You are on page 1of 18

Contourenbeleid in regionaal perspectief

Ontwerpen voor de regio Waalbos

Ritske Dankert Ronald Flipsen John Kupers Robert de Zeeuw

Contourenbeleid in regionaal perspectief


Ontwerpen voor de regio Waalbos

LA 41 Vormgeving regionale schaal

Auteurs:

Opleiding: Studierichting: Vak: Plaats: Datum:

Ritske Dankert Ronald Flipsen John Kupers Robert de Zeeuw NHTV internationale hogeschool Breda Planologie en Ruimtelijke Ordening LA 41 Breda 20 december 2001

Inhoudsopgave
1 2 3 4 5 6 Inleiding Strategie van benadering Inventarisatie en analyse Visie Programma van eisen Ontwerp 6.1 Ontwerp per locatie 6.2 Totaalbeeld Conclusies en aanbevelingen Literatuurlijst 3 4 5 8 10 12 12 14 15 17

Inleiding

Groene en rode contouren zijn op het moment onderwerp van discussie met betrekking tot de vijfde nota ruimtelijke ordening waarvan minister Pronk in januari van dit jaar het eerste deel uitbracht. Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant in het ontwerpstreekplan de steden Waalwijk, 's Hertogenbosch en Oss opgenomen in de regio Waalbos. Het probleem van het landelijke contourenbeleid is dat niet wordt aangegeven hoe deze op het regionale schaalniveau moeten worden toegepast. De provincie geeft hiervoor een voorzet, maar deze is te globaal om voor een goede ruimtelijke ordening in de regio. Om als werkgroep in het kader van het vak LA 41 een advies te kunnen geven over de manier waarop in de regio Waalbos met het contourenbeleid zou moeten worden hebben we de volgende doelstelling geformuleerd: op het regionale schaalniveau een ontwerp maken voor de ruimtelijke inrichting van de regio Waalbos. Om dit te bereiken zullen we de vraag moeten stellen hoe het gebied er op dit moment uitziet. Daarnaast is het van belang om te weten welke kansen deze huidige ruimtelijke inrichting biedt, en welke bedreigingen er zijn. Ook zullen we onszelf moeten afvragen waar we met het gebied naar toe willen (visie). Ook moet er nagedacht worden over hoe deze visie concreet kan worden gemaakt, en hoe deze concrete punten vervolgens in een kaartbeeld kunnen worden ingepast. De overkoepelende vraag luidt: op welke manier kunnen huidige en gewenste eigenschappen leiden tot een op maat gesneden ruimtelijk ontwerp van de regio Waalbos?. De manier waarop we de bovenstaande onderzoeksvragen zullen beantwoorden is als volgt: als eerste wordt er via literatuuronderzoek en ruimtelijke inventarisatie- en analysetechnieken zal onderzoek gedaan worden naar de inhoud van de vijfde nota, en de karakteristiek van het gebied. Daarna wordt een visie opgesteld, van waaruit een programma van eisen zal leiden tot ontwerpvarianten en een definitief ontwerp. In het volgende hoofdstuk zal de strategie van benadering nader worden belicht. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van de inventarisatie van het gebied en de daaruit voortvloeiende analyse. In hoofdstuk 4 wordt onze eigen visie uiteengezet. In het daaropvolgende hoofdstuk worden de randvoorwaarden & uitgangspunten waaraan het ontwerp, dat in hoofdstuk 6 wordt behandeld, moet voldoen. In hoofdstuk 7 worden tenslotte conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan over de inpassing van de randvoorwaarden & uitgangspunten in het ontwerp.

Strategie van benadering

De opdracht betreft het ontwerpen van een 'contourenkaart op maat' voor de stedelijke regio Waalbos (Waalwijk, 's Hertogenbosch en Oss). Het door minister Pronk (VROM) voorgestelde contourenbeleid zal dus moeten worden vertaald naar de specifieke situatie in de genoemde stedelijke regio. Om dit te kunnen doen zal eerst moeten worden onderzocht wat het door Pronk voorgestelde contourenbeleid precies inhoud. Dit gebeurt door middel van literatuuronderzoek. Ook zal door toepassing van ruimtelijke inventarisatie- analysetechnieken informatie moeten worden verzameld over het gebied waarbinnen het contourenbeleid moet worden toegepast. Op basis van (discussie over) deze gegevens wordt een groepsvisie ontwikkeld, welke leidt tot een programma van eisen met een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden waaraan de 'contourenkaart op maat' moet voldoen. Wanneer het deze uitgangspunten en randvoorwaarden helder zijn kunnen een aantal alternatieven opgesteld worden. Van hieruit wordt een definitieve uitwerking opgesteld die als voorbeeld kan dienen voor een regiovisie. In schema ziet de strategie van benadering er zo uit:
Doelstelling: Een contourenkaart op maat ontwerpen voor de stedelijke regio Waalbos.

Contourenbeleid in de vijfde nota.

Specifieke kenmerken van de stedelijke regio Waalbos. Groepsvisie.

Programma van eisen.

Ontwerp varianten

Voorbeeld-ontwerp

Inventarisatie en analyse

In dit hoofdstuk wordt de inventarisatie en analyse van de regio Waalbos beschreven. De regio is in lagen genventariseerd. Deze lagen zijn groen en water, woongebieden, infrastructuur en bedrijvigheid. Per laag en voor het totaalbeeld is in tekst en kaartbeeld de huidige situatie aangegeven. Groen + Water Het grootste groengebied op de kaart zijn de Loonsche en Drunense duinen, deze is te vinden onder Waalwijk. Grote gedeelte van deze duinen hebben als bestemming militair oefenterrein. Verder liggen er veel kleinere groengebieden in het gebied. Onder deze groen gebieden is een natuurreservaat in het Zuidwesten van Den Bosch. Een ander belangrijk gebied in regio Waalbos is heb gebied boven Den Bosch. Hier ligt een gedeelte van het land tussen maas en waal. Dit waterrijke gebied in combinatie met de daar aanwezige agrarische gebieden zorgt voor een zeer mooi en herkenbaar landschap.

Figuur 3.1: inventarisatie groen en water

Woongebieden De meeste bebouwing is geconcentreerd rond de drie grootte bestaande steden: Waalwijk, Den Bosch en Oss. Waarvan Den Bosch de grootste is. De overige bebouwing die in de regio aanwezig is zijn de dorpen die rond deze grootte steden liggen. Op de kaart is goed te zien dat het gebied tussen Den Bosch en Waalwijk al flink is volgebouwd. Tussen Den Bosch en Oss is hier nog geen sprake van.

Figuur 3.2: inventarisatie woongebieden

Infrastructuur De belangrijkste infrastructuur in de regio wordt bepaald door de A2 en de A59. De A2 is de weg die van Eindhoven naar Utrecht loopt, deze weg loopt langs de oostzijde van Den Bosch. De A59 loopt van Den Bosch via Waalwijk naar het westen en deze sluit daar uiteindelijk aan op de A16. Verder loopt het spoor nog door de regio. Dit spoor komt vanuit alle richtingen, Utrecht, Tilburg, Eindhoven en Arnhem samen in Den Bosch.

Figuur 3.3: inventarisatie bedrijventerreinen

Bedrijvigheid De grote industrie gebieden zijn te vinden aan de bestaande infrastructuur, dit is ook logisch vanwege de bereikbaarheid. Verder is nog te zien dat de industriegebieden bij de steden Waalwijk, Den Bosch en Oss liggen. Ook in Veghel is een groot industrie terrein te vinden. De andere kleinere industriegebieden zijn te vinden in de overige dorpen in de regio. Totaal Beeld Als de voorgaande kaartbeelden over elkaar gelegd worden dan levert dat de volgende kaart op:

Figuur 3.4: totaalbeeld inventarisatie

Visie

In dit hoofdstuk zal worden aangegeven welke visie we hebben met betrekking tot het beleid in de vijfde nota en de consequenties daarvan voor de regionale uitwerking in de regio Waalbos. Het plangebied Waalwijk, Den Bosch en Oss met tussenliggende en omliggende landelijk gebied is een dichtbevolkt gebied in het zuiden van Nederland. In dergelijke dichtbevolkte geibeden vervaagt de traditionele scheiding tussen stad en land steeds meer. Stedelijke en landelijke functies raken vermengd. Men spreekt vaak van stedelijke netwerken. Concurrentie tussen deze gebieden zal naar verwachting steeds verder toenemen. Een aantrekkelijk leefklimaat en een goede ruimtelijke structuur zijn daarom van groot belang. Tenslotte streven we niet naar een duidelijke scheiding van de verschillende gebieden, maar meer naar een samenhang. Contourbeleid Contouren garanderen op zichzelf noch de kwaliteit van het landelijk gebied noch een verantwoord ruimtegebruik binnen het stedelijk gebied. Aantasting van landelijke of stedelijke structuren worden niet pers door middel van contouren gestopt. Het probleem met rode contouren is de strakheid waarmee de contouren gelegd worden. De Vijfde Nota gaat uit van een rode contour met een termijn van 15 jaar, met om de 5 jaar een mogelijke herziening. Daarentegen hebben overige groeperingen zoals de milieubeweging of de agrarische sector voorkeur voor een meer beperkte contour. Bovendien kan er een te ruimte opzet van de contour ontstaan wat niet wenselijk is. Balansgebieden vs. Buitengebieden In balansgebieden (volgens de Vijfde Nota) is in principe alles mogelijk. Wat precies hangt af van de provinciale streekplannen en de gemeentelijke bestemmingsplannen. Door het trekken van rode en groene contouren denkt minister Pronk de verstedelijking tegen te gaan en de verschillen tussen stad en platteland te vergroten. Dit is niet in alle gevallen wenselijk. Bovendien wil Pronk de gemeenten zelf de rode contouren laten trekken. Daarbuiten mag in principe niet gebouwd worden. Een in onze ogen volstrekt onrealistisch plan, gemeenten zullen zoveel mogelijk bouwruimte eigen willen maken. Buitengebied Het buitengebied die in de Vijfde Nota als balansgebieden zijn aangegeven dienen te worden beschermd in die zin dat de rode contouren niet steeds het buitengebied opslokken. Daarvoor zal een instrumentarium moeten worden opgezet. Voor het buitengebied tellen overigens dezelfde aspecten mee als voor de stedelijke gebieden, het gaat niet om de te trekken contouren, maar om de verbetering of het behouden van een landschappelijke kwaliteit en niet zozeer om het afbakenen om zo eventuele kwaliteit te beschermen. Waar de rode contouren getrokken

worden in de Vijfde Nota is niet per definitie sprake van landschappelijke kwaliteit. Groene Contouren Groene gebieden worden duurzaam beschermd door de te behouden groene contouren. Deze grenzen mogen ruimer dan door Pronk aangegeven. In zeer hoogwaardige groene gebieden mag niet gebouwd worden. Gebieden met bijzondere natuurwaarden of monumentale eenheden van grote cultuurhistorische of archeologische waarde worden voorzien van een groene contour. Binnen deze gebieden geldt een basisbescherming waarbij de beheerder verplicht is zorg te dragen voor de kwaliteit van het landschap. Richtingaanwijzers en de terugkeer van de Corridor Al tegenhanger van de rode contouren waar een grens wordt gesteld is het beter om juist een richting aan te geven waarin bebouwing zich dient te ontwikkelen. De al reeds beschikbare ruimte moet maximaal en optimaal benut worden, te denken aan inbereiding. Daarna moet pas naar nieuwe locaties worden gekeken. De voorkeur gaat daarbij uit naar het selectief toestaan van enige bebouwing en bedrijvigheid in de buurt van snelwegen: de zogenoemde corridors. Er worden een aantal verschillende vormen gebruikt voor nieuwe bouwlocaties de corridor (een op zichzelf staande uitbereiding) de inbereiding (binnenstedelijke locatie) de uitbereiding (nieuwe locatie verbonden met een dorp of stad) de verbinding (nieuwe locatie die meerdere stedelijke locaties met elkaar verbindt)

Programma van eisen

In dit hoofdstuk zal worden aangegeven welke randvoorwaarden en uitgangspunten zullen worden gehanteerd bij het ontwerpen van de diverse uitbreidingslocaties in het gebied tussen Waalwijk en Oss. Randvoorwaarden De rode contouren vervallen, dat wil zeggen dat de contouren die nu zijn opgenomen in de Vijfde Nota niet worden gehandhaafd. De rode contouren zoals die nu zijn vastgelegd zou betekenen dat de gemeenten de ruimte zouden krijgen en zelfs aan elkaar kunnen groeien tot n stedelijke klont en dat willen we voorkomen. In plaats van de rode contouren gebruiken we een paar alternatieven om de steden toch de geleigenheid te geven om te kunnen uitbreiden en te groeien. Het eerste alternatief is inbreiding. Hiermee willen we dus aangeven dat eerst de open plekken in de stad moeten worden opgevuld voordat men begint met de aanleg van nieuwe woonwijken in de stad. De aanleg van de nieuwe woonwijken, dus uitbreiding aan de stad, is het tweede alternatief. Mocht er in de stad zelf geen plek meer zijn voor nieuwbouw dan wijkt men dus uit naar de stadsranden om daar nieuwe woonwijken c.q. indsutriegebieden aan te leggen. Hierbij moet voornamelijk gedacht worden aan grootschalige nieuwbouwwijken zoals de Maaspoort bij de s-Hertogenbosch of De Reeshof bij Tilburg. Het derde alternatief betreft een verbinding, dat wil zeggen dat (kleinere) stedelijke kernen min of meer met elkaar verbonden door uitbreiding aan de randen van de kernen. Het betreft hier dus een corridor-idee. Bij deze corridor moet er dus wel een verbinding zijn tussen twee kernen. Het verschil met de het tweede alternatief is dat het bij dit alternatief is toegestaan om een verbinding te creeren tussen verschillende kernen op een beperkte schaal. Dus hier zijn de uitbreidingsprojecten een stuk kleiner qua oppervlakte dan bij het tweede alternatief. De vierde en laatste alternatief betreft de stippelcorridor. Ook hier is uitgegaan van uitbreiding aan de hoofdinfrastructuur in het gebied, alleen worden dit nieuwe bouwlocaties die niet aan de randen van steden liggen en geen verbinding vormen tussen kleinere kernen. Hierbij gaat het dus om nieuwe kernen gelegen aan de hoofdinfarstructuur. Deze nieuwe kernen blijven beperkt en klein van omvang en zullen ook niet veel groeien in de toekomst. De groene contouren behouden c.q. versterken. De groene contouren worden dus wel overgenomen van de Vijfde Nota omdat dit belangrijke groen gebieden zijn waar niet gebouwd mag worden in de toekomst. Deze gebieden moeten dus hun groenwaarde behouden en als het nodig is moeten deze gebieden worden versterkt. Met andere woorden er moet een duurzaam en toekomstgericht gebied worden ontwikkeld, behouden of versterkt. Gemeenten die in de regio Waalbos liggen kunnen door middel van onderzoek hun toekomstige behoefte van woningen bepalen. Door het

10

onderzoek wordt dus vastgesteld hoeveel nieuwbouw er nodig is in dekomende jaren. Deze behoefte geeft de gemeente door aan de regio en / of provincie. Zij bepalen dan in overleg met de betreffende gemeente wat er in de gemeente kan en nodig is aan de hand van het gehouden onderzoek. De gemeenten geven dus zelf aan wat ze denken nodog te hebben in de toekomst, maar de regio, provincie of het rijk hebben hier het laatste woord. De gemeenten hebben dus geen macht wat betreft de uitbredingen. Door eventuele uitbreidingen van de gemeenten of kernen mag de kwaliteit van het gebied waar de uitbreiding plaats zal vinden niet worden aangetast. Als de gemeente een nieuwbouwlocatie wil gaan aanleggen in een gebied waar de huidige of toekomstige kwaliteit te veel wordt aangetast zal de regio of de provincie niet mee akkoord gaan. Er zal dan door de regio o provincie een andere locatie worden aangewezen in die gemeente of in de omgeving waar de kwaliteit minder of niet wordt aangetast.

Uitgangspunten De kwaliteit van het gebied bepaalt de soort en omvang van de uitbreiding. Dit hangt dus samen met bovenstaande randvoorwaarde dat door uitbreidingen van gemeenten of kernen de kwaliteit van het omliggende gebied niet mag worden aangetast. Het beleid van de buitengebieden (voormalige balansgebieden) zal moeten worden geconcretiseerd zodat er nduidige richtlijnen zijn over wat er in de toekomst wel en niet kan of mag. Er zal per provincie een commissie kunnen worden opgesteld die deze richtlijnen vastleggen en uitwerken in een beleid. De ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. - De belevingswaarde kent verschillende aspecten: - woon-, werk- en recreatiegebied - van binnenuit en van buitenaf - visueel, geur en geluid. Uiteindelijk zal er in de regio Waalbos een samenhang moeten onstaan tussen het ruimtelijk en sectoraal beleid. Dit beleid komt voort uit de drie-lagen benadering. Deze drie lagen zijn de occupatie, infrastructuur en het fundament. Er moet genoeg planologische en fysieke ruimte zijn voor uitbreidingen. Ruimtelijke duurzaamheid inhoudende uitbreidingsmogelijkheden door optimale verkavelingsstructuur en geen functie- / bestemmingswijziging van een gebied binnen afzienbare tijd. Het slopen van bestaande bebouwing moet zoveel mogelijk leiden tot een architectonische en / of stedenbouwkundige meerwaarde van het gebied. Goede aansluiting bij de landschappelijke karakteristieken.

11

6 Ontwerp
In dit hoofdstuk zal worden aangegeven op welke manier de randvoorwaarden en uitgangspunten die in het vorige hoofdstuk zijn opgesteld verwerkt kunnen worden tot een aantal locaties voor uitbreiding. Per concept (inbreiding, uitbreiding aan de stad, verbinden en de stippelcorridor) worden mogelijke uitbreidingslocaties aangegeven. 6.1 Ontwerpen per locatie Inbreiding Met de inbreiding willen we de aanwezige ruimte in steden optimaal benutten. Inbreiding kan alleen plaatsvinden wanneer het ook daadwerkelijk de kwaliteit van het gebied verhoogd. Inbreiding moet dus niet plaatsvinden om compacte steden te creren waar dit de kwaliteit van de stad niet verhoogd.

Figuur 6.1: uitbreiding aan de stad

Uitbreiding aan de stad In het geval van uitbreiding aan de stad zijn er uitbreidingen te vinden in het noorden van Waalwijk. Aan weerszijde van het bestaande industrie terrein liggen heel geschikte locaties voor nieuwbouw. Voordeel van deze gebieden is dat ze direct aan de bestaande infrastructuur, de A59, te liggen. In het zuiden van Den Bosch tussen Den Bosch en de rondweg rond Den Bosch liggen ook twee mogelijke uitbreidingslocaties. Deze locaties zijn vooral goed geschikt omdat ze ten eerste relatief dicht bij het centrum van Den Bosch liggen en ten tweede goed ontsloten door de aanwezigheid van de Rondweg, A2 rond Den Bosch. Dit sluit aan bij de visie dat de uitbreidingen langs de rode lijnen moeten liggen. Ook in Oss is er een
12

geschikte uitbreidings mogelijkheid. Deze locatie ligt ook waar direct aan de bestaande infrastructuur. Verbinding Een andere manier van uitbreiding kan ik de vorm van verbindingen. Dit zijn uitbreidingslocaties die twee aparte gebieden met elkaar verbinden. Tussen Vlijmen en Haarsteeg is de enige verbinding te vinden. Deze twee dorpen worden nu gescheiden door glastuinbouw. Maar in de toekomst gaat de glastuinbouw uit deze regio verdwijnen. Hierdoor ontstaat tussen Vlijmen en Haarsteeg een vacum die heel geschikt is voor nieuwbouw.

Figuur 6.2: verbindende uitbreidingen

Stippelcorridor De laatste manier van uitbreiding die gebruikt kan worden is de stippelcorridor. Dit houd in dat er compleet nieuwe kernen ontstaan aan de bestaande infrastructuur. In de regio Waalbos is n locatie geschikt voor de stippelcorridor, dit is onder de Rijksweg N50. De twee nieuwe kernen liggen, met de rijksweg als spiegel, tegenover Nuland en Geffen.

13

Figuur 6.3: Stippelcorridor

6.2 Totaalbeeld Wanneer alle uitbreidingslocaties in n kaart worden weergegeven ontstaat onderstaand beeld:

Figuur 6.4: totaalontwerp

14

Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk komen de conclusies en aanbevelingen aan bod, die zijn voortgekomen uit het gemaakte ontwerp; het doel van deze opdracht. Conclusies Na het maken van de inventarisatie en analyse van het gebied is er gekeken naar de kansen die de huidige inrichting biedt en welke bedreigingen er zijn. Tenslotte is er gekeken naar de gewenste ontwikkeling van het gebied. Bij het opstellen van het ontwerp is gebruik gemaakt van de randvoorwaarden en uitgangspunten. Uit dit in het vorige hoofdstuk besproken ontwerp kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De rode contouren worden uit het ontwerp geschrapt. Bij het ontwerp wordt zo min mogelijk met grenzen gewerkt, een landschap loopt door na een grens. Groene contouren worden gebruikt als middel om aantasting van hoogwaardige groengebieden te voorkomen. Bij het inrichten van het landschap staat kwaliteit voorop. Kwaliteit van een landschap is niet per definitie het scheiden van stad en land. Door per gebied goed te bepalen wat mogelijk is en wat niet, dient een betere ontwikkeling te ontstaan van het gebied. Waarbij de kwaliteiten van het gebied in een hoog vaandel staan. Bij nieuwe bouwlocaties moet allereerst gezocht worden binnen een stad of dorp. Is dit onmogelijk of tast dit de huidige kwaliteit aan, dan kan er elders gezocht worden. Of iets wel of niet kan, wordt bepaald door deskundigen. Regio, provincie en rijk bepalen of iets mogelijk is. Er wordt verder gekeken dan de gemeentegrenzen (of in geval van grensoverschreidende regios zelfs landsgrenzen). Er worden een aantal verschillende vormen gebruikt voor nieuwe bouwlocaties. Deze vier opties geven aan wat mogelijk is en gewenst; de inbereiding ( binnenstedelijke locatie) de uitbereiding (nieuwe locatie verbonden met een dorp of stad) de verbinding (nieuwe locatie die meerdere stedelijke locaties met elkaar verbindt) de corridor (een op zichzelf staande uitbereiding) Aanbevelingen De omvangrijke taakstelling die uit de genoemde randvoorwaarden en uitgangspunten blijkt, maakt duidelijk dat voor het realiseren van een

15

wetgevend instrumentarium moet worden ingezet. Dit vanwege o.a. de volgende redenen: - de noodzaak van een gecordineerde aanpak; - de veelheid aan belangen die bij de bestemming en inrichting aan de orde zijn; - kwaliteitsbenadering bij het trekken van de groene contouren; - kwaliteitsbenadering bij het zoeken van nieuw bouwlocaties; - de regievoering door de hogere overheden en deskundigen bij het trekken van groene contouren en aangeven gewenste bebouwingsrichting; - de concretisering van het beleid in de verschillende gebieden binnen regio Waalbos; - ontwikkelingsprogrammas voor nationale landschappen; De macht moet neergelegd worden bij regio, provincie en rijk, niet bij de gemeente. Bij het aanwijzen van nieuwe locaties moet met alle betrokken partijen overlegd worden. Nieuwe bebouwing dient zoveel mogelijk aan bestaande infrastructuur te worden gerealiseerd. Open ruimte, zoals menig agrarisch gebied is ook een kwaliteit. Deze kwaliteit dient niet ten koste van alles te worden gebruikt voor andere doeleinden.

16

Literatuurlijst
Rijksplanologische Dienst Ruimte maken, ruimte delen. Vijfde nota ruimtelijke ordening 2000-2020. Deel 1, Tweede druk. Den Haag, januari 2001. Ontwerp-streekplan Noord-Brabant 2002. s Hertogenbosch, juni 2001

Provincie Brabant

17