You are on page 1of 176

© Orde der Verdraagzamen

Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

Verslag Studiekring II gehouden op 7 Oct. 1954

LES 1 - LEIMUREN

Goedenavond vrienden,
Aangezien ik althans voorlopig wel Uw leraar zal blijven geloof ik, dat ik verstandig doe, als ik
begin met me voor te stellen. U kunt mij noemen met de naam Franciscus. Toen ik nog op
aarde leefde, was mijn naam ook Franciscus, Franciscus van Severdingen. De rest is voor U
misschien van minder belang. Wanneer wij hier zo gezamenlijk de ontwikkeling van de
mensheid en haar ontstaan na willen gaan, dan zullen we een hele hoop punten aan moeten
gaan snijden, die volgens de orthodoxe wetenschap nou niet direct bewezen of verantwoord
zijn, dat zult U wel begrijpen. Maar aan de andere kant kunnen wij zonder dat niet komen tot
een verantwoorde ontwikkeling van het onderwerp, juist ook wat ook wel heel belangrijk is,
waar het de geestelijke aspecten betreft. Daar gaat het ons om. De historie komt natuurlijk
hier en daar om het hoekje kijken. Maar deze ontwikkelingsgeschiedenis is afhankelijk van een
hele groep dingen. Want alle geest zoekt zich nu eenmaal, ja, ‘het voertuig’ is een
eigenaardige betiteling, maar het voertuig, dat het beste past bij haar doel. Nu hebben we
altijd door het hele bestaan van de mensheid heen te maken gehad met grote figuren. Met
ingewijden, als het ware. Wij zien achter de oppervlakte van de mensheid een tweede
ontwikkeling plaatsvinden, n.l. die van één uit de mensheid geboren zijden leidinggevende
geestelijke groepering. En ook die moeten we natuurlijk proberen te volgen. Nu is dit
onderwerp een lievelingsstudie van mij geweest, altijd trouwens. ik heb in mijn tijd op aarde al
veel daarover nagedacht en gestudeerd, ik heb dit, nou al bijna 150 jaren sinds dien in mijn
eigen wereld voort kunnen zetten, met heel wat meer mogelijkheden. U zult dus begrijpen, dat
wat U te horen krijgt, het resultaat is van die overpeinzingen en studies, die ik speciaal
daarover heb gemaakt. Ik heb het vermogen gelukkig om voortdurend in contact met hogere
krachten in sferen boven mij staande een limiet en correctie te ontdekken, waardoor we niet te
ver zullen gaan, daar moeten we ook heel voorzichtig mee zijn. We kunnen natuurlijk niet op
de eerste dag, dat we hier bij elkaar zijn, gaan beginnen met nu ineens alle geheimen te gaan
onthullen. We moeten eerst eens weten, hoe we met elkaar op kunnen schieten. Ik ben ervan
overtuigd, dat er wel een enkeling zal afvallen. Dat is niet treurig, dat is heel natuurlijk. Ik
weet ook wel, dat we op de duur sommige onderwerpen zullen gaan variëren. De tijd, die we
ter beschikking hebben is betrekkelijk kort voor het uitgebreide onderwerp en het zou kunnen
zijn, dat andere aspecten van deze ontwikkeling in U zo’n intense belangstelling wakker
roepen, dat we die op den duur later in de plaats zullen stellen van een van de latere
onderwerpen. Dit is allemaal van later zorg. De eerste drie keren zou ik zeggen mijn vrienden,
gaan we volgens het programma te werk. En hoe we dan verdergaan, zullen we wel weer zien.
U denkt natuurlijk ook z`elf na, ik zal hete voor vanavond nog maar eventjes zeggen, later
neem ik aan, dat U dat weet, hoor, want anders moet ik als dezelfde spreker, dit weer dezelfde
mensen vertellen en dan is het of ik Uw geheugen en Uw geestelijke capaciteiten wantrouw.
Wat natuurlijk in gene dele het geval is. We spreken af, dat U d]nadenkt, dat waar er
onderwerpen zijn die niet duidelijk zijn, dat U niet aarzelt om dat te vragen. Ook niet al kunt U
die vraag pas een volgende keer formuleren. We spreken verder af, dat alles wat voor U onzin
is, dat U dat onmiddellijk naar voren brengt, zegt: dat vind ik nou niet, nee, dat past hier niet.
En wanneer U dat zegt, dan zal ik proberen te vertellen, waarom ik het wel gewichtig vind.
Dan kunnen we zo als goede vrienden met elkaar beginnen. En nu is dat eerste onderwerp een
eigenaardig onderwerp eigenlijk, want we beginnen met te spreken over de LEIMUREN en de
Leimuren, dat is zo iets raadselachtigs. Zeker de esoterische overlevering vertelt er nog wel
wat over, maar ik twijfel of iemand op aarde een werkelijk inzicht heeft wat dit betekent. Ik
had het ook niet. Ik stel me zelf niet voor, dat wanneer ik dadelijk uitgesproken zal zijn in U
een werkelijk zuiver beeld heb kunnen scheppen, maar daar gaat het ook niet in de eerste
plaats om. Als U nu maar achter de achtergrond de geestelijke ontwikkeling kunt aanvoelen,

LEIMUREN 1
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

dan zijn we daar al heel erg over tevreden. O ja, ja, ja, ik het zo eventjes aan het sleutelgat
staan luisteren en toen werd er gesproken over de verveelvoudiging. Ik zou dit op willen
merken, wanneer daar moeilijkheden mee zijn, is het voor mij althans voorlopig geen bezwaar,
om na afloop van het onderwerp een kort resumé te geven, waarin de hoofdpunten van het
betoog zijn vastgelegd zodat U dan misschien met één folio zult kunnen volstaan aan één kant,
om een overzicht te hebben van wat er eigenlijk beweerd en besproken is. Het overige laten
we met alle gemoedsrust in Uwe zeer zeker in dat opzicht deskundige en goedwillende hand.
Zo, LEMURIE, het is een heel ver verleden. Het spreekt van een tijd toen de aarde nog
omgeven was door een dichte door de zon nooit doorbroken wolkenlaag. Een wereld vol van
tropische broeikas-temperaturen, voortdurend gegeseld door zware stormen. Een wereld
waarin het leven zich uiteindelijk pas kortelings op het land heeft leren bewegen en gevestigd
heeft. Een wereld waarin de aarde beeft en de nachten vaak rood zijn van het vuur der
vulkanen, die opnieuw andere plooiingen in het nog kneedbare moerasachtige landschap
brengen. In de zeeën zien we hoe het basalt stolt tot lange zuilen als kristallen. We zien hoe
de aarde eilanden vandaag opgeworpen, morgen weer doet verdwijnen. In zo’n wereld zijn wel
veel levensmogelijkheden, maar zeker niet die voor een mens. En wanneer hier voor de eerste
keer, een geest, met een bogen het dierlijk uitkomend kenvermogen een lichamelijk voertuig
moet kiezen, is het wel logisch, dat dat voertuig geschikt is om én in het water, én op het land
te leven. Want de Leimuren moeten leren in groepsverband wetmatigheden te beleven en dat
kan zeker niet wanneer ze aan één van de twee elementen geketend zijn.
Als zuivere waterbewoners hebben ze niet de ervaring van vrijheid en groei die zodadelijk op
het land mogelijk is. Aan de éne kant met zijn grote beperking, aan de andere kant met zijn
grote mogelijkheden tot uitvindingen, werkzaamheden enz. Die wezens hebben zich
ontwikkeld uit de U zult zeggen ‘amfibieën’. En ze zijn eigenlijk nog niet eens zo ver verwijderd
van de hagedis en de krokodil. Maar in hun vorm moeten ze doelmatiger zijn en zo zien we de
dan in korte stroomlijnvormige lichamen, die wat doen denken aan een zeehond, die echter in
plaats van 2 sterk ontwikkelde staartvinnen, werkelijke poten heeft met kikkerachtige vliezen.
Dat wezen lijkt dus nog niet veel op een mens. Het heeft dan ook zeker nog niet de menselijke
vermogens om de wereld zonder meer te beschouwen. Maar één eigenaardigheid valt op. De
hersencapaciteit van dit wezen vergroot zich gedurende de ontwikkeling van het ras steeds
meer, waardoor vooral de geheugencentra sterker en sterker ontwikkeld worden. Deze
wezens, hebben natuurlijk nog niet het vermogen, om zondermeer zelf de wetten van het
loeven te begrijpen. Zij worden geregeerd door de instincten. En in het begin nog in het bezit
van een normale kieuw worden zij door de geest, de leigeesten, die hun dus voortdurend in
deze gemeenschap aansporen tot constructief leven, zo vaak uit hun oorspronkelijk
waterelement verwijderd dat wij de uitwendige kieuw, het is dus geen inwendige zoals bij een
vis, maar de uitwendige kieuw langzaam maar zeker aangevuld zien met een soort
longsysteem, het is een ook uit luchten zuurstof absorberend weefsel, dat zich bevindt
voorlopig kort achter de keelaanzet en zich uitstrekt tot ongeveer bij de aorta, Deze wezens
beginnen met kuddewerk. Het zijn kudden en opvallend genoeg, zien wij eigenschappen, die
vandaag aan de dag in de dierenwereld soms nog bestaan. Allereerst, een sterke scheiding van
de sexen gedurende een groot deel van het bestaan.
We hebben een aparte patriarchale en matriarchale wereld, die elk in zich een deel der
jongeren onder haar berusting neemt maar waarbij de sexen als zodanig, zelfs een volledige
andere ontwikkeling kennen. Opvallend is b.v., dat de structuur van de eerste woonplaatsen,
dit is nestvormig, doet denken aan wat de bevers nog wel doen, dat dit door de mannen
geschiedt en wel gedurende de paartijd. De vrouwtjes daarentegen zijn degenen, die de
tempelplaatsen bereiden. Het is heel eigenaardig, ik zeg hier “tempelplaatsen” maar het is ook
zo. Want op bepaalde tijden ongeveer eens per drie maanden, zien wij, dat én mannen én
vrouwen dus, deze twee kudden op zekere punten samenkomen. En dit samenkomen, door de
geest geregeld, is het resultaat van een geestelijke manifestatie op een bepaalde plek. Deze
plek is in tegenstelling tot de eigen woonplaatsen, die in een zeer drassig gebied liggen, zo
gekozen, dat zij ten opzichte van de omgeving zeer droog is. Zij wordt zelfs met stenen
afgezet. Ze wordt aangestampt. Er bevindt zich een centraal punt, een soort kern, een soort
steenhoop waarin de manifestatie zelve eigenlijk zich openbaart. Het eigenaardige is, dat deze

2 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

openbaring ook zichtbaar is en doet denken aan een enorm St. Elmusvuur, dat zich tot een
wapperende tong als het ware uitstrekt tot in die laaghangende wolken. Het moet wel een
fantastisch schouwspel geweest zijn. En zo fantastisch, dat het in deze wezens, de grote
eerbied wekte voor het onbekende. Aan de ene kant voelden ze zich aangetrokken ertoe aan
de andere kant kunnen ze het niet benaderen en staan vol eerbied. In deze periode zien wij
dan, dat de kudden zich mengen. Deze kudden mengen zich en zijn wij niet gelijk op een
bepaalde maan, dus dat het aantal vrouwelijke of mannelijke wezens de overhand zou hebben,
dan zien wij het eigenaardige, dat in de komende drie maanden, een aantal wezens van sexe
wisselt. Dus wat tot nog toe een barend vrouwtje is geweest, wordt een mannetje en wat tot
nogtoe een mannetjes was, wordt een barend vrouwtje, met alle fysieke en psychische
verschijnselen van dien. Daardoor wordt het evenwicht gehandhaafd. Deze vlam is blauwachtig
en brengt met zich mee een grote stilte en daaruit rijst dan de primitieve koorzang der
Leimuren. U zou zeggen, dat is het huilen van een kudde, zoals wolven dat soms doen. Maar
voor henzelf is het een soort Hooglied, dat zij zingen zonder de betekenis ervan te kennen.
Hierdoor vindt een vreemde opwinding plaats, de vlam verkleurt en wanneer zij een bepaalde
tint, die in het oranje-rood is gelegen bereikt, dan vindt de paring plaats.
Deze paring gaat altijd praktisch zonder strijd voor zich. Zij is een onbewust natuurlijk proces
en eigenlijk een volledig deel van laten we maar zeggen, van de plechtigheid. Is deze
afgelopen, dan wordt gezamenlijk, eigenaardig genoeg, een maaltijd, hoofdzakelijk bestaande
uit bepaalde varenplanten, genoten, daarna splitsen de sexen zich weer. Op den duur `zien
wij, dat juist de wijfjes, waarschijnlijk ook door hun positie als barenden, dus als
voortbrengenden, blijven wonen rond deze tempelplaatsen. En dan zien wij, dat de mannetjes
hier permanente woningen op gaan bouwen van een betere structuur dan de nesten, die ze tot
nog toe opgebouwd hebben. Zij worden over het algemeen iets boven de grond gebouwd,
zodat we hieruit kunnen distilleren, dat een waarneming van werkelijke omstandigheden wel
degelijk meewerkt. Alleen is opvallend, dat een dak ontbreekt. Er is geen dak op deze nesten.
En ook dat is begrijpelijk. Want deze wezens, deze amfibieën, die hebben helemaal geen
hinder van de zware, vaak maanden achtereen neerruisende regen. Het water zegt hun niets.
Maar de stormwind, daar moeten ze beschutting tegen hebben.
Vandaar sterke wandschermen, geen dak en een ingang door de vloer. Op den duur vormt
echter zich een zeker bewustzijn, bij deze Leimuren. Zij gaan iets begrijpen van het verschil
der sexen. En zij gaan zelfs nog meer iets begrijpen, van de noodzaak om samen te werken,
wil men zich handhaven. Want vooral de jongen en de wijfjes zijn vaak overgeleverd aan grof
geweld en krachten, die de mannetjes nog zouden kunnen beheersen. Er ontwikkelt zich een
voorlopig nog steeds instinctieve band, tussen de vrouwelijke en mannelijke helft van een
tijdelijk echtpaar. Van een werkelijk huwelijk is nog geen sprake en wij zien, dat meer en meer
een gezinsleven ontstaat.
Dit betekent, dat de hechtheid van de onderlinge binding groter wordt. Zo vergaan ettelijke
duizenden jaren. Ondertussen wordt de regenval iets minder, de werkzaamheid der vulkanen
laat wat af, en op het vasteland zien wij meer en meer zich ontwikkelen wezens, die al tot de
eerste zoogdieren behoren. Daaronder is reeds een beginvorm van het latere paard, een klein
lidmaat van de hondenfamilie, er zijn verschillende spinachtige wezens, die verre voorvaderen
zijn van hele families, waaronder eekhoorns en andere knaagdieren, bunzings en enfin, u kent
ze wel. In deze tijd zien wij, dat de Leimuur, langzaam maar zeker verandert in een wezen,
dat het zoogdier, het warmbloedig zoogdier benadert. Was tot nog toe de voortbrenging wel
levendbarend, maar gebaseerd toch op een eierontwikkeling in de volste zin van het woord.
deze laatste fase vervalt. Het voertuig wordt meer en meer afgestemd op de aarde, op het
vasteland. En ofschoon zij nog lange tijd de begaafdheid behouden om te ademen door de huis
is het toch zo, dat wanneer zij door de huid uit water zuurstof op kunnen nemen, zij niet meer
zonder lucht kunnen. Heeft deze ommekeer zich eenmaal voltrokken, dan krijgen wij te maken
met het zgn. derde ras der Leimuren. De rest is dus een beginontwikkeling. En dan wordt het
heel gek, want wij zien, dat die geestelijke krachten, waar ik het reeds over had, meer en
meer vaste vorm aannemen. Zij worden als het ware permanente figuren, die op de meest
onverwachte ogenblikken in de samenleving verschijnen en richting geven aan de daden, die
deze wezens in de hun zich uitbreidende primitieve stadjes nu eenmaal hebben, richting geven

LEIMUREN 3
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

aan deze bezigheid. Dat is natuurlijk op zichzelf al belangrijk, maar wat belangrijke is door
herhaling en impulsen wordt een redelijk besef geschapen. Een deel der handelingen is niet
meer zuiver instinctief en wij zien, dat op den duur, het totale levenspatroon dezer
verschillende leimuren-gemeenschappen, over het algemeen overigens gelegen in
kustgebieden, of op eilanden, dat deze een redelijke beschavingsvorm vertonen waarbij sprake
is van een sociale hiërarchie, waarbij sprake is van een bewust volbrengen van taken ten bate
van anderen. Waarin handel, ruil, ontspanning etc een plaats innemen. Afwezig zijn nog hete
doelbewust telen van dieren ter voeding, of wel het doelbewust telen van planten ter voeding.
Een bewustzijn omtrent het sexuele blijft nog steeds een natuurlijk iets, dat langs
godsdienstige weg bepaald wordt. Maar die geest leert zich toch zien als deel van een geheel,
van een gemeenschap. Dat is het belangrijkste part, dat de ontwikkeling der Leimuren heeft
overgedragen aan latere geslachten. Want de Leimuren worden wezens met bewustzijn
uiteraard. Een bewustzijn, dat zich beperkt, tot het verwerken van eenvoudige bewerkbare
materialen en deze alleen kan verwerken met de natuurlijke werktuigen, dus met tanden en
met klauwen en poten, maar, samenhang is er. In deze zelfde tijd ontwikkelt zich naast de
Leimuren een gigantisch insectenras en het vreemde is, dat deze twee soorten levende wezens
elkaar niet lastigvallen. Deze grote insecten hebben overigens maar een zeer korte tijd van
bestaan. En zijn een variant der natuur, die door verkleining later overgaat in de nu nog
bestaande vormen. Deze insecten nu, nemen als het ware logisch over, de sociale hiërarchie
zoals die bestaat bij de Leimuren. Maar, in tegenstelling tot de Leimuren, die zeker geen
krijgsmanschap tonen, zijn deze insecten zeer weerbaar. Zij zijn aanleiding tot het vormen van
zekerheids- of beveiligingstroepen binnen elke gemeenschap. Nu hebben we dus de tempel,
waarbij bepaalde oudere vrouwtjes optreden als een soort priesteressen. Zij horen daarbij, zij
leven daar, zij onderhouden dat. Wij hebben te maken met de geestelijke invloed, die
telkenmale weer instigerend verschijnt en nieuwe ervaring geeft en brengt en belering en wij
hebben de verdere gemeenschap, die vertoont een ongeregeld en ongeorganiseerd
gezinsleven. Gezinsleven in die zin, dat het mannetje de bouwer is, dat het vrouwtje de
eigendomsrechten doet gelden op nest of woning, als U het zo wilt noemen en dat het
mannetje blijft bij het vrouwtjes tenminste tot de tijd, dat de jongen zich uit de woning
terugtrekken. Verschijnsel, dat in de dierenwereld nog bestaat. Het mannetje echter begint te
beseffen, dat er mogelijkheid is, om een scherper onderscheid te maken en wij zien in de
komende periode, dat sommige van de beschermers (de mannelijke wezens) nu ook
priesterlijke taken gaan overnemen. Zij worden de beschermers van de priesteressen in de
gemeenschap. Zij worden de geleiders als het ware van de geestelijke krachten en zij zijn het,
die door het voortdurend in contact blijven hiermee in zichzelf bestendigen, de sexe. Tot
dusver was de verwisselbaarheid der sexe nog aanwezig, als potentie en kon in korte tijd
volledig organisch volbracht worden. Dit houdt op. Daarnaast wordt de tijd, waarin gedragen
wordt door de vrouwtjes langer. En dit betekent dus, dat het gezinsverband een meer en meer
permanent karakter krijgt.
Wij zien dan, dat zoals die priesteressen en priesters zich georganiseerd hebben en deze zou ik
willen zeggen legertroepjes, daarnaast andere functies en diensten in het sociaal geheel een
aparte plaats innemen. Nou, zijn we tot zover meegekomen? Ja, zeker.
Dit was allemaal natuurlijk inleiding. Nou gaan we eigenlijk aan het kluifje zelf beginnen. De
Geest, die in de oorspronkelijke Leimuur leeft in de beginperiode, die heeft een besef, dat ligt
op een dierlijk plan. En wij moeten dus als vergelijking van herinneringsvermogen en intellect
zo’n Leimuur stellen op het plan van een hond, of een kat of een paard.
Ik neem daar apart een huisdier voor, want wij hebben gesproken over geestelijke krachten,
die deze wezens leiden. Zoals het dier zich aan bepaalde mensen hecht en zich daarnaar gaat
richten, zo hebben deze Leimuren, zich dus gehecht aan hun geestelijke beschermer. Deze
geestelijke beschermers waren entiteiten, die elders reeds een stoffelijk leven zodanig hadden
volbracht, dat zij niet slechts het materiële, het stoffelijke als directe gebondenheid ontvlucht
waren, maar zeker verder gekomen waren. Zij hadden ook zelfs de eenvoudige groepsgeest
zonder meer dus een instigerende kracht, die alleen wetten doet vervullen, reeds overwonnen
en bevonden zich in het stadium, dat zij deze geest vrijheid wilden geven. Nu kun je zo’n geest
nooit grotere vrijheid geven, wanneer je hem niet eerst stoffelijk bindt. Want in de stoffelijke

4 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

binding ontstaat uit de aard der zaak, een zekere wrijving en aanpassing en ervaring van
anderen, waardoor meer en meer het bewustzijn uit het eigen ik in de gemeenschap wordt
verplaatst met een bewustzijn ook voor de eigen plaats binnen de gemeenschap. En dat was
nou zo heel erg belangrijk, want deze wezens moeten leren, om niet alleen egocentrisch te
denken, maar daarnaast als kudde te denken. Dat was punt één. Denkt U niet, dat dat in de
mensheid al uitgeroeid is. Soms zie ik mensen wier kudde-instinct mij nog zeer herinnert aan
wat ik heb gehoord en gezien van de Leimuren en Leimurie. Daarna moest er gemeenschap
worden geschapen opdat de geest zich aan zelfbeheersing en dus ook, lichamelijke beheersing
zou gewennen. Was er nu sprake geweest van een bewust begeerteleven, dan zou dit zeer
veel schade betekend hebben voor die geesten, want dan zou het lichaam altijd de overhand
hebben gehouden en zouden de geestelijke impulsen vaak pas op de tweede plaats komen.
Voorbeeldje, nietwaar: een hond, die heel erg veel van U houdt en U eigenlijk zou willen
troosten wanneer U verdrietig bent, maar toch eerst zijn voerbakje leeg gaat eten, nietwaar?
Of kijk naar dat leuke Pekingneesje van hiernaast. Wanneer dat was gebeurd, dan was deze
komende mensheid op het dierlijk peil blijven staan. En dit is de eerste en grote verdienste
van deze wonderlijke, krachtige geleiders, deze heren van de komende mensheid. Zij
schakelen het begeren uit. Zij stelden daarvoor in de plaats, het sociaal en organisch verband.
Hierdoor was een zekere voorttreding aanwezig. Zij wisten daarnaast alle functies, die voor het
lichaam waren, in een religieus-occult schijnsel te plaatsen.
U zult zeggen hete is onzin (hier zijn enige regels uitgevallen).... door het gemeenschappelijk
ervaren verheven worden boven zuiver stoffelijke beleving betekenis. Hierdoor werd dit geheel
tot een ogenblik boven jezelf uitstijgen. Eigenaardig en aardig te vermelden hierbij is, dat een
zeer sterke geestelijke eenheid door de gehele gemeenschap op deze religieuze momenten
werd ervaren, ook alweer hoe buitengewoon knap moeten degenen geweest zijn, die dit geleid
hebben. Hoe goddelijk gezien tegenover de mens, tegenover ons. Op het moment van de
religieuze paring werd het bewustzijn van alle eenlingen in één gezamenlijk bewustzijn
gegoten, zodat ieder dan op de hoogte was van wat anderen hadden geleerd, ontdekt, dachten
zover er van gevormd denken sprake was etc. Terugkerende van deze plechtigheid was dus
ieder, door zijn deelhebben aan de gemeenschap, wederom tot het gemiddelde peil van de
gemeenschap verheven. Verder hoefde men toen niet te gaan. Want dit gemiddelde peil was
gericht op een geestelijke ontwikkeling die een verdergaan op aarde in deze stoffelijke vorm
voor de geest mogelijk zou maken, daarnaast echter het scheppen van voortdurende impulsen
van geestelijke en stoffelijke geaardheid, waardoor de Leimuur, uiteindelijk, het prototype kon
worden van de mens. Dat is heel knap gedaan. En wanneer wij de gedachtenwereld van deze
primitieven zien, dan is het in het begin ongeveer zo: ik besta, en ik heb een vrouw (of ik heb
een mannetjes) dat hoort bij mij. Wij zijn één, ik weet niet waarom, maar we zijn één. Het
eigenaardige is: heeft de andere pijn, dan voel ik dat niet. Maar ik voel de gedachten en zo
ben ik mij ervan bewust van wat er gebeurt. Zeer sterke en natuurlijke telepatische
begaafdheid. Special optredend bij de groepen. Mijn groep heeft die taak, ik weet niet
waarom. Dat realiseer ik mij pas veel later, maar dat is mijn taak, dat moet ik doen, en ik mag
niet vragen: wat kost mij dit zelve, ik moet zeggen: dit is mijn leven. Opvallend: het zetten
van de gemeenschap als levensdoel. Noodzakelijk, want eerst uit de gemeenschap kan
uiteindelijk het vrije individu groeien en nooit omgekeerd. Een menigte uit individuen
samengesteld is zodanig in zichzelf verdeeld, dat zij in haar massale stroming de geestelijke
vrijheid van het individu als zodanig vermoordt. Maar een menigte, waaruit het individu naar
boven bloeit, in deze primitieve periode, dat is de enige mogelijkheid om voortdurend groter
geestelijk bewustzijn mogelijk te maken. De tijd gaat verder, en langzaam maar zeker begint
een bewust ervaren plaats te vinden.
Een denkproces. Men herinnert zich. Men herinnert zich persoonlijk. Er komt een verschil
tussen de wezens. Het is niet meer zo, dat elk mannetje en vrouwtje ongeveer gelijk is aan elk
ander mannetje en vrouwtje. Wij krijgen een differentiatie, en in stoffelijke, maar vooral in
geestelijke vorm. Dat “een geestelijke vorm” betekent, dat elk voor zich meer en meer begint
in te zien: ik heb bepaalde behoeften. Ik heb bepaalde begeerten. Maar nog niet het
bewustzijn heeft om deze uit het voorstellingsvermogen tot daad te verwerkelijken. Geestelijk
een individueel ontwaken, dat vooraf gaat aan het stoffelijke ontwaken. Juist door deze
grotere voorstellingsvermogens is geestelijk een intenser contact mogelijk met de geestelijke
LEIMUREN 5
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

geleiders. Zij kunnen nu meer de gedachtenwereld wekken en deze geest krijgt het vermogen
om zich zelf een wereldbeeld te scheppen, dat niet meer met de werkelijkheid in
overeenstemming is. Een droom, die niet is opgebouwd uit factoren der werkelijkheid, maar
opgebouwd is in een irreële idealistische vorm. Dat is belangrijk, het ideaal is het eindpunt van
de Leimuren als zodanig. Want is dit eenmaal bereikt, dan zien wij, hoe door deze sterke
geestelijke impulsen plus stoffelijke omstandigheden, die, geleid ook weer door deze
geestelijke krachten, een sprongmutatie plaats vindt.. De kieuw verdwijnt. Ondertussen is ook
de atmosfeer wat minder dicht en mistig geworden, en men heeft zelfs momenten van
betrekkelijk ruim zicht en een enkele, heel enkele keer misschien zal de zon eens een vreemde
gouden plek ergens in de verste op de grond gooien. De eerste mensachtige, o het is nog niet
genus homo, maar de eerste mensachtige is geboren. De eerste, die in zijn alleen zijn, alle
andere dingen gaat zien en registreren. De voorontwikkeling heeft dat mogelijk gemaakt. En
wanneer wij van deze Leimuren afscheid gaan nemen, althans zover het mijn verhandeling van
het ogenblik betreft, (later hoop ik daar nog een enkele keer op terug te komen, vooral
wanneer wij het hebben over de oorsprong van de Veda’s, de Veden moet ik eigenlijk zeggen,
dus de vele heldendichten en liederen met hun esoterische achtergrond) maar dan kunnen we
zeggen, aan het einde der Leimuren staat Adam, die nog niet sexueel bewust is,dus nog niet
het stoffelijk begeren kent met de verwerkelingsmogelijkheid, maar die in staat is de wereld
rond zich te kennen, er vreugde uit te putten, ermee saam te leven, die het geestelijk
ontwikkelingsverband in zich kan verwerken en als eerste wezen op deze kleine planeet Aarde,
kan komen tot de realisatie.
Hier ben ik dan temidden der schepping en ik wandel met mijn God.
Is daar wat over te vragen?
Hoe lang heeft dat proces wel geduurd?
Nou, het hele proces dat ik hier beschrijf, omvat ongeveer een 300.000 jaar en kan worden
ondergedeeld in een 7-tal rassen, een 7-tal verschillende verschijningsvormen, die elk in zich
weer enigszins differente beschavingsvorm vertonen en ook een andere sociale samenstelling
hebben. Dus U ziet, het is een hele grote sprong die we vandaag nemen. Maar die sprong is
nodig, omdat we anders zodadelijk wanneer we over de Atlanten en de godsdienst vooral en
de gebruiken van Atlantis gaan spreken, helemaal zo vreemd ervoor komen te staan.
Allereerst hebben we hier al, als is, mag ik een beetje zo een vergelijking trekken? ja? Ja ik
ben wel de leraar, maar het is universitair onderricht, dus de studenten hebben recht om ook
een woordje mee te praten. U hoeft niet bang te zijn, dat ik de plak hier in de zaal gooi. Maar
dan zult U zien, dat Atlantis, eigenaardig genoeg, alweer de organisatorische vorm van bouw
b.v. ligt: centraal een tempel: een tempel waarin het binnenste sanctum priesteressen zijn.
Daarom heen, een afweer, door priesters, die geheel begrenst en gescheiden in Atlantis
meestal door kanalen, een verdediging, een bastion, en daarbuiten de rest. Zo ongeveer
hetzelfde, als de door stenen omgrensde tempelruimte moet zijn kern in het midden, zijn
stenen hoopje in het midden, dat wij bij de Leimuren hebben gezien, alleen nu logisch verder
uitgebouwd. Zo zijn er meer dingen. Daar moeten wij deze ontwikkeling eerst even
aanstippen, vrienden. Zo, dat was dan de duur. Hebben wij daar nog meer dingetjes, die U
graag wilt weten?
Ik zou graag nog willen vragen over iets dat U in het begin heeft gezegd. Een geest, met
boven het dier uitkomend kenvermogen zoekt een voertuig. Dus mag ik nu de conclusie
trekken, dat de menselijke geest zich ook heeft ontwikkeld uit het dierenrijk?
Ja. Die conclusie moogt U trekken. Aangezien zij in vele gevallen volkomen doeltreffend is. Het
gebeurt heel vaak, dat een geest in het dier, gekomen tot een liefde, een genegenheid, een
zelfverloochening, die boven het dierlijke uitgaat, als enige volgende vorm de menselijke vorm
kan aanvaarden door haar krachten in haar zelf opgewekt, in staat is, om het primitief
menselijk zijn, reeds te aanvaarden. Dat is inderdaad zo. Nog meer?
U heeft straks gesproken over de entiteiten die zo voortreffelijk leiding gaven aan het leven
der Leimuren en dat die van een andere planeet komen, kunt U daarover nog iets zeggen,
nader aanduiding van geven?

6 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

Nou, dat ze van een andere planeet komen, neen, dat heb ik eigenlijk niet gezegd. Ik heb n.l.
gezegd, dat zij geleefd hadden op een andere planeet. En dat is heel wat anders. Want zouden
we zeggen, ze zijn gekomen van een andere planeet, dan zou dat betekenen dat er, kom hoe
heet dat, met vliegende schotels enz. en dat moeten wij vermijden, ja. U zult het niet denken,
maar wie zou het misschien wel denken? We moeten ermee uitkijken. Het is zo: dat door het
gehele Al voortdurend bepaalde planeten leven dragen en wanneer deze levensvormen zich
zover ontwikkelen, dat ze stoffelijk niet verder kunnen gaan, zijn er 2 mogelijkheden: de geest
maakt zich vrij en begint een ander bestaan zoals in de kwestie hier aangesneden, of zij blijft
stofgebonden en keert dan terug in lager georganiseerde stoffelijke wezens die zij mede helpt
geestelijk bewust te maken. Zo is dat bedoeld. Is dat voldoende?
Dank U.
Nou, zullen we dan even een kort resumé geven?
Mag ik nog even iets vragen over het zich verstaanbaar maken onder elkaar. Hoe ging dat,
want in gemeenschap waarin je dus gemeenschappelijk leeft, moet je elkaar begrijpen en
hoe staat het met de spraak? het aanvoelen van de gedachten?
Ja, in mijn tijd zei men altijd: 2 Joden weten wat een bril kost en zij weten het alleen, want
wat hun mond zegt, dat is voor ons bedoeld, maar wat ze elkander zeggen, zeggen ze met de
handen. Met andere woorden: een combinatie van geluiden, en gebaren en al die dingen is
voldoende om een betrekkelijk primitieve gemeenschap een zeer hoge organisatorische vorm
te geven. Waar uiteindelijk voor deze primitieve samenwerking in het begin een woordenschat
van 20 woorden voldoende was, en de hoogste vorm bereikt, niet meer dan 300 woorden
vroeg, waarbij sommige woorden door samenvoeging met andere vervormd kunnen worden,
zodat we hier te maken hebben met geluiden eigenlijk, plus houding en gebaar, die een
volledige uitdrukking mogelijk maakten. Daarnaast, onbewust maar sterk van invloed voor het
onderling begrijpen, de door mij aangesneden spontane telepathische begaafdheid, waardoor
zeer sterke impulsen, sfeer en gedachtenproces door anderen kon worden gedeeld. Ja, ik het
er zelfs op gewezen, dat culmineerde in de religieuze bijeenkomsten die dan ook tevens paring
plus geestelijke maaltijd waren.
Opgelost ook dat?
Ja, dan U wel.
In sommige occulte scholen wordt gezegd, dat de Leimuren hermaphrodiet waren. Kan dat
voortgekomen zijn uit de verwarring van de sexewisseling waar U het over had, die bij de
Leimuren voorkwam?
Ja. De hermaphrodiet is een volmaaktheidsvoorstelling en die stamt uit het begin van het
Atlantis tijdperk. Wij komen daar nog wel op terug en is inderdaad uit deze verwisselbaarheid
ontstaan, want toen men eenmaal leerde het begeren te kennen, maar tevens terug kon
denken aan de tijd dat lust en begeerte nog vreemd waren aan, laten we maar zeggen, de
mens, toen hadden natuurlijk de mensen een ideaal, het wezen vrij van lusten en zelfbarend.
En dat was de volmaakte hermaphrodiet, die in zich volledig het priesterschap, het
krijgsmanschap, priesterdom, priesteres eigenlijk, nietwaar, dus priesteres, krijgsman plus
wijze in zich verenigde op zodanige wijze, dat in het eigen ik de totale cyclus van lust en
begeerte gesloten werd; en zij dus niet hinderlijk of frustrerend kon werken op de
bewustwording. Dat is weer een ietwat latere periode hoor, want de hermaphrodiet waar men
in die oude scholen over spreekt is eigenlijk een erfdeel van de oud-Syrische wijsbegeerte.
Maar dat ligt nog een eindje verder in onze cursus, hoor. Maar U hoeft niet bang te zijn, we
spreken er heus wel over.
Van wat U vandaag gehoord hebt, zullen wij dan nog heel kort resumeren: d.w.z. dat, wat we
nu eigenlijk mooi hebben uitgespreid, even in elkaar frommelen totdat het zo’n soort Liebig’s
blokje wordt.

RESUME: LEIMURIE.
Is geen bepaald land, maar een ontwikkeling van wezens op deze wereld, gedurende een
bepaalde periode.

LEIMUREN 7
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

In deze periode waren kenmerkend: amfibie, de toekomstige mens was dus amfibie, waarbij
deze amfibie onder omstandigheden verwisselbaarheid van sexe vertoonde.
Het geestelijke bewustzijn werd door de toenemende kuddegeest beïnvloed en door leiding der
kudde door hogere entiteiten, kwam men tot een primitieve maar sterk hiërarchisch geordende
sociale samenleving.
Het vrouwelijk element was het priesterlijk element, later ontstond onder het mannelijk
element het georganiseerde krijgsmanschap.
Deze samenleving maakte vele mutaties door en kwam, uiteindelijk van de amfibie-vorm met
uitwendige kieuwen, een beginsel van longweefsel, tot een volledig landdier en ontwikkelde
zich verder via een laatste mutatievorm toen eenmaal een bewustzijn was bereikt, tot
zoogdier. Het wezen, in zich, was niet de oorspronkelijke mens, zoals de wetenschap die ziet,
maar een voorganger van de mensheid in geestelijk bewustzijn.
Kenmerkend voor de geestelijke ontwikkeling: is beperktheid van weten en
uitdrukkingsvermogen, sterke telepatische begaafdheid, deling van elkaars ervaringen langs
deze telepatische weg, gedurende religieuze, door de geest geleide feesten, die tevens paring
en maaltijd betekenen, waarbij een deling van het totaal weten der kudde door elk individu
volledig plaats vond.
Verder is opvallend: dat de Leimuur kwam tot een kenvermogen van de wereld en leerde de
soorten als zodanig te beschouwen, te zien en te genieten. De voeding in deze tijd was in
hoofdzaak plantaardig, aangevuld met enkel levens voedsel dat uit de zee kwam. Later zien
wij dat de voeding meer plantaardig begint te worden. Wat de voortplanting betreft, de wijfjes,
levend-barend, in het begin echter, door ontwikkeling van de eieren, die eerst volledig worden
gelost, binnen het lichaam, later op een methode die meer en meer aan het zoogdier doet
denken.
In het begin was er geen sprake van een volledige bloedsomloop zoals de mens die kent, maar
van een gedeeltelijke, waarbij een zeer lange ader, betrekkelijk wijd, in de plaats treedt van
het tegenwoordige hart. Organismen, zoals de mens die kent, zijn ook bij de
zoogdierontwikkeling aan het einde hiervan nog niet tot stand gekomen.
Deze trap der ontwikkeling is vooral belangrijk door het werk dat werd gedaan door geestelijke
entiteiten, die elders al een stoffelijke ontwikkeling hadden doorgemaakt en in staat waren
leiding te geven geestelijk en stoffelijk, zodat een meer bewustwordende geest een steeds
beter hanteerbaar voertuig ter beschikking kwam.
Ik geloof, dat we daar de hoogtepunten wel hebben samengevat.
Nou, dan zou ik zeggen, ik hoop dat ik U als docent, leraar, lezer misschien, hoe U het noemen
wilt, net zo bevallen ben als U mij als publiek bevalt. Zo zullen wij het waarschijnlijk heel goed
met elkaar kunnen vinden.
Dan verder, zullen we de volgende keer Atlantis aansnijden. Als U nog vragen heeft, over
hetgeen wij vanavond besproken hebben, kunt U die in het begin stellen, dat vertel ik U nog
wel, dat U dat kunt doen. Maar U moet zichzelf niet blindstaren op die stoffelijke ontwikkeling;
U moet alleen dit onthouden: dat is voornaam, en dat hebben wij nodig voor de rest: zeker het
individu groeit, in een apart geestelijk aanvoelend bewustzijn, waardoor langzamerhand zeker
de geestelijke groei wordt mogelijk gemaakt, die de bevoertuiging in meer mensachtige vorm
mogelijk maakt.
Ik zal de volgende keer in het kort de overgang nemen, van zoogdier tot primitieve mens en
knopen we daar onmiddellijk de periode der Atlantis aan vast. Dan ben ik bang, dat ik meer
tijd nodig heb dan vanavond. Maar voor vanavond zullen we het genoeg laten zijn. Haalt U
maar eens diep adem en pauzeert U maar eens even. Tot de volgende keer!
0-0-0-0-0
Goeden avond vrienden, Mag ik me misschien ook even voorstellen, ik zal er even bij gaan
staan. Ik ben wel bekend onder de naam van Josef. U heeft me waarschijnlijk al heel wat meer

8 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

keren horen spreken maar daar gaat het op het ogenblik niet om. Wanneer we hier met elkaar
te maken hebben, U zult regelmatig met mij te maken krijgen dan is het wel prettig, dat U
even kunt zeggen, ja, dat heeft die Josef gedaan. Dus, we zullen natuurlijk niet verder praten
over het probleem van Potifar, daar hebben we niet mee te maken, trouwens, die Josef ben ik
niet.
Maar dat neemt niet weg, we zullen dan elke avond wel proberen met elkaar zo, een
onderwerp te gaan bespreken, naar Uw eigen keuze. We moeten dat toch wel eventjes
definieren, hoe we dat gaan doen. Het is natuurlijk heel aardig, dat zullen we vanavond ook
maar doen. Dan nemen we plompverloren zo maar het eerste onderwerp, wat er komt en dan
gaan we op verder. Maar wanneer U onder elkaar eens uitmaakt, een bepaald onderwerp.
Voor de volgende keer dus. En iemand onder U, er kunnen er meerdere zijn, het kan er één
zijn, die zegt: kijk, daar wil ik over spreken. Dan zou ik het heel erg op prijs stellen, als U zo
goed zoudt willen zijn, dat onderwerpje ook zelf eens een beetje voor te bereiden. Dus dat U
zegt; kijk, zo denk ik er over. En dan, ja, als U het natuurlijk goed vindt, hoor, ik wil U
helemaal niet dwingen, maar als U dan b.v. staat zoudt zijn om een klein resumé te geven.
Uwerzijds, van wat grover denkt, een uiteenzettinkje van, ik zou zeggen 5 minuten, hoog. Dat
is toch niet zo veel. Nietwaar, dus wat U zelf uitdrukt, wat U erover denkt. U legt het dan aan
mij voor, dan zal ik trachten om er alles uit te halen. en voor U persoonlijk, dus, in Uw eigen
denkwijze, en ook voor de denkwijze van de gehele groep. Dan krijgen we op die manier iets
anders, wat ook erg belangrijk is, dat is n.l, dat deze groep, althans op deze avonden een
geestelijke eenheid vormt. Dat is erg noodzakelijk, wij moeten niet vergeten, wanneer we in
een studiegroep samenwerken dan wordt juist voor ons een hele hoop van wat we kunnen en
mogen brengen, afhankelijk gesteld van de harmonie, die onder U heerst. En die harmonie,
die moet natuurlijk zo groot mogelijk zijn en dat krijgen we op deze manier veel ge-
makkelijker. We krijgen bovendien een meer actief deel van Uw kant aan wat hier allemaal
wordt gebracht. U moet niet denken, dat wij alleen het werk voor U doen, U moet het toch zelf
doen. Dus begint U er meteen mee, dan is het wel makkelijk, nietwaar? Als we het op deze
manier inkleden, dan kunt U bij degeen, die de leiding heeft van deze avond, in de stof,
nietwaar, degeen, die daar voorzitter is of leider van de avond of voorzitster, ik weet het niet,
wie daar naar voren zal komen, uiteindelijk nietwaar, op het ogenblik heeft U al iemand, die de
leiding heeft, maar dat U die dan eventjes zegt: kijk, ik heb een onderwerp en dan zeggen
misschien twee of drie andere, ik heb het ook. Dan zullen we kijken, hoe ver die onderwerpen
met elkaar in verband staan, dat kunt U zelfs rustig wel even doen en dan worden zo veel
mogelijk gezamenlijk behandeld en zij] er meerdere onderwerpen op zo'n avond, dan zullen er
misschien een of twee moeten wachten, maar we zullen dan verder behandelen, zover als wij
kunnen.
Vragen over het eerste gedeelte, die krijgen we in dit 2e gedeelte, nu eens net niet. Daar is de
spreker zelf, rustig bekwaam voor en ik kan U verzekeren, als Franciscus het op zich neemt,
dan komt die zaak in orde hoor. Hij rafelt U het laatste draadje uit, als het nodig is. Dus
daarvoor hoeft U niet bij mij te komen. Wij hebben andere problemen. Problemen, die speciaal
van U uitgaan, die voor U belangrijk zijn. En dan vertelt U maar, wat voor vandaag het eerste
is, waar we mee gaan beginnen. Is er iemand, die een speciaal onderwerp betracht heeft.
Ja, ik wou graag en ik geloof verschillende van ons, die aan deze avonden deelnemen, wij
zouden erg graag iets nuttigs willen zijn in de maatschappij. Ik bedoel, een werktuig in
Gods hand willen zijn. Hoe kunnen we dat het beste. Dat wou ik eigenlijk naar voren
brengen.
Ja, dat zullen we proberen om even uit de doeken te doen. Nu zult U dat
onderwerp toch nog wel een keer terugkrijgen en wel om de doodeenvoudige reden, dat het
aan het eind van deze ontwikkeling, trouwens als u het programma doorleest, dan ziet U het.
Het staat voor allebei de cursussen zelfs genoteerd, naar voren moet worden gebracht. Die
onderwerpen moeten inderdaad, op een gegeven moment naar voren komen, het gaat om het
practisch nut, dat U kunt trekken uit deze avonden en voor Uzelf, vooral geestelijk, ook zelfs
stoffelijk, en bovendien voor Uw medemensen, wat wel erg belangrijk is. Maar hoe kunnen we,
wat U zelf zegt, zijn een werktuig in Gods hand? We zijn uit de aard der zaak allemaal een
werktuig in Gods Hand. In dien zin, dat wij afhankelijk zijn van de Goddelijke levenskracht en

LEIMUREN 9
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

de bewustzijnsmogelijkheid, die ons daartoe, daardoor eigenlijk, gegeven wordt om ons te
Uiten, En nu is dat voor elke mens een kwestie dus van persoonlijke ontwikkeling eigenlijk. We
kunnen niet zeggen voor iedereen, op die manier alleen kun je het goed doen en alle andere
manieren zijn fout. Maar we kunnen een gemiddelde trekken, dat zal ik voor deze kring dan
van avond doen. Een werktuig zijn, in Gods hand, dat betekent in de eerste plaats, heel goed
bewust zijn van het feit, dat je eigenlijk zelf maar heel weinig hebt in te brengen. Dat je
geregeerd wordt door Goddelijke wetten. Dat is het eerste punt. Dat moet U absoluut sterk
indragen. Dat maakt het U gemakkelijker om te leven want U zult te allentijde zeggen: het
kan mijn schuld zijn, dat dit is gebeurd.
Goed, maar om daar berouw over te hebben, dat helpt me niet, ik moet alleen zeggen, ik heb
fouten gemaakt. God toont mij die in de gevolgen. Ik zal dus zien, dat ik voortaan niet meer
dergelijke oorzaken in mijn leven schep. Daardoor hebt U voor U zelf een sterkere geestelijke
positie ingenomen, een grotere innerlijke vrede verworven. Die vrede uit zich tegenover Uw
medemensen, en door het inzicht, dat U gepuurd heeft, uit Uw eigen misslagen, uit datgene
wat in Uw eigen leven is misgegaan, bent U ook in staat, om Uw meeste mensen beter te be-
grijpen. U zult minder scherp oordelen maar juist de practische kant v.d. problemen gaan zien
en trachten juist daar leiding te geven, en zo zult U ook voor Uw medemensen meer en meer
een lichtende kracht kunnen worden.
Het tweede punt, dat misschien nog veel belangrijker is, is een kwestie van geloof. Het is
misschien erg beroerd, dat we op het Geloof altijd weer terecht moeten komen maar U moet
geloven. En nu zeg ik eens niet een keer, U moet geloven in een voortbestaan of in een God.
Het is helemaal niet nodig. Hiervoor tenminste niet. Maar U moet geloven in Uzelve. U moet
geloven, dat U, juist U in staat bent om door de Goddelijke kracht, die zich in U uit, al het
goede tot uiting te brengen, op een manier, zoals die volgens het Goddelijke plan staat
geschreven. Dat wanneer het noodzakelijk is, dat er een wonder gebeurt, dat ook U dat
wonder kunt doen. Het is erg moeilijk om dat te geloven. Maar als U het gelooft, dan heeft U
ook een onmiddellijk verband geschapen tussen Uzelf en het werkelijk Goddelijke, En dan kunt
U uit de hogere sferen putten alle krachten, op aarde geven, wat U maar geven wilt. Dan kunt
U deze hele aarde, langzaam maar zeker, beter maken. En ja, dat is ook iets waarschijnlijk,
wat U graag doet. Dus, erg belangrijk. Vertrouw en geloof in jezelf.
Een derde punt, is; ken jezelf. Er zijn mensen, die schermen erg graag met het idee van
zelfbeheersing, en ik weet, wat ik doe, etc. Het klinkt allemaal heel erg aardig, maar in de
practijk komt er heel weinig van terecht. De doorsnee mens is nu eenmaal een zeer complex
samenstel van allerhand begeerte, verlangens, gewoonten, opinietjes en gedachtetjes en
wanneer je daarmee leeft, dan breng je die toch tot uiting. Daar ontkom je niet aan.
Het KEN UZELVEN is het 4e punt, dat op de voorgrond moet staan. Probeer in jezelf te
begrijpen, wat eigenlijk, de drijfveer is. Wanneer je een bepaald sentiment of gevoelen hebt,
ten opzichte van een andere persoon probeer voor jezelf te realiseren, wat is het. Is dit in
verband met hartstocht. Is dit in verband met eenheid van geestelijk vermogen. Is dit in
verband met stoffelijke belangen. Komt het, omdat we nu toevallig door de gemeenschap zijn
samengebracht, etc. Realiseert U zich. Probeer niet om de zaak mooier voor te stellen. Praat
Uzelf niet aan, dat U volmaakt bent, dat bent U niet en dat wordt U voorlopig ook niet.
Uiteindelijk zijn wij in onze wereld ook niet en ik wil geen propaganda maken voor mezelf en
degenen, die in onze sfeer wonen, maar we zijn over het algemeen een heel eind verder, dan
U op aarde. We zijn nog zo erg onvolmaakt, dus U hoeft helemaal niet te proberen om een
toonbeeld van volmaaktheid te zijn, dat is dwaasheid. Maar U moet wel weten, wat de
drijfveren zijn, die U bewegen. Waarom U zus en ZO doet, zus en zo denkt. En dan moet je
geen psychoanalyse gaan plegen, hoor. Er zijn een hele hoop mensen, die doen dat, dat
vinden ze heel erg gemakkelijk. Dan komen ze met de conclusie, dat ze een gespleten ziel
hebben en alles wat ze dan verkeerd doen, daar is die slechte helft van die ziel schuld aan en
het zijn ze eigenlijk zelf niet. Begrijpt U, dat is onzin. Of te gaan zeggen: ja, maar ik ben zo'n
arm meelijwekkend mens, ik heb zoveel te dragen. Zelfmedelijden. Zichzelf beklagen. Onzin.
Neen, ik leef, ik heb geleefd. Ik heb dit gedaan en dat. Ik heb zus gedacht en zo gedacht. Dit

10 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

gevoeld, dat gedacht. Op het ogenblik wil ik dit, verlang ik dat. Zou ik zus willen en z.o.
Droom ik daarvan. Wat zijn.
En dan proberen we het eerst stoffelijk uit te leggen. En dan gaan we pas aan de geestelijke
dingen denken, wat is, of kan daarvoor de drijfveer zijn. Hebben we dat uitgerekend, dan
weten we in ieder geval zo'n beetje waar we aan toe zijn. Dat is heel erg gunstig. Weet U, U
moet U eigenlijk maar zo'n beetje beschouwen, als een geestelijke ballonvaarder. Zo'n
ballonvaarder, die zal een hele hoop ongelukken maken, wanneer hij niet weet, waar zijn
ballast hangt. Maar weet hij op de juiste tijd een bepaald deel van zijn ballast los te laten, dan
blijft hij in de lucht en dan kan hij zijn doel vaak bereiken. Zo gaat het met U ook. U heeft
altijd een hele hoop ballast aanboord. De ballast van wat Jansen zegt en wat Pietersen heeft
gedacht en wat in het boek van Ics toe Icski staat geschreven. Allemaal heel aardig maar er
zijn momenten in Uw leven, dat je daar niets meer aan hebt. Als je nu weet, dat dit ballast is,
dat dit iets is, wat niet in jezelf leeft en uit jezelf voortkomt, kun je daar afstand van doen.
Kun je dat tijdelijk terzijde stellen. Dan blijf je over in jezelf. Ik zou zelfs willen zeggen, in je
naakte wezen en ziel, met al je eigenschappen, zoals je eens wanneer je overgaat in onze
wereld komt te staan. Nu kun je natuurlijk eigenlijk nooit je eigen helemaal honderd procent
zien, hoor. Wat dat betreft, heeft de mens vaak dezelfde moeilijkheden als een mens met een
behoorlijk emboint point, die eventjes wil kijken of zijn schoenen gepoetst zijn, dan moet je
heel wat geestelijke atletische toeren verrichten om precies te zien, wat je bent. Maar als U nu
maar een idee heeft, voorlopig, dan is het al heel wat. En in dat idee, vindt U dan vanzelf, hé,
dat is eigenlijk iets zeer onaangenaams in mij. En dat is toch wel erg egoïstisch en dat is toch
wel een beetje zinnelijk, en dat is toch wel een beetje gulzigheid en dat is trots. Kijk, wanneer
je dat nu hebt, dan zeg je, waar heb ik nu werkelijkheid nu reden om een trots voor op te
zetten. In welk opzicht mag ik gulzig zijn. En dan gaan we die eigenschappen richten op die
punten, waar ze goed kunnen doen, en waar ze toch maar, hoogstens extra zorg, extra leed,
extra geestelijke ballast betekenen, dan gooi ik ze op zij. Begrijpt U. Omdat je dan altijd een
uitlaat kunt scheppen, voor dé drijvende krachten in je eigen bestaan, kun je een zeer
positieve richting inslaan op geestelijk en stoffelijk gebied. Je komt tot een grotere geestelijke
harmonie, dus een betere gezondheid. Je komt tot een veel makkelijker vrediger leven, omdat
je weet nu, wat je doel. Je bent niet meer doelloos. Niet meer ongericht. Je weet wat je kunt
doen voor de mensen. Dat is heel erg belangrijk, dat je dit weet, want stel je nu eens voor,
dat we zoals een normaal mens door het leven moesten blunderen, nietwaar, met vandaag
heb ik een slechte bui, ik ben op m'n teentjes getrapt, ïk beledig degenen, die me het liefste
zijn. En morgen, ga ik het weer goed maken en voel ik me gekrenkt, dat zij het niet weer
goedmaken. Het is toch vaak zo? Dat is onzin. Als ik mij realiseer, dat ik die slechte bui heb,
dan ga ik natuurlijk zeggen: nou, ik moet stukken maken. Waar kan ik dat nou doen op zo'n
manier, dat ik er voordeel van heb. En dan zou ik voor een vrouw me best voor kunnen
stellen, dat ze de kasten eens op gaat ruimen. Heerlijk de rommel eruit slepen, weggooien.
He, en voor een man kan ik me voorstellen, dat hij zegt, nou ik heb een tuin, ik ga spitten. Of
dat hij met een groots gebaar zegt: nou ik heb al zo lang beloofd, dat ik een antenne op het
dak zou zetten, dat ik de fiets na zou kijken, dat ga ik nou doen. En hij gaat daaraan knoeien.
Dan werk je het eruit en dan heb je ook positieve resultaten ook. Nietwaar dames, als zo'n
kast er netjes in elkaar zit met zo'n heerlijk papiertje erin, dan heb je toch weer een heel
nieuw gevoel in je hart. En zo gaat het met een man ook hoor. Als je nu eindelijk dat karweitje
dat je zo lang op zij hebt geschoven, hebt gedaan, dan heb je meteen een goed humeur en
heb je dus van je nukkigheid van je ongemoedelijk eigenlijk, heb je profijt getrokken. Je voelt
op een gegeven moment, wat ben ik lui, loom, ik heb geen zin om wat te doen, ik heb, dan ga
je tegen jezelf zeggen: wat is nu nodig, hoogst noodzakelijk, dat ik doe. Dat en dat en dat en
dat. Dat zal ik dan doen., maar meer doe ik ook nu. Nou, U zult het misschien niet met
overleg doen, maar dat komt toch het vaak voor, hoor, in de beste families. Wat ga je dan
verder doen. U zegt; ik ben lui. Dan zeg je tegen jezelf: ik ga die luiheid gebruiken. Ik ga
rusten. Wanneer ik even de kans krijg, dan ga ik dus speciaal die dingen doen, die
overpeinzing vragen, waarbij ik denken kan en dan is het eigenaardige, dat vaak de
lichamelijke luiheid gepaard gaat met een steeds groter en scherper worden geestelijk
doorzicht. En dat je plotseling allerhand problemen op kunt lossen, dat je vraagstukken voor
jezelf op kunt lossen, voor je medemensen, die anders heel wat meer tijd en moeite kosten.

LEIMUREN 11
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

Zo heb je van je luiheid gebruikgemaakt. Je bent gulzig, je wilt altijd maar hebben, hebben,
hebben, je wilt steeds maar jezelf volstoppen, volladen. Dan zeg je op een gegeven moment,
ja, maar nu ga ik mezelf niet volladen met taartjes of met bonbons nietwaar, met kopjes thee
en kopjes koffie en wat dies meer zij, nu ga ik eens een keer, juist met deze gulzigheid een
kostbaar bezit verwerven. Ik ga zorgen, dat ik iets weet, wat een ander niet weet en ik ga
zoeken tot ik iets vind, wat mijn belangstelling heeft en dat ga ik studeren. Hieraan kunt U
zich, zeker na enige oefening, zeker verzadigen. Wanneer U op een gegeven moment, die
grote kracht in U voelt, die stuwende kracht nietwaar, die uiteindelijk voor het voortbestaan
van de mens noodzakelijk is, wat men noemt: de liefde, nietwaar, in zijn stoffelijke vorm, dan
is dit een impuls, die deling en uiting vraagt. Zo'n moment, wanneer dat beheerst moet
worden, vraagt ook weer om een bezigheid. En wat is nu op dit moment erg belangrijk. Dat je
ergens deel van bent. Dat weet je. Het verlangen naar een zekere eenheid met anderen is
hier, nu ja, de drijfveer. Dan ga ik een gemeenschap, of een groepering zoeken of een
werkzaamheid waarin ik samen met anderen kan werken, gewoon werken. Ik ga iets voor een
ander mens doen. Er zijn altijd mensen genoeg, voor wie je wat kunt doen. Wanneer ik
neerslachtig ben en ik heb een idee, dat er nu helemaal niets meer op de wereld is dat van
belang is, dan moet ik zeggen in deze neerslachtigheid: zou ik mezelf de vrede ontnemen, wat
heb ik nodig. Vrede. Dus, ik ga in de eenzaamheid, bij voorkeur in de natuur, of ergens waar
ik hele mooie dingen kan zien, een museum b.v., ik weet niet, dat is voor ieder anders en daar
ga je nu eens een ogenblikje verzinken in alle schoonheid en gedachten die er zijn. En dan
kom je tot de conclusie, dat het leven toch wel de moeite waard is. En wanneer je dat zelf zo
hebt doorgemaakt, dan weet je zo langzamerhand, het duurt wel een jaartje voor je eraan
gewend bent, dan weet je zo langzamerhand, welke trucjes er nodig zijn om bepaalde
tendezen in je eigen wezen te onderdrukken en te beheersen. En dan wordt je eigenlijk voor
de wereld van een heel groot belang, want je bent nu zo fijn van aanvoelen geworden, de
zelfkennis, die je hebt, dat je bij een ander de tekenen ziet, van de kwaal, die ge zelf ook hebt
gehad en dan weet je wat jou heeft geholpen. En dan zeg je natuurlijk tegen die ander niet,
nou moet je maar jezelf gaan ontleden, dat dit onzin. Maar je probeert, die mens op dat
moment iets te geven, wat hij nodig heeft. Wanneer hij door gulzigheid overstelpt eigenlijk
zich te buiten gaat,dan geef je hem iets wat hem zo interesseert dat hij zijn gulzigheid
vergeet. Wanneer zo iemand leeg is, en om liefde smeekt en vraagt aan de wereld, dan breng
je die mens in een omgeving, waar hij die liefde behoefte uit kan leven zonder dat hij zich
behoeft te vergrijpen en al die dingen meer. Dan leer je, hoe je een ander kunt helpen om in
dit leven te staan. Dat is erg belangrijk. En dan op de achtergrond. Wanneer je zo leeft, met
dat geloof, met dat vertrouwen, in jezelf, wanneer je leeft met deze gerichtheid op het
positieve leven en bestaan, nou ja, dan wordt je langzaam maar zeker zo evenwichtig zo
vredig, zo sterk in je hart, dan kan er geen mens je meer wat doen. Dan is er geen enkel
gebeuren op aarde, wat je kan verslaan. Je gaat heel wat dingen meer meebeleven en
meevoelen dan vroeger maar daar staat tegenover, dat je in jezelf een grote sterke kracht
hebt. Daardoor ben je altijd weer instaat een ieder, die hulp nodig heeft, die hulp te geven En
meer dan dat, je geeft niet alleen je daadwerkelijke hulp, maar je geeft de rust, die van je
uitgaat en die langzamerhand tot een aura word een uitstraling, die als een soort tempel
wordt, een soort heiligdom. En dan is het vaak niet eens nodig, dat verder veel doet. En dan
zult U merken, dat de mensen naar dat heiligdom vluchten. Dat ze een ogenblik proberen, in
Uw vrede iets van hun eigen rust terug te vinden. En wanneer je dat nu maar kunt doen, dan
is dat voldoende. Dan leren ze langzamerhand begrijpen, dat je een grote kracht en waarde in
je leven hebt. Dan gaan ze misschien heel voorzichtig vragen: Wat is die kracht. En wanneer
ze dat vragen, dan heeft U het recht te spreken over wat in U leeft en wat Uw sterkte is, wat
Uw geloof en Uw denken is. Waarop U Uw leven op het ogenblik bouwt. Zo zult U dan mensen,
elk op hun wijze verder kunnen helpen, zonder iemand te remmen in hun bestaande
geestelijke ontwikkeling en iedereen een klein beetje meer geluk, een klein beetje meer vrede
kunnen geven op aarde en ietwat meer geestelijk licht ook voor de toekomst. U ziet het, het
onderwerp is natuurlijk wat beperkt gebleven, maar, het is eigenlijk heel eenvoudig. Het
berust op die 4 genoemde hoofdpunten en verder niet. Die te verwerkelijken vraagt een hele
hoop strijk en vooral de kwestie van vertrouwen, geloof in jezelf en de kwestie van zelfkennis.
Die vragen tijd. Maar als je werkelijk je leven daaraan wijdt en je wilt het in die richting
opbouwen, dan zul je nog kunnen komen in een zeer korte periode vaak, tot een wonderlijk
12 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

grote ontplooiing van je eigen geestelijke kracht en daarbij ook tevens de lichamelijke baten
daarvan genieten. Nou, dat was punt een. We hebben nog wel eventjes de tijd. Ik weet niet of
er nog meer onderwerpjes zijn.
Ik zou nog graag willen vragen over het gebed.Een mens heeft behoefte aan het gebed, de
meeste mensen. Maar daarnaast, ja God zal zijn plannen, die met ons voor heeft toch niet
veranderen door dat gebed. En dan bedoel ik niet iemand voor zich zelf bidt en allerlei
dingen vraagt maar ook voor anderen. Daarom zou ik wel eens willen weten, de waarde
van het gebed.
Nou, kijkt U eens, het gebed, zoals het heel vaak wordt beoefent, als een soort monotoon
herhalen van spreuken zonder meer, heeft natuurlijk heel weinig betekenis. Het is een vorm
van zelfsuggestie, uiteindelijk van een zekere zelfverdoving, waarin, mits men verder
geestelijk rein en zuiver is toch wel enige persoonlijke bewustwording kan krijgen. Maar verder
kunnen we het terzijde stellen. Maar er is een andere vorm van bidden. Bidt voor een
medemens. Die medemens heeft een vrije wil, nietwaar. En die mens heeft een deel van de
levende kracht, maar, je weet niet hoeveel hij van die levende kracht al verbruikt heeft, of
misbruikt. Nu je voor die mens bidden. Wat doe je nu eigenlijk. Je gaat jezelf, als het ware
richten zo hoog als je maar kunt. Je bouwt een wolkenkrabber van begrippen en daar ergens
bovenop helemaal bovenop heb je het idee, daar kan ik eigenlijk de hemel in. Als dat nu
werkelijk God is, of dat het maar een engel is die er zit, ach wat maakt het uit, nietwaar. Al die
verdiepingen van die wolkenkrabber die u gepasseerd bent, heeft dat gebed gehoord. Daar is
deze noodkreet van Uw eigen hart tot uiting gekomen. En het is begrijpelijk, dat ze juist in al
die sferen, zullen proberen om U iets te geven. En nu is het heel begrijpelijk, God heeft
gezegd; nietwaar, je zult ziek worden en sterven. D.w.z. je levenskracht is maar zoveel jaar
nodig, dat de mensen daartegen gaat bidden, dat niet veranderen kan. Maar wat is het nu,
waar U speciaal eigenlijk leed doet. Bent U zelfzuchtig, dan blijft U laag bij de grond. Dan heeft
U weinig resultaat. Maar bidt U voor deze mens, dan zult U misschien niet het feit kunnen
veranderen maar U zult de geestelijke kracht in Uzelf kunnen verzamelen en naar die mens
overdragen plus geestelijke krachten in de verschuilende sferen wekken, die veel b.v. van de
stervensnood van die mens verlichten. Die die mens geruster maken. Zijn pijnen desnoods
verminderen wanneer het kan. Dan heb je toch wat bereikt. Een gebed mag niet worden
gezien als een bestelling. Er zijn wel mensen, die bidden eigenlijk, ja ik weet niet, kent U ze
hier ook, die mailorder houses, weet U wel, waar je een briefkaartje aan schrijft, stuur me mis-
schien een bad en 5 meter horregaas, nietwaar, dan wordt het onder rembours thuis gestuurd.
De meeste mensen, die bidden op een primitieve manier, die denken, dat God ook zo iets is.
Én hun gebed is eigenlijk een soort bestelling aan eeuwige krachten en ze zijn heel erg kwaad,
als er geleverd wordt en er wordt nog betaling gevraagd ook. Ze denken, God, dat is de
hemelse Sinterklaas, dus je vertelt maar wat je hebben wilt en je krijgt het. Het is natuurlijk
niet zo. Want God, zit in zijn eigen wetten gebonden. En hij kan niet al die gebeden verhoren.
Maar wanneer zo'n gebed eerlijk en oprecht is, dan zal de geestelijke kracht juist door Gods
vermogen, dat toch altijd gericht is als levende kracht in de mens, via welk goddelijke kracht
in Uzelf U dus op kunt klimmen tot het cosmisch geheel zult kunnen behoren. En hij zal
trachten, om zover het binnen de wetten te tegemoet te komen aan hetgeen U verlangt. En
wanneer U dan bidt om iets en het wordt niet verhoord, de bestelling wordt niet zo thuis
bezorgd, het kan wel zijn dat U vraagt om een bal-masqué pakje, nietwaar, en dat je in plaats
daarvan een pilo; werkpak krijgt thuis gestuurd. En dan voel je je zelf wel heel erg genomen,
maar, aan een bal masque pakje zou je niets hebben. Dat werkpak, dat is iets, wat je
regelmatig nodig zult hebben en waardoor je in staat zult zijn, uiteindelijk boven je verlangen
naar bal masqué pakjes, uit, te komen, die nutteloos zijn. Zo gaat het met het gebed. De
krachten, die gewekt worden, door het gebed, van alle sferen zullen trachten U datgene te
geven, wat binnen de wetmatigheid van het Goddelijke plus Uw eigen karmisch pad, dus Uw
eigen levenspad, zoals dat ligt in Uw normale ontwikkeling, mogelijk is. En kunnen zij U nu
niet alles geven, dan geven zij U de mogelijkheid om het in een later bestaan in een andere
sfeer, een ander leven te verwerven. Dus bidden is goed. Maar bidden als een bestelling, ik
weet het niet. Het lijkt mij, dat die mensen het zo erg goedkoop willen doen, omdat zij er geen
postzegel aan moeten spenderen. En nu zult U begrijpelijk zeggen, ja maar, er zijn andere
momenten van bidden. Momenten, dat je eigenlijk allen maar wilt spreken met God. Dat Je zo

LEIMUREN 13
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

echt in je hart voelt, nou moet ik zeggen, God, wat is dit mooi, dank je wel. Dat je zegt, God
help me nu eens om dit te dragen, dat is me eigenlijk een beetje te veel. Zijn het niet van die
doodgewone dingen, die er in eens uitkomen midden onder de dag door. Ja ik heb het, wel
eens meegemaakt, dat een vrouw met de bakker stond aan de voordeur en dat ze gelijk stond
te bidden: God maak dat de melk niet overkookt, Zeker, ja als U het wilt, ik wil niet eenzijdig
zijn, ik wil het voor de ren ook geven. Ik heb het ook wel gezien, dat een mijnheer ijverig liep
te bidden: God zorg a.u.b. dat mijn baas ook 5 minuten te laat komt. De man moest naar
kantoor. Dat zijn natuurlijk zeer simpele en eenvoudige dingen. Nu. zou je zeggen, wat heeft
het eigenlijk van oen met werkelijk bidden met grote werkelijkheid. Toch, in de eerste plaats
uit zich en nu weet U niet wie die God is die Uw wezen bereikt. Meestal bereik je dus met
dergelijke gebeden krachten, die veel dichter bij je staan. Een enkele keer, dan kan zo'n
dankwoord doorlinken, dan is het ineens net of er ergens een hele mooie solo wordt gezongen
in een hemelkoor, zou ik haast zeggen. En als echt zo uit je hart zegt: dank je wel God. Dat
maakt je even een met de cosmos. Dat laat je iets van die perfecte harmonie, die je in je
voelt, eigenlijk, die laat je opstijgen tot dat grote geheel. En met al die andere dingen, ach, er
zijn altijd entiteiten en personen bij U, die U willen beschermen, die U willen helpen, die U
liefhebben. En zo'n gebed van:Zorg, dat de melk niet overkookt dat betekent heel vaak dat je
juist een persoon, misschien je vader of je moeder of een oude bekende of iemand uit een
vorig geslacht, die zich aan je heeft gehecht, dat die wordt geraakt. Die gaat kijken, dat U net
op het juiste moment een por geeft en als je dan gaat, dan kom je net op het dan kookt ze net
niet over, weet je wel? En als je dan werkelijk doet, wat die impuls zegt, je loopt nog een paar
stapje harder, daardoor dan kom je net binnen. Je hebt net je jas aan de kapstok gehangen
dan komt de baas ook. Dus die helpen je wel. Die trachten je dan de impuls te geven om de
zaak op te lossen. Dus dat gebed is zeker niet verloren. Daarom zou ik zeggen, bidt maar
rustig. Bidt niet in de bijgelovige zin van: als ik nu maar hard genoeg lig te zeuren, dat zal God
het me wel geven. Maar bidt in het vertrouwen, dat geen enkel woord wat je zegt, en dat je
eerlijk en oprecht meent, verloren gaat. En als je bidt, ja, zo van die schietgebedjes mompelen
of van die psalmen reciteren, die zou allen maar tegen me zeggen: God, Vader, ik zit zwaar in
de puree, help me er nou eens een keer uit. Dan zou ik zeggen, verdorie, dat is een originele
vent, die heeft er tenminste recht op, dat ik hem een keer help. En als er een vrouw zou
staan, die zegt: O lieve God, zorg, dat m'n was niet nat regent, dan zou ik zeggen, het is in
ieder geval een fidele meid, laten we die regen nog maar eventjes afdraaien. Nu begrijpt U
wel, dat dit in het grote natuurlijk niet zo is. Maar precies zoals ik dat aanvoel, zo voelen veel
entiteiten in mijn eigen sferen, in andere sferen dat aan. Werkelijk. En daardoor, hoe meer je
bidt met je eigen woorden hoe meer het uit je eigen wezen voortkomt, hoe meer kans je hebt,
dat je gehoor krijgt. Nou ik hoop, dat het voldoende is. Is U niet tevreden, dan vertelt U het
maar.
Mag ik even wat vragen? Zoals U zei, in het begin, (verder niet góéd te verstaan)
Ben ik met U eens. Heb ik trouwens in het begin ook gezegd hoor. IK heb gezegd: dat gebed is
van geen waarde, tenzij ten hoogste voor verhoging van innerlijk bewustzijn, Herinner; U het
zich nog, anders kijkt U maar even op de band. Staat er op hoor. Kijk eens, het is n.l. zo er
zijn een hele hoop gebeden, die de mensen zo, zonder denken zeggen. Neem nu het Onze
Vader, Nietwaar, dan zijn er mensen, die zeggen (het gebed wordt opgedreund). Dat zegt
niets. Onze Vader, Vader, denk er eens even over na. Vader, die in de hemelen zijt, de
hemelen al die grote sferen. Geheiligd zij Uw naam, Die naam is wel iets zeer bijzonders. Die
naam, die moeten we loven en roemen, omdat het het Scheppende Woord is, Dat Kome Uw
rijk, God een rijk, ja, God is eigenlijk een Vorst, de heerser van de hele Schepping. Hij
beheerst dat allemaal. Maar wij realiseren het ons niet en er zullen in de sferen ook wel
wezens zijn, die dat nog niet weten. Dat Uw rijke kome, zowel in de hemelen als op aarde. Ja
mogen we allemaal een beseffen, dat God onze Vorst is. Als je dat zo gaat overwegen,
nietwaar, Geef ons heden ons dagelijks brood. Dagelijks brood, dat is natuurlijk niet een half
witje. Dat is hetgeen we nodig hebben. Ons brood, ons brood, dat zijn onze gedachten. Dat is
al wat we nodig hebben aan emoties aan beleving, aan geestelijke bewustwording en aan
stoffelijke voeding. Vergeef ons onze schulden. Ja, eigenlijk maken we ook heel veel fouten
tegenover God. Zoals wij vergeven onze schuldenaren. Zoals we onze schuldenaren vergeven.
Ja, eigenlijk is dat wel zo. Wanneer we zelf nog zo'n hoop mis doen, dan hebben we toch niet

14 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

het recht, om een ander te gaan verwijten, nietwaar. En leidt ons niet in de verzoeking. Wat
betekent dat eigenlijk leidt ons niet in de bekoring, en verzoeking. Ja, God help ons een klein
beetje om de dingen niet te zien, die ons de verkeerde kant uit zouden leiden. Leer ons om het
goede in ons leven te selecteren. Er zit toch wel een hoop in. En verlos ons van het kwade. Ze
zeggen ook wel. v.d. boze, hoor. Maar dan denken ze zo van, U weet wel, Nou, dat vind ik
nooit leuk. Dat dat uiteindelijk maar een gedeeltelijke realiteit is. Laten we maar rustig
zeggen: het kwade. Het kwade, al datgene in ons dat ons naar de vernietiging zou willen halen
Als je dat allemaal gaat overdenken, dan wordt zo'n gebed, een werkelijk gebed, geen formule
meer. Maar dat kun je toch niet zo vlot achter elkaar afraffelen. Wilt U een ander voorbeeld: O
mane patno (?), Gij kleinood in een Lotos. Wat is eigenlijk de Lotos? De Lotos is het leven, is
het hele vermogen van geestelijke uiting. Wat is het kleinood in de lotos. Ja, de Boedha wordt
zo altijd afgebeeld, maar mijn wezen is ook een Lotos. Is ook een knop, die zich open kan
plooien , tot een volle stralende bloem kan worden der licht, gedragen door het maanlicht op
het water. Maar als ik een Lotos ben, dan woont in mij de Bohdisvata dan woont in mij de
Boedha. En wanneer ik zeg: O, Gij kleinood in een Lotos, dan zeg ik: O Gij grote Schepper, in
het geschapene. Dan zeg ik: Gjj Goddelijke Kracht mijn wezen, Kijk, dat krijgt een heel andere
betekenis, dan die automatische herhaling, waarbij we desnoods het op een gebedsmolentjes
zetten en er mee koffie gaan malen. Begrijpt U" Dat wou ik zo graag nog naar voren brengen:
Het gaat hier uiteindelijk om, dat wanneer we bidden, we weten wat we zeggen. Zelfs,
wanneer je het: Wees gegroet neemt, wat de katholieken zeggen, het Ave Maria, Wanneer we
ons realiseren, wat we eigenlijk zeggen, dan heeft het een betekenis, dan heeft het zin. Maar
wanneer we het alleen maar afraffelen (het Wees gegroet, wordt afgeraffeld). Wat is dat
eigenlijk Dat is een soort gejouw, waarmee we ons zelf verdoven en zeker maar zelden het
Goddelijke bereiken. Beter dat we mediteren over één zin uit zo'n gebed, en dan desnoods
afdwalen in hele verre velden van gedachten om toch weer terug te komen tot deze ene zin,
dan dat we duizend keer zo'n zin herhalen zonder ons de betekenis ervan te realiseren. Dat
wou ik maar zeggen. U moet me niet kwalijk nemen, het is niet mijn bedoeling om U hier even
een lesje te geven in bidden, hoor, helemaal niet. Maar wanneer U mij mening vraagt, dan kan
ik het beste zo Illustreren. Dan weet U tenminste wat ik ermee bedoel. Bidden is, een je
bezinnen op hogere waarden. Hoe je het ook verder doet, hetzij in een verlangende, dus
vragende vorm, hetzij in een dankende vorm, het is een realisatie van de hogere waarden in je
bestaan, in je leven. Dat is bidden. En al het andere, nou ja, dat is maar poppenkast. Nou, ik
geloof, dat we met het bidden ook klaar zijn.
Nou ik had U willen vragen,wat geeft ons gebed dan voor degenen die reeds over zijn
gegaan? (rest niet goed te verstaan)
Ja, Mag ik dan eens een aardig voorbeeldje geven? U heeft een vriend of een vriendin en die is
naar Canada gegaan. Ik hoor vertellen, dat de export van mensen naar Canada, nog steeds
lopende is in Nederland. En die vriendin, daar weet U eigenlijk niet van of ze het erg goed
heeft Wat gaat U dan doen? Dan gaat u aan die vriend, of vriendin denken, en U gaat
proberen, binnen de beperkingen van Uw middelen, iets bij elkaar te krijgen om ze te sturen.
En of die vriend of vriendin het nu goed heeft, of slecht, het zal altijd erg prettig zijn om een
pakje te ontvangen, Waarom? Omdat het zegt, kijk, aan de andere kant daar zijn mensen, die
denken zorgend aan je, die proberen je het zo goed mogelijk te geven. En dan kunt ü bij wijze
van spreken een zijdje spek sturen aan een man, die in een varkensfokkerij werkt, nietwaar,
of een stukje katoen aan iemand die ondertussen al een weverij heeft opgezet, het maakt
niets uit. De gedachte op zichzelf, die geeft al waarde. En als je het werkelijk nodig hebt,
hoeveel te meer is het dan waardevol, ben je dan gelukkig ermee. Wat kan het zijn met
iemand, die is overgegaan en die leeft in al die duisternis, al die ellende. Of misschien in een
lichtende sfeer. U gaat voor die mens bidden,[Niet zo maar iedere formule, U haalt er de
Katholieken er bij, nietwaar, niet alleen maar een naam laten noemen in een Misoffer Maar
werkelijk zelf bidden, helemaal erbij zijn. In je geest zoeken als het ware naar iets, wat je kunt
geven aan die geest. Denkt U, dat een dergelijke liefde, die reikt tot in het Oneindige zelf, niet
zou kunnen reiken tot desnoods de duisterste aferen? Dat drinkt door. En al die gevoelens van
liefde, van aandacht van sterkende geestelijke kracht, die bereiken die persoon. En als die
persoon ze zelf niet nodig heeft, dan zal hij het waarschijnlijk wel verder geven, maar hij zal
blij en gelukkig zij] omdat U eraan gedacht heeft. En degeen, die in het duister is en iets van

LEIMUREN 15
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

die kracht krijgt, zal misschien daardoor juist de laatste stoot krijgen, waardoor hij zich toch
nog weer een sfeer omhoog kan worstelen. Toch weer vertrouwen heeft in het leven en de
mensheid. Dus, het bidden voor de overledenen is helemaal niet dwaas. Maar het moet
gedragen zijn, door een diep intens gevoel. Het moet een kwestie zijn van genegenheid. Er
moet een band bestaan tussen degene, die over is gegaan en Uzelf. Wanneer U bidt voor alle
vergeten en verlaten zielen zoals binnenkort met Allerzielen weer, bedenkt U dan dit: U kunt
wel voor het algeheel gaan denken maar dan doet U ongeveer hetzelfde, als wanneer U een
gulden geeft aan het Leger des Heils of Rode Kruis. Maar wanneer U nu weet, dat er een ver-
laten graf is ergens. Het is nu maar een klein voorstel, kijkt U eens wat er op staat en probeert
U zich dan eens voor te stellen wat voor mens het is geweest. En probeer dan juist die mens,
eens een ogenblik iets van Uw gedachten, van Uw aandacht te geven. Denk eens aan een
bepaalde persoon. Dan juist krijgen we dat lichtende geestelijke contact, dat veel meer waard
is dan alle charitativiteit in gebedsvorm. Kunt U het met me eens zijn? Nog meer over het
onderwerp gebed, dan hoor? Dat is dan het laatste, wat we vandaag met elkaar bespreken,
vrienden. Dan krijgt u nog een slotwoord, maar ik vind, dat ik mooi m'n best heb gedaan. Ik
heb geprobeerd om U werkelijk zo te zeggen, als ik het voel en als ik het weet, dus daar moet
U maar genoegen mee nemen. Verder geen vragen?
x Mag ik nog iets vragen, over die nieuwe aanroep van de Arcanen-school, waarvan gezegd
wordt, dat die speciaal uitgeroepen is opdat hij alle mensen in de wereld, alle volken bereiken
zal en dat daarvan een grote kracht zal uitgaan. Ziet U dat ook zo in?
Ik zie het als een nog niet geheel begrepen vorm van magie, die grotendeels door
onbevoegden werkzaam gemaakt, niet in haar uitwerking volledig predicabel is. Dus dit zie ik
als een vorm, die ik nou ja, die onstabiel is, en waarvan men niet zeker weet wat ze
uiteindelijk zal doen. De naam zegt het trouwens zelf reeds: Arcanen-groep. Hier hebben we te
maken met een magische procedure en wanneer die door bewuste personen witmagisch wordt
uitgevoerd is het een zeer grote en zeer sterke kracht. Maar wanneer deze in handen komt van
onbewusten, die niet volledig weten hoe ze zich moeten concentreren bij het uitspreken van
dergelijke dingen ja, dan, zouden er wel eens eigenaardige dingen het resultaat ervan kunnen
zijn. En voor de mensen zelf en voor de omgeving, voor de genen tot wie de dingen gericht
zijn. En daarom moeten wij daar eigenlijk wel een heel klein beetje voorzichtigheid wel in acht
nemen.
Dus U bent het er niet mee eens, dat door het gereld mediteren van die nieuwe aanroep,
dat je daarom geestelijk stijgt, zoals zij zeggen. Zij beweren, dat als men geregeld over die
aanroep mediteert, iedere strofe op zichzelf, dat je daar niet anders dan kunt stijgen.
Ik ben bang, dat ik het in deze niet geheel met de uitleg eens kan zijn. Waar we weten, dat
zelfs het Onze Vader tot een vloek kan worden, voor sommige mensen, door de egoïstische
wijze, waarop ze het zeggen, is met dit ding zeker evenzeer het geval. En vooral omdat men
er grote verwachtigen opbouwt en dus met een diep vertrouwen en met een juistere vorm van
overweging dit gaat bezien en uitspreken voor zichzelven, krijgt men n natuurlijk sterkere
resultaten ten goede, voor degenen, die het goed doen maar sterke resultaten ten kwade voor
degenen, die het toch eigenlijk zelfzuchtig doen. Het spijt me hoor, ik had graag een gunstig
oordeel gegeven maar uiteindelijk proberen we hier toch in de eerste plaats eerlijk tegenover
elkaar te zijn.
Nou vrienden, zullen we nu het schone woord het woord maar geven? Dan wens ik U allemaal
een goede avond natuurlijk en ja, we zien elkaar wel weer en dan hoop ik dat U werkelijk
instaat bent uiteen te zetten, wat U zelf denkt over het onderwerp voor U het mij voorlegt.
Goeden avond, hoor. Goeden avond vrienden. Wij zullen dan gaan besluiten met het schone
woord. Ik zou daarvoor terug willen grijpen op een oudere vorm n.l. een beschrijvende vorm,
die dan zie uit tenlaatste ook in een samenvattende magie. Ik hoop, dat U het daarmee eens
kunt zijn. We zullen voor vanavond aan de hand van het onderwerp, een ogenblik trachte het
religieuse, juist uit het Lemurisch tijdperk een ogenblik te beschrijven en tot uiting te brengen.
Het is een wereld van jagende wolken, met vreemd gevormde statig rijzende bomen met
kruipend gewas, dat soms in het moeras tot een onvoorstelbare dichtheid muren weeft. De
fijne druppelende nevel sijpelt neer en wij zien, alsof ze het niet merken, dat het vochtig is,

16 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

een groot aantal mensen met grote zekerheid zich door de nevelen begeven in de richting van
een open plaats. Rondom merken we wel enige kleine woningen op, maar we mogen niet
denken, hier werkelijk een behuizing of een stad te vinden. De wezens, die we zien, zijn zeer
de mensvorm benaderd en gaan inderdaad op 2 voeten. Ze zijn ook kenbaar in 2 geslachten
gescheiden. Elk der geslachten nadert in eigen groepering en we zien ze samengaan naar een
grote plaats, die volkomen glad gemaakt is en in tegenstelling tot alle zompige moerassigheid
van de omgeving, droog en effen lijkt te zijn. In het midden zien we een voetstuk uit
veldstenen bij elkaar gegaard, hoofdzakelijk stenen van vulkanische oorsprong we zien zelfs
tufsteen ertussen en hiermede een soort tableau gemaakt dat zich verheft boven de mensen
ongeveer een 4 a 5 meter. Het is dus inderdaad een grote arbeid, die hier geschied is en in het
midden zien we een eenvoudige stapeling waar zich dan wat vruchten, wat bladeren en
dergelijke als siering rond een soort stenen pyramide gegroepeerd bevindt. Wanneer al die
wezen hier binnenkomen, dan valt ons een ding op, velen van hen dragen met zich, primitieve
werktuigen, over het algemeen uit hout vervaardigd. Anderen zijn gedeeltelijk of geheel
bekleed. Al wat zij bij zich dragen, laten zij achter, en wanneer zij binnen treden doen zij dit
steeds met het gelaat gewend naar dit terras, dat zich in het midden van de plaats bevindt.
Opvallend is, dat elke groep, der mannen zich cirkelvormig linksom beweegt en ook langzaam
maar zeker zijn persoonlijkheid verliest totdat er eindelijk alleen maar een aantal stippen en
individuen overblijft. De vrouwen maken de cirkelgang op een andere plaats meestal
binnenschrijdend rechtsom en ook hier zien wij, dat telkens weer individuen achter blijven en
neerhurken het gelaat gericht naar het middelpunt. Er begint nu een eigenaardige sfeer
merkbaar te worden. Het is alsof de regen ophoudt, en wanneer we naar boven zien, dan is er
een vage schaduw of dat er ergens boven de wolken een regenboog is, die enkele elementen
van licht door laat stralen. Rondom is het rustig en ofschoon we scherp toehoren, merken we
niets van het ruisen van regen en water en het druppelend tikken van druppels, die op een
gegeven moment van de bladeren op de bodem spatten, kortom, het is het, of het stil is
geworden. Nu zien we, dat op het platvorm zich een drie-tal vrouwen bewegen, althans
vrouwelijke wezens, terwijl rondom dit platvorm, gericht om en om naar het platvorm en naar
buiten toe, een rij van mannen heeft plaats genomen. Voor hen hurken weer vrouwen, die ook
met deze zelfde groep zijn gekomen. Dit zijn de priesters en priesteressen der tempelruimte.
Nu wordt het interessant, want wij merken nu, dat een rythmische beweging door het geheel
gaat sidderen. Een ogenblik van een eerste wind, die de aanzet van de bladeren beroert. Zo
lijkt het of al deze mensen plotseling beginnen te sidderen. Een eigenaardig gekreun barst los.
Het is een vreemd, zich steeds herhalend rhytme, dat we het best uit kunnen drukken met
een: oe, oe. Dit eerst langzaam en fluisterend, neemt in krachten sterk toe. De wiegende
beweging v.d. rijen wordt sterker en sterker, wanneer we nu zien, lijkt het alsof er een soort
steen in het water is geworpen en rond er om heen kabbelen de dingen zich verspreidend,
ergens naar de grens van het bos toe. Al deze wezens, in hun hurkende houding zijn op dit
ogenblik sterk in beweging geraakt. Sn nu zien wij dan ook dat de priesteressen die zich op
het platvorm bevinden, beginnen te bewegen. Hun bewegen is vreemd en doet zelfs wat wulps
en zinnelijk aan. Wij kunnen er geen bepaalde dansfiguren in herkennen, maar wel horen wij
het schrille gillen waarmee zij deze beweging begeleiden. Het hele effect doet iets denken aan
een doedelzak. En nu moet U opletten, want nu krijgen wij het eigenaardige. Het is alsof de
steen begint te wasemen. De stenen waarop al die sieraden zijn gelegd, al die vruchten en
bladeren. Zelfs enkele kunstproducten, artifacts van hout. Nu dit wasemen begint, springen
een 4, 5, zes-tal vrouwen op. Springen buitengewoon lenig overigens met enkele steunen
waarvan ze gebruik maken, op het platvorm, en nemen alles wat de steen, en heuvel, de
kleine pyramide heeft bedekt, weg. Het is alsof die damp zich verdicht en versterkt. Het wordt
langzaam maar zeker een licht. Een vage straling, die intens blauw is. Zó intens en diep
blauw, dat het lijkt, alsof je een stukje van de hemel ziet. Dit verdicht zich meer en meer en
wordt dan een trillende vlam, vlam die, even kijken, wij schatten dit ongeveer op een drie en
een halve meter hoog, dus betrekkelijk hoog, twee keer zo hoog als de wezens, die er omheen
zijn, in een zuilvorm daar staat. Het is alsof zij langzaam om eigen as roteert. En nu begint de
beweging daar rond. Haast gelijktijdig met de beweging van deze vlam, zien wij nu dat de
rijen van de mensen, die op zijn gestaan, ze lopen iets gebogen, voorovergebukt nog, dat is
hun normale houding, zich beginnen rond te bewegen, te draaien. Het is een soort schuifelpas
eigenlijk, die ze daar gebruiken. Het is een heel eigenaardig gezicht, vooral omdat de rijen ook
LEIMUREN 17
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

weer tegen elkaar in draaien. We kunnen nu hier zuiver zien, dat de vrouwen wederom één rij
vormen, de mannen een andere rij. Dit gaat nu sneller en sneller. De priesteressen, die er zijn,
de drie die er oorspronkelijk waren staan nog, de anderen liggen op het ogenblik plat ter
aarde. Wij zien, dat de priesters zelf, stil zijn blijven staan ook de vrouwen, die rond hen zijn,
zich niet van hun plaats bewogen hebben. Zij hurken nog steeds neer. De beweging wordt
sneller en sneller er sneller. En nu moeten we een ogenblikje de beschouwing stil laten en een
ogenblik trachten om te zien wat of zich hier werkelijk afspeelt. Stelt U zich voor, dat we zijn
in een ledige duistere ruimte, waarin geen enkel geluid is. Het komen van die vlam is
ongeveer als een zacht ruisen. En uit dit ruisen komen steeds meer en meer stemmen naar
voren. Een van die stemmen zegt, dat moet voortbestaan. Een ander zegt, we zijn verant-
woordelijk voor onze naasten. Een derde zegt, de gemeenschap gaat boven het individu. De
vierde zegt, het individu moet stijgen om de gemeenschap te dienen. Het is of al die stemmen
zich samenvlechten. Het is zeer primitief en we kunnen eigenlijk geen woorden verstaan, we
moeten begrippen hier verwerkelijken. En nu wordt het eigenaardig, ,7e zien het begrip van
hout brekei op een bepaalde manier rijsen en een ogenblik vreemd en schichtig door het
geheel dansen, het is de gedachte van een van deze mensen. We zien daar ander. We zien
gevechten, het werpen van stenen als wapen als een zeer belangrijk iets door trekken. We
zien bepaalde wijze van voedsel bereiding mee daar door trekken. Kort en goed, het is
plotseling een warreling van gedachten, die echter, eigenaardig genoeg, stuk na stuk een top
van voornaamheid berieken om daarna weer weg te zinken. Achter al deze dingen, merken we
een vaag begrip op, dat niet duidelijk schijnt te willen worden maar wat we het best kunnen
vertalen met God, er is een God. Dit blijft sidderend zich op de achtergrond herhalen en zodra
een idee wegsterft, merken we dat dit op de voorgrond komt. Sn nu wordt de werveling van
de zuil sneller en sneller en sneller. Van onder af lijkt het of het blauw begint te veranderen,
net alsof de zon ondergaat. Er komt een tint, die van blauw naar groenig, dan naar geel
overzweemt en langzaam omhoog trekt. Onderaan begint nu een oranje tint te komen. Op dit
moment staan de kringen stil, en daar tegenover elkaar zich bevindende partners voltrekken
hier de religieuze paringsdaad. Het is nu betrekkelijk stil en wanneer we nu even wachten, dan
zullen we zien, hoe de vrouwen opstaan en gaan naar de grens, de stenen ommuring, die
overigens zeer ongelijk is en daar klaargezette gewassen nemen. Het zijn gewoon bladeren en
wortels, U kunt het hier zien, het helemaal niet bereid en zij brengen dit als offer aan de
mannen met wie zij samen zijn geweest. Wanneer we nu verder opletten, zult U de
eigenaardigheid zien, dat sommige dezer partners elkaar bijna bewust hebben uitgezocht, dus
niet alleen aan het lot hebben overgelaten waar zij terecht zijn gekomen. Deze trekken zich
het eerst terug en beginnen nu tegen de muur van het heiligdom de maaltijd. De anderen, die
blijven nog even heen en weer draaien, maar dan beginnen ook zij met een gezamenlijke
maaltijd. Gedurende deze periode, zien wij, dat het licht nog steeds blijft staan op deze stenen
zuil. Het heeft echter nu zijn tinten weer veranderd en het gaat over tot een licht zilverig
stralen een ogenblik, wordt van oranje tot zilver. De zuilvorm gaat langzaam verloren. Het
wordt een bolvorm en in deze bolvorm zien we steeds meer het diepe blauw terugkomen. Nu
beginnen de priesters en priesteressen, die zich rond het altaar plat-vorm bevinden, geen deel
hebben gehad aan al wat er gebeurde, op hun beurt, met deze eigenaardige oe-klank uit te
stoten. Ook zij bewegen zich nu rhytmisoh daaromheen maar in één richting. Het eigenaardige
is, dat dat nog steeds de drie priesteressen bovenop staan. Zij zijn blijven staan. Ze staan
roerloos als versteend en de 6 anderen liggen nog steeds uitgestrekt met het hoofd gericht
naar de stenen pijl, de stenen hoop daar in het middelpunt. We zien nu dat de priesters en
priesteressen in tegendeel met de anderen niet komen tot een willekeurige paring en dat zij
voor een groot gedeelte zich zelf daarvan onthouden. Dl betekenis van het individu, dat hier
overwonnen heeft. Het licht, dat nu op het ogenblik weer wolkachtig en sidderend is
geworden, begint langzaam maar zeker als in een nevel te verdichten en naarmate het
verzwakt, lijkt het of de geluiden van het normale leven, het ruisen, het breken van takken in
de verte beter gezegd van stengels, het tikken van de regen, ja zelf, de nevel weer toeneemt
op deze plaats. Een vier-tal dagen zullen deze mensen hier tezamen blijven Gedurende dit
vier-tal dagen zal de gezamenlijke maaltijd drie maal per dag en deze plechtigheid, die we
thans gezien hebben eens per dag worden herhaald. Wij moeten dan hier afscheid nemen,
omdat de tijd ons beperkt is. Maar wanneer wij een ogenblik dit licht zouden willen volgen, dat
op het ogenblik wegtrekt ergens in de oneindigheid en we zouden wat daarin klinkt in woorden
18 LEIMUREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 1 – Leimuren

om willen zetten, dan zouden we ongeveer het volgende horen: Scheppend is de grote kracht,
die draagt het licht tot in de nacht van onbewustzijn. Lichtend is de ziel, die ons gegeven
wordt, en lichtend is het leven, die deze ziel besturen mag. Lichtend zijn de krachten en
lichtend is de geest, die ontwaakt. Nog zijn de ketens niet geslaakt, maar het ogenblik v.d.
bevrijding komt nabij. Wees voorbereid, o aarde, zo dadelijk zijn we vrije mensen.

LEIMUREN 19
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

4 november 1954

De geestelijke en stoffelijke ontwikkeling van de mens

LES 2 - ATLANTIS

Goeden avond vrienden,
We zullen dan maar meteen beginnen, want we hebben nogal een tamelijk aardig stukje voor
de boeg, zoiets van: ‘”Maakt Uwe boezems nat, want Het zal er heet aan toegaan. We hebben
het n.l. over ATLANTIS. Nu is Atlantis in zichzelf een hypothese, die in de moderne tijd heel
moeilijk bewezen wordt. Dit ligt in de eerste plaats wel aan het feit, dat de overleveringen over
Atlantis door Solon genomen vanuit de eerste hand waarschijnlijk van bepaalde priesters in
Egypte, werd overgeleverd aan Plato, die dit materiaal, dit feitenmateriaal ging gebruiken om
hiermee bepaalde van zijn staatkundige thesen als het ware, te illustreren. Er zijn natuurlijk
vel dingen over te zeggen. Maar deze these op zichzelf wil ik maar kort afdoen. Het is te
bewijzen, dat het verhaal, dat Plato over Atlantis doet, niets met het eigenlijke Atlantis te
maken had. En dat zijn beschrijving van Poseidonis uiteindelijk niets anders is dan een
vermenging van overleveringen over verschillende plaatsen en steden en gebieden met elkaar.
De beschrijving van het land zelf, dat was gelegen buiten de Zuilen van Hercules, is
begrijpelijk. Dit is inderdaad de plaats geweest, waar het oude Atlantis was, maar in die tijd
van het eigenlijke Atlantis bestond er nog geen Middellandse Zee. Onjuistheid nr, 1. Punt 2:
zijn beschrijving van de hoofdstad van het rijk Atlantis, is de beschrijving van een handelsstad,
die in de vroege tijden lag op een thans verzonken gebied, dat ongeveer gezien kan worden
als een extensie van het land, voorttrekkende de lijn van de baai van Cadiz, zeewaarts, dus de
richting van de Oceaan uit. Deze beschrijving van die stad dan ook is in overeenstemming met
verschillende andere, zogenaamde mythische of mythologische steden, zelfs ja, ze komen in
de Mythologie zelfs voor en bovendien beschrijvingen en verschillende gedichten, zoals in de
Odyssea. Wij moeten dus beginnen met ons te realiseren, dat, wanneer we ons daaraan
vastklampen, de gegevens, die wij hebben over Atlantis, Poseidonis, uiteindelijk zeer gering,
zeer verward en zeer onjuist zijn. U zult zeggen, waarom begin je met het af te breken? Nu ja,
dat zal ik U vertellen. Uiteindelijk heb ik een studie gemaakt van deze dingen en ik ben tot de
conclusie gekomen, dat het grootste deel der misvattingen over dit land voortkomt, juist
omdat men zich uit het feit, dat men zich vast gaat klampen aan al die oude gegevens. En
deze gegevens, die zijn neergelegd, maar die uiteindelijk deel zijn van Mythe, van
dramatisering en als zodanig terzijde kunnen worden gesteld, als beschrijving van het
feitelijke, maar ongeveer even reëel zijn als de overlevering van de zondvloed, die ook niet
precies zo gebeurd is als het beschreven staat, maar een mythe is gevormd naar aanleiding
van feiten, die uiteindelijk met elkaar verward werden, waardoor een bepaald verhaal
ontstond.
Houden wij daaraan vast, dan lopen we dus vandaag of morgen met ons hoofdje tegen een
muur aan en zeggen wij: “Dit is onmogelijk”.
Het gebied Atlantis is vanuit onze wereld vaak gezien als een voortzetting van Lemurië, d.w.z.
een voortzetting van hetzelfde werelddeel. Mijn ervaringen en onderzoekingen brengen mij er
echter toe om dit te verwerpen. Ik kan Atlantis niet zien als een directe voortzetting van de
Lemurische beschaving in die zin, dat dit betreft hetzelfde gebied en dat het verschil,
Lemurische-Atlantische beschaving alleen tot stand komt door een verandering van de wezens,
die daarop leven. Er is hier wel degelijk van gescheiden gebieden sprake. Echter, er is een
tweede fout, die bij deze openbaring wordt gemaakt, dat men een Hyperborese beschaving,
die in de Stille Octaan plaats vond dan stelt als voorloper van de Lemurische. Ik stip deze
dingen even aan, omdat U waarschijnlijk in vele werken, berustend op gegevens onzerzijds,
deze stellingen verdedigd vindt. Dus ik kan het daar niet mee eens zijn, zoals op Uw wereld
ook de wetenschapsmensen heel vaak het niet met elkaar eens zijn. Het allereerste wat ons
opvalt bij het begin van de Atlantische beschaving, die we mogen stellen op een globaal

20 ATLANTIS
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

800.000 jaar geleden, is wel, dat hier sprake blijkt te zijn van een bezitnemen van nieuwe
gebieden. De ervaring, die wij opdoen, wanneer wij teruggaan in de tijd, toont ons, dat in deze
periode, vulkanische uitbarstingen vaak voorkwamen en daardoor eilanden uit de Oceaan
rezen. Degenen die zich het eerst daarheen begaven, waren de voorvaderen der Atlantiërs. De
eerste Atlantiërs mogen wij wel zeggen, de stamvaders. Later leren zij door het bewonen van
deze eilanden allereerst de scheepvaart beheersen. Zij gebruiken daarvoor betrekkelijk
primitieve vlotten, maar weten toch reeds een zodanige vorm en lijn te kiezen, nogmaals in
een zeer primitieve periode, waarin nog geen sprake is van andere dan ten hoogste stenen
werktuigen. In hout, dat het hoofdbestanddeel is van elk werktuig, gebruikt wordt, weten zij
een vorm te vinden van vlot, die een redelijke voortbeweging met primitieve roeispanen en
zeilen mogelijk maakt. Het element der zee is dus zeer vertrouwd en vormt een zeer grote
invloed op hun leven. Dit betekent een continuïteit van verschijnselen waar ook de Lemuren, U
zult zich dat nog wel herinneren, leefden in een zeer vochtige atmosfeer, tot aan de laatste tijd
toe, toen het wolkendek ging breken. Water blijft dus als het ware voor de Atlantiër, een zeer
belangrijk iets en de beginperiode toont ons dan ook een overdracht van bepaalde
eigenschappen, gezien door de Lemuriër nog in het licht op zijn offeraltaar en het water. De
eerste goden, die de Atlanten of Atlantiërs erkennen, zijn zee-goden. De eerste relatie, die zij
stellen tussen zichzelf en het bovennatuurlijke, redelijk de zaak beziende, is de relatie tussen
de geheimzinnige machten, die de stemmingen der zee beheersen, die land uitdoen braken en
vuur uit de aarde werpen en hun eigen vaak daarentegen worstelende wezens. Zij erkennen
natuurlijk een persoonlijkheid hierin en zo begint daar een godenwereld. Ondertussen echter,
door het bewonen van die eilanden, waar deze mensen de eerste waren, hadden zij een grote
rust en kon de voortplanting, de verveelvuldiging van het ras, nu reeds met bewuste
sexualiteit en met een langzaam maar zeker verlies van de restanten van de
hermaphroditische eigenschappen, die sommigen der Lemuriers kenmerkten, maakt het tot
een groter volk, zodat zij grotere delen van gebieden in bezit gaan nemen. Op de wereld
begint de zon meer en meer invloed te krijgen. Nog zijn er zware zwepende slagregens, nog is
het woud een oerwoud van primitieve vormen, maar de Atlantiër is een wezen, dat reeds
ongeveer 20.000 jaren na het eigenlijke ontstaan van Atlantis, het begin van het Atlantisch
Rijk, zogenaamd volgens sommige openbaringen, ik zal het maar even stipuleren, dus volgend
op de eerste ramp van Atlantis, is niet waar. Het is niet de ramp van Atlantis, want het
toenmalige rijk bestond niet. Het Atlantisch Rijk ligt n.l. naar het noorden toen in de
Atlantische Oceaan en vindt zijn hoofdpunt op ongeveer 0-0 graden. Dus de westkust van
Afrika, waar het grootste handelsgebied wordt gevestigd, vanwaar de grootste scheepvaart
wordt bedreven, de eerste scheepvaart. De eerste relaties zijn met Afrika. De daarop volgende
relaties pas zijn met Zuid-Amerika, dat rijk in het zuiden, valselijk verward met het totale
Lemurië, was gescheiden door een zeer brede zeestraat van het toen nog zeer onvruchtbaar
laag slijkland. Waar eerst door vulkanische werking, door werking van geysers en bronnen
langzaam maar zeker een landschap werd opgebouwd, rijzende uit de zee. Dezelfde ramp, die
het zuidelijk deel deed vergaan, ontstond hier.
Wat volgens mij eerst mag worden genoemd, Atlantis. In Atlantis, met zijn Atlantiers, wordt
dan een betrekkelijk rustige periode gekend van steeds verdergaande beschaving. Waar de
Lemuriers echter hun priesters hebben, die in trance-toestand rond de altaren liggende, tot
stemmen en onmiddellijke verbindingen werden met geestelijke krachten, die zich toen nog als
licht kenbaar manifesteerden, vinden wij in deze primitieve periode reeds priesters, wier
contact met het voor U onzien- en onkenbare, zeer intens en sterk was. En dit mogen wij nooit
vergeten, want dit is het begin van veel overleveringen, dit is het begin van heel veel sagen en
legenden en de goden. De goden, de richtende krachten, die nog steeds, zij het niet meer
regerend, maar beïnvloedend, mede het lot der mensheid in handen nemen. Ik wil proberen,
zo goed als het mij lukt, om U een klein beeld te geven van zo’n priester, de werking dus. U
moet niet denken, dat deze priester een medium is. Dat is hij zeer zeker niet. U moet ook niet
denken dat een priesteres mediamieke kwaliteiten heeft in deze periode. Ook dat is niet waar.
Maar deze mensen hebben een bepaalde stijl van leven ontworpen door de plichten, reeds in
het Lemurisch tijdperk opgelegd. Zij zijn geworden tot hoeders van plaatsen; deze plaatsen,
gewijde plaatsen komen in het Atlantisch tijdperk, althans voorlopig, te liggen ver van de
nederzettingen. Begrijpelijk, de mens, zich pas zijn vrijheid van wil bewust geworden,
verwijdert zich gaarne van de plaats waar de goden onmiddellijk controleren, wat hij doet en
ATLANTIS 21
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

wat hij laat. Een soort schuwheid voor het bovennatuurlijke. Daardoor verblijf in eenzaamheid.
Verder, door de binding van het begrip “zee” met het begrip plaats dus, waar het vulkanisch
vuur optreedt of althans gezien kan worden. Dat deze gebruiken nog lang doorgevoerd
worden, blijkt uit het feit, dat Mozes naar Sinaï gaat, Sinaï, dat ook van vulkanische oorsprong
is, dat ook nu nog de tempels hoog worden gebouwd. Deze hoogte betekent, dat de priesters
en de priesteressen leven in een afzondering, dus vrij van de zorgen van de normale mens.
Dat zij leven in een andere atmosfeer, minder luchtdruk, minder vochtigheidsgraad, waardoor
het organisme dezer mensen zich op den duur verandert. Zij kennen de huwelijkse verhouding
in die zin, dat sexuele en persoonlijke bindingen worden gevormd tussen priesters en
priesteressen en dat eenmaal, zoals men dat noemt, gezamenlijk gewijd der God, een
blijvende toestand intreedt, die slechts door de dood of de uitweiding uit de priester-kaste van
één der beide deelhebbers kan worden opgeheven. Deze mensen leven dus anders dan de
primitieve Atlantier. Zij zijn in voortdurend contact met het geweld en de machten der natuur.
Zij zijn het, die, wanneer ‘s avonds de gewone vlakten door nevel en wolken bedekt zijn,
omhoog stijgen naar de sterren. Zij zijn het, die altijd weer met het bovennatuurlijke
geconfronteerd worden en die leren zich geheel te onderwerpen aan deze krachten, die hen
regeren. Priester zijn in deze tijd betekent voor de werkelijke priester een afstand doen van
eigen persoonlijkheid.
Het leven wordt teruggebracht tot zijn simpelste waarde en de verlichting, ik kan het niet
anders noemen, de innerlijke verlichting, bevrijding, die ervaren wordt door contact met
geestelijke machten, maakt deze mensen langzaam maar zeker tot de verlengstukken van
natuurkrachten en geestelijke krachten, die via deze onmiddellijke binding, die durend is,
medium is, een uitschakeling van bewustzijn, geheel of gedeeltelijk, nietwaar? Duidelijk, deze
mensen zijn geen mediums, deze mensen zijn bewust, maar door hun levensomstandigheden
staan zij in een voortdurend contact met het geestelijke, dat voor hun veel gewichtiger wordt.
Zij leren, geïnspireerd door de geest, vele wetten kennen aan hun volk. En wanneer dan ook
langzaam maar zeker de sociale structuur vorm krijgt, we zijn nog maar ongeveer 50.000
jaren nadat Atlantis als land bevolkt begon te worden, dan zien wij ook, dat de vorsten
onderworpen zijn aan de priesters. Dus de eerste vorm is een primitieve Theocratie. Dit
betekent dat de priesters regeren en de priesters, die tijd hebben voor overpeinzingen en
nadenken, vinden langzaam maar zeker zoveel feiten tot hun beschikking staan, dat zij
anderen moeten scholen, willen dezen niet hun hele leven nodig hebben, om dezelfde
ontdekking door te maken. Eerst de scholing en wanneer iemand geschoold wordt, is het
begrijpelijk, dat de vorst zijn kinderen doet scholen. Resultaat, na korte tijd zijn de vorsten, er
zijn er vele, in het begin zelfs 700 ongeveer, die in de tegenwoordige tijd zouden kunnen
worden vergeleken met een soort sheik; ze hebben dus betrekkelijk kleine, vaak nog niet
permanente ergens wonende groepen volk onder zich, maar dat deze hun kinderen naar deze
school sturen, waar zij althans de lagere priester-wijding, dus de openbaring der lagere
geheimen, uit het oog verliezen. Dit is belangrijk. De binding van wereldlijke en geestelijke
macht, die leidt tot het geven van geestelijke ervaring aan de wereldlijke macht, die
doortrokken en doordesems van deze principes, waar een verblijf der scholing ongeveer 7 á 8
jaren vergde, terug te komen in een wereld, stoffelijke verantwoording gaan dragen, maar
nooit meer de geestelijke richtlijnen, daar boven ingeprent, kunnen kwijtraken. Dit leidt tot
langzaam maar zeker veranderen van het leven, ook der gewone mensen. Wij zien allereerst
verrijzen enkele z.g. sterkten. Deze sterkten, zijn betrekkelijk primitief. Je moet ze zien als
door een stenen wal omgeven sterkte, of kleine vlakte, ofwel keteldalen in de bergen, waar
een aantal woningen wordt opgericht en waar men voor het eerst practisch bewust nu iets aan
veeteelt doet. De visserij, die in de begin-periode zeer belangrijk was en het grootste deel der
bevolking aan de kust deed blijven, uitgezonderd de zwakken, die geen eigen visserij-gebied
voor zich wisten te veroveren wordt langzaam maar zeker vervangen door landbouw en
veeteelt. De voedingswaarden ondergaan een verandering. Nu zijn ook hier de priesters de
gewone mensen vooruit, want het was heel moeilijk om hen vis, zelfs gedroogde vis, over
grote afstanden toe te voeren, terwijl vaak in de vulkanische omgeving bepaalde vruchten
groeiden, die ter voeding voldoende waren, zodat we de eerste priesters noodgedwongen
practisch tot vegetari‘rs zien geworden. Ook dit heeft op het organisme een bepaalde invloed,
natuurlijk. Ik wilde niet al te ver gaan met deze primitieve beschaving, want ik kan me
begrijpen, dat U naar het hoogtepunt van Atlantis verlangt, wat voor U het meest zeggend is.
22 ATLANTIS
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

Zij het dus voldoende om op te merken, dat de priesters in verloop van tienduizenden jaren,
dus dat gaat niet zo heel gauw, de mogelijkheden vinden om een zeker onderricht te doen
geworden aan de jongeren van elke stand. Dat verder de eenheid van het priesterdom ertoe
leidt, dat alle vorsten, geestelijk beïnvloed en geregeerd de strijd vaarwel zeggen. Er komt een
periode van welvaart, waarbij de handel op de voorgrond komt, zij het dan ook nog primitief.
Wij zien dat samenwerking tussen verschillende rijken in vele gevallen bevloedingsverbetering
betekent. We zien, dat samenwerking het bouwen van grotere handelscentra, de eerste
dorpen of stede, mogelijk maakt. Wij zien verder, dat sommige stammen gezamenlijk scholen
opbouwen, waar leden van beide stammen onderricht krijgen. Een curiositeit, vooral als we
vergelijken met de U bekende tijden is wel, dat in deze periode, zowel de arbeiderstaak en
plicht van man en vrouw, als ook hun rechten binnen de stam, als gelijkwaardig werden
beschouwd en er geen sprake is nog in deze tijd van een mannelijke erfelijke lijn, of een
vrouwelijke erfelijke lijn. Wel bestaat in deze tijd de gewoonte, dat men, wanneer men huwt,
men intrekt in de stam en de familieverwantschap van de vrouw. Maar verder is men dus
volledig gelijkwaardig en vrij. Veelwijverij komt in den beginne nog voor. Langzaam maar
zeker wordt dit beperkt en zien wij de betrekkelijk vrije huwelijksband en een ook officieel
erkende gebondenheid ontstaan. Deze gebondenheid is dus niet alleen een stamverkiezing van
de man, maar zij is een absoluut contract, waarbij de vrouw de man ook buiten de stam kan
volgen, indien zijn beroep, of zijn avonturenlust, hem daartoe leidt. Het volk vermeerdert zich
ondertussen meer en meer. Er wordt voor het eerst contact gemaakt met het Amerikaanse
vasteland, ongeveer een 500.000 jaar geleden. Echter wordt dit land dan nog niet dadelijk
betrokken, omdat in deze tijd grote vulkanische werkingen bestaan. En die vulkanische
werkingen worden zeer gevreesd. Dit is de oorzaak, dat latere vulkaan-aanbidding voortkomt
uit de opvattingen van de gewone man in Zuid Amerika, dus slaan wij maar een tijdje over en
we gaan over tot de periode van de eerste steden. Die steden worden anders en practischer
gebouwd dan bij U. Het zijn eilanden en van een werkelijk bergachtig vasteland is nog niet
veel sprake. Wat er is, is vulkanisch, bergachtig. Zo komt men hier dus niet tot de bouw van
holenwoningen. Het pueblo-systeem wordt gebruikt, dus de familiewoning, die wordt gebouwd
in meerdere woonlagen. Maar wordt niet gebruikt de stamverwante bouw, die vinden wij b.v.
tegenwoordig nog bij de Dajaks, Batakkers; de familiewoning, die tot stamhuis kan groeien,
dat doen ze niet. Er worden steeds, wanneer de familie te groot wordt, nieuwe woningen
bijgebouwd door de gemeenschap. Opslagruimten worden over het algemeen op het erf,
d.w.z. dus bij de bouw zelf betrokken; soms daarmee door loopgangen ondergronds
verbonden. De ruimte van de saamhorige gebouwen wordt afgepaald. Er worden dus muurtjes
omgezet. In het begin zijn het kleine veldmuurtjes, zoals de boeren wel gebruiken om de
akkers van elkaar te scheiden, later worden het inderdaad bouwwerkjes met versiering.

De Goden.
Want voor Atlantis moeten we nog wel steeds in de periode van de eerste tijd over de Goden
spreken, die ondertussen veel meer vorm kregen. Zij zijn geworden tot spookachtige
gestalten, die overal rondwaren en vaak kan men zich niet aan de indruk onttrekken, dat deze
wereld van Goden en Demonen, zoals men daar schepte, het resultaat is van een
ontwikkelende helderziendheid van de priesterkaste, waardoor dezen, die in hun stilte en
overpeinzing ook tot kunstenaars worden, langzaam maar zeker uitbreiding geven aan hun
helderziende waarnemingen en zo dus het voorstellingsvermogen van het gewone volk
prikkelen. Hiervoor staat wel vast, dat in de periode kort na de ontdekking van het
Amerikaanse vasteland, bij het eerst betreden daarvan, sprake is van een ingewikkelde
Godenwereld, waarbij elke Oudheid staat voor een occulte invloed. Men weet zelfs deze Goden
en Demonen te bezweren en in sommige gevallen te hanteren. Hierdoor ontstaat een deel van
de occulte krachten der magiërs en de beheersing van enkele dezer Goden leidt er toe, dat
sommige priesters leren zich te verplaatsen, zoals U zou zeggen, door de lucht. Voertuigen
dus, die geschapen zijn ongeveer als een ei, waarin de persoon in kwestie zich in een
overpeinzingshouding met opgetrokken knieën en daaromheen geslagen armen, daarop
rustend het hoofd (doet erg denken aan de houding van het embryo) zich plaatst en dan door
concentratie en bezwering dit voertuig leviteert, in de lucht doet verheffen en zich doet
verplaatsen. Dit brengt met zich mede, dat de grote handelslieden en vorsten, (de vorst is nog

ATLANTIS 23
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

de meest invloedrijke van zijn stam, ofschoon hij dit zijn rijkdom, de scholing, die hij zijn
kinderen geeft wel in erfelijke lijn voort kan voeren)m de vorsten dus en grote handelslieden
gebruik maken van de priesters om mededelingen over te brengen en sommige gevallen zelfs
om bepaalde observaties te doen en besluiten uit te doen voeren. Atlantis dan, met zijn
priester-magiërs, kreeg natuurlijk daardoor de tendens de magie te stellen boven de techniek,
want de priester kan met een bezwering veel meer doen dan tien man met een hefboom. Dit is
kentekenend voor een vroege stadsbeschaving. Veelgodendom, een magisch zeer ervaren
priesterkaste, die, geleerd door bepaalde hogere invloeden, een erkennen van het werkelijk
Goddelijke reeds kan bereiken en die met haar magie optreedt als heersende en alom
beïnvloedende factor van het leven. Naarmate de steden groter worden, gaan de priesters een
plaats innemen in het sociaal bestel; niet alleen als verkondigers van waarheid, maar als
voorspellers, droomuitleggers, wonderdoeners, magiërs, leraren van de jeugd, biechtvaders,
raadgevers, uiteindelijk ook artsen. Het is begrijpelijk, dat de afzondering van het priesterdom
niet langer meer volledig handhaafbaar is. Voor het eerst verschijnen de priesters in de
steden, maar ze willen geen afstand doen van hun plaats van overpeinzing, die voor de
instandhouding van hun capaciteiten en kwaliteiten wel noodzakelijk is. In elke grotere
nederzetting staat één tempel, over het algemeen centraal gelegen; iedereen heeft er belang
bij, dat het heiligdom makkelijk bereikbaar is en zo nodig ook makkelijk verdedigbaar is. Er
zijn dan priesters, die daar leven met priesteressen. Zij moeten nu niet alleen op enkele
hoogtijdagen een offerdienst uitvoeren, maar laten meer en meer de profanen toe tot bepaalde
rituele plechtigheden. De godsdienst wordt geboren. Ondertussen echter blijft een deel van de
priesters nog steeds in afzondering, want zij weten, dat in de samensmelting der mensheid, de
lichtende krachten der geesten, die hen zoveel gegevens technisch, magisch etc. hebben
verschaft, zoveel inspiratie geeft, niet neerdaalt, waar het mensdom met zijn egoïstisch
denken de sfeer vertroebelt. Dit is een tweede betekenend feit. Wanneer Atlantis eenmaal een
ontwikkelde samenleving begint te worden, zien wij een sterke scheiding tussen de volks- of
standspriesters en de z.g. priesters der goden. Priesters der goden wonen in afzondering. Hun
tempels of kloosters, hoe of U ze noemen wilt, zijn eerder schuil- of woonplaatsen. Hun
religieus ritueel is afgestemd op waarnemingen in de natuur, staan in onmiddellijk verband
met de loop der zon, maan en sterren en de verschijningsmogelijkheid voor geestelijke
invloeden. Hun bezweringen zijn bezweringen der witte magie. Zij trachten niet een bepaalde
persoon te dienen of te bevoordelen. Hun streven is gericht op een hoger bewustzijn, meer
kracht, meer inzicht in grotere mogelijkheden voor het gehele land, voor alle volkeren. Dit is
niet het geval met de stadspriesters, die uit de aard der zaak beloond worden voor de speciale
karweitjes, die zij opknappen en zo partij beginnen te trekken.
Door hun occulte begaafdheid worden vaak oude priesters tot raadgevers van de vorsten en
handelslieden, en houdt bij hun raad niet alleen de waarheid en het algemeen belang in het
oog, maar ook wel degelijk hun persoonlijke belangen, die vaak sterk op de voorgrond komen.
Ja, waar de machtswellust en de persoonlijke bevrediging een rol gaan spelen, daar gaat het
geestelijk leven in waarde sterk achteruit. Zo komt het tot de eerste oorlogen. Deze oorlogen
spelen zich hoofdzakelijk af om enkele stuks fokvee, om bepaalde zaaiproducten, om sommige
bosproducten, of om een tekort aan vrouwen of jonge mannen aan te vullen. U begrijpt, dat de
steeds zich uitbreidende beschaving met zijn, in die tijd nog zeer primitieve middelen,
behoefte had aan werkkrachten, wilde de grootheid van rijk en bezit verder uitgedragen
worden. Dit geeft aanleiding tot de grootste fout, die de Atlantiër maakt, n.l. het invoeren van
slaven, dus lager beschaafde wezens, niet menselijk, maar mensgelijk in die tijd, die zij als
slaven naar hun eilandenrijk, naar hun vasteland voerden. Hierdoor ontstaat een tweede volk,
dat sterk gescheiden is, een segregatie van de eigenlijke Atlantiër. De Atlantiër zelf is in deze
periode, een betrekkelijk rijzig mens met een eivormige schedelbouw, blond haar, staalgrijze
of blauwe ogen en is redelijk gebouwd. Hij is in deze periode nog groter dan de tegenwoordige
mens; later zullen ze weer kleiner worden, maar dan zijn we al weer bijna aan de tweede
Atlantische ramp, zoals dat dan heet, aan de eerste ondergang van de Atlantische beschaving
toe. We zien n.l., dat deze vreemde invloeden, deze slaven, gebruikt worden voor intriges van
het ene gebied tegen het andere. We mogen daaruit wel de conclusies trekken dat het
egoïsme, dat de mens heden ten dage kenmerkt, ook in Atlantis zeker niet ongewoon was.
Verder blijkt, dat juist deze slaven, die magisch minder begaafd zijn en heel moeilijk leren,
over het algemeen niet in bewustzijn boven de lagere vormen der magie uit kunnen stijgen,
24 ATLANTIS
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

technisch daarentegen zeer bekwaam zijn. Deze mensen zijn practisch Nubische rassen,
ofschoon hun huidskleur nog niet zwart is, zoals U van de Nubiër wel verwacht; w l de vorm
van lippen, ook de kogelronde schedel, de “tanige” huid, een verwarde, betrekkelijk
spaarzame, maar zeer grove haargroei, die ook in deze lichte golving of kroesing reeds
vertoont, in tegenstelling tot de betrekkelijk sluike haargroei van de Atlantiër zelf. Dezen dan
beginnen pogingen aan te wenden om via magische weg en andere wegen de wonderen der
priesters voor zichzelf te reproduceren. Er wordt o.a. (later is er heel veel strijd over geweest)
een luchtvaartuig uitgevonden. Dit werkt inderdaad zoals tegenwoordig ongeveer een Jet
werkt. U weet toch wel, wat een Jet is, nietwaar? Ik bedoel niet, een Jet uit mijn tijd met
meestal zo’n dingetje op en een boezelaar voor, maar zo’n soort straaljager. Alleen met dit
verschil, dat zij werkten met stoffen, die werden uitgeworpen door vulkanen en die in stenen
bekkens en houders werden geplaatst, binnen straalpijpen. Die straalpijpen waren aangebracht
rondom onder het vliegtuig met een zeer geringe helling, ongeveer een hoek van 15 tot 20
graden ten opzicht van loodrecht. Er werd dan aan die stof water toegevoegd. U begrijpt wat
dat is. Stoomontwikkeling, maar bovendien een ontwikkeling van gas in massa, waardoor
inderdaad een sterke stuwkracht werd verkregen. Zo zien wij dan, dat zij voertuigen
scheppen, waarmede gevlogen kan worden. Hun grootste prestatie in deze was een voertuig,
dat van de ei-vorm sterk afweek, langgerekt was en waarin ongeveer een tiental, in enkele
meen ik zelfs een 50-tal, bewapende strijders plaats konden nemen. Het waren de Atlantische
para-troopers, al zullen zij ze wel anders genoemd hebben. Hieruit kunt U al concluderen, dat
de techniek niet gestimuleerd werd door de behoefte om de mens te dienen maar diende om
zichzelf gelijkwaardig te maken met anderen of boven anderen te verheffen. Agressief. Deze
agressiviteit zal leiden tot de ramp, waar ik het over had, ongeveer 80.000 jaar geleden. Want
in deze rijken komt meer en meer de machtsstrijd tussen de vorsten tot uiting. Het aantal
vorstendommen vermindert, tot er eindelijk nog een zeventig over zijn. Deze zeventig vorsten
beheersen grotere gebieden, bevattende meerdere steden en zij trekken tegen elkaar ten
oorlog, omdat nu hier dan daar een technische vernieuwing wordt uitgevonden, of een zwart-
magiër optreedt, die door zijn beheersing van het weer o.a. aan de oogst en het verkeer der
gehele samenleving ernstige schade toebrengt. Resultaat, Atlantis wordt verscheurd door
strijd. Een strijd, die erger is, dan U zich voor kunt stellen. Er wordt wel geen gebruik gemaakt
van gas of al zulke wapens; dat gebeurt pas op het laatste, Er wordt ook geen gebruik
gemaakt van atoombommen, zoals U die kent, maar wel van bepaalde psychische wapens. En
dat is wel een nadere beschouwing waard, waar het in onmiddellijk verband staat met de
ontwikkeling van de mens en ook met de ontwikkeling van zijn sagen, legenden, zijn Veda’s,
waar wij ook over zullen spreken. De Vedanta’s zijn vaak terug te brengen tot de periode,
waarin met door het vormen van magische kringen, waaraan een groot aantal magiërs
deelnam een bundeling van gedachtekracht wist te veroorzaken, die abnormaliteit, zelfs
blijvende abnormaliteit, bij de aanstormende, niet magisch beschermde tegenstanders wist tot
stand te brengen. Er werden heel wat idioten gemaakt op die manier. En dwalende geesten,
die slechts los nog aan het lichaam gebonden zijn, vormen een factor te meer, die Atlantis
bedreigt, want juist dezen, haatdragend tegen degenen, die hen de mogelijkheid tot normaal
lichamelijk leven ontnomen hebben, kunnen in een land, waar helderziendheid en
helderhorendheid veel voorkomen enorme invloed uitoefenen. En zij zijn niet meer normaal. U
begrijpt het. Eén van de verschrikkelijke verschijnselen: haat! Tot nog toe was de oorlog geen
haat, het was een belangenwedstrijd. Het was een jezelf tonen als machtig en groot. Maar
door deze psychische wapens te gebruiken wordt de haat voor het eerst op de wereld
gebracht. Tot dan werd de vijand, die verslagen en niet dood was, goed behandeld, nu niet
meer. Er zijn geesten, die roepen: “Dood, dood!” Die offers vragen. Magiërs weten hen soms
te doden door hun kracht tegen hen te keren etc. Een treurige ontwikkeling, heel treurig. Het
is begrijpelijk, dat de wit-magiër, die deze ontwikkeling waarneemt, gaat zoeken naar een
ander middel dan alleen de overlevering om zijn ervaringen vast te leggen. Er zou een dag
kunnen komen, dat deze invloeden zelfs zijn heiligste plaatsen en tempels overspoelen,
uitblussen. Er zou een periode kunnen komen, dat de wijsheid, de Goddelijke Wijsheid, die zij
verloren hebben, verloren gaat; dit inzicht van een kosmische God, dit inzicht van vele levende
factoren in het Heelal, dit begrip van eeuwige Wetten, die overal gelden. En dat mag niet. Zij
beginnen met een symbolenschrift uit te denken. In het begin is het een primitief
hiëroglyphen-schrift, gebaseerd op een aantal afbeeldingen, die met elkaar in verband voor de
ATLANTIS 25
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

kenner, de althans ingewijde, een betekenis kunnen hebben. Zoiets als het Wampunschrift, dat
de Noord Ladiana stammen nog hadden tot ongeveer 1800 toe. Maar dit voldoet niet. Meer en
meer worden de tekeningen vereenvoudigd en gestyleerd. Het symbool krijgt meer de
overhand. En nu zien wij iets eigenaardigs. In deze periode komt voor de eerste maal het
Bloemenschrift voor. Daar moet ik U iets van vertellen. Het Bloemenschrift is gebaseerd op de
symbolische functie en werking van de bloem. Bloem: symbool van vruchtbaarheid en
voortplanting. Voor de plantenwereld een schoonheid. De letter, voortplanting van geestelijke
vruchtbaarheid, van geestelijke wetten, van geestelijke schoonheid. Voelt U de associatie. Ik
vermoed, dat de eersten, die dit hebben gedaan, juist daarom bloemen kozen als symbool
voor veel gebruikte woorden, voor begrippen. Op den duur blijkt het mogelijk met deze
bloementekens een zeer groot aantal verschillende letters weer te geven. Wij krijgen te maken
met een schrift, dat niet meer is een hiëroglyphisch schrift, maar waarbij elk beeld, elk
symbool staat voor een lettergreep, die een bepaalde klankcombinatie vertegenwoordigt,
uitgesproken in verbinding met de anderen, zodat een absoluut vrije woordvorming het
mogelijk maakt, het abstracte beeld volledig juist uit te drukken. Nu is dit vulkanisch land rijk.
Goud, zilver, platina, de half-edelstenen komen in overvloed voor. Het is dan ook begrijpelijk,
dat de waardevolste gegevens uit deze tijd werden gegrift op gouden tafelen. Deze gouden
tafelen werden versierd met primitief gepolijste half-edelstenen, zodat elke bloem door zijn
kleur en steen kenbaar werd en variaties in kleur verdere variaties in betekenis mogelijk
maakte. Enkele van deze geschriften bestaan vandaag nog. Zij worden bewaard door de
geheimbewaarders der Pota’s, die in een geheime bibliotheek, naast vele oude werken, enkele
van deze platen bewaren, waarvan het geheim grotendeels teloor ging. Daarnaast komt de
behoefte aan ander levenssymbolen en één van de oudste is de Swastika. De Swastika, die
wordt gebruikt om het Godsbegrip uit te drukken en waar in het midden de roos wordt
afgebeeld; dus een symbolenschrift, gebaseerd op het bloemenschrift.
Het blijft nog zo tot het verval der laatste beschaving van Atlantis. Dit symbool staat voor het
onmiddellijk contact tussen de zonnekracht en de aarde, die gezien wordt als de onmiddellijke
uiting van de Goddelijke Wet. Niet verwonderlijk in een volk, dat in zich nog de verre
herinnering aan een Nevelland draagt. Vele overleveringen, die wij later zullen beschouwen
spreken nog steeds van een Nevelland. Want de druipende duisternis, het geheimzinnig
geestelijk vuur, door de Lemuriërs beleefd, wordt overgeleverd en bewaard in de tempels. Het
wordt een dreiging in de tempels der stadspriesters, tot een symbool van bewustwording en
vooruitgang in de tempels van de werkelijk witte magiërs, het witte priesterdom van Atlantis.
Het schrift maakt het echter noodzakelijk, dat schrifturen worden geplaatst daar waar ze
buiten het bereik zijn van mogelijk strijdvaardige krachten. En voor het eerst in de
geschiedenis der wereld ontstaat een soort zending. Niet een zending, die wil bekeren, maar
een zending, die tracht de gegevens van eigen wijsheid, van Goddelijke gaven en
openbaringen te bergen, ver van de bewoonde wereld. Het eerste contact van het witte
priesterdom met Zuid-Amerika, Afrika, ja, zelfs met volkeren, die later de Aziaten, de
Mongolen en de Chinezen zullen zijn.
Hier is de mogelijkheid tot vestiging van “kloosters” buiten Atlantis zelf. Alles nog vóór de
ramp van 80.000 jaar geleden. Dan echter neemt de spanning toe. De magische strijd en de
actieve strijd hand over hand toenemend leiden tot gebruik van duivelse, demonische
middelen. In enkele gevallen wordt overwogen, om, wanneer men aangevallen wordt, met de
vijand, wanneer het niet meer te houden is, ook zichzelf te vernietigen. Men graaft gangen, die
werkende vulkanen naderen, waar met zeer weinig middelen, (men heeft nl. een soort
explosief op zwavelbasis uitgevonden), door enkelingen het water der Oceanen, het water van
grote meren zich kan storten in de vulkanen, daardoor dood en verderf zaaiend. Wanneer een
algemene oorlog, door verdere vooruitgang der techniek, door verdere vooruitgang der zwarte
magie niet meer afwendbaar is, zien de witte priesters het gevaar. Zij besluiten hun
volgelingen samen te roepen, want al heeft een groot gedeelte van het volk zich van hen
afgekeerd, altijd zijn er nog enkelen, die trouw de vruchten brengen, de bloemen, die het
recht zijn van de witte priesterkaste. Die nog steeds komen om in de geheimzinnige nacht te
staan in het maanlicht gebogen voor het altaar in de open lucht temidden van de stenen
pilonen, zingend de geheimzinnige gang van Zon en Sterren en offerend het graan, de
vruchten, het water, het kostelijke water aan de grote Goden, die vruchtbaarheid geven en
weten, dat zij slechts het symbool zijn van één eenheid van wereld, die verder gaat dan het
26 ATLANTIS
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

menselijk voorstellingsvermogen. De mensen worden dan te saam geroepen en
gewaarschuwd. De priesters gaan rond, ze spreken: “Komt neemt Uw vrouw en kind en Uw
dieren en Uw bezit.” Zij schepen zich in op grote vlotten. De tocht gaat bij deze trek althans
naar Afrika, dat bekend is; ook sommige slaven trekken mee. Zij zijn het, die later hun
beschaving voortplanten, verschillende grote negervolken zullen regeren. Zij zijn het, die
geheimzinnige ruïnes achterlaten onder het al-vervretend oerwoud. Maar de witte magiërs
trekken verder. Zij trekken verder en verder, bereiken de Nijl en bergen zich voorlopig op het
Abessijns Hoogland. Zij sturen verkenners uit, kleine groepen en expedities, waarvan er,
misschien één of misschien eerst de kinderen terug zullen keren, om verder te gaan en te
zoeken naar hoge reine lucht, waar weinig mensen zijn. Dit is het begin van het ontwaken der
wereld, maar het is ook de ondergang van Atlantis, want somberder en somberder daar wordt
de toestand. Groepen magiërs, bijgestaan door leken, die redelijke capaciteiten hebben,
roepen storm, donder en orkanen af. De lucht is één laaiende massa van hels vuur. De
vulkanen spuwen as, dodelijke regen, gifgassen uit de aarde stijgend. Over zee, uit de lucht,
over land komen deze mensen gewapend met hun eigenaardige wapens, gewapend vooral met
een nieuw wapen, dat ontzagwekkend is. We zouden het waarschijnlijk een resonator kunnen
noemen. Het is gebaseerd op versterking van tonen, die door het menselijk gehoor niet meer
waar te nemen zijn, maar die, mits versterkt op de juiste wijze, (doordat velen gelijktijdig
diezelfde toon presteren) vernietigend kunnen werken op materie en mens. Wanneer dat
gebeurt dan worden hier en daar de dijken doorgestoken, water bruist in de vulkanen, stoom
omhult het hele eiland van Atlantis. Het wordt zwoel, electriciteit doortintelt de lucht, het rode
vuur tekent zich af en nog wordt er verder gevochten. De aarde siddert en splijt. De mensen
weigeren om er aandacht aan te schenken, ze gaan verder met hun machtsstrijd. Een roes van
haat en waanzin bevangt heel Atlantis; enkelen vluchten. Ze vluchten naar het Noorden, het
slavenvolk trekt met hen mee. Slaven houden niet van vechten, wel van plunderen. Zo komt
het ogenblik, dat het zuidelijk deel van Atlantis onder de Oceaan verzinkt, te sterk zijn de
vulkanische spanningen geworden, er komt een breuk in de aardkorst. Honderden jaren lang
laait het vuur, rijst de stoom, siddert de aarde. Op het Abessijns Hoogland en reeds verder
getrokken naar de Kaukasus, reeds op weg naar de Himalaya’s, leven de witte magiërs, de
witte priesters met hun dienaren, hun vrienden. Zij zullen hier worden tot de openbarende
Goden van nieuwe volkeren en nieuwe beschavingen. Langzaam maar zeker, zachtkens. De
grote ramp betekent ongeveer 5.000 jaar stilstand voor het land van Atlantis. Nooit meer zal
de aarde stabiel en rustig ademend onder deze mensen liggen, zoals in het begin. Voortdurend
wordt hun gebied geteisterd door aardtrillingen en schokkingen, die soms nog hele steden als
kegels door elkaar gooien. De slaven met hun techniek, bouwen steden, overgebleven
priesters bouwen hun tempels.
Elf vorsten overleven de ramp, er wordt besloten: “Wij zullen een wet stellen van vrede voor
het hele rijk”. De wet wordt gesteld. Enkele priesters der witte orde keren terug. Opnieuw
leren zij de Goddelijke wetten aan het volk van Atlantis. Opnieuw krijgt de mens inzicht in
Goddelijke wijsheid en waarheid. Observatoria, gebouwd op hoge plaatsen, schouwen naar de
sterrenhemel, tekenen de sterrenbeelden op. Geholpen door de kennis van het slavenras, met
eigen geestelijk bewustzijn meet en weegt men de aarde, meet en weegt men de zon en
Maan. Vliegtuigen bestaan nog steeds, maar niet meer zo technisch volmaakte vliegtuigen, als
ze eens waren, want het metaal, dat vroeger gebruikt werd, is niet meer te vinden; het is
verzonken onder de aarde van zuidelijk Atlantis, dat onderging. Dit deel van Atlantis,
afgedreven, nu gevangen onder een ijskorst, vormt een deel van Antarctica. Een ander deel
ligt diep begraven onder de zware sliblaag van stervende dieren. Daar ligt het geheimzinnige
metaal, het alliage, waarin platinum, aluminium en titanium, samen gemengd, een wonderlicht
en sterk metaal geven, dat hitte kon weerstaan. Het zijn betrekkelijk trage luchtvoertuigen,
die gebruik maken van enkele wetten der aero-dynamica, maar die niet meer over de
voortbewegingskracht van vroeger beschikken en daardoor meer en meer verdwijnen. De
steden worden gebouwd naar de vroegere ervaringen, omringd door grote krachten met in de
kern de tempel en het paleis. De vorsten, die een wet gezworen hebben, kunnen nog de vrede
niet houden; wederom is er een deel van het volk, dat uitwijkt. En nu trekken nog meer slaven
mee. Slaven, die met hun primitieve magie toch reeds begrijpen, dat deze wereld niet lang
meer kan bestaan. Zij wijken uit naar Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika bouwen zij de primitieve
beschaving op, waarvan de huidige Vuurlanders een vervalproduct is. Zij tonen, lichamelijk,
ATLANTIS 27
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

enigszins Polynesische eigenschappen, maar doen toch ook denken aan sommige der Nubische
rassen. Andere rassen daarentegen, geleid door blanken, komen tot vermenging en vormen de
rassen, als wij die zien bij de vroegste bouwmeesters. De Andes wordt tot kernpunt gemaakt
van geestelijke activiteit, waar het in zijn afzondering en de aanwezigheid van vele metalen
een ideale gelegenheid biedt voor de wit-magiër, om zijn wetten wederom vast te leggen.
Wederom griffen zij de waarheid en wijsheid in steen en in metaal. De Atlantische beschaving
is schoon. De steden zijn ruim en zonnig en wanneer de trillende aarde siddert van de hitte,
dan liggen daar vaak de witgekalkte steden versierd met obsidiaan, de koepels met koper en
goud alliage bekleed, de tempels en paleizen als een droombeeld uit een of ander sprookje.
Maar het leven daarin is niet zo mooi. Want al zijn er dan grachten, er zijn krachten, die niet
door grachten tegen te houden zijn. Menselijke begeerte en hebzucht maken de strijd tot het
meest oneerbare, wat een mens kan doen. Het doden van een mens is niet langer strafbaar
door uitstoting uit de gemeenschap. O neen, wie doodt en niet gerechtvaardigd kan worden,
kan zich rechtvaardigen door opnieuw te doden. Een z.g. Godsoordeel. Het verval van Atlantis.
Zeker, er bestaat een huwelijk. Maar de vrouwen liggen daar, waar hun lusten hen leiden. De
mannen vergeten vaak, dat zij mannen zijn. Dwaze uitspattingen op allerlei gebied. De dans,
eens de statige reigang, waarin gebaar, in moedra wordt uitgedrukt de verbondenheid van
mens tot Godheid wordt tot een zinnelijk amusement. Het paleis, pronkvol en prachtig als
nooit te voren, met friezen en reliëfs, bekleed met platen, gehamerd op kunstige wijze van
kostbare metalen tronen wonderschoon. Hallen, waarin honderden gasten gelijktijdig aan
kunnen liggen, terwijl men gebruikmakend van de eigenschap van enkele gassen en statische
electriciteit, een schemerend schoon licht kan verwekken. Zij zijn alleen maar het speeltuig
van een mensheid, die de menselijke waarde vergeet. De tovenarij krijgt er een functie bij: het
opzwepen der zinnen. De geneeskunde geneest niet meer: ze prikkelt. Begrijpelijk, dat dit niet
verder kan gaan. En dan komt de dag, dat de strijd der arena’s niet voldoende meer is om de
sensatie te geven aan de overvoede mensheid. De vorsten vergeten het besluit, het verbond
en het decreet. Ze verwerpen de tafelen, rukken ze van de muren hunner paleizen af,
versmelten ze, werpen ze in zee. Schepen gaan uit om te roven, maar er is niets te roven,
want de wel-wetende wit magiërs, gewaarschuwd door de leden hunner groep en orde, die nog
op Atlantis leven, hebben hun maatregelen genomen. Leegte en wildernis is al, wat men
ontmoet. Er kunnen practisch geen slaven worden gemaakt. Zelfs de primitieve mens,
gewaarschuwd door orakels, door bezitneming, telepathische waarschuwing en boodschap,
projectie en suggestie, vlucht weg. Er moet ergens een nieuwe prikken vandaan komen. Dan
maar uit buurman’s rijk gestolen. Weer gaan de vloten langs de kust, weer heffen de laatste
vliegtuigen zich, aarzelend, vaak zichzelf verpletterend in onvermogen met de inzittenden in
de lucht. Weer trekken er legers uit, zinneloze razernij, sadisme. De begeerten der mensheid
in Atlantis zijn te hoog gestegen. Dit is niet meer te handhaven. De magiërs roepen krachten
des kwaads af en ze richten deze nu tegen de wit-magiërs, waarvan ze het bestaan wel heel
goed kennen. De wit-magiërs slaan terug. Vurige stenen vallen uit de lucht, opnieuw beeft de
aarde, opnieuw kolkt de oceaan. Wanneer de ramp voorbij is, ligt er n groot eiland,
omgeven door enkele kleinere eilanden en Atlantis is niet meer. Dit restant, dat eerder in
traditie aan het oude terugdenkt, dan dat het ooit een weerschijn daarvan kan vinden, is dan
het Poseidonis, waarover gesproken wordt. De wit-magiërs besluiten, nu de zwarte magie
gediscrediteerd is, een laatste poging te wagen de mensheid te redden.
Ze trekken terug naar Poseidonis, naar de enige berg, die nu nog bestaat, het enige eiland,
waarvan de toppen nog hoog de lucht in steken, hoog genoeg voor een tempel, daar wonen de
wit-magiërs opnieuw; klinken de gezangen en gebeden, zitten in bespiegeling gebogen de
ouden en wijzen en treden uit tot in de sferen der Goden, tot in de sferen der bewustwording
zelfs. Maar ja, het mocht niet zijn. De legenden van Ierland, de legenden van Schotland, van
Engeland, van de Kaap Verdische Eilanden, de legenden van Zuid Spanje, de overleveringen
der negers en Indianen vertellen U wat er gebeurde. Opnieuw kwam de ramp. Nu niet
plotseling. De aarde beefde en de wereld verzonk. Slijk en slib vulde de zee, waar langzaam
werd weggesleept en weggesneden al het vruchtbare land. Wanneer de overlevering zegt,
zoals Plato dat doet, dat men de zee niet kon bevaren, dat zij drab en modder was, is dat de
overlevering uit deze tijd. Wederom elf kleine rijken, elf kleine vorsten en wat strijd. Primitieve
woningen en huizen, primitieve mensen, magiërs, die tekenen weten te duiden en toch dwazen
zijn O zeker, ze herbouwen nog de oude tempels, nog staan daar de heilige steenkringen,
28 ATLANTIS
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 2 – Atlantis

zuiver georiënteerd en gericht staat er het offeraltaar, maar men offert levende dieren, men
offert levende mensen, men begrijpt niet meer, dat het offeren een teken van eenheid is.
Zwarte magie heeft de overhand. Dan is het verzinken van Atlantis voorbij. Er blijven wat
herinneringen. Een deel van het slavenvolk, een deel van de blanken zijn uitgetrokken en ook
zij betreden Noord-Afrika. Zij vormen zelfs steden aan het tegelijkertijd ontstane Middellandse
Zeebekken. Dit Middellandse Zeebekken bestaat in die tijd uit twee afzonderlijke zeeën, die
slechts provisorisch met elkaar verbonden zijn. Zij stichten o.a. een stad op de plaats van
Troje. Zij geven de Phoeneciërs de eerste stimulans om uit te gaan op de wateren, want de
erfenis der zeevaart kregen de Phoeneciërs van de restanten der Atlantische bevolking. Dit is
het verhaal van Atlantis, dit is het verhaal van het begin van de mensheid toen de mensen ook
groot konden zijn. Een tijd, dat men beter en zuiverder vaak geneeskundig in kon grijpen dan
heden ten dage. Een tijd, dat er luchtvaartuigen waren, die beter waren dan wat gij nu kent.
Een tijd, waarin een beschaving, die anders was dan de Uwe, de mensheid een mogelijkheid
toonde door te dringen tot in de hoogste geestelijke sferen, en bracht hebzucht,
onevenwichtigheid, spel der begeerten, angst en haat, die niet met het werelddeel ten
onderging. Het is geen opwekkend verhaal, maar het bewijst ons, dat ook al in de eerste
ontwikkelingen, de mens zijn bewustzijn te veel paarde met zijn dierlijke eigenschappen om te
kunnen spreken van een werkelijke en vrije bewustwording. De geschiedenis van Atlantis,
raadselachtig als zij moge zijn, herinnert ons er aan, dat de goede mensen altijd weer de ware
priesters vinden, dat zij de boodschap krijgen om uit te wijken, wanneer het nodig is, omdat
zij het zout der aarde zijn, want in Egypte ontstond een grote beschaving, in Perzië verrezen
tempels der wijsheid, in India spraken voor het eerst de orakels en werkten de hoge Geesten
op aarde, in China vond een volk een nieuwe richting, begon zich te vermeerderen en groot te
worden. En al die dingen zijn niets dan de voetsporen van de witte priesters-magiërs, die
uittrokken over de wereld om de menselijke lusten en de onheilen te ontgaan, die uit de
wereld geboren worden. En wanneer er volkeren leven in Zuid-Amerika, die ruim 10.000 jaar
geleden reeds tempels bouwden, waar men heden ten dage nog voor in bewondering staat,
wanneer toen reeds de volkeren daar een beschaving kenden, die zijns gelijke niet heeft
gehad, is het niets anders, dan de voetsporen van de mensen, die werkelijk in God geloven,
het werkelijk menselijke, inplaats van het dierlijke in zichzelf op de voorgrond brachten. Het is
een goede les. Atlantis is een sage, een legende. Men weet er niets meer van. Wanneer we
terug gaan in de tijd en trachten al die beelden in een paar woorden met elkaar te verenigen,
dan is het beeld toch weer zo somber, dan weten we er zo weinig van, omdat het kwaad
zichzelf vernietigt, omdat de hebzucht en de haat de mensheid doodt. De les van Atlantis is
wel, dat de bewuste geest zich verder doorzet. Een volgende keer hoop ik U te bewijzen, dat
veel van hun leringen werden vastgelegd in geschriften en schrifturen, dat zij de basis
vormden van een nieuwe wijsheid, die ook in deze dagen nog zijn hoogtepunten kent. Ik vind
het nu voor vandaag weer welletjes, vindt U ook niet. Daarom zullen zij voor vandaag maar
weer besluiten, enfin, de volgende keer gaan we verder, waar we opgehouden zijn. Eerst zal ik
U nog iets vertellen over de erfgenamen der Atlantiërs en de sagen en legenden, die door hen
ontstonden, om vandaar over te gaan tot de wijsgerige geschriften, dan komen we vanzelf
weer wat verder. Als U goed heeft opgelet, heeft U bemerkt, dat ik vandaag al wat zwaardere
kost er door heen heb gegooid, zo heel voorzichtig. Probeert U die te verwerken, want elke
volgende keer gaan we niet merkbaar, maar toch zeker er een klein schepje bij gooien. De
bedoeling is, dat wanneer er ooit een, (we hopen, dat het nooit gebeurt) een toestand zou
komen, zoals in Atlantis, U behoort tot de bewusten, die weten welke weg zij moeten gaan, om
mens te blijven en geen beesten te worden. Nu, daar laat ik het bij voor vandaag. Tot de
volgende keer maar weer.

ATLANTIS 29
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

2 december 1954

LES 3 - SAGEN EN LEGENDEN

Goedenavond vrienden,
Zo, voordat wij nu verder gaan zullen wij eerst eventjes nog de gelegenheid geven om vragen
te stellen over de voorgaand behandelde onderwerpen. Ik weet niet, of het nodig is.
Ik wou U dit vragen: volgens de theosofen werd door de Heren van de Hiërarchieën
omstreeks de helft van het Atlantische tijdperk besloten de deuren te sluiten, waardoor de
dierlijke mensen het mensenrijk binnengingen. Dus zo ik het begrepen heb, de mutatie der
drie onderrijken naar het mensenrijk voorlopig stop gezet worden. Is dat ook Uw mening?
Neen. Zoals U misschien reeds heeft kunnen bemerken, heeft het totaal van het door mij
gesprokene, zowel over de eerste Lemurische periode als over de Atlantische periode, ben ik
het soms in grote trekken wel met de theosofische gegevens eens, omdat ik ontdekt heb, dat
zij op waarheid berust. Maar dat houdt nog helemaal niet in, dat ik deze sterk vertakte
Hiërarchieën met al hun speciale besluiten en wetgevinkjes ontdekt heb als werkzame
factoren. In de ontwikkeling van de mens zouden wij heel gemakkelijk tot U kunnen zeggen:
Leest U maar één van de vele kosmologieën, die door verschillende schrijvers naar voren zijn
gebracht. Dan weet U het ook. O.i. houdt het reëel en te midden van de mens werkzaam zijn
van een geest, de hogere geest, reeds op in de eindperiode van de Lemurische ontwikkeling en
beschaving. Er kan niet meer gesproken worden van een direct ingrijpen van de hogere geest
op aarde, noch van een stopzetting van de mogelijkheid om mens te worden ter enigerlei tijd.
Het geldt niet alleen voor het Atlantische Rijk, het geldt voor vandaag aan de dag nog. Want in
tegenstelling met wat de theosofen daarover gaarne naar voren brengen, hebben wij de
bewijzen, dat plant en dier en mens, zowel als die entiteiten, die als geest met elementen
gebonden zijn, kunnen overgaan tot het menselijk bestaan en incarneren in menselijke vorm,
dus de verhoogde trappen der geestelijke beschaving kunnen beschrijden. Dat staat voor ons
vast, onomstotelijk. Vandaar dat ik, dus dit niet, helaas niet geheel kan onderschrijven. Neen.
Ik hoop, dat U het niet erg vindt, hoor. U hoeft het niet met mij eens te zijn. Ja, er staan nog
wel meer discrepanties in die verslagen, ook in de beginperiode. Want als U b.v. leest wat over
Paaseiland gesproken wordt van theosofische zijde en wat wij er over spreken, dan valt U
waarschijnlijk op, dat waar de grondtendens niet sterk verschilt, de tijdsindeling enorm sterk
verschilt, zelfs met drie- tot vierhonderdduizend jaar, nietwaar? Dus ik hoop, dat dat dan
beantwoord is. Nog een vraag?
Ja, dat is daarop eigenlijk niet betrekkend, n.l. over het eerste en tweede wortelras. (Wilt U
iets harder spreken?) Ik stelde op een Vrijdagavond een soortgelijke vraag en kreeg ten
antwoord, dat het eerste wortelras zich ontwikkelde tijdens het Lunaire tijdperk en het
tweede in het gebied van de grote Oceaan. Kunt U daar iets meer over vertellen?
Neen. Dat valt wel erg buiten het bestek van mijn eigen onderwerp, anders dan komen wij op
allerhand afwegen en daar ben ik te oud voor geworden. (Gelach). De jeugd is dat allemaal
aangenaam, maar.... enfin. Wilt U daar wat meer over weten, vraagt U het dan aan één van
mijn collega's. (Wilt U nog een andere vraag betrekking hebbend op dit onderwerp?). Over de
Lemuren wilde U nog weten waar....
U zei, dat de Atlantiërs, die waren dan de eerste reizen gaan maken naar Zuid-Amerika en
Afrika. Wat voor wezens waren daar dan, waren het afstammelingen van de Lemuren?
Ja, dat waren inderdaad wezens, die behoorden tot één van de vele voorrassen, die uiteindelijk
het ras der aapachtigen en daarmede van de mens geproduceerd hebben. Maar die door hun
leven, leefwijze en vooral door hun geestelijke en ook lichamelijk verstandelijke ontwikkeling
nog op een laag, niet te zeggen dierlijk, peil stonden. Want wij zijn hier natuurlijk in hele grote
schreden over allerhand weg gegaan. Dat moet ook wel, omdat het de bedoeling is, deze reeks
lezingen, in ten hoogste tien avonden, dus dat is in tien uren ongeveer aan spreektijd te

30 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

beëindigen. Ja, dat is wel erg moeilijk, dat begrijpt U. Maar laat ik U dan alleen maar dit
vertellen. In het Lemurisch tijdperk en de daaraan voorafgaande tijdperken ontwikkelen zich
gelijktijdig of bijna gelijktijdig ongeveer achthonderd rassen, die elk voor zich bepaalde
Simiaanse eigenschappen vertonen. Simiaans afgeleid van Sim. U weet toch wel wat een Sim
is? Nee? Nu, een Sim, dat is een wezen, dat in zijn wezen zo zeer op de mens gelijkt, dat de
mens denkt, dat de Sim de mens nabootst. Begint U er wat dichterbij te komen? Tot zelfs de
inlandse hoffelijkheid van luizen, is bij deze aapachtigen evenzeer inheems, als bij de
primitieve mens. Daaruit ontwikkelen zich alles bij elkaar, er sterven heel veel van die rassen
weer uit, uiteindelijk in de periode der zoogdieren, ongeveer een zeventig verschillende
soorten, die allen het aapachtige en menselijke benaderen. En nu is het vreemde, dat in de
eindperiode van het Lemurisch tijdperk een vormgelijkheid bestaat tussen al deze
verschillende rassen en de verschillen, die optreden hoofdzakelijk organische en grootte-
verschillen zijn. Daaruit komt dan langzaam maar zeker een vereenvoudiging voort, waardoor
in het gebied van de Stille Oceaan, Australië tot Indië, ongeveer een tiental mensachtigen of
menselijke, vroegmenselijke rassen leven. We hebben over een paar daarvan wel wat gezegd.
Gelijktijdig zien wij buitendien nog een zeventiental andere mensachtigen of mensachtige
rassen zich ontwikkelen. Een groot gedeelte daarvan vervalt en verwildert weer, nadat een
zeker peil van beschaving is bereikt. Kijkt U maar naar Uw eigen wereld. Dar verwildert de
mens, die al zoveel honderdduizenden jaren eigenlijk mens is soms weer tot dier. In de
primitieve vorm gebeurt dat dan en krijgen wij daar dan de apen. Het vreemde is, dat een deel
van deze apen de mens zeer verwant blijft en wij daar eigenlijk een scheiding kunnen leggen
in ontwikkeling, die pas ongeveer een negentigduizend jaar geleden is, dus nog niet zo erg
lang. Zo, dat was ook weer een kleine afwijking, maar ik hoop, dat het dan wel duidelijker is,
wat voor wezens er o.a. leefden in die verschillende werelden. En nu zou ik eigenlijk verder
moeten gaan met een verhandeling over Veda's en Vedden. Daar zit natuurlijk bij de z.g.
Edda's, de Vedanta's en wat dies meer zij. Maar ik vond het practischer om het onderwerp, dat
hier gedeeltelijk op volgt, nl. SAGEN EN LEGENDEN, zoals ik ook reeds de vorige keer
opmerkte, als het ware verweven hiermede, te behandelen, want deze Veda's, Edda's en
Vedanta's zijn gebaseerd op Heldendichten, op Heldenverhalen en als zodanig onmiddellijk met
de totale mythologie verwant in grondslag. Deze verwantschap uit zich dan wel zeer sterk,
wanneer wij de wijsheden zien die eruit voortkomen. De oudere mens had uit de aard der zaak
nog niet de beschikking over een algemeen gangbaar schrift. Wel hebben de Atlantiërs een
schrift ontworpen, het bloemenschrift, maar ja, U weet, hoe dat gaat. Daar moet je een tijd
voor leren, dat is heel erg ingewikkeld, dat is gebaseerd op allerhand esoterische beginselen,
die voor de priesterkaste begrijpelijk zijn, maar waar een gewoon mens eigenlijk niet goed
mee uit de voeten kan. Zo bestaat er in deze wereld, in deze periode nog geen enkel schrift,
geen enkele mogelijkheid van tekens aanbrengen, die verder gaat dan een getalrekening. Die
getallenrekening is een knopenschrift. Maar daar kun je geen verhalen mee vastleggen, noch
wijsheden. En toch is het altijd voor de opvoeding van de mens en dus voor zijn verstandelijk,
evenzeer als voor zijn geestelijk vermogen van groot belang, dat hij kennis neemt van de
ervaring en wijsheid, die de ouden reeds vergaarden. Het is begrijpelijk, dat men dus een
vorm kiest, die makkelijk aanspreekt. Een vorm, die amusement en leerstof tegelijk is. En zo
zijn de eerste leerdichten eigenlijk niets anders dan verzen, zoals de troubadours ze zongen,
waarin allerhand natuurlijke en bovennatuurlijke machten in een soort strijdspel, zoals de
mens dat kent, worden samengebracht en tegenover elkaar dan de wijsheden uiten. In het
begin wist een ieder wel, welke krachten er achter een naam verborgen waren, maar op den
duur is ook dat vervaagd en werd zelfs de woordbetekenis wat anders. In den beginne sprak
men over een vorst als een heerser, die krachtens zijn weten, plus zijn sterkte, zijn vermogen
om kracht en gezag uit te oefenen, een bepaald gebied voor kortere of langere tijd regeerde.
Later werden dit erfelijke geslachten, zoals U zich ook uit de laatste periode van Atlantis zult
herinneren: erfelijkheid door de mogelijkheid van betere opvoeding en gebondenheid van het
vorstenhuis met de priesterkaste. Op den duur wordt hier dus een erfelijkheidsleer aan
verbonden. De verbinding met de priesterkaste wordt al heel snel tot een verbinding met het
Goddelijke in het primitieve voorstellingsvermogen van de mensen, die deze sagen en
legenden verder vertellen.

SAGEN EN LEGENDEN 31
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

Toch zitten er zeer grote waarden in verborgen, want al deze helden doen iets: zij overwinnen
demonen, zij overwinnen vorsten, zij bevrijden rijken en zij drijven slechts negatieve krachten
terug in de afgrond. Zij zijn bekend met de vorsten, die de natuurkrachten beheren en
beheersen. Wat dat betreft, zou het dan wel aardig zijn om een vergelijking te gaan maken
met die theosofische stellingen van Heren, Huizen, Hiërarchie‘n, die op aarde zoveel te zeggen
hebben. Dan zouden wij wel eens kunnen ontdekken, dat de zeekoning, zoals hij nog wordt
voorgesteld in de Indische legende, dat de Apenkoning Hanoeman, die ook al voorkomt in vele
Hindoe-legenden en ook deel uitmaakt van de folkloristische overlevering en dansspelen in een
zeer groot gedeelte van Zuid-Azië dat die ook een betekenis heeft. Nu wil ik beginnen met
deze Hanoeman bij de kop te nemen, als U althans het niet vervelend vindt. (Neen.). Wel,
Hanoeman is de zoon van een God, die zich paart met een aardling, dus uit de zon en de aarde
geboren. Of zoals Adam en Eva, door God gevormd uit de aarde. U voelt wel, dat hier een
overeenkomst in ligt. Een overeenkomst, die wij in andere legenden, sagen, overleveringen,
zogenaamde openbaringen evenzeer terug vinden, als in de Veden. Hanoeman nu regeert
betrekkelijk willekeurig zijn apenvolk. Hij is dus krachtens zijn afstamming de meerdere van
zijn soortgenoten. Eigenaardig genoeg vinden wij dergelijke pretenties in zeer vele van de
legenden en wordt zelfs in de Upanishads op een bepaald moment gesproken over de
Goddelijke vlam, die de held maakt tot richter en meerdere van het mensdom, dat onder zijn
voeten is als het stof onder de voortstormende olifant. Aardig beeld. Maar het zit erin. Hij is
meer waard, zo ook met Hanoeman. Hanoeman krijgt te maken met het mensdom. Dat is
natuurlijk associatie. De mens kan zich niet voorstellen, dat er vòòr de mens iets geweest is.
Zo krijgen wij dan het verhaal van deze apenvorst, die op een gegeven moment, U kent de
legende misschien wel, zich voorneemt de overgang van Malakka naar de eilanden wat
makkelijker te maken en daarom een paar eilandjes in de zee wil zetten. Toevallig heeft één
van de Goden het al gedaan en onze vriend Hanoeman wordt zo kwaad, dat al de aarde en
stenen, die hij reeds vergaarde, neerwerpt en daarmede een berg bouwt, die reikt tot in de
hemel. En nu let wel: Het is niet Hanoeman, die daardoor in de hemelen doordringt, het is ook
niet Hanoeman, die, zoals het heet, de sterren plaagt. De sterren mogen wij wel identiek
zetten met geesten van hogere sfeer, maar het zijn apen. Daarop wordt hij gedwongen een
deel hiervan af te nemen, de top van de berg af te nemen en zijn apen als het ware te
straffen. Op dit moment neemt de volksfantasie veel van de werkelijke betekenis in legende
over en ontaardt het geheel in een magisch verhaal. Maar wat hebben wij hier eigenlijk dus?
Adam en Eva; Hanoeman gevormd uit God en aarde. De Adam. Met zijn nakomelingschap. En
wat dat betreft is het aardig ons te herinneren, dat Adam schijnbaar ook leerde reeds in een
dichtbevolkte wereld, omdat Kaïn naar de vreemde ging en zich daar een vrouw nam, zodat
wij Adam moeten zien in een gezagspositie krachtens zijn afstamming. Hij bouwt een toren tot
in de hemel; de joden hebben de overlevering van de toren van Babel; ook de Indianen
hebben trouwens zoiets nl. de geschiedenis, ja, dat doet denken aan het Engelse sprookje van
"Jack and the Beanstalk".
Hoe zou je hier zeggen "Jaap en de Bonenstaak?" Van een mens, die langs magische weg een
boon, waarschijnlijk in het oorspronkelijk sprookje een Sequoia, doet opgroeien tot in de
eeuwige jachtvelden, daar doordringt, daar huwt, maar later zijn familie naar boven wil halen
en dan gebeuren er heel veel onaangename dingen: de boom wordt door de Goden verbrijzeld,
de misdadigers worden gestraft, de goede man wordt als een ster aan de hemel geplaatst,
omdat hij nu eenmaal niet meer in de hemel getolereerd kan worden. En vanaf dat moment is
dus iedereen uitgeschakeld, behalve zijn zonen, die krachtens hun magische afstamming
alsnog in de hemel kunnen treden op bepaalde momenten en later de Manitou's worden, dus
de Goden en de Groot-Magiërs. Die overeenkomst is er niet voor niets, want men geloofde in
de overleveringen van de Lemuren zelfs al, dat de mens gevormd werd uit het slijk der aarde.
In Atlantis wordt dit anders gefundeerd en daar wordt gezegd, dat de mens geboren was uit
het Licht, dat het Water huwde. Een ietwat juistere omschrijving overigens. Maar dat is niet te
bevatten voor die mens. Water en een vast lichaam, dat kunnen zij niet overeen brengen. Wel
modder of klei, waarin zijzelf ook al primitievere en schonere vormen hebben geleerd te
boetseren. Vandaar dus die kleigeschiedenis bij Adam. Vandaar het overdragen bij de meer
abstract denkenden van dit geheel in hetgeen, wat voor hen het leven nog uitmaakt, het
sexuele. Daar zijn we dus op een puntje, dat buiten Hanoeman om, even een beschouwing

32 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

waard is, omdat het in onmiddellijk verband staat met de geestelijke ontwikkeling en wording
van de mens, waar wij ons uiteindelijk zo langzamerhand toch ook wat mee bezig moeten
houden, nietwaar? Wanneer de mens in het begin de sexe ontdekt, het sexuele, dan is dit nog
een magisch gebeuren. Echter wordt dit van magie meer en meer tot
persoonlijkheidsuitdrukking. Het wordt de persoonlijke roes, die de mens ontrukt aan de
wereld en hem op een hoger standpunt plaatst. Vandaar ook, dat men vele phallische beeldjes
vindt, altijd daar waar de primitieve mens nog leeft. Ze geven in deze symbolen uitdrukking
aan de kracht van het sexuele. Degenen onder U, die wat meer geschoold zijn in de
esoterische waarheid, weten, dat het sexuele de uitende kracht in de mens is in stoffelijke
richting gestuwd en dat onder deze omstandigheden geprojecteerd kan worden naar boven
toe, waar zij o.a. keelkop en hersenen beïnvloedt en een verruiming en vergroting van
geestelijk bewustzijn, zowel als geestelijk prestatie-vermogen, mogelijk maakt. Dit mogen wij
dus nooit vergeten; het is levende kracht, die zich uit. En dit sexuele is in een tijd, dat de
beschaving, de grote beschaving van Atlantis, ten onder is gegaan en de volkeren in primitieve
gemeenschappen samenleven, het enig vermaak. Het is het punt, waar iedereen over spreekt.
Als er een kind geboren moet worden, is dat voor de hele gemeenschap een belevenis. Een
paring is een publiek geheim en wordt besproken en bekritiseerd. Ze leven daarin. Is het
wonder, dat deze primitieve mensen alleen het Goddelijke kunnen begrijpen, wanneer het in
sexuele termen wordt uitgedrukt? Vandaar de paring van het Goddelijke met het aardse. Maar
men begrijpt heel goed, dat, wanneer dit plaats vindt er iets ontstaan moet, dat toch wellicht
boven het eigen "ikje", dat gebonden is aan één beperkt wereldje, staat. En nu gelooft men
ook, zoals elke primitieve mens dat doet en niet geheel ten onrechte, aan het leven, dat
schuilt in alle dingen. De wind leeft, het vuur leeft, de bomen, de planten, de struiken,
allemaal leven zij. Men zou nooit kunnen zeggen, of niet ergens een Hamyad of een Dryade
leeft, die in staat zou zijn het menselijk lot te beïnvloeden, iets te geven of te nemen. Vandaar
dat in deze overbevolkte godenwereld een figuur wordt gesteld, geboren uit de God en de
aarde, die dé magiër is. De magiër, speelbal van de Goden, maar ook tevens heerser over de
mensen. Hanoeman! Maar wanneer de magiër, trachtende magisch te bouwen, iets van de
waarheden, die hij noodzakelijkerwijze moet kennen om magiër te zijn aan het vulgus, aan het
volk voorwerpt, dan geeft hij hen daarmede de mogelijkheid zich ver te verheffen boven hun
eigen geestelijke capaciteit. Dat houdt in, dat deze mensen, dus die primitieve mensen, in
aanraking komen met werelden, die zij niet begrijpen. Net als een kind niet vraagt, of het een
mes of een glinsterend steentje, waar het naar grijpt. Zo vragen deze mensen, geestelijk niet
rijp, niet er naar wat voor krachten zij beroeren. Zij grijpen werkelijk naar de sterren en
wanneer dat gebeurt, dan zou dus de wereld daarboven, of wel de hoger trillende sfeer,
vernietigd kunnen worden door de voortdurende aanraking met het veel lager, veel stoffelijker
staande.
Daarom moet dit alles verdwijnen. Hanoeman wordt verslagen. Verslagen door zijn eigen
ongedurigheid, maar hij blijft de magiër. En wanneer hij dan ook uiteindelijk van de aarde
verwijderd wordt, wordt hij volgens de oudste legende ook weer een ster, volgens anderen
echter een dienaar in het Godenrijk. Die legenden en die sagen geven ons zoÕn aardige blik in
het leven der mensen in die tijd. Ze doen ons begrijpen, dat al deze namen, dat al deze
geslachten van Goden, zoals die worden voorgesteld, al deze onderlinge verschakeling en
verketening van krachten, niets anders is dan een voorstelling van een eeuwigheidswaarde,
die aangepast aan het enige, wat zij daar kunnen begrijpen, nl. het sexueel verband, familie-
gemeenschap enz. Zover is het, geloof ik, nogal duidelijk? U mag rustig vragen, als U het niet
duidelijk vindt. En nu wordt het nog interessanter, wanneer wij ons een ogenblikje de moeite
getroosten om wat overleveringen en sagen eerst te bezien. Allereerst zou ik een sprookje
willen nemen. Ik weet niet, of U gehoord heeft van het sprookje van de IJskoningin? Kent U
dat? (Ja.). U weet dan ook, dat, wanneer er een spiegel barst, er in het hart van de mensen
een splinter doordringt en zij niet meer vatbaar zijn voor het leven. Dat kind, weet U wel, dat
zich in het koude paleis gelukkig voelt, omdat het hart bevroren is. In de vroegste tijden,
waren er zoals heden ten dage ook, materialisten. En de Rede is de IJskoningin. Men begreep
toen nog niet direct in die zin, maar men wist toch wel, dat aardig uit te drukken. Het is
misschien de moeite waard er op te wijzen, dat de oorspronkelijke versie van de IJskoningin
onder de naam Guanderlinne in de Oud-Keltische vorm al voorkomt. Kelten, die weer

SAGEN EN LEGENDEN 33
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

afstammen van Atlantis. De Rede breekt haar spiegel. Op het moment, dat de Rede zichzelve
niet meer kan aanschouwen, sterft het hart. Dan is het afgesloten van alle leven, totdat een
kracht, die niet verstandelijk is, komt en de ban breekt. Het meisje, dat gaat zoeken, omdat ze
zo'n warm en liefdevol hartje heeft. Het offer. Door het offer wordt het kind dan weer gewekt
en keert terug tot zijn ouders, rijkelijk beschonken, dus met geschenken van de IJskoningin.
Dat heeft een hoop parallellen: Goud Elsje en Pek Elsje o.a., al die Vrouw Holle-verhalen.
Natuurlijk zijn dat eigenlijk de bakersprookjes van Ma M re lÕOie, Moeder de Gans, maart het
zijn en blijven volksoverleveringen, die steeds weer op hetzelfde wijzen. Alleen het liefdevolle,
het onbaatzuchtige kan de ban breken van het redelijke, van de wereld der verschijnselen. En
dit breken van de wereld der verschijnselen schenkt aan de reden een grootse gave: dat wordt
dan in de termen der eenvoudigen uitgedrukt, als goud en diamanten en schoonheid. Nu wij
dit zo bezien hebben, kunnen wij waarschijnlijk beter begrijpen, waarom menige Edda, menige
Vedda een verhaal is, dat vol staat van moord en doodslag, van overwinning, van ondergang.
De gang van de geslachten der mensen wordt als het ware samengevat in al deze namen en
begrippen. Telkenmale weer zien we hoe de bewuste mens tot overwinnaar wordt en hoe door
z`ijn overwinning velen lijden. Het is steeds weer het ingrijpen van de machtige hand, die in
een ogenblik alles plotseling in de juiste verhoudingen plaatst, zoals in één van de Vedden
wordt verhaald van de Drie Broeders, die uitgeworpen uit hun land bij een stad komen,
nagejaagd worden door hun vijanden, geketend zullen worden, doorgaan tussen twee
klaarstaande legers, die zullen beginnen te strijden op hun vlucht. Dan worden zij plotseling
door de Goden begaafd met krachten, waardoor ze beide legers met zich mee nemen en
worden tot heersers over het rijk, dat hen verworpen heeft en het rijk, dat hen verraden wilde.
Al deze verhalen hebben steeds weer dezelfde zin: er wordt in geschetst de geestelijke
ontwikkeling van de mens en de mensheid. Maar in de termen, die de mens van die oude
dagen ook kon begrijpen. Op den duur echter waren deze verhalen niet zo noodzakelijk meer.
Zeker, voor het volk blijft de legende, de sage, de mythologische overlevering bestaan. Voor
de eenvoudigen karnen de Goden nog steeds de wereldzee en is er nog steeds Indra, die zich
offert door het wereldgif te eten, opdat de Schepping voortgang kan vinden. Voor de
eenvoudigen ligt de wereld nog steeds in de knellende greep van de Wereldslang, of wij haar
nu Midgaard noemen of anders. Voor de eenvoudigen is daar nog steeds het Nevelheim, voor
de eenvoudigen is daar nog steeds een Olympus, een eeuwig Jachtveld, of de hofhouding van
de Grote Gele Keizer. Dat zijn namen voor hetzelfde. Maar de mensen, die scherper leren
denken, die langzaam maar zeker de sexuele betekenis als primair overwonnen hebben en
haar alleen nog zien als een uiting van een vermogen, dat verder kan grijpen, hebben niet
meer de behoefte aan juist deze simpele, op zichzelf juiste sleutelverhalen, die
werkelijkheidswaarden vermommen achter menselijke voorstellingen en beelden, of magische
beschrijvingen. En zo komen dan de eerste Vedda’s en Vedanta’s, die hun verhalende vorm
terug brengen tot het uiterste en daarvoor in de plaats stellen een beschouwende vorm. Een
beschouwende vorm, die beknopt en kort is en die toch aan de andere kant buitengewoon
helder ons doet inzien, hoe veer reeds de Ouden in het wezen der dingen waren
doorgedrongen. Wat zou U b.v. zeggen van dit, ik citeer hier uit één van deze oude
geschriften:
“Zon en maan wentelen met een kleine wereld in ons wezen en ons wezen wentelt rond een
andere zon, zoals de zon rond zonnen gaat en banen worden beschreven. Dit nu is het patroon
der schijn, dat schakel in schakel sluit. Dat werveling na werveling de keten voortdraait in
oneindige verknoping”.
Lees dat nu maar eens terug in moderne termen, wat staat er dan eigenlijk? De mens is
opgebouwd uit kleine zonnestelseltjes, uit atomen zouden wij kunnen zeggen, nietwaar? En die
bewegen zich, maar de mens beweegt zich met dat geheel weer om een ander middelpunt. En
dit middelpunt is slechts weer een klein planeetje van een andere zon en zo gaat dat verder.
En het zegt er dan zo nuchtertjes achter aan, dat alles is de wereld van de schijn. Niet zo gek!
Het is helemaal niet zo gek. Want dat hebben de Ouden geschreven, maar dat geldt voor velen
in de nieuwe tijd ook nog. Dat is niet zo verouderd. Dat is zo nieuw als de meest moderne
psychologische, de meest moderne filosofische beschouwing. Voortdurende verketening van
allerhand gebeurtenissen, waardoor een waanwereld ontstaat. We vinden dat ook wel weer
terug in pseudo geschiedkundige verhalen, waar op een gegeven moment b.v. de held wordt
34 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

benader door Gandha, een godsvorm, of Ghandya wordt hij ook wel genoemd, die hem een
magisch wapen geeft en hem zegt, dat hij met dit wapen de wereld kan overwinnen. De held
overwint de wereld en richt het wapen tegen de Goden. Waar zij het wapen niet kunnen
afkeren of afwenden, het is nl. hun eigen schepping, het ligt op hun eigen peil, laten zij hem
dan ook rustig hen achterna jagen, totdat zij komen bij een grote kristalplaat. Ze verleiden
hem ertoe door list zijn spiegelbeeld daar in te zien als één van de Goden, die hij achterna zit.
Hij werpt zijn schijf, het is een werpschijf, die worden nu niet veel meer gebruikt, maar een
soort mes, wat met een stokje wordt geworpen, rond. En deze slaat het hoofd van het
spiegelbeeld af, waarop de mens zelf sterft. Hiermede is hij niet een werkelijke dode. En de
Goden maken dat dan goed door hem op te nemen in de lagere hemelen. Aardig getekend.
Heel aardig, want ditzelfde staat enigszins anders in een beschouwende vorm geschreven. Ik
zal het maar volledig zeggen, het staat allemaal zo fragmentarisch, het klinkt allemaal zo
raadselachtig. Ik zal de woorden, die mankeren er maar tussen zetten, makkelijker. Maar we
komen ongeveer tot dit: "Wat de mens gaat, kan hij sterven en doen sterven." Dus sterfelijk.
"Zodra hij zichzelve herkent (spiegelbeeld) kan hij zich echter boven de Goden verheffen, want
dezen kunnen zich niet spiegelen. Maar wie zijn spiegelbeeld miskent, wordt de gelijkt van de
Goden." Dus wanneer je je eigen beeld in de Schepping miskennen zou, en je zou het
vernietigen, de waarde, die uit jezelf geboren is, dan ben je een God, volgens de opvattingen
uit die tijd, over Goden althans. Dat zijn allemaal heel aardige dingen. En misschien dat U nu
kunt begrijpen, wanneer we wat verder gaan met de geschiedenis van de mensheid en
wordingsgang, dat we gaan zeggen: "toen eenmaal de restanten van de Atlantische wijzen zich
gevestigd hadden op hoge gebieden". Zuivere lucht is ook niet zo gek, hoor! Ik zal U eens wat
vertellen. Vandaag aan de dag zijn er mensen, die precies hetzelfde zouden willen doen en
kunnen ze dat niet doen, dan hebben ze apparaten ontworpen, waarbij ze de luchtelectrische
verhoudingen gelijk maken aan die van het hooggebergte, alleen omdat die plaatsen voor het
leven gezonder zijn, voor de vitaliteit beter enz. enz. Wanneer die Atlantische wijzen dat
gevonden hebben, dan leven ze daar zoals U zou leven als schipbreukeling temidden ergens
van Papoea’s, die nog nooit een blanke gezien hebben. Je kunt vriendelijk tegen ze zijn, maar
je kunt nooit met hen delen, wat je zelf bezit, dat gaat niet. In het begin is er dus een zeer
scherpe scheiding te zien tussen de geestelijk ingewijden, die een nauw contact onderhouden
met hun directe volgelingen, die met hun meegetrokken zijn. En daar om heen de
inboorlingen, die, nu ja, wel gunsten ontvangen, meestal ook wel vriendelijk zijn, omdat die
anderen zo'n machtige magiërs zijn, maar toch geen jota en geen titteltje kunnen begrijpen
van al hetgene, wat daar zo wordt verteld. Daar zit nu eigenlijk de hele knoop, wanneer we
gaan spreken over de legenden en sagen. Vandaag aan de dag zeggen ze nog: "Wie de jeugd
heeft, heeft het volk. En wie het volk heeft, heeft het land, wie het land heeft, kan de wereld
veroveren". Deze wijzen van Atlantis willen ook graag een wereld veroveren: de wereld van de
dierlijke mens en daarom beginnen zij met de verhalen te scheppen, die voor deze jeugd een
langzame ontplooiing zijn van het gedachtenleven, een ontwikkeling van de fantasie en het
zelfstandig denken. Vandaar onze heldenverhalen. Wanneer die volkeren dan in zichzelf
wederom godsdiensten met priesterschappen ontwikkelen, wanneer zij op den duur een
beschaving naderen en bereiken, dan zijn het juist deze verhalen, die voortleven. Oude
waarden van een volk, uit zijn jeugd bewaard, liefste herinneringen van de Ouden. Altijd zo.
Een oud volk beroept zich op die tijd, dat het jong was, Nederland roemt heden nog, over wat
het als een jong en krachtig volk heeft gedaan, toen het pas zich vrij had gemaakt van de
kettingen, die het bond met Spanje, met het Middelduitse Rijk enz. Zo gaat het ook daar. Die
oude verhalen zijn heilig. Zij worden bewaard en steeds eenvoudiger versies worden er
uitgegeven. Hoe eenvoudiger de versie, hoe sterker het magisch element. Hoe sterker het
magisch element, hoe meer wij het sprookje, de legende benaderen. Maar de kleine kernen
van gevluchten, van wijsheids- en lichtdragers, die laten hun eigen wijsheid niet ten gronde
gaan. Zij leggen die vast op hun eigen wijze: in steen, in edele metalen. Wij zien in deze tijd
b.v. reeds boeken, die in koper gegraveerd zijn. Niet meer het mooie schrift van Atlantis vol
met edelstenen, maar toch iets, wat er mee verwant is. Nu zit ik nog te dichten ook, merk ik.
Zou Uw Sinterklaas-stemming mij toch nog te pakken hebben? Ja, dat is ook zo iets aardigs.
Weet U, Sinterklaas was een Bisschop, Bisschop van Myra, die o.a. Valladolid, Granada en later
nog Maastricht, eh.... Maastricht, hoor mij, Madrid geleefd zou hebben. Maar het leuke is, dat
lang voor er sprake was van een Sinterklaas, er bepaalde Goden of gevende demonen waren,
SAGEN EN LEGENDEN 35
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

die ook door de lucht reden en dan naar verkiezing, soms op een draak, soms ook op een bok,
soms op een schaap zelfs; er is er één zelfs geweest, die rijdt op een arend. En die op een
bepaalde dag van het jaar de wereld beroerden. Wie hen dan toezong en toebad, die kregen
dan gaven. En omdat die gaven zo moeilijk, ook in die tijd, hadden zelfs de Goden evenmin
een dikke portemonnaie als Sinterklaas in deze dagen, omdat die Goden natuurlijk alleen het
innigere gebed konden verhoren, gaf men dan aan de kinderen en vrienden en bekenden
kleine gaven uit naam van deze God, in de hoop, dat m,en daardoor zijn zegen en bijstand
voor de rest van het jaar zou verwerven. Dat is niet alleen zo maar een vier- vijfduizend jaar
oud. Dat vinden wij zelfs een zeventigduizend jaar geleden al. Dus heel wat ouder dan
Sinterklaas. Het is even een afwijking, maar toch eigenlijk wel weer leuk. Het pas er eigenlijk
wel bij. U ziet, hoe de gestalte, de vorm van de legende verandert. maar de achtergrond
eigenlijk gelijk blijft. Dat zouden wij door kunnen voeren overigens voor alle bekende figuren,
alle bekend geloof. Verhalen over Alexander de Grote, verhalen over Dschengis Khan, de
anecdoten over Napoleon, die scheelden eigenlijk zoveel niet, en het mopje over Einstein
hebben ze vroeger ook al eens over Socrates verteld.
De namen veranderen; de coulissen, die voor het verhaal worden gebruikt, veranderen, maar
de tendens, de handeling blijft zichzelf gelijk. Dat hebben die Ouden en Wijzen dan ook heel
goed geweten. En daarom juist gaven zij aan het volk de legende en de overlevering: een
Heldendicht. De verketting van geslacht op geslacht als wonderlijke waarheid en wijsheid,
opdat hierin bewaard zou blijven een waarde, die de jeugd, vooral de jongeren, zou trekken,
opdat zij magisch enigszins voorbereid, zouden kunnen worden gebruikt om de langzaam
dunnende gelederen der oorspronkelijke Atlantische wijzen aan te vullen. Het is aan de ene
kant dramatisch, aan de andere kant heeft het wel iets belangrijks in zich. Het is als een
filosoof, die met een poppenkast de wereld rondreist om uit de reacties der kinderen iemand te
ontdekken, die rijp gemaakt kan worden op zijn werk voort te zetten. Die voorgeschiedenis
gaat nog veel verder, want de Ouden, die Atlantiërs wisten van veel dingen, die de primitieven
nog nooit gehoord hadden. Zij kenden in Atlantis het gebruik van het vuur, van explosieve
middelen, zij kenden het gebruik van geschriften, althans in de priesterkaste en men zocht
dingen, die aan te passen zouden zijn aan het begripsvermogen van die eenvoudigen. Eén van
die Atlantiërs besluit om hen vuur te geven: Prometheus. Een ander tracht hen de
onpersoonlijke rechtvaardigheid te brengen: Osiris. Zij trachten om de primitieven op te
heffen. En ook hun handelingen en daden worden meevervlochten in het samenspel van
legenden, in het samenspel van overleveringen en waarheid. Hercules met zijn grote werken is
uiteindelijk gelijk aan de wijze, die volgens de Oosterse legende uittrekt en achtereenvolgens
betreedt de onderwereld en betreedt een plaats van corruptie, die hij uitroeit, betreedt een
eiland der demonen en daar een bloem plukt en bevrijdt en hem tot gade, tot Godin wordt,
aan zijn zijde gaat, waaruit hij voortbrengt en baart. Coulissen veranderen, figuren blijven
gelijk. De figuren over de hele wereld blijven gelijk, want de geestelijke krachten van de mens
hebben voortdurend een ongeveer gelijk peil. Lacht U nu niet en denkt U nu niet aan de
Bosjesmannen, die zo ver onder de blanken staan, want ook zij zijn niet ver verwijderd van Uw
huidig begripsvermogen en zouden zich in zeer korte tijd aan kunnen passen aan veel van
hetgene, wat Uw cultuur, Uw beschaving en Uw wetenschap betekent. Die gelijkheid van
ontwikkeling, geestelijk en lichamelijk, moet aanleiding geven tot verandering. Die verandering
zien wij allereerst komen, wanneer het sexuele van direct doel wordt tot middel. Dit komt in
vele van die verhalen tot uiting, waar vaak blijkt, dat de paring van de Goden, mensen, ja,
zelfs van dieren een magische daad is, waarbij in de eerste plaats het scheppen van iets op de
voorgrond staat. En zeker niet altijd het scheppen van een nageslacht, waarbij de paringsdaad
wordt tot een middel van machtsoverdracht, van kennisoverdracht, van inwijding. Op dit
moment wordt reeds gedeeltelijk het dierlijke in de mens gesublimeerd en gericht op een
ander doel. Het is in wezen zichzelf nog wel gelijk, maar de achtergrond, die wordt geschapen,
is zuiverder en helderder. Het is niet meer de stompzinnige roes of de vlucht, het is een eerlijk
begrijpen en aanvaarden van dingen, waar achter grote geestelijke machten schuilen. Het is
niet meer het onverantwoordelijke spel zonder keuze, maar het is een aanvaarde taak, die een
stoffelijke en geestelijke verantwoording met zich mee brengt. We zien ook dit weer uitgedrukt
in de Upanishads, waar op een gegeven moment één der vorsten, een grote held, een
wetgeving stelt en dit klinkt in Uw oren misschien wat vreemd, maar heeft toch een vormende

36 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

tendens. Het gaat natuurlijk over de man, want de man is altijd in de periode, waarin strijd op
de voorgrond kwam, wel de leidende figuur geweest. Op het ogenblik is hij dat misschien nog
wel, maar vaak met een lange ij. In deze periode dan beschrijft men die wetgeving als volgt:
"hij zeide tot het volk: "Gij zult niet tot U nemen een vrouw in gemeenschap (wat wij dan
huwelijk noemen), of meerdere vrouwen in gemeenschap, zo Gij hen niet kunt geven, wat zij
behoeven op alle gebied. Zijt Gij echter arm, krachteloos, of reikt Uw vermogen van denken
niet ver genoeg, zo kunt Gij nemen in Uw huisgezin of huishouding, degenen, die Gij
beschermen of helpen wilt. Zij en niet Uwe vrouwen zullen echter stem hebben in dat, wat in
Uw huishouding wordt verricht, want ziet, man en vrouw zijn één, doch daaronder behoeft een
ander niet te lijden." Aardig iets. Dus dat is zo: als iemand duizend vrouwen zou hebben, zoals
Salomon, dan zou hij deze moeten scheiden in zijn werkelijke echtgenoten en de leden van
zijn huishouding en alleen over zijn werkelijke echtgenoten heeft dan de man zeggingschap;
de anderen hebben een medezeggingschap en berechtiging. Dit is iets heel anders dan
Atlantis. Het leuke is echter hierbij, dat dit alles in een andere schriftuur nader wordt
uiteengezet. En er staat dit: "Wanneer de man de vrouw, of de vrouw de man lichamelijk
volledig bevredigt en er groeit niet een vonk van denken tussen deze beiden, zo zal men
hunne vereniging als ondeugdelijk betekenen." Dus reeds in die tijd begreep men de noodzaak
van een geestelijke vooruitgang en dat dringt steeds meer en meer door. We zien dat b.v. zo
aardig in die legenden, waar een huwelijk verworpen wordt en de Goden, dus de
bovennatuurlijke krachten, ingrijpen, om alles in orde te maken. Wij zien het zo aardig waar
leeghoofdigheid het gezag heeft en de Goden ingrijpen om onmiddellijk degene, die de
geestelijke capaciteiten heeft, de werkelijke capaciteiten heeft, aan het roer te brengen. Zelfs
Andersen heeft dat heel aardig verteld, weet U wel, over dat ganzenhoedstertje, van die knaap
met zijn wilgenfluit, die onderwijzer was, waar hij werd aan tafel gezet; hij zat onderaan, hij
floot één keer op zijn fluit en eer kwam een stormwind en toen zat de koning in het
zwijnenkot, de gravin in het kippenhok, het ganzenhoedstertje naast de onderwijzer op de
troonzetels van de regeerderen. Het is jammer, dat ze tegenwoordig die fluitjes niet meer
hebben. Ik heb het idee, dat die hier en daar nodig zouden zijn. Maar daar hebben wij het niet
over. Dat sprookje wordt ook weer duizendvoudig herhaald en vinden wij in velerlei vormen
terug. Het wordt in de abstracteren schriften zo goed als in de ...., zo zijn er meer verhalende
vormen, steeds weer naar voren gebracht en dat heeft zijn beduiding. De krachten, die
optreden als de geheimzinnige leiders van een steeds groeiende mensheid, verpersoonlijkt in
de overgebleven ingewijden, die aan de ondergang van Atlantis ontkomen zijn, leren de
mensheid meer en meer, dat de schijn nooit werkelijkheid kan zijn. Dat de werkelijkheid altijd
ter enigerlei tijd de schijn zal inhalen en overwinnen. Er wordt meer en meer nadruk gelegd op
verdienste; dat is aan één kant jammer, want het stelsel der Brahminen b.v. is inderdaad
gebaseerd op deze oorspronkelijke stelling. De rangen en standen, zoals wij die zien in
Egypteland zijn weer terug te voeren op diezelfde stellingen, deze zelfde legenden en abstracte
verhandeling. Kort en goed, we kunnen uit dit alles wel besluiten, dat de grote verhalen, de
grote Heldendichten, evenzeer als de kleine sprookjes, duidelijk zichtbaar voor ieder, die ze wil
begrijpen, aangeven de mijlpalen op de weeg der mensheid en steeds weer aangeven het
groeiend geestelijk begrip, terwijl de coulissen, waarin het sprookje speelt, aangeven de
omstandigheden van de tijd. Opvallend is ook voor ons, dat naarmate die beschaving verder
groeit en de wijsheid van de mensen groter wordt, de kringen der ingewijden groter worden,
een soort demonologie optreedt, waarbij het demonische het al-bezielende leven steeds meer
en meer op de voorgrond treedt en vaak de werkelijkheid wegvaagt. Aardige voorbeelden
liggen er b.v. in de verhalen de "de 1001 Nacht", die voor een gedeelte althans zijn afgeleid uit
andere, veel oudere raamvertellingen, sommigen van zuiver Indische, andere van Syrisch-
Perzische oorsprong en enkele zelfs van zeer Noordelijke oorsprong. Alles uitgedrukt in gelijk
blijvende beelden, om ter wille van de raamvertellingen. Al deze dingen, die zouden voor U
een aansporing kunnen zijn om U wat meer bezig te houden, soms op een vrij moment, met
die doodgewone nederige sagen en legenden. Natuurlijk gaan wij nog een keertje spreken over
de abstracte wijsheden van die tijd. Maar ik geloof niet, dat wij aan de menselijke beschaving
en wording recht doen, wanneer wij deze trap van het geestelijke achter stellen bij de directe
abstracte wijsheden, zoals die aan alle kanten zijn geleerd. Er bestaan ongeveer vijftien- en
zestienhonderd oude en zeer oude werken van abstracte aard, die terug leiden tot hun

SAGEN EN LEGENDEN 37
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

oorsprong vaak twintig-dertigduizend jaar. Er zijn werken, die steeds weer overgeleverd
pretenderen te komen of komen uit het oorspronkelijke Atlantis.
Ze zijn soms gehouwen in steen, neergeschreven op hout, op papyrus, gegrift in metalen, de
meest zonderlinge vormen op leer soms weergegeven, bestaan in tekeningen en eigenlijk weet
de mensheid daarvan zeer weinig. En wanneer we dan samen weer eens een keer een uur de
tijd hebben, dan zou ik daarover met U heel graag willen spreken, want deze dingen zijn m.i.
ook belangwekkend. Maar alleen dan, wanneer wij ze kunnen verbinden met de natuurlijke
wordingsgang van de mensheid. die mensheid, waar U op het ogenblik uit voortgekomen bent,
behoort tot de laatste producten als het ware van de mensheid. Alles wat U bent, en wat U in
zich draagt, is terug te leiden eerst tot de simpele mens, met zijn verhaaltjes, met zijn
legenden, met zijn sprookjes en daarachter staat eerst als verduidelijking en ontsleuteling van
het vertelsel: de abstracte waarheid. Achter de legenden van Egypte staat het boek: Toth.
Achter de verhalen en legenden van de Upinashads de overleveringen van de Edda, ja, achter
vele van omschrijvende gegevens der Vedda's staan enkele grote waarheden, die de wereld
over gelijk zijn. Gelijkelijk klinken de rots-tempels van Indië en bij de vulkaan-altaren in Zuid-
Amerika, klinken op de achtergrond van de zingende Impi's, die opmarcheren ter oorlog in
Afrika, klinken op de schepen, die uitgaan, zelfs nog bij de Noormannen, o.a. nog het geloof
van het vuur en de kracht van het vuur. Het geloof aan de werelden, die door vele, vele, niet
altijd kenbare poorten met elkaar verbonden zijn. Het weten, als het ware, om de
meerderwaardigheid en de meerzijdigheid van het leven, dat zich zo eenvoudig schijnt voor te
doen. Dat zijn de legenden, dat zijn de vertelsels. De abstracte wijsheid zullen wij maar voor
een volgende keer bewaren. Dan zou ik zeggen, gaat U nu maar pauzeren en als het niet goed
is geweest, dan zegt U maar rustig tegen mij: "Franciscus, de volgende keer beter."
Goedenavond.
Goeden avond.
Wij zullen maar eens kijken, wat U te vertellen heeft. Dat hoort er ook bij. Wie begint? (Mag
ik?).
Nu volgt een onderwerp van de heer J.H. Juda.
"Waar onze Vriend ons verzocht heeft om zelf eens met een onderwerp voor de dag te
komen, wil ik vanavond gaarne aan zijn verzoek voldoen. Ik kies als onderwerp
kunstmatige elementalen, de hoop uitsprekende, dat dit geschikt is voor Uw aller
belangstelling en natuurlijk ook voor onze Vriend. Als bron heb ik gekozen de oude wijsheid
door Annie Besant. Na afloop van mijn lezing zou ik gaarne alles door onze Vriend belicht
willen zien. Hij zal dat zeer zeker voor ons willen doen en ons nuttige leringen willen geven
uit zijn ervaringen op dat gebied. De vage, losse gedachten, die in zo grote mate door
onontwikkelde denkvermogens worden voortgebracht, verzamelen, wanneer zij in de
astrale wereld aankomen, losse wolken elementale kernstof rondom zich. Ze drijven rond,
heen en weer getrokken naar andere wolken van gelijke aard, zich hechtend rondom het
astrale lichaam van personen, wier magnetisme, hen aantrekt, hetzij goed of kwaad. Na
een tijd ontbinden zij zich om weer deel uit te maken van de algemene dampkring van
elementale kernstof. Zolang zij een afgescheiden bestaan handhaven, zijn zij levende
wezens met een lichaam van elementale kernstof en gedachten als het bezielend leven. zij
worden kunstmatige elementen of gedachtenvormen genoemd. Dat was over vage, losse
gedachten. Heldere, nauwkeurige gedachten hebben elk haar eigen bepaalde vormen met
scherpe klare omtrekken en kleuren. Zij worden gevormd door trillingen, die
teweeggebracht worden door gedachte. Deze duidelijk bepaalde kunstmatige elementalen
hebben een langer en veel werkdadiger leven dan hun wolkachtige broederen en oefenen
een veel sterkere invloed uit op het astrale lichaam en daardoor op het denkvermogen van
hen, tot wie zij zich aangetrokken gevoelen. Zij doen in hen trillingen ontstaan, aan de
hunne gelijk en aldus verspreiden gedachten zich van denkvermogen tot denkvermogen.
Zij kunnen door de denker gericht worden naar een ieder die hij wenst te bereiken, terwijl
hun vermogen afhangt van de kracht van zijn wil en de sterkte van zijn verstandelijk
vermogen. Bij de gemiddelde mens zijn de kunstmatige elementalen, door gevoelens of
begeerten geschapen, krachtiger en bepaalder dan die welke door gedachten geschapen

38 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

worden. Een uitbarsting van toorn b.v. zal een gevaarlijke elementaal in duivelse gedaante
scheppen. Liefhebbende gedachten van een Moeder gaan uit om als engelengedachten
rondom haar kind te zweven en kwade invloeden af te wenden, die zijn eigen gedachten
misschien aantrekken. Het is aan deze kunstmatige elementalen eigen, dat zin, wanneer zij
door de wil tot een bijzonder persoon gericht zijn, alleen bezield worden door de aandrang
om de wil van hun schepper uit te voeren. Een beschermende elementaal zal rondom zijn
voorwerp zweven en iedere gelegenheid zoeken tot het afwenden van kwaad of het
aantrekken van goed; niet bewust, maar door een blinde aandrang, omdat hij daar de lijn
van geringste weerstand vindt. Zo zal ook een elementaal, door een kwaadaardige
gedachte bezield, rondom zijn slachtoffer zweven en een gelegenheid zoeken tot kwetsen.
Maar noch de ene, noch de andere kan enige indruk maken, tenzij er in het astrale lichaam
van het voorwerp iets is, dat aan hem verwant is, iets dat hun trillingen overeenstemmend
kan beantwoorden en hen dus in staat stelt zich vast te hechten. Indien er geen stof in
hem is, met de hunne verwant, kaatsen zij door een wet snel van hem terug langs het pad,
dat zij volgden; terug dus naar hun schepper met een kracht, geevenredigd aan die van
hun uitwerping. Aldus is er een geval bekend, waarin een gedachte van dodelijke haat, die
er niet in slaagde het voorwerp, waarop zij gericht was, te treffen, haar afzender doodde.
Goede gedachten, tot onwaardigen uitgezonden, keren als zegeningen terug tot hem, die
ze uitzond. Een zeer gering begrip van de astrale wereld zal aldus als een zeer machtige
prikkel tot goed denken werken en zal het gevoel van verantwoordelijkheid sterk doen
worden ten opzichte van de gedachten, gevoelens en begeerten, die wij in dat astrale rijk
loslaten. Er is natuurlijk nog heel veel van de kunstmatige elementalen te vertellen, o.a.
hoe ze in massa werken op volksrasgevoelens enz. Wanneer iemand gevoelig begint te
worden voor astrale invloeden, zal hij van tijd tot tijd ondervinden, dat hij plotseling
overweldigd of aangegrepen wordt door een geheel onverklaarbare en schijnbaar
onredelijke angst. Waarschijnlijk zijn er weinigen, die deze vrees niet in zekere mate
ondervonden hebben, de onrustige angst voor een onzichtbaar iets, het voelen van een
tegenwoordigheid van "niet-alleen" te zijn. Dit ontstaat gedeeltelijk door een zekere
vijandelijkheid, die de elementalenwereld tegen de mensheid bezielt wegens de
verschillende vernielende krachten, door de mensheid uitgevonden en die op het astrale
gebied terugwerken, maar is ook grotendeels te wijten aan de aanwezigheid van zovele
kunstmatige elementalen van een onvriendelijke soort, door menselijke denkvermogens
voortgebracht. Gedachten van haat, ijverzucht, wraak, verbittering, achterdocht,
ontevredenheid gaan bij miljoenen uit, vullen het astrale gebied met kunstmatige
elementalen, wier gehele leven uit deze gevoelens bestaat. Hoe vernietigend de
gedachtenkrachten "en masse" kunnen uitwerken, hebben we kunnen leren uit hetgeen we
hoorden over "Atlantis", waar grote magische kringen gevormd werden, die gebruik
(misbruik) maakten van hun psychische wapens in de vorm van bundeling van
gedachtenkrachten tegen hun niet-magisch beschermde tegenstanders.
Ik heb nu lang genoeg gepraat en zal gaarne het woord geven aan onze Vriend." (Tot zover de
heer J.H. Juda).
Nu, dan mag ik U allereerst danken voor Uw zeer duidelijke uiteenzetting en ten tweede
verklaren, dat ik het met sommige delen daarvan althans het helemaal niet eens ben, maar
dat is niet erg. (Daar is het juist om te doen). De nadruk in Uw betoog ligt, zoals U
waarschijnlijk zelf wel zult begrijpen op de enkele gedachte, ofwel de gedachte door de
enkeling geprojecteerd. Nu is het zo, dat elke gedachte ook inderdaad tevens een kracht is, die
op het fijn-stoffelijk gebied, wat U noemt oerstof, of elementale oerstof, scheppend werkt.
D.w.z. elke gedachte, onverschillig van welke geaardheid, vindt zijn totale beeldende
uitdrukking in de oerstof op het moment van haar ontstaan. Naargelang haar intensiteit zal zij
korter of langer blijven bestaan en als voorbeeld zouden wij hierbij kunnen nemen de mens,
die op zijn netvlies een beeld ontvangt, dat zeer licht sterk is. Dit blijft dan nog enige tijd
bestaan, nadat het oorspronkelijke beeld is weggegaan. U weet wel, nietwaar, Uw film, Uw
bioscoop, berusten ongeveer op hetzelfde, dus op het blijven duren van een beeld op Uw
netvlies. Zo blijft in deze sfeer dus het beeld wel bestaan, maar de doorsnee gedachte en
zeker de vage gedachte, waar U het over had, is niet in staat een elementaal, een kunstmatige
elementaal, van blijvende waarde te scheppen. Dit kan slechts dan gebeuren, wanneer een

SAGEN EN LEGENDEN 39
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

gelijksoortige emotie, of een gelijksoortige vage gedachte door een zeer groot aantal mensen
wordt uitgezonden, waarbij dan de varianten, die elk in zijn denken daarover naar voren
brengt, bepalend zijn voor de details. Zuiver vage elementalen van kunstmatige geaardheid,
bestaan er niet. Elke elementaal moet worden gezien als een zuiver en scherp omschreven
wezen, dat in zijn totaliteit kan zijn, ofschoon kunstmatig samengesteld, is de uitdrukking van
een volledig gevormde gedachte. Een vaagheid of een nevelachtige vaagheid kan nooit een
elementaal brengen, waar zij in zich de kracht niet draagt om een volledige vormgeving plaats
te doen vinden en daarmee een voertuig te scheppen, dat dit gedachtenwerk kan
verwerkelijken. In zoverre is het hopelijk duidelijk, ja? De gevormde gedachte kan onder
omstandigheden inderdaad een kunstmatige elementaal scheppen, maar zelfs dan kan dit
alleen, wanneer er een aantal medewerkende krachten zijn. Een priester of een magiër kan
door zijn gedachten inderdaad een kunstmatige elementaal scheppen en deze belasten met de
volvoering van een taak als b.v. door U genoemd, het doden van een mens. Maar deze
elementaal kan alleen geschapen worden, wanneer een groot aantal mensen geloven in de
macht van de magiër en daardoor een onbewuste steun vormen voor zijn denken. Hun
gedachtenkracht wordt door zijn scherp gevormde en omlijnde gedachte mede gebruikt en
ingevoegd in het wezen van de elementaal, die hij schept. Elementalen, die door emoties of
gevoelens ontstaan, zijn elementalen, die sterk op de voorgrond treden, zoals U zeer juist hebt
opgemerkt. En wel omdat een emotie of gevoelen scherper en vollediger het gehele wezen van
de mens tot uitdrukking brengt dan de gedachte alleen doet. Vandaar een gezamenlijke
emotie inderdaad een elementaal kan doen ontstaan van zeer grote macht en zeer grote
capaciteiten. Wanneer men daar bovendien in gelooft, of daar voortdurend rekening mee
houdt, zal elk geloven daarin, dus elke gedachte gewijd aan deze kunstmatige elementaal een
vergroting van de vermogens dezer elementaal betekenen. De elementaal, het wezen zelve, is
echter niet tot zelfstandig denken in staat. Het kan slechts tot uitdrukking brengen de in dit
wezen grootst heersende macht, of indien deze tegenstand ervaart, de tweede of derde daar in
heersende gedachte. Er zijn maar weinig elementalen, waarin meer dan drie gedachten tot
uitdrukking kunnen komen. Een elementaal van zeer grote capaciteiten kan niet ontstaan door
de haat van een mens, zoals foutievelijk werd naar voren gebracht. Een mens zelf, in zijn
meest intense haat, is niet in staat een elementaal te scheppen. Wel is deze mens in staat zich
een tijdelijk voertuig uit oerstof te vormen, waar door deze mens zich zelve kan uiten, maar
hiermede zijn zijn geestelijke krachten onmiddellijk mee verbonden en wanneer U het heeft
over het terugkeren van deze kracht, die dood brengt aan degene, die haar zond, dan komt dit
doordat het niet vervullen van de haatgedachte, die in dit voertuig met het wezen der geest
werd gebracht, een ontlading daarvan op het lichaam veroorzaakt, voor dat de geest hier weer
in kan treden en daardoor het zilveren koord gebroken wordt. Ook weer duidelijk? Blijft ons
dus slechts de kunstmatige elementaal, geschapen door de emoties en gevoelens der massa,
als meest beslissende en beïnvloedende factor in het leven der mensheid op een dergelijke
wijze tot stand gekomen. Allereerst: wanneer een groot aantal mensen haten, deze haat
gericht wordt op een bepaald iets, dan zal hierdoor een kunstmatige elementaal ontstaan.
Indien de gedachte blijft gehandhaafd, slechts door enkelen desnoods, gedurende langere
periode, zal de elementaal daaruit gevoed worden en als zodanig in zijn wezen en
bestrevingen voortdurend uitdrukking blijven geven aan datgene, waaruit hij ontsproten is.
Voorbeeld: haat tussen Amerika en Rusland. Deze haat is aan de bevolking opgelegd en
elementalen zijn geschapen door het denken der bevolking. Zij hebben zich samengevoegd,
uiteindelijk tot één grote elementaal, die deze volkshaat vertegenwoordigt en in haar
voortdurende werking en stuwing tracht, ten eerste die haat in het volk zelf te handhaven, ten
tweede uiting aan deze haat te geven ten opzichte van het object, dat gehaat wordt. Wanneer
nu Rusland, zoals te voorzien is, om politieke redenen tracht vrede te sluiten, zal het
onmogelijk blijken langer dan een tiental jaren de vrede te handhaven. En wel om de
doodeenvoudige reden, dat deze haat in de bevolking reeds is ingewoekerd en dus niet geheel
ten gronde gaat binnen deze periode, terwijl de elementaal zelf een zodanige kracht heeft, dat
zij op den duur een stuwende werking uit kan oefenen, zelfs op de mens. Hiermede heeft men
dus a.h.w. een deel van het karma geschapen. En de karmische werking van de kunstmatige
elementaal is wel de voornaamste, die wij zien in haar wezen. Is dit ook geheel duidelijk? Niets
te vragen hierover? Wanneer ik nl. een gedachte uitzend van een zodanige kracht en sterkte,
dat zij van gelijk trillende vermogens gevoed wordt en haar persoonlijkheid blijft behouden, zal
40 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

zij, zolang zij bestaat, ook mij wederkerig blijven beïnvloeden, omdat ik haar scheppen ben of
haar medeschepper. Ik ben dus voortdurend geketend aan de gedachtentrilling, die ik eens
heb uitgezonden en zal deze als noodlot moeten ondergaan, ook in andere werelden of andere
verschijningsvormen. Degene, die dit weet en op de hoogte is van de gedachten, die krachten
zijn, kan natuurlijk beginnen zijn gedachten uit te zenden in een bepaalde richting. Er is b.v.
op het ogenblik een richting, die zeer sterk streeft in de richting der wereldvrede en die
probeert daarvoor elke avond een minuut van stilte te houden en van overpeinzing. Hier zit
een zeer sterk magische achtergrond: want het verlangen naar vrede is drijvend voor de
overpeinzing. Als de daar gestelde vredesgedachte door allen gelijktijdig, op hetzelfde moment
geuit wordt, zal dit een ontstaand grote gedachtenkracht betekenen en die een elementaal
vormt, zij is overigens al gevormd, die, kunstmatig zijnde, alles zal moeten doen om de vrede
te handhaven. Naarmate meerderen aan deze beweging deelnemen, zal dus het totale
vermogen van dezen naar vrede strevende elementaal ook vermeerderen en zal zij in staat
zijn de oorlogs-drijvende-haat-elementalen door anderen geschapen, te remmen, ja,
gedeeltelijk af te leiden of te vernietigen. Zo ziet U dus, dat inderdaad het mogelijk is, om met
de gedachten goede wapens te scheppen, mits men in gemeenschap en niet slechts alleen
tracht te scheppen dit. Als zodanig zou U al degenen, die een bepaald verlangen hebben en dit
gaarne verwerkelijkt zouden zien, aan kunnen raden: sluit U tezamen en overdenk op een
bepaalde moment de vervulling van deze wens, wanneer U dit gezamenlijk doet, schept U een
elementaal, die in het begin misschien nog niet krachtig is, maar die door een voortdurende
herhaling en z.m. regelmatige herhaling van deze gedachte, groeit tot een sterker en sterker
wezen, dat inderdaad, als gezegd, door zijn oorsprong en wezens-geaardheid gebonden is met
de totale kracht van dit wezen, te streven tot de verwerkelijking van hetgeen, waaruit het
ontstond. De wens, waaruit het ontstaan is, emoties, die niet bewust zijn, kunnen evenzeer
natuurlijk krachten wekken. De bezorgdheid van de moeder voor haar kind als een
voortdurende factor, zal uiteindelijk een duplicaat van de moeder scheppen in geestelijke zin,
dat wij evenzeer een kunstmatige elementaal kunnen noemen. Deze kunstmatige elementaal
zal gevormd zijn, naargelang het voorstellingsvermogen van de moeder. Hij kan dus
geassocieerd worden met de Maagd Maria, met een engel, met een Deva of onverschillig wat.
De vorm op zichzelf is niet belangrijk. Dit is slechts het voorstellingsvermogen. De inhoud is
echter de continuering van de moeder-kind betrekking, ook zelfs, wanneer die bij het kind
heeft opgehouden te bestaan. Zolang de moeder leeft, zolang het kind aan de moeder gelooft,
blijft deze kracht tussen beide mensen bestaan. Zij heeft echter ten opzichte van de
buitenwereld betrekkelijk weinig werking, omdat zij, slechts uit twee mensen geboren, een
gebrekkige voeding krijgt, die in het gunstigste geval toch nooit in staat is om de geest, door
een groep intens gevoed, een groep, desnoods een tien of twaalf personen, te overwinnen. Wij
zien verder, dat deze verschillende kunstmatige elementen een voortdurende strijd leveren
met elkaar. De tegenstrijdigheid van begeerten, emoties en wensen uitgedrukt in gedachten,
brengt een groot aantal strijdende wezens tot stand. Vandaar dan ook, dat een voortdurend
armaggadon, een voortdurende hemelse veldslag woedt in de sferen, die de aarde onmiddellijk
omringen. En deze veldslagen, vrienden, moet U zich niet voorstellen als zoiets kleins.
Wanneer echter een kunstmatige elementaal een andere kunstmatige elementaal overwint,
zullen de resten van kracht, die deze kunstmatige elementaal tegenstander bleven, worden
opgenomen in de elementaal, die overwint. Zodat elke elementaal, die voortdurend anderen
overwint zichzelf nog steeds versterkt. Wij mogen verder opmerken, dat elke elementaal
bestaat zolang de kracht werkzaam is, die in haar is. En dat dus een godheid b.v., die honderd
jaar aanbeden is, waarschijnlijk tien jaar nodig heeft om te sterven, wanneer inderdaad
plotseling en onmiddellijk elke aanbidding van dien godheid, elke vrees voor die godheid, zou
ophouden te bestaan. Dan zijn er nog tientallen jaren nodig voor deze kunstmatige elementaal
tot nil, tot niets, is terug gebracht. Zolang er één mens deze God aanbidt of deze God vreest,
zal deze God blijven bestaan. Naarmate het aantal gelovigen, zal hij toenemen in kracht en
deze toenemende kracht zal zich uitwerken in verschijnselen tegenover niet-gelovigen. De
kleine God, de kleine kunstmatige elementaal, werkt alleen ten opzichte van degenen, die haar
scheppen. De grotere kunstmatige elementaal daarentegen beïnvloedt ook degenen, die van
haar bestaan geen begrip hebben. De opmerking werd gemaakt over gedachtenbeïnvloeding,
die was inderdaad behoorlijk juist. Met de uitzondering van het feit, dat het niet mogelijk is om
een kunstmatige elementaal te scheppen uit de gedachte en deze aan een bepaalde persoon
SAGEN EN LEGENDEN 41
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

toe te zenden. Wel is het mogelijk een extensie van eigen wezen te projecteren naar een
andere persoonlijkheid en hierdoor een contact, dat telepatisch genoemd zou kunnen worden,
tussen de persoon in kwestie en het eigen “ik” tot stand te brengen, waarbij mogelijkerwijze
zelfs iemand, die sterk begaafd is op dit gebied, een projectie van het eigen wezen plaats
vindt. Dit is echter geen kunstmatige elementaal, maar omkleding van eigen
gedachtenlichaam. Nu dan heb ik, geloof ik, de redevoering aardig beantwoord. Als er vage
punten zijn gebleven, dan vertelt U het maar.
Hartelijk dank voor deze duidelijke uiteenzetting, want dat was de bedoeling: Uw
zienswijze uit te lokken.
Ja, de hele bedoeling is eigenlijk, dat wij eerst Uw zienswijze uitlokken en dan onze geven. Ik
moet inderdaad zeggen, U heeft zich aardig aan de spreektijd gehouden. U heeft zich
inderdaad de moeite getroost om te documenteren, zij het dan ook eenzijdig. Dit kunnen wij
niet voorkomen, nietwaar? En als zodanig zou ik dan aan ieder ander, die zich waagt aan het
naar voren brengen van een onderwerp willen zeggen, volg dit voorbeeld. Het is heus het
navolgen waard. Nu, vrienden....?
Ik heb nog even iets te vragen, U had iets over een uitgezonden liefdegedachte van een
moeder tegenover haar kind. Als dat beantwoord wordt, kan ik me begrijpen, dat zo'n
elementaal op den duur zijn plicht heeft gedaan en dan uiteen valt, als dat tenminste juist
is, maar als hij zijn doel niet bereikt en als het kind b.v. geen liefde terugzendt, wat dan?
Kijkt U eens, dat heeft niets te maken met het zenden van liefde of haat door het kind, maar
het is een uitdrukking van verhouding moeder tegenover kind. En als zodanig is de elementaal
dus een product van het gevoelsleven van de moeder en heeft het gevoelsleven van het kind
hier weinig mee te maken, tenzij het kind volledig de band met de moeder verbreekt en dus
zich niet meer gedraagt als kind tegenover de moeder. Dan is nl. de richtende kracht, die deze
elementaal stuurde, verbroken, want deze zoekt het kind, zoals het leeft in het
voorstellingsvermogen van de moeder. En het kind, dat de moeder verwerpt, beantwoordt
hieraan niet meer. Als zodanig is een dergelijk elementaal nutteloos en kan uiteindelijk
terugkeren tot de moeder, daar een tijdlang een troostende kracht zijn, maar zal daardoor
vergaan en uiteenvallen. Wat U nl. zegt over het uiteenvallen van een elementaal, wanneer de
moeder en kind beiden liefhebben, is niet waar. Juist deze elementaal blijft dubbel sterk, waar
zij de vertegenwoordiging is van twee krachten, die gelijk zich uiten in één streving. We
hebben dan dus de elementaal met een Janusgezicht, die gelijktijdig beschermend optreedt
ten opzichte van moeder en kind en de kracht draagt van beider wezen. Begrijpt U?
Ja, dat is dus helemaal niet mogelijk om op zo'n manier een kind te bereiken?
Wanneer het kind de moeder verwerpt, niet.
Ja, dat bedoel ik.
Neen, dat kan wel op een andere manier; dat kan telepatisch, maar niet door een kunstmatige
elementaal. Ik zeg telepatisch. Gedachtenprojectie is vrij. En wanneer U gedachten projecteert
op een bepaalde persoon met voldoende kracht en voldoende volharding, is dus mogelijk die
gedachte uiteindelijk bij zo'n persoon door te doen dringen, ook al is hij afkerig ertegen. Maar
je kunt nooit een valse voorstelling door een elementaal doen verwerkelijken; je kunt zelfs
geen kunstmatige elementaal richten op iets, wat niet bestaat. U moet rekenen, een
kunstmatige elementaal is een kracht buiten Uzelf, die wel geschapen wordt uit Uw
levenskracht en Uw gedachten, die besteld wordt door U denken en Uw wensen, maar die
buiten U staat en onafhankelijk van U zijn werk verricht, zolang er krachten zijn, waaruit ze
zich zelf in stand kan houden. Wanneer er geen doel is, dan keert deze invloed tot de moeder
terug en brengt daardoor in verschijning nog wel enkele waarden, maar uiteindelijk zal ze daar
toch te niet gaan. Verder?
Ik moet er nog over denken, dank U wel.
Ik hoop, dat het, ja, laten wij maar zeggen, geen schap tegen het zere been is, hoor. Het is
helemaal niet de bedoeling om zoiets te doen, maar U moet zich goed realiseren, wanneer we
hier spreken over kunstmatige elementalen, dat een kunstmatige elementaal alleen maar kan
bestaan, wanneer zij gericht wordt op een concreet doel, onverschillig in welke sfeer. En dat zij
in zich draagt een eenzijdige gedachte, die gericht is op een bepaalde verwezenlijking,

42 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

waarvoor zij al haar kracht geeft. Dat zij alleen die kracht kan geven, zolang zij die kracht
ontvangt. Is dat duidelijk?
Ja, dank U.
De volgende dan maar weer, hé?
Als U spreekt van een elementaal, die niet zelfstandig denken kan, hoe kunt U dan over het
streven van een elementaal spreken?
Omdat het streven van een elementaal is, de gemiddelde waarde van het totaal der
bestrevingen, die meewerken tot de totstandkoming van de elementaal. Wij kunnen streven
dus hier uitdrukken, als een bepaalde richting, of een bepaalde daaddrang. Ik bedoelde hier
met streven niet te zeggen een bewust streven naar een bepaald doel. (Als voertuig?). Als
voertuig. Zoals U een machine dus een bepaald patroon kunt voeden, waardoor ze een aantal
handelingen in zekere volgorde moet verrichten. Zo geeft U de gedachte aan de elementaal,
maar zoals U dan de machine alleen kunt laten en ze zelfstandig verder gaat, tot ze klaar is, zo
zal de elementaal, ook wanneer U ze alleen laat, toch zelfstandig verder gaan. Haar streven is
dus als het ware volbrengen van de gedachtenimpuls, die U erin gelegd heeft.
Ja, ik dank U wel.
Nu, wie volgt maar weer?
Ik heb gelezen en ook horen zeggen, dat de toon van onze planeet de f. is. Is dit zo en is
die toon een variatie van de heilige drieklank A.U.M.? Ik las ook, dat, wanneer dit heilige
woord niet meer zal klinken, de stofvormen uiteen zouden vallen. Is dit zo?
Nee. Een neen, twee neen en drie neen. Dit is even de korte beantwoording. Nu de rede. De
toon van deze aarde is op het ogenblik geen f, maar zou, als U ze in toontrilling wilt
uitdrukken, waarschijnlijk dichter bij de gis liggen. Ten tweede de klank aum is niet een toon,
ze is wel een trilling, maar als trilling betekent zij het alomvattend uitdrukken van het totale
klankvermogen van de mens en daarbij het uitdrukken van het totaal hoogst bereikte
bewustzijn op aarde, als zodanig wekt zij alle magische krachten, die normalerwijze in het
menselijk wezen in zijn bewustzijn besloten liggen en schept daardoor een heerschappij over
de materie. De materie is echter gevormd, onafhankelijk van deze klank of trilling, waar het
scheppingsproces, dat buiten de mens om heeft plaatsgevonden en buiten de mens en buiten
het menselijk wezen staat. Als zodanig zal het wegvallen van de heilige klank aum slechts
betekenen, het wegvallen van een bewustzijn der mensheid, zodat de wereld in het bewustzijn
der mensheid zal moeten verblussen. In zichzelf zal zij echter voortbestaan en de stofvormen
zullen voortbestaan, zoals zij waren. Duidelijk?
Mag ik ook iets vragen; op een Vrijdagavond, er is nl. gesproken over de golden snede, dat
heb ik niet zo erg goed begrepen, kunt U misschien er iets van vertellen?
Nu om het helemaal uit te gaan werken, zou tamelijk ingewikkeld worden, hoor, want dat is
een verhaaltje, als je dat helemaal zou moeten vertellen van A tot Z, dan moet je er wel een
paar avonden aan wijden, geloof ik. Maar ik zal proberen om het eenvoudige principe mede te
delen. Er is een bepaalde verhouding van krachten, die de volmaaktheid uitdrukt. En deze
verhouding ligt ongeveer als 1 tot 3,3 dus 3 komma 3. Dat betekent dus, dat elke eenheid in
drie delen te splitsen is, die volkomen gelijkwaardig zijn en één waarneming houdt dus in, dat
twee andere gelijksoortige waarden of krachten daarachter verscholen zijn. Dat kunt U
begrijpen, hé? Maar tevens, dat 1/10 deel van de totale waarde als onbepaalbaar, het
Goddelijke vertegenwoordigend a.h.w. niet tot uiting komt, maar verscholen blijft in het wezen
der dingen. En in elke drie verschijningsvormen volledig geuit is. Kunt U dat begrijpen? Nu
drukt men uit de gulden snede, als de uiting van het Goddelijke en waar de uiting alleen in
volledige tegendelen kan worden uitgedrukt. drukt men deze dan uit in de helft van hete
gulden getal, oftewel men zegt 1,62. Men zegt dus, achter elke verschijningsvorm ligt voor ons
kenbaar een verhouding, die 62/100 groter is en waar dit de verhouding is tussen het
geestelijk kennen 1,62 en de uitingsmogelijkheid 1 zal zij volledig tot uitdrukking moeten
komen in elke stoffelijke vorm, die door de geest tot stand wordt gebracht. Waarbij dus de
verhouding van waarde tot geestelijke meerwaarde in elke stoffelijke vorm geestelijk bezield
naar voren komt. Kunt U dat begrijpen, ja? We zullen het langzamer doen. Dan moet U goed
luisteren. Er is een geest, deze geeft heeft een bepaalde waarde; die waarde is groter dan die

SAGEN EN LEGENDEN 43
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

van de stof, maar zij is niet volledig, want de geest bevat slechts de helft van het totale
bewustzijn. Dit is vereenvoudigd en daarom tamelijk onjuist, hoor. Maar om het uit te leggen,
wat er achter schuilt, is het voldoende. Maar U begrijpt dit toch, dat kunt U aanvaarden? Nu
stellen wij, voor die geest dan, het getal 1,62, als zijde de helft van het Goddelijke, of wel het
volledige geuite. En dat is begrijpelijk, want de geest kent het verschil tussen goed en kwaad.
Goed en kwaad zijn gelijkelijk groot en vormen tezamen een totaal afgeronde cirkel. De
waarde van die cirkel wordt dan op 3,3 gesteld. Dat kunt U ook nog allemaal volgen, ja? Nu
moet echter deze geest zich echter in de stof gaan uiten en waar de stof in zichzelf geen
denkend vermogen heeft en dus geleefd door de totale wet, zal zij voortdurend geuit worden
in getal 1, zijnde 1/3 van het totaal der vlakken, die bestaan in het Goddelijk bewustzijn. Kunt
U dat begrijpen, ja? Nu komt echter een geest in zo’n Goddelijk vlak terecht met de waarde 1
en moet zich daarin uitdrukken. Dan zal een deel van de verhoudingen noodgedwongen zuiver
stoffelijk uitgedrukt worden. In Uw geval bijvoorbeeld. En dus het getal 1 dragen, maar ook de
geest zal meewerken in de constructie en bouw, zo zullen andere delen daartegenover de
verhouding 1,.62 dragen. En dit is terug te vinden in elk lichaam, het is in elke diameter terug
te vinden, in elk afgerond lichaam, het is te vinden in de zon, de maan etc., zelfs in het
melkwegstelsel. Overal komt diezelfde waarde tot uiting, omdat ook overal de Goddelijke
materie bezield is door de uit God geboren geest, die qua bewustzijn hoger staat dan de
materie zelf. Duidelijk? Ik zeg erbij, hoor, het is natuurlijk erg vereenvoudigd en ik heb er een
hele hoop waarden bij verwaarloosd. Maar desondanks hoop ik toch, dat het voldoende is zo.
Er is ons toegezegd, dat we voor vrijdag nog nader erop in zal worden gegaan.
We zullen er zeer zeker nog eens een keertje over moeten spreken, daarom...
Mag ik nog één ding zeggen? (Ja.). Ik hoop dat ze mij er niet voor nemen, want dat is zo'n
lastige taak, mijn waarde vriend, dat kunt U zich niet half indenken. (Waarom?). Om de
doodeenvoudige reden, dat het onderwerp in zichzelve een mathematisch-esoterisch begrip
vraagt, dat de doorsnee luisteraar niet heeft. En U weet, zodra we een mathematische waarde
onevenredig vereenvoudigen, wordt ze onjuister en dan sta je voor de grote keus eigenlijk om
een halve leugen te vertellen, die de mensen dan ongeveer begrijpen, of een waarheid, die ze
helemaal niet begrijpen. Nu ja, vrienden, het wordt nu zo langzamerhand weer tijd voor het
Schone Woord, maar is er nog een vraag, dan wil ik hem nog graag beantwoorden?
Ja, ik zou graag nog willen vragen n.a.v. de les over Lemurié en Atlantis; daar kwam in
voor, dat het geloof aan Goden en Demonen het gevolg was van een ontwikkelde
helderziendheid. Dat men zijn geestelijke leiders in de vorm van Goden weergaf aan de
mensen, kan ik begrijpen, maar hoe kwamen zij aan het geloof in demonen?
De doodeenvoudige uitleg is dit: Elke mens uit zich buiten zichzelf tweeledig en is tweeledig
voor een helderziende waarneembaar: nl. als goed strevend mens en als slecht strevend
mens, oftewel tegelijkertijd als God of als demon. Elk van deze beide uitingen vinden echo in
het geestelijk bestaan; als zodanig zal dus elke mens verbonden zijn met een God en een
demon. Duidelijk? Eigenlijk simpel, hé? Nu vrienden, ik hoop, dat U mij niet kwalijk neemt, dat
ik een einde ga maken aan de gezellige vragenrubriek, die nog eventjes achter het onderwerp
aankwam, maar als U zich de moeite getroost om naar de klok te kijken, dan zult U zien, dat
het heus tijd begint te worden en geef ik dus het woord over aan het Schone Woord, dat voor
U zal besluiten. (Dank U wel.). De dank is in dit geval ook aan mijn kant, vrienden, voor de
zeer interessante stof, die ook voor mij naar voren werd gebracht.
Goeden avond.
Goedenavond, vrienden.
Wij zullen dan gaan besluiten met het Schone Woord en ik zou daar voor de vorm gaarne zelf
kiezen, U daarentegen willen verzoeken mij één onderwerp op te geven om op deze wijze te
behandelen.
Geen keuze?
Geloof.

44 SAGEN EN LEGENDEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 3 – Sagen en legenden

Geloof.
Onbewijsbaar weten, dat van begin der tijd, doorklinkt in geschapen zielen. Een stempel van
de Eeuwigheid. Geloof, de kracht, die voort doet strijden, terwijl het wezen zelve lijdt, dat leert
om anderen voort te leiden, tot nieuw bestaan en Eeuwigheid. Geloof, in ik verborgen lijden,
dat vraagt naar zekerheid. Geloof, soms een vloek in vele tijden, omdat het verwerpt de ware
strijd. Geloof, de kracht van het bewustzijn, dat in zichzelve nauw ontwaakt naar nieuwer,
groter, schoner wereld, naar betere velden haakt. Geloof, de wondergift der krachten, die zijn
de kracht der Eeuwigheid, voertuig, waarin mensen varen tot aan het strand, dat wachtend leit
aan de andere kant van leven, strijden en streven. Einde van des leven zware dag. De mens
boven de geest verheven is iets, wat slechts het geloof vermag U te volbrengen. Geloof is
wonder licht, dat soms de ziel kan zengen, dat soms verbranden kan de waan en geselen het
gemoed, dat strijd in U weer doet ontstaan, omdat geloof zegt, dat Gij anders moet zijn dan
Gij zijt. Het geloof is de roep der Eeuwigheid, de kern van het leven en het werkelijk bestaan.
Het geloof is de waarheid, verborgen in waan. Het geloof is de kracht van het Eeuwige leven,
dat aan allen maar aan allen ook eens werd gegeven. Verbergt Gij het geloof, of draagt Gij het
open met U mee? Zonder geloof vindt Gij geen vrede, vindt Gij op 's Levens woeste zee geen
wind, die verder wil geleiden U tot laatste haven, tot het laatste strand. Slechts het geloof, dat
kan U leiden. Het is de greep van 's Heren Hand.
Ik dank U voor uw aandacht.
Goeden avond.

SAGEN EN LEGENDEN 45
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

6 januari 1955
Goedenavond vrienden,
Nu, als U de eerste keer de ietwat taaie materie van “Sagen en Legenden” hebt moeten
doorworstelen, dan kunnen wij vandaag met grote vreugde beginnen aan het onderwerp, de
verschillende

LES 4 - EDDA’S, VEDDA’S,

etc. Ik heb de vorige keer als verteld, waarom wij met sagen en legenden moesten beginnen.
Maar eigenlijk is dat, omdat die sagen en legenden er aan vooraf moeten gaan, opdat U het
drama kunt begrijpen, dat zich met de oude wijsheid afspeelt. Op het moment, dat zij
werkelijk te boek wordt gesteld om ook, wanneer zij niet tot de priesterkaste of een bepaalde
uitverkoren kaste zal behoren, deze boekwerken te lezen en de daarin staande kennis tot zich
te nemen. Het is nog niet zo lang geleden, ik denk een paar duizend jaar, dat in China
degenen werden vervolgd, die bepaalde geschriften over de leer van Tao in hun bezit hadden.
Achthonderd jaar geleden hebben de Brahmanen hernieuwd een aantal werken aan de
openbare omloop onttrokken, omdat zij, nu ja, kennis ter beschikking stelden van personen,
die men die kennis liever niet gaf. De treurige geschiedenis begint op het moment, dat de
wijzen zich terugtrekken in de geborgenheid van het hoogland. Op de hoogste bergen hebben
zij hun kloosters. Met de hen bekende middelen groeven zij tempels in de harde rots, leggen
zij hun grote bibliotheken aan en sturen zij hun zendelingen uit. Maar er moet iets vastgelegd
worden voor het nageslacht. En zo, eerst in beeldschrift, soms nog in het oud-Atlantisch
bloemenschrift, zelfs later meer en meer in letterschriften, die, zij het niet direct lijkend op de
U bekende vorm, dezelfde mogelijkheden biedend, worden de bibliotheken gevuld met de
wijsheid der zendelingen en der ouden, waarin doorklinkt het geërfde van de wit-magiërs van
Atlantis, maar ook tevens de grote wijsheid, die wordt verworven in het eenzaam geestelijk
uitgaan over de wereld. De vorm der Edda’s en Vedda’s is vaak die van een historie of die van
een vraagspel. Een dier boeken is in uw tijd de grondslag geworden van de theosofie, zoals U
misschien wel gehoord heeft: het bekende boek Dzjian. Ook dit behoort eigenlijk in wezen
thuis onder de Vedda’s. Ook dit is geschreven in stanza, in een dichterlijke vorm en er is een
versleutelde taal gebruikt, die niet zonder meer door iedereen begrepen kan worden. Wij
zullen dan beginnen in de oude tijd. En waar het ons toch om gaat om de geestelijke
ontwikkeling van de mens, de mensheid, een paar van die spreuken onder de loupe nemen.
Tenminste, als U daar genoegen mee neemt. (Zeer gaarne). De Vedda, waar ik dit uit aanhaal
wordt wel genoemd: “Het lied van de Vorst van de Zee”. Het is een eigenaardig iets in
verhalende vorm en doet ons soms denken aan een sprookje. Maar de daarin ingevoegde
dialogen en monologen zijn van een buitengewone diepte en wijsheid. Daar schrijven zij en
vergeet U niet, dat is zeker acht- of negenduizend jaar voor uw tijd: Zo zag hij op naar de
sterren en sprak:
“Gij Machtige, die daar woont, broeder mijns harten, hoe kan ik ontplooien de vlucht,
die mijn ziel wil nemen?”
En het antwoord kwam op een straal gedaald:
“Geef Uzelf aan het Al, want al zijt gij vorst der zee, zolang het Al zich weerspiegelt in
uw grootsheid, al zult gij blijven, zolang gij niet weigert te erkennen de kusten, het land
en de luchten.
Er zijn de dingen en de eenheid is voor ieder, die haar begrijpt. een sprookje. Een heel
eenvoudig en aardig sprookje, maar ondertussen, daar zegt me eventjes zo’n oude dus, dat de
sterren aparte lichamen zijn en weten een esoterische wijsheid van de eerste klas. Daar wordt
verder eventjes een filosofie over het zijde opgezet, waarbij de meest moderne gegevens
van... hoe heten die kunsten, psychologie en diepte-psychologie en het onvolwassen broertje

46 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

para-psychologie eigenlijk net aan beginnen te knibbelen. Dat wisten zij toen, dat zetten zij
toen zo eenvoudig neer. Of als U een ander voorbeeld wilt van het meer abstracte, dan hebben
wij hier enkele stanza’s van zeer vroeg Perzische oorsprong en maakte later in de Ishtar-
dienst, godin van de vruchtbaarheid, o.a. bij de Babyloniërs, nog deel uit van de kern van de
geheime leer.
“Ik vraag U, waarom dus mijn ziel naar kennis dorst. Zo Uw ziel dorst kan niemand ze
verzadigen dan gijzelve. Maar ik kan niet verzadigen mijne ziel. Zo zal zij sterven. Ik wil
niet sterven. Zo grijp niet naar de waarde der wereld, maar naar de kracht der
vruchtbaarheid, die in U ligt, want in U zijt gij vruchtbaar en al wat ik doe bloeien en
groeien, kunt gij doen bloeien en groeien. Al wat ik het mijne noem, is het Uwe en
meer.”
(Hoesten). Het is er weer naar hé? (Gelach). Maar om op Ishtar terug te komen, het aardige
is, dat het laatste antwoord, ik zal die rest er maar tussenuit laten, m.i. de kern van het
probleem der menselijke wording, volledig raakt. Er staat:
“Gij zegt, dat ik scheppen kan, wat ben ik?”
En dan geeft deze, die hier als leermeester optreedt, een antwoord, dat m.i. zo verbluffend
goed is:
“Gij zijn adem en niet meer, maar adem zijnde voedt gij het lichaam, dat U tot zich
neemt. Voedende het lichaam, maakt gij U zelf tot deel ervan. Zo zijn wij beiden een
ademtocht van het Onkenbare, waar vele lichten en vele krachten in U leven. Daar zijn
wij slechts een vluchtig ogenblik, maar wij komen als ogenblik tot het Grote, dat niet
genoemd mag worden en daar zijn wij gelijk, ofschoon ik hier de Moeder ben."
Moeder is hier overdrachtelijk, zoals de Katholieken spreken van Moeder Maria. Dat is zo
verbluffend fijntjes: een adem, dat bewijst toch wel, dat die mensen toch heel wat gedacht
moeten hebben over de problemen, dan je op het ogenblik zou zeggen. Dat is me zo’n periode,
die ze hier nog zo’n beetje als een stenen tijdperk rekenen, of het eerste brons en daar zit me
iemand, die zegt: “De mens is de Adem Gods”. Toen was er nog geen Bijbel, nog geen Joodse
overlevering, maar Mozes heeft wel de moeite genomen, om dat mee te verwerken in het
scheppingsverhaal, hoor. “Adem van God”. Wat is adem? Dat is iets wat je uitblaast en wat je
weer inhaalt. Er zit iets in van het vliedend en weder slinkend Al. Dan het mooie: “Hier ben ik
uw Moeder”, m.a.w.: “Hier is de Godin de kracht en de ander moet die kracht accepteren,
maar daar zijn wij gelijk’”. M.a.w. daar is helemaal geen Einstein voor nodig. Aardig, hé? Nu
gaan wij een paar stapjes verder. Er bestaat een heldendicht, de Upanishads, waarin wordt
gezegd tot een vorst, die uitgaat, de vader spreekt tot de zoon:
“Wanneer gij gaat en vrede biedt, zo zal men U zwak achten. Zo zeg ik U, bied de vrede
en wapen U voor de krijg; zij, die de vrede aanvaarden, zullen uw bondgenoten zijn,
maar zij, die uw vrede verwerpen en denken een slachtoffer te vinden, die overrompelt
gij in uw sterkte”.
Dan zegt de magiër, die in het spel optreedt er zo heel lekker nuchter achter aan:
“En zo handel met Goden en demonen”.
Heel nuchtertjes, hé? Je zou zeggen, wat moet je met zo’n verhaaltje aan, het is aardig. Maar
als dat “Goden en demonen” er ook nog bij staat...? Die oude vader was een handige politicus,
die zouden ze op het ogenblik best in Rusland kunnen gebruiken. Daar voeren ze dezelfde
politiek, nietwaar? Maar die magiër: Handel zo met de Goden en demonen. Als je dat nu eens
eigenlijk ging toepassen. M.a.w. of je nu de duivel tegenkomt, nietwaar?, of de Vader zelve,
zeg tegen die: “Vrede zij U”. Wens ze vrede, val ze niet aan, dat doet de slechtste geest. Biedt
ze vrede, maar zorg, dat je ze aan kan.
Zorg, dat je voorbereid bent op een overrompeling. M.a.w. die magiër zei daar zo heel
nuchtertjes: “Denk erom, er is niets, dat je vertrouwen kunt in de wereld buiten jezelf”. En dan
staat er een eind verder in het verhaal, het is zo ongeveer 104 of 106 stanza’s verder, hoor.

EDDA’S EN VEDA’S 47
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

Daar wil ik van af zijn. Maar daar staat ook weer iets en als je dat dan hier weer bij voegt, dan
krijg je een idee in het geheel. Daar staat nl. dit:
" Vorst, hoe zal uw rijk bestaan, wanneer gij niet zijt, want gij draagt het in U en uit U
is het geboren."
Een oppervlakkige lezer denkt, dat het een compliment is van een hoveling, maar voeg het
eens bij elkaar. Wij mensen, we zijn toch, als we op aarde zijn, of in de geest, of als we in de
sferen verkeren, dan zijn we ook eigenlijk de vorsten van ons rijk. Wat wij leven en beleven,
dat bestaat niet zonder ons. Maar we moeten het in ons dragen, want anders kan het buiten
ons niet bestaan. Kijk, U begrijpt wel, dat dergelijke leerstellingen getolereerd worden; de
meesten begrepen dat toch niet. Maar er waren ook leerstellingen bij, die van sociaal belang
waren. Zo b.v. aan het begin van de Brahminse beschaving; een boek met leringen en wetten
en daar staat o.a. dit in:
“Zo uw bewustzijn is, zo zult gij zijn en gewaardeerd worde, alle dingen volgens de
krachten, die wonen in de mens. Wanneer er één is, die niet kent de wetten en niet
onderscheidt: Rein en Onrein, zo zal hij uitgeworpen zijn, wanneer hij echter de orde
handhaaft en het land bebouwt, zo zal hij geacht zijn als behorend tot de gemeenschap.
Maar minder is hij, die handel drijft, want wat de boer wint, moet de handelsman
brengen, opdat rijkdom heersen over het land”.
Aardig gezegd, maar gaat verder en nu staat er in:
“Hoe zal de handelsman kunnen vervoeren zijn waren en brengen de welvaart, wanneer
niet het zwaard des krijgsman hem beschermt. Zo boven deze achten wij de krijgsman,
maar boven allen staat de wijze, want indien de wijsheid het zwaard niet leidt, de
handelsman niet regeert, de boer niet helpt om te verbouwen, dan zal het land
verarmen en dan zal de woestijn liggen, zoals zij eens lag voor onze voorvaderen”.
Nu, toen dat boekje uitkwam, zo’n vijftig, zestig exemplaren, overigens geschreven op een
soort linnen papier, toen, nu ja, kon iedereen dat nog lezen, als hij dat in handen kreeg. Het
ging net zo lang, tot op een gegeven moment er een Brahmaan was en die zei: “Ja, maar wij”
en daar bedoelde hij niet zichzelf door zijn geestelijke wijsheid, maar door zijn kaste, zijn
stam, “moeten zorgen, dat de anderen dit niet lezen, want als zij zich de wijsheid verwerven,
zij zij onze gelijken, laten we dat boekje maar wegsluiten”. En dat ging niet en toen heeft die
goede man een groot aantal exemplaren laten publiceren, er een hele hoop schrijvers voor het
werk gesteld, maar daar waren juist deze zinsneden, die ik hier citeer, weggelaten. Want er
zou eens een boer moeten komen, die dacht, dat hij ook een Brahmin was, dan had hij
misschien een wijze kunnen zijn. Maar wijsheid brengt nog geen tafelmanieren, geen rijkdom,
geen opvoeding met zich mee en daarom hielden ze het liever onder zich, begrijpt U? En die
onderonsjes, die zijn de dood geweest, of althans de schijndood van heel veel grote
rijkdommen, die er op deze wereld tot uiting kwamen. We zien praktisch overal dergelijke
dingen gebeuren. Bij de Noormannen hetzelfde, ook daar worden bepaalde leringen
onderdrukt en geschrapt uit de boeken, omdat ze de heersende kaste tezeer op het hart
drukken, dat niet alleen het zwaard, maar de liefde van diegenen, die U dienen daardoor U tot
heerser maken. Voor dat soort liefde voor hun naasten voelden de heren niet veel. Het
vreemde is, dat zinsneden in de heldenverhalen van IJsland wel bewaard zijn. Daar vinden we
dat meer in “reincultur” en dat is begrijpelijk. Kijk eens, IJsland.... daar hebben de mensen
een hele tijd afgesloten gewoond van alles en daar kon zich een democratie ontwikkelen,
waarbij eigenlijk deze herenmethoden nooit meer konden leiden meer dan tot het bezit van
een grote hoeve en daar was het mee afgelopen. Daar in het IJslandse Thing, in de Edda, in de
IJslandse versie, is nog het meest van de oude Noorse waarheid bewaard gebleven. De
Schotten en zo, die hadden het ook. Trouwens heel Engeland en Ierland. Maar het
eigenaardige is, dat de invloed van het Christendom, dat daar te vroeg kwam met een groot
gedeelte van die verhalen een Christelijke vorm heeft gegeven. Zo bestaat er b.v. een oud-
Keltische overlevering voort, in een volksverhaal, dat wordt genoemd: “De wondere reizen van
St. Brandaan”. Daar heeft U wel eens van gehoord? Nooit van gehoord van die Heilige?
(Neen). Dat was een heel eigenaardige man. Deze Heilige, nl. die vertikte het doodgewoon om
te gaan prediken, waar hij moest en ja, op een gegeven ogenblik, toen zetten ze hem neer en
48 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

zeiden: “Je moet gaan”, toen stapte hij in een bootje; daarin kwam de duivel zitten en die
blies in het want en in plaats, dat Brandaan kwam, waar hij wezen moest, nl. op het eiland
Man, kwam hij terecht ergens aan de Noordpool, en daar ontmoette hij verschillende eilanden,
o.a. ijsschots, waarop de verdoemden door het vuur van het ijs, heel aardige uitdrukking,
gekweld worden. Hij komt op het glazen eiland, waar niemand eigenlijk goed leven kan als
mens, omdat alles doorzichtig is. Hij ziet monsters en draken van de afgrond en uiteindelijk,
dan boet hij door te prediken voor wezens, die hij vroeger verworpen zou hebben. En vanaf
dat ogenblik kan hij weer in zijn trog, het is een baktrog, die hij als boot gebruikt, stappen en
dat ding vaart regelrecht, zonder dat er een duvel bij te pas komt, regelrecht naar Engeland,
waar hij dan Abt wordt van een klooster. Dat is natuurlijk een Christelijke sage geworden.
Maar de achtergrond ervan brengt ons dichter bij het ros Sleipnir, dan dat het ons brengt bij
de Christenheid. Het is begrijpelijk. De ouden wisten ontzettend veel over de krachten der
natuur. Dit werd natuurlijk vastgelegd onder godennamen. Heeft U zich wel eens
beziggehouden met de familie-eigenschappen... Ik merk, dat ik van mijn onderwerp afdwaal.
Maar dat is niet erg hé? (Neen). Da familie-relaties, die de goden onder elkaar hebben? Dat
gaat zover en blijft nu nog gehandhaafd in volkengebruiken, want dat de beestjes, hoe heten
ze, de rendieren, waarmee onze waarde vriend, de kerstman, de Sinterklaas van Amerika en
Duitsland, die van de noordpool komt. Van de noordpool. Ook weer zo aardig. Die heten
“Donner und Blitzen”, donder en bliksem. En nu moet je eens opletten. Die goden, zij zijn
allemaal met elkaar verwant. Maar zij zijn altijd te delen in paren, die als eigenschap elkaar
aanvullen. Zij zijn dan onmiddellijk gehuwd of verwant met anderen, die dan precies het
tegenovergestelde zijn. Trouwens, dat hadden de Grieken en Romeinen ook. Jupiter had een
vrouw, die was zeer op decorum gesteld en als de oude heer Jupiter er tussenuit kneep om
onder de mensen te gaan dwalen, dan dwaalde hij heus niet alleen. Maar dan was zijn
jovialiteit iets, dat in evenwicht, in balans werd gehouden door zijn gade, die op de Olympus
zat te spieden, waar haar echtgenoot was. En, o wee, als hij thuis kwam. Ieder ander kon hij
met zijn bliksemschichten neerslaan, maar tegen vrouwlief schijnt hij het nooit geprobeerd te
hebben. Al die dingen wijzen op een kennis van de krachten der natuur, maar ook van de
menselijke ziel, de menselijke geest zelf. Daaruit kunnen wij concluderen, dat de geestelijke
ontwikkeling van bepaalde delen der mensheid al in de verre oudheid zeer hoog was. Wanneer
wij dan verder zien, dat in de... Ik meen ook... ja, in de Quesam van de Upanishads staat dat,
geloof ik. Ja. Wat daar gesproken wordt over het kleine en het grote en wij daar een
beschrijving krijgen, die, als je ze ontcijfert, doet denken aan een molecuul, aan een stoom
aan de ene kant en aan een zonnestelsel aan de andere kant, dan zeg je: Technisch wisten zij
schijnbaar ook nog al wat, die heren. Er was dus inderdaad in deze tijd een zeer grote
wijsheid. Dan wordt de eerste vraag, die wij ons zelf gaan stellen natuurlijk. Maar waar blijft
dan die wijsheid? Waarom wordt zij nooit geuit? Waarom komt het niet naar buiten toe?
Daarom heb ik aan het begin van mijn praatjes, dit een drama genoemd. Het eigenaardige is
nl. dit: veel mensen begeren voor zichzelf esoterische, occulte of magische kennis. Zij zijn zeer
blij, dat de geschriften der oudheid voor hen bewaard blijven. Zij lezen ze volgaarne en
bestuderen ze. Maar zij gunnen niet aan een ander diezelfde kennis. In de oude tijd was dat
misschien nog heviger dan heden ten dage, maar de mensen, die gunnen elkander nog eerder
stoffelijke dan geestelijke rijkdom. Nu wordt het hele verhaal verder... Ach, laat ik het ook niet
helemaal vertellen. Het wordt een geschiedenis van bloedvergieten, van onderdrukking, van
ijdele zelfverheffing. Dat gaat zover, dat op den duur, al wat overblijft, een verwaterde versie
van het oorspronkelijke is. Er zijn versies bij, die zeer schoon zijn, zeker. Maar vaak zijn er
juist de coupletten uitgelicht, die ze zo belangrijk maken. Hier hebt U b.v. een paar coupletten,
die verloren zijn gegaan.
" Hij daalt en hij neemt het kleed. Gewapend met licht trekt hij uit, omdat de plicht hem
roept. Gegord tot de strijd werpt hij de schijf. En zie, de vijand wordt overrompeld en
verwonnen. Gaande tot hen, de verslagenen ziende, zag hij zijn eigen beeld en heeft
zich zelve gevraagd: "Doodde ik niet mijzelve?" Het slagveld werd eenzaam, somber en
verlaten met het kreunen en kermen der gewonden. Toen verhief zich een stem en
zeide: "Zie, je hebt jezelve gedood." Hij is heengegaan in eenzaamheid en zat en
overdacht. De jaren vervloden als dagen, tot in hem een kracht voer, om wederom de
wereld in te gaan. Wederom droeg hij het glanzende kleed en wierp hij de schijf naar de

EDDA’S EN VEDA’S 49
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

vijand. Maar hij wierp de schijf slechts, wanneer hij zelve faalde. Wanneer hij dan
eenzaam was op het slagveld, zo klink zijn stem: "Bitterheid, wie heb ik gedood?" Maar
het antwoord werd het ruisen van de wind en het sprak: "Zie, je doodde de slang, die
woonde in je eigen hart."
Ik weet niet, of ik... Ik hoef het niet te interpreteren, geloof ik, U snapt het zo wel. Dit is een
deel van een heel groot heldendicht. Maar dat soort dingen wordt eruit gegooid. Wat er dan
overblijft, dat lijkt dan op... Nu ja, ik heb horen zeggen, dat ze van de meesterwerken der
literatuur tegenwoordig beeldromans maken. Zoiets als "Jozef in Dothan" in Technicolor. Je
hoeft er niets bij te lezen. Daar lijkt het wat op. De waarde, de geestelijke waarde, ging er uit
teloor. Juist daarom is het zo moeilijk om over die dingen te gaan praten. Het zou prettig zijn
als ik tegen jullie zou kunnen zeggen: Grijp maar naar die en die vertaling, dan heb je die en
die Vedda. Er bestaan b.v. drie of vier verschillende vertalingen in het Engels, waarin een
groot deel van de Upanishads is opgenomen. Er bestaan meerdere Vedden, die vertaald zijn in
het Duits, in het Frans of in het Engels. Maar die vertalingen zijn allemaal genomen van
recente exemplaren, aan de meesten mankeert de sleutel. Dan komt er een ogenblikje, zoals
in elk drama, toch weer een straaltje zonneschijn. Want degene, die deze wijsheid geschapen
hebben, die deze wijsheid aan de mensen gegeven hebben, die hebben dat wel kunnen
voorzien. En zo sluimeren op het ogenblik in de bergen, of soms onder de woestijn in geheime,
zeer geheime bibliotheken, werken, die duizenden jaren oud zijn. Wanneer het totaal verteerd
wordt door de roest, of wanneer het hout vermolmt, dan wordt het zorgvuldig door de erfelijke
bewaarders gekopieerd. Zij weten vaak zelf niet, wat zij kopiëren. Zij kunnen het niet eens
lezen. Zo zijn die werken duizenden jaren in stand gebleven en bestaan zij vandaag aan de
dag nog. Elke keer, wanneer het mogelijk is, wordt weer een klein deel daarvan aan de
openbaarheid prijsgegeven.
Nu ben ik eigenlijk met het onderwerp zelve bijna klaar. Het is niet lang vandaag. Nu ja, ik heb
toch nog genoeg om over te praten.
Mag ik even vragen? Wie bepaalt of het mogelijk is? U zei: "Als het mogelijk is, worden ze
aan de openbaarheid prijsgegeven."
Ze worden aan de openbaarheid prijsgegeven, als dat mogelijk is. Dat wordt beslist door de
meesters van de boekbewaarders. En die behoren uit de aard der zaak tot degenen, die aan de
grote magische plechtigheid deelnemen, eenmaal in het jaar. (Weet ...?). Zij wonen in de
kloosters, die men meestal niet kent. Het zij zo een beetje de Broeders van een Broederschap,
die de erfgenaam is van de eerste wijzen van het Lemurische tijdperk; die in de Atlantische
periode behoord hebben tot de bergpriesters, of witte priesters en vandaaruit verder en verder
zijn gegaan en vandaag aan de dag hun orde en gemeenschap nog hebben leven hier op deze
wereld. Die bepalen, wanneer het tijd is. Nu mag er natuurlijk wel zo'n vliegende kraai als ik
ben, ook komen onderzoeken en dan zien ze je heus wel, hoor. Dan denken zij: Ach, laat hem
zijn gang maar gaan. Want ook hij zal niet uit kunnen spreken, op hoe een manier dan ook,
wat wij nog geheim willen houden. Het gaat er nl. om: Kan de wereld het begrijpen? En als je
nu rekent, dat iemand, die in zeker opzicht toch zeer begenadigd was als een Blavatsky, niet
kon komen tot een juiste interpretatie van het werk, dat zij te lezen kreeg; zij wist meer, dan
zij mocht openbaren, maar toch kon zij het niet juist interpreteren. Zij wilde haar persoonlijke
visie er ook mee doorzetten. Dan begrijp je wel, dat een gewoon mens er toch niets aan heeft.
U zei bij het tweede voorbeeld: "Hij nam weer het kleed en hij wierp de schijf, maar dat
deed hij, als hij faalde en toen hij vroeg: Wie heb ik gedood?, kreeg hij als antwoord: De
slang in uw hart". Wat wordt daar eigenlijk mee bedoeld?
Ja, nu ga je me pas een uitleg vragen. Ik zal hem dadelijk geven, maar dan maak ik eerst dit
onderwerp af. Is dat goed? (Ja, zeker). Kijk eens aan. De geschiedenis van de Vedden en
Vedda's is de geschiedenis van de mensheid. De mensheid, die te materieel denkt en streeft,
soms tijden lang, om in staat te zijn deze dingen te waarderen en te begrijpen. Zij worden
gemaakt tot een soort fetish, een soort van toverboek, of zij worden gemaakt tot het strikte
geheim van een zeer klein en select groepje mensen. Maar altijd weer gaat, ondanks het
menselijk geweld, de tijd voorbij en komt er een periode van geestelijke opleving. Wanneer die
periode komt, dan liggen die werken, al die oude wijsheden klaar om aan de mensheid te
worden medegedeeld, opdat niet een moment van vergeestelijkt menselijk denken voor de
50 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

mensheid verloren gaat. Dat is de grote betekenis, die deze Vedden en Vedda's hebben. En nu
gaan wij dan even met die verklaringen beginnen, maar die horen eigenlijk niet eens bij het
onderwerp zelf, hoor. Dat gedichtje, hé, die stanza, die ik aanhaalde, moet je zo interpreteren:
De held van het verhaal kunnen wij rustig noemen: de mens. Die mens gaat uit in de wereld
en begaat zelve fouten, maar hij heeft wapens gekregen. En wanneer hij nu een fout maakt,
probeert hij dit op de buitenwereld te wreken. Dan ontstaat er een ontzettende verwoesting.
Dan blijft hij alleen achter en vraagt hij aan al die mislukkingen, die ellenden, die rond hem
geschapen werd hierdoor: Ja, wie heb ik nu eigenlijk verslagen? Want als hij kijkt, wie hij nu
eigenlijk gedood heeft, dan is het zijn eigen leven, zijn denken, zijn ideaal, wat hij kapot
gemaakt heeft. Hij krijgt dan het antwoord: Dat ben jezelf. Maar de tweede keer, na rijpelijk
overdenken, dan gaat die mens uit de eenzaamheid weer de wereld in, want hij hoort in de
wereld. Buiten de wereld kan hij niet bestaan. En hij dezelfde wapens. Wanneer hij nu faalt,
wanneer hij nu weer een fout maakt, dan herkent hij dit. Dan bestrijdt hij niet de mensen
omentwille van de fout, maar de fout zelve. Dat betekent ook een hoop, dat betekent
zelfoverwinning. Daardoor komt hij dan ook op een moment tot de vraag: "Ja, maar mijn God,
waarom ik? Waarom heb ik dat nu gedaan en hoe zit dat nu in elkaar?" Als hij die vraag stelt,
dan krijgt hij dat antwoord: "Gij hebt niets verslagen, dan de slang in uw hart" En wat is de
slang? De slang is een symbool van wijsheid; de slang is een heilig dier in Indië. Een symbool
van wijsheid, kracht en bovennatuurlijk vermogen. Maar wanneer sommige krachten van
bovennatuurlijk vermogen leven in in ons leven, dan kun je dit noemen een bezetenheid.
Wanneer je jezelf overwint, overwin je niet je eigen persoonlijkheid, maar vreemde krachten,
die meewerken in je en er niet in thuis horen. Op het moment, dat je dat doet versla je dus de
slang. De valse wijsheid, die van jezelf niet is, maar woont in je eigen wezen. Erg hé? Als jullie
dat interesseert, heb ik nog wel een paar van die kleine dingetjes. (In koor: heel graag). We
hebben nog wel even de tijd. Dus we behoeven niet zo te haasten. Jullie weet het: als ik
vervelend word, alleen maar zeggen: Franciscus. Dan houd ik heel nederig op. (Zover komt
het niet). Ach, wat zal ik daar nu van zeggen? Je kunt nooit weten. Nu dan. Er bestaat een
eigenaardig boekwerk, dat als ik de titel probeer te vertalen, genoemd kan worden: "Het boek
van het heilig Recht en de Wet, zoals zij staan in de Bergen". Je zou zeggen: hoe komen wij
aan zo'n titel, hé? Nu, dat was vroeger de mode hoor. Trouwens in mijn tijd werden er ook nog
boeken uitgegeven, waarvan de titel een heel blad in beslag nam. Enfin. Er staan dan heel veel
opvallende dingen in. Maar één daarvan vind ik bijzonder aardig. "Wie een steen zoekt",
hiermee wordt waarschijnlijk een kristalzoeker in de bergen bedoeld, "moet haar kennen om
haar te vinden". Dus je moet nooit iets zo maar in het wilde weg gaan zoeken, maar je moet
weten, waar je naar gaat zoeken. Het is een zware taak, zegt dat boek, om te vinden. En heeft
men gevonden, zo is daar niet de edele glans en het tinkelend licht, dat het hart des
beschouwers verheugt, m.a.w. als je het vindt, wat je zoekt, denk dan niet, dat je ineens
"Halleluja" kunt roepen en dat je door de wereld kunt dansen, als een pas geboren lammetje,
daar is helemaal niets van waar. Als je een waarheid vindt, dan ziet die er helemaal niet mooi
uit. Zoals het hier in het boekje staat: De gevonden steen is vaak ruw en hatelijk. Zij kwetst
de handen en geeft geen lust aan het oog. Daar zit ook veel waarheid in. Wanneer je naar de
waarheid zoekt, dan kun je er je vingertjes aardig aan verbranden, heel erg branden zelfs.
Want dat gooit daar zo maar je hele lieve levensbeschouwinkje overhoop. Je zou ineens anders
moeten gaan leven en dat wil je niet. Je hebt die waarheid en als je haar niet laat vallen, maar
je houdt haar vast, dan doe je je handjes zeer. Nu is dit boekje wel heel aardig, maar er staat
een uitlating in, die zou ik voor iedere aanwezige hier wel eens willen bevelen.
Doch ongeacht het leed en lijden draagt hij de steen naar het dal. En daar, door de zorg van
de polijster wordt uit de ene steen een veelheid van kristallen, die zijn de vreugde van de
beschouwer en de schat van de bezitter. Je moet niet denken, dat als je een waarheid hebt,
dat je een grote waarheid kunt hebben. Dat gaat niet, daar kun je niet mee leven. Maar
wanneer je die waarheid gevonden hebt, dan moet je haar polijsten, totdat je eerst de
schoonheid ervan ziet; dan moet je haar zo delen, dat je in vele kleine waarheden, de grote
waarheid bij je kunt hebben.
Leuk, hé? Wat wisten die ouden dat allemaal mooi symbolisch te zeggen. Nu is er in diezelfde
bibliotheek nog een boekje en dat heeft niet eens een naam. Het is waarschijnlijk al heel oud.
Het is op leer gegrift. Daar heb ik heel wat moeite mee gehad, voor ik dat aankon. Als je dat
EDDA’S EN VEDA’S 51
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

schrift ziet, nu ja,... Het lijkt, of er een paar vliegen met een worm gevochten hebben, terwijl
ze onder de inkt zagen. (Gelach). Ook dat is een treurige waarheid. Hoe meer je zoekt naar
het exclusieve, naar het bijzondere, hoe meer moeite je jezelf moet getroosten en hoe meer
kans je hebt, dat je tien keer bekocht uitkomt, voordat je een keer beet hebt. Maar hier had ik
dan toch wel beet, vind ik. Daar staat iets in over licht en over kleur. En nu zal ik dat maar
heel vrij vertalen, want als ik het in de zuivere vorm doe, dan snappen jullie er ook geen p.
van. Als jullie nu rekenen, dat het ons in jullie tijdrekening ongeveer drie weken heeft gekost,
voordat ik begreep wat het was. Ik voelde aan, dat het goed was en dat het mooi was, maar
vóór dat ik het snapte, weet je. Dus ik zal het maar een beetje gemakkelijker maken, dan
kunnen jullie het misschien ook in drie weken af. Dat is geen ijdele zelfverheffing, hoor. Maar,
nu ja.
"Het licht breekt in de lucht en het water. De lucht en het water dragen het licht. Het licht is
onzichtbaar en wordt eerst tot licht, wanneer het breekt. Het licht, dat breekt echter, is
werkelijkheid in uiting van een kracht, die men niet aanschouwen kan".
Nu, daar zullen wij eerst maar eens mee beginnen. Een hartig brokje. Dat het licht breekt in
lucht en water zullen jullie zo wel aannemen, hé? Dat is uiteindelijk tegenwoordig
natuurkunde. In die tijd was het misschien wat bijzonders. Maar nu gaan zij verder: "Het licht
zelf zou niet tot uiting kunnen komen," dat zeggen zij eigenlijk, "als er geen lucht en water
waren". Dus wat wij licht noemen wordt gedragen door de elementen, waarin wij leven. Dat
vind ik heel belangrijk, want wij kunnen nu wel zeggen: "Daar is God", maar God kunnen wij
nooit kennen dan door de elementen, waarin wij leven. M.a.w. het Goddelijke uit zich alleen
voor ons, wanneer het in een middenstof komt. Wij moeten dus niet alleen maar God zoeken
ergens in de ruimte, maar in een bepaald iets. En dan zal het in de geaardheid van hetgeen wij
beschouwen, zich voor ons kunnen uiten, het Goddelijk Licht. Aardig, hé? Nu wil ik niet alleen
daar mee bezig blijven; ik wil jullie ook niet spreken over de schone werken van andere
geaardheid als de "Kama Soetra", die met vele andere Soetras toch uiteindelijk ook onder de
Vedden, de overleverde wijsheden behoort. Maar ik zou jullie toch een klein stukje van andere
geaardheid aan willen halen. Dan komen wij nog even terug op dat geschriftje, waar ik het net
over had. Er staat nl. geschreven in één van de vrolijkere beschouwingen: "Wanneer de man
een vrouw neemt, zo denkt hij te nemen en in het nemen te geven, maar hij wordt genomen
en verkrijgt de gave van zijn leven". Nu weet U, dat het officieel zo is, dat de man de vrouw
neemt. Het is niet zo als hier, dat het een soort van loterijtje is, of de jongen het meisje, of
het meisje het aanzoek doet. Maar dan wachten wij maar tot de jonge man op aanraden in
instigatie van zijn ouders, of van zijn raadgevers, een meisje heeft uitgekozen. En nu staat het
zo leuk hier: Als die jongeling denkt, dat hij dat meisje een dienst doet door haar te trouwen.
Maar eh... zij laat hem in die schone waan. En voor de rest, als het erop aankomt, blijkt het
dat de vrouw de zaak regeert. Dan gaat het verder: "Want wat gij niet weet in uw jeugd en
niet begrijpt in uw rijpe dagen, zult gij ervaren in uw ouderdom: Niets is krachtiger dan de
liefde van een vrouw, niets is bitterder dan haar tong". Nu, de dames en heren maken voor
zichzelf maar uit, of dat juist is. (Gelach). Maar vrienden, om op dat oude boekje nog even
terug te komen. Er staat nl. ook iets in, dat is dit:
"Wanneer het licht huwt, wordt uit het licht en de kracht, waarmee het zich vermengt,
de kleur geboren. In alle kleur leeft het licht, maar niet alleen het licht leeft, want in de
kleur leeft al, wat is. Zo, wilt gij zien de kleur, schouw naar het licht. Maar wilt gij het
licht kennen, schouw dan naar de kleur, want in het totaal van de kleuren is uitgedrukt
het totaal van het licht. Doch de eigenschappen van het licht, kent gij niet in het licht,
maar in de kleur, waarin zij tot uiting komen."
Heeft U dit goed kunnen volgen? Anders moet U het maar eens goed nalezen. Wij kunnen het
licht misschien wel zien, wij kunnen misschien God zien, maar wij komen toch nooit tot een
begrijpen van God. Hij is een toestand voor ons en niet een wezen, wanneer wij naar Hem
schouwen tenminste. Maar God uit zich in de schepping en hij huwt a.h.w. met alle
schepselen. Dus Hij wordt tot Eenheid met alle verschijnselen. En nu komt de kleur naar
voren. Wat is de kleur? Kleur is de weerkaatsing, die het licht veroorzaakt op de materie. Dat
wisten wij toch ook al schijnbaar. Het is een oud wereldje, dat zeg ik U. Wanneer God in de
materie werkt, treedt er iets van dat Goddelijke uit de materie. Wanneer wij nu dit Goddelijke
52 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

zoals het uit de materie tot ons komt, gaan bestuderen, dan zullen wij uit het totaal der
schakering ons een voorstelling van de samenstelling van het Goddelijk Licht kunnen maken.
Wanneer wij dan de delen kennen, krijgt het geheel voor ons een nieuwe, complexere, maar
vollediger en meer persoonlijke betekenis dan anders mogelijk is. Aardig, hé? Nu vrienden, ik
geloof, dat ik het voor vandaag hierbij laat. Per slot van rekening, jullie hebben een paar keer
zo een heel lang betoog van mij over je heen moeten laten gaan, dus deze keer eens een
beetje korter. Dan gaan wij de volgende keer verder en dan zal ik toch weer moeten beginnen
met een paar citaten voor we verder kunnen gaan. Het gaat ons op het ogenblik niet alleen
meer om het ontstaan van de mens. De mens hebben wij nu zien worden tot een ...mens. Wij
hebben het stoffelijke nu zo wat achterhaald. En nu gaat het om de geest. Wij hebben gezien,
dat er tot nu toe bovenlagen zijn, enkelingen in de grote massa, die dat weten. De rest blijft
primitief. Die begrijpt dat toch nog niet. En als het eenmaal zover is, dat anderen dit zouden
kunnen gaan begrijpen, dat hebben wij ook gezien, dan wordt het zo'n soort wedstrijdje, of
men die kennis niet voor ze weg kan houden. Dus zullen we de volgende keer eerst eens wat
van die spreuken gebruiken, om eens na te gaan de toestand van de menselijke geest bij de
eenvoudigen, laten wij zeggen, ongeveer zesduizend jaar geleden. Wij zullen dan verder
proberen het een drieduizend jaar geleden te bekijken en dan ook het heden. Ik zal proberen
om dat met wat citaten te illustreren en dan komen wij zo langzamerhand bij een ander
gebied, waar ik misschien wel heel lang over moet praten, want dan kom ik bij de Goden
terecht. Nu zijn jullie gelukkig, als ik over de Godenwereld moet gaan praten, want ik roddel
niet graag. (Gelach). Maar het zijn maar rare families, die Godenfamilies. Dus wij hebben nog
heel wat voor de boeg. Maar voor vanavond: een prettige avond allemaal. En als ik de
opmerking mag maken: Verwaarloos nu die sagen en legenden en wat ik nu gezegd heb niet
te veel, want je krijgt er nog die Goden bij; het is nog ietwat interessanter dan dit. Dit is weer
meer wat esoterie er door. De volgende keer krijgen wij een hele hoop mythologie te
verwerken. Als we dat ook hebben gehad, dan kunt U uit het schema, dat wij opgebouwd
hebben verder al die nieuwere filosofieën begrijpen. Daar beginnen wij aan, wanneer wij
eenmaal bezig zijn in de nieuwere tijd. Dan gaan wij niet verder meer terug dan drie of
vierduizend jaar voor Christus. (Gelach). Ja, lachen jullie maar eens. Denk maar zo: De aarde
is miljoenen jaren oud, wat is dan eigenlijk honderduizend jaar? Maar dat vraag ik nog niet
eens van jullie. Ik zeg ik ga drieduizend jaar terug. En voor de rest, jullie denken, dat jullie
niet zo oud worden, maar er zitten er hier een paar bij die hebben er al een aardig rukje op
zitten. Dat is heel wat langer. Ja, niet alleen in dit lichaam. Wie dacht daar, dat ik meteen op
wat ouder van dagen aan wou spelen? (Gelach). Zal ik nooit doen. Ik ben zelf ook op rijpere
leeftijd overgegaan. Maar ik zal niet verder gaan babbelen, dat doen we vandaag niet.
Goedenavond allemaal.
Goeden avond, vrienden,
Wij zullen dan nu een onderwerp van U behandelen. Wie heeft er zo'n onderwerp te stellen?
Ja, het gaat om een probleem, waar ik eigenlijk al een hele tijd moeite mee heb. Het is het
begrip "denken". U heeft de vorige keer gevraagd, dat wou zouden zeggen, waarom wij
iets vroegen, hoe wij het zelf zagen en hoe het paste in het geheel. Waarom ik het vroeg.
Ik ben begonnen te vragen aan een docent te Leiden: "Wat is denken?" Toen kreeg ik ten
antwoord: "Een fotografie-toestel kan alles fotograferen, behalve zichzelf". Geloofwaardig,
maar ik vond het geen overtuigend bewijs. Geen overtuigend argument. Toen ben ik verder
gaan zoe... vragen. b.v. bij de psychologie. Maar de psychologie beperkt het denken tot
een mens. En zegt een kind, beginnende bij de baby, is een associatief wezen. Eigenlijk net
zo iets als een dier, daar is nog niet zoveel verschil tussen de gedragingen van de baby en
het dier. Zodat eerst de vraag rijst: "Maar waar begint dan het denken?" Wat is eigenlijk
het denken? Ik kwam er op die manier dus ook niet uit. Hoe ik het zelf zag? Ik ben
begonnen weer met de baby. Gewaarwordingen. Wat wij van de baby gewaar worden zijn
gewaarwordingen van lust en onlust. In hoeverre hier denken reeds aanwezig is, weet ik
niet, maar daar reageert het op en dat heeft het ook weer gemeen met de dieren. Ik meen
zelfs, dat planten reageren met gevoelens van lust en van onlust. Misschien is het
magnetisch aangetrokken worden van ijzervijlsel ook een uiting van lust en het afgestoten
worden van onlust. Het is maar een veronderstelling, weten doe ik het ook niet. Hoe past
EDDA’S EN VEDA’S 53
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

dit nu in het geheel? Dat is voor mij de grote vraag, waarom ik het naar voren bracht. Wij
zijn diep overtuigd van de eenheid van het heelal, maar die overtuiging is meer het gevolg
van begrijpen dan van ervaren. Wil het eenheidsgevoel groeien, dan moeten wij het meer
in ons wezen ervaren. Dan is het alleen maar denken van de mensheid een belemmering
om die eenheid althans te ervaren. Wij worden zelf daardoor in een uitzonderingspositie
gebracht, waardoor ons verantwoordelijkheidsgevoel en ons gevoel van verbonden zijn met
al het niet-menselijke in het heelal weinig of niet tot zijn is gekomen. Nu zou ik graag van
U willen horen, hoe U hier over denkt. Wat denken is, waar het begint en ik welke
samenhang het in het heelal past.
Nu, dat is een aardig brokje, dat U mij daar toewerpt. Daar kunnen wij het voorlopig even mee
doen. Allereerst: denken. Ik geloof, dat wij het denken het best omschrijven, wanneer wij
zeggen: het denken is een realisatie in het wezen van de dingen, die van buiten dit wezen
ervaren worden. Kunt U het hier mee eens zijn? M.a.w. elk wezen, dat ervaart en daar op
reageert moet deze ervaringen in zich zelf verwerken om tot een reactie te komen. Dit proces
is het denken in zich zelf. Het is dus niet te beperken tot de mens, het dier, maar moet ook
evenzeer worden toegekend aan de plant zoals U dat heel aardig zei, ofschoon het voor een
magneet toevallig niet geldt, maar ook zelfs voor de vaste materie in zekere zin. Alles denkt
op een bepaalde wijze. Alles ervaart nl. de eigen plaats in het Al als een kwestie van
tegenstelling tot het Al. Naarmate echter in deze ervaring meer varianten optreden, meer
variaties, wordt het denken uitgebreider. Het denken op zichzélf is een ogenblikkelijke functie.
Maar het kan uitgebreid worden, wanneer wij reminiscentie erbij krijgen, herinnering. Op het
moment, dat je je iets herinnert, ga je dus waarden, die niet meer buiten je, maar wel binnen
je bestaan, vergelijken met uiterlijke omstandigheden. Je denken wordt dan iets meer
gecompliceerd. Wij zien dit bij dieren en ook vooral bij de mens. Te zeggen een baby is gelijk
een dier, is alleen juist ten opzichte van de wijze, waarop de uitingen van de baby door de
mens worden verstaan en begrepen. De veelheid van ervaring, die de baby opdoet in, laten wij
zeggen, de eerste zes maanden van zijn bestaan, zijn voor de grote mensen niet begrijpelijk,
omdat de grote mens allang vergeten is, dat hij zelf met een grote verwondering deze
ervaringen op zich zelf heeft af laten komen en associatief, inderdaad, denkend het één met
het ander heeft verknoopt, kwam tot een herinnering. Een herinneringsbeeld, waaruit
uiteindelijk een uitings- en levens[patroon naar voren kwam. Tot zover duidelijk, ja? (Ja).
Wanneer wij nu dit denken in zijn grootste vorm willen zien, dan kunnen wij als volgt ongeveer
de zaak stellen. De gehele schepping is een Goddelijke gedachte. Een beeld, dat in het
Goddelijke aanwezig was en als ervaring in het Goddelijke geprojecteerd werd. Hoe het buiten
het Goddelijke ontstaan is, weten wij niet, maar wij nemen aan, dat de grootste of hoogste
God niet iets buiten zich heeft en dus slechts in zich ervaren kan. Maar die ervaring moet dan
wel zeer groot zijn, zoals zij in die God leeft en is voor ons onvoorstelbaar. Kunt U hiermee
accoord gaan zover? Of zitten er knopen en haken aan? (Neen). Dan gaan wij verder. In deze
Goddelijke gedachte dus ontstaat een toestand van volledige uiting, waarbij het ene deel der
gedachte zich als een tegenstelling ervaart tot het andere deel der gedachte en als zodanig
zich zijn plaatsing realiseert in het totaal van het gedachtenbeeld. Is dat duidelijk? Wanneer de
gedachte op zichzelf tot een zelfstandig wezen is geworden, in een persoonlijke ervaring van
het brokdeel der schepping, dat zij zijn, kunnen zij de relatie begrijpen. En nu komen wij tot
het begrijpen, wat dus klaarblijkelijk een resultaat van het denken moet zijn. De relatie
begrijpen, waarin zij staan tot deze andere brokstukken van het Goddelijke zal hen
gezamenlijk tot denken brengen. Dan is er niet een denken, maar dan begrijpt de één de
ander en wordt er dus een eenheid geschapen, waarin de wereld zelf zich onnoemelijk
uitbreidt. De ervaring van beide wezens wordt gedeeld door beiden, ofschoon zij slechts door
één der wezens ervaren werd. Hierdoor wordt het gedachtenreservoir en ook de
vergelijkingsmogelijkheid vergroot. Gelijktijdig echter wordt het denken, het ervaren dus van
omstandigheden buiten het eigen "ik" en het verwerken daarvan in het eigen "ik" ook
vergroot. Een tweevoud: tweemaal beleefd door twee wezens elk op hun eigen wijze tegen een
eenling, die eenmaal beleeft. Duidelijk? Wij mogen dus aannemen, dat het denken op zich
zelve de bindende factor is, die het gehele Al in stand houdt en het wezen uitmaakt van het Al.
Dat is, denk ik het waarom van het denken in de grote zin. De macro-kosmische zin.
Microkosmisch echter komen wij ook tot het denken. Wij zien het b.v. bij de mens in een
zuiver stoffelijke vorm. Wij gaan het daar zelfs verenigen met de hersenen en wij gaan
54 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

zeggen: "Kijk, er zijn eiwitcellen, die vatbaar zijn voor electrische trillingen van bepaalde aard,
die gevoelig zijn en daardoor een tegenstand vormen voor sommige stromen en voor anderen
weer een versterking kunnen vormen. Kortom, werken als een soort kristal. Allemaal heel
aardig. Maar achter deze dingen staat iets, wat niet uit de stoffelijke hersenen verklaarbaar is.
En dat is wel het feit, dat de gedachte in zich meer elementen draagt, dan door de onmiddellijk
lichamelijke herinnering plus de lichamelijke ervaringen gewettigd wordt. Hier iedereen het
mee eens? Datgene, wat niet lichamelijk of stoffelijk verklaarbaar is bij de mens, dus ook niet
met de ogenblikkelijke wereldassociatie van het ogenblik te vereenzelvigen zal, moet echter
gezien de geaardheid van het denken ook door associatie en beleving tot stand zijn gekomen.
Zo zijn deze factoren buiten het stoffelijk wezen, waar schijnbaar het stoffelijk denken toch
steeds aan refereert te zien als de ervaring van een ander denkvermogen, dat staat naast of
boven het stoffelijk denkvermogen van de mens. Zover ook nog geen bezwaar? (Neen).
Wanneer wij dus hier op dit moment hier zitten en wij denken en wij verwerken hier stoffelijk
bepaalde problemen, dan komt er een ogenblik van herkenning der woorden, die ligt buiten de
stoffelijke mogelijkheid. Hier krijgen wij te maken met een geestelijke impuls. Er is dus een
geest. En deze geest moet ook kunnen denken, deze geest ervaart. Zij ervaart echter op haar
eigen vlak; zij kan niet alles ervaren, wat de stof ervaart. Maar omdat zij tijdelijk een eenheid
met het stoffelijk wezen vormt, kan zij wel haar eigen deel in het stoffelijk denken en ervaren
vergroten. Omgekeerd kan het stoffelijk wezen voor een groot gedeelte de invloed van de
geest ondergaan. Maar waar vele van de geestelijke impulsen en gedachten te hoog gaan in
trillingsvermogen en voor de stof dus niet b.v. door de hersenen om te zetten zijn in redelijke
reacties binnen de mens, zal een deel van het geestelijk denken aan de stofmens ontgaan,
terwijl het stoffelijk denken van de mens niet aan de geest ontgaat.
Mag ik even iets vragen? Dat iets opvangen van het geestelijk denken, is dat wat wij
verstaan onder intuïtie?
Men noemt het soms intuïtie; men noemt het gevoel; men noemt het neiging. Kortom, de
geest beslist vaak in een zin, die voor het lichaam vaag en onbegrijpelijk blijft over gedachten,
verlangens, factoren, die in de geest leven. Zij geeft daar haar steun aan of verwekt
remmingen. Deze zijn vaak niet redelijk verklaarbaar. En zijn zij redelijk verklaarbaar, dan zijn
zij alleen redelijk voor de mens zelve, maar niet voor het totaal van de wereld, waarin hij leeft.
In dergelijke gevallen hebben wij dus te maken met een geestelijke impuls. Nu hebben wij dan
hier een hele hoop gesproken over denken en wij hebben het woord zelf meerdere keren
gebruikt en gedefinieerd, maar het waarom van het denken hebben wij nog niet behandeld. En
zeker niet van het denken in de mens. Aangenomen, dat een gedachtebeeld wordt geschapen,
waarbij elk der personen afzonderlijk op een gegeven moment in het brandpunt der gedachten
komt en de anderen als een soort scenerie daarbuiten voortbestaan, dan moeten al deze
wezens in zich zelve bepaalde kwaliteiten bezitten en logisch reageren op alles, wat er gebeurt
door of met de persoon, die zich in het brandpunt der gedachte bevindt. Is dat acceptabel?
Ik kan het niet helemaal volgen, dit laatste gedeelte.
Laten wij het dan met een voorbeeld doen. Er is een zoeklicht en dat noem ik de
oorspronkelijke gedachte. Dat is begrijpelijk, hé? Nu heb ik hier een groot toneel en op dit
toneel zijn veertig verschillende toneelspelers aanwezig. Het zoeklicht neemt om de beurt één
van hen fel in het licht en concentreert zich daarop. De anderen zouden dus stil kunnen blijven
staan, maar dan zouden de waarden voor de verdere ontwikkeling van de persoon, die nu net
in het licht van de schijnwerper staat, stilstaan. Dit is niet de bedoeling, dus alles moet
gecontinueerd worden, ook buiten het licht om. Daarom moet gedurende de belichting deze
schijnwerper een bepaald karakterbeeld opleggen, dat zich verder uit moet leven in de
personen. Zodat, ook wanneer niet de onmiddellijke belangstelling, het licht van de
schijnwerper gericht is op die persoon, deze toch mee blijft reageren en voort blijft denken
over en handelen in de omstandigheden, die buiten hem werden geschapen door de invloed
van het licht bij een andere persoon, zodat de groepering op het toneel voortdurend wisselt en
verandert en elk der wezens in de eigen persoonlijkheid voortgaat, maar alleen degenen, die in
het licht staan a.h.w. buiten hun eigen persoonlijkheid en karakter om tot daden en
handelingen kunnen worden bewogen. Is dat duidelijk? Begint het nu iets klaarder te worden
of nog niet? (U praat zo vlug). U kunt het nog wel een keer nalezen, maar ik zal proberen om
het toch nog een keer heel langzaam te zeggen. En dan doen wij het nog veel eenvoudiger.
EDDA’S EN VEDA’S 55
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

Er is een park. In dat park staat 16 bankjes. Op die bankjes zitten in het geheel tweeëndertig
mensen, zestien van elke sexe. Maar in een willekeurige verdeling. Nu gaat er een man rond
met een zaklantaarn; hij schijnt nu eens hier, dan weer eens daar. Hij brengt daardoor in een
zekere verhouding bepaalde paren tot elkaar. Daar zitten een paar dames te praten, daar
zitten een paar mannen te praten, daar vindt een jong stelletje elkaar enz. enz. Maar elke keer
als hij verder gaat valt het licht van die bank weg en blijft zij in het donker. Zouden die
mensen onmiddellijk verstenen en blijven zitten, dan zou die man op zijn ronde nooit een
werkelijke actie tot stand kunnen brengen, omdat de personen, die hij op een moment belicht,
in relatie staan met het park, met de rest van het gebeuren. Begrijpt U? Als hij dan die jonge
man gaat belichten en daarnaast een aardig meisje, dan blijven zij van elkaar af. Maar als de
jonge man eerst tot leven wordt gewekt door het licht en later dat andere licht ziet, dan
krijgen wij het oude verhaal van Adam en Eva, dan gaat hij er onmiddelijk op af. Nu, dat is
toch duidelijk? (Ja). Dat wou ik zeggen. Die voorbeelden trekken altijd, het is eigenaardig!
(Gelach).
Nu, dan zult U dus begrijpen, wanneer ik zeg, dat het een brandpunt van de Goddelijke
gedachte, dat is dus dat licht, zich richt op een persoon. Zodat het gehele scheppende
vermogen op dat ogenblik op die ene persoon is geconcentreerd en die persoon en deze
persoon dus door een wonder, zoals wij dat zouden zeggen, door de Goddelijke kracht
herschapen of veranderd kan worden in elke willekeurige vorm. Hier is geen denken nodig,
want hier is het contact met het Goddelijke en uit het Goddelijke denken zich in die persoon.
Maar als die persoon dan net als een pop in elkaar zou zakken op het moment, dat het
Goddelijke weg is, dan betekent dit in de termen van het Goddelijke dat hij zou verdwijnen,
niet meer zou bestaan. Dan zou er dus geen schepping van een wereld zijn, maar de
schepping van een groot aantal persoonlijkheden na elkaar. Dan zou het zelfs niet mogelijk
zijn om een wereld te scheppen met een persoon erop, want dan zou die wereld apart moeten
worden geschapen en daarna de persoon. Is dat duidelijk? Begint het te gloeien daar ergens,
dat glimlampje, ja? Ja, als U het niet begrijpt, moet U het zeggen hoor. We zitten hier om de
zaak met elkaar uit te vechten. Dus, die Goddelijke gedachte moet meer doen dan alleen maar
één ding in de belangstelling nemen tot leven wekken. Er moet gedurende het ogenblik, dat de
Goddelijke gedachte iets schept en beroert, een deel van deze gedachte achterlaten in het
wezen en wel op zodanige wijze, dat dit wezen logisch kan reageren op alle veranderingen van
de omstandigheden, buiten dit wezen. Plus natuurlijk het blijven reageren op de Goddelijke
gedachte, zodra deze zich voor de persoon of het wezen uit. Duidelijk? Nu, ik hoor weer zo'n
heel twijfelachtig lachje daar, zo half onderdrukt, m.a.w. we zullen het nog wel eens een keer
uit gaan zoeken. Wij willen je niet voortdurend bezig blijven houden met vragen, maar eh...
voor de rest "ho" maar, het is heus niet zo moeilijk hoor. Kijk eens, het persoonlijk denken is
noodzakelijk, opdat het scheppingsplan voortgang kan vinden, want eerst door het ten
opzichte van elkaar reageren en handelen van de schepselen ontstaat een levende schepping.
Dus het persoonlijk denken is eigenlijk al begonnen met de eerste cel?
Inderdaad, dat was er toen ook al. Maar het was toen zeer onontwikkeld. Naarmate en nu
moet U mij niet kwalijk nemen, dat ik dit zeg, hoor, het is helemaal niet bedoeld om de
mensheid te beledigen ermee, maar de mens is ook niets anders dan een combinatie van een
groot aantal cellen. Cellen, die elk voor zich ook een persoonlijk denken hebben, maar die door
hun samenwerking worden vereend in een groter wezen. Dat kunt U toch begrijpen, hé?
Dus het is heel goed mogelijk, dat er nu een niercel zit, die heel ijverig zit te denken over een
stofwisselingsprobleem en dat er iets verder een bloedlichaampje zit, dat zich helemaal niets
van die kwestie aantrekt, maar klaagt over een gebrek aan zuurstof, zoals U dus wel eens zit
te mopperen, wanneer uw portemonnee leeg is, of het eten niet smaakt. Die weten geen van
bede, dat zij in dit lichaam een bijzondere functie hebben. Maar hun werken ten opzichte van
elkaar als een evenwichtig of bijna evenwichtig geheel maken de mens. Dit maakt het
mogelijk, dat dit geheel ten opzichte van de buitenwereld door zijn harmonieus-zijn-zin
zichzelf, als eenheid optreedt en als eenheid ervaart. Dus: handelt. Het denkt als eenheid. Wij
zien natuurlijk steeds grotere groepen samen komen. Het zal niet altijd zo zijn, dat de mens
blijft, maar het zal misschien eens ook zover komen, dat wat er nog van in de stof blijft, wordt
samengevoegd, ongeveer zoals bij de mieren. De mieren, die in een veelheid van lichamen zo

56 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

langzaam aan een eenheid van denken begonnen te vormen. Daar zijn ook luie en ijverige
tussen, hoor. Ze zeggen wel eens: "Ga tot de mieren". Ze bedoelen, daar kun je leren werken,
maar als zij de mieren beter zouden kennen, zouden zij misschien zeggen: "Daar kun je leren,
hoe je anderen voor je moet laten werken". Want dat gebeurt in de mierenwereld al evenzeer
als onder de mensen. Toch is dit een eenheid en een mierenvolk kan dus tegenover de
buitenwereld als eenheid optreden, ofschoon het uit individuen bestaat. Het denkt, handelt als
eenheid en het reageert als eenheid. Begrijpt U? Maar elk individu binnen het volk reageert als
individu. Maar naar buiten treedt het individu steeds op als deel van het geheel. Zo zou dus op
een moment de mens niet meer zijn het denkende wezen, dat je er zo graag van maakt, maar
een denkend deel, dat, zodra het in een harmonieus verband met anderen begint te leven,
deel uitmaakt van een groter wezen, dat niet meer een beperkt lichaam heeft, zoals U het nu
heeft. Het kan bestaan uit een paar duizend lichamen. Misschien niet alleen van mensen. Ik
kan mij denken, dat er een paar paarden en koeien ook tussen zitten. Die werken dan allemaal
samen voor een doel. Die begrijpen elkaar, die werken samen en presteren een bepaald iets.
Dat wat zij presteren vormt een eenheid tegenover de buitenwereld. Dit als eenheid optreden
brengt met zich mede en als reageren op de buitenwereld, zodat het denken voor de grote
samengestelde eenheid wederom ontstaat, waarbij wij dus weer een nieuwe gedachte krijgen.
De gedachte is steeds weer de realisatie van een lichaam tegenover de buitenwereld,
onverschillig of dat lichaam complex of eencellig is. Duidelijk? (Ja). Zijn wij al een beetje
dichterbij gekomen bij uw probleem van denken zo? (Ja). Nu, dat vind ik dan heel erg prettig.
Kijk, dit denken dus zal steeds grotere groepen tot harmonie‘n brengen, want evenzeer als de
cellen op een moment bij haar deling ook haar bewustzijn deelde met de zustercellen en zo de
scheiding a.h.w. veranderden tot een samenwerken tegenover de buitenwereld, zo zullen de
mensen op den duur ook gaan doen, zo zullen de planten gaan doen, zo zullen de
sterrennevels dat gaan doen. Uiteindelijk is de schepping dan weer een denkend wezen.
Duidelijk? (Ja). Dan is dus de gedachte, die uit delen van denken bestond, de Goddelijke
gedachte, die uiteen viel in vele gedachten, waar door een ontwikkelings-, een scheppingsspel
zich afspeelde, terug gekomen tot haar eigenlijk standpunt: zij is weer in harmonie. De
eenheid kan zij wel in, maar niet buiten zich beleven en zo hebben wij dan het beeld van God.
Goed zo? Aardig?
Ja, het heeft een heel goed antwoord opgeleverd, gelukkig.
Anders dan U verwacht had? Ja, daar was ik wel van overtuigd. U had waarschijnlijk enkele
klinische beschouwingen verwacht. Maar geloof mij, dit is zuiverder, hoor. Ik kan U natuurlijk
wel gaan vertellen over hersencellen, maar daar heeft U weinig aan.
Dit geeft een perspectief. Is denken dus eigenlijk de kern van de mens?
Van het hele zijn. Denken is de kern van het hele zijn. Zonder denken bestaat geen ervaring,
zonder ervaring bestaat geen reactie of mogelijkheid tot reageren of waarnemen. Als zodanig
bestaat er dus geen uiting, van uitingsmogelijkheid buiten de gedachte om. Wie het niet
gelooft neemt de handschoen maar op en vertelt mij, waarom het niet zo is.
(Onverstaanbaar). Ik zal er maar niet op in gaan, hoor. (Gelach).
Een groep zoals deze, die met hetzelfde doel bij elkaar komt, die vormt dan ook eigenlijk
een gedachte?
Inderdaad, en is dus tijdelijk tegenover de wereld een eenheid. En hoe meer deze eenheid
door de leden als werkelijkheid wordt aangevoeld en hoe meer zij ze tot werkelijkheid maken
in alle opzichten, hoe meer deze eenheid tegenover de buitenwereld op kan treden. Maar er zit
natuurlijk een haakje aan, hé? Dat is dit: die eenheid kan alleen harmonieus gevormd worden,
wanneer dit inderdaad als aanvaardbaar en juist door alle aanwezigen wordt ervaren. Begrijpt
U? (Ja). Dus hier moet de persoonlijkheid ingroeien in het geheel en de harmonie, die door dit
ingroeien uiteindelijk ontstaat, maakt dan de uiting naar buiten mogelijk. Zo zijn er dus
groepsgeesten, zoals men zegt, en volksgeesten. Maar die zijn wat anders dan men vaak
denkt: men denkt vaak, dat dit geesten zijn, die apart boven zo'n volk zweven om daar eens
even de baas te spelen. Dat is eigenlijk niet waar. Die volksgeest is een geest, die ontstaat
door de harmonieuze factoren in een volk, die samen een nieuw denkvermogen tot stand
brengen. Zodra dit zich op zijn beurt weer als persoonlijkheid uit.
Dus hier werkt de mens scheppend?
EDDA’S EN VEDA’S 57
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

Natuurlijk werkt de mens scheppend. Elke gedachte is scheppen, zodra zij zich verwerkelijkt
buiten het eigen "ik". Dat kan eigenaardig genoeg niet geheel buiten het "ik", zoals de mens
denkt, maar alleen door vergroting van het bereik van het eigen "ik", waarbij de persoonlijke
waarde van het "ik" in verminderde belangrijkheid deel neemt aan de actie van het totaal. Dan
krijgen wij de scheppende werking. Moet U nog maar eens over lezen, hoor. (Ja). Ik kan het
niet gemakkelijk duidelijker maken. Het staat daar nu precies op de band, als ik mij niet
vergis. Dus kunt U het allemaal nalezen en eventjes napluizen. Het onderwerp zelf vind ik wel
erg interessant deze keer. Daar is wel het één en ander over te zeggen. Hebben wij nog meer
vragen?
Mag ik misschien nog dit vragen? U heeft hier een mooie verhandeling over het denken
gegeven. Maar ligt dat niet meer in het vlak, dat wij bij de electriciteit ook hebben?
Ik heb U reeds gezegd, het denken is een reactie op omstandigheden binnen een wezen op
omstandigheden buiten een wezen. Daar ben ik mee begonnen. (Een reactie). Nee, geen
reactie. De definitie van het denken is het wezen van het denken. Dus als U het anders wilt
hebben: het wezen van het magnetisme is dat het een serie krachtlijnen uitbrengt. Nu kunt U
zeggen, ja, maar dat is het mechanisme. Naar buiten is het dit zeker. Maar het is uiteindelijk
gebaseerd op krachtlijnen en krachtwerkingen binnen het molecuul, die precies gelijk zijn aan
die van de magneet, waardoor de richting in de magneet mogelijk wordt plus de uiting. Zo is
het dus heel moeilijk om er een andere definitie voor te geven. Ik kan U het denken van de
mens heel aardig, misschien zelfs heel ver uit elkaar rafelen. Maar dan kom ik tot het wezen
van het denken zelf niet nader, omdat ik uiteindelijk dan kom te staan voor het geheimzinnige
factor X, die niet bepaalbaar is. Ik kan nl. eenvoudig genoeg verklaren, dat het menselijk
denken ligt in de hersenen en een kwestie is van biochemische electriciteit, die door haar
wezen komt tot versterking en weerklank in bepaalde cellen. Dan kan ik verder gaan vertellen,
dat dit denken, dat alle denken dus een electrisch verschijnsel is en dat elke electrische stroom
in een gesloten circuit daarbuiten een veld door straling opwekt, die naarmate intensiteit en
richting, min of meer diffuus zal zijn en dus meer of minder ver van de oorspronkelijke
geleider merkbaar zal zijn. U denkt precies zo: U straalt uw gedachten ook uit. Maar naarmate
U ze scherper richt of bundelt in een richting door een deel van het denken a.h.w. als een
spiegel uit te schakelen uit het onmiddellijk denken, maar als projector te gebruiken, komt U
tot een gericht denken. U heeft echter daarmee het wezen van de gedachte niet verklaard.
Dan heb ik juist alleen gezegd, wat ik er mee kan doen. Verdergaande kan ik zeggen, dat het
denken van de geest niets anders is dan een kwestie van spanningen, opgewekt tussen de
kleinste delen, die in een zeer ijdele verhouding samen spelen in het totaal een gerichte kracht
en krachtsvermogen betekent, waarin de kristallisatie van een deel dier krachten herinnering
wordt. Een herinnering, die aanklinkt, zodra een gelijksoortige ervaring ergens ontstaat en
binnen het wezen juist door de afstemming, U kunt denken aan een gesloten circuit, waarin
een stroom op een gegeven moment komt en zich opslingert tot hogere waarde. Nu zoiets is
dit ongeveer. Er wordt hierdoor een versterking van deze stroom gewekt, waardoor zij binnen
het wezen kenbaar en uitbaar wordt. Dat is dus bij de geest. Dat is dan allemaal zoveel
mogelijk gezegd in electrische termen. Wij hebben gezegd, wat je er mee kunt doen en dat het
vergelijkbaar is met electriciteit, dat het berust op verschijnselen, die wij electrisch of electro-
magnetisch kunnen beschrijven. Maar waarom het zo is weten wij niet. Dan kom ik voor de
factor X te staan. Daarom kan ik dit beter filosofisch dan technisch beredeneren. Wanneer het
hier gaat om de kern van het denken, moet ik noodzakelijkerwijze beginnen bij het diepst
voorstelbare in de gedachten en dan kom ik bij het Goddelijke terecht. Begin ik echter bij het
Goddelijke, dan moet ik gaan denken in scheppingsbeelden. Denk ik echter in
scheppingsbeelden, dan kom ik niet meer tot technische beschrijving. Maar dan vind ik
inderdaad een antwoord, nietwaar? Dus ik meende werkelijk... Ik zou zeggen, leest U het over
en denk er eerst eens over na. Ik meen echter toch wel een redelijke definitie van het denken
als zodanig gegeven te hebben. Het denken is de reactie van een wezen, de verandering, die
in een wezen ontstaat aan de hand van een verandering der toestanden daarbuiten. Zo
kunnen wij zeggen, dat het warm worden van ijzer onder de invloed van infra-rode straling
dus ook een denken, een zeer primitief denken is, waar het een reactie is op een buitenwereld,
dit wordt in het ijzer ervaren. De onderlinge moleculaire structuur wordt veranderd, de
moleculaire rotatie verandert. Uiteindelijk kan de geaardheid en wezenheid, zelfs de chemische

58 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

kwaliteit van het ijzer veranderen. Dus er is inderdaad een reactie. Een reactie, die voor het
wezen bepalend is, anders zou je nooit Besemer-staal kunnen maken. Dit is dus ook een soort
van denken. Ik vind de voorgaande definitie de meest juiste, omdat zij de meest omvattende
is en alle verschijnselen terug brengt tot de gedachte. Dat past wel heel erg goed in onze
koker... Als ik U verveel, dan zegt U het maar, hoor... (Neen). Onze hele beleving van onze
wereld heeft mij er toe gebracht te stellen: alles is waan. Wanneer wij dit echter stellen,
mogen wij het niet stellen in de zin, dat er niets bestaat, maar in de zin, dat alles waan is voor
ons, omdat wij steeds maar een beperkt deel van de werkelijkheid erkennen en in deze
beperking tot een foute reactie op, dus ook een vals erkennen van het bestaan, begrijpt U?
(Ja). Deze beperkingen kunnen wij wel goed praten, wanneer wij komen met de gedachte, het
denken op deze manier. Want dan zijn wij een deel van het totaal denken en wordt de volle
waarheid niet door ons als eenheid, maar wel in het verband met de veelheid, waarvan wij
deel uitmaken. Zo komen wij dan tot de conclusie, dat de waarheid kenbaar is. Anders blijven
wij altijd in die beperking, die waan zitten. Of wij moeten zeggen, wat nog veel erger is: wij
moeten God worden. Wij groeien, totdat wij God zijn. Dan gaan wij dus heel brutaal zeggen,
dat wij al het geschapene in ons wezen opslokken, wat m.i. ook een onmogelijkheid is.
Daarom vormden wij juist deze theorie over het denken. Verder moet ik er bij voegen, voelen
de meeste mensen onder ons zich meer aangetrokken tot de filosofische beschouwing dan de
technische, aan onze kant dan. Het is te begrijpen, want het technische, dat voor U veel
betekenis heeft, betekent voor ons practisch niets meer. Het betekent voor ons hoogstens een
gedachtengang en het bewijs voor de juistheid van een bepaalde gedachte, maar niet meer.
Nu, vertelt U maar weer eens verder.
Ja, U heeft het zo vaak gehad over het leven. Nu is mijn probleem dit: U zegt altijd, dat wij
dankbaar moeten zijn voor het leven, dat wij zijn, dat wij bestaan. Nu is mijn conclusie,
dat, nu ja, hoe moet ik het uitleggen, wij moeten dankbaar zijn, dat wij zijn, omdat wij een
deel zijn van God en daardoor terug moeten keren.
Neen, daar hoef je niet dankbaar voor te zijn. Dat is een feitelijke toestand.
Ja, maar als wij niet bestonden, dan zouden wij niet zover komen.
Neen, dat ben ik volledig met U eens. Wanneer wij zeggen, dat je dankbaar moet zijn, dat je
leeft, dat je bestaat, dan bedoelen wij dit: elk leven, al; brengt het nog zoveel leed mee, kent
zijn momenten van vrijheid, van geluk, die in een niet-zijn nooit zouden kunnen worden
ervaren. M.a.w. wij zijn blij, dat wij leven, omdat wij het leed, dat je in alle levens doormaakt
slechts een zeer geringe betaling achten voor alle vreugdige ervaringen, die je in het totaal
van alle levens daarvoor verkrijgt. Begrijpt U? Zuiver een handelszaak, hoor. (Houdt de
zonzijde....). Neen, dat nu niet. Wij zullen de schaduw heel rustig zien.
Maar de ervaringen, die wij allemaal hebben opgedaan, de ervaringen in de kampen, de
ellende, waardoor je de vreugden van het leven veel dieper gaat ervaren dan voor die tijd
mogelijk leek.
Ja, maar dat is toch logisch. Kijkt U eens. Als wij zeggen het zijn, dan zeggen wij eigenlijk hier
staat een punt. Stelt U zich maar voor zo een ijzeren pen, een ijzeren naald. Daar is hij. Nu
gaan wij daar de ervaring aanhangen; de ervaring kan alleen rusten op die naald, wanneer hij
in balans is. Dus wanneer er gelijke delen zus en zo uitsteken. Je kunt het nooit onevenwichtig
doen. Het zijn dus gelijk liggende schalen. Nu komt er die ene keer een beetje wind hier tegen
aan en de andere keer daar tegenaan. Zoals die kruidenier, neen, het was, geloof ik, een
slager, die ze pas gearresteerd hebben, omdat hij een ventilator op zijn weegschaal had staan.
Dat scheelde hem elke keer zoveel gram, als hij hem inschakelde. Laten wij nu zeggen, dat dat
de adem van het noodlot is, Die blaast nu eens aan deze, dan weer aan die kant. Maar wij
moeten er mee rekenen, dat op het moment, dat wij een klap naar beneden krijgen, leed, dan
gaat wel die schaal boven ons ervaren uit, vreugde. Die kunnen wij dan niet meer bereiken,
die ligt buiten ons rechte vlak. Maar op een gegeven moment slaat toch dit schaaltje naar
boven door en dan krijgen wij onmiddellijk de vreugde door er voor in de plaats. Er is altijd
een evenwicht. Hoe groter het bereik van onze ervaring wordt, we kunnen het zo maken, hoe
groter de uitslag zal zijn van vreugde en leed. Hoe intenser dus ook de ervaring. M.a.w. hoe
groter je leven en bewustzijn is, hoe dieper je zult lijden, maar hoe intenser je de vreugde ook

EDDA’S EN VEDA’S 59
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

beleeft. Dat weegt tegen elkaar op. Als je niet lijdt, ken je geen vreugde, als je geen gebrek
kent, kun je de rijkdom niet waarderen enz. enz.
Ja, maar U heeft daar toch geen stoffelijk nodig. Die ervaring kunt U ook in de geest
beleven. Waarom moeten wij dan dankbaar zijn, terwijl wij in de stof zijn? Daar zijn de
meeste mensen niet dankbaar voor.
Ja, dat kan ik begrijpen. Weet U, dat is nu, mag ik een vergelijking gebruiken? (Ja). precies
menselijk. Ze mopperen omdat ze belasting moeten betalen. En ze mopperen nog harder,
wanneer een agent, die uit de belastingen uiteindelijk toch gesalarieerd moet worden, er niet
is, wanneer zij hem toevallig naar de weg willen vragen. Zij denken er helemaal niet aan, wat
zij allemaal aan veiligheid, zekerheid, bescherming, sociale zorg, etc. krijgen voor hun
belastingcenten. Daar denken zij niet aan. De mens zegt: Wij leven hier in de stof en wij
hebben alleen maar beperkingen. Maar dat heb je niet alleen maar, want de wijze waarop je
het leven ervaart hier met gefixeerde waarden, dat vindt U nergens anders; daar moet je voor
in de stof zijn. Op het moment, dat je geest bent, is de gedachte zo scherp vormend, omdat
de materie zo ijl is, dat zo je een gedachte uit jezelf uitzendt, zij onmiddellijk alle losse materie
buiten je in een patroon gooit en het staat er. Zeg je: ik wil kalkoen eten, dan staat er een
kalkoen en zeg je: ik houd van komkommer, dan is er komkommer, begrijpt U? Maar dan heb
je ook geen verschillen meer. Dan kun je alleen maar, dat, wat in je is, verwerkelijken, maar
er komt niets nieuw bij. Alleen, wat je al kent, kun je in een ander herkennen etc. Maar op
aarde, omdat de waarden gefixeerd zijn, kun je komen tot een je aanpassen aan een ander en
je mee doen klinken met een ander, een vergroting van wat in je leeft. En door deze
vergroting krijgen wij dus inderdaad, ik ben het met U eens, dat die ervaring steeds groter
wordt en onze smarten en vreugden dus steeds intenser worden. Maar in het evenwichtspunt
blijft het ervaring en het kan allemaal worden terug gebracht tot het zijn. Nu kun je wel
zeggen: ik dank er voor, ik wil alleen de vreugden hebben, maar dat gaat niet. U kunt ook
zeggen: dan leef ik liever niet. Maar dan zeg ik: mensen, je bent stom; er zijn zoveel
momenten, die je zo prettig aan doen. Neem nu alleen maar het ogenblik, dat je in de kou
loopt. Je komt thuis, je kunt even bij de kachel gaan staan. Geniet er nu eens een keertje van.
Als je uit de kou komt, kun je die warmte zo echt waarderen. Is het soms niet de moeite
waard, om de kou in te gaan, alleen om thuis te kunnen komen en je eens lekker te kunnen
warmen? (Ja). Ja, nu, zo is het nu met het hele leven. U staat hier in de stof misschien wel
wat in de kou. Maar het is de moeite waard om nu even in de kou te zitten, wanneer je het
dan meteen weer heerlijk warm kunt krijgen. Veel beter dan dat er altijd zoÕn kwakkel klimaat
zou zijn. U heeft hier in Nederland zo'n klimaat. Altijd zo'n beetje ongeveer weer, hé? Het is
geen zomer, het is geen winter, het is geen vriezen, het is geen dooien, het sukkelt maar. Het
is geen regen, maar het is ook niet droog. Is dat prettig? (Neen). Neen, daar word je gek van.
Als U nu zo'n leven zou hebben en U zou dan zeggen, ik dank ervoor, zou ik zeggen: U heeft
gelijk. Wanneer je de winter en de storm aan de ene kant en de zon en de zomer aan de
andere kant hebt, of voor mijn part de vorst buiten en het kacheltje binnen, dan zijn er zoveel
van die kleine vreugden, dat als je ze bij elkaar optelt, het zo enorm is, dat het opweegt tegen
al je leed. Dan kun je, omdat je denkt, omdat je je denken hebt, leed terug schuiven. Zegge,
dat is zo weer vergeten. Dat lijden onderga ik en vergeet ik, maar de vreugden, die houd ik
vast. U kunt die vreugden op interest zetten. Denk nu niet, dat het een droombeeld is, wat ik
hier vertel, hoor. Er zijn oude mensen, die nu nog zonnig zijn, omdat zij zo'n prettige jeugd
hebben gehad, omdat zij hun herinnering daaraan bewaard hebben. Er zijn ook mensen, die
het goed hebben, maar altijd bitter en somber zijn, omdat zij het ene puntje, waar zij nu eens
iets verloren en waar zij verdriet van hebben gehad, voortdurend vast houden, terwijl zij aan
de goede kanten helemaal niet meer denken. Wat je van het leven maakt, is je eigen zaak en
je kunt van je leven evenveel maken, wanneer je de vruchten van je leven wilt accepteren.
Daarom zeg ik: wees gelukkig en blij dat je leeft, ook in de stof. Later in de sferen zul je ook
gelukkig zijn, omdat je in de stof de ervaring hebt opgedaan, die zich nu kan uiten. Maar dan
beleef je het niet meer zo intens, als je het op aarde beleefde. Je beleeft het dan in heel
andere waarden. Het wordt tot een heel andere bewustzijnsvorm en ga je het daar weer
beleven, dan krijgt het een zodanige intensiteit, dat het op aarde niet voorstelbaar is, maar
dan is het ook vreugde en smart, licht en duister. Je waardering daarvoor wordt echter anders
en daarom spreken wij van het "hemelrijk" of de "eeuwige gelukzaligheid". Dat is niet de

60 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Veda’s

eeuwige eentonigheid, maar het is de voortdurende wisseling van wat men op aarde noemt,
licht en donker, vreugd en smart. Maar op een wijze, waardoor alles een voortdurende
vernieuwde vreugde wordt. Nu, hoor mij eens eventjes. Ik word er gewoon welsprekend van,
maar ik vertel het alleen maar, zoals ik het zie, hoor. U hoeft het niet met mij eens te zijn.
Nou, dat was dan ook weer een aardig betoogje. Moet er nog iets achteraan, of zal ik de
laatste spreker het woord geven? (Stilte). Nu, ik zie het al. Dat wordt dan de laatste spreker.
Nu vrienden, bedankt dan voor het onderwerp. (Dankbaar gemurmel). U hoeft mij niet te
danken, daar kom ik uiteindelijk voor hier.
Goeden avond.
Goeden avond, vrienden,
Wij zullen dan weer gaan sluiten met een overweging. Welk onderwerp kiest U hiervoor
vanavond? Het wordt maar een kleine meditatie.
Vertrouwen.
VERTROUWEN
Wanneer wij niet kunnen vertrouwen, wat is dan de kwaal, die ons voortdurend met kwellingen
voortzweept, door angst en wantrouwen, tot wij ons zelf niet meer kennen? Vertrouwen wil
zeggen, dat je iemand buiten jezelf zó vertrouwt, als je jezelf vertrouwt. Wanneer je jezelf niet
vertrouwt, kun je de wereld buiten je niet meer vertrouwen. Zo is het vertrouwen een kwestie
van een innerlijke waarde, die je in jezelf erkent en weet te handhaven door een voortdurend
beleven daarvan, ook tegenover de buitenwereld. Wanneer je tegenover de buitenwereld
betrouwbaar bent, zul je die buitenwereld durven vertrouwen, zul je de moed hebben om aan
te nemen, dat een ander even als jij vervullen zal datgene, wat hij beloofd heeft. En nu spreek
ik over de verhouding van mens tot mens. Maar mogen wij niet verder gaan? Wij geloven
allen, dat wij met een bepaald doel op aarde leven. Op het moment, dat wij dit doen zo goed
als wij kunnen en ons zelf niets te verwijten hebben, durven wij in God vertrouwen. Dan
durven wij te vertrouwen, dat Zijn Wil, Zijn Weg, de goede is. Maar op het moment, dat wij
falen, bewust en wetend falen tegenover hetgeen wij het Goddelijke achten, zullen wij onze
God niet meer kunnen vertrouwen. Wanneer ik dus moet spreken over vertrouwen met U dan
zou ik het vertrouwen willen noemen van de waarde van je wezen, dat je spiegelt in alles, wat
je omringt. Een deel van je eigen zijn, dat door je bewustzijn gedragen, geuit wordt tegen de
wereld en dat die wereld tegen je spiegelt. Wij noemen het vertrouwen een kostelijke zaak.
Maar kostelijk is zij niet, omdat het vertrouwen wel eens of nooit beschaamd wordt. Kostelijk
is het vertrouwen, omdat degene, die vertrouwen in zichzelf vertrouwen waardig moet zijn.
Misschien klinkt het als een dwaasheid, omdat velen, die in een ander vertrouwen, tegenover
de wereld niet handelen, alsof zij betrouwbaar waren. In die gevallen is het meestal de wereld,
die hen het vertrouwen weigert. En als zij in die wereld toch nog iemand durven vertrouwen,
hoe pleit dat dan voor de goede kern, die in hen leeft. Vertrouwen is eigenlijk een deel van de
Goddelijke Liefde. Een vertrouwen betekent jezelf overleveren aan een ander. Dat betekent zo
goed zijn in jezelf, dat je het kwaad in een ander wegdrukt, of niet erkent. Toch zal er vaak
een ogenblik komen, waarin het lijkt, of het vertrouwen beschaamd wordt. Er komt een
moment, waarin je zegt: Wat dit na al het vertrouwen, dat ik heb gegeven rechtvaardig? Dat
komt, omdat men dan denkt op een korte termijn. Vertrouwen, dat gegeven is, wordt nooit
beschaamd. Alle vertrouwen, dat gij geeft, schept de waarden, die in uw hart leven, die in uw
wezen zijn. Ook bij de anderen aan wie gij vertrouwen geeft. Die waarden zullen tot U
terugkeren, omdat hetgeen gij gegeven hebt, gegeven zal worden. Maar laten wij het woord
vertrouwen niet ijdel gebruiken. Het vertrouwen is het eenheidsgevoel, dat de Schepper heeft
gelegd in allen. Hert is het herkennen van jezelf in de wereld. Dit staat naast de onmiddellijke
liefde, uiting van de Schepper, en ja, de Liefde Gods zou niet kunnen zijn, als er geen
vertrouwen Gods was in de schepping. De schepping zou God niet kunnen liefhebben, indien
zij God niet vertrouwde. Zo laat ons dan leren te vertrouwen, te vertrouwen in ons zelf, in de
medemens, in de wondere krachten, die buiten ons optreden. Laten wij ze vertrouwen met een
simpel en eerlijk hart. Laten wij niet een enkel voorbehoud maken, dan zal dat vertrouwen niet
beschaamd worden. Dan zal uiteindelijk het vertrouwen zelf zich ontplooien als deel van de

EDDA’S EN VEDA’S 61
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 0 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 4 – Edda’s en Vedda’s

Goddelijke schoonheid, wijsheid en liefde, waar naar gij begeert. En daarmee dank ik U voor
uw aandacht.
Goeden avond.

62 EDDA’S EN VEDDA’S
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Verslag 5 Studiekring gehouden op 5 februari 1955
Goeden avond,
Ik heb eigenlijk iets te vragen. Dat is dit: wij moeten, willen wij met deze cursus klaar
komen in de afgesproken tijd, wel heel erg opschieten. Dat zult U wel bemerkt hebben.
Wanneer er van uw kant natuurlijk bezwaar bestaan zou tegen een langer voortzetten van
deze cursus, dan zou ik mij daar naar moeten voegen. Aan de andere kant kom ik tot de
conclusie, waar wij vandaag de Hindoe-leer onder de loupe gaan nemen, dat wij wel heel
erg schetsmatig te werk moeten gaan, wanneer wij ons inderdaad houden aan het
afhandelen van alle volgende onderwerpen in zegge en schrijve één uur. Spreekt U er
onder elkaar eens over na en vindt U, dat we er heus wel een paar avonden aan vast
kunnen lijmen, dan zullen wij iets dieper in kunnen gaan op sommige dingen.
Mag ik hier misschien op antwoorden? Ik veronderstel, dat de meesten van ons het zeer op
prijs zullen stellen. Maar ik zou wel even willen weten, of er iemand bezwaar tegen heeft om
meer dan tien avonden te besteden aan deze cursus. Niemand er tegen? Dan geloof ik, dat uw
voorstel met algemene stemmen aanvaard wordt en door ons allen zeer gewaardeerd wordt.

LES 5 – DE HINDOELEER

Dat is een motie van vertrouwen, waar op het ogenblik Mendes France zeer jaloers op zou
kunnen zijn. Wanneer dit mij dan wordt toegestaan, wil ik graag mijn overgang van Vedda’s
naar het Hindoeïsme wat meer uitwerken. De vorige maal heb ik U o.a. wat citaten gegeven
uit die oude leringen en wijsheid en geprobeerd U te laten zien, dat de geestelijke inzichten en
beschavingen van die oude tijd zo dwaas nog niet waren. Dat zij in sommige gevallen, o.a. het
atoom en de moderne astronomie in hun zinnebeeldige spreuken hadden ingewerkt; hoe zij
dan uiteindelijk gekomen zijn tot een verstarring in een veelgodendom, zoals b.v. de
Hindoeleer te zien geeft. Wij mogen natuurlijk niet aannemen, dat dat zo maar zonder meer
naar voren gekomen is. Dat dergelijke sagen en legenden, herinnert U zich maar het verhaal,
dat wij hebben gehad over Hanoeman, zo maar ontstaan zijn. Er zit achter dit alles een
levende wijsheid, die bij de Hindoe-leer zeer zeker ook tot uiting moet komen. Toch moeten
wij eerst eens kijken, waar de schoen dan eigenlijk wringt. Ik meen, dat één van de eerste
werken, waarin dit duidelijk naar voren komt, een betrekkelijk oud werkje is, dat wordt
toegeschreven aan Atoe Raden Mas Appi. Deze schrijft nl.:
" Er zijn verschillende soorten mensen op de wereld. Sommigen stammen af van de slaven der
Atlantiërs. Anderen van de Wijzen. In de één stroomt het bloed van een bewust geslacht, in de
ander kruipt de logge modder van de dwaas. Zo is het recht, dat wij deze dingen gescheiden
houden’".
Dit komt uit een land, waar wij zelfs in de taal het verschil tussen de standen zien. U weet wel,
hoog-Javaans en laag-Javaans, dus de geesteshouding, die daar in zit, het vermogen van een
gelijkheid, zien wij naar voren komen, vooral bij de gezagsdragers. Het is a.h.w. weer een
splitsing van het priesterdom, dat hebben wij in Atlantis ook al gezien. In een ander oud werk,
dat wordt toegeschreven aan een kluizenaar, die Ma’taap genoemd wordt, maar waar men
verder niet van weet, wie of wat hij was, een wonderdoener, een legendarische figuur, staat
geschreven:
‘In allen leeft gelijke geest. Moge het werktuig verschillen, zo heeft een ieder het recht om met
zijn werktuig schoonheid te bouwen’.
Hij meende dus, dat ieder gelijk is. Het ligt er maar aan, wat je presteert. Deze laatste leer
wordt dan verder in verband gebracht met de Brahm stellingen, waar wij het terloops ook al
eens over gehad hebben. In werkelijkheid is echter de stelling van de ... ik zal ze maar weer
de wijze priesters noemen, de stelling, dat een cyclus van opeenvolgende verschijnselen,
waarbij bepaalde standen overheersen, zich voortdurend op de wereld aftekent. Er zijn aan de

DE HINDOELEER 63
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

ene kant grootmachtige priester, maar waar de priester heerst, daar voert de krijgsman zijn
wet uit. Waar de krijgsman zijn eisen stelt, daar gaat de handel toenemen. De handel en de
handswerkman echter verarmen, wanneer niet de boer het voedsel geeft. Denkt U nu eens
even aan uw eigen land. Dat is gekomen in een fase, waarin, wat men noemt industrialisatie,
dus ook de handel, de boventoon voeren. En wat zien wij? Naarmate dit toeneemt, neemt de
landbouw, dus de boerenstand meer en meer een uitzonderingspositie in de samenleving in.
Dat is een logisch verloop. Dat gebeurt altijd in een land. En dus werd deze indeling
vastgelegd, natuurlijk door de wijzen, de witte priesters. Maar er waren anderen, die voelden
daar niets voor. Die zaten heel gezellig in hun grote huizen, bestudeerden hun mooie boeken
en dachten: ‘Wij moeten dat omzetten in klassen’. Wie eenmaal in zo’n klasse zit, komt er niet
meer uit. Het begin van de Hindoeleer is dan ook een van boven opgelegde verstarring der
bestaande verhoudingen. Zijn wij dat voorlopig met elkaar eens? Wat valt ons nu op? De
Hindoe-Goden zijn velen. Zij stammen uit een Hemelvader. Maar de Goden zelf zijn de makers
van de wereld. Zij vroegen de Vader:
‘Sta ons toe de slang te nemen en de wereldzee te karnen. Hij zei: ga naar uwe lusten. En zo
daalden zij af naar de wereld en spraken tot de schildpad, die haar draagt en de slang, die
haar omstrengelt. En ziet, gezamenlijk karnden zij de wereldzee. Daaruit werd geboren het
wereldgif’.
Dit is een citaatje, hoor. Dat staat zo ergens in een oud boekje. Het is dus begrijpelijk, dat zij
niet alleen een zuivere opvatting hebben over het ontstaan der wereld, want dat karnen is nog
zo gek niet. Kokende vulkanische modder heeft U zeker nog nooit gezien? (Ja). Zo. Wel
gezien. Wanneer U dat nu ziet, dan moet U eens opletten: wanneer daaromheen nog water is,
lijkt het met de daar omheen komende bellen en de kluiten modder, die er zich omheen
vormen, eigenlijk net een klontje boter, dat uit de melk naar boven komt. Eigenlijk helemaal
niet zo gek, dat karnen. Zo is toch wel de vaste aarde het eerst ontstaan. Het water drong
door onder de zeebodem, kwam in aanraking met het wereldvuur en van daaruit begon die
zaak te werken. Dat wisten zij, denk ik wel. Nu wij vastgesteld hebben, dat de beelden op zich
niet dwaas zijn, moeten wij eens kijken, wat er gebeurt met die Goden. Zij willen het wereld-
venijn, geboren uit de karnende slang, niet zonder meer eten. Zij willen het ook niet opnemen,
want dan vernietigt het hen. Er is er maar één, die het risico neemt. En Indra, sprekende de
grote Naam, at het wereldgif. Wurgend slikte hij het, opdat de aarde geboren kon worden. Ja.
Wat gebeurt er verder? Die Indra wordt tot leven weer gewekt. Maar hij krijgt daarvan een
heel speciale gelaatskleur. Het slaat door zijn aderen en hij wordt blauw. Waarschijnlijk heeft
men deze kleur genomen, omdat bij de dood door slangengif, ook door de betrekkelijk snelle
ontbinding, het lichaam blauw pleegt te worden. Maar Indra, gesterkt door de kracht zijns
vaders, want zo staat het in de oude werken, blijkt te herleven. Hij overwint het. Zo is Indra
degene onder de Goden, die zich met het grootste recht op de aarde vestigt. Nu wil ik U niet
gaan vermoeien met al die namen, dan wordt de zaak vervelend. Indra huwt. Aangezien het
de tijd is, waarin de monogamie niet zeer in aanzien staat, begaat hij vorstelijke uitspattingen
met een betrekkelijk groot aantal vrouwen. Eén ervan wordt echter speciaal zijn vrouw. Er
worden hem vele kinderen geboren en onderling verdelen zij de functies der aarde. Er zijn zeer
goede Goden, b.v. Ghandia, de Olifantsgod, zoals hij wordt uitgebeeld. Hij is de altijd weer
zegenbrengende, de altijd weer helpende stille God die zich vaak in de eenzaamheid terug
trekt. Maar komt het ogenblik dat Siwah, de doodsbrenger en gelijk levenbrenger, uittrekt met
zijn Kali Durga, dan is het juist Ghandia zelf, die zelve de alles verpletterende wagen van de
Goden trekt. Wie echter door die wagen wordt vermolmd, kan opstijgen naar het hogere rijk.
Wij moeten dat eens even uit elkaar pluizen, want dat is heel aardig.
Stellen wij ons nu eens voor, dat uit de zon een aantal zonen worden geboren, die tezamen
o.a. de aarde karnen. Degene, die de aarde, zoals zij is, accepteert, in het verhaal Indra, heeft
hierdoor het recht verworven als meester haar te regeren. Hij a.h.w. de enige God, die
volledige rechten kan laten gelden onder Brahma. Duidelijk? Nu brengt hij vele zonen voort.
Er worden vele volkeren en landen op de wereld geboren. Maar er is één God, die is zo goed
en tegelijk zo wijs als een olifant. Tussen twee haakjes, daar komt die verering van de witte
olifant vandaan. Van hem wordt gezegd: Gij ster des hemels, gij witte olifant, die zegen brengt
op onze velden. Vandaar die verering. Ook het rund is op een dergelijke manier aan zijn

64 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

heiligheid gekomen. Is m.l. de olifant degene, die wijsheid geeft en vruchtbaarheid, het is het
rund, volgens het volk, dat de kracht symboliseert, die leerde het rijst te zaaien, het land te
bebouwen. Leert om, zoals het geschreven staat, de stortvloed der wateren te kennen. De
olifant wordt beschouwd als gelijkwaardig met een mens door zijn oppassers. Dus deze
godheid is geboren uit de mens a.h.w. Het is het bewustzijn van een groep mensen. Wanneer
wij het volk van Indië bezien eigenlijk de volks-God. Veel meer dan de schrikbarende
doodsgodin Kali, veel meer dan de, in één van zijn vele armen een schedel-grijpende Siwah, is
het juist de eenvoudige, wijze Ghandia, die ons het werkelijk karakter van het volk toont. Maar
komt het ogenblik, dat de Godin des doods haar dans danst en Siwah het offer vraagt, dan is
het iets van buitenaf, wat dat volk beweegt. Het is geduldig. Maar breekt het los, dan
vernietigt het alles. De heilige oorlog blijkt dan niet zo nieuw te zijn. Want wie verpletterd
wordt onder de aanrollende Djuggernaut, wordt verpletterd op de aarde, maar herleeft in de
hemel. Je kunt hieruit zo echt dit volk proeven, de mens daar. Ik geloof niet, dat er enige
betere voorbereiding bestaat op de veel grotere bewustwording en verlichting van het
Boeddhisme, dan juist deze leerstellingen. Langzaam maar zeker vertakt het Godenheir zich.
Zij gaan er hun werpschijven uitzendend, hun bliksemstralen werpend, hun donderbijlen
gooiend, strijdend, vruchtbaarheid gevend en geluk, of alles wegnemend, door het land.
Overal zijn Goden, overal zijn geesten. In de bossen wonen de kwade bosgeesten, die soms
als sap vermomd, of als wild zwijn wroetend komen om de mensen te belagen in hun
aanplantingen. De mens, die de hemel niet kon bereiken, sluipt als een tijger door de wouden.
De giftig sissende slang, de wonderlijke konings-cobra, die dood betekent voor wie hem
ontmoet, beschut telkenmale weer de goede mensen en de heiligen der mensen, zo sterk, dat
in vele legenden, die niet van Boeddhistische oorsprong zijn, men denkt dit meestal, omdat
deze die legenden overgenomen hebben, maar oorspronkelijk hoort het bij de Hindoe, gaat
staan als een zonnescherm. Een zonnescherm is iets, dat vooral aan de vorsten toebehoort in
deze landen. Dat zie je niet alleen in Indonesië, maar door heel Azië. Hoe hoger de rang, hoe
groter de paraplu er wordt mee gedragen. Trouwens, het geldt eigenlijk zo door de hele
tropen, want de keizer van Ethiopië heeft ook zijn parasoldragers. Maar enfin. Daar gaat het
niet om. De konings-cobra beschermt het goede. De Hindoe leeft dus wel heel sterk vereend
met de natuur. Eén van de dingen, die sommige van mijn vrienden graag prediken, het zoeken
van de Goddelijke machten als uiting in de natuur, is hier zover doorgevoerd, dat een hele
Godenwereld hierdoor ontstaat. Maar het is een Godenwereld, die goed is. Het is een
Godenwereld, die alle facetten van het mens-zijn weergeeft, die in de beschouwende verhalen
het mogelijk maakt voor elke beschouwer, of hij nu in de vroegste Hindoe-tijd heeft geleefd, of
in uw dagen, om vooral aan de hand van de gebeeldhouwde verhalen, maar ook aan de hand
van de geschreven boeken, door te dringen in de bindende kracht, die al deze Goden terug
brengt tot een eenheid. En nu U mij de tijd heeft gegeven kan ik de verleiding niet weerstaan
om enkele specifieke Hindoe-gedachten naar voren te brengen.
Heilig is het leven. In al wat leeft brandt iets van het heilige zijn. En wie zal wagen het leven te
vernietigen? De volheid, die de Goden scheppen biedt de mens, plant en vrucht en bloem tot
vreugde. Zij bieden hem drank. Zij bieden hem gezelschap en veiligheid. Maar wee de mens,
wanneer hij doodt. Wie doodt dwingt een ziel in te gaan in de rijken der duisternis. Zij zal U
later meetrekken, opdat gij gekweld in de rijken van het duister, dienend, wat gij gedood hebt,
gedaald zijn totdat, wat gij doodde.
Misschien een beetje eigenaardige levensbeschouwing. Maar dat geloofden zij in het begin. Als
je gewoon een teek dooddrukt zonder meer, dus zelf feitelijk doodt, dan dacht men, dat die
teek naar de onderwereld ging. En dat de mens in die onderwereld zover zou moeten dalen,
tot hij bij die teek was. Aan die teek wat het dan om zijn belager te doden en daardoor zich
zelf te bevrijden. Had je dan alleen maar die teek gedood, dan was je klaar. Maar had je meer
gedood, dan moest je voor elk leven, dat je genomen had, een keer sterven. Dat is een
onderwereld, waar het sterven, als je afgaat op sommige verhalen, niet zo erg gemakkelijk is.
Dan staat er iets verder dit, ook weer in zo’n zelfde leerboekje. Niet helemaal stoffelijk
vertaalbaar, hoor, maar het brengt zoveel grond gedachten met zich mee.
Toen de Goden op aarde waren, wilden zij niet in hun glans en verschrikking worden gezien.

DE HINDOELEER 65
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Wilt U daar een voorbeeld van hebben? Denkt U dan maar aan de Fohi verhalen, die veel doen
denken aan de Vlaamse opvatting van Jezus en Sinte Pieter, die over de wereld rondgaan.
Daarom kozen zij zich een vorm. Nog steeds gaan zij uit. Wanneer men U een aalmoes vraagt,
zult gij dan weten, dat het niet een God is? Wanneer een rund U vraagt om voedsel, hoe zult
gij dan weten, dat dit niet een Godin is, die U een gunst wil bewijzen?
Daarom weest deemoedig tegenover alle leven, want slechts de wijze kan onderscheiden, wat
wereld en wereldbeheersend is. Dat is dus het verschil, wat wij zouden zeggen, stof is en God
is. Die opvattingen hebben een hele tijd opgeld gedaan en er zijn weer andere zegswijzen, die
ons tonen, dat de Hindoe uitging van het standpunt, dat al, wat er aan strijd was, moest
worden uitgevochten in de mensheid:
Zo uw broeder het zwaar opneemt, zo wordt ge een dode en wie zegt: ik bezweer de geesten,
tegen U, zend hem de demonen, die luisteren naar uw stem. Wanneer hij zegt: ik ben uw
meester, tracht U te meten met hem in wijsheid, want slechts, wie wijzer is, die heiliger is dan
de ander, heeft het recht, die te beheersen.
Nu, daar hebben de Brahmanen wel voor gezorgd. Dat is net zoiets als een
vakverenigingsleider, die zegt ook om te beginnen: ‘Wij zijn allemaal gelijk, het gaat alleen om
de wijsheid’. Toen begonnen ze allemaal te zeggen: ‘Ik ben wijzer dan jij, jij moet mij
gehoorzamen’. Toen zeiden ze tegen zoonlief: ‘Moet je luisteren, niet verder vertellen, maar ik
zal je inlichten. Zo en zo zit de zaak in elkaar’. Toen kwamen ze later en toen zei zoonlief: ‘Ja
maar, ik bén wijzer dan jullie, ik ben de baas, ik heb het recht om het te zeggen’. Nu ja, daar
vlogen ze meestal in, totdat het op een goede dag niet meer ging. Maar toen was er ook nog
ééntje bij, die zei: ‘Ja, dat is het ook nog, dat ik met het zwaard, wiens zwaard tegen mij
opneemt, mag verdelgen’. Weet je, wat je nu doet? Je zegt: ‘Als je mij niet als meester wilt
zien, dit is allemaal van jullie, wat ik hier heb, kom het maar halen’. Begrafenis de volgende
dag, daar zijn ze vlug mee in die streken. Zo is eigenlijk de ontwikkeling, aan de ene kant
sterk geremd. Het patroon van de stoffelijke beschaving en vooruitgang werd door het
systeem der Brahminen, de wijzen, de priesters en kasten, volledig stilgelegd. Maar onder de
hoge standen, die onder elkaar verkeerden en studeerden, zij handelden niet, maar zij hadden
wel iemand, die in hun naam handel kon drijven. Ook alweer volgens de voorschriften der
kasten, die overigens veel later ontstaan zijn. Ze hadden de krijgslieden, die hen verdedigden.
Een krijgsman zou er niet aan denken zo’n laaggeboren handelsman maar een handje te
geven. En de handelsman keek heel sterk op ‘wat is dat voor een gedrocht” Dat is een boer!’
Het resultaat is geweest, dat de boerenbevolking ontzettend arm werd gehouden. De boeren
werden voortdurend bezocht door de schrijvers en de krijgers van de landheren, dat ging
meestal samen. Dat gaat verder tot de tijd van heden, waar Pandit Nehroe enz. een klein
beetje een eind aan al dat onrecht begonnen te maken. Een volk nu, dat arm blijft, kent op
den duur maar een paar verlangens. De boer verlangde naar voldoende te eten en een klein
beetje vreugde. Gaven de Goden dat, och, dan was hij tevreden. Gaven de Goden het niet, nu
ja, dan had je de onreinen en uitgeworpenen, die, vooral in het begin, later werden het meer
minderwaardige arbeiders en zo, eigenlijk rovers waren. Zoiets als desperado’s. Maar ja, het is
begrijpelijk dat, wanneer de ontwikkeling stil staat, zo’n volk moet leren om geduld te hebben.
De oogst wordt buitengewoon belangrijk. Want als het niet zo is, dan denk je misschien, dat
het nu in Rusland erg is, maar daar was het nog veel erger. Dan werd al het voedsel
weggehaald tot het zaaikoren, het laatste varkentje, het laatste schaap. Alles wat er is. En als
dat nog niet genoeg is, dan worden die boeren eenvoudig gegeseld en gekweld om te kijken,
of er misschien nog wat geld of zo verborgen is. En als zij dan half dood achter blijven, moet je
niet denken, dat zij verder kunnen gaan met het land te bebouwen. Want de landheer
verpacht het aan een ander, die wat meer reserve heeft. Ergerlijk was dat gewoon. Wanneer
het weer en wat daarbij komt, zo gewichtig worden voor een mens, kunt U begrijpen, dat hij
opgaat in de verschijnselen der natuur. Dat hij dicht bij de aarde leeft. Aan de ene kant word
je daardoor wat bijgelovig. Maar aan de andere kant adem je veel van de vrede in, die de
aarde en de laag ontwikkelde wereld altijd kan geven. Je bent niet zo bang voor de dood. Je
vraagt een beetje vrede, meer niet. Wanneer het zo is bij de boerenstand, dan klinkt dat
langzaam door naar de handelsman, die uit de aard der zaak heel vaak met de
boerenbevolking in aanraking komt, want hij moet proberen, dat hij daar ook wat aan afzet.

66 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

De handelsman met zijn eigenaardige, van de boerenbevolking geërfde levenshouding, krijgt
een zeker laisser faire. Een zich laten gaan, waardoor op zijn beurt de krijgsman sterk wordt
beïnvloed. Het is geen wonder, dat op den duur zelfs de hoogste Brahmaan door deze
gezapigheid wordt aangetast. De stuurkracht is weg en de mens leeft gedragen op de getijden,
die het jaar brengt. De oogst is een signaal voor hem tot vreugde of lijden. De regens in de
regentijd zijn een voortdurende herinnering aan komende vruchtbaarheid, een ogenblik
misschien doordesemd met het gevaar van de eigen rivieren. Een dergelijk volk ontwikkelt een
eigen poëzie. Het ontwikkelt een eigen wijsbegeerte, die niet zo sterk aan de oppervlakte
komt, maar die vooral bij het volk zeer sterk leeft en blijft leven. Er is een lied, dat gaat over
een zoon van de zon, een zonnestraal. Een zonnestraal, die door de regen van de zon
afgesloten op aarde daalt en daar afgesneden van zijn eigen wereld een tijd moest leven.
Zouden wij zo niet over een mens kunnen denken tussen twee haakjes? Dan zien wij aan de
ene kant de naïviteit, de simpelheid van deze mensen, aan de andere kant de misschien half of
niet begrepen diepte van dat lied. Hij vestigde zich aan een bron en bouwde een huis. Hij gaf
aan een ieder, die kwam, de gastvrijheid van zijn woning, wanneer zijn kaste juist was. Maar
hij was eenzaam. Het was een moeizame taak soms om het voedsel te brengen. De droefheid
van zijn gelaat was als het komen van de storm. Dan keerde hij terug tot zijn hut en zie, door
een wonder was de spijs gereed gemaakt, de vloer was geveegd. Het was, of er in de
eenzaamheid de lach hing van een vrouw. Prins zonnestraal zocht lang. Eindelijk vond hij, wat
hem verzorgde, elke dag opnieuw. Het was een regendruppel. Een regendruppel, die was
achtergebleven in een holle kalebas, die zich elke dag weer veranderde in een jonge vrouw en
rond ging. Toen huwde Prins Zonnestraal de regendruppel. Omdat zij niet terug konden keren,
bleven zij op de aarde wonen. Eindelijk besloten Moeder wolk en Vader zon, dat zij terug
moesten keren naar het geestenland. Waar zij gezamenlijk wilden gaan, bouwde men hen een
schitterende brug van water en licht. Die veelkleurige brug staat nog vaak aan de lucht als
herinnering aan twee Godenkinderen, die op aarde leefden. Als je het zo hoort, is het eigenlijk
een sprookje, een echt volksverhaal. Maar luister nu eens even: onze ziel wordt door de stof
gevangen. De stof zonder onze ziel af en wij moeten met onze geest aan het werk. Wij moeten
worden tot mens. Dan zoeken wij ons een werelddeeltje uit, een omgeving, een milieu, waarin
wij denken te kunnen leven. Wij bouwen dus onze hut aan deze levensbron, maar alleen
spelen wij het niet klaar. Wanneer de geest alleen overpeinst, dan komt er niets voor elkaar.
Dan blijft er een heleboel ongedaan, totdat de stof aan het werk gaat. De stof werkt in het
begin zonder dat de geest dat weet. Zij zijn twee verschillende dingen. Zolang als zij elkaar
nog niet begrepen hebben, zijn zij voor elkaar een raadsel. Leren zij elkaar kennen, dan huwen
zij, worden zij dus één. Wanneer zij één zijn en deze eenheid met der daad weten te bewijzen,
dan wordt er voor hen een brug gebouwd naar het hemelrijk. Wanneer geest en stof leren
tezamen harmonie te vinden, dan is er geen terugkeer naar de wereld nodig. Dan zien wij, dat
zij gezamenlijk op een nieuw bestaansvlak een volgende fase beginnen. Dat zou je niet zoeken
achter zo’n volksverhaal. Toch zit het hele land vol met deze dingen. Natuurlijk vinden wij ook
allerhande grappige verhaaltjes. Ook die zijn niet zonder diepte. Zo bestaat er een legende,
een vollksverhaal over een paria en een Brahmaan. Een paria en een Brahmaan gingen
gezamenlijk uit in het woud. De paria op afstand van zijn heer, zorg dragend, dat, wanneer er
iets van het pad verwijderd moest worden, hij blijvende buiten het bereik van zijn schaduw,
wanneer de schaduw van een paria valt op een Brahmaan is deze onrein, dat weet U, hij het
pad voor hem reinigen kon, zodat de Brahmaan gemakkelijk verder kon schrijden. Midden in
het woud bedacht de paria, dat het verschil tussen hen beiden uiteindelijk een kaste-teken en
wat kleding was. Daarom beroofde hij de Brahmaan, bracht zichzelve een kaste-teken aan en
toen er voldoende tijd verlopen was, begaf hij zich naar een naburige stad. De Brahmanen, die
daar samen kwamen vonden zijn antwoorden op hun ingewikkelde probleemvragen van een
verbluffende helderheid. Zij konden ook niet weten, dat de paria zelf niet wist, wat hij zei.
Totdat er een wijze kwam. Deze wijze stelde de paria een vraag. Toen de paria daarop
antwoord gaf, zei de wijze hem: ‘Ga’ en tot het gezelschap: ‘Reinig U, want zo zijt gij niet
waardig, dat de reinen van kaste U aanraken’. Het raadseltje is dan: welke vraag stelde de
wijze aan de paria? De oplossing is deze: ‘Wat is van meer belang, de streling van de tong, de
streling der gedachten, of de spijs, waarop men leeft?’ Toen wilde de paria heel erg
hoogdravend zijn en zei: ‘De streling der gedachten’. Toen antwoordde de wijze: ‘Dat is
verkeerd gezegd, want het voedsel der gedachten is voor een Brahmaan normaal. Het voedsel
DE HINDOELEER 67
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

der stof heeft een Brahmaan vanzelf. Dat interesseert hem ook niet, die vraagt alleen de spijs
des levens. De spijs des levens is de geestelijke kracht’. Dus doordat de paria het te netjes
wilde doen, viel hij op. Nu, dat kan alleen in een verhaal, hoor. Maar ik denk, dat hij anders
toch wel op een andere manier opgevallen zou zijn. Het verhaaltje op zichzelf is heel grappig,
vooral als je hoort, hoe de problemen besproken worden en hoe de paria daarop reageert. Er
zegt er o.a. één: ‘Er hindert mij een geestelijk probleem. Het is een barricade, die zich opheft,
maar mijn verstand niet toelaat door te dringen in de stille geheimen, die ik begeer’. Dan zegt
de paria: ‘Kapot slaan’. Dan zegt de Brahmaan: ‘Maar het leeft hier in mijn hoofd’. De paria
blijft er bij: ‘Kapot slaan’. ‘Maar dan ster ik’. ‘Ja’, zegt de paria, ‘maar dan is de hinderpaal ook
uit de weg geruimd’. De Brahmaan gaat daar op in. Het is een soort Uilenspiegel-verhaal. De
achtergrond houdt in, dat, wanneer je werkelijk geestelijk bewust bent, je zo gauw niet tot een
dwaasheid komt, dan zoek je alleen overal de kern van het leven. Wanneer je dat hebt, heb je
alle andere dingen. Die zijn dus bijkomstig. Maar wil iemand geestelijk boven zijn stand leven,
dan grijpt hij, of naar de mooie gedachten en ideeën, of, neem het ze kwalijk, naar alle
genoeglijkheden, die het stoffelijke leven biedt, zoals een tafel moet voedsel volgeladen enz.
Volgens de wijze kon je daaraan het verschil zien. Nu is dat misschien aan de ene kant voor
die paria niet erg prettig. Hij wordt zo te koop gezet. Aan de andere kant tekent het de
mentaliteit van het lagere volk, waarin deze verhalen tot stand komen. Zij lachen graag om de
Brahmanen, net zo goed als U vroeger op school de schoolmeester ook graag een figuur zag
slaan. Maar wanneer het er op aan komt, dan staan de Brahmanen boven hen en boven de
Brahmanen blijkt een wijze te bestaan. Vreemd genoeg wordt van de wijze niet verteld van
welke kaste hij is. Zij voelen aan, dat er een wijsheid bestaat, die boven alle geleerdheid en
boven alle grootdoenerij uitgaat. Dit volk is het dan, waarin zo dadelijk de eerst Boeddhistische
vorm, want wij hebben vier trappen van Boeddhisme gehad, waarvan de laatste U bekend is,
naar voren gaat komen. Eén daarvan ging lange tijd parallel met de Hindoe-leer en
beschaving. Uit de periode van ontstaan zou ik dan nog een paar spreuken willen halen, maar
wij zullen eerst eens kijken, hoe ver wij staan met de klok...
Wie een vaas maakt uit klei, die niet schoon is, stelt ze niet te drogen, maar vormt de klei
opnieuw, totdat de vorm bruikbaar is.
Het leven is de klei, waaruit de schepper boetseert. Wie de vorm mislukt, wordt opnieuw en
weer op de draaischijf des levens geplaatst. De eerste keer, dat de reïncarnatie-gedachte
wordt uitgedrukt als geloofsvorm. En dan ten tweede, in strijd met de verbasterde
Boeddhistische- en Hindoeïstische gedachten, want die hebben het er ook wel over:
Maar wat klei is, kan niet tot zand worden. Want wat mens is en als mens gevormd wordt,
blijft mens. Het keert niet terug in een andere vorm.
De schrijver gaat dan verder:
Wanneer er echter de vorm gelukt is, dan stelt men haar te drogen en laat haar over aan de
stralen der zon.
Zij wordt neer gezet om hard te worden.
De mens, die het leven voltooid heeft, zal lang moeten wachten, voordat hij in staat is de
kracht van het leven te bevatten. Wanneer nu de Goden de kracht van het leven zijn, zo gij
zegt, zal dus de mens de kracht der Goden bevatten.
Een aardige conclusie. Zal de mens de kracht der Goden bevatten. M.a.w. de volmaakte mens
is eigenlijk niets anders, dan een soort watervat, waarin de Goddelijke kracht kan worden
opgezouten, bewaard en waaruit zij weer tevoorschijn kan komen, wanneer het nodig is.
Wanneer de kruik echter schoon is en edel, zo doet men daarin de vrucht.
Bedoeld wordt hier waarschijnlijk het vruchtensap. De wijn dus. Misschien ook de brandewijn,
want daar waren zij ook niet vies van.
En zegelt haar wetend, dat zij de rijkdom der aarde en zon in zich draagt. Gelukkig deze kruik.
Wanneer zij gebroken zou worden, gaat de vrucht haar gang over de wereld en niemand weet,
wanneer zij opbloeit tot meervoudig leven.

68 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Nu moet ik U dat weer even verduidelijken. Dat staat i.v.m. de vele legenden, sprookjes, ook
naar Westerse opvattingen althans. U weet wel, waar een kindje in ligt. Van iemand, die een
vrucht moet halen en daar wordt een kind geboren enz. enz. Zij zien deze kracht als een
uitdrukking van het leven en zij kennen de voortzetting van het leven het best in de... eh...
sexuele vorm, zal ik maar zeggen. Wat dat betreft hebben zij andere opvattingen dan in mijn
tijd en waarschijnlijk ook wel de uwe. De kracht nu moet tot uiting komen en, wanneer er veel
van die verschijnselen komen, dan moet U eens kijken: dan staat er meestal in het begin van
zo’n verhaal: ‘De Goden braken de kruik’. Daarmee wordt bedoeld, dat de levenskracht, die
een mens was geweest, nu gebroken wordt, aan de mens als beloning gegeven, vrucht
wordende door de natuur op een niet gespecificeerde manier en van daaruit komt dan een
wezen tot stand, dat een veelheid van personen is, op verschillende plaatsen levende. In één
van die sprookjes komt dat tot uiting, als negen neven de groene reus gaan bevechten.
Wanneer die reus dan optreedt, kan hij ze alle negen verslaan, maar zij zijn één. Zij lopen
naar elkaar toe, grijpen elkaar vast en alle pijlen worden tot een lans-grote pijl; de bogen
worden tot één grote boog, de werpschijven groeien, totdat zij negenvoudig zijn geworden etc.
etc. Dan staat daar een mens. Deze mens bestrijdt de reus, overwint de reus. Wanneer de
overwonnene dan belooft verder braaf en goed te zijn, dan deelt de grote mens zich weer in
negenen en negen mensen gaan terug naar hun respectievelijke behuizingen. Ook bij Toradja’s
vindt U nog enkele van deze eigenaardige verhalen. Nu, hieruit blijkt dan ook alweer, dat zij
aannemen, dat een wezen van grootste perfectie meerdere taken tegelijk kan vervullen. Zet
dat nu eens om in niet zo stoffelijke termen.
Een geest, die de hoogste sferen bereikt, kan op verschillende bewustzijnsvlakken tegelijktijdig
werkzaam zijn, maar kan dan ook het totaal van zijn kracht en kunnen op elk dier vlakken
ongedeeld en geheel tot uiting brengen, wanneer dit nodig wordt geacht. Vindt U niet, dat dit
heel veel op elkaar lijkt? Nu heb ik nog een laatste knoop voor jullie: een erg ingewikkeld
citaat uit de leerschriften. Nu moeten jullie eens proberen zelf uit te knobbelen, wat dat
betekent. Als U het niet aardig vindt, doen wij het anders de volgende keer. U weet, wanneer
ik te onduidelijk word, moogt U het mij altijd zeggen. Dus... eh...het is dit:
Dat wat geweest is, zal wel zijn, maar het is niet, want zolang het niet is, is het vals. En het
vele heeft vele koppen. Men kan het niet doden door één daarvan te kwetsen. Maar uit het
vele zal worden, waaruit het vele geworden is. Zo grijp naar de vruchten der wereld en gij
grijpt naar het vele. Maar meent gij, dat gij moet wachten tot het vele weer geworden is, tot
wat het was, dan moet gij weten, wat gij zijt. Weet gij, wat gij zijt, dan beheerst gij het vele.
Een aardig raadseltje. Hier zitten een paar voetangels en klemmen in. Ik kan je het antwoord
wel geven, wat sommigen mij zullen geven: God. Maar dat klopt niet, dat kan niet, hoor. Dat
is het niet, het is iets anders. Maar denk nu maar over wat ik jullie verteld heb over het karnen
der wereldzee, dan zijn jullie er heel dicht bij. Ik geloof, dat ik het voor vandaag hierbij laat.
Dan hebben wij het de volgende keer over het Boeddhisme. En misschien kan ik dan wel een
paar tipjes van de sluier oplichten. De Boeddhistische leer is altijd een openbaringsleer
geweest. De openbaring niet van een persoonlijkheid, maar van een kracht. Ik weet niet, of de
term hier bekend is, maar dat is de kracht, die wij wel het Büd noemen. Dat is een volledige
kracht, die echter op aarde volledig onkenbaar is, maar werkend in elke persoon, die tot het
bewustzijn ervan komen kan, een bewustwording begint te veroorzaken, die deze maken tot
een Boeddha. Wanneer iemand dus Boeddha wordt, wordt hij tevens meester over het geheel
der dingen, die uit deze geheimzinnige kracht zijn voortgekomen. Het eigenaardige bij het
Boeddhisme is, dat vanaf de vroegste tijd altijd weer leraren geboren worden, maar dat er nog
nooit één is geweest, die verheerlijkt werd als dé Boeddha, die op aarde optreedt, altijd maar
alleen weer ziet een bewustwording van de grote kracht, waardoor de weg, die hij heeft
geleerd, ook aan de mensheid bekend kan worden. Zodat, wie dit verlangt deze kracht zal
kunnen bereiken en gevuld met deze kracht tot het bewustzijn zal komen van het zijn. Dit
wordt dan voorgesteld als het zijn in het Niet-zijn. Maar daar behoeft U zich deze keer nog niet
al te druk over te maken, want dit gaan wij toch nog uit elkaar rafelen. Ik breng het alleen
maar naar voren, opdat later uit het verslag U zal blijken, dat er een sterke verwantschap
bestaat tussen het vroeg-Hindoeïsme en het vroeg-Boeddhisme. Zij staan zó dicht bij elkaar
als Katholieken en Protestanten, vandaar dat zij elkaar nogal eens uitschelden ook. Nu, ik zou

DE HINDOELEER 69
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

zeggen, vrienden, nu is het toch werkelijk genoeg, dus laten wij dan eerst maar eens gaan
pauzeren. Dan komen er bij die acht lezingen wel twee of drie erbij, hoor. O ja, zal ik jullie
dadelijk nog even een vriendje sturen met wat oude spreuken, of interesseert jullie dat niet?
(Heel graag). Na het eigen onderwerp dan, hoor, dus het kost jullie je eigen tijd. Goeden
avond.
Goeden avond, vrienden,
Wat is het onderwerp, dat wij vandaag bespreken en wie waagt zich op glad ijs door te
zeggen, wat hij of zij hiervan denkt?
Ik heb hier naast mij iemand, die een probleem heeft, vriend... Ja, ik zal het maar aflezen,
want ik vind dit haast even erg als examen doen. En anders doe ik alles verkeerd.
U heeft aan mij anders een vriendelijke examinator.
Op een avond in een studiekring werd gezegd; het volmaakte sluit het onvolmaakte in zich,
omdat dit de twee aspecten, de twee kanten van één wezen zijn, en één van Uw vrienden
vond deze stalling zeer juist. Ik ben hierop gaan doordenken; volmaaktheid kan niet bestaan,
wanneer er geen onvolmaaktheid was, zo kan het licht niet bestaan zonder de duisternis enz.
Dus een ervaring kan enkelvoudig niet bestaan. Ik ben het er dus mee eens, dat alles, wat is,
ook een wezen, twee aspecten kan hebben, volmaaktheid en onvolmaaktheid. Dit ervaren wij
steeds weer in ons, zowel als om ons, maar dat komt, doordat de mens door eigen wil zijn
paradijs verloren heeft, maar dat God, die niets dan harmonie is, in Zich gelijkelijk volmaakt
als onvolmaakt zou zijn. Dit kan ik niet aanvaarden en dit wordt toch beweerd in
bovengenoemde stelling, nietwaar? Toen kwam ik tot de conclusie, dat ik misschien een heel
verkeerd begrip heb van volmaaktheid. Zoudt U mij uit deze verwarring willen helpen?
Ach, wij zouden het in ieder geval kunnen proberen. Kijkt U eens, wanneer wij zeggen;
volmaaktheid, dan betekent dit; het volledige alomvattende. Kortom, het houdt al het kenbare
in. Bent U dat met mij eens? Eerst wanneer God al het kenbare inhoudt, is Hij dus volmaakt.
Als Hij volmaakt is en Hij uit Zich onvolledig, is Hij daardoor weer een onvolmaaktheid. (En dat
kan niet bestaan). Mag ik even uitspreken? (Neemt u mij niet kwalijk. Wanneer de volmaakte
God Zich uit kan dat niet onvolmaakt zijn, want anders is God onvolmaakt). Inderdaad, dat
zelfde wilde ik ook juist gaan beweren en vind het eigenlijk maar gemeen, dat U mij het gras
zo maar voor de voeten weg maait. Maar ja, dat is maar een grap. Laten wij de zaak even
ernstig uitzoeken. Wanneer wij ons nu goed realiseren, dat God door het uiten der
onvolmaaktheid en dit voor Zijn eigen ogen voort te brengen een onvolmaaktheid in Zich Zelve
zou moeten erkennen, kunnen wij niet aannemen, dat God die onvolmaaktheid voor Zijn ogen
schept. Maar het totaal van Zijn uiting bestaat toch voor ons uit delen. Waar wij zien, dat die
delen een volledig besef kunnen hebben van hun eigen waarde en wezen binnen het geheel, is
uit de aard der zaak voor hen een onvolmaaktheid aanwezig, tenzij Zij zich met al het zijnde
volledig één voelen. Duidelijk, nietwaar? Dus het scheppen van het volmaakte, waarin het
zelfstandig bestaande wezen is in het Goddelijke houdt in, dat dit deel in zich door onvol-
maaktheid ervaart, of onvolmaakt is, totdat het gestegen is tot een realisatie van het totaal
van het zijn. Kunt U het volgen? (Ja). Dan houdt dit tevens in, dat, wanneer wij spreken over
de volmaaktheid en de onvolmaaktheid in het Goddelijke, wij eigenlijk niet mogen zeggen,
ofschoon dit gemakshalve nog al eens wordt gedaan, dat het God is, die volmaakt en
onvolmaakt is. Volmaakt en onvolmaakt zijn een oordeel, dat wij vellen over God. Wij kunnen
God echter alleen kennen aan zijn verschijningsvorm, aan de verschijnselen. In de
verschijnselen nu zien wij de tegenstelling, waar U op wijst volgens de wet van evenwicht.
Hieruit kunnen wij dan de gevolgtrekking maken, dat, wanneer God de volmaaktheid uit, hierin
de onvolmaaktheid mede besloten moet zijn. Dit, omdat een deal van het volmaakte ten
opzichte van het geheel altijd een onvolmaaktheid is en de delen op zichzelf ervarend,
denkend en voelend zijn. Zo haalt U dan de hele verwarring uit elkaar, Valt het mee?
Protesteert U maar rustig, als U wilt, hoor, maar.....? Geen maar? Nu maar!
Dat over die volmaaktheid heb ik nu wel begrepen. Maar ik heb hier nog iets over de
paradijstoestand.
Wanneer U dit begrepen heeft, dan kunt U het zelf op het paradijs toepassen. Er staat heel
duidelijk, dat op het moment, dat de mens komt tot kennis van Goed en Kwaad, zijn geluk,
zijn volmaaktheid en zijn wandel met God verbroken zijn. Dit houdt dus in, dat, zodra de mens
70 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

komt tot een oordeelstelling binnen de schepping door de verdeeldheid in zijn "ik", hij komt tot
de ervaring van onvolmaaktheid, krachtens zijn eigen wezen. Maar zolang hij een functioneel
deel is van het totaal der schepping en zich daarin volledig voelt als een deel, zonder over één
van de andere delen te oordelen, dus zich van het geheel af te zonderen, voor de mens de
volmaaktheid bestaat. Het één volgt uit het andere. Je kunt dit principe overal toe gaan
passen. Doe je dit, dan kom je tot het bewustzijn, dat voor de Boom van Kennis van Goed en
Kwaad moet worden gesteld, oordeelskracht en oordeelsvermogen. Op het moment, dat dit
verworven is heb je de keus het te gebruiken, of het niet te gebruiken. Gebruik je het, dus stel
je jezelf daardoor tegenover de schepping, zoals in ‘Genesis’ zo duidelijk beschreven wordt:
‘Zij wilden God gelijk zijn, want dat is het lokaan, dat de slang Eva voorhoudt’. Zo stelt men
zich tegenover het Goddelijke en brengt daarmee een erkennen van eigen wezen door de
oordeelskracht, terwijl men geen bewust deel van het Goddelijke is en dus door het
onvolmaakte in eigen uiting en wezen ook het Goddelijke als niet meer volmaakt kan
aanvaarden.
Die paradijs-toestand, waar ik het zoëven over had, is die identiek met die toestand, welke
ons door uw vriend Franciscus werd beschreven aan het eind van het Lemurisch tijdperk?
Hij zei toen: ‘En daar staat Adam en de mens wandelde met God’. Dit staat ook
verscheidene malen in de Bijbel. Toen, in die paradijs-toestand was de mens dus volmaakt,
nietwaar?
- Toen was er voor de wordende mens de mogelijkheid van een paradijstoestand, omdat
hij toen door lichtende geesten geleid werd. De wordende mens had een zuiver functioneel
gedeelte, dat wel ervaren kon, maar over de ervaringen en de wereld geen oordeel had. Hij
volvoerde dus in deze toestand, wat een hoger bewustzijn als juist voelde. Hierdoor werd dus
de volmaaktheid van het zijn aangevoeld. De mens beantwoordde volledig aan hetgeen er van
hem verwacht werd op dat moment. Daardoor was hij volmaakt en voelde de volmaaktheid als
zodanig. Ik zou echter dit wat uit willen breiden en zeggen: de werkelijke
volmaaktheidservaring ligt aan het begin van het Atlantische tijdperk. De tijd, dat de mens
bewust was, maar nog niet was gekomen tot het verwerpen van zijn Goden. U kunt het in de
cursus nazoeken. Dan zult U zien, dat het eigenlijk pas mis gaat met de mensen op het
moment, dat er een splitsing komt in de priesterschap. De witte priesters in de bergen en de
later zwarte priesters in de steden. De laatsten vervallen op den duur tot magiërs. Dan eerst
ontstaat voor het bewustzijn van de mens de onvolmaaktheid. Tot op dat moment voelde hij
zich deel van een organisch geheel. Zolang hij nu daar maar in pasten werd door dit geheel
zijn weg gebaand. Hij hoefde niet na te denken, hij had geen problemen, geen tekorten, geen
armoede, hij leefde. En in dit leven was er zoveel, dat vreugde was, terwijl de zorg en de
angst, die de onvolmaaktheid van het menselijk leven eigenlijk bepalen, er eigenlijk voor hem
niet waren, dat wij hier, meen ik, wel van een paradijstoestand moeten spreken. Hier is een
bewust wandelen met God. Pas in de overgangsperiode van Lemuren naar Atlantiërs bestaat
dit ook bewust voor de Lemuren. Duidelijk?
Ja, maar Jezus van Nazareth, was Die nu werkelijk de volmaakte mens van het begin af?
Van zijn geboorte af, of is het daarna pas gekomen?
Neen. Wanneer Jezus de volmaakte mens van Zijn geboorte af was geweest, dan zou Hij zich
volmaakt als zodanig hebben moeten uiten, gedurende Zijn hele leven. Dan zouden de
Evangelisten zeker hun mond niet hebben gehouden over de eerste jaren. Hij wordt de
volmaakte mens, tenminste voor deze mensheid, van het ogenblik in Zijn bestaan, dat Hij het
Goddelijke realiseert en niet alleen erkent in Zichzelf, maar dit zich ook uit voor de mensheid.
Dus het ogenblik, dat Hij optreedt als Leraar, krijgen wij Jezus eerst als de volmaakte mens.
En dit zelfs nog pas, nadat Hij Zich onderwerpt aan de mensheid. De doop door Johannes de
Doper.
Dus dat doopsel had toen toch wel betekenis?
Ja, ofschoon anders, dan U misschien denkt. Het doopsel is zeer oud. Daar is al eens meer
over gesproken, ofschoon niet in deze kring. Enfin, ja, dat krijgt U natuurlijk nog. U bent nu
aan de Hindoes. Volgende keer bij het Boeddhisme zult U er waarschijnlijk iets over horen.
Maar het kan al even zijn aangestipt in de laatste periode van Atlantis. U zult dan wel horen,
dat het doopsel eigenlijk in het begin niets anders was, dan een erkennen van het behoren tot
een stam. Vroeger waren er in de wereld kleinere vaste landen dan nu en meer eilanden. In
DE HINDOELEER 71
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

verhouding was er dus meer water. Wanneer je nu dus op dat eiland woonde, behoorde je tot
de stam van dat eiland. Je kon niet met een andere boot naar een ander eiland gaan en daar
blijven, want die boot behoorde aan je stam. Wilde je dus blijven, dan moest je een deel der
afstand zwemmende afleggen. Dan kon je geaccepteerd worden in die stam. Zo waren toen de
wetten. Zo volledig hoorde je na de opname tot die stam, dat alle verplichtingen tegenover
anderen vervielen, die nam de stam op zich. Omgekeerd bestonden voor jou geen andere
wetten, of verplichtingen meer dan die van de stam en tegenover de stam. Je had dus
verplichtingen aan allen, waaraan de stam verplichtingen had. Je werd deel van de
gemeenschap. De onderdompeling, later de doop, werd meer en meer het symbool van het
behoren tot de stam. Wij kennen hiervan later verschillende vormen: de bloeddoop, waarbij
bloed wordt gestort, ofwel wordt gedronken. Denkt U maar eens aan de verhalen van Karl May
over bloedbroederschap. Van daar uit groeit het gebruik verder. Wanneer Jezus Zich laat
dopen met de Joden, mensen, door Johannes de Doper, erkent Hij hierdoor, dat Hij mens is en
bij de mensen behoort. Dat het log van Zijn volk Zijn lot is geworden. Eerst op dit moment
gaat Hij zich volledig in het volk uiten, want Hij aanvaardt deze stap en deelt daardoor de
kracht, die misschien al lang voordien in Hem geleefd heeft, maar die Hij nog niet had geuit,
met het volk. Dan kan Hij pas de grote Leraar worden, de grote Wonderdoener etc. Aardig,
hè? (Ja). Daar zit een hele hoop aan vast. Als je daar eenmaal mee begint, met je hele Bijbel,
het hele Evangelie uit elkaar rafelen, dan kom je steeds weer voor nieuwe en verrassende
aspecten en inzichten.
Mag ik nog iets vragen over de Atlantiërs? Er wordt gezegd: de wit-magiërs konden stijgen
tot de sfeer der Goden, ja zelfs tot de sfeer der bewustwording. Wat houden deze twee
termen in?
Een God is een wezen, dat in de stof zijn invloed voortdurend kan doen gelden en in de stof
scheppend werkt, ofschoon het niet in de stof leeft. Kunt U het daarmee eens zijn? Ja? Nu, dan
heeft U meteen de sfeer aangegeven. (Ja, dus de natuurkrachten?) Onder andere. Degenen
dus, die de natuurkachten en het scheppen der materie kunnen beheersen. Maar ga je nog
verder dan kom je bij de bewusten. Dezen gaan verder, want zij zien niet alleen het eigen
scheppend vermogen, zoals de God dat ziet, en achten zichzelve meester. Zij dien het
functioneel verband, dat er bestaat tussen de Goden en hun schepping, die de oorsprong bevat
en het resultaat ervan. De bewuste staat dus dichter bij het Goddelijke. (Dank U wel). Ik krijg
vandaag allemaal van die gemakkelijke opgaven.
Nog iets over Atlantis. De verminkte monsters, die niet meer normaal konden incarneren,
werden soms door de magiërs gedood. Door welke magiërs? Wat houdt dat eigenlijk in:
gedood worden?
In dit geval een zuiver stoffelijke term. Dus het stoffelijk bestaan werd onmogelijk gemaakt.
Maar dat hadden zij al verloren. Zij werden verminkt door die psychische krachten en
konden toen, naar ik heb begrepen, niet meer normaal incarneren.
U had misschien beter gedaan met dit aan broeder Frans te vragen. Maar ik zal mijn best
doen, hoor. Kijk eens. Elk wezen, dat een gestalte heeft, en dat blijkt hier uit het woord
‘monster’, moet dus een voertuig bezitten. Op het moment, dat ik het voertuig wegneem, valt
ook de monsterlijke gestalte weg. Wanneer ik nu lage geesten heb, b.v. in een bepaald
lichaam... U heeft toch wel eens gehoord, niet, dat een mens een hele reeks voertuigen heeft.
Hij denkt dat hij één geheel is, maar als je hem gaat ontleden, dan is hij zo’n Japans doosje.
Elke keer, dat je een doosje open maakt, komt er weer een nieuwe te voorschijn.
Dus een etherisch lichaam, kan dat dan ook een monster zijn?
Heeft U wel eens van demonen gehoord? Dat zijn gegarandeerde monsters. Toch hebben die
een etherisch lichaam. De magiër, die hen wil doden, moet dus hun vorm en lichaam
vernietigen, in de hoop, dat zij in die cyclus zich dan verder onbewust zijn. U moet begrijpen,
dat je ze niet bewust naar boven verplaatsen kunt. Daar is een voertuig voor nodig. Dat
voertuig is vernietigd, maar het leven blijft bestaan. Dat gaat dan slapende de cyclus door,
komt weer naar beneden, verwerft zich weer alle voertuigen, komt in de stof en kan van daar
uit weer verder stijgen. De persoonlijkheid blijft bewaard, maar het wezen, het voertuig is
totaal veranderd. Het bewustzijn blijft dan tot het lichaam wordt verworven zeer beperkt tot

72 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Goddelijke krachten en wetten, die nog in de hoogte fasen van de cyclus kunnen blijven
bestaan, zonder dat er een voertuig is om ze vast te houden.
Ja, wanneer dat lichaam vernietigd is, komt er een soort bewusteloosheid.
Inderdaad.
Dan heb ik nog een vraag over Lemurië. Het grote ras van insecten, dat een
maatschappijvorm overnam van Lemurië, bezaten die een soort intelligentie, die hen tot
navolging en zelfs tot verbetering kon brengen? Hoe kon het dan, dat sindsdien de insecten
hun hoog georganiseerde samenleving onveranderd hebben gehouden? Alleen gedreven
door instinct?
Nu, dat zij alleen gedreven worden door instinct, is ook niet helemaal zuiver. Maar er is dit
gebeurd: de insecten hadden een samenleving, waarbij onderlinge samenwerking veel harder
noodzakelijk was, dan b.v. voor de mens. Het resultaat was, dat zij vanaf het begin met hun
bewustzijn veel meer gericht moesten zijn op het geheel dan op de delen. Begrijpt U, wat ik
bedoel? Wanneer wij b.v. de mieren bekijken, dan is het volk belangrijk, maar een mier op
zichzelf komt er niet zo erg op aan. Hij heeft wel een persoonlijkheid, maar kan die
persoonlijkheid alleen binnen de wetten en de mogelijkheden van zijn volk uitleven. Zodra hij
naar buiten toe treedt, is hij dat volk. Daardoor ontstaat een bewustzijn, dat veel verder gaat
dan het lichaam. Zolang de omstandigheden zich niet veranderen, zal het lichaam zich niet
aanpassen en veranderen. Het lichaam past zich niet in de eerste plaats aan aan een
geestelijke impuls, maar aan de stoffelijke impulsen. Die werden nu niet geschapen. Er was
een vorm gevonden, waarin men kon blijven voortbestaan en wanneer een volk stierf, dan viel
dit uiteen in even zoveel individuen, die eerst dan er toe kwamen om een nieuwere
bestaansvorm te zoeken. Dus de incarnatie-mogelijkheid voor het individu en zijn individuele
ontwikkeling was veel minder groot dan voor een mens. Vandaar dat een tijd lang deze
insecten een beschaving hadden, beter en hoogstaander dan de mens. Het bouwschema van
de termietensteden is al meer dan een miljoen jaar oud. Toen zij dat eenmaal gevonden
hadden en dat organisch in orde was, omdat wij een gemeenschappelijk bewustzijn lieten
regeren boven het individueel bewustzijn, werd de vorm gestabiliseerd ten koste van het
individu. Deze vorm bleef dus zichzelf voortdurend gelijk. Maar daardoor kon het volk zich lang
zo gemakkelijk niet aanpassen aan een verandering van omstandigheden als de eenling. Een
mogelijkheid werd toen gezocht in het onvruchtbaar maken van het grootste deel der wijfjes,
die dan tot werksters worden en het leggen van de voortplanting in handen van enkele
individuen. Daardoor is inderdaad de mutratiemogelijkheid wel iets toegenomen, maar toch
niet veel. Zo’n levende broedmachine, een eierenleg-apparaat als een mierenkoningin
uiteindelijk is geworden, wordt zo zorgvuldig midden in het volk beschermd tegen alle
invloeden van buiten af, dat de stoffelijke impuls van verandering, die noodzakelijk is, maar
zelden wordt ontvangen.
Dus een maatschappijvorm, zoals b.v. de Russen, die zich voorstellen, dat de staat het
belangrijkste is en de individu maar een zeer ondergeschikte plaats inneemt, zou dus
eigenlijk in het insecten-stadium thuis horen?
Geeft U zich even de moeite om te zien, wat daar gebeurd is. Er werd opgebouwd een
organische staatsvorm, waardoor, indien alle organen goed functioneren inderdaad de staat
zichzelf gelijk zou kunnen blijven. Maar op het ogenblik is het nog niet zo ver. Wanneer echter
alle onderdanen zichzelf deel van de staat gaan voelen en zichzelf daarbij achterstellen, dan
krijgen wij een staat, die steeds op hetzelfde peil zal blijven handhaven. Want de bestuurderen
hebben er geen belang bij een verandering te brengen, tenzij deze voor hen een verbetering
betekent. Elke verbetering betekent echter voor hen een risico, waardoor het geheel zou
kunnen worden verminkt. Vandaar dat een nieuwe staatsvorm, als de Russische in zich,
ondanks de misschien revolutionaire principes de mees conservatieve staat is, die U zich voor
kunt stellen. Conservatisme is, zoals U weet, op den duur de dood van alle initiatief en dus ook
van alle vooruitgang. Dat is altijd zo, hoor. Zodra een revolutie uitbreekt, vernieuwt zij. Heeft
zij zichzelve gevestigd, dan wordt zij conservatief en als zodanig een remmende invloed op de
factoren der ontwikkeling, die zij zelve heeft geschapen. Maar dat is politiek en die hoort hier
niet thuis.

DE HINDOELEER 73
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Toch zou ik bij dat conservatisme aan willen knopen en wel met dit: Wij zien dit heel sterk
in de godsdiensten om ons heen en de opvattingen, die wij in onze kinderjaren hebben
geleerd. Nu heeft u zoëven gesproken over het analyseren van esoterisch standpunt van de
Bijbel en de Evangeliën. Zou U ons daarover een paar verhandelingen kunnen geven, die
wij zouden kunnen opnemen en die wij zouden kunnen verspreiden om daarmee een stoot
in de goede richting te geven.
Dat is niet zo weinig gevraagd, vrienden. Dergelijke verklaringen en uitleg, dat is allemaal heel
goed voor de mensen, die ze kunnen begrijpen. Maar vergeet U niet, dat er een hele
vooropleiding nodig is, om ze goed te kunnen begrijpen. U begrijpt ze wel, maar leest U ze
eens voor aan deze klas. Denkt U, dat die ze allen begrijpen?
Neen, maar wij zouden toch een stap verder kunnen komen dan de huidige opvattingen,
die er bij de Katholieken en de orthodox Protestantse kerken gegeven worden?
- Dat is toch iets, wat wij aldoor proberen te doen, maar het feit alleen al, dat wij zeer
zorgvuldig de directe strijd met alle religie vermijden, zou voor U al aanleiding genoeg moeten
zijn om te begrijpen, dat wij niet van zins zijn voor U een stelletje strijd-geschriften te gaan
produceren. Maar wanneer U iets anders wilt hebben, een beginselverklaring b.v., dan willen
wij die te allen tijde geven, maar bij voorkeur niet op een studieavond. ik hoop, dat U het niet
vervelend vindt, maar dat kan nog beter gebeuren op een Zondagochtend of zo, of een
particuliere avondbijeenkomst dan op een cursus, waar wij uiteindelijk het behandelen van
bepaalde stof nastreven. Dus wij willen U wel een beginselverklaring geven, waarbij desnoods
wij ook nog wat citaten te berde willen brengen. Wij kunnen het heus interessant genoeg voor
U gaan maken, maar een uiteenzetting van het esoterisch Christendom voor verspreiding aan
de menigte, U moet mij niet kwalijk nemen, die willen wij niet geven. Dat is niet verantwoord.
Komt de tijd betrekkelijk gauw, denkt U, dat dat wel mogelijk zal zijn?
Dat zal er van afhangen. Het aantal mensen, dat het kan begrijpen, wordt groter en groter.
Maar wanneer dat aantal groot genoeg is, zullen de kerken zelf weer een sprong nemen in de
uitleg en opvattingen, tot zij dat gemiddelde peil weer bereiken. En dan is het niet nodig
dergelijke dingen te gaan uitdragen. Dan doen de kerken zelf dat wel. Een kerk is een lichaam,
gebaseerd op godsdienstige opvattingen, dat altijd achter de ontwikkeling der individuen
aanloopt. Zij is immers gebaseerd op de overheersing van deze individuen en geestelijken en
meestal ook in stoffelijke zin. Als gevolg kunnen wij dus zeggen, dat, als het individueel
bewustzijn bij de menigte stijgt., de godsdienst zelf met haar verklaringen en opvattingen daar
mee mee moet gaan. Zij doet dat over het algemeen met niet te veel achterstand. Hoogstens
een tweehonderd jaar. Dat laatste is sarcasme, hoor, voor het geval, dat U het niet door had.
Nu, ik hoop dan dit punt ook weer uit de weg geruimd te hebben.
Hoe denkt U over het boek der inwijdingen van Alice Bailey? Dit werd door uw vriend
Gérard van de andere studiekring aanbevolen. Ik kom niet op die studieavonden, anders
had ik het hem zelf nog gevraagd. Ik was eerst vol van dat boek, maar toen ik uw vriend
Franciscus over enkele dingen navroeg, kreeg ik heel andere zienswijzen te horen. Dus is
het boek voor mij waardeloos geworden, net als zoveel andere boeken, b.v. Blavatsky,
Leadbeather, Bossant enz. Toch is het vreemd, dat Alice Bailey beweert geïnspireerd te zijn
door een meester K.H., aan wie zij het boek opdraagt.
Kijkt U eens. In het geval Bailey heeft U weer de openbaring, die niet gespecialiseerd kan zijn.
Hetzelfde als zoëven bij de geschriften voorkwam. Wij kunnen de dingen wel aardig
uitdrukken, maar moeten de dingen te veel bemantelen. Een halve waarheid, wanneer je de
volle waarheid weet, in je ogen maar al te vaak tot leugen. Dit is waarschijnlijk het geval, waar
U hier mee worstelt. Toch is het boek zeer waardevol en wanneer u wilt proberen het te
interpreteren met hetgeen U van ons geleerd heeft, geloof ik, dat het U toch nog veel kan
zeggen.
Ja maar, over de hiërarchieën heb ik U ook eens een vraag gesteld en zij heeft een schema
opgesteld van de hiërarchie. Ieder heeft zijn eigen taak en door U wordt toch beweerd, dat
dat niet zo is.
Dat is ook niet feitelijk zo. Het is hetzelfde, wanneer ik ga zeggen, de regering is ingedeeld in
zo en zoveel departementen en die hebben die en die taken. Dat is alleen maar waar, zolang
die regering een blijvende, stabiele vorm heeft. Op het moment, dat de regering verandert,
74 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

veranderen de taken. Dan verandert vooral de indeling van de taken. Denkt U maar eens aan
de ministers. Hoe vaak zijn die al door elkaar gegooid. Altijd haast zijn het dezelfde personen.
Maar let maar eens op: vandaag zijn zij van Koloniën, morgen doen zij aan Landbouw, dan
weer doen zij het voor Waterstaat en als er voor hen niets anders zo te vinden is, dan gaan zij
naar Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen of zoiets dergelijks. Dat zien wij daar in de
hiërarchieën, ofschoon om andere redenen ook. Wanneer er dus een vast schema wordt
gegeven kan dat nooit altijd kloppen. Het schema kan U dus geen inzicht geven in de
werkelijke verdeling, maar wel in de taken, die er bestaan. Dat was U vergeten, hè? Het kan U
dus een overzicht geven van hetgeen er is. Verder geeft het boek, als ik mij niet vergis,
overeenkomsten aan van inwijdingstrappen en ontwikkelingsfasen. Wanneer je dus eens in
gaat, wat je taak in de wereld is en wat je ontwikkeling is, dan kun je ook nagaan aan de hand
van dat boek, welke inwijdingsgang jezelf moet volbrengen. Want dat klopt wel. Het is net
zoiets als een Baedeker. Wanneer je een Baedeker neemt en je gaat de stad eerst zelf
bekijken, dan bestaat er een grote kans, dat je zegt: dat boek is geen cent waard, met zijn
drie en vier sterren. Het zegt geen onwaarheden, maar het dicteert a.h.w., hoe je de zaak
moet bekijken. Als U echter al een paar keer met een vriend of zo hebt rond gezworven en U
gaat weer eens en neemt dan de Baedeker mee, dan zal blijken, dat heel veel van de
gegevens toch nog wel heel goed te gebruiken zijn. Omdat U dan, zonder U precies te houden
aan wat er staat, aan de hand van die gegevens kunt gaan onderzoeken en zo ontdekkingen
kunt doen, die zelfs iemand, die denkt alles te weten, kunnen zijn ontgaan. Onthoudt U echter,
alles wat wordt gedrukt en opgeschreven wordt min of meer gegeven voor de massa. Het
gemiddelde van de massa ligt betrekkelijk laag. Zelfs wanneer je daar een eindje boven uit
gaat en door de moeilijkheid, leesbaarheid enz. toch al een aantal belangstellenden uit te
schakelen, kom je toch altijd nog weer op een punt terecht, waar je water bij de wijn moet
doen. Dat is de reden, dat wij met onze cursussen b.v. in een klein gezelschap werken. Of
denkt U soms, dat wij niet meer belangstelling zouden hebben, wanneer wij zo een cursus aan
zouden kondigen in de grote zaal? Maar wij zouden lang zo ver niet op de dingen door kunnen
gaan. Wij zouden veel vager moeten blijven en wat zou heet resultaat zijn? Dat wij veel
minder bereikten.
Vraag over Alice Bailey: ze maakte toch een grote fout, toen ze zei, dat aan het eind van
het Atlantisch tijdperk door de Heren der Wereld besloten werd de deuren te sluiten,
waardoor de dierlijke mensen het mensenrijk binnen gingen. Zo staat het in het boek. Dit
werd ook tegengesproken door U en uw vrienden.
Onze zienswijze hebben wij al eens uitvoerig gegeven. Misschien kunt U het verslag te pakken
krijgen? Laten wij het zo zeggen: een mooie brug, goed gemetseld, mooi van vorm en lijn doet
ons veel prettiger aan dan de Bailey-brug, maar je kunt er ook mee naar de overkant komen.
Met onze grote problemen, zoals leed, gaan wij natuurlijk tot God om kracht te vragen,
wanneer wij het niet alleen af kunnen. Maar met onze kleine zorgen, soms zijn het
futiliteiten, zijn wij gauw geneigd naar een z.g. tussenpersoon te gaan, tegenwoordig naar
U en uw vrienden. Is dit verkeerd?
Och, kijk eens, verkeer kan ik het niet noemen. Per slot van rekening zal de ervaring U wel
leren, dat wij geneigd zijn U te helpen, wanneer hete zo uitkomt. Maar dat wij ons ook niet
ontzien in zo’n geval eens een aardige grap met U uit te halen. Zoals met die breipennen
o.a.....
Ik meen dat U hier uit ervaring zult kunnen spreken, dus... Gevaar bestaat er niet bij. Vraag
ons rustig de kleine dingen, wij willen U graag helpen, wanneer wij toevallig in de buurt zijn,
maar ga ons er niet voor speciaal uit onze sfeer halen. Dat zou niet prettig zijn. Indien er
iemand in de buurt is en die hoort, wat U zo voor U heen mompelt en hij helpt U, wat is er dan
kwaads gebeurd? Als je je voet verstuikt, is het toch ook niet gek, als je tegen een
voorbijganger zegt: help mij even tot ik bij de dokter ben? Beschouwt U ons dan maar als
voorbijgangers. Wanneer er dus weer een paar breinaalden weg zijn... (Gelach). Zelfs wanneer
U zich afvraagt, waar bij het kaarten, die ene boer nu toch is gebleven, probeer het maar.
Misschien helpt het.
Goeden avond.

DE HINDOELEER 75
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

Goeden avond, vrienden,
Er is mij door uw vriend Franciscus verzocht nog kort enige spreuken te citeren, die voor U
misschien de moeite waard zouden kunnen zijn. Ik meen, dat het niet nodig is bij elk apart de
bron te vermelden, aangezien dit zeer veel tijd in beslag zou kunnen nemen. Ik stel U echter
voor de volgende citaten zelve aan een nauwkeurige ontleding en beschouwing te
onderwerpen, waarbij ik er voor zal zorgen, dat vragen, die hier eventueel uit rijzen op een
latere bijeenkomst kunnen worden behandeld. Ik meen, dat U hiermede accoord kunt gaan.
Al wat leeft, is gedeeld in veelheid. Wanneer wij de veelheid van ons zijn beseffen, kunnen wij
het streven der veelheid tot eenheid maken. En in deze eenheid ons ware ‘ik’ vinden.
Ik geloof niet, dat dit veel toelichting behoeft. U zult begrijpen, dat U zelf bestaat uit vele
invloeden en persoonlijkheden. Alleen reeds ten opzichte van de verschillende sferen, waarvan
voertuigen in uw wezen aanwezig zijn, doordat soms invloeden uit een bepaalde sfeer zich
mede uiten in uw stoffelijk bestaan. Zelfs uw stofbestaan kan worden ontleed in een aantal
zelfstandig bestaande eenheden. Het tweede citaat houdt zich bezig met de Godheid.
Waar mijn God leeft, weet ik niet, want ik ken mijn God niet, maar in mij zelve voel ik mijn
God. Zo waar ik ga, is God. Waar God gaat, is licht. Waar licht is, is de ware vreugde des zijns.
Hierop geef ik U verder geen commentaar. Deze spreuk houdt zich bezig met de sexen, die bij
de mensheid optreden, maar is toch de moeite waard om te beschouwen.
Al het geschapene heeft een doel. Wanneer de Schepper de mens het het dier niet één, maar
twee in soort gemaakt heeft. Zo is het niet ons gegeven om hierover een oordeel of een
beoordeling uit te spreken. Beide delen zijn uiting van Zijn wil. De daden van beide delen wijn
uiting van Zijn kracht. Zo beschouwen wij hen beiden met gelijke eerbied en aanvaarden hen
in de volheid van ons zijn.
Hier moet ik wel even een commentaar op geven. Het is niet de bedoeling, dat één der beide
sexen zich bevoordeeld of benadeeld acht boven de andere. Het is verder niet aan de mens
gegeven een oordeel uit te spreken over de sexen en hun verhouding onder elkaar, tenzij deze
in eigen wezen en eigen bestaan gebeuren. Voor de volheid van het bestaan is het nodig, dat
de tweeheid der mensen tot eenheid komt, waar hierbij een geestelijke en stoffelijke
consumptie optreedt, die een eenheid van wezen en bestaan tot stand kan brengen. Volgende
spreuk:
Ik ben eerlijk, zegt de dwaas. Zijn verklaring is een leugen. Ik niet, zegt de wijze en hij is
eerlijk in zijn wijsheid, want de waarheid kan niemand spreken, omdat niemand de waarheid
kent. Maar wie dat deel der waarheid uit, dat hij kent, zal, al liegt hij, de waarheid dienen. Wie
echter denkt een deel der waarheid te kennen en probeert haar anders voor te stellen, zal in
de leugen soms meer van de waarheid openbaren. Wij verlangen niet de waarheid te
openbaren, maar wachten tot zij ons geopenbaard wordt.
Ik meen, dat ook hier geen commentaar nodig is. Nu dan de laatste der citaten, die ik U ter
beschouwing voorleg.
Eens zeide ik: ik was, maar het is niet waar. Ik zal niet zijn. Nu zeg ik: maar ik weet niet, wat
ik ben. Ik weet slechts, dat mijn zijn één is en altijd blijft bestaan, omdat heden verleden en
heden toekomst in brandpunt wordt gebracht in het nu van mijn wezen, voor mij het
brandpunt der oneindigheid.
Ik hoop dat ook dit laatste citaat U duidelijk is, anders kunt U daarover bij een volgende
gelegenheid een verklaring vragen. Mag ik U ondertussen danken voor uw aandacht en het
woord overgeven aan de laatste spreker van deze avond?
Goeden avond, vrienden,
Gezien de inhoud van het voorgaande zou ik de vorm van het Schone Woord deze maal meer
poëtisch willen kiezen. Kunt U het hiermee eens zijn? Mag ik U dan verzoeken mij een
onderwerp te geven, waarop ik deze beschouwing kan baseren.

76 DE HINDOELEER
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 5 – De Hindoeleer

VOLMAAKTHEID
Volmaaktheid, volheid van bestaan,
Volledig afgerond en zonder één gebrek,
Volmaaktheid is een vrek, die het eigen leven nimmer geeft,
Omdat volmaaktheid nimmer leeft,
Maar als een droom toch altijd weer in het zijn der onvolmaaktheid zweeft.
Wanneer het onvolmaakte streeft,
Dan is het naar volmaaktheid,
Wanneer het onvolmaakte leeft
En strijdt in alle naaktheid van het ongekend bestaan,
Dan voert het de volmaaktheid als strijdleus in zijn vaan.
Maar zeg mij, volmaaktheid, gij leven, dat daar strijdt,
Gij, die daar droomt van eeuwigheid en in het leven lijdt,
Zou de volmaaktheid zijn een vervulling van uw waan?
Zijt gij volmaakt? Zijt gij voleind? Beëindigd is het bestaan.
Onvolmaaktheid is des levens kracht, de gang van alle dagen,
De onvolmaaktheid is het, die verschijnselen kan dragen,
Volmaaktheid is een harmonie, een melodie, nog nooit geuit,
Die in zich al, wat kan bestaan en klinken kan, besluit.
Volmaaktheid is een eeuwigheid en toch kent zij geen tijd,
Zij is de volheid van het bestaan en toch kent zij geen strijd.
Zij is de waarheid, kent geen waan en uit die beiden niet,
Omdat volmaaktheid die volmaaktheid ziet,
Niet zien kan, niet begrijpen kan.
Het blijft een onbegrepen zijn,
Waarin de uiting in onvolmaaktheid
De volmaaktheid blijft een pijn.
Een lust tot verder gaan, wanneer de poorten open staan,
Die grenzen het onvolmaakt bestaan van stof en van de geest.
Voor hen, die door die poorten gaan, is het verleden nooit geweest.
De tijd bleef stille staan en vaak wordt men bevreesd,
Men ziet de vorm vergaan, de klank versterft, het licht breekt aan
En zelfs de grote stem, die in het eigen spreekt, gaat zwijgen.
Opgegaan in de volmaaktheid zijn wij aan het einde van het bestaan.
En slechts, wanneer onze onvolmaaktheid deel is van een groter zijn,
Dat in zichzelve nog draagt een waan van eenheid, die niet is,
Dan zal het gemis van strijd ons niet doen stille staan.
Dan zullen wij uit onze volmaaktheid in groter wereld verder gaan.

DE HINDOELEER 77
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Goeden avond.
Verslag Studiekring 6, cursus II, gehouden op 3 maart 1955

LES 6 – HET RECHT

Goeden avond, vrienden,

Voordat wij met het eigenlijke hoofdschoteltje gaan beginnen, moet ik maar eerst eens
informeren: Hoe zijn jullie uit al die spreuken gekomen? Was dat duidelijk genoeg, of moet
daar nog wat bij gegooid worden? Het is nu weer eventjes geleden. Ik denk zo: laat jullie het
eerst maar eens zelf uitkienen. Nu, er wordt wel ijverig gefluisterd, maar daar schijnt het dan
bij te blijven. Dan zullen wij maar eens gaan beginnen. Wij zijn er zo heel aardig even langs
heen gewandeld, maar nu komen wij aan het verbluffende punt, dat wij ergens het vroeg
Boeddhisme ontmoeten. En eigenlijk weten wij niet, of dat nu nog Hindoe-godsdienst blijft, of
dat het al wat anders is. Indra is nl. een naam, die in omgezette vorm, die van één van de
vroege Boeddha’s betekent. Degenen, die daar wat meer over hebben gehoord, weten dat
misschien wel. Hoe moeten wij dan eigenlijk de geschiedenis van dat vroeg-Boeddhisme zien?
Het is een leer, die zeker nog niet de vrijheid heeft, die de latere Gautama Boeddha, de Prins
Siddharta brengt. Integendeel. Het gelooft nog in de verschillende werelden en het levensrad.
Het oude symbool met zijn duizend verschillende mogelijkheden van gaan door hemel en hel.
Dit maakt wel het hoofdbestanddeel uit van dat geloof. Wat is eigenlijk de kern van het
Boeddhisme? Laten wij dat maar eerst even nemen. Ik wil hier citeren uit een studie-werkje,
dat nu soms nog gebruikt wordt en wel speciaal in Tibet. Over dat Tibet horen jullie van het
jaar nog heel wat. Daar is nog heel wat gaande. Maar dit boekje is dan al héél oud en heeft
niets met de moderne godsdienst of politiek te maken.

Uit de grote geest is Al geboren. En telken male wanneer een deel van het Al zich het Al
bewust wordt en zich keert tot de dingen, waaruit het Al gevormd is, is er een nieuwe Boeddha
geboren.
Dus om het nu eens met gewone woorden te zeggen: Elke keer, wanneer iemand op de wereld
een bewustzijn verwerft van het Goddelijke, een werkelijk bewustzijn en deze lering brengt
aan de mensen, dan is deze mens een Boeddha. Nu zijn er verschillende Boeddha’s.
Verschillende klassen van Boeddha’s. Er wordt dan ook schijnbaar een heel groot verschil
gemaakt. Want als wij wat verder kijken in dat boekje, staat er dit:

Velen hunner leren en leraren voor een deel van de wereld. Echter eens in de bepaalde periode
keert de grote Boeddha terug. Het grote bewustzijn, opnieuw gedragen door een mens. De
nieuwe Boeddha kan dan alle wetten van het oudere verwerpen, omdat hij brengt de
aanschouwing van het Goddelijke, die op dat moment voor de wereld het best toegankelijk
lijkt.
Nu moet je van al die Boeddha’s maar niet denken, dat zij de gehele eeuwige waarheid zien en
het dan ook maar meteen vertellen. Zij moeten hun bewustwording aanpassen aan de wijze,
waarop de wereld dat kan verwerken. Het is dan heel begrijpelijk, dat in een oude wereld,
waarin uiteindelijk iedereen nog geloofde in de goden en demonen, het onmogelijk was om te
spreken over het gouden pad en de acht wegen tot bereiking. Dat was eenvoudig onmogelijk
geworden: die mens had dat eenvoudig aan niemand kunnen onderwijzen. Dus moesten de
vroege Boeddha’s wat anders brengen. Wat brachten zij nu al als bijzondere opvallende
vernieuwing? Het geloof, dat de mens niet in de macht van Goden of demonen is, maar
telkenmale binnen het bereik van hun macht komt om die macht weer te verlaten en een
volgende wereld of sfeer binnen te treden. In dat oud Boeddhisme vonden wij dan ook naast
Indra ‘Krishna’. De oude Krishna. Krishna is een meester van wie wij mogen zeggen dat hij
inderdaad een grote Boeddha is geweest, die ons ook nu nog buitengewoon veel
belangwekkends te vertellen heeft. De leer van Indra is de leer van het geweld, van de
78 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

verdeeldheid der dingen, van de zegepraal door strijd. Een grondslag, die overeenkomt met de
beginperiode van de Hindoe-ontwikkeling. Het is werkelijk heel aardig om dit zo te zien. Er is
geen verschil hierbij. Het verschil komt pas, wanneer verschillende groepen mensen
verschillende interpretaties hieraan geven. Dat zul je altijd weer zien, hoor. Het is hetzelfde als
met het Christendom, nietwaar? Er is maar één Jezus Christus, maar er zijn op het ogenblik
zoiets van 160 grotere richtingen van het Christendom. En spreken wij van de kleineren, dus
met een ledenaantal van maximaal 15.000 zo, 100.000 misschien, dan komen wij hier in
Nederland alleen al over de 40 heen. Dus dat is de kwestie van de mensen, hoe die het
interpreteren. Dan wordt het ook voor ons begrijpelijk, dat wij bij een gelijkblijvende
gedachten-achtergrond toch zo sterke verschillen kunnen zien. Als U b.v. een Birmaan ziet, die
heeft een lichte, een vrolijke, een dankbare, een zonnige en een liefdevolle opvatting van het
leven en zijn Goden. Zet U daar tegenover een Kaïn b.v., die is melancholiek, angstig.
Wanneer wij dan de godsdienstige opvattingen van die volkeren gaan bezien, dan ontdekken
wij weer precies hetzelfde. Het geloof aan geweld moest uiteindelijk worden opgelost door een
leer van geloof en liefde. Dat is begrijpelijk. Die leer vinden wij dan ook in de leer van de
eerste Krishna. Ik zeg dit ter onderscheiding, omdat er nog een Krishna is, de zoon van een
filosoof. Maar die treedt pas een behoorlijke tijd na Christus’ geboorte op. De eerste Krishna
daarentegen valt in de periode van 2500 tot 2200 v Chr. Maar daar wordt onmiddellijk de
conclusie getrokken: Wij kunnen echter het onrecht alleen met het onrecht bestrijden. Net
zoiets als iemand, die een hekel aan de politie heeft en zegt: je moet dieven met dieven
vangen. M.a.w. ze zeiden: ja, daar zijn vooral die bergstammen. Die lui, die daar in de bergen
wonen, die hadden het arm; heel arm zelfs. Erg beroerd. Die zeiden dan: Kom mee, jongens.
We gaan naar de dalen en dan gaan wij een rooftocht houden. Dat vonden die mensen in de
dalen wel heel erg onaangenaam. Die zeiden dan: Dat is nu toch wel slecht. Dat is moord en
doodslag enz. En wat daar verder bij hoort. Dat is niet goed te praten. Dan moeten wij een
strafexpeditie houden. En dan gingen zij soms zo’n dorp uitroeien. In het begin ging dat wel.
Maar later werden die bergluitjes ook handig. Die bouwden toen hun dorpen op allerlei
ontoegankelijke plaatsen. Wanneer zij de kans kregen, deden die echte rovers het zelfs zó, dat
zij aan de ene kant een steile wand hadden en aan de andere kant een diep ravijn. Dat hoort
er wel niet bij, maar het is wel leuk om dat eens te horen. Het is een oorlogsmethode.
Wanneer dan die dal-lui aan kwamen stormen, dan stonden zij opeens voor een schijnbaar
zeer hechte barricade met een hoop gewapenden er achter. Maar die zaten daar helemaal niet
om vliegen te vangen, of om de zaak te verdedigen, maar alleen om weg te lopen op het
ogenblik, dat de anderen storm liepen. Als er een verkeersagent had gestaan, zou hij vast
gezegd hebben: Naar die kant voor de hel. Want dan gingen zij allemaal naar beneden. Dat
heeft met zich gebracht, dat het krijgsmanschap een heel lange tijd voor een groot gedeelte
van Indië in de allergrootste eer stond. Het was zeker de roem van een vorst, dat hij wijs was.
Maar was hij alleen maar wijs en geen groot krijgsman erbij, nu, dan waren zij maar half met
hem tevreden. Wanneer een vorst uit die tijd een lofzang op zich liet maken, dan sprak hij
nooit over het Salomons oordeel, dat hij regelmatig nodig had. Waarmee hij regelmatig weer
tot de kern der dingen door moest dringen om rechtvaardig te zijn. Maar hij sprak er wel over,
dat hij met een werpschijf zeven vijanden tegelijk haf onthoofd. Maar het is begrijpelijk, dat
deze leer van onrecht bestrijden langzaam maar zeker grote spanningen opbouwde. Deze
spanningen werden vooral in het Zuiden opgevangen door het opkomend kasten-principe, dat
in zijn maatschappelijke en sociale betekenis veel ouder was en geërfd is eigenlijk. Een
overlevering, die nog terug te voeren is tot de tijd, dat de Gobi-woestijn een buitengewoon
vruchtbaar lang vol met grote steden was. Enfin, hoe het ook gaat, gaat het, die oude
overleveringen werden met godsdienstige redenen omkleed. Daar hebben wij al een vorige
keer over gesproken, en de vooruitgang bleef stil staan. Wat gebeurde er echter verder naar
het noorden toe? Daar beoefende men het vroeg-Boeddhisme op een enigszins andere wijze:
Hier begon men ereplichten een buitengewone nadruk op te leggen. Daar was b.v. de
gastvrijheid zó groot, als U daar bij uw doodsvijand in het huis kwam en U zei: ‘Ik ben uw
gast’, die man alles zou doen om het je aangenaam te maken. Dat hield in die tijd nog heel
wat meer in dan tegenwoordig. Pas op het moment, dat je zijn huis of landgoed verliet, dan
was het wel mogelijk, dat hij zó erg de p. aan je had, dat hij ergens een ruiter met een land of
een boogschutter had staan om je dan als gast af ook tot ex-mens te maken. Men had daar
zeer hoge opvattingen verder omtrent de verplichtingen van de mens tegenover levende
HET RECHT 79
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

wezens. Wanneer wij gaan kijken naar de verschillende dingen, die eigenlijk bijgeloof zijn, als
b.v. het geloof aan het incarneren in dieren en zo, dan valt ons op, dat wij dit in het Zuiden
zeer sterk vinden en verder in het binnenland, tot Tibet toe. Maar dan in het kustgebied van
Rangoon af naar boven toe, Indo-China en die hele keet daar. Dat daar de opvattingen
omtrent reïncarnatie het voortbestaan zeer sterk beïnvloed werden door de Chinese
opvattingen. Zo ontstond daar dan een verlichter denken, waarbij het beleven van de
vreugden van dit leven belangrijk was, maar nog belangrijker haast nog, dat men niemand
anders die vreugden ontnam. Nu is het altijd zo, hoor, denk nu niet, dat dit heiligen waren.
Een mens, die iets gelooft, zal misschien één dag in de week eens doen wat hij gelooft. Zoals
een hoop Christenen alleen Christenen zijn op zondag. Voor de rest van de tijd zijn het witte
Joden. Maar ja... In deze tijd ontwikkelde zich nu een filosofie in deze meer noordelijke
gebieden, grenzend aan China, die ons ontegenzeglijk zal herinneren aan de grote Chinese
filosofen. U zult het mij zeker niet euvel duiden, als ik in mijn enthousiasme voor deze dingen,
daar toch een paar details van noem. U weet het nog steeds: is het niet goed, dan zeg je:
Franciscus, ouwe jongen, houd je mond erover. Dan doe ik het ook. Nu, er staat geschreven:
‘Een mens, die alles verliest, zijn huis, zijn vee, zijn land en zijn vrouw’ en dat staat daar dan
nog in de reeks van belangrijkheid, waarin het toen beschouwd werd, dames. Er was toen nog
geen sprake van feminisme.

Wie verliest dus zijn huis, zijn land, zijn vee, zijn vrouw en de lach nog in zich dragen kan, is
rijk, want de lach is de vreugde van het geschapene. En wie de lach van het geschapene in
zich draagt, die is de hele schepping onderdaan. Wie echter tracht, al bezit hij ook alle dingen,
zelf meer te zijn dan het geschapene, hij is dwaas en hij is arm. Want ziet, het geschapene is
een last, die hem beheerst. En hij zal niet handelen volgens het recht.
Het recht, dat daarmede wordt bedoeld doet ons sterk denken aan het begrip Tao. Het is dus
een soort gewoonterecht met een esoterische achtergrond, die veel verder gaat dan enige adat
ooit kan doen.

Het recht.

Het recht, dat door de mens verworpen wordt is de band, waarmee hij zich ketent aan deze en
andere werelden.
Ik geloof niet, dat die oude lui zo gek waren. Want als je nu hier op aarde, laten wij zeggen
een paar miljoen steelt, dan ben je over het algemeen een zeer geacht burger. Als het boven
een bepaald bedrag komt, noemt men het meestal geen oplichting of diefstal meer, dan is het
geniaal zaken doen. Maar als je dat zo uit, zoals b.v. ... een Basil Zaharoff, dan heb je alle
recht vertrapt. Dan ben je de slaaf van je bezittingen geworden. Je hebt geen prettig leven en
als je over gaat, heb je een hele hoop te verantwoorden, zonder dat je er ook wat voor
genoten hebt. En nu komt er een heel aardig dingetje waarbij zij juist over de duivelen
nadenken. Zij spreken meer over God accepteren zij zo wel, maar die duivel, daar zijn zij het
niet zo gauw mee eens. Daar zijn zij bang voor.

De duivelen en demonen hebben macht over de mens, de onderwerping van de mens, die hun
gebied betreedt. Wie leeft volgens de wet van het recht... denk aan de voorgaande noot
hierover: een soort Tao, is vrij en bevrijd. Hij treedt het rijk der duivelen niet binnen en is aan
hun macht niet onderdanig.
Als jullie je houdt aan het beste, wat je weet, dat je moet uitleven, dan kan geen duivel je wat
doen. Let wel, die oude wijsgeer heeft het helemaal niet over de menselijke wetten. Daar heeft
hij later een alinea over, die zou haast door onze vriend Henri geschreven kunnen zijn, want
die is tamelijk scherp. Maar hij spreekt hier over het goed doen a.h.w. Het erkennen van het
goede. Het voldoen aan alle verplichtingen, die het leven je oplegt. Hij zegt dan dat, wanneer
je dat maar doet, er geen duivel is en geen demon, die je in zijn macht kan krijgen. Je
betreedt hun gebied niet. Dat betekent ontleed: een begeerte, die niet in de natuur ligt is een
fout, die buiten het menselijke ligt. Wij kunnen ons dus voorstellen, dat een groot gedeelte
van de begeerten, die buiten het natuurlijke vallen, eigenlijk het gebied zijn van de één of
andere duivel, waar je op gaat grasduinen. Dat is nog zo gek niet. Per slot van rekening,

80 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

wanneer je een dak boven je hoofd hebt en een bed om in te slapen, een tafel en een stoel om
te zitten en voldoende te eten, je gezondheid, heb je dan nog zoveel om te begeren? Dan is
aan je behoeften voldaan. Aan je rechtvaardig en natuurlijk begeren. Maar degene, die zegt:
‘Ik heb nu drie ton op mijn bankrekening, had ik er maar twintig’, die verdient, dat zij hem
twintig ton op zijn hoofd slaan. Die begeert dingen, die hij niet nodig heeft, die niet tot het
natuurlijke leven behoren. Daardoor komt hij dus op het terrein van een duivel. Dat is de
Mammon, of wel de gele God. Dat is de meest gevaarlijke duivel in de hele hel. Dat kun je wel
geloven. Want wat de mensen soms om de dubbeltjes doen, dat is gewoon verschrikkelijk. Dat
was vroeger ook zo, want anders hadden zij dat vast niet neer geschreven. Nu zit er één te
denken: ‘Ik zou wel eens willen weten, wat er dan over het recht werd gezegd’. Nu, daar stond
dit over geschreven:

Wie het recht in zichzelf beleeft, zal niet horen op de vorst, die zegt: dit is recht. Want het
recht van menig vorst is het recht uit het rijk der duivelen. Wanneer de vorst zegt: eer mij, zo
eer hem, want hij is uw vorst. Zo hij zegt: aanbid mij, wend U af. Hij is een duivel en geen
God.
Nu is dat laatste voor twee uitleggingen vatbaar. Is hij nu alleen een duivel, als hij om
aanbidding vraagt, of moet je het zekere voor het onzekere nemen en hem altijd maar met
een paar horentjes afbeelden? Kijk. Met al die gezegden en al die opvattingen, mogen wij wel
van deze mensen toegeven, dat zij, vooral in hun wijsgeren, een zeer zuiver inzicht hadden in
de ware verhoudingen der dingen. Helaas werd niet alles in deze periode vastgelegd op een
voor deze wereld nog verstaanbare manier. Dit is voorbij gegaan. Wanneer er heel dichterlijk
wordt gezegd:

Wanneer hij uit het Noorden blaast, dan buiten wij als een halm. Maar richt U op, wanneer de
wind vergaat, opdat gij niet gebroken wordt.
Heel aardig. Maar wat zou je daar tegenwoordig van maken? Je zou zeggen: Nu, dat is een
sprookje over een grashalm of zoiets. Maar er wordt bedoeld de menselijke ziel. Hij van het
Noorden is het geweld, die wind brengt in die buurt het onweer en de donder met zich mee en
niet de kou, zoals U misschien denkt. Dus geen geestelijke ijscoman, maar iets, dat barheid
brengt. Een Godheid eigenlijk. Een grote geest of een demon. Wanneer die komt, laat het dan
over je heengaan. Het is niet gek. Maar ja. Ik zeg nog eens: Ga dat aan de moderne mens
voorleggen. Dan schrikt hij zich dood, stel je voor, dat je in alle ernst de esoterische wijsheid
zou gaan behandelen van een dichter, die zegt:
En zo gij met uw huisvrouw uw verlangen niet bereikt, zo zult gij U een tweede nemen en een
derde, zover uw middelen dit dragen. Want niet het genot der vrouw, is het doel des levens,
maar het herscheppen van de mensheid.
Dat was in die tijd zo, hoor. Dat moeten de dames mij maar niet kwalijk nemen. Maar als een
vrouw kinderen voortbracht, dan kon je je rustig bij één houden. Maar deed zij dat niet, dan
was je eigenlijk verplicht om verder te gaan, totdat je kinderen had. Dat zien wij in het Oosten
heel veel voorkomen, ofschoon er ook een volk bestaat, waar dit omgekeerd is, hoor. Waar de
vrouw, wanneer er geen kind komt, een andere man neemt. Maar goed. Dat is allemaal een
oosterse bedoening, daar behoeven wij ons nu niet verder in te verdiepen. Toch zat er in de
opvatting zelf wat in. Want er wordt hier ervoor gewaarschuwd, dat je niet het spel der zinnen
zodanig moogt gaan verheerlijken, dat je het doel ervan over het hoofd ziet. Zij zeggen niet:
Blijf de kuise Jozef. Maar wel zeggen zij: Denk er om. Die dingen zijn te heilig om ze nu maar
alleen te gebruiken voor genot. Je hebt een andere taak in de wereld. Iets verder, ik ga er niet
veel verder op door, want dit zijn regels, die zijn eigenlijk voor de opvattingen van deze tijd
niet acceptabel, maar daar zeggen zij dit:

Het is niet alleen zo in de wereld, maar het is ook in de geest zo. Wanneer je een waarheid
ziet, maar zij draagt geen vrucht, hij maakt je niet rijker. Dan moet je er een tweede waarheid
bij nemen. En is dat nog niet genoeg, dan een derde. Zoveel als je in jezelf maar dragen kunt,
tot je nemen en er één mee worden, totdat uit deze waarheden voor jezelf nieuwe wijsheid en
inzicht voortspruiten.
Dat is toch heus niet zo dwaas. Wanneer wij nu zo ongeveer op de helft van die periode
komen, dan gaan wij de eerste tekenen van het Boeddhisme daarin vinden, althans zoals wij
HET RECHT 81
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

dit nu beschouwen. Het is ook opvallend, al hoort dat dan niet direct in het betoog thuis, dat in
deze periode zich verschillende poorten, zoals dat heet, openen. Nu is zo’n poort iets, waar
veel over gestreden wordt. De één zegt: zij zijn dicht; de ander beweert: zij zijn open. Maar
onder een poort moeten wij verstaan een middel - of weg - om wijsheid te verwerven. Een
soort inwijdingsmogelijkheid. toen die periode zo halverwege was gekomen, kwamen die
inwijdingen voor degenen, die die leer goed gevolgd hadden. Van daaruit zien wij dan ook
plotseling komen de leer van gelijkheid en nederigheid, die de Boeddha later zal verkondigen,
maar die nu al leeft. Dan zien wij geschriften als b.v. de gedachten van een kluizenaar. Die
denkt ongeveer als volgt

Wanneer ik een vogel zie, of een tijger, een slang, of een hert, hoe zal ik zeggen: ik ben meer
dan gij, hoe zal ik zeggen: ik schat U hoger dan mijzelve. Wanneer ik tot U schouw en de
vriendschap in mijn wezen en ik tot U zeg: Broeder-gij weigert mij het antwoord niet,- en wij
zijn als broeders. Hoe dwaas is dan degene, die in zich draagt het verzet en de haat en de
onvrede, want ziet, door wat hij is, maakt hij de wereld zichzelve tot vijandschap.

Een aardig voorbeeld van de ontwikkeling van de mensen van die tijd vinden wij ook nog in dit
kleine citaatje:
Wanneer ik ga op de bergen, of in het diepst van het dal, in mij klopt het hart. De gevoelens
mijner lever blijven steeds gelijk, want ziet, ik ben een mens. Ik leef in een wereld van
betovering. Mijn hart heeft lief en mijn ogen begeren, mijn handen grijpen uit, maar wat zal ik
in het ledige vatten, dat niet reeds in mij leeft? Laat ik dan in mijzelve grijpen, tevreden zijn
met wat daarin leeft en niet begeren buiten mijzelve. Dan zal ik zeker bereiken de weg van
vrijheid, die mij voert tot in de hemelen.
Ze spreken nog over de hemelen, van het Nirwana is nog geen sprake. Maar, dus vrijheid van
begeerte daar komt het op neer. En niet alleen zo maar, als een leerstelling, maar met
redenen omkleed. De wereld is een waan. Ik kan niets in die wereld bereiken of verlangen, wat
ik in mijzelve niet heb. Waarom zou ik het dan in die wereld verlangen, wat ik besef en wat ik
aan rijkdom in mijzelve draag?Nu dan ben ik rijk genoeg en heb ik niets nodig. Allemaal
duidelijk kenbaar. Voorlopers van het nieuwe Boeddhisme, van het grote Boeddhisme.
Wanneer je in die tijd dan verder gaat, dan komen er uit dergelijke filosofen - ik heb er een
paar aangehaald - allerhande kleinere richtingen voort. Een dier richtingen spreekt: Heilig is
alle leven. Een ander zegt echter: Heilig zijn de elementen. Er is zelfs een kaste, die zegt:
Heilig ben ik. Er is een groep, die met de Durgha overeenkomt, de Kali-vereerders. Nu die
spreken als volgt:
Alle leven is waan, wanneer je de waan vernietigt door het leven te vernietigen, breng je alzo
de waarheid dichterbij. En de waan en de waarheid erkennende zeg ik: uitroeien.
Het is wel een eigenaardige opvatting, maar hete leeft nog steeds in de wereld. Tegenwoordig
maken ze ook al H-bommen, vanwege de wereldvrede. Dus ik zou willen zeggen: er is niet
veel nieuws onder de zin. Wanneer wij de geest begrijpen van die tijd, dan moeten wij goed
begrijpen, dat wij de menselijke ontwikkeling kunnen volgen van een absoluut onbewust leven,
met geestelijke leiding tot een bewust leven en zelfs misbruiken van ontwaakte geestelijke
krachten en afsterven van de geestelijke krachten. Daarvoor in de plaats komt een geloof, een
demonen-geloof. Vandaar uit zien wij, hoe de wijsheid nog steeds doorwerkt uit die oude tijd
van bewustzijn. Het klinkt nu nog. Ik heb het daarnet gehad over die inwijdingspoorten, die
horen nog a.h.w. bij het oude Atlantis. Maar wij zien, dat de mensheid in haar wezen en aard
verandert. Zij gaat meer en meer van de weg van het al te primitieve begeren af. Zij zoekt
voor zichzelve (hoesten) - nou nou, bijna verkouden, nog niet helemaal - een redelijk iets,
waarmee zij het instinctief nog bezeten geestelijk weten van Atlantis kunnen verklaren, Wij
zien, hoe zij langs Goden- en demonenwegen langzaam maar zeker een bevestiging van
zichzelve op een bepaalde plaats in het Al zoekt. Wij zien tegelijktijdig ook, dat de denkers in
de verschillende perioden, wanneer ze goed geïnterpreteerd worden, gelijke diepgang blijven
vertonen. Nu hebben jullie het allemaal zo gehoord, mag ik nu eens wat vragen? (Ja). Wie
weet uit de laatste feiten de conclusie te trekken?... Nu, kom kom kom. Niet zo verlegen.

De gemeenschappelijke oorsprong bedoelt U van deze gedachtengang?

82 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

Ja, ook ook ook. Maar er bestaat dus voor de mensheid een sedert de eerste ontwikkeling van
Atlantis gelijkblijvend geestelijk peil, dat als kennis bewaard blijft en mede bepalend is voor
elke vernieuwing in het individueel bewustzijn van elke mens. Aardig, hè? Maar wij komen
verder, hoor. Wat dat betreft, ik loop er nu erg op vooruit. Maar wij zullen jullie ook nog wel
kunnen bewijzen, dat verschillende van de oude Grieken en van die oude Romeinen eigenlijk
niets anders dan leerstellingen uitgalmen, die duizenden jaren geleden ook al bekend waren.
Elk op zijn eigen manier, elk aangepast aan zijn Godenwereld, zijn wereld en
wereldvoorstelling. Ik heb dit eerlijk, vrienden, érg goed bestudeerd, hoor. Ook al vindt U
misschien, dat ik wat meer met de feiten moest komen, zoals U die in de boeken ook kunt
vinden. Maar als die U interesseren, neem dan een boek, dat kost je veel minder moeite, want
dan kun je nemen, wanneer je er tijd voor hebt, nietwaar, en hier moet je maar komen,
wanneer wij er tijd voor hebben. Dus dat is heel wat anders. Maar ik het het heel goed
bestudeerd. Toen ben ik tot deze conclusie gekomen: de mensheid verandert niet, de
mensheid blijft zichzelve gelijk en alleen de uiterlijke omstandigheden veranderen. Bent U het
daar nogal mee eens? (Ja). En toch is er niet alleen sprake van een lichamelijke
bewustwording, maar van een geestelijke bewustwording. Dat hebben wij in het begin van
onze lezingen al vastgesteld, zelfs bij de Lemuren al.
Wat is dan de meest waarschijnlijke verklaring?

Dat als de geestelijke vooruitgang ver genoeg gaat, zij niet meer op deze aarde verder
kan?
Een heel juiste conclusie en wat is de tweede conclusie, die U kunt trekken, waar ik eigenlijk
op doelde, weet U dat niet? Dat er één groot bewustzijn is, dat voortdurend lerend op is
getreden van Lemurië af tot vandaag aan de dag toe en dat a.h.w. originerend werkt voor alle
grote geesten, die op aarde de mensheid komen leren, hoe ze ook heten. Dat deze grote
kracht, zich als speciaal doel schijnt gesteld te hebben: het verheffen van het mensdom, opdat
een bewustzijn boven menselijk verkregen kan worden en zo aan het stoffelijk menszijn de
mens onttrokken kan worden. Dat was dan, wat U zei. Nu dan, na deze kleine uitbarsting, die
mij daar eigenlijk zo te binnen schiet, omdat ik denk over al die vele leraren, die vele
richtingen en die grote lijn daarachter, kunnen wij zo langzaam maar zeker gaan beginnen aan
het Boeddhisme. Daar kom ik deze keer niet mee klaar, hoor. Tenminste, als ik aan de
machinist ga vragen: hoe staat het met de band: hij zou zeggen: nu, niet al te lang meer.
Dus, wat is het kenteken van het Boeddhisme? Het nieuw Boeddhisme? In de eerste plaats,
het is een hernieuwing van een oude wijsheid en leer. Een hernieuwing echter, die zó radicaal
alle dan bestaande waarden en waarderingen omgooit, dat wij rustig het geheel beschouwen
meestal als een geheel nieuwe godsdienst. Nog beter gezegd: Nee, Boeddhisme is geen
godsdienst, een bewustwording. Wij kennen allemaal het verhaal van de Prins Siddharta,
geboren onder wonderlijke voortekenen. Volmaakt bevonden in alle lichamelijke tekenen van
een Boeddha, groeit hij op als Prins. Hij ontmoet de werkelijkheid en zoekt dan jarenlang, -
alle wegen gaande - naar een bewustzijn, waarin hij de redenen van lijden en dood kan
beseffen. Dat is eigenlijk niet het hele verhaal. Wij weten dan verder, dat hij vrienden heeft
gemaakt. Dat die vrienden ook met hem mee gaan. Maar één aspect in het verhaal van de
Boeddha is wel opvallend. De Prins, want dat is hij nog steeds, de Prins-kluizenaar Siggharta
gaat in de wereld en hij wordt de leerling bij de bedelmonnikken. Hij trekt mee met magiërs.
Hij leert het Yoga. Hij gaat de eenzaamheid in en hij leeft in de kloosters en tempels. Maar hij
vindt er niets. U kunt overal gaan zoeken en er toch niets vinden. Het verhaal geeft de
oplossing ook. Hij zette zich onder een Boab-boom. Zo bleef hij daar een hele lange tijd, maar
toen hij weer opstond, was hij de Boeddha. M.a.w. je kunt heel lang zoeken, heel veel
verschillende dingen leren en bereiken. Er staat van de Prins Siddharta geschreven, dat hij
magiër was, dus dat hij toveren had geleerd. Dat hij een uitstekend Yoga-fakir was. Dat hij als
bedelmonnik had rond getrokken en evenzeer in de rijke kloosters had gestudeerd. Hij had dus
schijnbaar wel alles geprobeerd. In één dier geschriften zien wij zelfs, dat hij een uite=nemend
sterrenwichelaar wordt genoemd. Hij heeft alle dingen bestudeerd. Maar waar vindt hij de
waarheid? (Bij zichzelf). Juist, en dat is het typische punt, dat maar al te vaak over het hoofd
wordt gezien. Want wanneer wij verder gaan spreken over het Boeddhisme, dan moeten wij
natuurlijk de verschillende paden gaan beschrijven, al zal ik mij daar niet al te lang bij
ophouden. Want daar bestaat lectuur genoeg over. Wij moeten de ontwikkeling van de mens,
HET RECHT 83
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

zoals de Boeddhistisch gedacht wordt in verschillende richtingen, eigenlijk nagaan. Maar het
aspect, dat werkelijk zeer belangrijk is, vinden wij als steeds in de sagen. Dat zit in de
verhalen over het leven van de Gautama Boeddha. Daar zit de werkelijkheid in. Maar in jezelf
kom je tot bewustwording. Dit is een leer, die ook tot dat grote bewustzijn moet behoren,
waarvan krachten steeds weer op aarde dalen. Zegt ook Jezus niet: dat het Koninkrijk der
Hemelen in U is, vrienden? Heus allemaal vinden zij dat. Tot zelfs Mohammed, die in één der
suren er toch op wijst, dat de engel spreekt in het hart van de mens. Dat zijn maar niet
allemaal van die dingen, die je voorbij kunt lopen. En wat valt ons nog meer op? Wanneer wij
nu toch even bezig zijn om hierover te praten? Dat de nadruk, die door de leraar wordt gelegd
op het feit sterker wordt, naarmate je verder in de geschiedenis komt. Dat het in golven zo
naar een hoogtepunt toe. En dan zegt er één: In jezelf en anders niet. En dan gaat het weer
naar beneden. Dan komen wij weet met hemel en hel en weet ik wat nog meer. Met een
Olympus met hun Goden en hun demonen. Dan komt de duivel op zijn bokkepootjes met je
dobbelen om je zieltje. Maar dan opeens is het er weer: Een stem, ergens vandaan die zegt:
In je. Dan zien wij zelfs in de Mormoonse openbaring. Dat lezen wij in de werken van Innhyat
Khan. Om al die anderen nog niet te kort te doen, die ik nu niet noem. Het grote bewustzijn,
waarin het vroeg-Boeddhisme (hoesten) Wat een stem, wat een stem, je kunt er cokes mee
kloppen. Enfin. Waar het vroeg-Boeddhisme naar toe leidt, dat is het begrip, dat eens aan de
wit-magiër werd gegeven, toen hij als priester doorgaande met het dienen van de lichtende
krachten, die op aarde dalen in het Lemurische tijdperk, bewust werd van deze kracht. Daar
wordt de wereld langzaam, heel langzaam maar zeker rijp voor gemaakt. Dat is een prettig
iets. Want nu weten wij ten minste, dat voor de mensheid, ook al een hele tijd geleden, weer
het bewust leven van het wit-leven der Atlantiërs zijn poorten heeft opengedaan. Wanneer het
toen bestond, zo kan het nu voor U weer bestaan. Het bewustzijn gaat niet ten gronde,
vrienden.Maar om tot ons onderwerp terug te keren. Wij zien, dat Hindoeïsme en Boeddhisme
een ontstellende hoop overeenkomsten hebben. Het valt ons vaak moeilijk een scheidslijn te
trekken. Maar wanneer wij nader schouwen, dan zien wij toch wel een scherp onderscheid. Het
één groeit naar uiterlijke organisatie. Het vast leggen van rechten. En verstart. Het ander,
onrustig, schijnt haast ziekelijk te zoeken naar geestelijke waarden en naar de vreugden des
levens. Het bereidt zich daarvoor voor tot de grote realisatie: de werkelijkheid ligt in je. Zo
sterk is dit, dat zelfs voor de Prins Siddharta geboren werd, een filosoof dorst en wist neer te
schrijven:

Gij kinderen der aarde, geen zonde bestaat voor U, die niet in U leeft en geen schuld,
die gij niet in Uzelve kent. Geen wereld, die niet in uw dromen eerst geschapen is.

Het vroeg-Boeddhisme. Een tweelingbroertje, wanneer ik eens een moderne vergelijking moet
maken. Eens waren het Hindoeïsme en het vroeg-Boeddhisme één. Toen kwam er een oorlog
van ideeën. Toen werd het net zoiets als Oost-Duitsland en West-Duitsland. Laten wij het
vroeg-Boeddhisme maar de democratie noemen en het Hindoeïsme de dictatuur der standen.
Daar heb je precies het verschil. Blijkbaar is er altijd weer aan de levensboom een tak, die
sterft. Maar uit dezelfde hoofdtak komt ook weer de tak, die leeft en bloesem draagt. Wij
hebben gezien, hoe de menselijke vorm altijd weer werd aangepast aan de behoeften. Wij
kunnen zien, hoe de mens tegenwoordig meer mogelijkheden heeft en kan gebruiken en dus
meer moet kunnen bereiken, dan hij bereikt. Wij kunnen zien, hoe de geest van het slaafs
onbewust zich laten leiden, is gekomen, tot zelfs tot een protest tegen God. Om daardoor,
voor het eerst misschien, tot een realisatie van haar eigen waarde te komen en een begrip van
de wereld, die zij moet gaan betreden. Wat wij verder zien van deze wordingsgang van de
mensen, dan kunnen wij in een paar scherp begrensde perioden in gaan delen. Wij kunnen
gaan spreken over de Joodse, de Griekse, de Romeinse beschaving, dan zien wij, dat zij in het
begin een grote overeenkomst hebben: strenge stamwetten. Verachting voor alles, wat buiten
de stam ligt. Die pas ten gronde gaan, wanneer zij dat prijsgeven. De Joden door hun
samenwerken met de Romeinen. De.Romeinen door vreemde strijders hun strijd uit te laten
vechten en de Grieken door in de handel te vergeten, wat zij waren. Toen pas zijn die volkeren
ten gronde gegaan. Zij hadden echter in het begin dezelfde grondgedachte. Maar daar komen
wij later nog aan toe. O, ik heb nog een paar aardige verrassingen voor jullie in petto, hoor.
Als je tenminste enigszins met die stof op de hoogte bent. Dan: het vroeg Christendom, dat
84 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

een overgangsperiode vormt. Dan krijgen wij de Middeleeuwen, die wij zelfs kunnen rekenen
tot ± 1800. Vanaf 1800 krijgen wij dan de tijd van het herboren, ofwel het hernieuwde
Christendom. Dat reken ik niet van de tijd van Luther, hoor. Want Luthers Christendom was
geen herboren Christendom, evenmin als dat van Calvijn of Zwingli.
Het was een nieuwe vorm, een nieuw vat voor de oude inhoud, maar meer niet. De
opvattingen van het Christendom beginnen te veranderen in de jaren van 1800 tot 1850,
wanneer de rebellen zijn tegen de kerkelijke macht in Italië, wanneer verstandelijk meer en
meer de Goden der Vrijheid gehuldigd wordt in Frankrijk; wanneer de eerste pelgrims in
Amerika langzaam maar zeker hun eigen bewustzijn en daarmee ook hun eigen godsdienst
beginnen te krijgen. Die periode is die van een hernieuwd en herboren Christendom. Een
Christendom dat eigenlijk ook weer een overgangsperiode vormt tot het humanistisch
Christendom; schrik niet van deze term. Maar van het humanistisch Christendom, dat de
toekomst is. Want de mens moet eerst een waardig mens zijn, voordat hij een waar Christen
kan zijn. Nu, daar ben ik wel een klein eindje met de polsstok aan het springen geweest, hè?
Enfin, laten wij dan als slot nog even praten over het Boeddhisme. Ik maak het niet lang meer,
hoor. Met de redevoering dan, bedoel ik. De Boeddha doet heel opvallende dingen, want hij
preekt. Hij beroert de harten der mensen, maar hij gaat meestal zonder gevolg. Er is bekend
van hem, dat hij op een gegeven moment ergens bij een straatveger van lage kaste een
onderdak vroeg, daar sliep en eerst in de avond uitging naar een klooster, dat daar vlak bij
lag. Het later beroemd geworden klooster van de ‘Drie Bomen’. Daar op dat terras bezielde hij
zijn hele omgeving. Met zijn woorden verhief hij de zielen, zoals het geschreven staat tot in
het licht, waarin de waarheid geboren wordt. Maar was het voorbij, dan trok hij zich terug.
Dan sprak hij met zijn leerlingen, misschien met zijn meest geliefde leerling Anakananda, zijn
meester en beschermer ook. Misschien ook met vele anderen, maar in een kleine kring. En,
ook al weer aardig: ‘Zijn woorden waren diep, maar met de lichte vrolijkheid, die een
geestelijke lach kan zijn’. Er waren allang Boeddhistische monniken en nonnen in grote
hoeveelheden en nog steeds wist men niet altijd, waar de meester vertoefde. Dan was hij hier,
dan weer was hij daar. Men vertelde hele legenden over wat hij allemaal gedaan had vroeger.
Hoe hij geschoten had, hoe hij gereden had, hoe hij geworsteld had. En soms - wanneer zij er
des avonds in een dorp over zaten te praten - dat er een eenvoudige oude man bij zat, die
alleen maar een goed gezicht had. De legende zegt dan:
Wanneer hij verder ging, dan liet hij een zegen achter. Gezondheid, geld, vreugde,
nakomelingschap en al wat dies meer zij. Al wat de mensen maar verlangden, dat konden zij
vaak verwerven, als zij met de meester een tijd samen waren geweest.
Maar de pointe is dus, dat in de tijd, dat de Gautama Boeddha zijn leer verkondde, zijn naam
overal bekend was. Een ieder sprak over hem, maar niemand kende hem. Hij was als een
geest, die opduikt om zijn woord te spreken en weer verdwijnt, wanneer hij is uitgesproken,
om ongekend verder te gaan. Pas wanneer hij oud wordt en zijn werk bijna volbracht is, omdat
zijn leerlingen nu de waarheid van de weg en het pad kennen, dan aanvaardt hij verschillende
stukken lang in eigendom en daarop worden dan kloosters gevestigd. Vanaf dat ogenblik
verzinkt hij in overpeinzingen en hoor je steeds minder van hem, tot hij verdwijnt. En niemand
weet, of hij ten hemel is, zoals anderen menen, of dat hij nog leeft ergens op de hoge bergen.
maar waarheid heeft hij de mensen gebracht. En die waarheid, die hij de mensen heeft
gebracht, mijn vrienden, die zullen wij dan samen de volgende keer gaan bekijken. En
wanneer er bij die spreuken of citaten iets is, waarvan je zegt: ‘Dat snap ik niet’, dan kunt U
het ook aan de tweede spreker vragen, of zelfs aan mij.
Alleen nu niet meer, want ik heb mijn tijd wel zo’n beetje vol gepraat.
Goeden avond.

Goeden avond, vrienden,
Nu is het uw beurt weer om met een onderwerp te voorschijn te komen.
Vertelt U het maar.

Ja, ik heb een onderwerp. Ik heb het alleen nu niet uitvoerig kunnen uitwerken, om te
zeggen: dat is mijn visie, want ik heb er helemaal geen visie meer op. In de loop van een
half jaar is - dankzij uw lessen en de beantwoording van vragen - mijn Godsbegrip
ingrijpend gewijzigd. Het volkomene, dat alle tegenstellingen in zich omvat, is op de
HET RECHT 85
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

voorgrond gekomen. Het wetmatige, dat er uit voortvloeit en dat misschien tot de
wezenstrekken van het Goddelijke behoort, heeft de plaats ingenomen van het
antropomorphe Godsbegrip van mijn kinderjaren. Maar er is één aspect, dat steeds vager
is geworden en schijnt op te lossen in een automatische optredende wetmatigheid en dat is
het begrip: de liefde Gods. Het redelijk aanvaarde feit, dat de gehele schepping uit God is
voortgekomen en dus in een verhouding staat als kind tot vader, is weer een menselijke
interpretatie, gebaseerd op menselijke verhoudingen en gevoelens. De talloze eikels zijn
b.v. voortgekomen uit de eikeboom. Toch denken wij ons hierbij niet de liefdegevoelens
van vader tot kind; wij interpreteren dit niet in menselijke gevoelens. Berust nu ons
verlangen om te blijven vertrouwen in de liefde Gods ook op een nog niet door ons
losgelaten menselijke interpretatie van de vader-kind verhouding en is de werkelijkheid
veel onpersoonlijker? Dit is geen zuiver theoretische vraag; dit is min of meer een
levenskwestie. Boven allebegrijpen en weten gaat dit verlangen naar en vertrouwen op een
liefdevolle vader. Maar in de Hindoe-filosofie en de Boeddhistische denkwijze komt dit veel
minder duidelijk naar voren, indien het er al in aanwezig is. Is dit onstilbaar verlangen in
ons dan slechts het gevolg van onze Westerse opvoeding? Kunt U ons laten zien, hoe U
deze liefdeverhouding van het Groot-Goddelijke tot ons - kleine mensen - ziet?
Ja, dat zou ik natuurlijk kunnen proberen. Nu wil ik eerst maar eens beginnen met die vader-
kindverhouding. Kijk eens. De grondfout, die de mensen maken is, dat zij God buiten zichzelf
projecteren. Men wil vanuit het menselijk opzicht - en vooral de Westerling doet dit zeer sterk
- God als een persoonlijkheid buiten zich zien staan. Een persoonlijkheid, die hij enigszins
beïnvloeden kan door eigen gedrag. En, neem mij niet kwalijk, wiens liefde in vele gevallen
een onverdiend voordeel dient te betekenen. Ik geloof, dat daar zover niets tegen in te
brengen is. (Neen). Laten wij nu de werkelijkheid eens gaan bezien. Leeft God buiten ons om?
Het is mogelijk. Maar waar is God het innigst met ons verenigd? In ons zelf. Wij hebben geen
vader buiten ons staan. Wij hebben God in ons leven. God is de kern van ons bestaan en niet
alleen maar een factor, die vaderlijk knikkend en gunsten uitdelend buiten ons staat. Ik kan
mij voorstellen, dat dit uw voorstelling van de Goddelijke liefde een klein beetje in de war
gooit. Want men heeft U waarschijnlijk maar al te veel geleerd te vertrouwen op God, de
Vader, op de liefde Gods, zoals men dat noemde etc. Maar hoe kan God U meer liefhebben,
dan, wanneer U deel van God bent. Wat heeft de mens meer lief dan zichzelf? Laat ons nu toch
maar eens menselijk gaan denken. Ik geloof, dat er uiteindelijk niets bestaat, dat de mens
meer lief heeft dan zichzelve. Zelfs de liefde, die hij naar buiten geeft, is uiteindelijk gebaseerd
op een voorstelling, die in hem leeft. Op het gevaar af U te choqueren, zelfs de moederliefde,
die het kind dan boven het eigen ‘ik’ stelt, stelt niet het kind boven dat ‘ik’, maar een
voorstelling van dat kind, die in haar wezen woont. Wat zij zich daarvan denkt. Dus de
werkelijke kern en drijfveer der liefde ligt altijd in het ‘ik’. Ondanks het feit, dat wij daar
natuurlijk heel lang over kunnen filosoferen, ben ik toch overtuigd, dat de kern van ons wezen
het Goddelijke is en dat wij in al onze uitingen misschien een karikatuur, maar toch in ieder
geval een soort gelijkenis zullen zijn, van hetgeen, waaruit wij bestaan. Het Goddelijke vanuit
ons standpunt gezien, moet ongetwijfeld volmaakt zijn. Maar ondanks dat alles, wat wij zijn en
de eigenschappen, die wij hebben en die wij niet kunnen ontgaan, lijken mij toch in de eerste
plaats voort te moeten komen uit het Goddelijke. Kunt U het daar mee eens zijn? (Ja). Dan is
uw vraag over de liefde Gods opgelost: Als U tenminste door durft te denken.
Wij zijn een deel van God. God kan niet anders dan lief hebben, in welke toestand, in welke
staat wij ons ook bevinden, God heeft ons lief en zo volmaakt als maar mogelijk is: nl. als een
deel van Zichzelf. Dit grijpt veel verder dan de vader-kindverhouding. Dit is een eenheid. Op
den duur zullen wij waarschijnlijk die eenheid met het Goddelijke kunnen realiseren en
aanvaarden. Maar wanneer dat op het ogenblik niet het geval is, lijkt mij dat helemaal geen
bezwaar. Want hoe wij ons de liefde Gods ook voorstellen, in welke vorm ook, wij kunnen
ervan verzekerd zijn, dat zij verre wordt overtroffen door de werkelijkheid. De liefde Gods
behoeft dus voor ons geen raadsel te zijn. Ook geen raadsel, wanneer de wereld buiten ons
wordt geregeerd door allerlei wetten, die onwrikbaar vast staan. Want, vergeet dat niet, zover
wij die wetten kunnen overzien, zijn zij wezenstrekken Gods. U zegt er misschien voor? Nu ja,
misschien. Maar dat misschien houdt dan niet in de wezenstrekken, maar het juist erkennen
van de wetten. Want hoe verder wij gaan, hoe meer wij zien, dat verschillende wetten weer
samenvloeien tot een bepaald beeld, één geheel. Uiteindelijk kom je tot een soort magische
86 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

formule, die op alle dingen past. Zoals er eens ;het Woord’ was en ‘het Woord’ was God. In
één begrip uitgedrukt: het Goddelijke. Al die wetten zijn delen van Gods wezen en dus ook
delen van ons wezen. Dat die wetten ons regeren, of U nu mens bent of geest zijt, is dus niet
te danken aan het feit, dat er een God ons met kille nuchterheid zit te regeren, maar te
danken aan het feit, dat wij deel Gods zijn, dat moet gehoorzamen aan de wezenstrekken
Gods en aan het wezen Gods, waaruit het is opgebouwd, of het nu wil of niet. Ik geloof, dat U
zo de koude tegenstelling - Goddelijke liefde en kille wetmatigheid - zo niet meer vindt, want
deze zijn één. Wat zou U er zo van zeggen?

Dus dan maakt het menselijk gedrag ten opzichte van de liefde Gods geen enkel verschil?
Het menselijk gedrag maakt ten opzichte van de Goddelijke liefde geen enkel verschil. Het
menselijk gedrag kan alleen verschil maken, ten opzichte van de bewustzijnsmogelijkheid in de
mens zelf. En zelfs hier is het menselijk gedrag onderhevig aan normen, die niet door de mens
te stellen zijn. Er zijn dingen, die wij hier op het ogenblik misschien heel goed vinden, maar
die kosmisch heel slecht zijn en omgekeerd. Dus U kunt hier nooit een werkelijke waarde
stellen van: dit is goed en dat is kwaad gedrag. U kunt alleen maar zeggen: ik gedraag mij zo
goed, als ik maar kan. En wanneer U nu werkelijk probeert U zo goed mogelijk te gedragen,
wat doet U dan? Dan zult U, zeker gebonden aan de uiterlijkheden in werkelijkheid eigenlijk
niets anders doen dan trachten de Goddelijke wetten te vervullen, die in U leven en die U
beheersen, zodat uw gedrag nooit een verschil kan maken. God heeft de grootste misdadiger
net zo lief als de grootste heilige. Niet meer en niet minder. Zij zijn beiden delen van Zijn
wezen. Maar... Waar de heilige deze liefde kan begrijpen en bevatten misschien, zal het voor
de misdadiger een onmogelijkheid zijn om zich te realiseren, dat die Goddelijke liefde bestaat,
omdat hij de wetten ziet als dingen, die strijdig zijn met zijn wezen. Hij kan niet begrijpen, dat
zij niet met zijn wezen strijdig zijn, maar integendeel zijn wezen in stand houden, dat zij alleen
strijdig zijn met zijn opvattingen omtrent zijn wezen en zijn begeren. U ziet het dus, de
Goddelijke liefde is veel groter dan U heeft gedacht in die vaderverhouding. En dat alles vloeit
inderdaad voort uit hetgeen wij hier altijd verkondigen. Wij willen God niet kleiner zien. Wij
willen God helemaal niet bepalen en beperken. Maar wanneer er b.v. door ons een cursus
wordt gegeven over ‘het Goddelijke’, dan is het ook helemaal niet de bedoeling om U van God
af te halen. Integendeel. Wij hopen U zuiverder de relatie, waarin U leeft met God, te doen
beseffen. Daarvoor moet U weten, dat God een wezen is, dat op heel veel manieren gezien en
beschouwd kan worden, waarover je heel veel kunt filosoferen. Dat je de gehele waarheid
erover echter nooit zult kunnen omvatten. Dat echter alles, wat je zegt over, die God, waar
moet zijn. Want wij zijn uit het Goddelijke opgebouwd. En alles wat er eventueel buiten het
Goddelijke zou kunnen bestaan valt volledig buiten ons eigen bevattingsvermogen. Alles was
wij ons kunnen voorstellen en bevatten moet dus een deel van het Goddelijke zijn. Alleen de
wijze, waarop wij het beoordelen kan onjuist zijn, omdat wij de verhoudingen niet juist zien.
Begrijpt U? Dan kom je vanzelf tot het probleem van de wetten. Je moet dan weten, dat er
wetten bestaan, want anders zou je denken, dat er een willekeur heerst en er is geen
willekeur. Er is het wezen Gods, niet meer en niet minder. Wanneer je je dan maar eenmaal
gerealiseerd hebt, dan kom je vanzelf tot het ogenblik, dat je ervaart: Ja maar, dan is God in
mij en rond mij en overal. Wanneer ik maar in mijzelve de juiste waarde van het Goddelijke
weet te vinden, dan moet het buiten mij net zo zijn, begrijpt U? Daar zijn heel veel dingen op
gebaseerd, hoor. Tot zelfs het ‘vraagt en U zal gegeven worden’. Dan behoef je niet te denken,
dat je alleen maar mag vragen, wat er in de richting van het geloof ligt. O neen. Wanneer je
vraagt, wat je begeert, eerlijk, oprecht en overtuigd in je eigen wezen, dan zal het zich ook
buiten je eigen wezen verwerkelijken, daar kun je niet aan ontkomen.
Een andere vraag is, of dat nu altijd wel zo goed zal zijn. Vandaar dat wij het splitsen in witte
en zwarte magie eigenlijk. Het witte nemen wij als hetgene, dat harmonisch is met ons wezen
en ons dus dichter brengt tot een juiste opvatting van het Goddelijke, terwijl alle andere
dingen eigenlijk voor ons maar afleidingsmanoeuvres zijn, waarbij heet Goddelijke voor ons
verloren gaat. Daar kunnen wij nu nog wel veel meer over gaan praten, maar ik wil eerst wel
eens zien, of hier nog meer vragen uit voort komen.

Maar hoe kan er dan iets voor ons verloren gaan, wanneer alles in het Goddelijke aanwezig
is?
HET RECHT 87
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Dat is een bewustzijnskwestie. Het bewustzijn op zich is weer afhankelijk van een
voorstellingsvermogen. Je kunt pas tot een voorstelling komen, indien je waarneemt. Dat bent
U allemaal met mij eens, nietwaar? In ons wezen is het volledige van het Goddelijke aanwezig.
Maar nu moet ik weer een erg hinkende vergelijking gaan gebruiken. Stelt U zich voor: U heeft
een tasje, of een aansteker. Eventueel een lippenstift. Portemonnee met inhoud. Wat
postzegels. (Goed). Wat zegt U? Weet ik het goed? Maar er zal nog wel veel meer in zitten.
Een zakdoekje. Een dame heeft ook een zakdoekje. Enz. enz. Maar nu komt het er op aan. U
kunt natuurlijk dat hele tasje gaan bekijken met zijn hele inhoud. Dan weet U, dat is dat en
dat. Maar laten wij nu eens aannemen, dat U zo gecharmeerd bent van het flesje parfum of
van het poederdoosje, dat erin zit, dat U vergeet naar de rest te kijken. Dan bent U zich van
het tasje als zodanig niet bewust, maar wel van een deel van de inhoud. Hoe meer U zich op
dat ene richt, hoe minder U zich bewust zult kunnen worden van de rest. Uw bewustzijn wordt
dus verminderd, ofschoon het geheel aanwezig blijft. Zo is het nu met het Goddelijke ook.
Indien wij over een bepaald punt na gaan denken en prakkizeren en daarin verzonken zijn,
hoe meer de andere punten van het Goddelijke voor ons verloren gaan. Daarom bestaat er
maar één methode, die voor ons in de geest, de lagere sferen, de mensheid, de lagere lichte
sferen allemaal aanvaardbaar is. Dat is, omdat wij het geheel toch niet kunnen overzien, punt
voor punt, maar steeds afwisselend beschouwen, zodat wij door de dingen apart te nemen
toch een voorstelling krijgen van het geheel. Op den duur zullen wij ons dan het gehele tasje
plus inhoud voor kunnen stellen.
Die verschillende vrouwen van de eerste spreker, die zei, dat als je eerste vrouw je niet
kon voldoen, dat je er dan een tweede of derde bij moet nemen. Zijn dat dan ook van die
verschillende waarnemingen?
Ik weet het niet. Het schijnt indruk op U gemaakt te hebben, hoor. Maar ja, het zit er
misschien ook wel in. Kijk eens. Je kunt deze kosmische waarden wel vinden in elk voorbeeld,
maar wij kunnen dit, geloof ik, beter zo onpersoonlijk mogelijk houden. Ik vind dat tasje net
onpersoonlijk en tevens toch voorstelbaar genoeg. Zelfs voor de aanwezige heren. U zult ook
wel eens voor uw vrouw iets uit haar tasje hebben moeten halen. Had ik overwegend een
herengezelschap gehad, dan had ik ongetwijfeld over een broekzak gesproken. Daar zit alles
in, behalve natuurlijk, dat wat je zoekt. Dat zit altijd in de zak, waar je het laatste in voelt.

Houdt dit in, dat je in je leven van doelstelling tot doelstelling moet gaan en je niet tot één
en hetzelfde beperken?
Inderdaad. Nu zijn er natuurlijk dingen, die in zich niet de noodzaak tot vernieuwing dragen.
Laten wij b.v. zeggen: U heeft in uw leven een liefde gevonden die goed is. Dan zou ik U zeker
niet aanraden om ehhh... (Gelach). U begrijpt dus heel goed, wat ik bedoel. Maar dan zult U in
deze ene genegenheid, in deze ene liefde zeer veel verschillende aspecten doormaken van de
stormachtige wittebroodsweken tot de bezadigde ouderdom toe. U gaat samen daar
automatisch door door te groeien van punt tot punt. Zo rijpt uw opvatting, uw bewustzijn en
uw kennis van wat dit totaal inhoudt. Maar dat kun je met andere dingen niet gaan doen. Ik
kan mij niet voorstellen, dat je trouwt met het één of andere geloof. Ofschoon er mensen zijn,
die het wel doen. Denkt U maar eens aan de nonnetjes. Maar dat groeit meestal niet, want dat
geloof blijft zichzelf gelijk. Alleen indien dit geloof steeds dieper en intenser zich kenbaar zou
kunnen maken, dan zou hier een bewustwording beginnen. Maar hebben wij uit een geloof
alles geput, wat er uit geput kan worden, dan kunnen wij niet verder gaan. Dan zegt het ons
niet meer. Ook niet minder. Maar niet méér. Dan moeten wij elders gaan zoeken, of wij ergens
anders iets kunnen vinden, dat ons ook weer zo veel kan gaan zeggen. Etc. Wij moeten dus
steeds verder gaan. Dat geldt voor je hele leven. Zodra je een punt vindt, waarbij je zegt: ‘Nu
ben ik uitgepraat, dit geeft mij niets meer, hier kan ik niet verder in komen, dat maakt mij niet
verder bewust’, dan is het het verstandigste om verder te gaan en een volgend punt te nemen.
Dus wanneer U nu hier een hele tijd deze lezingen heeft bijgewoond en U zegt: ‘Nu, ik weet
het nu wel, ik vind daar niets nieuws meer in. Het kan mij niet bewuster meer maken’, dan is
de enige gezonde raad, die wij U kunnen geven: Gaat U verder. Of U nu naar de Aya Moslim of
naar de Soeffi gaat, naar een Yoga-school, naar de Rozenkruizers, of wat anders. Naar een
ander medium toe, onverschillig wie of wat, naar de kerk, naar de dominee, naar de pastoor.
Dat moet U zelf weten. Wanneer U daar in een nieuwe beschouwing der dingen rijker kunt
worden en wij kunnen U niets meer bieden, dan is het de enige methode voor U om verder
88 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

bewust te worden. Dat kun je zelfs uiteindelijk doorzetten, tot in het stoffelijke peil toe. Maar
daar moet je wel heel voorzichtig zijn met je interpretatie. Vandaar, dat ik dat eerste
voorbeeld aanhaalde. Je moet niet de dingen weggooien, omdat je ze al zolang hebt. Je moet
alleen afstand doen van die dingen, die niets, maar dan ook niets meer bieden. Die geen
bewustzijn meer in je wekken en voor jou leeg en dood zijn geworden. Dan heb je er wel alles
uit gepeurd. Dan kun je er niet verder mee gaan. Wie volgt?

Wij hadden zo pas een gedachtengang naar aanleiding van de vorige sprekers: dat de
geestelijke leiding door alle eeuwen heen dezelfde diepgang heeft behouden. Kunnen wij
hier dan de conclusie uit trekken dat Utopia op aarde onbereikbaar is?
Utopia op aarde, of Utopia op zichzelf is onbereikbaar. Weet U waarom? Utopia is de
volmaaktheidsvoorstelling, van de onvolmaakte, die zijn eigen onvolmaaktheid niet beseft
noch zijn eigen onvolmaaktheden. Kunt U dat volgen. Utopia is altijd een wereldbeeld dat is
opgebouwd op bepaalde veronderstellingen, die vanuit het standpunt van een enkele persoon
of een enkele groep misschien juist kunnen zijn, maar nooit voor het geheel. Zij wordt echter
ontworpen voor het geheel. Wanneer U b.v. gaat spreken over het jaar 2000, dan ben ik bang,
dat het niet zo waarschijnlijk is als het jaar 1984. Dat zijn twee boekjes. U kent ze misschien
wel. Het jaar 2000 is van Edward Bellamy en het andere is van, hoe heet hij ook weer?
(Orwell). In ieder geval het is ook een toekomstdroom. U moet altijd onthouden, dat, wanneer
je een volmaaktheid wilt bereiken, je het wel voor jezelf kunt doen. Maar je kunt onmogelijk je
buurman daarheen moe ranselen. En je kunt hem ook niet omhoog slepen. Wanneer U nu eens
zou zeggen: wij zijn hier met een groot aantal idealisten en wij gaan nu alle dingen delen,
communisme, maar.... wij willen niet de anderen dwingen om ook bij dat gegeven bezit te
blijven. Wat gebeurt er dan? Dan zijn er over vijf jaren weer armen en rijken. Weer dwazen en
wijzen. Dus: het is onmogelijk om met een kleine groep een bepaald wereldbeeld op te
dringen en een bepaalde verhouding in de wereld te scheppen.
Je kunt alleen zeggen: voor mijzelf probeer ik dit zoveel mogelijk na te streven en te bereiken.
Maar wat voor U bereikt en voor U volmaakt is, dat kan voor een ander erg verschrikkelijk zijn.
Nemen wij nu b.v. een Bellamy-aans beeld. Ja, U moogt ook een ander beeld nemen, hoor.
Zoals de Utopische verhoudingen, zoals Wells’ die gezien heeft. (Ik ben in Bellamy wel een
beetje thuis). Daarom. Nu moet U zich het eens goed voorstellen. Alles schijnt daar in beste
orde. Maar de handelsman, wat heeft die nog te doen? De reclame-expert, wat heeft die nog
te doen? De priester, wat heeft die nog te doen? Wat is er nog voor een drijfveer om iets te
doen? Weet U, wie in een dergelijk land misschien het ideaal van zijn leven zou zien? De
luiaard, die ten koste van de gemeenschap wil leven. Een systeem berustend op plicht en eer,
deugt niet, omdat de mensen van eer alleen een verschillende opvatting hebben. Er zijn er
zelfs, die stelen er er een eer in zien om U af te zetten. Anderen stellen juist een eer in, dat zij
een ieder altijd meer geven dan hem toekomt. Zo heeft dan een ieder zijn eigen opvattingen
en dat kun je nooit bij de gehele mensheid over één kam scheren. Stel nu, dat het in een land
mogelijk zou zijn, b.v. in Engeland, om bij het boek te blijven. Denkt U, dat Frankrijk in
diezelfde gedachtengang precies zo mee zou kunnen gaan? Of de Nederlanders? (Kwestie van
volksmentaliteit). Juist en dan de Amerikanen, de Negers, de Chinezen, noem er maar een
paar. Die zouden het allemaal anders gaan doen. En omdat zij het allemaal anders zouden
doen en allen een andere mentaliteit zouden hebben, zou dus alleen het onrecht niet alleen
aan een enkele persoon worden aangedaan, of het recht worden gegeven aan een enkele
persoon, maar zouden de volkeren met elkaar slaags raken. In het begin zou dat een kwestie
van handelen zijn, iets, dat noodzakelijk is voor de handhaving van het levenspeil. Uit die
handel zou al heel gauw een serie bondgenootschappen voortspruiten. Dan krijg je weer een
Volkerenbond. En heb je een Volkerenbond, dan zijn wij weer dicht bij de oorlog. Neen, Utopia
op deze wereld? Alleen als de mens een rijk krijgt te veroveren, dat groter is dan deze wereld.
Wanneer b.v. de ruimtevaart-sprookjes juist zouden zijn en ergens planeten voor het
veroveren klaar zouden liggen vol van allerhande vraatzuchtige monsters. Wanneer de mensen
daar naar toe zouden kunnen gaan en rijk worden of sterven; wanneer er grote vrachtschepen
door de ruimte zouden kunnen varen om geld in handel en vervoer te verdienen, ach ja, dan
zou men de wereld wel met rust laten en dan zou het zelfs Utopia kunnen worden. maar niet
eerder. Want er zijn bepaalde energieën in de wereld, in de volkeren, bepaalde mentaliteiten,
die met de rust van een Utopia geen genoegen nemen.
HET RECHT 89
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Zouden zij dat niet kunnen afreageren in sport-wedstrijden?
Het gebeurt, geloof ik wel. Ik meen, dat juist verleden week in Zuid-Amerika een
scheidsrechter bijna dodelijk gewond werd door een aantal bierflesjes. Om dan nog maar niet
te spreken over een wedstrijd hier in Nederland gespeeld, waarbij twee van de goede spelers
achter elkaar bijna dood werden getrapt. De één heeft, meen ik, een ontzette knie en de ander
een lichte hersenschudding. Ja, in de sport zou een hoop af te reageren zijn, maar ik ben
benieuwd, hoe daarop gereageerd zou worden door de mensheid. Of U zou het koppensnellen
gelicenseerd weer in moeten stellen. Dan heeft U wel kans, dat het gaat. Zolang de mens
blijft, zoals hij is, is er geen Utopia. Spijt mij zeer.

Die wet van de velden en die atoomproeven enz. Heeft dat wat te maken met de
menselijke bewustwording?
Kijkt U eens. Alle bewustzijn kan zich slechts uiten in tegenstellingen. De mens staat nog zo
dicht bij het dier, dat hij nog niet is gekomen aan de klasse, waarin homo superior eigenlijk
naar voren komt. De superieure mens. Het resultaat is, dat hij het voorlopig althans, eerst nog
in het dierlijke en dan pas in het geestelijke zoekt, aangezien bij het materiële het verdedigen
van wat je hebt, belangrijker is dan het verwerven van iets, dat je nog niet hebt. Wat je hebt,
dat heb je, weet U wel, maar je moet maar zien, wat je kunt krijgen. Zo zullen wij altijd zien,
dat eerst aan het wapen wordt gedacht, of het wapen wordt ontwikkeld en dan pas aan andere
mogelijkheden wordt gedacht. Hoe lang zijn er geen onderzeeboten geweest voor men tot het
onderzoek der diepzee met een Batyscoop is overgegaan.
Hoe lang heeft men niet het buskruit als wapen gebruikt voor men tot de ontdekking kwam,
dat men daarmee in een mijn veel kon doen. Zelfs toen voor het eerst de eigenschappen van
ruwe petroleum en olie ontdekt werden, wat was toen het eerste gebruik? Dat was nog in de
oude tijd, hoor. Vlammenwerpers en pekkransen. De mens zoekt altijd eerst de vernietiging en
uit de vernietiging wordt voor hem eerst het positieve geboren. De mens streeft steeds van
het negatieve naar het positieve. Noodzakelijkerwijze moet aan het begin het negatieve staan,
wil hij tot het positieve kunnen komen. Gaat U maar kijken. In de laatste jaren is er ontzettend
veel tot stand gekomen. En waarom? Omdat er oorlog was. Juist. Omdat het streven in de
vernietiging uiteindelijk toen de vernietiging was opgehouden, een aantal resultaten
vertoonde, die uiteindelijk positief waren, dus, als U over een paar honderd jaar incarneert en
U krijgt uw atoom-glijder en U drukt op de knop, denk er dan nog eens over na, dat dat ook te
danken is aan de atoombommen, aan het Manhatten-project. En ook aan alle steden, die
hierdoor ten onder zijn gegaan. Zoals U bij rustig nadenken kunt zeggen: dat, wat U op het
ogenblik hier in Nederland heeft, scheepvaart en zo, alleen te danken is aan het feit, dat men
eerst begon met elkaar te vechten. De eerste holle boomstam, die als kano dient deed, was
ook het geheim wapen van de één of andere aapachtige vorst. Het mes, waarmee U uw brood
snijdt, heeft U te danken aan het feit, dat iemand naar een kunstmatige tand zocht, die zó
scherp en lang was, dat hij zijn tegenstander met één slag meteen even kon helpen naar ... ja,
waar dachten zij toen aan? De hel of zoiets? Het maakt niet veel uit. De intentie zal wel op het
zelfde neerkomen. (De beste zeevaarders zijn de rovers geweest). Ja, en daar zouden wij wel
eens uit kunnen concluderen, dat wat de stof betreft, de piraten de mensen het verste naar
voren brengen, laten wij eerlijk zijn. Nu alle gekheid even op een stokje. Is het niet zo, dat
elke mens, wanneer hij op een punt is gekomen, waar hij niet verder kan, omdat hij positief
niet hoger kan stijgen, de domper, de terugslag krijgt? Dat heeft u toch allemaal wel eens
meegemaakt? Dan moet je dus in het negatieve nieuwe waarden opnemen. Dan kun je pas
boven je vorig punt uitstijgen en nieuwe ervaring opdoen. Het is nu eenmaal bij de mensen
niet zo, dat je alleen maar stapje voor stapje de berg opgaat, Het lijkt eerder op zo’n berg en
dalbaantje, zoals ze op de kermis hebben. Hup naar boven, hup naar beneden. Het enige
verschil is, dat je er op de kermis uitkomt, waar je de rit begonnen bent. Maar dat is vanwege
de dubbeltjes. Ga je die weg in de geest, dan begin je beneden, krijgt steeds veel groter vaart,
doordat je steeds met groter momentum een stijler helling kunt beklimmen, totdat je
uiteindelijk een punt hebt bereikt, waar je op een nieuw niveau staat.
(Discussie over een vraag, die op Vrijdag gesteld, naar deze kring verwezen zou zijn).

90 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 6 – Het recht

Mag ik dan dit vragen? Hoe komt de mens aan dat onuitroeibare verlangen naar
geborgenheid en veiligheid?
Door het schijnbaar evenzeer onuitroeibare gebrek aan zelfvertrouwen, dat de meeste mensen
wel lijkt ingeschapen te zijn. Elke mens acht zich op één of andere manier minderwaardig;
omdat hij zich minderwaardig acht b.v. tegenover de maatschappij wordt voor hem de
geborgenheid belangrijker dan iets te zijn. Alleen degene, die de moed heeft om zichzelf als
volwaardig te zien, zal het avontuur van het leven aanvaarden zonder eerst te vragen: wat
voor zekerheid heb ik? Een van de beste kentekenen van de menselijke mentaliteit van de
mens is de levensverzekeringsmaatschappij. Ofschoon je je van het leven zelf niet kunt
verzekeren, verzeker je dan in ieder geval zoveel dingen, dat je voor alle onaangename
gebeurtenissen, zelfs al heb je er zelf geen deel meer aan, beschermd bent. Alleen maar,
omdat jezelf het risico niet meent te kunnen aanvaarden.

Is dat een infantiel verschijnsel?
Inderdaad. Maar de mensheid staat nog maar in zijn kinderschoenen. De mens heeft in
doorsnee heel veel kinderlijke, naast enkele kindse, opvattingen. Een daarvan is wel, dat de
mens zelf niet in staat is om alles te verkrijgen, wat hij nodig heeft en zelfs meer dan dat.
Waneer een mens alleen maar voldoende geloof en vertrouwen had in de eigenschappen, die
hem ingelegd zijn, die hij meebrengt bij de geboorte, zelfs alleen al stoffelijk, om dan maar
niet te spreken van zijn geestelijke kracht en het Goddelijke, dat in hem woont, dan zou hij
zelfs niet eens meer een huis willen bouwen. Hij zou dan zeggen: Dat is mij veel te veel last,
want ik ga liever maar een beetje rond zwerven. Wanneer ik beschutting en warmte nodig
heb, dan denk ik er aan en het is er. Heb ik eten nodig, ik denk er aan en het is er enz.

Dat heb ik in het Jappenkamp geprobeerd, maar het lukte niet.
Het feit alleen, dat U tegen uw zin in dat Jappenkamp was, is al een bewijs er voor, dat het U
niet kon gelukken. Anders was U ongetwijfeld zonder eten onmiddellijk verdwenen naar een
meer sympathieke omgeving. Dat zijn nu eenmaal geen dingen, die U zo maar ineens kunt
ontwikkelen. U denkt natuurlijk: ‘O, daar komen zij weer met dat verhaal aan. Laten zij dan
maar eens een recept geven. Dan zullen wij het wel eens proberen’. Stop even. Dat is een
ontwikkeling van jaren. Zelfs voor een mens, die zich geheel van de wereld vrij weet te
maken. Wat de wereld zelf betreft, zij is in haar hele streven en denken zo gebaseerd op
zekerheid, zekerheid, zekerheid, tot uw rammelplaatjes in de melkkoker en de ijskast, opdat
het eten niet bederft. Altijd zekerheid. Waarom? Omdat je jezelf de tijd niet gunt om de dingen
goed te doen, of omdat je jezelf niet vertrouwt om de dingen goed te doen. Hoe meer de mens
hulpmiddelen schept, hoe meer hij daarvan afhankelijk wordt. Hoe meer je afhankelijk wordt,
hoe meer je naar zekerheid zult gaan hunkeren, omdat je niet meer het vertrouwen hebt, dat
je zonder die hulpmiddelen nog iets kunt zijn, doen of bereiden. Ik zou zeggen, dat het logisch
is. M.a.w. die halve wilde met zijn neusringen, een paar schelpen in zijn oren, die alleen met
een speer gewapend rondwandelt en zegt: ‘Nu, hier wil ik wel even blijven’, en zich dan een
dak vlecht, is in vele opzichten beter dan U, omdat hij een beter besef heeft van zijn eigen
waarde. Maar hoe beschaafder hij wordt, hoe erger. Ga maar eens naar de negers kijken.
Zolang een neger met een schaamgordel of misschien zelfs zonder dat in het oerwoud
rondloopt, dan redt hij zich best. Vertel hem, dat hij kleren moet dragen. Hij struikelt over de
panden van zijn hemd, of stoot voortdurend met zijn hoge hoed tegen lianen en takken aan.
Hij heeft geen tijd meer om uit te kijken en voor hij het weet, is hij slachtoffer van de dieren
van het oerwoud, of van één van de verraderlijke planten, die je daar vindt. Maar ik geloof,
dat ik er zo langzamerhand een einde aan ga maken. Ik ben nu zo langzamerhand wel door de
vragen heen. Dan is het woord aan de laatste spreker. Tot de volgende keer. Met of zonder de
vraag:... (Hierover is enige discussie geweest, maar niemand kon zich haar herinneren). Hoe
komt het dan, dat er in Atlantis tien of elf koningen zijn overgebleven en wat waren dan hun
rijken? (Gelach. Ja, zo is het... Hoe weet hij dat nu... enz. enz.).
Goeden avond, vrienden.

Goeden avond, vrienden,
Wij zullen dan deze avond zoals gebruikelijk gaan besluiten. In dit geval wil ik U echter de
keuze laten tussen dichterlijk en beschouwend. En welk onderwerp geeft U de voorkeur?
HET RECHT 91
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Beschouwend. Bezonkenheid.

BEZONKENHEID
Er liggen waarden diep in de mens verzonken. Vast geklonken met vreemde banden aan de
Oneindigheid zijn er gaven, die in de loop der tijden verloren zijn gegaan. Wanneer de mens
diep in zich zelve zoekt en in bezonkenheid terug dringt, al wat van buiten af op hem
aanstormt, dan komt een stil weten en leven. Dan herrijzen er plotseling lang verloren gaven.
Een kort moment is de mens geladen met geestelijke kracht en licht, tot de bezonkenheid
weer verloren gaat en de mens weer in een wereld staat, die allles vraagt. Het is een kunst om
het moment te vinden, dat de bezonkenheid van denken en voelen te pas komt, want het
leven bestaat niet alleen in het doorleven en stil herdenken van oude dingen, die lang in je
leven stil hebben gelegen. Het bestaat niet alleen in het peinzend contact met het ongewetene,
dat in jezelf de vreemde lichten tovert, die een geestelijk bewustzijn van hoge sfeer kunnen
betekenen. De mens, die in de wereld leeft en in de stof, heeft niet altijd tijd voor
bezonkenheid. En zelfs wanneer die tijd er zou zijn, zou dit nog niet altijd passen. Want niet
alleen in stille overpeinzing moet je het leven beleven. Je moet de stormen van angst en van
haat even goed kunnen doorstaan. Hen leren kennen en begrijpen, voor wat zij zijn als de
Goddelijke gaven, die in je liggen. Een mens, een geest, zij moeten de weg zoeken in hun
wereld en het bewustzijn trachten te verwerven, dat aan die wereld inherent is. Maar
telkenmale weer, wanneer je uitgeput bent door al wat het leven vraagt, wanneer je wereld je
plotseling tot een roes schijnt te worden, die je beangstigt, dan is het tijd voor bezonkenheid,
voor stille inkeer tot in de kern van je wezen. Een keren in jezelf, waarbij vrees en haat
achterblijven en alleen nog klinkt de stem der Oneindigheid, die uiteindelijk je ziel en je God
tegelijk is. Dan vind je daarin de kracht om wederom de innerlijke geborgenheid te verlaten en
de strijd te aanvaarden met de wereld, weer en opnieuw, gaande van sfeer tot sfeer en van
toestand tot toestand. Steeds kerende in stille bezonkenheid tot de kern van je wezen om de
krachten te halen, die je buiten het bewustzijn kunt verwerven. Tot eens geen bezonkenheid
meer nodig zal zijn, omdat er geen hoog en geen laag, geen diepten en geen bergen meer
zijn. Dan blijft alleen het leven zelf over. Het leven, dat is al wat bewustzijn kan zijn en al wat
in je leefde, geuit en beleeft tegelijk en gelijktijdig, de wonderlijkheid van het geheiligd
bestaan des mensen, die zijn God heeft herkend.
Ik dank U voor uw aandacht.
Goeden avond.

92 HET RECHT
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Verslag Studiekring Cursus II, nummer 7 gehouden op 7 april 1955
Goedenavond vrienden,
Ik moet U tot mijn spijt mededelen, dat Broeder Franciscus voor deze avond niet beschikbaar
is. Dientengevolge zult U voor heden met mij genoegen moeten nemen. Ik hoop, dat
daartegen geen bezwaar bestaat. Ik wil overigens meteen voor diegene, die zich daar achter
er voor interesseert, corrigeren: “Ik ben geen Duitser”.
Wat ik wel ben, zal U niet zeer interesseren, ik kan U hoogstens zeggen, dat mijn wieg ver in
het Oosten heeft gestaan, toen in de laatste keer op aarde was. Nu zou ik, voordat wij
beginnen met de eigenlijke avond - ik meen, dat U het Boeddhisme heeft gehad - (Ja) en
volgens het leerplan heeft U dan op het ogenblik te maken met DE ONTWIKKELING DER
MAGIE.
Een onderwerp, dat ik persoonlijk zeer graag zal behandelen, maar als er natuurlijk andere
beloften zijn, wil ik mij daaraan houden. Bestaat er bezwaar tegen dat onderwerp voor
vanavond? (Neen). Niet. Al zijn verschillende mededelingen gedaan over de reorganisatie van
onze cursussen, deze hebben op de cursus, die op het ogenblik loopt nog geen invloed en wij
zullen ervoor zorgen, dat de thans lopende cursussen beeindigd zijn, voordat het nieuwe
programma in werking gaat. Wat, naar wij aannemen, het geval zal zijn in half oktober.
Desondanks kan ik voor degenen, die zich daarvoor interesseren reeds een aangename
mededeling doen. Het ligt in de bedoeling een eerste cyclus samen te stellen van drie
cursussen, waarbij in aansluiting op de reeds gegeven cursussen, een verdere ontwikkeling
wordt doorgevoerd. Daarnaast krijgt U de gelegenheid - dat is meer voor het Bestuur
misschien - om een reeks beginnerscursussen, ook parallel - een drietal te geven. Dit wordt
dus een geheel van waarschijnlijk zes cursussen. Wanneer het nodig blijkt, kunnen wij deel
van die materie, waarvoor te weinig belangstelling bestaat, combineren, zodat voor diegenen,
die zich daarvoor interesseren, toch de volledige leerstof gegeven wordt. Verdere gegevens
gaan U niet aan, die zijn van organisatorische aard. En ik meen, dat U zich daar niet druk hoeft
te maken, gezien een capabel genoeg bestuur, dat ongetwijfeld U ter gegevener tijd alles in
kannen en kruiken voorzet. Maar denkt U dus niet, ik zal proberen dat ook door te geven aan
de anderen, dat dat in elke cursus even wordt herhaald, dat aan ons leerplan iets wordt af- of
toe gedaan in de thans lopende verhandeling.

LES 7 - DE ONTWIKKELING VAN DE MAGIE

Ik wil beginnen met U te herinneren aan meermalen kwalificatie voor een magiër. Een magiër
is een wezen - mens of geest - dat met behulp van bekende natuurwetten, eigen krachten plus
kosmische wetten, die niet algemeen bekend zijn, verschijnselen weet te veroorzaken, die
liggen buiten de normale scala van verschijnselen, die zich op hun levensvlak voordoen. U zult
begrijpen, dat het magisch principe, zoals ik het hier uitdruk, in het begin nog lang niet bekend
was. U heeft gehoord over de magiërs van Atlantis, waarin voor de eerste keer dit bewustzijn -
de witte kaste - naar voren komt. U heeft ongetwijfeld ook gehoord over de vlucht van enkelen
hunner, die op verschillende plaatsen nederzettingen achterlatende, uiteindelijk o.a. in Tibet
zijn gekomen, waar zij samenwerkten met de daar reeds aanwezige magiërs van meer
primitief en dierlijk karakter. Wanneer wij willen beginnen in een redelijke periode zonder
terug te grijpen naar de grote Oudheid, dan kunnen wij zeggen: De magie dankt zijn ontstaan
telkenmale weer aan de behoeften van de mens om met bovennatuurlijke krachten in
aanraking te komen. Uit mijn leven wil ik hier citeren een kleine ervaring, die voor U misschien
ook interessant genoeg is. Ze geeft een beeld van het ontstaan van de magische behoeften, de
aanpassing daarbij door iemand, die voordien van enige magische begaafdheid niet bewust
was zonder studie en zonder kennis.

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 93
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Er zijn bij ons verschillende dorpen, waarin een volk leeft, dat een zeer sterke magische
binding altijd heeft gekend met plaats en oord. Het is gebruikelijk, dat in het dorp wordt
ingehuwd bij de vrouw en de man behoort vanaf dat moment tot het dorp. In latere jaren zijn
zelfs blanken in die dorpen gehuwd en hebben gedacht een losse verhouding te maken. Maar
zij kunnen het dorp, waartoe zij behoren, niet meer verlaten. Zij zijn niet in staat en hebben
de wilskracht niet om - ofschoon blanken meerdere malen door die dorpen doortrekken, een
bootverbinding, dat zich op nog niet één dagreis afstand bevindt, althans voor enkele dier
dorpen - om zich weer terug te begeven. Dit magische principe is de gedachtengang van het
geheel, die de enkeling o.a. door de gebruiken, de zang, de samenkomsten en het hele
dorpsleven worden opgelegd. In één dier dorpen maakte zich een grote nood kenbaar, toen
een menseneter - een tijger, een monster - zich voortdurend in de omgeving van drie dorpen
ophield en vele slachtoffers maakte. Er was in dat dorp geen doekoen of magiër. Er was geen
enkele, die geschoold was. Nu waren er vele mensen bij elkaar gekomen en zij wilden iets
doen om die kwade geest te bezweren. Zij hebben al verschillende malen jacht gehouden,
maar het was niet gelukt. De maneter was oud en was zeer zeker bekwaam om alles te doen,
wat des tijgers is, wanneer hij wil ontkomen aan de mensenjacht. Nu was er een jonge mens
van ongeveer 15, 16 jaar. En toen deze allen begonnen, toen begon deze jonge man - zoals
het gebruik is bij ons volk - een lied te zingen, waarin hij de tijger vervloekte. Hij werd
daardoor tot middelpunt van de kring van belangstellenden en gedragen door deze aandacht
begon hij bewegingen en gebaren te maken en zijn vervloekingen gingen er boven de
eerbiedige vervloekingen, die men in zo'n geval aanbiedt, uit. Hij riep dood en verderf af over
de tijger en over een ieder, die hem zou helpen. Hij bezwoer de geesten der bergen en der
dalen, om deze grote vijand van het mensdom uit te roeien en beloofde daarom offers. In een
toestand van razernij schoot hij iets buiten de normale kring van toeschouwers uit en nam een
betrekkelijk kostbare vechthaan, die hij met een mes de kop afsloeg en dit bloedend lichaam
zwaaiend, herhaalde hij kruisend zijn bezwering, waarop hij in stupor verviel. Eigenaardig
genoeg werd diezelfde nacht de tijger, toen hij in wilde dringen in een hut in een dorp,
gedood. Er werd toen niet meer gesproken over het betalen van een kostbare vechthaan. Er
werd ook niet meer gesproken over jonge mannen, die teveel spreken en zingen, terwijl de
ouden moeten zwijgen voor hun luide stem. Vanaf dat moment zag men in hem een magiër en
geloofde hij er zelf in. Binnen zeer korte tijd ontwikkelde deze jonge man de volgende
capaciteiten. Hij was een uitstekend gedachtenlezer, hij kon waarnemen en zien op afstand en
hij wist een banvloek te werpen met zoveel geweld, dat vele slachtoffers van zijn kunsten
gevallen zijn. Ik zou onrechtvaardig zijn, wanneer ik daar niet het slot bij vermeldde... dat
deze jonge man als slachtoffer van een van zijn eigen bezweringen is gevallen, waar hij te veel
levenskracht gelijktijdig verzamelde en naar een vijand slingerde, zich daardoor zelf van alle
kracht ontblotend. Hij stierf toen in een kramptoestand. Maar hier heeft U een voorbeeld, hoe
magie kan ontstaan. De magie is een behoefte, waar men zich zelve te zwak gevoelt om
daadwerkelijk in te grijpen. Men heeft een geloof en dat geloof, primitief of meer hoogstaand,
leidt ertoe, dat één der meest enthousiasten, één der geestesdrijvers vaak zichzelve zodanig
opwindt, dat hij aan de normale menselijke wetten van geestelijke capaciteit ontsnapt.
Zijn geest wordt superieur boven de stof en kan een aantal krachten in beweging zetten, die
de normale mens niet eens beroeren kan. Wanneer dat één, twee keer goed is gegaan, dan
wordt er vertrouwen gesteld in zo'n magiër.
Men komt tot hem en legt hem steeds meerdere en zwaardere proeven op. De magiër zelf is
ervan overtuigd, dat hij dat kan en tracht in deze zekerheid en in de geestverrukking, die ook
vaak nog een deel is van zijn magie, telkenmale meer te geven en te presteren. Hij oefent zich
en brengt zo vele capaciteiten, die normalerwijze voor de mensen verloren gaan, tot uiting.
Dit is natuurlijk maar een klein voorbeeld. Het zal echter voldoende zijn om U te doen inzien,
dat wij in de primitieve magiër vaak te maken hebben met een persoon van hysterische
aanleg.
Echter de capaciteiten, die ontdekt worden, geven ook meer nuchter denkende mensen veel
stof tot overpeinzing. Zij beginnen na te peinzen, hoe dit alles mogelijk is. Zij zoeken waarden
en komen in contact met de oude wijsheid. En dan wordt een magiër geboren, die vaak
wonderlijk grote kracht heeft, die niet primitief is en die weet, wat hij doet. In het begin werd
94 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

de magie opgebouwd op zelfsuggestie. Wij kunnen dit heel aardig vinden in een geschrift van
een oud-filosoof. Hij heeft een hele tijd ook gewoond in Indie. Deze bracht het als volgt naar
voren. Hij was overigens een Chinees.
Wie af wil dalen tot de geesten in de afgrond, of bezweren wil de geesten der lucht en van het
vuur, die moet vergeten, dat hij een mens is. Om te vergeten, dat je een mens bent, moet je
een roes weten te verkrijgen, die alle werkelijkheid voor je dooft en alleen overlaat die wereld,
waaraan je denkt. Dan eerst kun je spreken met de geest en verstaan worden.
Hij had daarin groot gelijk. Wij zien, dat dit principe steeds weer naar voren komt. De
inwijdingen der oudste Mysteriën, die toch ook een sterk magische inslag hebben, berusten
voor een groot gedeelte op suggestie. En de beproevingen, die b.v. in de Mysteriën van Isis
werden opgelegd, of later ook in Griekse Mysterietempels, berusten grotendeels, na een zuiver
stoffelijke beproeving van moed, op een geestelijke beproeving, waarbij het sujet in slaap
wordt gebracht en suggestief waarden worden gesteld, die de uiterste grenzen van moed, van
doorzettingsvermogen e.d. beproeven. Hier is dus sprake van hypnose als een magisch
beproevingsmiddel bij de inwijding. Wanneer het voor de inwijding voor zoiets hoogheiligs niet
te goed wordt gehouden, dan zult U wel begrijpen, dat de magiër van hypnotische gaven en
suggestie ook ruim gebruik maakt in de oude tijd tegenover het volk. Ik weet niet, of U wel
eens heeft gehoord van de grote Godenoptochten, die gehouden werden in Egypte. Egypte is
één van de landen, waarin de magie het meest naar buiten is getreden. Meer dan nog zelfs op
het ogenblik in Tibet het geval is. Meer openbaar en meer luidruchtig dan b.v. op Jamaica, of
in Indie zelf, Indonesie. Ik citeer hier uit een oud geschrift, aanvullende met enkele beelden, in
de hoop, dat U een indruk zult krijgen van wat het betekent;
De Goden gaan bij elkaar op bezoek. Het is een hele grote optocht en trekt van de ene tempel
naar de andere tempel, het gewijde beeld zorgvuldig beschermd, gedragen door een aantal
priesters, opgesteld op een primitieve wagen. Een wagen, die dan meestal getrokken wordt
door slaven. Met uitzondering van enkele zeer Zuidelijke Goden, die bij voorkeur zich door
ossen laten voorttrekken. Statig deint het beeld nader. Vooruit gaan priesters en priesteressen
in een wervelende danspas. Boven hen stralen vreemde lichten, om hun lichaam kronkelen
zich de slangen. Uit hun mond schijnen wonderen te komen. Hun stem klinkt als de stem van
een God. Wij zien er onder hen, die rijzen tot aan de wolken en krimpen, tot zij in de stof
verborgen schijnen. Wij zien, hoe enkele hunner met een enkel gebaar genezing brengende zo
nu en dan, één van de toeschouwers beroeren. Het gejubel van hen, die genezen worden,
vervult de lucht. De lof van de Goden werd allerwegen besproken. Vreemde lichten,
hoofdzakelijk een zeer sterke magnetische uitstraling van in een volkomen rythme bewegende
priesters en priesteressen, waarbij in die tijd nog bepaalde sexuele krachten een rol speelden,
zodat hier door een maximum aan kracht uitstralen, werd tot stand gebracht. Deze wordt
geleid door de gedachte en wij zien, hoe zich in de lucht een schemerende, maar duidelijke
kenbare kraal-stralenkrans vlecht.
Het aureool, waarover zo vaak wordt gesproken bij Heiligen, bij Jezus en anderen, is niet zo
fictief als men denkt. Een werkelijke sterke persoonlijkheid kan zonder meer, zonder dit te
willen zelfs, een uitstraling verwerven, die zeer groot is. En wanneer het geestelijk toporgaan,
die zich boven op het hoofd bevindt, volledig opengebloeid is, dan zal de uitstraling daarvan zo
sterk zijn, dat men zelfs bij klaarlichte dag vaak een gouden schermer - of schijn - om het
hoofd van een dergelijk persoon meent te zien. Dus niets wonderbaarlijks. Zij omwikkelen zich
met slangen. Een magisch gebruik. De slang is het symbool van vruchtbaarheid en wijsheid.
Hij is het symbool van de Oneindigheid, evenzeer als hij vaak het symbool is voor het
demonische. De slang is demon en God tegelijk. Slangen bezweren berust op een kennis van
het aanvatten en dragen van hen en de wijze, waarop zij gevoed worden. Echter door op
suggestieve wijze daarmede te manipuleren kan men zeer grote indruk wekken. Dat eerst het
verschijnsel, het onstoffelijke, komt en dan eerst de magiër, die met zijn slangen rondwerkt,
dat is niet zo maar opgesteld. Dat is goed gekozen. Het zuiver natuurlijk verschijnsel wordt
bovennatuurlijk in de ogen der mensen, wanneer het bovennatuurlijke daaraan vooraf gaat.
De indruk is dus veel groter. Dan degenen, die schijnen te groeien, tot zij de wolken bereiken
en ineen krimpen, tot zij haast onzichtbaar zijn. De voorbereide menigte wordt aan suggestie
onderworpen. Een zeer sterke suggestie, die door een gezamenlijk gaande groep wordt
DE ONTWIKKELING DER MAGIE 95
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

uitgezonden. De persoon, die dit schijnt te doen, is in werkelijkheid alleen het brandpunt van
deze groep. Het verschijnsel echter is wonderbaarlijk. Hierdoor zijn de mensen in een goede
stemming gekomen, zodat de daarachter gaande priesters inderdaad genezing kunnen
brengen bij die gevallen, die sterk onder suggestie verkeren. Ziet U, dat deze magie eigenlijk
zo vreemd niet is. Wij gaan ons nu echter een ogenblik bezig houden met een verschijnsel, dat
meer en meer op de voorgrond komt en in Egypte, maar ook later in Thessalië een
buitengewoon grote invloed heeft.

NU HET RITUEEL DER MAGIE.
De magie bestaat uit vele verschillende factoren. Het geluid, kleur, alle dingen samen werken,
de verlichting, het gebruik van reukwerken, al deze dingen tesamen maken deel van die magie
uit. Men maakt er werkelijk een studie van - die studie is al heel oud - hoe men op bepaalde
wijze deze invloeden het meest gunstig kan verdelen. Men leert, dat zekere stoffen invloeden
hebben, die entiteiten uit een andere bewustzijnswereld afstoten of aantrekken. Hiervan wordt
rijkelijk gebruik gemaakt. Men leert de macht van bepaalde entiteiten, wier namen men kent.
In de magie kent men o.a. de 10.000 namen van God. Behalve dan in bepaalde groepen, in
kloosters in Tibet, die geloven nl. dat God 10.000.000 namen heeft. Wanneer al drie namen
gevonden zijn, dan zal de wereld ten einde zijn, wanneer al die namen gebruikt zijn. Wij hopen
natuurlijk voor U, dat dat nog niet spoedig het geval zal zijn. De rituele magiër is waarschijnlijk
zeer eenvoudig begonnen. Hij had een afscherming nodig, waar hij zijn gedachten op kon
concentreren, om daardoor een zekerheid tegenover de opgeroepen demon te verwerven. Zo
begon hij met een kring rondom zichzelf te trekken. Later kwam hij tot de ontdekking, dat het
verstandiger was om die demon te bezweren, zodat hij in die kring kwam. Zo was hij daarin
schotvrij en de demon bleef gebonden. Op den duur echter bleek, dat dit niet voldoende was,
want men kon zijn geweld en zijn wil niet opleggen en de ene demon, die men gevangen had,
werd gevolgd soms door duizenden en duizenden. Het is geen onaangenaam iets voor een
werkelijke magiër, maar voor een doorsnee-mens, die er onbeschermd tegenover staat, is het
een verschrikking. Duizenden demonen uit het duister en Goden, duizenden mensen, die dood
zijn, vaak in de meest afzichtelijke vormen en verminkingen, die U aanstaren, als vijanden
naar U toe komen, één levende muur van gezichten en gestalten, die U wil ten onder brengen.
Als je maar even bang bent, is het gebeurd. Men begint eerst de juiste lokmiddelen te zoeken
voor die geesten, offertjes van rijst, van reukwerk, van bepaalde soorten vet in de nappen etc.
worden eerst gebruikt om de juiste demon in de kring te lokken. Het is echter niet voldoende
meer en men gaat later proberen om het omgekeerd te doen, Men komt dan tot een
opstelling, waarbij rond een cirkel op een zodanige wijze de verschillende stoffen zijn
gegroepeerd, de reukbekkens zijn geplaatst, dat men er zeker van kan zijn, dat men binnen
veilig staat en gelijktijdig buiten juist die entiteiten aantrekt, die men zeer gaarne wil zien. Eén
van de grote magische geheimen - een geheim, dat op het ogenblik nog in twee magische
scholen wordt onderwezen - maar dat reeds bestond lang voor Egypte en in Egypte een
bijzondere roep heeft verworven, was wel het terugroepen van de doden. Wanneer iemand pas
dood is en zijn lichaam nog in goede staat is, dan plaatste men dit b.v. in Egypte in de armen
van een beeld van de God en men bezwoer dan die geest om dan terug te komen en mede te
delen, wat zij had gezien. Nu is het inderdaad waar, dat de geest die de stof verlaat, zonder
dat zij zich daarop concentreert, in haar overgaan naar een andere sfeer, een ogenblik in de
tijdlijn van de aarde een groot aantal gebeurtenissen ziet, die nog niet werkelijkheid zijn. Zo
kan men dus zo'n geest dwingen om deze hernieuwd te beleven en nog eens hernieuwd te
beleven, tot zij in staat is dit mede te delen. Uit een dergelijk orakel worden dan conclusies
getrokken. Dat dit niet de beste soort van magie is, zult U begrijpen. De rituele magie neemt
zo sterk toe, dat zij op den duur een soort magiërs kent, die eigenlijk geen werkelijke
tovenaars meer zijn. Zij maken kennis met de chemicaliën dezer aarde, eigenschappen van
plantaardige vochten, tot hun speciaal levensdoel en bereiken daarmede effecten, die voor de
doorsnee mens nog wonderlijk zijn. Nog later verandert een bepaalde soort magiër in - wat
men tegenwoordig noemt - een wetenschapsmens. Een onderzoeken van de dingen inderdaad,
maar een daarbij inschakelen van krachten, die aan de doorsnee mens ontgaan en niet worden
gezien. U zult begrijpen, dat die magie vandaag aan de dag dus nog hoogtij kan vieren. En dat
deze magie een zeer, zeer belangrijke plaats inneemt, op dit moment zelfs nog, in de

96 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

geschiedenis der mensheid en der aarde, terwijl zij ook gelijktijdig haar invloed doet gelden -
vooral in de lagere sferen - die na de dood toch ook door U betreden zouden kunnen worden.
Na deze kleine inleiding van het onderwerp, verzoek ik U nu mij een ogenblik te volgen,
wanneer ik een aantal kleine citaten probeer weer te geven over de ontwikkeling der magische
gedachtengang. Hier moet ik beginnen met de grote wijsheid van een Atlantiër. Eerst, wanneer
ik de Atlantis-gedachte van de wit-magiër hier heb gesteld, als lichtend voorbeeld, kan ik van
daar uit de verschillende vormen van magie, die de wereld steeds weer beheersen, naar voren
brengen en hun gedachtengang aan U duidelijk maken. Wij moeten weten, wat op het ogenblik
nog de norm is voor de goede en de juiste magiër. Er stond geschreven in de Grote Wet van
het witte Priesterschap:
Gij zult niet denken dat is mijn eer, het is mijn roem, of mijn bezit en trachte het te
bevorderen door wetten, die liggen buiten de krachten, of het kennen van andere mensen.
Wanneer echter het kwaad uw wereld bedreigt, wanneer een dwaas zichzelve dreigt te
verderven en een mogelijkheid tot wijsheid in hem schuilt, wanneer een mens zal sterven, die
in het leven bewustzijn kan verwerven en goed doen voor zijn medemensen, wanneer de oogst
verdroogt en de gesel van de honger dreigt, zonder dat het volk dit zelve over zich heeft
afgeroepen, zo zult gij U wenden op de toppen der bergen tot de hoge Geest en zeggende met
al uwe krachten, zult gij wekken een echo, dat klinkt in de verste hemelen. Zo zullen wij
komen en zijn uwe dienaren en indien het duister komt en U dreigt, zo zult gij noemen het
kenwoord en de naam en bezwerende hen maken tot uwe slaven, die eerst vrij zijn, wanneer
zij uw wil volbracht hebben.
Dat is het beginsel. Het is begrijpelijk, dat na de ondergang van Atlantis een tijd van grote
primitiviteit - vooral op magisch gebied ook - zijn intrede doet op deze wereld. De mensheid,
die de magie kende, is aan de magie tenonder gegaan. Wat er over blijft, hoedt zorgvuldig de
oude geheimen, opdat niet wederom een deel van de wereld zal worden verscheurd door een
strijd tussen wit en zwart verwekt. Het is dus helemaal niet verwonderlijk, dat wij enige tijd
later een Indisch-magisch spreukje lezen, dat tegen de magiër als volgt zegt:
De wereld is vol van Goden en demonen. Een God behoeft gij niet te vrezen, want een God
zijnde zal Hij het goede trachten te bereiken. Eer dus de demon, zodat hij U niet tot vijand
worde.
De magiër uit die tijd werkte met een demon en dit komt tot uiting in één van de bezweringen,
waarbij ik een willekeurige naam, dus zonder betekenis, voor de werkelijke naam, die gebruikt
werd, omdat het spreukje in zich zelf magische kracht bezit.
Ik - en nu volgt de naam van de bezweerder - roep U, o Uriah, ik roep U, ik roep U. Ik
zeg U: verschijn en luister naar mijn woord. Ik zeg dit in de naam van hen, die leven in
de wateren, ik zeg dit in naam van hen, die leven in het vuur, ik zeg dit in de naam van
hen, die de aarde regeren. Ik zeg het U, ik, wie de doden gehoorzamen.
Die aanroeping wordt 3 maal herhaald. Dan wordt het bloedoffer gebracht en het verse bloed
gestort. Dan vervolgt de magiër:
Ziet, het leven dezer aarde geef ik U als drank en de kracht zijner geest geef ik U als
spijs, ik zeg U: verschijn. Zo gij niet wilt, dat mijn geweld U treffe.
Het eigenaardige is, dat dan inderdaad bepaalde lagere demonen daar onmiddellijk op
reageren en zeer grote macht wisten te verwerven als pseudo-Goden, door middel van de
magiër voor wie ze werkten. Dit is bijgeloof in de slechtste vorm. Wij vinden een ietwat hogere
vorm wat later. Daar krijgen wij nl. de magie in de vorm van:
Ik ben de hand God.
Een vorm, die men, ofschoon men het nu niet magie mag noemen, in bepaalde kringen nog
voortbestaat. De magiër incanteert:
Ziet Heer, hier ben ik in Uw handen, Gij groot Machtige - volgen de namen - nederig sta
ik hier voor U en ik zeg U, wetend, dat Gij mij niet weigeren zult: Geef mij uw kracht,

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 97
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

geef mij uw geweld. Ik dring door tot in uw adem en versterkt met uw vuur, zal ik
roepen en verslaan uwe vijand.
Het is absoluut reeds meer positief. Dan zien wij naar voren komen een zeer interessant
aspect, want nadat de magiër dan na deze voorbereiding, die gepaard gaat overigens met
vasten, en een offer; een offer, dat meestal bestaat uit bloemen en fruit. Hij gaat verder en
trekt zijn kring, de kring werd in die tijd vaak uit steen gelegd, en incanteert dan:
Ik, de machtige God, beveel U - volgt de naam van de God en herhaalt dit drie tot
zeven maal - Ik roep U tot verschijnen en ik dwing U met de ban van het eerste licht.
Zo gij niet gehoorzaamt, zult gij ondergaan. Ik roep U ten laatste male, kniel voor mij,
gij, slaven.
Ook hier wordt een geweld over een bepaald lagere geest verkregen. Dit geweld is meestal
groter, omdat het voorstellingsvermogen van de magiër zich richt tot de hoogste Kracht, die
hij zich voor kan stellen, die zeer vaak boven de lichte sfeer aanwezig kan zijn.
Zo werkt hier de magiër werkelijk met het licht en zijn werkzaamheden zijn dan ook bepaald
tot bezweringen ten gunste - wij horen hem zuiver een vloed uitspreken - want voor deze
magiër geldt:
Zo gij vervloekt en U vloed is ten onrechte, zo gij verdoemt en gij verdoemt ten
onrechte, zo gij doodt en gij doodt ten onrechte, ziet, duizendvoudig zal ik mij wreken
aan U.
Dit is dan z.g. iets, wat die God zei. Een aardig voorbeeld vinden wij meer in het Noorden van
Europa. De tijd is weer iets verder opgeschoten, maar de aard der magie, die hier beoefend
wordt, is in zekere zin nog zeer primitief. Men gelooft hier nog aan een strijd tussen de Goden.
Men gelooft hier nog aan een voortdurende kamp tussen gelijkwaardige krachten. En de
magiër, die hier bezweert, stelt zichzelve binnen een soort cirkel, die over het algemeen
gelegd is van gepolijste steen, vaak in een soort marmer en in sommige gevallen ook in
graniet. Altijd weer vinden wij dan opgelegd op deze cirkel een bijl. Ook heden ten dage kunt
U nog deze cirkels vinden, waarin bepaalde wiggen gedreven zijn. Soms zijn ze zeer groot,
meestal hebben zij een omtrek van ongeveer 5m2. Pardon, 5 meter, laat ik mij niet vergissen
in de maten. De magiër incanteert hier als volgt:
Opnoemen van een reeks van Goden.
Ik roep U Grootmachtige Helden ten kamp. Ik, Uwe Priester in Uwe naam, Ik verzoek U,
weiger Uwe bijstand niet, laat Uwe paarden razen door de hemelen, laat Uw wagen
donderen en de nederlaag verkondigen van Uwe vijand.
En dan gaat hij verder en noemt weer een aantal namen:
Vreest het geweld der Grootmachtigen, die met mij strijden.
En dan begint hij met deze verschillende Goden en demonen, of boze en goede Goden, of
goede en boze Goden te noemen en deze zeggende, te wijzen op deze cirkel:
Want ziet uit het steen der aarde is de ban getrokken, gelegen in de aarde, die onze
Moeder is, gesteund door alle krachten, een plaats, waarin de schatten der wereld
vergaard zijn en zo gij wilt doordringen, Ik zeg U, Ik dring door in Uwe wereld en ik
verbrijzel U.
Hij slaat het obsidiaanmes, of ook wel uit steen vervaardigde bijl op deze cirkel.
Nu zal ik U het offer brengen, dat is de schat der aarde. Verbroken heb ik de ban.
Het bloedoffer, soms een vervangingsoffer, maar in vele gevallen slaven, die men gevangen
heeft gemaakt. Daarna bezwering.
Zoals ik het bloed drink dezer aarde - en dan wendt hij zich tot de Goden - zoals de
kleur van het bloed is, als het licht van de zon, zo vraag ik U, laat Uwe kracht komen en
vervul....

98 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

En dan komt de vervloeking vaak, waarbij de storm wordt afgesmeekt, e.d. Ook probeert men
vijanden te doden op afstand. Er is slechts één soort magie, dat hier een bijzondere
vermelding vraagt.
Even na deze periode, die ik U genoemd heb, die overigens niet zo ver meer van het
Christendom af ligt. Een praktijk, die ik hier genoemd heb, werd het laatst volbracht in het jaar
420 na Christus in Noord-Frankrijk. Dat is de laatste plechtigheid van die laatste is gebeurd.
Maar dat is dit. Er waren bepaalde magiërs, die het geheim kenden, van wat U waarschijnlijk
zult noemen de vierde dimensie. Zij waren meesters der levitatie, maar wisten bovendien
zichzelf onzichtbaar, terwijl het lichaam in trance-toestand was, zich te verplaatsen, dat zij
werkzaam konden zijn in de omgeving van anderen. Het zijn geen tovenaars als Merlin - of
Merlijn - die uiteindelijk een legendarische figuur is, maar het zijn wel degelijk magiërs soms.
Over het algemeen magiërs van het kwaad. Wij vinden deze magiërs in bepaalde delen van
Egypte gedurende de laatste dynastieën. Wij vinden dergelijke magiërs in het vroeg-
Byzantijnse Rijk zelfs, dus na Christus' geboorte nog.
Wij vinden dergelijke magiërs in het Rijk van Spanje, tegenwoordig Spanje en Portugal, dan
ongeveer van 800 voor Christus tot ook weer 500 na Christus. Deze magiërs zijn soms ook
weer ten goede geneigd. Zijn zij ten goede geneigd, dan vinden wij vele plaatsen, waar zij hun
krachten hebben neergelegd als een steun voor een ieder, die wijsheid zoekt. Soms zijn ook
machten ten kwade er, dan ontdekken wij, dat zij zeer veel ondergang op hun geweten
hebben. Zij hebben er b.v. vreugde in, oorlogen uit te lokken etc. Van deze magiërs wil ik U
geen spreuken citeren, aangezien de spreuken, die de kwaden naar voren brachten, te
walgelijk zijn, om hier te citeren, terwijl de spreuken, die de goeden gebruikten door mijn
onwaardige tong beter niet gesproken worden op het ogenblik.

De Middeleeuwse Magie brengt ons de Heksensabbath.
Ook deze mogen wij zeker niet vergeten, wanneer wij kort trachten door de geschiedenis
gaande, de magie een ogenblik gade te slaan. Ook hier weer een primitieve behoefte, om te
breken uit het normale. Vaak ontstaat deze drang tot magische handelingen, hekserij in de
eerste plaats, niet door het bijgeloof, maar door de vijandige houding, die de wereld aanneemt
tegenover de persoon, die tot magiër wordt. Het is dan ook opvallend, dat degenen, die de
eerste heksen zijn, ofwel vreemden zijn, b.v. zeer veel Zigeunervrouwen werden daar vroeger
voor aangezien, verder in het Noorden en in Duitsland vele van onze vrouwen. Dus een ander
type, een ander ras. De Hongaren hadden er ook zo'n handje van en de Russen. Joden werden
ook vaak voor groot-magiërs aangezien. Dus het vreemde. Er is dus een verzet van de
menigte tegen zo'n persoon en brengt men daardoor die persoon zo in verleiding, om
inderdaad te proberen, of er dan macht te verkrijgen is. De macht, die zij gebruiken, berust
gedeeltelijk op oud volksgeloof en het gebruik van bepaalde giften en zalven. De
heksensabbath, waarover zoveel te doen is, ook heden ten dage, bestond uit het gebruik
maken van zekere vergiften, waaronder b.v. Belladonna, vaak een zeer grote plaats innam.
Het was dan - hoe heet het? - een zalf, vaak weerzinwekkend in samenstelling, waarvan de
actieve elementen over het algemeen bestaan uit dierlijk vet, waarvan de vetzuren op de
giften zodanig reageren, dat door middel van de huid een prikkel wordt verkregen, die de
geest mogelijk maakt het lichaam te verlaten en te leven - niet zoals de wetenschap aanneemt
in een wereld van roes en fantasie - maar wel degelijk om gedurende deze roes contact te
hebben met anderen. Er is inderdaad een gedachtencontact. Een heksensabbath is weliswaar
niet de grote dans op de Blocksberg, waar de grote Asmodeus, de grote geit verschijnt, of de
grote bok. Maar wel degelijk is hier sprake van contacten en het opstellen van plannen vaak.
De wetenschap heeft het later als een mogelijkheid verworpen. Dat is jammer, want ook
vandaag aan de dag zijn er soms heksen en tovenaars. Alleen weten de meesten niet, dat zij
het zijn. De wetenschap zou lachen, wanneer je vertelde, dat er ook thans nog geesten zijn,
die uit gaan om als zware nachtmerries ergens anders ongeluk te stichten. Goed, deze mensen
kennen over het algemeen geen bepaalde spreuk, maar wat zij gebruiken, is meestal
getrokken uit de Bijbel. Wij zien dan ook een van de vreemdste rituelen ooit gevonden, de z.g.
zwarte missen, die werden uitgevonden in een klooster in het Rijnland. Zij bestaan uit een
verkrachting van alle godsdienstige waarden. Verder een aanroeping van de duivels, waarvan

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 99
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

men de namen kent. Een desacreren van al hetgeen, wat toch heilig was aan het volk dier
dagen in religieuze zin. Vaak is het een volledig misoffer, waarbij de woorden achterstevoren
worden gezegd en met ontuchtige opmerkingen worden doorspekt. In het ergste geval, wat
niet al te vaak voorkomt, wordt zo'n mis gecelebreerd op het lichaam van een jonge maagd,
waarop een kind van niet ouder dan 9 maanden moet worden geofferd. Ook dat is vaak
gebeurd. Deze magie op zichzelve heeft practisch geen betekenis. Betekenis heeft alleen de
demonische kracht, die in die mensen wordt gewekt. Wat dat betreft is het aardig om één van
hun bestrijders, de leermeester van John Dee, een ogenblik te horen, wanneer hij spreekt over
speciaal de duivelsaanbidding en de zwarte mis, zoals die in zijn dagen bestaan. Deze dwazen
begrijpen niet, dat zij het Heilige nooit ontheiligen kunnen met hun onbeholpen handen. Zij
begrijpen niet, dat de boze lachen moet om de poppenkast, die zij vertonen. Maar begrijpen
zij wel, wat zij werkelijk doen? Zij vergiftigen zich lichaam en geest, zij zwepen de zinnen op
en verstompen alle hogere waarden van de geest, zodat zij af kunnen dalen tot in de diepste
waarden van de geest, zodat zij af kunnen dalen tot in de diepste hel. Daar sprekend met huns
gelijken kunnen zij de dwaasheid en de vernietiging stimuleren, die echter na hun geofferd te
hebben, als geesten en demonen der duisternis om hun eigen ondergang zullen vragen. Het is
dan ook een bekend feit, dat al degenen, die aan dergelijke plechtigheden deelnamen, op een
gewelddadige wijze om het leven kwamen, of wel op zeer zonderlinge wijze overleden zijn. Het
was niet, denkt U niet, een zuiver duivelse invloed zonder meer, het was de vergiftiging van
hun eigen organisme. Ik heb U enkele citaten beloofd. Hier heeft U er dan één over de
zuiverheid van de magiër. Zij behoort tot het grote ritueel der magie.
Wanneer de magus zijn opus ondernemen, wil, dat hij zich reinige en wasse, dat hij dat op
ene dag herhale zeven malen en geen voeding tot zich neme. Dat hij zich hulle in nieuw en
smetteloos lijnwaad en zich stelle in een vertrek, waarin spijs noch drank zijn geweest en
waar vierentwintig uur zon en wind toegang hebben gehad. Dat hij dit vertrek versluite, in
overpeinzing blijve gedurende zeven dagen, beroerende niet drank en spijs, tenzij in het
ene uur, dat licht tussen de middag, wanneer de zon op het hoogst staat en op het
moment, wanneer de schaduw weer gaat lengen.
Het is een zeer kort moment, het is hooguit tien minuten eigenlijk, maar men spreekt hier van
een heel uur.
Wanneer deze zeven dagen voorbij zijn, dan zal hij drinken de edele en ongegiste wijn -
druivensap eigenlijk - dit drinken, dan zal hij zich begeven met reukwerken tot zijn kamer,
en uitzetten een diagram. Wanneer hij de lampen heeft geplaatst, lampen, die gereinigd
moeten zijn - gereinigd moeten zijn door de handen van onschuldigen, dus kinderen of
maagden of jongelingen - dan zal hij zich wederom reinigen zeven malen. Dan zal hij
wachten tot de maan haar hoogste punt bereikt heeft in haar eerste fase. En nu zal hij
tekenen het diagram en spreken de Heilige Naam, nemende in de hand het zwaard en het
Grootzegel en hij zal bezweren de geest. En indien hij niet alleen bezweren wil, maar
iemand bij zich wil hebben, dat degene, die hij stelt binnen een aparte kring, tenminste ene
dag gevast hebbend, zich gereinigd hebben en geen goed dragen, waarin de smetstoffen
van het lichaam reeds zijn opgenomen.
Zo gaat men dan over die reinheid te keer. Er staan een hele hoop voorschriften in over het
bewieroken en het leggen van deze cirkel. Is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dit, dat ook
de rituele magie gelooft aan een magiër, die volledig rein en zuiver is. En men gaat zelfs
verder en beveelt die zuiverheid van geest soms aan.
Dit komt weer voort uit een andere soort van magische beleving, maar ik vind het interessant
genoeg om het U niet te onthouden.
Hij, die zijn wil wil opleggen aan de geesten en wil zenden en sturen zijn kracht ver buiten
zijn eigen wezen, dat hij niet aarzele, maar uit zich werpen alle begeren. Dat hij van zich
banne warmte en koude, honger en dorst. Dat hij in stilte en overpeinzing in zichzelve kere
en zoeke de enige waarheid, die de zijne is. En wanneer de stem van het Ik in hem spreekt
- er staat niet IK, maar staat "grote", maar dat is identiek aan het IK - wanneer de stem
van het IK in hem spreekt en hem zegt: "Ziet, gereinigd zijt Gij, zo zal hij brengen een offer
aan alle Goden, die hij kent en die hij vereert. Dan zal hij spreken met zachte stem en
100 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

bidden om steun aan alle wachters, die naar hij weet, rond hem wonen. En dan eerst zal hij
instrijden tot het vertrek, hij zal er in verblijven in afzondering en duisternis, tot het werk is
volbracht. En wee hem, wanneer één begeren, één gewone prikkel der dagelijkse dingen
zijn geest in beslag neemt voor slechts enkele seconden, want dit is de zwakte, waarin men
ondergaat aan het duivels geweld en de kracht der demonen, het slachtoffer wordt van hen,
die men tracht te bevelen.
Interesseert de stof U? (Geweldig, ja). U zult U ongetwijfeld afvragen, wat heeft dit met de
ontwikkeling en bewustwording van de mens te doen? De magie zelf is een noodzakelijke
ontwikkeling bij een steeds groter wordend besef van krachten, die rond je liggen. U heeft
ongetwijfeld gehoord, hoe het was in Lemurië, in Groot-Oceanië, in Atlantis. U zult gehoord
hebben bij de vroege godsdienst, hoe het overal tot uiting kwam. En hoe dit magisch principe
zelfs in de werkzaamheden der Goden, zoals een primitief geloof ze naar voren brengt, steeds
weer verscholen zit. U zult zich realiseren, dat de magie een uitvloeisel is van een poging van
de mens, om niet slechts alles te aanvaarden, maar alles te beheersen. Zijn lust tot meester
zijn en anderzijds zijn gevoel van onbeholpenheid tegenover de onzichtbare krachten. Het
magisch denken heeft een veel grotere invloed op U, dan U zich ooit zult realiseren. In deze
dagen gebruikt men vele woorden, die in zichzelve nog magische formules zijn. Nu bedoel ik
heus alleen niet dat: "God helpe mij almachtig" etc. en al deze magische zettingen van
woorden, maar zelfs gewone spreekwijzen. U zult misschien denken, dat veel van die oude
spreekwoorden allemaal volkswijsheid zonder meer zijn. Er zijn er toch, die niet alleen in
volkswijsheid bestaan, maar die een magisch principe hebben, zoals het bekende, vaak
gebruikt om de kinderen uit bed te krijgen. Of een luie echtgenoot, dat de "Morgenstond goud
in de mond heeft". Die morgenstond met haar goud in de mond betekent nl. iets anders, want
de eerste stralen der zon hebben een bijzondere kracht en zijn magisch belangrijk. Ik hoop,
dat U zult begrijpen, hoe interessant en belangrijk deze dingen kunnen zijn. Nu wil ik U niet al
te lang bezit houden met al deze verhandelingen. Wat is de stoffelijke invloed van de magie op
de mens? Zonder het geloof aan onzichtbare krachten en zijn pogingen om die te beheersen,
zou de mens vele dingen niet geleerd hebben. Het zal U misschien verwonderen om te horen,
dat het gericht en bewust gebruik van vuur het eerst geschiedde in magisch verband. Dat de
eerste pogingen der chemie in magische richting plaats vonden. Het zal U misschien nog meer
verwonderen te horen, dat de hele geneeskunde te danken is aan magische beginselen, die
langzaam maar zeker worden omgezet in een praktijk, die ook voor leken toegankelijk wordt.
Het zal U waarschijnlijk niet zo zeer verwonderen te horen, dat Uw wetgeving zuiver magisch
is. Die eerste wetgeving was een zuiver magische vaststelling van de Goddelijke krachten in
een vorst gelegen. Later werden zij een vaststelling van verhoudingen tussen verschillende
grootkrachten, die door een grote God, die boven een vorst stond, geregeerd worden. Nog
later werd de wet een uitdrukking van een wil, die de gekozene aan het volk verkondde. Nu, in
die tijd was een vorst gelijk vaak aan een profeet. En op het ogenblik zijn vele wetten zelf tot
God geworden, waarbij het magisch principe wat verschoven is, maar uiteindelijk toch
behouden blijft. De hele wereld wordt veel meer dan U denkt - of gelooft - door magie
beheerst. De mensheid zou zonder de magische gedachte nooit gekomen zijn tot vele inzichten
in het geloof, tot het aanvaarden van het Goddelijke, dat steeds nauwer en zuiverder
omschreven wordt. Ze zou niet gekomen zijn tot vele plechtigheden, die op het ogenblik een
deel van het menselijk bestaan en leven uitmaken. Mijn vrienden, kortom, de magie is vaak
van meer belang geweest voor de mensheid dan de godsdienst, want elke godsdienst had
altijd weer zijn magisch rituele oorsprong.
Ik hoop, dat de volgende maal Broeder Franciscus weer in staat zal zijn om U te woord te
staan en dit ongetwijfeld onwaardige betoog nog enigszins aan te vullen met zijn grote
wijsheid door diepe studie verworven. Ik hoop echter, dat - desondanks - binnen het kader
van deze lessen mijn betoog niet geheel onwaardig zal worden geacht.
Goeden avond.
Goeden avond, vrienden,
Op het ogenblik is het dan de tijd voor uw eigen onderwerp. Wie heeft er vandaag een
onderwerp en zegt daar nog iets over?

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 101
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Ik heb wel een onderwerp. Het hangt ten nauwste samen met de dag, die wij nu beleven.
Het ontstond n.a.v. een toespraak op jl. vrijdag. Daarin werd gezegd: Jezus is gestorven
voor alle mensen. I.v.m. het gemengde gezelschap op deze avond durfde ik er niet verder
naar vragen. Maar ik hoop, dat het in deze besloten kring wel mogelijk is. Het is voor mij
onmogelijk om aan te nemen, dat God door een bloedoffer, in dit geval Jezus' kruisdood,
verzoend moest worden met Zijn Schepselen, met ons mensen. Maar uit Jezus' woorden
kan men afleiden, dat hij zijn leven geeft als losprijs voor velen en daarmede de profetie
van Jesaja vervult uit Hoofdstuk 53: De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Nu
las ik dezer dagen de visie, die A. Schweitzer heeft over het leven en sterven van Jezus. Hij
schetst Jezus als iemand, die is opgegroeid in de laat Joods-Eschatologisch beschouwing,
van het snel nader komende Messiaanse Rijk, dat vooraf gegaan zou worden door de komst
van Elia en een grote beproeving, die over de uitverkorenen zou komen, zoals Daniël
voorspeld was. Als Jezus Zijn Discipelen uitstuurt met een laatste waarschuwing, dat het
Koninkrijk der Hemelen nabij is gekomen, in Matthias 10, bereidt Hij hen voor op het
Messiaanse lijden, op de vervolgingen, die zij zullen moeten ondergaan, ja, misschien zelfs
de dood. Hij zegt daarbij: "Voorwaar zeg Ik U, gij zult uw reis door de steden Israëls niet
beëindigd hebben, of de Zoon des Mensen zal gekomen zijn. Zo spoedig verwachtte Jezus
dus het einder der laatste dagen, die het Gods Rijk vooraf zouden gaan. De jongeren keren
echter terug zonder achtervolgingen te hebben ondergaan. De voor-Messiaanse vervolging
breekt niet uit en het Messiaanse Rijk openbaart zich niet. Dit kan Jezus zich slechts zo
verklaren, dat iets nog uitblijft, wat eerst vervuld moet worden. In Zijn Worsteling met het
feit, dat het Koninkrijk GodÕs uitblijft, gaat dan in hem het besef op, dat het eerst kan
komen, wanneer Hij, de toekomstige Messias, door Zijn Lijden en sterven de schuld heeft
betaald voor hen, die tot Zijn Rijk uitverkoren zijn en hen daardoor bevrijd heeft van de
noodzaak de voor-Messiaanse verschrikkingen door te moeten maken. Deze
gedachtengang weer gebaseerd op Jes. 53 over de Knecht GodÕs, die voor de zonder der
anderen lijdt. Hiermee wil Schweitzer niets afdoen aan de onovertroffen waarde van Jezus
ethische prediking over de liefde tot God en de naaste als kern van het wezen van het
religieuze neerlegt in de MessiaÕs verwachtingen van Zijn Volksgenoten, die de entourage
was van Zijn Optreden plusminus 2.000 jaar geleden. Juist de inhoud van deze prediking
geldt voor alle tijden en alle mensen. Zou U Uw mening hierover willen geven?
Sta mij in de eerste plaats toe op te merken, dat het aanloopje heel aardig gekozen is.
Hetgeen U hier uit de opvattingen van Schweitzer naar voren brengt is echter in
overeenstemming met onze uiteenzettingen, zij het dan ook, dat wij een te nauwkeurige
uiteenzetting vermeden, nl. dat Jezus is gestorven voor alle mensen, want Hij is gestorven,
opdat de tijden vervuld zouden kunnen worden.
Dat was Zijn Overtuiging.
Dan is Hij toch gestorven voor alle mensen?
Oh, vanuit die gedachtengang, dus als een noodzaak in het kosmisch bestel?
U heeft ons nooit horen zeggen, dat het een noodzaak was. Maar U heeft ons wel steeds horen
hameren op het feit, dat het voor Jezus een noodzaak was en voor Zijn Leer. Ik zal er nog
even iets over zeggen, ofschoon ik er niet te ver op door wil gaan. Morgenavond wordt de
gehele avond al aan deze materie gewijd. Ik ben dus bang, dat het anders vervelend wordt.
Gaat U eens goed na, wat U ons steeds over Jezus hoort zeggen. U hoort ons zeggen: Jezus
was de mens. Jezus, die tot Drager van de Christusgedachte werd op het moment, dat Hij Zijn
leer ging uitdragen ten koste van zichzelve, met een volledige verwaarlozing van Zichzelve.
Dat is dus de roeping, die Jezus voelt plus Zijn Offer. Dit tesamen maakt Hem tot dé Jezus
Christus, die de wereld kent. Als wij vandaar uitgaan, dan blijkt ons wel, dat de Messiaanse
gedachte, zoals die in het Christendom paulinistisch wordt geïnterpreteerd als een voortzetting
van het Jodendom, in feite niet geheel juist is, of behoeft te zijn. Wij hebben U gewezen op de
tegenstrijdigheden bij de vaststelling van de afkomst van Jezus en de weergave van bepaalde
fasen van Zijn Leven. Wij hebben getracht U duidelijk te maken, dat het moderne christendom
door selectie van levensbeschrijvingen eerst deze schijnbaar samenhangende gedachten
richting vertoont, terwijl een groot aantal der beschikbare gegevens worden weggelaten, of
aan de openbaarheid worden onttrokken. Verder hebben wij erop gewezen, dat Jezus een
grootmachtig magiër was, een Gezondene, die zeer veel voor de wereld betekent. Ik heb dan
102 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

ook tegen deze uitleg van Schweitzer niet veel bezwaren. Alleen dit: Dat hij daarmede de
figuur Jezus terugbrengt tot een niet-Verlosser. Deze uitleg, die overigens grotendeels zeer
juist is, zullen wij nu eens van al die mooie woorden ontdoen. Jezus was geen Messias. Hij was
alleen Kind Gods, zoals wij dit ook altijd hebben gezegd, doordat Hij Zich kind God's voelde en
in de geest opging tot de Vader. Dat Hij gestorven is, dat Hij leraarde en wat Hij naar voren
bracht, is wel waardevol ook voor U nog. Maar eigenlijk is het het gevolg van een vergissing.
Hij dacht, dat de Messias gauw zou komen. Als U het nu eens zo gaat vertellen, wat valt er
dan van Jezus weg? Zijn Optreden als een werkelijk Leraar der Waarheid? Dan moeten zij
zeggen, Zijn gehele Leven was op een waan gebaseerd. Hij was een geestesdrijver, die
gedragen door een bepaalde dwangvoorstelling zover ging, dat Hij op een ogenblik liever
Zichzelf offerde dan te erkennen, dat Hij ongelijk had. Een soort vergeestelijkte Hitler. Ik
meen, dat dit toch niet geheel juist is. Kijk eens, Jezus had voort kunnen leven, laat ons dat
voorop stellen. Als Jezus voort geleefd had, dan was er geen Christendom, zoals wij dat nu
kennen en geen leer van Jezus, die door alle Carnavalsvermommingen toch steeds voort blijft
klinken in elke vorm van Christendom. Ja, zelfs in andere godsdiensten, die officieel het
Christendom terzijde stellen. Dat alles zou er dan niet geweest zijn. De leerlingen zouden
rouwmoedig huiswaarts getogen zijn en gezegd hebben: Nu ja, wij zijn erin gevlogen. Degenen
die door Zijn leer langzaam wat los kwamen van die toornigen en wraakzuchtige God hadden
dan gezegd: Die God is niets en die Vent is nog veel minder. Dan zou er nooit een
Christendom geweest zijn.
Dat is de reden, waarom Jezus moest sterven. Als Hij niet gestorven was, indien Hij niet alles
had geaccepteerd, zoals het nu gekomen is, wat zou dan het resultaat zijn geweest? Geen
Christendom. Laten wij even verder gaan. Indien er geen Christendom geweest ware, wat zou
er dan gebeurd zijn? Nero zou Rome niet verbrand hebben. Rome zou niet door innerlijke
verdeeldheid ten onder zijn gegaan. Er zou nooit een splitsing in dat rijk zijn gekomen, doordat
Byzantium Christelijk was en zich ging wenden tegen het heidense Rome. Attila zou nooit zo
ver zijn doorgedrongen. Er zouden nooit zoveel veldtochten van Barbaren zijn geweest. Er zou
nooit een kerstening van Europa zijn geweest. Er zou geen gezamenlijke godsdienst voor
Europa zijn geweest. Wat blijft er dan nog als mogelijkheid over? Een overspoeling van de
Moren in een heilige oorlog. Ik geloof niet, dat U de mogelijke konsekwenties rijpelijk heeft
overdacht en U zich door het theologisch en historisch zeer interessante betoog van Schweitzer
laat misleiden omtrent de betekenis van Jezus' Offer en kruisdood. Jezus wist, dat dit alles zou
komen. Hij wist dat, wanneer Hij althans het opgebouwde niet ten grondde wilde laten gaan,
het werk met deze drie jaar afgelopen moest zijn. De enige manier om de zaak voor goed vast
te leggen was: Jezus als Martelaar, als Heilige. Dit met alle mogelijkheden, die daar achter
verscholen lagen. Mogelijkheden, die gerealiseerd zijn. Iets, waarover wij reeds vaak genoeg
hebben gesproken en waar wij dus niet meer op terug behoeven te komen. Jezus is inderdaad
gestorven voor de wereld en voor alle mensen. Zonder Christendom zou de wereld nog heel
wat ongelukkiger zijn, dan zij thans met haar z.g. Christendom is. De dood van Jezus, die men
de Christus noemt, heeft de menselijke vooruitgang minstens duizend jaar vooruit gebracht.
Hij heeft een geestelijke ontwikkeling en vooruitgang mogelijk gemaakt, die en daar kunnen
wij misschien nog beter over oordelen dan U, lange tijd voor de mens gesloten was. Niet,
omdat er een banvloek was, die haar sloot, maar omdat de juiste begrippen en waarden
verloren waren gegaan. Indien U de zaak zo beziet zult U het met mij eens zijn, dat wij er
verstandig aan doen om Jezus te eren. Dat het gevaarlijk is, denk aan de magische
verhandeling van daarnet, om ons met dergelijke overwegingen te veel bezig te houden. Voor
ons zelf kunnen wij dat verwerken en begrijpen. Wij zullen het accepteren. Maar wij zullen
desondanks verder gaan in de goede richting. Slaat U echter de remmen van het Christendom
eens weg onder deze maatschappij. Wat houdt U dan over? Een wolvenhorde, die op tijgers
jaagt, meer niet. Neem het vrome Christendom eens weg uit deze regering met al zijn
excessen en bespottelijkheden, met zijn bioscoop, die niet op zondag mag draaien en het
gemengde bad, dat zondig en daarom verboden is. Allemaal onzin. Maar neem dat alles eens
weg. Denkt U, dat de vrome boeren, die op het ogenblik in de opkamer bij elkaar komen om
onder leiding van de z.g. wandelende dominee de Heer te aanbidden en te zingen dan niet
anders zouden zijn? Zij zouden dan de rem van goed en kwaad geheel kwijt zijn. Zij zouden
een soort heidense stamhoofden worden... Neen, laten wij deze dingen niet te veel

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 103
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

beredeneren en zeker niet in het openbaar. Laat ons in God's naam de resultaten van het werk
van Jezus en velen, die Zijn Werk oprecht en eerlijk hebben voortgezet met opoffering van hun
eigen persoonlijkheid, om zo de mensheid tot een groter bewustzijn te brengen niet te niet
doen door onze trots op het feit, dat wij de waarheid er over weten. Laat ons de konsekwentie
goed beseffen en zeggen zelfs tegen Schweitzer: Mijn waarde vriend, je bent een beter
Christen dan ik, misschien wel de beste, drie er op het ogenblik op aarde rondloopt. Maar je
bent een oud man en wat jij kunt verwerken, kan een ander, naar je meent, ook verwerken. Je
denkt, dat jouw ideeën maar voor een ieder acceptabel moeten zijn. Waarde vriend, van jouw
standpunt uit heb je misschien gelijk, maar zoals het niet goed is, paarlen voor de zwijnen te
gooien, is het ook niet goed om geestelijk dynamiet in handen van kinderen te geven. De
wereld heeft al dynamiet genoeg om mee te spelen, vindt U ook niet?
Vraagstelster dankt, spreker antwoordt en gaat verder.
Het Bestuur weet heel goed, dat wij bij beginselverklaring met een probleem hebben gezeten
en hoe wij dat op den duur hebben opgelost. Misschien niet geheel tot ontevredenheid van de
bestuurderen, maar waar het Jezus betrof konden en wilden wij niet verder gaan. Zo is het
hier ook mee. Wij moeten ergens een grens trekken. Wat baat het ons, wanneer wij tot U gaan
zeggen: Zie, dit is de waarheid; en uit de duistere sferen komt een honende echo, die roept:
Ziet, deze hebben de waarheid gegeten en het werd hen tot vergif.
Dat is een verantwoording, die wij niet nemen. Wij hebben beter inzicht in de mogelijkheden
en waarden van deze wereld dan voor U nu mogelijk is. Wij zien de konsekwentie hiervan zeer
ernstig in, dat wij trachten om zoveel mogelijk in de lopende ontwikkeling mee te gaan. Die
lopende ontwikkeling nu is Christelijk. En als wij die Christelijke woorden en termen niet direct
voor ons zelf willen gebruiken en zeggen: "Wij zijn Christenen, dan mogen wij toch niet aan de
andere kant het kind met het badwater weggooien." Zo trachten wij te zijn als de wijze, die
zijn wijding ontvangen hebbende, lacht over het praten en spelen der kinderen. Hij spreekt tot
hen in hun eigen taal, trachtende hen zo rijp te maken voor een mogelijke inwijding. Dat
laatste is eigenlijk de bedoeling.
Ik weet niet, of mijn onderwerp wel geschikt is voor deze avond. Het is van persoonlijke
aard.
Mag ik U een raad geven? Formuleert U het anders. Want wanneer U zo begint ben ik haast
wel in geweten verplicht om mijn mond te houden. Indien U echter zegt: het is mij bekend,
dat dat en dat bestaat, dan zou ik U - gezien het algemeen karakter van de vraag - althans
een algemeen antwoord kunnen geven. Het is niet uitgesloten, dat wij zo ondertussen ook Uw
eigen probleem op zouden lossen.
Ik heb een zoon, die nu ruim 26 jaar is. Ik voedde het kind op in de Roomse godsdienst en
bracht het waardering voor het schone bij. Nu echter ontkent de jongen alle godsbegrip.
Spreek ik hierover met hem, dan antwoordt hij met wetenschappelijke argumenten, waar
ik niet tegen op kan. Hij heeft veel mooie boeken, maar leest daarnaast boeken als die van
Vestdijk, die ik afschuwelijk erotisch en pervers vind. Ik begrijp hem niet meer. Hij is zeer
gesloten. Kunt U mij zeggen, wat de fout in mijn opvoeding is? Hoe kan ik de jongen
helpen?
Wij zullen het algemeen gaan stellen. Wij hebben dus het volgende probleem: een kind,
opvoeding Rooms-Katholiek, achtergrond een drang tot ervaring hiervan, die goed bedoeld
was. Maar door het kind als van buiten komende, niet al te zeer geapprecieerd. Punt twee:
opgevoed in een niet zeer harmonische omgeving, waarin de scheiding tussen de ouders voor
het kind een conflict betekent. Vooral omdat de oorzaak daarvan eerst veel later door het kind
kon worden begrepen. Ten derde: opgroeiend wordt deze persoon tot een zeer gesloten type.
Vooral dit laatste is zeer begrijpelijk, omdat de innerlijke conflicten gedurende de kinderjaren
ook niet of slechts ten halve werden uitgesproken. Dit laatste gezien de ongewone
gezinstoestanden. Wanneer wij een dergelijk type gaan beschouwen op ietwat rijpere leeftijd,
neem aan 30 jaar, dan rijst allereerst de volgende vraag op: welke problemen kunnen in
pedagogisch opzicht bestaan hebben? In de eerste plaats zien wij innerlijk verzet tegen
factoren als b.v. de scheiding. Het kan heel goed een noodzaak geweest zijn, maar zal het kind
het wel als zodanig begrepen en verwerkt hebben? Er zijn hier nl. twee mogelijkheden.

104 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Enerzijds de katholieke leer, die elke scheiding verafschuwt en zelfs de scheiding tussen tafel
en bed slechts node, alleen met verlof van de hoogste geestelijkheid toestaat. Er zou dus een
religieus conflict hebben kunnen bestaan. Daarnaast zal misschien de persoon in kwestie
weggaan. In dit geval was dat - als ik mij niet vergis - de vader. Maar hoe het ook zij, wanneer
twee ouders gaan scheiden, dan valt een deel van de evenwichtigheid in de kinderwereld weg.
Bij een kind van het mannelijk geslacht nu zien wij over het algemeen, dat de gehechtheid aan
de moeder, de bewondering echter veelal aan de vader behoort. De moeder is krachtens haar
geslacht en geaardheid over het algemeen niet in staat het kind voldoende redenen tot trots
en bewondering te geven, zodat het een gemis ervaart. Dit gecombineerd met een geloof, dat
de scheiding uit den boze vindt, zal een aantal vragen en conflicten in het kind hebben doen
ontstaan, die onwaarschijnlijk eerst op 15 á 16-jarige leeftijd worden opgelost. Indien er toen
al een inzicht werd verworven, was er reeds een geslotenheid. Zolang er dagelijks contact en
ondergeschiktheid blijft bestaan, zal deze laatste eerst heel langzaam tot uiting komen over de
gehele linie. Voor de moeder wordt een bepaald gedeelte van de uitingen dan gereserveerd.
Die worden haar dan gegeven met een zekere spontaniteit. Maar zij bevatten nooit de gehele
waarheid. Het zijn meestal halve waarheden. De tweede vraag, die rijst is deze: hoe zal zo'n
mens verder gaan denken? De God van het Katholicisme kan hij niet geheel aanvaarden, want
zou hij die accepteren, dan betekent dit voor zijn familie dood en ondergang. Het zou
betekenen, dat zijn ouders niet goed zijn en over het algemeen verder, dat ook deze mens zelf
reeds als kind zwaar gezondigd heeft. Dit kan een jonge man niet accepteren. Want de God,
die hem in de kinderjaren is ingegoten is een belemmering voor het aanvaarden van een ander
Godsbegrip. Wij moeten dit vooral niet over het hoofd zien. Het gaat hier niet alleen maar over
het verwerpen van God als geheel, maar het gaat om de onmogelijkheid openlijk het bestaan
van een God te aanvaarden, zonder openlijk terug te moeten keren naar het gehate geloof. En
daar zit het, dunkt mij, wel de kneep. Verder kan ik mij best voorstellen, dat een jong mens
zich te buiten gaat aan allerlei lectuur, die oudere mensen niet zo zeer op prijs stellen. Maar
zolang als de jeugd van 10-14 schone verhalen leest als "Belinda" en wat hebben wij op dat
gebied nog meer, Lucky Lucy en meer van die dingen. Strips, waarin sexualiteit en sadisme
elkaar afwisselen in voor kinderen begrijpelijke vorm, voorzien van sprekende illustraties in
ratio twee woorden per plaatje, dan vind ik een schrijver als Vestdijk heus niet zo erg en zijn
de "Liefdesavonturen van Casanova" of de "Decamarone" uiteindelijk nog maar onschuldige
lectuur voor volwassenen. Die weten in ieder geval, waar zij over lezen en zullen dus niet door
al te ongezonde fantasieën verder geprikkeld worden. Bovendien kan ik een dergelijke smaak
verklaren als deel van het zoeken naar een materiaal houvast, waarbij - laat ons dit vooral niet
vergeten - de filosofie van de schrijver, ofschoon misschien te vaak gepaard gaande met rood
licht in woorden, toch wel belangrijk is. Zo dadelijk zal ik U over de schrijver Vestdijk nog wel
een kleine literaire beschouwing geven. Dat is misschien ook wel eens aardig. Wij komen
echter nu te staan voor de problemen der geslotenheid tegenover de moeder of de ouders. In
een geval als dit was er - al wordt het meestal niet begrepen - van het begin af aan reeds een
rem. Door de ouders wordt dit bij het kind niet zo gemakkelijk ontdekt, omdat het kind in zijn
afhankelijkheid gedwongen wordt, ook wanneer het veel verbergt, toch de houding van
openhartigheid aan te nemen. Eerst veel later komt men er dan soms achter hoe veel er
verborgen is gebleven. Menige moeder zal mij dit toe moeten geven. Als resultaat hiervan
zullen de ouders vaak een verkeerde voorstelling van het karakter van het kind hebben. Het
kind is echter niet in staat om de ouder opeens een gecorrigeerd beeld te geven, dat zou voor
de beide partijen een veel te grote schok worden en is dus niet te accepteren. Het kind
probeert dan zichzelf te zijn op een andere manier en maakt vaak nog veel meer brokken. Wat
is de enige methode om zo iemand te helpen. In de eerste plaats een dergelijk mens zijn eigen
weg te laten gaan. Laat hem zijn eigen strijd strijden. Elke mens moet voor zichzelf God
vinden. In zo' n geval lijkt een mens wel wat op een varken. Wanneer je een varken aan zijn
staart trekt, gaat het met volle stoom vooruit, maar duw je het in de goede richting, dan blijft
het stoer en strak staan. Zo ook de mens. Onthoudt U dus, dat hoe meer je een dergelijk
mens in de richting van het goede zult trachten te sturen, hoe sterker ook het verzet tegen U
zal zijn. Die mens redeneert nl. zo:
Ik ben oud en wijs genoeg. Wanneer je mij die kant uit gaat duwen, kom ik vast ergens
terecht waar ik niet thuis hoor. Hij refereert dan in zijn hart aan omstandigheden, waarover hij

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 105
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

nooit heeft gesproken, maar die in zijn hart als herinneringen zijn bewaard. Tendens: jullie
hebben het ook zo goed niet gedaan. Dus: laat die mens zijn eigen weg zoeken; komt er nood
of ellende voor hem, sta klaar om hem te helpen, maar probeer niet om hem te leiden. Wat er
in doorsnee met een dergelijk mens gebeurt? Hij blijft over het algemeen streng materialist tot
het 34ste á 35ste jaar. Iets, wat geestelijk lang niet zo schadelijk is, als U misschien denkt.
Wanneer een mens leeft en daarvan tegenover zichzelf verantwoording durft af te leggen, ook
al verschilt die van de verantwoording, die U hem eigenlijk af zou willen laten leggen, zal hij
ook geestelijk altijd nog wel iets van het leven leren. Tenzij hij tegen zichzelve zondigt, zal een
dergelijk mens dan ook niet achteruit gaan. Daarna komt die mens vanzelf wel tot de
conclusie, dat er toch nog iets anders dan alleen maar stof moet zijn. Dan gaat deze mens zelf
naar een geestelijk houvast zoeken. Ook wanneer dat gebeurt in een atheïstische filosofie, kan
dat allemaal geen kwaad. Wanneer zo'n mens sterft, merkt hij vanzelf wel, dat de zaken er
nog iets anders voor staan. Hoofdzaak is, dat een mens zo harmonisch mogelijk leeft en in zijn
leven zoveel mogelijk ervaring opdoet. Niet terug zoeken naar de fouten in de opvoeding dus.
Dat is gebeurd, maak je over het heden geen zorgen en laat het verleden rusten, maar pas je
aan bij de toestand, zoals zij nu feitelijk is. U denkt, dat deze mens geen grote emoties heeft?
Die mens zal ze verbergen, wanneer hij ze heeft. Dat ligt in het karakter. Dat kan niemand
weten, of die emoties er wel of niet zijn. Geen mens, zelfs niet de meest sensitieve, kan zien
wat zich afspeelt in het hart van een ander.
Nu ga ik nog even door op de schrijver Vestdijk. Ik geloof, dat er velen zijn, die vooral tegen
problemen, die hij in de laatste tijd in zijn boeken aan de orde heeft gesteld, wel enig bezwaar
hebben. Zij gaan deze romans als onzedelijk zien. Wat dat betreft, bent U dan net zo, als de
burgervader van Amsterdam, die heeft besloten, dat in de gelegenheden waar zeker soort
dames achter het raam zit, gordijnen voor het raam moeten hangen. Heus, ik voel niets voor
al die uitvoerig beschreven zolderkamertjes-romantiek. Wanneer het daar alleen maar om het
sexuele gaat, vind ik het hopeloos. Maar deze dingen maken nu eenmaal deel uit van het
leven. Al houd je ook je ogen nog zo goed dicht, zij blijven bestaan. De vraag is dus: hoe ziet
de schrijver dit? Is het een soort van verkapte pornografie? Of is het een probleemstelling,
waarin - zoals in het leven - het sexuele een zeer belangrijke plaats inneemt? Misschien zou hij
naar uw oordeel beter een beetje "durch die Blume" kunnen spreken. De nieuwere stijl is vaak
wat cru. Maar wanneer de gedachten, die er achter zitten goed zijn, dan geloof ik niet, dat wij
ons te veel aan de vorm mogen stoten. Ieder heeft natuurlijk zijn eigen smaak. Maar vrienden,
een schrijver als Vestdijk stelt een geheel eigen filosofie op. Ik weet niet, of U van hem kent
het "Vijfde Zegel"? Een werk, dat zich bezig houdt met de schilder El Greco en geladen is met
een haast surrealistische psychische spanning. Waar er niet te veel "schandelijke" taferelen in
voor komen, zou ik mij voor kunnen stellen, dat dit werk met zijn brede proza uw goedkeuring
zou kunnen verwerven. Maar leest U ook eens "De Kellner en de Doden". Daarin wordt een
m.i. goede filosofie ontwikkeld en een waarheid verkondigd in een wel zeer bizarre vorm. Een
gedachte, die wij allemaal wel in ons zak kunnen steken: dit is de strijd van het laatste
oordeel. Ook voor ons. Een schrijver, die dergelijke dingen kan zeggen, die iets kan laten zien
van de fouten der maatschappij met haar vooroordelen, die alleen daardoor een jonge dokter
en een danseresje de nek breekt, heeft ook U uiteindelijk iets te zeggen. Dat U het niet altijd
de juiste vorm vindt, kan ik mij best voorstellen. Het zijn zeker geen boeken, die je aan je
kinderen in handen geeft, wanneer zij jong zijn. Maar zolang geen schrijver iets te zeggen
heeft, dat de moeite waard is, is ook hij zelf de moeite van het aanhoren waard, onverschillig
of hij bralt, lalt, of zingt.
Ik meen, dat Vestdijk aan deze voorwaarde ten alle tijde kan voldoen. De mens Vestdijk is een
denker. Hij mag zeker geen heilige genoemd worden. Maar hij houdt zich met problemen
bezig, die verder gaan dan de meeste mensen zelfs maar kunnen begrijpen. Veroordeel het
dus niet, wanneer iemand, vooral als hij materialist is, tracht iets van Vestdijk te lezen. Want
achter alle materialisme van Vestdijk zit altijd toch weer een onbestemd Godsbegrip
verborgen. Sommige boeken, als b.v. de veel gesmade "Decamarone", zetten vorsten,
geestelijken, gravinnen en meisjes van de vlakte gelijkelijk in hun hemd. Zij tonen de
gerespecteerde tradities zelfs vaak zonder dat. Achter de humor, die de vele bigotterieën aan
de kaak stelt, zit echter altijd weer een gezond aanvaarden van de mensheid, de Goddelijke
wetten en vaak ook van de Goddelijke voorzienigheid.
106 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Zoals b.v. in "1001 Nacht" grote magische en filosofische waarden vaak schuil gaan achter de
zinnelijke vertellingen, drie onder deze naam eens in Frankrijk werden gepubliceerd. Wanneer
wij dus een boek gaan beschuldigen en het lezen daarvan slecht vinden, moeten wij eerst de
mensheid gaan beschuldigen, die met een valse zedigheid vaak de verkeerde waarden put uit
de boeken, die haar gegeven worden.
Waarom moeten in de literatuur de lelijke dingen zo uitgewerkt worden met haast wellustig
beschrijven? Is dat kunst? Is dat schoonheid? Maakt het de wereld beter?
Kunst - ja. Schoonheid - neen. Maakt het de wereld beter? Ja en neen. Suikerzoete literatuur
met alleen maar heel goede en heel kwade mensen is m.i. niet acceptabel. Literatuur, die
alleen het goede en schone bezingt, wordt tot sprookje en heeft met de werkelijkheid niet veel
meer gemeen. Het is niet eens meer een goed sprookje, want in het sprookje speelt kwaad
ook zijn rol. Stelt echter de ware literatuur het lelijke zo ten toon? Of valt misschien de wellust
te midden van andere even belangrijke gegevens U wat te veel op? Er zijn mensen, die zich
geroepen schijnen te voelen om elke onvertogen uiting, elk met sexe in verband staand woord
uit een boek te strepen of te scheuren. Die mensen schijnen daar dan wel heel erg veel weet
van te hebben. Zouden die soms bang zijn voor zichzelf? Zouden die dingen hen daardoor
misschien zo opvallen?
Ik stoot mij alleen aan de manier van zeggen.
Dus wanneer het mooi gezegd is en omschreven, kunt U er wel met mee voelen? Dan voelt U
het mooie erin. Dan vind ik het zo eigenaardig als 't zelfde met koude woorden wordt gezegd,
U dat mooie er van niet meer ziet. Het mooie en het lelijke blijven gelijk, onverschillig, hoe je
zegt. Neemt U mij niet kwalijk, maar is het dan nodig om met een gordijn van woorden de
waarheid te verhullen?
Dat is maar mode. Want er zijn tijden geweest, dat gedrag en voorstellingen, die nu onzedelijk
heten, behoorden tot de bon-ton. Waren die dingen mooi en zijn zij ineens lelijk geworden of
omgekeerd? Ik dacht, dat dit altijd gelijk bleef?
Het mooie geeft je een ideaal, waar je naar toe kunt streven.
Wat heb je aan een ideaal, dat irreëel is? Laat ons proberen om vast te stellen, wat de
drijvende krachten in deze wereld van U zijn. Begeerten, angsten en sexualiteit. Maar dat zijn
de dingen, die in de stof alles bepalen, die het uiterlijk dezer wereld voortdurend vormen en
hervormen. Zelfs het grootste gedeelte van het geestelijk beleven, dat er is komt uit
begeerten en angsten voort. Soms zelfs al uit sexualiteit. Alleen zijn die dingen dan een beetje
anders gericht.
Maar de "Oude Man en de Zee" dan? Dat geeft je een gevoel van bewondering. Dat is waar,
dat vind ik inspirerend, dat is de waarheid.
Dat is niet de waarheid. Pardon, het is een sprookje.
Maar je voelt, dat het waar kan zijn.
Neen, U voelt, dat het waar zou moeten zijn in uw wereld. U droomt. Het zij verre van mij U af
te raden om te dromen in uw boeken. De werkelijkheid is altijd toch wel rond U, maar U moet
de werkelijkheid het niet kwalijk nemen, dat zij niet alleen over de mooie straten en pleinen
van het leven gaat, maar ook door de sloppen. U moogt niet uw eigen oordeel over mooi en
lelijk aan anderen opdringen.
Ik heb eens een meisje gevolgd in haar gedachten, toen zij een boekje las over een
sneeuwgans. Dat was wonderlijk mooi. De gedachten, die daaruit voortkwamen... Maar ik heb
ook eens iemand zien huilen over een boek, dat U als te liederlijk weg zou gooien, of in de
kachel stoppen. De gedachten, die daardoor ontstonden, waren vanuit mijn standpunt even
mooi en goed. Die mens onderzocht zichzelve, omdat zij zich gespiegeld zag in dat boek;
omdat zij de mogelijkheden zag, die in het boek als een verre mogelijkheid even
doorschemerden. Er bestaan genoeg boeken, die humbug zijn. Een heerlijk vervalst leven van
Napoleon b.v. met heel veel liefden en avontuur. Een Egyptenaar, die zijn beleven van A tot Z
vertelt met tussen veel aardige historische gegevens een volledig verwrongen en vervalste
levensweergave. Dergelijke dingen zullen U misschien meer trekken. Maar de vraag is: Hebben
zij wat te zeggen en in hoeverre is dat juist? Wat betekenen zij in werkelijkheid? Veel van die
DE ONTWIKKELING DER MAGIE 107
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

boeken vinden de mensen alleen maar goed, omdat zij hen een ogenblik uit de werkelijkheid
halen en hen de gelegenheid geven over zichzelf te dromen. Laten wij nu echter het eens heel
grof zeggen. Wat kan het nut zijn van een werk, dat over een hoerenkast gaat? Misschien kan
het in al zijn rauwheid de mens enig inzicht geven in de zaken, die aanleiding zijn gewest voor
het bestaan van deze rauwe werkelijkheid. Het kan tonen, dat achter onverschilligheid,
zedeloosheid en sensualiteit vaak een diep ongelukkig zijn schuilt. In zo'n geval heeft dat boek
voor mij meer waarde, dan dat boek over Napoleon of over die Egyptenaar. U bekijkt het mij
te idealistisch: als het nu maar mooi en edel is. Percival of de Ridders van de Ronde Tafel in
moderne versie. Maar dat zijn legenden. Vele andere, minder aantrekkelijke dingen echter zijn
werkelijkheid. Wanneer U dat een ogenblik wilt dromen, doe het dan gerust, maar denkt niet,
dat die dromen waar zijn en veroordeel een ander niet, omdat hij, of zij, de waarheid de
voorkeur geeft. Maar wij mogen het niet te laat maken. De tijd begint op te raken. Het was
anders wel heel iets anders dan anders vanavond, maar ik vond het toch wel interessant.
Goeden avond.
Goeden avond, vrienden,
Wij willen deze bijeenkomst gaan besluiten met het Schone Woord. Deze keer - vanwege de
tijd - in dichterlijke vorm. Een onderwerp. Uw eigen keuze.

BEGRIP
Begrijpen, 't is weten, ervaren en denken,
Het is kennen de werkelijke waarde,
Begrijpen, waarom de dingen zo vaak in onze ogen ontaarden
En ware niets waardig en wild en vreemd
Onttrokken aan ons begrijpen.
Een begrip wil zeggen te weten,
Dat er ook zorgen, noden, neipen,
Wanneer de mens zo vaak vreemd speelt
Zo wilde dingen denkt,
Wanneer hij aan de wereld niet -
Wat Gij zo goed noemt - schenkt.
In stof en geest is het verdeeld,
In duister en in licht,
Het streven van al wat er leeft,
Blijft op één doe gericht,
De wegen zijn vele,
Ontelbaar de groepen,
Die samen troepen,
Op andere weg.
Ze gaan over kloven,
Over steile berg of over de heirbaan
en grote wegen.
Ze gaan over doornen, of over fluweel,
Doch steeds hetzelfde einddoel tegen.

108 DE ONTWIKKELING DER MAGIE
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 7 – De ontwikkeling der magie

Begrijpen, hoe eindig jezelve nog bent
En weten, hoe weinig je kunt geven.
Betekent begrip van de werkelijkheid,
Van de waarheid in alle leven,
Begrip voor offer, voor lijden en dood,
Begrip voor het spel van de lusten,
Begrip voor een mens in geestelijke nood,
Begrip voor die je vreest, sombere dood,
Die daar siddert nog op vreemde kusten.
Begrip is het aanvaarden van het hele bestaan,
Het zoeken naar werkelijke waarden.
En begrijpt men die waarden
En ziet men ze aan,
Dan ziet men begrip vaak ontaarden
Bij anderen,
Maar begrijp, dat daaraan nog niet zoveel te veranderen kan zijn,
En gaat zijn eigen weg.
Een punt van waar begrijpen,
Waarin de bloem van het Goddelijk Licht,
Ook in die mens kan rijpen.

Ik dank U voor uw aandacht.
Goeden avond.

DE ONTWIKKELING DER MAGIE 109
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

5 mei 1955
Goedenavond vrienden,
Ik heb vanavond, voor wij goed beginnen, nog een paar kleine mededelingen. U zult zeggen:
“Hoe komt dat zo? Het is al bij elke cursus hetzelfde liedje´. Maar laten wij dan maar zeggen,
dat wij in de schoonmaak zitten. Wij zijn in de eerste plaats bezig om voor het volgende
seizoen de cursussen en de groepen een beetje samen te stellen, zover dit althans van ons
afhangt. Al zou U het misschien niet altijd geloven, zijn wij erge democraten. D.w.z. dat wij
demos, in casu U zelve, hierbij ook graag aan het woord laten komen. Wanneer U dus
voorstellen heeft voor verbeteringen, veranderingen enz. enz. dan kunt U dat aan één van ons
op één van deze avonden, ofwel - voor 15 juni dan altijd - aan het Bestuur mededelen.
Dat is dan punt één. Punt twee is dit: Wij hebben, omdat er gevaar voor overbelasting van het
medium begon te bestaan de duur, dat wij op een avond als deze spreken, moeten verkorten.
En wel wordt de tijd van het gesprokene, behalve op de openbare avonden, voorlopig
teruggebracht tot 1,5 uur. Zo nu en dan wordt er natuurlijk toch wel weer een kwartiertje bij
gesmokkeld, maar wij zullen dan toch maar proberen om het voor het medium wat lichter en
wat prettiger te houden. Het lijkt ons beter, want anders zijn er vandaag of morgen een hele
hoop sprekers zonder spreekgestoelte of instrument.
Punt drie is het volgende: Wij zullen moeten proberen onze cursus af te maken voor wij verder
gaan met een nieuwe cursus. Het is mijn schuld, hoor. Je moogt er mij gerust op aan kijken.
Je moogt rustig zeggen: “Franciscus, je hebt altijd veel te lang gepraat”. Maar nu moet ik op
gaan schieten en dus zullen wij toch wel een klein beetje vluchtiger moeten gaan worden. Wij
kunnen rekenen, dat wij nog drie á vier avonden nodig hebben, willen wij tot een werkelijk
afgerond geheel kunnen komen. Als U dat te lang vindt, moogt U het mij ook zeggen, hoor.
Per slot van rekening wordt er in de geschiedenis ook zo raar met de tijd omgesprongen, dat
wij het ons ook wel kunnen permitteren, indien dat gewenst is.
Betekent het, dat de laatste avond van deze cursus in juli zal vallen?
Reken het maar eens uit. Mei, juni, juli... of het in augustus kan, weet ik niet, hoor. Dat zou
misschien op moeilijkheden kunnen stuiten. (Ja). Dat wordt dan september.
September dus nog de oude cursus?
Ja, als het niet kan, zullen wij het natuurlijk in drie keren moeten proberen. Maar ik praat niet
meer, ik ga beginnen. Anders komen wij er helemaal niet.
Wij hebben het dan gehad over het Boeddhisme en het Godendom. Wij zullen dan nu maar
een grote sprong nemen. Wij gaan nog even terug naar de Grieken en de Egyptenaren en
vandaar springen wij dan almaar meteen naar het begin van de Christenheid. Dan krijgen wij
dadelijk toch nog Mohammed te behandelen en de meer moderne ontwikkeling.
Wij hebben dus toch nog genoeg voor de boeg. De geloven, zoals die in Babylon, Perzië,
Egypte en Griekenland hebben bestaan, berusten in hoofdzaak op mediums plus een bepaalde
priesterkaste. Ik spreek niet over de oorsprong van de Goden. Zoals U weet, in het geven van
gestalte daaraan, hebben én dichter én schrijver altijd een groot deel van het werk verricht.
Ook zo bij het Christendom: de voorstellingen, die men zich maakt over God en Jezus Christus
worden vaak bepaald door de wijze, waarop een artiest ze vaak naar voren brengt. Dit laten
wij alles terzijde liggen. Wij hebben het over de priesters. In de vele Ba’lsdiensten krijgen wij
te maken, evenals bij de Zoroasterdienst met ....., die in staat zijn om voortekens te lezen, de
toekomst te voorspellen, die zich verder vaak bezig houden met genezingen en wonderwerken.
In vele van de tempels van Perzië en Babylon, zowel als in Noord-Afrika en zuidelijk Europa
rond het Middellandse Zee-gebied treffen wij voortdurend de zg. stemmen der Goden aan.
Deze stemmen der Goden hebben over het algemeen een priesterlijke status. Door hen
spreekt een geest. Vaak een willekeurige geest, die leiding geeft aan een volk. Deze geest
decreteert offers, vraagt gaven, voorspelt de toekomst en geeft leiding bij krijgstochten en al
wat dies meer zij. Het is begrijpelijk, dat in deze tijd een grote religieuze verwarring bij de
mensheid ontstaat. In de ene stad vinden wij de priesters van Bellel Herachte. Deze zegt: wij
moeten oorlog voeren tegen Egypte. Vijf steden zit een andere BaŠl. Deze zegt: Daar moeten

110 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

wij niets mee van doen hebben. De Goden van Egypte zijn te sterk. Dat werd op den duur een
godsdienst als een plaatselijke sportvereniging. Iedereen gaf op van zijn eigen God, maar was
er vaak van overtuigd, dat je daar toch zo nu en dan het wel eens mis zou kunnen hebben.
Sommige mensen in Den Haag hebben ook zo’n soort God, heb ik mij laten vertellen. Volgens
de laatste berichten, heet die Holland Sport. vreemd, enfin. U begrijpt dus, dat in deze periode
het godsbegrip een grote verwarring ondergaat. De eenvoudigen geloven inderdaad aan de
Goden, maar degenen, die wat verder komen, vinden daarachter het eenmalige Godsbegrip,
dat o.a. door Ech-n-Aton naar voren wordt gebracht. Over Ech-n-aton kunt U genoeg horen en
lezen. Daar behoef ik dus verder niet over te praten. Het zij voldoende om op te merken, dat
uit al deze leren met eerst hun plaatselijke Godendom en later hun landelijk veelgodendom op
den duur geheimleren groeien, waarin het monothe•stische principe meer en meer op de
voorgrond staat. Er zijn leren bij, die, ook wat ons betreft, aanvaardbaar worden. Uit de
Zoroasterleer kan ik b.v. dit citeren.... Ik zou U haast uit willen dagen om te zeggen, dat dit
niet een citaat is, dat vandaag aan de dag nog past:
Gij reinigt ons door het vuur. Gij draagt ons op de aarde. Gij spreekt in de wind en de zee, en
wateren dragen Uwe stem. Gij, Grootmachtige, die zijt en niet zijt en toch leeft, Gij, die leeft,
terwijl wij niet leven, want wij leven slechts in U. Zo is ons het leven, dat slechts in U bestaat.
Dat moet je maar eens op je gemak overlezen. Dan zul je merken, dat dit citaatje een wijsheid
in zich draagt, die vandaag aan de dag bij de nieuwe religieuze opvattingen opnieuw op de
voorgrond komt en die wij ook steeds weer op de voorgrond hebben zien komen bij de meer
ingewijden, zelfs in de duistere middeleeuwen. Wij hebben al gezegd, dat rond de Middellandse
Zee de priesters dus in de eerste plaats, wonderwerkers zijn. Ik zeg dit nu wel zo, maar als wij
wat later in de tijd komen, zo ongeveer 800 voor Christus, dan is dat niet meer zo overal. Bij
de Joden zijn de priesters geworden tot rechtsgeleerden en gelijktijdig tot offeraars. Een
werkelijk wonder kunnen zij niet meer doen. Zij zijn niet alleen een stand geworden, die ver
van het volk afstaat, maar een stand, zie zich ver boven het volk verheft zonder aan het volk
ook maar enig blijk te geven van eigen gaven.
Deze methode komt op vele andere plaatsen ook naar voren. Bij sommige der priesters, die
het toch eerlijk en ernstig menen, komt naast het occultisme, langzaam maar zeker de
wetenschap op de voorgrond. Niet voor niets worden op hun aanraden grote bibliotheken
gebouwd, zoals b.v. de roemruchte bibliotheek van Alexandrië, die reeds lang voor Christus’
geboorte wordt gesticht. Deze was een centrum, waar de geestelijken - laat ons ze zo maar
noemen - van zeer veel verschillende religies leerden, zowel als leraarden. Het was een
universele inrichting, waar de wetenschap werd onderwezen. Wij mogen nog, voor wij afscheid
nemen van deze tijd, een klein citaat vanuit de verklaringen van een orakel weergeven:
Dat orakel werd de vraag gesteld, zo staat in de oude annalen geschreven: “Zeg ons, wat het
leven is”.
Het antwoord van dit orakel is treffend schoon en juist en doet mij vermoeden, dat, zo hier al
een inspirerende geest optrad, dit er één van zéér hoge orde geweest moet zijn.
Het leven is een vlam, die aangewakkerd wordt door de wind der begeerten. Maar zij kan
slechts zichzelve worden, wanneer zij terugkeert tot zichzelve. Zij is de uiting van het leven in
de verspilling van de levenskracht. De terugkeer tot het leven betekent een verdwijnen van de
verschijnselen van het leven. Zo zeg ik U: het leven is dood, maar dood is leven.
Een diepe wijsheid ook weer. Deze keer een wijsheid, die in roes, in een soort trance
ontvangen werd. Zij kentekent meer van de esoterisch gerichte groeperingen op allerhand
gebied dan de meeste andere leringen. Of het nu Isis is, die men vereert, of men nu spreekt
tot Re of Jupiter, het maakt eigenlijk heel weinig uit. Allen voelen zij het geheim aan, dat
achter alle geheimen schuilt. De dood die leven en het leven dat dood is. Ehh, ehh. Het is nu
wel aardig om het zo kortaf te doen, maar voor mij gaat er een hoop van de aardigheid zo uit.
Ik... Ja, ik ga toch even afwijken. Dan kunnen wij dadelijk wel weer met een vaartje verder
gaan. (Graag). Ik ben blij, vriend, dat je het met mij eens bent, maar ik had het toch wel
gedaan. (Gelach). Kijk eens, deze leerstelling, die culmineerde in iets, dat voor mij in de
oudheid één van de meest treffende beginselen van het Christendom heeft betekend. De

DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 111
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

normale mens ziet het Christendom als iets, dat plotseling geboren is. Maar als je de
geschiedenis van de Godsdienst, de geestelijke wording van de mens nagaat, dan zie je, dat
dat Christendom er al vóór die tijd is geweest. Zeker, in een andere vorm, gebracht op een
andere manier. Ik doel hier vooral op enkele geschriften en overleveringen. Daar wordt het
raadsel van leven en dood als volgt uiteengezet door een priester, die daarover een
verhandeling heeft geschreven.
Wanneer ik leef, dan ben ik slechts mijzelve. Wanneer ik mijzelve ben, is dat zo’n klein deel
van de wereld, dat in mij tot bewustzijn komt, dat ik dit wel dood kan noemen. Maar wanneer
ik sterf, dan wordt mijn lichaam opgenomen in de aarde, meegedragen door de wind. Een deel
van mijn wezen ruist mee in de bladeren der bomen, of geeft vreugde in de bloemen der
aarde. Ik ben met alle dingen, gedragen door de wateren, gelouterd door het vuur ben ik één
met de aarde. Het wezen, dat mijn bewustzijn was, is niet meer gebonden aan de nauwe
grens. Zal ik persoonlijk voortbestaan? Ik weet het niet, want ik weet niet, wat persoonlijkheid
is. Maar ten gronde gaan, doen wij niet. Wanneer het lichaam verder leeft in de aarde en de
natuur, zo zal dit deel van ons, waarmee wij denken en handelen, verder leven, als deel van
de grote, onzichtbare wereld, die de wereld is van de Goden en de demonen, zoals ons lichaam
deel wordt van vele dingen op aarde en daardoor eerst werkelijk leeft, zal ons wezen deel van
vele Goden en vele demonen in vele werelden en hemelen.
Dit citaat op zichzelve al stemt ons zeker tot nadenken. Deze levensconceptie is zo dwaas niet.
Want per slot van rekening zijn de feiten, die daar worden gesteld als theorie in feite juist.
Deze priester weet wel niet alles, want wij weten b.v., dat de persoonlijkheid nog ná de dood
blijft bestaan. Maar wij weten ook, dat, waar wij omhoog schouwen heel in de verte, ergens
ver omhoog, datgene, wat wij nog persoonlijkheid noemen, weer verflauwt en daarvoor iets in
de plaats komt, wat wij niet kunnen omschrijven. Ik geloof, dat deze priester reeds een
opvatting had, die overeenkomt met wat wij “opgaan in het Goddelijke” noemen. Wat menige
christen nu noemt “het Koninkrijk der Hemelen”. Aardig is het dan ook om te horen, welke
conclusies hij hieruit voor zichzelve trekt.
Wanneer ik zit in de tempelhof en men komt tot mij om raad, zo stel ik vele vragen. Mijn
gedachten gaan uit naar de mens en worstelen met zijn probleem. Mijn leven is dan rijk. De
gedachten zijn het, die mij rijk maken, ook wanneer ik terug ga in de afzondering van de
zuilenhal. Maar zou ik eenzaam daar vertoeven voor het aangezicht van de God, ik zou niet
leven, maar dood zijn. Ik leef het meest in het leven, dat ik met anderen deel.
Zeg nu maar eens, dat dat geen pleidooi is voor de naastenliefde. Het is opvallend. Vooral,
zoals ik reeds zeide, omdat dit stamt van enkele honderden jaren vóór Christus’ geboorte. Wij
gaan weer een grote sprong maken. Jezus wordt geboren. Ik mag aannemen, dat de meesten
van U van de omstandigheden aardig op de hoogte zijn. Daar is door ons pas weer eens de
nadruk op gelegd. Wij moeten ons nu bezig houden met de eerste Christenen en hoe dit
komen der eerste Christenen zijn invloed heeft gehad op de geestelijke ontwikkeling en
bewustwording van de mens in de wereld. Wel, het Christendom zelve was inderdaad een leer
voor slaven. Het gaf hoop, juist aan hen, die niets te verliezen hadden. Maar het gaf ook een
rechtvaardiging van het leven voor een ieder, die het leven als nutteloos of te zwaar had
ervaren. De eerste Christenen zijn probleemkinderen. Probleemkinderen, let wel, van andere
Goden. Daarom juist slaat het Christendom o.a. in Antiochië, zo smartelijk de plaatselijke
Goden. Want degenen, die nu in Jezus’ leer rust en vrede vinden, waren voor diegenen, die
met grote offers van tempel tot tempel gingen in de hoop een God te vinden, die zij om
konden kopen om zo een leven te krijgen, wat meer de moeite waard was om te leven. Dat
was voor die Goden niet zo heel erg prettig. Jezus was een concurrent. Die niet eens stoffelijke
offers vroeg. Dat is waarschijnlijk de reden geweest, dat de Christenen gehaat en vervolgd
werden, lang voor de grote vervolgingen onder Nero, Calligula enz. Want ik meen, dat de
eerste Christenvervolging reeds werd gehouden tachtig naar na Christus’ dood, in het jaar 113
van uw eigen jaartelling. Dat zijn werkelijk ook wel opvallende dingen. De Christenen worden
van het begin af vervolgd. Waarom? Omdat zij een verzet tegen het veelgodendom en de
gezapigheid betekenden, waarmee men alle goden op den duur maar accepteerde. Het is U
door ons al eens gezegd, nietwaar? Wanneer een land veroverd was, kwamen er wel een paar
bij. U begrijpt wel, dat een geloof dan op den duur niet meer houdbaar is. Toch waren de
112 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

mensen, de niet-Christenen vaak hun eigen Goden getrouw. Wat is dan de ontwikkelingsfactor,
die hier naar voren komt? Wat betekent eigenlijk de aansporing, die wordt gegeven? Wel in de
eerste plaats kun je je van een God niet alleen maar met geschreeuw af maken, of met een
groot verwijt of verweer. Wanneer die tegenstander zo netjes is, dat hij zich zeer genoeglijk en
netjes af laat maken, wanneer je hem beroven wilt je eenvoudig alles geeft, dan kun je daar
niet zo gemakkelijk tegen op. Dat is zo iets onmogelijks, dat je er eens goed over na moet
denken. Men had in vele steden de gewoonte een altaar te plaatsen voor een onbekende God.
Daar heeft U al meer van gehoord. Dat bestond zelfs al zo lang geleden, dat volgens de
overleveringen reeds Johannes daar gebruik van heeft gemaakt. Ook Paulus heeft van
dergelijke altaren gebruik gemaakt om zijn zendingswerk te volbrengen. Nu begon echter voor
velen langzaam aan de God van Jezus de plaats in te nemen van die onbekende God. Iets
eigenaardigs: Aan de ene kant verwierpen zij het Christendom, aan de andere kant
accepteerden zij vaak tot de God van Jezus. Dat zijn dingen, die een ommekeer betekenen. De
mens wordt geconfronteerd met iets, dat hij niet begrijpt, maar dat hij, ondanks alles, moet
respecteren en waarderen. In de regelen, die o.a. Flavius Josephus wijdt aan het Christendom
staat geschreven, dat zij door hun moed en zachtmoedigheid vaak de dappere Romeinen
overhaalden tot hun geloof. Dat wil wat betekenen. Elders staat ook, dat de Leer van Jezus
verbasterd werd overgenomen door de volkeren, die in het Noorden woonden en in het verre
Zuiden. Het zal U misschien erg verbazen te horen, dat een deel van het Godengeloof der
Massai, een negerstam, een hele goede en mooie negerstam zelfs, op Christelijke grondslagen
berust. Dat velen van de ge- of verachte heidenen in de buurt van het Victoriameer, zelfs de
menseneters, kleine vleugjes Christendom mee verwerkten in hun primitieve praktijken. Het
Christendom is iets eigenaardigs: Je kunt het niet in een vaste leer vastleggen. Dan blijkt het
plotseling steriel te worden. Maar zolang het als een gedachte leeft, overweldigt het iedereen.
De reden? Het deed een beroep op een waarde, die juist in deze dagen bij de mensheid tot
ontwaken was gekomen. De mensheid had er genoeg van om zich door de vele Goden en
demonen te laten jagen en kwellen. Het volk was zó verzadigd met de schijnwonderen van
tovenaars en priesters, fakirs etc., dat dit voor hen maar weinig aantrekking meer had. De
scherpe betogen in de zuilengang van Athene zijn uiteindelijk niets anders dan een
vervolmaking van de praktijken der rede, die ook al langzaam maar zeker gegroeid zijn. De
logica, die ook de Stoïcijnen verkondigen, de waanreden en de wijsheid van de vele filosofen,
die omstreeks en kort na Christus’ Geboorte leven zijn het resultaat van honderden jaren van
ontwikkeling der rede. Een ontwikkeling, die daar wel zijn toppunt heeft bereikt. Maar
daarmede ook onvruchtbaar wordt. Wij zien dit meer in de geschiedenis der mensheid. Wij
hebben het zelfs wel gezien in de groei van bepaalde typen. Op een gegeven moment wordt er
een hoogtepunt bereikt. En door het hoogtepunt, dat er bereikt wordt, kan de mens dan niet
meer verder. Hij staat a.h.w. tegen een blinde muur. De filosofen stonden ook tegen een
blinde muur. Zij konden wel veel betogen houden en veel beredeneren, maar het bereikte de
menigte niet meer. Het was een spel van argumenten geworden, inplaats van een redelijk
uiten van gevoelens om zo een redelijk wereldbeeld te krijgen. Tussen de redenering enerzijds
en anderzijds de mystiek, de occulte mystiek, wordt door de menigte een middenweg
gevonden: Het Christendom. Een Christendom, dat in het begin - laat ons dat niet over het
hoofd zien - wel degelijk van beide richtingen iets heeft. Aan de ene kant de leringen, die
Jezus heeft gegeven, de Zendbrieven van de Apostelen, de wijze, waarop de ouderen in de
Christengemeenschappen betogend onderwijzen, dingen, die heel veel doen denken aan de
wijze van optreden van de filosofen. Aan de andere kant de magische handelingen tijdens het
dankmaal, dat toen nog niet een “sacrament” werd genoemd. De magische handelingen van
de priesters. Het vooral in deze eerste dagen vaak optreden van mediamieke personen, die
ook waarnemingen doen en openbaren, het genezen van zieken. Dat alles tezamen biedt de
mens een geheel nieuw aspect. Een nieuw houvast, dat tot dan toe niet werd geboden in deze
zin: Het geloof. Een geloof, waarin de Goden niet met elkaar vochten. Een geloof, waarin niet
twintig wegwijzers staan, die allemaal een andere kant uitwijzen, een wegwijzer, die één
richting wijst, een zeer eenvoudige weg, die vooral in die tijd van verwording zo buitengewoon
acceptabel begon te worden. Kijk, dat maakte het Christendom tot de weg, die beide soorten
van mensen, de occultisten, zowel als de filosofen, verder kunnen gaan. Zij wordt gedragen
door de eenvoudige mens, die in de leringen een direct geloof en een eigen zelfverzekerdheid
terug vindt. Het beeld der mensheid wordt veranderd. Die verandering vindt allang plaats voor
DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 113
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

Constantijn in Byzanthium door priesterlijke list en Goddelijke Macht gezamenlijk, wordt
geleid. Dat hij het bekende woord: “In hoc signe vincit”, “In dit Teken zult Gij zegevieren”, als
zijn wapenspreuk neemt en zijn volk tot het Christendom dwingt. Die leer is allang daar
doorgedrongen, lang voor er sprake kan zijn van een Griekse of Koptische scheuring. Het gaat
om het geloof zelf. Het eigenaardige ervan is, dat zelfs de Druïden, die in het Noorden nog aan
Thor en Belder geloven, die nog steeds de helden door de Walkaren naar Nibelungengebied
zien dragen, aangetast worden. Niet door de naam en de regels van het Christendom, maar
door een deel van zijn filosofie en leer. Men weet niet, hoe het geestelijk zaad soms zo snel en
zo ver gedragen wordt. In duizenderlei vorm komen overal delen van Christus’ Gedachten naar
voren. Hierdoor wordt de mensheid rijp gemaakt voor een volgende trap van ontwikkeling:
De mens die door een intens aanvaarden van een God heeft, niet een God der stad, maar per
land of zelfs per wereld. Ik zou nu natuurlijk verder kunnen gaan U te vertellen hoe gelijktijdig
door dit Christendom beroerd, zekere secten in Klein-Azië beginnen zich te roeren. Hoe dit
Christendom verschillende veranderingen tot stand brengt tot bij de Hindoes toe. Maar ik
geloof, dat ik dan weer té uitgebreid zou worden. Om die Christelijke invloeden een ogenblik te
boekstaven, wil ik toch wel weer een paar dingen aanhalen. Een zang, die werd gezongen
ongeveer 130 jaar na Christus’ dood door de skald van Gottarlund. Guttarlund was een slot,
waarin Vikingen woonden. U weet, dat die Vikingen in hun opvattingen helemaal niet christelijk
waren. Voor hen was de strijd en de dood in het vuur het beste, wat je ze maar geven kon.
Toch zingt deze skald, deze hofzanger als volgt:
Ziet, gedragen door het vuur, gaat hij over de wateren uit. De held wordt binnen geleid in het
rijk. Hij vindt een gave, die hem als kracht alle helden gelijk maakt.
Daar zit het in. Een held gelijk maakt met alle helden. Een Vikinger, die de gelijkheid met
anderen aanvaardde. Hij voelt voor een eenheid. Al interessant genoeg. Interessanter wordt
het nog als deze skald op een middag in klein gezelschap, het volgende zingt:
Zij hingen een Man aan het kruis in een land, waar de zon bloeit. Men zegt, dat deze Mens de
grote tocht begon...
De kennis van Jezus moet dus ook daar in het Noorden al vroeg aanwezig zijn geweest. Hoe?
Waarschijnlijk door de barnstenen handelsweg, van mens tot mens overgeleverd en zo
uiteindelijk ook daar terecht gekomen. Het wordt geaccepteerd, wanneer in het zelfde lied
wordt gezegd:
Hij versloeg de priester en versloeg de hel - de onderwereld - en gaf aan een ieder gelijk Zijn
Gaven en Genaden.
Eigenlijk werd er gezongen: gaven en toverkracht, maar dat kunnen wij wel vertalen, meen ik,
door genaden in dit geval. “Hij gaf aan iedereen”. Weer het element van gelijkheid. En dan het
lied, dat aan het einde vertelt, dat deze Mens stierf, omdat Hij de wereld zozeer minde.
Opvallende dingen. Zeker, de Viking, die met het dodenschip uitvoer, of op de brandstapel,
liefst gemaakt van een pas veroverde hoeve of veste, ten hemel voer, stierf op deze wijze ook,
omdat hij de wereld en het leven daarop zo lief had. Ook dit was een uiting van levensdrang.
Maar dat een lied over Jezus in verhalende vorm gezongen kan worden in een vesting, van wat
men in het Westen toch wel als het toppunt van Noordelijke wreedheid en bloeddorst
beschouwt, is toch wel heel ongewoon. Ongeveer driehonderd jaar na Christus, toen dus het
Christendom al verbreid was, was er een heilige, zoals ook de Mohammedanen die nog kennen
in Mekka. Dat was toen nog het centrum van het veelgodendom.
Want er is een God, Die machtig is. Deze God is het, Die alle mensen gelijkelijk Zijn Liefde
geeft. Voor Hem is een ieder gelijk en zegt allen: Beschouw Uzelf gelijk aan ieder, opdat gij
niet getroffen wordt door Mijn Toorn.
Een prediking, goed. Maar zit daar de leer van de naastenliefde niet in? Een enkel fragment
van een zang, die de negers zongen ongeveer 150 jaar na Christus:
Want boven de Goden van de vloed en van het woud heerst Hij, de Grote, de Onbekende.

114 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

Tegenwoordig wordt hier wel eens M”Bongo voor gezongen, maar dat is niet juist. De
oorspronkelijke tekst bestaat hier en daar nu nog.
Hij is het, Die ons allen beschouwt en voor ons allen een woning heeft gebouwd te midden van
Zijn Tuinen. Om tot Hem te mogen gaan moet men Hem niet bieden het offer van verslagen
vijanden, maar daden, die voor anderen werden verricht. Want de stam staat boven de
eenling, maar het leven van de eenling staat boven de stam, opdat recht worde gedaan.
Wat zou U daarvan zeggen? Aardig, zoals dat allemaal doorklinkt. Maar U moet lang pluizen
om uit te vinden, waar het vandaan komt. Doe je dat, dan ontdek je tot je grote verbazing,
dat deze invloeden Christelijk zijn. Bij de negers zijn deze invloeden b.v. gekomen, doordat
sommige slavenjagers Christelijke slaven hadden. Hoe het naar Indië gekomen is? Ach,
menige dhow is van Arabië naar het Noorden gezeild op de gunstige moesson en heel ver
Noordelijk gegaan, tot in de havens van het toenmalige Kathai toe, dat China heet. Ook daar
zullen waarschijnlijk wel eens Christenen, of Christelijke slaven zijn geweest. Het vreemde is,
dat, wanneer ergens ook maar één Christen was, men het Christendom vaak belachelijk
heette, maar dat veel van die gedachten bleven hangen. Wij mogen aannemen, dat Jezus”
komst en leven op aarde het begin is geweest van een belangrijk keerpunt. Wanneer U dat
niet gelooft, moet U het in de geschiedenis maar eens nagaan. Vanaf het moment, dat Jezus
de vernieuwing brengt voor het Jodendom en de wereld, worden achter elkaar een groot
aantal profeten bij verschillende godsdiensten geboren. Grote leraren in het verre Oosten:
Mohammed, de nieuwe Boeddha. Nieuwe filosofen in China. Nieuwe bewustwordingen overal.
De mensheid is wakker geschud en moet kiezen. Zij heeft gekozen. De weg, die zij gekozen
heeft, was de weg van het geloof, dat gebaseerd was op het bovennatuurlijke. de lusten van
de mens hebben echter het bovennatuurlijke tot een aanfluiting gemaakt. De heksenwaag, de
heksenvervolging, de heksenwaan. Daarmede werd het bovennatuurlijke door de rede
uiteindelijk uitgesloten, juist bij degenen, die de vertegenwoordigers van het wit-magische en
bovennatuurlijke in de goede zin hadden moeten zijn. daardoor bleef alleen de rede zelf over.
Een Christendom, dat alleen maar met de rede wordt beleefd, dat wordt uitgepraat, of
geaccepteerd zonder meer, is geen cent waard. Op het ogenblik staat de wereld trouwens
weer voor zo’n keerpunt. Maar daarover een andere keer. Ik geloof, dat wij het voor vandaag
hierbij kunnen laten. Ze kunnen mij in ieder geval niet verwijten, dat ik over sommige dingen
veel te licht ben gegaan. Kon het ermee door vandaag? Ja? Dan krijgt U van mij als slotwoord
nog een klein citaatje. Eigenlijk is het een raadselspreuk. Wanneer U de oplossing niet vindt,
zal ik ze U de volgende keer vertellen.
Het staat geschreven in de sterren en soms spreekt de stem der aarde het. Je vindt het
geschreven in de wateren, maar de lucht draagt het niet voort. Dit is het, wat mij beroert en
maakt tot meer dan ik anders ooit had kunnen zijn.
Dit is een aardig raadseltje. Los dat voor de volgende keer maar op. Wanneer jullie een beetje
van die andere spreuken, die ik jullie heb gegeven, geprofiteerd hebt, geloof ik, dat jullie er uit
kunnen komen. En voor degenen, die er niet uit kunnen komen: breek je hoofd er maar niet al
te hard over. De volgende keer krijg je de oplossing wel. Maar het is net als bij een tijdschrift:
het is aardiger, wanneer de oplossing pas in de volgende editie staat.
Goeden avond.
Goeden avond, vrienden,
Ik heb het druk met U van de week. Ja, niet alleen met uw kring, hoor, maar met de
verschillende kringen. In de eerste plaats kunt U naar voren komen met wat U te zeggen heeft
over de wijzigingen, die wij hebben voorgesteld. Heeft U daar nog iets over te zeggen, of op
aan te merken? Voorstellen voor de veranderingen in de speciale studiekringen?
Mag ik nog even vragen: het was de bedoeling, dat de eerste gedeelten docerend zouden
worden opgenomen in één verslag. Maar wat is de bedoeling van het tweede gedeelte?
Maar moeten de vragen, die betrekking hebben op het onderwerp dan ook niet worden
opgenomen?
U moet niet vergeten, dat wij dan geen twee cursussen hebben van één onderwerp. Bij elke
cursus zullen speciale vragen aangaande een bepaald onderwerp rijzen. Die zijn dus steeds
DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 115
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

weer verschillend. Elke avond heeft een vragenrubriek, waarin vragen over alle onderwerpen
gesteld kunnen worden. Het docerend geven van het eerste deel wordt juist gedaan, opdat een
ieder van de gehele leerstof kennis kan nemen, terwijl ieder op de avond zijn eigen vragen
naar voren kan brengen. Wanneer U dan die vragen voor die mensen uit wil gaan werken, dan
is dat uw eigen zaak. Het is o.i. geen noodzakelijkheid. Maar stelt U er prijs op en kunt U het
op de één of andere wijze regelen, dan is natuurlijk o.z. geheel geen bezwaar er tegen.
Wanneer de cursus, zoals wij die geven klaar is, dan hebben wij een aansluitend geheel en is
er een boekwerkje ontstaan, waarin onze wetenschap en onze inzichten over deze
onderwerpen vervat zijn. Het is één geheel. Zou U daartussen vragen opnemen, dan krijgt U
iets rommeligs. Dan begint het geheel in vele gevallen onsamenhangend te worden. Bekijkt U
nu alleen eens de verslagen van de vrijdagavond, wanneer die gebonden zijn. Dan ziet U
vanzelf, dat dit publicistisch niet gewenst is. Wij hadden de flauwe hoop, - dit behoort niet bij
het programma, het komt uit een onderonsje aan onze kant - dat het inderdaad mogelijk zou
zijn om zo een afgewerkte cursus te krijgen, die dan in het geheel waarschijnlijk een 160 á
170 folio telt, ook inderdaad als boekwerk te beschouwen. Dus iets, dat blijvend zijn waarde
behoudt en dat niet alleen zijn waarde heeft voor de persoon, die de avond heeft bijgewoond.
Iets wat nu nog maar al te vaak het geval is. Een werk, dat waardevol is voor een ieder, die in
de materie ook maar enigszins geïnteresseerd is. ook onze wijze van betogen zal hierdoor een
verandering ondergaan. Wij zullen moeten proberen zó te praten, dat het wat meer lijkt op
schrijftaal. Maar wij zullen het U helemaal niet kwalijk nemen, wanneer U de spreekfouten weg
werkt en daar een taalkundig juist betoog voor in de plaats stelt. U ziet, dat de gehele manier
van werken verandert en daarmee voor ons ook de waardering, die wij aan het tweede
gedeelte zullen geven. Hoe U dat met het tweede deel wilt doen, moet U zelf weten. Maar het
is wel heel belangrijk, dat iedere cursist kennis neemt van de materie, die op andere avonden
behandeld is, zodat een overzicht wordt verworven. Het werk zal alleen reeds door zijn
indeling heel interessant worden, want U krijgt b.v. een behandeling van een deel der
Menselijke Psyche, waarachter U dan een daarop betrekking hebbend deel vindt van de
Wordingsgeschiedenis van de Mens, daar weer achter vindt U dan Esoterische Lessen, die
betrekking hebben op de beide voorgaande onderwerpen. er is dus hoofdstuk, dat in drie delen
kan worden gesplitst, waarvan elk deel een eigen hoofd draagt en een aparte
beschouwingswijze betekent. Toch zullen die drie zó gesteld worden, dat zij één geheel
vormen. Dat is het, waarom het ons nu gaat. Heeft U dan één afgerond geheel van 10 of 12
hoofdstukken, dan heeft U iets waardevols gekregen, dat aan een ieder in handen kan worden
gegeven. Wij zien in dat laatste overigens ook wel een zekere propagandistische waarde. Ik
stel mij voor, dat U een dergelijk studieboek na afloop aan de één of andere vereniging ter
beschikking stelt. Dat deze vereniging dit boekje uitleent en men zo kennis neemt van onze
zienswijze. Misschien dat men dan de noodzaak om verdraagzaam te zijn nog een beetje meer
in gaat zien, dan voordien het geval was. Kunt U dus begrijpen, waarom wij het zó willen
doen? Het is helemaal de bedoeling niet U iets te ontnemen. Maar op het ogenblik is het, wat
dat betreft, een beetje warrig bij U. Men moet zich zes á zeven verslagen aan gaan schaffen,
wil men “bij” zijn. Een bezwaar, voor degenen, die het aan moeten schaffen financieel, voor U,
die er voor moet zorgen, dat deze verslagen voortdurend ter beschikking zijn, een
organisatorisch en financieel bezwaar. Een groot deel van deze bezwaren kunnen wij nu
opvangen, wanneer drie cursussen één verslag krijgen. Ik zou zeggen, geef de verwerking en
behandeling van dat tweede deel in handen van de cursisten zelf. Zij kunnen dat desnoods zelf
gaan exploiteren ook, wanneer zij willen. Dat is geen bezwaar. Maar hoe of dat kan, moet
uiteindelijk het Bestuur uitmaken. Is dat dan van de baan? Verder niets meer? Nu wil ik U
meteen nog iets verklappen: Waarschijnlijk zal uw cursus de volgende maand een avond
hebben, waarbij geen eigen onderwerp behandeld wordt, maar de gelegenheid gegeven om
vragen van meer persoonlijke aard naar voren te brengen, indien U dit wenst. Dit is een
experiment. De eerste keer, dat wij dat hebben gedaan, waren de resultaten niet
overweldigend, maar bevredigend. Wij zullen dan ook de volgende maand dit proberen te
doen. U krijgt dan waarschijnlijk met mij te doen. Dus dan kunt U al vaststellen, of U die vraag
nu wel of niet zult stellen. Maar nu: wie heeft er een eigen onderwerp?
Ja vriend, ik zou graag wat verder willen weten over de profeet in Birma, die op een
bijeenkomst in Hengelo van onze groep als zeer belangrijk werd gekenschetst.

116 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

De eeuwige nieuwsgierigheid.
Neen, ik vraag het, omdat er een grote doorgeredeneerdheid is van vele onderwerpen in
onze tijd en wij dus belangstellen in iemand, die probeert dat te doorbreken.
Dit doorbreken is gegaan op een wijze, die voor het Westen nog niet zo heel erg belangrijk is,
maar voor het Oosten, politiek zowel als sociaal, van veel belang schijnt te zijn. O.i. daar ook
wel geestelijk. U weet, dat het Oosten dreigt over te slaan op het ogenblik van een grote
geestelijke interessen en even grote stoffelijke nalatigheid naar een even grote stoffelijke
interesse met een geestelijke nalatigheid. Nu is er enige tijd geleden een grote leraar of
meester in het Oosten opgestaan, die al jaren door de landen trekt. Hij heeft in tegenstelling
met de meeste andere meesters, geen eigen stad of grote eigen kluis. Hij is een eigenaardige
figuur. Men noemt hem Prana-Dechta. Maar wat het betekent kan ik U helaas niet vertellen,
want ik ken dat woord niet. Hoe hij aan die naam is gekomen, weet ik ook niet. Het eerst heeft
hij van zich doen spreken bij een nieuwe cultus op mediamieke grondslag gevestigd, die in het
Noorden van India een zeer grote aanhang heeft gekregen. Hier sprak hij tegen de
inspirerende en sprekende geesten en betoogde, dat hun zienswijze niet geheel juist was. Dat
weliswaar de eenwording, die door deze cultus al wordt voorgestaan noodzakelijk was, maar
dat de wijze, waarop men dit wilde bereiken, verkeerd was. Zijn betoog is ongeveer als volgt:
Je bent een mens en als mens leef je. Je hebt een groot eigendom aan geestelijke rijpheid en
gaven. Je hebt ook lichamelijke behoeften en mogelijkheden. Wanneer er nu een mens is, ja,
die in ruil voor die geestelijke gaven je aan lichamelijke behoeften helpt, kun je dat natuurlijk
accepteren. Maar het geestelijke gaat verder dan dat. Het geestelijke is alleen waardevol,
wanneer het ook een stoffelijke harmonie toestaat. Je moet voor alles de geestelijke harmonie
menen te vinden, dus als mens je niet vastklampen aan de oude gedachten en ideeën, maar
de nieuwe ideeën voor jezelf tot werkelijkheid maken en voor jezelf uit leven.
Vandaar gaat hij dan verder. onder andere vertelde hij eens deze gelijkenis.
Er was eens een boer. Deze boer droomde altijd van rijpende graanvelden en van de Goden,
die hem lief hadden en goed voor hem waren. Dit bleef echter een droom, tot op een dag een
Boeddhist, een rondtrekkend monnik, hem zeer beledigde en hij met zijn klachten naar de
plaatselijke tempel ging. Daar lachte men hem uit, omdat men de monnik zeer hoog achtte en
de boer uiteindelijk maar een arme boer was. Tot op die dag waren zijn velden altijd dor en
droog geweest, vol van lege halmen. Hij werd zó boos, dat hij niet meer naar de tempel ging
en zijn tijd besteedde aan het graan. Zo werd hij rijk. Toen hij een rijke boer was geworden
ontsloot men voor hem, wat vroeger niet mogelijk geschenen had, de mogelijkheid om in de
tempel te leren. Uit de geschriften daar verkreeg hij inzicht en wijsheid. Ofschoon zijn akkers
nooit meer verdroogden door nalatigheid, werd hij een zegen voor zijn omgeving en
incarneerde als een hoge persoonlijkheid.
Dat laatste is een ietwat vrije vertaling mijnerzijds. Het is niet geheel juist, maar ik wist niet zo
snel, hoe ik het anders onder woorden moest brengen. In feite staat er: Hij incarneerde in het
hogere. De gelijkenis geeft wel degelijk de grondslag van de gehele leer: “Je moet eerst
zorgen, dat je aan je stoffelijke verplichtingen voldoet. Dan zal juist, doordat je aan de
stoffelijke verplichtingen voldoet voor jou ook de bron van geestelijke waarheid en wijsheid
worden geopend”. Verder leert hij aan de mensen het volgende:
Strijdt noch tegen het dier, noch tegen de mens, maar wel zult gij Uzelve tegen mens en dier
gelijkelijk beschermen, zoals gij eveneens alles beschermen kunt, wat voor U noodzakelijk is
om te leven.
Hij verkondigt dan verder de grote God. Dat is in verband met een profetie:
De goede God heeft besloten, dat een nieuw volk op aarde geboren zal worden.
Dat er een nieuw volk op aarde geboren zal worden, kun je natuurlijk op vele manieren
uitleggen. Maar indien wij de uitleg, die de profeet zelve geeft, kunnen aanvaarden, betekent
dit een samensmelten van verschillende volkeren, waardoor een geheel nieuwe bewustwording
over de wereld zal gaan. Hij vertelt er dan bij, dat degenen, die zich aan het oude vasthouden,
dus de conservatieven, de rekening zullen betalen en wel met bloed, dood en pest. Als troost

DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 117
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

geeft hij er onmiddellijk bij: Dit is alleen van belang voor hen, die de juiste weg van leven nog
niet hebben gevonden. Wie in zichzelve één is, is onaantastbaar binnen de grenzen van het
nieuwe volk, dat de goede God schept.
Daar heeft U dan eigenlijk de grondslagen van zijn leerstellingen en nu weet U waarschijnlijk
ook meteen, waarom wij hen van belang achten. Want als U zich voorstelt, dat deze leer wordt
verkondigd in India en Pakistan, waar op het ogenblik het fanatisme hoogtij viert, naar Indo-
China waar een strijd met meer materieel fanatisme aan de gang is en verder bedenkt, wat
deze leer van: wees jezelf en zorg voor jezelf, betekent: Het wegvallen van kasten, eenheid
van rang en stand, dan begrijpt U, dat het in de politiek een invloed is, die men niet gaarne
welkom zal heten. De leer zegt:
Doe datgene wat voor jou noodzakelijk is op jouw plaats en laat de rest met rust.
Dat zal vooral voor de Pakistani met hun huidige politiek wel heel erg onaangenaam zijn. Maar
van ons standpunt uit betekent dit het scheppen van een vredesgedachte op een basis, die tot
nu toe in het Oosten haast niet bekend was. In het Westen is zij wel bekend, maar wordt zij
schromelijk verwaarloosd. Wij geloven dan ook inderdaad, dat hier resultaten van te
verwachten zijn.
Mag ik dan nog vragen, hoe die leer aan zijn grote verbreiding komt? Er werd gezegd, dat
die leer tot zelfs in Buiten-Mongolë‘ verbreid was. Is het dan al zo lang geleden, dat die
profeet is opgestaan?
Neen, zolang is het nog niet geleden. Hij is zijn werkzaamheden begonnen, toen de grote
oorlogshandelingen zich begonnen te vertonen. Hij is belangrijk geworden in het jaar 1942. In
welk jaar leeft U ook al weer? (1955). Nu, rekent U dan maar zelf uit. 42 tot 55 dat is... 13
jaar. Het vreemde van zijn leer is, dat, wanneer iemand zich er aan houdt, geestelijke en
stoffelijke welvaart er het resultaat van is. Een wonder, dat zo’n iemand, wanneer tegen hem
wordt gezegd: Wat gaat het jou goed!, onmiddellijk zegt: ja, zo en zo. Het is ook begrijpelijk,
dat degenen, die op de een of andere manier kennis hebben gemaakt met deze heer en er de
resultaten van hebben ervaren, een soort predikers worden voor deze nieuwe profeet. Zij
verbreiden zijn leer en geven zelf het voorbeeld. Er kan geen beter priester of prediker
bestaan dan hij, die zelf het voorbeeld geeft van hetgeen hij predikt. Duidelijk nu?
Dank U zeer.
Is er dan misschien een tweede onderwerpje.
Ja, ik zou graag iets willen vragen over bidden. Ik zou graag uw mening willen vragen over
het onderwerp: Bidden. Iemand heeft eens gezegd: “Wanneer God al mijn gebeden
verhoord had, had ik mijzelve allang in de hel gebeden”. Daaruit volgt, dat wij om dingen
kunnen bidden, die glad verkeerd voor ons zijn. Dus kwam ik er toe het bidden (in de
betekenis van: om iets vragen) na te laten. Immers God weet beter, wat goed is voor ons,
dan wijzelf. Wij kunnen er zeker van zijn, dat God ons altijd d‡t doet toekomen, wat goed
voor ons is. Dit houdt natuurlijk niet in, dat wij werkeloos afwachten, wat over ons komt.
B.v. voor een af te leggen examen heeft men te werken en naar beste weten en kunnen te
doen, wat mogelijk is. Maar als men dat gedaan heeft, leek het mij een gebrek aan
vertrouwen om voor een goede uitslag te bidden. Immers als het goed voor mij was, zou ik
slagen, en als het niet de bedoeling was, zou ik niet slagen. Dit vertrouwen werd de kracht,
waardoor pijnlijke en leedvolle ervaringen toch kunnen worden aanvaard, ook al werden ze
niet dadelijk begrepen. De overtuiging, dat het onbegrepene een begrepen zou worden,
stond altijd op de achtergrond. Dit geloof heeft mijn leven gedragen. Maar nu is er
gedurende de lessen van de Orde een nieuwe visie naar voren gekomen. N.l. dat dit “niets
willen vragen” ook een ander aspect kan hebben en wel de verantwoording voor een eigen
keuze, niet willen of durven aanvaarden. Toch lijkt het mij zo logisch Gods Wijsheid en
Liefde te stellen boven ons eigen beperkt verstand en dus alles aan Hem over te laten.
Maar ondanks dat, kan ik niet meer loskomen van de gewaarwording, dat er in deze
opvatting iets niet in orde is, dat er iets niet klopt. De termen, die hier gebezigd zijn, doen
misschien nog wat ouderwets of orthodox aan, maar ik meen, dat zij toch evengoed
bruikbaar blijven voor dát deel van de eeuwige in ons, dat wij onze ziel noemen en dat die
ziel, krachtens haar afkomst, deel moet hebben aan de liefde en wijsheid van de bron,
118 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

waaruit zij is voortgekomen. En waar onze ziel onafscheidelijk van ons is en wij in deze ziel
een persoonlijke God dus altijd in ons hebben, kunnen wij ons dar toch veilig op verlaten.
Ook al kan deze begeertegeest zich deze God nog niet realiseren. Wat is er dan in deze
opvatting onjuist? Of is het misschien een drang vanuit deze ziel, dat wij de
verantwoording voor eigen keuze moeten leren aanvaarden? Al lopen wij daarbij het
gevaar een verkeerde keuze te doen?
Kijkt U eens, het bidden op zich als vragen is natuurlijk geen noodzaak. God geeft het leven en
al wat ervoor nodig is. Wij zouden op dezelfde manier kunnen zeggen: het is niet nodig een
studieboek te lezen. Wat je nodig hebt, zal je in de praktijk wel voor ogen komen. Maar wat is
ons bidden dan eigenlijk? Is het niet een uiten van ons eigen diepste wezen en verlangen?
Daar zit nu juist de knoop. Het bidden dat alleen maar een bedelen tot God is, is natuurlijk
dwaasheid. In de eerste plaats is het een soort akte van wantrouwen. Angst, dat God niet
goed voor je zal zorgen, wanneer je Hem niet voortdurend aan Zijn Mouw trekt en zegt: Ik ben
er ook nog. In de tweede plaats - en dat is toch ook wel heel erg gewichtig - moeten wij toch
aannemen, dat God Zijn Schepping voortdurend ten goede zal leiden. In zoverre ben ik het
dus inderdaad met uw betoog eens. Maar wat U over het hoofd heeft gezien, is de magische
werking van het gebed voor Uzelve. Het gebod brengt in het “ik” een realisatie van eigen
behoeften en noodzakelijkheden volgens ons eigen inzicht. Dit versterkt in de eerste plaats de
onbewuste realisatie van eigen noodzaak en behoeften. Wanneer U bidt voor een examen... Ik
wil dat meteen aannemen, ik ken n.l. examens. Onaangename dingen overigens. Ik heb mij
wel eens afgevraagd, hoe het nu eigenlijk zou gaan, wanneer de examinandus de examinator
ondervragen mocht. Hoe het dan zou gaat met slagen en niet slagen. Maar goed. Voor een
examen bidden wij. Wij zeggen: God laat mij slagen. In werkelijkheid bedoel je daarmee: God
laat mij datgene, wat ik weet, dat in mij is, ook kunnen uiten. Ik geef dus aan mijzelve door
dit gebed a.h.w. de suggestie, dat rust een noodzaak is. Ik kan hierdoor een zekerheid
hebben, want ik geloof, dat God mijn gebed niet onverhoord laat. God heeft er eigenlijk niets
mee te doen. Maar ik heb door dat vertrouwen, dat ik op de Eeuwige heb, het vertrouwen in
mijzelf herkregen. Ik ben nu in staat datgene te presteren, wat ik anders misschien niet zou
presteren. Wanneer ik ga bidden om iets, wat niet goed voor mij is, dan weet ik dit in mijn
hart zelf ook wel en zal mij dus, juist omdat ik dit mij door het gebed gerealiseerd heb, voor
mijzelf deze poging en deze uiting drusteren. Dat gaat niet door. Zo moeten wij het gebed niet
alleen maar zien als een onmiddellijk spreken tot God, ofschoon het daarin zeer belangrijk is.
Ik mag U erbij zeggen, het zijn geen dingen, die voor de eerste de beste bestemd is, hoor,
maar wij mogen hier in de studiekring dat wel eens een keer zeggen, nietwaar? Het gebed is in
vele gevallen een uiting van jezelf tot jezelf, waarbij je je realiseert, dat er een liefdevolle God
is, Die je steunt en leidt, waardoor je de zekerheid verwerft om zó te handelen en te zijn, als
je anders misschien niet zou kunnen zijn. Is dat duidelijk genoeg, mijne vrienden?
(Jazeker). Komt de knoop los? Of zit die er nog in? Daar moet schijnbaar heel goed over
worden gedacht. Nu goed, dan zullen wij het zo langzamerhand gaan beëindigen. Dan zou ik U
dit willen raden. Bidt rustig. Onthoudt dit: wat werkelijk voor U noodzakelijk is, dat krijgt U
toch wel. Daar hoeft U niet om te bidden. De dingen, waarom U dus bidt en waarbij uw gebed
niet verhoord wordt wijzen zeer zeker op het feit, dat zij niet noodzakelijk waren voor uw
leven en ervaren. Dit, wanneer U gelooft in de waarde van het gebed zelve. Maar zegt U dan
achteraan dan dit: want wanneer ik bid breng ik mijne begeerten voor mijzelve tot in de
diepste kern van mijn ziel, want ik richt mij tot God, dus tot het Hoogste, wat ik mij denken
kan, tot zuivere en duidelijke uiting. Mijn eigen weten zal mij dan in staat stellen, daarop zó te
reageren, dat datgene, wat goed voor mij is, inderdaad tot werkelijkheid kan worden. Terwijl
datgene, wat voor mij verkeerd is, door mijzelve teniet wordt gedaan. Dat is een waarheid, die
de meeste mensen ontgaat in het gebed. En dan zegt U natuurlijk, dat het een verkleining is
voor de Macht Gods, dit is niet waar, want het is God, Die dit alles in ons gelegd heeft en het is
logisch, het is redelijk, het is verklaarbaar en als U het mij vraagt, heel wat beter, dan een
God, Die alleen maar een Sinterklaasuitdeling houdt. Daar nog commentaar op? (Neen, dank u
wel). Dan ga ik nu toch werkelijk de laatste spreker aan het woord laten. Ik hoop, dat U het
niet erg vindt, - ik voel mij eigenlijk een klein beetje schuldig - het is net, of dat wij U nu extra
gauw naar huis willen sturen. Het is heus niet zo, maar U weet, waar wij rekening mee moeten
houden. Als de baas het zegt, doe ik het ook.

DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 119
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

Goeden avond.
Goeden avond, vrienden,
Wij zullen deze avond gaan besluiten met een meditatie. Is er iemand onder U, die hiervoor
een onderwerp wenst te stellen?

Bevrijding.
Ik zal zo vrij zijn in dit geval de vorm te wijzigen. Kunt U daarin akkoord gaan?
BEVRIJDING
Zij gaan er geketend in rijen,
Met slepende tred, zij aan zij,
Dan klinkt er het lied der bevrijding
En zijn de slaven weer vrij.

Zij hebben de ketens gedragen,
En moesten wel gaan, zij aan zij,
Hoe gaan deze mensen hun wegen?
Nu maakt het lied der bevrijding vrij!

Begrijpen zij niet de zegen,
Door ketens hen gebracht?
De eenheid van zijn en van wezen,
Die werd tot een werkelijke kracht?

Of zijn zij die dingen vergeten,
En weten zij dát al niet meer?
Dan klinkt ook het lied der bevrijding
De mensheid nimmer meer.

Want bevrijding is vrijheid
Van juk en van dwang,
Bevrijding is een lied,
Dat klinkt al zo lang
Als de wereld bestaat.

Maar in werkelijkheid,
Wie gaat er vrij, wie is bevrijd?
En heeft niet slechts zijn doffe waan
Geruild de ene meester voor de ander.
De mensen zijn alleen werkelijk vrij,

120 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – De geloven van Grieken en Egyptenaren

Wanneer zij vrijwillig dienen elkander.

Bevrijding en vrijheid! Bevrijdingsfeest!
Het zijn namen zonder zin.
De eenheid, het strijdloos samen gaan,
Dat wordt eerst het begin
Van een bevrijding.

De Hogere Leiding heeft geschreven,
Toen het leven geschapen werd,
Dat vrij zal zijn de mens, die kan geven,
Vol en uit zijn hele hart.

Dat de mens, die weet, dat dienen is leven,
Dat vrijwillige banden tot vrijheid hem zijn,
Die kan aan zichzelve de vrijheid geven.
Die bevrijdt men niet meer,
Want hij is vrij in de kracht van het leven,
De kracht, die is Schepper en meer.

De kracht, die is de vrijheid van Ôt leven,
De weg van het zijn en de Eeuwigheid,
De wet, waarin eens werd geschreven:
Bewustzijn verkrijgt men alleen door de strijd.

De kracht, die U uw bevrijding gegeven heeft,
De kracht, die in U, zoals in alle dingen,
Altijd leeft.

De kracht, waarnaar zo menig mens,
Met diep verlangen streeft,
Maar die U slechts bevrijden kan,
Wanneer Gij eerst U zelf bevrijdt
En voor een tijd en Eeuwigheid
Aan al wat is, uw streven geeft.

Indien Gij zo het leven kent,
Dan weet Gij ook,

DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN 121
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 8 – Geloven van de Grieken en Egyptenaren

Dat werkelijk eerst d‡n
Het leven waarde heeft.

Daarmee wil ik dan besluiten. Moge voor U bevrijdingsdag ook in het “ik” spoedig komen.
Goeden avond.

122 DE GELOVEN VAN GRIEKEN EN EGYPTENAREN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

2 juni 1955

LES NEGEN – ISLAM EN DE DUISTER MIDDELEEUWEN

Goeden avond, vrienden,
Voor wij ons bezig gaan houden met het mengen van wat stukjes Islam met wat duistere
middeleeuwen tot een smakelijke salade zou ik eerst nog wel graag willen weten, wie er nog
iets aan het raadseltje heeft gedaan.
Ik heb gedacht aan expansie of samenhang - of zoiets, maar kloppen doet het ook niet
helemaal;
Dat is heel begrijpelijk. Als je naar de Jordaan wilt, moet je geen kaartje naar Parijs nemen.
Het is een raadselspreukje. Heel eenvoudige oplossing. Dat is . . . . . ja. Wie heeft er nog een
oplossing? Niemand? Is het dan zó moeilijk? Het lijkt mij toch simpel. De aarde draagt het
soms, de zee draagt het soms en het is in de sterren. Het is in de sterren: het Goddelijke Licht
of het Goddelijke Vuur. De aarde draagt het die weerkaatst het n.l. En ik? Ik zou niet kunnen
zijn, wat ik ben, als ik niet een stukje van hét Goddelijk Licht in mij droeg: een redelijk wezen.
En de zee? Die weerkaatst het als de zon en de maan. Ik vind het niet zo moeilijk. Maar ja, het
is een raadselspreukjé on dat moet je lo-gisch gaan bekijken. Doe je dat niet, dan loop je er
in, net als alle kinderen. Dat brengt mij meteen bij een raadseltje uit de middeleeuwen. Dat is
meteen voor ons een aardig aanloopje. "Wat wordt een kameeldrijver, wanneer hij met
kameeldrijven geen geld kan verdienen?" Wie weet daar een antwoord op? Niemand?
"Profeet”. Dat is één kleine steek onder water in de richting van Mohamed, dat zult u
begrijpen. Overigens mogen wij niet vergeten, dat Mohamed heus niet de ietwat sinistere en
verlopen figuur is geweest, die het Christendom vaak van hem gemaakt heeft. Hij is inderdaad
kameeldrijver geweest. Maar hij had eigen kamelen en dreef bovendien de kamelen van zijn
oom. Wanneer U nu weet, dat een drijver of gids met kamelen in een zwervende stam vaak
behoort tot de meest geziene burgeren en bovendien vaak tot de rijksten, dan zien wij, dat het
met dat verlopen en armoedig zijn van die profeet nogal losloopt. Trouwens, met Jezus,
hebben wij al precies hetzelfde gezien. Jesus was ook arm, zeide men. Maar toen wij dat op de
keper gingen beschouwen, bleek Hij wel van gegoede middenstand te zijn. Laten wij Mohamed
maar op dezelfde manier bekijken. Mohamed openbaart dé Islam. Degenen, die zich de moeite
getroosten om de Koran te lezen, ontdekken al heel gauw, dat het te hooi en samnengeraapte
elementen van andere godsdiensten lijken. Maar dat hebbeen wij ook gezien, toen wij verleden
keer met het Christendom bezig waren. De rituelen, de gebruiken, de grondstellingen zelfs
waren grotendeels ergens anders al precies zo aanwezig. Dat hebben wij met Mozes ook al
gezien, toen wij het even over de Mozaïsche wetgeving hadden. Dus..... niet veel nieuws onder
de zon. De profeet Mohamed is een monotheist, d.w.z. hij gelooft in een God. Verder is hij een
super sensitief wezen. Hij kent trancetoestanden en uittredingen. Verder lijdt hij onder een in
het Oosten nog al veel voorkomende kwaal; het petit mal, of wel epilepsie. Hu moeten wij dat
niet als iets zo heel erg zien, al vertellen zij het zo vreselijk. Per slot van rekening een
dergelijke verschrikkelijke kwaal heb je al gauw in de ogen van de mensen, als ze niet veel
met je op hebben. Denk maar aan Hitler. Ze hebben het ook nog eens over Joe Stalin willen
vertellen. Maar Uncle Joe zag er zo gedegen burgerlijk uit, dat je je moeilijk voor kon stellen,
dat hij als een hysterische epilepticus door de kamer zou draven om tapijtjes te eten. Daarom
heeft de propaganda dat toen maar opgegeven. Maar in een Amerikaans blad van 1936 stond
het heel aardig beschreven, hoe meneer Stalin een epilepticus was. Maar Ome Joe deed ze niet
het plezier weg te gaan vóór ze een held van hem hadden gemaakt. Ook in Amerika. Dat is
allemaal politiek. Maar daar interesseren wij ons niet voor, want wij willen eerst eens een idee
hebben, waar die Koran nu vandaan komt. In de eerste plaats is het opvallend, dat in de
eerste periode de "Openbaringen van Mohamed niet zijn vast gelegd. Ook in de eerste tijd
reeds profeteerde en openbaarde hij. Pas toen hij volgelingen kreeg onder de
woestijnstammen, zijn er enkele volgelingen, die het Schrijven machtig zijn en aantekeningen
ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 123
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

maken, over wat hij Vertelt. Hij is er iets beter aan toe dan Jezus. Het wordt vers van de pers
opgenomen en dientengevolge is de weergave over het algemeen juister en nauwkeuriger dan
dit b.v, bij de gelijkenissen van Jezus het geval is. Wat is echter het element, dat aan de
groene vaan van Mohamed zo’n grote invloed verschaft? In de eerste plaats gaat het tegen
een stad met geld: Mekka. Bovendien leeft Mekka op gespannen voet met de havenplaats
Medina.
Dat moeten wij ook even in de gaten houden. Er zit dus zeker politiek achter. De
woestijnstammen worden door de veelgoden-vereerders van Mekka nogal eens onaangenaam
behandeld en ook verachtelijk behandeld. Bovendien probeert men nogal eens tol te heffen. En
nu kun je een Nomade niet woester maken, dan wanneer je hem belasting laat betalen, al is
het alleen maar op zijn zout. Wij hebben dus alle elementen, die geschikt zijn voor het
optreden van een revolte. Er is behoefte aan kapitaal. Het plunderen van een stad is dus wel
aantrekkelijk. Wij zien geldgebrek als een toestand van haast alle sheiks. Verder zien wij een
verenigende factor, de afkeer van het veelgodendom. Men heeft iets om gezamenlijk de woede
tegen te richten en men is daardoor bovendien in de juiste stemming. Hiervoor zorgt de stem
God's; Mohamed. Met een kleine wijziging zou ik kunnen spreken over Maarten Luther. Al zou
dat wat verder in de tijd zijn, het reformatieverschijnsel blijft ongeveer gelijk. Waren die
mensen werkelijk zo gebrand op het uitroeien van al die afgoden? Ach, dat liep wel los. Er zat
heel iets anders achter. Men had er belang bij om Mekka te onderwerpen. Zo gaat dan de
profeet met zijn aanhang op stap. Natuurlijk - zoals in het Oosten gebruikelijk - zijn er rond
hem vele vrouwen. Maar wij moeten zeggen; Mohamed was een eerlijk asceet. Er is maar een
vrouw geweest in zijn leven, waarmee hij werkelijk verkeerde. Alle anderen behoorden tot zijn
huishouding. Het verhaal, dat hij veelwijverij een kans gaf, omdat hij het zelf zo leuk vond, is
dus onzin. Hoe het ook zij, als hij oprukt en de Kaüba reinigt, als hij de heilige plaatsen in ere
herstelt, geeft hij zijn leer. Die is niet onaardig. Maar zij zou nooit van zoveel belang geweest
zijn, als het Oosten niet een tegenwicht had gezocht tegen de opdringende Christelijke Leer.
Vergeet niet, dat Karel de Grote al o.a. zijn aanvallen richt op het nabije Oosten en meteen
probeert de mensen te bekeren. Het rijk van Karel was tamelijk groot. Het liep van het nabije
Oosten af tot aan het Noordzee strand toe. Ook vóór zijn tijd vinden wij al ijveraars, die met
veel vuur wat heidenen bekeren en er over het algemeen meteen een beetje rijker van
worden. Menigeen werd een goed Moslim, omdat hem dat in zijn kraam zo op het ogenblik van
pas. Wanneer de mensen de leer hu eenmaal aanvaarden, zijn er natuurlijk de onmiddellijke
volgelingen de "priesters", die precies weten, hoe het zit met Mohamedaanse wetten en
leerstellingen en dat verkondigen, de kinderen daarmede groot brengen en zo krijgen wij dan
uiteindelijk het werkelijke Mohamedanisme. Voordien is daar maar matig sprake van. De zaak
ligt dus zo, dat Mohamed allang is opgestegen naar het Paradijs, dat hij zo graag beschrijft en
verkondigt, Voordat de Islam als zodanig grote macht krijgt. Nu komen er echter in de Islam
weer verschillende leraren. Hussein komt o.a. naar voren. Wij zien al tamelijk vlug de
scheiding in de Soennieten en de Schi-jieten. Richtingen met heel verschillende opvattingen.
Kortom, Wij krijgen een godsdienst met al zijn schisma s, zijn Groot-Moefti en weet ik nog wat
meer. Het Christendom heeft, gedreven vaak door politieke redenen, ook al heel wat tot stand
kunnen brengen. Dit is ook heel begrijpelijk. Wanneer U een land hebt, waarin honderden
Goden worden aanbeden; in deze stad die en in die stad gene. Hoe is de mens dan? Hij zweert
over het algemeen niet bij zijn Vorst, maar bij zijn God en zo wordt door de veelheid der
Goden het rijk verbrijzeld. Rome zocht de oplossing door het aantal Goden tot in • het
belachelijke te vermeerderen. Ik heb het U al verteld; Als je in Rome kwam, waren daar haast
evenveel vreemde Goden als inwoners en bovendien had je dan nog het Goddelijke... hoe
moet je dat zeggen?.....het home team. Het elftal van de eigen stad. Maar dat was mislukt.
Een God in een groot rijk is altijd een politieke macht geweest, die niet onderschat mag
worden. wij zien, dat zelfs Egypte-zijn grootheid heeft te danken aan het overheersen van Ra
in zijn verschillende gedaanten. De priesters van Amon en Ra, die het samen eens wórden, zijn
langen tijd de macht, die de rijken samenbindt tot een groot en machtig rijk. Wanneer
eenmaal de macht van de priesters gebroken wordt, mogen de Pharao’s nog lange tijd machtig
lijken, naar dan staat het rijk op wassen voetjes. Dan is er innerlijke verdeeldheid. Wij hoeren,
hoe er - eerst in het Zuiden, later ook in het Noorden - invallen niet meer worden af geslagen.
Wij horen, hoe de trotse Pharao's zelfs tribuut moeten sturen naar de trotsere Kretenzers. Er is

124 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

dus in het geloof, in het eenheidsgeloof, voor de mens een zeker machtsvoordeel te vinden.
Dat heeft men ook bij de Christenen beseft op de duur. Het was heus niet alleen ter wille
God's, dat Pepijn en later Karel, die men de Grote noemt, probeerden om heel hun landen
samen te dwingen in een godsdienst. Met geweld als het niet anders gaat zelfs. Net zomin als
het later alleen zal gaan om het heilig Graf, alleen maar zal gaan om de bevrijding van
Christenslaven, wanneer er kruistochten worden gemaakt naar het heilige Graf en het Noorden
van Afrika. Daar wist zelfs die meneer Godfried nog wel wat van, die bekend is als de
voorloper van verschillende soepfabrieken. Hij heette n.l. Godfried van Bouillon. Nu ja, alle
gekheid op een stokje. Maar wij moeten goed begrijpen, dat al deze dingen zeker niet ontstaan
door de voortschrijdende geestelijke bewustwording. Zelfs het Boeddhisme, dat toch wel de
meest vreedzame leer is, die er bestaat, heeft op de duur partij politiek mogelijk gemaakt.
Bekijkt U het maar eens goed. En toch is het Boeddhisme de leer van de vrede, van het niet
georganiseerde geloof. Ook nu vormt het in vele gevallen nog een politieke machtsfactor.
Maar, U kunt erbij zeggen: niet zo erg als de Hindoe, niet zo erg als de Mohamedanen. De
openbaringen van Mohamed waren eerlijk. Dat mogen wij rustig aannemen. Veel van de
dingen, die hij naar voren bracht, zijn zo zuiver, of zuiverder dan wat wij hier naar voren
kunnen brengen. Natuurlijk, óók de mens Mohamed spreekt een woordje mee. Als je van een
instrument een leider maakt, dan denkt het instrument óók leider te zijn en vergeet, dat het
instrument is. Daar schuilt vaak een heel groot gevaar in. "Het. zijn sterke benen, die de
weelde kunnen dragen. De verheerlijking van de mensen, de volgzaamheid van de mensen.
Dus; er is wel eens iets overdreven., Er is wel eens een foutje gemaakt. Maar de basis, waarop
hij staat, is gezond. Zij is berekend vóór een bepaald volk. Zeker. Dat kunnen wij van het
Christendom ook zeggen. Het werd gegeven voor een bepaalde tijd. Gaat U het Christendom
maar eens na, dan zult U zien, dat ook dat mogelijkheden bood, die nu niet meer bestaan. De
leer op zich zelf was dus zuiver. Maar de achtergrond van de leer, de verkondiging, is er een,
waarbij vrees, afkeer, begeerte en haat een grote rol spelen. Nu moet U mij maar niet kwalijk
nemen, dat ik juist die elementen eens even naar voren haal. Wij hebben zoveel over de
geschiedenis van de mensen gesproken, maar wij komen nu wel dicht bij huis. En nu moeten
wij ons goed gaan realiseren, welke factoren achter de godsdiensten van deze dagen schuil
gaan. Ook voor ons. Waarom is iemand Christen of Moslim? Omdat zo dat van jongs af aan zo
geleerd is, zult U zeggen.
En natuurlijk omdat de mens daar een houvast aan heeft. Maar wat Het menselijk houvast is
een richtlijn, die aan angsten en vrezen aan de ene en aan begeerten en verlangens aan de
andere kant tegemoet komt. Zo zien wij dit ook bij de Islam. Er gaat zich een aardig spel
afspelen. Juist in deze dagen beginnen de grote karavanen te trekken, die langs de oude
handelswegen een lang onderbroken handel weer op vatten. Van kort voor Christus geboorte,
een tijd, die wij nogal vlug voorbij zijn gegaan, heeft(het handelsverkeer met China b.v. stil
gelegen. De vraag naar exotische producten was niet zo groot in Europa, Griekenland en Rome
hadden nog steeds gevraagd naar de kostbare stoffen en kleurstoffen, naar de edelstenen en
genotsmiddelen uit het verre land. Maar in de tijd, die wij nu behandelen is er een stilstand.
De hervorming van Europa heeft de handel grote schade gedaan. Nu echter, juist in de tijd,
dat Mohamed op gaat treden, zien wij de handel weer aanlopen, ook met de andere
werelddelen. Zeker, de zeeën zijn nog steeds vergeven met zeerovers. Dat zal nog lange tijd
zo blijven, al zou het alleen maar zijn, opdat een dichterlijk iemand later zal kunnen zeggen:
"Dat hij ze toch maar weer geslagen heeft, de kapers. Onze Michiel. Hoezeer de handel en de
kaapvaart worden in de tijd van Mohamed nog niet zo overmatig veel bedreven. Zij betekenen
nog niet veel. Maar zij doen iets anders. Zij vestigen de invloed van het Oosten wederom in
Westerse landen, die dit haast al vergeten waren. De producten, kostbaar, haast onbetaalbaar,
introduceren modes, die voorlopig zeker nog niet algemeen worden, maar toch wel degelijk
indruk maken. Het is niet voor niets, dat de opvolgers van de grote Karel uiteindelijk maar
slappelingen zijn in vergelijking met hun vader. Karel haalde de weelde van het Oosten naar
zijn noordelijk hof. Daardoor kon dit verslappen,- dit verdeelde zijn kracht in Europa. De
eenvoud van het Oosten daarentegen, berustend op een geheel andere mentaliteit, heeft nu
eerst iets gevonden, waaraan het houvast krijgt. Geen wonder, dat de invloed van de Islam
toeneemt. Toch is er nog geen sprake van een Mohamedaans volk, of zelfs maar van een
Islamitische stad. Zij strijden voor de leer, voor Mohamed, voor Allah, voor de Scherifen.

ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 125
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

Goed, maar per slot van rekening zouden de meesten even graag gevochten hebben om te
bewijzen, dat .... ehhhh .....Lucky Strike een betere sigaret is dan Eden. Het zijn allemaal
maar leuzen, slogans. De ontwikkeling van Europa gaat nu een fatale periode tegemoet.
Allereerst willen wij even zien, wat de Christenen doen. wij zien bij de Christenen een
scheiding, die wij ook bij de Islam al tegen zijn gekomen. De eeuwige scheiding van de
mensheid in twee delen tegenover, elke nieuwe factor of ervaring, die in zijn wereld voorkomt.
De Christenen, die de wereld maken tot een middel, gaan een handeltje drijven met God,
terwijl zij, zich nevenbij verrijken ten koste van hun naasten, als zij de kans krijgen. Zo zijn er
velen. Vier - vijf honderd jaar na Christus wemelt het van dat soort Christenen; Driehonderd
jaar na Christus dood, begint reeds een voortdurende strijd om.macht en aanzien. Maar in die
tijd, dat men nog dichter bij het echte Christendom staat, kunnen niet allen dit accepteren. Wij
krijgen te maken met ketters. Ketters, let wel, die meestal beter zijn, dan degenen, die hen
ketters noemen. Wij kennen in deze dagen verschillende reformatie-vormen in Italië en
Frankrijk, vooral in het Zuiden van Frankrijk, zowel als in delen van Afrika. Wij zien ver-
schillende reformaties optreden van het Zuiden tot het Noorden toe. Let wel, reformatie binnen
en niet buiten de kerk. Nog steeds gaat men uit van het gezag der bisschoppen, die dan toch
maar van persoon tot persoon de zegeningen van Jezus hebben doorgegeven. Deze hervor-
mingen trachten terug te keren naar het primitieve Christendom. In de vorm Van het
primitieve Christendom was er een - neem mij het woord niet:kwalijk, ik wil eigenlijk als ik het
zeggen moet inde moderne wereld, dat in wezen een beetje communistisch is. Zij geloven in
gemeenschap. Niet in een gemeenschap, waarin alles zonder onderscheid is van iedereen maar
zij geloven dat men voor zich zelve niets mag begeren, wat men ook een ander niet gunt en
wil geven. Wanneer iemand rijk is, menen zij, dan is het zijn plicht om te leven als een arme
en de armen tot een hoger levenspeil te voeren. Wanneer iemand vroom is, dan is het zijn
plicht om te bidden voor de ander, die minder goed bidden. Zo zijn deze
Christengemeenschappen, die in hun structuur terug grijpen naar de eerste
Christengemeenschap, die een in Jeruzalem mislukte. Zij herhalen de fouten der eerste
Christennederzettingen op vele plaatsen; Toch is altijd de begeerte weer een sterk en
verstorend element in deze gemeenschappen. En gaat een dergelijke groep niet te gronde aan
zijn eigen deelhebbers, dan zien wij die reformatie te gronde gaan aan de nijd van degenen,
die er buiten staan en die niet kunnen hebben, dat het zo goed gaat. Dat is een
ontwikkelingsfactor, die wij ook altijd op de wereld zullen zien, vrienden. De mensen, die met
elkaar strijden om niet beschaamd te moeten staan tegenover een betere mens. Ik wil U een
paar schotschriftjes aanhalen uit deze tijd. Ik zal ze maar omzetten in verstaanbare taal. Het
eerste zou men tegenwoordig een soort mandament noemen. Wat overigens alleen maar een
deftige naam is voor een poging om de gelovigen eens flink op hun nummer te zetten. Dit stuk
werd geschreven namens een drietal bisschoppen en is bovendien mede ondertekend door
abten van verschillende kloosters. "Wij weten, dat velen beweren, dat de leer der kerk de ware
leer van Jezus niet nabij komt. Maar waar wij weten, dat de kerk de enige ware erfgename is
van Jezus wijsheid en gezag als vertegenwoordiger van God op aarde, verbieden wij op
enigerlei wijze buiten de kerk om een actie te voeren en roepen wij al diegenen op, die zich tot
gemeenschappen hebben verenigd om terug te keren in het normale leven, of zich te wenden
tot de kloosters". Reuze aardig bekeken, nietwaar? Wanneer je schoenmaker bent en je maakt
schoenen voor iedereen, omdat iedereen schoenen nodig heeft, is dat niet goed. Je moet er
een redelijke vergoeding voor vragen. En als je dat niet wilt, is er altijd in het klooster nog wel
een plaatsje voor je in de soepkeuken voor de bedelaars. Daar zit iets in, wat niet gezond is.
Het gaat hier om het gezag. Bij de actie tegen de Albigenzen ontaardt dat in iets heel erg. Die
gehoorzamen niet, dan moeten zij ook maar geheel uitgeroeid worden. Maar goed. Daartegen
in schrijft iemand, die zich noemt een "Volgeling van Jezus" . Denk er om, binnen de kerk,
hoor. In een tijd, dat er nog geen reformatie bestond zoals U die kent. "Wanneer men mij
zegt; Uw vader spreekt en men herhaalt zijn woorden voor mij, zo zal ik aannemen, dat men
gelijk heeft, tenzij mijn vader zegt; "dit zijn niet mijn woorden." Wanneer de kerk ons zegt,
dat Jezus dit heeft goed gekeurd, dat dat door ons gedaan moet worden volgens Zijn wil, dan
vraag ik naar Zijn Woorden. En wanneer men mij leert, vertalend u:it het geschrift, maar zelve
vind ik deze woorden niet terug, zo zeg ik: dit is een leugen. Dan vraag ik, eerbiedig
respecterend de wijdingen van de hogeren der kerk: hoe is het, dat gij ons dit leert en niet
dat? Uw antwoord heeft bestaan in moord, vervolging en geweld. Toch zullen wij ons houden
126 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

aan de woorden van Hem, Die wij volgen. En zo wij moeten sterven, zullen wij martelaren zijn.
Niet martelaren der kerk, maar martelaren God s". Dat was uit een schotschrift. Maar goed,
dat zij die tijd niet zoveel brochures uitgaven, want anders was het waarschijnlijk een
pennenstrijd geworden. Maar dit was dan een geschrift uit een openbare brief. Daar werden
dus zo hier en daar copieën van verspreid. En reken maar, dat daar veel over gekletst werd.
Een zelfde strijd zien wij in ietwat andere vorm bij de Mohamedanen ook opkomen. Ik heb
zoeven al het grote schisma in Soenniten en Schi-jieten aangehaald. Het is zo erg geweest, dat
gehele legerscharen tegen elkaar optrokken om ook elkaar te bekeren. U moet mij niet kwalijk
nemen, dat ik dit zo naar voren breng. Natuurlijk, ik zou kunnen gaan spreken over de
elementen van de Heilige Leer. Maar het is een cursus over de ontwikkeling en wording van de
mens. En voor de mens zijn dergelijke dingen wel van heel groot belang. Op de duur leert hij
zo, dat zijn godsdienst niet een kwestie kan zijn van uiterlijk beleven. Hij moest iets vinden,
wat hem met zijn godsdienst bindt, een eigenbelang. De Mohamedanen waren nooit zo groot
geworden als zij in het begin niet met de Berberstammen het te kwaad naden gekregen. Daar
is het feitelijk mee begonnen.
U weet, dat die stammen in Noofd-Afrika leven. Die lieden dachten in het begin dat een
Mohamedaan zoiets als een Jood was. Iemand, die je plunderen kon.
En dan nog terug zou komen om te vragen, of hij alsjeblieft nog zaken met hen mocht doen.
Ik wil niet zeggen, dat de Joden tegenwoordig zo zijn, maar zo dacht men er toen over. U zult
begrijpen, dat die Mohamedanen daar niet van gediend waren. Mohamed had het tot een zeer
hoge graad van opwinding gebracht indertijd om Mekka te reinigen van vreemde Goden. Hij
had gezegd! "Het is een verdïenstelijke, Allah welgevallige daad, wanneer gij een
afgodendienaar verslaat" Dat was dus wel heel gemakkelijk. Mensen, die het je las
tig maken» bekeren en anders koppen af. Wat dat betreft, was er niet zo'n groot verschil
tussen Christenen en Mohamedanen. Als het op bekeren aan kwam, vooral als zij er zelf
voordeel van hadden, wisten zij maar een oplossing: bekeren of koppen af. Misschien vandaar,
dat er op het ogenblik nog zoveel mensen als kippen zonder kop rond lopen. Maar ja.....Ik
meen, dat ik hiermede tenminste een beeld heb kunnen geven van de wijze, waarop de
mensen toen leefden en dachten. Ik;heb nu gesproken over Christenen en Mohamedanen. Het
is begrijpelijk, dat de invloed van het Oosten op het Westen groter wordt, naarmate het
Westen weer veroveringen in het Oosten wil gaan maken. In 922 - 927 zijn er wat
geestdrijvers, die een bevrijding van het heilige Graf uit de macht der Mohamedanen
voorstaan. Op dat ogenblik is er een Kalifaat. Inderdaad: de Kalifen bestaan. Maar zij zijn toch
helemaal niet zo overweldigends, zo iets groots. In die tijd bestaat er een Turks rijk. Zeker,
maar het is heus zo machtig nog niet. Eigenlijk had men dus helemaal niet zoveel drukte
behoeven te maken. Wanneer wij de geschiedenis nagaan, dan vinden wij, dat de wijze,
Waarop die enkele geestdrijvers in alle steden werden geeerd en onthaald, het enthousiasme
Voor het prediken van kruistochten aanmerkelijk hebben aangemoedigd. Zij zouden overigens
lang zoveel succes niet gehad hebben, als door de handel niet zoveel oosterse producten
waren binnen gekomen. Het was niet alleen zo, dat men een voor de ziel verdienstelijk werk
kon doen. Als je een beetje geluk had, kon je nevenbij nog een klein kapitaaltje verdienen ook.
Die kruistochten beginnen met een paar kleine onbetekende ondernemingen. Dat was voor die
Mohamedanen eigenlijk maar heel erg gelukkig. Was men meteen begonnen met de grote
geweldige ondernemingen, die wij zien in 1100 - 1200 ongeveer, de grote kruistochtennou,
dan ehh.....denk ik niet, dat er veel Mohamedanen zouden zijn overgebleven. De eerste
aanvallen waren klein. De Christenen bedreigen onze vrijheid. Dat waren geen brave jongens,
hoor, die Christensoldaten. U moet niet denken dat zij net als het Leger des Heils met een
trommeltje voorop liepen te zingen, dat er redding was voor iedereen. Het was zelfs nog niet
eens "koppen af". Het was: "Slaven moeten wij hebben. Geld moeten wij hebben. En krijgen
wij niet, wat wij hebben willen, dan branden wij, dan martelen wij, dan roven wij". Het was;
"Wij moeten eten, wij moeten paarden hebben. Wij moeten tenten hebben, betalen jullie dat
maar." Zo is dan het eerste Islamitische blok tot stand gekomen, dank zij de Christenen. Denk
niet, dat er sprake was van een groot Islamitisch keizerrijk. Er was sprake van een aantal klei-
ne staatjes plus een aantal Sheik's plus een aantal steden, die elk voor zich het Islamitisch
geloof wel aanhingen. Die leraren hadden en moskeeën, of oude tempels, waar zij baden. Maar
toen zij aangevallen werden, vormden zij een eenheid. De verhalen over Saladin en al die
ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 127
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

andere grote helden zijn alleen maar mogelijk doordat het Westen het Oosten dwong zich te
verenigen. Misschien dat het in het omgekeerde geval hetzelfde zou zijn gegaan. Hoe het ook
zij, wij zitten er dan maar mee. Het Oosten brengt voor Europa - ik spreek daar Speciaal over
die twee gebieden» die zijn nu voor ons het belangrijkst een omwenteling. Het brengt een hele
hoop vreemde gewoonten en gebruiken. Gewoonten en gebruiken, die.....tja.... voor de
westerse mens eigenlijk niet helemaal pasten. Het schiep een zucht naar onrechtmatige
wee1de naar verfijning. Iets wat niet geheel bij het Westen past. Daardoor krijgen wij de
pronk en de praal, de grootdoenerij, die zal leiden tot de kunstzinnig zo wonderlijke
middeleeuwen.
De langzaam groeiende eenvoud van Rome, een Byzanthium met al zijn ingewikkelde
verplichtingen is niet voldoende meer. De reeds scherpe scheiding tussen de rangen en
standen wordt voortgezet. Er vormen zich steeds meer belangengroepen. Het is een
touwtrekken. Het wordt tot een godsdienst, een wapenspreuk, een devies, waaronder men op-
treedt tegen al de lectoren, die de groep niet bevallen. wij zien op een gegeven moment
Poolse edellieden tesamen met de Johanniter ridders optrekken tegen een Letlandse
gemeenschap, die - stel je voor, gewoonweg verschrikkelijk - het recht van de heren niet meer
erkent. Het recht van de heren om te zeggen, hoe zij leven en sterven moeten. Zij hebben de
euvele moed om te zeggen "In Christus zijn wij vrij". Dat kan niet geaccepteerd worden. Het
Oosten brengt echter ook andere elementen) elementen van verfijning. (De klok slaat 9 uur.
De spreker zwijgt. Nadat de klok in uitgeslagen, merkt hij op). Dat is een lesje voor ons
allemaal. Wij kunnen praten, wat wij willen, maar tegen de tijd praat je nooit op. Tenminste
zolang als je in de stof bent. Nu wij moeten begrijpen, dat de verfijning, die het Oosten brengt,
waardevol is. Denk aan de verfijnde letterkunde. Daar zit nog de oude wijsheid van Babylon in.
Daar zit de haast decadente verfijning in van de Perzen, de wetenschap van de Indische rijken,
die nu op hun hoogtepunt zijn. Wijsheden en gedachten, die in Europa lang verloren waren
gegaan. Want Rome en Byzanthium der Oudheid zijn ten ouder gegaan aan de Christelijke
geestdrijverij. Men vond het belangrijker te strijden, of de slang nu wel, of niet gesproken zOU
hebben, dan een dichtwerk te maken, of een filosofische gedachte uit te spreken. Het Oosten
brengt nieuw geestelijk zuurdesem. Dit wordt sterker, wanneer verschillende landen verdragen
gaan sluiten met Moslimitische gemeenschappen. Er zijn keizers, die tractaten maken met hen.
Er zijn landen, die overeenkomsten sluiten met de kapers van de Barbarijse kust. Die dingen
zijn niet zo gering, als U denkt. Er komen mensen, die daar een hele lange tijd, leven, daar
een vorm en methode van leven leren en daarmee terug komen naar hun eigen land.
Christenslaven worden vrij gekocht bij de vleet, als in 1200 – 1300. Dat loopt tot 1700 toe.
Allemaal mensen, die uit hun sleurtje van kleinburgerlijkheid als ik het maar noemen, van
beslotenheid in eigen kringetje worden gesleept en geconfronteerd worden met een geheel
vreemde, geheel andere wereld, met een geheel andere mentaliteit. De aanvallen van de
Christenen zijn niet altijd erg gelukkig. Het komt zover, dat op een gegeven moment zelfs
Spanje bezet wordt door het Kalifaat. Het komt zover, dat Europa siddert en beeft, wanneer de
Islamitische horden voor Boeda-Pest staan, ja, doordringen tot Wenen toe. Denk niet, dat dit
voor U kleine onbelangrijke dingen zijn. Deze op zich politieke acties met hun staatkundige
resultaten brengen een omvorming van de mensen in Europa teweeg. De Europeaan begint nu
eerst langzaam een kosmopoliet te worden. D.w.z. hij ontwaakt uit de lange tijd van stupor,
van stam gebonden zijn. Hij wordt zich bewust van een landelijk bestaan, ja, zelfs van een
soort wereldburgerschap. Duitse huursoldaten vechten in het verre Oosten zo goed als in het
hoge Woorden. Zij staan op wacht voor de bisschop van Rome, vechten voor de graaf van
Parma, zij bewaken Siena, waar zij worden aangeworven door de universiteit om de orde te
handhaven onder de studenten. Zij trekkan mee met de Portugezen naar Goa. Zij trekken mee
met de schepen van de Oost-Indische Compagnie. Ach, U weet daar wel genoeg van. Maar zo
verandert de levenssfeer en stijl van een mens. Zijn geloof, zijn gedachtengang wordt soms
veredeld tot in het haast onvoorstelbare. Sommigen worden ook filososfisch verfijnd. Het is
niet meer het bulderend geredeneer van de vroege Christenheid, wat men hoort. Het is niet
alleen meer het vechten en argumenteren over uitleggingen. Een á Kempis kan zeggen!
"Spreek, oh Heer mijn ziele luistert en kent Uw stem in het gouden licht". Dit vindt U wel niet
in de meest voorkomende publicaties van zijn werken, maar hij heeft het gezegd. Een Thomas
van Aquino bouwt een filososfisch werk op, dat veel verder gaat dan het Christendom van zijn

128 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

dagen en zelfs verder dan het Christendom van heden. De wereld ontwikkelt zich in een
nieuwe richting. Dat loopt zo ongeveer tot 1800. U heeft ondertussen wel begrepen, dat deze
gang van zaken voor de wereld een grote geestelijke verandering betekend heeft. Ben
verandering in de soort mens. Voor Europa kunnen wij zeggen, dat de verandering begint in
ongeveer 722 en voortduurt tot ongeveer 1500. Dan begint er weer een nieuwe verandering.
De mens wordt in zijn bewustzijn van Europeaan langzamerhand tot wereldburger. Maai- dat
duurt nog wel een paar honderd jaar. Dit, opdat U zich niet alvast voor het wereldburgerschap
gaat melden. De achtergrond van deze ontwikkeling is het feit, dat de mens verder en verder
uit gaat zien in de wereld en daardoor in zichzelve veel meer bevatten kan. Zij mogen niet
zeggen, dat de middeleeuwers, die vaak amper lezen en schrijven konden - of geheel niet -
dwazen waren. Helemaal niet. Maar zij waren in staat om in grote eenvoud alleen binnen een
bepaalde kring veel te weten en te onthouden. Ik geloof niet, dat U, wanneer U het over een
kennis heeft, U, even zijn naam met de vijf daaraan voorafgaande geslachten opnoemt. Dat
deden zij vroeger wel. Daar staat tegenover, dat U weet, waar men het over heeft, wanneer
men U spreekt over een grote stad, wanneer men of spreekt over de aarde of over de sterren.
Er is een tijd geweest, dat de mens niet eens wist, waar hij was, dat hij leefde op aarde.
Sommigen hadden misschien wel iets er van gehoord. Het was een soort plette koek, die dreef
in een soort wereldzee. Maar je moest daar maar niet al te veel over gaan denken, want dat
was alles misschien nog wel een heidense ketterij ook. Het beeld, dat de mens zich vormt, is
duidelijk geworden. Het Christendom tot practisch 700 toe is eigenlijk een vernietigende factor
geweest. Het heeft veel van het oude gebroken Nu eerst begint het zichzelve te stabiliseren en
op te bouwen. Dit duurt de volgende van ongeveer 700 jaar. Daarna begint het pas werkelijk
het beeld en de mensen te veranderen. U moet het goed begrijpen, de kleine mens met zijn
kleine loyaliteiten wordt de grote mens, die iets van de wereld begrijpt. Die brengt zijn
loyaliteit op een geheel andere manier tot uitdrukking. Die gelooft op een heel andere manier.
Zij werpt veel bijgeloof, van zich af. Aan de andere kant zien wij, dat zij krampachtig gaat
zoeken haar een houvast. Wij zien de priesterkaste worden van de simpele profeten tot lieden,
die gaan openbaren, hoe men moet zien, wat de profeten gesproken hebben. Zij worden de
strenge scholastikers. Degenen, die precies weten, hoe alles in elkaar zit. Het weten in een
geestelijk gewaad. Wij zien ze langzaam aan worden tot politici, tot machthebbers. Vandaaruit
zullen zij misschien worden, wat een priester behoort te zijn. Een filosoof met een diep geloof
in zich. Filosofen, die leiding kunnen geven aan de mensheid. Dat is iets, waar zij op het
ogenblik mee bezig zijn. Wording, wording, wording . De mensheid groeit geestelijk, zowel als
stoffelijk. Het geloof aan vele Goden is nog lang niet uitgestorven, want of je een beeld een
kransje geeft en Sint voor de naam zet, maakt het niet meer of minder dan het altijd was.
Maar het zal veranderen. Het gaat veranderen, mijne vrienden. Op de duur wordt zelfs de
simpelste geloofsuiting tot een levensfilosofie. De dogma's, als die van Rome b.v., zijn er niet
in de eerste plaats om ter wille van de waarheid, maar om ter wille van de Wenselijkheid. Om
een psychologisch evenwicht te scheppen. Wat dat betreft zou het misschien interessant zijn
om de reactie van Jung te zien op verschillende van de laatste dogma's der Rooms-Katholieke
kerk. Hier is dan het inzicht van een groot denker, een groot filosoof en een groot psycholoog.
U zult verbluft zijn, wanneer U kunt zien, hoe hij dit berekent. Hij zegt niet; "Dit is waar". Hij
zegt; "Dit moet waar zijn, omdat de mens dit nodig heeft". Het geloof is dus vel een heel eind
veranderd en ook de mens. Maar toch hierin nog niet zoveel als in de krachten die hen leiden,
Mohamed is het begin van ontwaken voor een deel van de Wereld. Hij wekt uit de
ongeorganiseerdheid, uit de verdeeldheid de grootheid van een volk. De samenhang der
volkeren, da band, het bewustzijn tussen andere en nieuwere rassen» zoals Jezus dit betekend
heeft voor anderen. Mohamed alleen is nog niet genoeg. Kort na Mohamed zien wij andere
profeten optreden. Profeten in het Oosten. Ook in India speelt zich een hervorming af.De volle
decadentie van het Inca-rijk bereidt tot voor op de gewelddadige ommekeer in Amerika. De
gewelddadige ommekeer door vreemdelingen, die niet alleen, maar een leer komen brengen,
of een stimulans die een heel werelddeel gaan veranderen, hele volkeren verdelgen. Hoe
dichter wij bij de moderne tijd komen, hoe sneller die dingen zich afspelen. Het is alsof de
mensheid een lawine is. Eens, in het begin aller tijden, zagen wij de Lemuren in het wankele
evenwicht tussen mens en dier zijn. Dan stort de steen der mensheid een korte wijle snel naar
beneden. Een bijna loodrechte val. Atlantis op zijn hoogtepunt. En dan begint het steentje
verder te rollen. In het begin is het maar een enkel steentje. Maar er komt meer en meer bij.
ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 129
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

In het begin was er een mensheid. Maar nu is het niet alleen maar een mensheid. Het is nu
iets, dat niet alleen de aarde meer, maar ook al een groot deel van de kosmos beïnvloeden
kan. Het groeien van de geestelijke krachten, het groeien van het bewustzijn maakt het voor
ons zo interessant, de mensheid van vandaag te gaan bekijken. Iets wat wij dan de volgende
keer en dan hoop ik ook zeer voldoende zullen doen. Voor heden willen wij dan nog even
vaststellen, dat in deze zelfde periode hervormers optreden in Azië. Dat de grote negerrijken,
die zo dadelijk zullen ondergaan, nieuwe en grote geslachten van profeten en heersers kennen
in Afrika. Dat erin de besproken tijd bondgenootschappen in Noord-Amerika hebben bestaan
tussen Indianenstammen, die voor en na deze tijd nooit meer verwerkelijkt konden worden.
Tussen 800 en 1200 een groeiend bondgenootschap tussen de Indianen van Noord-Amerika,
dat zich op de duur uitstrekt van kust tot kust. De laatste volksverhuizing in Zuid-Amerika,
waardoor het Inca-rijk een nieuwe, een uiteindelijke vorm krijgt. Het is een wereld, die
verandert, waarin de mensen mee moeten veranderen. Wij zijn er nog niet. Aan alle kanten
staan zij op de grote krijgslieden. Dat begint bij Alexander van de Grieken al. Met de Griek, die
uittrekt tot ïndië. Die zoveel overwinningen behaalt, dat zijn leger onder de overwinningen
bedolven wordt. De acties van de Ming-keizers in Mongolië. Djengis Khan, de gesel God's.
Attila, de Hun. Noem ze maar op, allemaal, de geweldenaren, die optreden door alle tijden
heen. Steeds intenser worden de krijgs-acties. De gevechten, waar wij het zoeven over gehad
hebben - ik noemde er maar een paar zo door elkaar op - culmineren in een waanzin van
geweld. Permanente oorlogstoestanden in de 16de eeuw. Gewelddadigheden en gevechten in
Amerika, niet alleen tegen de inboorlingen, maar ook van de kolonisten tegen elkaar.
Gevechten, waarbij op een gegeven moment de Nederlanders de franse kolonisten, die verder
naar het Noorden zich gevestigd hebben, aanvallen en dreigen hen de oorlog te verklaren.
waarbij overigens de Engelsen op hun beurt later ook weer een duit in het zakje doen. Overal
strijd, overal oorlog. Overal profeten en nieuwe stemmen. Wat denkt U, dat die, tijd betekent
voor de mensheid? Eigenlijk zou ik er een raadseltje van moeten maken. Maar ik wil het niet
doen. Ik heb met dat andere zo weinig succes gehad, dat ik mij als Oom Herman of Tante Lena
mij helemaal niet op mijn gemak gevoel met één oplossing, die binnen komt en die uiteindelijk
dan ook maar zo-zo is. Dus ik zal het jullie maar proberen uit te leggen. Wanneer wij het nu
eens zo gaan bezien. In de mens groeit de innerlijke onzekerheid, naarmate hij geestelijk
wordt wakker geschud. Hoe meer je te verwerken krijgt, hoe moeilijker het wordt om een
juiste plaats te vindon in de wereld, hoe lastiger het wordt om te begrijpen ..... Wat dat betreft
...het hoort er eigenlijk niet bij. Maar jullie hebbon toch zeker nog wel even de tijd? Kort
geleden werd door een spreker op de Vrijdagavond het huwelijk behandeld» Toon had je de
reactie moeten zien van die zaal. de spreker zeide! Kijk eens, dat huwelijkscontract en die
eigendomsrechten van mens op mens hebben niets te betekenen. De plichten, die je contrac-
tueel aanvaard hebt, daar zul je je aan moeten houden, wanneer je een fatsoenlijk mens bent.
Maar wat voor ons vanuit geestelijk standpunt alleen maar geldt is de liefde, waardoor men tot
elkaar komt. Dat geldt niet voor de hartstocht en de begeerte, maar voor de liefde. De
geestelijke eenwording van twee mensen is veel groter van belang dan al het andere. Nu zou
ik zo zeggen, tegen wat die spreker gwzegd heeft, is niet veel in te brengen. Maar ja, .... De
spreker had een paar dingen gezegd, daar viel men over. Dat vindt je met andere
onderwerpen in alle perioden terug. Hij had n.l. gezegd! "Een buitenechteliijke verhouding
vond hij zo erg niet." Daar was men wel zeer gechoqueerd over. Zo zou men vroeger
waarschijnlijk zeer gechoqueerd zijn geweest, als men tegen de kruisvaarders had gezegd dat
hun kruisvaarderij ook maar een comedie was. Dat het niet aankwam op het bevrijden van het
een of ander, of het organiseren van een staat. Het maken van een Christelijke staat van het
Heilige Land. Dat het er alleen maar op aan kwam Christus gedachte van naastenliefde onder
de mensen uit te dragen. Dan waren zij net zo geërgerd geweest. Dat is bij de mensen nog
steeds zo. De mensen zien de waarheid niet graag. En dat wordt nu langzaam maar zeker een
conflict. Zoals in die zaal tegenover ons: Zij komen dan tot de conclusie dat dit satanisch is.
Ja, ook bij ons. Hoe komen zij erbij? Waarom is het dan volgens die mensen slecht? Omdat het
hen voor een conflict plaatst. Omdat hen wordt gezegd: al die leuzen, al die mooie sociale
regelingetjes van jullie zijn geen cent waard. Het gaat om een geestelijke kwestie. En zij
voelen wel, dat die geestelijke waarde over het algemeen bij hen maar erg op het kantje af is.
Toch willen zij zichzelven doorzetten, ofschoon zij twijfelen. Zij zijn bereid om alles te
verbrijzelen, dat hetgeen zij willen behouden, zou durven aanvallen. Daar komen de oorlogen
130 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

van. Men is bang voor veranderingen. Aan de andere kant is er een bewustzijn, dat reeds
zoveel gaat omvatten, dat er wel een verandering moet gaan komen. De tijden zijn lang zo
stabiel niet meer als vroeger. In de oude tijden had je een koning. Op een morgen werd je
wakker en hoorde, dat hij zich verslikt had in een appeltje. U weet wel: Op smaak gebracht
met een klein beetje arsenicum. Nu, leve de koning dan maar. Hopelijk geeft hij ons wat. Het
kost natuurlijk wel wat aan festiviteiten, maar daarvoor heb je een gezellige dag. En dan gaat
de zaak weer gewoon verder. Hoe gaat dat tegenwoordig? Iedereen gaat er over nadenken;
wat is dat nieuwe? Oh, naar dat gaat aan mijn kostbare rechten of gedachten knabbelen. Dan
verzet zich niet alleen de eenling, maar bij ons een zaal en op de wereld de volkeren. De
wereld» de angst, de onrust ontstaan, wanneer het eigenbewustzijn andere mogelijkheden en
betere concepties ziet. Dat is het, wat het tempo zo heeft versneld» wat de wereld in oorlogen
heeft gewikkeld. Dat is het, wat de mens heeft gedreven en gedragen over de aarde, de zeeën
en zelfs door de lucht naar de meest onbekende en minst betreden plaatsen der wereld. Dat
heeft de mens gejaagd tot in de diepzee en tot in de stratosfeer. Dat is heus niet alleen - al
noemt hij het ook zo - zijn wetenschappelijke belangstelling, of zijn zucht naar avontuur.
Neen, het is de behoefte het eigen wezen te bevestigen op een wijze, die aanvaardbaar is voor
het "ik", het bewustzijn en ook voor de wereld. Hoe meer deze wereld die vlucht gaat
ontberen, hoe meer de mens zijn vlucht zal moeten gaan, nemen in iets anders: de ideologie.
In het geloof aan andere dingen. In de strijd tegen iets. Het is vreemd, er zijn maar weinig
mensen, die ergens voor strijden. De meesten strijden ergens tegen. Het is niet: de strijd voor
onthouding, die de geheelonthouders voeren, maar zij bestrijden het drankmisbruik. Het is niet
zo zeer de bescherming van dieren die men wil bevorderen, maar het mishandelen van dieren
wil men tegen gaan. Die dingen erkent U toch direct, nietwaar? Het gaat niet om het
bevorderen bij jezelf, maar om heb bestrijden bij anderen. Dat is de kwaal. Die kwaal wordt
geboren uit een gedachtenwereld, die is opengebloeid, toen keer op keer de grenzen van het
zijn werden verbroken en het Uitzicht op het leven wijder werd. Dit is een belangrijk deel in
onze wordingsgeschiedenis der mensheid. Misschien wel voor ons allen , zoals wij hier bij
elkaar zijn, geest en stof, het belangrijkste tot nu toe. Belangrijk, omdat wij de oude waarden
moeten gaan loslaten. Omdat wij nieuwe en betere normen moeten gaan aanvaarden en ze
niet alleen maar aan anderen opleggen, maar ze eerst voor ons doorleven van A tot Z.
Zo langzamerhand laat het bewustzijn de mens niet meer toe zichzelf met veel hypocrisie van
alles voor te spiegelen. Zo langzamerhand wordt hij geconfronteerd met zijn eigen
werkzaamheden. Dan ziet hij maar één uitweg. Ieder ander te dwingen zo te zijn, als hij zelf
is. Dat is natuurlijk ook maar een overgangsfase. Maar nu zit ik mijzelf zo langzaam aan
voorbij te praten, want ik ben uit mijn onderwerp gedwaald. Zo dadelijk praat ik mijn tijd ook
nog voorbij, maar ik heb nu toch al afdwalingen gemaakt, ik heb sprongen gemaakt. Laat ik
het nu toch nog maar even gaan zeggen. De mens zal toch op een gegeven moment tot de
ontdekking moeten komen, dat hij met het bestrijden van anderen niet verder komt. Die mens
zal zo langzaam aan zover moeten komen, dat hij een Christelijk mens wordt. D.w.z. dat hij
niet meer de wetten van buitenaf als noodzaak ziet, maar dat hij voor zichzelve de krachten
van God begrijpt, zodat hij het edele, dat toch in elke mens leeft, gaat leren uiten zonder een
voorwendsel. Terwijl hij aan de andere kant de voorwendsels, die hij gebruikt om zijn lagere
instincten te botvieren te goed leert kennen, dan dat hij zich daar nog gemakkelijk aan over
zou geven. Een mens, die logischer wordt. Een mens, die het niet meer allemaal in
slagzinnetjes uit wil gaan drukken, maar die bewust gaat leven. Juist om dit nader te bezien,
zullen wij ons de volgende keer bezig gaan houden met de 19de en de 20ste eeuw. Want dat
zijn perioden, die niet alleen maar interessant, maar ook heel belangrijk zijn. Misschien - ik
kan dat nu nog niet geheel overzien - dat ik dan de kans heb om hier en daar een paar stevige
punten op te drukken. Om te zeggen: "Kijk, hier en daar moet je de nadruk leggen". Jullie
denken nu wel; "Franciscus is een goede en prettige causeur", misschien denkt U ook nog: "Hij
weet wel wat". Maar ik heb niet alleen de taak U te vertellen, wat er met het mensdom is
gebeurd, of wat filosofen eens hebben gedacht. Maar ik moet U ook vertellen, wat de
mensheid nu is en waar zij naar toe gaat. Maar dat zullen wij de volgende keer dan maar
moeten doen. Zouden wij er nog een stukje aan vast durven knopen? Wat denken jullie?
(Graag). Er schiet mij n.l. iets te binnen. Anders zou ik het ook weer moeten gaan
verwaarlozen en het is toch zo belangrijk. want met de andere waarden uit het Oosten zijn ook

ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 131
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

de esoterische lessen en beschavingsvormen Europa binnen gedrongen. Aangezien ik daar de
volgende lezing vluchtig op neer moet komen, zou ik daar nog wel even een paar woorden aan
willen wijden. Kijk eens. Het Oosten had de esoterie van oudsher ontwikkeld. In het Westen
begon een aantal stellingen langzamerhand tot minder aangename practijken te leiden. De
grote bronnen van esoterische wijsheid en leiding lagen b.v. in Spanje, vooral gedurende het
Kalifaat, in de tijd van de Moren. De Moren, die zo mooi konden bouwen, dat hun werken nu
nog de stijl van heel zuidelijk Spanje beheersen. Er kwamen vele leraren met hen mee. Niet
alleen de Joden, ofschoon dezen meestal voor de Christenen nog het meeste te betekenen
hadden. Ook anderen. Meesters in de oosterse chemie en cijferkunde. Meesters in de
astrologie. Het is niet zo vreemd, dat Schiller in zijn "Wallenstein" ook aan de sterrenwichelaar
een belangrijke rol toekent. Ook dit is iets, dat uit het Oosten is gekomen. De vorsten met hun
Auguren, hun voorspellers, waren juist zo ongeveer uitgestorven. De grote rijken waren
verdeeld en onder gegaan. Toen deze impulsen uit het Oosten de oude kennis weer wakker
maakten en verrijkten. Zo zal het U waarschijnlijk niet verwonderen te horen, dat de
vrijmetselaars b.v. hun ontstaan hebben te danken aan de Moorse Joden, die zich vestigden in
Spanje, Het zal U ook niet zeer verwonderen te horen, dat de Rozenkruizers in de oude vorm
hun wijsheid voor het grootste deel te danken hadden aan Kretenzers, die zich op Malta
vestigden. Het zal U waarschijnlijk niet verwonderen, dat de eerbied voor de oude wijsgeren
en filosofen weer opleefde en de rijkdommen van b.v. de oude Grieken juist naar voren
kwamen onder oosterse invloed in de jaren 1300 - 1400. Dit na een lange tijd haast vergeten
en verwaarloosd te zijn. De alchemisten hebben hun wijsheid en het grootste gedeelte van hun
terminologie aan het Oosten te danken. Ook in deze dagen.
De alchimisten zien wij eigenlijk hei eerste optreden in de buurten van Venetië. Dit was de tijd,
dut de edelen, de signoria, giftmengers aanstelden om politiek te drijven voor hen. De chemie
vindt in de alchemie zijn oorsprong. Maar ook in de geheimleren, waarin het atoom, het
molecuul allang bekend waren, voordat iemand er aan dacht om dit chemisch of
wetenschappelijk acceptabel te maken. Geneeskunde. Vanuit de Kaukasus binnen gedrongen
in Rusland, van Rusland uit naar Hongarije. Van Hongarije naar het Noorden toe, naar
Duitsland. De kruidenkenners, de genezers, die in enkelingen als een Theophrastus Bombastus
van Hohenheim, Paraceleus, hun hoogtepunt vinden. De esoterische scholen zijn allen, zonder
uitzondering, ongeacht hoe Christelijk hun karakter schijnbaar is gebaseerd op het Oosten en
de wijsheid uit het Oosten. De wijsheid van het Oosten, zoals wij gezien hebben, reikt terug tot
in de verre en fabelachtige dagen, dat er nog een Atlantis was. Fabelachtig. Ja, en toch was
het geen fabel. Het oude erfdeel van de mensheid heeft ook in deze dagen een grote invloed
gekregen. De volgende keer kom ik er niet omheen, de achtergronden van het politiek
gebeuren te belichten. Van een ontwikkeling in een bepaalde richting door de mensheid. Juist
door deze esoterische groepen en genootschappen - wij hebbon toch nog wel een paar
minuten de tijd - Neen,ik geloof toch, dat wij het er voor vandaag maar beter bij laten. Het
klinkt U allemaal zo logisch en zo soepeltjes misschien, maar als U er over na gaat denken,
dan zitten er zoveel problemen in, dat als U daarover gaat vragen, U nog vijf avonden voor de
vragen nodig heeft. Tenzij U eerst alle oude verslagen van deze cursus er op na gaat slaan.
Dan vindt U er waarschijnlijk wel een samenhang in. wij hebben natuurlijk de Islarn een groot
onrecht gedaan door haar leerstellingen en wijsheid niet voldoende te behandelen, maar dat is
materie, die kunt U nog wel betrekkelijk gemakkelijk krijgen. De achtergronden ervan hoor je
meestal veel moeilijker. Daarom ben ik daar maar mee begonnen. Goeden avond, allemaal.
o-o-o-o-o
Goeden avond, vrienden,
Wij kunnen dan weer vragen gaan behandelen. En voor vanavond mogen wij, in verband met
een versnelling van proefnemingen de meer persoonlijke vragen - althans voor zover dit kan -
gaan beantwoorden. Op de bijeenkomsten, die U nog voor deze groepen hebt, kunt U dat ook
verder doen. Na deze kleine inleiding kunnen wij dan overgaan tot behandeling van vragen, of
belichting van onderwerpen, zoals U dat zelf wilt.

132 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

Ik heb een kleine persoonlijke vraag. Er is gesproken over de invloed van morphine. Ik kan
iemand, die door het gebruik van morphine een terugval heeft gekregen heeft en - laten
wij zeggen - moreel afgegleden is. Is er op de een of andere manier hier iets aan te doen?
Ja, dit is natuurlijk mogelijk, wanneer de persoon in kwestie een ontwenningskuur doet en
men gelijktijdig de onschadelijke vervangingspreparaten, die er tegenwoordig zijn, te zijner
beschikking stelt. Dan krijgt U dus een langere ontwenningsperiode en op de duur zal ook het
oude peil dan wel weer op een redelijke basis kunnen komen. Maar dit zijn toch geen
processen, die onmiddellijk genezen kunnen worden, terwijl verder moet worden nagegaan in
hoeverre iemand, die morphine of iets dergelijks gebruikt, gebonden is aan dit gebruik. De
mogelijkheid dus, die men heeft om van de roes vrij te komen.
Maar iemand, die geen gebruik meer er van maakt en toch morele gevolgen heeft, is die
niet meer te redden?
Je zou op de duur het moreel kunnen herstellen, als inderdaad het gebruik is opgehouden. Dat
is n.l. in dergelijke gevallen heel moeilijk te vertellen. Zij zeggen niet tegen iedereen, wat zij
doen. Zij weten dit zelfs voor de naaste familieleden geheim te houden. Ik zou dus willen
zeggen, wanneer het verbruik inderdaad is opgehouden, dan moet na een jaar, ongeveer
anderhalf jaar nadat het gebruik van het gif is opgehouden, ook weer een verandering in het
gedrag en het moreel kunnen optreden. Voor het geheel is uitgewerkt, duurt dat tenminste
anderhalf jaar. Voor die tijd blijft altijd een zekere zwakheid bestaan. Verder moeten wij
zeggen, dat een dergelijk persoon voor andere giften, zelfs alcohol, en natuurlijk voor alle
andere narcotica, een zekere zwakte kan blijven behouden. Dat kan tientallen jaren blijven
aanhouden. In vele gevallen is het overgaan op een ander narcoticum nog schadelijker, omdat
het niet de voldoening biedt en gelijktijdig de drift tot het genieten van een roes sterk
bevordert. Dan krijgt U dus inderdaad een nog sterker moreel verval dan voorheen. ER moet
dus sprake zijn van geheim gebruik, of het gebruik van vervangingsmiddelen, wanneer langer
dan anderhalf jaar het laagstaand moreel gehandhaafd blijft. Is die periode nog niet
verstreken, dan kunt U er over het algemeen op rekenen, dat bij het niet gebruiken van
narcotica of roesvormende middelen de persoon langzaam maar zeker weer tot zijn eigen
persoonlijkheid terugkeert, Anderhalf jaar of 10 maanden is ongeveer de tijd, die noodzakelijk
is voor het lichaam om alle verstoringen der interne secreties en het daarmede gepaard
gaande driftleven weer langzaam naar normaal terug te voeren. De storingen zijn dus
inderdaad over het algemeen betrekkelijk ernstig. Is dit voldoende voor U? Dank U.
Zijn er nog meer vragen?
Ja, ik zou er nog even op terug willen komen. Vrijdag j.l. is over het huwelijk gesproken. Er
is vandaag door Franciscus nog even op terug gekomen om te zeggen, dat hij principeel
volkomen gelijk had. In heb hoofdpunt heeft hij ook volkomen gelijk. Daar ben ik van over-
tuigd. Maar er waren punten bij gezegd, die naar ik meen, minder geschikt waren voor een
openbare bijeenkomst. Dat is het grote bezwaar, dat wij daar tegen hadden. Ik meen, dat
dit bezwaar wel degelijk overwogen mag worden. Dan was er ook het punt, dat
gepropageerd werd, of althans als niet bezwaarlijk genoemd werd de buitenechtelijke ge-
meenschap. Dit, ofschoon er een element van trouw is tussen de echtelieden, dat ook zijn
geestelijke betekenis heeft.
Mag ik opmerken t.a.v. Uw laatste punt, dat m.i. trouw alleen enige betekenis heeft, wanneer
het uit een innerlijke noodzaak voortvloeit. Dat de tegen wil en dank opgelegde trouw m.i.
weinig waarde heeft. Of de mens nu honderd keer in gedachten zondigt, of een keer in natura?
Mij lijkt die een keer in natura dan nog verkieslijker. Dan heeft de mens dit tenminste uit zijn
systeem gewerkt, uit zijn gedachtenleven verwijderd. Als wij nu weten, hoeveel gehuwde
mannen en vrouwen er zijn, die door dergelijke dingen geobsedeerd worden en deze dingen
toch niet durven uiten, omdat zij "fatsoenlijk" willen zijn, dan lijkt mij een verzet uit geestelijk
standpunt tegen deze practijken niet zo dwaas. Een ander punt is, of het geschikt is voor een
openbare bijeenkomt.
Wanneer wij ons zouden moeten richten naar het grootste aantal toehoorders en de meest
aangename wijze van werken vanuit organisatorisch standpunt, heeft U volledig gelijk. Helaas
is dat niet alleen de bedoeling van de Orde. Zij probeert zo nu en dan de mensen wakker te
schudden en doet dit liever door ze een punt voor ogen te stellen, dat een regelrechte
ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 133
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

controverse betekent, dan door hen alleen maar zoet te houden met mooie woorden,
waartegen zij innerlijk geen verzet ervaren en waar zij dus ook niet over nadenken.
Dat ben ik volkomen met U eens. Uit het conflict ontstaat bewustwording, dat is volkomen
juist.
Wat dat betreft kunnen wij dus zeggen, dat wij het niet geheel eens kunnen zijn met de
onderdrukking van het materiaal in de publicatie. Het gaat ons overigens betrekkelijk weinig
aan, waar het hier niet gaat over een cursus, waar alles moet worden opgenomen. Het is dus
Uw volste recht om dit weg te laten. Maar het weglaten ervan geeft toch weer een verwrongen
beeld van het werk en het denken der Orde. Dat heeft men, meen ik, in zijn ijver over het
hoofd gezien. U moet ons niet alleen maar accepteren, als wij voor de stoffelijke opvattingen
acceptabel zijn.
Ja, maar als deze problemen dan al behandeld moeten worden, zou ik naast de negatieve
belichting toch ook wel een positieve belichting van het huwelijk op prijs stellen. Het werd
allemaal zo incidenteel behandeld. Wanneer men een vraag behandelt, moet men toch wel
enige beperking in acht nemen.
Wat is volgens U de waarde van het huwelijk buiten het burgerlijke contract?
De waarde van het huwelijk is het geestelijke.
Dan komt U terecht bij de liefde. Waarmee dan ook het positieve deel op deze avond wel
degelijk naar voren werd gebracht. Er is nadruk gelegd op de werkelijke liefde, die een
geestelijke eenheid betekent. Dat dit het enige is, waar het werkelijk op aan komt. Dat alle
burgerlijke acten of geestelijke poppenkast te rangschikken valt onder de zaken, die voor ons
geestelijk van nul en generlei waarde zijn.
Dat ben ik volkomen met U eens.
En als U het zo volkomen met ons eens bent en U zegt, dat de positieve zijde niet werd
belicht, heeft U dus het antwoord op de vraag niet beluisterd, of U wordt - ondanks Uw
erkenning - innerlijk gedreven de huwelijkse staat, zelfs slechts als een contractuele gebon-
denheid, te verdedigen.
Ik meen, dat juist uit het geestelijke voortvloeit, dat geen misbruik wordt gemaakt.
Inderdaad. Dit ben ik volledig met U eens. Dat is ook degene, die de vraag beantwoord heeft,
volledig met U eens geweest. Dat is juist zo jammer; U vreest de controverse en U laat dus de
beantwoording weg, ofschoon bij nalezing begrepen zou kunnen worden, of beter, begrepen
zou kunnen worden, hoe het nu eigenlijk gezegd is. Niet, dat dit een punt is. Maar bij enig
doordenken had men dit toch moeten begrijpen.
In zoverre hadden wij dit ook begrepen, dat wij verzocht hebben om dit op papier te
zetten, om dan te overwegen, of zij alsnog tot publicatie over zouden kunnen gaan. Maar
wij kunnen.... In dit nummer is het echter onderdrukt geworden.
U moet goed begrijpen, dat wij ons in vele opzichten wenden - U moet mij niet kwalijk nemen,
dat ik hierop doorga, maar het is een persoonlijk probleem en daarom moeten wij dit, nu er
gelegenheid is, ook even bespreken, nietwaar? - U moet begrijpen, dat wij ons wenden tegen
heel veel der heilige huisjes der mensen. Waarom vindt U het niet erg, wanneer wij een aanval
doen op bepaalde religieuze instellingen en wanneer wij ons scherp over sociale toestanden in
de maatschappij uitlaten, dit wat gewaagd vindt, maar toch niet erg? Omdat U het huwelijk als
sterk met het "ik"gebonden voelt en dit dus als waarheid met U zelve verwerkt. Het is voor U
de formule, die in Uw leven een volledig aanvaarden en een gelukkige toestand heelt kunnen
geven. Ofschoon, wanneer U een hele tijd terug wilt denken, U zich zult realiseren, dat zelfs
voor U het niet allemaal zo is .
Dat is inderdaad zo.
Dan hebben wij hier dus een kwestie van identificatie. Identificatie van de persoon met een
bepaald woord.
Ik voel dat toch niet zo.
Goed, maar of U het nu zo voelt of niet, het is zo. Dat is juist de zaak. Als U dit zou aanvoelen,
of begrijpen, zou U over het probleem heen zijn.

134 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

Ik meen, dat degene, dat door mensen, die liefhebben wordt ervaren, niet sterk genoeg
naar voren is gekomen in het betoog van Vrijdag.
Dat is toch allemaal, vanzelfsprekend, mijn waarde vriend. Als wij spreken van geestelijke
liefde, dan vallen alle problemen van trouw en ontrouw, van huwelijk en contract weg, of niet?
Het is in een vragenrubriek nu eenmaal niet de gewoonte om elk woord op zich nog weer van
een verduidelijking te voorzien. Daar is geen tijd voor. De vraag werd volkomen duidelijk
beantwoord. U wilt nu maar een loflied op het huwelijk horen, zij het dan ook, dat wij het
misschien anders noemen. Dat kunnen wij niet doen, omdat op het ogenblik, wanneer wij de
huwelijkse toestanden bekijken over de wereld op de vijf huwelijken er maar twee zijn, die
acceptabel zijn. Een is daarvan misschien werkelijk goed. De drie anderen voeren uiteindelijk
tot een scheiding of onderlinge tolerantie. Dat kunnen wij toch niet omhoog gaan steken. Ben
instelling; die zoveel ongewenste waarden in de wereld schept. Hoeveel problemen zijn er niet
met echtscheidingen. Hoeveel geestelijke ellende komt er niet uit voort, dat men het huwelijk
niet als een geestelijke eenheid, maar als een biologische eenheid ziet. Men legt de nadruk op
sexe, als dé factor in het huwelijk. Dat is helemaal niet waar. De sexe is een aanvullende
factor voor de geestelijke eenheid en verder een lichamelijke functie, die meestal noodzakelijk
is voor het stoffelijke welzijn van de mens. Kunt U dat onderscheid niet maken, dan is het
gehele betoog voor U niet veel anders dan iets onsmakelijks. Een stukje pornografie eigenlijk.
Maar dat ligt niet aan, wat er gezegd is. Dat ligt aan de wijze, waarop U het opvat. Maar kunt
U dit wel begrijpen, dan zult U ook kunnen begrijpen, dat dit eens gezegd moest worden en
dat wij dan het beste doen een beetje herbe naar voren te komen. Dat is heus wel nodig. Als
wij zeggen, dat wij een verhouding helemaal niet erg vinden, wanneer een huwelijk toch kapot
is, hebben wij dan niet volkomen gelijk? Als alles maar schijn is, is er toch niets te verknoeien.
Maar men vindt het heel erg, dat wij toegeven, dat dergelijke dingen bestaan. Dag mag
volgens de meeste mensen niet eens. En erger je je dot wij dat bovendien nog goedkeuren
ook. Daar gaan de mensen zich dan tegen verzetten, omdat zij zelve de opvattingen van het
huwelijk en liefde maar al te vaak zelf op een valse basis stellen. Zo kan ik een vrouw niet
respecteren, die haar echtgenoot voortdurend lastig valt om geld, of haar ex-echtgenoot. Iets
wat ook nog al vaak voorkomt. Alsof zij zich verhuurd heeft en daardoor recht op een levens-
lange rente. Omgekeerd kan ik mij ook geen echtgenoot begrijpen, die niet vrijwillig, gaarne
en volledig zijn inkomen,deelt met zijn echtgenote, zolang zij samen leven. Zij zijn toch een?
Als dat niet zo is. dan klopt er m.i. iets niet, ook al zuiver stoffelijk. U ziet dus, over het
huwelijk zou heel veel te zegden zijn en wij zouden het tot het onderwerp kunnen maken van
ettelijke lezingen. Maar ik ben bang, mijn waarde vriend, dat wij dan nog heel wat meer
zouden moeten choqueren en brusqueren om een klein beetje begrip te krijgen voor onze
inzichten.
Daar zou ik op zichzelf helemaal geen bezwaar tegen hebben. Als zij op zo'n wijze
behandeld worden, dat alle facetten naar voren komen, dan heb ik er helemaal geen
bezwaar tegen.
Maar ik probeer U juist te vertellen, dat alle facetten zijn aangeroerd, zijn behandeld en
duidelijk omschreven.
Vriend, ik zal het nog eens nalezen.
Bekijkt U het nog maar eens rustig. Of U het publiceert, of niet, dat is geheel Uw zaak. Ik zou
het alleen jammer vinden, wanneer degene, die zich hier druk mee bezig houden, niet in staat
zouden zijn, dit na te lezen en nog eens na te gaan. Dat lijkt mij voor degenen, die het hardste
schande hebben gedacht, wel nodig. Er zijn er een paar bij geweest, die hebben zich geërgerd
en wel zeer ernstig, terwijl zij zich ergerden over dingen, die zij zelve ook wel. Maar laat ons
niet verder praten over deze therapie ten opzichte van de menselijke "beschaving". Ik heb
duidelijk genoeg gezegd: "Wij zien dit zo". Wilt U het anders zien, dan in dit Uw volste recht,
maar moet U dan ook niet van ons verlangen, dat wij het met U eens zijn.
Daar is geen sprake van.
Zijn er nog persoonlijke of andere vragen?
Ik heb wel een vraag, maar misschien hebbende anderen betere vragen? Daarom wil ik hen
liever tot de laatste bewaren.
Alles wacht met de grootste spanning.....
ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 135
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

Ik zit met het volgende probleem. De stof is een kracht, die potentieel blijft, totdat zij
onder de stimulans van de gedachte vorm aanneemt. De gedachte is dus primair. Maar de
gedachte is de uiting van een bewustzijn. Dat bewustzijn moest dus al bestaan, eer er
sprake was van een samengaan van ziel en stof. En juist uit dit samengaan van ziel en stof
wordt bewustzijn geboren, leert de Orde. Waarmee mijn begrippen geest (als bewustzijn)
en ziel ( als kracht) weer op losse schroeven staan. Ik heb geprobeerd er uit te komen op
de volgende wijze: Er is een primair iets, dat wij "God" noemen en dat wij omschrijven als
Kracht. Maar bij deze Kracht behoort bewustzijn, want de, want de vorm-stimulerende
gedachte ging hiervan uit. Moet ik nu aannemen, dat "in den beginne" het bewustzijn van
deze Al-kracht slechts bestond uit de gedachte "Ik ben" en dat voor deze gedachte nog
geen gevormde oerstof nodig was? En dat de Schepping van het heelal slechts het gevolg
is van de steeds voortschrijdende realisatie van dat "Ik ben"? Kan ik analoog hieraan
aannemen, dat onze ziel bij haar geboorte uit het Goddelijke ook slechts dit ene bewustzijn
had van "Ik ben", wat zij verder uit te werken heeft in haar verbinding met de stof? Maar
nu loop ik nog wat met een zin uit een verslag van 4 November 1954, waarin staat, dat het
"Ik ben" de eerste realisatie is van de geest en aan de geest inhaerent. Terwijl uit de door
mij ontwikkelde gedachtengang voortvloeit, dat dit "Ik ben"-bewustzijn inhaerent is aan de
ziel, zodat het resultaat van dit alles ia, dat ik de begrippen ziel en geest nog niet
voldoende scherp kan onderscheiden. Wilt U mij hierbij helpen?
Hiermede kan ik U al heel gemakkelijk helpen. In de eerste plaat, kan ik U verwijzen naar de
verslagen van de cursus "Het Goddelijke". Ik meen de nummers 3 en 4, waarin het probleem
der Schepping voren wordt gebracht. Daarin wordt gesteld, dat het Goddelijke van
Zich uit slechts een volledige volmaaktheid kan scheppen, waarin geen verandering meer
mogelijk is. Waarin echter voor ons onvolledig bewustzijn de verschijnselen "tijd", "ruimte" en
"Vorm" bestaan. U hebt n.l U heeft een grote fout gemaakt in het stellen van Uw probleem. U
heeft God gelijk gesteld aan ons eigen wezen. Als er een ras "mensen" is en dit ras heeft geen
individueel bewustzijn, of vermogen tot handelen en denken, maar slechts een instinctief rea-
geren, moeten wij dan zeggen, dat zij een bewustzijn hebben?
Neen.
Ja. Groepsbewustzijn. Maar zou men mij vragen, of een individu een bewustzijn heeft, dan zou
ik in dit geval moeten antwoorden: het heeft geen persoonlijk bewustzijn. Het grote
scheppende bewustzijn "God" kunnen wij niet nader nagaan of omschrijven. Daar staat
tegenover, dat wij in ons eigen wezen een punt kunnen vinden, waarop de bewustwording
begint. Dat is het moment, dat het "Ik ben" wordt uitgesproken. Als ik U mag herinneren aan
definities, die wij in vele cursussen hebben gegeven, o.a. in de cursus "Het Goddelijke", de
cursus "De Menselijke Psyche" in een reeks van drie lezingen in een zaal hier op Vrijdagavond,
misschien is dat nog iets langer geleden.
Ik kan ze niet eens allemaal zonder navraag zo uit het hoofd opsommen, dan vindt U, dat wij
steeds weer, soms in vele woorden omschreven, de volgende formulering hebben gebruikt:
"Geest is het bewustzijn van de ziel". Het is dus begrijpelijk, dat, wanneer het "Ik ben" de
realisatie is, die door het samengaan van ziel en stof tot stand komt, het bewustzijn "Ik ben"
de geboorte van de geest is. Het is de gedachte en dus van de geest. Kunt U het nu volgen? U
ziet, ik ben logisch. Maar als schepsel mag men niet de fout maken, om vanuit het Goddelijke
te gaan redeneren» Dat kunt U niet Ü bent geen God.
Wanneer U zover bent, dat U uit het Goddelijke kunt redeneren, bestaat het "ik", zoals wij dit
thans zien, voor U ook niet meer.
Op de achtergrond van dit probleem schuilt echter de vraag; wanneer God volmaakt is en
alwetend, waarom moet dan deze uiting bestaan, waarin het bewustzijn zelve voortworstelt
naar een bewustwording? Ik geloof wel, dat dit wel juist geformuleerd is. Dan kunnen wij
daarop dit antwoord geven: "De Schepping als zodanig is een uiting God's. Zolang God, alleen
door in die Schepping te leven, deze in stand houdt, kunnen wij begrijpen, dat Hij Zichzelve in
deze Schepping nooit volledig kan zien. Op het ogenblik, dat de Schepping de persoonlijkheid
van het Goddelijke zover heeft gerealiseerd, dat zij afstand kan hemen van God, spiegelt God
zich volmaakt in Zijn Schepping en kent Hij de volledige vreugde van Zijn eigen Volmaaktheid
in de bewuste volmaaktheid van Zijn Schepping. Kunt U dat volgen?
136 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

Ja, dat is een aspect, dat had ik vergeten.
Ik geloof, dat ik de vraag volledig genoeg belicht heb. Maar als iemand daarover nog meer te
vragen heeft, wil ik er gaarne verder op in gaan..... Geen vragen verder, vrienden? Dan rest
mij slechts om afscheid te nemen van U en U allen een recht aangename avond verder toe te
wensen. Ik geef het woord over aan de laatste spreker voor het Slotwoord.
o-o-o-o o-
Goeden avond, vrienden,
Wij zullen gaan besluiten met het Schone Woord, ik mag voor sommigen nog even iets
verduidelijken, dat hen niet helder was. Zoals U weet, zoeken wij op het ogenblik naar een
weg, waarbij wij persoonlijke raad kunnen geven en meer persoonlijke voorlichting, waar er bij
de mensen nu eenmaal problemen kunnen bestaan, die in het algemeen nooit op te lossen
zijn. Om de weg hiertoe te kunnen vinden op een verantwoorde wijze, is het voor ons
noodzakelijk, dat wij regelmatig proeven nemen. Nu heeft men ons verzocht om 15 dagen
vroeger reeds zoveel mogelijk de uitslag en definitieve omschrijving te geven aan het Bestuur,
dan oorspronkelijk was berekend. D.w.z, dat wij minder bijeenkomsten hebben, waarop wij
kunnen experimenteren. Wij zullen dus meer van de resterende bijeenkomsten voor dit expe-
riment moeten gaan gebruiken. Wij hopen, dat dit bij U geen bezwaren hoeft doen rijzen. Wij
zijn U dankbaar voor de medewerking, zover als die plaats vond. Na deze korte verduidelijking
kunnen wij dan nU overgaan het Schone Woord in meditatieve vorm. Mag ik van U vernemen,
welk onderwerp U hiervoor vanavond wenst te stellen?
Mag ik nog eert vraag stellen voordien? Er is ons gezegd, dat wij voor 15 Juni - het is
misschien nu mijn laatste kans - verzoeken naar voren konden brengen aangaande
komende cursussen. Nu zou ik dit willen vragen; ik heb in mijn leven zoveel blunders
begaan uit gebrek aan mensenkennis. Het gaat mij niet om de gevolgen voor mijzelf. Daar
genees je wel van, maar het gaat erom, dat je de mensen verkeerd aanpakt. Je beoordeelt
de mensen als jezelf en dat zijn zij meestal niet. Is het nu mogelijk, dat wij bij een cursus
een avond of een uiteenzetting kunnen krijgen, die verband legt tussen het uiterlijk van de
mens en zijn karakter, zodat wij kunnen weten, met wie of met wat wij eigenlijk te doen
hebben?
Dat is een betrekkelijk moeilijke kwestie, waar het deel van het uiterlijk, dat U normalerwijze
kunt zien, meestal een onvoldoende aanwijzing geeft. Wij zouden U dan opvoeden tot een
oppervlakkig en daardoor juist weer vaak onjuist oordeel. Dat kunnen wij natuurlijk niet gaart
doen. Maar de aspecten van het menselijke leven en de reacties van de mens worden bij de
voortzetting van de cursus "De menselijke Psyche" als deel van het programma gevoerd. Ik
meen, dat, wanneer U Uw inzicht en begrip voor de mensen wilt vergroten, U zich het beste
kunt verzekeren van deze cursus. Geen bezwaren hiertegen verder? Geen verdere voorstellen?
Dan mag ik nu wel van U het onderwerp horen voor onze slot-meditatie.

STILTE

Aardig. Iemand anders zat juist over "Het Niet" te denken.

STILTE
Stilte is een woord, dat wij gebruiken, wanneer wij ons bewust worden van het rumoer rond
ons. Stilte is in zekere zin voor ons een negatief begrip, de afwezigheid van geluid. Juist hierin
schuilt de fout, die wij soms maken, wanneer wij de stilte nader willen bezien. Stilte is niet
negatief. Stilte is niet alleen maar het afwezig zijn van het geluid. Het is meer dan dat. Stilte is
niet alleen maar geen geluid. Stilte is een uitdrukking van evenwicht. De mens, die de kracht
heeft om stil te luisteren, om in zichzelve stil te zijn, ja, om de volledige stilte te verdragen en
er een mee te zijn, is een evenwichtig en gelukkig mens. Stilte betekent ook, dat ook wij stil

ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN 137
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 9 – Islam en de duistere middeleeuwen

moeten zijn. Dat is heel wat moeilijker dan die hele wereld buiten je van je af te sluiten. Stil
zijn betekent, dat alle problemen, die in je leven tot rust moeten komen. Stil zijn betekent, dat
de laatste gedachten, nog even flauw een echo achterlatend in je wezen, uitklinken. Dat
daarvoor in de plaats komt het stille, volledige bewustzijn van het zijn zelve. Het draagt in zich
geen woorden en geen beelden. Stilte draagt in zichzelve niet meer een bewustzijn, zoals U
zich dat kunt denken. Het is een samenzijn met al het zijnde. Daarom begrijpt de mens zo vele
dingen verkeerd.
Hij weet, dat er staat geschreven: "Wees stil. Ik ben de Heer, Uwe God. Wees stil". Nu dan
zullen wij onze mond houden. Neen! Weest stil, opdat God in U kan spreken. Wees in de stilte
één met Hem en al het zijnde. Maar dat is een stilte, die maar weinig bekend is. Want de stilte
in de mens betekent vaak een overdenken en beschouwen der problemen. Zij is dan vaak
erger, dan wanneer twintig mensen te gelijkertijd zouden trachten hun gedachten hierover te
zeggen. Het is niet Al, of niet geluid, dat de ware stilte bepaalt. Het is een toestand in het "ik".
Eerst wanneer wij de ware stilte kennen, weten wij, wat het voor ons kan betekenen, wanneer
het werkelijk stil in ons is. Stilte is een eenzaamheid, waarin je jezelve tegenkomt. Je bent in
jezelve met jezelve alleen. Zelfs je herinneringen en je ervaringen zijn heen gegaan. Dan
vergeet je uiteindelijk alles en wacht in stille vrede, omdat er zelfs geen tijd meer voor je
bestaat. Het is alsof ge deel van de ruimte wordt en ophoudt , te bestaan. Bereikt je dit, dan
wordt de stilte in je groter, sterker, machtiger dan je ooit gedacht zou hebben, dat zoiets ooit
sou kunnen zijn. Dan spreekt God in de stilte. Mozes wist het: Er was de storm, de regen, de
hagel, de aarde, die beefde. De donder rolde. Maar hierin was niet de stem Gods. Toen de
Heer sprak, wist hij er geen beter woord voor dan: een suizelende stilte. Dit is een waarheid
zonder gelijken. God is de stilte. God geeft geen woorden. God is het zijn, dat voor een
ogenblik een met je wordt. Iets, wat in je achterlaat het wezen van al het zijnde. Wanneer de
stilte je achterlaat, dan heb je nieuwe kracht gekregen. Dan kun je opeens de wereld weer
aan. Daarom is het goed, stil te zijn. Niemand haast Op de wereld weet, wat stilte is. Ga weg
van de wereld in het verste woud. De vogels zingen. De insecten zingen hun zoemende zang,
terwijl er een vogel slaat in de verte. Er kraakt wat in het hout. Ga naar het strand. Daar ruist
de oceaan. De wind, de golven, die breken en ruisen zijn ook alweer een verstoring van de
grote stilte. Ga tot in het midden van de nacht, van het duister van het Al. Zelfs het licht van
een ster kan nog de stilte verbreken. De ware stilte is de afwezigheid der verschijnselen. Het
afwezig zijn van elke realisatie, zelfs het omschrijven van het eigen "Ik". Het een zijn met het
zijnde, zonder uitdrukking, zonder vorm.
Dan is het wezen wonderlijk evenwichtig en krachtig, juist in zijn ongeuit zijn. Stilte ….. Het
spijt mij, dat ik de stilte moet verstoren, die zo duidelijk illustreert, wat er geluiden door de
stilte klinken. Het wordt voor mij de tijd om stil te zijn en te gaan.
Slechts één ding wil ik U nog zeggen; Heilig is de stilte.
Zoek de vrede en de kracht, die zij u brengen kan. En verder; een aangename avond en een
gezegende nachtrust.

138 ISLAM EN DE DUISTERE MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

7 Juli 1955

LES 10 - MIDDELEEUWEN

Goeden avond, vrienden,
Ik heb zo het een en ander een beetje na zitten pluizen. Om dan deze keer de zaak een beetje
af te gaan ronden, moeten wij ons ook deze keer wel weer erg aan de feiten houden. Nu jam
ik zal wel kijken, hoever ik kom. Komen wij dan een paar jaar min--der ver,dan ik zou willen,
nu ja, goed.
Wij hebben ons dan, zoals U zich herinnert, de vorige keer bezig gehouden met het vroeg-
Christendom enz. Ik heb U toen gewezen op de voor de reformatie reeds bestaande schisma,
op het drama der Albigenzen enz, maar ondertussen speelt zich in de andere delen van de
wereld ook nog wel het een en ander af. Wanneer ik dat alles historisch na moet gaan, dan
hebben wij daar een kluif aan, waar wij vandaag niet mee klaar komen. Daarom wil ik de zaak
verkorten en beginnen met enkele stellingen te citeren, die op de wereld ongeveer 1200 jaar
na Christus gangbaar zijn. Hier in de eerste plaats dan een wat meer Oosterse stelling: Er is
een wet des levens. Deze wet is terug te vinden in al het zijnde, wat er ook bij de wereld
bestaat. Alles heeft een ziel en elke ziel is vatbaar voor de invloed van een wet of van een
geestelijk vermogen.
Ik haal dit juist aan, omdat het een spreukje is, dat in Europa nooit zoveel opgang maakt,
maar b.v. in Noord-Afrika al wel heel goed bekend is, Het stamt uit de begin.periode van de
Alchemisten. Daarnaast een nog veel verder uit het Oosten stammens spreukje: Wie zich
spiegelt in de wereld, zal in de wereld slechts zichzelve erkennen. Wie echter weet, dat hij
slechts een spiegelbeeld aanschouwt, zal door eigen werkelijkheid het spiegelbeeld kunnen
veranderen, tot de schoonheid daarvan uitdrukking geeft aan het eigen wezen.
Dat moet U dan ook maar eens goed overdenken en in zijn consequenties nagaan. Maar dit is
uit dezelfde periode als spreukje één, alleen zuiver Oosters.
Hierna gaan wij dan toch maar weer eerst beginnen met Europa. Europa is op het ogenblik een
duivelse gaarkeuken, waarin, men alle helse gerechten gelijktijdig aan het bereiden is. Het
begint al met de godsdienststrijd enz. Het leuke daarvan is b.v., dat de Protestanten,
Lutheranen, Calvinisten, volgers van Zwingli enz., om dan nog maar niet eens te spreken over
de Anglicaanse Kerk, die het toevallig nog al goed kan redden, omdat de Koning die daarmee
begon, op een eiland woonde, maar al die schisma's, al dat uiteen vallen van het Christelijke
Rijk der Heilige Kerk van Rome brengt een groot aantal zelfstandige interpretaties met zich
mee van Christelijke waarheden. Tot op dit ogenblik heeft het Westen binnen de Roomse Kerk
een inwijding gekend. Een inwijding, let wel, in de hermetische geheimen. De geheimen als
ook geleerd door Hermes Trismegistus. Ook nu nog zijn die geheimen heus binnen de Kerk be-
kend.
De oude geheimen van de sterrenwichelaars hebben ook het Christendom overleefd. Dat heb
ik u al verteld. Dit alles culmineert uiteindelijk in een geheimschool van de Jezuïten.
Later wordt daarom later die orde verboden, in Frankrijk met het zwaard achtervolgt enz; Dat
is een kant van de zaak: het Christendom blijkt niet meer in staat een geheimleer binnen zich
te beschermen en te behoeden.
Het gaat eerder om de kardinaalshoed, dan om hetgeen er onder schuilt. Enfin, Dat gaat
tegenwoordig nog zo. Alleen zijn het nu geen kardinaalshoeden meer, maar ministerssteken.
Maar goed.
Wij zien dan, dat ook het z.g. schismatieke Christendom alles behalve verdraagzaam is. Hier in
Nederland b.v. worden kort achter elkaar enkele schilders, een chemicus, een lenzenslijper

MIDDELEEUWEN 139
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

achtervolgd, op de pijnbank ondervraagd. Twee werden er ter dood veroordeeld, de ander tot
20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Deze wordt later door Frederik Hendrik begenadigd en
mag uitwijken naar Engeland. Dit alles alleen maar, omdat zij de moed hebben om het niet
eens te zijn met de predikingen van de pastoor en de dominee.
Één zo'n dominee beschreef het hellevuur dan wel zeer opvallend. Toen ging er zo iemand
naar hem toe en vroeg: "Zeg, dominee, is dat vuur werkelijk zo groot?" "Ja", zei de dominee,
"Nu", zei toen die ander weer, "dan hebben zij daarvoor meer turf nodig, dan wij hier in heel
Holland hebben". De dominee noemde dat toen "ketterije ende Godslasteringhe". Wanneer dat
in het openbaar wordt gezegd, dan heb je grote kans, dat er ongelukjes gaan gebeuren.
Over de verdeeldheid van het Christendom in de Middeleeuwen heb ik ook al stukjes
aangehaald. Voor Europa is de reformatie echter het begin van de grote oorlogen, let maar
eens goed op: de Reformatie brengt als eerste de opstand van de Duitse vorst tegen hun wet-
tige keizer. Hieruit komt een grote binnenlandse oorlog voort, die uiteindelijk culmineert in het
treffen van Pappenheim en Wallenstein enerzijds en Gustaaf Adolf, de avontuurlijke vorst,
anderzijds,als kampioen van het nieuwe Christendom.
Nederland raakt verknoop in een 80-jarige oorlog met Spanje. Engeland is ook al met Spanje
in oorlog. In Rusland zijn de omwentelingen en opstanden, die bloedig worden onderdrukt. Het
lijkt wel, of er...... een moderne schrijver heeft het, meen ik, eens als volgt uitgedrukt "De
Vlam in de Pan's geslagen. Het is begrijpelijk, dat dit de werkelijke esoterici nog verder onder
de grond drukt dan zij zich tot op dat ogenblik al schuil hadden gehouden.
Er is geen onderduiker in de laatste wereldoorlog geweest, die zó diep moest onderduiken voor
zijn medemensen als in die dagen de esotericus, de mens, die de geheimen der school kenden
vooral wanneer hij deze in de practijk bracht.
Natuurlijk zijn er ook wel uitzonderingen op deze regel, zoals Paracelsus, die ik overigens al
eens genoemd heb. Hij behoort tot de grote geneeskundigen.
Maar een Cagliostro b.v wordt eigenlijk het slachtoffer van het verlangen naar dwaasheden
van de mensheid. Dit, terwijl hij toch ook een zekere inwijding had ontvangen.
Zo kun je verder gaan. Dit alles brengt met zich mee, dat de mensen zich hoe langer hoe meer
alleen in het geheim aan dit werk gaan wijden.
Ik heb wel gesproken over het ontstaan der Vrijmetselarij. Dit gebeurde in Parijs en wel door
onderlinge besprekingen en lezingen van mensen, die de geheimen van het Oosten
bestudeerden. Deze groep zette ook de alchemistische wijsheden op nieuwe wijze in zich
voort.
Daarnaast bestaat een groep, die zich noemt het Rozenkruis, die oorspronkelijk bestaat in
Duitsland, later ook in Engeland en Italië. Dezen zijn dé voorlopers van de moderne
Rozenkruisers.
Er zijn geheimscholen van de Joden. Tot 1800 toe is er b.v. in Hamburg een geheimschool van
verschillende Rabijnen. In Rusland maakt de Rabbi Schaïm school en heeft daar werkelijk een
behoorlijke mogelijkheid om esoterische, maar vooral pok magische scholing te geven.
Al deze esoterische werkingen lopen echter eigenlijk op niets uit. Dat is ook begrijpelijk, want
hoe kan ergens de esoterie opbloeien, wanneer de wereld voortdurend in geweld wordt gehuld
en men vaak, - ondanks alle esoterische scholing toch op de gunsten van de hoge heren is
aangewezen om zijn broodje te kunnen verdienen. Dit probleem zal zich zelfs nog toe gaan
splitsen, want de machtswellust en de machtsbegeerte, waarvan wij al de voorlopers hebben
gezien in een
Dschjengis Khan en nog een stel van die lui, heeft nu ook Europa te pakken. Denk niet, dat dit
nu zo maar een vorm van waanzin is. Wanneer wij nu alleen maar eens zien, wat de
Conquistadores doen. Dat is de uitdrukking van Europa's stemming van het ogenblik;
In hun Utopia, hun dromenland van Azteken, goudschatten, die nooit gevonden worden enz.,
worden zij tot machtswaanzinnige beulen. Het verwondert ons dan ook niet, dat het

140 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

beschaafde Spanje door de Inquisitie even grote, of nog grotere wreedheden voort brengt.
De Signoria met hun gehuurde magiërs en moordenaars zijn ook al voorlopers van deze
periode.
Gezien deze voorbeelden is het begrijpelijk, dat de machtswellust» - vooral bij de bevoorrechte
standen - steeds groter wordt. Vroeger was een meerdere, een edelman, een ridder
aansprakelijk en gevoelde zich ook aansprakelijk, voor het wel en wee van zijn on-derdanen.
Natuurlijk gedroegen die mensen zich wel als "halve Godjes" en matigden zich allerlei rechten
aan, waar je tegenwoordig raar tegenaan zou kijken.....
Heeft U dat verhaal al gehoord over die bisschop? Dat was een aardige kwestie en het is, naar
men zegt, voorgekomen in Ierland,
Er was een roomse bisschop daar, die gelijktijdig als bisschop, ook grafelijke rechten had op
zijn bisdom. Hij had dan ook alle grafelijke rechten. Nu trouwde er een vrij meisje uit zijn
bisdom met een al evenzeer vrije man. Vrij tenminste volgens de opvattingen van die tijd.
Want er is geen woord waar zoveel mee is geknoeid als met het Woordje "vrijheid". Nu had in
die dagen een heer het z.g. "Recht van de eerste Nacht", wanneer er een huwelijk werd ge-
sloten. Men kon dit overigens meestal wel afkopen. Maar die twee dachten: "Laten wij nu eens
handig zijn. Wij gaan naar Ulster toe en daar trouwen wij". Dat deden zij ook en trokken terug
naar hun boerderijtje. Maar daar stond de graaf-bisschop op hen te wachten: "zij hadden het
recht van de eerste nacht gestolen" Er kwam hiervan zelfs een rechtzaak. De verdediging was
overigens zeer spitsvondig in elkaar gezet. Zij zeiden n.l., dat die bisschop krachtens zijn ambt
het "Recht van de eerste Nacht" toch niet uit kon oefenen. Nu echter een aardig staaltje van
de toen heersende mentaliteit. De bisschop wordt als getuige geroepen en maakt de volgende
opmerkingen; dat hij bij zijn weten hen het "Recht van de eerste Nacht" niet had geschonken.
Dat hij, prelaat zijnde, toch ook tevens een mens en zelfs een man was. Dat het daarom nog
zeer de vraag was, of hij dit wel of niet gedaan zou hebben. Zij hadden volgens plicht, recht en
wet, hem in kennis moeten stellen, hem de gelegenheid moeten geven. Verder hadden zij dan
maar af te wachten, wat er verder gebeurde. "En", zo gaat hij verder, " als gezalfde der Kerk
en Vazal des Konings mag ik aannemen, dat zelfs zonder waarschijnlijkheid de plichten jegens
mij geheel vervuld worden. Ik heb daarop recht krachtens mijn stand en mijn ambt." Het
resultaat was marteling voor de jonge man en voor de dame in kwestie een kerkerstraf. Of zij
er nog ooit uit is gekomen weet geen mens. Het waren n.l, in die dagen nog niet van die
prettige gevangenissen, als je tegenwoordig hebt, met radio en al. Wel met stromend langs de
muur en badgelegenheid op de vloer, met misschien nog een beetje rottend stro als extra
luxe. Die mentaliteit der heersende standen plus de omwentelingen in het Christendom
brengen juist meer onderdrukten, die nu de Bijbel gaan leren hanteren, in verzet.
Wij zien in Frankrijk de Encyplopedisten, met Voltaire als één van de meest bekende; overal
komen er schrijvers, die in vlugschriften enz, op min of meer cynische wijze de waarden van
het geloof en de rechten van de adel belichten. Wij zien op de duur vorst na vorst tot val wordt
gebracht of tot een overeenkomst met zijn onderdanen wordt gedwongen.
In Frankrijk ontaardt dit in een wrede revolutie die mede Duitsland, een deel van Oostenrijk,
Zwitserlanden ook Nederland beroert.
Deze revolutietijd geeft een menige der esoterici de gelegenheid om tijdelijk op de voorgrond
te treden. Bij de keurvorst van Hessen zijn wij voor de zoveelste keer een grootmeester als
magier optreden.
die een geheel nieuwe Loge in de zin van de Vrijmetselaars wil stichten. Maar dat gaat niet
helemaal goed, want de Prins zegt: "Hoor eens, mijn stand vraagt waardigheid. Als ik in jouw
clubje kom, moet ik minstens de Grootmeester zijn". De magier voelde er nog wel wat voor
om dat ventje dan maar Grootmeester te maken. Die dacht: "Daar komen per slot van
rekening de centen vandaan".
Maar alle anderen, en daar waren ernstige en esoterische geschoolde mensen onder, zeiden
"neen". Zo is de boel in duigen gevallen. Toch is het de tijd na de revolutie, een tijd, dat
Napoléon aan het opkomen was, dat menige esotericus betrokken werd bij een netwerk| dat

MIDDELEEUWEN 141
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

haast de gehele toen nog bekende aarde omspande. U moet niet vergeten, dat in als die Loge'
s en scholen, hoe zij zich ook noemde, een hele hoop mensen zaten, die vandaag aan de dag
nog een grote naam hebben. Om eens een Nederlander te noemen uit een nog iets ouder
verleden: Cornelis Drebbel. Om een Engelsman van grote naam te noemen: Bacon. Zoals,
wanneer je wat meer in de moderne tijd wilt blijven, later Disraëli. Ook in Nederland maken
vele leden van het Vorstenhuis op de één of andere manier deel uit van een esoterische
organisatie. Het werk 'is er dus wel, naar wat moet er worden gedaan? Men bouwt een orga-
nisatie op. Die zit overigens prima in elkaar. Alles wordt omschreven. De verplichtingen der
leden, de alleenzeggingschap van de leider der vergaderingen, de aankleding van de loge' s,
de te gebruiken symbolische voorstellingen, tot zelfs de kleding en de opbouw van een
netwerk om berichten over te brengen, geheim en toch voor de tijd ineen buitengewoon snel
tempo.
De Frankfurters , U weet wel, van dat verhaal de "Vijf Frankfurtors, de Rothschilds zitten daar
ook al mee in. Maar het wordt al heel gauw misbruikt. Tot onze spijt moeten wij dan ook
vaststellen dat langzaam maar zeker, dat de macht van deze esoterische groepen, die vooral
kort na de revolutie 1798 op de voorgrond schijnen te komen, te niet worden gedaan.
In Frankrijk is het Napoleon, die paal en perk stelt aan het volkse onrecht, maar gelijktijdig
probeert terug te keren tot de oude verhoudingen. Tot hij in zijn machtswaan op de duur ook
zichzelve te pletter loopt.
In Oostenrijk zien wij een beschimmeld vorstengeslacht intrigeren met zeer goede resultaten.
Vooral in het Zuiden, waar men veel tolereert. Denk maar eens aan de Maria-Theresiadaalders
die in de Arabische landen en in Afrika - Equatoriaal Afrika - zelfs, begeerd en nodig is.
U ziet daaruit alleen al, dat zij een zekere invloed hadden. Maar er zit toch een zekere
decaden..... nu ja, ondergang bij.
De politieke filosofie van een Machiavelli herleeft in een nieuwere stijl door een Metternich. De
gehele "beschaafde wereld" speelt een spel om macht.
Overal is men er op uit om koloniën te verwerven en te bevestigen.
Nederland, Engeland, Portugal en Spanje waren wel de eerste deelnemers aan deze wedloop.
Ofschoon ook Frankrijk grote gebieden weet in bezit te nemen, vooral in Afrika en Amerika. In
de strijd om koloniale belangen worden maar al te vaak de esoterische waarheden en lessen
vergeten. Het is dan ook begrijpelijk, dat in de moderne tijd de bewustwording van de
mensheid dan ook weer meer en meer vanuit het Oosten wordt geleid. Het Westen bleek er
niet rijp voor. In het Oosten staan dan ook weer verschillende profeten op. Niet, dat er nieuwe
godsdiensten op hun openbaringen worden gebaseerd, maar zij verkondigen nieuwe
leerstellingen en wij zien nieuwe gedachtengangen oprijzen.
Nu weten wij wel, dat zeer veel van die gedachtengangen zeggen zeer oud te zijn. Maar de
Soefi-gedachte, sommigen - onder U wel bekend, kunnen wij in oorsprong en openbaringen
eigenlijk wel weer terugvinden. in de jaren 1800 of daaromtrent.
In Europa begrijpt men echter in deze dagen over het algemeen de esoterische waarde niet,
de geboden wordt. Een Wagner schept esoterische werken in muziek. Een Goethe schiep
gehele inwijdingsgeheimen, verborgen in sprookjes. Dit alles, opdat eenieder die begrijpen
kan, hierin een volledige bewustwordingsgang door kan maken.
In Engeland laten de loge's verschillende malen dingen publiceren en toneelstukken opvoeren,
die de mens kunnen voeren tot "de sluier van de tempel", zoals dat dan heet. D.w.z. tot het
punt, vanwaar je voor jezelf moet gaan zoeken en denken. De geheimen van meer chemische
aard, die vroeger het mom waren van de doorsnee-alchemist, worden meer en meer algemeen
bezit.
Wij zien, dat de magiërs de alchemisten en de tovenaars er toe over gaan een groot gedeelte
van hun meer natuurlijke geheimen te openbaren. Zij houden er slechts enkelen van achter.
In het Oosten is het anders. In het Oosten heeft men b.v. al in het jaar 1500 de mogelijkheden
van atoomenergie onder ogen gezien en op eenvoudiger wijze dan het Westen deze zelfs nu
142 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

nog weet te bereiken. Het geheim daaromtrent wordt echter bewaard.
U ziet, het is een wankelmoedige geschiedenis, Maar nu krijgen wij het ellendigste en
beroerdste van alle dingen. U vindt het misschien eigenaardig, dat ik dit zo beroerd vind.
Vorstenhuis na vorstenhuis valt. Niet, dat al die vorsten nu zulke heerlijke kerels waren, of dat
al die vorstenhuizen uit zulke goede mensen bestonden. Maar een dergelijk iets geeft een
eenheid aan een volk. Deze eenheid gaat teloor in een regering van de massa.
Wij zien b.v. het verval van het keizerrijk in Duitsland al lange tijd, voordat er van een
republiek wordt gesproken Ook onze vriend Wilhelm, die in Doorn nog lange tijd met zijn
herinneringen heeft geleefd, was al de speelbal van zijn ministers, evenals de Tsaar, die zijn
ondergang zag aangekondigd door het tot standkomen van de Douma.
In Engeland worden de Houses of Parliament zo machtig en sterk, dat zij op de duur de vorst
terug dringen in de positie van een ja-knikker.
Het is treurig, dat ik het zeggen moet, maar in Nederland is het al niet veel anders. Een vorst,
een vorstin kunnen daar, waar zij nog bestaan, nog wel iets doen, maar de macht en het
werkelijke bestuur komen in de handen van het volk. Nu is er maar één vraag: Is dat volk
werkelijk in staat om zichzelve te besturen. In vroegere tijden waren het de wetenden, die de
vorsten leidden.
Een vorst werd geleid door de magiërs, die hij aan zijn hof had. Hij werd in een bepaalde
richting gestuurd door een ziener, een astroloog als raadsman. Dan mag het misschien zo zijn
geweest, dat niet alles voor de massa zo buitengewoon gezellig was als tegenwoordig, maar
voor de geestelijke vooruitgang, voor de ontwikkeling van de mensheid in geestelijke zin werd
vaak meer gedaan dan tegenwoordig.
Enfin, ik heb U reeds gezegd: het begint eigenlijk zo'n beetje met de Encyclopedisten. In een
strijd tegen in de kerk heersende toestanden begint men de kerk te verwerpen; De kerken
stellen zich hier tegen te weer en worden, zoals zij ook in de jaren 1400, 1200 ja in het jaar
800 reeds waren weer tot dragers van haat-campagnes tegen anderen. Geloof en haat
schijnen in deze tijden haast identiek te zijn. Verwerpen en veroordelen zonder onderzoek is
haast algemeen.
Op basis van deze haat zien wij de onderdrukking tot stand komen, die weer wordt tot
kenteken van het einde der 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Aan de ene kant ba
ter onderwijs, goedkopere boeken. Een betere mogelijkheid tot verdere bewustwording van de
doorsneemens, maar slechts in zeer weinige gevallen in verhouding een esoterische
bewustwording. Dus: God - neem mij niet kwalijk, dat ik dat zo zeg - wordt langzamerhand
gebruikt als een doekje voor het bloeden. God wordt iets als een. landsvlag, die je hijst bij
bepaalde gelegenheden. De ziel der dingen wordt niet begrepen en er wordt maar weinig over
gedacht. Wij zien weliswaar zo nu en dan bepaalde oplevingen*
Ik denk hier b.v. aan de opleving der theosofie, zoals Blavatskij die brengt. Ik zeg; opleving,
omdat er zelfs in Europa in het Jaar 1600 al mensen waren, die je theosofen zou kunnen
noemen. Maar goed. Die oplevingen worden al heel snel weer tot een strijd. De strijd tegen de
wetenschap b.v. door de theosofie. Dat klinkt u misschien vreemd. maar de wetenschapsmens
is volgens de theosoof niet onpartijdig genoeg.
De wetenschap moet dus, zo vinden zij, maar eens op zijn vingers worden getikt. Maar zij
vergeten daarbij één ding. Het gaat niet om het gelijk hebben of niet. Het gaat niet om de
wereld buiten je, het gaat om het geheel in jezelve. Dat is zelfs te vinden in de stanza's van
het Boek Dzian, die worden gepubliceerd door Blavatski.
De poging om - ondanks de wetenschap - zelfs toch nog groter bewust te worden, leidt tot een
splitsing bij de theosofen en wij zien dan Steiner optreden met zijn Antroposofen.
In velerlei inzicht een verbetering, omdat het in vele gevallen ietwat nuchterder is. Maar
ondanks dat alles zit het niet goed. Er brouwt aan alle kanten onheil. Oorlog in de Krim, de
Boerenoorlog, onderdrukking, eigenbelang, predikers, die in de ene hand een geweer hebben
voor de neger en in de andere hand een Bijbel of een kerkboek en in de achterzak nog een fles
MIDDELEEUWEN 143
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

met drank voor het geval, dat de negers niet gauw genoeg willen aanvallen. Dat was in de
Kaap-kolonie; slavenhandel door Europeanen bevorderd, het gewelddadig voor de handel
openen van Japan door bedreiging met beschieting.
Dat land was op dat ogenblik een besloten gebied met een zekere gezonde waarde. De havens
gaan open. Hierdoor dwingt men Japan een wereldgevaar te worden, dat 3O tot 50 jaar later
reeds een militaire en economische dreiging zal zijn voor het gehele gebied rond de Stille
Oceaan.
China wordt open geknuppeld, met geweld. Ik kan het niet anders zeggen. De Boxeropstanden
nemen een tamelijk lichte tol. De geheime organisaties bloeien op. Hier reeds begint de
gevreesde handel in verdovende middelen en vergiften. Heus, vóór die tijd waren er ook wel
opiumeters. Maar het is aan de moderne maatschappij voorbehouden gebleven om de vlucht
uit de werkelijkheid naar het gebied van het trancedentele zonder bewustzijn op zo velerlei
wijzen mogelijk te maken.
Dan het begin van de wereldoorlogen. Het kondigt zich te voren van alle kanten aan.
Machtsstrijd, mijne vrienden. Economische strijd. Als Duitsland indertijd meer koloniën had
gehad in Afrika, als het eerder had toe gegrepen, dan was er van die oorlog niet zoveel geko-
men. Als zij later hadden toegegrepen en géén koloniën hadden gehad, dan was het ook zo erg
niet geworden. Maar nu was er spanning tussen Engeland en Duitsland, die waarschijnlijk de
oorzaak is geweest, dat Frankrijk de oorzaak is geweest, dat Frankrijk meende een slag te
kunnen slaan. Maar dat kon niet zo zonder meer. Eerst moest er een Entente gemaakt worden.
Een grote Entente en een kleine Entente. Toen moest Duitsland, van zijn eigen kracht
overtuigd worden. Zo werd Duitsland de aanvaller en begon er een slachtpartij, die buiten de
tweede wereldoorlog in de annalen er mensheid, die U bekend zijn, zijns gelijke niet heeft.
Ik moet een uitzondering maken voor verschillende slagen, die werden geleverd in het oude
Atlantis. U ziet, mijne vrienden, een treurige geschiedenis.
Dan de demon der industrialisatie. O, ik weet, dat het noodzakelijk lijkt te industrialiseren, wil
men in deze wereld nog kunnen leven. Maar, mijne vrienden, daar gaat het mij niet om. Het
gaat mij om de uitreikingen, die dit gehad heeft op de mensheid. Die mensheid is de oorlog
ingedreven door de industrie. Een samenstel van metalen en wentelende wielen heeft getracht
God uit de wereld te bannen. Wat meer nog, het heeft het respect voor de naaste, voor het
leven bij velen verminderd of zelfs uitgeblust. Als wij het daar bij zouden moeten laten, zou
het maar een tragisch concept zijn, dat wij hebben van de wereld.
Gelukkig werken in het Oosten en in het Westen, tot zelfs in Amerika toe een aantal esoterisch
geschoolde krachten aan de opheffing van de mensheid tot boven het geweld en de verterende
machtswellust, boven rijkdom en armoede uit.
Nog geen tien jaar geleden heeft een leraar in de buurt van de Heilige Stad Benares gepredikt
onder de mensen, zeggende:
Geweld is een misdaad. Want wie geweld gebruikt, wekt de haat. Wie de haat wekt, zal ze
zelve moeten ervaren. Wie haat is een dwaas, maar wie zijn rechten vraagt en de
werkelijkheid zoekt, zal geen geweld aandoen, maar in stilte weigeren mede te werken aan
zijn eigen vernedering. In het tegenwoordige Pakistan spreekt een andere leraar al even luid:
De Goden sterven niet. Het gaat er niet om, hoe een God heet, of dat een God bestaat. Voor
ons geldt alleen maar, of die God ín en mét ons leeft. Wanneer gij een tempel hebt, vol met
beelden der Goden en dezen zijn voor u ledig en leeg, wat leeft er dan in Uw harten? Indien er
een God leeft in Uw wezen, zo zijt gij onsterfelijk met Hem. Dan wordt gij meester van de
wereld, even zoals Hij dit is. In 1925, op één kleine bijeenkomst:
Er wordt in deze tijd veel gesproken over de macht en de groei van de lagere standen. Maar is
het dan de stand, die moet bepalen, of een mens recht heeft om mens te zijn? Neen, Ik wil U,
mijne geachte toehoorders, de enige stelling voorleggen, die mij juist lijkt; Elke mens heeft
recht om te leven, wanneer hij de moed heeft óm te leven. Wanneer hij niet alleen meent de
wereld met eisen en aanklachten lastig te moeten vallen, maar in zichzelve weet te schouwen

144 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

en voor zichzelve te voldoen aan alle eisen, die het menszijn hem stelt. Wanneer hij dit heeft
gedaan, dan zal hij de wereld kunnen beschouwen zonder zich te beklagen over de clerus, de
oorlog, het kapitaal. Dan zal hij niet meer spreken over activiteit, of neutraliteit. Dan zal die
mens geen krijg verwerpen of aanvaarden, maar alleen voor zichzelve zijn, wat hij voelt, dat
een mens moet zijn, die in zich draagt het grote geheim van het Goddelijke.
Dat was in Nederland. In 1929 - een rampenjaar - wordt gedurende een logevergadering te
Chicago - een stad, die toen niet erg gunstig bekend stond - het volgende uitgesproken door
één van de - ik zou hier willen zeggen - zendelingen, van de gezondenen, die in vele loge's
komen en trachten ook daar een inwijding tot stand te brengen. Hij spreekt als volgt:
Gij, Meesters en Broeders in het Koninklijk Handwerk. Ik heb Uwe stem gehoord en gehoord,
hoe vele problemen gij hebt opgeworpen, Gij vraagt naar de oneindigheid en het grote geheim
van het Alscheppend vermogen. Maar gij hebt niet begrepen, wat de werkelijkheid is, want
niet buiten de mens ligt het geheim, maar in de mens. In U leeft een ziel,Een kracht, die gelijk
is aan alle krachten, die er in het heelal bestaan. Indien Uw ziel weerklank kan wekken in de
ziel van een ander wezen, ja, zelfs in de ziel van de stof, die dood lijkt, dan zal deze stof, in
één-klank met U, Uwe gedachten mede uitdrukken. Houdt U echter dan niet bezig met de
vraag, wat er verder met die krachten zou gaan gebeuren. Gij zou de werking vernietigen.
Maar wanneer gij de bewustwording zoekt, geef dan om het geven, niet vragende wat er met
het gegevene zal gaan gebeuren. Help en weiger voor het helpen dank. Hulp immers is het
recht van ieder, die hulp behoeft.
Deze gedachtengang gaat zover, dat bij velen in de Verenigde Staten de gouden regel tot een
dagelijks gebruik wordt. “ The Golden Rule”.
Doe wel en zie niet om, zou men hier in Nederland zeggen. Maar help je iemand, leg hem dan
als verplichting op, terwille van deze hulp ook een ander te helpen, zover als dit binnen zijn
vermogen ligt. Nog wat primitief misschien, maar toch niet zo dwaas. De geschiedenis gaat
echter veel verder, wanneer de geheimen der natuur meer worden geopenbaard en de atomen
voor het voetlicht gaan treden.
Ik hoop, dat ik het volgende jaar hier nog verder over zal kunnen spreken. Want er zijn ook op
dit gebied vele denkers, die de moeite waard zijn om wat uitvoeriger beschouwd te worden,
maar enfin. Dat kunnen wij nu niet.
Het eigenaardige is echter, dat met de ontdekking van de wereld van het zeer kleine plotseling
God weer een meer wetenschappelijke aanvaarde en aanvaardbare factor wordt. Een
wetenschapsmens spreekt op een congres van wetenschapsmensen te Philadelphia uit en dit
voor zijn mede wetenschapsmensen, dat een wetenschapsmens niet meer verantwoord kan
leven, zonder een op zijn weten gebaseerde conceptie van God. Hij gaat zelfs zover, dat hij
verklaart: Wanneer wij doordringen tot in de kern, waarin wij het atoom splitsen en zelve
nieuwe kunstmatige elementen vervaardigen, dan staan wij altijd weer voor het raadsel van de
kracht, die dit alles eens tot stand heeft gebracht en kunnen, naar ik meen, dit niet op
verantwoorde wijze alleen maar door toevalligheden verklaren. Wij kunnen vele, zo niet alle
wetten aflezen, die zowel deze wereld van het kleine als onze eigen wereld beheersen. Maar de
Wetgever kunnen wij niet vinden. Ik, als wetenschapsmens, verklaar hier voor U allen, dat ik
hier geen andere uitweg vind dan het bestaan van een God te erkennen. Geen God van een
bepaalde kerk en geen God met een bepaald gezicht misschien, maar voor mijn idee is er een
denkende Kracht in de kosmos, groter dan wij en ik gevoel mijzelve deel hiervan. Wanneer ik
doordring in de wereld van het kleine, dan meen ik, dat hierdoor die God Zich ook in mij
openbaart, wanneer ik in één-klank ben met deze wereld, die ik niet zien kan en die toch op
onvoorstelbare hoge spanningen rond mij pulseert. Wanneer ik denk aan de dodende
snelheden van kleine delen, die afstuiten op de wand van water, lood en gewapend beton, die
staat tussen mij en een mens-geschapene kunstmatige zon.....
Ik zou zeggen, het zijn zo maar een paar woordjes, maar het is hoopgevend. Ik denk niet, dat
de mensheid God zo zal leren zien, maar ik geloof aan de andere kant, dat de wetenschap,
doordat zij zovele geheimen der vroegere hermetische leren op het ogenblik tot gemeengoed
van de mens heeft gemaakt, de mensheid een betere kans geeft om de kern van alle zijn als

MIDDELEEUWEN 145
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

een werkelijkheid te leren beseffen.
Die kern van alle zijn, mijne vrienden, zijn wijzelf. Is er bezwaar, dat ik daar even verder op
door ga? Het behoort niet bij de eigenlijke cursus, maar het lijkt mij toch de moeite van het
noemen zeker waar. (Graag). Nu, dan moet U goed luisteren.
Wanneer wij zien, terwijl wij op aarde zijn, dat ons lichaam een functionerend geheel is en
onze wil met dat lichaam toch zo onnoemelijk veel uit kan richten, dan mogen wij dus
aannemen, dat er in dat lichaam krachten schuilen, die de materie in dat lichaam regeren. Dat
is zover logisch. Maar deze krachten kunnen wij ook buiten ons kenbaar maken. Neem nu eens
een ziek dier. Behandel je het met veel liefde, dan wordt het sneller beter. Neem nu eens een
plant, die niet erg mooi, is; verzorg en bewonder die plant mét gevoelens van genegenheid en
die plant zal gezonder worden. Heel vaak zal die plant de beschouwer dan verbluffen door veel
beter te worden dan hij ooit geweest is. Wanneer wij verder tot de ontdekking komen, dat wij
sommige electronische processen, zelfs door de gedachten van de mens kunnen beïnvloeden, -
ja, men weet niet dat het gedachten zijn meestal, er is alleen een fabriekje in Manhattan, waar
zij dat nu aan het ontdekken zijn, maar de gedachte van een mens kunnen de aanwijzingen
van een instrument voor zeer kleine waarden eenvoudig verstoren.
De indicatie der instrumenten geeft dat niet een aanwijzing van de in de gedachten optredende
stromingen, zoals de electro-ence-phalograaf dit doet, maar een wijziging van de gemeten
banen en snelheden der ionen aangeeft. Dan is het dus zo, dat er in de mens een waarde
schuilt, die de wereld kan beïnvloeden. God heeft ook al het zijnde beïnvloed. Ik. kan dat ook.
Wanneer ik dat kan, dan moet in mij dezelfde kracht schuilen, die ook in het Goddelijke
schuilt. Wat nog meer is: Ik moet vanuit mijzelve deze krachten kunnen openbaren.' ...
Dan hebben wij dus daar, wetenschappelijk verantwoord, het grote arcanum, de Steen der
Wijzen, of hoe men het ook noemen wil. Men heeft van de vroegere Alchemisten verteld, dat
zij goud wisten te maken. Meestal met twee geheimzinnige poedertjes, die gemengd werden
tot een tinctuur. Deze tinctuur werd dan over het algemeen gebruikt op kwikzilver. Dan werd
daaruit het goud geboren. Een omzetting van koper of koperstof tot goud door het bloot te
stellen aan een sterke concentratie van zonnestralen,heet ook mogelijk te zijn.
U zult zeggen: 'Wat heeft dat daar nu allemaal mee te doen? Dat kan toch niet?" Maar dat kan
wel, dat kan op het moment, dat de grote katalysator van het gehele leven, het werkelijke
element, dat de verandering, de transmutatie tot stand brengt naar voren komt; de gerichte
menselijke gedachte.
Na dit kleine intermezzo gaan wij dan zo langzamerhand over tot het einde van onze reeks
onderwerpen. Dat kunnen wij natuurlijk niet doen zonder nog even te spreken over de
"Psychologie in de moderne tijd en de Invloed daarvan op de Wording van de Mensheid".
De ontdekking, dat het droom- en gedachtenleven van de mens een grote invloed op zijn
eigen bestaan heeft, de ontdekking verder, dat het gedachtenleven, zowel als de reacties van
de mens door buiten hem staande stralingen zeer sterk worden beïnvloed, dat trillingen van
licht voor de mens b. v. sterk stimulerende, of remmende factoren kunnen zijn, hebben
gezamenlijk een beeld opgebouwd van het mentale zijn van de mens.
Op het ogenblik dreigt men wel eens in het zoeken naar mentale factoren en reflexen de
geest, die toch ook nog in het menselijke lichaam schuilt, te vergeten, maar dat komt wel
meer voor. Men heeft geleerd de machine "mens", het menselijk lichaam, beter en juister te
waarderen. Wanneer wij de machine goed kennen, moet het ook gemakkelijker worden om de
drijvende kracht te vinden, om de bestaande fouten te herkennen. Om de fout te vinden, die
de mensheid heeft gemaakt tot nog toe: de fout van de mensheid, die steeds buiten zichzelve
al datgene zoekt, wat zij slechts in zichzelve kan vinden.
Dat zal met zich mee brengen, dat er een hoe langer, hoe groter wordend gevoel van
verantwoordelijkheid voor de medemens ontstaat, ofschoon de vorm die dit tegenwoordig
heeft lang niet altijd zo is, dat ik het er mee eens ben. Ik bedoel zo kinderbijslag enz.
U weet wel: als je jezelf aanmeldt negen maanden voor je geboren wordt, krijg je een
staatswieg en een dood, dat als je begraven wordt. Men gaat wel eens wat ver, omdat men
146 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

het nog allemaal organisatorisch zoekt, maar de achtergrond is hoopgevend. Hoe meer de
mensen zich bewust worden van hun verantwoordelijkheid tegenover hun medemens, hoe
meer zij de mensheid als een eenheid gaan beleven, hoe meer zij zullen weigeren om de
mensheid te doden, om door geweld een mens iets te ontnemen, hoe meer zij ook zullen
trachten om ook voor anderen datgene te verwerven, wat zij voor zichzelve begeerlijk achten.
Zo brengt dan de psychologie de mogelijkheid om deze vooruitgang tijdelijk iets af te remmen,
om door complexen de mensheid wat af te remmen, of door propaganda hem iets aan te
praten. Maar als U water opdamt, dan kunt u een heel groot stuwmeer krijgen. Wanneer die
damwand eens zou breken, zou de vernietiging heel groot kunnen zijn. Maar in die stuwwand
maakt men meestal openingen. Door die openingen laat men aan een bepaald deel van het
opgezamelde spuien.
Stelt U zich nu voor, dat het geweld de wereld is ingebracht doordat de wijzen een geestelijke
stuwdam hebben gebouwd voor de mensheid. Uw geestelijke vermogens worden binnen een
stoffelijk beperkt gebied vast gehouden en daaruit slechts door regeling los gelaten. Er wordt
dus kracht opgewekt. Kracht, die gebruikt wordt niet alleen voor deze wereld, maar zelfs ook
voor andere werelden. Deze kracht zal misschien eens zo groot worden, dat de dam breekt.
Wanneer die dam breekt, dan is er geen sprake meer van stakingen. Dan spreek je niet over
democratie en communisme, dan spreek je over de MENSHEID. Dat zal eens komen.
Het is pas heel kort geleden, dat daarover op een bijeenkomst werd besproken en dat vind ik
wel een heel waardig besluit voor onze cursus "De Wording van de Mens":
Wij moeten de kinderen nog wat laten spelen, want nog is de tijd niet gekomen om hen te
belasten met de werkelijke verantwoording voor het leven. Maar nu reeds zijn er, die glurende
achter de sluier, de geheimen des levens beginnen te begrijpen. Laten wij trachten om vrede
te handhaven en wanneer er al noodzakelijk geweld moet zijn dit een korte globale uitbarsting
te maken. Want wanneer geweld moet zijn, dan moet het ook een geweld zijn, dat alle geweld
op de wereld doodt, behalve misschien het geweld van mens tegenover mens als eenling. Maar
wanneer er vrede is, dan moet het ook een vrede zijn, die de mensen nader tot elkaar brengt
ondanks hun angst voor elkaar. De mens gaat langzamerhand aan de kinderschoenen
ontwassen. De geesten dezer wereld worden rijp voor een heerschappij, groter dan die van de
Heer der Wereld. De mensheid wordt rijp voor het aanvaarden van een geestelijk erfdeel. Toen
werd daar later nog bij gezegd:
En wij zullen de sluier wegnemen voor velen. Dit jaar zullen er velen worden ingewijd in het
grote geheim, het geheim, dat geen woorden kent en geen ritueel.
Een geheim, dat je zelfs niet mee kunt delen aan anderen, omdat er geen woorden voor zijn.
Zo zal de mensheid dezer wereld, nu zij stoffelijk een redelijk peil bereikt heeft, voort kunnen
bouwen, dank zij de geestelijke leiding, die deze groep van bewusten geeft, tot ook de
mensheid de inwijding verworven heeft en haar stoffelijke mogelijkheden ziet vervolmaakt
door éénwording op harmonische wijze net het geestelijke, dat daaraan de leiding geeft.
Wij hebben de mensheid in alles, wat ik zo heb aan kunnen snijden, telkens weer naar
beneden zien gaan. Daarna hebben wij haar weer naar boven zien stijgen. .Wij hebben die
mensheid .in het bezit gezien van al hetgene U nu langzamerhand weer verwerft. Wij hebben
die vroegere mensheid ten onder zien gaan. Wij hebben keer op keer gezien hoe het geweld
het bewustzijn der mensen overspoelde. Wij hebben gezien hoe machtswaan en
machtswellust, hebzucht en onbegrip telkens weer de geestelijke gaven teloor dreigden te
doen gaan. Maar wij hebben ook gezien, hoe telkenmale ook weer gezien hoe het geestelijke
bewustzijn toch weer naar boven kwam en nieuwe mogelijkheden en nieuwe tijden heeft
geschapen.
Nu moet U het mij, oude babbelkous, maar niet kwalijk nemen, als ik met enthousiasme zeg:
de mensheid van he t ogenblik is net een zee. Van boven storm, maar in de diepte, waar het
stil en rustig kan zijn, bereiden zich nu reeds de wonderen voor, die, wanneer de storm
morgen gaat liggen, de zee zullen maken tot een licht en wonder voor een ieder, die haar
aanschouwt. Want de mensheid heeft bijna weer een periode beëindigd. Waarom zou zij
verkeerd kiezen? Zij wil goed. Meer dan vroeger willen de mensen goed. Wanneer de
MIDDELEEUWEN 147
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

kleine:mensen goed willen, dan is de ondergrond goed en gezond. Dan kan de storm aan de ,
oppervlakte misschien nog veel verwoesting betekenen, maar zij zal nooit de rust der diepten
kunnen, verstoren, mijne vrienden, omdat de kleine, de eenvoudige mensen, die de werkelijke
wereld zijn, vrede willen, omdat die hun medemensen goed willen doen en langzamerhand
vergeten te haten ..... langzaam, heel langzaam.....geloof ik, dat de wereld er deze keer in zal
slagen om over het zwaartepunt heen te komen. Wanneer dat gebeurt, dan hebben jullie geen
Franciscus nodig om tegen jullie te praten. Dan wéét je, wat de werkelijkheid van de lichtende
Kracht is; dan weet je ook, waarom het lot der mensheid juist zó heeft moeten zijn: Om
incarnatie na incarnatie de menselijke geest te dragen, omdat de stof deze planeet heeft
raceten maken tot oen toetsteen voor de geest. Een toetssteen, waarop zij gekeurd worde en
waardoor zij op de duur met een verhoogd gehalte.... .om het met een goudsmidsterm te
zeggen,,... in zal kunnen gaan tot werelden, waar wij jullie nu wel bet nodige over kunnen
vertellen, maar waar jullie maar verduveld weinig van snappen. Zo, daar zullen wij het
vandaag maar weer bij laten.
Ik meen, dat ik terloops toch nog wel voldoende gezegd heb. Of niet?
Vriend, ik zou U nog willen vragen; kunnen wij in September nog een bijeenkomst van de
oude cursus houden? De nieuwe zou in October beginnen.
Kijk eens, mijn jongen, ik heb nog voldoende om over te babbelen, zelfs een paar jaar, dus
aan mij zal het niet liggen. Maar ik heb al zoveel de lijn getrokken..... Neen, de lijn getrokken
niet, maar zoveel ontmoet, dat belangwekkend en interessant was, zoveel, dat ik ook nog
weer wilde vertellen, dat ik altijd weer tijd tekort ben gekomen. Wat mij betreft kun je op mij
rekenen. Het ligt er aan, wat de mensen ervan denken.
Fijn! Den kunt U ons de volgende keer misschien iets over die psychologen vertellen?
Ho, hol Dat komt het volgende jaar. Dan zult U met nog heel wat andere dingen kennis kunnen
maken. Niet alleen met Freud en Jung en met hun achtergronden, maar ook met Newton,
Einstein enz. Maar pas tegen deze tijd in het volgende jaar. Want voor die tijd hebben wij nog
over andere dingen te spreken.
Over lch-n-Aton hebben wij b.v. nog heel wat te praten. Wij hebben dat wel even aangestipt,
maar ik ben toch blij, dat men mij voor het volgende jaar de gelegenheid heeft gegeven om nu
een wat minder de algemeen lijnen te volgen en wat meer op de achtergronden in te gaan.
Ook eens te spreken vooral over de minder bekende gedachtengangen van de grote denkers.
Maar je behoeft toch niet bang te zijn, dat ik zoiets dan in September zo maar ineens aan zou
gaan snijden, want als je dat zo á bout portant krijgt voortgezet, zonder enig inzicht in de
daaraan voorafgaande ontwikkeling, want dan zouden wij veel te veel ontmoeten, waarvan je
zou gaan zeggen: hé, dat past eigenlijk niet. En toch .past het eigenlijk wel, maar het is net
een soort puzzle. Je moet al die stukjes aan elkaar gaan passen. Dat wordt dan een beeld. Ik
heb trouwens dit jaar geprobeerd er een beeld van te maken. Maar ik geef onmiddellijk toe,
dat er nog heel wat kleurtjes bij zijn, die wij eigenlijk nog wel een beetje aan kunnen zetten.
Wij zouden b.v, nog wel eens kunnen praten - om meteen in stijl te blijven en een mooie
overgang te maken - desnoods over de esoterische gemeenschappen in deze tijd. Dat is ook
wel aardig. Nu zal ik dan maar als cursusleider af gaan sluiten. Het uurtje, dat hier nog
achteraan komt, is voor.....Ik wil niet zeggen de jongelui, dat klinkt zo raar, maar voor andere
onderwerpen en vragen, die Uw speciale belangstelling hebben.
Nu nog iets: als ik het volgend jaar terug kom, dan kom ik professoraal, dan moet ik gaan
doceren. Nu babbel ik maar zo gezellig een beetje. Maar het volgende jaar moet er eigenlijk
iemand naast mij komen staan, die, als ik weer eens te veel afwijk, er meteen een streep
doorhaalt. Daarom heb ik nu de gelegenheid dan ook maar gebruikt.
Goeden avond,
Goeden avond, vrienden,
Wij kunnen dan Uw vragen en onderwerpen gaan behandelen naar Uw eigen keuze. Maar voor
wij dat gaan doen, zou ik nog de nadruk willen leggen op een paar punten in verband met de
vervolgcursus in het volgende seizoen.

148 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

Wij zijn helaas niet in staat. om het volgende jaar weer een paar cursussen te gaan doubleren,
omdat dit volgens ons verder resultaten van verwarring, dan gunstige ontwikkelingen ten
gevolge heeft. Wij hebben getracht dit probleem op onze wijze op te lossen. Dit heeft
natuurlijk zijn consequenties. O.a. dit, dat U moet zorgen er vroeg bij te zijn, wanneer U een
cursus wilt gaan volgen het volgende jaar. Men heeft n.l., zoals U wel zult begrijpen, slechts
een beperkt aantal plaatsen. Wel hebben wij de mogelijkheid open gelaten om de groepen iets
groter te maken dan zij dit jaar geweest zijn, maar desalniettemin zal er voor sommige
cursussen, voor één cursus wel zeer zeker, een gebrek aan plaats komen. Wij geven U daarom
in overweging goed te bedenken, wat U in het volgende jaar wilt doen. Volgt U dan één cursus.
Indien er plaats is., kunt U altijd nog eens mee gaan luisteren in een andere cursus en in ieder
geval zult U vragen kunnen stellen over al het gesprokene in Uw eigen cursus.
Dan was er de kwestie van de verslagen. Die verslagen blijken betrekkelijk duur te worden,
wanneer je verschillende verslagen wilt hebben» Nu is ons gebleken, dat er inderdaad nog al
veel mensen zijn. die meerdere verslagen willen hebben.
Nu hebben wij, in overleg met het Bestuur, getracht te komen tot een vorm, waarin de eerste
gedeelten van de avonden, de lezingen, worden weer gegeven. Ik meen, dat het Bestuur
hiervoor een maandblad vorm heeft gekozen. Dit gaat ons overigens verder natuurlijk niet
aan. Men kan dat tweede gedeelte toch misschien wel uitwerken, maar dat kunt U misschien
beter onder elkaar doen. Ik meen, dat daar wel een weg voor zal zijn te vinden. Dan behoeven
wij inderdaad minder hoge financiële eisen stellen. dan in dit jaar, terwijl aan de andere kant,
doordat de drie cursussen elkaar aanvullen, elkaar a.h.w. een beetje aanvullen, toch weer van
een vergroting van inzicht en lering zal kunnen worden gesproken ten opzichte van hetgeen
wij tot nu toe hebben kunnen bereiken. Dit alles desnoods zonder dat U meerdere cursussen
meeloopt.
0ok over het stellen van persoonlijke vragen hebben wij nagedacht. Het is iets geweest,
waarmee wij heel- erg in de knoop hebben gezeten. De zaken staan op. het, ogenblik zo: wij
zullen, met de mede- werking van het Bestuur in de stof trachten het medium beschikbaar te
stellen voor het stellen van een privévraag. Men kan dus zijn persoonlijke problemen
uitspreken zondar verdere aanwezigen. Aangezien het medium van de vragen niets weet en
wij niet uit de school klappen, is dat zo geheim als een biechtstoel. Maar dat wil weer niet
zeggen, dat wij, wanneer u dat wenst u adviezen zullen gaan geven over Uw beleggingen, of
wanneer u met vacantie moet gaan om mooi weer te hebben. Evenmin geven wij uitsluitsel
over dingen liggende uitsluitend in het verleden of in de toekomst. Het is alleen bestemd voor
de oplossing van problemen, die in het heden bestaan en U in uw bewustwording belemmeren.
Wij zullen deze voorlichtingen overigens herhalen bij de andere cursussen, zover die nog
bijeen komen, opdat niemand zich tekort gedaan zal voelen, wanneer de nieuwe regelingen
eenmaal door het Bestuur bekend zullen worden gemaakt.
Zo, nu zullen wij eens gaan kijken, of er vragen zijn, of misschien zelfs iemand met een
onderwerpje. U weet wel, met eigen meningen en commentaar.
Ik heb wel een onderwerpje, alleen niet zo heel erg uitgebreid. Dit naar aanleiding van
iets,dat Henri zei de vorige keer. Ik heb. daaruit n.l. opgemaakt, dat men in Uw wereld uit
de kennis van anderen kan putten, wanneer de eigen kennis te kort schiet. Ik heb daarover
zitten denken i.v.m. mogelijke mogelijkheden voor ons. Het komt zo vaak voor, dat er
mensen met hun moeilijkheden en problemen bij ons komen. Wij zouden hen dan gaarne
willen helpen, maar hebben een tekort aan inzicht voor het geven van afdoende raad.
Wanneer wij uit een superieur bewustzijn zouden kunnen praten, zou dat in dergelijke gevallen
toch zeker wel van belang zijn. Dit leidde mij weer tot het bekende volksgeloof van de
engelbewaarders. Ook al zei Marijntje Gijzen, dat zijn engelbewaarder hem nog nooit had belet
iets kwaads te doen. Welke realiteit schuilt er achter dit volksgeloof en hoe kunnen wij putten
uit diens kennis? - Nu, ik geloof niet, dat een engelbewaarder er is om iets uit te putten.
Dat lijkt mij toch wel wat primitief gezien. Het woord "engelbewaarder" is op zichzelf al wat
simpel en onjuist, omdat het doet denken aan een engel, dus aan een wezen, dat nooit mens
is geweest. Wij spreken dan ook liever over geleidegeesten. Een geleidegeest zal u rustig
fouten laten maken. Ja, natuurlijk. Neemt U mij niet kwalijk. Stel je nu eens voor, dat je boer
MIDDELEEUWEN 149
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

bent en als engelberwaarder treft een overigens geestelijk zeer-bewuste stroper. In het geval,
dat je dan clandestien een haasje gaat jagen, heb je grote kans, dat die engelbewaarder in de
spanning van het ogenblik met zijn denken weer een beetje meer stoffelijk wordt en inplaats
van te zeggen: "dat mag niet, dat is fout, denk erom, doe dat nu niet", zal hij eerder zeggen;
'kijk uit, ja, ja daar, daar zit er één." Dus een engelbewaarder is een wezen, dat ook zijn eigen
fouten heeft. Ook Uw voorstelling van da "putten uit een ander bewustzijn" is schijnbaar niet
geheel volledig. Overigens kan ik mij dit, wanneer Henri het te berde heeft gebracht, wel
enigszins voorstellen, hoor! Dit zeg ik niet om ook maar enigszins denigrerend over Henri te
spreken, want hij heeft wel degelijk zijn goede kanten. Want als je ziet, wat hij de laatste tijd
zo nu en dan presteert, dan zult U net als wij, de hoed voor hem afnemen zo nu en dan. Als
wij engelbewaarders zouden zijn, dan zouden wij ons stralenkransje af moeten nemen.
Maar het zit eigenlijk zo in elkaar. Wanneer iemand een geestelijk contact met je heeft, d.w.z.
wanneer er dus een contact is gelegd op enigerlei wijze, dan sta je meer voor elkaar open dan
anders; zo zijn er mensen, die elkaar met een enkel gebaar, een enkel woord volledig
begrijpen. Daar wordt dus in een kleinigheid zoveel uitgedrukt, dat zij een hele conversatie
kunnen houden met een enkel woord, U kent dat verhaal wel van die dame en die heer? Zij
waren al ettelijke jaren met elkaar getrouwd. Ik geloof, dat het er 25 waren. Zij waren bij
vrienden en begonnen met elkaar te spreken. "Kom", zei hij. "Ja", zegt zij, "Jaaa?" zegt hij.
"Nja", zei zij toen weer. "Tja", zei hij toen weer. Eén van die vrienden vroeg hem even later:
"Wat hadden jullie eigenlijk? Ik snap er geen jota van". "Nu", vertelde zij toen, "dat was
eigenlijk toch erg eenvoudig. Je weet, dat Pa altijd graag vroeg naar bed gaat. Hij zei: kom.
Dat betekende: zullen wij eens opstappen? Toen antwoordde ik: moet dat nu al? Maar voor jou
il ik het wel doen. Toen zei hij weer: ja maar, wij moeten een beetje met de tijd rekening
houden. Ik zei toen weer, ja, maar het is nu net zo gezellig. Tja, zei Pa toen weer, dat is wel
zo. Ja, dan blijven wij nog maar even".
Wanneer ü dat verhaaltje begrijpt, dan begrijpt u ook al iets van de manier, waarop je uit
elkaars kennis kunt putten. Er behoort een zeker weten bij. Dat is punt één. Punt twee: er
behoort een zeker contact bij. Er zijn mensen, die elkaar op deze manier nooit zullen leren
begrijpen. Er zijn zelfs wel mensen, die ook al 25 jaar getrouwd zijn en wanneer zij twaalf uur
met elkaar hebben zitten praten, dan weet de één nog niet eens geheel,wat de ander bedoeld
heeft. Als je hoort, wat zij elkaar zeggen, wanneer de één heeft gedaan, wat hij of zij dacht,
dat de ander heeft gezegd, dan lijkt het ook wel weer op ruzie. Er is dus een zeker contact
noodzakelijk plus één zeker begrijpen. Nu zal het U duidelijk zijn, dat in onze sferen, wanneer
wij samenwerken, een zekere eenheid bestaat.
Vérder hebben wij het voordeel, dat het spreken in gedachten, dus het telepathisch
overbrengen van gedachten eigenlijk de reactie is, die in de plaats komt van spreken, zien en
horen.
Wanneer ü dit alles in de gaten Houdt, zult u begrijpen, dat een geest dus zeer eenvoudig uit
een andere geest kan putten, want die geest stuurt een gedachte af. Maar omdat zij zozeer als
één geheel leven op dit bepaalde terrein, vangt de ander dat automatisch op. Want die is ook
mee aan het werk b.v. voor deze avond, of voor deze taak.
Wij doen b.v. dit in de Orde alles gezamenlijk, ook wanneer één van ons als de exponent van
de groep optreedt. Even automatisch als de vraag wordt overgebracht, zal de ander dan dus
het antwoord verschaffen. Wanneer wij te maken hebben met mensen, die rond ons zijn,
dan... U heeft het zelf wel eens gemerkt, wanneer wij gemakshalve een nog niet gestelde
vraag meteen even beantwoorden, omdat die gemakkelijker kan worden afgedaan in het
lopende betoog.
Wanneer U gespannen naar ons zit te luisteren dan richt u Uw geestelijke vermogens op ons,
U straalt Uw gedachten en reacties wel degelijk uit. Wanneer ik een dergelijke gedachte
waarneem, dan is het gedurende een dergelijke binding voor mij natuurlijk, dat ik hierop dan
automatisch a.h.w. reageer. Maar om een mens te gaan helpen, is heel iets anders. Want dan
moet je in de eerste plaats gaan begrijpen, wat de gedachtenreacties zijn, die achter het
probleem schuil gaan.

150 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

Waar de meeste mensen voor zich zelf de achtergrond van hun problemen niet willen kennen,
zult U ook begrijpen, dat het dan heel moeilijk kan zijn om uit de gedachten op te maken, wat
er nu eigenlijk precies gaande is. Wanneer dat zou gelukken, dan is het nog nodig, wil men
helpen, om in te gaan op de waan, dus op de schijnbare oorzaken van zorgen, leed, verdriet
enz. Gelijktijdig dient men dan, terwijl men ingaat op het schijnbare probleem, de werkelijke
waardon op een zodanige manier aan te roeren, dat d ie persoon ook daarvoor wakker wordt
gemaakt, dat is dus niet direct zo heel eenvoudig.
Het is wel aardig, wanneer je een engelbewaarder naast je hebt staan, U weet wel, een mooie
meneer met een wit jasje en een paar vleugels aan, tegen wie je dan zegt: Ik wil iemand
helpen. Wat is er eigenlijk gaande? Waarop dan meteen als antwoord komt: Het probleem ligt
zo en zo. Doe zo en zo en het is opgelost.
Dat klinkt misschien wel heel aardig, maar op die manier heb je er niet aan. Een ander helpen
betekent gelijktijdig jezelf helpen. Heeft U daar wel eens aan gedacht? Wanneer U met een
ander mee tracht te denken over diens problemen, dan breidt je je bewustzijn uit met
problemen, die niet de Uwe zijn. U kunt dus vragen aan U zelf gaan stellen, waar U anders niet
toe zou komen. Dat is een uitbreiding van bewustzijn, want het antwoord betekent een
vervollediging van Uw eigen wezen in Uzelve. Wanneer U iemand tracht te helpen, dan doet U
dat nooit geheel voor die ander. Een succes bij die hulp is wel heel erg dankbaar, maar de
beste resultaten heeft U van binnen. Die resultaten heeft U altijd wanneer U oprecht probeert
een ander te helpen.
Wanneer iemand noodzakelijk geholpen moet worden en wij hebben de beschikking over
iemand, die behoorlijk sensitief is - iets waarover de vraagstelster overigens ook mee kan
spieken, nietwaar - dan kan het wel eens, dat je ineens intuïtief weet; die kant moet ik uit,
Maar als je dan - neem mij niet kwalijk - aan de andere kont nogal eigengereid bent, dan kan
het wel eens gebeuren, dat je juist dat ongeduldig geheel terzijde gooit, omdat het volgens je
gedachten niet redelijk is. Het is dan natuurlijk wel redelijk, maar het past bij een achtergrond,
die je nog niet geheel kunt begrijpen, waar je nog niet ver genoeg in doordringt. Ik zou
zeggen, dat dit een voldoende antwoord is. Iedereen het daar mee eens? Als iemand op dit
onderwerp door wil gaan en er nog andere vragen zijn, gaat uw gang.
In aansluiting hierop zou ik U willen vragen: Is het mogelijk, dat ü de inhoud van een brief
kent, wanneer iemand die leest?
Ja, dat kunnen wij inderdaad wel. Maar wij lezen dan niet alleen de brief, want wij zien in U de
inhoud plus de reacties, die deze in U opwekt. B.v. een jong meisje leest twee liefdesbrieven,
die zij ontvangen heeft. Bij de eerste brief zit zij voortdurend te proesten van het lachen over
"die gekke vent". Dan krijgt die brief voor ons een komisch karakter. De tweede, die overigens
misschien komisch geschreven is, doet bij haar van binnen iets mee spreken. Zij gaat dus
denken met haar gevoel. Dan lezen wij vooral dit mee en lopen eigenlijk een beetje weg over
de inhoud, die gelezen werd.
Dus U reageert eigenlijk op de emoties?
Op de emoties en de gedachten. Het is niet zo, dat wij door een gesloten brief eventjes, heen
kunnen lezen. Wat wij wel kunnen doen, is aan de hand van de bij de brief hangende
uitstraling trachten de briefschrijver of briefschrijfster te vinden. In deze kunnen wij dan weer
trachten de inhoud van de brief terug te vinden en zelfs al hetgeen er toe geleid heeft. Maar er
zijn mensen, die dit ook kunnen. Dat heet dan psychometrie. Duidelijk?
Wij hebben van onze vriend Franciscus geleerd, hoe de mens is ontstaan in het Lemurische
tijdvak. Dat kan ik mij volkomen begrijpen. Als ik nu echter zie, hoe volmaakt dat lichaam
is niet al die organen, zoals het oog, het oor, het hart, dan kan ik mij niet voorstellen, hoe
die volmaaktheid tot stand is gekomen. Zo ingenieus, zo ingewikkeld zijn alle dingen aan
elkaar gekoppeld, daar kan ik niet goed bij.
Dat kan ik mij dan ook wel begrijpen. Maar heeft U wel eens gehoord van de aanpassing, die
de verschillende dieren bezitten? Er bestaan b.v. padden,die normalerwijze op de hei leven. Zij
zijn bruin met veel zwart erbij. Maar als je die nu overbrengt naar een landschap, dat. veel
gras bevat, dan worden zij in korte tijd geel met lichtbruin. Waarom? Omdat het voor hun
voortbestaan o.a. noodzakelijk is, dat zij zich aan de omgeving aan kunnen passen. Het dier
MIDDELEEUWEN 151
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

weet niet eens, dat het dat doet. Het gebeurt a.h.w. automatisch, Die eigenschappen van
aanpassing zijn erin ingegroeid. Dat is iets, dat zit in al het levende en is er al heel erg lang
geleden ingekomen. Allang voor het Lemurische tijdperk, of het hyperborese. De eerste cel,
die zich voedde met andere cellen en deze najoeg, moest snelheid gaan ontwikkelen. Dat was
noodzakelijk om voldoende voedsel te kunnen opnemen. Het eerste diertje, dat gejaagd werd,
moest een methode vinden om zichzelve te handhaven, ondanks ds jager. Het is dus
begrijpelijk, dat door de levensdrang de jager steeds grotere snelheid probeerde te
ontwikkelen, terwijl de gejaagde op zijn beurt proberen moest sneller te worden, of zich zo te
leren verstoppen, dat de jager het niet kon vinden. Dat betekende een lichamelijke
aanpassing. Dat zien wij nu overal. Steeds is er een behoefte om in het leven te blijven en
bepaalde capaciteiten te verwerven, die een bestaanszekerheid betekenen. Voor alle anderen
betekent dit echter ook weer een noodzaak tot verdere aanpassing. In zekere zin is de
ontwikkeling dus harmonisch. Sommige der Sauriërs b.v. hadden lange nekken. Zij kregen die
echter niet, omdat dat de vorm van een Sauriër was, maar omdat de hagedisachtigen, die zich
met planten voedden, op de duur naar boven gingen kijken en grijpen. Want hun voedsel
bestond uit delen van varenboom, die héél hoog konden worden. Daar juist was het voedsel
het langste aanwezig en bleef het het meest smakelijk. Het dier ging zich dus steeds meer
rekken. De Tyrannosaurus is, zoals U waarschijnlijk wel weet, een zeer bloeddorstig dier. Een
soort grote hagedis met een krokodillenbek.Dit dier kreeg op de duur de gewoonte om op de
achterpoten te gaan. De voorpootjes waren klein en haast geheel verschrompeld. Hoe kwam
dat? De grote Sauriërs, zoals dat grazende dier, waar ik het zoeven over had, was juist het
voedsel, dat voor de Tyrannosaurus zeer aantrekkelijk was. Bij het aanvallen moest hij echter
trachten de keel te pakken te krijgen, want dat was practisch de enige plek, waar hij met kans
op succes iets kon doen. Het resultaat was dan, dat het dier voor elke aanval dus hoofdzakelijk
op de achterpoten moest gaan staan, iets wat ook tijdens het loeren en uitkijken naar buit
veelal het geval was. Het werd nodig, dat de kop niet recht omhoog bleef wijken, maar een
zekere hoek maakte. Zo zien wij, dat bij de voorouders eerst de nek buigbaar wordt en op de
duur de bek naar voren wijst onder de gunstigste hoek. Daardoor werd het ook echter weer
moeilijker om nog eens op vier pootjes te lopen, want dan kwam die grote bek in aanraking
met moeras en zand. Dus leerde het dier op de duur geheel op de achterpoten lopen. Dit kon
echter niet zonder een steuntje. Daardoor werd toen weer de staart ontwikkeld enz. enz. Nu
zegt U echter: ja, maar de mens verandert toch niet zoveel meer? Zeker. Maar dan moet U
ook eens gaan kijken, wat de mens nodig heeft. Wapens had de mens in het begin niet, noch
een bijzondere grote kracht of uithoudingsvermogen. De mens moest dus een methode vinden
om sneller en handiger dan een ander te zijn. De mens moest in de eerste plaats beter kunnen
zien dan een ander. Dit vooral, omdat de mens gedurende langere tijd een steppendier is
geweest. Als steppendier moet je goed waar kunnen nemen. De mens had ook nog de reukzin.
Maar daarmee kijk je maar één richting uit. Verder was de mens in het begin een vierpotige.
Toen werd hij tweepotig, waarbij echter op de voorste ledematen ook werd gegaan. Op de
duur werd een deel der mensen boombewoners. Zij leerden zich aan veel geweld te
ontvluchten door in een boom te klimmen, ofwel bergen op te klimmen. Dat betekende, dat er
een ontwikkeling van tenen nodig word. Zo komt U nog aan uw voeten. De handen van de
mens zagen er oorspronkelijk ook niet uit als nu. Dat waren graafklauwen. Bij een mol zien wij
nu nog dergelijke handjes. Maar het werd nodig voor de mens veel te grijpen. Daarvoor moest
echter één van de vingers ten opzichte van de andere tegengesteld beweegbaar worden. Maar
dat betekende nog te veel last. Die vinger moest kleiner en krachtiger worden, omdat men er
goed mee zou kunnen klimmen. Zo krijgen wij de duim. Toen hij echter goed kon grijpen, kon
de mens ook een knuppel hanteren. Dat is dan ook het eerste wapen geweest; een gewoon
stuk hout. Wij werd echter sterker door een knuppel te hanteren en stenen te gooien. Hij
kreeg toen ook de mogelijkheid, die sommige primitievere mensen nu ook nog hebben, om
met de voet iets te grijpen door middel van de grote teen. Die kon hij ook bewegen. Maar
omdat hij altijd op zijn voeten liep en zich in hoofdzaak daarmee voort moest bewegen, heeft
die voet nooit de gelegenheid gekregen, om, zoals bij sommige neefjes van de mens, zich tot
een hand te ontwikkelen. Hij moest echter wel groter en langer worden, want de mens als
zoolganger moest in staat zijn evenwicht goed te bewaren, terwijl hij stond. Het vlak, waarop
het lichaam rustte, moest dus wat groter worden. Met het gehoor al precies hetzelfde. In het
begin had de mens een bewegelijke oorschelp. Hij kon die, net al nu nog een hond of een kat,
152 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

in de richting van het geluid omzetten. Dus stelt U zich het naar zo voor. Als het oervrouwtje
tegen het oermannetje "joehoe" riep, dan draaide mannetje zijn oortje om te horen, waar
vrouwtje precies zat. Maar naarmate de mens leerde hulpmiddelen als kunstmatige wapens
enz. te hanteren, was de behoefte aan aanpassing minder. Ook voor de beweging van dat oor
was er minder noodzaak. Het gaat soms nog een beetje. Dat is dan een overblijfsel uit het
Antropoïde-tijdperk van de mens. Vroeger was trouwens de gehele schedelhuid bewegelijk.
Dat is tegenwoordig ook niet zo heel erg gemakkelijk meer. Maar al die dingen: waren voor de
mens op de duur niet meer nodig. Wat gebeurt er, wanneer iets niet meer nodig is? Dan komt
het in rust. Wat gebeurt er, wanneer iets in rust komt en haast niet meer gebruikt wordt? Dan
verkommert het. Het wordt steeds minder ontwikkeld, op de duur juist daardoor geheel niet
meer gebruikt en beëindigt b.v. als het verschrompelde aanhangsel, dat tegenwoordig blinde
darm heet en vroeger een soort extra maag voor planteneters is geweest. Zo kunnen wij
natuurlijk heel veel dingen nagaan» De ontwikkeling van de longen van de mens b.v. De
eerste mensen, dat vindt U zelfs nog bij de Lemuren, hadden nog aanwassen aan de keel. Wij
kunnen niet zeggen zuivere kieuwen, maar toch een soortgelijke aanwas, die hoofdzakelijk uit
het water de zuurstof op kon nemen. Gelijktijdig echter begon zich, doordat er lucht werd
geslikt gedurende de adembeweging weefsel te ontwikkelen, dat bij het steeds meer "happen
naar lucht" door het gebrek aan zuurstof in de drogere omgeving, zich ontwikkelde tot een
weefsel, dat zuurstof uit de lucht op kon nemen. Dit doordat de mens zuurstof nu eenmaal
nodig heeft om te kunnen blijven leven, terwijl de levensomstandigheden hem dwingen
voortdurend meer boven water te vertoeven. Op de duur moest er dus, wilde de mens blijven
voortbestaan, wel een longweefsel komen. Oorspronkelijk was dat iets, dat rond de slokdarm
zat. Maar op die plek was het zeer kwetsbaar en werd het bij voedselopname wel eens
beschadigd. Het moest van het spijskanaal worden afgezonderd. Er kwam dus langzaam aam
een soort splitsing in de slokdarm en ook tegenwoordig komt Uw luchtpijp - zij het dan
beveiligd - nog in de slokdarm uit. Op de duur moest dat weefsel beter over de borstkas
verdeeld werden, want de mens had méér zuurstof nodig en vocht,dat additioneel zuurstof
leverde, kwam minder en minder voor. De long werd op de duur het enige ademhalingsorgaan
en moest te midden van de organen zo stevig mogelijk beschermd groeien. Toch heeft zelfs nu
de huid een niet te onderschatten aandeel in het opnemen van zuurstof. De long groeide
achter de ribben, dus door beenderen en borstspieren beschermd, maar slechts tot even onder
de zwevende rib, want daar werd de long te kwetsbaar. Oorspronkelijk had de mens ook lang
zo'n ingewikkeld darmstelsel niet» Maar door de wisseling van spijzen, die hij wel moest
nemen om in leven te blijven, werd de mens omnivoor. Dit omnivoor-zijn echter betekende,
dat het menselijk spijsverteringsstelsel aangepast moest worden aan de opnamen van dierlijk,
zowel als plantaardige spijzen. De omzetting moest tegenover een redelijke gewichtsvertering
ten opzichte van het eigen gewicht (bekwaamheid) een redelijke hoeveelheid van warmte plus
voor het leven benodigde stoffen af geven. De zaak was op de duur dus niet meer zo simpel
als in het begin, toen de darm een kanaal was, dat van boven tot beneden liep. De later
langgeworden darm (planteneter) moest door de groei van andere organen worden
opgekronkeld. Zij moest toen echter ook worden beschermd en veerkrachtig worden
opgehangen. Daardoor kwam toen een vlies tot stand, dat o.a. het middenrif vormt. Wanneer
U dan ook nu de aanzet van het middenrif bekijkt, zult U zien, dat het er helemaal op is
gebouwd, de onderlijfsorganen op hun plaats te houden, ondanks mogelijke schokken, terwijl
aan het geheel gelijktijdig een zekere veerkracht wordt gegeven. Hetzelfde met de botjes en
beentjes. U zult zich wel eens hebben af gevraagd, waarom heb ik in een arm nu een hoofd-
knok en een ellepijp? De spieren moeten, gezien de behoefte, een aantal bewegingen kunnen
verrichten. Dat kon rondom een knok niet zo heel gemakkelijk worden volbracht. Hun trekken
aan het bot bracht op de duur een verbreding tot stand. Vooral boven aan het bot kwam er
een aparte aanhechting tot stand. De benige uitwassen werden op de duur met elkaar
verbonden. Zo kregen wij dan de dunne botten, zoals de ellepijp, die misschien wel wat
kwetsbaar zijn, maar voor de spierbewegingen en de hefboomwerking der ledematen van heel
groot belang zijn.
Ingenieus. Prachtig.
Och, dat is maar een kwestie van smaak. Ik heb kort geleden, toen ik de reactie van die twee
was toen: Oei, wat een lelijkerd! Toch was hij net zo ingenieus gebouwd. Ik wil maar zeggen;

MIDDELEEUWEN 153
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

dit zijn vormen, die, schoon of niet, door vorm-mutatie na vorm-mutatie tot stand komen. Een
plotselinge verandering van levensvoorwaarden brengt over het algemeen een plotselinge -
d.w.z. in ongeveer 10 geslachten - vormverandering tot stand, die voor het voortbestaan
noodzakelijk is. Wanneer dus de aardatmosfeer in druk met 1/3 verminderd zou worden, dan
zou U dus zien dat alle geslachten, die nieuw zijn van het eerstkomende af waarschijnlijk een
borstkas krijgen, die zoveel groter wordt, dat op de duur weer normaal adem gehaald kan
worden. In het begin natuurlijk erg bekrompen, later doelmatiger en royaler. Maar het wordt
erbij gebouwd. Dit komt doordat elke organische vorm altijd tracht zich zelve in stand te
houden en voor het leven de omstandigheden en voorwaarden zoekt, die voor de
instandhouding het meest gunstigst zijn.
Ü moet dus hierover maar zo denken: het zijn geen plotselinge veranderingen door b.v.
scheppende handelingen, maar hot zijn wetten, Eén daarvan is, dat alles wat bepaalde, voor
Uw idee electrische krachten in zich draagt, tracht de bestaande toestanden te handhaven en
een groter weerstand in zich wekt tegen elke verandering. Vaak is die weerstand zo groot, dat
eerder de materie in de vorm verandert dan de organische vorm en de uiterlijke
verschijnselen.
Zijn er dan geen geleidegeesten, dié juist daaraan werken en daarover hun gedachten
laten gaan?
Dat is indertijd bij de dierenwereld inderdaad het geval geweest. Voor de mutaties van de
mens is dat op het ogenblik niet meer zo, omdat de mens kans heeft gezien zich van vele der
uiterlijke omstandigheden onafhankelijk te maken. U heeft b.v. geen dikke vacht meer nodig,
omdat U een kunstmatige dekking en .onderdak heeft. Omdat U naar verkiezing warmte kunt
maken enz. Hoe meer U dus in een kunstmatige omgeving gaat leven, hoe meer U ook Uw
eigenschappen als ras gaat bepalen aan de hand van de door U gevoelde levensbehoeften, in
plaats van door de uiterlijke omstandigheden. D neemt dan dus eigenlijk zelf de leiding in
handen.
Ik zou U nog iets willen vragen over het verschijnsel, in de spiritistische wereld wel
"aanhechtingen" genoemd wordt. Waarop berust dat, in hoeverre zijn wij daarvoor
aansprakelijk?
Een aanhechting is eigenlijk niets anders dan een delen van uw leven en emoties met een
andere geest, die natuurlijk zijn eigen opvattingen heeft omtrent de emotie, die hij het liefste
met ü samen zou beleven. Hij probeert dan ook deze emoties bij voorkeur in U op te wekken.
Zo'n aanhechting stelt U nog steeds aansprakelijk voor al Uw handelingen. Hoe jammer dat
ook misschien voor U is. Want de aanhechting kan U nooit beheersen, zoals dit het geval is bij
in-bezit-neming. Zij kan neigingen en mogelijkheden in U verkleinen of vergroten. Maar de
besluitsmogelijkheden blijven dezelfde. Hoe U er af kunt komen? Wel, in de eerste plaats,
wanneer U zichzelve kunt dwingen om voortdurend te leven, zoals U dit geestelijk goed acht.
Dan bent U er over het algemeen nogal gauw af, want een aanhechting wordt alleen volbracht
door een geest, die het leven der aarde nog begeert. Die daar dus bepaalde aardse
genotsuitingen enz. zoekt, wanneer die geest van U geen voldoening krijgt, dan laat hij U
vanzelf met rust. Zou u iemand willen helpen, die zoiets heeft, dan zou U kunnen helpen door
een magnetische afscherming te leggen. Alleen moogt U die afscherming nooit langer dan een
paar dagen laten bestaan, omdat zij ook de toevoer van cosmische krachten tot het lichaam
zelf in sterke mate kan belemmeren. U kunt echter door een afscherming te leggen, er voor
zorgen, dat althans gedurende deze periode geen aanhechting plaats vindt. Indien je dan kans
ziet in deze tijd de patiënt wat kalmer te maken en tot een inzicht te brengen van zijn eigen
toestand, dan heb je de kans, dat hij of zij zich tegen een verdere aanhechting zal verzetten.
Is dat het geval, dan kan de zaak met herhaalde afschermingen op de duur wel verholpen
worden. Maar tussen elke vrijmaking en hernieuwde afscherming behoort tenminste een
periode van 24 uur te liggen.
Ik heb een boek gelezen, waarin over aanhechtingen wordt gesproken als het gevangen
zijn van een geest in de aura, zoals een vlieg verstrikt zit in een web. Hoe kan dat dan?
Dit is wel een heel simplistische voorstelling. Maar kijk eens. U gaat over, nemen wij aan. U
weet niet, dat u over bent Plotseling komt U in aanraking met iemand, die met U ongeveer
gelijk gestemd is. In dit geval is dat noodzakelijk. U leeft plotseling weer. Dan gaat u niet
154 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

zeggen: Ik leef nu door een ander. Daar weet u niets van af. U zult alleen maar zeggen: Ik
leef. Maar levende zult u dan ook trachten weer te handelen, zoals U in het leven gewend was.
u bent niet zelfstandig, zoals u gewend geweest bent en u zult dus ook trachten, vaak
wanhopig, de persoon te beïnvloeden, met wie U in aanraking bent gekomen. Duidelijk nu?
(Ja). Deze dingen zijn niet zo moeilijk, als zij eruit zien.
Mag ik nog iets vragen? Bestaat er de mogelijkheid, om een mens geestelijk weer op peil te
brengen, wanneer zij een knauw gehad hebben door een dergelijke aanraking? Moeten zij
dan geestelijk werk doen?
Dat klinkt mij nu net in de oren, of U vraagt: wanneer iemand bij het lopen een been gebroken
heeft, is het dan goed om hem te laten voetballen, opdat hij weer een beetje bij kan komen?
Wanneer iemand zo'n knauw heeft gehad, dan heeft hij moeite genoeg om zichzelf te zijn.
Door zo iemand dan eens even geestelijk bewust te gaan maken, stel je hem of haar dus voor
een reeks innerlijke problemen, die hij dan helemaal niet meer aan kan. Zo'n mens heeft het
vaak moeilijk genoeg, om alleen die aanhechting zelf al te overwinnen. Op de duur kan je
natuurlijk voorzichtig proberen om eerst een inzicht te verschaffen in eigen toestand, zodat de
vragen in en omtrent het eigen wezen een beetje worden opgelost en kan geestelijk een stapje
verder worden gegaan.
Dat is niet, wat ik bedoel. Ik meen: kan het voor de evolutie van die mens niet nodig zijn,
dat hij die weerstanden overwint, dan hij daardoor dus meer bewust wordt? Anders begrijp
ik niet, waarvoor dit alles dient.
Dit is geen sterkte. Het is zwakheid, u wilt daar een bewustwording uit hebben, maar dat kan
niet. Wordt iemand vitaler, omdat hij doodziek is geweest? Neen, nietwaar? Hij zal zelfs
waarschijnlijk niet leren, om de ziekte verder te vermijden. Want het is van zijn standpunt uit
een ongeval geweest. Zo gaat het met zo'n aanhechting ook. Voor de geest, die zich aanhecht
kan het vaak veel betekenen, voor de persoon in kwestie betekent het alleen een innerlijke
strijd. Overwint hij dit, dan ook een vergroting van inzicht in het eigen wezen en dus een
vergroot bewustzijn. Maar dan overwinnen uit eigen kracht en dus geen werkelijke ziekte.
Maar treedt het geheel als een ziekte in, dan krijgen wij ook de terugval van het
genezingsproces. Ik begrijp wel, waar U heen wilt. U wilt zeggen: ja, maar er is toch niets voor
niets.
Ja, dat bedoel ik eigenlijk.
Maar deze dingen zijn er niets voor niets. Maar indien deze dingen bij U plaats vinden, dan zijn
zij een aanwijzing voor Uw eigen zwakte. Daarmee hebben zij dan hun doel al weer voor U
vervuld. Als U hoofdpijn heeft is dat een bewijs, dat er ergens in uw lichaam iets niet in orde
is. Wanneer u koorts heeft, weet U ook, dat er iets niet in orde is. Wordt het
bloedbezinkingsgetal te groot, dan weet U ook weer, dat er iets niet in orde is. D.w.z., dat die
dingen op zich nuttig zijn voor U. Integendeel! Maar voor degene, die ze kan begrijpen, die ze
af kan lezen, die weet, wat het is, is er een lering uit te trekken. Gelijkertijd zijn deze dingen
het bewijs van de strijd, die Uw lichaam buiten Uw bewustzijn om, voert. Zoals een geest zich
ook automatisch zal trachten te verweren tegen elk indringen, in het eigen wezen. Maar als het
lichaam maar al te graag meegaat met al die heerlijke gedachten, die erbij zijn, dan wordt het
gevaarlijk.
Dat afsluiten, moet men dat laten slijten, of moet men het verbreken?
Het beste is de afscherming te verbreken. U kunt het natuurlijk ook stellen met een
tijdslimliet. Dan is het een soort geestelijke tijdbom, waarbij u zichzelf automatisch
ingeschakeld houdt in de afscherming en deze dan vanzelf binnen drie dagen tot Uzelve
worden terug getrokken.
Maar als iemand anders nu buiten Uw weten om eerst de afscherming heeft gelegd?
Dat ligt aan de kracht, waarmee en de wijze, waarop de afscherming is gelegd. Over het
algemeen heeft een dergelijke afscherming voor zij haar grootste kracht verliest, wel een dag
of 30 nodig. Dat betekent dat gedurende ongeveer vijf dagen van deze periode practisch geen
kracht uit de kosmos wordt opgenomen en dat gedurende de resterende 25 dagen slechts een
zeer beperkte toevoer van krachten plaats vindt. Deze wordt steeds iets groter, tot zij na
ongeveer dertig dagen weer normaal wordt. Wanneer het verbruik van krachten voor die

MIDDELEEUWEN 155
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

persoon gedurende deze tijd dan normaal blijft, betekent dit, dat er een uitputtingstoestand
optreedt.
Dat is dan toch wel heel erg gevaarlijk?
Ik zou zeggen: het is heel erg gevaarlijk om voetganger te zijn tegenwoordig, als je niet alle
regels van het verkeer en de mogelijkheden van elk voertuig kent, terwijl je bovendien nog
heel erg fluks ter been bent. Wie kan dit van zichzelve zeggen? En toch lopen de mensen elke
dag op straat en gebeuren er in verhouding maar heel weinig ongelukken.
Er wordt iets gevraagd over een vrouw, die soms een heel onaangenaam karakter heeft.
Ik geloof niet, dat het hier een in-bezit-name betreft. Zij verzet zich tegen deze stemmingen al
heel weinig. Dat is punt één. Het is een-zich-laten-gaan. In zekere zin een emotionele
ontlading. Punt twee; het zal vermoedelijk een geval van aanhechting zijn; Wat is daartegen te
doen? Wanneer de kwaal op komt zetten en er is iemand, die behoorlijk kan magnetiseren,
dan behandelen. Magnetiseren, doorstralen, vooral het hoofd, de slapen en van het voorhoofd
tot de derde nekwervel. Het hoofd bij voorkomende hoofdpijnen - komen voor - eerst
afnemen. Dan dus instralen. Doorstralen dan vooral. Liefst zo, dat er veel kracht kan worden
opgenomen. Het achterhoofd vrij maken, Verder veel laten rusten de eerste dag en zo
mogelijk een beetje afgezonderd houden. Dan gaat het waarschijnlijk best en is er wel huis
mee te houden. Maar het helpt niet voorgoed, althans de eerste tijd. Dus dat zult U wel
moeten blijven doen de eerste tijd. In het begin heeft U verder de kans, dat de behandeling
dag na dag moet worden herhaald, wel verlichting geeft, maar bij doorzotten der aanval van
eer. zachtere aanval moet worden gesproken, die in plaats van die drie, nu wel een dag of
zeven kan duren. Neem mij niet kwalijk, dat ik de opmerking maak, naar de persoon in kwes-
tie is nu eenmaal niet één van de zachtmoedigsten. Probeert U dus eens de raad, die ik
gegeven. heb in de practijk te doen brengen. wanneer degene, die magnetiseert enige gaven
heeft, zal het misschien wel gaan.
U weet het natuurlijk toch wel, maar ik zou er prijs op stellen ook mondeling te zeggen,
hoe dankbaar wij zijn voor al hetgeen U en de vrienden ons in dit jaar gegeven hebben.
(De andere aanwezigen sluiten zich hierbij aan).
Ik dank U hiervoor. Het is natuurlijk erg vriendelijk en erg beleefd, dat U dit zegt. En eerlijk
gemeend. Dat weet ik wel. Maar dan moeten wij van onze kant ook met beleefdheden gaan
smijten. Dan moet ik van mijn kant zeggen, dat wij U erg dankbaar zijn, dat U ons de ge-
legenheid geeft om te werken. Het betekent voor ons zeer veel op deze wijze werkzaam te
mogen zijn en wij weten ook, dat wij hierbij veel aan bewustzijn en licht winnen. Het is dus
niet een geval van: wij geven en U moet nu maar heel blij zijn, dat U het krijgt. Neen, wij
werken samen aan iets. Wij bouwen samen aan iets. Dat dit hier in Holland nu toevallig de
Orde der Verdraagzamen heet, zegt verder heel weinig. Wij bouwen niet aan een organisatie,
of aan een kerk. Wij bouwen aan een methode van leven. Wij trachten de groei der mensen te
paren aan een geestelijk bewustzijn en trachten dit altijd; weer op dezelfde manier naar voren
te .brengen, zonder dan ook dezelfde woorden te gebruiken. Wanneer u daar iets uit geleerd
heeft, is dit voor ons een aanleiding, om ook heel erg dankbaar te zijn.
Aan U, omdat U zich de moeite heeft getroost en aan degenen, die ons leiden, dat zij ons in
staat hebben gesteld om ook U een klein beetje verder te helpen. Na al deze plechtigheid zou
ik in de verleiding kunnen komen om nog vele schone woorden te gaan zeggen.
Maar dat laten wij over aan de volgende rubriek, die het Schone Woord heeft. Ik mag niet
gaan concurreren. Ik wil alleen dit zeggen: Deze kring gaat vacantie houden. Sommigen zullen
mij nog ontmoetten in een andere kring, sommigen misschien niet.
Maar hoe het ook zij, onthoudt één ding; Het is in Nederland lang niet zeker, dat elke dag de
zon schijnt. Maar een, mens, die weet, dat zijn God leeft en voelt, dat hij een keer dat doel
ook zal bereiken, is het helemaal geen kunst om elke dag de zon van binnen te dragen. Nu
mag je door die zon van buiten misschien mooi bruin worden, maar als je de zon van binnen
hebt, zul je het zo bruin niet bakken, maar wel voor jezelf en voor anderen steeds meer zon,
geluk en vreugde scheppen. Dan wordt je een lichtende geest, ook al verkeer je nog in de stof.
Goeden avond.

156 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

-o-o-o-o-o-
Goeden avond, vrienden,
Wij sluiten dan weer met het Schone Woord. Ik laat het aan ü. over te bepalen op welke wi£ e
en met welk onderwerp U deze ru-~ briek gebracht wilt zien.
Poëtisch. Eigen onderwerp.
ZOMER
Het licht rolt aan en slag na slag,
Dalen de zonnestralen,
Totdat het licht niet meer vermag
Tot op de aarde te dalen.
Er vlecht zich dreigend een gordijn,
Van grauwe grijze wolken,
Waaruit de bliksemschicht reeds dreigt,
Als vurige lange tongen.
De aarde beeft, de aarde zwijgt,
Maar de zon, verborgen achter wolken,
Tekent hoog in wolkenlandschap
Steeds na wolkenlandschap weer.
En ziet zij door een spleet in het wolkenmeer
Een ogenblik op aarde neer,
Dan tekent zij in het watermeer
Een boog van licht,
Die hemelwaarts gespannen opstijgt
Van de horizon.
De zon schijnt in de zomer soms zo fel,
Als eens, toen het zijn der aard' begon,
Verdwijnt achter het wolkendek,
Een felle wisseling van hitte en van kille vlagen.
De zomer, die al menig gewaad
Op deze aard' heeft gedragen,
Keert tot haar land.
Stoffig het gras en dorstig de bloemen,
Verlept naast de bomen,
De hoofden heffend,
Schouwen zij de hemel tegen.
Het water wordt hen levensbloed,
De wereld is als herboren,
De planten, die zoeven nog neren,
Rekken de hoofden weer trots omhoog.
MIDDELEEUWEN 157
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

Dan komt de zon, verjaagt de wolken,
Even glinstert nog het water,
Dan is het weer droog.

Het leven is een zomertijd,
Een tijd van streven en beleven,
Een tijd, die, ach, hoe moeizaam vaak
Een levenslast kan geven,
Die haast niet is te dragen. . .

Ook dan komt op de zonnedagen
Het onweer op en rolt en dreigt,
Dan worden duister ook de dagen.
En is het, of al het zijnde zwijgt.

Dan voelt men in zich eenzaamheid,
Die zwaar is om te dragen.

Maar weer komt de zon,
En weer komt het leven
En weer komt de lachende wereld.

Hebt gij smart?
Zie naar de wolken, die vreugde U geven,
Die vaak reeds verfrissing U hebben gebracht,
Schouw naar de hemel,
De zon in het leven.
Moogt gij echter nog niet zien
In haar helle gloed,
want dan ziet gij dat Licht niet,
Maar worden Uw wegen roodgekleurd
Door het eigen bloed,
Dat speelt in het oog.

Een mens, die op de wereld leeft
En in des levens zomer streeft,
Die mag nog niet zien zover naar omhoog.

158 MIDDELEEUWEN
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 10 – Middeleeuwen

Als de zomer eindelijk gaat,
De dagen korter worden,
Wanneer de vogels vliegen gaan,
Zwart gevederde horden,
Die zwermen langs een ruime baan
Naar de einder,
Dan kan de mens misschien gaan staren
Naar een zon, die scheiden gaat.

Aan het einde van de dagen
Kan men misschien zien in haren gloed,
Maar niet zolang de last der dagen U dwingt om voort te gaan.
Maar voor die tijd moogt gij niet vragen, Het is de oogst van later tijd, Oogst gij aan het einde
van Uw dagen. Dan kan Uw lot zijn: Eeuwigheid.
Goeden avond, vrienden.

MIDDELEEUWEN 159
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

1 September 1955

LES ELF - ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD

Goeden avond, vrienden,
Zo zijn wij dan - met de lange afstand uithouders en - uithoudsters - aan het einde gekomen
van onze gezellige babbeltjes, want het volgende seizoen zal ik moeten gaan doceren. Dat ik
heb het u de vorige keer al gezegd -, brengt toch wel enige veranderingen mee. Ik heb mij
dan ook voorgenomen om vandaag een klein voorproefje te geven.
Wanneer wij gaan spreken over de meer moderne tijd en natuurlijk vooral, - dat interesseert
ons allen, meen ik, evenzeer - over de esoterische genootschappen. Nu zullen wij uit de aard
der zaak onszelf enigszins dienen te beperken, want, ofschoon u het misschien niet weet, maar
- nu ja, laat ik het eens vragen, ik kan het nu nog doen - hoeveel esoterische genootschappen,
denkt U, dat er op het ogenblik op deze aarde bestaan? Zich noemende esoterisch. Nu, wie
geeft er een schatting?
Dat durft niemand.
Neen, dat durft niemand. Nu, ik zal je vertellen, toen ik dat nog eens had nagezocht, toen
sloeg ik haast stijl achterover van verbazing. Het is een geluk, dat wij niets hebben, waaraan
wij ons kunnen stoten, zelfs geen wolken, want anders zou ik nu niet voor U zitten,
Er zijn zuiver-esoterische genootschappen op deze wereld op het ogenblik ruim 790, daarnaast
bestaan er nog 1183 genootschappen, die pseudo-esoterisch zijn.
U begrijpt, daar kunnen wij deze avond natuurlijk niet allemaal over praten, maar het feit, dat
er zoveel van die genootschappen zijn, is toch wel een bevestiging van hetgeen ik al verteld
heb, toen wij het hadden even over de moderne tijd: dat de mens van deze dagen hunkert
naar een geestelijk vervangingsmiddel, dat hem weer opnieuw kracht en levenslust zal geven,
omdat de. te materialistische, de té materiële wereld hem zoveel ontnomen heeft van zijn
geluk, van zijn -geloof en van zijn innerlijke vrede.
Nu en - ja, ik heb het er ook al over gehad - maar laten wij daar eerst maar mee beginnen.
Eén van de belangrijkste genootschappen in het Westen, zou.ik willen noemen; De
Vrijmetselarij. Nu is die Vrijmetselarij een vreemde organisatie. Hen noemt hen wel eens:
veelgoden-dienaars, omdat zij spreken over zeer vele krachten in het Al, en daarboven dan de
Grote Bouwmeester.
Maar ja, of je nu spreekt over krachten of over Aartsengelen, dat lijkt mij uiteindelijk weinig
verschil uit te maken.:
Hun gedachtengang is gebaseerd op de vrije ontwikkeling in de richting van het geloof.
Gelijktijdig op een discipline in het stoffelijk contact en de onderlinge samenwerking. De
meeste graden weten niet eens, tot zij met straffe hand geleid worden.
De kleinere macon zal ongetwijfeld vertellen over zijn organisatie - wanneer hij daar al over
spreekt - dat men te maken heeft met een Broederschap, die onderling tracht om een groter
geestelijke bewustwording te bereiken; dat men daarin volledig vrij is; dat een broeder, die
bv. Boedhist wil worden, Katholiek of protestants daar alle gelegenheid toe krijgt. Ik moet erbij
zeggen, dan overdrijft hij niet, want dat is de kern van deze gemeenschap
Dat geeft het, onder welke naam je de bewustwording zoekt en hoe je het Goddelijke, het
Grote Bouwwerk en zijn Meester aanvaardt, wanneer je in jezelf bewust mee blijft werken aan
het grote doel der Vrijmetselarij?
Het grote doel der Vrijmetselarij, in vele legenden en overleveringen uitgedrukt, kunnen wij
kort omschrijven als: het verenigen van het esoterisch weten, de geestelijke bewustwording,

160 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

mét de materie tot hechte éénheid. Dat is een tegenstelling met verschillende andere
genootschappen, waarvan ik er dadelijk een paar zal noemen.
U moet natuurlijk altijd rekening houden met het feit, dat de voorstelling, die men over de
Vrijmetselarij geeft, meestal -doordat men er weinig over spreekt, doordat er inwijdingen be-
staan enz. - in een vreemd daglicht staat.
Ik herinner mij uit mijn tijd, dat iemand, waarvan men wist, dat hij macon was, eens vertelde
- zo entre-nous -, dat hij een volgende graad had bereikt. Toen vroeg er onmiddellijk één uit
het gezelschap: "O, ben je dan nu opperman geworden?" U ziet, de reacties in het Westen op
dit in-zichzelf-besloten-blijven zijn niet erg gunstig.
De bestrevingen in de Vrijmetselarij zijn - ondanks alle ontkenningen - vaak politiek. Dit is iets
eigenaardigs, omdat aan de lagere broeders definitief wordt opgelegd zich buiten alle politiek
te houden. Politiek hoort niet thuis in de Vrijmetselarij, maar als geheel is zij wel degelijk een
politieke kracht en macht, waar men rekening mee moet houden. Zij geeft in haar
samenkomsten de gelegenheid tot studie's, tot uitwisseling van gedachten, die zij biedt en
misschien ook wel in menig servet je een mogelijkheid aan de mens, om aan het alledaagse te
ontsnappen en in geestelijke beschouwingen in een aangepaste stoffelijke omgeving te komen
tot realisaties omtrent zichzelve.
In hetzelf, in het "ik", ligt uiteindelijk volgens practisch élke geheimleer, het grote raadsel der
Schepping.
Daarmede heb ik dan, geloof ik, wel genoeg gezegd, over deze Vrijmetselarij.
Een richting, die daar bijna lijnrecht tegenover staat en er toch zeer nauw mee verwant is, is
de beweging der Rozeruizers.
Laten de Vrijmetselaars toe, dat elk begrip wordt bestudeerd en bekeken, de Rozekruiszers
neemt wel degelijk afstand van een groot aantal dingen. Hij is in zijn wezen dogmatisch. Hij
berust in zijn leven en streven in de regelen, die men hem door grotere wijsheid voorschrijft.
Iets, wat ons doet denken aan sommige kerkelijke organisaties. Ook hier onderricht en
studies.
Vinden wij bij de Vrijmetselaars vaak zeer sterk studie der filosofen, studie der Kabbalistiek en
der oude - Alchemisten - de Rozekruizer, met de nodige verering voor de Ingewijden uit de
oude tijd heeft vooral de laatste vijftig jaar, zou ik haast willen zeggen, een sterke voorkeur
voor astrologie, voor schriftkunde en ook wat cijferleer, maar volgens de moderne
opvattingen.
Hij houdt zich bezig met het bestuderen van de lotgevallen van de mens op aarde én
gelijktijdig diens wordingsgang in de hogere sferen. Is er bij de Vrijmetselaars eigenlijk geen
straffe richtlijn, die de lichamelijke ontwikkeling wil dwingen in de richting van een geestelijke
bewustwording, bij de Rozekruizers is het anders. Daar is een groot gedeelte van het
curiculum, dat de studenten in de eerste jaren wordt voorgelegd, gericht op het hen bewust
maken van capaciteiten, die zij in hun eigen lichaam dragen. Zij grijpen daarbij terug op oude
wijsheid, wij vinden een paar aardige stukjes Yoga-filosofie er tussen, wij vinden daarnaast
Christelijke gedachten en zelfs verschillende impulsen, die ons sterk doen denken aan
Christian Schience.
Wat ik overigens niet erken tot de esoterische beweging hoor, het is pseudo-esoterisch al is
dat nogal groot en machtig.
Wij zitten dan op het ogenblik daar bij die Rozenkruizers. Nu gaan wij eens kijken wat bieden
zij de mens? Wat is het lokaas, dat zovele mensen ook naar hen toedrijft? Veelal de kennis der
oude geheimen, de occulte school. Ontwikkeling van begaafdheden en welbeheerste gaven.
Beheerste helderziendheid en helderhorendheid, prognostische gaven, ja, zelfs een zekere
mediamiciteit, een mediumschap, dat echter geregeerd wordt en niet leidt - behalve in enkele
kringen -, tot een aanvaard mediumschap. Een omschakelen van verschillende processen in
het lichaam, waaronder die der sexuele drang, in een andere richting, waardoor een
buitengewoon scherp denkvermogen en groot vermogen tot spreken enz. naar voren komt.

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 161
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

De mens wordt de gelegenheid gegeven te vluchten uit een wereld, die hem te weinig te
bieden heeft. Gelijktijdig krijgt hij een plan, waarop de reis van de ziel door de sferen staat
aangegeven.
Wanneer hij weet, op welke wijze deze reis gemaakt wordt, dan weet hij meteen in welke
richting hij moet streven om een groter bewustzijn te bereiken. Gelijktijdig meent men, dat hij
hierdoor zal leren de rede te gebruiken en toe te passen op het eigen bewustzijn.
Dan zien wij daarnaast - en dat reken ik toch ook tot de esoterische genootschappen - de
Theosofie. Daarbij zit ingesloten de richting van Steiner: de Anthroposofen.
Zoals met al deze esoterische genootschappen berust ook al weer de Theosofie op een soort
van openbaring, plus een overlevering.
De openbaring is een uitleggen van een aantal stanza's uit een zeer oud boekwerk. Ik heb dat
al eens geciteerd, dus daar weten wij genoeg van, neem ik aan. Daarnaast echter worden een
groot aantal verklaringen gegeven, - een hele kosmologie bestaat er zelfs -, waardoor men
wordt ingevoerd in een pseuso-Hindoeïstisch denken, zien wij vele Boeddhistische tendenzen
in de wereldaanvaarding en het streven. Velen der begrippen zijn oorspronkelijk eerder aan de
leer der Hindoes ontnomen, dan dat zij tot het zuiver Boeddhisme behoren. De leer doet dan
ook voor de oppervlakkige, beschouwer zeer Oosters aan. Toch is zij dat in wezen niet. Want
de begeerten van de Westerse mens zijn sterker in haar uitgedrukt dan de Oosterse
gedachtengangen. Dat heeft dan ook geleid tot het zich afscheiden van verschillende groepen.
De nóg Westerser denkende groepen komen bij Steiner te staan. De meer Oosters-denkende
groepen maken zich op de duur los van de Theosofie en gaan hun eigen richting verder
denken. De zijns-filosofie der Theosofen is - laten wij zeggen - aanvaardbaar. Maar ik heb toch
ook wel weer bezwaren. Want hier hebben wij te maken met een richting, die - oorspronkelijk
esoterisch -door een te grote verbreiding langzamerhand een dogmatisch godsdienstig
karakter is gaan krijgen.
Wij vinden soms gunstige uitzonderingen onder de Theosofen, inderdaad. Maar een verblinde
schwarmerei voor ideeën, een verheerlijken van "heiligen" haast, het onoverdacht aanvaarden
van stellingen, zoals die van Leadbaater leidt toch m.i. hier tot een verdwazingsmogelijkheid
en ik kan ze dan ook niet hoog aanslaan in het totaal van haar volgelingen. - In nog veel
mindere mate dan dat het geval is bij de Rozekruizers.
Deze openlijke genootschappen hebben n.l. de gewoonte om zeer veel mensen aan te trekken,
die niet in de eerste plaats werkelijk zoekers zijn, - of het zou moeten zijn zoekers naar
sensatie en naar verandering. Heel vaak mensen, die zoeken naaf zelfrechtvaardiging en
zelfverheerlijking. Dan is de zaak niet in orde. Maar de kern der Theosofie is niet dwaas, want
de Meesters, die de Theosofie naar voren brengt, zijn uiteindelijk werkelijk voor een groot
gedeelte bekende wereldleraren, die niet alleen in deze groep, maar in vele andere groepen
hun gezag doen gelden. De stellingen die naar voren worden gebracht, de openbaringen die
worden gedaan, zijn over het algemeen van een diepgang, die het de werkelijke student
mogelijk maakt, maar alleen de werkelijke student, hoor, en dan bedoel ik niet de "eeuwige
student", die heb je bij de Theosofen ook, eeuwig gezellig een klein beetje praten over het
hiernamaals met een kopje thee en een koekje. Ja, Mevrouw, en nu gaan wij nog even gezellig
wat vreemde woorden gebruiken. Dat is natuurlijk fout. Maar de inhoud daarvan is goed.
Zoals bij practisch elke esoterische school, die openbaar is, treffen wij ook hier weer aan de
eigenaardige geheimtaal, die achter vreemde woorden begrippen zoekt te verbergen, die ook
in de eigen taal goed kunnen worden uitgedrukt.
Per slot van rekening, als je hier in Holland zit, dan behoeft het je niet te interesseren, hoe een
begrip in Birma wordt uitgedrukt. Dan gaat het er om, hoe dat begrip hier in Nederland in goed
Nederlands luidt. En, nu ja, het is een persoonlijke mening, maar het streven naar het
buitengewone komt hier dan toch wel weer op de voorgrond: de poging om zich een
kerkentaal te scheppen en een kerk.
De waarde van de leer is groot en mag m.i. niet worden aangetast door de fouten, die de
volgelingen maken, anders zouden wij óók kunnen gaan spreken over de - ik geloof, 10 of 12
162 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

richtingen van Rozekruizers, die er op deze wereld op het ogenblik wat betekenen. Die vochten
ook meestal niet om de grondbegrippen, maar om de kleinigheden. Wat dat betreft kunnen wij
de Westerse Christelijke beschaving dus terugzien in elke esoterische school, want de
Christenen vechten er ook over, of het nu een appelboom of een perenboom was, die in het
paradijs stond. En dan maken zij daar een schisma over. Zo gaat het daar ook. Jammer, maar
schijnbaar niet te voorkomen.
Achter deze betrekkelijk openlijk optredende geheime genootschappen, kennen wij de
esoterisch-sociale groeperingen. Het moederland daarvan is eigenlijk China. Daar vinden wij
vooral veel groepen, die half religieuze, half-magisch, half-sociaal zijn.
Ook vandaag aan de dag - ondanks het rode bewind - bloeien er nog een aantal van die
geheime genootschappen. Menig van die genootschappen wordt thans nog neer geëerd dan de
regering, omdat zij n.l. onmiddellijk werkzaam waren en menige - volgens het Westen on-
toelaatbare - handeling hebben gepleegd .- zo'n klein moordje, weet U wel, of een paar
aardige ongelukjes -, om hun eigen gedachtengang, ook in het sociaal bestel, tot uiting te
brengen.
Ook hier weer een openbaring op de achtergrond. De openbaring, verscherpt door denkende
filosofen, omgeven met uitlegging, is de kern van practisch al deze genootschappen.
Sommigen zijn later naar het psaudo-esoterische afgewandeld - laten wij zeggen - afgedwaald.
Zij hebben zich langzamerhand, een godsdienst met aparte Goden geschapen en men vergeet
vaak de werkelijkheid.
Toch ook hier weer esoterische leringen, die - eigenaardig genoeg - in de kern heel weinig
verschillen van wat ook het Westen kán leren uit of in de door mij genoemde scholen.
Dan zien wij verder nog een esoterische groep, die misschien niet zo bekend is. Ik spreek dan
niet over groepen als de onze, die uiteindelijk géén werkelijke, wereldomvattende esoterische
school zijn. Maar wij kennen b.v. de broederschap; De Witte Broederschap. Daar heeft U
allemaal wel van gehoord. Men denkt soms, dat dit een wereldregering is en men meent, dat
haar grote en plechtige bijeenkomsten eerder moeten worden gezien als een soort van
regeringsmaatregel, dan als een esoterisch gebeuren. Tóch is dat niet waar.
Ook dit genootschap gaat - zij het veel verder doordringend in de grote geheimen, dit de
esoterie nog steeds verbergt - uit van hetzelfde standpunt. Zij trekt geen recruten aan, tenzij
deze na lang onderzoek vaardig worden gevonden door de leiding, In tegenstelling tot met de
vrijmetselaren.
Bij de Vrijmetselaars kunnen de broeders voorstellen, nietwaar, wie zij zouden willen laten
toetreden. Dan wordt er onderzocht, of zo iemand een goed verleden heeft - er zit vaak een
soort rechercheonderzoek zelfs aan vast, nietwaar - dat je geen kwaaie jongen bent en dat je
niets op je kerfstok hebt en dan mag je binnenkomen. Daar is dus ook wel een soort van
selectie, zelfs een soort ballotage. In de nevengenootschappen van de Vrijmetselarij is het
zelfs nog veel sterker. Dan denk je b.v. aan de Free-Foresters en zo.
Maar om terug te komen op het hoofdonderwerp: de esoterie. Die berust op de geheimen der
natuur. Dat had u waarschijnlijk niet verwacht. Maar toch is dat zo.
De kennis der esoterie berust op een kennis van natuurlijke wetten, feiten en toestanden, die
echter zozeer vereenvoudigd kunnen worden, dat zij een direct facet van het Goddelijke be-
tekenen. Voor degene, die deze wetten kent, die deze toestanden voor zichzelf weet te
verwerkelijken, is dus een onmiddellijke benadering van het Goddelijke mogelijk.
Dat de materie in deze tijd verheerlijkt wordt, brengt met zich mee, dat alle wetenschap
stoffelijk gericht is. Men zoekt niet naar de achtergronden, men zoekt naar het z.g.
wetenschappelijke bewijs. D.w.z. dat men onder dezelfde omstandigheden met dezelfde
proefnemingen altijd weer hetzelfde resultaat kan krijgen. Dat is op de duur niet bevredigend.
Het is een soort van uitvindertje spelen. Het is niet meer een doordringen in de geaardheid der
dingen.
Menig esoterisch denkend eens zou je kunnen vergelijken met een jongetje, dat op zijn

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 163
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

verjaardag een spoortreintje heeft gekregen. Het rust niet eerder, dat jongetje, voordat de
wieltjes er af zijn, het voorwerk er uit is, alle raadjes naast elkaar liggen en dan gaat hij
proberen, of hij het weer in elkaar kan zetten.
De wetenschapsmens daarentegen doet mij vaak denken aan iemand, die probeert te leren,
hoe hij het treintje moet opwinden en dan wel gelooft, dat het functioneert. Hij heeft er
misschien een theorietje over, maar voor de rest: als het nu maar functioneert in de eerste
plaats. Daar gaat het om. Ook moet ik er bij zeggen: in de moderne tijd niet zo heel erg meer,
hoor; maar goed.
Dat jongetje, dat de boel uit elkaar tornt, zal - wanneer het geduld genoeg heeft - niet alleen
dat treintje weer in elkaar kunnen zetten en kunnen laten lopen, maar zo nodig uit andere
dingen een tweede treintje kunnen bouwen. M.a.w. zal de scheppende functie van de maker
gedeeltelijk kunnen overnemen. Dat is hetgeen, wat van zo groot belang wordt voor ons. Juist
in een tijd, waarin die materie zo de nadruk krijgt. Wij moeten weer leren, dat - als je maar
weet, hóé de dingen zijn, hoe zij in elkaar zitten - dat je ze zelf kunt maken. Ook die dingen,
die schijnbaar niet op rails willen lopen, zoals het geluk, zoals vrede, gezondheid.
Kijk, dat is de kern van de moderne tijd. Men zoekt naar geluk, men zoekt naar vrede, men
zoekt naar gezondheid, naar vreugde en die dingen kun je niet krijgen met het zuiver
materiële. ....
Ook het omgekeerde is in de loop der geschiedenis zeker waar geweest. Er zijn mensen
geweest, die zo vergeestelijkt gingen leven, dat ook voor hen geen vreugde, geen vrede meer
bestond, omdat zij ook weer te eenzijdig waren.
Waar ik thans mijn eerste opmerking over dit onderwerp besluit door te zeggen, dat de
esoterie het middel is voor de mens in deze tijd om een evenwicht te vinden tussen de materie
met haar onrust en haar begeerten én het geestelijk bewustzijn en de geestelijke drang, die
evenzeer in elk mens leven. Ik geloof, dat daar niet veel op is te zoggen, wel?
Wat zijn wij hier een heerlijk aandachtig gehoor vandaag. Ik heb wel een klein beetje
gedoceerd en. aangezien wij de tijd hebben, wil ik een paar citaatjes gaan aanhalen. Dat doe
ik altijd graag.
In de eerste plaats een citaat van iemand die behoort tot de Witte Broederschap, gegeven in
het jaar 1952, dus nog niet zo lang geleden. Er werd toen gedacht en gesproken over de hele
wereld en over vooral de aarde, de mensheid.Deze spreuk luidt als volgt;
De mensheid gaat ten onder aan het onbegrip, dat zij voor zichzelve heeft. Zij tracht haar
vrede te winnen door haar eigen drijvende krachten, die van de Schepper komen, te
verdrinken in de wateren van het materiële. Haar onrust laat echter niet toe, dat zij
zichzelve doodt. Zo zal zij trachten anderen te doden, in de hoop hierdoor haar eigen
evenwicht te vinden. Het is noodzakelijk, dat wij de mensen richting geven in geestelijke
zin, opdat zij hun stoffelijk evenwicht terug vinden.
Nu, daar behoef ik niets bij te zeggen. Dat is duidelijk genoeg, zou ik zo zeggen.
Een ander citaat, het is nu op het ogenblik bijna 500 jaar oud. Het is van een denker, die
eigenlijk behoort tot de grondleggers van de latere Vrijmetselarij. Zij luidt als volgt:
Mijn geest leeft in alle dingen. Zo zijn alle dingen mijn, totdat ik hen mijn eigendom noem,
want dan leeft mijn geest niet meer in hen, omdat ik hen mijn eigendom acht. Wat de mens
begeerte noemt, is in werkelijkheid een verkeerd richten van de kracht, waardoor hij één
wordt met de dingen.
Nu, dat vraagt ook al niet veel commentaar.
Toch hoort U diezelfde spreuk gevarieerd in duizend vormen doorklinken in menige esoterisch
groepering. Juist vandaag aan de dag dus. Een derde puntje, dat ook de moeite waard is,
zegt:
Elke ziel doorloopt voortdurend de baan, die ligt tussen God en het Niet. Klimmend uit het
Niet gaat zij tot God, vanuit God keert zij tot het Niet, maar zij blijft zichzelve. Naarmate zij
164 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

bewuster wordt, zal zij God bewuster benaderen en dus meer van haar opgang beleven}
maar gelijktijdig meer van het Goddelijke met zich dragen, wanneer zij tot het Niet gaat.
Tot zij voor het Niet wordt, wat God is voor deze ziel. Een interessante beschouwing.
Interessant. Wanneer een mens zich bewust wordt van de dingen, die in deze wereld
bestaan, dan wordt hij bewust in een volgende sfeer. Zo gaat hij verder.
Dat is een leer, die met vagevuur en hemel, bij de Katholieken weerklinkt en die zelfs bij het
min of meer verdienstelijk zijn Van sommige Protestanten zeker nog wel naar voren komt...
Het is de gang door de wereld der begoocheling van de Boeddhist, het is de opgang naar de
lotesvijver van de Hindoe. Wij gaan naar een andere wereld. :
Maar hoe meer van déze wereld wij af weten, hoe gemakkelijker wij bewust worden in die
volgende wereld. Hoe bewuster wij daar zijn, hoe meer wij van de daar boven liggende
krijgen. Wij bouwen a.h.w, een pyramide. Wanneer wij die pyramide opstijgen, dan zijn
gelijktijdig top - punt van bewustzijn in God - én basis -uiting Gods in het Niet -. Wanneer wij
dat zijn, dan zijn wij de vertegenwoordiging van het Goddelijke in het Niet.
Interessant, juist niet zozeer de denkwijze, maar als beeld van de ontwikkeling der mensheid.
Hoe de mensheid zijn beeld gerealiseerd heeft in tegenstelling met het Goddelijke en nu lang-
zaam komt tot een andere positie: middelaar tussen hét Zijn en het Niet-zijn. Dat is het
interessante hiervan.
Het is dan ook geen wonder, dat een filosoof, die niet tot een esoterische groep behoorde, het
zó uitdrukte: Hoe meer je tracht te zijn, hoe minder je werkelijk bent.
Maar hoe meer je je bewust bent te zijn, hoe minder je zult trachten om om te zijn, En dat*
geeft,geloof ik wel een soort van uiterst wat de wereld esoterisch in haar moderne
genootschappen kan bereiken en aanvaarden.
Ik ben iets. Wanneer ik leer, wat ik ben, wanneer ik dus weet, wie en wat ik eigenlijk ben in de
wereld, dan ligt al het andere buiten mij en interesseert mij niet. Hoe minder ik weet, wat ik
ben, hoe meer ik zal trachten om alles tegelijk te zijn, want dan wil ik naar buiten toe, ik heb
binnen niéts,
Drukken wij dat nog even uit in moderne wereldtermen. Hoe minder je hebt, hoe meer je wilt
hebben. Hoe meer je hebt, hoe meer je krijgt, zonder dat je het hebben wilt. - Behalve dan
belastingformulieren, die krijg je altijd, of je ze hebben wilt of niet -. Kijk, zo staat het dan net
een paar van de grotere esoterische scholen en groepen. En zo ligt er een grondgedachte
achter, die ook voor de meer geheime groepen - enkele primitieve scholen- uitgezonderd - op
de gehele wereld gelijkblijvende tendenzen heeft.
Zo klinkt dat allemaal ongeveer. M.a.w., met andere termen, van een andere kant benaderd.
O, het blijft precies hetzelfde, hoor. Trouwens, of je nu president bent van Amerika, of
minister-president van Nederland, je zit altijd met dezelfde problemen.Over het algemeen
draaien zij allemaal even hard in de hoop zich ergens uit te draaien. Dat kun je hen niet
kwalijk nemen. Zij zijn allen in dezelfde positie geplaatst en zij kunnen niet begrijpen, dat zij
slechts door zichzelve a.h.w. te geven voor wat zij zijn, niet meer en niet' minder, werkelijk
kunnen zijn, wat zij zo graag zouden willen zijn; degenen,die een volk leiden op een wijze, die
voor henzelven geluk betekent en voor het vol vooruitgang. Enfin, die begeerten, die zij
hebben en die eigenaardige excessen vaak, die daarmee gepaard gaan.Ik kan b.v. niet
begrijpen, waarom het vaak gebruik is, dat een minister iemand in de alcohol moet inleggen
als een soort souvenir, wanneer hij hem ontvangt. Trouwens, dat is niet tot ministers beperkt,
hoor. U hebt hier vlakbij een gemeenteraad, die daar ook aan doet. Maar dat vinden wij terug,
in wat wij kunnen noemen, de pseudo-esoterische groepen.Deze groepen zijn over het
algemeen niet gebaseerd op esoterische stellingen, maar eerder op zuiver; politiek-
economische drijfveren, die men dan omweeft met een z.g. esoterische doelstelling, waarbij
men geleid wordt door een over het algemeen godsdienstige groep of belang. En, nu ja, men
doet natuurlijk geheimzinnig ook.
Een aardig voorbeeld hiervan.

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 165
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

Het zal U misschien niet onbekend zijn de z.g. Knights of Columbus, de Ridders van Columbus.
Het scheelt heel weinig, of het zouden de Ridders van de Ronde tafel zijn. Zij hebben hun
wachtwoorden, hun geheime spreuken, hun rangen en graden. Zij hebben hun eigen
opvattingen over wat wel en wat niet hoort. Zij agiteren, zij doen goed en zijn uiteindelijk een
soort werktuig van een bepaalde kerk in de Verenigde Staten. ....
Wij zien dan ook weer een poging om iets dergelijks te doen opleven, door een esoterisch
tintje te geven aan een heropgestane Ku-Klux-Klan. 0ok daar weer hetzelfde. Een poging om
bepaalde bestrevingen te omkleden - in dit geval dus rassendiscriminatie -, met godsdienstige
elementen, esoterische spreuken enz.
Wij moeten dit allemaal niet te serieus nemen. Hier is sprake van pseudo-esoterie.
Hetzelfde vinden wij bij de z.g. "mode-Swami's". Zij brengen een leer, die vaak hol en leeg, is,
maar die een goedkeuring betekent voor dingen, die men elders afkeurt, die gebruiken die
eigenlijk tot het verre verleden van de mensheid behoren, proberen juist heden ten dage weer
in te voeren. Om een voorbeeld te geven; Er bestaat in ïndië nog steeds een secte, die laten
wij zeggen, de voortplanting, het geslachtelijke, zeer vereert. Een deel van hun eredienst is
dat ........ ieder komt met zijn vrouw. De dames gooien hun jasje in een grote vaas, nietwaar
en wie het er uithaalt, daar gaan zij dan mee de offerplechtigheid in die ook een paring
inhoudt. Dat is natuurlijk daar oud en primitief en misschien niet helemaal volgens ónze
ideeën. Maar goed, dat kunnen wij dan van die primitieve mensen nog accepteren. Dat is iets
bestaands.
Het zal u waarschijnlijk niet bekend zijn, dat onder het mom van een esoterische groep met
een hoofdkwartier in San Diego op het ogenblik in de Verenigde Staten ook een dergelijk
genootschap is opgericht.
Ik maak u daar maar op attent om u er op te wijzen, dat vaak de bevrediging van lusten, het
vinden van een goedkeuring en een officieel stempeltje voor dingen, die men eigenlijk in zijn
hart afkeurt, soms ook tot esoterie wordt verheven. Het is geen esoterie, maar het lijkt erop.
De vlucht, zelfs in het zinnelijke, schijnt omkleed te moeten worden met schone spreuken. Dat
is erg jammer. Maar de mens is nu eenmaal niet zo eerlijk, dat hij toegeeft: zó ben ik en niet
anders. Dan is hij maar al te blij, als het onder het mom van veel geheimzinnigheid en vele
geheime wetenschappen, iemand de kans geeft om zichzelf te rechtvaardigen. Het is jammer,
het is een pessimistische noot over de esoterie ook, die ik hier even naar voren moet brengen.
Nu kom ik aan afdalinkje drie. Dat is n.l. de esoterie zoals die verbeid wordt o.a. door ons,
door het spiritisme, het spiritualisme.
Er zijn heel veel mensen, die zich niet kunnen aanpassen in de vastere kern a.h.w. van een
gereglementeerd genootschap. Zij kunnen zich niet thuis voelen bij een groep, die hen te veel
verbiedt.
Zij kunnen het niet eens zijn met iemand, die hun doeken alleen in een bepaalde richting
stuurt. Daar komt nu juist het werk van de geest in esoterische zin naar voren, want als alle
wegen naar Rome leiden, dan kunnen wij zeer veel verschillende benaderingen bieden voor
dezelfde oplossing: de zelf-realisatie tegenover God van de mens en van de geest.
Zo komt het dan, dat de mensheid op het ogenblik ook meer weer naar deze dingen grijpt,
want hier wordt in een vrijheid de mogelijkheid tot zelfbinding gegeven.
Je kunt zo dogmatisch zijn, als je wilt, er zijn groepen, die lopen over van Christelijke termen,
er zijn groepen, die een duidelijk kenteken van Heilsleger-romantiek dragen.
Ja, ik geloof, dat jullie wel weten, wat een heilsoldaat is, hoor, maar dat zijn niet die lui met
die laarzen, die in 1945 weggegaan zijn. Daar waren ook wel Heil-soldaten bij, maar dat was
een ander heil, dat was Sieg. Dat was "Sieg Heill". Dat kwam van Sieg-fried. Maar Fried, dat
was weer een uitvloeisel van vrede, nietwaar,daarom hebben zij dat maar weggelaten en Sieg
alleen maar overgelaten. Nu ja, als je nu Siege vertaalt in het Duits, dan kun je daar weer een
bok van maken. (Ziege).Dus dat waren bokkinezen en geen heilssoldaten.
Dat is zo eens even...., dat kan ik mij nu nog permitteren; een volgende keer, als wij gaan
166 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

spreken over de "Denkers der mensheid", dan wordt het anders. Maar goed, ik heb dan weer
eventjes een beetje mijn praatlust botgevierd. Wij komen nog eventjes hier op dat werk van
die geest terug.
Vroeger was dat nodig om aan de mensen een vaste leiding te geven. De geest decreteerde;
de geest vroeg offers; de geest..... kort en goed regeerde. Dat is tegenwoordig niet meer zo.
De mens is in de loop van zijn langzame ontwikkeling en bewustwording wéér eens een
stadium, waarin de geest niet meer verantwoord regeren kan. Dat is aan één kant vaak
jammer. Want waar somwijlen ons werk gekoppeld is met bepaalde, meer aardse verplichtin-
gen, hoeft het een voordeel, als je zeggen kunt; "Zo gaat het en niet anders."
Maar aan de andere is het voor de mens op het ogenblik mogelijk om zelf te kiezen, om zelf
zijn weg te zoeken. Om die weg te zoeken echter moet hij toch geleide zoeken. Hij heeft
a.h.w. een lering ontvangen. En vele groepen - ik wil niet zeggen alle - maar velen der
groepen die het esoterisch element in het spiritisme en het spiritualisme vertegenwoordigen,
moeten haast in de eerste plaats gezien worden als scholen, waar het denken der mensen
ontwikkeld wordt. Zeg nu niet: "Franciscus, dat doe jij niet". Want als jullie alles hebben
onthouden, wat ik jullie voorgelegd heb, dan hebben jullie riet alleen een geheugentraining
gehad; - dan heb je heel wat moeten nadenken om de preciese betekenis van al die dingen,
ook voor jezelf te realiseren-. Wat meer is: wij gebruiken een materie daarvoor, die het U
mogelijk maakt over de grens van Uw eigen leven en bestaan weg te grijpen en dus a.h.w. in
onze wereld thuis te worden. Verder opdat, wanneer U, vanuit Uw fundament, vanuit Uw basis
- nietwaar, de grondslag: Schepping in het Niet -, een stapje dichter naar het Goddelijke gaat,
U dat niet onbewust behoeft te doen, maar met een vol bewustzijn verder zult kunnen gaan,
tot aan de top van de pyramide, HET ZIJNDE GOD.
Zo staat eigenlijk aan het begin en aan het einde van de geschiedenis der mensheid hetzelfde:
de geest.
Op de altaren der Lemuren stond de vreemd-lichtende zuil. De priesters spraken woorden en
de zuil regeerde; regeerde de mens in al zijn lichamelijke functies. Dat was toen nodig. Nu is
de mens zover, dat hij zichzelve sterker reguleert en sterker dwingt, dan de geest ooit gedaan
heeft met de Lemuren. Maar voor de geest is het tijd, om nieuwe poorten open te gooien, om
een nieuwe wereld te laten zien. Een wereld, die weer voorlopig vaak blindelings geaccepteerd
moet worden. Waar men alleen maar kan zeggen, zoals toen met dat licht: "Ik aanvaard het",
of: "Ik verwerp het", "Ik ben één hiermee", of "Ik ga er van heen".
Een leiding, die U soms brengt tot toestanden en gevoelens, die Uzelf niet eens begrijpt, zoals
eens de eerste paring bij de Leimuren a.h.w. religieus vaak. Nu is het: Uw contact met een
andere wereld.
Er zal een moment komen, dat, zoals de vroegere Atlantiërs, die zich vrij maakten van de
dwingende cyclus, die de geest had opgelegd, ook de mensheid - bewust geworden - deze
leerschool van het esoterische doormakende, zijn eigen weg gaat in de geest en dat er geen
mediums meer zijn, zoals de altaren uit de oude tijd ook al heel gauw zijn ondergegaan in die
pre-historische jungle.
En ja.....(de hond krabt zich zeer luidruchtig) kom jongen, je moet niet zo hard krabben, als er
dames bij zijn. Dan staan wij voor het probleem; wat dan? De esotorie licht U daar al een
sluiertje van op. Dat sluiertje,.... dat kan ik ook nog wel even oplichten aan het einde van dit
betoog. Wanneer wij een nieuwe wereld hebben leren accepteren, dan ligt er wéér een nieuwe
voor ons. Wie de sferen van de geest heeft leren vermeesteren en zich daarin vrij beweegt,
zelf wetend, denkend en reagerend, die zal toch altijd daarachter weer vinden het
geheimzinnige land, van waaruit de leraren koeien, de Meesters, Krachten, die je leiding geven
en die je eigenlijk aanvaardt in het begin, zonder te begrijpen waarom. Maar die je
voortdurend reeds doel doen hebben aan een leven, dat je zelf nog niet beseft, opdat je daar
ook eens wakker kunt worden en zo verder gaan. Waar dat ophoudt, dat zegt niemand U, zelfs
de esoterie niet. Zij zegt alleen maar: het Einddoel, de Kosmos, de Alvader, God. Dat is een
heel leeg ding, dat is een woord, dat je zo moeilijk met een begrip kunt vullen.

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 167
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

Maar wanneer wij dan terugkijken en wij zien, hoe die mensheid is geworden: in het begin
slaafs gaande, later gebruik makende van al haar begaafdheden, telepathisch begaafden,
zieners in overvloed, magiërs, zoveel als je hebben wilde; deze gaven door strijd in zichzelven
hebben verdoofd. Maar - al schijnen zij veel verloren te hebbon, toch weer komen op een punt,
van waaruit zij verder gaan. Hoe zij zoeken vanuit de duisternis van een veelgodendom en een
onbegrip om in hun zelfstandigheid te komen tot één God, komen tot een ééngodendom, van
ééngodendom, van een regerende God met zijn grote kudde van helpende Goden; uiteindelijk
tot een persoonlijke God. Die geen goden meer onder of naast Zich kent. En vandaar, tot de
God, Die onbevattelijk is en niet meer de vorm der mensen heeft. Dan mogen wij hoopvol zijn,
heel erg hoopvol, want dan heeft de wording van de mens ons geleerd, dat wij misschien zelf
ook nog aan het begin staan van een nieuwe wordingsgang, een nieuwe bewustwording. Maar
dat, - zoals er ten alle tijde lichtende geesten op aarde zijn geweest, die de mensheid
geholpen hebben, hun gedachten gegeven hebben, die hun kennis gegeven hebben, wanneer
hen dat mogelijk was -, wij het zeer zeker ook niet zonder een dergelijke steun hoeven te
doen, vrienden.
Dan kunnen wij aan het eind van ons gezellig praatje zeggen: Het is goed te weten, dat wij
aan een begin staan, want de rijkdom, uit een vroeger begin geboren, doet ons nu reeds vol
verwachting opzien naar de nieuwe werelden, die zich aan ons zullen gaan openbaren.
Nu reeds weet ik en gelooft gij ook, dat er geen dood en geen ondergang is, maar alleen een
voortdurende vernieuwing, een voortdurend meer bewust worden van ons eigen zijn en dat
wat rond ons is.
Zover is de mens gekomen. De geest is al veel verder. Hoever zullen wij moeten gaan en
hoeveel wonderen zullen wij nog mogen beleven, voor wij eindelijk, mijne vrienden, een
eindpunt bereikt hebben? Ik weet het niet. Maar U zult met mij uit deze verschillende lezingen
en betogen toch de conclusie getrokken willen hebben, nietwaar, dat het leven één groot
avontuur is. Een avontuur met vreugde en met smart, met oorlog en met vrede, met
ondergang en opbloei* En ook, dat er nooit een laatste woord gesproken is, maar elk woord
slechts het einde was van een hoofdstuk en het begin van een nieuw, nog schoner.
Daarom, vrienden, zullen wij dan nu op die lezingen ..... ja, ik ga mijn mond nog niet houden,
daar kennen jullie mij voor, ..... maar wat deze lezingen betreft, kunnen wij zeggen, dat wij
het nu toch heus wel bekeken hebben zover wij hebben het nu bezien; laten wij zeggen de
meer esoterische kant ervan. Wij hebben getracht iets te begrijpen van de Goddelijke werking
en gelijk van de lotgevallen der mensheid. Maar ik mag verder gaan met: De Denkers der
mensheid. Dan weet ik niet, of daar zo'n aandachtig gehoor voor te vinden aal zijn als voor
deze eerste reeks, maar dan gaan wij toch ook, weer in .ieder geval proberen om een groot
avontuur te beleven: de ontwikkeling van het persoonlijke denken in de éénling, in plaats van
de doorsnee, die wij uiteindelijk deze keer toch steeds in de gaten hebben gehouden.
Bij eenlingen hebben wij uitschietertjes, die doen denken aan een vuurwerk. Soms zijn het
vuurpijlen en zij doven uit. Maar een enkele keer, dan is het een vuurtoren, die voortdurend
door alle eeuwen heen een lichtbundel geeft en altijd weer nieuw de mensen voert naar een
veilige haven, van waaruit zij met hun denken en zoeken verder kunnen gaan. Die zouden wij
ook moeten bezien. Denk niet, dat ik mij alleen wil houden bij de filosofen, bij de schrijvers.
Wees niet bang, dat ik ga spreken over Spencer, Comte en Chaucer, of dat ik ga praten over
Brunton of Ouspensky en de modernen, of over een oude priester uit het verleden, als.....
Neen, ik ga proberen U de volgende keer HET VERSCHIL in het denken van de mensen,
duidelijk te maken.
Het verschil, dat er bestaat tussen een Aristoteles en een Einstein. Het verschil tussen een
More en een Thomas a Kempis. Het verschil dus overal. Verschil in geloof en opvatting, in
redenering en betoogtrant.
Ik wil U confronteren met de Oudheid, met Ich-n-aton; ik wil er een Socrates tegenover zetten
die beiden dan naar Freud laten kijken.
Gedachten der mensen, vaak zo wonderlijk tegenstrijdig, steeds weer in een ander systeem

168 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

gaande, de uitschieters, de buitenbeentjes eigenlijk en gelijk de grote denkers. Want als één
vuurpijl omhooggaat, al brandt hij nog zo kort, dan verlicht hij nog het hele landschap. Veel
van degenen, van die schijnbaar onjuiste gedachten b.v. de gedachten van Aristoteles waren
lang niet altijd juist, maar hun schijnbaar onjuiste gedachten geven dan toch weer een juist
beeld van een stukje van de Oneindigheid, dat tot nog toe aan onze blikken onttrokken was;
dat lijkt mij erg belangrijk.
Alleen dat doceren, dat zint mij niet zo. Maar, ja, uiteindelijk zit ik nu ook alleen te praten.
Misschien denken jullie wel wat een praatjesmaker. Of verdenkt de een of andere handige, zie
mij van reclame maken voor mijn eigen standje. Nu, laat ik eerlijk zijn: deze cursus is voor mij
een genoegen geweest. Ik heb ontzettend veel materiaal, (veel meer dan ik heb kunnen
spuien in die tijd) maar ik heb het idee dat ik vrienden gemaakt heb. Ik weet zeker, dat ik veel
geleerd heb van de mensen, die luisterden maar daarom moet U het mij niet kwalijk nemen,
dat ik - wat mij betreft - de zaak eigenlijk rustig op dezelfde voet door zou zetten. Maar als de
baas zegt "Neen", omdat het iets anders moet, dan zal ik mij daar graag naar voegen. Dan
hoop ik, dat wij minstens net zo vruchtbaar - misschien zelfs nog vruchtbaarder toch weer
samen kunnen werken.
Nu ben ik benieuwd alleen om te zien, hoeveel oude gezichten er weer opduiken in die
volgende cursus. Want als er helemaal niemand komt, dan voel ik mij net een monster; dan
ben ik bang, dat ik jullie allemaal weggejaagd heb, maar dat zullen wij wel weer zien.
In ieder geval, het was dan na de vacantie nog even een kort betoog. Nu leg ik dan plechtig de
leraarsbaret neer, om in toga, pruik en baret, als imitatie-professor in de volgende cursus weer
te komen.
Ik hoop, dat het jullie net zo goed bevallen is als mij. Ik ga het woord nu werkelijk afsnijden,
want als ik het niet afsnijd, blijft het doorgaan. Zó leuk vind ik het bij jullie.
Ik doe dat dan door heel eenvoudig te zeggen: het was goed om weer samen met jullie te
praten. Een prettige avond verder. Dank U. Wij zijn U zeer dankbaar voor Uw prettige
causerieën al deze tijd, die wij buitengewoon geapprecieerd hebben.
Goeden avond, vrienden,
Het is dan nu weer de tijd voor een paar besprekingen en vragen Uwerzijds, Dus wie begint er
het eerst?
De vorige spreker had het over een Vrijmetselaar, die katholiek mag woorden Ik dacht dat
er altijd een grote animisiteit tussen de Katholieken en de Vrijmetselatij had bestaan.
Ja, maar dat gaat niet uit van de Vrijmetselarij. Het gaat eerder uit van de Katholieken, die
krachtens hun geloof geen andere leer, of leerstelling, naast zich kunnen dulden. Ik mag het
dus wel zo uitdrukken: de Macons zijn niet tegen de Katholieken, maar de Katholieken wel
tegen de Macons, zodat, wanneer je Katholiek wilt worden, van die zijde de voorwaarde wordt
gesteld, dat je geen macon meer bent. Maar de macons zullen je niet afwijzen, omdat je
Katholiek bent. De kerk kan nu eenmaal geen leraren naast zich dulden. Dat ligt nu eenmaal in
haar wezen.
Dan zal het wel niet vaak voorkomen, dat er Katholieken onder de macons zijn?
Nu, dat zou U nog wel eens mee kunnen vallen. In Frankrijk zijn er verschillende loges, die
practisch geheel uit_Katholieken bestaan. Dat is wel niet geoorloofd, maar het wordt
oogluikend toegelaten,
Christian Science is toch een esoterische denkrichting. Waarom heeft Broeder Franciscus
dat een pseudo-esoterische richting genoemd? Dat is toch eigenlijk niet zo? Christian
Science staat toch ook de bewustwording van de mensen voor?
Ja, maar als je de bewustwording van de mensen voor staat, houdt dat nog niet in, dat je ook
een esoterische beweging bent. De leer van Christian Science is gebaseerd op de werken van
Mary Eddie Baker. Die werken zijn eerder een exegese, een Christelijke op de Evangelieën
gebaseerde exegese, dan een nieuwe openbaring van esoterische wetten, en feiten, die boven
alle godsdienst staan. Het is geen werkelijk geheime leer, maar is en blijft- geheel gebaseerd
op de gegevens van de godsdienst. Daarom heeft Franciscus het waarschijnlijk een pseudo-
ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 169
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

esoterische groep genoemd. Zou ik het anders gaan doen, dan zou ik ook moeten gaan
spreken over verschillende groepen onder de Dominicanen. Dan zou ik de Jezuïten moeten
noemen. Maar in geen van die gevallen is dat zuiver, dat is geen esoterische groep als
zodanig. Het is een appendix van een godsdienst. De geheime leer, die daar verkondigd wordt,
is niet een werkelijk geheime leer, maar is volledig gebaseerd op de gegevens van de
godsdienst. Daarom heeft Franciscus het waarschijnlijk een pseudo-esoterisch genootschap
genoemd. Het is dus niet esoterisch in de ware zin van het woord. Want de esoterie staat
boven alle godsdiensten en boven alle dosma - het behoort dat te staan - en zoekt dus de
waarheid uit de ouden en nieuwe wijsheid, de ouden en nieuwe natuurwetten en tracht zo te
komen tot een bewustwording, die op elke godsdienst, op elke lering verder kan worden
toegepast en in elk daarvan evenzeer bruikbaar is. Dat is het verschil.
Dan had ik verder willen vragen, hoe of hij dacht over de Odd Fellows.
De Odd Fellows hebben in hun devies;het dienen, vriendschap, liefde en waarheid. Hij heeft
hen niet genoemd, waarschijnlijk, omdat het er te dicht bij komt. Het is eigenlijk precies
hetzelfde als de Maconnerie.
Ja, hij heeft wel een andere organisatie genoemd: de Free Foresters heeft hij genoemd, die
ongeveer in dezelfde richting liggen als de Odd Fellows. U kunt dit zien als nevenorganisaties
van de Maconnerie. Dezen zijn over het algemeen ook weer groepen, die zeer veel goed doen
en zich bezig houden met bepaalde studies. Maar ja, het is dan niet de echte Maconnerie
meer. Begrijpt U? Maar er zijn zoveel dingen. Als wij daarover gaan spreken. Denkt U, dat er
veel Macons zijn, die alleen al weten, waarom zij spreken over de Loge van het Groot-Oosten?
Ik denk, dat er maar heel weinig zijn, die dat weten. Zo kunnen wij verder gaan, want ook in
de Maconnerie zelf is men over het algemeen nog niet volledig op de hoogte van alles, wat er
aan traditie en symboliek zit. Zij kennen er wel veel van, maar niet alles.
Daarnaast staan weer groepen, die ook wel weer een traditie hebben, maar die dan toch weer
minder traditioneel zijn en nog minder symboliek kennen eigenlijk en minder esoterisch gericht
zijn nietwaar, enz. Dus de Odd Fellows en zo, die liggen dan - als ik het zou moeten indelen -
een klein beetje onder de Free-Macons. Een soort van kleine dochteronderneming, zoals dat
wel eens heet. Maar ja, kwaad doen zij niet. Zolang de mensen goed doen tegenover hun
medemensen, wat geeft het dan, hoe U ze noemt? Of het nu "rare" kerels zijn, nietwaar, Odd
Fellows, of Free-Foresters, dus een beetje Robin-Hood-achtige mensen, de naam doet er heel
weinig aan toe, wanneer de mensen maar goed zijn. Wij kunnen zeggen, dat velen van deze
organisaties buitengewoon veel goed doen. Wij nemen daar heel eerbiedig onze pet voor af.
Dan zeggen wij: Kijk eens wat de diepgang is van jullie groep, dat weten wij. Maar als jullie
met het mindere, dat je krijgt meer doet dan een ander met al zijn esoterisch wezen, dan ben
je toch meer waard. Daar gaat het hier om. En? Als het niet voldoende is, of als er iemand wat
op aan te merken heeft, zeg het maar rustig, hoor. Nu? Wat nebben wij nog meer af te
spreken en af te doen enz?
Ik wilde eens vragen: de Witte Broeders, is dat een Broederschap alleen op aarde, of alleen
aan de andere kant, of beide?
Nu, in de termen, waarin U het voortbrengt, zou ik het een gemengd genootschap willen
noemen. Zijn er nog meer vragen?
Ik zou nog willen vragen over de Rozekruisers en over de gang van de ziel. Hoe kan men
een schema geven over de gang van de ziel?
Ja, dat is waarschijnlijk een groot raadsel. Maar ik vermoed, dat men een grote reeks van
ervaringen heeft verzameld. Het zou b.v. al door bewuste uittredingen kunnen gebeuren en op
basis van een deel,van wat men toen heeft gezien en gegevens, die men verworven heeft, dan
verder daar een soort van schema heeft opgesteld, dat natuurlijk niet helemaal juist en waar
kan zijn, maar dat toch in ieder geval de hoofdlijn goed weergeeft. Zo zelfs, dat men dat kan
overzien. Ik meen, dat zij zo aan heel veel van hun schema's zijn gekomen. Voldoende? Ja? Ik
geloof, dat wij zo langzamerhand door onze vragen heen zijn. Nog een onderwerpje?
Ik wilde nog vragen over dat uittreden. Is het voor ons, aardemensen, te controleren, of
een ander uitgetreden is, die zich b.v. naast je bevindt? Neen, hè?
Nu, dat is vaak moeilijk, ja. Maar als je een helderziende bent, dan zie je het wel. Dus dat is
170 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

weer een kwestie van sensitiviteit. Hoe gevoeliger je bent, hoe gemakkelijker je dat
waarneemt. Dat is nu precies hetzelfde, wanneer hier een helderziende tussen zit, dan had hij
b.v. zo net kunnen zien, dat hier na de pauze, het medium ietwat geërgerd, zich begaf in de
richting van de schuifdeuren om vandaar te verdwijnen. Een helderziende zou dat waarnemen
en die zou dus zeggen: O, die is uitgetreden en is schijnbaar met een ander weggegaan. Zo
zou U dat dan ook kunnen waarnemen t.o.v. iemand, die naast u zit, of onverschillig wat. Nu,
dat is dan ook weer opgelost.
Ik wilde nog wat vragen over dat uittreden. Is het mogelijk om dan je ervaringen weer mee
te nemen naar de aarde? Dat is toch ook maar voor weinigen weggelegd, hè?
Ja, dat is eigenlijk een kwestie van oefening. Interessant genoeg? Dan aal ik er U wat over
vertellen. Kijk eens, de vroegere Egyptenaren, die hadden een training hiervoor en die was
betrekkelijk eenvoudig. Die is daarom ook voor Uzelven - wanneer U uittredingen heeft - wel
te reproduceren. Het ging n.l. zo: Er was één ingewijde, dus iemand, die dat uittreden volledig
en bewust beheerste en die trad op als leider van de andere, die uittrad, de leerling. Deze
ontmoetten elkaar dan dus in de geest, gingen soms samen een andere werkzaamheid doen,
gingen een bepaald gebied bezoeken en dan werden er zekere dingen gezegd. De leerling
kreeg dan opdracht om deze man terug te brengen naar de wereld. De ingewijde wist dus wat
die ander had meegemaakt. Degene die uittrad, rustte meestal in een cel, dus in eenzaamheid
en afzondering en die had twee dingen bij zich staan; stylo met een kleitafeltje, een zachte
kleiplaat. Dat werd daar n.l. veel gebruikt voor notities, omdat die meteen weer werden
uitgewist. U weet wel, papyrus was ook in die dagen een tamelijk kostbaar iets. Maar op de
duur kreeg men zelfs papyri en dat op te schrijven.
Wanneer U nu op dezelfde wijze te werk gaat, dan moet U natuurlijk een controlepunt hebben.
Dat controlepunt kunt U niet vinden door te gaan werken met een leraar. Dan zou U daar eerst
tegen aan moeten lopen. Dat is iemand, die dat kan en dat goed kan en precies weet te
onthouden, wat er gebeurd is. kaar U kunt wel iets anders doen. U kunt Uw uittredingen
voorlopig richten naar plaatsen die U kent, b.v. bij kennissen. Dan gaat U kijken daar. U kijkt
daar op de klok. U kijkt, wat er voor bijzonderheden te zien zijn en u schrijft onmiddellijk,
wanneer U wakker wordt, dus weer terugkeert, dat op. Dan gaat U later kijken, of het klopt.
Dan zult U ontdekken, dat u een zeker aantal details verkeerd hebt.
Als zo'n leerling vroeger dat verkeerd had, dan zeiden zij altijd tegen hem: "Denk er om, je
mag nooit fantaseren. Je mag er niet zelf bijmaken, omdat dat wel zo zou geweest zijn. Je
mag alleen maar opschrijven, wat je je werkelijk herinnert, ook al is het nog zo weinig. Dit
gaat U nu tegen uzelf zeggen. Dan op die manier kom je dus langzaam maar zeker zo ver, dat
je alleen het werkelijk beleefde gaat neerschrijven.
Ben je eenmaal zo vergevorderd, dan zal je door de oefening steeds meer meebrengen en op
de duur in staat zijn om alles, wat je in zo'n uittreding hebt meegemaakt, je te herinneren.
In het begin schrijf je dat nog steeds neer; dan blijkt al, dat je eerst - dat was vroeger het
kenteken van de ingewijde, die uitgetreden was - die dronk eerst. De leerling, die schreef
eerst. De ingewijde was in staat om dat te onthouden, laten wij zeggen een kwartier, met alle
détails. Die kon zich dus de weelde permitteren om eerst te drinken. Maar de leerling had het
beeld zo vaag beet, dat was al aan het vervloeien, terwijl hij wakker werd. Die moest geen
woord spreken. Die moest onmiddellijk die verschillende beeldjes neerschrijven.
Zo moet u dat dus ook doen. Zo wakker, het potlood in je hand en schrijf maar. Ook al lijkt het
onzin; dat kan je niet schelen, schrijf het neer. Dan ga je dat later natuurlijk nalezen en dan
ga je proberen, of je daar wat uit kunt distilleren, of je daar weer een beeld uit krijgt. Als je
dat een paar keer hebt gedaan, dan zal je vaak blijken, dat de woorden, die je hebt
neergeschreven het beeld veel vollediger dan je het neerschreef, weer voor je ogen brengen.
Dan ben je zover, dat je aardig dicht bij de ingewijde al komt. Wat dat betreft tenminste. Dus
U ziet, het is een zeer simpele gebruiksaanwijzing. Alleen.....je moet eerst uittreden.
Degenen, bij wie je dan komt, kunnen die er iets van merken?
Ja, dat is alleen een kwestie....ten eerste: wat doet U en hoe bent u? En in de tweede plaats:
hoe zijn zij? Zijn dit helderzienden b.v. dan zien zij U rustig binnenkomen en dan maken zij

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 171
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

rustig een praatje met u. Maar zijn zij dat niet, dan merken zij U niet op. Dan kunt U wel op
een gegeven moment iets horen, dat U zó woedend wordt, dat u zou zo een kandelaar van de
schoorsteenmantel willen nemen, of een vaasje en het zo kapot gooien. Dan gooit U dat niet,
want zo sterk bent u niet. Maar U heeft kracht genoeg om dat vaasje van de schoorsteen te
laten vallen. Dan merken zij daaruit wel, dat u er bent. En weten zij het dan niet, dus weest U
maar niet bang, dat U de schade moet betalen. Als je eerlijk bent, doe je het natuurlijk toch.
Maar onopvallend liefst. Het is ook weer een kwestie van: hoe gevoelig zijn de mensen. Kijkt u
eens, als U werkelijk zeer sensitief zou zijn, zou u hier rond een hele reeks figuren zien, dat
het hier betrekkelijk druk is ondanks de betrekkelijk weinige mensen die hier aanwezig zijn,
Maar ja, U ziet dat niet om de eenvoudige reden; Degenen, die er gevoelig voor zijn, die
zouden zich even moeten concentreren en rondkijken en die zouden het zien. Logisch,
nietwaar? Zo kun je natuurlijk steeds verder en verder gaan. Maar in hoofdzaak komt het er
toch op neer: je moet in jezelf de gevoeligheid ontwikkelen voor deze dingen, dan kun je ze
waarnemen.
Het is met het uittreden ook precies hetzelfde. Practisch ieder mens treedt uit, maar er zijn er
heel weinig, die het weten.
Wanneer je nu van jezelf weet, dat het waarschijnlijk is, dat je uittreedt, dan ga je dus je
aandacht daar een beetje op richten Dan ga je proberen om eerst maar eens je dromen vast te
leggen. Nu, dan komt er in het begin heel wat onzin los, hoor. Maar op de duur zal je dan
ontdekken, dat je de dingen hebt neergeschreven, waarvan je zegt: hemel, hoe kan dat nu?
Hè, dat is eigenaardig,
Dan bent U dus zover, dat uzelve iets gaat herinneren van die uittredingen, u gaat natuurlijk
daarnaast 's avonds, eer u slapen gaat, uzelve opleggen; Denk er nu aan om geen onzin te
dromen. Ik denk aan zo weinig mogelijk dingen. Ik laat mij nergens door beheersen; niet door
dat leuke romannetje en niet door die zanger in de radio, enfin, door niets. Ik wil zo zuiver
mogelijk mijn beleven van vannacht mee terugbrengen op de wereld". Die concentratie helpt U
dan om heel veel van die onzin van de wekdroom nog weer op zij te schuiven. Simpel? Ja, het
is maar een kunstje, hoor. Het kost net als acrobatie betrekkelijk veel moeite om het te leren
en het vraagt om voortdurende oefening om het te behouden. Maar heb je het eenmaal, dan is
het ook zo gemakkelijk, dat je niet kan begrijpen, dat een ander het eigenlijk niet kan. Zo gaat
het met die dingen.
Maar is het niet gevaarlijk, als de omgeving niet weet, dat iemand uitgetreden is en die zou
je dan storen?
Nu, het hoeft niet gevaarlijk te zijn. Maar iemand, die onbewust of halfbewust uittreedt, die
heeft inderdaad het gevaar, dat hij bij een storing een hevige schok krijgt. Maar dat kun je ook
weer voorkomen door jezelf steeds voor ogen te houden, dat, wat er ook gebeurt en welke
storing er ook is, dat je onmiddellijk naar je lichaam terugkeert. Dan ben je misschien, alleen
boos, omdat er net iets moois werd onderbroken, maar dan zit er verder geen gevaar bij. Een
mens moet onthouden, wanneer hij zich in de sferen bevindt in uitgetreden toestand: wat er
ook gebeurt, je hebt één schuilplaats, dat is je lichaam. Wanneer er iets gebeurt dus: naar de
wereld toe in dat lichaam. Dan is de zaak in orde. Als je dat nu maar onthoudt, dan doe je het
automatisch. Dan is er dus heel weinig gevaar aan verbonden.
Het gevaar is n.l. dit, dat, wanneer U plotseling gestoord wordt, u wilt reageren in die andere
wereld. Dan komt er een zeer grote spanning op uw levenslijn te staan. Die zilveren draad, dat
zilveren koord, weet u wel? In dat geval kan daar dus een onaangename toestand uit
voortvloeien. Dat is alleen maar onwetendheid, waardoor dat kan gebeuren.
Neem nu maar die echte Yogi's, die treden ook uit. Soms weken achter elkaar. Denkt U, dat zij
dat lichaam ergens wegbergen, dat niemand er bij kan? Ben je gek Zij liggen gewoon langs de
weg. Iedereen komt er voorbij. Dan komt er een ossenwagen langs. Die os snuffelt eens over
dat lichaam heen. Het hindert niet. Het irriteert helemaal niet.
En dan krijgen zij vogelnestjes in hun haar?
Dat zijn nu weer sterke verhalen, hoor. Dan kun je ook zeggen, dan komen de kinderen om
Paaseieren te zoeken in die haren. Onmogelijk is het niet. Maar laten wij het nu niet bij het

172 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

absurde houden. Dat komt misschien wel eens voor, maar dan toch maar heel zelden. Daar
zou ik mij niet druk over maken. Maar die worden dus niet gestoord.
Dat is toch wel het beste bewijs, dat een storing op zichzelf geen kwaad kan. Het is alleen
wanneer je zelf foutief reageert, dat die dingen gevaarlijk worden. Precies hetzelfde als je
tegenover een demon komt te staan.Vlucht je in het wilde weg ........... bom, dan ben je
verloren. Dat kan je bij een uittreding gebeuren. Je bent bang, dus je vlucht. Ja, je vlucht weg,
maar je vlucht niet naar je lichaam. Dan heb je grote kans, dat je de verbinding met je eigen
lichaam verbreekt. Maar ga je automatisch naar je lichaam toe, dan kan die demon je niet
achterhalen. Dan ben je klaar. Dan gebeurt er niets, het is allemaal een kwestie van weten en
een klein beekje ervaring.
Ik wilde dit nog weten. Als bij een uittreding het grofstoffelijke lichaam gekwetst wordt,
wat is dan de ondervinding?
Nu, in heel veel gevallen -, tenzij de kwetsuur direct dodelijk is, in welk geval, je je natuurlijk
in een heel eigenaardige toestand bevindt dat het lichaam veel sneller geneest en veel zui-
verder geneest dan anders. Weet u waarom? Omdat dan die menselijke geest en dat menselijk
denken er niet tussen komen en dat lichaam hindert in zijn natuurlijke functie van zelfherstel.
Nooit over nagedacht, hè? Toch is het zo. Kijk eens, als U op Uw tenen wordt getrapt, dan
komt die pijnimpuls en dat lichaam neem onmiddellijke maatregelen. Zou U er niet meer aan
denken, dan blijf die teen nog wel even gevoelig, hoor, maar dan heeft U er weinig last van.
Maar maakt U zich er boos over en denkt U er over, dan blijft die teen een paar uur steken,
terwijl U er anders alleen zo nu en dan last van zou hebben. Het zuiverste voorbeeld. Dat heeft
U zelf misschien wel eens meegemaakt.
Die draad wordt niet verbroken?
Neen, die wordt niet verbroken. Niet door de verwonding. Die wordt alleen verbroken, als het
lichaam alle levensfuncties staakt. Dan komt de geest toch nog tot dat lichaam terug, maar is
dan over het algemeen niet meer in staat om dat lichaam tot uiting, tot leven te bewegen. Dan
krijgen wij dus de dood. Wie uittreedt weet over het algemeen wel, waar hij mee te maken
heeft. Ziet hij die onmogelijkheid in, dan treedt hij dus ook heel rustig terug. Dan zegt hij
alleen: Ik vind het erg onaangenaam.
Om een vergelijking te maken, die ervaring is ongeveer of je met vacantie twee weken gezellig
van huis bent gegaan en je vindt bij je thuiskomst je hele huis afgebrand. Dan voel je je net zo
bekocht.
Nu, wat hebben wij nog meer op de lijst staan?
Kom je uitgerust terug van zo'n uittreding?
Ja, dat ligt er aan. Dat is ook weer net als met de vacantie, waar ik het over had. Als U die
hele vacantie U buitengewoon inspant en bard werkt eigenlijk, veel harder dan anders, dan
komt U moe thuis en dan gaat U naar kantoor om uit te rusten, nietwaar? Maar als U werkelijk
rust hebt genoten, U hebt het landschap bewonderd en U hebt U gezellig in het zonnetje
bewogen enz. enz», d^n komt u vol met vitaliteit terug
Zo is hst uittreding ook, u verzet soms geestelijk veel werk gedurende die uitgetreden
toestand. Het is begrijpelijk, dat dan de vermoeidheid geestelijk afgedrukt wordt op het
lichaam, dat zich dan mat en loom voelt. Dan moet eerst die vitaliteit weer even bijkomen.
Maar heeft U een buitengewoon prettige toestand gehad, dan wil het wel eens zijn, dat het
lichaam eigenlijk nog vermoeid is en dat die geest alleen door het vuur, die kracht, die
vitaliteit, die zij meebrengt, dat lichaam a.h.w. plotseling alle vermoeidheid doet afschudden.
Ja, ik kan het ook medisch gaan vertellen, maar dan wordt het nog minder interessant. Dan
kun je zeggen: de spanning, die de geest medebrengt, brengen reacties in de hersenen
teweeg, waardoor de evenwichten der interne secreties tijdelijk maar abrupt zodanig gewijzigd
worden, dat alle vermoeidheidsstoffen door het lichaam onmiddellijk worden afgescheiden. Dat
klinkt leuk, hé? Maar je kunt wel zeggen: die kracht is dan voldoende om het lichaam weer
helemaal vitaal te maken. Vandaar dat mensen die uittreden en gedurende uittreding rusten
aan de helft slaap per etmaal genoeg hebben. Dan kunnen ze zwaar werken, hetzij lichamelijk,
hetzij met de hersenen.
ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 173
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

Waarom wordt de magnetische slaap zo weinig toegepast? Daar rust je ook heerlijk van uit.
Waarschijnlijk, omdat er verschillende gevaren aan verbonden zijn.
Wat voor soort van gevaren zijn daar dan aan verbonden?
Een magnetisch slaap toepassen, wil zeggen, dat U door het magnetisme van een ander in
slaap wordt gebracht, nietwaar? Dus dat U met het magnetisch veld van die ander onmiddellijk
verbonden bent. Dus dat U geestelijk en lichamelijk onder de invloed van die persoon staat
gedurende de periode van Uw slaap. Dus dat alle reacties en emoties, die in deze persoon zich
afspelen in meerdere of mindere mate afgespeeld worden in Uw lichaam.
Ik heb toch mensen zien uitrusten in de tijd van 2 minuten. Zij werden wakker met het
gevoel, of zij de hele nacht heerlijk geslapen hadden.
Dan hebben wij waarschijnlijk geluk gehad met een buitengewoon goede magnetiseur, die
bovendien zelf op dat ogenblik weinig andere gedachten aan het hoofd had, geen zorgen had
en sterk vitaal was. Als U nu al die voorwaarden kunt testen, dan maakt U gebruik van een
magnetische slaap en kan het geen kwaad. Maar aangezien U het meestal niet toetsen kunt,
zitten er risico's aan verbonden. Bovendien betekent het voor de magnetiseur een grote
aansprakelijkheid, een grote verantwoording. Ja, natuurlijk, hij is voor U verantwoordelijk,
wanneer hij dat doet.
O, dan heeft deze vent niet geweten.
Waarschijnlijk niet, anders zou hij het niet gedaan hebben.
Wat dat betreft zijn er veel mensen, die in hun zoeken naar het occulte zonder schromen daar
gaan, waar engelen aarzelend durven schrijden. Onwetendheid, die.... enfin, laten wij daar
niet over gaan praten. Wat de mens allemaal in zijn onwetendheid doet op het ogenblik b.v.,
dat is zó ontstellend, wanneer je de mogelijkheden kent. Maar het zal wel net gaan als met
een dronken man; die loopt door de dakgoot heen, of hij klimt boven op een brug en er
gebeurt niets. Dronken fietst hij over een smal plankje, waar hij nuchter niet eens over heen
kan komen enz. enz. Dat is het onbewust zijn van het gevaar brengt vaak met zich mee, dat
men door alle gevaren heen zeilt. Dat zal met de mensheid ook wel zo zijn. Dat zal in dit geval
ook zo geweest zijn met die magnetische slaap.
U bent net nu zo bezig met practische raadgevingen. Kunt U nog enige raad geven voor de
ontwikkeling van gaven om die geestelijke vrienden, die hier aanwezig zijn, te leren zien?
Neen, daarvoor kan ik U geen raad geven. Dat is een sensitiviteit, die vergroot wordt door het
feit, dat u behoorlijk leeft, dat U innerlijk tevreden bent, dus dat U geen grote frustaties hebt
enz., dat U harmonisch bent. Hoe harmonischer U bent, hoe makkelijker U het waarneemt.
Maar daarvoor kun je verder niets zeggen. Komt het eenmaal, dan is de enige tip, die ik U kan
geven: probeer nooit te forceren. Accepteer het, als je het uit de hoekjes van je ogen denkt te
zien maar rustig, of je een beetje scheel kijkt. Maar ga er niet naar kijken, want dan is het
weg. Aanvaard het, zoals het komt en laat het even tot je doordringen. Ga niet proberen om
het onmiddellijk te begrijpen; recapituleer het later maar, wat je gezien hebt. Aanvaard die
dingen. Dan leer je langzaam maar zeker die dingen zó op je te laten inwerken, dat je ze
inderdaad kunt waarnemen en dan kun je bewust je belangstelling gaan richten op dit punt of
op dat punt. U ziet, het is allemaal nogal makkelijk.
Ja, het is allemaal heel makkelijk. Maar het moeilijk is altijd de innerlijke toestand. Dat is met
die uittredingen zo, dat is met helderziendheid, helderhorendheid, met al die dingen. Vóór dat
je het hebt. wantrouw je jezelf en denk je, dat je het niet hebt. Wanneer_de eerste
verschijnselen komen, dan vraag je jezelf af, of je nu gek bent, of dat je nu werkelijk gezien
hebt enz. Door die aarzeling rem je dus jezelf voortdurend af enz. Dat zijn de dingen, die altijd
het nadeligste zijn. Nu, nog meer?
Ja, Bestaat de mogelijkheid om trancemediums te ontwikkelen. D.w.z. mensen die al een
trance beleefd hebben, verder te brengen?
Ja, natuurlijk.
Hoe dan? Door het vaker te doen?
Systeem van oefening baart kunst.

174 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II; 1954 – 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

Ja, dat is waar..
En natuurlijk ook weer: wanneer je zo iemand verder ontwikkelt, zorg dat de atmosfeer
gezuiverd is. Brand desnoods wat wierook. Verricht dat niet in een kamer, die voortdurend
gesloten is geweest, Zorg, dat er zonlicht is geweest, dat er wind door heen heeft kunnen
slaan. Laat het desnoods even doortochten. Wanneer dat is gedaan, kom bij elkaar en probeer
met zo goed mogelijke gedachten en zo eerlijk mogelijke bedoelingen te experimenteren; dan
behaal je de beste resultaten. Wees niet teleurgesteld, als in het begin het niets is, want het
moet langzaam komen.
Dus u vindt gesloten vertrekken, die altijd in het donker worden gehouden, absoluut een
verkeerde basis om die dingen te proberen?
Ja, die vind ik uit den boze. Het is een oud bijgeloof misschien} maar het berust op waarheid
dat vele krachten des kwaads in het duister het sterkst zijn. Wanneer je zo'n kamer gesloten
houdt, dan blijven al die invloeden daarin. Aangezien het kwaad meer van het duister houdt
dan het goed, zullen de slechte invloeden langer blijven hangen dan de goede. Dan krijg je dus
een accumulatie van kwade invloeden, waardoor je op de duur overstelpt wordt en dan zit je
opeens in het demonische. Dat is niet leuk, hoor én niet voor een medium én niet voor
degenen, die er bij zijn.
Dat houdt dus ook de ontwikkeling van een medium tegen?
Dat is niet altijd gezegd. Het kan heel verrassende ontwikkeling geven. Maar dan gaat die
ontwikkeling de verkeerde kant uit. Dan kan er soms een schade worden aangericht, die je in
geen 1000 jaar meer goed maakt. Je moet er voorzichtig mee zijn.
Maar als het medium ook een heel goed mens is, die toch graag in het duister leeft? Ik ken
toevallig zo'n geval.
U neemt het mij niet kwalijk, dat je in een donkere kamer, een duister gemaakte kamer een
experiment doet, accoord. Maar dan geen kamer, die voortdurend gesloten i« enz. Die
voortdurend, in duister is.
Het is een kamer, die altijd gesloten is.
Dan acht ik het experiment op zijn minst genomen twijfelachtig en gevaarlijk. Dan zou ik er
geen verantwoording, voor willen dragen. Nu, zijn wij zo'n beetje door alles heen?
Ik geloof het wel, vriend.
Wel, dan zullen wij het vandaag maar niet zo erg lang maken. Wij hebben nu zo even alle
vragen beantwoord voor zover zij er waren. Ik zou zeggen, laten wij het overgeven aan het
Schone Woord, danken de avond gesloten worden.
Wat mij betreft, u zult mij ongetwijfeld nog wel terugzien op verschillende andere groepen en
zelfs op de Vrijdagavonden. Dus ik ga niet plechtig afscheid nemen in deze waardigheid,
aangezien ik hier niet gedoceerd heb, niet zal doceren in deze groep. Het woord is dan nu aan
de volgende spreker.
Goeden avond.
o-o-o-o-o-
Goeden avond, vrienden. Wij zullen dan deze bijeenkomst gaan besluiten met het Schone
Woord en ik laat het aan U over om te bepalen, in welke vorm en over welke onderwerpen ik
zal spreken. Geen voorkeur? Goed, de keus aan mij behouden, dan ben ik dus zo vrij om zelf
te kiezen. Dan wil ik met U spreken over

HET VERBROKEN CONTACT
De band werd bruusk verbroken, er klonk geen woord, geen klank, Het beeld van de gedachte
was plotseling bleek en blank. Men voelde zich verlaten, verstoten en alleen, 't Contact, dat
werd verbroken, dat liet de mens alleen 't Contact, dat werd verbroken dat sliep in 's mensen
hart, Er was geen werkelijk eenzaam zijn, er was geen ware smart, Er was slechts onbegrip,
niet weten, niet verstaan, Want het zijn contacten in de mens, die sluiten, opengaan.
't Contact werd bruusk verbroken; er bleef een eenzaamheid. Een mens heeft dat begrepen en

ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD 175
© Orde der Verdraagzamen
Studiekring II : 1954 - 1955 - De ontwikkeling der mensheid
Les 11 – Esoterische groepen in deze tijd

in «en lange strijd Verwonnen eigen wezen; herwonnen eigen zijn. En ziet de klank keert
weder en uit de schrille pijn. Van een verbroken contact brak er een nieuwe wereld uit.
Wij zien hen, die naast elkander gaan En mensen, die naast elkander staan. Levens, die saam
vervlochten zijn, die worden nooit gescheiden, 't Contact, dat onderbroken wordt, dat oorzaak
is van lijden, Van wanhoop en van pijn, van zoeken en van vrezen, Dat is de onvolmaaktheid,
die schuilt in 't eigen wezen. Er is geen grens, er is geen tijd. Er is Oneindigheid. Er is één
Weg, één Werkelijkheid, Die het Al tezamen leidt. Geen contact wordt ooit verbroken in
waarheid, zonder wederkeer of heul. Want den zijn de dingen, één zijn de mensen, één zijn
zelfs de grenzen van 't Al. Er is er slechts Eén, Die de ware gedaante, gestalte der dingen
kennen zal en kent. Er is slechts één Werkelijkheid, dat heb ik U gezegd, Denk niet: Ik zal
eens eenzaam zijn. Wel is de eenzaamheid Uw recht, naar slechts uw eigen keuze.
Eenzaamheid is een gevolg van onbegrip. Eenzaamheid is een misverstand. Eenzaamheid is de
onvolmaaktheid. Wanneer de ogen opengaan, dan ziet men, hoe de eerste geslachten der
mensen en de laatste, die deze aarde betreden zullen, aanééngereid als éénheid staan en
Werkelijkheid regeren. Gij ziet Uzelve op Uw plaats en ziet, hoe gij kunt gaan van ene graad
tot andere graad, van trap tot trap in het bestaan, terwijl gij niemand achterlaat. Dan begrijpt
gij: leven is een schijn, geboren uit het eigen wezen. Doe zo met een verbroken contact, ook
geboren uit Uw wezen, uit Uw werkelijkheid. Niet reëel, niet onvermijdelijk, niet een einde der
dingen Maar slechts een korte pauze, waarin een verschil van bewustzijn het onmogelijk maakt
om te begrijpen, welke woorden de ander spreekt. Zo is de dood het Babylon der mensheid:
de taal van de geest wordt niet verstaan door de mens en niet altijd kan de geest een mens
begrijpen; En zij zijn naast elkaar. Wanneer er een kracht is, sterker dan woord en begrip, die
hen bindt, dan kan er nooit een werkelijke scheiding bestaan. Ik spreek nu over mensen en zo
mag ik spreken over God. Hoe vaak zegt de mens; "Er is een verbroken contact. Ik kan mijn
God niet vinden, mijn God spreekt niet tot mij. Ik ben eenzaam." Maar dat is niet waar, God is
altijd met u. Uw God is voortdurend in en rond U. Er is geen moment, dat gij eenzaam zijt.
Maar wanneer gij denkt, dat Hij U verlaat, dan begrijpt gij Uw God niet meer. Dan zijt gij blind
en doof.
Indien gij dat weet, zult gij ongetwijfeld ook het geduld hebben te wachten, tot de ogen
opengaan en de oren weer horen. Dan zult gij begrijpen; hoe onbelangrijk stof en geest
uiteindelijk zijn, omdat zij altijd beelden blijven; beelden; die vóór de werkelijkheid geschoven
staan. Beelden die het contact verbroken hebben met het Ware, maar die gelijktijdig weer ons
de verbinding met het Oneindige geven, opdat wij kunnen komen tot de realisatie van de grote
Eenheid, die voor ons is; het einddoel van alle streven. In deze mediterende vorm over dit
onderwerp meende ik een waardig slot te bieden, juist aan deze cyclus.
Het lijkt, of het verleden der mensheid verloren is gegaan en of de toekomst een vage droom
is. Maar ik zeg U; het is een werkelijkheid; alleen het contact zijt gij kwijt geraakt. De
beperking ligt in U, niet in de Schepping. De ontwikkeling, die gij hebt gezien, ontwikkeling,
waarvan gij droomt, zijn werkelijk, omdat zij een groeiend bewustzijn betekenene in Uw wezen
en daardoor de een terugkeer tot de Oneindigheid.
Ik dank U voor Uw aandacht.
Goeden avond

176 ESOTERISCHE GROEPEN IN DEZE TIJD