You are on page 1of 188

© Orde der Verdraagzamen

Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

Goedenavond, vrienden.
Wij beginnen dan maar weer met onze reeks lezingen over esoterie. Maar sedert het vorige
jaar zijn er toch t.o.v. deze cursus enige veranderingen ingetreden. Ik geloof dan ook er goed
aan te doen wanneer ik tracht u duidelijk te maken welke deze zijn en wat wij daarmee
beogen. Het zal niet veel van uw kostbare tijd vragen en geeft u ongetwijfeld een eenvoudiger
en beter inzicht. Zoals u weet hebben wij de G.G.S. gesloten. D.w.z. dat het rendement van
deze groep niet meer zodanig was, dat wij verantwoord daaraan tijd meenden te kunnen
wijden. Aan de andere kant was het werk dat daarin werd gedaan o.i. toch nogal belangrijk.
Wij weten dat in deze esoterische groep langzaam maar zeker een aantal mensen is gegroeid,
dat in staat is ook wat verdergaande betogen aan te horen en te verwerken. U zult ontdekken
dat wij aan de techniek in deze esoterie ietwat meer aandacht gaan besteden dan tot nog toe.
Wij willen dus proberen om iets verder te gaan ook in het weten omtrent andere gebieden en
vooral het erkennen van de voertuiglijke mogelijkheden, die de mens zelve heeft. Daarnaast
willen wij ook wel degelijk blijven vasthouden aan het element boeiend fascineren waardoor
het mogelijk wordt een geestelijke beïnvloeding te krijgen. Nu is voor dit laatste onze
samenkomst hier in een nieuw vertrek natuurlijk niet erg dienstig. Wij zullen dan ook moeten
proberen hier weer onderling een sfeer op te bouwen, die een sterker beïnvloeding ook
inderdaad verdraagt. Wij doen dit alles in de hoop dat ook uit deze groep weer een aantal
mensen naar voren kan komen, dat wat verder doorgaande op bepaalde geestelijke problemen
een zuiverder inzicht verwerft omtrent de innerlijke mens, de geestelijke mogelijkheden van
die mens en alles wat daarmede samen hangt. Ik meen dat u allen hiermee tevreden kunt zijn
zo niet, dan kunt u dat op dit ogenblik vertellen. Goed. Dan beginnen wij nu met onze eerste
les.

INLEIDING

Bij het bezien van de mens zelve valt ons allereerst op dat het kan worden onderverdeeld in
een reeks van voertuigen. Er is weliswaar geen beperkt aantal sferen (dit is afhankelijk van het
begripsvermogen en als zodanig een glijdende scala, waarop een onbeperkt aantal sferen zou
kunnen worden aangeduid), maar een voertuig is wel degelijk beperkt. Het is n.l. afhankelijk
van het milieu dat het vindt, waarin het dus contact met anderen kan krijgen. Eerst door het
contact met anderen is ook in een sfeer beheersing mogelijk. Wanneer u nagaat hoe uzelf bent
opgebouwd en wat er alzo mee samenhangt, zult u ook begrijpen, dat het zeer noodzakelijk is
rekening te houden in de eerste plaats met stoffelijke verschijnselen en wat daarmede
samenhangt in de tweede plaats echter met een voortdurend sterker activeren van de
geestelijke achtergronden, die worden uitgedrukt in de voertuigen voornoemd.
Belangrijk zijn voor ons voorlopig drie gebieden, t.w: het stoffelijke, het astrale en het
mentale. Later zullen wij waarschijnlijk verder gaan dan dat. Verder is belangrijk dat wij
beseffen hoe deze bepaalde sferen t.o.v. elkaar staan. Schematisch kan dat worden
voorgesteld als een afwisseling van positief en negatief, waarbij het totaal aantal sferen dat
beleefd wordt door de mens (vraagt u mij niet waarom, dat weet ik ook niet) altijd een oneven
aantal blijkt te zijn, uitgaande van de stof tot aan die sferen, die wij wit licht noemen en
waarin geen persoonlijk erkennen op onze wijze meer mogelijk blijkt. Zo gezien kunnen wij de
stof noemen een positieve sfeer, de astrale een negatieve, de mentale wederom positief. Deze
voertuigen beïnvloeden elkaar. Als je het heel eenvoudig wilt uitdrukken zou je kunnen
zeggen, dat de astrale wereld eigenlijk een negatieve vorm van materie behelst, waarbij dus
de normale vormcapaciteiten van de materie worden veranderd en daarvoor in de plaats komt
het veld, dat tijdelijk vormend is, maar waarin de materie voortdurend tracht aan de invloed
van het veld te ontsnappen. Is dit laatste duidelijk of moet ik daar verder op ingaan?
Kunt u het een beetje verduidelijken?

INLEIDING 1
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

Ik wil het graag proberen. Wanneer we een atoom hebben, dan heeft dit atoom een bepaalde
spin, een bepaalde draaiing. Deze draaiing bepaalt de omloopbanen van de buitenste delen
t.o.v. de kern. Elk deeltje daarvan op zichzelf bestaat uit energie, die voortdurend uitstraalt.
M.a.w. het elektron en het proton en alles wat daar verder is straalt naar buiten uit. Het geeft
dus energie af. Dit afgeven van energie naar buiten vanuit het ogenblik van ontstaan noemen
wij dan positief. Wanneer wij daarentegen te maken hebben met de astrale wereld, dan blijkt
dat de kleine partikels, die daar de hoofdzaak van onze vormbeleving uitmaken, energie uit de
omgeving absorberen. Vandaar dat ze door een veld in een vorm kunnen worden gedwongen.
Zij absorberen in dat veld, maar zodra de absorptiemogelijkheid elders groter is vervluchtigen
ze. Dan gaat de vorm teloor. Het is daarom dus dat wij verschil maken tussen positief en
negatief. Het houdt verder in dat de spinverschijnselen, die wij zien in het atoom van uw eigen
wereld, niet zo kunnen worden gereproduceerd in het astraal gevormd atoom. Wanneer dus de
negatieve materie (kleinste delen dus) voldoende verzadigd zijn van energie dan krijgen wij
een explosie. Dat wil zeggen zodra de maximum capaciteit is bereikt, zal het gehele deeltje
exploderen en gelijktijdig alle energie vrijgeven. Het is misschien wel aardig om dit op te
merken wanneer de positieve materie waarin u leeft al haar energie heeft afgegeven, blijft er
een niets over, een ledig. Dat ledig blijft bestaan totdat in de zogenaamde negatieve materie
een zodanige hoeveelheid energie is opgehoopt dat een explosie optreedt voldoende om
wederom een bezieling te betekenen van de positieve materie. Dit wordt kosmisch gezien
uitgedrukt als dag en nacht van Brahman. Is het nu duidelijk geworden?
Dus dat astrale gebied kan ik opvatten als anti matter ?
Inderdaad. De gevolgen, die uit een uitwisseling tussen beide werelden kunnen voortvloeien,
zullen nu ook wel duidelijk zijn. We hebben een kracht afgeven in de stoffelijke wereld. Elk
astraal fenomeen echter is opgebouwd op een absorptie van kracht. Het gevolg is dat elke
directe astrale manifestatie, op aarde betekent een krachtonttrekking aan de omgeving op
aarde, waarbinnen het zich manifesteert. Is dit ook duidelijk?
Daarboven ligt de mentale wereld waarin wij niet meer te maken hebben met partikels. Daar
zijn dus geen kleinste delen meer aanwezig. Daarvoor in de plaats echter velden. U zoudt
kunnen zeggen de bron, waaruit het deel wordt geboren (de werveling dus die zich t.o.v. de
omgeving als geheel gedraagt), wordt daar uitgebreider a.h.w. vergroot uitgedrukt. In plaats
van een partikel hebben wij te maken met een klein veld. Wanneer wij werken met de mentale
wereld en de stoffelijke wereld dan hebben wij hier invloeden, die elkaar versterken. D.w.z.
dat de energie van een mentale wereld direct overdraagbaar is op een materiele wereld, terwijl
ook het omgekeerde onder omstandigheden het geval kan zijn. Bij ons in onze sfeer is het dus
mogelijk om direct uit te reiken naar u. Omgekeerd is het voor u mogelijk een direct contact
met ons te krijgen, dat niet bepaald of beperkt wordt door verschil in geaardheid (de
potentiële geaardheid). Als u dit beseft, dan wordt hiermede ongetwijfeld het beeld van de
innerlijke bewustwording een beetje veranderd. Wij kunnen wel de astrale wereld gebruiken
door een krachtsinspanning onzerzijds om in onze eigen wereld iets tot stand te brengen, maar
het is altijd een correctie van een negatieve waarde. Uit de astrale wereld kunnen wij nooit een
positieve werking verwachten, wij kunnen slechts negatieve verschijnselen daarmee
versterken of opheffen. Zo zullen wij in een geestelijk streven en zoeken zoveel mogelijk de
astrale wereld ontwijken. Slechts daar waar het ons gaat om het direct bereiken van
werkingen in onze eigen wereld, zal het astraal gebied vaak een dankbaar terrein zijn voor
experimenten.
Nu heb ik hier dus de drie lagere trappen, de drie fasen waarmee u voorlopig te maken heeft,
kort gekarakteriseerd. U zult begrijpen dat er veel meer fasen zijn. De indelingen in sferen zijn
zodanig verschillend, dat wij daaraan geen definitief houvast hebben. Wij kennen o.m. dit ter
uwer informatie de 7 sferen, de 9 sferen, de 41 sferen (overblijfsel van een vroeger
astronomisch en astrologisch stelsel), de 63 sferen en de 144 sferen. Daarnaast komen nog
enkele andere varianten voor. Opmerkelijk is daarbij een 9 sferenstelsel, dat onder de
bewustzijnsfase stofmens 2 andere sferen tekent (z.g. duistere of bardo-sferen) daarboven
echter slechts 6 andere sferen, zodat gerekend wordt met een totaal van 9 sferen, waarna
i.p.v. de 7e sfeer in de andere, eenvoudiger elementen gebruikt de oplossing in het Goddelijke

2 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

onmiddellijke plaatsvindt en er dus geen sprake meer is van een ervaring van een
bewustzijnssfeer.
U kunt dit rustig vergeten. Wij hebben niet veel te maken met die sferen. Wel met de vraag
hoe ontstaan deze sferen? Hoe kan het zijn dat verschillende materievormen (positief en
negatief) t.o.v. elkaar kunnen ontstaan? En hoe komt het dat wij kracht daaruit kunnen
onttrekken, maar niet altijd gelijkelijk? Dan wil ik u allereerst wijzen op het feit, dat de kosmos
meerdimensionaal is. Ik spreek eenvoudigheidshalve hier over twee velden die elkaar kruisen
een theorie die velen uwer al eerder gehoord hebben. Maar buiten dit kruisen van twee velden
hebben wij in feite te maken met een grote reeks velden en wel ongeveer 16 velden, die elk
met een eigen versnelling (dus het gaat niet gelijktijdig snel) en een eigen velddichtheid t.o.v.
de anderen zich bewegen, daarbij voortdurend een hoek vasthoudende van 90 t.o.v. alle
andere velden. Dit is ook niet belangrijk, maar wat wij met ons voorbeeld van twee velden
kunnen zeggen is wel belangrijk.
Het Goddelijke openbaart Zich. In deze openbaring uit het Zich in tegendelen. Vanuit deze
tegendelen benaderen de daarin bestaande delen van het Goddelijke elkaar. D.w.z. dat de
invloeden van het Goddelijke kunnen worden voorgesteld als een waaier waar van dus de zaak
wordt dichtgeklapt, maar niet slechts dicht, ook omgedraaid. Hij gaat weer open maar nu de
andere kant uit. Hierbij ontstaat dus van uiterste tot nulpunt weer een z.g. positieve fase,
terwijl ze van nulpunt tot het dan uiterste t.o.v. de eerste negatief kan worden gezien. Het
behelst precies het zelfde zowel in ontplooiing als in teruggang. Het feit dat deze velden
(misschien het best voorgesteld door de ribben van de waaier) t.o.v. elkaar zich verplaatsen,
betekent dat uit hun onderlinge beïnvloeding de vormgeving mogelijk wordt en wel steeds
tussen twee velden op een wijze, die de geaardheid van beide velden weergeeft en in de
ontstane materie (laten we het even materie noemen) dus uitdrukt de wentelingssnelheid, de
bewegingssnelheid en de velddichtheid van deze velden t.o.v. elkaar. De consequentie hiervan
is, dat elk facet van het Goddelijke (nu gaan we dus weer even de esoterische kant uit van de
techniek) een tegengesteld facet voortdurend ontwijkt in de wordingsgang en benadert in de
voleindingsgang. De wereld en al wat ermee samenhangt (deze kosmos dus) is op het ogenblik
in de voleindingsgang d.w.z. de waaier klapt dus weer toe en niet open. Het gevolg is, dat God
bij elke tegenstelling uitdrukbaar in twee facetten van Zijn wezen, een bepaalde schepping
doet ontstaan. Er is geen sprake van een schepping op één vlak, maar op vele vlakken. Bij al
deze vlakken ontstaan werelden met een eigen energie, een eigen vorm van werkzaamheid,
een eigen vorm van beleving, een eigen schepping en inhoud. Alles tezamen echter vormen zij
de volmaaktheid.
De mens (en ook de geest die dus de menselijke weg is gegaan in het verleden of nog gaan
zal) behoort niet tot één van deze werelden, maar is een afzonderlijke tegenstelling. Dit laatste
is zeer belangrijk. Ik hoop dat u het wilt onthouden. De mens behoort dus niet als deel in die
werelden, maar is een afzonderlijk wezen, een afzonderlijke kracht, beantwoordend aan geheel
eigen wetten, die niet identiek zijn met de wetten van materie of kracht, zoals die in een
andere sfeer tot uiting kunnen komen. Wij zouden het best kunnen zeggen, dat deze mens alle
sferen enigszins beroert. Als we alle andere tegenstellingen zo stellen dus punt 1, punt 2, punt
3, punt 4, enz. dan krijgen we de mens als de tegenstelling die er zó doorheen gaat (van
boven naar beneden, vice versa). Hierbij speelt zich een gang af, die ons doet denken aan een
goddelijk veld. Wij krijgen n.l. eerst de afdaling door alle sferen heen tot de laagste toe, dan
een omkering van waarden, waarbij langzaam dezelfde weg wordt afgelegd, maar nu met een
tegengestelde gerichtheid.
De mens zelf, die het keerpunt over het algemeen ook geestelijk moeilijk ontdekt, neemt
meestal aan, dat er sprake is van een ongebroken weg. Hij neemt dan aan, dat dit de bekende
cirkelgang is, waarbij men immers ook eenmaal op het punt van uitgang terugkomt, Dit is niet
geheel juist. Er is wel degelijk steeds een keerpunt aan te wijzen, waarbij een volkomen
reversie van waarden plaatsvindt. Op het ogenblik echter dat ik op het laagste punt ben en de
reversie van waarden voor mij plaatsvindt, is het laagste het hoogste geworden. Kunt u dat
volgen? Dat is dus net als met het aapje, dat langs een spiraal naar beneden komt. Draai het
stokje om, dan zit het opeens boven en moet het weer naar beneden. Het feit dat deze
wenteling (dit omkeren) voortdurend plaatsvindt, betekent dat er een voortdurende
INLEIDING 3
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

belevingsmogelijkheid zal zijn voor de mens, zolang hij zich niet vereenzelvigd heeft met beide
tegenstellingen, waartussen hij bestaat, maar zich slechts van de een naar de ander beweegt.
Eeuwigheid is inherent aan het menselijk wezen krachtens de wijze waarop hij zich beweegt
tussen twee tegenstellingen, die deel zijn van de goddelijke uiting. Is dat allemaal duidelijk?
Op welke tegenstellingen wordt gezinspeeld? Kan dat met een enkel woord gezegd worden?
Neen, dat kan niet en wel om de doodeenvoudige reden dat tegenstellingen op zich zelf alleen
betekenen tegengerichte waarden. Voor de mens zijn deze waarden niet definitief vast te
leggen in menselijke taal. Als ik het heel eenvoudig zou willen zeggen (en dat betekent, dat ik
al een heel grote fout maak, want ik ben zeer onvolledig) dan zou ik kunnen zeggen, dat bij de
mens de keerpunten zijn visie en bezit. Dus het bovenpunt is het begrip, het overzicht, het
benedenpunt is het bezit, de beslotenheid, Je zou ook kunnen zeggen het is open en dicht.
Daarmee maak ik misschien iets duidelijk, maar er zit veel meer aan vast. Dat kunnen wij nu
niet één twee drie allemaal zonder meer uit de doeken doen. Daarvoor moeten we eerst nog
wat verder doordringen in de structuur van de kosmos en al datgene, wat er voor de mens en
ook voor de geest aan belangrijks in schuilt.
Alles wat ik nu heb gezegd is een inleiding. Dat moet u goed begrijpen, Ik heb hier
schetsmatig enige punten aangeduid. En voordat ik helemaal klaar ben met mijn inleiding zijn
er natuurlijk nog meer kleinigheden en belangrijke punten, die wij even moeten aanstippen.
Voor de mens spreken wij vaak van de esoterische bewustwording als zijnde een
bewustwording, die van het uiterlijk naar het innerlijk gaat. Wij spreken over het kennen van
het “ik” als een ultimo in bereiking, het uiteindelijk bereiken. Ook dit is niet helemaal juist.
Maar wij moeten in een menselijke wereld deze vormen aannemen omdat de relatie, die
tussen mens en wereld bestaat, nu eenmaal geen andere interpretatie mogelijk maakt.
Belangrijk is echter dat wij ons realiseren dat in de mens (en wat dat betreft ook in de geest
dus) steeds beide factoren, waartussen hij bestaat, werkzaam zijn. Wij leven dus niet in een
eenzijdig streven, zoals wij ons voorstellen. Wij leven in een voortdurende strijd, omdat elke
vordering in de richting van á gelijktijdig een afstand doen van b betekent. Zo is de werkelijke
weg van de mens wel degelijk den van verloochening, maar vooral wel een verloochening van
eigen denkbeelden. Er ontstaat voortdurend een nieuwe reeks, van voorstellingen en
gedachten in ons wezen, Hiermee wordt onze verhouding tot de wereld die wij kennen voort-
durend opnieuw gedefinieerd. Uit deze definitie volgt de reactie op die wereld, en dus het
verlaten van een bereikt standpunt en het bereiken van een nieuw standpunt. Elk ogenblik van
verstarring en verstening betekent stilstand. Stilstand is voor de mens onverdraaglijk en leidt
tot een uitbarsting in wat wij noemen de rijken der fantasie, waarbij de onwerkelijkheid wordt
gecreëerd (vaak zelfs bewust gecreëerd) om te ontkomen aan de vruchteloosheid van wat wij
nog als werkelijkheid zien. De psychologie kan ons hier ook vaak van dienst zijn, door ons aan
te tonen hoe in vele gevallen de afwijking van de werkelijkheid een vluchtproces is. Zij kan ons
verder van dienst zijn door ons aan de hand van de psychotherapie aan te wijzen hoe bepaalde
lichamelijke gebreken kunnen worden veroorzaakt door een afwijking in het
voorstellingsvermogen en hoe omgekeerd lichamelijke kwalen een dergelijke afwijking ten
gevolge kunnen hebben. Wij mogen dus heel rustig rekenen met de wetenschap als een steun
(althans voor een groot deel) van onze stelling.
Voor ons begrip van het eigen “ik” is dit prettig. Zolang wij moeten gaan denken in begrippen,
die geheel vreemd zijn aan de wereld, zullen wij op bezwaren stuiten. Wij vragen n.l. een
progressie in ons leven, wij willen verder komen. En wanneer dat lichamelijk niet meer
mogelijk is, dan moet dat maar geestelijk gaan, maar wij moeten verder komen. Deze
progressie kunnen wij echter niet bereiken zonder ons tevens op het oude te baseren. De
verwerping van het oude, wat in de hele wereld steeds voorkomt, is in feite een transformatie.
En dat betekent dat de mens? Die wil komen tot een geestelijk begrip, over het algemeen een
basis moet kunnen vinden in het stoffelijk weten. Het is noodzakelijk dat wij gebruik maken
van de redekunst, de logica, dat wij gebruik maken van de wetenschap, voor zover dit op
verantwoorde wijze kan geschieden.
De esoterie zelve let wel, vergt dit natuurlijk niet. Men kan zuiver door het transformeren van
gedachten en het bereiken van een innerlijk weten op deze wijze heel ver komen. Maar wat

4 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

hebben wij aan een innerlijke bereiking, die niet geuit kan worden? Wanneer u allemaal
verheven wordt tot de hoogste sferen en u kunt het niemand mededelen, dan betekent dit
voor u alleen, dat u t.o.v. uw wereld stilstaat. Er is geen activiteit, er is geen werking, er is
geen deelgenootschap met het Goddelijke in een bestaan. Want de velden blijven bewegen
t.o.v. elkaar en wanneer u die beweging niet meer volgen kunt omdat u maar den punt van
het Goddelijke hebt gevonden, verstart u. Wij moeten actief kunnen zijn en gebruik kunnen
maken van al dat gene, wat deel is van de verschillende werelden, waartoe wij behoren. Wij
moeten alle sferen gelijktijdig kunnen activeren en elke gewenste sfeer steeds weer tot
openbaring brengen.
Nu moeten wij een ogenblik teruggaan naar simpeler beginselen. Want wij willen uiteindelijk
toch proberen onze cursus op te bouwen op een zodanige manier, dat wij allen er iets van
kunnen meenemen. U leeft en in u leven verschillende voertuigen. Al die voertuigen echter
worden bezield door dezelfde kracht, die de kern is van uw stoffelijk bestaan. Er is geen
verschil in kracht of potentie tussen de hoogste sfeer, waarin u leeft en de stoffelijke wereld.
Uitbreiding van een stoffelijk potentieel van daad en denken betekent een gelijktijdige
uitbreiding van alle in fase lopende sferen en de voertuigen die daarvoor bestaan. Als u dus
stoffelijk positief streeft, dan verzwakt voor u de invloed van de astrale wereld en versterkt de
mentale wereld. Het daarboven gelegen vormgebied verzwakt zich, het bewustzijn in klank en
kleur daarentegen versterkt zich. Het alleen kleur verzwakt zich, het witte licht versterkt. En
zo kunnen wij verdergaan. Wij hebben dus te maken met bepaalde sympathische
verschijnselen. Wat gebeurt in sfeer a, wordt door alle in dezelfde fase als á verkerende sferen
gereflecteerd. Wij kunnen niet afwisselend spelen met sfeer á en sfeer b. Want b is
tegengesteld aan a. En elke poging om dus gelijktijdig met á en b te manoeuvreren zou
betekenen dat onze potentie op aarde of in een bepaalde sfeer beperkt is omdat er geen
vooruitgang komt.
Wij wisselen teveel het positieve en het negatieve af en blijven, dus op hetzelfde punt staan.
Wij moeten een keuze doen in de weg die wij willen gaan. En gezien de wijze, waarop de
positieve sferen voor ons belangrijk zijn, noemen wij al wat daarmee in verband staat wit, wit
magisch, wit geestelijk, zelfs wit esoterisch. Alles wat met de astrale wereld en daarmee
parallellopende sferen in ver band staat, ook wanneer dit op zichzelf zeer hoge sferen kunnen
zijn, noemen wij echter zwart magisch.
Nu moet u goed begrijpen dat wij niet kunnen zeggen, wat nu de hoogste sfeer is. Voor ons is
de hoogste sfeer altijd gelijk aan de sfeer, waarin wij onze bewustwording beginnen. Of
omgekeerds het einde van een bewustwordingscyclus zal altijd in waarde gelijk zijn aan het
begin ervan. Maar wanneer wij kiezen, dan kunnen wij of zwart of wit werken. En omdat beide,
t.o.v. elkaar volkomen tegengesteld zijn, zal er altijd een volledige antithese tussen het zwarte
en het witte blijven bestaan. Deze wordt doorgevoerd tot in de hoogste sferen en wordt
waarschijnlijk eerst dan opgelost, wanneer beide richtingen in God samenkomen.
Nu is voor een mens de keuze nogal gemakkelijk zou ik zeggen. Wie wit kiest ontkomt
daarmee (althans voor een zeer groot gedeelte) aan de deliriumachtige gestalten en
verschrikkingen, die nu eenmaal thuishoren in het astraal gebied. Wij kunnen in het astraal
gebied voor onszelf vormen opbouwen, die t.o.v. dit gebied positief blijven en dus een afweer
betekenen van alle werkelijk astrale invloeden gelijktijdig voor ons de mogelijkheid om uit
deze negatieve krachten voor onszelf toch nog positieve gegevens (door neutralisatie van
hetgeen voor ons thans negatief is) te bewerkstelligen. Het kiezen van wit heeft verder het
voor deel, dat dit in fase gelijk loopt met de ontwikkeling, die men heeft gehad totdat men
mens werd. Goed en kwaad komen hier niet bij te, pas. Er is geen kwestie van wat wel mag of
wat niet mag, het is hier alleen een kwestie vans in welke cyclus van ontwikkeling bevinden wij
ons. En als wij van daaruit tot een bewustwording overgaan, dan zullen wij juist in het
eenvoudige begin ons aan een paar regels moeten houden.
De eerste is natuurlijk een zekere zelfkennis. Nu is zelf kennis een heel moeilijk punt. Toch
hebben wij hulpmiddelen. Wanneer wij een behoorlijke astrologische analyse hebben, dan
zullen wij hieruit niet precies kunnen aflezen wat wij zijn (er zijn nog wel verschillen aan te
wijzen), maar wij krijgen wel een idee van grond waarden in ons gedrag en in ons karakter,

INLEIDING 5
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

die we aan de hand van het neergeschrevene kunnen toetsen. We krijgen op deze manier dus
enig inzicht in de manier, waarop wij tegenover de wereld staan.
In de tweede plaats moeten wij gebruikmaken van de wereld buiten ons. Alles wat wij zijn
voor de wereld wordt door die wereld naar ons weerkaatst. Hetgeen wij onbewust uitstralen
zal daarbij evenzeer tellen als hetgeen bewust door gedachten of door handeling de wereld
wordt ingezonden. Wanneer u dus onbewust misdadige neigingen hebt, dan zult u al beseft u
dat niet hierdoor de misdadigheid van anderen tot u trekken. Wanneer u al bent u nog zo
zedig of zo netjes onbewust een sterke drang hebt tot laten we zeggen bandeloosheid, dan zult
u bandeloosheid in uw omgeving zien ontstaan en deze zal haar invloed op u uitoefenen. Dit
beseffen betekent je bewust worden van al hetgeen zich in en rond je afspeelt.
Nu kunnen wij heel verstandig gaan praten over de waan. We kunnen gaan vertellen dat alles
wat u rond u ziet, waan is d.w.z. een interpretatie van werkelijke verschijnselen, die u niet
kent. Dat is zeker zo, maar daar hebt u heel weinig aan. Waan is meer een abstracte these,
waaruit wij op de duur allerhande gegevens kunnen putten, maar waar je als mens voorlopig
weinig mee te maken hebt. Met mijn excuses aan degenen die zolang hebben meegelopen, ik
geloof dat we bij het begin van deze bijeenkomsten verstandig doen om bij het begin te
beginnen. Wij stellen dat al datgene wat wij ons voorstellen omtrent niet door ons
geconstateerde omstandigheden (dus aan de hand van vermoedens), tot de waan behoort.
Wij zullen trachten zoveel mogelijk het nadenken over toekomstige ontwikkelingen of pogingen
tot reconstructie van ontwikkelingen in het verleden te voorkomen, tenzij dit voor ons de enige
weg is om binnen het normaal stoffelijk menselijk leven verder te gaan. Bij het leven in het
heden zullen wij verder voortdurend trachten ons geestelijk beginsel zo sterk mogelijk tot
uitdrukking te brengen. Dit beginsel verkrijgen we door ons eigen karakter en ons eigen geloof
samen te voegen. Wij erkennen bovendien in de verschillende leringen die op de wereld
bestaan ongetwijfeld punten, die voor ons speciaal van belang zijn,
Het is moeilijk om afstand te doen van de zorg voor morgen. En toch zijn er heel veel
voorbeelden van te geven die duidelijk maken, hoe dwaas die zorg is. U moet b.v. een
rekening betalen over 30 dagen en u hebt op dit ogenblik het geld niet. I.p.v. op het ogenblik
rustig na te gaan hoe u vandaag iets kunt verdienen gaat u erover nadenken hoe het zal zijn,
wanneer u het niet zult kunnen betalen. U gaat dus krampachtig werken. In die
krampachtigheid van uw streven om geld te verkrijgen echter gaat u fouten maken. U bent
niet in staat om wel overlegd en redelijk te handelen. Het gevolg is een zeer sterk toenemende
spanning in het ik, die ook wanneer het begeerde doel nog bereikt wordt toch een
voortdurende verslapping van vermogen betekent. Het is een overspanning, die uw
reactiesnelheid vermindert, die uw helderheid van denken beïnvloedt, die uw vermogen tot het
absorberen van waarden buiten in de wereld aanmerkelijk verkleint. U zult begrijpen hoe dit
dus uit den boze is. Dat wil ook zeggen dat we ons niet meer moeten bezighouden met hoe we
10 jaar geleden waren of hoe we morgen zullen zijn. Elke gedragsnorm moet zoveel mogelijk
aan de hand van de waarden van het heden en het bewustzijn van heden worden vastgesteld.
Alles wat in ons leeft werkt als een monitor, die wij niet kennen. Er is een besturende functie
die bestaat uit het totaal van onze ervaringen. Deze ervaringen houden vele dingen in, die
haast onbewust remmen. Als u een kachel ziet branden zult u er waarschijnlijk niet naar
grijpen, want u hebt vroeger geleerd, dat u dan uw vingers brandt. Is het nu nodig u zorgen te
maken dat u zich aan die kachel branden zult, wanneer u ziet dat ze brandt? Neen. Want juist
dan zult u onzeker worden. Neem genoegen met deze haast instinctieve handeling, die door de
ervaring wordt verkregen, de handeling die u beveiligt tegen het verbranden, maar ook tegen
vele andere zorgen. Wees ervan overtuigd dat alles wat u vandaag leert, werkelijk leert (dus
niet alleen boekengeleerdheid), morgen reeds zijn invloed doet gelden in al uw beslissingen en
besluiten, in al uw handelingen. Ga steeds waar het maar mogelijk is van het heden uit.
Onthoud verder dit U kunt soms heel ver in het wezen van anderen doordringen (dat geef ik
toe), maar alleen wanneer er voldoende parallelled met uw eigen wezen zijn. Het begrip voor
anderen impliceert een herkennen van het ik. Het resultaat is dat het trachten anderen te
begrijpen betekent een verhelderen van het standpunt van het eigen ik, een vergroten van de
ervaring, die juist voor dit ik noodzakelijk is.
6 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

Het zoeken naar de innerlijke wereld, afgescheiden van het stoffelijk leven, komt bij de mens
veel voor. Als wij alleen reeds zien naar het aantal vragen, dat ons werd gesteld over
uittreding en de mogelijkheid daartoe, vragen over dromen, vragen over ontmoetingen in de
geest, dan zoudt u beseffen hoe sterk dit een groot gedeelte van de mensheid in beslag
neemt. Men zegt tot zichzelf ik wil dat forceren. Dat is zeer gevaarlijk. Want wanneer u niet
klaar bent om invloeden van een andere sfeer te ondergaan in uw bewustzijn, dan zult u ook
geen correctie kunnen aan brengen voor de verschillen, die tussen die sferen en uw stoffelijke
wereld bestaan. Uw herinnering zal ofwel geheel misvormd zijn of langzaam maar zeker eerder
een contact met negatieve sferen betekenen en daardoor een zenuwuitputting met alle
gevolgen van dien. Wij leren echter wanneer wij stoffelijk verder streven naar de juiste
beheersing, stoffelijk streven naar het juiste weten, op de duur vanzelf het activeren van
geestelijke voertuigen. En wel in dit geval alleen van die voertuigen, die een versterking
betekenen van de tendens die wij persoonlijk begonnen zijn in onze eigen wereld.
Om uit te gaan in een andere sfeer moet je niet alleen maar je bewust zijn van die andere
sfeer, maar je moet haar ook kunnen interpreteren. Die interpretatiemogelijkheid is gezien de
cyclus waarin de wereld zich op het ogenblik bevindt, de terugkeer naar het midden voor allen
praktisch aanwezig. U hebt door uw ontwikkeling tot op heden grondervaringen opgedaan, die
het u mogelijk maken in elke sfeer, die u beroert en die boven u ligt, u aan te passen. Sferen
die liggen beneden het thans bereikte standpunt zijn door aanpassing niet te bereiken. Werken
in lagere sferen, zoals men dat vaak noemt, is dan ook alleen mogelijk door tijdelijk die sferen
aan te passen aan het eigen standpunt. Men brengt dan een verandering teweeg in die sfeer
en degenen die daarvoor gevoelig zijn kan men bereiken, anderen niet.
Wij hebben er als mens geen behoefte aan om speciaal in die andere wereld te dolen en te
dwalen. De sentimentaliteit van de mens brengt hem er toe om o.m. het contact met dierbare
overgeganen te zoeken. Men begrijpt over het algemeen niet dat het voor de overgeganen
gemakkelijker is contact op te nemen met u dan omgekeerd. En zelfs wanneer men dit beseft
zoekt men voor zichzelf de bezitsverzekerdheid van een persoon, die in de stoffelijke omgeving
althans niet meer reëel bestaat. Wij kunnen daarmee niets bereiken. Wat wij wel echter
kunnen bereiken is dit In ons eigen wezen heeft een geliefde persoon een invloed uitgeoefend.
Deze invloed heeft een beeld daarvan in onszelf geschapen. Dit beeld zal altijd tenzij door
fantasie al te grote afwijkingen ontstaan, wat zelden gebeurt een contact kunnen betekenen
met de werkelijke persoonlijkheid, die buiten ons bestaat. Dan hebben wij op het ogenblik dus
even duidelijk gemaakt, dat het verstandig is om met geestelijke experimenten niet te gaan
buiten datgene, wat je op het ogenblik nog denkt te kunnen beheersen.
Dat het aanpassen van de stof aan bepaalde geestelijke eisen goed is, weet u. Voorbeeld
meditatie. Meditatie kan soms worden gebruikt om daardoor een helderder besef te krijgen,
niet alleen omtrent het onderwerp waarop men mediteert, maar door de zo ontstane
ontspanning ook over vele andere onderwerpen. In feite is meditatie een
ontspanningstechniek, die onder omstandigheden aan hypnose gelijk kan komen. Ik denk
hierbij aan het mediteren b.v. op een kaarsvlam. Vermoeidheid van de optische zenuw, die
hier optreedt, brengt een zodanige versuffing, dat bij het verdergaan van de gedachten in een
richting toch een voortdurende bevrijding van spanning in het grootste gedeelte van ons
denken en ook in het grootste gedeelte van onze geest plaats vindt. Deze ontspanning
betekent het wegvloeien van storingen, het opheffen van vele remmingen en daardoor het
harmonischer samenwerken van ons hele wezen. Als wij de weg willen opgaan van de esoterie
of van de magie misschien, dan zullen wij dus wel degelijk de meditatietechniek ons eigen
moeten maken. Wij kunnen die meditatie eenvoudig beginnen door een bepaald onderwerp
zoveel mogelijk te beschouwen. U neemt daarvoor dingen, die u interesseren of boeien. Tracht
een beeld van al deze dingen en hun betekenis in de wereld daaruit te ontwikkelen. Probeer
steeds zozeer het onderwerp met alle associaties te verbinden, dat het op de duur centraal
wordt. Ondersteun dit met het staren op het onderwerp van de meditatie voor zover dat
mogelijk is. Mediteer pas over abstracties, wanneer u de meditatietechniek voldoende hebt
geleerd. Onthoud verder dat meditatie niet alleen een ontspanning is maar vooral om tot het
punt van ontspanning te komen hard werken. Het kan heel goed voorkomen dat wanneer u
een uur ernstig gemediteerd hebt, u de parelen van zweet van het voorhoofd mort wissen,

INLEIDING 7
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

omdat u zich sterk hebt ingespannen. En dat betekent, dat we wanneer wij die
meditatietechniek gebruiken om verder te komen over het algemeen er goed aan doen daarna
een korte tijd te rusten. We kunnen zeggen voor elke 10 minuten van ernstige
geconcentreerde meditatie 2 minuten rust, 1/5 dus.
Wanneer wij met de meditatie ver genoeg zijn gevorderd en dus hebben geleerd ons steeds,
sterker bij één onderwerp te bepalen, zullen wij overgaan tot de contemplatietechniek. Hierbij
zullen wij trachten een onderwerp alleen te beschouwen en in ons door te laten dringen tot wij
daarmee zoveel mogelijk een zijn. Deze techniek is niet zo vermoeiend als de
meditatietechniek maar vraagt een veel groter bekwaamheid. De toestanden van verrukking of
al thans van wereldvreemdheid, die ontstaan, gaan gepaard met een sterke verhoging van
bewustzijnsdrempel en daardoor verminderde vatbaarheid voor de wereld. Het is dus
verstandig wanneer men dit probeert, te voorkomen dat er storingen van buiten af kunnen
optreden. Kies daarom zoveel mogelijk vaste uren, vaste plaatsen, beveilig u tegen te grote
storing. Wanneer u eenmaal goed in contemplatie of meditatie bent, mogen b.v. geluiden van
buiten af ja, zelfs bewegingen in uw omgeving u niet meer storen. Wanneer u dit gebruikt, zal
door de ontstane spanning en het juistere samenwerken van het totaal van de bestanddelen
van de mens het mogelijk worden om nieuwe ideeën te ontwikkelen.
Het is dus zo, dat de meditatie nieuwe denkbeelden naar voren brengt. Probeer vooral in het
begin deze denkbeelden aan de praktijk te toetsen. Laat het niet bij theorieën blijven, laat het
niet blijven bij dromen, maar breng zoveel mogelijk datgene, wat u als juist heeft beseft, in de
praktijk. Door deze wijze van denken en werken brengt u voor uzelf een steeds intenser
vastlegging van het bereikte in uw hele wezen tot stand. Gelijktijdig blijken deze ervaringen
over het algemeen in elk voertuig gelijk sterk te worden uitgedrukt. Dit betekent dat het voor
u mogelijk wordt die voertuigen, die normaal niet tot het bewustzijn behoren, steeds meer in
te schakelen, ook bij het stoffelijk bewustzijn. Dit bevordert niet alleen de zelfkennis, maar
bevordert ook daarnaast het vermogen om buiten het “ik” waar te nemen en de z.g.
paranormale gebieden te betreden. Onthoud verder dit Occultisme op zichzelf heeft zeer
nuttige kwaliteiten en eigenschappen. Het kan de mens helpen zeer veel en zeer snel te
bereiken. Maar daar staat weer tegenover dat het onbevoegd spelen met het occulte
levensgevaarlijk is. Want de mens ziet in het occulte niet de normale uitbreiding van zijn eigen
bestaan, maar de tegenstelling die bereikt moet worden. Dat betekent dat hij zich meestal bij
een zonder goede leiding zoeken naar occulte vermogens eerder wendt tot negatieve dan tot
positieve factoren. Het gevolg zal u uit al het voorgaande wel duidelijk zijn.
Dan gaan we nu zo langzamerhand sluiten met dit betoog. Ik vind dat u reeds voldoende ter
overweging hebt gekregen. Maar dit zou ik toch nog wel willen zeggen: Een esoterische
ontwikkeling bestaat niet alleen in het verwerven van wetenschap, maar ook van
bekwaamheid. Om met enige vrucht in de esoterie verder te kunnen gaan is het b.v. zeer
goed, dat men in staat is althans de eenvoudige algebraïsche vergelijkingen te hanteren. Het
maakt het ons n.l. vaak eenvoudiger en gemakkelijker mogelijk een onbekend iets voor onszelf
te definiëren. Wanneer wij staan voor twee verschijnselen, die wij kennen plus een onbekende
kracht x, die daarvoor verantwoordelijk is, dan zullen wij door het vergelijken van de
verschillen van deze verschijnselen en het vergelijken van het geheel van een buiten deze
kracht tot stand komend verschijnsel van gelijke geaardheid, heel vaak kunnen bepalen hoe
die kracht is, wat haar energie is en uit de symbolen dus a.h.w. kunnen aflezen, waarmee wij
te maken hebben. Verder maakt het ons eenvoudiger mogelijk werkingen in onszelf na te
gaan, waar we door een vergelijking te gebruiken ook de in ons onbekende factoren kunnen
benoemen en zelfs wanneer ze niet onmiddellijk realiseerbaar zijn hen toch reeds kunnen
bestemmen qua plaats en betekenis in het geheel van ons leven.
Belangrijk is verder enige kennis van muziek. We willen hele maal niet zeggen dat u plotseling
allemaal piano, viool, gitaar of slagwerk moet gaan spelen en ik zou u zelfs met het oog op uw
buren o.m. willen afraden o.m saxofoon te gaan studeren of trompet, maar u moet toch enig
gevoel hebben voor ritme, voor melodie. Het begrip voor muziek vereenvoudigt n.l. zeer het
gebruik van juiste trillingen, van juiste intonaties. Ook behoort een zekere kennis van
redekunst, het redenaar zijn hierbij. Het is noodzakelijk dat u leert op eenvoudige wijze zo snel
en concreet mogelijk uw gedachten vorm te geven. Wanneer u al deze dingen hebt geleerd en
8 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

u bent daarnaast in staat om goed te luisteren, dan hebt u de beschikking over een
instrumentarium, dat u in staat zal stellen niet alleen door te dringen tot zeer dicht bij de kern
van uw eigen wezen, maar daarnaast ook alle factoren van dit wezen en hun we zelden
afzonderlijk a.h.w. op te roepen en te gebruiken in uw bewust streven. Denkt u niet dat een
cursus esoterie afgelopen is wanneer we allemaal zoet geluisterd hebben vanavond en
desnoods de zaak nog eens een keer hebben nagelezen. U moet zelf bepalen hoe u verder wilt
gaan en of u verder wilt gaan. En als u hier alleen wilt komen luisteren, u bent welkom, u zult
er nooit slechter van worden. Maar als u werkelijk verder wilt gaan, dan zult u gebruik moet en
maken van de aanwijzingen, die wij u in de komende tijd zullen geven.
En daarmee heb ik dan mijn eerste lezing, mijn eerste les besloten. Ik zal natuurlijk niet weg
gaan zonder u eerst nog de gelegenheid te geven belangrijke vragen omtrent het gesprokene
te stellen. En we zullen in tegenstelling met wat tot nu toe gebruikelijk was de mogelijkheid
openstellen zij het beperkt verduidelijking van bepaalde frasen, bepaalde zinsneden te vragen
uit voorgaande lessen en dat natuurlijk pas ingaande vanaf de volgende les.
Is er iemand die op het ogenblik al iets te vragen heeft?
U hebt het gehad over tegenstellingen van waaruit de mens leeft. U hebt ook gezegd dat
die tegenstellingen niet op te heffen zijn. Zij zijn ook niet tot synthese te brengen. Het blijft
een tegenstelling en toch ook weer niet. Kunt u daar verder op ingaan?
Ik kan er wel iets over zeggen. Zoals ik zo-even al tegen onze vriend hier zei wij kunnen hier
nog niet te ver op doorgaan.. Maar u moet het goed begrijpen de bestaansvorm en de
ervaring, die in die bestaansvorm het leven betekent, zijn nu eenmaal afhankelijk van
tegenstellingen. Eerst wanneer er twee aan elkaar tegengestelde waarden zijn, kan het
verschijnsel daaruit te voorschijn komen en dus het kennen en het weten. Is die tegenstelling
opgeheven of tot een synthese gebracht, dan houdt het verschijnsel op. Anders gezegd
wanneer de mens het punt bereikt, waarin hem een synthese mogelijk wordt tussen de
tegenstellingen waartussen zijn weg ligt, houdt hij op mens te zijn en in het menselijk pad zich
te bewegen. Dan kan hij dus niet meer behoren tot deze ontwikkelingsgang en zal hij
misschien wel weer in een andere reeks van tegenstellingen nog verder best aan, maar voor
de mensheid is hij uitgeblust. De mensheid houdt hier dus in alle geestelijke sferen, die met
het menszijn in verband staan. Het is duidelijk op het ogenblik dat de tegenstelling ophoudt te
bestaan, is de openbaring van een deel van de goddelijke schepping afgelopen,
U hebt ook iets gezegd over het oneven aantal sferen. De oude tempels, die vroeger
gebouwd werden, hadden altijd een oneven aantal treden. Zijn de even treden de
harmonisering van het voorgaande?
Neen. Het oneven aantal treden is nodig omdat de eerste en de laatste stap gelijk zijn (in
ontwikkeling dus), ofwel begin en eindpunt gelijk zijn. We beseffen maar al te goed, dat die in
waarde gelijk zijn en dat alleen onze eigen inhoud is veranderd. In de oudheid heeft men dit
ook beseft en heeft dit tot deel gemaakt van de inwijdingsmysteriën. De daartussen liggende
even treden zijn over het algemeen de z.g. negatieve fasen. U kunt het zich misschien
gemakkelijk voorstellen met een op zichzelf niet juist voorbeeld. Neem nu eens reïncarnatie,
dan is het leven, dood. Dood is een consolidatie van leven maar tevens een scheppen van het
nieuwe leven. Het is echter t.o.v. dit leven negatief, een uitblussing en t.o.v. dat leven ook
negatief, want het is nog niet een begin. Dat is dus een even tree. Dan volgt er weer leven op.
Maar wanneer we het nu over die oude tempels hebben, dan mag ik misschien nog iets
opmerken Inderdaad gebruikte men bij de oude tempels altijd oneven aantallen treden. Maar
het aardige is dat bij belangrijke tempels, waar inwijdingsmysteriën gevierd, men heel vaak de
treden hoger maakte dan voor een mens (z.g. godentreden) en dan daarnaast trappen
aanbracht waar t.o, v. elke godentree (of grote trede van de trap) drie voor de mens
bestemde treden waren aangebracht, aangevende dat in elke fase van bewustwording (elke
sfeer) drie fasen worden doorlopen door het wezen, dat bewustzijn verwerft.
Over meditatie. Stel dat je een onderwerp hebt, dat je wilt behandelen. Dan behoef je toch
niet te verzinken. Dat kun je toch denkende doen.
Wanneer je een onderwerp hebt, dat je wilt behandelen wel. Maar behandelen en mediteren
zijn twee verschillende dingen. Meditatie is niet alleen doordenken, maar vooral doorvoelen.

INLEIDING 9
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

D.w.z. dat zowel de meditatie als de contemplatie een grotendeels emotionele inhoud hebben
en daardoor verder reiken dan het normaal redelijke. Er is een heel groot verschil tussen het
doordenken en het doorleven in meditatie of contemplatie. Wanneer u een toespraak wilt,
houden, zult u het onderwerp moeten overdenken m.a.w. er is een groot verschil tussen het
voorbereiden van een rede en het mediteren. Mediteren is een poging om gebonden te zijn
met de dingen. Wanneer ik kijk naar een boom, dan moet ik niet alleen proberen te denken
over de boom, maar ik moet proberen te voelen als die boon of te leven als die boom, in de
natuur te staan als die boom. Dan pas mediteer ik goed. Maar dat is weer niet redelijk.
Wij besluiten hiermede deze lezing. U kunt onder elkaar misschien in de pauze aan bepaalde
gedachten en gevoelens lucht geven. Na de pauze zullen wij proberen over te gaan tot het
tweede facet van onze cursus en trachten iets van stemming en sfeer op te bouwen. Ik hoop
dat dit ons al deze eerste keer direct zal gelukken. Ik voor mij heb erg prettig met u gepraat,
ik heb een vaak verrassend grote mate van begrip gevonden voor hetgeen ik naar voren
bracht en ik heb dus mijnerzijds de beste verwachtingen van een verdere samenwerking. Ik
hoop dat dit ook bij u het geval is. Goedenavond.
o-o-o-o-o
Goedenavond, vrienden.
De kwestie van

SFEER SCHEPPEN

vrienden, is een betrekkelijk moeilijke. Het is gemakkelijk wanneer je een omgeving hebt
waarin een zekere sfeer hangt, die je alleen maar behoeft te versterken. Wanneer je een sfeer
moet opbouwen is daar nogal eens wat mee te doen en vandaar dus u excuseert mij als dat
misschien een klein beetje onheus lijkt mijn commentaar op de geluiden die u gaat maken
wanneer wij eenmaal aan de gang zijn.
Wanneer wij met de esoterie bezig zijn rijzen er duizend en één vragen, duizend en een
problemen, waarvoor wij een oplossing zou den willen zoeken. Maar de moeilijkheid is altijd
weer wij stuiten op een onzichtbare grens. Er zijn steeds weer die momenten, waarop je het
gevoel hebt nu nog een pas en ik wedt, ik heb t te pakken! En dan gaat het je weer voorbij.
Het is altijd naast je, het is altijd rond je en toch kun je het niet pakken. Het is zoals een
dichter (ik meen dat het Tennyson was) zei: Met mij is mijn gedachte als een schaduw mij
steeds ontvlied3nd steeds bij mij. Maar wanneer ik tracht haar te beroeren, beroer ik haar
niet. En zo gaat het met ons wanneer wij willen uitgrijpen boven deze sfeer van stoffelijkheid
voor u en voor ons van eigen wereld. Wij staan voor de grote moeilijkheid om verder te grijpen
dan we kunnen. En de grens die er ligt komt voor een groot gedeelte voort uit onze behoefte
de dingen feitelijk te beroeren. Wij kunnen een ontvlieden a.h.w. van de werkelijkheid veel
gemakkelijker bereiken, wanneer wij eenvoudig een spel van beelden gaan spelen, wanneer
wij gaan spreken b.v. over de wijdgedragen bomenkathedralen van een Zomerland,
waarachter de blauwe bergen oprijzen en in de kleine tempels het onderricht wordt gegeven.
Wij kunnen het gemakkelijk ontwijken wanneer wij spreken over de lieve herinneringen en de
witte gestalten die over de weide tot ons komen en spreken en ziet herschapen het oude zijn.
Maar daaraan hebben wij zo weinig. Wij kunnen die sfeer allemaal voor onszelf wel opbouwen,
we kunnen wel eens even breken buiten dat raadsels wat ben ik nu eigenlijk? Maar wij gaan er
omheen, we beroeren het eigenlijk niet.
Soms gaan we over tot een innig zelfonderzoek en dan gaan we zeggen Ja, we weten dat. er
een God leeft en die God moet in mij leven. In mij ergens is het goddelijk licht. Wat rond mij is
is een wereld van sfeer, die ik niet beroeren kan. Ik kan mij niet begrijpen hoe het komt, maar
alles spiegelt zich voor mij. Het is of ik in duizenden reflex4n van ongetelde lachspiegels
verwrongen de waarheid zie en toch nog niet begrijpen kan hoe ze is, al voel ik aan dat ze er

10 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

is. Al zou ik sommige delen ervan mij kunnen voor stellen. God is er wel, maar wat moet ik
ermee beginnen? God leeft in mij, akkoord. Maar waar ben ik aan toe? Wat moet ik gaan
doen? Kijk, dat is nu eigenlijk die grens. Wat moet ik er mee doen?
Alles wat je nu bereikt op geestelijk terrein is allemaal zo mooi. en het klinkt zo heerlijk in
allerhande termen. Wij kunnen er gedichten over maken. Soms zeer sinistere en zeer lange,
rammelende misschien en korte, die vol van een verfijnde schoonheid zijn. Wij kunnen het in
muziek uitdrukken. We kunnen het beeldhouwen, we kunnen het schilderen, abstract en
realistisch. Maar wat we niet kunnen is het voor onszelf werkelijk maken. Dat is het meest
typische van de esoterie. De grens die ons gesteld is, is de grens van werkelijkheid. Er komt
een ogenblik dat we niet meer weten, waar wij nu eigenlijk aan toe zijn. Fantaseren we nu,
bouwen we ons allerhande waandenkbeelden op, of is er nog iets werkelijk?
Er moet een werkelijkheid zijn, die verder gaat dan alle rede en er moet een kennen zijn, dat
verder gaat dan alle emotie. Er moet een ogenblik komen dat wij voor onszelf in staat zijn om
a.h.w. die goddelijke kracht zo reëel te voelen, zo reëel voor onszelf te openbaren, dat er geen
aarzeling meer is, dat er alleen maar een verzadiging, een vervulling is. Maar kunnen we dat
nu werkelijk beheersen? Kunnen we daar meester over zijn? Neen. Het is dat, waarin we
steeds weer tekortschieten. Wanneer we met de meeste moeite uiteindelijk de wildernis van
stoffelijke gevoelens als mens doorkruist hebben, wanneer wij eindelijk zijn gekomen aan het
moment dat we zeggen hier kan de wereld tenminste ophouden, dan staan we tegenover een
wereld, waarin we geen weg weten. Zelfs zij die uittreden, zij die bekend zijn in die andere
sfeer en in die andere werelden, ook zij kunnen dat niet redelijk kenbaar maken.
Esoterie is niet alleen een groei naar binnen toe, die redelijk verklaard wordt. Esoterie is een
verliezen van vele dingen. Soms als je dan jezelf bekijkt, voel je je als Hamlet na de scene met
de grafdelvers. Dan zou je a.h.w. je eigen wezen aan de hand willen nemen en beschouwen en
zeggen: Poor Yorick.
Dan zou je willen zeggen: Gisteren nog vol lach en vandaag vergeten. Te zijn of niet te zijn,
dat is een vraag, die mij kwelt. Ben ik? Ben ik eeuwig? Of ben ik een droombeeld, vervliegend
in de waan van een ogenblik? Zijn mijn gedachten en mijn weten iets van een werkelijkheid of
word ik gedroomd door een slaper, die ergens rusteloos wentelt omdat de dromen hem
kwellen?
Zo gaat het je dan. Want de wereld van de werkelijkheid lijkt de mens een wereld van dromen.
De wereld van de realiteit, de werkelijkheid, sterft onder de aanraking van onze stoffelijke rede
en van onze geestelijke beredeneringen. De werkelijkheid is niet te vangen. Zij is en wij weten
dat zij bestaat en zij moet in ons bestaan zoals in ieder ander en in elk ander wezen. En elke
keer moeten wij zeggen Neen, ik kan het toch niet vinden.
Ach, u weet het waarschijnlijk zelf wel. U luistert naar een betoog van een onzer sprekers en
zegt Neen, ik vind er eigenlijk niets aan. Ja, het zal wel geestelijke waarheid zijn, maar het
zegt mij niets. Hij zegt dat nu, wel, maar ik kan het er niet mee eens zijn. En waarom zou dat
nu de waarheid zijn en dat wat ik denk niet? Zo gaat het toch. En morgen sta je tegenover
jezelf en dan zeg je tegen jezelf God leeft in mij, ik heb de kracht, ik kan een wonder doen. En
dan zeg je Ja, maar zou dat wel waar zijn? En dan is het wonder alweer weg en is de
mogelijkheid teloor ge gaan. Je zegt tegen jezelf Ik ben een eeuwig wezen. Dan komt de dood
en je bent o zo bang, dat de zaak wordt uitgeblust. Want je kent geen andere wereld dan je
eigen wereld, je kent geen andere begrippen dan die van je eigen wereld, je eigen bestaan. En
uit je gedachten groeit dan op de duur natuurlijk wel iets, wat dichter bij de werkelijkheid
komt. Maar de rede schiet tekort en het menselijk begrip en waarnemingsvermogen staan stil.
En toch zijn er soms van die moment en dat je iets van de droom vangen kunt. Kuijamar een
Japans dichter, heeft eens geprobeerd het weer te geven. Die schreef een klein gedichtje
onder aan een kakemono. Dat luidde alleen zo Ik droomde in eeuwigheid en was als het blad
van een kersenbloesem, gedragen op het spiegelend vlak van het water. Helemaal geen
gedicht misschien in de westerse zin van het woord, maar wat een uitdrukking! Ik was als een
kersenblad, licht, onmerkbaar, geen indruk makend, gedragen door het water. Zo gaat het
met ons ook. Misschien heeft die eeuwigheid een te grote oppervlaktespanning om de

INLEIDING 11
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

gelijkenissen door te zetten. Misschien is er ergens iets wat te sterk is voor ons, zolang we
spreken van ik zolang we spreken van mijn leven, ik ben eeuwig. Een druppel water valt in het
water, gaat er in op en wie zal diezelfde druppel terugvinden? Ze is opgenomen in het geheel
en in haar duizenden delen ertussen verdeeld, bestaand daarin maar ermee vermengd op
onverbrekelijke wijze. Maar wij maken in onze denkbeelden voor onszelf een afzonderlijk
beeld, een affiche, een afbeelding van wat wij denken te zijn. En het is dat, wat het ons
onmogelijk maakt om de eeuwigheid te beseffen. We drijven op de eeuwigheid, we worden
erdoor gesteund en gedragen en toch zijn we er geen deel van, we horen er niet bij.
Kijk, dat is nu bij alle begin van esoterisch denken en zoeken natuurlijk het hoofdpunt.
Waarom, zo zegt de mens steeds weer, voor mij niet en voor hem wel? Ja, waarom denkt die
nu dat hij helderziende is en waarom zie ik, die het zo verlang, nooit iets? Waarom treedt een
ander uit en wandelt in de tuinen der eeuwigheid en kan mijn ziel met krampachtig pogen niet
voor een ogenblik aan mijn lichaam ontsnappen? Zo denk je dan toch, nietwaar? Maar je
vergeet één ding. Esoterie is voor een gedeelte jezelf verliezen. Het is a.h.w. het prijsgeven
van veel wat je aan jezelf hebt toegekend aan eigenschappen, aan waarden. Het is het haast
willoos ondergaan voor een kort ogenblik om dan in de moederschoot van eeuwigheid
geborgen kracht op te doen en terug te treden in je eigen bestaan, maar steeds intenser
doordringend in de geborgenheid van het eeuwig bestaan. Dat is voor ons het raadsel, het
probleem, dat is de werking waarmee wij te maken hebben.
Nu zijn er in de oude tijd veel verschillende soorten van inwijdingsscholen geweest, lang
voordat de aarde bestond zelfs al. Voordat de aarde bestond waren er ook al ingewijden en
dezen zijn voor de huidige aarde vaak weer leiders en helpers geworden. En al die
inwijdingsscholen hadden een ding gemeen het ogenblik van beproeving en het ogenblik van
laten we het woord maar gebruiken onthechting. Telkenmale wanneer je gaat kijken naar zo n
inwijdingsplechtigheid valt je op men sterft. Symbolisch misschien maar toch sterft men. En
wanneer het de scholen zijn die een hoogste inwijding vergen, dan is het een droom, die haast
dodelijk kan, zijn. Je strijdt met de elementen. Men weet hoe dat soms in Egypte ging en ook
bij de Grieken. Wanneer men daar na de eerste inwijdingen verder wilde gaan, werd men in
een hypnotische trance gebracht en dan kwamen suggesties. Dat je onder een berg bedolven
bent en dat je je een weg moet graven er doorheen zonder instrument en zonder middelen.
Achter je valt de gang in, vóór je een onbekende dichtheid van bergmassief, waar je
noodzakelijk doorheen moet gaan, wil je verder komen. Er zijn er die het opgeven en die dan
de verstikkingsdood der fantasie lijden en ook werkelijk lichamelijk ondergaan. Maar als ze
eenmaal verstand hebben gewonnen, dan zeggen ze Voor mij is de berg niet. En zij, die die
wijsheid kennen, gaan door de aarde heen want ze zijn er een mee. Er is niets wat hen
tegenhoudt, niets wat hen schrik aanjaagt. Maar dat moet men leren.
En dan komen de wateren, de wilde bruisende stromen, waar je doorheen moet, geladen met
onbekend gevaar. De zee, die je moet oversteken. En wanneer je weet één te zijn met het
water, ja, dan drijf je er overheen als een lichte wolk, dan spoel je mee met de golven en je
bent aan je doel voor je het weet. Maar zolang je vasthoudt aan het begrip ik is er de
verterende angst en dan kun je er aan sterven.
Dan is er de beproeving van het vuur. Dan moet je gaan langs paden, die je steeds hoger en
hoger een berg op schijnen te drijven. En dan sta je ineens voor een kuil vol vuur, een
vulkaankrater. En je zult door het vuur heen moeten gaan.
Bij veel van die mysteries vinden we verder de beproeving van de slang. De mens is bang voor
de slang, want zij is vreemd aan zijn wezen. Giftig en sterk is ze daar. Maar de mens moet
gaan door een vallei gevuld met addergebroed, dat hem dreigt en toch voor hem wijkt. Tot hij
de koningsslang ontmoet. De koningsslang die in de symbolische verhalen veel lijkt op de
uraeus die de farao’s eens gedragen hebben als teken van hun waardigheid en afstamming.
Met deze moet men worstelen. En eerst als de gevleugelde slang overwonnen is, kan men
verdergaan en begint de duizelende vlucht in de oneindigheid van luchten, waaruit het
bewustzijn van alleen zijn in de ruimte wordt geboren. Wie het alleen zijn in de ruimte kan
begrijpen, kan weerstaan, wie de eenzaamheid overwint, die is ingewijd.

12 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

In die beproevingen ligt veel voor ons nuttige lering. Laten we allereerst eens even nemen ons
eigen wezen. Bent u niet bang? Kent u geen angst? Zijn er niet van die momenten dat het lijkt
alsof het duister steeds dichter wordt, tot het als taaie stroop rond u heen ligt, geladen met de
meest verschrikkelijke monsters? Kent u niet de angst, dat alles wat u hebt, al uw bezit op een
gegeven ogenblik weggevallen is? Kent u niet de angst van alleen en arm zijn? Kent u
misschien de angst voor de dood? De angst voor demonen en duivelen? De angst voor verlies?
De angst misschien dat je voor je vrienden bespottelijk zult zijn? Droom je er soms niet van
als een nachtmerrie dat je plotseling de achting van iedereen verliest door een dwaasheid?
Angst, mijne vrienden, is een deel van de grens die ligt tussen ons en de eeuwigheid. Angst is
die demonische kracht, die je vasthoudt, als je verder wilt gaan. Want we kunnen niet alleen
geen afstand doen van ons ik maar vooral niet van al datgene, wat we ermee verweven heb-
ben. Voor hen in de geest zijn het de lieve dromen misschien, op aarde is het de idee van je
redelijkheid, van je rechten, van je weten. Dat houdt je geketend, dat houdt je geboeid. Het is
de angst, de angst te verliezen wat je meent te bezitten en wat in werkelijkheid voorbij is met
een zucht van de tijd.
En dan is er het begeren. Begeren is ook een fatale kwestie. Want stel je voor dat je in die
inwijdingsdroom, in dat hypnotisch beeld je opgedrongen door de inwijder, uit de berg komt en
in de vrije lucht staat en zegt ik ga niet verder. Achter je de hoge bergen, vóór je de
onoverkomelijke zee, een korte tijd van waanzin en dood, teloor. Dan zeg je Ik heb dit nu
eindelijk overwonnen, nu wil ik dit behouden, dit Is kostbaar. En zo gaat het de mens. Met veel
moeite heb je wat geleerd, je weet wat, je hebt gestudeerd, je hebt gezocht, je hebt je
filosofieën. En nu komt op een gegeven ogenblik de vraag Ja, moet ik nu verdergaan? Maar
dan moet ik alles wat ik bezit prijsgeven, mijn wijsheid. mijn geleerdheid, mijn aanzien. Ik
moet prijsgeven wat ik beteken, mijn mogelijkheid om iets te verwerven zelfs. Ik moet dus zijn
als een bedelaar, mijzelf overlatend aan de wateren der eeuwigheid. Ik moet mij dus zonder
iets te bezitten in de vloed van tijd storten en maar afwachten waar ik terecht kom. Dat kan ik
toch niet! En dan is er weer de grens.
Wij drijven op de wateren der oneindigheid, de ervaringen worden ons gegeven, wij zien de
spiegelbeelden van de werkelijkheid misschien rond ons. We drijven voort gedreven door de
wind, zonder te weten waarom of waarheen. Dan zeggen we: We willen doordringen in die
eeuwigheid en dat water. Maar wij kunnen niet, omdat ons wezen weigert de verschillen
tussen eeuwigheid en ik op te heffen. Omdat we weigeren eeuwig te zijn. Dat is het grote
probleem van een ieder die begint met de esoterie. Alle wetenschap die u bezit en alle
wetenschap die wij u kunnen geven tezamen is onbelangrijk wanneer u grijpt naar het weten
óm het weten. Alles wat u bezit en alles wat u vreest houdt u terug.
Het is moeilijk om te aanvaarden, ik weet het wel. En tóch.
Eerst nu ik U aanvaard heb, God, zijt Gij voor mij tot leven wel gekomen. Verdreven uit de
oneindigheid, uitgeworpen uit het paradijs heb ik gezocht naar U in mijzelve. Ik meende wijs
te zijn en Gij hebt mij verlaten. Ik meende sterk te zijn en dorst zelfs U te haten. Er bleef mij
slechts de leegte van een onvervulde tijd. Nu wil ik niet mijzelf meer wezen, maar slechts
aanvaarden Uwe kracht. Nu wil ik niet uit eigen krachten streven, maar verwerkelijken Uw
macht en wil. En nu mijn God, nu zijt Ge mij herboren, herleeft Gij in mij, lichtend sterk als
ooit tevoren, mij geworden een zekerheid en wel bestaan. Nu kennend, door het oog begrepen
en sprekend tot een ziel, die t zwijgen vond.
Het is helaas niet van mijzelf, het is meer een citaat, maar is het niet zo? Pas op het ogenblik
dat wij alle dingen kunnen prijsgeven kunnen wij God vinden. Als wij God vinden kunnen wij
pas onszelf vinden. Het is een raadsel raden, een eeuwige cirkelgang, waarbij wij als de aarde
rond de zon gaan, haar licht ervaren en toch nooit de verzengende gloed van. de werkelijkheid
kennen. Wij zoeken. En daarom houden wij ons bezig met de esoterie, vrienden. Wij zoeken
eigenlijk vooral naar onszelf. Het is niet de zelf kennis, wat wij willen. Ook zelfs niet God, al
zeggen wij dat misschien. Wat wij zoeken is de verwerkelijking van de droom, die wij over
onszelf hebben. En het is daarom, dat we nog niet verder kunnen gaan.
Zoals het in het verleden wordt neergeschreven Wie de weg der esoterie gaat moet eerst de
weg door de jungle der gevoelens zoeken, waar als verscheurende dieren de emoties op de
INLEIDING 13
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

loer liggen om je terug te slepen, vernietigd door een stoffelijk bestaan zonder meer. En heb je
dat overwonnen, dan sta je voor een steile muur. Je moet zoeken naar een poort, een poort
van begrip. Dan sta je voor de statigheid van wijde pleinen en je moet de weg vinden door een
doolhof van tuinen en paleizen. En overal noodt iets je tot rust. Hier de wijsheid, daar de
kracht, daar de manifestatie, duizend gaven je geboden. Je zult verder moeten gaan. En naar
men zegt, moet men zo zeven maal ingaan in een nieuwe wereld en het andere achterlaten.
Nu strijdende met gevaar, dan met verleiding, totdat men uiteindelijk bereikt. wat zo vaak is
omschreven op verschillende manieren. Iemand omschreef het als een kleine koepel, waar
oosterse banken omheen liggen, waar achter het stenen scherm de lucht spreekt van zon. En
daar op een vloer, geblokt in marmer zwart en wit, zit een wezen, dat je met eerbied benadert
en waarin je jezelf erkent. En eerst als je jezelf erkend hebt, ontspringt een enkele vlam, een
enkel licht. Dan is er buiten geen licht maar duisternis. Vanuit dit kleine tempeltje, deze kleine
ruimte, schijnt een licht het heelal te doordringen.
Zo omschrijft men het en zo kan het zijn. Maar wij moeten ons zelf vinden omdat God, zoals
Hij voor ons bestaat, ons ideale beeld is. Dat wat wij zijn, maar dan eeuwig, volmaakt. Want
God heeft Zich in ons geopenbaard. Wij zijn een vast en bestemd deel van Zijn schepping en
wij hebben een vaste en bestemde plaats. Wanneer wij zoeken tot God te gaan zullen wij
onszelf moeten vinden in die volmaaktheid. En eerst waar wij de volmaaktheid van ons wezen,
al omvattend door alle tijd en alle sfeer heen, kunnen aan vaarden, ontspringt het goddelijke
licht, zodat van binnen uit Gods licht straalt en Gods schepping erkend kan worden. En eerst in
het erkennen van de schepping ligt Gods openbaring van Zichzelf, die het ons mogelijk maakt
één te zijn met Hem, zonder grens en zonder schroom.
Het zal misschien nog lang duren voor we allemaal zover zijn, maar de eerste schrede op het
pad zetten we, het pad van de jungle. Er zal veel misleiding zijn, veel aarzeling misschien. Er
zullen veel problemen zijn. En wanneer u ernstig verdergaat, wees er zeker van dat de
beproevingen u niet bespaard blijven. Want ge zult uzelf en uw gevoelens moeten overwinnen,
ge zult meester moeten zijn over uzelf. Eerst dan kunt ge de jungle verlaten, dan kunt ge gaan
in de tuinen, waarin men u verlokt met macht en met weten, met vrede en met wijsheid. En
zelfs dan zijt ge pas aan het begin van de weg. Maar wees tevreden wanneer ge het gevaar
beseft, dat in de jungle leeft, dat leeft in de verwarde wereld van begrippen en gevoelens,
datgene wat thans u zo eigen lijkt. Want daar is steeds de zelfmisleiding. En slechts wie de
zelfmisleiding weet te omgaan zal op de duur een pad vinden tot het begin der zelferkenning.
Dat, vrienden, is zoveel als ik vandaag voor u kan doen, zo veel als ik vandaag tot u kan
zeggen. Ik geloof dat we begrepen hebben wat er gezegd werd. Misschien is het een begin van
een begrip voor de dingen die in uzelf leven en die u o.m. hierheen brengen. Ik kan u slechts
één raad geven Vertrouw op God, wees zeker van uzelf, aarzel niet, maar vooral.misleid uzelf
niet omtrent uw bedoeling. Dan vindt u het snelst het pad tot licht en waarheid.

DE JUNGLE
De wildernis is wreed. Zij lijkt soms met haar open paden een ogenblik een tuin, het volgend
ogenblik een muur van levend groen, waar je niet doorheen kunt komen. Maar overal dreigt
het gevaar. Daar op het pad hangt de kleine koraalrode slang aan de takken ze zal zo dadelijk
neervallen en je leven bedreigen. Daar, wat een ogenblik een groene vlakte lijkt, is misschien
een moeras. En in die ondoordringbare muur verborgen is een geheimzinnig leven, waarvan je
niet weet of het je niet zal aanvallen en schaden.
Zo is het ook in de wereld der gevoelens. Datgene wat veilig lijkt, waar we voor een ogenblik
zouden willen spelen met onze gedachten en ideeën, daar schuilt vaak de zelfmisleiding die
ons dwingt tot steeds groter leugens om het leven nog aanvaardbaar te maken. En daar, waar
de ondoordringbare muur schijnt te staan van voor óns niet belangrijke zaken, daar schuilen
als wilde dieren onze emoties en onbewuste gevoelens. Wij weten niet wanneer ze
vernietigend zullen uitbreken om ons te bedreigen en misschien zelfs te doden. En toch is de
jungle vol van leven.
Jungle, een droom van leven en sterven, getekend in duister en licht, getekend in duizenden
tinten van groen, waar alles leeft en toch de dood zijn woning heeft.

14 INLEIDING
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 september 1959
Les 1 - Inleiding

Jungle, voortdurende misleiding, die slechts de kenner kan begrijpen, dwaaltuin, die vaak
sterven doet, waar wij in de gelijkheid van tijd en landschap steeds weer onszelf ontmoeten en
treden op de sporen die wij vroeger zijn gegaan, onmachtig om een weg tot verder doel te
kiezen. Wrede dwaaltuin, wreed omdat geen wet zich voor ons buigt maar elke wet zichzelf en
voor eeuwig zo gesteld doet gelden zonder aarzeling en zonder ook maar een enkele keer
genade ons te geven.
Verborgen jungle in het mensenhart, hoe moeilijk is het toch door u een pad te vinden dat
leidt ons tot een beter zijn. Hoe is de pijn soms van het niet bereiken groot en zouden we de
dood haast willen tarten om slechts te ontsnappen aan een verwarring, die in ons leeft. Maar
wie naar beter weten streeft, hij heeft een doel zich reeds in het begin gekozen. En in het
wezen is het weten als een lichtend kompas dat de koers u geeft van dag tot dag. Het is of wat
in het verleden was in u herleeft en zo hernieuwd u kracht en richting, ja, ook geestelijk
voedsel geeft om te bereiken.
Ge zult met zorg uw pad wel moeten gaan. Niets mag verwaarloosd worden, niets voor n korte
wijl vergeten. Dan wordt het doel bereikt. Want waar de jungle ophoudt ligt misschien een
lichte stad, waarvan kristallen wanden t groen nog licht weer kaatsen en waar in ons de vrede
woont.
Wij zijn het, waarin de jungle is bevat. Wij zijn het, die dwalen in de onbegrepen verwarringen
om ons eigen wezen. Wij zijn het, die uit onze onvolkomenheden hindernissen bouwen en
gevaren. Wij zijn het die - onszelf kennende maar niet achtend dat -, wat in ons leeft ingaan
tegen de natuur en tegen de inhoud van het bestaan en zo als slachtoffers vallen van onszelf.
Maar als we in staat zijn de beproevingen van die innerlijke jungle te doorstaan, te doden wat
ons bedreigt (jaloezie en nijd, begeerte en angst, de trots, de eerzucht en de luiheid) dan
vinden we in onszelf ook de kristallen stad waarin we rusten kunnen, de innerlijke vrede, die
het gevolg is van een welvolbracht bestaan, die het loon is voor een streven dat waarheid in
het “ik” deed geboren worden.
Gij, mijne vrienden, dwaalt in de jungle. Duizend gevaren, die u belagen, lasten die soms
zwaar vallen en uitputting, die u bedreigt. Maar ge hebt uw doel, ge hebt het innerlijk kompas,
dat u zegt waar te gaan. Bekommer u dan niet om de lokkende stemmen die uit de verte
klinken. Stoor u niet aan de gevaren die u schijnen te dreigen. Ga verder, bereid tot afweer als
het nodig is, maar ga voor alles verder tot uw doel. Een mensenleven of een bestaan in een
sfeer heeft alleen zin als we ons doel bereiken. Ons doel te bereiken is de zin van ons leven.
Het is de enige verzadiging van de honger, die in ons leeft. Bereiking is het verlangen dat ons
voortjaagt, ook al weten wij het niet te omschrijven.

INLEIDING 15
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

Goedenavond, vrienden.
We zullen eerst beginnen te vragen of er in onze vorige verhandeling onduidelijke punten zijn
geweest.
De algebra. Is dat urgent of kan dat nog wel even wachten?
Urgent is het natuurlijk niet. Algebra is een deel van een formule berekening, waarmee men
verschillende abstracte waarden kan berekenen en ook onbekende. Je kunt van uit een bekend
standpunt een onbekende benaderen en definiëren. En in de oude filosofie vooral in de
Pythagorese school heeft dat een grote rol gespeeld. Het is dus geen opdracht dat u
onmiddellijk met algebra moet beginnen, maar wanneer u wat verder wilt gaan dan de
doorsnee esoterie, is het toch wel aan te raden wanneer u eens tijd hebt u eens op de hoogte
te stellen van tenminste, de eenvoudigste formules.
In het begin van uw voordracht gebruikt u de term wij. En nu is het moeilijk uit te vinden
of u de pluralis majestatis gebruikt of dat u de anderen ook mee insluit. Wanneer u spreekt
van uw sfeer, onze sfeer, bedoelt u dan waar u bent of waar wij zijn?
Wanneer ik spreek over onze sfeer, dan heb ik het over onze, d.w.z. van onze kant uit. En dan
zult u wel begrijpen dat voor een werk als dit met alleen gebruik wordt gemaakt van een
enkele spreker. Integendeel, wij werken hier met een zekere groep samen. En wanneer wij
daar heeft u het alweer, geen pluralis majestatis overigens iets vertellen en een van ons treedt
als spreekbuis op, dan gebruiken wij dit wij om het egoïstische en bekrompen ik te omzeilen.
Want het is een groep, die het zegt het is niet een eenling. Ik hoop dat ik daar mee de zaak
duidelijk heb gemaakt. Wanneer het echter om mijn speciale ervaringen gaat of om mijn eigen
meningen, dan verval ik automatisch in de ik vorm. Verder zult u ontdekken dat wij spreken
over uw wereld maar ook wel eens over ónze wereld, omdat wij er n.l. mee in verband staan
en daarmee proberen aan te geven de wereld, waarin ook wij interesse hebben en waarin u
leeft. Misschien kan dat onduidelijk zijn.
Wij zullen dan zien dat wij daarop iets anders vinden.
In dit geval was het onduidelijk. U zei n.l. Wij kunnen wel de astrale wereld gebruiken door
een krachtsinspanning onzerzijds om in onze eigen wereld iets tot stand te brengen, maar
het is altijd een correctie van een negatieve waarde.
Dat is dus gesproken voor het gezelschap hier als gemeenschap.
Uit de astrale wereld kunnen wij nooit een positieve werking verwachten wij kunnen slechts
negatieve verschijnselen daarmee versterken of opheffen.
Dat geldt dus voor ons allemaal. Het is dus een les, die op u betrekking heeft. Wij zullen voor
het vervolg even afspreken hoe wij die onduidelijkheden zullen omzeilen, Wij en onze worden
voortaan zonder nadere omschrijving gebruikt, wanneer het onze groep stof zo wel als geest
hier aanwezig betreft, dus ook u. Verder dat ik wij of onze nader aangeduid met in onze sfeer
of geesten of sprekers zal gebruiken, wanneer het gaat over onze wereld of onze sfeer, zoals
wij die kennen buiten het stoffelijk bestaan. Is dit duidelijk genoeg?
Maar naast de formele is ook de materiele inhoud me nog niet duidelijk. Namelijk dit Zo
zullen wij in een geestelijk streven en zoeken zoveel mogelijk de astrale wereld ontwijken.
Slechts daar, waar het ons gaat om een direct bereiken van werkingen in onze eigen
wereld. bedoelt u daar de geestenwereld mee?
Neen, dat hele stuk handelt over de stofwereld.
Zal het astraal gebied vaak een dankbaar terrein zijn voor experimenten. Dat komt
misschien later, als wij vormen oproepen, maar is dat wel de bedoeling?
Vormen oproepen niet direct. Maar het is misschien wel aardig dit er even bij te vermelden,
voordat wij dan weer aan het werk gaan.
Een astrale wereld kan zowel voor de gedachten van de geest als van de stof als een soort
spiegel dienen. En nu kunt u zich misschien voorstellen, dat een schilder zijn problemen
uitwerkt door ze op een doek te werpen, te schilderen, te tekenen. Op diezelfde manier
kunnen wij dus onze beelden en gedachten astraal verwerkelijken (en dat zijn wij in de geest
dus) en daaruit alle conclusies trekken omtrent de realiteit en de waarde van onze
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
16
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

denkbeelden. Omgekeerd kunt u in uw wereld ook met uw gedachten in de astrale sfeer
werken. En nu is het vreemde dit Wanneer u reikt naar een hogere, geestelijke kracht, is het
noodzakelijk dat er sprake is van harmonie, wil die kracht weer op uw eigen wereld werkzaam
worden. Maar op het ogenblik dat u alleen maar een gedachte projecteert in het astrale, dan is
de intentie op zichzelf voldoende en daar waar geen afweer aanwezig is tegen die astrale
krachten, zullen ze dus werkzaam zijn. Dit is eigenlijk een regeltje van de magie, dat hebben
wij meen ik ook al inleidend verklaard.
In het tweede gedeelte hebt u n.l. gesproken over wat het “ik” scheidt van de eeuwigheid.
En een van de essentiële dingen daarvan was de kennis verder ons ik-besef en ook al het
verkrijgen van de kennis om de kennis zelve. Wat zitten wij hier dan anders te doen?
Kennis op zichzelf vervreemdt van de eeuwigheid, omdat elke kennis in feite slechts een deel
is van een totale kennis en een volledige kennis zelden of nooit verkregen wordt. Het gevolg
is, dat steeds van uit een beperkt standpunt wordt gedacht en geredeneerd. En dan mag dit
vanuit een menselijk standpunt of zelfs van uit een geestelijk standpunt buitengewoon
kosmisch lijken, in feite is het een uitschakelen van veel factoren, die ook in en rond ons
werkzaam zijn. Dat geldt dus zowel voor u en uw wereld als voor ons en de onze. Op het
ogenblik dat wij die innerlijke werkingen en drijfveren. gaan uitschakelen door onze kennis, die
ons a.h.w. gaat dwingen om redelijk te zijn, dan maken wij het onszelf dus onmogelijk de
volheid van het Goddelijke te overzien. Laten wij het zo zeggen: De schepping is een
schilderwerk. Maar wanneer wij dat nu gaan bekijken, met onze kennis, dan gaan wij steeds
meer leren over de wijze, waarop kleurstoffen worden vervaardigd, penseeltechnieken,
grondtekeningen en eventueel kleurdekking en schakering enz. Maar wij zien de voorstelling
niet. Die voorstelling zegt ons niets meer, omdat wij kijken naar de techniek. Op dat ogenblik
is de werkelijke inhoud van het schilderstuk voor óns teloor gegaan. En op dezelfde manier is
kennis dus op een gegeven ogenblik voor ons iets schadelijks. Maar aan de andere kant en dat
hebben wij er ook bijgezegd, als u het goed hebt gelezen is het voor ons noodzakelijk,
wanneer wij eenmaal beginnen kennis te vergaren, daar in zekere zin in verder te gaan.
Wanneer wij n.l. eenmaal een beperking aan onszelf hebben opgelegd, dan kunnen wij alleen
maar alles doen om te zorgen dat die beperking zo klein mogelijk is t.o.v. het totaal. Daarom
streven wij naar kennis. Maar wij mogen niet vergeten dat in feite die kennis nog steeds de
scheidsmuur is tussen ons en de kosmos.
Ik hoop dat het geen al te harde knoop is om te ontwarren. Er zit n.l. de moeilijkheid aan vast,
dat kennis en het z.g. redelijk denken absoluut in strijd zijn met bepaalde kosmische waarden.
En wanneer je nu je hele leven hebt gedacht dat je er met kennis kunt komen, met studie
zonder meer en je komt tot de conclusie dat je niets anders hebt gedaan dan de omheining,
die je om je eigen mogelijkheden hebt gesteld, iets ruimer maken, dan kan ik mij voorstellen
dat dat enigszins onplezierig is. Aan de andere kant zitten wij hier ook bijeen om de innerlijke
waarheid te leren kennen. En hoe eerder wij nu maar beseffen, dat die innerlijke waarheid en
de stoffelijke rede twee heel verschillende dingen zijn, dat de innerlijke kennis, uit het contact
met God geboren, een andere kennis is dan alles, wat u aan wetenschap en filosofie op de
wereld kunt vergaren, des te gemakkelijker komen wij verder. Het is niet mijn bedoeling hier
iets af te breken, maar ik moet toch duidelijk maken in welk deel van uw wezen een bepaalde
waarde nog inhoud heeft. En aan de andere kant moet ik u duidelijk maken dat er andere
waarden bestaan en hopelijk misschien al tegen het einde van dit jaar hoe u die krachten
althans enigszins kunt gebruiken. Ik hoop dus niet, dat u dit wilt zien als een afbreken van het
een of ander. Het is alleen een poging de dingen recht te zetten. Is het verder allemaal
duidelijk?
Ik denk dat dat wel boud gesproken is.
Daar ben ik ook wel bang voor. Maar wie niet vraagt, die zal niet weten. Dus we gaan heel
eenvoudig verder. Vooral omdat het de vorige maal een inleiding is geweest, is het nog niet zo
erg belangrijk. Wij komen bij verschillende punten toch nog wel eens tegen. Maar mag ik aan
het begin er dan ook even de nadruk op leggen, dat wij met deze cursus een betrekkelijk korte
tijd hebben. Dat wil zeggen, we moeten opschieten, als we veel willen doen. En als het even
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
17
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

kan, willen wij toch zoveel mogelijk bereiken in zo kort mogelijke tijd. Dat houdt in, dat het mij
liever is nu op te schieten en een hele reeks van lessen achter elkaar af te werken en dan de
volgende maal uw eigen vragen en problemen daaruit voortgekomen te beantwoorden, dan
dat ik verderga in een langzaam tempo en toch de zekerheid heb, dat vele dingen u zullen
ontgaan. Mag ik dus nog eens nadrukkelijk constateren, dat we de avonden steeds zullen
beginnen met de ergste onduidelijkheden van een vorige maal zoveel mogelijk uit de weg te
ruimen en dat wij na de pauze ook weer tijd hebben voor vragen. Alleen maar vragen. Die
vragen zult u moeten opstellen. Ik kan een deel daarvan ongetwijfeld wel beantwoorden
zonder dat, maar dat heeft geen zin. Want eerst wanneer u de vraag zelf stelt, heeft u
voldoende nagedacht om een bepaald probleem te benaderen. En dan alleen is het dankbaar
om dat te doen. Dus of u wilt vragen of niet moet u voortaan zelf weten.
Wij gaan voort in een zo snel mogelijk tempo. Zijn er onduidelijkheden, dan zullen wij alle tijd
nemen om die dingen duidelijk te maken. Het is niet de bedoeling dat wij teveel doen, maar
het is wel de bedoeling dat juist de punten, die voor u moeilijk of onduidelijk zijn, zo goed
mogelijk worden behandeld.
Bij:

DE VERSCHILLENDE WETTEN, DIE BINNEN HET HEELAL BESTAAN

vinden wij er enkele, die in velerlei vorm voorkomen. Dat wil zeggen, zij tonen vele varianten,
die zich aan ons voordoen als afzonderlijke wetten, maar die in feite volkomen identiek zijn.
De energiewetten b.v. worden niet alleen uitgedrukt in energie van plaats of van beweging,
maar zij kunnen evenzeer worden uitgedrukt in elektrische potentie en
weerstandsverhoudingen. Ook dit is kracht en behoort onder dezelfde wetten. De
zwaartekracht is wederom een dergelijke kracht. Magnetische kracht veldberekeningen vallen
onder dezelfde kosmische wet. Een hele reeks van verschillende wetenschappelijke takken is
hier te herleiden tot een erkennen van verschijnselen, die uit een kosmische wet voortkomen.
In de esoterie is het voor ons belangrijk, dat wij de kosmische wetten leren kennen en
enigszins begrijpen, waarop ze slaan. Wij hebben niet de tijd om alle wetenschappen
afzonderlijk daarbij te beschouwen. We kunnen slechts proberen om enkele speciaal kosmische
wetten zo nu en dan eens te behandelen en u duidelijk te maken welke gebieden onder meer
daarmee worden bestreken. Ik wil u hier allereerst een paar wetten leren, die ik zo eenvoudig
mogelijk zal stellen en die in speciaal verband staan met krachten, die zowel in de geest, in de
menselijke psyche, als in bepaalde stoffelijke aspecten naar voren komen.
De eerste van deze Wetten zegt
Bij elk harmonisch verschijnsel zal de originerende klank, toon of trilling blijven domineren,
ook waar een medeklinken in eigen geaardheid optreedt.
Dit geldt voor weerkaatsingen van licht, dit geldt voor trillingen binnen materialen, dit geldt
echter ook voor gedachten, voor geluidstrillingen bij het spreken naar voren gebracht, voor het
contact tussen verschillende geesten en zelfs voor de mogelijkheid bij de mens om zich in een
bepaalde sfeer te verplaatsen of kracht uit een bepaalde sfeer te ontvangen. Bij deze wet
wordt de nadruk gelegd op het dominerend karakter van de originerende bron, trilling, kracht.
Dat wil zeggen dat wanneer wij iets willen bereiken, wij nooit mogen wachten tot wij iets
vinden wat gelijk geaard is met ons willen wij een volledige beslissingsvrijheid behouden. Op
het ogenblik dat u uw gedachten te sterk door een ander laat leiden, zult u door de gedachten
van de ander beheerst worden. Op het ogenblik echter dat u zelf denkt zult u de weerkaatsing
vanuit eigen gedachten in anderen vinden en zo een perfecte uitdrukking van uw eigen en
persoonlijk werken. Op het ogenblik dat u zich door de voorstellingswereld of de
gedachtegangen van anderen tot een bepaald beeld laat dwingen, tot een bepaalde
verwachting, dan gaat het u verkeerd, want dan wordt u door die ander beheerst, ook
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
18
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

wanneer in feite diens werking niet meer geheel in overeenstemming is met hetgeen u wilt
bereiken. Wanneer u echter begint met de voorstelling te scheppen, dan zult u anderen
dwingen uw gedachtegangen te volgen en u zult dus voor uzelf een zo perfect mogelijke
bereiking mogelijk maken.
Dit is belangrijk in verband met een paar gebieden, die én in de magie en ook in de esoterie
steeds weer onze aandacht trekken. Esoterisch gezien is het belangrijk dat we leren zelf een
harmonie in onszelf te doen ontstaan met een sfeer, die wij wensen. Op het ogenblik dat wij
n.l. van ons uit hetzij langs de innerlijke hetzij langs de uiterlijke weg een harmonie met
hogere kracht doen ontstaan, zullen wij doordat wij de eerste klank geven in de ander het
antwoord op onze eigenlijke vraag krijgen, op ons werkelijke verlangen, het directe antwoord
op onze behoefte. Op het ogenblik echter dat wij dat niet doen en wachten, tot wij uit de sfeer
geholpen worden of dit nu betreft een geleidegeest of een meester, de openbaringen Gods of
wat anders worden wij in feite tot weergevers gemaakt van hetgeen een ander in een andere
sfeer heeft. Dit geldt voor ons allemaal, voor u in de stof en voor ons in de geest. Zolang wij
origineren, is het óns wezen, óns belang. Zodra wij alleen maar aanspreken op de werking van
een ander, is het het wezen van die ander, waar wij wel iets uit kunnen leren, waar wij soms
ook aardig bewust in kunnen worden, maar wat ons nooit precies geeft, wat wij. nodig hebben,
Begrijpt u?
Een van de magische wetten zegt dan ook (en die is dus afgeleid van deze wet):
Het is te allen tijde noodzakelijk, dat de eerste kracht als bij verrassing wordt uitgezonden.
U zult zeggen: Waarom? Om de doodeenvoudige reden, dat alleen zo een beheersing mogelijk
is van de gebieden, waarmee wij willen werken.
En in de lagere vormen van magie geldt dit nog meer. Wanneer u wacht tot iemand zegt Kijk
daar eens, dan zal iedereen kijken naar hetgeen die persoon aanwijst, of het nu niets is of wel
wat. Maar op het ogenblik dat u zelf willekeurig waar zegt Kijk daar eens en u vertelt erbij dat
het een vliegende schotel is, dan kunt u anderen een vliegende schotel laten zien, ook
wanneer die er niet is. Door de wijze waarop u zich gedraagt, de wijze waarop u die ander
beïnvloedt, maakt u het hem mogelijk dingen waar te nemen, die er zelfs niet zijn. Dat is vaak
genoeg gebeurd overigens, maar onbewust. Wat echter belangrijker is, wanneer het nu gaat
om een bepaald denksysteem (en dat komt zo vaak voor, om het duidelijk maken van een
filosofisch punt), als het gaat om het overtuigen van een medemens of het alleen maar
mededelen van jouw inzichten, dan moet je ook zelf a.h.w. wijzen, zelf de aandacht geven,
zelf stellen. Op het ogenblik dat je aan een ander een zekere dominerende werking toelaat,
domineert hij ook werkelijk en helemaal. Vandaar b.v. dat in een debat het voor de spreker
altijd noodzakelijk is om een overwicht te behouden. In dat geval kan hij n.l. bepalen wat er
gebeurt. Maar op het ogenblik dat hij degenen die met hem debatteren in de gelegenheid stelt
hem in verwarring te brengen, een ogenblik alleen op hun vragen en hun gedachten in te gaan
i.p.v. zijn eigen gedachten naar voren te brengen in antwoord op de vraag, is hij verloren. Dan
zijn het de anderen, die regeren.
In sommige gevallen is het raadzaam om de leiding van andere geesten of zelfs van andere
mensen te accepteren. Ik kan mij voorstellen dat u in een gelijke situatie verkerende als wij er
prijs op stelt om in te gaan op de belangen van een ander. Wij in de geest zijn n.l. zo, dat wij
in vele gevallen onze eigen stelling niet eens aan een mens kunnen meedelen. Wij moeten
proberen te vinden wat die mens nodig heeft. En omdat we dan toch wel ongeveer weten wat
wij doen, kunnen wij onze eigen impulsen daarin leggen. Maar het komt van de mens uit,
begrijpt u? Die domineert met zijn belangstelling. Wij trachten dit aan te vullen met een
geestelijke waarde. U zult ook mensen ontmoeten, die u zonder meer niet bereiken kunt, maar
waar u wel door hen dominerend op u te laten werken op een gegeven ogenblik contact mee
krijgt en dan in staat bent, zonder dat u ooit deze overvleugeling van de ander geheel teniet
doet, iets van uw eigen gedachtegangen en werkingen naar die ander toe te brengen. Maar u

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
19
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

zult dan nooit in staat zijn die ander te beheersen. U zult dus een keuze moeten doen, hoe u
werkt.
En dan is er een tweede kosmisch wetje, dat ook erg interessant is. Dat zegt, n.l. dit:
Alle kracht blijft behouden, ongeacht de vorm waarin zij optreedt. De vorm waarin de kracht
echter optreedt, bepaalt de werking, die zij krijgt bij ontlading.
Dat geldt ook weer voor elektriciteit, kracht van beweging, ruimte, enz. Voor lichtdruk,
magnetische velden en ook voor de geest. Op het ogenblik dat wij voor onszelf b.v. willen
doordringen in onszelf, moeten wij heel goed begrijpen, dat soms krachten moeten worden vrij
gemaakt. Het kan zijn, dat u emotioneel in de knoop zit. Die emotionele knoop betekent in
werkelijkheid een kracht. Die kracht kan worden omgezet in lichamelijke kracht Denk maar
eens aan iemand, die aan waanbeelden lijdt, of een krankzinnige, die tot lichamelijke
prestaties komt, die ver boven het gemiddelde liggen. Wij kunnen het echter ook omzetten in
een denkvermogen, in geestelijke energie, in levenskracht, onverschillig wat, wanneer wij
weten hóé. En bij de esoterie is het erg belangrijk, dat wij zo nu en dan leren onze eigen
krachten naar binnen maar gelijktijdig ook naar boven te richten. In de geest is dat
betrekkelijk eenvoudig, omdat je daar niet te maken hebt met de moeizame omvorming en
beperking van een stoffelijk lichaam. Voor u is het ongetwijfeld wat moeilijker. Ik wil toch
proberen u duidelijk te maken, hoe dat ongeveer kan.
U hebt op een gegeven ogenblik b.v. een reuze neerslachtigheid. Terneergeslagenheid,
neerslachtigheid, ontmoedigd zijn, overspanning, zijn in feite ook een vorm van energie. Die
energie komt meestal tot uiting in onredelijk denken en onredelijk handelen. Maar u kunt die
energie omzetten, wanneer u n.l. in staat bent om het gehele probleem te richten op een
bepaald punt. Dat is zeer belangrijk. Of u nu vreugde hebt of verdriet, of u in moeilijkheden zit
of dat het u juist buitengewoon goed gaat, alle kracht die in u is kunt u bereiken, richten en
gebruiken om daardoor te komen tot een plotseling op hoger vlak bewustzijn of werkzaam
zijn. (het voorbeeld dat ik hier geef is geen oefening. Onthoud u dat wel. U moet uw eigen
oefening uitzoeken. Het is alleen een aanduiden van wat mogelijk is.)
Een mens is absoluut overspannen, mismoedig, weet niet meer wat hij doen moet. Die mens
begint i.p.v. te denken aan zichzelf en aan de wereld en alle andere dingen, aan b.v. een
bepaalde geestelijke kracht te denken. Hij sluit hoe langer hoe meer zijn ellende a.h.w. in zich
op, hij bouwt bewust de spanning in zichzelve verder op, maar alleen met het doel
voortdurend voor ogen gesteld die ene geestelijke kracht, die sfeer, dat bewustzijn. Wat
gebeurt er nu? Dan zullen alle emotionele krachten, die u bewegen, in de eerste plaats
stoffelijk worden geconcentreerd op een terrein. De spanning komt samen in een betrekkelijk
klein deel van de hersenen en maakt daar een verhoogd en versneld reageren mogelijk. Het
denkproces wordt ongeveer 10 á 12 maal sneller dan normaal. En dat is voor een mens
betrekkelijk veel. In de tweede plaats echter wordt alle levenskracht, die maar op enigerlei
wijze met de geest in verband staat, alle kracht van de verschillende voertuigen van af
eenvoudige levenskracht en astrale wereld tot de hoogste wereld toe gericht op dit ene doel.
En ook hier wordt de spanning opgevoerd. Dat wil zeggen, dat er iets gebeurt als bij een
blikseminslag. U maakt de spanning tussen uw eigen wezen en dat andere wezen zo groot, dat
op een gegeven ogenblik een vonkenboog tussen beide ontstaat, die een brug slaat. Die brug
gaat naar die andere wereld toe, maar neemt gelijktijdig iets van uw bewustzijn met zich mee.
U bent nu plotseling tweeledig bewust. In dit tweeledig bewustzijn kunt u
a. veel van de schade van de gestelde overspanning enz. teniet doen.
b. een bewustzijn bereiken, geestelijk, dat het stoffelijke wel enigs zins te boven gaat,
maar gelijktijdig richting geeft aan uw redelijk denken en zelfs aan uw geloven in de
eerstkomende tijd.
c. hebt u een bepaald deel van uw eigen wezen gerealiseerd. Want het doel, dat u zich
gesteld had, was niet in feite een andere entiteit het was een deel van uw eigen wezen
in contact met een bepaalde sfeer.

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
20
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

Is dit duidelijk? Ik zal op dit wetje niet verder ingaan. Het voornaamste hebben wij hier wel
weer besproken.
Nu kunnen wij natuurlijk onze oefeningen en pogingen gaan uitstrekken over een heel groot
terrein. wij kunnen gaan zeggen, dat we enerzijds gaan uittreden in de sferen, anderzijds goed
doen op de wereld en in de derde plaats gaan we nog eens studeren. We moeten goed
begrijpen, dat wanneer er een werkelijk verschil bestaat tussen die verschillende functies, de
krachtsverdeling een krachtsverlies is. Wanneer een kracht in vele richtingen uitwerkt, zal zij
komende vanuit een bron die kracht op alle zijden gelijkelijk uitdrukken. Maar bij een verdeling
zal de kracht zodra zij niet meer gebonden is vervloeien in delen, overeenkomstig de bereikte
uitlaat, (ik weet niet of het duidelijk genoeg is anders snuffelt u maar eens in de mechanica.
Daar kunt u b.v. iets vinden over hydraulische pompen enz, wat hier erg veel op lijkt.) Voor u
is het zo, dat zolang alles in uw eigen wezen behouden blijft, u willekeurig de spanning en de
druk op elk deel van uw wezen kunt verhogen. U kunt dit doen via denken en
voorstellingsvermogen. Ook wij kunnen dit doen. Maar op het ogenblik dat er ergens een
zwakke stuk zit, onze zwakste plaats, zal daar het kracht en drukverlies het eerst optreden.
Wij zijn over het algemeen, wanneer wij in de stof leven of in de geest, niet zo gelukkig, dat
wij tenzij wij heel hoog stijgen maar een zwakke plek hebben. Meestal hebben wij er
verscheidene. Nu kan er het volgende gebeuren Ofwel wij kunnen in een zwakte het gevaar
van andere zwakke punten a.h.w. voorkomen en verder dus een geheel blijven of wat
waarschijnlijk er is wij kunnen onze krachten a.h.w. verbrokkelen door op elk van onze zwakke
punten iets van die kracht te doen afvloeien. In alle gevallen ontstaat een krachtverlies, dat
niet door ons gewenst is. Het is dus wel zaak, dat wij onze zwakke punten kennen en dat wij
komen tot een innerlijk bewustzijn, dat verdergaat dan alleen maar het oppervlakkig Nu ja, ik
ben ook maar een zwak mens of een zwakke geest. Het is overigens typisch, dat ze bij ons
zeggen Ik ben maar een arme, zwakke geest, terwijl ze bij u altijd zeggen. Ik ben maar een
arm mens. Over die geest praten ze niet. Daarover hebben ze meestal nogal illusies. Hebt u
dat wel eens opgemerkt?
Het kennen van een zwakke plek betekent nog niet altijd, dat je haar onmiddellijk kunt
verhelpen. Maar wij moeten wel dit onthouden. In de esoterie zijn onze zwakke plekken zeker
in de stof altijd plekken van angst en begeerte. Angst kan overwonnen worden door haar in de
ogen te zien, begeren door te realiseren wat het in feite is. Te realiseren wat het bij begeren in
feite is, betekent soms dat geef ik graag toe de proef te kijken wat is het nu eigenlijk wat ik
hebben wil? In negen van de tien gevallen valt het tegen. In andere gevallen echter betekent
het beseffen in hoeverre het een zwakte is, in hoeverre het dus in strijd is met de rest van je
wezen. Dan wordt ook daardoor een overwinning mogelijk. Wanneer wij proberen alle zwakke
punten gelijktijdig aan te tasten, krijgen wij weer precies hetzelfde, maar wij op het ogenblik
over spreken, n.l. een verdeling van krachten met resultaten, die over het algemeen slecht
zijn. Gebreken, erkende fouten, zwakten, angsten, begeerten moeten stuk voor stuk
overwonnen worden. Overwinning kan nooit alleen plaatsvinden door verwerping. Dat moet
men goed onthouden. Ook angst niet. Je kunt nooit voor je begeerte of voor je angst weg
lopen. Je zult die in het oog moeten zien voor wat ze zijn. Eerst wanneer je dat volledig hebt
gedaan, is het mogelijk verder te gaan en deze zwakte dus uit je wezen te bannen.
Dat zijn dan een paar belangrijke puntjes voor het begin. Een ander punt dat ook wel aardig is
en dunkt mij interessant is een kwestie, waar wij in. de G.G.S. ook een tijd mee bezig zijn
geweest. Het gaat hier n.l. om het beheersen van klank, stem e.d. Ik wil daarbij erop wijzen,
dat wij harmonieën kunnen scheppen. De menselijke stem is een instromen, evenzeer de
gedachtestroom van de geest. Beide kunnen zij door de juiste modulatie, de juiste frequentie,
het juiste timbre a.h.w. een zeer grote invloed uitoefenen op al, wat rond u is. Het is mogelijk
met een enkele kreet meer te zeggen dan met duizend woorden. Men zegt dan n.l. geen
woorden. meer maar men schept een atmosfeer. Het gebruik van deze mogelijkheid is verder
verknoopt met enige kennis van semantiek. Woorden hebben n.l. hun associaties en de
associatieve gedachte kan soms gebruikt worden om achter een schijnbaar zinledig geheel een

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
21
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

inhoud te scheppen, die voor ieder gelijkelijk te vatten is, begrijpelijk is. Een invloed,
waartegen geen direct verweer bestaat en die toch zonder ophouden uitgeoefend kan worden.
In zekere zin zijn deze dingen erg gevaarlijk. Zij leiden n.l. tot misbruik. Het beroep, dat wordt
gedaan op de mens, is heel vaak en zijn minst genomen onplezierig. Ik wil u hier een
voorbeeld geven allereerst van een z.g. kerkelijke betoogtrant en u duidelijk maken, welke
associaties er achter liggen, waarom een bepaalde toon gebruikt. wordt, kortom u inzicht
geven in hetgeen daar bewust of onbewust gedaan wordt. Ik neem een willekeurig deel uit een
toespraak, die verleden zondag werd gehouden in een kleine en nogal somber denkende
gemeente .
En zo zeg ik u, er is maar een God en dat is Jehovah. Er leeft geen godsdienst. Jezus heeft
geen godsdienst gesticht, hij heeft ons gebracht de leer van Jehovah en geen andere. En alle
godsdiensten zijn werktuigen van de duivel. Verdoemd zullen zij zijn, die niet dienen de ene
Jehovah, de Heer, op Wie wij wachten en op Wie wij vertrouwen.
Ik weet niet of u iets gemerkt heeft hierin. In de eerste plaats gaat men uit van het standpunt,
dat wij het alleen weten. Dat is voor de hoorder altijd buitengewoon prettig. In de tweede
plaats wordt er gespeculeerd op een afkeer die de mens heeft van reglementatie. Men vertelt
hem, dat hij niet aan godsdienstige regels gebonden mag of kan zijn en legt daarvoor in de
plaats de zacht vergulde pil van veel zwaardere eisen en regels op van het z.g. juiste leven. In
de derde plaats vertelt men de mens, dat hij uitverkoren kan zijn, maar dat anderen zeker
verdoemd zijn. Hierbij is gespeculeerd:
• ten eerste op de behoefte van de mens om meerwaardig te zijn,
• ten tweede op de behoefte van de mens om vrij te zijn,
• ten derde op zijn schuldbewustzijn, waar hij dan door zijn acties en handelingen zal
proberen in de genade Gods te verkeren.
En verder heeft men hem dan nog heel ernstig a.h.w. op het hart gedrukt, dat er een rijk is,
dat belangrijker is. Hij behoort tot een ingewijde kern. Dat is niet zo gezegd, maar dat volgt uit
die woorden. De overigens in de Bijbel zeer goed onderlegde lekenprediker, die dit naar voren
bracht, heeft ongetwijfeld geen bewust gebruik hiervan gemaakt. Toch is zijn wijze van
betogen er een, die de mens en kan aan sporen tot een zeer grote agressiviteit.
Hoe anders wordt het niet, wanneer ik ga kijken naar een andere betoogtrant. Want, mijne
vrienden en beminden, zo wij hier samen zijn in de naam van Hem, Die voor ons aan het kruis
gestorven is, zo zal Hij in ons midden vertoeven. Heeft Hij ons niet beloofd.
Merkt u iets? Hier wordt met de halve huiltoon (het z.g. gedragen spreken) een sterk beroep
gedaan op de simpele emoties van de mens. Hier is een soort klacht gaande en deze helpt de
mens om het zelfbeklag te steunen, dat in hem leeft. In de tweede plaats wordt wederom
gespeculeerd op het uitverkoren zijn der gemeenschap en wordt gewezen op de grote
juistheid. Ik zou verder kunnen gaan, maar ik meen dat dit voldoende is.
Een geheel andere wijze van stemgebruik kunnen wij b.v. vinden in de dichtkunst. Ook daar
zijn veel voordrachtsmethoden mogelijk, die gaan van de normale gespreksterm af tot het
Roijaards of Verkade-achtig melodramatisch declameren. Deze dingen hebben op zichzelf
weinig betekenis. Zolang het ons gaat om de woordinhoud van het gedicht, kunnen wij het
beter gewoon zeggen. Wanneer wij echter een sfeer willen vangen, dan zal heel vaak ongeacht
de woorden de sfeer geschapen kunnen worden. Ik wil u een voorbeeldje daarvan geven,
ofschoon u er genoeg van weet door de Schone Woorden.
In het wazig purper van de mist staan de wilgen als spoken, wuivend met vele armen. Een
verdoolde koe schijnt te drijven, pootloos, in een zee van melkig wit. Een vogel roept en
ergens breekt een licht den einder. Sfeer, zuiver sfeer. Maar als wij die sfeer nu eens gaan
omzet ten voor ons eigen doel, wanneer wij iets nodig hebben (en dan bedoel ik wij hier, zowel
geest als stof), kunnen wij dan ook geen gebruik maken van deze dingen? Zoals een spreker
een echo weet te wekken bij de mensen door gebruik te maken van verborgen waarden, van
verborgen semantiek, zo kunnen wij dat geloof ik ook wel doen t.o.v. onszelven. En wat meer
is met de trilling, die wij veroorzaken, kunnen wij ook harmonische waarden in de omgeving
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
22
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

a.h.w. wekken. Ook hier geldt weer zolang wij het zijn die voortbrengen (het geluid
voortbrengen), beheersen wij. Op het ogenblik echter dat wij een ander volgen daarbij, zijn wij
eigenlijk slaven, verlengstukken van een ander geworden.
Nu kan het voor ons soms erg belangrijk zijn, dat wij de juiste toon vinden, niet alleen voor
anderen maar ook voor onszelf. Het is niet voor niets, dat de welsprekendheid een grote plaats
heeft gehad in de vele oude scholen. Dit gaat niet alleen om het denken, het gaat om het
scheppen van een sfeer of een invloed. En geloof me vrienden, een sfeer of een invloed
opbouwen is zo eenvoudig. En wanneer je weet en voelt wat er rond je is, wanneer je aanvoelt
waar de krachten vandaan komen, dan voel je a.h.w., opeens Ja, hier is de kracht, hiermee
kan ik werken, dit is het machtwoord. En dan hebt u uzelf beroerd en niemand anders. Je kunt
dit laten gaan van de ademloze stilte, waaruit je voor een ogenblik met je denken ontwaakt,
tot het laaiend geweld van doorklinkende klanken, die overweldigen en die op een gegeven
ogenblik dwingen de inhoud van het leven te beseffen.
De incantatie, die zo erg belangrijk is bij de magie, heeft ook wel degelijk bij de esoterie haar
plaats. In het wezen van de mens zijn vele vertrekken normalerwijze gesloten. Er zijn vele
gedachtegebieden, die hij niet bewust bereiken kan, maar waarvoor het woord of de klank een
sleutel kan vormen. Wanneer wij tot onszelf willen doordringen, kan het ons vaak helpen,
wanneer wij in staat zijn zelf deze klanksleutels toe te passen op ons eigen wezen. Ik wil hier
niet te ver op doorgaan. Maar in verband met de wetten, die wij besproken hebben, hebben
wij hier in ieder geval te maken met een praktische toepassing.
U bent in staat voor uzelf te zoeken naar het machtwoord, dat u a.h.w. ontdoet van de
begrenzingen, die in u bestaan. Het machtwoord dat onderbewustzijn, bewustzijn,
bovenbewustzijn, geestelijk bewustzijn, alles samen smeedt tot een geheel. Dan is er geen
sprake meer van rede en redelijk denken begrijp dat wel, maar er is sprake van een erkennen
van jezelf. Als je iemand ziet, is dat ook niet redelijk. Pas wanneer je die persoon kritiseert en
er iets over gaat vaststellen, komt de rede aan het woord, nietwaar?
Wanneer wij dit machtwoord voor onszelf gaan vinden, dan ontdekken wij dat het zover kan
gaan, dat het b.w een stofmens het bewustzijn voor een ogenblik ontneemt, dat het een geest
voor een ogenblik totaal kan afsluiten van zijn omgeving. Maar daarvoor in de plaats komt een
ervaren (een haast angstig ervaren), waarin je ogenblikkelijk ik, zoals je je dat denkt, teloor
gaat en daarvoor in de plaats iets anders komt. Iets, waarvan je niet weet misschien, wat het
is. Er zijn mensen geweest, die daarvan gebruik hebben gemaakt. Ik denk hier b.v. aan de
gewoonte van de oude Noormannen om Odin aan te roepen. Het was een zeer schrille, hoge
kreet, een soort krijgsgeluid eigenlijk. Maar het vreemde was, dat door overlevering de trilling
daarvan voldoende was om de mens doof te maken voor alles, wat in zijn omgeving was. Hij
besefte niet meer tegenover welke gevaren hij stond. Vandaar dat ook zonder de gebruikelijke
giften, die voor de Berserkerwoede of drank e.d. wel dienst deden, alleen met deze kreet een
absoluut vergeten van gevaar, een vergroting van eigen kracht en uithoudingsvermogen
bereikt kon worden. Ik wil niet zeggen dat u Odin moet aanroepen, ik wil u alleen maar de
raad geven eens op te letten. of er niet enkele woorden zijn, die in u speciaal doorklinken, die
u speciaal iets te zeggen hebben. Probeer dan eens deze op uzelf te gebruiken. Probeer of u de
intonatie kunt vinden, waardoor a.h.w. een prikkeling u over de huid gaat, waardoor het u lijkt
of uw hele hoofd in. lichterlaaie staat voor een ogenblik. Als u dat vindt, hebt u een zuiver
stoffelijk hulpmiddel gevonden om uw innerlijke eenheid aanmerkelijk te vergroten. Daarnaast
kunt u later binnen de magie van deze eigenschappen gebruik maken om al, wat rond u is
zowel dode stof als levende stof en het bezielde in eenheid te brengen met uw eigen streven
en werken onderdanig te maken misschien zelfs voor een korte wijle aan uw eigen gedachten.
Ik beveel dus ook dit zeer in uw aandacht aan.
Na dit fragmentje want het zijn eigenlijk allemaal korte lesjes gaan wij nog een keertje onze
aandacht wijden aan de kwestie der dimensies. Nu is het heel eenvoudig te zeggen: Er zijn
meer dimensies. En ik kan er een heel geleerd betoog over gaan houden en u duidelijk maken
hoe de kwesties van ruimte en tijd verschillende schijnbaar verwijderde punten bij elkaar
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
23
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

brengen via een andere dimensionale verhouding. Dat heeft weinig zin. Wat wij echter goed
moeten begrijpen is dit: De mens leeft in een driedimensionale wereld. De geest leeft voor
haar doen in een wereld, die drie of vier dimensionaal is. Beiden echter leven zij in een wereld,
die nog meer mogelijkheden in zich bergt. Wat voor de geest normaal is (dwz vanaf de hogere
Zomerlandsfeer vierdimensioneel), is voor de mens bereikbaar. Wat voor de geest bereikbaar
is door bewustwording (een 5, 6 of 7 dimensionale wereld), is ook voor de mens aan te voelen
en op den duur misschien ten dele te bereiken. Het kennen van die andere afmetingen in het
heelal berust helemaal niet op stoffelijke wetten. Er is misschien wel een oneindig aantal
dimensies, hoewel wij vanuit ons standpunt moestal spreken over 7. Het belangrijke is dat wij
beseffen, dat bij elk teloorgaan van een bepaalde afmeting er een nieuwe daarvoor in de
plaats komt, want ons bewustzijn kan er maar drie verwerken. Zolang wij mens zijn zeker. Als
geest wordt de vierde dimensie voor ons een soort van voortdurende verandering, iets als het
fluoresceren van een vlak van een bepaalde kleur, waardoor het een zekere, andere
eigenschap krijgt die niet te omschrijven is.
De kwestie van een vierde dimensie voor de mens houdt in de vrije beweeglijkheid van de
geest de mogelijkheid om het “ik” van buitenaf te beschouwen, de mogelijkheid verder om met
dit ik in te grijpen ongeacht lichamelijke afstanden als met lichamelijke kracht ofwel met
geestelijke kracht. Ik zal u voor vandaag alleen dit opgeven als een punt om eens te
overdenken, om eens over te mediteren.
Op het ogenblik dat u af stand kunt doen van de z.g, redelijke beperking en gebruik kunt
maken van de extra dimensie die u bezit, zult u datgene, wat de begrenzing van de drie
dimensies betekent in uw eigen wereld, beheersen en dat is de tijd. Een tijdbeheersing in de
mens maakt het die mens mogelijk om het aantal voor hem bestaande ogenblikken binnen een
op aarde bepaalde vaste, tijdseenheid te vergroten of te verminderen naar eigen behoeven.
Dit wil ook zeggen, dat hij zijn gevoeligheid aanmerkelijk kan opvoeren of terug kan brengen.
Bijvoorbeeld wanneer een normaal mens door een winkelstraat loopt in een normaal tempo,
zal hij per etalageruit die hij passeert, misschien twee of drie voorwerpen opmerken. Wanneer
wij echter de tijdslimiet van het bewustzijn door versnelling aanmerkelijk vergroten, zal
iemand met versneld bewustzijn 100 tot 500 voorwerpen per etalage aandachtig kunnen zien
en beschouwen. Omgekeerd kan iemand, die het bewustzijn vertraagt, een uur lopen en zich
van zijn verplaatsing noch van zijn vermoeidheid bewust zijn. (Een van de punten bij de
lungjampc, de snellopers van Thibet, berust ook daar op.) Wanneer ik op een gegeven
ogenblik iets moet betasten (b.v. de kwaliteit van een stof) en ik vergroot mijn gevoeligheid, is
het aantal prikkels per eenheid aanmerkelijk groter. Ik zal dus veel juister en zuiverder in een
korte tijd allerhande eigenschappen kunnen vaststellen. Daar komt bij, dat per oppervlak het
aantal prikkels aanmerkelijk verveelvoudigt, omdat bij de kleinste beweging hernieuwde
prikkels worden gegeven en geen permanente prikkelwaarden aanwezig blijven. Omgekeerd Ik
heb een ongeluk. Ik vertraag mijn bewustzijnswaarde. Dan zal dat wat voor een ander, een
ondraaglijke pijn is, voor mij misschien een doffe pijn zijn van bijna hoofdpijn en die zal ik
gemakkelijk kunnen negeren.
Het gebruikmaken van deze tijdsfactor dus en de mogelijkheid jezelf daarin te versnellen of te
vertragen betekent niet, dat je je buiten de eigen wereld stelt Het betekent echter wel, dat je
leert bewust je eigen wezen onafhankelijk te maken van de algemeen geldende tijdswaarde.
Dit is zoveel te belangrijker, wanneer wij willen gaan nadenken hetzij over ons eigen wezen
hetzij over de kosmos. De tijd, die de doorsnee mens ongehinderd doorbrengt, is meestal niet
zo erg groot. Een kwartier of tien minuten absoluut ongehinderd zijn in de moderne wereld, wil
al heel veel zeggen. Maar door de versnelling van uw vermogens kunt u binnen een minuut
(een periode, die u zeer gemakkelijk ongestoord kunt doorbrengen) meer doormaken dan een
ander in een meditatie van uren. U kunt ver der dank zij die dimensionale verhouding afstand
nemen van uw huidig ik. U kunt de toestand in de toekomst of in het verleden b.v. nader
analyseren. U kunt ook zowel uit het verleden als uit de toekomst uw huidig ik beschouwen en
de fouten daarin opmerken. Dit klinkt natuurlijk allemaal heel erg mooi, maar het heeft weinig
zin, wanneer daar geen praktische kwaliteiten aan verbonden zijn. Er is enige training voor
noodzakelijk om het tijdselement uit te schakelen. Wij kunnen dit niet zonder meer doen door
te gaan spreken over meer dimensies. Het voorstellingsvermogen is hiervan uitgesloten. Het is
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
24
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

echter een wil, een intensiteit. In het begin gaat het heel erg moeilijk en maken wij gebruik
van z.g. ezelsbruggetjes. Dit kan o.a. gedaan worden door associaties te maken. De z.g.
mnemotechniek is wel een van de eerste trainingsmiddelen. Zij werd dan ook in de oudheid
beoefend en ook heden ten dage nog. Zij bestaat in het voortdurend trainen een grote
hoeveelheid gegevens gelijktijdig te overzien. Men doet dit door een vast verband te leggen
tussen waarden. Als u een blad met advertenties b.v. beziet, dan moet u niet alleen denken
aan een bepaalde plaats, maar u moet van elke advertentie a.h.w. iets weten. Bijvoorbeeld,
een mijnheer heet Boot en woont in de Schepersstraat. Als u hoort Schepersstraat, dan weet u
dat is Boot als u hoort Boot, dan weet u dat is Schepersstraat. Dit combineren lijkt een
kinderspel, maar op deze manier kunnen wij dus leren steeds meer waarden door associaties
tegelijk te behouden. Dit bouwt een onderbewust potentieel op, dat het steeds meer
vastleggen van prikkels mogelijk maakt en tevens het terugroepen daarvan.
Mnemotechniek is in feite gebaseerd op onderbewuste waarneming, die door middel van
bepaalde foefjes wordt omgezet in bewuste herinnering. Zolang u wilt denken met uw gewoon
dagbewustzijn, bent u aan een zeker tempo gebonden. Dat is voor elke mens verschillend.
Zodra u echter onderbewust gaat reageren, is slechts de reactie of actie van het bewustzijn
een bepaling voor beperkte of algemene waarneming. Het is hierom voor u wel zeer belangrijk,
dat u dus probeert het bewustzijn uit te schakelen. Wanneer u iets wilt zien of opnemen,
probeer eens niet te denken, niet te tellen en pas later te denken of te tellen. U zult
ontdekken, dat u op deze manier uw mogelijkheden tot ervaring aanmerkelijk uitbreidt.
Hebben wij dit eenmaal bereikt door stoffelijke training, dan wordt het gemakkelijker ons
eenvoudig een probleem voor te houden (dat kan een abstracte tekening zijn, het kan zelfs
alleen het sluiten van de ogen en een bepaald beeld zijn) en in onszelf te laten doordringen
waar het om gaat. Het kan net zo goed de komende topconferentie zijn als ons eigen wezen of
ons contact met een hogere sfeer, het bouwen van de Tempel Gods of het besef van het
eeuwige parades. Een zo’n onderwerp, alleen beschouwd, wekt de reacties in uw eigen wezen
onbeperkt. En doordat u geleerd heeft op deze wijze een totall recall te kweken of een zeer
grote recall mogelijkheid, zult u later (dus na de momenten van beschouwing) in staat zijn
ongeacht de storingen een steeds grotere hoeveelheid gegevens te verkrijgen.
Esoterisch is dit zeer belangrijk, omdat langs deze weg u een zelf beschouwing mogelijk wordt,
waarbij alle bekende en niet bekende waarden van het leven mee zijn inbegrepen. U zult op
deze manier elk detail van uw vroeger bestaan kunnen herinneren in zijn juist verband volgens
oorzaak en gevolg. U zult tevens een groot gedeelte van de toekomstige mogelijkheden
definitief kunnen zien en kunnen zeggen: Zó is het en anders niet. Het erkennen van eigen
mogelijkheden in de toekomst zowel als eigen oorzakelijkheden in het verleden geeft de
esotericus wederom.de sleutel tot zijn eigen leven. Het maakt het hem mogelijk afstand te
doen van heel veel bijkomstige dingen, die vooral door de mensheid als buitengewoon
belangrijk worden gezien.
Nu is er daarnaast natuurlijk nog iets anders om die. z, g. vierde dimensie actief te maken. En
waar zoals u weet op het ogenblik de stof voor u de grootste beperking is, is het verstandig die
vierde dimensie in te schakelen in droomleven, slaapwereld of trance toestand. Wanneer u wat
verder komt op dit terrein (over een jaar of 4, 5 voor sommigen van u over een jaar of 1, 2
dat ligt eraan wat u voor die tijd al hieraan hebt gedaan), dan zult, u ontdekken dat bepaalde
vormen van zelfhypnose hiervoor ook zeer bruikbaar zijn. Wij kunnen nl werkelijk de tijd
veranderen. Maar wat wij niet kunnen doen is onbeperkt voor een stoffelijk lichaam de reactie
en prestatietijd verhogen. Die is gebonden aan de wisselwerking tussen de neuronen en
daardoor wel aanmerkelijk te versnellen maar toch niet onbeperkt. Maar de geest, het
denkvermogen, kan zozeer versterkt worden, dat er a.h.w. een lichtsnelheid benaderd wordt,
U gaat dus met een lichtsnelheid door de wereld heen, u ziet alle dingen, u brengt ze weer
terug en in dat ene moment bent u een paar maal de wereld rond geweest, (Dat is natuurlijk
maar een heel bekrompen voorbeeld.) Hiervan kunnen wij gebruikmaken door het bewustzijn
aanmerkelijk uit te schakelen. Daarover zullen wij later nog nader spreken. Zijn er vragen?

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
25
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

Wilt u een klein voorbeeld geven, hoe een mens begint zijn bewust zijn uit te schakelen?
Ontspannen?
In de eerste inleiding is al gesproken over de optische vermoeidheid, die daarbij kan dienen. Ik
geloof niet dat wij daarop verder moeten ingaan. Later wil ik u misschien nog wel eens in een
bepaalde mechanische en zuiver psychische zelfhypnose techniek inwijden, maar op het
ogenblik zou dat nog wat te ver gaan.
De wereld rondgaan in een flits, bedoelt u dat werkelijk of is dat maar bij wijze van
voorbeeld?
Kijk eens, u kunt hier blijven zitten en toch, gelijktijdig op een groot aantal punten van de
wereldverhoudingen, gebeurtenissen en ontwikkelingen vaststellen en praktisch op hetzelfde
moment hier terug zijn. Het is b.v, helemaal niet moeilijk om te vertellen, dat er op het ogen-
blik in Engeland en in Londen een grote vergadering aan de gang is, waarbij verschillende
heren politici elkaar nogal stevig aan het aanvallen zijn. Dat zou dus weer een scheuring
kunnen betekenen in de Labour partij. Dat kunt u als mens ook.
Dan moet ik dus mijn geest uitprojecteren.
Ja. En dan kunnen we wat verdergaan. Zo even b.v. is er in de V.S. een ongeluk gebeurd in
een show (ergens in het midden, ik meen in Missouri), er is een brand uitgebroken op het
toneel en er zijn wat slachtoffers bij gevallen. Misschien leest u het morgen of overmorgen in
de krant, U kunt dit beheersen of u kunt het onbeheerst krijgen. Wanneer je op den duur dit
leert te beheersen, dan is het mogelijk om op een ogenblik 100 verschillende ontwikkelingen
op aarde te volgen. Niet dat het belangrijk is, want je hebt er voor je geestelijk welzijn heel
weinig aan. Het is meer een soort krachtproefje. Maar ik geef dit aan om u te tonen wat
mogelijk is, wanneer u de tijdsfactor uitschakelt. Ik heb veel meer tijd nodig om te praten dan
om waar te nemen
Het z.g. bewustzijn uitschakelen, is dat hetzelfde als je passief houden?
Je kunt nooit je gehele bewustzijn uitschakelen, maar je kunt b.v. alle bewustzijn van
stoffelijke prikkels zover verminderen, dat het niet meer meetelt (een bewustzijnsdrempel
verhoging). Dat wil zeggen, dat dan een ander deel van het bewustzijn (de gedachtewereld)
intenser kan gaan werken en dat veel waarden, die tot nog toe eigenlijk steeds onderdrukt
werden, naar voren konden komen, Dan kunnen we nog een stap verdergaan en wij kunnen
bepaalde stoffelijke gedachten gaan uitschakelen. Dus alles, wat met stoffelijke
omstandigheden associeert, kunnen wij ook uitschakelen. Dan ligt daarachter weer een soort
geestelijk filosofisch denken. En dan is het vreemde, dat hier het abstracte begeerte element
vaak op de voorgrond komt, dat in vormen wordt uitgedrukt. De een drukt het uit in
postzegels, de ander in bioscoopvoorstellingen, weer een ander in schilderij en misschien
eentje in mooie dames en een ander in het aantal merken jenever, dat hij proeft. Maar
meestal is dat een en dezelfde begeerte factor, alleen persoonlijk dus door de omstandigheden
anders geuit. Wanneer je die begeerte factor nu gaat benaderen in het abstracte, wordt het
veel gemakkelijker hem te hanteren en kan dus voor de bewustwording aanmerkelijk veel
meer gedaan worden. Dat is dus het uitschakelen, U moet niet denken dat het eenvoudig is uw
gehele wezen uitschakelen. Maar u kunt wel dat wezen zozeer concentreren, dat het voor een
ander mogelijk wordt het te overvleugelen maar dan gaat u de kant uit van trance
mediumschap. En dat is nu niet de bedoeling. Trance mediumschap heeft esoterisch over het
algemeen maar een zeer beperkte betekenis. De bedoeling is, dat u in uzelf doordringt, en dat
kunt u dus doen door u zo te concentreren, dat u eerst de stoffelijke prikkels aanmerkelijk
uitsluit en later bepaalde gedachtebeelden kunt uitsluiten. Door een steeds meer naar het
abstracte vlak toewerken, krijgt u op den duur a.h.w, de plattegrond van uw eigen
persoonlijkheid te zien en begrijpt u dit zijn de dingen die mij doen bewegen, die mij doen
handelen. En hebt u dit eenmaal bevat, dan is dat meestal niet onmiddellijk redelijk bewust uit
te drukken, maar u kunt op zo’n ogenblik bepaalde wijzigingen aanbrengen. Die wijzigingen
werken dan in het gedrag door en dat is heel erg belangrijk, vooral voor iemand die in de stof
leeft.
Is passief houden niet absoluut niet denken?
De mens, die werkelijk in staat is absoluut niet te denken, helemaal niet denken, dus zelfs niet
denken, dat hij niet denkt, bestaat haast niet.
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
26
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

We kunnen het dus zoveel mogelijk benaderen.
Bij de benadering krijgen we ook wel een uitschakelen. Maar voor deze methode van werken u
moogt het natuurlijk anders doen, maar wij gaan hier toch van een zeker systeem uit is het
dus wel verstandiger en beter, dat als je begint a.h.w. stukje voor beetje uit te schakelen.
Anders heb je kans dat je het kind met het badwater weggooit en hetgeen belangrijk zou zijn
bij die uitschakeling eigenlijk ook verwijst naar het gebied van het onbewuste. Voor de
esotericus is het belangrijk dat hij te allen tijde beheerst staat tegenover de oneindigheid. God
werkt in ons, natuurlijk. Maar wanneer wij er iets van willen begrijpen, moeten wij zozeer
meester zijn van onszelf, dat wij Gods functies a.h.w. onder de microscoop kunnen leggen. Het
klinkt wel heel erg brutaal om dat te zeggen, maar het kan. God werkt in ons en de wijze,
waarop God werkt, kunnen wij in het geheel niet overzien, maar bij kleine delen van ons
wezen kunnen wij het wel zien. Daar kunnen wij zuiver zien, kijk, hier is een goddelijke
werking en dat is het resultaat en dat is mijn reactie erop. En dat is toch per slot van rekening
die weg naar binnen toe, waardoor je langzaam maar zeker in je innerlijk wezen die goddelijke
krachten ontsluit, je bewust wordt van alle sferen, waarmee je contact hebt. Vandaar dat ik er
op het ogenblik zo de nadruk op leg. Mag ik aannemen dat wij met de belangrijke vragen
aangaande het voorgaande klaar zijn, voordat we nog meer gaan afdwalen? Dan gaan we nog
even verder.
Naast alle kosmische wetten bestaan er bepaalde magische wetten. En sommige van die
magische wetten zijn speciaal bruikbaar om ik zou zeggen jezelf a.h.w. gemakkelijker in de
wereld te plaatsen. Dit puntje kennen degenen, die van de G.G.S. hier zijn overgebleven heel
goed. Daarmee kunt u dan eens gaan praten, wanneer het te onduidelijk is. Dat spaart ons
tijd. Wij hebben n.l. de mogelijkheid om onze eigen tekortkomingen voor een groot gedeelte
op te vangen. En dat gaat natuurlijk voor geestelijke, maar daarnaast ook voor lichamelijke
prestaties.
Om dit te doen moeten wij een figuur creëren, die niet werkelijk bestaat, maar die wij tijdelijk
op astraal gebied scheppen. De schepping van deze figuur betekent, dat een deel van onze
eigen kracht dus wordt geprojecteerd op een ander terrein. Alles wat wij denken niet te
kunnen en wat wij denken dat voor ons onmogelijk is, is in feite voor ons mogelijk. Dit geldt
voor stof en geest in alle sferen, van de hoogste tot de laagste. Op het ogenblik dat ik zeg ik
kan niet, zeg ik dit dus, omdat ik mij van mijn eigen werkelijke vermogens en kracht reserves
onbewust ben. Ik durf niet te vertrouwen in mijzelve op een zodanige manier, dat ik in staat
zal zijn mijn wantrouwen te overwinnen en mijn maximale prestatie te bereiken. Ik heb iets
nodig dat mij zekerheid schept. Dus stel ik mij voor dat ik een helper heb. Deze helper
noemen wij wel eens Scheingestalt. Een Scheingestalt kan zelfs zeer complex zijn. Ze kan uit
verscheidene wezens worden opgebouwd. U kunt b.v. gezamenlijk een gelijke compenserende
kracht creëren in de sfeer (astrale sfeer hoofdzakelijk). Die kracht is dus niet feitelijk, ze wordt
aan u ontleend. Maar zij is door de kwaliteiten, die u eraan toekent, harmonisch met alle
krachten, die die kwaliteiten helpen verwerkelijken, ook in u. Met elk beroep op dit deel van
uzelf, dat u buiten u geprojecteerd hebt, krijgt u in uzelf een vergroot.vermogen.
De Scheingestalt is een hulpmiddel. Zij mag nooit tot een absolute werkelijkheid worden
opgebouwd. We moeten vertrouwen in een onbekende kracht, die ons helpt. Noem deze kracht
god, noem ze de geest. Wij geven aan die god of die geest de gestalte, de Scheingestalt dus,
waarover ik het had, die astraal kan worden uitgedrukt, en die precies alles aanvult wat wij
tekort komen. Op stoffelijk terrein betekent dat, dat die Scheingestalt bepaalde stoffelijke
tekortkomingen kan opheffen, ze kan er een tegenwaarde voor scheppen. Met een beroep op
deze figuur bereiken we een innerlijke evenwichtigheid. En mits wij er op leren vertrouwen (wij
beginnen dus langzaam en met heel kleine experimenten, voordat wij er werkelijk helemaal op
gaan vertrouwen, zodat we eerst gezien hebben dat het gaat a.h.w. en dat zie je vanzelf),
komen we tot gelijkmoedigheid. Niets kan ons iets aandoen. Dit is voor de esotericus zowel als
voor de magiër erg. belangrijk. Je mag nu eenmaal niet beroerd worden door de wereld. Als er
iemand naar je toekomt en tegen je zegt: Nu heb je alleen maar geknoeid en dit heb je
verkeerd gedaan en dat deugt niet, wat moet je dan doen? Moet je neerslachtig worden of
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
27
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

gaan twijfelen? Neen. Dan zeg je tegen jezelf: Kijk eens, ik heb het met de beste bedoelingen
gedaan. Laat ik dit nu eens overgeven aan die Scheingestalt. Dan zal ik tot een erkenning
komen inderdaad, dit en dat is verkeerd gegaan. In de eerste plaats leer ik daaruit. In de
tweede plaats kan ik het corrigeren ik sta niet meer machteloos. Ik put daaruit vermogen. Ik
kan veel gedecideerder in de wereld staan, ik kan meer bereiken. En ik kan bovenal vergeet
dat niet daardoor vele stoffelijke zenuwkracht vertonende punten in mijn leven uitschakelen.
De energie, die op deze manier gespaard wordt, kan gebruikt worden voor verdere geestelijke
bewustwording.
Dan hebben we nog zo’n paar kleinigheden (u merkt, het gaat alle maal fragmentarisch, u zult
met uw vragen daar een volgende keer vanzelf wel een geheel van maken, denk ik) en dat ligt
op het terrein van de lichaamsbeheersing. Een lichaam een stoffelijk lichaam dan is een lastig
iets. Het beperkt je, het wordt moe. Het lichaam heeft zijn eigen wensen, zijn eigen begeerten
en, je kunt ze het niet altijd ontzeggen en je kunt ze het ook niet altijd toestaan. Het wil juist
eten, wanneer er geen eten is, drinken wanneer er geen drinken is enz. De meeste mensen
beseffen niet, dat het voorstellingsvermogen daarin een zeer grote rol speelt. Over het
algemeen wil je juist dat hebben, wat je niet krijgen kunt. Waarom? Omdat je je ervan bewust
bent, dat het niet te krijgen is en dus het normale algehele begeerte element juist in die ene
richting wordt gestuwd. U zult begrijpen, dat het voor ons volkomen fout is zeker als wij de
esoterische weg opgaan dat wij ons door die begeerten laten leiden en dat wij die tekorten van
het lichaam zo sterk ondergaan. Aan de andere kant, wanneer wij ervan overtuigd zijn dat wij
het zonder iets kunnen stellen, dan zullen wij eenvoudig door de beheersing van ons
gedachteleven ook ons lichaam aanmerkelijk beheersen,
Het is een typisch verschijnsel dat een dief, die door een agent wordt achterna gelopen, vaak
beter sprint dan een kampioen op de korte afstand. Toch is het zo, mits hij maar wanhopig
genoeg is. Maar wat die inbreker doet, wanneer een agent hem achterna zit, is niets
vergeleken bij de snelheid die hij haalt, wanneer een hond hem achterna zit. En zo kun je
verdergaan. Er blijkt dus steeds nog een grotere prestatie mogelijk te zijn.
Een ander voorbeeld. Er zijn mensen, die verkouden worden van elk tochtje. Maar wanneer ze
op een gegeven ogenblik in de noodzaak verkeren zich regelmatig, zonder verandering van
bedekking enz., aan weersomstandigheden met grote verschillen van temperatuur bloot te
stellen, worden ze niet verkouden. Want als ze verkouden worden, hebben ze geen tijd om
ziek te zijn. Ze zullen misschien dezelfde lichamelijke verschijnselen voor een ogenblik hebben,
maar ze overwinnen die, omdat ze er geen aandacht aan geven. Deze typische verschijnselen
bewijzen toch wel, dat je dus een zeer grote hoeveelheid prestatie meer uit het lichaam kunt
krijgen en dat je veel minder hinder van dat lichaam behoeft te hebben, dan je in doorsnee
hebt.
Het is voor de mens daarom belangrijk, dat hij zich gaat realiseren, dat wanneer hij het koud
heeft hij niet de kachel behoeft aan te steken (het is natuurlijk wel gemakkelijk), maar dat hij
wanneer het koud is ook heel eenvoudig kan willen, dat zijn bloedsomloop iets versnelt. Dan
krijgen we vanzelf een temperatuursverhoging. Hij kan eenvoudig de verbranding in zijn
lichaam wat opvoeren. Wanneer u meent dat u moe bent, moet u zich eens realiseren, dat die
moeheid eenvoudig kan wegzakken, U zegt tegen uzelf: Nu zakt die moeheid uit mij weg. En
dan zult u eens zien, dan bent u na twee minuten als nieuw. Maar dan moet u niet gaan rusten
want als u vijf minuten gerust hebt, zal die vermoeidheid het u onmogelijk maken verder te
gaan. Dan is dat vastgezet. Ontspant u zich eerst. En wanneer u dan bijna niet meer vermoeid
bent en u gaat dan een ogenblik zitten, is het niet erg mits niet te lang. Dan kunt u weer
verdergaan. Zo zijn er honderd en een van die dingen.
Leer je gedachteleven beheersen. Leer begrijpen, dat heel veel van de stoffelijke bezwaren in
feite niet zo bestaan. Waar het mogelijk is aan die stoffelijke bezwaren toe te geven, moet je
het eigenlijk maar doen, want het is zonde er kracht aan te verspillen, wanneer het niet nodig
is. Maar aan de andere kant wen je niet aan om steeds bij de pakken neer te zitten. Om te
zeggen: Maar nu ben ik zo doodmoe, ik kan niet meer. Dat is fout. Vraag jezelf af: Is het
noodzakelijk dat ik nog iets doe? Zo ja, dan ben ik niet moe. Ik kan mij die weelde niet
permitteren. Basta. Wanneer je op deze manier probeert de lichamelijke factoren steeds meer
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
28
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

te beheersen, blijft er maar een betrekkelijk klein gedeelte over van lichamelijke drijfveren, die
werkelijk hinderlijk en lastig zijn. Een stofmens behoeft door zijn lichaam niet zo sterk
gehinderd te worden, als hij in doorsnee wordt.
En dan heb ik nog een laatste korte les. Nu is dat een les, waar mee we heel erg voorzichtig
moeten zijn, anders gaat u het verkeerd interpreteren. Onthoud dit: Alles wat in de stof
natuurlijk is, is aanvaardbaar. Alles wat in de natuur voorkomt en uit de natuur voortkomt,
mag niet verworpen worden. Het natuurlijke is de basis van het bestaan.
Dat geldt voor eten, voor drinken, voor sex, voor alle dingen die maar voorkomen, van
ademhalen af bij wijze van spreken tot rusten toe. Zolang dit in overeenstemming is met het
natuurlijke, bevat het op zich zelf geen kwaad. Wanneer wij van die dingen kwaad maken en
wij gaan ze dus zondig noemen of slecht, dan scheppen wij voor onszelf een waanwereld. Een
waanwereld, waarin wij onnoemelijk veel grote tegenstanden steeds weer ontmoeten. Dingen,
die ons heel vaak beletten om geestelijk verder te gaan. En het is voor de geest precies
hetzelfde als voor de stof. Maar er zit ook weer een andere factor aan vast. Wij zullen ons in
het natuurlijke zo beheersen, als ons mogelijk is en noodzakelijk lijkt om aan anderen geen
aanstoot te geven (dus ergernis), om anderen niet ongelukkig te maken en anderen in hun
werkelijke of vermeende rechten niet aan te tasten. Deze drie dingen moeten wij onthouden,
Wij zijn aansprakelijk tegenover onze medemensen, niet voor onze gedachten en onze
opvattingen, maar voor hetgeen zij doormaken door onze handelingen.
Dat geldt geestelijk en stoffelijk eigenlijk gelijk. Deze aansprakelijkheid moeten wij
aanvaarden. Maar wij mogen ons nooit laten verleiden om natuurlijke dingen slecht, zondig of
iets anders te vinden. Wat natuurlijk is, is op zichzelf aanvaardbaar en goed.
Dit belet n.l. dat wij ons gaan bezighouden met handelingen van anderen, die niet geoorloofd
zijn. Daarmee hebben wij niets te maken. Dat belet voorts, dat wij allerhande fantastische
schuldgevoelens en zelfverwijten in ons voelen rijzen, waar het niet noodzakelijk is. Het
rekening houden met anderen, met hun rechten en opvattingen, voorkomt dat wij die schulden
en schuldgevoelens t.o.v. anderen zullen hebben. Op deze wijze staan wij vrijer in de wereld
(en dat betekent dus hoofdzakelijk hier in uw stoffelijke wereld, waarin deze dingen sterker
gelden dan bij ons in de vormsferen) en wij zullen dus meer nauwgezet ons eigen wezen
kunnen uiten. Dit is niet alleen: oordeel niet, opdat ge niet geoordeeld worde, maar het
betekent: Bespaar je de moeite om met allerhande waanideeën anderen te veroordelen, terwijl
je je tijd beter kunt gebruiken. Probeer ook anderen, die door schuldgevoelens, zelfverwijt e.d.
gekweld worden, duidelijk te maken dat u daar niets mee te doen heeft, tenzij het hier een
kwestie is van werkelijk leed toevoegen aan anderen en dat daar de persoon in kwestie alleen
zelf iets aan kan doen maar dat nooit een zelfverwijt of een berouw mag voortkomen uit
dingen, die op dat ogenblik en volgens de natuurlijke wetten normaal waren.
Menselijke wetten gaan ons in zoverre slechts iets aan, wanneer wij esoterisch streven, als
noodzakelijk is voor een gezonde samenleving. Wij zijn tegenover de medemensen steeds
aansprakelijk, juist wanneer wij esoterisch streven. Juist wanneer wij in de wegen van de
esoterie en de magie verdergaan, vrienden, u moet mij niet kwalijk nemen dat ik daar even de
nadruk op leg, dan zijn wij niet ontheven van onze verplichtingen tegenover een stoffelijke of
een geestelijke wereld. Dan worden deze verplichtingen eenvoudiger, omdat de menselijke
wetten en de geestelijke usances daarbuiten vallen. Maar aan de andere kant worden we meer
aansprakelijk, veel sterker aansprakelijk dus t.o.v. het individu. Denkt u over al deze dingen
eens na. Ik hoop, dat ik u iets heeft kunnen leren. En bovenal hoop ik, dat wanneer u iets
geleerd hebt u er ook iets mee zult leren doen.
o-o-o-o-o
Wij zullen eerst wat vragen beantwoorden. Daarna krijgt u dan een kleine verhandeling.

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
29
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

In het tweede gedeelte van de vorige maal heb ik gemerkt, dat u de personen hebt laten
kennismaken met de aarde, het water, het vuur, de lucht om daarmede eenheid te
bereiken. Dat gebeurt in de inwijdingsscholen toch ook?
Ja. Er is geen commentaar bij nodig. Het is de bedoeling om dus uit deze groep eventueel
weer een - laat ons zeggen - inwijdingsgroep op te bouwen. Wij hebben met de vorige groep
van de inwijdingsschool en G.G.S. dus doorgewerkt, totdat wij op een gegeven ogenblik vast
kwamen te zitten. De moeilijkheid lag daar ongetwijfeld enerzijds wel een beetje bij ons, maar
anderzijds toch ook wel bij de aanwezigen. Nu hebben wij gedacht: Wanneer wij met een wat
grotere groep kunnen beginnen en wij kunnen proberen om daar de actieve elementen te
stimuleren, terwijl wij gelijktijdig eventueel de leden, die de G.G.S. zeer ernstig hebben
genomen, toch ook nog een klein beetje op pad kunnen helpen, dan komen we vanzelf op het
punt, dat wij weer verder kunnen gaan met een hoogste klas a.h.w. Dat hebben wij op het
ogenblik niet. Wij kunnen qua materie verdergaan. Het ligt in de bedoeling u op een prettige
manier te laten kennismaken met de verschillende wetten van de magie, zowel als met de
verschillende mogelijkheden van esoterische inwijding. En aangezien de avond daarop is
afgesteld, zal het duidelijk zijn, dat wij ons daar ook zoveel mogelijk op richten met praktisch
alles, wat gebracht wordt op deze avond.
De inwijder in de oude mysteriën gaf een suggestie. En nu heb ik het idee, dat dat iets
onnatuurlijks was. Een inwijding moet toch iets zijn, wat je uit jezelf bereikt om voor jezelf
geldigheid te hebben.
Suggestie is iets wat eigenlijk overal een rol speelt. Ik geloof niet dat er een inwijdingsschool is
aan te wijzen, waarin die suggestie geen rol speelt. Nu gaan wij van het standpunt uit, dat de
suggestie niet te sterk gegeven mag worden. In de oudheid dacht men er anders over, omdat
n.l. niet de ervaring op zichzelf belangrijk was maar de proef, die men daarmede aflegde. Aan
een dergelijke proefneming zaten verbonden o.a. proeven van moed, van
doorzettingsvermogen, tegen eigen bijzondere angsten toch nog bestand blijven, afstand doen
van begeren e.d. Het ging hier om de ontwikkeling van eigenschappen en na een dergelijke
inwijding vond eigenlijk pas het kennis geven van bijzondere geheimen plaats. Zoals wij hier
proberen u sommige geheimen van de natuur, van geestelijke krachten en wetten te leren
kennen, zo gebeurde dat in een inwijding ook maar de grote bereikingen konden alleen worden
gegeven aan personen, die inderdaad betrouwbaar waren. En dat moest betekenen, dat dat
voor hen geen gevaarlijk speelgoed zou kunnen worden. Wij hadden b.v. met onze G.G.S.
gemakkelijk door kunnen gaan, maar dan hadden wij recepten moeten geven. We hadden dus
de aanwijzing moeten geven. Wanneer men handelt, á en b samenbrengt, dan krijgen we
reactie c. Met reactie c kunnen wij het volgende doen. Voegen wij daarbij nog element d, dan
krijgen we reactie e.

EEN PAAR GEGEVENS OVER INWIJDING

Dat is allemaal heel mooi, maar in het geestelijke hebben wij vaak te maken met zeer
moeilijke verschijnselen. Er is altijd, wat men wel eens heeft genoemd, de wachter op de
drempel, maar wat wij liever noemen de eigen angst. Er zijn bepaalde dingen in je eigen
bestaan, die je moeilijk kunt accepteren. Wanneer je in de geest gaat werken, word je daar
steeds sterker mee geconfronteerd. Hoe sterker deze confrontatie wordt, hoe groter de
beheersing moet zijn, die je over jezelf hebt en bovendien het doorzettingsvermogen,
waarover je beschikt, om deze factoren af te schudden. De werkelijke inwijding is n.l. niet
alleen maar het geven van een sleutel om een deur open te doen, die je daarna weer sluiten
kunt. Dat is binnen de mens eigenlijk niet mogelijk. Op het ogenblik dat u zich bewust bent
geworden van b.v. een astrale wereld en u bent daar volledig in ingewijd (u kent dus die hele
astrale wereld), blijft dat u beïnvloeden.
Dan kunt u aan die astrale wereld ook niet ontkomen. Bent u ingewijd in een Zomerlandsfeer,
dan kunt u de verschijnselen van die Zomerlandsfeer niet meer uitsluiten uit uw leven. U kunt
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
30
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

er een beetje Oost-Indisch doof of blind voor zijn, u kunt ze dus voorbijgaan, wanneer ze
optreden (wat de doorsnee ingewijde dan ook doet, tenzij een bepaald verschijnsel zijn
aandacht in het bijzonder wekt, dus voor hem persoonlijk betekenis heeft.) Maar stel nu eens,
dat wij te maken krijgen zoals meestal in het begin met bepaalde astrale uitdrukkingen van
grote krachten. Die grote krachten komen voor een groot gedeelte uit het menselijk denken
voort. En nu weet u dat er hier op de wereld van de mensen nogal wat dingen zijn, die
onaangenaam zijn. Ik denk hier aan haat, lust, trots enz. Iets wat de Openbaring van
Johannes dus beschrijft als de zeven doodzonden. Spookfiguren, ongetwijfeld. Maar stel je
voor dat deze spookfiguren je voortdurend benaderen. Zij zijn schijnbaar zeer machtig, zij zijn
groot en bovenal, zij spiegelen datgene in jezelf, wat je moet overwinnen. Je wordt er gauw
bang voor. Je zou ze willen ontlopen. Maar het vreemde is, je kunt ze slechts ontlopen door de
weerkaatste mogelijkheden tot werkelijkheid te maken. Zie je b.v. een haatbeeld, waarbij je
de mens die je haat vermoordt, dan heb je maar een keuze, of wel dit beeld te overwinnen
door het eenvoudig te negeren, dan wel die moord te begaan. Maar heb je dat gedaan, dan
komt er wel weer een andere reflex op. Het gevaar is dus zeer groot, dat men slaaf wordt van
vele der projecties van het innerlijk leven van de mensheid. Daarnaast zijn er krachten in de
sferen, die ook astraal geuit worden en die wij toch zeker niet onder de beste mogen rekenen.
Misschien is het wel aardig, als ik daar nog iets verder over vertel.
Vanaf het ogenblik dat in Atlantis de splitsing plaatsvond in de z.g. broederschap (dus in de
priesterorde), kwam er zwarte en witte magie. Maar zwarte magie is gebaseerd op dezelfde
kennis als de witte magie, dezelfde mogelijkheid tot hantering van krachten in verschillende
werelden en sferen. Een zwart magiër, die voldoende kennis had om gebruik te maken van het
astraal gebied en dit te regeren, is ook geestelijk in staat diezelfde kennis te behouden. Hij kan
zich dus een astraal voertuig scheppen en met dit voertuig van uit de astrale wereld trachten
verder te gaan. Voor een gewoon mens maakt dit betrekkelijk weinig uit. De invloed is ten
hoogste een onbewuste en wordt geneutraliseerd door het grote aantal lichte invloeden dat
rond hem is. Maar de mens, die hiervoor openstaat, kan zich niet afsluiten. Als er zo’n
demonisch gezinde zwart magiër op je afkomt, dan moet je de sterkere zijn. Je moet de moed
hebben hem te weerstaan. Je moet het begrip hebben om te weten, waar hij naar toe wil,
waar het gevaar eventueel zou kunnen schuilen. Het is duidelijk dat een inwijding, die de
poorten van verschillende werelden voor je openmaakt en je de krachten van verschillende
werelden, voortdurend ter beschikking stelt, zeer hoge eisen aan je zelfbeheersing, aan je
weten e.d. moet stellen. Eerst wanneer je in staat bent allerhande imaginaire beproevingen
door te maken, kun je die geheimen ontvangen. Want dan heeft men tenminste enige
zekerheid, dat je niet het slachtoffer wordt. Zelf een slachtoffer worden zou in de
inwijdingsgedachte nog wel aanvaardbaar zijn. Maar er zijn mensen, die onder de invloed
komen van zo’n demonie en hun daden inderdaad daarnaar gaan richten. Dan krijgen we
mensen, die dood, moord, oorlog, allerhande slechte dingen tot stand brengen (dingen dus,
waardoor anderen, lijden, pijn en ellende hebben) alleen om te ontvluchten aan hetgeen,
waardoor ze gedreven worden. En de Witte Broederschappen (ongeacht waartoe ze behoren),
hebben één ding gemeen: ze willen trachten de mensheid in vrijheid op te voeden, de
mensheid beter, gelukkiger te maken. Ze trachten met hun hele wezen dus om al, wat in de
mens leeft als geest, op te heffen tot een hoger bewustzijn en een betere sfeer. Als u een tuin
hebt, waarin u kostbare bloemen hebt gekweekt laat u niet bij voorkeur, een paar honden en
katten erin ravotten, nietwaar? De groepen, die trachten de mens op te kweken, totdat hij
openbloeit als een wezen, dat het gehele goddelijke licht in zich bevatten kan, die moeten wel
heel voorzichtig zijn, opdat niet iemand gedreven door demonen al hun werk zou vernietigen.
Het is deze reden dus, die gegeven kan worden o.a. voor de suggesties, die u zo onnatuurlijk
leken. Ze zijn m.i. gebaseerd op werkelijke en reële waarden. En waar wij ook gaan ter wereld
en in welke tijd wij ook willen zien, altijd weer zien wij deze beheersing van het geheim
gepaard gaan met de suggestieve beïnvloeding van de neofiet. Men mag niet zonder meer
daarin doordringen. En zolang de suggestie, de werking, uit gaat van de inwijder zelf, dan
beheerst hij dit, hij is meester. En zelfs wanneer hij, zoals vroeger, de neofiet liever ten onder
laat gaan dan tijdig de suggestie te verwijderen, zo heeft hij in ieder geval de zekerheid, dat
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
31
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

geen demonische kracht in de wereld komt. Hij heeft de zekerheid dat de neofiet, die niet
doorstaat, toch geholpen wordt door de geestelijke krachten des goeds en dat hij zijn
bewustwordingsgang kan voortzetten in een geestelijke sfeer.
Verder kunnen wij er nog wel het een en ander bijnemen, nu wij toch over de inwijding praten.
De inwijding op zichzelf is een reeks van beproevingen. Men heeft die op geheel verschillende
wijzen tot stand gebracht en wij zien de weerkaatsing daarvan nog in de z.g. inwijding van de
jongens en de meisjes tot volwassenen bij bepaalde wilde stammen. Dat is al heel oud. De
mierenproef b.v., die bepaalde negerstammen er op na houden, is in feite ook een poging om
te zien of de jongeling in staat is zoveel pijn te verdragen, of hij zoveel uithoudingsvermogen
en zelfbeheersing heeft, dat hij waardig is als man in de stam te leven en dat hij geen gevaar
voor anderen vormt. Het lijkt wreed en zinloos in de ogen van de blanken, maar in een
beperkte samenleving te midden van de wildernis heeft dat grote zin.
Waar wij ook gaan kijken, altijd weer blijken er geestelijk nog veel groter gevaren te bestaan
dan in de jungle. Er is geen oerwoud zo giftig en zo gevaarlijk, of bepaalde geestelijke sferen,
die deze aarde zeer dicht benaderen, zijn gevaarlijker. Wie in staat is zich daarin te bewegen,
kan er heel gelukkig in leven, heel prettig. Maar wie zwak is, brengt niet alleen zichzelf in
gevaar maar ook anderen. En zo zien wij b.v. in Indië een inwijdingsprocedure, die nog veel
verdergaat. Men gaat daar zelfs eerst beelden opbouwen. Men brengt de leerling (en dat is dus
ook suggestie) in een voortdurend dichter contact met goden en demonen. Beelden, die zo
reeel worden, dat hij er op het laatst mee praat en mee wandelt en naar men zegt, ofschoon ik
dat nooit bevestigd heb gehoord dat ze zelfs zichtbaar zijn voor anderen. Dat gaat een tijd
goed. Maar dan krijgt hij de opdracht die goden en die demonen te vernietigen, alleen met zijn
wil. Hij moet deze wezens dwingen terug te vallen tot wat zij waren kracht zonder meer. Hij
heeft daar voor een betrekkelijk korte periode, meestal 1 jaar. En heus, wanneer je onder een
zodanige invloed staat, dat je die dingen voor jezelf gerealiseerd hebt, dan is het heel moeilijk
ze in zo’n korte tijd volledig te vernietigen.
Na die tijd gaat hij de wildernis is alleen. Hij is gewapend tegen de natuur, want, hij heeft
geleerd, hoe hij zich gedragen moet om zich onafhankelijk te maken van slangen, van tijgers
en alles, wat er aan verscheurende wezens kan zijn. Geen insect zal hem steken. Maar daar
staat wel iets anders tegenover. Als hij zijn goden en demonen niet vernietigd, dan zullen ze
tot hem komen en hem dwingen hen weer op te bouwen. En hij kan dat niet in een kort
ogenblik. Hij zal verscheurd worden door de krachten, die hij zelf heeft opgebouwd. Nu klinkt
dat erg dramatisch, het gevolg is meestal een hartverlamming. Maar als die hartverlamming er
eenmaal is, dan komt er wel eens een tijger of een andere consument aan hem knabbelen, Het
gevolg is, dat men zegt: Hij werd door een tijger aan gevallen. In feite echter is hij meestal
eerst gestorven aan hartcollaps.
Het hart stond stil, het zenuwgestel kon de vereiste spanning niet verdragen. Dat gevaar heeft
bovendien nog het nadeel, dat geestelijk (ondanks de hulp, die dan wel gegeven wordt) men
toch eerst verder zal moeten gaan om die onder suggestie zelf geschapen invloeden te
vernietigen en terug te brengen tot wat ze zijn: lege schillen zonder inhoud, zonder wil. Eerst
dan kan men een normaal geestelijk leven beginnen.
Een andere en misschien ook wel interessante inwijdingsprocedure stamt uit Egypte. (En nu
wil ik hier niet wijzen op de algemeen bekend geworden piramide inwijding die is trouwens van
een latere periode) Er is n.l. een periode geweest, waarbij men iemand dwong als priester om
de sporen van Anubis te volgen. Anubis was de jakhals, zoals u weet en hij heette de god van
de dood, omdat hij in de woestijn wegtrok, waar de mensen dus niet gingen. Hij ging heen
naar die onbekende gebieden buiten het eigenlijke Nijldal. Zo werden die mensen dan
losgelaten in de woestijn en ze moesten daar een aantal dagen door brengen. Meestal was dat
een periode van 40 dagen. In die 40 dagen moesten ze zelf zien dat ze iets te drinken kregen,
want ze kregen maar een kleine huid met Nijlwater mee. Eten was er helemaal niet. Ze
hadden de plicht zichzelven geestelijk zozeer te beheersen dat het lichaam alle hitte zonder
schade doorstond, dat ze niet waanzinnig werden door de beelden, die aan alle kanten op hen
werden afgestuurd en dat ze zelfs het tekort aan vocht konden voorkomen. Nu is dat natuurlijk
mogelijk. Iemand, die sensitief genoeg is, weet waar er water te vinden is. In de woestijn zijn
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
32
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

er plaatsen, waar water betrekkelijk gemakkelijk te vinden is. Er zijn bepaalde ondergrondse
waterlopen, er zijn putten. Maar daarover werd zo iemand niets gezegd. Zo, uit het klooster
werd hij erheen gestuurd. En na verloop van zoveel tijd (meest al 35 á 36 dagen) werd hij
zoals dat heet geroepen. En dat was ook weer een heel eigenaardige methode.
In Egypte was het de gewoonte die neofieten steeds geestelijk onder druk te stellen. Ze
hadden een leermeester, die zelfs hun dromen helemaal kon leiden, en die was dan ook in
staat, hen van grote af stand te zien, vast te stellen waar zij zich bevonden en hen terug te
roepen. Na die periode van 35 dagen begonnen zij hun roep uit te zenden. En wanneer de
neofiet nu maar in de goede richting ging (dus de opdracht volgde, ook al was hij uitgeput),
dan zorgde men dat er dragers waren om hem op de 40e dag op te nemen en te vertroetelen.
Dan had hij goed geluisterd. Maar als hij niet luisterde naar die geestelijke oproep, dan liet
men hem - ook al was hij vlak bij het Nijldal - rustig ofwel zichzelf redden of zelf ten
ondergaan. Hij had dan niet aan de uiteindelijke eis van eenheid met de priesterschap
beantwoord.
Het gevolg is geweest dat er juist in Egypte een soort illegale groep van ingewijden en magiërs
ontstond. Die hadden dus niets meer met de tempels uitstaande. Op het ogenblik zijn er in
Egypte trouwens nog magiërs en ingewijden en die stammen eigenaardig genoeg niet van de
priesterkaste af, maar juist van deze illegale groepen. En deze groepen hadden natuurlijk nog
veel meer voorzorgen nodig. Dat waren degenen, die wel geslaagd waren maar niet voldoende
onder de invloed van het geheel stonden. Dezen namen dan de proef zo, dat zij hun neofieten
meest al op een eilandje in de Nijl neerzetten. Zij lieten hen daar hongerlijden enz. Maar nu
moesten zij dus een andere beproeving doormaken. En die beproeving werd ook weer gegeven
door suggestiebeelden. Er werden via een soort hypnose hallucinaties veroorzaakt die zo’n
jongeman wel het water indwongen en in dat water waren dan meestal de krokodillen bezig te
wachten of er een hapje afviel. Zolang hij op het eiland was, was hij veilig, dat wist hij. Er was
een magische cirkel. Zodra hij buiten die cirkel stapte, was hij bijna zeker het slachtoffer van
de dieren. Bovendien had die magische cirkel ook het voordcel dat, tenzij hij de aandacht op
zichzelf trachtte te vestigen, nooit een Nijlschipper of een paar vissers hem zouden zien. Het
was een afweer, een soort kunstmatig blind maken van de omgeving. En deze neofieten
kregen dan o.m. te verwerken de confrontatie met hun eigen beeld. Zij kwamen dan zichzelf
tegemoet en smeekten a.h.w. red mij. Om te redden zouden zij buiten de cirkel moeten
stappen. Zij warden geconfronteerd met het liefste wat zij hadden. Zij werden geconfronteerd
met rijkdom, met verleidelijke vrouwen, kortom met alles wat er bestaat. En gelijktijdig was
het verblijf in deze cirkel allesbehalve aangenaam. Zij werden daar gekweld door insecten,
door de zon, door kou. Ook al was, het werkelijk niet koud, dan voelden zij nog kou. Ze kregen
suggesties van ongedierte, die zich binnen die cirkel zou bewegen. En zij moesten zeker zijn
dat waar, een cirkel was getrokken op voldoende wijze geen dieren binnen kunnen komen, dus
dat dit suggestie was. Zij moesten dat afwijzen.
Het is aan een kant misschien jammer, dat we dergelijke methoden op het ogenblik niet meer
kunnen gebruiken want de wereld heeft werkelijk wel behoefte aan ingewijden. Aan de andere
kant laat de maatschappij dat niet meer toe en moet dus elke mens nu voor zichzelf zijn
inwijding zoeken. Maar wanneer u gaat doordringen tot andere werelden, dan krijgt u ook
diezelfde beproeving. En denk nu niet, dat die beproeving dan alleen maar een beetje
hoofdpijn of een paar waanbeelden zijn. Een typisch verschijnsel b.v. van zo’n inwijding in de
moderne tijd is vaak iemand die zich voortdurend achtervolgd weet. Het zou
achtervolgingswaanzin kunnen zijn, zo sterk. Maar hij weet ook, dat dat niet een mens is. Hij
moet dan toch rustig, normaal zijn wegen gaan, normaal werken, denken, bidden en wat hij
ook verder wil doen. Een andere beproeving is meestal in de slaap een confrontatie met een
aantal schrikbeelden. Een derde een opgaan tot een zeer hoge sfeer en daarin jezelf zien voor
wat je bent. (Voor de meeste mensen een onaangename ervaring). Op deze manier wordt
langs een andere weg de inwijding ook in deze tijd voortgezet. En zoals er dus in de oudheid
scholen waren, waar men een leraar ging zoeken, zo zijn er in de moderne tijd leraren, die een
leerling zoeken. Wanneer er ergens iemand geestelijk rijp genoeg is, komt hij in contact met
De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
33
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

de mensen, de wezens, die een dergelijke inwijding mogelijk maken. En dan gaat hij van de
ene hand in de andere over. Hij wordt eerst rijp gemaakt voor bepaalde begrippen. Daarna
gaat hij leren bepaalde wet ten te beschouwen. Daarna wordt hem zo langzamerhand duidelijk
gemaakt, hoe hij sommige dingen in de praktijk moet brengen. In die praktijk periode loopt hij
meestal plotseling tegen vrienden of bekenden aan (soms geïnspireerden, soms direct
ingewijden), die hem een persoonlijke toepassing van het geleerde mogelijk maken. En
wanneer hij dat dan ook heeft gehad, dan komen de beproevingen steeds sneller. Dus er
bestaat wel de gelijk ook een stoffelijke inwijdingscyclus op het ogenblik en in deze
inwijdingscyclus vinden we datzelfde suggestie-element toch weer terug. Want de mens, die in
staat is een poort te zijn tussen verschillende werelden, moet beheersen wie er door die poort
willen binnentreden.
Een ander typisch verschijnsel, wanneer deze inwijdingen plaatsvinden, dan heeft men zo
langzamerhand dus de eerste graad bereikt en krijgt men een taak. Die taak duurt meestal 7
jaar. Nu moet u niet denken, dat dat een bijzondere taak is. Het kan soms betekenen dat je 7
jaar in de verpleging moet werken of dat je 7 jaar schoenlapper moet zijn. Het kan betekenen
dat je medium wordt of dominee, of pastoor. Het kan betekenen dat je een ontdekkingsreis
gaat maken. Het is een bepaalde taak en die taak wordt je opgelegd. Wanneer, die 7 jaar
periode voorbij is, volgt een tweede inwijding. Wat die inwijding volgt weer een 7 jaar periode.
Is deze ook voorbij dan volgt de derde fase van inwijding, die meestal 21 jaar vraagt soms ook
7. De meeste mensen komen overigens op aarde niet verder dan die 3e graad. Maar kan men
dan nog verdergaan, dan vindt men de z.g. alomvattende graad, waarin men dus een direct
contact heeft stoffelijk zowel als geestelijk met de ingewijden op aarde zowel als met alle
krachten, die met hen in verband staan in de sferen. En degenen, die het zover brengen, zijn
eigenlijk de meesters, zoals men dat pleegt te zeggen, die voor de Witte Broederschap hier op
aarde werken en die (denk aan de Wessac-vallei) dus zitting hebben in de maan of zelfs in het
vierkant.
Dat zijn zo een paar gegevens over inwijding. Ik hoop dat ik u duidelijk heb gemaakt, dat het
geen wassen neus en geen wissewasje is, dat je zo maar cadeau krijgt. Het is ook altijd erg
belangrijk, dat men dit duidelijk maakt. U kunt misschien beter een eigen esoterische weg
gaan en proberen voor uzelf wat hoger te komen, dan dat u een inwijding gaat na streven, die
u toch niet feitelijk aan kunt, want dan krijgt u ook de moeilijkheden erbij. Dit kan u dan ook
eventueel helpen om te kiezen. (En zeg nu niet dadelijk: Dat kan ik wel aan, daar moet je
goed over nadenken. Het is meestal erger dan je denkt in een opzicht, aan de andere kant,
wanneer je jezelf meester bent, kun je er veel gemakkelijker doorheen dan je verwacht. Maar
dat is weer wat anders.)
Wanneer je in een verschrikking kans zou zien je tot God te wenden, werkelijk, zou die
verschrikking dan verbroken kunnen worden?
Ja. Maar dan moet er uit dit u wenden tot God voor uzelf toch een zekerheid voortkomen. Je
moet a.h.w. God in je voelen als een kracht, die het je mogelijk maakt de verschrikking te
overwinnen. Natuurlijk realiseer je je dat niet altijd zo, maar het komt daar op neer. Alleen als
je n.l. met vol vertrouwen tot God bidt en Hem dus in jezelf verwerkelijkt, kun je de
verschrikking breken.
Maar als je bidt tot God, plaats je Hem dan binnen je of buiten je?
Op het ogenblik dat je aanneemt, dat God je wens verwerkelijkt, neem je aan dat Hij in je is,
ook al denk je dat Hij buiten je staat. Want dan moet Zijn kracht in je aanwezig zijn, anders
kan de werking niet ontstaan. Dus dat maakt weinig verschil uit tenminste in het begin.

Meditatie

GOD
Wij kennen onze God niet. We denken lang na en wij zoeken soms werkelijk die God te zien en
te ervaren, maar kennen doen wij God niet. God is zo onnoemelijk dichtbij en gelijk zo
onmetelijk veraf. We trachten op alle mogelijke manieren die God te bereiken. Wij brengen
offers. We roepen tot Hem, we bidden tot Hem, we wachten in stilte tot Hij Zich in ons

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
34
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 - De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

openbaart. Maar kan dit voor ons werkelijk zijn? Kunnen wij stof en geest God ervaren, zoals
wij dit willen doen? Onze God is te dichtbij om Hem te beseffen en gelijk te veraf.
Wanneer wij bidden tot God, dan bidden wij ofwel tot een beperking, dan wel tot het
Onbekende. En dat is dwaas. Wij hebben behoefte aan een God voor onszelf, zeker. Maar kan
een God, Die wij alleen voor onszelf bezitten, een ware God zijn? Neen. Laat ons dan trachten
iets te beseffen van God op een andere manier.
Wij zeggen zo graag God is in ons. Volgens elke stelling en elke gedachte is het noodzakelijk,
dat God in ons is, want zonder God kunnen wij niet bestaan. Kunnen wij dan niet een stap
verdergaan en zeggen: Zo wij onszelven zijn en vervullen, is God in ons, rond ons en zal God
alles verhoren, wat wij wensen. Wij smeken onze God zo vaak iets voor ons te doen. Maar
kunnen wij datgene, wat wij die. God vragen, niet zelf tot stand brengen? Leeft niet in ons
evenzeer als in de hypothese, waar toe wij ons richten, de eeuwige kracht en de eeuwige
werkelijkheid?
Wij kunnen als wij willen, werkelijk zelf willen, alles bereiken. Want wij zijn deel van God. En
wij hebben geen meester, wij hebben slechts een werkelijkheid, waarin wij thuishoren.
Te denken aan een God, Die je beheerst, is dwaasheid. Te denken aan sen God, Die werkelijk
is, is te zwaar. Maar te weten, dat er een God is, Die in je leeft, te veten, dat ín je de Kracht
is, waarmee een heelal geschapen kan worden, dat is gemakkelijker en meer aanvaardbaar.
Met smeken en niet bidden God, geef mij. Maar zeggen Indien het noodzakelijk is, zo zal ik dit
verkrijgen en zelf de hand aan de ploeg slaan.
Niet te roepen: Here, wreek mij, Maar te zeggen: Ziet, in de oneindigheid zal ik mijn ware
wezen blijven uiten, zo goed ik kan, tot het einde der tijden.
Niet roepen Heer, bescherm mij. Maar zeggen Ik ben sterk, Sterk tegen alle duister en alle
kwaad, omdat in mij een oneindige Kracht leeft.
God te maken tot een fabel is zelfbedrog. God te maken tot een Almachtige, Die voortdurend
naast je gaat, is het scheppen van een illusie, een vernadering van de Oneindige
Werkelijkheid, Die in je woont. Maar je voortdurend te beroepen op de Kracht, Die in je leeft
en Die je in stand houdt en zelve daarmee te werken in een dankbaar erkennen, dat God in je
is in alle tijden en alle ogenblikken, dat je niets nodig hebt buiten Zijn Kracht om alles te
verwerkelijken wat noodzakelijk in overeenstemming met de eeuwige waarheid is, dat is
waarlijk bidden en dat is waarlijk leven,
Laten wij dan voor wij uiteengaan onze God een belofte doen. Een belofte, die wij aan onszelf
doen, omdat er niemand anders is, waar van wij zeker weten, dat hij dit in de goddelijke zin
kan aanvaarden en interpreteren. Laat ons tot onszelf zeggen:
Begrijpend de kleinheid van mijn wezen en zelfs de onwaardigheid van mijn wezen, zoals ik
het ken en zie, weet ik deel te zijn van de Oneindigheid, van de Eeuwige Kracht, deel des
Scheppers, zonder begin en zonder einde. En uit dit bewustzijn zal ik handelen ter openbaring
van wat in mij leeft. Dat is mijn werkelijkheid, gaande de wegen, die ik erken als de juiste,
volgens de Kracht, Die in mij leeft. Zo zal ik handelen in elke wereld en elke sfeer, totdat ik mij
bewust ben van de kern van mijn wezen, die deel is van Datgene, wat zovelen onbegrepen
God noemen, wanneer zij roepen om hetgeen zij reeds bezitten.
Ik wil er u nogmaals aan herinneren. Wanneer u nog niet het vertrouwen hebt in de Kracht,
Die in u sluimert, wanneer u nog niet weet misschien hoe die Kracht te gebruiken, zo zullen wij
met u zijn om u te helpen, waar wij kunnen. Maar bedenk wel: handelen kunt gij alleen.
Handel volgens uw wil en uw bewustzijn. En wij zullen trachten u bij te staan, u het juiste pad
te tonen en de kracht te geven om te volbrengen wat noodzakelijk is, tot gij u bewust zijt van
uw eigen krachten.

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
35
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 oktober 1959
Les 2 – De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan

DE KERN
De kern zit verborgen in de vrucht en daaruit bloeit de boom. De kern zit verborgen in de
mens en daaruit bloeit een droom tot werkelijkheid, ...
De kern zit verborgen in alle leven....en wordt tot eeuwigheid,
Wanneer de bloesem valt dan draagt juist vrucht de boom. Wanneer de winter komt, dan
vluchten zonder schroom
de vogels naar het zuiden en brengen zo met zich het zaad, met zich de eeuwigheid en strijd,
waardoor het noorden tot het zuiden maar ook het zuiden tot het noorden wordt geleid.
Tussen alle tegendelen, alle uitingen van God,
alle onbegrepen wegen van een vaak haast wonder lot,
ligt de kern van alle dingen,
ligt een kracht, die in ons leeft ‘t licht, dat zo wij het vertrouwen
ons macht, ons inhoud, leven geeft.
Gij zoekt de kern van alle dingen? Besef uzelf en wat u drijft,
dan ziet ge hoe God in Zijne schepping met vlug penseel de woorden schrijft.
van een volmaaktheid uit Zijn Wezen. En hebt ge al dit wel geleerd, dan zijt ge zelf tot kern
geworden.
Wat u nog naar buiten keert, ‘t is de weerkaatsing van een Schepper, ‘t is weerklank van een
melodie, die Hij geschapen heeft,
Maar in u is de kern der dingen, die ‘t Al erkent en niet meer streeft.
Ik ben mij ervan bewust, dat deze mijn woorden tekort schieten ten opzichte van de
gewichtigheid van het onderwerp. Maar een oude spreuk zegt:
De kern is het, die bloeit. De schaal is het, die beschut. En zo, mijne vrienden, is het ook voor
ons. De kern van ons wezen is het zaad, waaruit onze werkelijkheid op moet bloeien. Het
uiterlijke is alleen maar een schil, die beschutting moet bieden voor de tere en toch
wondermooie krachten, die in ons bestaan. Daarom zou ik mijn ongetwijfeld u onwaardig
betoog willen besluiten met dit kleine woord.
Wie vraagt naar de vleugelen van de wind en vraagt naar de stralen van de zon, beseft niet
hoe hun beider wezen in eigen zijn en ik begon. Want alle dingen zijn in u en eerst uit u kunt
ge maken tot werkelijkheid wat in u leeft en deel blijft van uw wezen voor alle tijden.

De verschillende wetten, die binnen het heelal bestaan
36
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

Goedenavond, vrienden.
We hebben de vorige maal een paar stukjes doorgenomen en ik zal nu ook eerst maar eens
zien of u commentaar hebt.
Er is gesproken over de verandering van de tijd, waardoor wij meer indrukken in de aardse
tijd kunnen opdoen. Hoe kun je die tijd veranderen?
Ik zal het eerst technisch zeggen. Daarna zal ik net dan wat meer populair zeggen. Er geldt in
het heelal een wet: materie is gebonden aan het chronon en in het chronon behouden. Elk
chronon is een tijdselement, zoals u weet. Dat tijdselement vliedt, zodat wordt aangenomen
dat de materie normalerwijze in dezelfde tijd besloten is. Nu zijn er echter bepaalde deeltjes
(men heeft dat ook al kunnen vaststellen), die zich niet aan die limieten houden. Die houden
zich zelfs ook niet aan de limiet van lichtsnelheid noch aan de buiging van een beslotenheid
van een heelal. Deze deeltjes zijn dan vaak protonenstromen van een eigenaardig gehalte. Zij
vormen n.l. gezamenlijk wat men noemt een veld en dat veld voert t.o.v. de werking van het
chronon een interferentie, waardoor het mogelijk wordt dat het totaal van hetgeen binnen het
veld bevat is zich buiten het chronon verplaatst of wel de tempo waardering van het chronon
voor zich verandert. Dat is de techniek.
En nu de populaire zegswijze: De hoeveelheid van indrukken, die u gelijktijdig opneemt, ligt
voor een groot gedeelte aan uzelf. U heeft een tijdsconcept, dat onmiddellijk is gebonden aan
de klok. U meent dat u per seconde maximaal dit of dat kunt waarnemen of presteren, maar
dit geldt gelukkig niet voor uw denkvermogen en zelfs niet voor uw hersens. Die kunnen n.l.
ongeveer 10.000 maal zo snel functioneren als uw lichaam. Het gevolg is dat zenuwimpulsen
dus in 1/10.000 van een seconde kunnen optreden met een inhoudswaarde van 1 seconde.
(Dat is iets wat u zelden zult bereiken.) Wat u echter wel kunt doen is bewust uw waarneming
verscherpen of vertragen. Het is een kwestie van concentratie. En het vreemde is, u merkt er
zelf niet veel van. U stelt zich in op een zo intens mogelijk gebruik maken van de tijdsfactor.
Het resultaat is dat u bij alle dingen met een breukdeel sneller reageert, sneller handelt, u
sneller beweegt. Aannemende dat u een bepaalde reeks conferenties moet afwerken, dan zult
u hier door sneller begrijpen wat de ander bedoelt, sneller uw beslissing kunnen nemen,
sneller overleg plegen. Het gevolg is dus, dat u dezelfde hoeveelheid arbeid in minder tijd
afdoet. U hebt dan in feite t.o.v. de normale reactie de tijd versneld. Op een ander ogenblik
hebt u behoefte aan ontspanning. Hoe trager u dan reageert, hoe beter het voor u is. Het
gevolg is dat een impuls, die normalerwijze een seconde nodig heeft om gerealiseerd te
worden, zelfs bij de doorsneemens kan worden uitgesmeerd tot 30 á 40 sec. Dat is dus de
realisatiewaarde. Hierdoor is voor uzelf, voor uw waarnemingsvermogen het tijdstempo
verschoven. Dit geldt alleen natuurlijk voor het zuiver psychologisch proces. Daarnaast
bestaan andere mogelijkheden, maar die voeren ons tamelijk ver van huis ik zal ze dan ook
niet volledig behandelen. Een ervan is dit:
Wij kunnen voor onszelven een zekere straling, een zeker veld genereren. De aura van de
mens kan met een veld worden vergeleken. Wanneer dit veld zich t.o.v. de tijd (als het
moment aarde omschreven in chronon) zich onafhankelijk gaat gedragen, kan het de
waarderingen, die in dit chronon bestaan, voor zichzelf ook verwaarlozen. U zoudt dus door uw
eigen uitstraling op te voeren in veel kortere tijd dan een ander mens kunnen handelen en
reageren, zonder dat u zelf weet dat u dit doet. U zult hoogstens zeggen dat een ander traag
is. Want voor uw concept blijft de wereld gelijkelijk doorgaan. Er zit een bezwaar aan
verbonden en dat is dit: De veroudering (dus dat wil zeggen de omzetting en vervalprocessen
in de weefsels) gaan voort volgens de door u gewaardeerde normale tijd en dus niet volgens
de chronontijd (de tijdsinhoud van uw wereld.) Vandaar dat het alleen in noodgevallen wordt
gebruikt. Aan de andere kant is het mogelijk om een lichaam voor een langere tijd geheel van
prikkels af te sluiten. Hier treedt een vertraging op t.o.v. het chronon. De tijd van de normale
mens loopt laten we zeggen 500 x zo hard als de uwe. Het gevolg is dat uw lichaam een
verminderde slijtage heeft, dat u jong blijft terwijl een ander oud wordt en al wat erbij hoort.
Het houdt tevens echter in, dat u gedurende deze periode niet meer stoffelijke impulsen kunt

Chronon – De richting van de innerlijke mens
37
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

ontvangen en verwerken dan u normalerwijze in de door u beleefde tijd zoudt kunnen doen.
De rest gaat u gewoon voorbij. Waar nu de chronontijd (dus het tijdsmoment waarin uw
wereld zich beweegt) een vaste reeks van impulswaarden heeft, betekent het, dat maar één
op de zoveel impulsen uit uw wereld u bereiken kan. Tenzij men dus elders geestelijk
aanvullende impulsen kan opdoen en zo van de uitbreiding van tijd intens gebruik maakt voor
het ik, heeft een dergelijke vertraging t.o.v. de chronontijd weinig te zeggen. Het kan alleen
worden gebruikt om een lichaam te doen rusten, terwijl gelijktijdig de geest een zeer grote
hoeveelheid ervaringen opdoet. Een benadering hiervan vinden wij bij de vertraging van
levensprocessen, die men b.v. bij een operatie tot stand brengt door onderkoeling. Dan brengt
men dus door lage temperaturen en bijkomende werkingen de lichaamsfuncties terug tot een
zodanige traagheid, dat vergeleken met de normale polsslag b.v. slechts een achtste of zelfs
een tiende wordt ervaren van normaal.
Is dit ook het geval, wanneer Meesters hun lichaam tijdelijk opbergen?
Dit kan het geval zijn. De Meester kan zelf besluiten hoe hij dit doet. Hij kan zijn lichaam dus
jong bewaren, hij kan het ook rustig laten verouderen door het in harmonie te laten zullen wij
maar zeggen met de normale tijdsfactor. En hoe u dat nu moet doen? Ik kan u daar geen
bepaalde regels voor geven op het ogenblik. Ik kan u alleen dit verraden. Wanneer je een zon
wilt vernietigen, dan heb je genoeg aan een pijl, die niet dikker is dan een breinaald, mits deze
de kern van die zon beroert. Dan zal n.l. de zware reactiemassa uit de kern door de ontstane
opening bij het terugtrekken naar buiten komen en de zon zal tot novum worden. Precies
hetzelfde geldt voor die tijd. Het is niet noodzakelijk die tijd als geheel aan te tasten, maar wij
moeten in onze concentratie op een enkel moment weten door te dringen tot zo’n
afgeslotenheid t.o.v. het tijdsgebeuren, dat wij krachtens onze eigen uitstraling ons buiten het
tijdsgebeuren plaatsen. Het is niet zo moeilijk als het lijkt, maar ik kan mij voorstellen dat u
zegt: Op het ogenblik klinkt mij dat nog heel zwaar in de oren. Toch, wanneer een mens
werkelijk verdiept is in een meditatie of ook in een boek of een muziekstuk, dan kan zij het
voor een betrekkelijk korte tijd een dergelijke wijziging van tijdswaarde al optreden.
In de droom komt het toch ook voor?
Maar de droom is een heel ander iets, een heel andere wereld. Dat kunnen we hiermee niet
vergelijken, omdat we hier uiteindelijk met reële waarden te maken hebben, terwijl wij in de
droom te maken hebben met de in ons besloten waarden, die dus buiten ons niet
noodzakelijkerwijze reëel behoeven te zijn en zelfs niet behoeven te behoren tot ons eigen
tijdscontinuüm of onze eigen sfeer of wereld. Dus daar zijn zoveel mogelijkheden, dat ik die
droom er liever buiten laat. Het zou mogelijk zijn, maar die mogelijkheid is klein.
Dus het is een vorm van meditatie daarin kun je het zo hoog opvoeren. Bedoelt u dat?
Ja. Het begint als een meditatie en het eindigt als een zich verliezen. Maar bij dit zich verliezen
blijft de persoonlijke waarde wel gehandhaafd, maar zij staat met een volkomen objectiviteit
t.o.v. alle verschijnselen. (Normalerwijze is de relatie subjectief en wordt u dus geregeerd door
uw omgeving.) U staat nu dus objectief naast uw omgeving, ofschoon u uit deze objectiviteit
In uw omgeving kunt handelen.
Het is dus een kwestie van vierde dimensie.
Als u het zo wilt noem en, ja. Maar dan komen wij op de werelden terecht en ja, misschien is
het u wel goed, misschien ook niet. We zullen zien. Heel kort en dan ga ik hier niet verder
meer op in. Dat moet u me niet kwalijk nemen. Wanneer wij spreken over de schepping, dan
hebben wij het idee, dat deze schepping een in zich besloten heelal is zonder meer. Ons heelal
is het enige, zegt men. Men vergeet een ding daarbij: tijd. Tijd is een factor van beweging in
ruimte, zegt men. Inderdaad, maar die tijd is nog iets meer. Die tijd is het besluiten van een
bepaalde materievorm in een tijdselement. Snelheid plus vorm worden hier tot een directe
omkapselde en omsloten eenheid, die niet kan indringen zonder meer in eenheden, die daar
onmiddellijk op kunnen volgen of onmiddellijk daar buiten staan. Het gevolg is, dat naast uw
aarde misschien 20 andere werelden kunnen liggen, die u nooit zult kunnen bereiken, omdat
zij binnen een ander chronon behoren d.w.z. binnen een ander moment van
eeuwigheidsverloop of - hoe moet ik het zeggen - in een ander luchtblaasje van de
oneindigheid geborgen zijn. Dit heeft niets meer met dimensie te maken. De werelden kunnen
tot eenzelfde dimensie behoren, maar zij zijn gescheiden door het tijdselement en als zodanig
Chronon – De richting van de innerlijke mens
38
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

materieel nooit met elkaar in overeenstemming te brengen. Reizen in de tijd is dus een illusie,
tenzij in de geest. De geest bestaat uit een kracht, die niet gebonden is aan tijdswaarden en
versnellingswaarden.
Is het nodig dat alle geest eens stof geweest is?
In de zin van de huidige gekende materievormen is dit niet noodzakelijk. Indien echter materie
wordt gerekend te zijn elke voorkomende vorm van massa hebbende partikels, dan is elke
geest te enigerlei tijd in de stof geweest. Er bestaan dus heel andere vormen van materie dan
de uwe (sommige zeer actief, andere vanuit uw standpunt dood) en in al die dingen kan een
geest leven en heeft een geest geleefd of leeft een geest. Wat op het ogenblik materie heet
volgens het aardse bewustzijn is lang niet de enige vorm van stofbinding, die kan optreden.
Maar er kan geen geest bestaan, die niet zijn evenwicht heeft in materie. Voor het bewustzijn
is n.l. de voortdurende tegenstelling materie/geest noodzakelijk, ook wanneer men in de geest
leeft. Dan moet nog het tegenwicht van de stof blijven bestaan, anders is geen ervaring en
bewustwording mogelijk.
De kwestie van het mens zijn en het mensdom. Het is mij niet duidelijk welke rol die erin
speelt Is dat een stadium?
Mens zijn in de meest volledige zin wordt omschreven als: levende in de materie, een eigen
bewustzijn bezittend, dat een zelfbeoordeling mogelijk maakt en u in staat stelt uw eigen
relatie met uw omgeving op een juiste, bijna objectieve wijze te waarderen. In deze zin is
mens zijn door alle kosmische verschijnselen heen terug te vinden. Mensdom is de term, die
men gebruikt in de aardse taal voor de eigen bestaansvorm. Maar soortgelijke termen bestaan
in alle werelden, waar een leven van dit peil zelfs van een iets lager peil bestaat, omdat
iedereen zich ziet als een mens. Zoals uw termen aarde en zo’n ongetwijfeld hun onmiddellijke
evenbeelden vinden op veel andere planeten in het Al. Dit zijn dus maar zeer relatieve
begrippen. Uw mensdom zelf (dus deze aardse ontwikkelingsvorm, zoals u die kent) is maar
een voorbijgaand stadium, dat in de totale geschiedenis van het heelal slechts een zeer
minieme waarde heeft.
En dan doen wij zo ons best.
U moet maar zo denken: pas wanneer u van deze stoffelijke band tijdelijk bevrijd bent, kunt u
leren inzien, hoe onbelangrijk ze is in verhouding tot uw ware wezen. Dus uw huidige vorm
van mensdom impliceert een waan omtrent de werkelijkheid van eigen ik. Hoe meer men het
“ik” leert kennen, hoe meer men de oneindigheidswaarde inziet.
In het tweede gedeelte werd over inwijdingen gezegd: Maar de grote bereikingen konden
alleen maar worden gegeven aan personen, die inderdaad betrouwbaar waren. Hoe konden
grote bereikingen worden gegeven ? Een bereiking wordt niet gegeven, die verwerf je.
Dat is aardig spitsvondig, maar er mankeert iets aan n.l. dit: Wanneer u op school erg uw best
heeft gedaan en de juffrouw geeft u een 10 en een griffel, hebt u die griffel dan gekregen? Ja,
want het is niet uw recht. Toch is het een bereiking, waar u het door uw eigen streven a.h.w.
mede verworven hebt. Wanneer je een inwijding ondergaat, dan worden je wanneer je
betrouwbaar genoeg bent en aan bepaalde voorwaarden voldoet bepaalde sleutels en
geheimen gegeven. Die sleutels en geheimen zijn niet alleen maar esoterische raadseltjes. Het
zijn inderdaad kenspreuken a.h.w., waardoor je in staat bent stoffelijke en geestelijke
prestaties te verrichten, die buiten het normale liggen. In deze zin zijn het wel degelijk
bereikingen. Maar zij worden u gegeven. D.w.z. u bent niet in staat dit zonder meer zelf te
doen en dit zelf op te zoeken. U krijgt echter nu de vingerwijzing: Als je deze weg neemt, dan
kun je slagen. Dit wordt u gegeven. Is de schijnbare strijdigheid hiermee opgeheven?
De vorige maal is gezegd: God werkt in ons en de wijze, waarop God werkt, kunnen wij in
het geheel niet overzien. Maar in de kleine delen van ons wezen kunnen wij het wel zien.
Welke kleine werkingen zijn dat?
Hebt u wel eens opgemerkt, dat sommige dingen u absoluut nooit kunnen gelukken? Ook als
er redelijk geen enkel voorbehoud aanwezig zou moeten zijn, slaagt u toch niet. Andere
dingen, daar streeft u niet eens naar en die krijgt u regelmatig, als u maar per ongeluk een
Chronon – De richting van de innerlijke mens
39
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

vinger in die richting uitsteekt. Dat is nu iets, dat buiten de rede ligt, maar dat een werking
van binnenuit impliceert. Maar wij kunnen nooit begrijpen wat God eigenlijk in ons betekent en
wat Hij met ons wil doen om de doodeenvoudige reden, dat wij God niet beseffen. Wij kennen
onszelf niet en wij beseffen niet wat God is. Hoe kunnen wij weten, wat onze plaats in het
geheel is, voordat wij zelf harmonisch zijn geworden met het geheel? Daarom beseffen wij niet
waarom voor óns bepaalde beperkingen bestaan, die voor een ander mens klaarblijkelijk niet
bestaan, en omgekeerd waarom wij zekere voorrechten zouden hebben, die een ander niet
bezit. En dat gaat geestelijk precies zo verder (dat wij was op dit ogenblik bedoeld voor onze
gemeenschap hier aanwezig)
In de vorige les staat: Wij moeten beseffen, dat bij elk teloorgaan van een bepaalde
afmeting een nieuwe daarvoor in de plaats komt, want ons bewustzijn kan er maar drie
verwerken. Dat begrijp ik niet.
Kunt u zich voorstellen, dat u de hele geschiedenis van Den Haag met de inkomst van Floris,
Oldenbarnevelt, de Witten en al wat erbij hoort aan een stuk zoudt zien als één beeld? Dat kan
niet, he? Toch kan het wel, wanneer je het n.l. niet meer gaat zien in de persoonlijke
verhoudingen, waarin u het kent. Maar dan moet u eerst een zeker concept loslaten, voordat u
het andere concept kunt accepteren. En nu is het stelsel, waarin het normaal menselijk
bewustzijn zich beweegt, drie dimensionaal. D.w.z. het rekent met drie vaste factoren, die
t.o.v. elkaar voortdurend berekenbaar zijn, die in een vaste verhouding t.o.v. elkaar staan en
waarmee dus het geheel van het heelal kan worden uitgedrukt. Nu is het heel typisch en dat
geldt voor ons in de geest ook dat wij zijn gewend met drie factoren te manipuleren en niet
meer. En wanneer wij nu een factor laten wegvallen, dan komt daar natuurlijk een andere voor
in de plaats. Maar als wij een nieuwe bewustzijnsfactor, een nieuwe afmeting erbij nemen, dan
zullen wij er een moeten laten vallen wij kunnen die niet met elkaar in overeenstemming
brengen, althans voorlopig. (Tot zo ver de vragen.)
o-o-o-o-o
We hebben de vorige malen veel belangstelling getoond voor magische aspecten, dimensionale
aspecten en wetenschappelijke gegevens. Het wordt nu tijd, dat wij ons zij het met achting
voor de psychologie natuurlijk eens gaan bewegen in

DE RICHTING VAN DE INNERLIJKE MENS MET ZIJN EIGEN BEWEEGREDENEN EN
DRIJFVEREN

Het is n.l. nodig, dat wij onszelf leren kennen. En hoe beperkt deze zelfkennis ook zal zijn, we
kunnen in geest of stof nooit komen tot een zelfkennis, indien wij niet begrijpen wat het
mechanisme is, waarmee wij handelen en denken. Op deze regels van het bestaan zijn dan
ook bepaalde normen te vinden, bepaalde vast staande gegevens en deze vaststaande
gegevens kunnen weer in ons gehanteerd worden om daardoor begeerde effecten te bereiken.
En dan krijgen wij allereerst te maken met de in het mensdom liggende drangverschijnselen.
Er is een tijd geweest dat de dood voor de mens weinig betekenis had. Hij werd geaccepteerd
als iets onvermijdelijks op de wijze, waarop ook een dier dit accepteert, zonder realisatie wat
het eigenlijk inhoudt. Naarmate de mensheid bewuster werd begon de dood voor de mens een
veel groter betekenis te krijgen en ging hij zich afvragen op welke wijze die dood nu eigenlijk
plaatsvond, of er een voortbestaan zou zijn en wat dies meer zij. Buiten de openbaringen om
kwam de mens toch reeds betrekkelijk snel tot het aanvaarden van een voortbestaan in
verschillende vormen. Deze drang naar het buiten de stoffelijke rede liggende voortbestaan is
te wijten aan het feit, dat niemand het idee heeft, dat hij op aarde zijn taak heeft vervuld. Ook
u niet. Er is nooit een ogenblik dat u zegt: Nu heb ik niets meer te doen. En zelfs de kreet van
Simeon in de tempels Heer, mijn ogen hebben de verlossing aanschouwd, laat nu Uw dienaar
in vrede gaan, was eerder een uit drukking van tevredenheid dan een uitdrukking van het
idee: nu heb ik werkelijk niets meer te doen en niets meer te begeren. U moet goed begrijpen,
Chronon – De richting van de innerlijke mens
40
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

dat alleen een verwerping van stoffelijke waarden een verlangen naar het einde van het leven
tot stand kan brengen. En in dat geval is het een negatief verschijnsel, waarbij het leven op
zichzelf dezelfde waardering behoudt. Het gevolg is, dat u of u wilt of niet onder een
voortdurende dwang staat van buiten af, om een voortbestaan op een zekere en
vastomschreven wijze te accepteren. Ook al zullen de meesten onder u meer over Zomerland
praten dan over hemel en hel, er zullen er betrekkelijk weinig zijn, die werkelijk hemel en hel
geheel terzijde hebben gezet. Mogelijkerwijze hebt u daarvoor lichte en duistere sferen
gesubstitueerd, maar het beeld in u blijft gelijk. Wat u ook denktij wat u ook doet, hoe u ook
streeft, u moogt nooit vergeten dat dit een poging is om de mogelijkheid eigen taak te
vervullen te rationaliseren. De inhoud van je wezen vergt meer dan den mensenleven kan
bieden. Het beantwoorden aan deze eis drijft u ertoe u voortdurend bezig te houden met
andere bestaansmogelijkheden en andere werelden.
Wanneer u dit uit een geloof doet (dus in een klakkeloze aanvaarding) is het betrekkelijk
gemakkelijk. Wanneer u daarentegen overgaat tot een poging dit ook verstandelijk te
verwerken en te begrijpen, staat u voortdurend voor raadselen. Het is ons onmogelijk wanneer
wij in de stof leven een dergelijk probleem zonder meer op te lossen. Dat moet u wel
begrijpen. Wanneer wij in de stof zijn, worden al onze handelingen hierdoor steeds geregeerd.
Al ons denken heeft dit mede als achtergrond. Indien wij dus willen overgaan tot een ontleding
van het menselijk wezen, zullen we als eerste factor daarbij de van buiten opgelegde
doodsangst, gepaard gaande met een uit de massa voortkomende doodsdrang, in aanmerking
moeten nemen. De doodsdrang is ook weer een simpel verschijnsel. Men eist een
verwerkelijking, die stoffelijk niet mogelijk is en in deze verwerkelijking, die superieur wordt
gesteld als taak gaat men zelf ten onder, maar begrijpt deze ondergang eerst op het ogenblik
van levensbeëindiging. Hier zit de grond van het geloof, de grond van de esoterie en ook van
een groot gedeelte van de magie. Het klinkt misschien niet erg prettig om door ons te horen
vertellen, dat dus een groot gedeelte van uw streven in feite op een massaneurose berust. Het
is een zenuwstoring van de massa, die daardoor haar eigen wereldbeeld vertekent. Deze
vertekening moet ontgaan worden. Op het ogenblik dat wij niet meer bang zijn voor de dood
en ons ook niet meer buitensporig bezighouden met hetgeen het leven na die dood zal
brengen maar nuchter handelen volgens de krachten en wetten, die in onze eigen wereld
kenbaar zijn, dat geldt zowel voor u als voor ons, zullen wij in staat zijn binnen die wereld tot
een maximale prestatie te komen, een zeer snelle bereiking tot stand te brengen en daarnaast
ook een belangrijk punt n.l. ongewenste beïnvloedingen van buiten voor een groot gedeelte af
te weren.
Het eerste punt dat dus belangrijk wordt binnen de esoterie is wel geloof in de oneindigheid
van je wezen. Maar vraag je niet af: wat zal er gebeuren wanneer ik sterf? Ook niet t.o.v.
anderen. Dus niet: wat zal er met mijn kinderen gebeuren, mijn vrouw, mijn man, mijn vader,
mijn moeder enz. en hoe zal de Nederlandse staat het stellen zonder mijn inkomstenbelasting,
want dat heeft allemaal geen werkelijke betekenis. Belangrijk is voortdurend het nu en het
heden. Dood heeft geen werkelijke schrik, tenzij dan uw van buiten opgelegde angst, die
genetisch vererfd en uit de omgeving steeds nog als geestelijk voedsel op u toestromend u
voor een groot gedeelte de vrijheid beneemt van handelen en denken.
Een tweede punt, dat al even belangrijk is in de mens, is zijn begeerte tot bezit. D.w.z. een
mens wil iets absorberen, hij wil het tot zijn eigen maken. Hij kan dit doen met voorwerpen,
met personen, maar ook met abstracties, ideeën, geloofswaarden e.d. De gedachte: dit is van
mij, is uitermate schadelijk om de volgende redenen. Een absoluut bezit is niet mogelijk. Er is
geen mens, die in werkelijkheid een ander mens bezitten kan, onverschillig of dat nu een kind
is, een echtgenoot, een ouder of iets anders. Uw rechten en invloeden zijn zeer beperkt. Indien
u dit niet beseft, stuit u voortdurend tegen een muur. De wereld behandelt u op een wijze, die
u niet kunt aanvaarden. U bent niet in staat reëel te denken. Op het ogenblik dat u meent, dat
bepaalde voorwerpen uw bezit zijn en uw recht zonder meer, zult u een groot gedeelte van uw
aandacht richten op het behoud van die voorwerpen, met als gevolg een vermindering van
energie in uw handhaving t.o.v. de wereld en ook een vermindering van rationaliteit van
Chronon – De richting van de innerlijke mens
41
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

handelen. Het bezitselement is een van de grote aanleidingen tot geestelijke storingen. Het is
tevens de rem (of moet ik zeggen het anker?) dat ons belet als wij in de stof zijn, grotere
denkbeelden te ontvangen en grote geestelijke waarden te vinden.
Derde punt: Het is voor de mens praktisch onmogelijk om zich een voorstelling te vormen van
meer dan eigen en naaste omgeving. Het overzien van een wereldsituatie is slechts dan
mogelijk, wanneer men het werkelijke contact met eigen omgeving volledig verliest. Dit houdt
in, dat een poging om in het grote van de kosmos en van de wereld te leven en te handelen
voor de doorsneemens inhoudt: het onvermogen in eigen omgeving juist te handelen. Denkt u
maar aan die minister van defensie, die voor zijn vrouw een paar keukenmesjes moest kopen.
Toen hij thuis kwam had hij er 10.000.000 gekocht, want zo dacht hij wij moeten toch zorgen
dat Nederland aardappelen kan schillen. Het treurig resultaat van een verkeerde opvatting.
Een absoluut verlies van verhoudingen. Dit voorbeeldje is natuurlijk spotternij, dat begrijpt u,
maar hierin ligt een droevige werkelijkheid verborgen. Op het ogenblik, dat u gaat proberen de
wereld te verbeteren, zult u over het algemeen de verhoudingen in uw eigen omgeving
aanmerkelijk slechter doen worden. Op het ogenblik dat u zich bezig gaat houden met de
goddelijke waarheid in de gehele kosmos, zult u uw ervaren van God in uw eigen naaste
omgeving onmogelijk zien worden. Er zijn bepaalde grenzen gesteld aan de persoonlijkheid en
slechts indien de persoonlijkheid zich daarbinnen blijft bewegen, kan zij een harmonisch, een
evenwichtig bestaan voeren, kan zij ontkomen aan de consequenties van een te grote
verantwoording, die in feite niet bij het “ik” past. Het trachten een te grote verantwoording
voor zich te dragen is lichamelijk en geestelijk schadelijk en een grote belemmering voor de
eigen werking.
Nu ga ik mijn consequenties hieruit trekken: Op het ogenblik, dat ik als esotericus wil leven en
denken en dus in mijzelf bewust wil worden maar gelijktijdig angst ken voor de dood, het bezit
als een factor in mijn leven beschouw en tracht de kosmos te bereiken, zal ik door de
associatie van die drie waarden een vertekend en onwaar beeld krijgen van het Goddelijke.
Dat houdt dat elke interpretatie van een goddelijke wet in feite onjuist is. De consequenties ik
zal de krachten, die uit de goddelijke wetten voortvloeien niet op de juiste wijze kunnen
gebruiken en nooit de gewenste resultaten kunnen bereiken. Op het ogenblik, dat een mens
(of een geest) met zijn persoonlijkheidsvoorstellingen te ver grijpt, zal hij niet in staat zijn te
beheersen, te begrijpen en te reguleren wat hem zelf overkomt. Als je je met de wereld
bezighoudt, breek je je nek over een banaanschil, die je eigenlijk had moeten zien. Wanneer u
zich bezighoudt met een te kosmisch denken, zult u over het. algemeen vallen over de
doodeenvoudige kleine eigenschappen van uw eigen wezen of uw eigen omgeving. Dit
betekent een onrust in u. Maar willen wij een benadering van de kosmos mogelijk maken, dan
moeten wij juist rustig zijn. Een innerlijke harmonie is de grootste noodzaak, die bestaat. Het
kleine verstoort onze harmonie feller, m.n. ons streven meer op het grote is gericht, elk
overschrijden van de mogelijkheidsgrens van eigen persoonlijkheid impliceert disharmonie, ook
t.o.v. goddelijke krachten en wetten. Men is niet meer in staat van de normale en natuurlijke
bronnen gebruik te maken. Men is ook niet in staat eigen geestelijke krachten op de juiste
wijze te richten of gebruik te maken van andere werelden en sferen voor magische doeleinden,
dan wel voor uit de esoterie voortvloeiende doeleinden als b.v. genezing e.d.. De houding, die
de mens dus voor zichzelf moet vaststellen is deze: Waar hij niet geheel aan de angst voor de
dood kan ontkomen deze is n.l. in het lichaam door zoveel geslachten vastgelegd, dat ze
eenvoudig niet te ontwijken is en hij ook niet zonder bezit kan leven, waar dit deel uitmaakt
van zijn wereld, zal hij voor alles de gematigdheid moeten betrachten. Hoe gematigder de
inzichten zijn, hoe gematigder het bezitsrecht wordt uitgeoefend, hoe gematigder de angst
voor de dood is, hoe groter de mogelijkheid is, dat men zonder zijn contacten met de
menselijke samenleving te verliezen zijn eigen persoon in harmonie ziet komen met grot ere
dan menselijke waarden.
Magisch heeft dit de volgende consequentie: Alles wat niet met ons strookt is demonisch. Op
het ogenblik dat bezitsrecht en angst voor de dood e.d. ons regeren, zullen wij elke kracht die
wij gebruiken of stimuleren vanuit ons wezen hiermede laden. Wij kunnen geen krachten
aantrekken, waarin deze niet aanwezig zijn. Hoe sterker bezitsrecht, superioriteitsgevoelens,
angst voor de dood, poging tot wereldbeheersing zijn inbegrepen in de door ons uitgezonden
Chronon – De richting van de innerlijke mens
42
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

krachten, hoe sterker ze op onszelf terugslaan. Het is zwarte magie, wanneer men zelfs met
de beste bedoelingen maar vooral met een respecteren van eigen bezit en veiligheid tracht
geestelijke invloeden te wekken. Zwarte magie zal altijd onmiddellijk op uzelf terugslaan,
zodat bij een niet slagen van het doel u onmiddellijk de werking, die u hebt uitgezonden, aan
uzelf ervaart, maar nooit op harmonische wijze. Ik zal er een voorbeeld bij geven. U weet:
iemand is arm. U wilt hem juist om dat u zelf aan bezit zoveel waarde hecht een ton goud
toezenden. (U wilt hem b.v. een paar grote klompen goud laten vinden.)
U zendt het op die mens af, maar die mens accepteert het niet (hij is er op de een of andere
wijze niet gevoelig voor). Dan krijgt u dat goud maar u krijgt het niet als een gift, maar b.v.
als een brandkast, die uit het raam valt en op uw hoofd terecht komt. U krijgt het wel, maar u
krijgt het op een andere manier. Er zijn nooit goede resultaten te behalen. Op het ogenblik
daarentegen dat ik werk in mijn eigen omgeving, werk ik met hetgeen ik ken. Ik zal dus
zuiverder kunnen bepalen wat juist en wat goed is volgens mijn beste weten. Wanneer ik
daarbij niet mijn eigen bezittingen of rechten moet beschermen en zelfs niet bang ben voor
mogelijke consequenties, zal de werking, die ik in die kleine kring zend, in feite ver buiten die
kring uittreden, want dit is een factor, die harmonisch is met een groot gedeelte van het
Goddelijke. Het gevolg is, dat deze werking kosmisch is en eeuwig en niet op mij terugslaat
dan alleen door zijn uitwerkingen op het geheel. Wij noemen dit witte magie.
Om de juiste verhoudingen geheel te begrijpen, moeten wij ons een ogenblik bezighouden met
het godsconcept. God is voor ons een bepaalde figuur. U zult misschien zelfs kunnen zeggen:
God is eigenlijk de Scheingestalt, die wij onszelf scheppen. Want God bezit in onze ogen al
datgene, wat wij niet hebben en toch zouden willen hebben. De werkelijke Godheid staat daar
ver buiten. Hij is echter elke kracht en elke inhoud, die maar denkbaar is. God is onpartijdig.
Goed en kwaad bestaan in God gelijkelijk vanuit ons standpunt. Licht en duister evenzeer. Het
is niet aan ons om in die God te kiezen. Wij hebben geen recht de God in ons om te vormen
naar onze normen, zo wij daartoe het vermogen al zouden bezitten. Wij kunnen echter niet
worden verplicht onszelf om te vormen in de richting van God. Want daarvoor zijn de
verschillen te groot, zodat elke poging in deze zin van tevoren gedoemd is te mislukken, Wat
moeten wij dan in feite doen?
God is alles en in alles. Wij kunnen zeggen: We volstaan met God in alle dingen te zoeken.
Dan zijn we al een stap verder maar het is niet genoeg. Wij moeten de kracht Gods in onszelf
voortdurend zo stimuleren, dat de goddelijke kracht in al hetgeen rond ons is (en speciaal in
datgene, wat volgens onze huidige opvatting behoort tot onze taak) daardoor beroerd wordt.
Er is een kwestie van innerlijke werking. Die innerlijke werking kan door uiterlijke waarden
ongetwijfeld gestimuleerd worden. Maar ook zonder een woord te zeggen kun je iemand een
antwoord geven op zijn vraag. Het zwijgen mits op de juiste wijze beoefend kan een grotere
eenheid uit drukken dan alle woorden bij elkaar. Zelfs bij afwezigheid t.o.v. elkaar kan alleen
een gedachte een grotere intimiteit inhouden, een groter samengaan en elkaar kennen dan
onverschillig welke andere al of niet sociaal toegestane meer lichamelijke uiting. Meer zelfs dan
de geestelijke versmelting van bewustzijn van die entiteiten, die wij tweelingzielen noemen.
De eenheid ligt hier in het aanvaarden van het Goddelijke in elkaar. Wanneer u esoterisch wilt
denken en streven, dan gaat u natuurlijk naar binnen toe, dat is logisch, maar daarnaast zult u
het antwoord op uw eigen wezen in alle dingen moeten wekken,
Het is belangrijk, dat wij leren een betrekkelijk eenvoudig levensbeeld voor onszelf
voortdurend te handhaven. Wanneer wij dit eenmaal voor onszelf hebben gevonden, mogen
wij daarin geen tittel en jota wijzigen tenzij dan door nieuwe erkenning en dus uit volledige
innerlijke overtuiging. Hoe eenvoudiger dit beeld is, hoe gemakkelijker het hanteerbaar wordt.
Te zeggen dat wij de raadselen van de kosmos moeten ontsluieren is dwaasheid, want dat
kunnen wij niet. Wij niet in de geest, u niet in de stof. Wat we wel kunnen is door de eenvoud
van onze opvattingen voortdurend in overeenstemming te leven met het innerlijke van ons
wezen harmonisch te zijn. Deze harmonie werkt uit op alles, wat rond ons is. Het geeft ons uit
alle dingen een antwoord. Het heeft weinig zin om ons hier met ezelsbruggetjes bezig te

Chronon – De richting van de innerlijke mens
43
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

houden, die op een ander terrein soms ontzettend gemakkelijk zijn, b.v. bij geheugentraining,
mnemotechniek. De kwestie van het eenvoudig zijn, het trachten vooral eenvoudig te zijn, is
voor u het meest belangrijke in deze fase van ontwikkeling. Ik hoop dus dat u zult proberen
een zo eenvoudig mogelijk maar geheel eigen wereldbeeld op te bouwen. Wanneer het
mogelijk is, zou ik gaarne daarbij geëlimineerd willen zien de angst voor pijn en dood. Voor
pijn is schijnbaar moeilijker dan voor de dood, maar dat is maar schijn. Pijn ligt n.l. als
mogelijkheid veel dichter bij u in uw voorstellingsvermogen dan dood. Daarom wilt u in
abstracte de dood nog wel accepteren, maar de pijn niet.
In de tweede plaats: verminder uw bezitszin. Niet door alles weg te geven zonder meer (dat
zou u in de maatschappij niet verder brengen en het zou voor uzelf geen oplossing zijn), maar
door te beseffen dat niets betekenis heeft. Het is gewoon een deel van uw ogenblikkelijke
omgeving en morgen kan het anders zijn. Wees niet afhankelijk van uw bezit, indien u het
enigszins kunt voorkomen.
En in de derde plaats: wanneer u eenmaal dit eenvoudige beeld opbouwt, dan is het toch
logisch, dat wij ons niet gaan bezighouden met degenen, die wij niet kennen en die ver van
ons af zijn maar met degenen, die wij kennen, datgene wat ons onmiddellijk nabijstaat. Hoe
kenbaarder en begrijpelijker de zaak voor ons is, hoe groter de invloed, die wij erop hebben.
Hoe verder het van ons afligt, hoe abstracter wij zullen moeten formuleren, hoe onjuister wij
zullen reageren, hoe meer kracht wij zullen verspillen en hoe disharmonischer ons bestaan er
door wordt. Ik zou zeggen, probeert u dit laatste allemaal in u op te nemen en denkt u er eens
over na, werkt u er eens aan. Er zijn hier verschillenden bij, die misschien met nood en moeite
even naar het verslag hebben gekeken. Toch is het wel voor u belangrijk, dat u sommige van
deze dingen eens doorleest, Belangrijk is vooral dat u de consequenties trekt uit hetgeen u
leest en voor uzelf actief wordt. Zijn we het. zover met elkaar eens?
U zei, dat de gerichte gedachte op een voorwerp of een persoon van grotere waarde is dan
een ongericht denken. De gedachten die men uitzendt in een meditatie, ongericht, hebben
toch grotere waarde voor de samenbundeling dan een gerichte gedachte op iemand, omdat
men hierbij toch maar zeer beperkt is in het doel?
Dat is alleen waar, wanneer er een bundelende kracht bestaat, Bijv. in de genezingsgroep
wordt inderdaad een zekere abstractie bij de meditatie aanbevolen. Dat geschiedt niet, omdat
we op de een of andere manier daardoor de gehele wereld willen of denken te genezen. Maar
dat gebeurt alleen, omdat hier een andere bindende factor aanwezig is. In de eerste plaats Uw
eigen idee en bewustzijn omtrent de patiënten. In de tweede plaats weer van onze kant uit de
leiding, die ook bij het richten en ontladen van de kracht plaatsvindt. Maar wanneer u zeer
abstract in deze kring mediteert op de genezing van de mensheid, dan zal dit in feite gericht
worden op een zeer klein en beperkt deel van die mensheid. Daar n.l., waar een behoefte en
noodzaak bestaan volgens ons en inderdaad iets gepresteerd kan worden. Daarnaast hebt u
natuurlijk een zekere richting door de patiënten, die u voor uzelf in de meditatie opneemt en
hierbij treedt dus een van de leden van zo’n groep ook weer als richtend element op. Maar dat
is heel iets anders dan b.v. in het algemeen mediteren voor de vrede van de wereld. U hebt
niet voldoende inzicht in datgene, wat werkelijke vrede op de wereld kan veroorzaken, om
daar werkelijk goed over te denken. Wat u daar uitzendt zal voor een heel groot gedeelte
strijdig zijn met alle werkelijke vredesbestrevingen op aarde. Het gevolg is, dat u eerder de
ontwikkeling tegenwerkt, dan dat u ze helpt bevorderen of u wilt of niet. Wanneer u denkt aan
vrede, denk dan niet aan de hele wereld, maar denk aan de vrede in uw naaste omgeving,
daar waar u de mensen kent en weet wat nodig is. Dan kunt u in ieder geval daar iets bereiken
en via dit beperkte een echo, een weerklank, een soort parallel stroming wekken, die gaat ver
buiten hetgeen u in het beeld opnam.
Maar dan is de vrede in jezelf toch iets, waarmee je in de eerste plaats volkomen in
harmonie moet zijn.
Laten we het anders uitdrukken: Eerst wanneer je vrede in jezelf hebt, kun je ergens
volkomen mee in harmonie zijn. Onvrede is n.l. het erkennen van tegenstellingen. Het
erkennen van tegenstellingen belet harmonie.

Chronon – De richting van de innerlijke mens
44
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

In het Boeddhisme wordt gesproken over corona, de liefde die naar de 4 windstreken wordt
uitgezonden. Dit lijkt in tegenstelling tot hetgeen u nu zo-even gezegd hebt.
Inderdaad. Het is heel mooi en kan voor de eigen ontwikkeling misschien heel erg aardig zijn
mits gesteund op voldoende overtuiging maar voor de wereld zelf zal het niet zoveel kunnen
betekenen, tenzij die krachten geleid worden door mensen, die ervan weten. Wanneer u dit op
Uw eigen houtje doet, komt er dus niets van terecht. Maar gaat u in een dergelijke
vredesmeditatie b.v. tezamen met een Meester (een goeroe), dan hebt u grote kans dat die
goeroe weet op welke wijze hij de vredeskrachten van de gehele mediterende kring kan
richten. Dan hebt u wel resultaat. Het komt daarop neer: probeer voor jezelf nooit grote
dingen aan te pakken, wanneer je nog niet klaar bent met de kleine. Het is dwaas te beginnen
het plafond te witten, wanneer je nog geen ladder hebt neergezet. Toch is het juist dat, wat de
meeste mensen in geestelijk opzicht willen doen. Ze willen de gehele wereld veranderen en
verbeteren, maar de kleine dingen, die nodig zijn om een peil te bereiken, waarbij ze eindelijk
begrijpen, wat die wereld nodig heeft, laten ze meestal achterwege.

Is dat niet te verklaren uit de vrees, dat ze anders te egocentrisch denken?
Dat kan ik mij voorstellen. Maar egocentrisch denken is niet te vermijden. M.a.w. zelfs in uw
meest altruïstische gedachte denkt u egocentrisch, want ook uw altruïsme groepeert u om
uzelf en u ziet de werking b.v. vanuit uzelf in de wereld gaan. Het egocentrische blijft bestaan.
Dus ik zou de term egocentrisch hier liever niet gebruikt willen zien. Maar u kunt zeggen: te
egoïstisch. Van egoïsme is echter geen sprake, zodra men werkelijk en oprecht desnoods met
minachting van eigen meningen en eigen plezier en voordeel voor een ander een zekere
activiteit verricht, aan een ander denkt, etc. Werkelijk egoïsme betekent: het uitschakelen van
alle rechten en mogelijkheden van anderen, tenzij zij direct in overeenstemming zijn met het
door het “ik” voor het “ik” begeerde. Als u zich nu daaraan vasthoudt, dan weet u ook dat het
egocentrisch denken uit de aard van de persoonlijkheid moet bestaan (daar kunnen wij niet
omheen, wij niet en u niet), maar dat aan de andere kant het egoïstisch denken makkelijk kan
worden voorkomen, zelfs eenvoudiger in kleine kring dan in grote kring. Ik hoop dat het
volgende geen pijnlijke vergelijking is. Er zijn twee communisten. De een is communist in
kleine kring, die gaat uit van het standpunt: wat van mij is, is van jou. Hij kan een heel goed
mens zijn. De tweede communist denkt: als nu alles hutje bij mudje gaat, krijg ik altijd meer
dan ik heb. De eerste streeft naar een wereldrevolutie door vanuit zich en zijn kleine kring de
praktijk steeds uit te breiden. De tweede streeft naar een wereldoverheersing, waardoor hij
het door hem gewenste aan anderen kan op leggen. Het heeft dezelfde naam. Dan denken ze
allebei egocentrisch (ze gaan van zichzelf uit), maar de eerste denkt altruïstisch, de tweede
egoïstisch. Het egoïsme zou voor de tweede lang niet zo gemakkelijk zijn, wanneer hij veel in
zijn eigen omgeving keek. Vandaar dat we juist van die mensen vaak horen: maar je moet niet
letten op die kleine gebeurtenissen, het gaat om de grote lijn. Dat is de grootste misleiding,
die er bestaat. Laten we dat ook in de esoterie niet vergeten, vrienden. Het denken in de grote
lijn zonder meer, dus zonder praktijk eerst in eigen omgeving en in het kleine, is zelfmisleiding
en in de meeste gevallen een vorm van egoïsme. Commentaar?
Stel u nu eens een ogenblik voor dat wij te maken hebben met God. Op de een of andere
manier hebben we dat allemaal. Maar dat hier b.v. op dit ogenblik God is. Voor ons allemaal.
Dat verandert niets aan de werkelijkheid. U blijft hier zitten en krijgt dadelijk uw hoestprikkel
evengoed en u wilt uw neus snuiten en u zoudt misschien dat dropje toch maar uit die tas
halen. Dat blijft hetzelfde. God is altijd hier, maar nu gaan we het ons realiseren: Hij is hier.
Wat voor een God? Kan het een liefdevolle God zijn in de zin van ons denken? Neen. Als het
naar óns idee een liefdevolle God zou zijn, dan zouden we zeggen: allemaal maken we jullie
jong, vrolijk, vreugdig, we scheppen een paradijs, we zorgen voor alle hondjes en katjes, we
doeken alle asylen op en alle slachthuizen. Maar dat doet God niet. En toch moeten wij op een
zekere basis blijven geloven aan een liefdevolle God, niet omdat God nu noodzakelijkerwijs
alleen liefdevol is, maar omdat, het voor ons een behoefte is ons gesteund te weten door een
goddelijke liefde, nietwaar?

Chronon – De richting van de innerlijke mens
45
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

God is hier. Hoe moeten wij God tegemoet treden? Dat kunnen we alleen doen met een steeds
dieper wordend vertrouwen. Indien God liefdevol is, dan moeten we God kunnen.accepteren.
Indien we God zien als een liefdevolle Kracht, dan moeten wij ons op Hem durven beroepen.
Dan kunnen we rustig tegen die God zeggen: God, openbaar ons de waarheid. Want wij weten,
dat Zijn liefde ons nooit meer waarheid geeft dan wij kunnen verdragen. Dan kunnen wij
desnoods zeggen: God, geef ons de maan. En dan wachten wij af of God haar geven zal, Wij
kunnen echter nooit verwachten, dat ons eigen concept en een Goddelijk concept
overeenstemmen. Als God hier is op het ogenblik en Hij is in meer dan een zin werkelijk hier
dan kunnen wij niet verwachten, dat God ons verstaat. Onthoudt u dat goed. Men gaat bij de
esoterie vaak uit van het standpunt God zal óns begrijpen en óns helpen, want Hij is een
liefdevolle God. Maar wij moeten dat concept weten om te draaien. Het is zo, dat wanneer wij
God gaan begrijpen de goddelijke liefde ons duidelijk wordt, voordien niet. Ik zou dus in uw
godsvoorstelling graag iets zien veranderen, althans bij sommigen. Ik zou graag willen, dat u
God niet beschouwt als die goede oom, die overal voor zorgt, of zelfs als die vader, die ergens
de kosmos heeft geschapen en nu liefdevol alles in stand houdt, maar dat u God wilt zien als
iets, waarmee u door eigen streven tijdelijk in harmonie kunt komen. De gedachtegang mag
niet zijn: God zal zich aan mij openbaren maar In mijn streven zal ik een moment van
waarheid kennen. De gedachtegang mag niet zijn: Ik geef dit aan God over, maar ik erken
mijn eigen onmacht voor dit ogenblik en leg tijdelijk de zaak terzijde. De gedachtegang mag
nooit zijn: God zal dit voor mij of door mij doen. De gedachtegang moet zijn: Ik zal uit mijn
krachten zo goed en zo ver als ik kan hier helpen en werken en ik zal al datgene, wat mij aan
krachten daartoe wordt gegeven, aanvaarden als mijn eigen krachten. Een zeer belangrijk
punt.
Natuurlijk, wij mogen ons eigen godsbeeld rustig hebben, onze persoonlijke afgod maar wij
mogen nooit verwachten dat die persoonlijke afgod buiten onze eigen mogelijkheden om
antwoord kan geven. Datgene, wat wij God noemen, is immers projectie van ons eigen weten
en vermogen? het is een uitdrukking van dat wat we innerlijk weten, maar ons niet
gerealiseerd hebben. Het is een uiting van de macht, die wij in onszelf voelen, maar die wij
nog niet kunnen uitoefenen. En deze God mogen wij rustig aanvaarden mits wij maar niet
stellen dat deze God werken zal wanneer wij niet werken. Wanneer wij werken en streven om
zo dicht mogelijk te komen bij onze godsvoorstelling vanuit onszelf, dan zullen we reëeler
staan t.o.v. de werkelijke godheid dan ooit mogelijk is zonder dat. Geloof en vertrouwen op
zichzelf zijn hulpmiddelen, die tot lapmiddelen worden, wanneer niet een eigen daadwerkelijk
streven daarachter staat. Wanneer wij eigen streven vertrouwen en eigen denken vertrouwen,
dan zijn we veel verder gekomen. Want naarmate wij meer zeker zijn van onszelven, zullen de
goddelijke krachten zich zekerder in en voor ons openbaren,
Het is logisch, dat deze godsconcepten onnoemelijk veel te doen hebben met de magische
wetten. Ik wil u vandaag niet te lang bezighouden, maar een magische wet wil ik u toch nog
wel graag verklaren. En dat is een heel eenvoudige. Dat is n.l. die wet van het punt van
aanzetten. En dat zegt dit: Het is belangrijk voor elke actie een punt van aanval te vinden. Dit
kan slechts gevonden worden uit eigen weten en eigen kennen. Is het punt gevonden, dan kan
de hefboom van kosmische wet of kracht op dit punt worden aangezet en zo het bereikte tot
stand worden gebracht ver boven onze eigen mogelijkheden, waar niet wij, maar kosmische
wetten aan de hand van ons eigen ingrijpen de verdere beweging tot stand brengen. Het klinkt
ingewikkeld, maar het is heel eenvoudig. Als men boven op een berg staat en de sneeuw
hangt in een wankel evenwicht, dan behoeft men maar een klein kiezelsteentje naar beneden
te gooien en dan is er al een lawine. Die lawine heeft veel meer vermogen dan u ooit zult
bezitten. Noodzakelijk was het voor u om het punt te vinden, waar u dit steentje kon
neerwerpen en te berekenen hoe die lawine zou verlopen. Was u in staat die twee dingen te
doen, dan kon u uw doel gemakkelijk bereiken. Dat wordt b.v. gedaan in een bepaald deel van
de V.S., waar men skiet en waar men hellingen vrijmaakt van lawinegevaar maar tevens van
de lawine gebruik maakt om bepaalde oneffenheden ervan op te vullen. Men gebruikt daarvoor
betrekkelijk kleine krachten, soms dynamietpatronen, soms zelfs eenvoudig kleine explosie
elementjes die niet veel meer zijn dan een rotje of een donderbus. Daarmee bereikt men wat
men wil doordat men weet wat men bereiken wil, en zoekt tot men het punt vindt, waarop de
kracht in beweging kan worden gezet. Wij willen graag veel voor anderen doen, wij willen
Chronon – De richting van de innerlijke mens
46
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

mensen, genezen, wij willen hen beter, gelukkiger, zekerder maken van zichzelf. Maar dat
kunnen wij nooit doen, wanneer wij niet het punt vinden, waarop wij moeten aanzetten. Dan is
een betrekkelijk kleine impuls voldoende om grote werkingen tot stand te brengen. Dit
betekent dat geen enkele magiër, die van zijn eigen werk en waardigheid bewust is, een taak
zal ondernemen, die hij niet van te voren overziet. Dit houdt echter in, dat wanneer er door
studie een overzicht verkregen is wonderen bereikt kunnen worden door het ontketenen van
innerlijke krachten.
Hoe die innerlijke kracht te ontketenen is, is weer betrekkelijk eenvoudig. U weet allemaal wat
gericht denken is. Wanneer u gericht denkt aan iets, dan krijgt u een handelingsassociatie. Als
u zich ergert dan kan een handelingsassociatie b.v. zijn het schoppen tegen een steentje.
Wanneer u genezen wilt of helpen wilt, dan kan die handelingsassociatie soms zijn het
uitspreken van een woord. En je weet eigenlijk niet waarom je het zo zegt. Het geven van een
hand, misschien het magnetiseren of instralen van een persoon of alleen het schenken van een
bijzonder gerecht. Je weet nooit precies hoe het uitwerkt, maar de associatie komt er. Die
associatie is voor ons steeds het aanzetpunt. Wij zetten de kracht n.l. in beweging door onze
eigen handeling en veroorzaken daarmede een reeks van gevolgen, die ver uitgaat boven
hetgeen wij zelf kunnen doen. Als voorbeeld nemen wij het geval van een zieke. Ik heb iemand
die ziek is, werkelijk lichamelijk ziek. Deze mens wil ik helpen en ik krijg de impuls: ga er eens
naar toe en neem wat sinaasappels mee. Dan vraag je je af wat kan ik daarmee nu doen? Ik
zou toch veel beter wat hocus pocus kunnen maken, hem instralen, inzegenen dan zou ik wat
kunnen bereiken. Maar neen, de associatie is: er heengaan en sinaasappelen meebrengen. Je
gaat er naar toe, je praat een keer, je geeft de sinaasappels en daardoor geef je misschien die
mens een zeker vertrouwen terug in de mensheid of een zekere begeerte om te leven,
waardoor zijn eigen energie wordt ingeschakeld. En eerst nu kan geestelijke energie of
magnetisch ingestraalde energie aanslaan. Eerst nu kan een geneesmiddel werkelijk werkzaam
worden. Eerst nu blijkt de vitaliteit aanwezig, waardoor langzaam maar zeker een groter
ingrijpen mogelijk wordt gemaakt. Ziet u, dit zijn geen moeilijke punten. Is dit voorbeeld
duidelijk? Dan nog een ander voorbeeld. Ik zal dat voor de aardigheid eens nemen in een
beetje kwaadaardige zin. Een zuivere oorzaak en gevolgkwestie, zonder geestelijke werking
daarbij, alleen om u de associatie duidelijk te maken.
Uw zoontje, uw dochter, uw buurman speelt met een daverend geweld een soort muziek, die u
meer als een combinatie van janken de katten en brekend vaatwerk in de oren klinkt. U ergert
zich daar voortdurend over. Op een gegeven ogenblik denkt u: hoe maak ik daar nu een einde
aan? U staat op en krijgt het idee: ik moet de stekker uit het stopcontact trekken. U trekt
daarbij de eerste de beste stekker uit het stopcontact, grijpt hem bij de draad i.p.v. bij de
stekker met als gevolg het losschieten van de draad en kortsluiting. Onmiddellijk houdt het
gejank van de muziek op, want er is geen stroom meer om die apparatuur te laten draaien. U
zult zeggen: dat is eigenlijk doodeenvoudig. Zeker, maar deze oplossing, die zo gezocht wordt,
maakt het nu mogelijk verder te gaan. Nu gaat men gezamenlijk de storing zoeken. Er is een
pauze gekomen in het voorthameren van de muziek en de kans is zeer groot, dat nu veel
eerder dan wanneer u direct zoudt ingrijpen de ander geneigd is de muziek wat zachter te
zetten of zelfs wat anders op te zetten. Er is een verandering gekomen.
Een derde en laatste voorbeeld U ziet iemand in het verkeer. U ziet een gevaar, dat die
persoon zelf niet ziet en u kunt niet ingrijpen. U realiseert u dit wel, u wilt uw gedachtenkracht
er op af sturen, maar wat moet u vorder doen? Automatisch slaakt u een kreet, de ander
aarzelt en ontkomt daardoor aan het gevaar. Dan kunt u zeggen het is mijn geesteskracht, die
hem in de eerste plaats geholpen heeft. Maar dat is niet waar, het was de kreet. Want die
kreet zette een reeks van werkingen aan de gang, die uzelf niet tot stand kon brengen en veel
sneller dan u net kon. Onthoud steeds dit in alle magie en bij alle werkingen, die met de magie
samenhangen, zijn het deze, op zichzelf eenvoudige en schijnbaar onsamenhangende daden,
die uit de wils-associatie voort komen als een impuls en die bepalend zijn voor het verdere
verloop. Daarmede wordt een keten van oorzaak en gevolg gewekt, die door uw wilskracht en

Chronon – De richting van de innerlijke mens
47
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

uw geesteskracht dan verder waarschijnlijk te leiden is, maar niet meer onthoud dat goed te
stuiten.
Ik zou b.v. mij zo’n proces kunnen indenken, zoals u hier moet spreken tegen de menigte
om ze direct te pakken te krijgen, m.a.w. een aangrijpingspunt om uw gedachten over te
dragen op, het gehoor.
Daar zit toch weer wat anders bij.
Dan moet u toch ook iets zo zeggen, dat de aandacht onmiddellijk getrokken is en u ze
onder uw ban hebt?
Dat kan soms noodzakelijk zijn, maar het ligt er weer aan wat wij willen doen. Op een avond
als deze gaat het er niet in de eerste plaats om uw aandacht te boeien. Het gaat er ons nu om
u een zekere hoeveelheid leerstof te geven op een zo duidelijk mogelijke manier, daarbij
rekening houdend met onze eigen capaciteiten van het ogenblik zowel als met de uwe. Of u
dat accepteert of niet is uw zaak. Maar nu kunnen wij het ons ook anders voor stellen. En denk
ik b.v. aan jl. vrijdag, waarbij een voordracht moest worden gehouden, die tamelijk riskant is
in deze wereld. Het ging n.l. over een vraag over het Christendom en dat wekt altijd strijd voor
en tegen. En dan wordt daar ongeacht hetgeen er gezegd wordt gebruik gemaakt van een
zekere magie (dus een zekere stemming, een sfeer), die het aanzetpunt geeft, waardoor men
er iedereen toe brengt de waarheid te erkennen, wat alleen met een redelijk argument nooit
gelukt zou zijn. Daar heeft u dus wat anders. Hetzelfde is het. geval wanneer wij woordmagie
willen gaan gebruiken. Wanneer wij op een gegeven ogenblik werken met een ritme of met
iets anders, kunnen wij daar zekere mensen mee pakken. Niet iedereen, maar degenen, die
wij kunnen pakken, kunnen wij dan ook richten. Daarin kunnen wij een denkproces doen
ontstaan naar ónze zin.
Maar dat wil toch iedere spreker, die zich tot een gehoor richt?
Dat ligt eraan. Op het ogenblik heb ik helemaal geen zin om in u iets te ontwikkelen. Ik wil u
alleen de gelegenheid geven dit voor uzelf te doen in uzelf. Er zijn zelfs sprekers, die het
prettig vinden als zij uitgejouwd worden. Wanneer ik u n.l. een flagrante onwaarheid vertel en
ik vraag hebt u opmerkingen? En u houdt uw mond, dan ben ik nog teleurgesteld ook. Wij
hebben dat op het ogenblik nog niet gedaan, maar het kan voorkomen dat we zo
langzamerhand gaan kijken of er nog iemand wakker is. Dan vertellen wij u zo’n lijnrechte
tegenspraak en vragen: Bent u het er mee eens? En zegt u ja, dan moeten wij dat even
ongedaan maken. We zetten dan uiteen, waarom het onjuist is, maar onder tussen denken wij
er het onze ervan. Dan hebt u en lawine aan de gang gebracht.
Een vraag naar aanleiding van tegenstrijdige uitlatingen in de brochures.
Er zijn verschillende sprekers, die vanuit een verschillend standpunt eenzelfde doel benaderen.
Let u alleen op de richting waaruit ze komen en niet op het doel, dan ziet u een tegenstelling.
Dat ben ik met u eens. Maar laat ik u wel dit zeggen, dat door ons niet opzettelijk of bewust
tegenstrijdigheden zijn geschapen in de verschillende brochures. Wel - en dat is nu weer een
ander punt - dat onze sprekers binnen een zekere beperking het recht hebben hun eigen
mening weer te geven. Maar dan wordt er ook uitdrukkelijk bij gezegd M.i. is de zaak zo of zo.
En dan weet u dus: hier spreekt de persoon en niet meer de Orde. Maar zoekt u dergelijke
punten eens op voor het tweede gedeelte. U krijgt dan inzicht in zeer veel verschillende
materie en u ziet iets meer van de wijze van denken en werken en dat is weer esoterie. Maar u
moet dan wel bij elk punt even het hoofdonderwerp aangeven, waarover het ging en niet
uitsluitend de citaten, want dan wordt het misleidend.
Een vraag n.a.v. het begrip Scheingestalt, i.v.m. de meditatie van de vorige maal.
Wanneer ik uitga van het standpunt dat ik hulp nodig heb en ik zie kans een Scheingestalt op
te bouwen, waardoor een aantal in mij bestaande mogelijkheden nu ik er buiten mij een
beroep op kan de en in mij verwerkelijkt worden, dan vind ik dat helemaal niet strijdig met het
feit, dat men op zichzelf (dus ik op mijzelve) zelfstandig moet denken en dat ik een eenheid
met God moet vinden, enz. enz. Die dingen zijn allemaal waar, Als ik b.v. zeg, dat u naar
Leiden moet gaan, dan kan dat op rolschaatsen, per autoped, met een auto of met de trein. Nu
ligt het er maar aan: wat kunt u? Dus daar komen we al op een heel gevaarlijk terrein. Die
meditatie van de vorige maal was een overweging in een bepaalde stemming.
Chronon – De richting van de innerlijke mens
48
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

Die vond ik prachtig.
Dat geloof ik graag, maar u vond die Scheingestalt niet zo prachtig. En dat komt omdat u het
niet begrijpt.
Het lijkt me een soort robot, die ik niet meer zou kunnen beheersen.
Wanneer u zich bewust bent van die Scheingestalt kunt u ze beheersen, omdat u zich
uiteindelijk steeds weer afvraagt: Als ik het aan die Scheingestalt vraag, heb ik het dan zelf
gedaan of heeft hij het gedaan? En wanneer je je dat afvraagt, zeg je: Ja, maar die
Scheingestalt is alleen een projectie van mijn wezen. Dus het is niet een robot, waarvan de
beheersing teloor kan gaan, tenzij uzelve uw Scheingestalt vergoddelijkt op een onredelijke
wijze, dus uzelf in de robot geheel gaat projecteren en uw eigen wil prijsgeven i.p.v. te streven
en alleen in noodgevallen een beroep te doen op het buiten u staande.
Maar er werd bijgezegd noem het god, (het werd met een kleine g geschreven.)
Noem het god. Dat vind ik helemaal niet gek. Er zijn zoveel goden. God is al datgene, dat
groter is dan uzelve, wat ge in u bezit en wat ge begeert, en waarvan ge t.o.v. uzelve een
almacht en een ingrijpen verwacht. Of het nu een engel is of een heilige of wat anders, dan
noem je het god. Men noemt Jezus ook god en dat is hij ook niet. Men heeft van Boeddha een
god gemaakt, wat hij helemaal niet is. Er zijn tijden geweest, dat men van bergen en van
bomen goden heeft gemaakt, wat ze ook niet waren. Noem het god, dat is dus om duidelijk te
maken in welke verhouding je moet staan daartoe. Omdat het beroep dat je normaal op God
doet in dit geval eerst op de Scheingestalt moet worden gericht. Leest u het nog eens na. En
onthoud u verder, dat 9 van de 10 keren, dat u aan God denkt, uw God in feite een soort
Scheingestalt is. Soms een communale, dus opgebouwd uit een gemeenschap, soms een
persoonlijke, maar dat is nooit een werkelijkheid.
Dat begrijp ik wel, daarvoor ben je er te veel mee vertrouwd.
Nee, je bent er te weinig mee vertrouwd en je meent, dat je er te veel mee vertrouwd bent.
En daarom is die Scheingestalt dus een. praktische vervanging, waarbij een beheersbaarheid
optreedt. Ik raad u aan die Scheingestalt nog eens goed door te lezen.
Sommigen bidden, dat God hun wapens zegent. Hoe kan men zo iets denken?
Omdat het in dit geval een volks of een nationale godheid is, die men aanbidt. Dit is ook een
Scheingestalt, een communale Scheingestalt. En het typische is, dat deze communale Schein-
gestalt niet alleen geaccepteerd wordt door het volk als zodanig, maar tevens door de belijders
van andere godsdiensten, die veelal meer kosmische stellingen verkondigen, maar zich toch
ook tot deze kleine godheden wenden. Heel typisch.
Dus dat hele Pantheon van de Grieken bestaat uit allemaal Scheingestalten?
Toen de schrijvers er mee begonnen, ja. Het Pantheon van de Grieken dankt u n.l. aan de
dichters, die de menselijke fouten vergoddelijkten om zo voor zichzelf een grotere vrijheid te
verwerven.
De dimensies, die wij hier kennen, lengte, breedte en hoogte, dat die begrensd zouden
zijn, kan ik me niet realiseren.
Elke lijn binnen het u bekende heelal is gebogen. D.w.z. dat de lengte op een bepaald ogenblik
overgaat in hoogte gerekend vanuit een standpunt. Dat dit normalerwijze bij het menselijk
perceptievermogen niet optreedt, neemt niet weg, dat dit theoretisch het geval is, zodat
hoogte of breedte en lengte op een gegeven ogenblik een en dezelfde lijn zijn. Er is dus een
beperking. Die beperking staat in verband met de buigingshoek van alle
waarnemingsmogelijkheden en stralingen binnen het Al. En dat is weer direct inherent aan de
werveling van het kosmisch veld, dat binnen dit heelal bestaat.
Dat mag dan zo zijn, maar daar zijn wij in ons waakbewustzijn ons niet van bewust, dus als
wij spreken over dimensies, dan zijn zij voor ons een uitgebreidheid tot in het oneindige.
In het theoretisch driedimensionaal stelsel zal elke rechte lijn, die voldoende verlengd wordt
een zodanige buiging vertonen dat zij haar richtingsverhouding verandert tot zelfs een hoek
van 90, waarbij zij een andere dimensionale betekenis krijgt. In dit geval heb ik het dus
Chronon – De richting van de innerlijke mens
49
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

gebruikt als een uitdrukking om duidelijk te maken, dat de tijd in zichzelve een voortdurende
richtingsverandering betekent van elke waarde. En dan moet ik teruggaan naar het chronon.
Ik zal het u technisch vertellen: Gezien vanuit het standpunt van een stoffelijk heelal met
driedimensionale waarden plus tijdsverschijnsel is de baan van het chronon erratisch.Zij kan
dus nooit worden gezien als lijnrecht. Bij elke wisseling van het chronon in zijn betekenis
treedt een periode op, waarbij een totale waardeverandering optreedt in elke dimensie. Dit
betekent dat een illusoire verandering plaatsvindt, die u b.v. kunt vinden in de bekende
tekeningetjes van blokken, waar men nu eens in kijkt en dan weer óp kijkt, zodat wat eerst
diepte was, nu vooruitspringt. Op dezelfde wijze zal voor de perceptie de waarde van de
dimensies en de mogelijkheden om er mee te werken onderling verwisselbaar worden en
gewijzigd worden. Er kan een ogenblik komen dat hoogte en diepte niet meer identiek zijn
voor het menselijk bewustzijn. Er kan ook een ogenblik komen, waarop deze beide als
vervanging voor elkaar kunnen worden gebruikt, zodat ook de middelen kunnen worden
gevonden, waarmee gelijkelijk hoogte en diepte wordt bereikt.
Een chronon is toch de tijd, die het elektron nodig heeft om van de ene baan in de and ere
te springen?
Een chronon is het moment, waarin het gehele Al is behouden d.w.z. wanneer een elektron
van de ene baan naar de andere springt, dan is er in feite een elektron verdwenen uit u allen
en een andere elektron teruggekomen. Maar neemt u in het algemeen aan als betekenis voor
het chronon: het minimale tijdsmoment, die fractie van het totaal bestaande, die een
afgesloten wereld kan vormen. Dat is het meest juiste.

Na de pauze
Op de discussieavond: beïnvloeding van mensen, is gesproken over drie werelden die
invloeden op de mens hebben. O.a. de astrale wereld en ik meen dat dit voor een aantal
mensen een minder aanvaardbare wereld was. Voorzover ik echter heb menen te
bemerken zal de toekomstige mens toch wel moeten leven in samenwerking met vele
werelden, maar dan bewust. Wilt u hier verder op ingaan?

SAMENWERKING MET VELE WERELDEN

In de eerste plaats wil ik opmerken, dat naarmate de mens verdergaat in zijn ontwikkeling hij
bepaalde vroegere gaven gaat terugkrijgen in gesublimeerde vorm. Bij de zeer oude mens
bestand b.v. telepathie en een zekere mate van helderziendheid. In de moderne tijd hoor je er
heel weinig van. Het komt incidenteel voor en wordt eigenlijk niet helemaal geaccepteerd.
Toch zal de mensheid terug moeten in de richting juist van deze telepathische contacten, dit
bewustzijn van astrale wereld en wat er verder bij hoort. Nu weten we allemaal wel, dat die
astrale wereld een zeer eigenaardige is. Het is n.l. een wereld, waarin het gedachtebeeld
zichtbaar is. De helderziende van deze tijd kan daar al een klein beeld van krijgen, wanneer hij
de verkleuringen van de aura ziet bij zijn medemensen. Hij constateert aan de hand daarvan
een bepaalde gemoedsgesteldheid of zekere ziekten en hij maakt zijn conclusies omtrent de
aard van de persoonlijkheid. Dat betekent dat er in de toekomst weinig geheimen zullen zijn.
Nu kunnen wij natuurlijk gaan zeggen: De mens van de toekomst zal moeten leven met vele
werelden. Maar dan vergeten wij één ding: De vooruitgang van het menselijk geslacht is niet
onbeperkt. Men kan tot een zekere graad van verfijning komen, maar een doorvoeren boven
deze grens betekent een ondergang. Dan is.n.l. het stoffelijk voertuig niet meer in staat de
zaak te bevatten en dan mag er dus niet meer van mens in de aardse zin worden gesproken
maar alleen nog in geestelijke zin.
Wat de mensheid ongetwijfeld zal verwerven, zij het na verloop van tijd een groter mate van
telepathisch contact, voorlopig nog in verband met gebaar en klank. Het is zelfs nu reeds
kenbaar, doordat men reeksen van klanken samenvoegt, die een uitgebreide betekenis hebben
en die toch door iedereen worden begrepen. (Voorbeeld: goeden morgen in verschillende
Chronon – De richting van de innerlijke mens
50
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

intonaties) Daar heb je in een reeks van klanken door intonatie een hele reeks van ver-
schillende betekenissen gekregen. Nu kan dat nog veel verdergaan. Wanneer u tegen iemand
zegt: goeden morgen, en de ander haalt zijn schouders op, dan weet u ook wel dat hij bedoelt:
wat je mij daar nu vertelt interesseert mij niet, dat heeft geen betekenis. Het kleinste gebaar
van de mens heeft inhoud. Iemand, die geschoold is in het waarnemen van mensen, weet dat
een klein gebaar, een gelaatstrek, onnoemelijk veel verraadt. Dit is een begrip voor elkaar, dat
aanmerkelijk toeneemt i.p.v. afneemt. Men gaat elkaar dus veel sneller verstaan, en op den
duur zal ook de behoefte tot de aanleiding, het gebaar (behalve bij het eerste contact)
wegvallen.
Bij deze telepathie echter krijgen wij te maken met een gebied, waarin ook de geest werkzaam
is. De mens zal dus moeten samenleven met alle impulsen van andere dan stoffelijke wezens,
die doordringen in zijn gedachtewereld. Hij zal deze niet te allen tijde kunnen uitschakelen.
Hieruit volgt, dat de ontwikkeling van de mens tot telepaat en de daaruit voortkomende
contacten met andere werelden een aanmerkelijke verandering in zijn geestesleven zullen
moeten betekenen. Daarnaast blijkt dat het niet altijd mogelijk is een gedachte zonder meer te
bemaskeren. Van de telepaten, die op aarde bestaan, zijn er maar enkele die in staat zijn een
z.g. masker voor hun gedachten te leggen d.w.z. hun eigen gedachten te denken en
gelijktijdig een andere gedachte uit te zenden. Er zullen dus heel wat maskers moeten vallen.
Ook dit betekent, dat de verhouding in de mensheid een geheel andere wordt.
Nu weet ik wel dat er nog heel wat meer werelden zijn, die op den duur invloed krijgen, maar
die invloed zal beperkt zijn en voor de mens hoofdzakelijk via het astrale gebied plaatsvinden.
Ik vind het dan ook jammer, dat onze vraagsteller hier zegt, dat die astrale wereld voor velen
minder aanvaardbaar is. Het is voor u heel aanvaardbaar, dat water stoom afgeeft, dat u die
stoom kunt zien, dat ze kan vervluchtigen en eventueel weer kan condenseren en zelfs tot
water worden. Ik zie niet in waarom men dit niet van andere essences zoals b.v. een
levensessence wil geloven. Daar is uiteindelijk toch precies hetzelfde mogelijk. Het feit dat
allerhande omstandigheden de vorm bepalen, waarin die stoom terug komt, de ene keer als
sneeuw, de andere keer als hagel, de derde keer als kletterregen, als damp, als mist, dat vindt
men heel gewoon. Maar dat in die astrale wereld de omstandigheden (de gedachten) de
verschijningsvorm van de daarin aanwezige energie en materie bepalen, dat schijnt men dan
minder aanvaardbaar te vinden. Toch moet ik helaas er op staan, dat u dit als werkelijkheid
accepteert.
Nu zijn er wel verschillende gegevens bekend over de verdere ontwikkeling van de mensheid,
maar die liggen toch op een enigszins ander vlak dan u misschien zoudt denken. De mensheid
zelf (de stoffelijke mensheid n.l.), na zich ontwikkeld te hebben tot een zeker hoogtepunt van
techniek en van denken, zal ongetwijfeld terugvallen. Uit het materialisme krijgt men een
voortdurend zoeken naar evenwicht en daardoor een intensifiëring van het geestelijk denken.
Samen met de techniek geeft dit aanleiding tot nieuw erkennen. Dit nieuw erkennen leidt terug
tot materialisme. Het materialisme dat dan ontstaat, wordt wederom oorzaak tot enz.. er is
een opslingeringsproces, waarbij die waarden elkaar in evenwicht houden. Maar er komt een
ogenblik, dat de geestelijke filosofie elke verdere technische ontwikkeling gaat uitsluiten. Zij
gaat zeggen dat kan niet meer. De impuls valt weg en wij krijgen een terugval naar het laag
materialisme, waarin de gemeenschapsvorm teloorgaat en ook het geloof weer meer
primitieve vormen aan neemt, terwijl de mensheid zelf in haar vorm, haar capaciteiten en
kwaliteiten zich wederom zal aanpassen bij dit laagste vlak en peil. Ga dus a.u.b. niet denken
dat die mens van de toekomst in staat zal zijn om met de hoogste geesten zonder meer in
contact te komen. Een enkel individu zal misschien dat punt bereiken. Er zijn er reeds nu
geweest, die dat konden en het zou dwaas zijn aan te nemen, dat dat niet mogelijk zou zijn.
Maar met nadruk meen ik er op te mogen wijzen, dat juist dit doordringen tot de hoogste
sferen in feite inhoudt een zeker prijsgeven van datgene, wat men op aarde nog als menselijke
waarden ziet. Iemand, die werkelijk met de hoogste geest in contact komt, zal daaruit zoveel
krachten en ervaringen putten, dat zijn stoffelijk leven voor hem praktisch geen enkel belang
heeft, tenzij in samenhang met de gemeenschap, waarin hij leeft, zodat deze gemeenschap als
Chronon – De richting van de innerlijke mens
51
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

zodanig weer een persoonlijke uitdrukking heeft in een geleidegeest, die hoger staat. Laten we
dus vooral praktisch zijn en niet te vér grijpen. De mens als individu kan de ontwikkeling
doormaken, waarbij hij meerdere sferen leert bereiken. Is eenmaal de astrale wereld een
normaal deel geworden van het stoffelijk denken en beleven (iets wat ongetwijfeld bij verdere
ontwikkeling niet uitgesloten is), dan zullen hogere sferen gemakkelijker kenbaar zijn en door
hen, die er naar zoeken, gemakkelijker bereikt worden. Maar zij zullen dan bij hun heengaan
uit de materie er niet meer in terugkomen. Wat overblijft is steeds de laagste norm, aangevuld
met lagere entiteiten uit andere levensvlakken en bewustzijnsvlakken.
De conclusie is duidelijk. De mensheid als geheel zal nooit kunnen opgaan tot de hogere
geestelijke sferen in de vele sferen, buiten een vrijwording van de materie als zodanig. Elke
mens in zichzelf echter draagt de voertuigen, die in elke sfeer behoren. Er is geen enkele
mens, die niet voor elke sfeer die bestaat een voertuig bezit. Zonder dit had hij niet tot de
materiele vorm kunnen afdalen. Dat betekent dat hij persoonlijk zich in elke sfeer zou kunnen
bewegen op een bewuste wijze, indien hij de indrukken van die sfeer zou kunnen vertalen op
een voor de aarde bevattelijke en aanvaardbare wijze. Ik betwijfel of dit laatste altijd mogelijk
zal zijn.
Hoe beleeft men de astrale wereld als stofmens?
Als men als stofmens deze beleeft, beleeft men ze als een schijnwereld, die soms zelfs over de
werkelijkheid heen zich op u af drukt. Spookverschijningen b.v. zijn astrale uitingen. Tafeldans
e.d. geschiedt via krachten, die behoren tot de astrale wereld. De geestverschijningen op
allerhande terrein (uitingen van geest die zich materialiseert, geest die contact zoekt met de
mens om te inspireren en zelfs de geest, die zonder speciale bescherming en hulp van anderen
tracht een mens in beslag te nemen) zullen altijd gebeuren via een astrale vorm. De mens, die
gevoelig is voor een astrale wereld, zal dus deze vormen en al wat er bijhoort kunnen
waarnemen.
Ook in een droom?
In een droom is dit evenzeer mogelijk als in een waakbewuste toestand. Maar in een droom is
het waarschijnlijk dat de waarnemingen van het astrale worden vervormd. Men zal daaraan
geen zuivere en duidelijke herinnering overhouden. Beleving daarvan is wel degelijk mogelijk.
Contact met het astrale is in laten we zeggen rusttoestand of slaaptoestand gemakkelijker te
bereiken dan bij volledig waakbewustzijn. Een beheerst bereiken stuit zelfs op menige
moeilijkheid, o.a. het feit, dat men vaak bij het bereiken van het kennen der astrale invloeden
niet meer in staat is ze uit te schakelen. En dan wil ik nog wijzen op een punt n.l. dit: elke
mens heeft een astraal voertuig. Iedereen die overgaat is dus in zijn astraal voertuig nog lange
tijd kenbaar, nadat hij stoffelijk is heengegaan. Naarmate hij zich minder bewust is van zijn
geestelijke werkelijkheid zal zijn astraal voertuig langer in elkaar blijven als vorm en voor
anderen kenbaar zijn. De belevingen, die dan worden meegemaakt (b.v. doordat men zich nog
identificeert met het lichaam), worden dan in de astrale vorm weergegeven. Dat is geen
prettig gezicht.
Wat zijn schillen op kerkhoven?
Wat is een schil van een sinaasappel? Dat is de buitenkant, waar de kern uit is. Een schil is een
astraal voertuig, dat nog bij elkaar blijft nadat de kern eruit is weggegaan en langzaam begint
te vervallen, tenzij een ander het vult. (Zoals u misschien halve sinaasappels met Haagse bluf
kent). Dan gebruikt men hier dus weer de schil maar nu voor een heel ander doel. Op deze
manier kan een andere geest tijdelijk een schil hanteren. Op kerkhoven zullen die schillen vaak
wat dichter zijn, omdat de doorsneemens (het is heel gek) er plezier in heeft om als hij dood
gaat zijn eigen begrafenis bij te wonen. (Wat dat betreft zoudt u de opmerkingen soms moeten
horen, die ze maken. Dat is werkelijk opvallend. Dit vooral bij toespraken van
verenigingsleiders e.d. waarbij de overledene heel vaak voor zich heen mompelt: vuile
leugenaar e.d.) Wanneer op een graf gesproken wordt, moet dat werkelijk uit het hart komen,
anders ziet men de bijkomende gedachten. En dan wordt het wel eens treurig, wanneer de
dominee of de pastoor een mooie toespraak staat te houden vol troostwoorden, terwijl hij
denkt: laat ik opschieten want dadelijk moet ik die trouwerij ook nog doen. Dat zijn erg
onplezierige dingen en dat zie je dan duidelijk en dat geeft wel eens tot erge teleurstellingen
aanleiding.
Chronon – De richting van de innerlijke mens
52
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

Is de overledene dan al waakbewust aan de andere kant?
Waakbewust niet, maar het stoffelijke bewustzijn is nog niet geheel prijsgegeven. U kunt zo
rekenen, dat 3 á 4 dagen na de dood het bewustzijn nog grotendeels stoffelijk is. Dat varieert
natuurlijk, maar de doorsnee is dan nog op stoffelijke wijze bewust en soms weet men niet
eens het verschil te vinden tussen de huidige waarneming en de vroegere. Daarna krijg je dan
de beleving, van eigen bestaan. Dan ga je terugdenken aan wat je geweest bent en uit deze
realisatie komt dan weer de aanvaarding van je geestelijke wereld of de verwerping.
Als je die geestelijke wereld verwerpt, is er dan een niets?
Dan ben je alleen met je eigen gedachten. Je geeft jezelf dan op die manier een soort cellulair,
want het feit dat je bestaat kun je niet verloochenen. Verwerp je die geestelijke wereld, dan
blijf je dus alleen met je eigen gedachten en we krijgen dan het ziekelijke proces van steeds
herhaalde gedachten en voorstellingen en fantasieën, die door de geest worden beleefd als een
werkelijkheid. Er zit nog een bepaalde humor in, die o.a. bestaat in de wijze waarop men
zichzelve straft. B.v. wanneer iemands grootste plezier is geweest de meisjes achterna te
zitten, dan zal hij, wanneer hij een geestelijke sfeer afwijst, daaraan gaan denken in zijn
eenzaamheid en dit beleven. En dan zit hij zoveel meisjes achterna, dat zijn tong hem op zijn
hielen hangt, hij kan aan niets anders denken, hij moet doorgaan. Wanneer iemand van veel
eten houdt, dan eet hij volgens zijn idee maar dat eten gaat onophoudelijk door, totdat er een
werkelijke tegenzin ontstaat. Op deze wijze elimineert men dus een deel van zijn eigen fouten
door deze geestelijke beleving. Het is tamelijk bitter maar het kan ook wel eens even
humoristisch zijn, wanneer je het bekijkt zonder te denken aan het lijden, dat er vaak mee
gepaard gaat. Het is dus niet zo dat je gestraft wordt door een onthouding, neen, je krijgt juist
alles wat je altijd gewenst hebt, maar in een zodanige mate en hoeveelheid, dat je niet meer
weet wat er mee te beginnen. Dat is een typisch goddelijke wet, die hier werkt: oorzaak en
gevolg in zekere zin en evenwicht. Zo word je dus gedwongen tot een streven in een andere
richting en tot evenwichtigheid.
Behoort Zomerland nog tot de astrale sfeer?
Neen. Zomerland ligt buiten de astrale sfeer, maar, staat er wel onmiddellijk boven, zodat in
zekere zin van een contact tussen de astrale sfeer en Zomerland nogal eens sprake is. Maar de
astrale gedachtevormen zonder meer (de blijvende dus, die als schillen kunnen optreden)
bestaan in Zomerland niet. Wanneer in Zomerland de gedachte ophoudt, houdt het beeld op.
Er zijn daar dus geen remanente krachten in de astrale wereld wel.
Hoe beleef je de astrale wereld als je daar bent?
Dat is eigenlijk een heel moeilijke vraag, omdat ieder haar anders beleeft. Ik kan het
hoogstens voor mijzelf zeggen, wanneer u daar genoegen mee wilt nemen. Ik beleef deze
astrale wereld over het algemeen als een soort carnaval. Ik vind er n.l. elke vorm, die maar
denkbaar is. Er lopen ridders rond te stampen en soldaten van alle oorlogen, er lopen
boekhouders rond en koningen. Je ziet draken en monsters. Je ziet schoonheid en
afzichtelijkheid vlak naast elkaar. En in die grote warreling (dan interesseer je je meestal niet
zozeer voor de vormen) krijg je wel een heel kleurig beeld. Anders is het natuurlijk voor
degenen, die voor bepaalde vormen bang zijn, want die zien ze juist ook daar. Wanneer u
bang bent voor muizen, dan zal dat gedachtebeeld ook in die astrale sfeer bestaan. Dus zijn er
vormen, die u doen denken aan een muis. Wanneer u er bang voor bent en u slaat op de
vlucht, dan zal uw paniek een versterking worden voor die vorm en komen er steeds meer,
totdat uiteindelijk de rattenvanger van Hamelen niets vergeleken is bij u en uw geestelijke
muizen. Dat zijn de beroerde aspecten ervan. Maar ik kan niet anders zeggen, dan dat het op
zichzelf een zeer kleurrijk wereldje is, waarin de vreemdste vormen, goden en demonen
ronddolen naast alle vormen, die de wereld ooit gekend heeft.
Is er muziek?
Zelden.
Zijn die ridders bezield?

Chronon – De richting van de innerlijke mens
53
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

Nu ja, meestal wel, lege harnassen lopen er niet rond te stappen. Maar het kunnen ook
schillen zijn. Dat kun je nooit van tevoren zeker zeggen. Dat moet je eerst gaan onderzoeken.
Sommige zijn waandenkbeelden, die geschapen worden door de gedachten van mensen of
kinderen op aarde.
Wat bepaalt de lengte van je verblijf aldaar?
Een bepaalde lengte van verblijf bestaat daar niet. De astrale wereld kan bewoond worden tot
40 dagen na het overgaan, doch onbewust. Daarom gaat die astrale vorm ook langzaam weg
en komen we dus in een soort tussensfeer (we noemen het Nevelland), waarin vormen niet
zozeer optreden. Maar eigenlijk is het zo, dat je vanuit een schemerwereld of een duistere
wereld probeert terug te keren en dan in die astrale wereld per ongeluk terecht komt, en dan
kan het verblijf er praktisch onbeperkt zijn. Iemand die wijs genoeg is, blijft er niet. U gaat
misschien ook wel eens graag naar de kermis toe, maar ik geloof toch niet dat u uw hele leven
in een botsautootje zoudt willen zitten. De entiteit, die er zich van bewust is dat hij ergens
anders een gelijksoortige of iets rustiger omgeving vindt, gaat daar niet naar toe, tenzij hij iets
te doen heeft, waarvoor hij een astraal voertuig nodig heeft. En het komt er wel op neer, dat
degenen die daar het meest rondspoken krachten zijn, die stoffelijk gezien wat minder prettig
zijn.
Dus hoe sneller je je losmaakt van je pakje hier, hoe sneller je verder komt.
Hoe sneller u uzelf hebt gebracht tot iets, wat minder is dan Eva, hoe groter de kans is dat u
aan de vorm ontsnapt, de werkelijkheid gaat ervaren en dus vreugde vindt. In ieder geval is
het geen sfeer, waarvoor ik ooit een verblijf zou aanbevelen.
Wanneer je bewust overgaat, kun je dan dat astrale lichaam meteen van je afschudden?
Natuurlijk. Als u weet wat uw kleren zijn, dan kunt u ze ook meteen uittrekken. Ben je ervan
bewust wat er gebeurt, dan is het heel makkelijk, maar denk je dat het een deel is van jezelf,
dan kan het pijnlijk worden.
Wanneer kom je dan die louteringssfeer tegen, waarin je toch je fouten moet goedmaken?
Het spijt me, maar er bestaat geen werkelijke louteringssfeer. Wat dat betreft geeft Dante
Alleghieri niet direct met zijn louteringsberg een beschrijving van de werkelijkheid. Een
louteringssfeer is er niet. Een loutering vindt plaats hetzij door erkenning van fouten, hetzij
door de poging de veroordeling voor de fouten te ontvluchten en daardoor de intense beleving
daarvan. Dat is uw louteringssfeer. Dat kan in elke sfeer gebeuren, ook op aarde. Wanneer u
erkent dat u een fout hebt gemaakt, dan bent u a.h.w. gelouterd in die zin, dat wanneer je
weet, dat je fout hebt gedaan je gaat proberen het goed te maken. Dat is dan wat u noemt de
loutering. Als u iets verkeerd hebt gedaan en u herstelt dat, u hebt een rekening verkeerd
opgeteld en u kijkt die nog eens na, noemt u dat een loutering? Neen, het is het herstellen van
een fout. En dat gebeurt zodra je in de lichtsfeer komt. En ga je naar de duisternis, dan zeg je:
ik heb geen fouten gemaakt en daardoor herhaal je ze keer op keer en word je er razend van.

De zonnelogos
Als je de duisternis ingaat van de nacht en je reist door de schaduw van de aarde heen, zie je
aan alle kanten sterren blinken. 0 maar dan ineens, plotseling, is er verblindend het licht.
Brandend wit licht, kokend licht. En pas wanneer je jezelf beschermd hebt tegen de grote
felheid kun je kijken naar de zon. Die zon zie je soms grijparmen uitsteken, oneindig de ruimte
intrekkend, alsof ze een soort van vurige inktvis zou zijn, die soms tastende voelers uitgooit
om te zien of er geen planeet te dicht bij komt. En als je nog dichterbij komt, dan zie je hoe
onder de kokende felheid van een atmosfeer in onvoorstelbare gloed een wereld ligt, die golft
en trilt en deint, soms duister soms licht. En je ontdekt, dat waar je duister ziet, diepe
trechters schijnen te voeren tot in het diepst van het wezen van de zon. Wanneer je heel goed
kijkt, dan zie je dat aan de rand en daarvan het kokend kolkend wit komt, dat in de atmosfeer
uitschiet en dat zo dadelijk misschien als een explosie weer een voelhoorn uitgooit ergens naar
de sterren, je weet niet waar. En dan zoek je daar de krachten van de zon te vinden. Je bent
bang voor de grote hitte, de grote felheid, want het is te lichtend, te fel, te scherp, te sterk
eigenlijk om te accepteren.

Chronon – De richting van de innerlijke mens
54
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 november 1959
Les 3 – Chronon – De richting van de innerlijke mens

Maar laten we nu eens aannemen dat we in staat zijn onszelf onkwetsbaar te maken en dat wij
doordringen in de materie van de zon zelf. We zien de onder zware druk staande kleine
partikels heen en weer schieten en al razende zoeken naar een weg om te ontsnappen. We
zien hoe de materie naar buiten spuit van binnen uit en hoe ze aan de oppervlakte uitgewerkt
weer moe terugzinkt naar de kern toe, om hernieuwd tot leven te worden gewekt. En als je
blijft kijken, wordt het een kringloop, een eeuwige kringloop van leven en dood, altijd maar
door. Leven en dood van kleine delen, leven en dood van stormen, van nevels en van licht.
Als je lang genoeg kijkt is het net of er een klank en een woord geboren wordt. Het brullend
laaien, dat je in de zonneatmosfeer nog een ogenblik kon horen, wordt langzaam maar zeker
tot een sonore stem. Het lijkt wel of die stem iets zingt van oneindigheid. Dan zou je erin
willen doordringen, je zou met het wezen zelf willen spreken, maar het gaat haast niet. Dan
vraag je om hulp. En dan ineens dan staat er een vorm voor je. Vurig, helder en groot. Zoiets
als je je een engel hebt voorgesteld, maar dan gebouwd uit een zilver, verblindend vuur.
Je vraagt nu: Wie ben je? En hij zegt: Ik ben de eerste genius van de zon. Dan vraag je hem?
Wat is de zonnelogos? Wat is de kracht, die hier spreekt? Wat is het woord, dat ik hier hoor
klinken? Dan geeft hij je misschien antwoord: Wat je hoort is de stem van de tijd. Wat je hoort
is het leven, dat terugvliedt in zichzelve. Wat je hoort is een klein wezen uit de kosmos, dat
eens uit zichzelf heeft gebaard, planeten en leven en dat nu leeft in alle leven en in alle
planeten. Het woord? Het woord is leven, het leven zelve. De klanken die je hoort zijn de
liederen, die het leven zingt naar de zon en het antwoord dat de zon geeft. Leven en dood,
want ze zijn één. Dit is het licht, dat geneest en dat doodt. Dit is het woord, dat schept en
duisternis geeft. Dit is de beperking van de oneindigheid voor een kort ogenblik, opdat een
mensenziel kan ontwaken en misschien zelf eens leven in een vurig lichaam van een ster,
zonnelogos zelf geworden. Dit is de Vader en de Moeder van de werelden. Dit is de kracht, die
je leven regeert. Dit is wat je bent en worden zult, uitgedrukt in de grootheid van de
macrokosmos. Want dit is de levende Kracht.
Dan zou je meer willen vragen, je zou het geheim willen weten, je zou de personen willen zien,
je zou binnen willen treden in een troonzaal, die je je voorstelt als gebouwd uit laaiende
vuurzuilen. En dan ineens is er niets meer. Verdwenen is de uit wit vuur als zilver
gebeeldhouwde engel, de genius, van de zon. Je aarzelt een ogenblik en dan komt er een
stilte. Het is of het brullen van de uitbarstingen plotseling gestaakt is. Het is of het licht
langzaam dooft en een koelte rond je komt. En je vraagt je af Wat is dit? Het lijkt of een oud
Grieks koor op de achtergrond een evoe roept. En dan drink je even iets in, dat is als een
woord en dat je toch niet kunt begrijpen. Misschien dat dit het meeste lijkt op: Ik ben de
kracht van uw ziel en uw wezen. Meer zijt ge dan ik. En toch zijn we een, uit één lot. Het gaat
voorbij. De stilte is gebroken, het woord is verdergegaan. De zonnelogos heeft zijn contact
met je verloren of jij misschien met Hem, en dan ga je terug. Je vlucht weg voor de zon, je
houdt haar achter je om niet in een verblindend licht te kijken en je ziet de sterren weer
komen. Je duikt weer de schaduw van de aarde in en je komt in de nacht terug op je eigen
wereld. Als de volgende morgen ondanks het neveldak een enkele lichtstraal door het venster
valt, dan is het je misschien nog net of je een evoe hoort, een Grieks koor van de oudheid, dat
een heildronk uitbrengt op de levengevende zon. En dan kijk je misschien ‘n ogenblik stil voor
je heen en denk je: Ja, dit is degene, die mij bij de hand zal leiden als een ware Vader, tot ik
rijp ben om zelf te staan in die grote wereld van de macro kosmos? en zelf te weten, wat het
betekent geschapen worden en scheppen en misschien ingaan tot de oneindigheid.
Ik heb geprobeerd u iets duidelijk te maken. Ik weet niet of ik erin geslaagd ben. De
zonnekracht en die zonnelogos werken van daag in en voor u. U moet niet denken, dat u
daarvoor naar de zon behoeft te gaan. Maar u moet iets verstaan van de stilte, die van uit de
zon komt, tezamen met de ontembare kracht. Wanneer u dat in uzelf kunt opnemen, bent u
weer een stapje verder op de ladder.

Chronon – De richting van de innerlijke mens
55
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Goeden avond.
Wij willen dan vanavond een ogenblik stilstaan bij:

HET PRINCIPE VAN DE MEERDERE WERELDEN

In de esoterie gaan wij natuurlijk binnendoor (d.w.z. langs de weg van onze eigen
persoonlijkheden) de verschillende vlakken bezoeken, waarop wij kunnen bestaan. Die vlakken
zijn zeer uitgebreid en je zou kunnen zeggen op een gegeven ogenblik lijkt hier het geheel
oneindig. Toch kunnen wij aan de hand van het gelijksoortig bewustzijn van degenen rond ons
een aantal vaste vlakken stellen, waarop wij beleven kunnen en die van binnenuit bereikbaar
zijn, terwijl ze gelijktijdig buiten ons (dus in de wereld buiten ons) een vaste relatie hebben
t.o.v. de stoffelijke wereld, waarin u leeft.
In de eerste plaats geldt hierbij als zeer belangrijk: de factor ruimte. Ruimte is niet, zoals u
misschien denkt, een eenmalig verschijnsel, maar een projectie waartussen vele andere
gelijksoortige projecties doorlopen. Er is dus een zekere tijdsfrequentie. Je zou kunnen
zeggen? 1 seconde aardetijd en dan krijgen we een seconde van een andere tijd, weer een
andere tijd, weer een andere tijd en weer aardetijd. De tussenliggende frequenties vallen voor
u als ervaring uit. U leeft van aarde tot aarde. Die tussenliggende frequenties nu, waarover ik
spreek, deze momenten zijn de werelden, waarmee wij innerlijk verwant zijn. Elke weg, die wij
zoeken naar onszelf toe, brengt ons in steeds sterkere mate in contact met een ander
continuüm. (Een continuüm, waarin ruimte en tijd gelijksoortig en gelijktijdig behouden zijn,
evenals op aarde.) Deze voortduring van verschillende momenten wordt als volgt benut indien
we in diepe concentratie gaan, zal op een gegeven ogenblik de normale gedachtesequentie
worden uitgeschakeld. Wij denken niet meer logisch, wij denken zelfs niet meer alleen volgens
de normaal stoffelijke reacties, maar wij vormen associaties, waarbil elke tijdseenheid of
tijdswaardering binnen onze eigen wereld is uitgeschakeld, terwijl wij gelijktijdig in de
combinatie een nieuw concept scheppen. Het concept n.l. van een wereld, die beantwoordt aan
een groot gedeelte van de gedachte-eisen, die in ons leven. Deze voorstellingswereld kan
worden uitgedrukt als droom. Droom of visioen. In beide gevallen is deze wereld niets anders
dan onze vertaling van een totaal werkelijke wereld, waarin wij bestaan, Als zodanig zijn de
schijnbaar irrelevante gedachtegangen, de schijnbaar onzinnige droombeelden, de
onbegrijpelijke toevallige associaties, die zich in het menselijk denken voordoen, een direct en
zeer belangrijk deel van de innerlijke bewustwording. Zij zijn de uitbreiding van het “ik” naar
een andere wereld toe. De rede die in een andere wereld, in een ander continuüm bestaat, kan
geheel verschillen van de rede in uw eigen wereld. Vandaar dat onredelijke aspecten, hierbij
niet te vermijden zijn. Wat betreft de krachten wil ik teruggrijpen naar een oud voorbeeld, om
u iets duidelijk te maken. Aangenomen dat elke wereld een eigen kracht heeft, stellen wij deze
krachten voor door reservoirs met water. We plaatsen deze reservoirs zo boven elkaar, dat elk
dier reservoirs in elk volgend reservoir a.h.w. zijn vloeistof kan laten afvloeien en wel zonder
dat daarbij tussen trappen noodzakelijk zijn. Wij krijgen dan een schuine opbouw van de
reservoirs, waarbij elk reservoir dus op een zekere wijze kan overlopen en wij krijgen aan deze
kant een soort trapsysteem. Dit trapsysteem is de normale vloed van energie. D.w.z. de
energie uit de hoogste sferen, het bewustzijn uit de hoogste sferen, bereikt ons over het
algemeen eerst, nadat het van fase tot fase van bewustzijn, van wereld tot wereld is
getransponeerd. Het komt dus langzaam en geleidelijk aan in dat tijdsmoment, waarin uw
eigen wereld bestaat en waaruit u voor uzelf de conclusies van levende ervaring of van leven
zult trekken. Echter is het mogelijk om van elke wereld afzonderlijk gelijktijdig naar de laagste
niveaus toe (en dat is uw stoffelijk niveau) de energie zonder meer te laten doordringen. Op
het ogenblik dat wij elk redelijk gedachteproces kunnen uitschakelen, kunnen wij komen tot
een absolute communicatie met het ik. Dit ik reikt tot aan de hoogste sfeer, het reikt tot aan
het hoogste niveau, dat voorstelbaar is als wereld. Het resultaat is, dat bij een volledig met
jezelf in contact zijn, de energieën van de hoogste sfeer onmiddellijk in het “ik” kunnen
Het principe van meerdere werelden
56
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

neerdalen. Om dit te bereiken bestaan er verschillende procedures. Ik zal enkele daarvan kort
beschrijven. In de eerste plaats: Er bestaat de algehele ontspanning, waarbij wij dus rusten,
uitschakeling van bewustzijn, stopzetten van het denken voorzover dat bewust is,
vermindering van alle bewustzijnsfactoren in het stoffelijk lichaam. Wanneer dit zeer bewust
geschiedt en hierbij gelijktijdig voor het lichaam een associatie wordt gevonden met houding
b.v. die het mogelijk maakt een absolute geborgenheid, een afsluiting van de wereld te
suggereren, dan zullen wij als gevolg daarvan in zeer korte tijd zeer veel kunnen rusten. Het is
mogelijk bij een dergelijke rust In een periode van 30 tot 40 minuten de totale grafiek van
diepte van slaap te beleven, die een normaal mens in een nacht van 6 tot 8 uur doormaakt.
Het is tevens mogelijk ons verder te ontspannen dan in een normale 8-urige slaap mogelijk is,
terwijl ook de afscheiding van gifstoffen in het lichaam sneller gaat en als zodanig het lichaam
vitaler wakker wordt dan na een normale slaapperiode. Hierbij heeft men te achten op het
volgende:
In de eerste plaats: deze slaap of rust is een bewuste wilsfactor. Zij moet dus in het
bewustzijn weloverlegd zijn en tot zelfs de duur toe van deze slaap moet van tevoren bepaald
zijn. Het is een zekere vorm van zelfsuggestie, waardoor de lichamelijke functies worden
gericht en gestimuleerd voor het begin van de rust en wel voor elke bezigheid, die zij tijdens
de rustperiode zullen uitoefenen, terwijl gelijktijdig bepaald wordt in welke sfeer of wereld men
wil trachten te vertoeven. Ik wil hierbij niet ingaan in hoeverre hier sprake is van suggestie en
in hoeverre hier de - laat ons zeggen - innerlijke waarheid op de voorgrond komt. Het is zeer
moeilijk deze beide van elkaar te onderscheiden. Voldoende is het vast te stellen dat indien
deze suggestie inderdaad plaatsvindt, het lichaam een ontspannen en zo gemakkelijk
mogelijke houding heeft genomen, daarbij zoveel mogelijk is afgesloten van licht en een
redelijke toegang heeft tot frisse lucht de bewuste slaaptoestand en ontspanning optreedt. De
energie, die dan in het lichaam kan ontstaan na het ontwaken, is niet de energie van de
gewone wereld alleen het is de energie van een der hogere werelden, meestal een der
hoogste. Het gevolg is versnelde actie, versneld denken, versneld handelen, juister handelen,
groter overzicht, doorzicht en het opmerken van die kleine, haast onzichtbare tekenen, die
over het algemeen aan de mens ontsnappen. Men leest daardoor een juister beeld van de
wereld af en zal sneller en juister handelen. Verder bezit men een grotere vitaliteit en is men
in staat onder omstandigheden een deel van deze vitaliteit met grotere invloed en juistere
richting aan anderen over te dragen.
Een tweede vorm: Wij kunnen op een gegeven ogenblik onszelf ook op een andere wijze
ontspannen, n.l. in de intensiteit van arbeid. Wanneer wij, brekend met elke gewoonte,
brekend met al dat gene, wat niet onze directe belangstelling heeft en dus niet een direct deel
is van ons wezen, ons verzinken in de een of andere taak of arbeid, dan kan ongeacht het
optreden van lichamelijke vermoeidheid een zodanige ontspanning ontstaan, dat hieruit een
steeds groter energie wordt gevonden. Na deze arbeid volgt dan over het algemeen een
moment van grote, diepe, innerlijke vrede. Men heeft de taak teneinde gebracht. In dit
ogenblik van voldoening zal bewust of onbewust een hogere sfeer worden aangeboord. Er
wordt hieruit een hoeveelheid aan kracht en energie gewonnen, die niet alleen een redelijk
denken in de hand werkt, een zekere stabiliserende factor vormt in het totaal van alle
geestelijke processen, maar die daarnaast een vergroting van lichaamsenergie en
uithoudingsvermogen betekent. Heeft men na een dergelijke sfeer of toestand voor zichzelf de
behoefte aan anderen kracht mede te delen ongeacht op welke wijze dan zal dit beter, intenser
en juister kunnen gebeuren dan voordien. Verscherping van opmerkingsvermogen gaat met
deze methode niet gepaard.
De derde methode is die der contemplatie. Contempleren (een onderwerp, dat wij al meerdere
malen uiteen hebben gezet en waar van ik aanneem dat u het kent) kan onder
omstandigheden zover worden doorgevoerd, dat niet alleen een totale ontruktheid t.o.v. de
omgeving ontstaat, maar zelfs een algehele zelfvergetelheid. Op het ogenblik dat de
lichamelijke vorm en alle vormen daarmee gepaard gaande door het “ik” kunnen worden
vergeten, zal dit ik zich bewegen in een andere wereld. Het zal daarin zijn ervaringen opdoen
Het principe van meerdere werelden
57
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

en deze zullen heel vaak na afloop van de contemplatie als visioenen of belevingen blijven
bestaan. Belangrijk is in de eerste plaats dat ongeacht de houding, die wordt aangenomen een
zo grote energie aanwezig is tijdens deze contemplatie, dat daardoor geen overgrote
vermoeidheid of overspanning kan ontstaan. In de tweede plaats: indien het onderwerp der
contemplatie in overeenstemming is met het eigen ik, zal het eigen “ik” zeer sterk in zich zelve
doordringen en zal vaak tijdsmomenten ervaren, die niet identiek zijn met de z.g. reële tijd
van deze aarde. In de derde plaats: Hoe hoger de sfeer is, die tijdens de contemplatie bereikt
wordt, hoe directer de invloed van kracht binnen het eigen wezen. Dit betekent het vermogen
om bepaalde cellen te vernieuwen, herbouw functies in het lichaam aanmerkelijk te versnellen,
de mogelijkheid om afvalstoffen, die normalerwijze onvolledig worden verwijderd, absoluut en
geheel te verwijderen. Een zekere verjonging. Verder: Een zodanige ontspanning, dat mits
voldoende frisse lucht in de verdere periode beschikbaar blijft van vermoeidheid in de eerste
72 uur praktisch geen sprake zal zijn en geen directe en grote behoefte aan rust zal bestaan,
zij het dan door de gewoontevorming. Daarnaast een vermogen tot helder en scherp denken,
waarbij dit denken ver uittreedt buiten het eigen wezen. Het resultaat is dat men op deze wijze
denkende in gezelschap van anderen, dezen mits zij harmonisch zijn met de gedachte mee kan
opvoeren, zodat zij in zichzelven de antwoorden ontdekken op vragen, die zij anders aan u
hadden willen stellen. Ten laatste: de grote hoeveelheid energie, die binnen het “ik” is
ontstaan kan ook gebruikt worden tot genezing, zij kan worden gebruikt ter beïnvloeding van
anderen. Deze afvloeiing van energie echter veroorzaakt dan op den duur een vermoeidheid,
zodat in dit geval de periode van 72 uur zonder directe rustbehoefte, niet geldt. Ik geef u deze
punten ter overweging. Zou een van deze wegen Uw bijzondere belangstelling hebben, dan
zullen wij daar later nog een keer op ingaan.
Het is duidelijk, dat tijdens deze belevingen de geest in een andere wereld vertoeft. En nu grijp
ik terug naar het begin van mijn lezing. Zij vertoeft niet alleen buiten uw eigen wereld, maar
ook buiten uw eigen tijd. Zij bevindt zich in een ander continuüm, waarin een andere
tijdsverhouding geldt. Indien de geest zich daar van bewust kan worden, kan zij door het
kiezen van die werelden, waarin een zeer snelle reactie t.o.v. die der aarde mogelijk is, in een
zeer korte tijd zeer grote hoeveelheden beleving, zeer grote activiteiten volvoeren. Iemand die
weet hoe hij deze werelden beheersen moet, kan door zich in zichzelf terug te trekken een
reeks van rekenkundige, mathematische of andere bewerkingen volvoeren, die anderen uren
vergen, binnen een periode van laat ons zeggen 50 tot 60 seconden. Soms ziet u dat wel eens
op aarde gedemonstreerd, maar in de meeste gevallen berust dat eerder op trucs of wel een
speciaal vermogen tot visualisatie. Hoe het ook zij, dit vermogen bestaat inderdaad.
Wanneer wij aan esoterie doen, hebben wij de behoefte om door te dringen in de waarheid van
ons eigen wezen. De Waarheid van ons eigen wezen is zeer gelimiteerd. Zij wordt n.l.
gelimiteerd door ons bewustzijn. Elke uitbreiding van bewustzijn, die wij verwerven kunnen, is
dus belangrijk. Hoe groter het aantal ervaringen dat wij opdoen, hoe beter. In onze eigen
wereld is het opdoen van ervaringen over het algemeen niet of slechts beperkt mogelijk. Want
al die beperkingen, die ons worden opgelegd, zijn zodanig kwetsend en hinderlijk, dat wij geen
mogelijkheid vinden ons uit te breiden volgens ons eigen werkelijk wezen en onze werkelijke
intentie. Verplaatsen wij nu juist deze noodzakelijke ervaringen op een ander vlak en niveau,
dan kunnen wij in de eerste plaats in kortere tijd veel meer ervaren en zo dus steeds veel
rijper verder gaan met het normaal stoffelijk leven. In de tweede plaats kunnen wij door de
reeksen ervaringen ons een juist en goed gedrag nauwkeuriger definiëren, onze houding beter
bepalen en zullen wij ons zelf beter begrijpen in de relatie, die tussen onszelf en anderen
optreedt. Het gevolg is een aanmerkelijke vergroting van zelfkennis en een nauwkeuriger
omschrijving van het geheimzinnige wezen, dat ik heet.
In sferen en werelden bestaan wezens, die aan deze werelden of sferen gebonden zijn. Er kan
sprake zijn van een trapsgewijze overgang. En wordt die buitenste trap, waarover ik zo-even
sprak, dus gebruikt, dan zien wij hoe de geest van beneden uit zich van energievlak tot
energievlak verhoogt, door datgene wat hem belast heeft achter te laten. In een dergelijk
geval is de geest of1 de ziel vergelijkbaar met een ballon, die steeds meer ballast afgooit en
daardoor tot een steeds hoger niveau kan stijgen, waarin andere stromingen merkbaar zijn.

Het principe van meerdere werelden
58
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

In sommige gevallen is het echter mogelijk om ook onmiddellijk omhoog te gaan. Wij hebben
dan echter te maken met een behoefte aan motorisch vermogen dit motorisch vermogen kan
alleen geleverd worden vanuit de wereld, waarin wij vertoeven. Het zal vaak noodzakelijk zijn
om voor een directe en onmiddellijke bereiking van een hogere sfeer ons een zeer grote
krachtsinspanning te getroosten. Een krachtsinspanning echter, die ons moet stuwen tot een
hogere sfeer, kan alleen dan plaats vinden, wanneer daarvoor een gezonde basis aanwezig is.
Deze basis kan alleen gevonden worden in een volkomen gelijkmoedigheid en innerlijke rust.
Hoe groter de innerlijke vrede en de innerlijke rust, hoe groter de mogelijkheid, dat met de
kracht die wij gebruiken inderdaad een hogere wereld bereikt en beleefd kan worden.
T.g.v. deze tijdsverschuiving zijn er nog een paar andere elementen, die zij het niet direct aan
de magie behorende, noch direct deel uitmakende van de esoterie toch in beide een
belangrijke rol spelen. Zo ik reeds zei, in elk niveau leven wezens die daar thuishoren. Zoals
het u mogelijk is op te stijgen naar een andere sfeer en contact daarmee op te nemen, zo zal
het voor een wezen van een andere sfeer mogelijk zijn om met u contact op te nemen. Er zijn
echter bepaalde belemmeringen, die het voor zo’n geest soms moeilijk maken u geheel te
volgen. Ik wil er een paar opnoemen, die u beveiligen kunnen voor elke verschijning en elk
verschijnsel van een hoge geestelijke wereld, die uw persoonlijk zijn, uw welzijn plus uw
gedachtegang bedreigen.
Het punt van uitgang ligt voor de geest altijd in haar eigen wereld of sfeer. Zal zij zich vandaar
z.g. naar boven toe (dus naar een hoger krachtsniveau) bewegen, dan vraagt dit van haar een
enorme krachtsinspanning. Zij moet bovendien in staat zijn om alle krachten volledig te
verdragen. Dit betekent een uithoudingsvermogen, dat slechts weinige geesten bezitten. Een
geest uit de duistere sfeer, die een lichaam in beslag wil nemen, zal in staat moeten zijn om
het totaal van lichamelijke energieën te verdragen. Het betekent voor deze geest, dat zij uit
haar eigen wereld voortdurend grote energieën moet putten en over het algemeen niet in staat
zal zijn een werkelijke en voortdurende beheersing binnen een menselijk lichaam vol te
houden. Slechts in fasen zal zij een ogen blik overmacht kunnen gewinnen.
Wat betreft de geest van een hogere sfeer, deze daalt af. Dalen op zichzelf geeft geen moeite.
Een geest van een hogere sfeer heeft geen moeite mee uw wereld te bereiken. Haar
moeilijkheid is eerder gelegen in het bereiken van uw wereld plus de terugkeer tot eigen
wereld of het in standhouden van een verbinding met die wereld. Daarom kan worden gezegd,
dat wanneer u door hogere sferen wordt belaagd, beëngd of bedreigd (dat kan voorkomen,
indien uw bewustzijn niet in staat is het licht of de kracht van deze sferen als aanvaardbaar te
zien), dan kan men zich hier wederom aan onttrekken door zich gewoon in het eigen lichaam
terug te verplaatsen en activiteiten van dat lichaam aan merkelijk te bevorderen.
Het is misschien goed hierbij met een in te lassen dat voor een ieder, die van het paranormale
gebruikmaakt, het belangrijk is wanneer hij een ervaring heeft gehad met de geest en zich
daarvan wil vrijmaken het lichaam stimulansen toe te dienen. Hiervoor kunnen dienen thee,
koffie, nicotine, alcohol onder omstandigheden, maar dan slechts in zeer kleine hoeveelheden,
waar een te grote hoeveelheid alcohol remmingen losgooit en daardoor vatbaar maakt voor
impulsen, die anders niet worden bemerkt. Wanneer wij echter willen ingaan naar een hogere
wereld, dan zal daar logischerwijze uit volgen, dat wij ons zoveel mogelijk onthouden van
datgene, wat ons daarbij zou remmen.
Wanneer er sprake is van een onzerzijds opgaan, dan zullen wij, om dit te bespoedigen en de
resultaten daarvan te verbeteren, ons onthouden van alle prikkelende spijzen, van alle
prikkeling veroorzakende en stimulerende giften en genotsmiddelen. Dat betekent, dat voor de
hoogste geestelijke bereiking over het algemeen vol staan moet worden met een lichamelijke
zuivering, soms zelfs een purgeren (dat kan onder omstandigheden nodig zijn), en verder een
voeding, die zich beperkt tot het plantaardige. In ieder geval moet worden voorkomen, dat
vlees van lagere dieren wordt gegeten gedurende deze periode, terwijl men tevens afstand zal
moeten doen van hoeveelheden genotsmiddelen. Aanvaardbaar is wel het gebruik van suiker
en het drinken van licht gezouten water. Dit laatste heeft enkele voordelen, omdat een
Het principe van meerdere werelden
59
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

verhoging van de hoeveelheid vloeistof in het lichaam in sommige gevallen de geleiding van
het lichaam aanmerkelijk vergroot en daardoor de vatbaarheid voor bepaalde indrukken uit
andere werelden aanmerkelijk kan intensifiëren.
Wanneer wij met die andere wezens in contact willen komen vanuit onze eigen sfeer, dan
zullen wij dus allereerst voor onszelf moeten bepalen of wij opwaarts gaan of neerwaarts.
Gaan wij naar beneden, dan moeten wij onthouden, dat alles wat wij beneden vinden zwaarder
is dan bij ons. (Het is maar een vergelijking.) D.w.z. wanneer u in uw eigen wereld 100 kg.
kunt hanteren en u gaat naar een sfeer, die lager is dan de uwe, u b.v. maar 50 of 60 kg. zult
kunnen hanteren. U hebt zich dus bij het gaan naar lagere sferen te onthouden van elke
poging om de daar voorkomende verschijnselen mede te hanteren daar spijzen of dranken te
gebruik en, zo u al in een vormsfeer terecht komt verder op enigerlei wijze anders dan door
uitwisseling van gedachten contact te hebben met degenen, die zich in die sfeer ophouden.
Het gevaar bestaat n.l. dat u, indien u zich niet aan deze regels houdt, een groot gedeelte van
uw energie zult verliezen en in een poging u aan te passen aan de lagere sfeer vervreemd
raakt van uw eigen basissfeer. Het gevolg zal zijn dat u eerst aan de lagere sfeer voldoende
energie zult moeten ontlenen om terug te keren tot uw wereld. Een sfeer die lager is dan de
uwe, is over het algemeen niet geneigd deze zonder meer af te geven. Het gevaar daarvan is
dus zeer groot.
In een hogere sfeer moet u dit onthouden. Voorzover wij daar feitelijke waarden zien (dus b.v.
in vormhoudende sferen, land.schappen, voorwerpen en personen), zullen wij ons zoveel
mogelijk van de hantering daarvan onthouden. Wij zijn te ruw en te gewelddadig. Is een sfeer
te hoog, dan kan het ons zijn of wij ons bewegen in een vlam. Pijnlijk, Zijn het sferen, die niet
veel van de onze verschillen, dan is het alsof er een berserker is losgebroken, die met
ontstellende kracht allerhande eenvoudige dingen doet. Als u een deur wilt opendoen in een
andere sfeer, dan hebt u grote kans dat u de deur met hengsel en al eruit licht. Begrijp dit
goed. Er kan dus nooit worden gezegd, dat de normale mens, die uitgaat van een esoterische
en magische bewustwording op zijn eigen wereld, actief mag zijn in andere werelden volgens
zijn stoffelijk bewustzijn. Alleen indien het stoffelijk bewustzijn geheel is uitgeschakeld en alle
voertuigen die niet behoren tot de sfeer zijn achtergelaten, kan in een dergelijke sfeer normaal
geleefd en gehanteerd worden. Hiervan zal dan geen stoffelijk bewustzijn achterblijven.
Wanneer wij dit punt hebben gehad, doe ik er misschien goed aan u een paar aanwijzingen te
geven van laat ons zeggen pseudo-magisch karakter. Ook in uw eigen wereld n.l. zult u zich
heel vaak gehinderd voelen. Dat kan zijn door lawaai, dat kan zijn b.v, dat u het hier te domp
vindt, dat kan zijn dat u een ander te rumoerig vindt, of dat men geen aandacht aan u
besteedt, dat uw omgeving niet met u harmonieert, dat u zich bedreigd voelt door onzichtbare
machten en wat dies meer zij. Deze bedreigingen en deze storingen zullen slechts ten dele
reëel zijn. Een groot gedeelte is n.l. psychische reactie. Indien wij ons daarvan willen ontdoen,
zullen wij door een symboolhandeling het door ons niet gewenste moeten uitsluiten. Die
symboolhandeling kan bestaan in het trekken van een magische afweercirkel, het kan echter
uit elk gewoontegebaar ontstaan. Elk gewoontegebaar kan worden verbonden door associatie
met iets, wat wij wensen uit te sluiten.
Gevaarlijker wordt het wanneer wij angst hebben voor iets. Wanneer u b.v. in sommige
omstandigheden bang bent voor het donker, dan is het voor u heel moeilijk om daar een
afweer tegen te vinden. Toch bestaat deze. Er zijn in de stof zuiver en normaal (stoffelijk dus)
bepaalde dingen, die u een grote afschuw inboezemen. Dit is voor de een een rat of een muis,
voor de ander een slang. Voor sommigen misschien duisternis of gaten, voor een ander een
bepaalde geur of lucht. Praktisch ieder mens heeft iets, dat een soort idiosyncrasie uitlokt, een
absoluut verweer, een onredelijkheid. Wanneer die onredelijkheid gepaard gaat met haat,
afschuw, schrik, dan kan deze gebruikt worden als concentratiepunt om andere dingen uit te
schakelen. Door voor uzelf het beeld op te roepen van het gevreesde (laten we zeggen een
spin), kunt u in de gedachte aan de spin elke storing (geestelijk en stoffelijk van buitenaf) ter
zijde schuiven. Wanneer u zich dan echter realiseert, dat dit gedachtebeeld door uzelf wordt
opgeroepen, verliest ook dat zijn kracht. Op den duur wordt dit door oefening zelfs een
automatische reactie. U bent dan - zij het niet altijd blijvend - bevrijd van de storing en kunt
bij een weer optreden van de storing op dezelfde wijze naar de u ingewortelde angsten
Het principe van meerdere werelden
60
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

teruggrijpen om elke andere storing met hoofdzakelijk of ten dele psychische achtergronden
ter zijde te stellen. Op deze manier kan men zich verzekeren van een ongestoord zijn en een
onbeïnvloed blijven. Er zijn dan geen angsten meer, die u werkelijk kunnen aantasten, omdat
een ergere angst zijn betekenis eenvoudig wegbrandt. Doet u dit, dan blijft er voor u buiten de
beelden, die u dus persoonlijk als angst erkent en waar van u de onredelijkheid inziet niets
over. Het gevolg is dat wij buiten deze ene angst, waaraan de doorsneemens toch niet kan
ontkomen vrij zijn om ons te bewegen en te denken en dat wij elke storing en hinderpaal
kunnen uitschakelen. Wij kunnen de invloed daarvan voor ons eigen wezen zover verminderen,
dat zij ons niet meer op enigerlei wijze kunnen benadelen in onze poging tot het “ik” door te
dringen. Dit is pseudo-magie, omdat het voor een groot gedeelte berust op wat ik zou willen
noemen psychologie, suggestie en bepaalde normale reacties binnen het menselijk
denkproces. Vroeger werd iets dergelijks wel eens magie genoemd.
Er bestaat nog iets anders wat zeer hinderlijk kan zijn bij de poging het “ik” nader te komen.
Dat is een absoluut gevoel van onvermogen. Een gevoel van onvermogen komt over het
algemeen voort uit een hoeveelheid te scherpe of te grote eisen, die aan het “ik” worden
gesteld. Worden deze door de buitenwereld gesteld, dan is het moeilijk zich daarvan te
ontdoen. Nu blijkt echter dat het grootste gedeelte van de eisen, waaronder wij ons onmachtig
voelen, ons niet door de buitenwereld maar door onszelf worden opgelegd. Indien wij het
stellen van eisen aan onszelf, het nauwkeurig omschrijven van hetgeen wij moeten kunnen
bereiken, uitschakelen en daarvoor in de plaats stellen een mijnentwege fictief beeld, dan
kunnen wij waar deze fictie buiten de werkelijkheid ligt normaal streven en weten niet te
kunnen bereiken. Het gevolg is, dat wij in ons streven rustiger en overlegder handelen en uit
de resultaten van ons handelen en streven een grotere zelfverzekerdheid verkrijgen.
Indien wij menen dat iets niet reëel is en wij zijn toch ge dwongen ons daarmee bezig te
houden, dan is de beste handelwijze deze realiteit voor onszelf absoluut vast te stellen. Dit kan
geschieden door onszelf te dwingen tot een gedrag, alsof het ge vraagde een onontkenbare
werkelijkheid ware. Ik zal hierbij een voorbeeld geven: Op een gegeven ogenblik wordt van u
geëist dat u met lichten de slangen en bliksems in de handen door de stad zoudt gaan. Dat is
natuurlijk onzin. Maar in de oude tijd gebeurde dat wel. Wanneer u zich nu gedraagt alsof dit
zo ware, dan zult u daarmee zodanig aan de eis tegemoetkomen die de wereld u stelt, dat
deze zelf toevoegt wat aan feitelijkheid tekortschiet. Het is een soort mimiek. Er bestaan kleine
dieren, die zich gedragen als andere, gevaarlijke dieren. Er zijn eenvoudige kevers, die bij
voorkeur een schorpioen imiteren. Er bestaan kleine, zeer onschuldige insecten, die de
gewoonte hebben zich plotseling in een felle, scherpe en gevaarlijke kleur te tonen, met als
gevolg dat hum vijanden denken, dat zij giftig zijn. De mens kan op deze wijze ook handelen.
Het ongestoord zijn in zijn leven is voor hem zeer belangrijk, wanneer hij tot een werkelijke
innerlijke bewustwording wil komen. En die bewustwording, vrienden, krijg je niet cadeau. Om
te zorgen dat je dus nooit jezelf minderwaardig voelt, gedraag je je alsof je de
meerwaardigheid zou bezitten, en trek alle consequenties daarvan, zodat je in het weten van
je meer kunnen bereiken niet meer de noodzaak gevoelt aan anderen te tonen wat je waard
bent.
Het is een zeer ingewikkelde kwestie, waarbij eigenlijk een dubbele suggestie optreedt.
Normalerwijze wordt n.l. het minder waardigheidscomplex getransponeerd in een gedrag, dat
meerderwaardigheid tracht aan te tonen. Maar indien wij de minderwaardigheid zodanig
aanvullen door een eenvoudige simulatie, dat ons eigen leven onberoerd blijft door de z.g.
tekortkomingen, dan zal dit gedrag zelve de meerderwaardigheid reeds zo bevestigen, dat het
voor ons niet noodzakelijk is verder een meerderwaardigheid te tonen. Wij kunnen dus
terugkeren tot de nederigheid, die bij ons concept van het eigen wezen past. Over dit punt
verwacht ik waarschijnlijk de volgende keer enkele vragen.
o-o-o-o-o

Het principe van meerdere werelden
61
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Tweede deel
Ware esoterie houdt niet slechts in het erkennen van het “ik” maar ook een volledig beleven
van het ik. Een noodzakelijkheid je zelf uit te drukken, zoals je voelt te zijn en niet zoals de
wereld verwacht dat je zult zijn, betekent een voortdurend strijdpunt. Het wordt voor de
doorsneemens onnoemelijk moeilijk zich te geven voor wat hij in feite meent te zijn.
Bovendien zouden zelfmisleidingen grote conflicten kunnen veroorzaken. Het is duidelijk dat
wij niet mogen stellen, dat degene die esoterisch streeft nu zonder me er zijn eigen “ik”
concept op de wereld mag uitdrukken. Er komt nu eigenlijk dit bij naar voren: de persoon
(vroeger een woord voor masker, zoals u weet) mag heel rustig verbergen het werkelijk ik.
Juist voor degenen, die geestelijk hoog stijgen, is het noodzakelijk zich te verbergen. Niet
zozeer voor zichzelve of voor een wereld die zij zouden vrezen, als wel voor de mogelijkheid
dat door de juiste erkenning van het “ik” te grote conflicten in de wereld zouden ontstaan. Bij
deze esoterie zullen we dan in de eerste plaats opbouwen: een uiterlijke schijn en deze
uiterlijke schijn zullen wij ten koste van alles zoveel mogelijk handhaven. Alleen daar, waar wij
door een volkomen sympathie, een volkomen begrip of de gevoelde behoefte van anderen, en
deze anderen iets van ons werkelijk wezen menen te kunnen schenken (dus hen daarmede te
verrijken), zullen wij voor een ogenblik van het conventionele masker afstand kunnen doen.
Maar zelfs dan nooit langer dan noodzakelijk is.
U zult begrijpen waarvoor dit nodig is. Op het ogenblik dat u werkelijk inwijding zoekt, moet u
de uiterlijkheid achter u laten. Een esotericus die doordringt tot zijn innerlijke werelden moet
in feite de wereld buiten zich op een zodanig andere manier zien dat ze weinig of geen
betekenis meer heeft, Gelijktijdig is echter de stofmens gedwongen te leven in een wereld, die
voor zich elke betekenis en alle belangrijkheid opeist. Zou hij met die wereld in conflict komen,
dan zou zij zich wederom voor hem belangrijk maken. Want het “ik” concept betekent nog niet
het aanvaarden van alle omstandigheden, die rond het “ik” kunnen optreden zonder meer. Het
gevolg is, dat als een afweer een vergrote eenvoud en simpelheid moet worden gebruikt, om
daarachter het bereikte te verbergen.
Toch zullen wij soms de behoefte hebben een zekere band te knopen met onze omgeving. Dat
kan b.v. geschieden door muziek, beschouwing van kunstwerken e.d. Laten we dan dit stellen:
Voor een ieder, die esoterisch streeft en daarin enige bereiking heeft, zal de behoefte aanwezig
zijn om in zoveel mogelijk eenvoudige en kunstzinnige of gevoelswaarden een aanvulling te
vinden voor de gebreken, die zijn wereld t.o.v. hem toont. De gebreken van die wereld zijn die
delen, die niet harmonisch zijn met het bereikte inzicht omtrent het werkelijk ik. Daarom is het
belangrijk dat een ieder, die naar esoterie streeft, enig begrip heeft van melodie, muziek. Dit
betekent niet, dat van u verwacht wordt dat u allen in gezang zult uitbarsten. Er is niets zo
ergerlijk dan een stel mensen, die staan te zingen omdat zij zingen willen. Maar het is heel
begrijpelijk dat u niet alleen zult volstaan met de reproductie van muziek, die door anderen
wordt gemaakt, maar dat u al is het maar door zingen, het spelen van piano, viool of iets
anders zult trachten iets van deze verrukking der melodie van uit uzelf geboren te doen
worden. Eerst daardoor n.l. kan de volledige verdieping ontstaan.
Hetzelfde geldt voor kunst. Het is niet voldoende de kunstwerken van anderen (schilderwerken
b.v.) te bewonderen men moet in staat zijn zelf iets te produceren en wat daarop gelijkt. Het
behoeft niet dezelfde volmaaktheid en grote waarde te hebben, maar de kracht van het
scheppen moet vanuit het “ik” worden uitgeoefend. Op deze wijze kan de geestelijk verder
gevorderde een zeer eenvoudige aanpassing vinden aan zijn wereld. Hoe complexer men de
voorstellingen maakt en hoe groter de eisen, die men zich in dit opzicht aan zichzelve stelt,
hoe meer de werkelijke inhoud teloorgaat. Het gaat er niet om dat u perfect piano speelt,
maar het gaat er om dat u uw emotie muzikaal kunt weergeven, een taal sprekend, die voor
het gevoel van anderen misschien nog wel betekenis heeft, maar die geen reden meer heeft en
als zodanig niet in strijd komt met uw wereld zonder meer.
Het transponeren van een persoonlijkheidsuiting van het redelijke (uw door conventie
gevormde wereld) naar het terrein van kunstenaarschap en gevoel, is over het algemeen de
meest juiste. Vergeet echter niet dat anderen niet zullen begrijpen in hoeverre u zichzelf juist
daarin geeft en uitleeft en dus zeker niet uw prestaties zullen waarderen volgens dat, wat ze

Het principe van meerdere werelden
62
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

voor u zijn. Over het algemeen zal de kunst van de esotericus een eenvoudig, wel aardig, of
misschien zelfs onbeholpen kunstzinnig gestuntel genoemd worden. Dat hindert niet. De
behoefte is de uitdrukkingsmogelijkheid zelf, verder niet. Indien wij tekort schieten t.o.v.
onszelf onverschillig hoe of waar kunnen wij vaak door een poging tot scheppen een
compensatie vinden. Waar u wilt scheppen of op welke wijze u wilt scheppen, dat moet uzelf
weten. De mogelijkheid van creatie loopt zover uiteen, dat voor praktisch ieder daarin iets te
vinden is. Het loopt uiteen zou ik haast zeggen van de conference en het grapje tot
Shakespeare, van do, re, mi, fa, sol tot Beethoven en van het kleipoppetje en het zandkoekje
tot de denker van Rodin.
Hebt u het schandaal gehoord over Rodin? (Dit om even de spanning te breken). Hij is zeer
verontwaardigd geweest. Toen de penseur was tentoongesteld, kwam hij later weer en was er
een ander bordje onder geplaatst, waarop stond: Lijdt ook gij aan verstopping? Gebruik dan
dat en dat. U kunt zeggen wat heeft die mop nu ineens te de en hier midden in dit verhaal?
Luister goed. Er was in de mens, die deze grap uithaalde, een zekere disharmonie, met het
beeld. Het was hem te pretentieus. Hij wilde het terug brengen tot de properties, die het voor
hem had. Hij deed dit op een wat kwetsende wijze.
Het is voor ons niet noodzakelijk om overal, waar ons iets niet bevalt, een bordje te gaan
zetten, dat onze werkelijke waardering weergeeft. Maar indien wij als esoterici dus strevend
naar een innerlijke waarheid geconfronteerd worden met waarden, die wij niet kunnen
bevatten zoals de wereld die waardeert, of zoals men van ons eist dat wij ze zullen zien, dan
is, heel vaak het herbenoemen van die dingen, het geven van een persoonlijke waardering
daaraan een redmiddel. Wij kunnen de meest groteske plechtstatigheid verdragen, indien ze
voor ons een andere dan volledig ernstige betekenis krijgt. Het wordt een scherts, een
charade, waarin wij meespelen. Wij behoeven onze werkelijke persoonlijkheid dan niet daarin
te verhullen, maar kunnen haar beleven in iets, dat voor anderen een totaal differente
betekenis heeft. Laten wij niet vergeten, dat de esotericus zich te allen tijde moet aanpassen
aan zijn wereld. Door gebruik te maken van deze middelen kan hij als een zeer eenvoudig,
simpel, oppervlakkig mens leven en toch gelijktijdig de volledige diepte van het leven beseffen
en voor zichzelf steeds verder doordringen tot de kennis van het eigen ik. Ik hoop dat u ook
hiervan nota wilt nemen en wanneer u suggesties nodig hebt hoe dat te doen, moet u maar
eens wachten tot broeder Henri in de buurt is, die zal u ongetwijfeld daarbij gaarne van dienst
zijn.
Dan komen we weer tot een volgend punt. We hebben het gehad over klanken. Ik zou u
vandaag ook nog iets willen vertellen over incantaties. Een incantatie is te allen tijde een reeks
van klanken. De woorden die erbij komen zijn incidenteel. Ze zijn weergave van begrippen
misschien en worden hoofdzakelijk gebruikt, omdat daar aan een zekere gevoelswaarde
verbonden kan worden. Een incantatie zou kunnen worden gezegd op een dreun en door haar
ritme bepaald worden. In de meeste gevallen echter wordt zij gezocht in verschillen van
doordringing (hardheid), verschillen van toon en daar naast een niet zeer ritmische breking in
de stem. Gebruiken wij daarvoor de oude methode, dan gebruiken wij daarvoor de z.g.
klimmende reeksen. In de oude magie begint een incantatie heel vaak praktisch bas en eindigt
in een uitroep, die de bariton te boven gaat en zeer vaak doet denken aan de sopraan. Latere
bezweringen en incantaties hebben de monotonie van het gemurmelde en vinden hun kracht in
een zwellend geluid. De incantaties, die op het ogenblik gebruikt worden, vinden over het
algemeen hun kracht in het gebruik van de Gregoriaanse cantus, dus een reeks van melodiek
en zang. Nu is het voor ons erg moeilijk om u even te gaan leren wat een incantatie is en hoe
u die moet gebruiken. Moeilijker zou het nog zijn u duidelijk te maken welke incantaties u
allemaal kunt gebruiken. Ik wil allereerst grijpen naar een incantatie, die gebruikt werd in de
G.G.S. Dat was de incantatie aan Arcan.
Arcan heeft verschillende functies. Arcan is een naam, een begrip, verder niet. Men noemt
hem de eerste genius van de maan en de eerste dienaar van de zon. Men noemt hem ook wel
eerste genius van de zon en vorst van de maan. In ieder geval is hier sprake van

Het principe van meerdere werelden
63
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

tweeledigheid in een persoon. Bij een incantatie aan Arcan wordt altijd rekening gehouden met
het feit: dat hij krachten ónder zich heeft. De opbouw van een dergelijke incantatie is dus
steeds allereerst een oproeping van het kosmische. En dat kosmische kunt u uitdrukken zoals
u wilt. U kunt het b.v. doen als volgt:
Almachtige God, sprekend in Uwe naam en werkend met Uwe kracht, vraag ik U: beveel
door Uw grootmogend licht, Uw wijsheid en Uw vermogen, dat Uw dienaar Arcan tot mij
snelle en mij bijstaat in de taak, die ik ga vervullen.
Dat is een mogelijkheid. Het is helemaal niet een noodzaak, het is een mogelijkheid. En dan
krijg ik altijd een tweede gedeelte, waarbij ik ga spreken tegen Arcan. B.v.:
Heil U, machtige Arcan, heerser van de geesten der maan. Ik richt mij tot U. Kom tot mij.
Snel met uwe dienende geesten tot mij. Drijf de kwade krachten, die rond ons zijn, uit en
bescherm ons zo, etc.
En dat blijft dan meestal een dreun. Het eerste kan nog gemodelleerd zijn, het tweede blijft
een dreun. Maar nu kom je aan het derde toe. En ja, daar ga je dan meestal ook weer een
hele reeks namen noemen maar het vreemde is, dat een dergelijke incantatie heel vaak haast
gezóngen wordt. Hier spreekt de gevoelswereld een beetje mee. B.v. (ik zal een algemene
terminologie gebruiken, ik wil niet verward raken in een reeks van namen):
Gij, dienaren van de Allerhoogste, gij die zijt ondersteld aan hem, die is dienaar van de zon
en meester van de maan, tot u zeg ik: Komt en geeft uwe krachten. Komt en geeft uw licht.
Opdat volvoerd worde dit werk, dat wij hier ondernemen. En ik zeg u in de naam van Hem,
Die alle krachten regeert: gehoorzaam mijn stem.
Wanneer je nu die incantaties voor jezelf gaat gebruiken, dan is dat betrekkelijk lastig. Toch
kun je er soms een zekere hulp van hebben. En dat is dan ook de reden, waarom ik dit van
avond aansnijd. U zult heel vaak de behoefte hebben om te bidden en u weet niet wat u moet
doen. Dan kunt u zichzelf al durft u het misschien niet hardop te zeggen een zekere incantatie
denken. Stel uzelf in de plaats van een priester of een tovenaar desnoods, een magiër, een
meester, die op deze wijze met het geluid de krachten van het heelal bedwingt. Wanneer u ze
niet durft uit te spreken (en dat komt heel vaak voor een mens meent al heel gauw dat hij
voor gek staat, nietwaar?) denk ze dan eens van binnen. Bid niet alleen maar, zoals sommige
mensen doen God, help mij vrienden uit de geest, sta mij bij. Het is wel mooi en goed, maar
het is vaak niet voldoende. Wij moeten ons hele wezen daarmee verbinden.
Nu heeft ieder in zichzelf en voorstelling. Noem het mijnentwege een droom. Een droom
waarin je de macht bezit, die je begeert. Dan kunnen we natuurlijk grijpen naar de
Scheingestalt als aanvulling. Maar we kunnen ook dit doen. Wij kunnen voor onszelf tijdelijk
ons afsluitend van de wereld een houding aannemen, alsof wij deze priesterlijke functie, dit
wonderdadig vermogen en wat dies meer zij in feite zouden bezitten. En wij kunnen dan
krachtens deze voorstelling, maar steeds ons daarbij onderwerpend aan de wil van het
Goddelijke, van het Scheppend Principe een reeks van woorden vinden. Het hoeft niet mooi te
zijn, maar het moet van binnenuit komen. Die woorden moeten wij a.h.w. als een bezwering
doen uit golven. Bezwerende stellen wij op deze wijze alleen reeds door de illusie van de klank
binnen ons zij het in dit geval alleen op astraal terrein door gedachte-uitstraling een zekere
harmonie met andere sferen als mogelijkheid. Wij gaan d.m.v. de incantatie buiten ons eigen
bereik. Wij maken ons tijdelijk deel van een wereld van geesten en krachten, die stoffelijk
misschien niet te beseffen zijn. En wij kunnen deze krachten dirigeren. Naarmate wij sterker
zijn in ons vertrouwen en in ons geloof, in die mate zullen wij meer kunnen presteren.
Ik wil niet de avond verder vullen met reeksen van incantaties. Dat heeft weinig zin. U bent
zover nog niet. Wat ik wel wil doen is dit: Ik wil u duidelijk maken waarom een incantatie
werkt, hoe ze werkt en op welke wijze zij gebruikt kan worden. Elke incantatie moet bovenal
een persoonlijke uiting zijn, die in zoverre is geformaliseerd, dat zij de hoofdzaken van eigen
persoonlijkheid in vaste en daarom voor anderen en andere werelden aanvaardbare ver
houdingen weergeeft. De formule, die daarvoor zou kunnen worden gesteld, zou dan als volgt
luiden de totale werking van een incantatie is gelijk aan: wil maal concentratie, gedeeld door
voorstelling van onvermogen. De uitkomst is dan: incantatie is gelijk aan bereiking.
Het principe van meerdere werelden
64
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Intensiteit van geloof betekent niet een uitschakeling van de werkelijkheid, zoals menigeen
denkt, maar slechts het realiseren van een innerlijke werkelijkheid, die normalerwijze terzijde
wordt gesteld, op het ogenblik dat wij proberen deze innerlijke werkelijkheid uit te drukken in
geloofstermen, in een geloofsbeleving zonder meer, zullen wij in conflict komen met de rest
van de wereld. Het gevolg is, dat wij komen tot een normalisering, waarbij het persoonlijke
van het geloof teloor pleegt te gaan. Wanneer echter in ons een geloof bestaat en wij kunnen
dit vanuit ons persoonlijk open baren (a.h.w. door een formule van denken, streven, een
moduleren van alles bewust en onderbewust. wat in ons zit) dan hebben wij daarmee op vele
vlakken van onze persoonlijkheid gelijktijdig een werking ontketend. Ons gehele wezen
spreekt mee. De incantatie is niet slechts de weergave van een stoffelijke formaliteit, het is
niet de reproductie van klanken alleen, het is een volledige uitdrukking van eigen
persoonlijkheid met een stuwende wil plus een vast geloof en vertrouwen. Een geloof is dus
een innerlijke werkelijkheid. Wij realiseren ons die innerlijke werkelijkheid en maken haar
suprème boven elke stoffelijke werkelijkheid, die wij normalerwijze erkennen. Krachten
kunnen hieruit worden geput.
Wanneer gebruiken wij de incantatie? We zullen een incantatie zeker niet te vaak gebruiken.
Een incantatie moet en zal een laatste redmiddel blijven. Wanneer wij ons n.l. te veel
bezighouden met de incantatie, dan zal ofwel de intensiteit waarmee wij deze gebruiken,
aanmerkelijk afnemen door gewoontevorming en de incantatie dus haar werkzaamheid
verliezen dan wel wij zullen door het voortdurend leven in een intense beschouwing van niet
materiele waarden de stoffelijke wereld voor een groot gedeelte uit het oog verliezen en niet
meer realistisch handelen daarin. Wij mogen dus alleen in noodgevallen de incantatie
gebruiken. Zij moet gebruikt worden voor die waarden, waarmee onze eigen wil en streven
volledig in overeen stemming zijn. Zij moet verder worden gebruikt in afzondering.
Nooit en te nimmer temidden der massa. Altijd en te allen tijde na rijpelijk overwegen en een
vaststellen van de mogelijkheid, een vaststellen van het werkelijk geloof, dat in ons leeft. Zij
zal worden gericht tot alle al of niet bestaande geesten, heiligen en voor stellingen, die in ons
stoffelijk denken geassocieerd kunnen worden samengevat.
De gehele persoonlijkheid wordt erin geuit. Wat kan er bereikt worden met de incantatie?
In de eerste plaats: het uitdrijven van krachten, die niet harmonisch zijn met ons eigen wezen.
De incantatie brengt n.l. het eigen wezen geheel in harmonie en geeft het daarmee een
zodanige doordringingskracht, dat elke niet harmonische kracht daardoor verdreven wordt.
In de tweede plaats: harmonie met andere werelden en andere sferen, in zoverre ons eigen
wezen de krachten en vermogens heeft om zich in die werelden te bewegen en zich met de
krachten van die werelden te associëren.
In de derde plaats: beheersing van alle stoffelijke waarden, die door het denkleven beheerst
kunnen worden. Alle gedachtekracht in de verschillende intensiteiten dus tot de geestelijke
kracht toe kunnen worden gebruikt om in de stof bepaalde wijzigingen aan te brengen.
Wanneer wij een incantatie uitspreken, kan deze kracht indien de incantatie gericht wordt voor
dit doel gebruikt worden. Bovenal wanneer wij leren de incantatie daadwerkelijk te gebruiken
voor een bepaald doel en dit niet overdrijven en niet te vaak doen, zal zij ons vaak een geheel
nieuw inzicht geven in ons eigen wezen en onze eigen mogelijkheden. Het bevordert onze
bewustwording en geeft ons een scherpere realisatie van onze eigen vermogens.
Nu nog een klein stukje theorie op een ander terrein. Heeft u een voorstelling van God?
Probeer u God voor te stellen, onverschillig hoe. Of God voor u een leegte is of een menselijke
gestalte, dat geeft niet probeer u God voor te stellen. Deze God is het symbool van de
werkelijkheid. Niet alleen het symbool van de werkelijkheid van de aarde, maar van alle voor
ons toegankelijke werelden. Realiseer u hoe u zich die God hebt voorgesteld. Uit de wijze waar
op deze God bestaat uit zuiver menselijke of bovenmenselijke vorm, uit licht of misschien zelfs
een totale afwezigheid van vorm, kunt ge nagaan, hoever uw vermogen van aanvaarding en
begrip zich uit breidt buiten uw eigen wereld. Onze God is n.l., niet alleen voor ons een
Het principe van meerdere werelden
65
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

concept van de kosmos, van de Eeuwige, onze God is tevens voor ons een soort maatstaf, een
soort waardemeter voor ons eigen wezen. Alles wat met God samenhangt, hangt tevens met
onszelf samen. Onze God en dat dienen wij goed te onthouden, is te allen tijde voor ons reëel.
Hij zal misschien nooit reëel bestaan zoals wij Hem ons voorstellen, maar Hij is een deel van
de goddelijke Werkelijkheid. Wat wij ons van God bewust kunnen voorstellen, is een directe
weergave van ons eigen wezen in zijn opgang tot God. Zo kan elk godsbegrip en elk
godsvertrouwen gebruikt worden om eigen wezen daarmee nader te definiëren.
Misschien is het wel de bedoeling van de Eeuwige geweest, toen Hij de mensen eerst
godsbegrip gaf en een godsbesef, om hem een waardemeter te geven, aan de hand waarvan
hij zichzelf kon erkennen in de kosmos. Het zou dwaas zijn hiervan geen gebruik te maken. De
esotericus dient dan ook voortdurend na te denken over zijn God en uit het begrip van zijn
God voor zichzelf een beeld van het “ik” te maken. Meer dan alles wat wij in onze eigen wereld
kunnen zien rond ons, geeft het beeld van God ons een indruk van de verschillende niet
stoffelijke waarderingen en werelden, die u vanuit de stof dus in uzelf erkennen kunt en
bezitten. Door ons datgene wat wij boven ons eigen perceptievermogen van sferen nog
kunnen erkennen of kunnen weten en ervaren.
De zekerheid, dat deze God met ons is, zou ons moeten brengen tot een identificeren van
onszelf met, deze God. Let wel, er komt geen enkel ogenblik, dat wij kunnen handelen in
plaats van God. Maar wij kunnen wel voortdurend handelen als een gehoorzaam déél van die
God. Wij zijn werktuig. Dit werktuig zijn sluit niet een vrije wil uit, maar stelt wel, dat in
onszelf voortdurend na rijp overleg een primaire weg of mogelijkheid zal worden gevonden,
langs welke wij gelijktijdig tegemoet kunnen komen aan ons Godsbegrip plus onze persoonlijke
behoefte. De weg, die het “ik” met zijn ogenblikkelijke behoeften, en gedachten verenigt met
de eeuwigheid, zonder daarbij ooit af te wijken van het werkelijk godsconcept, is voor ons de
juiste weg van handelen en leven. Handelen en leven wij juist, dan zijn wij dus een
weerkaatsing van onze God, Maar wat meer is, wij zullen dan die God openbaren aan alles wat
rond ons is. In deze openbaring zullen alle voor ons niet bekende facetten van het Goddelijke
in de omgeving antwoorden.
Ons godsbeeld mag nooit permanent zijn. Het is een steeds wisselende waarde en indien wij
goed leven een steeds groeiende waarde. Naarmate ons concept van God groeit, zullen niet
alleen ons zelfbewustzijn, ons zelfbegrip en onze zelfkennis groeien, maar gelijktijdig ook ons
vermogen om te heersen over die factoren binnen het totaal van de kosmos, die door onze
God nog worden voorgesteld. Iemand, wiens God een vorm heeft als van een mens moet nooit
proberen om b.v. een wereld van klank en kleur te beheersen. Dat is onmogelijk. Die God is
daar a.h.w. nog niet vol doende rijp voor. Hij staat op een te laag niveau. Toch is Hij voor u
het beeld van God. Probeer echter niet u nu een God te gaan aanmeten, die zo hoog mogelijk
staat, maar probeer een God u voor ogen te stellen, die inderdaad in u leeft, die u voelt a.h.w.
Leer op uw gevoelens te vertrouwen. Uw gevoelens zijn juist in deze weg van innerlijke
bewustwording vaak de enig juist maatstaf. De correctie daarop in het gedrag geschiedt aan
de hand van de rede. Wij kunnen dit als volgt vergelijken:
Onze gevoelswereld en onze innerlijke erkenning van God is als het voorstel, dat wordt gedaan
om een huis of een tempel te bouwen. De rede is de architect, die het voorstel uitvoerbaar en
aanvaardbaar moet maken. Indien wij ons werelds bestaan - hetzij in de stof of ergens anders
- zouden willen baseren op alleen een gevoelswereld, dan zouden al onze structuren
ineenstorten. We zouden nooit iets werkelijk kunnen bereiken en zeker niet wat wij wensen te
bereiken. Maar indien wij steeds het gevoel en de gevoelsinhoud maken tot de stimulans van
het denken en de rede gebruiken als het instrument, waarmee langs de weg van het denken
de gevoelswereld kan worden omgezet in een tastbare waarde, dan scheppen wij voor ons de
volmaaktheid, die in ons is, steeds meer buiten onszelf. Hierin treedt een grotere
zelfverwerkelijking op en dus (denkt u terug aan het voorbeeld in het begin al gegeven over
die verschillende bakken met water) wordt tussen ons en hogere niveaus een directe
verbinding vastgesteld, die door de daad in stand wordt gehouden. Het is dus niet meer de
gedachte, die hier de verbinding vormt met een hogere wereld, maar het is de redelijke
uitvoering van het juist aangevoelde.

Het principe van meerdere werelden
66
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Onze God kent natuurlijk een zekere voor ons niet begrijpelijke redelijkheid. Onze God doet
veel dingen, die wij wel aan Hem willen toeschrijven, aan Hem willen wijten, maar die wij voor
onszelf niet kunnen accepteren. Hier ontstaat een strijdigheid tussen ons en onze God. Dit Is
niet aanvaardbaar. Onze God moet te allen tijde in overeenstemming zijn met het voor ons
draagbare en aanvaardbare. Slechts dan kunnen wij de kracht van die God gebruiken. In
negen van de tien gevallen zal indien een godsvoorstelling is aangepast aan de persoonlijkheid
elk falen van die God volgens menselijk concept niet aan die God te wijten zijn, maar aan de
wijze waarop de mens de kracht van die God heeft weten te gebruiken.
Heel vaak beseffen wij innerlijk wat goed en juist is, maar willen wij dit niet aanvaarden. In
dergelijke gevallen wordt het heel erg moeilijk. Want hier komen wij niet in strijd met God
maar met onszelf. Een strijd met God is altijd aanvaardbaar. Iemand die met God strijdt,
eerlijk en oprecht, zoekend naar de werkelijkheid van die God en van zichzelve, zal altijd tot
een goed resultaat komen. Maar de mens die zijn eigen wensen en voorkeuren, zijn eigen
angsten, verlangens of bezitslusten laat prevaleren boven de door hem erkende wil Gods,
kracht Gods, zal daardoor met zichzelf in strijd tot een absolute Godverloochening komen, een
bemanteling van zichzelf en een tijdelijke meestal niet blijvende daling op het vlak van
bewustzijn, waardoor de innerlijke bewustwording zo zeer verminderd wordt, dat hij terugkeert
tot een stoffelijk of bijna dierlijk peil. Dit geldt ook voor vele geesten in andere sferen dan de
uwe.
Met deze punten heb ik dan hetgeen ik voor vandaag te zeggen had afgesloten. We gaan nu
eerst pauzeren, na de pauze. krijgt u een andere spreker. Maar het ligt wel in bedoeling, dat u
daar mee dan discussieert over de punten, die we op het ogenblik al geboord hebben, en
verder vooral over die punten van de eerste les, die u nog steeds niet begrepen hebt. Ik zou er
bij willen opmerken, dat we gezien het opschieten, dat nu wel noodzakelijk is graag zouden
zien, dat u elke breedsprakigheid of afwijking van het hoofdonderwerp zoveel mogelijk
vermijdt. Houdt u bij het essentiële, de zelferkenning en de wetenschap, die daarmee gepaard
kan gaan.
o-o-o-o-o
Goedenavond, vrienden.
Wij zullen dan overgaan tot het behandelen van de vragen, die u wilt stellen.
In een vorige les staat: Indien u dit uit een geloof doet en dan staat er tussen haakjes, dus
in een klakkeloze aanvaarding. Nu kan ik geloof niet in overeenstemming brengen met een
klakkeloze aanvaarding, Voor mij is geloof een der grootste hulpmiddelen om tot een
verlichting te komen. En het woord klakkeloos vind ik denigrerend voor het geloof.
Dat is een verschil van opvatting. Geloof kan een hoge waarde zijn, wanneer het een innerlijke
aanvaarding is. Maar in 9 van 10 gevallen is datgene, wat men geloof noemt, in feite een
ontvluchting van het probleem, een weigering om er over na te denken. Ik vermoed dat in
deze zin het woord klakkeloos werd gebruikt. Er zijn heel veel mensen, die zich niet eens een
voorstelling maken van de mogelijkheid, dat God misschien nog op een andere manier bestaat
dan het geleerd wordt. Zij nemen dat klakkeloos aan. En het is dus wel nodig, dat u in een
dergelijk geval de context beziet, voordat u tot een conclusie komt. Het is helaas niet zo dat er
afzonderlijke woorden bestaan voor elke aparte variant van geloof. Vandaar dat van bijgeloof
tot Godserkenning alles onder geloof kan worden begrepen.
Wanneer u vraagt een voorstelling te maken van het godsbegrip en ik denk aan de
associatie die ik heb, wanneer ik hoor zeggen de Opperbouwmeester des heelals, m.a.w.
dat ik wanneer ik aan God denk aan de gehele schepping denk, zowel stoffelijk als in alle
andere werelden, hoe kan ik mij daar dan een voorstelling van maken?
Het is vaak zeer moeilijk om een denkbeeld te omschrijven. En toch als u die associatie, hier
uitspreekt, dan moet er een beeld van bestaan. Anders gezegd: wanneer u komt tot een
omschrijving van uw associatie, moet er al een beeld zijn. Het beeld groeit vanzelf in u uit de
associatie, die u naar voren brengt. Het is niet noodzakelijk om dat zonder meer verder te
Het principe van meerdere werelden
67
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

definiëren, maar ik neem toch aan, dat u op de een of andere manier uw God omschrijft. En ik
vermoed, dat u God eerder ziet als een beweging of een activiteit dan iets anders.
Als een bezieling.
Goed, noemt u het bezieling, dan heeft u daarmede ook uw eigen godsvoorstelling. En
naarmate u die bezieling kunt uitbreiden tot een groter aantal werelden en concepten van
mogelijkheden, zult u dichter komen tot het totaal Goddelijke.
In verband met het eerste gedeelte over incantaties en invocaties komt het mij voor, dat al
die piramideteksten en de teksten uit de Egyptische dodenboeken niet anders zijn dan
incantaties en invocaties.
Niet alle piramideteksten. Want wanneer wij deze als incantaties willen beschouwen, dan is
opschepperij ook vaak een incantatie. Maar als wij uitgaan van het dodenboek zelve, dan ben
ik het met u eens, dat het dodenboek feitelijk niets anders is dan een samenstel van
incantaties. En wanneer wij nog verdergaan en wij zouden willen spreken over het boek Thoth,
dat voor u niet toegankelijk is, dan zouden wij zelfs komen te staan voor de incantatie in haar
zuiverste vorm, waar n.l. de begriploze klank identiek wordt met het scheppend woord en als
zodanig een absolute beheersing van alle materie en geest inhoudt.
Incantaties zijn zo oud als de mensheid zelve, dat moet u niet vergeten. Maar naarmate de
mens meer gaat leven in een drukke en materiele samenleving, zal zijn gebruik van die
incantatie langzaam maar zeker een andere gestalte krijgen en op den duur uit het bewustzijn
verdwijnen. Toch moet u mij niet kwalijk nemen, wanneer ik er op wijs, dat feitelijk (zij het
dan ook niet qua intentie) 9 van de 10 vloeken en verwensingen hun oorsprong vinden in
vroegere incantaties en als zodanig een moderne vorm daarvan kunnen heten. Een voluit
gesproken g.v.d. beantwoordt n.l. aan alle eisen, die aan een incantatie gesteld kunnen
worden. In.de eerste plaats een associatie van hogere krachten met een bepaald doel in de
tweede plaats een volledige gevoelsuiting in de derde plaats een weergave van dit geheel in
een toon die de persoonlijkheid en zijn ogenblikkelijke gesteldheid in de buitenwereld brengen.
Het is maar goed, dat door gebrek aan voldoende concept deze vloeken en vervloekingen der
moderne tijd niet dezelfde intensiteit van geestelijke werking vertonen, die de weloverwogen
incantatie normalerwijze heeft.
Kunt u het bestrijden van de angst nader toelichten?
Er bestaan in elk wezen bepaalde oerangsten. Die oerangsten worden in de eerste plaats
erfelijk tot stand gebracht, zodat elk menselijk voertuig een afkeer heeft van bepaalde voor
hem en zijn soort gevaarlijke wezens. Deze gevaarlijkheid wordt dan mede betrokken in elke
gelijkenis daarmee, zodat de angst b.v. voor de slang (een geheimzinnig en vaak giftig wezen
in de oudheid) langzaam maar zeker een soort afkeer voor het kruipend gedierte werd en bij
sommigen zelfs nog angst voor b.v. paling, die onschuldig is, met zich brengt. Dergelijke
angsten veroorzaken onmiddellijke en lichamelijke reacties. Een van de reacties van een
dergelijke angst of schrik is een vergrote adrenaline afscheiding in het lichaam en daardoor
een verhoogde activiteit.
Daarnaast kennen wij de z.g. associatieve angsten, die bij de doorsneemens uit zijn jeugdjaren
worden ingebracht. Er zijn bepaal de dingen, waarvoor het kind bang is gemaakt. Het leert
later inzien, dat redelijk deze angst overdreven is en irreëel, maar de oude associatie blijft
bestaan. Wanneer een dergelijk beeld herbeleefd wordt, ontstaat dezelfde onredelijke
paniekservaring, waarin wederom een verhoogde activiteit in het lichaam, verhoogde adre-
naline af scheiding e.d. volgen.
In de derde plaats kennen wij dan nog vanuit het geestelijke komende angsten, waarbij
erkende fouten, die echter niet in het stoffelijk bewustzijn gegrift zijn, bij het ontstaan van
soortgelijke omstandigheden een absolute verstijving tot stand brengen. Men kan ineens niet
meer reageren. Men staat als de vrouw van Lot. (iets wat de volksmond langzaam maar zeker
heeft vervormd tot een van Lotje getikt zijn. Dat is dus ook van die vrouw van Lot en haar
verstening a.h.w. afgeleid.) Ook in deze toestand heeft in het lichaam een afweermechanisme
een zekere activiteit. Nu is er in dit laatste geval meestal geen aanmerkelijke verhoging van
adrenaline, maar er is toch wel een reeks van reacties, die de totale spanning in het lichaam
veranderen.
Het principe van meerdere werelden
68
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Nu bent u voor iets bang, onverschillig wat. Dit kan nooit zo erg zijn als deze u ingeboren
angsten. En stelt u zich nu eens dit voor: U staat tegenover een groot vuur, waarvan u weet
dat het u verbranden zal en u staat tegenover een rookgordijn, waar achter mogelijkerwijze
monsters verborgen zijn. In 9 van de 10 gevallen zult u het onbekende gevaar gaan trotseren
op het ogenblik, dat het vuur het bekende gevaar voelbaar maakt. Voor die tijd komt u niet tot
een keuze. U hebt dan een zodanige impuls, dat u niet denkt aan de fantastische dreiging, het
rookgordijn kunt overwinnen en zo de veiligheid vinden. Wanneer wij nu angsten hebben, zijn
dat meestal dergelijke rookgordijnen. D.w.z. de doorsnee angst van de mens is grotendeels
geestelijk zowel als stoffelijk gebaseerd op zijn voorstellingsleven. Wanneer het nu niet een
angst is, die inherent is aan het wezen (dus direct daarmee vergroeid), dan kunnen wij door
een andere angst op te wekken de gesteldheid van het lichaam en de impuls van het denken
panisch maken, d.w.z. onredelijk. De vlucht voor het ingeboren gevreesde impliceert dat men
het onbekende gevaar negeert, en in deze negatie heeft men een veel grotere mogelijkheid
om het te overwinnen.
De consequentie van dit geheel is dus: Wanneer er iets is, waarvoor u werkelijk bang bent,
dan moet u dit in de plaats stellen van het imaginaire gevaar, van datgene waardoor u geremd
wordt of datgene wat het u onmogelijk maakt om juist te reageren. Ik mag misschien een
voorbeeld geven.
U bent bang dat u niet kunt voldoen aan de eisen van uw omgeving b.v. door een ledige
portemonnee, een ledige provisiekast of iets dergelijks. Dan zult u in sommige gevallen
absoluut irreëel gaan handelen. U gaat geen voorzorgen treffen, u gaat niet proberen er toch
nog iets van te maken, maar u gaat zich gedragen alsof dit gevaar niet bestaat tot het
ogenblik dat het voelbaar is en dan blijft u zitten, volkomen verslagen. Stel u nu voor dat er
een groter gevaar is dan dit, iets wat ergerlijker is. Het gevolg is dat u denkende daarover zult
improviseren en dus met uw betrekkelijk lege provisiekast of portemonnee toch nog een
dragelijk resultaat tot stand brengt.
Ik hoop dat u kunt begrijpen hoe dit voorbeeld bedoeld. Wilt u nog verdere aanvullingen of
heeft iemand nog vragen daarover?.
Maar je krijgt door de nieuwe angst toch weer iets negatief is, kun je het niet op een
andere manier doen? Dat je b.v. iets gaat opschrijven waarvan je vervuld bent, een
uitwijkmanoeuvre die op een ander gebied ligt?
Die uitwijkmanoeuvre op een ander gebied kan alleen plaats vinden, wanneer er nog sprake is
van redelijkheid en die zou bij een bedreiging van de rede door de angst steeds minder
werkzaam worden. Een angst echter op zichzelf is onredelijk en kan dus zelfs bij een praktisch
verliezen van de rede nog optreden. Vandaar dat de angst dus actiever en bruikbaarder is dan
het door u voorgestelde.
Negatief zou ik dit zeker niet willen noemen. Mag ik u herinneren aan het gebruik om een
prairiebrand of een bosbrand te stoppen? Men tracht met klein en beheerst vuur een vlakte
kaal te branden, zodat het aanstormende, al verterende vuur niet meer verder kan. Wat u doet
met een gekende angstfactor te gebruiken, die door de gewoonte meestal hanteerbaar is, is
niets anders dan dit. Want u wekt een angst op, waardoor de aanstormende paniek of angst
geen verdere vat meer heeft op uw wezen en dus langzaam uitsterft. Het angstbeeld echter,
dat u ingeboren is, heeft in zichzelf ook het verweermechanisme meegebracht, zodat u
automatisch reageert, Deze automatische reactie is voldoende om de kunstmatig opgewekte
angst te begrenzen, zodat beide angsten beheersbaar en a.h.w. geblust zijn. Het is hier dus
geen negatieve maatregel, het is een logische maatregel, waarbij het positieve doel het
schijnbaar negatieve middel tot een redding maakt. En in deze zin werden de voorbeelden
gegeven.
Maar kun je niet gewoon de angst onder de ogen zien en er recht op ingaan?
Als je goed kijkt is het meestal nooit zo erg als je wel denkt. En al ben je panisch, op het laatst
wordt de paniek zo groot, dat die niet meer groeien kan. Maar op het ogenblik dat de paniek

Het principe van meerdere werelden
69
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

zo groot is geworden dat zij niet meer groeien kan, heeft zij alle redelijke normen reeds
verwoest en is het gedrag overgegaan tot het onredelijke of instinctieve, dat in zijn gevolgen
niet beheersbaar is. Op het ogenblik dat die paniek is uitgestorven, uitgeklonken, zullen wij
dus staan voor een reeks van consequenties, die niet te voorzien waren. Het is daarom
verstandiger naar het bekende terug te wijken, waarin wij een overzicht bezitten, al is het
haast uit de ingeboren gewoonte. Recht op je angst ingaan is alleen dan mogelijk, wanneer zij
niet groeit tot het panische en wanneer de angst gedefinieerd is.
Om jezelf te verbergen kun je een masker dragen. Je kunt ook je in een kunst uiten, maar
dan verraad je je eigenlijk toch veel meer, dan wanneer je helemaal niets doet. Als je
muziek maakt of zelfs maar als je spreekt, hoort iedereen hoe je bent? in de klank alleen
al....
Het is gelukkig voor vele mensen dat die laatste stelling van u niet opgaat. Er zijn meer
mensen die zich achter hun spreken verbergen dan die door hun spreken hun wezen
openbaren. Nu is de kwestie deze: Wanneer wij ons uiten in kunst, dan zullen wij daarbij
ongetwijfeld ons in zekere zin blootgeven. Maar wij doen dit op een terrein, dat ligt buiten de
algemeen aanvaarde normen. Het is geen direct indruisen tegen de maatschappij. En wij
hebben immers niet direct de behoefte onze kunst ook aan anderen voor te leggen. Wij vragen
daarvoor geen bewondering, maar wij uiten ons daarin, wat heel iets anders is. Wanneer u
schildert, behoeft u geen tentoonstelling te houden. Het schilderen zelf is de
gevoelsuitdrukking en geeft ons zo de mogelijkheid tot een redelijke zelfopenbaring. Maar
wanneer datzelfde, wat in de kunst aanvaardbaar wordt, in de praktijk wordt overgezet, dan is
het.plotseling niet aanvaardbaar en shocking. Niemand neemt het een tenor kwalijk, wanneer,
hij op het toneel van ganser harte jubelt: du Blonde, du Braune, ich liebe alle Frauen. Maar als
hij het in de praktijk brengt, wordt hij door de vrouwenverenigingen uitgebannen, want dan is
zijn gedrag beneden alle peil. Nu is mijn oplossing voor dit geval zing het dus: waar niemand
zich aan stoot. Vooral waar het hier niet gaat om een betrekkelijk eenvoudig iets als in het
voorbeeld werd aangeduid maar vaak om een absoluut verschil van inzicht, van begrip, van
plicht. Wij zullen deze kunnen handhaven, zolang wij dit niet al te duidelijk en te demonstratief
doen. Onze demonstratie in kunstvorm wordt met een schouderophalen ontvangen. Bovendien
zegt u wanneer wij spreken openbaren wij in de klank alleen al onszelf. Gelooft u mij, dat is
lang niet altijd het geval. Integendeel, de mens die beheerst is zal heel vaak in het spreken
klankvorming en intonatie gebruiken. juist om te misleiden. Grote redenaars gebruiken bewust
in klank en stem factoren, die niet tot het eigen “ik” behoren, om daarmee bepaalde resultaten
bij anderen te bereiken. Het is dus lang niet zeker, dat u zich met het spreken alleen al
blootgeeft. Ik hoop dat hierdoor is duidelijk geworden, dat hier de gevoelsuiting in de kunst
zich praktisch aan de samenleving onttrekt, terwijl de daarop gegeven kritiek onbelangrijk
voor ons is, indien het scheppen en niet de bewondering van anderen ons doel was. In het
maatschappelijk verkeer echter kunnen wij een dergelijke uiting niet plaatsen, zonder ons
gezien het ingaan tegen het sociaal stelsel direct kwetsbaar te tonen tegenover de
maatschappij en daardoor genoopt te worden onszelf te openbaren voor wat wij zijn, onze
werkelijke dienstbaarheid aan die maatschappij te beëindigen, ons nut in die maatschappij te
beperken en mogelijkerwijze zelfs het contact met die maatschappij te verliezen.
Wij hebben op de G.G.S. getracht werkzaamheden te verrichten op astraal gebied. Een
persoon kan zichzelf de opdracht geven daar en daar naar toe te gaan en die en die
handeling te verrichten. Nu zijn daar vermoedelijk ook intelligenties aanwezig van gene
zijde. Waar er bij de persoon, die dat doet, aan zijn handelingen geen herinnering vastzit,
vraag ik me af of zijn handelwijze op het astrale gebied adequaat is uit zichzelf. Of wordt
deze geleid door andere intelligenties, die eventueel een zekere straling of veld werking
van de persoon, die nog in de stof zit, gebruiken? Ik weet niet hoe ik mij dit moet
voorstellen.
Wanneer wij werkzaam willen zijn gedurende een slaapperiode b v. op astraal terrein kunnen
wij onszelf dus een zekere opdracht geven. Dit is in zijn werkzaamheid ongeveer gelijk aan
een posthypnotisch bevel, waarbij wij dus uit natuurlijke oorzaken komen tot verwerkelijking
van het ons opgelegde, in zoverre het met ons wezen strookt. Op deze wijze wordt dus
automatisch gehandeld in de astrale of zelfs hogere werelden. Deze handeling is in zich
adequaat, zover dit de mens betreft. Het is n.l. een vervulling van de door hem gestelde
Het principe van meerdere werelden
70
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

doeleinden. Maar hij ontmoet inderdaad zoals u stelt de daar geestelijke krachten, sommige
hem goed, andere hem misschien minder goed gezind. Hij is krachtens deze opdracht voor niet
harmonische waarden praktisch afgesloten zoals bij een posthypnotisch bevel de tegenwerking
in vele gevallen omgaan wordt of eenvoudig niet bemerkt. Men heeft deze drang en als
natuurlijk vervult men deze. Op dezelfde wijze reageert dus die geest. Zij wordt nu bij de
vervulling geholpen door alle geest, die met haar streven een is. Deze wordt meestal dan in
een enkele persoon of in enkele personen kenbaar voor die geest en brengt heel vaak een
verandering in de taak zelve teweeg. De hoofdzaak, de essence van de zaak blijft natuurlijk
volgens de wilsbepaling. Maar er wordt a.h.w. een andere draai aan gegeven.
B.v. Een posthypnotisch bevel is een doek oprapen. Door de persoon op het juiste ogenblik
van het in werking treden te brengen bij een beeldje, dat met een doek bedekt is, wordt de
eenvoudige handeling in de onthulling van een beeld veranderd. Op deze wijze krijgt dus de
persoon a.h.w. de gelegenheid de gestelde opdracht, de gestelde wil, zo goed en nuttig
mogelijk uit te voeren, dank zij de sympathische werking tussen hem en allen, die harmonisch
zijn met zijn streven. De herinnering hieraan keert zelden of nooit tot de stof terug. Wat echter
wel terugkeert is de ervaring, door wijzigingen in het voornemen ontstaan. De verandering van
impuls, door de bevriende geest veroorzaakt, of de wijziging van richting van de impuls, wordt
in het onderbewustzijn vastgelegd en beïnvloedt alle hiermee in verband staande stoffelijke
zowel als geestelijke handelingen en zelfs latere voornemens, aan de hand van een associatie
met deze in het onderbewuste verborgen factor. Dit is het feitelijk geheel. Zijn er nog meer
vragen?
Wanneer zo’n opdracht gegeven wordt aan een persoon en die opdracht is volkomen in
strijd met de gevoelens van die persoon, dan zal die persoon die opdracht toch niet
uitvoeren?
We gaan hier afdwalen, Het ging hier n.l. over een opdracht, die men zichzelve geeft (dus
volgens stoffelijk bewustzijn)voor handelingen in een niet stoffelijke sfeer (b.v. op astraal
gebied). T.a.v. uw vraag kan ik opmerken, dat indien een hypnotisch bevel met voldoende
kracht wordt gegeven en voldoende strijdig is met de persoon zelve, deze als enige oplossing
vaak ophoudt te leven. De strijd wordt te groot en brengt een hartcollaps tot stand. Dat is het
uiterste. Wanneer een bevel strijdig is, maar omgaan kan worden door de handeling op
onbetekenende wijze te verrichten, dan zal dat vaak gebeuren. Voorbeeld Een hypnotisch
bevel met post hypnotische werking om een mens neer te steken met een mes. Op dat
ogenblik waar de mens geen moordenaar is en die niet wenst en toch een vervulling
noodzakelijk blijkt kan het b.v. spelen met een kind of vriend, waarbij desnoods zonder mes of
met een imitatiemes de handeling symbolisch wordt voltrokken en daardoor de spanning en
het bevel worden opgelost. Dit komt dus ook voor.
Een ander voorbeeld U beveelt iemand een bepaalde tijd na het beëindigen van de hypnose
voor u te knielen. Die mens is trots en wil niet voor u knielen. In 9 van de 10 gevallen zal hij
iets laten vallen in uw buurt en daardoor op een knie zinkende dit kunnen oprapen en zo
zonder enige kwetsing van zijn eigen gevoelens de opdracht zover mogelijk volvoeren. Ik hoop
dat dit voldoende is.
Zijn er t.a.v. de materie, hier behandeld, verder geen vragen te stellen? Dan wordt het tijd
voor de laatste spreker.
Maar ik zou mij wel willen verstouten nog de volgende opmerking te maken ook gezien de
conversatie, die u met onze sprekers hebt gehad op beide vorige bijeenkomsten dat u zelfs het
geheel van de materie uit de eerste les allen goed begrijpt en verstaat. Ik zou u de raad willen
geven deze eerste les en de les van hedenavond na te lezen en de voor u onduidelijke punten
te noteren, zo kort mogelijk en zo goed mogelijk omschreven, zodat u een volgende maal van
de gelegenheid tot vraagstelling tot aller nut gebruik kunt maken, ook vanuit uw eigen
gezichtspunt i.v.m. uw eigen moeilijkheden. Ik dank u voor uw aandacht.
o-o-o-o-o

Het principe van meerdere werelden
71
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

BEELD VAN GOD
Wanneer ik mij zoek een beeld te vormen van God, Die in mij leeft, dan voel ik mijn eigen
onvolkomenheid sterk aan. In mij leven gedachten, die verdergaan dan het beeld, dat
ontstaat. Ik zoek naar een beeld, waarin het heelal zal zijn uitgebeeld, omschreven met alle
werkingen. En ik kom vaak niet verder dan een sterrenhemel met wat lichten, of een zon die
door haar licht leven geeft en een paar planeten. En ik vraag mij af of dit dan mijn beeld van
God wel werkelijk kan zijn. Want theoretisch leg ik er zoveel meer begrippen in, theoretisch
zoek ik zoveel verder. Maar als ik eerlijk wil zijn, moet ik toegeven: dit beeld is míjn
werkelijkheid. De rest is theorie, daar kan ik over praten, maar het leeft nog niet in mij, het is
nog geen werkelijk deel van mij. Het zijn alle maal mooie gedachtegangen, maar het is niet
mijn eigen wezen. Maar dat, wat ik mij kan voorstellen, ook al is het maar een enkele ster, dat
is voor mij het beeld van God.
Zoals ieder mens op zijn eigen wijze God ziet, zo droomt ook de geest van haar God. Zoals de
mens een beeld heeft van de Godheid, zo heeft de geest haar eigen beeld. Zoals voor u ieder
dat beeld verschillend zal zijn, zo is dat voor ons verschillend. Het is voor mij moeilijk om over
het beeld van God te spreken, dat een ander kent. Maar misschien, misschien kan ik u iets
geven van mijn eigen beeld. En als u het begrijpt al is het maar als een theorie zal het u
misschien dichter brengen bij het erkennen van het beeld Gods, zoals het in u woont en het
aanvaarden.
Als ik denk aan God, dan denk ik aan duisternis. Duisternis, waarin niets is buiten een
speldenpunt van licht. Maar die speldenpunt heeft een stralende kracht, groot, scherp, sterk.
Al het licht van duizend zonnen in een straal zo dun, dat ze zonder meer door een haar kan
worden geleid. En dan zie ik die straal licht voort durend bewegen, een wervelend draaien door
het duister heen.
En ik zie hoe het vormen aftast en hoe in de weerkaatsing van dit felle licht steeds weer
nieuwe delen van het Al voor mij zichtbaar worden. Maar ik kan ze niet onthouden, het gaat
mij te vlug. Ik kan het niet bijhouden, die razende volgorde van verschijnselen.
Ik kan mij niet goed realiseren wat er gaande is. Ik zie alleen die beweging, Ik zie ook dat ze
regelmatig is en toch niet onbeheerst. En dan denk ik mij mijn God als een licht zonder meer.
Zo’n felle puntige lichtstraal, die weet, die alles kent wat in het duister ligt en die mij steeds
weer delen ervan onthult, tot ik als Tantalus niet meer weet waarheen ik moet kijken, niet
meer weet of ik eerst mijn eigen ogenblik van licht zal genieten of ondergaan in het licht, dat
ik elders zie.
En dan ja, het klinkt u misschien te dwaas, misschien te vreemd, maar dan krijg ik voor mij de
illusie zo dadelijk komt die straal bij mij in de buurt. De straal is zo scherp, zo vast omlijnd,
dat ze is als een touwladder. Ik kan naar het licht toe klimmen.
Tot nog toe heb ik altijd weer mis gegrepen, maar ik heb het gevoel: eens zal ik dit licht als
een tastbaar iets kunnen pakken. En wanneer ik dat heb, zal ik alles kennen, want dan zal ik
met dat licht mee alles aftasten en misschien dat ik zelfs zal weten waar alles ligt, waar alles
zit. Zeker ben ik er natuurlijk niet van.
Maar ja, in ieder leeft een beeld van God en ieder denkt het op zijn manier. Per slot van
rekening: dit is nu mijn beeld. Een ander ziet het misschien als een enorm beeld ergens in een
tempel of erkent het als een geheimzinnige stem, die ergens een geheimzinnig woord spreekt.
Iedereen heeft zijn eigen beeld van God en ik geloof niet dat een van ons het mis kan hebben.
Want als ik denk aan die lichtbundel, dan heb ik zo het idee, dat de meesten van ons niet dat
licht zien, maar zien, wat er op een ogenblik onthuld wordt. Dat licht is zo fel, dat zo’n moment
van leven in het duister zich vastbrandt als op het netvlies dat het als een schaduw blijft
voortbestaan, als dat licht al lang verder is. Dan zeggen wij: dat is God. En het is waar, want
het is God. Die het onthult, het is door God, dat het bestaan mogelijk wordt, het erkennen
mogelijk wordt. Het lijkt zo dwaas God als een houten beeld, God als een kosmische macht en
het is allebei waar.

Het principe van meerdere werelden
72
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 december 1959
Les 4 – Het principe van meerdere werelden

Een beeld van je God te maken is haast onbegonnen werk, als je elk concept van God daarin
mee verwerken en vervlechten wilt. En daarom, vrienden, is mijn opinie: Als je naar een beeld
van God zoekt, schaam je dan niet voor de eenvoud van het beeld, dat in je woont, maar
probeer steeds weer te beseffen, waar het beeld vandaan komt. Natuurlijk, daar komt mijn
eigen Godsconcept weer op de voorgrond, ik weet het wel. Maar als wij ons steeds afvragen
waar komt mij dit beeld vandaan? Terwijl wij het accepteren, ach, dan moet er een ogenblik
zijn, dat wij zeggen: Kijk, het is dat licht, het is deze wijze van beleving, waardoor dit God
voor mij is. En dan aan die wijze van beleving vast te houden, dan vinden wij het heelal.
De theorie is zo mooi God is in alle dingen. Hij is de schepper en is al het geschapene. Hij is
licht en duisternis, leven en dood. Want alle dingen zijn in Hem en zonder Hem is niets. Het
klinkt mooi, je kunt het geloven en je kunt het er mee eens zijn, maar je kunt het je niet
voorstellen. Maar het beeld dat in ons leeft zal wel naar onze gedachten kunnen toegroeien,
langzaam en zeker wanneer wij tenminste datgene, wat wij als beeld Gods erkennen in. onze
gedachten, omzetten in een praktijk, zodat het deel wordt van ons leven. Want het beeld van
God, dat wij in ons dragen is het resultaat van onze eigen angsten, onze eigen begeerten en
onze eigen daden. Niet van de kosmische werkelijkheid. Het is het verschijnsel. Het is de
vrucht. Staat er niet geschreven, dat je aan de vrucht de boom zult kennen?
Schaam je niet voor een eenvoudig beeld van God. Maar beleef het zo intens je kunt. En breng
alles wat je meent te erkennen over God in de praktijk. Totdat dat beeld helderder en
zuiverder wordt, totdat je de oorzaak ervan beseft en zo ingaat in de werkelijkheid.
Dit is mijn idee, vrienden. Het is misschien geen schoon woord, maar het is mijn benadering
van de waarheid, zo goed als ik ze u geven kan. Schaam u niet aan uw God te denken.
Beschouw het niet als tijdverprutserij of nutteloos. Want geloof mij, naarmate je meer beseft
wat de Kracht is, die je drijft, die je voortbeweegt, zul je intenser één zijn met het zijnde en de
wetten en de waarheid ervan kennen. En dan komt dat beeld van God, dat je misschien graag
zou willen hebben, vanzelf. Maar als je probeert boven je stand te leven in dat opzicht, ben je
geestelijk een parvenu en dan word je in de beste geestelijke kringen niet ontvangen.
Goedenavond.

Het principe van meerdere werelden
73
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

Nummer 5.
Esoterische Kring
12 Januari 1960.
Goedenavond, vrienden.
We zullen vandaag zo snel mogelijk terzake gaan komen. Wilt u de onduidelijkheden uit de
vorige verslagen zo kort en helder mogelijk naar voren brengen?
In les 1 hebt u het over de aap en het stokje, met als verklaring daarvan visie, inzicht en
bezit. Bedoelt u met het bezit de oude waarden, die je langzamerhand moet loslaten om
naar de nieuwe over te schakelen?
Neen. De mens is geschapen als een zeer buitengewoon wezen. Het is een wezen, waarvan wij
kunnen zeggen dat het in twee werelden tegelijk leeft, ook al beseft het dat zelve niet. De
mens kan alles wat hij aanschouwt zich eigen maken op een onvervreemdbare wijze. Dat is
echter niet het bezit van het beperkte “ik” maar van de kosmos, waarin het “ik” daarover
echter de volledige beschikking heeft. Dit is dus de visie, het beschouwen, het kennen. De
andere wijze van bezit is pogen iets voor het “ik” te reserveren, het aan het “ik” alleen toe te
kennen en anderen dus bezit of zelfs gebruik daarvan te weigeren. Wanneer dit ontstaat, heb-
ben wij te maken met een beperkt bezitsbegrip, waardoor de persoon zelve nooit in de
essence van hetgeen hij wenst te bezitten kan doordringen en als zodanig hoogstens een
gebruikswaarde daarvan krijgt, maar nooit een voldoende inzicht om daarvan ook een
kosmisch bezit te maken, dus een voortdurend deelgenootschap, dat buiten de tijdsgrens ligt.
Is dit voldoende?
In dezelfde les in ongeveer hetzelfde gedeelte gaat het over de tegenstellingen. Daar
bedoelt u dus niet mee de tegenstelling, die wij hier normaal kennen (hoog, laag enz.)
maar tegenstellingen van waarden. Je moet je bewegen tussen de tegenstellingen. Zijn
deze tegenstellingen op een grotere wijze bedoeld dan wij het hier als normaal zien?
Ja. Deze cursus is esoterisch en in de esoterie nemen wij dus aan dat de grote tegenstellingen
zijn de beperkingen, waarbinnen de schepping geopenbaard is. Om een paar te noemen: licht
en duister. De concepten goed en kwaad, de concepten God en duivel en wat daar verder
bijhoort zijn de begrenzing van onze voorstelbare wereld. Wij begeven ons binnen die wereld
en kunnen ons nooit buiten deze tegenstellingen gaan plaatsen. Wanneer wij ons tot één
bepaald beeld wenden, zonder ons te realiseren dat het andere daarmede in voortdurend
evenwicht aanwezig is (zoals u trouwens in de les vindt uitgedrukt.) dan komen wij tot een
eenzijdigheid van beschouwing, waarbij a.h.w. de dimensie "God" verloren gaat in onze
beschouwing van de kosmos en wij als zodanig nooit kunnen komen tot een extensie van ons
eigen wezen op een voor onszelf aanvaardbare wijze.

U hebt het de vorige keer gehad over absolute communicatie met het “ik” . Algehele
ontspanning enz.(zie vorige les) Wat verstaat u daaronder?
Kent u de geschiedenis van de aapjes? (horen, zien en zwijgen). Dat is dus vermindering van
bewustzijnswaarden in de stof oftewel een zodanige verhoging van bewustzijnsdrempel, dat er
geen sprake is van enigerlei storing of benadering door onmiddellijke invloeden uit de
omgeving en het lichaam op den duur zelfs totaal ongevoelig wordt gemaakt voor elke zuiver
lichamelijke prikkel, die niet meer aan het bewustzijn en het denkvermogen wordt
overgedragen.

Slaap of rust is een zekere vorm van zelfsuggestie, waarbij de lichamelijke functies worden
gericht en gestimuleerd voor het begin van de rust en wel voor elke bezigheid, die zij
tijdens de rustperiode zullen uitoefenen.
Dat is een kwestie waarbij u zich misschien even vergist, doordat u denkt dat het bewustzijn
tijdens de slaap actief is. Maar daarvan is geen sprake. U hebt een soort mechanisme in uw
hoofd, waarmee de normale functies van het lichaam worden geregeld. De slaap of sluimering
of droom, waarover hier wordt gesproken, is zoals u weet niet alleen de normale slaap, maar is
zelfs de ultrasnelle algehele ontspanning, die wij kunnen bereiken in zeer korte tijd: uitgerust
zijn binnen enkele minuten i.p.v. binnen enkele uren. Nu zal tijdens de normale slaap door het
De tijd
74
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

lichaam een reeks van handelingen worden verricht. U denkt dat u rust, maar in feite betekent
die rust een omschakeling op andere bezigheden voor het lichaam. Daarbij behoren o.m. het
transport van afvalstoffen. Een opbouw en vernieuwing, die overdag in verminderde mate
voortgaat. De juiste, meer gereguleerde toevoer van bepaalde voedingsstoffen. Zo zijn er
meer te noemen. Al deze factoren tezamen zijn lichamelijke werkzaamheden of bezigheden.
Wanneer wij ons instellen op het feit, dat deze bezigheden zo goed en zo juist mogelijk
moeten geschieden, is het ons mogelijk het tempo daarvan aanmerkelijk te versnellen door
een meer efficiënte werking. Bij de normale slaapperiode van 8 uren is er maar één uur, dat er
werkelijk sprake is van een volledig actief functioneren van al de door mij genoemde functies
in de hiervoor bedoelde zin. Het is dus duidelijk dat wanneer wij deze functies zo kunnen
stimuleren, dat alle bijfuncties wegvallen, het lichaam op zijn eigen houtje zijn eigen energieën
en krachten versterkt en vernieuwt, terwijl de geest rustig elders bezig is.
Contemplatie. Tijdens deze belevingen vertoeft de geest in een andere wereld in een ander
continuüm, waarin een andere tijdsverhouding geldt. Indien de geest zich daarvan bewust
kan worden, kan zij, door het kiezen van die werelden, waarin een zeer snelle reactie t.o.v.
die der aarde mogelijk is, in een zeer korte tijd zeer veel beleven en zeer grote activiteiten
volvoeren. Indien de geest zich al van deze werelden bewust is, hoe weten wij dit en hoe
kunnen wij dit gebruiken?
In de eerste plaats zal de geest in doorsnee een groot gedeelte van deze continua in zichzelf
beheersen. De geest behoort tot verschillende werelden en heeft voor elk daarvan een voer-
tuig. (Ik zou u tot de voorgaande lessen daarover en ook tot de G.G.S. van het vorig jaar
willen verwijzen, waarin dit alles uitvoerig staat beschreven.) Wanneer wij nu vanuit een
stoffelijk bewustzijn en streven de wilsuiting hebben (wil is het belangrijkste dat er bestaat!)
om ons te richten tot een bepaald continuüm, met een bepaalde bedoeling, dan krijgen wij een
soort automatische selectie, waar de geest - bevestigend wat de stof zegt - dit continuüm
kiest. Overigens is het misschien beter, wanneer ik dit nog even verduidelijk wat betreft de
tijd.
Wat u hebt aan tijd is een kwestie van momenten. Laten we zeggen: er zijn seconden. In deze
tijd kan iedereen reizen, maar niemand reist sneller dan 60 min. per uur. Dat is uw reis door
de tijd. Stel nu echter, dat daarnaast een wereld ligt, waarbij de persoonlijke inhoud van één
moment vertienvoudigd is, dan wordt een uur in 6 minuten afgelegd. D.w.z. de totaliteit van
indruksmogelijkheden, die normaal op uw wereld bestaan in een uur, bestaan daar in 6 min. Er
zijn zelfs van dergelijke continua, waarin gesproken wordt van het 1000-voudige. En er is één
wereld, waarin wij spreken van een oneindige versterking, waarbij de ervaring zo enorm is, dat
zij ongetelde miljoenen jaren van bestaan ineens kan omvatten. (Deze laatste wereld wordt
door de mens en ook door de geest over het algemeen niet zo gemakkelijk bereikt.). Met deze
tijdseenheden wordt nu dus bedoeld: ervaring.
De tijd, die u doormaakt, is in zekere zin persoonlijk. U leeft op het ogenblik in een stoffelijke
vorm. U hebt u dus aangepast bij de algemeen geldende belevingsnormen en - geleid door het
idee van een vaste tijd - bindt u uw eigen bewustwording daaraan. Zoudt u zich daarvan niet
bewust zijn, dan zou van een grote onregelmatigheid qua bewustzijn binnen de z.g. stoffelijke
tijd sprake zijn. Er zou dus een sterk fluctuerende persoonlijke tijd optreden met
aanmerkelijke vertragingen en versnellingen t.o.v, de aardetijd. In een continuüm echter,
waarin u niet bewust leeft als mens, waarin u ook als geest niet voortdurend vertoeft, bestaat
een dergelijke beperking aan de hand van de wereld niet. Het resultaat is, dat - zelfs indien ik
de verhouding uur = 6 minuten in een wereld heb - de geest door de uitschakeling van alle
voor haar onnutte tijdsmomenten zelfs dan nog haar bewustwording volgens de norm van die
wereld kan versnellen.
Ik begrijp iets niet. U spreekt over projecteren van ruimte. In de eerste plaats vraag ik:
waarin of waarop? En in de tweede plaats: wat wordt er geprojecteerd?
Elke projectie van ruimte is een voorstellingsvermogen oftewel een illusie, welke gevuld kan
worden met een aantal krachtlijnen van tenminste drie elkaar snijdende onder een hoek van
90°.
De tijd
75
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

Maar het begrip ruimte hebben wij toch helemaal niet nodig? Wanneer ik het begrip
energie heb, dat alles omvat, dan is de ruimte eenvoudig een denkvorm voor mij, die
eigenlijk geen zin heeft want als ik geen energie heb, heb ik geen ruimte nodig. M.a.w. al
de dingen die u gezegd hebt t.a.v. verschillende tijdsbelevingen, dat zijn m.i. verschillende
modaliteiten van energie en dan kunnen wij het begrip ruimte wel weglaten.
Dat ben ik direct met u eens. Per slot van rekening hebben wij de zonnekracht, de zonne-
energie. Waarom zouden wij dan nog gaan spreken over transformators en elektrische
lampen? Neem die zon en je bent klaar. Maar doe het maar eens. En daarin schuilt nu juist de
grote moeilijkheid. U kunt wel zeggen? Ach, die ruimte ....als we energie hebben, dan zijn we
klaar. Maar dat is niet zo. Want wij kunnen ons de energie niet voorstellen in haar feitelijke
wezen. Wij kunnen energie niet zien voor wat ze is. Energie wordt voor ons kenbaar door haar
werkingen. En dientengevolge hebben we een ruimte nodig, waarin die werking kenbaar kan
worden, zodat het project - zelfs het gefantaseerde project desnoods van een ruimte, dus de
zuivere voorstelling pur soi zonder enige realiteit - noodzakelijk is om tot een concept te konen
van een werking van kracht.
Maar die ruimte kun je je toch nooit voorstellen?
U kunt u geen ruimte voorstellen? Maar als u dat niet zoudt kunnen, dan vraag ik mij af, hoe u
hier leeft.
Op de gewone wijze, zoals u vroeger gedaan hebt.
U leeft op het ogenblik en u zegt, dat u geen ruimtelijk concept hebt. Maar over het algemeen
zijn alle voorstellingen en alle redeneringen - zelfs uw woordvoorstellingen - steeds weer
vervlochten met en gebaseerd op de driedimensionale verhouding, waaruit uw
bewustwordingsmogelijkheid en uw realiteit voortkomen. Het resultaat is dat u misschien
meent die ruimte te kunnen verwerpen, maar dat u zelfs terwijl u dit doet het verwerpen
daarvan nog baseert op ruimtelijke verhoudingen. Gaat u het zelf maar eens na.
Ik heb er een poos over nagedacht in de afgelopen weken, maar ik ben tot de conclusie
gekomen dat ik bij mijn denken de ruimte kan verwaarlozen. Dat ik alleen maar met
energie te maken heb, die in verschillende modaliteiten voorkomt en waar dan om onszelf
een beetje steun te geven het begrip ruimte aan hechten. Maar nodig heb ik het niet. Want
als er geen gebeurtenissen zijn, dus geen energie, dan heb ik toch geen ruimte nodig?
Als u dat nu werkelijk zoudt menen, wérkelijk, dus niet alleen denken maar u zoudt het
kunnen doen, weet u wat ik dan zou doen? Ik zou zeggen: "Meester, zet u hier, want dan kunt
u meer dan ik."
Maar het is eenvoudig een denkproces. Het is geen kwestie van doen. Ik heb het
overwogen.
Denken zonder meer, zolang dat abstract blijft en niet omzetbaar is in een voor ons
hanteerbare realiteit, heeft geen zin. We moeten altijd, ook met de esoterie (neemt u mij niet
kwalijk, het is niet de bedoeling een terechtwijzing te geven, want het geldt voor vele anderen
evenzeer) ergens terechtkomen, waar wijzelf kunnen werken, waar wijzelf kunnen streven. U
hebt er niets aan, als ik u een theorie opbouw, die u fantastisch mooi vindt, vol met abstracte
vaagheden, waar u uw hele leven lang over kunt denken maar nooit iets mee kunt doen. Dan
kunt u misschien zeggen: "het is mooi", en ik kan mij dat indenken. Maar zolang u er niet dát
mee kunt doen, is het niets waard voor u. Dan is het geen deel van uw feitelijke
bewustwording en het helpt u geen steek verder. Vandaar dat ik hier dus sta op het feit, dat
wij in al onze denkprocessen - het is goed omdat even vast te leggen, ook binnen de
esoterische cursus - moeten proberen te blijven in een reëel en hanteerbaar vlak. En wanneer
dat niet mogelijk is bij bepaalde gegevens uit onze lezing, dan vraagt u hoe we die in een
hanteerbaar vlak kunnen zetten. Blijkt dat niet mogelijk, dan verwaarloost u ze. Dan zijn ze
voor óns hanteerbaar maar voor u niet.
Alleen datgene wat in de mens uitvloeit - niet slechts uit het abstracte denken (dus het
theoretisch denken) maar daarnaast uit het geestelijk ervaren, het stoffelijk ervaren, het
stoffelijk denken en het stoffelijk verwerken - heeft voor zijn bewustwording een werkelijke
betekenis. Het is voor elk wezen, ongeacht in welke wereld het vertoeft, onmogelijk tot een
uitbreiding van bewustzijn te komen, indien deze uitbreiding niet gelijktijdig een omstelling
De tijd
76
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

van eigen wezen en eigen gedrag met zich kan brengen en als zodanig de ontwikkeling dus
metterdaad zowel als in concept kan uitdrukken. Het is niet nodig elk gedachteconcept volledig
te verwerkelijken, maar het is wel nodig dat in het leven steeds delen daarvan verwerkelijkt
worden, opdat men uit die delen een voldoende vastlegging van het geheel binnen het “ik”
verkrijgt plus een overzicht van de hanteerbaarheid van het geheel.
Op het ogenblik dat u zegt: "Wij behoeven niet meer met tijd te werken en wij behoeven niet
meer met ruimte te werken: alles wat we nodig hebben, is een concept van energie," dan doet
u precies hetzelfde als wanneer u zegt: "We behoeven dadelijk niet naar huis te lopen, want
wij denken er ons heen." Wat evenzeer mogelijk is, maar niet voor u op dit ogenblik.
Dientengevolge zult ge uw beentjes moeten gebruiken, ongeacht het feit dat uiteindelijk het
spreken over modaliteiten van energie juist is. En dan kunt u er "modaliteiten" nog aflaten,
want het zijn eigenlijk geen modaliteiten van energie: het zijn verschillende energieconcepten,
die in ons optreden, dus de energie op zichzelf blijft nog gelijk. Want dan kunnen we net zo
goed gaan zeggen: "We houden ons alleen met de energie bezig en de rest telt niet." Maar dan
komen we nergens. We moeten zeggen:"We hebben nodig een concept, dat voldoende
ruimtelijk in tijd - ja, zelfs in persoonlijke waarde kan worden uitgedrukt - dat het voor ons
een overzichtelijkheid, een hanteerbaarheid en een uitvoerbaarheid krijgt," Het is niet nodig
dat u onmiddellijk naar beneden loopt en dat u onmiddellijk hier of daar naar toe gaat, naar
Regina of naar de Kroon desnoods of naar de kerk, dat is helemaal niet nodig, u kunt rustig
blijven zitten. Maar om u te bewegen in deze wereld en te kunnen bewegen is het noodzakelijk
dat u die bekwaamheid bezit. En dat geldt voor elke geestelijke wereld.
Aan de hand van het gelijksoortig bewustzijn van hen, die rond ons zijn, kunnen we ons
een aantal vaste vlakken stellen, waarop we kunnen beleven. Wilt u dit met een voorbeeld
verduidelijken?
Op het ogenblik dat ik mij kan uitdrukken op een wijze, die voor u benaderbaar is en voor u
begrijpelijk, vloeit hieruit voort, dat in mijn bewustzijnswereld een hoeveelheid van het weten,
het beleven en het denken voor u bevattelijk moet zijn. Het ressorteert onder andere energie
en andere waarden dan de uwe: de uitingsvorm is een andere. Maar er zijn voldoende
gemeenschappelijke factoren aan te wijzen om te zeggen: hier is een vlak. Wij hebben hier
een gemeenschappelijk vlak. Daarnaast hebt u een zuiver stoffelijk vlak en wij ons zuiver
geestelijk vlak. Vanuit de benadering (het ons bindende dus) kunt u overgaan tot de beleving
van ons vlak of niveau van bestaan, maar evenzeer tot het vlak of niveau van alle geestelijk
bestaan rond u, dat - op een andere wijze georganiseerd, denkend of levend, vertoevend in
een andere sfeer - met u een zekere bewustzijnsgraad of norm gelijk heeft.

U sprak over wezens, die op elk niveau leven. Deze wezens kunnen ons bedreigen en/of
belagen. Is dat alleen een concentratie of is dat ook mogelijk, in het dagelijks leven?
In concentratie is het gevaar - gezien de shockwaarde, die kan optreden - groter. Maar ook in
het dagelijks leven is dit mogelijk. Ik zal proberen duidelijk te maken waarom. Wanneer een
wezen u haat en het ziet kans u blind te houden voor een bepaald gevaar, b.v. voor een
drempeltje, dan struikelt u daarover misschien en u valt. Dat vallen is het gevaar. Een op
zichzelf onbelangrijke afleiding is dus even belangrijk als de val, die erdoor tot stand komt.
Stel nu dat er vele wezens zijn, die om de een of andere reden in de mens niet zoeken naar de
bewustwording, de bevrijding, het licht, maar - om een voorbeeld te geven - zich willen
verlustigen in het lijden van de mensheid die ze haten, zich willen voeden met de kracht van
een mensheid, waarvan zij zich nog niet vrij kunnen maken, dan kunnen zij dus condities
scheppen gedurende elke willekeurige tijd, die u zouden verleiden tot het afgeven van die
kracht, of die u een bepaald leed zouden kunnen toevoegen. Zij hebben daarbij natuurlijk te
rekenen in hun wereld met de hinderpalen, die vanuit onze wereld daarvoor bestaan. Dat is de
geestelijke strijd tussen licht en duister, waarover zo vaak wordt gesproken. Maar wanneer u
in concentratie bent, dan bent u plotseling veel vatbaarder geworden, omdat tijdens deze
concentratie uw eigen bewustzijn zich zeer scherp in een bepaalde wereld beweegt. Het
grootste gedeelte van uw levenskracht en energie is in die wereld is op een betrekkelijk klein
punt samengebracht. Verder is aan te nemen dat u in die wereld niet voldoende bekwaamheid
De tijd
77
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

heeft om u te verdedigen, u voortdurend af te schermen, of te begrijpen welke mogelijkheden
er voor u bestaan. Het gevolg is een onverwachte aanval van een gelijksoortige kracht zelfs in
staat is een zeer grote schade toe te brengen of een groot deel van uw levensenergieën te
roven. Het is zelfs mogelijk dat een dergelijke shockwerking de dood ten gevolge heeft.
Is men dan niet op de een of andere manier te beschermen?
Zoals ik reeds heb gezegd is dat in principe niet mogelijk, tenzij u voldoende bewustzijn en
kennis hebt van die sfeer. Een ander kan je helpen, een ander kan proberen je te helpen en te
beschermen, maar dan hangt het van de waakzaamheid van die ander af. Het is dus niet met
zekerheid te zeggen dat een absolute bescherming daartegen te vinden is. Wanneer wij hier
werken, is er ook een dergelijke bescherming o.m. voor het medium aanwezig: en wij kunnen
rekenen, dat die bescherming voor ongeveer 95 of 96% betrouwbaar is, maar er blijft altijd
4% risico.
Maar komen er ook wezens uit hogere maar negatieve sferen?
Ja, als u negatief ook hoger wilt gaan noemen, natuurlijk. Maar negatief hoger is lager. Dus wij
zeggen dan: uit de laagste of lagere sferen. Dit heeft niet met de plaats te naken zoals u weet,
maar alleen met het bewustzijn en het streven, dat daarin bestaat. Je kunt laagste sferen
definiëren als: streven naar chaos, in zich verterend en vernietigend en hoogste sferen als
absolute vorming en bewustzijn van vorming, uit zich scheppend en herscheppend. Die lage
sferen kennen natuurlijk evenzeer krachtige figuren als de hoge sferen. Maar hun geaardheid
en instelling is zodanig tegengesteld, dat het erg moeilijk valt daartussen nog een vergelijking
te maken.
Is voor een hoge geestelijke bereiking een vegetarisch leven wenselijk?
Dat is ten zeerste afhankelijk van uw eigen lichamelijke conditie. Zo vreemd als het klinkt en
hoe vaak als het wordt vermeden, verdraaid of veranderd door degenen, die bepaalde
esoterie- of geheimscholen leren, moet in de eerste plaats worden gesteld, dat het belangrijk
is, dat u zich lichamelijk gezond en prettig mogelijk voelt. Dat u zoveel mogelijk in staat bent
de vreugden van het ogenblik inderdaad te beleven (Ik bedoel de werkelijke vreugden, niet de
namaakvreugden.) U moet dus in de eerste plaats in staat zijn om a.h.w. harmonisch te zijn.
Kunt u dat niet zonder biefstuk, dan is vegetarisme voor u vanuit geestelijk standpunt een
misdaad. Maar hebt u geen behoefte aan dierlijk voedsel en wilt u dus van de voordelen
gebruik maken, die een grotendeels plantaardige voeding voor u kan hebben, dan heeft het
gematigd vegetarisme een zekere voorkeur. En het kan die voorkeur alleen hebben, omdat het
menselijk lichaam in staat is plantaardige producten ver genoeg te ontbinden, terwijl genoeg
voorbereide (dus reeds voor vertering ten dele klaargemaakte plantaardige producten) voor de
mens bereikbaar zijn. Zou de mens ineens van directe rauwe plantenkost moeten leven, dus
alleen rauwkost zonder meer, dan zou hij ofwel zoveel tijd aan zijn eten moeten besteden dat
er niets anders overbleef, dan wel zou hij lichamelijk in enige moeilijkheden komen. Niet van
veerkracht maar van afwijkingen, die in het lichaam kunnen ontstaan: weefselmoeilijkheden,
vermoeidheid, prikkelbaarheid enz.
De kwestie van de minderwaardigheid. Kan uw betoog hierover aldus worden samengevat:
de geslaagde overcompensatie, waardoor deze zichzelf overbodig maakt?
Een overcompensatie die slaagt verkeert in haar tegendeel, althans uiterlijk. Er kan dus nooit
sprake zijn van een geslaagde overcompensatie, maar slechts van een zo volledige
compensatie, dat door de compensatie zelf de kwaal volledig uit het bewustzijn verdwijnt en
als zodanig geen deel meer daarvan uitmaakt.
U hebt in de eerste lezing het symbool van de waaier gebruikt. Hebt u dat alleen gedaan
omdat uit het onderling bewegen van twee velden de schepping ontstaat?
Daar zit nog wel iets meer bij, maar dat zou nu te ver voeren. De waaier is n.l. een tamelijk
ingewikkeld symbool, omdat het ontleend kan worden aan bepaalde oosterse geheimscholen
en daarbij niet alleen de schepping en de beweging van velden onderling aangeeft maar
bovendien ook nog de wisseling van beeld, de verandering van links naar rechts, de spiegeling
der sferen en de verhouding microkosmos en macrokosmos: Het is tamelijk ingewikkeld. Mag
ik aannemen dat wij de belangrijke punten gehad hebben?
Over:
De tijd
78
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

DE TIJD

heb ik al iets meer gezegd, zoals u gemerkt hebt. De kwestie van tijd is voor ons n.l. zeer
belangrijk. In de esoterie zullen wij over het algemeen zeer gehinderd worden door ons
tijdsbewustzijn, zoals dat aan de stof is gebonden. De doorsneemens leert slechts zeer moeilijk
dat zijn eigen vermogen tot prestatie, zijn eigen vermogen tot denken e.d. door ontspanning,
innerlijke vrijheid, vrijheid van ergernis e.d. aanmerkelijk bevorderd kunnen worden. Wanneer
u goed gezind bent, veerkrachtig en uitgerust, dan kunt u in een half uur tijd over het
algemeen dezelfde hoeveelheid arbeid verzetten, die een vermoeid man met dezelfde
accuratesse in ongeveer een uur verzet. D.w.z. dat een half uur winst is te maken. Dit half uur
winst echter, verspild aan eenvoudig rusten, zou een groot bezwaar zijn. Wij zouden dus
moeten zorgen dat dat halve uur op een andere manier bruikbaar wordt, b.v. voor geestelijke
oefeningen, waarbij - zoals we de vorige maal reeds behandeld hebben - het lichaam een
aanmerkelijke ontspanning en zelfs regeneratie zou kunnen ondergaan.
Nu stellen wij dit: Wanneer wij voor bepaalde geestelijke oefeningen tijd vrij nemen, dan
mogen wij deze geestelijke oefeningen b.v. nooit definiëren als studie. Dat ligt daarbuiten.
Maar een concentratieoefening, een poging tot innerlijke ontspanning: bewustwording van het
Allerhoogste en al wat daarbij hoort, kan te allen tijde geschieden, indien wij daaraan geen
stoffelijke tijdslimiet opleggen. Dit is ook niet noodzakelijk, omdat wij - tenzij wij natuurlijk
directe verplichtingen hebben en dan beginnen wij er niet eens aan - altijd weer de
mogelijkheid hebben uit de gewonnen energie de verloren tijd aanmerkelijk in te halen. U kunt
door gebruik te maken van uw ontspanningsmethode dus uw eigen productiviteit, uw eigen
vermogen tot snel besluiten en handelen, aanmerkelijk vergroten. Stoffelijk is dat niet van zo
groot belang. Esoterisch gezien echter wordt het wel van belang, omdat wij daardoor zonder
het gevoel van stoffelijke schade of van opoffering (die schadelijk zijn voor de ethische
bewustwording van de mens) tijd overhouden om te komen tot een verrijking van innerlijke
contacten en een vergroting van geestelijke werkingen in het stoffelijk leven.
Ik wil u hierbij waarschuwen - ofschoon dat misschien vreemd klinkt - voor sommige
gedachtegangen, die juist bij de esoterische bewustwording zeer schadelijk zijn. De eerste is:
ik breng een offer. Ook het feitelijke offer mag nooit als een werkelijk offer worden gezien door
de persoon, die het brengt. Want daarin wordt het afgebogen tot een ik-verheerlijking. Elke ik-
verheerlijking is een afsluiting van het “ik” t.o.v. het groot-kosmisch IK, waarin wij allen leven.
Wanneer u dus vriendelijk bent tegenover een ander, ofschoon het u moeite kost en u zegt
tegen uzelf "dat is een offer", dan helpt u dat niets. Dan hebt u er helemaal geen goede daad
mee gedaan, u hebt er geen enkele schrede ter verdere bewustwording mee kunnen zetten.
Maar op het ogenblik dat u stelt "het is mijn plicht (dus niet, het is een offer) het is natuurlijk,
want er is een zekere band, waardoor ik verplicht ben deze mens te dulden en aan te horen",
dan komt daaruit een vergroting van ik-begrip en zo een vergroting van kosmische waarden.
Kunt u dat vatten?
Op het ogenblik dat ik tot een aanvaarding kom - want dat is het in feite - van niet met mij
parallellopende of aan mijn voorstelling beantwoordende elementen in het leven of in de
kosmos, zal ik een deel daarvan in mijzelf als een begrip moeten absorberen. Eerst daardoor is
die aanvaarding mij n.l. mogelijk. Ik breid dus mijn eigen vermogen tot waarnemen uit. In
dergelijke gevallen kan de conversatie met iemand, met wie u een feitelijke tegenstelling bent,
een verdubbeling betekenen van eigen waarneming ofwel een verrijking met de factor 2 van
eigen bewustwording gedurende die periode. Offer als zodanig bestaat dus niet, tenzij als een
poging tot zelfverheerlijking.
Het is voor ons zeer belangrijk, dat wij dit altijd onthouden. Want ook wanneer u uitgaat naar
een andere sfeer, wanneer u leert contact op te nemen met andere werelden, dan zult u met
diezelfde moeilijkheden te maken krijgen. U maakt contact met een geest, die u een meester
noemt, die u hoog vindt. Hoe dit contact tot stand komt, doet er niet toe. Misschien meent u
De tijd
79
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

dat u die geest in u hoort spreken misschien kunt u door een of andere mediamieke kwaliteit
die geest tot uiting brengen of een ander mens is het middel waardoor die geest tot u spreekt,
enz. Dat maakt niets uit. Maar een dergelijke meester brengt u tot de illusie: ik ben een
uitverkorene. Zo wordt het contact met de meester niet meer een verheffing van het ik, een
lering en een bewustwording, maar een zelfverheerlijking."Ik ben zoveel beter dan anderen,
want anders zou mij dit niet worden gegeven.
Die meester geeft mij zoveel kracht, ik ben meer dan een ander. Ik ben een buitengewoon
mens, ik ben een buitengewone geest ? etc." Deze factoren zijn uitermate schadelijk, omdat zij
de aandacht richten op het ik. De aandacht, die wordt gericht op het “ik” als verschillend van
de buitenwereld, is fout.
Daarentegen kan de aandacht ook op het “ik” worden gericht in een positieve zin. In de
positieve zin gebeurt er dit: het “ik” herkent in de buitenwereld zichzelf. Door deze herkenning
wordt het geconfronteerd met de gelijkenis tussen het “ik” en het buiten het “ik” bestaande.
Het zoekt in het “ik” verder en vindt daarin vele waarden, die in de buitenwereld niet zonder
meer zijn geopenbaard. Het zal echter op grond van de eenmaal vaststaande gelijkenissen
onmiddellijk aannemen, dat hetzelfde in de buitenwereld reëel aanwezig moet zijn, ook
wanneer het “ik” het niet herkent. Het resultaat is een samenvloeiing van bekende waarden
van uit de kosmos en het ik, die gezamenlijk worden een bewust deel van het grote Ego, dat
Kosmos heet.
T.a.v. de tijdtheorie zal ik u niet te veel vermoeien op het ogenblik: alleen nog iets over de
persoonlijke tijd. De tijd, die u ziet, is niet een vloed: hij huppelt. Dat klinkt misschien vreemd.
Maar stel u nu voor dat u ten klok hebt, waarbij sprongsgewijs de wijzer van minuut tot
minuut gaat. Dan is er een bepaalde periode gefixeerd op elke minuut, terwijl de tijd verder-
gaat en de wijzer wordt dan verzet naar een volgende minuut. Het tussenliggende is dus
a.h.w. niet gekend, is een fixatie van de vorige toestand. Een mens en een groot gedeelte van
de wezens, die in de wereld leven waarin u bestaat, lijden aan hetzelfde euvel, D.w.z. een
moment blijft in het bewustzijn zolang gefixeerd tot een volgend moment van gelijke waarde
opduikt. De tussenliggende mogelijkheden (de 60 seconden) vallen uit, worden niet
beschouwd, D.w.z. dat wanneer ik op een gegeven ogenblik, laten wij zeggen 1 uur 1 min. en
5 sec, neem als mijn beginpunt en mijn normale tijdsequentie-inhoud, ik dus zal leven in een
werkelijkheid die t.o.v. van de wereld verschoven is. Zij is even reëel, zij bezit echter waarden,
die van de norm reeds sterk afwijken. Is het een dergelijke verschuiving, dan moet ze worden
afgekeurd. Het heeft geen zin dat u buiten de werkelijkheid staat van de wereld, waarin u
leeft, wanneer daarbij geen grotere ervaringsmogelijkheid wordt geboden.
Maar nu kan het zijn, dat u 1.01 begint en dat u 1.01 en 5 sec. en 1.01 en 10 sec. enz, (dus
tussenliggend) ervaringen opdoet. Deze ervaringen kunnen dan niet liggen in uw eigen we-
reldnorm, want daarin bestaat deze tijd niet. Toch beleeft u ze. Het gevolg is dat wij spreken
over een tweede bewustzijnsplan of vlak of ook wel een tweede wereld, die in u ontstaat of
zelfs meerdere werelden. Want aangenomen dat er een wereld is, die springt om de 5 sec.,
dan kan er ook nog één zijn, die springt om de 3 sec. Indien u het klaar speelt elke sec. af te
tikken in uw bewustzijn, zult u een hele reeks van werelden vinden, die elk afzonderlijk
volledig beleefd worden en die toch worden ingepast in de normaliteit van uw eigen bestaan.
Wilt u het woord wereld definiëren?
Als wereld wordt hier verstaan voor u: het normale vlak, waarin u zich beweegt, waarin u
werkt, denkt en handelt, kortom al datgene, wat uw leven uitmaakt en voor u zintuiglijk of via
het bewustzijn onmiddellijk kenbaar is: daarbij kennelijk behorend tot één vlak van ruimtelijke
coördinaten en tijdscoördinaten.
Heeft die ervaring dan bewust plaats?
Ja, die heeft dan bewust plaats.
En is men zich bewust dat men in een andere wereld is?
Daar kom ik nog aan toe.
Wanneer wij dit dus even goed vasthouden, dan kan het leven worden uitgebreid met een
aantal andere werelden of bewustzijnsvlakken. Niet meer als een uitzondering, een uitwijken
De tijd
80
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

van de eigen wereld naar een ander vlak (tijdelijk), maar als een voortdurend in zich dragen
van meer dan één wereld. Het resultaat zal zijn, dat elk van die werelden in een deel van het
bewustzijn een volledig eigen wereldconcept schept. Dat zal u ook duidelijk zijn. De mensheid,
die dergelijke verschijnselen soms meemaakt spreekt wel eens van continue droomwerelden,
omdat droomleven, dagdromen e.d. gezamenlijk een even vloeiend wereldconcept weergeven
als het eigen beleven van de mens, die - ongeacht deze droomwereld - niet abnormaal is of a-
normaal. Wij mogen dus stellen dat deze zich als een soort schijnrealiteit beweegt binnen uw
lichamelijk bestel.
De moeilijkheid daarbij is deze: Het is u praktisch niet mogelijk vanuit stoffelijk standpunt de
realiteit van deze werelden aan te tonen, tenzij door het gebruik dat u maakt van de
voorspellende of krachtsmogelijkheden of denkmogelijkheden, die u in die werelden worden
geboden. Zij blijven dus vanuit uw eigen wereld gezien (deze wereld, waarin u leeft dus, zoals
zojuist gedefinieerd) eigenlijk waan of droom. Maar op zichzelf bezitten zij een volledig reële
waarde. Zij worden evenzeer als een grote reeks invloeden uit uw eigen leven onderbewust
vastgelegd. D.w.z. dat u over herinneringen uit deze andere werelden zult leren beschikken en
in deze herinneringen zeer veel vergelijkingsmateriaal vindt, aangezien het verschil tussen uw
eigen wereld en andere werelden niet zo buitengewoon groot is. Kosmische wetten werken
overal evenzeer. Het ontdekken van een situatie in uw eigen wereld, waarin een kosmische
wet zou functioneren, kan vaak van tevoren overzien of voorspeld worden tot een groot
gedeelte van de details, alleen door het herkennen van een gelijksoortige mogelijkheid, in een
andere wereld beleefd. Ervaring uit elke wereld, die a.h.w. tussen de tijd ligt, kan worden
overgedragen op de wereld, waarin men ogenblikkelijk bestaat, zij het in de zin van parabels,
waaruit een erkenning van mogelijkheden, ontwikkelingen, structuren in eigen wereld
ontstaat. Dat is dus de kwestie van de tijd.
U zult zeggen: "Wij kunnen van deze tussenliggende tijd geen gebruik maken." Een groot
gedeelte van de mensheid doet het ten dele. Hoevelen onder u zijn er niet, die een
permanente dagdroom hebben? Die steeds weer terugkomen op dezelfde droomsequentie? U
zult zeggen?" dat zijn psychische afwijkingen". Neen, dat zijn het niet, althans behoeven het
niet te zijn. Vaak zijn het ziekelijk vertekende beelden van een andere wereld, waarbij men
echter niet een volledig volgen van de tijd krijgt. De secondewijzer blijft steeds steken. Het feit
dat u deze dus reeds halfbewust kunt hebben, het feit dat onderbewust voor de meeste
mensen tenminste één á twee andere werelden mee beleefd worden, zou de conclusie wettigen
dat de mens, die in de esoterie en ook in de magie zoekt verder te komen, zichzelf realiteit
van deze werelden voor ogen stelt: ook al is er geen controle op, ook al is het misschien
wetenschappelijk of redelijk haast kolderiek. Indien slechts de wetten van de ene wereld in de
andere hanteerbaar zijn en omgekeerd, kunnen wij zeker zijn, dat er voor ons van een
uitbreiding van bewustzijn daardoor sprake is. Wij zullen op den duur in al die andere werelden
levens leren kennen, wezens ontmoeten, die - evenals uw eigen vrienden en bekenden in déze
wereld - op uw eigen gedrag een invloed hebben. U zult ook daar leren kennen de beslissende
invloed van milieu. U zult ook daar de drang van de massa kunnen erkennen t.o.v. de
moeilijkheid je te onthouden van massa-activiteit en dergelijke. U zult ook suggestieve
invloeden leren kennen van uw eigen wereld. Waar echter die andere werelden voor u niet
reëel zijn, zullen zelfs de meest droevige ervaringen, die u daar meemaakt, een bescherming
zijn in uw eigen wereld. De ervaring, daar opgedaan, is tevens een uitbreiding van het totaal
bewustzijn en maakt - ook in uw eigen wereld met een beperkte beleving - een zeer scherpe
erkenning van eigen inhoud en mogelijkheden voor u een daadwerkelijk feit.
De vorige maal hebben wij ook gesproken over het godsconcept, Ook daarover heb ik een paar
punten, die naar ik hoop uw belangstelling zullen trekken. Ze zijn dat zeker waard.
Het is voor de mens onmogelijk een direct godsconcept te hebben. Elk godsconcept dat hij
heeft is beperkt. Een beperkt godsconcept zal altijd van de werkelijkheid verwijderd zijn.
Indien wij dit godsconcept gebruiken om een aanvulling van onze eigen mogelijkheden en
werkelijkheden te doen ontstaan, zal dit godsconcept ons voldoen. Op het ogenblik echter, dat
wij kosmische werkingen tot stand willen brengen, staan wij voor een heel ander feit. De
De tijd
81
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

kosmische werking onttrekt zich aan de beperktheid van de God, die wij ons voorstellen. In
sommige gevallen voelen wij ons toch gedrongen om aan een kosmische activiteit deel te ne-
men, of zouden wij gaarne een kosmische kracht of een kosmische kennis in onszelf zien
gekristalliseerd. Wanneer dit het geval is, dan mogen wij ons dus niet wenden tot een
algemene Godheid. Wij moeten in een dergelijk geval voor onszelf de onbekendheid met de
Godheid stipuleren. Dit is belangrijk! Dus wanneer u bij wijze van spreken moet bidden, dan
zegt u: "God ik bid tot U, zoals U bent en niet zoals ik denk, dat U bent."
Het klinkt allemaal heel eenvoudig, maar het is waar. Want juist daardoor voorkomt u dat een
deel van de godheden, die u aanbidt, in feite niet anders zijn dan Scheingestalten, vanuit
uzelve opgebouwd maar niet bewust als zodanig erkend. Want op het ogenblik, dat we een
Scheingestalt - d.w.z. een uit ons opgebouwd geestelijk beeld, dat begaafd is met de
mogelijkheden van ons eigen wezen, die wij echter zelf niet erkennen of gebruiken - wanneer
wij die gaan maken tot God, dan komen wij niet verder dan onszelf. Er ontstaat een grote ik-
begrenzing daardoor en wij zijn niet in staat om kosmische krachten van buiten het “ik” te ont-
vangen. Slechts datgene wat in het “ik” bestaat kan door het gebruik van een Scheingestalt -
in de vorm van een God of op een andere wijze - geaccentueerd en uiteindelijk versterkt
worden.
Het is heel moeilijk om hier concreet te zijn. Op het ogenblik dat wij gaan spreken in de meer
esoterische vorm, gedragen, zuiver schoon formulerend, krijg ik te maken met sentiment.
Sentiment op zichzelf is natuurlijk niet kwaad. Maar een sentiment wordt redelijk over het
algemeen moeilijk aanvaard. Wanneer wij spreken over het een of ander en u zegt: "Het is
sentimenteel", dan bent u direct geneigd het te verwerpen. Het is vandaar dat ik probeer om
allereerst zuiver, nuchter en zo wetenschappelijk mogelijk de dingen vast te stellen.
Er kan nooit sprake zijn van een Godheid buiten ons, die ook niet in ons bestaat. Er kan nooit
sprake zijn van een kracht buiten ons, die ook niet in ons een parallel heeft. Er kan nooit
sprake zijn van licht of duister, van deugd of zonde, of zij moeten in ons hun evenbeeld
hebben, indien zij wérkelijk zijn. Al het werkelijke bestaat in ons wezen. Van die werkelijkheid
erkennen wij een zeer klein gedeelte. Indien wij ons wenden tot het bekende, versterken wij
de in ons aanwezige bekende factoren, maar verstoren zeer vaak het evenwicht met niet-
gekende factoren. Elke Godsbenadering dient daarom plaats te vinden voor een bewust doel,
alsof die God een direct deel van de eigen persoonlijkheid ware en volgens het eigen
voorstellingsvermogen. Indien wij ons echter trachten te bewegen buiten het gekende ik,
zullen wij overgaan tot het gebruiken van een Godsvorm en een Godsvoorstelling, die niet
gedefinieerd is en waarvan wij het voor ons definieerbare steeds weer voor onszelf vastleggen,
opdat wij het contact met deze Godheid op de juiste wijze tot stand kunnen brengen. Is het
duidelijk? Geen commentaar?
Hoe kunnen wij een kosmische kracht hanteren en welke kracht zou daarvoor b.v. in
aanmerking komen? Liefde bijvoorbeeld? Liefde uitzenden naar iemand?
Ja, bijvoorbeeld. Op het ogenblik dat liefde onpersoonlijk is, is zij namelijk kosmisch. Maar heel
veel van de liefde, die z.g, onpersoonlijk is, is in feite een geperverteerde vorm van
eigenliefde. Laten we dat niet vergeten. Het komt zo buitengewoon vaak voor, dat iemand zo
vol is van mensenliefde, dat het zichzelf steeds méér liefheeft, omdat hij de mensen zo lief
heeft. Op dat ogenblik is het een eigenliefde, die zich op de één of andere manier uit. Zo goed
als sommige patiënten helemaal niet ziek zijn, maar een ziekte simuleren om aandacht en
genegenheid te krijgen, waaraan zij een tekort voelen. Zij simuleren dus in zichzelf een ander
tekort, om daardoor het aangevoelde tekort aan te vullen. Op dezelfde manier kunt u uw
behoefte aan liefde uitbreiden door dus buiten u die liefde te stellen en ze vandaar weer in
uzelf te absorberen. In feite zal veel z.g. naastenliefde niets anders zijn dan een
liefdesbehoefte, die op deze wijze naar compensatie zoekt en zelfwaardering, zelfbevestiging.
Dat zijn van die voetangels en klemmen, waarvoor je moet oppassen. Want als wij spreken
over liefde als een kosmische waarde, dan moeten wij goed begrijpen, dat die liefde voor ons
geen enkel persoonlijk belang mag of kan hebben. Op het ogenblik dat dat wel het geval is, is
er geen sprake van een kosmische liefde en is alle gepraat erover niets anders dan een steeds
weer terugvechten naar ons eigen ik.
De tijd
82
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

Toch bestaat er een liefde, de instandhoudende liefde, die heel anders is dan elke voorstelling
van liefde, die een mens of zelfs een geest daarvan heeft. Deze vorm, die wij aanduiden als
"de liefde Gods" maar niet verder kunnen definiëren, kunnen wij gebruiken en in ons zelfs
werkzaam maken. Wij kunnen daaruit b.v. verkrijgen de werking van de goddelijke liefde door
ons, niet volgens onze eigen voorstelling en vermogen, maar alleen volgens de
totaalkosmische wet, waarin Gods genegenheid en eenheid met het totaal der schepping door
elk van de delen der schepping kan worden uitgedrukt.
Wat verstaat u onder de instandhoudende liefde? Geeft u eens een voorbeeld.
Uzelf. U bent ongetwijfeld een goed mens, maar u hebt toch in uw leven verschillende
gedachten en daden gehad, waarvan de goddelijke liefde toch zou zeggen: dat past niet. U
bent in bepaalde ogenblikken zelfzuchtig geweest op een wijze, dat de goddelijke liefde zou
hebben gezegd: dat past niet in Mijn wezen. Zou die liefde zijn, zoals de mens die denkt, dan
zou God op dat ogenblik om die ene gedachte of die ene daad u hebben moeten vernietigen,
om de rest te beschermen. Zo denkt de mens er over. Maar God houdt in stand. God houdt
zelfs mensen in stand, die in de ogen van de mensheid de grootste misdadigers zijn (en
misschien wel reëel!), omdat er in hen een deel van Zijn kracht is en zij in het geheel van Zijn
kracht toch nog een functie hebben. Omdat God elke factor, die mogelijkerwijze bestaat in het
heelal, gebruiken kan volgens Zijn raadsbesluiten, die wij niet kunnen overzien, en deze dan
toch nog weet in te passen in Zijn wetten, die voor ons kenbaar zijn. Dat is de instandhouden-
de liefde, tenminste iets ervan. Is de definitie dichtbij genoeg om u een voorstelling te geven?
Naast al deze esoterie hebben we ook heel vaak te maken met het scheppen van een zekere
sfeer in een poging om een mens te bereiken. Het scheppen van een sfeer moet altijd
gebaseerd zijn op het grootste gemiddelde. Maar wanneer ik een sfeer wil scheppen, die boven
u allen uitgaat, dan kan ik mij niet op u baseren, maar dan kan ik wel bereiken dat u ten dele
daardoor mee wordt opgevoerd. U herinnert zich dit misschien nog uit hetgeen wij in de vorige
lezing hebben gezegd. Nu stel ik dit:
Belangrijk is voor ons niet wat wij zijn, wat wij willen zijn of zelfs wat wij kunnen zijn.
Belangrijk voor ons is de aanvaarding van het Zijn zonder meer. Want indien wij het Zijn
accepteren zoals het is en leeft, wanneer wij uit het Zijn zelve voor ons de gave van het
bestaan aanvaarden, dan sluiten wij elke poging uit om het Zijn te beperken of af te sluiten
van bepaalde mogelijkheden. Wij laten God, Gods wet, Gods kracht, zoals Hij in het Zijn
kenbaar wordt, voortdurend door ons werken en functioneren. In de erkenning van het Zijn
zonder meer en de directe aanvaarding daarvan vinden wij een direct contact met de Bron van
zijn. Het is gemakkelijk voor ons om nu te stellen: "Wij weten toch wat goed is." God weet het
beter dan wij. Het is zo verleidelijk voor ons om te zeggen:"Maar wij hebben toch onze
menselijke wereld, waarin wij moeten leven. Wij hebben toch de wetten van onze sfeer,
waaraan wij moeten gehoorzamen." Het kan zijn. Maar bovenal staat de Bron van alle zijn. En
deze is krachtiger en meer bepalend dan alle andere dingen. Te zoeken naar dat contact met
het Leven Zelve is de kern van de esoterie en magie tegelijk. Je kunt niet als een mens je
laten overdonderen door de wereld of overdonderen door een goddelijk visioen om dan toch
jezelf te blijven en verder te gaan. Je moogt niet verwachten dat iets wat van buitenaf op je
afkomt, jou onberoerd kan laten in de essence van je wezen. Alleen dat, wat in je gebeurt, is
een versterking van je wezen. De innerlijke kracht, de innerlijke waarde, dat wat verborgen zit
achter al onze uitingen van vrolijkheid, bekwaamheid, opgewektheid, de werkelijke
achtergrond, dat is ons feitelijk wezen. De aanvaarding hiervan a priori is noodzakelijk om zo
op te gaan in het leven, in de kracht van het leven. In onszelf wordt God werkzaam. God kan
niet worden gereguleerd. Je kunt de Niagara-falls niet regeren met een waterkraan. Je kunt
het licht van de zon niet proberen te regeren met een heel stukje gordijn. Dat is alleen in de
beslotenheid van je eigen wezen mogelijk, maar nooit wanneer die kracht zelf in je wezen
wordt aangeboord. Onze esoterie is niet alleen (zoals zovele mensen denken) het trots ons
opworstelen tot God.
Maar het is wel degelijk ook het "God werkzaam doen zijn" in onszelf. Niet dat wij God bevelen
om dat te zijn, maar wij maken het de goddelijke kracht mogelijk. Wij aanvaarden het leven
De tijd
83
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

met al, wat daarin is. Wij aanvaarden alle uiterlijke omstandigheden ... maar vooral al het
innerlijke. Wij gaan niet trachten te rationaliseren. We gaan niet trachten het om te zetten in
geleerdheid of wijsheid .. we beléven het. Wanneer er een Franciscus van Assisi kan spreken
over "broeder wolf", over zijn "kleine broeders en zusters" (de vogels), dan komt er iets tot
uiting van wat die kracht in je doet. Woorden zijn er niet voor te vinden, maar het is een band,
die je steeds sterker één maakt? niet alleen met een gelijk bewustzijn, maar met alle
bewustzijn. Het Zijn zelve is zo eeuwig en onbeperkt, dat wanneer het eenmaal in je begint te
stromen en te werken, geen enkele band meer voor jou bestaat met je eigen wereld of met
andere werelden. Er is het Zijn Zelve. En dit drukt zich uit in de wetmatigheid van de
verschillende werelden, zeker. Maar het is de kosmische wet alleen en nooit de gebruikswet,
nooit de gedachtewet.
Eeuwigheid ligt er in elk moment van ons zijn. Het is niet nodig 10.000 incarnaties door te
maken om het geheim van de eeuwigheid te vinden. De incarnaties zijn noodzakelijk om het te
veel de nadruk te leggen op wat "ik ben en op wat ik verlang, dat het Zijn zal worden" om te
zetten in een doodgewone Zijnsaanvaarding. Bedenk wel, de kern van esoterie is het zoeken
naar de God in ons. Niet naar God ...God in ons. D.w.z., dat wij God moeten accepteren, zoals
Hij in ons is. Deze aanvaarding op zichzelve kan in één kort ogenblik, korter dan één tik van de
klok, korter dan één tik, de eenheid met de kosmos tot stand brengen. Dat moet u zich goed
realiseren. De kennis die wij geven, de leerstellingen die wij geven, zijn gemaakt om uw
wereld van buiten wat ruimer te maken. Om u los te maken van de te beperkte ideeën die u
hebt omtrent uzelf. Maar de kern van de waarheid ligt in u en kan alleen in uzelf gevonden
worden.
Wanneer u naar de magie verder wilt streven, dan is deze cursus alleen een voorbereiding.
Dan vindt u hierin materiaal, dat hernieuwd moet worden, herkauwd en nog eens herkauwd,
tot het uiteindelijk kan worden verteerd en een daadwerkelijk deel kan gaan uitmaken van uw
eigen praktijk. Daarvoor heeft u vele dingen nodig, die wij eigenlijk verder een klein beetje
voorbij zijn gelopen. Maar wanneer het gaat om de werkelijke esoterie, de innerlijke waarheid,
dan is het alleen nodig, dat de grenzen die u stelt in uw eigen wereld verbrijzeld worden. Ge
meent dat uw wereld een grootse bal is die ergens in de ruimte draait om een zon, nietwaar?
Misschien is het maar één elektron, gevangen in het atoom van een grotere wereld. Misschien
is uw oneindig bestaan haast van deze aardkloot niet anders dan één chronon, een onkenbaar
moment van tijd, waarin de ene baan voor de andere wordt verwisseld. U meent misschien dat
uw zon een bron is van kracht. Maar er zijn krachten - zelfs in dit heelal - die als één
verslindende plek van leegte die hele zon kunnen meenemen: ja, die zelfs een hele
sterrennevel kunnen verslinden, zonder dat er iets van die energie overblijft. Misschien meent
ge weer dat uw wereld klein is. Maar in die kleine wereld wordt het totaal van de goddelijke
scheppingskracht meermalen gelijktijdig geuit en volledig. In de gedachte van één mens kan
de gehele kosmische ruimte geopenbaard zijn, zo volledig, zo sterk en zo groot, dat het meer
de werkelijkheid is dan wat anderen misschien oppervlakkig buiten zich menen te ervaren.
Er is een voortdurende onderlinge verwisselbaarheid van krachten en factoren. Altijd. Ons
atoom van vandaag is de zon van morgen en de zon wordt tot atoom. De kleinheid van een
menselijk denken kan plotseling overgaan in de ontplooiing van een kosmisch weten. En het
kosmisch weten, dat één ogenblik aarzelt in zichzelf, stort ineen en wordt tot het nauw
begrepen "ik", dat probeert zijn zelfbeperking steeds sterker door te voeren om zo zichzelf te
leren kennen. Zo is de wereld. U leeft in een tijd en in een wereld waarin men meent dat men
moet rekenen met vaste en exacte waarden. Vrienden, er zijn geen vaste en exacte waarden
in geestelijke zin. Er is een voortdurend spel van wisseling, onderlinge wisseling, waarvan al
die kleine punten, waarover ik spreek als verandering van sferen en tijden, en misschien
morgen over de magische mogelijkheid van het oproepen van geesten en wat ik u een vorige
maal heb gezegd over het opbouwen van een sfeer en een bezwering, dit alles bij elkaar is niet
anders dan een aanduiding van de vele wisselingen, die mogelijk zijn.
Ik hoop dat dit tot u doordringt. Ik ben fel zakelijk en zelfs uitermate snel geweest. Ik ben
daarnaast aan het betogen geslagen op een wijze, die laten we zeggen een klein beetje meer
esoterisch is dan wat anders en daarbij soms haast de preek nabij kwam, maar die in zich
eenzelfde waarheid had en eenzelfde waarheid van denken. Want het gaat er hier niet om u
De tijd
84
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

één bepaald ding te geven of de bevrediging van een o, zo mooie avond alleen. U moet iets
vinden, wat voor u bruikbaar is. We hebben. al veel tijd verknoeid in deze cursus: we moeten
opschieten. Daarom wordt dit zo snel mogelijk afgewerkt. Toch wil ik u deze keer sparen voor
nog een tweede technische en nog een magische les. Dat zullen wij de volgende keer doen.
Het ligt in mijn bedoeling, dat u de rest van de avond zoveel mogelijk - en als het even kan na
onderling overleg - zult gebruiken voor bespreking van de onderwerpen, die voor u direct
belangrijk zijn en die in samenhang staan met het onderwerp, in samenhang staan met deze
cursus. Vraag ons niet te spreken over politiek of godsdienst, tenzij u een probleem kunt
vinden, waarbij de innerlijke mens of de veranderlijkheid der wereld erin direct tot uitdrukking
komt. We zullen in het tweede gedeelte trachten om twee korte lezingen op uw eigen verzoek
te geven. Daarnaast kunnen verdere vragen nog beantwoord worden, voorzover ze met de
algehele cyclus van ontwikkeling samenhangen. Goedenavond.
o-o-o-o-o
Goedenavond, vrienden.
1e onderwerp?

HET ZIJN

Hoe wij het Zijn moeten bezien, is moeilijk te definiëren. Zijn is een toestand. Misschien kan
het eenvoudigst worden gezegd, dat voor ons persoonlijk "Zijn" het besef van bestaan inhoudt.
Daarnaast echter hebben wij te maken met een kosmische persoonlijkheid. Die kosmische
persoonlijkheid is God of althans de direct scheppende factor, die van God uitgaat. Alles wat
daaruit voortkomt, plus dit wezen zelve, noemen wij ook weer: het Zijn. Kosmisch Zijn wordt
bezien als het deelgenootschap dat men heeft in dit grote bestaan, dat de totale tijd en de
totale ruimte omvat, met alle daarin voorkomende vormen en ontwikkelingen.
Indien je je van het Zijn bewust wordt, is dit in de eerste fasen van het bestaan een erkennen
van jezelf. Het zijn de bekende factoren, die wij al eens meer hebben genoemd, als daar zijn
"er is", gevolgd door de gedachte "ik ben". Van het "ik ben gaat het dan verder met "ik ben
niet" (de definitie dus van wat niet tot je wezen behoort), daarna "ik ben dit" (definitie van wat
wel tot je wezen behoort). Op den duur kom je tot een definitie van het “ik” als een
nauwkeurig begrensde eenheid met eigen kwaliteiten en mogelijkheden t.o.v. het omringende.
Maar heb je dat eenmaal bereikt, dan ben je ternauwernood over de grens van het dierlijke
heen. Een Zijn-definitie die dus op dit vlak ligt is een deel van de integratie met de schepping,
maar zonder dat het “ik” daarbij kosmisch begrip heeft. In het menselijk bestaan begint over
het algemeen de zelfbeschouwing. Men definieert "Zijn" niet meer als het eigen bestaan, als
"ik", maar eerder als een verhouding, die tussen het “ik” en al wat daarbuiten is tot stand is
gekomen. Vanaf dit punt wordt het persoonlijk begrip "Zijn" steeds sterker uitgedrukt als een
persoonlijke integratie met het totaal, met al het bestaande. Zo kom je in steeds verdere
vormen van geestelijk bewustzijn tot nieuwe definities van het Zijn en daarbij wordt het eigen
“ik” steeds meer een eenvoudige factor daarvan, terwijl het geheel wordt beschouwd als het
enig belangrijke. Is dus in het begin van de bewustwordingsgang het Zijnsbegrip een definitie
van het eigen wezen en een omschrijving, in de ik zou haast willen zeggen "opwaartse" gang
wordt het een steeds scherpere bepaling van het “ik” als deel van een geheel, dat in dit ik
steeds meer kenbaar wordt.
Te zeggen dat Zijn zonder meer God is, is soms gevaarlijk. Want er zijn in ons wezen nu
eenmaal bepaalde factoren, die .... nu ja niet goddelijk zijn. Ze zijn foutieve combinaties van
hetgeen in God bestaat en geven dus aanleiding tot voorstellingen in het ik, die wel een
mogelijkheid uit de kosmos zijn, maar geen werkelijkheid, die voor ons bestaat. Zullen wij op
De tijd
85
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

den duur leren, dat alles wat mogelijk is een realiteit is en daarmee een binding krijgen, dan
valt de persoonlijkheid al weg. Want dan leef je niet één maar een ongeteld aantal levens
a.h.w. gelijktijdig. Zo groei je naar het ogenblik van absolute identificatie met al het
bestaande. En dat noemen we dan het groot kosmisch Zijn of het opgaan in God. U ziet over
dit onderwerp is betrekkelijk weinig te zeggen. Het is iets wat je eerder moet aanvoelen dan
definiëren of ontleden.
Ik kan mij voorstellen dat als je buiten, bent, in de bossen in de bergen, bij de zee, je op een
gegeven ogenblik eens diep ademhaalt en een gevoel in jezelf hebt of je ineens de wereld
opnieuw ziet als voor de eerste maal. Iets van een innerlijke blijdschap zou een mens
waarschijnlijk zeggen: Het lijkt mij dat deze ogenblikken het meest in overeenstemming zijn
met het werkelijke begrip "het Zijn". Ik hoop dat dit voldoende is. Maar zouden er op dit
terrein vragen zijn gebleven, dan wil ik daar gaarne verder op ingaan.
Wat gebeurt er wanneer je zo'n ogenblik van verheldering, van verlichting hebt, wanneer je
je plotseling onttrekt aan de om je heen zijnde werkelijkheid?
Ik geloof niet dat je je onttrekt aan de om je heen zijnde werkelijkheid. Maar je ziet ze op een
andere wijze. Ik zei dan ook in mijn betoog, het is alsof je plotseling opnieuw voor het eerst de
wereld ziet: de schoonheid van de wereld. En ik meen dit het best te kunnen definiëren door te
zeggen? Op dit ogenblik vergeet de mens zijn eigen opinies, zijn oordelen en veroordelen en
ondergaat een ogenblik de werkelijkheid. Dit korte ogenblik van ondergaan van de
werkelijkheid zonder de beperkingen: van eigen bewustzijn, betekent een confrontatie met een
geheel nieuwe wereld. Het is jammer, dat dit zo kort plaatsvindt. Zijn is uiteindelijk de
confrontatie van elk deel van het Goddelijke met het totaal der Godheid. En daarvan is dit een
verschijnsel, dat in een mensenleven vaak kan voorkomen.
Je hebt je dus op dat moment, op een ander niveau geplaatst.
Ik geloof niet dat dit bewust gebeurt. Laten we eerder zeggen: door het wegvallen van de
kunstmatige niveaus, die de mens in zichzelf heeft geschapen, is hij een ogenblik tot het
natuurlijk bestaansniveau van zijn wezen teruggekeerd.
Van de ziel?
Van zijn wezen. Dat houdt de ziel en al het verdere mede in.
En je een deel voelen van de kosmos?
Ja, maar niet bewust je een deel voelen. Dat is innerlijk. Ik zei reeds daarom in mijn
onderwerp: het is moeilijk dit te definiëren. Je kunt het aanduiden, maar het is niet te
ontleden. En wanneer je dat niet hebt meegemaakt, is het onmogelijk het aan te duiden. Heb
je het wel meegemaakt, dan is elk woord dat daarover gezegd wordt al te veel. Dan volstaat
"het zijn in het "Zijnde" over het algemeen reeds als omschrijving,
Is dit ook te vergelijken met een toestand na de dood?
Neen, het heeft niets te maken met een toestand na de dood. Het is een toestand, die in het
menselijk leven en elke andere levensvorm of mogelijkheid, sfeer of wereld, gelijkelijk kan
ontstaan, wanneer een voldoende deel van de eigen persoonlijkheid wegvalt om alle
vooroordelen en opinies uit te schakelen en een directe ervaring van een deel of het geheel
van de goddelijke schepping mogelijk te maken.
Maar in zekere zin sluit je je dan dan toch wel voor een groot deel af.
Je sluit je niet voor een groot gedeelte af, maar je vergeet over de dingen op een menselijke
manier na te denken.
Je raakt dus een waan kwijt.
In zekere zin. Ik mag hier misschien mijnerzijds dan nog iets aan toevoegen, voordat we
overgaan naar een tweede onderwerp. De doorsneemens leeft niet in het heden. Enerzijds
houdt hij zich bezig met de mogelijkheden van de toekomst, anderzijds baseert hij zich op zijn
ervaringen uit het verleden. Zijn ervaringen en waarnemingen uit een verleden zijn zo
bepalend, dat zij a.h.w. de kleur aangeven, waarin hij de delen van de kosmos ziet, die nu
voor hem kenbaar zijn. De toekomst en zijn verwachtingen betekenen een vermindering van
nadruk op het heden, zodat een groot gedeelte van de werkelijke beleving a,h.w. uit focus en
verwaasd worden waargenomen. Het resultaat is, dat de mens in doorsnee niet een waan
De tijd
86
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

beleeft, maar te zeer het verleden (als in hem vastgelegd) plus de toekomst (die hij hoopt
eens concreet te maken) samen mengt en daardoor een absolute vervorming van de
goddelijke werkelijkheid, die voortdurend rond hem is, voor zichzelf veroorzaakt. Van een
waan kan hier vanuit menselijk standpunt moeilijk worden gesproken. Wij zouden eerder
moeten spreken van een verplaatsing van nadruk. In het menselijke leven is er niets
belangrijker dan het leven in het heden. Het zijn de vreugden, de plichten, de mogelijkheden
en de daden, die nu, die nu op dit ogenblik de aandacht vragen die belangrijk zijn. Soms is in
een daad van heden, een deel van morgen mee begrepen. Als u vandaag brood koopt om
morgen te eten, dan is dat kopen van dat brood een daad van heden. Op het ogenblik dat u
zich echter gaat bezighouden met de wijze, waarop dit brood morgen gesneden zal worden,
verlaat u het heden voor de toekomst en meestal aan de hand van ervaringen, die u in het
verleden had.
Op deze manier dus ontstaat de irrealiteit van het menselijk leven door een verwaarlozing van
het heden en een onjuist gebruik van de mogelijkheid, die in de mens ligt, om het verleden in
zich te doen herleven en omtrent de toekomst bepaalde feiten te voorzien of uit het verleden
toekomstige mogelijkheden te extrapoleren.
2e onderwerp:

HET GEHEUGEN

Stoffelijk gezien is het geheugen een reeks van hersencellen, die door een waarneming of een
emotie toegankelijk gemaakt voor bepaalde delen der in de hersenen circulerende
stroomprikkels - een herleving van het vroegere zowel als een vergelijking met soortgelijke
impressies mogelijk maken. Het geheugen dient dus enerzijds als referentie. Het eens beleefde
met zijn consequenties (zijn samenhangende verschijnselen) wordt gerealiseerd, wanneer een
soortgelijk beeld wordt ontvangen. De verschillen en overeenkomsten worden geregistreerd.
Aan de hand van de bestaande herinnering wordt verder maar al te vaak vooruitgelopen op de
huidige ontwikkeling.
In de tweede plaats moet het geheugen worden gezien als de vastlegging van geleerde
mogelijkheden. Geleerde mogelijkheden kunnen worden onderscheiden in de erfelijke en in de
ervaringsmogelijkheden. Erfelijke mogelijkheden zijn door een voortdurend gelijke reactie van
het ras zozeer ingegroeid, dat zij bij de bevruchting a.h.w. onmiddellijk worden overgedragen
en dus een direct deel uitmaken van de automatische instincten en impulsen van het wezen,
dat zo geboren wordt. Zij hebben een zekere herinneringswaarde, maar over het algemeen
dringt deze niet tot de rede door. In enkele gevallen is het mogelijk (b.v. onder diepe
hypnose) enkele van deze factoren op de voorgrond te brengen. Meestal zal men echter ook
hier weer op weerstanden stuiten.
Wat betreft de ervaringsfeiten, die worden vastgelegd, dit zijn o.m. de klankcombinaties die
woorden vormen. Het is de betekenis van bepaalde vormen. Het is de aanvulling van visuele
vormen aan de hand van verdere ervaringen. Als u de gevel van een huis ziet, denkt u de
kamers er achter, ook wanneer er in feite geen kamers zijn. (Daarvan maakt de film vaak
gebruik.) U zult dus begrijpen dat het stoffelijk geheugen in feite moet worden gezien als een
registratie van raseigenschappen plus persoonlijke ervaringen. Naast de persoonlijke
ervaringen wordt het mogelijk in het geheugen tevens vast te leggen de eigen reactie op
waargenomen stukken. (Dus dat kan zijn toneel, een boek? een schilderstuk, een fantastisch
verhaal van een vriend.) Deze wordt mee verwerkt en blijft in de herinnering heel vaak eerder
hangen als een deel werkelijkheid dan als inderdaad een leugen, een voorstelling of een
fantasie. Dat is één van de principes van de psychologische propaganda, waarbij men door de

De tijd
87
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

voortdurende herhaling van een feit dit uiteindelijk tot waarheid maakt in het bewustzijn van
de mens.
Naast dit stoffelijk geheugen bestaat iets, wat wij geestelijk geheugen zouden kunnen
noemen. Dit berust op geheel andere feiten. In de ziel is een totaal van mogelijkheden
aanwezig, evenals in de Schepper. Dit houdt in, dat de ziel zich dus een heelal zou kunnen
scheppen met alle mogelijkheden, kwaliteiten, feiten ontwikkelingen en wetten, zoals de
Schepper dat geschapen heeft. Zij is zich hiervan echter niet bewust. Het voor-
stellingsvermogen, het realisatievermogen en de zelfkennis hiertoe ontbreken. Telkenmale
echter wanneer in de grote wereld iets wordt ervaren, dat in overeenstemming is met de
structuur van eigen wezen en de daarin bestaande scheppingsmogelijkheid, wordt a.h.w, een
luikje dat gesloten was omgedraaid, zodat er nu een deel van een voorstelling is te zien. Op
deze wijze ontstaan fragmenten van de schepping in steeds grotere mate binnen de mens en
kan hij deze refereren t.o.v. elkaar, maar ook t.o.v. elke prikkel, die van buitenaf ontstaat. Op
deze wijze herbouwt de mens door associaties, ervaringen en uitwisselingen van gedachten
geestelijk zich het beeld van de kosmos, waarin tevens een juiste definitie van het “ik” en de
functie daarvan bevat is.
Dan hebben wij te maken met het z.g. wereldgeheugen. Dat bestaat uit het totaal der
gedachtestromingen, die uitgestraald worden door de mensheid, mits van voldoende
intensiteit. Gedurende lange tijd blijven deze gedachten in omloop. Het zijn a.h.w. velden die
aanwezig blijven. Door afstemming daarop van eigen wezen is het mogelijk bepaalde van die
factoren in zichzelf hernieuwd te doen ontstaan. Een absolute weergave daarvan kan alleen
vanuit een zeer nabij gelegen verleden geschieden ofwel uit de ogenblikkelijke tijd, dus uit het
moment nu. In het moment nu is een volledig gelijk denken van meerdere individuen
verbonden door dit grootmenselijk of wereldgebeuren mogelijk. Een aflezen van dingen in een
recent verleden is over het algemeen met zeer grote nauwkeurigheid nog mogelijk, maar
naarmate de tijd verdergaat wordt het aflezen van die trillingen moeilijker, terwijl, op den duur
deze trillingen voor de mens niet meer aanwezig zijn en dus geen a.h.w. telepathisch opnemen
daarvan tot de menselijke mogelijkheid behoort.
Dan blijft ons als allerlaatste het kosmisch geheugen. Alle dingen die zijn, zijn vanuit God
voltooid. Al wat wij zijn, geweest zijn of zullen worden, is als zodanig vastgelegd in de kosmos.
Al wat met ons wezen samenhangt, samenhangen kan, samengehangen heeft of samenhangen
zal, is daarin aanwezig. Voor zover onze persoonlijke afstemming het ons mogelijk maakt,
kunnen wij dus van de onveranderlijke en kosmische waarheid fragmenten in onszelf
opnemen. Is men enigszins geschoold in de techniek, dan kan men binnen de mogelijkheden
van het eigen bewustzijn uit zowel kosmisch geheugen als wereldgeheugen selecteren en dus
de voor de eigen persoonlijkheid nu begeerlijke invloeden en waarden op de voorgrond
plaatsen. Dat is alles wat ik over het geheugen zo in het kort te zeggen heb. Hebt u hierover
nog vragen?
Bij de parapsychologie is het voorgekomen, dat iemand een geheugen aflas ter zake van
dingen, die nog gebeuren moesten m.a.w. iemand zag in 1916 wat een zeker persoon in
1921 zich zou herinneren,
Dat is niet helemaal juist. Wanneer afgelezen werd, wat die persoon zich herinneren zou, kan
het nooit uit die persoon zelf afgelezen zijn. Dat was nog niet als herinnering aanwezig. Wél
mogelijk is het, dat er binnen die persoon (gezien zijn onbewuste kennis van grote
hoeveelheden feiten) een zeer nauwkeurige definitie van de toekomstige ontwikkelingen
bestond. Dat deze werd afgelezen is aannemelijk. Dat - gezien eigen begaafdheid misschien
om in de tijd verder te zien - aan de hand daarvan een betrekkelijk nauwkeurige definitie van
de verdere ontwikkeling mogelijk werd, is eveneens aanvaardbaar, soms zelfs waarschijnlijk.
Maar het aflezen van een geheugen en het daaruit putten van feiten, die nog geen
werkelijkheid zijn, is onmogelijk. Men kan zich niets herinneren, wat niet gebeurd is - althans
stoffelijk-geestelijk is het een andere kwestie, maar daarbij is de tijdsfactor wederom niet te
bepalen. Ik neem dus aan dat het proces zich heeft afgespeeld op de door mij omschreven
wijze. Is dit voldoende? Zijn er geen verdere vragen hierover?

De tijd
88
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

Wanneer er geen verdere vragen zijn, geef ik u de gelegenheid tot algemene vraagstelling,
mits in samenhang met het doel waarvoor wij hier samenzijn.
Er wordt een vraag gesteld, die niet in direct verband staat met het onderwerp, n.l. over een
gedeelte uit. het pas verschenen evangelie van Thomas. Daar er echter geen andere vragen
zijn, wordt deze vraag geaccepteerd,)
Simon Petrus zei tot Jezus: "Laat Maria van ons weggaan, want vrouwen zijn het leven niet
waardig." Jezus zei: "Ziet, ik zal haar leiden, zodat ik haar manlijk maak, opdat ook zij een
levende geest worde, gelijkend op u, mannen. Want iedere vrouw, die zich zal vermannen,
zal ingaan tot het Koninkrijk der Hemelen."
Wat begrijpt u hiervan niet?
Het geheel.
Hebt u zich gerealiseerd wat het z.g. evangelie van Thomas is?
Dat is het evangelie dat onder de Joodse Christenen in Syrië opgang maakte.
O.a. onder de Syriërs. Maar het is een evangelie dat z.g. onder pseudoniem is geschreven. Het
is dus niet het evangelie van de apostel Thomas, evenmin als de Openbaring van Johannes de
openbaring van de apostel Johannes is. Dergelijke evangeliums werden geschreven om zoveel
mogelijk althans een bepaalde sekte de mogelijkheid te geven haar eigen gedachtegang na te
gaan. En nu weet u dat vooral in Syrië, Arabië, het zuiden van Azië en een groot deel van
Noord Afrika de vrouw werd gezien als een bezit, dus als een goed. Het was niet gemakkelijk
deze mensen duidelijk te maken dat een vrouw een ziel heeft. Het was een mannenwereld. Het
is logisch, dat een poging moest worden gedaan om duidelijk te maken dat de vrouw binnen
de gemeenschap der Christenen een ziel had. Men heeft daarvoor bepaalde uitspraken tezaam
genomen maar ik moet eerlijk zeggen s de door u geciteerde spreuk had ik nog niet gehoord.
Het is dus iets nieuws voor mij. Ik vind het echter wel interessant, omdat het hier iets
weergeeft van de houding, die b.v. ook Mohammed zoveel moeilijkheden heeft gebaard (zie de
Koran) en die zelfs op het ogenblik weer de aanleiding is tot een splitsing. Dat de vrouw zich
moet vermannen, is overigens logisch. Zolang de vrouw zich als het speeltuig van de man
beschouwt heeft zij immers geen eigen leven of denken. Zij kan dus van daaruit niet worden
tot een bewuste geest. Wanneer u uzelve ziet als een dier en al uw handelingen en reacties
daarop gebaseerd zijn, dan zult u dierlijk zijn voor zover het uw bewustwording betreft. Ik vind
dus hier deze uitleg redelijk. Dat Simon Petrus zei: "stuur haar van ons" dat kan ik mij
eigenlijk niet zo goed voorstellen, omdat Jezus zelfs Petrus een tijdje van Maria Magdalena
heeft moeten weghouden. Maar dat staat in geen enkel evangelie, vermoedelijk omdat men
Petrus die schande niet wilde aandoen. Het lijkt mij dus, dat men hier geprobeerd heeft op de
een of andere, wijze binnen het Christelijk geloof een rationalisatie te vinden voor heersende
voorstellingen met een gelijktijdige afbuiging naar het Christelijk standpunt waarin niet wordt
gesproken van mannen of vrouwen maar van mensen. En dat is een verschil.
Werd in het Joodse geloof de vrouw dan ook achtergesteld?
In het Joodse geloof werd de vrouw achtergesteld. En dat kunt u wel nagaan, wanneer u zich
realiseert, dat in de tempel de vrouwen niet mochten ingaan tot de grote hof, waarin de man-
nen konden treden. Wanneer u zich realiseert dat in vele Joodse gemeenschappen het nog
gebruikelijk is, de vrouwen achter traliewerk b.v. de dienst te doen bijwonen of op een balcon,
volledig gescheiden van de mannen, die feitelijk aan de godsdienst deelnemen. Dat is
overigens niet iets typisch Joods. Wij vinden het in vele andere godsdiensten weer.
Wij kennen toch in de Joodse godsdienst figuren als Esther, Ruth, enz., waaruit niet blijkt
dat ze werden achtergesteld.
Er wordt in een zeker Joods ochtendgebed gezegd: "Wij danken U, Heer, dat U mij als man
geschapen hebt."
Dat is dus het superioriteitsgevoel van de man, dat door de vrouw helaas over het algemeen
werd aangemoedigd. En de enkele keer dat er een heldin optreedt, wordt ze meestal direct
verwijderd in haar eigenschappen van het vrouwelijke. Haar lichaam wordt dan een soort
middel, dat het Eeuwige gebruikt om daardoor resultaten tot stand te brengen. Ook in de
De tijd
89
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

verhalen van Judith en Holophernes b.v. en Esther en vele anderen. Ik geloof dus dat wij
moeten vaststellen, dat het feminisme in haar huidige vorm van gelijkstelling tussen beide
sexen betrekkelijk jong is. Zeker ook religieus. Hebt u zich wel eens gerealiseerd dat eerst
sedert zeer korte tijd vrouwelijke dominees binnen bepaalde kerken het recht hebben om het
woord te brengen en de sacramenten te bedienen? Dat in de katholieke kerk nog geen enkele
priester van het vrouwelijk geslacht bestaat, die het recht heeft een misoffer te celebreren of
de sacramenten toe te dienen, uitgezonderd het doopsel? Dus ook in de Christelijke wereld zit
op de achtergrond nog dezelfde idee: de minderwaardigheid van de vrouw. Maar daarmede
zouden wij te ver afdwalen, want wij komen nu tot een discussie over sociale ordening.
Zijn er geen vragen meer, vrienden? Dan geef ik het woord over aan de laatste spreker en
wens u een goede avond.
o-o-o-o-o
ZELFKRITIEK
Jezelf beschouwen is goed, want je moet jezelve leren kennen. Kritiek uitoefenen op jezelf kan
goed zijn, wanneer het je in staat stelt je daden beter te stellen. Maar bij vele mensen wordt
zelfkritiek tot een voortdurend zichzelf beschouwen en een voortdurend in zichzelf opgaan,
waarmee op den duur het gehele wezen, de gehele kwaliteit wordt teruggebracht tot een
voortdurend proberen dit ik te zien in een juistere verhouding. En daaronder vergaat de
mogelijkheid tot daden.
Belangrijk voor de mens is in de eerste plaats wel de manier waarop hij leeft. Hij moet in zijn
streven en zijn denken proberen zo goed mogelijk te handelen. Dan zal hij ongetwijfeld fouten
maken. Hij zal een zekere zelfkritiek moeten uitoefenen om zich te realiseren waaróm
bepaalde fouten werden gemaakt. Maar die zelfkritiek heeft alleen zin, wanneer in het heden
dezelfde mogelijkheid en dezelfde daad kunnen ontstaan. Het is niet onze taak voortdurend uit
te maken of wij nu zo minder- of meerderwaardig zijn. Het is niet voor ons van belang
voortdurend uit te vinden wat of wie wij nu precies zijn. Belangrijk is dat wij in
overeenstemming met onze mogelijkheden en onze kwaliteiten werken en leven.
Als wij op onze manier zouden bidden tot onze God, dan zouden wij misschien willen zeggen:
"Goede God, geef ons toch de kennis van het ik." Maar als wij die kennis dan alleen gebruiken
om vast te stellen, wat er in het verleden verkeerd is gegaan, wat hebben wij er dan aan? Wij
kunnen tot God zeggen? "Heer, openbaar ons Uw heerlijkheid en Uw volmaaktheid." En als
God dat dan doet en wij gebruiken het alleen om onze tekortkomingen vast te stellen, wat is
dan de zin hiervan? Zelfkritiek is een middel. Een middel dat moet worden gebruikt om in het
heden de daden steeds juister, steeds beter te stellen. Niet om te treuren over wat voorbij is,
niet om zich beladen en belast met berouw of andere dingen langzaam maar zeker terug te
trekken: want te veel zelfkritiek maakt bang voor handelen, maakt bang voor denken. Als je
steeds in jezelf een fout ziet, steeds weer in jezelf ziet hoe je op een volkomen verkeerde
manier schijnt te reageren, dan ga je je afvragen?" Zou ik het wel durven doen? Zou ik durven
leven?" Neen. Leven is belangrijk! Zelfkritiek is een middel om beter te leven, maar meer niet.
Ze mag ons nooit de moed benemen verder te gaan, ze mag ons nooit beperken. Ze moet ons
een juister inzicht geven.
Een zekere zelfkritiek is een soort zelferkenning. En als je die kritiek uitoefent, krijg je vanzelf
een beeld. Een beeld van je eigen gedrag als in vergelijking met anderen. Er zijn ons op de
wereld en in de sferen voorbeelden gegeven. Overal vinden wij de grote meesters. die - of ze
nu bekende of ongekende namen hebben op deze wereld - krachten zijn van licht. U op aarde
kent de profeten, de leraren, de voorgangers, van de oudste wereldmeesters tot de nieuwste
toe. En elk van hen heeft getracht u iets te brengen. En wanneer u hun leven en denken
probeert te bezien, dan gaat u op een gegeven ogenblik zeggen?"Ja, hier schiet ik tekort."
Wanneer u dit constateert om dit te verbeteren, dan is er sprake van een gezonde zelfkritiek.
Wanneer wij - erkennend waar wij tekortschieten - worden gestimuleerd tot een juist streven
en werken, daar openbaart zich ook voor ons een nieuwe mogelijkheid tot werken en tot leven.
Maar al te veel ontaardt de zelfkritiek van vele mensen in een voortdurend schreeuwen? "Heer,
ik ben niet waardig." God geeft met gulle hand. Hij geeft je leven, Hij geeft je ervaringen. Hij
De tijd
90
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 januari 1960
Les 5 – De tijd

geeft je nieuwe belangstelling. Hij vult je leven en dagen voortdurend weer. En jij blijft maar
roepen: "Heer, ik ben niet waardig." En je neemt niet wat God je geeft. Dat is geen zelfkritiek
meer. Dit jezelf voorstellen als iemand, die te dom of te dwaas is om verder te komen in
geestelijke kracht en geestelijke zaken en geestelijk bewustzijn, dit jezelf zien als iemand, die
- nu ja, natuurlijk wel goedig is - maar tekort schiet zonder meer, dat heeft geen zin.
Er wordt u in het leven veel gegeven. Veel wat u bitter noemt, veel wat u zoet noemt. U zult
fouten maken, soms fouten die uiteindelijk wel plezierig zijn, maar die volgens de menselijke
opvattingen eigenlijk niet, nu ja, ik had het eigenlijk beter moeten doen. Er zijn dingen,
waarvan je zegt: Waarom moest mij dat treffen? En dan word je ongeduldig en zeg je: "Ja,
maar ik had het moeten aanvaarden," En dan ga je erop zitten hameren, dat je het op een
verkeerde manier hebt gedaan. Kom je daar verder mee? Zelfkritiek is een middel, tot juist
leven. Zelfkritiek is een middel dat wij moeten gebruiken omdat, wat het leven en God ons
geven, te aanvaarden op de juiste wijzen, te dragen als een volheid in onszelf.
Maar het mag nooit een middel zijn dat wij moeten God ons geven, te aanvaarden op de juiste
wijze, te dragen als een volheid in onszelf.
Maar het mag nooit een middel zijn om ons te maken tot schijnnederige wezens, die zo trots
zijn op de kritiek, die zij op zichzelf uitoefenen. Wij mogen zelfkritiek nooit gebruiken als een
middel om angst te wekken en zo het leven van onszelf af te schuiven. In alle leven - uw
leven, maar ook dat van ieder ander -is er een voortdurende toevoer van nieuwe indrukken,
nieuwe kracht, nieuwe problemen, maar ook nieuwe vreugden. En wanneer u die kunt
accepteren, dan zult u weten dat u fouten maakt en u zult zeggen: ik probeer ze te
verbeteren. Weten dat je een fout hebt, is goed. Proberen ze te verbeteren is beter. Maar
bovenal leven, dat is belangrijk. Want niet om zichzelf te kritiseren is de mens geschapen,
maar om in het leven zelf voortdurend meer van zichzelf bewust te worden. En het bewustzijn
van jezelf is iets anders dan jezelf alleen maar kritiseren. Kritiseren is negatief, jezelf leren
kennen is positief. Jezelf uiten in overeenstemming met de beste kennis in jezelf omtrent je
eigen wezen en de dood, Die je dient, dat is streven naar de algemene goddelijkheid, die rond
je bestaat. En het is daarom vrienden, dat het gaat. Niet om de zelfkritiek. Om heel eenvoudig
te eindigen. Zeg niet: "Dit zijn mijn fouten" en zit dan bij de pakken neer. Maar zeg: "Ik heb
fouten gemaakt" en probeer het nog een keer. Zeg niet: "Mijn God het is te zwaar te dragen
en daartoe ben ik niet in staat." Neem wat je Schepper je geeft en probeer of het gaat:
Kritiseer niet te veel in de zin van 't verleden en de zware zondenlast, die op je rust. Maar
probeer liever te vinden de kracht van het heden, te vinden in juist handelen nu je rust.
Dat zijn maar een paar rijmpjes, maar misschien kunt u ze onthouden. Geen zelfbeklag. Geen
poging om de wereld te ontwijken. Geen poging om weg te lopen voor God of voor de
werkelijkheid. Zelfkritiek als een middel om nu beter te handelen dan ooit te voren. Zelfkritiek
als een middel om te erkennen wat wij moeten doen. Nu, niet wat wij morgen moeten doen.
Nu. Steeds een middel om in het heden God in de oneindigheid beter te verstaan. En dan voor
de rest ....basta.
Meer kan zelfkritiek niet voor ons doen. Ze kan ons helpen tot zelfkennis, tot juist leven, tot
juist werken. En als ze dat doet, kunnen we haar verder terzijde schuiven. Want per slot van
rekening, wie begint zichzelf te bekritiseren en zich daaraan vastklampt, die eindigt met een
kritiek op zijn God en op al wat er in het leven bestaat, zonder dat hij er iets gezonder of beter
door wordt, vrienden. En beter te worden, juister te leven, meer te passen in de oneindigheid
en meer te weten wat wij erin betekenen, dat is het ware doel. Kritiek heeft daarbij soms een
functie, mits wij ze niet maken tot een overweldigend deel van ons leven.
Ik hoop, dat ik hiermee het begrip goed heb belicht. Zou dat niet het geval zijn en kunt u het
me verbeteren graag. Een volgende keer dan, want we hebben nu geen tijd meer. Dan geeft u
mij misschien gelegenheid tot zelfkritiek. Maar ik garandeer u, dat ik die dan zal omzetten in
zelfverbetering. Goedenavond.

De tijd
91
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

Goedenavond, vrienden.
We gaan vandaag weer verder nu met esoterie. Heeft de vorige maal nog vragen opgeleverd?
Er staat: In onszelf wordt God werkzaam. God kan niet worden gereguleerd. Je kunt de
Niagara-falls niet reguleren met een waterkraan enz. Dan volgt er: Dat is alleen in de
beslotenheid van je eigen wezen mogelijk, maar nooit wanneer die kracht zelf in Uw wezen
wordt aangeboord. Wilt u dit wat nader verklaren?
Ik zal dit als volgt verduidelijken. In elke mens en elke geest is het goddelijk vermogen
geopenbaard, het is de kern van het leven. Krachtens dit aanwezig zijn van de kern van het
leven in elke mens etc. kan degene, die voldoende bewustzijn heeft, door het stellen van een
harmonie (een absolute overeenkomst a.h.w.) een soort harmonische band verkrijgen. D.w.z.
dat de goddelijke kracht, die buiten hem en rond hem bestaat, zich nu ín hem openbaart.
Wanneer echter deze kracht ontketend is, is het voor die mens niet mogelijk deze te
reguleren. Zij is te groot en hij kan onmogelijk zelfs al behoort hij tot de ingewijden absoluut
elke consequentie van hetgeen door die Kracht wordt verricht overzien. Hij is dus ten dele
daardoor slachtoffer geworden van de Kracht, die hij ontketent, ook als deze Kracht
uiteindelijk alles ongetwijfeld ten goede voert.
In de beslotenheid van ons eigen wezen echter, hebben wij te maken met God, zoals Hij in ons
geopenbaard is. Hier geldt geen buitenwereld meer, maar alleen de innerlijke wereld. Waar
deze innerlijke wereld bestaat uit het totaal door ons gekende, is het mogelijk, zodra de
goddelijke Kracht binnen die innerlijke wereld optreedt, haar te erkennen en haar zelfs in
zekere mate te richten. Wij kunnen dus overzien wat die Kracht zal doen, wanneer zij zich
ontlaadt, reeds voordat wij die Kracht aanboren daarnaast kunnen wij, wanneer die Kracht is
aangeboord precies begrijpen wat er gebeurt en overzien wat er in werkelijkheid plaatsvindt.
Noopt dit gebeuren ons dan niet tot een handeling daarmee overeenkomstig? En is dan die
toestand, waarin zij gebruikt wordt, daarmee niet begonnen?
Neen, want de handeling, die vanuit ons innerlijk ontstaat, ontstaat volgons ons eigen weten
en denken, dus vanuit onze eigen wereld. Zij kan geen enkel element bevatten, dat buiten
onze kennis of vermogens ligt. Het gevolg is, dat wij volgens de normaal geldende regels en
begrippen in staat zijn het. totaal van die daad te overzien, het totaal van die daad te
reguleren en zelfs, wanneer die daad ons niet geheel bevalt na afloop, een groot gedeelte van
de gevolgen daarvan af te buigen of op te heffen. Er is dus een verschil.
Er staat: Misschien meent u dat uw wereld klein is enz. In de gedachten van den mens kan
de gehele kosmische ruimte geopenbaard zijn etc. Bedoelt u daarmee in zijn
gedachtebeeld, in zijn voorstelling?
Buiten tijd en ruimte (en dan komen wij weer op dat beroerde woord tijdruimtelijk continuum,
waarin u zich bevindt) bestaat alleen het gefixeerde. Het gefixeerde is de geopenbaarde
gedachte, die volledig is vastgelegd in haar volledig kennen. Het resultaat is dat de fixatie
buiten ruimte en tijd, die het totaal van de goddelijke schepping omvat en Gods beeld
weergeeft, evenzeer binnen de mens kan bestaan en mits die mens zich van zijn God en Diens
schepping bewust is in hem een volledige reproductie krachtens de gedachte doet ontstaan
van het totaal der kosmische en goddelijke schepping, inhoudende. alle sferen, alle werelden
en alle tijden.
Bedoelt u daarmee bewust, waakbewust?
Er is gesteld als voorwaarde: een erkennen van God buiten ruimte en tijd. U vraagt
waakbewust? Dan brengt u dit terug tot de zuiver menselijke termen. Waakbewust is n.l. een
term, die wij o.a. in de psychologie gebruiken. Het gevolg is dat slechts bij uitzondering dit
waakbewust zal geschieden, waar slechts bij uitzondering een mens levende in de stof, tot een
dergelijk groot contact met het goddelijke komt, zonder daarbij zijn menselijke vorm en
gestalte te verliezen.
Hoe kan men een innerlijke waarde bij zichzelf erkennen door te zoeken in zijn ik, als men
die waarde in de buitenwereld niet waarneemt?
Dat kan o.m. - ik neem nu en willekeurig voorbeeld - wanneer in jezelf een
rechtvaardigheidsdrang bestaat, die tegen het totaal van de rechtvaardigheidsopvattingen
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
92
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

buiten je ingaat. Ongeacht dit grote verschil ben je toch in staat voor jezelf precies te
overzien, waar nu eigenlijk het recht ligt. Er is dus een innerlijke waarde, die verdergaat dan
de waarden van je eigen wereld.
Een ander voorbeeld: Je kunt op een gegeven ogenblik komen tot de erkenning van een
waarheid uit een andere wereld. Die waarheid zul je nooit reëel rond je kunnen zien en
ontmoeten. Toch zul je waar je die waarde in jezelf kent haar in je eigen wereld gaan uiten en
toepassen. Zij wordt daar echter in die wereld niet gevonden of erkend. Op het ogenblik dat u
zich bewust wordt van een waarde, die boven deze wereld uitgaat en deze toepast in uw eigen
werelds bent u zich bewust van een innerlijke waarde, die buiten u niet of althans niet
daadwerkelijk kenbaar is.
U hebt gesproken over tijdscontinuüm. Is het omschrevene nog gebaseerd op het
persoonlijk tijdsbeleven?
Onder een tijdscontinuüm verstaan wij het totaal van de tijd, in zichzelf vormende een
besloten oneindigheid. Wanneer u deel. uitmaakt van dit tijdscontinuüm, dan zal het totaal van
alle tijdsbeleven, dat daarin mogelijk is, ongeacht de voor de gemeen schap geldende
registratie gezamenlijk voor u dit continuüm vormen. Er is dus rekening te houden met het
persoonlijk tijdsbeleven, dat echter zoals op uw wereld in vele gevallen toch weer onderdanig
wordt aan een gemeenschappelijke tijdsdefinitie.
Ik wil daar nog bijvoegen: er zijn vele soorten van oneindigheid, er is er niet slechts een. Een
tijdscontinuüm betekent een bepaalde tijdssequentie, die terugkeert tot haar eigen bron.
Eenvoudig gezegd de tijd vloeit niet, de tijd huppelt. Hij springt dus steeds een pasje over. Hij
wordt voor de mens echter kenbaar als een vloed, als een aaneensluitend geheel, omdat die
mens nu eenmaal niet beleeft in de tussenliggende momenten. Het resultaat is dat voor hem
een tijdscontinuüm dus inderdaad een oneindige stroom is. Maar daartussenin kan een ander
tijdscontinuüm liggen. We hebben het daar al eens over gehad. Om het heel eenvoudig te
stellen: wanneer u betrekkelijk grote passen neemt en uw voetstappen gekleurd op een vlak
worden afgebeeld, dan kan een ander dezelfde weg gaan precies dezelfde weg, maar daarbij
de voetstappen zo plaatsen, dat niet dezelfde grond betreden wordt. Op deze wijze kunnen
verschillende tijdscontinua in een sequentie a.h.w. voorkomen. Daarnaast zijn nog afwijkingen
in andere richtingen mogelijk, kruisingen van tijd, maar dit voert ons m.i. te sterk in een
technische richting om u te interesseren. Ik hoop, dat dit verduidelijkend was. Zijn er nog
meer vragen?
We zullen vandaag proberen weer proberen om een paar waarheden te zeggen Ik wil ook
proberen het zo eenvoudig mogelijk en zo duidelijk mogelijk te zeggen. Het is n.l. tamelijk
belangrijk.
Archimedes heeft eens opgemerkt:

GEEF MIJ EEN PUNT (HIJ BEDOELDE EEN PUNT BUITEN DE WERELD, EEN
STEUNPUNT) EN IK KAN DE WERELD UIT HAAR BAAN BRENGEN

Hij gaf hiermee het feit aan, dat de aarde die op zichzelf schijnbaar onveranderlijk rond de zon
wentelt met een betrekkelijk kleine kracht (zelfs de kracht van een mens) uit deze baan
gebracht zou kunnen worden. Maar er zou een vast steunpunt in de ruimte moeten zijn, dat
wij zou den kunnen gebruiken om de kracht aan te wenden. Het gaat hier dus over het gebruik
van de hefboom.
Wanneer wij in de esoterie bezig zijn, dan zullen wij in heel veel gevallen niet precies beseffen
dat wij in dezelfde conditie verkeren als die arme Archimedes. Hij kon de wereld niet
verplaatsen, omdat hij buiten de wereld geen steunpunt had. En in de esoterie staan wij heel

Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
93
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

vaak voor dezelfde moeilijkheid. Wij kunnen onszelf veranderen, wanneer wij maar een kracht
hebben om onszelf uit de baan te brengen, waarin wij verkeren. Maar wij kunnen niet buiten
onszelf treden, wij bezitten dat punt niet en gaan daardoor als voorbestemd verder.
Het is logisch, dat deze stelling voor de mens niet zo kan worden doorgevoerd als op het
ogenblik nog voor de aarde. Want de mens heeft wel degelijk steunpunten buiten zichzelf. U
weet allemaal, dat de mens gesplitst kan worden in twee delen, een stoffelijk gedeelte (in
zichzelf complex) en een geestelijk gedeelte (in zichzelf complex). Deze beide kracht en zijn
t.o.v. elkaar tegengestelden van waarde, tegengestelden van inhoud en tegengestelden van
werking. Hun enige gemeenschappelijke factor is de beleving, waarbij echter waardering en
drang in beide factoren wederom anders zijn. Wanneer u dit beseft, dan zult u begrijpen dat
wij ter wijziging van de stof evenals ter erkenning van de stof de geest zouden moeten kunnen
gebruiken, en dat deze geest mits teruggetrokken uit de in de mens schijnbaar zeer hechte
band tussen stof en geest de stof zou kunnen dirigeren in elke willekeurige richting, dat ze elke
baan en elke actie van die stof door een eenvoudige, betrekkelijk kleine handeling zou kunnen
veranderen of verbreken. Omgekeerd kan de stof mits zij afzonderlijk van de geest staat op
die geest een zeer grote invloed uitoefenen, voorzover zij een remanent bewustzijn heeft.
D.w.z. zolang die stof een eigen denkvermogen heeft, zoals b.v. uw hersens die niet geheel
zijn uitgeschakeld. Om nu deze stelling verder te ontwikkelen, ga ik beginnen met een paar
eenvoudige voorbeelden, waarvan ik hoop dat u ze kunt volgen.
Voorbeeld 1. Een mens is zeer gespannen. Hij is boos, hij is driftig. Nu gebeurt er plotseling
iets, wat zijn aandacht helemaal boeit. In 9 van de 10 gevallen zal die drift plotseling geweken
zijn, en zal door de afleidende actie de normale gesteldheid zijn teruggekeerd. Er is buiten het
“ik” iets gebeurd, dat op het “ik” een invloed had als deze hefboom en een binnen het “ik”
ontstaande ontwikkeling verbrak of afboog.
Een stapje verder nog komen wij bij het geval van lichamelijke kwalen. Een lichamelijke kwaal
is een geschiedenis van oorzaak en gevolg, D.w.z. alle menselijke en lichamelijke kwalen
evenzeer als psychische kwalen kunnen worden herleid tot een oorzaak, terwijl deze oorzaak
wederom herleid kan worden tot een eigen betrekking in het menselijk bestaan en met het
menselijk bestaan. Stel ik nu dat ik niet in staat ben dit lichaam zonder meer te veranderen en
te wijzigen, dan kom ik er nooit toe. Probeer ik het langs de lichamelijke weg, dan kan ik het
alleen via de oorzaak en gevolgsequentie, die voor het lichaam geldt. Heb ik echter het
vermogen geestelijk geheel los te komen van de stof, dan kan ik op die stof een invloed
uitoefenen, waar door een plotselinge en zeer sterke verbetering optreedt. Voorbeelden
hiervan vindt u in wondergenezingen.
Stel nu, dat ik op een gegeven ogenblik wil komen tot zelf kennis (in esoterie een van de
grootste punten, zoals u weet) Ik zou nooit tot een werkelijke zelfkennis kunnen komen,
zolang ik in één geheel tracht mijzelf te definiëren en te omschrijven. Slechts waar
tegenstellingen bestaan is een reële erkenning mogelijk. Dat geldt niet alleen buiten maar ook
in het ik. Op het ogenblik dat de mens dus tussen geest en stof een scheiding tot stand kan
brengen, zal het hem mogelijk zijn de juiste waardering te vinden voor elke kracht, die in het
stoffelijk ik regeert. Er is geen buitenwereld bij nodig, de kernkwaliteiten van het stoffelijk ik
kunnen zonder meer erkend worden. Omgekeerd: wanneer ik een voldoende beheersing heb
en ik leg mijzelf een lichamelijk bevel op, dan zal ik terwijl ik mijn geest laat uitgaan een
bepaalde stimulans in dat lichaam kunnen doen voortbestaan. De reacties, die daardoor tot
stand komen (want dit leidt weer tot een eenwording met de geest), brengen gevoelens,
emoties. En deze emotionele verschillen aan de hand van de opgelegde waarde zijn
bestemmend voor de kwaliteit. Je, zou kunnen zeggen: de opgelegde gedachte werkt als een
soort echolood. Zij peilt de geest. Zij peilt echter, daarmede ook de mogelijkheden van de stof
en wel gelijktijdig, waar een wissel werking tussen deze beide bestaat. Duidelijk? (Neen) Dan
ga ik dit nog een keer herhalen, zo mogelijk nog eenvoudiger.
Wij nemen stof en geest in een mens normaal als een eenheid. Stof en geest behoren echter
tot een verschillende wereld. D.w.z. dat tussen stof en geest een scheiding mogelijk is. In de
slaap b.v. komt deze vaak voor. Dan zal de stof enerzijds blijven en de geest anderzijds.
wanneer ik echter in de stof een prikkel schep, b.v. door een post hypnotisch bevel in een
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
94
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

soort auto hypnose gegeven, dan zal deze ene prikkel uitgaan naar die geest. Hij is ontdaan
van alle stoffelijke bijwaarden, het is een beeld. Het gevolg is dat de geest daarop reageert en
terugkeert tot de stof. In deze eenheid ontstaat nu echter stoffelijk aan de hand van de
geestelijke reactie de emotie. Deze emotie is te waarderen t.o.v. andere stoffelijke emoties
dus angst, blijdschap, ontspanning, vermoeidheid, enz. Die gevoelens zijn dus de resultante.
Deze gevoelens erkennend en vergelijkend met het gestelde probleem maken het mij mogelijk
mijn eigen geestelijke reactie op een bepaalde impuls of prikkel af te meten. Is dit duidelijk?
Of nog niet?
Kon u maar een voorbeeld geven.
Dat is lastig omdat het voor elke mens een beetje anders is. Niet iedere mens is gelijk. En ik
moet nu dus terugvallen op wat ik vroeger eens geweest ben. Dat moet u goed begrijpen. Ik
wil dus niet zeggen dat het voor u letterlijk hetzelfde is.
Ik heb op een gegeven ogenblik een associatie in mijzelve. Die associatie was voor mij, een
slang en kwaad. Nu was het voor mij gemakkelijk om bij een proefneming stevig aan die slang
te denken, die a.h.w. vast te houden als een laatste beeld vóór het inslapen. Wat was nu
echter het resultaat? Vreemd genoeg niet, dat ik zonder meer uit een angstdroom wakker
word of uit een nachtmerrie, maar dat ik zeer kort na het inslapen ontwaakte en de illusie had,
dat ik als een soort St. George een slang de kop had gespleten met een wit zwaard. conclusie
te trekken, n.l. dat ik geestelijk in goede te kennen en te beheersen, en ten tweede dit
droombeeld tot uiting bracht, dat er bij mij suprematie boven de stof bestond. Kunt u het nu
beter begrijpen? Op deze manier krijg je dus een uitdrukking van relaties in jezelf.
Voor de erkenning van jezelf is het verder altijd gemakkelijk om een bepaalde handeling al dan
niet verricht a.h.w. aan de geest voor te leggen. Wij trachten in een volledige ontspannenheid
of slaap (voor de doorsneemens is dat de slaap slechts weinigen beheersen de concentratie
voldoende) dus het gestelde probleem is dit goed of kwaad, af te meten. De reactie, waarmee
wij terugkomen, zegt ons wat je werkelijke verhouding is. Ik maak het misschien moeilijk,
maar ik wil trachten een voorbeeld te geven. Een geval dat ik heb meegemaakt, dus niet wat
mijzelf betreft.
Er was een man, die tamelijk onplezierig was tegen zijn echtgenote. Deze echtgenote maakte
kennis met een vriend van deze man, die voor haar buitengewoon zorgzaam was. Zij
overwoog ontrouw. Zij kreeg op de droom daarover a.h.w. een innerlijke reactie van ik heb
iets vernield. Zij heeft zich helaas daardoor niet laten weerhouden. Maar had ze geweten, wat
ik u thans vertel, dan had ze ongetwijfeld deze daad uitgesteld, omdat zij betekende het
vernietigen van een waarde in haarzelf. Het had ook omgekeerd kunnen zijn natuurlijk, want
de geest reageert niet langs stoffelijke wegen. Maar de mogelijkheid die bestaat wordt vanuit
de geest in een emotie en een gevoel weerkaatst. Op deze manier zou u dus in staat zijn (en
daar komt uw vraag van zo-even bij te pas, nietwaar) een reeks van innerlijke waarden te
erkennen, die niet in de buitenwereld onmiddellijk tot uiting komen.
U heeft een eigen karakter, een eigen denken, een eigen vermogen. U kunt daar onnoemelijk
veel mee doen. Maar u hebt een hefboom nodig om de zaak zo te verzetten, dat het naar uw
in zicht juist is. Die hefboom kan nooit gelegen zijn binnen het “ik” in beide factoren van het
bestaan (stof en geest) gelijktijdig. Zij kan alleen gevonden worden, indien een der beide
partijen optreedt als een afzonderlijke kracht, die de hefboom (de levensdraad die beide
verbindt) hanteert. Het geheel echter zal kunnen profiteren van de resultaten, die op deze
wijze tot stand komen. Is het nu voldoende duidelijk?
Kan men dan de geest een vraag doen t.a.v. bepaalde omstandigheden, waarover men in
het onzekere is in het stoffelijk leven?
Het is geen vraag. Ik heb juist nadrukkelijk niet over een vraag gesproken, omdat het is het
stellen van een handeling of daad, als zijnde reëel. Wanneer u (laten we het heel cru stellen)
denkt: Ik zou iemand willen vermoorden, maar mag ik dit nu wel doen, dan stelt u zich kort
voor een ontspanning, een concentratie of een slaap zo intens mogelijk voor, dat u die daad be
gaat. Dat zet zich voort in het onderbewustzijn en in dit onder bewustzijn ontstaat de
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
95
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

beïnvloeding van het droomleven. De geest echter, die dit totale beeld ziet, heeft afstand
genomen van het stoffelijke. Vanuit de geest dus krijgen wij de zuivere reactie van het
geestelijk wezen op het stoffelijk beeld.
Zou het dan ook mogelijk zijn, dat je die moord wel moet begaan?
Moeten nooit, gezien het feit dat er nooit een dwang bestaat. Maar het zou dus vast te stellen
zijn, dat op een gegeven ogenblik deze moord niet zou indruisen tegen uw geestelijke
belangen. Dat is hetgeen je er mee vaststelt. Of om het nog eenvoudiger te brengen dat er
dus geen voldoende levensrespect is ontstaan in uw geestelijk wezen om alle leven zonder
meer onaantastbaar te achten. Dat is natuurlijk de eerste gevolgtrekking die wij maken. Het
gaat er ons dus niet alleen om eens praktisch uit te kienen, wat mag nu wel en wat mag nu
niet? Het gaat er ons om te weten wat er in ons als diepste roerselen van de ziel zich uit en
openbaart, zonder dat wij het in de buitenwereld kunnen terugvinden. Wij willen weten wat in
ons bestaat, zo goed als wat buiten ons is.
Het is gemakkelijk genoeg te zeggen? Al wat je bent kun je in de wereld buiten je weer
ontmoeten, weer kennen. Dat is juist. Het gaat zelfs verder: De interpretatie, die je geeft van
hetgeen buiten je geschiedt, is niets anders dan een spiegelbeeld van je eigen wezen. Maar in
u leven veel dingen, die buiten u nooit tot uiting kunnen komen, gezien het feit dat u
onderworpen bent aan maatschappelijke dwang dat u door opvoeding enz. in een bepaalde
richting bent gedwongen het feit dat uw beroep of uw ervaring zelfs het voorstellen van
bepaalde feiten onmogelijk maakt. En juist dit is dus eigenlijk laten we zeggen een middel om
ook te vinden wat in je leeft en niet buiten je bestaat.
Nu zit echter aan die hefboomtheorie nog een tweede een sequentie vast. Wij kunnen over het
algemeen heel weinig doen om b.v. door te dringen in het eigen onderbewustzijn. Toch kan
een psychiater dat heel vaak wel. In vele gevallen zal ook een helderziende in staat zijn
ditzelfde tot stand te brengen, omdat deze persoon buiten u staat. Hefboomwerking. Deze
persoon kan een pressie uitoefenen, die niet onmiddellijk door u gecompenseerd wordt. Maar
in uzelf wordt elke willekeurige pressie, die u op uzelf uitoefent, automatisch gecompenseerd
en wel op hetzelfde ogenblik. Het feit dat u op een impuls van buitenaf niet snel genoeg kan
reageren, veroorzaakt dus grotere pressies en kan daardoor bepaalde kortsluitingen zelfs in
het denken (laten we zeggen: mentale blokken) verwijderen of verschuiven, ongeacht de. pijn,
die daarbij te pas komt. Dat is mogelijk.
Wanneer wij het nu zo stellen, dan is het ook duidelijk dat menig mens niet in staat zal zijn
zichzelf te helpen en toch in staat zal zijn anderen te helpen. Begrijpt u deze gevolgtrekking?
Er zijn altijd weer dingen, die een ander voor u kan doen en in u kan bereiken, die u voor uzelf
niet tot stand kunt brengen, Omgekeerd kunt uzelf voor een ander zeer veel doen, terwijl u
ditzelfde niet voor uzelf tot stand brengt. (Dus alle helderziendheid en paranormalen erbuiten
gelaten, gewoon in het normale leven).
Nu is esoterie een streven naar zelfkennis. Het zal u duidelijk zijn, dat in dit streven naar
zelfkennis en het beleven van de Godheid in jezelf bepaalde dingen moeten gebeuren binnen
het ik, die je niet alleen zonder hulp tot stand kunt brengen. Het logische resultaat is, dat wij
op een of andere manier andere krachten moeten inschakelen. Deze krachten kunnen zowel
gelegen zijn buiten ons in onze eigen wereld, dan wel in een andere wereld, mits deze niet
alleen in ons bestaan maar ook buiten ons voor ons merkbaar worden. En hier komt de
helderziende dus wel te pas. Als u geen paranormale begaafdheid heeft, misschien wel gelooft
in de geest maar veel verder niet komt, dan kan die geest u weinig of niets doen. Maar indien
die geest antwoord geven kan op uw vragen, u helpen kan op uw verzoek, zodat er een relatie
ontstaat, u die geest kunt waarnemen, kunt zien, kunt horen, dan is er wel van een
wederzijdse relatie sprake waarbij hulp mogelijk is, wederzijds.
Dan zijn wij hiermede gekomen op het tweede gedeelte van mijn lezing van vandaag. Wanneer
u n.l. dit begrip goed vasthoudt en daarnaar handelt, dan zult u daarvan heel veel voordeel
hebben. Dat kan ik u garanderen.
Nu geldt in de magie over het algemeen dit: Wanneer onze krachten niet voldoende zijn om
onmiddellijk tot stand te brengen wat wij wensen te volbrengen, dan zullen wij ze projecteren
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
96
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

in een andere sfeer, omdat van daaruit hernieuwd naar de aarde gezonden die bereiking dan
wel mogelijk is. Wanneer in uw eigen wereld iets veranderd moet worden en u kunt dit niet
onmiddellijk doen, dan zult u naar een hefboom moeten zoeken. Die. hefboom kunt u vinden,
wanneer u denkt aan uw eigen wezen met zijn vele voertuigen. We hebben erover gesproken
en vastgesteld, hoe elk voertuig in zijn eigen wereld altijd een voortdurend contact heeft en in
feite daar bestaat ook wanneer het daar sluimert en waarneemt wat op uw wereld geschiedt.
Dan is het dus duidelijk, dat wanneer wij in staat zijn binnen ons wezen een of meer van onze
geestelijke voertuigen of kwaliteiten te doen ontwaken, wij daardoor een verwijdering
gewinnen van de wereld, een vast punt in een andere wereld en zo de mogelijkheid de hef-
boom van kosmische krachten te hanteren, die wij in onze eigen wereld niet aan kunnen.
De consequentie hiervan is heel belangrijk, dat wij een wereld vinden, (maakt nog niet eens
veel uit), zover bestaan, dat wij daarin kunnen werken eens gesproken over de Scheingestalt.
een voorstelling, die je zelf bouwt eenvoudig. Het is voor ons reëel of irreëel (dat verwijderd
van ons normale en handelen). We hebben al, Die Scheingestalt is dus om jezelf te
compenseren.
Op een soortgelijke wijze kun je je een reële of niet reële figuur vanuit een bepaalde
geestelijke sfeer b.v. voorstellen. Ik zal een voorbeeld geven:
Op een gegeven ogenblik wilt u iets met alle geweld tot stand brengen en u kunt dat niet. U
kunt u a.h.w. en wenden tot ons. Wij zijn niet almachtig of alvermogend, vergeet dat niet!
Maar het is mogelijk dat uw wilsimpuls zo sterk bij ons kan aan komen, dat mits u bewust
probeert zelf mee te werken een versterking van uw oorspronkelijke impuls ontstaat en ook
van de onze. Nu is er een verschil tussen werelden. Ik zou haast een oud voorbeeld hier willen
aanhalen. Stel dat die werelden boven elkaar gelegen vlakken zijn. Wanneer ik nu een druppel
water laat vallen van het ene vlak naar het andere, dan heeft die een zekere kracht, een
vermogen van plaats, een zekere inslag. Wanneer ik echter water laat vallen van het bovenste
naar het onderste vlak, dan is de inslagkracht groter, veel groter. Naarmate ik een hogere
sfeer kan activeren, zal - zelfs indien geen andere krachten zich bij de mijne voegen - mijn
eigen kracht dus intenser werkzaam worden op het lagere vlak, waarop ik da bereiking
verlang. Is dit duidelijk? Trek dan uw conclusies.
Ik zal u alleen het volgende nog proberen te leren. In elke mens leeft naast de normale wereld
de fantasiewereld. In deze fantasiewereld zijn vele dingen mogelijk, die je normaal niet
volbrengt. Deze fantasiewereld kan in sommige gevallen een continuïteit bereiken d.w.z. dat
de droombeelden (dagdromen en nachtdromen enz.) een aaneengesloten geheel vormen, een
tweede parallelle wereld. In een nadelige ontwikkeling leidt dit tot waanzin, een je
terugtrekken in die wereld. Wij kunnen dit nooit verlangen. Maar wij kunnen ons wel
voorstellen, dat er buiten ons een wereld bestaat, waarin wij regelmatig kunnen terugkeren en
waarbij een of twee punten vast en onverplaatsbaar zijn. Deze voorstelling mag aan de wereld
gekoppeld zijn, maar niet een kopie van de wereld betekenen. Dus u moogt wel aan een
fontein denken, maar het mag niet een van de fonteinen van Versailles zijn en ook niet de
fontein in Rotterdam aan het eind van de Coolsingel. Het moet een fontein zijn, zoals u ze
droomt en deze wordt voor u door uw eigen fantasie a.h.w. gemaakt tot het centrum van een
geestelijke wereld, waaraan u een bepaald vermogen toekent. Kunt u dit volgen?
Ik heb nu dus voor mijzelf een stoffelijk concentratiepunt geschapen, dat reikt tot een
bepaalde sfeer. Het gevolg is dat elke stoffelijke concentratie op dit beeld een intensifiëring
van mijn eigen gevoeligheid óp die sfeer en ín die sfeer mogelijk maakt. Alle krachten, die ik
dus op dat ogenblik stoffelijk uit, worden naar die sfeer toegeleid. Mijn eigen persoonlijkheid
zal zich misschien niet geheel bewust zijn van het feit dat zijzelve in die sfeer bestaat. (Eerst
veel later kan een dergelijke realisatie over het algemeen verwacht worden). Maar wij kunnen
wel bereiken, dat de kracht en de inhoud van die sfeer, zoals door ons erkend en omschreven,
het hogere vlak wordt, van waaruit onze eigen kracht en vermogen naar een stoffelijke mens,
een stoffelijke toestand, kan worden gedirigeerd. Daarnaast kunnen wij ons voorstellen, dat
wij bepaalde krachten, die daar bestaan, toevoeren. Hier zitten wij inderdaad ik zou haast
zeggen verward in de fantasiewereld. Dat is op aarde erg gevaarlijk, om dat de fantasie nu
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
97
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

eenmaal voor vele mensen een irreëel beeld is, een reeks van dromen die toch nooit
werkelijkheid worden. Deze mensen vergeten dat gedachten nooit iets kunnen weergeven, dat
niet ergens in de kosmos bestaat.
Stel u nu niet voor dat er alleen een fontein is, maar ga die fontein enkele schreden af totdat u
een vloed vindt, stroompje, een beek, een grote rivier. Stel u, voor dat er een gat wordt
gemaakt in die rivier en alle kracht van deze rivier op aarde terecht komt. Dan is er een
overstroming van kracht. Want de rivier van een andere sfeer is geen water van uw wereld, ze
is energie. Deze kracht kan dus op het juiste ogenblik worden gebracht, mits er een
mogelijkheid is die kracht op te nemen en te verwerken. Bij magische zowel als esoterische
proefnemingen kunnen wij dus komen tot een tweeledig procédé. Allereerst: het voorbereiden
van opnamemogelijkheden van kracht, het scheppen van een zekere harmonie of een zekere
honger of een zekere behoefte. In de tweede, plaats: vanuit een hogere sfeer het uitstorten
van die kracht op het punt, waar de opnamemogelijkheid geschapen word.
Dit klinkt alles ongetwijfeld tamelijk abstract. Ik ben mij daarvan bewust. Esoterie is over het
algemeen abstract en de magie zelfs nog meer. Deze beide krachten en gedachtegangen (of zo
u wilt scholingen) werken nu eenmaal met veel, wat op uw eigen wereld als niet bestaand
wordt beschouwd. In de kosmos is echter veel meer dan u kunt beseffen. Het door mij
voorgaande beschrevene is voor praktisch iedere mens bruikbaar, die een voldoende
geschoold voorstellingsvermogen heeft en voldoende realiteitszin om het beeld af te breken en
niet nodeloos daarheen terug te keren.
Het resultaat van dergelijke pogingen moet verder natuurlijk worden ondersteund door wat wij
noemen lichamelijke voorbereidingen. Het heeft b.v. weinig zin te trachten een groot werk te
doen, terwijl je voor jezelf niet overtuigd bent, dat je schoon, dat je gereinigd bent. Zelfs een
symbolisch gebaar van reiniging kan in vele gevallen dienstig zijn. Wanneer u het idee hebt,
dat u de hand en wast en dit als een reiniging beschouwt, dan zal dit inderdaad een reiniging
kunnen betekenen, krachtens uw eigen gedachten en wel hoofdzakelijk voor dat deel van uw
wezen, dat onmiddellijk met de geest in verband staat. Is dit duidelijk?
Dan volgt hieruit mijn conclusie (ik laat dus uw eigen conclusie voorlopig aan u over, die
krijgen we een volgende keer):
Waar het voor de mens mogelijk is om dank zij geest en het kennen van andere sferen te
komen tot en meer juiste definitie van zichzelf, daarnaast het juister beheersen van stoffelijke
krachten en factoren, daarnaast tot het helpen van anderen in de stof, is het noodzakelijk, dat
bij een esoterische ontwikkeling niet slechts wordt gelet op eigen innerlijke waarden zonder
meer, maar dat deze ontwikkeling steeds plaats vindt in overeenstemming met de wereld,
waarin men meent te bestaan. Het voorstellingsvermogen zal noodzakelijkerwijze aan de
wereld, waarin men bestaat, ontleend moeten worden, maar het zal moeten worden getraind
om zoveel mogelijk geestelijke waarden in een stoffelijk aanvaardbare vorm weer te geven,
opdat op deze wijze een juister functioneren van de geest op zuiver geestelijk vlak bereikt
wordt en anderzijds het stoffelijk bewustzijn daarbij toch nog leidende impulsen kan blijven
geven. Ik zou graag willen dat u daarover verder nadenkt.
Nu volgt het derde deel van ons betoog van vandaag: Bij ons denken over God en over
goddelijke zaken zal in heel veel gevallen kunnen worden gezegd, dat wij God slechts trachten
te benaderen, maar dat wij vrezen de werkelijke God te ontmoeten. Wij erkennen in God een
alomvattende Kracht maar wij menen heel vaak, dat de erkenning van Zijn volle wezen een
uitblussing van ons eigen wezen tengevolge zal hebben. Ons zoeken naar God zal dan ook
nooit moeten worden gezien als een zoeken naar de Godheid en Diens Wezen Zelve. Over het
algemeen zal (ook binnen de esoterie) voor ons het zoeken zijn gericht op de functies van de
Godheid, door ons meestal omschreven als de goddelijke wil. (Anderen spreken over het
goddelijke bouwplan of de goddelijke wet of de kosmische instelling of zelfs de geestelijke
leiding.) Wij verlangen dus in feite er naar om Gods plan te verwerkelijken. Wij trachten voor
onszelf iets tot stand te brengen, wat een goddelijke realiteit heeft. Waarom?
Dat lijkt mij moeilijk te omschrijven. Ik vermoed dat wij bewust deel willen hebben aan iets,
wat voor ons oneindigheid betekent. De gedachte jezelf te kunnen continueren buiten alle
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
98
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

grenzen door je deelgenootschap in het goddelijk werk is vaak de onbewuste drijfveer tot de
esoterie en al wat daaruit voortvloeit. Maar vrienden, in het vervullen van die goddelijke wil of
ons zoeken naar die goddelijke wil, zien wij een paar punten over het hoofd. In de eerste
plaats: Het is ons onmogelijk om ons aan een werkelijk goddelijk raadsbesluit te onttrekken.
Het is ons onmogelijk iets van een goddelijke wet te wijzigen, te negeren of te overtreden Het
is ons niet mogelijk enigerlei verandering in de bestaande en voleinde kosmos tot stand te
brengen. Slechts in onszelf kunnen wij de waardering en de beleving daarvan wijzigen. Ons
werken om de goddelijke schepping a.h.w. te helpen opbouwen en voltooien, ons zoeken naar
de perfecte harmonie met God, zou dan ook als volgt moeten worden uitgedrukt:
De bewust strevende esotericus zal bewust trachten in zich zelf en ten allen tijde een zo groot
mogelijke innerlijke harmonie met hetgeen hij kent als goddelijk te handhaven. Hij zal voort
durend trachten - ongeacht eigen inzichten en eigen wil en zelfs eigen weten in de eerste
plaats - deze harmonie voor zich durend te continueren. De harmonie met het Goddelijke is de
enige sleutel, die bestaat tot de werkelijkheid. Wij zullen als hulpmiddel alle dingen gebruiken,
die dienstig zijn het gebed is of de incantatie, de bezwering. Of dit nu magische formulieren
met hun rituele gebaren niets ter zake. De vraag is niet op deze manier? De vraag is voor die
voor ons belangrijk is, of al wat erbij behoort, doet voor ons: wat bereiken wij ermee ons hoe
kunnen wij de harmonie, een of andere manier vanuit de stof bevorderen. Voor een stofmens
geldt dan ook, dat elke daad die gesteld wordt, een tweeledig doel dient te hebben. (Nu wordt
het gevaarlijk, u moet oppassen, dat u dit niet misinterpreteert).
Hij moet in de eerste plaats trachten voor zichzelf rust en vrede daardoor te vinden (dus
voldoening en bevrediging eventueel), terwijl hij daarnaast tevens kracht door die daad de
harmonie met het Hogere voor zichzelf zo juist mogelijk uit te drukken en zoveel mogelijk te
intensifiëren. Elke daad, die voor ons betekent een afbreken van die innerlijke harmonie, moet
achterwege gelaten worden. Elke daad, die die innerlijke harmonie schijnt te bevorderen, maar
gelijktijdig een grote strijdigheid in ons veroorzaakt op stoffelijk terrein, moet terzijde worden
gesteld. Een mens die leeft en streeft naar zijn God, zoekt naar zijn goddelijke werkelijkheid,
kan en zal dit alleen doen door voortdurend zich in eenheid te brengen met het Goddelijke,
opdat deze beiden elkaar benaderen en tot een eenheid worden.
Op deze manier kan de mens inderdaad stoffelijk veel van het Goddelijke benaderen, in zich
goddelijke wijsheid dragen en uit zich de goddelijke kracht openbaren. Maar op het ogenblik,
dat hij hetzij zichzelve hetzij het Goddelijke verwaarloost bij een of meer daden, is de
harmonie niet meer volmaakt, niet meer volledig en ontstaat een steeds groter wordende
belemmering voor het ontvangen van geestelijke krachten en goddelijke wijsheid, het
gebruiken van goddelijke krachten voor anderen, het juiste begrip van eigen wereld en
bestaan. Ongeacht de wetten die de stof daarvoor kent, de reden die de stof daarvoor
accepteert, dient dus in de eerste plaats elke daad weer te betekenen: eenheid in het “ik” met
het Hogere. Nooit schuldbewustzijn of zondegevoel, want dan is die daad al afgelopen.
In de tweede plaats: voor onszelf een bevrediging. En nu kan iets wat ons moeite kost,
gelijktijdig toch een bevrediging zijn in stoffelijk opzicht. U zult voor een ander iets verrichten,
dat u vermoeit, maar u heeft daarvoor de voldoening dat het goed is, dan is deze daad
positief. U zult iets verrichten voor een ander, omdat u zich daartoe verplicht voelt, ofschoon
het u eigenlijk ergert dat u zich voor die ander moet vermoeien, dan is die daad negatief,
ongeacht wat u verder denkt over het Goddelijke. Een steeds juister selecteren van daden is
voor de mens noodzakelijk bij de benadering van zijn God.
Wat die God Zelf betreft, Hij is alomvattend. Een andere voorstelling van Hem kunnen wij ons
niet maken. Hij is alwetend. Wij behoeven Hem dus geen mededelingen te doen of iets te
vragen. Hij weet. Hij is alomtegenwoordig. Wij moeten nooit wachten tot Hij komt Hij is altijd
met ons. Onze God is een voortdurend deel van het “ik” zowel als van de wereld rond ons. Dit
begrip van voortdurend en onafgebroken met God te leven dient de mens in zichzelf te
versterken. Wanneer hij dit n.l. doet, zal hij leren begrijpen dat veel wat de mens verachtelijk
of afkeurend beziet, voor God aanvaardbaar is. Hij zal begrijpen dat God niet is de God, Die
vanuit de preekstoel, de kansel, aan de mens wordt verkondigd, een toornige God, een
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
99
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

ijverzuchtige God. Dat God ook niet alleen is (zoals men soms denkt) een God van liefde. God
is liefde voor ons, omdat wij in liefde tot Hem streven. Ja, inderdaad. Maar Hij is niet alleen
liefde. God is rond ons en reflecteert al wat wij van ónze kant uit naar God zenden. Hij
beantwoord ons smeken en onze vragen op een manier, die niet altijd prettig is. Hij
beantwoordt zelfs datgene wat wij niet vragen, maar alleen als een daad stellen. Op het
ogenblik, dat wij een daad stellen van onvrede, zal een daad van onvrede ook naar ons
worden gezonden. En dit terwijl het scheppingsplan onveranderd blijft, maar de impulsen die
ons bereiken, voor óns een totaal andere waardering krijgen.
Eén te zijn met God is één te zijn met de werkelijkheid. Je bewust te zijn dat Hij voortdurend
in en met je is, ongeacht wat je doet. Neemt u mij het woord niet kwalijk als ik het zeg, maar
net zo goed in de kerk als op het toilet. Dat moet je goed begrijpen. Het kan ons in staat
stellen door bewust te gaan leven met de werkelijkheid rond ons, die God voor onszelf reëel te
maken en zo zeker steeds meer kracht uit Hem te putten evenals wij kracht zullen putten uit
het feit, dat niets wat in ons is ooit aan het weten, dat de absolute werkelijkheid vormt,
onttrokken kan zijn. Deze realisatie, vrienden (en dat is het eind van mijn betoog voor
vandaag) is niet alleen een noodzaak voor een ieder, die esoterisch verder wil komen, maar zij
is de enige gezonde maatstaf voor het leven, die voor een ieder bestaat.
Ik hoop dat deze korte gegevens van vanavond u in staat hebben gesteld een schrede
voorwaarts te doen en ik wil u er nogmaals op wijzen, dat het noodzakelijk is dat wij niet
alleen met leerstof maar ook met de praktijk verder gaan. Want in de esoterie is geen plaats ik
herhaal het weer, zoals wij het al zo vaak hebben gezegd voor een zich boven de stof
verheffen. De mens, die tracht te zweven, doet niet aan esoterie, doet niet goed, maar
bedriegt zichzelf. Ware esoterie is gelijktijdig in stof en geest ervaring van God en goddelijke
wetten en door een vergelijk van deze factor en van het “ik” komen tot een zelfkennis, die het
mogelijk maakt ook bewust de plaats in te nemen, die de Schepper voor óns heeft
gedecreteerd in het Begin der schepping. Wil iemand nog het woord of wil iemand nog een
vraag stellen?
De oproep om die kracht te kunnen ontvangen, daarvoor zou je dus eerst zelf geschikt
moeten zijn?
Neen, niet zelf geschikt. Stel dat er iemand is die ziek is, we kunnen die patiënt niet zonder
meer krijgen tot ontvankelijkheid, Alle krachten, die hem uit een sfeer worden gegeven, kun-
nen niets uithalen, wanneer de patiënt zelve deze niet wil ontvangen, er geen deel aan wil heb
ben M.a.w. voor de patiënt is noodzakelijk een zekere berusting in de bestaande toestand met
de wil tot verbetering. En indien daarbij een aanvaarding komt van het Goddelijke of van
geestelijke hulp, zoveel te beter. Wij zullen dus eerst moeten trachten vast te stellen, dat deze
toestand inderdaad en reëel bestaat. Daarna gaan wij dus over tot die voorstelling, die vanuit
onszelf wordt gewekt. Op het ogenblik dat wij n.l. in staat zijn die voorstelling werkelijk te
hanteren, zijn wij zonder meer geschikt. En zijn wij niet geschikt, dan komen wij niet tot die
voorstelling. Begrijpt u wat ik bedoel?
Dan is hiermee het eerste deel van onze bijeenkomst beëindigd en raad ik u hetzij vragen
hetzij onderwerpen voor het tweede gedeelte in de pauze onderling te bespreken, zodat u de
spreker die dan komt, ook een prettige en aangename taak kunt opdragen. Ik dank u voor uw
aandacht en wens u goede vorderingen.
o-o-o-o-o

AANVAARDING
Ik weet niet in welke zin men het woord aanvaarding nu eigenlijk zou willen gebruiken. Je zou
natuurlijk kunnen zeggen, alles wat je in het leven wordt opgelegd, moet je aanvaarden. Maar
weet u eigenlijk wel wat u wordt opgelegd. Bovendien, als iedere mens in zijn hele leven niets
anders zou doen dan aanvaarden, dan zou het hem betrekkelijk moeilijk gaan, want alle
andere mensen aanvaarden alleen het onvermijdelijke. Laten we dus vooraf beginnen vast te
stellen, dat aanvaarding zeker een beperkt begrip is, voor zover het het menselijk leven
betreft.

Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
100
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

Natuurlijk vinden wij steeds weer mens en geest op ons pad bepaalde punten die wij niet
kunnen omzeilen, moeilijkheden waaraan wij niet kunnen ontkomen, toestanden waaraan wij
ons ondanks al ons pogen niet kunnen ontworstelen. Dan moeten wij m.i. aanvaarden hetgeen
onvermijdelijk is. Het is dwaasheid om te strijden tegen de dingen, waaraan je toch niets kunt
doen. Het is alleen maar krachtsverspilling. Per slot van rekening zien wij. zoveel voorbeelden
van mensen, die hun hele leven vechten tegen dingen, waaraan zij niets kunnen doen. Een
toestand is zo.
Je wijzigt er niets aan. Of je nu veel of weinig doet, die toe stand is er. Je bent machteloos. Dit
is het ogenblik, waarop aanvaarding reëel en redelijk kan worden geacht. Als een medemens
moet sterven en U kunt daar niets aan doen, Als je zelf in (financieel, lichamelijk of
anderszins) waaraan niets te doen is dan moet je dat aanvaarden. D.w.z. het vandaaruit
gebruiken als basis om verder te gaan.
Maar ik geloof toch niet dat wij aanvaarding mogen als een onderwerpje in de zin van: alles
wat ons wordt moeten wij.nu maar nemen. Het heeft weinig zin er zo over te denken. Het
leven – en zeker het menselijk leven – is strijd. En nu weet ik wel dat het bij de één de strijd
om de boterham is en bij de ander om het luxe jacht, bij de één om een klein vonkje geluk en
bij de ander om een wereldheerschappij, maar dat maakt niets uit. Strijd is een element.
Alleen door strijdvaardig te zijn in je leven, door voortdurend achter de dingen die je voor
jezelf begeert aan te jagen, door voortdurend te blijven streven en te pogen om voor jezelf dat
te bereiken, wat je noodzakelijk lijkt voor een geestelijk of een stoffelijk welzijn, kun je
waarlijk als mens leven en de ervaring opdoen, die aan het menselijk bestaan inherent is.
Wanneer ik weet dat ik ergens iets boven mijn macht vind (b.v. een goddelijke wil, een
raadsbesluit, een gevolg van een goddelijke wet), waaraan ik niets wijzigen kan, dan is het
woord aanvaarding op zijn plaats, omdat het positief is. Berusting zou je ook kunnen
gebruiken. Maar als je ergens in berust, dan neem je het alleen maar, dan leg je je er bij neer.
Maar bij een aanvaarding accepteer je het, neem je het aan voor jezelf als een soort uitdaging,
als een mogelijkheid.
En dat is wat anders.
Wanneer je iets aanvaardt in het leven, dan betekent dit, dat je het meteen maakt tot een
punt van uitgang. Alles wat schijn baar verlies is, wat je moet aanvaarden, kan worden
gemaakt tot een positief punt in je beleven. Tot een positief punt heel vaak zelfs in de
bereikingen ook in de stof.
Logisch gezien zal elke mens, die bemerkt dat hij zich tegen het onvermijdelijke verzet, dus
moeten uitmaken wat in feite onvermijdelijk is. Niet alleen een enkel punt, maar alles wat
ermee gepaard gaat. Dus bij wijze van spreken, als je tot de ontdekking komt dat het
onvermijdelijk is dat je al je tanden verliest, dan denk je er niet alleen over na dat je enkele
dagen pap zult moeten eten, maar je gaat er over nadenken hoe je het beste aan een gebit
kunt komen, hoe en waar je dit het best en het goedkoopst kunt krijgen, hoe je in de tijd dat
je zonder tanden zult moeten lopen het zult redden. Dat is toch logisch. jezelf ook meteen
afvragen of er een positieve kant aan de zaak is. Wat kan ik hiermee bereiken? En als je dan
even accepteert wat nu eenmaal onvermijdelijk is, dan kom tot de conclusie dat er heel veel
positieve kantjes ook aan zitten. Dat je vele dingen zult kunnen verwerkelijken waaraan je
vroeger niet hebt gedacht. Dat je nieuwe wegen kunt gaan. Dat je misschien ook op een
andere manier tegenover de mensen staat. Kortom, je ziet ook een positieve kant. En dan zul
je door het aanvaarden van het onvermijdelijke in staat zijn dit onmiddellijk in zijn meest
gunstige aspecten te gebruiken voor je verdere leven.
Het gevolg van deze aanvaarding is dus een verminderde verspilling van energie, een
verminderde bestrijding van het onvermijdelijke en daartegenover het behoud van deze
energie, die gebruikt kan worden voor iets wat wel noodzakelijk is. Terwijl de erkenning van
mogelijkheden, die in de aanvaarding mede zijn opgesloten, bovendien meebrengt een
deugdelijke voorbereiding voor hetgeen nu verder gaat komen, een deugdelijke beschouwing
van het meest prettige en meest aangename en vooral geestelijk het meest nuttige, dat op
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
101
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

basis hiervan kan worden gebruikt. Wanneer u mij dus vraagt te spreken over aanvaarding,
ben ik gauw klaar. Alleen wil ik toch nog wel even een waarschuwing eraan vastknopen.
Menigeen is geneigd te aanvaarden of te berusten. Wanneer het niet nodig is. Aanvaarding
heeft alleen dan zin, wanneer wij na met al ons vermogen en al onze krachten getracht te
hebben het verlangde, het begeerde te bereiken of het niet begeerde te voorkomen, dus met
al onze krachten zeggen: Nu kan ik zelf niet verder meer. Het is in een andere hand. Ik leg mij
erbij neer en ik ga kijken wat voor mogelijkheden daarin voor mij zijn opgesloten. Dus niet
zeggen: Ik zou natuurlijk toch nog wel eens zus of zo kunnen doen of proberen, maar laat ik
het maar aanvaarden zoals het is. Dat.is niet juist. Alleen wanneer we zeggen: Nu op het
ogenblik kan ik niet verder, dan aanvaard ik die toestand. En lijkt het mij, dat die toestand op
den duur toch niet houdbaar is, dan zal ik proberen mijzelf te ontwikkelen, sterker te maken,
om dan opnieuw een poging in het werk te stellen om te bereiken.
Een kleine vergelijking en dan ben ik klaar met mijn onderwerp. Heel veel mensen, die over
aanvaarding spreken, doen mij denken aan een chauffeur, die voor een opgebroken weg komt.
Hij zou een eindje kunnen terugrijden en dan via een omleiding zijn weg met goed succes toch
vervolgen. Maar hij zegt: Dit is nu eenmaal op mijn weg gebracht, hier staat die versperring ik
zet mijn autootje stil en ik blijf wel wachten. Dat is dwaasheid. Wat langs de ene weg niet
mogelijk is, kan langs een andere weg wel mogelijk zijn. Niet slechts een weg of een methode,
maar alle wegen en alle methoden zul je moeten beproeven, voor je tot de uiteindelijke
conclusie kunt komen: Hier kom ik niet verder meer. Het is aanvaard. Wat kan ik nu met deze
zekerheid vorder doen? Ik hoop dat dit voldoende is.

De moeilijke bereiking van zelfkennis
Het is voor een mens zeer moeilijk zichzelf te kennen, om dat hij altijd in de war raakt
wanneer hij naar zichzelve ziet. Hij heeft n.l. een denkbeeld omtrent zichzelve, dat a.h.w.
gesuperimposteerd wordt op de feitelijke kennis van zijn wezen. Zijn z.g. zelfkennis is dan het
product van beide. En een product van een reële en een irreële zaak zal irreëel blijven, zij het
in mindere mate dan die irreële zaak zelve misschien.
Het moeilijkste is wel voor een mens, wanneer hij eerlijk naar zelfkennis streeft, als hij niet
weet hoe hij beginnen moet. Hij zegt b.v.: Ik ga mijzelf onderzoeken en ik vind bij mijzelf
zoveel fouten. Maar als hij alleen fouten in zichzelf vindt, vertekent hij het beeld van zijn eigen
wezen hij zal het goede, het positieve buiten beschouwing laten en geen cent verder komen.
Een ander zegt: Ik heb toch nog wel vele deugden en hij laat de fouten buiten beschouwing.
Dat is even negatief als je het goed bekijkt. Want ook hier blijkt een groot deel van het eigen
wezen buiten beschouwing gelaten. Toch zijn er bepaalde maatstaven, die wij kunnen
gebruiken om iets van onszelf nauwkeuriger te kennen. En ofschoon mij als onderwerp in de
eerste plaats word gegeven de moeilijkheid der zelfkennis, geloof ik toch dat ik juist door deze
aanwijzingen die moeilijkheid een klein beetje kan opheffen.
Een paar raadgevingen daarvan zullen u misschien wat dwaas klinken, Maar de eerste is dan:
vermijd de grootste moeilijkheid door niet te veel in jezelf te graven en niet veel over jezelf na
te denken. Probeer daarvoor in de plaats je voortdurend bewust te zijn, wat je voor anderen
betekent. Deze kennis brengt je eerder tot een nauwkeurige omschrijving van je eigen wezen
en eigenschappen dan alle getheoretiseer, dat in het “ik” zich afspeelt tussen werkelijkheid en
denkbeeld.
In de tweede plaat: Het menselijk wezen is zeer complex. We hebben een onderbewustzijn,
een bovenbewustzijn, een geestelijk bewustzijn, een waakbewustzijn, kortom als je het zo
hoort, lijkt het een of ander ministerie, dat pas weer met 24 afdelingen en 36 commissies is
uitgebreid. Willen wij deze zelfontleding gaan doorvoeren, dan zullen wij heel vaak vastlopen.
a. Het bovenbewustzijn is een algemene beïnvloeding, die in de gehele omgeving mede
vastligt. Zij kan dus nooit door een contrast worden erkend. Het kennen daarvan is zo al
mogelijk zeer moeilijk.
b. Het onderbewustzijn moet tot bewustzijn worden gemaakt, voordat het kenbaar is. Dit is
voor de doorsneemens onmogelijk binnen één mensenleven. In het onderbewustzijn kan men
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
102
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

dus niet volledig doordringen. Zelfs een psychiatrisch doordringen in het onderbewustzijn kan
slechts enkele delen daarvan belichten, maar nooit het geheel duidelijk en kenbaar maken in
zijn voile betekenis.
c. Het geestelijk bewustzijn kan zich alleen via het onderbewustzijn openbaren. Er bestaan
bepaalde methoden (de eerste spreker heeft deze uiteengezet), waardoor men toch iets van
dat geestelijk ik te weten kan komen. Een poging echter om het geestelijk ik langs de weg van
beredenering te benaderen is volledig nutteloos.
d. Wat voor de mens overblijft bij zijn zelfkennis is in feite het waakbewustzijn.
Wanneer je dit nu eenmaal weet, erken dan het bestaan van andere factoren, maar houd je er
niet mee bezig om daarmede tot zelfkennis te komen, tenzij je een zeer gedegen leiding hebt,
die heel wat meer kan dan je zelf kunt. Probeer aan de hand van hetgeen je waakbewust dus
direct in je denken en beleven meemaakt, voor jezelf je steeds meer je te realiseren? Hier durf
ik niet verdergaan, daar durf ik wel verdergaan. Hier trek ik mij terug, daar integendeel tracht
ik zoveel mogelijk vooruit te komen. Dat is meestal wel merkbaar. Tracht voor jezelf vast te
stellen wat je wel doet en wat je niet doet. Vergelijk dit met je innerlijke verlangens. Dan weet
je waar zwakke punt en liggen in je stoffelijke beleving en waar sterke punten. Het bevordert
de zelfkennis zeer en het schakelt de moeilijkheid van zelfmisleiding voor een groot gedeelte
uit.
Dan is er nog zo’n moeilijk probleem, en dat is de vraag: Kan ik dit of dat nu wel? M.a.w. in de
zelfkennis zit mede de vraag besloten naar eigen vermogen. Mag ik u een goede raad geven?
Tracht nooit alleen theoretisch uw vermogens te bepalen.
Theoretisch gezien zijn die ook voor de mens in vele gevallen bijna onbeperkt. De beperkingen
die bestaan zullen nooit nauwkeurig worden omschreven. Houdt u voor zover het uw bereiking
aangaat altijd aan dit standpunt: Alles wat ik 10 keer geprobeerd heb en wat niet ging, leg ik
terzijde om het later, veel later, nog eens te proberen.
Maar alles, waarvan ik bemerk dat ik het in geringe mate bereiken kan, zal ik verder
ontwikkelen. Nooit zeggende: dit beheers ik volledig, maar zeggende hier heb ik in mijzelf
mogelijkheden gevonden. Het is beter iets te weten omtrent de mogelijkheden, die in jezelf
schuilen, dan een waan te hebben omtrent mogelijkheden of bereikingen, die nooit reëel
kunnen worden aangetoond. Dat zijn zo’n paar moeilijkheden, die omzeild kunnen worden.
Dan is er natuurlijk nog een moeilijkheid en dat is misschien wel de grootste: Het is moeilijk
om eerlijk te zijn tegenover je zelf. Je zou de mensen in twee soorten kunnen indelen. De
soorten met een bewust of onbewust minderwaardigheidscomplex, die over het algemeen
graag de nadruk leggen op hun zwakte en fouten om daaruit voor zichzelf een vergoelijking
van de gemaakte fouten te verwerven. Deze mensen zijn het, die uitgaan van het standpunt:
Stel jezelf zo slecht en zo dom mogelijk voor, dan valt het altijd nog weer mee. De andere
soort daarentegen gaat uit van de illusies dit zou ik kunnen zijn. Zij bouwen zichzelf een
fantasiepersoontje op en gaan er van uit dat dit reëel is. Zij gedragen zich dus, alsof zij hun
illusie in feite zouden zijn. Hun voortdurend falen brengt hen dan tot de meest dwaze daden.
Zelfkennis bereikt men in geen van beide gevallen.
Het is niet dienstig te spreken over uw fouten of gebreken. Het is wel dienstig elke keer, waar
daadwerkelijke moeilijkheden en bezwaren optreden, uw eigen zwaktepunten in dit opzicht te
formuleren. Op den duur groeit hieruit een zelfkennis, die niet gepaard gaat met een
denigreren van eigen persoonlijkheid of een verheffen van eigen persoonlijkheid boven de
norm. Bereikt u iets, zeg dan altijd tot uzelf: zover ben ik, dit heb ik. Stel vast wat je gedaan
hebt, wat je tot stand hebt kunnen brengen. En probeer dan meer te bereiken. Wees nooit
tevreden met jezelf, maar tracht te vermijden dat je jezelf met een soort minachting
beschouwt. Ga voortdurend uit van het standpunt: Ik kan meer en ik kan beter. Mijn falen is
slechts het bewijs, dat ik nog niet de juiste weg heb gevonden. Dit lijkt misschien strijdig met
een van de andere punten. Het is het niet. Want dit is een kwestie van het je realiseren van
het leven en de daad.
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
103
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

Ten laatste: Voor zelfkennis is het vaak noodzakelijk om je eigen zwakten tot op zekere hoogte
althans te kennen. Vergeet niet. dat degene, die op die zwakheid nadruk legt, ze vergroot.
Slechts indien je ze constateert en eraan voorbijgaat, slechts rekening houdende daarmede
wanneer je een toekomstig resultaat reeds nu zou willen hebben, kom je het verst. Het
bezwaar bij het verwerven van zelfkennis is over het algemeen niet, dat je werkelijk tekort
schiet. Het bezwaar is dat je jezelf eisen stelt, die op dit ogenblik nog niet voor je te
verwerkelijken zijn. Houd je bij de omstandigheden en toestanden van het heden. Tracht jezelf
zoveel mogelijk te kennen in de buitenwereld. En voor de geestelijke ontwikkeling maak
gebruik van de door de eerste spreker en bok al vroeger. door ons gegeven verschil lende
trucjes, waardoor je in jezelf aan de hand van emoties en zo ook nog een zekere kennis kunt
verwerven. Beschouw zelfkennis altijd als een wapen of een instrument t..o.v. de wereld, nooit
als een bereiking in zichzelf. Slechts dan kun je komen tot de uiteindelijke zelfkennis, waarbij
het niet meer noodzakelijk is dit ik afzonderlijk naar buiten toe te openbaren, maar de
aanvaarding van een harmonische eenheid met de kosmos zelf voldoende is om de absolute
zelfkennis te maken tot een eenheid met het totaal van het geschapene.
Wanneer je spreekt over het zelf, dan zit je met de moeilijkheid van het zelf en het Zelf. De
esoterie leert je hoe langer hoe meer om over te gaan naar het Zelf. En als je over zelf-
kennis zit te piekeren, dan ben je altijd bezig met het zelf.
Je kunt het heel eenvoudig uitdrukken, de werkelijke zelfkennis kan alleen maar voeren tot
een eenheid met het grote Zelf, zoals u het noemt, kort gezegd God. De werkelijke zelfkennis
is pas verworven, wanneer een bewustzijn van God in het “ik” totaal is ontstaan en daardoor
de juiste relatie tussen ik en God kan worden uitgedrukt. Alle streven naar kermis van het zelf
moet dus uiteindelijk op de grote Z. uitlopen. En als je je er goed toe zet, dan meen ik wel dat
je menige gunstige zet in deze richting zou kunnen zetten.
De zetting van het woord “zelf” lijkt mij van enig zelfbewustzijn blijk te geven. Wanneer je n.l.
die kleine z, zo voortdurend exploreert, ga je in feite proberen om de wereld te kennen door
het onderzoeken van een zandkorrel. Ik denk zo, dat er dan misvattingen zullen optreden. Mijn
aanbeveling is dus: probeer het zelf met de kleine z. zover te leren zetten, dat je de kermis
van die kleine z. kunt gebruiken om de relatie met de grote Z. vast te stellen. Maar richt je in
de kennis van het zelf in de eerste plaats op het grote Ik, waartoe je behoort en beschouw alle
verschijnselen in jezelf als bijkomstig en in hun erkenning slechts dienstig om een grotere
harmonie met het grote Zelf mogelijk te maken. Ongeacht de woorden, waarmee ik jongleer,
geloof ik dat dit een juiste stelling is en een juist antwoord op uw vraag.

Definities
Carnaval een feest van vermommingen, dat de mens gebruikt om zichzelf uit te leven,
waardoor het werkelijke carnaval (de vermomming van de eigen persoonlijkheid achter de
schijn van het eigen ik) niet meer noodzakelijk is.
Nu: het ogenblik dat altijd reeds voorbij is, wanneer je erover denkt of praat.
Toen: het woord dat meestal gebruikt wordt om een toestand ietwat vertekend te schetsen,
ter illustratie van de onvolkomenheid van het heden.
Ideaal: de illusie die je je bouwt omtrent het mogelijke, waarbij elke vervulling van het ideaal
in zichzelf bewijst, dat het geïdealiseerde in zichzelf waardeloos was. In een ideaal is het
streven de waarde, niet de bereiking.
Is een ideaal dan een waan?
Ideaal is een waan, omdat het ideaal n.l. wordt een zucht tot persoonlijkheidsverwerkelijking.
Op het ogenblik dus dat ik een ideaal nastreef, probeer ik in feite datgene, wat voor mij het
meest begeerlijke lijkt op deze wereld, los te laten. Ik vergeet daarbij echter, dat mijn ideaal
het tegengestelde is van een ideaal van menig ander. Laten wij nu maar het socialisme
nemen. Voer het door tot zijn uiterste en wat krijg je? Communisme. Voer het communisme
door tot zijn uiterste en wat krijg je? Bolsjewisme. Voer het bolsjewisme door tot het uiterste
en wat krijg je?
Chaos?
Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
104
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

Nee, absolute dictatuur. En dit is geen chaos. Ofschoon je wel zou kunnen zeggen: absolute
macht is datgene, wat zichzelf en de wereld absoluut perverteert. Maar dat is weer wat anders,
Ik: hetgeen waar ik bescheidenheidshalve liefst over zwijg, maar toch het meest over zou
willen praten.
Ik (kosmisch gezien): dat deel van de kosmos, waarvan ik mij volledig bewust kan zijn binnen
de beperkingen van mijn huidig bewust zijn.
Ik (zuiver persoonlijk gezien): het totaal van mijn herinneringen, van mijn verwachtingen plus
mijn vermogens, uitgedrukt in een streven, waarin ik mijzelf tracht te verwerkelijken.
Steek onder water: over het algemeen een onschuldige opmerking, die per ongeluk doel
treft.......
Per ongeluk?
Ja. M.a.w. men beschouwt het als een steek wanneer men onder water ander een schoen
schopt, die je aan kunt trekken.
Welsprekendheid: een ander de kunst om woorden. zo aaneen te rijen, dat een ander er zin in
vindt. Zelfs wanneer je zinloos praat, is er altijd nog wel iemand, die een diepe zin vindt in de
onzin, die je spreekt, zodat welsprekendheid niet afhangt van de redelijkheid van het
gesprokene maar wel van de veelheid van de juist gekozen woorden.
Geduld van een ander: zijn uithoudingsvermogen dat groter dan je je zelf kunt voorstellen.
De domheid van een ander: de dwaasheid, die je zelf wel uit haalt, maar die, ie bij jezelf niet
pleegt op te merken.
Dat is het voor vandaag geweest, vrienden. Ik dank voor de aandacht. Ik hoop dat ik jullie niet
alleen geamuseerd maar ook nog iets geleerd heb. Tot een volgende keer. Het woord is aan de
laatste spreker.

ZIJN IN WAARHEID
Alle zijn is waarheid. Het grote zijn is de enige waarheid, die bestaanbaar is. En de
gedeeldheid van alle zijn is de illusie die wij ons maken, de begoocheling waarin wij onszelf
prijs geven en een verwijdering ván het grote Zijn.
Om werkelijk en waar te bestaan moeten we allereerst eerlijk durven zijn tegenover onszelf en
tegenover anderen. Dat is moeilijk. Een mens wordt gebonden door conventies, door
gedachten, ja zelfs door een oud geloof, dat hij innerlijk en redelijk reeds verworpen heeft en
dat toch steeds weer terugkeert om hem te beperken in datgene, wat hij meent te moeten
volvoeren. Zijn in waarheid betekent volkomen oprecht zijn, niet alleen tegenover jezelf maar
ook tegenover anderen. En dit is stoffelijk haast onmogelijk. De mens, die stoffelijk volledig
waar zou willen leven, volledig eerlijk en oprecht, zou conflict zijn met de rest van de wereld,
die in maya, in begoocheling en eigenwaan, niet wénst te zien, te horen of te aanvaarden.
Toch moet, er ergens een waarheid liggen, die ook buiten alle wereld om beleefd kan worden
en waarin wij onszelf kunnen openbaren ons eigen streven. Deze waarheid in de volheid van
ligt in het innerlijk zijn.
In ons allen ligt een groter weten dan wij ooit durven uiten, een dieper begrip van ons eigen
wezen en ons eigen denken, ons eigen verlangen dan wij zouden willen toegeven zelfs aan
onze meest vertrouwde. Deze innerlijke waarheid is vaak moeilijk en pijnlijk te dragen. En toch
moet zij in verband worden gebracht met het Zijn. Eerst op deze manier zijn wij werkelijk
levende wezens.
Het leven is een kracht, die ons gegeven is van een hogere Bron en een hoger Wezen dan wij
kunnen beseffen. Het Zijn zelve kan geen leugen dragen. Het is slechts het bewustzijn omtrent
dat Zijn, het is de gedachteketen, die wij er omheen smeden, het zijn de geprojecteerde
gedachten en sferen die tot vormen worden, die de waan zijn. Laat ons dan aan die waan

Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
105
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 9 februari 1960
Les 6 – Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen

trachten te ontkomen door altijd en in de eerste plaats dat, wat wij in onszelven kennen
omtrent onszelven, voor onszelf uit te spreken en toe te geven, zo we al in een wereld niet
verder kunnen gaan.
Laten we in de tweede plaats trachten te begrijpen dat we zoals we innerlijk onszelf kennen
plaats hebben in de wereld, plaats hebben in de sferen, in de kosmos en in de schepping. Want
niet zoals wij onszelf denken, zoals wij onszelf zouden willen zien, behoren wij tot de
eeuwigheid. Niet de droom die je hebt van jezelf is datgene, wat je zult worden. Het is de
kosmische waarheid, het goddelijk geschapene in volmaaktheid. Dat wat je bent heeft zijn
plaats, zijn zin en zijn reden in de schepping, anders zou het niet kunnen bestaan. Aanvaard
daarom jezelf in waarheid. Besef je leven zoals het is. Maak het niet tot een nutteloze droom.
Dan en juist dan zul je weten, welke wegen je moet gaan om het zijn in waarheid niet alleen
innerlijk aan te voelen, maar ook daadwerkelijk steeds meer uit te dragen.
De Kracht die ons geschapen heeft en rond ons is, de eerste Oorzaak, de almachtige Schepper
zal ons helpen om in waarheid te zijn, zo wijzelven niet vrezen voor de waarheid, niet vluchten
voor hetgeen wij omtrent onszelven weten en erkennen. De onvolledigheid van die waarheid
behoeft ons niet te kwetsen of te bekommeren. Want hoe langer wij bestaan en leven en hoe
meer wij de werkelijkheid kunnen beseffen omtrent onszelf, hoe meer werelden en toestanden
ons weten omvat. Dan zullen wij misschien eens werkelijk zijn in waarheid. D.w.z. wederom
één zijn met de Schepper, met de Kracht die in Hem leeft.
Kort gezegd: Roep niet om uw God, maar leef met uw God. Smeek niet om de waarheid, maar
wees eerlijk voor jezelf. Veroordeel niet de wereld en veroordeel niet jezelve, maar tracht
jezelf te zijn zo goed als je kunt. Dan wordt de waarheid geopenbaard. Dan heeft het Zijn zijn
werkelijke betekenis gewonnen. Dan is de grens tussen beperking en oneindigheid zo smal en
zo dun, dat soms de Eeuwigheid reeds doorklinkt in je wezen, een nieuw besef en een nieuwe
verwachting geeft.
Hiermee vrienden, besluiten we deze bijeenkomst. Wij hopen dat u de komende tijd de
gelegenheid zult hebben hetgeen vanavond gebracht is nader te overwegen, opdat het moge
bijdragen niet alleen tot een reeks gedachten, maar ook tot een praktische voortgang op het
gebied van de esoterie, van de zelfkermis en zelfs van de magische beheersing.

Geef mij een punt en ik kan de wereld uit haar baan brengen
106
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Goedenavond, vrienden.
(Het begin van de avond wordt besteed aan vragen n.a.v. de vorige les. De eerste vraag
handelt over beïnvloeding.)
Als de invloed van buitenaf komt, als die om je heen komt, bestaat dan de mogelijkheid,
dat je een werktuig wordt?
Het is niet helemaal juist zoals u het stelt. De goddelijke Kracht is in en rond ons. Eenheid met
die Kracht kan alleen in ons ervaren worden. Buiten ons kan wel harmonie ervaren worden
met die Kracht, maar geen absolute eenheid. Het gevolg is dus, dat zolang die Kracht van
binnenuit in ons door werkt, van buitenaf in ons spreekt, wij deze Kracht volledig kennen ook
al is dit niet bewust. Van het innerlijk uit komt het scheppingsgeheim tot openbaring en van uit
het innerlijk wordt de buitenwereld benaderd. Dat betekent, dat wij van uit onszelven in
harmonie zijn met andere dingen, maar nooit door andere dingen worden geregeerd.
Verwaarlozen wij echter de God, Die in onszelf leeft en zoeken wij Hem alleen buiten ons, in
een projectie b.v. of in Zijn schepping, dan zal het onbewust zijn van ons eigen deel (onze
eigen plaats in die schepping) ons ertoe brengen om dat, wat buiten ons ligt, als absolute
Godheid te zien en ons daaraan te onderwerpen. We gaan dan niet meer het doel van ons
eigen wezen (de plaats, de placering van het eigen wezen) verwerkelijken in de schepping (in
de kosmos), maar wij gaan het leven leiden van een ander deel of van andere delen van de
schepping, die mogelijkerwijze aan ons tegenstrijdig kunnen zijn. Zoals je dus onderscheid
maakt in goed en kwaad (wat zoals bekend een relatief begrip is), zo zou je ook kunnen
onderscheiden in het innerlijk en uiterlijk verschijnsel Gods, waarbij innerlijk dan voor ons
wederom het goed, het buiten ons staande het kwaad is. Het feit dat wij in ons leven in de
geest en ook vaak in de stof te maken krijgen met wat wij demonen noemen (duistere
krachten), is eigen lijk te wijten aan het verschijnsel, dat wij aan hetgeen buiten ons bestaat
een gezag toekennen en vergeten, dat hetzelfde en het voor ons meer beslissend gezag in ons
ligt. Zolang in ons de zekerheid is, in ons de wil is, hebben wij met die buitenwereld niets te
maken. Het klinkt natuurlijk erg onsociaal, maar in esoterisch opzicht is dit volledig waar. Het
brengt alleen in meer materieel opzicht met zich, dat het “ik” dus van de innerlijke erkenning
van de Godheid een verplichting krijgt tot harmonisch leven met de buitenwereld. Maar dat is
dan een tweede punt.
Uit het eerste voorbeeld, dat u gegeven hebt in uw voordracht van de vorige keer (de man
die driftig werd, enz.) rijst voor mij deze vraag wordt die drift, die gemoedstoestand, op de
geest overgebracht?
In vele gevallen wel. Wij kunnen dit natuurlijk niet altijd definitief zeggen. Maar realiseer u
goed wat drift over het alge meen is. Drift is in negen van de tien gevallen een gevoel van
onvermogen en geen andere uitweg weten, een niet in staat zijn op een redelijke en
verantwoorde wijze in te grijpen. Drift is voor praktisch alle mensen in de eerste plaats een
uiting van machteloosheid. En deze machteloosheid is een directe ervaring, gekoppeld aan een
sterke emotie. Gezien hetgeen wij al over de geest hebben verteld hier en ook elders zult u
begrijpen, dat juist dit deel ervan (de emotie plus het gevoel van onvermogen) als een
ervaring in de geest wordt vast gelegd. De geest heeft dus aan deze drift tot op zekere hoogte
deel.
Een uitzondering daarbij is de drift die gestuurd wórdt (geregeerd wordt dus) van binnenuit. In
dergelijke gevallen zal die drift zich niet blindelings tegen alle dingen richten, maar alleen op
een zeer bepaald deel. Jezus in de tempel is daarvan b.v. een aardig voorbeeld. Hij richt zich
alleen tegen de geldwisselaars en de kooplieden in duiven en vee. Dezen drijft hij de tempel
uit. De anderen daarentegen beroert hij niet, en een ogenblik later is hij even kalm als
tevoren. In dit geval is hij een openbaring van een innerlijk kosmisch principe, dat in deze drift
tot uiting komt. Het verschil met het hiervoor geciteerde geval is dus wel, dat in het eerste
geval de mens in zijn drift (door zijn gevoel van machteloosheid) ten slotte reageert op en
beheerst wordt door de buitenwereld. In het tweede geval is het een innerlijke kracht, waarbij
de emotionele gesteldheid, die wij drift kunnen noemen, gebruikt wordt om die buitenwereld te
corrigeren volgens het harmonisch principe, dat in het “ik” leeft.
Geen onderwerp deze avond
107
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Uit hetgeen u de vorige maal hebt gezegd over het werken met symbolen, heb ik een
ander inzicht gekregen in de werking daarvan, dan ik tot op heden kende. Ik kan dus een
symbool nemen, b.v. het ankh-teken als teken van inwijding en bereiking, mij daarop
concentreren en dan een werking terugkrijgen, die mij misschien helpt op het pad voort te
gaan.. Misschien is het wel aardig om daarop nog een keer te antwoorden in een niet al te
lang betoog over symbolen, hun gebruik en betekenis.
Een symbool dankt zijn waarde aan de gedachte, die ermee verknoopt is. Men meent heel
vaak, dat symbolen een betekenis hebben, die buiten het “ik” ligt. Dit is nooit volledig waar.
Bij symbolen kunnen wij onderscheiden:
de z.g. magische symbolen (symbolen van welke dus een zelfwerkzaamheid wordt verwacht)|
de z.g. beschouwelijke symbolen (die dus gebruikt worden om een innerlijke toestand te
bereiken) en
de rituele symbolen (die gebruikt worden om a.h.w. schetsmatig grote gedachtereeksen aan te
geven binnen een betrekkelijk compacte plechtigheid.).
Het ritueel symbool wordt hoofdzakelijk gebruikt als een middel tot sfeerversterking. Maar het
heeft pas werkelijke betekenis, wanneer dit symbool ook begrepen wordt (of althans wordt
aangevoeld) door degenen, die aan het ritueel deelnemen.
Ik wil u een voorbeeld geven, dat de meesten uwer wel bekend zal zijn. Wanneer u een
kerkelijke plechtigheid ziet in de R.K.-kerk, dan zult u daar zeer veel symbolische handelingen
en gebaren achtereenvolgens zien verrichten. U ziet de priester buigen, u ziet hem de handen
vaneen doen, ze weer bijeenbrengen, u ziet hem lezen, kortom hij heeft duizend en een
verschillende gebaren. Een vreemdeling echter of een aantal vreemdelingen, die een priester
een misoffer zien opdragen er verder geen gelovigen bij zijn, zal over het algemeen niet onder
de indruk hiervan, het ritueel mist zijn werking, omdat ze er geen deel aan hebben. Op het
ogenblik echter dat dergelijke rituele symbolen gebruikt worden in aanwezigheid van degenen,
die deze kennen (dus weten wat ermee bedoeld wordt), wordt hetgeen eerst een lege
vertoning lijkt nu plotseling vol van inhoud, vol van betekenis, geeft grote spanningen af en
wekt grote mogelijkheden tot bewustwording. Op een dergelijke wijze kan dus iedereen de
gewone symboliek hanteren. Men drukt die uit in gewaden, de wijze waarop men zich kleedt,
enz. Sommigen uwer dragen ook een symbool (ster). Dat heeft allemaal zijn betekenis. De
kennis van dit symbool is hier het belangrijkste.
Een beschouwingssymbool is iets anders. Was in het eerste geval de reeks van symbolen
bedoeld om een opbouw mogelijk te maken, een beïnvloeding (wederkerig), het beschouwelijk
symbool is bedoeld als een beginpunt voor een reeks van gedachten. Een beschouwelijk
symbool is eveneens een kortschrift. Hier werd zo even het ankh-kruis genoemd. Ik zou er
meer kunnen noemen, maar laten wij ons eenvoudig bij het kruis bepalen, het normale
christelijke kruis. Wanneer ik dat kruis beschouw, komt automatisch in mijn herinnering het
kruisigingsmysterie. Ik denk aan Jezus, zijn leven, zijn herrijzenis. Ik denk aan zijn lijden,
maar ook aan dat van de wereld. En ga ik verder denken, dan ga ik mij afvragen, of hier niet
de uitdrukking ligt van ter linker- en ter rechterzijde, boven en beneden, de vier afmetingen
die o.m. in de Openbaringen en naar ik meen ook eenmaal in de Evangeliën (dat van
Mattheus) gebruikt worden. Door dit punt van beschouwing te nemen, schakel ik dus mijzelve
in een reeks van kosmische begrippen in. Het is hier niet meer een wisselwerking tussen mens
en mens (of wat dat betreft tussen geest en mens of mens en geest) hier is een zuiver
instellen op dat gedeelte van het zijn, dat men wel eens kosmisch geheugen noemt en waarin
een grote totaliteit van indrukken is vastgelegd. De echo, waarover u spreekt, is dan daar een
deel van.
Het magisch symbool heeft wederom een andere betekenis. Het is een symbool, dat
verschillend van beide andere symbolen wordt uitgevoerd op een wijze, waardoor het in vele
werelden of sferen gelijktijdig kenbaar wordt en betekenis heeft. Wij zien dit o.m. bij ta-
lismans, amuletten, maar vinden soortgelijke betekenis ook in de magische cirkels, in de wijze
waarop b.v. Stonehenge is opgebouwd en in nog verschillende andere hoe moet ik dat zeggen
zuiver magische plaatsen. Zelfs bepaalde bezweringsschriften, die vroeger op grenspalen
Geen onderwerp deze avond
108
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

werden gebeiteld, maakten deel uit van dit soort magische symbolen. Zij zijn zo ingericht, dat
degene die ze vervaardigt een kennis moet hebben van de totale betekenis. Zij worden verder
zo gevormd, dat degene die ze tot stand brengt volledig daarin moet op gaan. Het is niet
genoeg alleen maar iets in een stenen regel te beitelen. Neen, men moet weten wat men
beitelt, waarom men beitelt en welke kracht daarmee gemoeid is buiten de eigene. Daarnaast
wordt dan gebruik gemaakt van wijdingsprocedures, o.a. bewieroking, in andere gevallen van
brandoffers in sommige gevallen ook van zuiver geestelijke offers, b.v. een opstelling van
lampen en het uitspreken van bepaalde incantaties. Hierdoor wordt de trillingsgeaardheid van
het voorwerp zelf aanmerkelijk gewijzigd en is van af dit ogenblik niet alleen stoffelijk maar
ook elders kenbaar. Iets dergelijks wordt door onze Orde gedaan op Steravonden, zij het dat
dit een betrekkelijk algemene magie is en niet bedoeld om zeer speciale effecten te bereiken.
Het zal u dus duidelijk zijn, dat al die symbolen bruikbaar zijn en betekenis hebben. Maar zij
hebben alleen betekenis voor de mens zelve, die ermee kan werken. Het magisch symbool kan
resultaten tot stand brengen, maar als je niet weet waar zij vandaan komen, dan dragen ze
niet bij tot je bewustwording. Innerlijk weten (a.h.w. innerlijke wetenschap) is noodzakelijk.
In de esoterie gebruik je eveneens vele symbolen. Wanneer wij hier praten, doen wij dit heel
vaak met wat men noemt sleutels. Die sleutels zijn in feite niets anders dan bepaalde
zinsneden of woordgroeperingen, die een veel verder reikende betekenis hebben dan uit het
oorspronkelijk zinsverband zou kunnen blijken, Degene die herkent krijgt daardoor een
tweede, vaak zeer eenvoudige maar verder reikende interpretatie, van het gesprokene, die het
hem mogelijk maakt, zelf weer verder te gaan. Ook hier is het dus noodzakelijk dat zo’n
sleutels voor ons als een symbool wordt geschapen (zij het hier een klanksymbool is, dat u
voor uzelf zult moeten begrepen, eer de volle betekenis kenbaar wordt) en hieruit wordt
wederom een contact geboren. Maar ook dit contact is bedoeld als hetzij, een contact met een
kosmisch geheugen, hetzij een contact met een andere wereld of sfeer.
Wanneer wij in de esoterie werkzaam zijn, zullen wij over het algemeen niet te veel symbolen
willen gebruiken. Symboliek leidt n.l. tot het projecteren van denkbeelden. Het resultaat is, dat
men een soort Scheingestallt vormt, dat men een soort afgod voor zichzelf opbouwt en dat
moet in de esoterie zoveel mogelijk vermeden worden. Als men in staat is dit symbool als
persoonlijkheidsuiting, tevens de relatie van de persoonlijkheid met de kosmos weergeeft, is
zij van zeer groot belang voor o.a. meditatie en contemplatie. Ik hoop met deze korte
belichting het onderwerp duidelijker te hebben gesteld:

GEEN ONDERWERP VOOR DEZE AVOND

In het contact, dat de mens heeft met de wereld rond werken zoals u bekend bepaalde
geestelijke factoren sterk maar onmerkbaar mede. In de esoterie zijn de geestelijke factoren in
het “ik” van zo groot belang, dat men daarmede niet voldoende zuiver kan werken zonder
gelijktijdig inzicht te hebben in al datgene, wat buiten het “ik” aan geestelijke beïnvloeding kan
bestaan. Deze beïnvloeding kan worden gezocht in verschillende aspecten van de sferen (de
geestelijke werelden) daarnaast in het contact van de mensen onderling. Ik zal zo vrij zijn
deze punten kort te belichten en daarbij tevens trachten een praktische aanwijzing te geven
voor het hanteren daarvan.
In de eerste plaats: contact met sferen.
Indien wij contact krijgen met de z.g. lagere impulsen of invloeden, dan moeten wij niet
denken dat deze impulsen of invloeden ons b.v. tot bandeloosheid zullen aanzetten. Dit zijn
zuiver dierlijke factoren en ze zijn zeker voor de lage sfeer (de werkelijk lage sfeer) evenmin
belangrijk als voor u. Waar het om gaat bij de lage sfeer is in u te brengen een absolute
gerichtheid, een absolute wil en vasthoudendheid, die echter gericht is op het negatieve, op

Geen onderwerp deze avond
109
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

het chaotische principe. Dientengevolge zullen zeer veel impulsen, die in u opkomen en die in
feite niets anders zijn dan een voortdurend uzelf aansporen bepaalde levensvreugden te
ontkennen, die trachten u te brengen tot een verwerpen van het leven, de levensvreugde en
de blijheid daarin in feite niets anders zijn dan uit duistere of demonische sferen voortkomende
impulsen. Indien het “ik” hieraan gevolg en gehoor geeft en daardoor komt tot een in het
innerlijk bestaande mismoedige houding dan wel een houding, die dit leven als nutteloos of
waardeloos, als slechts een voorportaal voor een verder leven beschouwt, dan kan worden
gezegd dat deze slechte krachten daarmee een resultaat hebben gehad. het “ik” is niet meer in
staat zijn volledige eenheid te beseffen, noch is het “ik” in staat de stoffelijke ervaringen te
verwerken en daaruit een voortdurende impuls te verkrijgen ten goede. Dientengevolge mag
worden gezegd, dat elke impuls, die u krijgt tot absolute onthouding, ontzegging e.d., tot het
verwerpen van vreugde en het brengen van offers, eerst zal moeten worden onderzocht op
haar werkelijk gehalte en haar werkelijke inhoud. Onthouding, het brengen van offers en al,
wat daarmee samenhangt, heeft ook voor de esotericus alleen dan zin, als het een positieve
bevestiging is van eigen houding t.o.v. de buitenwereld en een directe uitdrukking van een
harmonie met die buitenwereld. Op het ogenblik dat die onthouding alleen voor uzelf zou
gelden, b.v. als een methode om te komen tot groter inzicht en groter zaligheid, kunt u zeggen
dat zij op dat ogenblik niet juist is, niet passend is en zeker niet verder mag worden vervolgd.
In de tweede plaats zullen wij over het algemeen zien, dat voor de stofmens vooral wanneer
hij tracht geestelijk te streven bepaalde lichamelijke impulsen een lange tijd een betrekkelijk
grote en felle rol kunnen spelen. Ongeacht het feit dat deze al of niet beheerst worden, blijven
zij in het gedachteleven steeds een rol spelen. Deze beïnvloeding kan voortkomen uit de
aardgebonden geest, uit het astraal gebied en ook verder uit de lage sferen, die echter nog
volledig vormbewust zijn en niet zelf wetend zijn omtrent het feit, dat zij feitelijk in het duister
vertoeven. Wanneer deze dingen op u af stormen, zult u waarschijnlijk als esotericus heel
goed beseffen Wat dit betekent. Het betekent dat deze impulsen niet slechts iets zijn wat moet
worden verworpen, maar dat zij iets zijn. Wat moet worden overwogen en begrepen. Een
zekere stoffelijke beheerstheid kan u daarbij zeker te stade komen, maar belangrijk is hierbij
dat men beseft, dat hier levensuitingen op aards vlak uit een andere sfeer verlangd worden.
Dat men uit zichzelf dus aan die sfeer een antwoord moet geven. Het is niet voldoende neen te
zeggen. Slechts indien een beantwoording plaatsvindt van hetgeen op u wordt afgezonden,
hebt u werkelijk een resultaat, U bent u in staat uzelf te bevrijden van overdadige en
overbodige impulsen en in staat om anderen hulp te geven. (Er bestaan hier overigens andere
versies en visies over, die echter niet behoren tot de mysteriën die op het ogenblik in het
openbaar worden verkondigd.) Indien u dus last hebt van die dingen, realiseer u wat daarvan
het gevolg kan zijn. En dan geldt over het algemeens Impulsen, die in betrekking staan tot
sexualiteit (zowel wanneer het zelfbevrediging, hetero-sexueel als homo-sexueel verkeer zou
betreffen), zijn te allen tijde een uiting van een onbevredigd zijn, een zich niet geliefd weten,
een zich eenzaam gevoelen. Indien deze impulsen buiten uw eigen normaal leven om in een
bepaalde periode te sterk op u afkomen, zult u ze kunnen beantwoorden door een gedachte
van begrip te wijden aan de geest, die origineert en daarbij te trachten iets van de kosmische
liefde. die u kent uit te stralen naar deze gebieden. De impulsen houden dan over het
algemeen zeer snel op. In de tweede plaats zullen vaak deze impulsen dan een goed resultaat
gehad hebben, waar in de sfeer daardoor een gunstige verandering is ontstaan. Dit geeft voor
uzelf een zekere innerlijke blijheid en deze innerlijke blijheid is weer een ervaring, die de
bewustwording van de geest aanmerkelijk ten goede komt.
De lichtere sferen kunnen u natuurlijk ook beïnvloeden. De beïnvloeding vanuit de lichte sferen
is over het algemeen gericht op vreugdigheid, op aanvaarding, op onderzoek en daarnaast
heel vaak op een innige en persoonlijke beleving. Al deze factoren worden uitgezonden in een
zuiver geestelijk beeld. Sommige mensen zijn geneigd dit stoffelijk te vertalen. Op zichzelf is
deze stoffelijke vertaling aanvaardbaar en niet uit den boze, maar zij kan zozeer strijdig zijn
met uw milieu, uw opvoeding en al wat erbij hoort, dat als gevolg daarvan strijdigheden in
uzelf zouden ontstaan. Ten koste van alles moet deze strijdigheid in het “ik” voorkomen
worden. Over het algemeen kan men zich openstellen voor een geestelijke, zo mogelijk voor
een kosmische liefde, en door gelijktijdig in het “ik” te zoeken niet naar de impuls maar naar
de Godheid, Die alle dingen heeft geschapen, ook deze impulsen terugbrengen tot een zuiver
Geen onderwerp deze avond
110
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

redelijk peil en vaak de tendens van de afgezonden impuls zover veranderen, dat men
daardoor i.p.v. op zichzelf misschien wat lastige denkbeelden en gedachten een verklaring en
verstilling in zichzelf ervaart, waaruit haast spontaan nieuwe en vaak betere denkbeelden
worden geboren.
Het is logisch dat deze beïnvloedingen van uit de geest zeer belangrijk zijn. De mens staat niet
alleen. Geen enkele geest, geen enkele ziel is eenzaam, allen zijn voortdurend verbonden met
het geheel. De beleving is voor de persoonlijkheid in het “ik” gecentreerd, maar bevat en
omvat tevens alle andere factoren van de kosmos, ook wanneer deze niet afzonderlijk en in
detail kunnen worden gerealiseerd. Het is duidelijk dat de gedachtebeïnvloeding van uit andere
sferen en werelden voor ons een middel kan zijn zelfs reeds in de stof om te komen tot een
snellere bewustwording, een snellere realisatie van het “ik”, daarnaast tot een bevorderen van
de harmonie, die tussen het “ik” en het totaal der schepping dient te bestaan.
Bij de onderlinge beïnvloeding van mensen door middel van gedachten is er iets anders. Hier
krijgen wij te maken met een vaak haast onweerstaanbare impuls. Deze impulsen openbaren
zich op de meest verschillende wijzen. Ik wil er een paar van noemen dat is voor u misschien
wel gemakkelijk.
Een der sterkste impulsopenbaringen bij een sterk contact van gedachten tussen enkele
mensen zal heel vaak zijn: een droom. Deze droom zal over het algemeen zeer gedetailleerd
zijn, vaak kort. Zij geeft een persoonlijke interpretatie en zal zich heel vaak, het spijt mij, dat
ik er op moet wijzen maar het is zo mede met sexuele factoren bemoeien. Wanneer een
dergelijke impuls gedeeld wordt en dat komt nogal eens voor dan kan worden gesteld, dat hier
een poging is om een geestelijke eenheid uit te drukken, maar dat men niet in staat is deze op
een andere dan stoffelijke wijze voor zichzelf voor te stellen of te laten blijken. Een dergelijke
uitwisseling van beelden behoeft dus niet tot een stoffelijke realisatie te voeren, maar kan
worden beschouwd als een aanduiding voor een zekere band, die bestaat tussen deze twee
entiteiten gedurende de periode, dat dergelijke beelden en dromen opkomen.
Daarnaast is er een tweede soort ook zuiver persoonlijk contact, dat zich eveneens kan
openbaren in dromen, maar ook in wat ik haast zou willen noemen een illusie. Men heeft
plotseling het gevoel, dat een bepaalde persoonlijkheid rond u aanwezig is. U zou willen
omkijken om te zien, of hij er staat. In een dergelijk geval is het wel zeker, dat die persoon
aan u denkt. Er is wederom sprake van een harmonie, die echter nu niet wordt geïnterpreteerd
in het persoonlijk beleven, maar eerder in een aanvoelen van aanwezigheid, die stoffelijk niet
kan worden verklaard. Ook in een dergelijk geval is het goed u even te ontspannen, u te
realiseren dat de persoon in feite niet ter plaatse aanwezig kan zijn (hoogstens een projectie)
en u af te vragen wat deze indruk voor betekenis heeft. Heeft men hierin enige oefening, dan
zal men zeer snel kunnen erkennen wat de bindende factoren zijn en over het algemeen zult u
ontdekken, dat er een bepaald behoefte element is.
Dan krijgen wij verder de beïnvloeding van massa op mens. De massa zelf kan overstelpen en
overweldigen, wanneer wij in de stof zijn, door de zuiver emotionele impulsen, die zij uitstuurt.
Maar als wij esoterisch geschoold zijn en dus het innerlijk beheersen, zullen wij ons niet van
ons eigen spoor laten afbrengen door de emotie. Integendeel, wij zullen trachten de kern van
de emotie te vinden. Het vinden van de kern van een emotie in een massale impuls, die op ons
afkomt, betekent het erkennen van een kwetsbare plek in onszelf, die daardoor ophoudt een
kwetsbare plek te zijn. Op deze wijze kan de esotericus dus vele onvolmaakte reacties in
zichzelve veranderen in aan de volmaaktheid aangepaste reacties, die tot een volmaaktheid
kunnen voeren. Ook dit is een zeer belangrijk punt.
Wanneer u normaal leeft als mens onder de mensen, zult u regelmatig en voortdurend worden
beïnvloed door impulsen, die anderen op u afzenden. Het is niet belangrijk, dat u die impulsen
leert uit te schakelen. U bent deel van deze gemeenschap, u bent deel van dit stoffelijk leven
en deze stoffelijke wereld. Belangrijk is wel, dat u leert de impulsen die op u afkomen te
erkennen voor wat zij zijn (de beïnvloeding van buitenaf) en dus uw eigen reactie daarop niet
automatisch maar bewust te doen plaatsvinden. Er is niets belangrijker in het contact met de
Geen onderwerp deze avond
111
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

massa en het geestelijk contact tussen mensen - zeker ook bij een geestelijke beïnvloeding -
dan het voortdurend bewust handelen en bewust reageren. Het is niet voldoende dat u
zich afsluit of dat u kennis neemt van de toestand een reactie wordt van u verwacht. In de
esoterie is handeling een grote noodzaak.
Het tweede deel van mijn lezing brengt ons weer een klein beetje meer tot wat ik zou willen
noemen:

DE MAGIE

Zoals er sleutelbegrippen zijn voor elke mens en er symbolen zijn voor praktisch elke
abstractie, die de mens zich ooit heeft uitgedacht of die voor die mens bestaat, zo zijn er ook
en dat is zeker niet te verwaarlozen symbolen, die werkingen in de kosmos aangeven, die
bepaalde stromingen op verschillende vlakken en niveau s aanduiden. Wanneer wij in de
esoterie werkzaam zijn, zullen wij soms de neiging hebben onszelf af te schermen tegen de
wereld. Vooral wanneer wij in overpeinzing zijn verzonken, lijkt ons dit zeer belangrijk. Er
bestaat hiervoor een methode, die betrekkelijk eenvoudig is. Ik wil u er zelfs een kinderlijke
variant bijgeven, die even werkzaam is. De normale gang is het driemaal omschrijden van de
plaats, waarop men lust wil hebben, en wel in een ononderbroken cirkelgang. U zult zeggen:
Wat kan dat voor een betekenis hebben? Wel, deze driemalige omcirkeling geeft in de eerste
plaats aan een pogen om een afgesloten geheel te verkrijgen in contact met de drie grote
factoren, die voor de mens op aarde de direct. kenbare openbaring Gods zijn. In de tweede
plaats geeft het omschrijden de weg aan, die men aflegt tussen het normale leven en hetgeen
men innerlijk wil gaan beleven.
Het is gebruikelijk, dat men daarbij voor zichzelf bepaalde spreuken opzegt. Een van de
spreuken, die voor de doorsnee mens hiervoor het best begrijpelijk en bruikbaar is, is het
Onze Vader dat dan zo wordt gezegd, dat het precies per keer eindigt, wanneer ook de
omcirkeling ten einde is. Men legt dan hier de nadruk op, maar verlos ons van het kwade of
verlos ons van den boze. Het is een reinigingsprocedure, die een bepaalde plaats een langere
tijd onaantastbaar kan maken. Na het voltooien van de cirkelgang schrijdt men eerst buiten de
cirkel om vandaaruit bewust en wetend die cirkel als een soort heiligdom, een soort asiel,
binnen te gaan. Het zal blijken, dat deze handeling in vele gevallen erg praktisch is indien men
te veel door invloeden van buitenaf wordt aangetast.
Maar niet iedereen is in staat zo voortdurend rond te wandelen. Per slot van rekening zou het
uw reputatie niet ten goede komen, als iedereen zegt: Kijk, daar loopt hij alweer in cirkeltjes
rond te dwalen. Daarom kan het ook symbolisch worden gedaan. Bij deze symbolen stelt men
zich voor, dat van uit het voorhoofds-chakrum een lichtstraal uitgaat, die vervolgens driemalen
zich als een koord verlengt en zich in een cirkel met een doorsnee van minstens 1 tot 1,5
meter rond de eigen persoonlijkheid neervlijt. Deze voorstelling moet zeer sterk zijn. Ook
hierbij kan men hetzij gelijktijdig of daarna een korte spreuk of een drievoudig Onze Vader
herhalen.
Het is vaak moeilijk om precies bij te houden wat men doet. Een eenvoudige truc (meer is het
eigenlijk niet) om dit op de juiste wijze te volbrengen is te voelen met de tong waar de spleet
is of de aanzet tussen de twee voortanden (de twee snijtanden) vandaaruit naar achteren te
gaan tot men het gehemelte zelf bereikt en met de tong (en wel met de wijzers van de klok
mee!) driemaal die cirkel te trekken, daarbij gelijktijdig zich voorstellend dat van uit het “ik”
het licht komt en deze bezweringscirkel voltooit, Dit is een betrekkelijk machtige afscherming
en zij kan in vele gevallen tot resultaat hebben een absoluut onaantastbaar zijn voor
geestelijke krachten, die u zouden kunnen storen in uw denken, die uw krachten zouden
kunnen aftappen of uw zenuwspanningen aanmerkelijk zouden kunnen verhogen. Een kring
echter, die op de tweede wijze wordt getrokken, heeft over het algemeen een werkingsduur
van niet veel meer dan 60 á 70 minuten. Deze zou dus bij een langere overpeinzing moeten
Geen onderwerp deze avond
112
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

worden herhaald. Voor de doorsnee mens echter is dit kleine trucje meer dan voldoen de en
stelt hem in staat te komen tot een bevrijding van het ik, waardoor in de afzondering een
grotere beleving kan worden doorgemaakt.
Een ander trucje hangt samen met een poging om het “ik” buiten het eigen lichaam te
projecteren. Niet iedereen is daartoe onmiddellijk in staat en voor velen dat geef ik dadelijk
toe kan deze ervaring in het begin zeer schokkend zijn. Hoofdzakelijk is dus wel in de eerste
plaats, dat men zich realiseert dat de woorden “ik ben in mijn lichaam of ik moet naar mijn
lichaam” voldoende zijn om dit tot werkelijkheid te maken. Om dit echter te vereenvoudigen
moet men zich realiseren wat een uittreding in feite is. Het is de tijdens het leven optredende
afschaduwing van de dood. Op het ogenblik, dat men zich dus neervlijt en zoveel mogelijk
ontspant, zodat men het gevoel heeft dat men als gestorven is, de ledematen desnoods zwaar
zijn als lood, terwijl men daarnaast bewust afstand doet van alles, wat tot op dit ogenblik de
wereld heeft uitgemaakt, wordt hierdoor het eenvoudiger mogelijk het lichaam te verlaten. De
ademhaling mag niet worden gestaakt en blijft rustig. Er kan een illusie van zweven optreden.
Het idee dat u al dan niet tezamen met uw legerstede tot aan de hoogte van het plafond wordt
verheven.
Dat is natuurlijk helemaal niet reëel, u behoeft zich daarover geen zorgen te maken. Het kan
voorkomen dat de evenwichtsorganen tijdens deze toestand een ogenblik gestoord zijn. Indien
u daar uw aandacht op richt, zult u niet kunnen uittreden. Neemt u dit echter als vol komen
normaal, dan voelt u zich en nu niet meer lichamelijk verder omhoog gedragen. Probeer nooit
om te zien. Wanneer u uitgetreden bent, is het misschien verstandig een bepaalde spreuk te
onthouden, die ik u hier kort zal voorzeggen. Zij is zeer eenvoudig en ik heb haar om te
ontkomen aan de te magische formulering een gebedsvorm gegeven. Bent u verder in de
magie, dan kunt u zelf deze frase variëren. Zij luidt
Heer, laat mij gaan tot Uw licht en Uw wijsheid ontvangen. Verblind de wachters aan de
poort en laat mij gaan en komen volgens Uw wil.
Deze zeer eenvoudige formule mits intens, met volle inhoud van het eigen wezen gezegd
maakt het vaak zeer gemakkelijk om ervaringen op te doen. Deze zullen niet altijd bewust
zijn, maar zij worden in de geest en het stoffelijk onderbewustzijn vastgelegd en zullen dus
verder invloed op uw wezen en uw leven blijven uitoefenen. Er bestaan natuurlijk vele
oefeningen om het uittreden te bevorderen en de bewuste uittreding vooral regelmatig te doen
plaatshebben. Dit ligt echter te ver van het feitelijk doel en de feitelijke opzet van deze kring
om daar verder op in te gaan. Voldoends is het voor u te weten dat de mens, die zich
esoterisch strevend tracht te verheffen boven de stof, in contact kan komen met geestelijke
krachten, die optreden als leraar en lering geven. Vergeet echter niet dat de mens, die
onbewust of bewust zich op een dergelijk pad bevindt, stoffelijk daarvan bepaalde gevolgen te
dragen krijgt. Deze gevolgen nemen de vorm aan van beproevingen, onverwachte
moeilijkheden en doen heel vaak een beroep op eigen vindingrijkheid. Stoffelijk moet men
daaraan kunnen beantwoorden, waar anders de geestelijke voortgang wordt stopgezet. Ook
hier geldt n.l. dat al hetgeen in de sferen werd geleerd pas zijn werkelijke betekenis en inhoud
krijgt, als het op aarde wordt beleefd. De beproeving is niets anders dan een poging om door
oefening u geheel en met uw hele wezen te bevestigen in datgene, wat u geestelijk als
mogelijkheid is geopenbaard.
Een derde en laatste punt voor zover het de magie betreft. Ik wil erbij zeggen, dat het niet in
de bedoeling ligt dat u dit onmiddellijk in de praktijk probeert te brengen. Het is meer een
kennis geven van een bepaalde mogelijkheid.
Zoals u weet zijn tijd en ruimte slechts voor u (maar niet in werkelijkheid) vast met elkaar
verbonden. Ze zijn t.o.v. elkaar voortdurend variabel. Dat wil zeggen dat elke plaats met elke
plaats en elke tijd, elke tijd met elke plaats en elke tijdsontwikkeling kan worden gepaard. Dit
betekent dat de geest, uitgaande van een meditatief proces, zich kan gaan bewegen in elke
wereld of elke sfeer, ook echter in elke tijd van verleden en toekomst, waarin zij zichzelve
wenst te openbaren en waaromtrent zij althans enige kennis bezit. Die kennis zal over het
Geen onderwerp deze avond
113
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

algemeen niet kunnen komen uit de stof, waar deze niet voldoende details bevat en te
onvolledig is. De geestelijke kennis echter, die bestaat (eventueel door in harmonie te zijn met
een groot kosmisch geheugen), maakt het heel vaak mogelijk de vroegere tijden af te tasten
naar bepaalde ervaringen en belevingen en ook in de toekomst vaststaande situaties voor
zichzelf te constateren. Hierbij moet uitdrukkelijk worden gesteld, dat dit zich nooit als een
droombeeld kenbaar maakt. Als u droomt dat u in Florence hebt gewoond in de l6e eeuw, of in
Indië in 500 v. Chr. en u droomt dit, dan is het in 99 van de 100 gevallen zeker geen beleving
uit een vroeger bestaan en verder zeer zeker geen bewust in tijd uittreden. Onthoudt u dat
wel! Dit alles openbaart zich eerder in gedachtesequenties en kan soms de vorm krijgen van
het lezen van een boek, zonder dat men de letters ziet. Men vertelt zichzelve a.h.w. een
verhaal. Deze details meet men goed onthouden, vastleggen en controleren. De hoofdpunten
natuurlijk, u kunt niet alles vastleggen.
De magie, die hierbij te pas komt, is eigenlijk weer betrekkelijk simpel. Wanneer wij weten dat
tijd en ruimte fictieve waarden zijn van uit kosmisch standpunt, kunnen wij voor onszelf op
een gegeven ogenblik trachten elk tijdsbewustzijn en plaatsbewustzijn uit onszelf te
elimineren. De voorstelling, hiervoor gebruikt, is over het algemeen een zich bevinden in de
ruimte of een geprojecteerd zijn in de ruimte ergens tussen de sterren. Heeft men dit gedaan,
dan komt van daaruit de mogelijkheid om in elke willekeurige tijd binnen te dringen, elke
willekeurige wereld en toestand te beleven. De belevingen kunnen waar zij niet gebonden zijn
aan uw persoonlijke tijd noch zijn gebonden aan de voor u lichamelijk gangbare tijd een heel
leven beslaan in zeer korte momenten, maar kunnen ook uren in beslag nemen om een enkele
fase te beleven. Dat ligt aan uw eigen instelling.
Naarmate men zich hiervan meer bewust wordt, zal men leren zich in te stellen op bepaalde
factoren uit het verleden. Dit je instellen op bepaalde factoren uit het verleden geschiedt als
volgt: Wij hebben een bepaalde grondeigenschap. Een eigenschap waarvan wij weten, dat zij
bijzonder actief is, zonder dat wij haar geheel kunnen verklaren. Wij nemen deze eigenschap
en stellen ons in op de periode, waar uit die eigenschap is voortgekomen. Voor een
beginneling betekent het vaak 10 tot 20 malen pogen, voordat enig resultaat wordt geboekt.
De gevorderde weet echter reeds in een enkele gedachtegang een contact te krijgen met de
fase, waarin het “ik” die oorspronkelijke ervaring opdeed, die tot de eigenschap aanleiding
was. Het resultaat is, dat men alle vorige incarnaties en de kennis in die incarnaties bereikt (zij
het tijdelijk en meer als een verhaal dan als een vaststaande werkelijkheid) voor zichzelf kan
terugvinden. Dit kan een aanmerkelijke verrijking van inzichten in het heden betekenen. Bij de
projectie in de toekomst heeft men over het algemeen een reeks onjuistheden en de
interpolaties, die men maakt op de toekomst aan de hand van hetgeen op een dergelijke wijze
wordt vernomen, zijn altijd ten dele onjuist, Zij worden n.l. van uit een bepaald standpunt en
een persoonlijk standpunt waargenomen en kunnen onmogelijk voor de gehele wereld precies
zo gelden. Toch is dit vaak voldoende om eigen houding verder te bepalen en zo nodig eigen
geesteshouding te wijzigen, waardoor dus het “ik” op een ander spoor van mogelijkheid komt
in de toekomst, die voor ons ligt.
Is het voor het beleven in het verleden een strikte noodzakelijkheid, dat men iets weet van
de concrete feiten?
Neen, ik heb juist gezegd, dat dat niet noodzakelijk is en dat het lichamelijk weten vaak eerder
een hinderpaal kan zijn. Ik zal het dus nog een keer even heel rustig en kalm herhalen, opdat
u zich goed kunt voorstellen hoe dit gebruikt zou kunnen worden.(Nogmaals, het is niet de
bedoeling dat u dit onmiddellijk in praktijk brengt)
In de eerste plaats er zijn in ons bepaalde gedachtegangen, filosofieën, eigenschappen, die wij
niet onmiddellijk uit onze omgeving kunnen verklaren en die niet geheel natuurlijk in ons leven
zijn komen opduiken. Kunnen wij deze punten voor onszelf vastleggen in het eigen leven en
ons instellen op het punt, waarin deze begrippen voor het eerst van onze persoonlijkheid deel
gingen uitmaken, dan vindt hierdoor een projectie in tijd en ruimte plaats en kunnen wij deel
hebben aan die fase van de vorige incarnatie, die hiermede in verband stond. Dit is geen
droom, maar het is eerder of iemand u een verhaal vertelt dan wel of u iets leest in een boek,
zonder dat u letters ziet, Het is op zichzelf betrekkelijk eenvoudig, maar wat erbij komt is
natuurlijk weer het zoeken van de eigenschap, waar op men zich wil gaan baseren. Men kan
Geen onderwerp deze avond
114
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

daarvoor natuurlijk alles nemen als oefenmateriaal, maar hoe meer men de
grondeigenschappen en de voor het “ik” bestaande raadselen van persoonlijkheid als
onderwerp neemt voor een dergelijke meditatievorm, hoe beter men zal kunnen doordringen
tot de meer belangrijke fasen van het ik. Een probleem dat nu bestaat heeft ook vroeger in
een andere vorm bestaan. De harmonie die bestaat tussen de vroegere fasen van het “ik” en
de huidige fasen van het “ik” betekent, dat bij voldoende concentratie en afstand doen van de
wereld, zoals men die op dit ogenblik kent, het harmonisch aspect zich zo sterk uit, dat
daarvan uit het verleden naar het heden een weten of een indruk kan worden overgebracht. Ik
waarschuw u dus wel: gaat u nu niet dit laatste onmiddellijk in praktijk brengen, tenzij u zeer
behoorlijk geschoold bent in de techniek van uittreding of tenminste de techniek van
zelfverzinking door middel van concentratie en meditatie kent.
In het derde deel van onze lezing wil ik u iets gaan vertellen over cadansen. Men zegt wel
eens, dat er in de kosmos grondgetallen zijn. Men spreekt van intervallen van gebeuren. Wij
kennen stellingen (en leren die zelf ook wel zij het niet hoofdzakelijk hier) van bepaalde
golflijnen, aan de hand waarvan het gebeuren dus te voorzeggen is. Je zou kunnen zeggen: er
is een bepaald ritme in het Al, er is een bepaald voortdurend zich herhalen van gelijke
impulsen. Dat betekent dat bepaalde impulsen en trillingen, die de wereld beroeren, daarin
een ongeveer gelijke invloed uitoefenen en gelijksoortige resultaten tot stand brengen. Als wij
nu zelf iets willen bereiken, gaan wij onwillekeurig ook proberen diezelfde invloed te krijgen.
Het klinkt misschien wat vreemd, wanneer u iemand op een galm toon hoort praten. Toch
probeert die persoon voor zich daarmee de onwerkelijkheid, die wordt aangevoeld (het buiten
de werkelijkheid staan), weer te geven en hij kan soms, indien hij deze toon juist gebruikt,
daarmee onmiddellijk spreken tot iets wat verdergaat dan de menselijke rede.
Het is logisch dat je op eenzelfde manier ook zou kunnen spreken met gewone stoffelijke
intonatie tot wezens, die heel ergens anders aanwezig zijn en die niet vatbaar zijn voor het
woord, maar alleen voor de trillingsverhouding, die wordt opgewekt. De meest normale vorm
is het gebed. Van het begin van de geschiedenis af heeft de mensheid getracht om haar
eenheid met de goden door een soort smeking en openbare smeking uit te drukken. Naarmate
echter het bidden meer een functie werd voor iedereen, is dit uitdrukken van intervallen en
sequenties teloor gegaan. Wanneer je tegenwoordig hoort - ik blijf maar even bij het Onze
Vader (Katholieke versie) - hoe dit wordt afgeraffeld, dan zegt dat niets. De oorspronkelijke
zegging daarvan is heel anders. De oorspronkelijke zegging heeft een bepaald geweld, een
woordgeweld. Ik kan u moeilijk vertellen, hoe dat precies in elkaar zit. Het is n.l. een 3 ritme
en een 7 ritme, die op een bepaalde wijze geïntermoduleerd worden. Dan krijg je dit:
Onze Vader…… Gij, Die in de hemelen zijt……
Uw Koninkrijk kome……… op aarde zoals in de hemel……
enz. Je neemt naar eigen keuze. Je kunt op dezelfde manier met hetzelfde ritme dezelfde
invloed bereiken, als je gaat denken aan de oude zegswijzen.
Er bestaat een Isisgebed, dat gebaseerd is op de getallen 3, 7 en 12. Ik kan dat helaas niet in
de oorspronkelijke taal laten horen, u zou dat niet begrijpen. Maar ik kan proberen deze ritmen
in een ongeveer gelijke verhouding tot uiting te laten komen in een ietwat onbeholpen
vertaling van een deel daarvan.
Gij….Gehoornde, koningin van hemel……….Gij, die vruchtbaarheid geeft op de aarde…….. zo
zeggen wij: U stort uit Uwe gaven…...laat Uw licht branden………weerspiegel in de
wateren………en doe Uw schoonheid aanschouwen aan al, wat leeft……. opdat uit U geboren
worde de vruchtbaarheid en de kracht…….de oogst op de velden groeien moge…….en Uw
zegen moge zijn de herrijzenis van de zon,
Een andere modulatie, U hebt iets dergelijks waarschijnlijk wel eens gehoord, maar dan bij
mensen, bij wie u dat misschien wat huilerig, zelfs irreëel vond.
De keuze van ritmen is heel erg belangrijk voor ons. Ook wanneer wij voor onszelf iets moeten
zeggen, wanneer wij voor onszelf moeten spreken. Er is tussen ons en God een band. Zeker,
Geen onderwerp deze avond
115
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

die is er altijd. God laat ons niet in de steek, God leeft in ons. Maar het is voor ons heel vaak
noodzakelijk en zeker wanneer wij in de stof zijn om een dergelijke band met God tot
uitdrukking te brengen, Wij moeten a.h.w. proberen de God, Die in ons leeft, naar buiten toe
te stuwen, totdat Hij kenbaar rond ons merkbaar wordt tot wij staan in een kring van licht, die
van ons uitgaat. En daarvoor kunnen wij de ritmen gebruiken.
Die ritmen zijn overigens niet alleen dat wil ik er u bij zeggen bepaald tot de stem. Het is
mogelijk deze ritmen vast te leggen in kleuren. Wij krijgen dan een soort schilderwerk, waarin
een bepaalde esoterische formule gebruikt wordt, Wij kennen het in dans en bewegingskunst.
En natuurlijk ook in het woord. Schilderen kan ik moeilijk voordoen op het ogenblik. En
dansen? Ik ben bang dat het medium daartegen bezwaar zou hebben en misschien ook wel het
damesleesmuseum. Kortom, er blijft mij weinig anders ever dan het woord om te
demonstreren. Nu moet u goed luisteren.
U bent met uw God. Op het ogenblik ook. Dat wil zeggen, u voelt dat niet zo, maar het is zo.
Als u op dit ogenblik behoefte hebt aan die God en u kunt die God voor uzelf niet kenbaar
maken (er is iets wat u belemmert die God te bereiken), dan is het heel logisch dat u gebruik
maakt van de klank om op deze manier uw God te bereiken. (Wat dat betreft zijn minder
christelijke volkeren vaak gelukkiger en ook de zuidelijke volkeren weer gelukkiger dan de
noordelijke, want die hebben de gewoonte om hardop te bidden a.h.w.) Wanneer ik nu zo’n
band zou willen wegvagen, behoef ik niets te doen dan alleen maar een doodgewone harde
klank er tegenop te zetten en dan mankeert er niets meer aan, dan heb ik nergens meer last
van. Dan sta ik helemaal buiten de goddelijke wereld, dan sta ik in de stof met twee voeten.
Afgelopen. Het breekt. Maar omgekeerd kan ik gaan opbouwen. En dan zijn de woorden
onbelangrijk.
Gij, God in mij…..openbaar Uw wezen.
God in mij, laat mij zien hoe Gij in mij leeft en rond mij zijt.
God, Gij spreekt ons vaak van eeuwigheid en ik kan die eeuwigheid niet weerstaan.
God, laat mij voor een kort ogenblik opgaan in U en Uw wezen.
God, neem de vrees van mij weg.
Het is heel eenvoudig, Gewoon een stukje improvisatie, zoals u ook kunt improviseren. En dan
komt helemaal niet op aan, dat ik iets zeg wat zin heeft. Zelfs dat is niet belangrijk. Zoals een
declamator het A.B.C. kan declameren, dat je erom lacht of dat je erom huilt, zo kun je zelf de
meest onbeholpen woorden en begrippen gebruiken. Maar er moet een ritme in zitten, er moet
stuwing in zitten.
De ritmen, die gebruikt worden voor God, zijn over het algemeen zeer eenvoudige ritmen
d.w.z, het zijn meestal 3 of 7 ritmen. U zult u afvragen: Wat is een 3 ritme? Dat is heel
eenvoudig. Een 3 ritme zou je in tellen zo kunnen weergeven: 1, 2, 3 (met klem toon), 1. 2. 3
(toonloos). Dus 1 en 2 monotoon, 3 hoog 1 en 2 monotoon, 3 laag. En dat kun je natuurlijk
variëren. Het is een incantatievorm, die inderdaad door zijn eentonigheid en voortdurende
wisseling iets heeft van die eigenaardige Griekse zang, die z.g. orgel zang, waarbij men dus
een toon lang aanhoudt en andere daartegen met ook een aangehouden toon invallen, zodat
men dus steeds een andere toon inzet. Men krijgt daar dan een melodie, die doet denken aan
een kerkorgel, soms ook een beetje aan een doedelzak. Op deze manier kun je met dit
eenvoudige ritme al voldoende improviseren. Onthoudt u daarbij dat de sequentie altijd bevat
3 x 3 om het meest juiste getal te krijgen, de meest juiste verhouding. Dus wanneer u begint
1, 2 hoog, dan krijgt u daartussen 1, 2 laag en u eindigt weer met 1, 2 hoog. Dan zijn die
tussentonen gelijkvormig. De uitschieters naar boven en naar beneden komen later. Daarna
kunt u dan de monotone herhaling dus op een andere zin zetten. Bijv. Almachtige God, Gij die
lééft in de eeuwen……, is een 1-2-3 ritme. Nu varieert er iets. We kunnen het niet precies met
een metronoom tellen, maar het zit erin. Dan kan ik dus verdergaan In Uw naam en Uw wezen
zoek ik. Er zit een zeker ritme in.
Een kracht.

Geen onderwerp deze avond
116
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Ja, het is een kwestie van zeggingskracht. Maar die zeggingskracht beïnvloedt niet alleen een
ander maar ook uzelve. Zij maakt het u dus mogelijk zowel voor uzelf als voor anderen op een
gegeven ogenblik een bepaalde sfeer, een bepaalde stemming te scheppen. Die moet altijd
aangepast zijn aan hetgeen je wilt doen. Een 7-ritme betekent over het algemeen een
combinatie van 7 langzaam klimmende tonen. Dus wanneer ik spreek, dan ga ik voort..Dat zijn
zo allemaal van die berghellinkjes en die worden afgewisseld (meestal ook na 3 als je ze
combineert met een 3 ritme) met 3 naar beneden gaande bergjes. Een soort Fuijijama in
klank, Het is heel typisch dat je met die dingen veel bereiken kunt.
En nu wil ik proberen u iets duidelijk te maken daarover, voordat ik overga naar het laatste
deel van mijn lezing. En dat is dit: Het gebruik van deze ritmen geschiedt allereerst voor
gebed. Zodra een ritme gebroken wordt is het waardeloos. Onthoud dat goed! Als je gaat
zeggen Almachtige God ik vraaaaaaag U dan is het weg, hé. Daar zit niets meer in. Het ritme
moet behouden blijven. Dus laten we zeggen, dat je b.v. wilt vragen om kracht. Dan wordt het
Almachtige God, geef mij Uw kracht en Uw vrezen, geef mij het licht, dat mijn ziel behoeft……,
(stem geleidelijk hoger). Maar als ik dat ga stotteren neem mij niet kwalijk, ritmen gaan niet
op afbetaling. Die ritmen, die sequenties, daar moet voortdurend een zekere harmonie in
zitten. U kunt het ook niet stotteren. Dan is het weg. Dus je moet voortgaan. Zijn de woorden
verkeerd dan is dat niet zo erg mits de bedoeling maar goed is wanneer maar vooral het ritme
gehandhaafd wordt.
Als u voor uzelf leert om hardop te spreken, kunt u er veel mee doen. U wilt iemand helpen
met genezing. Goed. Wat hebt u nodig voor genezing? Licht, kracht, ingrijpen. Goed, Dan pak
je dat samen. En dan ga je niet proberen om daardoor te genezen of kracht uit te zenden, Dat
komt later wel, Je gaat voor jezelf zeggen:
God, (of wie je ook wilt aanroepen) in Uw naam en door Uw kracht wil ik het leed van anderen
stillen wil ik genezing brengen. Geef mij daartoe Uw kracht, Uw vermogen. Laat Uw licht mij
omstralen. Doorzetten. Dat moet eroverheen galopperen als een paard, Ik doe het eigenlijk
nog veel te langzaam. Maar dat doe ik om het u te laten horen.
Wanneer ik daarentegen rust nodig heb, dan moet ik die rust ook weten uit te drukken.
Wanneer u werkelijk rust wilt bereiken en u bidt om rust, dan moet uw stem in zichzelf
proberen, ..om de rust, die wij nodig hebben langzaam mee te laten klinken in het ritme en de
woorden, die wij spreken, (Zeer gedragen uitgesproken.) Nu zult u dat niet onmiddellijk leren,
dat geloof ik graag. Maar wanneer u in staat bent een stemming uit te drukken in woorden,
wanneer u rekening houdt met hetgeen ik u neb uiteengezet (de drieklank, de 1 2 3 ritmen
dus, die gebruikt kunnen worden voor een gebed, waarbij men de eenheid met God tracht te
bereiken), dan is men juist door het gebruik van deze ritmen, deze modulation, in staat voor
zichzelf (en ook voor anderen als het nodig is) vele remmen weg te nemen, die een grens
vormen tussen ik en kosmisch besef.
Het laatste stukje ligt op een beetje ander terrein.
Zoals water vloeit van de bron uit naar de zee, zo vloeit door ons de kracht van de eeuwigheid.
De bron zelf heeft een geheimzinnige oorsprong. U weet soms niet waar de water en vandaan
komen. Wij kunnen nooit precies nagaan waar en vanwaar onze levenskrachten komen, van
waar tijdsbegrip en al datgene, wat bij ons bewustzijn hoort, door ons leven heengaan. Wij
kunnen er echter wel zeker van zijn, dat de kracht op zichzelf niet de onze is, Het is niet óns
wezen, dat leeft in de eerste plaats of dat leven heeft. Wij dragen het leven. Wij zijn als de
bedding van een stroom, die de vorm aangeeft, waarin het water zijn weg naar zee zal zoeken.
In ons eigen wezen is het natuurlijk mogelijk om zeer vele verschillende wijzen van
Godsbeleving te kennen. Maar wij moeten daarbij dit onthouden: Een rechtlijnige verbinding
maakt de grootste doorstuwing mogelijk van goddelijke Kracht. Die Kracht is er voor ons en zij
kan door ons heengaan.
Omgekeerds elke verandering in onze eigen persoonlijkheid wordt het best verkregen,
wanneer de goddelijke Kracht zich a.h.w. in een serpentine beweegt, in een zig-zag. Zoals in
Geen onderwerp deze avond
117
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

de natuur het erosieverschijnsel langzaam maar zeker de baan van het water aantast onder
daarvoor gunstige omstandigheden, zo zal in ons de goddelijke Kracht mits wij ons
voortdurend daarvan bewust zijn een regelmatige verandering en wijziging betekenen,
waardoor in onze persoonlijkheid een betere aanpassing aan het voor ons beste contact met
levenskracht in God ontstaat.
Van dit concept moet je uitgaan. Wees je er steeds van bewust, dat alles wat in je is (het
bloed dat in je klopt, de adem die je haalt, de tranen in je ogen, alles, tot de fecaliën toe) in
feite niets anders is dan een stoffelijke uitbeelding van dit doorstromingsproces, dat zich in
stofwisseling en alle dingen merkbaar maakt. We kunnen natuurlijk heel geleerd gaan spreken
over de osmose, die in de longen plaatsvindt, waardoor o.m. zuurstof wordt overgedragen in
het bloed en omgekeerd andere gassen worden afgestoten. Dat klinkt allemaal heel mooi.
Maar al deze dingen zijn verschijnselen. De hele stof en al wat ermee samenhangt, is
verschijnsel. De Kracht, waardoor dit verschijnsel mogelijk wordt, is het enig werkelijke. Deze
Kracht is niet onze kracht, zomin als de kern van ons wezen ons eigen is, het is van God. Het
is een deel van de grote Kosmische Oneindigheid, waar van wij met al ons zoeken en streven
een veel te beperkt en onvolledig besef hebben om er ook maar over te oordelen. Daar
beginnen we dus mee, vrienden.
Dan gaan we zeggen: Wij willen natuurlijk inwijding zoeken. Wij willen voor onszelf bewuster
worden. Wij willen weten wie en wat ben ik? We willen antwoord geven op die grote vraag:
Wat is kosmos, wat is oneindigheid? En dan is daar maar één methode voor. Wij moeten
beginnen met het eigendomsrecht op het leven aan God toe te kennen en niet aan onszelf.
Ons leven is Gods leven. Gods leven beter gezegd is óns leven. Zouden wij niet zijn, God zou
voor ons niet bestaan en zou waardeloos zijn. Zou God niet bestaan, ons leven zou geen
inhoud hebben en niet mogelijk zijn. Het is de twee-eenheid: mens God, die dit leven mogelijk
maakt. Het is de ware levenskracht plus het bewustzijn, de vormgeving en ten slotte ook het
lichamelijke, die tezamen uitmaken de schepping, de vorming, de openbaring. Om hieraan
voortdurend sterker deel te hebben, moeten wij trachten voor onszelven a.h.w. kanalen te
graven. Wij moeten trachten die goddelijke Kracht directer en sterker in ons te laten
doorstromen. En wij moeten dat in de eerste plaats zeker doen op dat terrein, waar ons
bewustzijn de grootste behoefte en honger heeft n.l. het weten, het erkennen, de zelfkennis.
Wij kunnen dit het best bereiken door op een gegeven ogenblik het eigen leven voor een
ogenblik te willen vergeten. Te zeggen: God, wie ben ik? Geef mij antwoord daarop. Zeg wie ik
ben En dan te wachten? Te wachten. En dan elke druppel van begrip, die neerkomt, te
vergaren, omdat het iets kostbaars is. Je moet niet verwachten dat je plotseling een
verkoelende dronk hebt. Druppel na druppel, woord na woord, begrip na begrip vormt zich een
beeld. En dat beeld is het antwoord van het Goddelijke, dat is de stuwing. Hoe meer u
probeert deze dingen op te vangen, hoe sterker de stroom en hoe directer, hoe meer, God
Zich in u als inspiratief open baart. Want God spreekt tot de mens en God spreekt in de mens.
Maar de mens moet dit kunnen aanvaardon en verwerken. Anders wordt die stem niet
gehoord., ofschoon ze voortdurend spreekt.
In uw bewustwording zou ik u dus de raad willen geven om zo nu en dan te proberen het
korte, het rechte pad te zoeken. Een ogenblik het “ik” a.h.w. zo te verzadigen, dat het nergens
meer interesse voor heeft en dan als met een laatste kracht geestelijk te projecteren die grote
vraag: God, wat ben ik? Wat is mijn plaats? Wat is mijn taak? Als u dit weet te doen, vrienden
en u hebt het geduld om te luisteren naar het antwoord, ook al komt er een half uur lang niets
anders door dan wat verward denken, als u blijft wachten op die ene flard, die u plotseling
beroert tot in het diepst van uw wezen, dan ben ik ervan overtuigd, dat u op deze manier het
innerlijk raadsel beter zult kunnen ontcijferen, tot een grotere zelfkennis zult komen en dichter
bij God zult komen te staan, dan al mijn woorden u ooit zullen kunnen brengen.
En daarmede zullen wij voor vandaag onze les beëindigen, Het is enerzijds betrekkelijk veel
materie, anderzijds is het niet zeer moeilijk. Ik hoop er dus op te mogen rekenen dat u een
volgend maal dit alle maal werkelijk bezien heeft en met uw vragen naar voren komt. Is het
niet eenvoudig genoeg geweest, u weet het u kunt het zeggen. Wij zul dan proberen het
eenvoudiger en duidelijker te maken.

Geen onderwerp deze avond
118
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Tweede gedeelte.
In hst boek van Eliphas Levi staat geschreven, dat de wet die voor het zichtbare geldt ons
de wet voor het onzichtbare kan aanduiden de tegenstellingen, die er zijn in elk deel van
het zijnde (b.v. rechtvaardigheid contra barmhartigheid). Kunnen we zo in alle dingen
vinden. Kunt u daarover iets vertellen?

OVER WETTEN

Alle wetten, die in de kosmos gelden, gelden op elk terrein, voor elke sfeer, voor elke tijd. Er
kan niet worden gesteld, dat een wet die in de stof geldt in de geest niet zou gelden, terwijl
omgekeerd nooit kan worden gesteld, dat een geestelijke wet voor de stof geen enkele
betekenis zou hebben. Dit houdt in, dat alles wat er aan wet en wetmatigheid op aarde
voorkomt, op zijn minst genomen een weerkaatsing moet zijn van gelijksoortige wetten die op
ander terrein bestaan.
Dan wordt hier b.v. aangehaald als een soort tegenstelling van dezelfde wet in verschillende
sferen: rechtvaardigheid en barmhartigheid. Nu is die tegenstelling niet helemaal juist
gekozen, maar als een voorbeeld kan ze op het ogenblik even volstaan.
Menselijke rechtvaardigheid zou betekenen: een zich volledig houden aan het recht van de
sterkste of de meerderheid. Alle menselijke rechtvaardigheid is gebaseerd op wetten, die op
zichzelf gebaseerd zijn op niets dan de mens. Kort en goed: menselijke rechtvaardigheid zou in
vele andere sferen onrechtvaardigheid kunnen heten, als ze daar op gelijke wijze worden
toegepast. Maar in de geest moet een soortgelijke waarde gelden. En het menselijke recht,
waaruit de rechtvaardigheid voorkomt is niets anders dan een aanduiding van de
verhoudingen, die in de wereld worden erkend.
Wanneer je nu spreekt over barmhartigheid als een tegenstelling, zou je kunnen zeggen:
barmhartigheid is alleen de uitdrukking van een meer zuivere, betere en minder stoffelijke
erkenning van een zelfde gemeenschap. En zo zouden dan barmhartigheid en rechtvaardigheid
beide een uiting zijn van gemeenschapszin, waarbij de rechtvaardigheid echter op materiële,
de barmhartigheid op meer kosmische of geestelijke waarden zou berusten.
Dit geldt natuurlijk overal en te allen tijde. Dus wanneer ik op aarde een bepaald verschijnsel
waarneem, dan moet daar een tegenhanger voor bestaan in de geest of in de stof in een
andere wereld. De eenvoudigste wijze voor de mens om hier te gaan werken is dus zich af te
vragen welke vetten gelden.
a. in de natuur,
b. in het levens dat zich binnen die natuur afspeelt,
c. in de menselijke maatschappij, die zich ten dele van de natuur heeft vrijgemaakt.
Dan zou je daaruit de conclusie kunnen trekken, dat de wetten der natuur kosmisch moeten
worden weerkaatst en wel overal, waar condities niet door het bewustzijn worden beheerst.
Omgekeerd zal alle bewustzijn steeds gebaseerd zijn op de condities, die overeenstemmen
met de wetten van de natuur.
De wetten van het leven zijn alle wetten die voortkomen uit een erkennen van de
persoonlijkheid, ook wanneer daarbij geen verdere directe vaststelling van de relatie buiten
wereld en persoonlijkheid plaatsvindt, Dergelijke wetten moeten dus noodzakelijkerwijze
gebonden zijn aan alles, wat een ego heeft.
De wetten van het dierenrijk zouden hun weerkaatsing moeten vinden in alle bezielde wezens,
die niet een onmiddellijk deel uit maken van de kosmische groot orde. En deze wetten zouden

Geen onderwerp deze avond
119
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

in gewijzigde vorm eveneens voor de grote kosmische krachten als Tronen, Heerschappijen
e.d. (zeker ook voor de Heren van wijsheid/ licht enz.) op dezelfde wijze toch weer tot
uitdrukking moeten komen. De interpretatie van de wetten kan verschillen, verder blijven zij
gelijk. Datgene wat in de mens als een wetmatigheid optreedt - heel vaak ook geweten
genoemd - kan niets anders zijn dan een weerkaatsing van grotere kosmische wetten. Het is
dus belangrijk om eerst eens na te gaan welke wetten in de natuur gelijktijdig gelden voor:
a. de z.g. dode stoffen,
b. het z.g. lagere leven en,
c. de mens.
Kunnen wij een dergelijke wet vinden, dan mogen wij omtrent het verdere verloop in andere
sferen concluderen.
Heel eenvoudig kun je dat b.v. als volgt doen. Alles wat vergaat bouwt zich in een nieuwe
vorm op. De steen, die door het weer wordt verbrijzeld, wordt tot zand of klei, krijgt een
nieuwe vorm en gestalte en draagt vruchtbaarheid door de werking, die hij a.h.w. heeft
ondergaan. Hij heeft dus een andere vorm en vaak een veel grotere betekenis.
De plant, die sterft, zal door haar sterven het nieuwe leven verder veroorzaken, bovendien zal
uit de plant het nieuwe leven voortkomen. De dood van de plant is dus tevens een
aankondiging van haar hergeboorte. Toch zal de plant onder omstandigheden niet herboren
worden, n.l. wanneer zij zich geplaatst heeft in condities, die haar een hernieuwd leven
onmogelijk maken. Zij wordt dan niet volledig uitgeblust of vernietigd, maar blijft in haar
bestanddelen aanwezig. (Denk maar eens aan de Sahara, die volkomen doods is, tot er een
keer een zeldzame regenbui valt en dan vaak in bloei staat, mooier dan de mooiste alpenwei.)
In het dierlijk leven komen wij tot de conclusie, dat het ster ven van het dier samen kan gaan
met:
a. het ontstaan van dierlijk leven of het voeden van dierlijk leven door de resten, die
overblijven
b. dat het waarschijnlijk ook mogelijk is, dat de levensessence die zich daarin bevindt zich
hernieuwd in een dierlijke of andere vorm openbaart. Ook voor het dier is a.h.w. de ondergang
gepaard aan een hernieuwd verschijnsel van leven.
De mens moet ook sterven. Het is dus logisch aan te nemen dat voor de mens daaruit een
hernieuwd leven of een vernieuwd leven zal voortkomen. Als wij dus aannemen dat er sferen
zijn, dan moeten wij ook aannemen, dat die wet van uitblussing en vernieuwing ook hier een
rol speelt. Er moet worden gesteld, dat in elke sfeer iets, wat met de dood overeen schijnt te
komen, zich moet afspelen wat ongetwijfeld waar is, indien wij afgaan op de ervaringen, die
wij als geest hebben gehad en u op de verklaring, die u daaromtrent hoort. Want degene, die
in een hogere sfeer bewust wordt, verdwijnt uit een lagere sfeer als een permanent deel van
die sfeer. Dientengevolge zou kunnen worden gezegd, dat de dood niets anders is dan een
vernieuwingsverschijnsel, dat als wet alle dingen beheerst.
Toch spreken wij over een bepaalde Kracht, als Zichzelve niet vernieuwend, maar eeuwig
zijnde: God. Dan zou de conclusie van het geheel moeten zijn, dat alle ontwikkelingen in
steeds hoger trappen verder zullen gaan, tot eindelijk allen in God gestabiliseerd en volledig
geopenbaard zijn. Op deze manier kun je dus aardig wat wetten af leiden.
Nu is het natuurlijk niet zo gemakkelijk al die wetten praktisch toe te passen maar er bestaat
een soort van geestelijke goochelarij met wetten, die de niet goed wetende mens met magie
betitelt. De grondslagen van die magie heb ik eigenlijk hiervoor uiteengezet. zij berust n.l. op
het feit, dat al hetgeen stoffelijk bestaat in een gewijzigde vorm elders moet voortbestaan of
elders aanwezig moet zijn. Een wet blijft gelijk, alleen de interpretatie ervan kan veranderen.
De beleving van een wet kan evenzeer veranderen. Dus de maatstaf is variabel, de wet zelf
niet.

Geen onderwerp deze avond
120
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Gaan wij hiervan uit en kunnen wij een wet vinden op aarde, die zonder enige beperking
bestaat en kunnen wij deze ontdoen van alle persoonlijke interpretaties, dan hebben wij
hiermede een hefboom, die in elke sfeer gelijktijdig kan worden aangezet. Want deze wet geldt
overal. Scheppen wij dus hier een conditie, waardoor die wet in werking komt (hetzij hier,
hetzij elders), dan zal krachtens die wet een ieder, die daarbij betrokken is, vaste resultaten
(hetzij in handeling, hetzij in onthouding) tot stand brengen.
De consequenties, zou ik zeggen, zijn duidelijk. Als wij voldoen de begrip hebben van de
wetten, die op aarde bestaan, kunnen wij daar uit afleiden welke wetten ook buiten deze
wereld (voor gebieden van geest etc.) moeten gelden. Kunnen wij die wet op aarde hanteren
zonder een te scherp persoonlijke interpretatie daarvan te geven, dan zullen wij ongetwijfeld in
staat zijn die wet ook toe te passen voor elke andere wereld, waarvan wij maar enigszins
bewust zijn.
Het eindresultaat is duidelijk genoeg. Wij kunnen zelfs van uit de materie met een zekere
kennis in alle werelden werkzaam zijn, in alle werelden oorzaken scheppen, die hetzij in die
andere werelden hetzij op onze eigen wereld tot uiting komen. Op deze manier is magie niets
anders dan een wetenschap van de ver doorgevoerde wetmatigheid in de kosmos. En zij zal
zich openbaren in resultaten, die waar ze onbekende wetten of niet gangbare interpretaties
van wetten hanteert hier op aarde niet wetenschappelijk erkend worden, terwijl ze in zichzelve
een wetenschap is.

Definities
Zucht: In de meeste gevallen een beleefd onderdrukte vervloeking.
Jury rechtspraak: De voortdurende strijd tussen menselijk recht en sentimentaliteit, waardoor
vaak meer rechtvaardigheid wordt geboren op een onrechtvaardige manier, dan door de
rechtspraak op een rechtvaardige manier verkregen kan worden.
Dus die benadert meer de barmhartigheid van het eerste geval?
Ze benadert meer de menselijkheid, Een wet, die de mens eenmaal op papier heeft gezet en
waaraan hij zichzelf heeft gebonden, laat geen vrijheid van interpretatie meer toe. De mens is
dus, wanneer hij een wet eenmaal heeft gesteld, de slaaf geworden van een stukje papier en is
niet meer in staat het daarin staande te wijzigen, tenzij hij daar met de grote massa dus b.v.
met een heel volk, althans met een hele wetgevende vergadering aan begint. En dan heeft het
meestal heel wat voeten in de aarde, want er is altijd wel iemand, die er belang bij heeft dat
het blijft zoals het is.
Een jury rechtspraak nu brengt met zich mee, dat laten wij zeggen het gevoel mede gaat
bepalen, hoe men oordeelt over een bepaalde zaak of een bepaalde gebeurtenis. Het gaat hier
dus niet meer om de zuivere feiten maar om een interpretatie. Die interpretatie is zuiver
menselijk. Verder zal de doorsneemens niet zo geneigd zijn om de uiterste consequenties van
een daad als vaststaand aan te nemen. Nu er een persoonlijke verantwoordelijkheid bestaat
voor de jury en niet meer het zich terugtrekken achter de wet (wat menige rechter kan doen),
terwijl er tevens vele stemmen en vele meningen met elkaar kunnen vechten, is het dus
redelijk aan te nemen, dat het gemiddelde oordeel dat zo ontstaat ook wanneer dit eigenlijk
via de uitspraak van de jury door een rechter aan de hand van de wet geschiedt milder zal
zijn. En het zal meer mogelijkheden bieden tot compensatie van omstandigheden, die niet in
de wet zijn genoemd, dan een rechterlijke rechtspraak, waarbij slechts de wet en een
mogelijke interpretatie daarvan maar dan toch zeer beperkt aan de hand van de jurisprudentie
bestaanbaar is.
Zo geldt dat voor ons precies hetzelfde. We hebben heel veel kosmische, zedelijke en andere
wetten. En zolang wij ons aan die wetten gaan houden, kunnen wij ons hele leven
doorbrengen met het veroordelen van anderen. Maar op het ogenblik dat wij gaan begrijpen,
dat menselijke aspecten mee een rol spelen, op het ogenblik dat wij begrijpen, dat de
onvolmaaktheid voor een ieder een eigen ontduiking van de wet a.h.w. bevordert, zullen wij in
ons oordeel over de mede mens voorzichtiger, zachtzinniger, meer menselijk en dus meer in
Geen onderwerp deze avond
121
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

overeenstemming met de kosmische harmonie zijn, dan als wij ons alleen aan de letter en aan
de regel houden. En als je die consequentie eruit trekt, ben je weer een stap verder in de
richting van de esoterie.
De esoterie is de weg naar binnen toe, naar de innerlijke kennis, zeker. Maar die weg naar
binnen toe en die innerlijke kennis kunnen alleen worden gevolgd aan de hand van de
uiterlijke beleving. Datgene, wat je bent, maakt het je mogelijk te erkennen wat je kunt zijn.
Hoe milder, hoe meer in harmonie met het geheel je probeert te zijn in je leven en je oordeel,
hoe groter het begrip, dat je zult hebben voor anderen. Hoe juister je dus door dit begrip je
eigen toe stand en mogelijkheden zult kunnen definiëren, hoe zuiverder je voor jezelf kunt
leven volgens dat, wat je bent en hoe sneller je dus bewust kunt worden.
Het bezwaar is alleen, dat ze met hun twaalven tot eenzelfde oordeel moeten komen. En
daar komt natuurlijk een hoop gewring bij te pas.
Zoals de waarheid meestal alleen gevonden wordt door strijd, wat dan weer hierin wordt
weerkaatst. In de jury rechtspraak zit voor ons een les. Laten we die eruit trekken en voor de
rest niet te veel oordelen. Want oordeel niet, opdat ge niet geoordeeld worde. En ontduik de
wet niet, opdat men ook tegenover u de wettelijke verplichtingen niet ontduikt.
Masker Datgene, waarachter de mens zijn z.g, ware gezicht verbergt, wanneer hij een
ogenblik de kans wil hebben zijn ware persoonlijkheid te tonen. Dat is niet alleen met
carnaval, dat is bij de medicijnman ook, Hij voelt zich de gezant van God. Maar als hij zijn
gewone gezicht heeft, heeft hij helemaal niet het idee, dat hij zo gewichtig is, dat hij die geest
aan kan. Dus doet hij een mombakkes voor en begint te dansen. Dan heeft hij het idee, dat hij
het wel kan. Hij kan dan inderdaad meer dan hij zou kunnen zonder dat masker.
Het is net als met mensen. Mensen meten zich een masker aan, noemen zichzelf deftige
mensen of zoiets en omdat zij zich dan gedragen, alsof zij in overeenstemming met dat
masker zouden leven, gedragen zij zich over het algemeen veel deftiger dan zij van binnen
zijn. Of zij er gelukkiger mee zijn, is wat anders, maar ze benaderen in ieder geval meer de
voorstelling, die ze van zichzelf aan de buitenwereld willen geven. Ook in hun eigen gedrag. En
ze groeien er zo naar toe, dat ze op den duur niet anders meer kunnen dan hun masker zijn.
Wanneer het zover is gekomen, is het natuurlijk pijnlijk.
Dat hoeft toch niet. Want als ze met hun masker beter zijn dan ze in werkelijkheid zijn,
groeien ze naar het goede toe.
Ongetwijfeld. Maar u vergeet een ding. Dan kunnen zo niet anders, dan goed doen, en dan
hebben ze daar zo de pest over in, dat ze voortdurend kwaad zijn over het goede, dat ze
moeten doen. Wat aan het goede de waarde van het goede voor de persoonlijkheid ontneemt
en het tot een persoonlijk kwaad kan maken,
Minderwaardigheidscomplex Het gevoelen dat je je zozeer de meerdere van een ander moet
tonen, omdat je voor jezelf het idee hebt, dat je zo weinig deugt, dat je op den duur aan een
ieder door die schijnbare meerwaardigheid je minderwaardigheid zeer duidelijk maakt en
daardoor een nog groter complex krijgt, zodat je in de complexiteit van complexen ten slotte
geen uitweg mee ziet en jezelf als een meerwaardig minderwaardig mens begint te
beschouwen, (meerwaardig in minderwaardigheid.)

OPRECHTHEID
Oprechtheid, eerlijkheid? uitkomen voor wat je bent, jezelf durven zijn, durven erkennen wat
je wel en niet gelooft, wat je vel en niet bent. Dat is een mooi begrip,
Maar kunnen wij wel werkelijk oprecht zijn, wanneer wij onszelf niet voldoende begrijpen en
niet kennen? Is niet vaak onze oprechtheid in feite een onoprechtheid, omdat wij daardoor
proberen dingen, die in ons leven toch weer te ontkennen, te ontgaan? Oprechtheid is een
mooi woord. Maar veel meer dan een woord is het niet, tenzij in zuiver uiterlijk begrip
gebruikt.
God b.v. is niet oprecht. God is waar. Maar waar zijn is iets anders dan oprecht zijn. Waar zijn
wil zeggen: op elk terrein volledig en geheel jezelf openbaren in de volheid van je

Geen onderwerp deze avond
122
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

persoonlijkheid en zonder terughoudendheid onveranderlijk en te allen tijde hetzelfde. En
oprechtheid wil alleen maar zeggen: voor een kort ogenblik eerlijker zijn dan anders, voor een
kort ogenblik het idee van recht en rechtvaardigheid in jezelve meer naar buiten brengen dan
je anders doet.
0, het is goed, als je oprecht kunt zijn. O het is goed, als je eerlijk kunt zijn. Zeker. Maar
belangrijker is het, dat je waar bent. Waar zijn. Afstand doen van al die kleine
lievelingsleugens. Afstand doen van het begrip: ik ben beter dan een ander. Afstand doen van
die begrippen als: Dat mag ik toch niet zeggen en dat mag ik niet doen, want een ander zou
daardoor misschien……… en al die uitvluchten die er verder zijn.
Waar zijn, werkelijk zijn wat je bent. Eerlijk in de uiting van je gevoelens, van je leven. Eerlijk
in je handelingen, in je daden. Maar meer dan eerlijk alleen. Omdat je met je hele wezen, je
hele denken, je hele persoonlijkheid voor alle tijd durft staan achter het geen je naar voren
brengt,
Oprechtheid, mooi als zij is, is een verschijnsel dat voorbijgaat, Want waar de oprechtheid
wordt genoemd, daar schuilt reeds om de hoek de onoprechtheid. Daar hebben we niet veel
aan. Neen, wáárheid, Waar zijn, zonder enig masker, zonder enige vermomming, dat is
belangrijk.
Men zegt wel eens, dat de waarheid niet te kennen is. Wanneer wij rond ons zien en de
onvolledigheid van eigen wezen beseffen, dan weten we wat wij zien is schijn het is niet waar,
want wij begrijpen er niet de volle inhoud en de consequentie van. Die erkenning is oprecht.
Maar indien wij beseffen, dat het weinige dat wij zien een onvolledige versie is van een
waarheid, die werkelijk en te allen tijde bestaat, dan wordt het meer dan dit. Dan wordt het
een zoeken naar een aanvullen van het nog niet gekende, het nog niet gewetene. Dan wordt
het een langzaam zoeken naar eenheid met alle dingen, een zelfopenbaring zonder enige
vermomming. Dan wordt het een zoeken naar God en Zijn schepping en Zijn Werkelijkheid.
Het is goed oprecht te zijn, maar het is beter waar te zijn. Wat is waar buiten God? Slechts
dat, wat God erkent en leeft in God, is deel van God. Slechts dat is waarheid.
Wat is waarheid? De erkenning van een onvolkomenheid en de voortdurende strijd om
erkenning. Het zoeken, waarin eigen gebreken door het zoeken worden aangevuld, totdat een
beeld is gevormd, dat onveranderlijk blijft. Dat is waarheid.
Waarheid is het verdwijnen van de schijn. Het is het doorzien van de eenheid van wereld met
wereld. Het is het kennen van het kosmisch vlechtwerk, dat men noemt ruimte en tijd. Dit te
zien als één, dat is het kennen van waarheid.
Gij zoekt oprechtheid. Spreek wat ge meent te moeten spreken. Handel zoals ge meent te
mogen en te moeten handelen. En aarzel niet. Wees oprecht. Maar meer nog dan oprecht,
besef dat zelfs uw oprechtheid nog niet de kern der dingen raakt. Dat achter uw oprechtheid
andere dingen verborgen liggen. Besef dat achter de poging om waar te zijn tegenover
anderen nog schuilt het onware begrip omtrent het ik. Tracht dat ik te kennen in waarheid en
juistheid zoals het is, geschapen in het begin zoals het zal zijn, geschapen aan het einde zoals
het is, daar tussen alle tijd en waarvan men zich niet bewust is.
Eerst wanneer je de kern van je wezen kent, wanneer je als vreemde goden, die een waag
gebruiken om het hart te wegen tegen de daden voor jezelve weet: zó ben ik, dan word je
oprechtheid tot waarheid. En waar de waarheid regeert, regeert de eeuwigheid. Maar
eeuwigheid is, is het einde van alle dingen, dingen die voortbestaan, niet zichzelve zijnde maar
zijnde zichzelve als deel van het Grote Geheel.
Hiermee heb ik misschien meer over waarheid gezegd dan over oprechtheid. Deze beide zijn
met elkaar verknoopt. De eerlijkheid, de oprechtheid zijn het begin van een pelgrimstocht, die
voert naar waarheid. Wanneer de oprechtheid haar wezen verliest in waarheid, heeft zij pas
haar doel bereikt.

Geen onderwerp deze avond
123
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 8 maart 1960
Les 7 – Geen onderwerp deze avond

Moge het ons allen gegeven zijn oprecht te leven en te streven, eerlijk te zijn in denken en in
daden maar bovenal hierin een waarheid te vinden, die ons één maakt met de Schepper en
Zijn schepping, een onverbrekelijk deel van een Volmaaktheid zonder einde.
Wij hopen, dat u het vandaag gebrachte zult willen overwegen, opdat we een volgende maal
verder kunnen gaan en zo gezamenlijk een steeds groter inzicht kunnen krijgen in die vreemde
wereld, die men esoterie noemt en die in feite is God in het innerlijk van de mens en van uit
die mens in de wereld geopenbaard.

Geen onderwerp deze avond
124
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

Goedenavond, vrienden.
We zullen vanavond eerst zien of er punten waren in de vorige les, die u niet geheel duidelijk
zijn geworden. Ik moet u echter mededelen, dat wij door verschillende omstandigheden
vanavond in de gelegenheid zijn een andere spreker over de esoterie in te lassen, die laten we
zeggen een hoog contact is vanuit ons standpunt en wij willen graag juist voor deze groep van
die gelegenheid gebruikmaken.

EEN GASTSPREKER OVER ESOTERIE

Dat wil dus zeggen, dat wij eerst de vragen behandelen maar het kan zijn, dat ik dat op een
gegeven ogenblik moet afkappen. Het kan ook zijn, dat ik het iets moet rekken, dat weet ik
nog niet precies. Dat ligt n.l. aan de gelegenheden, die wij krijgen om contact te maken.
Ondertussen kunt u rustig uw eventuele onduidelijkheden en vragen naar voren brengen, dan
zullen wij zien in hoeverre wij daarop kunnen ingaan. Zou een vraag onbeantwoord moeten
blijven, dan gaan wij - waarschijnlijk na de pauze - daarmee verder.
Wat is de beste wijze om een ander rationeel het bestaan van andere werelden bij te
brengen?
Dat ligt helemaal aan de wijze, waarop men het woord rationeel wil verklaren.
Ik bedoel iemand, die zich afwendt van het spiritisme. Is die te instrueren?
Die is wel te instrueren, maar men stuit op enkele moeilijkheden. Het is n.l. zo dat we indien
we rationeel zijn (d.w.z, stoffelijk redelijk) bij het aannemen dat er een hiernamaals bestaat,
ook moeten aannemen dat daarin entiteiten bestaan en verder, dat mensen die zijn
overgegaan daarin leven. Wanneer dit het geval is, dan lijkt het mij onlogisch aan te nemen
dat dezen op geen enkele wijze meer met de aarde in contact kunnen treden. Is zo iemand
gelovig, dan kunt u dus beginnen hem erop te wijzen, dat hij wel gelooft in God en de engelen
die God zendt, dat hij gelooft in de stem Gods zoals die spreekt in de profeten, maar dat hij
alle verschijnselen, die daar direct aan verwant zijn, verwerpt. En dan zou u redelijk kunnen
zeggen: Kijk eens, wanneer iemand overgaat en in die andere wereld komt en het is mogelijk
een contact vanuit die andere wereld op te nemen, dan zal het voor die mensen ook mogelijk
zijn. Datgene wat doorkomt is misschien niet helemaal te controleren, maar wij moeten toch
wel stellen dat de mogelijkheid althans aanwezig is.
Hebt u te maken met iemand, die niet gelooft aan een verder voortbestaan, dan kunt u
hoogstens wijzen op de vele onverklaarbare verschijnselen van het occultisme. Maar in geen
van deze gevallen zal uw redeneren een ander overhalen tot het onmiddellijk aanvaarden van
de spiritistische these. Want dat is weer een tweede punt. Want zowel verwerping als
aanvaarding, van de thesen, die met het spiritisme samenhangen, berusten voor 9/10 op
geloof. En zodra wij te maken hebben met een geloofskwestie, mag men niet meer de ratio
daarbij vermelden dat is niet rationeel meer.
Maar we denken. Dus zijn we met een of ander mechanisme ook met de denkwereld (de
mentale wereld) in verband. Kan dat als argument gelden?
Dat kan alleen als argument gelden, wanneer wij aannemen dat die denkwereld meer omvat
dan het menselijk denken. Op het ogenblik dat wij zeggen het menselijk denken is het
menselijk denken, basta, dan komen wij niet verder. Dus hier is de kwesties wat denkt,
wanneer een geest spreekt of pretendeert te spreken? En dat is natuurlijk heel moeilijk na te
gaan. Als verdere bewijswaarde acht ik het dan ook niet belangrijk.
Het gaat mij er niet om propaganda te maken voor het spiritisme. Maar wanneer iemand
een inwijding krijgt, dan moet hij toch vanzelf in de loop van zijn leven of van zijn

Gastspreker over esoterie
125
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

meerdere levens de verschillende poorten doorgaan en komt op een gegeven ogenblik in
aanraking met die sferen. Maar hoe kun je hem dat nu bijbrengen?
Dat kun je hem niet bijbrengen, dat ervaart hij wel. Dat is het hem juist. Uw gehele leven en
al wat ermee samenhangt is gebaseerd op ervaring. Een kind weet niets. Het ervaart, het
neemt waar, enz. enz. Daaruit groeit een besef plus een waardering. Op grond van dit besef
en deze waardering gaat het later (wanneer dus een redelijke hoeveelheid maatstaven in het
“ik” aanwezig zijn) andere dingen op horen zeggen aan nemen. Maar de periode dat de
doorsneemens op het horen zeggen vertrouwt (dus redelijk) ligt meestal in de 40 jarige
leeftijd. Het kind aanvaardt ook wel, maar dan door het toekennen van een soort
goddelijkheid, een verering voor de volwassene. Maar een redelijke aanvaarding komt meestal
pas na de 40-, 45-jarige leeftijd en is dan nog geheel afhankelijk van de wijze, waarop men
leeft en denkt.
In het geschrift van een vorige maal is een storende fout geslopen. Er staat n.l. iets over
erosie. Erosie tast de baan van het water aan. Hier wordt natuurlijk bedoeld de
scheepshuid op de waterlijn? die wordt door erosie aangetast, niet het water.
Neen. Maar de baan van het water wel degelijk. Want de waterlopen veranderen regelmatig
dank zij het verschijnsel der erosie. Dat is dus niet onredelijk. Als u zich vasthoudt aan de
baan van het water, is het wel redelijk want die verandert daardoor.
Verder hebt u gesproken over sleutels. U erkent hieraan een allusieve waarde. Dat is een
waarde, die zinspeelt op iets wat niet gezegd wordt maar wat achter het begrip verscholen
ligt. Dat is dus wat u met sleutels bedoelt.
Zo is het eigenlijk niet helemaal. Een sleutel is inderdaad dus een uitspraak, die meerdere
betekenissen heeft. In zoverre is er sprake van allusieve waarde. Maar wanneer wij daar niet
mee te maken hebben (dus met die meerdere betekenissen} dan kan iets toch nog een sleutel
zijn. Dan is een sleutel eerder een soort van wachtwoord. Misschien kan ik het u het
eenvoudigst duidelijk maken, wanneer ik u verwijs naar bepaalde coderingen. Daarbij wordt
vaak een beginwoord of begindatum gebruikt, die de sleutel is voor de rest. Wanneer je de
juiste betekenis van een enkel woord of een enkele zin kunt doorgronden, krijgt daardoor dus
geheel het volgende een andere betekenis. Dat is een sleutel,
Het schijnt dat er verder weinig vragen aanwezig zijn, maar ik moot toch een klein ogenblikje
wachten op de aansluiting, op het contact. Ik mag dan misschien ondertussen duidelijk maken,
waarom dit contact op het ogenblik mogelijk is. Wij hebben u meermalen verteld over de
verhoudingen tussen verschillende werelden en sferen en daarbij ondermeer gezinspeeld op
sfeer. (niet op sferen maar sfeer, die aanwezig is).
Nu kan op een gegeven ogenblik door allerhande omstandigheden een sfeer op aarde zich
wijzigen. Die sfeer omvat dan heel vaak niet een enkele kamer of een enkel gezin, maar een
heel volk. In zekere zin is net agitatie, die dit verandert. Door die agitatie kan men sommige
dingen beter aanvaarden. Door die betere aanvaarding is er een grotere harmonische
verhouding, waardoor het gemakkelijker wordt van uit een hogere sfeer te spreken.
Nu is deze toestand in meerdere of mindere mate al enige tijd aan de gang. Zij bestaat al
enige tijd en wij proberen nu hiervan gebruik te maken om u sprekers of een spreker te
brengen, die juist waar het deze esoterie betreft en de verschillende wetten, die daarmee
samenhangen een hoger inzicht kan geven, Nu moet ik er bij vermelden, dat een hoger inzicht
lang niet altijd betekent een ingewikkelder inzicht.
Ja, wanneer het nodig is, ga ik daar zo dadelijk verder op door, vrienden ik maak nu plaats
voor de spreker in kwestie.
o-o-o-o-o

Gastspreker over esoterie
126
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

GASTSPREKER

Goedenavond, vrienden.
Licht zij met u, zij in u en openbare u de wijsheid.
Als uw gast op deze avond moet ik spreken met u over esoterie. En dat betekent dat ik
strijden moet tegen grote misverstanden, die op deze wereld kunnen bestaan.
Esoterie, zo meent menigeen, is iets wat volledig afwijkt van het normale, zoals men meent
dat het koninkrijk Gods is gelegen buiten het bereik der mensen. En toch zijn deze dingen een
normaal deel van het menselijk bestaan. Te leven en te werken op de wereld of in een andere
wereld, het blijft alles gelijk. In ons is de kracht, die wij God, Gods Licht kunnen noemen.
Esoterie, bewustwording en al wat daarmee samenhangt, het is niets anders dan een
bewustzijn van deze lichtende krachten in je.
De mens zoekt zeer vaak naar een weg naar middelen, om deze kracht en dit licht voor
zichzelve reëel te maken, Zonder uw leraar te willen zijn en u lessen te willen geven zou ik
toch het een voorrecht achten, wanneer ik voor een ogenblik uw belangstelling zou kunnen
wekken.
Een mens ging uit, zoekende naar de belangrijkheid van deze wereld. En hij sloot zijn woning
achter zich. Doch ziet, toen hij na vele omzwervingen huiswaarts keerde, was hem de sleutel
ontstolen. En zo wist hij geen toegang te krijgen.
Een tweede mens ging uit. Ook hij zocht in de wereld het belangrijke. En ook hij keerde
huiswaarts en vond een gesloten deur, terwijl hij geen sleutel bezat om zich toegang te
verschaffen. Deze echter sprak, zeggende: Verheug u en open de poorten, want de meester is
teruggekeerd. En zij die in het huis waren ontgrendelden de deur, ontstaken het licht en
brachten hem binnen, jubelend en bereidend hem een feestmaal, dat zonder gelijke was.
Dit is het probleem van de esoterie, het probleem ook in zekere zin van ons contact met het
koninkrijk Gods en met het licht. Wij gaan uit om wijzer te worden. Wij gaan uit om onze
wereld geestelijk of stoffelijk te veroveren. En veroverend vinden wij veel, dat van waarde is.
Maar indien wij terugkeren tot onze woning (de Kracht, die de Vader ons gegeven heeft in het
eerste ogenblik), dan zien wij, dat de poort gesloten is. En wij gebruiken alle middelen die wij
hebben verworven, alle krachten die wij bezitten. en kunnen de deur niet openen. Slechts
indien wij spreken kunnen tot Hem, Die in ons woont, tot het verleden dat in ons leeft zo goed
als de toekomst die in ons op geboorte wacht, zullen wij waarlijk ingaan.
Ingaan in jezelf is een wonderlijke ervaring. Maar je kunt deze weg niet forceren met het
verstand alleen. Geen ervaring en geen wetenschap zijn in staat de laatste sloten van het
eigen wezen te ontsluiten. Daarvoor is de stem nodig die je verheft, het spreken tot wat in je
woont.
Alle mens is geboren uit de Eeuwige. Of wij geloven in Adam, en het geen in de oude boeken
geschreven staat of niet, deze waarheid blijft. Het oud verbond is voorbijgegaan, een nieuw
verbond is gesteld en verloochend, maar deze waarheid is gelijk gebleven. Het is Gods adem,
die het leven is van Zijn schepselen. Wie spreekt tot zijn God, kan ingaan tot! zichzelve.
Men roept vaak om kracht, want de esoterie alleen is niet voldoende voor de mens. Hij wil in
dit nieuw bewustzijn en dit verwerven voor zich de kracht krijgen om een hand op te leggen en
te genezen, te zien in verleden en toekomst en meester te zijn over zich en zijn wereld. Indien
gij nu ingaat in uw woning en in u het licht ontstoken is en de vreugde van de erkenning is
aangebroken, zo vindt gij daar de adem Gods: het Licht, dat zelve in u levende vanuit u uit
kan gaan. Indien gij de poorten opent van uw wezen, zult gij vrij zijn om uit te gaan. Maar
indien gij keert, zult gij wederom het woord moeten spreken dat u inlaat, tot het ogenblik dat
gij in staat zijt de grendel te verbrijzelen, de laatste band teniet te doen.
Gastspreker over esoterie
127
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

Het is niet moeilijk om uit de dood te herrijzen, het is niet zwaar om af te dalen tot in het
diepste van de hel of op te rijzen tot in het hoogste van het koninkrijk der hemelen. Want deze
dingen zijn ons gegeven vanaf het begin. Maar wij, wij moeten zelf en in ons de weg vinden.
Dan zijn alle dingen mogelijk.
Ik weet dat er velen zijn, die zouden willen genezen. En voor hen heb ik een woord, dat is de
kern van de leer van de esoterie Geloof. En genees in de naam des Vaders, in de naam van
Hem, Die u op uw weg is voorgegaan. En laat dit u voldoende zijn, want dit is de weg, dit is de
kracht des levens zelve.
Veel van hetgeen de mens ontgaat, veel van hetgeen hem onmogelijk lijkt, leeft in hem.
Gebruikmaken van hetgeen in u leeft beantwoordt aan alle eisen, die gij kunt stellen aan het
leven, aan de krachten die gij bovennatuurlijk noemt en zelfs aan het hemelrijk zelve. Want
vergeet niet: de mens die bidt, de mens die mediteert, de mens die in zich en in de wereld
naar waarhuid zoekt, doet niets anders dan een bevestiging zoeken van zichzelve.
Er zijn mensen die uitroepen Ziet, het bloed van het Lam heeft u bevrijd. Dat bloed word voor
u vergoten, da.t is waar. Maar hoe kan het u bevrijden, indien gijzelve niet wilt ingaan? Hoe
kan het u kracht geven, indien gijzelve niet gelooft in die kracht? Hoe kan het u tot wijsheid
worden, indien gij vermetel meent uw beperkte maatstaven te mogen aanleggen aan Hem, Die
u geschapen heeft?
Ik weet. Gij zult weten. Maar ook op de wereld is het mogelijk om dit contact met de Vader te
vinden. Ook gij kunt behoren tot het koninkrijk Gods en de volheid der dingen, die daartoe
behoort. Want als een kind tot zijn vader gaat en hem vraagt om voedsel, zal de vader zich
dan afwenden? Indien gij werkelijk vraagt, innerlijk en sterk het voedsel voor uwe geest, het
voedsel voor uw kracht en uw wezen, zal er dan geen antwoord zijn?
Gij zoekt naar de geheimen der oneindigheid. En ik zeg u de oneindigheid ligt in uzelve. Ik kan
de talen spreken, die u misschien meer roert. Ik kan u spreken over ruimte, over superruimte
en tussenliggende ruimten. Ik kan u het geheim van de sterren en hun reactie verklaren. Ik
kan u zeggen vanwaar de zwaartekracht komt en hoe zij haar wetten stelt. Haar is het
mechanisme der dingen dan belangrijk? Is niet belangrijk de Kracht, die dit alles beweegt? En
het is deze Kracht, die u ge schonken is.
Gij zoekt de weg der waarheid. Gij worstelt om inzicht. Gij wilt uzelve kennen en de krachten
der wereld zien als overweldigd door de zeeën van Licht, die Gods waarheid rond u zijn. En dit
alles is u mogelijk. Het is goed dat gij denkt en dat ge zoekt. Want slechts zij die denken en
zoeken kunnen waarheid vinden. Slechts zij die denken en zoeken kunnen doordringen tot dit
laatste geheim de vraag om in te mogen gaan.
In mijn tijd heb ik met een woord demonen uitgedreven, krachten van kwaad, die sterk waren
en vele. Ik heb de blinden doen zien en lammen doen gaan. En toch was dit nimmer mijn
kracht, doch het Licht des Vaders. Het Licht dat straalde uit het huis, dat Hij Zich had
verkozen. En zoals ik een woning ben voor Hem, zoals ik één wil zijn met Zijn wezen, zo kunt
gij een woning zijn voor Hem. Want uzelve te kennen tot het uiterste wil slechts zeggen op te
gaan in de goddelijke Kracht.
Men vraagt wel welke weg moeten wij gaan? En ik weet dat de weg, die ik u toon, velen uwer
te eenvoudig zal lijken. Maar de weg Gods, de weg der waarheid, is eenvoudig, omdat hij zich
niet bekommert om menselijke rede. Hij vraagt niet naar menselijke krachten of gebruiken. Hij
vraagt slechts naar dit ene het Licht, dat is de adem van de Vader.
Laat mij op deze dag, voor ik mij moet terugtrekken van u, u enige van deze regelen noemen:
Zo gij uzelve wilt kennen, tracht één te zijn met uw God.
Zo gij wijsheid wilt kennen, denk als mensen, maar vertrouw als kinderen op uw God.
Indien gij wilt doordringen in de geheimen van verborgen krachten, weet dat er een Bron is.
Zoek deze Bron, niet het verschijnsel. Want slechts uit de Bron zelve kan de juiste, de
volmaakte openbaring immers geboren worden.

Gastspreker over esoterie
128
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

Ga uw weg zoals u zijt. Want gij zijt mensen en kinderen van de Schepper. Gij hebt een lange
weg afgelegd. Leven na leven hebt ge samengevoegd en dat alles tezamen is het heden,
waarin ge leeft.
Gij kunt in dit heden de laatste sluier verbreken. Gij kunt in dit heden de waarheid zien. Maar
deze waarheid is de waarheid van één zijn. Eén zijn met de mens, één zijn met de geest, één
zijn met de Kracht Gods zelve, Die in u woont. Weest één.
Besef wie uwe naasten zijn. Besef dat gij kunt samengaan met allen, die met u verwant zijn in
de geest. Zoek niet uw vijanden als naasten te zien, voordat ge aan uw verplichting jegens
hen, die met u verwant zijn, voldaan hebt.
Ontken de haat. En zo hij zich in u roert, overwin hem. Want hij is een van de grendels, die u
buiten uw woning houden en u van uw erfrecht beroven.
Zoek het goedwillen in uzelf, maar wil niet slechts, want zo ge de juiste weg wilt volgen, is de
daad onvermijdelijk en noodzakelijk. Slechts indien de wil tot daad wordt, voert hij u tot de
erkenning van het ik, tot de aanvaarding van de ware Kracht.
Besef dat al wat u gegeven is, u werd gegeven uit de liefde van de Kracht, Die u geschapen
heeft en tracht elke dag weer deze liefde te realiseren. Zij is als een baken, dat u huiswaarts
voert door de donkere nacht van onbegrepen bestaan.
Verwerp niets op deze wereld, want het al is geschapen voor u, zoals gij zijt geschapen voor
het al. Maar zoek steeds het antwoord op die ene vraag: Wat voert mij tot in mijn wezen?
Dien geen goden in kerken of tempels, tenzij zij reeds wonen in uw hart. En erken niet
meerdere goden in uzelve, noch geef hen een aangezicht, doch zoek naar het Licht, dat is de
enige God.
Dit is alles, wat ik u te zeggen heb. Het is de waarheid van eeuwen. Het is het Licht des
Vaders, het is de grootste rijkdom, die ik u schenken kan met woorden en die wij u allen
zouden willen schenken als Licht, zo u ons deze gave mogelijk maakt.
De tijden zijn nabij, En weer zullen wij treden op een aarde, die wij lang geleden verlaten
hebben. Wij die velen zijn en toch één. Een in de Vader, Die ons geschapen heeft. De stem die
ge hoort.is de stem van een en toch van velen. Want ben ik niet zoon des Vaders en zijt gij
niet kinderen van diezelfde Vader?
Onze stemmen zullen zich verenigen, gij zult horen. Indien gij hoort, verwerp niet wat gij
hoort, doch ontsluit uw harten, opdat gij bewust moogt zijn van het Licht.
Dat de vrede des Vaders met u zij. Goedenavond.
Vrienden, wij zullen nu een ogenblik moeten onderbreken. Wij moeten de toestand even
herstellen en geven dus het medium vrij. Tot zo dadelijk.
o-o-o-o-o
Goedenavond, vrienden.

NABESPREKING

U zult wel begrepen hebben, waarom wij na dat eerste gedeelte meteen hebben afgebroken.
Dat zal wel duidelijk geweest zijn.
Er zijn natuurlijk heel veel prettige dingen als je zo’n gast kunt krijgen dat is erg plezierig, erg
aangenaam. Maar daar staat tegenover dat dan het gewone werk erbij zou blijven liggen. En
dat is natuurlijk weer niet zo prettig. Vandaar dat ik allereerst graag zou willen beginnen met
Gastspreker over esoterie
129
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

wat we het gewone curriculum zouden kunnen noemen. U hebt daarnet een versie gehoord
van esoterie en daar kunnen we in de eerste plaats al een paar lessen uit gaan trekken. Dat
maakt het ons gemakkelijk, dan hebben we wat minder te praten...
De hele kwestie draaide hier klaarblijkelijk om de vraag: Hoe kom ik met alles wat ik weet en
alles wat ik kan weer tot de aanvaarding van mijn eigen ik? En onze meester zou ik haast
willen zeggen, deze hogere, heeft hier ook de zeer eenvoudige oplossing gegevens n.l. durf te
vragen om in jezelf binnen te komen. Dat brengt het bovennatuurlijke en voor sommigen zelfs
het aan bijgeloof grenzend weer sterk in het geding. Maar als we eerlijk zijn, zullen we moeten
toegeven, dat er op een. gegeven ogenblik voor ons de onmogelijkheid bestaat om van dat
eigen “ik” meer te begrijpen. Wij komen eenvoudig niet verder. En het is juist hier, dat de rede
achterblijft. We hebben u er al eens meer over gesproken.
In de tweede plaats wil ik op nog iets wijzen. Dat is misschien iets vreemds voor, u een
enkeling heeft het misschien gezien of gehoord dat is n.l. de benaderingswijze, die deze
spreker heeft gebruikt. Ik wil niet zeggen, dat het een staaltje was van spreektechniek, want
het gaat nog iets verder. Maar het blijkt dus mogelijk te zijn om zelfs door de materie heen
(wat heel erg moeilijk is.) je eigen gedachten zo sterk tot gelding te laten komen, dat je
daarmee alleen al een effect bereikt. Dat effect was in het begin eventjes zeer sterk. (Een
enkeling heeft het misschien gevoeld als een prikkeling of als een trekken van de hoofdhuid,
dat komt ook nog al eens voor.) Daarna echter kregen we een gevoel van stilte. Het vreemde
was dat die stem die stilte niet op de een of andere manier verstoorde, maar er eigenlijk mee
versmolt.
Nu hebben we wel eens meer gesproken over incantaties en zo en ik geloof niet dat er ergens
een juistere en betere methode bestaat dan u te laten horen wat daar eigenlijk mee mogelijk
is. Ik wil helemaal niet zeggen, dat u hetgeen zo’n meester hier doet allemaal na kunt doen.
Maar u hebt hier de zaak aan het werk gezien en u hebt waarschijnlijk kunnen aanvoelen, hoe
juist door deze manier van uiting, van denken en al wat erbij hoort, deze entiteit, deze
persoonlijkheid in staat was een gehele sfeer van een grote ruimte te vullen. Dit was zo sterk
dat een enkeling er misschien zelfs ongedurig onder zal zijn geworden. Vooral degenen, die er
eigenlijk helemaal bijhoren, die zullen dat heel vaak als iets ergerlijks, als iets vreemds
ondervinden. Ben je er echter volledig mee in harmonie, dan is het eigenaardige weer, dat
woorden, die op zichzelf heel eenvoudig zijn, een buitengewoon diepe betekenis krijgen en een
diepe inhoud.
Ook wanneer wij niet in staat zijn op deze manier even ons hele wezen a.h.w. eruit te gooien,
is het toch wel de moeite waard erover na te denken hoe. dit is gebeurd. En dan hebben we
hier te maken met het doodgewone stemorgaan van uw medium. Gewoon een menselijk
orgaan, waar niets bij komt. We hebben te maken met een doodnormale uitstraling van
gedachten van een zeer hoog gehalte, maar een uitstraling, zoals u die zelf misschien ook zou
kunnen produceren, indien u die innerlijke rust, die sereniteit zou bezitten, die de spreker
heeft. Wanneer wij nu weten hoe dat is, dan zult u misschien ook leren deze methode te
gebruiken om anderen te benaderen. We zijn daarmee dan weer aan de grenzen van de magie
gekomen (van een zeer witte magie overigens), maar ik vond het wel belangrijk u hier even op
te wijzen.
En ten laatste wil ik u dan nog doen opmerken, wat misschien wel het meest vreemde is. Er
zijn ontzettend veel geesten en groepen, die God onder allerhande namen gaan aanspreken.
Zij spreken over het Goddelijke, het eerste Beginsel, de Kosmos, het Groot Kosmische, enz.
Dat doe ik zelf ook wel eens. Is het u misschien opgevallen, dat juist deze spreker niet
terugschrikt voor het meest eenvoudige begrip? Voor Vader in de eerste plaats en daarnaast
als een enkele afwisseling het woord God,
In die eenvoud ligt ook weer iets. Wij zijn heel vaak bang, om het hogere zo direct te
benaderen. Je bent er een beetje huiverig voor en daarom spreek je over die dingen met een
zekere omkleding. Je gaat het voor jezelf a.h.w, een beetje meer benaderbaar maken. Maar
wanneer werkelijk puntje bij paaltje komt, dan is het dus klaarblijkelijk verstandig om die
dingen bij hun meest gangbare namen te noemen. En dan heeft het dat is duidelijk gebleken,
wij hebben dat van onze kant uit mooi kunnen zien in de uitstraling rond ons dan heeft het een
Gastspreker over esoterie
130
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

buiten gewone kracht, een zeggingskracht, een lichtende kracht, die veel groter is dan wat je
zelfs met een bezwering had kunnen bereiken. Hieruit blijkt weer, dat de instelling van het
eigen wezen het meest belangrijke is bij alle pogingen om hetzij je eigen innerlijk, hetzij het
Goddelijke te benaderen.
Dat waren dan enkele commentaren ik hoop dat niemand ze oneerbiedig zal vinden op de
spreker, die er voor de pauze was. En nu staan we weer voor het probleem van het erkennen
van het ik. Wij hebben daarbij al gesproken over onderbewustzijn, bovenbewustzijn en al wat
erbij hoort. Maar het is toch belangrijk dat we een klein beetje van de psychologie van het
menselijk wezen (dus ook van uw eigen wezen) gaan begrijpen en daarom zou ik vandaag een
enkel woord willen wijden aan de wisselwerking, die er bestaat tussen geest en stof.
Wanneer wij zeggen dat de geest een persoonlijkheid is, is dit volledig waar en juist. Maar zij
mag niet verward warden met de stoffelijke persoonlijkheid. Wanneer wij zeggen dat het
denken veel van de geest in zich bevat, dan is dit juist. Maar wanneer wij zeggen, dat het de
geest volledig weergeeft, is dit onjuist.
Wat betreft het lichaam, dit heeft zijn eigen denken, zijn eigen methode a.h.w. van reageren.
Wanneer je wilt komen tot zelfkennis in de esoterische zin, zul je moeten leren dat lichaam uit
te schakelen. Dat is erg gemakkelijk gezegd en heel erg moeilijk te doen. De factoren n.l. die
samenhangen met het zuiver stoffelijk wezen zijn voor een groot gedeelte bepaald. Je zou
kunnen zeggen dat de doorsneemens door erfelijke kwaliteiten en gewoontevorming (dus
scholing) een bepaald gedragspatroon heeft, waarvan hij niet kan afwijken. Hij kan dit op
verschillende manieren. rationaliseren, hij kan dus in zijn gedachten daaraan een andere
waarde geven, maar hij kan het niet helemaal veranderen.
Dit onveranderlijk stoffelijk wezen is voor ons als deel van de persoonlijkheid betrekkelijk
onbelangrijk. Belangrijk is voor ons natuurlijk de geest zelf. Maar als je in de stoffelijke wereld
leeft, dus als een mens in een lichaam, dan zijn er nog wat bezwaren aan verbonden, wanneer
je die geest probeert te kennen. .
In de eerste plaats openbaart die geest zich niet duidelijk. Er is wel iets in je dat spreekt, maar
wat is dat nu eigenlijk? Dat is heel erg moeilijk te zeggen.
In de tweede plaats: omdat je in een lichaam leeft, ben je bijna niet in staat de impulsen van
de geest te scheiden van de impulsen, die uit de stof komen maar daarbij niet direct uit het
bewustzijn komen of uit de omgeving. Dus onderbewustzijn en geest worden vaak verward. Je
zou die geest verder nog willen kennen in haar kwaliteiten. Maar de kwaliteiten van de geest
worden alleen kenbaar voor de mens, wanneer ze door de stof heen stralen. En dat betekent
ook alweer, dat wanneer er voor ons niet direct kenbare of direct logische kwaliteiten door die
stof naar buiten komen, wij geneigd zullen zijn te zeggen: dat is de geest. Om de zelfkennis
dus een beetje op te voeren, moeten wij de relatie tussen stof en geest goed kunnen
begrijpen, goed kunnen verstaan. En dan stellen wij in de eerste plaats dit: Alles wat uit de
geest komt, zal t.o.v. het stoffelijke niet volledig redelijk zijn. Ik hoor al iemand zeggen: Ja,
dan is dus de geest krankzinnig. Neen, helemaal, niet. Maar die geest heeft een reeks van
totaal andere waarden en waarderingen dan de stof. Hieruit vloeit voort, dat de werking van
de geest op de stof steeds is een tegengaan van de streng redelijke argumenten. Het is een
soort verzachtende invloed, die alles wet je aan de hand van de rede en de kennis zou willen
zeggen toch nog net eventjes menselijk maakt. Een verzachtende invloed op het redelijk
argument.
In de tweede plaats zegt men heel vaak: Die geest is dan toch wel grotendeels datgene wat
wij geloven. Ook dit is niet waar. De geest bestaat voor zichzelve, dus ook onafhankelijk van
het. lichaam. Zij heeft vele ervaringen gehad in het verleden, zij zal in de toekomst meer
ervaringen hebben en zij leeft ook wanneer zij in uw lichaam is a.h.w. op het peil van een
bepaalde sfeer. (Daarover hebben wij al eerder gesproken.) Wanneer ik nu stel, dat die geest
dus als zijnde een eigen wezen met een eigen inhoud bepaalde voorkeuren heeft, bepaalde
gewoonten zal bezitten ook en daarnaast bepaalde vaste methoden van reactie heeft, geloof ik

Gastspreker over esoterie
131
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

niet, dat wij de plank, ver misslaan. Zo goed als, u lichamelijke gewoonten heeft, zal ook de
geest gewoonten hebben.
Nu is haar wereld een andere dan de uwe. U kunt dus niet verwachten, dat zij voor de stof
kenbare gewoonten heeft. Het patroon dat die gewoonten ook weer hebben (net zoals een
mens dus een gedragspatroon heeft), zal voor die geest van andere waarden afhankelijk zijn.
En die waarden zijn (ik noem ze op, ik ga ze niet verklaren vandaag, of u moet er om vragen).
1. Het totaal van in het verleden liggende stoffelijke of geestelijke ervaringen.
2. De bewust gekozen weg, die haar bij het begin van dit stoffelijk leven geïnspireerd
heeft, die haar tot deze keuze heeft gebracht.
3. De droom, die zij kent.
Elke geest heeft voor zichzelf een droom, zogoed als mensen voor zichzelf een droom hebben.
U droomt misschien van een nieuwe auto, van een televisietoestel, van een weerzien van
degenen, die u zijn voorgegaan. Zo heeft die geest ook haar dromen. Haar dromen staan in
verband met een vormloos iets, die wereld van God, waarin alles wat wij vorm noemen niet
meer bestaat. Deze droom nu is evenmin volledig waar als uw dromen. Maar zij beïnvloedt
evengoed die geest, als uw dromen op uw eigen gedrag invloed uitoefenen. Als u droomt van
een nieuwe wagon, kijkt u naar elke nieuwe auto, die voorbij komt. Als u droomt van een
televisietoestel, blijft u voor menige winkel staan, waarin zoiets tentoongesteld is. En zo heb je
nog meer van die voorbeelden, het feit dus dat die geest ook door bepaalde dingen
geconditioneerd is, maakt het ons mogelijk stoffelijk redelijk een gemiddelde aan te geven,
waaraan de doorsnee-geest zal beantwoorden. Is dat duidelijk? Het gemiddelde van die
doorsnee-geest zal dus zijn: Binnen de beperkingen van haar stoffelijk leven een maximum
van voor haar belangrijke ervaringen op te doen. Zij wil haar droom verwerkelijken en,
dientengevolge dwingt zij alles af, wat in de richting van die droom wijst.
In de tweede plaats (want wij moeten het ook hier weer in een paar punten indelen) kunnen
wij met zekerheid zeggen, dat de gewoonte die de geest heeft bepalend is geweest Voor de
toestand, waarin u bij geboorte u bevond. Indien u dus enig inzicht kunt krijgen in de
omstandigheden (huiselijke en andere, maatschappelijk ook), die voor u bepalend waren toen
u geboren werd, die uw milieu uitmaakten, dan kunt u hierin de gemiddelde gewoonte van de
geest zien. Want zelfs de minder bewuste geest laat zich bij een incarnatie leiden door haar
gewoonten. Onthoud dit goed.
Op deze manier gaan wij komen tot de volgende redenering. Wanneer ik mijn eigen geest wil
kennen met uitschakeling van de stof, ga ik na wat was de hoofdtendens in het milieu, waarin
ik geboren ben? En dan probeer ik mij daarbij te realiseren, de genegenheid en de vorm,
waarin die genegenheid tot uiting kwam ik probeer mij te realiseren de welstand en de
waardering, die daarvoor bestond, ik probeer mij verder te realiseren het al of niet streven
naar stoffelijke verbetering, die in dit milieu voorkwam.
Is er sprake van absoluut geen stoffelijk streven, dan tracht ik mij te realiseren waarom dit
niet plaatsvond. Daarmee heb ik een grondwaarde, waarmee ik kan gaan werken. Dan zeg ik:
dat is het gewoonte idee van mijn geest. Nu heb ik verder te maken met veel elementen, die
absoluut onredelijk zijn. Ik kan niet precies zeggen: wat is onderbewustzijn en wat.is de geest.
Maar ik kan wel zeggen: in mijn hele leven komt steeds dit of dat element naar voren. Je hebt
mensen wier hele leven a.h.w. geleid wordt door een soort honger naar het mystieke, naar het
paranormale, naar het occulte. Andere mensen worden juist voortdurend gejaagd naar contact
met medemensen. En zo heeft ieder zijn eigen tendens. Deze tendens voegen wij hierbij. Wij
zeggen dit is een - zij het gedeeltelijke - weerspiegeling van hetgeen de geest nastreeft. Er is
nog een derde waarde, maar die kunnen wij stoffelijk niet bepalen, die kunnen wij niet verder
definiëren. Ik laat ze dus buiten beschouwing.
Heb ik deze twee waarden uitgezocht, dan kijk ik naar wat ik ben op dit ogenblik, lichaam en
geest, alles bij elkaar. En dan ga ik zeggen wat ik mij van de wereld voorstel en wat toen was,
heeft een relatie met elkaar. En deze relatie is niet logisch of redelijk, zelfs niet volgens de
beste kennis van de dieptepsychologie. Het onredelijk element daarin is de beïnvloeding van
Gastspreker over esoterie
132
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

de geest op de stof. En dan kunnen wij natuurlijk gaan proberen dit helemaal uit te zoeken,
maar het is meestal voldoende, wanneer je daar een klein idee van hebt, een heel klein ideetje
maar. Want wanneer je weet wat dus onredelijk is, dan weet je ook wat voor jou bij je zoeken
naar zelfkennis het meest belangrijke is. Voor ons is het niet belangrijk dat we alle vaste
waarden nazoeken. het is voor ons belangrijk dat we de onbekende elementen, die ons steeds
weer beïnvloeden, weten vast te leggen. Op deze manier alleen kom je tot een grotere
zelfkennis. Commentaar of vragen?
Mijn moeder was geen Nederlandse. Ikzelf ben met een buitenlandse getrouwd en mijn
kinderen ook allen. Die tendens heeft zich dus voortgezet, wat in overeenstemming is met
wat u gezegd hebt.
Natuurlijk. Nu moet u eens heel goed nagaan natuurlijk zit deze tendens erin, maar er moet
dan een gemeenschappelijke oorzaak zijn aan te wijzen. Als u de gemeenschappelijke oorzaak
hebt, dan hebt u een aardige bepaling.
Een gemeenschappelijke oorzaak van wat?
Van het feit, dat uw vader met een buitenlandse trouwde en u. Daar moet op de een of andere
manier iets belangrijks bij zitten, anders kan het niet. Dat, is niet alleen toeval. Wanneer u dit
nagaat komt u vanzelf een eindje verder. Probeer dit eerst eens voor uzelf uit te kienen, dan
kunnen wij daar altijd een volgende keer nog over praten.
De psychologen zeggen dat je herhaalt wat om je heen plaatsvindt in je jeugd. Dus is het
een herhaling...
Dat is nu juist het typische. De psychologen spreken wel van een herhaling, maar er is altijd
maar sprake van een gedeeltelijke herhaling. En waarom wordt nu die herhaling op een
bepaalde manier gevarieerd? Dat is het belangrijke.
Maar alles wat je leert wanneer je jong bent is toch nabootsing? Je bent toch allemaal
aapjes. En dat blijf je eigenlijk een beetje. Je blijft nabootsen.
Daarin hebt u wel een beetje gelijk. Maar u moet een ding niet vergeten, wat je nabootst is
over het algemeen de uiterlijke manier, maar het is niet de wijze van benadering. Laten we het
zó zeggen, zelfs op het gebied van een huwelijk. Iedereen trouwt. Dus, zegt het meisje, al
mijn vriendinnen zijn getrouwd, ik wil ook trouwen. Dan is het mogelijk dat ze dus naar een
huwelijk streeft, wat eigenlijk gesticuleerd wordt door een zekere drang tot nabootsen, een
poging om niet alleen te blijven staan en minderwaardig te zijn. Maar het kan ook zijn, dat
zo’n meisje zonder meer ineens een contact heeft met iemand, wat alles uitsluit. Ook al zou er
geen huwelijk uitkomen, het zou voor haar, op dat ogenblik niets uitmaken. En dat is juist dat
verborgen element, dat bij heel veel mensen een rol speelt.
Gaan we nu zeggen dat de kwestie van nabootsing alles bepalend is, dan zou er geen sprake
moge zijn van vooruitgang. Maar het vreemde is, dat alle nabootsing slechts gedeeltelijk is.
Dat verder die nabootsing zich over het algemeen meer op de uiterlijkheden richt dan op het
innerlijk. Manieren worden inderdaad heel sterk overgenomen. Voorstellingen van goed en
kwaad, van belangrijkheid en zo worden inderdaad ook vaak overgenomen, Typisch is echter
dat b.v, ideeën en idealen zelden worden overgenomen en nagebootst, maar meestal in een
tegen stelling worden geuit. En zo kan ik verdergaan. Er zijn dus ook reeksen van
tegenstellingen. Maar die tegenstelling moet ook verklaarbaar zijn uit het milieu bij de
geboorte. Begrijpt u? Dientengevolge aannemend dat er sprake is van een vrije keuze moet de
afwijking het gevolg zijn van de zuiver stoffelijke loop van gebeurtenissen plus nog iets. En dat
dus is dan ten dele misschien onderbewustzijn, maar in 9 van de 10 gevallen gaat het verder.
Vandaar dat ik ook heb gezegd een gemiddelde waarde voor de gemiddelde geest. En dat
beetje, wat dan verdergaat dan. het onderbewuste, is dan de uitdrukking van de droom van de
geest a.h.w., die wordt geprojecteerd in de stof. Kunt u het volgen?
Dan gaan we nu over naar het tweede gedeelte van onze les. En dan wil ik het ditmaal met u
hebben over een zeer typische waarde in het leven, die vroeger geheel tot het paranormale
behoorde en die tegenwoordig vaak gerekend wordt tot de normale verschijnselen zonder dat
helemaal te zijn. Ik bedoel hier n.l. de suggestie. Suggestie is een zeer belangrijke waarde,
Gastspreker over esoterie
133
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

wanneer wij haar bewust kunnen hanteren. Want in een dergelijk geval kunnen wij in een
ander een gesteldheid wekken, waardoor hij beantwoordt aan de voor ons ideale eisen.
Suggestie, betekent in zekere zin een vertekenen van de werkelijkheid. Maar elk vertekenen
van de werkelijkheid brengt met zich mee dat het individu, dat in de vertekende werkelijkheid
gelooft, vanuit zichzelf alles zal doen om deze vertekende werkelijkheid te realiseren, dus tot
een feitelijke werkelijkheid te maken.
Wanneer ik een patiënt een voldoende suggestie geef dat hij beter zal worden, dan zal hij
vanuit zichzelf inderdaad alles doen om beter te worden, want hij voelt zich beter en werkt dus
intens om zichzelf inderdaad beter te maken. Wanneer ik iemand vertel, dat hij op sterven ligt,
dan kan hij zich buitengewoon levendig voelen maar is de suggestie sterk genoeg, dan gaat hij
alle kwalen voelen, die aan op sterven liggen vooraf gaan en zal in zeer korte tijd misschien
zelfs vooral wanneer hij sterk vatbaar is voor suggestie inderdaad in die toestand verkeren.
Dat mogen wij nooit vergeten. Suggestie is een buitengewoon sterk wapen wanneer het
bewust wordt gehanteerd en met voldoende overtuiging.
Hu behoren er echter elementen bij die niet normaal zijn. U kunt suggestie gebruiken zoveel
als u wilt en u zult maar een gedeeltelijk resultaat kunnen bereiken, zolang in uzelf geen
volledig geloof is, Maar op het ogenblik dat u intens gelooft aan hetgeen u de ander
suggereert, is de mogelijkheid 99 ten 100 dat hij dit inderdaad kan aan vaarden en in die
aanvaarding de suggestie volledig werkzaam wordt. Nu ligt juist hier een eigenaardigheid. Ik
moet zelf geloven in hetgeen ik verklaar en suggereer, om voor een ander die suggestie
helemaal aanvaardbaar te maken. Ligt dit nu maar alleen in de overtuiging waarmee ik het
zeg? Voor een deel misschien wel. Maar veel meer ligt het in iets anders. Op het ogenblik dat
ik een suggestieve werking ongeacht van welke geaardheid uitoefen op een ander, zal mijn
gedachte-invloed op die ander sterk geconcentreerd zijn. Elke poging tot beïnvloeding houdt
niet alleen in een stoffelijk maar ook een geestelijk of een gedachtecontact. Op het ogenblik
dat mijn eigen denken met volle overtuiging hetgeen ik uit op stoffelijke wijze op die ander af
druk, prepareer ik hem dus geestelijk, ik conditioneer hem geestelijk, om die suggestie
volledig te aanvaarden. Ik zal daarmee vele weerstanden, die in mijn patiënt zijn, a.h.w.
wegdrukken. En dat houdt in, dat ik als suggestor afstand moet doen van mijn eigen rede op
het ogenblik, dat ik een suggestie probeer uit te oefenen. Op het ogenblik dat ik suggestie
gebruik als, een middel om anderen te helpen, als een wapen om anderen te beïnvloeden, zal
ik mijn eigen redelijke processen moeten uitschakelen. Ik zal eerst mijzelf moeten overtuigen
van de waarheid. van hetgeen ik ga zeggen. Eerst wanneer ik dit volledig bereiken kan, al is
het maar voor een korte tijd, zal ik een maximale invloed op de ander kunnen hebben.
Negatief is dit dus ook waar.
Ja, natuurlijk,
Ik bedoel daarmee, als je iets zegt en je ziet in, dat dat niet goed is en je herroept dit, dan
heb je de suggestie al uitgeoefend.
Ja. Maar indien u begrijpt dat die suggestie verkeerd was en u zult het herroepen met dezelfde
overtuiging, dan doet u de hele suggestie teniet. De kwestie is echter: wanneer je eenmaal
iets gezegd hebt en je wilt het terugnemen, dan doe je dat nooit van ganser harte. En daarin
schuilt de fout. En daardoor kan die suggestie dan toch nog enigszins werkzaam blijven, zij het
verzwakt. Nu moet u goed begrijpen dat suggestie en auto suggestie twee zeer machtige
wapenen zijn, die wij kunnen gebruiken om moeilijkheden te overwinnen, zowel van meer
zielkundige aard, van meer stoffelijke aard als ook weerstanden in onszelf tegen de erkenning
van het ik. Hierbij moet u het volgende nu eens goed onthouden.
Wanneer ik mij voortdurend voorhoud, dat ik iets ben en ik heb daarvan een gedefinieerde
voorstelling, zodat ik hierin zelf geloof, zal ik mijzelf vervormen in de richting van hetgeen ik
geloof. Op het ogenblik dat ik mij voorstel een grote macht te hebben, een grote kracht, een
grote potentie, onverschillig wat, zal ik deze aan de. hand van dit voorstellingsvermogen en
het innerlijk geloof inderdaad kunnen verwerkelijken. Op het ogenblik echter dat ik begin te
geloven dat ik mijzelve voldoende ken, zal ik geneigd zijn alle factoren, die niet met het
erkende ik in overeenstemming zijn, terzijde te stellen en te onderdrukken. Ik zal zo inderdaad

Gastspreker over esoterie
134
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

de hoofdtonen van mijn eigen wezen vervormen in de richting van de uitgeoefende auto
suggestie.
Is dat goed?
Dat kan heel goed zijn. Op deze manier oefenen we wat u noemt zelfbedrog uit maar dit
zelfbedrog is geen blijvend zelfbedrog, omdat wij overgaan tot realisatie. Dan kunnen wij ook
zeggen dat het zelfbedrog is, wanneer een vrouw naar een schoonheidsspecialiste gaat en zich
de gelaatshuid laat bijtrekken, zich van allerhande hulpmiddelen. bedient om er mooier uit te
zien. Maar het vreemde is, wanneer zij het niet doet, heeft zij niet de zelfverzekerdheid van
optreden, die voor haar noodzakelijk is. Dus hier is een relatie tussen. Nu kunnen we zeggen:
ze weet heel goed. dat het niet haar eigen haarkleur is, dat ze oorspronkelijk, een rimpelhuid
had, enz, enz. En dan willen wij niet eens spreken over de pantsers, die tegenwoordig vaak
met schuimrubber gevuld zijn. Men weet dat het zelfbedrog is, en toch geeft het een
overtuiging en zelfverzekerdheid. Het bevordert dus een juister en beter optreden. Dat zult u
met me eens zijn.
Alsof je een mooiere mantel aanhad. Maar voor de geest, voor het zielenleven lijkt mij dat
toch wel wat anders.
Neen, dat is niet anders. Nu moet u goed luisteren. Als we dit stoffelijk kunnen aanvaarden,
dan moeten we ook heel goed begrijpen, dat de geest.in feite deel heeft aan alle sferen. Dat zij
in al die sferen zich vrijelijk kan bewegen, wanneer zij die sferen kan aanvaarden dat ze de
krachten.van die sferen vrijelijk kan gebruiken, zodra zij het bewustzijn heeft. dat zij zich in
die sfeer bewegen kan en die kracht dus kan projecteren. Op het ogenblik dat wij dus zelfs
door deze auto suggestie, de delen van ons wezen, die voor onszelf onaanvaardbaar zijn en
die een remming zijn voor het aanvaarden van een bepaalde geestelijke sfeer of toestand,
weten te onderdrukken, zullen wij handelen alsof wij datgene waren wat wij onszelf
suggereren. Hier is in het begin sprake van een zelfbedrog. Maar naarmate wij geestelijk
verder komen, stimuleren wij datgene, wat wij ons geestelijk voorstellen (de suggestie dus)
steeds sterker. Een suggestie, die niet op werkelijkheid gebaseerd is, is in deze zin natuurlijk
noodlottig want je kunt jezelf niet geheel omvormen zonder een deel van jezelf daarbij geheel
te vernietigen. Maar baseer je je nu op hetgeen in jezelf aanwezig is en kan je dat verder
ontwikkelen, dan zul je de eigenschappen die je begeert, die belangrijk voor je zijn, sterk
ontplooien en de rest is onderontwikkeld. Wat een gezwel was dat storend was wordt een
wratje of zelfs een soort van mouche, dat je haast niet meer ziet. Daardoor heb je het
zelfvertrouwen om geestelijke krachten te hanteren, geestelijke lessen te aanvaarden,
geestelijk contact te zoeken op een terrein, waar je dat oorspronkelijk niet kon. Deze
ontwikkeling betekent, dat wanneer de eventueel onderdrukte delen zich weer verder gaan
ontwikkelen, dit op een harmonischer wijze gebeurt, aangezien er een hoger bewustzijn is. Zo
beantwoordt men dus aan deze suggestie op den duur volledig door zijn gedrag... En nu en
daar draait het nu om is in de stof de werkelijkheid altijd dezelfde. Een mooiere mantel maakt
geen mooiere vrouw. Maar laten we dan eens stellen dat wanneer de idee bepalend is de
mooie mantel wel een mooiere vrouw maakt en dat het eenmaal verkregen bewustzijn van
schoonheid kan blijven voortbestaan, als de mantel is weggevallen. Waar de idee bepalend is
in de wereld van de geest voor de sferen, die je kunt benaderen, waar de eigen instelling
bepalend is voor de krachten, die je kunt aanboren, is het wel zeer belangrijk, dat wij deze
autosuggestie voor onszelf gebruiken om toegang te verkrijgen tot gebieden, die inderdaad
deel van ons wezen zijn, maar die we tot nu toe door een zekere miskenning van het eigen
wezen niet durfden te betreden. Heb ik het hiermee duidelijk gemaakt?
Dat is dan nog niet een bewust betreden, nietwaar?
Dit houdt een steeds bewuster betreden in. Of u hiervan stoffelijk bewust zult zijn, hangt weer
van uw stoffelijke instelling af. Geestelijk zult u er zich in ieder geval van bewust zijn. En dat
geestelijke bewustzijn zal zich onderdrukt misschien door vele stoffelijke lagen en factoren
toch altijd ook stoffelijk blijven openbaren en werken. Zelfs wanneer je de oorzaak en de reden
daarvan niet volledig erkent.

Gastspreker over esoterie
135
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

En nu nog even iets anders over de suggestie en dan gaan we weer over tot het derde en
laatste deel van onze les.
Wanneer we op een gegeven ogenblik suggestie op een ander uitoefenen, dan lijkt dit zo
gemakkelijk. Je denkt: Nu ja, als ik nu maar voldoende suggereer, dan heb ik in ieder geval
een werking ten gunste. Maar dit is niet waar. Met elke suggestie is volledig aanvaardbaar
voor degene, op wie we de suggestie richten. Elke suggestie, die op een ander wordt gericht,
moet in overeenstemming met diens wezen en zo mogelijk in directs aanleuning aan diens
oorspronkelijke ideeën worden gegeven. Een suggestie, die begint bij de basis van de
denkbeelden van een ander, kan zeer veel bereiken. Een suggestie echter, die in strijd is met
hetgeen de ander tot nog zich heeft voorgesteld, zal zeer waarschijnlijk schipbreuk lijden of
althans maar zeer korte tijd van kracht zijn. Suggestie betekent voor ons een middel om in de
personen, die wij willen helpen of willen beïnvloeden alleen ten goede natuurlijk de delen van
hun persoonlijkheid, van hun persoonlijke krachten, die voor ons belangrijk zijn, sterk te
ontwikkelen en gelijktijdig de nadruk, die lag op voor ons onaanvaardbare of voor de mens
ongunstige facetten, zo zeer te verzwakken, dat hieraan slechts weinig aandacht wordt
gegeven..
Dit schijnt wederom een misleidingsproces te zijn maar is het in werkelijkheid niet, omdat wij
immers door het wegnemen van bepaalde belemmeringen en het gelijktijdig stimuleren van de
gunstige factoren in de persoon een verandering tot stand kunnen brengen. Vergeet niet dat
wij nooit een persoonlijkheid buiten onze eigene kunnen normaliseren. Het is onmogelijk een
persoon precies in overeenstemming te brengen met de norm, die volgens u normaal of
redelijk is. U kunt slechts trachten de persoon zo zeer in de richting van het normale te
brengen, dat hij met zijn eigen persoonlijkheid en afwijkingen aan de uiterlijk gestelde normen
van het normale kan beantwoorden, terwijl hij gelijktijdig binnen dit aanvaardon van het z g.
normale komt tot een zo groot mogelijk innerlijk leven, een zo groot mogelijke daadkracht,
een zo groot mogelijke innerlijke vrede en geluk.
En nu het laatste deel: Het zal u wel eens zijn opgevallen, dat wanneer je spreekt over magie
heel veel mensen huiverig zijn. Het zal u ook wel eens zijn opgevallen, dat anderen juist als
uitgehongerde wolven zich werpen op alles, wat maar met magie te maken heeft. Dat heeft
natuurlijk zijn reden. Hen stelt zich n.l. ofwel magie voor als iets dat schadelijk is of uit de aard
der zaak met duistere en boze krachten moet werken dan wel men meent daarin een
persoonlijk machtsmiddel te vinden. Laat mij even duidelijk stellen dat alles wat met magie
samenhangt alleen een feitelijke werking kan bereiken, indien het niet gecentreerd is op de
eigen persoonlijkheid. Volgons de wetten der magie is het onmogelijk in en vanuit het “ik”
veranderingen tot stand te brengen alleen voor dat ik. Er zal altijd een verdere persoonlijkheid,
een tussenfase a.h.w. ingeschakeld moeten worden.
Magie is noch duister noch gevaarlijk, indien wij ons realiseren dat wij werken met een reeks
van vaste wetten. Deze vaste wetten mogen dan wel niet behoren tot hetgeen thans
wetenschappelijk als juist is erkend, maar het zijn desalniettemin wetten, die gelden niet
alleen op aarde maar in alle werelden, waarin soortgelijke verhoudingen tussen materie en
meer etherische krachten bestaan. Ik wil u niet al te veel van die magie leren. Ik begin
bovendien weer zo langzamerhand tegen het einde te lopen van mijn betoog, maar ik ga u
weer een paar kleine regels geven en die regels zijn eigenlijk wetjes. In de eerste plaats: Alle
magie, die gebruikt wordt zonder eigenbaat, is uit de aard der zaak witte magie. Wanneer
witte magie optreedt betekent dit dat de werkingen niet door de magiër zelf worden vol bracht,
maar dat hij de aanstoot is tot werkingen, die zich vanuit een lichtere wereld of sfeer
projecteren op de wereld. Vergelijkend de engel waarmee de jonge Tobias worstelt om de
oude van blindheid te genezen. Hier hebt u een typisch voorbeeld van witte magie. In zijn
onzelfzuchtigheid wint hij, zelfs wanneer hij de strijd verliest, en hij heeft zelf daarvan geen
enkele schade. Onthoud: de hoogste en lichtste krachten zullen te allen tijde de harmonie in
de kosmos bevorderen. Zij zullen daartoe alles doen wat binnen de Wetten van gelijkblijvende
velden en oorzaak en gevolg mogelijk is. Iemand die vanuit zichzelf een dergelijke correctie
instigeert is magiër. Zodra hij er echter zelf bij betrokken wordt, zal hij niet meer het licht
kunnen bereiken. Het enige wat dan reageert is een. duistere kracht.

Gastspreker over esoterie
136
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

In de tweede plaats Alle magie is wetmatig. D.w.z. dat magisch ritueel en alles wat wij daarbij
gebruiken slechts een weerspiegeling is van de innerlijke gesteldheid, die nodig is om bepaalde
krachten te stimuleren en aan het werk te krijgen. Wij kunnen dit dus ook doen zonder ritueel.
Wij kunnen dit zelfs doen zonder een ver gespecificeerde kennis van alle krachten op zichzelf
de innerlijke afstelling, het innerlijk volledig geloven in God en de mogelijkheid, dat God een
bepaald wonder verrichten zal, betekent reeds dat alle krachten, die hier kunnen ingrijpen
vanuit het licht, zonder daarbij tegen de onmiddellijk groot goddelijke wetten in te gaan, zich
aan de verwezenlijking van die taak zullen wijden.
In de derde plaats: Men dient bij het gebruikmaken van magische procedures zich altijd te
realiseren, dat men nooit iets kan bereiken of kan stimuleren, wat niet in het eigen ik leeft.
Een zender kan niet uitzenden wat niet eerst als signaal in deze zender is ingebracht. Heel
begrijpelijk dus. Wees voorzichtig met uw eigen inhoud aan gedachten, begeerten en angsten,
wanneer u ooit overgaat tot een handeling, die magisch of semi-magisch is. Slechts degenen,
die eigenlijk geheel onverschillig tegenover het leven zouden staan, zouden in staat zijn
voortdurend de juiste dingen tot stand te brengen. Daar u deze onverschilligheid niet bezit is
het zaak, zelfs voor een gebed of meditatie, die sterk op een ander gericht is altijd het eigen
“ik” a.h.w. te zuiveren en te reinigen van alle gedachten, begeerten en angsten, die daarmee
niet in overeenstemming zijn.
Het zijn maar een paar regels, zoals u merkt en ik vind dit voor vandaag dan wel voldoende. Ik
hoop dat u de nodige aandacht aan hetgeen ik gezegd heb zult wijden, maar vooral ook dat u
zult trachten de inhoud te doorgronden van hetgeen onze gastspreker deze avond heeft
gezegd. Goedenavond.
o-o-o-o-o

DE WACHTERS AAN DE POORT
Het begrip van de wachter aan de poort is tamelijk romantisch.
Hei stamt uit de leer van oude geheimscholen, heeft deel uitgemaakt van de magie en is door
een laten we zeggen occult romancier ook een beetje beter bekend geworden bij de leek.
Onder een wachter aan de poort verstaan wij echter geen directe en feitelijke persoonlijkheid,
maar een samengestelde persoonlijkheid. Wanneer wij een nieuwe wereld binnentreden, zullen
wij over het algemeen de scheiding benaderen die er voor ons uitziet als een spiegel. In die
spiegel worden al onze vrezen voor het onbekende zichtbaar. Daar door ontstaat een voor ons
werkelijk beeld. Degene die ons de spiegel voorhoudt is eigenlijk de werkelijke wachter van de
poort. Deze wachter kan heel vaak een entiteit zijn, die niet als mens heeft geleefd. Wij
kennen hen in de meer verschrikkelijke vormen, zoiets als de tempelwachters. we kennen hen
in de gedaanten van engelen of zelfs van kinderen. Die wachters wisselen steeds, dus niet
iedereen ontmoet aan een bepaalde poort dezelfde wachter. Er moet innerlijk een zeker
verband zijn met de entiteit, die u aan de grens van twee werelden opwacht. Noodzakelijk is
daarvoor dat u die wereld bewust betreedt. Wanneer u een wereld onbewust betreedt, dan zult
u ofwel door een ander geleid worden (waarbij dus de spiegeling grotendeels wegvalt), dan wel
u zult er zich helemaal niets van herinneren en alle angsten, die u kent en alle
onaangenaamheden, die in u schuilen, zullen vanzelf daarbij ook vergeten worden. Maar dat
spiegelbeeld concentreert zich steeds weer in datgene, wat je in jezelf of voor jezelf vreest.
Het beeld bouwt zich dan meestal als volgt op (dus dit is een schema van wat een wachter aan
de poort kan zijn):
In de eerste plaats al datgene wat je in jezelf haat en veracht. In de tweede plaats al datgene
waarvan je een ingeboren afkeer hebt. In de derde plaats: je ziet dan ook nog al die dingen,
waarvoor je om een of andere reden uit ervaring angst kent.
Dus als je nu een afkeer hebt van slangen, dan is je wachter aan de poort zeer waarschijnlijk
een soort Medusa. Als je bang bent laten we zeggen voor vrouwen of mannen, dan kun je
zeker zijn, dat de kentekenen van hetgeen je vreest eveneens in dat beeld liggen. Dat houdt

Gastspreker over esoterie
137
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

dus in, dat de wachter aan de poort vanuit menselijk standpunt gezien een imaginair wezen is.
Geestelijk gezien is hij een volledig reële kracht.
Hij heeft een onaangename eigenschap. Wanneer je die wachter aan de poort eenmaal
overwonnen hebt, zal hij in alle werelden voor jou kenbaar blijven. Dus wanneer je eenmaal
zo’n sfeer a.h.w., bereikt hebt, dan zal elke keer dat je die sfeer verlaat voor jou datzelfde
beeld bestaan. Het zal je mee kunnen beïnvloeden in je besluiten en beslissingen. Je moet die
angst daartegen niet één keer overwinnen dat kan soms een, twee, drie met de moed der
wanhoop neen, je zult voortdurend meester moeten blijven daarvan.
De werkelijkheid vanuit de geest gezien bestaat hierin: Degene die u dit spiegelbeeld toont,
die Scheingestalte dus, is een reële entiteit, dus een werkelijke geest. En nu kun je die
mijnentwege een engel of een duvel noemen, maar die geest blijft bij dit beeld. Hij is ervoor
verantwoordelijk, dat u steeds beantwoordt aan dat beeld. Eerst op het ogenblik, dat u
toegeeft aan dat beeld, verdwijnt het voor u, om de doodeenvoudige reden dat de geest, die
net u getoond heeft, dan bij dit gedrag niet in staat is verder in uw nabijheid te blijven. Op het
ogenblik dat u wederom op een peil komt, waarbij u dat beeld zou kunnen overwinnen, wordt
het u opnieuw getoond. Want door eenmaal een bepaal de wereld of sfeer binnen te gaan,
verplicht u zich a.h.w. daar steeds terug te keren. Het is nu niet meer een voorrecht zo’n
wereld te betreden, maar het is een plicht te beantwoorden aan de regels van die wereld en
die wereld voortdurend te kennen. Dat is zo’n heel klein beetje het voornaamste van die
wachters aan de poort.
U weet u ook wel dat er heel veel verschillende soorten van poorten zijn. We kennen
indelingen in 3 x 3 we kennen indelingen van 7 we kennen van 6 en 3 (dus 9 in totaal) en zo
bestaan er verschillende. Het aantal poort en dat wij doorgaan wordt bepaald door het aantal
van bewustwordingen of inwijdingen zo u wilt die wij ondergaan, waardoor wij in staat worden
een nieuw gebied van eigen geest zowel als van de rond ons bestaande wereld te betreden.
Neem je grote stappen, dan zijn er weinig poort en maar is elke poort bijzonder zwaar. Neem
je kleine stapjes, dan zul je meer poorten doorgaan, maar je zult daarentegen per poort
minder moeilijke beslissingen te nemen hebben. Gezien het feit dat de doorsneemens een
reeks van eigenschappen met alle mensen gemeen heeft, is met zekerheid te stellen dat
iemand, die vanuit het menselijk bestaan deze poorten doorgaat, ongeveer dezelfde wachters
zal ontmoeten. De volgorde echter, waarin dit zal geschieden, is afhankelijk van de geestelijke
ontwikkeling van die mens. Je kunt links om en rechts om maken en aan allebei de kanten is
een poort. Maar ben je die poort rechts doorgegaan, dan kom je toch weer door die poort links
vandaag of morgen terug en moet je ook daar die wachter passer en. En omgekeerd.
Het is praktisch onmogelijk voor mens of geest om te ontkomen aan deze verschillende
inwijdingen. Zij maken deel van het wezen uit. Alleen door dat eigen ik en alles wat daarmee
samenhangt eenvoudig te ontkennen is het ons mogelijk tijdelijk deze inwijdings- en
bewustwordingsgang stop te zetten. Doen we dit, dan verkeren wij echter in het duister, zoals
dat heet en komen wij terecht in wat menig gelovige de hel noemt. Een hel overigens, die
geboren wordt uit ons eigen wanbegrip, ons eigen misverstand, onze eigen interpretatie van
het duister. En dat zijn de hoofdpunten van dit onderwerp. Zijn er nog vragen?
Kun je dergelijke poorten ook doorgaan, voordat je deze wereld verlaat?
Natuurlijk. U kunt die poorten te allen tijde doorgaan. Het doorgaan van die poort wordt niet
bepaald door de sfeer, waarin je leeft of het voertuig, dat je op dit ogenblik hebt het wordt
alleen bepaald door de geestelijke rijpheid, die je bezit. Voor sommigen misschien
hoopgevend, voor anderen wat minder, maar daar kan ik niets aan doen. Dat is nu eenmaal de
regel.
o-o-o-o-o

EENHEID
In den beginne was alles één. En deze eenheid was ongeopenbaard en niet geuit. Toen het
Woord zich openbaarde en daardoor de schepping zelf in de scheppingswil tot uiting kwam,
bleef deze eenheid bestaan. God was in alle dingen.

Gastspreker over esoterie
138
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 13 april 1960
Les 8 – Gastspreker over esoterie

Het is onmogelijk dat die eenheid in feite ooit teniet gaat. Want er is niets, wat zonder God
kan bestaan, er is niets wat buiten die directe Kracht van het begin uit zich kan handhaven of
zelfs maar kan leven of denken.
In feite bestaat die eenheid dus ook voor ons geest of stof in deze tijd. Hoe meer wij ons van
deze eenheid bewust zijn en hoe sterker wij deze eenheid tot uitdrukking weten te brengen op
een voor ons juiste en aanvaardbare wijze, hoe meer wij een zullen zijn met de grote krachten
die rond ons zijn.
Wij zullen niet in staat zijn, vanuit een klein stoffelijk standpunt of een klein geestelijk
standpunt God te overzien of God te kennen. Maar door het aanvaarden van deze eenheid
schakelen wij veel verschillen uit. Met alleen het verschil tussen ons en andere mensen, tussen
ons en andere geesten, maar ook tussen onze wereld en andere werelden. De grenzen die op
deze manier wegvallen betekenen dat wij niet zoveel meer te beleven hebben, niet zoveel
meer hebben door te maken. En. hoe minder je beleeft en hoe minder je doormaakt buiten de
eenheid van het Goddelijke zelf, buiten God zelve, hoe minder noodzaak er bestaat je in een
bepaald voertuig of een bepaalde wereld te bewegen.
De hoofdgedachte van eenheid is misschien enigszins dat Nirwana, waarover ons de Boeddha
spreekt, een toestand van zijnde niet zijn, een toestand van bewust toch niet bestaan. Dit
betekent dat de persoonlijkheid zelve is opgegaan in de eenheid, maar het bewustzijn zich
toch nog deze eenheid met al het zijnde realiseert. Alles wat wij kunnen doen in onze eigen
wereld en onze eigen sferen om de daadwerkelijke eenheid met anderen, geest en stof,
mensen, dieren, planten, al wat er bestaat te bevorderen, hoe dichter wij bij onze God zullen
zijn.
God spreekt in alle dingen en Zijn schepping kan worden gezien als een boek. Elk wezen bevat
een enkele lettergreep of een enkele letter misschien. Maar wie deze letters weet te lezen en
deze lettergrepen tezamen voegt, vindt daarin het groot scheppend Woord. Hij vindt daarin
het beeld van de totale schepping. Hij kent daarin zijn eigen verhouding tot alle anderen. Hij
kan zo komen tot de aanvaarding van de allergrootste eenheid, die er is: de vrijwillige negatie
van het persoonlijk zijn, zonder daarom het persoonlijk ik prijs te geven of door het te doen
opgaan in de grootse en machtige eenheid, die de werkelijkheid van de schepping is, het
feitelijk bestaan. Al wat in ons is aan denken, aan leven en kracht kunnen wij op deze wijze
delen met alle andere wezens met alle andere delen van de schepping. Hoe intenser wij dit
doen en tot stand brengen, hoe groter de werking is van eenheid.
Doch wij zijn vaak belemmerd in ons zoeken naar eenheid, doordat wij voor onszelven
eenzijdig moeten streven. Want wij kunnen niet streven naar licht en duister tegelijk. Laat ons
dan die eenheid steeds slechts daar zoeken, waar zij in overeenstemming is met het streven,
dat wij krachtens geestelijk bewustzijn en stoffelijke mogelijkheden volgen. Op deze wijze
vinden wij de voltooiing van het ik, want eens de eenheid gevonden hebbende met hetgeen wij
kunnen aanvaarden, zullen wij vandaar uit de eenheid met alle tegenstellingen en tegendelen
vanzelf ervaren.
Met deze overweging zullen wij deze bijeenkomst besluiten. Wij danken u voor uw aandacht en
wij hopen dat u ons ook door uw eigen instelling, uw rust ook voor het begin als het mogelijk
is de mogelijkheid zult bieden om verdere gastsprekers, die wij in deze dagen misschien tot u
zouden kunnen brengen, aan u voor te stellen en daardoor de feitelijke inhoud van onze
avonden aanmerkelijk te verrijken. Wij wensen u allen verder een goede en gezegende avond.

Gastspreker over esoterie
139
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Goedenavond vrienden
We zullen deze avond weer enigszins anders moeten indelen dan wij gewend zijn. En ik zou
dan raag allereerst de gelegenheid willen geven om opmerkingen of terzake doende vragen
aangaande het de vorige maal gebrachte te bespreken. Is er iemand, die een opmerking wil
maken op het ogenblik. Geen. Dan kunnen wij overgaan tot het volgend punt van onze agenda
en daarbij wil ik u wijzen op de mystiek en in zekere zin ook de esoterie van het oosten. Wij
hebben n.l. ook voor vandaag een gastspreker bereid gevonden zijn standpunt uiteen te
zetten. Hierbij zullen wij trachten elk exotisch element zoveel mogelijk uit te schalcelen. Het
gaat hier n.l. niet op de wijze, waarop het wordt voor gebracht, maar om de inhoud.
In het oosten is de mystiek, de hang naar het verborgene, het beleven van het verborgene,
aanmerkelijk veel groter dan hier in Eurona. Dat weet u allemaal. Ook het zoeken naar het
eigen “ik” heeft daardoor een wat ander karakter gekregen. De uitdrukking van het
Boeddhisme en ook van de Hindoe-leer is voor ons hierbij een goede richtsnoer.
In de eerste plaats moeten wij uitgaan van het magisch element, dat zowel in de Hindoe-leer
als in het Boeddhisme tot uiting komt, n.l. de binding van de mens met hetgeen rond hem is.
In de Hindoe-leer zijn alle krachten bezield. De wereld rond je is bezield en slechts door een
juist contact te krijgen met die rond je levende grote krachten kun je erkennen wat je zelf
bent, verwerf je a.h.w. het recht van de tweemaal geborene en zul je door de kennis van de
geslachten (dus van allen, die voor je waren) plus de kennis van de innerlijke verzinking
kunnen komen tot een grotere vrijheid van beleving. Deze grote vrijheid van beleving is dan
gebaseerd op het kennen van het eigen “ik” en het associëren van dit ik met de hoogste
kracht, daarbij alle kleinere krachten uitschakelend.
In het Boeddhisme zien wij i.p.v. de bezielende goden en godinnen oorzaak en gevolg komen.
Oorzaak en gevolg beide blijken hier een keten te zijn, die de mens van de ene gebeurtenis
naar de andere voortleidt. Hij veroorzaakt voortdurend zijn eigen lot, maar is gelijktijdig door
zijn verleden al tot dit veroorzaken bestemd. Van een werkelijke vrijheid van wil is er in het
Boeddhisme in feite nog minder sprake dan in het Hindoeïsme en wij moeten hier vooral de
nadruk leggen op het feit, dat alleen de verwerping vrij is. De mens is in de kern van het
Boeddhisme slechts vrij om te verwerpen en dus zichzelf meester te zijn. Bereikt hij echter dit
meesterschap dan verdwijnt voor hem zijn wereld.
Er zijn over deze toestanden vele en soms, wel eens wat langademige verhandelingen
gehouden. De gedachtegang klinkt voor de Westerling vreemd, omdat zij wordt gevat in vele
vreemde woorden, die men bij het overbrengen naar Europa heeft gehandhaafd. Maar laten
wij goed begrijpen, dat de wereldziel dat wereldleven eigenlijk precies hetzelfde is als karma,
dat lotsbeschikking en karma precies overeenkomen, en dat wij dus alles kunnen overzetten in
een zuiver Nederlands, Frans, Engels of Duits. Indien wij de geheimzinnigheid van het oosten
terzijde laten, vinden wij een paar stellingen (ik wil ze niet alle aanstippen, ik laat nog wat
voor mijn gast ook over).
De idee ik ben gebonden door mijn onjuiste waarderingen aan eigen schappen van mijzelve en
de kwaliteiten en eigenschappen van datgene, wat rond mij is. Op het ogenblik dat ik mij
hiervan bevrijd, zal ik echter meester zijn over mijzelve. Het meester zijn over jezelf houdt in
een meesterschap over al hetgeen je omringt.
Er bestaan geen grenzen voor het innerlijk kunnen, er bestaan geen grenzen voor kracht en
vermogen, noch van beleving of van bewustzijn. Echter om deze grenzen te kunnen bereiken
en te overschrijden, zoals de mens ze ziet, moet je dus de werkelijkheid aanvaarden.
Er is zeer veel waan, die in feite niets anders is dan menselijke voorstelling, waardoor ons
grenzen gesteld zijn. Voor ons allen geldt deze grens of wij nu stof of geest zijn in beperkte
mate. De erkenning, dat ze niet reëel is, helpt ons niet eraan te ontkomen.
De oplossing die het Boeddhisme vindt is die van het opgaan in het Niet of zo men ook wel
zegt de grote daadloosheid. Men vergeet daarbij echter, dat dit een uitdrukking is vanuit
menselijk standpunt en dat de daadloosheid gelijktijdig een vol en daadwerkelijk ingrijpen
inhoudt. Het klinkt wat vreemd wanneer je zegt, dat een stukje brood plotseling het vlees kan
De mystiek van het Oosten
140
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

worden van b.v. Jezus, zoals bij. een sacrament. Toch gelooft men dat het mogelijk is. Het ene
is, blijft uiterlijk zich zelf gelijk, maar krijgt de inhoud van het andere. Het is juist deze
vervanging maar dan op geestelijke basis die wij leren kennen, wanneer wij met het oosten
gaan zoeken naar de grootste bereiking.
Het sterven voor de wereld, het afstand doen van alle dingen, gaat gepaard met een wel
degelijk daadloos zijn vanuit stoffelijk standpunt en inzicht, maar met een beleven, dat veel
verdergaat. In de praktijk zou je dit zo kunnen omschrijven: Hoe meer de mens zich van zijn
eigen krachtloosheid bewust is, hoe groter de kracht, die hij uit de kosmos ontvangen kan.
Hoe meer de mens zich van zijn onvolkomen weten bewust. is, hoe groter de kosmische
wijsheid, waaraan hij deel heeft. Hoe sterker de mens verlangt, hoe minder hij zal bereiken.
Hoe sterker de mens echter zichzelf is zonder begeren, hoe meer hem het totaal van het zijnde
wordt geschonken.
Het zijn deze grondregels, waarop ik voor vandaag uw aandacht wil vestigen. Het is voor ons
noodzakelijk ook de oosterse denkwijze en de oosterse leer onder ogen te zien. Maar wij
mogen wel degelijk trachten om deze leer over te brengen in de eenvoudige en directs termen,
die het westen kan verstaan. Wij hebben niet te schermen met het grote verschil van
mentaliteit, maar achter de gebruiken dezelfde mens schuil gaat in oost en west. Wij behoeven
niet te spreken over een ander geestelijk lot, want wie vandaag leeft in het oosten, leeft
morgen in het westen en omgekeerd. Het is daarom dat ik buitengewoon blij ben u mede
namens de andere broeders van onze Orde een spreker te mogen aankondigen, die zelve deze
bewustwording in oosterse zin heeft mee gemaakt en die bereid is gebleken om dit op
eenvoudige wijze dus en zonder gebruik van vreemde woorden aan u voor te leggen. Ik hoop
dat u de eenvoud niet zult zien voor onbeduidendheid, maar zult beseffen hoeveel leven en
ervaring noodzakelijk is om tot een zo simpele uitdrukking van kosmische problemen te
komen.
Nog een punt: na deze spreker gaan wij dan weer eerst pauzeren. Wij doen dit om a.h.w. een
scheiding te krijgen tussen hetgeen wijzelven brengen en hetgeen hier door anderen wordt
gebracht. Ik wens u veel inzicht en bewustwording en laat nu het medium over aan deze
spreker.
o-o-o-o-o

GASTSPREKER OVER OOSTERSE MYSTIEK

Goedenavond, broeders.
Spreken op westerse wijze valt mij zwaar en u zult mij vergeven wanneer ik niet de vlotheid
van tong bezit, die u misschien meent te mogen verwachten. Onvolledig zijn immers alle
dingen en onvolledig voor al is ons eigen begrip en bewustzijn, zodra wij ons moeten
uitdrukken in de beperking van vorm, de beperking van menselijk leven. Dit geldt voor alle
kracht. Wanneer de Allerhoogste zelf afdaalt tot de wereld om met mensen te spreken, zo zal
Hij mens zijn in menselijke beperking. Want het begrip van de mens kan geen oneindigheid
bevatten. En een oneindigheid, die beperkt wordt, is zichzelve niet.
In het leven zoekt menigeen de paden van gerechtigheid en vrijheid te gaan, die hem
ontrukken aan het totaal menselijke en die hem binnen brengen in de wereld van goddelijk
weten en goddelijke kracht. Maar het zoeken is in zich in al te vele gevallen een gevolg van de
angst die men heeft voor de dood, de angst die men heeft voor het altijd weer kerend bestaan
en de begeerte, die men in zich draagt om meer en beter te zijn dan anderen. Het is volledig
menselijk zo te leven en zo te denken en het is recht van iedere mens om zijn eigen weg te
gaan. Mijn eigen ervaringen echter zou ik u toch gaarne hier ten dele willen voorleggen.

De mystiek van het Oosten
141
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Wanneer het “ik” zoekt in alle stellingen en leringen en niet vindt, komt het tot een
ontkenning, een zekere onverschilligheid, waarbij het zich gaat afvragen: Is dit leven wel het
leven waard? Is dit waanzinnig schimmenspel van vormen en gedaanten, van leringen en
bereikingen die niet verder voeren, voor mij nog belangrijk? En het is uit deze on-
verschilligheid, dat althans voor mij de ware overdenking werd geboren. Het is een verwerpen,
een verwerpen van jezelf, een verwerpen van je wereld. Niet omdat ze waardeloos zijn, maar
omdat ze niet kunnen beantwoorden aan de honger naar licht en naar kracht, die in je leeft.
Let wel, niemand kan van mij zeggen, dat ik op aarde ooit een mens voorbij ben gegaan. Ik
heb met de woekeraar, de handelaar, de boer, de courtisane gesproken zo goed als met de
vorsten. Want alle mensen zijn gelijk. En de uiterlijke vorm van hun leven is niet veel meer
dan het noodlotspel, dat gespeeld wordt door het onbewustzijn dat de mens regeert. Maar
wanneer je eenmaal zover bent, dat niets wat de wereld je bieden kan werkelijk belangrijk is,
dan leer je voor het eerst in jezelf onder te gaan. Geen vernietiging maar een verzinking in het
ik, dat is als een diepe bron, waar wereld na wereld wegvalt, tot slechts een leven overblijft.
Dan roept men uit: Ik heb de wereld van niet zijnde zijn gevonden. Ik heb het Nirwana bereikt
en betreden. In feite echter heb je slechts jezelf gevonden. Alle middelen om tot jezelf in te
keren en je eigen wezen te vinden hebben hetzelfde doel: de verzinking in het ik, de
verzinking in de kracht des levens zelve.
Misschien kent ge of voelt ge soms iets van het Licht der eeuwigheid. Dit is het gevoel, dat je
gaat beroeren wanneer de wereld niet meer spreekt. Levend en handelend als mens gaan we
als mens onder de mensen en is er in je een nieuwe waarde, een nieuwe waardering een
draaikolk waarin je steeds weer verzinkt, zodat de diepste diepten van je eigen wezen proeft.
En dan komt het ogenblik, dat je dat menselijke en de stoffelijke taak terzijde moet stellen.
Daar is geen wil voor nodig of geen ontkenning, het is tíjd. Het gevolg heeft zijn einde gevon-
den en geen nieuwe oorzaak is ontstaan, zodat er angst noch begeerten zijn om het leven
voort te zwepen.
Zo kom je langzaam tot een één zijn met het leven en de levende Kracht. En je ziet hoe zij
bestaat in alle dingen en toch in zich evenwichtig is, vredig en gelijkblijvend. En je meent
misschien: hiermee is het Niet geboren. Maar dan ontdek je dat bepaalde draden van die
Kracht jouw wezen gelijken, hoe je harmonisch bent met delen van de schepping en toch blijf
je in rust en vrede., tot het ogenblik dat een draad breekt of dreigt te breken. Op dat ogenblik
neem je je Wezen als een kracht tezamen en je voegt het in, daar waar de gaping dreigt te
ontstaan. Zo word je een contactpunt, dat veel in stand houdt, wat anders teloor zou gaan. Je
wordt tot een schim, die soms tot de aarde keert, tot een gedachte misschien, die mensen
vereren en gelijktijdig tot het leven, nu van een bloem, dan van een engel. Deze kern van
leven bezitten wij allen.
Ik betreur het, dat ik niet de gedachten kan geven i.p.v. de woorden. Maar geloof mij,
vrienden, gij die hier tezamen zijt, omdat in u een begeren is naar een ontvluchting van uw
eigen beperking, gij die hier ook samenzijt misschien, omdat ge vreest voor een duisternis, die
gij aanvoelt als komende na het leven zoals de nacht na de dag? Indien gij niet eist, niet
verlangt, niet vreest, indien gij het leven maakt tot iets wat zichzelve voortbeweegt, iets
waarbij ge toeschouwt, dan zult ge rust kunnen vinden.
Actief leven heeft alleen zin, wanneer je weet wat je met je leven kunt doen. Zolang je dat niet
weet, is het beter toe te zien. Te zien hoe de jeugd plaats maakt voor rijpheid en ouderdom, te
zien hoe de begeerten van de stof van heden en van morgen elkaar gelijk blijven en slechts
uiterlijk verschillen.
Het is goed jezelf te zien. Daaruit vind je waarheid. Je moet echter toch leven en daarmee
zoek je een uiterlijk richtsnoer. Soms bouw je de zuilen op van een wereld, waarop de eeuwige
gerechtigheid, de eeuwige evenwichtigheid kan steunen. Soms baan je paden, die achtereen
volgens worden gegaan en je steeds dichter brengen bij de ware verlichting. Maar de vorm
heeft niets te zeggen. Geloof dit van mij. Het is de mens die voor zich niet vraagt, niet begeert
en niet vreest, de mens die eerlijk en oprecht zichzelf aanvaardt en toch voor anderen wil
streven en anderen deel wil doen hebben aan de rust en de kracht, die in hem wonen, die
waarlijk bereikt.
De mystiek van het Oosten
142
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Er is geen verschil in de grote leerstellingen en de grote inwijdingen. Ze zijn alle gelijk. Zij alle
leren u: zie uzelf als onbelangrijk. Besef dat niets voor u telt buiten de houding die ge
aanneemt tegen hetgeen gij erkent. Laat die houding de juiste zijn. Laat de eenheid van de
kosmos uitgedrukt zijn in uw handelen en daden. Laat zij in Uw denken doorklinken en u rust
geven. Laat de eeuwigheid zelve als een onbeantwoord raadsel voortdrijven buiten de kern van
Uw weten, want ge kunt deze niet bevatten, maar neem het kleine van deze wereld en maak
het tot deel van uzelf. Leef het leven, maar leef het in ware vrijheid, beseffend dat begeren
nooit vervulling kan verwerven en dat angst nooit de dreiging waar maakt. Gij zijt het zelve,
die bepalen zult waarheen gij gaat, wat uw wegen zijn. Gij zijt het die bepalen zult hoelang ge
gebonden blijft aan het rad der gebeurtenissen, aan de voortdurende incarnatie. Gij zijt het,
die uitmaakt wat uw geestelijk leven zal zijn, een hemel of een hel. Want deze dingen leven in
u. Niet in de wereld, niet in God. Wees uzelve, zonder begeren en zonder angsten. Zeg niet: Ik
wil een mens genezen, nu móet ik kracht hebben. Maar zeg: Indien de genezing noodzakelijk
is, zal de kracht er zijn, Ik vraag niet, want dit is een deel van mij. Zeg niet Ik wil de wereld
wijsheid geven. Maar zeg: Indien het nodig is, zal de wijsheid der Oneindigheid door mij
spreken, zal die wijsheid uitgaan vanuit mijn wezen tot anderen. Stel niet: Ik moet met
moeite, met een voortdurend strijden alleen, van leven tot leven voortworstelen en elke
hernieuwde poort van begrip en inwijding doorschrijden als een strijder naar een overwinning.
Zeg tot uzelve: Zoals mijn wezen gedragen wordt door de stroom des Zijns zelve, zo zal het
gaan. Maar ik in mijzelve wil één zijn met de eeuwige Kracht en ik wil niet door begeerte of
angst tot een wilsuiting komen. Zoveel het mij mogelijk is zal ik deze beperken, opdat God in
mij moge spreken. Zo zult gij weten wat is: is te verzinken in de draaikolk van Licht, die u
door de sferen van uw wezen voert tot de vrede van het zijnde niet zijn. Zo zult ge kunnen
bereiken, vrienden.
Ik vraag mij af wat ik u wensen moet voor ik van u heenga. Moet ik u vrijheid wensen? Zo
moet gij vrijheid wel verstaan. Het de ongebondenheid van stof of geest naar de volledige
aanvaarding, omdat de zinrijkheid van het scheppend principe in het “ik” bekend is. En vrede
kan ik u niet wensen, tenzij gij beseft dat vrede niet is rust, maar het evenwicht van eeuwige
krachten, waaraan gij deel hebt.
Laat ik het dan zo zeggen: Al hetgeen ge begeert wens ik u. En een ontvluchting aan al
hetgeen gij vreest wens ik u. Maar bovenal wens ik u toe, dat ge u één zult voelen met de
Kracht, waarmee ik een ben. Dat gij waarheid zult vinden boven gedachten en leven boven
leven. Tot de tijd dat wij elkaar in die eenheid kennen. Vaarwel.
o-o-o-o-o
Goedenavond, vrienden.
Zo hebben wij dan het eerste gedeelte achter de rug, en wij hebben daarbij weer eens kennis
kunnen maken met een laten we zeggen hogere spreker, die niet direct tot onze groep
behoort. U hebt nu twee gelegenheden gehad om die met elkaar te vergelijken, n.l. de vorige
maal en deze maal. Nu zou ik graag een vraag willen stellen, voor ik met mijn eigen werk
begin. Welk verschil hebt u tussen beiden opgemerkt en welke overeenkomst?,
Ik zou zeggen dat de eerste blijmoediger was.
Ik zie geen verschil, ze hebben uiteindelijk hetzelfde bereikt.
Uiteindelijk, ja.
De ene benaderde het volkomen vanuit het christelijk standpunt en de ander vanuit een
weg, die ons meer vreemd is, maar die zeker even goed is.
Dat antwoord vind ik al aardiger.
Ik heb in de vorige spreker niet iets exclusief christelijks gevoeld ik heb in beide sprekers
het Goddelijke gevoeld.
Nu mag ik wel even resumeren, anders gaan we te veel tijd aan deze quiz besteden. En quiz is
een ziekte die nu wel op aarde heerst, maar waaraan wij ons toch niet al te veel schuldig
moeten maken.
De mystiek van het Oosten
143
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Men heeft hier dus het verschil gevoeld in de wijze van benadering van het Goddelijke en de
overeenkomst in de bereiking van het Goddelijke zou ik zeggen. Is u het daarmee eens? Dan
wil ik u vertellen, waar de verschillen liggen.
In de eerste plaats heeft men gelijk wanneer men zegt, dat de, spreker van de vorige maal
een zeer christelijke was, ook al was zijn benadering er zeker niet een, die exclusief aan het
Christendom van heden behoort.
In de tweede plaats de spreker die u vanavond hebt gehoord is rustiger. Er is een verschil in
benadering. De eerste benadering was een positieve, de tweede een passieve en daartussen
ligt een groot verschil.
U zult waarschijnlijk nog wel meer gastsprekers horen tenminste als wij onze zin kunnen
krijgen, zult u er nog minstens twee of drie horen, elke maal een en dan zult u wel ontdekken
dat er nog veel meer verschillen bestaan. Nu heb ik één opmerking niet gehoord en dat is
omtrent de sfeer, die beide sprekers met zich brachten. Is er iemand, die daar alsnog
commentaar op wil geven of moet ik dat zelf naar doen?
Bij de eerste was er een meer indrukwekkende sfeer en dat miste ik bij deze.
Ja, dat kan ik mij voorstellen.
Maar kan dat niet komen door het passieve? Dat maakt je zo gelaten dat je denkt: Doe ik
nu niet eigenlijk verkeerd? Ik moet eigenlijk helemaal niets doen....
Inderdaad. Kijk eens, het eigenaardige is dit geweest n.l. dat de vorige maal de sfeer meer
sprak dan de woorden, terwijl in dit geval de woorden meer zeggen dan de sfeer. En dat is
heel begrijpelijk. Wij hebben te maken met verschillende principes, waarbij een en dezelfde
grondkracht wordt gezien. De een zegt: Verrijk jezelf en wordt door de voortdurende
uitbreiding van het “ik” op den duur in staat het Goddelijke te bereiken. De ander zegt juist:
Isoleer het “ik” en zoek in het “ik” het Goddelijke, dan komt van daaruit alles. Beiden wijzen
op de innerlijke waarden van de mens. Maar waar de een die innerlijke waarde geuit wil zien
als een positieve handeling vanuit eigen leven en beleven, wil de ander deze zien uitgedrukt
als een absolute passiviteit. Er is in beide sprekers en hun weerstellingen een schijnbaar groot
onderscheid. En ik ben hier juist mee begonnen, omdat ik daar nog even de nadruk op wil
leggen.
Er is geen zo groot verschil tussen deze twee sprekers, als u meent aan te voelen. Zij hebben
allebei een zekere eenvoud. Zij bezitten beiden het geloof in de innerlijke kracht. En waar de
een spreekt over het positief benaderen van het Koninkrijk Gods, zo zegt de ander: Je moet er
in ondergaan. Maar het blijft hetzelfde. Het schijnbare verschil van afstand doen van
begeerten, omdat je op die manier God vindt (in hetgeen heden is gezegd) en het positief alles
terzijde zetten voor God (wat de vorige keer word gebracht) is in feite weer gelijk. Er was geen
verschil in het eigenlijke onderwerp: er was echter een groot verschil in de benadering en de
formulering volgens stoffelijk inzicht. Opvallend is daar bij dat beide sprekers niet in staat
waren volledig hun innerlijk weten tot uitdrukking te brengen binnen menselijke woorden.
Nu moet u niet denken dat wij met deze krachten alleen maar voor de dag komen als een
soort propagandastunt of omdat het nu zo goed staat wanneer je in een kring zo nu en dan
eens hogere bezoekers krijgt. Wij hebben daar wel degelijk een doel mee en het zal duidelijk
zijn, dat dit doel alleen kan liggen in een zuiver esoterisch vlak.
Er ligt daarnaast een zeker magisch werken ten grondslag aan hetgeen wij op het ogenblik
trachten te bereiken met deze kring. Wij gaan uit van het standpunt, dat de mens harmonisch
kan worden met een kracht, die voor hem het juiste antwoord geeft. Dat zal voor een ieder
verschillend zijn. Maar aannemende, dat de kern van elk standpunt gelijk is, zal daardoor een
zeer grote harmonie in de kring worden uitgedrukt. Wij kunnen in geen enkel geval aannemen,
dat elke mens met elke waarde kosmisch bestaand of geestelijk bestaand in feite harmonisch
kan zijn. Evenmin kunnen wij aannemen, dat elke mens gelijkelijk in staat zal zijn elke
goddelijke en kosmische wet onmiddellijk zelf te hanteren en in het leven toe te passen.
Je wilt op een gegeven ogenblik die esoterie niet alleen bedrijven vanuit het standpunt: hoe
word ik nu innerlijk beter, heiliger en zalig? Maar ook vanuit het standpunt: hoe kunnen wij
De mystiek van het Oosten
144
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

voor het totaal van de wereld die innerlijke eenheid actief maken? Daarbij behoren zeer zeker
de grondwetten van de magie. Daar behoren ook zeer zeker bij de grondwaarden van je eigen
persoonlijkheid. Zelfkennis is dus ook hier weer een van de meest belangrijke dingen, die er
bestaan. En nu ga ik eens even van leer trekken, want ik wil u vandaag weer introduceren in
bepaalde eenvoudige aspecten van de magie en wil u dus enkele wetten noemen. Deze wetten
zijn kleine wetten (of regels) en gelden dus niet in kosmische zin, maar gelden alleen voor
onze persoonlijke benadering tot al hetgeen magisch bereikbaar is.
1. Ik kan slechts vanuit mijzelve die krachten benaderen, hanteren en eventueel dwingen,
die met mijn eigen wezen in zekere zin harmonisch zijn. Zo ik lichte krachten zoek, zal
ik ze altijd moeten benaderen in onderdanigheid, zo ik duistere krachten zoek, zal ik
altijd de meerderheid moeten hebben. Maar in beide gevallen zullen in mij de
grondwaarden aanwezig moeten zijn, die in de lichte of duistere geest leeft, omdat
slechts op deze wijze een voldoende eenheid te bereiken is en een voldoend zuiver
hanteren van de z.g. bovennatuurlijke krachten voor ons mogelijk is.
2. Wanneer wij gebruik maken van incantaties, bezweringen, van reukwerken en offers,
zo kunnen wij nooit aannemen dat deze in zichzelf enige kracht of werking hebben, die
onze eigen wereld te buiten gaat. Bij elke benadering van de magie moet men uitgaan
van eigen wereld, eigen beleven en eigen standpunt. Ze er belangrijk daarbij is eigen
geloofsinhoud. Alle stoffelijke middelen die worden gebruikt zijn in de eerste plaats
dienstig om stoffelijke condities te wijzigen en stoffelijke beïnvloedingen te scheppen.
Wanneer bepaalde gebieden met deze stoffelijke gebieden harmonisch zijn en daardoor
die invloed ondergaan, betekent dat nog niet, dat de directe werking van het stoffelijk
gebruikte in die sfeer onmiddellijk werkzaam was. Voorbeeld: u brandt hier wierook.
Met een bepaald soort wierook kunt u gemakkelijk contact krijgen met een bepaalde
geest. Dan bent u geneigd te zeggen: met die wierook roep ik die geest. Maar dat is
niet waar. Want door die wierook te branden schept u in uzelf en in uw omgeving een
bepaalde tendens, die harmonisch is met een geest die zich op een ander vlak beweegt,
van de wierook zelf niets merkt, maar de ontstane harmonie aanvoelt en daardoor een
gemakkelijker contactmogelijkheid krijgt.
3. Onthoud steeds dat ware magie gebaseerd is op eenvoud. Hoe eenvoudiger middelen
wij gebruiken, hoe zekerder onze bereiking. Hoe meer wij echter zoeken naar het
ingewikkelde en het ceremoniële, hoe meer wij onszelven zullen beïnvloeden en daarbij
vervreemden van eigen werkelijkheid, zodat geen mogelijkheid meer bestaat het totaal
te overzien. Eenvoud, is ook in de magie een wet.
4. Wij zullen voor elke taak, die wij magisch trachten te bereiken die geest moeten zoeken
of aanroepen, die harmonisch is met die taak én ons wezen. Het is onmogelijk enigerlei
vermogen of geestelijk geweld te gebruiken, indien niet een directe overeenstemming
bestaat tussen de gestelde taak en die kracht of geest.
5. Als vijfde punt mogen wij daarom stellen: In elke bereiking der magie moeten wij
uitgaan van persoonlijke concentratie, maar gelijktijdig een redelijke zelfkennis en een
redelijke kennis van hetgeen wij trachten te bereiken. In de magie is kennis
noodzakelijk, niet omdat door de kennis de kracht ontstaat of geleid wordt, maar omdat
het ons slechts door deze kennis mogelijk wordt uit de vele krachten, die ons ten
dienste staan, de juiste te vinden en op de juiste wijze te gebruiken.
Het zijn heel eenvoudige regels, naar als u ooit met magie wilt werken, stamp ze in uw hoofd.
U hebt ze nodig. U zult n.l. heel vaak geneigd zijn om af te gaan, niet op de kracht die u nodig
hebt, maar op de kracht die u sympathiek is. U zult geneigd zijn een wijsheid te zoeken, die
niet de wijsheid is die de toestand op het ogenblik vereist, maar een wijsheid die uw eigen
inzichten bevestigt. U zult geneigd zijn om de werkelijkheid van heden eenvoudig te vergeten,
wanneer een andere droomvoorstelling, een dagdroom, u fraaier lijkt en u zult trachten vanuit
die dagdroom te werken - wat onmogelijk is -. Voor esotorie en magie is realisme, stoffelijk
realisme noodzakelijk. Dit realisme moet echter beperkt blijven tot die gebieden, die stoffelijk
De mystiek van het Oosten
145
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

kenbaar en beheersbaar zijn. Daarnaast mag de gevoelswereld, de sentimentswereld intreden
voor al hetgeen ligt bóven het stoffelijk onmiddellijk controleerbare, het stoffelijk onmiddellijk
hanteerbare.
En nu gaan wij een paar kleine grapjes vertellen, oefeningetjes eigenlijk zo’n beetje, die u al of
niet kunt opnemen. (U kunt er rustig af stand van doen als u zegt ik vind het onbelangrijk.)
Een van de gemakkelijkste oefeningetjes wanneer je ze eenmaal beheerst, maar tevens een
van degene die een groot geduld vraagt om resultaten te bereiken is deze.
Probeer uw eigen denken volkomen te concentreren op één punt. Wanneer u dit concentreren
op een punt hebt bereikt, tracht hetgeen u in dat middelpunt van uw belangstelling hebt
geplaatst steeds meer in licht te zien (alsof een wolk voor de zon wegtrekt) tot de intensiteit
van licht zo groot wordt dat het voorwerp op het punt van overweging vervaagt. Op het
ogenblik dat dit geschiedt, projecteer het doel van uw meditatie, uw overdenking in ditzelfde
licht. U zult ontdekken, dat u plotseling een reactie in uzelve krijgt. Uw onderbewust zijn gaat
aan het werk en het verschaft u plotseling een hele reeks van gegevens, waaraan u in geen
jaren had gedacht, of waarvan u meende, dat u ze niet eens bezat. Gelijktijdig zult u
ontdekken dat het hele lichaam gaat reageren. Heel vaak overigens eigenaardig, doordat u een
ogenblik een dood gevoel krijgt, meestal in de extremiteiten (dus de handen en voeten) maar
soms ook in de oren en de neus. Dat is een ogenblik een dood gevoel, gevolgd door een zacht
dus niet pijnlijk tintelen, dat daarna verdwijnt. Hebt u ook deze reactie bereikt, dan kunt u van
daaruit rustig verdergaan, zonder u nog te bekommeren over hetgeen u wilde bereiken. U hebt
alle krachten in het werk gesteld, die daarvoor harmonisch zijn, u hebt zonder bepaling,
zonder enige formulier die kracht actief geinaakt. Begrepen?
Het tweede oefeningetje is iets, waarmee wij even voorzichtig moeten zijn, omdat het n.l. zo
gemakkelijk succes schijnt te hebben, maar in feite wel eens tot zelfmisleiding kan voeren. Dat
is n.l. dit: Wanneer u een bepaalde vraag uzelf stelt met voldoende intensiteit, zult u in de
vorm van een meester, in de vorm van een stem, in de vorm van een plotselinge gedachte
daarop antwoorden verkrijgen. Denk niet dat deze antwoorden uit de geest stammen, zij
stammen uit uzelf. Waar u mee begint is een tweespraak met uzelf. Dit geldt altijd en te allen
tijde voor elke poging een dergelijk contact te bereiken. Ook voor degenen, die getraind zijn in
het bereiken van contact met de geest, met meesters etc., mag worden gezegd, dat de
overgangsperiode (dus van instelling, eerste vraag en antwoord tot het werkelijk contact) een
tijdelijke weerspiegeling geeft van eigen inhoud en eigen waarde. Dit blijft altijd zo. Houd dit
goed in de gaten en doe dan de volgende oefening: Zoek een probleem op, dat een antwoord
verdraagt in uw eigen omgeving, maar waar van de oplossing voorzover u bekend uw eigen
vermogens te boven gaat. Stel u in op dit probleem. (U kunt daarvoor ook de onder 1
beschreven methode gebruiken. U kunt het ook doen door het alleen voor uzelf zeer
nauwkeurig en zo uitvoerig mogelijk te om schrijven.) Wacht daarna met een zoveel mogelijk
beperken van eigen denken tot er een antwoord komt. Laat het hier echter niet bij. Wacht wat
er verder komt. U zult zien dat verdere gedachten rijzen, dat verdere stemmen of ideeën uit u
blijven voortkomen, die schijnbaar niet samenhangen met het onderwerp. Wanneer dit een
tijdje aan de gang is, herhaal voor uzelf uw vraag en wacht af, welk antwoord u dan krijgt.
Beide antwoorden mogen nooit met elkaar strijdig zijn in dit geval is de proef niet van kracht
of geldig. Indien echter blijkt, dat antwoord 2 een variant is van antwoord 1, daarbij
uitgebreider zijnde en daarbij nieuwe gegevens verschaffend, kan worden aangenomen, dat
het tweede antwoord mede het gevolg is van een contact met een hoger bewustzijn.
Begrijpelijk?
Het derde punt is nog aardiger en is speciaal geschikt voor diegenen, die reeds in meerdere of
mindere mate over sensitiviteit (bij voorkeur helderziendheid) beschikken. Concentreer u op
een bepaalde tijdsperiode Probeer in die periode iets te beleven, iets te zien. Bouw u desnoods
een voorstelling. U moogt dus fantaseren, mits deze fantasie niet bewust wordt opgebouwd en
toch een enigszins gesloten beeld ontstaat. Stel u b.v. voor, dat u aanwezig bent bij het
huwelijk van Jacoba van Beieren, de intocht van Philips in Brussel, de opstand van de
beenhouwers in Brugge, het vallen van Den Briel enz. enz.. U neemt dus een willekeurige
historische voorstelling. Probeer dit zo ver op te bouwen, dat u bepaalde personen a.h.w.
daarin ziet alsof ze leven, Voor iemand die sensitief genoeg is of helderziend is, is dit
De mystiek van het Oosten
146
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

inderdaad mogelijk. Op het ogenblik dat u die voorstelling voldoende hebt, probeer dan u voor
te stellen hoe deze zielen op het ogenblik zouden zijn. Probeer dus over te schakelen op de
essence van de wezens, die u in die voorstelling hebt gevonden en tracht hen a.h.w. in een
nieuwe incarnatie of nieuwe sfeer te vinden. U zult tot de conclusie komen, dat wanneer u
hiervan uitgaat het u eenvoudig mogelijk wordt op den duur aan de hand van het beschouwen
van een mens en het vormen van een voorstelling daarvan diens vroegere incarnaties u voor
ogen te brengen, terwijl omgekeerd elke voorstelling van een vroeger gebeuren u de
mogelijkheid geeft bepaalde belangrijke incarnaties naar het heden toe te volgen, Hierbij vind
je bovendien dat is heel aardig en interessant vaak een verklaring voor schijnbaar irrationeel
gedrag van personen, van politieke grootheden enz., waar je nu aan de hand van het vorig
bestaan kunt vaststellen welke invloeden in het heden buiten de redelijke nog meer van kracht
zijn.
Deze proefjes wil ik u aanraden, omdat ze voor u een voorscholing kunnen vormen tot het
magisch hanteren. Wanneer ik n.l. op een gegeven ogenblik van een bepaalde mens de vorige
incarnaties weet (ik weet dus de krachten, die hem bestemmen), wanneer ik verder weet, hoe
die mens op het ogenblik is en ik voor mezelf harmonisch kan zijn met een deel van zijn
werken en streven (er moet altijd ook hier sprake zijn van een harmonie), kan ik via een
harmonie, die ik met soortgelijke krachten in de geest wek, bepaalde dingen helpen wijzigen of
verbeteren. Het is mogelijk op deze wijze een witte magie te plegen, die zonder de wilsvrijheid
van individuen, daarbij betrokken, onmiddellijk aan te tasten toch een wijziging of een
vergroting van inzicht mogelijk maakt. Ik zou zeggen, het is een puntje dat interessant genoeg
is en dat als aanvulling van hetgeen wij al hebben gezegd over het verwerven van sfeer en
kracht ongetwijfeld bruikbaar is. Heeft iemand hierover commentaar?
Kun je dit ook doen t.o.v. jezelf?
Neen. In het “ik” is n.l. de wensdroom zo zeer belangrijk, dat zij over het algemeen de ware
ervaringen overschaduwt, dus een vals beeld geeft van een verleden, een vals beeld ook van
ogenblikkelijke mogelijkheden. De weg naar zelfkennis is een zuiver esoterische en kan niet
langs magische of pseudo-magische weg bereikt worden. Voldoende? Geen vragen meer? Dan
gaan we over tot het volgende onderwerp.
Wij weten allemaal dat in ons de goddelijke kracht is, etc. U hebt dat al vele malen gehoord en
ik ga dit voor u niet herhalen. Wel zou ik u nog op het volgende willen wijzen.
Esoterie mag nooit en te nimmer gebaseerd zijn op stoffelijke basis of waardering. Esoterie is
een onderzoek van het innerlijk, waar bij juist de stoffelijke belevingen en gebeurtenissen zo
veel mogelijk terzijde moeten worden gelaten. Alles wat behoort tot een wereld van schijn of
een onvolledige wereld (zoals hetgeen rond u is) is immers een belemmering in het erkennen
van het volledige en het oneindige? Datgene, wat wij zien als de kern van ons wezen, is
oneindig. D.w.z. het is voor ons niet bevattelijk, het is niet overzichtelijk. Wij weten niet hoe
het oneindige is. En wij kunnen ons ook niet voorstellen op welke wijze deze oneindigheid tot
uitdrukking komt. Op het ogenblik dat wij vanuit een beperkte en daardoor voor ons redelijke
wereld gaan trachten de hoogste krachten in onszelf te benaderen, zullen wij onze erkenning
daarvan aanmerkelijk limiteren en zo niet ons doel bereiken..
Wanneer wij willen komen tot inzicht in stoffelijke eigenschappen, is het natuurlijk steeds goed
de wereld rond ons te observeren. Zelfkennis kan op deze wijze ongetwijfeld worden
verworven. Maar meer dan deze zelfkennis is voor ons de innerlijke gevoelsafstemming
noodzakelijk. Bij de esoterie komt n.l. een groot gedeelte van het z.g. niet redelijk menselijk
denken tot activiteit en in werking. Juist de schijnbare onredelijkheid van de factoren, die
werkzaam zijn, maken het moeilijk een direct contact met uw eigen wereld te handhaven. U
zult gaan dromen. Deze dromen moeten volledig gescheiden worden gehouden van
lichamelijke handelingen, van stoffelijke gewoonten, manirismen e.d. Wij moeten daar bij
echter trachten juist in die gevoelswereld bepaalde omschrijfbare, kenmerkende tendensen te
ontdekken. Ik zal een voorbeeld geven, dan is het duidelijker.

De mystiek van het Oosten
147
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Wanneer ik bij mijzelf ontdek, dat wanneer ik alle ervaringen uitschakel en alleen mijn eigen
sentimenten tracht te ondergaan in een soort beslotenheid ik toch een zekere melancholie
voortdurend zie, dan weet ik hierdoor, dat in mijzelf een strijdigheid aanwezig is. Melancholie
is n.l. het gevolg van het zien van een bereiking, die men echter voor zichzelf onmogelijk acht.
Er moet dus een strijdigheid zijn in factoren. Deze erkenning maakt het ons mogelijk die
melancholie voor een deel te overwinnen, voor een ander deel actief te maken. Wij zullen n.l.
alleen melancholisch zijn t.o.v. bepaalde gebeurtenissen rond ons. Wij zullen daar een zekere
dulding, een zekere overgave gaan gebruiken, terwijl wij innerlijk daarentegen de pósitieve
overgave gaan gebruiken. Wij kunnen door een deel van deze melancholie af te reageren naar
buiten toe voor ons innerlijk een zekere zuivering bewerkstelligen, waarbij de bewuste en
positieve overgave aan hogere kracht en hoger Licht het bewust zoeken naar de in ons levende
grootste geestelijke krachten mogelijk maakt.
Dan hebben wij voor de esoterie nog een laatste puntje. Wanneer u esoterisch streeft, moet u
heel goed beseffen, dat het lezen van esoterische boeken voor u een voortdurend andere
benadering tot stand zou kunnen brengen. Zij die zich n.l. houden aan filosofen, aan denkers,
zelfs aan ingewijden met hun geschriften en niet aan hun eigen wezen, zullen niet de eigen
weg maar de weg van de anderen gaan. Dit is mogelijk in de algemene weg naar de kosmos
en God. Daar kunnen wij bepaalde paden volgen, die voor ons geschikt zijn en door anderen
worden omschreven. In onszelf echter kan da niet. Ongeacht de grote hoeveelheid
gemeenschappelijke waarden, die alle mensen bezitten, zijn de verschillen van persoonlijkheid
te groot om ooit de innerlijke weg te bewandelen aan de hand van vastgelegde voorschriften,
die een ander u geeft. Beschouw dus alle lectuur, alle stellingen ook de onze, niet als een
richtlijn zonder meer, maar als een stimulans voor eigen experiment en eigen overweging om
te komen tot de persoonlijk juiste benadering van kosmische en grote krachten.
Dat waren zo een paar punten, vrienden. U ziet, ik heb het u aan de ene kant gemakkelijk
gemaakt zij zijn eenvoudig aan de andere kant moeilijk. Want om ze helemaal te verwerken en
je helemaal eigen te maken vragen ze toch heus nog wel wat denkwerk. Nu kunnen wij de rest
van deze avond gaan besteden aan de punten, die uzelf belangrijk vindt. En aangezien er na
mij zo dadelijk nog een spreker komt, zou ik de eigen keus voor mij persoonlijk graag iets
willen beperken. Ik zou willen voorstellen dat u aan mij een klein onderwerp opgeeft, dat
echter specifiek betrekking heeft op magie, op de menselijke mentaliteit (psychologie dus
ook), dan wel op al datgene wat met magie of psychologie kan samenhangen. (Dus niet op
zuiver esoterie.)
Eventuele magische beïnvloeding op een patiënt tijdens psychoanalyse.
Er wordt hier gesteld patiënt d.w.z. een verhouding tussen de psychoanalist in dit geval en zijn
sujet. Daarbij moet worden gesteld dat de analist enerzijds een overwicht moet hebben,
anderzijds een zekere vriendschappelijkheid, waardoor een voldoende ontspanning van de
patiënt wordt bereikt. Hebben wij dit echter gesteld, dan stellen wij tevens voor de analist de
mogelijkheid om actief deel te nemen, want hij heeft het overwicht.
Wij moet en nu allereerst het probleem benaderen. De benadering van dit probleem is niet
noodzakelijk vanuit feitelijk standpunt. Dit houdt in, dat wij bij een betrekkelijk moeilijke
analyse voorbij kunnen gaan aan de vele verborgen oorzaken van verschijnselen, van
optredende ziekten en afwijkingen. Wij moeten echter wel de kwaal als zodanig in het oog
weten te houden. Wij moeten onszelf zelfs zoveel mogelijk voorbereiden op die patiënt, zodat
wij voor onszelf het probleem vooral het gedragsprobleem duidelijk zien.
Het is natuurlijk heel erg moeilijk, want je zou zeggen. Hoe moet b.v. een psychoanalist, die
met iemand met niet normale neigingen te maken heeft, zich dit nu precies voorstellen? Zo
zijn er meer van die moeilijkheden te denken. Toch is het wel mogelijk je in de voorkomende
problemen in te denken. Heb je dit voldoende sterk gedaan, mits je tegenover je patiënt zo
dadelijk het overwicht weet te gewinnen en daarnaast een niet al te vijandige verhouding
onderling weet te hand haven (onbewust is n.l. meestal enige vijandigheid aanwezig), zo
mogen wij stellen dat een harmonie optreedt. Hij deze harmonie nu is het mogelijk eigen
impulsen en gedachten in sterke mate op de patiënt over te dragen. Zij dienen daartoe echter
scherp geformuleerd te zijn. Wij krijgen nu dus een overdracht van ons denken als bij een
De mystiek van het Oosten
148
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

hypnose maar niet uitgedrukt op het directe bewustzijn of zelfs onderbewustzijn van de
patiënt, maar op diens wezen, waarbij hoofdzakelijk diens gevoelsleven naast een deel van de
onderbewuste factoren onmiddellijk beïnvloed raakt,
In sommige gevallen zal ons blijken dat wij weerstanden vinden, die wij niet kunnen definiëren
als zuiver stoffelijk. Er bestaan patiënten, waarbij zeer kennelijk geestelijke (althans niet
stoffelijk normale) invloeden optreden. Wij vinden het zelfs moeilijk, wanneer wij die gewoon
psychologisch willen gaan terugvinden, want ze ontsnappen ons. Eerst bij de benadering van
de diepte psychologie komen wij soms tot enige indicaties, maar zelfs deze indicaties zijn niet
voldoende om een zuivere diagnose te stellen en een zuivere therapie aan te geven.
Wanneer ik te maken heb met de kern van eigen wezen en de kern van het wezen van een
ander, kan ik naast de wet van harmonie nog van iets anders gebruikmaken. Elke mens die
innerlijk vlucht voor deze wereld en die dit dus vanuit de ziel a.h.w. doet, zal in deze vlucht
een bepaald niveau bereiken. Dit niveau wordt normalerwijze door ons uitgedrukt als sfeer.
Kort gezegd: menigeen die a-normaal is, die gekweld wordt door zorgen, problemen enz., is
dus in contact met een wereld, anders dan zijn eigene en zal vanuit die wereld invloeden
ondergaan, die voor zijn stoffelijk wezen maar ook voor zijn denken vaak belemmerend zijn.
Hebben wij dit gesteld, dan moeten wij goed onthouden, dat het eigen wezen in staat is alle
sferen te ontvangen, in alle sferen binnen te treden. En hier is dan de volgende magische
werking mogelijk geworden.
Vaststelling van de sfeer door precies het gevoelscontact, dat wij vinden met het binnenste
van de patiënt (dus achter alles verborgen, zelfs achter diens gevoelens), voor onszelf zo
duidelijk mogelijk te fixeren, als ons bewustzijn dit toelaat. Wij fixeren de sfeer, die wij in onze
patiënt hebben aangetroffen.
Wij wachten nu tot het contact tussen ons en de patiënt is verbroken. Het blijkt dus dat hier de
behandeling tijdens de analyse praktisch onmogelijk wordt. Wij moeten ons n.l. te zeer
concentreren en zouden dus niet aan onze patiënt voldoende aandacht kunnen geven. Dit door
de patiënt ten dele geconstateerd zou dan aanleiding kunnen zijn tot ressentimenten, die de
werking verstoren enz. Wij moeten in dit geval allereerst die sfeer oproepen, wij moeten
proberen ons zoveel mogelijk deze sfeer eigen te maken. Zodra wij het gevoel hebben nu ben
ik eigenlijk precies zoals die patiënt, gaan we ons die patiënt voorstellen. Wij hebben dan twee
contactpunten gevonden in de eerste plaats de afstelling van onze innerlijke vermogens op de
sfeer, waarmee deze patiënt het sterkst in contact staat, in de tweede plaats door de
concentratie op de patiënt, met de patiënt zelve.
In elke sfeer, die wij aanvoelen, zijn factoren meer of minder gunstig voor genezing van die
patiënt. Er zijn bepaalde waarden vanuit ons standpunt volkomen negatief, er zijn andere, die
meer positief zijn. Ons eerste pogen zal nu zijn, om deze patiënt via onze gedachten te
overladen, te oververzadigen met elke positieve factor, die in een dergelijke gevoelssfeer (in
die andere wereld dus) aanwezig is. Wanneer wij dit intens genoeg doen door onze wil tot
genezing tevens op deze patiënt te richten, zullen wij ontdekken dat de patiënt daardoor
vooral wanneer hij in rust is (dus nachtrust bij voorkeur) een gevoel van even spanning en
daarna een grote ontspanning zal ondergaan. Bij patiënten, die aan slapeloosheid lijden, is het
b.v. typisch dat bij dit soort behandelingen vaak een diepe en betrekkelijk langdurige slaap
ontstaat. Bij het ontwaken blijkt de stemming iets veranderd te zijn, er is een grotere
veerkracht. Eventuele lichamelijke ziekteverschijnselen worden minder au sérieux genomen en
geven daardoor veel minder ergernis. Dat is het verschijnsel, dat eruit voortkomt.
Kunnen wij nadat wij eenmaal door het eerste resultaat gezien hebben, dat wij onze patiënt
inderdaad bereikt hebben nu onszelf in stellen op een hogere sfeer, de hoogste die voor ons
aanvoelbaar is (wij moeten voor onszelf het gevoel hebben dat wij baden in sidderende kracht)
om vandaar uit een contact te maken met die sfeer, dan kunnen wij onze patiënt een zodanige
geestelijke schok toedienen, dat een zeer groot gedeelte van de zielkundige afwijkingen (dus
van de in de diepste diepten van zijn wezen verborgen afwijkingen) gecorrigeerd of tijdelijk
kortgesloten zijn. Dit betel ent dat wij het onderbewustzijn van de patiënt in een normalere
De mystiek van het Oosten
149
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

toestand vinden, het houdt verder in, dat wij door de tijdelijke uitschakeling van deze
tendensen het gedragspatroon gemakkelijker naar normaal kunnen brengen een ontspanning
van zenuwen e.d. eenvoudiger tot stand brengen en zo tegen de terugkeer van deze innerlijke
waarde een voldoende kracht hebben opgebouwd om met eenvoudig zenden van een enkele
maal kracht onze patiënt normaal te houden, tot hij zichzelf heeft genezen. U ziet, dat wij met
deze aspecten dus van magie en psychologie tezamen veel kunnen doen.
Een patiënt zal soms in beslag genomen worden door een duistere sfeer.
Dat maakt geen verschil uit.
Moet de analyticus dan trachten daarmee in contact te komen?
Inderdaad. De analist moet dan ook in die duistere sfeer contact zoeken, want ook in elke
duistere sfeer is er een verschil tussen duister en minder duister. De concentratie is dan
minder duister. U moet goed begrijpen dat het zelfs voor de doorsnee magiër met goede
scholing (de grootmeesters even button beschouwing gelaten) niet mogelijk zal zijn. om een
patiënt plotseling van de ene sfeer, die betrekkelijk duister is naar de andere, die geheel licht
is over te plaatsen, zonder gelijktijdig onoverzienbare schade aan diens gevoelsleven en zelfs
aan diens bewustzijn toe te brengen. Dit kan zover gaan dat totale amnesie daaruit voortkomt
of een absolute gevoelsblindheid, die dan heel vaak op den duur tot een soort amoraliteit leidt,
die wij niet kunnen aanvaarden. Wij mogen dus onze lichte kracht niet te sterk doseren en niet
van te grote hoogte. Wij moeten steeds werken via de sfeer, waarin de patiënt vertoeft.
Nu moeten wij er verder rekening mee houden, dat wij zijn uitgegaan van de idee van de
psychoanalyse en dat ik daarbij de nadruk heb gelegd op het ziekelijke geval. Maar wij kunnen
ook een geval ontmoeten, waarbij de analyse uit een geheel ander oogmerk geschiedt, b.v. om
een geschiktheid vast te stellen voor een zeer moeilijke taak, die zeer bepaalde eigenschappen
vergt. Wij hebben dan niet te maken met een ziekte van onze patiënt. En wat hier dus is
gezegd over het zoeken van duistere sferen e.d., het oplossen van verborgen problemen, komt
dan wat op de achtergrond. Natuurlijk heeft elke mens zijn problemen. Een mens die normaal
zou zijn volgens de opvattingen van normaal, is zo abnormaal dat hij praktisch niet voorkomt.
Maar deze problemen zijn in verhouding zo gering, dat ze voor ons niet belangrijk zijn.
Laten we dan verder dit onthouden wanneer wij een bepaalde analyse maken bij een gezonde
persoon, die wij echter moeten voorbereiden b.v. voor een bepaalde taak (zoals dat op het
ogenblik gebeurt bij de training van ruimtepiloten, om eens wat te noemen, waar dus ook veel
psychoanalyse en psychologische foefjes bij te pas komen), dan zou het mogelijk zijn uit te
zoeken, wat de overwegende gevoelssfeer van de mens is, wat de werkelijke sfeer is, die wij
bij hem aanvoelen. Wij houden er dan verder rekening mee, dat wij agressiviteit t.a.t. moeten
beperken. Agressiviteit die innerlijk aanwezig is zal n.l. het redelijk element te vaak als
sentiment overspoelen om een absolute betrouwbaarheid te veroorzaken. Als gevolg
agressiviteit zullen wij te allen tijde afdempen. Wij zoeken echter de eigenschap, die voor ons
het belangrijkste is in deze mens en gaan deze versterken. Daarbij gebruiken wij wederom de
persoonlijke instelling. De magiër analyticus gaat hier uit van een waanvoorstelling. Hij stelt
zich n.l. deze mens voor, zoals hij in perfectie zou moeten zijn, ter vervulling van zijn taak. Op
deze wijze wordt een soort astrale. mal gemaakt, dus een schil, die volledig beantwoordt aan
hetgeen wij in die mens wensen. Hebben wij dit gedaan, dan gaan wij deze schil met zoveel
mogelijk kracht verzadigen. Wij stuwen onze eigen kracht daarheen. (Bedenk wel, ongeacht
het feit, dat dit een magische handeling is, mag dit niet gebeuren door spanning, want het
uitzenden van kracht is een concentratie bij absolute ontspanning.) Heb ik dit gedaan, dan heb
ik dus de ideale figuur zover gevormd en met kracht geladen, dat het voldoende is tussen deze
schijngestalte en mijn patiënt een verbinding te maken in mijn gedachten. Ik kan dit b.v. doen
door met die patiënt te gaan spreken over een van de meest belangrijke punten, die ik in de
scheingestalt heb geprojecteerd. Dan krijg ik een verbinding tussen beide, die langzaan maar
zeker de kracht maar in de verhouding van de geprojecteerde eigenschappen overdraagt in
mijn sujet. Ik krijg dus een ongelijkmatige versterking van innerlijke factoren, waardoor de
bruikbaarheid van het sujet aanmerkelijk verhoogd kan worden, gezien het aparte doel, dat wij
ons stelden.

De mystiek van het Oosten
150
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Vrienden, ik ga u nu verlaten en geef het woord over aan mijn opvolger voor het laatste
onderwerp en tevens sluiting van deze avond. Goedenavond.
o-o-o-o-o
Zo vrienden.
U hebt al gehoord waar het om gaat. Aan mij is in de eerste plaats nog de taak met u te
spreken over een stukje esoterie, waarbij uzelf ook weer het onderwerp moogt geven.

DE ZIN VAN HET LEVEN
Dat is esoterisch gezien betrekkelijk eenvoudig. Esoterisch gezien is de zin van het leven het
kennen van het ik, om daardoor de waarheid van het leven te ondergaan, te ervaren.
Laten we niet vergeten, dat voor de doorsnee mens op een vraag als de zin van het leven geen
definitief antwoord kan worden gegeven. Wij krijgen schakels. b.v. Wat is de zin van het leven
op aarde? Te leren. Waarvoor? Voor een hoger leven. Wat is het doel van dat hoger leven? Te
leren. Waarvoor? Voor een nog hoger leven. Wat is dan het einddoel? Het opgaan in God.
Waarom het opgaan in God? En dan kom je altijd ergens op een punt, waarop je geen
antwoord meer kunt geven. Onthoud dat wel: de vraagstelling moet dus altijd beperkt blijven
en ze moet enigszins binnen het bereik van redelijke vermogens blijven. Op het ogenblik dat
wij daarboven uitgaan, is het ons onmogelijk nog enige zin in ons betoog enige zin ook in het
leven zelf vast, te stellen.
Nu blijkt, dat je vanuit de esoterie redenerende over het leven het volgende kunt stellen:
Groepen mensen hebben een gezamenlijk bewustzijn, dat gescheiden kan worden geacht van
het bewustzijn van andere groepen. In de meeste gevallen is dit een persoonlijkheid, waaraan
bovendien een geestelijke entiteit dus een niet stoffelijk bestaande entiteit verbonden is. Deze
groepen alle tezamen vormen het mensdom. En het blijkt, dat ook dit mensdom een aparte
beschermer heeft, een hogere geest dus, die voor het totaal der mensheid optreedt en die ook
weer zijn eigen uitvoerende organen heeft.
Nu blijkt daarnaast, dat alle andere levensgroepen ook op een dergelijke wijze in min of
meerdere mate verdeeld zijn en ook weer onder een grote regerende geest kunnen worden
samengevat. Al die regerende geesten tezamen komen weer samen onder: Het Leven, dat ook
weer zijn eigen entiteit heeft. Er is dus laten we dat goed begrijpen esoterisch gezien een
voortdurende vertakking naar beneden toe, die gelijktijdig specialisatie betekent. De top van
hetgeen we nog kennen, is energie. En zelfs ruimte is volgens deze opvatting energie, zij het
energie uitgedrukt in een dimensionale verhouding, die dus niet meer voor ons kenbaar is en
daardoor het effect ruimte geeft.
Wanneer wij nu vragen naar de zin van het leven, moeten wij van beneden af beginnen. En
wat is altijd belangrijk voor ons? Het harmonisch zijn met anderen. Zolang wij alleen staan
binnen onze groep, zullen de tendensen, die van de leiding van die groep uitgaan, tegengericht
zijn aan ons eigen streven en denken. Wij ondervinden daarvan veel weerstand en wij zullen
niet in staat zijn op de juiste wijze profijt te trekken van de lessen, die het leven geeft. Zo is
de eerste zin van het levens harmonie te bereiken met de groep, waartoe je behoort. Maar
onmiddellijk daarnaast de tweede om harmonisch blijvende met de groep, waartoe je behoort
zover dit mogelijk is harmonisch te worden met het totaal der mensheid.
Dit wordt voortgezet op geestelijk vlak, waar de aangehaalde verdelingen niet slechts
verdelingen van vorm zijn, maar vooral van bewustzijn en ontwikkeling en als zodanig in
andere sferen voortbestaan. Dit streven kan dus worden voortgezet in de sferen. Maar
naarmate wij harmonischer zijn met een groter deel van de schepping, zullen wij een groter
bewustzijn omtrent die schepping verwerven. Het is duidelijk, dat elke groei van het
bewustzijn in deze richting, voor ons tevens een erkennen van hogere krachten en machten
inhoudt. Het erkennen daarvan betekent weer het ons daarmee vereenzelvigen, harmonisch
maken.

De mystiek van het Oosten
151
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Overal, waar harmonie bestaat, kan kracht ontnomen worden. Zo kunnen wij dan de kracht,
die wij harmonisch zijnde met de mensheid bereiken, weer in de harmonie van onze eigen
groep uitstorten. Vanuit menselijk en laag geestelijk standpunt gezien zou ik daarom het leven
als volgt willen definiëren, althans de zin van het leven:
De vergroting van eigen bewustzijn, het bereiken van harmonie met hogere krachten en het
uitdrukken van deze harmonie in de kleinere groep, waartoe wij oorspronkelijk behoren.
Daarnaast een stap verdergaande kom je natuurlijk ook tot het onstoffelijk leven. En nu blijkt
dat wij b.v. onze functie kunnen veranderen t.o.v. zo’n groepsgeest. Ben ik oorspronkelijk een
sujet van de groepsgeest, een door hem mede beperkt en gemanipuleerd deel, dat in zijn
eigen wilsvrijheid zich dus toch moet houden aan deze impulsen die voortdurend neerstralen,
zo kan ik op een gegeven ogenblik een zodanig bewustzijn bereiken, dat ik mijn groepsgeest
erken in zijn eigenschappen en kwaliteiten. Op dat ogenblik zal ik waarschijnlijk bewust met
die groepsgeest gaan medewerken. Ik ga dus deel uitmaken van de onmiddellijke actie van de
groepsgeest, de groepsleider. Gelijktijdig grijp ik uit naar een hoger bewustzijn. Zo kan ik ook
weer van trap tot trap geestelijk hoger komen. En voor zover wij dit kunnen nagaan, komen
wij dus langzaam maar zeker bij de uitvoerende macht van de kosmos zelve te land. Wij zullen
in staat zijn mede te helpen het direct kosmisch principe tot uiting te brengen. Dit kunnen wij
dan stellen als een uiteindelijk levensdoel.
Daarbij hebben wij natuurlijk een persoonlijke taak, dat is duidelijk. Wij zijn een deeltje van
die schepping en wij kunnen niet het geheel doen. Maar als deel kunnen wij met het
bewustzijn van het geheel het binnen dat deel noodzakelijke vervullen. Zover gaat ons weten
omtrent het levensdoel. Het is misschien goed om het daarbij nog wat meer stoffelijk te
omschrijven.
De esotericus zal in zijn leven voortdurend trachten met behoud van zijn eigen bewustzijn van
recht en billijkheid, zijn eigen besef van plicht en verplichting, zoveel mogelijk anderen te
helpen, ongeacht in welke zin. Hij zal daarbij die anderen niet oordelen, wetende dat elk van
hen een eigen w g gaat. Maar hij zal hen beletten wat hij kent als onrecht te uiten tegenover
derden. Zolang zijzelven daarbij betrokken zijn, zal hij zich echter verre houden van elke
beïnvloeding of ingrijpen, tenzij via het bewustzijn.
Verder zal die esotericus voor zichzelf trachten lessen te trekken uit al, wat hij rond zich ziet,
maar hij zal tevens beseffen, dat die lessen voor anderen wel waardeloos of onbelangrijk
kunnen zijn. Zo zal hij trachten hetgeen hij innerlijk als kennis heeft bereikt met anderen uit te
wisselen, doch slechts dan, wanneer hij gevoelt en weet dat zij in staat zijn hen te begrijpen
en te volgen en dat zij belangstelling hebben voor hetgeen in hem leeft. Zo zal hij zich dus
beperkingen opleggen in het contact met anderen op directe wijze.
De esotericus zal zich over het algemeen onthouden van oordeel over zuiver stoffelijke
handelingen, tenzij alweer derden daarin betrokken worden op een wijze, die voor derden niet
aanvaardbaar is. Recht en billijkheid regeren. Maar gelijktijdig zal deze esotericus in zichzelf
moeten zoeken naar steeds meer licht. En licht wil zeggen: wijsheid en kracht.
Op den duur is buiten het bereik van eigen bewustzijn een contact mogelijk met een kosmisch
bewustzijn. Er staan steeds grotere bronnen van weten voor u open en kunnen gebruikt
worden ten bate van degenen op uw eigen wereld. Gezien wat wij al over het levensdoel van
de esotericus hebben gezegd bij de zin van het leven, zo zal het u duidelijk zijn, dat voor ons
de zin van het leven groter wordt, naarmate wij beschikken over grotere kennis, groter inzicht
en groter macht en vermogen, mits wij tenminste ons weten te beperken en deze dingen,
slechts in harmonie met het rond ons zijnde tot uiting brengen. Vereenvoudig dit alles nu,
breng het terug tot zijn eenvoudigste, zijn simpelste waarde en zeg dan nogmaals: Wat is de
zin van het leven? Ik zou zeggen: De zin van het leven is gelukkig te zijn. Niet in een roes
maar door het kennen van al het goede wat rond je is. Dus: genieten van al het goede wat op
je weg komt, maar in overeenstemming met je eigen wezen, met je eigen bewustzijn. Dat is
de eerste zin van het leven voor ons. Want juist in dit geluk ontstaat de harmonie, die ons
verder brengt.

De mystiek van het Oosten
152
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

Ik hoop dat ik daarmee dit onderwerpje voldoende duidelijk heb behandeld en dat u daarmede
dus tevreden kunt zijn.

VERNIEUWING VAN DE WEG
Wanneer wij bezig zijn met ons leven, dan blijkt ons steeds, dat wij een doel hebben, dat wij
onszelf een weg hebben gevormd van ideeën, van maatregelen en gedachten, waardoor wij
menen het einddoel te kunnen bereiken. Maar naarmate wij duidelijker beseffen waar eigenlijk
ons doel ligt, wat voor ons de inhoud van het leven en het bestaan is, zullen wij ook genoopt
zijn die weg te herzien.
Natuurlijk is er een kosmische weg en deze wordt nimmer en nooit veranderd. Wij noemen dit
de weg der liefde (de weg van de kosmische liefde wel te verstaan), waarin het directe contact
tussen Schepper en geschapenen als een volledige eenheid en in een volledige overgave te
allen tijde bestaat. Deze liefde te vinden maakt het niet meer nodig nog verder een weg te
zoeken of een weg te, vernieuwen. Maar wanneer wij beperkt zijn in ons denken en handelen,
dan zullen wij ons doel vaak niet zien in die liefde alleen. Wij zullen menen dat er iets
positievers moet zijn, iets wat meer in overeenstemming is met ons wezen, ons denken en ons
redeneren. Dan gaan wij verder zoeken en blijken steeds, weer ons doel niet geheel te kunnen
verwerkelijken. Wij ontdekken steeds weer dat datgene, dat wij meenden te kunnen
verlangen, onbereikbaar wordt. En dan wordt het tijd dat wij de bakens verzetten. Dan wordt
het tijd dat wij gaan zien, waar een fout schuilt in, ons eigen denken en ons eigen gedrag.
Bedenk wel, de mens heeft een vrije wil. Hij is vrij het doel na te streven, dat hijzelf
aanvaardbaar vindt. Hij is vrij elke weg te volgen, die z.i. tot het doel voert. Maar naarmate hij
hogere krachten nastreeft, naarmate hij zich meer bewust wordt van eeuwige waarden en
eeuwigheid, zal hij uiteindelijk terecht proberen te komen op die ene grote weg, die van uit het
innerlijk van elk levend wezen voert direct tot de Scheppers de overgave aan de goddelijke
Liefde vanuit het menselijk standpunt, de volledige liefdesuiting van de Eeuwigheid in het
beperkte vanuit het goddelijk standpunt.
Wanneer ik moet spreken over een vernieuwing van de weg, kan ik dus alleen zeggen: Een
mens die onvoldoende besef heeft van de eeuwigheid, een mens die nog niet in zich
vertrouwen kan op een eeuwige liefde die alles ten goede leidt, een mens die in zich nog
steeds zoekt naar een bevestiging, zal ontdekken dat de weg, die hij thans volgt, nog niet
volledig is. Delen daarvan blijven aanvaardbaar, andere delen moeten veranderd worden,
vernieuwd. Maar al deze vernieuwing in het “ik” betekent slechts het zoeken van de oude
heirbaan, van de onbaatzuchtige zelfverloochenende naastenliefde, de eeuwige gebondenheid
tussen God en schepsel.
Je kunt vele wegen gaan, Je kunt de vreemdste paden bewandelen. Maar nooit kun je
veranderen de ene weg der werkelijkheid gebondenheid uit schepping, liefde kracht die van
God tot mens en van mens tot God geleidt. Veel kun je veranderen in je zoeken en denken,
maar je kunt je slechts richten op het ene Licht.
Besef dit en durf je wegen gaan zoals je bent, zoals je leeft, maar terwijl je streeft steeds
zoekend naar het licht en het edelste, dat er in je bestaat. En beantwoordt je weg van leven
daar niet aan, verander dan die weg, opdat je eenmaal het juiste pad moogt gaan, dat leidt tot
oneindigheid, die zelfs in het heden reeds wordt uitgedrukt.
Ik geloof daarmee duidelijk en zuiver genoeg gezegd te hebben wat ik versta onder een
vernieuwing van weg. Dit geldt voor allen. Of het nu wetenschap is of geloof, politiek of iets
anders, zodra men gaat streven in de richting van de goddelijke harmonie, uitdrukking van
goddelijke Liefde, zal men veel moeten veranderen. Maar wanneer het doel hetzelfde blijft, is
de verandering onbelangrijk en het resultaat zeker.
Misschien houden jullie mij zo nu en dan voor een halve gek, maar een ding kan ik jullie wel
zeggen: Als je kunt en durft leven uit de goddelijke Liefde, dan mag je nog zo de nar spelen of
de wijsgeer uit hangen, dan mag je onbenullig praten of zeer geleerd, maar dan is er toch in

De mystiek van het Oosten
153
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 10 mei 1960
Les 9 – De mystiek van het Oosten

jou iets, waardoor je anderen kunt helpen, waardoor je zelf een steeds groter begrip krijgt van
de eeuwigheid, maar ook van alle delen, waaruit ze is opgebouwd. Die de weg van de
goddelijke Liefde leert gaan wordt een met al het geschapene, maar tevens met het Grote, dat
wij eeuwig noemen, omdat het tijdloos is en dat in zich de Volmaaktheid Zelve is.
De beste wens die ik jullie geven kan is: Zoek die weg, waarover wij het hebben gehad beleef
die Kracht, waarover wij spraken in jezelf wees zo gelukkig als je kunt zijn en wordt steeds
wijzer zonder eigenwijs te worden.

De mystiek van het Oosten
154
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Goedenavond vrienden,
We zullen ook deze avond een gastspreker voor u hebben. En dat betekent dat ik allereerst
gaarne even zou willen weten, of u vragen hebt te stellen aan de hand van hetgeen wij in de
vorige les hebben behandeld.
In het gedeelte over esoterie hebt u een voorbeeld genoemd van melancholia. Wilt u op dat
stuk een toelichting geven? Het onduidelijke gedeelte hierin is het actief maken van de
melancholie.
De onduidelijkheid voor u ligt in de definitie van melancholie zelf. Wanneer een mens
melancholiek is, dan moeten we dat niet alleen maar zien als een toestand zonder meer (een
sentimentskwestie), maar wij moeten begrijpen dat er meer bepaalde, laat ik zeggen, meer
redelijke elementen achter schuilen. Nu is een mens in zijn leven in te delen in twee
afzonderlijke parten, tenminste voor dit beeld dan er zijn er natuurlijk meer. In de eerste
plaats kunnen wij stellen, dat een mens voor zich een droom heeft. Deze droom is de
werkelijkheid, zoals hij haar zou willen beleven, zoals hij haar zou willen zien. In de tweede
plaats kent hij een werkelijkheid, die weliswaar een interpretatie is (dus het is niet een
feitelijke werkelijkheid, maar het is zijn manier van beleven en reageren), maar die op zichzelf
toch ook een grote invloed heeft. Indien ik daar nu verder op doordenk, dan moet ik tot de
conclusie komen, dat op een gegeven ogenblik het een mens onmogelijk zal zijn zijn droom te
verwerkelijken (dat is logisch), maar dat hij hiermee geen genoegen neemt, omdat hij het niet
beantwoorden aan de droom ziet als een tekortschieten in eigen persoonlijkheid, waardoor hij
en meestal ook al enigszins bepaald door temperament komt tot een zich laten gaan zonder
meer. Echter zal er dan nog niet van een feitelijke melancholie kunnen worden gesproken
(uitgezonderd bij de zuiver stoffelijke temperamentskwestie), tenzij de persoon in zich een
verzet heeft tegen datgene, wat hij meent te zijn.
Wat bedoelt u met wat hij meent te zijn?
De kwestie ligt zo. U weet, dat u iets zou kunnen zijn. Die voorstelling draagt u in u, of deze
reëel is of niet. Je hebt b.v. burgermensen, die menen dat ze dame kunnen zijn. Dat is
helemaal niet erg. Maar nu krijgen zij h.i. de middelen om dame te worden en dan blijkt, dat
ze toch niet als zodanig geaccepteerd worden. Wat is het gevolg? Ofwel een buitengewoon fel
verzet als een soort furie tegen de wereld, danwel een groot zelfverwijt, een gevoel van
voortdurend tekortschieten, dat kan ontaarden in een melancholie, een voortdurend droevig
waas, dat men om alle dingen weeft, totdat de interesse in het leven zelve geheel verbleekt is.
Dat moet u toch begrijpen? Nu stel ik echter dat dit alleen kan gebeuren, wanneer aan twee
voorwaarden is voldaan..
a. dat de persoon in kwestie de voorstelling leeft van zichzelf als dame, en
b. dat ze in staat is haar tekorten te overzien en zich deze, de verwijten. (Ontbreekt een dezer
punten, dan hebben we nog niet, ik moet stellen dat beide punten aanwezig zijn, anders klopt
mijn verhaal niet.) Zijn beide voorwaarden aanwezig, dan is er sprake van een strijdigheid.
In de normale temperamenten van de mens kunnen wij er verschillende onderscheiden. Een
melancholisch temperament bestaat ook d.w.z. een temperament, dat op zichzelf al wat
bezinnelijk, wat droevig is eigenlijk. Maar dat is stoffelijk. Wanneer daar geen geestelijke
impulsen bijkomen, zegt dat allemaal niets. Dan kan deze melancholie wel degelijk het
karakter voor de stof enigszins bepalen, maar het kan niet over heersen. En het is juist de
overheersing vanuit de geest, die in het voornoemde geval buitengewoon scherpe aanvallen
van melancholie kan veroorzaken, die uiteindelijk zelfs in een levensverachting enz. over gaan,
soms met heel onaangename gevolgen. Die melancholie is dus normalerwijze te zien als een
strijdigheid in de persoonlijkheid, wanneer zij niet.slechts uit zuiver stoffelijke, maar mede uit
geestelijke oorzaken voortkomt. Akkoord?
Neen. Want het gaat juist om dat, wat u daar nu zegt. In hoeverre komt die geest in
verzet?
Dat zou afzonderlijk voor elk geval moeten worden bepaald.

Gastspreker over: De ruimte zelf
155
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Maar waarom?
Waarom die geest in verzet komt? Om de doodeenvoudige reden, dat die geest gebonden aan
het stoffelijk voorstellingsvermogen en zich vereenzelvigend met het stoffelijk wezen zich niet
kan neerleggen bij een tekort aan bereiking van dat stoffelijk wezen. Dat ligt toch opgesloten
in de problemen?
Jawel, maar ik dacht, dat een geest daar eigenlijk bovenuit was.
Als een geest daar bovenuit zou zijn, zou zij niet in de stof behoeven te leven, nietwaar?
Nu moeten wij trachten die melancholie vóór ons te laten werken en niet tegen ons. Het is
begrijpelijk dat er in het leven alle hand factoren zijn, waarvan wij zeggen: daar kunnen wij
toch niet helemaal tegenop. Dan is die melancholie een soort zoethoudertje. Ze maakt het ons
mogelijk iets te ondergaan in een zekere droefheid, maar zonder dat wij daardoor tot
verkeerde daden worden aangezet, dat wij in een verzet komen, dat buiten het redelijke ligt.
In sommige gevallen kan dus een dergelijk temperament, een dergelijke wijze van leven, een
beperking van het aantal onjuiste daden betekenen. Als ik nu weet waar ik onmachtig ben, zal
ik daar, desnoods deze melancholie.toelaten, ik zal haar zelfs als een stemming in mij laten
opwellen, wetende dat ik zo een soort verweer heb tegen de factoren in de wereld, die ik niet
aan kan. Het beschermt mij een beetje en daardoor houd ik dan energie over voor die punten,
waar ik wel actief kan handelen. Maar de activiteit van mijn handelen plus mijn bereiken zal
over het algemeen de melancholie aanmerkelijk bekorten, danwel geheel verminderen of doen
verdwijnen. Want in het bereiken valt het melancholieke dan weg. Typisch is, dat in een
dergelijk geval zelfs het stoffelijk melancholisch temperament voor een groot gedeelte kan
worden overwonnen. Dus dat een gewaardeerd slagen en vooral een gewaardeerd eenzijdig
slagen vaak in staat is de laat ik zeggen aan het stoffelijk wezen inherente melancholie zeer te
beperken of zelfs tijdelijk te verdrijven.
Dus de neerslachtigheid weg te nemen?
Ja, zo moogt u dat ook zeggen.
De gastspreker van de vorige maal zei: Let wel, niemand kan van mij zeggen, dat ik op
aarde ooit een mens voorbij ben gegaan. Ik heb met de bedelaar, de courtisane, de
woekeraar gesproken zo goed als met de vorsten, want alle mensen zijn gelijk en de
uiterlijke vorm van hun leven is niet meer dan het noodlotsspel dat gespeeld wordt door
het onbewustzijn, dat de mens regeert. Kan net onbewustzijn een mens regeren of een
actieve daad stellen? Of moet dit soms zijn het onbewuste zijn?
Onbewustzijn. Mag ik een andere vraag daartegenover stellen? Hoeveel mensen worden in hun
leven niet geregeerd door een paar stommiteiten, die ze hebben uitgehaald? Dat is
onbewustzijn, anders haal je die stommiteit niet uit. D.w.z. dat het onbewustzijn van de geest
aansprakelijk kan zijn voor een minder geslaagde incarnatie. D.w.z. dat een onvolledig
bewustzijn van eigen leven en levensdoel kan leiden tot een reeks van stoffelijk verkeerde
handelingen, geestelijk verkeerde gedachten, die een zeer grote en sterke invloed uitoefenen
op het totaal van het lichamelijk en geestelijk gebeuren. Als er geen verdere vragen meer zijn,
dan nog even een klein lesje.
Opvallend is, dat ook in de esoterie de mens zo vaak in het gewichtige en ingewikkelde vlucht.
Over het algemeen zoekt men de waarheid verder, dan zij in feite te vinden is. Wanneer men
een grein waarheid heeft gevonden, is men geneigd het zozeer te omringen net op zich zelf
onjuiste of onbelangrijke gegevens, dat het onmogelijk is dit kleine deel van waarheid uit te
breiden. De grondnorm van de esoterie moet eenvoud zijn. Een terugkeren tot eenvoud is
noodzakelijk. Wanneer wij komen te staan voor een probleem, dat wij niet begrijpen, dan
moeten wij allereerst proberen alle componenten daarvan tot de meest eenvoudige en voor
ons meest begrijpelijke beelden te herleiden. Werkende met deze allereenvoudigste beelden
zullen wij ongetwijfeld in staat zijn voor ons zelven een zeer snelle en bevredigende uitleg te
vinden, die getoetst aan het totaal van onze ervaring althans voor ons juist mag heten en in
ons leven als een volledige waarheid mag worden gehanteerd, tot ons bewustzijn ons nader
inzicht mogelijk maakt.
Er is nu contact en ik neem dus afscheid van u. Dit was maar een klein lesje, maar ik hoop vel,
dat u daar toch even aandacht aan geeft. Het woord is nu aan onze gast voor vandaag.
Gastspreker over: De ruimte zelf
156
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Goedenavond, vrienden.
Wij zijn dan overeengekomen dat ook ik een kort ogenblik met u over bepaalde krachten en
waarden i.v.m. de esoterie zal spreken. Het is moeilijk om een juiste keuze te maken uit het
vele, dat wij weten en kennen, maar ik hoop, dat het door mij gekozene voor u niet te veel
bekende materie zal zijn en dat het gelijktijdig voor u voldoende waarde vol zal mogen heten.
Ik wil hierbij uitgaan van:

DE RUIMTE ZELF

Wanneer wij spreken over ruimte, gebruiken wij een concept, dat niet definieerbaar is. Ruimte
wordt voor ons pas definieerbaar, wanneer wij haar begrenzen kunnen. Uit al wat wij rond ons
zien blijkt echter, dat ruimte oneindig is. Wij kunnen die oneindigheid misschien begrensd
denken, maar niet definiëren. Verder ontdekken wij, dat in deze ruimte de verhoudingen
verschillen, naarmate er sprake is van massa en van beweging. Massa en beweging kunnen
beide herleid worden tot bepaalde vormen van energie. Hieruit vloeit voort, dat wij indien wij
voldoende afstand zouden kunnen nemen van een stoffelijk of zelfs kosmisch zijn, dat een
ruimtelijke uitdrukking in een tijdsbeleving vergt mogen stellen, dat ruimte, tijd en materie
onderling verwisselbare waarden zijn.
Dit lijkt misschien voor esoterie zeer technisch, maar het is de kern van een reeks van
beschouwingen. Indien n l. deze waarden onderling verwisselbaar zijn, dan zal de eindtoestand
van elk wezen door elk der drie factoren afzonderlijk maar ook door elke willekeurige
samenstelling van deze drie factoren beheerst kunnen worden, zonder dat het wezen zelf zijn
geaardheid en vermogen in wezen verandert.
De esotericus zoekt zichzelf te kennen. Bij deze zelfkennis echter gaat hij voortdurend uit van
beperkte verhoudingen, beperkte voorstellingen en definities. Hij zal zelfs daarbij voor zich
maatstaven aanleggen, die zijn voortgekomen uit zijn ogenblikkelijke wereld en niet uit zijn
eigen wezen. Het gevolg is, dat de esotericus daarbij slechts een deel van het “ik” zal kunnen
erkennen, omdat hij niet gewend of geneigd is verschillen in tijdsbeleving, verschillen van
massa, van geestelijke en stoffelijke beweging, mee te zien als maatstaven, aan de hand
waarvan de regels en wetten, die op dat ogenblik gelden, volledig kunnen worden vastgelegd.
Er is sprake van een voortdurend wisselend geheel in onszelf, waarbij alleen het wezen (of de
ziel) gelijk blijft. Evenzeer is er sprake van een steeds wisselende reeks van voorwaarden of
wetten, waaraan wij moeten voldoen. Het procédé van inwijding is dan ook in feite niet slechts
een erkennen van bepaalde waarheden, maar het vinden van een innerlijke evenwichtigheid,
waardoor een voortdurend harmonische aanpassing en elke wijziging van omstandigheden kan
worden bereikt.
Dit alles is betrekkelijk abstract, voorzover het de mens betreft. Ik heb getracht om mij
wederom in te denken in het menselijk bestaan en aan de hand daarvan een situatietekening
te geven, die voor een mens bruikbaar en hanteerbaar zou zijn. Dan stel ik allereerst dit: Elke
mens, die teveel met verleden en toekomst rekent, rekent met waarden, die buiten zijn
ogenblikkelijk wezen gelegen zijn. Want de betekenis van het verleden zowel als van de
toekomst wijzigt voortdurend, naarmate de mens als energie of massa gezien zich verplaatst
in de ruimte. Zij wijzigt zich verder naarmate de persoonlijke tijdsbeleving verandert en zij zal
nu eens een heel groot deel van het Al, dan weer slechts een zeer klein deel van eigen
gedachtevorm geheel omkleden. In het stoffelijk leven zou dus een reeks hulpregeltjes of
ezelsbruggetjes gebruikt moeten worden om vandaaruit althans tot een benadering van dat
kosmisch evenwicht en een beeld van dat kosmisch evenwicht te komen. Allereerst moeten wij
beginnen met te stellen:

Gastspreker over: De ruimte zelf
157
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

a. Slechts het heden met zijn betekenis is reëel, alle toekomst en alle verleden
onbelangrijk.
b. Het heden is - ook al kan ik het niet als zodanig aanvaarden of ervaren - een volledige
persoonlijkheidsuitdrukking voor mij.
c. Waar er voor mij geen definitieve maatstaven bestaan van goed en kwaad, wijs of
dwaas, licht of duister, zal steeds dit ogenblik met de nu in mij bestaande maatstaven
moeten worden gebruikt om aan de hand daarvan mijn eigen daad te zien en te
dirigeren.
Misschien klinken deze regeltjes u toch nog abstract. Maar stel u voor, dat u op een bepaald
moment een besluit moet nemen. Dit besluit kan de toekomst betreffen, dat is zeker maar de
toekomstige werking ervan is niet geheel te overzien. Het verleden is mede bevat in dit
besluit, daaraan is niet te ontkomen, maar de ervaringen van het verleden zijn alleen nog
geldend, voor zover zij deel van mijn wezen uitmaken en dus niet aan de hand van
herinnering, maar onmiddellijk tot mijn beschikking staan. Wanneer ik nu tot iets besluit
vanuit het heden, voorkom ik, dat ik b.v. door herinnering en schuldbewustzijn (foutieve
maatstaven, die niet volledig in mijn wezen ingewoekerd zijn) word geleid. Ik bereik dus een
grotere vrijheid van besluiten en een grotere besluitvaardigheid. Daar de toekomst mij op het
ogenblik wat koud laat, omdat ik besef haar niet geheel te kunnen overzien, zal mijn besluit op
de nu geldende normen en waarden gebaseerd zijn. Het zal voor mij juist zijn. Elke
toekomstige ontwikkeling zal ik kunnen corrigeren aan de hand van eenzelfde proces.
Zo leef je dus in de eerste plaats bewuster, sneller en vollediger.
En verder zul je door de volledigheid, waarmee het “ik” in elke daad en elk besluit geuit wordt,
ook dit ik gemakkelijker leren kennen. De gebeurtenissen, die van buitenaf komen, worden
dan niet beschouwd als een straf voor het “ik” of zelfs maar als een correctie van het “ik” zij
worden gezien als een aanvulling van het feitenmateriaal, waaruit wij kunnen putten.
Alleen die gebeurtenissen, die ons werkelijk beroeren en raken, hebben zin. De volkswijsheid
pleegt te zeggen, dat een schip op het strand een baken in zee is. Maar dit kan alleen maar
waar zijn, als dit schip op het strand voor ons een zodanige vrees heeft betekend, dat wij aan
de hand daarvan besluiten voorzichtiger te zijn. Dit komt in een mensenleven betrekkelijk
weinig voor. Tracht u dus niet teveel bezig te houden met voorbeelden, die u a.h.w.
kunstmatig schept maar ga wel in voor zover het u mogelijk is op al datgene, wat u emotioneel
beroeren kan. Het is daardoor, dat u een zo groot mogelijke ervaring krijgt. Het is daardoor,
dat de buitenwereld voor u betekenis krijgt als een factor, die u steeds weer op het voor u
juiste deel richt.
Ik weet, dat menig mens in de esoterie verder ook zoekt naar de directe uiting van geestelijke
waarden en krachten. Ook deze zijn voor een normaal en doorsneemens niet te controleren.
Want wat u geest. pleegt te noemen, kan evengoed worden uitgedrukt als het eigen wezen,
gelijktijdig met het erkende bestaan ook levende in een andere verhouding van massa, tijd en
ruimte. Dientengevolge zal het onderhevig zijn aan andere wetten, zullen er andere normen
(indien u het zo wilt noemen een andere moraal) gelden voor die geest dan voor uw stof. Deze
beide zijn niet in een volledige overeenstemming met elkaar te brengen. Wel is een voor beide
factoren aanvaardbaar gemiddelde te vinden. Bij het zoeken naar de geest zullen wij dus
indien wij dit in de stof willen verwerkelijken rekening moeten houden met het feit, dat tijdelijk
stoffelijke regels van mogelijkheid, van aanvaardbaarheid, van doelmatigheid terzijde dienen
te worden gesteld. Alleen dan kunnen wij de krachten van de geestelijke factor, waarmee wij
werken, sterker kenbaar maken.
Het ezelsbruggetje voor de mens hierbij is eenvoudig: Elke ware geestelijke bereiking
openbaart zich tweeledig allereerst in een innerlijk bewustzijn, in de tweede plaats in een
uiterlijke waarneming. Geestelijke bereikingen, die falen een van beide tekenen te tonen, zijn
voor de mens niet voldoende volmaakt en belangrijk, om daar aan dacht aan te besteden. Het
is beter ofwel daaraan voorbij te gaan, danwel door oefening te trachten alsnog de tweeledige
uiting te bereiken.

Gastspreker over: De ruimte zelf
158
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Alle werkingen, die wij van andere geest verwachten, mag slechts worden gezien als een
hoeveelheid van kracht of energie, die ons eigen wezen ter beschikking komt. Deze kracht of
energie kan beperkt zijn in bepaalde richtingen, zodat haar geaardheid in zekere zin bepaald
is. Alle gebruik van de voor ons beschikbare geestelijke krachten wordt echter via eigen
bewustzijn tot stand gebracht.
Het is belangrijk te beseffen, dat de mens zelf te allen tijde de dirigerende kracht is, ook voor
geestelijke krachten, die hij oproept of waarmee hij werkt. Slechts indien de mens zichzelve
zou vergeten en dus totaal het eigen bewustzijn zou uitschakelen, is het mogelijk dat een
geestelijke kracht werkzaam wordt. Maar dan geldt weer: Op het ogenblik, dat geestelijke
krachten anders dan de eigene optreden in de mens, zullen alle waarden en maatstaven, die
voor die mens normaal gelden, terzijde zijn gezet. Hoe intenser sprake is van een
overheersing of inbezitneming, hoe juister en duidelijker tot uiting zal komen, dat het totale
wezen een verandering ondergaat, die niet slechts stil blijft staan bij denkwijze en mores,
maar die doorgrijpt tot zelfs in de stoffelijke processen toe.
Hiermee probeer ik u wederom iets duidelijk te maken. Het is voor de mens belangrijk, dat hij
leert in de komende tijden bepaalde paranormale gaven te ontwikkelen. Het is zeker evenzeer
belangrijk voor de mens, dat hij leert in zich de eigen geestelijke kracht of de van anderen
verkregen geestelijke kracht juist te richten. Hij kan dit alleen doen, wanneer hij beseft, dat
stoffelijke en geestelijke krachten verschillende soorten belemmeringen kennen, dat een
samenwerking van stof en geest nooit volledig kan zijn, omdat er een verschil van maatstaven
bestaat en wanneer hij verder beseft dat zijn eigen innerlijk beleven van zeer groot belang is
voor het richten van geestelijke kracht.
Ik vraag mij af wat ik uit het vele, dat ter beschikking staat, in de korte tijd mij toegewezen u
nog moet voorleggen. Misschien mag ik u nog even herinneren aan de kwestie van de z.g.
verschillende dimensies.
Wanneer er een verschil is van verhouding in massa, ruimte en tijd, dan zal er bij een
gelijkblijvend bewustzijn een andere uitingsmogelijkheid ontstaan. Die andere
uitingsmogelijkheid kan voor de mens reëel worden geacht voor al die delen van zijn wezen,
die niet onmiddellijk tot het stoffelijk en drie dimensionaal stelsel behoren, waarin hij meent
geheel te bestaan. Elke mens wordt dus geregeerd door krachten, die alle volgens
verschillende maatstaven handelen. Deze maatstaven zullen echter gezien een gedeeld
ervaren tussen al deze voertuigen aanleiding zijn tot vele, schijnbaar strijdige impulsen.
Natuurlijk weten wij, dat de stof mens een bepaald aantal impulsen heeft, die wij dierlijk of
pseudo-mechanisch zouden kunnen noemen. Daarnaast echter ontdekken wij, dat elke mens
een aantal gedachteprocessen kent, waarbij sommige de stoffelijke factoren aanmerkelijk
versterken, andere daarentegen deze remmen en bijna machteloos maken. Dit kan aanleiding
zijn tot ziekte processen het kan aanleiding zijn tot een gedrag, dat afwijkt van de norm het
kan ook aanleiding zijn tot een buitengewoon succes bij de medemens. Dat ligt maar aan de
wijze, waarop deze afwijking tot stand is gekomen.
Wanneer wij nu naar zelfkennis zoeken, zullen wij altijd proberen de maatstaven van onze
eigen wereld te laten gelden. Maar wanneer wij de maatstaf van eigen wereld onbeperkt
aanleggen, zullen wij daarmee de geestelijke inwerkingen verwerpen, voor zover het ons
bewustzijn betreft. Wij maken ze dus tot onbewuste en ook weer semi-automatische of
pseudo-automatische processen. Dit is niet begeerlijk. Een mens kan niet totaal meester zijn
over al zijn voertuigen en de stof in volkomen gelijke mate. Een volledige beheersing van de
stof betekent b.v. nog niet het oplossen van verschillen in de geest. Hoe meer wij echter
beseffen wat er in ons werkzaam is en hoe zich dit uit, hoe eenvoudiger het voor ons zal zijn
juist door de erkende verschillen, bestaande tussen geestelijke voertuigen en het stoffelijk
voertuig tot een rationeel handelen te komen, waarbij wij aan beide factoren een zekere
voldoening niet misgunnen.
Geloof mij, voor een mens die esoterisch streeft zijn sommige bewustzijnsfasen haast dodelijk.
Ik wil er enkele van noemen.
Gastspreker over: De ruimte zelf
159
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

a. Schuldbewustzijn. Schuldbewustzijn verbreekt elke relatie met andere verhoudingen,
werpt zich met uitsluiting van de rede op gebeurtenissen, die niet herstelbaar zijn bindt
zich daaraan volledig wordt beheerst door condities, die zelfs niet geheel reëel
geconstateerd worden. Gevolg: verwringing van persoonlijkheid.
b. Rechtsgevoel. Hierbij bedoel ik niet het normale gevoel voor wat men onder mensen
voor recht pleegt uit te maken, maar het gevoel rechten te bezitten, het recht te
hebben tot oordelen. Op het ogenblik n.l. dat wij menen rechten te hebben, die uitgaan
buiten onze eigen persoonlijkheid, zijn wij geneigd de eigen persoonlijkheid, te
verwaarlozen om deze rechten in versterkte mate tot uitdrukking te brengen. Het
resultaat is wederom, dat ons leven geconcentreerd is op vele dingen, die ons absoluut
niet aangaan, dat wij een vertekening van stoffelijke omstandigheden zien, maar
gelijktijdig onze geestelijke impulsen niet zo volledig kunnen uiten als wel gewenst zou
zijn, waar wij immers niet in onszelf maar in anderen proberen deze te verwerkelijken.
Het gevolg is verwarring.
c. Besef wel, dat egoïsme een van de meest dodelijke euvelen is, die de mens kunnen
bedreigen, waar zij hem afsluiten van het beleven van zijn wereld en door een te
voortdurende zelfbeschouwing elke handeling en elk oordeel onjuist maken t.o.v. het
geheel. Aan een egocentrisch denken, waarnemen en beleven echter is niet te
ontkomen. Degene, die tracht dit te doen, zou ofwel moeten gaan tot de hoogste vorm
van wezen, die zelfs in zuivere energie nog onvolledig is uitgedrukt, danwel hij zou
moeten leven in alles rond hem met een volledig besef daarvan. Beide fasen zijn voor
de doorsneemens onbereikbaar. Ga uit van uw eigen wezen, uw eigen leven. Leef in de
wereld, zoals u die kent en leef daarin zo eerlijk als u kunt. Tracht niet te ver uit te
gaan boven het voor u kenbare. Wanneer u zich bezighoudt met abstracte werelden,
doe dit dan alleen voor zover uw eigen wezen die voorstellingen verwerken kan. Op
deze wijze komt u ongetwijfeld geestelijk verder.
En dan wil ik u ten laatste nog wijzen op iets anders. De verhoudingen, die u kent en als vast
ziet op deze wereld, wijzigen zich in feite voortdurend. Er is nooit sprake van een stabiele
toestand of zelfs maar van een stabiele vorm. De stabiliserende factor is n.l. niet zoals u zou
denken de materie of de materiele verhouding, maar het menselijk bewustzijn, dat elke
wijziging die te plotseling komt verwerpt en door deze orthodoxie schijnbaar een langzame
verandering doet optreden, ook waar zij acuut en direct was. Deze orthodoxie is moeilijk te
bestrijden, maar wij dienen ons wel te scholen om ook het voor ons schijnbaar onredelijke en
onlogische nader te beschouwen. Wij moeten trachten voor onszelf open te staan voor alle
waarden, die zich ook maar enigszins in beroering net voorstellingsleven, gevoelsleven en
redelijk denken aan ons tonen kunnen. Zelfs de onbegrepen factoren van de geest zullen wij
moeten trachten te zien, ook wanneer ze zich plotseling wijzigen.
Heel vaak treden in het mensenleven wijzigingen op, die schijnbaar van dag tot dag
verandering van stemming geven, terwijl deze stemmingen symptomatisch zijn voor een
feitelijke verandering, die zich dan b.v. over 12 tot 14 maanden uitspreidt. In feite was de
stemmingsverandering identiek met de toestandsverandering. De mens, die dit niet realiseerde
en daardoor nog een lange tijd volgens oude en niet meer juiste normen handelde, liet
daardoor voor zichzelf menige mogelijkheid tot bereiking en beleving voorbijgaan. Zijn
orthodoxie, zijn onvermogen om zich aan een plotselinge wijziging aan te passen, heeft menig
mens vele jaren en eeuwen van bewustwording gekost. Ook hier zou ik u willen toeroepen:
Leef zoveel ge kunt in het heden. Leef zoveel ge kunt in overeenstemming met de condities
van dit ogenblik. Wees daarbij zo eerlijk mogelijk, ook wanneer de wijzigingen voor u niet
vleiend of niet aangenaam schijnen te zijn. Reageer daar onmiddellijk op. Besef dat anderen
traag zijn en dit niet zien. Maar u, die dit wel hebt geleerd te zien en aan te voelen, kunt
daarop reeds nu reageren. Het geeft u grote voordelen in bewustzijn en daarnaast ongetwijfeld
ook in de materie, waar u op fouten kunt wijzen en duiden, die anderen pas veel later zien.
Hierdoor kunt u ook voor anderen belangrijk zijn en hen in vele dingen helpen.
Ik hoop, vrienden, dat u mijn kleine bloemlezing niet geheel wilt verwerpen. Indien mogelijk
zou ik zelfs gaarne de laatste zitting van uw groep nog opluisteren vergeef mij deze enigszins
Gastspreker over: De ruimte zelf
160
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

naar zelfroem klinkende woorden door nog een aantal andere factoren met u te bespreken
tendele ook nog in verband staande met de kwestie tijd, ruimte en massa, daarnaast echter
ook met de ziel, die op zichzelf belangrijk genoeg is naar ik meen om daaraan een
afzonderlijke beschouwing te wijden. Ik dank onze vrienden van de Orde voor hun gastvrijheid
en dank u allen voor uw aandacht.
o-o-o-o-o

NABESPREKING

Zo, vrienden,
dit was een lesje van iemand die heel wat hoger staat, dan u misschien zo alleen uit zijn
woordkeus zou opmaken. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt, wanneer ik tracht om een
paar dingen die hij gezegd heeft te verduidelijken. Het is n.l. wel prettig wanneer dat gebeurt.
Wanneer hij spreekt over die onderlinge verwisselbaarheid van tijd, ruimte en massa, dan wil
hij daarmee eigenlijk alleen dit zeggen: Het zijn drie uitingen van dezelfde kracht. En wanneer
op een gegeven ogenblik snelheid in ruimte toeneemt, wordt massa oneindig, maar wordt
gelijktijdig tijd voor die massa ingekrompen tot een minimum. En zo zijn er veel van die
verhoudingen aan te geven in de techniek en elders.
Wanneer wij nu een mens zien, zijn wij niet geneigd te denken, dat hij daar ook bij hoort.
Maar je zou kunnen zeggen, dat de mens eigenlijk met verschillende snelheden tegelijk leeft.
(Het klinkt een beetje gek. Het ene heeft meer massa, het andere meer tijdsbeleven, nog iets
anders heeft meer kracht en weer iets anders heeft meer ruimte.) Nu zal het sommigen van u
wel eens zijn opgevallen, dat bij uittreding b.v. het eigen “ik” plotseling veel groter lijkt. Je
hebt het idee, dat je als een enorme mens over een soort vlooientheater toneeltje heen staat,
waarop zich dan de aanschouwde scène afspeelt. Hier hebt u dus het effect van een gewijzigde
ruimtelijke verhouding voor het bewustzijn.
Deze dingen spelen een heel grote rol. En ze zijn dan ook betrekkelijk belangrijk. Het is voor u
praktisch onmogelijk om alle wetten die dit regeren, onmiddellijk te begrijpen en het heeft
weinig zin u hier de formules te geven, die ermee in verband staan. Maar u weet nu in ieder
geval dus waaraan het kan liggen, dat je plotseling het idee hebt, dat je enorm groot bent of
enorm klein. Hoe het kan zijn dat het ene ogenblik de gedachten binnen een minuut een half
mensenleven doormaken, terwijl ze soms in een uur slechts een ogenblik kennen. Dat staat
allemaal hiermee in verband. Maar nu wordt tevens gesteld, dat bepaalde lagen, van uw
persoonlijkheid (de voertuigen) af gesteld zijn op een zekere verhouding van massa, ruimte,
en tijd. Waarmee dus de grondslag van het betoog van onze vriend naar ik hoop u wat
duidelijker is geworden.
Dan heeft hij verder nog veel naar voren gebracht, dat m.i. al thans geen directe uitleg
behoeft, voorzover het praktisch is. Maar hij heeft ook u getracht te vertellen en dat kon ik
veel beter aanvoelen dan u, omdat de gedachten hierbij ook een rol spelen dat eigenlijk het
hele leven zo eenvoudig is, wanneer je je maar beperkt tot het heden en wanneer je alles wat
in het heden optreedt tot zijn eenvoudigste normen terugbrengt. Ook in je handelingen, ook in
je werken. Hoe complexer de mens zijn eigen persoonlijkheid maakt, door daaraan steeds
meer dimensies toe te voegen, hoe onstabieler die persoonlijkheid wordt, De esoterie heeft het
gevaar menige mens minder stabiel te maken, wanneer hij niet redelijk blijft denken. Je raakt
dan zoals het heet met je voeten van de grond, je gaat zweven. Maar in feite ga je reageren
volgens waarden, die helemaal niet werkelijk zijn voor jou.
Toch zijn er bepaalde geestelijke krachten, die voor ons wel werkelijk zijn. En hier wijk ik dan
af van hetgeen onze goede vriend, de gastspreker, heeft gezegd.
Gastspreker over: De ruimte zelf
161
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Wij weten heel goed dat er in ons krachten zijn. Magnetische kracht b.v. ís er, maar ze is er
niet altijd. Wij weten dat suggestieve kracht soms een enorm overwicht kan scheppen en dat
je het volgend ogenblik daarbij volledig faalt. Dit moet allemaal zin en betekenis hebben. Dit
moet worden bezien in het geheel van de kosmos. En dan mogen wij daarvoor dít stellen.
Op het ogenblik dat ik een bepaalde geestelijke kracht wek, moet ik met die geestelijke
afmetingen, snelheden en tijdsverdelingen zoals onze vriend ze zou noemen in
overeenstemming zijn. Ik moet in mijzelf grijpen naar dat vlak, waarop de voor mij
hanteerbare en begeerde kracht aanwezig is. Vervolgens moet ik die kracht omzetten in iets
stoffelijks. Dat kan bij het magnetiseren een gebaar zijn, dat op zichzelf overbodig zal blijken,
maar dat in vele gevallen juist door zijn daad de verbinding kan betekenen tussen het
bovennatuurlijke en het natuurlijke. Wij vinden ditzelfde bij de suggestie. Wanneer wij het
beeld hebben gevonden, dat noodzakelijk is en wij kunnen daar zelf intens in geloven, dan is
ons geloof op dat ogenblik voldoende om de volledige suggestie met woord, gebaar ja, zelfs in
een stilzwijgen (alleen door houding, door uitdrukking en uitgestraalde gedachten) aan
anderen over te brengen.
Zo moet het ongetwijfeld ook zijn, wanneer het gaat om bewustzijnswaarden. Wanneer wij een
zekere bewustzijnswaarde hebben opgevangen ergens in een kosmisch niveau. en wij willen
die waarde voor onszelf volledig verteren en ververken, dan kunnen wij haar nooit overzien op
ons eigen vlak, tenzij ook daar een uiting is gegeven. Esoterie vraagt daarom naast de
normale overpeinzingen en overwegingen heel vaak bepaalde oefeningen. Ik denk hierbij b.v.
aan yoga. Ik denk aan rituelen, die overal beleefd worden. Ik denk hierbij zelfs aan een
gebedsuiting of aan de behoefte een medemens eens even iets goeds te doen, alleen maar
voor die beleving. Het vreemde is, dat door die handeling, die daad, plus de intentie ermee
verbonden, het mogelijk is binnen de mens hoger bewustzijn, dat normaal niet stoffelijk
verwerkelijkbaar is, om te zetten in een voor de stof bevattelijke vorm en zo ten dele maar
voor het gedeelte, dat wordt opgenomen, volledig vast te leggen in het bewustzijn. Op die
wijze is het voor ons mogelijk een steeds groter en groeiend begrip te krijgen voor de vaste
verhoudingen van onze, eigen, wereld, die in feite vaste wijzigingen zijn (dus vast optredende
wijzigingen), terwijl wij daarnaast een besef krijgen voor de compenserende functies, die alle
andere werelden, die op het ogenblik niet tot ons bewustzijn behoren, daar tegenover
uitvoeren. Een begrip voor de verschuiving van de werking van de sferen onderling en
daarmee ook een voortdurend veranderen van de wisselwerking tussen menselijke voertuigen
en menselijke stof geeft over het algemeen de sleutel tot het eigen werkelijke wezen en
daarmee tot de totale en volkomen esoterische bereiking.
Vrienden, dat is niet veel misschien voor vandaag, maar ik vind het genoeg. Denk erover na en
hebt u er vragen over, de spreker ha de pauze zal u ongetwijfeld te woord willen staan. Ik
hoop, dat u er niet alleen mooie gedachten in vindt, maar ook iets dat je praktisch kunt
hanteren, waarin je als mens je ook vast kunt bijten.

Tweede gedeelte

EEN UITEENZETTING VAN DE BEDOELINGEN VAN DE ESOTERISCHE KRING VOOR HET
VOLGEND JAAR

U hebt gemerkt dat wij het af gelopen jaar met die esoterie langzaam maar zeker — ook al via
vele herhalingen — getracht hebben te komen op een vlak, waarin esoterie en magie zo’n
beetje samengaan. Daarnaast. hebben wij getracht om zo hier en daar ook een beetje de
gevoelswaarde te beroeren. Alles bij elkaar hebben we dus een opbouw gepleegd, waaruit
eventueel later een verdere kring kan voortkomen. Nu is het duidelijk, dat gezien de
omstandigheden op deze wereld we ook een beetje meer aan de praktijk moeten gaan
beginnen. Wij zouden dus het volgend jaar de esoterie op een zo mogelijk praktischer basis

Gastspreker over: De ruimte zelf
162
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

willen schoeien dan tot nog toe, wie er allemaal bij kan komen, zoals dat heet, dat merkt u
vanzelf wel, dat staat in het programma.
Wat wij u in deze tijd te bieden hebben? In de eerste plaats vele praktische raadgevingen op
esoterisch terrein, daarnaast ook aanwijzingen op magisch terrein op psychologisch terrein. Al
deze dingen. tezamen zouden er toe moeten bijdragen, dat we aan het eind van het volgende
verenigingsjaar weer zouden moeten kunnen beginnen met een geestelijke scholingsgroep,
waarmee wij dan weer wat verder gaan. Wij hopen dat dit experiment dan vruchtbaarder zal
zijn dan in het verleden. Wat moet ik eigenlijk precies verder vertellen van hetgeen wij gaan
doen? Een esoterische groep is nu eenmaal niet gemakkelijk vast te leggen. Voor een groot
gedeelte hangt hetgeen wij kunnen en zullen brengen ook af van de mensen zelf, de sfeer die
zij scheppen, hun belangstelling, hun reactie in gevoel en in rede. Natuurlijk zullen wij,
wanneer het even mogelijk is, ook het komende jaar gebruik gaan maken van gastsprekers.
Dat zal waarschijnlijk niet direct met de eerste les kunnen gebeuren, want je moet eerst
zorgen dat je een bepaalde eenheid bereikt hebt, voordat je daarmede kunt doorgaan. Wat die
gastsprekers ongeveer zijn en wat ze te zeggen hebben, dat hebt u ook van avond weer
kunnen vaststellen en u hebt het al verschillende malen meegemaakt. U krijgt op deze wijze
een inzicht in verschillende ziens- en denkwijzen, samenhangende met de esoterie en u kunt
door uw vraagstelling en het opgeven van onderwerpen ook wel degelijk daar verdere
toelichtingen op krijgen. In de praktijk zal echter wel dit gelden: wij zullen bij deze esoterie
trachten om de vragen dus te beperken. Vragen, die gesteld worden, omdat iets onduidelijk is,
zijn natuurlijk volkomen juist en die zullen ook beantwoord worden. Zodra wij echter zouden
komen tot het stellen van vragen, die met de eigenlijke esoterie weinig of slechts zeer
zijdelings samenhangen of vragen, die heel weinig te maken hebben met de onderwerpen, die
wij zelf hebben aangesneden, zullen wij die in de toekomst toch wel een klein beetje gaan
verwerpen.
Nu is er nog wel een punt bijv. In het komende jaar zullen wij de beantwoording van vragen
op zuiver esoterisch, op semi-magisch terrein, op psychologisch terrein een beetje beter
trachten aan te passen aan de personen in kwestie. Dus wij gaan niet meer de vraag, in het
algemeen beantwoorden, maar wij zullen ons daarbij dus meer speciaal trachten te richten op
de bedoelingen, intenties en problemen van de vraagsteller/ ster, Wij doen dat op het ogenblik
natuurlijk ook al, maar het is altijd prettig wanneer dat weer eens een keer extra kan
gebeuren, waardoor het mogelijk is, dat sommigen misschien een meer bijzondere leiding
krijgen. Verder ligt het in de bedoeling in het komende jaar, wanneer daarvoor belangstelling
is en mogelijkheid, eens een paar extra bijeenkomsten speciaal eigenlijk een soort
vraagavonden te beleggen (drie of vier hoogstens in het hele jaar), waaraan dan leden van de
vroegere G.G.S. en inwijdingsschool, maar ook leden van de esoterische kring, die zich daar
rijp voor achten, kunnen deelnemen. De bedoeling is op die avonden in te gaan op problemen,
die laten we zeggen op wat hoger niveau liggen, die wat meer te maken hebben met de
praktijk van magie, kortom, alles wat zo’n beetje met die cursussen kan samen hangen. Dan
hebt u zo ongeveer een beeld. Ik geloof dat dit voldoende is. Ik hoop niet, dat u zich hierdoor
hebt laten afschrikken, of dat ik het zo aantrekkelijk heb gemaakt door deze opsomming, dat u
zegt: Ik moet er met alle geweld bij zijn want ik voel wel niet voor de esoterie, maar wat daar
gebracht wordt, daarvoor voel ik wel. Want u zult zelf ook moeten werken, anders komen wij
niet tot resultaten. Zijn er nog andere vragen?
Het karakter van de mens is eigenlijk het resultaat van zijn mens zijn. Er zijn alle mogelijke
karaktereigenschappen, die in een zekere persoon in een zekere aaneenrijging
samengevoegd zijn. Wat heeft dat nu als zodanig te maken met het werkelijke wezen van
de mens?
Wat wij het menselijk karakter noemen is van heel wat factoren afhankelijk. Zoals u weet
spelen daar bepaalde genetische eigenschappen een rol dus bij de voortplanting wordt al een
deel van het karakter bepaald. Dan weten wij verder dat het karakterwijzigingen kan
ondergaan door het functioneren van bepaalde organen goed of niet goed, overvloedig of niet
overvloedig, het ontstaan van wijzigingen in interne secreties, kortom er zijn duizend en één
redenen op te noemen, waardoor een karakter zou kunnen veranderen. Dit alles is natuurlijk
Gastspreker over: De ruimte zelf
163
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

stoffelijk. Maar wij mogen een ding niet vergeten dat bij dat karakter de snelle reacties ook die
schijnbaar automatische reacties en instellingen alle plaatsvinden via de hersenen. Er zijn
maar betrekkelijk weinig karaktereigenschappen, die vrij tot de grote zenuwknooppunten
kunnen verrijzen als een direct automatisme. En juist die hersenen zijn voor de geest
betrekkelijk gemakkelijk bereikbaar. Het gevolg is, dat een geest die sterk is b.v. een
afscheiding van interne secreties kan wijzigen. Zij kan onder omstandigheden zelfs een
bepaalde kwaal in het lichaam veroorzaken, dan wel een aanwezige kwaal wijzigen of genezen.
Dat betekent dus dat de geest een groot gedeelte wijzigen kan van het oorspronkelijk
karakter, waarmee zij werkt. Voor een mens zou ik dan ook willen zeggen: de persoonlijkheid,
waarmee je als mens te maken hebt, bestaat uit het stoffelijk karakter plus de geestelijke
impulsen, die daarin een bepaalde wijziging brengen.
Zou je het vanuit de geest willen bezien, dan ga je stellen: Ach, al die stoffelijke
eigenschappen zijn van weinig of geen belang. Wat belangrijk is voor de persoonlijkheid, is in
hoofdzaak het totaal van bewustzijn, dat de geest bezit, de eigenschappen en richtlijnen, die
zij daaruit naar voren weet te brengen en de benadering van die geest als geheel van de
kosmos als geheel. Dat drukt voor ons eigenlijk geestelijk de persoonlijkheid uit. En hierin zien
wij dan ook weer optreden gedachtebeelden, ook soms obsessies wij zien een geestelijk
trauma in zijn invloeden optreden, dat is dus niet alleen maar stoffelijk in de hersenen, dat kan
ook verder gaan, het kan een soort verwonding zijn voor de geest. En al die dingen tezamen
maken die persoonlijkheid uit. Maar voor een stofmens zou ik zeggen: reken nu maar heel
eenvoudig, dat de persoonlijkheid, waarmede wij te maken hebben, de mens is met zijn
stoffelijk bepaald karakter, zijn stoffelijke en genetisch bepaalde eigenschappen, plus de
stoffelijk ontstane wijzigingen daarin echter beheerst door of slechts zeer ten dele beheerst
door, de geest, die met haar eigen werkingen en invloeden die persoonlijkheid wijzigt en stuwt
in de richting van het door haar gewenste beleven. Is dit voldoende?
Daar zou ik dan nog één ding aan willen toevoegen, n.l. dit: Als je tot zekere inzichten
komt, die a.h.w. zoals we hier zeggen uit het onbewuste komen, is dat een impuls van de
geest of is dat zuiver uit het onbewuste of zijn dat werkingen van die twee samen?
Wij kunnen natuurlijk stellen, dat die impulsen altijd via het onderbewuste komen. In het
bewustzijn zelf (dus het directe waakbewustzijn) is n.l. een zodanige activiteit, dat geestelijke
impulsen daarin worden overspoeld door de directe bewustzijnsimpulsen. Het onderbewustzijn
(dus het minder actieve gedeelte) is meer vatbaar voor de beïnvloeding van de geest en daarin
zien wij in de eerste plaats de invloed van de geest ontstaan. Wat dus naar voren komt, zal
over het algemeen een mengsel zijn van eigen onderbewustzijn (verdrongen denkwijzen zelfs)
met daarnaast ook geestelijke ervaring, geestelijke bewustzijn, geestelijk willen en eventueel
ook geestelijke waan. Want al die factoren zijn in het onderbewustzijn afgedrukt en kunnen
dus via het onderbewustzijn worden door gegeven aan het bewustzijn. Is het duidelijk?
Kunt u behandelen de eigenschap moed contra vrees ? Moed is toch het overwinnen van de
vrees. Is dit een zuivere geestelijke eigenschap?
Neemt u mij niet kwalijk, wat de wereld moed noemt is over het algemeen een gebrek aan
intellect. M.a.w. wij spreken nu wel over moed, maar werkelijke moed bestaat eigenlijk niet.
Wat men moed noemt is een onvolledig inzien van bepaalde consequenties en daardoor een
handelen, dat vaak door instincten bepaald wordt (soms door training) i.p.v. door bewust en
verstandelijk denken. Vrees daarentegen is iets wat volledig eigen is aan de mens. Het is n.l.
het erkennen van eigen tekortkomingen en wordt versterkt en dat is voor mens en geest gelijk
met de vrees voor de vorm, die deze tekortkoming kan aannemen bij een verdere
ontwikkeling. Wanneer wij die vrees overwinnen, dan is het eigenaardig genoeg geen moed
het is alleen dat wij iets anders minder vrezen dan de vrees, die wij onmiddellijk kennen en zo
overwinnen.
Dat klinkt natuurlijk erg ingewikkeld, maar het is eigenlijk heel eenvoudig. U moet b.v. een
inwijding ondergaan. Daarvoor moet u de doodsbeleving doormaken. Dan bent u natuurlijk
bang voor die dood, maar u bent nog veel banger dat u dat geestelijk peil, dat geestelijk
plafond, niet bereiken zult. Daardoor wordt de eerste vrees door de tweede vrees verdrongen.
Het resultaat is, dat de mens zegt dat u moedig bent want hij ziet wel de vrees voor de dood,
maar hij ziet niet de achterliggende vrees. En als wij daarover gaan praten, kunnen wij zelfs
Gastspreker over: De ruimte zelf
164
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

vaststellen, dat veel van de betoonde moed bij het redden van drenkelingen zowel als op het
slagveld in feite is een zekere angst. Een soldaat blijft alleen doorschieten, terwijl iedereen zich
heeft teruggetrokken. Dan kan het heel goed zijn, dat dit de enige reactie, is op een angst, die
het hem onmogelijk maakte terug te gaan, totdat het te laat was. Iemand springt in het water
om een ander te redden, omdat hij bang is dat hij het zich anders zijn hele leven zal verwijten,
dat hij die mens heeft laten ondergaan. Die processen kunnen vaak onder bewust zijn. Dus
laten we a.u.b. niet teveel over, moed spreken in esoterisch opzicht, want dan moet en wij
haar ontrafelen en dan blijft er maar een ontluisterde dwaasheid over.
Dus uiteindelijk is het zuiver egoïsme..
Zuiver egoïsme zou ik het niet noemen. Want juist de hoogste moed, zoals men het wel eens
noemt op esoterisch terrein (dus de hoogste vrees), komt voort uit een vrees om te falen
tegenover God en daarmee het contact met de kosmos en de verantwoordelijkheid, die men
heeft voor die kosmos, te verliezen.
Dus een zelfbehoud.
Er is altijd een zelfbehoud aan gekoppeld.
Maar dan bestaat het hele begrip moed dus niet. Want als je b.v. van iemand
verschrikkelijk veel houdt en je vergeet daardoor het gevaar en je wil zo iemand helpen of
redden of beschermen en je vergeet daardoor het werkelijke gevaar, dan vrees je het
verlies meer dan het gevaar. Met het verlies, maar dat die ander lijdt.
Bij voorbeeld, wat dus ook een soort verlies inhoudt. Misschien kunt u het zo niet
interpreteren? Ik laat u graag uw eigen wijze van formulering.
Het is toch jammer, dat dit begrip zo ontluisterd wordt, want we hechten er zo veel waarde
aan, als mens zijnde.
Jammer genoeg wel. De opmerking, die ik hier maak, moet u beschouwen als behorende in het
kader van esoterie, dus het streven naar zelfkennis. Dat wil ik er even bij zeggen. Maar
wanneer de mensheid minder een beroep had gedaan op moed en minder die moed tot een
soort dwangcomplex in de mensen had gemaakt, dan zouden er minder mensen de behoefte
hebben om helden te worden ten koste van anderen. Dan zouden er minder mensenlevens
verloren gaan. Dan zou er minder gebeuren, wat negatief is. Want het vreemde is: de zg.
moed op de wereld, die het meest wordt geroemd, is over het algemeen de moed der
dwaasheid, die voor anderen mede ondergang kan betekenen,
Maar het kan daarentegen ook de redding van een ander betekenen. In dat geval is het
geen moed. Het is een besef van omstandigheden, waarbij men voor een ander iets meer
vreest, dan nu ja, laten we maar weer een voorbeeld nemen. We kunnen zeggen, dat er
voor Pasteur een grote moed nodig was om zijn serum voor hondsdolheid te vervaardigen.
Dat is inderdaad waar vanuit menselijk standpunt. Maar in feite had hij er kinderen aan zien
sterven. Hij wist dus daardoor wat de ondergang betekende. Hij kon dit lijden niet verdragen
en was bereid elk risico te lopen om dit lijden niet meer te ondergaan.
Dat is dus naastenliefde.
Inderdaad. Of wat we dan esoterisch beter kunnen zeggen een eenheidsgevoel, waarbij het ik
zich uitbreidt over anderen.
Dat noemen we toch liefde?
Uitstekend, noemt u het liefde. We zullen hier niet over een woord gaan vallen of vechten,
want dat heeft weinig zin. U kunt iets liefde noemen en een ander ziet in liefde weer iets heel
anders. Begrippen van liefde lopen van neem me niet kwalijk de slaapkamer tot de hele
wereld. En ieder heeft er zijn eigen interpretatie van. Dat is niet belangrijk. Ik geef u alleen de
formulering zo juist mogelijk vanuit mijn standpunt. Daarnaast kunt u de eigene gebruiken.
Hebben we nog meer vragen? Of een onderwerp?
Misleiding in de vorm van een woord. De begrippen, die wij hebben, die bepaalde waarden,
dat is dus eigenlijk een misleiding, omdat we het ophangen aan een woord.

Gastspreker over: De ruimte zelf
165
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Ja, dat is het begrip Babel. Een begrip van de misleiding kan worden gekoppeld aan het bijbels
verhaal van de toren van Babel. Toen het bouwwerk, dat de mens wilde oprichten om de
hemel te raken, te ver was gevorderd en de mens te trots was op hetgeen hij betekende,
verwarde God zijn taal, zijn spraak en men verstond elkaar niet meer. Zo ongeveer staat het
geschreven. Maar datzelfde zien wij overal. Wanneer een mens op een gegeven ogenblik iets
bereikt - of dat nu is een wereldvrede of een atoombom - dan gaat hij zichzelf en anderen
misleiden, omdat hij niet meer dezelfde taal spreekt als een ander. Een wetenschapsmens, die
over een raket praat en een militair, die over een raket praat, gebruiken beiden dezelfde
termen, dezelfde technische definities en omschrijvingen. Maar ergens is er een niet meer
begrijpen, een niet meer verstaan. De militair wordt vaak misleid door de potentie, die de
wetenschapsmens aan die raketten toekent. Omgekeerd wordt de wetenschapsmens misleid
door de eisen, die de militair stelt. Zij begrijpen elkaar maar zeer ten dele.
Andere voorbeelden zijn er te over. Neem b.v. een van de meest bekende vormen van
misleiding, de zg, advertentie. Wanneer ik in een advertentie een laxeermiddel aankondig, dan
zijn er velen, die zich daarvoor een beetje generen. De attractie is niet groot. Zou ik een zelfde
middel echter als een afslankingsmiddel aankondigen, dan zijn er velen, die slank willen
worden en die dan de laxerende werking als iets weldoends zullen ervaren. Wat is nu hier de
vraag? Wie misleidt?, De adverteerder misleidt bewust zijn cliënten, want hij weet dat zijn
middel á priori een eigenschap heeft, waarover hij niet of zo weinig mogelijk spreekt. Het
andere is ten hoogste een mogelijk en secundair effect. Maar ook de koper van net product
misleidt zichzelf. Want hij voelt heel goed aan wat.hij koopt maar hij koopt een illusie. Hij
koopt een illusie, omdat hij zoveel bereikt heeft, dat hij meer wil zijn. Vroeger was er een
regel: De mens die zich bekommert om zijn eigen schoonheid, is een mens, die zich niet
voldoende te bekommeren heeft om zijn levensonderhoud. En in de meeste gevallen blijkt dit
inderdaad waar te zijn. Hij is een soort weeldeproduct. Hoe meer de mens dus heeft, hoe meer
hij zijn begeren in een andere richting gaat stellen. Maar w.at alle mensen hebben is niet
gelijk. Zij gaan dit dus formuleren. In die formule kunnen zij met anderen er over spreken.
Men spreekt over schoonheid. Maar is er iets zo relatief als schoonheid? Men spreekt over
vaderlandsliefde. Is er iets zo relatief als vaderlandsliefde? Men spreekt over eer. Is er iets zo
wreed en zo zonderling als wat de mens eer pleegt te noemen? Of wilt u het anders hebben?
Vijf verschillende staatslieden in een vergadering gebruiken het woord democratie. Het woord
is hetzelfde, zij menen elkaar te begrijpen, maar in feite hebben ze allen iets anders gezegd.
De gedachtewereld van de mens, liggend achter het woord, kan geheel different zijn aan die
van de andere gebruikers. En. dit is de verwarring van Babel... Het zou nog niet zo erg zijn, als
de misleiding daarbij stil bleef staan. Maar de doorsneemens wil zelfs voor zichzelve niet eerlijk
zijn. Hij verlangt voor zichzelve niet precies te weten wie hij is en wat hij is en doet. Hij wil
graag beantwoorden aan een voorstelling. Hij gaat dus zichzelve a.h.w. maskeren. Hij misleidt
zichzelve. En nu gaat hij een taal gebruiken, die een dubbele waarde heeft. Want hij gebruikt
een woord, dat waar is volgens zijn wezen maar hij zet het in een context, die het schijnbaar
de betekenis geeft van zijn illusoire ik. Hierdoor vertekent hij dus niet alleen zijn eigen beeld,
maar gaat hij ook door deze double talk, dit tweemaal gebruiken van een woord a.h.w. in
verschillende zinnen, anderen verwarren. Hij meent volkomen eerlijk te zijn, terwijl hij in feite
liegt. Hij meent vaak te liegen, terwijl hij in feite volkomen eerlijk is. Zo verraadt de mens
vaak zelfs zichzelve, doordat het woord, dat hij gebruikt, niet de juiste betekenis heeft, niet de
juiste inhoud krijgt.
In de esoterie is het dan ook gevaarlijk om ons alleen aan woorden vast te houden. En dan
denk ik hier aan een woord, dat wij zo buitengewoon vaak gebruiken, n.l. het woord
bewustwording. Maar ieder stelt zich die bewustwording op een eigen wijze voor. Voor de een
is bewustwording geestelijk groot en lichtend gloeien, totdat je als een soort engel door
hoogste sferen kunt gaan. Voor een ander is het een uit breiding van weten. Voor weer een
ander is het een aanvoelen van de wereld. Zo heeft ieder zijn eigen betekenis ervoor. Het is
dan ook een gevaarlijk woord in vele opzichten. Maar het is in ieder geval beter dan menig
surrogaat woord, dat daarvoor vaak wordt gebruikt. We spreken over eeuwigheid. En voor de
een is de eeuwigheid, die, rots, waar een vogeltje eens in de duizend jaar op komt zitten. Voor
een ander is oneindigheid een mathematisch symbool. Voor een derde is het iets, wat je
Gastspreker over: De ruimte zelf
166
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

gebruikt, als je geen groter woord meer weet te vinden. Het is alleen een vorm van
overdrijving, waarbij je het zonder beperking zijn toch buiten beschouwing laat. We spreken
over al die dingen en weten eigenlijk niet goed, wat we bedoelen. Misschien is het goed om die
misleiding hier en daar een beetje de kop in te drukken door te proberen althans eens een
enkele definitie te geven van wat een woord voor mij kan betekenen indien het u interesseert
tenminste. (Ja, graag.)
Dan wil ik in de eerste plaats stellen het begrip, dat men hier vaak liefde noemt, het werd zo-
even ook genoemd.
Onder liefde verstaan wij (dus anders dan u) een uitbreiding van het ik, waardoor het
gehele bewustzijn met een andere persoonlijkheid en diens beleven zozeer verknoopt is, dat
deze als deel van het “ik” wordt ervaren. Meer niet en minder niet. Dit kan worden tot
naastenliefde, waarbij dus de klasse der mensheid wordt gezien als deel van het eigen
wezen en daardoor wordt behandeld als volkomen gelijkwaardig aan het ik, met dezelfde
voorrechten en dezelfde plichten als dat ik.
Je kunt verder gaan en je kunt dan spreken over b.v. Bewustwording.
Onder bewustwording verstaan wij een gelijktijdige vergroting van weten (dus kennis), een
vergroting van aanvoelen en een vergroting van beheersing waardoor wij dus een groter
gebied van de schepping zullen kennen, kunnen omschrijven, zullen kunnen begrijpen
(aanvoelen) en zullen kunnen hanteren (beheersen).
Dat is bewustwording voor ons. Er wordt zo vaak gesproken over de ziel van een mens. Dan
zeggen we: Ja, dat is een deel van God. Maar laat ik het dan zo zeggen: Wanneer wij spreken
over de ziel van een mens, dan is het die eigenaardige extensie van het ik, die schijnbaar
eindeloos doorgaat en waarvan wijzelf de afmetingen of beperkingen niet kunnen erkennen in
onze huidige toestand. En zo kun je voortgaan.
U spreekt van wij. Bedoelt u dit nu als mens of als geest?
Als geest. Maar wat voor ons geesten in deze zin geldt, zal ongetwijfeld voor u, mensen, waar
zijn.
Maar het omgekeerde is nog niet waar.
Ik zal daar maar verder niet op ingaan, want dan komen we weer in een zeer ingewikkelde
beschouwing, waarbij mag gelden dat alles, wat zichzelve nog als geest kent, zijn ziel nog niet
volledig beseft, waar bij het erkennen van de zielswaarde het zich één gevoelt met God en als
zodanig zich niet meer als geest beschouwt. Hebben we nog meer belangrijke dingen om te
definiëren? Ja, laten we niet vergeten ook haar te definiëren. Haat is over het algemeen een
zozeer erkennen van het “ik” of van eigenschappen van het “ik” in een ander, dat men de
drang tot zelfvernietiging op een ander probeert uit te leven. Dat klinkt allemaal een beet je
dwaas, dat weet ik wel. Maar er zit een grote grond van waarheid in.
We spreken over geestelijke sferen. En dan denkt iedereen aan een hele reeks mooi op elkaar
getaste wereldjes, waar je zo nu en dan het ene poortje in en het andere poortje uit naar
beneden kunt gaan ofwel naar boven. In feite editor moet worden beseft, dat sfeer niets
anders betekent dan een bewustzijnsbereik, dat met zovele anderen gedeeld kan worden, dat
daarin een beleven, een uitwisseling van gedachten en een werkzaam zijn mogelijk is. Wat dat
betreft dus heel eenvoudig en vergelijkend gesproken: Het idiotenschooltje is t.o.v. de mens
een lagere sfeer. Maar indien de mens een goed mens is, zal hij dat wereldje van die idioten
toch kunnen begrijpen. Hij zal veel van hetgeen er zich afspeelt volledig kunnen verwerken. Hij
is alleen verstandelijk gezien dan een sfeer hoger.
Stel dit nu niet meer op een verstandelijke basis maar op de basis van bewustzijn, zoals
zojuist omschreven, dan kunt u dus beseffen, dat wij spreken van een wisseling van sfeer,
zodra het bewustzijn te groot is geworden voor de gemeenschap, waarmee men in contact
stond en daar uit een contact met een nieuwe gemeenschap groeide. Alle gemeenschappen,
bestaan dan (als we over een ruimte moeten spreken) in eenzelfde ruimte (desnoods midden

Gastspreker over: De ruimte zelf
167
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

tussen elkaar), maar voor elkaar niet benaderbaar, omdat gedachte de persoonlijkheids-
uitdrukking wordt en een niet bevatte gedachte niet wordt gezien.
Zo zijn er duizend en één begrippen. En wanneer u die begrippen niet juist gebruikt, wanneer
we ze te voorzichtig gebruiken, dan komen we tot misleiding. Dat is een van de redenen, dat
veel van onze betogen betrekkelijk ingewikkeld zijn. We proberen alles zo juist en zo goed
mogelijk te zeggen en daardoor zeggen we eigenlijk meer dan noodzakelijk lijkt. Maar u moet
een ding niet vergeten: juist om duidelijk te kunnen zijn moeten wij in aanmerking nemen,
wat voor verschillende interpretaties er mogelijk zijn van bepaalde zinnen. Door ze zoveel
mogelijk te om schrijven, aan te vullen en uit te breiden proberen we dus met u een contact te
krijgen, waaruit we voor elk van u toch nog een redelijk juiste, persoonlijke en dan eenvoudige
interpretatie kunnen verwachten.
Dan wil ik verder nog opmerken, dat een van de grootste misleidingen, die er bestaan kan,
vaagheid is. Vaagheid die intentioneel is wel te verstaan. Er zijn voor ons bepaalde grenzen,
waarbuiten we niet meer kunnen spreken. En wanneer we proberen iets te omschrijven, wat
eigenlijk buiten de taal ligt, dan zal een vaagheid daaruit resulteren. Deze is in zekere zin
misleiding, maar minder misleiding dan een meer concrete en onjuiste uitdrukking. Maar
wanneer ik vaag ben over iets, wat voor iedereen begrijpelijk zou zijn, dan is dit misleiding.
Voorbeeld. Een staatsman zou kunnen zeggen: We zijn in ons pogen tot een contact en een
verdrag te komen totaal niet gevorderd. Wanneer hij nu stelt: Uit de wederzijdse besprekingen
bleek een principe de overeenstemming, ofschoon nog geen verdere resultaten werden
bereikt, dan is hier sprake van een misleiding. Het is dus voor de mens belangrijk wil hij
misleiding en ook zelfmisleiding zoveel mogelijk voorkomen dat hij alles probeert terug te
brengen tot een voor hemzelf aanvaardbare, zo eenvoudig mogelijke waarde en waardering.
Dan is die waarheid in ieder geval voor hem zelf redelijk. Vandaar ook dat iedere mens zelf
moet denken. Het gesproken woord zal nooit in staat zijn u alles weer te geven. Wat eigenlijk
behoort bij bewustwording. Wij kunnen met woorden veel doen. Maar wij kunnen b.v. u niet
alle sensaties laten ondergaan, die aan een bepaald begrip verbonden zijn. Wij kunnen u niet
de lichamelijke en geestelijke verlorenheid laten voelen, die met sommige ontwikkelingen
samengaan. Wij zijn gebonden aan het woord. Dit betekent, dat wij onvolledig zijn. Wanneer
deze onvolledigheid zou leiden tot een misleiden, d.w.z. een schijnbaar te gemakkelijk en
eenvoudig voorstellen van datgene, wat alleen door de beleving volkomen werkelijk kan
worden, dan zouden we ook hier van misleiding moeten spreken.
Het zal niet te voorkomen zijn, dat mens tegenover mens en ook geest tegenover mens zodra
het woord in het geding komt een enigszins misleidend gedrag of woord inschuift. Wij kunnen
niet aan de onjuistheid ontkomen. Het is ons onmogelijk om sprekende tegen meer dan een
persoon volledig in te gaan op diens begrip van een woord en de betekenis ervan, de
interpretatie ervan. Dit kan soms leiden tot betrekkelijk nutteloze schermutselingen. U heeft
zo-even gemerkt, dat ik tegen onze goede vriend hier zeide: Ja, laten we daarover maar niet
verder praten, interpreteer dat m.i. maar zoals u zelf wilt. Daarmee bedoelde ik niet te
zeggen: man, klets niet, maar ik wilde alleen maar zeggen: Ja, u heeft daar uw eigen
voorstelling van, gebruik die nu maar rustig, dat is uw eigen taal als u maar begrijpt wat ik
bedoel, mijn intentie, want daar gaat het om. En ik geloof, dat wat dit betreft heel goed altijd
zullen moeten begrijpen, dat ons eigen denken, onze eigen waardering voor verschillende
begrippen en woorden, bepalend zal zijn voor datgene, wat we bij anderen verstaan. Dit is de
reden van de stelling, die zo vaak wordt geopperd: In de wereld is alles waan. Slechts het “ik”
kan als werkelijkheid ervaren worden, en slechts in het ik kan de werkelijkheid gevonden
worden. Ons contact met die buitenwereld is helaas te gebrekkig. Kunt u dit als voldoende
beschouwen, of wilt u er meer over horen? Wilt u nog een tweede onderwerp hebben?
Zou u iets willen zeggen over laatdunkendheid?
Laatdunkendheid is eigenlijk met een paar woorden gezegd. Laatdunkendheid is een zo hoge
mening hebben van jezelf, dat je anderen zonder meer terzijde schuift. Elke handeling die
daaruit voortkomt, elke reactie die daaruit voortkomt, is laatdunkend. Wanneer een mens
begint om zichzelf en zijn eigen begrippen en waarderingen als norm te stellen voor de
gemeenschap of voor anderen, dan zal hij onwillekeurig laatdunkend zijn, waar hij zijn eigen
maatstaven, zijn eigen begrippen, zijn eigen preferenties aan geheel de wereld zou willen
Gastspreker over: De ruimte zelf
168
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

opleggen en elk divergeren daarvan beschouwt als iets minder belangrijks, minder goeds,
minder interessants. En dat is eigenlijk alles, wat er over te zeggen valt.
Als de taal niet bestond, zou je elkaar dan beter en jezelf slechter begrijpen? Ik bedoel dit:
dat door het vinden van woorden en uitdrukkingen je ook voelt, waar je met jezelf nog niet
in het reine bent. Maar soms is het gemakkelijker om een ander te begrijpen misschien als
je geen taal bezigt. Of begrijpt u mij nu ook niet?
Ja, ik begrijp u heel goed, maar ik moet er even over nadenken. Want dit is n.l. een heel
eigenaardige vraag. Wanneer een mens geen taal zou hebben, absoluut geen taal, dan zou hij
volkomen geïsoleerd zijn. Hij zou geen begrip voor anderen kunnen vinden, zou slechts
handelen aan de hand van zijn eigen ervaringen, zou niet in staat zijn voor zichzelf die
ervaringen te formuleren en zou als gevolg daarvan waarschijnlijk lager staan dan de aap, die
een bescheiden taal heeft en aan de hand van deze zeer bescheidentaal (dus begrippenreeks)
toch reeds in staat is tot een bewuste (dus uit. overleg voortkomende) manipulatie. Indien u
echter wilt zeggen: Woorden zijn onvolledig. Zou het beter zijn om b.v. telepathisch te
reageren? dan zeg ik: ja.
Echter wil ik er op wijzen, dat voor de mens, zoals hij heden bestaat, een telepathisch contact
met anderen wederzijds een zeer grote schok zou betekenen. In de eerste plaats zou zijn idee
omtrent zijn ik geheel worden aangetast en vernietigd. Hij zou ontdekken, dat de mensen heel
anders reageren op hem en denken over hem (of haar), dan hij dat eigenlijk had verwacht. Hij
zou verder tot zijn verbazing ontdekken, dat heel veel dingen, die hij met moeite verbergt,
eigenlijk een gunstige reactie aan anderen zouden ontlokken terwijl heel veel dingen, die hij
trots tentoonstelt als een verdienste, eigenlijk beter achterwege zouden kunnen blijven. En ik
vraag me af, of er veel mensen zouden zijn, die een dergelijke openbaring, die plotseling
komt, geheel zouden kunnen verdragen. Me dunkt, dat de krankzinnigen gestichten
onmiddellijk vol zouden zijn.
Daarnaast echter zou wanneer de mens eenmaal daaraan gewend is hij genoopt zijn om eerlijk
te zijn tegenover zichzelf. Want hij zou precies aan de gedachten van anderen kunnen
begrijpen wat hij in feite voor hen is of betekent. Hij kent daarnaast zijn eigen gedachten, zijn
eigen intenties. Een zelfbedrog daaromtrent wordt dan zeer moeilijk. Hij zal zichzelf beter leren
kennen. Maar omdat hij de eerlijke reactie van anderen op zijn persoonlijkheid waarneemt,
zou hij ook die anderen beter leren begrijpen en kennen dan zonder dat mogelijk zou zijn. Ik
meen dus te mogen stellen, dat of schoon bij een onbewust telepathisch contact b.v. woorden
op den duur overbodig kunnen worden (het aanvoelen door mensen, die jarenlang getrouwd
zijn b.v. of mensen, die geestelijk zeer dicht aan elkaar verwant zijn en daardoor elkaar zeer
goed begrijpen) het woord toch wel een noodzaak is.
Het nadeel van het Woord is, dat het zich zo goed leent voor manipulaties. Ik kan u heel
gemakkelijk bewijzen, dat zwart eigenlijk wit en wit eigenlijk zwart is. En dat doe ik dan nog
op een redelijke manier ook, alleen met het woord. Omdat ik n.l. dan een begrip neem, dat u
heeft gesteld en ik ga het omdraaien. Ik zeg: U noemt wit iets wat alle licht weerkaatst. Maar
dat kan toch nooit wit zijn, dat moet juist zwart zijn.
Want het weerkaatst alles, behalve wat het zelf is. Omgekeerd: Zwart absorbeert alles, de
totale scala dus van het zichtbare licht. Dien tengevolge moet de stof in feite wit zijn. Een
spitsvondigheidje, meer niet. Maar het bewijst, wat je met woorden al zo kunt doen.
Wanneer je die woorden nu bewust of onbewust gaat gebruiken om de waarheid aan te passen
aan je eigen wensen, wanneer je verder gaat en je gaat abstracties overwegen en je probeert
die aan te passen aan een vooropgezet levenspatroon of idee of beeld omtrent de kosmos, dan
is het duidelijk, dat je juist door die woorden in de war zult raken en dat je je vaak van de
waarheid verwijdert. Dat is inderdaad waar. Maar daar staat weer zeer belangrijk en ten
laatste tegenover Wanneer het woord niet zou bestaan, zou de wederzijdse beïnvloeding van
mensen minder zijn. Het woord geeft de mensen op het ogenblik waar zij geen telepathisch
contact bezitten a.h.w. de mogelijkheid elkaar met ideeën te bevruchten en zo in elk een eigen
ontwikkeling voortdurend te laten plaatsvinden, die dan misschien niet 100 % waar is, maar
Gastspreker over: De ruimte zelf
169
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

die in ieder geval een uitbreiding van begrip, van gevoel en van verlangen zelfs inhoudt. Het
feit, dat dit door het woord kan gebeuren, is dus m.i. toch wel een zeer ten gunste sprekende
factor ervoor.
Is in uw wereld verkeerd begrijpen ook mogelijk?
Het is wel mogelijk, hoofdzakelijk wanneer we met mensen te doen hebben. Omdat een mens
n.l. een dubbele soms zelfs een driedubbele standaard van denken er op na houdt. In lagere
sferen bestaat hetzelfde en ook daar vraagt het dus wel heel veel concentratie en
voorzichtigheid om een verkeerd begrip te voorkomen. Hoe hoger u echter in de sferen komt,
hoe gemakkelijker een wederzijds begrip wordt, mits de kennis, voor dit begrip noodzakelijk,
in beide personen aanwezig is. Dat is een voorwaarde. Vandaar dat ik een hogere geest wel
kan begrijpen maar ik kan hem niet begrijpen, zoals hij in zijn eigen sfeer leeft, maar slechts
volgens de maatstaven en begrijpen, die bij mij heersen. Zou die geest mij dus meer willen
vertellen, dan wordt dat ofwel blank, ofwel er wordt door mijn eigen wezen een soort
fantasiebeeld tussendoor gespeeld, wat een vertekening zou inhouden. Realiseer u echter wel,
dat op die manier toch een voldoende compensatie mogelijk is van wanbegrippen om daaruit
een langzaam naar het begrip toegroeien mogelijk te maken en zo een van sfeer tot sfeer
verdergaan. Is dat voldoende?
Wordt het woord ook niet dikwijls gebruikt door verschillende mensen om hun eigen
gedachten voor zichzelf duidelijker te maken door zich togen anderen te uiten?
Ja, daar heeft u gelijk in, omdat de mens, die een gedachte uit spreekt, daarbij gedwongen is
niet slechts zijn idee te ondergaan maar ook te formuleren en het dus voor hemzelf in directe
bewustzijnswaarden uit te drukken. Dus het formuleren op zichzelf dat hoeft niet alleen
spreken te zijn, het kan neerschrijven ook zijn betekent, dat je de zaak duidelijker maakt voor
jezelf. Wanneer u n.l. hier luistert, dan ondergaat u niet zoals u misschien denkt: woorden. U
ondergaat gehele zinnen, ideeën, complexen en daarnaast intonaties en in zekere zin ook
persoonlijkheid. D.w.z. dat u van dat geheel een voorstelling meeneemt maar die voorstelling
is allesbehalve volledig en allesbehalve juist. Wanneer u echter uitgeschreven hebt wat ik hier
heb gezegd, dan heeft u dit woord na woord moeten volgen. U heeft het woord na woord
moeten formuleren. Wanneer u dat nu nog tegen een ander gaat zeggen en u zo dwingt om
weer te geven wat u geleerd hebt, dan kunt u ervan verzekerd zijn, dat de ideeëngang juist in
uw rede verankerd is en dus niet meer behoort tot de onderbewuste maar tot de direct
hanteerbare waarden. Maar dit geldt alleen voor onszelf, omdat, wijzelf zelf, indien wij spreken
op verschillende niveaus toch altijd een voldoende begrip hebben van de ideeën, die we
gebruiken en zeker wanneer het erom gaat de stelling van een ander weer te geven. Als het
onze eigen stellingen zijn, dan wordt het al gevaarlijker. Ik hoop dat het voldoende is. Mag ik
aannemen, dat wij daarmee aan het einde zijn gekomen van mijn bijdrage aan deze avond,
vrienden? In dat geval geef ik het woord over aan de laatste spreker, die de avond voor u zal
besluiten met een meditatieve vorm van het Schone Woord.
o-o-o-o-o

Trillingen
Alles wat rond je is, is eigenlijk een trilling. Wanneer ik met deze mond een geluid vorm, dan is
het een trilling, die naar u toesnelt, die het gehoor beroert, wordt omgezet in een nieuwe
trilling, wordt tot een elektrische trilling en zo een bewustzijn wekt. Wanneer ik kijk naar het
licht rond mij en ik zie, hoe het zich ontleedt, dan weet ik het zijn trillingen van verschillende
frequenties. Alles wat je rond je ziet en wat je kent is een trilling. Het atoom is een trilling, een
werveling, voortdurend rondgaand, en het is de frequentie van beweging en de verhouding van
beweging, die de geaardheid bepaalt. Wanneer je denkt aan een geest, die je niet kunt zien,
dan denk je aan die geest als een soort trilling. Want wat voor wezen hij ook is, wanneer hij
zich openbaart in je wereld, dan is het als een siddering, waardoor hij kenbaar wordt. En zelfs
wanneer je denkt aan God, dan is het a.h.w. een trilling in jezelf, die je dan misschien
omschrijft als Licht, maar in feite toch een siddering, een bewogen zijn.
Het is vanuit technisch standpunt niet juist om te stellen, dat het Al gebouwd is uit trillingen.
Maar wanneer wij moeten afgaan op ons eigen wezen en ons eigen reageren, is het wel juist.

Gastspreker over: De ruimte zelf
170
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Want regeert in je leven niet het pulseren van de polsslag, het geluid, het licht, de klank, ja,
zelfs de sensatie van het gevoel, die alle berusten op het als met ijlboden en golvingen
voortgaan van prikkels van punt naar punt? En wanneer je verdergaat en je denkt aan een
kring als deze en je ziet hoe er een band gevlochten kan worden, die hen allen tot een maakt,
moet je dan eigenlijk ook niet denken aan een trilling? Je probeert om de mensen stil te
maken, je probeert een zekere rust te geven. Dan neem je een woord en je werpt het erin als
een steen. En je ziet hoe de sensatie, hoe de beroering zich langzaam ontwikkelt en als
kalvend water een golving brengt. Je probeert. om de magie van het woord te hanteren, Je
laat uit een ijle of een zachte klank na langzaam zwellen een sterkte ontstaan, je probeert je
hele wezen, je hele ziel te leggen in een woord en je merkt hoe de reactie is.
Nu ja, mogelijk is niet de hele wereld trilling en wanneer we spreken over God als een trilling,
dan is dat ongetwijfeld vermetel. Maar we weten wel degelijk, dat de verschijnselen rond ons
ook de verschijnselen van de geest mogen worden gezien als trilling. Het is de wijze, waarop
wij ze ervaren. En wanneer we spreken over trillingen, moeten we dan niet denken aan een
snaar, die wordt aangeslagen en trilt en zo haar golvingen verspreidt en misschien wordt tot
een parelende pianomelodie of een haast klagend zoeken naar een hoog akkoord van een
viool?
De mens is in velerlei zin een snaar, die trilt en beroerd wordt. Ergens in het Al gebeurt iets.
We weten er niets van. Maar ons wezen daarmee in harmonie zijnde komt in beroering.
Dromen stijgen op, er komt een sensatie, de handen worden misschien klam of je grijpt naar
het hoofd en zegt: Mijn God, wat gebeurt er. Zo is het.
Soms weet je niets van de geest of van de kracht van de geest af. Dan ergens gebeurt er iets.
En dan lijkt het plotseling of de haren je te berge rijzen, of je geladen bent met statische
elektriciteit, of er vonken uit je springen. Je weet niet zo gauw waarheen, je kunt het niet zo
gauw ontladen. Je reageert. Een trilling heeft je beroerd. Je eigen wezen is uit zijn normale
harmonische geheel weggedrukt voor een korte wijle.
Reageert niet heel de mensheid en ook de geest op het verschijnsel, dat we trilling noemen? Is
niet het hele Al een voortdurende fluctuatie, een voortdurend komen en gaan van krachten,
die we op zichzelf niet beseffen, maar die in hun frequentie van komen voor ons toch een
beeld doen ontstaan?
Ik wil niet spreken over kosmische trillingen, ik wil niet spreken over de grote sleutels der
magie, de grote sleutels van het esoterisch ervaren. Maar dit kan ik u wel zeggen Soms wordt
de menselijke stem, tot een instrument, dat krachten bezweert, die ver liggen buiten het
menselijk terrein. Die ver liggen buiten alles, wat je je voorstelt van geest of demon. Soms
kan een melodie doordringen door vele verschillende werelden en hoog en laag
samenkoppelen, aaneengesmeed voor een korte wijle door trilling.
Wat geeft het wat voor naam wij aan een dergelijk verschijnsel toekennen? Laat ons spreken
over trillingen, ook wanneer de theorie misschien verouderd is. Laat ons spreken over dat, wat
ons beroert, het verschijnsel, dat steeds terugkeert. Het verschijnsel, dat een kracht is in
onszelven. En laat ons erkennen: Al deze trillingen (het totaal van het zijnde) is alleen
mogelijk, omdat er ergens de middenstof is, waarin de trilling kan optreden. Al het beleven, al
het ervaren, elk verschijnsel dankt zijn bestaan aan het feit, dat God zich openbaart in
tegendelen.
En wij met ons beleven, zijn wij niet als een trilling, gaande vanuit het ene leven naar het
andere en terugkerend, altijd weer, tot het ogenblik, dat wij vereend met Het Grote in eeuwig
ritme verder pulseren niet meer zoekend onze eigen onmachtige baan naast de allerhoogste
Kracht? Laat ons dan stellen GOD IS. En God is de Kracht. Hij is het Wezen. Al wat wij van
Hem ervaren is als een trilling, die ons beroert. En Zijn Kracht wordt in ons tot een trilling, die
wij uit ons doen voort gaan, niet beseffende wie of wat zij is, maar wetende dat die Kracht als
een Licht kan worden uitgeworpen. Wetende dat leven en stof, dat geest en bestaan
gezamenlijk zich daarin kunnen manifesteren en zo het beeld vormen, dat Hij Zich voor ogen
stelde, toen Hij sprak “ER ZIJ LICHT” Een eerste trilling.
Gastspreker over: De ruimte zelf
171
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 14 juni 1960
Les 10 – Gastspreker over: De ruimte zelf

Ik hoop, dat ik daarmee voldaan heb aan uw behoefte voor een slotwoord. En ik zou u alleen
nog de raad willen geven om ook in de esoterie te denken aan de trilling. Wanneer iets u
beroert en beweegt, wanneer iets u het hart sneller doet kloppen, wanneer iets uw denken een
ogenblik opzweept, totdat het zichzelf vergeet en een gedachteloze reeks schijnt te worden,
waaruit toch beelden ontstaan, dan heeft u iets gevonden van een waarheid, die verborgen ligt
achter de rede een waarheid misschien, die verborgen ligt achter de stof. Hoe meer u daarvan
weet, hoe moer u daarin doordringt, hoe meer u zult beseffen, dat de Schepper zich openbaart
in Zijn verschijnselen en daaruit toch voor ons op den duur geheel kenbaar is, indien wij ze
durven ondergaan.

Gastspreker over: De ruimte zelf
172
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

Bij het besluiten van dit jaar is het eigenlijk wel goed even terug te zien en tevens ook weer
even vooruit te zien. In de eerste plaats is het o.i. ons redelijk gelukt om uw aandacht geboeid
te houden en wij menen u ook in deze kring menigmaal aanwijzingen te hebben gegeven, die
voor een esoterische bewustwording van meer praktisch belang zijn. Ofschoon misschien niet
alle avonden een gelijk hoog peil hebben bereikt, kunnen wij toch met een zekere trots
terugzien op enkele gastsprekers. Ik geloof, dat niet allen van de aanwezigen in staat zijn
geweest om de gebrachte materie geheel te verwerken. We betreuren dat enerzijds, wij hopen
anderzijds dat men toch nog zal trachten door te dringen in datgene, wat raadselachtig is
gebleven.
Wat betreft het volgende jaar willen wij trachten deze kring nog verder op te voeren. Er is een
tijd geweest dat wij een soort inwijdingsschool hadden, later de G.G.S. genoemd. De poging
daarin aangewend heeft geen volledig resultaat mogen afwerpen, maar bracht toch
ongetwijfeld voor enkelingen verdere mogelijkheden met zich. Wanneer het mogelijk blijkt dus
na afloop van een volgend jaar esoterie zouden wij uit de esoterische kring misschien weer een
inwijdingsschool kunnen samenstellen. Dit houdt in dat een groot gedeelte van de stof, die in
het volgend jaar wordt gebracht, beschouwd kan worden als een voorbereiding tot een verdere
leergang, terwijl daarnaast natuurlijk een herhaling zal plaatsvinden van enkele elementen,
ook in dit jaar besproken, die wij belangrijk achten.
Ik weet niet hoe u zelf over al deze avonden denkt. Of beter gezegd ik weet het wel, maar het
is mij niet gezegd. Ik hoop dan ook, dat u aan het einde van dit verenigingsjaar tevreden zult
zijn over hetgeen u geboden werd en dat u voor uzelf zult besluiten dat er enig nut heeft
gelegen in de reeksen aanwijzingen, die wij u mochten ver schaffen. En daarmede, vrienden, is
dan dit gedeelte voorbij en wordt het tijd om terzake te komen.
Op deze laatste bijeenkomst hadden wij gehoopt u een gastspreker te brengen. Dit bleek door
omstandigheden niet mogelijk. U zult dus genoegen moeten nemen met onszelf, de normale
sprekers van deze groep. Wij willen echter tegemoetkomen aan uw behoefte, indien u een
bepaald punt nader wilt zien belicht of wilt zien uitgewerkt wij verzoeken u dan deze punten
bijeen te brengen voor een tweede gedeelte. In dit eerste gedeelte zou ik graag nog eens de
stof uitwerken, die wij behandeld hebben en daarnaast nog enkele aspecten van het menselijk
wezen aansnijden. Allereerst dan terug naar de esoterie.
Het esoterisch ofwel innerlijk leven kan niet beantwoorden aan dezelfde wetten of regelen, die
voor een exoterisch leven bestaan. Het innerlijk van de mens is gezien zijn vele facetten
praktisch uniek vergeleken bij het innerlijk van anderen. Het gevolg is, dat ofschoon wel
gemeenschappelijke lijnen en richtlijnen kunnen worden gevonden in de praktijk toch een
ieder zijn eigen weg moet vinden, omdat nooit een volkomen gelijke ontwikkeling van elk
individu mogelijk kan worden geacht.
Deze ontwikkeling moet worden gebaseerd (en dit zijn dus algemene richtlijnen) op twee
punten, die somwijlen met elkaar in strijd lijken te zijn.
Enerzijds moet de mens verstandelijk en materieel streven en leven. Hij moet trachten in dit
leven een zekere tevredenheid althans innerlijke vrede te gewinnen. Hij is verplicht om redelijk
na te denken. Hij moet bij deze redelijkheid zo objectief mogelijk zijn, daarbij tevens zichzelf
beschouwende i.v.m. de wereld.
Daarnaast zien wij de ontplooiing van de innerlijke wereld. Waar deze sterk verschilt van de
uiterlijke wereld, zullen daarin elementen optreden, die wij niet naar de uiterlijke wereld
zonder meer kunnen over brengen. Het is ons onmogelijk het geheel van een esoterische
ontwikkeling om te zetten in een exoterisch leven, een exoterisch bestaan.
Het grote verschil tussen het innerlijke leven en het uiterlijke leven is wel de vrijheid die de
gedachte ons schenkt. Het gevolg is, dat bij het innerlijke leven droombeelden, fantasieën en
onderbewuste waarden een zeer veel grotere rol kunnen en zullen spelen dan in een normaal
dagelijks leven tot uiting komt. Wij moeten deze basis echter voor lief nemen. Wij kunnen niet
betrouwen op de beelden, die wij innerlijk ontvangen. Wij moeton daarbij eerder afgaan op
Terug en vooruit kijken
173
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

onze sentimenten. Nu is het sentiment, voorzover het een esoterische ontwikkeling betreft,
over het algemeen gekoppeld aan het begrip van hoogheid, van kracht, van licht en van
vermogen. Al datgene, wat in ons een ervaring van kracht, licht, en vermogen brengt, zullen
wij dus accepteren als goed en zullen wij nastreven.
Wij dienen echter hierbij wel rekening te houden met het feit, dat al hetgeen wij voor ons
wezen praktisch menen te gevoelen en te ondergaan in een esoterisch beschouwen, exoterisch
tot uitdrukking kan worden gebracht. Bij een kosmisch concept kan dit niet. Een concept van
de kosmos, dat innerlijk in ons groeit, kan niet in overeenstemming worden gebracht met
hetgeen wij materieel kunnen weten. Maar wel de kracht, die wij ontnemen. Wanneer ik door
een geloof mijzelf gevuld voel met kracht, zal ik deze kracht ook praktisch en voor mijzelf
kenbaar in de wereld moeten kunnen openbaren. Is daarvan geen sprake, dan kunnen wij
deze kracht niet als waar aannemen en moeten wij in ons innerlijk zoeken naar een nieuwe,
meer daadwerkelijk bewijsbare kracht of factor van licht.
Het is belangrijk deze punten regelmatig uzelf voor ogen te stellen. Bij een esoterisch streven
gaat de mens er al te snel toe over een schijnrealiteit te scheppen, waarin hij ongetwijfeld vele
krachten kan aantreffen die voor hen nuttig zijn, een wereld die voor hemzelf een zekere vrede
meebrengt, maar gelijktijdig te veel conflicten schept met de wereld.
Gezien vanuit het kosmisch standpunt behoren wij allen tot dezelfde kracht. Er is een levende
kracht en die levende kracht openbaart zich gelijkelijk in alle geest, in alle stof. Wij zijn dus
inderdaad met elkaar verwant door deze kracht en sprekende in deze zin is de uitdrukking
broeders en zusters zeker niet overdreven. Het feit, dat deze kracht ons verbindt, maakt het
voor ons noodzakelijk, dat elke stoffelijke uiting in overeenstemming blijft met de wereld,
waarin wij leven en het welzijn van degenen, die in die wereld bestaan. Uw consequenties kunt
u hieruit verder zelf trekken.
In elk innerlijk zoeken en elk innerlijk beleven hebben wij verder te maken met de strijd
tussen wijsheid, sentiment en weten. Wanneer u leeft als mens, zult u ook een esoterische
bewustwording willen uit drukken in gedachten. Gedachten, d.w.z. een uitdrukking in woorden
dan wel beelden, die overeenstemmen met uw stoffelijke ervaring en wereld en daaruit
geboren zijn. Het is duidelijk dat niet een totaal weergeven van het esoterisch ervaren op deze
wijze mogelijk is. Toch zullen wij ernaar moeten streven. En in dit streven ontdekken wij dan,
dat de wetenschap ons alleen in zoverre helpt, als wij geneigd zijn haar te zien als een
verschijnsel en een vaststelling van verschijnselen. Zodra wij haar zien als een absolute
waarheid (ons weten dus dogmatisch maken), belemmert zij ons in een geestelijk vooruitgaan.
Zien wij de wijsheid, dan blijkt ons, dat zij ons wel inzicht geeft. Dit inzicht kan betrekkelijk ver
gaan, maar blijft gebaseerd op de materie. Het is de wijze onmogelijk kosmische verhoudingen
weer te geven. Hij kan slechts zijn stoffelijke inzichten en aan de hand daarvan een
vermoeden omtrent kosmische verhoudingen vastleggen, uitspreken of voor zichzelf inderdaad
bewijzen. Wijsheid is dus wel een middel om voor onszelf tot een zuiverder, intenser en beter
leven te komen, maar niet zonder meer een instrument dat de kosmische bewustwording
mogelijk maakt. Wel kan worden gezegd, dat een innerlijke bewustwording (dus een
esoterische ervaring uiteindelijk) kan worden uitgedrukt in een verhoging van de graad van
wijsheid, die men bezit. Maar het omgekeerde is zeker niet het geval.
Wat het sentiment betreft zullen wij voortdurend geslingerd worden tussen het stoffelijk
sentiment, gebaseerd op angst en begeren, en het geestelijk sentiment, dat heel vaak bij de
mens in sterke mate een behoefte aan eenheid uitdrukt. Wanneer wij ons gevoel gebruiken in
de esoterie, dan mag dit alleen zijn om het verschil tussen licht en duister vast te stellen,
volgons eigen beste weten en aanvoelen. Dat hierbij dan ook in het gevoel bepaalde stoffelijke
waarden verwerkt zijn doet niet verder terzake, waar al hetgeen voor ons duister is, voor
onszelf een strijdigheid inhoudt, die een verdere bewustwording belemmert.
U zult ongetwijfeld al deze punten voor uzelf reeds hebben over dacht, maar toch is het
noodzakelijk, dat u deze punten steeds weer blijft herdenken. De praktijk van de esoterie is
niet zo gemakkelijk als menigeen schijnt te veronderstellen. Esoterische waarheid kunnen wij
niet zonder meer vinden in boeken. Wij kunnen ze ook niet vinden in lezingen of lessen. Het is
Terug en vooruit kijken
174
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

onze persoonlijke reactie daarop, de snaar die in onszelf wordt aangeslagen, de trilling die wij
innerlijk ervaren, die uitmaakt in hoeverre er sprake zal zijn van esoterische werking. Het is
dus dwaas te veel te zoeken naar een kennis van b.v. esoterische of filosofische stellingen.
Slechts in zoverre ons eigen wezen daarvoor belangstelling heeft kunnen ze ons nuttig zijn.
Typische verschijnselen vooral bij degen, die esoterisch nog niet voldoende geschoold zijn zou
ik u ook graag vanavond nog even willen opsommen. In de eerste plaats: Menig mens komt
plotseling te staan voor een ervaring, die hij niet verder kan verklaren. Ook wanneer wij alle
waarden van onderbewustzijn en bovenbewustzijn nagaan, blijkt ons toch dat er ergens een
residu overblijft. Er slaat iets neer uit onze uitlegging, dat een nieuwe uitleg zou vergen en
deze bezitten wij materieel niet. Het is deze waarde, die dus esoterisch genoemd kan worden,
waar zij het totaal van het wezen met al zijn voertuigen onmiddellijk betreft en raakt. Deze
ervaringen zijn in het zeer eenvoudige de plotselinge ontroering, die in sommige gevallen
schijnbaar redeloos is, in andere gevallen wel eens de schijn van hysterie heeft, maar
daarnaast in tegenstelling tot het normaal hysterisch verschijnsel een beheersing van de
persoon nog steeds mogelijk maakt, ook zonder ingrijpen van buiten. Het is dus geen
automatisch proces. Hebben wij dit verschijnsel gezien, dan blijkt ons, dat uit deze toestanden
van verrukking als ik het zo mag noemen van gehoordheid, over het algemeen een denkbeeld
overblijft, dat althans in de eerstkomende jaren, op de handelingen van de mens een sterke
stempel drukt. Tegen deze ervaringen rijst vaak een innerlijk verzet, omdat de mens ze ziet
als een zwakte of als iets, waarvoor hij vrezen moet. Zou u tot dergelijke ervaringen komen,
herinner u dan wel, dat ze niet gevreesd behoeven te worden en dat u ze ook helemaal niet
moet zien als iets, waarvoor u bang bent of iets, wat een zwakheid aanduidt. Integendeel: het
kan een bewijs zijn van een innerlijke kracht, van een beroering op hoger niveau.
Een ander verschijnsel, dat in de esoterie heel vaak voorkomt bij iemand, die althans zich
enigszins daarmede bezighoudt en dus enigszins geschoold is, is een harmonisch verschijnsel.
Wanneer wij op een gegeven ogenblik iets ontdekken, dat over het algemeen veel intenser dan
wij het zelf bereikt hebben onze innerlijke waarden en verlangens weerspiegelt, voelen wij ons
door deze kracht overweldigd. Dit kan liggen in een contact met personen, maar het kan
evenzeer worden uitgedrukt in muziek, in literatuur, in natuurverschijnselen etc. Op deze
ogenblikken zijn wij eigenlijk verlegen. Wij voelen iets in onszelf, wat wij niet kunnen
verklaren. Het gevolg ervan is meestal een innerlijk oproer, dat pas langzaam overwonnen
wordt. Het resultaat is in de meeste gevallen een zeker begeren om in een zekere richting te
bereiken. Dit wordt zowel stoffelijk als geestelijk uitgedrukt.
Deze belevingen zijn over het algemeen de voorboden van hogere en verdergaande
belevingen. Wij zien dan het uit zuivere meditatie of overweging voortgekomen punt van
innerlijk erkennen. Hier verliest de mens voor het ogenblik zijn wereld, beweegt zich a.h.w. in
een voor hem totaal vreemde wereld, ondergaat daarin dingen die zijn gevoelens ten sterkste
beroeren, maar is niet in staat deze redelijk weer te geven. Deze toestanden van verrukking
kunnen leiden tot ten beweging kiesheid, een soort verstarring. Opvallend is, dat in deze
toestand het tijdselement praktisch uitgeschakeld is. Men weet niet hoelang men in een
bepaalde houding heeft gestaan, hoe lang men bezig is geweest met een bepaalde
overweging, hoe lang een dergelijk beleven in ons heeft plaatsgevonden. Van deze beleving
kan worden gezegd, dat zij de sleutel is tot veel verder innerlijk beseffen. Want op het ogen-
blik, dat wij vanuit onszelven de beleving van het hogere kunnen op wekken, krijgen wij een
vergelijkingsmateriaal ter beschikking. Het meer van buitenaf komende en door ons niet
beheersbare factoren brengen ons tot deze innerlijke waarde maar juist hetgeen wijzelven
bewust verrichten brengt ons in contact met het hogere. Het gevolg is, dat wij ons leven in
deze fase zeer sterk gaan richten op het innerlijk contact.
In vele gevallen geeft dit ten tijdelijke verwaarlozing van het materiele te zien. De mens
echter, die in deze fase de materie durft verwerpen, zal over het algemeen bekocht uitkomen.
Het blijkt dan, dat hij in zijn poging hoger te zijn zich vervreemd heeft van de wereld en
daarmee ook van de innerlijke bevrediging, die hij zoekt. Daarvoor in de plaats komen zeer
wisselvallige droombeelden, die soms het beloofde geluk schijnen te verwerkelijken, maar
Terug en vooruit kijken
175
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

gelijktijdig een afgronddiepe wanhoop kunnen scheppen. Iemand, die deze ervaring opdoet,
doet er beter aan esoterie te laten varen en zich voorlopig meer materieel in te stellen. Een
voortgaan op deze weg brengt de mens tot krankzinnigheid vanuit stoffelijk standpunt en kan
hem daarnaast brengen tot een absolute geestelijke stilstand, het gevangen zijn in een
droombeeld. Overwint men echter al dit falen en deze feilen, dan komt men vanzelf bij die
periode, waarin de verrukkingstoestand zo intens ervaren wordt, dat zij onmiddellijk het
stoffelijke beïnvloedt. Verrukkingstoestanden kunnen dan o.a. (wanneer zij spectaculair zijn)
manifestaties als levitatie met zich brengen, het verspreiden van licht, het geven van een
geurillusie e.d..
De beïnvloeding van de omgeving is in deze periode zeer sterk. In deze verrukking wordt de
kracht Gods onmiddellijk gevoeld en ervaren men weet zich opgenomen in het licht. Daaruit
terugkerende bezit men deze kracht en indien men werkelijk esoterisch verder streeft men zal
deze kracht verder moeten dragen. Het is niet voldoende die kracht in uzelf te kennen, gij zult
haar als manifestatie of als verschijnsel aan anderen moeten overdragen. Het heeft geen zin te
trachten dit met woorden te doen, daartoe reikt de kracht niet.
De laatste fase, die ons nog steeds met de esoterie in contact brengt, heet: de ontmoeting
met het ik. Wanneer wij onszelven ontmoeten, betekent dit dat wij voor het eerst onszelf ziwn
op de juiste wijze met een volkomen erkenning van onze betekenis in de wereld en de relatie
waarin wij tot elk deel van die wereld afzonderlijk staan. Heeft deze erkenning plaats
gevonden, dan kan aan de hand daarvan correctie van het “ik” optreden, zij het op zeer
beperkte wijze. Dit erkennen van het “ik” maakt tevens een kosmische taakaanvaarding
mogelijk, waarbij voor het eerst stoffelijk streven en innerlijke geestelijke processen volkomen
parallel lopen en voortdurend elkaar ondersteunen en aanvullen. Verder dan dit wil ik niet
gaan. De omschrijving van deze fase echter zal het u misschien mogelijk maken enkele
verschijnselen, die uzelf ondergaat, te erkennen.
Wat betreft de beheersing en de kracht, die wij aan de hand van het innerlijk streven en
zoeken kunnen gewinnen, zijn ook nog wel enkele opmerkingen te maken. In de eerste plaats:
Geen enkel wezen en geen enkele mens zal onmiddellijk een groot wonder tot stand kunnen
brengen. Er is voor de ontwikkeling van krachten, die men op aarde manifesteert, evenzeer
training nodig als voor het leren lopen, fietsen e.d. Dientengevolge behoort aan elk gebruik
van z.g. paranormale krachten, door innerlijke beschouwing gewonnen, een trainingsperiode
vooraf te gaan. Eerst dan heeft men het recht om deze onmiddellijk voor anderen te
gebruiken. Zelfverzekerdheid, zelfvertrouwen, geloof in een hogere kracht zijn evenzeer
noodzakelijk. De mens die twijfelt aan zichzelf en aan zijn kunnen zal alleen daardoor zeker
wanneer het geestelijk werk betreft een mislukking voor zichzelf nabij roepen. In vele gevallen
blijkt dan die mislukkin ook niet meer te vermijden. Indien u niet zeker bent van uzelve is het
beter ietwat minder hooi op de vork te nemen en ietwat voorzichtiger verder te gaan.
Voor iemand, die de werkelijk esoterische wet kent, blijkt dat licht en duister, goed en kwaad
zeer relatieve waarden zijn, omschrijvingen a.h.w, van het gebied, waarbinnen wij ons
bewegen. De esotericus zal dus in zijn waardering van handeling en daad zowel als van
gedachte enigszins anders tegenover de wereld komen te staan dan een normaal mens. (Dit
wil nog niet zeggen, dat de esotericus abnormaal is.) Maar vrienden, wanneer wij dus staan
buiten het volkomen normale leven en dat gebeurt al heel snel mogen wij niet vergeten, dat
wij aan het normale leven gebonden zijn. Het is dwaasheid de wereld waarin men met anderen
contact heeft geheel te verloochenen, tenzij het niet anders kan om een erkende taak op deze
wereld te volvoeren.
Alle krachten, die u nodig hebt, worden u gegeven via uw eigen voertuigen. De wijze, waarop
ze van voertuig tot voertuig kunnen worden overgegeven, dan wel uit een van de hoogste
voertuigen onmiddellijk in de stof worden weergegeven, is u indertijd uitvoerig uiteengezet.
Onthoud dus dat, wanneer u krachten wilt verwerven, het het verstandigst is om in uzelf te
keren, u zo intern mogelijk te concentreren op het hoogst voorstelbare en dan vanuit deze
concentratie als een normaal verschijnsel Uw kracht te aanvaarden. Leg niet de nadruk op de
behoefte aan kracht. Doet u dit, dan zult u onwillekeurig bepaalde, meer egocentrische en
egoïstische elementen in uw overweging brengen, waardoor het bereikte voertuig lager en dus
Terug en vooruit kijken
176
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

de beschikbare kracht eveneens van mindere kwaliteit wordt. Al s u zich ook dit gerealiseerd
hebt, dan wordt het tijd dat wij ook nog even nadenken over de magie.
Normalerwijze is de mens, die geestelijk streeft, huiverig voor de magie. Maar de magie op
zichzelf is slechts het erkennen van wetten die buiten het redelijke staan en het hanteren
daarvan, evenals het werken met krachten die materieel niet onmiddellijk kenbaar zijn, echter
op een zodanige wijze, dat de resultaten van deze werking materieel kenbaar zullen worden.
De magie is een verschijnsel, waaraan elke mens bewust of onbewust deelneemt. Het
eenvoudig bidden met een bepaald doel is een magische handeling. Het gebruiken van een
bepaald symbool is in wezen een magische handeling. Het toekennen van bepaalde krachten al
is het maar uit sentimentsoverwegingen aan b.v. een broche van grootmoeder of een oud
horloge, aan een geluksbrengertje e.d. is in feite magie. Magie maakt een deel uit van het
dagelijkse leven, alleen men noemt het daar niet zo. Men heeft gerationaliseerd, totdat het
bovennatuurlijke element en het geloofselement praktisch verdwenen zijn. En men heeft de
mens zover gebracht, dat hij zich schaamt te erkennen dat hij bepaalde niet redelijke
eigenschappen toekent aan voorwerpen, personen of toestanden. De esotericus echter, die
binnendringt in een geestelijke wereld, zal de wetten zowel als de krachten van die wereld zelf
moeten leren hanteren. Hij kan er dus ook niet omheen dan in zekere zin magiër te zijn.
In de magie zijn meerdere richtingen, o.m. de rituele en de gevoelsmagie. Daarnaast kunnen
van bepaalde primitieve vormen van Goena-magie en de meer ingewikkelde vormen van
sfeermagie. Datgene, wat voor de esotericus in aanmerking komt, is alleen de zuiverste witte
magie, die gebaseerd is op sfeer. Ik weet dat hierover niet voldoende is gesproken en gezegd,
maar het is ons niet mogelijk in een esoterische kring deze onderwerpen volledig te
behandelen. In verband met hetgeen wij echter in een komend jaar hopen te doen, moet ik
hieraan toch enige aandacht besteden.
U moet een ding goed begrijpen: Uw fantasie en uw denken hebben. een scheppend
vermogen, dat in de eerste plaats natuurlijk in astrale werelden werkzaam is, maar daarnaast
uw eigen wezen en uw eigen denkwereld zeer sterk beïnvloedt. Wanneer die denkwereld op
een bepaalde wijze hetzij synoniem of harmonisch is met de denkwerelden van anderen, dan
zal het mogelijk zijn via deze eenheid van gedachten elk beeld, dat u in uw gedachten hebt
geschapen te projecteren in de gedachten van anderen. Op dat ogenblik wordt die gedachte
tot realiteit. Noodzakelijk is echter een verbindende factor tussen beide personen of tussen de
magiër en de groep, die hij wil beïnvloeden. Men heeft dus niet onbeperkte invloed. De
geldende wet laat enige afwijking wel toe. Het is dus niet noodzakelijk, dat men volkomen
harmonisch is met een ander, maar er moet een zekere binding bestaan.
In de magie gelden geen redelijke wetten. Hier is ook geen volledige verstandelijke ontleding
mogelijk. Een groot gedeelte van de regels der magie zijn zeer eenvoudig, b.v. afleidingen van
causaliteit, afleidingen van harmonische verschijnselen of gebaseerd op vele werkingen en wat
wij zouden kunnen noemen magnetische verschijnselen. Deze wetten zelf zijn aanleiding tot
zeer veel verschijnselen, die wij als ecotericus zullen trachten te vermijden. Aan de andere
kant bezitten wij juist dank zij deze magie vaak eigenschappen als b.v, hoge suggestieve
waarde. Hoge suggestieve waarde, vrienden, is van buitengewoon belang, want een goed
suggestor is vaak in staat een mens inzicht te geven in zijn eigen leven, alleen reeds door via
deze suggestie de mens te brengen tot zelfonthullingen en zijn rationalisatie van de toestand
tijdelijk te verdrijven, om daarvoor de werkelijkheid in de plaats te stellen.
Vergeet dus niet dat suggestie niet alleen maar een grapje is, maar dat zij zeer belangrijk kan
zijn bij de benadering van medemensen, van patiënten en dat zij ook in de esoterie zelve een
rol speelt. Alle toestanden van overprestatie zijn n.l. gebaseerd op suggestie en zelf suggestie.
Het is alleen hierdoor, dat bepaalde delen van het voertuig kunnen worden uitgeschakeld. Alle
bereikingen in de geest worden alleen aanvaardbaar, wanneer zij een zekere suggestieve
waarde hebben, zonder dit zouden zij door de koude rede worden verworpen. Suggestie in de
magie is dus zeer belangrijk.

Terug en vooruit kijken
177
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

Naast deze suggestie kan in de magie gebruik worden gemaakt van alle oude beelden die
bestaan. Wanneer er een oud geloof is geweest, die een bepaalde godheid schiep en wij
kunnen aannemen dat die godheid nu nog bestaat (b.v. als een astraal wezen), dan is het
mogelijk deze godheid te stimuleren en tot actie te brengen. Wanneer wij weten dat in het
volksgeloof van een bepaalde streek een zekere god, demon of bepaalde spoken een rol
spelen, dan zullen wij heel vaak deze gestalten astraal aanwezig vinden, maar nimmer volledig
bezield, D.w.z. dat wij binnen de eigenschappen, die hun worden toegekend, zelf hun actie
kunnen bepalen en daarbij kunnen beschikken over de zeer grote kracht, die in vele jaren vaak
binnen een dergelijke figuur is gelegd. Het is door het gebruik van deze krachten vaak
mogelijk kwaad af te wenden. Het is mogelijk mensen te brengen tot zelfrealisatie. Het is
mogelijk om bepaalde stoffelijke toestanden te wijzigen en te veranderen. Wanneer wij - in
een besef van eenheid levende - onze medemens willen helpen, zullen wij dus ook de witte
magie wel degelijk mogen en kunnen gebruiken.
De eenvoudigste vorm wordt overigens al veel gebruikt n.l. de genezende kracht. Daarnaast
wordt het uitzenden van gedachten nu reeds gepraktiseerd.
Een verdere verhandeling van magie zou ons moeten brengen tot de getallensymboliek,
mathematiek, begrippen van vierde dimensie, begrippen van scheingestalten die wij zelf
kunnen opbouwen, hoe wij een gezamenlijke gestalte kunnen opbouwen met anderen en
daarin een beslissende invloed kunnen krijgen en wat dies meer zij. Het is duidelijk, dat
dergelijke verhandelingen alleen voor een zeer select gezelschap kunnen worden gegeven en
alleen op een verantwoorde wijze kunnen worden gegeven, indien men zelf een groot gedeelte
van het werk doet. Recepten geven is in de magie altijd uit den boze evenals in de inwijding
waarbij deze magie mij dus brengt tot aspecten van inwijding.
Ofschoon de esotericus een inwijding uiteindelijk zelve verovert en slechts in zich de absolute
bewustwording kan ondergaan aan de hand van eigen beleven, zullen wij toch uiterlijk de
mogelijkheid kunnen scheppen om de juiste toestand sneller te bereiken. Wij noemen de
materiele processen en zelfs bepaalde laag geestelijke processen, die hiermede gepaard gaan,
over het algemeen materiele inwijdingen. Een inwijding betekent echter in de meeste gevallen
een tijdelijk af stand doen van eigen wil, een bestuurd worden door anderen. Wanneer dit het
geval is, zal de esotericus zich voortdurend afvragen of de wil van de ander en dit is het
gevoel, dat spreekt en niet slechts de rede aanvaardbaar is. Slechts indien dit ten voile
aanvaardbaar blijkt, kunnen wij een weg van inwijding volgen. Over de verschillende fasen van
inwijding en de wegen van inwijding is op verschillende bijeenkomsten voldoende gezegd.
Dan wil ik nog wijzen op bepaalde harmoniserende principes. Het is mogelijk door klank, door
muziek, door wisseling van kleur en, door het scheppen van kleurige en passende
achtergronden bepaalde harmonieën te doen ontstaan. Wij kunnen de gevoelwereld van de
mens vaak zeer sterk stimuleren. Wij kunnen die gevoelswereld aanpassen aan de voor ons
begeerlijke toestand, maar wat wij voor anderen kunnen doen, kunnen wij wel degelijk ook
voor onszelf. Het is belangrijk dat wij bij een esoterisch streven, dat b.v. rust en bezinning
vraagt, onze omgeving aanpassen daaraan, voorzover dit mogelijk is. De nadruk leggen op
bepaalde lichamelijke toestanden, houdingen e.d. is dwaas op zichzelf. Maar wanneer voor mij
het contact met het hogere onverbrekelijk vergroeid is met het idee van knielen, dan zal ik
alleen geknield dit contact kunnen krijgen. Is mijn opvatting een andere, dan zal ik mij ook
daaraan moeten aanpassen.
Harmoniserende principes zijn alle gebaseerd op grondwaarden, die in de eerste plaats
stoffelijk zijn. Een geestelijke kracht kan harmonisch zijn met elk der voertuigen en toch de
stof niet voldoende benaderen of beroeren. Daarentegen kan elke stoffelijke invloed of
handeling worden omgezet in een zodanige impuls, dat het volledige wezen met alle bewust
functionerende voertuigen geheel in de harmonie wordt opgenomen. Hiervan zijn meerdere
demonstraties gegeven ook in dit jaar voor zover dit geluid betreft, het gebruik van incantaties
etc. Begrijp wel, dat deze middelen ook voor uzelf gebruikt moeten worden dat zij er niet
alleen zijn om anderen te beïnvloeden, maar dat het soms heel goed is om alleen uzelf te
beïnvloeden.

Terug en vooruit kijken
178
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

Het zoeken naar zelfkennis is voor de esotericus noodzakelijk. Maar een te vergaand zoeken
naar zelfkennis betekent vaak een verstoren van innerlijke harmonie en het ontstaan van
waanbeelden omtrent het ik. Wij mogen niet zoeken naar een volledige stoffelijke kennis en
rationalisatie van het ik. Kennis van enige psychologie is zeer zeker aan te bevelen. Begrip van
wat de droomwereld doet, begrip van de betekenis van het onderbewustzijn, van gewoonte en
wat daarbij hoort, is natuurlijk goed. Zij is aanvaardbaar en bruikbaar. Maar een mens, die
zichzelf te ver ontleedt, zal zichzelf te zeer stoffelijk, zien. En onze harmonie mag niet alleen
optreden met de materie zij moet er uiteindelijk zijn met het Groot Goddelijke. Wij streven niet
naar een kennen van de mens, zoals hij stoffelijk bestaat, wij streven in de esoterie naar het
kennen van de mens, zoals hij in het Goddelijke waarlijk en eeuwig bestaat.
Hieruit volgt, vrienden, dat het zoeken van harmonie met het Goddelijke nooit gebaseerd kan
zijn op een zuiver stoffelijke kennis of zelfkennis. Zij kan slechts gebaseerd zijn op een
innerlijk gevoelen en aanvoelen, dat stoffelijk gesteund wordt door een misschien niet al te
diepgaande maar voldoende kennis om het “ik” althans enigszins predicabel te maken. Wij
moeten kunnen komen tot een zekere prognose omtrent onze reacties. Wij moeten weten hoe
wij met angst en begeren in de wereld staan. Wij behoeven echter niet te verklaren, waar die
angsten en begeerten vandaan komen. Wanneer wij het kunnen doen is er geen bezwaar
tegen maar het is voor ons belangrijker dat wij weten wat voor beweegredenen ons kunnen
drijven, dan dat wij weten waar zij vandaan komen of waar zij ontstaan zijn. Slechts indien ze
uitermate hinderlijk zijn en wij ze willen veranderen, zal het noodzakelijk blijken door te
dringen tot de kern van de zaak. En in een dergelijk geval is het heel vaak verstandig om dat
niet alleen te doen. Zelfmisleiding komt dan toch nog te sterk voor.
De harmonie met het totale wezen kunnen wij verder het beste verkrijgen, wanneer wij onze
opvattingen omtrent geestelijk bestaan aanpassen aan ons stoffelijk bestaan. Het scheppen
b.v. van een beeld omtrent een hoogste en vormloze sfeer heeft weinig zin. Een
Zomerlandsfeer, die voorstelbaar is als een land van schoonheid, is beter. Begrip voor de
voortdurende veranderlijkheid van een dergelijke sfeer is goed. Kennis althans een
omschrijvende kennis van de toestanden van andere sferen is vaak zeer belangrijk, omdat
deze kennis wanneer wij met die toestanden in contact komen het ons eenvoudiger maakt ze
te aanvaarden. Maar wat wij niet mogen doen (onder geen enkel voorbehoud dus) is ons
richten op een sfeer die wij niet kennen. Houd je bij je voorstellingen voor zover je kunt aan
datgene, wat ook nog in gedachten te verwerken is.
Controleer de voorstellingen niet aan de hand van verklaringen van anderen. U heeft een eigen
wereld, een eigen reactie. Een volledige waarheid beseft u niet, ook niet al gaat het om een
zomerland. Controleer echter wel of datgene, wat vanuit die wereld voor u kenbaar wordt als
behorende tot de eigen wereld, klopt. Houd daarbij rekening met een groot percentage aan
vergissingen en besef, dat alleen een volledige harmonie met een dergelijke sfeer die
vergissingen zo goed als uitsluit. En dan blijft nog het element misvatting of vergissing door
het verschil in waardering, dat in beide sferen bestaat.
Verder: Harmonie kan ook heel vaak worden uitgedrukt door stoffelijke handelingen. Wanneer
deze harmonie op een voor het “ik” aanvaardbare wijze geuit kan worden, geeft zij heel vaak
een versterking van sfeer. Deze sfeer kan door de esotericus gebruikt worden om een groter
wereld besef voor zichzelf te realiseren. Dat kan net zo goed het beleefde gebaar zijn als het
bloemetje voor de buurvrouw dat kan een vriendelijkheid zijn of een onmiddellijk ingrijpen in
het leven van een ander. Al deze dingen hebben zin en betekenis, mits zij worden gebaseerd
op het begrip van harmonie. Over harmoniserende factoren is ook in de af gelopen lessen
reeds enigszins gesproken wij zullen daar ongetwijfeld.in het komende jaar nog sterker de
nadruk op moeten leggen.
En dan blijft ons alleen nog over de kwestie van: De doolhof, die mens heet. Wanneer ik nu
zeg alleen nog, dan lijkt het alsof ik die kwestie onbelangrijk vind, maar dat is toch niet waar.
De mens weet over het algemeen niet wat hij precies zelf is, wat hij wil en wat.hij kan. Onder
pressie blijkt, dat hij meer kan en dat zijn wil sterker is, dan hij vermoedt. De gemiddelde
prestatie van de mens in denken, in lichamelijke prestatie, in wilskracht ligt op 6/10 van het
Terug en vooruit kijken
179
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

totaal. Dat houdt in dat een mens, die alleen probeert om zijn eigen wilskracht, daadkracht en
denkkracht verder te ontwikkelen, daarmede reeds een grote voorsprong kan winnen. Echter
zal de mens vele redenen vinden om juist dit niet te doen. Het is voor hem tenslotte de
gemakzucht al dan niet erkend die hem vasthoudt in zijn huidige vorm van leven.
Wanneer de mens denkt progressief te zijn, dan is hij zelfs in zijn progressiviteit te allen tijde
conservatief. Hij kent een betrekkelijk kleine periode van vernieuwing, die hoofdzakelijk zijn
basis vindt in de Sturm und Drangperiode. Daarna blijft hij conservatief. Hij blijft het
bestaande verder ontwikkelen en tracht het tegen elke verdere vernieuwing of invloed te
verdedigen. Veranderingen van fase tot fase in het leven zijn dan ook geen vernieuwing maar
slechts een andere wijze om hetzelfde uit te drukken. Begrijp het wel u bent á priori conserva-
tief. Een groot gedeelte van uw denken en uw gedachteleven zal dan ook niet gebaseerd zijn
op vooruitgang, zoals u denkt, maar zal juist gebaseerd zijn op het vinden van een redelijke en
aanvaardbare verklaring voor het behouden van het oude. Dit wetende wordt het voor u
verklaarbaarder waarom u terugvalt op bepaalde religieuze elementen, waarom u zich
vastgrijpt aan bepaalde wetenschappelijke elementen misschien. Deze behoren b.v. tot uw
jeugdbelangstelling, ook wanneer u er toen niet voldoende tijd voor had. U hebt uw
waardering daarvoor in een ververleden reeds vastgelegd.
Wanneer je dit begrijpt, dan wordt het gemakkelijker om verder te denken. Nu weet je dus dat
je teruggrijpt naar het verleden en dat je dus alleen iets ontwikkelt. Ik geloof dat de mens het
ontwikkelen van hetgeen hij in de jeugd als impressie heeft opgedaan en laten we dat nu niet
te kort nemen, maar laten we zeggen dat dit voor de doorsnee mens ligt tussen de 12 en 25
jaar als een taak moet zien. De elementen, die in de stof de basis vormen, waaraan elke
ervaring wordt getoetst en volgens welke elke ervaring wordt gewaardeerd, dienen te worden
afgewerkt als een geheel. Wij moeten de strijdigheden die, daarin bestaan zoveel mogelijk
verdrijven, wij moet dus in onszelf een geheel worden en wij moeten gelijktijdig zonder
anderen deze beschouwing of deze idee te willen opleggen die idee toch in de wereld weten uit
te dragen.
Dit is nog materialistisch, dat weet ik wel, maar toch is dit materialistische het begin van onze
tocht door de doolhof. Want slechts de mens die iets begrijpt van zijn eigen denkprocessen, de
mens die een klein beetje idee heeft van de basis van zijn leven en ook van de taak, die hij
daarin voor zichzelf heeft gevonden, kan immers doordringen tot de geestelijke voertuigen
zonder voortdurend misleid te worden.
De astrale wereld, in zoverre ze voor u kenbaar is en bestaat en in zoverre ze zeker in u als
voertuig is geuit, sluit onmiddellijk aan bij hetgeen ik hier gezegd heb. Ook zij is dus in een
bepaalde periode gevormd en alle schrikbeelden, angstbeelden, beelden van verrukking en
openbaring die zij kan voortbrengen, evenzeer als de krachton die zij manifesteert, zijn uit
deze periode afkomstig. Het is juist de jonge mens, die op de astrale materie een zeer grote
en vormende invloed heeft. Beelden, die hij - met zichzelve geassocieerd - in die dagen
schept, blijven praktisch het gehele leven bestaan en wijzigen zich in verhouding weinig het
astrale met zijn demonen, zijn geesten, zijn angst en schrikbeelden, gelijktijdig echter ook met
zijn beloften van bereiking en wijsheid, wordt ook nu weer begrijpelijk. Wij hebben immers een
basis, die in de materie kenbaar is. Hierin ligt dan ook de sleutel voor onze overwinning van de
astrale belemmeringen, hierin ligt de sleutel van de poort. De wachter aan de poort is voor de
doorsneemens zeker in zijn huidige fase astraal.
Doordringen tot de lichte wereld in ons betekent doordringen tot een wereld van dromen. In
vergelijking tot de Zomerlandsfeer en het voertuig, dat daartoe speciaal behoort, draagt de
mens in zichzelf een deel dat droomt, dat idealiseert. Zoals zomerland een wereld is, waar in
de perfecte opvatting van schoonheid zo harmonisch mogelijk steeds weer door allen wordt
uitgedrukt en in vorm gekend, zo heeft de mens in zich een wereld, waarin hij dus dromen
bouwt, die hem de volmaakte wereld maar ook het volmaakte beeld van zichzelf tonen. Wij
dienen te beseffen dat deze dromen niet alleen maar bedrog zijn, maar dat zij op een bepaald
niveau werkelijkheid zijn. Wij dienen verder te begrijpen dat deze dromen zeer zeker mede
motieven zijn voor onze stoffelijke reactie, dat zij stimulantia betekenen voor ons in meer
stoffelijke zin. De band, die ook hier bestaat maakt het mogelijk ook deze wereld esoterisch te
Terug en vooruit kijken
180
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

begrijpen en te betreden. Daarmede is het voor de doorsnee esotericus dus mogelijk zonder
meer het vormcomplex te beseffen.
Een stap verdergaande komt de mens dan tot het begrip van de bezieling van het Al. Dit is niet
een pantheïsme zonder meer, maar een monotheïsme, waarbij dus sprake is van één Godheid,
waarbij die Godheid echter alomtegenwoordig wordt gezien. In deze alomtegenwoordigheid
erkent de mens voortdurend de taal Gods in alle dingen rond zich. Dit voert tot het duiden van
tekenen, het geloof aan voortekenen e.d., en op deze wijze mits men zich hier niet door
stoffelijke ervaringen teveel laat beïnvloeden kan het contact met God worden gevonden, dat
enerzijds innerlijk wordt ervaren, anderzijds in de wereld wordt bevestigd.
Niet alle mensen bereiken deze fase. Hier is nog steeds sprake van mengelingen van stof en
geest. Er is geen zuiver geestelijke, innerlijke weg of benadering tot nu toe. Pas wanneer het
begrip van eenheid met God en daarbij het geloof in de mens tot een sterk en albeheersend
iets is geworden, kunnen de volgende schreden op het zuiver geestelijk pad worden afgelegd.
En hierbij geldt voor de mens weer: Bedenk, dat geloof niet dogmatisch mag zijn, Geloof moet
zijn gebaseerd op de goddelijke realiteit, zoals wij die ervaren en zien. Zij moet zich
voortdurend aan die waarheid kunnen aanpassen. Zij moet echter een volledig vertrouwen en
een volledige innerlijke zekerheid zijn. Met dit geloof kunnen wij doordringen tot de lichtender
delen van ons wezen, waarin dan volgens onze eigen geaardheid een verdere ontplooiing
mogelijk is. Voor de meesten, die in de stof verkeren, begint deze ontplooiing pas na enige tijd
in de vormkennende wereld van de sferen.
U ziet, hier heb ik ook nog het een en ander gezegd, wat wel belangrijk en interessant is. Ik ga
nu zo langzamerhand mijn bijdrage besluiten. Mag ik u echter allen tezamen verzoeken om
altijd, wanneer u spreekt of denkt over esoterie, deze te binden met het begrip God en dit
begrip God niet te sterk te definiëren. Op andere wijze is n.l. een bewustwording voor de mens
niet mogelijk. Ongeacht zijn redelijk staan tegenover een eventuele Godheid is hij in zich
afhankelijk van hogere krachten. Hij is vanaf de oudste tijd en gebonden geweest aan
geestelijke leiders, aan meesters, zich openbarende goden, profeten, stemmen en wat dies
meer zij. Ook de hedendaagse mens kan het niet stellen zonder een goddelijke leiding. Deze
leiding á priori te zoeken voert tot zelfmisleiding. Maar esoterie te bedrijven zonder daarbij
allereerst steeds weer te erkennen, dat de goddelijke kracht u voert en beroert, betekent te
zeer betrouwen op jezelf en daardoor het gevaar voor zelfmisleiding vergroten.
Vrienden, dat was een samenvatting van veel wat reeds gezegd was en een aanvulling op
andere punten. Het is tevens de laatste les van dit verenigingsjaar. Wij hopen dat degenen
onder u, die het afgelopen jaar als vruchtbaar hebben ervaren en in staat zijn ook verder de
bijeen komsten bij te wonen, dit zullen doen. Degenen, die menen dat zij te weinig begrepen
hebben, zou ik de raad willen geven: Zoek eerst een eenvoudige cursus. Het prestige alleen is
niet voldoende om geestelijk verder te komen. En tenslotte ook onzerzijds dank voor het
gehoor en onverschillig, hoe u verder gaat de beste wensen op uw pad naar innerlijke
waarheid. Goedenavond.
o-o-o-o-o
Tweede gedeelte

KOSMISCHE FILOSOFIE

Elke filosofie, die ver genoeg ontwikkeld wordt om te ontgroeien aan haar oorsprong en aard
kan kosmisch zijn. Anders gezegd voor de mens is een kosmische benadering alleen mogelijk
vanuit zijn eigen geaardheid en zijn eigen methode van denken. De oosterse filosofie is
gebaseerd op de gedachte aan voortdurende wisseling van levens, aan de wetten die daarbij

Terug en vooruit kijken
181
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

regeren en ze heeft symbolisch getracht de hiërarchie van goddelijke wezens die bestaat uit te
drukken. Wanneer je bepaalde kerkvaders leest, ik denk aan Augustinus maar ook aan
Ambrosius dan vinden wij daar in zeker zin hetzelfde. Het verschil tussen westerse en oosterse
filosofie ligt dan ook hoofdzakelijk in de nadruk die men legt op de dood en de betekenis
daarvan. Een kosmische filosofie echter zou een filosofie moeten zijn, die voor alle dingen
gelijkelijk passend is, die in haar denkwijze stellingen ontwikkelt, die voor alles gelijkelijk
geldend zijn. En dat is alleen mogelijk wanneer je ontkomt aan het menselijke.
Om het nu heel eenvoudig te zeggen: een mens kan nooit volledig kosmisch denken, omdat hij
mens zijnde aan de beperkingen van het mens-zijn gebonden blijft. Als je dat bekeken hebt,
dan is het begrip heel eenvoudig: Werkelijke kosmische filosofie vinden we alleen daar, waar
het menselijk element zoveel mogelijk buiten beschouwing wordt gelaten en alleen eventueel
gebruikt wordt ter omschrijving van bepaalde ideeën, die op zichzelf dus niet door de mens
begrensd zijn.
Als ik u voorbeelden van kosmische filosofie moet noemen, dan kan ik daarbij teruggrijpen op
een cursus, die wij hebben gegeven over het Goddelijke. Daarin vindt u - zij het niet in elk
onderwerp - evenzeer elementen van kosmische filosofie. Vergis u niet, u zult geneigd zijn te
zeggen: wij moeten kosmisch denken. Maar dat kunt u niet. U bent mens. Denk als mens zo
goed als je als mens kunt denken en probeer in je denken zover te komen, dat je elk verschil
tussen mens en mens uit schakelt. Wanneer je vandaar dan ook nog kunt komen tot een
gelijkwaardige aanvaarding van al het levende ongeacht zijn vorm, gestalte of uiting dan ben
je al een heel eind verder. Maar dit laatste is in de theorie veel gemakkelijker dan in de
praktijk. Zou men dat hebben, dan heeft men daar de basis gevonden, van waaruit een
kosmische filosofie kan worden opgebouwd...
Je bent toch verbonden met alles wat er bestaat, of het nu een muis is of een kakkerlak.
Het is allemaal leven en heeft allemaal zin.
Dat ben ik volkomen met u eens. Maar als u een rat in uw bed vindt, dan denkt u niet aan
hetgeen u verbindt. Dat kunt u nog niet aanvoelen. Pas op het ogenblik dat u die eenheid
uitdrukt, zoals b.v. in sommige legenden door heiligen wordt gedaan, die met draken aan een
halsbandje lopen, wolven bekeren, tegen vissen preken enz., die met leeuwen op stap gaan of
die er een paar tamme beren op nahouden, die voor ieder ander wild zijn, die, hebben daar
althans in symbool aangeduid iets van die kosmische werkelijk uitgedrukt. Een van de beste
voorbeelden is misschien een verhaal van een heilige uit de Hindoe-leer. Deze heilige was
zozeer een met alle dingen, dat hij vlak langs een cobra heenstapte, die gereed was om te
slaan. Hij ging geen millimeter opzij, ging rustig verder en het dier i.p.v. te slaan groette hem
(dus trok wel achteruit maar sloeg niet toe), rolde zich weer rustig op en ging verder met
zonnen. Daar heb je dus het idee van iemand, die absoluut geen angst kent voor ander leven,
het begrijpt en daardoor de eenheid ook praktisch tot uiting kan brengen. Maar ja, aangezien
uzelf zover niet komt. Ach, laten we eerlijk zijn: Als u een vlo hebt, zegt u dan: Hier heb ik een
stukje van dat geheimzinnige leven, of grijpt u naar de D.D.T.? En zolang dus deze
uitzonderingstoestand blijft bestaan, waarbij je de eenheid niet voldoende gevoelt om die
volledig tot uitdrukking te brengen, ben je nog niet zover dat je kosmisch kunt denken.
Ongeacht het feit dat je erkent dat het zo is, zul je het ook nog moeten beleven.
In een boek van Brunton wordt iets dergelijks genoemd. Wordt dit daar bereikt door alleen
binnen de invloed van de Haharisji te gaan zitten?
In zekere zin. Want als je daarbij gaat zitten, dan is het niet de bedoeling dat je alleen maar
zit, maar dat je a.h.w, zijn sfeer en zijn gedachten ondergaat en daarin voor jezelf ontwaakt
tot een nieuw bewustzijn. Als je dat krijgt, ja, dan is dat mogelijk. Het gaat hier niet over de
uiterlijke methode, maar over hetgeen je innerlijk doet. U moet niet vergeten dat een van de
meest geliefde methoden van het oosten is het mediteren met een meester waarbij jezelf
mediteert en de meester mediteert, maar de meester je eigen meditatie a.h.w. geestelijk
corrigeert. Het is zoiets als huiswerk maken, maar dan geestelijk.
2e onderwerp

Terug en vooruit kijken
182
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

SUGGESTIE

Suggestie is gebaseerd op een sterkere persoonlijkheid, die een zwakkere persoonlijkheid
beïnvloedt. Deze sterkte kan in vele verschillende waarden gelegen zijn. Wij zien b.v. de mens,
die door zijn imponerend optreden een ander beïnvloedt. Menig oplichter is b.v. een goed
suggestor, want hij suggereert u dat hij eerlijk is, terwijl hij vaak dit zeer kennelijk niet is. Zo
kennen wij in de suggestie ook veel andere factoren als b.v. een optreden dat suggestief is.
Dus het scheppen van een reeks van invloeden, die de mens zodanig onder de indruk daarvan
brengen, dat hij zich onderwerpt.
Geestelijk gezien echter is het wat anders. Wanneer men geestelijk sterker is dan een ander,
dan kan men die ander al is het maar voor een kort ogenblik dwingen om a.h.w. met uw eigen
ogen te kijken. Men kan dus het standpunt van die ander tijdelijk overeenbrengen met het
eigene. Wat suggestie en zelfsuggestie betreft Op het ogenblik dat ik mijzelve zo sterk
voorhoud dat ik slechts geestelijk denk, dat ik hierin volledig geloof, zal ik alleen geestelijk
denken.
Het gebruik van suggestieve waarden is natuurlijk onderhevig aan een zeker vakmanschap.
Niet iedereen kan evengoed suggereren. Wat dat betreft kunnen wij er vaak heel veel mee
doen. Door de manier van optreden, de manier van werken kunnen wij u iets suggereren,
waardoor u geestelijke invloeden ondergaat, die u anders eenvoudig langs uw koude kleren
zou laten aflopen. Ook dat is een vorm van suggestie. Wanneer wij een voorbeeld moeten
geven van iemand, die daar zeer wel in thuis is de entiteit, die u kent als het pastoortje. Deze
is een suggestor par excellence, waar hij uiteindelijk niets bijzonders zegt, maar in u een
stemming doet ontstaan, die gelijk is aan zijn eigen goedwillendheid tegenover de wereld en u
daardoor een gevoel van goedheid geeft, dat u niet alleen ontroert, maar dat u ook in die
goedheid verder doet gaan. Deze doet dit althans enigermate bewust. Een ander voorbeeld
hebt u ook hier kunnen meemaken en zelfs ook in een andere kring, n.l. een spreker, die zelve
geestelijk zo hoog staat, dat zijn eigen persoonlijkheid uw persoonlijk zijn zozeer
overschaduwt, dat u zijn waarden ondergaat, onafhankelijk ook weer van het gesproken
woord. Hier hebt u dan twee voorbeelden van het gebruik van suggestie, zoals wij dat kennen,
die onmiddellijk kunnen worden aangehaald.
Verder kan het opbouwen van je eigen persoonlijkheid in de ogen van een ander b.v. op
suggestie berusten. Iemand wil zijn hart bij u uitstorten en u merkt dat dit niet helemaal gaat.
Wat begint u te doen? U begint die mens te suggereren, dat het uw volste belangstelling heeft
en dat u meeleeft, ook al interesseert het u eigenlijk geen jota. U gaat die mens verder
suggereren dat hij bij u zekerheid, zwijgzaamheid en alles vindt waaraan hij op dat ogenblik
behoefte heeft, zodat hij daardoor in een stemming komt van vertrouwelijkheid, die voor u op
dat ogenblik gewenst is, omdat u anders die mens niet helpen kunt, maar die vanuit uw
persoonlijk standpunt gezien verder weinig zin heeft. Het is alleen een middel om te helpen het
is dus geen feitelijke toestand. Ook weer suggestie. Suggestie die ten goede wordt gebruikt
om een medemens andere schepselen althans in een toestand van beter bewustzijn of grotere
innerlijke rust te brengen dan zij zich bevinden.
De vorige maal zijn de waarden besproken, die in de verschillende sferen t.o.v. snelheid,
tijd en massa enz. bestaan. Zijn die in verband te brengen met de leer van Einstein?
Wanneer de snelheid oneindig wordt, wordt de massa oneindig en daarom neemt men aan dat
men de lichtsnelheid niet kan overschrijden, omdat daarbij de massa zodanig groot is
geworden, dat geen verdere aandrijving te vinden is. Dat is tenminste de conclusie, die vanuit
Einstein wordt getrokken. Er is tussen beide beschouwingen een zekere congruentie maar ook
een zeker verschil. De leer die u de vorige maal hebt gehoord is gebaseerd op het volgende:
Elk verschijnsel, dat in het heelal bestaat ongeacht waar, in welke sfeer of hoe is in zijn wezen
kracht, dus energie. Die energie uit zich in verschillende vormen. Maar wanneer energie een
bepaalde trilling overschrijdt, zet zij zich om in een andere vorm van energie. Er is dus sprake
Terug en vooruit kijken
183
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

van transformatie en in zoverre van congruentie. Gesteld nu verder, dat het wezen veranderd
kan worden, dan betekent dat, dat de wetmatigheden, die voor dat wezen gelden, evenzeer
veranderen. Het is a.h.w. een formule, waarbij de waarden veranderen. Neem een 3 letter
formule a = e : r. Dan kunnen wij dat gaan omzetten en dan zeggen wij: r x a = enz. Wij
kunnen al deze omzettingen maken en daarop berust het geheel. Op het ogenblik dat wij ons
realiseren, dat tijd, beweging en massa in feite drie gelijke waarden zijn, die als verschijnsel
onderling vergelijkbaar en hanteerbaar zijn, dan komen wij vanzelf tot de stellingen, die er dus
gebouwd zijn omtrent de sferen. De bedoeling was hierbij in de eerste plaats om een overzicht
te geven o.a. van het tijdselement, zoals dat optreedt in de sferen, wat voor een mens anders
moeilijk te begrijpen is. In de tweede plaats om duidelijk te maken hoe bevoertuiging dus kan
worden omgesteld in andere waarden. Het heelal bestaat uit twee t.o.v. elkaar bewegende
velden. In de kruising dier velden ontstaat een ontlading van energie. Deze ontlading van
energie geeft beweging. Een te grote snelheid van beweging geeft massa. Massa, die een
beweging heeft binnen een bewegend Al, kent daardoor een verschuiving t.o.v. dit Al, dat de
tijdsfactor bepaalt. Daarop komt het neer.
Einstein heeft dat aangevoeld en heeft het voor het heelal zoals wij dat kennen in
eenvoudige formules vastgelegd. Mijn vraag bedoelde: Is er enige congruentie tussen
hetgeen hij gedaan heeft t.o.v. wat in verschillende sferen geschiedt (wat een feit is) en
wat hij ontdekt heeft hier voor de wereld,
Uit hetgeen ik gezegd heb, waarde vriend, bleek dat er tot op zekere hoogte van congruentie
sprake is, n.l., waar het gaat om het erkennen van toestanden, die dus materieel uitgedrukt
kunnen worden. Op het ogenblik dat wij gaan spreken over sferen, blijven diezelfde waarden
wel gelden, maar in een andere verhouding. Dat houdt in dat wat Einstein dus niet kan
berekenen, door een omzetting van zijn formules berekenbaar zou worden bij een voldoende
kennen van de toestanden in een andere sfeer.
Wat wordt in de vorige les bedoeld met: Het heden is voor mij een volledige
persoonlijkheidsuiting.
Dat houdt in, dat in: wat ik nu ben kosmisch gezien het totaal van het verleden en het totaal
van de toekomst aanwezig is. Op het ogenblik dat ik dit bevat is dus het heden ongeacht de
vorm, waarin ik mij uit in dit heden voor mij een uiting van de volledige persoonlijkheid, die ik
kosmisch ben.
Maar dat wordt toch zeer gebrekkig en onbeholpen geuit.
Voor een mens is dat misschien wat moeilijker. Laten we het dan heel eenvoudig beredeneren.
U hebt voordat u in dit leven kwam meerdere levens achter de rug. In die tussentijd hebt u nu
andere geestelijke fasen doorgemaakt. U hebt in ieder geval nog allerhande geestelijke fasen
voor de boeg en misschien ook nog stoffelijke. Nu moet u één ding goed onthouden: U bent
een wezen, dat an sich buiten de tijd staat. U bent. U bent eeuwig. U bent geschapen met alles
wat u ooit zult doormaken of zijn tegelijk in één wezen, een persoonlijkheid. Dat moet u
onthouden. Nu gaat u op dit ogenblik handelen. Dan bent u zich misschien van dat verleden
niet bewust, maar alles, wat in dat verleden belangrijk was, wordt in het heden mee
uitgedrukt. Dat kunt u toch begrijpen, nietwaar? Maar ook alles wat in de toekomst ligt (wat
deel is van uw wezen dus, ongeacht de manier waarop u het later beleven zult, want die kunt
uzelf nog kiezen) wordt nu al bepaald. Er is dus sprake van een zekere voorbestemming. Niet
in de zin van: je zult dit of dat precies moeten beleven. Maar in de zin van: je zult deze
hoofdfasen doormaken en daar bij tot die eindfase komen. Dat kunt u ook volgen? Zo is dus
het heden in feite een uitdrukking van de hele persoonlijkheid en ook niet onbeholpen. Het is
alleen zo, dat men in het heden slechts moeilijk beseft hoe men het geheel uit. Want elk
moment in de tijd of dat nu menselijk is of anders is een uiting van de gehele en eeuwige
persoonlijkheid, in overeenstemming met dat gehele wezen en krachtens zijn consequenties
een doel van de eeuwige banden, die met alle andere delen van de kosmos bestaan.
Ben je je dit als mens dan enigszins bewust?
Je kunt je als mens daarvan enigszins bewust worden en dat begint met de vaststelling van
het feit. Wanneer een spreker dus zegt: Ik ben mij in het heden van een volkomen
persoonlijkheidsuiting bewust, dan bedoelt hij daarmee: Ik heb in mijzelf dit verleden erkend,

Terug en vooruit kijken
184
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

ik weet wat mijn weg is, (ik weet dus mijn doel in de toekomst) en ik weet, dat alles wat ik in
het heden doe een uitdrukking is van deze beide waarden, maar ook van het geheel.
Dan is dus elk moment volmaakt?
Dit is vanuit God ofwel vanuit een volledig kosmisch bewustzijn inderdaad juist. Op zich is elk
moment volmaakt, bezien vanuit de eeuwigheid, omdat het daar volledig past in het eeuwig en
volmaakte scheppingsprincipe. Maar voor degene, die het op zichzelf ervaart, bestaan er
contrasten. Laten we maar een heel eenvoudig voorbeeld nemen. U hebt een heel groot
schilderstuk. Er loopt en vlieg overheen. Die vlieg ziet niet de voorstelling. Zij merkt op: nu
loop ik over bruin. Hé, wat is dat een kleverige verf. En nu is het weer glad. En nu loop ik op
blauw. Zij reageert daar misschien met haar gevoelens op. Maar wanneer je eenmaal beseft,
dat de hele weg die de vlieg aflegt het schilderij is, dan zeg je dat elke kleur toch op zijn plaats
staat. Volgens deze vergelijking gesproken moet je dus het geheel van je zijn kunnen beseffen
om in elke fase tevens de volmaaktheid te vinden zo als een kunstkenner in het beschouwen
b.v. van een Rembrandt of een Hals de persoonlijke toets van de schilder vindt in een enkele
penseelstreek en vol bewondering staat voor de deskundige wijze, waarop juist die enkele
penseelstreek is aangebracht, beseffende hoe dit de waarde van het geheel verhoogt. Maar
degene, die de penseelstreek op zichzelf ziet, vindt haar misschien zinloos of zelfs lelijk.
Waarschijnlijk heeft degen, die de penseelstreek zette, niet geweten wat het betekende in
het geheel.
Daarmee ben ik het nog niet eens. Hij heeft de penseelstreek als zodanig niet beredeneerd.
Wanneer u dit bedoelt hebt u gelijk. Maar hij heeft haar in zijn gevoel en zijn scheppingsdrang
precies zo gezet, dat zij de volledige uiting was van zijn persoonlijkheid en tevens harmonisch
in het geheel van de voorstelling, die hij schiep.
Is dat ook de oplossing van de strijdvraag, die er bestaat of de schepping zich voortdurend
herhaalt of dat dit in eenmaal gebeurd is?
Er is een volmaaktheid en die volmaaktheid wordt voortdurend geuit. Maar de delen, die zich
van de volmaaktheid niet bewust zijn, kunnen haar voortdurend anders ervaren.
Er is de vorige maal ook gezegd: Elke ware geestelijke bereiking openbaart zich tweeledig
in een innerlijk bewustzijn en in een uiterlijke waarheid. Hebt u van het tweede een
voorbeeld?
U hebt voortdurend door en bepaalde straat gelopen of u hebt voortdurend door een bepaald
park gelopen en dat is heel gewoon. Nu bent u zich geestelijk van iets bewust geworden u
loopt er weer doorheen en wat ziet u plotseling? U ziet dat het anders is geworden. Wat u
eerst normaal leek in die straat is plotseling hier en daar lelijk geworden en het andere heeft
een nieuwe adel gekregen. In dat park hebt u plotseling iets gezien van een schoonheid, die u
nooit vermoed hebt. U ziet de wereld opnieuw. Dat is het meest eenvoudige voorbeeld, dat ik
u kan geven. Daarnaast natuurlijk kan het ook zijn, als je verder komt je gaat helderziende
waarnemingen doen, je krijgt contact met geestelijke dingen al besef je ze nog niet volledig, je
ziet voortdurend manifestaties. Dat kan bij wijze van spreken net zo goed een deur zijn, die
ineens dichtklapt of een bloemenvaas, die op je hoofd wordt omgekeerd om het eens heel raar
te zeggen als het vinden van een steen, die je gegeven wordt of iets dergelijks. Dat is dus niet
te bepalen, dat ligt aan de persoon zelf. En dat is ook in overeen stemming met de persoon.
Maar in het paranormale krijgen we dus ook fenomenen, die stoffelijk kenbaar zijn.
Hebben ze zin?
Die verschijnselen? Over het algemeen weinig of niet. Ze zijn n.l. een verschijnsel, dat pas zin
krijgt wanneer je het geheel van de werking beseft. Wanneer je van een echo-roep alleen het
laatste deel hoort, dan hebben die woorden geen zin maar weet je welke zin is geroepen, dan
voel je de weerkaatsing daarin. En zo is het met vele paranormale verschijnselen. Zij
weerkaatsen iets, wat in ons ontstaan is of wat van ons uitgaat. Maar omdat we de hele zin
niet meer weten daar wij heel vaak niet eens weten wat er precies in ons gebeurd is lijkt ons
het paranormale gebeuren op zo’n ogenblik zinloos. Het is dat niet, maar het is een staartstuk,
een kleine weerkaatsing van iets, waar wij eigen lijk nog niet eens bewust van zijn.

Terug en vooruit kijken
185
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

Zie je het later wel in?
Er komt een ogenblik dat u de zin daarvan u realiseert, maar meest al bent u zich dan ook van
uw innerlijke bewustwording volledig bewust geworden. En dat houdt weer in, dat u een
verdere bewustwording begonnen bent. Op het ogenblik dat een bewustwording bereikt is,
realiseer je je haar meestal niet. Het is net als wanneer je een berg op gaat. Het lijkt of je niet
opschiet, totdat je naar beneden kijkt.
Er is ook gezegd, dat wanneer wij beslissingen nemen onder invloed van een herinnering of
door een terugzien, dit fout is en dat wij beslissingen moeten nemen onder de condities
van het heden. Maar zolang er zo’n herinnering is, is dan het ervarene niet volledig
verwerkt?
Wat u daar stelt is niet juist. De herinnering van het verleden is een ervaringsbeeld. Haar wat
doen wij nu? Niet alleen dat wij onder bewust want dat doen wij altijd het herinneringsbeeld
mee associëren in onze reactie op het heden, maar wij gaan voor onszelf nog steeds een reden
zoeken, om die herinnering daar sterker mee in verband te brengen. Het gevolg is, dat wij
onze eigen reactie gaan verdraaien, gaan vertekenen. En dan komen wij dus tot handelingen,
die voor onszelf niet meer volledig aanvaardbaar zijn, maar die wij omwille van de herinnering
zo stellen met het gevolg dat de consequenties daarvan ons meestal wat koud op het lijf
vallen, omdat wij ons daar heel iets anders van hadden voorgesteld. Dan keren wij dus terug
op het door ons genomen besluit en zitten dan pas goed in wat men de puree pleegt te
noemen.
Wanneer wij een ervaring volkomen verwerkt hebben, zodat die verknoopt is met ons
wezen, dan kunnen wij dus het feit op zichzelf vergeten.
Wij kunnen het doen. Maar wij zullen het over het algemeen niet doen, omdat elk deel van
beleving, dat belangrijk is geweest in de vorming van ons bewustzijn, in ons is vastgelegd en
als zodanig tevens herinnering is, zodat te allen tijde dat in ons leven meetelt (want het is
verknoopt met ons wezen), maar het beeld ook eventueel terug te roepen is. Ook wanneer dat
niet een onmiddellijk toegankelijke herinnering is.
Dat kan dus toch wel?
Dat kan altijd en dat is ook zo.
Maar is het nodig?
Ja, natuurlijk. Om jezelf te kennen moet je weten wat je bent.
Maar ook als de gevolgen van dit feit zodanig in je opgenomen zijn, dat net een
automatisch reageren wordt, dat net niet meer rationeel wordt uitgewerkt?
Dan is er toch voor onszelf de behoefte aan de herinnering. Het klinkt misschien erg vreemd
dat ik dit zeg, maar voor de meesten van ons - ook in de geest - nog zijn bepaalde
herinneringen tevens zelf rechtvaardigingen. Wij rechtvaardigen ons in de herinnering. Wij zijn
dus nog niet tot een zo totale Godsaanvaarding gekomen, dat wij daarvan afstand kunnen
doen. En als zodanig is die herinnering voor ons een behoefte. Zij verklaart de zin van ons
leven.
Maar het kan toch ook als een struikelblok werken?
Het kan een struikelblok zijn. Maar wanneer wij leren de sentimenten, die met de herinnering
gepaard plegen te gaan, terzijde te zetten, dan zijn wij al een heel eind verder. Want dan zal
de herinnering ons niet meer onmiddellijk beïnvloeden. Dan zal ze alleen als ervaringswaarde
mee een rol spelen en dat is geoorloofd.

DE STEEN DER WIJZEN
Ik heb gezocht naar wijsheid, maar bovenal naar dat, wat mij wijsheid geeft zonder haar te
zoeken. Steen der wijzen, panaceum dat alle kwalen verdrijft, wondermiddel waarin alle kennis
vereend is. En de mens geloofde daarin als een verborgen iets, een middel dat - door vreemde
chemicaliën tezaam te brengen - kon worden geschapen.
Daardoor moest de mens, die geloofde aan de steen der wijzen, gaan studeren en gaan
zoeken. Hij moest doordringen in de kennis der chemie, in de plantkunde en de astrologie. Hij
moest doordringen in de filosofie en zelfs in de inwijdingsleren van een tijd, die over het
Terug en vooruit kijken
186
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring jaren: 1959 - 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

algemeen wat afgestompt en versuft was zeker in geestelijk opzicht. En zo kwam de tijd, dat
de werkelijke zoeker naar de steen der wijzen in zich de wijsheid verwierf en in zich de kracht
verwierf die geestelijk is,
Want de mens zelve met zijn ziel kan worden vergeleken met een ruwe edelsteen. Hij
onderscheidt zich in bijna niets van het keisteentje, dat in zich geen mogelijkheid tot
schittering en glans draagt. En dan komt het onderzoek, het polijstend en schurend werk, het
kloven soms waarbij een deel van het “ik” wordt afgestoten, tot uiteindelijk facet na, facet vol
schittering is geschapen en de steen is geworden tot een levend iets, dat alle aspecten van het
leven opvangt in vele facetten en weerkaatst en weergeeft een levende flonkering en een
scheppend principe in zichzelf.
Wij dromen soms van de steen der wijzen en beseffen niet dat wij zelven die steen zijn. Maar
de steen der wijzen moet ontwikkeld en gevormd worden. In Uw Wezen, mijne vrienden zoals
in het mijne zijn alle bestanddelen, die noodzakelijk zijn. In ons zijn de geheime krachten van
leven. Het rood van agressiviteit in werken. Het goud wit van een aanvaarding, een geloof, een
overgave aan het Goddelijke. In ons zijn de krachten van vuur, de drang naar beleving, naar
volheid en naar vreugde. In ons is het element van aarde, het vormkennen en het vorm
weten, dat in onderscheid nog steeds een kennen zoekt in plaats van te ondergaan en te
begrijpen. In ons is de ijlheid van de lucht, het stijgen van onze gedachten, die omhoog
torenen, maar weer vervagen eer ze volledig gedacht zijn. In ons is de vloed van levende
kracht als de wateren van de oceaan, aanrollend en ebbend, voortdurend weer. In ons is de
ether zelve, het levende licht, de kracht en de kern van ons wezen. Wij zijn de steen der
Wijzen en Wij beseffen het niet.
Wij, die zoeken buiten onszelven een dergelijke kracht te vinden, een dergelijke Wijsheid, wij
moeten falen. Want er bestaat voor ons geen middel om eeuwigheid te vinden of eeuwig
leven, er bestaat voor ons geen middel om alle kwalen te genezen, tenzij door en uit en in ons
zelven. Want in ons ligt de enige kracht van eeuwigheid, die waar is: het deel van een
goddelijk wezen, de goddelijke vonk, die ons voortbeweegt van sfeer tot sfeer en van wereld
tot wereld, totdat de waan van tijd in ons is gestorven en het besef van de werkelijke eenheid
in ons ontstaat.
Zoeken naar de steen der wijzen is zoeken naar jezelf, zoeken naar de kennis van het zelf, het
zelf, dat erkent het “ik” en naast dat ik al die factoren, die mensen plegen te omschrijven als
geest, bovenbewustzijn en onderbewustzijn en wat dies meer zij. Al deze voorstellingen zijn
eigenlijk verschillend. Maar het zelve, het begrip van het Wezen, dat het ware ego, het Grote
Ego uitmaakt, is iets eeuwigs. Het omvat al wat ge zijt, wat ge zult zijn en meer. Het is alle
kracht en alle leven, voor zover deze voor u ooit bevattelijk zullen zijn. Het is uw wezen,
geplaatst in een eeuwigheid, vast, zeker en zonder twijfel.
De steen der wijzen is de wijsheid, die gij delft uit uzelf en niets anders. In U is het leven in
uzelf, dat door een aanvaarding van de eeuwigheid de eeuwigheid bereikt, ongeacht in welke
vorm of voertuig gij leeft. En wie de steen der wijzen bezit, heeft het vermogen van het
scheppen gevonden, hij heeft het vermogen van alwetendheid gevonden, hij heeft het
vermogen van alomtegenwoordigheid gevonden. Hij heeft dan de eigenschappen, die de. mens
aan God toekent, voor zichzelf verkregen.
Welaan dan, is de steen der wijzen niet de eenwording met God? Achter de oude formules van
de alchemisten, de overleveringen van een bijgelovige tijd, ligt het raadsel van inwijding en
openbaring. Men heeft het verborgen achter vele termen en vele symbolen, maar vooral achter
termen als: de put der eeuwigheid of de steen der wijzen.
Als mens moet je ontgroeien aan symbolen. Als geest moet je ontgroeien aan een
buitenwereld, die het belangrijkste lijkt. Je moet ontgroeien aan al wat wet lijkt, die gebonden
is aan tijd en veranderlijk is en in de plaats daarvan zijn: de uitdrukking van de eeuwige
wetten in al je denken, in al je streven, in je handelen en uiteindelijk in je zijn. Slechts zo kun
je de steen der wijzen vinden. Slechts zo kun je opgaan in de werkelijkheid.

Terug en vooruit kijken
187
© Orde der Verdraagzamen
Esoterische Kring: 1959 – 1960 - Datum – 12 juli 1960
Les 11 – Terug en vooruit kijken

Er zal veel tijd vergaan voor men deze werkelijkheid beseft. Want het is een moeizaam werk
om de steen der wijzen te maken. Maar reeds vóór hij volledig geslepen en gepolijst is, vóór
hij de kennis van eeuwigheid is, zal hij - wanneer slechts een enkel facet ontwikkeld en
lichtend is - reeds voor u zijn een buitengewone macht. Hij zal u reeds in staat stellen om te
leven zolang ge wilt hij zal u in staat stellen wonderen te doen. En hoe meer facetten gij zult
kunnen slijpen en hoe meer ge kunt openbaren van wat in u ligt, hoe zuiverder en hoe sterker
uw macht en vermogen, maar ook tevens hoe groter uw begrip van de eeuwige wet en de
scheppende kracht, en daarom hoe minder kenbaar uw werken, leven en ingrijpen.
Ge hebt mij als onderwerp deze steen der wijzen gegeven. Welaan, ik zeg u: zoals gij in u
draagt alle poorten van inwijding, zoals ge in u draagt de eeuwigheid zelf, zoals het goddelijk
licht in u bestaat zoals het overal rond u is, zo zijt ge zelve deze steen der wijzen, waarover ge
spreekt. De oplossing van alle raadselen, het antwoord op de laatste vraag: wie en wat ben ik,
wat is God, wat is werkelijk. Want het antwoord op deze vraag is één. Maar het kan niet in
woorden worden gebracht. Het is een beleven, dat in je ligt en dat je aan het einde van de
kringloop ontheft van het leven en zijn in beperking en je brengt tot de openbaring in volle
waarheid zonder begrenzing, zonder licht en zonder duister, maar in perfecte eenheid met de
ene Kracht, die alles heeft voortgebracht.

Terug en vooruit kijken
188