag.
Samenvatting Inleiding Methoden voor extractie en analyse van microcystines Gegevens microcystine concentraties 2003 Incidenten Beleid waterschappen inzake microcystine metingen Discussie Referenties Bijlage I: Blauwalgen in het nieuws: vogelsterfte Bijlage II: Blauwalgen in het nieuws: zwemverboden Bijlage III: Protocol cyanobacterin 4 5 6 9 16 16 18 20

Samenvatting
Tijdens de laatste bijeenkomst van het Cyanobacterin-overleg in oktober 2003 kwam de vraag naar voren hoe de situatie in de Nederlandse meren nu precies was geweest afgelopen (zeer warme) zomer met betrekking tot cyanotoxines in de meren. Er waren mededelingen van enkele aanwezige waterschappen, hoogheemraadschappen en provincies maar een echt overzicht ontbrak. Deze vraag was de aanleiding voor een inventarisatie uitgevoerd door Aquatische Microbiologie van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het RIZA. Alle water- en hoogheemraadschappen zijn benaderd met het verzoek gegevens over cyanotoxines aan te leveren. We hebben in het rapport gepoogd aan te geven hoe de situatie was in Nederland gedurende de zomer van 2003, of er incidenten met betrekking tot cyanotoxines zijn opgetreden en hoe er met de toxineproblematiek omgegaan wordt. Zover ons bekend is, zijn er in 2003 geen ernstige incidenten als gevolg van microcystines (MC) geweest. Een inventarisatie van gemelde klachten zou echter een goede aanvulling op deze inventarisatie zijn en geeft mogelijk een ander beeld. Er was in augustus 2003 wel een ernstige vogelsterfte in de Oostvaarders Plassen maar hiervan is nog niet duidelijk of dit het gevolg van cyanotoxines was. Als dit het geval was dan werd dit veroorzaakt door anatoxines afkomstig van Anabaena en niet door microcystines. Uit de resultaten blijkt dat de waarden van microcystine concentraties die in watermonsters zijn bepaald in de meeste gevallen zeer laag waren, maar in een aantal gevallen (33 van de totaal 372 metingen) werden ook hoge tot zeer hoge waarden (>20 g/l) gemeten. Er zijn in verschillende meren en plassen zwemverboden afgekondigd door een te hoge concentratie microcystine (>20 g/l), de aanwezigheid van drijflagen en/of cyanobacterin. De concentratie MC in drijflagen was in enkele gevallen extreem hoog. Dit geeft duidelijk het gevaar aan dat deze drijflagen opleveren: inname van een zeer klein volume kan al ernstige gezondheidsklachten opleveren. Door de verschillende laboratoria die microcystines bepalen worden verschillende extractie- en analyse methoden gebruikt Met name de extractie methode is in elk laboratorium verschillend. Bepaalde methoden zijn twijfelachtig of deze de cellen voldoende stukmaken en kunnen zo een ernstige onderschatting opleveren omdat het merendeel van de toxines intraccelulair zijn. Een test om te onderzoeken of de extractie methodes voldoen lijkt ons nodig. Een nationale test met gestandaardiseerde monsters (zoals hieronder de beschrijving van een internationaal onderzoek) zou de verschillen tussen de verschillende extractie en analyse methoden aan het licht kunnen brengen. Verder kregen we niet de indruk dat er een consistent beleid gevoerd wordt in Nederland wanneer er in cyanobacterie gedomineerde meren microcystines bepaald worden en wanneer er een zwemverbod afgekondigd wordt.

Inleiding
Cyanotoxines zijn peptides die door veel soorten cyanobacterin (blauwalgen) geproduceerd worden en toxisch zijn voor vele organismen. De meest voorkomende cyanotoxines zijn de microcystines die hepatotoxisch zijn, dat wil zeggen dat ze de lever kunnen beschadigen. Microcystines worden geproduceerd door o.a. de geslachten Microcystis, Anabaena en Planktothrix. Er zijn meer dan 70 varianten van toxines bekend die verschillen in molecuul structuur en ook in toxiciteit. Naast microcystines zijn er neurotoxines, zoals anatoxines en saxitoxines, die op het zenuwstelsel inwerken. Deze worden geproduceerd door de geslachten Anabaena en Aphanizomenon. Door de toxiciteit van cyanotoxines hebben ze effect op organismen die de cyanobacterin eten, het water drinken of organismen eten waarin cyanotoxines zijn geaccumuleerd. Directe vissterfte door giftige algen is in Nederland tot nu toe nauwelijks waargenomen. Het directe gevaar voor de visstand ligt meer in het feit dat door massale algenbloei het zuurstofgehalte onder de voor vissen kritische grens daalt. Vooral in de vroege ochtend kan algenbloei tot zuurstofproblemen leiden. Vogelsterfte is wel waargenomen zoals sterfte van 5000 watervogels in het VolkerakZoommeer in 2002 (zie bijlage I) waarvan vermoed werd dat het veroorzaakt werd door microcystines in de bloei van Microcystis. Aangezien er maar enkele vogels geanalyseerd werden, zijn de bewijzen daarvoor niet hard. Ook in 2003 was er sprake van massale vogelsterfte, maar dit jaar in de Oostvaarders Plassen (zie bijlage I). Als oorzaak werd gedacht aan neurotoxines afkomstig van Anabaena die daar in het water voorkwam. Bewijzen hiervoor zijn er echter nog niet. Ook vee, honden en mensen zijn meerdere malen slachtoffer geworden van de cyanotoxines. Het inslikken van water tijdens het zwemmen in meren of het drinken van niet goed gezuiverd drinkwater leidde tot ernstige klachten, ziekenhuisopnames of zelfs tot de dood. In Nederland zijn er geen ernstige klachten als gevolg van contact met cyanotoxines van mensen bekend. Blootstelling aan lage dosering kan leiden tot jeuk en/of huiduitslag en/of maagdarmklachten (misselijk, buikpijn, diarree), griepachtige verschijnselen, hoofdpijn, gerriteerde ogen, oorpijn en blaren rond de mond. In de Europese zwemwaterrichtlijn en de Nederlandse Wet Hygine en Veiligheid Zwemgelegenheden (WHVZ) zijn geen normen voor cyanobacterin en -toxines opgenomen. In Nederland komen echter in toenemende mate cyanobacterin voor. Hierdoor is er behoefte ontstaan, bij o.a. waterbeheerders en overkoepelende instanties, aan uniforme richtlijnen hoe met de problematiek rondom deze blauwalgen om gegaan zou moeten worden. Daarom heeft het Cyanobacterin-overleg een aanbeveling opgesteld -geaccordeerd door de Commissie Integraal Waterbeheer, CIW- met als doel om in Nederland op uniforme wijze om te gaan met mogelijke problemen met blauwalgen en hun toxines (zie Bijlage III). In dit Cyanobacterin-overleg nemen o.a. de volgende afgevaardigden deel: IPO, NIOO, RIVM, RIZA, STOWA, UvA en enkele hoogheemraad- en waterschappen. Aangezien in Nederland tot op heden voornamelijk microcystines (MC) zijn gevonden en hier een betrouwbare analysemethode voor is, worden in de aanbeveling alleen microcystines bekeken. De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) heeft in 1999 de kennis op het gebied van de MC genventariseerd en aan de hand daarvan een advies uit-gebracht. De Cyanotoxwerkgroep heeft de MC normen gebruikt die zijn gebaseerd op dit advies van de WHO. Op basis van de MC bepaling en eventueel gezondheidsklachtenonderzoek besluit de Provincie in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder tot een waarschuwing of een zwemverbod. De in de aanbeveling gebruikte richtwaarde van 20 g MC/l is rechtstreeks overgenomen van de WHO. De additionele waarde van de WHO van 3 g MC/l, waarbij

een klein verhoogd risico op gezondheidsklachten bestaat, is niet overgenomen. Deze waarde ligt dicht bij de voorlopige richtlijn voor drinkwater en wordt ook door de auteurs van de WHO gekenschetst als "erg voorzichtig". De Cyanotox-werkgroep is van mening, dat een additionele richtlijn van 10 g MC/l realistischer is. Aanbevolen wordt nu (op basis van metingen van microcystines):

< 10 g MC/l: geen actie, 1020 g MC/l: waarschuwing uit laten gaan, > 20 g MC/l: waarschuwing laten uitgaan en de volgende dag opnieuw meten. Indien weer zo'n hoge waarde gevonden wordt is er zeker een verhoogde kans op gezondheidsklachten. Gedacht kan worden aan een ernstigere of dwingendere waarschuwing dan de eerdere waarschuwing of een zwemverbod.

Een waarschuwing of verbod wordt opgeheven als de microcystine-gehaltes weer tot een aanvaardbaar niveau zijn gedaald (< 10 g/l). In geval van een drijflaag wordt geadviseerd de waarschuwing van kracht te laten zijn tot deze verdwenen is, omdat in drijflagen allerlei rottingsprocessen kunnen optreden. Dit is een CIW-richtlijn (Commissie Integraal Waterbeheer). Hopelijk zal op deze manier uniform en verantwoord omgegaan worden met de blauwalgenproblematiek, zodat mogelijk het aantal gezondheidsklachten als gevolg van cyanobacterin en -toxines daalt. In een inventarisatie naar het voorkomen van cyanotoxines in een groot aantal Nederlandse meren (STOWA, 2000) bleek dat in bijna alle van de 82 onderzochte meren met cyanobacterin microcystines gevonden werden, in sommige gevallen boven de normwaardes (21% van de onderzochte locaties). In het Dynatox (STW) project is een kleiner aantal van deze meren intensief bemonsterd en deze studie geeft inzicht in de dynamiek van de cyanotoxines gedurende het groeiseizoen van de cyanobacterin. Tijdens een bijeenkomst van het Cyanobacterin-overleg in oktober 2003 kwam de vraag naar voren hoe de situatie in de Nederlandse meren nu precies was geweest afgelopen (zeer warme) zomer. Er waren mededelingen van enkele aanwezige waterschappen, hoogheemraadschappen en provincies maar een echt overzicht ontbrak. Deze vraag was de aanleiding voor de voorliggende studie. We hebben gepoogd aan te geven hoe de situatie is in Nederland, of er incidenten met betrekking tot cyanotoxines zijn opgetreden en hoe de waterschappen met de toxineproblematiek omgaan. Dit pretendeert echter niet compleet te zijn! Met behulp van de ons toegestuurde gegevens en wat we vonden op internet hebben we in korte tijd een overzicht samengesteld.

Methoden extractie en analyse microcystines


Extractiemethoden
Er zijn verschillende extractiemethoden in gebruik. De bedoeling van een extractie is de cellen stuk te maken zodat de intracellulaire microcystines in de extractievloeistof terechtkomen. Cyanobacterien staan bekend om hun stevige celwand die moeilijk stuk te krijgen is.

De volgende methoden worden gebruikt voor extractie van microcystines: 1) cellen materiaal (pellet of filter) droogvriezen, oplossen in 70-75% methanol drie maal achter elkaar, centrifugatie of filtratie, MC in supernatant of filtraat (Fastner et al. 1998) 2) resuspensie van cellen in bidest gevolgd door 1 min. ultrasonificatie (MSE Soniprep 150, 5mm diameter probe, full power), centrifugatie of filtratie, MC in supernatant of filtraat 3) resuspensie in bidest gevolgd door behandeling in magnetron (650 W, full power) min. 9 minuten, centrifugatie of filtratie, MC in supernatant of filtraat 4) resuspensie in bidest, min 1 min. koken in waterbad, centrifugatie of filtratie, MC in supernatant of filtraat 5) vriezen en ontdooien, meerdere malen De eerste methode is zonder twijfel de beste extractiemethode omdat meer dan 99% van de intracellulaire microcystines geextraheerd worden. Deze methode is echter zeer arbeidsintensief en het is de vraag of een dergelijke hoge opbrengst nodig is voor veldmetingen. Mogelijk kan volstaan worden met eenvoudigere methoden. De eerste vier methoden zijn getest door Metcalf & Codd (2000) waaruit bleek dat deze methoden een vergelijkbare opbrengst gaven. Methode 2 gaf een iets lagere opbrengst. De cellen werden in deze methode stukgemaakt door gebruik te maken een sonificatie-tip. Dit is waarschijnlijk efficienter dan een sonificatiebad. Het gebruik van een sonificatiebad voor extractie is niet getest. De methoden 2, 3 en 4 zijn zeer geschikt voor ELISA omdat een teveel aan methanol de bepaling stoort (Metcalf et al. 2000). Bij de methoden 2, 3 en 4 dient nog opgemerkt te worden dat MC in waterige oplossingen aan plastic blijven plakken, dus veelvuldig gebruik van plastic puntjes en epjes leidt tot onderschatting van de concentratie (Hyenstrand et al. 2001). De laatste methode (5) zal de cellen ook kapot maken maar dit is niet getest. Wij verwachten dat deze methode een ernstige onderschatting zal geven van de werkelijke microcystine concentratie omdat de cellen niet of niet geheel stukgemaakt worden.

Analysemethoden
Er zijn verschillende mogelijkheden om microcystines te bepalen. De onderstaande methoden zijn redelijk vergelijkbaar (zie Fastner et al. 2002 voor een internationaal vergelijkend onderzoek, zie ook RIZA rapport 2002). HPLC-analyse Alle MCs kunnen gedetecteerd worden. De absorptiespectra van de verkregen pieken geven in combinatie met de retentietijd een indicatie om welke soort microcystine het gaat. Zekerheid omtrent de soort microcystine kan alleen verkregen worden met behulp van massaspectrometrie analyse aan de opgevangen pieken. LC/MS Dit systeem is een combinatie van een HPLC en een massaspectrometer. Van de door de LC gescheiden stoffen wordt de massa bepaald wat samen met de retentietijd meer inzicht geeft in de microcystine varianten.

ELISA-immunokit Voorbehandelde platen zijn commercieel verkrijgbaar. Aan deze platen zijn antistoffen voor microcystines gebonden die een kleurreactie geven met eventuele microcystines in het monster dat toegevoegd wordt. De concentratie totale microcystines wordt afgelezen in een platereader. Het is een eenvoudige bepaling. Het nadeel is dat niet alle microcystines een gelijke reactie met de antistof geven. De bepaling geeft alleen een totale concentratie van alle microcystines. Welke soort microcystine in het monster aanwezig is, wordt niet duidelijk met deze methode.

Analyses van microcystines door waterschappen


Waterschap Fryslan doet s zomers standaard de ELISA-techniek (kits van SDI) op eigen laboratorium HHR Stichtse Rijnlanden en Waterschap de Aa: de analyses worden gedaan door het laboratorium van het Waterschap Rivierenland. DWR: MC analyses uitgevoerd door OMEGAM Milieutox (is nu DWR geworden) Uitvoering analyse voor Botshol,Vinkeveen en Naardermeer door Aquasense Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden: microcystine analyse door Omegam Waterschap Veluwe: analyses door lab Omegam Waterschap Hunze en Aas en waterschap Noorderzijlvest: analyses door lab Waterschap Hunze en Aas m.b.v. Elisa-methode HHR Rijnland en HHR Schieland: MC analyse door Omegam HHR van West- Brabant: analyses door Omegam Zeeuws Vlaanderen: door Aquasense of Omegam DZL/RIZA: Eltisupport Tabel 1. Uitvoerende organisaties van microcystine analyse met de gebruikte extractie en analyse methoden. Uitvoerder Extractiemethode MC-analyse methode Aquasense vriesdrogen, 60 min. in sonificeerbad in HPLC 100% MeOH* Omegam ? LC-MS Eltisupport 3x vriezen/dooien ELISA DWR geforceerde invriesmethode (3x) ELISA** gecombineerd met ultrasoon Waterschap Hunze en Aas geen ELISA Waterschap Rivierenland 4x vriezen/dooien ELISA ELISA** Wetterskip Fryslan monsters worden 30 minuten in een ultrasoon bad geplaatst, hierna wordt het gefiltreerd en het residu wordt ingezet * volgens Lawton et al. (1994) en ISO/WD20179 ** kits van SDI

Gegevens microcystine concentraties 2003


Er waren 48 water- en hoogheemraadschappen (verder voor de eenvoud waterschappen genoemd) aangeschreven. Hiervan was een aantal niet met het waterkwaliteitsbeheer belast en werden we doorverwezen naar andere waterschappen. Van 15 waterschappen hebben we data over cyanobacterin en/of microcystine metingen ontvangen. We hebben ons in deze QuickScan alleen op de microcystines gericht. Wellicht kan er in een vervolgonderzoek ook aandacht aan andere aspecten (concentratie, soorten) van cyanobacterin besteed worden.

In Nederland In Fig.1 is te zien dat het merendeel (326 metingen) van de bepaalde microcystine concentraties zeer laag (< 10 g l-1) was, een klein deel (13 metingen) was tussen de 10 en 20 g l-1, en een iets groter deel (33 metingen) was hoog waarbij de norm voor recreatiewater van 20 g l-1 overschreden werd. Wat in Fig. 1 ook opvalt is dat de hoge waarden met name tussen half juli en half september plaatsvonden. Aan deze periode ging een zeer warme periode vooraf en ook in begin augustus was het nog zeer warm (Fig.2.). In de eerste helft van augustus vonden de meeste meldingen van drijflagen plaats. Het chlorofyl gehalte in de verschillende meren (Fig.3) was zeer variabel met zes zeer hoge waarden (tussen de 200 en 1000 g l-1). Een relatie tussen het microcystine gehalte en het chlorofyl a gehalte werd niet gevonden. Er bleek vaak niet gelijktijdig microcystine en chlorofyl a te zijn bepaald, zodat er ook veel minder gegevens voor een regressie overbleven.

microcystine ( g/l)

100 80 60 40 20 0

Nederland

35
aantal drijflagen pw

30 25 20 15 10 5 0 30-Jun 31-May 1-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep

datum
Fig.1. Microcystine concentraties (rode rondjes in g/l) van water monsters bepaald in verschillende meren en plassen in Nederland gedurende de zomer van 2003. Tevens is het aantal waarnemingen van drijflagen (blauwe driehoekjes) per week weergegeven.

In Tabel 2 staan de waarden en de namen van de meren/plassen weergegeven van de MC concentraties die de norm van 20 g/l overschreden. In sommige gevallen was dit extreem hoog (440 of 9600 g/l), wellicht was hier sprake van een drijflaag. Andere waarden zijn lager maar zijn toch ook een factor 2-3 hoger dan de toegestane norm. In veel gevallen leidde dit tot een zwemverbod. Van onze waarschijnlijk onvolledige informatie op internet en uit kranten is het niet duidelijk of deze hoge concentraties ook elke keer een zwemverbod tot gevolg hadden.

Tabel 2. Gegevens over meren/plassen waarin het microcystine gehalte van watermonsters de norm van 20 g/l overschreden.
week 25 28 28 28 31 32 32 32 33 33 34 34 34 34 35 35 35 36 36 36 36 36 36 37 37 37 38 38 38 38 38 39 40 40 40 waterschap DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV Stichtse Rijnlanden DWR/AGV HH Schielanden DWR/AGV HH Rijnland DWR/AGV Zeeland/RIZA DWR/AGV Stichtse Rijnlanden HH Rijnland DWR/AGV Stichtse Rijnlanden DWR/AGV Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA DWR/AGV Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA DWR/AGV DWR/AGV Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Zeeland/RIZA Meer/plas Sloterbinnenpolder Polder Mijnden Polder Mijnden Holendrechter en Bullewijkerpolder Sloterbinnenpolder Polder Mijnden Polder Mijnden De Kikker Polder Mijnden Kralingse Plas Polder Mijnden Vlietlanden Polder Mijnden Oude Tonge Polder Mijnden De Kikker Vlietlanden Polder Mijnden De Kikker Polder Mijnden Oude Tonge Ooltgensplaat Kreekraksluis Gein- en Gaasperpolder en Zuid Bijlmer Oude Tonge Ooltgensplaat Polder Groot Wilnis-Vinkeveen Polder Groot Wilnis-Vinkeveen Oude Tonge Ooltgensplaat Kreekraksluis Ooltgensplaat Oude Tonge Ooltgensplaat Oesterdam Datum 6/17/2003 7/7/2003 7/8/2003 7/8/2003 7/28/2003 8/5/2003 8/7/2003 8/7/2003 8/11/2003 8/15/2003 8/18/2003 8/20/2003 8/21/2003 8/18/2003 8/25/2003 8/25/2003 8/28/2003 9/1/2003 9/2/2003 9/3/2003 9/1/2003 9/1/2003 9/1/2003 9/8/2003 9/8/2003 9/8/2003 9/15/2003 9/15/2003 9/15/2003 9/15/2003 9/15/2003 9/22/2003 9/29/2003 9/29/2003 9/29/2003 MC (g/l) 31 40< 40< (400) 40< (9600) 40 40 40 24 36 31 40 71 40 36 39 24 31 34 71 40 56 29 88 40 34 33 34 36 120 89 25 390 76 40 79

10

temperatuur (graden Celsius) windsnelheid (m/s) zonneschijnduur (per uur)

30 25 20 15 10 5 0
1-May 31-May 30-Jun 30-Jul 29-Aug 28-Sep
gemiddelde windsnelheid 2003 zonneschijnduur 2003

gemiddelde temperatuur 2003

Fig.2. Gemiddelde temperatuur, windsnelheid en de zonneschijnduur in voorjaar en zomer 2003. Data van KNMI.

Nederland
1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0 30-Jun 31-May 1-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep CHLa ( g/l)

datum
Fig.3 Chlorofyl gehaltes (in g l-1) in verschillende meren en plassen in Nederland gedurende de zomer van 2003. De Y-as is op 200 g l-1 gesteld. De data over microcystines zijn ook uitgesplitst en gerangschikt per provincie om er in iets meer detail naar te kunnen kijken. Friesland Microcystinegehaltes werden zeer regelmatig bepaald (Fig.4). De concentraties waren zeer laag, nooit boven de 20 g l-1. Gehaltes in de drijflagen wel zeer hoog (zie tabel 3). Ook werden er zwemverboden afgekondigd in 2003 (zie ook bijlage II) als er drijflagen gesignaleerd waren. 11

Noord Nederland (Fryslan, Noorderzijlvest, Hunze en Aa's) 100 microcystine ( g/l) 80 60 40 20 0 30-Jun 1-May 31-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep
8 7 6 5 4 3 2 1 0 28-Sep aantal drijflagen pw

20 15 10 5 0 aantal drijflagen pw

datum
Fig.4 Microcystine gehaltes (rode rondjes) in watermonsters van verschillende meren en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Noord-Nederland in 2003 Noord-Holland: De meren van DWR/AGV en HHR Rijnland zijn regelmatig bemonsterd op microcystine gehalte. Verschillende malen werden hoge tot zeer hoge waarden waargenomen. Uit onze (beperkte) informatie op internet wordt niet duidelijk of deze hoge concentraties ook elke keer een zwemverbod tot gevolg hadden.

Noord Holland ( Rijnland, DWR)


100 microcystin (g/l) 80 60 40 20 0 1-May

20-Jun datum

9-Aug

Fig.5 Microcystine gehaltes (rode rondjes in g/l) en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Noord-Holland in 2003.

12

Noord Brabant Er zijn een paar keer microcystines bepaald in de Brabantse wateren, maar er werden alleen zeer lage concentraties gevonden. Wel waren er regelmatig meldingen van drijflagen. Uit onze (beperkte) informatie op internet en krantenberichten wordt niet duidelijk of deze meldingen tot een zwemverbod hebben geleid.

Noord Brabant (De Aa, West-Brabant) 100 microcystine ( g/l) 80 60 40 20 0 30-Jun 1-May 31-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep 4.5 4 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0 aantal drijflagen pw
13

datum
Fig.6 Microcystine gehaltes (rode rondjes in g/l) en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Noord-Brabant in 2003.

Utrecht (Stichtse Rijnlanden) 100 microcystine ( g/l) 80 60 40 20 0 30-Jun 1-May 31-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep 2.5 2 1.5 1 0.5 0 aantal drijflagen pw

datum
Fig.7 Microcystine gehaltes (rode rondjes in g/l) en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Utrecht in 2003.

Utrecht Er zijn redelijk vaak microcystines in de wateren bepaald. Een paar keer zijn er zeer hoge waarden gemeten (De Kikker :12, 24, 71 g l-1), die leidden tot een zwemverbod. Zeeland Er zijn meerdere malen op verschillende plaatsen in het VolkerakZoommeer microcystines bepaald. Er zijn zwemverboden op een aantal plaatsen afgekondigd.

Zeeland (DZL, RIZA) microcystine ( g/l) 100 80 60 40 20 0 30-Jun 1-May 31-May 30-Jul 29-Aug 28-Sep 3.5 3 2.5 2 1.5 1 0.5 0 aantal drijflagen pw
aantal drijflagen pw

datum
Fig.8 Microcystine gehaltes (rode rondjes in g/l) in watermonsters en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Zeeland in 2003. Zuid Holland Er zijn regelmatig microcystine concentraties bepaald, in vrijwel alle gevallen bleven deze onder de detectie grens. In drie gevallen waren de waarden hoger dan 20 g/l.

100

Zuid Holland (Rijnland, Delfland, Hollandse Eilanden en Waarden)

6 5 4 3 2 1 0

microcystine ( g/l)

80 60 40 20 0 1-May 31-May 30-Jun 29-Aug 30-Jul 28-Sep

datum

Fig.9 Microcystine gehaltes (rode rondjes in g/l) in watermonsters en het aantal meldingen van drijflagen per week (blauwe driehoekjes) in Zuid-Holland in 2003.

14

Gelderland Er is maar eenmalig microcystines bepaald, en de waarde bleek zeer laag. Drijflagen Tabel 3. Microcystine concentraties (in g/l) bepaald in drijflagen in verschillende meren in Friesland bepaald door Wetterskip Fryslan.
week 25 25 25 25 29 29 29 31 31 31 32 32 33 33 33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 35 35 35 35 36 37 37 37 37 37 meer/plas Sneekermeer Terhorne Sneekermeer De Potten Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk Langweerder Wielen Langw. Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk Zoutepoel Sneek De Domp Heegermeer Indijk Kleine wielen, veenplas Himsterhout Drachten Opeinde Kleine Wielen Leeuwarden Sneekermeer Terhorne Fluessen Galamadammen Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk De Woudvennen Joure zandput 30,PARREGA Bergumermeer Bergum Kleine Wielen Leeuwarden Groote Wielen Leeuwarden Camp. De Watermolen, Opende ad hoc mil.kl oppvl.water Sneekermeer Terhorne Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk Fluessen Galamadammen Fluessen Elahuizen Fluessen Elahuizen Heegermeer Indijk Heegermeer Heeg MC (g/l) 7.9 9.1 0.5 1.3 14.0 5.8 1.3 58.7 0.8 0.8 19.6 1.9 4.5 0.1 47.8 79.5 3.0 0.2 257 0.2 7.0 4.2 1.4 0.7 14.5 121 68.2 270 21 360 36 14 17 77

In Tabel 3, 4 en 5 zijn de gehaltes van microcystines bepaald in de bemonsterde drijflagen weergegeven. Hierin zijn zeer hoge waardes te zien, maar verbazend genoeg ook hele lage waarden. Blijkbaar was er bij deze lage waarden sprake van een drijflaag van niet-toxische soorten. In de drijflagen van het Volkerak-Zoommeer in Zeeland zijn zeer hoge waardes bepaald (Tabel 4).

15

Table 4. Microcystine concentraties (in g/l) bepaald in drijflagen in het VolkerakZoommeer op verschillende data en monsterplaatsen in 2003.
Datum 28-07-03 11-08-03 18-08-03 25-08-03 01-09-03 08-09-03 15-09-03 22-09-03 29-09-03 Oude Tonge 1110 1535 2150 3150 1455 5990 4620 3990 Ooltgensplaat 1900 985 1375 3660 Oesterdam 2500 Kreekraksluis

3315 1765 5120

372

965

Tabel 5. Microcystine concentraties (in g/l) bepaald in drijflagen in verschillende meren in Nederland.
week 30 30 31 31 31 31 32 32 32 32 32 33 33 33 34 waterschap Stichtse Rijnlanden Stichtse Rijnlanden Stichtse Rijnlanden Stichtse Rijnlanden WS De Aa West-Bra DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV DWR/AGV ZS Holl. Eil. DWR/AGV Stichtse Rijnlanden meer/plas Rietplas Rietplas De Kikker Rietplas Stadswater de Ploeg te Heesch De Kuil Holendrechter en Bullewijkerpolder012 Holendrechter en Bullewijkerpolder013 Sloterbinnenpolder005 Gein- en Gaasperpolder en Zuid Bijlmer002 Gein- en Gaasperpolder en Zuid Bijlmer032 Polder Mijnden001 Naturistencamping Polder Mijnden001 Rietplas MC (g/l) 1.3 0.2 658 0.4 295 70 40 40 8 4 35 40 31 25 4.9

Incidenten
Zover ons bekend is, zijn er in 2003 geen ernstige incidenten als gevolg van microcystines geweest. Een inventarisatie van gemelde klachten zou echter een goede aanvulling op deze inventarisatie zijn en geeft mogelijk een ander beeld. Er was in augustus 2003 wel een ernstige vogelsterfte in de Oostvaarders Plassen (zie bijlage I) maar hiervan is nog niet duidelijk of dit het gevolg van cyanotoxines was. Als dit het geval was dan werd dit veroorzaakt door anatoxines afkomstig van Anabaena en niet door microcystines.

Beleid van de waterschappen inzake microcystine metingen


Hieronder volgt een opsomming van mededelingen van medewerkers van de waterschappen over het beleid wanneer waterschappen besluiten om microcystine te gaan bepalen. Dit overzicht is niet compleet, het dient alleen om een idee te geven.

16

STICHTSE RIJNLANDEN De metingen zijn alleen op zwemwaterlocaties uitgevoerd wanneer er een vermoeden bestond dat er een probleem was (drijflaag, plotseling een sterke groenkleuring, enz.). RIJN EN IJSSEL Het waterschap voert microcystine analyses niet uit en we besteden deze ook niet uit. FRYSLAN De microcystine bepaling wordt uitgevoerd als er drijflagen aangetroffen worden bij de "zogenaamde" zwemwaterlocaties en 1x per jaar wordt er bij alle zwemwaterlocaties naar het MC-gehalte gekeken. Bij aanwezigheid van een drijflaag nemen de monsternemers een monster van de drijflaag en een monster van het oppervlaktewater. In beide monsters wordt het MC-gehalte gemeten. HOLLANDSE EILANDEN EN WAARDEN Gedurende het zwemseizoen is in totaal ongeveer 4 tot 5 keer een monster genomen waarvan het microcystine-gehalte is bepaald. Dit werd in het afgelopen seizoen alleen gedaan indien de combinatie zich voordeed van chlorofyl-a groter dan 100 g/l en dominantie van potentieel toxische cyanobacterin (globale screening). In alle gevallen was het gehalte microcystine < 2 ug/l (intracellulair). WATERSCHAP VELUWE Onder normale omstandigheden is Waterschap Veluwe vooral attent op de aanwezigheid van cyanobacterin voor zover deze voorkomen in onze zwemwateren. Indien deze bacterin hierin worden aangetroffen, wordt onmiddellijk onderzoek gestart naar de aanwezigheid van (te) hoge concentraties microcystine. Bij concentraties > 20 g/l wordt een zwemverbod uitgevaardigd. In de overige wateren van Waterschap Veluwe wordt bij voorkomen van cyanobacterin geen onderzoek uitgevoerd op microcystine. De aanwezigheid van blauwalgen wordt zonodig wel aan de burger gemeld: eventueel worden bij deze wateren waarschuwingsborden geplaatst. GOEREE Wij meten als waterkwantiteitsbeheerder geen cyanotoxines die overigens wel veelvuldig in het Volkerak-Zoommeer voorkomen in de zomer. We 'liften' mee op metingen van derden. DELFLAND Er worden door ons zelden tot nooit toxines geanalyseerd. Het zwemwateronderzoek gebeurt in opdracht van Provincie Zuid-Holland en deze stuurt nauwelijks op het voorkomen van blauwalgen. Het is dan ook de verantwoordelijkheid van hen om eventuele maatregelen te treffen. Wij verzorgen alleen de monstername en analyse. Deze taakverdeling is vrij strikt. Zo wordt er zelden een afzonderlijke plas gesloten vanwege de aanwezigheid van blauwalgen, zelfs niet wanneer er een duidelijke drijflaag aanwezig is. Pas wanneer er gezondheidsklachten komen via huisartsen en/of GG&GD wordt er actie ondernomen. Dit jaar resulteerde in een algeheel negatief zwemadvies voor de hele provincie, dus ook de plassen waar eigenlijk geen blauwalgenprobleem was.

17

DE AA Ook het Waterschap de Aa heeft afgelopen zomer veel meldingen gehad van blauwalgenbloei. Als er een melding van een mogelijke blauwalgbloei bij het waterschap binnenkomt dan wordt er iemand van de buitendienst naar het betreffende water gestuurd. Deze kijkt of er drijflagen zijn of andere aanwijzingen van blauwalgbloei. Bij het aanwezig zijn van drijflagen of groen/blauw water wordt er een monster genomen. Dit wordt microscopisch onderzocht op de aanwezigheid van blauwalgen, tevens wordt de soort bepaald. Nadat dit bekend is wordt de beheerder van het water verzocht om waarschuwingsborden te plaatsen en wordt er een persbericht uitgestuurd. In de meeste gevallen worden geen aanvullende metingen gedaan. VALLEI EN EEM In 2003 zijn geen metingen uitgevoerd. Op de officile zwemlocaties zijn geen blauwalg problemen aanwezig binnen ons gebied. Enkel in natuurgebiedjes (vennen), en stadwateren. WEST-BRABANT Dit jaar hebben zich slechts in n zwemplas problemen voorgedaan met drijflagen van blauwalgen, nl. in zwemplas de Kuil . VELT EN VECHT Betreffende concentratie microcystines: Er was in het beheersgebied van VV geen reden tot onderzoek van microcystines Betreffende het voorkomen van drijflagen: Op diverse plekken zijn drijflagen waargenomen, verspreid over het gebied. In september waren veel kanalen sterk groen gekleurd. Daar waren geen drijflagen aanwezig, maar was het water 'gevuld' met groene spikkels. ZEEUWS-VLAANDEREN Wij hebben in diverse kreekrestanten in Zeeuws-Vlaanderen last van blauwalgen gehad, met name drijflagen. Voor een van onze zwemwateren, de Otheense kreek, is zelfs een zwemverbod afgekondigd vanwege de drijflagen van blauwalgen. De dominante soort was Anabaena flos-aquae. Er zijn diverse keren monsters opgestuurd voor de bepaling van microcystines, maar het is niet aangetoond. Zowel door AquaSense niet als door Omegam niet.

Conclusies en discussie
Microcystine concentraties Uit de resultaten blijkt dat de waardes van microcystines die in watermonsters zijn bepaald in de meeste gevallen zeer laag waren, maar in een aantal gevallen werden ook hoge tot zeer hoge waardes (>20 g/l) gemeten (33 van de totaal 372 metingen). Echter er zijn twijfels over de gebruikte analyse methodes (m.n. de extractie) van een aantal laboratoria wat hieronder verder wordt toegelicht. Er zijn in verschillende meren en plassen zwemverboden afgekondigd door een te hoge concentratie microcystine (>20 g/l), de aanwezigheid van drijflagen en/of cyanobacterin. Ook heeft een grote vogelsterfte plaatsgevonden in de Oostvaarders Plassen, maar hiervan is niet duidelijk of dit veroorzaakt werd door cyanotoxines. De monsters zullen nog op anatoxines geanalyseerd worden.

18

De concentratie MC in drijflagen was in enkele gevallen zeer hoog. Dit geeft duidelijk het gevaar aan dat deze drijflagen opleveren: inname van een zeer klein volume kan al ernstige gezondheidsklachten opleveren. De hoge MC concentraties in watermonsters werden bepaald in de periode half juli tot half september. Dit is niet verwonderlijk aangezien deze periode de bloeiperiode is van cyanobacterin en dit tevens een warme en zonnige periode was. De meeste meldingen van drijflagen werden gedaan in de eerste helft van augustus. In deze periode was het weer heel stabiel, erg warm en weinig wind, omstandigheden die leidden tot veel drijflagen. Er werd geen relatie tussen de concentraties microcystine en chlorofyl a gevonden, deels doordat er vaak niet gelijktijdig microcystine en chlorofyl a aan hetzelfde monster was bepaald en deels door andere oorzaken. In veel studies wordt een relatie tussen microcystine en chlorofyl gevonden in het geval van cyanodominantie in het betreffende meer (Fastner et al. 1999; Wicks and Thiel, 1990; Kotak et al. 2000). Deze studies gebruikten gegevens van n meer, wat een groot verschil is met onze dataset. In verschillende meren zijn teveel verschillen in fytoplankton soorten. Chlorofyl is ook geen goede biomassamaat door de variabiliteit van chlorofyl in cellen onder invloed van licht en doordat ook veel andere niet-toxische soorten, zoals groenwieren, ook aan het chlorofylgehalte bijdragen. In meren die geheel gedomineerd worden door cyanobacterin is het microcystine gehalte meestal wel gerelateerd aan de biomassa. De zeer lage MC concentraties die in meren met cyanobacterie-dominantie werden bepaald kunnen duiden op een dominantie van niet- toxische cyanobacterin of het voorkomen van cyanobacterin met een laag toxine gehalte. Een niet volledige extractie kan echter ook een onderschatting van de waarde geven. Analyse methoden Er worden verschillende methoden gebruikt voor de bepaling van microcystine: HPLC, LC-MS en ELISA. Dit levert waarschijnlijk niet veel problemen op, omdat deze methoden redelijk tot goed vergelijkbaar zijn zoals bleek uit een groot internationaal onderzoek (Fastner et al. 2002). Wat echter een ernstige onderschatting van de resultaten kan geven zijn de verschillen in extractie methoden. Het extraheren van de monsters is noodzakelijk omdat de hoogste concentratie microcystines intracellulair is. De analyses waarbij geen extractie plaatsvindt, geeft dus een zeer ernstige onderschatting van de concentratie. Als er een extractie uitgevoerd wordt zijn de gebruikte methodes voor extractie veelal twijfelachtig. Het gebruik van alleen een ultrasoon bad voor extractie of vriezen/dooien is hoogstwaarschijnlijk niet voldoende om alle microcystines uit de cellen te verkrijgen. Een test om te onderzoeken of de extractie methodes voldoen lijkt ons nodig. Een nationale test op gestandaardiseerde monsters zou de verschillen tussen de verschillende extractie en analyse methoden aan het licht kunnen brengen en zou zeer nuttig kunnen zijn. Beleid Een aantal waterschappen volgt het CIW- Cyanobacterie-protocol (zie bijlage 3) en gaan microcystines bepalen zodra er drijflagen gesignaleerd zijn. Ook wordt gekeken naar de aanwezigheid van blauwalgen en de concentratie chlorofyl-a. Bij een aantal waterschappen wordt geen microcystine bepaald, ook niet als er drijflagen en blauwalgen gesignaleerd zijn. Wat er bepaald wordt in meren met een cyanobacteriedominantie blijkt niet consistent te zijn. Het beleid wanneer plassen/meren een zwemverbod krijgen is wel consistent in de zin dat als er een microcystine concentratie hoger dan 20 g/l bepaald was een zwemverbod afgekondigd werd. Soms werd een zwemverbod afgekondigd wanneer er drijflagen geconstateerd werden, en soms als er alleen veel cyanobacterin gesignaleerd waren. In dit beperkte onderzoekje hebben we echter geen volledig beeld gekregen wat het beleid van de verschillende provincies en

19

waterschappen precies is. Het zou goed zijn om dit duidelijker te krijgen zodat er n lijn getrokken kan worden in Nederland. Verder is nog onduidelijk of en hoeveel klachten er waren afgelopen zomer met betrekking tot cyanobacterin in meren. Toekomstig onderzoek De zomer van 2003 was zeer warm, maar een vergelijking met andere jaren kon in dit onderzoek niet behandeld worden. Het zou echter wel interessant zijn om de gegevens van 2003 te vergelijken met andere jaren. Door de korte termijn van deze QuickScan is er verder niet op de soorten cyanobacterin ingegaan, dit zou echter wel een nuttige aanvulling zijn omdat verschillende soorten verschillende hoeveelheden en varianten toxines produceren. Tevens zouden de microcystines per cyanobacterie biovolume uitgedrukt kunnen worden, indien beschikbaar, om een indruk te krijgen van de verschillen in toxische soorten in diverse meren.

Referenties:
Fastner, J., Flieger, I. & Neumann, U. (1998) Optimised extraction of microcystins from field samples - A comparison of different solvents and procedures. Water Research, 32, 3177-3181. Fastner, J., Codd, G.A., Metcalf, J.S., Woitke, P., Wiedner, C. & Utkilen, H. (2002) An international intercomparison exercise for the determination of purified microcystin-LR and microcystins in cyanobacterial field material. Analytical and Bioanalytical Chemistry, 374, 437444. Hyenstrand, P., J. S. Metcalf, et al. (2001). Losses of the cyanobacterial toxin microcystin-LR from aqueous solution by adsorption during laboratory manipulations. Toxicon 39(4): 589-594. Kotak, B. G., Lam, A. K. Y., Prepas, E. E. and Hrudey, S. E. (2000) Role of chemical and physical variables in regulating microcystin-LR concentration in phytoplankton of eutrophic lakes, Canadian Journal of Fisheries and Aquatic Sciences 57, 1584-1593. Lawton, L.A., Edwards, C. & Codd, G.A. (1994) Extraction and high-perfomance liquid chromatographic method for the determination of microcystins in raw amd treated waters. Analyst, 119, 1525-1530. Metcalf, J. S. and G. A. Codd (2000). Microwave oven and boiling waterbath extraction of hepatotoxins from cyanobacterial cells. Fems Microbiology Letters 184(2): 241-246. Metcalf, J. S., P. Hyenstrand, et al. (2000). Effects of physicochemical variables and cyanobacterial extracts on the immunoassay of microcystin-LR by two ELISA kits. Journal of Applied Microbiology 89(3): 532-538. RIZA rapport (2001) Stage verslag van Chris Mels: Vergelijking analysemethdoen voor microcystine bepaling: werkdocument 2001.212.X. STOWA (2000) Toxische blauwalgen in recreatiewateren. Reportnr. 2000-20. Wicks, R. J. and Thiel, P. G. (1990) Environmental-Factors Affecting the Production of Peptide Toxins in Floating Scums of the Cyanobacterium Microcystis- Aeruginosa in a Hypertrophic African Reservoir, Environmental Science and Technology 24, 1413-1418.

20

Bijlage I Blauwalgen in het nieuws: vogelsterfte


Dinsdag 08 oktober 2002 - THOLEN - Er is massale vogelsterfte in het VolkerakZoommeer. In de afgelopen weken zijn ruim 4300 dode watervogels uit het meer verwijderd, waaronder eenden, ganzen, zwanen en aalscholvers. De sterke groei van blauwalgen is volgens het ministerie van Verkeer en Waterstaat zeer waarschijnlijk de oorzaak van de vogelsterfte. Bij het afsterven van verschillende soorten blauwalgen kunnen zeer giftige stoffen (microcystine en anatoxine) vrijkomen. Het ministerie heeft onderzoek laten doen naar de oorzaak van de sterfte onder de vogels. In de lever van de eenden is een zeer hoge concentratie van de giftige stof microcystine aangetroffen. "Zeer waarschijnlijk is de hoge concentratie blauwalgen een groot aantal vogels fataal geworden", meldt W. van der Weegen van het ministerie. "Er zijn nog niet genoeg vogels onderzocht om daar harde uitspraken over te doen. Er worden de komende tijd nog meer vogels onderzocht." Het Zeeuws Landschap zegt dat botulisme de oorzaak is van de vogelsterfte. Botulisme is een bacterile besmetting die bij hoge watertemperaturen snel kan verspreiden. "We houden elk jaar in de maanden augustus en september rekening met botulisme", zegt R. Brouwer van Zeeuws Landschap. "Begin augustus hebben we de eerste dode vogels al uit het water gehaald." Onderzoek bij het Diergeneeskundig Instituut in Lelystad heeft volgens Brouwer bepaald dat het om botulisme gaat. Het Zeeuws Landschap heeft ongeveer eenderde van het Volkerak- Zoommeer in beheer. Het gaat om het gebied tussen de Krammersluizen en het Schelde-Rijnkanaal. "Wij hebben ongeveer achthonderd dode vogels uit het water gevist. Vooral wintertaling. Het kan zijn dat de blauwalg de oorzaak is in het andere deel van het Zoommeer." Blauwalgen vormen sinds 1994 een toenemend probleem in het Volkerak-Zoommeer, dat in 1987 vanwege de Deltawerken werd afgesloten van de open zee. De slechte waterkwaliteit wordt met name veroorzaakt door gebrek aan doorstroming van het water. Een tweede oorzaak is de grote hoeveelheid meststoffen die via onder meer WestBrabantse rivieren in het Volkerak-Zoommeer terechtkomen. De gifstoffen uit de blauwalgen zijn met name gevaarlijk voor dieren die in of nabij het water leven, zoals vissen, vogels en zoogdieren. Mensen die in aanraking komen met de gifstoffen kunnen huidirritatie krijgen en maag- en darmklachten. De blauwalg zorgt vooral in warme zomers voor veel overlast. Vanwege de blauwalg is zwemmen in het Volkerak-Zoomeer vaak verboden, is het water niet bruikbaar voor de landbouw en hebben bewoners en toeristen last van stankoverlast. Van der Weegen verwacht dat de huidige overlast snel voorbij is. "Het wordt kouder en er is minder zonlicht. Blauwalg is juist afhankelijk van warmte en zonlicht."

21

15 augustus 2003 In natuurgebied Oostvaardersplassen van Staatsbosbeheer is sinds gisteren sprake van forse vogelsterfte. Sinds twee weken sterven er dagelijks ongeveer 50 vogels, meestal eenden en ganzen, aan de gevolgen van blauwalg. Gisteren werden er 500 dode vogels opgeruimd. Opvallend is dat sinds gisteren naast eenden en ganzen ook andere vogelsoorten als de lepelaar en de steltloper bezwijken. Dit kan duiden op een andere oorzaak omdat het voedselpatroon van bijvoorbeeld lepelaars anders is dan van eenden. Vandaag is de situatie verder verergerd en werden 600 dode dieren verwijderd. De dieren verlammen en sterven een langzame dood. Staatsbosbeheer vermoedt dat er geen sprake is van de tot nu toe bekende blauwalgsoort, maar dat er mogelijk sprake is van andere blauwalgsoorten. Staatsbosbeheer heeft extra mankracht ingezet om dagelijks alle vogels op te ruimen om verdere verspreiding via de kadavers te voorkomen. De Oostvaardersplassen vormt het grootste aaneengesloten moerasgebied van WestEuropa met een zeer waardevolle flora en fauna. Bedreigde en zeldzame vogelsoorten hebben in het natuurgebied een plek gevonden en het is voor veel trekvogels een belangrijke schakel in de trekroute. De afgelopen twee weken werden eenden en ganzen slachtoffer van blauwalgbesmetting. Het aantal dode dieren is sinds gisteren explosief gestegen. Het aantal getroffen vogelsoorten neemt ook toe. Deskundigen van RIZA (het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling) hebben watermonsters genomen om te onderzoeken welke blauwalgen in het water aanwezig zijn. Staatsbosbeheer kan op het moment geen andere maatregelen nemen dan het verwijderen van de kadavers. Het behandelen van zieke vogels of het verwijderen van blauwalg door doorspoelen is helaas niet mogelijk. Staatsbosbeheer vreest dat de vogelsterfte nog enige tijd aan zal houden. Een grote weersverandering waarbij voldoende neerslag valt, is een noodzaak om de huidige situatie te veranderen.

22

Bijlage II Blauwalgen in het nieuws: zwemverboden (op internet gevonden)


Zwemverbod bufferbekken Kreekraksluizen
Met ingang van vandaag, donderdag 4 september, heeft het provinciaal bestuur van Zeeland een zwemverbod ingesteld voor het bufferbekken bij de Kreekraksluizen, aan de oostkant van het sluizencomplex in Rilland. Borden, waarop het verbod wordt kenbaar gemaakt, worden donderdagmiddag geplaatst. In het bekken is een verhoogde concentratie van blauwalgen gemeten. Zwemmen in het water kan leiden tot maag- en darmklachten en tot huidirritatie. Hoewel blauwalg van nature voorkomt in oppervlaktewater, wordt het pas schadelijk als het tot bloei komt. De bloei ontstaat bij hoge temperaturen. De algen scheiden giftige stoffen af en kunnen zich ophopen tot groene drijflagen of blauw schuim. Gezondheidsklachten na het zwemmen in open water kunnen worden gemeld bij de GGD in Zeeland, telefoon 0113-249000. 4 september 2003, mw. J.C. van Nieuwenhuijze, tel. 0118-631402, nr. 80/03 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zwemverbod Otheense Kreek Z-Vlaanderen


Met ingang van donderdag 7 augustus heeft het provinciaal bestuur een zwemverbod ingesteld voor de Otheense Kreek in Zeeuwsch-Vlaanderen. In de kreek treedt in een verhoogde concentratie blauwalg op. Zwemmen in het water kan leiden tot huidirritatie en maag- en darmklachten. Van provinciezijde worden vanmiddag borden langs de kreek geplaatst, waarop het zwemverbod wordt aangegeven. Blauwalg komt van nature voor in het oppervlaktewater. Pas als het bij hoge temperaturen tot bloei komt, wordt het schadelijk. De planten geven dan via een bacterie giftige stoffen af die er uitzien als groene drijflagen of blauw schuim. Gezondheidsklachten na het zwemmen in open water kunnen worden gemeld bij de GGD in Goes, telefoon 0113-249000. Actuele informatie over het zwemwater in Zeeland kan worden geraadpleegd via teletekst en op de website van de provincie Zeeland: www.zeeland.nl. 7 augustus 2003, mw. J.C. van Nieuwenhuijze, tel. 0118-631402, nr. 73/03 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Opheffen zwemverbod locatie Kreekraksluis Bufferbekken badstrand, nr. 48 van het zwemwatermonsternetwerk in de gemeente Reimerswaal
Op basis van artikel 11, tweede lid van de Wet hygine en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden (WHVBZ) en artikel 45 van het Besluit hygine en zwemgelegenheden (BHVBZ) heeft de Commissaris van de Koningin in Zeeland, bij besluit van 4 september 2003, kenmerk 038238 een zwemverbod ingesteld, voor de zwemlokatie Kreekraksluis Bufferbekken badstrand, nr. 48 van het zwemwatermonsternetwerkin de gemeente Reimerswaal. Dit in verband met het aantreffen van een verhoogde concentratie blauwalgen (inclusief drijflagen) en een concentratie microcystines van meer dan 20 microgram per liter. Omdat de concentratie blauwalgen (inclusief drijflagen) is afgenomen en de concentratie microcystines minder dan 20 microgram per liter bedraagt is het bij besluit van 4 september 2003 ingestelde zwemverbod opgeheven. Het besluit kan worden ingezien van 17 oktober tot en met 13 november 2003 bij de Directie ruimte, milieu en water, Het Groene Woud 1 te Middelburg op werkdagen van 8-17 uur en desgevraagd buiten kantooruren. Voor het inzien buiten kantooruren, mondelinge toelichting en kopien van ter inzage gelegde stukken kunt u zich wenden tot dhr. P.Wattel (tel. 0118-631773). ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

23

Opheffen zwemverbod zwemstrand recreatiegebied De Speelmansplaten


Gedeputeerde Staten van Zeeland hebben op 20 september 2002 j.l. in verband met het aantreffen van een verhoogde concentratie blauwalgen (inclusief drijflagen) op basis van artikel 11 van de Wet hygine en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden een zwemverbod ingesteld voor het zwemstrand recreatiegebied De Speelmansplaten aan de Oesterdam. Omdat de concentratie blauwalgen (inclusief drijflagen) is afgenomen en de concentratie microcystines minder dan 20 microgram per liter bedraagt is het bij besluit van 20 september 2002 ingestelde zwemverbod opgeheven. Het besluit kan worden ingezien van 22 november tot en met 19 december 2002 bij de Directie ruimte, milieu en water, Het Groene Woud 1 te Middelburg op werkdagen van 8-17 uur en desgevraagd buiten kantooruren. Voor het inzien buiten kantooruren, mondelinge toelichting en kopien van ter inzage gelegde stukken kunt u zich wenden tot dhr. P.Wattel (tel. 0118-631773). ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Vermijd contact met water en laat huisdieren niet zwemmen en geen water drinken De blauwalgen die vorige week in de Arkervaart in Nijkerk zijn aangetroffen zijn giftig. Dat wijst het onderzoek uit dat het waterschap heeft laten uitvoeren. De aangetroffen concentratie gif (microcystine) in het opgestuurde watermonster was relatief laag ( 18 microgram/liter). Dat is iets minder dan de norm van 20 microgram per liter die de Gezondheidsraad adviseert vooor het zwemmen in water. Toch adviseert het waterschap om niet in contact te komen met het water en huisdieren er niet van te laten drinken of erin te zwemmen. Het gehalte aan gifstofffen kan door het warme weer namelijk snel toenemen. Vorig jaar is dezelfde soort aangetroffen. Dieren die veel water drinken kunnen ernstig ziek worden of er zelfs aan overlijden. Het waterschap heeft de gemeente Nijkerk geadviseerd de bevolking te informeren bijvoorbeeld door waarschuwingsborden te plaatsen. Blauwalgen zijn bacterin die van nature overal in Nederland voorkomen. Ze kunnen zich in voedselrijke wateren sterk uitbreiden bij hoge temperaturen. Blauwalgen komen bij warm weer vooral in grote hoeveelheden voor in wateren met weinig stroming.| Niet alle blauwalgen zijn giftig. De aangetroffen soort kan wel een stof produceren die giftig is voor mensen en dieren. Blauwalgen zijn te herkennen aan een groene drijflaag in het water. Als de blauwalgen afsterven verschijnt er een blauwgroene kleur op de drijflaag of op het water. Als mensen in aanraking komen met het blauwalgen dan moet men daarna goed douchen. Als men vermoedt dat een huisdier van het water met blauwalgen heeft gedronken, is het verstandig een dierenarts te raadplegen.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Boxtel vormt deze week geen uitzondering op de rest van Europa. Het tropische weer heeft zijn aangename kanten zoals exploitant Willem Schellekens van recreatieplas De Langspier ondervindt. De mensen die dit jaar geen buitenlandse vakantie hebben geboekt, kunnen in eigen land hun hartje ophalen. Nu de weerprofeten de eerste hittegolf van dit jaar aankondigen, worden echter ook de minder leuke gevolgen zichtbaar. Met ingang van morgen, vrijdag 8 augustus heeft Waterschap De Dommel een verbod uitgevaardigd om oppervlaktewater te gebruiken voor beregeningsinstallaties en als drinkwater voor dieren. Na de Vorsenpoel zijn ook in het Leysenven blauwalgen aangetroffen. Calamiteiten zijn tot op heden uitgebleven; ook in de omringende natuurgebieden waar al weken een permanent rookverbod geldt. De ouderen in de Boxtelse verzorgingshuizen hebben het echter zwaar te verduren. Twee weken geleden al kondigde het waterschap aan dat een totaal onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater niet uit kon blijven bij aanhoudende droogte. Het verbod gold al sinds eind juni voor het stroomgebied van de Dommel ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Vanaf morgen is het echter ook in het noordelijk deel van het waterschapsterritorium verboden om water uit de rivier en haar zijtakken te gebruiken om landerijen te besproeien of om er de veestapel van te

24

laten drinken. Volgens de manager waterbeheer van 'De Dommel', Hans van Haren is dat een uitzonderlijke maatregel, die voor het laatst in 1996 is getroffen. ,,Het water in de Dommel en haar zijrivieren heeft nu het cruciale peil bereikt. In de Essche Stroom is de doorstromingssnelheid van het water nog slechts 310 liter per seconde", vertelde de waterschapsingenieur gisteren. Om grote schade aan de flora en fauna in de beek en aan haar de oevers te voorkomen, is volgens Van Haren een doorstroming van 500 liter per seconde het minimum. Daar zitten we nu onder." Bij de Vughtse stuw in Den Bosch waar al het water van het stroomgebied De Dommel samenkomt -is deze week nog een doorstroomsnelheid van 4.500 liter per seconde gemeten. ,,Dat is nog net boven de limiet van 4.140 liter maar we naderen met rasse schreden de kritische ondergrens van 3.400 liter per seconde", aldus Van Haren. Het beperkte aantal agrarische- en tuinbouwbedrijven die van de provincie toestemming hebben om grondwater op te pompen voor hun beregeningsinstallaties, kunnen voorlopig nog wel doorgaan met de besproeiing. ,,Op dit moment is er nog geen reden tot paniek", meldde een woordvoerder gistermiddag.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Reest & Wieden I) Blauwalgen in recreatiewater geconstateerd In de Beulakerwijde in Noordwest Overijssel zijn op sommige plaatsen drijflagen van blauwalgen waargenomen. Het waterschap Reest en Wieden raadt af om te zwemmen of te surfen in buitenwater, dat bedekt is met een (blauw) groene drijflaag. Blauwalgen kunnen bij sommige mensen huidirritatie, uitslag of maagdarmklachten veroorzaken. Wanneer men onverwachts toch in aanraking is gekomen met blauwalgen, is het verstandig om de algen zo snel mogelijk van de huid te spoelen met schoon water. Ook wordt afgeraden om huisdieren te laten zwemmen of drinken op plaatsen waar de blauwgroene drijflagen voorkomen. De locaties waar blauwalgen verschijnen kunnen per dag verschillen.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zwemwaarschuwing Proostmeer vanwege blauwalgoverlast Door de aanwezigheid van blauwalg is het Proostmeer in Wagenborgen tijdelijk ongeschikt om in te zwemmen. Uit onderzoek van het waterschap Hunze en Aa's blijkt dat er een verhoogde concentratie aan blauwalgen in het meer aanwezig is. In overleg met de provincie Groningen en de gemeente Delfzijl zijn waarschuwingsborden geplaatst waarop is aangegeven dat er sprake is blauwalgoverlast. Bepaalde blauwalgen zijn in staat stoffen te produceren die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Drijflagen van blauwalg vormen een vergroot gezondheidsrisico, omdat de blauwalg hierin sterk geconcentreerd is. Door te zwemmen kan men in contact komen met deze stoffen. Klachten die hierdoor kunnen optreden zijn huidirritatie, hoofdpijn, oorpijn en maag- en darmklachten. Het warme weer van de afgelopen periode heeft bijgedragen aan de snelle groei van de blauwalgen in het (ondiepe) meer. Wanneer de blauwalgen verdwenen zijn is nog onduidelijk en hangt onder andere af van het weer. Er worden maatregelen genomen om de overlast van de algen tegen te gaan.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

25

Woensdag 27 augustus 2003

Waarschuwing wordt zwemverbod bij zwembad De Kikker (Groenekan)


In het water bij zwembad De Kikker zijn te hoge concentraties giftige stoffen aangetroffen. De giftige stoffen worden geproduceerd door cyanobacterin die in het water voorkomen. Bij de Kikker was al een waarschuwing voor cyanobacterin van kracht vanwege verhoogde concentraties giftige stof, omdat de concentratie giftige stof nu de toegestane norm overschrijdt is een zwemverbod ingesteld. Het zwemverbod blijft van kracht totdat uit analyseresultaten is gebleken dat de waterkwaliteit weer voldoende is. Cyanobacterin (ook wel blauwwieren of blauwalgen genoemd) zijn bacterin die vaak drijvend op het wateroppervlak een blauwgroene laag kunnen vormen. In sommige situaties zitten de bacterin meer door het water vermengd zodat het water op een groene soep lijkt. Door afbraak en rotting van cyanobacterin kunnen hoge concentraties giftige stoffen gevormd worden die schadelijk zijn voor mens en dier. Vergiftigingen door cyanobacterin komen via de mond tot stand. Daarnaast kan ook huidirritatie optreden. Ernstige vergiftigingen doen zich bij volwassenen zelden voor. Kleine kinderen zijn kwetsbaarder omdat zij eerder water binnenkrijgen en sneller ziek worden door vergiftiging. Na het zwemmen in water met cyanobacterin kunnen mensen last krijgen van verschijnselen als hoofdpijn, huidirritatie, misselijkheid, diarree en koorts. Doorgaans verdwijnen deze symptomen vanzelf. Ook andere bacterin en virussen kunnen echter bovengenoemde klachten veroorzaken. Raadpleeg daarom altijd een arts bij gezondheidsklachten na het zwemmen. Zodra uit metingen blijkt dat de waterkwaliteit weer voldoende is, wordt het zwemverbod opgeheven. Voor meer informatie over zwemwater kunt u teletekst pagina 725 raadplegen of contact opnemen met de zwemwatertelefoon van de provincie Utrecht, 030 - 258 21 58.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zwemwaterkwaliteit Vrijdag 19 september 2003

Zwemverbod opgeheven bij zwembad De Kikker (Groenekan)


In het water bij zwembad De Kikker zijn geen hoge concentraties giftige stoffen meer aangetroffen. De giftige stoffen werden geproduceerd door cyanobacterin (blauwalgen) die in het water voorkwamen. Bij de Kikker was een zwemverbod van kracht vanwege verhoogde concentraties giftige stof. Omdat de concentratie giftige stof nu de toegestane norm niet meer overschrijdt is het zwemverbod ingetrokken. Cyanobacterin (ook wel blauwwieren of blauwalgen genoemd) zijn bacterin die vaak drijvend op het wateroppervlak een blauwgroene laag kunnen vormen. In sommige situaties zitten de bacterin meer door het water vermengd zodat het water op een groene soep lijkt. Door afbraak en rotting van cyanobacterin kunnen hoge

26

concentraties giftige stoffen gevormd worden die schadelijk zijn voor mens en dier. Vergiftigingen door cyanobacterin komen via de mond tot stand. Daarnaast kan ook huidirritatie optreden. Ernstige vergiftigingen doen zich bij volwassenen zelden voor. Kleine kinderen zijn kwetsbaarder omdat zij eerder water binnenkrijgen en sneller ziek worden door vergiftiging. Na het zwemmen in water met cyanobacterin kunnen mensen last krijgen van verschijnselen als hoofdpijn, huidirritatie, misselijkheid, diarree en koorts. Doorgaans verdwijnen deze symptomen vanzelf. Ook andere bacterin en virussen kunnen echter bovengenoemde klachten veroorzaken. Raadpleeg daarom altijd een arts bij gezondheidsklachten na het zwemmen. Zodra uit metingen blijkt dat de waterkwaliteit weer voldoende is, wordt het zwemverbod opgeheven. Voor meer informatie over zwemwater kunt u teletekst pagina 725 raadplegen of contact opnemen met de zwemwatertelefoon van de provincie Utrecht, 030 - 258 21 58.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Blauwalgoverlast in Zwaneveldsgat bij Kolham


12 augustus 2003

De zwemplas Zwaneveldsgat bij Kolham is tijdelijk ongeschikt om in te zwemmen. Onderzoek van het waterschap Hunze en Aas heeft uitgewezen dat er sprake is van blauwalgen in de zwemplas. Naar aanleiding van deze uitkomst heeft de provincie Groningen een negatief zwemadvies afgegeven voor deze officile zwemplas en er zijn waarschuwingsborden geplaatst. Bepaalde blauwalgen zijn in staat giftige stoffen te produceren die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Drijflagen vormen een risico omdat de blauwalg hierin sterk geconcentreerd is. Klachten die hierdoor kunnen optreden zijn huidirritatie, hoofdpijn, oorpijn en maag- en darmklachten. Het extreem warme weer van de afgelopen tijd heeft bijgedragen aan de snelle groei van de blauwalgen in de plas. Wanneer het negatief zwemadvies kan worden opgeheven is in belangrijke mate afhankelijk van het weer. Door het warme weer zouden er meer zwemplassen ongeschikt kunnen worden om te zwemmen. Indien dit het geval is, zal dit op de bekende manier worden aangegeven (waarschuwingsborden bij de plas en via de media). Alle zwemplassen die in de provincie Groningen op zwemwaterkwaliteit gecontroleerd worden, zijn te vinden op de websites www.provinciegroningen.nl en www.hunzeenaas.nl
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Blauwalg in het nieuws op: http://www.deltainzicht.nl / nieuws Persbericht PZC; Schap sluit waterinlaten Tholen [28/06/2003]
Het waterschap Zeeuwse Eilanden heeft gisteravond om zes uur alle inlaatkunstwerken op Tholen laten sluiten. Bij alle inlaatpunten die voor het peilbeheer n voor de zoetwaterinlaatproef worden gebruikt is een zichtbare algenbloei geconstateerd. Op het Schelde-Rijnkanaal begonnen vrijdag zelfs al drijflagen te ontstaan. Met het risico dat de

27

giftige blauwalg door de zoetwaterinlaat in het oppervlaktewater van Tholen komt kan het chloridegehalte niet meer door het waterschap worden gegarandeerd. Mede daarom en om extreem lage waterstanden te voorkomen, is via de ZLTO aan de boeren gevraagd te stoppen met de beregening van alle gewassen. Vorige week vrijdag was al besloten om de zoetwaterinlaat voor de Reigersbergsche Polder te stoppen omdat hier ook al blauwalgontwikkeling ontstond. Dit was ook de reden om bij alle inlaatpunten de controle te intensiveren. Op alle inlaatpunten in Sint Philipsland en Tholen bleek er een zichtbare toename van blauwalg. Dit leidde ook afgelopen donderdag al tot het besluit om de inlaat Campweg op Sint Philipsland dicht te zetten. Hier werd overdag een plotselinge explosieve groei van blauwalg geconstateerd. Hierna werden de waarnemingen nog verder gentensiveerd, totdat vrijdag besloten werd om alles te sluiten. Bedreiging De proef met de zoetwaterinlaat wordt nog maar sinds enkele maanden uitgevoerd. Thoolse boeren wilden het zoetwater al jaren binnenhalen op het oppervlaktewater, maar het waterschap vond de bedreiging van de blauwalg te groot. Na zeer veel overleg werd de proef dit jaar voor het eerst onder strenge controle uitgevoerd. Het lag overigens sowieso al niet in de planning om de zoetwaterinlaat de hele zomer door te laten plaatsvinden, omdat in de warmste zomermaanden er zo goed als zeker een grote hoeveelheid blauwalg ontstaat.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Persbericht BN/De Stem: Nog geen Deltaplan tegen blauwalg [23/06/2003]


Het zit er dik in dat de kuststreken van West-Brabant - van Willemstad tot en met Bergen op Zoom deze zomer weer geteisterd zullen worden door een blauwalgen-explosie. De kans is minimaal dat dit jaar nog begonnen kan worden met de aanpak van de blauwalg in Krammer/Volkerak en Zoommeren. Ook een eventuele proef met doorspoelen van de randmeren met rivierwater vanuit het Hollandsch Diep is dit jaar nauwelijks meer haalbaar. "Ik ben niet optimistischer geworden dat wij dit jaar nog kunnen kiezen voor gezamenlijke scenario's." Dat zegt de Brabantse gedeputeerde voor Natuur en Milieu Lambert Verheijen, na afloop van een bestuurlijk overleg over de problematiek van Krammer/Volkerak in het gemeentehuis van Oude Tonge. Gistermiddag kwamen daar provinciebestuurders van Brabant, Zeeland en Zuid-Holland, waterschappen en de betrokken gemeentes bij elkaar om over het grote water- en oevergebied te praten dat onder drie provincies valt. Gelet op het grote aantal bezwaren tegen de door Rijkswaterstaat voorgestelde doorspoelproef lijkt het de Brabantse gedeputeerde 'niet kansrijk' dat het lukt om een vergunning te krijgen om, in augustus of september, de vervuilde kustwateren eenmalig op proef door te spoelen met water uit het Hollandsch Diep. Acht natuurorganisaties, maar ook een gemeente als Reimerswaal, West-Brabantse vogelwerkgroepen en de organisatie van Zeeuwse (mossel-)vissersbelangen Zevibel hebben zich faliekant tegen de proef verklaard. Ze vinden dat er veel te veel vragen rondom dat doorspoelen zijn. En denken ook dat het zinloos is. Zo is de periode dat het water bij doorspoelen in de randmeren verblijft - 30 dagen - nog heel lang. Het is dus de vraag of doorspoelen helpt. Verder is het niet zeker of het Hollandsch Diep voldoende water voor het doorspoelen aanvoert. Bovendien is ook dat rivierwater vervuild met meststoffen. Deze bezwaren betekenen juridische procedures. Zowel de doorspoelproef als maatregelen op de langere termijn worden daardoor heikele zaken, denkt de provinciebestuurder. Eigenlijk is er een nieuw soort Deltaplan nodig, want door het chte Deltaplan werden Zeeland en West-Brabant veilig. Maar vanaf eind jaren negentig openbaarde zich een

28

heel vervelend gevolg, dat met het jaar groter en gevaarlijker wordt. 'Vergiftiging van de Zoommeren', heet het al: de explosieve groei van blauwalgen in de verzoete Krammer/Volkerak en de Zoommeren. Het water wordt dan een soort groene soep met een gifgroene, dikke drab waar giftige cyanobacterin gevormd worden. Het gevolg was, vorige zomer, een regelrechte natuurramp: giftig, zuurstofloos, stinkend water en oevers bezaaid met dode en rottende vogels en vissen. De vogelsterfte, vooral onder wintertalingen, was massaal. Er werden vijfduizend dode vogels verzameld. Niet alleen voor de vogels en de mensen is de 'blauwalgenbloei' een ramp, maar het vergiftigde water kan ook de runderen in het natuurgebied in gevaar brengen, legt Natuurmonumenten-boswachter Lia Vlietland uit. En die grote grazers zijn hard nodig om het uitgestrekte oeverlandengebied aan Krammer en Volkerak open te houden. Rijkswaterstaat presenteerde gistermiddag in Oude Tonge acht manieren van aanpak voor Krammer/Volkerak. Wat betreft gedeputeerde Verheijen wordt gekozen voor een combinatie van scenario's. "Of dat nu een zoetwater- scenario wordt, met af en toe doorspoelen van de Zoommeren richting Westerschelde, of een zoutwater-scenario met verzilting en deels terugbrengen van de getijde-werking, dat weet ik nog niet. Maar de aanpak moet verder gaan dan alleen biologisch beheer. Want er tekent zich nu met de blauwalgen in dat stilstaande, veel te voedselrijke water een rampscenario af", aldus Lambert Verheijen. Rijk en provincies zullen er, verwacht hij, de komende decennia tientallen miljoenen voor moeten ophoesten.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Zuid-Holland past zwemregels aan


Gepubliceerd op woensdag 20 augustus 2003

DEN HAAG (ANP) - De provincie Zuid-Holland heeft een zwemverbod ingesteld voor Krammer/Volkerak en de Kralingse Plas. Eerder gold voor deze wateren al een negatief zwemadvies, net als voor vrijwel al het andere zoetwater in de provincie. In enkele andere plassen kan weer worden gepoedeld zonder risico op ziekte door giftige blauwalgen, aldus een provinciewoordvoerster woensdag. De provincie heeft de politie in de omgeving van de Kralingse Plas en Krammer/Volkerak genformeerd over het verbod. ,,De politie surveilleert extra en is bevoegd om mensen uit het water te halen'', zei de woordvoerster. Of degenen die toch een duik nemen een boete krijgen, is niet duidelijk. De blauwalg, die eigenlijk een bacterie is die giftige stoffen afscheidt, is in de zwemlocaties Bernisse, Brielse Meer, Oostvoornse Meer, Plas Slingeland, Lammetjeswiel en de Reeuwijkse Hout bijna verdwenen. Zuid-Holland heeft het negatieve zwemadvies daarvoor dan ook ingetrokken. Zowel mensen als dieren kunnen hoofdpijn, koorts, maag- en darmklachten en huidirritatie krijgen als ze zwemmen in water met blauwalg
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

vrijdag 8 aug 2003 Zwemverbod bij zwemvereniging Zwemlust (Nieuwersluis)


In het water bij zwemvereniging Zwemlust zijn te hoge concentraties giftige stoffen aangetroffen. De giftige stoffen worden door cyanobacterin die in het water voorkomen geproduceerd. De lastgeving tot sluiting blijft van kracht totdat uit analyseresultaten is gebleken dat de concentraties giftige stoffen weer onder de toegestane norm ligt. Cyanobacterin (ook wel blauwwieren of blauwalgen genoemd) zijn bacterin die vaak drijvend op het wateroppervlak een blauwgroene laag kunnen vormen. In sommige 29

situaties zitten de bacterin meer door het water vermengd zodat het water op een groene soep lijkt. Door afbraak en rotting van algen kunnen hoge concentraties giftige stoffen gevormd worden die schadelijk zijn voor mens en dier. Vergiftigingen door cyanobacterin komen via de mond tot stand. Ook kan bijvoorbeeld huidirritatie optreden. Ernstige vergiftigingen doen zich bij volwassenen zelden voor. Kleine kinderen zijn kwetsbaarder omdat zij eerder water binnenkrijgen en sneller ziek worden door vergiftiging. Na het zwemmen in water met cyanobacterin kunnen mensen last krijgen van verschijnselen als hoofdpijn, huidirritatie, misselijkheid, diarree en koorts. Doorgaans verdwijnen deze symptomen vanzelf. Ook andere bacterin en virussen kunnen echter bovengenoemde klachten veroorzaken. Raadpleeg daarom altijd een arts bij gezondheidsklachten na het zwemmen. Voor meer informatie over zwemwater kunt u teletekst pagina 725 raadplegen of contact opnemen met de zwemwatertelefoon van de provincie Utrecht, 030 - 258 21 58.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

DIT IS EEN PERSBERICHT VAN DE PROVINCIE UTRECHT vrijdag 19 september 2003 Zwemverbod ingetrokken bij zwemvereniging Zwemlust (Nieuwersluis)
In het water bij zwemvereniging Zwemlust zijn geen te hoge concentraties giftige stoffen meer aangetroffen. De giftige stoffen werden door cyanobacterin die in het water voorkwamen geproduceerd. Cyanobacterin (ook wel blauwwieren of blauwalgen genoemd) zijn bacterin die vaak drijvend op het wateroppervlak een blauwgroene laag kunnen vormen. In sommige situaties zitten de bacterin meer door het water vermengd zodat het water op een groene soep lijkt. Door afbraak en rotting van algen kunnen hoge concentraties giftige stoffen gevormd worden die schadelijk zijn voor mens en dier. Vergiftigingen door cyanobacterin komen via de mond tot stand. Ook kan bijvoorbeeld huidirritatie optreden. Ernstige vergiftigingen doen zich bij volwassenen zelden voor. Kleine kinderen zijn kwetsbaarder omdat zij eerder water binnenkrijgen en sneller ziek worden door vergiftiging. Na het zwemmen in water met cyanobacterin kunnen mensen last krijgen van verschijnselen als hoofdpijn, huidirritatie, misselijkheid, diarree en koorts. Doorgaans verdwijnen deze symptomen vanzelf. Ook andere bacterin en virussen kunnen echter bovengenoemde klachten veroorzaken. Raadpleeg daarom altijd een arts bij gezondheidsklachten na het zwemmen. Voor meer informatie over zwemwater kunt u teletekst pagina 725 raadplegen of contact opnemen met de zwemwatertelefoon van de provincie Utrecht, 030 - 258 21 58.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

30

Zwemverbod Groene Ster door blauwalg


De provincie raadt mensen af om nog langer te zwemmen in recreatiegebied De Groene Ster tussen Leeuwarden en Tytsjerk. Het water is te sterk vervuild met blauwalg, zo blijkt uit onderzoek. De giftige alg wordt ieder jaar in augustus aangetroffen in de zwemplas. Water met te veel blauwalgen bezorgt zwemmers huidproblemen. Wie het water inslikt, kan maag- en darmklachten krijgen. Nieuwsbericht uit week 33 2003
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Negatief zwemadvies Kardingerplas door aanwezigheid van blauwalgen


8 augustus 2003 Door de aanwezigheid van blauwalgen (de eigenlijke naam is cyano-bacterien) is de Kardingerplas te Groningen (Lewenborg, nabij de wijk Zilvermeer) tijdelijk ongeschikt om in te zwemmen. Uit onderzoek van het waterschap Noorderzijlvest blijkt dat er een verhoogde concentratie aan blauwalgen in het meer aanwezig is. Ook zijn er drijflagen van blauwalgen waargenomen bij het strand. Na overleg tussen de Provincie Groningen, GGD en de gemeente Groningen zijn borden geplaatst waarop het tijdelijk negatieve zwemadvies is aangegeven. Bepaalde blauwalgen zijn in staat stoffen te produceren die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Drijflagen van blauwalgen vormen een vergroot gezondheidsrisico, omdat de blauwalg hierin sterk geconcentreerd is. Door te zwemmen kan men in contact komen met deze stoffen. Klachten die hierdoor kunnen optreden zijn huidirritatie, hoofdpijn, oorpijn en maag-en darmklachten. Het huidige warme weer heeft bijgedragen aan de snelle groei van de blauwalgen in het (ondiepe) meer. Wanneer het negatieve zwemadvies kan worden opgeheven is nog onduidelijk en hangt onder andere af van het weer. Voor nadere informatie over zwemwaterkwaliteit kunt u NOS-teletekst pagina 725 of de web-sites van de provincie/waterschappen raadplegen. Bij aanhoudende warmte zou de zwemwaterkwaliteit de komende tijd kunnen verslechteren. Sterk aangeraden wordt u goed te informeren over de actuele stand van zaken. Bij de betreffende plassen zijn gele waarschuwingsborden geplaatst. Zoals bekend wordt het water uitsluitend gecontroleerd in de aangewezen zwemplassen. Zwemmen in niet gecontroleerde plassen wordt sterk afgeraden. Voor honden kunnen blauwalgen gevaarlijk zijn. U kunt de aangewezen zwemplassen vinden op de site van de Provincie Groningen (www. provinciegroningen.nl) en in de jaarlijks uitgegeven zwemwaterfolder. Deze is te verkrijgen bij de beheerders van de stranden, VVV's, gemeenten, waterschappen en de provincie. Voor vragen die betrekking hebben op gezondheidsklachten, kan contact worden opgenomen met de GGD Groningen via telefoonnummer 050-3674177 (tussen 10.00 16.30 uur). Ook is informatie te vinden over dit onderwerp op www.hulpverleningsdienstgroningen.nl.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

31

Zwemmers gewaarschuwd voor blauwalgen


Gepubliceerd op woensdag 06 augustus 2003 RIJSWIJK (ANP) - Vijf provincies hebben zwemmers gewaarschuwd voor de aanwezigheid van ziekmakende blauwalgen in open wateren. Vooral in Zuid-Holland is de alg door het warme weer ruimschoots aanwezig. Staatsbosbeheer heeft woensdagavond een negatief zwemadvies gegeven voor alle onbeheerde poelen en vennen in natuurgebieden van deze instantie. Blauwwieren, die door de aanhoudende warmte extra goed gedijen, kunnen binnen twaalf uur na het zwemmen gezondheidsklachten veroorzaken. Dat gebeurt vooral als iemand water binnenkrijgt. De meest voorkomende problemen zijn huidirritatie, maag- en darmklachten, hoofdpijn en koorts. De algen zien er uit als olieachtige drijflagen in het water. Ook honden kunnen ziek worden als ze het besmette water drinken. De provincies Utrecht, Noord-Holland, Noord-Brabant, Limburg en Zuid-Holland wijzen recreanten op de gevaren van de blauwalgen. In de meeste van deze provincies geldt het negatieve zwemadvies voor hooguit twee locaties. Zuid-Holland vaardige woensdagavond echter een advies voor veel meer plaatsen uit. Het gaat om zes locaties langs het Haringvliet.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

32

33

34

Bijlage III Protocol Cyanobacterien


Zie file: cyanobacterien_in_zwemwater.pdf

35