You are on page 1of 7

© Orde der Verdraagzamen Esoterische Kring

Esoterische Kring 1986-1987
Nummer 3, 8 december 1986

LAUDATE DOMINUM

Inleiding
Goedenavond vrienden.
We hebben vanavond natuurlijk weer een gastspreker. U kent het verhaal. Deze keer een
dominicaan, ongeveer 1500, zoiets. In zijn tijd een beetje een geleerde, handschriften,
klassieken en zeevaartkunde. Een rare combinatie in een klooster, maar ja, waarschijnlijk had
hij een hoop stellingen waar hij geen land mee kon bezeilen.
Toen ik hem vroeg waar hij over ging praten zei hij: "Ja, waar kun je anders over praten dan
over laudate dominum?"
Ik zeg: "Ja, maar we moeten geen preek hebben."
Zijn antwoord was: "Als je de waarheid zegt over het leven prijs je de Heer zonder te preken."
Toen dacht ik bij mijzelf: ik wou dat vele predikanten in mijn tijd dat hadden geweten. Maar
goed, we zitten dus feitelijk met het idee van, laat ik zeggen: het leven.
Het leven is een verschijnsel, dat weet u allemaal. In de periode dat je leeft denk je allemaal
dat je heel wat bent. En dan denk je dat je doodgaat en dat je niemand meer bent en
vervolgens ontdek je dat je minder bent dan je had gedacht, maar meer dan je had kunnen
verwachten
Dat is een heel eigenaardig procédé, Als je je dan realiseert dat er een kracht is waar al die
dingen uit voortkomen, ja, dan wordt het toch wel een beetje interessant. Want ik weet niet of
onze ex-geestelijke, zo zal ik hem toch maar noemen, de neiging zal hebben zeer vroom te
zijn, maar voor alle zekerheid zou ik toch het "tegengif" alvast willen vinden. Want aan
vroomheid hebben we niets.
Als alles uit God is, is de atoombom ook uit God. En de vervuiling van de Rijn. Ook uit God. De
mensen doen het wel, maar God maakt het mogelijk. Dus zitten we in een situatie waarbij we
moeten zeggen: is het nou goed of is het kwaad?
De meeste mensen zullen zeggen: ja, maar het is toch erg? Vermoedelijk denkt God: ach, als
ze niet verstandig genoeg zijn het zo te kunnen redden, laten ze elkaar dan maar uitroeien,
dan kunnen ze ergens anders opnieuw beginnen.
Dat heb je bij een grootbedrijf ook. Als de vestiging het niet doet dan hef je haar op en de
werknemers hevel je zo veel mogelijk over naar andere bedrijven. En er zijn nogal wat levende
vormen in de kosmos waar je toch heel aardig bewust bij kunt worden.
Ik denk zo dat een God loven gewoon is: kijken naar het bestaan. Het is nu bijvoorbeeld de
periode van Sinterklaas. Sinterklaas is voorbijgegaan, de middenstandsbaard is uitgewapperd
en langzaam maar zeker draaien we naar het kerstfeest toe. Ik hoor het weer overal zingen:
stille nacht heilige nacht en al wat er verder bij hoort en dan denk ik wel eens: mensen, weten
jullie waar je eigenlijk mee bezig bent?
Het kerstfeest is ontstaan juist uit de midwinterzonnewende en dat is een keltisch-germaans
gebruik. Maar omdat het een eredienst was aan de herrijzende zon, hebben ze feitelijk van
Jezus een soort herrijzende zon gemaakt: het licht wordt op aarde geboren.

EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM 1
Orde der Verdraagzamen

Dan krijg je Pasen erbij en dan luit de schijnbare dood is hij opgestaan’, zoals Balter,
uiteindelijk gewond door Loki’s twijg, de mistletoe, wel in de onderwereld vertoeft, maar elk
jaar weer naar buiten komt om het leven opnieuw te geven.
Het kerstfeest is ook het feest van de continuïteit. De meeste mensen lopen daar overheen.
Die zijn druk bezig met advent. Allemaal zijn ze dan bezig met de voorbereiding. "Dit is de tijd
van de profeten" en "dit is de tijd van dat" - en "dat" was de aankondiging van de geboorte
aan Maria. Ja, tegenwoordig hebben ze er gewoon een buisje voor, een beetje urine erin,
schudden, en je kunt het zien, maar daar hadden ze nog een engel nodig. Op die manier
hebben ze de werkelijkheid een beetje vervalst. De eeuwige kringloop van het jaar, maar ook
de kringloop van de ziel. De ziel, die haar eigen wegen gaat en die probeert elke keer weer
voor zich een gestalte te vinden waar ze nu werkelijk totaal deel aan kan hebben. Het lukt
nooit, hoor, tenminste niet op aarde, zover ik weet, op een enkeling na.
Maar goed, je zoekt naar een gestalte, naar een vorm, naar een mogelijkheid. Wanneer je dan
zogenaamd doodgaat heb je een hoop bijgeleerd en kun je veel meer dingen zien. Je zou
kunnen zeggen: je gaat de stof in om vakkennis op te doen voor het begrip in de geest.
Zit je een tijdje in de geest en kom je niet meer verder, nou. hupplakee, dan ga je terug naar
de wereld, weer bijleren. Net zo lang tot het niet meer nodig is.
Als het niet meer nodig is houdt het ook nog niet op, want dan ga je weer op een andere
manier werken. Meestal eerst met de materie en met de levenskrachten en daarna ga je
voornamelijk in geestelijke werelden werken. En uiteindelijk, ja, dan verdwijn je een beetje uit
het zicht.
Nu komen dan weer de dagen van Kerstmis. 0, ik gun u uw kerstboom, overigens ook een heel
heidens motief, hoor. De eeuwig groene boom, het altijd bestaande jaar. Dat weten de
meesten ook niet. En de lichtjes in de bomen. U denkt: die kaarsjes met kerstmis, hè, gezellig,
maar die lichtjes staan eigenlijk in die boom om aan te geven wat er voor krachten zijn. Het is
de kracht van het licht die herboren wordt. Dat wordt gevierd.
Daarom moet je er ook niet, zoals ze zeggen, 16 of 15 van die kaarsjes in zetten.
Oorspronkelijk hoorden er 7 kaarsjes in. Die 7 kaarsjes vertegenwoordigen de 7 planeten die
tezamen het leven op aarde mede mogelijk maken. Wel zat er een grote ster meestal
bovenaan, die het licht van al die kaarsen ving en dat stelde dan de zon voor.
Als je erover nadenkt is het eigenlijk krankzinnig. Vroeger was het een heel religieuze
plechtigheid. Het kappen van de boom zelf was al een heel ritueel. Tegenwoordig sta je alleen
maar af te dingen als je de kans krijgt. De rest? Nou ja, die wordt met nieuwjaar wel verbrand.
Maar het leven zelf houdt niet op. De schijn van het leven houdt op. In dat leven heeft alles
zijn zin en zijn betekenis. Je kunt niets uitzonderen. Je kunt niet zeggen: ja, maar ziekte is
verkeerd. Neen, ziekte heeft ook zijn zin. Je kunt niet zeggen: werken is erg, of lastig. Het kan
wel zo zijn, maar het heeft zijn betekenis. Het geeft inhoud, zin aan je bestaan.
Ze kunnen tegen je roepen: je moet bezig zijn met het leven na de dood.
Mag ik u eens wat vragen? Als u bezig bent met een ingewikkelde som, bijvoorbeeld het
optellen van een rijtje met veel getallen. Kunt u dan tegelijkertijd met iemand bezig zijn over
het weer? Ik denk dat er maar weinig mensen zijn die het kunnen. En zo is het met het leven
ook. Je moet niet bezig zijn met het hiernamaals je moet bezig zijn met het hier. Al het andere
hoort erbij. Alles bestaat uit de goddelijke kracht, alles is deel van de goddelijke kracht. Best.
Maar dan moeten we al die dingen ook aanvaarden zoals ze zijn en moeten we voor onszelf
steeds het beste maken van datgene wat nu voor ons beheersbaar is.
Er zijn een hele hoop predikaties die erop neerkomen dat de mens wikt en God beschikt. Dat
kan wel waar zijn, maar als de mens wikt moet hij toch ook wel proberen te beschikken, dacht
ik. Het is heel vreemd. De meeste mensen wikken wel maar ze wegen niet, alleen als het om
andermans geld gaat. Dan wikken ze en dan handelen ze.
We moeten gewoon begrijpen dat elk ding, elk gebeuren, elk beleven zinvol is. Het is niet altijd
even gemakkelijk, het is niet altijd even prettig, maar het heeft gewoon zijn betekenis. Zonder
dat zouden we niet kunnen worden wat we uiteindelijk worden wanneer we aan de andere kant
komen, zoals u dat tenminste noemt. Als ik het over de andere kant heb denk ik aan u en dan
doe ik dat meestal met medelijden. Totdat ik denk: 1, 2, 3 in godsnaam, daar gaan we weer.

2 EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM
© Orde der Verdraagzamen Esoterische Kring

God loven? Ja, ik vind dat het er ergens wel bij hoort, maar niet in de zin van zware gezangen
zingen en zo. Het is gewoon de erkenning: overal is het leven, overal is de kracht, overal is
God. En dan (ik weet niet of onze gast het ermee eens zal zijn, maar laat ik het dan toch maar
zeggen): u bent ook deel van God. Natuurlijk. Waarom zou u het niet zijn? Als alles uit God is
bent u het ook, maar als u uit God bent dan bent u deel van God en hoeft u zich toch helemaal
niet bezig te houden met wat anderen u vertellen wat God wil? U moet het gewoon van binnen
weten.
Er zijn geen waarheden die worden verkondigd, er zijn waarheden die in u open bloeien,
waarvan u zich bewust wordt.
De mens is een soort microkosmos. Wanneer je in jezelf gaat zoeken tot aan de grenzen van
je weten en je kennen en je ervaren, zul je een hele wereld aantreffen. En wat die wereld is en
wat die wereld doet? Ach, je wordt van buiten beïnvloed: "denk er zus en denk er zo over."
Maar vraag je nu maar gewoon af: ben ik het zelf? Wanneer je iets doet vraag je dan af: doe
ik het zelf of wordt het door mij gedaan door dwang van buitenaf, conditionering of wat dan
ook. Vind jezelf terug. En als je jezelf terugvindt dan vind je ook je eigen kracht terug.
Dat is helemaal niet gek, hoor. De meeste mensen zeggen: "Ja, maar ik kan dat niet!" Je kunt
enorm veel, maar dan moet je een beroep doen op de kracht in jezelf. Dan moet je weten dat
het die kracht is die het doet en verder niets.
Je hoeft heus geen laudate dominum te zingen of een Te Deum. Maar je kunt heel gewoon
tegen jezelf zeggen: God, wat ben ik blij dat ik er ben! God, ik ben blij dat je me de kans geeft
en ik zal het hier zo goed mogelijk doen. En als ik het niet goed doe, nou, doe jij dan maar
wat. .
0 ja, ik weet het, het is niet vroom genoeg, natuurlijk niet. Iet is misschien niet esoterisch
genoeg. Haar aan de andere kant, esoterie is naar binnentoe richten. In jezelf woont God en
als je nu licht hebt in jezelf, moet je er dan in aanbidding naar staren of moet je je omdraaien
en het van je uit laten gaan?
Ik heb wel eens gezegd: liever dan een innerlijk licht dat niet tot uiting komt ben ik een kaars
die opbrandt. Dit is al een tijdje geleden, hoor, maar goed ik heb het gezegd. En waarom?
Omdat het geven van licht het leven van licht is. Het geven van genegenheid, van steun, van
gevoel, van hulp, is leven. Alleen maar kijken wat er gebeurt en kennis in jezelf opslaan en
bezig zijn met jezelf en je innerlijke processen, nou ja, dat is voor de spiegel staan smoezen
met jezelf, terwijl je doof bent voor alles wat de hele wereld, inclusief de schepping, je
toeroept.
Maar dat is ook geen esoterie, hé? Dat is hatelijk. Maar zou echte esoterie misschien niet een
beetje hatelijk zijn? Echte esoterie is niet de leer van de illusie, het is niet de heerlijke fantasie
van onze eigen hoogheid. Het is niet het heerlijke gevoel dat wij boven anderen verheven
zullen uitzweven. Het is gewoon het weten: in mij is de kracht. Die kracht laat ik uit mij
voortkomen, die kracht zal op mij antwoorden. En daardoor heeft alles zijn zin en zijn
betekenis.
Er zijn mensen die zeggen: "maar wij zijn tot onze beproeving in dit tranendal geplaatst! Nu,
als dit een tranendal is dan is het dat voor driekwart door de krokodillentranen en het
medelijden dat je met jezelf hebt, bewust of onbewust. En als je een ander ziet en je bent
erdoor bewogen, dan is het toch stom om te huilen als je je handen uit de mouwen kunt
steken? Waar of niet?
Kijk, dat is nu mijn gevoel van esoterie. Het is niet: "in mijzelf het Hoogste ontdekken, in de
tempel van mijn innerlijk staan voor het Eeuwige Licht." Het is gewoon de deuren opengooien
dat het licht naar buiten kan. Het is een dwaas die zijn licht onder de korenmaat plaatst. Dat
heeft zelfs Jezus gezegd en die kon het weten.
Natuurlijk, je hebt je innerlijke gesprekken, ongetwijfeld. Misschien met jezelf, misschien met
iets hogers, en misschien - als je even ademloos stil bent - met God. Maar die dingen, zijn op
het ogenblik toch bijkomstig? Je moet leven. Je moet werken. Je moet alles wat je doet zo
goed mogelijk doen, voor anderen zo goed mogelijk doen, en je gelijktijdig zelf zo weinig
mogelijk in een keurslijf laten persen van "Wat moet ik denken en wat moet ik doen?" Je moet
leren vrij zijn door jezelf meester te worden. Dat is de ware esoterie.

EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM 3
Orde der Verdraagzamen

Als dan iemand God wil prijzen zeg ik: best. Want er zijn geen woorden waarmee de kracht die
alles heeft voortgebracht ten genoegen geprezen kan worden. Wel zeg, ik er gelijktijdig
achteraan: maar zij die proberen hem te prijzen, misprijzen zijn werken door ze niet te
beachten.
Dit is in een paar woorden wat ik zie als "tegengif" tegen al wat misschien toch te zweverig is
en loslaat van de wereld waarin je leeft, van de persoonlijkheid die je bent, van datgene wat
zich in je afspeelt en datgene wat er uit jezelf kan voortkomen.
Ik zal het niet te lang meer maken, want je weet het niet, zo’n ex-predikant kan misschien nog
een hele tijd nodig hebben. Mijn ervaring is namelijk dat de predikatie langer wordt naarmate
de predikant zichzelf gewichtiger voelt. Deze gastspreker is in ieder geval geestelijk van hoog
gewicht. Hij is iets, hij is deel van het gouden licht, hij is deel van allerlei grote lichtkrachten.
Hij pakt zijn bewustzijn terug en projecteert zich weer in de gestalte van die bepaalde
incarnatie. Als hij dat doet hoop ik maar dat hij die kracht weet te geven. Die kracht is
belangrijk, want als u die kracht voelt dan herkent u haar ook in uzelf. U kunt namelijk nooit
iets herkennen wat niet in uzelf leeft.
Als u daarna naar huis gaat moet u niet zeggen: ze hebben krachten uitgestraald, o wat was
het mooi! Dat vind ik altijd verschrikkelijk. Dan komen ze uit de kerk of van een seance en bij
het naar huis gaan is hun 1ijflied: 0 wat was het mooi! Daar heb je niets aan. Als je nu zou
zingen: 0, wat ben ik sterk, wat kan ik toch veel! ja, dan ben ik het ermee eens.
Als ik het kort mag samenvatten:
Besef dat je deel bent van de Alkracht. Besef dat de Alkracht in je leeft. Besef dat het uiten
van die Alkracht de zin is van je bestaan en probeer dan de kracht te herkennen om ze te
uiten.
Tracht niet meer of minder te zijn dan een ander, maar probeer intenser één te zijn met de
kracht die in je leeft.
Probeer niet de wereld te veranderen want dat kun je niet. Maar probeer jezelf los te maken
van die wereld tot je in staat bent werkelijk alle kracht die in je leeft, uit te stralen en tot
uiting te brengen.
Dat is het heel in het kort.
0 ja, ik moet nog even iets zeggen. De opvang van een net overgegaan Orde lid is wel
gevonden, maar deze gaf de voorkeur aan Henri en die is voorlopig nog niet vrij. Ik denk dat
de bekering binnenkort volgt.
Zo ziet u alweer, iemand bekeert zichzelf door te beseffen, dat wat hij feitelijk denkt en wil en
moet, niet het juiste is. Dan zeg je: "wat is er dan wel?" en daarmee kun je dan toch het juiste
bereiken.
Als die gastspreker zo dadelijk komt, hoop ik alleen dat u niet denkt: "wat hangt ons boven
het hoofd? of "Nu wordt het mooi’, maar dat u gewoon denkt: eigenlijk ben ik dat ook. Want
pas als je de ander aanvaard dan een deel van jezelf, kun je de werkelijkheid van de ander
ervaren en gelijktijdig kun je kenbaar maken wat je bent.
Niets is zieliger dan een mens die aan het einde van zijn leven moet zeggen: ik heb mijzelf
niet kenbaar gemaakt. En niets is zieliger dan een geest die moet zeggen: ik heb maar heel
weinig begrepen want ik was zo druk met mijzelf bezig.
Vrienden, bedankt voor uw aandacht. Ik wens u een zegenrijke avond toe. Als ik misschien, in
uw denken, hier en daar een beetje tekortgeschoten ben, och, dan zal de gastspreker het wel
goedmaken. En als u denkt: misschien heeft hij een klein beetje gelijk, stel u dan eens op de
juiste manier in.
Goedenavond.

DE GASTSPREKER

Goedenavond.

4 EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM
© Orde der Verdraagzamen Esoterische Kring

"Looft de Heer, want ziet, Hij is in alle dingen." Dat geloof je niet wanneer je net bent over
gegaan.
Aankomende - mij van mijn zonden bewust - meende ik een vagevuur te moeten betreden
met uitzicht op een hemel. Er was geen hemel zoals ik mij die dacht, er was geen vagevuur
zoals ik het vreesde. Er was alleen een weidsheid.
Uit het bijna benauwde duister ontsnap je naar een licht dat groter en groter wordt en ik zag
velden, ik zag bomen, ik zag een wereld. En ik prees mij gelukkig hier te mogen vertoeven.
Deze wereld verbleekte en er was een andere, een veel grotere wereld. Een nevel over de
grond, kleuren aan de hemel, een gouden licht dat onbestemd uit alle dingen scheen te
stralen. Ik vroeg mij af: is dit de Hemel? Ergens antwoordde iets mij: dit ben je zelf.
Zo begon mijn gang uit de vroomheid naar de werkelijkheid. Mensen dromen. Ze bouwen
goden, ze bouwen hemelen, ze bouwen het diepste vuur van de hel en de slijmerigste
krochten van vergetelheid. Maar het zijn mensen die ze bouwen, want het werkelijke, het
onnoembare, is eigenlijk al tegelijk en toch maar een klein deel van al wat je zou kunnen
beseffen.
Toen ik dat voor het eerst besefte riep ik (oude gewoonten sterven moeilijk): Laudate
Dominum, loof de Heer. En de echo klonk in mijzelf en de wereld bleef stil. Toen zei ik tot
mijzelf: wat is nu waar? De echo antwoordde vragend: waar? Want waarheid is niet’, omdat
waarheid niet beseft wordt.
Zo heb ik daar lange tijd in het gouden licht gedreven, bijna vergetende wat ik was geweest,
tot in mij een besef wakker werd dat het licht in mij was, dat het uit mij straalde, maar niet
alleen uit mij. Toen, voor het eerst, besefte ik dat "loof de Heer" niet wil zeggen: loof iets wat
ver weg is, maar dat het de glorieuze, de juichende erkenning is van wat je bent en van al wat
rond je bestaat. Voor ik het wist was ik bekeerd tot atheïst. Overal God en nergens een
specifieke.
Dat maakt het een beetje moeilijk om te denken, een beetje moeilijk om te reageren en toen
heb ik tot mijzelf gezegd: waarom zou je nog vrágen naar werkelijkheid?
Straal gewoon maar uit wat je bent. Probeer licht te zijn, Laat het licht van het andere zich
met jouw licht vermengen en dan zullen we wel begrijpen wat het doel is.
Veel grootser dan ik kan beschrijven is mijn wereld geworden. Het gouden licht is iets waar ik
deel van ben.
De nevelen zijn verzonken, de bodem is verdwenen en wat overblijft is de kleurenpracht van
een onbekende zon, waarin ik straal, waarin ik leef. Nu pas besef ik dat als ik de Heer loof, ik
ál loof wat hij geschapen heeft. De rabauw, de krijgsknecht, de priester, de arme, de
pestlijder, de melaatse, al wat is. Want door al wat is te eren, te erkennen, erken ik mijn God.
Oude eerzucht is verdwenen. Ik heb altijd gedacht: eens zal ik nog wel abt worden van het
klooster. Laar nu besef ik dat ik de sterkste aap in de kooi wilde worden. Om dat te bereiken
predikte ik vurig. En mijn woorden waren zo leeg als mijn begrip van de werkelijkheid.
Maar er is leven. Er is een leven dat alle grenzen overschrijdt. Er is een licht dat in alle
werelden gelijke1ijk is. En dat is de enige wérkelijke wereld, die niet door de dromen van
mensen wordt bepaald. Maar zoals er stromingen zijn in de oceanen, zoals er verschillen zijn
van temperatuur in het water, van de vissen en de dieren die je er ziet, zo zijn er verschillen in
deze eenheid.
Wij worden gedreven door een stroming als mens en we zeggen: dit is mijn wereld, zoals de
Nautilus, zeilend aan de oppervlakte, van zich zou denken: ziet, de zee is mijn wereld en ik
bepaal waarheen ik ga. Want zo dwaas zijn wij. Zo dwaas ben ik nog steeds. Want wie spreekt
over die dingen die alleen beleefd kunnen worden behalve door een dwaas? En toch, vaak zegt
een dwaas een waarheid die de wijze niet beseffen kan. Daarom probeer ik te spreken als de
dwaas die ik ben.
In u leeft een goddelijk licht. Al wat u is, wat u geweest bent, dat wat u worden zult, is deel
van één geheel, van een werkelijkheid. De gang van de tijd is een droom, maar het bestaan is
een werkelijkheid. De werelden waarin je leeft, de dingen waarnaar je streeft, ze zijn een
droom, maar de dromer is een werkelijkheid. Te weten dat je droomt zonder jouw droom te
EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM 5
Orde der Verdraagzamen

verwerpen, maar te beseffen dat de werkelijkheid de dromer is, is de eerste stap die je
bevrijdt uit landschappen en werelden, schoon of hatelijk; die je voor het eerst doet beseffen
dat rond je de voortdurende trilling is van licht, van licht, van licht.
U leeft. U bestaat. Dan bent u ook kracht en de kracht bestaat in u. Dan bent u deel van alle
kracht en alle leven bestaat in u. Slaaf ben je van je dromen, maar meester ben je van je
werkelijkheid. Wij moeten ons bevrijden van de slavenketenen der illusie. Niet ontkennende
wat leeft, niet verwerpende wat is, maar zoekende te zijn wat we kunnen zijn, te leven wat in
ons leeft, de kracht te worden waarvan we toch deel zijn.
Onze Heiland en Verlosser heeft gezegd: "Ik ben u de weg en de waarheid en niemand komt
tot de Vader dan door mij." En ieder heeft gezegd: ziet, je moet in Jezus geloven. Maar hoe
kun je geloven in een weg die je niet gaat? Want de weg van Jezus was niet een weg van
Meester zijn, maar van een dienend zijn, kracht geven waar het mogelijk was; van een delen
van wat in hem leefde ook door woorden, waar het doenlijk was. Dat is de weg. En de
waarheid is dan: in jezelf te weten één te zijn met al die krachten. met deze goddelijke liefde,
die - om het oude woord te gebruiken - alle dingen in stand houdt en omgeeft. Die alle dingen
erkent en die klaarblijkelijk wordt voor alle dingen die haar erkennen.
Eens heb ik verworpen dat een mens tweemaal op aarde zou leven, tenzij hij een uitverkorene
zou zijn. Nu weet ik dat het een rondegang is, een dans van vormen, waardoor het Ik probeert
zichzelf te beseffen. En dat zijn ook vaak menselijke levens. Maar ik zeg niet dat reincarnatie
het belangrijke is; belangrijk is het begrip. En het is het onbegrip dat u opnieuw op aarde doet
leven.
Ik zeg u niet dat de oude leer waardeloos is of dat een nieuwe leer beter is. Jezus heeft in zijn
openbare leven in liefde de mensheid gediend tot het uiterste, kunnen wij dat ook? Want de
wonderen die hij deed kwamen niet voort uit de almacht van de Vader zonder meer, zij waren
een deel van Jezus. Het was ook zijn kracht die hij gaf, het was zijn leven, dat hij meedeelde
aan anderen. Niet vragende: zal ik sterker zijn of zwakker worden, maar gevende. Het geheim
van zijn liefde was, zich steeds weer herkennen in alle dingen. Dat is de weg. En de waarheid.
is, dat in de erkenning van alle dingen als deel van jezelf, de erkenning ontstaat van een totale
kracht die alle werelden van alle voorstellingen omvat: de Vader.
Leven uit de Vader is niet leven in zwakheid of in onderworpenheid. Het is leven uit een
innerlijke kracht die zo sterk is, dat zij alles kan weerstaan, dat zij zich bevrijden kan van alle
twijfel en dat zij in zich het belangrijke doel kan zien en waarmaken.
Wie hunkert terug naar de dagen dat monniken lettertekenend de oude geschriften opnieuw
kopieerden en zichzelf in hun trots van werken wel vergaten, maar in alle nederigheid trots
waren op hun werk?
Wie kan terugverlangen naar de kamers met de vele boeken, met de globes, waarin
studerenden voortdurend hun wijsheid proberen te vergroten, maar vergeten dat de eerst
noodzakelijke wijsheid van zijn is? Gesprekken over de ouden, Aristoteles, Plutarchis, over de
leer van de stoïcijnen, wat heeft het voor nut gehad? Wij die lerarend optraden namen onze
dorre kennis en verdorden vaak jonge geesten. Maar dat besef ik eerst nu. Want leven is
deel-zijn. Deel zijn van alle dingen en van de kracht.
Leven dat is opgaan in alle gebeuren. Niet om het gebeuren, maar om het deel-zijn.
Leven is niet: oude denkbeelden afstoffen en trots tentoonstellen. Of, nieuwe speculaties op
een voetstuk plaatsend, uitroepen: hier is de nieuwe waarheid! Leven is gewoon leven.
Ik besef nu dat wij, de geleerden, de gewijden, de heiligen, de minderen waren van de
broeders die mest kruiden in de stallen; die de vloeren boenden en die de armen de
aalmoezen van het klooster uitdeelden zonder zich af te vragen of het klooster het wel kon
missen en zonder zich af te vragen aan wie zij gaven.
Het is moeilijk terug te gaan naar wat je bent geweest, want wat je bent geweest was een
droom. En wie ontwaakt zal zich de droom niet geheel herinneren. Zo gaat het mij en zo zal
het ook u gaan. U bent niet hier omdat u meer uitverkoren bent dan anderen, of omdat u
wijzer bent, maar gewoon omdat u wilt, omdat u bent.

6 EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM
© Orde der Verdraagzamen Esoterische Kring

U bent het leven, u bent de kracht, u bent in uw tijdelijkheid het oneindige, het eeuwige. In uw
beperking bent u deel van de archieven die alle feiten van alle werelden in zich dragen, voor
altijd waar, tot de laatste jota, de laatste tittel.
Wees deel van de kracht en van het licht. Maak u geen beelden van wat zal zijn, maar wees
licht. Vraag u niet af wat mogelijk is, maar geef uw kracht. Beroem u niet op wat u volbracht
hebt, maar zie naar hetgeen u nog kunt doen. Dan zult u waarlijk weten: in u leeft de Christus,
de eeuwige kracht, het licht en de waarheid, de vervulling van al wat mensen, aarzelend, soms
dromen of nastreven. Looft de Heer in al zijn werken, zijn openbaringen en de geheimen die in
ons leven. Die uit Al waarheid maakt. Die in en met ons is indien wij ons niet op hem
beroepen, maar trachten zijn wezen uit te dragen. Waarheid in menselijke zin bestaat niet,
waarheid in goddelijke zin bestaan niet, want waarheid impliceert onwaarheid. Maar waar de
werkelijke kracht is, waar de Vader werkt in alle dingen, is er alleen besef, de, beleving, de
erkenning. Geen leugen en geen waarheid.
Eens zult u de paden treden die ik getreden ben en zult ook u staan in vragende eenzaamheid
misschien, of in verrukking jubelen over een landschap, zonder te beseffen dat het al vergaat
terwijl u jubelt. Want wanneer één die weg gaat, zullen allen, zal Al die weg gaan, omdat het
de weg is die voert van de onwetendheid naar het weten, van de droom naar het
onveranderlijke, van het streven naar het erkennen.
Ik erken dat God in en rond mij is en in en rond u is; dat de vervulling van uw dromen uit kan
blijven. Maar erkent gij dan dat wat werkelijk in u is als een waarheid op zal bloeien, zelfs
wanneer u kijkt in de wereld buiten u. Er zijn geen grenzen. In het begin voel je je verloren
zonder grenzen, zoals de edelman zonder vesting zich belaagt acht. En toch is juist het
onbegrensde ons ware leven Waarom zouden wij ons opsluiten binnen dikke muren van wat
we denken, weten en geloven, van wat we vrezen en haten? Waarom, alles bannen wat in ons
is als deel van ons verleden, als deel van wat we onze toekomst noemen? Waarom zouden wij
in onszelf niet één zijn? Waarom zouden wij niet de grenzen beschouwen als aanduidingen,
niet als wetten of onmogelijkheden? Want dit -zeg ik u: zo waar als de kracht van de Christus
heeft geleefd in Jezus, zo leeft de kracht van de Christus in u, zo leeft de kracht van God in u.
Zij is in en met u en versmelt in en uit u al tot het enig ware waartoe gij behoort en waarvan
ge deel zult zijn.
Omdat we geen naam hebben voor Hem die deze waarheid maakt, zeg ik u: loof de Heer, prijs
het leven, prijs de dood, prijs al wat bestaan is, opdat wij in onszelve vrij zullen worden van
onze dromen, wijs zullen worden door ons beleven en vrij zullen zijn ons licht te delen met al
wat rond ons is.
Laudatie omnium.

EK861208 03 – LAUDATE DOMINUM 7