You are on page 1of 246

© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

EEN VERZAMELING VAN ZIJN BIJDRAGEN AAN HET ODV-NIEUWS DOOR KAREL VAN
DER NAGEL

Samengesteld door Fanny Schreuder Essink

Inhoudsopgave
Ziel, Geest en Stof (1955)
Inleiding
1. Ziel, Geest en Stof
Ziel
Geest
Stof
Het Wezen der stof
Ontstaan van wezen en geest
Het leven en zijn oorsprong
De geest en zijn wereld
De Hoge Sferen
De wijze waarop u zich de dingen realiseert, is afhankelijk van de toestand
waarin u zich bevindt
2. Reïncarnatie
Waarom reïncameert een geest in een bepaald lichaam?
Karma
Herinnering aan vroegere incarnaties
Wanneer reïncarneert een Geest?
Worden er nieuwe zielen geschapen?
Hernieuwing van vroegere contacten
Tweelingzielen
3 Leven en Dood
Leven
Dood
Sterven
4. Crematie
Bijdragen van Karel vd Nagel aan het ODV-nieuws;
Onze Orde der Verdraagzamen (1962-1)
In memoriam J.L. Buitendijk (1962-2)
Waar bent u en wat beleeft u als u in trance bent? (1962-4)

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 1
Orde der Verdraagzamen

Ontspanning in de sferen!
Het ontvangen van leringen
Werkzaamheden in de sferen
Na de trancetoestand
1970 Mercuriusjaar (1969-4)
Het komende kwartaal (1970-1)
Heksen en Hekserij (1970-1)
De Heksenbisschop (1970-2)
Kleine prognose (1970-3)
Hekserij “Made In USA” (1970-3)
Een brief aan de leden van de ODV (1970-3)
Prognose 1971 (1970-4)
Verwachtingen voor de periode 15.1 - 15.4 (1971-1)
Medium op hol (1971-1)
Kleine prognoses (1971-2)
Medium op reis (1971-2)
Kleine prognoses (1971-3)
Een medium is ook een mens (1971-3)
1972 onder de loupe (1971-4)
Een medium hoort nog eens wat (1971-4)
Ook zo was Tibet (1972-2)
Ook zo was Egypte eens (1972-3)
Symboliek (1973-2)
Iets over symbolen II (1973-3)
Symboliek III (1973-4)
Kijken in de Spiegel I (1974-2)
Kijken in de Spiegel II (1974-3)
Kijken in de Spiegel III (1974-4)
Kijken in de Spiegel IV (1975-1)
Kijken in de Spiegel V (1975-2)
Kijken in de Spiegel VI (1975-3)
Op stap (Kijken in de Spiegel VII) (1976-1)
Kijken in de Spiegel VIII (1976-2)
Bespiegeling (1976-3)
Kort gezegd (1976-4)
Vragen die blijven (1977-1)
Psychometrie

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
2
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Zien
Brief aan de ODV-leden (1977-2)
Experimenten (1977-2)
Experimenten II (1977-3)
Mijmeringen (1977-4)
Commentaar op een ingezonden brief (1978-1)
Uittredingen (1978-3)
Kunt u zich indenken... (1978-4)
Zo maar wat... (1979-3)
Nogmaals: zo maar iets... (1979-4)
Zo maar een praatje (1980-2)
Chinese Horoscooptekens (1980-3)
Brief aan de ODV-leden (1980-3)
En zo sukkel je verder... (1980-4)
Jaarwisselingsweeën (1981-1)
Mentale Kronkels (1981-2)
Ingezonden
Geachte redactie
De verdraagzamen en de Brief (1981-3)
Het is weer zover... (1982-1)
Pijn, Dokter, Ziekenhuis (1982-4)
Dagindeling (1982-4)
Oh, sweet memory of life (1984-1)
Zalig zweven (1984-2)
Daarom (1984-3)
Misere ouverte (1984-4)
En wanneer je er eens niet meer bent (1985-1)
De wazige wereld (1985-2)
Zomerzin (1985-3)
Ik wil met pensioen (1985-4)
Wat is en wat komt (1986-1)
Een paar gedachten (1986-2)
Gedachten op hol (1986-3)
Ouwe koeien (1986-4)
Wat gaat? Is? Komt? (1987-1)
Wikken en Wegen (1987-2)
Dolen in de tijd (1987-3)
Chinoiserie (1987-4)

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 3
Orde der Verdraagzamen

Jaarwisseling (1988-1)
Het laatste loodje (1988-3)
Door Karel zelfgeschreven of samengestelde publicaties: 215
Naar aanleiding van het feit dat het medium van de Orde der Verdraagzamen, Karel van der
Nagel, sinds 4juni 1997 zich voorgoed aan Gene Zijde bevindt (naar wij aannemen) is besloten
alles wat hij op papier gezet heeft bij elkaar te brengen en gereed te maken voorpublicatie. Dit
besluit komt voort uit een bijzonder groot gevoel van waardering en dankbaarheid voor wat
Karel van der Nagel zelf menigmaal als zijn levenswerk heeft beschouwd, namelijk: het
mediumschap in dienst van de Orde der Verdraagzamen. Hier zal zo letterlijk mogelijk
weergegeven worden wat Karel van der Nagel zelf geschreven heeft. Als eerste deel is de
kleine brochure “Ziel, Geest en Stof” verschenen

Ziel, Geest en Stof (1955)

Inleiding
Gedurende drie jaren maakt de Orde der Verdraagzamen woordelijke verslagen van een groot
deel der door haar belegde vergaderingen. In deze tijd werden reeds zoveel verschillende
onderwerpen behandeld, dat het moeilijk wordt een overzicht te krijgen van hetgeen over een
bepaald onderwerp werd gezegd.
Dit brengt met zich, dat vele onderwerpen regelmatig weer door nieuwe toehoorders aan de
orde worden gesteld. Waar echter de hoofdgedachte altijd weer dezelfde is, meen ik, dat een
zorgvuldig gekozen selectie van gegevens voor een ieder de stellingen der Orde duidelijk kan
maken.
Ik meende er dan ook goed aan te doen, juist voor de meest voorkomende vragen een
eenvoudige uiteenzetting te geven, gebaseerd op al hetgeen de Broeders der Orde ons
leerden.
De eerste verhandeling “ZIEL, GEEST en STOF” zal, vrees ik, toch voor velen nog zwaar zijn.
Echter zal ook degene, die nog niet met het werk der ODV kermis heeft kunnen maken, juist
hieruit een inzicht omtrent de Orde en haar stellingen verwerven. Ook voor degenen, die reeds
langere tijd de lezingen volgen, lijkt het mij echter prettig, enkele der meer voorkomende
problemen in overzichtelijke vorm verzameld te vinden.
Waar de stof voor achterstaande moest worden samengezocht uit meer dan 300 verslagen,
heeft het Bestuur der Orde het uiteindelijk resultaat aan de sprekers der Orde voorgelegd. Dit
geschiedde op 30 Juni 1955. Na de daar, mij voorgeschreven wijzigingen te hebben
aangebracht, werd de uiteindelijke vorm wederom voorgelegd en goedgekeurd.
Indien er voor dit geschriftje voldoende belangstelling bestaat, zal getracht worden om ook
verder op gezette tijden soortgelijke samenvattingen over de meest voorkomende onder-
werpen te laten verschijnen. Materiaal werd samengebracht uit de volgende verslagen:
Verslagen van de Studiegroep 1
Verslagen der Cursussen, t.w.:
Het Goddelijke.
De wording van de mens.
De menselijke psyche (1954-1955)
Verslagen van de bijeenkomsten der Esoterische Kring Verslagen van de
Vrijdagavondbijeenkomsten.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
4
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

1. ZIEL, GEEST EN STOF

De ODV bezigt deze termen in haar lezingen in een betekenis, die van de meest gebruikelijke
enigszins afwijkt. Waar vooral de eerste twee termen zowel in het spraakgebruik, als in de
vakliteratuur vaak met elkaar verwisseld worden, is het wenselijk vooraf duidelijk te maken,
wat de Orde hieronder verstaat.
Immers: Voor de menselijke persoonlijkheid, die na de dood voortbestaat, wordt zowel de
term “geest”, als de term “ziel” gebruikt. Bij de term “stof” kan het onderscheid in
grofstoffelijk en fijn-stoffelijk, eveneens tot begripsverwarring aanleiding geven.
Een nadere omschrijving is dus noodzakelijk. Eerst dan zullen de antwoorden, die de Orde
geeft op de meest voorkomende problemen in hun volle betekenis kunnen worden begrepen.
Naar ik meen, zal dan blijken, dat de levensbeschouwing van de Orde logisch en reëel is, en
ook filosofisch niet onaanvaardbaar blijkt.

Ziel
Ziel betekent in het normale woordgebruik: “Kern”
Het is dus redelijk de kern van ons wezen ZIEL te noemen.
De kern van alle dingen is het Goddelijke. Ook onze ziel is daaruit gevormd. Indien de
Goddelijke Kracht ooit zou ophouden in ons te werken, zou voor ons geen verder bestaan meer
mogelijk zijn.
Wij zijn ons echter niet bewust van de band, die voortdurend tussen ons en het Goddelijke
bestaat. Wij kunnen de ziel dus het beste als volgt definiëren:
De ZIEL is een deel van de Goddelijke Kracht. Zij is de kern van ons wezen. Deze kern op
zichzelve is alleen Kracht en dus onstoffelijk. Voor ons bewustzijn schijnt de ziel van haar
oorsprong gescheiden te zijn.

Geest
De ziel heeft rond zich een omhulling van fijn-stoffelijke materie verzameld. Hierin worden de
vele lagen van bewustzijn gevormd. Dit bewustzijn noemen wij: de GEEST.
De geest is dus het voertuig van de ziel, d.w.z. bewustzijn plus vorm, ofwel: ons Wezen.
Deze geest kan soms nog een stoffelijk lichaam rond zich hebben, dat dan gedeeltelijk voertuig
van deze geest is.
Nu echter rijst ons de vraag: hoe ontstaat dit bewustzijn?
Bewustzijn ontstaat, doordat het beperkte deel van de Goddelijke Kracht het geheel der
Goddelijke Kracht kan waarnemen als een tegenstelling tot het eigen wezen.
In de ziel worden een aantal reacties op de buiten het “IK” optredende omstandigheden
vastgelegd, waardoor op de duur een herkennen van de buiten het “IK” optredende
omstandigheden mogelijk wordt. De reacties bepalen dan de persoonlijkheid.
Op grond van het voorgaande kunnen wij het begrip Geest het best omschrijven op de
volgende wijze:
Geest noemt men het bewustzijn, dat de Ziel doet waarnemen en reageren binnen de
Goddelijke Kracht, alsof zij een in zichzelf besloten en afzonderlijk geheel ware.

Stof
Om ervaringen op te doen heeft de geest behoefte aan een wereld, waarin de verschijnselen
vast en onveranderlijk zijn. Zó eerst kan - door de voortdurende herhaling van gelijke reacties

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 5
Orde der Verdraagzamen

en gelijke oorzaken - een bewustzijn van de in het Al optredende wetten worden verworven.
Ofschoon er hiervoor ongetwijfeld ongetelde mogelijkheden in het Al moeten bestaan, ervaren
wij slechts een toestand, waarin vorm en verschijning voor ons vast zijn en aan vaste regels
gehoorzamen, zonder dat ons eigen voorstellingsvermogen hierin grote veranderingen kan
veroorzaken. Deze toestand noemen wij dan: de STOF.
Uit het voorgaande blijkt echter, dat voor geesten met een andere reeks van
bewustwordingen, een andere toestand “stof” genoemd zou kunnen worden. Waar wij allen
echter mens zijn geweest, of nog zijn, zullen wij deze term uitsluitend gebruiken voor de ons
bekende toestand.
De stof is evenzeer deel van het Goddelijke als de ziel. Waar zij voor ons de meest verdichte
vorm betekent, zijn voor ons de daarin optredende bestaansvlakken in vergelijking met de
andere ons bekende vormen van bestaan “vast” te noemen.
De ziel, in haar verlangen om bewustzijn te verwerven - te leven, zal zich met de stof
verbinden: de drang om in de volheid van het Goddelijke te leven brengt haar in contact met
die delen van het Goddelijke, die voor haar bereikbaar zijn. In casu de stof.
Met het voorafgaande kunnen wij dan het begrip: “stof” of “materie” vanuit ons standpunt als
volgt formuleren:
Stof is dat deel van het Goddelijke, dat de geest de mogelijkheid biedt zijn eigen bewustzijn te
vergroten in een wereld, die voor hem vaste vormen en wetten bezit.
Een definitie - op een andere lezing gegeven, die de gehele mens omvat, luidt als volgt:
De ziel is het eigenlijke “IK”. De geest is de uiting daarvan als denkend vermogen. De
verwerkelijking van beide in een aan de buitenwereld gebonden - en dus buiten het “IK”
staande - verschijningsvorm, is het lichaam.
De geest zal zich in het begin natuurlijk openbaren in de meest eenvoudige vorm, die zich in
de door hem begeerde vorm uit. Dit is dan de z.g. oerstof.
Naarmate echter de geest ontwaakt door het samengaan van stof en ziel, zal in hem een
behoefte ontstaan aan een eigen vorm, die zo goed mogelijk uiting geeft aan zijn bewustzijn
temidden van de Schepping. Zo groeit dan het “Ikbewustzijn”.
Voor dat “IK” is de stof dan verder het middel, waardoor het zijn bewustzijn tracht te
vergroten en de waarde ervan te toetsen aan de voor het “IK” objectieve werkelijkheid.
Indien wij met het voor ons bereikbare weten stof en geest trachten na te gaan, dan vinden
wij allereerst, dat beide een oorsprong hebben. Deze oorsprong noemen wij: “GOD”.
Brengen wij hen vervolgens terug tot de voor ons nog kenbare minst gecompliceerde vorm,
dan vinden wij voor beide als basis: Kracht, Energie.
Weliswaar bestaat tussen beide verschijnselen een groot verschil in trillingsgetal, maar wij
menen toch te mogen constateren, dat:
STOF en GEEST verschijningsvormen zijn van dezelfde Kracht.

Het Wezen der stof
Bij het nagaan van de opbouw van de stof kwamen de Broeders der Orde tot de volgende
vaststellingen:
Aannemende dat er ergens een beginvorm is, mogen wij deze niet als stof bezien. Zij is echter
een uiting en moet dus worden uitgesproken als Kracht. Al het Zijnde is uit deze Kracht
opgebouwd.
Ten aanzien van de stof nemen wij dit als volgt waar:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
6
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De Kracht origineert in een punt, dat voor ons “MET” schijnt. Het is volgens ons kenbaar als
het middelpunt van een veld. Op dit, zichzelf gelijkblijvende veld, is echter een tweede,
variabel veld geënt.
In dit variabele veld, dat vanuit hetzelfde middelpunt geuit wordt, treedt nu (op) een
ongelijkmatige versnelling van trillingen op, waardoor veldverdringingsverschijnselen worden
veroorzaakt.
Hierbij worden krachtlijnen van het gelijkblijvende veld gesneden op een zodanige wijze, dat
wervelingen kunnen ontstaan, die te midden van de grote velden een versnelling veroorzaken,
waardoor de wervelingen als een in zich gesloten geheel gehandhaafd blijven.
Zij worden dan door de volgende verdringingsverschijnselen in het veld aangetrokken of
afgestoten, maar kunnen gedurende enige tijd hun eigen besloten vorm handhaven. Wanneer
meerdere van die deeltjes elkaar ontmoeten, zullen zij vaak door aantrekking of afstoting
elkaar beïnvloeden. Bij aantrekking betekent dit vaak, dat zij een lange tijd een zichzelf
handhavend geheel vormen. Waar elke werveling van kracht in zichzelf een beïnvloeding van
alle daarbuiten liggende waarden tot stand brengt, zullen de uit meerdere wervelingen
samengestelde groepen - of deeltjes - op het buiten hen liggende veld, zij het geringe, invloed
uitoefenen, terwijl zij op hun beurt de veel sterkere invloed van het grote veld ondergaan. De
hieruit ontstane fluctuatie in de veldwaarde van het deeltje, noemen wij de trilling, of het
trillingsgetal.
Het trillingsgetal van een deeltje - de veldfluctuatie - bepaalt de wijze, waarop het bindingen
met andere deeltjes kan aangaan, terwijl de gevoeligheid tegenover het grote veld bepaalt,
hoe blijvend een dergelijke verbinding zal zijn.
Wanneer twee deeltjes elkaar aantrekken, ondergaan zij echter een verandering. De
verandering van uiterlijk werkende krachten betekent vaak een verandering van innerlijke
waarde. Er volgt dan een vervloeien van krachten, dat soms zelfs het karakter van een kleine
explosie krijgt.
Nadat een evenwicht gevonden is, zullen de deeltjes een vaste baan ten opzichte van elkaar in
gaan nemen. Zo zien wij bij de kleinste delen een betrekkelijk rustig ten opzichte van elkaar
bewegen der kleine krachtwervelingen. Bij het atoom is de onderlinge beweging veel groter,
terwijl de relatieve snelheden ook veel groter zijn.
Bij de onderlinge binding van atomen blijken echter de door de velden veroorzaakte afstanden
zo groot te zijn, dat uiterlijke omstandigheden een veel grotere rol spelen dan bij de kleinere
eenheden. Het atoom is op zichzelve meestal redelijk stabiel. Dit kan van de
atoomverbindingen, de moleculen, niet gezegd worden. De onderlinge rotatie wordt sterk
bepaald door uiterlijke omstandigheden en bepaalt voor een groot gedeelte de uitingen naar
buiten toe.
In wezen is echter alle materie terug te brengen tot beweging van iets, dat niet nader te
bepalen is. Is er eenmaal een massa, dan kan deze alleen blijven bestaan, wanneer zij in
beweging is. Het uitgangspunt van deze beweging zien wij in de duistere kern van het AL – de
z.g. duistere kern - , waarin nog niet stoffelijk gevormde krachten actief zijn en de kleinste
delen voortdurend nog ontstaan.

Ontstaan van wezen en geest
De ziel is, zoals reeds werd betoogd, een deel van het Goddelijke, dat zich aan ons bewustzijn
als grens voordoet.
Op een vraag aangaande de scheiding tussen de ziel en het Goddelijke, gaven de Broeders te
kennen, dat de oorzaak hiervan door hen niet kon worden gevonden. Zij nemen aan, dat de
scheiding kan worden gezien als de Wil van het Grote, dat een deel van het “IK” onttrekt aan
de in het eigen wezen optredende acties.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 7
Orde der Verdraagzamen

Waar binnen de ziel met haar begrenzing echter niet de oneindige mogelijkheden van het
Goddelijke aanwezig zijn en zij zonder bewustzijn niet in staat is kracht aan het Goddelijke te
onttrekken, zal zij niet in staat zijn stof binnen zich te vormen.
Wei kunnen de binnen haar plaats vindende processen een stroming betekenen, die invloed
heeft op de stof, die binnen haar werkingsbereik komt. Waar echter de stof op haar beurt ook
de ziel zal kunnen beïnvloeden, zal elke invloed, die de ziel van buiten af bereikt, haar innerlijk
spel van krachten meer complex maken. Op den duur zal in haar zo een zodanige vaste
structuur ontstaan, dat zij vaststaande reacties zal gaan vertonen op de buiten haar bestaande
omstandigheden en invloeden.
Daarmede is dan de grondslag gelegd, waarop een bewustzijn kan worden opgebouwd: De
Geest.
Naarmate meer vaststaande reacties een scherper waarnemen van verschillen mogelijk maakt,
kan nu ook een aantal vastliggende reflexen op worden gebouwd. Dezen zullen op de duur niet
alleen op de feitelijke omstandigheden aanslaan, maar ook op erkende mogelijkheden. Er is
dus sprake van een herinnering, die uit de bestaande condities conclusies trekt aangaande
toekomstige ontwikkelingen. Hiermede zijn dan alle waarden, noodzakelijk voor een verdere
ontwikkeling van het bewustzijn, aanwezig. De geest begint zijn persoonlijke bewustwording.
In onze ogen is de geest eeuwig. D.W.Z; hij wordt niet door de tijd in zijn bestaan beperkt. Hij
zal dus een verder gaand bewustzijn kunnen bereiken dan de wel door tijd bewerkte stof.
Voor zijn ervaring is hij echter afhankelijk van vaststaande invloeden buiten zijn “IK”, opdat hij
door de herhaling van ervaringen zal kunnen leren. Een eenmalige impuls is over het
algemeen niet sterk genoeg om in zijn wezen volledig en voortdurend bereikbaar te worden
vastgelegd.
Eerst de herhaling maakt de ervaring tot een werkelijk deel van zijn wezen.
Nauw verwant aan deze principiële uiteenzettingen is het antwoord op een vraag naar het
Leven en zijn oorsprong. In een van de verslagen lezen wij hierover het volgende:

Het leven en zijn oorsprong
Het leven heeft zijn oorsprong gevonden in de gedachte. De gedachte was het eerste bewust-
zijn. Uit de deling van het bewustzijn is voor elk deel daarvan de mogelijkheid ontstaan om
zichzelve als entiteit te ervaren. Dit betekende een versterking van het evenwicht in het Al,
zodat hieruit evenzeer de vorming der stof als die der geest voortkwam.
Hieruit ontstonden op de duur entiteiten, die steeds trachtten zich in hun bijzondere
bewustzijnswereld te uiten. Om dit te kunnen volbrengen moesten zij voor dit bewustzijn een
aantal waarden scheppen, die voor hen onveranderlijk waren. Zo kwamen zij tot een leven in
de aardse zin van het woord, door het zoeken naar een vaste vorm. Deze vorm echter bestaat
uit kleinere wezens, die op hun beurt opgebouwd zijn uit niet-levende materie. Althans,
volgens Uw aardse opvattingen.
Wij zouden daar ook anders over kunnen praten, want alle materie leeft ook, in zekere zin.
Het resultaat van ons zoeken is dus, dat alle leven voortkomt uit de eerste gedachte. Een
gedachte veronderstelt een denker. Deze denker kunnen wij niet anders noemen volgens de
gangbare opvatting dan “GOD”.
Het leven is echter niet te vangen in een bepaalde vorm. Gaan wij het in stoffelijke zin na, dan
vinden wij dat een straling van zekere hardheid onder bepaalde condities in een bepaalde
oplossing een celvorming tot stand kan brengen. (O.a. temperatuur en chemische
samenstelling).

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
8
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

In het begin is er een grove eiwitcel, die echter door het zich aanpassen aan de
levensomstandigheden op de duur een groot aantal verschillende celvormen tot stand kan
brengen.
In het begin parthenogenesis; voortplanting door deling, waarbij enkele cellen ontstaan. Later
ook vorming van meercellige wezens met dezelfde wijze van voortplanting.
Door tegemoet te komen aan de eisen, die de omgeving stelt, krijgen wij steeds ingewikkelder
vormen.
Geestelijk gezien lijkt het probleem mij moeilijker te belichten. Wij kunnen ook hier weer
zeggen: “de bron is de gedachte”, of: “is GOD”. Maar wij zijn een deel van God. Het enige, dat
ons belemmert dit te ervaren, is schijnbaar ons bewustzijn, dat ons als bewustzijn tegenover
God stelt.
Het persoonlijk leven is dan ook een waan, Indien wij het zuiver geestelijk gaan bezien. Elke
z.g. persoonlijkheid is in werkelijkheid een deel van het grote leven, maar komt tot “Ikbesef,
door zich te projecteren als staande tegenover, in plaats van als deelhebbende aan dit grote.
De geest ontstaat dus uit en blijft bestaan door het grote leven, waarvan het deel uitmaakt.
Gedreven door een gevoel van onvolledigheid zal hij echter steeds trachten een beter begrip
van zijn omgeving te verwerven. Dit leidt op de duur tot een realisatie, dat wijzelve niets
anders zijn dan een eigenschap van een groter leven, en zo keren wij dan tot de eenheid
terug.
Deze toestand is gelijk aan het Nirwana van de Boeddhist. Het kan een voortbestaan van leven
en bewustzijn genoemd worden, maar is anderzijds geheel daadloos en kent geen eigen
uitingen. Het is de vraag, of wij dit bestaan zonder uiting nog wel in de ware zin van het woord
(“bestaan”) kunnen noemen.
Er blijft dan nog het grote raadsel: “God” Maar zover ik (de spreker) weet, is er geen geest,
die dit raadsel kan oplossen. Nu heeft U althans onze zienswijze.
Waar ook een begrip van de “Wereld van de Geest” noodzakelijk zal zijn, wil men de volle
betekenis van de verschillende uiteenzettingen kunnen begrijpen, zal hierna eerst een kort
resume volgen van hetgeen de Broeders van de Orde ons in de afgelopen jaren hierover
mededeelden.

De geest en zijn wereld
Ofschoon men spreekt van “de wereld van de geest” en van de “sferen” moet de lezer zich
hiervan geen aparte, scherp van elkaar gescheiden werelden voorstellen. Men beleeft een
wereld, doordat men die wereld waarneemt en zich bewust is van de processen, die zich daar
afspelen.
Gezien vanuit het standpunt van de geest drukt de wereld, of sfeer, waarin men vertoeft dus
uit, welke mogelijkheid tot bewustzijn er voor een entiteit bestaat.
Het lichaam dat men in de sfeer of wereld hanteert, is immers niets anders dan het instrument
om het eigen wezen in de buitenwereld tot uiting te brengen. Dit houdt in, dat de geest slechts
het bewustzijn heeft, dat voor zijn sfeer of wereld normaal is. Hij is dus zeker niet alwetend.
Ook zal zijn toestand hem niet voor het maken van fouten kunnen behoeden; zijn kern is
dezelfde persoonlijkheid, die zich in de stof heeft geuit.
Tussen de wereld van de stof en de werelden van de geest bestaat echter een heel groot
verschil: de materie die binnen het kenvermogen van de mens optreedt, is zo grof en vast van
samenstelling in vergelijking met de fijnere materie van de geest, dat zij slechts zeer moeilijk
te beïnvloeden en te vormen is. Bovendien beperkt haar optreden in moleculair sterk
gebonden eenheden de wijze, waarop men haar tot uiting kan doen komen.
De dichtste vorm van de geestelijke materie daarentegen is het onevenwichtige atoom.
Daarnaast treden in haar vele vrije atoomdelen op die geen binding met elkaar bezitten. Zij

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 9
Orde der Verdraagzamen

hebben geen eigen lading en zouden op aarde waarschijnlijk, ondanks hun verschil in grootte
en gewicht, neutronen genoemd worden.
De geest nu, is een wezen, dat bestaat uit energie, die in een begrensd veld optreedt. Door de
in hem werkzame processen werkt hij t.o.v. zijn omgeving - voorzover dit zijn vorm van stof
en die van andere geesten betreft - sterk inductief. Waar reeds de mens sterk gevormde
gedachten en emoties in zijn omgeving kenbaar kan maken zonder stoffelijke handeling (tele-
pathie, telekinese is het begrijpelijk, dat de geest zijn veel minder trage en onderling
gebonden stof sterk kan beïnvloeden.
Voor de geest kan in het algemeen gezegd worden: DE GEDACHTEN VAN DE GEEST WERKEN
SCHEPPEND TEN OPZICHTE VAN ZIJN OMGEVING. Dit kan voor de minder bewuste geest een
bezwaar worden. Het is voor hem in het begin zeer moeilijk om onderscheid te maken tussen
realiteit en gedachtebeelden. Waar meerdere geesten ongeveer dezelfde gedachten omtrent
hun bestaan hebben, zal hierdoor vaak een schijnwerkelijkheid ontstaan, waarin vele personen
leven. Dit geldt o.a. voor de “hemel” en “zomerland”; werelden, die zijn opgebouwd uit in de
stof verworven denkbeelden. Indien echter, zoals in “zomerland” het geval is, vele geesten
samenwerken in het scheppen van schoonheid, worden er werelden geschapen van een voor
de mens onvoorstelbare schoonheid. leder idealiseert het schoonste, wat hij of zij op aarde
gekend heeft en voegt het bij de reeds door anderen geschapen vormen.
Het voorgaande kan ons duidelijk maken, hoe het komt, dat op spiritistische seances de geest
spreekt over huizen en steden in de wereld van de geest; hoe hij bloemen meebrengt enz.
Voor de geest, die niet geleerd heeft een verschil te maken tussen de vormen die zijn
gedachten scheppen en de werkelijke toestand in zijn wereld, is dit alles immers een realiteit.
Waar deze gang van zaken niet alleen voor de in het licht levende geest geldt, kan een
dergelijk verwarren van gedachtebeelden en werkelijkheid echte ook zeer onaangename
gevolgen hebben. Dit kwam heel sterk naar voren toen een van de sprekers het onderwerp
“hel” behandelde:
De geest erkent alleen die gedachten van anderen, die een reeds in het “IK” aanwezige factor
treffen. Indien iemand vol van angstgedachten is, kan zelfs de meest lichtende geest in zijn
ogen tot een verschrikkelijke demon worden.
Het schuldbewustzijn van de geest schept rond het eigen wezen vaak een waanwereld, waarin
datgene, dat het meest gevreesd wordt, tot een voortdurende verschrikkelijke werkelijkheid
wordt.
Dit is de buitenste duisternis, waarover ook Jezus zo vaak heeft gesproken.
Ofschoon de mogelijkheid der begoocheling zal blijven bestaan, zolang er een Schepping is,
kan de geest hieruit bevrijd worden, Indien hij slechts wil erkennen, dat dit lijden uit zijn eigen
zieke gedachten geboren wordt; een zeer moeilijk iets, daar de meeste vrezen met hun
gedachten ook hun eigen “IK” uit te blussen.
Deze spreker wees er verder op, dat een dergelijke geest, die uit zijn waan bevrijd wordt,
langzaam aan moet gaan deelnemen in (aan) de collectieve waan van de minder bewuste
geesten, of terugkeren naar een wereld, waar hij zijn eigen bewustzijn zover kan vergroten,
dat de lichte sferen voor hem aanvaardbaar worden. Dit laatste zal behandeld worden bij het
onderwerp “Reïncarnatie”.

De Hoge Sferen
Naarmate de geest meer bewust wordt zal hij ook de behoefte verliezen om zich alles in vorm
te realiseren. Vanuit aards standpunt gezien, wordt zijn leven en denken meer en meer
abstract. Toch hebben enkele sprekers hiervan een beeld trachten te geven. Daarbij werden de
termen “licht” en “geluid” uiteraard vergelijkend gebruikt. Indien men dit echter voor ogen
houdt, zal de hier geciteerde uiteenzetting zeer verhelderend werken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
10
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Voor elke geest komt er een tijd, dat hij met zijn sfeer niet meer tevreden kan zijn. Er worden
geen nieuwe ervaringen meer opgedaan, er wordt niets nieuws meer geleerd. Te ver dwalen
de gedachten af, te ver voelt de geest zich nu van het Goddelijke verwijderd. Het licht, dat
eerst zo verblindend hel scheen, is voor hem slechts een doffe schemer geworden. Zijn wereld,
eens zo fris en vol wonderen, lijkt hem verlept en onaanvaardbaar. Hij zondert zich af van de
andere geesten in deze sfeer en heeft alleen nog maar belangstelling voor bezoekers uit een
hogere sfeer. Blijkt hem dan, dat hij hen niet kan verstaan of begrijpen, dan zal hij trachten te
reïncarneren, liever dan deze eindeloze verveling langer te ondergaan. Indien hij deze weg
kiest, staan geesten uit hogere sferen hem vaak bij.
Durft hij echter zijn vormenwereld achter zich te laten, dan verzinkt hij alras in een toestand,
die hem alles - behalve zijn eigen zijn - als onwerkelijk doet voorkomen. Vaak duurt deze
toestand enige tijd. Op de duur echter wordt hij zich bewust van licht en geluid buiten het
eigen “IK”. Ofschoon hij er zich nog niet van bewust is, begint hij reeds deel te nemen aan het
leven van een hogere sfeer. Wei kan hij de betekenis van de verschijnselen nog niet
doorgronden, maar zij betekenen voor hem een intens welbehagen, zodat hij zijn aandacht
hier meer en meer op gaat richten. Naarmate hij dit doet, zal hij ook een herhaling van
bepaalde geluiden en lichtende kleuren opmerken. Uit de schijnbaar onsamenhangende
trillingen vormt zich het bewustzijn van een wezen. Dit is een mentor, die meestal ook in de
vorige sfeer zich reeds met deze geest bezighield. Na elke overgang naar een andere sfeer
volgt een rustperiode, waarin voor de geest het beeld van deze sfeer langzaamaan duidelijk
wordt. Neemt hij eenmaal volledig deel aan het leven op dit nieuwe bewustzijnsvlak, dan vindt
hij ook daar weer bezigheden, die het hem mogelijk maken om gedurende lange tijd volmaakt
gelukkig te zijn. Het blijkt ons onmogelijk te zijn, een mens een ook maar enigszins redelijk
beeld te geven van de sferen, waarin van vorm en leven in de aardse betekenis van het woord
geen sprake meer is.
Vanuit het menselijk standpunt kunnen wij zeggen, dat de verschijnselen voortdurend
afnemen. Eerst verdwijnt de vorm. Er blijft een wereld van geluid en licht. Daarna verdwijnt
ook het geluid en blijft er een wereld over, die een warreling van verschillende lichtende
kleuren is. Tenslotte verdwijnen ook de kleuren en blijft uiteindelijk een verblindend wit licht
over. Voor de hierboven gelegen sferen is zelfs een omschrijving niet meer mogelijk. Vanuit
aards standpunt zijn zij “duister en zonder vorm”.
Uit een der lezingen ter verduidelijking nog de volgende citaten:
Licht zien betekent gevoelig zijn voor bepaalde trillingen. Stelt U zich voor, dat er een gebied
is, waarin de trillingen in zo hoge frequentie komen, dat zij door U niet meer kunnen worden
waargenomen. Gij zult dit dan een duister noemen, waarbij de hoge trilling voor U misschien
nog op andere wijze, bijvoorbeeld. als warmte, waarneembaar zou kunnen zijn. Voor degenen,
die deze trilling wel als licht kunnen waarnemen, dus visueel, zal Uw licht daarentegen niet
meer zijn dan een duisternis met bepaalde eigenschappen.
Dezelfde spreker geeft enige voorbeelden van het verschil in waardebepaling voor “materie”.
Hieruit heb ik het volgende beeld gekozen: Stelt U zich een rad voor, dat per minuut 100
omwentelingen maakt. Het is voor U kenbaar als een wazige ring, waarin alleen het
middelpunt, ofschoon ook wazig, waarneembaar is. Indien de spaken van bewerkt hout zijn,
kunt U dit niet vaststellen. Indien U echter op een nevengelegen rad in dezelfde draairichting
met hetzelfde torental wentelt, kunt U dit wel zien, want voor U staat het rad stil. U kunt het
rad ook zonder gevaar beroeren, wat voor iemand die stil staat, niet mogelijk is.

De wijze waarop u zich de dingen realiseert, is afhankelijk van de toestand waarin u
zich bevindt.
Bij een verandering van sfeer is er sprake van een verandering van het eigen trillingsgetal.
Aan de hand van het gegeven voorbeeld zult U nu kunnen begrijpen, dat de waardering voor
het zijnde van het eigen trillingsgetal afhankelijk zal zijn. Wat in de ene sfeer als beweging
wordt ervaren, kan in de andere sfeer zich uiten als materie en als vaste, vormhebbende
materie worden ervaren.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 11
Orde der Verdraagzamen

Het blijkt dus dat het begrip relativiteit, dat ook bij zoveel andere problemen om de hoek komt
kijken, de enig aanvaardbare uitleg betekent voor de verschillende toestanden, die de geest in
de sferen doormaakt. De sprekers leggen daarop vaak zeer sterk de nadruk.
Op deze wijze wordt ons echter ook duidelijk, dat de beschrijvingen over het hiernamaals, door
verschillende geesten gegeven, zo sterk kunnen verschillen. Klaarblijkelijk is er niet zozeer
sprake van bedrog uit de wereld van de geesten, dan wel een verkeerd begrijpen of verkeerd
ingesteld zijn.
In verband hiermede brengen de andere sprekers in herinnering, dat de z.g. spotgeesten vaak
alleen maar willen ontsnappen uit de duisternis, waarin zij verkeren en dat het zeker niet in de
eerste plaats hun bedoeling is om de mensen te bedriegen. Zij trachten door de gedachten van
de aanwezigen te uiten, door zich voor te doen als een ander, enz, slechts een innig contact
met de wereld der mensen te bereiken. Hun eigen wereld is zo arm aan trillingen, dat zij hierin
geen vrede kunnen vinden. Ontmaskert men hen, dan zullen zij vaak met boon en spot
reageren, omdat zij menen hierdoor althans iets van hun eigen aanzien te kunnen redden en
hun ellende zo te kunnen verbergen.
Indien de mens echter met hoogstaande en eerlijke bedoelingen seanceert, zullen meer
bewuste krachten uit de geest het contact trachten op te nemen. Vaak brengen zij dan dege-
nen, die bij anderen als spotgeesten optreden, nu als hulpbehoevenden naar voren.
Waar de mens echter zeer moeilijk inzicht krijgt in de wereld van de geest en dus niet altijd in
staat is te beoordelen, of degene, die contact zoekt, uit een lichte sfeer komt, is het raadzaam
zich niet door de geest te laten leiden, tenzij men ook zelve van de redelijkheid van de
gegeven raad en lering overtuigd is.
Dit laatste wordt niet alleen in meerdere verslagen gezegd, maar het wordt ook elke avond
weer naar voren gebracht, eer de eigenlijke avond begint. Juist het feit, dat zijzelve op deze
voorzichtigheid aandringen, is voor mij bewijs, dat zij eerlijk zijn en het beste met hun
toehoorders voor hebben.
In hoeverre voor de lezer hun verklaringen aanvaardbaar zijn, zal hem zelf moeten blijken.
Zeker is echter, dat de Orde nooit verlangt, dat men hun verklaringen als de enig
zaligmakende waarheid zal aanvaarden. Wil men zich de moeite getroosten een ernstig
onderzoek in te stellen aangaande de door de Orde gegeven lessen, dan zal blijken, dat vele
der verstrekte gegevens ook met de op aarde bekende feiten stroken. Wei zal men de
terminologie, die in dit eerste hoofdstuk behandeld is, goed moeten beheersen, daar anders
misverstanden onvermijdelijk zijn

2. REÏNCARNATIE

Wat is reïncarnatie? Over dit woord bestaan op aarde verschillende opvattingen. De meest
voorkomende wijze, waarop men in reïncarnatie gelooft, kan als volgt worden geformuleerd:
De geest zal door zijn handelingen zijn eigen lot bepalen. Zolang hij niet vrij komt van de stof
en van alle fouten in de stof gemaakt, zal hij door zijn noodlot (karma) gedwongen worden op
aarde terug te keren, om daar de gevolgen van zijn daden te ondergaan.
In de uiteenzettingen over dit onderwerp, die door de Broeders der Orde worden gegeven,
vinden wij echter een andere opvatting.
Zij zeggen hierover o.a.:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
12
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De geest kan in de eerste fase van zijn bewustwording slechts ervaringen opdoen in verbinding
met de stof. Om als mens te incarneren, is echter reeds een behoorlijke ervaring nodig. Het
menselijk wezen is dusdanig gecompliceerd, dat zonder enig begrip van de waarden en
mogelijkheden van de stof het voor de geest geen doel zou hebben zich aan een menselijke
vorm te binden.
Hieruit volgt, dat elke geest, die als mens incarneert, reeds een aantal ervaringen in
verbinding met de stof achter de rug moet hebben.
De geest neemt de menselijke vorm aan, omdat hij meent op deze wijze een aantal ervaringen
te kunnen opdoen, die het hem mogelijk zullen maken geestelijk verder te gaan. Indien een
menselijk leven voor de geest geen verdere mogelijkheden biedt tot bewustwording, zal hij
zeer zeker niet meer in de stof terugkeren in deze vorm. Hij is vrij om de vorm te kiezen, die
hem volgens zijn eigen bewustzijn de grootst mogelijke groei en uitingskansen biedt. In vele
gevallen zullen echter de gewoonten en begeerten ook een rol spelen bij zijn eigen keuze van
voertuig en wereld.
Wat is reïncarnatie? REÏNCARNATE IS HET TERUGKEREN NAAR EEN WERELD DOOR DE GEEST.
DE WIJZE VAN TERUGKEER WORDT BEPAALD DOOR DE VRIJE KEUZE VAN DE GEEST, DIE ZAL
INCARNEREN VOLGENS EIGEN BEWUSTZIJN EN BEGEREN.

Waarom reïncarneert een geest in een bepaald lichaam?
Indien de geest in staat zou zijn om alle omstandigheden van het menselijk leven op de juiste
waarde te schatten, zou hij kunnen reïncarneren in die omgeving en dat lichaam, dat alle in
hem levende stoffelijke wensen vervult. Indien echter een geest alle waarden van het
menselijk leven op de juiste wijze heeft kunnen ervaren, kan hij in hogere sferen aan al zijn
wensen en behoeften voldoen. Er bestaat dan geen reden voor hem om terug te keren in de
gebondenheid van de stof. Alleen een zeer bewuste geest zal van deze mogelijkheid toch
gebruik maken, om op deze wijze een aanvaarde geestelijke taak beter te kunnen uitvoeren.
Hoe of waar echter een geest ook reïncarneert, hij zal ten alle tijde hierbij worden geleid door
zijn eigen behoeften en begeerten. Waar in doorsnee de geest niet in staat is alle in de stof
geldende waarden te begrijpen, of juist te beoordelen, zal zijn keuze van incarnatievorm over
het algemeen ook niet in overeenstemming zijn met hetgeen hij van het stoffelijk leven ver-
langt, want hij zoekt een omgeving, waar de gedachte-uitstraling (deze is immers voor de
geest waarneembaar), een vervulling van zijn begeren schijnt te beloven.
Voorbeeld: Een geest draagt in zich een verlangen naar sterke drank. Hij zoekt een gezin,
waarin incarnatie mogelijk is en waar gelijktijdig de drank bepalend is voor de daar heersende
sfeer. Hij houdt in zijn begeerte naar drank geen rekening met de verdere omstandigheden.
Het gezin is arm. De geïncarneerde ondervindt nu aan den lijve de gevolgen van drankzucht.
Voortaan zal hij hier over dus een juister oordeel kunnen vellen en voor een volgende incarna-
tie zal hij dus beter kunnen oordelen en kiezen. Het doel van de incarnatie, van het stofleven,
is hiermede volgens de kosmische wet bereikt; het bewustzijn is vergroot.
Wij mogen dus concluderen, dat de geest bij haar incarnatie onbewust tevens de kosmische
wet vervult, die hem tot verdere bewustwording drijft. Nu rijst de vraag: Wat is eigenlijk
“Karma”?

Karma
De geest bepaalt zijn eigen incarnatie, maar hij wordt bij zijn keuze beïnvloed door de
begeerten en gedachten, die zijn bewustzijn uitmaken. Dit kunnen wij wel degelijk karma, of
noodlot, noemen. Maar dan is zijn karma afhankelijk van het bewustzijn. Een plotselinge
bewustwording kan dus het te voren schijnbaar vastliggende lot veranderen. Dan is het karma
ook niet het onveranderlijke lot, maar de uitdrukking van het geestelijk bewustzijn in het leven
van geest en stof.
Een plotselinge verandering van het gehele lot is natuurlijk niet mogelijk. Maar wel kan men,
door de reactie op de gevolgen van een der oorzaken, die de mens, of de geest, uit vroegere

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 13
Orde der Verdraagzamen

bestaan bereiken, volgens de normen van een nieuw bewustzijn doen plaats hebben, deze
maken tot een oorzaak, die niet in rechte lijn verder gaat, maar afbuigt van de oorspronkelijke
lotslijn. Wordt op deze wijze een nieuwe waarde geschapen bij elk gevolg uit het verleden dat
ons bereikt, dan hebben wij dus ons lot geheel in een andere richting geleid: wij hebben ons
lot of karma veranderd.

Herinnering aan vroegere incarnaties
Wanneer de geest tot de aarde terugkeert, mag de herinnering aan vroegere bestaansvormen
niet meer tot zijn direct bewustzijn behoren, want dan zou men te snel in oude gewoonten en
fouten vervallen. De reïncarnatie zou dan niet aan zijn doel beantwoorden.
Toch blijft een zeker deel van de in vroegere levens verworven kennis nog enige tijd in de
mens voortleven. Een kind zal vaak in zijn fantasiespelletjes waarden noemen, of toestanden
omschrijven, die het feitelijk niet zou kunnen kennen.
Ouderen maken zich er dan meestal van af door te zeggen: “O, dat heeft het hier of daar
gehoord”. Maar niet altijd is deze uitlegging waar. Het kind zal soms in zijn fantasiespelletjes
waarden uit vroegere levens uiten en verwerken.
Nu zijn er echter ook mensen, die denken, dat zij zich vroegere levens kunnen herinneren.
Onmogelijk is dit natuurlijk niet. Maar Indien men onderzoekt, wat de mensen menen te zijn
geweest, dan komt men wel tot zeer eigenaardige resultaten.
Wij horen nooit, dat iemand zich herinnert een slaaf, of een dief, of een moordenaar te zijn
geweest in zijn vroegere levens. Indien wij afgaan op verklaringen van de mensen zelf, lopen
er alleen al in uw dagen minstens twintig incarnaties van Napoleon rond, ruim honderd
Cleopatra's en ontelbare Inca's. Wij spreken nu niet eens van alle edelen, priesters en
priesteressen, die er ook nog schijnen te zijn.
Herinneringen aan vroegere incarnaties zijn voor velen een reden tot zelfverheffing; zij
herinneren zich niet, wat zij werkelijk geweest zijn, maar zij dromen, dat zij eens waren, wat
zij nu ook graag zouden willen zijn. Aan deze herinneringsbeelden schenke men dus niet teveel
aandacht. Bovendien heeft men in het heden te leven. In het verleden heeft men gefaald,
anders zou men immers niet wederom in menselijke vorm op aarde leven.
Aan degenen, die er zich trots op beroepen reeds “oude zielen” te zijn, richten de Broeders de
volgende vraag: “Bent U er trots op, wanneer U op school al voor de vierde keer bent blijven
zitten? Neen? Waarom zoudt U er dan trots op zijn, dat U in het leven zo vaak niet bent
geslaagd?”
Zeker, een oude ziel zal meer van het leven weten en meer kunnen bereiken dan iemand, die
pas voor de eerste keer als mens leeft. Een kind, dat is blijven zitten, kent ook aan het begin
van het leerjaar de leerstof reeds, die voor de anderen nog nieuw is. Maar wanneer dat kind
dan trots is op zijn meer weten en meent, dat het dus dit jaar eigenlijk niet zoveel behoeft te
doen, dan blijft het weer zitten, terwijl de “nieuwelingen” verder gaan. (Volledigheidshalve zij
hierbij opgemerkt, dat in bovenstaande vraag het foutieve spraakgebruik is gevolgd, zoals dit
onder de mensen gewoonlijk gebezigd wordt. In werkelijkheid kan men niet spreken over
“oude en “jonge” zielen. Zij zijn alle gelijkelijk deel van het Goddelijke en gelijkelijk oud; zij
kunnen zich vergroten door aansluiting bij anderen, totdat uiteindelijk de totale eenwording is
bereikt. De juiste terminologie in voornoemde vraag zou moeten zijn: oude en jonge geesten).
In de wereld van de geest is het anders gesteld met de herinneringen aan vroegere be-
staansvormen. Dezen maken deel uit van het bewustzijn van de geest. Wel zal men zich na de
overgang niet dadelijk bewust zijn van deze dingen, omdat eerst het afgelopen leven verwerkt
moet worden. Daarna keert echter de herinnering aan alle levens terug. Men heeft ze dan
volledig nodig om na te gaan, in hoeverre men in het laatste leven geslaagd is. Zij zijn
eveneens nodig om vast te stellen, welk deel van het eigen wezen nog niet zo ver is
ontwikkeld, dat men onafhankelijk van de stof een hoger bewustzijn kan verwerven.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
14
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wanneer reïncarneert een Geest?
Zoals reeds gezegd komt voor de geest vroeger of later het ogenblik, dat hij zich in de sfeer
niet meer op zijn gemak voelt. Hij begint zich te vervelen. Het lijkt hem, of het licht niet meer
zo helder is, de kleuren niet meer zo fris zijn. Het contact met de andere geesten uit die sfeer
geeft hem geen bevrediging meer. Hij zoekt dan naar een mogelijkheid om te veranderen. Hij
kan gaan studeren door contact te zoeken met geesten uit hoger sferen. Maar Indien hij niet in
staat is om hen te begrijpen, blijft hem op de duur niets anders over, dan een terugkeer naar
een lagere sfeer, om daar door werken het bewustzijn te verwerven, dat hem de toegang
mogelijk maakt naar hogere sferen. Of hij verkiest naar de wereld van de stof terug te keren,
liever dan in daadloze verveling in de sferen voort te vegeteren.
Degenen, die in het duister verkeren, incarneren meestal op het ogenblik, dat zij zich van hun
werkelijke toestand bewust worden; wanneer de ketenen der duistere waan verbroken worden,
overdenkt de geest zijn toestand. Hij begrijpt al gauw dat een leven in de lichte sferen voor
hem niet houdbaar zal blijken. Liever dan terug te keren in zijn sfeer van verschrikking
reïncarneert hij zo snel mogelijk. Hoe onbewuster de geest is, hoe minder overlegd hij in de
stof vlucht. Hij neemt veelal de eerste gelegenheid die hem geboden wordt te baat, zonder te
bedenken wat de consequenties zullen zijn. Indien hij al een voorkeur vertoont, zal deze
geheel worden bepaald door zijn begeerten.
Daarentegen zal de meer bewuste geest zeer vaak trachten voor zich een lichaam en een
omgeving te kiezen, die een bepaalde ontwikkeling bevorderen. Soms, Indien de geest nog
niet volledig bewust is, heeft hij geen geduld om te wachten tot een ideale gelegenheid
gevonden is en neemt hij dan maar met een minder juist lichaam genoegen. De gevolgen
hiervan zullen hem leren, dat er maar een juiste keuze kan bestaan. Wij mogen dus zeggen,
dat:
DE GEEST INCARNEERT, WANNEER ZIJN BEWUSTZIJN GEEN GENOEGEN MEER KAN NEMEN
MET DE OMGEVING WAARIN HIJ LEEFT. HLJ MOET ZICH ECHTER VAN DE MOGELIJKHEID TOT
INCARNEREN BEWUST ZIJN.

Worden er nieuwe zielen geschapen?
Deze vraag werd meerdere keren gesteld. Ik meen er goed aan te doen in het kader van deze
uiteenzetting ook dit probleem te vermelden. De sprekers van de Orde gaven antwoorden,
waaraan het volgende is ontleend:
Voor zover wij kunnen nagaan, is de Schepper volmaakt. Dit houdt in, dat ook de Schepping,
Zijn uiting, volmaakt moet zijn, waar het uiten van het onvolmaakte niet in overeenstemming
is met de eigenschappen van het Volmaakte. O.i. is de Schepping een enkele daad, ook al doet
zij zich aan ons bewustzijn voor als een ontwikkeling. Op grond hiervan kunnen wij niet
aannemen, dat er nieuwe zielen geschapen worden.
De mens vergeet te vaak, dat hijzelve ook niet ineens als mens op de wereld is gekomen,
maar dat hij voordien reeds andere bewustzijnfasen heeft doorgemaakt. Hierin werden eerst
de ervaringen opgedaan, die het “menszijn” mogelijk maakten. Andere wezens maken dezelfde
ontwikkeling door. Een hond of een kat b.v. kan een zo grote genegenheid ontwikkelen voor
een mens, dat een deel van de dierlijke zelfzucht in het beest vervangen wordt door
onbaatzuchtige liefde. De ervaring heeft ons geleerd, dat een dergelijk dier na het overgaan
niet onmiddellijk zal inslapen. Het zal, gedreven door de liefde, ook in de sferen trachten de
geliefde meester of meesteres terug te vinden. Als resultaat wordt dan vaak een ontwikkeling
doorgemaakt, waardoor het dier, na enige tijd in de sferen geleerd te hebben, als een “dierlijk”
mens op aarde kan incarneren.
Indien men zich de moeite zou getroosten om na te gaan, hoeveel dierenlevens jaarlijks door
de mensheid worden vernietigd, zonder dat daarvoor andere dieren worden geboren, zult U tot
Uw verbazing ontdekken, dat dit aantal alleen reeds de jaarlijkse bevolkingsaanwas overtreft.
Waar echter slechts een klein deel van de dieren in menselijke vorm zal incarneren, moeten
wij nagaan, of er nog andere bronnen zijn, waaruit zielen kunnen incarneren.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 15
Orde der Verdraagzamen

In de eerste plaats vergeet men wel eens, dat mensen uit geheel verschillende tijdstippen op
hetzelfde ogenblik kunnen incarneren.
In de tweede plaats moet men zich echter goed realiseren, dat de mensheid niet het enige
“mensenras” is in het Al.
Er zijn vele planeten die leven dragen. Wanneer een ziel nu geen redelijke mogelijkheid meer
vindt op haar eigen wereld en toch een ontwikkeling in de stof voor haar nog noodzakelijk is,
zal zij een mogelijkheid zoeken om op een andere wereld te incarneren en zo haar
bewustwording voort te zetten. Waar de aarde op het ogenblik qua peil tussen de hoog en
laagstaande werelden in ligt, zullen dus ook de meest bewuste geesten van lagere werelden
kunnen incarneren.
Hiermede menen wij aannemelijk te hebben gemaakt, dat de toename van het aantal mensen
op aarde niet als bewijs kan gelden voor een voortdurende Schepping van nieuwe zielen.
Naar aanleiding van deze uiteenzetting werd gevraagd: WANNEER EEN WERELD VERGAAT,
WAT GEBEURT ER DAN MET DE WEZENS DIE HET MENSELIJK BEWUSTZIJN NOG NIET HEBBEN
BEREIKT?
Het antwoord luidde als volgt: Wanneer een planeet vergaat, zullen alle geesten, die nog een
voortzetting van hun stoffelijk zijn als noodzaak gevoelen, opnieuw incarneren op een andere
planeet, die zoveel mogelijk dezelfde ontwikkelingskansen biedt. De bewuste geest, die nog
dicht bij de stof staat, zal dan meestal hierbij leidinggevend optreden. De mensen, die nog niet
rijp waren voor het zuiver geestelijk bestaan, zullen in de eerste tijd op die planeet bewustzijn
zoeken en gelijktijdig leiding geven aan de wezens, die voor het eerst de menselijke vorm
aanvaarden.
Ofschoon wij spreken van “mens”, moet men zich realiseren, dat vorm en leven veel kunnen
verschillen van hetgeen men daaronder verstaat op deze wereld. De mogelijkheden van
bewustwording en zelfs het peil daarvan zullen echter ongeveer gelijk zijn. Ofschoon er vele
bewoonde planeten zijn in het Al, en vele dier werelden een hoog peil van bewustzijn
vertonen, zal de geest echter zoveel mogelijk een omgeving zoeken, waarin de vroeger
opgedane ervaringen ook stoffelijk bruikbaar zijn. Een overschakeling op geheel andere
stoffelijke verhoudingen brengt voor haar vele problemen met zich mee en kan niet zonder
meer zo maar omgezet worden om op even waardevolle wijze zich ook de nieuwe
omstandigheden te realiseren en deze te beheersen.
De geest geeft er dus meestal de voorkeur aan, dat de ziel haar stoffelijke ontwikkelingsfase
geheel op dezelfde wereld afwikkelt.

Hernieuwing van vroegere contacten
Dikwijls rijst de vraag:
Ontmoeten wij bij reïncarnatie ook degenen, waarmee wij in een vroeger leven contact hebben
gehad?
Indien beiden een ongeveer gelijke bewustwording doormaakten en zich op dezelfde trap van
bewustwording bevinden, is dit zeker niet uitgesloten. Er bestaan nu eenmaal banden, die niet
door tijd, of sfeer, verbroken kunnen worden. Dit zijn Liefde en Haat. Hieronder zijn ook te
rekenen, die trappen van beide eigenschappen, die men op aarde meestal met een andere
naam aanduidt: vriendschap, afkeer, enz.
Bestaat een dergelijke relatie, dan leert de ervaring ons, dat de personen ook zullen trachten
dichter bij elkaar te blijven, naarmate de band sterker is. Zij zullen zoveel mogelijk gelijk
incarneren en wel zo, dat zij elkaar in het leven zullen ontmoeten. Indien dit door een te groot
verschil in bewustzijn niet mogelijk is, zal het contact vanuit de sferen in stand worden
gehouden. Dan zal in een band van liefde de meer bewuste geest vaak als geleider en
beschermer van de ander optreden.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
16
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Waar geen sterke banden aanwezig zijn, moeten wij de mogelijkheid van een gelijktijdig
incarneren met contact in het stoffelijk bestaan niet geheel uitgesloten achten, maar het is
toch niet mogelijk hiervoor een vaste regel te geven.
Uit de aard der zaak bevat voorgaande beschouwing over reïncarnatie slechts een klein deel
van de meer dan 70 verhandelingen en beantwoorde vragen, die in de verslagen der Orde te
vinden zijn. In samenhang hiermede meen ik echter het onderwerp Tweelingzielen” niet buiten
beschouwing te moeten laten. Waar het echter niet onmiddellijk met dit onderwerp in verband
staat, wordt volstaan met een uittreksel uit de verschillende hierover gegeven beschouwingen.

Tweelingzielen
Menigeen meent, dat er op aarde of in de sferen slechts een mens bestaat waarmee men een
ideaal geheel vormt. Dit is niet geheel juist.
TWEELINGZIELEN ZIJN ZIELEN, DIE ELKAAR IN ERVARING EN BEWUSTWORDING ZO
HARMONISCH AANVULLEN, DAT ZIJ GEZAMENLIJK EEN EENHEID VAN HOGERE
BEWUSTZIJNSGRAAD KUNNEN WORDEN.
Indien men persoonlijk alle ervaringen in het leven moet doormaken, valt dit ons onnoemelijk
zwaar. Kan men zich center met een ander wezen zodanig een voelen, dat alle ervaringen van
dat wezen gevoeld worden als een eigen beleven, dan wordt door deze samenwerking ervaring
en bewustzijn verdubbeld.
Hierdoor wordt het mogelijk dingen te begrijpen en toestanden te doorleven, die zonder dat
nog onbereikbaar zouden zijn. Dit is echter alleen mogelijk, als beide partners hun toestand
van eenwording weten te handhaven. Zonder dat vallen zij tot hun eigen niet-gedeeld
bewustzijn terug en kan minder bereikt worden.
Het is dus begrijpelijk, dat elke naar bewustzijn strevende geest tracht een dergelijke
“tweelingziel” te vinden. Zelfs Indien men het begrip “tweelingziel” niet kent, zoekt men
onbewust naar deze voor het “IK” zo begeerlijke aanvulling van eigen leven en bewustzijn.
Na het eerste contact, waarbij beiden met de aanpassing beginnen, zullen de partners steeds
inniger met elkaar verbonden worden, totdat zij uiteindelijk als een eenheid tegenover de
wereld tot uiting komen. Voor de wereld zijn deze beiden dan slechts een persoon.
Is dit stadium eenmaal bereikt, dan kan wederom een partner worden gezocht, die al of niet
een één-geworden tweelingziel kan zijn. De mogelijkheid is dus niet uitgesloten, dat hetgeen
wij in een hogere sfeer als een wezen zien, in werkelijkheid een groep van als eenheid
optredende tweelingzielen is.
INDIEN EEN PAAR ZIELEN EENMAAL ALS TWEELING BEGINT OP TE TREDEN, ZIJN ZIJ VOOR
ALTIJD AAN ELKAAR VERBONDEN.
Bij tweelingzielen berust immers een groot deel van het wezen in het bewustzijn van de
partner. Tot de uiteindelijke eenwording zullen zij dus noodzakelijkerwijs altijd met elkaar in
verbinding moeten blijven. Zij delen hun bewustzijn. Daardoor zullen zij altijd gelijke
bewustzijnsgraad en incarnatiedrang bezitten. Het stoffelijk contact gedurende het leven in de
wereld zal altijd bestaan, maar vaak geheel verschillende vormen aannemen.
Enkele van de meest voorkomende zijn:
Vader (of moeder) en kind; man en vrouw; broeder en zuster; vriend en vriendin.
Vooral bij de niet geheel bewuste tweelingen zien wij over het algemeen ook de stoffelijke
uitdrukking van de elkaar aanvullende tegendelen: meestal is er dan sprake van een verschil
in sekse. Dit is begrijpelijk, wanneer we de volmaakte stofmens trachten te zien.
Immers, deze moet zichzelf herscheppend zijn. De thans op aarde levende bewuste
levensvormen kennen de volmaakte Hermafrodiet niet als levende vorm. De eenheid
manvrouw komt - binnen de huidige mogelijkheden - deze het meest nabij.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 17
Orde der Verdraagzamen

Voor de meer bewuste tweelingen echter is dit geen noodzaak meer. Voor hen is het
samengaan een zuiver geestelijke zaak, die geen verdere stoffelijke bevestiging vraagt. Bij het
hoogste bewustzijn van de tweelingziel, dat op aarde bestaat, zien wij zelfs geen stoffelijk
contact meer. Dit wordt vervangen door een telepathische binding, die intenser eenheid moge-
lijk maakt dan de reeds genoemde mogelijkheden.
Geen der tweelingen kan, stoffelijk of geestelijk, een ontwikkeling doormaken, zonder
onmiddellijk de ander op te heffen tot het eigen peil. Dit is een kwestie van zelfbehoud, want
door de intense binding, die bestaat, zou anders de minder bewuste of minder fortuinlijke helft
de partner omlaag halen tot het eigen peil en het behaalde voordeel zou teloor gaan.
Uit het bovenstaande en andere uiteenzettingen volgt, dat er meerdere mogelijkheden bestaan
om een tweelingziel te vinden. Nadat men echter zijn “tweeling” heeft gevonden, is deze voor
altijd zijn partner, in alle levens en in alle sferen.

3 LEVEN EN DOOD

Leven
Leven wordt door de Orde als volgt omschreven:
LEVEN IS BEWUSTZIJN VAN HET “IK”. VOORDIEN KAN ER NIET GESPROKEN WORDEN VAN
LEVEN, ZOALS WIJ DAT BEGRIJPEN.
Onze ziel leeft in God. Voor God is zij een werkelijk levende kracht. Maar waar de ziel hiervan
niets ervaart, eer zij minstens van haar eigen bestaan reeds een begrip heeft, leeft zij vanuit
haar eigen standpunt, niet.
Eerst wanneer zij met geest wordt verenigd, d.w.z. een bewustzijn heeft verworven, leeft zij
ook in haar eigen ogen.
GEEST IS EEN BEGRENSD, MAAR GEVORMD BEWUSTZIJN, DAT OPTREEDT ALS FUNCTIE VAN
DE ZIEL.
Dood wordt als volgt geformuleerd:
DOOD WIL ZEGGEN: VOLLEDIG ONBEWUST. HET ZIJN ZELVE KAN NIET VERNIETIGD
WORDEN; WEL HET BEWUSTZIJN VAN HET BESTAAN.
Waar echter het bewustzijn een langzame ontwikkeling doormaakt, zouden wij kunnen zeggen,
dat alleen God geheel leeft. Al het bestaande leeft alleen in God volledig. Het streven naar
bewustzijn moet dus worden gezien als een uiting van het verlangen om werkelijk te leven. Wij
kunnen echter eerst geheel en werkelijk leven, wanneer wij ons geheel bewust zijn van al
hetgeen dat in God leeft, zodat wij dan - in bewustzijn althans aan God gelijk zijn.
Dit verklaart ons tevens, waarom Mozes in Genesis schreef: “En Hij schiep hem (de mens)
naar Zijn Beeld en Gelijkenis”.
Eerst wanneer de mens zijn Goddelijk erfdeel heeft aanvaard, zal hij pas ook voor zichzelf zijn,
wat hij in de ogen van de Schepper reeds is, vanaf de eerste dag der Schepping.
Wanneer de mens door zijn leven of streven zijn bewustzijn vermindert of verliest, kunnen wij
zeggen, dat hij sterft. Dit is de tweede dood, waarover ook Jezus heeft gesproken.
Op aarde geeft men echter aan de woorden “dood” en “sterven” een andere betekenis. Zij
moeten dus ook vanuit menselijk standpunt worden beschouwd en belicht, wil het de mens
duidelijk worden, dat er geen werkelijke dood bestaat, behalve de dood die men zichzelve

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
18
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

aandoet (geestelijk). Daarom volgen hier een aantal uittreksels uit de beschouwingen over
sterven en dood.

Dood
Vanuit het standpunt van de geest is er geen dood in de stoffelijke zin van het woord. Wat
men op aarde dood noemt, is het scheiden van twee delen van een wezen, die niet voldoende
in harmonie zijn om gezamenlijk een hoger bewustzijn te aanvaarden.
Ook in de geest kan dus dit verschijnsel bestaan. Elke overgang naar een hogere sfeer, waarbij
een deel van het wezen (bijvoorbeeld het begeertelichaam) wordt achter gelaten, zou men in
deze zin een sterven kunnen noemen.
Wanneer men een deel van zijn wezen achterlaat, wordt hierdoor het vermogen tot handelen
en ervaren in het gebied, waarvoor het lichaam geschikt is, aanmerkelijk verkleind. Indien de
behoefte zou rijzen, om in dit gebied wederom aan het leven deel te nemen, dan zou eerst een
daarvoor geschikt voertuig moeten worden verworven of gebouwd. Hoe groter het bewustzijn
van de geest is, hoe eenvoudiger het ook een dergelijk lichaam kan opbouwen.
Het is onvoorstelbaar, dat wij tot God kunnen komen en Hem aanschouwen, zonder bewustzijn
omtrent alle fasen, waarin Hij zich uit. Waar Hij echter ons in Zijn Wezen omvat, is het redelijk
aan te nemen, dat wij ook in alle fasen der Goddelijke uiting leven.
De Broeders der Orde trekken hieruit de volgende conclusies:
Vanuit het Goddelijke zijn wij een volledige uiting. Dan maken wij dus deel uit van alle
werelden, waarin wij bewust geweest zijn, of nog bewust zullen worden; en wel gelijktijdig en
eeuwig.
Wij mogen de dood niet zien als een verdwijnen uit de ene sfeer om verder te leven in een
andere sfeer, maar eerder als een veranderen van brandpunt in ons bewustzijn. Wij zijn alle
vormen tegelijk, maar ons bewustzijn maakt het ons mogelijk vorm na vorm te realiseren.
Waar bovendien alle fasen na elkaar tot ons bewustzijn doordringen, menen wij een ontwikke-
ling te zien, ook buiten ons. In werkelijkheid realiseren wij ons slechts, wat wij zelve reeds
zijn.
Indien God ons schiep naar Zijn Beeld en Gelijkenis, moeten in ons alle mogelijkheden, die in
het Goddelijke zijn, ook aanwezig zijn. Dientengevolge moet de dood voortkomen uit
bewustzijntoestanden in onszelve.
Wie een groot bewustzijn van de werkelijkheid heeft, zal in staat zijn zelve te bepalen,
wanneer hij de ene wereld verlaat voor de andere.
ELKE WERELD DIE WIJ MENEN TE BELEVEN, IS SLECHTS EEN VLAK VAN ONS EIGEN
BEWUSTZIJN. WIJ DELEN DIT VLAK MET ANDEREN, WAARDOOR HET WERELDBEELD BESTAAT
UIT VORMEN EN TOESTANDEN, DIE DOOR EEN COLLECTIEF BEWUSTZIJN ERVAREN WORDEN.
De dood moet worden gezien als een normaal verschijnsel, dat in vele gevallen voor de geest
een aangename betekenis heeft: het stelt hem in staat een wereld, die hem niets meer te
bieden heeft, te verlaten voor een andere wereld, die zijn bewustzijn vele nieuwe
mogelijkheden biedt.
Wij moeten dan ook in de eerste plaats de nadruk leggen op het sterven, dat een stoffelijk
proces is. Is de dood in vele gevallen aanvaardbaar, het sterven is een ervaring, die niet zo
gemakkelijk verwerkt wordt. De dood is voor de meeste mensen het onbekende. Een stoffelijk
bewustzijn, dat bovendien beladen is met schuldgevoelens, vreest dat het onbekende hem
vijandig zal zijn en trachten zich te handhaven in de misschien niet aangename, maar toch
bekende wereld. Een inzicht in de werkelijke waarde van de dood zou dit geestelijk lijden
kunnen wegnemen en daarvoor in de plaats een zekere onverschilligheid of gretigheid kunnen
geven. Er bestaat slecht een mogelijkheid, dat de “dood” inderdaad een volledige uitblussing
van het wezen kan betekenen. In het vorige hoofdstukje werd in verband hiermede reeds
gewezen op de “tweede dood”.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 19
Orde der Verdraagzamen

Om deze goed te kunnen begrijpen, dient het volgende overdacht te worden:
Er zijn twee richtingen in het Al. De eerste richting is ons welbekend: zij zoekt door
bewustwording en vorming van het eigen wezen te komen tot een begrip van God en een
aanvaarding van Zijn Wezen als de enige werkelijkheid.
De tweede weg zoekt door vernietiging van het bewustzijn en de werelden buiten het “IK”
terug te zinken in de chaos en zo wederom de geborgenheid in het Goddelijke te vinden. Deze
tweede weg is de weg van die schepselen, die wij duivelen of demonen noemen.
Indien echter iemand, die volgens zijn wezen de eerste weg behoort te gaan om enigerlei
reden de tweede weg kiest, kan hij wel zichzelve uitblussen, voorzover het bewustzijn hierbij
betrokken is. Hij is echter niet in staat langs deze weg in God op te gaan. zo zal hij volgens de
Goddelijke Wil wederom uit de chaos de weg moeten gaan der bewustwording. Het bewustzijn,
dat hij heeft verworven blijft voor hem echter verloren. Die uitblussing is dus de enige werke-
lijke dood, aangezien zij een volledig verlies van bewustzijn betekent.

Sterven
Datgene, wat de mens “dood” noemt, is de overgang van de ene vorm van bewustzijn naar de
andere. Hierbij gaat echter nooit het gehele bewustzijn verloren. Altijd blijft men zich bewust
van eigen wezen en bestaan. De naam “overgang” is dan ook voor de geest meer
aanvaardbaar, dan het woord “dood”. De processen, die zich bij het overgaan afspelen, zijn
veelal afhankelijk van het bewustzijn, dat men op dit ogenblik bezit. Het is dus niet goed
mogelijk om een volledig juiste beschrijving te geven van de geestelijke processen, die
optreden bij dit gebeuren. Wel kunnen wij zeggen, dat de stoffelijke verschijnselen over het
algemeen gelijkelijk optreden. Uit de beschrijvingen van de overgang, die ons in de afgelopen
jaren bereikten, worden hier de punten genoemd, die bij elk van de sprekers ongeveer
gelijkluidend naar voren werden gebracht.
Het proces van de overgang begint meestal reeds enige tijd, voordat er stoffelijk kentekenen
van aanwezig zijn. Men wordt meer en meer onverschillig tegenover de buitenwereld. De geest
houdt zich voornamelijk bezig met het verleden. Zij verweeft zorgen over het heden en de
toekomst hiermede op de meest vreemde wijze. Bij de niet-bewusten komen verder
schuldgevoelens, angsten, verzet tegen een angst voor de dood meestal sterk tot uiting. Bij de
meer bewusten daarentegen zien wij in deze tijd vaak een allengs sterker wordende
helderziendheid optreden. Degenen, die komen om de geest te begeleiden, worden reeds
geruime tijd voor de eigenlijke overgang waargenomen. Flarden van lichtende werelden
dringen reeds door tot het bewustzijn. In dit geval worden de hierna genoemde
doodservaringen meestal niet bemerkt, of slechts flauw ondergaan, omdat de geest het
lichaam, als onbelangrijk, reeds uit het bewustzijn verdringt.
Kort voor de dood intreedt ervaart de stervende een gevoel van koude. Het begint in de
extremiteiten, zoals armen en benen, om van daaraf langzaam aan het gehele lichaam te
doortrekken. Een der sprekers meende, als het meest juiste beeld hiervan, de volgende
vergelijking te moeten geven: Het is, alsof je heel langzaam in steeds kouder wordend water
wordt gedompeld.
Dit verschijnsel gaat dan meestal gepaard met een snel ademen van de ontvankelijkheid der
zintuigen. Wanneer de koude het gehele lichaam beheerst - overigens schijnbaar een ervaring,
die schijnbaar niet zo onaangenaam is als het gegeven voorbeeld zou doen vermoeden -
begint eerst in het hart, later langs de gehele wervelkolom, een aangename warmte zich te
doen gevoelen. Van bewustzijn in stoffelijke zin is dan echter geen sprake meer. In vele
gevallen hebben ademhaling en hartwerkzaamheid dan reeds opgehouden.
Een der sprekers beschrijft dit als volgt: Een vlam ontstaat in je hart. Zij begint langs je
ruggengraat te gloeien; zij laait op, hoger en hoger, totdat zij de kruin bereikt. Na enkele
malen deze hoogte bereikt te hebben, lijkt het, of zij zich een weg baant door de schedel. Dit
geeft een gevoel, of de wereld plotseling uit elkaar barst en alles duister wordt. Na een kort

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
20
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

ogenblik neemt men echter de omgeving weer waar. Maar nu krijgt men de indruk, dat men in
de lucht zweeft en dat ver beneden, op een verlicht toneel, het eigen lichaam ligt.
Wie bewust is, ziet tegelijkertijd een aantal geesten, die hem helpen en wijzen hoe verder te
gaan. Wie zich echter onvoldoende bewust is van de dood, zal trachten te spreken tot
degenen, die zich bij het lichaam bevinden; eerst door middel van het lichaam, later op andere
wijze. Omdat dit niet gelukt, is deze ervaring niet aangenaam.
Ook deze spreker wijst er op, dat het sterfproces niet zo onaangenaam is, als men wel zou
denken. Het is de angst, die de overgang of dood tot iets pijnlijks maakt. Heeft men geen
angst, dan is de ervaring, volgens deze spreker, eerder aangenaam te noemen.
Afhankelijk van het peil, waarop men zich geestelijk bevindt, duurt het kortere of langere tijd,
eer de geest zich laat meevoeren naar een plaats van rust. Velen schijnen er prijs op te stellen
in de nabijheid van het lichaam te vertoeven, tot dit ter aarde besteld is. De onbewusten
trachten ook nadien nog vaak bij het lichaam te blijven en nemen dan alle vormveranderingen
van het lichaam over.
Heeft de geest echter de plaats van rust bereikt, dan verblijft hij daar enige tijd in meditatie.
Hij herleeft een groot deel van het eigen leven. Hierbij herleeft hij niet alleen de eigen
emoties, maar beleeft ook alle gevoelens, die door zijn daden in anderen werden gewekt.
De geest is zich gedurende deze tijd niet bewust van de plaats, waar hij zich bevindt, noch van
de personen, die in zijn nabijheid vertoeven. Na het ontwaken uit deze zelfbeschouwing vindt
hij echter zijn geleiders weer naast zich. Zij verlaten gezamenlijk de plaats van retrospectie,
die wel eens beschreven wordt als een duistere koepel, die door een schemerige gang wordt
bereikt.
Hij treedt het licht tegemoet. Hier schouwt hij zichzelf aan in zijn ware geestelijke gedaante.
Degenen, die dit niet kunnen verdragen, vluchten alras weer terug naar het duister, ondanks
de verschrikkingen, die naar hun overtuiging hen daar wachten. Het is hun lot, om
voortdurend vluchtend voor het licht, uit het diepste van hun wezen de meest gevreesde ver-
schrikkingen voor zich te zien oprijzen.
Die vlucht duurt, totdat zij - uitgeput - zowel verschrikkingen als licht aanvaarden, ofwel
reïncarneren.
Uit de vele gegevens, die ons werden verstrekt, kunnen wij het volgende afleiden: Alle
waargenomen gedachtebeelden komen voort uit het bewustzijn van degene, die overgaat.
leder vindt zijn hemel of hel, zoals hij of zij die verwachtte en naar eigen mening heeft
verdiend. Dit laatste onder voorbehoud, dat men eerst door herbeleving van eigen bestaan een
juiste waardering leert vinden voor eigen daden. Waar gesproken wordt over gaan en
vluchten, moet dit niet worden opgevat als een letterlijk verplaatsen, maar eerder als een
gebeurtenis, die zich in het bewustzijn afspeelt.
Uit de verstrekte gegevens blijkt, dat de Orde overtuigd is, dat deze verhoudingen als volgt
liggen:
Het Goddelijk Licht is overal aanwezig. De enige methode om dat licht te ontvluchten, ligt in
een concentratie van het bewustzijn op de in het “IK” vervatte waarden. Bij een aanvaarden
van het licht, tracht men aan de gevoelens die het opwekt, gestalte te geven, in
overeenstemming met de eigen ervaringen.
Het licht heeft geen bepaalde vorm, of kleur. De toestand na de dood confronteert de mens
met het licht. De geest kan zich dan al evenmin aan het licht onttrekken. Bij verwerpen van
het licht, leeft zij in een hel, bij aanvaarden vindt zij geluk en rust.
Verdere gegevens inzake overgang en bewustzijn na de dood zijn te vinden in de verslagen
van de bijeenkomsten der Orde.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 21
Orde der Verdraagzamen

Het is onmogelijk alle gegevens hier verkort te vermelden. Om echter een redelijk overzicht te
kunnen samenstellen, warden alleen die gegevens gebruikt, die in ongeveer gelijke vorm door
meerdere sprekers werden vermeld.

4. CREMATIE

Bijna altijd volgt in de verslagen op een vraag aangaande de overgang, een vraag over
crematie. Vele dezer vragen uiten de vrees, dat lijkverbranding voor de geest zeer smartelijk
zal zijn. Uit de antwoorden volgt hier een citaat, dat alle gegevens omvat.
Velen Uwer menen, dat crematie niet geoorloofd is. Indien U zich echter de moeite getroost de
gebruiken na te gaan van de volkeren, die met de dood op meer vertrouwelijke voet leven dan
die van het Westen, zult U bemerken, dat deze Uw vooroordeel niet kennen.
In Indië is het verbranden van het lichaam de weg om de geest zo snel mogelijk in het rijk van
de geest te doen ingaan.
De oude Germanen en Vikingen beschouwden de vernietiging van het lichaam door het vuur
als de enige weg om het Godenrijk binnen te gaan.
In Tibet, waar de brandstof zeldzaam en kostbaar is, vernietigt men het lichaam zo snel
mogelijk door het op een eenzame plaats in stukken te snijden en achter te laten voor de
dieren des velds.
In Bali acht men het noodzakelijk dat het lichaam wordt verbrand, omdat anders de geest van
de gestorvene nog lange tijd op aarde blijft ronddwalen.
Een andere sekte in Indië werpt de lichamen in torens, waar zij dienen tot voedsel van de
aasvogels.
De oude Egyptenaren, zowel als de Tolteken en de Inca's trachtten een lichaam te
verduurzamen, of zij vernietigden het zo snel mogelijk. Een lichaam het normale
ontbindingsproces te laten doormaken, was een straf, die men slechts de zware misdadigers
oplegde.
Hieruit blijkt, dat het ter aarde bestellen van een lichaam een gebruik is, stammende uit het
Jodendom en door de Christenen overgenomen.
Ook de andere volkeren, die begrafenisgewoonten hebben, staan over het algemeen vreemd
en vol vrees tegenover de dood. Zij begrijpen niet, wat zich afspeelt als de geest het lichaam
verlaat.
Wanneer een onbewuste geest het lichaam heeft verlaten, zal hij trachten zich met het lichaam
te vereenzelvigen. Hij denkt nog steeds daarmee een te zijn. Wanneer het lichaam verbrandt,
zal hij dus eerst menen zelf mee te verbranden en alle pijn daarvan ondergaan. Hij zal echter
zeer snel tot de overtuiging komen, dat er een verschil bestaat tussen zijn eigen zijn en dat
van het lichaam. Hierdoor verkrijgt hij een bewustzijn, dat het hem mogelijk maakt zijn eigen
wereld te aanvaarden en te zoeken naar het licht.
Begraaft men een lichaam, dan maakt de geest het gehele proces der ontbinding a.h.w. aan
den lijve mee. Dit is pijnlijker en van veel langere duur dan de betrekkelijk snelle en
overtuigende scheiding van het lichaam, die in het bewustzijn plaats vindt bij de crematie.
Ongetwijfeld heeft de geest meer tijd om tot bewustzijn te komen bij de teraardebestelling.
Maar de ervaring leert, dat hij hiervan meestal geen gebruik maakt, eer hij pijnen heeft
geleden die minstens even erg zijn als de smart van het verteerd worden door vuur.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
22
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Dit alles geldt alleen voor de onbewuste geest. De bewuste geest realiseert zich, dat het
lichaam, dat hij achterlaat, slechts een kleed is, dat hij heeft afgeworpen.
Hij bemerkt even weinig van crematie, of teraardebestelling als U van het verbranden, of
wegwerpen van een jas, die geen dienst meer kan doen.
Ongetwijfeld zal een ieder voor zich moeten uitmaken, wat volgens hem de voorkeur verdient.
Vanuit het standpunt der Orde is echter crematie een snelle en zindelijk oplossing van de
kwestie van geest en stof gelijkelijk.
Het bovenstaande betoog geeft weer, wat door de sprekers der Orde telkenmale weer naar
voren werd gebracht, namelijk. dat crematie voor de geest wel is waar pijnlijk kan zijn, maar
dat deze pijn voor de geest nuttig is, doordat het hem in staat stelt sneller zijn ware toestand
te begrijpen en geestelijke begeleiding te aanvaarden.
Met dit laatste onderwerp, moet ik, helaas, sluiten. Er is meer stof, veel en veel meer, maar dit
boekje wil noch kan een volledig overzicht geven van de beschouwingen, die de Broeders der
Orde ons brachten.
Ik hoop echter, dat het weinige, dat hier samengebracht werd de lezer althans een begrip
heeft kunnen geven van de leerstellingen, die de ORDE DER VERDRAAGZAMEN als basis van
haar beschouwingen ons leert.
Augustus 1955 K. v. d.N
Zoals u wellicht weet, is het plan ontstaan om ons zeer gewaardeerde, en in juni jl.
overgegane medium, Karel van der Nagel, als het ware te eren, door al wat hij in de loop
der jaren in het “ODV-nieuws”heeft geschreven, bijeen te brengen en u aan te bieden als
brochure. Misschien zijn er onder u nog leden, die zich het enthousiasme herinneren
waarmee het eerste ODV-nieuws nummer werd gepresenteerd. Dat was in het jaar onzes
Heren 1962. Een datum hebben we niet kunnen vinden; het meest waarschijnlijk lijkt het
een gelukkige gebeurtenis in het voorjaar. In elk geval heeft het medium, onze Karel van
der Nagel dus, daar een stukje in geschreven, dat u nu als eerste deeltje aangeboden krijgt.
Karel gaf het de titel:

Onze Orde der Verdraagzamen (1962-1)
Wanneer en hoe de ODV het eerst in Nederland optrad, weten wij eigenlijk niet. Toen echter,
ruim 10 jaar geleden, de eerste draagtekens, de bekende sterretjes, gemaakt moesten
worden, ontdekte een lid bij een goudsmid in Amsterdam een mal, waarmede reeds eerder
deze sterren geslagen werden. Ook het inschrift: ODV was aanwezig. De eigenaar vertelde, dat
hij hiermede in 1919 insignes voor een spiritistische vereniging had vervaardigd.
Ook nadien blijkt de ODV werkzaam te zijn geweest: Wij kregen enkele tijdschriftjes
toegezonden uit het jaar 1928, uitgegeven door de ....ODV te 's Gravenhage.
Het is dan ook wel zeker, dat de Orde op verschillende plaatsen reeds actief was voor de
tweede Wereldoorlog. Uit enkele verhalen valt op te maken, dat leden van de ODV ook in
Nederlands-Indië werkzaam waren. Maar helaas hebben wij hiervan nooit het bewijs in handen
kunnen krijgen.
Het begin van de huidige vereniging ODV ligt in 1949 - 1950. Tijdens enkele experimenten had
de heer Buitendijk een aantal mediums ontdekt. Een daarvan was K.v.d.Nagel. Na een korte
periode van ontwikkeling kwamen de Broeders van de Orde door. De eerste bijeenkomsten
werden gehouden ten huize van de heer Buitendijk. Na korte tijd stelde v.d. Nagel zich
beschikbaar voor meer regelmatige bijeenkomsten. Elke zondag kwam dan ook een gezelschap
van 10 tot 20 personen bijeen, meestal ten huize van de fam. Bogaert of de fam. Brienen.
Tussentijds werden nog steeds avonden gehouden ten huize van de heer Buitendijk, die tevens
de leider van de groep was.
Op de duur werd echter de belangstelling voor de zondagochtend bijeenkomsten zo groot, dat
men besloot een zaaltje te huren in de volksuniversiteit. Mede door het enthousiasme en de

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 23
Orde der Verdraagzamen

leiding van de heer B. groeide de belangstelling echter zozeer, dat de grote zaal van de
volksuniversiteit moest worden gehuurd. Het was in die dagen gebruikelijk, dat de aanwezigen
gezamenlijk de kosten van de zaalhuur e.d. door collecte opbrachten.
Rond 1952 werden voor het eerst de bekende vrijdagavonden gehouden, waardoor de
belangstelling nog verder toenam. v.d. Nagel raakte in die tijd overspannen en kwam voor de
keuze te staan, zijn werk als medium op te geven, dan wel een minder vergende werkkring op
te zoeken.
In die dagen poogde men voor het eerst de inhoud van de lezingen vast te leggen. Een
bevredigende oplossing werd echter eerst veel later gevonden, toen de heer Rientjes zich
bereid verklaarde, voor eigen rekening, de avonden uit te werken en te vermenigvuldigen.
Daar v.d.N. besloten had zijn mediamiek werk voort te zetten, werd het gewoonte hem uit te
keren, wat na aftrek van kosten van de collecte overbleef. Het was wederom de Heer
Buitendijk, die later gesteund door de heer v.d. Eykel, de werkzaamheden van de Orde verder
wist te verbreiden. Zo ontstond een contact met Arnhem, waaruit de huidige groep Arnhem
voortkwam.
Ook werkte het medium voor vele verenigingen in en buiten den Haag. De groeiende be-
langstelling voor de Orde, die ook hierdoor verder gestimuleerd werd, maakte het wenselijk,
om te zien naar een grotere zaal. De Ver. van spiritisten “Harmonia” bleek bereid, tegen zeer
redelijke prijs, de zaal in het gebouw “Ken U zelve” ter beschikking te stellen. Nog steeds was
er geen sprake van een vereniging in wettelijke zin, ofschoon zich een belangrijke kern van
vaste leden had gevormd.
Het is helaas onmogelijk juiste data te geven. Wel is zeker, dat in die tijd zeer vele
introductiedagvonden werden belegd. Het werk van mevr. de Draayer droeg zeer veel bij tot
het organiseren van dergelijke bijeenkomsten, terwijl tevens een vorm van organisatie begon
te groeien.
Toen het medium in het huwelijk trad, betekende dit voor de Orde vele en belangrijke
veranderingen. Tot op dat ogenblik had v.d.N. genoegen genomen met de opbrengst van
collecten en vergoedingen, die verschillende verenigingen hem gaven voor zijn werk in hun
kring. Nu echter meende hij tegenover zijn echtgenote een dergelijk wisselvallig inkomen niet
langer te kunnen verantwoorden. Bij de pogingen een oplossing hiervoor te vinden, die het
werk van de Orde niet zou schaden, speelde de fam. Sandberg een grote rol.
Er ontstond een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid, die de voorganger een zeker in-
komen waarborgde. Vele leden begonnen vrijwillig een contributie te betalen, terwijl
cursussen, die in deze periode voor het eerst gehouden werden, eveneens een belangrijke
bron van inkomsten vormden.
Esoterische kring, cursus I en II, zondagmorgenbijeenkomsten vonden een vorm, die
grotendeels tot op heden gehandhaafd werd. Ook werden, zij het minder verzorgd dan heden,
verslagen van deze bijeenkomsten uitgegeven. De bijeenkomsten, die een tijdlang gehouden
werden in een dansschool aan de Laan van Meerdervoort, werden terugverlegd naar gebouw
Ken U zelve.
De heer Buitendijk nam in die tijd afscheid als voorzitter. Gelijktijdig trok ook de heer Eykel
zich terug. Vele der oudere leden zullen zich nog de huldiging herinneren, waarmede de leden
van de Orde de heer Buitendijk hun erkentelijkheid voor zijn vele en trouwe arbeid kenbaar
trachtten te maken.
Ofschoon de vereniging, in verhouding tot andere soortgelijke groepen, weinig
bestuursmoeilijkheden kende, werd op de duur toch een herziening noodzakelijk. Een nieuwe
groep formeerde zich en richtte de vereniging ODV op, die na enige tijd de erkenning en
daarmede rechtspersoonlijkheid verkreeg.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
24
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het is misschien aardig hierbij te wijzen op het feit, dat de statuten, evenals de reeds langer
bestaande beginselverklaring, door de Geestelijke Leiding werd gedicteerd en, na een enkele
kleine verandering, door mr. Verloop kon worden voorgelegd ter verkrijging van de koninklijke
erkenning.
Sindsdien is er in de Orde weinig veranderd. Enkele bestuursleden gingen heen, door ziekte of
overlijden. Anderen hebben hun plaats ingenomen, het werk gaat verder. De kontakten bleven
gehandhaafd, zoals met de Ver. Tot Hoger Leven in Rotterdam en - in mindere mate - met de
Ver. Harmonia in Utrecht.
Sinds de heer Rientjes zich terug trok, zijn alle publicaties in handen van de vereniging zelf.
Ofschoon het aantal medewerkers klein was en is, konden steeds beter verzorgde geschriften
verschijnen. Ook buiten den Haag verbreidde de Orde zich steeds meer. In vele plaatsen
vroegen lezers om bijeenkomsten. Wie het programma van dit jaar beziet, meent vaak met
een zeer grote en draagkrachtige vereniging te doen te hebben. Geen wonder: vele afdelingen,
een zustervereniging in België en een, voor een groep van deze aard, haast onvoorstelbaar
aantal publicaties, doen dit inderdaad vermoeden. De werkelijkheid is anders: het aantal leden
blijft nog steeds onder de 300.
K. v.d. N.
In het tweede nummer van ODV-nieuws werd door ons medium de heer Buitendijk herdacht,
die op 1 juni 1962 was overgegaan. We geven weer het hele artikel van Karel's hand weer:

In memoriam J.L. Buitendijk (1962-2)
Op 1 juni jl. overleed, geheel onverwacht, onze oud-voorzitter en erevoorzitter Jan Buitendijk.
Ik schrijf niet plechtig: de heer Buitendijk, want onze oud-voorzitter was een waar vriend voor
allen, die betrokken waren bij het van onze Orde. De laatste tijd was hij weliswaar niet meer in
staat, de bijeenkomsten te bezoeken, zodat het contact verbroken werd. Maar altijd bleef hij
vol belangstelling voor onze Orde, die hij - niet geheel ten onrechte - wel “zijn” Orde noemde.
Aan de hand van vele publicaties volgde hij steeds de lessen, die onze geestelijke vrienden
brengen. En met een zekere trots zal hij zich steeds weer herinnerd hebben, dat hij 't was, die
de gaven van ons medium mocht ontdekken en ontwikkelen.
Toen hij er in slaagde de mediamieke kwaliteiten van de huidige voorganger te ontwikkelen en
de sprekers van de Orde zich langs die weg meldden, was hij het die ten koste van oneindig
veel moeite en vele teleurstellingen, rond hun werk een groepje wist te vormen en regelmatige
bijeenkomsten mogelijk wist te maken.
Vele jaren trad hij op als leider der bijeenkomsten, eerst in huiselijke kring, later in zaaltjes en
zelfs bij andere verenigingen. Steeds was hij er op bedacht het werk van onze Geestelijke
Broeders meer bekendheid te verschaffen. Steeds weer nam hij geldelijke risico's, die hij
eigenlijk nauwelijks kon verantwoorden.
In die eerste jaren is het wel voorgekomen, dat de collecte niet genoeg opbracht om zelfs
maar de zaalhuur te betalen. Dan betaalde Jan Buitendijk uit eigen zak, zonder ook maar even
zijn glimlach te verliezen. En sprak altijd weerde volgende bijeenkomst, zonder zich ook maar
af te vragen of dat nu eigenlijk geldelijk mogelijk was.
Leden uit de eerste jaren zullen zich hem nog herinneren, zoals hij met uitgestrekte hand
opgewekt alle “nieuwelingen” verwelkomde en op hun gemak stelde. Altijd bereid een ieder
vriendelijk te woord te staan, altijd weer bereid om een ieder te helpen, tekende zijn
persoonlijkheid in die dagen de sfeer van de Orde.
De Orde groeide. Veranderingen in de stoffelijke organisatie maakten het hem moeilijk nog
langer de leiding te behouden. In een feestelijke bijeenkomst werd hij door de leden gehuldigd
en nam afscheid als voorzitter, om als erevoorzitter verder het werk te volgen en te
bevorderen van de Orde, die een zo groot en belangrijk deel van zijn leven was geworden.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 25
Orde der Verdraagzamen

Nu behoort Jan Buitendijk tot de Orde in de geest. Ik ben er zeker van, dat wanneer wij ook
eens de grote reis aanvaarden, Jan aan de andere kant klaar zal staan, met uitgestoken hand
om met een opgewekte glimlach ons, “nieuwelingen”, welkom te heten en op ons gemak te
stellen.
Daarom, Jan Buitendijk, deze groet in dank voor alles, wat je voor ons was!
Tot ziens, Jan, daarginds bij de Orde.
K.v.d.N.
We vinden Karel weer aan het woord in het volgende ODV-nieuws, 4e kwartaal 1962. In dat
nummer gaf hij antwoord op de hem kennelijk heel vaakgestelde vraag: “Wanneer U,
tijdens Uw werk als medium bent uitgetreden, slaapt U dan, of beleeft U iets?” Eerst vertelt
Karel iets over zijn jeugd, om te verklaren waarom het hem eigenlijk zo moeilijk viel iets te
zeggen over zijn ervaringen tijdens uittredingen. In de oren van zijn omgeving, indertijd,
moeten zijn verhalen, als kind argeloos verteld, zo ongeloofwaardig hebben geklonken,
(men begreep er immers niet veel van!), dat hij daarna liever zweeg dan weer voor
“fantast” te worden uitgemaakt. (Hij heeft dat later op zo voortreffelijke wijze uitgelegd in
“zijn “ brochure “Stap voor stap naar mediumschap”. Als u het niet al in uw bezit heeft, zou
u het alsnog moeten bestellen en lezen, heel veel zaken worden er in verduidelijkt.) En dan
volgt het eerste deel van het antwoord op de vraag:

Waar bent u en wat beleeft u als u in trance bent? (1962-4)
Antwoord: “Wanneer ik in trance ga, zal ik niet altijd dezelfde belevenis ondervinden. De
diepte van de trancetoestand, de sfeer van de omgeving, mijn eigen instelling op het ogenblik,
schijnen hierbij allen een rol te spelen. Ofschoon het mij bijna altijd mogelijk is alles, wat ik in
deze toestand doe en zeg, te volgen, doe ik dit zelden. Er bestaan dan voor mij andere
mogelijkheden, die ik aantrekkelijker acht.
Allereerst is er de mogelijkheid, tijdens de trancetoestand, plaatsen op deze wereld te
bezoeken en daarbij mensen waar te nemen. Ofschoon ik vele malen getracht heb, op deze
wijze een filmvoorstelling of theater te bezoeken, is het mij nooit mogelijk gebleken, de
voorstelling te volgen: een film wordt waargenomen als een reeks van verwarde emoties en
onsamenhangende flitsen van geluid en kleur. Het geheel is vermoeiend en doet mij denken
aan een overvolle kermis, waar vele lichten voortdurend aan en uit flitsen.
Toneel is iets beter te volgen. Maar hier is het, of er een dubbel beeld wordt waargenomen.
Naar ik aanneem is dit de acteur in zijn rol en de acteur zelf, met al zijn zorgen,
onzekerheden, privé-grapjes, enz. Ook hier doet het publiek denken aan een luidruchtige
menigte, qua geluid te vergelijken met de toeschouwers op de tribune tijdens een Interland
wedstrijd. Daarom beperk ik mij tegenwoordig (1962) tot korte bezoeken aan mijn eigen huis,
of een omgeving die mij bekend is.
Ook andere plaatsen kunnen worden waargenomen. Maar daarbij is het altijd weer moeilijk je
te oriënteren, terwijl de duur van het verblijf niet beheerst wordt. In sommige gevallen wordt
men a.h.w. van plaats tot plaats meegesleurd. Ik ben er van overtuigd, dat dit een reden
heeft, maar heb tot op heden geen mening over de oorzaak van dit verschijnsel gevormd.
Bij enkele proeven, door mij genomen, bleek mij, dat in deze toestand het hanteren van kruis
en bord mogelijk is, mits een redelijke harmonie met de aanzittenden bestaat. Dit vergt echter
grote concentratie en veel kracht, zodat hieraan m.i. weinig betekenis gehecht moet worden.
Overigens: het lijkt mij niet geheel eerlijk op deze wijze de tijd en de krachten van
medemensen in beslag te nemen, terwijl zij toch met een geheel ander doel samen komen.
Een werkelijk geheel beheersen van kruis en bord vergt, naar ik meen, verder veel oefening.
Ik haal deze mogelijkheid echter aan om duidelijk te maken, dat in de trancetoestand de
menselijke geest dus bepaalde mogelijkheden en eigenschappen bezit, die men alleen aan
overgeganen pleegt toe te kennen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
26
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Aangenaam is het dwalen in andere werelden. Wanneer je een bepaalde sfeer of wereld
eenmaal kent, is het mogelijk deze zelfstandig te betreden en daarin naar eigen believen rond
te dwalen.
Zodra ik echter een mij onbekende sfeer of wereld betreed, ben ik geheel afhankelijk van een
metgezel, een soort gids, terwijl bepaalde sferen zonder gids geheel niet betreden kunnen
worden, zelfs al is men daar meerdere malen geweest.
Het is moeilijk deze werelden objectief en eerlijk te beschrijven. Er zijn tuinen, bloemen,
huizen, bergen. Je ontmoet er mensen en neemt zelfs soms deel aan gemeenschappelijke
maaltijden of spelen.
Toch is dit alles ergens niet helemaal echt. Wanneer ik probeer de werkelijkheid van deze
werelden te beschrijven, vind ik geen beter woord dan “stemming”. Wanneer men
ingespannen naar meeslepende muziek luistert, is het soms ook, of men een landschap “ziet”.
De muziek “vertelt” iets, dat niet nader te omschrijven is. Omdat de muziek geen taal is, die
wij werkelijk beheersen, zeggen wij dan een landschap te zien, of bepaalde kleuren waar te
nemen. Maar wie eerlijk is tegenover zichzelf weet wel, dat hij niet helemaal de waarheid zegt.
Je weet het alleen niet anders uit te drukken.
Op deze wijze geven de beelden en vele kleuren - naar mijn gevoel meer dan ik er ooit in
werkelijkheid gezien heb - het gevoel, niet helemaal waar te zijn. De waarheid is een soort
melodie van emoties, die volkomen reëel is en geheel ondergaan wordt als een werkelijke we-
reld, maar die je eenvoudig niet weer kunt geven.
De “mensen” die je ontmoet, spreken met je. Je leert sommigen onder hen kennen en gaat
hen steeds weer bezoeken. Daarnaast ontmoet ik in bepaalde werelden steeds weer mensen,
die van de werkelijke bewoners van deze werelden verschillen. Zij zijn wat fletser van kleur,
wat minder doorzichtig. Dezen blijken nog op aarde te leven, maar tijdens een trancetoestand,
of gedurende de slaap, hier te vertoeven. Onder hen heb ik meerdere malen bekenden
aangetroffen. Slechts een enkeling echter, schijnt zich dit later te herinneren.
Het vertoeven in deze werelden kan als een ontspanning worden gezien. In vele gevallen keert
men vandaar terug met meer energie en opgewektheid, dan men aan het begin van de
trancetoestand bezat. Deze energie is veelal zo groot, dat de eerste uren na de trance een
grote vitaliteit wordt ontplooid, ofschoon later vaak de lichamelijke vermoeidheid weer de
overhand krijgt. M.i. is hierin voor een onervaren medium een gevaar gelegen: door het
gevoel van welbehagen en de aanwezige energie is men al snel geneigd zich na de seance
meer dan normaal in te spannen en beseft men eerst te laat, dat men in feite uitgeput is. Zo
men niet in de gelegenheid is onmiddellijk rust te nemen, zo kunnen zenuwuitputting en
overspannenheid hiervan het gevolg zijn. Ik heb dit in de eerste jaren van mijn medium zijn
overigens zelve op pijnlijke wijze moeten ervaren. Een voor de persoonlijke ontwikkeling zeer
belangrijke factor is ook de lering, die gedurende de trancetoestand, - soms ook gedurende de
slaap -, ontvangen wordt. Ofschoon ik wil trachten hiervan enkele voorbeelden te geven, moet
ik ook hier weer voorop stellen, dat de werkelijke ervaring niet geheel met woorden
weergegeven kan worden.
In vele gevallen zal men, vooral in het begin van de eigen geestelijke ontwikkeling, te maken
krijgen met een leraar of meester. Deze geeft lessen die voornamelijk uit theorie bestaan.
Daarnaast worden vaak persoonlijke raadgevingen verstrekt. Er bestaan echter geen vaste
termen, omdat het geheel in gedachten, maar niet in woorden wordt weergegeven.
Dit voert soms tot beelden, die door de leerling verkeerd worden geïnterpreteerd, met alle
gevolgen van dien. Maar ook de persoonlijke achtergronden spelen hier een belangrijke rol. Zo
zouden meerdere leerlingen dezelfde les op verschillende wijze, maar met gelijke betekenis
kunnen ontvangen. De een denkt bijvoorbeeld aan Jupiter, een tweede aan Thor, de derde
weer aan een andere Godheid. Het beeld van de gedachte drukte echter het begrip “goddelijke
macht” uit. De werkelijke verschillen in vertaling zijn meestal veel groter dan in het gegeven
voorbeeld. Zodra men terug keert in de stof - of, zoals sommigen doen, de ontvangen leringen
via eigen bewustzijn onmiddellijk aan anderen probeert door te geven - blijken niet alleen de

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 27
Orde der Verdraagzamen

eigen beelden van de ontvangen gedachte, maar ook de interpretaties van het geleerde mee
te klinken en soms zelfs te overheersen. Dit kan nogal eens verwarring stichten. Ook is mij
opgevallen, dat vele mensen een dergelijke meester beschouwen als iemand, die hen precies
zal zeggen, wat te doen en wat te laten, zodat zij zelf geen besluiten meer behoeven te
nemen, of zelfs maar hoeven na te denken. Mijn persoonlijke voorkeur gaat dan ook uit naar
een andere vorm van onderricht.
Groepen geesten uit de sferen en uit de stof nemen vaak deel aan een soort klassikaal
onderwijs. Er bestaat hierbij niet, zoals in het eerste geval, een sterke persoonlijke band
tussen leerling en leraar. Ook zal, nadat het eerste contact is gemaakt, de meester nimmer
zijn leerling zoeken.
Integendeel: het kost soms moeite de meester te vinden. Want deze kan alleen benaderd
worden door iemand, die de juiste instelling in zichzelve weet te vinden. Toch zal iemand, die
veel in deze sferen komt, op den duur leren naar believen verschillende meesters of leraren te
benaderen. Het onderwijs verloopt ongeveer als volgt: de leerlingen groeperen zich rond de
meester als kinderen rond een vijver. Hun aandacht is op zijn persoonlijkheid gericht. Daarin
ontstaan beelden, die veel overeenkomsten vertonen met de sensatie die men heeft, wanneer
men aan kristal kijken doet: de beelden zijn vaak vaag, soms onsamenhangend. Nu zullen de
leerlingen elk op eigen wijze reageren op de voorstelling die ontstaat, waarbij men elkaar -
naar ik meen - sterk beïnvloedt; dit laatste is niet afhankelijk van de vrije wil, maar schijnt
voort te vloeien uit de omgeving, waarin men zich bevindt. Na enige tijd ontstaat een
voorstelling, die voor allen aanvaardbaar en juist schijnt te zijn. Het beeld, dat de meester gaf,
is dan helder geworden, is begrijpelijk en heeft vaak ook voor de mens in de stof grote
praktische waarde.
't Tweede deel van de les verloopt gemeenlijk als volgt: achter het nu door alle leerlingen
aanvaarde en begrepen beeld ontstaan schimmige lijnen. Deze geven het beeld weer, dat de
meester in zichzelf draagt. Soms blijkt het haast onmogelijk uit te maken, wat deze lijnen
eigenlijk betekenen. Dan wordt dezelfde proef meerdere malen herhaald, afgewisseld door
andere beelden. Wanneer het beeld, dat de leerlingen begrijpen en het beeld, dat de leraar
juist acht, geheel gelijk zijn, gaat men over tot de volgende les.
U zult begrijpen dat je als leerling bij deze wijze van onderricht meer vrijheid bezit, dan bij het
contact met een persoonlijk meester. Je denkt zelf, je vindt bepaalde oplossingen zelf.
Wanneer ik de juiste stemming heb voor dergelijke lessen, zal ik mij steeds naar een van deze
groepen of klassen begeven.
Ook in dit geval is natuurlijk de vertaling van de les, de wijze waarop je daaraan uitdrukking
geeft, sterk afhankelijk van je geloof, je ontwikkeling enz., zodat mensen, die dezelfde lessen
gevolgd hebben, dezen toch op geheel andere wijze in de stof kunnen weergeven. De kern
ervan is echter altijd gelijk.
Vaak begrijp je uit dergelijke lessen iets, wat je onwaarschijnlijk, of zelfs onmogelijk lijkt. Dan
zul je, vaak te samen met een of meer vrienden uit de geest, proeven nemen om de juistheid,
of de onjuistheid te bewijzen. Daarbij kan men vaak ook lagere sferen betreden. Soms ook
voel je je aangetrokken tot bepaalde werelden of toestanden en ga je op onderzoek uit. Dit
maakt wel degelijk deel uit van de lessen, die je in de andere werelden gegeven worden. Je
meent in het begin, dat je dit geheel alleen en op eigen verantwoordelijkheid doet. Later
ontdek je, dat je, zonder dat je dit besefte, werd gadegeslagen. Hierdoor wordt voorkomen,
dat men in gevaarlijke situaties geraakt, of daarin zelfs verloren gaat, terwijl het gevoel van
zelfstandig handelen en denken bewaard kan blijven.
Op dezelfde wijze geniet men bescherming, wanneer men in lagere sferen lessen in praktijk
brengt en anderen tracht te helpen. M.i. is het hierbij een niet te schatten voordeel, dat men
alles zelf moet doen, zelf ervaringen opdoet, terwijl toch een voldoende zekerheid bestaat.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
28
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Ten laatste bestaat, in uitgetreden toestand, nog de mogelijkheid, onder leiding van een gids,
in contact te komen met sterk lichtende krachten. Anderen noemen dit - m.i. niet geheel juist -
een geestelijke inwijding.
Volgens mijn ervaringen is hierbij immers geen sprake van een werkelijke beproeving, of het
geven van bepaalde nieuwe krachten, dan wel het mededelen van geheimen. Eerder zal een
dergelijke ontmoeting voeren tot een juister begrip van eigen kennis. In zekere zin is elke
ontmoeting met hogere en lichtende krachten een soort loutering: men verliest daarbij bepaal-
de vooroordelen en zal na een dergelijke ontmoeting eigen zienswijzen vaak aanmerkelijk
wijzigen.
Het nadeel hierbij is, dat men op den duur vele in de stof geldende regels en voorschriften als
absoluut onbelangrijk gaat zien, waardoor men tot conflicten met zijn omgeving kan komen.”
Karel eindigt dit deel van zijn “antwoord” als volgt: “Herlezende wat ik geschreven heb, ontdek
ik, dat het mij ook nu moeilijk valt ter zake te komen en te schrijven over de dingen, die ik
beleef, wanneer mijn bewustzijn tijdelijk mijn lichaam verlaat. Waarschijnlijk ben ik zelfs nu
nog bang, dat men mij voor een fantast of een waanzinnige zal houden. Toch wil ik nog een
poging wagen. Vergeef mij, wanneer ik desondanks steeds weer van mijn onderwerp afdwaal.”
We schrijven 1963; 1e kwartaal. Karel van der Nagel geeft het tweede deel van zijn “Antwoord
op een vraag”.
Tijdens de trancetoestand neem ik vaak op aarde waar. O.m. neem ik soms waar, wat er bij
mij thuis gebeurt. Daardoor ben ik vaak op de hoogte van bezoekers, die daar tijdens mijn
afwezigheid kwamen.
Ofschoon ik in de praktijk met deze waarnemingen rekening houd, ben ik niet zeker genoeg
van mijzelve om aan te nemen, dat alle waarnemingen zonder meer juist zijn: soms zijn zij
kennelijk onjuist, soms ook blijk ik waarnemingen gedaan te hebben, die eerst later waar
worden. In sommige gevallen, welke zeer bijzondere gebeurtenissen betroffen, lag er zelfs
tussen de waarneming en de feitelijke werkelijkheid van de toestand ruim een jaar.
Ook pleeg ik tijdens de trancetoestand wel de uitstralingen na te gaan van mensen, waarin ik
belang stel. Ook hier moet ik zeggen, dat de dingen die ik zo constateer, meestal juist zijn.
Maar niet altijd, zodat ik ook bij het gebruiken van de zo verworven kennis zeer voorzichtig en
terughoudend ben.
In enkele gevallen doe ik ook wel geestelijk werk op aarde. Dit gebeurt altijd onder leiding van
een van mijn geestelijke vrienden. Veelal betreft het hier ongevallen of rampen. Het is dan
mijn taak stervenden te helpen. In deze gevallen heb ik wel een vage indruk van omgeving en
omstandigheden in de stof, maar is het beeld zelden duidelijk genoeg om een definitieve
omschrijving te geven. Ook tijdens de slaapperiode komt dit laatste wel voor. Tijdens de slaap
en voorslaap pleeg ik zelfstandig te werken, o.m. door gedachtekracht uit te zenden naar
bepaalde zieken. Al neem ik dezen dan waar en meen ik te kunnen zeggen of en hoeverre mijn
pogingen resultaten hebben, zo blijf ik mij toch van mijn eigen lichaam bewust.

Ontspanning in de sferen!
Vooral wanneer ik moe ben, zal ik tijdens een trance trachten ontspanning in bepaalde sferen
te zoeken. Daarbij tracht ik steeds, zoveel mogelijk, alle astrale invloeden te ontwijken; dezen
kunnen minder aangenaam zijn, en kosten in ieder geval veel kracht. De werelden, die ik - zo
mogelijk - bezoek wanneer ik vermoeid ben, zijn moeilijk te omschrijven. De sfeer, die mij het
aangenaamst aandoet en de beste ontspanning pleegt te geven, kan het beste worden
vergeleken met een parkachtig landschap van uitzonderlijke schoonheid.
Hier ontmoet ik ook vrienden. Henri is hierbij een van de meest bij mij passenden, ofschoon ik
hem niet altijd kan bereiken. Terwijl wij door het “landschap” gaan, spreken wij met elkander.
Alles is licht en zonder moeite, zonnig. Enkele malen blijf ik ook langere tijd toeven in de
omgeving van een groep, die gezamenlijk zingt of speelt.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 29
Orde der Verdraagzamen

Vat nu s.v.p. termen als spreken, zingen, spelen e.d. niet al te letterlijk op. De waarden, die ik
hiermee aanduid, verschillen veel van hetgeen wij op aarde daaronder verstaan. Maar ik weet
nu eenmaal geen betere uitdrukking daarvoor te vinden.
Wanneer ik enige tijd in deze sfeer heb vertoefd, voel ik mij steeds opgewekt en veerkrachtig.
Enkele malen heb ik echter een werkelijke tegenzin in een terugkeren naar de aarde, maar kan
mij toch aan de waarschuwende sidderingen, die betekenen, dat ik naar mijn lichaam terug
moet gaan, niet onttrekken.
Buitengewoon prettig zijn ook de bijeenkomsten, die ik in de sferen soms mag bijwonen. Ook
hier is het mij niet mogelijk de werkelijkheid exact te beschrijven, zodat ik ook hier
vergelijkende beelden moet gebruiken.
Soms doet een dergelijke bijeenkomst denken aan een eenvoudige picknick in het bos, in
andere gevallen lijkt het mij eerder toe, dat wij in de open lucht aan tafels zitten.
Ofschoon alle aanwezigen in zekere zin een geheel vormen, zijn wij toch altijd in groepen
verdeeld. Aan het hoofd van elke groep staat een figuur, die lichtender en etherischer is dan
de anderen. Deze fungeert ongeveer als tafelpresident.
Naast vele andere gemeenschappelijke bezigheden en belevingen is er tijdens deze bij-
eenkomsten altijd weer een delen van krachten; m.i. kan dit het beste met een maaltijd
vergeleken worden.
Wanneer er tafels, stoelen of banken zijn, maken deze steeds de indruk uit levend hout of rots
door natuurlijke krachten gevormd te zijn.
Wanneer de bijeenkomst het karakter heeft van een “maaltijd in de open lucht”, lijkt het mij
meestal toe, dat de aanwezigen in een soort pijen gekleed gaan. Deze pijen hebben dan
verschillende kleuren, lopende van fel wit tot dof grijs. Vaak zijn zij met boordsels in andere
kleuren afgezet. Ik heb dan het gevoel zelf een pij te dragen. De kleur daarvan is lichtgrijs,
afgewerkt met boordsels van lichtblauw en lichtrood.
Tijdens de bijeenkomsten die ik vergeleek met een picknick in het bos, zijn de aanwezigen
meestal geheel niet gekleed, hun vormen zijn echter wat wazig en doen mij denken aan
doorzichtig paarlemoer.
De bezigheden tijdens dergelijke bijeenkomsten zijn te vergelijken met eten, drinken, bidden,
zingen en luisteren of kijken naar kunstenaars.
Minder aangenaam of rustgevend, maar toch zeer bevredigend voor mijn gevoelens, zijn de
“reizen”, waarbij ik - in de meeste gevallen in gezelschap van een leider of gids - verschillende
landschappen doortrek. Deze reizen voeren mij door meerdere sferen. Deze reizen worden
vaak onderbroken door een oponthoud in sferen die minder lichtend zijn. Hier werk ik dan
korte of langere tijd.
In meerdere gevallen bezocht ik dezelfde plaats en dezelfde personen meerdere malen
achtereen. Soms spreek ik enkelingen of groepen toe. In andere gevallen tracht ik iemand te
troosten of iemand duidelijk te maken, dat hij of zij met mij mee kan gaan. Wanneer de reis
wordt voortgezet, zullen dan ook soms enkele, of een bewoner van de minder lichte wereld
mijn geleider en mij vergezellen.
Hun verwondering, wanneer zij na enige tijd een lichtender wereld binnen komen, hun vreugde
vooral, zijn ontroerend. Wanneer ik in de stof terugkeer, heb ik een aangenaam gevoel over
mij, maar ben vaak vermoeid, soms ook opgewonden.
Het komt echter ook voor, dat niemand mee wil gaan, of, wat mij zeer onaangenaam aandoet,
ons verlaat voor wij een lichtender wereld betreden. In dergelijke gevallen voel ik mij na de
terugkeer in de stof vaak minder prettig en merk ik dat ik prikkelbaar ben. Deze
prikkelbaarheid komt - naar ik meen - voort uit het gevoel ergens te kort geschoten te zijn; ik

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
30
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

voel mij - zoals later blijkt vaak zonder redenen - aan een mislukking altijd medeschuldig,
zonder dat ik weet waarom.
Bij latere uittredingen wordt mij vaak de oorzaak of tekortkoming wel duidelijk, maar de
periode van prikkelbaarheid heb ik dan wel gehad.
Gezien de voldoening, die ik na dergelijke “reizen” vaak gevoel, reken ik ook dezen tot de
ontspanning in de sferen.

Het ontvangen van leringen
Er is een tijd geweest dat een “meester” zich persoonlijk met mij bezig hield. In die dagen
leerde ik een algemeen overzicht te verwerven van het werk, waaraan ik deel nam. Daarnaast
werd mij inzicht gegeven in mijn eigen mogelijkheden en vele verschijnselen op aarde, zowel
als in de sferen. Enkele van deze lessen herinner ik mij nog heden (1963), andere leringen
schijn ik vergeten te hebben. Volgens mijn huidige gezellen in de sferen is dit normaal: men
moet vele dingen leren, voor men zich in de verschillende sferen juist kan bewegen en tevens
op aarde een juiste levenshouding kan vinden. Heeft men zich echter de praktijk eigen
gemaakt, dan vergeet men de lessen op ongeveer dezelfde wijze als een volwassene veel van
de vroegere schoolwijsheid vergeet.
Na enige tijd begon ik mij echter in het bijzonder met bepaalde gebieden en werkzaamheden
bezig te houden. Mijn “meester” bleef nog wel met mij in contact, maar de meeste lessen
werden mij door anderen gegeven in verschillende sferen. Eerst noemde ik allen, die mij
onderrichtten, “meester”. Op den duur echter besefte ik, dat zij slechts specialisten waren op
hun eigen terrein, zonder daarom nu hoger te staan dan mijn eerste “meester”. Het bleek mij,
dat ik op een enkel punt vaak de gelijke of zelfs de meerdere kon zijn van iemand, die mij
lessen gaf.
In deze periode raakte ik aan het werken en leven in geestelijke werelden zo zeer gewend, dat
ik dit als normaal ging beschouwen. Ik sloot dan ook vriendschap met meerdere entiteiten.
Daaronder bevinden zich nog heden (1963) zowel sprekers als werkers van de Orde als ande-
ren.
In de laatste jaren neem ik hoofdzakelijk deel aan het door mij reeds omschreven
groepsonderricht. Alleen wanneer ik werkelijk in de war ben, raadpleeg ik een van de oudere
geesten die onderricht geven, of daaraan deelnemen. Een enkele maal ontvang ik ook wel
persoonlijke leringen van de meester, die het middelpunt uitmaakt van de groep, waarbij ik
mij het liefste ophoud.
Het is alweer onmogelijk het geheel van de ontvangen leringen weer te geven. Wanneer ik
naga, wat mij daarvan in de stof bijblijft, zo mag ik wel zeggen, dat filosofie, begrip voor het
AL en kennis der magie de hoofdrol spelen.
Vreemd genoeg blijk ik niet in staat te zijn een onvervormd beeld mee te brengen van lessen
betreffende kosmische wijsbegeerte en goddelijke machten. Zo bemerk ik steeds weer, dat ik
bepaalde aspecten van de harmonieleer, waarin kosmische samenhangen en de juiste banden
tussen de verschillende schepselen van verschillende graden van bewustzijn uiteengezet
worden, wel aanvoel en persoonlijk gebruik, maar niet in woorden kan weergeven.
Eigenaardig is het ook, dat alle lessen, die met kosmos en God samenhangen, plaats schijnen
te vinden in een onbeperkte ruimte, waarin geen vormen of kenbare afscheidingen meer
aanwezig schijnen te zijn. Je hangt a.h.w. in het ledige, ziet niets en niemand en weet toch
precies, wie er nog meer aanwezig is. Er heerst een absolute stilte, waarin in je toch je leraar
en elkander aanvoelt en verstaat.
Lessen over magie, filosofie e.d. vinden plaats in een omgeving, die aan een tempel doet
denken. Soms is men van het verdere, voor het “ik” kenbare AL, afgesloten door muren van
kleurig licht; soms lijkt het eerder of men in een hoge zuilengalerij staat en van grote hoogte
op een rustig en mooi landschap neerziet.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 31
Orde der Verdraagzamen

Het merendeel van deze lessen gaat gepaard met opdrachten. Er word je geen bevel gegeven,
maar je voelt, dat bepaalde handelingen en onderzoekingen noodzakelijk zijn. Een groot deel
van mijn stoffelijke handelingen, de werkzaamheden in vele sferen en het geestelijk werk, dat
daardoor wordt erkend of volbracht, maken voor mij dan ook deel uit van de leringen en zijn
voor mijn bewustzijn onverbrekelijk verbonden met de lessen die ik mocht ontvangen.”
Zo eindigt Karel van der Nagel het tweede deel van zijn antwoord. Het derde deel en
tegelijkertijd slot van het antwoord op de vraag: “Wanneer U tijdens Uw werk als medium bent
uitgetreden, slaapt U dan of beleeft U iets?” volgt nu. De toenmalige redactie van het ODV-
nieuwsblad, 2e kwartaal 1963, herinnert de lezers er nogmaals aan dat Karel steeds weer de
nadruk legt op het zuiver persoonlijke van dit alles; het is Karel's persoonlijk beleven, zijn
eigen interpretatie.

Werkzaamheden in de sferen
Werken in de sferen betekent voor mij in meerdere gevallen een afdalen naar duistere
werelden. Nu is de term “duister” volgens mij niet juist: Voor mij schijnen deze werelden wel
allereerst beheerst te worden door een verschrikkelijke, alomvattende stilte, waarin men ook
zelve geen geluid kan voortbrengen. Soms echter dringt in deze stilte een flard geluid uit een
andere wereld door en wordt door degenen, die in die stilte leven, vaak gierig opgenomen. Ik
spreek nu van stilte, alsof dit alleen geluid zou betreffen. Zij is echter meer:
Die stilte is uitermate suggestief, zodat ik vooral de eerste malen mij niet alleen niet meer in
staat gevoelde enig geluid voort te brengen, aan enige gedachte uiting te geven, maar zelfs
mijn vermogen tot denken meende te verliezen. Ofschoon ik mij er niet van bewust was, werd
ik echter deze eerste malen bijzonder beschermd en vergezeld door iemand die ik echter niet
kon “zien”.
Dank zij deze ontstond na een kort ogenblik van machteloosheid, - een verschrikkelijk gevoel
overigens - een contact, dat het best beschreven kan worden als het midden houdende tussen
Licht in het duister en een zeer zachte muziek in een verder absolute stilte. Hierdoor werd de
ban gebroken, zodat ik in staat was weer te denken en te reageren, waarmede tevens de
terugweg naar meer lichtende werelden weer voor mij open stond.
Ik neem aan, dat de ervaringen, die ik tijdens dit geïsoleerd zijn op deed, een zwakke
weergave zijn van de ervaringen, die de bewoners van deze sfeer ondergaan.
Na vele mislukkingen leerde ik, ondanks alle stilte, zelf een soort geluid, een soort zoemend
zingen, te produceren, dat voor mij niet alleen een onafhankelijk zijn van de inwerking van de
sfeer betekende, maar ook een contact met de bewoners er van mogelijk maakte.
Persoonlijk breng ik het nog steeds niet verder dan 5 tot 10 entiteiten per boodschap, tenzij ik
zeer bijzondere steun uit lichtende werelden geniet, maar ik neb hogere entiteiten op deze
wijze zien “prediken” voor een gehoor van enkele honderden, een keer zelfs van duizenden
tegelijk.
Het werken in deze sfeer moet natuurlijk eerst worden geleerd. Men toonde mij, dat allereerst
de stilte even gebroken moet worden, zodat daarmede ook de afzondering van degenen die
hier leven, even ophoudt te bestaan. Zij beginnen dan haast altijd even te luisteren, ofschoon
er ook wel zijn, die, na even te hebben opgezien, eenvoudig weigeren verder notitie van je te
nemen.
Ben je er in geslaagd de aandacht te trekken, zo begin je langzaam aan begrippen als “licht”
en “vrijheid” te mengen in je “zang”; in de gedachten die je uitzendt. Velen antwoorden hier
op met golven van haat, anderen schijnen dit als pijn te voelen en trekken zich haastig terug.
Blijft er echter iemand naar je luisteren, dan probeer je langzaam en voorzichtig een beeld van
lichtere en vrijere werelden te scheppen. Blijft hij ook nu nog aandachtig, dan is het mogelijk
hem uit de stilte te bevrijden door aan andere entiteiten te denken, die meer bewust zijn. Zo

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
32
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

worden degenen, die uit de stilte bevrijd worden, opgenomen in een kleine groep, die
onderling contact heeft.
Zover ik dit na kan gaan, blijven zij enige tijd binnen deze groep en ontvangen misschien
leiding daarin, waarna het hen mogelijk wordt gemaakt op te gaan tot meer lichtende sferen.
Mijn ervaringen van deze sferen zijn klaarblijkelijk zeer persoonlijk. Ik heb van anderen, die dit
zelfde werk doen, gehoord, dat zij deze werelden zien als een soort hel, waarin een strijd
wordt gestreden tussen krachten van licht en van duisternis. Zelf heb ik dit echter nooit
kunnen zien.
Volgens enkele leraren, die ik hierover vragen stelde, is voor een mens, die nog in de stof
leeft, het persoonlijk geloof bepalend voor de wijze, waarop hij deze werelden ervaart. Ook de
stilte, die voor mij het hoofdkenmerk is van deze sferen, blijkt door anderen niet zo ervaren te
worden. Wel zijn wij het er allen over eens, dat de bewoners van deze werelden geheel van
hun omgeving geïsoleerd schijnen te bestaan.
Interessanter en minder uitputtend wordt het werk, wanneer je bepaalde geesten moet helpen
overtuigen van het feit, dat zij dood zijn. Hierbij ontstaan vaak situaties, die niet van humor
ontbloot zijn. Ik herinner mij een geval van een man, die, als laatste redmiddel, door enkelen
van ons onder leiding van een geestelijke helper in een vrouwelijk medium werd gebracht. Na
afloop van het experiment wilde hij ondanks alles nog niet geloven, dat hij toch werkelijk was
overgegaan, maar vond voor zich een andere oplossing: Zijn vraag aan ons luidde: In welk
gekkenhuis zijn wij hier eigenlijk?
Prettig, maar moeilijk is de taak mensen, die overgingen, van schuldcomplexen te verlossen.
Dit geschiedt altijd onder toezicht, omdat hierbij vaak enige magie te pas komt, terwijl
degenen, die wat verder komen, enkele demonstraties van de wetten van harmonie krijgen. Ik
voel mij dan ongeveer als een kwekeling, die voor het eerst voor de klas staat. De
dankbaarheid van degenen, die je helpen mocht, vergoedt echter alle moeiten.
Vermoeiend en onaangenaam is de taak entiteiten, die in de astrale sfeer gevangen zijn, te
helpen. In de astrale sfeer zijn monsters te vinden, waarop menige producer van griezelfilms
jaloers zou worden. Zij zijn niet altijd onbezield en kunnen het je daarom vaak onaangenaam
maken. Wanneer je bang wordt en hen voor een ogenblik als werkelijk aanvaardt, hebben zij
een zekere macht over je.
Voor mij is dit alles niet zo heel erg. Maar wanneer degene, die je wilt helpen, onder hun
invloed komt, is het voor mij wel heel moeilijk te volharden in een verwerpen van hun
werkelijkheid alleen. Een meer agressieve houding echter kan moeilijkheden brengen, die
vooral, wanneer de vorm bezield is, niet meer te overzien zijn. Zij, die je wilt helpen, zullen
door je agressie er toe komen weg te vluchten, ofwel geheel in de macht van de astrale vorm
geraken. In het eerste geval is het moeilijk, hen terug te vinden, in het tweede zal vaak hulp
van anderen noodzakelijk zijn om hen uit de binding te bevrijden.
Een andere moeilijkheid is hier het feit, dat sommige schijnvormen je wel vriendelijk
benaderen, je voedsel e.d. aanbieden, of de hand willen drukken. Neemt men aan, dan heeft
men niet alleen hun werkelijkheid erkend, maar bovendien een band geschapen, die langere
tijd kan blijven bestaan en de bezielde vorm de mogelijkheid geeft veel van je levenskracht
weg te nemen.
Toch blijkt een werken in deze sferen noodzakelijk voor hen, die zich in de magie en het
hanteren van lichtende krachten willen bekwamen. Juist een sterke verwantschap met de
stoffelijke wereld maakt echter het astrale gebied tot de onaangenaamste.
Alle genoemde mogelijkheden behoren tot de belevingen en bezigheden, die ook tijdens de
trancetoestand wel voorkomen. Daarnaast zullen dergelijke ervaringen vaak ook tijdens de
slaap worden opgedaan.
Er zijn nog andere mogelijkheden, waarvan in trance echter weinig of geen gebruik wordt
gemaakt, omdat zij bijvoorbeeld een vorm van stoffelijke concentratie vergen. U zult

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 33
Orde der Verdraagzamen

begrijpen, dat ik niet alle mogelijkheden uiteen kan zetten. Toch wil ik hier nog enkele
persoonlijke mogelijkheden en ervaringen aanstippen.
Zo is het mogelijk contact op te nemen met mensen, die je kent, door je een redelijk gelijkend
beeld van hen in alle details voor te stellen. Ofschoon het resultaat in de meeste gevallen doet
denken aan telepathie, kun je op deze wijze toch vaak veel te weten komen over degenen,
waarmee je je bezig houdt. Vaak ontwikkelt zich ook een “gesprek” Sommigen blijken zich van
een dergelijk contact wel bewust te zijn. Toch zijn er zelfs dan grote verschillen tussen hetgeen
zij opvingen en hetgeen ik “gezegd” heb, of door hen hoorde “zeggen”. Daarom zal ik op de
inhoud van dergelijke contacten nooit door gaan, wanneer ik deze mensen in de stof ontmoet,
maar wel terloops iets vragen of zeggen, waardoor mogelijkerwijze een bevestiging verkregen
kan worden. Dit lukt vaak, maar niet altijd.
Soms worden tekens afgesproken, waardoor de juistheid van een contact in de stof bevestigd
kan worden, maar ook hier blijft al te vaak een twijfel bestaan, terwijl ik in sommige gevallen
moest constateren, dat de tekens wel gegeven werden, maar hun betekenis klaarblijkelijk
teloor was gegaan.
Vandaar dat ik vragen e.d. hierover ontwijkend pleeg te beantwoorden, ofschoon ik aan
gegevens, die op deze wijze verkregen werden, wel degelijk waarde leerde hechten. Deze
tegenstrijdigheden kan ik niet verklaren. Mogelijk speelt hier de angst, een flater te slaan, of
voor fantast te worden aangezien, een grote rol.
Bij pogingen tot genezen op afstand blijkt deze methode eveneens goed te werken. De beste
resultaten behaal ik echter, wanneer ik iemand niet al te lange tijd geleden gezien en
gesproken heb. Stoffelijk contact, bijvoorbeeld een handdruk, blijkt de tijd, dat goed contact
mogelijk is, aanmerkelijk te kunnen verlengen. In enkele gevallen heb ik wel getracht
genezende invloeden ook tijdens de trancetoestanden uit te zenden. Dit heeft het voordeel,
dat hulp uit de geest - en een vlug resultaat - verkregen kan worden, maar pleegt na het
ontwaken uit de trance ongewoon sterke vermoeidheid en grote dorst te veroorzaken.
Wonderlijk is in dit verband, dat werk in lagere sferen, zowel tijdens slaap als trancetoestand,
vaak hevige honger pleegt te wekken, terwijl het werk in een minder aangename sfeer naast
hoofdpijnen ook vaak hongergevoelens achter laat.

Na de trancetoestand
Na de trancetoestand bevind ik mij vaak in een toestand van gespannenheid of zelfs
opgewondenheid. Het werken voor sommige gezelschappen veroorzaakt meer dan normale
vermoeidheid, maar slapen is gemeenlijk voor mij eerst mogelijk, wanneer enige uren na de
seance zijn verlopen. Een afreageren van de spanningen - bijvoorbeeld door veel en vlug te
praten - bevordert het verdwijnen van de vermoeidheid en geeft vaak een gevoel van
welbehagen.
Wanneer ik zorgen heb, zal dit het verloop van de seance zelf weinig of niet beïnvloeden, maar
schept na afloop zeer grote spanning, waardoor soms slapen geheel onmogelijk wordt. Ook
storingen bij het in en uit trance komen hebben soortgelijke inwerking, die dan echter gepaard
gaat met felle hoofdpijnen.
Middeltjes als b.v. aspirine helpen niet, wel kan veel bereikt worden door een bepaalde
methode van diep en regelmatig ademhalen. Mogelijk staat dit in verband met de methode van
concentratie die ik gebruik.
Eenmaal weer “wakker” zijnde, heb ik steeds de behoefte zo snel mogelijk van meer
geestelijke instelling naar zuiver materiele onderwerpen terug te keren. Alleen op deze manier
voel ik mij zeker, dat ik mogelijke belevingen in de geest niet met de stoffelijke werkelijkheid
zal verwarren. Nu heb ik juist na afloop van de zitting zeer sterk de behoefte voor vol
aangezien te worden en vrees ik steeds weer voor een fantast gehouden te worden. Dit voert
mij vaak tot een agressief grappig zijn, enz. op een wijze, die voor anderen storend moet zijn.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
34
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Ik ben mij daarvan zeer wel bewust. Maar niets is zo onaangenaam als een tussen twee
werelden zweven, terwijl je je van allen verlaten voelt. Dit laatste komt niet altijd voor, berust
ook niet op een objectieve werkelijkheid, maar schijnt het gevolg te zijn van een zware seance
of het vervullen van een minder aangename of zeer zware taak in de sferen.
Ook schijn ik na seance wel eens traag van begrip, traag van handelen te zijn. In enkele
gevallen blijft een gevoel van onwerkelijkheid bestaan, waarin ik werkelijk niet meer weet, hoe
te handelen. Vandaar dat ik na een seance vaak blijf “plakken”. Een ander aspect blijkt
voornamelijk, wanneer ik nog terug moet reizen naar huis: de vermoeidheid treedt op, maar
het is mij onmogelijk onmiddellijk te rusten. Dan ben ik prikkelbaar en trek mij met boek of
tijdschrift in een hoekje terug, grommend over elke verstoring van mijn rust. Juist dan blijkt
het mij haast onmogelijk uitdrukking te geven aan gevoelens enz..
Nu u dit alles hebt gelezen, heeft u misschien enig inzicht gekregen in de wereld waarin ik leef.
Hopelijk zijn ook uw vragen grotendeels beantwoord. In hoeverre die wereld werkelijk bestaat
kan ik moeilijk zeggen. Maar voor mij is dit alles een werkelijkheid, die mijn leven bepaalt.
Psychologen onder de lezers zullen misschien een verband zien tussen veel hetgeen ik schreef
en de feiten, die ik aan het begin van mijn artikel vermeldde, omtrent mijn jeugd en
opvoeding.
Voor mijzelf kan ik alleen zeggen: ik heb zo eerlijk en objectief mogelijk alle gegevens
verstrekt, waarover ik beschik, zonder te zeer in details te treden. Ik ben dankbaar voor de
woorden van waardering, die velen van u spraken naar aanleiding van dit artikel. Het is prettig
te weten, dat anderen begrip kunnen opbrengen voor deze dingen, zonder onmiddellijk te
verlangen, dat ik ervaringen met anderen ga vergelijken en uitwisselen, etc.. Ik vrees namelijk
steeds dan weer te veel in een wereld te gaan leven, die voor de mens op aarde niet werkelijk
is en zo van het leven zelf te vervreemden. Wanneer u zich er over verbaast, dat ik op deze
woorden van waardering zo zeer gesteld ben, wil ik u er aan herinneren, dat mediumschap,
zoals ik dit beleef, nu eenmaal bepaalde nadelen heeft: ofwel men verwacht, dat je een
superman in het geestelijke zult zijn, dan wel verwacht men, dat je een domme, dwaze mens
zult zijn, alleen maar geschikt om de geest de mogelijkheid te geven zich te uiten. Van de
seances zelf weet ik weinig of niets buiten datgene, wat mij later ter ore komt, terwijl de
inhoud van de lezingen mij in vele gevallen geheel niet interesseert, zodat goedwillende
mededelingen van de inhoud al te vaak meer verveling dan vreugde betekenen. Blijken van
waardering, goedkeuring, kritiek zelfs, zijn voor mij het enige middel, om mijn werkelijke
betekenis voor anderen in dit werk enigszins af te schatten. Medium zijn heeft nu eenmaal
naast alle voordelen, ook nadelen. Een daarvan is, dat het je vaak zeer moeilijk valt, je plaats
in de wereld, je mogelijkheden en betekenis in de stof, geheel juist in te schatten.
Wanneer u over het geschrevene vragen wilt stellen, ben ik gaarne bereid te antwoorden. Uit
het voorgaande zult u echter ook begrijpen, dat ik dit liever niet doe kort voor of na een
seance. Daarom verzoek ik u deze vragen schriftelijk te richten aan de redactie van dit blad.
T.z.t. krijgt u heus antwoord, hetzij per brief, of in dit blad.
K.v.d.N.
Ons medium heeft niet in elke uitgave van het ODV-nieuws geschreven wat nu, de zeer late
jaren '90, nog echt actueel zal kunnen zijn. Maar omdat we beloofd hebben dat we alles
zouden weergeven, wat Karel in het ODV-nieuws geschreven heeft, zullen er ook stukjes
tekst bij zijn met voornamelijk verwachtingen op 't gebied van bijvoorbeeld het weer, de
politiek, de economie, e.d., op kortere of langere termijn. In het ODV-nieuws 19694 was te
lezen wat Karel dacht dat er zou kunnen gaan gebeuren in het jaar 1970. Hij schreef:

1970 Mercuriusjaar (1969-4)
Dit jaar belooft verrassende gebeurtenissen in het verre oosten. Daarnaast wordt het vooral
gekenmerkt door de vele economische problemen. Sluipende inflatie, onrust in lonen en
prijzen, moeilijkheden op de beurs - waar vele aandelen aanmerkelijk dalen - en mogelijk
devaluatie van munteenheden maken het tot een onrustig jaar.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 35
Orde der Verdraagzamen

Het internationaal politieke evenwicht wordt eveneens bedreigd, terwijl daarnaast op ‘t gebied
van moraal, mode en sociale inzichten omwentelingen mogen worden verwacht. Vooral in het
begin en tegen het einde van het jaar zal er sprake zijn van oorlog of oorlogsdreiging van
grotere omvang. Een wereldoorlog dreigt echter nog niet. Fanatisme en bedrog vieren in 1970
hoogtij. Aanslagen op belangrijke personen komen meer dan normaal voor.
Rond 21 februari verwacht ik de dood van meerdere vooraanstaande politici in Noord- en Zuid-
Amerika, Australië en Noord-Azië. Rond 7 maart opstanden, moeilijkheden voor regeringen,
pogingen tot machtsovername in Noord-Afrika; midden en Zuid-Amerika, en onlusten aan de
oostkust van de USA. Rond 17 augustus onrust over ontwikkelingen i.v.m. de Sovjet-Unie.
Polen en Roemenië in moeilijkheden.
1 September zal m.i. grote financiële moeilijkheden brengen. Mede hierdoor dreigen
misverstanden tussen de grote mogendheden en vinden bedrieglijke publicaties plaats, die
binnen enkele dagen gedementeerd zullen worden.
HET WEER: overwegend dor en te koud. Maart is redelijk mooi. In mei dreigt de bloesem aan
de bomen echter te bevriezen. Mooi weer van 10-15; en 20-29 mei. Juni blijft tot de 25e
regenachtig en nevelig. Daarna tot 10 juli mooi en warm. Tot 23 juli blijft het dan kwakkelen.
De volgende dagen tot 4 augustus zeer warm, mooi. Daarop volgen echter 2 weken met
hevige stormen en mogelijk een windhoos in het noorden van ons land. September brengt
redelijk mooi weer, maar is toch aan de koele kant. Oktober brengt in de laatste decade enkele
mooie en warme dagen, maar is verder druilerig, en in het midden van de maand zelfs zeer
nat. November 1970: koud, veel wind, maar tot de 16e redelijk mooi. Tegen het einde van de
maand, 20-25, eerste nachtvorsten. December wisselt natte sneeuw af met kille regens. Beste
vakantieperiode: einde mei - begin juni, 23 juli tot 4 augustus.
ALGEMEEN: dit jaar zal China de leiding van Rusland in het Sovjetblok over dreigen te nemen.
Vooral in Azië zal men vele tekenen zien hiervan. De grensgeschillen tussen de beide staten
zullen eveneens, vaak met uitvoerige gewelddadigheden, worden voortgezet. China zal dreigen
met atoomwapens en ter ondersteuning van deze dreigementen enkele proeven nemen.
Gelijktijdig zal men bekendmaken, dat China nu over voldoende atoomkopraketten beschikt,
om elke imperialistische aanval af te weren. Dit veroorzaakt in Rusland grote politieke moei-
lijkheden tussen de z.g. harde groep en de leiders, die menen, dat alleen een verbetering van
de verhouding met de USA een oplossing kan vormen voor dit probleem.
NEDERLAND: De economie baart moeilijkheden, maar het jaar is over het algemeen en, gezien
de rest van de wereld, redelijk rustig. Een meer kritisch denken van de massa plaatst echter
de politici voor grote moeilijkheden. Onrust, rellen, stakingen komen veel meer voor dan in de
laatste 2 jaren. Ook de jongeren laten veel en gewelddadig van zich horen. Brandpunten:
Amsterdam, Den Haag, Tilburg, Almelo, Zaanstreek. Spoorwegongelukken van ernstiger aard
dreigen m.i. nabij Zaandam, Eindhoven, Leeuwarden en Delft. De KLM zal ongelukken zien en
mogelijk toestellen verliezen op de lijn naar Tokio en nabij de Bahamas. Zowel bij lonen als in
de prijzen zal onrust heersen en ondanks alle ingrijpen van de regering zetten inflatoire
tendensen zich versterkt voort.
BELGIË: Financiële moeilijkheden maken een herwaardering van de franc in de 2e helft van
het jaar waarschijnlijk. Demonstraties van arbeiders, burgers en studenten lokken geweld uit.
Spoorwegongelukken op de lijn Brussel-Parijs en nabij Brugge. Ernstige ongelukken, gepaard
gaande met het vrij komen van schadelijke chemische stoffen en brand nabij Antwerpen en
Luik.
WEST-DUITSLAND: Economische moeilijkheden, waarschijnlijk zonder algemene gevolgen.
Invoering van nieuwe belastingen wordt oorzaak van onlusten en sabotage. Moeilijkheden in
bedrijven, die met buitenlands kapitaal werken, brengen werkeloosheid. Vele faillissementen
van kleinere bedrijven. Enkele spoorwegrampen, o.m. bij Osnabruck. Een vliegtuig valt op een
stad, vermoedelijk in Westfalen. Spionage en politieke schandalen. Rechtse machtsgreep in
Beieren.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
36
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

OOSTDUITSLAND: Moeilijkheden met andere Sovjetlanden, mogelijk resulterende in de val van
enkele hoge partijfunctionarissen. Vergroting van de handel met het westen, waarbij
dumpingmethoden een rol spelen. Een grote mijnramp, treinongeluk nabij Breslau, ernstig
vliegongeluk bij Berlijn.
ENGELAND: Toename van werkeloosheid, onrust in de steden. Het pond staat onder sterke
druk en moet mogelijk devalueren. Militair: moeilijkheden rond Cyprus, Hongkong. Mijnramp
in Wales, grote havenbrand in het zuiden; vermoedelijk Portsmouth.
ITALIË: Moeilijkheden door communistische agitatie. Een poging de macht te nemen van
rechtse militairen voert tot straatgevechten. De paus wordt ernstig ziek, maar sterf
waarschijnlijk dit jaar nog niet. Vulkanische activiteit van Stromboli en Vesuvius, waarschijnlijk
zonder ernstige gevolgen. Schandaal rond het vergaan van een toeristenschip op de Adria. De
oogst in Noord-Italië mislukt grotendeels.
FRANKRIJK: Hernieuwde studentenrellen. Economische moeilijkheden en de loon en
prijsspiraal maken een verandering in de regering waarschijnlijk. Veel sabotage. Ernstige
fabrieksramp bij Lyon. Vliegongeluk, dat bekende persoon(en) het leven kost, nabij
Straatsburg. Veel trein en verkeersongelukken.
OOSTENRIJK: Hier maakt het diplomatiek optreden van de regering ondanks alle moei-
lijkheden een behouden van rust en welvaart mogelijk. Wei bestaat gevaar voor watersnood
en lawines.
SPANJE: Hier heerst ook verder onrust, vooral in Baskenland, maar ook rond de universiteiten.
Politieke moeilijkheden voeren dit jaar tot een verandering in de regering. Tegen het einde van
dit jaar, of begin van het volgend jaar, bloedige onlusten in het zuiden of rond Barcelona.
ZWITSERLAND: Een eiland van rust en vrede. Enkele politieke strubbelingen beïnvloeden de
welvaart niet. Enkele zeer belangrijke conferences worden in dit, altijd reeds hiervoor
gebruikte land gehouden, waaronder waarschijnlijk een voorbereiding tot overleg op topniveau
tussen Rusland en de USA. In het buitenland zal Zwitserland meerdere malen bemiddelend of
vertegenwoordigend optreden voor andere landen, o.m. enkele Arabische staten.
TSJECHOSLOWAKIJE: Enkele stakingen en onlusten worden met zeer harde hand onderdrukt.
De onrust wordt gestimuleerd onder meer door economische moeilijkheden, die bij velen het
weinige vertrouwen in de huidige regering ondermijnen. De Russische troepen in dit land
worden wederom versterkt, ofschoon dit in de USSR zelf eveneens weerstanden wakker roept.
Voor augustus 1972 kan hier m.i. geen ingrijpende verandering ten goede worden verwacht.
SKANDINAVIE: Evenals Nederland en Zwitserland vormen deze staten een soort eiland van
rust in een zeer woelige wereld. Economisch zullen zij er zelfs iets beter aan toe zijn dan ons
eigen land. In Zweden enkele grote branden. Nabij Malmö een ramp, waarschijnlijk een
veerboot.
CANADA: Sterke technische vooruitgang. Economisch redelijke ontwikkelingen ondanks de
invloeden vanuit de USA. Moeilijkheden door stormen aan de oostkust, vliegtuigongeluk nabij
Vancouver.
AUSTRALIË: Betrekkelijk rustig ondanks de Aziatische moeilijkheden, waarbij men betrokken
dreigt te raken. De economische ontwikkelingen zijn traag, maar redelijk. Grote schade door
branden als gevolg van een explosie nabij Sidney, een ramp, waarschijnlijk eveneens door
vuur nabij Brisbane.
AFRIKA: Vooral in het noorden vele omwentelingen, opstanden en staatsgrepen. Nasser komt
in grote moeilijkheden te verkeren en komt in levensgevaar. Israël, verdeeld door interne
geschillen, komt tot grotere acties naar buiten toe, die echter m.i. nog niet tot een werkelijke
oorlog voeren. De Arabische landen komen in grote moeilijkheden te verkeren op financieel
terrein. Hier, zowel als in vele andere delen van Afrika, komt in toenemende mate roverij voor,
vaak onder het mom van vrijheidsstrijd. In het midden en Zuid-Afrika nemen
oorlogshandelingen toe, en schijnt terreur als een golf alles te overspoelen. Meerdere

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 37
Orde der Verdraagzamen

staatslieden worden vermoord. Ik verwacht verder in dit werelddeel enkele wonderlijke
ontdekkingen van biologische aard.
Pas einde 1972 keert de situatie en zal het op aarde weer rustiger en vrediger worden. Een
terugkeren van de welvaart in 1972-1973 schijnt mij onvermijdelijk toe.
Het falen van vele groten der aarde in de eerste paar jaren, zal m.i. voeren tot een meer reële
benadering van de geestelijke en stoffelijke problemen van deze tijd!!!
Toch vermoed ik, dat u in de komende tijd in toenemende mate gegevens zult krijgen over
o.m. vliegende schotels, seinen uit de ruimte e.d.. Niet alles daarvan zal reëel zijn, maar men
zal eindelijk zo hier en daar toe gaan geven, dat deze verschijnselen wijzen op het bestaan van
andere bewuste rassen in het Al.
Ook op het terrein van het occulte zal in de komende tijd heel wat opzienbarends worden
beweerd. Beweerd, want in vele gevallen proberen handige mensen hiermede geld te
verdienen.
Vooral in 1970-71 zal er veel humbug zijn op dit gebied. Laat u daarom niet meesleuren door
nieuwe rages, maar wacht er eerst eens op, of men misschien tracht u te exploiteren.
Het is een wonderlijke periode, waarin wij nu leven. Een verdieping van besef en grote
oppervlakkigheid gaan hand in hand. Eerlijkheid en oneerlijkheid zijn vaak zo vermengd, dat
het moeilijk is de werkelijke waarde van iets te beseffen. Juist daarom lijkt mij geduld en
bezinning noodzakelijk. Maar in 1970 geldt vooral: wind u niet op. U kunt aan de bestaande
tendensen niets veranderen. Wie echter nuchter blijft, zal er voor zich gebruik van kunnen
maken en zo geestelijk rijker worden, zonder stoffelijk geheel te verarmen.
Ik hoop u met deze uitvoerige prognose een genoegen gedaan te hebben. Wat de
betrouwbaarheid daarvan betreft: deze zal waarschijnlijk hoger liggen dan die van 1969, die
door omstandigheden haastig opnieuw berekend moest worden. Indien u die nog hebt, kunt u
zien, dat desondanks veel van het daarin voorziene uitkwam: geschillen USSR - Rood-China,
maar ook treinongelukken, of ontsporingen in eigen land werden aangeduid. Devaluatie van
een of meer valuta's werd voorzegd, maar ook het zeer gemengd karakter van de mode. Op
het ogenblik, dat ik dit schrijf, is zeker nog niet alles uitgekomen, maar in grote lijnen was de
voorspelling over 1969 zeker juist. En als u eigenlijk in deze soort van voorspelling niet
gelooft; het is misschien toch wel leuk om te zien, in hoeverre je op deze manier iets van
toekomstige ontwikkelingen kunt aanvoelen.
Ten laatste nog voor de liefhebbers(sters) iets over de gunstigste perioden voor hen, die onder
een bepaald sterrenbeeld geboren zijn. Treft u in deze lijst uw eigen sterrenbeeld niet aan, dan
weet u, dat volgens mij voor u geen perioden van bijzondere meevallers te verwachten is.
Sterrenbeeld gunstige tijd
Waterman 10 tot 19 februari 1.5 tot 10.8
Vissen 20 februari - 1 maart 1.1 - 1.5, 20.8 - 5.10 2
tot 10 maart 15.10 21.11 11 tot 20 maart
25.11 31.12
Tweelingen 13 tot 13 augustus 1.5 - 10.8
Kreeft 22 tot 30 augustus 1.1 - 1.5, 15.8 - 5.10 2 tot
12juli 25.11 30.12 13 tot 22juli 1.11 25.12
Leo 13 tot 23 augustus 1.5 25.7
Maagd 24 augustus tot 2 September 1.1 - 25.4, 1.9 -
15.10 3 tot 12 September 1.11 - 31.12 13 tot 23
September 27.11 - 25.12
Weegschaal 14 tot 23 oktober 30.4 - 20.8
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
38
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Steenbok 22 tot 31 december 1.1 - 1.5, 20.8 - 1.10 1 tot
10 januari 10.10 20.11 11 tot 20 januari
25.11 31.12
Scorpio heeft bijzondere tendensen, waardoor eigen gedrag zeer sterk bepalend wordt. De
eerste decade zal het eerste kwartaal met enig geduld en weinig verwaandheid veel kunnen
bereiken. Allen zullen oktober november meer dan normaal geluk hebben.
En dat was het dan. En al is het misschien wat aan de vroege kant: ik wens u allen een zo
gelukkig mogelijk 1970 toe.
K.N.
1970 begint, en in het eerste ODV-nummer van dat jaar geeft K v.d.N zijn verwachtingen
weer:

Het komende kwartaal (1970-1)
Het eerste deel van januari is voor de meeste onder u redelijk aangenaam verlopen. Er is wel
wat drukte geweest, maar over het geheel heeft u waarschijnlijk niet veel te klagen.
Nu wordt het echter oppassen: 21 jan. Brengt nogal wat ongelukken met zich, terwijl u tegen
de 25e erg voorzichtig dient te blijven bij alles wat met geld te maken heeft.
In februari blijft de ongevallentendens bestaan, met een 2e top rond de 5e. Geldzaken zijn
rond de 16e niet te gunstig. Maar tegen de 20e kunt u interessante technische gegevens en
nieuws verwachten. Houdt u er echter wel rekening mee, dat u het fijne van de zaak voorlopig
niet te horen zult krijgen: de voorlichting is zeer misleidend.
In maart is vooral de 2e decade erg gevaarlijk. Men is geneigd zich en zijn mogelijkheden te
overschatten; handelt te driftig, is verstrooid en onoplettend.
Grotere ongelukken en grote spanningen kunt u in deze maand vooral verwachten op de 14e,
15e en rond de 27e. Ook de eerste helft van april vergt voorzichtigheid: vooral op financieel
gebied zal men zeer voorzichtig moeten zijn, daar anders het gevaar bestaat, dat men
verplichtingen op zich gaat nemen, die men later zal betreuren.
INTERNATIONAAL zullen in deze tijd meerdere conferenties voortijdig worden beëindigd en
dreigen voor meerdere landen financiële moeilijkheden. Het ziet er naar uit, of wij in februari
ook in Nederland verkeersmoeilijkheden zullen zien, terwijl dit kwartaal eveneens een
abnormaal groot aantal branden brengt. Zweden, Australië, en West-USA schijnen hierbij in
het nieuws te komen.
HET WEER:
Januari zet de koude voort, die in december inviel. Rond de 15e enkele dagen met regen en
sneeuw en iets warmer. De koude houdt aan, maar aan het einde van de maand enkele
zonnige dagen.
Februari: Begint bewolkt met mogelijk sneeuw. Rond de 7e enkele dagen zeer koud mogelijk
in deze dagen de laagste temperatuur sinds jaren. Na de 14e echter zeer sterke dooi. Dit zal in
gebieden, waar veel sneeuw is gevallen, wateroverlast betekenen en in de bergen waar-
schijnlijk veel lawine gevaar.
Maart begint warm, maar brengt veel regen. Rond de 12e en na de 25e mooi voorjaarsweer.
GUNSTIGE DAGEN:
16 tot 19 feb.: goed voor feesten, liefde, geschenken en kleine meevallertjes waaraan wel
enkele nadelen of haakjes zitten - voor degenen, die geboren werden op: 24-26.2, 26-28.6,
29-30.10, en 25-29.12.
6,7,8 maart: goed voor besprekingen onderhandelingen, zaken, geldzaken voor ben die
geboren zijn op: 22-23.2, 25-27.6, 28-30.10. Algemene tendens: moeilijkheden en
vergissingen, die eerst later zorgen baren.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 39
Orde der Verdraagzamen

K.N.
Na de verwachtingen begon K.v.d.N met het eerste artikel over Heksen en hekserij, er
zouden er een stuk of wat volgen.

Heksen en Hekserij (1970-1)
Witte heksen werken met de middelen van de natuur en ten voordele van de mensen. Deze
magie is een gave God's, in tegenstelling tot de kunstmatige magie, die van de duivel is
verworven en voor de wet strafbaar is.
Ongeveer zo spreekt rond 1525 de jurist Paulus Grilandus. En rond 1608 bevestigt de
demonoloog Guazzo deze versie. Hij wijst op het voorbeeld van Tobias, die zijn vader geneest
door middel van bovennatuurlijke raad en natuurlijke middelen. Maar bij voegt er onmiddellijk
aan toe, dat dergelijke magie onwettig en slecht wordt, wanneer zij met hulp van demonen
wordt bewerkstelligd.
Het voorbehoud van deze demonoloog wordt begrijpelijk, wanneer u bedenkt, dat de kerk
reeds in 900 krachtens de kerkelijke wetten een ieder, die “toverije” bedrijft, excommuniceert
wat in die dagen pleegt te voeren tot een terechtstelling door de burgerlijke autoriteiten.
Rond 1475 schrijft de monnik Jean Vincent, dat degenen, die door middel van kruiden
genezen, dit doen krachtens een verdrag met de duivel. Dit kerkelijke standpunt kreeg
overigens meer en meer invloed. Rond 1600 wordt de kruidenvrouw Gilly Duncan - die
waarschijnlijk ook magnetiseerde - door theologen uitgemaakt voor een “verschrikkelijk en
verwerpelijk monster, dat slechts geneest om zo haar meester Satan te dienen”.
Overigens blijkt uit de verschillende verslagen van de gerechtshandelingen wel, dat de veel
voorkomende voorstelling van heksen als lelijke oude vrouwen niets heeft te maken met de
werkelijkheid.
Rond 1630 lezen wij t.a.v. meisjes, verbrand als heks in Wurzburg en Keulen b.v., dat zij “de
schoonste van de streek zijn.” En zelfs vroomheid schijnt geen garantie te zijn, want in een
gerechtsverslag lezen wij: ”haar exemplarische vroomheid was slechts een list te meer van de
duivel, waardoor het haar gemakkelijker viel mensen te verderven.”
Heksen hebben natuurlijk contact met de duivel. Op het vaste land horen wij veelal de “zwarte
man” noemen als tussenpersoon, of komt de duivel in de vorm van een minnaar of minnares
op het toneel. In Engeland - en soms ook in Amerika - spreekt men echter over de “familiaris”,
een dienende geest, die in dierlijke gedaante bij de heks leeft of komt en haar hulp verleent.
Dierenliefde was kennelijk niet zonder gevaren, zoals blijkt uit de opsomming van dergelijke
geesten, die de heksenjager Hopkins stelt gezien te hebben bij een zekere Elisabeth Clark.
Holt - in de gedaante van een witte kat. Jamara in de gedaante van een dikke spaniel zonder
poten. Vinigar Tom, een hazewind, die zich kon veranderen in een kind zonder hoofd. De
geesten Sack en Sugar, die verschenen in de gedaante van zwarte konijnen.
Hopkins verklaarde, dat hij deze “geesten” bij mrs. Clark had gezien, terwijl zij in een cel was
opgesloten. Op grond van deze verklaring werd de vrouw veroordeeld. Een andere heks werd
veroordeeld, omdat men, toe men alle levende wezens uit haar cel verdreef, om zo het komen
van een familiaris met zekerheid te kunnen constateren de wachters enkele vliegen niet
konden pakken. Hierdoor achtte men bewezen dat dezen aan de vrouw toegewezen helse
geesten waren. Kortom: er werden zoveel “heksen” gevangen, die niets hadden gedaan, dat
de natuurverering, die de basis van de z.g. hekserij was, door mensen die niet de nijd of angst
van anderen opwekten, veilig kon worden bewaard tot in onze dagen. Er bestaan dan ook in
deze dagen nog verschillende grotere heksenorganisaties.
Toch gebruiken deze groepen nog slecht zelden de oude heksenzalven. Weliswaar zijn de meer
bekwamen onder hen nog goede kruidenkenners, maar rituelen hebben grotendeels de plaats

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
40
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

ingenomen van de vroegere zalven en recepten. Het geheim van de oude vliegzalven schijnt
grotendeels teloor te zijn gegaan.
Tijdgenoten hebben echter vaak een, onnauwkeurig, recept in hun beschrijvingen en aan
klachten opgenomen. Jean de Nynauld spreekt in 1625 b.v. over een zalf, die dienen zou om in
de verbeelding, zoals hij dit noemt, maar waarschijnlijk eerder door middel van uittreding naar
een sabbat te gaan. Volgens hem is het hoofdbestanddeel hiervan vet van een ongeboren
kind. Wat wel onzin geweest zal zijn: de kerkelijke propaganda beweert immers ook van
joden, dat zij ongeboren of ongedoopte kinderen weten te krijgen en deze gebruiken voor hun
paasmaaltijd, terwijl rond 900 dergelijke verhalen ook de ronde doen over de moren.
Maar de rest van het recept schijnt toch niet geheel onzinnig: sap van Belladonna, sap van
waterkers, Aconitum, - paddestoelen dus - bloem en blad van nachtschaden, aangevuld met
roet. Het laatstgenoemde ingrediënt lijkt mij minder waarschijnlijk, maar de andere
bestanddelen bevatten grotendeels inderdaad roesverwekkende vergiften.
Een zalfje om te vliegen bevat eveneens belladonna. Wie zich in een dier wil veranderen moet
zich meer moeite getroosten: uitgezochte delen van padden, krekels, slangen, wolven en
vossen dienen gemengd te worden met menselijk bloed, schraapsel van de Mandragorawortel,
zaaddozen van de klaproos, gewreven maanzaad en in sommige gevallen ook castorsap of olie.
Onwillekeurig denkt men bij dit laatste recept aan de heksen, die Shakespeare in Mac Beth ten
tonele voert of aan de heks, die Goethe's Faust bezoekt. De juiste verhoudingen worden
echter, voor zover mij bekend, nooit gegeven. Trouwens, de moderne heksen schijnen
eenvoudiger recepten te gebruiken, waarin hennep haschisch en dergelijke een rol spelen.
Jean le Normand de Chiremont vertelt ons van een recept dat gebruikt zou zijn om
bezetenheid te veroorzaken, dat m.i. wijst op veel bijgeloof bij de onderzoekers, die zich bezig
hielden met gebruiken en middelen van heksen. Men heeft als basisbestanddeel een
geconsacreerde hostie en geconsacreerde wijn nodig. Dezen worden vermengd met - lach niet
- tot poeder gewreven verbrand geitenvlees poeder van de schedel van een terechtgesteld
misdadiger, dito van menselijke beenderen, het zaad van een tovenaar, stukjes ganzenlevers
vossenhersens en delen van een vrouwelijke rat. Een mengsel, dat m.i. wel misselijkheid,
maar nauwelijks bezetenheid kan veroorzaken.
Wel is het zeker, dat heksen en magiërs verschillende vergiften distilleerden en daarmede hun
tegenstanders naar het hiernamaals wisten te verwijzen. Maar dezen waren kennelijk van
meer normale aard. Magiërs en alchimisten, die overigens langere tijd eveneens als heksen en
heksenmeesters golden, zouden o.m. witte arsenicum hebben uitgevonden.
In bijna alle oude verhandelingen over toverij en hekserijen speelt overigens het pact met de
duivel een veel grotere rol dan de recepten. Hieraan en aan de sabbat wordt de meeste
aandacht gewijd. Dit is begrijpelijk, wanneer men zich realiseert, dat hierdoor het werken van
de heksen tot ketterij werd en zo onder de jurisdictie van de kerk viel.
De kern van de misdaad was voor de mensen van die dagen gelegen in het feit, dat de heks
bereid was met de duivel tegen God en de Christus te werken. De rituelen werden door de
demonologen en denkers van die dagen eerder begrijpelijk en zelfs logisch geacht. Henri More
zegt in 1653 b.v.: het is niet onredelijk, dat dergelijke ceremonieën plaats vinden tussen mens
en geest, wanneer immers soortgelijke plechtigheden worden gebruikt om de mens nader tot
God te brengen.”
Opvallend is wel, dat de beschrijvingen van dergelijke plechtigheden over langere tijd in
essentie weinig variëren. Johannes Nider geeft in 1438 een verslag over een jonge man, die
als heks verbrand werd, en beschrijft de wijze, waarop hij wordt opgenomen in de heksenclan.
Thomas Cooper, in 1672 en Guazzo in 1626 geven soortgelijke beschrijvingen, waarin dezelfde
voorwaarden worden genoemd. Ook de kerkvader Augustinus spreekt over het pact met de
duivel als een werkelijk iets.
Dit op de duur wel zeer uniforme beeld van het contract met de duivel schijnt echter
voornamelijk te danken aan de invloeden van theologen en kerkvaders, die zich bij hun ver-

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 41
Orde der Verdraagzamen

handelingen baseren op een spreuk uit Jesaja: Wij hebben een verbond gesloten met de dood,
wij hebben een overeenkomst gemaakt met de hel.
De verhalen over het tekenen van overeenkomsten met eigen bloed, de heksendoop e.d.,
schijnen rond 900 te zijn overgenomen van Byzantijnse overleveringen en legenden, terwijl
vele verdere gegevens hun bron schijnen te vinden in de verhalen van kruisvaarders, die
terugkeerden.
De verhalen over de sabbat schijnen beïnvloed door verhalen uit de oudheid. Hier en daar
komen opvattingen voor, die schijnen te verwijzen naar b.v. Aauleus. De verhalen over de
sabbat zelf komen echter eerst in de 14e en 15e eeuw voor, en schijnen voor een zeer groot
deel te stammen van, of geïnspireerd te zijn door de rechters en inquisiteurs, die de heksen
verhoorden of veroordeelden. Een eerste aanduiding treffen wij in zeer summiere vorm aan
tijdens een proces in Toulouse in 1335. Martin le Franc citeert de woorden van een oude
vrouw, die beweert de sabbat vanaf haar 16e jaar regelmatig te hebben bezocht. Het woord
sabbat wordt echter eerst in 1445 gebruikt door Nicolas Jaquier. Voordien wordt het woord
synagoge wel gebruikt, om deze samenkomsten van heksen aan te duiden. Dit wijst er volgens
mij op, dat de heksenvervolging sterk gebonden was aan het antisemitisme van die dagen. De
beschrijvingen zijn echter allesbehalve gedetailleerd.
Volgens geschriften van de kerk van Rome over deze zaak zouden rond 1460 twee inquisiteurs
zijn doorgedrongen in een sabbatbijeenkomst van heksen. Zij zouden echter zijn ontdekt en
door de woedende menigte - dit wijst op grote aantallen heksen in die tijd - zijn gedood voor
zij in staat waren van hun bevindingen rapport uit te brengen.
Overigens stelt Abbe Cartier in de 19e eeuw, dat de bron voor de sabbatverhalen zou liggen in
de balmasque's die de boeren plachten te houden. Dezen zouden op zaterdag plaats vinden,
zodat de deelnemers de zondag zouden kunnen rusten en in de nacht, omdat dit de enige tijd
was, waarin niemand van hen door bepaalde werkzaamheden aan huis gebonden zou zijn. Een
interessante veronderstelling.
Maar het is niet meer dan een veronderstelling, al zou men het dagboek van John Manningham
als een aanwijzing in deze richting kunnen beschouwen. In dit boek, gedateerd 1603, verhaalt
deze:
“Ongeveer 3 jaren her, waren er rabauwen in Berkshire, die gewoonlijk elke avond samen
kwamen in zekere schaapskooien. Een rechter, die van hun daden had gehoord en hen wilde
doen arresteren, verzamelde een groep mannen en vond hen rond middernacht in een van de
schaapskooien. Ongeveer 6 paren, mannen en vrouwen, dansten ongekleed rond, de anderen
lagen in het rond.”
De volgende beschrijving van een heksensabbat is samengesteld uit gegevens van verhoren en
de verhalen van de vooraanstaande demonologen in de tijd van de heksenvervolging:
De sabbat begint rond 11 uur in de avond en duurt gemeenlijk tot 3 uur in de morgen. De
tovenaars en heksen, dank zij de kracht van een door hen gebruikt smeersel, worden door de
duivels door de lucht naar de plaats van samenkomst gedragen. Tijdens de reis roepen zij de
duivel aan en betonen hem alle eerbied.
De heksen en tovenaars, die er een beroep van gemaakt hebben kinderen te ontvoeren en te
doden, of graven te schenden, zijn de eersten, die de boze eer mogen betonen door hem te
kussen op een plaats, die men gemeenlijk niet publiekelijk noemt uit fatsoensoverwegingen.
De aanwezigen verhovaardigen zich op het kwaad, dat zij hebben gedaan en zeggen de duivel
welk kwaad zij in de zin hebben voor de komende dagen. Zo nodig onderricht de duivel hen en
geeft hen de middelen om hun voornemens waar te maken.
Nadat een ieder de boze, die pleegt te verschijnen in de gedaante van een grote, gehoornde
geit, eer betoond heeft, volgt het banket. Men eet de spijzen, die de boze - anderen zeggen de
deelnemers aan het feest - verschaft. Alles is rijkelijk voorhanden, maar geen brood of zout.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
42
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Na de maaltijd volgen dansen. Men danst ongekleed in een cirkel. De dansers bewegen zich
van rechts naar links en wenden de rug naar het midden van de cirkel. Daarna volgt een
seksueel free for all, waarbij volgens de verslagen incubi en succubi zich onder de mensen
begeven. Nieuwe heksen, die tijdens de bijeenkomst hun doop - met bloed van onschuldige
kinderen - hebben ontvangen, hebben verkeer met de boze zelf in dierlijke gedaante.
Bij deze verhalen zou ik op willen merken, dat het z.g. rug-aan-rug dansen bij boeren in
Engeland, Bretagne en Italië wel voor kwam. Deze dansen werden echter als minder
fatsoenlijk beschouwd. Verder blijkt uit de verhoren van z.g. heksen, dat de inquisiteurs zich
met grote ijver, om niet te zeggen grote voorliefde, bezig hielden met het verzamelen van alle
details over maaltijden, dansen, maar vooral van het seksueel verkeer.
De demonologen schijnen de arme heksen ook niet te veel gegund te hebben, want steeds
weer vermelden zij met nadruk, dat de maaltijden en dranken niet smakelijk of voedzaam
waren, terwijl geslachtelijk verkeer tijdens dergelijke bijeenkomsten zeer pijnlijk was. De
redenen hiervoor lijken mij tweeledig: afgunst en de angst, dat vooral de armen de kans op
een goede maaltijd en gemoedelijke bijeenkomsten een latere verdoemenis wel waard zouden
vinden. Hoe het ook zij, het is wel zeker, dat de officiële gegevens zeer veel zaken bevatten,
die eerder uit de fantasie van de ondervragers stammen, dan uit de werkelijkheid. Het feit, dat
vele heksen dergelijke beschrijvingen tijdens hun verhoor als juist erkenden, zegt niet veel,
daar heksen altijd “onder pijn”, d.w.z. op de pijnbank, werden ondervraagd. Zelfs een
vrijwillige bekentenis kon hen hiervoor maar zelden beschermen.
De werkelijke achtergronden waren waarschijnlijk de volgende: velen geloofden in een
bezielde natuur. Door het gebruiken van kruiden, mineralen en de juiste klanken meende men
met de krachten van de natuur in verbinding te kunnen komen. De orgiën en seksuele riten
van de heksen grijpen terug op de oude vruchtbaarheidsriten.
Het is wel zeker, dat ook in deze dagen bepaalde middelen van medicijnmannen e.d.
resultaten opleveren, die wetenschappelijk niet ten volle kunnen worden verklaard door de in
de middelen aangetroffen stoffen. Het is dwaas om zonder meer de stelling te verwerpen, dat
schijnbaar niet werkzame bestanddelen en zelfs de psychische beïnvloeding door het
uitspreken van bepaalde spreuken enz. de werking van de wel als actief erkende bestanddelen
kunnen wijzigen of versterken.
Kortom: hekserij behoeft niet zonder meer dwaasheid te zijn, zelfs wanneer men in deze
verlichte tijd nog niet in staat is alles te verklaren en te ontleden. En heksen zijn niet zonder
meer dwaze of slechte wezens, die zich aan de duivel verkopen voor de macht hun
medemensen te kwellen.
De moderne magie, het occultisme, ja, zelfs de esoterische scholen van vandaag zouden eens
heksengroepen genoemd zijn en, zoals de Waldenzen eens, beschuldigd zijn geworden van
allerhande vreemde misbruiken en uitspattingen. Maar dit neemt niet weg, dat de oude
heksenprocessen en de methoden, waarmede men de heksen meende te kunnen ontdekken
voor mij een uitermate interessant onderwerp blijven.
K.N.
Het volgende ODV-nummer (ODV-nieuws 1970-2) bevatte een stuk van onze K.v.d.N. over
de Heksenbisschop.

De Heksenbisschop (1970-2)
Wie zich interesseert voor heksenprocessen, zal zeker de naam Bamberg kennen. In 1623
werd daar Gottfried Georg II Fuchs von Domheim tot bisschop benoemd. In de 10 jaren, dat
hij in functie was, liet hij tenminste 600 heksen verbranden. De beschuldigden kregen allen
een “officieel en eerlijk proces volgens de regels van de H.Kerk.”
Het schijnt op het eerste gezicht, dat deze bigotte man een wreedaard zonder gelijken moet
zijn geweest. Maar de feiten zijn als volgt:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 43
Orde der Verdraagzamen

Gottfried Johann Georg II kwam uit een vrome, maar vooral ook buitengewoon bijgelovige
familie. In zijn jeugd werd hij bovendien zeer sterk beïnvloed door zijn neef Philip Adolf von
Ehrenburg, die later geestelijke en bisschop zou worden in het bisdom Wurzburg. En Philip
Adolf was reeds vroeg een jongetje, dat zijn gebeden wist af te wisselen met het slaan van
honden, het ophangen van katten enz. Van de paarden bleef hij uiteindelijk af vanwege de
voor hemzelf pijnlijke gevolgen van zijn “grapjes”.
Gottfried was zwakker van karakter en bewonderde waarschijnlijk juist hierom de hardheid van
zijn neef. Maar zijn neiging tot ordelijkheid, het handelen volgens de boeken en het zich
houden aan geboden bezorgde hem, reeds als kind, steeds weer de minachting van de wat
oudere en vooral hardere Philip.
Het is dan ook zeer de vraag, of Gottfried ooit de titel “de Heksenbisschop” zou hebben
gekregen, wanneer hij niet bij zijn benoeming betrokken was geraakt in een geschil, dat
bestond tussen zijn vicarisgeneraal Friedrich Forner en de vicekanselier van Bamberg George
Haan.
De laatste was zeer gematigd in zijn oordeel over heksen en probeerde steeds weer
aangeklaagden in vrijheid te stellen door de belangen en vijandschappen tussen aanklager en
aangeklaagde te onderzoeken en bij een veroordeling mee te doen spreken. Zelfs probeerde
hij vaak het z.g. pijnlijk verhoor te beperken.
Forner, die dit zag als een aantasting van zijn rechten, deed dan ook alles, om zijn nieuwe
bisschop tot de bescherming van de heksenvervolgers en het doorzetten van de processen
over te halen. Daar hij zich kon beroepen op wetten, aanwijzingen van kerkelijke autoriteiten,
viel hem dit niet moeilijk. Gottfried, die zijn neef eens zo bewonderde, hoorde bovendien met
welke wreedheid zijn geliefde neef in diens bisdom te werk ging. Phillip Adolf verbrandde in
ruim 10 jaar zelfs meer dan 900 heksen, terwijl velen omkwamen tijdens de harde
ondervragingen, waaraan de bisschop zelf als een vorm van ontspanning deel placht te nemen,
de gekwelde “heksen” met verderfelijk vermaan aansporende, hun medeplichtigen te noemen.
Een dergelijk gedrag strookte echter niet geheel met de opvattingen van de “heksenbisschop”
Ondervragingen op de pijnbank? Best. Maar iemand zomaar, zonder werkelijke bekentenis of
na een herroepen bekentenis laten verbranden, zoals neeflief deed, was niet in
overeenstemming met zijn gevoel voor orde. Als er geen ruimte was om heksen geïsoleerd
volgens de voorschriften op te sluiten en te verhoren, moest die er maar komen, want elk
proces diende geheel volgens de regels te verlopen.
Hij gaf opdracht tot de bouw van een gevangenis, die in staat zou zijn 30 tot 40
aangeklaagden te bevatten, volgens de hiervoor geldende regels. Het gebouw kreeg de naam
“Das Drudenhaus” en gold als voorbeeld voor de kleinere gevangenissen, die in Zeil, Hallstadt
en Kronach werden ingericht in delen van fortificaties.
De invloed van Forner werd steeds groter, mede dank zij de vele bezittingen van “heksen”, die
aan de kerk, i.e. de bisschop en zijn medewerkers ten goede kwamen. Een van de
voornaamste gecommitteerden voor vaststelling van hekserij in het bisdom, een zekere Ernst
Vassolt, schijnt tussen 1625 en 1630 alleen reeds de executie van rond 400 slachtoffers te
hebben geleid.
In 1626 nam George Haan stelling tegen de wreedheden en de willekeur en zond een
verzoekschrift af aan de keizer, waarin hij voor de bisschop en zijn vicaris onaangename
waarheden en bewijzen aanvoerde voor de willekeur en het werkelijke onrecht bij de
vervolging van 11 personen.
Forners tegenzet was een onmiddellijk in arrest stellen van Haan, zijn vrouw en dochter als
“heksenminnaars, verdacht van duistere praktijken en een verbond met de duivel”. Bisschop
Gottfried wenste ook hier een “eerlijk proces”, maar toen hij aanwijzingen kreeg, dat men hem
binnenkort van het keizerlijk hof uit zou bevelen de man vrij te laten, was zijn rechtsgevoel
niet meer zo acuut. Drie landlopers kregen een goede premie, mits zij maar wilden verklaren,

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
44
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

dat de beklaagde, vergezeld van vrouw en kind, hen in de gedaante van katten hadden
aangevallen.
De burgemeesters probeerden het keizerlijk hof bericht te doen toekomen omtrent de wijze
waarop deze aanklacht in elkaar was gezet. In 1628 kwam er een keizerlijk bevel Haan
onmiddellijk in vrijheid te doen stellen, “daar zijn aanhouding en proces een violatie waren van
het Recht in het keizerrijk”. Twee dagen later stierven Haan, zijn vrouw en dochter op de
brandstapel, waarbij de bisschop hen de genade toestond, aan de paal gewurgd te worden bij
het eerste ontsteken van het vuur.
Kort daarop werden de burgemeester en schepenen van de stad Bamberg een voor een
aangeklaagd. Allen zijn uiteindelijk als heksen omgebracht, ofschoon in enkele gevallen hun
gezin gespaard bleef.
De heksenbisschop moest wel, of hij wilde of niet: hij had in de loop der jaren meer dan
200.000 gouden daalders als opbrengst van de heksenvervolging genoten, vaak op een wijze,
die niet geheel in overeenstemming was met de geldende gebruiken. Hij had vele vijanden,
waaronder zelfs enkelen, die bereid en in staat zouden zijn geweest enkele volgelingen van
Forner een vrijbrief te verschaffen in n.l. voor een getuigenis bij het keizerlijke hof.
En Forner was geheel bereid de verantwoordelijkheid te nemen voor verdere processen en
achtervolgingen. Wat ook niet zo verbazingwekkend is, wanneer men zich realiseert, dat de
aangeklaagden zelf, of hun verwanten, zakenrelaties, de kosten moesten betalen voor hun
verblijf in de gevangenis, de martelingen en het gebruik van de apparaten, waarmede zij
gemarteld werden, ja, zelfs voor de tijd, die hun rechters, degenen, die de verhoren leidden
enz. van hun zaak besteedden. Wat waarschijnlijk de reden is, dat voornamelijk welgestelden
werden aangeklaagd en verbrand.
En voor het geval dat u zich afvraagt, hoe men onschuldigen er toe kon brengen de meest
infame en zelfs onmogelijke misdaden te bekennen, volgt hier een lijstje van de
“overtuigingsmiddelen,” die bij de “pijnlijke, maar strikt wettige en eerlijke” verhoren gebruikt
werden.
Duimschroeven. Gebruikt tijdens en soms voor het eerste verhoor om de verdachte duidelijk te
maken, dat het beter was te bekennen. Bij voluit gebruik alleen tijdens de werkelijke verhoren
werden vlees en bot zodanig beschadigd en soms verbrijzeld, dat de vinger in kwestie voor
altijd onbruikbaar werd.
Beenschroeven en/of Spaanse laarzen. Gebruikt tijdens verhoren om eventuele onwilligen te
overtuigen. Bij voluit gebruik werden de botten versplinterd enz. Het been was voorgoed
onbruikbaar, evenals de voet. Vaak gevolgd door een behandeling met brandijzers om
optreden van koudvuur of gangreen in de wonden tegen te gaan. Geseling, al dan niet, terwijl
men met de voeten vrij van de grond werd opgehangen. Afhankelijk van de gebruikte gesel of
roeden was het gevolg blijvende invaliditeit of ernstige verwonding.
De ladder. Het slachtoffer werd hierop vastgemaakt en vervolgens met gewichten aan de
voeten met het hele geval rechtop tegen een muur geplaatst. Daarop werd het enige tijd
alleen gelaten; 4 tot 24 uur. De zwaarte van de gebruikte gewichten bepaalde de zwaarte van
de marteling, evenals de tijd. Vaak werd om het uur of enkele uren een bekentenis gevergd.
Bij weigering werden de beengewichten verzwaard. Dit gold als een “lichte” tortuur, daar
buiten beschadiging van de gewrichtsbanden enz. geen blijvende schade werd aangericht..
Zodra het slachtoffer bewusteloos werd, onderbrak men de foltering, veelal echter om deze
reeds korte tijd na het tot bewustzijn komen te vervolgen.
Naast deze folteringen, die op bijna elk slachtoffer werden toegepast, kwamen nog de
volgende variaties voor:
De bok of de stokkade, bezet met scherpe pinnen, waarop het slachtoffer tot 6 uur achtereen
werd vastgebonden.
Het rek. Hierbij werd een langzaam verzwaren van de trek het slachtoffer langzaamaan uiteen
getrokken. Deze marteling kan worden beschouwd als verfijning van de ladder, daar men met
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 45
Orde der Verdraagzamen

enkele slagen van een rad tijdelijk de spanning kon verlagen om haar daarna onmiddellijk
weer op te voeren. Langdurige bewusteloosheid van het slachtoffer kon door deskundige
beulen dan ook langere tijd vermeden worden.
Verder kende men dan nog:
Het schuurtouw, wat snel bewogen werd, zodat het vlees tot op het bot werd door gesneden.
Ook gebruikt tegen de achterzijde van de nek.
Koudwaterbaden, eventueel aangevuld met het gedwongen drinken van grote hoeveelheden
water.
Brandende veren. Dezen werden o.m. onder de oksels en tegen de buik gehouden en waren
meestal gedoopt in zwavel.
De bidstoel. Een blok met scherpe houten pennen, waarop men langere tijd gedwongen werd
“voor eigen zielenheil” te knielen. Vaak begeleidde een “Aalmoezenier” deze oefening met
luidop gesproken gebeden.
Het slechts verschaffen van zeer zout voedsel - als niet geweekte zoute haringen - terwijl geen
drank werd verstrekt.
Onderdompelingen in kuipen kokend water, vaak gemengd met ongebluste kalk. (In Zeil
stierven door ondeskundige toepassing 6 personen na deze behandeling. De beul had zich in
de hoeveelheid bij te mengen kalk vergist).
Vaak werden slachtoffers, die niet willig genoeg waren geweest tijdens de verhoren,
veroordeeld tot additionele straffen buiten de verbranding. O.m. kwam in Bamberg vaak het
afhakken van een hand voor, terwijl bij vrouwen soms met roodhete tangen de rechterborst
werd afgerukt.
Wie voldoende geld en relaties had, kon zelfs in het “Drudenhaus” gunsten kopen. De beul was
tegen vergoeding bereid de wonden van een tortuur goed te verzorgen en zoveel mogelijk alle
blijvende verminkingen te vermijden. Beter voedsel en zelfs een beter verblijf konden worden
gekocht. Ter dood veroordeelden kregen tegen betaling verdovende kruidendranken en werden
op de brandstapel dood gestoken door de beul op het ogenblik, dat het vuur voor de tweede
maal werd “aangewakkerd.” In andere gevallen toonde het hof zich genadig door toe te staan,
dat nat hout werd opgeworpen, zodat de slachtoffers stikten, voordat de eigenlijke vuurdood
begon. In Bamberg schijnt het wurgen van de slachtoffers aan de paal als genade echter niet
in zwang te zijn geweest.
Op de duur was echter de terreur van Forner e.d. niet in staat de publieke opinie te beheersen.
Zo bereikte b.v. een smeekschrift de keizer van een zekere Barbara Schwarz, die jarenlang
was opgesloten en gedurende deze tijd 8 malen gefolterd was. Staatsraad Dumler, wiens
zwangere vrouw wreed gefolterd en daarna levend verbrand was, voerde een actie aan het
keizerlijke hof met het gevolg, dat de afgezanten van Bisschop Gottfried enz. von Dornheim
zeer koel werden ontvangen en zelfs geen gehoor meer konden vinden.
Uiteindelijk eiste Keizer Ferdinand de akten van alle gevallen op en bepaalde, dat voortaan de
reden van arrest en de aanklacht publiek dienden te worden gemaakt meestal later of
eenvoudig “slechte reputatie”. Ook moest voortaan de beklaagde rechtsbijstand worden
toegestaan, tot dan was iemand, die eenmaal was aangeklaagd geheel van de buitenwereld
afgesneden en konden alleen rijken en door middel van omkoperij nog iets van zich laten
horen. Het “pijnlijk verhoor” bleef echter geoorloofd. Mede door de opmars van graaf Adolf, de
Zweedse koning, werd echter de vervolging langzaam minder. Forner stlerf in 1630, mogelijk
als gevolg van moord of zelfmoord, rond de tijd dat de Zweedse troepen Leipzich bezetten. In
het jaar 1631 vonden dan ook geen terechtstellingen meer plaats.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
46
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De heksenbisschop zelf stierf in 1631 door ziekte. Zijn neef, Phillip von Ehrenberg was hem
reeds voorgegaan, evenals de Kardinaalsbisschop van Wenen. Daarmede kwam practisch een
einde aan de heksenvervolging in deze streken.
Maar de wreedheid en hebzucht van Gottfried een weinig toepasselijke naam dunkt mij, plus
het feit, dat hij verantwoordelijk was voor de excessen van de hulpbisschop en vicaris Forner,
bezorgden hem een roep, die nu nog doorklinkt, wanneer er gesproken wordt over de
heksenvervolging in Duitsland.
Gottfried Johann Georg II Fuchs von Domheim was een kind van zijn tijd. Hij was een zwak
mens, gierig en eergierig, een man, die volgens de normen van de kerk, hoogstens zondigde
door overdrijving. Maar hij zal altijd bekend blijven als de Heksenbisschop van Bamberg.
K.N.
In de zomer van 1970 is de gezondheid van Karel van der Nagel niet al te best geweest.
Gelukkig herstelde hij betrekkelijk snel, en, plichtsgetrouw als hij altijd was, bleek dat er
niet erg veel vertraging in het programma was geweest. En in het 3e nummer van dat jaar
van het ODV-nieuws gaf hij eerst weer zijn “Kleine Prognose”.

Kleine prognose (1970-3)
“Ofschoon het in Nederland moeilijk is op langere termijn iets over het weer te voorspellen,
meen ik op grond van berekeningen het volgende weertype te mogen verwachten:
Juli: 15 tot 20 regenachtig, buien. 20 tot 26, mooi, warm, nachten vaak iets te koel, aan de
kust nevel. 27 t/m 31: zeer warm, maar vooral in het oosten van het land onweer en heftige
slagregens.
Augustus: 14 zeer warm, droog, 4 tot 12 regen en kans op zware stormen. 12-20, wisselvallig
weer, buien, normale temperaturen. 20-22 waarschijnlijk zeer mooi weer, 23 en 24 buien en
onweer, verder mooi en warm.
September: mooi, iets warmer dan normaal. 4-5 heftige en hinderlijke regens, 20-29 wat
buiig, maar het einde van deze mooie maand brengt zoveel hevige regenval in grote delen van
Europa, dat zelfs wateroverlast daar van zo hier en daar het gevolg zal zijn. In Nederland zal
dit echter vooral vanaf 4 oktober merkbaar zijn.
Oktober: regen tot de 8e, 9 tot 15 warm, maar op enkele plaatsen na, waarschijnlijk betrokken
hemel en zware mist in de nacht. 14, 15 en 16 brengen plaatselijk zeer mooi weer, maar het
geheel blijft onbetrouwbaar. 16-20: regen. 20-29 nog enkele mooie dagen, maar dan tot het
einde van de maand zeer mistig.
Algemeen: In augustus zal m.i. nogal wat onrust en verwarring ontstaan door gebeurtenissen
in het Oostblok. Dit heeft vooral in de USA gevolgen, die ongeveer een maand later
aanleidingen worden tot onlusten, voortkomende uit gevoerde buitenlandse politiek.
Misverstanden en dreigingen op internationaal vlak zijn in deze maand haast onvermijdelijk,
terwijl in vele landen een reeks financiële moeilijkheden in verband hiermede te verwachten is.
1 tot 3 augustus: vele branden, w.o. een gevaarlijke nabij Rotterdam. (Botlek?)
Rond 31 augustus verwacht ik enkele scheepsrampen, waarbij mogelijk een tanker. Ook het
verkeer langs de weg is gevaarlijk. Ongevallen, waarbij wagens met chemicaliën zijn
betrokken, kunnen onrust baren, vermoedelijk nabij Utrecht en Oss.
Rond 20 September verwacht ik rellen in verschillende steden. Hoe ongelooflijk het moge
schijnen, Den Haag lijkt mij een van de voornaamste plaatsen van onrust.
15 tot 17 oktober dreigen explosies en kortsluitingen. Het is mogelijk, dat een groter deel van
het land enige tijd van elektriciteit (of gas?) verstoken zal zijn, als gevolg van een dergelijke
explosie.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 47
Orde der Verdraagzamen

Kortom: dit kwartaal brengt vooral onrust door internationale ontwikkelingen, politiek zowel
als economisch. In deze periode zal waarschijnlijk het conflict Israël-Arabieren een nieuwe fase
bereiken. De plotselinge dood van een staatsman schijnt hiermee in verband te staan. Nixon
krijgt het heel moeilijk, De Jong, Luns eveneens. In vele gevallen zal de dreiging groter zijn
dan de uiteindelijke gevolgen. Kalm blijven lijkt mij dus het motto. Reken verder a.u.b. met
moeilijkheden in alle soorten van verkeer in augustusseptember.
Geluk hebben degenen, die op de volgende dagen geboren zijn, waarschijnlijk wel: 12-21 juni,
22 juni, 1 juli, 24 aug. 2 sept., 24 okt-1 nov., 22-31 dec., 20 feb. 1 maart.
Let u eens op het volgende: Geld, feesten, geschenken wachten rond 10 juli op degenen, die
geboren zijn op: 19-20.6, 20-22.8, 20.10, 17-18.12.
Reizen, geldzaken, afspraken zijn bijzonder gunstig rond einde juli, Indien u geboren bent op
20.6, 21-23.8, 24-25.10 of 18-21.12.
Voordeel en prettige belevingen door meerderen e.d. verwacht ik voor u rond 25 augustus,
wanneer u geboren bent op 21-23.6, 25.8, 26.10, 23-25.12.
Rond 10 September kunt u goed werken en krijgt u meevallers op verschillende gebieden,
wanneer u uw verjaardag viert op 27.6, 28.8, 26-28.10 en 24-26.12.
Dit alles is neergeschreven op 15 mei. Ik vermeld deze datum, omdat de verschillende
beelden, die ik zeer algemeen in deze prognose heb verwerkt, mogelijk reeds voor de gegeven
data kenbaar worden. Want nauwkeurig kun je al deze dingen nu eenmaal niet in de tijd
plaatsen. Ik verwacht bijvoorbeeld opvallend technisch nieuws in verband met de ruimtevaart
tegen het einde van de maand juli. Woorden als daadkracht, uithoudingsvermogen en
opzienbarende technische gegevens zullen daarbij wel vallen. Maar of ik de tijd goed heb
gezien? Afwachten is de boodschap. En dit geldt ook voor u wanneer u deze kleine prognose
leest.
Ik zie dit alles als een soort liefhebberij, een vorm van spel. Hoewel ik er van overtuigd ben,
dat de beelden, die ik heb, op de werkelijkheid gebaseerd zijn, weet ik, dat zij maar heel
moeilijk in een bepaalde tijd te plaatsen zijn.
Om toch bepaalde dagen en perioden te kunnen bepalen ent ik deze beelden dan op de
astrologische mogelijkheden. Vaak klopt het aardig, vaak ook helemaal niet en daarom hoop ik
maar, dat u deze rubriek niet al te ernstig neemt M.a.w.: wanneer ik mooi weer voorspel in
een bepaalde periode, moet u toch maar naar de Bilt luisteren, voor u zonder regenjas de deur
uitgaat. En zelfs als de Bilt mij gelijk geeft, heeft u nog de kans, een nat pak te halen.
Een ontboezeming, die misschien niet erg past in een prognose. Maar ik heb de indruk, dat
sommigen deze rubriek zien als meer dan zij wil zijn: een aardig en soms zelfs verbluffend
spel, waaraan u deel kunt nemen door eens na te gaan, wat er wel van uit komt. U kunt
natuurlijk ook noteren, wat er niet van uitkomt, maar dat lijkt mij een teveel aan kritiek voor
een speels rubriekje.”
K.N.
In hetzelfde nummer van het ODV-nieuws (1970-3) vervolgde Karel van der Nagel zijn
beschouwingen over de heksenjachten

Hekserij “Made In USA” (1970-3)
Er zijn in de loop der tijden heel wat verhalen en romans geschreven over de “heksen van
Salem” en menige lezer zal de indruk gekregen hebben, dat de heksenvervolging in Amerika
even zwaar heeft gewoed als in Europa. De feiten wijzen echter in een andere richting:
Het geheel van de onder aanklacht van hekserij ter-dood-gebrachten blijft onder de 50.
Deskundigen beweren zelfs, dat slechts 36 slachtoffers van de heksenwaan in dit werelddeel
tot de doodstraf zijn veroordeeld.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
48
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De meeste veroordelingen vonden plaats in de noordelijke staten. In het zuiden komen slecht
enkele processen voor en slecht in enkele gevallen veroordeelt men de aangeklaagden na een
z.g. wettig geleverd bewijs van hun verkeer met demonen, tot de doodstraf. In South-Carolina
werden b.v. in 1709 wel enkele personen wegens toverij bestraft, maar slecht twee personen
werden verbannen, de anderen kwamen er met boeten en kleine lijfstraffen af. In Maryland
werden in 1685 vijf personen aangeklaagd wegens hekserij. De oorzaak van de klacht was het
onverwacht overlijden van een man. De enige heks, die door de strop werd gedood, humaan
vergeleken bij de straffen die men elders aan heksen oplegde, was Rebecca Fowler. Zij zou de
patiënt kort voor diens dood een kruidendrank tegen een borstklacht gebracht hebben.
Getuigen verklaarden, dat zij kort voordien bedreigingen tegen het gezin van de man had
geuit. Opvallend is ook het feit, dat enkele aangeklaagden wegens hekserij niet alleen warden
vrijgesproken, maar op hun beurt een aanklacht wegens laster Indienden tegen hun
beschuldigers. Tenminste enkelen van hen hadden hiermede nog succes ook.
Indien u deze gegevens vergelijkt met hetgeen ik u een vorige maal voorlegde omtrent de
heksenvervolging in Bamberg, blijft van het denkbeeld, dat de heksenvervolging in Amerika
even fel is geweest als elders, maar weinig over. Dit betekent natuurlijk niet, dat men niet in
heksen geloofde. De rechter Nicolas Trott uit Charleston bewijst wel, dat tenminste in South-
Carolina wel degelijk aan heksen werd gedacht, toen hij in 1703 zijn juryleden als volgt
instrueerde: “Ik meen, dat dit alles ons een zuiver bewijs heeft gegeven van het bestaan van
verschijningen. De heksen hebben hierdoor de zaak van de godsdienst een goede dienst
bewezen, want als er wezens als heksen bestaan, dan zijn er ook zekerlijk geesten met wier
hulp en bij stand zij handelen, wat aantoont dat er een onzichtbare wereld van geesten
bestaat
Toch is er geen twijfel aan, dat heksen bestaan en ik meen, dat hun bestaan niet ontkend kan
worden, zonder gelijktijdig de H.Schrift en de waarheid daarvan te ontkennen of de zin van de
heilige boeken grovelijk te perverteren.
Het is geen wonder, dat de meeste heksenprocessen en veroordelingen plaats vonden in het
meer puriteinse noorden. Hier bestond in die dagen in bijna alle plaatsen een soort
theocratisch bestuur, daar predikanten en ouderlingen degenen waren, die de wet toepasten
en dit deden volgens hun eigen interpretaties van de Heilige Schrift.
Dit in aanmerking nemende is het een wonder, dat zoveel lichte straffen werden gegeven. In
Ipswich werd bijvoorbeeld John Bradstreet wegens “bewezen omgang met de duivel”
veroordeeld tot een boete van 20 shillings of een openbare tuchtiging met de zweep. In New
Hampshire werd een zekere Jane Hampshire in 1656 aangeklaagd, maar wegens goed gedrag
zonder meer in vrijheid gesteld. Dertien jaar later klaagde zij haar aanklagers op haar beurt
aan wegens onjuiste beschuldiging en kreeg een vergoeding van vijf pond toegewezen, plus
alle kosten van beide processen.
Van groot belang voor deze gematigde houding tegenover de heksen, die vooral in de ogen
van de vele Duitse en Zweedse emigranten uitgeroeid dienden te worden, lijkt mij wel de hou-
ding van de toenmalige intelligentsia. William Perm b.v. beval bij een heksenproces de jury het
onschuldig uit te spreken wegens een technische fout bij de aanklacht. Deze houding van de
gouverneur van Pennsylvania schijnt vele aanklagers er toe gebracht te hebben, zich nog eens
te bedenken. Dit proces uit 1684 is er waarschijnlijk verantwoordelijk voor, dat in deze staat,
die overigens geen afzonderlijke wetten tegen de hekserij kende, slechts 2 processen zijn
gevoerd van toen tot 1717, waarbij in beide gevallen alleen sprake was van vergoeding van
schade, door niet-natuurlijke middelen veroorzaakt.
Wie de processen tegen de heksen van Salem beziet, moet rekening houden met de
omstandigheden. Het jaar 1692 was voor New England verward en vaak rampzalig: er was
politieke onzekerheid, zodat Increase Mathers zelfs aan het hof van Engeland vertoefde om
enige duidelijkheid te brengen in het bestuur van de kolonie. De Fransen voerden hun oorlog
tegen het noorden, de indianen waren allen op het oorlogspad, waarbij velen van hen als
bondgenoten van de Fransen dood en verderf zaaiden in kleine nederzettingen. Piraten
brachten de handel ernstige schade toe, de winter was lang en streng, zodat de voorraden

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 49
Orde der Verdraagzamen

vaak te klein bleken. De belastingen werden tot een voor die tijd ondragelijk hoog peil
opgeschroefd door de oorlog. Bij dit alles voegde zich nog een epidemie van waterpokken.
Voor de puriteinen, overtuigd van hun eigen goedheid en vroomheid, redenerende volgens
evangelie en bijbel, was de enige verklaring voor al deze rampspoeden een ingrijpen van de
duivel.
In de bijbel wordt gesproken over bezetenheid en tovenarij, dus maakte men wetten
hiertegen. De overleveringen en berichten over hekserij en in Europa hebben hierbij op de
gedachtewereld van deze kolonisten ongetwijfeld grote invloed uitgeoefend.
De staat was in feite een theocratie, waarin de wetten door de verkondigers van “Het Woord”
werden voorgesteld en de door hen geëiste toepassing en uitleg van die wetten zonder meer
werd aangenomen als de enig juiste. Zo formuleerde men: elk verkeer met Satan is verraad
tegenover God en tegenover de kolonie.
Dit lijkt mij de oorzaak van een bijna wanhopige vervolging van heksen in een tijd, dat elders
de waanzin van de heksenangst en vervolging aan het afnemen was. Er zijn trouwens meer
eigenaardigheden.
Als een zekere William Baker bekend maakt, dat hij en andere heksen van plan zijn heel Salem
te vernietigen, te beginnen met het huis van de dominee, om de kerk te vernietigen en het rijk
van Satan op aarde te stichten, wordt hij zonder meer geloofd.
De directe oorzaak van alles was een dameskransje, dat door jonge, ongehuwde vrouwen werd
gehouden in het huis van de predikant Samuel Perrins. Zij luisterden vaak gezamenlijk naar
verhalen van de slaaf Tituba, die vertelde over geloof en gebruiken in het Caraïbische gebied.
Mogelijk sprak hij daarbij over voodoo.
Zeker is dat de dochters van Perrins, Abigail - 11 jaar en Elizabeth - 9 jaar oud, zo
opgewonden geraakten door deze verhalen, dat zij hysterische aanvallen kregen. Verder lijkt
het mij waarschijnlijk, dat deze beide dochters niet bepaald vriendelijk stonden tegenover hun
vader. Volgens de opvolger van Perrins, prediker Deodat Lawson, probeerde Abigail enkele
malen brand te stichten in de pastorie. Het gedrag van de meisjes, in die dagen reeds als
vrouwen beschouwd, was zodanig brutaal en eigenaardig, dat men aan bezetenheid dacht. De
oudste van het groepje was 19 jaar oud, de jongste 9.
Nu was er in 1688 in Boston een geval geweest van kinderen, die bezeten waren of zouden
geweest zijn. Hieraan was zoveel bekendheid gegeven, dat de gouverneur van Massachussets,
Hutchinson opmerkte: iemand moet deze kinderen in Salem over de Goodwin kinderen van
Boston verteld hebben, want zij gedragen zich precies, zo als dit in de verhalen werd
weergegeven.
Tot zover was alles nog kinderspel. Hadden de kinderen een katholieke opvoeding gehad, dan
zouden zij waarschijnlijk gezegd hebben de heilige maagd gezien te hebben en zou de USA nu
een bedevaartsoord rijker zijn. Zoals de zaken lagen, begonnen zich echter steeds meer
mensen met de zaak te bemoeien in negatieve zin. Predikanten constateerden, dat een
dergelijke bezetenheid aan hekserij te wijten moest zijn. Dus moesten er heksen zijn.
Een zekere John Proctor meende, dat een flink pak slaag de beste remedie was en voerde als
bewijs aan, dat Mary Warren, toen zij moest spinnen, een dergelijke aanval had gehad, maar
dat een dreiging haar een pak slaag met de riem te geven, onmiddellijk had geholpen. Pas
toen hij niet in huis was, kreeg zij weer aanvallen.
Anderen bemoeiden zich met de zaak en een spel, dat kennelijk begonnen was om van enkele
minder aangename werkjes af te komen, werd ernst. Waarschijnlijk om aan een harde
bestraffing te ontsnappen, verklaarden de kinderen, dat zij gekweld werden door “spoken”.
De vraag, wie daarvan dan wel de oorzaak zou zijn, werd waarschijnlijk nogal suggestief
gesteld.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
50
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Zeker is, dat de eersten, die werden aangeklaagd, mensen waren, die niet in aanzien waren en
weinig kansen hadden zich tegen de aanklacht te verdedigen. Titiba was een negerslaaf. Mary
Good was een bedelares, Sarah Osbome een kreupele vrouw, die voor de derde maal was
getrouwd en, naar men zeide, zeer licht van zeden was, Mary Coring, de vierde die werd
aangeklaagd, had een halfbloed zoon.
De rechters van Salem, Hawthorne en Corvin, geloofden vast in hekserij en duivelse invloed op
de aarde. Zij lieten de aangeklaagden dan ook gevangennemen en ondervragen. Tot op dat
ogenblik hadden de kinderen hun spel nog kunnen beëindigen, zonder dat er meer dan een
pak slaag voor hen aan vast had gezeten. Nu voelden zij wel, eigenlijk te ver te zijn gegaan en
wisten niets beters te doen, dan hun verklaringen te herhalen, ook toen zij oog in oog met de
beklaagden kwamen te staan. Hawthorne eiste dit van hen, daar hij zonder hun verklaringen in
persona meende, niet over voldoende bewijs te kunnen beschikken om tot een veroordeling
over te gaan. Enkele van de meisjes begonnen, zodra zij oog in oog stonden met een
beklaagde, te schreeuwen en zich te kronkelen. Later deden allen hier aan mee. Veroordeling
volgde.
Kennelijk werden de kinderen zich meer en meer bewust van de macht, die zij zo konden
uitoefenen. John Proctor, de man, die met een pak slaag alles wilde genezen, werd aange-
klaagd en op 16 augustus 1692 opgehangen.
Ouderen begonnen het spel mee te spelen. Wie de verslagen van de rechtszittingen naleest,
komt al snel tot de conclusie, dat de moeder van een van de meisjes, Ann Putman, in
meerdere gevallen de leiding heeft overgenomen, wanneer de kinderen in hun beschuldigingen
onzeker schenen te zijn. Zelf is zij aansprakelijk voor 10 aanklachten tegen rijkere en zeer
respectabele personen. Buren vertellen, dat deze laatste “leugenachtig en onbetrouwbaar” is,
terwijl zij eveneens opmerken, dat zij zeer haatdragend was, wanneer iemand haar haar zin
niet gaf.
Opvallend bij deze processen is wel, dat geen van degenen, die toegaven heksen te zijn, ter
dood werden gebracht. Vermoedelijk omdat in dit geval de kinderen niet tegen zo iemand
getuigden. Gehangen werden alleen degenen, die ontkenden of later de bekentenis terug
namen.
Hoe sterk de terreur was, die de meisjes met hun beschuldigingen uit konden oefenen, blijkt
overigens uit het volgende: De eerste aangeklaagden werden gevangengenomen door John
Willard, boer en deputy van de stad Salem. Hij had echter al gauw door, dat de werkelijke
schuldigen de meisjes in de getuigenbank waren. Toen het oordeel viel, riep hij luidkeels uit:
“We zouden hen op moeten hangen”, en wees naar de meisjes.
Willard begreep wel, dat dit niet zonder gevolgen zou blijven en vluchtte. 10 dagen later werd
hij opgepakt, beschuldigd door zes meisjes en mevr. Putman van 7 verschillende misdaden
door toverij - het hoogste aantal beschuldigingen tijdens de processen in Salem tegen een
enkele persoon uitgebracht - en op 19 augustus opgehangen.
De beschuldigingen omvatten steeds meer mensen en een steeds omvangrijker gebied. Waren
de eerste aangeklaagden allen mensen, die in of nabij Salem zelf woonden, nu zocht men ook
mensen uit andere buurten of dorpen. In Andover tekende de rechter Bradstreet ruim 40
arrestatiebevelen, voor hij, ziende wat er gebeurde, weigerde nog verdere medewerking te
verlenen.
Nu was de zaak ook niet bepaald mooi: beschuldigden dienden te betalen voor hun onderhoud
in de gevangenis, ook wanneer zij uiteindelijk vrijgesproken werden. Begenadiging kostte geld,
de vrijspraak eveneens. De kosten voor de beul en het gebruikte koord dienden door de
nabestaanden te worden voldaan. De zoon van Ann Forster moest £ 2.16 betalen, voor hij het
lijk van zijn moeder een begrafenis kon geven, voor het vrijgeven van het lijk van Sarah
Osborne werd £1.35 geëist.
Bekentenissen werden afgeperst door de mensen rond te binden: nek aan hielen, tot teveel
bloed uit de neus begon te lekken: kinderen van 7 jaar werden zonder meer als volwaardige

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 51
Orde der Verdraagzamen

getuigen toegelaten. De beklaagden werd alle bijstand van advocaten, wetkundigen enz.
geweigerd. Alles werd gedaan om een aangeklaagde ook schuldig te kunnen vinden..
Elizabeth Proctor en Abigail Faulkner kregen uitstel van het vonnis, daar zij zwanger waren.
Rechter Stoughton beval in 1693 de voltrekking van hun vonnis te samen met dat van 5
anderen, maar gouverneur Phips kwam tussenbeide en begenadigde allen. Toen de beide
dames echter vrij kwamen, moesten zij vaststellen, dat zij officieel als dood te boek stonden
en zo noch hun eigendommen, noch de hen toekomende erfenissen in handen konden krijgen.
De interventie van Phips was te danken aan een ommezwaai in de publieke opinie. Het begin
hiervan is te danken aan dominee Samuel Willard uit Boston. Tegen het einde van 1692
publiceerde hij een boek over heksen en heksenprocessen. Hij stele o.m. dat de daden van
heksen bewezen moesten worden door menselijk waarneembare feiten, zodat verschijningen
als onbetrouwbaar moesten worden beschouwd en een inspirane, zij het van God of de duivel,
zonder verdere voor een ieder constateerbare feiten, eveneens niet als bewijs mocht worden
aanvaard. Hij voegde hier aan toe, dat zelfs de bekentenis van een beklaagde lang niet altijd
een zuiver bewijs kon zijn, gezien de wijze, waarop dergelijke bekentenissen werden
afgedwongen.
Een nog vernietigender aanval deed Thomas Brattle uit Boston. Hij liet een zeer lange brief
circuleren, waarin hij o.m. zich afvroeg, waarom rechters bekentenissen, die kennelijk vol
tegenspraken en onjuistheden stonden, als overtuigend bewijs van schuld aanvaardden,
waarom men de getuigenissen van heksen als dienaren(essen) van de duivel tegen van
hekserijen beschuldigden aanvaardde. Hij maakte er bezwaar tegen, dat heksen, personen, die
als zodanig reeds veroordeeld waren, als getuigen moesten zweren in de naam van God. Wat
hij als sacrilege beschouwde; Hij vroeg zich af, waarom hooggeplaatste personen als b.v.
Margaret Thatcher, die de schoonmoeder was van rechter Corvin, niet vervolgd werden en
stelde vooral ook de voorname vraag: Waarom worden jonge kinderen door ijverige
volwassenen aangezet beschuldigingen uit te brengen, zelfs voor een rechtbank, terwijl zij de
betekenis van hetgeen zij zeggen, kennelijk in vele gevallen niet eens kunnen begrijpen?
Hij beëindigde zijn geschrift met de opmerking, dat de verhalen over heksensabbats, zwarte
missen, de doop van de duivel, waarover zowel door beschuldigers als beschuldigden zoveel
werd gesproken, kennelijk geen werkelijkheid waren, maar fantasieën, die men niet als
werkelijk kon behandelen en beschouwen, wanneer men maar enig verstand had.
De rechter probeerden deze argumenten te ontzenuwen door een boek hunnerzijds, dat
“wonderen van de onzichtbare wereld” heette. Maar de meisjes werden ontmaskerd en
daarmede kwam praktisch een einde aan de heksenvervolging in de USA.
K.N.
In het derde ODV-nummer van 1970 werd ook nog een brief van Karel gepubliceerd. Karel
schrijft:

Een brief aan de leden van de ODV (1970-3)
Beste vrienden,
Het spijt mij, dat ik U teleur heb gesteld en meerdere avonden op korte termijn moest doen
afgelasten. Ik bied U hierbij mijn verontschuldigingen aan voor alle overlast en teleurstelling
die U hierdoor ondervonden kunt hebben.
Zodra het maar even kan, zult U mij weer op het appel zien verschijnen, dat verzeker ik U.
Maar het beroep, dat ik uitoefen, brengt nu eenmaal bepaalde risico's met zich mede en het
lijkt mij onverantwoord verder te werken, wanneer ik niet zeker ben, dat dragelijke resultaten
behaald kunnen worden.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
52
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Bovendien voel ik, eerlijk gezegd, er niet veel voor door tegen een beter weten in doorzetten,
enige tijd in een zenuwinrichting terecht te komen. En gezien de schokken en spanningen van
de laatste tijd was het gevaar hiervoor zeker niet denkbeeldig.
Nu ik reeds enige tijd rust heb gehad - ik schrijf dit op 29 juni - zien de zaken er al weer heel
wat beter uit. Onvoorziene omstandigheden voorbehouden, meen ik dan ook het volgende
verenigingsjaar weer normaal te kunnen werken.
Ik wil hier meteen van de gelegenheid gebruik maken U te danken voor de blijken van
medeleven, die ik mocht ontvangen. Vergeef mij, wanneer ik op brieven, giften en andere
attenties niet al te snel reageer: ik kruip in een genoeglijk slakkengangetje door de dagen en
dan blijft er wel eens iets liggen.
Tussen haakjes: enkele leden deelden mij mee, dat zij mijn minder goede gezondheid
gedurende avonden hadden kunnen constateren aan mijn teint. Enkelen vertellen mij, dat ik
spierwit, anderen dat ik groen zag. Ik neem aan, dat de eerste groep het heeft over
vaststellingen, die in de winter zijn gemaakt, terwijl de tweede groep het over de lente heeft.
Hen wil ik hierbij mededelen, dat op het ogenblik mijn kleur een zomers bruin is.
Maar nu alle gekheid op een stokje: het spijt mij, dat de zaken zo zijn gelopen. Het was mij
liever geweest, wanneer U van dit alles weinig of niets gemerkt zou hebben. Ik heb gehandeld
volgens eigen ingevingen en stopte op het ogenblik, dat ik meende de zaak niet meer aan te
kunnen.
De overdreven verhalen over mijn gek geworden zijn, dodelijk ziek zijn enz. zijn sprookjes. Ik
kon eenvoudig niet meer en moest rust hebben om zo dadelijk weer verder te kunnen gaan.
Doe mij een genoegen en vraag degenen, die U dergelijke verhalen vertellen of verteld
hebben, hoe het met hun gezondheid staat. Want mogelijk hebben zij dan nog meer rust nodig
dan ondergetekende.
Ik hoop U allen in het nieuwe verenigingsjaar weer te zien in goede gezondheid en met een
vernieuwde interesse voor alles, wat er, zoals de voorzitter zo mooi pleegt te zeggen, gebracht
zal worden.
Veel vreugde, zon en geluk wordt U allen toegewenst door
Uw voorganger K.C. v.d. Nagel
Dit was dus Karel's brief aan de leden van de ODV, gepubliceerd in het 3e nummer van het
ODV-nieuws in 1970. 1970-4 is het nummer waarin ons medium zijn prognose over het jaar
1971 geeft

Prognose 1971 (1970-4)
Het jaar 1971 is een maanjaar. Wij kunnen dus een jaar verwachten van sterk wisselende
tendensen en plotseling optredende veranderingen. Geweld, ja, razernij kan bijna zeker
worden verwacht. Bij allerhande groepen, kringen en zelfs in het optreden van enkele landen.
Gezien het versnipperde karakter van de lopende tendensen moet echter, volgens mij, niet
worden gerekend op een derde wereldoorlog. Wel zullen waarschijnlijk natuurrampen over de
hele wereld ongewoon veel slachtoffers eisen.
Weertype: over het algemeen vochtiger dan normaal, merendeels kil. In de zomer kunnen
grote warmte en koude elkaar onverwacht afwisselen. De volgende tendensen treden m.i. op:
januari: koud tot zeer koud. Enige sneeuw, weinig wind.
februari: begint zacht, de eerste 10 dagen veel regen, daarna enige sneeuw en koud; vanaf 23
feb. tot 2 maart zeer strenge vorst waarschijnlijk.
maart: blijft koud tot de 20e, enige sneeuw, veel regen en storm. Daarna enkele mooie dagen,
echter met zeer harde wind.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 53
Orde der Verdraagzamen

april: mooie dagen rond de 10e en 22e, veel motregens, in het oosten van het land echter
enkele wolkbreuken.
mei: tot de 14e overheersend mooi en vooral in het begin ongewoon warm weer voor de tijd
van het jaar. Daarna regen en rond de 24e enkele zeer koude dagen; daarna weer mooi en
warmer.
juni: wisselvallig, maar mooi weer. Vaak veel zon, afgewisseld met onverwacht optredende
buien. In de morgen en de avond vaak veel mist.
juli: onbestendig en nevelig tot 7, daarna enige stormdagen, rond de 14e op vele plaatsen
zeer sterke regenval, verder mooi, ofschoon enkele nachten zeer koud zullen zijn.
augustus: eerste week zeer mooi, 4 regenachtige dagen, maar tussen 14 en 21 waarschijnlijk
zeer warm, zwoel, maar mooi. 21 tot 27 regen, daarna mooi.
September: mooie dagen tot 5, en weer van 18 tot 20. Verder regenachtig, enig laat onweer.
oktober: zeer onbestendig weer tot 20, daarna opeens invallende koude, aan het einde van de
maand mogelijk in het oosten van het land reeds ijzel.
november: koude maand, met echter van rond 5 tot 20 helder en zonnig weer. Veel mist.
Tegen het einde van de maand in enkele nachten nachtvorst.
december: veel regen, enige sneeuw rond de 20e. Het einde van de maand koud en zwaar
bewolkt, droefgeestig weer.
Conclusie: wie in eigen land met vakantie wil gaan, zal vooral in mei en tegen einde juli de
mooiste dagen kunnen treffen. Wat het buitenland betreft: het voorjaar in Spanje kon wel
eens tegen vallen, evenals in Zuid-Frankrijk en Italië. Ook moet u rekening houden met veel
aardverschuivingen in bergachtige streken, tot in Luxemburg toe, zodat dergelijke plaatsen in
voor en najaar vaak teleurstellingen met zich brengen. In alle zuidelijke landen kunt u verder
dit jaar rekenen op onverwachte stakingen, stiptheidsacties enz, enz. Indien u op reis gaat,
lijkt het mij daarom beter de ontwikkelingen in het gekozen land aandachtig te volgen en eerst
zo laat mogelijk te reserveren.
Algemeen: 1971 zou wel eens een aardbevingsjaar kunnen worden. Zonder vooruit te lopen op
de ernst van dergelijke bevingen, vrees ik toch, dat zowel zuid Azië, het Middellandse
zeegebied als Japan en zuid Amerika meerdere bevingen van grotere omvang en, wat Japan
betreft, van ongewoon lange duur, zullen registreren.
De sociale spanningen bereiken in vele landen een nieuw hoogtepunt. India zal grote
moeilijkheden op dit terrein kennen, terwijl rond Laos, Cambodja en Vietnam nieuwe geschillen
schijnen te ontstaan. Een hernieuwd ingrijpen van derden lijkt mij in dit gebied onvermijdelijk.
Het conflict tussen Rusland en China zal m.i. ook onverwacht, maar zeer heftig oplaaien en de
aanleiding worden tot militaire acties, die men geen oorlog zal noemen, maar die toch enkele
maanden zullen duren, waarschijnlijk vanaf mei tot eind September.
Kenmerkend zijn voor dit jaar ook opeens optredende storingen in de wereldhandel, het sterk
fluctueren van de prijzen van ruwe materialen enz. Munteenheden staan nog sterker onder
druk dan in het afgelopen jaar het geval was. Pogingen tot revaluatie en devaluatie hebben
echter niet de gewenste gevolgen. Zeer sterke inflatoire werkingen komen overal steeds weer
tot uiting.
Ten laatse brengt dit jaar een overvloed aan onverwachte veranderingen in de politiek. De
onverwachte val van regeringen, moordaanslagen, enkele malen met succes, op politieke
leiders kunnen de situatie van de ene dag op de andere doen veranderen.
Vele staten zullen met hun interne moeilijkheden in deze tijd geen raad weten en proberen de
spanningen in hun landen af te leiden naar buiten toe. Hierdoor zal er veel over
oorlogsdreigingen worden gesproken, zal men in meerdere landen een soort communistenjacht

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
54
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

op touw zetten en zullen vele verdragen worden opgezegd of waardeloos blijven. De kans is
groot, dat hieronder ook het nietaanvalspact valt, dat Rusland met verschillende landen wil
sluiten of reeds heeft gesloten.
Belangrijke dagen
10 februari tot 20 februari crisisverschijnselen op de geldmarkt. Politieke moeilijkheden in
Polen, Tsjecho-Slowakije en Italië, geweld in Frankrijk.
23 tot 26 februari: beurscrises, waarschijnlijk sterven in deze dagen enkele politieke figuren
van belang, o.m. in USA en DDR.
20 tot 30 juli: Conflict China Rusland in een nieuw stadium, rassenonlusten in Amerika.
6 augustus tot 8 augustus: demonstraties, maar mogelijk ook andere moeilijkheden in West-
Duitsland en rond west Berlijn.
Vanaf 28 juli tot 14 September: aardbevingen op vele plaatsen in de wereld. Ook zeebevingen
richten schade aan. In deze periode zult u ook kunnen zien, hoe regeringscrises zich in
verschillende landen aankondigen.
De landen hebben hun eigen tendensen.
NEDERLAND: in verhouding rustig, ondanks enkele stakingen en rellen. De beurs is
wisselvallig, de gulden zal waarschijnlijk niet of nauwelijks devalueren. Politiek kunnen onver-
wachte veranderingen en volte faces van partijen verwacht worden. De gezagscrisis neemt
toe. De spoorwegen zouden door staking b.v. enkele dagen praktisch stil kunnen komen te
liggen, groepen burgers verzetten zich in meerdere steden middels geweld en aanslagen op
installaties tegen hetgeen zij beschouwen als aangedaan onrecht. Toch blijft ook in de
komende jaren Nederland een van de rustigere oorden op deze wereld.
BELGIË: De politieke strijd tussen walen en Vlamingen laait opnieuw op en geeft aanleiding tot
geweld. De franc zal na juni 1971 in grote moeilijkheden verkeren en mogelijk aanmerkelijk in
waarde verminderen. Een val van de huidige regering en een versterking van de invloeden van
de huidige oppositie schijnen echter uiteindelijk geen werkelijke verandering te betekenen.
Ondanks onlusten, vermindering van werkgelegenheid enz. toch ook hier in verhouding tot
vele andere landen rustig.
WEST-DUITSLAND: evenals de Benelux spelen hier moeilijkheden bij im- en export een grote
rol. Belastingmaatregelen treffen vele kleinere ondernemers zodanig, dat zij hun bedrijven stil
dreigen te leggen. Grote bedrijven zien hun rendabiliteit teruglopen en daarmede hun
mogelijkheid zich door emissies van kapitaal te voorzien. Onder deze omstandigheden zullen
de studenten en links radicalen meer van zich laten horen dan in de afgelopen tijd. De
tegenstelling tussen de linkse en rechtse extremisten wordt duidelijker kenbaar door rellen
enz. In Westfalen dreigen enkele grote industrierampen, waarvan een door een explosie, die in
een nabijgelegen stad schade, paniek en slachtoffers maakt (Elberfeld?)
FRANKRIJK: Onlusten, stakingen, studentenrellen spelen een rol. De regering komt in
moeilijkheden en tracht middels het leger haar macht te handhaven. De munteenheid staat
onder zo sterke druk, dat een devaluatie bijna onvermijdelijk zal zijn. In de buitenlandse
politiek zal men zich vooral trachten te mengen in het arabisch-Israëlische geschil, echter m.i.
zonder veel resultaten. Enkele belangrijke staatslieden worden door ziekte of dood
uitgeschakeld.
USA: Interne moeilijkheden. Banken en grote concerns komen in moeilijkheden.
Natuurrampen zowel in het oosten als het westen spelen vooral in het voorjaar een belangrijke
rol. De beurs komt in moeilijkheden rond oktober, zodat de regering zal besluiten enkele
dagen de officiële effectenhandel stil te leggen. Rassen en klassenstrijd vinden een hoogtepunt
rond juni, juli; doden vallen, vernietigingen en plunderingen in vele steden begeleiden dit
verschijnsel. Enkele staten besluiten tegen de wil van het federale gouvernement eigen
maatregelen door te voeren. In de buitenlandse politiek boekt men wel enkele successen,
maar die worden thuis niet gewaardeerd. De bemoeiingen met Vietnam. Laos, Cambodja

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 55
Orde der Verdraagzamen

schijnen eerder toe dan af te nemen, ofschoon enige verschuiving van aspect hierbij mogelijk
is. Agnew of Nixon, mogelijk beiden, hebben problemen met hun gezondheid.
USSR: Moeilijkheden door het grotendeels mislukken van de oogst in 1971. Economische
moeilijkheden worden bemanteld door een opleven van het conflict met Peking. Vele
grensincidenten maar geen regelrechte oorlog. Moeilijkheden heeft men ook in het gebied rond
de Middellandse zee, waar men zijn invloed aan USA en Engeland, deels ook aan Maoisten
dreigt te verliezen. Vele vreemde diplomatieke manoeuvres schijnen hieruit voort te zullen
komen, maar volledige oorlog of uitgebreide krijgshandelingen onder inzet van eigen personeel
zal men vermijden. Enkele staatslieden worden vervangen of verdwijnen van het toneel om
andere redenen. Noot: er ontwikkelen zich hier symptomen, die herinneren aan de jaren 1912,
1914, de tijd dus dat de revolutie voorbereid werd. Ofschoon ik dit in de eerste 2 á 3 jaar niet
verwacht, zou toch een betrekkelijk onschuldige gebeurtenis reeds nu delen van de bevolking
in opstand kunnen brengen. Zo dit gebeurt, zal de regering waarschijnlijk met bruut geweld
haar macht willen handhaven en hierdoor het ontstaan van nieuwe raden en comités
bevorderen. Men zou daarna op elk ogenblik een werkelijke revolutie kunnen verwachten,
waarbij leger, vloot en luchtmacht voor een groot deel aan de kant van de opstandelingen
zullen vechten.
ROOD-CHINA: Ziekte en/of de dood van enkele der hogere functionarissen kan een
verandering in de gevolgde politieke lijn betekenen. Volgens mij brengt dit jaar moeilijkheden
en mogelijke dood voor Lin Piao, Mao zelf en Tsu En Lai. China zal de wereld en Rusland
bewijzen leveren van zijn vermogen atoomladingen middels raketten op grote afstand
nauwkeurig te plaatsen. Een militair geschil met Rusland komt mogelijk voort uit een poging
van de russen te interveniëren door het vernietigen van installaties. China zal eveneens
middels dreigingen en diplomatic zich een groter deel van de wereldhandel trachten toe te
eigenen. Hierbij zal men zowel de verschillende revoluties op de wereld steunen, als ook
gebruik maken van de crisisverschijnselen in vele landen. Nieuwe opstanden van studenten en
werkers worden met grote wreedheid onderdrukt. Hierdoor zullen bandieten weer in de
westelijke delen van het land en in Tibet gaan opereren en tijdelijk vaak grote successen
boeken. Het bewind komt ondanks dit alles echter niet ten val, maar verstevigt de positie van
de partij aanmerkelijk.
AFRIKA: een zeer onrustig jaar met zowel vele revoluties, slachtpartijen als natuurrampen.
ISRAËL krijgt met grote interne verdeeldheid te maken, terwijl de problemen naar buiten toe
niet tot een oplossing komen. Enige malen zal het m.i. er hard op lijken, dat het voortbestaan
van Israël als zelfstandige staat in gevaar komt. Uiteindelijk zal men in 1971 het nog maar net
en ten koste van grote offers kunnen houden.
ARABISCHE STATEN: de economische crisis voert hier in steeds meer landen tot een politieke
crisis. Geweld en extremisme binnen verschillende staten nemen steeds meer toe. Slechts
enkele grote natuurrampen brengen in het tweede deel van het jaar hierin tijdelijk enige
verbetering. Staatshoofden beseffen, dat zij er beter aan zouden doen met Israël tot een
overeen komst te komen, maar durven dit kennelijk niet aan.
AZIË: India in grote moeilijkheden door opstanden, ook verder onrustig, politieke moorden en
aanslagen, natuurrampen,
ZUID- EN MIDDEN-AMERIKA: vele revoluties, politieke moorden, terreur. Natuurrampen spelen
een rol, hongersnood in sommige landen kan de aanleiding vormen tot opstanden van grote
omvang.
De komende drie maanden:
Oktober 10, 31 : nogal rustig, nadruk op de huiselijke sfeer. Erger en gevaren: 20, 21, 30 door
eigen nervositeit.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
56
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

November: vooral de eerste 10 dagen actief voor zaken en geld. Gevaar voor misleiding en
bedrog bestaat echter, ook nieuws zal enkele malen als onjuist worden betiteld, canards
worden in de wereld gebracht Eigen impulsen zijn gevaarlijk rond 6 en 23 november.
December: wisselvallig. Teleurstellingen blijven niet uit, vooral rond 10, 15 en 21. Oudejaar
wordt zeer roerig, en brengt waarschijnlijk op vele plaatsen geweld en rellen met zich.
Goede dagen:
1 en 4 november: zaken en samenwerking. 8 en 10 november: liefde, meevallers en kleine
successen. Het voorgaande is bijzonder merkbaar voor degenen, die geboren zijn tussen 4-
8.1, 5-9.3, 7-10.7 en 7-12.11.
Voorgaande prognoses warden berekend tussen 27 augustus en 12 September 1970.
K.N.
1971-1 is het volgende nummer, waarin ons medium weer wat schrijft. Zoals gewoonlijk
eerst weer de:

Verwachtingen voor de periode 15.1 - 15.4 (1971-1)
Al hebben technische storingen rond de 4e jan. enkelen onder u wat ergernis bezorgd, toch zal
deze maand voor de meeste niet onaangenaam zijn.
Rond de 27e moet u echter heel voorzichtig zijn met alles, wat met vloeistoffen en chemicaliën
te doen heeft. Daarmede zullen nogal wat ongelukken gebeuren in deze tijd. In dezelfde
periode moet u helaas ook rekenen met slecht nieuws van velerlei aard en mogelijk grotere
technische storingen.
Februari is een vreemde maand. Terwijl de persoonlijke tendensen zeker niet onvriendelijk
kunnen worden genoemd, ziet het er naar uit, dat rond de 10e en de 27e grote politieke en
economische spanningen optreden. Rond de 10e verwacht ik o.m. moeilijkheden in Duitsland,
Polen, Tsjecho-Slowakije, Frankrijk en Italië.
Een rond de 25e optredend aspect veroorzaakt ziekte en dood van enkele belangrijke politieke
en financieel personen. Dit zal m.i. verantwoordelijk zijn voor de economische moeilijkheden,
die rond de 27e voor enige tijd de hele wereld bedreigen.
De eerste decade van maart wordt door de economische en politieke veranderingen geheel
beheerst. De eerste 3 dagen schijnen aanleiding tot processen - rechtszaken , die het verdere
jaar kunnen beheersen.
De 10e tot 15e verwacht ik verschillende rampen, zowel op verkeersgebied als ook
natuurrampen. Vooral Zuid-Europa lijkt mij hierbij betrokken te zijn, maar ook Nederland zal
hierbij betrokken worden, mogelijk door lozing van chemicaliën of iets dergelijks. Ook een
luchtvaartongeluk nabij of op Schiphol lijkt mij waarschijnlijk, al ben ik van de plaats niet
geheel zeker. Ook de 18e tot de 20e zijn onaangenaam. Ik verwacht o.m. meerdere branden
of explosies als gevolg van een niet functioneren van technische beveiligingen. In Zuid-
Amerika is nu een geheel onverwachte ontwikkeling waarschijnlijk.
De verdere maand lijkt nogal rustig te verlopen voor mensen die niet te veel risico’s nemen.
Overschat uzelf niet aan het einde van deze maand, want de gevolgen daarvan zijn vaak zeer
ernstig.
APRIL zet de eerste dagen de tendens van februarimaart nog voort. De eerste 3 dagen gevaar
voor stakingen en branden. De verdere maand is echter gunstiger. Alleen dient u rond de 10e
wel te waken voor vergeetachtigheid.
Mei schijnt een maand vol erotiek te worden. Dit zal wel tot enkele schandalen voeren, die de
nodige publiciteit krijgen. Wie zich echter weet te beheersen en geen strijd met anderen zoekt,
of zich - ongevraagd mogelijk - in de geschillen van anderen mengt, zal waarschijnlijk op
persoonlijk vlak heel wat kunnen bereiken. Denkt u er de 16e en 17e aan, dat het wegverkeer
buitengewoon gevaarlijk is, dat onverantwoordelijke manoeuvres van anderen ook u in gevaar

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 57
Orde der Verdraagzamen

zullen brengen. En in de nacht van 16 op 17 zouden dronken automobilisten wel eens grotere
ongelukken kunnen veroorzaken. Houdt daarmede liever maar rekening.
Laat u door dit alles niet al te veel tot pessimisme verleiden. Er zal dit kwartaal zeker heel wat
gebeuren, maar de kans dat uzelf hierbij persoonlijk betrokken bent, is tamelijk klein.
Een bekend astroloog spreekt over 1971 als het jaar, waarin de mensheid door een duistere
grot moet trekken. Mogelijk zal men later dit denkbeeld wel beamen. Maar wie zorgt, dat hij
een lamp bij zich heeft, hoeft zich van het duister niet al te veel aan te trekken, nietwaar?
Op extra meevallers kunnen de volgende personen rekenen: 20 tot 16 januari: geluk in zaken,
spel, contracten voor degene, die geboren is op 20-21.1, 22-23.3, 22-23.7, 25-26.9, 23-24.12
en iets bescheidener ook degene, die geboren werd rond 25.11.
Op 1 februari meevallers, maar ook daarbij vaak teleurstelling voor degene, die geboren is op
22-23.1 en 27-28.9.
8, 9 maart meevallertjes, indien u geboren bent 24-25.3 of 25-29.11.
9-11 mei brengt resultaten in het werk en gunstige beslissingen, wanneer u geboren werd 22-
23.1. of 25-26.11.
Kleine prognoses: januari brengt veel mooi weer, maar is veel te koud, februari brengt veel
bewolking en een gevaarlijke storm op de 9e. In maart valt nog aardig wat sneeuw, vooral in
het oosten van het land, maar eindigt met harde regens.
April brengt al enkele mooie dagen, maar mei maakt het nog bonter: in de eerste decade
vallen meerdere zomerse dagen, zodat u dan al weer kunt zonnebaden.
Stakingen in de Randstad maken het leven waarschijnlijk moeilijker. Langzaamaan acties van
ambtenaren e.d. lijken m.i. vooral einde februari en in maart voor verrassingen te zorgen.
Kort achtereen explosies en/of branden in de Antwerpse haven en in het Botlekgebied brengen
heel wat discussies op gang. Zij vinden waarschijnlijk reeds in januari plaats.
Een z.g. wonder of verschijning in Zuid-Italië rond half maart brengt onrust. In dezelfde
periode vertonen enkele vulkanen, waaronder waarschijnlijk ook de Etna en mogelijk zelfs de
Stromboli, verhoogde activiteit.
Vele mensen zullen proberen hun problemen met geweld op te lossen. Er zijn drama’s te over
bij, maar een voorval in de binnenstad van Amsterdam rond 27 februari is zo humoristisch in
zijn gevolgen, dat het de wereldpers haalt.
En hiermede eindig ik het driemaandelijkse overzichtje, dat ik voor u opstelde op 8,9 en 10
december. Ik zou wel graag weer eens van u, lezers (essen) horen, of u nog verder prijs stelt
op deze rubriek en deze vorm. En als u een voorstel hebt voor een alternatieve prognose of
zo: ik ben in voor dergelijke veranderingen.
K.N.
In hetzelfde nummer (1971-1) van het ODV-nieuws schreef Karel v.d. Nagel het volgende
stukje:

Medium op hol (1971-1)
Als medium moet je soms een diplomaat zijn, of je wilt of niet. Soms heb je er behoefte aan
dit een even te vergeten. Je wilt gewoon jezelf zijn, gewoon als normaal mens met anderen
spreken. Binnen de Orde is dat gelukkig meestal wel mogelijk. Elders heeft men echter
verwachtingen, waaraan je op zo een ogenblik niet kunt beantwoorden. En voor je het weet,
slaat je tong op hol.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
58
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wanneer ik enkele herinneringen van deze aard ophaal, tracht ik hiermede niet alleen u enkele
leuke of vreemde situaties voor te leggen, maar mede duidelijk te maken, hoe je je als
medium soms kunt voelen.
Natuurlijk ben je de ene avond niet zo moe als de andere. Al dan niet een lange reis maken,
het aantal avonden, dat je tevoren hebt gegeven, ja, zelfs het weer en je eigen stemming
hebben hierop invloed.
Ik wil maar zeggen, dat je lang niet altijd met evenveel vreugde de verhalen enz. aanhoort,
die je soms na afloop a.h.w. worden opgedrongen.
Het is mij zelfs overkomen, dat ik moe en popelende om naar het station te gaan, door een
oudere heer bij de jas werd vastgehouden, omdat hij zijn gemoed tegen mij meende te
moeten luchten. De man was opgewonden, omdat hij op deze avond een antwoord op een
voor hem zeer belangrijke zaak meende ontvangen te hebben.
In zijn opwinding besprenkelde hij mij bij elke sisklank met enkele druppels speeksel. Toen hij
al sissende een vijfde maal aan zijn probleem beginnen wilde, heb ik maar gezegd, dat de
geest al lang naar huis was en dat “t mijn tijd ook werd om weg te gaan, want in tegenstelling
tot de geest moest ik nog een trein halen.
Zo dit al niet bepaald diplomatiek was, maakte ik het nog erger door aan een bestuurslid van
de vereniging, dat mij per auto naar de trein bracht te zeggen, dat de man, die mij zolang had
opgehouden geen medium, maar een psychiater nodig had. Helaas had ik niet opgemerkt, dat
de bestuursleden geen poging deden mij te ontzetten, ofschoon zij wel degelijk wisten dat ik
haast had.
De man was vice-voorzitter en geldelijk voor de vereniging van het grootste belang. Ik weet
niet of mijn opmerkingen aan hem zijn overgebracht, maar het heeft vele jaren geduurd, voor
ik door deze vereniging weer werd uitgenodigd, ofschoon leden van deze groep langere tijd de
bijeenkomsten van de Orde in een andere plaats bezochten en meerderen van hen zelfs lid zijn
geworden.
Het feit dat mensen raad vragen, of hun gemoed eens willen luchten, moet je als medium
aanvaarden. Je ontkomt hieraan nu eenmaal niet. Toch vraag ik mij wel eens af, of een medi-
um in de ogen van vele mensen nu werkelijk een soort compendium is, waarin sociale werker,
dokter, advocaat en psychiater zijn samengeperst tot de ideale geestelijke leider.
Even irritant als de overschatting van je mogelijkheden en bekwaamheden is ongetwijfeld een
groot deel van de “Ik ook” mensen. U kent het type wel: wanneer u vertelt dat u een operatie
hebt gehad, hebben zij er wel een of meer, in details beschreven en uitgewerkt met alle
doktersverklaringen, fouten, die de verpleegsters gemaakt zouden hebben en de reacties van
de hele wereld op het ontstellende gebeuren.
Wanneer een avond ten einde is en je, wat moe, een ogenblik adem wilt scheppen zonder
verdere geestelijke complicaties, sluipen of stormen zij op je af. Deze soort irritaties komt in
twee duidelijk onderscheiden vormen voor:
De eerste soort wacht nauwelijks tot je je positieven bij elkaar hebt en, een ieder opzij
dringende en kreten uitstotende als “broeder, luister u eens....” of “hartelijk dank voor deze
mooie avond (langdurige, soms kleffe handdruk). Ik zelf ben ook….“
De 2e soort - die mij dan toch nog sympathieker is, pleegt te wachten, tot anderen je
aangesproken hebben. Voorzichtig en als bij ongeluk komen zij vlak bij je en mengen zich
diplomatiek in het gesprek, dat dan al snel terechtkomt op het paranormale vlak. En dan komt
het:” toen u zojuist in trance ging, zag ik bij u....” “ Vermoeit u dit nu niet? Wanneer ik zelf wel
eens … “
Meestal sta je dergelijke mensen even te woord om opeens te ontdekken, dat je nog iemand
anders moet spreken. Daar slechts weinigen van hen tot het pakvast en houdt vast type
behoren, pleegt dit voldoende te zijn. Maar soms kom je van de regen in de drup: nr. 1 is net

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 59
Orde der Verdraagzamen

beleefd afgewimpeld en nummers 2 en 3 staan al klaar om de conversatie te verrijken met hun
ervaringen. Tja, dan slaat de tong van een zwaar beproefd medium wel eens op hol.
Men neemt je kwalijk, dat je dan wel eens met gekke opmerkingen e.d. op de proppen komt.
Maar ik wil in dergelijke gevallen toch voor wettige zelfverdediging pleiten. Om u enkele
voorbeelden te geven:
Dame: “U zat de gehele avond in een bijzonder mooi licht....” Medium, dat al meerdere
waarneming te slikken heeft gekregen en eerlijk gezegd meer belangstelling heeft voor de
mogelijkheid een kopje koffie te verschalken: “Ik werk niet eens voor Philips.” Dame zwijgt
beledigd en vertelt later, dat door een dergelijk medium toch werkelijk geen hoge geesten
door kunnen komen. “Ik heb met hem gesproken, maar het is een zo oppervlakkig mens, dat
het vast alleen maar aardgebonden geesten zijn, die doorkomen.”
Een ander voorbeeld: Dame:” Ik zag achter u een oud heertje, u weet wel...” Medium: “Met
een ouderwetse zwarte jas?” Dame: “Ja. Hij droeg een gestreepte pantalon.” Medium:” En met
een klein wit puntbaardje.” Dame, nu enthousiast: “Ja, ja. Heeft men u deze geest al eerder
beschreven? Kent u hem misschien?” Medium: “Neen. Ik ken hem niet en heb nog nooit van
hem gehoord.” Tableau. Intelligente dames voelen zich genomen en worden boos, dommere
vragen zich af of het medium dan nog bovendien zeer helderziend is.
Ander voorbeeld: Heer: “Ik zelf ben mediamiek. Denkt u, dat uw controle dat gemerkt heeft?”
Medium: “Zeker weet ik dat natuurlijk niet. Maar toen ik terug kwam, keek hij wel heel vies.”
Wanneer ik deze herinneringen neerschrijf, krijg ik het gevoel dat ik hier eigenlijk beter als
titel boven had kunnen zetten: “Hoe word ik impopulair en maak ik mij snel vele vijanden”.
Want heel wat mensen nemen je dergelijke opmerkingen kennelijk heel erg kwalijk. Maar juist
in de tijd, dat je eigenlijk nog niet helemaal bijgetrokken bent, zeg je dergelijke dingen steeds
weer, voor je beseft, dat anderen dit wel eens minder geestig zouden vinden.
Zo vernam ik eens van derden, dat een zeer hooggeestelijk en dodelijk ernstig heer zich bij
zijn vrienden over mij had beklaagd. “Wanneer je met hem wilt spreken over geestelijke
dingen, haalt hij Sam en Moos er bij en maakt er een grap van.” U begrijpt, dat ik dat niet op
mij heb laten zitten. De eerst volgende keer, dat de man weer tegen mij begon, heb ik alleen
moppen verteld over Izaak en Aaron. In de praktijk blijkt overigens, dat de esoterische heren
met een ernstige boodschap moeilijker te ontmoedigen zijn, dan soortgelijke dames. Bij de
dames blijkt een wat schuine mop vaak voldoende te zijn, maar de heren houden het vaak vol,
tot je de halve Max Tailleur tegen hen geciteerd hebt.
Vooral in het begin van mijn loopbaan als medium had ik ook veel last van mensen die gratis
adviezen proberen te krijgen. De pauze is nog niet aangebroken, of zij plukken uit tassen en
portefeuilles foto's en vele brieven te voorschijn. Met een geheimzinnig gezicht trekken ze je
aan de arm uit het gewoel, duwen je hun relikwieën in de hand en vragen ; “Zoudt u niet even
voor mij willen zien of.....”
Ik herinner mij - uit een ver verleden - een dame, die mij liefst zes foto's voorlegde met de
opmerking: “Dit zijn foto's van vrienden van mij. Wie van hen zou ik het beste kunnen
trouwen?” Ik had wat de pee in, keek haar streng aan en sprak plechtig:” U kent hen allen al
langere tijd en bent met alle zes zeer intiem geweest.”
Nou, dat was zo, gaf ze toe en leek mij een ogenblik te aarzelen tussen een blos en eerbied
voor mijn kennelijk toch wel zeer helderziende blik. “En wanneer u dan nog niet weet, wie voor
u de beste uitverkorene is”, vervolgde ik strenger, “kunt u toch niet van mij verwachten, dat ik
zal zeggen, wie u moet kiezen.”
De dame in kwestie bloosde, graaide haar fotogalerij bij elkaar en verdween uit mijn leven en
uit de Orde. In die tijd werkte ik nog voor eigen rekening en de opbrengsten waren niet
bepaald daverend. Toch heb ik het verlies van deze “klant” niet bepaald betreurd.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
60
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Nu zit ik reeds meer dan 20 jaren in het vak en heb geleerd wat diplomatieker te werk te gaan
bij het afwimpelen van vragen en mij niet passende kontakten. Maar wanneer de spanning te
groot wordt, betrap ik mijzelf nog steeds op dergelijke minder passende reacties.
Ik wil hier onmiddellijk aan toevoegen, dat binnen de Orde gevallen als genoemd weinig of niet
voorkomen. En wanneer iemand mij eens vraagt, wanneer volgens mij de beste tijd van het
jaar voor de vakantie zal aanbreken, zal ik er heus een zo goed mogelijk antwoord op geven.
Natuurlijk zijn er altijd weer nieuwelingen, die bijna altijd weer dezelfde vragen stellen. Maar
daarvoor heb ik gewoon standaardantwoorden klaar. Dergelijke vragen komen overeen met
het drukken op een knop; de antwoorden komen automatisch en zonder enige inspanning van
mijn kant naar buiten rollen. Ook hiervan enkele voorbeelden:
“Ik vond uw lezing erg interessant, maar om eerlijk te zijn kan ik niet zomaar geloven, dat dit
werkelijk geesten waren, die door u spraken.” Standaard antwoord nr. 6: “U zegt hiermede
eigenlijk, dat ik een oplichter ben. Voor mij mag dat, wanneer u tenminste toegeeft, dat ik een
goede ben.”
“U weet kennelijk heel veel. Maar al heb ik bewondering voor uw capaciteiten, zo meen ik toch,
dat u het zelf bent.” Antwoord nr. 7: “Ik verdien hiermede niet zoveel. Als u dus iemand weet,
die mij wil betalen volgens de capaciteiten, die u vanavond hebt geconstateerd, zou ik graag
voor hem werken. Maar wel graag met een onopzegbaar contract voor een paar jaar.”
“Hoe bent u hier eigenlijk toe gekomen?” Standaard antwoord nr. 1: “Toen wij ons met enige
vrienden verveelden, probeerden wij eens iets met kruis en bord. Een deskundige beweerde
toen, dat ik medium was. Uiteindelijk heeft hij gelijk gekregen...” (De lengte van dit antwoord
varieert naar gelang de beschikbare tijd en het mij al dan niet sympathiek zijn van de vrager).
“Vermoeit dit u niet?” Standaard antwoord nr. 3: “Zeker, maar het is mijn werk. Als je er naar
leeft, valt het best mee, maar u moet begrijpen, dat ik per jaar gemiddeld meer dan 200
seances heb.”
Maar zelfs al heb je dergelijke standaardantwoorden klaar, toch zijn er mensen, die je met hun
vragen zozeer kunnen prikkelen, dat je gekke antwoorden gaat geven. Zo heb ik iemand, die
mij erg streng verhoorde, eens gezegd, dat ik medium was geworden om eens wat anders te
doen te hebben. Een ander vertelde ik, dat iedereen een controle had, dus dat ik er ook wel
een zou hebben, maar dat ik er gelukkig geen last van had.
Iemand die in alle ernst wou weten, of ik een ingewijde was, kreeg te horen, dat ik er
voorlopig al mee tevreden was, in te zijn. Voor wijding voelde ik niet zoveel.
Een oud en ernstig heer wilde mij er van overtuigen dat alles, wat ik naar voren breng in
trance, stamt uit mijn vroegere incarnaties. “kan”, antwoordde ik, “maar ik moet wel slecht
geweest zijn, want anders zou ik in dit leven niet zoveel vervelende mensen ontmoeten.”
Waarop het gesprek stokte. Daar de man later nog meerdere malen op zijn stokpaardje bij mij
aan kwam praten, neem ik aan, dat de portee van dit antwoord hem ontgaan is. Mogelijk een
gevolg van vroegere incarnaties.
Met al deze verhalen hoop ik duidelijk gemaakt te hebben, dat je als medium soms heel wat
bijkomstige vermoeienissen moet verwerken. En wanneer je al moe bent, is je dat wel eens te
veel. Dan barst je los, dan slaat je tong en zelfs je rede eenvoudig op hol.
Een medium dat werken moet in een omgeving, die het niet kent, voor mensen, die het niet
kent, staat altijd onder hoogspanning. Wanneer er in een bijeenkomst enkele elkander vijandig
gezinde groepjes in de zaak zijn, kan dit je doodmoe maken. Wanneer tijdens of kort na een
seance onweer optreedt, kunt u er wel zeker van zijn, dat het medium meer kracht dan
normaal verloren heeft, zodat er een langere tijd nodig is, om weer een normaal peil te
bereiken.
Deze en dergelijke omstandigheden spelen een rol bij de reacties, die je kort na de seance zult
vertonen. De veel voorkomende opvatting, dat een medium geen krachten zal verbruiken

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 61
Orde der Verdraagzamen

tijdens een seance, of deze onmiddellijk terug zal krijgen van de geest, is, volgens mijn
ervaringen, niet bepaald juist.
Je krijgt inderdaad wel een compensatie voor de kracht, die tijdens de seance verbruikt wordt,
maar het is en blijft altijd weer de vraag, of, en in welke mate je deze zelf op kunt nemen.
Bovendien leert de praktijk, dat je bij een veelvuldig seanceren elke keer iets minder terug
krijgt, dan je hebt gegeven. Pas een rust van meerdere dagen geeft je dan de kans weer tot
het normale peil terug te komen. De tijd, die je hiervoor nodig hebt, is afhankelijk van het
aantal seances, dat kort opeen gegeven werd, de omstandigheden, waaronder geseanceerd
werd en, last but not least, je eigen mentale en lichamelijke conditie.
Wanneer een medium zich dus eens wat eigenaardig gedraagt, of wat vreemde of hatelijke
antwoorden geeft, moet u maar denken: Niet op reageren, Lena, het is alleen maar een medi-
um, dat tijdelijk op hol is geslagen.
Indien u interesse hebt in verdere uitwijdingen over de belevenissen en reacties van een
medium, zo zult u dit hopelijk aan de redactie laten weten. Want in dat geval zijn er nog wel
meer facetten van het medium zijn, waarover ik u het een en ander kan vertellen.
K. N.
We hebben nu het ODV-nummer 1971-2 voor ons. En we zetten neer, wat ons medium, ene
Karel van der Nagel, toen in dat nummer liet lezen:

Kleine prognoses (1971-2)
Deze maal zou ik graag beginnen met enkele citaten uit de prognose voor 1971, die eind
augustus en begin September door mij berekend werd. Zij verscheen in nr. 4, 1970 van dit
blad.
Over het weer schreef ik toen: januari, koud tot zeer koud, enige sneeuw, weinig wind.
Februari: begint zacht, de eerste decade veel regen, daarna sneeuw en kouder; van 23 feb. tot
2 maart strenge vorst waarschijnlijk. Maart: blijft koud tot de 20e met enige sneeuw, veel
regen en storm. Daarna enkele mooie dagen, echter met harde winden. April: mooie dagen
rond de 10e en 22e, veel motregens, in het oosten van het land echter waarschijnlijk
wolkbreuken.
Naar mijn bescheiden mening is deze prognose redelijk goed te noemen, zeker daar zij ruim 5
maanden tevoren werd berekend. Eveneens juist was mijn interpretatie van de ontwikkelingen
in februari, zij het, dat de data wat verschoven blijken te zijn: politieke moeilijkheden in Polen
en Italië waren er inderdaad, in ruime mate zelfs. Over politieke moeilijkheden in Tsjecho-
Slowakije heb ik echter niets gehoord.
Foutief was de interpretatie van de ontwikkelingen rond het einde van februari: wel bleken
vele bedrijven in moeilijkheden te verkeren, werden faillissementen bekend en kondigden
meerdere bedrijven werktijdverkortingen of personeelsafstoting aan, maar van een beurscrisis
was geen sprake. Ook van de dood van politiek belangrijke figuren in USA en DDR hoorde ik
niets.
Dat ik u hieraan herinner, heeft zijn redenen: Steeds weer ontdek je, dat sommige mensen in
de mening verkeren, dat alles, wat wordt gezegd, geheel en te allen tijde uit zal komen. Het
voorgaande bewijst wel, dat hiervan geen sprake is. Ik bereken waarschijnlijkheden en
interpreteer dezen zo goed mogelijk. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat elke interpretatie
geheel juist is.
Beschouw dus de volgende kleine prognoses a.u.b. als een spel, dat ik speel, een spel waarin u
mee kunt doen, door eens na te gaan, in hoeverre mijn interpretaties juist zijn.
En wanneer ik volgens u het zeer juist heb gedaan, of grote vergissingen heb gemaakt, moogt
u mij dit rustig eens zeggen of schrijven. Maar nu mijn visie op de volgende 3 maanden;

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
62
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het weer:
April: 19: veel wind, betrokken, buien; 10, 11, 12 mooi en zeer warm voor de tijd van het
jaar, gevolgd door slagregens tot de 15e. Tot de 22e koud, ruw weer, dat tot de 25e mooi,
maar veel wind. Vervolgens tot het einde van de maand regen.
Mei: de eerste decade zeer warm, mooie dagen als in hoogzomer, maar mogelijk onweer. Aan
de kust veel nevel. 914: regen. 15: mooi, warm. Daarna plotselinge omslag en veel kouder
met veel regen tot de 29e. In deze dagen kan hier en daar nog sneeuw vallen en treedt in het
oosten nachtvorst op. 3031 warm, mooi.
Juni: begint warm en mooi, 3-6 veel mist. 6-7 harde zware regens met veel wind, tot de 27e:
mooi, warm, vaak zeer zonnig weer met onverwachte regenbuitjes, 27-30 regen, koude
nachten.
Juli: eerste 5 dagen veel mist, regenachtig, 5 tot 13 betrokken weer met zonnige perioden,
wat koud voor de tijd van het jaar. Aan het einde van deze periode zware regenval, die hier en
daar veel overlast zal veroorzaken, gevolgd door zwoel, warm weer tot het einde van de
maand.
Algemeen:
Het begin van april brengt m.i. nogal wat onrust, die de verdere maand wel eens zou kunnen
kentekenen. Ik verwacht moeilijkheden in het Midden-Oosten, zowel tussen Israël en de
Arabische staten, als in India en Pakistan. Rond de 3e zullen eveneens reeksen ongelukken en
branden plaats vinden, die belangrijke gevolgen kunnen hebben. Ruzies en rellen verwacht ik
tussen 24 en 27 april, waarbij vooral in Frankrijk en België enig geweld zal gepleegd zal
worden.
De politieke ontwikkelingen aan het einde van de maand lijken mij vele verrassingen te
bergen, waarbij mogelijk de stembusuitslag een rol speelt. Ik verwacht in ieder geval zowel
rond DS '70 als de KVP onverwachte uitslagen.
Mei lijkt mij een betrekkelijk rustige maand te worden, ofschoon in het begin van de maand
door halsstarrigheid nogal wat conflicten schijnen te dreigen. Zondag 23 lijkt mij gevaarlijk
voor weggebruikers. Ook in de motorsport zullen m.i. wel enige ongevallen het nieuws
bereiken.
Juni begint eveneens rustig, ofschoon een tendens tot zenuwachtigheid en onbeslotenheid
werkzaam is, die rond de 12e voor de meeste mensen een hoogtepunt bereikt.
Er zal tegen het midden van de maand voor veel mensen een reeks van belangrijke
veranderingen optreden. In deze periode verwacht ik in Rusland moeilijkheden, maar kan de
aard daarvan niet overzien. Rond de 18e zouden catastrofen voor kunnen komen, waarbij ik
denk aan aardbevingen, maar daarnaast aan revolutionaire bewegingen en door mensen
veroorzaakte explosies. 25 tot 27 treden overal technische storingen op. Dit heeft overlast,
prikkelbaarheid en zenuwachtigheid ten gevolge bij vele mensen. In deze maand lijkt mij een
ramp in Westfalen onvermijdelijk, waarschijnlijk als gevolg van een technische storing.
Juli: De eerste 3 dagen zal men m.i. weer horen over rampen in het buitenland. In eigen land
zullen zeer veel verkeersongelukken van ernstiger aard optreden.
De rest van de maand is beter en geeft velen vooral geestelijk nieuwe mogelijkheden en
inzichten. Conflicten met de overheid in ons land kunnen echter tussen 17 en 19 juli tot
opstootjes voeren.
Gunstige dagen:
25-28 april: liefde en meevallers voor hen, die geboren zijn: 22-24.1, 24-25.3, 27.7, 26-
28.11.
17 maart en 26 maart: goede zaken, geluk. 25-28.1, wie deze meevallers heeft, kan rond 22
mei op extra winsten, mogelijk door speculatie of loterij rekenen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 63
Orde der Verdraagzamen

20-22 mei: meevallers en kleine teleurstellingen t.a.v. verwachtingen. 22.1, 22-23.3, 26-29.9,
24-25.11.
4-5 juli: succes in zaken. 17-18.1, 19-22.7,21.9, 19-21.11
16-20 juli: meevallers door relaties, geluk. 16-17.1, 18.3, 18-20.7, 19-20.11.
Ongunstige dagen:
25 april, gevaar voor ruzie. 17 mei: vertragingen, mislukkingen, moeilijkheden openbaar
verkeer. 26 mei: ruzie als gevolg van door blijven strijden over kleinigheden. 30 mei:
tegenslagen op reis en bij bezoeken.
6 juni: moeilijkheden bij reizen, communicatiestoornissen bij gesprekken. 27 juni:
mismoedigheid, traagheid van reactie kunnen ongevallen en mislukkingen veroorzaken.
2 juli: ongelukken in het verkeer, explosiegevaar, vooral gas.
Let u vooral vanaf 12 mei op de kleintjes, want er dreigen tot in September bovendien vele
onaangenaamheden, die met tekort aan kasgeld, verlies van geld e.d. verband houden.
Deze prognose werd opgesteld begin maart.
K.N.
In datzelfde ODV-blad, dus 1971-2, vertelde Karel wat over het reizen:

Medium op reis (1971-2)
Het is verwonderlijk, hoe weinig mensen beseffen, dat trancewerk vermoeiend kan zijn.
Veel vermoeiender wordt het nog, wanneer je, om bij de toehoorders te komen, eerst een reis
hebt moeten maken.
Aan de andere kant heeft juist dit aspect van mijn werk vaak iets avontuurlijks: je reist vaak
onder de vreemdste omstandigheden, ontmoet de vreemdste mensen en hebt de gelegenheid
vaak bijzondere evenementen te bezoeken, die je zonder de “dienstreis” voorbij had moeten
laten gaan.
De winter zorgt voor zijn eigen evenementen. Eens was het treinverkeer sterk gehinderd door
stuifsneeuw, op een avond dat ik in Utrecht moest werken. Onze secretaris was in die tijd de
heer Guys. Hij stelde onmiddellijk voor dat wij met zijn wagen zouden gaan. Dan was ik er in
ieder geval zeker van, dat ik het zou halen.
Dat klopte. Er lag veel sneeuw op de weg, maar wij waren inderdaad voor 8 uur ter plaatse.
Erger werd het, toen wij terug gingen. Het had stevig gesneeuwd en de temperatuur was ruim
12 graden onder nul. De autoverwarming was niet in staat de wagen werkelijk warm te
houden, de voorruit bevroor, zodat wij elke vijf minuten moesten stoppen, ijs afkrabben, met
een doek de zaak zo goed mogelijk afvegen, voor wij verder konden rijden. In de dikke
sneeuw lag een platgereden spoor van de een of andere vrachtwagen met een grotere
spoorbreedte, zodat de wagen telkens slingerde en slipte.
De huisreis duurde liefst 3 uur - wat gezien de omstandigheden - nog een hele prestatie was,
want later hoorde ik, dat vele automobilisten langs de weg waren blijven staan, omdat zij niet
verder dorsten rijden. Maar goed. Wij haalden het. De volgende dag had ik weer een seance.
Ik was wel wat moe na die reis, maar afspraak is afspraak. Alleen werd ik wel wat nijdig, toen
iemand mij vroeg, waarom ik na afloop zo stil was. Want van seanceren kun je toch niet moe
worden, nietwaar Karel? Gelukkig was ik toen te moe om direct te reageren, anders was de
Orde weer een lid armer geworden.
Een andere keer moest ik naar Arnhem. De treinen reden onregelmatig, zodat ik meende er
beter aan te doen veel vroeger dan normaal te vertrekken. Juist toen ik rond 3 uur bij het
station kwam, begon er onderkoelde regen te vallen, die straten in korte tijd in ijsbanen

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
64
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

veranderde. Trams reden niet meer en ook de spoorwegen verkeerden kennelijk in
moeilijkheden.
Op de perrons waren veel meer mensen dan normaal tezamen gedromd, de wachtkamers
zaten vol. De luidsprekers maakten duidelijk waarom: door ijsafzetting op de bovenleidingen
konden geen treinen rijden. Velen gingen naar huis, of zochten hun heil in de stad. Maar ik
wilde zeker zijn, dat ik al het mogelijke gedaan had en wilde blijven tot het zeker was, dat ik
mijn bestemming inderdaad niet kon bereiken.
Uiteindelijk loonde dit: rond half vijf werd bekend gemaakt, dat men met een aantal wagens
getrokken door een rangeerlocomotief wilde proberen Gouda te bereiken. Ik mee. Om half zes
hadden wij Gouda bereikt, maar de onverwarmde wagens waren niet bepaald een aangenaam
verblijf.
Iedereen rookte, elke ademhaling veranderde in een pluim stoom, die een oude stoomlok eer
zou hebben aangedaan. De atmosfeer was zo dik, dat je er rustig een stukje van af kon
snijden om als souvenir mee naar huis te nemen. Maar toen werd aangekondigd, dat men zou
trachten met de trein Utrecht te bereiken, bleef ik zitten.
Om half zeven bereikten wij Utrecht inderdaad. Het station was overvol. Koffie, chocolade,
koek, broodjes waren uitverkocht. Langs de lange perrons dwaalden verbijsterde noorderlingen
hongerig kreunende rond, hopende hun geliefde Zwolle en verdere bestemmingen nog te
kunnen bereiken. Volgens de luidsprekers waren alle hotels in de stad reeds vol bezet, maar
konden reizigers, die gestrand waren, zich melden bij de bagageafdeling, waar men voor
onderdak in pensions en particulieren trachtte te zorgen.
Ondanks alle bewondering, die ik koesterde voor dit geïmproviseerde dienstbetoon van de NS,
wenste ik maar één ding: een trein in de richting Arnhem. En werkelijk, rond kwart over zeven
kondigde een wat vermoeide stem aan, dat van spoor 21 een trein zou vertrekken in de
richting Arnhem.
De trein stond er. De trein was warm, weldadig warm na alle kou. De trein reed eerst
langzaam, maar toen steeds meer in normaal tempo. Vijf voor half negen was ik er. De seance
begon die avond om kwart voor negen in plaats van acht uur, dat wel. Maar de paar mensen,
die ondanks alles waren gekomen, hebben de reis niet voor niets gemaakt
Dat klinkt misschien wat opschepperig. Maar het is eerlijk zo gebeurd en niet anders. Want
reizen brengt steeds weer verrassingen. Wanneer ik b.v. in Antwerpen ben, pleeg ik de dag,
dat ik naar huis reis, nog even een bezoekje af te leggen, of bepaalde dingen te bespreken.
Hierdoor is het de gewoonte geworden, dat ik daar eet, voor ik huiswaarts keer. Maar op een
woensdag voelde ik mij zo onrustig, dat ik tegen alle gewoonte in vroeg wilde vertrekken. Ik
had zo ‘t gevoel, dat er anders iets mis zou lopen.
Ik had geluk: de trein, die ik nog net kon halen, was de laatste die die dag en de volgende dag
vertrok: de Belgische spoorwegstaking legde alle spoorverkeer met Nederland voor twee
dagen stil.
Natuurlijk gaat het niet altijd zo. Als je ‘s avonds met de laatste trein naar huis reist, is het
meestal stil. De ramen spiegelen de lege wagen, daarachter ligt alleen het duister, waarin zo
nu en dan een voorbijgaand licht opflitst. De wielen denderen een cadans. Je probeert wat te
lezen, maar bent eigenlijk te moe. Je sluit je ogen, maar slaapt niet. Soms doezel je even weg
om dan met schik wakker te worden en naar buiten te turen, waar het duister hardnekkig
weigert je te vertellen, waar je eigenlijk bent.
Soms heb je geluk. Dan zijn er mensen, waarmee je kunt praten, die desnoods een mop willen
tappen. Eens ontmoette ik een engelse humorist in de trein, die zijn aansluiting naar Hoek van
Holland gemist had. Wij kwamen in gesprek. Ik vertelde in niet al te goed engels een paar
Hollandse moppen en als dank - of mogelijk om zoiets niet langer aan te moeten horen -
draaide de man bijna een uur lang zijn conferences vol van typisch engelse moppen voor mij
af. Dat was een prettige reis.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 65
Orde der Verdraagzamen

Maar dergelijke ontmoetingen zijn uitzonderingen, hoe zeer je elke keer weer hoopt een
dergelijke gezellige medereiziger te treffen. Je komt na het middernachtelijk uur dan moe en
melig thuis, grijpt naar de courant, zit een tijd te zitten en komt er niet toe naar bed te gaan,
omdat je voor je gevoel eigenlijk te moe bent om naar bed te gaan.
Vervelend is het ook steeds weer, wanneer je een bepaalde trein in ieder geval moet halen,
omdat je anders geen verbinding naar huis meer hebt. De laatste tijd gaat het wat beter:
degenen, die op de avond aanwezig zijn, maken er de sprekers tijdig op attent, dat zij moeten
eindigen. Maar het is wel eens anders geweest. Kennelijk redeneerde men toen: de geest weet
zelf wel, wanneer hij op moet houden, dus laat hem z'n gang maar gaan. Het gevolg was
steeds weer, dat je onmiddellijk nadat je weer jezelf was, een jas aan moest trekken en
haastig vertrekken. Iets wat niet bepaald bevorderlijk is voor je goede humeur en een snel
herstel van de inspanning.
Ik herinner mij een druilerige avond in Hilversum. Waarop het zo laat werd, dat zelfs met een
auto het halen van mijn laatste verbinding onmogelijk scheen. Er was niemand met een auto
beschikbaar. Maar wel iemand met een scooter. Alle verkeersregels overtredende gierden wij
door de stad, alsof het een filmachtervolging betrof. Maar bij Hilversum Sportpark stond de
trein er nog en kon ik er juist nog inspringen, terwijl hij al optrok.
Het klinkt misschien, of ik mij wil beklagen over dergelijke dingen. Maar wanneer je het dan
toch nog haalt, ben je zo voldaan, dat je vermoeidheid en zenuwen op de koop toeneemt.
Vaak tref je in treinen interessante mensen aan, of mensen die vreemd reageren. In de trein
naar Rotterdam zat eens een heel oud vrouwtje, kompleet met karbies, koffers en
onzekerheden. Iedereen klampte zij aan met de vraag, of dit station of het volgende station
Rotterdam Centraal was. Toen wij arriveerden besloten een paar soldaten met
padvindersneigingen hun goede daad van de dag te doen, pakten het ouwetje met karbies,
koffers en al op en deponeerden haar op het perron.
Helaas verbiedt mijn waardigheid zowel als mijn bezorgdheid voor uw gevoelens mij precies te
vertellen, wat de oude vrouw toen zei. Maar ik ben er zeker van, dat een dergelijke overigens
bewonderenswaardige stortvloed van minder nette woorden de gehele vereniging van
dienstplichtigen in het geweer zou hebben gebracht, wanneer de sergeant majoor ze geuit zou
hebben.
De reden bleek later: de oude vrouw - dame acht ik in dit geval niet de juiste uitdrukking - had
van haar dochter te horen gekregen, dat zij uit diende te stappen op de eerste halte na
Rotterdam Centraal.
En dan die advocaat. Ik ontmoette hem in de trein van Amsterdam en, ik weet niet meer hoe
het precies kwam, geraakte met hem in een debat, dat ik 3 kwartier later moest onderbreken,
omdat de trein Den Haag al bijna weer verliet.
De goede man keek mij wat wezenloos aan, en sprak: “Ik had er in Leiden al uit gemoeten.
Blijft u nu ook zitten, dan gaan wij samen vanuit Rotterdam weer terug. Want het is juist zo
gezellig.”
Aan het reizen heb ik heel wat te danken. Zo was ik hierdoor in staat zonder veel kosten 7
maal de wereldtentoonstelling in Brussel te bezoeken, heb ik veel interessante
tentoonstellingen kunnen zien en vooral heel wat belangwekkende mensen kunnen ontmoeten.
Scheldeloodsen hebben mij verteld over hun beroep, een piloot vertelde mij over de wilde
luchtvaartmaatschappijtjes, die o.m. in Afrika werken, nonnen vertelden iets over hun werk,
priesters, zigeuners, Amerikanen, Algerijnen waren allen bereid iets te vertellen over zichzelf,
hun werken, hun denken.
Helaas kan ik niet beweren, dat ik hen altijd even openhartig tegemoet ben getreden. Want als
je zegt, dat je medium bent, kijkt men je opeens vreemd of meewarig aan en in een geval
werd mijn eerlijkheid beloond met de opmerking: “Gunst, en u ziet er zo normaal uit.”

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
66
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Dat alles behoort gewoon bij mijn leven en werken. En wanneer ik soms wel heel erg moe ben,
en dommelend wat voor mij heen filosofeer, heb ik nooit het gevoel, dat het nu toch eindelijk
maar eens afgelopen moet zijn met al dat reizen en trekken. De andere steden, de andere
mensen, de vele vrienden, die ik in elke stad toch steeds weer aantref, zijn een voortdurende
vreugde.
En wanneer ik, vrienden op de buitenposten, wel eens wat moe ben, of wat erg snel
vertrekken moet, zo hoop ik, dat u dit niet zult zien als ‘n gebrek aan waardering voor u en uw
goede zorgen. Want ook een medium kan moe zijn, zeker een medium op reis.
K.N.
Zoals gebruikelijk werd, gaf Karel v.d. Nagel ook in het 3e ODV-nummer van 1971 eerst zijn

Kleine prognoses (1971-3)
Het weer in de afgelopen tijd heeft zich nogal gehouden aan de voorspellingen, die ik tot nu
heb gegeven voor dit jaar. Toch betekent dit niet, dat uw voorspeller nu ook altijd in de roos
zal blijven schieten.
Hier volgen in ieder geval de weersvoorspellingen voor het komende kwartaal.
JUNI: vermoedelijk de eerste 4 dagen mooi weer, temperatuur ongeveer normaal. 47: veel
mist, regenvlagen, te koud.. 8-26: warm, mooie zomerse dagen. Maar steeds weer
onverwacht optredende regenbuitjes. Regenjassen mee! 27-30: sterke regenval, koude
nachten. Totaalbeeld: wisselvallig, maar wel mooi weer met veel mist, vooral in de ochtend en
bij nacht.
JULI: 17, onbestendig, veel regen, in delen van het land zeer zware, soms blijvende mist. 7-
14: koel, vaak betrokken, winderig, enkele buien. 14 tot 31: te warm, zwoel weer, enkele
onweersbuien, verder zeer mooie dagen. 31: slagregens van korte duur, die mogelijk hier en
daar overlast betekenen. Totaalbeeld: na de 7e mooi weer, ofschoon enkele nachten een
sterke afkoeling te zien geven. Reken op drukkende warmte.
AUGUSTUS: eerste week mooi en warm. 8-12 regen. 13-19 zeer warm weer, overdag te
warm, mooie avonden. 20-27: regen zorgt voor afkoeling, hevige onweders in het westen,
verder mooi weer. Totaalbeeld: na een te koel begin: hittegolf van enkele dagen, te droog,
gemiddelde temperatuur boven normaal.
SEPTEMBER: mooi en warm in de eerste week. 7 tot 14: te koud. Mogelijk reeds rijp in het
oosten, 13-15 ook veel regen. 16-21: mooi, maar rond 17e onweer en regenval. Verder
regenachtig en bewolkt.
OKTOBER: eerste 12 dagen regenachtig, daarna te koud. Nachtvorst vanaf 17e, mogelijk
eerste sneeuw in het oosten rond 24 tot 26; vanaf 24 tot 31: regen, vooral rond de 31e de
hele dag aanhoudende. Totaalbeeld: zeer onbestendig, iets killer dan normaal, kans op gladde
wegen tegen het einde van de maand.
De maand juli is overigens geen onaangename tijd. Wel zullen heel wat woordenwisselingen
rond de helft van de maand voorkomen en in enkele gevallen zelfs tot geweld voeren. Maar
ondanks de economisch minder gunstige tendens zal men veelal over voldoende
vindingrijkheid beschikken om de lopende problemen zonder veel moeite baas te kunnen.
Pas echter op voor pessimisme: zorgen voor de toekomst kunnen juist in deze maand en
vooral in de tweede decade de mensen blind maken voor de mogelijkheden van het ogenblik.
De 19e vooral dient u erg op uw woorden te passen. Maar rond de 28e hebben velen een paar
meevallertjes.
Augustus is heel wat minder vriendelijk. Het begint voor de meeste mensen met enige
ergernis. Energiek aanpakken van moeilijkheden biedt echter een oplossing. De derde of de
vierde van deze maand belooft nieuws op verkeerstechnisch gebied en mogelijk enkele voor
velen minder aanvaardbare maatregelen of voorstellen daartoe.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 67
Orde der Verdraagzamen

Ofschoon men in de verdere maand vaak zenuwachtig zal zijn, staat het er met de liefde, maar
ook geestelijk werk goed voor. Minder aangenaam ziet het er uit met de financiën: de laatste
decade brengt zakelijk nogal wat moeilijkheden. Menige reis valt verkeerd uit, Indien men op
bezoek gaat, blijken degenen die men wil treffen, niet aanwezig. Mogelijk ook nieuwe
berichten over economische misslagen en crisisverschijnselen. Rond de 21e dreigen rellen.
September toont, dat snelle en krachtige maatregelen een groot deel van de misslagen van de
vorige maand ongedaan kunnen maken, maar dit vergt wel een uiterste inzet van krachten. Op
geestelijk en occult gebied zullen velen in deze tijd bij zichzelf nieuwe mogelijkheden
ontdekken.
Rond de 23e zal men m.i. horen, dat natuurrampen hebben plaatsgevonden, terwijl men ook
andere rampen - explosie nabij Zeeland, branden o.m. in Groningen, maar ook in het
buitenland en t.m. een zeer ernstig verkeersongeluk met vele slachtoffers - de aandacht
vragen. ( De opening van de Staten Generaal valt hier niet onder)
Oktober begint waarschijnlijk met geweld - stakingen?, maar zal na de eerste decade niet
onaangenaam zijn. Rond de 8e zijn zowel technische mislukkingen als werkingen in de
ruimtevaart aangeduid. Ik neem aan dat dit betekent, dat wij o.m. over een zeer gevaarlijke
situatie of zelfs een mislukking i.v.m. ruimtevaart te horen zullen krijgen.
De verdere maand toont vele goede mogelijkheden, maar tevens een dreigende
onevenwichtigheid bij zeer vele mensen.
Vreemde excessen - moord, mishandeling, maar ook b.v. het onverwacht wegschenken van
wonderlijke zaken - zullen de couranten bijzonder leesbaar maken.
Enkele algemene opmerkingen:
De gehele zomer door zullen aardbevingsrampen, vulkanische verschijnselen en stormvloeden
voorkomen. Ons land zal hierdoor m.i. niet worden beroerd, wel Indonesië, Turkije, Syrië, en
Tunis, terwijl in Azië ook grote schade door stormvloeden te verwachten is.
Rond 22 juli massale onlusten in Azië waarbij ook geschillen in Buiten-Mongolie en mogelijk
gewapende acties aan de grens China/Rusland. Rassengeschillen laaien op, ook in de USA,
studentenrellen over de hele wereld, maar met zeer spectaculaire en mogelijk ook dramatische
gevolgen in Japan.
Rond 6 augustus verwacht ik een internationale politieke crisis, gepaard gaande met
moeilijkheden op de beurs. Rellen en moeilijkheden in West-Duitsland, Polen en Roemenië.
22 augustus: concerns in moeilijkheden, beurscrisis, aardbevingen in Zuid-Amerika en nabij de
Rode Zee.
Totaalbeeld van dit kwartaal: in de persoonlijke sfeer niet onaangenaam, maar wel onrustig. In
de wereld: spanningen, rampen en mislukkingen aan de lopende band.
Conclusie: voorzichtig met uw geld, u kunt onverwacht grote bedragen nodig hebben. Ga met
vakantie vooral in de tweede helft van augustus liever niet te ver van huis. Ga bedachtzaam te
werk, want vergeetachtigheid en wispelturigheid zijn dit kwartaal wel bijzonder kostbare
fouten.
In ons volgend nummer hopen wij u de prognose voor 1972 voor te kunnen leggen. Dan,
zowel als nu geldt: de prognoses bevatten waarschijnlijkheden, geen zekerheden. Houdt er
rekening mede, wanneer dit mogelijk is, maar laat u er niet te veel door beïnvloeden.
K.N.

Een medium is ook een mens (1971-3)
Bij het begin van een seance in de volksuniversiteit te Enschede zat ik op een zeer moderne,
maar niet al te stabiele zetel. De ongewone omgeving, mensen die mij aanspraken, kleine

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
68
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

storingen, ook kort voor het begin, brachten mij er toe te vergeten, dat je bij het in trance
gaan beter zo goed mogelijk je evenwicht in je zetel dient te zoeken.
Het gevolg bleef niet uit. Onder ademloze stilte kwam ik in trance en voor de inbeslagname
een feit was, maakten medium en stoel statig slagzij. Volgens de aanwezigen kwam ik, zonder
dat ik ook maar een beweging maakte, met stoel en al plat op de grond terecht. Voor de leider
van de bijeenkomst in had kunnen grijpen, was de spreker reeds aanwezig en, volgens
sommigen door even een hand uit te steken, volgens anderen op onverklaarbare wijze,
kwamen stoel en medium weer in normale positie precies achter de tafel terecht. Op de
bandopname hoorde ik later enig gekraak, gevolgd door de woorden: “Goeden avond,
vrienden, weest u rustig.”
Enkele toehoorders merkten later op: “Heerlijk dat je een medium bent. Vanavond hebben wij
het bewijs gezien: dan kan je niets gebeuren.“ Dat nog een week later mijn schouders geel en
groen zagen, heb ik hen niet verteld. Waarom ook? Maar zowel over mijzelf als over de in
beslag nemende geest heb ik voor mij heen nog wel wat onaardigheden gemompeld, dat kan
ik u wel verzekeren.
Het denkbeeld, dat je als medium verzekerd bent van alle noodzakelijke bescherming, mag
enigszins waar zijn. Maar dan wel zo, dat je de gevolgen van domheden heus wel te dragen
krijgt, ook al is het dan op een wijze, die je werk niet te veel zal belemmeren.
Dat je bescherming geniet, lijkt mij wel vast te staan, ook al zoek ik altijd weer naar een zo
natuurlijk mogelijke verklaring. Ik herinner mij, dat ik voor een groep in Den Haag heb
gewerkt, terwijl ik een hoge koorts had. (39°). De groep was niet in staat op korte termijn een
vervanger te vinden, dus nam ik een taxi en toog aan het werk. Toen ik thuis kwam, bleek de
koorts tot even onder de 38° te zijn teruggelopen en de volgende morgen was ik geheel
koortsvrij.
Dergelijke dingen heb ik trouwens wel meer meegemaakt. Ik geloof, dat de algehele
ontspanning, die nodig is om een redelijk diepe trance te bereiken, mede voor dit verschijnsel
aansprakelijk is. Alleen kom je door dergelijke dingen er al snel toe alle vermoeidheid en ziekte
als onbelangrijk te beschouwen, niet alleen, wanneer het om werk gaat, maar ook in je privé-
leven. Dan moet je tot je spijt constateren, dat een medium toch ook maar een mens is.
Maar het is wel moeilijk dit aan de buitenwacht duidelijk te maken. Velen schijnen te denken,
dat het werk als medium eerder een verfrissend bad is dan een arbeid, waar je moe van kunt
worden. En dat voert dan wel eens tot onaangename situaties.
Eens was ik zwaar verkouden. Mijn neus lekte als een kraan zonder leertje en ergens achter
mijn ogen had zich tijdelijk de een of andere smederij gevestigd. Maar plichtsgevoel,
aanmerkelijk versterkt door de hoop na de seance aanmerkelijk beter huiswaarts te kunnen
keren, hadden mij naar de zaal gedreven. Ik was zelfs niet van plan de bijeenkomst voor de
daarop volgende zondagmorgen - voor mij toch al altijd een bezoeking - af te zeggen.
Maar een van degenen, die ook die zondag aanwezig zou zijn, verzocht mij, kennelijk over
mijn rode neus en andere attributen van ongezondheid heen ziende, of ik na de normale
zondagmorgenbijeenkomst nog even een kleine seance wilde geven. Mijn antwoord, zeer
nasaal gebracht als een verstopte trompet - vanwege die neus - luidde natuurlijk, dat ik daar
niet voor voelde, omdat ik niet bepaald wel was. In de pauze nogmaals hetzelfde verzoek, na
weigering nogmaals herhaald.
Toen heb ik gezegd: “Maak maar bekend, dat die zondagmorgen niet doorgaat. Ik voel mij zo
ziek als een hond”.
En die zondagmorgen heb ik niet zonder enige dankbaarheid gedacht aan de volhouder, want
zonder hem zou ik mijn warme bed hebben moeten verlaten.
Maar zelfs nu nog steekt mij de zaak ergens: Ik ben ook maar een mens, met alle feilen en
ziekte van dien, geen geestelijke jukebox, die op verzoek onder alle omstandigheden spelen
moet.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 69
Orde der Verdraagzamen

Andere mensen hebben weer het gevoel, dat je voor mijn soort werk niets moogt ontvangen.
“Je krijgt het toch voor niets van de geest, dus mag je er ook geen betaling voor aannemen”,
zo redeneren zij. Maar zij vertellen je er niet bij, hoe je dan wel zoudt moeten leven. Ik heb
een hele massa te doen en nog een gezin te onderhouden, met frisse lucht alleen slaag je
daarin heus niet.
In de tijd, dat ik nog niet gehuwd was, heb ik een tijd zonder enige vergoeding gewerkt.
Overdag reizen in hang- en sluitwerk, 's avonds seanceren, maar dan hoogstens twee maal in
de week. Het gevolg was, dat ik na rond 1 jaar overspannen was en geen van beide
werkzaamheden nog voort kon zetten. Ik moest een keuze doen en koos het mediumschap.
Dit betekende ook, dat ik zonder werk kwam te zitten. Het toenmalige bestuur besloot mij
voortaan de opbrengst van de collecte te geven, verminderd met het bedrag van de zaalhuur.
De opbrengst was echter zo hoog, dat ik toch wel werk diende te zoeken. Onregelmatig werk.
Dus werd ik colporteur. Ik wierf abonnementen voor damesbladen, haalde stoomgoed op.
Dreef soms een handeltje in losse goederen, die ik in consignatie kon krijgen.
Ondertussen besloot het bestuur voortaan een entreeprijs te stellen. Want met leedwezen
constateerden wij steeds weer, dat zeer gegoede en hooggeestelijke mensen wel per auto
arriveerden en de beste plaatsen in beslag namen, in de pauze meerdere verteringen
gebruikten, maar het niet nodig vonden meer dan 5 cent in de collecteschaal te werpen.
Er kwam langzaam aan meer orde in de zaak en op de duur kreeg ik zelfs een vast
inkomentje, dat echter niet hoger was dan de uitkeringen, die de sociale zorg aan vrijgezellen
pleegt uit te keren.
Ik was ondertussen gehuwd en vroeg dus enkele malen om opslag. Ik kreeg ze wel, maar
moest dan wel opmerkingen op de koop toe nemen als: “Mijn zoon verdient ook niet meer”.
Waarop ik dan met een smak van mijn geestelijk voetstuk placht af te dalen om duidelijk te
maken, dat het een verschil is of je bij je ouders thuis woont en de kost hebt, ofwel voor jezelf
dient te zorgen. Bovendien: het geld was er of kon gemakkelijk worden opgebracht.
Ik kreeg mijn zin, dat wel. Maar men vond wel, dat ik mij allesbehalve hooggeestelijk had
gedragen. Voor de persoon in kwestie was het zelfs later aanleiding om, toen in een
vergadering ook de geestelijke leiding meende, dat ik zonder zorgen diende te kunnen leven,
het in trance zijn in twijfel te stellen.
Maar ik haal alleen maar onaangename herinneringen op en toch heb ik ook heel wat leuke
dingen meegemaakt als gevolg van de vreemde opvattingen, die sommige mensen er op na
houden, zodra zij in contact komen met de geest en mediums.
Na een lezing, die handelde over de 4e dimensie, werd ik door een oud dametje benaderd, dat
mij krampachtig aan de mouw van mijn enige toonbare pak opzij leidde om vervolgens op
vertrouwelijke toon tot mij te zeggen: “Meneer, u weet zoveel. Geeft u mij even een goed
middel tegen haemorrhiden....”
Een andere dame sprak mij als volgt aan: “U treedt zeker uit tijdens de trance”. Ik beaamde
dit. “Kunt u dan even gaan zien naar mijn dochter in Nieuw Zeeland? Haar kleine is ziek en ik
heb al geen week meer bericht van haar gehad.” Ik heb maar gezegd, dat ik zou zien, wat
mogelijk was en haar later verteld, dat de lijn helaas gestoord was.
Zo heb ik een tijd meegemaakt, dat ik nergens kon komen zonder dat mij foto's of andere
voorwerpen in de hand werden gefrommeld, met het vriendelijke verzoek er even iets van te
zeggen. In het begin deed ik dit ook wel, maar de vraag werd al snel zo groot, dat ik bekend
moest maken, dat ik als psychometrist alleen optrad op bruiloften en partijen.
Ik moet toegeven, dat ik met dergelijke dingen wel eens showde ook. Vooral wanneer het
mensen betrof, die twijfelden aan de mogelijkheid zo maar eens iets te zeggen over een ander.
Maar daar ik in dergelijke gevallen - overigens onder 4 ogen - nogal wat familieskeletten uit de
kast placht te halen, heeft dit mij wel vermaakt, maar de Orde, zover ik weet, leden
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
70
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

opgeleverd. Er zijn ook mensen, die schijnen te menen, dat je als medium nooit zelf eens een
goede opmerking kunt maken. Stommiteiten zijn natuurlijk wel van jezelf; maar al het goede
komt volgens hen van inspirerende geesten.
Nu ben ik menselijk genoeg om mij te ergeren, wanneer mijn beste opmerkingen worden
afgedaan met een: dat heeft Henri je ingegeven. Waarbij ik overigens moet toegeven, dat ik
van Henri heel wat geleerd heb.
Vele jaren heb ik juist zijn betogen en definities verzameld en bewonderd, zodat het m.i.
alleen maar menselijk is, dat ik van zijn techniek zo nu en dan gebruik maak.
Overigens werkt die meestal heel goed. Ik kwam eens haastig een deur uit en botste zo op een
juist passerende driftkikker met aktetas. Dit heer blies zich onmiddellijk open sprak op hoge
toon: “Meneerrr!!! Bent u gek?”
Mijn volmondig: “JA”..., gevolgd door de belangstellende vraag: “U ook ??? “ deed hem
sprakeloos en geslonken verder snellen.
Het reageren op de letterlijke betekenis van een vraag blijkt voor vele mensen iets
onvoorstelbaars te zijn. In de trein naar van Arnhem naar Amsterdam vroeg mij iemand:
”Waar gaat u heen?” Ik antwoordde natuurlijk: “Naar Den Haag.” De vraagster zweeg
verbijsterd, zat enige minuten zeer gefronst na te denken en klampte toen een passerende
conducteur aan. “Deze trein gaat toch naar Amsterdam?” “Zeker, mevroi” Zij wendde zich tot
mij en er was iets zegevierends in haar blik: “U zit verkeerd, deze trein gaat naar Amsterdam!”
Waarop ik vriendelijk repliceerde, dat dit mij bekend was, maar dat ik, na enige bezigheid in
Mokum, toch werkelijk naar Den Haag ging, omdat ik daar nu eenmaal woonde. De rest van de
reis zat zij mij ijzig zwijgend te verachten.
In België informeerde een heer bij mij, wanneer de vertoning zou beginnen. Ik wees hem de
zaal met de opmerking, dat de vertoning al aan de gang was, maar dat de seance eerst over
20 minuten zou beginnen. Ik weet niet of hij mij begrepen heeft, maar hij keek wel erg
verwonderd.
Het is misschien wel erg gemeen je met dergelijke dingen te amuseren, maar zoals gezegd:
een medium is ook een mens.
Ofschoon dit laatste mogelijk in twijfel zal worden getrokken door de zeer engelse heer, die mij
met het netste Oxford-accent in Amsterdam de weg “to the Dam” vroeg. Ik wees hem
natuurlijk de kortste weg, maar kon, gezien zijn zeer onberispelijk uiterlijk, de verleiding niet
weerstaan hieraan toe te voegen, dat slapen op de Dam door de politie verboden was. Toen ik
de man die avond in de zaal aantrof, heb ik waarschijnlijk vreemd gekeken. Maar u had hem
eens moeten zien, toen ik achter de tafel plaats nam.
Dat dergelijke aardigheidjes niet altijd geheel zonder risico zijn, moge uit het volgende blijken:
Iemand trapte mij nogal stevig op de zacht geschoeide tenen. Mijn pijnlijk “hé, kijk uit!” werd
beantwoord met een “loop naar de hel!”. Waarop ik antwoordde: “Goed, maar wijst u me dan
de weg even, want ik ben daar niet zo thuis als u”. Maar deze vetkuif gladiator had geen
gevoel voor humor en mompelde iets van “ik sloop je”. Gelukkig was enig vertoon van mijn
demolitiemiddelen voldoende om hem, nog steeds helse taal gebruikende, zijn weg te doen
vervolgen.
U denkt nu waarschijnlijk, dat een dergelijk optreden niet erg past bij een medium van de
Orde der Verdraagzamen. Ik geef u groot gelijk. Maar ja, wat wilt u eigenlijk? Ik zei het reeds
in de titel: een medium is ook een mens.
K.N.
Nu is het 4e ODV-nummer van 1971 aan de beurt, en ook nu begint ons medium met een
blik op het volgende jaar:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 71
Orde der Verdraagzamen

1972 onder de loupe (1971-4)
Een jaar dat onder Saturnus valt, is over het algemeen niet een van de aangenaamste
perioden. Volgens de z.g. kosmische tendensen zal het jaar o.m. koud en vochtig zijn.
Het machtsevenwicht tussen Rusland en rood China zal verstoord worden, zowel in Azië als de
Arabische wereld schijnen oorlogen onvermijdelijk, rassen en godsdienstige twisten lijken
overal onvermijdelijk, terwijl de economische tendensen tot zeker mei 1973 eveneens
ongunstig schijnen te zijn. Het einde van de zomer toont bovendien aspecten, waardoor het
epidemisch optreden van ziekten waarschijnlijk wordt. Volgens mij gaat het hierbij om kwalen
als griep, longontsteking e.d., cholera, diarree, e.d.
Op grond van zonneactiviteiten in de 28jaarcyclus zouden ook de nodige natuurrampen
optreden. Rond februarimaart reken ik met overstromingen en vloedgolven, die o.m. Zuid-
Engeland, Ierland en mogelijk West-Vlaanderen en Zeeland treffen. Overigens komen
Nederland en België er waarschijnlijk met overlast vanaf. Aardverschuivingen en mogelijk
vulkanische activiteiten in dezelfde periode verwacht ik in Zuid-Italië, terwijl stormvloeden, en
mogelijk een zeebeving het zuidelijk deel van Japan zullen treffen.
Stormen plus wateroverlast verwacht ik dan ook o.m. in Arkansas, Florida en nabij Los
Angelos, waar mogelijk bovendien bevingen en aardverschuivingen een rol spelen. Verder lijkt
mij rond mei een reeks grote bosbranden in Californië onvermijdelijk, ofschoon dit tijdstip
redelijk gezien te vroeg in het jaar ligt voor iets dergelijks.
Aardbevingen in ongewone aantallen en van ongewone heftigheid verwacht ik rond juli-
augustus. Getroffen gebieden m.i. Japan, Java, Celebes, Het Middellandse Zeegebied met
nadruk op Griekenland en Joegoslavië, maar waarschijnlijk ook veel schade in Zuid-Spanje.
Ook de Andes heeft m.i. te lijden onder bevingen, die waarschijnlijk hun epicentrum in de Stille
Oceaan hebben.
Deze tweede periode kenmerkt zich bovendien door vele scheepsrampen, waarbij
zeebevingen, taifoens, maar ook het opeens droogvallen van bepaalde gebieden langs de kust
een rol spelen.
Dit is ongetwijfeld een pessimistisch geheel. Er staan echter ook meer positieve zaken
tegenover, die voor de meeste onder ons van heel wat meer belang zullen zijn dan de vele
nadelige ontwikkelingen, waarvan wij - uitgezonderd mogelijk wat wateroverlast en
economische moeilijkheden - in Nederland weinig zullen merken.
Zo zullen reizen in juni, juli en een deel van augustus gemeenlijk prettig verlopen, ook al werkt
het weer in augustus niet altijd mee. Ondanks alle dreigingen zal er geen wereldoorlog
uitbreken. De politieke en economische verwarringen voeren tot een rationeler beleid in vele
landen. Aan het einde van 1972 zouden zelfs de inflatoire tendensen hun invloed verliezen.
Wie een matig dieet weet te houden, waarin veel groenten en niet te veel vlees zijn
opgenomen, zal de meeste ziekten wel kunnen vermijden. En al gaat het ons land niet zo goed
als de Scandinavische staten in economisch opzicht, wij hebben in verhouding tot grote delen
van de wereld werkelijk niets te klagen over onze economie. Politiek is er meer reden tot
klagen, maar dat zal de meeste niet eens opvallen.
Als weergever van alles wat ons zeer gewaardeerde medium heeft neergeschreven, laat ik
voortaan de gedetailleerde prognoses m.b.t. het weer, en de gunstige en ongunstige dagen
e.d. toch maar weg, het gaat teveel tijd kosten om het allemaal op de computer te zetten,
en het is toch alles echt verleden tijd. De algemene globale beschouwingen zijn misschien
toch wel alle moeite waard, dus daar zal ik maar mee doorgaan. Mocht men toch
belangstelling hebben voor meer details, zoals Karel die gaf, dan kan het
Documentatiecentrum altijd proberen u ook hierin ter wille te zijn. In het 4e ODV nummer
van 1971 werd zoveel ruimte in beslaggenomen door het vele wat over het volgende
moeilijke (Saturnus) jaar 1972 moest worden gezegd, dat Karel zich een klein beetje
inhield:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
72
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Een medium hoort nog eens wat (1971-4)
Deze maal een kleine bloemlezing uit de vele vragen en opmerkingen, die een medium te
horen krijgt. Ik geef dezen zonder verdere commentaren weer, om u later nog iets te zeggen
over mijn reacties.
“Meneer is medium. Hij praat met geesten. Ja, ja, een medium hoort nog eens wat....”
“Bestelt u de sprekers van te voren, of moet u maar afwachten, wat er overschiet?”
“ Vindt u uw werk niet griezelig? Een neef van mij ziet ook vaak spoken. Maar hij drinkt veel,
dus kan het ook delirium zijn.”
“U krijgt het toch ook voor niets? Waarom laat u ons dan betalen?”
“Ik ben ook mediamiek. Wanneer u spreekt word ik er draaierig van...”
“Merkt een spreker het nu, wanneer u knoflook gegeten hebt?”
“Bent u waarzegger ook? Ik zit met mijn man in de knoop...”
“Geesten bestaan niet, en mediums zijn bedriegers of geestelijk gestoorden. Maar wat u
vanavond zegde, klonk heel redelijk.”
“Als u uittreedt, hebt u dan vakantie, of moet u werken?”
“U hebt vast geen goede geesten. Er werd de hele avond gelachen in de zaal....”
“Zo maar over iets kletsen, kan ik ook, maar u doet het wel goed.”
“Ik geloof niet in geesten, maar het kunnen uw vroegere incarnaties zijn, die komen spoken.”
“Als dit van de duivel moet zijn, zou ik God wel eens willen horen.”
“Ik geloof natuurlijk niet, dat hier geesten aan het woord zijn, maar het was een zeer goede
lezing.”
Opvallend is steeds weer, dat naast de vele eigenaardige opmerkingen, die je te horen krijgt,
bij velen een zeker fanatisme meespreekt. De meeste mensen blijken een geheel eigen
mening over het fenomeen mediumschap in het bijzonder en spiritisme te bezitten, die zij
zonder meer als enig waar beschouwen.
Er bestaan geen geesten, geesten op een bepaalde manier, in de Orde wordt de enige
waarheid verkondigd, alles, wat op deze dingen betrekking heeft, berust op geestesziekte en
oplichterij. Dat zijn wel de meest voorkomende standpunten. En wee het medium, dat er nog
een eigen visie op na durft te houden, of zelfs de betrekkelijkheid der dingen durft zien.
Nu beschouw ik mijzelf - hopelijk niet geheel ten onrechte - als een nogal nuchter en redelijk
mens. Het zal u duidelijk zijn, dat de antwoorden op vragen als voorstaand vermeld en andere
meer dogmatische opmerkingen niet altijd naar de zin zijn van mijn gesprekspartners.
Kort voor de seance had ik eens gehoord, dat er ergens een zware brand woedde. Toen ik dat
ter sprake bracht, had een van de aanwezigen onmiddellijk een juiste verklaring: “Ja, ja een
medium hoort nog eens wat. Dat heeft de geest u zeker zo-even gezegd?” Mijn antwoord
luidde: “Neen, de radio”. Wat niet in goede aarde scheen te vallen.
In Amsterdam klampte mij weer eens iemand aan om te vertellen, dat de inhoud van de avond
goed was, maar dat hij niet kon geloven, dat hier geesten aan het woord waren. Ik merkte
onmiddellijk op, dat hij mij hiermede dus voor oplichter uitmaakte.
Dat was zeker niet de bedoeling geweest, maar hij kon niet geloven.... Mijn antwoord stemde
hem wat nadenkelijk: “Ik weet wat ik doe, u niet. Daarom moogt u mij voor mijn part een
oplichter noemen, wanneer u maar toegeeft, dat ik een goede ben.”
De man is sindsdien vele malen op bijeenkomsten aanwezig geweest, maar de vraag, of nu
wel of niet de geest spreekt, heeft hij in mijn bijzijn niet meer aangesneden.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 73
Orde der Verdraagzamen

Aan de andere kant is eens iemand boos geworden, omdat ik, sprekende over mijn werk,
zeide: “Ik meen te weten, dat er inderdaad geesten door mij spreken. Maar of dit juist is, moet
u zelf maar beoordelen.”
Deze poging tot objectiviteit werd door een van de dames gezien als een “afbreken van het
spiritisme, een verraad aan mijn heerlijke gave”, enz., enz.
En hoe vaak krijg je niet hele verhalen te horen over de problemen, waar iemand mee
worstelt, zonder dat men zich schijnt te realiseren, dat je niet door even te fluiten van de
geest het enig juiste antwoord kunt vernemen. Het is duidelijk, dat je niet onmiddellijk en
zonder meer raad kunt geven. De meeste aanvaarden dit na enig verzet ook wel, maar er zijn
ook wel enkelen geweest, die meenden te moeten reageren met allerhande onvriendelijke
veronderstellingen omtrent mijn instelling en in een enkel geval bood men mij zelfs een
aanmerkelijk bedrag, indien ik onmiddellijk een antwoord zou geven. Indien u mij kent, zult u
begrijpen, met hoeveel leedwezen ik dit op zich beledigende aanbod heb afgewezen. Maar een
medium is nu eenmaal geen geestelijke jukebox en geen pot met instant advies.
Mooi was ook de toespraak van een aspirantmedium, dat mij met veel ophef en woorden
verzocht even een goede spreker te waarschuwen, dat zij zich de volgende dag om 21 uur in
zou stellen. Of de Orde dan maar meteen voor een goede lezing wilde zorgen, want het hing
haar de keel uit steeds weer voor onbelangrijke boodschappen gebruikt te worden.
Misschien vraagt u zich op het ogenblik wel af, of ik deze verhalen niet uit mijn duim zuig, daar
het menigeen moeilijk zal vallen aan te nemen, dat mensen op een dergelijke wijze kunnen
redeneren en handelen. Nu, tot mijn spijt heb ik nooit een lijstje aangelegd, waarop vreemde
opmerkingen en vragen van toehoorders genoteerd worden. Maar ik kan u verzekeren, dat alle
geciteerde uitspraken naar de geest geheel, en woordelijk grotendeels juist zijn weergegeven.
Want je maakt werkelijk wel eens wat mee. Een pastoor verklaarde voor mij te zullen bidden,
toen hij hoorde, dat ik geen goede gelovige was, maar voor de concurrentie werkte.
Een Jehovagetuige, kennelijk overtuigd van het feit, dat ik voor eeuwig verloren moet zijn,
citeerde spreuken over de buitenste duisternis en verklaarde, dat hij met leedwezen aan mijn
toekomstige pijnen dacht, maar toch de Heer zou loven om zijn rechtvaardigheid.
Iemand, die ik spelenderwijze, enige blijken van helderziendheid had gegeven, die voor
hemzelf minder vleiend uitvielen, probeerde anderen er van te overtuigen, dat ik een
gedachtelezer en een zeer gevaarlijk mens was.
Iemand, die volgens eigen verklaring al “zeer lang in het spiritisme werkte”, ergerde zich aan
een paar moppen, die ik overigens niet aan de persoon in kwestie, maar aan een ander
vertelde. Mij hierover aansprekende merkte zij o.m. op, dat bij iemand, die zich met dergelijke
zaken bezig hield, geen werkelijk goede geest kon doorkomen. Toen ik antwoordde, dat de
geest kennelijk een veel groter gevoel voor humor heeft dan bepaalde spiritisten, ging zij
verontwaardigd heen en keerde nooit weerom.
Bij mijzelf denk ik dan altijd maar weer, dat dergelijke mensen er ook moeten zijn, ofschoon ik
niet kan begrijpen waarvoor en ga over tot de orde van de dag. Want eerlijk is eerlijk: er zijn
mensen, met wie een gesprek van 10 minuten vermoeiender is dan een hele seance.
Laat mij aan het einde van deze reeks verhalen over het wel en wee van een medium
nogmaals duidelijk stellen: Ik beklaag mij niet. Mijn werk geeft mij bevrediging, ik heb het
gevoel voor velen iets te kunnen betekenen, velen een weg te kunnen tonen naar een
harmonischer leven. Al het andere is bijkomstig.
Maar als medium beleef je vaak vreemde zaken en bovenal: je hoort heel wat.
De zaak ziet er van mijn kant vaak anders uit dan voor de bezoekers van bijeenkomsten.
U enig inzicht te geven in mijn beleven en benadering was bij het schrijven van deze
herinneringen mijn doel.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
74
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Gezien vele reacties ben ik hierin redelijk geslaagd. Mijn hartelijke dank voor uw vaak
vriendelijke en begrijpende woorden en commentaren.
K.N.
Het eerste ODV nummer van 1972 bevatte naast de gebruikelijke korte prognose, het verslag
van de jaarlijkse Alg. Leden Vergadering, in oktober 1971 gehouden, waarin de woorden die
Karel tijdens die vergadering sprak, zijn weergeven. Het was toen natuurlijk allemaal hoogst
actueel, m.i. nu bepaald niet meer. Mocht u hier toch belangstelling voor hebben, of voor de
“Korte Prognoses”, u kunt er rustig om vragen, en wij zullen ons best voor u doen. In het
ODV-nieuws – 1972-2 streek Karel, in overdrachtelijke zin, neer in Tibet:

Ook zo was Tibet (1972-2)
Bij de occultisten geldt Tibet als een zeer bijzonder land, waarin vele wonderen geschied zijn,
vele inwijdingen mogelijk waren en waaruit vele wijsheden naar de wereld zijn uitgestroomd.
Zij trekken door het land van Alexandra David Neal - in gedachten dan - en zien alleen de
mystieke kant van een land, dat nu, onder Chinese invloed, langzaam iets van zijn eigen
cultuur en mogelijkheden verliest.
Er was echter een andere kant aan dit alles: Tibet bevindt zich in wezen in de middeleeuwen.
Naast veel fijngevoeligheid, geestelijke waarden en soms exotische pronk staat hier de
armoede, het vuil, de bekrompenheid van het merendeel van het volk.
Hier denkt men aan de Dalai Lama hoofdzakelijk als een geestelijk leider, zonder te beseffen,
wat zijn werkelijke betekenis was. Deze geestelijke vorst had heel wat minder te zeggen dan
b.v. H.M. de Koningin hier. Hij werd geheel beheerst door zijn: “Leermeesters” en kon in feite
in wereldlijke zaken niet eens ingrijpen.
Zoals hier de ministers komen en gaan, maar de ambtenaren blijven en uiteindelijk de gang
van zaken bepalen, zo waren het bepaalde instanties, die het land in wezen beheersten. En al
kenden de Tibetanen geen geld, handel was hen lief. Het merendeel van het bezit was in
handen van de kloosters en de adel. De beambten zorgden er voor dat dit zo bleef.
Het merendeel van de bewoners werkte niet met eigen middelen, kudden of op eigen grond,
maar “leenden” dezen van iemand, die wel bezit had. De vergoeding voor deze leen, die
bovendien nog als een soort liefdadigheid beschouwd werd, was gemeenlijk 70% van de
behaalde opbrengst. Geen wonder dus, dat de meeste arm waren en bleven.
Het kind van een arme kon slechts door monnik te worden mogelijk ontsnappen aan de
werkelijke armoede. Maar zelfs dan kon dit kind in een klooster slechts een bestaan vinden,
door als bediende van een rijkere monnik te werken. Eventuele studie en geestelijk werk
diende men dan maar in eigen vrije tijd te verrichten - en die tijd was niet bepaald ruim
bemeten.
Veel hoort men in het westen ook over incarnaties, die op jeugdige leeftijd worden
opgespoord, zodat belangrijke tulkoes hun plaats in eigen klooster weer in kunnen nemen.
Minder bekend is het, dat eerst rond 4 jarige leeftijd een kind, dat hiervoor uitverkoren is, als
zodanig na onderzoek bevestigd werd.
De redenen hiervoor waren minder mystiek als men wel meent. De reïncarnatie van een
bekende wijze of wonderdoener had grote invloed op het volk. De beambten kozen alleen
kinderen, die als gezond en voor hun leeftijd verstandig konden gelden. Men had hen later
nodig om hun invloed te kunnen gebruiken. De gehele politieke verhouding in dit theocratisch
feodalisme werd bepaald door de beambten in Lhasa, de tulkoes konden krachtens hun invloed
de politiek van Lhasa doorzetten. Vooral toen de oorspronkelijk vreedzame invasie van de
chinezen begon, werden alle tulkoes, die men te slap van karakter vond, teruggeroepen naar
de hoofdstad “voor studie”, zodat de overblijvende “hoge incarnaties” in staat zouden zijn de
bevolking tot een verzet te bewegen, waartoe zij, vanuit een meer materieel standpunt, niet
bepaald reden hadden.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 75
Orde der Verdraagzamen

Velen menen ook, dat de kloosters vreedzame nederzettingen waren, waarin de monniken
onder gezang en vrome meditaties in alle rust hun heilig leven voerden. De werkelijkheid lag
wel iets anders. In elk klooster waren wel enkele hoogstaande monniken te vinden, maar zij
vormden altijd weer een minderheid; het merendeel had andere verlangens en gedroeg zich
dan ook niet bepaald, zoals een westerling van een kloosterling meent te mogen verwachten.
Wel waren er strenge gedragsregels. Het boeddhisme is tegen alle geweld. De Tibetaan is van
aanleg zeer agressief. Ofschoon meerdere heilige hoofden van monniksorden getracht hebben
een wijziging hierin aan te brengen, zochten de kloosters een uitweg voor de agressieve
neigingen van hun bewoners in debatteren.
Deze debatten, een middel tot leren zowel als tot het vaststellen van eigen geleerdheid en
betekenis, vonden veelal plaats in het openbaar. De deelnemers begonnen een stelling te
poneren en moesten die verdedigen. Gebruikelijk was het daarbij, dat men de tegenstander
naderde, aanspuugde, dooreen rammelde, beschimpte, zodra hij een antwoord maar dreigde
schuldig te blijven. Bekende debaters trokken vaak een groot publiek en het resultaat deed
meer denken aan een soort sportwedstrijd dan aan een godsdienstige of zelfs esoterische
bezigheid. Maar daarvoor werd het wel gehouden.
Opvallend is ook, dat de strijd zelden tot de debaters zelf beperkt bleef. Omstanders namen
deel aan het gesprek en wanneer iemand niet snel en juist genoeg debatteerde en beledigde,
was de kans groot, dat de omstanders hem met felle schouderstoten opzij werkten om
vervolgens met de tegenstander in de clinch te gaan.
Voor de westerling is Lhasa het middelpunt van het godsdienstig leven. In de praktijk
vereerden de meeste stammen, ondanks hun boeddhistische opvoeding, de berggoden en bij
meerdere stammen was een tocht naar de heilige berg iets, wat veel meer telde dan de - voor
een ieder als noodzakelijk gepropageerde - reis naar Lhasa.
De tantrische kloosters leverden mensen af, die ook in dit opzicht het gezag in handen wisten
te krijgen. In dergelijke kloosters kon men gemeenlijk twee opleidingen volgen. De eerste of
hoge weg was vooral theoretisch, een soort aanvullende cursus theologie. De tweede of lage
weg, was praktisch en hield zich bezig met alle vormen van magie, van wichelarij tot de
uitspraken van vervloekingen en het zenden van de dood.
Meer dan 3/4 van de monniken volgde de “lagere” weg, die door de verworven bekwaamheden
immers een leven in weelde mogelijk maakte. Want alle Tibetanen wensten geruststelling,
voorspellingen en waren bereid daarvoor grote offers te brengen. Een afgestudeerde in de lage
weg behoefde zijn “leermeester” die in gezag en betekenis overeen kwam met de Indische
goeroe, maar om een prebende te vragen en hij kreeg de kans zich in het een of andere dorp
te vestigen “om het volk te helpen”. Voorwaarde was wel, dat hij alle “raad” van zijn
leermeester opvolgde en zo de wensen van Lhasa in de praktijk hielp verwezenlijken. De
middelen, die gebruikt werden om de massa te beheersen en dom te houden, zijn duidelijk
genoeg: Lezen, schrijven kon alleen door monniken geleerd worden en mogelijk door de leden
van de adel. Kennisoverdracht was dus zeer moeilijk. Wilde men elkaar toch “schrijven”, dan
dienden meestal zowel schrijver als ontvanger de bemiddeling van een monnik te gebruiken,
zodat dergelijke mededelingen nimmer geheim bleven.
De adel en de rijken vonden hiervoor een oplossing: zij gaven de monnik gastvrijheid in hun
huizen en voorzagen deze van alles, wat hij maar kon begeren. In ruil schreef de gast de
brieven van zijn gastheer, vertaalde de boodschappen, die hij ontving en was vaak ook bereid
enige wichelaarsarbeid te verrichten.
Het voordeel van een dergelijke stilzwijgende overeenkomst was voornamelijk, dat bepaalde
berichten niet onmiddellijk in de kloosters bekend werden. Dezen hadden immers geen respect
voor het briefgeheim en gebruikten de berichten, die zij op een dergelijke wijze leerden
kennen, zowel ter bevordering van hun handel, het bepalen van hun houding tegenover
bepaalde personen, als om bepaalde “orakels” te geven.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
76
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De geestelijke overheden deden wat zij konden, om de bevolking te binden aan het regime te
Lhasa, ook al bleef op sommige plaatsen een soort stamnationalisme bestaan - dat overigens
zelden openlijk geuit werd. Een van de meest zelfstandige stammen was die der Khamba's, die
zelfs de euvele moed hadden de verering van hun berggod te stellen boven de verering van de
Dalai Lama en hun magische verlangens eerder af te handelen met de natuurmagiërs dan met
de tantrische monniken.
Het volk geloofde sterk in de macht en kracht van bepaalde monniken, die golden als de
incarnatie van een bekende heilige of leermeester. Het was voor hen belangrijk zich tegen de
machten van de natuur en de demonische krachten beschermd te weten door de aanwezigheid
van een dergelijke heilige.
Oorspronkelijk was het aantal van dergelijke “emanatieincarnaties” betrekkelijk gering: minder
dan 100 in 1500 n.Chr.. Maar in 1930 bedroeg het aantal van kinderen, die dank zij hun
uitstraling herkend werden als grote mannen uit het verleden, ruim 3000! Opvallend is ook het
feit, dat het merendeel van de “lagere” onder deze incarnaties voortkwamen uit de rijke
boerenstand. Minder opvallend, maar even waar is het feit, dat kort voor een uitspraak veelal
rijke monniken bij een dergelijke familie enige tijd vertoefden en met veel meer bagage
weggingen, dan zij kwamen.
Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, te bewijzen, dat wanneer meerdere kinderen aan de door
een orakel gegeven uitspraak omtrent een bepaalde reïncarnatie beantwoordden, de ouders
die er het meeste voor over hadden - mits hun zoon gezond was - de ouders van de erkende
incarnatie werden. Maar zelfs Tibetanen - uitgeweken voor de Chinese bezetting - hebben
laten blijken, dat zij deze mogelijkheid niet onwaarschijnlijk achtten.
Zeker is wel, dat de werkelijke leer van de Boeddha in Tibet even weinig aan bod kwam als de
ware leer van Jezus in het westen. Zeker is ook, dat van het bijgeloof van de bevolking en de
daar veelal bestaande angst voor de dood gebruik werd gemaakt om de heersende kasten
voordeel te verschaffen. Even zeker is het, dat een groot deel van de lagere bevolking, een als
slaven of horigen levend deel van het volk, na enige aarzeling zich geheel heeft gewend tot de
communistische leer en met de chinezen samenwerkt.
Het feit, dat ik in dit artikel de nadruk heb gelegd op een andere dan de gebruikelijke kanten
van het geheimzinnige land, houdt niet in, dat ik het bestaan van zeer wijze, hoogstaande
monniken en kluizenaars ontken. Integendeel:
De Witte Broederschap heeft sinds lang haar zetel naar een ander deel van de wereld
verplaatst. Dat ook dit niet overhaast en onder dwang van de ontwikkelingen is gebeurd, moge
blijken uit het feit, dat de “poorten van inwijding” in de Karakorums reeds in 1890 gesloten
werden verklaard.
In 1930 waren reeds vele van de betere kloostergemeenschappen zodanig uitgedund, dat zij
praktisch ontvolkt waren. Meerdere kloosters namen, ook in die tijd reeds geen leerlingen aan.
In andere gevallen trokken monniken naar een bepaald klooster, zoals het bekende klooster
van de drie blinden, dat zelfs in deze dagen nog middels voorspellingen van zich doet horen.
Er is alle aanleiding om aan te nemen, dat de werkelijke ingewijden het land reeds lang
hadden verlaten, toen de moeilijke tijd na de tweede wereldoorlog aanbrak. Bijna even zeker
is het, dat de voorname geestelijke leiders, die uiteindelijk voor de Chinese inval moesten
vluchten, niet behoorden tot de werkelijk belangrijke wijzen of zelfs adepten waren, maar allen
behoren tot het establishment. Wie zich, zoals ik, heeft afgevraagd, waarom het zich
verplaatsen van de Broederschap naar de vesting in de Andes zo weinig opzien heeft gebaard,
zal verder nog tot de conclusie komen, dat een groot deel van de Tibetanen, zo goed als een
groot deel van de bergbewoners geen specifiek Aziatische trekken en gestalte hebben. Het zal
degenen, die naar een ander werelddeel vertrokken, dan ook niet moeilijk vallen daar door te
gaan voor inwoners met een sterk indiaanse inslag.
Ook meen ik, dat de reden voor het vertrek niet alleen in de politieke ontwikkelingen heeft
gelegen, maar wel in de eerste plaats te danken is aan de sterk toenemende decadentie van
de heersende klassen in Tibet en andere gebieden, welke naar ik meen mede te danken moet
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 77
Orde der Verdraagzamen

zijn aan het daar doordringen van bepaalde westerse gewoonten, genotsmiddelen en
invloeden.
Vele nu nog steeds circulerende boeken, die handelen over het mystieke Tibet, kregen m.i. een
andere betekenis, wanneer het bovenstaande mede wordt beseft. Zonder de wijsheid te
verwerpen, die in vele van deze werken meeklinkt, zal men zich er van bewust moeten zijn,
dat de groepen, waarin deze wijsheden opgeld deden, veelal ver van de werkelijkheid van het
gewone volk verwijderd waren, terwijl vele hooggestemde uitspraken woorden waren, die met
de werkelijkheid niet veel te maken hadden.
M.i. kan men dan ook een objectiever oordeel hebben over de werkelijke betekenis en waarde
van vele mystieke leringen, toegeschreven aan dit geheimzinnige Tibet, zeker zover dit de
praktijk betreft. Indien men u weer eens dit land voorstelt als een soort Mekka van geestelijke
ontwikkeling en bloei, zo hoop ik, dat u zich dit artikel zult herinneren en voor uzelve zult
mompelen: ook zo is Tibet.
K.N.
In het ODV-nieuws1972-3 zette ons medium zijn beschouwingen over de oude “mystieke”
landen voort; deze keer verdiepte hij zich in het mysterieuze Egypte.

Ook zo was Egypte eens (1972-3)
Door velen wordt ook nu nog het mysterieuze Egypte beschouwd als het land waar grote
inwijdingen regelmatig voorkwamen en machtige magiërs met het boek Thot in de hand leven
en dood beheersten. De werkelijkheid zag er echter voor de meeste Egyptenaren wel wat
anders uit.
Ruim 3/4 van de bevolking bestond uit slaven of z.g. vrijen, die niet veel meer rechten hadden
dan de horigen in de Europese middeleeuwen. Hun rechten waren meestal zeer beperkt. Wel
moet worden gezegd, dat de z.g. huisslaven het gemeenlijk redelijk goed hadden. Anders ging
het de slaven van de steenbakkers.
De steenbakkers zelf waren vaklieden en als zodanig van belang. Het graven van de gele leem,
die zij voornamelijk verwerkten, was echter de taak van slaven. Deze bestonden uit
veroordeelde misdadigers en krijgsgevangenen. Zij leefden onder condities, die niet veel beter
waren dan die in de concentratiekampen van Duitsland: weinig voedsel, ketenen,
zweepslagen, wanneer zij ook maar even minder hard werkten.
Ook de slaven, die bij de bouw van grote tempels en paleizen gebruikt werden, waren er niet
veel beter aan toe. Het leven van een slaaf was altijd minder belangrijk dan het volbrengen
van een bepaalde taak.
De boeren, die niet konden lezen of schrijven, waren in feite horig aan de grondbezitters, die
op hun beurt weer afhankelijk waren van priesters - die gemeenlijk rapport maakten over hun
eerlijkheid en bedrijvigheid bij de provinciale overheden - en het leger.
De vorsten heersten als despoten en lang niet altijd als verlichte despoten. Hun gezag berustte
voor een groot deel bij de priesters, die langere tijd de feitelijke heersers van het land zijn
geweest.
Overigens maakten de vorsten overal op pylonen en muren reclame voor zichzelf. Bij een
tempel, gewijd aan Mut, stond b.v. de volgende tweespraak tussen een god en de koning
Ramses III: verheugt u, mijn kind, gij, die mij vereert. Ik schenk u de aarde in haar lengte en
haar breedte. Doorwandelt haar met een hart, dat vol vreugde is, gij, die haar overwinnaar
zijt.
Waarop de vorst antwoordt: ik heb Egypte tot het hoofd van de volkeren gemaakt, want
tezamen met mij heeft het ook u geëerd, U, Ammon, hoogste God.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
78
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De beide pylonen, waarop dergelijke lofzangen voorkwamen, stonden aan het begin van de
“weg van de ram” - een sfinxen weg - die de tempel van Mut en die van Ammon verbond.
En wanneer er plechtigheden plaats vonden in een van de tempels van het comple - 3
hoofdtempels en rond 20 kleinere tempeltjes - was er altijd een priester of een wijze, die aan
een ieder, die er belang in stelde, deze woorden wilde voorlezen.
Zelfs toen Inknaton - of Ichnaton - deze praktijk verbood, beval de hogepriester Toetmosis,
dat men steeds weer deze teksten als voor zich; maar “goed hoorbaar” diende te lezen, opdat
het volk een vergelijk zou kunnen maken tussen de grote vorst en zijn onwaardige
nakomeling.
In hetzelfde complex was een vijver, waarin een grote krokodil werd vereerd. Het dier was het
symbool van de god Sobek, de god van de middernachtzon. Voor de priesteressen die hier
dienden, was het dier geheel tam, zo tam zelfs, dat het toeliet dat men het de tanden
regelmatig reinigde met staafjes van sandelhout. Maar hetzelfde dier kreeg vaak
heiligschenners toegeworpen als prooi - en mogelijk ook wel eens enkele onschuldigen,
wanneer er niet voldoende zondaars ter beschikking waren.
In deze tijd denkt men aan het oude Egypte in termen van pronk en praal. Die waren er dan
ook in ruime mate, maar alleen voor een betrekkelijk klein aantal uitverkorenen. De steden
waren vuil, de woningen van het gewone volk armoedig, de straten smal en al te vaak
vuilnisbelten. Toen de bouwheer Chepoeroe nabij Thebe een tempel bouwde, liet hij eens door
slaven enkele straten schoonmaken. Volgens het verhaal hadden hiervoor 300 slaven 2 weken
nodig. Die zware taak werd overigens verricht, omdat de bouwheer met enkele vrienden een
bepaald bierhuis wilde bezoeken.
Het geloof van het gewone volk was grotendeels bijgeloof. Men vreesde de toorn der goden,
maar trachtte hen ook middels vele door de priesters graag aanvaarde offers te bewegen hen
bepaalde gunsten te schenken. En vergeet daarbij niet, dat de vorst voor hen eveneens een
“levende god” was, die niet slecht met geweld, maar met toverij en vloek een ieder kon
dwingen te gehoorzamen.
De beschaving concentreerde zich in een betrekkelijk kleine strook langs de rivier. Hier
woonden de belangrijke stadhouders, vorsten, edelen, generaals. De langzaam de Nijl op en af
trekkende barken brachten hier hun handelswaren aan de man. Vreemde volkeren als b.v. de
Phoeniciers dreven hier handel in exotische artikelen.
In deze zelfde kleine strook ook stonden de meeste grote tempels, die vaak kleine steden
vormden, kompleet met winkels, rustplaatsen, tuinen, ziekenhuizen en zelfs soms een
gebouw, bestemd voor het bereiden van mummies.
Daar de Egyptenaren geloofden, dat de ziel alleen zolang kan overleven, als zij ook op aarde
een rustplaats heeft, was dit laatste bedrijf zeer winstgevend. De prijzen liepen nogal uiteen,
maar dat gold ook voor het product.
De bereiding van een werkelijk goede mummie nam, ongeacht het vervaardigen van kisten
enz. rond 9 maanden. Hierbij werden alle ingewanden, maag e.d. zo goed als de hersenen,
verwijderd uit het lichaam, dat daarna en tijdlang in natronloog werd gelegd. Vervolgens werd
het met bepaalde oliën en plantenextracten ingespoten en gesmeerd. Wanneer ook dezen de
nodige tijd ingewerkt hadden, werd uiteindelijk het lichaam gevuld met geurige kruiden,
gesloten en gewikkeld in meterslange banden, die voor dit doel in het bijzonder geweven wa-
ren.
De goedkoopste mummie werd, zonder dat delen van het lichaam verwijderd werden,
eveneens enige tijd in de natronloog gelegd, meestal rond 1 week, om daarna herhaalde
malen in vloeibare pek gedompeld te worden. Maar om zelfs maar deze eenvoudigste
behandeling aan een dierbare te kunnen doen geworden, moest menige middenstander zijn
gehele bezit opofferen.
Ook het leger was voor de eenvoudige Egyptenaren een voortdurende plaag, vooral toen men
ook vreemdelingen in het leger opnam. De officieren waren uit de aard der zaak redelijk tot
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 79
Orde der Verdraagzamen

zeer rijk. Zij kregen steeds weer de kans zich te verrijken tijdens hun taken en werden
bovendien onderhouden door de stad, waarin zij gelegerd waren: hen stond zelfs een
hoeveelheid van het z.g. priesterbier ter beschikking.
Anders echter stond de zaak voor eenvoudige soldaten. Hun rantsoenen waren niet bepaald
hoog, de betaling was niet zeer hoog en vond alles behalve geregeld plaats. Het gevolg was,
dat zij in vele gevallen probeerden de mensen te brandschatten, vooral op het platte land, om
zo wat prettiger te kunnen leven. In Nubie schijnt men zelfs meerdere malen een hele
gemeenschap beroofd te hebben. Dorpen en kleine steden zouden door onbetaalde soldaten
tot de grond toe vernietigd zijn.
Een gewoon mens heeft in een dergelijke maatschappij niet bepaald veel kans zich bezig te
houden met hogere geestelijke vraagstukken. Hetzelfde geldt kennelijk ook voor
wetenschapsmensen van die dagen - Indien die naam althans gerechtvaardigd is.
Het is wel zeker, dat in Egypte de medische wetenschap voor die tijd vergevorderd was, ook al
kende men de bloedsomloop nog niet en waren vele remedies in feite een samen gaan van
magische praktijken en het gebruik van kruiden, waarvan men door ervaring de werkzaamheid
kende.
Maar het is wel opvallend, dat bijna alle priesterdokters, die het onderzoek deden en ook aan
hun praktijk verdienden, uit de hogere standen stamden en een eigen inkomen hadden.
Hetzelfde geldt voor de architecten: alleen zij, die zelf reeds over een behoorlijk inkomen
beschikten, hadden de kans zich verder te ontwikkelen en zo misschien eens de leerling te
worden van een bekend bouwheer. Daar de werken vaak vele mensenlevens duurden, nam de
leerling uiteindelijk de taak en daarmede ook het inkomen en aanzien van zijn meester over.
Maar je werd geen leerling bij een erkende bouwheer, wanneer je niet aardig wat op tafel kon
brengen aan relaties of bezit.
Wat de priesterkaste betreft: hier had een armere, die begaafd was en goed was in het
intrigeren, meer kans. Wanneer hij t.m. werd aangenomen als noviet. Daar vele tempels
voortdurend tegen elkander en tegen bepaalde machthebbers intrigeerden, hadden de
hogepriesters behoefte aan bekwame en niet gewetensvolle medewerkers, die zij vaak zochten
onder de lagere priesters. Wie betrouwbaar was, werd beloond door hogere rang, z.g.
inwijdingen en voorrechten. Maar wie dan meende er te zijn, of probeerde meer te krijgen dan
zijn beschermer juist achtte, placht te verdwijnen. Men mompelde wel, dat de kinderen van
Sobek - de krokodillen - hen verslonden, die te veel wisten, teveel hoorden, of teveel wilden.
Het beeld dat je van Egypte krijgt, zelfs in zijn perioden van hoogste macht en bloei, is niet
bepaald verheffend. Natuurlijk waren er mensen, die wijs waren, mensen die in goede stijl
wisten te leven, grote kunstenaars en magiërs. Maar zij moeten wel een zeer kleine
minderheid gevormd hebben.
Hoe komt het dan, dat men in deze dagen zoveel oude geheimen en wijsheden aan dit land
toeschrijft? Het antwoord ligt volgens mij in de eerste plaats in de tijd, dat de Grieken
priesters van Re en Ammon, zo goed als de vereerders van Isis, in hun steden toelieten.
De priesters waren behendige goochelaars, wisten iets van massasuggestie en hypnose, terwijl
hun kleinere tempels een voor de Grieken bijzondere sfeer bezaten. Hierdoor werden velen
onder hen gebiologeerd, terwijl anderen, mede omwille van de handel, het land Egypte
persoonlijk bezochten, en daarbij contact zochten met priesters en geleerden.
Een aantal geschriften, die aan Thot toegeschreven werden, blijken b.v. in het Grieks gesteld
te zijn. Dit doet vermoeden, dat althans enige Grieken zich bij voorkeur van Egyptische
pseudoniemen bedienden, wanneer zij ongebruikelijke stellingen en denkbeelden wilden
verbreiden. Vooral in verband met de magie schijnt dit veel voor te komen. Zelfs wanneer
enkele eeuwen na Christus een vroege alchemiste haar ervaringen en stellingen op schrift
brengt, doet zij dit nog onder de naam “Marie, de Egyptische”. Waarbij overigens de voornaam
doet vermoeden, dat zij ofwel een christin was, dan wel van joodse afkomst

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
80
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Overigens zijn bepaalde wijsheden en vormen van magie zeker van zuiver Egyptische
oorsprong. In elke tempel was er een “KeriHeb”, een houder van de papyrusrol. Deze werd
beschouwd als bedreven in alle wijsheid en toverij, werd meester der mysteriën genoemd,
wanneer hij tot een grotere tempel behoorde en werd verondersteld de oude hiëroglyfen te
kunnen lezen en de geheime machtswoorden te kennen. Het is zeer waarschijnlijk, dat het
verhaal over de papyrus van Thot, die alle machtswoorden bevatte van leven en dood, in
verband staat met deze KeriHebs.
Er is wijsheid gekomen uit Egypte, er is veel wijsheid, die terecht of ten onrechte, aan Egypte
wordt toegeschreven. De Egyptenaren kenden inderdaad machtige magiërs en maakten
gebruik van paranormale gaven als telepathie, hypnose en hadden een voor die tijd vaak
verwonderlijk juiste kennis omtrent de krachten van de natuur.
Niemand zal ontkennen, dat dit land grote vorsten, grote bouwmeesters en kunstenaars heeft
gekend. Niemand zal ontkennen, dat Egypte behoort tot de voornaamste beschavingen van
een ver verleden. Maar toch lijkt het mij goed, niet slechts deze wijsheden te gedenken en te
bestuderen, maar ook te beseffen, hoe zij tot stand konden komen: door het uitbuiten van
ontelbaar vele mensen, zoals de bouwwerken alleen tot stand konden komen door het werk
van ongetelde slaven, die nauwelijks genoeg kregen om in leven te blijven en geacht werden
te sterven, wanneer dit voor het werk beter uitkwam.
Een vorige maal heb ik u iets verteld over Tibet en de toestanden, die daar heersten. Deze
maal heb ik getracht iet meer duidelijk te maken over Egypte. Ik wil daarmede niet afdoen aan
de geestelijke waarden, die ons van daaruit bereikten. Wel wil ik duidelijk maken, dat bepaalde
vormen van geestelijk werken en leven steeds weer een zaak zijn van kleine minderheden,
veelal ingebed in een gemeenschap, die met de rechten van de mens geen rekening pleegt te
houden.
K. N.
In de weergave van datgene wat ons medium; Karel van der Nagel, in het ODV-nieuwsblad
heeft geschreven zijn we toe aan 19724. In dat nummer heeft hij een behoorlijk uitgebreide
voorspellinggegeven van het jaar 1973. Mocht u daar belangstelling voorhebben, geef dan
op “1972-4”, dan krijgt u die voorspelling toegezonden. Meer van Karel's hand staat er in
dat nummer niet. Ook in het daarop volgende nummer (1973-1), geeft Karel niet meer dan
de bekende 3-maandelijkse kleine prognose. Maar in het nummer 1973-2 heeft hij de pen
weer ter hand genomen, en wel om het over symbolen te hebben.

Symboliek (1973-2)
Er zijn altijd door de mens symbolen gebruikt en altijd weer blijken dezen in een direct
verband te staan met zijn geloof en leefwijze.
De oude Germanen hadden de gewoonte op hun woningen een figuur aan te brengen, meestal
een paard, dat diende om de woning tegen boze krachten, maar vooral tegen de bliksem te
beschermen. Tegenwoordig zien wij in vele landen christelijke boeren op hun gevels of dak een
kruis aanbrengen om daarmede boze geesten en onheil te verdrijven.
Toch weet een ieder, dat een houten paard of kruis geen werkelijke invloed kan hebben, tenzij
het alleen maar een teken is, dat de aanwezigheid van onzichtbare krachten aanduidt. Het
paard staat b.v. voor Wodan, het Kruis voor Christus, beiden in het denken van de mensen
een hoogste macht.
Maar het kruis is heel wat ouder. In zeer oud Iraans aardewerk treffen wij het kruis vaak als
een soort siermotief aan. Het komt echter ook in geheel Zuid-Azië voor als teken voor de zon,
waarbij het in altaren is aangebracht, maar ook vaak gebruikt wordt in randversieringen van
op zich weer symbolische voorstellingen.
Het lijkt onverklaarbaar, dat men als symbool voor de zon een eenvoudig kruis gebruikt. Eerst,
wanneer je de andere zonnesymbolen nagaat, blijkt, dat dit kruis eerder een vereenvoudiging

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 81
Orde der Verdraagzamen

is van andere symbolen, die probeerden de werking en het wezen van de zon - als hoogste
god waarschijnlijk - weer te geven.
Bij de Grieken vinden wij zonnesymbolen, die zijn samengesteld uit benen, kompleet met voet,
soms 3, die samenkomen in een cirkel, waarin dan weer een kruis staat, soms ook als 4
benen, die met het bovenstuk in elkaar passen.
Dit beeld doet denken aan de swastika. Indien men echter elk been door een lijn vervangt,
heeft men een kruis. Laat men een aanduiding van de voet als kortere lijn toevoegen, dan is
de swastika kompleet.
De zon bewoog zich, reisde langs de hemel. Ik vermoed, dat begrensde kruisen - waarbij de
armen dus door een korte streep worden afgesloten - deze beweging wilden weergeven. De
straling, de invloed van de zon op de aarde, schijnt men vooral uit te willen drukken met een
reeks van een enkel punt uitgaande stralen.
Deze laatste voorstelling vinden wij ook in Egypte, waar zij later wordt tot de stralende
zonneschijf, die in de Atonverering bovendien nog van handen wordt voorzien, zo
aanduidende, dat deze zon a.h.w. uitgrijpt naar de gelovigen.
Er zijn veel van dergelijke symbolen, die voor een ieder na korte beschouwing te begrijpen
zijn. Maar degenen, die tot de meer ingewijden behoorden, hadden hun eigen reeksen van
symbolen, die voor de buitenstaander niet te doorgronden zijn. Het Griekse woord symbolen
wijst volgens mij trouwens op verborgen betekenis, inwijding.
Een wijze zei eens, dat symbolen het kortschrift zijn, waarin de kennis der ziel wordt
vastgelegd. Zonder dit nu geheel te omschrijven ben ik toch wel van mening, dat de ziel van
de mens in zich bepaalde waarden kent, terwijl hij in zich ook bepaalde voorstellingen draagt,
die voor fasen van zijn leven of bepaalde belevingen staan.
Een hart, b.v. doet denken aan leven, liefde. Maar indien nu in dit hart een paar schijnbaar
zinloze haaltjes zijn aangebracht, zo wekken dezen zeker geen associaties. Tot ik ontdekte, dat
het ene teken een variant was op het z.g. eigen teken van de planeetgeest Venus, terwijl het
tweede haaltje een vereenvoudigde versie van een teken was, dat gebruikt wordt om een
bepaalde secundaire functie van Jupiter weer te geven.
Eerst daardoor werd mij duidelijk, dat dit versierde hart in wezen betekende: liefde kan
beheerst worden, wanneer men in zich bepaalde krachten kan oproepen, waarbij die krachten
dan ook duidelijk werden aangeduid.
Wanneer een bepaalde waarde of invloed als zeer sterk moet worden aangeduid, zo zien wij in
vele gevallen, dat men het hoofdmotief herhaalt. Bij Grieks en Perzisch aardewerk uit het
verleden b.v. zien wij vaak een motief, dat in lijnen wordt aangeduid, die een vlak begrenzen
binnen dit teken. Waarin dan hetzelfde motief weer herhaald wordt.
Een kruis b.v. blijkt op de armen gelijksoortige of licht afwijkende kruisen ingekrast te hebben.
Een Indische voorstelling geeft een fallus weer, waarin als een soort Drosteverpleegsterseffect
steeds weer kleiner fallussen zijn aangebracht. Bij nadere beschouwing blijken dezen niet
alleen eenvoudiger te zijn, maar in sommige gevallen zelfs een geheel andere samenstelling
van lijnen te bevatten. Enkele van de binnenste tekeningen omvatten geheel andere tekens,
maar zijn zodanig in het geheel gevoegd, dat de oppervlakkige beschouwer dit niet ziet.
Ik neem aan, dat dit wel degelijk een bijzonder symbool is. Maar de werkelijke betekenis is
dan ook hier alleen te vinden voor degenen, die voldoende kennis bezitten, de ingewijden dus.
Vaak hoor je de mening verkondigen, dat symbolen alleen voor ingewijden te lezen zijn. Dat
moge waar zijn, maar de aantallen van dergelijke ingewijden zijn soms toch wel erg groot.
Neem nu eens een verkeersbord voor aanduiding van verboden inrit bij eenrichtingsverkeer.
Het is een symbool en wij kunnen ons voorstellen, dat archeologen van het jaar 3000 na Chr.
zich verwonderd afvragen, wat dit symbool toch wel te betekenen heeft gehad.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
82
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het zou mij zelfs niet verbazen, wanneer men ook hiervan een religieus symbool zou willen
maken, daar het overal aanwezig lijkt te zijn, maar kennelijk niemand de betekenis daarvan
onmiddellijk zal zien. Het is voor ingewijden, het komt veel voor, dus moet het wel een
aanduiding zijn, die bij erediensten een rol speelt.
Wij maken, naar ik vrees, vaak soortgelijke vergissingen, wanneer wij veronderstellen, dat alle
symbolen van de oudheid alleen betekenis hadden voor een zeer beperkt aantal mensen.
Zo is er een symbool, dat bestaat uit een hertenkop met tussen het gewei een vijfpuntige ster,
of een uit vijf bundels stralen bestaand geheel. Algemeen wordt aangenomen, dat dit het
zonnehert is, een symbool voor de zon alweer.
Dit is aannemelijk te maken, en vele geleerden hebben dan ook de betekenis van dergelijke
symbolen bewezen. Waarbij men niet te veel op bepaalde afwijkingen let. Waarom b.v. zien
wij in dezelfde periode en dezelfde omgeving deze symbolen uitgevoerd als: hertenbok met
ster, stier met 3 sterren, steenbok met ster, geit met sik en ster?
Volgens mij is de steenbok aanduiding van wichelen, geheime krachten, de hertenbok van
vruchtbaarheid, maar de geitenbok van natuurgoden en hun werkingen.
Het zonnesymbool wordt wel op aardewerk aangetroffen, maar evengoed in steen gehouwen
aangetroffen. Volgens mij vormen deze voorstellingen ook een aanwijzing voor de gewone
mensen en konden zij hierdoor b.v. zien, waar een wichelaar te vinden, waar bepaalde offers
te brengen.
Kortom, sommige symbolen zijn zo algemeen, dat er voor mij een algemene betekenis aan
verbonden moet zijn. Daar symbolen echter naast de associatieve betekenis ook een
zielenbetekenis moeten hebben, wanneer zij tot een werkelijk, alleen voor ingewijden,
bestemd geheel behoren, zullen er varianten van algemeen bekende tekens bestaan, waarin
onopvallend een bepaald begrip verborgen ligt.
Om een voorbeeld te geven: een van de secundaire tekens voor de werkingen van de zon
bestaat uit een vierkant, diagonaal doorkruist, waarop een driehoek. Een soort huisje dus. Ik
kwam tot de ontdekking, dat in enkele geschriften dit teken voorkomt met een soort punt, die
de kruising van de diagonaallijnen omvat. Hetgeen mij een gevoel van diepte gaf.
Bij ontleding van de formules bleek mij, dat het “huisje” zonder punt eenvoudig staat voor:
bescherming. Met die punt staat het echter voor macht tot verweer. Andere schijnbare
onachtzaamheden in dezelfde tekeningen kunnen, zo bleek mij, de betekenis en waarde
daarvan nog veel sterker veranderen, zodat dit z.g. zonneteken met een onregelmatig vierkant
niet op de zon zelf wijst, maar op de macht schatten te bewaren en behoort in de z.g. geheime
tekens van Mercurius.
In de alchemie komen wij sulfer of solfer tegen in vele verschillende betekenissen. Er is sprake
van een enkel woord, dat echter in verschillende context een geheel andere betekenis krijgt.
Mogelijk is hiervoor een regel, maar die heb ik dan tot nu toe niet gevonden.
Vreemd genoeg kun je a.h.w. aanvoelen, welke betekenis het woord in een bepaalde
samenhang heeft. Dit gevoel spreekt voor mij veel sterker, wanneer ik de betreffende zinsnede
uitspreek, en dus niet alleen stil lees. Volgens mij is hier op de een of andere wijze een selectie
van mogelijkheden aan het werk die niet redelijk is. Een zielenkracht? Dan ligt in de
klanksamenstelling van deze zinsneden een soort zielensymbool, dat in dit geval het
woordsymbool domineert.
Ik geef graag toe, dat ik niet in de gelegenheid ben geweest vele symbolen te bezien. Maar
toch zijn mij enkele dingen opgevallen. De Perzische dierenriem, die door de mohammedanen
vaak nog als sier wordt gebruikt, kent de leeuw, die boven zijn rug een soort ster draagt.
Dit zou de zon zijn. Maar de wijze, waarop deze ster is gevormd, blijkt nogal te verschillen. Nu
sprak ik op de Expo in Brussel eens met iemand - de naam ken ik niet - over de Perzische
miniaturen en geschriften, die daar te zien waren in een klein paviljoen. Hij vertelde mij, dat
de ster in zijn afwijkende vormen bepaalde geestelijke en zelfs magische kwaliteiten weergaf.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 83
Orde der Verdraagzamen

De conversatie werd, van beide zijden, in een nogal primitief Engels gevoerd. Alles had dus
een beperkte waarde. Maar deze man vertelde mij, dat dit symbool vaak gebruikt werd om
z.g. geestelijke krachten weer te geven, die dan zouden berusten bij degene, voor wie de
voorstelling was gemaakt.
Indien ik hem toen goed begrepen heb, vertelde hij, dat men in het oosten gelooft, dat
afbeeldingen in de plaats kunnen treden van de werkelijkheid, ja, de werkelijkheid a.h.w. zijn.
Door nu iemand het symbool van hemelkracht plus de zon te geven, gaf men hem in feite die
kracht.
Hij wees in dit verband op de symbolische gaven, die in sprookjes vaak ontvangen worden van
geesten e.d. en toonde mij enkele mooie miniaturen, waarop o.m. een man te paard
voorkwam. Het ging over een magische zweep, die verkeerd gebruikt werd, volgens hem. Hij
liet mij zien dat de zweep in een enkel detail verschilde op de ene en de andere tekening, en
beweerde, dat de eerste zweep goede macht, de tweede, in licht gewijzigde vorm, echter
kwade macht aanduidde.
Wat alles natuurlijk “horen zeggen” is, en meer niet. Maar in bepaalde magische werken wordt
gesproken over “verkeerde vormen”, die een mens een deel van zijn vermogen ontnemen,
alleen maar doordat zij gezien worden. Gelijktijdig waarschuwt men tegen bepaalde fouten in
het tekenen van diagrammen. Dit zou geheel andere krachten op kunnen roepen. In een geval
schijnt het al of niet doorlopen van een enkel lijntje in een klein deel van een zeer
ingewikkelde tekening de waarde van weldoende in demonische veranderen.
De verklaring hiervoor? Wanneer dit lijntje verkeerd staat en het verdere diagram juist is
getekend, wordt “de ziel van de magiër gevangen, hij verliest zijn kracht en is niet meer in
staat de krachten, die hij oproept, te beheersen.”
Uitgaande van het standpunt, dat symbolen een uitdrukking geven aan in de mens bestaande
krachten, waarbij de vorm bepaald wordt door zijn geloof en omgeving, maar de waarde door
zijn innerlijk, lijkt mij iets dergelijks zelfs heel goed mogelijk.
Nu ik bezig ben met dit onderwerp, ontdek ik dat er veel meer over te zeggen valt, dan ik in
dit kleine artikel zou kunnen zeggen. Maar mogelijk bent u nu reeds verveeld. Wenst u echter,
dat ik ook een volgende maal iets over dit onderwerp schrijf, dan hoor ik het wel van u. Voor
dit keer is de beschikbare ruimte echter gebruikt.
K.N.
In het derde ODV-nummer van 1973 (dus 1973-3), geeft Karel eerst weer de kleine,
driemaandelijkse prognose, daarna gaat hij weer verder met het onderwerp: symbolen.

Iets over symbolen II (1973-3)
Ook in de kabbala spelen symbolen een rol. Zo zijn b.v. bepaalde lichamelijke kenmerken voor
de ervaren kabbalist een symbool voor de “reis”, die de incarnerende ziel achter zich heeft.
Vorm en stand van oren, ogen, bepaalde lijnen op het voorhoofd van een mens, maken
duidelijk, wie en wat hij in zijn diepste wezen is. Onwillekeurig denk ik hierbij aan de wijze
Simeon en zijn reactie op zijn waarnemingen bij het Kind Jezus. Zijn indruk, dat de Messias
inderdaad geboren zou kunnen zijn in dit kind - aangevuld door de woorden van Anna, de
profetes - doen mij vermoeden, dat hij daarbij uitging van lichamelijke kentekenen, die ook in
die dagen als symbool van innerlijke krachten golden.
De kabbala kent nog vele andere symbolen, waaronder bepaalde namen, waarvan wordt
gezegd: zij duiden aan, maar noemen niet de eigenlijke naam. In de praktische kabbala
worden dergelijke namen en tekens gebruikt om amuletten - die dan natuurlijk niet zo
genoemd mogen worden - tot stand te brengen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
84
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Iets eerlijker t.a.v. het doel, waarvoor men de symbolen en namen gebruikt, is de z.g.
kischuph, de verboden tovenarij. Daar geeft men openlijk toe, dat bepaalde tekens en namen
ten doel hebben iemand onrechtmatig voordeel te bezorgen, dan wel te schaden.
In dit verband bestaan enkele vroege, waarschijnlijk van Romeinse of Griekse oorsprong zijnde
tekeningen, waarin God, aangeduid als: de naam der 72 namen, wordt voorgesteld als een
soort zon, waarvan stralen uitgaan. Elk van deze stralen omvat dan weer een naam, terwijl
elke straal uiteenvalt in vele kleinere stralen, die dan de namen van engelen dragen.
Elke naam is het symbool voor een bepaald deel van de goddelijke kracht en kan vele nieuwe
ontwikkelingen veroorzaken en de spreker tijdelijk zeer grote macht verlenen, wanneer zij
luidkeels wordt geroepen. Door het uitspreken van de schem, de heilige naam, zou b.v. Mozes
de Egyptenaren hebben doen verdrinken in de Rode Zee, terwijl een andere, beperktere naam,
gebruikt zou zijn om de wateren “te scheiden”.
Dergelijke namen kunnen ook geschreven worden en hebben dan een minder directe en
krachtige, maar langdurige uitwerking, die voornamelijk bescherming en afweer schijnt in te
houden. Tenminste, zo wordt dit in vele magische boeken gesteld.
Maar volgens bepaalde legenden heeft een geschreven naam, al dan niet vergezeld van een
“teken”, toch meer mogelijkheden: van Liwah ben Bezaleel, meer bekend als Rabbi Low, wordt
verteld, dat hij de “golem” tot leven wekte door in de mond van dit uit klei gemaakte wezen
een briefje te steken, waarop een grote naam van God was geschreven.
Wanneer wij de uitspraken van Chajim Vidal bezien, die over zijn meester Rabbi Luija vertelt,
zo kon deze op het voorhoofd van een mens diens verleden en toekomst lezen, terwijl hij de
taal van dieren en engelen zou hebben verstaan en de betekenis van de vlucht van de vogels
kende. Waarbij wordt aangetekend: In alle dingen schrijft de Heer zijn wil en werken kenbaar
neer, voor hen, die zijn tekens kennen.
Volgens mij is het duidelijk, dat namen, letters en cijfers in bepaalde omstandigheden gebruikt
werden als symbool voor krachten, machten en werkingen. Wat de getallen betreft is het
interessant, dat de z.g. kamea, de amuletten, die tegen ziekten gebruikt werden en bovendien
nog voor andere doeleinden, de namen dragen van de “takken van de boom des levens”
De volgende kamea zijn in wezen magische vierkanten. Ik geef u het beheersende getal, de
naam en het “metaal” van deze amuletten als voorbeeld:
15 = de som van sephira Malkuth, het metaal lood. In de magie staat dit alles voor werkingen
van Saturnus.
34 = sephira Nezach, tin, voor magie Jupiter.
65 = sephira Gebura, ijzer, voor magie Mars.
111 = sephira Tippareth, goud, voor magie Zon.
Opvallend is overigens in dit verband de wijze, waarop de schepping wordt gezien: Niet de
hoogste Kracht, maar de demiurg was de schepper van de wereld. Hij wordt wel Laldalbaoth
genoemd, in andere gevallen worden namen als Jahweh gebruikt. Deze schepper wordt lang
niet altijd als volmaakt voorgesteld. Zijn werk, gemaakt uit de materie, zou onvolmaakt zijn,
terwijl b.v. de Ophiten deze god bovendien als dom, trots en wraaklustig omschrijven.
Hij schiep Eva om door zijn werk, waarmede hij niet tevreden was, te vernietigen en zou
daarin geslaagd zijn, wanneer niet Sophia - de vrouwelijke vorm van een kosmische wijsheid -
de slang had gezonden, die de mens verleidde te eten van de boom van goed en kwaad, de
boom der kennis. Hierdoor frustreerde zij de plannen van Laldalbaoth, die op deze boom een
taboe had gelegd, om zo te verhinderen, dat de mens tot wijsheid zou komen.
Wijsheid was immers het middel om de plannen van de wraakzuchtige Laldalbaoth te
bestrijden. Het gehele oude testament zou een beschrijving zijn van deze strijd tussen de
demiurg en zijn schepselen, terwijl de werkelijke oerkracht, zich bewust zijnde van de

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 85
Orde der Verdraagzamen

mogelijkheden van de mens, hem de Christus zond, die alle mogelijke verdragen tussen
Laldalbaoth en de mens ophief en daarvoor in de plaats een band met hogere krachten bracht.
De toornige en niet al te verstandige schepper probeerde dit te voorkomen door de Joden er
toe te bewegen Jezus te doden, maar besefte niet, dat hij alleen Jezus de mens, niet de
goddelijke Christus hiermede kon verdelgen. Deze laatste zou in de vorm van Jezus zijn
opgestaan uit de dood om zo te bewijzen, dat de macht van de domme schepper gebroken
was.
Een omkering dus van het scheppingsverhaal in dier voege, dat de schepper niet de
almachtige is, terwijl de wijsheid, die de rol van de duivel overneemt, hier in wezen alleen
maar probeert de domheid en de fouten van de schepper op te heffen door de mens te
brengen tot het verbreken van een taboe, dat ten onrechte was gelegd op de kennis.
De slang, die in vele symbolen voorkomt bij deze sekten en altijd weer in de magie en andere
symbolen een rol speelt, wordt wel Ouroboros genoemd, en verbeeldt dan de keten van
veranderingen, waarin goed en kwaad te samen zijn gevoegd tot een levende eenheid van
schepper en schepping.
Er zijn trouwens meer eigenaardigheden te vinden bij de gnostici. Valentinus b.v. stelt, dat de
wereld van de stof niet altijd en voor altijd gescheiden is, was, of zal zijn van die van de geest.
De eerste mens of het oerbeeld van de mens - de interpretaties verschillen - viel in de stof,
maar keerde terug tot de hemelwereld. Hierdoor ontstond uit de twee hoogste krachten de
zoon, Christos - die niet identiek is met onze Christus - wiens kracht een verzoening tussen
geest en stof mogelijk maakte door Horos, de hersteller. Deze zou volgens sommige versies
degene zijn, die wij kennen als Horus, de zoon van Isis in het kader van de Egyptische
godsdiensten.
Uit dit alles moge blijken, hoe de symboliek, die men gebruikt, vaak weer te herleiden is tot
oudere vormen van geloven en denken, terwijl oude goden steeds weer in nieuwe functies en
vormen plegen op te duiken.
In dit verband is het misschien wel aardig te wijzen op het feit, dat bepaalde heiligen als
Christoforus, die eerst kort geleden geschrapt werd uit de kalender der heiligen, heidense
figuren zijn.
Wie zich de eerste voorstellingen, waarop deze heilige voorkomt, te binnen kan brengen, weet,
dat op de rug van een grote man een kind zit, dat in zijn handen de wereldbol draagt. Ontdoe
nu eens in gedachten deze mannenfiguur van zijn kleding. Juist. Hij herinnert nu in houding
aan Atlas, terwijl de wereldbol, wanneer wij het kind even wegdenken, nog steeds zijn last is.
Sint Nicolaas, zoals u hem hier kent, is trouwens ook een lange tijd heilig genoemd restant van
oude gebruiken en geloofsvormen: hij is in wezen Wotan, die tot de mens komt met giften als
loon voor hun goedheid en gastvrijheid.
Er zijn heel wat van dergelijke voorbeelden te vinden. Het is vaak heel moeilijk er achter te
komen, welk symbool het eerste was in een reeks van bijna gelijkvormige voorstellingen,
waarvan de betekenis nogal eens afwijkt.
Zo treffen wij de driehoek aan als symbool voor God bij de Christenen, al dan niet voorzien
van een alziend oog. Maar in de Ajna chacrum - de tweebladige - zowel als in de Visuddha
chacrum treffen wij die driehoek eveneens aan, kennelijk als symbool van een hogere kracht,
die dan door voorstellingen binnen die driehoek verder worden gedefinieerd. Deze voorstellin-
gen zijn traditioneel in de Hindoewereld en zijn, zover mij bekend, aanmerkelijk ouder dan het
Christendom, laat staan bepaalde groeperingen daarin, die de driehoek als beeld voor de
godheid zijn gaan hanteren.
Ook het kruis komt veel vroeger voor dan men zou veronderstellen. In bepaalde
grottekeningen komt het reeds voor en wel in Afrika. Daarnaast zien wij het als motief

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
86
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

optreden in oude resten vaatwerk, b.v. Syrisch, en komt het voor als een soort vulmotief op
Hetitische zegels.
Altijd weer, wanneer je je bezig houdt met symboliek, rijst de vraag, waar een bepaalde
voorstelling, een bepaald teken vandaan komt. Probeer je dat na te gaan - de mogelijkheden
daartoe zijn voor mij nogal beperkt - dan ontdek je, dat bepaalde symbolen lange tijd zeer
heilig zijn geweest en kort daarna opeens afzakken tot een soort traditioneel siermotief, terwijl
eenvoudige siervoorstellingen opeens wat anders gestileerd voorkomen en dan zeer heilig
heten of grote machten aanduiden.
Daarom besluit ik deze maal met een citaat uit een oude lezing van onze Orde: Een symbool
ontleent zijn betekenis en eventuele invloed aan de betekenis, die de beschouwer daarin
projecteert. Zo symbolen soms een geheime taal vormen, dienen wij dan ook niet te vergeten,
dat het mensen zijn die deze taal hebben geschapen en dat menselijke filosofen een groot deel
van het menselijk geloof hebben bepaald, waarin de symbolen een rol spelen.
Ook nu weer moet ik constateren, dat ik slechts een zeer klein deel van de materie enigszins
heb kunnen omschrijven. Bijna elke mens kent nog een eigen symboliek en veelal daarnaast
een klanktaal, die alleen voor hem en een partner betekenis heeft.
De maatschappij werkt met symbolen en vereenzelvigingen die m.i. eveneens onder dit
onderwerp zouden moeten vallen. En dan zijn er nog veelheden van symbolen uit de oudheid,
die ik zelfs niet genoemd heb. Denk eens aan de verschillende vormen van orakel en
godenschrift, die op een vaste reeks van symbolen schijnen te zijn opgebouwd: steeds weer
geeft men er andere betekenissen aan, maar gebruikt men overeenkomstige tekens bij
wichelarij en eredienst.
En dan is er nog de psychologie, al dan niet freudiaans, met haar benadering van b.v.
droomsymbolen, de reeks riten, die als zodanig waarschijnlijk niet meer geheel beseft worden,
maar die in onze tijd nog steeds oude symbolen doen herleven.
Maar ik heb mijn best gedaan en zal mogelijk een volgende keer weer een ander deeltje van
deze uitgebreide materie naar beste vermogen voor u omschrijven en bezien.
K. N.
We zijn aan het vierde nummer van het ODV-blad van het jaar 1973 toe, dus 1973-4. In de
prognose voor het jaar 1974, heeft Karel het over het Marsjaar 1974 gesproken en over de
uiteindelijk toch positieve reacties van de mensheid op vele moeilijkheden en negatieve
invloeden, die in dat jaar zouden zijn opgetreden. Als u dit alles toch graag zou willen
bekijken, bestel dan bij het Documentatiecentrum “prognose 1973-4”, en we zullen het u
opsturen. En dan gaat Karel in dat nummer zijn beschouwingen over de symboliek weer
oppakken.

Symboliek III (1973-4)
Daar mijn vorige opstellen over symbolen door u nogal gunstig ontvangen werden, wil ik
trachten in dit laatste nummer van 1973 nog enige meningen te geven over dit onderwerp.
Shakespeare dicht in zijn Midzomernachtdroom: soms ben ik een paard, soms een bloedhond,
een varken, een beer zonder hoofd, soms ook een vuur...
Hierbij gaat het om het verschijnsel van transformatie, dat bij de meeste van u bekend zal zijn
uit Draculaverhalen als dat van Stoker. In Stevensons Dr. Jekyll en Mr. Hyde speelt het
verschijnsel van de verandering eveneens een rol.
Opvallend is altijd weer bij dergelijke zaken, dat de verandering niet alleen dramatisch van nut
is, of, zoals bij Shakespeare, de kwaliteiten van een geest omschrijven, maar daarnaast een
soort karakteristiek vormen.
Hyde is het kwaad in Dr. Jekyll, normalerwijze onderdrukt, maar nu tot zelfstandigheid
gekomen door een middel, dat de uiterlijk zeer goede dokter inneemt.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 87
Orde der Verdraagzamen

Dracula is een jager op bloed, hij verschijnt raadselachtig bij het aanbreken van de nacht en
schijnt overal door te kunnen dringen. Wolf, vleermuis en nevel, gestalten, waarin hij zich zou
tonen, geven dus belangrijke kenmerken van zijn persoonlijkheid weer, zijn a.h.w. vorm
geworden eigenschappen.
Bij vele transformatieverhalen treft men, ook wanneer zij b.v. behoren tot de akten van
heksenprocessen, steeds weer deze neiging tot karakteriseren aan. Vrouwen worden vooral
beschuldigd, in de vorm van katten en varkens verschenen te zijn en zo onheil te hebben
gesticht. Mannen schijnen eerder als aap, hond, beer te verschijnen. De vorm van de bok
schijnt aan de duivel zelf voorbehouden geweest te zijn.
In al deze gevallen valt mij op, dat men in deze tijd in het normale spraakgebruik dergelijke
beelden nog wel gebruikt voor mensen die men niet mag. Een vrouw wordt wel als kat of zeug
aangeduid, een man als hond e.d.
Mogelijk is het ver gezocht, maar ik heb zo het gevoel, dat deze beschuldiging van
transformatie in vele gevallen berust op iets, wat men in de normale persoon ziet, of vreest en
zo nu en dan als een werkelijke vormverandering voorstelt, om zich zo van de eigenschappen
van de persoon in kwestie a.h.w. te distantiëren.
In andere gevallen begeert men de eigenschappen van een bepaald dier en kiest zich dit als
symbool uit. In de overleveringen van vele indianenstammen komt b.v. een voorvader voor,
die zich veranderde in een bepaalde vogel. Deze is dan gelijktijdig tot totem van de stam ge-
worden en men kent zich eigenschappen toe, die men aan de vogel in kwestie toeschrijft.
Op het eiland van Circe veranderen Argonauten in varkens. Spijs en drank zijn daarvoor
voldoende, ook zonder een werkelijke verandering van vorm.
Dergelijke beelden zijn dan ook, volgens mij, een poging om bepaalde innerlijke gevoelens en
processen een uiting te geven, of, bij schrijvers, kenbaarder naar voren te doen treden door
hen een zelfstandig leven te geven.
In “de gouden ezel” van Appuleus vergist de held zich, wanneer hij in Thessalie vertoevende,
zijn geliefde zich met een olie ziet insmeren. Hij wil evenals zij vliegen, maar, hoe ezelachtig,
vergist zich en verandert in een ezel.
De vorm past precies bij het feit. Overigens omvat dit verhaal een zo uitvoerige beschrijving
van allerhande magische praktijken, dat de schrijver beschuldigd werd van toverij en daarvoor
terecht moest staan. Hij werd overigens, naar ik meen, alleen maar gewaarschuwd.
Maar ter zake: in vele landen treffen wij goden aan, die in een diervorm optreden. Wanneer
Anubis de kop van een jakhals heeft, zo is dit, m.i., geen willekeurige keuze. De dood immers
verdwijnt in het onbekende, waar mensen niet kunnen volgen, zoals de sporen van een jakhals
de woestijn in gaan, verdwijnende tussen steen en zand in een wereld, waarin mensen niet
kunnen volgen.
Elders blijkt een zonnegod een vogelkop te dragen. Het uitspansel is de buik van de hemelkoe.
En altijd weer zijn de voorstellingen illustratief voor eigenschappen, die men de goden
toedicht.
In deze voorbeelden is de eenheid van eigenschapvoorstelling wel zeer duidelijk kenbaar.
Wanneer het handelt over gestileerde symbolen, is het vaak al moeilijk deze samenhang te
doorgronden. Maar zij is altijd weer aanwezig.
Symbolen spreken een eigen taal, doch kunnen alleen begrepen worden, wanneer men dan
wel de betekenis kent, dan wel weet, uit welke tijd, uit welke opvattingen de symbolen
geboren zijn.
Al beseffen wij dit niet, ook wij hanteren voortdurend symbolen: eenvoudige gebaren,
houdingen, zowel als kleine tekens, die voor onze medemensen een bepaalde betekenis

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
88
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

bezitten, ook al interpreteert men dezen gemeenlijk eerder onderbewust. Maar de relatie van
mens tot mens wordt door dergelijke kleine tekens wel degelijk beïnvloed.
Het lijkt mij niet onwaarschijnlijk, dat het merendeel van de symbolen, die men nu in de
esoterie, geloof, magie aantreft, van dergelijke tekens en gebaren afstammen. Eens werden zij
normaal en zonder nadenken door velen gebruikt. Later werden zij nog slechts door enkelen
begrepen, kregen een esoterische achtergrond en waren op de duur symbolen van onbegrepen
machten en krachten geworden voor de onwetende beschouwers en zelfs gebruikers.
Ik heb hier voor mij liggen een talisman - althans de afbeelding daarvan - die ressorteert
onder Mercurius en ten doel heeft welsprekendheid te geven. Hierin komen voor: hebreeuwse
lettertekens, die te samen, gelezen van onder naar boven en links omgaande Nebum spellen,
wat zover mij bekend profeten betekent, of geschriften der profeten.
Profeten heten nogal welsprekend te zijn. Mogelijk is dit de reden, dat wij, tussen veel
fantasietekens, opeens hier een hebreeuws woord aantreffen? In de rechterbovenhoek tref ik,
Latijns geschreven, um aan. Zou dit mogelijk Aum kunnen betekenen, het woord waarin de
Alkracht gewekt kan worden?
Een hart in de rechter onderhoek, waarvan de punt naar het midden van de talisman is
gericht, schijnt te willen zeggen, dat iemand eerst dan welsprekend is, wanneer wat hij zegt,
ook het gevoel beroert.
In het midden tref ik dan de letters s en j aan, waarvan de betekenis mij niet geheel duidelijk
is. De s zou kunnen staan voor Saddai, een dienaar van Mercurius, de j voor Jod, een veel
gebruikte aanduiding van een goddelijke kracht. Maar het is evengoed mogelijk, dat hiermede
Jiriel wordt bedoeld, die de positieve waarde van Mercurius uitdrukt en het eigen getal 260
voert.
Volgens mij is hierbij sprake van een bepaalde symboliek, waarbij men in de talisman de
namen en eigenschappen uitdrukt, die zij zou moeten verlenen aan de drager, maar dan wel
goed gecamoufleerd, zodat leken niet in staat zijn te lezen wat men uitdrukt.
Bij het bereiden van een dergelijke talisman zal men, zoals ook bij het bereiden van bepaalde
zegels, uitgaan van het standpunt, dat woord en voorwerp te samen gelijk zijn aan algemeen
geldende werkelijkheid.
Dus: wierook plus incantatie betekenen werkelijke macht. Tin plus tekens is eigenschap van de
drager, gestileerde dolken betekenen werkelijke bedreiging voor geest en mens mits deze
vijandig ingesteld zijn.
In enkele gevallen gaan magiërs zelfs zover, dat zij, bij ontstentenis van de werkelijke
magische instrumenten, afbeeldingen gebruiken. In een soort eerstehulpcursus voor haastige
magiërs trof ik t.m. de volgende zinsnede aan: …. Indien gij zwaard en dolk - geesten zwaard
en geesten dolk, gewijde instrumenten, die de veiligheid van de magiër zowel als zijn macht
tot stand helpen brengen - niet kunt bereiken of vreest dezen te ontwijden, kunt gij voor deze
kleine riten het zwaard tekenen en voorzien van de namen Samael, Adonai en Jagael. Maak
door het breken van een tak een gelijkenis van een dolk, beroer deze niet met ijzer dan om
daarop de volgende tekens in te griffen... (ik beschik niet over de middelen om deze tekens
hier enigszins duidelijk weer te geven)
Ook in bepaalde magische boeken lijkt het er op, dat het denkbeeld belangrijker is dan de
feiten, dat een vorm, waaraan je een eigenschap toekent, in de plaats van een werkelijke
waarde kan treden.
Dan zou mogelijk alle symboliek in dit verband moeten worden bezien: het symbool zelf is in
wezen niet zozeer van belang, mits daaraan de juiste gedachten maar verbonden zijn. De
werking van vele symbolen berust op het feit, dat zij bepaalde, in het erfelijke
herinneringsvermogen van de mens aanwezige beelden of emoties stimuleren en zo zijn eigen
houding tegenover een stoffelijke of redelijke werkelijkheid wijzigen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 89
Orde der Verdraagzamen

Zoals men in het verleden goden uitbeeldde op een wijze, waardoor ook emotioneel een
reactie op de godheid mogelijk werd, zo beelden zelfs in deze dagen de mensen nog begrippen
uit in tekens, die een bepaalde emotionele spanning opwekken en zo een bijna onbewust
reageren van de mens tot stand kunnen brengen.
Ik ben mij er van bewust, dat deze denkbeelden niet allen zonder meer door de feiten worden
onderstreept. In de beschikbare ruimte heb ik u slechts een deel van mijn gedachtegangen
kunnen voorleggen.
Toch hoop ik, dat het gebodene voor u enige stof tot nadenken en discussie bevat. Want
symbolen zijn werkelijk erg interessant, wanneer je je daarvoor gaat interesseren, terwijl een
beschouwen daarvan niet alleen je een geheel ander beeld kan geven van alle symboliek, maar
wel degelijk ook van de vele symbolische handelingen en gebaren in het heden iets van het
raadselachtige weg kan nemen.
K.N.
Het ODV-nieuws 1974-1 (dus het voorjaar), vermeldde het feit, dat Karel van der Nagel al
25 jaar lang medium was; terecht werd daar met heel erg veel waardering over geschreven
(en wat zal er ook veel over gesproken zijn!) Zelf heeft Karel toen alleen maar de bekende
“Kleine prognose” gegeven; mocht u belangstelling hebben, vraag er dan maar naar. Maar
in het ODV-nieuws 1974-2 vinden we Karel weer zelf aan het woord, naast natuurlijk de
“Kleine prognose”, die u kunt opvragen. Karel noemde dit stukje:

Kijken in de Spiegel I (1974-2)
“Je zou eigenlijk een boek moeten maken van je ervaringen”. Dat is een zin die ik wel meer
gehoord heb. Maar soms brengen dergelijke dingen je aan het denken. Hoe is het alles
begonnen, wat herinner ik mij nog?
Terugzoekende ontdekte ik, niet zonder enige verbazing, dat een groot deel van mijn
herinneringen eigenlijk maar berusten op horen zeggen. Maar enkele ervaringen springen als
mentale postbriefkaarten kleurig uit het geheel naar voren. En met dit kleurige beeld schijnt
mijn paranormale carrière werkelijk begonnen te zijn.
Amsterdam. Een blauwe hemel, het is warm. Midden op een betegeld binnenplaatsje staat een
grote kist, gevuld met zand. Iemand heeft er een lat aan getimmerd, als een soort mast.
Bovenaan glimt een koperen oogje, waardoor een touw loopt. Een vuile zakdoek zit losjes aan
het touw vast.
Ik zit in de kist en vaar over verre zeeën, de mast steeds weer hanterende om de vlag op te
hijsen en te strijken. Op de balkons zitten mensen die soms naar mij wuiven. Maar het is
warm. De tegels zinderen van de hitte. Ik verveel mij, en doe eigenlijk of ik speel.
Ik kan mij niet herinneren hoe oud ik was. Maar volgens de familie moet ik toen rond 3 jaar
oud geweest zijn. In ieder geval voelde ik mij niet oud of jong.
Eindelijk komt er afwisseling. Op een balkon boven het plaatsje begint een buurjongetje bellen
te blazen.
Ik kom in beweging, dans over de hete stenen om de glimmende bollen te vangen met mijn
handen. De buurjongen lacht, moedigt aan. Wij spelen. Ik ben niet meer alleen. Nu zal ik laten
zien wat ik kan. Een grote bol drijft aan. Ik spring. Een zuchtje wind drijft het glimding van mij
af. Achteruit ga ik er achteraan. Ik stoot mijn rechterhiel. Ik val. Ik val door een kelderraam.
De familie vertelde mij, dat er een betonnen put was van rond 1,5 m diep, daarna een raam,
waar ik doorheen sloeg, met daarna een val van rond twee meter naar een kale betonnen
vloer.
Ik viel. Angstig huil ik, iets breekt. Mijn hoofd doet pijn. Ik val weer. Opeens is er een
betrekkelijk jonge en mooie vrouw. Zij draagt een witte japon met zeer wijde mouwen. Zij
vangt mij op.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
90
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Ik hoor - of hoor ik het werkelijk wel? - zeggen, dat ik zoet moet zijn. De stem stelt mij gerust.
Ik huil niet meer, ofschoon ik nu met mijn hoofd omlaag hang. Zij laat mij nu los. Haar stem
blijft in mij klinken. Dan opeens hoor ik boven aan de keldertrap geluid. Ik wil kijken.
Moeder komt de trap afstormen. Ik kijk naar de witte dame. Zij is er niet meer. Mijn hoofd
doet pijn, maar ik voel mij prettig. Handen pakken mij, er zijn meer mensen in de kelder - ik
weet niet wie.
Ik word naar boven gedragen, iemand neemt mij mee in een auto. Ik wil vertellen van de witte
dame. Luistert iemand? Het beeld verbleekt, de herinnering is ten einde.
Wonderlijk, dat je een dergelijke herinnering na zo lange tijd zo levendig voor je kunt zien, alle
gevoelens kunt herbeleven. Ik zie nu nog de kleur van de hemel, de rode japon van een vrouw
van 3 hoog, die naar mij wuift. Ik voel nog de rustige koelte van de kelder, hoor de stem van
de vrouw in het wit, die er nooit geweest is.
Later heb ik een portret van die vrouw gezien. Zij had een heel andere jurk aan en het haar
was opgemaakt in een knoetje, terwijl ik haar gezien had met loshangende haren. Maar het
gezicht was precies hetzelfde. Het was het portret van moeders jongste zuster, die rond 6
jaren voordien aan tbc was gestorven - zodat ik haar nooit heb gekend. Heb ik de volwassenen
wel eens over haar horen spreken? Ik weet het werkelijk niet, hoezeer ik mijn hersens ook
pijnig.
Overigens had ik schijnbaar een behoorlijke hoofdwonde opgelopen, die in het ziekenhuis
moest worden gereinigd en met meerdere steken gehecht moest worden. Nu ik nadenk, heb
ik, wanneer mijn hoofdhuid soms pijn doet, juist daar pijn, waar de wonde toen zat.
Of het iets te maken heeft met mijn gave? Ik weet het werkelijk niet. Maar zeker is wel, dat ik
vanaf dat ogenblik anders werd. Ik zag dingen, die er niet waren en bracht soms mensen in
verlegenheid door opmerkingen, die voor mij logisch en gewoon waren, maar hen kennelijk in
verwarring brachten.
Nu ik nadenk over mijn gave, heb ik het gevoel, dat het met die val begonnen is. In diezelfde
periode herinner ik mij een kerk - mijn moeder was R.K. geworden, waarin ik naast een altaar
mooie gestalten zag. Ook die kan ik mij nog voor de geest halen, alsof ik terug kan kijken in
het verleden.
Naast het altaar twee “engelen”, gekleed in een waas van gouden licht, alsof er duizenden
kaarsen brandden achter een sluier. Hier en daar witte lijnen, die voortdurend schijnen te
veranderen.
De wezens hebben vleugels, maar het zijn eerder vlindervleugels, waarop in rood en bruin
cirkels voorkomen. Hun gezichten zijn niet menselijk. Het lijkt een kruising tussen de kop van
een leeuw en een teddybeer. Ik voel dat zij glimlachen, niet alleen naar mij, maar ook naar
een paar oudere mensen, die wat meer naar voren in de kerk zitten. Er klinkt geschuif en
gehoest. De preek zal beginnen. De gestalten vervluchtigen. Eerst waren zij duidelijk te zien,
ofschoon ik door hen heen het altaar en het bewegen van priester en misdienaar heb gezien.
Nu worden zij ijler en ijler, tot het opeens is alsof er een wolk voor de zon trekt. De kerk is in
mijn ogen opeens veel donkerder geworden. De preek begint.
Vaag herinner ik mij, dat ik moeder hiervan vertelde. Scherper is het beeld van een priester,
die luistert naar haar. Zij vertelt mijn verhaal aan hem. De man wil weten, hoe de wezens er
dan wel uitzagen. Ik geef geen antwoord. Opeens vraag ik waarom zij weggingen voor de
preek begon. Ik moet naar het plaatsje om te spelen.
Wanneer je zo herinneringen terugroept, rijzen er allerhande vragen in je. Heb ik die wezens
werkelijk gezien? Was het niet toch eerder kinderlijke fantasie? Maar hoe komt het dan, dat ik
hen nog zou kunnen uittekenen, wanneer ik talent genoeg zou hebben om die vreemde
lichtende kleuren weer te geven?
Het prentenboek van de herinnering geeft geen antwoord. Het vertoont zijn plaatjes, kleine
fragmenten kleur in een reeks herinneringen, die in verhouding zwartwit lijken te zijn.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 91
Orde der Verdraagzamen

Ik was een verwend jongetje, zeggen de zwartwit beelden, lastig, soms veel te oud voor de
lichamelijke leeftijd, steeds weer in staat volwassenen te ergeren met een paar woorden, maar
ook goedgelovig, wanneer diezelfde volwassenen mij iets vertelden. Zo heb ik b.v. eens meer
dan een uur rustig voor ‘n raam gezeten, omdat een oom mij had beloofd, dat er zo dadelijk
een melkwagen met driehoekige wielen voorbij zou komen.
Maar dan opeens weer kleur. Een huiskamer, twee vrouwen, een man. De man heeft
gezongen, maar bibbert erg met zijn keel. Ik vind het niet mooi. Ik krijg een jaargang van het
een of andere blad om in te kijken. Het is de “Prins”, maar het jaar kan ik niet meer zien.
De volwassenen doen alle licht uit. Alleen op de schoorsteen brandt een roze schemerlampje.
En de zwart gepotlode haard is warm. Ik voel mij slaperig.
Op de tafel wordt papier neergelegd. Iemand zegt: “Niet hardop, wij kunnen het neerschrijven,
het kind.” De man legt zijn hand op een stukje triplex, waaraan twee wieltjes zitten. Voorin zit
een potlood. De ene vrouw schrijft iets op. Ik dommel bijna weg. Opeens hoor ik, als van een
afstand, mijzelf iets zeggen: zelfs nu nog kan ik de woorden terugvinden, alleen blijft het vaag,
alsof het mij niet aangaat. Ik voel de jaargang van het blad weer op mijn knieën, zwaar, maar
iets om vast te houden.
Mijn stem moet toen een hoge sopraan geweest zijn. Hij zegt: “Dat gaat voorbij. Ik zie een
huisje met een klimop tegen de muur en een kleine tuin ervoor. Je moet geduld hebben, maar
dat krijg je, midden in de stad. Denk veel aan oma, want zij is aan het werk voor je...”
De stem gaat nog voort, maar ik hoor de woorden niet meer.
De volwassenen zitten doodstil. Wanneer de hoge stem zwijgt, blijven zij als verstard zitten. Ik
moet in mijzelf lachen. Eindelijk springt de vrouw, die geschreven heeft, op en draait de grote
lamp boven de tafel aan. De man ruimt het papier weer weg. Ik krijg limonade en veel
koekjes, die lekker zijn. Dan kijk ik plaatjes. De volwassenen praten iets van “wonder, niet
zeggen, nog niet rijp om te beseffen.” Ik doezel weg.
Volgens mij is het zo begonnen. Uit het verleden komen de gedachten en vormen kleine
scènes. Toen wist ik niet, wat er gebeurde. Nu weet ik niet goed, wat er gebeurd is. De
volwassen neiging om al, wat buiten de normen valt, met achterdocht te bezien, speelt hierbij
een rol.
Was alles werkelijk zoals ik het nu meen te zien? Ik weet het niet. Er leven niet veel mensen
die hierbij betrokken zijn. Met hen heb ik het contact sinds lang verloren. Zeker herinner ik
mij, dat bepaalde dingen nog wel eens in de familie werden opgehaald. Maar was die weergave
juist? Ik weet het niet.
Mijn poging om in de spiegel te kijken, laat enkele verstandelijke twijfels bestaan. Maar de
kleuren, de mensen, de stemmen klinken voor mij, alsof zij eerst nu zouden bestaan en ik zelf
nog een klein kind zou zijn.
K.N.
In het ODV-nummer 1974-3 ging Karel door met het “Kijken in de spiegel” De titel was dan
ook:

Kijken in de Spiegel II (1974-3)
Uittredingen, althans geheel bewuste, maakte ik, zover mij bekend, eerst mee in de tijd dat ik
op een kostschool werd gedaan. De overgang van een als enig kind baas in huis spelen, naar
een tussen veel jongens leven, was wel erg groot.
Overdag was er van alles te doen en te beleven. Leren, spelen en zelfs vechten - wanneer de
surveillant je niet kon zien - vulden de dag. Slecht had ik het er zeker niet. Maar dan kwam de
nacht.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
92
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wij sliepen in couchettes, triplexdozen, die aan de bovenkant en aan de voorkant open waren.
Wanneer het gordijn aan de voorkant dicht was en het slijpende geluid van de sloffend
rondsluipende surveillant klonk, was je alleen. Dan kon je je de weelde van tranen
permitteren, dan was het het uur van heimwee.
Het zal ongeveer de tweede maand van mijn tranend verlangen naar huis zijn geweest, dat ik
“droomde”. Ik zag de witte gestalte, die mij eens, jaren geleden, voor een dodelijke val op de
keldervloer had behoed, naast mijn bed staan. Zij wenkte mij mee te gaan en zei iets wat
precies ben ik vergeten.
Ik herinner mij dat ik opstond om mee te gaan en even om keek. Ik zag iemand in mijn bed
liggen! Eerst nu, veel later, besef ik, dat ik mijn lichaam zag, dat achter moest blijven.
Op een wonderlijke wijze stond ik opeens in de gang van “mijn” thuis. Iedereen sliep, behalve
een tante, die een brief schreef. Niemand zag mij, niemand reageerde. Ik ging naar mijn
speelgoedkast, zocht een prentenboek, wilde doen alsof ik nog gewoon thuis was en stilletjes
uit bed gekropen was, omdat ik niet kon slapen.
Maar daar was de witte dame weer, die me zei, dat het nu wel genoeg was. Ze noemde zich,
geloof ik, tante Marie. In ieder geval vertelde ze mij, hoe ik iedere nacht, wanneer ik dat wilde,
even naar huis kon gaan. Wel moest ik beloven nooit iemand wakker te maken. Ik werd kort
daarop wakker door de bel en was verontwaardigd en verbaasd, dat ik mijn boek niet bij mij
had. Ik dacht later dat ik gedroomd had.
Heimwee is iets, wat afneemt, maar toch altijd weer voorzichtig de kop opsteekt. Voor mij
tenminste. Ik volgde de instructies van “tante Marie” op een avond op. Nu was er geen witte
gestalte, die mij vergezelde, maar ik kwam thuis, keek in de kasten, liep door de kamers, was
gelukkig. Dan verbleekte alles en - even later of veel later? - werd ik weer wakker in mijn
couchette.
Ik heb, veel later, het recept als volwassene geprobeerd om, als antwoord op een soort
uitdaging, een kijkje te nemen in een huis in Roselle park, NY, USA. Het werkte nog steeds en
heeft voor mij altijd gewerkt.
Toch is het moeilijk te begrijpen, dat een dergelijk eenvoudig voorschrift in staat is je
bewustzijn te verplaatsen en je toe te laten waarnemingen te doen op grote afstand. En
eenvoudig was de raad van “tante Marie” zeker:
“Neem de beurs in je hand, die je grootvader je gaf. Ga heel stil liggen, huil niet. Je stelt je
voor hoe het thuis is. Je valt even in slaap. Dan wil je opstaan. Kijk niet om. Blijf aan thuis
denken en stap vooruit. Dan zul je zien, dat je thuis bent”
Zo herinner ik mij de raad die de witte gestalte mij gaf. Of het woordelijk juist is? Ik weet het
werkelijk niet. Maar voor mij werkt dit recept nog steeds. Natuurlijk gebruik je een andere
inductor, wanneer je naar een bepaalde plaats op de wereld wilt en niet alleen naar huis. Maar
verder is er voor mij nog niets aan veranderd.
Overigens denk ik wel eens: zou die surveillant - die soms achter het gordijn keek om zeker te
zijn, dat de jongens “geen verkeerde dingen deden” ooit opgemerkt hebben, dat ik altijd met
die hoefijzervormige portemonnaie in de hand sliep? Hij heeft er in ieder geval nooit iets over
gezegd, maar mogelijk alleen maar, omdat hij van mening was, dat hij een onverbeterlijke
aankomende gierigaard onder zijn hoede had of zoiets.
Wanneer je elke nacht naar huis kunt, wanneer je dit maar wilt, maar niemand kunt bereiken,
wordt het ook op den duur vervelend. Op een nacht probeerde ik dus “tante Marie” te
bereiken. De eerste maal slaagde ik niet, maar op een goede nacht kwam zij opeens weer
naast mijn bed staan.
Vanaf dat ogenblik kon ik ook een ander land bereiken, waar mooie tuinen waren, huizen en,
wat meer was, mensen met wie ik kon praten. Een soort sprookjesland, waar ik wel nooit
Roodkapje of Assepoester ontmoette, maar veel plezier had. Soms leerde ik er ook het een en
ander. Zo leerde ik van iemand een wijze van rekenen, waardoor je zonder algebra
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 93
Orde der Verdraagzamen

vergelijkingen met twee onbekenden kon oplossen. Iets waarover de leraar eerst verbaasd,
toen gebelgd was.
Want in de praktijk loste ik zo alle sommen snel en goed op. Maar de bedoeling was, dat ik de
formules zou leren gebruiken. En op de een of andere wijze vond ik dat maar onzin.
In het begin waren dergelijke uitstapjes voor mij overigens alleen mogelijk onder geleide. Maar
toen ik een keer mijn zin niet kreeg, probeerde ik het alleen. De ervaring was kort maar hevig:
Ik raakte verward in een wereld van kleuren, waarin tussen elke kleur een soort dreiging
aanwezig was. Ik probeerde verder te gaan, maar stond opeens voor een soort zwarte rook.
Alles was lelijk, iets bedreigde mij. Ik gilde.
Toen ik wakker werd, kennelijk na veel moeite, stond de surveillant aan mij te trekken en te
schudden. “Je hebt een nachtmerrie gehad...” Maar ik was van streek en bleef van streek.
Wat mij twee dagen rust opleverde, die ik voornamelijk doorbracht in de kamer van de oude
onderwijzer, Frere Justin.
Overigens was de conclusie van dokter en onderwijzend personeel: het kind heeft te veel
fantasie. Want dat mijn dromen en mijn naar huis gaan - waarover ik Frere Justin had verteld
- op een werkelijkheid berustten, daar dacht niemand aan. Ook ik niet. Het duurde meer dan
een maand, voor ik weer probeerde “naar huis” te gaan. Dat lukte niet. Ik kwam terecht bij
een geest, die vertelde dat hij “Leendert” heette. Hij droeg een soort franciscaner pij, maar
dan van heel zacht grijs.
Leendert gaf mij kennelijk onderricht in het uittreden. Wat ik had meegemaakt was kennelijk
niet ongevaarlijk geweest. Hij omschreef dit als “verdwaald zijn in jezelf”. De rest van zijn
betoog kwam er op neer, dat ik eerst moest leren om juist uit te treden, wanneer ik tenminste
op eigen houtje de sferen bewust wilde bereiken.
Daarna vertelde hij mij dat het weinig zin had in de komende dagen naar huis te gaan, omdat
mijn familie nogal onverwacht ging verhuizen. Hij zou mij eerst eens een paar nachten halen
om mij wegwijs te maken en beloofde een oogje in het zeil te houden. De volgende dag kreeg
ik een brief. Daarin stond inderdaad dat wij zouden gaan verhuizen. Mijn opmerking dat ik dat
al wist, werd door de broeder, met wie ik daarover sprak, afgedaan als opschepperij.
Wat ik mij herinner van de uittredingen in de volgende nachten, klinkt mij nu als waanzin in de
oren. Wie de astrale werelden kent, weet wel dat daar veel vreemde gedaanten en monsters
bestaan. Maar wat te denken van mijn ontmoeting met de lijfelijke duivel, zoals je die op
plaatjes ziet?
Leendert maakte de grote gestalte, die dreigend op mij toekwam, belachelijk. Een opmerking
over een bokkenwagen, die precies zou passen bij deze verschrikkelijke gestalte, maakte mij
aan het lachen. De duivel smolt als een soort sneeuwman langzaam weg en dat was een zo
vreemd gezicht, dat ik steeds harder lachte.
Leendert maakte mij duidelijk, dat niets en niemand in de wereld mij ooit iets zou kunnen
doen, wanneer ik maar niet bang was. Als zij dreigen, moet je bedenken, dat zij je werkelijk
niets kunnen doen. Dan zie je hoe belachelijk die figuren eigenlijk zijn...
De surveillant groette mij die morgen met de opmerking: “U hebt zeker leuk gedroomd
vannacht.” Dus heb ik werkelijk en lichamelijk gelachen. Ik zou het geheel van mijn ervaringen
dan ook zelfs nu als een soort droom (kunnen) beschouwen. Indien ik niet kort daarop de
verhuizing meegemaakt had: alles in mijn slaap. Toen ik met vakantie thuis kwam, wist ik de
weg in het nieuwe huis - dat nogal eigenaardig gebouwd was - alsof ik er jaren gewoond had.
Ik wist precies, in welke kamers, kasten en laden ik alles moest zoeken, kende zelfs de weg in
de buurt.
Wat iedereen nogal “unheimisch” scheen te vinden. Ik heb opa er tenminste wel met de
anderen over horen spreken, toen hij dacht, dat ik niets kon horen. Maar iedereen deed, of er

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
94
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

niets aan de hand was. Opa's raad had kennelijk iedereen tot de overtuiging gebracht dat “al
dat bijzondere gedoe niet goed was voor de jongen”.
Hoe zomerland er uit zag in mijn ogen? Het is een wonderlijk, wat wazig land. Het landschap
verandert steeds. Zo loop je in een vlakte, zo loop je bij een vijver met wonderlijke waterlelies,
waarop soms mensen zitten te mediteren, maar dat wist ik toen nog niet.
Kinderen tref je er weinig aan en dan nog alleen in mooie, maar afgeschermde hoekjes. Er zijn
dan altijd een paar volwassen personen in de buurt, die meestal witte kleding dragen, zoals
ook “tante Marie” droeg: lang, zonder een werkelijk model, mouwen die soms wijd lijken en in
lubben schijnen neer te hangen, dan weer gewoon recht zijn, of zelfs lijken te ontbreken.
Terwijl je met iemand sprak, veranderde dit soms. Altijd gelijk was een soort lichtende band,
die onder aan het gewaad straalde en soms ook als een soort ceintuur rond het middel zat. De
kleuren waren bij de kleinen gemeenlijk zilver of zilverachtig.
Wat mij trouwens van het begin af aan opvalt, is het feit, dat veel van de mensen, waarmede
je in contact komt, van vorm schijnen te veranderen, terwijl zij spreken. Hebben zij het over
de wereld, dan zien zij er uit als echte mensen met kentekenende kleren, soms oude gezichten
en gerimpelde handen, soms ook gewoon jong. Maar zodra zij zich weer met Zomerland bezig
hielden, of met anderen daar contact opnamen, dreven de kleren weg als een soort nevel en
werden een soort gewaden, die wit waren of lichte pasteltinten hadden.
Bloemen zie je overal, vaak soorten die je al kent op aarde, maar mooier, met meer
afwijkingen van vorm en soms heel bijzondere kleuren. Vlinders heb ik ook wel eens gezien.
Maar dieren zijn er kennelijk weinig of niet.
Veel later zou ik een hoekje van Zomerland ontdekken waar ook dieren zijn. Ik dacht aan beer,
een herder, met wie ik placht te delen - hem soms de koek weer uit de bek halende, wanneer
hij volgens mij een te grote hap had genomen. Overigens: beer trof ik daar niet aan, wel
paarden, honden, katten en vogels. Ook hier zijn mensen, die met die dieren spreken en met
hen omgaan, maar het fijne weet ik daar eerlijk gezegd nu nog niet van. Mogelijk worden de
dieren onderricht of zoiets.
Wel is mij opgevallen, dat er grote verschillen in dichtheid zijn onder de dieren. Sommigen zijn
er wazig, vormen waar je heel goed moet kijken om ze te zien, terwijl anderen nog zo zijn, als
je er elke dag op aarde tegenkomt. De verklaring, die ik hiervoor kreeg, was, dat zij aan het
“veranderen” waren. Veel later hoorde ik overigens, dat die “wazige” dieren een tijdje rusten
om dan weer te incarneren.
Dit is eigenlijk de eerste keer in mijn leven, dat ik deze dingen zo duidelijk en onomwonden
zeg. In de tijd dat ik bijna elke nacht uittrad, kon ik daarover niet spreken, omdat men mij
alleen maar zou hebben uitgelachen.
Toch profiteerde ik wel eens van mijn ervaringen in een andere wereld. Toen ik reeds meer
dan 1½ jaar op de school was, vierde een van de onderwijzers een jubileum. Dat betekende
voor ons, die bij hem in de klas zaten, dat er een hele dag feest en traktaties volgden. Maar
van ons verwachtte men in ruil daarvoor, dat wij een aantal liedjes zouden maken en zingen,
zo in de stijl van “welkomstlied”, “hulde aan de jubilaris” en dergelijke. Nu had ik in Zomerland
een vriend, die mij soms mooie verhalen vertelde en ook liet zien. Toen ik hem vertelde, dat
wij “gedichten” moesten maken, lachte hij eens en meende, dat hij dan wel zou zorgen, dat
dat goed voor elkaar kwam.
De Broeders, die onze gewrochten van de ergste fouten moesten ontdoen, waren verbaasd
over het resultaat: zij behoefden niet alleen niets te veranderen, maar de zaak klopte kennelijk
bijna te goed. Ik kreeg als voornaamste schepper van de dichtwerken, de naam niet alleen een
gevoelig en vol fantasie stekend kind te zijn, maar gold bovendien als “poetisch” begaafd. Wat
kleine voorrechten met zich bracht, zoals toegang tot bepaalde boeken, waarvoor de anderen
“niet rijp” werden geacht. Mogelijk hadden de Broeders Valentijn en Theodosius nog een
dichter van mij gemaakt, wanneer er thuis geen verandering was opgetreden, waardoor mijn
verblijf op de kostschool verder onnodig werd.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 95
Orde der Verdraagzamen

Maar nu ik weer thuis was, waren er andere zaken, die mijn aandacht vroegen. De uittredingen
werden minder en mijn aandacht voor dat andere land verbleekte. Wij verhuisden naar
Hilversum en van dat ogenblik af waren de hei, de “schooloorlogen” en de geheime benden - ik
behoorde tot de Rode Hand - zo belangrijk, dat ik alleen nog daarvan scheen te kunnen
dromen.
Het paranormale kwam steeds meer op de achtergrond. Ik fietste, vocht, spijbelde en genoot
van het leven. Eerst toen, wederom enkele jaren later, mijn moeder overleed, leefde iets
daarvan nog kort op.
Moeder lag in het St. Jansziekenhuis te Laren. Ik bezocht haar daar, meestal met een van mijn
tantes, maar voelde ook toen reeds de lichte afkeer tegen ziekenhuizen, die ik nooit geheel
heb kunnen overwinnen.
Laat op de avond kwam er bericht, dat moeder in coma lag. Samen met mijn tante Wil ging ik
er heen. Per taxi. Drie uren voor de exitus waren wij aan het sterfbed aanwezig, maar moeder
kwam niet meer tot bewustzijn. Toen zij gestorven was, kregen wij een kop koffie van een
zuster en zouden toen, alweer met een taxi, naar Hilversum terugkeren. Maar opeens kon ik
geen mensen meer rond mij velen. Die nacht heb ik over de hei gedwaald, langzaam in de
richting van huis gaande. Vlak bij een zandafgraving zat ik even te rusten. Opeens was moeder
naast mij. Ik heb met haar gesproken. Mijn verdriet was voorbij. Die middag ging ik naar de
bioscoop om van het gezeur van rouwbeklag af te zijn. Sommigen vonden dat erg ongevoelig
van mij. Anderen, vooral de familieleden, beweerden, dat ik het nog niet goed besefte. Ik heb
ze niet wijzer gemaakt en profiteerde van de mogelijkheid uit te gaan en buiten de
droefgeestige sfeer te blijven. De laatste schok kreeg de goegemeente, toen ik bij de
begrafenis netjes wachtte, tot de kist in het graf zakte en toen eenvoudig, zonder traan of
woord, in de koets stapte. Dat vond men wel heel eigenaardig.
Mogelijk had ik anders moeten handelen, meer moeten denken aan de anderen en hun
gevoelens. Maar aan de andere kant: wanneer ik hen verteld had, dat ik moeder op de hei had
gesproken en daarna wist, dat zij nog leefde, zou men mij waarschijnlijk in een
zenuwinrichting hebben opgesloten. Waar of niet?
Maar hiermede werd een periode van mijn leven afgesloten. Voorlopig was ik een gewoon, zij
het soms wat lui, jongmens, dat niet helderziend wilde zijn en geesten en uittredingen bij
voorkeur aan anderen overliet, tot ikzelf dat alles afdeed als de dromen van een kind.
K.N.
We zijn aangekomen op nr. 1974-4 van het ODV-nieuws; waarin ons medium; Karel v.d.
Nagel ons voor de derde keer vertelt wat hij alzo in de spiegel zag. In dit nummer gaf hij,
zoals gewoonlijk, eerst zijn prognose, dat was dan voor het jaar 1975. Mocht iemand daar
belangstelling voor hebben; vraag het dan aan bij het Documentatiecentrum. Het artikeltje,
dat hier zal volgen, noemde Karel:

Kijken in de Spiegel III (1974-4)
Het zal U duidelijk zijn, dat een volledige levensbeschrijving buiten het kader valt van deze
artikelen. Tot op heden ging het mij er om duidelijk te maken, welke ontwikkeling ik
doormaakte. De volgende 15 jaren zou ik mij niet bezig houden met het paranormale,
ofschoon bepaalde gaven zeker ook in deze periode bij het nemen van beslissingen een rol
speelden.
Ik hervat nu mijn verhaal in de tijd, dat ik kermis maakte met de heer J.Buitendijk. Deze was
een goed magnetiseur en bezat soms ook enigszins hypnotische gaven.
Samen, met enige “vrienden”, “speelde” ik eens met kruis en bord. De uitkomsten, ofschoon
niet overweldigend, prikkelden onze nieuwsgierigheid en iemand stelde voor de hr. Buitendijk,
die “deskundig” was, er bij te halen. Het resultaat was wonderlijk, bijna grotesk: de uitleg, die
wij wensten, kwam er, maar heel onvolledig, maar wel ontdekte B. in onze groep een vijftal

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
96
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

mediums. Ik was daar een van. Er volgde een tijdje, waarin wij experimenteerden en vele
zonderlinge, soms ook wonderlijk juiste resultaten behaalden. Ondergetekende bleek een goed
“trancemedium” te zijn, terwijl anderen visioenen hadden, persoonlijke boodschappen door
kregen, waarnemingen deden. Voor mijzelf was dit “in trance gaan” een hiaat in de tijd en het
duurde werkelijk even, voor ik besefte inderdaad een half uur gesproken te hebben, zonder
daarvan zelf iets te beseffen. Ik vrees zelfs mijn vrienden en B. tamelijk onvriendelijk van een
practical joke beschuldigd te hebben.
Achteraf staat voor mij wel vast, dat de resultaten in deze periode voornamelijk door de
invloed van B. bepaald werden. Maar voor mijn persoonlijk leven kwam hieruit toch een heel
belangrijk iets voort: ik ging mij weer de gebeurtenissen en technieken herinneren uit mijn
kostschoolperiode.
Bij volgende tranceproeven probeerde ik “uit te treden” en was zo in staat mijn eigen
werkzaamheden als medium mee te beleven. Het resultaat was in mijn ogen wonderlijk, maar
zeker nog geen bewijs van geesten. Waargenomen personen schreef ik toe aan fantasie. De
experimenten kwamen tot een einde. Andere zaken vroegen mijn aandacht, maar een
hernieuwde belangstelling voor geestelijk werk en occultisme bleef bestaan. Ik kreeg de
gewoonte om bij bepaalde problemen een uittreding te proberen en zo een zo juist mogelijke
oplossing te vinden.
Dit laatste had gemakkelijk mijn ondergang kunnen worden. Tijdens een dergelijke poging
kwam ik terecht in een duisternis die een ongelofelijke koude uitstraalde. Vage vormen
richtten zich tot mij: vormen, die je eerder voelde dan kon zien. Stemmen, die geen stemmen
waren, suggereerden mij, dat het leven geen waarde had, dat alles mis zou gaan, dat ik beter
een einde aan mijn stoffelijk bestaan kon maken.
Kennelijk was ik geneigd aan die suggesties gevolg te geven, ofschoon ik mij dit niet meer
herinner. Wel weet ik, dat ik opeens, zeer luid en duidelijk, de stem van een overleden
familielid hoorde. De uitdrukking was kenmerkend, het woordgebruik evenzeer. “Flapdrol” was
een van de minder op mijn gebrek aan intelligente wijzende woorden, die gebruikt werden.
Met een enorme schok keerde ik terug tot de menselijke werkelijkheid. Maar vanaf dat
ogenblik was ik druk bezig uit te vinden, hoe ik dergelijke kontakten voortaan kon vermijden.
Deze pogingen resulteerden in het besef, dat je bij uittredingen altijd positief moet zijn
ingesteld, terwijl mij ook duidelijk werd, dat het noodzakelijk is eigen instelling te beheersen,
wanneer je je met occulte zaken wilt bezig houden.
Enige tijd “droomde” ik elke nacht van een soort achthoekige tempel, open naar alle zijden,
met een witzwart geblokte vloer. Ik “leerde” hier iets, maar kon na het ontwaken niet zeggen,
wat. Als een lui mens, dat aan leren altijd reeds een hekel had, wenste ik mij een meer actieve
mogelijkheid van geestelijk werken. Pogingen daartoe resulteerden echter enkele malen in
ervaringen, die gepaard gingen met grote angst. Ook nu weer was ik op de vlucht voor een
koude donkerte. Tijdens een dergelijke vlucht ontmoette ik in een schelp van melkachtige
nevel iemand, die in een soort lichtgrijze pij gekleed was. Hij kalmeerde mij en gaf mij de kans
mijn probleem uit te spreken. Daarna verzekerde hij mij, dat alles in orde zou komen, “want ik
zal je een nieuwe naam geven”
Mogelijk heeft het toeval een grote rol gespeeld, maar kort daarop waren er steeds meer
mensen, die mij Karel gingen noemen, terwijl ik voordien voor allen “Kees” was geweest. Kort
daarop ontmoette ik ook Buitendijk weer en werd ik, bijna tegen wil en dank, tot medium van
een kleine groep gebombardeerd.
Mogelijk was inderdaad in die dagen mijn eigen instelling tegenover anderen inderdaad
veranderd. Ik weet het niet zeker meer. Maar het werd mij steeds eenvoudiger mogelijk een
lichte wereld te betreden tijdens mijn trancetoestanden en bij uittredingen, terwijl ik ook vaak
tezamen met anderen tegenwoordig was aan het sterfbed van mensen, bij ongevallen en zelfs
enkele malen seances bij mocht wonen, waarbij ik de techniek kon bewonderen van de
entiteiten, die van andere mediums gebruik maakten om met mensen in contact te komen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 97
Orde der Verdraagzamen

In deze periode werd ik ook enorm geboeid door kleurverschillen en veranderingen, die bij
bepaalde geestelijke ingrepen optraden. Om u enkele voorbeelden te geven, die mij nog goed
bij zijn gebleven, of die ik meerdere malen nog kan ervaren:
Bij het sterfbed van een oudere man, vermoedelijk in Frankrijk - al ben ik daar van niet geheel
zeker - was er rond het bed en de aanwezigen een donkerpaarse sluier te zien. Onze aankomst
veroorzaakte daarin een reeks zilverachtige flonkeringen. Er verschenen kleurverschillen, die
soms tot lichtlila liepen in de omgeving.
Mijn metgezel, toen voor mij “een geest in een witte soepjurk”, bewoog zich naar het
hoofdeinde van het ijzeren bed, waarop de stervende lag, en scheen hem iets toe te fluisteren.
Ik zag rond het lichaam van de stervende, maar in toenemende mate rond diens hoofd,
langzaam een gloed ontstaan, waarin rode en vuilgele vlammen speelden. Deze kleuren
verdwenen en maakten plaats voor een rustig maanlichtachtig blauw. Opeens leek het, of er
ergens een deur open ging en zonlicht naar binnen scheen. Een oude vrouw in het zwart, maar
omgeven door een sterk geel licht, ging naar de stervende en beroerde zijn handen.
Het was opeens, of de kamer fris was als een boomgaard, wanneer de zon doorkomt na een
lenteregen. De stervende glimlachte, opende de ogen, sprak tot de mensen in de kamer. En nu
het meest wonderlijke: terwijl ik probeerde hem te verstaan - volgens mij sprak de man een of
ander patois - begon rond hem dat zelfde zonnige licht te stralen. Iets boven zijn hoofd
vormde zich een licht als van de zon zelf. Ook de zwarte kleding van de gestalte, die hem nog
steeds bij de hand hield, begon steeds meer te stralen en werd goudkleurig. De man stapte als
het ware uit zijn lichaam en volgde haar, terwijl het lichaam volgens mij nog niet dood was,
want het bracht nog een diep en rauw snurken voort, dat eerst ophield toen man en vrouw
reeds weg waren en alleen de gouden glans nog te zien was. Even daarna was er een fel licht,
dat aan een bliksemflits deed denken. Het lichaam was stil en mijn gezel wenkte mij, dat het
tijd was naar mijn lichaam terug te keren.
Zoiets klinkt als een sprookje, maar voor mij is het nog vandaag een werkelijkheid, die ik
intens beleefd heb. Een andere keer was ik in een geestelijke wereld, die niet al te licht was.
Zoals men mij verzocht, probeerde ik contact op te nemen met een gestalte, die daar kennelijk
de weg niet kon vinden. Het gelukte mij diens aandacht te trekken. Twee Broeders van onze
groep hielden kennelijk toezicht.
Opeens begon rond deze entiteit en mijzelf iets te veranderen. Kleurige draden schenen rond
ons een soort net te vormen, bestaande uit verticale lijnen. Het leek even of wij te samen
gevangen waren in het centrum van een gekleurde glazen knikker, waarin je ook dergelijke
licht draaiende kleurstrepen kunt zien.
Er heerste een zo grote rust rond ons, dat ik mijn pogingen, om verder contact te maken met
de entiteit vergat. Even later werd ik mij ervan bewust, dat wij ons in een lichte wereld
bevonden. De omgeving zag er uit als een buitenwijk van een stad, maar dan vol tuinen met
mooie bloemen. Geesten in menselijke gedaante namen de entiteit van mij over.
De twee, die opgelet hadden, of ik mijn werk wel juist deed, vertelden mij toen, dat deze
kleurdraden gedachten waren, die de entiteit werden toegezonden. Hoe het ook zij, het was
mooier dan welk vuurwerk ook en alle moeite meer dan waard.
Dit zijn maar enkele voorbeelden, natuurlijk. Maar daaruit heb ik geleerd, dat kleuren een
belangrijke zaak kunnen zijn en ook kunnen staan voor invloeden in de geestelijke werelden.
Wanneer je je instelt voor trance of occult werk, kan een juiste voorstelling van kleur een heel
belangrijke rol spelen.
Persoonlijke voorkeuren zullen hierbij mogelijk een rol spelen. Ik koos in het begin voor
concentratie een combinatie van rood en zilver uit, gewoon twee vlakken op elkaar.
Om de een of andere reden is dit voor mij langzaam aan tot een vorm geworden, die je het
beste kunt omschrijven als een lichtrood stralende driehoek met zilveren horens. Een van de

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
98
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Aziatische leden van de Orde vertelde mij, dat dit apas teja heette, maar vergat er bij te
vertellen waarom.
Op Steravonden kan ik echter een dergelijk beeld niet lang vasthouden. Het verandert dan al
snel in een soort lichtende deken van zilver, waarop een gouden zon.
Ook wanneer ik mij met andere geestelijke zaken bezig houd, zal ik dergelijke kleuren de
voorkeur geven, ofschoon mijn symbool voor mijzelf altijd blauw schijnt te moeten zijn en mijn
voorkeur uitgaat naar kobaltblauw.
Terugkerende naar een meer chronologische weergave van mijn ontwikkelingen moet ik hierbij
duidelijk stellen, dat ik de trancetoestand lange tijd met enige achterdocht beschouwd heb.
Voor mij was het een soort spel, waarvan de werkelijkheidswaarden bedenkelijk bleven. Eerst
toen ik mocht constateren, dat hetgeen in die toestand door mij gebracht wordt, voor vele
mensen een grote en positieve betekenis in hun eigen leven heeft, ging ik mijn werk als een
soort roeping beschouwen.
Zelfs nu nog blijf ik nuchter en ben zeker niet bereid mijn daden zonder meer door geesten te
laten bepalen. Zij geven mij soms raad, zeker. Zij waarschuwen mij soms ook. Maar rekening
houd ik daarmede - dom genoeg mogelijk - alleen dan, wanneer mij dit redelijk verantwoord
lijkt.
Sinds langere tijd werk ik ook wel “in de geest” en probeer in uitgetreden toestand soms
anderen te helpen. Maar juist die neiging tot nuchterheid maakt mij tevens steeds weer
beschouwer, waarnemer, meer dan een volledig in het gebeuren betrokkene. Of dit goed is?
Henri noemt dit mijn geestelijke jeugdpuistjes, dus heel mooi vindt hij dit niet. Maar kennelijk
is het een fase van ontwikkeling, waar je doorheen moet breken. Of mij dit in dit leven nog
gelukken zal? Ik durf het niet te zeggen. Maar dat ik altijd zal trachten alle dingen, mijzelf niet
uitgesloten, een beetje met werkelijkheidszin te bezien, staat voor mij wel vast.
Geestelijke werelden zijn voor mij een werkelijkheid. So what? De wereld, waarin ik leef, is
voor mij even werkelijk en daar mag ik mijn verstand gebruiken, kritiek hebben, dus waarom
op geestelijke zaken niet.
Vandaag leef ik hier. Wanneer ik morgen elders leef, zal ik wel weer zien, hoe de zaken er daar
voor staan. Gaven zijn leuke dingen voor de mensen, maar je moet het niet overdrijven en het
in de plaats van het leven zelf stellen.
Waarmede ik u hopelijk iets heb laten zien van de mens die ik ben en de “gaven” die in mijn
bestaan een rol spelen. Zoudt u in het volgende jaar hierover nog meer willen lezen, dan moet
u mij dit wel eerst even laten weten.
K.N.
Het eerste ODV-nummer van 1975 bevatte nu eens met Karel v.d. Nagel’s gebruikelijke
prognoses. Wel schreef hij een artikel, dat hij weer noemde:

Kijken in de Spiegel IV (1975-1)
Leven met paranormale gaven is niet altijd even gemakkelijk. Naarmate je meer gaat
beseffen, wat je doet en wat je mogelijkheden zijn, word je je ook meer bewust van
beperkingen en gevaren.
Het nadeel is, dat je dit aan anderen niet of onvoldoende duidelijk kunt maken. Men gaat
immers van het standpunt uit, dat “de geest” er wel voor zorgen zal, dat alles goed gaat en
dat niemand schade zal oplopen, ook het medium niet.
In feite krijg je wel hulp, maar ben je toch voor een behoorlijk deel ook op jezelf, je eigen
krachten en beheersing aangewezen, zeker wanneer je, zoals ik, bewust en beheerst probeert
te werken.
Neem b.v. de laatste Steravond, die zowel wat de presentatie als de gewekte krachten nogal
afweek, van hetgeen ik in dat opzicht zo langzaamaan gewend ben.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 99
Orde der Verdraagzamen

Wanneer je je waagt in sterke krachtvelden, moet je altijd uitkijken. Dat hebben degenen, die
mij leerden, wat door uittreding mogelijk is, mij ingehamerd. Want een mens kan nu eenmaal
niet alle geestelijke spanningen lichamelijk zonder schade verwerken. Je kunt b.v. bij
terugkeer een deel van die kracht met je dragen, zodat het lichaam deze moet opnemen.
Ik heb daarmede ook al ervaring gehad en de enkele malen dat ik geen rekening hield met dit
gevaar, waren hoofdpijn en overspanning mijn deel. Het zal u duidelijk zijn, dat ik op een
Steravond, waarop zeer dicht bij de stof zeer grote krachten worden gewekt, bijzonder op mijn
hoede pleeg te zijn.
Dit betekent voor mij, dat ik zo dicht mogelijk bij mijn lichaam in de buurt blijf, hopende in
noodgevallen tijdig daarvan bezit te kunnen nemen. Bovendien: een dergelijke bijeenkomst is
nu eenmaal spectaculair en van kinds af aan heb ik een voorliefde gehad voor alle soorten van
vuurwerk.
In het begin was alles kits: de krachten bouwden zich aardig snel op, maar ik zag vele
bekenden rond mij en had het gevoel, dat ik was ondergedompeld in een warm bad vol
kleuren.
Mijn aandacht werd echter getrokken door een aantal flitsen wit licht. Het leek wel, of een
fotograaf bezig was met een te sterke flitslamp te werken. Nieuwsgierig als altijd wilde ik op
onderzoek uit gaan. Maar een goede vriend hield mij terug, met de waarschuwing, dat ik voor
dergelijke zaken toch heus nog niet rijp genoeg was.
Vaag zag ik, hoe een tweede spreker mijn lichaam overnam. Even was de verleiding groot zijn
woorden te beluisteren. Alleen betekent dat, dat je de verbinding met je eigen lichaam
intenser maakt. Om storingen te voorkomen, bleef ik dus op een afstand, maar concentreerde
mij wel even.
Opeens kwam ik tot de ontdekking, dat rond mij de kleuren in beweging kwamen. Ik kreeg het
gevoel, of ik per ongeluk in een soort centrifuge terecht was gekomen, waarin iemand
verschillende soorten verf uitstortte: u weet wel, zo een ding, waarin je op de kermis een soort
abstract schilderij kunt vervaardigen, door op een draaiend blad papier klodders verf uit busjes
te spuiten.
Gelukkig zat ik kennelijk aan de rand, maar zo nu en dan kreeg ik toch een spettertje mee.
Een derde spreker nam mijn lichaam over. De kleuren werden lichter, er kwam meer goud bij.
Opeens werd de beweging zo snel, dat alles stil leek te staan. Mijn indruk was die van een
stilstaande witte schijf, waaromheen flarden kleur, voornamelijk rood, wegdreven.
In die lichtende witheid werden vaag enkele gestalten zichtbaar, die weer verbleekten. Daarop
begon het witte vlak te vibreren, eerst langzaam, toen sneller. Vanuit het middelpunt vloeiden
steeds snellere trillingen naar de rand, waar zij even schenen te rusten, om dan weer terug te
vloeien naar het middelpunt als een soort onderstroom.
Ik heb er meer in gezien, maar ik weet nu niet meer, wat dat was. In ieder geval kreeg ik op
een gegeven ogenblik een soort signaal langs de band, die je tijdens je uittreding steeds met
je lichaam bewaart, een soort noodsignalen, alsof het zenuwstelsel tot het uiterste beproefd
werd.
Enkele entiteiten hielpen mij, maar hielden mij gelijkertijd vast. Vreemd genoeg was ik niet
bang, maar voelde ik mij gelijktijdig wat bezorgd voor mijn stoffelijk bestaan. De kans, dat ik
niet meer in staat zou zijn terug te keren, kwam even in mij op, maar werd weggewist door
het werken van het trillende lichtvlak, dat mij nu ten dele scheen te omspoelen.
Later, bij het afluisteren van de band, kwam ik tot de conclusie, dat dit het ogenblik geweest
moet zijn, waarop de derde spreker van de kook raakte. Dat hij niet bepaald zin had tijdens
een dergelijke manifestatie in andermans lichaam te zitten, kan ik mij overigens wel
voorstellen. Toch heb ik het gevoel, dat hij zich meer met zijn taak en minder met de

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
100
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

verschijnselen had moeten bezig houden. Dat zou voor mij en mogelijk ook voor hemzelf beter
zijn geweest.
De uitstraling van krachten was deze maal overweldigend. Je kunt niet beschrijven, wat je
meemaakt. Alle vezels van je wezen zijn in trilling, je ziet wit licht, grote golven, die zich soms
verenigen als zoeklichtbundels, dat weer eerder doen denken aan een exploderende
atoombom.
Mijn lichaam schijnt trouwens de zaak ook niet geheel goed verwerkt te hebben. Toen ik terug
kwam, was er een spanning aanwezig, die lange tijd eiste om enigszins af te vloeien.
De knieën waren slap, ik was mijn evenwicht kwijt, voelde mij, of ik weken achtereen op stap
was geweest.
Het eerste, dat je dan doet, is weg gaan, zodat je de nodige beheersing terug kunt vinden voor
je met de mensen weer in contact komt. Want met een beetje zelfbeheersing kun je dan na
korte tijd al weer doen, of er niets aan de hand is geweest.
Verschillende mensen hebben hun verwondering uitgesproken over het feit, dat ik na korte tijd
weer, schijnbaar geheel normaal, in de zaal kon verschijnen, een kopje koffie drinken en met
hen spreken. In dergelijke gevallen humhum ik eens en zeg, dat het best gaat.
Maar in deze reeks wil ik u ook in dit verband de feiten niet geheel onthouden. In de eerste
plaats: ik heb waarschijnlijk met meerderen gesproken. Maar ik weet werkelijk niet met wie, of
wat ik gezegd en gedaan heb. Alles is wazig, je ziet wel, maar verwerkt het nog niet bewust.
Zo erg normaal ben je dus ook weer niet.
Wanneer je werkt als medium, sta je voor een keuze: je kunt iedereen laten zien, hoe zwaar
en moeilijk dit werk toch wel is. Maar dan moet je ook wel rekening houden met het feit, dat je
op de duur de zaak aan gaat dikken.
Persoonlijk acht ik een dergelijk vertoon, kompleet met kreunen, zuchten, getoonde uitputting
e.d. uit den boze. De mensen komen voor hetgeen de geest brengt, niet voor de toestand van
het medium. Daarop de nadruk leggen is zoiets als bij een toneelvoorstelling de mensen alles
laten zien, wat zich achter de coulissen afspeelt, of een onthullen van alle trucs in een film, ten
detrimente van de inhoud.
De persoonlijkheid van een medium speelt mee een rol, dat is niet te vermijden, tenzij je voor
en na een seance wegkruipt in een donker hoekje. En daarvan houd ik niet.
Dus moet je alles doen om zo snel mogelijk als een normaal mens te kunnen reageren.
In de loop van de tijd heb ik bepaalde handigheidjes geleerd, waardoor je, althans uiterlijk dit
normaal zijn na zeer korte tijd weer kunt bereiken. Je reacties zijn wel trager en je zegt wel
eens domme dingen, maar dat is men van mij toch wel gewend, dus dat valt niet op.
Mijn recept? Sla je af, beginnende bij de atlas, gaande naar de kruin, daarna van de kruin naar
beneden gaande. Je breekt dan een deel van de webben, die voor je besef schijnen te hangen.
In normale gevallen kan dit onopvallend gedaan worden door b.v. te doen of je je haar in orde
brengt.
Bij bijzonder zware bijeenkomsten - steravond b.v. - ga je zo snel mogelijk naar een plaats,
waar anderen je niet kunnen zien. Neem jezelf goed af. Laat daarna water stromen over de
polsen en was de handen even. Strijk met vochtige handen nog eens over het voorhoofd en zo
verder naar achteren. Dan sla je nog eens af, haalt langzaam en diep een keer of zes adem,
waarbij je de uitademing zo krachtig mogelijk maakt en afwisselend een van de neusgaten
dicht houdt.
Daarna ben je wankel, wazig, maar je kunt redelijk normaal reageren. Doe of er niets aan de
hand is en maak dat je wegkomt, zo snel als met goed fatsoen mogelijk is. Praat wat, drink
wat en wacht, tot je de spanningen voelt wegebben.
Slaap een uur of tien en je bent weer als nieuw, tenzij je te veel van dergelijke avonden achter
elkaar geeft.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 101
Orde der Verdraagzamen

Simpel en, zoals velen van u uit eigen ervaring kunnen constateren, even succesvol. Maar je
moogt nooit vergeten, dat elke seance onverwachte dingen met zich kan brengen, zodat er
steeds weer een kans bestaat, dat je enige tijd zult moeten balanceren tussen norm en
waanzin, tussen stoffelijk leven en stoffelijk dood.
Medium zijn is een heerlijk beroep. Je beleeft ook innerlijk vele dingen, je leert er steeds bij.
Maar zo eenvoudig als de mensen het zien, is het niet. De krachten, die het je kost, krijg je
wel weer terug, maar dat neemt tijd. En tot je weer geheel normaal bent, reageer je trager,
ben je minder beheerst en is je geheugen een te verwaarlozen factor.
O ja. Mijn keuze van onderwerp werd deze maal bepaald door de laatste Steravond, zoals u
zult begrijpen. Want het was een wonderlijke en onvergetelijke beleving, dat wel. Maar o, mijn
arme body.
K.N.
Voor het tweede nummer van het ODV-nieuws van 1975 heeft Karel weer een artikel
geleverd; maar geen prognoses. Nog steeds heet deze reeks:

Kijken in de Spiegel V (1975-2)
Het pad van een medium gaat niet altijd over rozen. Een van de meest voorkomende
vergissingen van toehoorders is wel, dat de geest alle werk doet, zodat een medium eenvoudig
het recht niet heeft moe te zijn.
Men meent - m.i. ten onrechte - dat een medium een gave bezit, die geen moeite kost, die
geen scholing en beheersing vergt en voor alle doeleinden zonder meer ter beschikking van
alle medemensen dient te staan.
Zelfs degenen, die langere tijd het werk volgen, zijn verbaasd, dat een medium een
mededeling, gedaan in de pauze gedurende een bijeenkomst, zo gemakkelijk vergeet. Anderen
zijn van mening, dat je juist na een bijeenkomst zou moeten verlangen met anderen over je
geestelijke belevingen van mening te wisselen. Om maar niet te spreken over de velen, die het
noodzakelijk vinden, je met hun eigen geestelijk ervaren te confronteren, zonder zich af te
vragen, of zo iemand, die zo juist 2 uur in trance was, daarvoor wel belangstelling op kan
brengen.
Daar ik er mij van bewust ben, dat mijn eigen gedrag tijdens en na een bijeenkomst
sommigen wel eens wat zonderling voorkomt, wil ik in dit artikel proberen iets van mijn
ervaringen tijdens en na een trancetoestand te belichten.
Om redelijk snel de bekende trancetoestand te kunnen bereiken, dient men zich voor het begin
van de bijeenkomst te concentreren. In wezen gaat het er hierbij vooral om bepaalde innerlijke
krachten op te wekken op zodanige wijze, dat je die gedurende enige tijd vast kunt houden.
De ervaring heeft mij geleerd, dat je dit ten hoogste een uur vooruit kunt doen. Ligt de periode
tussen concentratie en trance verder uiteen, dan is een aanvullende concentratie noodzakelijk.
Dit komt er op neer, dat je rond tien minuten nodig hebt om de juiste instelling te bereiken en
de opgewekte kracht in je wezen tijdelijk te “vergrendelen”. Het vraagt enige ervaring, om die
innerlijke toestand op te wekken, terwijl je b.v. in de trein zit. Reageren in deze periode is
mogelijk, maar geschiedt automatisch. Wat betekent, dat je in de meeste gevallen antwoorden
geeft, die je je later met de beste wil van de wereld niet meer kunt herinneren, terwijl je aan
de andere kant ook minder snel dan normaal schijnt te denken.
In deze toestand kom je in de zaal. Is er sprake van een bijeenkomst, waarop altijd dezelfde
mensen aanwezig zijn, dan is er niets aan de hand. Zelfs wanneer men in een ander lokaal dan
normaal tezamen komt, vind je snel de nodige harmonie met de omgeving.
Is er sprake van een variërend gezelschap en mogelijk ook nog van een zaal, waar je voor het
eerst of slechts zelden werkt, dan is de sfeer van het vertrek van groot belang. Je moet je

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
102
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

a.h.w. harmonisch instellen t.o.v. de omgeving en hoe meer variabele factoren daarin
optreden, hoe meer energie dit vergt.
Persoonlijk geef ik er de voorkeur aan, in een dergelijke situatie wat te babbelen met de
mensen. Dit ontspant je gedachten en maakt het eenvoudiger, de instelling te vinden. Het
werkelijke werk speelt zich af in een gevoelswereld, zodat het bezig zijn met iets anders het
proces eerder versnelt dan vertraagt.
Het in trance gaan kan op verschillende wijzen plaats vinden. Persoonlijk gebruik ik een
methode waarbij zelfhypnose een rol speelt. Dit vergt een zeer intense concentratie, maar
levert in zeer korte tijd het gewenste resultaat. Belangrijk is volgens mij hierbij, dat alle
overbodige gebaren en stuiptrekkingen worden vermeden; nadelig is echter, dat gedurende
korte tijd een zeer grote overgevoeligheid ontstaat voor allerhande geluiden en visuele
prikkels.
Wanneer overprikkelde zintuigen een nog zo korte prikkel ontvangen, werkt dit als een hevige
elektrische schok. Waarvan ik dan ook de nodige heb moeten verwerken. Maar alles went,
zelfs dit. Alleen wanneer je concentratie geheel breekt, is het pijnlijk en wordt het, althans bij
mij, aanleiding tot enkele welgekozen, maar niet altijd even passende opmerkingen.
Een goede trance is alleen bereikbaar, wanneer je het gevoel hebt, dat contact mogelijk is. De
reden hiervoor is mij na alle jaren van praktijk nog steeds niet geheel duidelijk. Maar de
enkele keer, dat ik, zonder dit gevoel te hebben, een poging waagde, kwam ik ofwel in
moeilijkheden, dan wel was er geen contact te bereiken, terwijl een deel van mijn innerlijke
kracht tijdens de poging werd verbruikt en eerst weer middels concentratie diende te worden
aangevuld.
Het begin van de trance is, zoals ik reeds eerder vertelde, een gevoel in watten weg te zinken.
Je hoort soms nog even een stem - je eigen stem naar ik aanneem - maar al snel verandert de
wereld rond je.
In een voorgaand artikeltje heb ik u reeds het een en ander verteld van de mogelijkheden
tijdens een uittreding. Het aantal malen, dat je ook geestelijk “werkt”, is nogal groot. Soms
help je mensen bij hun overgang, in andere gevallen maak je contact met entiteiten, die in het
duister verkeren of ontvang je lessen in een wat vage, maar aangename en lichtende
geestelijke wereld.
Soms ga je ook even thuis kijken, of probeer je bepaalde streken of toestanden op de wereld
te volgen. Maar in 4 van de 5 gevallen ben je toch wel geestelijk zeer actief bezig. Ook dit
moet verwerkt worden, ofschoon de terugslag hiervan meestal eerst enige uren na beëindiging
van een bijeenkomst voor mij merkbaar is.
Hoe groter de geestelijke inspanning was, hoe meer je gespannen bent, wanneer je in de
wereld van de materie terugkeert. Je voelt je dan wat lichthoofdig, bent zeer spraakzaam en
handelt en spreekt eigenlijk alsof je nog half droomde.
Dergelijke zaken kun je natuurlijk met enige routine gemakkelijk voor buitenstaanders
verbergen. Wel voel je je wat geërgerd, wanneer juist dan iemand aan komt dragen met de
vraag waar je tijdens je uittreding vertoefd hebt. Tenminste, zo gaat het mij meestal. Al weet
ik niet precies waarom, ik heb geen lust reële antwoorden te geven en alles te vertellen.
Ben je b.v. even thuis geweest, dan val je daarop terug en mompelt verder wat vaagheden. Je
maakt je er met een grap vanaf. Mij afvragende, waarom ik zo op toch veelal zeer ernstig
gemeende vragen reageer, kwam ik tot de volgende oplossing: ergens heb ik het gevoel, dat
mijn werkelijke belevingen tijdens uittredingen voor anderen niet aanvaardbaar zullen zijn. Ik
vrees waarschijnlijk, dat men voor mij zeer intense en belangrijke ervaringen, zal beschouwen
als opschepperij of fantasie. Daarnaast is het moeilijk om een geestelijke beleving geheel,
duidelijk en juist onder woorden te brengen.
Vreemd genoeg voel ik mij minder geremd in dit opzicht, wanneer ik probeer, iets van mijn
ervaren op schrift te stellen. Waarvoor mogelijk een reden bestaat, ofschoon mij duister is,
welke.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 103
Orde der Verdraagzamen

Maar laat mij mijn verhaal over de trance vervolgen: je zakt dus weg, als in een dikke laag
watten. Je lichaam ervaart een kramp, die van het middenrif uit schijnt te gaan. Even later
voel je kilte bij de nekwervels. Je hebt het gevoel groter te worden, op te rijzen uit het
lichaam, zoals in het sprookje de geest uit de fles opsteeg. Heel vaag hoor je nog geluiden uit
de stof.
Je ziet gestalten, even groot of groter dan jij zelf bent. Vaak, maar niet altijd, hebben deze
herkenbaar menselijke vormen. Je “spreekt” met hen. Soms ga je met een van hen mee, in
andere gevallen wijzen zij je een taak aan.
Zover ik na kan gaan, duurt een dergelijke beleving 3/4 uur. Dan is het of je kleiner wordt. Je
ziet je lichaam beneden je, maar valt er a.h.w. naar toe. Automatisch hecht je je vast aan de
nek en begint de beheersing weer over te nemen. Wanneer je een “goede” spreker je lichaam
geleend hebt, trekt deze gelijktijdig zich terug. Het geheel verloopt snel en geleidelijk.
Wanneer je tijdens het terugkeren even “omkijkt”, zie je de ander vaak, en krijg je een indruk
van de persoonlijkheid, die van je lichaam gebruik heeft gemaakt.
Er zijn ook entiteiten, die kennelijk niet zo vaak een lichaam beheersen. Dezen hebben de
neiging te snel, dan wel te langzaam hun substantie uit het lichaam terug te trekken. Het
gevolg is, dat het lichaam even niet reageert, soms zelfs in elkaar dreigt te zakken. In deze
gevallen voel ik mij meestal geërgerd over een dergelijke onbekwaamheid, zodat ik, naar ik
vrees, onmiddellijk, nadat ik weer “bijgekomen ben”, zo iemand met titels als sufferd, sukkel
e.d. bedenk.
Eerlijk is dat natuurlijk niet, want in de sferen breng ik ook de nodige blunders op mijn naam.
Ik ben, geloof ik, bang, dat het resultaat te veel op komedie lijkt. Wat in feite onzinnig is,
vooral omdat ik heus ook wel eens komedie speel in mijn leven. Alleen mijn werk wil ik van
dergelijke zaken zoveel mogelijk vrij houden. Het resultaat moet voor zichzelf spreken en niet
versterkt of afgezwakt worden door bijkomstigheden.
Wanneer je je lichaam weer beheerst, moet je even kijken, of alles in orde is. Voor mij
betekent dit: horloge kijken, iets zeggen en zo mogelijk er voor zorgen, dat ik een sigaret op
kan steken en een kop koffie te pakken krijg.
Die sigaret is voor mijn gevoel erg belangrijk: zij vormt in mijn gevoel een soort afscherming,
zodat ik alle paranormale invloeden en gevoelsopwellingen zonder meer af kan wijzen. Zodra
de eerste damp omhoog kringelt, schakel ik over op verdere gewoontereacties.
Dat betekent: praten, eventueel salaris ontvangen, grapjes maken, wat met mensen kletsen.
Ondertussen probeer ik meestal ook nog, eventuele veranderingen in de sfeer te registreren.
Toch blijf je enigszins zweven. Na een kwartier of zoiets begint immers de tweede helft van de
avond. En juist wanneer je dit “zweven” weet te handhaven, bereik je gemakkelijker weer de
nodige trance. Het spaart kracht en dat kan na afloop van de avond soms een grote rol spelen.
Want hoe meer kracht je over hebt, hoe minder geëxalteerd je zult zijn en hoe eenvoudiger
het is tot een normale mentale en lichamelijke reactie te komen.
De tweede helft begint. Soms ga je voort met een taak, waarmede je al bezig was. Maar dat is
alleen mogelijk, wanneer je deze niet alleen volbrengt. Alles wat je alleen moet doen, moet
beëindigd zijn, wanneer je tot je lichaam terugkeert.
Heel vaak zal het tweede gedeelte voor mij dan ook betekenen, dat ik in meer persoonlijk
contact met een of meer entiteiten “wandel in de sferen”.
Grote voorkeur heb ik voor dergelijke kontakten met de entiteit, die zich Henri noemt.
Wanneer je met hem op stap bent geweest, schieten er vaak een paar grappen over, die je
onthoudt en dus ook verder kunt vertellen.
Wanneer je timing goed is geweest, kun je, even voor je terugkeert in je lichaam, al
bedenken, wat je nu moet gaan doen. Dat heeft het voordeel, dat je onmiddellijk daarna kunt

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
104
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

reageren en de korte ogenblikken van eerst eens even bedenken wie en wat ik ben en hoe de
toestand is, kunt overslaan.
Het zal u uit het voorgaande wel duidelijk zijn geworden, dat niet alle bijeenkomsten evenveel
kracht vergen. Indien echter meerdere bijeenkomsten kort opeen worden gehouden, zeg tot
24 uur na elkaar, dan blijkt er meer kracht en concentratie nodig om hetzelfde resultaat te
kunnen behalen.
Mijn indruk is, dat, terwijl de procedure eenvoudiger wordt, naarmate je frequenter seanceert,
de energie, die nodig is om snel in trance te komen en vooral om je nadien snel weer normaal
te gedragen en normaal te reageren, toeneemt.
Je eigen stemming speelt ook een grote rol. Ben je in feite wat gespannen voor een
bijeenkomst, dan kun je soms meer bereiken - hogere krachten verwerken e.d. - maar zul je
ook veel meer innerlijke kracht aan het werk moeten offeren.
Ben je onverschillig en voornamelijk met andere zaken bezig - is de seance alleen maar “werk”
voor je - dan kost de zaak minder energie, maar is routine belangrijk om snel “weg te komen”.
Werk je met tegenzin, dan is het moeilijker je op de juiste geestelijke sfeer af te stellen.
Gelukkig zorgt de Orde in de geest dan wel, dat het niet al te gek wordt. Maar al bemerken de
meeste toehoorders dit dan niet, toch krijg ik de indruk, dat wat lagere entiteiten dan door
plegen te komen, indien de trance diep genoeg wordt. In andere gevallen is de trance minder
diep en blijf je, ondanks een geheel uitschakelen van je bewustzijn en een geestelijk actief
zijn, meer gevoelig voor alles, wat er in de stof gebeurt. Zowel de sfeer van de zaal als
geluiden e.d. hebben dan invloed. Wat na terugkeer een in verhouding groot verbruik van je
innerlijke energie en je levenskracht blijkt te betekenen.
U zult er in dergelijke gevallen niet al te veel van bemerken. Maar voor mijn eigen gevoel
gedraag ik mij juist dan onuitstaanbaar, ben geprikkeld door het minste of geringste en munt
niet bepaald uit door verdraagzaamheid in mijn eerste reacties. Er zijn trouwens wel meer
vreemde zaken verbonden aan de terugkeer naar de stof bij het einde van een bijeenkomst:
soms “lees” je af, wat de avond is geweest voor sommige mensen. Je “ziet” uitstralingen en
vertaalt die in resultaten en problemen.
Alle bijeenkomsten zijn niet gelijk, natuurlijk, zeker niet in dit opzicht. Maar er zijn wel
bijeenkomsten geweest, waarbij ik nog enkele uren na afloop uitstralingen bleef waarnemen
en “gedachten” las, zonder dit te willen.
Je bent dan geneigd dit af te reageren door lichamelijke actie, of een je verdiepen in b.v. een
goedkoop, maar spannend boekje. De beste manier, om van deze gevoeligheid te profiteren is
natuurlijk een reisje in je eigen innerlijke te maken. Maar dat betekent dan weer, dat je van de
buitenwereld afgesloten blijft gedurende enige tijd. En daaraan heb ik een hekel.
In jezelf beleef je in dergelijke gevallen gehele werelden, waarin b.v. personen en zaken uit je
verleden een direct verband tonen met het heden, waarin je spreekt met jezelf op
verschillende leeftijden, enz.
Je kunt ook bepaalde fantasiewerelden betreden en daarin allerhande mogelijkheden
uitproberen of wensvervullingen beleven. Toch is het geheel altijd bovenal een mengeling van
kleuren en verschillende sterkten van licht, zodat een dergelijke innerlijke reis volgens mij op
t.m. twee verschillende niveaus gelijktijdig speelt. In ieder geval komt het je zelfkennis ten
goede. Maar het sterkt je ook in je voornemen deze uitsluitend voor jezelf te behouden.
In de loop van de jaren heb ik al deze verschijnselen leren kennen. Vaak ben ik zelfs in staat
dezen te richten volgens eigen wensen en voornemens. Maar er blijft altijd een soort risico
verbonden aan een reis in jezelf: wanneer je delen van jezelf niet kunt aanvaarden, heb je
gelijktijdig een schok gekregen in je zenuwstelsel, die je zo snel niet verwerken kunt.
Maar gemeenlijk valt het mij nogal mee. Alleen: anderen begrijpen je reacties en gevoelens
niet. Zij zullen andere dingen van je verwachten, dan je geeft. En dat is niet zo leuk.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 105
Orde der Verdraagzamen

Mensen menen maar al te vaak, dat een medium een zeer bijzondere persoonlijkheid is, die
alles kan - en moet - begrijpen, die nooit gehinderd mag reageren, die altijd tijd moet hebben
enz. Daarom nogmaals: het pad van een medium gaat niet altijd over rozen. Want uiteindelijk
ben je een gewoon mens als alle anderen en ben je zeker geen bijzonder evenwichtig
supermens, die even de geestelijke waarheid op aarde komt bewijzen. Waarvan acte.
K.N.
We zijn aangekomen bij het ODV-nieuws nummer 1975-3. In 1975 veranderde er in de
ODV, met name in het bestuur het een en ander; de voorzitter ging kennelijk nogal
onverwacht over. Voor het medium bracht dit geen ingrijpende veranderingen met zich
mee, althans, hij rept daar niet over. Het artikel dat hij schreef behoort nog steeds tot de
reeks:

Kijken in de Spiegel VI (1975-3)
Wanneer je ontdekt een bepaalde gave te bezitten, kun je twee dingen doen: je kunt er
gebruik van maken en je verdere arbeid sparen, je kunt echter ook proeven gaan nemen om
te weten te komen, wat die gave nu feitelijk betekent en wat de grenzen daarvan wel zijn.
Ik heb voor de tweede manier gekozen. Lange tijd probeerde ik na te gaan, wat mogelijk en
wat onmogelijk was. Uittredingen waren uit de aard der zaak mijn eerste punt van onderzoek.
Maar daarover heb ik u reeds genoeg verteld. Mijn conclusie was, dat uittreding onder
bepaalde omstandigheden mogelijk is, naar alle plaatsen van de aarde, terwijl je daarnaast je
kunt instellen op personen, die niet meer op aarde leven. In beide gevallen kun je goede
resultaten behalen en vaak inzichten opdoen, of feiten leren kennen, die je anders voorbij
zouden zijn gegaan.
De ervaring heeft mij geleerd, dat de betrouwbaarheid van uittredingsbelevingen groter zijn,
althans voor mij, dan normale helderziende waarnemingen. Daarnaast bleek mij, dat iemand,
die uittreding bewust beoefent, meester blijft over zichzelf, zodat erkenningen en
waarnemingen niet zonder meer je dagbewustzijn beïnvloeden.
Bij helderziendheid ligt de zaak wel enigszins anders. In de periode, dat ik voortdurend bezig
was met het waarnemen van entiteiten, gebeurde het zelfs meerdere malen, dat ik met
iemand in gesprek raakte om na enige tijd, meestal door de wat vreemde wijze, waarop
voorbijgangers naar mij keken, te ontdekken dat dit een geest was.
Een ervaring die voor mij ergerlijk is: je lijkt wel een idioot, wanneer je ijverig in je eentje op
straat loopt te redeneren, te knikken en te wijzen. Toch was dit niet de voornaamste reden,
dat ik het doen van helderziende waarnemingen zo veel mogelijk heb beperkt.
Steeds weer denk je een geest te zien, terwijl er in feite sprake is van de gedachten van
anderen, die vorm aan schijnen te nemen. Na vele proeven ben ik zelfs tot de overtuiging
gekomen, dat de “boodschappen”, die helderziend waargenomen gestalten soms proberen te
geven, in meer dan de helft van het aantal gevallen, niet uit de geest stammen, maar eerder
hun bron vinden in het wensleven of onderbewustzijn van de persoon, voor wie de mededeling
bestemd schijnt te zijn. Ook derden kunnen soms op die wijze “boodschappen” veroorzaken.
Dit is voor mij een reden om, zelfs wanneer ik het een en ander meen waar te nemen, hier
alleen dan melding te maken, wanneer de doorgegeven mededeling kennelijk van direct
belang kan zijn voor de betrokkenen. Zelfs dan zal ik zoveel mogelijk vermijden de bron te
noemen of aan te duiden.
Overigens betekent helderziend waarnemen niet altijd, dat je iemand ziet op een wijze, die je
de illusie geeft, dat je alles gewoon met je ogen ziet. Vaak is het eerder, of de voorstelling in
je hersenen ontstaat. Je kunt alle details zonder meer beschrijven, je kunt op aanvraag
“nazien”, of iemand bepaalde kentekenen vertoont en toch weet je met zekerheid, dat je niet
werkelijk “ziet”.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
106
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het voordeel in deze gevallen is een voortdurend bewust zijn van de waarneming als
paranormaal. Het nadeel is, dat je veel eerder je gaat afvragen of je nu fantaseert of niet. Het
werkelijk zien van een gedaante, of iets wat onze Orde meestal visuele hallucinatie noemt,
bergt het gevaar in zich, dat je de gestalte gaat beschouwen als geheel werkelijk aanwezig en
in staat tot handelen in de wereld van de mensen.
Voor mijzelf gebruik ik bepaalde toetsen om uit te maken, of een zo waargenomen gedaante al
dan niet werkelijk, bezield, is. Vooral de ogen spelen voor mij daarbij een grote rol: Indien je
te maken hebt met een werkelijk door een geest bezielde gestalte, zullen die ogen een soort
innerlijk licht vertonen, dat door de duidelijk herkenbare kleur van de iris heen straalt. Heb je
te maken met een gedachteprojectie, dan zie je wel de iris, maar ontbreekt het licht. Wordt de
gestalte door een ander dan de oorspronkelijke persoonlijkheid gebruikt, dan zijn de ogen zeer
donker, zelfs het oogwit schijnt in schaduwen bijna onzichtbaar geworden te zijn.
Ik durf niet te beweren, dat deze test onfeilbaar is, maar in grote reeksen van proeven op dit
gebied bleek deze werkwijze voor mijzelf bevredigende resultaten te hebben.
Helderhorendheid is ook al zoiets. Soms hoor je werkelijk een stem, waarbij het meestal lijkt,
of de spreker of spreekster vlak achter je staat. Dit laatste komt m.i. voort uit het feit, dat je
niets ziet en wel iets hoort. De logische reactie is dan om aan te nemen, dat de bron van het
geluid zich buiten je blikveld bevindt.
Zo duidelijke stemmen komen echter volgens mijn ervaring niet al te vaak voor. Veel meer
komt het voor, dat je de stem a.h.w. binnen in je hoofd hoort. In beide gevallen heeft de stem
een herkenbaar timbre. Indien het de stem is van iemand, die je gekend hebt, zul je zonder
meer diens stem herkennen, ook wanneer het “geluid” binnen in je hoofd schijnt te ontstaan.
Daarnaast komen ook wel fluisterende stemmen voor. Soms zeggen zij dingen, die waar zijn,
of uitkomen na enige tijd. Maar de stemmen zijn niet herkenbaar en vaak zo moeilijk te
verstaan, dat je ingespannen probeert te luisteren. Na op verschillende wijzen hiermede
proeven genomen te hebben, ben ik tot de conclusie gekomen, dat het hierbij geheel niet gaat
om stemmen uit de geest, maar eerder om waarden uit je eigen onderbewustzijn of fantasie,
die je a.h.w. “ent” op bepaalde ruisgeluiden.
Om een enkele proef nader te beschrijven: ik sluit een oorschelp met de hand af, terwijl ik met
een vinger enige lichte druk uitoefen op de slaapader. Bijna onmiddellijk begint het ruisen in
de oren, dat doet denken aan het ruisen, dat je hoort, wanneer je een schelp aan je oor houdt.
In die ruis worden al snel fluisterende stemmen hoorbaar, die vooral in het begin niet geheel
te verstaan zijn, zodat je bepaalde lettergrepen of soms woorden hoort, maar de samenhang
daartussen je ontgaat.
Na enige tijd ingespannen luisteren hoor je echter gehele zinnen. Neem, wanneer je zover
bent, de vinger weg, die op de slaap drukt en de stemmen verdwijnen, alleen het ruisen blijft.
Concentreer je niet langer op de stemmen en hetgeen zij schijnen te zeggen en je hoort niets
meer, zodra je de hand van de oorschelp wegneemt.
Nu ben ik aan een oor geheel doof. Hierbij behoef ik alleen lichte druk op de ader uit te
oefenen en de geschiedenis begint onmiddellijk. De stemmen zijn aan dit oor ook duidelijker te
horen en met minder moeite te volgen, ofschoon ook hier soms opeens de verstaanbaarheid
geheel teloor gaat.
Op grond van deze en andere proeven kwam ik tot de conclusie, dat men hier met zijn eigen
gedachten een woordinhoud geeft aan het ruisen van je bloed. Wie meent helderhorend te zijn
op deze wijze, zou eerst eens een oorarts moeten raadplegen en zeker niet de ontvangen
boodschappen als een opdracht uit de geest moeten beschouwen.
Ook pendelen berust volgens mij voor het merendeel op onbewuste reacties van de mens,
waarmede hij zo zijn meest verborgen gedachten tot uiting brengt in de antwoorden, die de
pendel schijnt te geven.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 107
Orde der Verdraagzamen

Ik vrees, dat ik bij mijn proeven onbewust invloed heb uitgeoefend, zelfs op een z.g.
vrijstaande pendel. Ik had deze aan een uitsteeksel op een rokmeter bevestigd en op een tafel
geplaatst. Ofschoon het langer duurde dan normaal, ontstond na enige tijd slingering. Enkele
vragen werden door de pendel beantwoord, maar zij reageerde veel trager dan bij werken uit
de hand normaal is.
Ik ontdekte echter, dat ik mijn voeten kennelijk niet geheel stil kon houden en besefte, dat dit
mogelijk de slingering van de pendel kon beïnvloeden. Daarom nam ik een volgende reeks
proeven, waarbij de pendel was opgehangen aan een dekbalk en ikzelf op rond 1 m. afstand
daarvan zat. Gedurende ruim 30 proeven ontstonden slechts 2 malen bewegingen, die volgens
het geijkte patroon van slingering als antwoord op mijn vraag beschouwd konden worden. In
beide gevallen was het antwoord op de vraag - welk het laatste nummer voor prijs in de
Belgische nationale loterij zou worden getrokken op een bepaalde datum - juist. Helaas werkt
deze methode zo zelden, dat je op grond daarvan geen onbelastbaar neveninkomen kunt
krijgen.
Mijn gedachte is dan ook, dat de pendel wel degelijk juist kan werken, op welke basis dit dan
ook zou moeten gebeuren, maar dat bij pendelen op de gebruikelijke wijze eigen bewustzijn en
vooroordelen een zo grote rol spelen, dat de uitslagen, die je krijgt, ten hoogste als
aanduidingen voor verder onderzoek, maar nooit als beslissend antwoord op een vraag be-
schouwd kunnen worden.
Lange tijd heb ik mij overigens ook met de magie bezig gehouden. Ik wil met nadruk stellen,
dat ik niet middels bezweringen enz. heb willen proberen, het lot te beïnvloeden. Wel heb ik in
enkele gevallen gebruik gemaakt van z.g. magische zegels - en zeker niet altijd zonder
resultaten.
Het zou mij te ver voeren om alle experimenten hier op te sommen. Maar enkele conclusies wil
ik hier toch wel vermelden. In de eerste plaats wel het feit, dat in de meeste werken over
magie veel onzin staat, die je eerst moet ontrafelen voor je weet, waar je aan toe bent.
In een bepaald recept wordt als bestanddeel van een reukwerk - een soort wierook dus -
opgegeven: de hersenen van een zwarte raaf. Elders vond ik hetzelfde recept, maar nu ging
het om “de hersenen van een ekster”. Omgezet bleek dit uiteindelijk te betekenen, dat je
tijdens het vervaardigen van het reukwerk sterk moest denken aan het doel, waarvoor je ze
wilde gebruiken. Ik kwam daarop door aanwijzing in de “grand Albert”, die stelt, dat je bewust
en zonder oordeel moet nemen, wat je nodig hebt - dit in verband met overeenkomsten met
natuurgeesten overigens.
Kortom: wanneer je je met de magie bezig gaat houden, moet je vooral je gezonde verstand
blijven gebruiken en middels veel combineren en deduceren proberen te begrijpen, waar de zin
van bepaalde voorschriften en stellingen gelegen is.
Suggestie blijkt in alle magische processen een grote rol te spelen. Ik gaf iemand een
willekeurig - maar zeer mysterieus beschilderd - stukje perkament met de verklaring, dat dit
zegel hem geluk zou brengen, plus de opdracht mij dit zegel na een bepaalde periode terug te
brengen. De man had inderdaad meerdere meevallers en beweerde dat, zolang hij dit zegel bij
zich had gedragen, alles erg vlot en prettig voor hem verlopen was. Hij verzocht mij het
daarom te mogen behouden. Zelfs nadat ik hem duidelijk had gemaakt, waarom het ging - ik
had hem dit zegel in het begin ook gegeven met het verzoek mee te werken aan een
experiment - wilde hij het waardeloze stukje perkament graag behouden en was zelfs bereid
daarvoor een betrekkelijk hoog bedrag te betalen. Ik heb geen geld hiervoor aangenomen, wel
hem zijn zin gegeven en werd later hiervoor beloond met sigaretten.
Pogingen om ziekte met een dergelijke fantasiezegel te genezen, mislukten geheel. Toen ik het
zegel verving door een joodskabbalistisch zegel, ging de patiënt echter opeens met sprongen
vooruit. Dit zelfde zegel heb ik later meerdere malen aan zieken geleend, zij genazen allen
zeer voorspoedig en ver binnen de tijd, die volgens hen hun arts als datum voor genezing had
gesteld.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
108
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Pogingen om dergelijke zegels te ontleden, brachten mij tot de veronderstelling, dat de meeste
van deze zegels berusten op een vlakverdeling, waarbij de geheimzinnige tekens deels
planeten en hun werkingen voorstellen, deels bepaalde namen weergeven. Waarom dit van
belang kan zijn en waarom alleen zegels, die geheel aan de eisen beantwoorden werkzaam
schijnen te zijn, heb ik nooit kunnen ontdekken.
Ik ben er echter van overtuigd, dat sommige zegels wel degelijk op de een of andere wijze
invloeden tot stand brengen. Ik neem aan, dat de suggestie daarbij een rol speelt, maar deze
alleen kan volgens mij de resultaten toch niet verklaren.
Met dit alles moet ik toegeven steeds weer voor raadselen te staan. In het laatste geval is het
zelfs denkbaar, dat het feit, dat ikzelf wist, dat van een fantasiezegel gebruik werd gemaakt,
de resultaten bepaalde. Maar wat is dan de werkzame factor in een dergelijk zegel?
Zelfs de proeven, die ik deed met associatieve voorspellingen en waarzeggerijen, maakten mij
duidelijk, dat de eigen instelling van degene, die zo werkt, van groot belang is. Persoonlijk
haalde ik de beste resultaten in een ontspannen omgeving, waarbij, hetgeen ik vertelde,
eigenlijk meer een grap dan bittere ernst was.
De methode, die ik gebruikte, was overigens eenvoudig genoeg. Neem iemands uiterlijk, stem
e.d. korte tijd in je op. Zeg dan omtrent het verleden van die persoon de eerste punten, die in
je opkomen. Dit brengt altijd weer reacties tot stand, soms vragen of opmerkingen, vaak ook
een veel betekenend zwijgen, schouderophalen enz. reageer hierop weer en wacht op een
volgende reactie, tot je uiteindelijk meent, dat het voldoende is.
Met deze werkwijze kun je inderdaad meer dan door kansberekening ooit verklaard kan
worden, de juiste indrukken opdoen en zo voor anderen verbluffende verklaringen afleggen.
Maar pas op: wanneer je ingespannen je best doet, lukt het al niet meer. Je maakt fouten en
voor mijn gevoel zijn de enkele rake opmerkingen die je maakt, eerder toevalstreffers. Ben je
moe of geprikkeld, dan is het resultaat helemaal gering, tenzij je uit een soort gedwongen
onverschilligheid de anderen maar hun zin geeft. In het laatste geval zijn de resultaten goed te
noemen.
Na deze vele proeven genomen te hebben, kreeg ik er een beetje genoeg van, vooral ook,
omdat je bepaalde opwellingen maar beter niet uit kunt spreken, wanneer je met de mensen
goede vrienden wilt blijven. Maar mogelijk vond u dit alles interessant genoeg om met
belangstelling te lezen. In dat geval heb ik aan dit alles tenminste nog een aardig artikeltje
over gehouden.
K.N.
We zijn alweer toe aan het 4e nummer van ODV-nieuws 1975. In dit nummer gaf ons
medium wel weerprognoses voor het jaar 1976; als u daar belangstelling voor hebt, kunt u
een kopie opvragen bij het Documentatiecentrum. Maar Karel heeft verder geen bijdrage
geleverd voor dit nummer. Toch, in het nummer 19761 heeft ons medium wel weer wat
geschreven:

Op stap (Kijken in de Spiegel VII) (1976-1)
Sommige luisteraars op onze avonden schijnen zich bijzonder gefrustreerd te gevoelen,
wanneer op een vraag: “waar de geest van het medium nu wel is” ze ten antwoord krijgen: die
is op stap.
Ik heb u al eerder het een en ander verteld over mijn ervaringen in uitgetreden toestand. Maar
daar ik weer enkele malen werd aangeklampt met de vraag, wat ik dan wel precies tijdens
mijn trancetoestand gedaan had, maak ik van de gelegenheid gebruik om hierop nogmaals in
te gaan
In de eerste plaats: Op stap betekent lang niet altijd “leve de lol” en verder niets. Er is altijd
wel werk te doen ook. Daarbij moet ik toegeven, dat mijn werk in schemerland mij meer
aanspreekt en vaak minder vermoeit dan werken in een lagere sfeer. Iemand helpen tijdens de
overgang is ook al een karweitje, dat niet altijd even interessant of leuk is.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 109
Orde der Verdraagzamen

Dat je in dit alles toch een zekere voldoening schept, ligt, naar ik meen vooral in het gevoel,
dat je iets doet, wat nodig is en iemand gelukkiger achterlaat, dat je hem aantrof.
Mogelijk ligt het in mijn aard om vooral de leuke dingen te zoeken. Want soms, wanneer ik
werkelijk een moeilijke uittreding achter de rug heb, zeg ik tot mijzelf: voor mij hoeft dit niet
meer.
Wandelen met Henri is een van mijn lievelingsontspanningen, wanneer ik mijn lichaam verlaat.
Helaas is die kromme de laatste tijd erg druk bezig met hoger werk. Maar ik zou u toch graag
een klein beeld geven van wat onze conversatie ongeveer is.
Daar ben ik weer (ik). H.: meer heen en weer. Kom mee, ik heb weer een mooie droom van
iemand gevonden.
Waarop wij ons in een omgeving bevinden, die meestal aardig is, maar zelden bijzonder
kleurig. Alleen een ijl soort licht schijnt Henri erg op prijs te stellen, wanneer hij zich ontspant.
Ons verdere gesprek bestaat uit een: wat denk je over...(roomijs b.v.) en een aansluitend
monoloog van vriend H. Ik vroeg eens wat hij van belgenmoppen dacht. Uit zijn betoog het
volgende: Belgenmoppen zijn mogelijk niet geheel onwaar. Maar dan moeten Nederlanders de
Belgische Hollandermoppen bedenken, want daarvoor zouden zij dan zelf te dom zijn.
Ik laat hier enkele van zijn uitspraken, die ik mij nog herinneren kan, achtereen volgen:
Politiek is net penicilline: een schimmel die niet mooi is, maar in bepaalde gevallen toch nuttig
kan zijn.
Wanneer een mens niet meer kan lachen, is hij geestelijk erger ziek dan stoffelijk. Want dan
ziet hij de betrekkelijkheid van de dingen niet meer in - en hij vulde aan: lach jij eigenlijk ook
niet wat te weinig de laatste tijd?
Wonderen? De wereld is er vol van. Een duif vindt blindelings zijn huis over grote afstanden,
een man met een borrel verdwaalt op weg van de buren naar huis.
De meeste mensen willen graag alles zijn, wat een ander is. Zij denken dan meer waard te
worden. Maar goed, dat het hen zelden lukt. Want anders zouden zij op de duur zichzelf wel
missen.
Mensen, die met zichzelf tevreden zijn, zijn gegarandeerd ontevreden over de rest van de
wereld.
U ziet, de gebruikelijke conversatie, soms aangevuld met een verklaring, waarom je iets op
een bepaalde manier moet zeggen om de mensen te bereiken. Zo stelt Henri, dat een
onverwachte afwijking van de norm, altijd de aandacht trekt. Hij vertelde mij, dat hij, wanneer
hij “definities” geeft, altijd er op uit is enkele van die afwijkingen aan te brengen. B.v. bij vele
langere omschrijvingen opeens een omschrijving geven van een enkel woord. Toen ik een
voorbeeld vroeg, gaf hij mij het volgende: vragen zij b.v. naastenliefde, dan maak ik daar een
flinke zin van, ook over geloof, hoop en liefde. Dan vraagt iemand inzicht, en ik zeg: naar
jezelf kijken. Dat klopt wel niet helemaal, maar het slaat wel in.
Woordspelingen, zo leerde hij mij, maak je het beste, door uit te gaan van de dubbele
betekenis, die woorden vaak hebben. Zorg ervoor, dat de klanken wat rijmen en men houdt
zich er mee bezig.
Ik zou nog lang door kunnen gaan met de zaken, die hij mij voorhield, zoals b.v. de raad:
wanneer je snel spreekt, overdonder je een ander zozeer, dat hij even vergeet te denken dat
het ook anders kan.
Maar de feestdagen zijn druk geweest en ik zal daarom mijn bijdrage beperken. Er zijn
trouwens heel wat meer dingen die je tijdens een uittreding mee kunt maken. Ik ben zelfs een
keer, lach niet, helper geweest van een geleidegeest bij een huiselijke seance ergens in dit
land. En je staat toch wel even te kijken, wanneer je ziet, wat er al zo door komt op een

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
110
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

bijeenkomst van die soort. Ik zag b.v. eens achtereen een boer, die niet bepaald lichtend was,
een nogal lichtende vrouwelijke gast en een soort onderwijzer spreken door een en hetzelfde
medium binnen een halfuur tijds.
De beschermgeest merkte op, dat een ieder soms beter kan worden, wanneer hij weer contact
heeft met de menselijke wereld, zeker, wanneer hij toch nog niets beters te doen heeft.
Mijn conclusie: bij ons is het, zover ik na kan gaan, gelukkig anders. Wat verwaand klink,
maar eerlijk gemeend is. Ik heb in mijn werk veel te maken met entiteiten die ik ken. Anderen
komen met een zeer bepaald doel en, zover ik na kan gaan, zijn zij allen lichtende figuren. In
het begin van mijn mediumschap zal dat wel eens anders geweest zijn, vrees ik.
Daarom ben ik altijd weer blij, dat de Orde er voor zorgt, dat er geen al te vreemde figuren
binnenkomen in mijn corpus.
En naast leren en spelen en werken blijft bij mij in uitgetreden toestand natuurlijk altijd nog de
mogelijkheid ergens op de wereld te gaan kijken. Alleen wordt het dan soms moeilijk om uit te
maken, of je iets nu gedroomd, gelezen, of meegemaakt hebt.
Maar wat ik ook deed of meemaakte, ik heb altijd weer het gevoel, dat dit mijn zaak is, iets
wat anderen in feite niet aangaat. Erg vriendelijk is dat mogelijk niet. Maar hoe kun je iemand
in een kort ogenblik duidelijk maken, wat je zag of beleefde? En als je niet duidelijk kunt
maken, wat er aan de hand was, waarom zou je er dan toch over spreken, alleen maar omdat
een ander dat zo interessant vindt? Daarom wijs ik dergelijke vragen vaak af.
K. N.
15 April 1976, dat is de datum van ODV-nieuws nr. 2 van, inderdaad, 1976. Het medium,
onze Karel van der Nagel dus, heeft daarin weer zijn prognoses weergegeven, die op
aanvraag verkrijgbaar zijn. Verder heeft hij weer een artikelgeschreven, zoals hij zelf zegt,
de laatste in de reeks:

Kijken in de Spiegel VIII (1976-2)
Steeds weer vraagt men mij, hoe ik nu zelf tegenover mijn werk sta. Het antwoord is niet zo
eenvoudig. Soms heb je er meer dan genoeg van. De reden ligt dan niet zozeer in het
trancewerk zelf, dan in alles, wat daarmee gepaard gaat.
Dat mijn werk vermoeiend kan zijn, heb ik u reeds eerder uitgelegd. Maar er zijn meer dingen:
na een seance blijf je enige tijd overgevoelig. Spanningen, zowel in de zaal als later daar
buiten, pakken je aan. Je ondergaat die bijzonder scherp en hebt vaak de grootste moeite als
een redelijk mens te blijven reageren.
Soms voel je reeds in de pauze een spanning die niet past bij het werk. Na de pauze moet je
die dan zien te overwinnen. Indien je althans contact wilt maken met geesten op een redelijk
peil. En dat is lang niet altijd even gemakkelijk. Het zou dwaas zijn de mensen in de zaal een
verwijt te maken van hun instelling, stemming, of onevenwichtigheden. Zij kunnen daaraan
volgens mij ook niet veel veranderen. Maar het feit blijft bestaan, dat je hierdoor wel degelijk
wordt beïnvloed.
Zelfs spanningen in je privé-leven kunnen invloed hebben op de inspanning die je moet
leveren om tot redelijke prestatie te komen. Want om het beste resultaat mogelijk te maken,
dien je geheel ontspannen te zijn en in jezelf een bepaald gevoel op te wekken, dat je mogelijk
kunt vergelijken met de sfeer, die in bepaalde zalen of vertrekken hangt
Het zijn wel geen bepaalde gedachten - elk denkbeeld, waarop je je concentreert, kan als
uitgangspunt dienen - maar er is toch sprake van een bepaalde innerlijke toestand. Hoe beter
die toestand is - voor mijzelf spreek ik hierbij over “ruimer” - hoe groter de kans, dat je
inderdaad een zeer geslaagde avond kunt geven.
Er zijn mediums, die dergelijke spanningen proberen op te lossen, door storende elementen,
dus mensen met een voor hen niet aangename uitstraling, te verzoeken de ruimte, waarin zij
werken, te verlaten. Persoonlijk acht ik dit niet juist. Volgens mij zouden juist diegenen, die

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 111
Orde der Verdraagzamen

gespannen enz. zijn, wel eens de grootste behoefte kunnen hebben aan hetgeen op een
dergelijke avond doorkomt. Maar ja, meningen en werkwijzen verschillen nu eenmaal van
persoon tot persoon.
Voor ik een avond geef, bereid ik mij op mijn manier voor: zorgen, dat je ontspannen bent,
zorgen, dat je al een gevoel van sfeer, soms zelfs van beperkt contact, in je ervaart. Daar die
voorbereiding mij vooral in het eerste deel van een bijeenkomst enigszins onafhankelijk maakt
van de sfeer in de zaal, betekent dit een voordeel: Ik behoef nooit iemand weg te sturen,
omdat ikzelf geen contact kan krijgen. Zolang er entiteiten zijn, die contact op willen nemen,
zal het eerste deel van een bijeenkomst dus de minste moeite kosten. Na de pauze speelt de
sfeer van de zaal voor mij een veel grotere rol en kan zelfs een soort oververmoeidheid
optreden na afloop, wanneer die te onrustig was. Dat gaat dan gepaard met duizelingen,
gevoel van misselijkheid, of eenvoudig een sterke depressie.
Verloopt een avond goed, dan voel je je min of meer high. Je bent opgewekt, bent bereid alles
te doen en alles aan te pakken, maar hebt een verminderd besef van de werkelijkheid. Je
reacties zijn traag, maar dat bemerk je zelf niet. Je hebt het gevoel, dat je mentaal briljant
reageert.
Na enige tijd ebt dit gevoel weg. Dan voel je je moe. Maar wanneer je een uurtje rustig hebt
gezeten, of je ontspannen hebt, raak je die moeheid wel weer kwijt.
De ervaring heeft mij geleerd, dat de kansen op uitputting enz. heel groot zijn, wanneer je
persoonlijk bepaalde spanningen ondergaat. Ben je innerlijk onevenwichtig, dan ben je ook
meer dan anders gevoelig voor storingen en is de kans, tijdens de seance werk te doen of
waarnemingen, die een voldaan gevoel achterlaten, nil.
U hebt misschien mij wel eens horen zeggen, dat mijn werk soms neerkomt op een
koorddansen boven de waanzin. Dit is in bepaalde gevallen inderdaad het beste wat je kunt
zeggen om anderen de gevaren duidelijk te maken, waaraan je tijdens een seance bloot kunt
staan.
Vooral wanneer je werkt met spanningen, die in feite voor je eigen mogelijkheden wat te hoog
liggen, blijft er n.l. het een en ander van je beleving tijdens de uittreding bij je hangen. Na de
terugkeer lijkt het dan enige tijd, of je in twee werelden tegelijk leeft. Soms zijn de
onwerkelijke beelden niets anders dan herinneringen, die echter tastbaar echt lijken. In andere
gevallen zie je personen of een omgeving, waarmede je tijdens de uittreding contact had.
Wanneer zoiets gebeurt, is het van het allergrootste belang, dat je je onmiddellijk en zo goed
mogelijk weer oriënteert in de werkelijkheid. Hiertoe kan een gewoonte veel bijdragen. Kijk op
je horloge, steek een sigaret op, richt je aandacht zoveel mogelijk op iets, waarbij je ook
normaal altijd weer betrokken bent.
Wanneer je staat te wachten tot een band opgespoeld is en je daarop al je aandacht even
concentreert b.v., besef je veel gemakkelijker, dat de Scheveningse stoomtram, of dat stukje
geestelijke bollenvelden, inclusief de personen, die zich daarin of daarbij bevinden, niet tot je
huidige werkelijkheid behoren.
Toch vraag je je wel eens af, wat er zou gebeuren, wanneer je zou gaan reageren op die
andere wereld, die als een soort waas voor je ogen blijft staan. Ik ben bang, dat die dan je
gedragingen zou gaan beheersen met als gevolg, dat je steeds moeilijker de weg naar de
normale wereld terug zou vinden. Het gevolg zou waarschijnlijk een soort waanzin zijn, een
gedrag, dat voor jezelf en anderen zelfs gevaarlijk zou kunnen worden. In ieder geval is dit
een proef, die ik nog nooit genomen heb en ook nooit hoop te nemen.
Het vergt natuurlijk wel enige zelfbeheersing om je meteen zo normaal mogelijk te gedragen.
Maar zelfs wanneer ik tijdelijk naast de normale wereld een ander soort beelden ervaar, zult u
daarvan niet veel meer bemerken, dan dat ik wat suf en soms ook wat onzeker lijk.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
112
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het verkrijgen van zelfbeheersing is trouwens volgens mij een eerste vereiste voor allen, die
zich met het paranormale bezig houden. Je moet koste wat kost zelf het heft in handen
houden en alle handelingen, die je doet, blijven beheersen. Pas dan ben je in staat alles, wat
er gebeurt, te blijven volgen en kun je kontakten en invloeden die je niet wenst - of niet
aandurft - onmiddellijk onderbreken.
Misschien ben ik wel bang voor sommige mogelijkheden, die mij vol van gevaar schijnen te
zijn. Of daartoe een reden bestaat, is natuurlijk niet zeker. Maar mijn gehele benadering van
zowel mijn eigen werk als de paranormale werkzaamheden van anderen hangt hiermede
zonder twijfel samen.
Ik ben b.v. erg huiverig van het z.g. “open” mediumschap, waarbij willekeurige geesten
iemand in beslag kunnen nemen en dit op de duur soms zelfs tegen de wil van het medium in
tot stand weten te brengen. Ik voel meer voor het bewuste mediumschap, dat ik dan ook al
vele jaren angstvallig beoefen. Hierbij sluit je jezelf voortdurend af voor alle invloeden, die je
proberen te bereiken. Je voelt dan wel, dat iemand contact zoekt, maar kunt dit zonder meer
afwijzen, wanneer de tijd, de plaats, je niet geschikt lijkt, of de uitstraling van degene, die
contact zoekt, je om de een of de andere reden niet aanstaat. Ook hierbij kan gewoonte een
goed hulpmiddel zijn om sterke invloeden af te kunnen wijzen. Wanneer je je laat terugvallen
in een voor jou normale reeks van handelingen, is er veel meer kracht nodig om je te
bereiken.
Een andere regel, waaraan ik mij houd, is de volgende: Stel je nooit zover in, dat je eigen
bewustzijn van de omgeving verzwakt, tenzij je eerst duidelijk een vertrouwde of althans
geheel aanvaardbare uitstraling van een geest hebt gevoeld. Pas wanneer je bewust het
contact hebt geconstateerd, is het zinvol je open te stellen en alle remmingen en beletselen op
te heffen.
In enkele gevallen sta je hierdoor wel eens voor gek. Het is mij enkele malen overkomen, dat
ik mij instelde en wel een contact voelde, maar niet op een voor mij aanvaardbare wijze. Dan
onderbreek ik onmiddellijk, blijf ook niet op mijn zetel tronen, maar ga b.v. even achter in de
zaal, of op een gang staan en hervat mijn pogingen tot contact eerst na enige minuten.
Maar hoe kun je zoiets snel en duidelijk aan anderen uitleggen? Ik beperk mij er toe te
zeggen, dat de geest er nog niet was. Een directe leugen is dit niet, want de geest, waarmede
ik bereid ben contact op te nemen, was er dan inderdaad niet.
Vroeger heb ik wel eens risico's genomen in dit opzicht, maar in geen enkel geval waren de
resultaten goed. Wat doorkwam was ofwel zinloos, dan wel van een zeer vraagwaardige
inhoud. Al snel kwam ik tot een soort onderbewuste blokkering van mijn body: Wanneer ik een
dergelijk contact zou willen aanvaarden, kost dit mij veel meer moeite, dan het tot stand
brengen van een verbinding met een mij bekende of voor mijn gevoel aanvaardbare entiteit.
Ik herinner mij, dat ik eens werkte voor een kleine groep spiritisten. Drie malen probeerde ik
in trance te komen, drie maal ook wees iets in mij het contact, dat zich aan diende, af.
Ik heb daarop geweigerd nog een vierde poging te wagen, maar beloofde wel om, zodra ik een
contact gevoelde - dat voor mij aanvaardbaar was, maar dat zei ik er niet bij - het nog eens te
proberen. De groep, die voornamelijk uit dames bestond, ging over tot het nuttigen van een
kopje thee, ondergetekende hield een soort impromptu kookpraatje. Maar toen na ruim een
uur de sfeer voor mijn gevoel eerder slechter dan beter werd, heb ik afscheid genomen en de
vergoeding voor mijn tijd, die men mij toch nog wilde geven, afgewezen. Evengoed heb je dan
toch wel het gevoel, dat je mooi voor gek hebt gezeten.
Het is mij opgevallen, dat een dergelijke sfeer ook een rol speelt bij kontakten, die middels
“kruis en bord” doorkomen. Wanneer de sfeer bedompt wordt, of je het gevoel krijgt, dat het
in de hoeken van een vertrek donkerder is dan normaal het geval is, blijken de kontakten, die
men maakt, op zijn minst genomen onbelangrijk, vaak echter gevaarlijk suggestief en toch
onbetrouwbaar te zijn.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 113
Orde der Verdraagzamen

Zelfs wanneer u magnetiseert, paranormaal geneest dus, is zelfbeheersing, en een juist
interpreteren van je eigen aanvoelen, van belang. Zou je eenvoudig kracht geven zonder
meer, dan bestaat het gevaar, dat je zelf te slap wordt, of mogelijk zelfs de kwaal van de
ander langere tijd in eigen lichaam voelt.
Ook hier geldt volgens mijn ervaring, dat je er beter aan doet niet te helpen, dan op
onbeheerste wijze in te grijpen. Want de krachten, die je een patiënt geeft - met de beste
bedoelingen, natuurlijk - zullen voor deze eerder een groter gevaar dan een werkelijke
genezing betekenen. Bovendien bestaat het gevaar, dat je dan voor anderen, die bewust of
onbewust geneigd zijn de levenskracht van hun medemensen te absorberen, een gemakkelijk
slachtoffer wordt. Dan voel je je na een contact met dergelijke mensen leeg en moe.
Precies weten wat je doet, is volgens mij op het gebied van het paranormale voorlopig voor
een mens nog niet mogelijk. Maar met je gevoelens zul je daarom zoveel te meer rekening
moeten houden, zeker wanneer het gaat om zuiver geestelijke zaken.
Herlezende, wat ik tot zover geschreven heb, vraag ik mij af, of ik niet wat erg verwaand ben.
Want het is duidelijk, dat ik dit alles alleen van uit mijn persoonlijk standpunt kan benaderen.
Mogelijk is mijn wijze van werken voor anderen al even dwaas, als ik het onbeheerst werken
b.v. als medium vind.
Toch moet mij van het hart, dat volgens mij een mens allereerst een taak heeft in zijn
stoffelijk leven. Daar dient hij allereerst voor te zorgen. Zolang je je daarop in de eerste plaats
richt, zal het paranormale een goede aanvulling vormen van je menselijk bestaan.
Maar op het ogenblik, dat je de geest en haar wereld boven je eigen stoffelijk leven en denken
gaat stellen, zul je volgens mij juist als mens meer en meer tekort schieten. En naar mijn
ervaringen in de wereld van de geest is dit geen goede zaak.
Een mens mag gerust fouten maken en falen. Daarvan heeft men in de werelden van de geest,
zover ik na kan gaan, weinig last. Maar wanneer je leeft volgens de aanwijzingen en
beïnvloedingen van anderen, b.v. uit de geest, is het schijnbaar erg moeilijk om te
aanvaarden, dat je zelf gefaald hebt. Het gevolg is, dat je een soort wrok ontwikkelt tegenover
een wereld, die weigert je dit volgzaam leven volgens de wil en inzichten van een ander als
verdienste aan te rekenen. Met alle onaangename gevolgen van dien.
Je moet in de eerste plaats zelf de verantwoording dragen voor alles wat je doet, zelfs
wanneer je dit zou doen om een ander te helpen. En dit betekent dat je wel eens hard moet
zijn.
Wanneer iemand je om hulp vraagt en meent, dat je die ook werkelijk kunt geven, valt het
zwaar om neen te zeggen. Het aantal mensen, dat mij om een persoonlijke seance gevraagd
heeft, is groot. Maar ik ben slechts enkele malen daarop ingegaan en zelfs toen nog, om eerlijk
te zijn, met een innerlijk voorbehoud. Meermalen heb ik nijdig te horen gekregen: dus u wilt
mij niet helpen? En dat was toch heus het geval niet. Maar ik acht het onjuist een contact met
een willekeurige geest op te nemen op het verzoek van anderen, terwijl ik voor mij zelf het
gevoel heb, dat dit contact niet zuiver is of, erger nog, enige duistere elementen bevat.
In andere gevallen krijg je het gevoel, dat men iets anders bedoelt dan men vraagt. De
ervaring heeft mij geleerd mij van dergelijke zaken verre te houden. Zou ik de mensen op een
andere wijze kunnen helpen door mijn vermogen tot aanvoelen te gebruiken, dan zou er geen
bezwaar zijn.
Maar zelfs raad geven doe ik zelden. Want in de meeste gevallen willen de mensen van jou
horen, dat hun eigen mening juist is, of dat hetgeen zij besloten hebben te doen,
onvermijdelijk is en daarom juist.
Het is mij meerdere malen opgevallen, dat mensen, die je raad vragen, je uitspraken alleen
ernstig nemen, wanneer zij passen bij hun voornemens en verlangen. In alle andere gevallen
schijnt men te denken: hij zegt zo maar wat, dus daarmede behoef ik geen rekening te

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
114
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

houden. En toch is een uitspraak of zelfs voorspelling, die je doet op grond van hetgeen je
aanvoelt, heel iets anders dan een beredeneerd antwoord. Zeker, je kunt het mis hebben.
Maar in ieder geval heb je rekening gehouden met heel wat zaken die de ander waren
ontgaan, met gedachten, die men onbewust koestert en zelfs gevaren, die men zelf zal
veroorzaken.
Aan de andere kant voel je soms zaken aan, zonder dat je er een reden voor kunt geven. Dan
is volgens mij alleen reeds het feit, dat je niet geheel zeker van je zaak bent, een reden om de
mensen te verwijzen naar stoffelijke deskundigen.
Om een voorbeeld te geven: Iemand moest volgens de medici geopereerd worden. Ikzelf wist,
dat inderdaad van een ernstige kwaal sprake was, die langs geestelijke weg niet snel genoeg
genezen zou kunnen worden om de patiënt een redelijke kans tot overleven te bieden.
Kort voor de operatie liet deze man mij nogmaals door iemand vragen, of hij de volgende dag
al dan niet de operatie moest laten doorgaan. Ik voelde dat er iets fout zat en heb dat ook
gezegd. Maar daarachter liet ik volgen: Ik heb echter geen enkele reden om te twijfelen aan
de juistheid van de diagnose en kan geen enkele reden geven waarom die operatie niet plaats
zou vinden. Hij moet zelf beslissen.
De man is inderdaad geopereerd, maar kwam om door vomeren, terwijl hij onder narcose was.
Overigens door zijn eigen schuld, daar hij in het geheim een stevig maal genoten had, kort
voor men hem voor de operatie kwam voorbereiden. Je voelt je dan niet bepaald prettig. Toch
deed ik dat, wat volgens mij iedere helderziende enz. zou hebben moeten doen in een
dergelijk geval: bij gebrek aan duidelijke gegevens, ongeacht mijn eigen gevoelens, afgaan op
het oordeel van deskundigen. Zouden de zaken anders gelopen zijn, wanneer ik getracht had
middels een trancetoestand een reeks gegevens te verkrijgen? Maar ik voelde op het ogenblik,
dat men mij om raad vroeg, geen voor mij aanvaardbaar contact en zou dus, zelfs indien mij
gevraagd was een poging in trance te wagen, geweigerd hebben.
Ik kan mij voorstellen, dat er onder u zijn, die het in dit geval niet met mij eens zijn. Hen zou
ik willen vragen, zich te realiseren, dat zelfs een seance niet altijd de resultaten brengt, die
men er van verwacht. Wanneer er geen contact is, waarvan je als medium de betrouwbaarheid
aanvoelt, is de kans op verkeerde raad m.i. al heel groot. De feiten wijzen uit, dat geesten zich
ook kunnen vergissen, fouten kunnen maken en soms wel eens een ander doel nastreven dan
de mensen op aarde verwachten. Zolang het zaken van minder belang betreft, is dat niet zo
heel erg en kun je, door alleen geesten van een voor jou juiste uitstraling te aanvaarden, zelfs
mogelijke fouten nog herstellen. Maar in zaken van belang moet je ofwel een goede met
redenen omklede uitspraak kunnen doen, of zwijgen en de zaak in handen van deskundigen
laten. Want met het doen van een uitspraak, die ingaat tegen de constateringen van een
deskundige, neem je een grote verantwoordelijkheid op je en die mag je alleen aanvaarden,
wanneer je zeker bent van je zaak.
Waarmede ik u hopelijk weer enig inzicht heb gegeven in mijn werk, mijn meningen en mijn
persoontje. Want de buitenstaander kijkt tegen mediumschap vaak aan op een wat vreemde
wijze en verwacht daarvan vele zaken, die niet waar kunnen zijn of worden. Overigens lijkt het
mij ook tijd worden om deze reeks artikelen te beëindigen. Wanneer u over bepaalde aspecten
van mijn werk meer wilt weten, kunt u mij schrijven. Ik zal dan in een volgend nummer op uw
vragen zo goed mogelijk ingaan.
Maar het belangrijkste heeft u nu zo langzaamaan wel van mij gehoord. Over mijn belevingen
in de geest kan ik, zoals mij steeds meer duidelijk wordt, maar betrekkelijk weinig meedelen.
Ik heb eenvoudig de woorden niet om u daarvan een niet al te zeer vertekend beeld te geven.
En indien u om verhaaltjes verlegen bent, zijn er wel betere auteurs dan ondergetekende.
K.v.d.N.
In het ODV-nieuws 1976-3 heeft ons medium weer een korte weerprognose; ook een
prognose, zoals vaker, op politiek en ander terrein. U kunt deze prognoses aanvragen. Het
was in die tijd erg warm, zo als u kunt lezen in de volgende;

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 115
Orde der Verdraagzamen

Bespiegeling (1976-3)
Het is warm. De thermometer wijst rond 30 C. Ik heb geen zin om te schrijven, maar het ODV-
nieuws moet op tijd verschijnen. Ondanks het feit, dat mijn “Kijken in de Spiegel” tot een
einde is gekomen, nam ik op mij om weer enige bladzijden te vullen. En dus tik ik, warm, wat
lusteloos, medium op eigen sap, zich uitdrukkende in letters.
Deze week was het overal warm. In Arnhem, in Amsterdam zo goed als hier in het Haagje.
Volle treinen, op het gehoor afgaande voor minstens de helft gevuld met oververhitte
dreinende kinderen voerden mij naar het door mij op dat ogenblik zeker niet al te begeerde
doel.
Reizigers vormen in deze dagen een wonderlijk conglomeraat van zweterige menselijkheid.
Sommigen voeren een soort langzame striptease uit, anderen hullen zich zorgelijk in een
wollen vest en vergen protesterende, dat de ramen gesloten zullen worden, omdat zij niet
tegen de tocht kunnen. En alle gezichten staan slaperig of lusteloos. Zelfs de treinen schijnen
niet al te goed tegen de hitte te kunnen, want op elk station geeuwt een damesstem over
treinen, die zes, zeven of meer minuten vertraging schijnen te hebben.
Je komt aan. Op weg naar de samenkomst. Even puffen, kopje koffie. Hoe gaat het U? Ja, erg
warm... Neen, ik denk ook niet, dat er vandaag veel mensen zullen komen.
Kleine problemen, zo als in Amsterdam: moeten de ramen open blijven, of zou het verkeer te
veel storen? Beslissing: Open laten. Wie er last van heeft, doet het dichtstbijzijnde raam wel
even dicht.
De klok draait. Enkele moedigen hebben zich in een stoel laten zakken en wachten, lijzig
pratende, af. Het valt mee. In een trage, gestage stroom komen ze nu binnen. Er komt
waarachtig wat sfeer. Ik steek nog een laatste sigaret op, wandel naar mijn zetel. Achter in de
zaal komen er nog steeds enkelen binnen druppelen. Ik stel mij in. Ik ontwaak. De tijd zit
goed: net een uur zijn de Broeders aan het woord geweest. Terwijl ik naar een sigaret grijp,
constateer ik dat ik drijf van de transpiratie. Niet leuk, maar de geest heeft er tenminste ook
last van gehad. Kunnen die ook eens ondervinden wat voor offers zij soms van een medium
vergen. Mijn blik waart de zaal rond.
Het is bijna een school: Al die mensen hebben het ook warm, dat is duidelijk. Maar de
gezichten zijn levendig, geïnteresseerd, stemmen schieten telkenmale even boven het
rabarbergeluid van de zaal als geheel. Ondertussen kies ik als consumptie een cola, want ik
stik van de hitte. Maar ik voel mij anders dan zo-even. Het geanimeerde praten doet mij het
ongemak vergeten. De avond is in ieder geval goed, zover. Nu nog het tweede deel en dan ben
ik er van af. Maar terwijl ik even met een paar mensen, die kennelijk nog niet begrijpen, hoe
dit alles kan, in gesprek raak, voel ik mij voldaan en besef: Ik zou dit niet willen missen.
Natuurlijk, ik kom dadelijk bekaf thuis en zal mij mogelijk morgen ook niet al te fris voelen.
Maar dat telt niet.
De avond is voorbij. Wat haastig neem ik afscheid en verdwijn richting station voor iemand mij
zijn problemen of waarnemingen kan opdringen. In de smalle, windloze straatjes hangt de
hitte nog na te pruttelen. Lichtreclames hangen wat hulpeloos lichtend aan de gevels.
Ik draai langs de Koopmansbeurs het Rokin op en koester mij in een vleugje wind. Aan de
overkant zitten terrasjes vol met late gasten, die het dagelijkse vochtverlies kennelijk op
aangename wijze proberen aan te vullen.
Mijn benen maaien automatisch verder, stoepje op, stoepje af, door het rode licht, dat een
stille asfaltbeek bewaakt, het station in. De klok zegt, dat ik net een trein gemist heb. Toch
loop ik automatisch nog het vierde perron op. Gelukkig: de trein is laat, dus ben ik 20 minuten
vroeger thuis.
Moeizaam zak ik neer op een bankje, tot kennelijk ongenoegen van de heer, die zich daar
reeds uitgebreid gevestigd had en liever een dubbele plaats voor zich had behouden. Nu dringt

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
116
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

mijn gestalte hem terug tot zijn eigen helft. Nors staart hij nu naar het raampje, alsof daar iets
belangrijks te zien was. Mogelijk is het voor hem ook wel zo, want de trein rijdt nu en de
ruiten worden doorzichtige spiegels. Mokkend zit hij oog in oog met zichzelf. Ik droog mijn
voorhoofd en bedenk, dat ook nu de gezichten van bijna alle reizigers weer nors of slaperig
zijn.
Even denk ik: Bij ons is het toch anders. Dan verdiep ik mij in ruwe coltgevechten van het
verre westen, door een Duitse auteur exclusief neergeschreven voor een Vlaamse uitgeven in
Strombeek-Bever.
Dat was deze week. Nu zit ik hier en tik, zo nu en dan onderbrekende om mij het voorhoofd te
wissen. Mogelijk had u een ander artikeltje verwacht. Maar eerlijk gezegd kan ik de moed niet
opbrengen om de nodige gegevens op te zoeken voor een ernstiger betoog. Bovendien moet ik
vanavond weer werken. Gezeten in mijn werkkamer op een hoog, prijs ik het lot, dat het mij
mogelijk maakt vanavond voor het werk naar de kelder te gaan. Daar zal het koeler zijn, hoop
ik.
Want dit zijn de dingen die voor mij een grote rol spelen. De lezing van de avond is voor u,
niet voor mij. De weg heen en de weg terug, die tellen voor mij, zo goed als de vermoeidheid,
de gezichten van de mensen, de gesprekken in de pauze. Dit alles maakt voor mij het bewust
beleefde deel van de avond uit.
Zeker, er zijn ook geestelijke compensaties, maar die tonen maar zelden enige samenhang
met de zaken, die voor u van belang zijn tijdens een bijeenkomst. Eigenlijk is het een vreemde
zaak: Geestelijke belevingen ken ik voldoende. Maar wanneer ik ga “werken”, sta ik juist van
dergelijke dingen mijlen ver af. Je stelt je in, goed. Maar verder kijk je rond je, observeer je
mensen; praat je, daas je, vertel je moppen, die je innerlijk zelf soms flauw vindt, alleen maar
om toch vooral normaal te zijn.
Door al dat geestelijke werk sta ik in feite dichter bij de gewone dingen dan anders het geval
zou zijn. Soms voel ik dat aan als een soort krampachtig gewoon willen doen. Maar ook
wanneer je alleen bent, wachtende op een bus, zittende in de laatste trein, gaat het proces
door. De wereld lijkt dan soms opeens veranderd. Buiten het raam van de eentonig ratelende
trein schiet het duister haast ongemerkt voorbij. Opeens in de verte twee lichtstralen, die het
beeld van de weerkaatste coupe braken. Zij naderen elkaar als gedreven langs een onzichtbaar
spoor. De bundels kruisen even als de rapieren van licht, waarmede Ufonauten elkaar het
leven zuur dreigen te maken. Twee bundels licht gaan verder, een dooft en de eentonigheid
keert terug. Je wilt lezen, maar suft eerder. Dan rijst in de verte een constellatie van
vuurvliegjes en je weet: dat is Delft. Over 10 minuten uitstappen.
Of lantaarns, die zich spiegelen in asfalt, terwijl je in je jas gekrompen, staat te hopen, dat de
bus nu toch snel zal komen. Aan de overkant flitst zo nu en dan een auto voorbij. Maar het
zegt je niets. Dan, opeens een fietser, die ineengedrongen met stampende benen tegen de
regenvlagen in pompt. Je steekt even je hoofd wat verder uit de kraag om die heroïsche strijd
te volgen. Dan wordt je aandacht getrokken door een paar autolampen, die jouw kant uit
komen. Zou het de bus zijn? Mis: een grauwe vrachtwagen spettert voorbij, je krimpt weer
wat in een en wacht verder, vochtig en koud, maar toch blij, dat jij met dit weer niet op de
flets behoeft te zitten.
Vindt u het wonderlijk, dat deze dingen voor mij vaak het karakter van de avond uitmaken?
Toch is het zo. De rest gaat mij grotendeels voorbij.
Zeker, na afloop van een avond kijk ik altijd even naar de mensen, hoe zij zitten, hoe hun
gezichten staan. Maar wat je dan soms constateert, vergt meer zelfbeheersing, dan ik altijd
kan opbrengen.
Je voelt meestal wel, dat er een nogal zware sfeer hangt. Maar die gezichten . Het lijkt een
verzameling van slapers, gapers, lijders, met daar tussen zo hier en daar een denker van
Rodin in slechte imitatie. Wanneer je zelf de avond niet hebt meegemaakt en mogelijk zelfs
volgens je bewustzijn heel andere dingen hebt gedaan, is het moeilijk dan ook plechtig te
kijken, je mond te houden en de opgeroepen emoties langzaam weg te laten ebben.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 117
Orde der Verdraagzamen

Onwillekeurig zeg je iets, doe je iets en ziet de toehoorders langzaam wakker schrikken en,
soms niet zonder enige moeite, weer normaal doen.
U ziet het: van achter de coulissen ziet het stuk er heel anders uit. En dan is elke vrijdagavond
weer de vraag: zal het moeilijk of gemakkelijk zijn deze avond uit te werken? Is er veel
materiaal, zal ik veel moeten bekorten?
Want al realiseren de meeste zich dit niet geheel, elke zaterdagmorgen vroeg zit ik achter de
tikmachine, toeter in mijn oren en dan maar tikken. Tot de avond komt en de TV mij noopt de
arbeid te staken. Elke zondag weer zitten mijn echtgenote en ik te corrigeren, stencil na
stencil, wat ook heus wel enige uren vergt.
Het vervelende van de zaak is, dat andere mensen dan vrij zijn en dus geneigd zijn om “even
aan te komen lopen”, zonder zich te realiseren, dat zij je daarmede tot nachtarbeid
veroordelen.
Een oudere dame, die zelf medium is, woonde eens een avond bij, en complimenteerde mij na
afloop door te zeggen, dat ik wel zeer gezegend was door een zo grote gave te mogen
bezitten. Ik heb vriendelijk gedankt natuurlijk. Maar bij mijzelf dacht ik: gave, best, maar ook
veel moeite, waarvan niemand iets schijnt te merken.
Maar toch mag ik mijzelf niet beklagen. Want nu besef ik opeens, dat dit blad zo dadelijk,
waarschijnlijk bij een bijna moordende temperatuur, door ons bestuurslid Husen gedraaid zal
worden en daarna, door ijverige maar anonieme, werksters in elkaar gestoken wordt, en
gebundeld, geadresseerd, op postnummer gelegd enz., alleen maar, opdat u dit onbelangrijke
stukje tijdig in huis krijgt. En H. zal nog wel meer moeten doen: de vrijdagavond moet ook
gedraaid en verzendklaar gemaakt worden, het programma moet de deur uit, Sleutels moet
eveneens de abonnees tijdig bereiken.
Wat wordt er toch veel gedaan eigenlijk zonder dat het iemand opvalt. Maar weet u, wat het
eigenaardigste van al is? Wanneer ik al die mensen zie, die zoveel doen, die steeds weer bezig
zijn en dan nog al die avonden bijwonen, valt mij op, dat zij zo levendige gezichten plegen te
hebben.
Ja, als je zo in een ovenwarme trein zit en de mensen stil beziet, voel je, dat je terecht moogt
zeggen: die van ons zijn toch nog wat anders.
Waarvan akte. Ik stop er voor heden mee. Een volgende maal beloof ik u een beter stukje,
meer gefundeerd en over een interessanter onderwerp. Wanneer het dan tenminste niet weer
zo warm is.
K.v.d.N.
ODV-nieuws 1976-4; ook die keer gaf Karel, ons medium, zijn weersvoorspellingen en
algemene prognoses, die u, als gebruikelijk, kunt opvragen. Het kleine artikeltje dat hij voor
dit nummer schreef, was getiteld:

Kort gezegd (1976-4)
Aanvoelen kan lastig zijn. Je beseft, dat anderen met problemen zitten, maar kunt niet
reageren, omdat dit voor hen een probleem te meer zou zijn.
Soms kun je mensen zelfs aflezen. Een soort telepathie speelt hierbij kennelijk een rol. Maar
geheel zeker ben je nooit van je zaak, en bovendien: wat gaat het je in feite aan, hoe een
ander is en denkt? Daarom doe je maar, alsof er niets aan de hand is.
Zo als het in vele gevallen onjuist zou zijn de mensen duidelijk te zeggen, wat je voor hen in
de toekomst ziet. Is hetgeen je ziet goed, dan valt het hen anders altijd maar weer tegen en
zorgen krijg je altijd nog te vroeg, dus daarover zwijg je ook maar beter. Tenzij er iets aan te
doen zou zijn en je bovendien nog aanneemt, dat de persoon in kwestie inderdaad er iets aan
zou gaan doen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
118
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En dit zijn dan maar enkele facetten van het “paranormaal begaafd zijn”. Snapt u dan, waarom
zoveel mensen voor zich deze gave en gevoeligheid verlangen? Ik niet. Zoals ook gaven als
helderziendheid, helderhorendheid, enz. maar betrekkelijk nuttig kunnen zijn, maar in vele
gevallen ook onaangenaam blijken te zijn. Wanneer je iets hoort, terwijl je b.v. in gesprek
bent met anderen, is de kans groot, dat je daarop reageert. Soms zijn de reacties zodanig, dat
men het je weken later nog niet vergeven heeft.
Gisteren vroeg iemand, welke eigenschappen een medium moet bezitten om met goed
resultaat te werken. Mijn antwoord was: trek je de boel zo weinig mogelijk aan.
Onverschilligheid is een eerste vereiste. Een medium, dat bang is voor gek te staan, bereikt
geen goede trancetoestand, een medium, dat zichzelf hoger acht dan alle “normale” mensen,
drijft zichzelf en soms ook de omgeving naar de waanzin.
Een dikke huid is eveneens noodzakelijk. Wanneer je je alles aantrekt, ben je te gespannen
om goede prestaties te kunnen leveren. Enige eigenzinnigheid en onevenwichtigheid lijkt mij
voor een paranormaal begaafde onvermijdelijk. Maar iemand, die deze eigenschappen niet in
toom weet te houden, maakt meer brokken dan het beste geestelijke werk ooit goed zal
kunnen maken.
Medium zijn is al een kwestie van geloof, zowel in jezelf als in de krachten, die je leiden.
Daarom is een voortdurend gebruik van je gezonde verstand aan te raden. Wees liever te
nuchter en te zakelijk dan te mystiek in je instelling.
Ten laatste: een medium ervaart, naar ik aanneem, want voor mij geldt dit zeker: vele
wonderlijke zaken en uittredingen. Maar daarover spreken met een ieder is eerder een nadeel
dan een voordeel, voor u zowel als voor de anderen. Want wie deze zaken uit eigen ervaring
kent, kun je toch niet veel meer leren en wie het nooit ervaren heeft, zal nooit begrijpen, wat
je probeert te zeggen.
Dit waren dan, kort gezegd, enkele conclusies van een medium, dat ontdekt heeft, dat je
minder van de geest weet, naarmate je er meer mee te maken krijgt. Want veel is
onbegrijpelijk en onlogisch.
K.v.d.N.
ODV-nieuws1977-1 is alweer aan de beurt; geen prognoses, maar wel een interessant
artikel van de hand van ons medium:

Vragen die blijven (1977-1)
Altijd weer valt mij op, dat sommige mensen zo zeker zijn van allerhande zaken die niet tot de
menselijke, maar tot de sfeer van de geest behoren. In de loop der jaren heb ik nogal eens
geëxperimenteerd. Maar voor mij blijven bepaalde vragen bestaan, waarop anderen schijnbaar
zonder enige moeite en soms zelfs zonder enige ervaring, het volgens hen enig juiste
antwoord poneren.
Enkele van die vragen wil ik aan u stellen. Mijn eigen antwoorden voeg ik er bij. Mogelijk weet
u inderdaad een betere oplossing. Waarschijnlijker acht ik het, dat u zich met mij verbaast
over de wonderlijke regels, die de wereld van het paranormale schijnen te beheersen.

Psychometrie
Aantal experimenten: meerdere honderden. Resultaten rond 70% juist, rond 15%
controleerbaar.
Elke keer weer blijkt, dat niet alle indrukken worden afgelezen, maar slechts zeer bepaalde
gegevens in mijn gedachten oprijzen.
VRAAG: waarom juist deze gegevens, die in vele gevallen van weinig belang zijn, in enkele
gevallen wel associaties met het heden wekken, maar geen werkelijk uitsluitsel geven?
VOORBEELD: Mij werd, overigens onverwacht, een sieraad in handen gegeven, bestaande uit
een gele steen in eenvoudige vatting, hangende aan een zilveren kettinkje.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 119
Orde der Verdraagzamen

Na enig tegenstribbelen - ik houd er niet van onverwacht aan het werk gezet te worden -
waagde ik een poging. Het resultaat was het volgende: in mijn gedachten rees eerst een
tijdsbepaling: rond 200 jaar. Ik vertelde dus, dat het voorwerp volgens mij antiek was en rond
200 jaren oud. De steen was gevonden in een soort open mijn van zeer geringe omvang. Ik
had de indruk, dat het hierbij ging om de winning van het een of andere erts op zeer
primitieve wijze. De vindplaats lag waarschijnlijk in het zuiden van de Kaukasus.
COMMENTAAR VAN DE EIGENAAR: het voorwerp was inderdaad als antiek gekocht, ouderdom
onbekend, vindplaats van de steen eveneens niet bekend. Wel leek het de eigenaar mogelijk,
dat de steen uit de door mij genoemde streek stamde.
Hierop volgde voor mij een reeks beelden van een soort oosters winkeltje, liggende aan een
overdekte straat. Ik meende dat dit Perzië was. Ik beschreef, hoe het voorwerp aan een
spijkertje had gehangen, tamelijk achteraan, naast een soort miniatuur, vermoedelijk in een
niet geheel gesloten tweede vertrekje achter de eigenlijke, open winkel.
Volgens de eigenaar was dit geheel juist. Hijzelf had het voorwerp daar gekocht en eerst
ontdekt, toen hij reeds enkele andere zaken gekocht had.
Mijn volgende indruk: om dit sieraad hebben vrouwen gevochten en een van hen heeft
zelfmoord gepleegd. Kort daarna werd dit sieraad met andere zaken gestolen. Volgens mij
tijdens een soort strijd of oorlogje.
Volgens de eigenaar had hij het voorwerp gekocht als antiek haremsieraad. Verder was hem
niets bekend, maar er hadden in de door mij genoemde omgeving inderdaad rond 1900
meerdere kleine oorlogjes gewoed.
Opeens kreeg ik de behoefte, de man te waarschuwen: hij had last van de gal, mogelijk een
galsteen, en zou na korte tijd moeilijkheden krijgen in verband met een vrouw.
Geen antwoord. Wel hoorde ik na enige tijd, dat de man inderdaad voor een galoperatie was
opgenomen. Verder geen nieuws.
Ofschoon ik hier de door mij genoemde feiten en de antwoorden van de eigenaar van het
voorwerp steeds te samen voegde, werden de antwoorden mij eerst gegeven, nadat ik de
proef beëindigd had.
MIJN ANTWOORD: Volgens mij reageer je bewust of onbewust op degene, die je het voorwerp
geeft. De steen in kwestie was zeker geen galsteen. Toch was dit het enige feit van actueel
belang, dat ik bij deze proef te voorschijn kon brengen.
Indien associaties bij het geheel een rol spelen, zo kan ik mij de volgorde, waarin bepaalde
gegevens mij bereikten, niet verklaren. Bovendien betrof het in dit geval een reeks van zeer
vage veronderstellingen. Alleen de plaats, waar het voorwerp gekocht werd, kon ik geheel
duidelijk en juist beschrijven. Mogelijk was dit eerder telepathie dan psychometrie.
Ook in gevallen, waarin ik wel de juiste gegevens kon aflezen, speelt volgens mij telepathie
een grotere rol dan het voorwerp zelf, dat mogelijk als inductor werkt, maar zelf slechts zeer
beperkte en vage indrukken kan overbrengen, wanneer geen contact met een levende persoon
mogelijk is.
Hoe het ook moge zijn, volgens mij speelt je eigen ik een heel grote rol bij de selectie van
gegevens, die tot je bewustzijn doordringen. De enkele keren, dat ik op verzoek probeerde
vermiste voorwerpen of personen op te sporen, kon ik wel beschrijvingen geven van de plaats,
waar dezen zich bevonden - met uitzondering van een persoon die dood was - maar het punt
van waarneming bleek in vele gevallen zeer eigenaardig te zijn.
De plaats van een verloren zilveren ring werd door mij juist aangegeven, echter als liggende
achter een houten richel op handhoogte. Daar het vertrek goed beschreven was, ging men er
onmiddellijk zoeken. Er was geen richel op heup of handhoogte, wel een lambrisering, afgezet

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
120
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

met een houten bies, op een hoogte van 2m15. Toch had ik de indruk, dat deze holle bies op
heuphoogte lag.
In een ander geval zocht ik de dochter van een dame. Zij bleek later inderdaad gelogeerd te
hebben in het door mij aangeduide hotelletje en wel gedurende de tijd, dat ik het experiment
waagde. De kamer, door mij juist beschreven, lag echter op de derde verdieping en niet, zoals
ik meende te “zien” gelijkvloers.
In een derde geval beschreef ik een straat met twee hoge gebouwen en een toren. De plaats
was ongeveer juist: het betrof een straat met kleine huizen, waar achter inderdaad een straat
lag met de door mij genoemde gebouwen en de alleenstaande toren, die echter op het dak van
een laag gebouwtje stond. Alleen vanuit een zeer bepaalde plaats en dan nog indien men zich
niet hoger dan 1m20 boven de grond bevond met het oog, zou een dergelijk beeld zich
inderdaad kunnen vormen. Het ging hier om een voorwerp, dus telepathie kan hier ten
hoogste een zeer kleine rol gespeeld hebben. Maar in alle gevallen nam ik waar vanaf een
plaats, die een mens bij normaal waarnemen zeker niet zou hebben ingenomen.
CONCLUSIE: in al deze gevallen wordt door concentratie wel een reeks ongeveer juiste
denkbeelden opgewekt, maar zij zijn sterk afhankelijk van de persoonlijkheid van de
waarnemer en de omstandigheden, waaronder de waarneming wordt gedaan.
TIJD: Wanneer je bij helderziende waarneming of psychometrie probeert een tijdstip te
bepalen, zijn er vaak nogal wat moeilijkheden. Je probeert vaak aan de hand van gegevens,
die je ziet, een mogelijk tijdstip vast te leggen. Maar de kansen, dat je je vergist, zijn vele.
VOORBEELD: Iemand vraagt om raad t.a.v. een belegging. Nu houd ik mij met dergelijke
dingen gemeenlijk niet bezig. In dit geval deed ik een poging. Het ging om de juiste tijd
bepaalde aandelen te verkopen.
Na enige worsteling kreeg ik een beeld: een hoge koers, 141, zou betaald worden op 23
maart. Dat was dus volgens mij de tijd om te verkopen. Op de eerstvolgende 23 maart
stonden de aandelen echter op 96, ofschoon de belegger deze gekocht had voor 103. Eerst 4
jaren later, inderdaad op 23 maart, stonden de stukken op de door mij voorspelde koers. De
belegger, toen nog een vriend van mij, had zijn aandelen natuurlijk toen reeds lang verkocht
en zelfs met verlies. Hij vertelde mij het gehele verhaal en verweet mij, dat ik hem het juiste
jaar niet had genoemd. Maar wat wil je? Ik had dat niet “gezien” en nam dus maar aan, dat de
eerstvolgende maand maart de koersstijging zou plaats vinden.
Ook in andere gevallen kwamen dergelijke vaagheden en zelfs aperte onjuistheden voor. In
een geval “zag” ik, dat iets in de zomer zou gebeuren. Het gebeurde ongeveer zoals ik had
voorspeld, maar wel in de winter. Het betreffende gesprek en de ontmoeting vonden plaats in
een soort serre, waarin planten, die in bloei getrokken waren. Mogelijk was dit de reden van
de vergissing.
VRAAG: daar het in vele gevallen gaat om gegevens, waarbij vooral het tijdstip van groot
belang is, zou ik willen weten, waarom juist op dit punt zoveel zonderlinge zaken optreden.
Indien, zoals vaak wordt aangenomen, de geest bij dergelijke zaken een rol speelt, zo zou ik
willen weten, waarom zij niet de juiste gegevens verstrekken. Indien het een kwestie van
eigen waarneming is, zo vraag ik mij af, waarom juist op dit, vaak zeer belangrijke, punt je
gave je in de steek laat.
MIJN ANTWOORD: ik geloof, dat er tijdens dergelijke waarnemingen geen sprake is van een
tijdsbesef, dat met het normaal menselijke overeenstemt. De wens, toch een tijdstip te
bepalen, voert dan tot de vreemdste conclusies, die echter door jezelf worden getrokken,
zonder dat daarvoor een werkelijke aanleiding is. Vaak wens je, dat een gebeuren snel zal
plaats vinden en verander je je wens in een “geziene” zekerheid, zonder dat daartoe enige
werkelijke aanleiding bestaat.
Soms associeer je “geziene” details met je eigen wens en neem je aan, dat iets op bepaalde
datum zal gebeuren, zonder je te realiseren, dat deze datum elk jaar weer terugkeert.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 121
Orde der Verdraagzamen

CONCLUSIE: Indien een tijdstip al wordt aangegeven, is de kans dat de zaak klopt 50/50.

Zien
Ik ben soms “helderziend”. Toch zie ik niet werkelijk. Eerder bouwt zich als een soort
dagdroom, een voorstelling in mijn gedachten op. Alleen wanneer het gaat om “geesten”, zie
ik wel met mijn ogen, maar dan, alsof een tweede beeld zich over de werkelijkheid legt. Ik zie
alles nog steeds normaal, maar tussen het gewone zie ik een tweede voorstelling.
VRAAG: Behoren beide vormen tot hetzelfde talent? Is er een reden voor het soms met de
ogen te “zien”, terwijl je in andere gevallen eerder met een zeer levendig fantasiebeeld in je
gedachten te maken hebt?
VOORBEELD: Antwerpen op een druilerige avond. Ik sta nog even buiten voor de avond
begint. Opeens “zie” ik in mijzelf een grote brand. Ik vertel dit tegen iemand, die naast mij
staat. Enkele weken later brandt de Vlaamse Schouwburg geheel uit. Men wijst mij er op, dat
ik gelijk heb gekregen. Ik ontken dit met de woorden: dat kan niet, het was meer naar links en
bovendien was het een veel grotere brand, olie of iets dergelijks.
Nogmaals twee maanden later vindt er een grote brand plaats in het industriegebied aan de
Schelde, maar wel rond 15 km van de plaats, waar ik die brand meende te zien.
Men toonde mij later foto's van die brand. Al dagdromende had ik die brand inderdaad gezien,
bijna drie maanden voor zij plaats vond. Maar waarnemende van de plaats, waarop ik toen
stond, had ik noch de brand, noch de door mij geziene details kunnen waarnemen.
Zittende in de trein “zie” ik een kettingbotsing op een weg, die ik vanuit die trein net niet kan
zien. Die avond lees ik in de courant, dat inderdaad een grote kettingbotsing heeft plaats
gevonden op die plaats, maar wel enkele uren voor ik met de trein vertrok. Ook nu was het
beeld een soort dagdroom.
Ik ontmoet in Den Haag iemand, die volgens mij in Engeland moest zijn. Wij spreken even. Hij
vertelt mij, dat het hem niet zo goed gaat. Opeens besef ik dat mensen vreemd naar mij
kijken. De man waar mede ik sprak, is opeens verdwenen. Enige tijd later hoor ik, dat de man
is opgenomen in een ziekenhuis nabij Leeds en op het ogenblik, dat ik meende hem te
ontmoeten, daar in coma lag na een hartaanval.
MIJN ANTWOORD: kennelijk spelen associaties bij dergelijke visioenen een grote rol.
De brand zag ik op een avond, toen de motregen rood licht van neonreclames een bijzondere
nadruk gaf. In de trein las ik een boek, waarbij men een vliegtuigongeluk uitvoerig beschreef,
toen ik opeens die kettingbotsing zag. De ontmoeting vond plaats, kort nadat men mij had
gevraagd, of ik nog suikerzakjes kreeg - die mij gemeenlijk door deze man werden gezonden.
In alle gevallen is er wel iets, waar door je gedachten in een bepaalde richting geleid worden,
voor de ervaring optreedt. Slechts zelden is dit niet het geval en dan gaat het gemeenlijk om
“geesten”, die contact met je opnemen.
Er zouden nog veel meer vragen te stellen zijn, maar voor heden volsta ik met het
voorgaande. Het zal u duidelijk zijn, dat ik probeer een natuurlijke verklaring voor alles te
vinden.
Dat er belevingen zijn, die kennelijk middels andere dan normale zintuigen plaats vinden, is
voor mij een feit. Maar volgens mij moet voor de wijze, waarop zij op plegen te treden, een
redelijke verklaring mogelijk zijn.
Ook het feit, dat vele van die dromen, uittredingen en andere belevingen, zich geheel
onttrekken aan de menselijke logica, betekent voor mij niet, dat daarom geen regels bestaan,
die wel degelijk op zich logisch en redelijk zijn. Je hebt ze alleen nog niet leren kennen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
122
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Zelfs indien ik werk als medium, blijkt steeds weer, dat er bepaalde regels bestaan. Mijn eigen
gemoedstoestand en mijn lichamelijke toestand - vooral hoe ik mij gevoel - hebben invloed op
hetgeen een bepaalde avond bereikbaar is.
Daar ik met dit werk altijd wel bezig ben, weet ik daarover meer dan in de loop van enkele
experimenten ooit beseft zou kunnen worden. De sfeer, maar ook mijn voeding, de vraag of ik
alcohol heb gedronken of niet, ja, zelfs de bui die ik heb en mogelijke geneesmiddelen die ik
gebruikt heb, spelen een rol.
Op dit gebied ken ik heel wat van de geldende regels, ook al ben ik mij van de reden daarvoor
niet altijd bewust.
Aan de andere kant moet u beseffen, dat ik al meer dan 5000 seances heb gegeven, terwijl
mijn werken met psychometrie, helderziendheid en dergelijke zaken in verhouding gering
blijft. Enkele honderden experimenten zijn voldoende om te beseffen, waar de regels mogelijk
zouden kunnen liggen en zelfs om bepaalde eigenaardigheden te leren kennen. Maar alleen
wanneer je met iets dag in dag uit bezig bent, kun je volgens mij een beter inzicht krijgen.
Het paranormale is voor mij nu eenmaal maar een liefhebberij, waar je alleen wat aan doet,
wanneer je toevallig zin hebt. Seanceren is voor mij een beroep en een roeping tegelijk.
Nu ik, op deze oudejaarsavond, even dit artikeltje af tik, besef ik, dat om veel te bereiken, er
eigenlijk een soort stok achter de deur nodig is. Dit moet af, dus werk ik er aan. Maar zonder
die dwang zou ik op het ogenblik ook heus wel andere dingen prefereren.
Neem daarom de vragen, die ik stelde, maar niet te zeer au serieus. Hebt u een ander, zinnig
antwoord, laat het mij eens weten. Zo niet, even goede vrienden. O ja, vindt u dit een minder
geslaagde opzet, vertel het mij dan eens,. Anders vindt u in het volgende nummer mogelijk
weer een dergelijk verhaal.
En ik maak gelijktijdig maar van de gelegenheid gebruik u allen een goed 1977 toe te wensen,
zover ik dit nog niet mondeling kon doen.
Dus nogmaals: Indien u geen interesse hebt, moet u het maar laten weten. Dan blijft de rest
van dit verhaal in de kast en krijgt u een ander betoog te lezen.
K.N.
Toen het ODV-nieuws 1977-2 uitkwam, moest men melden, dat het medium, nog altijd
onze eigen Karel v.d. Nagel, ziek geweest was. Iets wat natuurlijk heel duidelijk gemerkt
was. In dat nummer kwam in de eerste plaats “Karel aan het woord”:

Brief aan de ODV-leden (1977-2)
Ik wil van de gelegenheid gebruik maken mij hier bij u allen te verontschuldigen voor mijn
afwezigheid gedurende enkele weken.
Zoals u zult weten, is het niet mijn gewoonte bijeenkomsten af te zeggen, omdat ik mij wat
minder prettig gevoel. Deze maal werd ik echter gekweld door zodanige pijnen, dat het mij
met de beste wil van de wereld niet mogelijk zou zijn geweest, mij voldoende te concentreren
om in trance te komen.
Bijkomstigheden als koorts e.d. zou ik desnoods nog kunnen overwinnen, maar dit was mij
toch werkelijk te erg. Het is mij duidelijk, dat hierdoor velen van u een vergeefse tocht hebben
moeten ondernemen. Eveneens besef ik zeer goed, dat de zo ontstane situatie voor het
bestuur niet bepaald aangenaam geweest kan zijn.
Hoezeer ik dit ook betreur, in dit geval moet ik mij werkelijk op overmacht beroepen.
Overigens ben ik dankbaar voor de bewijzen van sympathie, die ik mocht ontvangen. Een van
de leden gaf mij, naast een stoffelijk blijk van medeleven, dat zeer in de smaak viel, de raad
vooral eens goed “uit te zieken”.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 123
Orde der Verdraagzamen

Wat mij goed deed: het bewijs, dat men in mij niet alleen maar de spreekbuis van de geest
ziet, maar ook de mens. Zoals ik mij ook bewust ben van de vele goede gedachten, die mij
werden toegezonden.
Toch voel ik mij op het ogenblik nog slap en weet ik niet, of, en in welke mate ik het gewone
werktempo weer zal kunnen aanhouden. U kunt er van overtuigd zijn, dat ik geen enkele
bijeenkomst zal afzeggen, tenzij daartoe werkelijk een dringende reden bestaat. Maar zoals de
zaken er nu voorstaan, moet ik tot mijn spijt constateren, dat de mogelijkheid bestaat, dat ik
enige tijd langzaamaan zal moeten gaan doen.
Hopelijk hebt u allen hiervoor begrip. Moge mijn inschatting van mijn mogelijkheden te
pessimistisch blijken te zijn.
Vergeef mij ook wanneer ik niet inga op gesprekken over mijn kwaal enz. Zo leuk was het niet,
dus ik hoor liever de laatste moppen.
Nogmaals: mijn dank voor uw aandacht en uw medeleven.
Karel; Graag geef ik u de reactie van de toenmalige redactie:
“Bovenstaande brief werd door ons in zijn oorspronkelijke vorm en in extenso opgenomen.
Toch zou uw redactie hieraan willen toevoegen: in de rechten van de mens staat, dat een ieder
recht heeft op werk. Maar laat ons dit aanvullen met de opmerking, dat iedereen ook het recht
heeft, ziek te zijn op zijn tijd. Tenminste, dat is het oordeel van de redactie”
Toch had Karel kennelijk nog wel wat geschreven en/of klaar liggen voor dit nummer, want
we vinden in diezelfde aflevering (1977-2) het artikel:

Experimenten (1977-2)
Enigszins tegen mijn verwachtingen in reageerden vele lezers(essen) nogal enthousiast op
mijn commentaren bij enige experimenten met het paranormale. Indien het volgende u dus
verveelt, hebt u het aan uzelf te wijten.
Het zal u overigens wel duidelijk zijn, dat het merendeel van de proeven, die ik nam,
voortkwamen uit nieuwsgierigheid. Alles, wat met het occulte te maken heeft en zo binnen
mijn “beroepsbelangstelling” valt, fascineert mij nu eenmaal. Toch, ik meen er iets van te
weten. Dan ga ik al snel over op een volgende liefhebberij.
Ik heb enkele jaren met z.g. magische zegels geëxperimenteerd. Overigens met zeer
afwisselende resultaten. Maar, eerlijk is eerlijk, soms gooide ik bij het maken van een zegel
voor een bepaald doel er ook wel met mijn pet naar. Dit zijn kort samengevat mijn conclusies:
Niet alle z.g. zegels zijn werkzaam. Enkele zegels blijken grotere invloed te hebben, maar
dienen dan wel bijzonder zorgvuldig te worden gemaakt. Een niet geheel gesloten lijn, een
verkeerd geplaatst teken kan de werking veranderen, of het geheel degraderen tot een stukje
papier met pretenties.
Het vervaardigen van dergelijke magische zegels wordt in de clavicula gemeenlijk met vele
voorschriften omgeven. Naar mijn ervaring maakt het al dan niet volgen van deze
voorschriften geen enkel verschil in de werkzaamheid van het zegel.
Vele zegels moeten van bepaalde materialen gemaakt worden. Indien het gaat om het geven
van bescherming, of het bevorderen van gezondheid, is volgens mijn ervaring dit materiaal
zeer belangrijk.
Een z.g. grootzegel van Salomo - bestemd om bepaalde krachten af te weren - bleek in zilver
gegrift de beste resultaten te hebben. Meerdere mensen, die aan slapeloosheid leden, zagen
van het ene ogenblik op het andere hun nachtrust weer ongestoord, toen dit zegel in hun
nabijheid werd gebracht. Het effect hield in een groot deel van deze gevallen aan, wanneer de
persoon in kwestie 10 dagen of meer tijdens de nachtrust in de uitstraling van dit zegel had
volbracht.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
124
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Aantal gevallen, waarin - voornamelijk in België - van dit zegel gebruik gemaakt werd: 86 -
naar mijn beste weten. Gemelde resultaten: 70. Door mij geconstateerde verbeteringen bij
betrokken personen: 41.
Vraag: werkt een dergelijk zegel middels suggestie? Zo ja, waarom werden dan resultaten
behaald met dit zegel, wanneer de tekens in zilver waren gegrift, maar was het resultaat van
een dergelijk zegel, vervaardigd onder gelijke omstandigheden doch op papier en met normale
inkt, bijna nil?
Mijn antwoord: edele metalen schijnen bepaalde uitstralingen gemakkelijker op te nemen en
langer te bewaren dan andere materialen. De concentratie, die nodig is, wil men een dergelijk
zegel foutloos in het metaal krassen, kan de uitstraling van het metalen zegel beïnvloed
hebben. Werken op papier en met inkt vergt minder tijd en minder inspanning, papier houdt
volgens mij wel emotionele zaken enige tijd vast, maar reageert kennelijk nogal negatief op
z.g. magische bedoelingen, tenzij het met een ander materiaal gecombineerd wordt.
Verder meen ik, dat degene, die de symbolen van een zegel geheel begrijpt, daarmee meer
resultaten zal behalen dan iemand, die het alleen maar kopieert. Zoals bepaalde oosterse
magiërs beweren, wordt iets van het eigen “manas” van de vervaardiger vastgelegd. Dit zou
het werkzame bestanddeel zijn. Deze uitleg strookt in ieder geval met een deel van mijn
ervaringen op dit gebied.
Proeven met het “oproepen” van geesten heb ik nooit genomen. Zover ik na kan gaan, is deze
praktijk niet alleen gevaarlijk voor je geestelijke en soms lichamelijke gezondheid, maar
behoort zij ook typisch tot de “zwarte” magie.
Wel constateerde ik echter, dat in de nabijheid van sommige juist vervaardigde zegels zich
meer entiteiten manifesteerden, dan redelijk op die plaats, tijd en in die omstandigheden
verwacht zou kunnen worden.
Dit gaat ook op voor zegels van de zon en Mercurius, die door mij - met in achtneming van
bepaalde voorschriften, maar niet alle - met z.g. goudinkt op houtvrij papier werden
geschreven. Deze zegels bleken door het toeval, in een bepaalde richting om te buigen.
Vreemd is hierbij, dat ik, toen geen houtvrij papier ter beschikking was, eens een dergelijk
zegel op kladpapier vervaardigde. Degene, die het droeg, was hiervan niet op de hoogte, maar
meende, dat het gelijk was aan een dergelijk “amulet”, dat ik voor een bekende van deze
persoon had vervaardigd. Resultaat: nil. Ook entiteiten of invloeden manifesteerden zich niet
in de nabijheid van dit zegel, althans niet meer dan normaal verwacht zou kunnen worden. Ik
vraag mij af, wat het verschil tussen twee papiersoorten voor geesten kan betekenen. Een
antwoord daarvoor weet ik werkelijk niet te vinden.
De z.g. zegels van Paracelsus, bedoeld om specifieke kwalen te bestrijden, bleken geen
bijzondere werking te hebben, tenzij de patiënt ook geneesmiddelen nam. Was dit laatste het
geval, dan was er volgens de behandelende artsen wel sprake van een snelle genezing, maar
het is en blijft de vraag, of hierbij het zegel een werkelijke invloed geweest is. In ieder geval
heb ik bij dergelijke zegels nooit bepaalde entiteiten of bijzondere uitstralingen waargenomen.
Het aantal proeven, dat ik hiermede nam, was echter ook beperkt: rond 30 gevallen.
Interessant is ook het feit, dat niet alle mensen gelijkelijk reageren op een bepaald zegel:
sommigen blijken wel enige invloed te gevoelen van een Marszegel, maar reageren niet op een
Saturnuszegel of omgekeerd. Op z.g. kabbalistische zegels, die bestaan uit Hebreeuwse
tekens, reageerden wel mensen, die tot bepaalde geestelijke richtingen behoorden, mensen
die geen occulte scholing hadden, echter niet.
Zover ik nu kan nagaan, heb ik in de periode, dat ik mij met deze vorm van magie bezig hield,
rond 300 proeven genomen. Ik moet op grond daarvan concluderen, dat deze zegels wel enige
werking vertonen, maar niet op een verklaarbare wijze.
Suggestie kan in sommige gevallen de verklaring van de optredende verschijnselen betekenen,
maar in meerdere gevallen werden zonnezegels gebruikt, zonder dat de patiënt zelf hiervan op
de hoogte was. Indien je suggestie als verklaring wilt handhaven, zou deze dus uitgegaan
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 125
Orde der Verdraagzamen

moeten zijn van een veranderde houding van de personen in de omgeving, die voor het
ongemerkt aanbrengen van dit zegel ter plaatse verantwoordelijk waren. Mij lijkt dit geen
voldoende of afdoende verklaring.
Ik geloof dan ook eerlijk en oprecht, dat sommige, maar niet alle, zegels op de een of andere
wijze onzichtbare of geestelijke krachten aanlokken, of voor dezen zo duidelijk herkenbaar
zijn, dat zij daarop reageren.
Ik geloof verder, dat bij de vervaardiging van deze zegels, zowel het gebruikte materiaal als
ook de concentratie, waarmede men werkt, een grote rol spelen.
Veel voorkomende regels als: het vervaardigen na een periode van vasten en onthouding,
alleen werken met gewijde materialen, alleen werken in daarvoor in het bijzonder bestemde
kleding, reiniging enz. schijnen een betere concentratie te beogen. Gezien mijn eigen
ervaringen hebben zij verder geen bijzondere zin.
Wie met zegels wil werken, zal een behoorlijk grote kennis moeten hebben van alle symbolen,
die daarbij gebruikt worden en hun samenhang of betekenis althans grotendeels moeten
beseffen.
Ten laatste: de concentratie op een bepaald doel en op bepaalde entiteiten - bij een
zonnezegel o.m. Arcan, Amsziram, Caracazad e.d. - schijnt voor gevoelige personen een soort
contact met dergelijke entiteiten tot stand te brengen. Werken met zegels en het doen van de
bij de vervaardiging behorende aanroepingen kan voor hen, die zichzelf niet goed kunnen
beheersen, schadelijk zijn.
Wat een heel ander verhaal is, dan u waarschijnlijk verwacht hebt. Maar ook dit is deel van het
occultisme. Er zijn nog andere magische mogelijkheden, waarover ik u helaas niet uitgebreid
kan voorlichten. Mijn eigen ervaringen daarmede zijn echter van die aard, dat het niet
verantwoord is, ook maar een tipje van de sluier op te lichten.
Een ex-priester vroeg mij eens, waar hij gegevens omtrent magische bezweringen kon vinden.
Dwaas genoeg gaf ik hem enige tips. De man was mal genoeg om zekere rituelen, behorende
bij de krachten van Mars, zonder verdere bescherming te volbrengen. Vanaf dat moment
taande zijn geestelijke gezondheid snel. Ondanks pogingen van anderen, inclusief
ondergetekende, hem te doen terugkeren naar een meer normaal bestaan, geraakte hij
verslaafd aan de beelden van macht en strijd, die door dergelijke ritualen worden opgewekt.
Hij probeerde een eigen tempel te stichten, volbracht de meest wonderlijke, maar helaas niet
altijd magische onschuldige ritualen en eindigde in een gekkenhuis, waaruit hij dank zij een
Franciscaan kon ontslagen worden, echter nadat deze man - die volgens mij van magie heel
wat verstond - meerdere malen “de duivel verdreven had”.
Mijn raad: doe nooit aan magie, wanneer je niet over de noodzakelijke kennis en vooral
geestkracht beschikt. Persoonlijk heb ik besloten nooit meer magische rituelen te volbrengen
of te werken met zegels e.d. Ik houd mij daaraan nu reeds vele jaren. Dit neemt niet weg, dat
magie bestaat, dat er bepaalde geestelijke ervaringen mee gepaard gaan en dat een mens, die
niet sterk genoeg is, daaraan zonder meer ten gronde kan gaan.
Wie dit alles alleen met suggestie en zelfsuggestie wil verklaren, kiest een verklaring, die
volgens mij veel ingewikkelder is dan en evenmin bewijsbaar als het bestaan van bepaalde
krachten en werkingen in de kosmos.
Dan is het wichelroede lopen en het gebruiken van de pendel onschuldiger en minder
gevaarlijk. Ook op dit gebied heb ik enige tijd gewerkt. Maar het wichelroede lopen heb ik
opgegeven, toen ik, een uitslag voor water krijgende op een bepaalde plaats, een wat al te
enthousiaste vriend een spade ter hand zag nemen en resoluut een waterleiding zag klieven.
Het water was er inderdaad, maar de schade was groter dan voorzien.
Overigens kun je met verschillende soorten “wichelroeden” werken. Voor mij werkt de bekende
gevorkte tak - al dan niet gesneden van een hazelaar - niet zo goed als de lus van koperdraad.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
126
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De beste resultaten behaalde ik echter met een rechthoekig gebogen draad in een plastieken
buisje, zo opgesteld, dat zij vrij kan draaien. Je verbindt dan twee van deze buisjes, elk met
hun eigen, vrij draaiende, koperen draad.
De uitslag doet denken aan de reactie van de Leidse fles: opeens gaan beide stukken ko-
perdraad naar elkaar toe en zijn niet meer van elkaar te scheiden door de stand van het buisje
te veranderen. Dit werkt bijzonder goed, wanneer het gaat om het vinden van metalen,
leidingen e.d. Zoeken naar water gaat, althans voor mij, beter met de lus uit koperdraad.
Vraag: hoe kan een mens zelf - want dit is volgens mij het geval - door uitstraling of beweging
onwillekeurig de roede doen uitslaan op het juiste punt? Volgens mij is hierbij sprake van een
onbewust waarnemen, dat zichtbaar wordt gemaakt middels onwillekeurige bewegingen. Maar
dat verklaart weer niet, waarom de draden, die vrij draaien in een plastiek buisje, wanneer
eenmaal een uitslag wordt gemeten, wel met de hand, maar niet meer met bewegingen van
elkaar te scheiden zijn.
Antwoord: zowel de gevoeligheid als ook de bereikte uitslag schijnen mij beiden voort te
komen uit een concentratie van de mens zelf, die daardoor ook zijn eigen uitstraling wijzigt.
Hoe de begeleidende fenomenen tot stand komen, kan ik niet verklaren.
Bij pendelen zullen onwillekeurige bewegingen een grote rol kunnen spelen. Dan gaat het
eveneens om een zichtbaar maken van onderbewuste zaken. Maar bij experimenten - ruim
150 - bleek mij, dat het mogelijk is te pendelen met een pendel, die niet wordt vastgehouden,
maar vast is opgehangen boven het te onderzoeken object. Hier spelen onwillekeurige
bewegingen geen rol. Ofschoon mogelijk luchtverplaatsingen deels voor de ontstane
slingeringen verantwoordelijk zouden kunnen zijn.
Mijn conclusie is echter, dat ook de eigen uitstraling van de mens deze beweging kan
veroorzaken, zelfs door een papieren scherm of glas heen. Zodat volgens mij de verklaring is
en blijft: middels de pendel maak je je zelf bewust van feiten, gedachten, toestanden, die je
onbewust reeds hebt waargenomen, dank zij je concentratie.
K.N.
De tijd gaat meestal erg snel, in de zeventigerjaren net zo goed als nu, we zijn alweer aan
het derde kwartaal van 1977 toe! In dat nummer van het ODV-nieuws gaf ons medium
weer een prognose, als gewoonlijk opvraagbaar, plus een artikel, dat hij de titel meegaf:

Experimenten II (1977-3)
Als medium kom je in aanraking met allerhande denkwijzen en systemen. Een
Boeddhapriester, met wie ik enige tijd contact had, verklaarde b.v. mijn gaven door te stellen,
dat dezen uit vorige incarnaties voortkwamen. Daarnaast leerde hij mij het een en ander over
zijn eigen denksysteem en gaf mij zelfs aanwijzingen voor een ideaal dieet - dat ik, lekkerbek
als ik ben - wel bewaarde, maar nooit toepaste.
Anderen weer verklaarden alles, wat ik doe en meemaak uit astrale invloeden, kosmische
werkingen, een gemeenschappelijk bovenbewustzijn, waaruit ik zou putten, enz.
Een kabbalist berekende, dat ik op grond van een omzetting van mijn naam, een leraar was,
terwijl een alchimist meende, dat ik een half ingewijde moest zijn en daarvoor uit zijn
denkwereld allerhande argumenten aanvoerde.
Altijd weer rijst bij mij de vraag, of nu de methode, die ik gebruik, belangrijker is dan mijn
gaven of omgekeerd. Falen bij een bepaalde methode zou op het eerste wijzen, ‘t feit, dat
anderen met mijn wijze van werken geen resultaat behalen, terwijl ik dat wel doe, zou weer
voor het tweede pleiten. Eerlijk is eerlijk: ik weet zelf niet, wat ik van dit alles moet denken.
Een andere, tijdelijke liefhebberij was handlijnkunde. Na ongeveer 100 proeven ben ik daarvan
echter weer afgestapt: de resultaten waren beter, wanneer ik niet probeerde de lijnen te
duiden. Je kunt vaak een medemens beter aflezen, wanneer je je niet bezig houdt met

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 127
Orde der Verdraagzamen

voorgeschreven regels en tuurt en tuurt om vooral alle planeettekens terug te vinden, die op
bepaalde plaatsen in de hand zouden kunnen staan.
Wat natuurlijk geen reden is om chiromantie af te wijzen als ondoelmatig, maar wel duidelijk
maakt, dat ik hiervoor niet bepaald geschikt schijn te zijn.
Frenologie, je bezig houden met de knobbels van de schedel blijft voor mij ook al een gesloten
boek. Hetzelfde mag gelden voor de duiding van de gelaatstrekken: zover mij is gebleken, is
er maar weinig samenhang tussen het lot van de mensen, hun karakter en hun gezicht. Wel zij
er kleine tekens, waar je rekening mee moet houden. Maar die zeggen dan meer over het
voorbije leven van een mens dan over zijn aard of lot.
Met kaartleggen heb ik daarentegen nogal eens goede resultaten geboekt. Ook hier geen vast
systeem overigens, maar eerder improviseren, waarbij ik mij door de kaarten laat inspireren.
Ik ga uit van een vierkant, gevormd door 12 kaarten, waarin een driehoek, gevormd door 6
kaarten. De hoekkaarten laat ik trekken, gebruikt wordt door mij daarbij een normaal
bridgespel, zonder joker. Voor joker sta ik zelf, wanneer ik het mis heb.
De innerlijke toestand lees ik uit de driehoek, het verleden uit de linkerkant van de rechthoek,
de toekomst uit de rechterkant. De tussenliggende kaarten zijn voor mij de ontwikkelingen, die
zich nu afspelen.
Als algemene regel houd ik aan, dat harten staat voor kontakten, verbindingen, ruiten voor
geld, goederen, terwijl klaveren voor problemen en communicatiestoornissen staat en
schoppen voornamelijk met gezondheid te maken heeft. Kaarten van dezelfde kleur, die een
klimmende reeks naar rechts vertonen, interpreteer ik over “t algemeen als gunstig lot,
afnemende reeksen als noodlot, machteloosheid of tegenslag.
Zoals u ziet, regels waar anderen niet bepaald veel mee kunnen doen. Toch boekte ik ruim
1200 succesjes met 1400 door mij aangetekende proeven. Bijzonder juiste voorspellingen, die
geheel en binnen de door mij genoemde periode uitkwamen, kwamen zeldzamer voor:
ongeveer 200.
Op de duur ontdek je, dat vrij associëren, terwijl je je op een bepaalde persoon concentreert,
even goed werkt. Vandaar dat ik tegenwoordig zelden of nooit de kaart meer leg. En wanneer
ik het al doe, zijn de kaarten eigenlijk meer voor degene, die het slachtoffer is, dan voor
mijzelf, want ik let er bijna niet meer op en gebruik hoogstens de kaarten om iets duidelijk te
maken voor anderen, zodat mijn interpretatie ervan wel heel erg willekeurig is.
Met het voorgaande heb ik u enig inzicht gegeven in de zaken, die in de loop van de tijd mijn
belangstelling hadden. Enkele conclusies, die ik in de voorgaande artikelen neerschreef,
brachten zelfs reacties van de lezers. Zoals de opmerking, dat ik nooit proeven met magie
meer zal doen.
Toch ben ik niet “bang”. Maar hoe meer je je met het occultisme bezig houdt, hoe sterker de
overtuiging zich aan je opdringt, dat de eenvoudigste weg gemeenlijk ook de beste is.
Het werken met rituelen, gebaren, hulpmiddelen, lijkt mij vooral voort te komen uit een
behoefte, een bevestiging te vinden voor zaken, die je reeds weet, voor krachten, die je ook
zonder dit reeds kunt gebruiken en richten.
Zeker, wanneer je aan paranormale genezing wilt doen, is het vaak nodig suggestief in te
werken op je patiënt. Dan laat je zijn spieren trekken, alsof het de kikkerpoten van Galvani
zouden zijn, probeer je warmte en koude te doen gevoelen en zo meer. Maar de kracht, waar
“t op aan komt, heeft daar weinig of niets mee te maken. Die stuur je door concentratie uit,
richt je volgens aanvoelen.
Maar goed, een patiënt, die voelt, dat er iets aan de hand is, zal eerder de gegeven krachten
harmonisch verwerken. Dat staat voor mij na vele gevallen wel als een paal boven water. Maar
wanneer je dergelijke zaken zelf nodig hebt om iets tot stand te kunnen brengen, sta je

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
128
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

volgens mij pas heel aan het begin van een werkelijk en bewust gebruiken van je krachten en
gaven.
Voor degenen, die zelf ook experimenteren op een van de gebieden, waarmede ik mij bezig
heb gehouden, het volgende: Wees niet bang hulpmiddelen te gebruiken, wanneer je meent
daarmede betere resultaten te kunnen behalen. Maar praat jezelf niet aan, dat je zonder dit
niets kunt beginnen.
Verminder steeds meer riten en hulpmiddelen, waarmee je werkt. Dan pas ga je beseffen, wat
een wonderlijk wezen een mens in feite wel is en welke vreemde gaven verborgen blijven
achter menselijke redelijkheid en gewoonte.
Wees nooit bang voor het onbekende, maar wees er altijd voorzichtig mee. Een voorzorg
teveel is altijd beter, dan een fout teveel, want die kunnen je soms aardige psychische
schokken bezorgen.
Wanneer je iemands leerling bent, volg zijn systeem. Maar beschouw dit als voorlopig. Pas
wanneer je je eigen wijze van werken hebt gevonden, zul je de beste resultaten kunnen
boeken.
Wees rustig nieuwsgierig en probeer desnoods alles. Maar probeer nooit meerdere dingen
tegelijk te doen, want dan loopt het gemeenlijk mis. Heb je geen conclusie getrokken, of een
dood punt bereikt, wijd je voorlopig maar aan iets anders.
Werk intuïtief. Wanneer uw intuïtie u zegt, dat u zich bezig zoudt moeten houden met iets, wat
u reeds langere tijd geleden als ondoenlijk terzijde hebt gelegd, probeer het. Onbewust voelt u
vaak aan, wanneer iets voor u weer van belang kan zijn.
En wanneer u van voorspellingen houdt: vermijd die in alle ernst en plechtig te geven. Doe het
als een spelletje, maak terloops eens een opmerking, maar voorkom, dat u angsten en
verwachtingen wekt in medemensen. Want zelfs wanneer u het bij het juiste einde zou
hebben, is de kans groot, dat u meer schade aanricht dan goeds tot stand brengt.
Zo bezie ik de zaak tenminste, en ik heb de nodige ervaringen met dit alles opgedaan. Maar u
behoeft het natuurlijk niet met mij eens te zijn.
K.N.
Dit is dan het laatste nummer van het jaar 1977; dus ODV-nieuws 1977-4. Karel heeft ook
nu weer een stukje geschreven, prognoses deze keer niet. Het stukje dat hij dit keer in het
blad zette, was getiteld:

Mijmeringen (1977-4)
Over experimenten heb ik nu wel genoeg geschreven. Jarenlang nu, elke drie maanden,
schreef ik een stukje, dat in feite alleen over mijzelf ging. Zinloos, eigenlijk. Want het blijft bij
uiterlijkheden, een halve biecht, bestemd voor hen, die willen denken, dat zij begrijpen.
De sprekers van de Orde zouden hier onmiddellijk aan toe voegen, dat dit niet voor u bestemd
is. Maar ikzelf weet nog niet, of dit geen bedrog of zelfbedrog zou zijn.
De wereld van het paranormale is voor velen nu eenmaal een wonderlijke, een vreemde,
nieuwsgierigheid wekkende wereld. Ook al verdiepen zij zich in alles wat daarmede verband
houdt, de vaak emotionele achtergronden van het geheel zullen hen ontgaan.
Toch is het paranormale vooral op emoties gebaseerd. Of mogelijk is de emotie de motor, die
het paranormaal verschijnsel mogelijk maakt. Zonder al die gevoelens zou er, naar ik vrees,
maar weinig overblijven van al die helderziendheid, die uittredingen, die trancetoestanden en
al die paranormale geneeswijzen.
Als mens leef je in een wereld die op “redelijkheid” gebaseerd is, een wereld, die “resultaten”
wil zien en graag alle innerlijke en wonderlijke krachten en mogelijkheden om zou zetten in
stoffelijk kenbare dingen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 129
Orde der Verdraagzamen

Zelfs de wereld van de geest, de wereld van het paranormale, wordt al te vaak bezien als een
zonderlinge bron, waaruit je gegevens kunt halen, die de eigen stoffelijke wereld minder
raadselachtig zullen maken en in bepaalde gevallen bovendien de mensen van hun eigen
verantwoordelijkheid zullen ontlasten.
Maar wanneer je alles tot de kern probeert te herleiden, kom je altijd weer bij jezelf terecht.
Geen geestelijke sfeer, geen stoffelijke of geestelijke waarneming kan hiervoor in de plaats
worden gesteld. Wanneer je de kern van alles probeert te benaderen en verder wilt gaan dan
het in stoffelijke aanvaardbare termen omschrijven van paranormale zaken, kom je terecht bij
jezelf.
Vreemd genoeg blijkt de vraag niet zozeer te gaan om een: wie ben ik werkelijk, als om een:
wat ben ik feitelijk, voor mijzelf kenbaar?
Wat. Niet wie. Een mens leeft pas echt door de betekenis, die hij heeft in het geheel. En juist
deze is moeilijk te doorgronden. Verander je werkelijk de wereld ten goede? Vaak lijkt dit zo te
zijn. Maar dan opeens andere gebeurtenissen, ontwikkelingen, die strijdig zijn met je beeld
van betekenis hebben voor anderen in de gunstige zin.
Redelijk gezien zou je moeten zeggen, dat een mens, die het beste geeft, wat hij heeft,
daarmede voldoende doet. Wat zou je meer moeten willen? Maar helaas, de rede, die elders zo
gemakkelijk gebruikt kan worden om je straatje schoon te praten, heeft onvoldoende invloed
op gevoelens.
Soms denk ik, dat wij, die ons voornamelijk met het paranormale bezig houden, proberen
boven het menszijn uit te stijgen in de hoop, zo ook onze eigen beperktheid op te heffen. Dan
weer voel je je werktuig, iemand, die een groots werk volbrengt, ook al kan hij de draagwijdte
daarvan niet overzien.
Er ontbreekt iets: het vermogen, alle belevingen en alle daden onder een noemer te brengen.
Zo is het mogelijk, dat uiterlijke rust en gelatenheid in feite alleen maar symptomen worden
van innerlijke of geestelijke spanningen, die soms ondragelijk groot schijnen te worden.
Maar ook het omgekeerde is vreemd genoeg het geval: wanneer je van binnen rustig en zeker
bent, richt je kennelijk je aandacht veel meer op materiele zaken, zodat er nu op dit gebied
spanningen ontstaan.
Is de paranormaal begaafde dan afhankelijk van deze steeds wisselende onrust, deze steeds
veranderende spanningen, deze opeenvolgende gevoelens van meerwaardigheid en
voortdurend tekortschieten, daar hij zonder dezen niet tot het gebruik van zijn gaven komt?
Soms denk ik, dat dit het enige antwoord is, dat enig hout hakt. Want zowel bij mijzelf als bij
velen, die eveneens op de een of andere wijze hun paranormaal genoemde gaven gebruiken,
constateer ik steeds weer dit wisselende patroon van spanningen.
Maar, zoals iemand, die redelijk probeert te denken, ondanks alle gevoelsreacties, moet ik er
op laten volgen: mogelijk is de onevenwichtigheid eerder de aanleiding tot het gebruiken van
die gaven, die de meeste mensen in zich verdringen, dan het gevolg daarvan.
Hoe vreemd kunnen je gedachten soms gaan, niet waar? Ik heb van die perioden, dat ik
dergelijke bespiegelingen vast leg. Later denk ik dan, dat dit toch wel wat overdreven is.
Ik leg u deze mijmering, die al enige tijd geleden door mij werd neergeschreven, maar voor de
gelegenheid werd aangepast, voor als een van vele gedachtegangen, niet als een erkende
waarheid. Mogelijk kent ook u dergelijke, bespiegelende ogenblikken en herkent u in mijn
gedachtegangen iets van uzelf. Zo niet: ook op deze wijze kun je reageren op het leven en
alles wat daarin voor jou een rol speelt.
Trouwens, ik vind hier nog een mooi exemplaar van een mijmering, die kennelijk veroorzaakt
werd door een discussie over vrije wil of iets dergelijks. Ook in dit geval lijken mij gevoelens
een grote rol gespeeld te hebben. Maar oordeel zelf:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
130
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Een mens heeft een vrije wil? Mogelijk waar. Maar de kern van de zaak ligt niet in het mogelijk
en hypothetisch bestaan van die vrije wil, maar in het feit, dat je in het leven steeds meer
verstrikt raakt in toestanden en ontwikkelingen, die je niet kunt afschudden zonder gelijktijdig
onoverzienbare consequenties te aanvaarden.
Een mens is niet alleen maar gewoontedier, een kuddedier zonder meer. Die verklaring is te
eenvoudig. Vele mensen zouden een bepaalde ontwikkeling of sleur wel willen doorbreken,
maar durven de consequenties niet te aanvaarden, geloof ik.
Neem nu een priester, die besluit te trouwen en dus zeker weet zijn roeping aan de kapstok te
kunnen hangen. In deze tijd bestaan er zoveel sociale mogelijkheden, tot de bijstand toe, dat
de materiele gevolgen niet onoverkoombaar zijn, terwijl ook genoeg mensen een dergelijke
beslissing kunnen aanvaarden en respecteren, dat men door een dergelijk besluit niet meteen
een paria zal worden. Toch vraag ik mij af, of zonder deze goede mogelijkheden een priester
zo gemakkelijk zijn keuze openlijk zou doen en een huwelijk stellen boven het sluikse contact
met een “huishoudster”.
Jonge mensen kunnen mogelijk nog betrekkelijk eenvoudig een beslissing nemen en hun leven
veranderen; een andere werkkring zoeken. Maar hoe ouder je wordt, hoe langer je op een
bepaalde wijze geleefd hebt, hoe moeilijker het schijnt te worden om te veranderen, zelfs al
zou je het willen. Trouwens, je wilt dan niet meer werkelijk kiezen voor het nieuwe, denk ik. Je
zoekt eerder de goede kanten van het oude te behouden en die zover mogelijk aan te vullen
met een vrijheid, die niet past binnen het patroon van een leven, waarin dit oude een rol moet
blijven spelen.
Zekerheid lijkt wel de begraafplaats te zijn van de vrije wil. Toch is het niet alleen de
gewoonte, waardoor wij meer en meer gebonden geraken. Er is ook het beeld, dat wij van
onszelf hebben ontworpen.
De meeste mensen maken zich een voorstelling van zichzelf, die alleen in bepaalde opzichten
juist is. Daaraan ontlenen zij hun gevoel van zekerheid, hun belangrijkheid, soms zelfs het
gevoel goed te doen, juist te leven.
Volgens mij zouden de meeste mensen wel anders willen zijn en worden, maar kunnen zij het
beeld, dat zij zich van zichzelf gemaakt hebben, niet opgeven. Wanneer zij daarover al eens
nadenken, zo overheerst hen meteen de angst voor gek te staan, a.h.w. opeens zonder kleren
aan op de markt te lopen, zoals in een angstdroom.
Mensen, die iets doen, dat tegen hun werkelijke wezen indruist, hoor je maar al te vaak
zeggen: nu ja, je kunt nu eenmaal moeilijk anders, nietwaar? En zij rechtvaardigen hun
gedrag met een beroep op God, de Koningin en het Vaderland, of een Fuhrer. Want die weet
alles, weet wat goed is en het past een eenvoudig mens niet over de wijze beslissingen van
hogere autoriteiten na te denken.
Hebben de mensen werkelijk een vrije wil? Vergeet het maar. Wanneer men al een vrije wil
bezit, stopt men hem zo snel mogelijk in een ontoegankelijk hoekje weg, om er vooral geen
last van te hebben.
En ondertussen worden oorlogen gevoerd, die niemand “wenst”. Martelen mensen
medemensen “in naam van God en de Staat”, bedriegen mensen hun medemensen in het
belang van de geestelijke morele en economische vooruitgang.
Ik kan niet geloven, dat politici bepaalde beslissingen nemen omdat zij dit zelf wensen. Eerder
gaan zij tegen eigen beter weten in te werk om zo macht te behouden en noemen hun beleid
de kunst van het haalbare. Wat neerkomt op de kunst van het beperkt oneerlijk of onoprecht
zijn.
De vraag is, of zij anders kunnen handelen. Wie politiek als carrière gekozen heeft, kan
volgens mij niet anders. En ditzelfde lijkt mij het geval te zijn voor predikers, die verkondigen,
wat zijzelf niet meer in de praktijk weten te brengen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 131
Orde der Verdraagzamen

Hoe langer je bezig bent in een bepaald beroep, hoe langer je streeft in een bepaalde richting,
hoe minder kans je hebt, te leven en te handelen, zoals je zou willen. Indien de vrije wil ons
rechtmatig erfdeel is, hebben wij die verkwanseld voor het recht te leven binnen onze
gemeenschap, zoal Ezau eens zijn eerstgeboorterecht verkocht voor een bord linzen.
Wanneer ik enkele van deze mijmeringen nalees, vraag ik mij af, of ik ondanks alles geen
pessimist ben. Aan de andere kant schrijf ik dergelijke zaken niet neer, wanneer ik gelukkig
ben en een goede bui heb. Dan zijn er wel andere dingen, waarmede ik mij bezig houd.
Je vraagt je zelfs af, of dergelijke verhalen niet de neerslag zijn van een gevoel van
machteloosheid, of een poging je tegen de bestaande situatie af te zetten.
Door de bank genomen zijn er nog heel wat goede dagen in het leven, lopende van het rumoer
op een kermis, tot een ogenblik verstild tevreden zijn, terwijl je samen met een ander zit te
lezen, of TV te kijken zonder veel te zeggen.
Soms zijn de dagen vol van en stille humor, die op de achtergrond van het leven alleen nog
maar plaats laat voor een onderdrukte lach, soms zijn er dagen, waarin alle gevoel in je
bevroren lijkt te zijn en je met een kille zelfzucht afstevent op de rust van de slaap, die moge-
lijk soulaas zal brengen.
Kortom, verdient het leven het wel, dat wij onszelf en het bestaan zo ernstig nemen? Ik
betwijfel dit wel eens. Leven is: dag na dag voortgaan, tot wij inslapen en in een andere
wereld wakker worden. Een soort spel, dat wij met ernst en hartstocht spelen, maar dat toch
in feite een spel is en blijft, een mengeling van leren, lijden en vermaak.
Er liggen in mijn la meer van die mijmeringen, sommigen optimistisch, anderen zo negatief als
het maar kan. Ik beloof u hierbij plechtig u daarmede niet verder lastig te vallen, tenzij ik weer
eens een keer werkelijk niet weet, hoe ik mijn bijdrage voor dit ODV-nieuws tijdig klaar. Maar
ik kan het niet laten aan dit alles mijn filosofie voor het leven toe te voegen: leef vandaag zo
gelukkig als je kunt, want gisteren komt niet meer terug. Werk vandaag, zo goed als je kunt.
Morgen zal het wel weer niet deugen, maar dan heb je in ieder geval vandaag het gevoel, dat
je iets goeds gedaan hebt. En bovenal: probeer je verbonden te voelen met de wereld waarin
je leeft; met de mensen, de dieren, de planten. Dan valt het best mee.
En als je je niet uiten kunt in redelijke woorden, maak er een gedicht of een liedje van. Want
je uiten is erg belangrijk, belangrijker zelfs dan de vraag, of anderen je wel begrijpen.
Wat mij nog tien regels laat. Wel, het meest melancholieke ogenblik van de dag is voor mij het
ogenblik, dat de dag met ‘n oranje blos van schaamte in zee zinkt en met een laatste glans
ons het lood van de avond laat. Draai je dan om en zie, hoe overal de lichtjes aangaan en
wandel optimistisch naar huis door het geroezemoes van lichtreclames, het geratel van
speelautomaten en de onredelijke haast van je medemensen in de verwachting, dat er
tenminste vanavond eindelijk weer eens iets goeds op de TV zal zijn. Want met het sterven
van de dag begint de kunstmatigheid van de samenleving extra duidelijk door te klinken. Maar
het kan toch nog wel eens leuk zijn.
K.N.
Het ODV-nieuws 19781 bevatte, wat Karel v.d. Nagel betrof, alleen de prognoses; de
politiek en het weer betreffende. Mocht u interesse hebben, een en ander is opvraagbaar. In
het volgende nummer, dus 1978-2, werd een ingezonden brief opgenomen, waarin dringend
om hulp, om vrijwilligers, gevraagd werd voor het reproduceren van de ODV-publicaties. In
dat nummer gaf Karel zijn reactie op die ingezonden brief.

Commentaar op een ingezonden brief (1978-1)
U hebt deze hartenkreet gelezen? Dan hebt u waarschijnlijk iets vernomen, waar u nog nooit
over hebt nagedacht. Of niet soms?

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
132
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Slechts weinige van onze leden-abonnees beseffen, wat het betekent elke week opnieuw je
vrije tijd - en vaak een groot deel daarvan - te besteden aan werkjes, die - hoe nodig en nuttig
ook - toch op de duur wel eens heel erg vervelend kunnen worden.
Nog minder beseft men, dat hierdoor je normale mogelijkheden erg beperkt kunnen worden.
Stelt u zich eens voor, dat u, weer of geen weer, visite of geen visite, goed Tv-programma of
niet, elke week twee malen enkele uren zou moeten werken, dit zonder vergoeding, vaak
zonder “dank je” als loon. U hebt vast niet altijd zin, hebt vaak andere dingen die ook gedaan
moeten worden. Maar u laat alles voor wat het is en gaat weer naar uw vrijwillig aanvaarde
job. Want je kunt de mensen toch niet in de steek laten.
Juist daarom lijkt mij het voorstel een team van meerdere vrijwilligers te vormen zo be-
langrijk. Dan is het eens mogelijk iets te regelen, dan kun je meewerken en toch tijd voor
jezelf overhouden en rekening houden met andere afspraken, met de normale zaken van het
leven.
Mogelijk vindt u dat ik overdrijf. Maar ik spreek uit eigen ervaring: ruim 22 jaar zitten mijn
vrouw en ik elke zaterdag en zondag aan de tikmachine - behalve in de vakantie - om de Stem
af te nemen en op stencil te zetten. Komt er visite, dan houdt de een zich met hen bezig, want
de ander moet immers werken. Ook wanneer je je ziek voelt en een doos papieren zakdoeken
in je leven een heel belangrijke plaats in neemt. Ook, wanneer voor het eerst na weken de zon
schijnt en Scheveningen lokt.
Zelf heb ik natuurlijk groot belang bij een juist verloop van zaken, want mijn salaris is
afhankelijk van een goede gang van zaken en daarbij spelen de publicaties nu eenmaal een
heel belangrijke rol.
Dit laatste geldt niet voor al die andere vrijwilligers, die week in week uit afdrukken,
verzenden, bundelen, zorgen dat de zaal tijdig open is en alles juist geregeld wordt.
Ik heb wet eens horen zeggen: zonder Karel zou er geen ODV zijn. Dat is wat overdreven en
een onderschatting van de Geestelijke Leiding. Maar zeker is wel, dat zonder al die vrijwillige
werkers diezelfde Karel niet in staat zou zijn, zo als medium te werken, als nu het geval is.
Kortom: zonder de werkers onvoldoende inkomsten, geen gesalarieerd medium in dienst van
de Orde - uniek in Nederland en mogelijk in de wereld, want van een medium in dienstverband
heb ik nog nooit gehoord.
Wie u vraagt, als vrijwilliger mee te werken, vraagt van u een offer, dat is zeker. Maar anderen
brengen dit offer al een kwart eeuw lang. Het is maar dat u het weet. En met een paar
betrouwbare werkers meer kan de Orde nog lang blijven draaien in zijn huidige vorm. Mogelijk
acht ook u dit een offer waard.
Aan de ingezonden brief voeg ik zo mijn eigen hartenkreet toe.
KAREL
De tijd gaat snel; 1978-3 komt al weer op het scherm. In dit nummer geeft Karel v.d. Nagel
weer zijn bekende “Kleine Prognoses”, en even bekend mag worden verondersteld, dat u die
prognoses kunt opvragen. Verder heeft Karel het deze keer over

Uittredingen (1978-3)
Over uittredingen schijnen nogal wat verschillende verhalen in omloop te zijn. Opvallend is
daarbij, dat de gegeven verklaringen gemeenlijk duidelijk stroken met de opvattingen en
persoonlijkheid van de verteller.
Het zal elke lezer duidelijk zijn, dat ook ik aan een dergelijke persoonlijke interpretatie zal
lijden. Het volgende is dan ook geheel gebaseerd op mijn eigen waarnemingen en wordt
aangevuld met veronderstellingen, die mij juist voorkomen, zonder dat ik enig bewijs voor dit
alles kan geven.
Elke uittreding begint voor mij met een periode van doezeligheid. Je krijgt het gevoel in te
dommelen, je reacties op de buitenwereld zijn traag en vallen langzaam weg. Soms, maar niet

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 133
Orde der Verdraagzamen

altijd, schijn je stemmen in je hoofd te horen, vaak als een verward gefluister, een enkele keer
duidelijk en goed verstaanbaar.
Verstaanbare stemmen betekenen gemeenlijk een verzoek of zelfs een opdracht. De
fluisterende stemmen zijn eerder een soort gesprek, waarvan soms flarden verstaanbaar zijn,
maar nooit het geheel. Hun betekenis en betrouwbaarheid is nil en volgens mij zijn het in de
meeste gevallen echo's uit je onderbewustzijn, al dan niet vermengd met niet geheel besefte
waarnemingen in de sferen rond je.
Een ding is zeker: duidelijk verstaanbare stemmen geven altijd boodschappen, die
samenhangen met de volgende uittreding, of - wanneer deze niet onmiddellijk volgt - op je
eigen toestand en mogelijkheden in verband met geestelijke taken. Is de sluimertoestand
eenmaal ingetreden, dan volgt een gevoel van even wegzinken in b.v. een zachte matras,
waaruit je dan opveert.
Wil je er zeker van zijn, dat je werkelijk uitgetreden bent, dan moet je even omkijken of naar
beneden kijken in sommige gevallen - en proberen goed waar te nemen, wat daar kenbaar is.
Zie je jezelf liggen, dan is uittreding waarschijnlijk, maar niet zeker. Ligt er echter rond het
lichaam een soort aura, die geel is, of gele stippen in grote aantallen bevat, dan is het zeker,
dat je je lichaam verlaten hebt.
Ik meen, dat deze uitstraling deels voortkomt uit de band, die tussen geest en stof blijft
bestaan, maar daarnaast ook aangeeft, dat het lichaam tegen een ongemerkt ingrijpen van
andere persoonlijkheden is gevrijwaard.
Eerst na deze constatering kijk ik verder rond mij. Is er sprake van begeleiding - wat nogal
eens voorkomt - dan zie je je gids. In andere gevallen voel je je in een bepaalde maar niet
geheel te definiëren richting getrokken. Je hebt het gevoel je te verplaatsen zonder eigen
inspanningen, alsof je op een onzichtbaar tapis roulante zou staan.
In beide gevallen bereik je na zeer korte tijd - althans voor je gevoel - je bestemming. Hier
word je duidelijk gemaakt, wat je verder te doen staat. De voor omschreven vormen van
uittreden worden dus niet alleen door je eigen vrije wil bepaald, maar zijn altijd afhankelijk
van de medewerking of beïnvloeding door anderen.
Indien ik u op grond van mijn eigen ervaringen een raad mag geven: Wanneer u ooit op een
dergelijke wijze uittreedt, moet u altijd eerst omzien. Is er geen gouden glans of spikkeling
rond uw lichaam kenbaar, zeg dan tot uzelf: ik droom en moet nu wakker worden.
Hierdoor voorkomt u dat u van uw lichaam wordt weggelokt, terwijl dit onbeschermd
achterblijft. Zelfs indien er verder niets onaangenaams plaats vindt, kunt u er zeker van zijn,
dat weggaan van een niet beschermd lichaam resulteert in een kater, hoofdpijn, grote
vermoeidheid e.d. Ook wanneer u bewust en op eigen wens uittreedt, is het van belang om te
zien of vast te stellen, of het lichaam wel door een voldoende uitstraling beschermd wordt. In
deze gevallen zal de uitstraling echter vaak lichtblauw of zilverkleurig zijn.
Dit wijst er op, dat u in voldoende mate met uw lichaam verbonden blijft om onmiddellijk terug
te kunnen keren, wanneer omstandigheden of onaangename ontmoetingen in de een of andere
sfeer dit noodzakelijk maken.
Van belang is ook een beseffen, dat een uittreding aanstaande is. Hierdoor kunt u, terwijl u
nog niet geheel weggedommeld bent, uzelf opdracht geven alles, wat u zult beleven of
waarnemen, goed te onthouden en onmiddellijk na het ontwaken weer te geven.
Door deze suggestie maakt u van elke mogelijke uittreding een wekdroom: het beëindigen van
de toestand zal het lichaam dwingen zich van zijn stoffelijke omgeving bewust te worden en
schept vooral bij uittredingen gedurende de slaap de mogelijkheid, althans in enige
steekwoorden de opgedane ervaringen vast te leggen. Dezen kunnen dan, wanneer u weer
geheel wakker bent en over meer tijd beschikt, dienen als een soort geheugensteuntje, zodat
u tenminste het belangrijkste weer in uw waakbewustzijn terug kunt roepen.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
134
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Uitgaande van mijn eigen ervaringen dient men er echter niet op te rekenen een gehele
uittreding in details weer te kunnen geven. Bij uittredingen, die een taak omvatten, herinner ik
mij hoofdlijnen en vaak ook persoonlijkheden, die bij mijn werkzaamheden betrokken waren.
Soms meen ik ook de omgeving gezien te hebben, maar dit zal in de meeste gevallen volgens
mij eerder een kwestie van rationalisatie te zijn, dan een werkelijk en zonder meer je
herinneren van feiten.
Ook bij uittredingen naar de sferen geldt ditzelfde: ik herinner mij vooral persoonlijkheden,
waarmede ik contact had. Van een eventuele gedachte-uitwisseling blijven wel enkele
fragmenten hangen, maar toch krijg ik altijd weer het gevoel, dat er veel ontbreekt en dat het
niet zonder meer mogelijk is de samenhangen, aan de hand van hetgeen ik mij herinner,
geheel juist te reconstrueren.
Indien ik bewust uittreed, zal het doel, waarmede ik dit doe, grotendeels mede bepalen, wat ik
kan onthouden. Zo zal grote aandacht voor een omgeving resulteren in een duidelijk beeld
daarvan. Maar alle andere gegevens zijn dan weer vaag.
Toch is deze wijze van werken van groot belang. Wanneer je het al dan niet “eclat” zijn van
een uittreding wilt constateren: je kunt langs deze weg b.v. weten, hoe laat mensen thuis
kwamen, hoeveel bloemen er in een vaas staan, welke voorwerpen op een buffet staan e.d. en
dan later nagaan of dit klopte.
Toch zal zelfs een dergelijk bewijs niet altijd geheel zonder moeilijkheden te brengen zijn. De
ervaring leerde mij, dat tijdens de uittreding vaak ook een verschuiving van tijd plaats vindt.
Om een voorbeeld te geven: Bij een uittreding naar een huis in de USA, dat ik nog nooit gezien
had, kon ik inderdaad de meubelen en het kleurenschema van de inrichting goed beschrijven
op enkele details na. Deze details klopten na enkele weken weer wel. De veranderingen bleken
het gevolg te zijn van voornemens, die reeds voor mijn waarneming werden gemaakt, maar
eerst rond een week daarna tot uitvoering kwamen.
Ik “zag” dus zaken die er nog niet waren. Anders gezegd: ik zag de situatie, zoals die rond een
week na mijn waarneming zou bestaan. Wat de vraag opwerpt, wat de waarneming op zich
dan wel waard is.
Persoonlijk heb ik het gevoel, dat je in uitgetreden toestand niet aan de normale wetten van
tijd en ruimte bent gebonden, zodat een je verplaatsen in ruimte - in het genoemde geval van
Rijswijk ZH naar een plaats in New Yersey - gepaard gaat met een verplaatsing in de tijd.
Op grond van verschillende soortgelijke ervaringen ben ik zelfs geneigd aan te nemen, dat de
afstand op aarde, die je in de geest aflegt, op de een of andere wijze in verband staat met de
verplaatsing in tijd. Zeker is, dat bij uittredingen binnen eigen land nooit kenbare
tijdsverschillen bestonden tussen waarneming en heden.
Wanneer u dus ooit probeert, middels uittreding b.v. in Amerika of Australië, waarnemingen te
doen, bij b.v. familieleden, is volgens mij de kans groot, dat - zo u resultaat boekt - de
waarneming niet zal stroken met de toestand ter plaatse op het ogenblik van uittreding.
Wanneer u naar de sferen gaat, valt bijna elke mogelijkheid tot controle weg. Zelfs indien u
een boodschap krijgt, waarin zaken worden genoemd, die later uitkomen, is het nog de vraag
of alles, wat u daarbij tijdens de uittreding hebt beleefd, werkelijkheid is, dan wel een soort
droom, die u zelf hebt opgebouwd om zo die boodschap voor uzelf aanvaardbaar te maken.
Afgaande op mijn ervaringen meen ik overigens, dat de personen, waarmede je te maken
hebt, wel echt zijn. Je dient echter te beseffen, dat zij zich soms in meerdere vormen
gelijktijdig aan je tonen. Eens sprak ik met een persoon, die echter in drie gedaanten - het “ik”
op verschillende leeftijden - sprak, waarbij elke gedaante een eigen functie scheen te hebben:
De uitspraken van de oudste gestalte waren wijsgerig, de middelbare leeftijd hield zich vooral
aan feiten, de jongste gestalte sprak voornamelijk over taken en mogelijkheden.
Is dit een drogbeeld? Ik weet het niet. Maar ik was mij er wel degelijk en zonder enige twijfel
van bewust, dat ik in feite met een enkele persoonlijkheid te maken had en wel met iemand
die ik in mijn vroege jeugd gekend had.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 135
Orde der Verdraagzamen

Hoe het ook zij, hetgeen besproken werd, was voor mij zinvol en heeft mij zelfs geholpen mijn
eigen houding in het leven verder te bepalen.
De landschappen, die je soms ziet, zijn gemeenlijk erg mooi. Maar zodra de uittreding iets
verder gaat dan een geestelijke sightseeing, vallen vormen gemeenlijk snel weg. De
herinnering omvat dan gemeenlijk meer kleuren en gevoelens dan feiten en vormen. Wel heb
je vaak het gevoel, dat een bepaalde persoon bij je was en denk je soms die te kunnen
omschrijven in alle details.
Het feit, dat zo vaak de eigen verbeelding mede een rol speelt, wordt volgens mij onderstreept
door de vormen en attributen, die je meent te zien. Wanneer b.v. iemand een wit gewaad,
afgeboord met gouden galons aan heeft, kan dit een weergave zijn van onze onderlinge
verhouding of mogelijk van een verschil in bewustzijn of rang. Maar ik kan maar niet geloven,
dat er in het hiernamaals kleermakers rondlopen, die voor hun klanten witte gewaden en
mantels met borduursels ontwerpen, terwijl ik mij ook maar moeilijk in kan denken, dat
iemand na zijn dood veel tijd en zorg zal gaan besteden aan het ontwerpen van exclusieve
gewaden.
Maar men stelt zich engelen vaak voor in witte gewaden, al dan niet gezoomd met zilver of
goud. Men stelt zich magiërs voor met vreemde gewaden, waarop vele symbolen zijn
geborduurd e.d. Ik vrees, dat wij zelf de kleding denken bij de persoonlijkheid en wel in
overeenstemming met de indruk die wij daarvan krijgen.
Daarmee wil ik niet beweren, dat overgeganen zich niet zullen tonen in een bepaalde kleding.
Maar daar dit, volgens mij dan, eerder ten doel heeft hen kenbaar te maken, kan ik mij niet
indenken, dat zij andere dan de in hun tijd gebruikelijke kledij zullen tonen.
Landschappen lijken mij in vele gevallen eerder de uitbeelding van een stemming te zijn dan
de weergave van iets, wat objectief bestaat. Ik heb voor mijn eigen gevoel in een bepaalde
sfeer nogal eens gemediteerd in een zes of achthoekig tempeltje, open naar alle kanten, vloer
uit zwart en witte tegels. Ik heb daaruit veel kracht en opgewektheid meegebracht. Maar dat
het werkelijk zo in een of andere wereld bestaat, betwijfel ik nog steeds.
U bemerkt wel, dat uittredingen niet alleen maar reisjes buiten eigen lichaam zijn. Volgens mij
dan. Verschuivingen in tijd bij bezoeken aan stoffelijke omgevingen, veranderende gedaanten
en landschappen bij uittredingen in de sferen.
Het is werkelijk moeilijk gedegen conclusies te trekken, zelfs wanneer je heel wat van die
ervaringen achter je hebt. Maar of het gelukt de waarheid te onderkennen?
Wie in staat is, het wezen van het menselijke bestaan geheel te doorgronden, zal mogelijk
kunnen zeggen, wat werkelijk bestaat en wat illusie is. Maar dat geldt dan evenzeer voor het
menselijke bestaan op aarde als voor uittredingen en het leven na de dood.
Mijn eigen conclusie luidt, dat je tijdens uittredingen heel wat kunt waarnemen en beleven, dat
althans vanuit een materieel standpunt niet als echt of waar beschouwd kan worden. Alleen
zaken, die controleerbaar zijn aan de hand van stoffelijke feiten, neem ik voorlopig als redelijk
juist aan.
Zelfbedrog wordt in de hand gewerkt, wanneer je belevingen tijdens uittredingen beschouwt
als bepalend voor je eigen bewustzijn, noodzaak e.d. Het argument, dat de geest iets wenst en
dit zo kenbaar maakt, acht ik hierbij niet steekhoudend. Een geest die in staat is een uittreding
te regelen, zou volgens mij ook in staat moeten zijn een overtuigend bewijs van meer
stoffelijke aard te produceren. Uittreding kan in vele gevallen helpen de spanningen van het
aardse bestaan op te heffen en zelfs voeren tot het vinden van antwoorden op vele problemen.
Het is op zijn minst als nuttig en voor het “ik” belangrijk te beschouwen. Maar dat betekent
nog niet, dat je werken en leven in de sferen grotendeels in de plaats kunt stellen van
stoffelijk beleven en werken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
136
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Je kunt ongetwijfeld soms mensen helpen, wanneer zij sterven, of, kort nadat zij zijn
overgegaan, door in uitgetreden toestand contact met hen op te nemen. Maar slechts zelden
kun je met zekerheid constateren, dat de persoon, die je geholpen hebt, inderdaad de
problemen had, die je je kunt herinneren. Het lijkt mij persoonlijk daarom beter en ook in
geestelijk opzicht juister alle uittredingen te beschouwen als een aanvulling op het stoffelijk
bestaan en nooit te proberen dezen in de plaats te stellen van een stoffelijke activiteit.
Nog een tip: wanneer u na een uittreding zeer vermoeid wakker wordt, is het verstandig, niet
onmiddellijk aan het werk te gaan, maar eerst het volgende te doen:
Haal enkele malen diep adem, zo mogelijk in de vrije natuur. Zorg, dat u in direct of indirect
zonlicht zit. Ontspan u en probeer rond u een gouden licht te zien. In de meeste gevallen zult
u even wegzinken in een kort sluimer, waaruit u dan geheel ontspannen en geladen met
levenskracht weer ontwaakt.
Waarmede ik dan enkele van mijn denkbeelden omtrent uittredingen en al, wat daaraan vast
kan zitten, aan u heb voorgelegd. Zoals ik reeds in het begin zei: dit is alles op mijn
persoonlijke ervaringen gebaseerd en bevat denkbeelden, die volgens mij juist zijn.
Mogelijk hebt u geheel andere ervaringen gehad. In dat geval zou ik dit graag van u horen.
Het is eveneens mogelijk, dat u het met mijn denkbeelden niet eens kunt zijn. Indien u
daarvoor te omschrijven redenen kunt geven, zou ik eveneens graag, schriftelijk, uw
tegenwerpingen ontvangen. Indien er voldoende reacties komen, kunnen wij hieraan mogelijk
een volgend artikel wij den.

K.v.d.N.
Hier dient het ODV-nieuws 1978-4 zich aan. Ook nu weer de “Korte Prognoses”,
voorspellingen m.b.t. het weer en de algemene toestand van de wereld. Ook dit is weer op
te vragen, u wist dat al. In dit nummer was maar een klein artikeltje van Karel te vinden;
de gebruikelijke verhandelingen in samenhang met de Alg. Ledenvergaderingnamen de
meeste papierruimte in beslag. Hier volgt dan dat stukje van Karel:

Kunt u zich indenken... (1978-4)
...dat het bij het verschijnen van ons volgende nummer alweer 30 jaren geleden is, dat ik de
eerste seances onder bescherming van de ODV gaf? Ik, eerlijk gezegd, niet helemaal.
Dertig lange jaren hebben bestuurderen zich zorgen gemaakt over de mogelijkheid de Orde
financieel drijvende te houden, bijna 30 jaren lang verschijnen verslagen van de
bijeenkomsten, de eersten opgenomen in steno en in doorslagen getypt, dan de verkorte
gestencilde versie, die de heer Rientjes uitgaf, een versie waarbij gebruik gemaakt werd van
een bakbeest van een bandrecorder. En sinds meer dan 20 jaren onze uitgaven in de huidige
vorm.
Het duizelt je gewoon, wanneer je probeert iets te overzien van het werk, dat in al die jaren
vrijwillig werd verzet - vooral wanneer je bedenkt, dat de verslagen in het begin op een
handmachine gedraaid moesten worden.
Aannemende, dat ik gemiddeld per jaar 200 seances heb gegeven, bedraagt het aantal
lezingen, dat werd gehouden, rond 6000. Bij een gemiddelde spreektijd van 1½ uur per
zitting werd 9000 uren in trance gesproken ofwel 333 1/3 dag. Meer dan 2000 verslagen
getikt, gedraaid, verzonden. Om duizelig van te worden.
Verbaast het u, dat ik een zekere vreugde en trots gevoel, wanneer brochures, die 10 of meer
jaren geleden werden uitgegeven, nog steeds gevraagd worden, dat er nog herdrukken nodig
zijn?
Dertig jaren is bijna een half mensenleven. Het zal u niet verbazen, dat het jeugdig
enthousiasme bij uw medium zo nu en dan ontbreekt. Toch ben ik diep in mijzelf dankbaar,
dat dit alles mogelijk was, dat ik nog steeds in staat ben dit werk voort te zetten.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 137
Orde der Verdraagzamen

Maar aan de vooravond van de Algemene Ledenvergadering wil ik daar nadrukkelijk aan toe
voegen, dat mijn dank niet alleen de Broeders in de geest betreft, maar wel degelijk ook al die
vrijwilligers, die vele bestuursleden, die het bestaan van de Orde mogelijk hebben gemaakt en
nog mogelijk maken. Mijn werk is a.h.w. het uithangbord, maar zij zorgen ervoor, dat alles
met zo weinig mogelijk moeiten en haperingen mogelijk is, dat altijd zalen besproken zijn,
iemand aan de kassa zit, de zittingen inleidt, dat afspraken tijdig worden gemaakt en wat al
niet meer. En natuurlijk ook de financiën in de gaten worden gehouden.
Niet alleen mij, maar u allen past hier, dacht ik, wel een hartelijk “Dank jullie voor alles”
Karel.
Aangezien in het hele Documentatiecentrum de nummers 1979-1 en 1979-2 van het ODV-
nieuws niet te vinden zijn, ga ik maar door met nummer 1979-3, dat hier voor mij ligt. Deze
keer ook weer de bekende Prognoses, die weer opvraagbaar zijn. En verder, van Karel:

Zo maar wat... (1979-3)
Het loopt tegen de vakantie. Bulten moet het zomer zijn, al valt het op het ogenblik moeilijk,
daarin te geloven. Onwillekeurig kijk ik even terug naar het afgelopen jaar.
Het is snel gegaan. Mensen die je kende gingen over, nieuwe vrienden zijn gemaakt. Het werk
dreunde voort in een sleurtje, dat slechts een enkele maal onderbroken werd door
gebeurtenissen.
Mogelijk heeft dit alles ook invloed op je gedrag en geestelijk leven. Ik weet het niet zeker.
Wel ben ik mij er van bewust, dit jaar ongeduldiger te zijn geweest dan anders en mijn werk
met minder werkelijke vreugde te hebben gedaan.
De laatste dagen voor de weken van ontspanning vloeien echter traag als dikke stroop. Je hebt
gedaan wat je kon, zo goed als je maar kon, maar nu is werkelijk de fut er wat uit. Nog een
interessant en verantwoord artikel brouwen? Dank U. En daarom schrijf ik zo maar wat.
Misschien is het uittreden, dat ik nog steeds en regelmatig doe, mede de oorzaak van deze
moeheid: er was nogal wat werk in de minder lichtende werelden te doen en ook op aarde
waren er karweitjes, die een aankomende geestelijk bewuste kennelijk best even op kon
knappen.
Er hangt over delen van deze wereld op het ogenblik een soort duister waas. Onvrede en
geweld broeien overal en komen steeds weer tot uitbarsting. En wanneer het zover is zijn er
weer doden, die geleide nodig hebben, stervenden, die tot een aanvaarden van contact met
iemand uit de geest moeten worden gebracht.
De aarde gaat gebukt onder de strenge ingrepen van Saturnus, houd ik mij dan maar voor.
Over enige tijd zullen de mensen weer meer naar elkaar luisteren en een contact met iemand
vanuit een geestelijke wereld minder snel afwijzen.
Zelfs het Wessacfeest was anders dan anders. In de pracht van kleurig licht rond de felle
uitstorting van kracht spiraalden lijnen van geel, banen van rood werden bij het naderen van
de aarde donkerder en vlak rond het altaar was een warreling van vele kleuren aanwezig die
steeds weer nieuwe tinten schenen te vormen.
Uit de reactie van vele anderen, die in de geest aanwezig waren moet ik wel opmaken, dat dit
sinds vele jaren niet meer zo is voorgekomen.
Toch was het geheel niet benauwend. Soms leek het zelfs of achter alle plechtstatigheid en
lichtend vertoon iets van een glimlach schuil ging.
Dit alles houdt mij ook nu soms nog bezig: Ik kan het niet begrijpen. Elke interpretatie volgens
gangbare waarderingen schijnt weer door andere nevenkleuren te worden ontkracht.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
138
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Pogingen om van mijn vrienden in de sferen later nader commentaar te krijgen brachten ook
al niet veel op: De Raad is er nog steeds mee bezig.
Jawel, dank u, pot voor de geest. Maar je wilt meer weten, wilt begrijpen. Dus vraag je verder,
pieker je voort. Bovendien moet ik in deze vakantie ook nog mijn prognose voor het volgende
jaar in elkaar draaien, dus wat extra gegevens zijn nooit weg.
U zoudt willen weten, wat ik er tot nu toe uit heb gekregen? Schrik niet: grote vooruitgang op
geestelijk gebied, maar ook heel wat menselijke ellende. Niet alleen zullen de conflicten in de
wereld toenemen en zal er economisch niet veel verbeteren, maar ook de natuur schijnt rond
het einde van 1979 vreemde dingen gaan doen.
De enige conclusie, die op grond van alles wat ik tot nu toe hoorde en heb begrepen mogelijk
is, luidt: vooral menselijke slordigheid en nalatigheden zullen heel wat mensen opeens voor
onoverzienbare problemen stellen. Heel wat kleinere en grotere ongelukken zijn hieraan te
wijten.
Doordat de mensen minder dan ooit geneigd zijn werkelijk naar elkaar te luisteren en met de
feiten rekening te houden zal er nogal wat verwarring ontstaan op vele gebieden.
Iets waaraan u en ook ik niet bepaald veel hebben dus. Alleen voor de prognoses betekent het,
dat ik met het voorspellen van onaangenaamheden safe zit. Welke en wanneer zal ik wel eens
uitrekenen, wanneer ik meer fut en tijd heb.
Trouwens: ik was verschillende keren in zeer duistere sferen de laatste tijd en ook daar is mij
iets opgevallen: Er zijn meer wegen naar het licht toe open dan voorheen, ook al worden zij
gemeenlijk zo goed mogelijk bewaakt door duisterlingen, die zowel lichtende figuren als
entiteiten, die uiteindelijk toch de moeizame tocht naar het licht aanvaarden, niet bepaald leuk
schijnen te vinden.
Ja, voor mijn gevoel loopt alles door elkaar, maar om onbegrijpelijke redenen lijkt alles ook
wat lichter dan het in de afgelopen jaren was. Nu heb ik het gevoel dat het vlakbij is.
Ik vraag mij af, of dan inderdaad opeens alles anders zal zijn. In de stof kan ik het mij eerlijk
gezegd moeilijk indenken, maar geestelijk liggen de zaken volgens mij anders. Het is mogelijk,
dat van de ene dag op de andere in vele mensen iets veranderen gaat.
Lichtend zal het zijn, dat geloof ik zeker. Een ommekeer, waarbij zaken als Provo alleen maar
vage voorlopers waren, de predikers in de woestijn, die nu deels hun hoofd kwijt zijn geraakt,
deels zich rond het gemeste kalf van de welvaartsmaatschappij hebben geschaard, terwijl in
enkelen het oude vuur soms nog even oplaait.
Eigenlijk is het geen onderwerp voor dit blad. Maar zoals ik er al boven zette: ik schrijf zo
maar wat. En dan komen de dingen, die je het meeste raken onwillekeurig op de voorgrond.
Beschouwt u dit maar als een briefje, dat u Indien gewenst ongelezen terzijde kunt leggen,
omdat antwoord toch niet nodig is.
Nu ik oud genoeg ben geworden om al blij te zijn, dat ik mag behouden, wat ik heb, laten
veranderingen mij stoffelijk gemeenlijk koud. Toch zindert ergens diep in mij een ademloze
verwachting van alomvattende veranderingen, die ook mij niet ongemoeid zullen laten, maar
die voor het geheel van de mensheid geestelijk en anderszins het begin van een nieuwe tijd
voorvoelt.
Nu ja. U weet nu, wat ik er van denk en voel. En wanneer u dit alles onzin vindt hebt u
mogelijk groot gelijk. Wijt het dan maar aan de lome ongedurigheid, die kort voor vakanties
overal de kop op pleegt te steken.
Want u weet het: tussen 15 juli en 15 augustus zijn er geen bijeenkomsten, geen stencils te
tikken en zelfs voor dit blad zal ik alleen iets doen, wanneer ik er werkelijk zin in heb. Zolang
de zon schijnt echter trek ik er op uit.
Ook u allen wens ik een prettige vakantie met vele zomerse dagen toe.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 139
Orde der Verdraagzamen

K.N.
Het ODV-nieuws 1979-4 bevatte weer de prognoses voor het jaar 1980; mocht u die willen
bestuderen, dan kan dat: u hoeft ze maar te bestellen. Wat ons medium; ons aller Karel
betreft, die kon toch nog een stukje plaatsen; het herfstnummer van het ODV Nieuws
omvat immers bijna altijd ook nog de beschouwingen van de Algemene Ledenvergadering.
Hier volgt wat Karel schreef:

Nogmaals: zo maar iets... (1979-4)
Toen ik de vorige maal, verveeld en moe na een jaar dat toch weer heel wat van mijn krachten
had gevraagd, besloot zo maar iets te schrijven, verwachtte ik geen groot aantal positieve
reacties.
Dat is kennelijk een bewijs voor het feit, dat ik mijn lezers niet zo goed ken als ik dacht. Ofwel
dat ik te weinig besef hoe zaken, die voor mij gewoon zijn, voor anderen interessant zijn.
Allen, die zo vriendelijk en positief reageerden, hiervoor mijn hartelijke dank. In het bijzonder
de heer Greve, die mij een door hem geschreven boekje over Levensbestemming zond. Ik heb
het inderdaad gelezen, ofschoon dit evenzeer aan de slechte zomer als aan mijn
weetgierigheid te danken was.
De moeilijkheid is, dat je altijd weer ergens een antwoord schuldig moet blijven op de vele
vragen, die samen met de reacties je bereiken. Er zijn zelfs mensen, die graag willen weten,
hoe ik aan mijn prognoses kom. Geen duidelijk antwoord is mogelijk.
Inderdaad maak ik wel enig gebruik van astrologie, maar de wijze waarop ik dit pleeg te doen
zou elke zich ernstig nemende astroloog tot wanhoop brengen.
Dan maak ik gebruik van enkele meer kabbalistische werkwijzen, waaronder het z.g. torentje
een van mijn lievelingsmethoden is. Soms gebruik ik bovendien nog een pendel en dan pleeg
ik mij nog te concentreren op bepaalde berekende gegevens en pendeluitslagen.
U ziet, ik werk met een stamppot van gegevens en probeer daaruit conclusies te trekken, die
elk redelijk mens onzinnig zou noemen.
Dat ik daarbij een bijna morbide voorkeur heb voor alle rampen en andere onaangename
zaken moet u mij maar vergeven: om in de krant te komen moet iets nogal erg zijn, want de
goede dingen acht men maar zelden het noemen waard. En om gelijk te kunnen hebben is het
toch noodzakelijk, dat een en ander in de nieuwsmedia komt, nietwaar?
Het deed mij overigens goed dat ik met mijn weervoorspellingen nu eindelijk eens goed zat en
- lang vooruit - tot resultaten kwam die althans voor Den Haag en omstreken gemiddeld
evengoed waren of beter dan de voorspellingen op korte termijn van De Bilt. Maar dat
betekent niet dat ik mijzelf opeens een goed weerprofeet noem, want ik ben al die jaren nog
niet vergeten, dat ik er helemaal, maar dan ook werkelijk helemaal, naast zat.
Ik heb het gevoel, dat de graad van juistheid sterk samenhangt met mijn persoonlijke
toestand en gevoelswereld. En wanneer dit het geval is, zullen mijn prognoses nooit helemaal
betrouwbaar kunnen zijn. Want al probeer je naar buiten toe altijd zo gelijkmoedig mogelijk
over te komen, van binnen zien de zaken er vaak wel anders uit.
U bemerkt wel, dat het bereiken van en bezitten van enige zelfkennis voor mij belangrijk is.
Mogelijk ben ik ijdel. Dat zou kunnen blijken uit mijn reactie op uw belangstelling voor de
verhalen die ik in de ikvorm schrijf. Want al geef ik dan zaken weer, die voor mij belangrijk of
zelfs normaal zijn, het vleit mij zeer, wanneer mensen daarvoor intense belangstelling
koesteren.
Slordig ben ik overigens ook vaak. Maar een goed opmerker weet dit natuurlijk al lang. Het
heeft dan ook geen zin, hier een soort biecht op papier te zetten, daar ik er bovendien wel

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
140
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

zeker van kan zijn, dat onder de lezers geen priesters voorkomen, die absolutie zouden
kunnen geven.
Eén ding weet ik echter wel: wanneer je weten, kracht of alleen maar wat vreugde met
anderen kunt delen, wanneer je ondanks je innerlijke wrevel zo nu en dan een ander wat
moed of inzicht kunt geven, ben je niet geheel waardeloos. Waaraan ik mij dan maar
vastklamp.
Soms verlang ik er naar, uit te rusten in de lichte werelden van de geest. Dan weer vraag ik
mij af, waarom ik haast zou maken, want zo slecht heb ik het hier beneden nu ook weer niet
en er is altijd nog wel iets te doen, iets te beleven, iets wat je kunt proberen waar te maken.
En bovendien zijn er altijd weer mensen. Mensen waar je soms stil om kunt lachen, mensen,
die je verbazen, mensen ook, die een beetje hulp best kunnen gebruiken. Als er geen wereld
vol van die verrukkelijk verschillende mensen bestond, werd het hoogste tijd, dat zij alsnog
werd uitgevonden.
Wat kan er amusanter, spannender, droeviger ook soms zijn, dan die wereld vol van mensen,
die allemaal denken, dat zij het weten, die domheid na domheid uithalen en toch zoveel moois
en soms zelfs goeds tot stand brengen - al zou ik van dit laatste de stadvemieuwers graag uit
willen sluiten, zeker in Den Haag.
Neen. Volgens mij is het leven nog best de moeite waard, maar je zou eigenlijk allen even
gemakkelijk een vakantie in Zomerland moeten kunnen doorbrengen als je nu doet op de
Veluwe. Dixit. Mijn excuses als u iets anders had verwacht. Maar ja, u weet het, ik schrijf zo
maar wat. Veel ruimte had ik toch niet en bovendien wilde ik u werkelijk even bedanken voor
uw prettige reacties op een stukje, waarin ik zelf niet zoveel zag. Wat met deze open brief dan
gebeurd is.
Karel
Als we het eerste nummer van het jaar 1980 voor ons nemen, dus 1980-1, zien we dat ons
medium; jawel: ene Karel v.d. Nagel, de prognose voor 1980 een andere vorm
heeftgegeven; hij heeft er “1980 voor de tekens van de Dierenriem” van gemaakt. Deze
prognose gold natuurlijk alleen dat ene jaar, 1980. Mocht u er belangstelling voor hebben,
dan kunt u het op de bekende wijze opvragen bij het Documentatiecentrum. In dat eerste
nummer van 1980 is verder van Karel's hand niets verschenen. Dus nemen wij nu ODV-
nieuws 1980-2 ter hand. Daarin is Karel weer aan het woord, en wel met:

Zo maar een praatje (1980-2)
Eigenlijk zou ik nu een verhandeling moeten schrijven over de betekenis van de Chinese
tekens van de dierenriem. Maar daar ik geboren ben in 1919 - U hebt gelijk, het is mij aan te
zien - zou ik dan in dubbele zin voor aap staan:
Om alle gegevens enigszins duidelijk te geven zou ik minstens 4 á 5 bladzijden nodig hebben
en deze maal schieten er voor mij maar 2 over. iets waarmede ik het trouwens geheel eens
ben. Want het lijkt mij belangrijker dat in de Orde orde op zaken wordt gesteld dan dat u na
veel rekenen eindelijk tot de conclusie komt, dat u toch werkelijk een draak bent - iets waar
anderen ook zonder rekenen mogelijk aan hadden gedacht.
Neen, hatelijk is dat niet bedoeld. Maar ik ben de laatste tijd bezig de uitspraken van Henri
bijeen te brengen, zodat zij voor het nageslacht toegankelijk kunnen worden gemaakt in een
wat compactere vorm dan tot nu toe.
Trouwens, onze vriend beweert, dat nageslacht de trots van de ouders is, tot zij in
zenuwoverspanning wanhopig worden. Maar dat wist u mogelijk al.
Maar kende u deze al: werkstaking is een voorbereiding op bondskosten op de onvermijdelijk
wordende werkeloosheid. Je moet er maar op komen.
Kort geleden kwam onze vriend weer eens door op een bijeenkomst buiten Den Haag.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 141
Orde der Verdraagzamen

Een nieuwe bezoeker, die met zijn neus in de boter was gevallen, hield mij na afloop staande,
om even te zeggen, dat hij nog nooit een geest had meegemaakt die op een zo charmante
onbeschaamde wijze sarcastisch kon zijn.
Ik had haast en dus heb ik het antwoord, dat mij op de lippen zweefde maar - met moeite -
bedwongen. Ik had willen zeggen, dat het de moeite waard zou zijn te zien wat Wim Kan er na
zijn overgang van zou maken.
De mensen weten je trouwens altijd weer te verbazen. Iemand meende dat, wanneer mijn
weersvoorspellingen zo goed waren als mijn toekomstbeeld van eigen land, ik best zou kunnen
gaan concurreren met Pelleboer. Sindsdien vrees ik meer en meer dat geen van mijn
voorzeggingen nog uit zullen komen. Want wat ik van het weerbeeld heb gemaakt was toch
wel een potje. Gezien de door deze fouten mogelijk geworden energiebesparing zal niemand U
- ook ondergetekende trouwens - daar spijt van hebben.
Toch geef ik de hoop niet geheel op: de laatste tijd schijnt de verbinding met de sferen
gemakkelijker te verlopen dan de laatste jaren. Mijn persoonlijke kontakten zijn duidelijker en
ook van de toehoorders verneem ik de laatste tijd steeds weer, dat er meer spanning en meer
zeggingskracht is op de seances.
Trouwens, in Amsterdam kreeg de laatste spreker voor het schone woord een spontaan
applaus. Leuk om te horen, maar ik zou het zelf ook wel eens mee willen maken. Aan de
andere kant is het misschien beter, dat dergelijke ovaties plaatsvinden voor ik tot de
werkelijkheid terugkeer. Want wanneer je zojuist uit een bewusteloosheid terugkeert lijkt het
mij moeilijk, een dergelijk huldebetoon op een passende wijze in ontvangst te nemen.
Eigenlijk heb ik een krankzinnig beroep, wanneer je alles zo eens nagaat. De toehoorders
zitten in halve verrukking na te genieten van een krachtig esoterisch betoog en je komt bij.
Voor je al die wat verheerlijkte versufte gezichten. En dan maar je mond houden, op de klok
kijken en niet al te snel de spanning breken.
Na al de jaren, dat ik dit heb meegemaakt, verval ik soms in de fout meteen iets te zeggen.
Degenen, die al langer bij de club zijn vergeven mij dit gemeenlijk wel. Zij zijn er aan gewend.
Maar soms is er een nieuweling bij en diens gezicht spreekt dan boekdelen.
Ik heb Arthur - een van de Broeders, die zelf een nogal uitgestreken uiterlijk pleegt te tonen -
gevraagd, of men daaraan vanuit de geest niet iets zou kunnen doen. Maar die meende, dat ik
zelf nu ook nog wel iets anders op moest brengen dan alleen maar moe worden.
Trouwens, men neemt mij in de sferen ook wel eens kwalijk, dat ik voor de betogen van
sommige Broeders niet bepaald veel waardering heb. En wanneer zij proberen mij daarover te
onderhouden heb ik maar een antwoord: jullie zouden je eigen woorden zelf eens uit moeten
tikken. Dan zou je wel bondiger en juister formuleren.
Heden, pas op! Dergelijke dingen kun je gemeenlijk beter maar niet vertellen, want anders
word ik door de vromen beschuldigd van een gebrek aan eerbied voor de Broeders en nemen
de twijfelaars aan, dat ik nu toch werkelijk langzaamaan aan het doordraaien ben.
Zolang spiritisme en mediumschap geen algemeen aanvaarde waarden zijn geworden, doe je
er als werker met het paranormale maar beter aan, je wat gedeisd te houden. Want de
waanzinnigste misverstanden komen ook nu nog steeds voor. Hoe vaak krijg je niet het
verzoek om, wanneer je toch uitgetreden bent in de sferen, die of gene eens op te zoeken en
eens te informeren of alles goed gaat.
Diezelfde mensen denken er niet aan om iemand, die naar de USA reist een pakje mee te
geven voor een zoon, die er immers ook woont. En San Francisco ligt immer vlakbij New York?
Andere eenvoudige zielen willen zelfs een vergoeding hier en nu betalen, wanneer je een
bepaalde entiteit een dienst voor hen vraagt. Dat zijn ogenblikken waarop ik het soms betreur,
dat ik te eerlijk ben om te doen of ik het in orde kan brengen. Want zover ik het kan bekijken
zou een makelaardij in diensten van geesten een heel goed inkomen opleveren - zeker
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
142
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

wanneer je van tevoren zegt, dat de geesten beslissen, zodat je geen resultaten kunt
garanderen.
Een ding maakt mij blij: de mensen zetten mij meestal niet lang op een voetstuk en zijn
gemeenlijk, of zij nu geloven in de geest of niet, na een gesprek bereid aan te nemen dat ik
maar een gewoon mens ben, al heb ik een afwijking.
Trouwens, weinigen hebben begrip voor de sleur, waarin je ook met dit werk soms
terechtkomt. Er zijn tijden, dat alle werk niet veel meer is dan een fatsoenlijke verveling, een
sleur, waar je niet uit kunt breken, omdat het programma nu eenmaal van tevoren is
vastgelegd en je de mensen toch niet voor niets kunt laten wachten.
Nu, na ruim dertig jaren, kan ik constateren dat dit een baan is die zeker niet vrij is van
verveling en onaangenaamheden, maar die ik - al weet ik soms zelf waarom niet - ook niet zou
kunnen missen.
Mogelijk hebben degenen die veronderstellen, dat ik een afwijking heb, nog gelijk ook. Maar
gelukkig heb ik er geen last van en schijnen anderen het resultaat ervan nog steeds op prijs te
stellen.
Zo, dat was het dan weer. Weer een ikverhaaltje, gestimuleerd door ervaringen tijdens de
laatste weken. En maak mij geen verwijt omtrent hetgeen ik geschreven heb. Want het is
inderdaad maar een praatje, zomaar, zonder opzet of regel.
Wilt u toch protesteren, mij goed. Want als er niets tussen komt krijgt u de volgende keer toch
een verhandeling of de Chinese “jaartekens” en deze maal was het eenvoudigweg een kwestie
van snel een paar bladzijden vullen.
K.N.
Het ODV-nieuws; nummer 1980-3, bevatte weer kleine prognoses, die u, zoals gewoonlijk,
weer kunt opvragen, verder een brief van Karel, en zijn artikel over Chinese
horoscooptekens. Het lijkt me het beste, gewoon de volgorde van dit ODV-nieuws te
volgen; en daarom beginnen we met:

Chinese Horoscooptekens (1980-3)
Ofschoon men hier te lande meestal spreekt van Chinese horoscopie, zou het eerlijker en
duidelijker zijn, te spreken van Oosterse horoscoopindeling en tekens.
De in China algemeen gehanteerde en lange tijd van groot belang geachte astrologie stamt n.l.
niet werkelijk geheel uit dit land, maar is in feite een aanpassing van de Brahmaanse
astrologie, zoals deze o.m. in Nepal reeds zeer vroeg bestond.
De legende, die aan deze indeling verbonden is, luidt als volgt: Toen Brahma de schepping
bezag, besloot hij een indeling te maken. Daartoe riep hij alle dieren op voor een samenkomst.
Slechts 12 van hen gehoorzaamden en kregen als beloning elk een “hemeljaar” toegewezen.
Sindsdien worden alle kosmische werkingen in 12 verdeeld.”
Wat natuurlijk een legende is. In feite stoelt deze vorm van indelen en horoscoopopzet op het
maanjaar, dat in vele oosterse kalenders nog steeds een rol speelt.
De Chinese technieken wijken wel deels af van het elders gebruikelijke systeem, maar ook hier
verdeelt men het maanjaar in 24 halfmaandelijkse perioden, die dan bovendien weer vallen
onder de vijf elementen, ook wel seizoenen genoemd. Dezen zijn: hout, vuur, aarde, water en
lucht of wind.
De dag wordt verdeeld in 12 periodes van 2 uren - vallende onder de invloed van een der
sterrenbeelden - die dan weer in kwartieren - voor ons dus halve uren - en minuten en
seconden onderverdeeld zijn.
Opvallend is hierbij, dat de tekens die naar de z.g. wilde dieren zijn benoemd, bovendien
beschouwd worden als mannelijk en alle gebeuren aan de buitenzijde, in de wereld, betreffend.
De huisdieren, eveneens 6 in getal, vertegenwoordigen de binnenzijde, het esoterische,

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 143
Orde der Verdraagzamen

beheerst magische en het vrouwelijke. In volgorden komen deze tekens om en om voor met
hun tegenstelling, zodat de tijger b.v. valt tussen os en konijn.
Ik geef u hier een tabel met vermelding van het jaar, waarin het betreffende beeld heerste.
Indien u wilt weten, wat uw eigen teken is, kunt u dus voor elk twaalf of een meervoud van
twaalf aftrekken om te weten, welke jaren in het verleden onder een bepaald teken vielen. Of
voeg aan uw eigen geboortejaar een veelvoud van 12 toe en wel zo, dat de uitkomst ligt
tussen 1971 en 1984.
Maar er is nog iets, waarmede u rekening dient te houden: het oosterse jaar begint altijd
tussen 28 januari en 1 februari van onze kalender. Dus indien u geboren bent op 27 januari
1930 bent u niet, zoals u vermoedelijk zoudt berekenen een “paard”, maar valt u nog onder de
inwerking van de slang.
Hier dan de lijst, gevolgd door het jaar waarin zij het laatste heersten: de RAT: 1972. de OS:
1973. de TIJGER: 1974. het KONIJN: 1975. de DRAAK: 1976. de SLANG: 1977. het PAARD:
1978. het SCHAAP: 1979. de AAP: 1980. de HAAN: 1981. de HOND: 1982. het ZWIJN: 1983.
Het zal een ieder duidelijk zijn, dat je alleen met dit basisteken geen werkelijke prognose kunt
maken en dat alle hier gevolgde aanduidingen alleen zeer globaal gelden.
De door mij gegeven namen zijn de meest gangbare, maar het jaar, door mij als “het schaap”
aangeduid, wordt b.v. in Japan ook wel “het jaar van de geit” genoemd.
Typering per teken
Rat: Het jaar van de rat zal altijd gekenmerkt worden door zeer materialistische tendensen en
vele speelse ontwikkelingen. De werkelijk belangrijke ontwikkelingen voltrekken zich
gemeenlijk in het geheim en komen pas vele jaren later naar buiten. Beste perioden zijn die
welke als “maand” vallen onder de os, de draak. De meest fatale ontwikkelingen vallen ge-
meenlijk in de perioden die vallen onder slang en paard. Mensen geboren in het jaar van de rat
zijn veelal gokkers, maar kunnen toch redelijk met geld omgaan; zij zijn charmant en hebben
veel kennissen, maar zelden veel vrienden. Kentekenend is hun gevoel voor humor en hun
behoefte aan verandering.
Os: Het jaar van de os is gemeenlijk naar buiten toe eentonig. Er komen weinig plotselinge
veranderingen, alles schijnt zich langs lijnen van geleidelijkheid te voltrekken en het is
moeilijk, ergens verandering in te brengen. Het jaar brengt soms gewelddadige ontwikkelingen
en veranderingen met zich, maar alleen, wanneer dezen door de voorgaande jaren reeds
overduidelijk zijn aangekondigd. De beste perioden vallen onder de maaninvloeden van de
haan, de rat en de slang. Plotselinge uitbarstingen plegen te vallen onder de tijger. Mensen,
geboren in het jaar van de os zijn vaak zeer geduldig, denken rechtlijnig. Zij zijn gemeenlijk
beheerst en schijnen vaak langzaam te denken en te reageren. Wanneer hun woede echter
eenmaal gewekt is, zijn zij niet meer tot rede te brengen; zij blijven aanvallen zolang er ook
maar een schijn van weerstand aanwezig is. Onder de ossen vindt u veel geslaagde
wetenschappers, maar ook moordenaars.
Tijger: Het jaar wordt gekenmerkt door revoluties, strijd. Omwentelingen op economisch en
politiek gebied krijgen bijzondere betekenis in dit jaar. Regelmaat wordt vaak verstoord, het
geheel doet nogal avontuurlijk aan en je weet maar zelden aan het einde van het jaar, wat dit
nu werkelijk heeft gebracht. Toch vinden ook zeer positieve ontwikkelingen plaats in dit jaar.
Zij zijn dan onzeker en komen gemeenlijk eerst in het eerstvolgende jaar van de slang tot
uiting. Onbeheerste reacties, die omvangrijker gevolgen hebben, kunnen plaatsvinden in de
perioden beheerst door slang en aap. Positieve oplossingen vallen onder paard en hond,
plotselinge vernieuwingen onder de draak. Mensen, geboren in het jaar van de tijger heten
opvliegend en strijdlustig te zijn. Vaak zijn zij leidersfiguren, maar zij maken steeds weer
brokken door hun verlangen naar avontuur en verandering.
Konijn: Het jaar van het konijn schijnt alle diepgang te ontberen. Veel nadruk valt op uiterlijk
vertoon; vele geslaagde modes e.d. vallen onder de invloed van dit teken. Zakelijke
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
144
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

overeenkomsten, diplomatieke offensieven beheersen het uiterlijke gebeuren. Ook artistieke
erkenningen vallen vaak in dit jaar. Oorlogen beginnen zelden onder dit teken, wanneer zij aan
de gang zijn, zal dit teken een tijdelijke schaakmatpositie veroorzaken, waarin de
tegenstanders niet verder kunnen komen. De beste tijd valt onder de maand van het schaap,
de slechtste altijd onder de rat en in mindere mate onder de haan. Mensen, geboren onder het
teken van het konijn (ook wel de haas genoemd) hebben vaak vele gaven en werken
daarmede dan ook graag. Zij zijn diplomatiek in optreden, maar scheppen graag wat op en zijn
vaak wat oppervlakkig. In samenwerking met iemand geboren onder het schaap komen zij
vaak tot bijzondere prestaties. Vinden zij geen erkenning, dan worden zij vaak agressief tegen
de wereld en zichzelf.
Draak: Het jaar van de draak verloopt gemeenlijk voorspoedig. Problemen komen tot een
oplossing, nieuwe wegen worden gevonden. Negatief is center een misleidend element,
waardoor werkingen eerst veel later als negatief kenbaar worden, ofschoon men die als positief
meende te mogen beschouwen. Voorbeeld: 1916, jaar van de draak, Adolf Hitler gewond.
1928, jaar van de draak, Adolf Hitler aan de macht, 1940. Hitler lijkt de oorlog te gaan winnen.
Wie de maanden narekent volgens de Chinese astrologie komt tot de conclusie, dat de eerste
beide voorvallen vielen onder de hond, het laatste onder de tijger. Deze beide tekens brengen
altijd negatieve invloeden en misleiding naar voren in dit jaar. Rat en slang daarentegen
brengen in dit jaar positieve invloeden en vaak zeer gelukkige toevalligheden op de voorgrond.
Mensen, geboren onder de draak zijn redelijk gezond, eerlijk en zeker ook dapper. Zij hebben
vele vrienden en krijgen vaak de door hen zozeer begeerde bewondering, maar laten zich snel
door anderen misleiden.
Slang: Het jaar van de slang wordt gekenmerkt door mystiek, filosofieën en denkbeelden die
idealen en hogere waarden betreffen. Hulpvaardigheid komt in deze jaren bijzonder sterk tot
uiting. De wetenschap zal in deze jaren vaak nieuwe theorieën te berde brengen, die echter
eerst in het volgende jaar van de rat praktische betekenis krijgen. De invloed van os en haan
brengt gemeenlijk bijzonder mooie en treffende belevenissen, tijger en zwijn echter brengen
tijdens hun heerschappij vaak schandalen aan het licht en remmen positieve ontwikkelingen
af. De mens, geboren in het jaar van de slang is gemeenlijk aantrekkelijk, hulpvaardig en
heeft inzicht in andere mensen. In de liefde vaak een neiging tot veelheid van ervaringen.
Door gebrek aan belangstelling voor materiele zaken maakt men zelden carrière.
Paard: Het jaar van het paard brengt vele feesten. De mensen zijn ongedurig en laten zich ook
door woorden vaak verblinden en geloven in het onmogelijke; gedragen zich onredelijk. De
emoties plegen nogal eens fel op te laaien in dit jaar, dat verder zijn goede zijden heeft en
mogelijkheden pleegt te scheppen voor de toekomst. De meest negatieve ontwikkelingen
worden door de rat beheerst. Eens per 50 jaren komt het jaar van het vuurpaard voor. Hierin
zijn dramatische ontwikkelingen te verwachten. Mensen, geboren onder het paard zijn goede
redenaars, worden vaak door liefde en hartstocht beheerst en maken dan fouten. Zij houden
van feesten uitgaan, maar blijken wel gestaag te kunnen werken in die perioden, waarin liefde
of feest hun aandacht niet afleiden. Zij zijn meestal trouw aan eenmaal aanvaarde partners en
zaken.
Schaap: Het jaar van het schaap is rommelig. Waar geen goede leider of leiding bestaat brengt
het jaar vaak grote schade en nadelen; is deze echter wel aanwezig, dan is er sprake van
vooruitgang. Onoverzichtelijk is het jaar echter altijd weer. Os en hond zorgen in dit jaar voor
verwarringen. Vaak brengt het jaar meer dan normaal aardbevingen e.d. De mens, geboren
onder het schaap is begaafd en kleedt zich gemeenlijk zeer smaakvol. Hij laat zich echter snel
afleiden en komt zo zelden tot werkelijk belangrijke prestaties. Het is jammer, dat het schaap
vaak de leiding van anderen versmaadt. Waar dit niet het geval is zal men in scheppende
beroepen veel kunnen bereiken.
Aap: Het jaar van de aap kenmerkt zich door misleidingen, bedrog en het vaak gewetenloos
optreden van vooraanstaande mensen. Toch zijn de resultaten vaak beter dan men vaak zou
verwachten. Vooruitgang van industrie en het exploiteren van nieuwe vindingen spelen in deze
periode altijd weer een rol. Politiek en economische kan men het jaar van de aap echter zien
als de tijd van de grote samenkomsten en uitgestoken handen terwijl men de dolken nog
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 145
Orde der Verdraagzamen

achter de rug verbergt. Mislukkingen, maar ook overstromingen komen vaak voor onder de
invloed van de tijger. Schandalen zijn niet van de lucht wanneer de slang de maand beheerst.
Mensen, geboren in het jaar van de aap hebben een goed geheugen, een gezond verstand en
doorzien situaties snel, zodat zij vaak snel en aangepast weten te reageren. Velen van hen
hebben succes. Maar zij zijn ook oneerlijk en leugenachtig, ja, amoreel. Dit laatste belet hen
niet, voor zich en anderen vaak goede zaken tot stand te brengen.
Haan: Het jaar van de haan brengt vooral veel opvallende gebeurtenissen. De vreemdste
dingen trekken de aandacht., exhibitionisme schijnt troef te zijn; massahysterie rond personen
valt op. Verder een jaar, waarin reeds lopende tendensen voortgaan, weinig nieuws tot stand
komt en niet vast op iets gerekend kan worden, al wordt het ook nog zo duidelijk en schijnbaar
eerlijk beloofd of gezegd. Onder invloed van de rat komen rampen voor, die gemeenlijk aan
menselijke nalatigheid te wijten zijn of voortvloeien uit het prestigebewustzijn van
vooraanstaande figuren. De mens, geboren onder de heerschappij van de haan is een flapuit.
Men zegt de dingen gemeenlijk wel eerlijk, maar niet bepaald vleiend. De haan doet zich vaak
progressief voor, maar is in wezen oerorthodox. Niet bepaald trouw in de liefde, maar wel
edelmoedig.
Hond: Het jaar van de hond is het jaar van de rechtvaardigheid. Oude rekeningen worden
zonder vooroordeel vereffend. Er is weinig eerzucht, wel een voortdurend ingaan op details,
zodat de grote lijnen in het leven juist in dit jaar wel eens vervagen. Het streven naar een
volmaakte oplossing, uitbeelding, e.d. veroorzaakt in deze jaren vele vertragingen en
mislukkingen, maar toch is het gemeenlijk een nogal gunstig jaar, tenzij agressie het begin
van het jaar beheerst. Draak en schaap zullen vooral in dit laatste geval vele misvattingen
veroorzaken en zo een werkelijke oplossing of vernieuwing tegenhouden (Nederland mei 1946,
jaar van de hond, invloed van het schaap). Mensen, geboren in het jaar van de hond zijn
trouw, waakzaam, zorgvuldig en zo perfecte beambten en uitvoerders van werken, door
anderen ontworpen. Op zich is deze mens nogal neerslachtig, denkt vaak ziek te zijn zonder
redenen en meent dat de wereld vol is van onrecht. Geluk wordt gemeenlijk gevonden in
enkele vrienden of een partner, die dan geboren pleegt te zijn in de jaren van hond, paard,
konijn of tijger.
Zwijn: Het jaar van het zwijn is vaak vrolijk, brengt bijzonder goede perioden - zomer b.v. -
maar zal aan de andere kant vaak beheerst worden door lopende processen uit het verleden.
Optimisme en zelfmisleiding beheersen vaak het wereldgebeuren, nieuwe modes komen op,
nieuwe leef en denkwijzen spelen een steeds groter wordende rol in dit jaar. De ontstane
denkbeelden enz. regeren vaak de komende jaren. (roaring 20er jaren beginnen pas goed in
1923, het jaar van het zwijn.) Mensen, geboren in het jaar van het zwijn zijn galant,
behulpzaam en weten hoe je een complimentje maakt. Zij maken nogal wat vrienden zonder
dit te beseffen en laten hen daardoor schijnbaar zonder redenen vallen. Wie het zwijn echter
als ware vriend heeft erkend kan tot in de dood op hem rekenen. Verder is het zwijn eerlijk,
vrolijk, maar niet bepaald erg geslepen, zodat er nogal eens misbruik van zijn goedheid wordt
gemaakt.
Dit waren dan enkele gegevens gebaseerd op de oosterse astrologische indelingen Puristen
zullen mij vergeven, dat ik in enkele gevallen de Indische namen de voorkeur gaf boven de
Chinese en zo sprak van de os, en niet van de buffel, konijn gebruikte voor de haas en de geit
van de Chinese tabel aanduidde als schaap.
De hier verstrekte karakteristieken maken natuurlijk maar een zeer beperkte duiding mogelijk
wanneer het gaat om personen of jaren. De alleen op grond hiervan te geven lijnen zijn nu
eenmaal te grof om werkelijk pakkende resultaten te geven.
Uit de aard der zaak zijn de jaaraanduidingen in het verleden vaak terug te vinden en blijken
dan inderdaad de gestelde eigenschappen zeer sterk naar voren te hebben gebracht. Maar
voor de toekomst kun je niet zonder meer aannemen, dat die kwaliteiten even pertinent tot
uiting zullen komen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
146
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Neem 1981, dat onder de hond valt. Een jaar waarin verkiezingen een grote rol spelen en
exhibitionisme zeker een rol speelt. Maar of er ook rampen zullen komen? Februari valt de
eerste helft onder de invloed van de rat, wat zich half juli nogmaals herhaalt. Indien er rampen
komen, lijkt mij de periode van September 1981 eerder passend. Dit is het jaar van de hond.
Daarin zou je dus rust moeten veronderstellen en mogelijk herstel op vele gebieden door een
eindelijk afnemen van het materialisme. Of het waar zal zijn,wordt beheerst door het zwijn. Ge
zien vele verdere invloeden zou dit een jaar kunnen worden waarin “de zonden der vaderen
aan de kinderen bezocht worden”, maar andere
gegevens duiden weer aan, dat er dit jaar veel vreugde zal heersen. Onverenigbaar zonder
verdere berekeningen, waartoe ik helaas niet kapabel ben.
Daar 1984 valt onder de rat is niet aan te nemen dat in dit jaar een wereldoorlog zonder meer
begint. Deze zou dan in feite reeds zijn ontstaan in 1983. Daar in dit jaar materialistische
overwegingen de hoofdrol spelen denk ik eerder aan opstanden e.d. eind 1983 waardoor
omwentelingen zonder oorlogen tot stand komen op grond van praktische overwegingen in de
tweede helft van 1984.
Werkelijk duidelijke gegevens zijn dus niet te bereiken. Maar wanneer u eens tijd heeft is het
volgende misschien een aardig spel: neem jaartallen uit het verleden, die belangrijk waren en
kijk dan eens of het regerende teken in zijn omschrijving een dergelijke mogelijkheid
impliceert. Zeker zult u niet zijn, maar treffend zullen de resultaten wel worden, dat kan ik u
verzekeren.”
K.N.
Door omstandigheden is dit artikel een paar maal blijven liggen. Uw redactie hoopt echter,
dat u het interessant genoeg zult vinden om het alsnog op te nemen. Op verzoek van
schrijver nog een P.S.: de tekens, die bij het jaar van uw geboorte als negatief werden
vermeld geven mede de jaren aan, waarin u extra voorzichtig moet zijn, en vooral moet
trachten, uw karaktereigenschappen te beheersen. Hierdoor kunt u veel ellende voorkomen.
Wat hiermee is geschied. Veel succes ermee. (Red). In dit ODV-nummer was ook een brief
van Karel geplaatst; die hier volgt:

Brief aan de ODV-leden (1980-3)
Beste leden,
De laatste tijd is mijn conditie niet bepaalde florissant. Ik voel mij overspannen, het geven van
seances betekent op het ogenblik voor mij een ongewoon grote inspanning.
Nu zal het bekend zijn, dat ik altijd, ongeacht mijn persoonlijke toestand zoveel mogelijk alle
eenmaal aangekondigde bijeenkomsten heb volbracht. In heel wat gevallen was mij dit alleen
mogelijk door te grijpen naar middeltjes om tijdelijk mijn energie op te jagen.
De gevolgen hiervan zijn echter zodanig, dat ik niet bereid ben op deze wijze nog onbeperkt
door te gaan. Daarom heb ik het bestuur medegedeeld, dat ik voor het volgend jaar mij het
recht voorbehoud zelfs op de avond zelf een bijeenkomst niet door te laten gaan. Ik hoop
hiermede althans een deel van de druk die op mij ligt teniet te kunnen doen.
U zult begrijpen, dat het niet doorgaan van een bijeenkomst ook in mijn ogen niet bepaald een
elegante oplossing vormt. Dit zoveel mogelijk voorkomen is dan ook wel degelijk mijn intentie.
Voor een beetje hoofdpijn of iets dergelijks lat ik heus niemand in de steek.
Indien een avond niet doorgaat, is daarvoor werkelijk een dringende en belangrijke reden. Ik
hoop dan ook dat U mij, indien dit onverhoopt noodzakelijk zou zijn, dit niet al te zeer kwalijk
zult nemen.
Heus, ik doe mijn best. Maar te veel is te veel. Ik wil nog graag wat van mijn AOW genieten en
dit betekent, dat ik het nog enkele jaren uit wil houden. En de enige andere manier zou zijn
het mediumschap eenvoudig maar te vergeten. Iets wat naar ik meen u en ook zeker mijzelf
niet erg zou bevallen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 147
Orde der Verdraagzamen

Mijn dank aan degenen, die mijn in de laatste tijd soms wat grillig en niet altijd even beheerst
gedrag door de vingers wilden zien. En al die anderen: dank voor uw geduld, uw
vriendelijkheid en uw begrip.
Karel van der Nagel
De toenmalige redactie toonde zeer veel begrip, en vroeg dan ook welwillendheid en geduld,
zeker voor het medium. Veel begrip, steun, geduld en welwillendheid werd ook gevraagd
voor het bestuur, want het werd er allemaal bepaald niet gemakkelijker door!
ODV-nieuws nummer 1980 - 4 had een klein artikel van onze Karel van der Nagel
opgenomen. Dat artikeltje liet een mengeling zien van kleine prognoses voor het jaar dat
toen ging komen, dus 1981, en eigen ontboezemingen. Wat toen zeker wel, maar nu niet
meer die betekenis heeft, laat ik weg, dit wordt dan door..... aangegeven (Als u dit toch
graag zou willen inzien, u hoeft er maar naar te vragen!) Wat ons Karel en zijn interessante
persoonlijkheid wat dichterbij brengt zal ik hier volledig weergeven. Hij gaf zijn bijdrage de
titel:

En zo sukkel je verder... (1980-4)
Het feit dat ik mij voor de vakantie alles behalve goed gevoelde is U natuurlijk bekend. Maar er
zijn zo van die dingen, die je niet in je macht hebt. Door omstandigheden in de persoonlijke
sfeer kwam van een lekker uitgaan en je ontspannen niets.
Je hebt dan plannen om je tijd toch nuttig te besteden. Maar neen, hoor. Ook dat komt niet uit
de verf. Drie malen nam ik een aanloop om tenminste mijn gebruikelijke jaarprognose te
berekenen. Drie malen ook stapelde ik vergissing op vergissing zodat ik moest besluiten, het
dit jaar dan maar zonder te doen. Al was het alleen maar om te voorkomen dat mijn toch al
niet al te grote roep als voorspeller geheel het kind van de rekening zou worden.
En nu is het dan zover, dat ik weer een artikel voor het ODV-nieuws moet plegen. Aarzelend
bezie ik de weinige resultaten van mijn goedbedoelde prognostische miskleunen en besluit, er
toch het een en ander uit te redden. Maar wel met de ernstige waarschuwing, dat iemand die
soms niet eens meer weet waar hij heen gaat, niet bepaald in staat is de loop van het
wereldgebeuren feilloos te overzien
Karel heeft het dan over het klimaat voor 1981, over wat rampen en rampjes, over politieke
zaken, zowel in Azië als in de USA, economische factoren in Europa, een ongeluk dat de Paus
zou kunnen overkomen, iets van een omwenteling in Israël i.v.m. de Gazastrook, iets voor
Zuid-Afrika, een mogelijk scheepsongeluk in de buurt van Bermuda. Wie weet een
atoomexplosie (centrale?) in de USA, recordoogst, maar ook opstanden in de Sovjet e.d....
Hierna gaat Karel als volgt verder:
Maar van werkelijk betrouwbare berekeningen is bij dit alles amper sprake. Het merendeel van
de gegevens zijn ontstaan na schouwen, de controle middels astrologische berekening
ontbreekt grotendeels.
Toch wilde ik u deze flitsen niet geheel onthouden en bracht ik ze in deze vorm naar voren om
duidelijk te maken, dat het hier voornamelijk gaat om dingen die ik meende te “zien”. Dat
hierdoor het tijdselement geheel onbetrouwbaar wordt, zal u duidelijk zijn.
Maar ja, wat wil je. Mijn persoonlijke omstandigheden zijn nu eenmaal nog niet normaal
geworden, ook al kan ik mijn werk weer heel wat gemakkelijker aan dan voor de vakantie.
Hierdoor heb ik in verhouding te weinig tijd beschikbaar voor allerlei dingen, die ik ook graag
af zou maken, zoals het publiceren van een aantal gezegdes van onze vriend Henri en het
eindelijk eens samenvoegen van mijn persoonlijke visie en ontwikkeling tot een geheel, daarbij
mij baserende op verschillende zaken die in dit blad reeds werden gepubliceerd.
O, ik wil vele dingen, ik heb heus wel grote plannen. Maar de dagen draven verder met
allerhande kleine en onvermijdelijke bezigheden en zo sukkel ik maar verder, in de hoop, dat

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
148
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

bij het verschijnen van ons volgend nummer de mogelijkheid bestaat u alsnog een redelijke
prognose voor te leggen en voordien reeds tenminste mijn compilatie van Henri's gezegden
gepubliceerd zal zijn.
En zou onverhoopt alles niet mogelijk blijken dan kunt u er van verzekerd zijn, dat ik in ieder
geval mijn best gedaan heb. In ieder geval is het hoopvol dat voor bijna alle mensen
uitgezonderd geborenen onder de Weegschaal - de gezondheid in de komende tijd beter wordt
- ook al zal in vele gevallen een lichte terugval rond januari a.s. onvermijdelijk zijn. Maar wie
dan leeft, wie dan zorgt. Voorlopig sukkelen wij verder.”
Karel
En zo zijn we dan aangekomen bij het eerste nummer van het jaar 1981, kortweg ODV-
nieuws 1981-1. Er was ook die keer geen “prognose”, zodat we maar meteen van wal
steken met:

Jaarwisselingsweeën (1981-1)
Het zit er weer op. De feestdagen zijn voorbijgetrokken, in hun spoor hier en daar een paar
extra pondjes achterlatende. De wereld ruziet door terwijl kerstkoude en de witte kerst zich,
veel te laat, alsnog in het weer proberen kenbaar te maken.
Enkele dagen heeft de STER gezwegen en was het vreten op aarde. Onmiddellijk daarna
werden de oudbroodkauwende burgers getrakteerd op bergen van “jaarsamenvattingen” en
werd alle ellende in de wereld nog eens uitvoerig belicht; warden alle donkere verwachtingen
voor de komende tijd op journalistieke kennelijk nog net verantwoorde wijze aangedikt, tot
uiteindelijk Andre van Duin - of moet je zeggen de heer Kivon - het nieuwe jaar op de bekende
leutige wijze mocht inluiden.
Nu ja, het zit er weer op. De sleur van de dagen trekt weer verder op de reeds lang gewende
wijze, staatslieden schudden handen, leggen verklaringen af, prijzen worden duurder en
nieuwe rampen vragen de aandacht. Alles is weer normaal.
Ook voor mij: 2 januari begint de mallemolen weer te draaien, bijeenkomsten, tikwerk,
ploeteren en kankeren (vooral in dat laatste ben ik soms werkelijk excellent!). En u draaft
weer getrouw op om de cursussen - die ik godzijdank niet zelf behoef uit te werken - bij te
wonen, discussieavonden te bezoeken en niet te vergeten op de vrijdagen te luisteren naar
alles, wat wordt gebracht.
En ik maar hopen, dat u steeds weer tevreden en een beetje gelukkiger of, wanneer dat niet
kan, tenminste wijzer naar huis zult gaan. En ondertussen de werkelijkheid bijna elke avond
weer zoeken op mijn horloge en mopperen, wanneer het toch weer wat langer is geworden
dan ik hoopte, of blij verrast constateren dat ik met wat geluk nog net een moord in tech-
nicolor op het TV-scherm zal kunnen zien.
Toch wil ook ik nog even terugkijken op 1980. Zo rond de jaarwisseling probeer je altijd weer
na te gaan, of je nog ergens voor hebt gedeugd. Ik ben ondertussen al te oud geworden om
nog vol optimisme voornemens te maken voor het komende jaar, maar terugzien is ook voor
mij juist in deze dagen bijna onvermijdelijk.
Met de gezondheid was het maar zozo dit jaar. Al in februari begon de ellende. Weinig fut,
geen zin, hoofdpijntjes, een duizelingetje en verder gesorteerde ongemakken op velerlei
gebied.
Ons bestuur zorgde er voor dat ik wat extra rust kreeg en zo sukkelde het grote medium
kleingeestig mopperende door de dagen. Thuis ook al ziekte, extra lopen en werk. En dan toch
een paar lichtpuntjes:
Mensen - die van alle ellende niets afwisten - die je kwamen vertellen hoeveel zij aan het werk
hadden gehad, vriendelijke opmerkingen, medewerking op soms bijna niet voorstelbare wijze.
Een grote vakantie, die niet bepaald vakantie was, maar wel de kans betekende om tot rust te
komen. In die tijd worstelingen om, zoals ik dat tot dan toe gewend was, een jaarhoroscoop te

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 149
Orde der Verdraagzamen

berekenen en zo tot een voorspelling voor 1981 te komen. Gebrek aan concentratievermogen
en daardoor tot niets gekomen.
Het nieuwe programma liep eerst goed. Tegen de Steravond werd het voor mij steeds minder
gemakkelijk. Maar zelfs deze zwaarste en voor mij meest gevaarlijke avond werd uiteindelijk
zonder blijvende schade afgewikkeld - al was ik wel een dag of drie zo moe als een hond.
Maar juist in die tijd de voor mij verrassende zegewens in druk, die Simon Vinkenoog in Bres
deed opnemen, gericht aan mij en de mijnen. Gek, eigenlijk, dat je zoiets zo treft. Maar ik
beschouw Simon nu eenmaal als iemand die alle groepen in ons land wel heeft leren kennen.
En wanneer hij de Orde een compliment maakt en bovendien een zegewens uit voor de groep,
dan is het voor mij zoiets als een Oscar of een Gouden Harp - die ik in werkelijkheid overigens
nog enige tijd hoop te vermijden. Ik houd van meer ritmische muziek dan in de hemel volgens
sommige experts (?) schijnt te overheersen.
Ternauwernood ben ik klaar met 1980 of daar beginnen de gedachten al over wat komt. Wim
Kan speelt ergens mee wanneer ik mij afvraag “waar gaat het met het nieuwe jaar naar toe?”
Om heel eerlijk te zijn, ik voel mij wat krikkemikkig, maar het werk zal door kunnen gaan.
Thuis zijn de laatste wolken nog niet geheel weggetrokken, maar mijn echtgenote mag weer
wat lopen en ook dat betekent een positieve ontwikkeling t.a.v. het afgelopen jaar.
Alles al wel weer veel duurder geworden, zeker. Maar ik heb, op een enkele na, al mijn
schulden van het jaar 1980 nog op tijd kunnen voldoen. Dus dat redden wij ook wel weer.
Zelfs durf ik te rekenen op vriend Henri, die wel weer de nodige Hollandse nieuwe - moppen -
zal produceren en mij zo zal voorzien van de nodige conversatiestof.
Neen, ik ben niet van plan een tweede deel van zijn woordspelingen samen te stellen in “81.
Voorlopig wil ik eerst eens proberen of ik tijd genoeg kan vinden om alle verhalen die ik in de
loop van de tijd over mijzelf en mijn gave in dit blad heb doen verschijnen samen te vatten tot
een overzichtelijk geheel.
Wat er wel op neer zal komen, dat ik het geheel moet herschrijven. Maar goed, het lijkt mij
wel aardig en er zijn nogal wat nieuwe leden die geprobeerd hebben, oude nummers van het
ODV-nieuws in handen te krijgen, dus kennelijk bewijs ik daarmede bepaalde mensen nog een
dienst ook. En voor mijzelf zal het wel leuk zijn nog eens na te gaan hoe alles begonnen is en
hoe zich alles heeft ontwikkeld.
Rond deze tijd krijg ik wel meer het gevoel dat het goed is, het verleden eens na te gaan om
beter te begrijpen, waarom de toekomst er uit ziet zoals die doet.
Wanneer je het verleden buiten beschouwing laat wordt het al gauw een zaak van je gevangen
gevoelen in een reeks van omstandigheden waaraan je weinig of niets kunt of durft te
veranderen. Wanneer je weet welke beslissingen je zelf in het verleden hebt kunnen nemen,
hoe je zelf a.h.w. je bedje gespreid hebt, is het heden beter te pruimen en leer je de kleine
dingen, waar je normaal over heen ziet, weer te waarderen voor wat zij in wezen toch zijn.
Zo ver, zo goed. Op het gevaar af, dat u mij preekzucht verwijt of meent, dat ik geheel in
mijzelf opga, wil ik u deze maal nu eenmaal met mijn jaarwisselingsweeën confronteren.
Ik denk natuurlijk ook aan de wereld, heb zo mijn eigen gedachten over alles wat er gebeurt.
En ook mijn eigen fouten - als ik gek was zou ik daarover alleen al een boek kunnen schrijven
- besef ik wel degelijk. Maar dat zal wel altijd ongeschreven blijven, dat boek. Want al weet je
geen heer te zijn, toch wil je graag dat anderen dat zo zien. Waar of niet?
Dan maar mijn vragen aan de wereld: Waarom moeten de mensen steeds meer betalen voor
staten, die hun eigen kosten kennelijk niet in bedwang weten te houden?
Volgens mij zou men eerst maar eens een jaar of 20 de ministers, kamerleden en hoge
beambten en ambtenaren een loon toe moeten kennen, dat een percentage is van hetgeen zij
de gemeenschap besparen.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
150
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En waarom is atoomenergie zo noodzakelijk wanneer daaraan nog zovele onopgeloste
problemen en gevaren verbonden zijn?
Want in al die geruststellende praatjes kan ik alleen maar geloven, wanneer degenen die
dezen houden zelf met hun gezin vlak naast een atoomreactor of opwerkingsfabriek gaan
leven.
Waarom worden er zoveel kantoren gebouwd wanneer steeds meer mensen geen behoorlijke
woning kunnen vinden die ook betaalbaar is? In de meeste kantoren zullen immers instanties
weer afdelingen vestigen en dat betekent alleen maar, dat wij voor nog meer ambtenaren
moeten betalen zonder ooit te kunnen controleren of zij en hetgeen zij ongetwijfeld vol ijver
doen, ook enig werkelijk nut heeft buiten het afremmen van particuliere initiatieven.
En waarom moet men tegen abortus zijn, wanneer degenen die dit verzet steeds weer
duidelijk en openlijk kenbaar maken het heel normaal vinden dat er priesters in legers dienen
als “aalmoezenier”, legerpredikant of dergelijke? Waarom wil men het ongeboren leven als
persoonlijkheid besschermen en ijvert men kennelijk veel minder of zelfs geheel niet voor het
beschermen van kinderen tegen verminking en dood door het verkeer en dergelijke zaken?
Eerlijk, ik snap het niet. Waarschijnlijk ben ik een politiek en theologisch onbenul, maar ik
snap niet dat mensen aan de ene kant stellen dat zij tegen alle abortus of tegen alle geweld
zijn en aan de andere kant in de Tweede Kamer stemmen voor een abortuswet of extra
uitgaven voor het leger.
Zoals ik ook niet begrijpen kan waarom alle prijsverhoging binnen een bepaalde beperking en
alleen na toestemming mogelijk zijn, maar gemeenten en rijksdiensten zonder meer hun
tarieven mogen opschroeven tot in het onredelijke.
Volgens mij is het een vreemde wereld, waarin iemand die een ander doodslaat met alle
respect wordt behandeld en er met enkele maanden gevangenis of zelfs een voorwaardelijke
straf afkomt, terwijl iemand die tegen een agent een verkeerd woord zegt eerst een pak slaag
krijgt en dan nog een boete of enkele weken hechtenis.
Zo rond oud en nieuw besef ik pas, dat ik oud aan het worden ben, want ik zie eenvoudig geen
samenhang meer in dergelijke dingen. Ik heb respect voor de persoonlijkheid, de rechten en
geestesgesteldheid van iemand die een misdaad pleegt, maar ik voel nog steeds veel meer
voor de slachtoffers van hun daden en denk steeds weer aan de hernieuwde vergrijpen, die zij
na korte tijd weer zullen begaan.
Deug ik dan niet meer voor deze wereld? Er zijn van die zaken die ik niet meer volgen kan:
iemand wordt aangevallen door twee mannen die een tas proberen te stelen. Hij wordt
bedreigd en breekt daarop een van de twee een arm, slaat de ander een gat in het hoofd.
Volgens mij verdient zo iemand een medaille. Maar neen: hij wordt voor de rechter gedaagd
die hem een boetepreek geeft en vervolgens, dat nog wel, tot een symbolische boete van een
gulden veroordeelt wegens noodweerexces.
Begin ik soms een oude rechtse zak te worden of zoiets? Ben ik niet normaal meer. Wanneer ik
constateer dat er zich in onze eigen stad, den Haag, een getto aan het vormen is, vol van
mensen die in feite leven op een wijze, die onaanvaardbaar lijkt in te oude panden, in grauwe
straten, terwijl de “deskundigen” zich druk maken over de vraag, of men niet beter nog een
andere soort onderwijs zou kunnen instellen en de landen buiten Europa voorhouden, dat zij
minderheden onrechtvaardig, ja, onmenselijk behandelen.
Werkelijk, terwijl de klok verder tikt naar 1981 voel ik mij soms opeens niet meer thuis in dit
land, in deze wereld. Wanneer wij maar wat meer geduld met elkaar zouden hebben en niet
steeds zouden zoeken naar volmaakte oplossingen, maar elkaar eenvoudig meteen zouden
helpen waar dat mogelijk is, zou er volgens mij heel wat minder ellende zijn.
Maar ja, ik vergis mij natuurlijk. Ik kan moeilijk aannemen, dat de gehele wereld gek is,
wanneer men de leden van het Europees parlement grote inkomens toekent, ofschoon zij
volgens mij niets anders doen dan woordenrijk de machteloosheid van de EEG betuigen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 151
Orde der Verdraagzamen

Misschien vergeet ik, dat alle dingen veranderen. Voor mij is Jozef Luns nog steeds de
grootneuzige carnavalsdanser, die toevallig ook nog een deskundig, hoewel behoudend minis-
ter was en niet de zich boven het domme plebs verheven gevoelende secretaris generaal van
de NAVO.
Nu ja, het zijn eenvoudig de weeën die rond klokslag 12 op 31 december bij mij opdoemen.
Weeën, waarvan ik u - bij gebrek aan een verantwoorde prognose - deel heb willen maken.
Maar Luns of Kluns, Van Agt of vanmorgen, ik trek mij er ook in het komende jaar niet te veel
van aan. Er zijn nog zoveel goede dingen om van te genieten, zoveel mooie of leuke zaken te
zien, er is nog zoveel te doen, dat ik daaraan ook in 1981 de handen wel vol zal hebben. Maar
goed ook.
Pessimisme, onbegrip maken duidelijk, dat niet alles in deze wereld klopt. Maar wanneer je
wilt leven moet je er maar het beste van maken en vooral niet anderen met je zorgen lastig
vallen of betuttelen.
Met de Steravond heb ik een sterk licht gezien, dat met wel duizend duidelijk kenbare stralen
zich in alle richtingen verspreidde. Het was bijna angstwekkend mooi. Dus er is licht. Wat zal ik
dan verder urmen over alles wat zwart en duister is? Ik sluit dit artikel af, ga lui in mijn stoel
zitten en steek een kaarsje aan voor de sfeer.
Dan zijn de weeën zo voorbij. Dan voel ik mij weer behaaglijk. Maar voor dat ik dat doe wens
ik u allen voor het komende jaar veel licht, een kaarsje om op te steken, wanneer het soms
toch donkerder schijnt te worden en een plaats, waar u bij kunt komen van alle verwarringen
en schrik, die - daar ben ik van overtuigd - 1981 voor ons allen in petto heeft.
K.N.
De toenmalige redactie gaf hier het volgende commentaar op: “Een wat wonderlijk betoog.
En vragen, waarbij wij denken: hij heeft soms nog gelijk ook. Uw redactie wilde u echter
deze weeën van een door oliebollen geplaagd medium niet onthouden. Wie kritiek heeft kan
het melden aan ons redactieadres, wie het er mee eens is kan dit beter het medium
zelfzeggen. Wat ons betreft: wij menen dat het niet belangrijk is of je kritiek op de wereld
hebt, maar of je nog geloven kunt in licht, in kracht, in geestelijke waarden en de zin van
het leven. Waarmede uw redactie K.N. dan even een koekje van eigen deeg probeert toe te
dienen, als dank voor en antwoord op zijn beschouwing”.
En nu is dan ODV-nieuws 1981-2 aan de beurt. In dit nummer kwamen geen “Prognoses”
voor, geen kleine, en ook geen grote. Wel weer een artikel van de hand van ons medium,
zoals meestal gebeurde. Wat er ook in voor kwam was een reactie op wat Karel in het
vorige nummer had geschreven; dus een reactie op de “Jaarwisselingsweeën”, in “t ODV-
nieuws 1981-1. Maar eerst wat ons medium voor deze keer meegaf. De titel luidde:

Mentale Kronkels (1981-2)
Het werk als medium brengt je soms op vreemde gedachten. Gisteren assisteerde ik in
uitgetreden toestand bij een verkeersongeval, waarbij een vrouw en een kind stierven; de
vrouw door een ingedrukte borstkas waarbij een gebroken rib het hart raakte, het kind door
schok plus ernstig schedelletsel. Tijd: rond half tien, plaats onbekend, ergens op een snelweg
kort voor een afslag naar een met bomen omzoomde weg.
Het werk, het doen aanvaarden van de nieuwe toestand, was maar net gelukt toen de seance
eindigde en ik in mijn eigen lichaam terugkeerde. Om rond mij lachende gezichten te zien en
mensen die kennelijk erg veel plezier hadden gehad over een “schoon woord” waarin - als ik
het goed begrepen heb - een luis de hoofdrol speelde.
Nu ben ik heus wel aan tegenstrijdigheden gewend, maar dit heeft mij werkelijk aan het
denken gezet. Hoe vreemd is het niet, dat lijden en nood, plezier, vreugde, wijding, zich allen
gelijktijdig afspelen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
152
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En mijn eerste gedachte was: waar heb ik nu beter werk verricht, in de zaal, waar kennelijk
mensen zich wat prettiger gevoelden en mogelijk wat nieuwe denkbeelden hebben opgedaan
of daar, waar ik tenminste het lijden en dwalen van twee geesten mocht helpen bekorten?
En toch vormen die beiden een geheel: wanneer ik niet in trance was geweest had ik niet
geestelijk kunnen werken op een plaats die in ieder geval wel meerdere kilometers verwijderd
was van de plek waar ik lichamelijk tegenwoordig was.
De meeste kennen mij alleen als het medium, altijd klaar voor een mop in de pauze en steeds
weer tijdbewust horloge starende. De andere kant blijft gemeenlijk verborgen. Op de een of
andere manier spreek je daarover liever niet.
Toch maken deze droomachtige belevingen vaak een diepe indruk op mij. Je geeft er echter
altijd weer de voorkeur aan, zo normaal mogelijk te doen. Maar wat is normaal?
Waarom heb je steeds weer die drang om vooral te doen of je precies zo bent als anderen? Er
moeten vreemde gedachtekronkels en instincten een rol bij spelen, daarvan ben ik wel
overtuigd.
Je gaat zover, dat je mogelijk met een vriend in een lichtere sfeer even wandelt en daar een
paar moppen opdoet, die je later met graagte verder vertelt. Maar zeggen hoe je er aan komt?
Ho maar. De mensen moeten je vooral niet zien als een buitenbeentje.
Is het een wonder dat ik mij soms afvraag, of ik eigenlijk een normaal mens ben dat een rol
speelt om te passen in een wereld van gekken of een gek die speelt, een normaal mens te
zijn?
Maak u geen zorgen. Zo erg is het nu ook weer niet. Maar toch zijn er soms van die
ogenblikken, waarop je de gehele menselijke werkelijkheid probeert af te meten tegen je eigen
werkelijkheid, en geen keuze meer weet te doen.
Wandelen in de lichte sferen is heerlijk. Het is als een rustgevend bezoek aan
superbollenvelden die liggen in een groot bos aan de rand van een eindeloze oceaan. Spreken
met de “bewoners” van die wereld is zo lichtend, sprankelend, supersnel en volledig, dat er
geen woorden voor zijn te vinden die dit ook maar aan kunnen duiden.
Maar dan kom je terug, neemt afscheid en komt terecht in een grijze steeds maar
neerplenzende regen, een droefgeestig geheel van jagende mensen en spiegelend asfalt. Al
druipende doorstappende om nog de trein te halen denk je dan wel eens: wat is nu werkelijk?
En als die andere wereld de werkelijkheid is, waaraan verdien ik het dan nu als een verzopen
kater door de nattigheid te rennen op weg naar een trein die stinkt naar natte kleding?
Niet dat ik te veel aandacht pleeg te schenken aan dergelijke invallen. Maar toch:
mediumschap kan soms tot vreemde mentale kronkelingen aanleiding worden. Je praat jezelf
voor dat het je taak is, dat het noodzakelijk is, ja, dat je bevoorrecht bent boven al die
anderen, die de zonnige werelden van de geest niet bewust kennen. Maar diep in jezelf denk
je: “praat voor de vaak”, een poging om belangrijkheid te ontlenen aan het beleven van twee
zo verschillende werelden.
Dat zal ook wel de reden zijn, dat je dergelijke dingen gemakkelijk neerschrijft, maar heel
moeilijk kunt zeggen. Schrijven is anoniem, een soort tweegesprek met jezelf, ook wanneer je
weet, dat je het aan anderen voor zult leggen.
Het voorkomt ook dat men je vragen zal stellen waarop je liever geen antwoord wilt geven,
denk ik zo. En toch lucht het op, eens te zeggen dat je niet helemaal normaal bent, ja,
anormaal pleegt te leven en te denken volgens je eigen gevoel.
Het zou misschien beter zijn, wanneer je de twee werelden altijd zoudt kunnen beseffen, zoudt
kunnen lopen in de regen en toch de blijheid voelen van de lichtende sfeer. Maar dat schijnt
voor bijna niemand op aarde te zijn weggelegd. Zodat ik mij maar bij mijn noodlot neerleg en
wanneer dergelijke denkbeelden opduiken onmiddellijke overschakel op het laatste nieuws of

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 153
Orde der Verdraagzamen

de innerlijke vreugde dat er nog een TV-programma is waarin lekker veel doden vallen en het
bloed in kleuren rondspat.
Maar ook dat is overtrokken. Wanneer ik thuis gekomen de keuze heb tussen een geestig
programma en de namaakstrijd, kies ik altijd weer voor het eerste. Ik vraag mi] wel eens af of
dit verlangen naar spanning en geweld niet in de eerste plaats een poging is om een soort
heimwee naar die lichtende droomwerelden uit te bannen.
Het werken met de ODV heeft bij mij trouwens wel meer wonderlijke ontwikkelingen
veroorzaakt. In het begin voelde ik mij als een aankomende ingewijde, iemand, die het wel
eens even geheel zou maken en ondertussen zijn medemensen nog even op de goede weg zou
brengen ook.
Sindsdien zijn geestelijke belevingen voor mij steeds belangrijker geworden. Maar een
aankomende meester voel ik mij niet meer. Waar ik eens meende het antwoord op alle vragen
te kennen, drijf ik nu maar al te vaak stuurloos voort in een zee van onzekerheden.
Toch voel ik mij daarbij weer gelukkiger dan in de tijd, dat ik meende dat alle ontwikkelingen
te traag verliepen en mijn zekerheden maar steeds door de feiten ontkend schenen te worden.
Vreemde mentale kronkels moeten daarvoor wel aansprakelijk zijn.
Vlucht ik weg voor een werkelijkheid, die ik nog niet kan aanvaarden? Of probeer ik mij te
onttrekken aan het denkbeeld een buitenbeentje te zijn en te blijven? Het is allemaal mogelijk,
maar zeker ben ik van niets.
Een goed medium probeert zo zuiver mogelijk te werken. En dat betekent, dat je jezelf
uitschakelt, dat je in feite een dienende rol vervult maar gelijktijdig voor anderen de
belichaming dreigt te worden van “hogere werelden”.
Waar je als redelijk mens, natuurlijk meteen een einde aan probeert te maken. Maar dan komt
de “slip of the tongue”. Je raakt met iemand in gesprek. Men komt op spiritisme, occultisme en
voor je het weet vertel je iets over je eigen ervaringen, maak je een opmerking die voor jou
heel gewoon is, maar die anderen kennelijk erg verbaast.
Ik herinner mij dat ik eens in de trein betrokken geraakte bij een gesprek over meer
geestelijke zaken en denkbeelden. In de meeste gevallen probeer ik altijd hoogdravende
uitspraken te herleiden tot eenvoudige begrippen. Zo ook toen. Een heer die aan het gesprek
deel had genomen, probeerde enkele tekens op mij uit en informeerde toen of ik soms deel
uitmaakte van die en die loge. Het scheen hem zeer teleur te stellen, dat ik daarvan zelfs nog
nooit had gehoord.
Gelukkig moest de man kort daarop uitstappen, anders was ik de rest van de tijd doorgezaagd
over zijn denkbeelden, loge en weet ik wat nog meer.
Gelukkig raak ik maar zelden op een dergelijke wijze betrokken bij dit soort gesprekken. In de
meeste gevallen vermijd ik zelfs op een directe vraag te antwoorden, dat ik een
beroepsmedium ben. In mijn paspoort staat als beroep; “voorganger” en deze term gebruik ik
dan maar om mijn beroep te omschrijven.
Dit heeft mij trouwens eens een leuke verrassing bezorgd. Komende van Hengelo kwam ik in
de restauratie van de trein in gesprek met een heer, die zich beklaagde, dat hij door zijn
beroep zo zelden een avond thuis was. Waarop ik antwoordde, dat ik met hetzelfde euvel te
kampen had.
Hij stelde zich voor en noemde zich cineast, ik antwoordde beleefd en noemde mij voorganger.
De reis verliep aangenaam, ofschoon er steeds maar verteringen werden besteld. Om eerlijk te
zijn was ik zelfs bezorgd dat ik bij verdergaande consumpties mogelijk niet genoeg bij mij zou
hebben.
In Rijswijk namen wij afscheid. De man liet zijn warme handdruk volgen door een “en veel
zegen op uw werk, dominee.” Hij bleek ook alle verteringen betaald te hebben.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
154
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Mogelijk zijn het dergelijke ervaringen, die mij er toe brengen alle toespelingen op mijn beroep
zoveel mogelijk te vermijden. Ik weet het niet zeker. Maar de kans zit er in, want op een
extraatje, vooral een dat ik niet verwacht, ben ik altijd al erg gesteld geweest.
De ervaring heeft mij in ieder geval geleerd dat je je maar het beste bezig houdt met normale
dingen. Mogelijk dat daarom mensen voor mij zo belangrijk zijn. Het lijkt wel of ik een speciaal
gevoel heb ontwikkeld voor situaties die enige humor niet ontberen en put daaruit de lach en
veelal ook de moed die ik nodig heb.
Reizende op een avondretour naar Arnhem bleek mij, dat de nummers die waren afgedrukt op
het biljet niet juist waren. De conducteur bekeek de zaak lang, informeerde nogmaals naar
mijn bestemming en stelde mij toen voor de keus: “U kunt op dit biljet voor een koopje heen
en weer naar Delfzijl en kunt daar dan net een uur rondkijken. Maar ik wil het ook wel even
voor u corrigeren.”
Het is duidelijk dat ik het laatste de voorkeur gaf. Maar ik dankte voor het vriendelijke aanbod
en informeerde, of hijzelf mogelijk uit Delfzijl stamde.
“Meneer, ik ben geboren en getogen Amsterdammer en ik ben nog nooit Delfzijl in geweest.
Maar er zijn heel wat mensen die een koopje eenvoudig niet kunnen weerstaan. Vandaar.”
Dan zie ik in gedachten de man al allerhande reizigers verleiden om toch vooral een fout van
hun reisbiljet uit te buiten, hen sturende naar plaatsen waar zij niets te maken hebben, alleen
omdat het nu op een koopje kan. Ik stel mij voor, wat daar voor vreemde gevolgen aan
verbonden zouden kunnen zijn. Onzin natuurlijk, maar de reis gaat zo vlug voorbij.
Of andere mensen ook zo reageren? Ik weet het niet, kan mij het van de meeste niet eens
voorstellen. Toch voel ik dit niet als iets bijzonders. Het is eerder voor mij een normaal proces,
vooral als ik toch niets beters te doen heb.
Trouwens, heel wat meer gewoonten zijn mogelijk voor anderen wat eigenaardig. Zo heb ik er
een uitgesproken hekel aan over de werkelijke oorzaken van mijn begaafdheid te spreken.
Zeker, ik wil nog wel vertellen dat ik eens als kind op mijn hoofd gevallen ben en sindsdien
niet meer bijgetrokken.
Maar daarbij laat ik het dan ook. Hoe kun je anderen immers duidelijk maken dat je op de
duur geheel onverschillig bent geworden ten aanzien van succes of falen; dat leven en dood
voor jou weinig verschil uitmaken zonder gelijktijdig een beeld van jezelf te geven dat niet met
de feiten strookt?
Toch is het een feit, dat juist die onverschilligheid het mij mogelijk maakt te werken zonder
grote spanningen. Een volle zaal ontlokt mij hoogstens een “leuk” of, wanneer er nogal
verschillende groepen aanwezig zijn, een “dat kon wel eens een zware trek worden”.
Denk nu niet, dat ik t.a.v. mijn medemensen even onverschillig ben. Medeleven bestaat bij mij
wel degelijk, medelijden daarentegen beschouw ik als een overbodige en kostbare luxe.
Wanneer je iemand werkelijk kunt helpen moet je het ook doen, zo denk ik altijd weer. Maar
dan denk ik onmiddellijk daarachter: welke zaken betekenen werkelijke hulp en wat is alleen
maar versiersel. En dan doe of zeg ik weer dingen, die anderen als harteloos beschouwen.
Toch is het een feit dat ik bij alles wat ik zeg en doe wel degelijk rekening houd met anderen.
Mijzelf wegcijferen is er niet bij. Een mens heeft zijn rechten en zijn plichten. Zolang ik mijn
plichten volbreng, meen ik ook mijn rechten op te mogen eisen - zelfs wanneer men dat niet
aardig van mij vindt.
Eigenzinnig ben ik natuurlijk ook. Wanneer ik meen dat iets goed is, moet men van goeden
huize komen om mij te overtuigen, dat ik ongelijk heb. Ben ik eindelijk overtuigd, dan zal ik
mij niet alleen neerleggen bij de feiten, maar proberen de zaak op deze nieuwe wijze nog
beter aan te passen aan mijn mogelijkheden en de volgens mij begeerde resultaten.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 155
Orde der Verdraagzamen

Ik ben b.v. de laatste tijd de overtuiging toegedaan, dat het beter is een leesbaar blad van zeg
18 bladzijden te tikken dan een in feite minder leesbaar geheel te vormen door
onbenulligheden op te nemen om aan de 20 bladzijden te komen.
Nu weet ik wel, dat door het stellen van meer alinea's en andere kunstgrepen je die 18
bladzijden alsnog kunt opblazen tot 20 of meer. Maar zolang niemand klachten heeft houd ik
mij aan de nu gevolgde werkwijze, ook al wordt wel eens gezegd, dat er toch veel meer
gezegd moet zijn dan werd opgenomen.
Zo iemand heeft natuurlijk gelijk. Maar herhalingen, grappen, vragen die in het laatste jaar al
meerdere malen beantwoord werden e.d. laat ik gewoon weg. Punt.
En dan die mensen die altijd weer wensen, dat je “het schone woord” op neemt. De lieve
luitjes hebben er geen benul van wat dat voor mij aan extra werk betekent. Want er is vaak
sprake van wisselende versvoet en maat. Indeling als gedicht vergt enkele uren plus veel
ruimte. Het achter elkaar uittikken, wat ik een enkele maal nog wel eens doe, neemt de indruk
weg. Woordsamentrekkingen en neologismen komen vaak voor en zijn dank zij de
stembuigingen zonder meer te begrijpen, maar zouden op papier vele noten vragen om te
verklaren, wat werd bedoeld. Neen. Ik zie daar niets in.
Onder ons gezegd en gezwegen koester ik een enkele maar wel zeer intense wensdroom: dat
degenen die met hun eisen en opmerkingen aankomen, degenen die niet begrijpen hoe je van
mijn werk moe kunt worden “omdat de geest je toch alles ruimschoots terug geeft”, eens voor
een enkele week mijn werk zouden moeten doen, inclusief reizen, tikwerk en seances,
kompleet ook het te woord staan van alle nieuwsgierigen, geïnteresseerden en het aanhoren
van alle problemen van anderen.
Ik heb het gevoel, dat men dan heel anders tegen het werk dat ik verzet aan zou kijken.
Mogelijk is het een rare mentale kronkel, maar soms voel ik mij wel geen genie, maar toch wel
miskend.
Wat mij opvalt is, dat vele jongeren meer begrip schijnen te hebben voor de inspanningen die
een seance kost, dan de ouderen. Het is of dezen niet in staat zijn hetgeen je doet als “cent”
werken te zien.
Gelukkig vind ik altijd weer even rust en compensatie voor dergelijke ergernissen in die
lichtende wereld, waar ik mij dan terugtrek in een soort open theehuisje en al mediterende
rust en soms zelfs iets leer.
Maar daarna is het aanpakken geblazen. En soms komt er zelfs niets van die rust in
uitgetreden toestand. Dan is er weer een sterfgeval, is er een zieke of vraagt men je mee te
gaan als leerling om iemand uit een zelfgeschapen duistere wereld te bevrijden.
Nu ja, het hoort er allemaal bij. Maar ik kan toch wel eens nijdig worden wanneer de financiën
weer eens op een heel laag pitje staan en een geestelijke vriend mij liefderijk vertelt, dat het
niet goed voor mij zou zijn op het ogenblik om eens zes goed te hebben in de lotto of iets
dergelijks. Vooral wanneer daarop volgt dat men dit zeker zal proberen mogelijk te maken
wanneer dit voor mij en anderen geestelijk nuttig kan zijn.
Dan gebruik ik, ook in de geest, tegen zo iemand al snel termen als “Lapschwanz”,
“stommeling”, gevolgd door de opmerking dat ik wel kan zien, dat hij al lange tijd niet in de
stof is geweest.
En soms heb ik een hekel aan mijzelf, dat ik de mogelijkheden om meer geld te verdienen niet
gebruik, ofschoon zij er steeds weer blijken te zijn.
Maar ja: ergens schijn ik mijn werk als een soort roeping te beschouwen, ofschoon er heel wat
dagen zijn dat ik niet zo nodig hoef. Wat letterkundig natuurlijk een verschrikkelijk taalgebruik
betekent, maar wel weergeeft, hoe ik mij soms gevoel.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
156
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Want eerlijk gezegd vraag ik mij soms af, of ik nu gek ben of niet. Gek ook, om deze mentale
kronkelingen neer te schrijven en dan ook nog in het verenigingsblad te zetten. Want ergens
denk ik, dat het stom is dit te doen. Aan de andere kant meen ik dat degenen die steeds weer
naar de Orde komen luisteren mogen weten, wat hun medium eigenlijk is en denkt.
In ieder geval heb ik mijn belofte weer gehouden en wat geschreven over mijzelf, mijn werk,
mijn opvattingen. Of ik gek ben, verstandig of doodgewoon menselijk moet de lezer dan maar
zelf uitmaken. Ik ben niet van plan deze uitbarsting te herlezen voor zij in druk is verschenen.
Want in dat geval heb ik de kans niet meer om er van alles in te veranderen en weg te laten.
En dit te doen zou voor mij toch wel betekenen dat ik weer een paar uren meer aan deze
bijdrage zou moeten besteden en ik kom toch al tijd tekort. Vandaar dit in een trek geschreven
epistel aan de leden.
O ja. Wanneer u denkt dat ik gek ben, behoeft u mij dit niet mee te delen. Ik ben veel te bang
dat ik het met u eens zou zijn. Maar wanneer u dit schrijfsel waardeert of u zelfs geneigd bent
te stellen dat dit wijst op een juist gebruik van mentale mogelijkheden daar de kronkelingen
volgens u normaal zijn zal ik dit graag van u horen.
Juist wanneer je als medium eens zelf iets doet krijg je daarvoor graag waardering. En
medium ben ik nu eenmaal.
K.N.
Zoals ik al zei, in dit nummer van het ODV-blad stond nog een reactie. Om al wat Karel
heeft geschreven wat beter te kunnen plaatsen en te waarderen, leek het mij het beste om
geheel weer te geven wat de redactie toen liet volgen op deze bijdrage van Karel (maar niet
in verband daarmee):

Ingezonden
Werkelijk op het allerlaatste ogenblik ontvingen wij het volgende schrijven van een van onze
oudste leden - ook ex-secretaris van de Orde - dat o.i. een discussiestuk voor de leden kan
zijn. Vandaar deze opname als appendix:

Geachte redactie,
Betreft: “Jaarwisselingsweeën” in het ODV-nieuws 1981-1
In een gesprek met Karel laatst bracht ik enige bezwaren naar voren over een bepaalde
tendens, die ik meende te bemerken bij de ODV. Hij vroeg mij toen deze schriftelijk aan het
bestuur voor te leggen.
Daar U in het ODV-nieuws commentaar vroeg op het stukje van Karel wil ik het een en ander
combineren in deze brief.
In plaats van “een koekje van eigen deeg” zou ik de globale inhoud wille analyseren.
Men moet dan vast stellen, dat Karel niet in zo'n beste geestelijke toestand verkeert. Zijn
betoog druipt van zwartgalligheid, neerslachtigheid, moedeloosheid, pessimisme en vult u zelf
maar aan. Niet zulk een beste propaganda als dat het resultaat is van de leringen van de ODV.
M.i. heeft hij zich laten “pakken” door alle negativisme dat dagelijks over ons uitgestort wordt.
Het is allerwegen een strijd voor en tegen, om wat te noemen: kerncentrales, krakersacties,
ontruimingsacties met bijbehorende rellen, abortus, lucht en bodemverontreiniging,
werkeloosheid, bezuiniging, vrijheidstrijders respectievelijk terroristen en aan de lopende band
demonstraties voor of tegen van alles en nog wat.
Alles nog flink opgepept door allerhande actualiteitsrubrieken of zelfs opruiende programma's
via pers, radio en TV. Is het een wonder dat vele mensen het niet meer zien zitten?
Karel ondergaat dit alles sterk emotioneel en wordt heen en weer geslingerd bij het pogen
daarin stelling te nemen in plaats daarvan zoveel mogelijk afstand te nemen. Hij volgt alle

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 157
Orde der Verdraagzamen

nogal intens en met de ontstane conflicten weet hij niet goed raad, zoals zovele mensen, doch
zeker een medium dat gevoeliger is en meer beïnvloedbaar is.
De mogelijkheid is niet uitgesloten dat de zwaar belastende bijeenkomsten in Amsterdam met
zijn felle en warrige invloeden niet zo'n beste uitwerking op hem hebben.
Omtrent bepaalde hangijzers heeft hij zich een nogal felle eigen mening gevormd en hier komt
een van mijn bezwaren: ik merk dat de gebrachte lezingen hierdoor beïnvloed worden.
Bij de ODV is wel gezegd dat een medium in zijn beste vorm voor maximum 75% door
geestelijke intelligenties beheersbaar is. Maar wat gebeurt er wanneer een medium sterk
emotioneel betrokken is bij de ter sprake komende onderwerpen? Dan zou een spreker wel
eens als spreekbuis voor het medium (wellicht onbewust) kunnen dienen.
Er bestaat n.l. bij Karel ook een zekere autoriteiten afkeer, zoals tegen de heer Van Agt,
minister-president, en diverse anderen. Men kan de laatste tijd constateren, dat sprekers op
de bijeenkomsten van Agt en anderen regelmatig op de hak nemen, soms op sarcastische,
soms op negatieve of quasi grappige wijze.
Er zijn ook vrijdagavonden waarop sprekers ten tonele worden gevoerd die kennelijk onder
soortgelijke invloeden staan en op grove, soms zeer grove wijze hun onderwerpen brengen en
op felle wijze alles en iedereen en alles aanvallen en afbreken.
Als je dan ook nog eens goed analyseert wat zij gebracht hebben blijft er niet veel zinnigs
over, temeer daar zij veelal aan het einde van hun toespraak zich zelf tegenspreken en/of zelf
zo geschrokken zijn van hun grofheid dat zij voor het einde het een en ander met een vroom
sausje overgieten.
Dat er vanuit het publiek ternauwernood kritiek komt, lijkt mij doordat vele mensen alles wat
uit de geest komt aanvaarden, of wagen het niet te reageren, omdat het meestal op zulk een
felle nadrukkelijke wijze wordt gebracht, dat iedere reactie bij voorbaat zinloos lijkt. Weer
anderen zullen dit soort afwijkingen op de koop toe nemen omdat er toch ook veel goeds
wordt gebracht op vele andere bijeenkomsten, hoewel zij niet goed begrijpen, waarom een
club van verdraagzamen zich zo moet uiten.
Mede in aanmerkingen nemende dat de Geestelijke Leiding in het voorwoord van het nu
lopende programma opmerkte “daar wij niet in staat zijn met vaste regelmaat over de
diensten van ons huidig medium te beschikken”, kun je je afvragen, of er iets gedaan moet
worden.
Mijn conclusie is: Karel gaat terecht prat op zijn vakmanschap als medium, maar dan moet hij
er wel voor zorgen dit mediumschap zuiver te houden door zich de aan hem bekende
beperkingen op te leggen. Dit houdt in dat hij zich niet zo emotioneel moet binden met o.a. de
door mij genoemde toestanden, die dit mediumschap kunnen schaden.
Er is dan ook meer kans op het aandragen van goede oplossingen voor de problemen van deze
wereld door hogere meesters, maar dat kan alleen wanneer zij niet gehinderd worden door
allerhande problemen die in het medium leven.
Het bestuur van de ODV zou ik dan ook dringend willen adviseren het nieuwe seizoen te
starten met een drastische vermindering van het aantal bijeenkomsten, b.v. door minstens
een halvering van de vrijdagavondbijeenkomsten. Herkent u de zeer duidelijke signalen niet
bijtijds dan loopt het wellicht op een debacle uit.
Karel is te bescheiden om dit met teveel nadruk zelf voor te stellen omdat hij al gauw denkt
dat dit financieel niet kan. Maar waar is dan die reserve van ruim f 100.000 voor? Ik dacht om
zulke ingrepen te kunnen opvangen.
Karel is nu 62 jaar en indien dit werk voor hem al naar gelang de noodzaak wordt afgebouwd,
hebben wij kans dat hij zelfs na zijn 65e nog op beperkte schaal kan door werken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
158
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Ik hoop dat ik voor Karel mijn op- en aanmerkingen zo acceptabel mogelijk gebracht heb; in
ieder geval breng ik deze met de beste bedoeling voor hem en de ODV.
Karel weet dat ik reeds vroeger als “troubleshooter” voor hem en de ODV optrad en ik hoop
dat het me niet kwalijk genomen wordt dat ik dat nu nog eens een keer doe. Ik zou het mijzelf
kwalijk nemen als ik deze gevoelens van bezorgdheid niet zou uiten.
w.g. Bas Guys, Loenen, Gld.
Uw aller commentaar, ook dat van het medium, is welkom en krijgt ongetwijfeld alle nodige
ruimte in ons volgens nummer. (Red.)
Hier ligt dan ODV-nieuws 1981-3 voor u. Geen prognoses of iets van dien aard, wel reacties op
een reactie. Ook deze keer leg ik voor u neer hoe de toenmalige redactie inging op de reacties
op de reactie van de Heer Guys op Karels: “Jaarwisselingsweeën”:

De verdraagzamen en de Brief (1981-3)
In ons vorige nummer publiceerden wij de op het laatste ogenblik ons nog bereikende brief
van de Heer Guys. Hierbij stelden wij, dat dit o.i. een goed discussiestuk voor de leden zou zijn
en beloofden alle ingekomen commentaren op te nemen, incl. die van ons medium.
Uw redactie heeft teveel beloofd: de veelheid van brieven - soms zeer uitvoerige - die ons als
antwoord hierop bereikten zou in dat geval het publiceren van een boekdeel onvermijdelijk
maken.
Om u toch een indruk te geven van hetgeen uw medeleden schreven moeten wij dus
noodgedwongen kiezen voor een reeks citaten. De brieven waaruit deze genomen worden,
worden door het bestuur in de archieven opgenomen.
Opvallend is, dat in bijna geen van deze brieven een onverdraagzame houding tegen de
briefschrijver spreekt. Een enkele maal krijg je wel de indruk, dat men een paar puntjes op de
i wil zetten. Als b.v. in de reactie van E.v.N. te den Haag:
“Zou de heer Guys eens goed willen lezen wat er staat in de Sleutels nr. 4 van Januari 1981,
cursus I blz. 47, de gehele derde alinea van boven?”
Anderen denken kennelijk ook een beetje aan hun eigen belang, ook al laat men dit niet
prevaleren boven het welzijn van het medium. Zo schrijft mevr. N.M. Dorgeloo uit Baarn: “Als
de Amsterdamse bijeenkomsten te zwaar voor U zijn, waarom stopt U er dan niet mee? Zoiets
moet toch met bestuur en Geestelijke Leiding bespreekbaar zijn?”
“Om de vrijdagavonden te halveren. Alsjeblieft niet, want dan zitten de “leesleden” in de kou.
Ik zou mijn wekelijkse Stem niet graag missen. Maar indien nodig, oké, niets aan te doen.”
Simon Vinkenoog, Amsterdam, ziet het geheel in een ander verband. Daarom een uitvoeriger
citaat:
“Het strekt Karel tot eer, dat hij zich in de nieuwjaarsweeën niet verschool achter de
gebruikelijke conformistische goede voornemens en wensen, maar voor zichzelf een overzicht
maakte van de vele fronten waarop mensen strijd leveren voor vrijheid en rechtvaardigheid.”
“Hij (de heer Guys) dient m.i. te beseffen dat een mens slechts waarlijk LEEFT als hij zich bij
voortduring verstandelijk en emotioneel bewust is van de wereld waarin hij leeft. En is dit voor
Karel niet een heel bijzondere?”
“Laat ik verzekeren dat een aantal mensen maandelijks GRAAG naar de Amsterdamse
woensdagavonden komen om via Karel oog in oog met de betekenis aller dingen te kunnen
komen, dat zij de ODV beschouwen als een licht in de duisternis, en Karel een heel goed hart
toedragen. En is het niet belangrijk dat de NIEUWE mensen zien hoe het een en ander zich
afspeelt?”

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 159
Orde der Verdraagzamen

Mevr. M. Hendriks uit Leidschendam, somt alle door haar gewaardeerde werkzaamheden van
de Orde en het medium op en zegt dan: “dat op de vrijdagavonden - meestal door vragen uit
de zaal - soms een pittig antwoord gegeven wordt stel ik op prijs, juich ik soms zelfs toe.”
De heer Hulsman uit Bussum is het met de heer Guys eens, dat op sommige vrijdagavonden
maar wat geleuterd wordt, maar erkent dat ook vele zeer waardevolle en belangrijke lezingen
worden gegeven. Een vriendin van ons geeft ons de “goede” afleveringen door.
“Wat de felheid van bepaalde toespraken betreft, die dan meestal een politiek of sociaal
probleem behandelen, moet ik zeggen, dat ik dit anders zie dan de heer Guys. Ik heb zelf de
afgelopen 20 jaren vele lezingen in Nederland en Duitsland gehouden over allerlei geestelijke
onderwerpen en altijd weer viel mij het op dat de mensen zich gestoord voelen in hun
gezapige rust zodra je ze vanuit een geestelijk betoog met de neuzen op de harde feiten
drukt.”
Volgens hem is dit juist de bedoeling van de sprekers omdat dezen zien hoe men bewust of
onbewust bezig is het dagelijkse leven te bederven of te laten bederven door zelfzucht,
lauwheid en gebrek aan ondernemingslust en dat dan nog juist op gebieden die men geestelijk
als waardevol beschouwt.
R.C. Greve uit Baarn is wat scherper: “Ik heb sterk de indruk dat de leden passief wachten tot
Karel het verlossende woord zal spreken en dan zal zeggen “hoe de mensen moeten leven.”
“Als de leden ongeduldig worden wordt Karel negativisme verweten. Karel houdt een spiegel
voor waarin men eigen zwartgalligheid ziet.”
“De mens moet leren luisteren, leren spreken, dus leren formuleren omtrent dat wat hij
waarneemt. Daardoor creeert hij een band met zijn medemensen, daaruit groeit de
samenleving. Dat maakt de mens tot mens.”
Ank van Wijngaarden is kort maar krachtig: “Ik geloof dat deze Heer de algehele situatie die
zich op dit moment in de gehele wereld afspeelt onderschat en niets begrijpt van de
moeilijkheden, die hieruit voortspringen voor het Medium. Invloeden en bezwaren zijn dan ook
persoonlijk voor de schrijver van deze aantijgingen. Met alle respect en waardering voor Den
Heer van der Nagel”.
Tot zover dan een - beperkt - aantal reacties. De schrijvers en schrijfsters moeten het de
redactie maar vergeven, dat hun vaak zeer wel overwogen en gestelde stukken niet geheel
werden opgenomen. Het zou werkelijk te veel geworden zijn. Is uw schrijven niet genoemd,
vergeef het ons. Wij kozen fragmenten van verschillende brieven juist omdat deze de in vele
reacties kenmerkende punten behelsden in korte en duidelijke vorm.
Uw redactie viel het op, dat meerdere leden het met de heer Guys wel eens zijn, dat bepaalde
uitingen fel zijn. Maar op een enkele na, die alleen mondeling reageerde, meent men dat er
geen sprake is van een grofheid die later met een geestelijk sausje wordt toegedekt. Niemand
van hen die reageerden is van mening, dat de feiten geweld wordt aangedaan, wel wijst men
er op, dat je zelf moet denken en een oordeel vellen.
Het merendeel van hen die reageerden is bereid zo nodig een beperking van het aantal
bijeenkomsten voor lief te nemen indien het niet anders kan.
Veel waardering is er voor de plichtsgetrouwheid van het medium dat, zoals iemand schrijft:
“heel wat afreist, soms ziek en verkouden zijn werk doet.”
Het bestuur liet weten, genoemde brief besproken te hebben. In overleg met de Geestelijke
Leiding en het medium is besloten langere rustperioden rond de grote christelijke feestdagen
in het programma in te bouwen, ook al moeten hiervoor aanvragen voor bijeenkomsten
terzijde worden geschoven.
Ten laatste nog een enkel opvallend commentaar: “De heer Guys bezoekt kennelijk al langere
tijd geen vrijdagbijeenkomsten meer. Daardoor ontgaat hem, dat bepaalde dingen anders

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
160
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

klinken en zelfs een wat andere betekenis hebben wanneer zij worden gezegd op een bepaalde
toon, dan wanneer je de woorden alleen maar leest en deze onwillekeurig voorziet van je eigen
accenten.”
Het is o.i. een compliment waard, dat bijna allen die reageerden zich onthouden hebben van
persoonlijke aanvallen op de heer Guys. Men aanvaardt kennelijk, dat hij een eigen mening
heeft, maar wil dan wel - en duidelijk - verkondigen, dat men het er zelf niet bepaald mee
eens is. Als laatste reactie laten wij Karel aan het woord, daar hij uiteindelijk nog het meest
betrokken is in dit alles:
Ik ken Bas Guys goed en lang. Overtuigd van zijn goede en positieve bedoelingen reageer ik
op zijn schrijven. Met nadruk wijs ik de leden er op, dat ik zelf - herhaaldelijk - hem heb
gevraagd om bepaalde opvattingen die hij verkondigde voor te leggen aan het bestuur.
M.a.w.: de aansprakelijkheid voor het tot stand komen van deze brief en de reacties, die deze
bij u opriep, ligt grotendeels bij mij. U moet dit begrijpen. Als oud-secretaris, die mij meerdere
malen in moeilijkheden de beste bijstand heeft gegeven die denkbaar was op het ogenblik en
gewaardeerd vriend bestaat er tussen ons een relatie die toch iets anders is dan bij de meeste
leden en het medium.
Ik zal de verschillende punten van zijn brief hier dan ook openlijk en zo eerlijk mogelijk
beantwoorden:
Mijn stukjes in het ODV-nieuws druipen van zwartgalligheid? Ikzelf ervaar dit anders:
Wanneer je zoekt naar iets wat als “bladvulling” moet dienen vraag je je af, welk onderwerp je
nu eens zult kiezen. Door ziekte van mijn echtgenote is het laatste jaar mijn tijd nogal
beperkt. Ik koos voor een brief aan de leden, waarin ik mijn denkbeelden en gevoelens
probeer vorm te geven.
Dit betekent nadenken over de feiten en over jezelf. Rond nieuwjaar worden wij overspoeld
door allerhande “overzichten”. De vragen, die deze bij mij opriepen heb ik eenvoudig
geformuleerd.
Ik voel mij zeker niet als “gek” maar weet wel degelijk, dat mijn wijze van leven en denken
van die van de meeste mensen sterk afwijkt. Vandaar mijn retorisch bedoelde vraag of ik nu
gek ben of niet. Maar pessimist ben ik niet.
De belastende invloed van Amsterdam? Vermoeiend zijn deze bijeenkomsten met rond 100
vogels van zeer diverse pluimage wel. Maar het is ook erg dankbaar werk en ik doe het zelfs
graag. Wanneer je nagaat hoeveel mensen je met een cursus bereikt en hoeveel mensen op
een enkele avond in A. dan is wel duidelijk, dat deze bijeenkomsten zeer vruchtbaar zijn en als
ik even optimistisch mag zijn, geestelijk een tenminste even hoog rendement geven.
Ik heb een autoriteiten afkeer? Bijzonder tegen de heer van Aagt? Mogelijk is het, want ik heb
nu eenmaal een hekel aan mensen die je het een beloven te doen en dan het andere tot stand
brengen. Zoals ik niet kan geloven in iemand die het ene ogenblik zegt niets voor politiek te
voelen en het volgende ogenblik zijn eigen plannen inslikt om toch vooral aan de macht te
blijven. Indien degenen die dergelijke dingen steeds weer doen zonder ook maar een spiertje
te vertrekken ben ik inderdaad een autoriteitenhater. Voor iemand die moreel gezag en
overwicht bezit koester ik echter bewondering.
Deze houding zou mijn uitingen beïnvloeden? De mogelijkheid bestaat inderdaad, maar lijkt
mij persoonlijk nogal gering. Ik beschouw mijzelf inderdaad als een vakman op mijn gebied en
dit houdt ook in, dat ik mij voor een seance los kan maken en maak van alles, wat mij normaal
beweegt.
Ik zou mij niet emotioneel mogen binden aan bepaalde denkbeelden? Mooi gezegd. Maar wie
kan dit? En wanneer je dit werkelijk consequent zoudt doen, leef je dan nog? Ik ben bereid dit
zover maar mogelijk te doen voor een seance. Maar voor de rest wil ik graag naar de wereld
kijken en desnoods een oordeel vellen in overeenstemming met de mens die ik ook nog ben.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 161
Orde der Verdraagzamen

Wat de onverschilligheid of het “op de koop toe nemen” van de leden betreft: gezien hun
reacties valt dat nogal mee Velen schijnen er zelfs van overtuigd te zijn, dat het een niet
mogelijk is zonder het andere.
Wat die ronde ton reserve betreft: Volgens mijn bescheiden kennis is de werkelijke reserve op
het ogenblik f 60.000 en die zal ook nodig zijn om in de komende jaren mijn salaris te kunnen
betalen. Wanneer ik werkelijk ziek zou worden en b.v. 3 maanden niet zou werken zou dit naar
ik vrees de Orde al een f 10.000 kosten.
Ten laatste dit: ik heb het bestuur al duidelijk gemaakt dat ik niet meer, zoals vroeger, met
hoge koorts e.d. door zal werken en zo nodig de tijd zal nemen om uit te zieken. Maar dan ook
alleen als ik werkelijk ziek ben en niet, wanneer ik mij wat minder goed gevoel. Want zolang er
mensen wachten op hetgeen je brengen kunt is het de moeite waard je er voor in te zetten.
Zeker, ik word een dagje ouder en kan niet zoveel werk meer verzetten als eens, ben wat
kwetsbaarder. Maar uitgeteld ben ik nog lang niet. Voorlopig steven ik op de AOW af. Wie dan
leeft, wie dan zorgt.
Dit was dan mijn antwoord op de brief. U ziet het, ik ben het niet geheel eens met de schrijver
daarvan. Dit betekent echter nog niet, dat ik daardoor vergeet, dat hij schreef uit een
werkelijke en oprechte zorg voor de Orde en zelfs voor het medium.
Kortom, Bas, bedankt voor je brief en de intense wijze waarop je je ook nu nog steeds bezig
houdt met de Orde en ondergetekende.
Karel.
En daarmee is dan een ieder aan het woord geweest. Men zal ons vergeven, dat wij het
medium als direct bij dit alles betrokken, meer ruimte toekenden dan alle andere schrijvers.
Met dit mengsel van meningen en gevoelens en - ondanks alles - verdraagzame reacties is,
zover het ons betreft, de discussie gesloten. In onze groep moet nu eenmaal plaats zijn voor
afwijkende meningen en benaderingen. Zelf denken kan niet groot genoeg worden geschreven
voor een ieder die streeft naar een geestelijke bewustwording. Maar doorzeuren terwijl er nog
zoveel andere dingen te doen zijn, dat past ons niet. (Uw redactie)
In het ODV-nieuws 19814 verscheen van Karel's hand weliswaar geen berekende prognose
voor 1982 hij meldt er niet aan toe gekomen te zijn, maar wel datgene wat hij toch in
enkele beelden “gezien” en “aangevoeld “had. Het gaat daarbij natuurlijk om het specifieke
jaar 1982, dat, nu ik dit aan het typen ben, in 1998, al 16 jaar geleden is. U weet het al:
mocht u hier interesse in hebben, vraagt u het op, natuurlijk met precieze opgave van het
betreffende ODV-nieuws nummer. Wel wil ik weergeven wat Karel zegt over het verkrijgen
van gegevens:
“Bij schouwen is vooral het vaststellen van het ogenblik in de tijd moeilijk. Je kunt in feite
meer aan op de indrukken die je krijgt dan op de beelden die wel ontstaan. Want wanneer je
geen werkelijke omvangrijke oorlogshandelingen ziet in een Europees milieu, kun je wel als
vaststaand aannemen dat er geen wereldoorlog aanbreekt.
Maar wanneer je een overstroming ziet en je meent hierbij de naam 'Niger” te horen, is de
zaak minder zeker. Moet het 'Nigeria” zijn? Is er een andere samenstelling waarin deze
klanken voorkomen die je niet geheel hebt onthouden of doorkreeg? Je weet het niet.
Toch heb ik wel degelijk geprobeerd zo concreet te zijn als maar mogelijk is...”
Hier volgt weer iets alleen op 't jaar 1982 betrekking hebbend. Karel eindigt het artikeltje als
volgt: “Ik hoop met dit korte artikel tegemoet gekomen te zijn aan de verlangens van hen, die
steeds weer vragen, waarom er geen prognoses meer worden opgenomen in dit blad. Maar
veel moet men van mij niet verwachten: ik eenvoudig de fut en de tijd niet meer, om dagen
lang te rekenen en te schouwen.”
K.N.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
162
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het ODV-nieuws 1982-1 is al weer aan de beurt. Ook deze keer een artikel waarin
prognoses en “gewone” tekst wat door elkaar heenlopen. Ik zal het dan maar net zo doen
als de vorige keer: ik neem er stukjes uit. Karel had het hele artikel de titel gegeven:

Het is weer zover... (1982-1)
De in den Haag niet meer witte kerst is achter de rug, oliebollengeur en overzichten op radio
en TV maken duidelijk, dat wij een nieuw jaar ingaan. En al hebben mijn bespiegelingen bij het
begin van 1981 het nodige stof doen opwaaien, toch wil ik weer even filosoferen over ons
nieuwe jaar 1982 “
Er volgt dan een astrologische beschouwing over 1982, die u weer kunt opvragen, die eindigde
met de opmerking, dat er in 1982 wel is waar geen oorlog van betekenis te zien zou zijn, maar
dat evenmin alles koek en ei zou zijn. De beschouwing gaat verder over economie en politiek
en ook over het moeizame onderhandelen, alles in ‘t jaar 1982. Dan komen er opmerkingen
die, goed beschouwd, ook nu nog geldigheid hebben: “Maar volgens mij zal men tot de
conclusie komen, dat de enige oplossing ligt in aanpakken en werken. Ook wanneer dit
betekent, dat men oude opvattingen deels ten grave zal moeten dragen en geheel nieuwe
wegen bewandelen.
Bij de grote godsdiensten zal men eindelijk ontwaken uit de vaak eeuwen durende sluimering
en beseffen, dat men alleen gelovigen zal kunnen overtuigen door zelf te doen wat men
anderen aanbeveelt. Ik voorzie voor dit jaar (1982) een versobering in vele kerkelijke
gemeenschappen, gepaard gaande met pogingen om het verloren terrein te herwinnen en
meer gelovigen naar de kerken te krijgen.
Het is duidelijk dat in een tijd van verwarring ook vele nieuwe leiders en profeten optreden De
meeste onder hen zullen even opkomen en opzien baren, maar na enkele jaren reeds weer
vergeten zijn.
Het medium meldt vervolgens waar en hoe in “82, door het opkomende fanatisme, de meeste
ongevallen en slachtoffers zullen vallen. Zijn eigen woorden pak ik weer op:
Voor de gewone mensen komt het neer op een op je tanden bijten en doorzetten, werken wat
je kunt en er het beste van hopen. Wat niet iedereen even licht zal vallen, naar ik vrees. Vele
als doorbijters bekende leidende figuren zullen onder die omstandigheden wel eens een slecht
passend politiek kustgebit kunnen tonen.
Het is jammer dat vele mensen ook het slachtoffer zullen worden van dergelijke (politieke)
figuren, die menen dat alles beter is dan toegeven dat zij het wel eens verkeerd gezien zouden
kunnen hebben.
Dat er in de wereld nog steeds velen verhongeren is te betreuren. Maar aan de andere kant
zullen zij moeten leren voor zichzelf op te komen en voor zich zelf te zorgen - ook al zal dit
moeizaam op gang komen en heel wat slachtoffers eisen.
Het ziet er naar uit, dat de tijd van vrijblijvend solidair zijn, desnoods ondersteund door
inzamelingen en gironummers, voorbij is. Men zal meer en meer werkelijk partij moeten
kiezen en dit dan ook ten koste van eigen welzijn moeten doen. Waar men daartoe niet in
staat is blijft alleen een reeks van protesten, die al snel ontaarden in sociale baldadigheid.
Kijkende naar de grote vredesmarsen en andere massale betogingen vroeg ik mij af, of dit
geheel zonder invloed zou blijven. Het ziet er in ieder wel geval naar uit, al zullen de
organisatoren wijzen op de mogelijkheid dat men toch onmerkbaar het standpunt van anderen
beïnvloedt.
Ondanks alle massale eisen voor vrede denken de leiders nog steeds in termen van mogelijke
oorlogen. (in 1982!) Ondanks alle protesten tegen niet bepaald sociaal verantwoorde
maatregelen van de overheden gaat alles nog steeds zijn oude gangetje.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 163
Orde der Verdraagzamen

Verkiezingsbeloften verdwijnen nog sneller dan een vlokje natte sneeuw op een hete kachel.
Alle schijn van redelijkheid wordt nog steeds misbruikt om eigen wil door te zetten, alle mooie
woorden blijken nog steeds zo hol en leeg als de buitenste ruimte.
Ik verwacht in het komende jaar heel wat overeenkomsten en verdragen die eindelijk wel eens
worden gehouden zoals zij gesloten werden. Ik meen zelfs, dat een begin van overeenkomst
tussen USA en USSR tot stand zal komen.
Belangrijker is nog, dat ik bij zeer veel mensen in de loop van dit jaar (“82) een opvallende
verandering van inzicht verwacht. Niet in de zin van meer progressief of meer rechts, maar
een toenemend begrip voor de werkelijke feiten, mogelijkheden en noodzaken.
Het medium gaat dan verder in op de specifiek toen geldende politieke toestand in ons land.
En het toen heersende weerbeeld. Maar het slot van dit artikel wil ik u niet onthouden.
Ondertussen wens ik u allen een gelukkig 1982. Want voor geluk heb je geen welvaart nodig,
maar vooral de moed om gelukkig te zijn. En als u al een stapje terug moet doen, dank aan de
springprocessies: een stap achteruit betekent daarin dat je dan ook weer twee stappen vooruit
gaat.
Haast u langzaam, zoals de slak zei, maar verlies het doel niet uit het oog: geluk brengen,
geluk kennen en wijsheid venverven.
K.N.
Het ODV-nieuws 1982-3 kon geen artikel van Karel's hand bevatten, omdat hij zich op
vrijdag, ISjuni 1982 ziek moest melden; op 21 juni werd hij in het ziekenhuis opgenomen
voor een operatic die goed verlopen was. Op maandag 5 juli mocht de heer van der Nagel
het ziekenhuis verlaten om thuis weer wat op krachten te komen. De redactie ging er van
uit dat Karel het volgende ODV-nieuws, dus 19824 zelfwel weer zou kunnen vullen. Dat
kwam ook precies zo uit, gelukkig maar. We nemen nu dus ODV-nieuws 1982-4 voor ons en
vinden het verslag van ons medium, getiteld:

Pijn, Dokter, Ziekenhuis (1982-4)
U bent gewend in dit blad iets omtrent de beleving van uw medium - stilletjes aangeduid als
“onze Karel” - te vernemen. Vergeef mij, dat ik deze maal niets paranormaals te vermelden
heb: waar het hart nog vol van is loopt de mond en zelfs de pen nog over.
Allereerst neem ik de gelegenheid te baat allen te danken die mij verrasten met goede gaven,
kaarten, briefjes e.d. Dit alles heeft veel voor mij betekend. Maar tot het schrijven van ruim
200 persoonlijke bedankjes voel ik mij nog niet in staat en kies daarom deze meer algemene
dankwoorden.
Maar daarvoor krijgt u dan ook meteen het verhaal van die dagen van ziek zijn: Terugkerende
uit België voelde ik mij al niet bepaald lekker. De donderdag werden de spanningen en pijn
steeds erger, de nacht was niet bepaald aangenaam. Op vrijdagmorgen kwam de dokter en
zond mij meteen door naar het ziekenhuis Westeinde.
Na daar in de kliniek voorlopig behandeld te zijn wilde men mij meteen opnemen. Nu was mijn
echtgenote opgenomen in datzelfde ziekenhuis, thuis zaten nog 5 katten op hun voer te
wachten en het bestuur van de Orde meende nog steeds, dat ik die avond normaal zou
werken. Dus moest ik dit wel afwijzen.
Na beraad met de geneesheer van mijn echtgenote werd overeen gekomen dat mijn vrouw de
daarop volgende maandag naar huis kon komen. Ik zou dan diezelfde dag worden opgenomen.
Waarvan ik telefonisch het bestuur op de hoogte bracht.
Daarna naar huis, pillen innemen - ik had een flinke voorraad meegekregen - katten verzorgen
en zitten. Die zelfde avond dook het bestuur al op: wat er gaande was, geld voor de komende
weken en - al werd dat niet hardop gezegd - het gevoel, dat het mij zo slecht nog niet ging.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
164
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wat - dankzij pillen en ingreep - redelijk waar was, al was ik zo slap als een ijsje dat uren in de
zon heeft gelegen.
De volgende dagen heb ik - zo goed en zo kwaad als het ging - de huishoudelijke taken
verricht - en natuurlijk vergeten voldoende eten in huis te halen, waar mijn gade niet bepaalde
over te spreken was toen zij mij later daarover sprak.
Het ziekenhuis is een enorme onderneming. Een uitgekiend kleurenschema geeft je het gevoel
in een luxe tent te komen - al bleken de gebruikte materialen bij nadere beschouwing nogal
goedkoop en gemakkelijk te vervangen te zijn.
Melden bij de receptie. Even wachten, gegevens. Wilt u een kopje koffie (graag). Gaat u maar
met de zuster mee.... De zaal. Zes heren in diverse stadia van genezing of ziekte. Een bed
voor het raam, een kast wordt aangewezen. Zusters die bloed willen hebben. En nauwelijks
zijn deze geneeskundige vampieren weg of een ander wil met alle geweld temperaturen, nog
een ander komt aan de hand van een lijst met keuzemenu's bespreken wat je de komende
dagen wilt eten.
Wanneer de dokter is geweest wordt het wat kalmer. Patiënten vertellen je wat je te wachten
staat, wijzen je de weg. Je wandelt - pijnlijk maar nieuwsgierig - wat rond, kijkt TV, rookt wat.
Bedtijd.
Temperaturen. Wilt u nog iets drinken? Glaasje water op het nachtkastje, aanbod van een
slaappil. Ik ben uitgeput, kan niet wakker blijven. Slaap vast tot de volgende morgen rond half
acht, iemand komt pillen verstrekken, een thermometer aanbieden, thee of koffie wordt
geschonken en met veel gerammel wordt het ontbijt opgediend.
Let wel, ik meende mij gedragen te hebben als een normale patiënt. Maar dat slapen schijnt
indruk gemaakt te hebben, zoals ook het feit, dat ik weer op verkenning uittrek. Deze dag en
de daaropvolgende blijken gewijd aan een mallemolen van röntgenfoto’s, ECGtjes,
blaasspiegeling en weet ik wat nog meer. Een mens zou het ervan op zijn zenuwen krijgen als
hij die al niet had. Dan verschijnt de dokter om aan te kondigen, dat ik de volgende dag onder
het mes kom. Wanneer hij heel vriendelijk begint uit te leggen wat er zo al gaande is kan ik de
zenuwen even niet de baas en lees – tot 's mans verbazing - het komende praatje af en geef
het even kort weer met de opmerking dat ik dit zo wel begrijp. Even stilte, dan een verbaasde,
wat waarderende glimlach en de opmerking tegen de stijve witgeklede staart die elke
afdelingschef op grote ronde kennelijk met zich sleurt “nou, die weet het.” Glimlach af,
gevolgd door staart.
Een ziekenhuis lijkt soms een klein dorp te zijn: men beziet mij anders, met enige
bevreemding, geloof ik. Al kijkende naar een voetbalwedstrijd kom ik tot de conclusie dat het
enige wat mij nog rest is: ontspannen en niet nadenken. Beiden gelukken, ik slaap weer goed
en lang, terwijl boven mijn bed een gedrukt kaartje verkondigt dat ik nuchter ben en moet
blijven.
Later heb ik van het personeel gehoord, dat ook dit gezond slapen voor de operatie zonder
pillen een soort uitzondering is. Maar mij ontspannen is nu eenmaal deel van mijn vak, dus
daarin ben ik in ieder geval goed. Een paar uur ga ik verder zeer nuchter door het leven. Dorst
wordt verdreven door mijn mond te spoelen. Dan word ik met enige aandrang verzocht mij te
bed te begeven, haren worden weggeschoren. Een optimistisch doende verpleegster treedt in
verschijning en het bed zet zich in beweging. Hup. Karel, daar ga je.
Na een deel van het ziekenhuis vanuit een ongewone hoek bewonderd te hebben parkeert men
mij bed en al in een soort sombere parkeerhaven. Hier meldt zich een mij onbekend heer in
groene jas met de opmerking dat wij elkaar al gesproken hebben. Ik herinner mij dit niet, hij
kennelijk ook niet goed, maar wij komen overeen dat hij de narcotiseur is.
Mij wordt een houding aanbevolen die bij navraag inderdaad embryonale positie genoemd mag
worden en wel zijligging. Vastbesloten de deskundigen te laten beslissen gehoorzaam ik.
Ergens in mijn rug prikt iets - niet pijnlijk - maar de houding waarin ik lig is niet bepaald
gemakkelijk. Ik zucht eens.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 165
Orde der Verdraagzamen

De stem informeert of ik pijn heb. Antwoord: dat niet, maar wanneer het na twee minuten al
zo lastig wordt vraag ik mij wel af, hoe ik dat ooit 9 maanden heb volgehouden. De stem
produceert een geluid tussen een kuch, een ia en een niesbui. Dan: blijft u nu maar even
liggen tot het “pakt”.
Enkele malen informeert men, of ik mijn tenen nog kan bewegen. Wanneer dit niet meer het
geval is, rijdt men mij naar een beter verlicht vertrek waar een wat commercieel muziekje
klinkt.
Iemand, later blijkt het de anesthesist te zijn, vraagt of ik er bezwaar tegen heb. Ik zou niet
weten waarom. Het herinnert mij aan de liften in het groothandelsgebouw in Rotterdam.
Met vereende krachten word ik nu op een soort tafel geholpen. Maar voor ik de omgeving goed
heb op kunnen nemen beginnen nijvere handen een soort groen linnen schutting op te bouwen
tussen mij en mijn onderdelen. Er rinkelt iets boven James Last uit.
Achter de schutting ontwikkelt zich activiteit. Om er niet te veel door gestoord te worden begin
ik een gesprek met de verdovingsman naast mij, die zo nu en dan blikt naar een piepend
apparaat dat kennelijk hartslag en bloeddruk registreert. Het wordt een leerzaam kwartiertje,
waarin mij begrippen als spinaal en aspinaal verdoven duidelijk worden - zover dit voor een
leek mogelijk is. De muziek komt eveneens ter sprake. Een opmerking van mij wordt opeens
beantwoord door een hoofd, dat vanachter de schutting opduikt en vanachter een soort
maskertje een grap debiteert.
Kennelijk ben ik nu lang genoeg open geweest en gaat men tot sluiting van de zaak over. Even
later verdwijnt de schutting en verschijnt mijn bed, waarin ik nu mag gaan uitrusten en lijden.
Ik dank de heren voor een al in al werkelijk wel gezellige operatie.
Rustkamer. Kale ruimte met apparaten. Ik word voorzien van een infuus en een blaasspoeling.
De heerseres van dit rijk blijkt een Surinaamse te zijn, die kennelijk van dieren houdt. Wij
bespreken gedragingen van katten en honden. Ondertussen blijken mijn tenen al weer tekenen
van leven te geven. Beheersbaar zijn de benen nog niet, maar ik kan ook mijn knieën al
opheffen. De man met de spuit heeft kennelijk een opvallend staaltje van maatwerk geleverd.
Ik mag terug naar de zaal.
Weer verschijnen de twee witte engelen en slepen mij door gangen naar de lift die het
beddenhuis bedient. Kennelijk is het bezoektijd: overal wijken boeren burgers en buitenlui
terzijde voor het bed met inhoud. Vooral de omhoogstekende stang - een soort verchroomde
kapstok - waaraan de zakken van spoeling en infuus hangen maakt indruk. Medelijdende
blikken volgen mij even. Bijna zou ik in gezang uitgebarsten zijn, maar op het laatste ogenblik
besluit ik dit de mensheid te besparen.
Op zaal wordt het gordijn rond mijn bed wat toegemaakt, maar gelukkig niet zover dat mijn
mooie uitzicht verloren gaat. Gek, ik voel mij moe. De eerste kleine pijntjes komen op. Ik leg
de voeten tegen het beddenbord en wanneer er weer een vlijm aankomt haal ik maar eens
diep adem.
Elk uur - naar ik aanneem, want van tijd heb ik niet veel begrip nu - komt iemand bloeddruk
opnemen, blaasspoeling controleren. Wat suffig door opkomende pijn laat mijn conversatie wel
wat te wensen over. Ik heb gehoord dat de eerste nacht de ergste is, maar dat je een of twee
pijnprikken kunt vragen - injecties die verdoven.
Inderdaad, zo rond half vier biedt men mij een prik aan. De pijn is intens, maar nog
beheersbaar. Dus “dank u, ik wacht liever nog even”. Maar twee uur later wordt het mij te bar.
Dus bedien ik de oproepinstallatie en maak mijn verlangen kenbaar. Drie minuten later komt
de prik en daarmee even zalige rust.
De avond valt. Bloeddruk meten, wat dommelig voor mij uit staren, bijna slapen, maar net niet
geheel - er steekt nog iets in mijn onderstel.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
166
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Half twaalf. Ik vraag een tweede prik en krijg die. Maar bij het volgende bezoek blijkt dat de
bloeddruk wel in orde is, maar dat de spoeling niet doorloopt. Drukte. Een verpleegkundige
komt met een kleine drukperspomp aansnellen die wordt aangesloten op een tot op dat ogen-
blik volgens mij nutteloze aansluiting aan de katheter. Ik voel de pompslagen tot in mijn
tenen.
De nood is voorbij, de prik schijnt goed te werken. Ik dommel wat, steeds onderbroken door
de bloeddrukaflezeressen. Wanneer de pijn weer terugkomt is kennelijk het allerergste al
voorbij: alles blijft nu onder controle zonder hulpmiddelen. Ik luister wat naar de radio, 24 uur
liggen gaat ook voorbij.
De blaasspoeling en de infuus gaan er af. Fijn. Dan wordt de grote zak voor de spoeling
vervangen door een kleiner type. Samen met een zakje aan de drainageslang vormen zij,
samengehouden door een beugeltje, nu mijn “handtasje”. Ik ben weer mobiel en onderneem,
langzaam en soms nog wat gebukt, een niet geheel pijnloze gang naar het dagverblijf dat,
gezien de daar overheersende samenstelling van de atmosfeer ook wel het rookhol wordt
genoemd om mijn sigarettenconsumptie weer wat terug op peil te brengen.
Vanaf dit ogenblik maak ik deel uit van het zonderlinge gemeenschapsleven dat ziekenhuis
heet. Elke morgen na het ontbijt ga ik even roken en tref dan steevast dezelfde heren en een
enkele dame, die zoals ik hun rookoffers aan het begin van de dag hier brengen onder
aangename kout, al dan niet begeleid door radioklanken op de achtergrond.
Het wordt routine: op vaste tijden ben je even op zaal. Dan wat lopen, wat roken, bezoek
ontvangen, rookhol en - o, zaligheid - de voetbalkampioenschappen op de TV en volle, vaak te
felle kleur.
Doktersronde in de middag, voor of na de warme maaltijd, die hierdoor een extra voor of
nagerecht krijgt. Het eten is goed, voldoende en - gezien de hoeveelheden en dieetnoodzaken
- smakelijk.
Kortom, het ziekenhuis is niet bepaald de schrikbarende geneesfabriek, die je als
buitenstaander er van verwacht. Het personeel is vriendelijk, stelt zich voor, blijkt bereid voor
iemand die niet al te lastig is iets extra te doen ook. En velen hebben gevoel voor humor - ook
al blijkt dat meestal niet meteen.
De twee weken die ik er heb doorgebracht waren voor mij een leerzame ervaring. Je
ontwikkelt een blik voor de dingen: de aankomende slachtoffers, die net als jij de zenuwen
hebben. De postoperatieve patiënten die medelijden met zich hebben en het niet geheel
kunnen begrijpen dat de anderen, die iets dergelijks ook al hebben meegemaakt, van hun
zware lijden zo weinig onder de indruk komen.
En niet te vergeten de grote ontvangstruimte beneden, kompleet met boetiek, postkantoor
e.d. waar, tegen het begin van de bezoektijd, vele lopende patiënten aan de beterende hand
zich verzamelen om hun bezoekers te ontvangen: vaak netjes in pak of jurk zijn zij te
onderscheiden door de intense blik waarmede zij alle binnenkomenden in de gaten houden.
Dan de glimlach, de gehaast maar toch soms wat onevenwichtige stormloop wanneer zij
tussen al die pakje en ruikers torsende mensen van vele rassen eindelijk de hunnen
ontdekken.
In een soort café worden de tafeltjes al snel bezet door koffiedrinkende en ijslikkende
familieleden. Tot een luidsprekerstem maant dat bezoekers dienen heen te gaan en patiënten
weer hun afdelingen dienen op te zoeken. Dan sijpelen traag de vaste klanten weer naar de
liften, vaak beladen met en zakjes en pakjes, om waarschijnlijk na gemakkelijker kleding
aangetrokken te hebben nog in rookhol of gemeenschapsruimte wat na te sudderen - tenzij er
iets goeds op de TV is.
Dan komt de dag dat je naar huis moogt. Te vroeg zit je te wachten op de afhalers. Nog wat
papieren in ontvangst nemen en je kunt weer beginnen aan de aldag te gewennen. Wat
gemeenlijk aardig en snel gelukt, ook al ben je thuis in de ogen van anderen al snel patiënt af.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 167
Orde der Verdraagzamen

Waarmede ik U een klein uittreksel uit mijn aantekeningen heb voorgelegd. In een la liggen
stapels kaarten en briefjes die ik mocht ontvangen, ook giften e.d. zijn deels nog voorhanden.
En ik? Ik dank u allen zeer. Maar vooral: blij dat ik weer gewoon ben.
Wat zeker minder mystiek, paranormaal of geestelijk is dan u van mij pleegt te verwachten.
Zeker, ik heb “hulp” gehad. En ik heb ook enkele malen geprobeerd anderen te helpen, door
suggestie, magnetiseren of alleen maar door te proberen hun isolement te doorbreken -
waarin vooral buitenlanders in een ziekenhuis komen te verkeren.
Maar een mens is nu eenmaal een “ik-dier”, ondergetekende niet uitgesloten. Bovendien: het
is misschien wel goed te beseffen dat je ook in een ziekenhuis een redelijk aangename tijd
kunt doorbrengen wanneer je je maar aan bepaalde regels houdt:
Ontspan u zoveel mogelijk. De zaak is in de handen van anderen. Hen niet vertrouwen en toch
hun gang laten gaan is waanzin. Geef hen uw vertrouwen en maak u zo weinig mogelijk druk.
Wat gebeuren moet, moet nu eenmaal gebeuren.
Wanneer u kunt, concentreer u op lichte, aangename zaken. U zult ontdekken, dat u hierdoor
rustig wordt en meer energie op kunt brengen. U wordt “geholpen”.
Kijk wat je mogelijk voor anderen kunt doen, maar val hen niet lastig. leder moet zijn ellende
op zijn eigen wijze verteren. (Een regel waartegen ik een enkele maal zondigde, Mea Culpa.)
Blijf niet onnodig op bed liggen, ook al valt dat soms niet mee. Wanneer dit noodzakelijk is
zegt men het u wel en in alle andere gevallen brengt wat rondlopen enz. ontspanning. Wat
betekent, dat je weer moed schept.
Het personeel heeft het gemeenlijk erg druk. Soms hebben zij even wat rust. Laat hen die.
Vraag hulp wanneer dit werkelijk noodzakelijk is. Kleine dingen kunnen kamergenoten wel
voor je doen.
Leef vandaag en laat het ziekenfonds voorlopig maar voor morgen zorgen.
En ook de bezoekers zou ik enkele regels willen voorhouden: Wees niet te uitbundig en
luidruchtig wanneer u op zaal komt. Soms gaat het een van de patiënten daar niet bepaald
goed. Houdt ook eventuele kinderen rustig.
Vaak is het voor u en de patiënt aangenamer in een van de dagverblijven te gaan zitten. Wijs
de patiënt daarop, maar dwing het niet af.
Vraag wat de patiënt mag hebben, breng niet te veel mee, zeker niet aan bloemen en fruit. En
vooral geen dingen die de patiënt wel graag wil hebben maar die b.v. door dieet, niet mogen.
Daar komt altijd weer ellende van.
Kom zo vroeg mogelijk in het bezoekuur. Men wacht op u. Tien minuten later is voor u niet
veel, voor de patiënt vaak tien minuten spanning of teleurstelling.
Brengt u lectuur mee, kies dan lichte lectuur. Zelfs patiënten die om zwaardere boeken vragen
lezen die zelden uit: je hebt er eenvoudig het concentratievermogen niet voor tenzij je heel
lang ligt.
Waarmede ik u zo goed mogelijk deelgenoot heb gemaakt van mijn ervaringen. Een volgende
maal hoop ik weer het een en ander over mijn werken en beleven daarbij te vertellen.
Zeker zou er nog een uitgebreider verhaal te schrijven zijn over dit alles, maar wat ik u wilde
doen beseffen:
Door zo ontspannen en gelaten mogelijk te zijn kan een patiënt al veel voor zich en anderen
doen. Je gaat niet voor je plezier naar een ziekenhuis, maar het valt altijd weer mee, zeker
wanneer je enig begrip toont voor de moeilijkheden en anderen - inclusief het personeel. Wie
werkelijk wil kan alles aan, tot de dood toe. Dat wilde ik maar zeggen.
K. N.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
168
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

We zijn terechtgekomen bij ODV-nieuws 1983-4. Blijkbaar is toen aan de leden de vraag
gesteld of er al of niet zou worden doorgegaan met het ODV-nieuws. Veel reacties zijn er
binnengekomen; kennelijk de meeste positief. En het algemene antwoord is geweest:
doorgaan. Een enkel lid reageerde wat minder positief: er kwam een opmerking dat “het
schandalig was wat ons medium in ons laatste nummer meende te kunnen veroorloven “
Hier volgt het antwoord van Karel, zoals dat door de redactie was opgenomen:
“Het spijt mij, dat iemand over mijn ontboezemingen boos is geworden. Maar medium zijn
heeft nu eenmaal meer kanten dan alleen de geestelijke. Het lijkt mij niet rechtvaardig
wanneer men wel de artikelen wil aanvaarden, die daarover handelen en niet mijn reactie wil
aanvaarden op mijn normale werkomstandigheden.
Vermoedelijk viel men vooral over de opmerking, dat een poging hogere sferen te beschrijven
door de meeste niet werd begrepen. Gezien de commentaren die ik op dit artikel mocht
ontvangen is deze opmerking echter zeker niet overdreven of tendentieus te noemen.
Ten laatste dit: Alle werk voor het ODV-nieuws wordt door mij vrijwillig en zonder beloning
verricht. Het schrijven van een doorwrocht artikel vereist rust en tijd. Helaas kan ik bij het
klimmen dar jaren hierover vaak in mindere mate beschikken, o.m. in verband meer huiselijke
omstandigheden en vermindering van eigen concentratievermogen. Om toch niet geheel tekort
te schieten schrijf ik dan een praatje over zaken die op dat ogenblik mij zeer nabij liggen.”
De redactie vond dit een redelijk antwoord; ook dat, gezien de wijze waarop het blad werd
draaiende gehouden, hen inziens al te felle kritiek niet paste. Allen die op welke wijze dan
ook geantwoord hadden werden bedankt. In datzelfde nummer stond ook nog een
nieuwstukje van Karel. Hier komt het. De titel was:

Dagindeling (1982-4)
Gisteren is het laat geworden: even voor 1 uur thuis. En dat betekent, dat je eerst meer dan
een uur later aan enige slaap begint te denken.
Mijn “droom” was ook nogal vermoeiend: afdalen in een niet bepaald prettige sfeer, iemand
proberen te helpen die het elk ogenblik dreigt op te geven en dan uiteindelijk, wanneer
versterkingen zijn aangerukt, terug naar huis en slapen. Om even daarna wakker te worden
door een liefdevolle maar niet bepaald zachthandige begroeting van onze katten.
Opstaan, koffie zetten, drinken. Mijn echtgenote masseren - wanneer ik dat niet doe, kan zij
bijna niet bewegen zonder pijn. Boodschappenlijstje opstellen.
Toch nog maar een tweede kopje koffie, want ik voel mij nog niet bepaald fris en overmoedig.
Sigaretje roken. Enkele huishoudelijke taakjes afwerken en dan: op naar de boodschappen.
Gelukkig is degene die een tramabonnement heeft, want hij hoeft minder te lopen. Maar niet
minder te wachten. In de winkel lange rissen van mensen, kompleet met wagentjes vol van
noodzakelijkheden en impulsaankopen. De juffrouw schijnt nieuw te zijn en moet om de
haverklap informeren wat een artikel kost. De rij schuifelt langzaam een stukje voort.
Vriendelijke dames storten beurzen uit om toch vooral alle pasmunt kwijt te raken. De klok
draait door.
Eindelijk weer thuis. Boodschappen uitpakken, brood maken. Koffie inschenken. Even rust,
even eten en zitten.
Lang duurt dat gemeenlijk niet. Huisdieren vergen ook aandacht, er zijn nog andere dingen te
doen - zoals b.v. dit artikeltje schrijven. Of ik gisteren een kou heb opgedaan in de trein? De
ramen stonden inderdaad tegen elkaar open. Ik heb geen puf in de nodige concentratie en
ademoefeningen die anders zo vaak helpen en behelp mij wat melig en lui met een paar
aspirinen.
Even rust, maar er moet nog een stukje geschreven worden. Mijn hoofd staat er niet bepaald
naar, maar ik heb nu eenmaal beloofd op tijd af te leveren, dus vooruit maar weer.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 169
Orde der Verdraagzamen

Geen zin om een onderwerp bij de kop te nemen waarover ik lang moet nadenken. Kies voor
een dagindeling en vraag mij af, welk commentaar dit nu weer zal uitlokken.
Opschieten is de boodschap: om zes uur moet ik weer de deur uit, men wacht mij in Am-
sterdam. En voordien moet ik de huisdieren nog verzorgen, zorgen dat er eten gemaakt wordt
- brood deze keer - en mij weer in een goed pak hijsen. De klok draait verder. Gelukkig is het
hier boven in mijn kantoortje rustig, al zoemt de schrijfmachine zelfs wanneer ik geen toets
aanraak. Ik ben te laat begonnen. Dat artikel krijg ik nooit af vandaag. Zodra het blad vol is
schei ik er mee uit.
Er wordt om mij geroepen. Ik moet nog even een zeephouder ophangen. Nu ja, wanneer ik het
niet zelf doe gebeurt het niet of wordt het een ramp, dus vooruit maar weer. Zou ik nog een
paar aspirientjes nemen? Beter niet, want dat kan de prestatie schaden. Ik zal de tijd nemen
om even een paar ademoefeningen te doen en mij, al is het maar een minuut of twee geheel
te ontspannen. Dat helpt wel. Maar veel zin om aan het werk te gaan heb ik toch niet. Nu ja,
morgen maak ik dit wel verder af.
Daar gaan wij dan weer. Het was inderdaad een hoofdverkoudheid. Is het nog in feite. De trein
had gister weer eens een kwartier vertraging. Gebeurt meer rond die tijd. Toch valt het je
altijd weer tegen.
De avond was druk bezet en, indien ik op de reacties af mag gaan, zeer geslaagd. Geluk gehad
met de terugreis: meteen weg en al rond half twaalf thuis. Kopje koffie, laatste nieuws op de
TV, sigaret en op naar bed.
Vannacht goed en diep geslapen. Herinner mij vaag iets van een weide met dieren, en later
van een soort nacht waarin licht vanuit vreemde sterren op mij neerdaalde. Wat het ook was,
ik voel mij vandaag een heel eind beter dan gisteren.
De gebruikelijke ochtendbezigheden worden verricht. Ik heb nu wat meer tijd om even te
zitten, koffie te drinken en mij op de rest van de dag voor te bereiden. Vanavond ben ik vrij,
maar dat kan ik best gebruiken ook: de laatste twee dagen logen er nu niet bepaald om.
Nu de boodschappen gedaan zijn, de maaltijd verslonden is en de tijd wat meer voor eigen
gebruik geschikt blijkt, zal ik maar verder gaan schrijven. Morgenavond is het vragenavond en
wanneer de avond al meevalt zal ik toch een hele kluif hebben aan het uitwerken daarvan,
zodat ik zaterdag en zondag zeker niets kan doen aan dit verhaal. En maandag zou het klaar
moeten zijn, stencil en al.
Wat u misschien een vervelend verhaal vindt. Geen belevingen in de geest, geen bijzondere
gebeurtenissen, alleen maar sleur. En toch is dit een belangrijk deel van mijn bestaan.
Verbaast het u als ik wel eens nijdig kan worden - innerlijk dan - wanneer juist wanneer ik al
moe ben en al te veel werk voor de boeg heb, mensen mij nog met hun problemen komen
lastig vallen?
Wanneer het nu nog zaken zijn die zij werkelijk zelf en met eigen middelen niet aan kunnen,
vooruit. Maar vaak is het veel geschreeuw om niets of raad vragen die je toch niet op zult
volgen. Dan baal je eenvoudig van alles.
Vreemd eigenlijk: het werk dat je doet is het belangrijkste dal van je leven geworden. De rest
is alleen maar “ervoor” of “erna”. Een goed verlopen avond geeft je een gevoel van
voldoening, van opgewektheid. Maar steeds meer krijg ik het gevoel dat het allerbelangrijkste
deel van mijn leven eerst aanbreekt wanneer ik in trance ben of slaap: dan gaan er vreemde
werelden voor je open, dan is er tenminste een kans dat je als loon voor je werk een resultaat
ziet waar je voldoening aan vindt, soms voor vele dagen.
Er zijn niet alleen vele werelden, maar ook vele belevingen, je ziet en leert nieuwe dingen, je
helpt anderen of wordt door anderen geholpen. En bovenal: elke taak, elke bestreving is een
avontuur, waarvan je nooit kunt zeggen hoe het verder zal gaan.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
170
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wanneer de sleur van alledag je weer te pakken krijgt zakt dit alles weg naar de achtergrond.
Maar soms denk ik: dat belooft wat voor later, voor de tijd dat ik niet meer op aarde behoef te
leven.
En tot die tijd probeer ik tevreden te zijn met alles wat ik hier heb: mensen die iets voor mij
over hebben, mensen met wie ik soms prettig praten kan, een mens en dieren waarvoor ik
zorgen kan. Maar op de achtergrond blijft het avontuur te zeer lokken om er werkelijk
enthousiast over te worden.
Een volgende maal vertel ik u misschien iets over die avonturen, nu moet ik eindigen.
Karel.
Zo, daar hebben we nu het ODV-nieuws 1984-1 onder onze neus. In dat nummer vinden we
weer een artikel van het medium; onze Karel van der Nagel. Het kreeg de titel:

Oh, sweet memory of life (1984-1)
Voor het eerst heb ik nu gereisd met de bekende 65+ korting. Een gebeuren dat ik enerzijds
als echte Nederlander toejuich, maar dat anderzijds in het onderbewustzijn angstwekkende
galmen oproept van: “je wordt ouder, papa”.
Je denkt dan terug en beseft met enige verwondering, hoelang je nu al voor een groep werkt.
Je denkt aan het aarzelende begin. Toen je zelf in feite niet zo heel erg aan al die
“doorkomende” geesten geloofde en constateert vervolgens, dat je nu heel wat van die
geestjes zelf pleegt te bezoeken in hun eigen wereld.
En ook het werk is veranderd: eens waren het vooral mooie toespraken en theorieën. De
laatste tijd echter schijnt er steeds meer op praktischer basis gezegd te worden.
En ook de wereld is veranderd: de reis die mij eens fl 19,= kostte, vergt nu een bedragen van
meer dan fl 50,=. Niet dat het mij veel doet, want de baas betaalt toch wel. Maar het koppie
koffie, het broodje en de rest zijn ook veel duurder geworden. En dan kan ik kiezen, de
prijsstijging voelen in de beurs of in de zuinigheid in de maag.
Maar het meest vallen mij - nu ik terug denk - toch wel de veranderingen op in mijn contact
met de geest. Het is, of zij dichterbij gekomen zijn. Je krijgt langzaam aan meer inzicht in het
werk dat aan gene zijde alzo verzet wordt en gelijktijdig vallen de mooie beelden waarmede ik
mij eens bezig hield meer en meer weg.
Mogelijk kies je zelf steeds meer voor hogere werelden. Maar precies kan ik dit in feite niet
eens zeggen. Ik weet alleen zeker dat de mooie landschappen waar je met “mensen” kon
praten meer en meer plaats hebben gemaakt voor een beleven van licht en kleuren, een
opgaan soms zelfs in iets, waar geen woorden voor te vinden zijn.
Met overgegane leden van de Orde heb ik wel eens enig contact. Maar het blijft maar vaag in
de herinnering hangen alsof het in feite niet van zoveel belang was. Zeker, met Ruud gaat het
goed, de Buit is langzaamaan ook in de richting van wat kleur opgeschoven en anderen zoals
Henk, vinden langzaam aan hun eigen plaatsje in die geestelijke werelden. Ik noem maar
enkelen uit velen.
De hoofdzaak schijnt echter steeds meer het werken voor anderen - die ik niet eens ken - en
het mediteren en leren geworden te zijn. De verdoken aanwezige gevoelens van
meerwaardigheid en uitverkoren zijn hebben plaats gemaakt voor een tegen wil en dank wat
nederiger besef van eigen beperktheid.
Wat dit betreft betekent de ervaring van meer dan een kwart eeuw eerder een op je plaats
gezet worden dan in toenemende heerlijkheid opstijgen. En toch zou ik het niet anders willen:
zoals bij mijn werken op aarde mijn belangstelling steeds meer is uitgegaan naar de klok en de
waardering van anderen voor het gebrachte, zo is het werken in de geest meer en meer een
eenvoudige taak geworden, iets wat je nu eenmaal moogt en moet doen, maar waar jezelf
steeds minder belangstelling voor gaat koesteren.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 171
Orde der Verdraagzamen

Wat mij in de laatste jaren vooral aantrekt is het eenvoudig dobberen in een kleur, b.v. vredig
azuur, waarin je zo nu en dan uit een gouden bundel verklaringen leest voor geheimen van het
leven en even kunt menen te weten, tot je, terug in de stof, ontdekt dat alles wat je daarvan
rest een gevoel is.
Menselijk gezien zou ik van mijzelf kunnen zeggen dat ik de slaap der onschuldigen pleeg te
slapen, maar dan wel snurk. Geestelijk heb ik eerder het gevoel, steeds wakkerder te worden.
Toch, wanneer je terugziet, lijkt het er op, dat bij mij dit geestelijke deel altijd achter een hoge
schutting verborgen is gebleven. Je weet niet eens, of je die dingen niet wilt of niet moogt
bespreken en op de voorgrond stellen.
Soms bevangt je zelfs een gevoel van machteloosheid: je zit nu eenmaal in het bootje en moet
meevaren. Er is zeker veel wat ik anders had willen doen, anders had willen beleven. Aan de
andere kant voel je toch ook steeds weer, dat het goed is, dat het ergens zin heeft.
Ergens. Eens zag ik mijzelf als een machtig instrument, dat zou helpen de wereld veranderen.
Nu kijk ik naar alles dat veranderd is en ben blij te kunnen constateren dat een groot deel
daarvan in ieder geval niet onder mijn verantwoordelijkheid valt.
Dat ik toch een “taak” meen te hebben is eerder te danken aan het feit dat na steeds meer
ervaringen op geestelijk vlak in mij een beeld is ontstaan van een soort machtige geestelijke
machine waarin ik alleen maar een klein, onbelangrijk uitlaatklepje ben.
Wanneer je eenmaal hebt beleefd hoe duisternis over de wereld dreigt te trekken en dan
a.h.w. uiteengeslagen wordt door vreemde felle flitsen en een soort geruisloze stormwind
ontwaakt er in je steeds meer het besef: ik ben deel van een groot geheel, ik behoef niet alles
te weten, te kennen.
Nu meewerken, je best doen en voor de rest zoveel mogelijk jezelf blijven is de beste manier,
om meer te leren begrijpen, meer te kunnen doen met vol besef van de betekenis er van.
Leven met geesten en geestelijke machten heeft zijn nadeel, maar biedt ook vele voordelen.
De angstige benauwdheid valt van je af, de wereld is er ook voor jou. Veranderingen kunnen
je niet wezenlijk deren of aantasten. Je blijft eenvoudig jezelf, zo goed je kunt en je doet je
werk.
Toen ik een kind was leerde men mij, dat een mens pas een goed mens geweest is, wanneer
velen over zijn heengaan treuren. Voor mij hoeft dat niet meer. Treuren is dwaasheid, heeft
alleen betrekking op jezelf, of je dit nu beseft of niet. Overgaan is vreugde, nieuw avontuur,
iets wat gevierd zou moeten worden met dansmuziek, een drankje en een goede mop.
Mijn grootvader van vaders zijde hield mij voor, dat het leven de tijd is om te zaaien, dat je
pas zult oogsten na de dood. Onzin. Je maakt a.h.w. jezelf. Alles wat je doet, en alles wat je
laat heeft invloed op je denken, op je betekenis voor jezelf en anderen. En het eindresultaat
bepaalt hoeveel je zult begrijpen van die nieuwe wereld die je gaat betreden.
Begrijpen, daarop komt in feite alles neer. Wie, zoals ik eens deed, denkt dat het gaat om
hetgeen je “goed” of “kwaad” gedaan hebt, zal lelijk op zijn neus kijken. Die dingen tellen.
maar zover je er zelf heilig in gelooft.
Maar je gewoonten tellen kennelijk wel mee. Want in de tijd dat ik nog veel in
Zomerlandsferen kwam, zag ik mensen drinken, roken, eten, zingen, huilen. Zoals ik entiteiten
heb gezien die zich nog steeds beroepen op stoffelijke rang en betekenis die zij allang hadden
verloren.
De uiterlijkheden raak je niet zo gemakkelijk kwijt. En wanneer ik in de lichtwerelden zou
mogen leven kan ik mij best voorstellen dat ik zo nu en dan nog even naar zomerland ga om
een sigaret te smoren. Maar wanneer dat verdwijnt, begint de werkelijkheid pas.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
172
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Dan is er een wereld, waarin voelen en weten gelijk is, een wereld waarin alles mogelijk is en
vormen niet meer nodig zijn tenzij je daarmee een ander wil benaderen die de feiten nog niet
zonder verpakking aan kan.
Ja, wanneer je ouder wordt verander je. Wat ik denk en vooral gevoel is moeilijk weer te
geven. Al is het maar, om de veelvoudigheid van leven die je ervaart op het ogenblik, dat je
even de stof achter je kunt laten.
Je kunt a.h.w. een briesje zijn, dat even langs alles op het warme strand strijkt en je
verheugen over je vrijheid, over de koelte die je even brengt, over het deel zijn van alles en
toch ook nog genieten van alle schoons dat in minimale bekleding op het warme zand ligt
uitgestrekt.
En wie dit al krankzinnig vindt klinken moet de werkelijkheid maar eens proeven: die is nog
veel onbegrijpelijker. Want je bent ook nog deel van alle gevoelens, van een doel en van
wetten, deel van alle dingen en toch jezelf. Het verheugen is voor jou voornamelijk deel van
jezelf, al voel je soms wel golven van vreugde die van elders je beroeren. Maar waar elders,
dat weet je niet.
Hopelijk krijgt u nu niet de indruk dat ik mij overmatig veel met het leven na de dood bezig
houd. Zo ik dit al wat meer doe dan anderen moogt u het beschouwen als een
beroepsdeformatie.
Het is misschien dwaas een soort geloofsbelijdenis te verenigen met een verlanglijstje. Maar
terugdenkende en even ook vooruit ziende kan ik er bijna niet om heen. De schrijfmachine
kijkt mij niet aan, niemand hoort mij en wanneer u het leest kunt u er het uwe van denken: Ik
ben blij dat ik leef, dat ik geleefd heb. Ik wil genieten van alles wat het leven mij nog bieden
kan, deel zijn van alles wat maar denkbaar is. Laat mij genieten van kunst en lachen op de
kermis. Laat mij anderen helpen, geestelijke lessen geven, maar a.u.b. geef mij ook een paar
goede moppen om rond te vertellen of om zelf eens hartelijk om te lachen.
Als ik moet lijden, vooruit dan maar, maar laat mij niet de aanleiding zijn tot het lijden van
anderen. Ik zou als een dwaas, als een clown door de wereld willen gaan, steeds weer
bloemen van lach en nieuwe moed achter mij latende.
En als het ogenblik van sterven komt, laat mij lachende heengaan en lachende aankomen,
dankbaar voor het feit dat ik geleefd heb, dankbaar voor het feit dat ik nog leef.
En zo de resten dan al ter aarde moeten worden besteld, laat het vreugdig zijn, een uittocht
die een intocht wordt. Breng geen bloemen mee, maar een fles die je op mijn geestelijke
gezondheid te samen opmaakt. En zet op mijn graf geen steen met plechtige letters, maar een
klein bordje dat snel door weer en wind verdwijnt en schrijf daarop: “Wat hier ligt heette K.C.
v.d. Nagel 191919??. Wordt vervolgd.”
Nou ja, een mens wil wel eens schrijven wat hij soms denkt. Voorlopig geniet ik van het feit,
dat mijn tramabonnement goedkoper is geworden, dat reizen eveneens winst op kan leveren
en daarover wil ik dan krakende botten en andere ongemakken maar vergeten.
Want al wordt je dan 65, je blijft wie je bent. En ook de veranderingen gaan door. Alleen
betreur ik het, dat voor werken in de sferen nog geen 65+ tarief geldt.
Maar ja, daar moet ik a.h.w. nog uit het ei kruipen. Dus daar zou ik voorlopig toch niet veel
aan hebben. Hier kan ik in ieder geval nog even profiteren.
Opeens besef ik, dat mijn driemaandelijks geschrijf in feite een soort egotrip is. Eens per drie
maanden schrijf ik over mijzelf, dat is ook wel eens anders geweest.
In het verleden maakte ik ware studies om een bepaald onderwerp te kunnen belichten. Nu
roer ik even in mijn ikje en schrijf op wat er toevallig boven komt drijven. Als artikel
beschouwd, waren die dingen van vroeger ongetwijfeld beter en vooral ook beter
gedocumenteerd.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 173
Orde der Verdraagzamen

Maar ja, u die dit leest hebt mij verwend: deze persoonlijke uitlatingen vindt u veel aardiger -
al weet ik niet waarom. En zelfs al wordt u een enkele maal boos omdat ik per ongeluk een
heilig huisje heb geraakt, dan nog: u leeft kennelijk mee.
En dat doet de burger goed. Want wat is idealer dan te schrijven: je hoeft geen interruptie of
weerwoord te vrezen en achteraf is elke reactie al een bewijs, dat je “het toch maar weer
gelapt hebt.”
Dus wanneer ik mijn komende verjaardag vier met dit schrijfsel dan moet u maar denken dat
uzelf mij zozeer hebt verwend dat ik meen mij dit te kunnen permitteren.
En zelfs wanneer u deze dingen niet meer leest: ik ben blij dat zovelen altijd weer op de
bijeenkomsten komen. Want dat geeft inhoud aan je leven. En al kijk ik op de klok en wil ik
graag vroeg naar huis, missen zou ik de Orde niet graag, voor geen geld en geen tijd.
K.N.
We zijn aangekomen bij ODV-nieuws 1984-2. Ook deze keer heeft Karel een bijdrage
geleverd, en hij gaf het de titel:

Zalig zweven (1984-2)
Soms wordt het allemaal teveel. Uittreden, fijn. Maar dan ook nog werken? Daar heb je soms
werkelijk geen fut meer voor. En wonderlijk genoeg blijkt men in de sferen daarvoor vaak
meer begrip te hebben dan je op aarde ontmoet.
Dan word je toegestaan werkelijk te rusten, er uit te trekken en vele werelden te bezichtigen
of zelfs op te gaan in iets wat niet gemakkelijk te omschrijven is, maar wat ik voor mij wel
pleeg aan te duiden als “zalig zweven”
Het begint altijd weer als een soort droom: een smalle weg kronkelt door weidegroene
gronden. In de verte ligt een stad die doet denken aan het verblijf van de Wizzard of Oz. In de
verte is leven en bewegen, onzichtbaar zingt een soort nachtegaal een vogelliedje.
Je voelt dat je moeiteloos voortschrijdt op bijna onzichtbare benen. Stevig in de pas, toch bijna
loom en moeiteloos, onbeseft. Opeens, je weet zelf niet waar en hoe het begon, schijn je een
ook al onzichtbare trap op te lopen. Het landschap beneden je wordt tot een reeks van
kleurenvlekken. Wazige, wollige wolken beginnen om je heen te hangen.
Je stijgt verder en verder, voel je nu gekoesterd door de warme weldoende stralen van een
onzichtbare zon. Alles baadt in een gouden licht, dat geen vormen meer laat erkennen en toch
je hele zijn doordringt.
Zelf ben je ook onzichtbaar aan het worden, alsof de gloed je absorbeert. Het gevoel te
bewegen neemt af, steeds meer, tot je lijkt te drijven in een zee van gouden wazigheid. Je
geeft je over, laat je gaan, rustend in het niets.
Dan drijven uit het onbekende vage voelhorens aan, niet kenbaar en toch ergens beseft. Diep
in je gloeit ergens een soort voetlicht op. De gouden nevel, die je geheel scheen te vullen
wordt tot een vervagend maar zonderling stralend blauw.
Even dreig je overspoeld te worden door een stortvloed van denkbeelden zonder vaste inhoud.
Dan, bijna als een explosie, scheurt er een doek open, gaat er een gordijn op. Klaar en helder
nu vormen zich beelden. Het gouden licht schijnt ook daarin te wonen, te leven. Toch zijn het
geen vormen, geen woorden die je beleeft. Het is íets, een denken, een weten, een vreugde,
een kracht, alles tegelijk en toch niets wat je zoudt kunnen herkennen, zoudt kunnen
omschrijven.
Je drijft in een zee van onbekende gedachten, gedreven door een stroom, die je alleen door de
veranderingen die zij veroorzaakt nog juist even kunt ervaren. Wanneer je het toch probeert te
vertalen - zo dwaas ben ik soms wanneer ik mij nog iets ervan herinner - lijkt het nog het
meest op oude godenverhalen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
174
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Een lachende Olympus vol onsterfelijken kijkt geïnteresseerd toe hoe andere onsterfelijken in
hun Walhalla strijd leveren. Sterven en herboren worden, ondergaan en opstaan uit de dood
verknopen zich tot een soort symfonie zonder geluid.
Op de achtergrond blijft een soort melodie in je klinken. Je weet, dat zij uit jezelf stamt en
toch hoor je haar alsof iemand anders ver weg een orgelconcert zou geven. Melodie vervlecht
zich met melodie als een soort commentaar op de alle bewustzijn overspoelende vloed van
weten, beleven, vreugdig ondergaan.
Eerst bijna ongemerkt, dan met zwellende tonen werkt de melodie in je zich op tot een
majeurakkoord. Weer een geluidloze explosie van licht, van stilte.
Soms val je in een waas van levend zilver, dat steeds helderder begint te stralen tot het je
a.h.w. uitdooft. Maar meestal krijg je opeens het gevoel, naar beneden te zweven. Een glimp
van het gouden zonlicht schijnt je te omgeven. Vaag warrelt de groene wereld je voorbij, een
mot, even dansende in het licht rond je. Dan opeens een sterk gevoel van lichamelijkheid. Je
bent “terug”.
Met alle pogingen om een dergelijk ervaren in de tijd te meten moet ik toegeven, dat ik nooit
zeker ben, hoe lang zoiets duurt. Als je het ondergaat lijkt het of het tijdloos is, een brokje
eeuwigheid.
Enkele malen dacht ik, dat de ervaring meer dan een uur had genomen, maar in enkele
gevallen was het als een even in slaap vallen, een korte onderbreking van de tijd. Die reeds na
een seconde of 30 weer doortelt.
Zodra je weer bij bent voel je troost, voel je je opgewekt, sterker dan voorheen, in staat om
enkele bergen tegelijk te verzetten. En toch blijft er vaak een leedwezen, om niet te zeggen
een gevoel van lichte weerzin. Meer dan voorheen ben je je even bewust van je lichaam, alle
pijntjes en onregelmatigheden daarin, alle zwakte van je bestaan.
Maar al, terwijl je met enige onvrede je bestaan als mens beseft en probeert te overzien
vervliegt de ervaring en gaat de aldag verder als voorheen.
Pogingen iets vast te houden door het onmiddellijk na mijn opnieuw beseffen van mijzelf als
mens het een en ander vast te leggen lopen steeds weer op niets uit: er is te veel en
gelijktijdig te weinig wat je kent en kunt uitdrukken.
Nu ik kort geleden een dergelijke ervaring opdeed probeer ik in beelden en woorden iets te
vangen van deze toestand van algehele rust, van niet denken en gelijktijdig vol beseffen. Maar
herlezende wat ik reeds neerschreef word ik mij bewust van het belachelijke van een
dergelijke poging.
Toch wil ik het u voorleggen. Want ik ken geen andere, laat staan betere wijze om iets weer te
geven van hetgeen mij soms de rust brengt die ik - voor mijn eigen gevoel althans - soms
hard van node heb.
Maar ik voel mij als een dominee die probeert de hemel voor zijn gelovigen op te roepen en
beseft, dat hij te weinig referentiekader bezit om ook maar iets zinnigs te zeggen. Vandaar dat
hij waarschijnlijk besluit om de volgende keer maar te preken over de hel of de atoombom -
daarin is hij beter thuis.
Vreemd eigenlijk: wanneer je iemand afhaalt bij diens sterven kun je de gehele scène plastisch
weergeven. Daal je af in een duister wereld dan is er voldoende mogelijkheid om je ervaringen
redelijk zuiver weer te geven.
Maar een poging om het “zalige zweven” ook maar enigszins aanvaardbaar uit te drukken
schijnt te moeten falen, ofschoon het voor mij belangrijker is dan al die andere dingen.
Misschien zou een dichter woorden kunnen vinden om dit gevoel, dit besef uit te drukken. Ik
kan het niet. En dat vind ik werkelijk erg jammer. Want alleen reeds te weten dat dit bestaat
geeft je moed, maakt je sterker en doet andere dingen onbelangrijker schijnen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 175
Orde der Verdraagzamen

Dit is soms erg belangrijk: sedert enkele maanden moest ik naast mijn werken mijn zieke
vrouw verzorgen. Nu is zij opgenomen in het ziekenhuis en kan ik even ademhalen.
Toch stelde juist dit “zalige zweven” mij in staat, steeds weer met een redelijke opgewektheid
mijn werk te doen, zonder ook te falen in de zorgen, die ik thuis verschuldigd was.
Laat mij u een voorbeeld geven: vrijdagmiddag besloot onze huisarts, dat spoedopname
noodzakelijk was. Naast haast en verwarring droeg ik zorg voor transport, was aanwezig bij de
opname tot het ogenblik dat mijn echtgenote op zaal was en verzorgd werd. Toen was het
over halfzeven. Zeven uur thuis. Dieren verzorgen, omkleden, half acht af naar de zaal.
Toegegeven: erg zeker was ik die avond niet van mijzelf. Tevoren heb ik zelfs de aanwezigen
mijn excuses gemaakt, daar ik vreesde, niet normaal te kunnen werken.
Kort na het in trance gaan werd ik deze maal meegenomen naar de “groene weiden”. Ik
zweefde enige tijd, had nog de mogelijkheid uitgetreden het ziekenhuis te bezoeken en
ontwaakte - opgewekter en vooral weer meer beheerst - na ongeveer een half uur. Voor mijn
gevoel verliep het tweede deel van de avond normaal. Alleen duurde het deze maal bijna 50
minuten.
Zelfs vanuit een zuiver praktisch standpunt heeft deze toestand dus vele voordelen. En
wanneer deze bijdrage iets anders uitvalt dan ikzelf meende te zullen schrijven, wanneer het
geheel ook korter is geworden dan volgens de juiste omvang van dit blad in feite vereist is,
moet u het mij niet al te zeer kwalijk nemen.
Zo dadelijk ga ik mijn tweede ziekenbezoek van de dag afleggen, de kattenmeute wil voorzien
zijn van eten en ook ikzelf voel er weinig voor, nuchter op stap te gaan. En dat betekent dat
binnen een uur nog veel gedaan moet worden.
Zonder mijn uitstapje naar andere werelden had u het waarschijnlijk nog enige tijd zonder dit
blad moeten stellen. Dit kan nog net even.
De lezers van de “STEM” vraag ik eveneens mij te verontschuldigen voor het feit, dat de
laatste tijd alles niet bepaald volgens de regels is gegaan. Het verslag van vrijdag waarop mijn
vrouw werd opgenomen kon ik werkelijk niet uitwerken. Men zou echter proberen een
vervanger te vinden voor deze taak.
Maar met een beetje geluk en, als het even kan, wat rust in die vreemde lichtwerelden komt
alles verder weer best voor elkaar. Wat een minder passend einde is voor een betoog dat zich
toch ook met bepaalde andere werelden wilde bezighouden.
Maar zo gaat het altijd weer: andere werelden zijn om even in te werken, iets te beleven of,
zoals in mijn geval nu, om even tot rust te komen en wat krachten op te doen.
Want dit is uiteindelijk de wereld, waartoe je altijd weer zult terugkeren, de wereld waarin je
moet leven, werken, zorgen. En het is deze wereld en de verplichtingen daarin, die bepalend is
voor de wijze, waarop ik dit alles afsluit.
Wie leert die vreemde “dromen” te gebruiken, kan die wereld misschien wat beteer aan. Maar
leven moet je zelf, oplossingen vinden voor je problemen is je eigen taak. Daaraan ga ik mij
dan nu ook weer wijden.
En valt het geheel u toch wat tegen? Begrijpelijk. Maar ik deed het beste wat onder de
omstandigheden voor mij mogelijk was.
K.N.
Het ODV-nieuws 1984-3, dat op 18 juli 1984 uitkwam, bevatte het door Karel gegeven
bericht dat zijn echtgenote in het late voorjaar was overleden. Het bericht kreeg de titel:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
176
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Daarom (1984-3)
Dat het programma later is dan normaal is mede aan mij te wijten. Zoals u bekend zal zijn is
kort geleden mijn echtgenote overleden. Zij was al langere tijd ziek maar gaf in het ziekenhuis
te kennen dat zij liever thuis wilde sterven.
Hierdoor ben ik van eind december met verpleging, huishouding e.d. dermate zwaar belast -
met een rustpauze van 10 dagen tijdens haar verblijf in het ziekenhuis - dat het mij niet
mogelijk was nog buiten de norm om een seance te verzorgen waarin contact met de
Geestelijke Leiding dient te worden opgenomen ter vaststelling van het jaarprogramma.
Na haar overlijden moest zelfs een zondagsbijeenkomst uitvallen. Toch heb ik de avond van de
dag waarop haar crematie plaats vinden moest normaal een bijeenkomst geleid.
Sommigen hebben hun leedwezen - en mogelijke bevreemding - uitgesproken, dat aan haar
overlijden zo weinig bekendheid gegeven was. De redenen hiervoor waren de volgende:
rouwbrieven zouden door de post toch niet meer tijdig besteld kunnen worden gezien het
lange weekeinde. Besloten werd te volstaan met een advertentie. De kosten van een
verschijnen daarvan in vele bladen waren echter te hoog. Wij kozen voor haar lijfblad.
Ook vonden enkelen het vreemd, dat geen gelegenheid tot condoleren werd gegeven. Gezien
haar ziekte was het voor haar een zegen, dat zij betrekkelijk snel naar gene zijde mocht
vertrekken. Wij weten dat zij verder leeft - ik heb zelfs mogen constateren dat het haar gezien
alle omstandigheden goed gaat.
Mijn zoon en ik meenden dan ook, dat in dit geval rouw niet passend zou zijn. Het verlies dat
wij leden wilden wij op eigen wijze en in stilte verwerken, daarbij zoveel mogelijk alle
zelfmedelijden vermijdende.
Dit betekent niet, dat de aanpassing niet moeilijk valt. Het betekent niet, dat normaal tot de
orde van de dag kon worden overgegaan. Maar het heeft weinig zin je gevoelens extra op te
kloppen of mogelijk zelfs je beheersing bijna te verliezen.
U zult echter kunnen begrijpen, dat de omstandigheden mij toch zeer hebben aangegrepen. De
noodzaak op te ruimen, de sporen van maandenlange verwaarlozing te niet te doen betekenen
veel huishoudelijke bezigheden, formaliteiten enz.
Ofschoon het ergste nu wel achter de rug is voel ik mij nog niet geroepen om een “mooi”
artikeltje te plegen of herinneringen op te halen. Voornoemde bezigheden, pogingen te
ontspannen en het werk eisen voorlopig reeds meer dan genoeg van mij.
Aan de andere kant wilde ik geen traditie onderbreken door geheel niets van mij te laten
horen. Vandaar dit schrijfsel. Ik wil tevens van de gelegenheid gebruik maken om allen die mij
blijken van sympathie en medeleven toonden te danken hiervoor. De vele brieven en
condoleances die wij mochten ontvangen waren voor mijn familie en mij een welkom bewijs
dat men meeleefde.
Aan het versturen van persoonlijke dankbetuigingen zijn wij niet toegekomen in de wat
hectische dagen na mijn vrouw's dood en het heeft weinig zin, dit eerst zes of zeven weken
later alsnog te gaan doen.
En die tijd hebben wij nodig gehad om alles enigszins te kunnen overzien. Daarom hoop ik, dat
u met dit kattebelletje aan vele leden genoegen zult willen nemen.
Voor degenen die dit interesseert nog enkele gegevens over de dood en de daarop volgende
kontakten: mijn vrouw wist, dat haar heengaan onvermijdelijk was geworden. Toch zou zij nog
graag enige tijd bij ons gebleven zijn. Samen met mijn zoon hebben wij haar vertrek
meegemaakt. De eerste reactie was er een van protest: zij wilde liever nog blijven.
Zij werd opgevangen door haar moeder, haar zuster - beiden al jaren dood - en enkele
mannelijke figuren die ik nog niet kende. De eerste twee dagen was geen contact met haar
mogelijk, maar daarna was er vaag contact. Ofschoon zij zich niet toonde heeft zij kennelijk

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 177
Orde der Verdraagzamen

haar uitvaart gevolgd, die zij mij later karakteriseerde als: waardig, passend en zonder
geklets.
Rond 8 dagen na dit gebeuren werd een eerste duidelijk contact mogelijk. Het volgende
beschrijf ik u in vergelijkende beelden: Zij bevond zich met een groepje entiteiten, waaronder
de reeds genoemde, in een rustige omgeving: een soort weide, omgeven door lage loofbomen.
Het licht was zonnig, maar wat heiig. Er waren dus lichte nevels tussen de groep en het licht -
de geestelijke zon zou je kunnen zeggen.
Haar aandacht ging kennelijk nog uit naar stoffelijke zaken, want zij bezwoer mij, niet te veel
van haar “rommel” weg te doen en alles te geven aan mensen, die er genoegen aan zouden
beleven. Ik beloofde dit en heb dit tot op heden ook zo goed mogelijk gedaan.
Tijdens het tweede contact was zij bezig met herbezien van haar leven, wat bleek uit
verschillende uitspraken en mededelingen. De kontakten daarna gaven duidelijk tekenen van
een verandering te zien: ofschoon haar menselijke kwaliteiten en eigenschappen wel degelijk
nog aanwezig waren, was de belangstelling anders gericht. Ook de “omgeving” was veranderd.
Wederom in vergelijkende termen beschreven: weidegebied, bosjes achter haar, voor haar een
soort stad die vaag glansde. Maar daarnaast, in ongeveer dezelfde buurt een soort
doorzichtige trap die tot achter enkele schapenwolken scheen te stijgen. Het licht was
helderder, tussen de “hemel” en de “grond” zag ik veel lichtende stipjes.
De symbolen ontledende kom ik tot de conclusie, dat zij voor een keus komt te staan, maar op
het ogenblik redelijk gelukkig is. Zij is niet eenzaam. Stad en trap wijzen op de mogelijkheid,
verder te gaan in de sferen, maar ook de mogelijkheid enige tijd te rusten en eventueel weer
te incarneren.
Dit alles sterkt mij in de overtuiging, dat ik rustig mijn eigen wegen verder dien te gaan en
mijn eigen leven zo goed en aangenaam mogelijk te leven. Het vormt voor mij, nu op wel zeer
persoonlijke basis, een bewijs dat al datgene wat bij de Orde wordt gezegd en geleerd,
tenminste een grote grond van waarheid bezit.
De rest zal ik over een aantal jaren, wanneer het mijn beurt wordt om been te gaan, wel zien.
Maar deze band zal In ieder geval niet geheel teloor kunnen gaan.
Waarmede ik dan voor u geboekstaafd heb hoe en medium de dood van iemand die hem zeer
na staat, beleeft. Hoezeer dit alles ook een persoonlijk beleven moge zijn, toch lijkt het mij
nuttig voor degenen die een dergelijke situatie onder ogen moeten zien.
Erken uw verlies, stoor de ander niet door uw rouw en ga verder zonder zelfbeklag. Zo hoop ik
het althans te doen.
K.N.
En nu komt het ODV-nieuws 1984-4 al weer aan de beurt. En hierin een artikeltje van de
hand van ons medium; ene Karel van der Nagel. De titel? Wel:

Misere ouverte (1984-4)
Het verenigingsjaar begon alweer goed: tijdens de vakantie wilde ik een noodzakelijke operatie
ondergaan. Maar door allerhande omstandigheden werd de opname uitgesteld, zodat ik pas uit
het ziekenhuis kwam op de morgen dat ik naar Arnhem diende te gaan.
En ik was eerlijk van plan dit te doen. Maar zowel de specialist als de voorzitter achtten dit
onverantwoord. En dus koesterde ik mijn ruim 20 steken in het niet geheel aangename besef
dat men elders vergeefs op mij zou wachten.
Enfin, met zoveel chirurgenhandwerk was het mogelijk toch verkeerd gegaan. In het ergste
geval had er zelfs een buiksprekende geest door kunnen komen. En wie zegt dan dat er niet
een of twee steekjes bij los zouden zijn geraakt?

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
178
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Maar tijdens mijn korte verblijf in het ziekenhuis heb ik toch weer het een en ander bijgeleerd:
pijn kan onderdrukt worden door je intens op een enkel onderwerp of punt te concentreren.
Het gevolg is dat je je beter kunt bewegen - wanneer je mag natuurlijk - en sneller jezelf weer
normaal gaat voelen.
Ook werd ik weer geconfronteerd met een mogelijkheid iets aan paranormale genezing te doen
- niet zonder succes overigens. Schuw geworden door ervaringen hiermede tijdens een vorig
verblijf in het hospitaal was ik echter verstandig genoeg niemand op de hoogte te stellen:
wanneer je succes hebt - en dat had ik - komt het verplegend personeel vragen, of je hen het
trucje ook kunt leren. En dan sta zelfs ik met een mond vol tanden.
De verplichte 24 uren platliggen - vanwege een verdoving in het ruggenmerg - heb ik besteed
aan uittredingen. Het is haast onvoorstelbaar hoeveel entiteiten en uitgetreden personen -
bewust of onbewust - rond een ziekenhuis zwerven. Het lijkt wel de Dam of het Rijswijkse
Plein tijdens het topspitsuur.
Er waren ook enkele “afhalers” aanwezig. Die herken je meteen aan hun uitstraling. Maar van
werkelijk contact kwam niet veel terecht. Alles en iedereen scheen gepreoccupeerd te zijn.
Alleen met iemand die zich bezig hield met de patiënt, waarvoor ik iets probeerde te doen,
kwam het even tot een nader contact.
Nu ik dit zo neerschrijf besef ik opeens, dat deze voor mij zo gewone dingen in de ogen van
anderen anormaal of waarschijnlijker nog, abnormaal zullen zijn. Vreemd eigenlijk: zolang
iemand in een voor elk normaal mens onbegrijpelijk medisch jargon staat te preken wordt met
eerbied en aandacht geluisterd.
Maar waag het niet, eenvoudig en begrijpelijk te spreken over kontakten met de geest,
geestelijke krachten en dergelijke. Want dan kijkt men je wat medelijdend aan, geeft een
nietszeggend antwoord en denkt: “gekken moet je nooit tegenspreken”.
Dit heb ik ervaren toen ik probeerde duidelijk te maken waarom ik mij na 2 dagen na de
operatie zo goed gevoelde, dat ik niet in pyjama, maar in burger door de medisch
gecontroleerde kontreien trimde.
Maar Karel mag dan gek zijn, dom is ie niet. Toen de arts mij vragen stelde over mijn - in zijn
ogen kennelijk wat te grote - beweeglijkheid, sprak ik dus zeer deskundig: “Pijnonderdrukking
door zelfhypnose heeft het voordeel dat lidtekens en ledematen niet stijf worden. Door een
uitgekiend schema van beweging en rust te volgen meende ik mijn toestand optimaal te
kunnen houden, daar bij gevallen als het mijne niet alleen fysieke, maar volgens mij ook
psychische factoren en rol spelen.”
En ziedaar het wonder: waar een zuster bedenkelijk en medelijdend ja, ja, had gezegd toen ik
wees op hulp uit de geest, knikt deze arts instemmend en was het met mij eens, dat dit de
meest juiste benadering was van dergelijke operatiesituaties.
Wat overigens nog het voordeel had, dat hij mij, toen ik hem enkele dagen later verzocht
huiswaarts te mogen gaan, toezegde dat ik reeds de volgende dag met officiële goedkeuring
mijn verblijf in dit, op Aesculapius gebaseerd bedrijf, mocht beëindigen.
De administratie was het daar kennelijk niet geheel mee eens en beweerde eerst dat ik pas
twee dagen later kon heengaan, maar dank zij de secretaresse van de afdeling kwam alles nog
best in orde.
Alleen keek men wat vreemd op, toen bleek dat men voor mij geen taxi huiswaarts behoefde
te bestellen. Mijn verklaring, dat ik een jaarabonnement op de tram heb, werd kennelijk maar
aarzelend als afdoende aanvaard.
Toch blijven mij de afscheidswoorden van een hoofdzuster bij, die mij de hand reikte en sprak:
“Het ga u goed. Het zal nu weer heel wat rustiger worden op de afdeling, maar wij zullen u
toch missen”.
Maar nu begint de oude sleur weer. Alleen behoef ik nu niet alle vrijdagavonden, maar slechts
1 per maand uit te werken. Zo hier en daar heeft men mij verzocht in het belang van de
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 179
Orde der Verdraagzamen

regelmaat nog alle vrijdagen af te nemen en op stencil te brengen. Maar elke avond kost mij in
de huidige omstandigheden rond 20 uren ingespannen werken. En dat is mij eenvoudig te
veel.
Zelfs aan een artikeltje als het huidige, inclusief stencilwerk, ben je gauw een uur of zes kwijt.
Dus, waarde leden, kijk mij er niet boos op aan, wanneer de “Stem van Gene Zijde” wat
onregelmatiger verschijnt dan u gewend was.
Na bijna 30 jaren waarin mijn weekeinden gevuld waren met geestelijke wijsheden, die
gemeenlijk alleen maar taai worden wanneer je die woord voor woord moet neerschrijven, voel
ik mij doodgewoon pensioengerechtigd.
Overigens ben ik blij nog zovele avonden te kunnen geven. En al spreekt het verstand
tegenwoordig luider dan het hart, het kostte mij eerlijk gezegd grote moeite een uitnodiging
uit Maastricht af te slaan. Zoals enkele andere al even vleiende uitnodigingen uit Duitsland en
België.
Maar wanneer ik daaraan gehoor zou geven, zo vrees ik, dat de afdelingen van de Orde
daardoor wel eens een avond meer zouden moeten missen. Daarom houd ik mij maar aan de
regel: stel je eigen grenzen. Wanneer anderen dit doen voel je je nog veel ongelukkiger.
Ik herlas zo even wat ik tot nu toe heb neergeschreven. En nu weet ik ook een passende titel:
misere ouverte. Want zonder het zelf op te merken heb ik een soort klaagzang gecomponeerd,
die in zijn wat duistere gevoeligheden zelfs de onsamenhangendheid van het betoog nog
overtreft.
Wonderlijk, dat wij altijd de negatieve kanten sterker aanvoelen dan de positieve. Ik zeg maar
“wij”, omdat ik niet kan aannemen dat ik de enige ben met deze neiging. Mijn excuses
wanneer ik het mis heb. Dan heb ik u zeker verkeerd verstaan.
Aan de andere kant: wanneer je ziet hoe onbetekenend vaak de klachten zijn die je hebt, hoe
onbelangrijk je ergernissen vaak zijn, kan er zelfs uit een elegie nog een elogie worden. (Voor
de puzzelaars volgt hier een vertaling: kan een klaagzang nog tot lofzang worden.)
En hiermede ga ik mijn schrijfsel beëindigen. Het was, zoals de laatste tijd wel meer, een soort
brief aan een onbekende. De vrienden uit de geest plegen vaak te eindigen met een goede
raad. Bij hen vergeleken zal mijn poging wel in het niet vallen. Maar ik wil het toch proberen:
Lach innerlijk om je ellende. Dan sterft de ellende heel vaak af, maar de lach blijft altijd over.
Het beste, lezers.
Karel
De eerste keer dat het ODV-blad in 1985 uitkwam, dus ODV-nieuws 1985-1, bevatte weer
een stukje van Karel's hand. Het is nu, in 1998, heel interessant om te lezen hoe Karel zich
de toen nog komende gang van zaken voorstelde. Zijn artikel was getiteld:

En wanneer je er eens niet meer bent (1985-1)
Een bijna al te gekke kop voor een bijdrage aan dit blad, dat wel.
Maar kennelijk ook een vraag die velen bezig houdt. Ik zou mij als medium daarvan
gemakkelijk kunnen afmaken door luidkeels te verklaren dat ik dat ook met weet.
Maar het verleden geeft enkele interessante aanwijzingen, die wel eens mede het antwoord op
de in de kop gestelde vraag zouden kunnen betekenen.
De eerste aanwijzingen voor het bestaan van de ODV in Nederland troffen wij aan in Am-
sterdam. Een zilversmid vervaardigde in 1917 een mal voor draagspelden voorzien van een
ster met inschrift: ODV. Over de groep zelf zijn geen gegevens bekend.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
180
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

In 1923 werkte in Buitenzorg, Bandoeng en Soerabaja eveneens een ODV. Deze gaf tussen
1927 en 1938 een gedrukt maandblad uit, waarvan enkele exemplaren nog ergens in de
bibliotheek aanwezig zijn.
Rond 1930 werkte een groep onder de naam ODV in Den Haag en gaf een gedrukt maandblad
uit met de naam “Opbouw”. Zover wij na kunnen gaan was deze groep niet meer openbaar
werkzaam na 1938. Een exemplaar van het blad “Opbouw” bevindt zich in onze bibliotheek.
Overigens zal het u wel duidelijk zijn, dat deze bladen niet voor uitlening geschikt zijn.
Mijn eigen kontakten met sprekers van de Orde stammen van 1946. Onder voorbehoud werkte
ik regelmatiger voor hen van 1947 tot 1950. Daarna was ik van de waarde van het werk
dermate overtuigd, dat ik mij daaraan steeds meer ben gaan wijden. Wij schrijven nu 1985.
Mijn eigen kontakten met en werkzaamheden voor de ODV duren dus reeds 38 jaren.
Het bovenstaande maakt het mij mogelijk, enkele veronderstellingen te uiten die, zover ik na
kan gaan, geheel met de feiten stroken.
a. De Orde werkt kennelijk per periode en per taalgebied. Ik veronderstel dat de periode
van werkzaamheid in het toenmalige Nederlandsch Indië en in Den Haag ongeveer gelijk lag.
b. Ik werd geboren in 1919. Vanaf mijn tweede jaar kwam ik in contact met geestelijke
werkingen (zie mijn verhaal in “Stap voor stap naar mediumschap”) Tussen mijn 8e en 12e jaar
deed ik ervaring op met uittredingen. Toch maakte ik eerst op 28 jarige leeftijd kennis met de
trancetoestand en haar mogelijkheden. Het duurde ruim 3 jaren voor ik als een redelijk goed
en overtuigd medium kon gaan werken.
Conclusie: de Orde kiest haar mediums kennelijk lange tijd voor zij nodig zijn en geeft hen
a.h.w. een soort opleiding, die pas in de laatste fase hen met trance werk confronteert.
Indien deze conclusie juist is, mogen wij aannemen dat er reeds nu, ergens in Nederland of
het Nederlandse taalgebied een “medium” in opleiding is.
c. Opvallend is het, dat er tussen alle na te speuren vormen van de Orde steeds weer een
aantal jaren van geen of zelfs maar openlijk kenbare nonactiviteit ligt. Het is aannemelijk dat
de groep in Amsterdam niet lang na 1917 werkzaam is geweest, daar anders wel enig teken
van het bestaan daarvan - buiten de door mij genoemde stempel voor het slaan van
draagtekens - terug te vinden zou zijn geweest.
Tussen 1938 en 1947 zover het mij betreft, in 1949 zover het de buitenwereld betreft, schijnt
het werk eveneens stil gelegen te hebben. Ofschoon het mij mogelijk was, met enkele leden
van de “oude” ODV hierover te spreken, deelde geen van hen mij mee dat in de oorlogsjaren
of kort daarvoor nog openbare zittingen van de ODV plaats vonden. Wel spraken zij over
“sprekers van de ODV” die op kleinere particuliere seances doorkwamen en soms verbluffend
juiste voorspellingen deden.
Conclusie: op grond van de mij ter beschikking staande gegevens ziet het er naar uit, dat na
elke periode van openbare activiteit de Orde een soort rustpauze van rond 7 jaren volgt. Ook
al is dit nog geen duidelijk antwoord op de vraag die ik als titel boven dit stukje plaatste, zo
kunnen wij daaruit toch wel enige hoop putten:
De ODV is kennelijk een groep die ook in Nederland al lange tijd werkzaam is. Indien ik mag
afgaan op de inhoud van het blad “Opbouw”, zo past zij zich daarbij periodiek aan de
mogelijkheden en behoeften van de mensen aan.
Zij beschikt kennelijk steeds weer over mediums die passen bij hetgeen men wil volbrengen.
Maar aan de andere kant lijkt men er bijzonder veel aandacht aan te geven dat verschillende
taalgebieden niet met elkaar in contact komen.
Volgens mij is het volgende medium van de Orde al lang geboren en mogelijk ook reeds
geconfronteerd met het spiritisme. Ik vermoed dan ook dat wij ons reeds nu in een
overgangsfase bevinden. Ik werk wel minder dan voorheen, maar blijf althans voorlopig nog
de stem van de Broeders in de geest. Maar dit kan hoogstens een kwestie van een vijftal jaren

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 181
Orde der Verdraagzamen

zijn. Mij is opgevallen, dat er de laatste 2 jaren langzaam aan dingen veranderen. Figuren die
mij practisch mijn gehele periode van mediumschap vergezelden als b.v. Henri, het pastoortje
e.a. komen steeds minder door en hebben andere bezigheden die zij nu belangrijker achten.
De duur van de lezingen is korter, meer dan de helft van hetgeen gebracht wordt is in feite
een herhaling van lessen die reeds eerder gegeven werden, zij het in modernere vorm en vaak
voorzien van nieuwe argumenten.
Dit zou kunnen betekenen, dat wij ons in feite reeds bevinden in een “tussenperiode”.
Aannemende dat ik inderdaad nog rond 5 jaren actief kan blijven, kan men stellen dat de
huidige tussenperiode niet door het wegvallen van openbare werkzaamheden wordt
gekentekend maar eerder door een soort “pas op de plaats”. De enkele malen opgetreden
rustperiode van 7 jaren zou dan hiermede verminderd moeten worden.
Ik ben er innig van overtuigd dat, zo ik nog door zou mogen werken tot mijn 70e jaar, binnen
een jaar nadien een nieuw medium het werk zal overnemen. Of dit medium in Den Haag
werkzaam zal zijn weet ik niet. Maar de vorige rustperiode brak aan in Den Haag en de
volgende ging uit van Den Haag. Waarom dus nu niet.
Den Haag biedt nu eenmaal voordelen: het is mogelijk vanuit deze plaats het gehele land te
bereiken. De meeste leden bevinden zich in het westen van het land. Onder hen veel jongeren
- jonger dan 35 jaar. Er bestaat tussen Den Haag en b.v. België een redelijk goede relatie,
zodat het voortzetten van het werk elders hierdoor op zijn minst bevorderd zou worden.
Ik geloof daarom, dat een volgend medium ofwel in Den Haag dan wel in Amsterdam zal leven.
Je kunt niet doen alsof je alle gevolgtrekkingen en voornemens van de geest wel kent. Maar de
Orde heeft zich, zover mij bekend altijd weer gekenmerkt door een mengsel van mystiek en
realisme. Betogen zijn grotendeels logisch opgebouwd. Waarom dan aannemen dat dit niet het
geval zal zijn bij een eventuele opvolging van ondergetekende.
Er zullen natuurlijk verschillen zijn: de ene mens is de andere niet. Gedrag, denkwijze,
handelwijzen van een eventuele opvolging zullen anders zijn. Dat is wel duidelijk.
Toch schijnt een bepaalde reeks kwaliteiten noodzakelijk te zijn om het werk van de ODV op
de juiste wijze en gedurende langere tijd te volbrengen. Daarom meen ik zelfs een schets te
kunnen geven van degene die “komt als ik er niet meer ben”.
Leeftijd jaar ongeveer. Type: pycnisch. Haarkleur: vermoedelijk donker, bruin tot zwart.
Gedrag: laconiek. Eigenschappen: eigenzinnig maar plichtsbewust. Gevoel voor humor.
Sterrenbeeld: waterman of tweelingen.
In de geboortehoroscoop zullen m.i. zowel Neptunus, Saturnus als Jupiter zeer belangrijke
invloeden betekenen. Een of meer van hen, mogelijk allen, staan in het elfde huis. De zon is
heersend op de ascendant, de maan heft een sterke invloed, mogelijk in het vierde of vijfde
huis.
Mijn eigen opleiding als voorbeeld nemende veronderstel ik verder, dat deze persoon reeds op
jeugdiger leeftijd langere tijd van huis is geweest, een aantal jaren een zwervend bestaan
heeft gevoerd. En lange tijd nogal sceptisch heeft gestaan tegenover het “paranormale”, maar
onbewust wel bepaalde kwaliteiten reeds zelf heeft gebruikt.
Of het zich hier om een man dan wel een vrouw handelt is moeilijk te zeggen. Het vorige
medium was een vrouw, ik zelf ben een man.
Gezien de ontwikkelingen zou een vrouwelijk medium mij het meest waarschijnlijk voorkomen.
U ziet het. Al kan ik niet met zekerheid u zeggen hoe alles verder zal gaan wanneer ik mijn
werkzaamheden staak, toch heb ik wel degelijk een zeer bepaald beeld daarvan. In hoeverre
de huidige stoflelijke vormen van bestuur e.d. worden gehandhaafd kan ik eveneens niet zeker
zeggen. Maar wanneer mijn veronderstellingen juist zijn en een voortzetting van het openbare

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
182
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

werk volgt binnen twee jaren na mijn afscheid lijkt het mij redelijk om aan te nemen, dat de
stoffelijke vormen van de Orde een rol blijven spelen.
Waarmee de vraag die men mij zo vaak stelt wel beantwoord zal zijn zover mij dit mogelijk is.
Maar nu ik toch aan het woord ben wil ik van de gelegenheid gebruik maken om nog enkele
persoonlijke dingen te zeggen:
Ik heb, als elk jaar, van velen kerstkaarten en beste wensen voor 1985 mogen ontvangen.
Normalerwijs verzonden mijn vrouw en ik dergelijke wenskaarten in ruime mate. Dit jaar heb
ik echter geen enkele wenskaart verzonden. Neem mij dit niet kwalijk. Mijn vrije tijd rond de
feestdagen heb ik besteed aan een wel zeer noodzakelijke opknapbeurt van het huis. En
degene die de gehele dag op een ladder heft doorgebracht om te witten, te behangen, te
verven wordt hierdoor nu niet direct geïnspireerd tot het schrijven van wenskaarten.
Nu ik eindelijk - rond nieuwjaar - aan het schrijven van dit artikeltje toekom lijkt het mij
weinig zinnig, alsnog allerhande kaarten te gaan schrijven en zo tante Pos aan een extra
winstje te helpen. Dan gebruik ik maar dit blad om alsnog mijn wensen en dank over te
brengen. Dus: IK WENS U ALLEN ACHTERAF NOG GEZEGENDE KERSTDAGEN EN VOORAL EEN
VOORSPOEDIG EN GEZOND NIEUW JAAR.
Zo, dat was dan dat. De dagen gaan lengen en de eerste sneeuw zal niet te lang op zich laten
wachten, vrees ik. Eigenlijk had ik die al op oudejaarsdag verwacht, maar kennelijk liep ik met
mijn prognose voor.
Tot maart zullen wij het wel moeten doen met koude, vorst - niet te veel hoop ik - en
sneeuwbuien. Maar dan komen de zonnige en warme dagen al in zicht. Want, tenzij mijn
berekeningen geheel fout zijn, mogen wij in april al een bijna zomerse dag verwachten en ook
de zomer belooft - hoewel wat stormachtig - zon en warmte.
En dat is zelfs in een rommelig jaar als 1985 toch wel iets om naar uit te kijken. En in mei
leggen de politici opnieuw een koekoeksei. Wat op z'n minst genomen spannend kan worden,
zonder dat er al te veel gevaar schijnt te bestaan.
Rare dingen doen ook andere mensen. Het lijkt bijna een wedstrijd wie het meest
onverantwoord kan handelen. Mogelijk is een oude voorspelling dit jaar van kracht die zegt:
“Wanneer de zee zich terugtrekt van het strand en dan heel bruusk het land bedreigt, is er
onrust in het land. Alleen de wijze zwijgt.”
Zonder mijzelf een predikaat van wijsheid te willen aanmatigen lijkt het mij tijd, ook dit
kattebelletje te beëindigen. Na de donkerste kerstmis sinds vele jaren breekt voor mij de tijd
van werken weer aan.
Mijn werk als handelsreiziger in geestelijke goederen zal mij weer geheel op gaan eisen. En
voor die tijd moet ik nog het een en ander in orde maken. Vandaar de kortheid van dit betoog.
En nogmaals allen de beste wensen voor 1985.
Karel.
Noot: De dit jaar overleden echtgenote van ons medium was een kerstkind en vierde op 25
december haar verjaardag. Dit verklaart de uitdrukking: de donkerste kerstmis sinds jaren,
die werd gebruikt. Er is dus geen sprake van een toespeling op naderend onheil. (Red.)
Hoewel in 1985 de lente zich maar aarzelend vertoonde, kon het ODV-nieuws 1985-2 toch
weer een artikel van de hand van het medium aanbieden, dat getiteld was:

De wazige wereld (1985-2)
Een paar dagen geleden kwam ik met iemand in gesprek die mij voorhield, hoe uitverkoren
een mens toch is die paranormale gaven heeft en vervolgens bekende er naar te streven
“helderziend” te worden. Ik ben natuurlijk beleefd gebleven.
Kennelijk weten weinigen, dat dergelijke gaven evenzeer een grote belasting betekenen als
een z.g. voorrecht. En toch is dit, zoals ik zelve meerdere malen moest ervaren, een feit.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 183
Orde der Verdraagzamen

Al eens eerder vertelde ik u, dat ik bij een tramhalte in gesprek raakte met iemand, die later
een geest bleek te zijn. Maar daarvan werd ik mij eerste bewust toen een ieder mij aankeek
met grote ogen en zich kennelijk afvroeg uit welke inrichting ik ontvlucht zou zijn.
En dat is dan nog een van de leukere herinneringen. Ik schuw kerkhoven omdat je daar al te
vaak vreemde vervallen gestalten ziet rondwaren. Een lichtspel op het Binnenhof ging voor mij
de mist in toen een aantal figuren uit de elfde of twaalfde eeuw een moordpartij uitvoerden,
iets terzijde van de Ridderzaal. Weggaan was de enige oplossing voor mij, maar het had mij
wel mooi mijn entree en een wachttijd van bijna 3 kwartier gekost.
Om nog maar niets te zeggen van allerlei visioenen die je krijgt en waar je geen touw aan vast
kunt knopen. Zaken die je gelaten over je heen laat gaan, maar die soms toch wel irriterend
werken. Om een schatting te maken: van de veertig waarnemingen die je doet zijn er
misschien of 3 bruikbaar. Maar meer dan de helft is onaangenaam om te moeten ondergaan.
En het pad van een medium gaat heus ook niet altijd over rozen: de inspanning die het kost
wordt gemeenlijk door anderen onderschat. Mensen hebben de behoefte met je te spreken
over hun eigen gaven - of het gebrek daar aan - vooral op ogenblikken dat je een goede mop
veel meer zoudt appreciëren.
Anderen komen je vertellen dat het niet juist is, voor het demonstreren van je gaven geld te
vragen - alsof medium zijn gelijktijdig betekent dat je geen eten, drinken en onderdak meer
van node hebt, terwijl men je overal zonder vergoeding zalen ter beschikking stelt om
dergelijke mensen gratis van geestelijke wijsheid te voorzien.
Of u het gelooft of niet, het kost mij dan vaak moeite om althans uiterlijk nog een schijn van
verdraagzaamheid te bewaren. Neen, de enige gaven die in verhouding weinig moeite kosten
en toch veel voldoening kunnen geven zijn de kracht om te genezen en het vermogen om
beheerst uit te treden. En zelfs daarbij kost het vaak heel wat moeite om waarheid van droom,
illusie of wens te onderscheiden.
Maar hoe maak je dat duidelijk aan iemand die staat te emmeren over uitverkoren zijn, hoge
geestelijke krachten en besluit met een gebruiksaanwijzing te vragen voor vaak zeer
rudimentair aanwezige paranormale kwaliteiten?
Een jonge man die mij zo om raad vroeg en wilde weten wat hij moest gaan doen was heel
boos, dat ik zijn goeroe niet wilde zijn en waarschijnlijk nog nijdiger over de raad, eerst eens
een goed vak te gaan leren. Nu ja, het was ook tamelijk bruut gereageerd. Maar ik had, dank
zij iemand die zo nodig iets moest laten vallen toen ik uit trance kwam, een daverende
hoofdpijn en was nog doodmoe op de koop toe. Wat voor mij een verontschuldiging betekent,
maar voor de betrokkene waarschijnlijk alleen een bewijs is, dat ik toch niet “hoog” genoeg
was om goeroe te spelen.
Ik zou nog wel een paar bladzijden kunnen vullen en wel meer ook. Maar als reactie op de in
het begin genoemde opmerkingen lijkt mij dit meer dan voldoende. Ik wilde alleen duidelijk
maken dat de meeste mensen weinig of geen begrip hebben voor de feiten van het
mediumschap.
Natuurlijk, mediumschap, zo goed als andere paranormale vermogens behoort tot de “gaven”.
Maar dat kun je ook zeggen over muzikaliteit, ritmegevoel en nog vele andere kwaliteiten, die
in de gemeenschap meer aanvaard zijn.
Een ieder vindt het heel gewoon dat het kind dat “aanleg” heeft, vele jaren studeert om zijn
bekwaamheden te ontwikkelen. Waarom neemt men dan zo vaak aan, dat een goed medium
“door de geest wordt gemaakt” zonder dat dit inspanning kost?
In mijn geval duurde het rond 5 jaren, voor ik in staat was een trance te bereiken in een
gezelschap van zeg rond 15 personen. De boodschappen die doorkwamen waren van een
redelijke, maar zeker niet uitzonderlijke kwaliteit. In die dagen kon ik alleen “werken” dank zij
de hulp van een hypnotiseurmagnetiseur en leerde eerst zeer langzaam mij van deze hulp los
te maken.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
184
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Misschien zou ik er wel nooit in geslaagd zijn mijn huidige methode te ontwikkelen wanneer ik
niet enkele jaren na mijn begin als medium interesse had gekregen in alle paranormale
verschijnselen en vele proeven had gedaan met o.m. helderziendheid, genezen, psychometrie
e.d.
En voor degenen die nu zullen opmerken, dat de geest mij daartoe aanspoorde wil ik toch wel
even zeggen, dat, indien de geest het initiatief nam daartoe de inspanningen toch wel degelijk
van het medium kwamen. Kennelijk behoort er ook enige scholing en een behoefte om ook zelf
werkzaam te zijn toe, om een goed medium te worden - wat ik meen te zijn geworden.
Ook de mening, dat je alle kracht van de geest onmiddellijk terug krijgt, berust volgens mijn
ervaren op een misvatting: de recuperatieperiode na een seance met zeg rond 10 personen
bedraagt voor het reactievermogen rond 2 uren zover dit het reactievermogen betreft. Om
weer geheel “uitgerust” te zijn heb je echter rond 10 uren nodig. Maar hoe groter het aantal
aanwezigen is, hoe vermoeiender ook de seance voor een medium zal worden. Zover ik kan
nagaan ligt dit aan het feit, dat een kleiner gehoor eerder een eenheid vormt dan een 50 of
100 mensen.
Hoe groter het aantal toehoorders, hoe groter de kans is dat er geheel tegengesteld
reagerende groepen zich vormen onder hen. En kennelijk is een mate van eenheid
noodzakelijk om zonder excessieve krachtsinspanningen te kunnen werken.
Een van mijn meest vermoeiende seances gaf ik vele jaren geleden voor leden van de loge Via
Lucis. Men had mij daar geïntroduceerd dank zij het feit dat twee leden van deze groep
avonden van de ODV hadden bijgewoond en van de eerlijkheid van mijn werken overtuigd
geraakt waren.
Het eerste deel van de avond begon met rond 40 zeer kritische en ongelovige heren plus de
twee als paranimfen fungerende gelovigen. Voor het begin kon je de sfeer van ongeloof
proeven en ik ben er van overtuigd dat de loge grotendeels wachtte op het ogenblik dat de
“oplichter” door de mand zou vallen.
Naarmate het eerste deel vorderde moet er een verandering hebben plaats gevonden waar
door tenminste de helft van de aanwezigen geboeid geraakte door het gebrachte en zo ook
bereid waren mij als medium te aanvaarden. Het eerste deel was moeilijk, maar niet al te
uitputtend. Tot mijn verbazing bleek dit voor het tweede deel van de avond geheel anders te
liggen: ik meende dat het nu wel wat beter zou gaan. Het tegendeel was waar. Na een tweede
deel van rond 50 minuten was ik werkelijk geheel uitgeput.
Ik wil niet beweren, dat ik de redenen daarvoor toen al begreep, maar nu, vele ervaringen
wijzer, meen ik de volgende verklaring als de meest juiste hierdoor te kunnen geven:
Er waren in deze groep, zoals overal, een aantal mensen die om religieuze, emotionele of
rationele redenen in verweer kwamen tegen de indruk, die de spreker maakte op het geheel.
Hierdoor ontstond in feite een soort geestelijke oorlog. De botsende uitstraling van beide
partijen kwam te samen in en rond de hoofdpersoon. Maar om verder te kunnen werken was
het noodzakelijk, dat althans in en rond mij beide tegengestelde krachten tot een zeker
evenwicht werden gebracht. De energie die dit alles moest compenseren werd uit mijn
zenuwstelsel genomen. Tenminste, die verklaring lijkt mij de meest juiste, gezien het feit, dat
mijn reactievermogen nog 5 uren nadien niet geheel normaal was en de vermoeidheid zich
zelfs nog de avond na de zitting in kwestie merkbaar maakte.
Ik ben er van overtuigd, dat vanuit de geest wel degelijk alles wordt gedaan om de verbruikte
energie weer aan te vullen, maar meen dat dit niet onmiddellijk gebeurt, maar geleidelijk. Is
het tekort dat ontstaan is te groot, dan is de herstelperiode evenredig langer.
Geeft men 1 á 2 seances per week, dan zal dit alles niet zo sterk tot uiting komen, omdat een
deel van de recuperatieperiode alleen gekenmerkt wordt door een soort luihei - en mensen
zoals ik hebben daar ook zonder seanceren soms behoorlijk last van.
Geef je echter - zoals ik jaren gedaan heb - 6 tot 8 seances per week dan liggen de zaken
anders. Vooral wanneer je een paar “zware” zittingen achter de rug hebt, zul je bij een
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 185
Orde der Verdraagzamen

volgende seance een kleiner aanvangskapitaal hebben aan kracht. De herstelperiode wordt dus
elke keer weer langer, wat er op neerkomt dat je steeds met minder energie begint en steeds
vermoeider uitscheidt.
Ik herinner mij een jaar waarin ik voor de Orde 220 seances had gegeven en bovendien nog
enkele voor andere verenigingen. Toen het tegen de zomer liep was ik zo uitgeput dat ik het
werkelijk niet meer zag zitten en het bestuur op zeer emotionele wijze mededeelde dat ik wilde
ophouden met werken.
Mijn overspannenheid was toen opeens kennelijk voor hen zozeer zichtbaar, dat men mij met
alle geduld behandelde en mij zelfs 3 maanden “de wei in stuurde”. Ik heb daarop beloofd, het
nog eens te proberen en zie daar: na rond 2 maanden was ik weer tot rust gekomen en na die
drie maanden was het mogelijk het werk te hervatten, zij het dat het bestuur - door ervaring
wijs geworden denk ik - een 20tal bijeenkomsten van het programma heeft gestreken en ik
niet meer voor andere groepen heb gewerkt.
U ziet, ook voor een medium geldt dat je niets voor niets krijgt. Je dient je bovendien aan
bepaalde leefregels te houden. Zo zal ik nooit kort na een maaltijd seanceren. Op dagen dat ik
moet werken drink ik geen alcohol, zeker niet in grotere hoeveelheden - hoewel ik mij in deze
tijd wel een glaasje wijn bij de maaltijd durf te permitteren tijdens een maaltijd enkele uren
voor een seance moet worden gegeven.
Rond 1 uur voor het begin van een bijeenkomst moet je je ontspannen, hetzij door mediteren,
hetzij door b.v. gedachteloos TV kijken of je concentreren op hetgeen gaat komen.
Ook bleek het erg belangrijk te zijn dat je leert je eigen stemming en gevoelens kort voor het
begin van een zitting geheel of tenminste voor het grootste deel uit te schakelen, daar dezen
anders de inhoud en mogelijkheden van een bijeenkomst sterk kleuren.
Mijn sympathie en vriendschap voor de entiteit “Henri” zal voor een deel wel te danken zijn
aan het feit dat deze door zijn scherpe en spitsvondige uitingen gelijktijdig een afreageren
mogelijk maakte van spanningen die in mij bestonden, zodat ik emotioneel opgewekter en
gelijkmatiger ontwaakte na zijn optreden. Let wel: ik stel niet, dat een medium dit alles na
kortere tijd al leert beseffen. Maar nu, na bijna 40 jaren als medium actief te zijn geweest en
in het genot van AOW heb ik voldoende afstand leren nemen van mijzelf en mijn werk om
dergelijke samenhangen te doorzien.
Dat is wel eens anders geweest. Er was een periode dat ik mij een uitverkorene en ingewijde
achtte, iets wat, zover ik na kan gaan, ook bij andere mediums pleegt op te treden. Je twijfelt
aan niets, bent er van overtuigd dat je precies weet wat voor anderen goed is en bent
volkomen bereid het leven van die anderen voor hen even te regelen en in te delen.
Ook dit gaat voorbij. Maar ik vraag mij nog steeds af of het niet aan mijn periode van intense
belangstelling en proeven met het paranormale te danken is, dat ik geen grote ongelukken heb
veroorzaakt: Met enig empathisch gevoel, enige telepathische begaafdheid en een tikje
helderziendheid zul je onwillekeurig veel meer uitgaan van de indrukken die je van een ander
ontvangt dan van je eigen denkbeelden alleen. Maar zijn die delen van je begaafdheid niet
ontwikkeld dan lijkt mij deze periode juist voor degenen die je om raad vragen vol van
gevaren.
Een ander facet van deze periode van “je ingewijde gevoelen” is, dat je zonder meer
aanneemt, dat alles uit de geest stamt. Dit komt er op neer, dat je aan alle ingevingen een
gezag toe gaat kennen die zij in feite niet zouden mogen bezitten. Zoals je ook voorbij gaat
aan het feit, dat wel degelijk ook tijdens een seance zaken, waarmede je je waakbewust hebt
bezig gehouden van invloed kunnen zijn en ook bepaalde stopwoordjes e.d. een grotere rol
spelen in de uiting dan op grond van een alleen door de geest bepaalde inhoud denkbaar is.
Ik meen hiervoor de volgende verklaring gevonden te hebben: er wordt gebruik gemaakt van
je herseninhoud, dus van alle denkbeelden en zelfs gewoontes, die en medium heeft.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
186
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Daarnaast worden ook gedachten en gevoelens in de zaal geconstateerd en ook dezen bepalen
mede wat de geest doorgeeft en hoe dit gebeurt.
Niet dat ik meen, dat het hele fenomeen is terug te voeren tot functies van het
onderbewustzijn en telepathische responsen, maar een rol spelen die wel degelijk. Zij vormen
volgens mij de basis waarop het werk is gebaseerd.
Dit wordt bevestigd door de eigenaardigheden van de sprekers die ik vele jaren heb uitgewerkt
voor de Stem van Gene Zijde: Er wordt iets gezegd dat regelrecht van mijzelf zou kunnen
stammen. Soms wordt een woord verkeerd gebruikt. Vervolgens wordt in een tweede en
mogelijk meerdere zinnen de denkbeelden van de eerste zin a.h.w. aangepast, zodat de
betekenis van de woorden in feite wordt veranderd. Dit kan voeren tot schijnbare
cirkelredeneringen, die soms zelfs meerdere malen worden herhaald voor uiteindelijk de
kennelijk bedoelde intentie tot uitdrukking komt.
Volgens opgedane ervaringen zal een entiteit korter en duidelijker zijn denkbeelden formuleren
naarmate je zelf neutraler en minder door emoties geplaagd bent.
Met andere woorden: de persoonlijkheid en leefwijze van het medium zijn van groot belang
voor de prestaties die geleverd kunnen worden. Maar ook de aard van het medium wordt
mede weerspiegeld in het optreden van de entiteiten. Zonder op te scheppen kan ik beweren
enig gevoel voor humor te hebben. Entiteiten die doorkomen maken hiervan maar al te vaak
en al te graag gebruik. Alleen wanneer de persoonlijkheid die doorkomt zelf weinig of geen
gevoel voor humor had, blijven dergelijke ontleningen aan mijn associatievermogen
achterwege.
Mijn conclusie uit dit alles is, dat een medium in staat moet zijn tot beheersing in vele
opzichten en dus de eigen persoonlijkheid geheel moet aanpassen aan en richten op het werk
dat gedaan moet worden.
Is het zo vreemd, dat ik mediumschap als een vak beschouw dat wel degelijk geleerd en
beheerst moet worden om permanent redelijke tot goede prestaties te leveren? En toch zijn er
kennelijk heel wat mensen die daar heel anders over denken. Zij vinden het heel normaal dat
een acrobaat een hoog loon ontvangt voor de beheersing van het lichaam en de daardoor
mogelijk geworden presentatie van diens nummer. En dat iemand met een academische
opleiding als vanzelf meer gaat verdienen dan iemand zonder vindt men gemeenlijk ook zo
bijzonder niet. Maar een medium dient volgens hen voor niets te werken of tenminste armoe
te lijden om zo de oprechtheid van het gepresteerde te onderlijnen. Gelukkig zijn er ook
anderen, die beseffen dat hetgeen je doet specialistisch werk is en als zodanig ook een
redelijke beloning verdient. Niet dat ik daarover persoonlijk te klagen heb op het ogenblik, al
was dat in het begin wel eens anders.
Een ander nadeel van het vak is gelegen in de wijze, waarop mensen rationeel wel beseffen,
dat je een uitzonderlijke prestatie levert, die veel energie kan kosten, maar dit zo snel weer
vergeten. Eens verscheen ik met 39 koorts en snotterend op een vrijdagavond, omdat ik de
mensen nu eenmaal niet graag voor niets wil laten komen.
Op navraag verklaarde ik mij bereid om, wanneer het maar enigszins mogelijk was ook de
volgende zondagochtend een seance te geven. De voorzitter, die toen toch al een jaar of 10
meeliep, benaderde mij met de wens op die zondag na de normale zitting nog een tweede
seance te geven, daar hij met enkele problemen zat.
Uiteraard der zaak verklaarde ik hem, hees en snotterende dat het een lust was, dat ik mij
daartoe op het ogenblik niet bepaald bekwaam gevoelde. De man bleef echter aanhouden. De
vijfde maal dat hij zijn verzoek nadrukkelijk naar voren bracht werd ik zo nijdig dat ik hem
verzocht mede te delen, dat die zondag geen seance zou laats vinden.
Onredelijk? Misschien. Maar het was in mijn denken de enige manier om af te komen van een
extra zitting die mij meer energie gekost zou hebben dan ik op het ogenblik op kon brengen.
Het werd mij zeer kwalijk genomen - ofschoon het al snel weer vergeten was.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 187
Orde der Verdraagzamen

Het gaat hier om het feit dat iemand die al vele jaren van nabij heeft meegemaakt hoe ik werk
en kon weten wat mij dit aan energie kost, eenvoudig niet verder nadacht en meende: Ik heb
een probleem, de geest kan het voor mij oplossen, dus moet Karel maar even opdraven.
En dit, na later bleek, voor een zuiver privé-probleem dat even goed een paar dagen later
besproken had kunnen worden.
Ik heb alle begrip voor mensen buiten Den Haag die mij, zelfs nu nog, wel eens benaderen
met de woorden: nu je meer tijd hebt kunnen wij toch wel een avondje extra krijgen? Maar ik
moet wel neen zeggen wanneer ik het normale programma redelijk af wil werken.
En al neemt men mij dit openlijk niet kwalijk, toch heb ik het gevoel dat men die weigering
eerder beschouwt als een uiting van onwil dan iets dat te wijten is aan onvermogen.
Er zijn meer zaken die mij wel eens ergeren. De Orde beschikt nu over een redelijke reserve.
Maar dat men die heeft is mede te danken aan het feit, dat ik mij in mijn eisen altijd uiterst
bescheiden heb opgesteld. Toch heb ik het gevoel, dat tenminste de helft van die reserve in
feite mij toekomt, daar zij gevormd kon worden door hetgeen ik in feite minder heb geëist dan
mij toekwam. Terwijl de reserve van de Orde werd opgebouwd - en soms aangetast door
bestuursleden voor wat in feite vooral hun eigen voordeel was, maar dat is alweer 30 jaren
geleden - leefde ik met vrouw en zoon van fl 45 per week en voordien van zelfs veel minder.
Vindt u het vreemd dat het mij een beetje bijt wanneer er grote uitgaven m.i. onnodig of
ondoordacht worden gedaan? En dat gebeurt heus wel eens. Per slot van rekening moet hieruit
mijn pensioen betaald worden wanneer ik niet meer een heel programma kan dragen. Waarbij
zij opgemerkt dat, na beraad, een bestuur in het verre verleden voor mij een ziekte en
pensioensverzekering afsloot die echter, zonder dat mij hiervan mededeling werd gedaan, naar
ik hoorde wegens te hoge premie al snel werd gecanceld. Toen ik navraag deed werd mij
verzekerd: Karel, wij vormen op het ogenblik een zodanige reserve dat wij hieruit je pensioen
kunnen betalen. Later werd het: dan krijg jij de rente van het kapitaal als pensioen.
Gezien al die beloften en de geschonden overeenkomst t.a.v. de pensioensverzekering
beschouw ik de “reserve” als iets, waarop ook ik wel degelijk rechten kan laten gelden. Maar
ja... erger je niet, want dan kun je niet goed werken. Maak geen ruzie, want dit gaat ten koste
van je vermogen om ook nu nog te presteren (genoemde overeenkomst werd gemaakt met de
heer Sandbergh, die toen voorzitter en leider van de Orde was).
U ziet het. Bij mediumschap spelen heel wat zaken mee waaraan de mensen niet denken. Het
is een vak, dat harder is dan men zich kan voorstellen en stelt niet alleen eisen tijdens de
seances, maar grijpt in het geheel van je leven en denken in. Je moogt je niet ergeren, dien je
niet te zeer te laten betrekken in allerhande stoffelijke zaken en belangetjes. Maar je bent en
blijft mens. Daarom kost ook dit deel van het vak vaak moeite en veel oefenen en beoefening
van zelfbeheersing.
Nalezende wat ik geschreven heb, ben ik bang dat het deze maal een beetje een kankerstukje
geworden is. Maar zo was het niet gemeend. Zoals meestal heb ik geprobeerd u iets te laten
zien van de achtergronden van mijn wijze van werken en mijn belevingen. Dat de geest
daarbij deze maal wat op de achtergrond bleef en mij geestelijke belevingen buiten spel bleven
moet u mij maar vergeven. Want ook dit alles is een deel van het leven en werken van uw
medium. Bovendien: de voorjaarsmoeheid speelt ook een rol en ik ben werkelijk toe aan een
paar zorgeloze vrije dagen waarin ik de geest de geest kan laten en even kan bijkomen van
alle vermoeienissen van de afgelopen periode. Laat ons hopen op zonnige paasdagen.
K.N.
De zomer leek in 1985 niet erg bereidwillig; misschien dat het dat was, wat het medium in
het ODV-nieuws 1985-3 een artikeltje deed plaatsen dat getiteld was:

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
188
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Zomerzin (1985-3)
Terwijl de sporen van deze zomer herfstig langs de ruit druipen probeer ik mijn traagheid te
overwinnen. Het wordt tijd weer eens een “stukje” te plegen voor het ODV-nieuws dat, zij het
aarzelend, op uitkomen staat.
Grauwheid brengende dagen doen mij dromen van zon, van stralende weiden en
hitteweerkaatsende stranden die zich trillend afzetten tegen een koel ruisende zee.
Ach, kon ik mijn lichaam maar eens mee nemen naar al die wonderlijke werelden waarvan ik
zo vaak “droom”. Want uittreding is een soort droom, die alleen maar veel waarheid pleegt te
bevatten.
Hoe graag zou ik mijn botten koesteren in het licht van een vreemde, lichtende lucht, liggend
ergens op de golvende weiden zonder kenbaar einde, behalve daar, waar vage bergtoppen zich
aftekenen in een niet te bepalen verte.
Wanneer het je te machtig wordt ga je geestelijk op reis. Zo pleeg ook tenminste de laatste
tijd te doen. En al zijn er werelden vol ravijnen, soms ijzig koud, zo niet voorzien van
geestelijke diepvriesinrichtingen, werelden die zojuist uit een onbekende vulkaan ontstegen
schijnen te zijn en met poelen lava overdekte lijken, mijn voorkeur gaat de laatste tijd uit naar
die werelden van rust waarin je gelukkig kunt zijn, alleen maar omdat je bestaat, zonder
denken, zonder leringen, zonder storingen.
Er zijn vele van die werelden. Eens verkoos ik berghellingen, een kleine achtkantige tempel,
waarin je kon mediteren. Nu lig ik in het gras, staar naar de hemel die zelve licht schijnt te
zijn, naar wolken die lijken op dansende bloemen, om dan weer te kijken naar het sappige
groen van de weiden die geen einde schijnen te kennen.
Te traag, te voorzichtig is de aardse zomer, die steeds weer schichtig wegduikt in miezerige
wolken van natte mist of zich haast honend voor mij verschuilt achter waterstralen die wel een
hemelse douche ontsprongen schijnen te zijn.
Zeker, de dagen van zon en warmte zullen nog wel komen. Maar voorlopig wisselt het buiten
tussen late winter en vroege herfst. En al mijn zinnen schijnen te hunkeren naar zomer, naar
licht, warmte, late, lauwe avonden waarin de zon met laatste kracht vele tere kleuren aan de
hemel schetst voor het grauw langzaam overgaat in het diepe blauw waaruit sterren
geruststellend naar je pinken.
Het is dit verlangen naar zon en warmte dat mij beheerst nu ik dit stukje moet neerschrijven.
Het is ook dit verlangen naar zomer dat mij kiezen doet voor een weergave van enkele
“werelden” waarvan ik vaak droom. Want of zij nu echt zo bestaat of niet, ik kan er altijd
terugkeren en de tijd schijnt door te gaan ook wanneer ik er een tijdlang niet kom.
Altijd weer kies ik, wanneer de gelegenheid zich voordoet een plek die ik meen te kennen.
Soms dat betrekkelijk smalle spoor dat aan de ene kant groene velden, soms onderbroken
door enkele kleine bouwsels. Dorpen noem ik die maar.
Tussen de bijna schetsmatig aandoende adobe-achtige huizen enkele witte gestalten. Mensen
zijn het niet, maar zij stralen een blije gastvrijheid uit. Ontmoeting. Kort gesprek, even het
delen van een innerlijke warmte. Dan door het dorp heen, een smal pad volgende van gras
tussen anders gekleurde, groenere grassen.
In het gras bloeiende struiken, herinnerende aan enkelbloemige wilde rozen, maar anders,
fijner van geur en kleur. Soms trilt er iets in de lucht of iemand een kristal aanstrijkt met
vochtige vingers; zou dit vogelenzang zijn in deze wereld?
Zo ga je voort tot je moe wordt. Soms onzichtbare trappen bestijgende die je langs “wolken”
omhoog voeren, tot je opeens in een andere wereld stapt, waar de weiden vol zijn van
bloemen als een alm in het voorjaar. Maar altijd weer komt het ogenblik dat je terug moet
keren, voldaan, moe en uitgerust tegelijkertijd. Je rekt je uit, kijkt de zaal in of naar het raam
en constateert dat de grijsheid van het leven nog sterker contrasteert met de zonnige volheid
die je zo-even nog kende, dan je al veronderstelde.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 189
Orde der Verdraagzamen

Een andere wereld die ik graag bezoek doet denken aan een soort geestelijke Efteling zonder
sprookjesbos en kermisattracties. Ik kom hier altijd aan naast een aantal vijvers en altijd weer
word ik getroffen door de waterbloemen die hier in grote getale in het water schijnen te
drijven. Goudgeel en zilverig blauw zijn hun kleuren en vaak, maar niet altijd, zweeft er boven
zo een bloem een klein wolkje, iets donkerder dan het water, maar doorschoten met kleine
glimmers licht.
Hier tref je vele personen in de meest verschillende kleding, al valt mij telkens weer op, dat
Indische kleding - dhoti b.v. - hier veel voorkomt. Het is gemakkelijk met hen in gesprek te
komen en sommigen zijn nog langer van stof dan de meest vervelende sprekers van de ODV.
Volgens hen zijn de wolkjes boven de waterbloemen zielen die zich nog van hun bestaan
bewust moeten worden. Maar meestal ga ik verder door het parkachtige landschap en geniet
van de kleuren van de bloemen en bloeiende struiken die er in allerlei vormen en de meest
onvoorstelbare pasteltinten aanwezig zijn.
De lage huizen, de wat grotere zalen zonder muren vermijd ik meestal, want hier kun je alleen
maar zitten en luisteren naar een soort verteller die vaag van gestalte blijft en mij het meest
doet denken aan een glazen beeldje waaronder men een lamp heeft verborgen.
Mijn zomerlusten drijven mij eerder naar de open bomengroepen waar een lenteachtige koelte
heerst en je bevangen schijnt te worden door een onbekende geur tot er ijle stemmen in je
schijnen te spreken die trilzingend verhalen over zaken die je je later nooit herinneren kunt.
Ik ken meer werelden, vele zelfs, duister en lichte, lichtende en nevelige. Maar nu de langste
dag voorbij lijkt te trekken met een gevolg van storm, regen en onweer gaat mijn voorkeur uit
naar wereldjes als omschreven.
Het seizoen loopt ten einde. Ik ben moe, moe van seances, van geestelijke wijsheden, van
pogingen om anderen te begrijpen en gelijktijdig mijn eigen belangen in het oog te houden.
Voorlopig hoeft dat alles voor mij niet meer.
Misschien dat ik mede daarom mijn toevlucht zoek in deze sprookjeswerelden, deze
droomsferen. Want het is goed te dwalen door schoonheid zonder een lichaam dat met kleine
pijntjes en al lang gewende ongemakken je herinnert aan leeftijd en zo hier en daar toch wel
sleets worden. En enkele malen is het zelfs wel moeilijk om zonder heimwee dan weer je
menselijke plichten na te komen en de nodige plichtplegingen in acht te nemen.
Maar altijd weer komt het ogenblik van terugkeren. En dan sukkel je maar weer door. Sinds ik
deze verhandeling - of hoe moet je het noemen - onderbrak heeft de zon zich gelukkig even
haar zomerse plichten herinnerd. De wind is zoel, de hemel siert zich op met wolken zonder
haar eigen blauw geheel te verloochenen. Zomerse mensen dartelen in de straat voorbij,
gekleed - of deels ontkleed - in de meest wonderlijke katoentjes.
Dan ziet de wereld er opeens heel anders uit. Mijn intense heimwee naar bepaalde sferen
smelt weg en blijft slechts heel in de verte nog knagen, een verre nostalgie die soms nog
merkbaar wordt als de resten van een hoofdpijn na het tweede aspirientje.
Toch voel ik mij te moe, te geladen ook om er geheel van te profiteren Dus kruip ik achter de
schrijfmachine en vervolg mijn relaas.
De laatste tijd heb ik minder te maken in duister werelden. Soms speel ik nog voor afhaler op
aarde, maar meestal laat men mij met rust. De Broeders zijn er kennelijk van overtuigd dat ik
aan het einde van mijn krachten ben gekomen en laten mij mijn zomerse genoegens in de
sferen, het gezellige babbeltje met bekenden, een bezoekje aan hen die mij dierbaar zijn.
Zo drijf ik naar de vakantie toe, licht overspannen, wat korzelig, soms melancholiek. Vatbaar
ook voor stemmingen, argumenten van anderen op een wijze, die bij mij slechts rond eens in
de zeven jaren voorkomt.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
190
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Vreemd, dat je de schoonheid van de wereld, de goedheid ook van vele mensen kunt
waarderen en zien en toch niet geheel daaraan gebonden zijn. Ik ben benieuwd hoe dat zal
zijn wanneer je de dood nabij bent. Zal er dan ook in mij zo een gevoel zijn van “het kan mij
niet meer schelen”?
Om eerlijk te zijn heb ik dit maar heel zelden aangetroffen bij mensen die juist overlijden. De
meeste zijn nog druk bezig met zichzelf, met anderen, met dingen die zij achter moeten laten.
En al worden zij dan geholpen, werkelijk afstand nemen van alles, ook van zichzelf, schijnt
voor de meeste te veel geëist.
Ik hoop bij mijn dood die stemming van deze tijd te hebben. Het gevoel dat niets werkelijk van
belang is, dat alles gebeurt zonder dat je er werkelijk bij betrokken bent. Een leven op twee
niveaus tegelijk, een actief, betrokken, maar het tweede overheersend, beschouwend
herkennen van het gebeuren zonder er zelf geheel bij betrokken te zijn. Alsof je een film beziet
waarin jezelf een rol speelt, maar die je in feite koud laat.
De ellende is alleen maar, dat je dit anderen nooit kunt laten merken: zij zien alleen de actie,
het verhaal, niet de gehele opzet, het gehele gebeuren. Want wanneer maar meer mensen zo
afstandelijk zichzelf in alle redelijkheid en onredelijkheden van het daagse bestaan zouden
zien, zouden zij mogelijk eerder beseffen, hoeveel dingen op aarde alleen maar een
schijnbelangrijkheid bezitten.
Maar ja, ik ken die toestand dan wel, beleef haar soms, zoals de laatste dagen, maar na enige
tijd verbleekt het gevoel weer en ben je weer geheel opgenomen in alle dagelijkse noodzaken
en bezigheden.
Maar goed ook. Want leven moet je op de stoffelijke wereld tot het ogenblik dat je uitgeleerd
hebt. Je moet nu eenmaal afmaken wat je begonnen bent, alles is alles voor niets geweest.
De duistere droom van het leven moet nu eenmaal beleefd worden. Zonder de voortdurende
wisselingen tussen geluk en ongeluk, vreugde en verdriet schijn je niet verder te kunnen
komen.
Wat pessimistisch genoeg schijnt. Maar aan de andere kant is er altijd weer een nieuw leven,
zijn er nieuwe problemen, maar ook nieuwe realisaties. Zolang dit het geval is leef je in ieder
geval niet voor niets.
Er zijn heel wat mensen die denken dat mediumschap in feite maar een halfzacht baantje is:
enkele uren werken per dag, waarbij je alleen je ogen hoeft dicht te doen en voor de rest zorgt
dan de geest wel.
In feite is het een hard beroep, dat voortdurend eisen stelt aan je wijze van leven en denken,
steeds weer krachten neemt die eerst langzaam weer teruggegeven kunnen worden. Want met
het openbaar kenbare werk ben je er nog niet:
Als je geestelijk werkelijk mee wilt draaien zijn voor elke bijeenkomst voorbereidingen nodig.
Laat je die achterwege, dan pluk je daar later de wrange vruchten van. Kort geleden had ik,
zowel voor de seance als in de pauze, een twistgesprek waarin ik te zeer opging. Niet alleen
kostte het mij veel meer inspanning om in trance te komen binnen een volgens mij redelijke
tijd, maar bovendien was het gevolg een hoofdpijn die nog twee dagen nadien mijn
levensvreugde aanmerkelijk vergalde.
Dan zijn er de uittredingen, die voor een groot deel wel aangenaam zijn, maar waarbij
eveneens soms zware en vermoeiende taken moeten worden volbracht. Ik kan u uit ervaring
verzekeren, dat een uittreding gepaard met werkzaamheden in een lagere sfeer niet bepaald
een uitje is.
En dan die mensen die menen, dat je wel even hun beminde overledene voor hen kunt gaan
opzoeken en een boodschap kunt overbrengen. Zij realiseren zich niet, dat er in de meeste
gevallen een groot verschil van afstemming bestaat tussen mij en die ander. De kontakten zijn
dan ook meestal vaag. Wanneer je er in slaagt een verbinding met een bepaalde persoon te
maken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 191
Orde der Verdraagzamen

Neem als voorbeeld eens het geval J.V. De voordelen van dit contact waren o.m. een
behoorlijk hoog geestelijk bewustzijn. Het nadeel bleek een reeks schuldgevoelens te zijn plus
de wens een zeer speciale mededeling door te geven zonder over de daarvoor noodzakelijke
inhoud te beschikken.
Wat moet je de nabestaanden in een dergelijk geval vertellen? Een sprookje vertellen dat niet
of niet geheel waar is? Je houden bij de feiten van je eigen waarnemingen, die alles behalve
volledig zijn? Of gewoon alleen mededelen, dat het de betrokkene naar omstandigheden wel
gaat?
De mensen zullen mij wel verwijten, dat ik hen geen persoonlijke mededeling kan brengen.
Maar wanneer er geen behoorlijk contact gemaakt kan worden is het nu eenmaal niet mogelijk
op een eerlijke en verantwoorde wijze een “boodschap” te geven. Zeker, in enkele gevallen,
zoals R.P. weet ik, waar zij zich ophouden, wat zij ongeveer doen, en zelfs hoe zij zich op het
ogenblik gevoelen. Maar dan speelt weer iets anders: door dergelijke gegevens steeds weer
door te geven breng je een binding tot stand tussen de stofwereld en de betrokken geest, die
in vele gevallen zo iemand eerder maakt tot een hond aan de lijn: de materiele relatie gaat
een zo grote rol spelen dat de bewustwording in de nieuwe wereld hierdoor ernstig belemmerd
zou worden.
Maar dit kun je gemeenlijk de mensen onvoldoende duidelijk maken en zelfs Indien je dit
zoudt kunnen is het nog de vraag of dit op hun emoties invloed zou hebben.
Een paar maal heb ik in dergelijke gevallen raad gevraagd aan mijn geestelijke vrienden. Hun
reactie was, populair uitgedrukt: Niet op reageren, Lena. Vanuit hun standpunt de enige
verstandige raad. Maar vanuit mijn standpunt betekent het wel, dat je mensen teleurstelt.
Het aantal malen dat iets dergelijks van je wordt gevraagd ligt heel wat hoger dan u zich kunt
voorstellen. Zet je uiteen dat zoiets moeilijk is, dan volgt als reactie heel vaak: maar ik ben al
zolang lid van de Orde. Of: Maar mijn...vul zelf maar in.... was op aarde al hoog geestelijk
bewust. Een antwoord daarop zou of heel erg lang en moeizaam worden dan wel niet aanvaard
of begrepen worden.
Dus zie je maar af van een reageren op dergelijke verzoeken. Maar helemaal goed voel je je
daar bij toch niet. De grote moeilijkheid is trouwens toch, dat de meeste mensen je werk
alleen als zodanig beschouwen zover zij daar zelf bij betrokken zijn.
Mensen buiten Den Haag vragen heel vaak, of net nu niet mogelijk is om in hun omgeving
regelmatig lezingen te houden. “U hebt voor ons toch wel een extra dagje over?” Ja, ja. Dat ik
ondertussen in meerdere andere plaatsen werk, dat in Den Haag een betrekkelijk vol
programma wordt afgewerkt, ontgaat hen kennelijk geheel.
Moet je het aantal avonden gaan verminderen - zoals nu bij mij het geval is - dan vecht een
ieder als de duivel in het wijwatervat om “zijn” avond zo volledig mogelijk te behouden.
En ook dit vergt weer tijd, energie enz., enz. Daarbij komt dat volgens velen een medium,
ongeacht alle ervaring, niet instaat is de zakelijke kant van de zaken te overzien. Ook dit kan
soms tot geschillen of moeilijkheden voeren.
Vindt u het nu nog een wonder, dat ik terug verlang naar de rust van bepaalde sferen, dat ik
zelfs wanneer alles op aarde goed gaat wel eens denk: zou ik niet een vaste plaats in een van
die mooie vredige werelden kunnen krijgen?
En dan de reactie van geestelijke vrienden, wanneer je met zoiets aan komt dragen: Dit zijn
alleen maar rustoorden, vakantiekolonies voor kortelings overledenen en mensen zoals jij.
Wanneer je definitief aan onze kant komt, mag je natuurlijk ook wel even daar gaan rusten.
Maar in onze werelden is ook heel wat werk te doen en zijn zelfs vaak problemen op te lessen.
Wanneer je eenmaal komt, rekenen wij er toch op, dat je na niet al te lange tijd met ons aan
het werk gaat. Uiteindelijk hebben wij je op bepaalde gebieden al aardig ingewerkt, dus je
zoudt feitelijk meteen aan de slag kunnen gaan.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
192
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Dan zend ik hen maar een “jullie worden bedankt” toe. Want voor iemand, die in wezen wat lui
is aangelegd zoals ik, is dat nu niet iets, waarop je zit te springen. En het antwoord is dan een
meewarige golf van genegenheid, zoiets als een: wacht maar eens af, ventje. Wanneer je dood
bent zul je wel anders piepen.
Ze zullen wel gelijk hebben. Maar zij moeten het mij niet kwalijk nemen dat ik mij dan meteen
voorneem om nog maar wat meer van het leven op aarde te gaan genieten dan ik totnogtoe
kon doen.
Want als er een ding is wat ik in de loop der tijden op aarde ben gaan beseffen is het wel dit:
hoe harder je probeert te lopen, hoe minder je opschiet.
Nalezende wat ik heb geschreven besef ik opeens dat voor de lezer dit betoog in twee zeer
verschillende delen uiteen valt: een bijna poëtische weergave van bepaalde sferen en het
gebruikelijke zelfbeklag.
Even heb ik gemeend dat het beter zou zijn om opnieuw te beginnen. Aan de andere kant, het
is een soort brief die ik aan u, lezers van dit blad, schrijf. En de zaken waarvan ik spreek
spelen werkelijk in mijn leven en werken een rol.
Daarom laat ik het maar staan. Bovendien, aan de open deuren van mijn werkhoekje staat de
zomer zacht ademend te vragen of ik nog even buiten kom spelen. En daar heb ik heus meer
zin in dan in een herzien van ruim 3 volle bladzijden.
Toch moet mij van het hart, dat juist door de reacties die ik vaak op mijn “stukjes” mag
ontvangen, het niet in mij op zou komen om het ODV-nieuws een keer een bijdrage te
weigeren. Het is altijd een prettig gevoel wanneer je denkt dat door dergelijke kattebelletjes
heel wat mensen meer zijn gaan begrijpen van de zaken, die het leven van een medium
bepalen.
Bovendien wordt de tijd kort. Binnen twee weken moet dit blad weer verschijnen, dus tijd om
het uit te stellen tot een andere dag is er ook al niet.
Dus blijft alles zoals het was. En wanneer u dit leest ben ik al weer zover dat ik mijn aandacht
kan gaan verdelen tussen de vakantie en de tandarts.
Ik wens u allen een warme, prettige vakantietijd toe.
K.N.
Het ODV-nieuws, genummerd 1985-4, bevatte, althans van de hand van ons medium, niet
zozeer beschouwingen of iets van dien aard, maar een nadrukkelijke hartenkreet. Deze
aflevering betreft dus voornamelijk het jaar 1985 en de Algemene Ledenvergadering direct
daarna. In de Alg. Ledenvergaderingmoest iets voor Karel zeer belangrijks besloten worden.
Het geeft zo duidelijk aan hoe ons medium zich toen gevoeld moet hebben, hoe hij dit
kenbaar maakte, dat ik het graag overneem. Titel:

Ik wil met pensioen (1985-4)
Toen ik deze kreet na aarzelende (stencil niet te lezen) minder luidruchtige benaderingen,
nadrukkelijk liet horen, ontstond er bij het bestuur en bij vele leden enige verwarring. Deze
steeg tot onrust toen bleek dat ik mijn verlangen bovendien op kortere termijn verwezenlijkt
wenste te zien.
Om alle verwarringen uit de wereld te helpen deze maal mijn visie en plannen: met pensioen
gaan betekent niet, dat ik van plan ben alle activiteiten van geestelijke aard te staken. Maar
met het klimmen der jaren worden de inspanningen niet bepaald kleiner.
Reeds enige malen was het noodzakelijk voor mij, het aantal te geven seances te beperken,
terwijl ik ook mijn medewerking aan de publicatie van de “Stem van Gene Zijde” heb gestaakt.
Toen het programma voor dit jaar reeds geheel opgesteld werd achtte ik het noodzakelijk, op
enige verlichting alsnog aan te dringen - wat voor voorzitter en bestuur niet bepaald

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 193
Orde der Verdraagzamen

aangenaam of gemakkelijk is geweest, al werd met mijn wensen wel onmiddellijk rekening
gehouden.
Nu heb ik de neiging iets wat eenmaal beloofd is ook te houden. En een eenmaal vastgesteld
jaarprogramma geldt voor mij als zodanig, zodra het de leden heeft bereikt. Normaal wordt
een dergelijk programma opgesteld in april, althans rond die maand. Maar
vermoeidheidsverschijnselen e.d. komen bij mij gemeenlijk vooral einde mei, tot juli, tot
uiting. Daarom ben ik met het bestuur overeengekomen dat aanpassingen alsnog plaats
kunnen vinden tot 15 juni van het jaar.
Hierdoor is het mogelijk tot een maand voor het verschijnen van het jaarprogramma nog
rekening te houden met de toestand waarin ik mij dan bevind, terwijl het bestuur toch de
mogelijkheid behoudt u een kompleet programma voor te leggen dat met grote
waarschijnlijkheid geheel als aangekondigd kan worden afgewerkt.
Aan de andere kant kan dit ook betekenen, dat het aantal door mij te geven seances gaat
afnemen - ook al kan ik nu nog niet overzien in welke omvang, zo dit al noodzakelijk wordt.
Het bestuur was volkomen bereid, mij voor die tijd mijn huidige inkomen ongekort uit te
blijven keren, maar merkte daarbij wel op, dat dit uit de aard der zaak ten laste van mijn
oudedagsvoorzieningen zou gaan. Iets wat mij weer minder aanvaardbaar voorkwam. Ik kwam
tot het besluit dat het beter was, nu reeds met pensioen te gaan. Hierdoor kan ik over een
vast basisinkomen beschikken.
De Orde zou mij dan per bijeenkomst een redelijke vergoeding kunnen geven waardoor mijn -
anders wel wat kleine - basisinkomen gedurende de periode dat ik werkzaam blijf enigszins
wordt aangevuld.
Daar hier sprake is van een vergoeding per bijeenkomst zullen eventueel niet plaats vindende
bijeenkomsten of verdere beperkingen van het programma echter niet meer ten laste van de
Orde komen.
Het bestuur heeft enkele malen in mijn aanwezigheid vergaderd en heeft zich in principe
akkoord verklaard. Maar het is duidelijk dat verdere regelingen en voorzieningen eerst kunnen
worden getroffen nadat - zoals in de statuten en reglementen vereist - de algemene leden
vergadering zich hierover heeft uitgesproken en machtiging heeft verleend aan het bestuur.
Voor de leden maakt dit echter verder voorlopig weinig verschil: het huidige jaarprogramma
wordt zonder meet volledig uitgevoerd en ook de komende jaren zult u, behoudens ziekte e.d.
geheel op mij kunnen rekenen. De voornaamste verandering is wel, dat ik zekerheid heb.
En voor u meent, dat ik de leden die nu het bestuur uitmaken wantrouw: bestuursleden treden
af, anderen nemen hun plaats in. Maar nieuwe bestuurderen denken soms anders over de zaak
dan degenen die voor hen kwamen.
Zoals ik reeds eerder in dit blad heb geschreven hebben verschillende besturen in het verleden
afspraken gewijzigd, zelfs zonder mij daarvan officieel op de hoogte te stellen of mij een
mogelijkheid tot inspraak te geven..
U moet het dan ook niet als een blijk van wantrouwen beschouwen tegen de personen die nu
zitting in het bestuur hebben, dat ik nu een zekerheid wens, een afspraak waarop later niet
door anderen kan terug worden gekomen. En daarvoor heb ik dan ook - figuurlijk - gevochten.
Op de achtergrond speelt natuurlijk ook het verleden bij mij een belangrijke rol: een kleine
dertig jaren heb ik gewerkt voor een te klein inkomen, heb zelfs armoede geleden, alles om de
opbouw van een reserve en de nodige aanschaffingen voor de Orde mogelijk te maken. Een
van de redenen was hierbij ook, dat de eventuele reserve mijn oudedagsvoorziening zou
vormen. En ongeacht de besluiten en regelingen van het bestuur in latere dagen ben ik
onbewust die reserve als “mijn eigendom” blijven beschouwen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
194
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Wettelijk bezien natuurlijk onjuist. Zo goed als het onzinnig is te denken, dat ikzelf in feite het
bestaan van de Orde mogelijk maak. Want was ik er niet geweest, dan zou er wel ergens een
ander medium gevonden zijn dat als spreekbuis had kunnen dienen.
Maar nu ik 37 jaren lang voor die Orde geleefd heb, voel ik het zo. De wijze waarop de Orde
werkt, haar bestuursvorm en zelfs een deel van haar moeilijkheden komen direct voort uit
hetgeen ik kan, ben, doe. Zowel mijn plichtsgetrouwheid als mijn laksheid hebben in de loop
der tijden een stempel gedrukt op de gang van zaken.
Mijzelf althans enigszins kennende, inclusief koppigheid en drift die soms ook een rol spelen,
weet ik dat het nu tijd is om de zaken te regelen; of dit nu ten goede of ten kwade zij, zover
het mij betreft.
Er is veel voor nodig om mij uit mijn luie benadering van de dingen los te weken. Nu dit
eenmaal het geval is, moeten er dan ook maar spijkers met koppen geslagen worden. En zoals
tot mijn spijt het bestuur heeft kunnen ervaren kan ik zeer ongemakkelijk zijn wanneer iets
eenmaal in mijn hoofd zit.
Het leven van een paranormaal begaafde is nu eenmaal anders dan dat van anderen. Een
groot deel van je leven wordt bepaald door uittreden, waarnemen, inspiraties, mediteren. Als
compensaties zoek je bijna onvermijdelijk andere zaken, zoals TV kijken, uitgaan, het lezen
van litterair niet altijd even geslaagde Who-done-it’s e.d. En in mijn geval komt daar nog het
“mensjes observeren” bij.
Zakelijk gezien behoef je daarom nog geen dwaas te zijn, maar je hebt gemeenlijk gewoon de
lust niet, je met dergelijke dingen ernstig bezig te houden. Zelfs het feit dat velen je
verstandelijke en zakelijke vermogens en inzichten onderschatten laat je gemeenlijk koud: je
hebt een vol leven en hebt het gevoel dat je alles aan kunt wanneer het nodig is, maar
waarom je nu reeds druk maken.
Gemiddeld een keer per 7 jaren schrik je wakker uit je bijna dichterlijke sleurslaap. Soms zie
je het niet meer zitten, soms trek je opeens ten strijde om bepaalde zaken recht te zetten. En
in een dergelijke periode bevind ik mij nu kennelijk.
In het verleden heeft dit enkele malen tot geschillen met het bestuur gevoerd en een keer
kwam het zelfs zover, dat ik mij van de gehele Orde voor goed terug wilde trekken. Het
toenmalige bestuur heeft mij toen drie maanden de wei in gestuurd en daarna voelde ik mij
opeens weer “het medium van de ODV.”
Ook deze keer was ik bijna zover, alleen bleef het redelijke element deze maal iets sterker en
werd het geschil dus meer een zakelijke kwestie.
Het is moeilijk buitenstaanders iets duidelijk te maken van dit alles, maar ik zal het proberen.
Wel kan ik met zekerheid stellen, dat andere mediums waarmee ik soms heb gesproken dit
alles veel beter begrijpen en, zoals een tweetal mij ooit vertelde, ook zelf dergelijke perioden
door maken.
Een goede vriend van Jozef Ruloff vertelde mij trouwens dat dit grote medium eveneens
dergelijke tijden doormaakte en eens zelfs gedurende twee jaren weigerde in trance te gaan,
ofschoon hij wel die dagen onder inspiratie bijeenkomsten leidde.
Mediumschap eist een beheersing van je wil, gevoelens en zelfs soms van je verstand. Je
instellen is altijd een zaak van intense gevoelsafstemming - ofschoon ik er wel voor zorg, dat
dit anderen niet te veel kan opvallen.
Elk in trance gaan is een lichamelijke belasting, zelfs een lichamelijke pijn in vele gevallen. Die
heel gemoedelijk ondergaan of er in feite niets aan de hand is, vergt ook wel het een en ander.
Kort voor en tijdens een seance ben je dan ook maar zelden kompos mentis, geheel bij zinnen.
In het verleden loste ik dit op door mij af te zonderen in b.v. een bestuurskamertje. Maar dat
heeft weer het nadeel dat je te veel apart staat en dat bevordert weer kennelijk de neiging tot
persoonsverering bij degenen die je werk regelmatig volgen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 195
Orde der Verdraagzamen

Dus wen je je aan om oppervlakkig maar schijnbaar normaal te reageren. Voor mij zijn
mopjes, onbenulligheden, het beste middel om “normaal” te schijnen. Wanneer ik mij dus
soms gedraag als een kruising tussen een clown en een dorpsidioot weet u in ieder geval, dat
dit de beste benadering van normaliteit is die ik onder omstandigheden bereiken kan.
En wanneer eenmaal een dergelijk beeld van je is ontstaan pas je je onwillekeurig ook onder
andere omstandigheden aan aan dit “image”. Privé ben ik heel anders, dat kan ik u
verzekeren. Maar daarvan zult u wel niet al te veel te zien krijgen.
In ieder geval komt het er op neer, dat je voor het grootste deel van de buitenwereld op de
duur je feitelijke wezen deels onderdrukt. Ik vermoed dat de regelmatig terugkerende
spanningen, die zoals reeds gezegd eens per ongeveer 7 jaren tot uitbarsting komen, daaruit
voortvloeien.
Ik hoop overigens, dat het de laatste is die ik als medium zal moeten door worstelen. Want het
is een langdurige en niet bepaald aangename ervaring: het begint met enige onrust. Je ziet en
hoort steeds meer dingen die je niet bevallen.
Je maakt opmerkingen, je bent scherper dan je normaal zoudt zijn. Je afstand van de
werkelijkheid tijdens seance wordt groter, storingen kun je niet meer, zoals vroeger, zonder
meer terzijde stellen. Je krijgt het gevoel dat jezelf, maar ook alle mensen rond je, steeds
meer te kort schieten. Je piekert daarover.
Ofschoon ik meestal nog redelijk genoeg ben om in te zien waar ikzelf tekort ben geschoten
kun je daar toch niet meer mee leven. Het is of je opeens geestelijk lid van Feyenoord bent
geworden en alles opzij probeert te schuiven onder het motto: geen woorden, maar daden.
Aangevuld met het refrein: ik, ik, ik.
Hetgeen zich deze keer concretiseerde in de kreet: Ik wil met pensioen. Niet geheel ten
onrechte, niet geheel onredelijk. Maar wel koppig en zonder compromissen.
En daarover zult u nu moeten gaan stemmen. En wanneer u er vragen over stelt die m.i. direct
op mij betrekking hebben, zal het mij werkelijk moeite gaan kosten, die nog met enige schijn
van verdraagzaamheid te beantwoorden.
Nogmaals: de Orde is voor mij mijn levenswerk geworden. Ik zal niet graag daarvan afstand
doen. Zelfs wanneer ik als medium voor de Orde zou terugtreden - niet waarschijnlijk, maar
mogelijk - zou ik nog alles doen, om nadelen voor leden, buitengroepen e.d. zoveel mogelijk te
voorkomen.
Maar de bui is nog niet geheel uitgewoed. Misschien dat ik u daarom deze maal dit artikeltje
aanbied: al schrijvende maak ik niet alleen u, maar ook mijzelf duidelijk, wat er feitelijk aan de
hand was en deels nog is.
En dat kan helpen ongewenste reacties in de hand te houden. Want wanneer er iemand een
hekel heeft aan dergelijke situaties dan ben ikzelf dit wel.
Er zal u worden gevraagd 100 000 voor directe pensionering te voteren en het bestuur te
machtigen, ook verdere delen van de reserve voor dit doel te gebruiken zodra en in zoverre
dit, gezien de verplichtingen van de vereniging verantwoord is.
Verder bestaat de mogelijkheid, dat een of meer bestuursleden zich niet meer beschikbaar
stellen. Dan zult u nieuwe bestuursleden moeten kiezen. En bij dit alles zult u dan hopelijk
beseffen, waarom juist nu dergelijke dingen aan de orde komen. En wanneer een bestuurslid
het juister acht terug te treden dan zult u dit hopelijk dezen niet kwalijk nemen. Want
samenwerken met een medium in staat van gisting is alles behalve aangenaam - zelfs voor het
medium niet.
De uitnodiging tot het bijwonen van de vergadering zult u in dit blad wel aantreffen. Als het
even kan, komt u dan? Zowel medium als bestuur hebben in deze dagen uw steun werkelijk
hard nodig.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
196
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En nog iets: verstandige voorstellen zijn nooit weg natuurlijk. Maar laat ons a.u.b. niet
eindeloos over dubbeltjes kakelen. Een ja of een neen zijn in dat geval voldoende. Wilt u
redenen geven, best. Maar dan graag kort.
Want hoe de zaken ook mogen lopen, het nu lopende programma gaat in zijn geheel door als
ik er maar iets aan kan doen. Dat is beloofd. En wat de rest betreft: wanneer mijn
gebruikelijke rede aan het eind er deze maal bij inschiet of de gebruikelijke humor wat moet
ontberen dan moet u mij dit ook maar vergeven.
Want dit alles is voor mij werkelijk te belangrijk en ook te spannend. Het hoe en waarom heb
ik geprobeerd u te verklaren. Dat mijn betoog soms eenzijdig is geweest neemt u wel op de
koop toe. Want zoals de sprekers altijd zeggen: luister goed, naar alle kanten, denk zelf na en
vorm je een eigen oordeel.
Aan dit oordeel zal ik mij, tegenspartelende of verheugd onderwerpen.
K.N.
De tijd gaat verder, toen en nu, dus: voor ons ligt nu het ODV-nieuws nummer 1986-1. Als
we het hele blad even bekijken, zal blijken dat vooral het overgaan van de heer Adri Husen,
in 1985, de ODV-gemeenschap diep trof. Hij was een van de oudste leden van de ODV, en
zoals de redactie het stelde: een man van het eerste uur en een van de meest actieven. Het
ligt dan ook voor de hand dat Karel met heel grote warmte en sympathie over hem schreef.
Hij had het ook nog over andere zaken, zoals u zelf kunt lezen. Karel gaf het artikel de titel:

Wat is en wat komt (1986-1)
Tegen de jaarwisseling - het is nu ik dit schrijf 30 december 1985 - ben ik geneigd het
afgelopen jaar nog eens de revue te laten passeren en mij daarna af te vragen, wat de
komende tijd in petto heeft. Hopelijk vergeeft u mij, dat ik u ditmaal enige van deze
overpeinzingen voorleg.
Het is begrijpelijk dat een ieder die ouder begint te worden afscheid van geliefde mensen moet
nemen. Ook organisaties maken daarop geen uitzondering. Maar mij persoonlijk heeft het
heengaan van Adri Husen zeer getroffen.
Ongeacht de woorden die de voorzitter reeds aan hem wijdde wil ik deze altijd weer
vriendelijke man in herinnering brengen. Hij was er bij toen de Orde nog bestond uit mogelijk
20 werkelijke leden en wat nieuwsgierigen. Hij was de vredestichter wanneer degenen die toen
de bijeenkomsten organiseerden even vergaten, dat - ook toen reeds - zij spraken over en
voor de Orde der Verdraagzamen.
Moest er iets gedaan worden, hij stond er klaar voor. Een kamertje timmeren voor mijn zoon?
Adri was aanwezig, kompleet met gereedschap en goed humeur. Waren er moeilijkheden? Adri
stond klaar om je op te vangen en er iets aan te doen, zonder daarbij op te voorgrond te
treden.1
Van alle besturen door de loop der jaren maakte hij deel uit en, samen met Bas Guys, was hij
degene die ik vertrouwde, die mij moed gaf wanneer ik het werk, ook in het verre verleden
reeds, te zwaar, te moeilijk vond.
Lange tijd beseften de leden amper, dat Adri bij het bestuur hoorde. Maar zonder hem zouden
er geen uitgaven verschenen zijn, ja, zonder hem zou de Orde mogelijk door allerhande
geschillen en dwaasheden als organisatie uiteengevallen zijn voor zij tot een erkende
vereniging werd.
Het heengaan van deze vriend tekent voor mij dit jaar. Gezien de laatste jaren ben ik blij, dat
hij eindelijk in een andere wereld verder kan gaan. Maar zelfs al kon hij de laatste jaren
betrekkelijk weinig meer doen voor de Orde - al ging hij steeds weer tot het uiterste van zijn
mogelijkheden - deze vriend zal ik blijven missen. En vergeten zal ik hem zeker niet. Vindt u
het vreemd dat dit toch zeer persoonlijk gebeuren voor mij het belangrijkste is van 1985? Er is

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 197
Orde der Verdraagzamen

in de wereld zoveel en zoveel verschrikkelijks gebeurd, niet waar? Maar de dingen die je
persoonlijk raken tellen nu eenmaal het zwaarst.”
Deze keer reikt Karel, na een lange tijd, weer eens enkele prognoses aan; en omdat het jaar
1986 niet zo erg ver achter ons ligt, (1998 !), leek het me een goed idee, nu eens volledig
weer te geven wat ons medium “voorzag”:
“Gelukkig ziet het jaar 1986 er voor mij iets rustiger uit. En ook voor de meeste onder u naar
ik veronderstel. Vooral de tweede helft van het jaar schijnt alles zich wat te stabiliseren. De
aarde, die in de eerste helft van het jaar ons nog trakteert op aardbevingen, vulkanische
verschijnselen en ongewone klimatologische verschijnselen schijnt eveneens tijdelijk adem te
halen en wat rust te nemen.
Wat mij brengt tot mijn visie op het weer:
De eerste twee maanden van het jaar zijn normaal koud, veel mist en neerslag, enkele zeer
koude en heldere dagen vooral rond half februari.
April, mei en juni zullen redelijk mooi en warm voor de tijd van het jaar zijn, enkele zonnige
dagen, wat onweer en, zoals in ons land gebruikelijk, vooral veel regen. Maart maakt een
uitzondering. Wanneer ik het juist overzie krijgen wij in deze maand zowel veel onweer als ook
nog hagel en sneeuw. Vooral die hagelbuien schijnen nogal wat schade te veroorzaken en
moeilijkheden in het verkeer te veroorzaken.
Juli is vriendelijker: nogal veel zon, warm, enkele zomerse dagen, maar alweer: veel onweer
en steeds onverwachte buien. Augustus, vooral de tweede decade, schijnt de warmste periode
van dit jaar te zijn. Rustiger, iets minder warm, maar verder mooi en droog geeft September
de burger even moed voor de winter.
Oktober brengt enkele mooie nazomerdagen rond de 8e, maar dan breken de najaarsstormen
los, samen met hoogwater, kleine overstromingen en enige sneeuwval. November is
voornamelijk somber en in de tweede helft iets te koud voor de tijd van het jaar. December
overweegt ernstig een witte kerst en geeft sneeuw in ruime mate rond de 19e, maar ruimt de
rommel grotendeels weer op door regen op of kort na tweede kerstdag.
De Orde schijnt haar werkzaamheden gewoon voort te zetten in ongeveer hetzelfde ritme als
dit jaar. Al moet ik daar aan toevoegen dat ik een Steravond in 1986 op het ogenblik zelf niet
zo zie zitten - de laatste was voor mij wel bijzonder zwaar. En de neiging om levensgevaarlijke
zaken te ondernemen is op dit ogenblik althans bij mij niet aanwezig. Maar over en voor
mijzelf kan ik nu eenmaal niets voorzien en dus ook niets met zekerheid zeggen.
Wat de wereld als geheel betreft: vooral in de eerste helft van het jaar zal er nogal wat geweld
en onrust heersen, vrees ik. En heus niet alleen in landen als Zuid-Afrika. Aan de andere kant
ziet het er naar uit, dat een oplossing wordt gevonden voor de problemen van Afghanistan en
Libië.
Indonesië en de Filippijnen krijgen van natuurgeweld te lijden en vooral in het laatste land zou
dit mede tot politieke veranderingen kunnen voeren.
De relatie tussen oostelijk en westelijk blok schijnt mij vooral rond oktober aanmerkelijk te
verbeteren - al vrees ik, dat die ommekeer van tijdelijke aard zal zijn. Hierdoor zal ook de
economie enige wijzigingen ondergaan die voor ons land belangrijk zijn.
Voor staatslieden schijnt 1986 minder goed te zijn. Ik voorzie tenminste aan de tien
staatsbegrafenissen in verschillende landen, waaronder de USA en Abessinië. En ook politieke
moeilijkheden zijn er in overvloed, vooral de eerste vier maanden van het jaar. In Frankrijk,
België en Engeland schijnen er nogal wat schandalen te zijn waarbij hooggeplaatsten zijn
betrokken en zelf ons eigen land zal niet geheel vrij blijven van dergelijke interessante maar
soms wel schokkende openbaringen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
198
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

In India en Pakistan schijnt natuurgeweld te concurreren met menselijke wreedheid in de
maand maart. De gevolgen zullen m.i. van langere duur zijn. Ook Australië zal in het nieuws
komen, maar dan vooral door iets, wat ergens in het binnenland gebeurd is en eerst nu
bekend wordt.
Japan komt in moeilijkheden door storm en aardbevingen, die enkele grote steden mede
treffen en daarbij vooral de Industrie een aanmerkelijke schade toebrengen. Rond Hawaï
verwacht ik vulkanische verschijnselen van grotere omvang, evenals aan de westkust van de
USA. Dezen schijnen indirect aansprakelijk te zijn te zijn voor een of meer milieurampen. Een
stadje in de USA zal m.i. ontruimd moeten worden vanwege giftige wolken gas, in Japan zal
sprake zijn van een omvangrijke vissterfte en waarschijnlijk een schandaal door dat verwerkte
vis giftig blijkt te zijn.
De zee schijnt trouwens het komende jaar niet bepaald vriendelijk gezind te zijn: het aantal
scheepsrampen is dit jaar veel groter dan anders. Hierbij zal ook een cruiseschip betrokken
zijn, vermoedelijk nabij de Bahamas.
Het luchtverkeer is al evenmin erg gelukkig, ofschoon het aantal passagiersvliegtuigen in
moeilijkheden niet groter zal zijn dan in de voorgaande jaren. Wei zal er een reeks ongelukken
zijn met kleinere vliegtuigen, waarvan enkele - ik meen 3 - in of boven ons land.
Spoorwegongelukken komen elk jaar wel voor, maar niet in Nederland. Ik voorzie een grotere
ramp in Nederland, waardoor op een belangrijke lijn het verkeer stil komt te liggen voor
waarschijnlijk 2 dagen.
Ook in West Duitsland voorzie ik een tweetal ontsporingen waarbij slachtoffers vallen. Een
daarvan, in het zuiden, zal eveneens een tijdelijke stremming van enkele dagen betekenen
waaronder het vakantieverkeer te lijden krijgt, daar dit in de laatste dagen van juni schijnt te
gebeuren.
Al wordt 1986 voor de meeste onder ons een rustig, om niet te zeggen enigszins bezinnelijk
jaar, aan ongelukken e.d. zal het zeker niet ontbreken. Maar daar staan deze maal enkele
goede dingen van belang tegenover:
De werkeloosheid in het geheel van Europa loopt iets terug. Steeds meer mensen besluiten
ook daadwerkelijk iets voor hun naasten te doen. Een rede die de paus na een ernstig ziekbed
uitspreekt heeft een verzoenende invloed in het geheel van de christelijke wereld. Juist door de
dood van enkele belangrijke staatslieden en grote zakenlieden wordt enige vernieuwing en
vooruitgang mogelijk in landen, waar je dit nu niet zoudt durven verwachten.
Ook schijnt er enig schot te komen in het oplossen van de Palestijnse zaak en een nog iets
verder dalen van de dollar maakt het voor vele derde wereldlanden mogelijk, iets meer te
doen voor hun burgers en te grote staatsschulden af te lessen.
Ook Europa heeft voordeel van een verdere afbrokkeling van de dollar. Men zal u vertellen dat
nu de economie eindelijk eens goed aan zal trekken. Aan het eind van het jaar zal echter
blijken dat niet de economie, maar de economen iets aan moeten trekken: het boetekleed.
Van een wereldoorlog lijkt mij dit jaar geen sprake te zijn, maar toch schijnt 1987 of einde
1986 wel enige dreigingen in dit opzicht te tonen.
Deze dreigingen verwacht ik in verband met het Midden-Oosten en dus niet als gevolg van een
meer direct conflict tussen USA en USSR Wel schijnt ook Rood China bij dit alles een rol te
spelen, maar welke dit zal zijn is niet te overzien.
Al met al een jaar, waaraan niemand lang terug zal denken, maar dat voor een ieder toch ook
de nodige rust brengt. De enige onrust op persoonlijk vlak staat direct in verband met Amor's
escapades. Want de liefde schijnt nogal eens voor verrassingen te zorgen in het meer
persoonlijke vlak.
Kalm houden en niet op reageren, Lena. Dat gaat voorbij. Een nevengevolg van deze invloed
is, dat jongeren en vooral kinderen meer aandacht gaan vragen - en soms zelfs krijgen - dan

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 199
Orde der Verdraagzamen

normaal. Dit geldt niet alleen voor uw eigen kinderen, maar evenzeer voor die van anderen.
Opa's en oma's kunnen de borst dus voorlopig wel nat maken.
Maar ongeacht de kleine opwindingen in de persoonlijke sfeer lijkt mij 1986 in het algemeen
een redelijk goed jaar te worden. Zelfs de grillen van de weergoden kunnen daaraan niet veel
af of toe doen.
Het verleden ligt achter ons. Laat ons met goede moed verder gaan.
Aan het einde van dit betoog nog een meer persoonlijke opmerking mijnerzijds: Wanneer u
van mij geen kerstkaart ontvangen hebt in antwoord op uw goede wensen is dit zonder meer
normaal: ik heb er geen verstuurd. Wat niet betekent dat ik ondankbaar ben voor de vele mij
gezonden wenskaarten of dat ik u allen niet bijzonder veel goeds wens in het komende jaar.
Maar ook bij mij heeft tot in de laatste dagen van dit jaar de onrust toegeslagen. Er waren
problemen op te lessen die mij belangrijker voorkwamen dan het moeizaam versturen van X-
maskaarten.
K.N.
Ook in het ODV-nieuws nummer 1986-2 verschijnt weer een “stukje” van het medium, een
beetje langer stukje zelfs. Titel:

Een paar gedachten (1986-2)
Ik keek naar het Tv-nieuws: voetbalfans gearresteerd, doden bij demonstratie in Zuid Afrika,
onlusten in India, Amerika steunt opstandelingen in Zuid-Amerika, Gadaffi.
De opsomming van ellende dreint verder. In feite ben ik alleen geïnteresseerd in het
weerbericht: ik moet op reis. En dan komen de gedachten:
Waarom zijn de mensen zo? Elk wil gelijk hebben en niemand heeft het werkelijk en geheel.
Iedereen wil groter, sterker, machtiger zijn dan alle anderen. Zijn de mensen gek? Zijn er
geen andere dingen in het leven dan geweld, bezit, macht?
Is het gelijk hebben zo belangrijk? Ik geloof het niet. Even later zie ik hoe een jongen met een
gekleurde hanenkam van haar en met vele spijkers bezet jack zorgzaam een man op krukken
helpt oversteken. Zou hij ook tot de veroordeelde “geweldplegers” behoren? Het lijkt
onwaarschijnlijk en toch...
Mijn trein jaagt de regen na. De stemming van het landschap schijnt per minuut te wisselen.
In de verte priemt een onbestemde zonnebundel als een schijnwerper door de buien. In mijn
hoofd denderen de gedachten in ritme met het geklikklak van de wielen.
Terwijl weer eens regenstrepen de ramen teisteren krijg ik het gevoel dat sommige gedachten
te zinvol zijn om ze zonder meer met een zucht en een verse sigaret naar het verleden te
verwijzen. In de witte marge van een puzzelblaadje heb ik ze genoteerd.
Of zij werkelijk de moeite waard zijn moet u nu maar uit gaan maken. De tijd dringt, ik heb
een stukje nodig voor het ODV-nieuws en heb geen denkbeelden van belang over, geen
verhalen te vertellen. Daarom schrijf ik u hier enkele van die gedachten op, geboren tijdens
het ratelen van het treinstel onder de wisselende kleuren die regen en zon tekenen op het
land.
Aquariustijdperk? Nu ja, geboorteweeën zijn ook voor de baby niet bepaald aangenaam, denk
ik. Maar als al die onrust voorbij is, wat dan? Velen geloven in een soort hemel op aarde, vol
van broederschap en gezellige solidariteiten.
Maar ik herinner mij vaag, dat die eerste levensjaren ook vol zijn van allerhande spanningen.
Driftbuien, frustraties, onbegrip en toch mee willen doen hebben in ieder geval voor mij de
eerste levensjaren wel bepaald. Zou het de mensheid anders vergaan wanneer er een nieuwe
tijd aanbreekt?

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
200
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En dan al die verhalen over het einde van de wereld: mensen die nog niet zien waarheen de
weg voeren zal en nu bang zijn in het donker?
Vreemd dat zoveel denkbeelden in feite vragen zijn. Weet je dan niets? Of wil je niets weten?
Al die mensen die “eisen” stellen aan overheden doen mij denken aan de tijd, dat ik nog niet
zo goed kon lopen: Dreinen om gedragen te worden en als dat niet werkte achter blijven,
huilen, stampvoeten en als laatste redmiddel mij vastklampen aan het been van de
volwassene, die ik als transportmiddel had uitverkoren. Zijn al die demonstraties en zelfs al die
terreurhandelingen van mensen en staten mogelijk iets dergelijks?
Terwijl een klein stationnetje voorbij flitst en de trein van mijn gedachten even doet stokken
concludeer ik: het antwoord op al die vragen schijnt bevestigend te luiden.
Achter mij zijn nieuwe reizigers ingestapt. Twee in dialect verdoolde damesstemmen
schetteren in beurtzang de onvolkomenheden van mij onbekende mensen uit. “Hij slaat haar
regelmatig als hij dronken is.” “Nou, zij is ook geen heilige, hoor. Daar kan ik je heel wat over
vertellen.” “Meen je werkelijk dat zij iets heeft met Ret?” Het gesprek krijgt het karakter van
een luidkeels uitgedragen roddelpomo. En als een heel leger van mij onbekende mannen en
vrouwen de rubriek passeert vraag ik mij af of de dames wel beseffen, hoe hard zij zitten te
“converseren”.
Maar een blik rond mij overtuigt mij er van, dat de meeste medereizigers zich kostelijk
amuseren en het waarschijnlijk zouden betreuren wanneer de volumeknop wat zou worden
teruggedraaid. Kennelijk troosten wij ons over eigen onvolkomenheden door de veronderstelde
fouten van anderen breed uit te meten - zelfs wanneer je ze niet kent.
Mijn gedachten dwalen af. Hoeveel mensen spreken niet over christelijke naastenliefde in deze
tijd en roddelen ondertussen dat het een lieve lust is ? Henri had wel gelijk toen hij stelde, dat
christelijke naastenliefde voor de meeste mensen de liefde betekent die zij om Christuswille
van hun naaste menen te mogen eisen. Zelfs in onze hulp aan anderen steekt maar al te vaak
een gevoelen van beter zijn dan die ander, wijzer zijn. Want die anderen hebben ons dan toch
maar nodig, nietwaar? En wij? Wij vragen immers alleen die hulp waarop wij als medemensen
recht hebben?
Utrecht. De bezetting van de trein wisselt. Keffende over een nieuwe jurk verlaten de
pornoroddelaarsters en een groot deel van hun publiek de trein. Wat binnenkomt schijnt
hoofdzakelijk te bestaan uit vermoeide kantoormensen en gepreoccupeerde studenten.
Maar een mens kan zich vergissen. Twee heren tegenover mij barsten al snel uit in een
discussie over politiek. Een niet nader genoemde heer heeft het op de vergadering toch maar
goed gezegd. Maar....dan worden enkele staatslieden, kamerleden en partijgenoten degelijk en
deskundig, goed gefundeerd beroddeld.
Zeker, het is een ander soort modder, waar de onbekenden nu doorheen worden gesleurd -
verbaal dan. Maar onwillekeurig denk ik even terug aan die hardstemmige dames van zo even.
Het verschil is kleiner dan je zoudt denken, alleen het gebied van de belangstelling is tijdelijk
anders.
Wanneer wij Ede-Wageningen binnenkomen vertrekken de heren Maar voor mij is een wereld
van onbegrip open gegaan. Het is nu wat stiller en rustiger in de wagon. Alleen een paar
soldaten meten ergens halfluid de eigenaardigheden van een sergeant breed uit. En dat komt
goed van pas, want nu kan ik mij al enigszins gaan voorbereiden op de avond die zo dadelijk
mij tot middelpunt van een bijeenkomst zal maken.
Oosterbeek glijdt voorbij. Boekje in mijn zak steken, puzzeltje wegbergen, zorgen dat ik mijn
sigaretten niet laat liggen. Daar voegt de lijn uit Nijmegen zich al bij ons. Tijd om langzaam de
jas aan te gaan trekken.
En terwijl de treinversuffing langzaam wegebt voel ik mij weer gereed om “een avond te geen
geven”.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 201
Orde der Verdraagzamen

Dit was dan het verhaal van een reis naar Arnhem, gereconstrueerd aan de hand van enkele
aantekeningen. En ik betrap mij er op, dat ook mijn betoog vol kritiek op anderen steekt. Ik
zou werkelijk graag wat positiever denken. De vraag is alleen hoe. Zodra je met mensen te
maken hebt schijnt kritiek een automatische respons te worden.
Neem het volgende: Er zijn heel wat mensen die ik als persoon zeer waardeer, maar die
toevallig een functie hebben waar ik geen belangstelling voor heb of die ik zelfs niet waardeer,
iets wat mij als persoon toch redelijk voorkomt. Een veel voorkomende reactie is dan: maar
als je mijn functie niet waardeert waardeer je mij ook niet.
Mij doet het dan vreemd aan, dat men geen onderscheid wenst te zien tussen functie en mens.
Op grond van vele ervaringen in mijn leven heb ik b.v. weinig of geen vertrouwen in politiek.
Steeds weer krijg ik van sommigen te horen, dat dit onjuist is. Zij kennen die en die heel goed
en dat is werkelijk een door en door eerlijk mens.
Iets wat ik nooit zal bestrijden, tenzij ik de persoon in kwestie zelf en goed ken. Maar politiek
is nu eenmaal gebaseerd op een beloven dat je alles zult doen om dan uiteindelijk datgene te
doen wat het beste uitkomt, en dat dan nog vaak op kosten van degenen die dachten dat je
meende wat je zei.
De politici die ik heb leren kennen - een paar maar - waren inderdaad prettige en zover ik na
kan gaan redelijke en eerlijke mensen. Maar dat betekent nog niet, dat ik zal stemmen op de
partij waartoe zij behoren omdat ik henzelf ken en waardeer.
Zoals ik heel wat dominees en geestelijken heb ontmoet in mijn leven die ik als wijze, goede
en betrouwbare mensen heb leren kennen. En toch hun geloof niet kan delen. Eens heb ik zelfs
iemand erg beledigd, omdat deze stelde, dat zijn geloof waar was en dat “dus” een ieder
diende te leven volgens de regels van dit geloof. Ik noemde dit een fascistische opvatting.
De man in kwestie werd toen heel erg boos, wat mij er toe bracht mijn uitlating te
verduidelijken: Een ieder die denkt dat hij alles beter weet, beter is dan anderen en meent
daaraan het recht te ontlenen anderen met alle middelen te dwingen zijn zin te doen is volgens
mij een fascist.
Maar hij begon over concentratiekampen, wreedheden en dergelijke en stelde dat ware
christenen daaraan geen deel zouden kunnen hebben. Mijn aarzelende verwijzing naar de
inquisitie en de heksenvervolgingen werd minachtend terzijde gewuifd en de vriendschap was
voor goed gedaan.
Is het dan verkeerd om te beseffen, dat je niet alles precies kunt weten, dat er andere wegen
bestaan dan de jouwe? In de ogen van zeer velen kennelijk wel. Zij menen oprecht, dat
anderen met alle middelen, desnoods harde, tot hun heil moeten worden gedwongen. En dat
voert dan uiteindelijk tot concentratiekampen, psychiatrische klinieken voor ongelovigen e.d.
wanneer men op geen andere wijze zijn gelijk kan halen, dunkt mij.
Dan heb ik meer respect voor degenen die zeggen: je ziet het anders, je wilt het anders doen?
Dan zonder mij. Zij geven een ander tenminste de mogelijkheid, zijn eigen fouten te maken en
mogelijk ook op eigen wijze zijn doel te bereiken. Want de vrije wil, het vrije denken zijn voor
mij de meest kostbare zaken in het menselijke bestaan. Zelfs wanneer het kinderen betreft,
zelfs wanneer ikzelf daardoor moeilijkheden ondervind, moet ik een ander de mogelijkheid
geven zijn eigen keuze te maken, zijn eigen weg te gaan.
Herlezende wat ik schreef kom ik tot de conclusie dat de ODV toch wel een heel sterke invloed
heeft op mijn wijze van denken en leven. En toch wil ik mij zelfs aan hun stellingen nooit
geheel en zonder kritiek overgeven. En dat na bijna 40 jaren voor deze groep gewerkt te
hebben.
Natuurlijk heeft een ieder zijn fouten. Ik weet b.v. dat ik nogal lui ben. Toch heb ik voor de
Orde heel wat dingen gedaan die veel moeite, tijd en concentratie vergen. En zo goed als mij
maar mogelijk was. Niet dat ik er altijd veel zin in had en heb. Maar mijn standpunt is: doe zo

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
202
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

weinig mogelijk, maar wat je doet doe dat ook goed. Beloof weinig, maar doe dan ook alles om
die belofte te houden.
Dit betekent dat ik iets dergelijks bij anderen als vanzelfsprekend beschouw. Toch besef ik wel
degelijk, dat de zaken voor anderen heel anders kunnen schijnen of zelfs zijn dan voor mij.
Maar elke mens gebruikt kennelijk zichzelf als maatstaf voor alle anderen, ondergetekende niet
uitgesloten. Soms vraag ik mij af, of wij een ander wel geheel kunnen begrijpen. Wij denken
dit natuurlijk wel. Maar is het ook waar? Wij ontmoeten elkaar, spreken met elkaar, menen dat
wij in dezelfde wereld leven. Maar klopt dit wel geheel?
Mijn wereldje is vol van humor, vol dingen waarom je kunt lachen. De meeste mensen zijn op
hun tijd belachelijk, net als ik. Dit maakt het leven voor mij aangenamer dan het zonder dit
ooit zou kunnen zijn. Een voorbeeld?
In Amsterdam was ik eens vroeg in de zaal. De plaatselijke voorzitter stormde weg om een
kop koffie voor mij te halen. Toen slenterde van achter in de zaal een vreemde figuur naar
voren: gezicht als een lijkbezorger in functie, duur beige leren windjack, uitermate vuile,
versleten jeans.
Je denkt dan: die wil zeker even iets vragen. Maar neen. Deze sombere heer controleerde alle
asbakjes en nam daaruit de kleine doosjes lucifers, die de hoteldirectie daarin als service aan
de klant - en mogelijk enige reclame - had neergelegd.
Na zich zo van rond tien doosjes vuurhoutjes voorzien te hebben naderde hij uiteindelijk de
tafel waar aan ik zat. Daar lagen op elke plaats voor eventuele bestuurderen en sprekers
kleine zakjes met twee pepermunten klaar. “Lust U die?” werd mij gevraagd.
Daar ik nog niet in het bezit van een nieuw gebit was ontkende ik dit. “Ik wel” sprak de man,
eigende zich alle drie zakjes toe en schreed naar achteren alsof achter hem de baar volgde. Ik
heb hem verder niet meer gezien.
Je vraagt je dan wel af, wat dit nu weer voor een snoeshaan was. Een klant die de entree te
hoog vond en zo iets terug wilde verdienen? Een arme, die de gewoonte had zich steels en
gratis van kleding te voorzien? Je komt er eenvoudig niet achter. Maar leuk is het wel om een
dergelijk proces te observeren. En bovendien: ikzelf heb ook wel de neiging om te proeven
wanneer daar toe ergens een schaaltje met toastjes als reclame staat en wanneer ik honger
heb neem ik er heus wel eens meer dan een. Dus wie ben ik om een ander in de uitoefening
van een dergelijke liefhebberij te hinderen en hem daarom te veroordelen? Maar toen ik dit
later vertelde werd gereageerd met een: had je dat niet kunnen verhinderen?
Hoe meer mensen je leert kennen, hoe minder je begrijpt waarom zij bepaalde dingen doen of
laten. Zij reageren geheel anders dan ik zou doen. Leven zij in een wereldje met andere
waarden, andere wetten?
Wanneer een jonge vrouw rondloopt met een doorkijkbloesje dat meer een
tentoonstellingsruimte lijkt, denk ik alleen maar: die vindt zichzelf kennelijk erg mooi. En niet:
“foei, hoe aanstootgevend” of: “hoe zondig, dat moest verboden worden, dat is het geven van
openbare ergernis.” Maar ja, ik kijk dan ook alleen maar en erger mij niet. Zo min als ik mij
erger aan de etalages met damesondergoed of seksartikelen.
Maar let dan eens op en luister naar de commentaren van anderen.
Neen. Ik leef kennelijk toch wel in een wereldje dat van de wereld waarin de meeste anderen
leven sterk verschilt. En daarvan geven die anderen dan vreemd genoeg de geest de schuld:
“Ja maar Karel, jij met jouw gaven....Jij kunt dit wel, maar wij....”
Alsof het feit dat ik toevallig medium ben mij maakt tot een kruising tussen superman en sint
Innocentius. Nou moe! De dingen die ik doe, zie, besef, zijn voor mij doodgewoon. Geesten
zijn een normaal deel van het dagelijks gebeuren. Al geef ik toe dat het omgaan met
dergelijke entiteiten en bepaalde krachten enig vakmanschap vergt.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 203
Orde der Verdraagzamen

Weer anderen denken, dat je alles uit de uitverkoop hebt: geestelijke krachten, gaven en
mogelijkheden tegen sterk gereduceerde prijs. Vergeet het maar. Voor alles wat je doet, hebt,
voortbrengt heb je de volle prijs te betalen aan energie en soms ook aan spanningen. En die
prijs ligt vaak hoger dan anderen zich kunnen voorstellen. Maar ook dit weet ik, dit is voor mij
normaal.
Het valt mij steeds weer moeilijk te beseffen, dat anderen die dingen niet zo beseffen en
ervaren als ik en het kost mij steeds meer moeite te beseffen dat zaken die ik bij anderen als
dwaas en onredelijk ervaar voor hen heel normaal zijn.
Waarom zijn wij mensen eigenlijk zo bang voor dit “anders zijn”, dit leven in een wereld, die
voor anderen kennelijk maar deels bestaat?
Want eerlijk is eerlijk, ongeacht mijn beroep voel ik er niet veel voor als “anders” ervaren te
worden. Ik speel liever de clown dan door die anderen tot een soort goeroe verheven te
worden - wetende dat je anderen niet veel kunt leren en veel minder kunt beïnvloeden ten
goede dan je zoudt willen.
Ik wil deze reeks los samenhangende gedachten besluiten met enkele opmerkingen t.a.v. het
mediumschap in het algemeen en mijn eigen ervaringen daarmede in het bijzonder.
Vooral wanneer je in de beginfase van het medium zijn, verkeert heb je het gevoel, dat je
meer bent dan anderen. Je voelt je uitverkoren, ingewijde. Alles lijkt mogelijk te zijn.
In de tweede fase begin je aan jezelf te twijfelen. Is het alles wel echt? Je veronderstelde
onfeilbaarheid en de almacht benaderende mogelijkheden blijken veel hiaten te hebben om op
te wijzen. Het kost je grote inspanning om in jezelf en je werken te blijven geloven.
De derde fase betekende voor mij persoonlijk een tot rust komen. Je voelt je een
boodschappenjongen en probeert alle verantwoordelijkheid van je af te schuiven, te
ontkennen.
Bij anderen heb ik echter wel in deze fase een overcompensatie geconstateerd, een zich
aanmatigen van een gezag en een kennis die zij duidelijk niet bezitten.
De vierde en voor mij tot nu toe laatste fase leerde mij een verschil maken tussen mijzelf als
medium en als mens. Als mens ben ik verantwoordelijk voor alles wat ik doe en ik voor mijzelf
en anderen op te komen - zakelijk als het kan, emotioneel gedreven wanneer het eerste niet
mogelijk is. Daarnaast ben je medium en je voelt je wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van
je werk, maar niet meer geheel voor alles, wat anderen daarmede doen.
Dit schijnt voor sommige mediums moeilijk te aanvaarden. Zij compenseren kennelijk deze
eindelijk erkende en gevoelde gespletenheid door een soort Godcomplex te ontwikkelen en
eisen van anderen een algehele onderwerping niet slecht aan hun boodschap, maar ook aan
hun grillen.
Zo langzamerhand raakte ik ervan overtuigd dat mediumschap en het gebruik van andere
paranormale krachten in feite gebaseerd is op een zekere onevenwichtigheid van de
persoonlijkheid. Dit zou verklaren waarom zovele mediums - net als ikzelf - steeds weer de
neiging vertonen naar de ene of andere zijde door te slaan.
De kunst schijnt te liggen in een voortdurende acte de balance, een steeds weer jezelf
corrigeren wanneer je dreigt in uitersten te vervallen. En dat is moeilijk. Daartoe dien je een
tegenwicht te stellen dat een te zeer betrokken worden bij het geestelijke en inspiratieve ele-
ment in je leven mogelijk verhindert. Mogelijk, want je slaagt niet altijd.
Persoonlijk kies ik steeds weer voor enig lichamelijk onbehagen, liever dan tijdelijk geheel van
de wereld waarin anderen leven vervreemd te geraken. Dit maakt het mogelijk je te
onttrekken aan een te sterke beïnvloeding van je persoonlijkheid door “geesten”
Een andere moeilijkheid ligt in het feit, dat mediumschap meestal gepaard gaat met andere
mogelijkheden. Je bent b.v. helderziend, hoort dingen, hebt visioenen, kunt anderen vaak
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
204
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

genezen e.d.. Steeds weer zo snel mogelijk terug keren tot de “werkelijkheid” houdt tevens in,
dat je dergelijke gaven dan niet geheel kunt gebruiken en ontwikkelen.
Aan de andere kant betekent juist een zoveel mogelijk van alle gaven gebruik maken, dat je
steeds minder meester bent over hetgeen je doet en zegt. Zelf koos ik voor het gebruiken van
een enkele gave, het mediumschap, met uitsluiting van een veelvuldig gebruik van mijn
andere mogelijkheden. Maar ik heb heel wat op zich zeer goede mediums juist door het
veelzijdig gebruiken van hun mogelijkheden terecht zien komen in een onwerkelijke wereld,
waarin fantasie, geest en werkelijkheid tot een onverteerbare stamppot zijn geworden.
En ik vrees dat dan na enige tijd een terugkeren tot een normaal menszijn buitengewoon
moeilijk en moeizaam zal worden.
Het ergste is wel, dat al hetgeen ik hier neerschreef voor mijzelf geheel waar is, maar dat ik
niet kan zeggen, of het in diezelfde mate waar en juist is voor anderen. Ik kan het alleen maar
vermoeden. Want naarmate je meer en eerlijker over je eigen leven nadenkt, vallen ook de
zekerheden weg. Wat overblijft zijn twijfels, gegroepeerd rond enkele innerlijk als
onomstotelijk juist ervaren punten.
De redactie heeft gelijk wanneer zij stelt, dat mijn artikeltjes meer en meer het karakter
krijgen van een brief aan de leden. De eerste aanleiding tot het schrijven over mijzelf was
ongetwijfeld de belangstelling, die de lezers voor degelijke verhalen tonen. Maar nu het einde
van mijn werken toch steeds meer in zicht komt, heb ik de behoefte aan degenen die mijn
werk belangrijk achten te tonen wie en wat ik werkelijk ben.
Maar denk nu niet, dat ik mij opeens anders zal gaan gedragen ook, want gewoonten die in
bijna 40 jaren van werken zijn ontstaan zijn daarvoor te sterk geworden. En wanneer u zich
ergert over deze overpeinzingen en zelfonthullingen behoeft u het alleen maar aan de redactie
te schrijven. Dan probeer ik de volgende maal wat meer in de rol te blijven die ik mijzelf in al
die jaren aangemeten heb.
En vond u het goed, aanvaardbaar, zeg het dan ook maar. Want ieder mens, ook
ondergetekende, stelt het op prijs wanneer een ander enig begrip voor zijn persoon en
problemen blijkt te hebben.
K.N.
In het derde nummer van 1986, dus het ODV-nieuws 1986-3, heeft ons medium weer een
artikel geplaatst, hij is er eens echt voor gaan zitten! De titel was:

Gedachten op hol (1986-3)
Paravisie. Drommen mensen, waaronder vele je negeren, lopen te hoop voor lezingen en
demonstraties van het paranormale. De tijd tussen de lezingen besteden zij door nieuwsgierig
rond te wandelen op een soort markt voor paranormale zaken, waar helderzienden naast
genezers zitten en verschillende groepen hun eigen - natuurlijk onfeilbaar goede - systeem van
bewustwording of genezing aanprijzen.
Ik wilde dit wel eens zien en begaf mij vol verwachting naar het Congresgebouw, waar deze
paranormale kermis plaats vond. Waar de omstandigheden die ik aantrof alle verwachtingen al
snel de kop indrukten:
Helderzienden zag ik werken voor een zaal met ruim 1500 mensen - wat m.i. waanzin is,
wanneer men een goede prestatie wilde leveren. Het resultaat werd na afloop door een van de
aanwezigen opgesomd met de bijna klassieke woorden: “Nu weet ik eindelijk wat
helderziendheid is: vissen met een geest als aas.”
In een andere zaal waarschuwde een zich als ernstig paragnost beschouwende heer tegen alle
bedrog en somde daarbij een aantal van de praktijken op, die ik hem zelf als toneelparagnost
jaren geleden zag gebruiken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 205
Orde der Verdraagzamen

En zo voorts en zo voorts. Huiswaarts gaande vroeg ik mij af of een dergelijke demonstratie
onder de zwaarste omstandigheden en voor een publiek dat grotendeels van niets weet wel zin
heeft. En toen kwamen de herinneringen aan mijn eigen begintijd los.
Bijeenkomsten “in huiselijke kring” waarop ondergetekende verscheen in korte broek en een
niet bepaald schoon hemd met korte mouwen (en dat in de jaren ’49 ’50.) Seances die werden
besloten met een gezamenlijke borrel en vooraf gegaan door koffie en kletspraat.
Wanneer ik nu een dergelijke seance zou bezoeken zou ik waarschijnlijk ook vol kritiek zijn. En
toch is zo het werk van de Orde eens begonnen. Dus moet ik maar voorzichtig aan doen met
mijn beoordeling van Paravisie en andere soortgelijke vertoningen.
Je kunt merken dat ik oud begin te worden: wanneer de kraan van de herinnering eenmaal
open staat is de vloed bijna niet meer te stuiten. En als iemand die altijd in techniek
geïnteresseerd was, springt dan onmiddellijk een reeks bijeenkomsten op het Regentesseplein
naar voren. Niet om de inhoud, maar om de draadrecorder die men daar al gebruikte om het
gesprokene vast te leggen en delen daarvan uit te werken.
De meeste leden van de groep woonden in de omgeving. Wanneer er iemand ziek was, werd
de oscillatortrap van de recorder aangesloten op de radioantenne, wat geprutst met een klein
schroefje tot er een telefoontje binnen kwam. En dan: “Karel, wij kunnen beginnen, de
uitzending is te ontvangen.” Karel zuchtte en begon samen met de heer B. aan de procedure
die toen voor het in trance gaan nog nodig was. En de zieke in bed luisterde lekker in bed naar
al wat de geest te melden had.
Ik vroeg mij af, wat anderen, die toevallig onze uitzending op 238 m. hoorden, daar wel van
gedacht moeten hebben. Want van “baldrics” en privé zenders was in die dagen nog geen
sprake.
De onhandzame recorderbak werd overigens al snel vervangen door een kleinere, merk Arosa
- die soms op staaldraad een redelijke weergave presteerde, maar veel vaker ons achterliet
met een bundel staaldraadspaghetti.
Om maar niet te spreken over de zaken die werden “gereproduceerd”: vaak niet bepaald
leesbaar handschrift, afgedrukt in een vaag paars op zeer glad en niet bepaald wit papier. Een
rommelig begin, waarbij Paravisie een summum van organisatie en overzichtelijkheid was.
Maar de Orde groeide. Er werd een zaaltje gehuurd dat al snel te klein dreigde te worden. In
die dagen kwam onze eerste bandrecorder een bakbeest van een Grundig (TK 12) Met alles er
op en er aan. Je kon b.v. via een bijgeleverde voetpedaal de band terug laten lopen. Het ding
woog bijna 20 kg. Zoals ik tot mijn schade moest ondervinden toen ik het ding eens op
verzoek meenam naar Hengelo(O) waar in die dagen regelmatig bijeenkomsten werden
gehouden.
De banden werden toen uitgewerkt en de verslagen uitgegeven door de heer Rientjes. Maar op
een gegeven ogenblik gaf de man er de brui aan en zo werd het tikken van de vrijdagavonden
de taak van mij en mijn echtgenote - daar wij alle andere verslagen uit die tijd eveneens
tikten.
Maar onze mooie, grote en zware bandrecorder begon al snel kuren te vertonen. De
magnetische bediening was afhankelijk van schakelkammen die altijd weer op de meest
ongelegen ogenblikken de geest gaven.
Nu was er in die tijd een lid bij gekomen dat zeer enthousiast was, mevr. J. Brouwer. Ofschoon
zij zich in die dagen voornamelijk bezig hield met een vereniging van Oudindisch gasten -
Pelita - bood zij aan, de in klad afgenomen verslagen te corrigeren.
Kennelijk verveelde haar de steeds weer stakende recorder nog meer dan mijn echtgenote en
mij. Op haar kordate, wat schoolmeesterachtige manier deed zij het toenmalige “bestuur” - wij
waren nog geen echte vereniging - kond van het feit, dat zij besloten had een paar recorders
aan te schaffen en de Orde te schenken.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
206
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

De bij een kortingszaak in Amsterdam gekochte Grundigs - type TK 10 - wogen slechts 4 kg.,
waren gemakkelijk te vervoeren en leverden toch een goed tot zeer goed geluid. Zij hadden
helaas geen mogelijkheid tot bediening met een voetpedaal, maar er was een ander lid, dat
daar wel iets op wist:
Op de snelstop werd een apparaatje gemonteerd waarmede je middels een stuk WC-ketting de
band met de voet kon stoppen. Terugdraaien moest echter met de hand gebeuren.
Nu er meer recorders waren verliep het werk beter en sneller. Maar er werden nu meer
bijeenkomsten vastgelegd, zodat het werk onze familie toch wel over het hoofd dreigde te
groeien. Ik weet niet van wie het initiatief uitging, mevr. J. Brouwer of Adri Husen, maar een
deel van het werk werd overgeheveld naar anderen.
Zelfs het eerste ODV-nieuws verscheen in die dagen, niet zoals u het nu kent, maar in de vorm
van enkele gestencilde blaadjes met mededelingen. Er kwamen nieuwere recorders, meer
medewerkers en wij waren in Business.
De Orde werd, na een wisseling in het bestuur, tot koninklijk goedgekeurde vereniging en de
Orde, zoals u die nu kent, was eindelijk onderweg.
Eerlijk is eerlijk: er werd heel wat gepresteerd en Jo Brouwer, zoals een ieder haar nu noemde,
was degene die, samen met Noes Polak, de zaken organiseerde en in goede banen leidde.
Kort geleden sprak ik onze secretaris uit die tijd, Bas Guys. Deze had vanaf het begin getracht
alle verslagen volledig te verzamelen en vertelde mij nu, reeds rond 190 ingebonden delen te
bezitten, terwijl er nog rond 30 bij de boekbinder waren. Leuk. Maar dat betekent dan wel, dat
de door een betrekkelijk kleine groep verwerkte verslagen op het ogenblik een omvang hebben
bereikt die gelijk komt aan die van ruim 10 encyclopedieën van 20 delen: de leringen van de
geest vormen gewoon een bibliotheek op zich.
En toch kwam dit alles voort uit een wat rommelige kring en een paar enthousiaste werkers.
Vandaar dat ik mij afvraag of mijn oordeel over Paravisie wel terecht wat negatief was. In
ieder geval heeft dit bezoek mij geconfronteerd met een deel van mijn eigen verleden, met
een tijd waarin iemand die aan spiritisme deed niet goed bij het hoofd heette te zijn. En
daardoor werden ook weer beelden gewekt van mensen, die veel voor mij zijn gaan
betekenen, die goede vrienden bleken te zijn en nu in een andere wereld mogelijk zo nu en
dan nog eens terug kijken naar alle capriolen die hun medium in de stof nog steeds uithaalt.
U, die dit leest moet mij maar vergeven, dat ik voor een keer in herinneringen van minder
geestelijke aard zwelg. Natuurlijk worden de beelden die ik van mensen en omstandigheden nu
weer kreeg, gekleurd door afstand in tijd. Maar het is opvallend, hoe sommige beelden er voor
mij uitspringen.
Zoals die keer dat ik zou werken bij Harmonia in Utrecht. Het was middenwinter, stuifsneeuw
had het treinverkeer praktisch lamgelegd. Bas Guys kwam mij per auto afhalen, en bracht mij
veilig en tijdig daar heen. De terugreis was bar en boos. Het vroor dat het kraakte, de
sneeuwbuien bleven echter toch vallen, de weg was deel van een onoverzienbare witte vlakte,
waarin enkele wagensporen getrokken waren.
Dat je op de weg was kon je bovendien zien aan sneeuwheuveltjes met hier en daar nog een
vlekje kleur, gevormd door auto's die door hun bestuurder langs de weg waren achter gelaten.
En om dat te kunnen zien moest je elk paar kilometer stoppen om het ijs van de ruit te
krabben.
Bas had een paar lappen in de wagen, waarmede de ruit dan zo droog mogelijk gemaakt
moest worden. De lappen dienden dan gedroogd te worden op de verwarming die in de wagen
gemonteerd was. Niet dat dat ging. De routine werd al snel: Bas er uit, ruiten krabben en
drogen. Lap naar Karel. Uitwringen en op de verwarming leggen, andere, nog niet geheel
droge lap naast je leggen,. Bas er uit... enz., enz., meer dan 3 uren lang.
En om andere redenen onvergetelijk is de autotocht die enkele leden met mij maakten naar
Eindhoven. Een van hen was Jo Brouwer, die toen wij net Voorburg voorbij waren een
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 207
Orde der Verdraagzamen

monoloog begon die duurde tot wij in Endhoven - voor de afgesproken tijd, arriveerden.
Waarop Jo voorstelde een kopje koffie te gaan drinken “dan konden wij ons prettige en
belangrijke gesprek meteen afronden.”
Zeker, ik en mogelijk ook u weten dat Jo Brouwer kortgeleden is overgegaan en op zeer rijpe
leeftijd. Maar als ik aan haar denk is dat zoals zij toen de voor mij wat wonderlijke woorden
sprak op dat pleintje voor het station in Eindhoven.
Overigens, dit voor degenen die het interesseert: het gaat haar op het ogenblik goed en zij
verklaarde, nog steeds rijk aan woorden, dat zij erg blij was, eindelijk zover te zijn.
Alweer: tegenwoordig kun je zoiets schrijven zonder dat men onmiddellijk zich afvraagt waar
een schroefje los zit. Het occultisme wordt in al zijn vormen veel meer aanvaard of op zijn
minst als een mogelijkheid beschouwd dan in de dagen dat wij begonnen: een paar mensen,
een draadrecorder en een behoorlijke dosis idealisme.
Zaken als uittredingen, paranormale genezing en zelfs het werken van helderzienden en
mediums wordt op zijn minst beschouwd als een interessant verschijnsel. Het terugzoeken van
vorige incarnaties is zo algemeen dat zelfs radio en TV er op zijn tijd wat aandacht aan
besteden. Het verschil is werkelijk ontstellend.
Niet dat alle veranderingen in mijn ogen ook verbeteringen zijn: Meer dan ooit ligt de nadruk
op de meer sensationele elementen van het paranormale. In dit opzicht beleven wij een
herhaling van de jaren 1880 tot 1910. Dat was de tijd, dat een klopgeest als belangrijker gold
dan een meer ingewikkelde boodschap uit de geest en mensen te hoop liepen om trompetten
en tamboerijnen te zien - of alleen maar te horen - zweven tijdens kabinetszittingen.
Ook in deze dagen ligt de nadruk in belangstelling kennelijk meer op het gebied van
voorspellingen en vreemde fenomenen dan op een mogelijk inhoud en lering vanuit geestelijke
werelden.
Niet dat dit enige tijd anders is geweest. Dezelfde mensen die in bijeenkomsten esoterische en
andere leringen ontvangen, lopen naar helderzienden van soms twijfelachtige reputatie en zijn
verslaafd aan de toch niet bepaald goede dagvoorspellingen in couranten en weekbladen.
Op Paravisie was ook de vereniging voor parapsychologisch onderzoek aanwezig. Nu ben ik
niet bepaald gesteld op parapsychologen, die mijn werken en gave maar al te vaak plegen af
te doen met een “de man is een mysticus” of een “volgens mij is de man een oplichter, maar
wel een goede.”
Wil je echter eerlijk zijn, dan moet je ook toegeven, dat zij door onderzoekingen en
experimenten een scheiding proberen te maken tussen humbug - die op dit gebied zo welig
tiert - en de vele voor hen niet geheel verklaarbare, maar aantoonbare echte facetten van het
occulte. Ook al zijn er onder hen heel wat mensen die een niet regelmatig herhaalde prestatie
welke controleerbaar is, afdoen met “toevalstreffer”.
Zoals ik aan den lijve heb kunnen ervaren. Ik denk aan de periode voor de watersnoodramp in
Zeeland. Deze werd indertijd aangekondigd als: overstromingen van grote omvang in het
mondinggebied van de grote rivieren.
Maar reeds enige tijd voor deze voorspelling - rond een jaar voordien - werden de mensen
gewaarschuwd voor de mogelijkheid van watersnood in Zeeland en Zuid-Holland, en werd
aangeraden zich voor te bereiden op de mogelijkheid, dat men andere mensen tijdelijk in huis
zou moeten nemen. Dat enige voorraad aan levensmiddelen mogelijk nodig en zeker nuttig
zou zijn, dat enige extra kleding, waterlaarzen e.d. van belang konden zijn en dan opgeslagen
zouden moeten worden op de eerste of tweede verdieping van het huis.
Nu weten wij, dat het niet zo ver is gekomen dat ook Zuid-Holland overstroomde. Maar
volgens de deskundigen was het kantje boord dat ook het Westland geheel door de zee
overspoeld zou worden. Wanneer dit door z.g. deskundigen wordt afgedaan met

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
208
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

“toevalstreffer” of wordt gesteld dat de aankondiging voor Zuid-Holland onjuist was, zo lijkt
mij dat men eisen stelt, die niet meer redelijk zijn.
Een ander voorbeeld waarbij ikzelf betrokken was: er werd op verzoek van de VPRO een kleine
seance gehouden voor de normale vrijdagsbijeenkomst. Tijdens deze op zich niet zo veel om
het lijf hebbende vraag en antwoordseance - het verslag is nog in de archieven van de Orde te
vinden - stelde, op een vraag de spreker vast, wie aanwezig waren in de studio in Hilversum
en wees op het feit dat er een man aanwezig was die niets van zich had laten horen.
Reactie van een amateurparapsycholoog: de man is kennelijk op de hoogt van de gang van
zaken tijdens dergelijke schakelprogramma's.
Op de vraag hoe een wedstrijd voetbal tussen Holland en België, die rond een uur na deze
seance zou aanvangen, zou aflopen kwam het eigenaardige antwoord:” Die sport is van na
mijn tijd. Ik begrijp het dan ook niet helemaal. Ik zie de Belgen een doelpunt maken en even
later de Hollanders juichend als overwinnaars het veld verlaten.” Wat letterlijk zo gebeurde: in
de laatste drie minuten van de wedstrijd scoorden de Belgen het enige doelpunt. Hierdoor
gingen de Hollanders over naar de volgende ronde van een bekertoernooi.
Ook dit wilde de man niet als bewijs aanvaarden: “Dit z.g. medium heeft kennelijk veel
verstand van voetbal.” Een reactie die mij toch wel als wat onredelijk treft.
Ik zou meer van dergelijke voorbeelden uit eigen ervaring kunnen aanhalen, waarbij z.g.
deskundigen juiste resultaten afdeden door er op te wijzen, dat hier van toeval sprake zou
kunnen zijn. En dat stemt je niet bepaald vriendelijk tegenover hun discipline, dat is wel
duidelijk.
Aan de andere kant echter, ben ik er van overtuigd, dat het in deze zaken beter is wat
terughoudend te zijn, dan vol enthousiasme alles zoveel mogelijk als zoete koek te
verheerlijken. Want in de kleine 40 jaren dat ik als medium werkzaam was, heb ik helaas
moeten constateren dat niet alles goud is wat blinkt, zeker op dit gebied.
In de beginperiode van mijn werken nam ik deel aan een seance die werd gegeven in de
blauwe zaal van het Beursgebouw in Rotterdam. Ik werkte daar als volgt: toespraak uit de
geest. Daarna een dame met helderziende waarnemingen. Pauze. Toespraak uit de geest.
Helderziende waarnemingen, sluiting door de voorzitter.
Bij de eerste reeks waarnemingen was ik onopvallend aanwezig. De dame in kwestie bleek een
voorkeur te hebben voor waarnemen bij mensen die zij reeds kende. Enkele andere
waarnemingen betroffen personen, die ingespannen zaten te hunkeren naar een teken van
leven van hun overgegane dierbaren. Hun gedachten waren duidelijk af te lezen, zelfs voor
mij. De gegeven omschrijvingen omvatten in al deze gevallen de gegevens die ik zonder meer
van de persoon in kwestie zelf kon overnemen. En ten laatste was er kennelijk een geestelijke
bloemenwinkel bij de ingang van de zaal, want negen van de tien waargenomen personen
brachten geestelijke bloemen mee voor hun dierbaren - die van hun kant eveneens vaak met
een ruikertje gewapend waren.
De tweede reeks waarnemingen heb ik niet gevolgd en ben achter de zaal in een foyer een
sigaretje gaan paffen. Ik ben mij er van bewust dat het optreden van deze toch te goeder
naam en faam bekende helderziende aan de emotionele behoeften van de aanwezigen
tegemoet kwam. Maar het waarheidsgehalte daarin kwam mij op z'n minst zeer vraagwaardig
voor.
Na zovele jaren werkzaam te zijn geweest op dit gebied, meen ik mij wel een oordeel aan te
mogen matigen, zij het onder voorbehoud van mogelijk door mijn eigen instelling bepaalde
vergissingen. Maar het komt mij voor, dat er heel wat mensen zijn die in het spiritisme
vluchten om de onontkoombare dood voor zich aanvaardbaar te maken.
Zoals er ook heel wat mensen zijn die reïncarnatie verwerpen - ongeacht de vele gegevens die
daarvoor pleiten - omdat zij geen zin hebben nog eens in de stof te leven en vrezen dan ofwel
de pekelzonden uit het huidige bestaan uit te moeten boeten danwel weer alle ellende mee te
moeten maken waarvan zij door de dood verlost hoopten te worden.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 209
Orde der Verdraagzamen

Wat niet wegneemt dat ik door eigen beleven er van overtuigd ben dat er een soort zomerland
bestaat, dat er ook nog vele andere wijzen van bestaan na de dood zijn. Alleen de
gebruikelijke hemel en hel heb ik nooit aangetroffen. Maar volgens mij sluit het een het ander
nog niet uit
En wat mij bij de bestudeerders van het paranormale stoort is hun te zeer door persoonlijke
opvattingen gekleurde benadering van de feiten.
Iets wat je bij gewone mensen nog wel kunt begrijpen, maar wat toch zeker ingaat tegen alle
pretentie van “wetenschappelijke benadering” waar de feiten en niet een reeks vooroordelen of
gevoelens dienen te overheersen.
Al heb ik dan ook weinig reden de parapsychologie een goed hart toe te dragen, ook gezien
mijn ervaringen met coryfeeën als Tenhaeff en Zorab, toch kom ik niet om de erkenning heen
dat zij van groot belang is en blijft in een tijd, waarin het paranormale een toenemende
invloed schijnt te verwerven in de samenleving en verering van allerhande leraren, goeroes en
mediums steeds meer voorkomt.
Zo ziet u alweer: het bezoek aan een paranormale kermis kan een mens op allerhande
denkbeelden brengen. In mijn geval is het vooral een zaak van herinneringen, een herbeleven
van feiten, het opeens weer voor ogen krijgen van mensen en taferelen uit het verleden. Mijn
leeftijd zal hieraan wel mede schuldig zijn.
Gelukkig omvat het leven ook vele andere, voor mij zelfs aangenamere zaken. De afgelopen
periode heb ik genoten van de wordteling van vlieger oplatende zonderlingen op het
Scheveningse strand; mij vergaapt aan de rijkunst van de Royal Guards tijdens de
paardendagen op het Voorhout en mij steeds weer vermaakt met de eigenaardigheden van het
menselijk gedrag, die vooral op zeer warme dagen zo veelvuldig in de stad en op het strand
worden gedemonstreerd.
Daar was die man die, gekleed in een kennelijk wat te nauwe broekje zijn enorme bulk voor
zich uit torste terwijl hij langs de vloedlijn iets deed wat hij zelf waarschijnlijk als trimmen
omschreef. De capriolen van deze op hol geslagen drilpudding en de reacties daarop van de
omstanders bezorgden mij een zeer plezierig kwartiertje.
Of de dik in statig zwart gehulde heer met het gezicht van een ouderling die, voorzien van een
brilletje dat mogelijk uit een 18e eeuws lorgnon was ontvreemd, zich heerlijk stond te schurken
tegen een uitsteeksel van een abri bij de tramhalte op het Spui. De verzaligde uitdrukking op
zijn bol en zeer vroom gelaat had ik zeker langer willen gadeslaan dan de halve minuut die de
tram daar stilstond.
Mensen kijken is en blijft een heerlijk vermaak - al moet je er wel voor zorgen dat zij de
belangstelling niet in de gaten krijgen, want anders is de voorstelling meteen afgelopen.
Niet dat ik mij inbeeld, anders of beter te zijn. Er zullen wel mensen zijn die zich op hun beurt
vermaken wanneer ondergetekende met zakken en pakken beladen een amechtige sprint
waagt om een bus of tram te halen. Want ik ben mij er van bewust dat de sierlijkheid en ele-
gance van de jeugd mij lang ontvallen zijn en wat blijft veelal een hijgende potsierlijkheid
wordt. En als zij dan willen lachen of zelfs maar verstolen glimlachen is het hen van harte
gegund: zolang wij mensen een wederzijdse bron van vermaak vormen is het nog niet zo
slecht gesteld met de wereld. Wanneer je maar de betrekkelijkheid van alle dingen inziet en de
moed hebt om over jezelf even goed te lachen als over anderen is het leven werkelijk de
moeite wel waard.
De laatste weken heeft de zomer ons overvallen. Het typisch Nederlandse gekanker heeft zich
afgewend van te koud of te veel regen en puft nu over te warm, er komt onweer en “ik drijf
gewoon”. Voor mij ligt de periode waarin ruim een maand lang de geest elders haar verhalen
kan gaan venten en uw medium zich in heerlijke rust aan eigen liefhebberijen gaat wijden
zonder al die doe-wel en doe-niet's die mijn vak anders met zich brengt.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
210
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En dat is al een genoegen op zich: geen borrel uitstellen of weigeren omdat je nog werken
moet. Met minder eten omdat je er anders tijdens de avond wel last van zoudt kunnen krijgen.
Desnoods de matigheid even vaarwel zeggen en de door het beroep geëiste “heiligheid” dia
maar al te vaak schijn is tijdelijk inruilen voor het image van een nog levendig en feitelijk wat
ondeugend oud heertje.
Trouwens, wat is “oud”? Hier speelt mentaliteit kennelijk een minstens even grote rol als het
aantal jaren dat je deze aarde met je aanwezigheid hebt vereerd - of is het belast?
Zolang je na elke dag nog in je hart kunt zeggen “dank u voor het leven” ben je volgens mij
niet werkelijk oud. Eerst wanneer de dagen je lang en zwaar gaan vallen, de nachten een
sluimeren in zorgelijke onrust worden ben je volgens mij echt oud. Maar ja, gezien de feiten
zal dit ook wel een bevooroordeeldheid mijnerzijds zijn.
Tot op heden ben ik niet bang om te sterven, maar haast heb ik ook niet. Zelfs mijn werk, dat
ik de laatste tijd nogal eens met een uiterlijk vertoon van “dan moet het maar” pleeg te doen
is voor mij nog steeds een bron van vreugde en, gezien de reacties van sommige mensen, ook
vaak van vermaak.
Zeker, het nieuwe programma laat mij wat meer vrije tijd. Die heb ik, denk ik, wel nodig om
alles goed af te kunnen werken. Maar ongeacht de mening van velen die het niet
daadwerkelijk doen is het werkelijk werken en word je er ook moe van.
De laatste jaren heb ik wat meer tijd nodig om te recupereren en een te strak programma zou
de resten vermoeidheid zich op laten stapelen tot een werkelijk goed werken bijna onmogelijk
zou worden. Dit is ook de reden dat ik geen Steravond meer wil geven: deze op zich korte
bijeenkomst neemt meer energie dan 10 andere avonden - achter elkaar gegeven.
Het spijt mij voor degenen die vooral deze bijeenkomst zo zeer op prijs stelden - sommigen
van hen werden alleen lid om toch vooral de Steravond mee te kunnen maken. Maar na vele
jaren in feite alleen rekening te houden met hetgeen de leden wilden ben ik nu toe aan de
jaren, waarin ik alleen rekening ga houden met hetgeen ik zelf meen aan te kunnen.
In een verdere toekomst zou dit zelfs kunnen betekenen, dat ik de vaak toch wel zeer goed
bezette zaalbijeenkomsten ga mijden om mij alleen nog te wijden aan de kleinere
bijeenkomsten van besloten karakter. Maar dit is nog toekomst muziek. En je weet nooit
zeker, wat de toekomst gaat brengen.
De eerstkomende jaren zal ik nog wel een beperkt programma blijven draaien. Zoals het er nu
uitziet zal het nieuwe jaarprogramma wel een voorbeeld zijn voor hetgeen de Orde u bieden
zal in de komende jaren.
In ieder geval hoop ik u na de vakantie weer te ontmoeten op de bijeenkomsten. En wanneer
ik dan wat mopper of doe alsof het toch weer tegenvalt om weer te beginnen, denkt u maar:
dat is show. Want in mijn hart ben ik altijd blij, te mogen werken en dingen door te mogen
geven die voor sommigen onder u van belang zijn.
Leven is: bezig zijn, beleven, betekenis hebben voor anderen en soms iets doen waardoor een
ander gelukkiger wordt. Voor mij tenminste.
K.N.
We hebben intussen het vierde kwartaal 1986 bereikt, ODV-nieuws 1986-4. Het zich
herinneren en er over schrijven begon Karel steeds beter te bevallen. Leest u zelf maar:

Ouwe koeien (1986-4)
Jawel, ik haal ook deze maal weer wat ouwe koeien uit de sloot - al weet ik niet precies in welk
klein water zij normalerwijs vertoeven.
Mijn eerste proeven met mediumschap ontstonden bijna spontaan in de eerste maanden van
1947. Veel herinner ik mij daarvan niet meer daar mijn persoonlijke belangstelling in die
dagen eerder gericht was op de gezelligheid na een seance dan op het gebeuren zelf. Slechts

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 211
Orde der Verdraagzamen

enkele dingen springen er nog uit: een lezing b.v. waarbij Goethe's Faust uitvoerig besproken
werd.
Een in de letteren gepromoveerd lid - wie was het ook weer - was zeer onder de indruk, vooral
t.a.v. hetgeen gezegd werd over de klassieke Walpurgisnacht. Ook herinner ik mij nog, dat een
“schoon woord” zoveel indruk maakte, dat iemand het op eigen rekening liet drukken.
De naam: “Orde der Verdraagzaamheid” werd naar ik meen het eerst gebruikt eind 1948
tijdens een bijeenkomst ten huize van de familie Bogaerts. Maar gezien de kwaliteit van het
voordien gebodene en de opzet van de bijeenkomsten meen ik toch wel, dat de geestelijke
leiding van de Orde reeds eerder de touwtjes in handen heeft gehad.
In die dagen werkte ik nog voor vele andere groepen. Maar ook in die gevallen was kennelijk
de ODV aan het woord. Het is maar goed, dat er geen vakbond van mediums bestaat, anders
zouden deze groepen toch wel moeilijkheden gekregen hebben.
Bij een vereniging in Dordrecht werd ik b.v. door het bestuur angstvallig achter in de
pijpvormige zaal vastgehouden en, al gaf ik te kennen mijn plaatsje op het podium wel even te
willen inspecteren, middels koffie en handjes schudden werd mij dit eenvoudig onmogelijk
gemaakt.
De reden daarvoor werd mij eerst duidelijk toen ik, voorafgegaan door een struis viertal leden
en geleid door voorzitter, penningmeester en secretaris de voor mij bedoelde verhoging
bereikte: bij gebrek aan een podium en een grote opkomst verwachtende had men een paar
schagen en het blad van een marktkraam tot een wankele verhoging gecomponeerd.
Daarop bevonden zich wel is waar een tafel en een stoel, maar enkele centimeters voor of
achteruit gaan zouden zonder meer ondergetekende tot een gevallen medium gemaakt
hebben.
En dat het met de stevigheid van het geheel ook niet bepaald goed gesteld was werd duidelijk,
toen de vier voorlopers zich - overigens zeer plechtstatig, aan beide zijden van het podium zo
neerzetten, dat zij in geval van nood dit met de rug overeind konden houden.
De avond werd ondanks dit een succes, maar men keek mij wel wat vreemd aan, toen ik na
afloop de kreet van de clown Crock uitsprak zodra ik mij weer in veiligheid bevond (Schon aber
schwer.)
En dan al die andere missers: de keer dat de conciërge van de Volksuniversiteit was gaan
stappen en wij de volgende morgen de deur gesloten en de sleutelbewaarder onbereikbaar
vonden. O ja, de bijeenkomst ging toch door dank zij de medewerking van de vereniging
Harmonia, die op korte termijn en zonder aarzelen ons hun zaal ter beschikking stelde.
Maar stel het u even voor: een optocht van rond 50 leden die in onregelmatige gelederen de
Mauritskade afmarcheerden alsof zij een voorloper vormden van de vele protestoptochten, die
later het Tv-journaal zouden halen.
Of de bijeenkomsten in Zaandam, waar in het Nut wel is waar een groot podium ter be-
schikking stond, maar men eenvoudig niet kon begrijpen, dat ik niet staande achter een
lezenaar in trance kon gaan. Wat overigens tot heerlijke taferelen aanleiding moet zijn
geweest: achter op het podium had men een tafeltje, een liberty fauteuil en een schemerlamp
staan als “aankleding”. Ik besloot, daar dan maar te gaan zitten voor mijn concentratie.
Tot angstige verbazing van de aanwezigen liep ik - met gesloten ogen dus - regelrecht naar de
lezenaar aan de rand van het rond 1 m. hoge podium en begon een lezing te houden. Er
kwamen vragen en de spreker - ons bekend als “Elsmaier” - begon al antwoordende heen en
weer te lopen en wel precies over de brede koperen rand, waarmede het podium was afgezet.
Kennelijk zag het er nogal gevaarlijk uit: bestuursleden sprongen op en begonnen voor het
podium met de spreker mee te ijsberen, voortdurend geconcentreerd op de mogelijke
noodzaak, het medium voor een ongeval te behoeden. Dit schijnt ruim een half uur geduurd te

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
212
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

hebben. Daarna beëindigde de spreker zijn betoog, wandelde rustig naar de fauteuil, nam
plaats, en daar was ik weer, geheel onbewust van het mooie schouwspel dat de aanwezigen
geboden was.
Tijdens het kopje koffie voor ik weer naar huis moest werd mij dit verhaal in kleuren en geuren
gedaan. Het is zover ik mij kan herinneren de enige maal dat ik betreurd heb, dat ik tijdens
seances niet in de zaal aanwezig blijf. Maar het verbaasde mij niet een volgend maal op het
podium een tafel en stoel aan te treffen en geen lezenaar.
In Amsterdam gebeurde het eens, dat mijn stoel net op een soort valluik was geplaatst.
Natuurlijk heb ik normaal gewerkt, maar ik moet bekennen dat het wel even langer duurde
dan normaal voor ik “weg” was. Want onwillekeurig vraag je je af, of je nog in de zaal, dan wel
ergens in de kelder of in het ziekenhuis bij zult komen.
En dan die bijeenkomst in Zwolle, waar een voor mij onverwacht groot gehoor aanwezig was.
Om te zorgen dat een ieder gedurende de gehele avond mijn schoonheid enz. voldoende kon
bewonderen, plaatste men twee losse podiums op elkaar en daar boven op een soort rotan
pauwentroon. Wat je toch wel even het gevoel geeft, dat je maar mooi voor gek zit.
En ook de zaaltjes waar in ik werkte waren niet altijd even geschikt. In de Haag vonden b.v.
de bijeenkomsten enige tijd plaats in een dansschool. Het zaaltje was bijna luxueus ingericht,
maar werd verlicht door rode neonfiguren die de dans weergaven. Om de zaak tenminste
enigszins uit deze roodlichtsfeer los te maken werden boven mijn hoofd een paar spots
aangestoken, die samen wel meer dan duizend watt verbruikten. Het medium had er geen last
van, maar meerdere aanwezigen klaagden na afloop over hoofdpijn, telkenmale weer.
In Antwerpen heb ik meerdere malen gewerkt in de “Zoo”, een zaaltje behorende tot de
dierentuin. Het voordeel daarvan was, dat ik in de pauze even de andere apen kon bezoeken.
Zo werkte ik in het begin ook nogal regelmatig voor een kleine vereniging, die samenkwam in
de voorkamer van een ouderwets herenhuis. De ambiance zou heel goed zijn geweest,
wanneer er niet altijd een wat mistroostige geur van kool had gehangen.
Degenen die wel eens kritiek hebben op de zalen waar de bijeenkomsten nu worden gehouden
weten gewoon niet, hoe goed zij het hebben. Want op grond van vroegere ervaringen kan ik
wel stellen dat de laatste 15 jaren alles veel beter en rustiger is dan in het begin.
En niet te vergeten een Steravond, die bij gebrek aan een voldoend grote zaal werd gehouden
in de “Engelse Kerk”. Er waren meer dan 500 mensen aanwezig, de sfeer was goed, maar het
medium snip verkouden. Hoe die ruimte besproken kon worden onder die omstandigheden is
mij nog steeds een raadsel. Niet het feit, dat na afloop mijn benen zo slap waren of ik net een
liter van Schiedams beste product had verzwolgen.
Waarmede ik maar wil aanduiden, dat je als medium in heel wat wonderlijke situaties terecht
kunt komen. Anderen regelen alles en vergeten gewoon je te vragen, of zoiets wel kan. Het is
zelfs wel gebeurd, dat op korte termijn de plaats van samenkomst gewijzigd moest worden en
men ieder daarvan mededeling deed, maar het medium eenvoudig vergat.
Maar met enige trots kan ik zeggen, dat ik tot op heden nog nooit voor een uitdaging ben
teruggeschrokken. Je rekent er gewoon maar op, dat de jongens aan de andere kant alles wel
in orde zullen brengen. Nu ja, rekenen? Soms is het meer een hopen dat.
Alleen de weinigen die het eerste begin van de ODV hebben meegemaakt kunnen beseffen,
hoeveel er in al die jaren veranderd is. Uw medium kleedt zich als een heer en probeert zich
zelfs vaak als zodanig te gedragen. Weg zijn de glimmende pakken, de gerafelde overhemden
die lang geleden ijverige leden er toe hebben gebracht “voor de arme jongen een pak te
kopen, want zo gaat het niet langer”.
En toch mis ik soms in deze tijd wel eens iets, wat er in het begin altijd zo duidelijk is geweest:
de verbondenheid van de mensen, het gevoel van saamhorigheid, het “samen er iets van
maken”.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 213
Orde der Verdraagzamen

In het verleden keek je niet naar geld, maar naar de mogelijkheid “de boodschap te
verbreiden”. Er is een tijd geweest dat men publicaties feitelijk onder kostprijs verbreidde.
Zo was er een oudere heer met een Solexje die elke week de weg op ging met twee grote
tassen vol verslagen om zo abonnees hun Stem of Sleutels thuis te bezorgen. Want anders
hadden deze publicaties door de porti duurder moeten worden. Om niet te vergeten de ex-
schoolmeester die alles nalas en corrigeerde om er zeker van te zijn dat de inhoud van de
lezingen taalkundig verantwoord was.
Misschien heb ik het mis, maar zoals ik mij het verleden herinner deden wij het samen. Nu is
er het bestuur dat het voor alle leden doet. En niemand interesseert zich er voor, tenzij er iets
fout loopt. En zelfs dan is er meer kritiek dan hulp.
Weet u dat de Orde een lange tijd een eigen hulporganisatie heeft gehad die niet alleen aan
ziekenbezoek deed, maar ook oudere leden in een koude winter van kolen en olie voorzag
omdat het te lang duurt voor officiële instanties, zelfs wanneer tot extra uitkering is besloten,
de nodige gelden ook uitkeren?
Deze groep had een eigen kas, kreeg van vele leden bijdragen en heeft veel goeds gedaan in
een tijd dat AOW armoede betekende, terwijl men daarnaast ook nog een boodschappendienst
had die voor mensen die slecht ter been waren boodschappen deed en bovendien vervoer naar
en van bijeenkomsten regelde voor mensen die slecht ter been waren en niet over eigen
vervoer beschikten.
Zeker, dat alles zal wel minder noodzakelijk zijn in deze dagen en de overheid zorgt niet al te
slecht voor hen, die dit van node hebben. Maar toch....die dingen deden je voelen dat je er bij
behoorde, dat de Orde niet alleen een roddelende groep goed bedoelende theoretici was, maar
een groep van mensen die voor elkaar op kwamen overal en wanneer dat nodig was.
Misschien is het de aankomende herfst die al deze oude koeien weer uit hun respectievelijke
sloten te voorschijn deed komen om, schijnbaar drijvende op de mist van de tijd pootloos het
verleden te evoceren.
Nog hullen de bomen zich in weelderig rood en goud, maar op de grond begint al een deken
van bladeren de komst van de kale winter te verkondigen.
Nog zijn mijn dagen vol en vaak zonnig, maar in de verte voel je al de dagen komen waarin
het alleen maar wachten is, wachten op dood en hergeboorte. En zo wordt het verleden in een
gouden gloed gehuld en gedenk je steeds meer vol weemoed de dagen van eens, de dagen dat
er nog gebouwd moest worden.
Diep in mijzelf weet ik wel, dat dit alleen de mooie dingen zijn, dat er heus wel andere zaken
een rol hebben gespeeld. Maar wie denkt graag terug aan de roddelpartijen, die steeds weer
plaats vonden? Of aan de ruzietjes, de teleurstellingen? Alleen de dingen waarin een zekere
humor schuilt blijven op de een of andere manier nog in het geheugen gegrift.
Zoals de tijd - wij waren pas korte tijd naar een grotere zaal verhuisd - dat er een hardnekkig
gerucht liep dat ik maar een marktkoopman was die met bloemen stond te leuren. Een roddel
die ik op mijn manier de kop indrukte door op een schavotje te klimmen voor het begin van de
bijeenkomst om luidkeels te verkondigen, dat ik had gehoord dat ik als bloemenkoopman op
de markt stond. Daar ik tot nu toe daar van zelf niet op de hoogte was en toch graag wilde
weten waar ik dan wel stond, loofde ik een armvol bloemen uit voor de eerste die mij op de
markt tijdens het uitoefenen van het mij aangewreven beroep zou aanspreken.
Waarop het gerucht na korte tijd zacht insliep en over mijn beroep geen verdere roddels
werden geproduceerd - althans niet zo, dat het mij ter ore kwam.
En natuurlijk mijn eerste periode van werken in België. Het kost je als Nederlander wel enige
tijd, om je aan een ander spraakgebruik aan te passen. En dan sta je toch ook vaak vreemd te
kijken.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
214
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Daar was die deftige heer die mij, toen ik nog even een luchtje hapte voor de zaal, aansprak
en informeerde of hier de Orde der Verdraagzamen bijeenkwam. Op mijn bevestigend
antwoord informeerde hij vervolgens “hoe laat de vertoning aan zou vangen”.
Dergelijke dingen blijven je bij, maar de meer negatieve belevingen die toch heus niet minder
in aantal waren kan ik slechts met veel moeite uit het slijm van verdrongen herinneringen
opdreggen. Zeker, ik heb armoede geleden. Er is veel verkeerd gegaan in mijn leven. Maar je
komt er niet toe, dergelijke dingen nog eens te overdenken. Het is gewoon de moeite niet
waard zolang de dagen nog zoveel blije ervaringen schenken.
Mensen hebben ook innerlijk de zon nodig. Wanneer ik in deze tijd eens op een zonnige dag
naar Scheveningen ga is, zelfs op een doordeweekse dag, is het zo druk als midden in de
zomer. En zelfs in de winter lokken blauwe hemel en zon heel wat zwaar ingepakte mensen
naar buiten om, stevig stappend, langs de vloedlijn te draven.
Wanneer er goede dingen in het leven zijn moet je er van profiteren, je koesteren in blijheid of
geluk, je onderdompelen in gezelligheid. Je dagen zijn dan vol en bevredigend en zelfs je
dromen zijn minder onaangenaam dan gewoonlijk.
En denk nu niet, dat dit laatste alleen maar beeldspraak of een vorm van zelfbeklag is. In de
loop van de tijd heb ik van heel wat mensen de dromen verklaard. Ik kwam tot de conclusie
dat 3 van de 4 dromen onaangenaam zijn en je achterlaten met allerlei vragen.
Uittredingen laat ik daarbij uiteraard buiten beschouwing, omdat dezen eerder te maken
hebben met je innerlijke toestand en je pogingen om een andere wereld te verkennen.
Kort geleden had ik een dergelijk geval bij de hand: iemand wist geen raad met een nogal
onaangename droom en vertelde die. Na mijn poging om mijn reputatie gestand te doen door
een volgens mij redelijke en passende verklaring daarvoor te geven, merkte hij op: dank u. Dit
is weer eens een bewijs dat de mensen naarmate zij ouder worden ook wijzer worden.
Ik heb het er maar bij gelaten, ofschoon ik eerder had gekozen voor het woord eigenwijzer.
Want het lijkt mij niet goed iemands illusies te verstoren tenzij er een doel mee gediend wordt.
Zeker is, dat vele oudere mensen bewust of onbewust voor een deel in het verleden leven en
de feiten van het heden zomaar aan zich voorbij laten gaan.
Toch meen ik niet blind te zijn voor het heden. Mogelijk is ook dit een illusie. Zeker is wel dat
pogingen om een stukje te schrijven steeds vaker uitmonden in het omschrijven van oude
herinneringen en feiten, die reeds lang in het verleden begraven liggen.
En terwijl ik probeer gedachten in passende woorden om te zetten trekken hele kudden oude
koeien aan mij voorbij alsof er iets in mij wil zeggen: je leven was zo slecht nog niet. Wees blij
met wat was en aanvaard wat komt.
Zeker, als ik dit leven nogmaals zou moeten leven zou ik heel wat dingen anders doen, dat
staat wel vast. Maar ondanks alle avonturen en minder aangename perioden zou ik tegen de
kans om het over te doen zeker geen neen zeggen.
Zelfs het feit dat stukjes als dit zo vaak waardering vinden bij onze leden maakt mij duidelijk
dat het alles toch heus niet voor niets was. Degenen die pas veel later bij onze groep
terechtkwamen kunnen zich kennelijk in deze herinneringen voldoende terugvinden en gaan
begrijpen, dat de Orde niet alleen maar een vereniging voor mij is, maar een werk dat met
veel inspanningen en vele offers door velen is opgebouwd.
Om een kreet van Theo Uden Masman te parodieën: over niet al te lange tijd zullen ook de
leden te horen krijgen: de Orde gaat nu sluiten. MAAAAR: wij komen terug! Zoals in het
verleden meerdere malen de Orde is verdwenen en weer is ontstaan, zo zal het ook deze maal
weer gaan.
En ondergetekende hoopt er dan weer bij te zijn, desnoods als spreker of hulpje bij het
afschermen van het medium, dat dan voor enige tijd het middelpunt van het werk zal vormen
op aarde. Want voor mij is in rond 40 jaren de Orde een levenswerk en een levensdoel
geworden.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 215
Orde der Verdraagzamen

En zou ik als spreker dan eens te melig uit de hoek komen, zo kan ik mij er dan vanaf maken
met een “waardering moogt u direct uitspreken, maar klachten deponeert u beter na afloop
van de seance bij het bestuur.”
Maar dat is voor later. Wanneer U na lezing van dit epistel - meer probeert het niet te zijn -
klachten of waardering wilt uitspreken, weet u waar u mij kunt vinden en zowel waardering als
kritiek worden in dank aanvaard - hoop ik. U kunt er zeker van zijn dat ik met uw
commentaren een volgende maal rekening zal houden.
K.N.
Intussen zijn we aangekomen bij ODV-nieuws 1987-1; dus het eerste nummer van 1987.
Begin december 1986 ging mevr. N. Polak over, een van de belangrijkste en eerste
medewerksters van de vereniging. In deze bijdrage aan het verenigingsblad kunt u lezen
hoe ons medium daar mee omging. Hij gaf zijn artikel de titel:

Wat gaat? Is? Komt? (1987-1)
Eens, lang geleden, werd op 5 december in Indonesië een meisje geboren. In 1986, vele jaren
later, ging zij heen. Noesje Polak is gegaan, heeft de stof achter zich gelaten, op 5 december
1986.
En al weet je, dat het geen afscheid voor altijd betekent, toch betekent het heengaan van
iemand, die je zo lang gekend hebt een schok, laat een leegte achter. Want opeens staan
allerhande zaken die je zolang als vanzelfsprekend hebt aanvaard in een nieuw daglicht, word
je je bewust van zaken, waaraan je in het verleden maar al te vaak voorbij bent gegaan.
Laat mij u daarom iets vertellen over deze kleine vrouw, die voor de Orde en vele van haar
leden van zo grote betekenis is geweest, dat het mogelijk maanden vergt voor wij allen
beseffen, wat zij in wezen voor ons heeft gedaan.
Lang voor de ODV een officiële vereniging werd en rechtspersoonlijkheid verwierf,
introduceerde de toenmalige voorzitter, de heer Buitendijk, op een van de bijeenkomsten een
klein, wat gebocheld vrouwtje, met een wat Indisch uiterlijk.
Zij leed kennelijk aan een soort minderwaardigheidscomplex, maar werd ondanks haar
verlegenheid door de toenmalige leden van de Orde als vanzelfsprekend aanvaard. Mogelijk
was dit de reden, dat zij steeds regelmatiger de bijeenkomsten begon te bezoeken.
Langzaamaan kwamen wij er achter, dat zij onderricht in Latijnse talen gaf - in Italiaans en
Spaans vooral. Haar dagen waren kennelijk goed gevuld, ook al verkondigde haar moeder,
“Moes”, dat haar dochter maar een ondeugende meid was.
In die dagen verzorgden mijn vrouw en ik het stencilwerk voor alle uitgaven van de Orde, t.w.
de vrijdagen (elke week) en daarnaast cursussen, discussieavonden,
zondagmorgenbijeenkomsten en zelfs een esoterische groep en de toen bestaande
“jeugdgroep”.
Daar de gemiddelde omvang van de tijdschriften in die dagen tussen de 20 en 30 bladzijden
bedroeg, kunt u begrijpen, dat het ons al snel te veel was. Noesje Polak hoorde dit en nam
zonder veel drukte eerst een, dan steeds meer van de verslagen over. Sleutels en Discussies
beschouwde zij voortaan als haar taak.
Toen er moeilijkheden ontstonden i.v.m. de ruimte, waar de verslagen werden afgedraaid, was
het alweer Noesje die een uitweg bood: zij stond een kamer af waar dit werk kon geschieden
en daarnaast onze bibliotheek kon worden ondergebracht.
Het leek vanzelfsprekend dat zij ook het werk verbonden aan de toen nog veel voorkomende
uitlening van boeken op zich nam. Eigenlijk niemand beseft, dat zij daarnaast nog een drukke
werkkring had. Men vergat bijna dat zij er was, behalve wanneer men haar nodig had of zij
weer eens een van haar vaak scherpe, maar zelden onjuiste opmerkingen had geplaatst.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
216
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Elke week kwam ik bij haar de stencils van de vrijdagavond afleveren. Elke week werd ik
gastvrij ontvangen en langzaamaan begon ik iets te begrijpen van deze kleine en schijnbaar zo
teruggetrokken vrouw. En steeds meer begon ik de wijze te waarderen waarop zij, zonder veel
omslag de niet bepaald gemakkelijke taken, die zij op zich had genomen, vervulde met de
regelmaat van een Zwitsers uurwerkje van de beste kwaliteit.
Langzaamaan toonde zij ook steeds meer zelfvertrouwen, hield zich, niet zonder succes, bezig
met geestelijke genezing, nam meer en meer leringen van de Orde in zich op. En wij, die met
haar te maken hadden, vergaten, dat zij er “anders” uitzag; leerden haar steeds meer ook
waarderen als een persoonlijke vriend, die altijd tijd voor je had wanneer er iets fout was.
De vele klachten die zij kreeg te horen zullen haar heus wel eens de verzuchting ontlokt
hebben, dat het altijd maar hetzelfde was wat haar werd medegedeeld. Maar zij luisterde, had
geduld, offerde steeds weer iets van haar eigen belangstelling en belangen op aan die
anderen, die zij de mogelijkheid gaf het leven weer te aanvaarden en verder te gaan.
Ik besef heel goed, dat dit geen “in memoriam” is zoals dit “behoort” te zijn. Maar alles wat
was, inclusief de harde waarheden die Noesje je verkondigde, is nu geweest. De betrouwbare
werkster werkt niet meer aan onze verslagen, begrip en uitlaat moeten voortaan elders
gevonden worden.
Was zij voor zovele zo veel, nu wordt het tijd om te zien naar alles wat haar heengaan voor
ons betekent. En dat liegt er niet om: verslagen zullen niet meer of tenminste niet meer op tijd
kunnen verschijnen. En hoelang zullen wij nog kunnen beschikken over de ruimten waarin de
bladen worden verwerkt, geadresseerd en verzonden?
Het is de hoogste tijd voor bezinning. En het bestuur heeft ongetwijfeld al enkele
vergaderingen aan de ontstane problemen gewijd. Waar het mogelijk is wil men natuurlijk de
lopende verplichtingen zo goed mogelijk afhandelen. Maar het zal moeilijk zijn, zelfs
uitgespreid over langere tijd, dit geheel waar te maken.
Volgende jaren zullen er wel minder verslagen worden gepubliceerd, want een grijpen naar
professionele verwerking biedt geen enkele oplossing, tenzij men bereid is een groot deel van
de reserves in een enkel jaar in te teren. Een commercieel verwerken zou per uitgave tussen
de vijf- en achthonderd gulden kosten, terwijl dan afdraaien van stencils, assemblage en
verzending nog steeds door vrijwilligers zouden moeten verricht worden.
Neen, zoals de zaken er voor staan zal het heengaan van Noesje Polak ook voor de Orde heel
wat veranderingen met zich brengen. Het zoeken naar een oplossing op langere termijn zou
denkbaar en mogelijk zijn. Maar dit vergt een aanlooptijd van enige jaren. En hoelang zal de
Orde in haar huidige - stoffelijke - vorm nog voortwerken?
Ons medium heeft gesteld actief te willen blijven tot de 70jarige leeftijd wordt bereikt. Dat
betekent ten hoogste 2 jaren vanaf heden. Daarnaast wordt het programma beperkter als
gevolg van een verminderd prestatie en uithoudingsvermogen van het medium.
Op een voortzetting in de huidige vorm behoeven wij niet te rekenen, omdat de geestelijke
leiding desgevraagd zeer duidelijk stelde, dat een geheel nieuw medium ook een geheel
andere en nieuwe opzet van de stoffelijke organisatie met zich zal brengen. Dit betekent, dat
de toekomst na een periode van afname van de activiteiten een geheel ander beeld van de
Orde op de voorgrond kan brengen. Dat zij zal blijven bestaan kunnen wij, gezien de uitingen
van de geestelijke leiding in dit opzicht, wel als zeker beschouwen. Het waar en hoe blijft
echter een raadsel, dat alleen de tijd kan oplossen.
Maar niet zonder verbazing constateer ik, dat het heengaan van een enkele mens - waar de
meeste niet eens veel aandacht voor hadden - zoveel betekent in velerlei opzicht.
Kennelijk zijn het in de wereld maar al te vaak degenen aan wie men weinig aandacht pleegt
te besteden, die de zaken draaiende houden, ook al beschouwen wij al die dingen als dood
normaal, ja, als ons recht. Om u een voorbeeld te geven: wie denkt ooit met dankbaarheid aan
de asman, de straatveger? En toch zou het zonder hen al snel een stinkende chaos worden,
waarin wij zouden moeten leven.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 217
Orde der Verdraagzamen

Ja, vroeger veegde ieder zijn eigen straatje. Maar in deze dagen ziet men iets dergelijks als
een taak voor anderen. Anderen behoren dit immers te doen? En wij kunnen rustig onze
rommel op straat deponeren, want het wordt toch wel opgeruimd.
Gas, water, elektra zijn ons onmisbaar en vanzelfsprekend. Niemand denkt aan de mensen,
die dit alles mogelijk maken. En toch, zonder stroom geen ijskast, geen koken, verwarming.
Zonder gas geen centraal verwarmd huis. En zonder water wordt zelfs het gebruik van een
toilet een bijzonder onaangenaam beleven, waar meer dan een luchtje aan zit. Ook al
verkondig je nog zo luid dat het je recht is, over alle gemakken te beschikken.
Het heengaan van Noesje Polak confronteert mij opeens met een probleem dat m.i. in onze
gehele maatschappij een grote rol speelt: het feit dat wij de zorgen, de hulp, het werken van
anderen als zo vanzelfsprekend aannemen, dat wij degenen die ons onze leefwijze mogelijk
maken eenvoudig over het hoofd dreigen te zien, tenzij wijzelf bij deze werkzaamheden direct
en intens betrokken zijn.
En ik heb het gevoel dat dergelijke zaken in de komende jaren een grotere rol in alle
ontwikkelingen gaan spelen dan men zich nu ook maar voor kan stellen.
Politici en generaals nemen als vanzelfsprekend aan, dat “hun” troepen hen trouw zullen
dienen en hun besluiten zonder meer zullen uitvoeren. Ook al is in vele kleinere het tegendeel
al vele malen gebleken en werd in 1917 zelfs het toch niet bepaald onmachtige Rusland door
een opstand van marine en soldaten tot een vrede gedwongen en betaalden velen die hun
gezag als iets vanzelfsprekends beschouwden hun fouten en die van hun stand met het leven.
Burgers nemen als vanzelfsprekend aan dat de “openbare voorzieningen “ zullen blijven
functioneren, want zij betalen daarvoor immers belastingen? Zolang de werkers alleen wat
erkenning vergen en meer niet, behalve misschien wat meer loon, krijgen zij hetgeen waarop
zij menen recht te hebben waarschijnlijk nog wel. Maar men kan wel eens te veel verwachten
van die anderen, die “arbeiders”. En dan blijkt de oude leuze weer opgang te doen: wanneer
uw machtige hand het wil staan alle raderen stil.
Om eerlijk te zijn: ik vrees dat dit soort erkenningen in heel wat landen in de komende periode
onvermijdelijk worden. De plichtsgetrouwen die hun taak als het belangrijkste beschouwen en
zich daaraan geheel wijden worden steeds minder in aantal. Steeds vaker ontdekt men dat de
leuze wordt gehanteerd: zoveel mogelijk geld voor zo weinig mogelijk werk en laat dan de
boer maar dorsen.
Maar als de boeren ook zo denken zal er in heel wat grote steden honger heersen. Wanneer de
mensen die de belangrijke dingen doen opeens zeggen: doe het zelf maar, dreigt het gehele
systeem zich in chaos op te lossen.
De Noesjes Polak worden zeldzaam in de wereld. De kreten om meer voor minder, steeds
meer rechten voor steeds minder plichten nemen dag na dag toe. Zelfs de ambtenaren
mompelen steeds vaker over staken en dreigen daarmede het volk hun belangrijkheid en deels
ook hun overbodigheid aan te zullen tonen.
Nu is het zojuist aangebroken jaar een z.g. kroonjaar. Wat wil zeggen dat een groter aantal
cycli samen valt. Bovendien betreft het hier een samenvallen van topinvloeden. Hetwelk wijst
op een reeks van niet normale ontwikkelingen en gebeurtenissen.
Drie zonnecycli vallen in de tweede helft van het jaar samen. Dit zou o.m. kunnen betekenen,
dat het klimaat op vele plaatsen sterk van de norm gaat afwijken. Een reeks van
natuurverschijnselen van grote invloed is eveneens hierdoor bijna onvermijdelijk. Ik denk
hierbij aan aardbevingen, zeebevingen, vulkanische activiteit en mogelijk ook nog enkele
rampen waaraan ook de mens zelf schuld heeft. Zo verwacht ik in het komende jaar o.m. een
ramp als gevolg van falen in een atoomcentrale in zuid of midden Frankrijk. En ook de
ruimtevaart zal nog de nodige tegenslagen moeten incasseren.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
218
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

En al lijkt het mij oorlog op wereldomvattende schaal niet waarschijnlijk, met strategen die
nog werken met de theorieën van Clausewitz in de tijd van atoomwapens kun je van niets
zeker zijn.
De kans lijkt mij echter veel groter, dat alom - dus ook in de Oostbloklanden - grotere en
kleinere opstanden uitbreken, terwijl internationale spanningen toenemen en alleen tijdelijk
worden afgeremd door het opeens van het toneel verdwijnen van degenen die dezen
voornamelijk op eigen conto mogen boeken.
Nu ja, de wereld draait wel verder. Zoals ook de Orde nog wel even blijft draaien in haar
huidige vorm. Maar wie zich de moeilijkheden realiseert die het heengaan van een enkele
kleine vrouw ook voor ons betekent, zal beseffen dat de tijd voor mooie plannen en
voornemens ten einde loopt. Wie nog werkelijk iets wil zal het zelf moeten doen en kan niet
langer onbeperkt rekenen op anderen, die het wel even waar zullen maken of de kosten en
moeiten daarvan zullen dragen.
Ik ben mij er van bewust dan dit alles negatiever klinkt dan het bedoeld is. Mogelijk heeft het
heengaan van Noes mij in dit opzicht enigszins beïnvloed. Aan de andere kant meen ik de
feiten toch wel redelijk te kunnen inschatten. Zeker: het heengaan van mej. Polak was voor
mij persoonlijk een slag. Dat heb ik u al duidelijk gemaakt.
Maar de gevolgen die ik daaruit meen te mogen afleiden zijn volgens mij op feiten en niet op
rouwmoedig herdenken alleen gebaseerd. En zo meen ik dat ook mijn visie op het
wereldgebeuren ondanks alles uitgaat van feiten en niet alleen droefgeestige bespiegelingen.
Ik verwacht twee crises in het komende jaar: de eerste tegen het einde van februari, de
tweede rond de helft van november. Zover ik het kan beoordelen blijft Nederland aan de rand
van het werkelijk gebeuren en zal het uiteindelijk wel meevallen. In andere landen
daarentegen, zoals de USA, USSR, Engeland en b.v. Zuid Afrika liggen de zaken meer acuut.
Maar aan het einde van het jaar zult u waarschijnlijk met mij zeggen: Er zijn te weinig Noesjes
Polak op deze wereld en het heengaan van elk van hen dient ons een aanleiding te zijn tot
bezinning en ons brengen tot een andere aanpak van de zaken die ons ter harte gaan.
Laat mij niet vergeten u ondanks dit alles een voorspoedig en gelukkig 1987 toe te wensen.
Dank voor alle kaarten die ik mocht ontvangen. Vergeef mij, dat ik liever dit nummer klaar
maak dan gehele adreslijsten af te werken om kaarten te versturen. Ook al ben ik erg blij, dat
u bij deze feestdagen ook even heeft gedacht aan….
Karel van der Nagel
Het ODV-nieuws 1987-2 staat rechtop naast me om overgezet te worden. De datum was 15
april 1987, en de zon deed wanhopige pogingen de lente waar te maken. Het bestuur had
het moeilijk, en de redactie wellicht ook. Karel, ons welbekend medium vertelde in zijn
bijdrage wat hij zoals beleefde en wat hij er van vond. Titel:

Wikken en Wegen (1987-2)
Er zijn tijden in het leven dat je moet kiezen. Zolang het alleen jezelf betreft is dat een simpele
zaak. Worden er anderen bij betrokken, dan wordt de zaak wat ingewikkelder en moeten alle
argumenten voor en tegen eerst eens op een rijtje gezet worden.
Nu de tijd voor de jaarlijkse programmabijeenkomst met de G.L. (Geestelijke Leiding) weer is
aangebroken moet ik beslissen wat wel en wat niet meer kan. En dat valt altijd weer tegen.
Hetzelfde programma handhaven? Ik ben er zeker niet te lui voor. Maar aan de andere kant
staat de vraag: kun je dit werkelijk nog aan? Zo niet, wat dient dan uit te vallen? En als je een
keuze maakt, welke maatstaven laat je dan gelden?
Ik ben mij er van bewust, dat de uiteindelijke keuze door het bestuur en de G.L. dient te
worden gemaakt, maar als uitvoerend orgaan heb ik natuurlijk een stem in het geding en zal
mijn eigen oordeel bepalend en mede beslissend kunnen zijn.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 219
Orde der Verdraagzamen

Om de noodzaak tot velerlei uitleggingen later te voorkomen wil ik deze maal proberen u een
inzicht te geven in de wijze, waarop mijn gedachten deze maal zijn gegaan, kompleet met de
huiselijke en andere beschouwingen. Er is, mede door de dood van Noesje Polak, wel het een
en ander veranderd in de laatste tijd. De afdeling publicaties b.v. is wel tijdelijk uit de grootste
moeilijkheden gered door een invalster bij het uitwerken en stencilen, maar dat is maar voor
dit seizoen. Na de vakantie kun je daar niet meer op rekenen.
Ook mijn ervaringen de laatste maanden tellen natuurlijk mee. En die zijn om eerlijk te zijn,
iets minder rozig dan je aan het begin van het jaar had ingeschat.
Soms is er een avond werkelijk zwaar en heb ik de dag daarna de neiging erg lang door te
slapen. De neiging. Want ik deel mijn huis nog steeds met vier katten. En wanneer die menen
dat het nu wel genoeg is, nemen zij op hun manier de nodige maatregelen.
Eerst wandelt er een voorzichtig wat op het hoofdkussen heen en weer. Soms reageer ik daar
dan wel op, maar wanneer je werkelijk moe bent, heeft een dergelijke benadering geen
resultaat. Dan besluit het pelsdragende volkje na enkele minuten, dat er hardere maatregelen
van node zijn.
Een tweetal katten neemt een flinke aanloop en plonst met harde poten op mijn toch werkelijk
niet meer zo veerkrachtig lichaam. Dit heeft gemeenlijk wel enig resultaat: kreunen en
mogelijk enige minder verdraagzame uitroepen. Poezen weg, even kijken of het werkt.
Soms doet het dat inderdaad. Maar de lust om de slaapwarme voeten op het koude zeil te
poten is gemeenlijk erg klein en dus komt het voor dat ik weer weg dommel. Dan volgt de
laatste en tot nu toe afdoende benadering: De mauwgemeente vestigt zich nu - tegen alle
verboden in - geheel op het hoofdkussen en raspende tongen beginnen mijn oren uitvoerig te
wassen.
Ik weet niet of u iets dergelijks wel eens hebt ervaren. Maar ik garandeer u, dat dit je
uiteindelijk zeer wakker en gemeenlijk lichamelijk ontstemd achterlaat.
Dus sta je op, sloft slaperig naar voren om de kachel aan te steken - in deze tijd van het jaar
nog steeds een must. Dan de koffiemachine aanzetten, bakjes drinkwater verversen, een paar
maal bijna je nek breken over benenstrijkend ongedierte.
Het ritueel van het eerste ochtendlijke kopje koffie klopt nog steeds. Maar het kost vaak heel
wat moeite om zover te komen dat het uiterlijk weer voldoende gerestaureerd is om de
buitenwereld een meer menselijke schijn te tonen. En voor je de moed hebt gevonden om de
deur uit te gaan voor de vaak onvermijdelijke boodschappen duurt het steeds langer.
Conclusie: alleen reeds om de resten van mijn oren verder te sparen is het wenselijk mijn
werktempo voor het volgende jaar iets te beperken. Maar hoe? Flarden van gesprekken met
bestuursleden komen in mijn gedachten. Moeilijkheden met het uitwerken van banden, het feit
dat het blad Sleutels toch reeds is gehalveerd. De nu toch wel zeer duidelijke veroudering in
de verzendgroep.
Het afschaffen van de cursus zou zowel voor de verwerking als voor mij enige ontlasting
betekenen. Aan de andere kant zijn cursussen nu niet bepaald de meest vergende
bijeenkomsten, zodat wegvallen daarvan alleen mijn probleem waarschijnlijk niet zal oplossen.
Een of meer buitenposten laten uitvallen? Maar ik vind het nog steeds prettig, in andere steden
rond te dwalen, met andere mensen te spreken en zelfs de treinreizen zijn lang niet altijd
alleen maar vermoeiend en vervelend. Soms eerder het tegendeel: zij maken je op allerlei
dingen attent, voeren je door mooie landschappen, doen je interessante mensen ontmoeten
e.d.
Bovendien hebben de groepen buiten Den Haag gemeenlijk maar een avond per maand en
gezien hun uitingen zouden de meeste het heel erg vinden als hen dit ontnomen zou worden.
Wat mij betreft dus liever geen wegvallen van bijeenkomsten buiten het Haagje.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
220
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Want de kleine avontuurtjes van de reis zou ik werkelijk wel heel erg missen. Zoals die
dronken man van boven de 60, die in een roes van alcohol kennelijk zijn leeftijd had vergeten
en alle aanwezig vrouwelijk publiek met zijn walm en attentie probeerde te winnen. Uiteindelijk
vond hij een rustpunt bij een oudere dame die, door ervaring gerijpt naar ik vermoed, hem
een tijdlang aan het lijntje wist te houden en de overlast voor anderen tot een minimum terug
bracht - voor enige tijd althans.
Geduldig hoorde zij de verhalen over eenzaamheid en niet meer werken aan. Tot vadertje
alcohol haar met tranen in stem en doorlopen ogen verzekerde dat zij hem aan z'n moeder
herinnerde. Dat was kennelijk te veel. De dame grabbelde een paar plastic tassen bijeen,
snoof zeer luidruchtig en verdween, vermoedelijk om in een ander deel van de trein bij te
komen van die laatste schok.
En niet te vergeten ook de dame die laat op de avond, in slaap gezongen door het denderen
op de rails, precies op de maat mee snurkte in het ritme van de wielen. Op de duur
overstemde zij alle andere geluiden in het toch wel stille compartiment. Een van de
medereizigers besloot er iets aan te doen en schudde haar voorzichtig aan de arm. Waarop
mevrouw duidelijk voor een ieder hoorbaar verzuchtte: “Nu niet, Henk, ik ben veel te moe!”.
Het resulterende gelach overstemde alle geluiden van wielen, rails en waarschijnlijk ook de
door de ontwakende mogelijk nog verbaal uitgedrukte ontsteltenis bij de ontdekking van plaats
en tijd.
Kleinigheden? Natuurlijk. Maar ergens laten zij het leven opeens lichter schijnen. En daar ik
zelf al zwaar genoeg ben, zij het niet op de hand, wil ik de kans op verdere belevingen van die
aard liever niet verliezen.
Neen. Wanneer er minder bijeenkomsten moeten komen, dan lijkt mij Den Haag de plaats, die
het gemakkelijkste wat kan afstaan. Een paar vrijdagen b.v.
Misschien is het mogelijk - de G.L. en het bestuur hebben natuurlijk het laatste woord - om
een paar malen in het jaar langere rustpozen in te voegen. Want als je werkt dient er een
zekere regelmaat in te zitten, anders ontwen je het concentreren te zeer. Om dat vast te
houden zouden t.m. twee bijeenkomsten per week nodig zijn.
Conclusie: in het komende verenigingsjaar wil ik wat minder gaan doen dan dit jaar, maar zou
ik de buitenposten willen handhaven zoals tot nu toe het geval is. Den Haag zou twee tot drie
bijeenkomsten per maand moeten inleveren, dit genomen over het gehele jaar.
Niet alleen zou dit voor mij aannemelijker zijn, maar ook de verwerkers van de verslagen
krijgen daardoor wat meer speelruimte en een overbelasting van de verzendgroep zou tevens
voorkomen worden.
Dit laatste doet mij afvragen, of het nog zinvol is het ODV-nieuws te handhaven. Voor mij is
het leuk, want in mijn artikeltjes of, zoals in de laatste tijd vooral, brieven aan de leden heb ik
plezier. De vaak onverwacht vele reacties die je daarop krijgt strelen het gemoed.
Aan de andere kant: het blad vergt nogal wat kosten en moeiten. Laat dat maar een zaak voor
het bestuur worden. Stoppen? Mij goed. Doorgaan? Wat mij betreft graag. Het kost me wel
wat tijd om de zaak in elkaar te zetten, maar aan de andere kant kun je soms zo heerlijk je
hart luchten en ook eens iets van je eigen denkbeelden en belevingen kwijt.
Op die manier dreinen de gedachten maar door. Want de zaak dient zo geregeld te worden,
dat ik alle aangegane verplichtingen ook kan vervullen.
Op de achtergrond fluistert een gedachte: en wat dan wanneer je eenmaal 70 geworden bent?
Moet je er dan maar helemaal mee uitscheiden? Want om eerlijk te zijn kan ik mij mijn
bestaan niet indenken zonder het werk. Soms ben ik geneigd te zeggen: op 11 februari 1990
stop ik voorgoed.
Aan de andere kant zou ik door willen gaan, maar dan niet meer met de voor mij toch wel
stringente werkindeling die een jaarprogramma met zich brengt. Er zijn zalen besproken,
mensen zitten te wachten. Dus voel je je goedschiks of kwaadschiks genoopt te verschijnen.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 221
Orde der Verdraagzamen

Het aantal malen dat ik koortsig, druipneuzend, ellendig, avonden gegeven heb, is
ondertussen al niet meer te tellen. Het uitvallen van “het medium” brengt heel wat kosten,
moeiten en teleurstelling met zich, dat is o.m. tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis wel
gebleken.
Van die drang wil ik toch wel af. Eindelijk eens kunnen zeggen: Nee, hoor, vandaag - of
morgen - heb ik geen zin. Maar dat kun je alleen doen, wanneer het kleine bijeenkomsten
betreft waarvan alle aanwezigen te voren bekend zijn.
Doorwerken na mijn 70e jaar? Graag. Maar dan wel alleen voor besloten bijeenkomsten, die
van het ene ogenblik op het andere kunnen worden afgelast. Dit alles wel te verstaan alleen
wanneer ik er nog steeds van overtuigd ben, dat de kwaliteit van mijn werk goed blijft en ook
anderen die overtuiging met mij blijven delen.
Een mens heeft overigens wel eens vreemde gedachten. Zo dacht ik eens: Het zou de mooiste
dood voor een medium zijn om op een avond na het einde van de lezing eenvoudig niet meer
bij te komen en zo, uitgetreden ben je ook al, zonder moeite meteen verder te gaan in de
wereld waarin je toch al vertoeft.
Maar even later dacht ik toen weer: maar dat kun je de aanwezigen niet aandoen. Stel je de
drukte voor, alle geloop en moeilijkheden die daaruit zouden kunnen ontstaan.
Nu ja, geklets van een oude man. Of niet soms? In ieder geval denk ik bij een dergelijk
onderwerp niet alleen aan mijzelf. En dat is al heel wat bij dergelijke onderwerpen.
Maar ja, medium zijn is nu eenmaal een dualistisch bestaan: je leeft tussen twee werelden en
hebt het gevoel, dat je aan beiden maar beperkt deel hebt.
Niet-gelovigen zouden misschien spreken over een steeds heen en weer zwalken tussen
fantasie en werkelijkheid. Maar hoe je het ook noemt, het is in feite je leven geworden.
Uittredingen, kontakten met de geest werken op de duur verslavend, dat kan ik u uit eigen
ervaring verzekeren.
Vandaar ook dat ik, zoals al gezegd, mij geen leven voor kan stellen, waarin die geestelijke
werkzaamheden en betrokkenheden ontbreken. In het leven in de stof zoek ik vooral de
prettige dingen, de humor ook, die het dagelijkse leven zo ruimschoots pleegt aan te dragen.
In de geestelijke werelden zoek ik vooral begrip, probeer ik het leven en ook mijzelve beter te
leren begrijpen. Zelfs wanneer ik eens in de een of andere wereld “intrust” blijft het nog altijd
een soort spelen met de waarheid, zoals ik die kan begrijpen.
Mijn motto lijkt te zijn: neem afstand, blijf allereerst jezelf. Maar kijk naar alles wat je op je
weg ontmoet. Houd nooit op met leren. Het gaat er niet om dat je bereikt, maar je kunt
tenminste streven.
Ik heb in mijn leven heel wat afgestreden en heel wat moeten verduren. Meestal loop ik pas
warm als het om een principe gaat en zelfs dan ben ik nog in staat nuchter na te gaan, wat de
meest juiste weg is om te handelen.
Wat voor iemand die een driftkop van de eerste orde was - en soms nog is - op zijn minst een
stapje vooruit betekent. Maar ja, je bent mens en wilt altijd meer. Niet noodzakelijk in
goederen en geld, maar in weten, begrijpen en beseffen.
Werkelijk, ik zou graag ver in de 90 jaren oud worden wanneer mijn lichaam maar redelijk
hanteerbaar blijft en mijn verstand mij niet in de steek laat. Ik stel mijzelf slecht een
voorwaarde: wanneer ik de aarde voor goed verlaat, ook al gebeurt dit vroeger, wil ik zeker
zijn, dat ik de mensen iets heb gegeven; dat dat waarvoor ik geleefd heb, niet met mij geheel
verdwijnt.
Soms denk ik wel dat het belangrijkste van het leven ligt in het feit, dat je er bewust deel van
bent. Heel wat mensen die ik heb leren kennen lopen door het leven heen zonder het feitelijk
op te merken. Zij zijn voortdurend bezig met zichzelf, met het hiernamaals, met God, de
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
222
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

duivel en wat voor beelden zij nog meer in zich dragen. Of zij zijn bezeten van hun zaken, hun
belangrijkheid en blijven zo blind voor de wereld rond hen.
Vanuit de trein zie ik altijd weer dezelfde landschappen. Kort geleden reisde ik via Utrecht naar
Amsterdam. Onderweg passeer je dan een rij bomen, die in de winter als een kantwerk tegen
de lucht plegen af te steken. Schijnbaar was er voor de anderen niets veranderd. En toch
scheen het mij dat de kleur iets anders geworden was, dat in het winterse zwart zich een vleug
van nog niet geuit groen aftekende. De takken waren wat bultiger in lijn; knoppen begonnen
zich te vormen.
In die trein - zij was overvol - zaten toch zeker een paar honderd mensen. Hoevelen hebben
dit gemerkt? Weinigen, denk ik. En toch zijn juist dit de dingen die mij het leven zijn waarde
geven.
Ook de straten zijn steeds weer vol van - gewoonlijk niet zo bedoelde - humoristen. Zoals de
man die steeds weer met een zestal keffertjes aan de lijn en tegen wil en dank steeds weer
gedwongen wordt om met een soort huppelpasjes te voorkomen dat hij door zijn lievelingen
wordt vastgesnoerd. De humor ligt hier in het feit, dat de man voortdurend bevelen uitdeelt,
die dan kwispelstaartend worden omgezet in het tegendeel van het bedoelde.
En dan heb je tante Anna. Met haar meer dan 80 jaren krabbelt zij opgewekt als een menselijk
vraagteken dat sleets is, door de straten. Toen haar eens gevraagd werd, waarom zij toch
altijd weer bij gevaarlijke kruispunten pleegt over te steken, was haar antwoord: Voor mij is
dat de enige kans nog eens aan de arm van een flinke vent te lopen. En inderdaad: altijd is er
weer iemand bereid om tante Anna over te zetten of zelfs even naar huis te vergezellen.
En laat mij vooral Freek niet vergeten. Freek heeft een winkel. Althans een ruimte waarin
kopers de schaarse waren kunnen aanschaffen als zij niet wijzer zijn. Freek heeft een kwaal:
zijn ruiten moeten altijd brandschoon de voorbijgangers spiegelen.
Weer of geen weer, elke twee dagen klimt Freek met een emmertje een roestig trapje op en
sponst en zeemt dat het een lust is. Daarbij verkracht hij elke opera-aria die hij zich deels
herinneren kan. Het meeste geluid produceert hij, wanneer het regent terwijl hij zijn
tweedaagse taak volbrengt. Gevraagd waarom hij juist dan zoveel geluid produceert was zijn
antwoord: “Dan vergeet ik even dat ik het voor niets doe.” “Gratis?” “Nee, het is al weer vuil
voor ik goed de ladder af ben!”
Ik geef graag toe, dat dit onbenulligheden zijn. Maar elke keer dat ik Freek in de regen hoor
zingen, moet ik even lachen. Want ergens prikkelt mij het gevoel dat er mensen zijn die al
zingende dweilen met de kraan open. Juist wanneer je ouder wordt is het volgens mij erg
belangrijk “erbij” te blijven behoren, deel te zijn van werk, leven en zelfs het verkeer. Je weet
het wel: de tijd voor grote dingen is voorbij. Maar er zijn nog zoveel kleine dingen die de
moeite waard zijn.
De grote kunst is, naar ik geloof, gelegen in een steeds weer alle dingen zien, alles aanvaarden
ook wat in de maatschappij en de omgeving steeds weer verandert. Het is mij al vaak
opgevallen dat men je heus wel een eigen mening toebillijkt. zolang je maar bereid bent ook
de mening van anderen aan te horen en hun standpunten te respecteren.
Schijnbaar ontbreekt het velen aan een voldoende belangstelling voor alles, wat er gebeurt.
Hoe vreemd kijken jongeren vaak niet, wanneer blijkt dat ik mee kan praten over flink en
hardrock en niet ben blijven steken bij de klassieken of de Big Bands. Je weet dat zij achter je
rug zullen zeggen, dat die ouwe kennelijk nog bij de tijd is. Maar als je hen tegen het lijf loopt
ben je welkom in hun kringetje.
Mijn enige vijanden - als ik hen althans zo mag noemen - zijn die sociaal geschoolde
geitenbreiers, die op grond van hun theorieën menen het gehele leven te begrijpen en te
kunnen leiden. Waarbij steeds weer duidelijk wordt, dat hun getrouwheid aan het geleerde nog
wordt overtroffen door hun onbegrip voor de mensen.
Let wel: er zijn er ook goede onder, jonge mensen die alles doen om het leven voor anderen
draaglijker te maken. Maar helaas ontmoet ik deze echte sociaal bewogen werkers maar al te
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 223
Orde der Verdraagzamen

weinig. De meeste denken al dat zij alles weten en zijn werkelijk boos en gekwetst wanneer je
iemand duidelijk maakt, dat er een heel grote afstand ligt tussen de mooie voorstellen en de
feiten; tussen dat wat volgens hen de mensen moeten doen en de wijze, waarop die mensen
reageren.
Dat het mijn ongeluk is, vooral bij dit soort “helpers” betrokken te worden is vermoedelijk het
resultaat van de hulp die ik aan niet-Nederlandstalige buurtgenoten zo nu en dan verleen.
Maar zelfs van hen kan ik, na enig wikken en wegen, oprecht zeggen dat de buurt zonder hen
er mogelijk nog slechter aan toe zou zijn. Want alles heeft zijn goede kant, zelfs al is het soms
erg moeilijk die te vinden.
Maar hoe dan ook, het leven is nog steeds de moeite waard. Je moet alleen weten, wat je wel
en wat je niet meer kunt. Er is nog steeds veel waarom je kunt lachen of tenminste
glimlachen. Ik kan - en wil - nog graag werken. De kunst is, om steeds net iets minder te doen
dan je eigenlijk zoudt kunnen. Zodat je nooit geheel leeg en doodvermoeid in een
misantropische stemming voorbij gaat aan al die dingen die het leven de moeite waard maken.
Mijn overwegingen t.a.v. de Orde heb ik u al voor gelegd. Voeg hierbij hetgeen over
levensvreugde werd gesteld en u zult begrijpen waarom ik meen minder bijeenkomsten te
moeten gaan leiden. Ik zou willen dat ik nog meer kon doen. Maar de feiten zijn er. Om te
voorkomen dat ik op den duur geheel in een andere wereld leef en alles wat tot de stoffelijke
noodzaken en vreugden behoort ga verwaarlozen, moet ik wel rekening houden met de
reserves die mij nog steeds een eigen en niet al te onaangenaam leven mogelijk maken.
Het leven is goed voor mij geweest: voor velen kon ik iets betekenen, velen kon ik een beetje
helpen hun weg te vinden. Lang heb ik op de grens van armoede geleefd, maar nooit ben ik de
noodzakelijke dingen tekort gekomen.
En nu de dagen hun tempo lijken te versnellen kan ik nog steeds alles wat ik mij voorgenomen
had, volbrengen. Zo als het er nu naar uitziet zal ik zelfs tot het einde van mijn dagen actief
kunnen blijven. Kortom: een leven om dankbaar voor te zijn.
Maar, je moet realistisch blijven: weten wat kan en wat niet meer kan, wat de moeiten waard
is en wat in feite alleen traditie is. Op mijn manier heb ik de balans opgemaakt. De conclusies
zijn u bekend. In hoeverre de Geestelijke Leiding en het bestuur het eens zullen zijn, dat zal
de komende dagen wel blijken.
Zeker, de Orde zal de activiteiten moeten verminderen en over een paar jaren zal ik, naar ik
aanneem, een andere wijze van werken gaan prefereren. Maar zij is en blijft een heel belang-
rijk deel van mijn leven. En zelfs wanneer de stem van de Orde voor enige tijd verstomt, is er
een overvloed aan materiaal beschikbaar voor degenen die het denken en werken van de Orde
belangrijk vinden.
O ja. Na een aantal jaren komt er wel weer een “stem” voor de ODV naar voren. Wanneer dit
een trancemedium is dan hoop ik, dat ik ook de kans krijg om eens door te komen. Want ik
zou het werkelijk op prijs stellen mijn ervaren aan gene zijde den volke te verkonden.
Maar wie weet? Misschien maak ik het nog op aarde mee, dat het werk wordt voortgezet.
Waarschijnlijk zal ik dan mompelen dat het vroeger toch wel veel beter was, blijk gevende van
de eigendunk en orthodoxie die zoveel oudere mensen eigen is. Ook al hoop ik, dat het eerste
het geval zal zijn. Want hoe anderen je ook mogen beschouwen, zelf wil je aan jezelf blijven
denken als iemand die nog best mee kan komen, die nog open staat voor al hetgeen er in de
wereld verandert.
En dan maar hopen, dat dit waar is.
Karel.
Toen het in 1987 weer tijd werd voor het ODV-nieuws 1987-3, was men al wat ingespeeld,
misschien geeft “ingewerkt” beter de werkelijkheid van toen weer, op de veranderingen die

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
224
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

noodzakelijk geworden waren. Ook deze keer bood het medium, onze Karel van der Nagel,
weer een zeer interessant artikel aan, dat de titel kreeg:

Dolen in de tijd (1987-3)
Er zijn tijden dat heden en verleden elkaar schijnen te ontmoeten. Je herinnert je iets uit het
verleden en opeens ontstaat er een beeld in je van een toekomstige ontwikkeling.
Volgens mij spelen hierbij associatieve reacties een grote rol en zou het geheel psychologisch
verklaarbaar zijn indien niet in te vele gevallen het toekomstbeeld later tot werkelijkheid blijkt
te worden.
Impulsen uit het heden schijnen hierbij een belangrijke, zo niet al bepalende rol te spelen. De
radio meldt het uitbreken van bosbranden in het zuiden van Frankrijk. Dit roep in mij een
geheel duidelijk beeld op van een heidebrand bij Laren die ik als jongen eens hielp bestrijden.
Zo ver zo goed. Maar waar komt dan opeens een ander beeld vandaan van vuur, rook en
stoom in een mij geheel onbekend landschap? En hoe kom ik aan het gevoel dat het rond
Kerstmis is?
Ik geef u hier als voorbeeld een geval, dat mij nog geen week geleden overkwam. Of dit iets te
betekenen heeft? Dat kan ik u na Kerstmis pas vertellen - wanneer ik mij dit alles dan nog
duidelijk kan herinneren.
Maar het geheel kan u verduidelijken, wat ik in feite bedoel: Je hoort of ziet iets. Er ontwaakt
een herinnering en lang vergeten belevingen staan je opeens helder en met alle details voor de
geest. Dan, als ware het een overvloeier in een film, gaat het herinneringsbeeld over in een
ander beeld, al even scherp en helder.
Je neemt iets waar, maar zonder je er in feite betrokken bij te voelen. En zonder enige reden
“weet” je opeens waar je je bevindt. In het genoemde voorbeeld stond ik aan een steile kust
met veel rotsen en riffen of koraalbanken voor de kust. Zelf bevond ik mij op een hoge rots.
Vlakbij zag ik een torenachtig maar niet zeer hoog vervallen bouwsel. Links van mij woedde
een hevige brand, rechts zag ik eveneens vooral duistere stukken grond. De zee vlak bij
stoomde of werd door een nogal duistere nevel verhuld.
Ik schrok net op tijd wakker om de radio iets te horen neuzelen over te lage temperaturen
voor de tijd van het jaar. Ik schat dan ook, dat het gehele proces zich in minder dan 3 minuten
heeft afgespeeld, ook al leek het mij, dat dit alles veel langer had geduurd.
Nu zijn dergelijke associatieve voorstellingen voor mij niet bepaald iets bijzonders. Soms
komen er meerdere kort achtereen voor, dan weer zijn er tussentijden van een maand of
meer.
Deze zaken schijnen mij eenvoudig te verklaren met de middelen en regels van de psy-
chologie, wanneer het droombeeld van de toekomst alleen een droom en niet meer blijkt te
zijn. Maar rond 6 op de 10 “droombeelden” blijken later angstig dicht een werkelijk gebeuren
benaderd te hebben.
En dat roept dan vragen op. Voorzie je werkelijk de toekomst? Of voel je de dingen aan en
wordt de associatie een middel om voorgevoelens een vorm te geven? Ik weet het werkelijk
niet.
Wel is duidelijk geworden dat vooral t.a.v. tijdsbepaling er nogal wat moeilijkheden bestaan.
Iets wat mij trouwens ook bij uittredingen in tijd steeds weer opviel.
Hierdoor lijkt mij een praktische waarde van een zwerven in de tijd nogal beperkt: het
verleden is soms te dateren aan de hand van bepaalde gebeurtenissen of personen. Maar die
zijn al bekend. Behalve de beleving zelf is er dus niets bruikbaars of nieuws te bereiken. Zie je
vooruit dan is het nog erger: je ziet dat een bepaald lot in de loterij zal winnen, maar je kunt
er niet achter komen om welke trekking het handelt. Erg aangenaam om later te kunnen
zeggen: zie je wel, dit nummer heeft inderdaad gewonnen, maar niet voordelig.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 225
Orde der Verdraagzamen

Zover is na te gaan bestaat inderdaad de mogelijkheid om, associatief of op andere wijze soms
reisjes in de tijd te maken. Maar het nut is niet bepaald groot en het genoegen is soms wel,
vaak echter geheel niet aanwezig.
Je zou het bij het voorgaande kunnen laten, wanneer er niet bepaalde vragen aan deze
belevingen verbonden zijn: Indien een zo groot aantal waarnemingen een redelijke juistheid
vertonen zou dit betekenen dat het gebeuren in de tijd dus geheel of tenminste grotendeels
vast ligt.
Toen ik tijdens een uittreding tegenover een van onze geestelijke vrienden dit ter spraken
bracht, stelde deze echter: er bestaan een aantal punten in de tijd, die werkelijk vast schijnen
te liggen. Is punt een eenmaal bereikt, dan staat vast, dat te eniger tijd ook punt twee bereikt
zal worden.
Maar op welke wijze het vaste punt twee tot stand zal komen staat niet vast. Er zijn
verschillende wegen en processen mogelijk. De wijze waarop dit geschiedt kan door de mens
zelf bepaald of tenminste sterk beïnvloed worden.
Zo, dacht ik. Dat weten we al weer. Maar er bleven mij toch bepaalde punten onduidelijk,
zodat ik een volgende keer in uitgetreden toestand de zaak nog eens opnam. Helaas met een
andere bekende, die overigens gemeenlijk op een hoger vlak pleegt te verkeren.
En daar ging opnieuw voor mij de zaak in de war: Dat is maar zeer voorwaardelijk waar,
orakelde vriend Theo. Er is een directe samenhang tussen denken en gebeuren. Wanneer jij
dus iets “ziet” en denkt geef je daarmede de mogelijkheid, tot feit te worden. Ook wanneer het
alleen maar een voorstelling betreft die jij een associatieve beleving noemt.
Dank u beleefd!!!! Dus zit ik nu helemaal in de mallemolen: zie ik dingen omdat zij moeten
gebeuren of gebeuren dingen omdat ik mij die heb voorgesteld?
Ik ben er nog steeds niet achter. Dat er anomalieën in de tijd bestaan weet ik. Het is mij zelfs
gebeurd dat ik hulp verleende bij de overgang van iemand die ik enkele dagen later nog zeer
levend ontmoette. Hij stierf rond zeven maanden later, maar wel onder omstandigheden die ik
al meegemaakt had.
Een andere maal was ik aanwezig bij het sterven van een bekende en kreeg hierdoor contact
met de gestorvene, ofschoon dit eerst dagen na de begrafenis gebeurde. En gezien de feiten
die ik toen vernam - en die zover mij bekend niemand anders heeft geweten voordien - valt
het moeilijk, dit laatste geval af te doen met een associatie zonder meer of zelfs te verklaren
door de belangstelling die ik voor de persoon in kwestie koesterde.
Maar de “boodschap” van de overledene, die ik de nabestaanden overbracht - zonder
natuurlijk in te gaan op de wijze waarop ik deze had gekregen - maakte het hen mogelijk een
brief te vinden die de overledene kennelijk op zijn ziekbed had geschreven en waarin bepaalde
voor hen belangrijke gegevens werden vermeld. Deze was door hen niet aangetroffen en
bevond zich in de kamer die ik tijdens het “helpen bij de overgang” had gezien en op de plaats
waar deze door de overgegane was verborgen en mij aangewezen.
Dit is overigens ruim tien jaren geleden gebeurd en kan dus als voorbeeld geciteerd worden
zolang ik niemand zeg, om wie het ging. Enkele meer recente belevingen van een verschuiving
van tijd - althans voor mijn bewustzijn - bestaan wel, maar zijn ook voor mijzelf niet duidelijk
controleerbaar.
En als men het in de geest al niet geheel eens kan worden over de oorzaak en redenen van dit
fenomeen, lijkt het mij ook niet al te brutaal wanneer ik mijn eigen denkbeelden over deze
vreemde belevingen in verleden en toekomst hier weergeef.
Ik denk dat ons innerlijk besef - onderbewustzijn, geest of hoe men dit ook moet aanduiden -
een groter deel van de tijd omvat dan wij normaal kunnen overzien.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
226
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Stel nu eens, dat er tussen een beleven in het verleden en een punt in de toekomst of
desnoods nabij het heden waarin wij leven, een harmonie is. De herinnering zou dan dit
harmonische punt dichter bij de oppervlakte van het bewustzijn kunnen brengen.
Daar ik meer dan anderen gewend ben dergelijke subliminale invloeden op mij in te laten
werken, is het mogelijk, dat hierdoor voor mij helderder beelden ontstaan, terwijl iemand die
niet getraind is, mogelijk alleen een vage indruk of vliedende gedachte er aan over houdt.
Ofschoon ik geen zekerheid heb over het volgende, meen ik toch, dat deze “harmonie” tussen
twee punten in de tijd vooral bepaald zal worden door het in beide beelden aanwezig zijn van
identieke of tenminste oppervlakkig gelijke verschijnselen, voorwerpen e.d.
In het eerst gegeven voorbeeld hoor ik spreken over bosbrand. Associatie: een heidebrand
waarin ik een rol speelde. Opgekomen beeld: brand in de natuur elders.
De plaats en tijdsbepaling zijn vermoedelijk eveneens associatief, ofschoon het mij moeilijk
valt te veronderstellen, zeggen, waarom ik in dit geval eerst aan Nieuw-Zeeland dacht
waarmede ik niets te maken heb, wat ik niet ken en waar ook geen kennissen of familie van
mij volgens mijn weten ooit geweest is.
En hoe kom ik aan “Kerstmis”? Er moet hoe dan ook in het beeld iets zijn wat mij hier toe
bracht.
Er zullen wel lezers zijn die nu menen, dat deze gegevens mij door de een of andere geest zijn
ingegeven. Maar dan had ik toch meer verwacht aan duidelijkheid.
En daar kijkt het niet bepaald op. Ik heb immers vooral de laatste twee jaren vele dergelijke
overgangen van herinnering naar een mij onbekende omgeving meegemaakt en steeds weer
had ik het gevoel dat ik opeens wist, waar ik was. De tijdsaanduidingen zijn gemeenlijk vager
en minder definitief als in het door mij gegeven voorbeeld, maar komen toch steeds voor.
Steeds weer betreft het ook gebeurtenissen waaraan ik niets zou kunnen veranderen, zelf al
beschikte ik over de meest nauwkeurige gegevens.
Er zijn ook andere waarnemingen in de tijd, die echter geen associatieve processen schijnen te
vereisen. Wanneer zij uitkomen is het natuurlijke een eclatant succes. Maar ook hier schuilen
er nogal wat adders onder het gras.
Ik zag enige tijd geleden een moordaanslag op Reagan. Op het ogenblik dat geschoten werd
zag ik de man achterover vallen, half in de deur van een auto. Daarna echter verwaasde het
beeld. Zover mij bekend was er geen enkele aanleiding om iets dergelijks te vermoeden en
daar ik nooit de moord op een staatshoofd heb beleefd, was er geen associatieve achtergrond
aanwezig.
Deze aanslag vond inderdaad plaats, rond 9 weken later. Maar de man was slechts licht
geraakt in de bovenarm. Toch had het door mij geziene beeld eerder tot de conclusie gevoerd
dat er sprake was van een dodelijk of ernstig verwondend schot.
De “omgeving”, zover ik dit in het beeld kon nagaan, was een andere dan de plaats waarop de
aanslag werkelijk plaats vond: ik zag duidelijk een hoog bankgebouw omringd door lagere
gebouwen.
Juist: de aanslag zelf. Fout: omgeving. Tijd niet te bepalen. Je ontvangt een flard van de
toekomst, dat is zeker. Maar een juist duiden is bijna onmogelijk.
In andere gevallen neem je zaken waar, die niet feitelijk zo gebeuren. Voorbeeld: Ik sta aan
de boulevard in Scheveningen. Het strand strekt zich ongewoon ver uit. Mensen lopen tot aan
de uitvloeiers van enkele golven die de branding vormen.
Ik loop een trap af, maar betreed het strand niet. Opeens zien wij allen die daar aanwezig zijn
in de verte een hoge muur van water die op ons afkomt. Mensen op het strand worden
meegevoerd, dreigen te verdrinken.
Ik ga enkele treden omhoog. Het water breekt tegen de muur van de boulevard met daverend
geweld. Het peil bereikt net de trede onder die waarop ik sta. Ik help iemand die door het
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 227
Orde der Verdraagzamen

water is mee gespoeld de trap op. De droom of het visioen eindigt. Ik hoor iemand zeggen:
over vier dagen.
Vier dagen later - niet overdag maar gedurende de nacht - wordt een groot aantal
strandpaviljoens tot splinters geslagen tijdens een springtij. Maar er zijn geen persoonlijke
ongelukken, de zee is niet abnormaal ver teruggetrokken van het strand en volgens de
couranten sloeg het water alleen over de boulevard ter hoogte van de Keizerstraat.
Is er enig verband tussen het feit en de “droom”? Het tijdstip klopt ongeveer. De rest is
dermate anders dat enige conclusies niet mogelijk schijnt behalve dan dat het beeld geheel
anders was dan de werkelijkheid.
Maar maanden later kwam ik in gesprek met een oude visser, die mij vertelde dat iets
dergelijks in 1909 was gebeurd en dat het gehele oude vissersdorp - nu lang verdwenen - ruim
een meter onder water had gestaan.
Anders gezegd: het geschouwde beeld was dus wel mogelijk. Vraag: zag ik misschien een
waarschijnlijkheid en niet een feit? Na ruim veertig jaren praktijk met het paranormale kom ik
persoonlijk tot de conclusie, dat de visioenen van de toekomst geen feiten weergeven, maar
de mogelijkheden of waarschijnlijkheden.
Daar ook de beelden uit het verleden zelden geheel en feitelijk juist zijn, ofschoon soms
treffende details geheel met de voorbije werkelijkheid stroken, meen ik mijn vraag ook hier te
mogen herhalen.
Bovendien speelt hier nog iets anders een rol: in vele gevallen neem je - vaak als geest deel
aan het gebeuren dat je waarneemt. Zoals uit een eerder gegeven voorbeeld blijkt kan dit
deelnemen zelfs later zinvolle resultaten opleveren.
Aan de andere kant blijft de vraag hoe je deel kunt nemen in een gebeuren, dat reeds weken
of zelfs jaren geleden plaats vond. Bovendien staan tegenover een geval waaruit bruikbare
gegevens voortkomen er misschien wel tien die grotendeels anders zijn verlopen dan je
meende te beleven.
Speelt ook hier waarschijnlijkheid een rol? Of heb je te maken met iets, wat altijd weer
grotendeels uit jezelf voortkomt en waaraan enkele gegevens uit b.v. een algemeen
bovenbewustzijn ten grondslag liggen?
Zoals bij vele paranormale zaken krijg je zo nu en dan enkele antwoorden. Maar bij nadere
beschouwing blijken zij veel meer vragen op te roepen dan zij verklaard hebben. De ervaring
heeft verder wel geleerd, dat dit dolen in de tijd slechts bij uitzondering van waarde of
betekenis is voor de wereld waarin je leeft.
Nu ben ik geneigd te stellen. Dat niets geheel zinloos of nutteloos kan zijn in het bestaan. En
gezien het voorgaande zou dit nut voornamelijk van persoonlijke aard zijn. Misschien vormen
deze beelden een waarschuwing of een mogelijkheid, bepaalde spanningen te ontladen.
In dat geval zou er toch weer sprake zijn van een associatief proces, waarbij niet besefte
innerlijke spanningen e.d. in feite bepalen met welke punten “in de tijd” je besef tijdelijk in
harmonie komt.
Of om het nog eenvoudiger te stellen: het dolen in de tijd is in feite alleen een vorm van
dromen, waarbij het werkelijkheidsquotient wat hoger ligt dan normaal. En over het nut van
dromen is voldoende bekend.
In de tijd dat ik als medium werkzaam ben, is mij duidelijk geworden, dat je je wel op een
bepaalde sfeer, een bepaald peil kunt instellen, maar dat hetgeen “doorkomt” toch ook in
grote mate bepaald wordt door je eigen stemming, de omgeving, de mensen waarvoor je
werkzaam bent.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
228
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Het ziet er naar uit dat er in ons iets bestaat waardoor buiten onze wil en weten om, een keuze
gemaakt wordt t.a.v. hetgeen wordt gebracht, hetgeen je droomt, de beelden die je beleeft
wanneer je meent te zwerven door de tijd.
Zoals ik naar ik meen in de loop der tijden wel bewezen heb, heeft het resultaat waarde. Naast
de personen uit de geest waarmee ik werk, hebben ook aanwezigen een sterke invloed op
hetgeen er gebracht wordt en in vele gevallen zijn er duidelijke aanduidingen van een
telepathisch rapport tussen de geest en bepaalde personen. Het aantal malen dat er
controleerbaar op gedachten van anderen wordt ingegaan is te groot om van toeval te kunnen
spreken.
Of hier ook persoonlijke mogelijkheden en gevoelens een rol spelen? Het is zeker niet uit te
sluiten. Toch ben ik er zeker van, dat mijnerzijds nooit bewust enige poging in die richting is
ondernomen. En onbewuste factoren kun je nu eenmaal niet zonder meer controleren.
Het leven is vol raadsels en het grootste daarvan is de mens zelf.
Hoe dan ook, enige zelfkennis verzamel je wel in de loop van de tijd. Maar zeker weten wie en
wat je bent? Voor mijn gevoel duurt dat nog wel een paar levens al eer ik kan beweren, dat ik
precies snap wat ik ben en doe.
Maar meestal wil je natuurlijk niet toegeven, dat je niet begrijpt waarom je het een doet en
het ander laat, waarom je de ene belevenis zo belangrijk lijkt en een andere die menselijk
gezien veel meer invloed heeft, eigenlijk als een voorbijgaand verschijnsel vergeten wordt voor
zij goed en wel ten einde is.
Natuurlijk, voor alles is wel een reden te vinden. Maar of die reden nu ook de juiste is? Ik kan
stellen dat het stukje dat u op de vorige bladzijden gelezen hebt, de vorige maal op het laatste
ogenblik door een andere bijdrage vervangen werd, omdat dit beter zo uitkwam.
Men zou kunnen stellen dat ik het nu in dit blad laat verschijnen omdat ik het zonde vind het
te laten liggen. Of mogelijk omdat ik, nu het eindelijk eens wat zomert, te lui ben om een
nieuw artikeltje te schrijven. In beide gevallen is het niet helemaal onwaar. Maar nu ik probeer
dit gewrocht op maat te brengen, realiseer ik mij opeens dat ik eergisteren een witte
begrafenis voorbij zag trekken, kompleet met alle staatsie die een vorstelijke begrafenis met
zich brengt. Alleen de plaats kon ik niet geheel thuis brengen, ofschoon het wel in ons land
plaats vond. Doolde ik in de tijd? Voorzag ik iets? Of was het alleen maar een droom zonder
meer?
Ik weet het werkelijk niet. Ik kan u alleen met de hand op het hart verzekeren dat ik reeds
voordien besloten had “delen in de tijd” te gebruiken en het reeds deels op stencil had
gebracht.
Toeval? Associatie? Maar hoezo dan die begrafenis? Daarover schreef ik toch niet?
Raadsels te over. Een handige jongen die er een verklaring voor vindt en een zeer wijs mens
die er de juiste verklaring voor kan geven. Ikke niet.
Neen. Wanneer je eerlijk probeert te zijn tegenover jezelf is er heel wat, waarvoor zonder
meer geen verklaring is te geven die steek blijft houden. Toeval? Dwangpositie? Kom nou! Dat
zijn de uitvluchten die we gebruiken om niet toe te moeten geven dat er dingen zijn die ons
leven regeren zonder dat wij er veel van bemerken of stem in de zaak hebben.
Pas wanneer je jezelf werkelijk geheel en al kent ben je misschien eigen baas. Maar tot die tijd
ben je eerder een Chinese puzzel voor jezelf: soms kun je er een stukje uit peuteren, maar je
bent en blijft bang dat alles uit elkaar zal vallen wanneer je te ver gaat en dan niet meer in
elkaar te krijgen is. Wij allen zijn, geloof ik, eeuwige wezens, die dolen in de tijd en dit zelf niet
meer beseffen kunnen; alomvattende wezens, die steeds weer blijven steken bij een klein
stukje van hetgeen zij werkelijk zijn.
Nu ja, basta. Ik filosofeer maar wat. Zoals een vriend van mij zou zeggen: er komt zo in ieder
geval weer een passend stukje uit de duim van het medium. En mogelijk heeft hij gelijk en ben
ik alleen te dom om dat te beseffen.
BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL 229
Orde der Verdraagzamen

Hoe het ook zij: de vakantie komt steeds nader, de weervoorspellingen zijn eindelijk wat
optimistischer en als het soms toch regent hebt u nu een nieuw jaarprogramma om u mee
bezig te houden. Prettige zomermaanden.
K.N.
ODV-nieuws 1987-4. Zoals u in de vorige beschouwing van het medium heeft kunnen lezen
is het begrip “tijd” maar een heel moeilijk te vatten gegeven. En toch gaat die tijd verder,
door ons wel of niet verklaard of begrepen. Dus ligt daar inderdaad het vierde ODV-nieuws
van het jaar 1987 voor ons. Ook daarin een bijdrage van Karel, hij zette er boven:

Chinoiserie (1987-4)
De wereld is vol van verrassingen. Terwijl ik, rustig in een hoekje gezeten het vertrek van de
trein afwachtte, dromde een kleine horde zeer progressief geklede jonge vrouwen het
compartiment binnen en vervulde het bijna slaperige treindeel met harde en vaak hooghese
stemmen.
Kennelijk hadden de dames allen haar op de tanden, maar dit deed niets af aan de
duidelijkheid van hun uitspraken, die de onwaardigheid van alle politici en in feite alle mannen
luidkeels verkondigden.
Ik wendde mij mijn boekje toe, want kankeren kan ik zelf veel beter. Maar opeens werd mijn
aandacht getrokken door een uitspraak van meer Chinese aard: de voor mij niet zichtbare
“dame” verzocht haar vriendinnen nu eens even de wafels dicht te houden en vervolgde: “Het
volgende jaar wordt het nog veel erger, want dat is het jaar van de draak”.
Met moeite onderdrukte ik de opmerking, dat de dames dan wel enige maanden te vroeg
waren binnen gekomen en luisterde weer met meer aandacht. Toen de stem echter verder nog
verkondigde dat het komende jaar de wereld geteisterd zou worden door dieven en koppige
dwazen, besloot ik zelf eens iets te gaan lezen over de Chinese jaarbeelden. Want volgens mij
zat deze verdwaasde alwetendheid uitstralende stem er naast en niet zo'n beetje ook.
Hier volgen dan enige punten welke voortkwamen uit mijn pogingen mijn kennis over dit
onderwerp wat op te frissen.
1987 is het jaar van de kat. Of, wanneer je de Japanse traditie volgt, het jaar van het konijn.
Dit betekent een jaar waarin de ijdelheid vaak domineert en men gemeenlijk meer met zichzelf
dan met de problemen van de wereld bezig is. Eigen belang en vaak kortzichtigheid bepalen de
gang van zaken. Eigenwijsheid en aangenaam sociaal gedrag lopen dit jaar al te vaak parallel,
terwijl de mensen die in de publiciteit staan en zich belangrijk vinden, geneigd zijn allerhande
zaken door elkaar te halen.
En 1988 is inderdaad het jaar van de draak Al begint het dan niet op 1 januari, maar rond 15
februari. De dame die zo luidkeels de Nederlandse taal mishandelde had dus inderdaad wel
enig gelijk. Maar wat het erger worden betreft, had zij het, naar ik meen, aardig mis. Het
wordt een jaar, waarin nieuwe persoonlijkheden op de voorgrond treden die, ongeacht de
weinig diplomatieke wijze waarop zij hun visie op allerhande zaken uiten, vaak onbehouwen en
weinig diplomatiek zullen aandoen. Enkele figuren blijken opeens een zeer grote invloed uit te
kunnen oefenen en vinden dan ook vele fanatieke volgelingen.
Voor bijna alle mensen zal het jaar echter gunstiger zijn dan 1987 en heel wat problemen van
internationale, nationale en persoonlijke aard vinden dan ook rond de zesde maand van het
jaar een oplossing.
Volgens de westerse interpretatie van de loop de planeten zou rond deze maand trouwens een
grote verandering op kunnen treden in de internationale politiek en, hoe ongeloofwaardig dit
op het ogenblik ook moge schijnen: er schijnt een oplossing voor de Golfcrisis gevonden te
worden in die periode.

BIOGRAFIE KAREL VD NAGEL
230
© Orde der Verdraagzamen Juweeltje

Op persoonlijk vlak brengt het jaar van de draak de meeste mensen meer zekerheid,
vooruitgang, maar ook veranderingen in de persoonlijke sfeer, die zelfs de komende jaren
kunnen gaan bepalen. Een uitzondering zou hierbij gelden voor allen die geboren zijn in het
jaar van de hond, die, vaak ten onrechte, veel schijnen te vinden om zich over te beklagen.
Terwijl mensen die in het jaar van het varken geboren zijn wel eens in moeilijkheden zouden
kunnen komen door hun neiging, het goede der aarde in te grote hoeveelheden tot zich te
nemen, wat de gezondheid ernstig kan schaden.
En wanneer