You are on page 1of 132

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN

INLEIDING.

U weet, dat we op het ogenblik met veel wisselend personeel zullen moeten werken en dat zal ook in deze cursus ongetwijfeld het geval zijn. Het is dus niet mogelijk van tevoren precies te zeggen, welke onderwerpen zullen worden besproken. Indien de reeks in de volgorde moet worden afgewerkt dan is de moeilijkheid, dat een spreker, die specialist is in b.v. economische zaken misschien moet spreken over de Wereldleraar; en dat iemand, die ontzettend veel weet van de geestelijke stromingen van deze tijd, zich moet bezighouden met de oorlogsspanningen. U begrijpt wel, dat is niet aanvaardbaar en dat geeft ook geen maximum resultaat. We hebben toch geprobeerd om alle voorzieningen te treffen, die bij een cursus behoren. De eerste spreker is altijd iemand, die een zekere specialiteit heeft. Deze is meestal dus niet in staat direct in te gaan op de vragen betreffende een vorig onderwerp. Na de pauze menen we het zo te kunnen regelen, dat ongeveer 10 minuten tot een kwartier een informatief contact in stand wordt gehouden tussen de aanwezige spreker en de spreker, die het vorige onderwerp heeft behandeld. Aan deze kunt u dus uw vragen - bij voorkeur schriftelijk - voorleggen. U krijgt het antwoord daarop dan van de specialist in kwestie. Dit houdt wel in, dat u dat dus alleen maar de eerstvolgende keer kunt doen. Ik ga vandaag b.v. met u spreken over de economie, de economische spanningen, die er op het ogenblik zijn. Als u nu drie maanden later komt en u vraagt daarover iets, dan hebt u kans dat u een specialist in filosofie te pakken heeft; en een filosoof denkt anders dan een econoom. Dat zou de zaak vertekenen. We zullen wel ons best doen een opbouw tot stand te brengen en de onderwerpen redelijk op elkaar te laten aansluiten, voor zover dat mogelijk is. In het tweede gedeelte van de bijeenkomst krijgt u eveneens kleine onderwerpen. Deze zijn eigenlijk alleen ter voorlichting. Het is niet de bedoeling, dat u daarover nu allerlei vragen gaat stellen. Het zijn eenvoudige beschouwingen over b.v. de toestand in India, de problemen in Mansjoekwo of in Korea, een prognose misschien t.a.v. de ontwikkelingen in Amerika. Soms zijn er prognoses bij, die ook van belang zijn. Dat tweede gedeelte is dus informatief, behalve de vragen, die u zelf stelt. Ik hoop, dat iedereen het ermee eens is dat iedereen het heeft begrepen.

LES EEN - ECONOMISCHE SPANNINGEN.

De wereld van vandaag wordt eigenlijk gekweld door verschillende problemen, die elk voor zich in de economie mede een oorzaak of een achtergrond vinden. We hebben in de eerste plaats te maken met het ontstaan van grote handelsrijken, die productie, verwerking en afzet omvatten. Deze handelsrijken zijn vaak veel groter dan u denkt. Er zijn b.v. een drietal grote firma's in de Ver. Staten, die voor een 300 producten ongeveer 90 % van de markt beheersen in dat land. Bovendien beginnen ze een toenemende invloed te krijgen op de markt in West-Europa, hebben ze een grote invloed in Zuid-Amerika, etc. Overal zien we dezelfde neiging ontstaan tot het scheppen van een soort handelsimperium. Dat is begrijpelijk, omdat de staten overal in toenemende mate het bedrijf, dat niet machtig genoeg is, aan pressie kunnen onderwerpen. Die pressie betekent betalingen. Maar dat betekent ook: je aanpassen aan hetgeen bepaalde regeerders goed vinden. En wat de regeerders goed vinden is – zakelijk 1

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN gezien - lang niet altijd goed. Vandaar dat we dus in de eerste plaats te maken hebben met het grote probleem van de handelsrijken. U meent misschien, dat dit geestelijk weinig te zeggen heeft. Toch wordt de mentaliteit van de mens en daarmee ook zijn benadering van de problemen daardoor grotendeels beïnvloedt. Wij weten allemaal dat er ontwikkelingsgebieden zijn. Een ontwikkelingsgebied of een onderontwikkeld gebied is een land, waarin de industrie (eventueel de landbouw) is achtergebleven, waarin de mensen vaak te groot in aantal zijn vergeleken bij hun productie. Dat klinkt allemaal heel aardig. Indien we echter iets verder doordringen in het probleem, dan zien we ineens een heel ander beeld rijzen. Er zijn grote handelsimperia. U moet die niet alleen in de westelijke sector zoeken; we vinden ze eveneens in b.v. Rusland; ook Rood-China heeft bepaalde handelsimperia opgebouwd, d.w.z. complexe industrieën met zeer grote zeggenschap. De landen, die voor zichzelf die industrieën hebben opgebouwd, willen rendabel werken. Dat betekent, dat ze grondstoffen moeten kopen voor zo laag mogelijke prijs. Verder dat ze elke concurrentie op hun speciaal gebied proberen af te wenden. En ten laatste, dat ze elke poging om een verbetering van het industrieel klimaat in een bepaald land te bevorderen zullen torpederen. Dat behoeven ze niet direct te doen. Ze kunnen dat indirect doen door b.v. hun leveringen te vertragen; door bepaalde vestigingen: door dus zelf een fabriek neer te zetten en daaraan weer eisen te verbinden. Wij geven u een werkgelegenheid - zegt men dan - voor 2000 of voor 10.000 mensen, maar dan moet u ons garanderen, dat er geen andere verwerkende industrie van deze aard wordt gevestigd. Later blijkt dan, dat die z.g. industrie in feite een assemblagebedrijf is. Het zet dus wel producten in elkaar voor het land zelf en misschien de omringende landen, maar in de praktijk wordt alles eigenlijk daar alleen maar samengesteld. Het is een meccanodoos-werk. Het is helemaal niet het werkelijk produceren van iets. Dat produceren gebeurt in de landen, die hoogontwikkeld zijn. Wat dit allemaal voor consequenties heeft, zult u pas goed begrijpen, als u denkt aan de kwestie Kenia en aan de Biafra-zaak. Hier hebben we werkelijk te maken met gebieden, waar de handelsrijken beslissend zijn. U dacht misschien, dat Engeland wapens leverde aan het gouvernement daar, omdat ze tegen de Biafranen zijn. Dat is helemaal niet waar. De regering zelf heeft buitengewoon gunstige voorwaarden aangeboden voor herstel en exploitatie van o.m. oliewinnings- en ook ertswinningsbedrijven. Dat is de prijs, die de machthebber betaalt voor levering van wapens, voor zekere faciliteiten. Hier wordt dus oorlog gespeeld en wordt eigenlijk een deel van het volk toch op z'n minst genomen zwaar gedecimeerd, alleen maar omdat zakelijke belangen een betere aanbieding kregen van het z.g. officiële gouvernement dan van de afvallige Biafranen. En denkt u nu niet, dat dit alleen hier zo is. Er zijn veel revoluties geweest (b.v. in verschillende staten van Zuid-Amerika, zelfs in Venezuela), waarbij de grote handelsmaatschappijen en de grote producenten in feite de regering hebben bepaald. U zegt: Dat is dwaasheid; dat kan niet. Maar de economie vergt nu eenmaal werkgelegenheid, doch ook een groeiende afzet. Wil men de kosten kunnen betalen van de steeds topzwaarder wordende gouvernementen overal ter wereld, dan moet er sprake zijn van een groeiende economie. Een groeiende economie kan ik alleen krijgen door een groeiende productie. Een groeiende productie heeft alleen zin bij een groeiende afzet. Een groeiende afzet kan ik alleen verkrijgen, indien mijn beheersing van de afzetgebieden (de markt) steeds groter wordt. Hier heeft u een typisch voorbeeld van alles wat er in de wereld gebeurt. De mensen zien dat zo niet. U bent waarschijnlijk wel heel erg voor de onderontwikkelde gebieden. U vindt, dat u er wat aan moet doen. Maar u zult toch zeker geen rietsuiker gebruiken. Of toevallig wel? De meeste mensen doen het niet. Want het is moeilijk te krijgen; de beetwortelsuiker hoort hier in Nederland; er zijn hier grote fabrieken en de landbouw is daarop ingesteld. Niet dat de landbouw daarvan afhankelijk is, het is maar een gewoonte om die bieten te telen.

2

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN De fabrieken zijn betrekkelijk groot. De meeste van u weten niet, dat de grootste suikermaatschappijen van Nederland en België in feite één concern vormen. En u zou heel verbaasd zijn, indien u zou ontdekken, dat b.v. de Organon-sectie daar aandelen in heeft, maar ook Philips. En Philips en Organon zijn ook weer verwant. Het is één groot handelsrijk. En dat handelsrijk zegt: wij hebben nu eenmaal de productiemogelijkheid, we kunnen er wat aan verdienen, dus geen suiker, die bepaalde landen in feite veel goedkoper zouden produceren. Dat gaat nu niet alleen over Cuba, maar net zo goed over de suikerproductie van b.v. Indonesië, delen van India, een deel van West-Pakistan waar ook suikerverbouw mogelijk is. Op soortgelijke manier heeft men b.v. de koffiemarkt in handen weten te krijgen. Op het ogenblik wordt er met de Zuid-Amerikaanse koffie bijzonder veel propaganda gemaakt. De Congo-koffie, de Arabische en Aziatische koffiesoorten zijn eigenlijk veel minder in tel. Waarom? Het is weer heel begrijpelijk, als we ons realiseren dat de koffiehandel en de omzet in koffie voor een zeer groot gedeelte in Anglo-Amerikaanse handen zijn. Die hebben er belang bij, dat ze de koffie van Brazilië, van Columbia, etc. afzetten. Want daar hebben ze eigen plantages. Voor de menging willen ze dan wel gebruik maken van andere koffiesoorten, maar die moeten niet te duur zijn. En als de vraag naar de Zuid-Amerikaanse koffiesoorten nu maar wordt gestimuleerd, zal vanzelf de andere koffie goedkoper worden, want er is minder afzet voor. Indien er minder afzet voor is en het wordt goedkoper, kan men het gebruiken in mengingen, die dan in de handel weliswaar als Columbiaans of iets dergelijks worden aangeprezen, maar die voor een deel b.v. Congo-koffie bevatten of een deel Arabica, die uit Azië komt. De mensen zien het niet in. De mensen denken er anders over. Zij menen: Wij moeten die groeiende economie handhaven. Wij moeten ten koste van alles de productie verhogen, want alleen zo kunnen we de levensstandaard handhaven. Is dat waar? Een verhoging van productie is alleen te bereiken door een zeer grote investering. De investering moet ergens vandaan komen. Zij komt uit het inkomen van de mensen, die sparen. U, Nederlanders, ben daarvoor zeer vatbaar. U bent een zeer spaarzaam volk. U belegt uw geld bij de bank. Deze geeft u daarvoor - laten we zeggen - gemiddeld 5 %, misschien iets minder. De bank zet vervolgens het geld uit aan de industrie of aan de Staat tegen een rente, die voor de Staat ongeveer 7 % is, maar die voor de industrie loopt tot 9 %. Er wordt dus een investering gedaan. Die investering kost een hoop rente, die weer drukt op het product en op de werknemer, die in dat bedrijf werkt. U betaalt dus eigenlijk die rente nog eens een keer extra. Het klinkt een beetje vreemd, als je zou zeggen: Op deze manier is sparen dus eigenlijk waanzin. En dan is er nog iets bij, wat u misschien ook niet helemaal door hebt: Laten we de gemiddelde muntwaarde over de gehele wereld eens nagaan. (We laten nieuwe en revolutionaire staatjes erbuiten, want als we over b.v. de roepiah gaan spreken, dan is het een treurzang.) Laten we de Nederlandse gulden nemen en daarnaast de dollar. Dat zijn twee munten, die erg vertrouwd worden. De gulden is op het ogenblik een half-zachte valuta en de dollar wordt nog als een harde aangezien, ofschoon hij dat ook niet meer is. Wat blijkt nu? De waarde van één gulden in 1945 heeft op het ogenblik in koopkracht een waarde van tussen de 37 en 43 cent. Een dollar had in guldens uitgedrukt in 1947 een koopkracht van ruim tien gulden. Nu is het - eveneens in guldens uitgedrukt - een feitelijke koopkracht van ongeveer 4½ gulden, behalve in sommige landen, die behoefte hebben aan de dollar als ruilvaluta. Hieruit blijkt dus, dat in de loop van 20 jaren de koopkrachtvermindering van de munteenheid ongeveer 50 % is geweest; iets meer, iets minder. Dat houdt dus in, dat alle bespaarde gelden uit 1947 nu in wezen maar de helft waard zijn. Dat betekent, dat u door uw belegging bij de bank (waaraan dus met rente verdiend wordt, bovendien door de waardevermindering, die niet drukt - vergeet dat niet - op het investerings- en productie-apparaat en niet op de bank, omdat ze haar aandeel over het algemeen niet in getallen zonder meer uitdrukt, of - zo ze dit doet - mee calculeert in het waardeverlies, in de koopkrachtdepreciatie) en bovendien door uw besparingen dus nog een keer extra betaalt. Over 20 jaar 50 %. Dat betekent een gemiddelde van 2½ % ’s jaars. 3

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN Als u even goed calculeert, levert spaargeld dus niets op. U zult zeggen: waarom dan eigenlijk deze hang naar het groter getal, naar de hogere productie? Dat is heel begrijpelijk. Een handelsimperium n.l. kan niet stilstaan. Indien een fabriek als Philips of als DAF op een gegeven ogenblik zegt: Wij blijven bij een bepaalde productie staan, dan kan men niet meer zo concurreren als men dat zou willen. Men kan dus niet proberen een groter deel van de handelskoek te krijgen. Wel zou het betekenen, dat men een stabielere productie en daarmee een stabielere werkgelegenheid zou hebben; en - als gevolg daarvan - een geringere depreciatie van de munteenheid. Hier is dus het getal dominant geworden voor de mens. En het getal is niet uit te drukken in waarde. 100 gulden in 1947 is wat anders dan 100 gulden in 1968. Dat vergeet men. Zoals men ongetwijfeld ook vergeet, wat men in Nederland betaalt voor sociale zekerheden. Sociale zekerheid betekent niet alleen maar wat u kunt krijgen, wanneer u het nodig hebt. Het betekent ook het onderhoud van een apparaat. Een bestuursorgaan dus, dat zorgt voor de uitkeringen, voor de controle en al wat erbij komt. Indien we even globaal calculeren, kunnen we zeggen dat van het totaal van de betaalde premies tenminste 30 % aan administratieve kosten verdwijnt. Het verdwijnt gewoon als loonkosten, inrichtingskosten e.d. Hetzelfde geldt voor levensverzekeringen e.d. Kapitaal is in onze wereld eigenlijk een heel vreemd iets. Het is een machtsmiddel geworden, waarmee je manipuleert. De mens, die dit doorziet, komt los te staan van het denkbeeld, dat geld een vaste betekenis heeft. Hij gaat het niet meer interpreteren als zekerheid, bezit of macht. Hij gaat begrijpen, dat het voor hem alleen een noodzakelijk ruilmiddel is. Zodra we dat peil bereiken, zou een mentaliteit kunnen optreden - en daar zijn de handelsrijken ontzettend bang voor - van "Ik verdien wat ik nodig heb". Dat lijkt erg vreemd. Als iemand zegt: Ik heb maar 100 gulden nodig; ik verdien des 100 gulden en dan neem ik vrijaf, dan zal iedereen zeggen: Ja, maar dat is niet goed voor de economie. Neen, voor het economisch systeem is het niet goed, maar wel voor de mens. De mens heeft rust nodig, maar die krijgt hij niet. Die mens moet - laten we zeggen - 40 uren werken, ook als hij zich daartoe eigenlijk niet direct bereid gevoelt. Alleen de laagste klasse (dat zijn dus de contractarbeiders in de moderne tijd) heeft nog wel eens de kans om te zeggen: Ik doe het vandaag niet; ik heb geen zin. Maar naarmate je hoger op de trap van verantwoordelijkheid komt te staan, kun je minder toegeven. Je moet blijven meelopen in een tempo, dat te hoog is voor de mens. Hierdoor ontstaan geestelijke spanningen; overspanning op mentaal terrein. Het resultaat is een steeds grotere instabiliteit van de mens. En die instabiliteit neemt toe, naarmate het economisch probleem groter wordt. Op het ogenblik zien we de grote spanningen in de wereld tussen het Oostblok en het Westblok. Soms vraag je je als mens en zeker als geest af, waarom die mensen eigenlijk zo vreemd doen. Waarom de Russen zo eigenaardig reageren op alles wat een beetje lijkt op kapitalisme en vrijheid. En omgekeerd, waarom alle kapitalisten alles wat maar een beetje een dreiging schijnt te zijn onmiddellijk communisme noemen en willen uitroeien. Zou men dit alleen vanuit het systeem bezien, dan is het dwaasheid. In de praktijk is nl. het communisme in bijna alle staten allang geworden tot een staatscommunisme (uitzondering: Rood-China, waar de ontwikkeling pas aan de gang is). Aan de andere kant kunnen we zeggen, dat het kapitalisme in feite een staatssocialisme is geworden, waarin de belangen van de grote maatschappijen de houding van de Staat bepaalt. Het probleem ligt ergens anders. Als je een Sovjet-systeem hebt, dan blijkt de economie op de z.g. planning te zijn ingesteld. Die planning gaat uit van een productie-mogelijkheid (een quotum dat kan worden geproduceerd) en wil voor elke industrie een zo groot mogelijke rendabiliteit bereiken. Dat daarbij een samenspel noodzakelijk is tussen de industrieën t.a.v. de verbruikersmarkt, dat ziet men eenvoudig niet. Men zegt: Wij produceren; dus moeten de mensen kopen. Men zegt: Ik kan 5000 rioolpijpen per uur maken. Een ander zegt: Ja, maar wij kunnen voor de nodige las- en aanzetstukken er maar 100 per uur maken. Dan zeggen ze: Dat geeft niet; we slaan de zaak wel op. Het verlies daardoor is in het verleden enorm geweest. Om daarin een zekere mildering te brengen heeft men gekozen voor een vorm van specialisatie. 4

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN In het Oostblok is Rusland het centrale gebied. Het ontvangt zeer veel half-fabrikaten en zeer veel grondstoffen. Daarvoor exporteert het vele producten, waarin de arbeidsprijs in verhouding hoog is t.a.v. de materiaalkosten. Men is eigenlijk bezig om industrieel dezelfde kant uit te gaan als b.v. Japan en de westelijk wereld: het maken van producten, die bij een minimum aan materiaalprijs een maximum aan arbeidsprijs opleveren. Maar dan moet ik ook de afzet in evenwicht weten te houden met mijn productiemogelijkheid. Ik kan weliswaar een kleine verruiming van afzet geven in het eigen land, maar daarmee heb ik geen grondstoffen. De roebels zijn ten slotte alleen maar geldswaarden, die van de Staat komen. Ik heb iets anders nodig. Ik heb product nodig. Van de burger kan ik geen grondstoffen krijgen, althans niet voldoende. Ik kan ze ook niet in eigen land voldoende ontginnen en opbrengen. Dus moet ik ze van elders krijgen. Dit is het hele probleem. Als ik één sluitsteen wegneem (of die sluitsteen nu Tsjecho-Slowakije heet, Roemenië, Hongarije), dan valt mijn productie-systeem in elkaar. De fabrieken werken voort, maar er is een gat gekomen. Ik krijg een steeds toenemende onrendabele productie, die ik - gezien het staatskapitalisme - niet zonder meer kan opvangen door een fabriek stil te leggen. Dat gaat eenvoudig niet. Want dan laat ik opvallen, dat mijn planning verkeerd is geweest. Daarom is dus het Sovjet-systeem een soort gesloten economie, die kunstmatig in balans wordt gehouden. Elke ontwikkeling van industrie, van productie, van grondstoffen zelfs, die een bepaalde norm overschrijdt, moet ten koste van alles worden geweerd, anders loopt het "Plan" in de war. De westelijke economie gaat juist uit van het standpunt: zoveel mogelijk produceren aan alle kanten, zo goedkoop mogelijk inkopen, zo duur mogelijk verkopen. Daar wordt dus de afzet bepalend voor de productie van een fabriek en indirect voor de prijzen van de grondstoffen. Dat houdt ook in, dat er een verschuiving kan plaatsvinden. Als wij b.v. de textielproductie zien, dan weten we dat die in het begin in Nederland heel groot was. Die wordt minder. Gelijktijdig zien we dat Italië, dat in het begin nu heus niet zo'n daverende textielindustrie had, een grotere krijgt. Die verschuiving is in het Sovjet-systeem niet aanvaardbaar. Het toegeven aan een grotere vrijheid betekent de planners in gevaar brengen. Die planners weten wel, dat ze het anders zouden kunnen doen, maar ze menen dat het perfect moet zijn, want hun plannen zijn altijd als onfeilbaar voorgesteld. Ze moeten eenvoudig de tijd hebben om zich aan die verandering aan te passen; en die hebben ze niet. Het resultaat is, dat de bestaande grote spanningen in het Sovjetblok voldoende zijn om al die mensen, die op leidende plaatsen zitten van ministeries maar ook van grote fabrieken, die met handelsconcerns te maken hebben, eigenlijk overspannen zijn. Zij werken veel meer dan nodig is, ze maken plannen tegen de klippen op, die ze niet kunnen uitvoeren, omdat ze niet kunnen improviseren. En dit gebrek aan improvisatie wordt dan in het geval Tsjecho-Slowakije b.v. opgeheven door een gewapende actie. Tegenover het Westen wordt het met een absolute afwijzing, met het stellen van een zeer scherpe grens tot stand gebracht. Voor het Westen is dat Sovjet-systeem echter ook gevaarlijk. Stel u voor, dat men tegen Philips zou zeggen: We hebben maar zoveel TV-apparaten nodig; je moogt er dus niet meer maken. Dat zou betekenen, dat voor Philips het idee van economische groei en ontwikkeling stil zou staan. Of dat men tegen DAF zou zeggen: We willen geen personenwagens, maar alleen terreinwagens hebben. Dan zegt DAF ook: Ja, maar mijn afzet daarvoor is niet voldoende, mijn kosten worden hoger, ik kan dat niet rendabel doen, tenzij ik daarbij wat anders kan verkopen. Op deze manier is men dus in de grote industrie ontzettend bang voor planning. Men heeft interne planning, vooral in de grote concerns, die door fusies en heel vaak ook door geheime onderlinge contracten ontstaan. Dat heeft men in de eigen industrie wel een beetje in de hand. Maar er zijn andere handelsrijken; en daarmee moet je kunnen vechten, je moet ermee kunnen concurreren. Een planning zou betekenen, dat je machteloos wordt, dat je overgeleverd bent aan de beslissing van de Staat. Op het ogenblik kunnen de grote maatschappijen in Nederland (ik 5

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN neem Nederland maar weer als voorbeeld) daar gemakkelijk onderuit. Zij zijn nl. degenen, die een zekere teneur zetten t.a.v. de economische ontwikkeling in Nederland. Indien zij vinden, dat een bepaalde c.a.o. onaanvaardbaar is, dan kunt u erop rekenen, dat de Staat dat ook onaanvaardbaar vindt. Indien zij menen, dat een bepaalde vestiging niet rendabel is, dan is de Staat er onmiddellijk bij om desnoods met subsidies te zorgen dat er wat anders voor in de plaats komt. Zij beheersen de zaak dus. Maar die beheersing valt weg op het ogenblik, dat de Staat hun politiek gaat bepalen; dat planners buiten de industrie om gaan bepalen wat er gebeurt. En dat betekent voor hen dus ook, dat ze heel veel overbodige mensen zouden kwijtraken. Laten we een voorbeeld geven. Ik blijf in Nederland, dan kent u zelf de omstandigheden. We hebben de Lever Corp. (Lever Bros), die weer vele sub- en sub-firma's heeft. Deze maatschappij brengt in Nederland op het ogenblik alleen al 21 verschillende wasmiddelen in de handel. Daarnaast ongeveer 40 verschillende soorten detergens. Kortom, producten, die eigenlijk practisch gelijkwaardig zijn, een klein beetje in samenstelling verschillen, maar die hoofdzakelijk in prijs verschillen en... in presentatie. Daar zijn heel grote afdelingen, die niets anders doen dan uit te zoeken hoe ze u ertoe kunnen brengen om meer Skip te kopen, omdat Skap op het ogenblik eigenlijk een prijsverhoging nodig heeft. Skap moet dus in een nieuwe vorm worden gepresenteerd. Deze misleidingen - want dat zijn ze eigenlijk - zijn noodzakelijk in de vrije economie. Ze zijn niet aanvaardbaar in een werkelijk beheerste plan-economie. Daarom is het Westen, dat nu eenmaal op die grote privé-ondernemingen berust, de vijand van Rusland. U kunt zich dan voorstellen, dat die pressie in vele opzichten zelfs fataal kan zijn. Neem de kwestie Vietnam. Zeker, Amerika kan zijn oorlog in Vietnam staken. Dat kost heel weinig moeite en dat zou nu zelfs met heel weinig prestige-verlies kunnen gebeuren. Maar dan zou de betalingszekerheid voor de verschillende grote firma's (Armstrong e.d.), die wapens en dergelijke zaken leveren, veel minder worden. Er zou dus nu moeten worden gewerkt met kredieten voor de oorlogsvoering van een Zuid-Vietnamees gouvernement. Daarmee kun je nooit zover gaan als met een eigen defensierekening. Daarom zal een ieder, die daar een te grote deëscalatie tot stand te brengen, vijanden tegenover zich vinden. Natuurlijk, vlak voor de verkiezingen mag je dat zeggen en het proberen. Maar tracht het niet helemaal door te zetten, want dan vind je een groot handelsimperium tegenover je. En dat betekent, dat de staatslieden overprikkeld worden. Ze weten wat er aan de hand is, maar dat kunnen ze toch niet zeggen? Kijk, dit is dus een van de redenen dat er op de wereld van die grote spanningen ontstaan. Die spanningen komen niet voort uit de belligerentie van bepaalde volkeren en zelfs niet helemaal uit de strijdigheid van ideologieën. Die zouden met elkaar te verzoenen zijn. Vergeet niet, dat Hitler aanvaardbaar is geweest voor de westelijk staten, niet om wat hij deed, maar omdat hij grote firma's als Siemens A.G. (waarvan Telefunken een deel was), de I.G. Farben e.d. achter zich had, om niet te vergeten de Krupp. Deze grote zakelijke belangen maakten hen politiek aanvaardbaar. De politiek wordt dus niet bepaald door de ideologie; ze wordt bepaald door het commercieel belang. Indien u daaraan voorbij loopt, laat u zich allerhande idealen aanpraten, die eigenlijk niet reëel bestaan. U laat u vertellen, dat het b.v. ontzettend belangrijk is, dat we heel veel melkpoeder exporteren naar al die arme, onderontwikkelde gebieden. Wat er niet bij wordt gezegd is, dat dit practisch de enige manier is voor Nederland om een zeer groot melkproductenoverschot een klein beetje te beperken. Dit spreekt tot u. Maar is het dan ook niet zo, dat heel veel andere leuzen, die u hoort, onjuist zijn? Zijn de spanningen, die zich op het ogenblik in Nederland afspelen, wel werkelijk politieke spanningen? Zijn er geen economische spanningen bij? Is de strijd tussen de progressieven en de behoudzuchtigen in Nederland, die op het ogenblik zelfs in de partijen oplaait, werkelijk een ideologische strijd? Zeker, voor de eenvoudige mens is het een ideaal. Maar voor de leiders daarvan is het eerder een kwestie van een machtsevenwicht. Vergeet niet, dat de georganiseerde arbeider ook een soort industrie is, waarvan het product is: het werkuur. En een dergelijk concern (want dat is het eigenlijk) van een aantal vakbonden, die in feite steeds meer eenworden, moet dus zoeken naar een steeds grotere 6

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN beheersing van de industrie via de arbeidskracht. En dat betekent, dat ze daarmee ook een zekere marktbeheersing proberen te krijgen, niet alleen van werkkracht maar ook t.a.v. koopkracht. Dergelijke dingen ontgaan u. En toch kunt u zich in deze moderne wereld met alle grote spanningen en tegenstellingen, met al haar politiek-circus en zelfs religieuze comedie niet oriënteren, indien u niet begrijpt wat er achter schuilt. Economie is niet alleen maar het scheppen van een soort productiviteitsecologie, waarin alles wordt ingedeeld en op de juiste plaats gezet. Economie is om het nu eenvoudig uit te drukken: het recht van de sterkste, uitgedrukt in flexibele verhoudingen, die iedereen omvatten. Dat is economie. Ik kan zeggen, dat de landbouw in de economie moet worden behandeld als industrie; dat zal de meesten van u bekend zijn. Maar zodra ik industriële normen ga aanleggen aan de landbouw, kom ik tot de conclusie, dat ik volkomen verkeerd produceer. De vraag is nu: Wat moet ik doen? Moet ik nu de verkeerde productiewijze laten voortdurend of moet ik komen tot een rendabele productiewijze, maar daarmee iedereen in zijn gevoelens en bezittingen grijpen? De hele landbouweconomie van West-Europa (binnen de E.E.G. een groot twistpunt) berust in feite niet op werkelijk economische maatstaven, maar op het onvermogen van degenen, die daarover beslissen om een redelijke oplossing te vinden voor wat men noemt het "stroomlijn geven" aan de landbouw. Het zou erom moeten gaan: Hoe kan ik met zo weinig mogelijk mensen en zo weinig mogelijk middelen een zo goed mogelijk product voortbrengen tegen een zo laag mogelijke prijs. Maar aangezien dat niet houdbaar is, zolang ik de belangen van elke boer moet respecteren met zijn bezittinkjes, rekening moet houden met de mensen, die een product verbouwen dat eigenlijk elders beter kan worden verbouwd, kan ik alleen zeggen: Het gaat mij erom elk product tegen een zo hoog mogelijk gegarandeerde prijs af te zetten, waarbij de niet-rendabiliteit in het bedrijf zelf in de prijzen moet worden ingecalculeerd. Ik maak alles rendabel ondanks alles. Dat is wat er op het ogenblik gebeurt. Niet alleen in Nederland waar ze op de veiling de beste producten soms doordraaien, omdat een minimumprijs niet wordt gehaald, maar ook in de E.E.G., waar ze tolmuren opwerpen voor bv. citrusfruit uit Amerika en niet te vergeten uit Israël, omdat ze doodgewoon bang zijn dat een niet-rendabele citruscultuur (verouderd, niet juist geëxploiteerd, te kleine bedrijven in o.m. Italië en Spanje), daardoor in gevaar zou komen. Als men dat zo bekijkt, dan is eigenlijk die hele kwestie van wat we wel en niet kunnen doen in de E.E.G. niet een zaak van: Wat is het best? Het is een vraag van: Wat vinden wij het meest aanvaardbaar? En de neus, die men daar dan bij aanplakt (al dan niet gaullistisch), is dat men voor de belangen van zijn burgers moet strijden. Maar strijdt men werkelijk voor de belangen van de burger? Het leefklimaat in Nederland is in de laatste 10 jaar voor zover het leefbaarheid betreft met 30 % in waarde verminderd. In andere landen, zoals Frankrijk, kunnen wij zelfs een hoger percentage aanleggen. In West-Duitsland is die vermindering eveneens iets hoger dan in Nederland. Men hoeft geen woningen meer, die zijn aangepast aan de behoeften van de mensen, maar die zijn aangepast aan de behoeften van de industrie. En dat wil zeggen: een eenvoudig te bouwen woning met een beperkte levensduur, die op een zo klein mogelijk vlak zoveel mogelijk mensen kan bergen. Dat is niet nodig, maar men doet het. Men zegt dan: Dat is het economische belang. Ja, indien wij rekenen met getallen van productie en werkgelegenheid, inderdaad. Maar in productie en werkgelegenheid zijn menselijk geluk, doelmatigheid van menselijk leven niet opgenomen. Het resultaat zult u zien. Als ik voorbeelden moet geven: De nieuwbouwwijken van Den Haag hebben in verhouding veel meer mensen met hoge schulden (financiële onbetrouwbaarheid) dan de oude wijken. Indien wij het over geheel Nederland nagaan, dan blijkt dat de nieuwbouwwijken van alle grote steden en van de meeste dorpen in verhouding de meeste delinquenten opleveren. Die komen niet uit de sloppen. Dat

7

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN was eens. De meeste aberraties op het terrein van mentaliteit, moraliteit e.d. komen uit de nieuwbouw. Dan kun je zeggen: de nieuwbouw is economisch haalbaar. Ja, economisch is ze belangrijk, zolang we tellen met getallen. Maar wij kunnen alleen op die manier produceren, leven, bouwen, indien we gelijktijdig het totaal menselijke daaraan ondergeschikt maken. In deze tijd voelt men zich bijna daartoe verplicht. Men weet geen andere uitweg. Men wil een rendabiliteit in geld uitgedrukt. Om u een voorbeeld te geven: De stadsvervoerbedrijven in de 5 grootste steden van Nederland hebben alle een deficiet. Dit deficiet heeft gevoerd tot een in feite verminderen van service, een verminderen van personeelsbezetting, een verhogen van prijs en daarmede een feitelijk bemoeilijken en vertragen van het verkeer binnen de stadkernen en vaak zelfs binnen de omliggende wijken en kleine dorpen. Het resultaat is geweest, dat er een overbelasting ontstond van het wegverkeer; dus meer mensen met gemotoriseerde voertuigen, van de bromfiets tot de grote auto toe. Dit betekent, dat een uitbreiding van het wegennet noodzakelijk werd. Aan dit wegennet wordt dan weer een groot gedeelte van de rust, de recreativiteit van de omgeving opgeofferd. Door deze opoffering worden o.m. weer de stadsvervoerbedrijven trager in het bereiken van hun bestemming, duurder in exploitatie, zodat zo wederom hun prijzen verhogen en hun service verminderen. Dat is dus kolder, behalve natuurlijk, indien ik uitga van het standpunt dat de auto-industrie, de petrochemische industrie en al die dingen veel belangrijker zijn dan het geluk van de mensen; want dan moet ik zoveel mogelijk auto's op de wegen hebben. Ik heb de voorbeelden genomen uit Nederland, die inderdaad alleen voorbeelden zijn. Ik kan u aantonen, hoe tegenwoordig in alle landen (dus ook in het Oostblok en zelfs in China) een soortgelijke politiek wordt gevoerd. De mens wordt ondergeschikt gemaakt aan het productie-systeem. Dat betekent, dat die mens ongeduriger, instabieler wordt. Dat die mens eenvoudig met zijn levenslust, zijn behoefte om zelf te zijn, zelf iets te doen, zelf iets te betekenen, geen weg meer weet. Dat betekent weer, dat het aantal mentaal overspannenen steeds toeneemt en gelijktijdig de religieuze uitweg, die in het verleden daarvoor bestond, veel minder aanvaardbaar wordt, omdat zij - of ze willen of niet - worden meegetrokken, deel worden van wat men noemt "establishment". De afwijking is dan meestal in een wat men noemt a-sociale groepsvorming. En deze a-sociale groepsvorming op haar beurt betekent dan weer druk op de economie, die tracht te compenseren door in feite de toestanden onmenselijker te maken. U zou zeggen: Dat is allemaal heel mooi, maar wat heb je eraan? Wel, ik wil u niet al te lang bezighouden met dit onderwerp en daarom wordt het tijd, dat ik een paar eindconclusies ga trekken. Kijk eens, de uitbreiding van de universiteit en de toenemende nadruk op universitair onderwijs komen direct voort uit de toenemende behoefte van het bedrijfsleven aan universitair gevormden. Maar dit betekent ook, dat gelijktijdig op de student een grotere pressie komt te staan, omdat hij zich voelt als iemand, die boven de massa staat in de eerste plaats; en in de tweede plaats reeds nu voorvoelt, dat hij dadelijk tot de leiders zal gaan behoren. Een groot gedeelte van zijn wensen komt niet voort uit een werkelijke behoefte; het komt voort uit de behoefte het student-zijn zelf in die economie zo goed mogelijk te etaleren. De productiekosten van een ingenieur nemen daarbij zeer toe. Een totale ingenieursopleiding in b.v. 1936 kon in de toenmalige valuta worden geschat op ongeveer ƒ 25.000. Dat waren de gemeenschapsgelden, die tijdens de totale opleiding eventueel daaraan werden besteed. Op het ogenblik liggen de werkelijke kosten (nu moeten we geen rekening houden met wat de universiteiten zeggen, want die vertellen niet alles) voor de scholing van een ingenieur niet op zoals u misschien zou denken ƒ 50.000, maar op ongeveer ƒ 170.000, gezien de totale verplichtingen plus ontwikkeling, die daarvoor nodig zijn. Als u dit nu gaat bekijken, dan zegt u: Ja, het is begrijpelijk, dat de student zich belangrijker voelt en dat hij meer eisen stelt. Het is in feite het bedrijfsleven, dat enerzijds die eisen tracht af te remmen, anderzijds mede het stellen van eisen aan de regering bevordert. Want hier 8

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN gaat het om het verkrijgen van doelmatig opgeleid leidend personeel. Ook hier speelt dus die pressie een rol. Als u hoort over studentenonlusten in Tokyo, Yokohama, Mexico-city, Parijs of desnoods Madrid en Barcelona, dan moet u daarmee rekening houden. Deze dingen zijn veel meer dan u denkt deel van een economische samenhang en opbouw. Uw denken, uw idealen, uw oriëntatie t.o.v. uw medemensen zelfs wordt direct of indirect door economische factoren mede bepaald. Driekwart van de spanningen, die in uw leven bestaan, zijn deel van een economische opzet, waarbij de mens te weinig meespeelt. En juist deze overprikkeldheid van de mens met zijn dan abnormaal vergrote en vaak eenzijdige verbruiksneiging, met zijn neiging om eigen plaats in de gemeenschap een nadruk te geven die zij in feite vaak niet verdient, brengt dan weer de grote economische spanningen tot stand, die leiden tot politieke spanningen, buitenlandse verhoudingen en moeilijkheden en spanningen op de wereldmarkt. De enige oplossing voor deze dingen kan niet worden gevonden in een ander economisch systeem. Ze kan alleen worden gevonden in een andere geestelijke en mentale benadering van het leven. Degenen, die daartoe hebben bijgedragen, zijn o.m. de laatste Wereldleraar, een aantal vaak zeer geïnspireerde sociaal-filosofen, waarover ik nu niet veel meer kan zeggen, want dat zou buiten mijn onderwerp vallen. Er zijn krachten aan het werk, die proberen, de mens te oriënteren t.a.v. de huidige economische spanningen en hem vrij te maken van de overspannenheid die daarin schuilt, door hem terug te brengen tot een normale, reële waardering, zowel van de materiële zaken in zijn wereld als van zichzelf. De illusies zouden moeten gaan plaatsmaken voor de werkelijkheid. En ik geloof, dat dat bereikbaar is binnen - laten we zeggen-een twintigtal jaren. VERANDERENDE MENTALITEIT. In het eerste onderwerp heeft u van mijn collega het een en ander gehoord over de spanningen, die middels de economie over deze wereld worden uitgezaaid. Nu moet ik zeggen, dat volgens mij dit alles alleen maar een begin is. Een begin van de totale verandering waar de mensheid voor staat. We hebben nl. op het ogenblik te maken met een verandering van mentaliteit, die heel wat verdergaat dan men op het eerste gezicht misschien zou zeggen. Ik kan mij voorstellen, dat buitenstaanders de opstandigheid van de katholieke wereld tegenover de paus alleen maar begrijpelijk en aanvaardbaar vinden. Maar wat daar gebeurt, is een aantasting van een geestelijk gezag; een onfeilbaarheid, die honderden jaren lang met uiterste dociliteit is aanvaard. Vergeet niet, dat het nog niet zo lang geleden is, dat een paus kon zeggen, dat zwart wit was en dan was het wit. Nu is het anders. Men geeft graag toe dat de paus het hoofd van de kerk is, maar men geeft niet meer toe dat hij daarom nu ook het recht heeft om alles voor elke christen te beslissen. Op soortgelijke wijze zien wij dat in de politiek. Vroeger was een partij een gemeenschap. Als je tegenwoordig kijkt, lijkt het eerder op een soort gecontinueerde ruzie onder één hoofd. De mensen zeggen eenvoudig wat ze denken. Ze nemen het niet meer zo. Ook de heiligheid van andere instellingen, zoals in Nederland b.v. het koningshuis, wordt heel anders gezien. Men ziet het misschien met een zekere sentimentaliteit, maar zeker niet meer als een zonder meer door God-gezonden en God-gegeven gezag. Op dit terrein alleen al zien we een veel grotere neiging tot zelfstandigheid. Maar die zelfstandigheid begint zich ook op een andere manier te ontwikkelen. De mentaliteit van de gemeenschap was eens noodzakelijk. Ik behoef u niet te herinneren aan het buurschap, het nabuurschap en hoe die dingen meer heten, waarbij men buren eenvoudig diensten bewees, omdat ze buren waren. Tegenwoordig gaat men steeds meer uit van het standpunt: ik kan alleen iets doen voor mensen, die voor mij wat betekenen. Ik doe dat, omdat ik dat zelf wil, niet omdat daarvoor nu toevallig een code is ontworpen. Op dezelfde wijze verwerpt men tegenwoordig menige code, die dan toch een lange tijd als enig en onfeilbaar werd gezien. 9

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN Als men spreekt over de groepshuwelijken, zoals die op het ogenblik in Zweden reeds openlijk voorkomen en minder openlijk misschien in andere landen, dan hebben we daar te maken met een totaal nieuwe benadering van een begrip als huwelijk, gemeenschap, gezin. Als we uitgaan van de manier, waarop revolutionairen op het ogenblik opereren op allerhand terrein, dan vinden we heel weinig terug van de oude normen van fatsoen; daarvoor in de plaats zien we agressieve openlijkheid. Deze dingen zouden u te denken moeten geven. Nu weet ik wel, dat in de periode 1961 - 1963 heel veel is begonnen, waarvan de gevolgen op het ogenblik ternauwernood zichtbaar zijn. Maar toch is er de neiging om zich onafhankelijk te maken van de gemeenschap. De vaste regel wordt steeds meer vervangen door de persoonlijke instelling, de persoonlijke neiging. De rigiditeit van de sociale ordening maakt bij de mens meer en meer plaats voor een waardering, waarbij hij van zichzelf uitgaat. Wat denk ik? Wat wil ik? Niet: Wat zegt men, dat ik moet willen. Dit is volgens mij het begin van een ontwikkeling, die door de hele Aquarius-periode zal aanhouden. Daarom vond ik het wel aardig om daarover vandaag eens iets te zeggen. Het meest opvallend is op het ogenblik de veranderde waardering o.m. ten aanzien van de sexualiteit. Nu is dat een mooi woord, dat veel later is uitgevonden dan de praktijk. Sexualiteit is een heel lange tijd een basis geweest van een sociale ordening. Dat is eigenlijk begonnen in de vroeg-Griekse en de vroeg-Indische maatschappij hoofdzakelijk en heeft zich langzaam maar zeker uitgebreid tot een bezits- en gezagssysteem via Griekenland en Rome en is het burgerlijk systeem geworden, dat eigenlijk de hele bekende wereld begon te regeren. Nu blijkt, dat steeds meer mensen deze functie los gaan zien van een sociale betekenis. Ik wil nou niet zeggen, dat je het als een pleziertje alleen moet beschouwen. Op het ogenblik gaat de vrouw heel anders in het leven staan, ook al omdat ze in de gemeenschap een andere plaats krijgt. Ze kan een meer functioneel deel daarin hebben. Ze werkt, ze is onafhankelijker, ze heeft wat meer rechten. Aan de andere kant heeft ze ook wat meer plichten gekregen. En we zien langzaam maar zeker in de sexualiteit de persoonlijke benadering eigenlijk bepalend worden. Het gaat er niet meer om: wat zegt men? Of: Hoe heet dit het voordeligst? Het gaat er doodgewoon om: wat voel ik? Wat denk ik? Wat wil ik? Dat is gezond. Heel wat gezonder dan je zou aannemen, als je luistert naar allerhande experts, die zich uitleven in grote vertogen tegen pornografie, huwelijksontrouw, prostitutie en wat dies meer zijn. Daarbij overigens vergetend, dat een groot gedeelte van die producten ofwel niet zo schadelijk zijn als zij voorgeven, dan wel juist het resultaat van een frustratie zijn, die ze met hun beperkingen hebben opgeroepen. Deze vrijheid is het meest spectaculaire van die mentaliteitsverandering. Als je het heel grof wilt zeggen: met wie ik naar bed ga, gaat alleen mij aan en verder niemand. Maar leg je hierop al de nadruk, mede door de religieuze moraliteit, die in vele landen nog een grote rol speelt, zo is het geloof ik even belangrijk, dat we niet meer de binding vinden aan de arbeidsplaats. Vroeger werkte je voor een baas; en dus hoorde je bij die baas. De vaderlijke verantwoordelijkheid, die men van een werkgever verwachtte, is er niet meer. Maar de onderdanigheid van de werknemer nog veel minder. Vroeger nam je voor een directeur diep je pet af. Tegenwoordig vraag je de ouwe, hoe het met hem gaat en waar hij zijn nieuwe wagen vandaan heeft. Dat lijkt alweer overtrokken. Maar hierdoor is dus ook de vrije oriëntatie in de maatschappij een andere geworden. De aanvaarding van een soort meesterslaaf-verhouding is er niet meer bij. Het gezag, zoals het zich openbaart, telt veel minder dan vroeger. Voorheen was een politieman iets waard, omdat hij een uniform aan had. Tegenwoordig kan een politieman iets zijn, maar dan is het ondanks het uniform dat hij aan heeft. Dat is een totaal nieuwe benadering. Gezag, authoriteit, wordt in elk opzicht verworpen en aangetast. Niet omdat men gezag op zichzelf ontkent, naar doodgewoon omdat men meent dat men persoonlijk ook wel eens het recht heeft om die verhoudingen een beetje te bepalen. Een grotere vrijheid dus. Een grotere vrijheid moet op den duur ook inhouden: een grotere vrijheid van denken. Als de Katholieken nadenken over wat de paus in de een of andere zendbrief heeft gezegd, dan is dat 10

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN natuurlijk heel interessant. Maar het wordt veel interessanter, als de mensen zelf eens gaan nadenken over hetgeen hun in de maatschappij als juist wordt voorgelegd; als ze een eigen oordeel beginnen te krijgen over dingen, die van historische betekenis heten te zijn; als ze een eigen oordeel gaan vormen over de gemeenschap, waarin ze leven en hun eigen relatie tot die gemeenschap gaan bepalen. Zelfstandigheid is overigens op het ogenblik helaas nog niet sterk ontwikkeld. De afhankelijkheidsverhouding is verschoven van een persoonlijke naar de afhankelijkheid van een anonieme gemeenschap. Maar ook die afhankelijkheid zal langzaam maar zeker moeten verdwijnen. Want een mens, die te zeer afhankelijk is van een ander (of die nu directeur is of meneer pastoor of dominee), moet proberen om zijn leven zo vrij mogelijk gestalte te geven. Nu vind ik daar verschillende verheugende feiten. Er wordt veel meer gereisd dan vroeger. U zult zeggen: dat heeft er niets mee te maken. Ja, dat heeft er wel mee te maken. Vroeger was reizen erg moeilijk, dat weet ik wel. Maar als je vroeger bij wijze van spreken in Rijswijk woonde, dan had je kans dat je ééns in je leven in Den Haag of Scheveningen kwam. Je ging eenvoudig je eigen kringetje niet uit. Tegenwoordig trekken de mensen - soms nolens volens, soms als arbeiders of toeristen - naar vreemde landen. De grenzen vervagen dus. Het wereldbeeld van de mensen wordt veel wijder. Het vreemde daarbij is, dat ze een zeker chauvinisme behouden t.a.v. hun eigen land, maar dat ze aan de andere kant de begrenzing van dat land veel minder sterk ervaren. Vroeger was het zo: Je gaat over de grens, nu ben je in een ander land. Vandaag is het zo: Ik ga de grens over, want ik wil wel eens wat anders zien. En dat is een groot verschil. Hierdoor is het scheppen van een meer internationaal besef, een mensheidsbesef, mogelijk. Hoe kleiner de groep is en hoe meer ze in zichzelf gebonden is, des te meer ze haar eigen wetjes, regeltjes en potentaatjes heeft. Een dorpsgemeenschap vroeger - maar dat weet u waarschijnlijk niet meer - werd geregeerd door een betrekkelijk kleine kring van notabelen. Die kon u meestal vinden in een achterkamer van het beste hotel, restaurant of café ter plaatse. Deze mensen beslisten in feite over leven en dood. Burgemeester, notaris, dominee of pastoor, de hoofdonderwijzer eventueel, misschien nog de een of andere grote ondernemer en dan was het afgelopen. Deze mensen maakten eigenlijk de regels en wetten. Als er iets gebeurde, dat zij afkeurden, dan behoefden ze maar één woord te laten vallen en de volksmenigte trok uit om iemand een pak ransel te geven, een kattenserenade te brengen of andere dwaze dingen te voltrekken. De mensen vroeger konden niet vrij spreken. Tegenwoordig kunnen ze zo vrij spreken, dat ze vragen om sprekershoeken, die ze niet gebruiken, als ze er eenmaal zijn. Dat is kentekenend. Ik heb niet meer de behoefte om anderen de wet te stellen. Ik heb niet meer de behoefte om alles, wat ik belangrijk vind, nu aan iedereen voor te leggen en ze op te jagen om mee te doen. Ik heb alleen maar behoefte aan een contact met anderen. En de mogelijkheden tot contact moet zo groot mogelijk zijn. En dan mogen alle notabelen zeggen wat zo willen, als ik anders denk, dan zeg ik het anders, dan doe ik het anders. Die vrijwording lijkt in deze tijd anarchistisch en zal zeker nog enige tijd zeer verward schijnen. Want we hebben te maken met de veranderde mentaliteit van een steeds groter deel van de volkeren dezer aarde, maar gelijktijdig met een terughoudendheid, een zekere orthodoxie bij alle gouvernementen van deze aarde. Wat u overigens niet behoeft te verbazen. Ik geloof, dat er geen enkel gouvernement is geweest, dat werkelijk progressief was, behalve Nero. En die was weer te progressief, want die liet Rome afbranden. Een manier van krotopruiming, die ongetwijfeld sneller is dan wat men op het ogenblik daarvoor gebruikt, maar voor de mensen onaangenamer en kostbaarder. We zien, dat de mentaliteit langzaam maar zeker de vormen in het leven verandert. Die vormen gaan het persoonlijke element veel sterker op de voorgrond brengen. Laat mij een eenvoudig voorbeeld geven: Er is een volle trein of tram. Vroeger was het ondenkbaar dat een heer - al was hij 99 - een dame liet staan. Tegenwoordig is het zo, dat men opstaat, omdat men denkt: Deze of gene heeft die zitplaats meer nodig dan ik; en anders rustig blijft zitten. Er is dus een persoonlijk 11

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN keuze-element. Indien dat keuze-element verdergaat, zullen we zien, dat dat niet alleen betrekking heeft op de sexualiteit en misschien op de manier, waarop men zich op straat en elders beweegt. Het zal vooral een grote indruk achterlaten op de geestelijke vorming. In het moderne onderwijs ziet men dat de eigen werkzaamheid van de kinderen steeds meer wordt aangemoedigd. Het is minder het leren van vaste waarden, maar een zich meer oriënteren t.a.v. bestaande waarden. En dat onderwijs mag als voorbeeld gelden voor alles, wat er gebeurt. Een geestelijke vrijheid. Maar een geestelijke vrijheid betekent ook, dat je in staat bent om een geestelijk probleem op je eigen manier te benaderen. Het houdt in, dat je je niet meer bezighoudt met wonderen, maar dat je aan de anderen kant je ook niet meer vergaapt aan de prestaties van de wetenschap. Je neemt het leven, zoals het is, maar je bepaalt je houding. Je denkt op een eigen wijze. Je geeft dus op een eigen manier vorm aan hetgeen je geestelijk beleeft. En dat is belangrijk. De bewustwording van de hele mensheid wordt bepaald door de vorm, waarin die mensheid leeft. En die vorm wordt weer bepaald door de wijze, waarop de mensheid denkt. En wat de mensheid denkt, wordt weer bepaald door de vrijheid tot zelfstandig denken, die ze zichzelf toekent. Daar heeft u dus het hele probleem. Nu zult u zeggen: Het is allemaal maar een praatje voor de vaak. Ja, dat zeggen de mensen meestal over dergelijke dingen. Ze zeggen: Dat weten we nu wel; daar behoeft u geen nadruk op te leggen. Maar meent u ook niet, dat juist het losworden van al de beoordelingen u kunt helpen om de wereld en het leven nieuw te zien, om overal nieuwe mogelijkheden te vinden, materieel en geestelijk. En een nieuwe mogelijkheid vinden, dat wil zeggen: losbreken uit het juk, waarin je als mens gevangen zit. Een bevrijding, die zeker niet blijft stilstaan bij een materieel aspect, maar die verdergrijpt naar de geest, naar het geestelijk beleven, naar het stimuleren van geestelijk beleven. Kijk, en dàt vind ik nu eigenlijk het belangrijkste van alles. De verandering van mentaliteit in deze dagen is in feite een groei naar een andere geestelijke gevoeligheid. Nu kan ik begrijpen, dat er pessimisten tussen u zitten, die onmiddellijk opmerken: Nou, dat gaat dan wel de goeie kant uit, als je dat zo bekijkt. Zeker, de mensen hebben nog niet geleerd, hoe zij in de plaats van de beperkingen van de gemeenschap de beperking van hun eigen leven en gerichtheid moeten zetten. Zo min als ze geleerd hebben om hun krachten en hun gedachten, die ze nu zelf kunnen vormen, nu eens te gebruiken voor constructieve doeleinden, want daaraan zijn ze niet gewend. Ze zijn altijd gewend geweest om achter een leider aan te lopen. En zelf iets construeren is moeilijk. Maar naarmate het leven voor vele mensen leger wordt door het ontbreken van vastheid, zullen ze meer genoopt worden om dus zelf creatief te denken. En dat betekent het gebruiken van gedachtekracht. Dat betekent niet alleen maar intellectueel gebazel, maar daden stellen, die gebaseerd zijn op nieuwe inzichten. De wereld is in de laatste 200 jaar sterk veranderd. Niemand zal dat ontkennen. Maar die wereld is tot op heden gevangen in wat je kunt noemen een materialistische levensbeschouwing. En verstaat u me nu niet verkeerd. Mensen denken vaak, dat de materialistische levensbeschouwing betekent, dat je niet aan God gelooft. Geloof me, de ergste materialisten geloven het meest aan God, maar nog meer aan wat ze hebben en wat ze kunnen krijgen. Een materialistische levensbeschouwing gaat uit van het materiële als het meest belangrijke. Dan is een stuk beton, dat geld oplevert, belangrijker dan een bloem, die alleen maar vreugde geeft. Tegenwoordig zijn er echter steeds meer mensen, die de vreugde, die een bloem geeft, prefereren boven het rendabele stuk beton; die veel meer voelen voor de speelse sentimentaliteit (mijnentwege de Jugenstil-romantiek, dat is op het ogenblik erg modern), die in haar gestyleerde vormenspel eigenlijk probeert los te komen van de hardheid der feiten. Maar als ik me losmaak van de hardheid van de z.g. materialistische feiten, dan verander ik de materialistische structuur. Het materialisme heeft alleen zin, indien het menselijk leven en denken op een ander punt is gericht, op een ander bereiken vooral, dan zoveel op de bank, 12

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang:14 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 1 – ECONOMISCHE SPANNINGEN een eigen huisje en het respect van de buren; en tegenwoordig waarschijnlijk oen wagen met een all-risk-verzekering erbij. Neen, vrienden, het zoeken naar meer geestelijke en schijnbaar abstracte waarden brengt het geestelijk element van de mens veel sterker in het geding dan voorheen. Het gevoel van broederschap is iets anders dan het gevoel van aansprakelijkheid, dat het materialistische dameskringetje had, dat bijeenkwam om iets te doen voor de negertjes of voor de arme werklozen. Het gevoel van samen-zijn stelt nl. de mens ergens als een ideaal. Niet als een menselijk wezen, een menselijke vorm, maar als een abstract begrip, dat je alleen in gevoel kunt uitdrukken. In een gevoel van verplichting en verplichtheid, maar gelijktijdig ook in een geloof. Los worden van de al te materiële structuur is het meest kentekenende van de mentaliteitsverandering, die zich op het ogenblik voltrekt. Ja, en dan kunt u natuurlijk uitroepen: Maar Frans, heb je ons niets beters te zeggen? Op deze eerste avond van uw cursus geloof ik, dat er niets belangrijkers is dan juist het begrip voor die verandering van mentaliteit. Vrij-worden van het materieel gebonden-zijn en gelijktijdig een innerlijke binding vinden met het mens-zijn, dat gebeurt op het ogenblik. En als mijn collega over de economie en de spanningen daarvan een heel vertoog houdt en u duidelijk maakt hoe misleidend eigenlijk de hele maatschappij is, gezien de materiële belangen, dan geloof ik dat je als troost daartegenover moet zetten, dat het sterk aan het veranderen is. De heersende machten worden steeds meer een lege schaal. In die schaal heeft het kuiken van de 21e eeuwse mens a.h.w. een lange tijd geborgen gezeten. Maar het pikt aan de schaal. Het begint er gaten in te maken. De broedmachine "wereld" staat op het punt om weer eens een nieuw type mens voort te brengen. En kijk, dat vind ik nu een van de meest belangrijke dingen, die je kunt zeggen. Een volgende maal krijgt u ongetwijfeld meer feitelijke en meer direct met de wereld verbonden gegevens van de een of andere spreker. Maar ik geloof niet, dat hij actueler kan zijn dan ik. Want het komende jaar zal u - zoals deze tijd reeds in feite doet - bewijzen, dat de mens bezig is om de schaal van vaste vormen, van stoffelijk gebonden zijn, van materialistisch denken en rekenen alleen te doorbreken en daarvoor in de plaats een geestelijk besef te stellen. Dan behoef je nog niet zoals St. Franciscus voor de dieren te preken en je behoeft ook niet zoals sommige redenaars “hun paerlen voor de zwijnen” te werpen (dat is een parlementaire bezigheid; het zijn namaak paarlen, hoogstens cultivé’s), dan behoef je alleen maar te zeggen: Ik weet, dat de ontwikkeling - hoe verwarrend en hoe ellendig ze u misschien ook schijnt - de geboorte is van een nieuwe mens. Een nieuwe mens, die kan ontstaan doordat het menselijk denkvermogen en denken en daarmee het gedrag zich veranderen. Misschien bent u hier en daar een beetje vooruit gelopen op die veranderingen van norm en mentaliteit. Misschien hebt u zich daar wel eens een beetje schuldig over gevoeld. Ik zou het maar afschrijven. Groei mee met de wereld. Wees blij dat u misschien een stap vooruit bent geweest. Want alleen de mens, die in zijn denken en daarmee ook tot op zekere hoogte in zijn handelen een vrijheid vindt, kan in deze dagen iets positiefs bijdragen tot de bewustwording van de gehele mensheid.

13

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK

LES 2 - VERANDERINGEN IN DE POLITIEK.

Er zijn in de wereld altijd wisselende verhoudingen geweest tussen de verschillende landen en zelfs de verschillende continenten. Maar langzamerhand, is er toch iets ontstaan, dat - voor zover mij bekend - bijna nieuw is. Bijna. In de tijd van de Phoeniciërs en van het grote Griekenland hebben we de handelsrijken gehad. Dat was voor de toenmalig bekende wereld een zeer interessante geschiedenis, want men kon door het beheersen van een deel van de wereld en de zeeën politiek aardig uit de voeten. Men was iemand. Maar dat waren landen. Zeker, het waren handelaren en zeevaarders. Maar ze hadden een eigen stadsnatie en daar waren ze trouw aan, daar waren ze trots op. Tegenwoordig is het anders. Er zijn vele imperia ontstaan en vergaan. Wat overblijft is eigenlijk een Europa, dat verdeeld is zonder werkelijk helemaal verdeeld te zijn; een Amerika, dat eigenlijk toch wel het hele Amerikaanse continent domineert (Zuid-Amerika inbegrepen); daarnaast hebben we de Aziatische groeperingen, die uiteenvallen in de Chinese en de Japanse groepering. Rusland met zijn satellieten zou ik misschien nog apart kunnen noemen. Dit zijn elk voor zich grote belangengroepen. En elk van die belangengroepen is in feite een productie-imperium. Veel meer dan vroeger wordt alles bepaald door productie. De producerende gemeenschappen, ook wel een concerns en dergelijke genoemd, zijn internationaal. Ze hebben geen belang bij een bepaalde natie, maar bij een bepaalde toestand. En denkt u nu niet, dat dit in een communistische staat anders is. In een communistische staat is er ook een economisch plan. Wij kunnen het ministerie van productie eigenlijk beschouwen als het concern, dat - als het er op aan komt - het grootste gedeelte van het land regeert en tevens de relatie met satellietstaten en zelfs met het buitenland. Doordat dit internationalisme is ontstaan, is de nadruk in de politiek heel anders komen te liggen. Vroeger was politiek in de eerste plaats binnenlands; onder binnenlands verstond men dan zijn koloniale gebieden zo goed als het moederland. Tegenwoordig is het een kwestie van handelsrelaties, die eigenlijk niet meer te richten is op een bepaald land. Nederland b.v. heeft - al weet u dat misschien niet precies - grote interessen in o.a. Turkije, maar ook in Kenya en ook in Indonesië. Dat zoudt u niet zeggen, maar daar zijn ook weer grote Nederlandse belangen. Daarnaast is Nederland nog geïnteresseerd in bepaalde Amerikaanse staten (in Venezuela hebben ze nogal wat te zeggen) en ze beginnen ook in Chili een woordje mee te praten. Dat zijn productie-concerns. U denkt waarschijnlijk aan Verolme, maar u moet meer denken aan Philips & Co, de Lever Bros. Deze grote maatschappijen maken a.h.w. de dienst voor een deel uit. We weten allemaal hoe het in Nederland is. Indien Philips werkelijk iets wil, dan komt het er. Indien de KLM werkelijk iets nodig heeft, dan betaalt de belastingbetaler wel. Indien van Doorne iets nodig heeft, dan wordt ervoor gezorgd. En zo zou ik er nog wel een paar kunnen noemen. Grote industrieën, die werkgelegenheid geven. Die werkgelegenheid is nodig voor de binnenlandse rust. Dus heeft de werkgever zeer veel te zeggen, ook al heet het van niet. De politicus in deze tijd is dus niet meer een man, die zijn eigen rijk en de invloedssfeer, de belangen, de rijkdom van eigen land verdedigd. Hij is in feite iemand, die probeert een zo groot mogelijke welvaart mogelijk te maken voor degenen, die hem kiezen, met gelijktijdig een zo vast mogelijk behoud van de relaties en voorrechten van de grote industrieën, waarvoor hij eigenlijk ook werkt. 14

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK Dat alles klinkt een beetje pessimistisch. Maar zo erg pessimistisch hoeft u daarover natuurlijk niet te denken, want zo erg is het ook weer niet. U kunt het zo bekijken: In de 2e wereldoorlog worden bepaalde industrieën gespaard. Opvallend is b.v. geweest een aantal bombardementen op Bremen en Hamburg, waarbij practisch alle havenwerken en dokken hevig werden getroffen. Maar niet werden getroffen: de Siemens HalskelWerken. Siemens Schuckert en Siemens Halske (U waarschijnlijk beter bekend onder het radiomerk Telefunken) zijn n.l. deel van een internationale beweging, waarin o.a. de S.E.A. (een Amerikaanse maatschappij) ook een rol speelt, en daarnaast nog andere als de Emerson Ltd. Deze sparing is natuurlijk wel mogelijk, maar je kunt het nooit te ver doorzetten. Een vijandig handelsrijk (Krupp b.v.) kun je aanvallen. Maar je kunt Krupp niet te veel aanvallen, want Krupp heeft - al was het z.g. een familie A.G. - relaties in Zwitserland. Deze hebben weer relaties met wapenfabrikanten o.a. in de buurt van Seraing bij Luik, en ook met de Vickers Ltd. Op deze manier is er eigenlijk van een directe aanval op Krupp niet al te veel sprake geweest. Officieel wel, onofficieel niet. A.G. Farben is officieel uitgeroeid; onofficieel is een groot gedeelte van de Farben overgegaan naar Bayer; en Bayer is voor een deel in handen van Dupont de Nemours. Dit is eigenlijk een handelspraatje, maar het is nodig om de moderne wereld te begrijpen. Want alle beschaafde landen zijn met elkaar verbonden door zo sterke economisch zakelijke banden, dat hun buitenlandse politiek daardoor mede wordt bepaald. U vindt misschien dat Nederland nogal erg Amerikaans doet in zijn politiek; en ook nog wel eens erg Engels, maar meer Amerikaans? U heeft volkomen gelijk. Maar Nederland heeft dan ook zeer grote Amerikaanse interessen, die in Nederland werkzaam zijn. En er zijn ook Nederlandse belangen werkzaam in de Ver. Staten. U behoeft dan niet alleen te denken aan Philips of aan AKU, maar dan moet u ook denken aan b.v. het z.g. Werkspoor, dat ook relaties heeft met andere grote fabrieken in de Ver. Staten. Het resultaat is geworden, dat de politiek van de beschaafde landen dus een economische is. Maar gelijktijdig zijn er steeds meer nieuwe landen vrij gekomen. Ook dat is begrijpelijk. De koloniale verhouding is wel aantrekkelijk, indien er een eenzijdige exploitatiemogelijkheid bestaat. Laten we zeggen: Nederland heeft de thee-, koffie- en tabaksveilingen. Het verkoopt dus de producten van Indonesië en vervoert de producten uit dat land; dat is interessant. Maar op het ogenblik, dat iedereen kan verkopen of vervoeren voor Indonesië, dan is het ten eerste helemaal niet meer belangrijk om zo'n gebied te regeren; en ten tweede wil iedereen in die regering meepraten en niet alleen een enkel land. Daardoor zijn zeer veel koloniën zelfstandig geworden. Maar die koloniën hebben geen middelen. Wat ze bezitten is bijna niets. Als u kijkt naar b.v. de Zuid-Amerikaanse staten, dan zal het u opvallen, dat heel veel - zelfs van de grote landen - eigenlijk arm zijn. Het klinkt gek om te zeggen: Argentinië is een arm land. Maar dat land is arm. Het heeft wel een betrekkelijk kleine rijke bovenlaag, maar het heeft nog niet zoveel eigen industrie opgebouwd (al is het druk bezig), dat het eigen zeggenschap heeft. Japan lijkt een arm land, maar het is een rijk land. Japan heeft zeer grote industriële verbindingen over de hele wereld. Het kan een woordje meespreken en is in sommige gevallen zelfs belangrijker dan Amerika, omdat het goedkoper produceert en daardoor ook gemakkelijker relaties kan aanknopen. Die kleine landen moeten ook iets hebben. Ze hebben geen industrieën, ze hebben geen producten, waarvan ze zelf de prijs kunnen bepalen; dus moeten ze macht hebben. Dit houdt in, dat de hele politieke verhouding eigenlijk aan het veranderen is. Je kunt nu niet meer spreken van een tegenstelling tussen Rusland en Amerika; je moet eigenlijk spreken van een concurrentie tussen Rusland en Amerika. Iedereen wil nl. een zo groot mogelijke economische binding tot stand brengen met landen, waaraan men wat zou kunnen verdienen, daardoor dus ook de eigen industrieproducten lozen en zijn eigen industrieën elders opbouwen. Dat is een situatie, die veel belangrijker is dan men op het ogenblik begrijpt. Als ik nu eens denk aan b.v. de kwestie Vietnam, dan ziet u daar van uw kant een oorlogje, dat eigenlijk door een beetje eigenwijsheid van de Amerikanen is ontstaan. Er mocht niet één land zijn in Vietnam; er moesten twee gebieden zijn. De invloedssferen moesten gescheiden worden. Er werd een kunstmatige regering gevormd en daarmee een kunstmatige

15

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK gezagskaste. Die kaste kwam in gevaar en moest worden gehandhaafd. Zo ziet het er uit. Maar is het wel helemaal waar? Vietnam is een havengebied. Het heeft een zeer lange kuststrook. Het is verder - al merkt men daar tegenwoordig niet veel van - een van de rijkere voedselproducerende landen. Wat daar aan b.v. vis en rijst wordt geproduceerd, is aanmerkelijk belangrijker dan u denkt. Dit land is voor het evenwicht belangrijk. Wie dit land in handen heeft, kan daardoor relaties aanknopen, die zelfs tot een zekere invloed in Malakka zouden voeren; die de relaties in India, Pakistan, zouden bepalen. Daar wordt nu om gevochten. Niet om een land te bevrijden, maar doodgewoon omdat men een zekere handelsovereenkomst nodig heeft, een pressiemiddel. Nu blijkt dit pressiemiddel niet te werken. Gelijktijdig heeft men in de Ver. Staten politiek iets nodig. Men heeft nu gezegd: We gaan eens praten over Vietnam Práten kun je altijd. Dat doen ze al een hele tijd. En iedereen verwacht daarvan enorm vruchtbare resultaten. Maar ik geloof niet, dat het zo'n vaart zal lopen. Als de verkiezingen voorbij zijn, is daar ook weer een industriële kaste, die belang heeft bij het bestaan van bepaalde spanningen in de wereld. Dus zien we op het ogenblik in de Ver. Staten de verkiezingsstrijd ontbranden met als inzet: Vietnam Wat is hier eigenlijk aan de gang? Gaat het alleen om Vietnam? Welneen. U merkt er minder van, maar diezelfde Ver. Staten proberen nog steeds in te grijpen in de verhoudingen(ook de politieke verhoudingen) in landjes als Venezuela, Bolivia, Chili. Men probeert ook in Brazilië iets te doen. Iedereen is druk bezig. Al die kleine landjes en eilandjes worden door de Amerikaan gemanipuleerd. Daar zijn o.a. de grote Food-Compagnies en nog een paar belanghebbenden, die van plan zijn om daaraan te verdienen. De Ver. Staten zijn een handelsimperium; niet in de eerste plaats een politiek imperium. Wilt u begrijpen waarom de politiek tegenwoordig zo eigenaardig loopt, dan moet u dat allereerst voor ogen houden. In de tweede plaats moet u goed begrijpen, dat we in de plaats van de handel misschien nog wel iets anders kunnen zetten (b.v. een godsdienst of een leuze), maar dat we dan toch die leuze of die godsdienst meteen weer moeten verbinden met de productie. In deze tijd kan het niet anders. En dan volgt hieruit, dat de Ver. Staten dus overal werkzaam zijn, niet alleen maar in al die onderontwikkelde gebieden. Ze werken hier in Nederland ook, in België, in Frankrijk, in Spanje. Ze vragen niet wat voor regiem er is; ze vragen wat het belang is. En dat belang is in de eerste plaats economisch belang; het strategisch belang dient slechts om het economisch belang te verdedigen. Het is nu wel duidelijk, waarom men Vietnam eventueel kan laten vallen, indien men er maar iets anders voor in de plaats kan vinden. Waarom men een invloedssfeer kan ruilen. Wat inderdaad gebeurt. De meeste mensen weten het niet eens. Maar het is nog niet zo lang geleden, dat de Amerikanen Egypte practisch hebben vrijgegeven voor de andere partij. Er is gewoon tegen de Russen gezegd: kom, gaan jullie daar nu maar naar toe, dan zullen wij….. Want ze begrepen heel goed: je kon niet gelijktijdig met Egypte, Israël en nog een paar andere landen bezig zijn; dat zou te gek zijn, dat zou opvallen. Maar de Russen hebben een limiet. Zij mogen wapens en technische producten leveren, ze mogen mensen opleiden, maar ze mogen niet de totale macht in handen nemen, ze mogen niet hun eigen politieke beweging uitbreiden, etc. Het is een soort verdrag. Maar het is geen verdrag, dat officieel is vastgelegd. Het is een z.g. geheime afspraak. Maar die geheime afspraken worden beter gehouden dan de schriftelijke verdragen. Hier vraagt men zich misschien ook af: Hoe zit het dan met die hetze (want dat is het eigenlijk) tegen Zuid-Afrika? Nu ben ik het met u eens, dat de apartheid ergens niet deugt. Het beginsel is verkeerd, de mentaliteit is verkeerd. Niet wat men probeert te doen voor de naturellen, maar eenvoudig de manier waarop men het doet, de achtergrond ervan. Wat is nu het geval? Goud is op het ogenblik erg belangrijk. De Zuid-Afrikaanse republieken produceren veel goud. Diamant is een veel begeerd artikel, zowel als waardevast artikel als ook als industrie-artikel:

16

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK de industrie-diamant. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd door Zuid-Afrika. Waarom gaat Engeland dan niet heviger te keer tegen die staat? Dat is heel begrijpelijk. Engeland heeft o.a. de Baers Ltd. Deze Baers Comp. is nu toevallig een van de groothandelaren in o.a. diamant en goud en beheerst daardoor voor een groot gedeelte de diamantmarkt van Antwerpen (die op het ogenblik zeer belangrijk is), daarnaast New York. Amsterdam is niet zo belangrijk meer, ofschoon ook daar veel diamantairs voorkomen. Buenos Aires is ook een belangrijke markt. Al die markten worden voor 3/4 beheerst door Baers. Zou men Zuid-Afrika helemaal afsluiten, dan zou dat ook betekenen, dat men dus niet meer in staat zou zijn die diamanthandel zonder meer voort te zetten. En zou men dat niet kunnen doen, wat dan? Dan is er een grote invloed verloren gegaan. En daarmede ook invloed, die kan worden gebruikt voor heel andere dingen: b.v. voor het maken van zakelijke afspraken. U denkt misschien dat Prins Bernhard een tijdlang Nederlands eerste handelsreiziger is geweest. Dat is wel waar. Maar wat de meesten niet beseffen, is dat hij ook Nederlands eerste diplomaat is geweest. De diplomaat van tegenwoordig is een soort handelsreiziger, een verkoper. Hij moet een ruilhandel mogelijk maken, die enigszins winstgevend is. Hij moet bepaalde rechten verkrijgen (om diensten te verlenen b.v.) en daar tegenover iets anders kunnen stellen: prestige, aanzien, populariteit, het geeft niet wat, maar er moet iets tegenover staan. Ik neem aan, dat u nu wel voldoende bent voorgelicht over de eigenaardige verhoudingen, die er in de wereld bestaan. Nu komen we aan het tweede punt: de mensen. Heeft u opgemerkt, dat er tegenwoordig zo'n sterke hang naar het extreme is? Naar extreem rechts, extreem links. Let wel, dat zijn geen communisten. In feite zijn het mensen, die bijna anarchisten zijn. Zolang er een middenmoot is, zijn beide extremistische regeringen of groeperingen gevaarlijk. Op het ogenblik, dat iedereen anarchist is, bestaat er geen anarchisme meer. Op het ogenblik, dat iedereen dictator is, bestaat er geen dictatoriale regering; dan is er alleen een permanente algemeen aanvaarde toestand. Het begint de mensen nu op te vallen dat dit handeltje spelen, dit betalen uit andermans portemonnee hand over hand toeneemt. De gewone mensen nemen dat niet. In de Ver. Staten zijn daardoor de verkiezingsuitslagen zeer eigenaardig geworden. U weet, dat op het ogenblik de kans nog steeds fifty-fifty is. Het gaat om de kiesmannen, vergeet dat niet, niet om de stemmen. Het typerende nu van dit alles is: de gewone man weet niet meer wie hij moet kiezen. Het gaat hier niet om een Humphrey of een Nixon; Het gaat eigenlijk om wat ze noemen “our way of life” (onze manier van leven). Maar dat hebben de mensen overal. In Nederland, in Duitsland, in Frankrijk, overal zijn er mensen, die zeggen: Wij willen op onze manier leven. Wij willen niet alleen maar geregeerd en gedicteerd en geregisseerd en geregistreerd worden. We willen eens wat anders. We willen zelf kansen hebben. Maar wat we allemaal tot nu toe hebben verworven aan rechten en mogelijkheden, dat willen we niet kwijt. Deze mensen gaan dus uit van het bestaande als norm (de middenmoot) en proberen er iets aan toe te voegen. Een eenzijdigheid denkt u? Dat is niet helemaal waar. Ze zoeken geen eenzijdigheid, maar een bepaalde uitdrukking. De ultrarechtsen b.v. zoeken een geborgenheid in een machtsorgaan. De uiterst linksen zoeken in feite een destructie van de maatschappij en daarmee het ontstaan van het volksregiem, dat dan wel niet anarchistisch is, maar dat toch elke oligarchische en hiërarchische verhouding langzaam maar zeker te gronden moet richten. Ze willen wat anders. En omdat de gewone man zo is, moet men stemmen winnen. Maar hoe moet je stemmen winnen? Het is heel aardig te zeggen: Wij zijn de partij van de Arbeid, van de Katholieken, van de Democraten of van wat anders. Je moet het waar maken. Je kunt dat alleen waar maken met heel kleine verschillen, want je wordt als politicus a.h.w. geredigeerd door het mechanisme, dat wordt aangedreven door de handel. De economie, zegt men dan.

17

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK Maar het is in feite de handel en de productie. En daarom is het verschil tussen links en rechts eigenlijk niet groot. Als u eens in de Kamer gaat kijken, zult u ontdekken dat bepaalde groeperingen regelmatig tegenstemmen, maar dat ze wel voorzichtig zijn en alleen tegenstemmen, als ze denken dat het wetsontwerp er toch wel komt. Dat is een bepaalde politiek. Zodra het er echter op aan komt en ze niet weten, of het het haalt, dan zijn ze er ineens vóór. Ze dienen allerhande amendementen in, maar als het er op aan komt, nemen ze die graag terug. Dat is gewoon een steekspel voor het publiek, dat is voor de Bühne. Dacht u dat dat alleen hier zo was? In de Ver. Staten is dat precies hetzelfde en overal waar u kijkt. Zelfs Fidel Castro is eigenlijk een groot komediant Hij speelt toneel voor de massa. Dat moet hij wel doen, want hij moet de mensen iets voortoveren wat er niet is. Hij kan toch niet toegeven, dat hij op het ogenblik dreigt vast te lopen en dat hij alleen door gebruik te maken van de mogelijkheid van de productie-faciliteiten van andere landen enigszins de kans heeft om drijvende te blijven. Dat kun je eenvoudig niet zeggen. En omdat je het niet kunt zeggen, zeg je wat anders. De politiek van vandaag is er dus een van zeer veel woorden en zo weinig mogelijk daden; van zeer mooie sociale leuzen en gelijktijdig zeer economische motiveringen. Het is een spel, waarbij meer en meer de man op de achtergrond de macht in handen krijgt. Dat heeft internationaal natuurlijk gevolgen. De UNO is langzaam maar zeker niet alleen zoals u denkt - een soort paradepaardje, een podium, waarop de politicus over de hoofden van andere politici heen kan spreken tot de wereld of tot zijn eigen land, maar het is ook een soort handelscentrum, een clearinghouse, een soort beurs. De beste dingen in de UN0 worden gedaan in de wandelgangen en in de verschillende - overigens uitstekende - restaurants die er zijn. Wat er in de grote zaal gebeurt, is eigenlijk bijkomstig, show. Als u gaat kijken naar de manier, waarop op het ogenblik de buitenlandse politiek overal wordt bedreven, dan ontdekt u dat iedereen heel vriendelijke en aardige dingen zegt en ondertussen heel gemene dingen doet of omgekeerd. Dit moet veranderen. De massa neemt het niet. De massa vraagt geen woorden maar daden. Wat is hiervan het resultaat? Als wij met een handelsimperium te maken hebben (want dat is eigenlijk het geval), dan hebben we niets aan een publieke moraal, die in strijd is met het handelsbelang. En dat betekent consumptiebevordering, o.m. vrije prijs- en winstbepaling. Denk eens aan de Shell. Shell keert, geloof ik, de laatste tien jaar gemiddeld 75 tot 90 % van het nominaal per aandeel uit. Dat is natuurlijk maar een kleine winst, want de mensen hebben er veel meer voor betaald. Maar dat zijn ook de dommen. De rijken zijn degenen, die indertijd zijn bijgesprongen voor 90 % en die nu jaar na jaar hun oorspronkelijke investering bijna terugkrijgen. De mensen willen wat anders. Daardoor gaan zij anders kijken naar de politiek, maar ook naar anderen. Het vreemde is, dat lang gehandhaafde onderscheidingen veel minder een rol spelen dan vroeger. Om een voorbeeld te geven: Heel Nederland was ineens zielsverwant (soul-brothers, soul-sisters) met de Tsjechen, die nog steeds communisten zijn. Vreemd! Het gaat niet meer tegen de communisten, het gaat tegen de Russen. En dat zou u iets kunnen zeggen. De mensen hebben niets tegen de Russen; ze hebben iets tegen hetgeen de Russen doen, wat ze representeren. De mensen zijn niet alleen bewogen door de armoede van de kindertjes in Biafra of India. Ze zijn in eigenlijk bewogen door de hele wereld. En een knap publiciteitsapparaat kan hen bespelen en er dus voor zorgen, dat hun sympathie van het ene punt naar het andere wordt overgebracht. Maar daarmee ben je er niet, want die sympathie blijft bestaan. De mensen weten morgen ook nog heel goed, hoe het is gegaan met Biafra. En misschien realiseren ze zich ook nog heel goed, dat Nederland aardig wat wapens heeft geleverd, maar niet aan Biafra. Biafra kreeg melkpoeder. Die mensen gaan dus langzamerhand menselijke relaties boven politieke stellen.

18

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK Nu is de politiek een apparaat. En een apparaat is iets vreemds. Laat ik het zo zeggen: als er een apparaat is, dat zich ten doel heeft gesteld om auto's te maken (General Motors b.v.), dan vinden wij in dat apparaat een tweede verborgen, dat zich ten doel heeft gesteld om zo weinig mogelijk auto’s te maken. Een apparaat is dus altijd tweeledig. Er zijn altijd twee belangenpartijen. De productie aan de ene kant, maar aan de andere kant: zo weinig mogelijk werk en zo veel mogelijk geld. (Ik noem nu maar iets.) Dat is ook in een regering het geval. Omdat in zo’n apparaat die twee partijen elkaar in evenwicht houden, is het dus heel moeilijk te zien wat er gaat gebeuren. We weten echter één ding: als er een ambtelijke sfeer heerst van “we moeten leven naar de voorschriften, de regels en de letter van de wet", dan vinden we binnen het kader, dat die wetten en regels moet uitvoeren, een beweging die zegt: Ja, maar wij hoeven ons daarvan niets aan te trekken. Wetten en regels zijn mooi, maar resultaten zijn beter. (Als u me niet gelooft, meet u het eens aan de Amsterdamse politie vragen.) Hier is dus iets, wat op een gegeven ogenblik het zo kan overnemen. Het apparaat heeft twee gezichten. Als de mensen veranderen, komt dat andere apparaat eenvoudig naar buiten. Als de mensen zeggen: We willen geen auto's meer hebben, dan komt automatisch uit het auto-producerende apparaat het tweede gezicht naar voren, dat zo weinig mogelijk auto's wil maken, maar toch met zoveel mogelijk winst. Dat zit nu in alle regeringen ingebouwd. Het is een van de redenen van het wat vreemde gedrag van Rusland in de laatste tijd. Ook daar is een apparaat met een apparaat erin - en een machtsstrijd. Wij zien dat alleen als een politieke machtsstrijd. Maar in feite betekent het, dat er zonder dat de apparatuur (de ambtelijke structuur van een regering) vernietigd behoeft te worden een plotselinge overgang van het ene naar het andere mogelijk is. (Orwell zou hier misschien denken aan double talk.) De ontwikkelingen zijn daardoor menselijk. Maar mensen voelen zich het meest aangetrokken tot hun gelijken. Het is vreemd, maar iemand, die ze kunnen begrijpen, vinden ze meestal wel sympathiek; die kunnen ze wel hebben. Iemand, die niet te begrijpen is - om welke reden dan ook, hetzij door uiterlijke verschillen of om een andere reden - is niet sympathiek. In deze tijd van mensenliefde wil men alle verschillen graag vergeten, zolang het algemeen is. Niemand doet hier aan rassendiscriminatie. Ja, er zijn natuurlijk rotjoden; en je moet ook niet praten over die homo's, dat zijn verschrikkelijke mensen. En die Surinamers, ook zoiets. En al die Chinezen. Ja, we hebben geen rassendiscriminatie, helemaal niet. We discrimineren niet. We beoordelen elke mens naar wat hij is ...... in vergelijking met onszelf. Kijk, dat speelt een rol. En als dat een rol speelt, dan is het ook duidelijk, dat de eigenschappen van volken, de achtergrond van een cultuur zoals die is gegroeid, van heel groot belang zal zijn voor de definitie van de nieuwe machtseenheden. Het volk is niet meer hetgeen men door productie en politiek regeert; het is een aantal groepen, vaak met elkaar strijdig, die zich langzaam maar zeker van politiek meer en meer losmaakt. En wanneer een greep zich heeft losgemaakt van de nu bestaande politiek, creëert zij automatisch naar buiten toe een gezicht; en dat is alweer politiek. We krijgen te maken met verschillende belangen- en machtsgroepen. De handelsrijken zijn daar eigenlijk de voorlopers van. De grote handelsrijken hebben zeer ver reikende armen. Om u een klein voorbeeld te geven: Eén Japanse fabriek beheerst o.a. zeven Nederlandse ondernemingen, een twintigtal (allemaal middelgrote) Engelse ondernemingen en - schrik niet – in de Ver. Staten 300 ingeschreven firma's. Dat lijkt niet veel, maar gezien de maatregelen in de Ver. Staten is het wel veel. Die verandering betekent een productie- en een belangenapparaat, dat eveneens internationaal gaat reageren. En dat internationale reageren beheerst op het moment de apparaten: de politieke en ambtelijke structuren. En daar hebben we iets bereikt. De handel met zijn internationalisme is de voorloper van een nieuwe vorm van internationalisme, waarbij we een steeds sterkere segregatie zullen zien tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Maar ook gelijktijdig een grotere dooreen menging; Een voorbeeld kunnen we weer nemen aan de Ver. Staten waar - zoals u weet (laat ik Californië nemen) o.a. leven: Japanners, Chinezen, Indianen, Mexicanen van Spaans bloed (in tegenstelling tot de mestiezen e.d.), negers en blanken. De blanken zijn op het ogenblik de 19

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK bepalende factor. Ze beheersen iets. Maar de Chinezen hebben daarnaast een eigen handelsrijk. De Japanners beheersen weer een ander deel o.a. de middelgrote verpakkingsindustrie, een groot gedeelte van de canning (het inblikken van vruchten). Ze hebben in de fruithandel een heel grote invloed, ook de internationale. Wanneer u Del Monte vruchtensap drinkt, dan drinkt u in feite iets, dat wordt geproduceerd door oorspronkelijk van Japanse ouders stammende Amerikanen en een groot aantal Mexicaanse Amerikanen. Deze groepen hebben zich daar reeds afgescheiden. Ze leven naast elkaar, maar vermengen zich niet. Ze kunnen hun belangen haast niet vermengen. En dat is een heel belangrijk punt. Omdat die vermenging kennelijk dus niet mogelijk is op dit moment, maar er gelijktijdig wel een overeenkomst van belangen kan worden gevonden, krijgen we te maken met gesegregeerde, door elkaar levende groepen, die op grond van hun eigen belangen een evenwicht tot stand brengen. En aangezien dat evenwicht internationaal is (dus niet meer door grenzen beperkt is), kregen we een internationalisme, waarbij niet meer kan worden gesproken van een landelijke politiek t.a.v. de wereld of van een wereldpolitiek, gevoerd door de representanten van de verschillende naties, doch kregen wij te maken met een wereldpolitiek, die wordt bepaald door de leiders van de groepen. Op dit moment kan niemand eigenlijk representant zijn van allen. Of nu Humphrey wordt gekozen of Nixon of een ander (het had zelfs Rockefeller kunnen zijn), allemaal hadden ze wel gekozen kunnen worden. Maar kan een blanke spreken voor de negerbevolking? U zoudt zeggen: Ja, want ze zijn Amerikanen. U moet zeggen: Neen. Ze hebben een andere mentaliteit, een ander inzicht, een andere sociale status, andere gebruiken, andere denkwijzen. Er is wel een beroeringsvlak, maar dat is te klein. De blanke kan ooit de neger vertegenwoordigen. Maar de neger kan met zijn ageren als onderdrukte minderheid misschien op dit moment de belangen dienen van b.v. de Indianen. Maar de indianen en de negers kunnen ook nooit precies samengaan. Als u dat nu maar onthoudt. Pas als elke groep afzonderlijk vertegenwoordigd is, is het mogelijk om tot een werkelijk gouvernement te komen. En indien elke groep afzonderlijk vertegenwoordigd kan zijn, zonder dat grenzen een rol spelen, dan kunnen we op eenvoudige wijze een wereldgouvernement krijgen. Dat zou betekenen, dat de macht van de handelsrijken gaat afbrokkelen. En ik geloof, dat dat in de naaste toekomst al aan het gebeuren is. Als de handelsreken afbrokkelen, dan moet daar een andere internationale macht tegenover komen te staan, omdat anders een wereldoorlog zonder enige twijfel veroorzaakt zal worden door degenen, die de natie nog steeds willen zien als de enige eenheid. En waar het dan naar toe gaat, weet niemand. De veranderingen en ontwikkelingen in de politiek in deze tijd wijzen echter op een groepsinternationalisme, dat m.i. steeds sterker zal worden naarmate ook de z.g. onderontwikkelde gebieden (eigenlijk de gebieden, waar macht en prestige nog staan boven economisch belang) kunnen worden betrokken in de economische welvaart; althans de economische overvloed en productiemogelijkheid, die de thans beschaafde - of kennelijk dus wel ontwikkelde - wereld reeds heeft. KRACHTBRONNEN. Op het ogenblik speelt zich een wat eigenaardige ontwikkeling af op de wereld. Een hele tijd heeft de mens volstaan met zijn eigen kracht en ook wat dierlijke kracht erbij. Tegenwoordig schrikt hij er niet voor terug om in z'n eentje achter 50 paardekracht te zitten. Dat wil zeggen, dat hij in verhouding tot vroeger enorm veel meer energie per persoon gebruikt in de beschaafde landen, terwijl het energieverbruik in de z.g. nog niet beschaafde landen hand over hand toeneemt. Het is weliswaar geen kwestie meer van olie voor de lampen van China, maar eerder van stuwdammen voor Egypte. Doch de electriciteit dringt overal door. Electriciteit is een gemakkelijk te verplaatsen krachtvorm, waarmee je van alles kunt doen. De laatste ontwikkelingen daarvan hebben wonderlijke ontdekkingen mogelijk gemaakt. U heeft de ontdekking van de laserstraal waarschijnlijk nog niet beschouwd als een mogelijkheid om daarmee electriciteit draadloos over te brengen. Toch zijn experimenten op dat terrein op het ogenblik al geslaagd. Men zal dus binnen niet al te lange tijd in staat zijn 20

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK met minder verlies dan bij transport door koperen leidingen electriciteit over grote afstanden via zo'n straal als het ware van toren tot toren te sturen. En dat houdt in, dat veel gemakkelijker dan voorheen elk gebied van kracht zal kunnen worden voorzien. Laten wij de vergelijking als volgt trekken: Vroeger was voor een aansluiting over b.v. 10 of 20 km een zeer behoorlijke investering nodig. Elke uitbreiding van een electrisch net betekende het leggen van kabels of het spannen van draden (een zekere kwetsbaarheid) en de noodzaak om ook binnen een redelijke afstand over hetzij een groot transportnet, hetzij centrales te beschikken. Nu is het veel eenvoudiger. Denk eens aan de straal-communicatie-torens, die voor een heel land in één keer een directe telefooncommunicatie mogelijk maken van b.v. Groningen naar Maastricht. Stel u nu voor, dat we op eenzelfde manier kracht kunnen overbrengen, zonder dat het iemand stoort, zonder dat iemand daarvan bijzonder veel last behoeft te hebben. Dat betekent, dat we kracht kunnen toevoeren van elke centrale naar elk willekeurig punt met een betrekkelijk eenvoudige - zij het dan in de structuur nog wat moeilijke - torenbouw; en dat vanuit elke toren een veld van 350 graden kan worden bestreken. (350 en niet 360 graden, omdat 10 graden van de cirkel ongeveer nodig zijn voor de ontvangst van de energie.) Dat houdt in, dat elke toren een zeer groot aantal gebieden kan verzorgen. En dat zou per toren aannemende dat het geen maximum energieverbindingen zijn - tussen de 50 en de 200 kunnen bedragen. Hiermede hebben we dus al een reuzenstap voorwaarts gedaan. Gebieden, waarin het genereren van electrische energie zeer moeilijk is, kunnen zonder meer worden voorzien. Omgekeerd: die gebieden, waar b.v. waterkracht aanwezig is of misschien vloedcentrales, die werken op de kracht van de getijden, binnenkort misschien ook op vulkanische verschijnselen gebaseerde krachtwinning, zullen energie kunnen leveren. Denk eens aan b.v. de Hekla met al zijn geysers op IJsland. Niet alleen maar warm water uit de bronnen, maar eenvoudig gebruikmaken van de energie, die in het warme water zit. Gebruikmaken van de stoom, die op bepaalde, plaatsen omhoog spuit en die te kanaliseren is. Men kan dan de hele wereld voorzien van zeer goedkope electrische energie; en men heeft daarvoor nog niet eens een beroep te doen op de atoomcentrale. Een reuze vooruitgang, die ons te wachten staat. Zo zijn er meer van die dingen. Het bouwen van een ruimteplatform is op het ogenblik allang geen sprookje meer. Als we nu even nadenken hoe je zo'n ruimteplatform zou kunnen maken, kun je zeggen: Alles, wat ik daar naar boven breng, staat vrij van de wind. Wij hebben een hoogte nodig van ongeveer 200 km boven het aardoppervlak. Het is vrij van wind, vrij van storing. Er kan eens een meteoriet zijn, maar die beschadiging zal nooit ze groot zijn. Indien wij gebruikmaken van gewone plastic-foli, reflecterend gevoerd, dan kunnen we zonlicht concentreren op elk willekeurig punt van de aarde. Dat kunnen we dan waarschijnlijk doen gedurende ongeveer 20 uren per dag (4 uur voor het doorlopen van de schaduwkegel). We kunnen dus een enorme warmte-energie van gebundelde zonnestraling op elk punt van de aarde, waar we dat nodig hebben, brengen. We kunnen licht diffuseren. Geen Straatverlichting meer, maar eenvoudig een satelliet, die in vaste baan staat, zoals dat heet; die dus regelmatig op een vast punt aanwezig is en die eenvoudig, wanneer het licht minder wordt, zijn zeilen open plooit en het licht reflecteert. Een heel land is met een zo'n satelliet ‘s nachts verlicht, als men dat hebben wil. Het klinkt allemaal fantastisch, maar het is vlakbij. U heeft er nooit aan gedacht, maar die reflectoren zijn op het ogenblik reeds, ontwikkeld - zij het in kleinere vorm en bedoeld voor het maan-landingsproject. De uitbreiding ervan is eerder een kwestie van dimensie en van een paar proeven dan een kwestie van iets nieuws uitvinden. En zo zijn er meer van die verschijnselen, waar je op het ogenblik wel eens even bij kunt stilstaan. Men is tot de conclusie gekomen dat de mens een aardmagnetisch veld heeft. Het aardmagnetisch veld bezit een potentiaal. Daarmee kun je misschien een lucht-aarde-potentiaal verkrijgen. Het is een statische vorm, die vonkbruggen kan slaan en via die vonkbruggen bij een hoog voltage en een geringe ampérage regelmatig kracht zou kunnen afleveren. Maar je kunt ook nog wat anders doen. Je kunt het aardmagnetisch veld wijzigen. 21

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK De studie van ‘t aardmagnetisch veld heeft aangetoond, dat op bepaalde punten z.g. deviaties bestaan. Dat zijn geen kompas-deviaties, maar veld-deviaties. Daar is dus dat aardmagnetisch veld kennelijk sterker of minder sterk. Waar echter - en dat is nu iets typisch - dat veld anders is, is de zwaartekracht ook anders. Indien ik dus in het aard-magnetisch veld een wijziging tot stand zou kunnen brengen, dan is het ook mogelijk om eenvoudig de zwaartekracht te veranderen. Uw kruier in de toekomst gebruikt zijn magnetisch veld en dirigeert waarschijnlijk vanaf het een of ander overzichtspunt uw bagage naar elke plaats waar u het wilt hebben, over de hoofden van de reizigers heen. Dit klinkt wonderlijk, maar het is helemaal niet zo moeilijk. Men heeft ontdekt dat men magneten kan maken, die weliswaar twee polen hebben, die een eigenaardigheid vertonen; nl. dat het veld terugdubbelt op zichzelf. Dat is een electrische magneet, een spoelmagneet. Maar onder bepaalde omstandigheden is er geen veld aan de buitenkant, maar wordt het veld dubbel sterk aan de binnenkant geproduceerd. Om u nu precies te vertellen hoe dat gebeurt is een beetje moeilijk. Het is een steeds reverserend, oscillerend veld, dat geproduceerd wordt plus een zekere afscherming. Maar het resultaat is, dat één pool van die magneet actief is; de andere is naar buiten toe niet actief. Ik heb nu magnetische stuwkracht. Alweer een project, waaraan men bezig is. Ik weet, dat ze nog niet zover zijn, maar het zal niet lang duren, voordat men dat bereikt. Al deze vormen van energie, deze mogelijkheden, brengen weer iets anders met zich mee. Als ik regen nodig heb, is het betrekkelijk eenvoudig een plaats op aarde te verhitten via het een of ander ruimtestation en daardoor de nodige verdamping te bewerkstelligen; maar meer dan dat bovendien de luchtverplaatsing te reguleren. Want waar een verwarming is, ontstaat er een drukgebied. Waar er een drukgebied ontstaat, krijgen we een verspreiding vanaf dat drukgebied. Een regeling van het weer binnen zekere perken is dus ook denkbaar. En dat betekent weer, dat we kunnen verbouwen op gebieden, die op het ogenblik droog en onvruchtbaar heten te zijn. De Sahara of de Gobi, wat dat betreft. Als we kunnen zorgen, dat daar regelmatig regen valt, zijn die gebieden vaak vruchtbaarder dan de wat oudere en eigenlijk vaak misbruikte landbouwgronden. U ziet het, de mogelijkheden zijn oneindig. En als we daar nu bij blijven stilstaan, hebben we al heel wat gezegd. Maar er is meer. De mens zelf staat ook niet stil. De mens verandert. U heeft het misschien aan uzelf gemerkt in de laatste tijd. Een beetje prikkelbaar en een beetje... zoeken naar iets, wat u nog niet helemaal kunt vinden. Dat komt zo vaak voor. Maar waar komt het vandaan? Iets in uzelf? Hoe komt dat in u tot stand? Ja, kosmische kracht, de stralingen, de stromingen, dat is een mooi verhaal; maar er moet iets in u zijn, dat erop reageert. En dat is een organisme. Een geestelijk organisme, wat mij betreft, maar een organisme. Als ik nu dat organisme kan stimuleren buiten de kosmische kracht om, wat dan? Dan krijg ik niet alleen stemmingen, maar dan kan ik bewust mijn energie gaan regelen. Ik heb mijn zenuwstelsel geregeld. U denkt: 0, daar is weer zo'n toekomst droom. Niets daarvan. Integendeel, het is iets, wat practisch is. Men heeft in deze dagen reeds een aantal proeven gedaan o.m. met het opladen van het zenuwstelsel van patiënten, Men heeft die patiënten in een statische veld gebracht door lading tussen het plafond en de vloer van de ziekenzaal aan te brengen. Het blijkt, dat dit voor sommige genezingsprocessen van groot belang kan zijn. Men heeft op een andere manier geprobeerd (via chemische middelen) die levenskracht te stimuleren. Men heeft in de laatste tijd een aantal vergiften ontdekt, waardoor de menselijke geest plotseling allerlei eigenaardigheden gaat vertonen. Het is allemaal onbeheerst; maar stel, dat ik het kan beheersen. Het is bekend, dat op het ogenblik bepaalde z.g. hallucigene vergiften of stoffen bij mensen plotseling een grotere gevoeligheid wakker roepen, zodat ze tijdelijk telepathisch contact met 22

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK anderen vertonen. Op soortgelijke wijze blijkt het mogelijk iets te induceren, dat toch wel op het tweede gezicht lijkt. Telekinese kan men er ook mee bevorderen. Telekinetische vermogens heeft men o.a. in Rusland maar ook in de Ver. Staten en in Italië kunnen stimuleren en daarmee grote lasten kunnen verplaatsen, alleen doordat men de daarvoor geschikte personen voorzag van bepaalde reactiestoffen. Dat betekent dus, dat ook de mens een beetje anders kan reageren. Nu ga ik een voorbeeld van een collega van mij stelen. Enige tijd geleden was er een z.g. poltergeist-verschijnsel in een heel klein stadje in de buurt van Glocester. Dat gebeurde in een soort café. Dat café bezat een biljard. Nu weet u hoe zwaar dat is. Dat biljard wandelde met groot geweld door de gelagkamer heen. Men heeft uitgezocht wie daarvoor aansprakelijk was. Het bleek een meisje te zijn van tussen 12 en 13 jaar (het begin van de puberteit). Het was in feite een onbeheerste telekinese, waarschijnlijk voortkomend uit haar verzet tegen een gebrek aan aandacht door de mensen, die allemaal met dat biljard bezig waren. En als een meisje van 13 jaar, een klein meisje (het was nog een spichtig ding ook) a.h.w. met één vinger een biljard heen en weer kan schuiven, wat zou een mens met een bewust getraind telekinetisch vermogen dan niet kunnen doen? En dat ligt ook niet zo ver weg. Op het ogenblik gaat het allemaal nog met kunstmiddelen. Maar we hebben de ervaring opgedaan in de loop der eeuwen, dat dingen die kunstmatig werden gekweekt eigenlijk langzaam maar zeker eigenschap werden, normeigenschappen. Dat is een kwestie van langzame verandering in de genetische mogelijkheden. Maar met één of twee geslachten ben je er wel. Nu werkt men ermee. Ik heb u al eens eerder verteld, dat men z.g. paranormale actiegroepen heeft zowel in Washington als in Moskou. Nu zitten ze tegenwoordig niet meer in Moskou, maar in Jerograd (?). Dat is een beetje meer afgezonderd. Deze mensen krijgen ook dergelijke hallucigene stoffen. Ze worden voorzien van bepaalde z.g. het zenuwstelsel sterkende stralingen. En soms reageren ze daar heel gunstig op; ze kunnen meer tot stand brengen. Waarom zou dat niet het begin kunnen zijn van een omwenteling in de menselijke kracht. Per slot van rekening, waarom moet u telefoneren, als gedachten nog sneller kunnen gaan dan electriciteit? Als u die gedachten maar leert richten. En waarom heeft u absoluut een takel nodig en misschien uw handen, als uw geest zonder meer diezelfde last kan tillen? We kunnen ons dus ontdoen van heel veel bijkomstigheden. En dan moet u zich niet voorstellen, dat de mensen voortaan zeggen: Ik wil naar New York, plop, ik ben er. Zo eenvoudig gaat het nu ook weer niet. Teleportatie, zo van met hinkstapsprongetjes door de ruimte gaan, dat is allemaal maar een droom. Maar het gebruik van eenvoudige telekinese, ja, dat is mogelijk. Het is mogelijk om een relais daarvoor te volgen. Een ander ding, dat mogelijk is (dit is heel interessant, het is o.a. in het Pentagon in ontwerp), dat is het vermogen van de mens om mechanisch gevoelig te worden. Zo iemand is in staat om een gegeven langs een geactiveerde telefoonlijn door duizenden relais heen precies te zeggen: zo en zo en zo loopt die. Van een elektrisch slot kunnen ze zeggen: Zo en zo zit het in elkaar. Ze kunnen bij wijze van spreken een brandkast bekijken en zeggen: Dit type slot zit erin en die combinatie staat erop. Vergeet niet, dat zijn maar enkelingen; het zijn twee of drie mensen, die dat op het ogenblik kunnen. Ik wil daarmee maar zeggen: de mens heeft dus in zich allerhande krachten die eigenlijk in onbruik zijn geraakt, want vroeger zijn ze wel gebruikt. Die krachten blijken nu via kunstmiddelen hier en daar weer gestimuleerd te kunnen worden. Wie zegt ons, dat hier niet een even grote mogelijkheid tot ontwikkeling van nieuwe krachten ligt als in de techniek zelf? We moeten de zaak logisch bekijken. En dan niet met die z.g. wetenschappelijke logica, die het verschijnsel ontkent of de mogelijkheid van het verschijnsel, omdat men het niet prettig vindt. Maar gewoon zeggen: er moet een reden zijn voor b.v. de zeer snelle berichtgeving, die in Egypte mogelijk was. En nu kunnen we aannemen, dat voor die kleine zaken de lopers tussen de tempels (speciale hardlopers) er wel voor konden zorgen, dat die berichten daar eerder waren dan bij de geadresseerden. Maar als ze over een expeditie in Abessinië op 23

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK dezelfde dag kunnen vertellen dat er een ramp is gebeurd, terwijl ze in Memphis zitten, dan moet er toch iets anders zijn. Helderziendheid. Op soortgelijke manier werd in bepaalde tempels (dat waren de dames met de z.g. glazen driehoeken of ook wel zilveren driehoeken) gewaakt voor de grenzen. En het bleek, dat men rovers vaak van tevoren wist aan te kondigen. Dat is het geval geweest in het begin van de samenvoeging van de beide rijken. Wij weten verder, dat bij bepaalde operaties narcose werd toegediend door een hypnotiseur; dat een soort helderziende in staat was om voeling te houden met wat hij noemde de zielen, maar wat in feite de levenskracht was, en die dan ook heel rustig kon zeggen: Nu moet je uitscheiden; of: nu moet je dit of dat doen, anders leeft de patiënt niet meer. En dat terwijl ze van het menselijk lichaam heus niet zoveel verstand hadden. Dan kunnen we zeggen: Ja, dat is lang geleden; dat is allemaal onzin. Maar wat moeten we dan denken van een man als David Home? Die meneer die medium was en die zo het raam uitzweefde en door het andere raam weer binnen zweefde? Dan kunt u ook zeggen: Ja, illusie, een spelletje. Maar die man was kennelijk iemand, die telekinese verstond, maar die soms ook voorspellingen deed; die waarnemingen deed, welke anderen niet zagen, maar die toch wel bleken te kloppen; de z.g. helderziende waarnemingen. Hij maakte allerhande vreemde dingen, b.v. materialisaties, mogelijk. Dat is toch dichtbij. Nu kan je het allemaal wel afwijzen en zeggen: iedereen, die erin gelooft, is gek. Maar die dingen zijn er. Overal zijn er mensen, die ergens zoeken naar iets, wat ze nog niet helemaal weten. (Dat doen de spiritisten ook.) Die mensen zoeken niet zonder reden, want er zijn fenomenen, verschijnselen. En als we die verschijnselen goed onderzoeken, dan kunnen ze voor bijna 90 % worden teruggebracht tot de mens zelf. De geest speelt ook een rol, zeker. Maar de eigenschappen, die worden gebruikt, zijn voor een groot gedeelte die van de mens. Waarom zou de mens die eigenschappen niet opnieuw gaan gebruiken? Waarom zou wat eens het geheim is geweest van bepaalde inwijdingsscholen en priesterkasten ( en dan nog zeer speciale delen ervan) niet eens worden onderwezen gewoon op de lagere school? (Telekinese niet; dan worden de kinderen te lastig.) Maar andere dingen wel. Dat is helemaal niet zo moeilijk om je dat voor te stellen. Ik ben ervan overtuigd, dat vóór we 500 jaar verder zijn de mens in zich krachtbronnen heeft ontdekt, waardoor hij heel veel van de ingewikkelde mechanismen, die hij nu rond zich nodig heeft, eenvoudig kan afschaffen. Dat hij kan zeggen: het is voorbij. Kijk, vrienden, als wij over nieuwe krachten spreken, dan klinkt dat wel fantastisch, maar dan gaan we toch eigenlijk uit van hetgeen er nu is. Wat ik daar heb verteld over platforms in de ruimte, reflectoren en zo, is geen nieuwe droom, geen nieuw verhaal. Het is al heel oud. Er werd al over gesproken in 1860 - 1870. Toen dacht men er al over. De middelen ervoor zijn er; de prototypen zijn er. Waarom zouden ze niet worden gebruikt? En wat ik hier vertel over die geestelijke krachten, is zeker voor de doorsnee-mens op het ogenblik ongewoon en onbegrijpelijk. Er bestaat een hele tak van wetenschap, die zich met die fenomenen bezighoudt en er nog minder van begrijpt, omdat zij ze moet verklaren. Maar er zijn proeven in diep geheim (de mens denkt altijd eerst aan de militaire betekenis van de dingen) omtrent telekinese, helderziende waarnemingen, telepathie, waarneming op afstand. Waarom zou dat alleen maar topsecret blijven? Ik veronderstel, dat hetgeen zich nu deels in het verborgene aan het ontwikkelen is, binnen niet al te lange tijd ook naar buiten toe kenbaar zal worden. En dat is helemaal geen vreemde veronderstelling, want we hebben alle bewijzen ervoor, dat de best bewaarde geheimen (zoals b.v. die van de tank) hoogstens een jaar te bewaren zijn, indien het verschijnsel eenmaal wordt gebruikt. Dat kunnen we ook over die paranormale dingen zeggen. Er zal over enkele jaren hierover al meer bekend zijn. En als er meer over bekend wordt, zullen de mensen ermee gaan werken; ze zullen er zelf naar gaan zoeken. En als ze er zelf naar zoeken, dan wordt het waar. 24

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 2 – VERANDERINGEN IN DE POLITIEK Er zijn nieuwe krachten in de mens en erbuiten; die krachten zullen worden gebruikt. En wanneer zij worden gebruikt, dan betekenen zij zeer zeker ook een ommekeer in vele bestaande situaties. Ik ben begonnen te spreken over een eenvoudige en betrekkelijk goedkope electriciteitsvoorziening, die via een enkele straal en een verdere ontwikkeling van laser naar elk terrein kan worden overgebracht. Gebieden, die nu door gebrek aan krachtbronnen en ontwikkelingsmogelijkheden eigenlijk in een achterland liggen, kunnen dan plotseling net zo dicht bij de zee liggen of bij een grote stad of bij de electriciteitsvoorziening als nu Den Haag en Scheveningen bij elkaar liggen. En als u daarmee rekening houdt, dan mag ik toch wel zeggen, dat mijn betoog zeker niet overdreven is. En dat mijn conclusie voor u zeer waarschijnlijk is, zoals ze voor mij juist is, namelijk: De ontwikkeling van nieuwe krachten zal een verschuiving van evenwichten in de wereld betekenen en daarmee een versnelling van een nieuwe ontwikkeling in de mensheid, die ten slotte voert naar de volledige Aquariusmens met zijn technische begaafdheid, met zijn geestelijke erkenning, zijn gevoeligheid en het gebruik ervan; en naar ik meen ook met een groter begrip van broederschap met de wereld en de mensheid in het algemeen. Geestelijke lering ontvangen betekent niet: luisteren naar hetgeen er wordt gezegd, maar in jezelf werken met die enkele fragmenten, die blijven hangen, totdat voor jou een zelf-geldende en in het "ik" bestaande geestelijke lering is ontstaan. Want degeen, die denkt dat hij een geestelijke lering kan leren uit een leerboek, leert geestelijk niets. En datgene, wat hij leert, heeft een geestelijk aspect, zonder dat het ooit een geestelijke waarde kan bezitten. Doch hij, die leert met de geest, zonder lering te willen trekken uit leerboeken e.d., zal innerlijk leren de geestelijke waarheid te beseffen, waardoor de geestelijke lering de geestelijke werkelijkheid benadert en de praktijk van het geestelijk en stoffelijk bestaan de innerlijke geestelijke waarde volledig weergeeft.

25

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL

LES 3 - STEEKSPEL

Wie zich de moeite getroost na te gaan welk spel er wordt gespeeld op praktisch elk terrein, komt met enige verbazing tot de ontdekking, dat vele staatslieden e.d. op het ogenblik in de arena zijn en als een soort gladiatoren trachten hun eigen waardigheid en roem te vermeerderen voor de ogen van een wat verbaasde massa. Wat zijn hier de werkelijke beweegredenen en achtergronden? In de eerste plaats hebben wij een tijd achter de rug, waarin het voor de politicus steeds moeilijker werd om de massa te bereiken. De staatslieden waren gescheiden van de massa, begraven in hun plannen, die meer de mathematica dan de menselijke ziel schijnen te omvatten. De leiders van grote kerken en dergelijke groeperingen waren druk bezig de heiligheid van zichzelf en hun verkondiging zeker te stellen, terwijl ze daarbij niet hebben gekeken naar de emotionele en ook maatschappelijke behoeften van hun gelovigen. De periode van het jaar 1967 bracht een voortdurend groter wordende onrust. Het jaar 1968 heeft die bevestigd. We hebben gezien hoe uit de meer individuele acties langzaam maar niet tegen te houden een massale actie aan het groeien is. Het volgende jaar brengt ons ongetwijfeld nog meer excessen op dit terrein. Wij zullen steeds grotere massaliteiten zien optreden tegen de niet meer te begrijpen zijnde politicus, kerkleider, staatsman, socioloog, wetenschapsman. Dat is begrijpelijk. Wie spreekt met het volk, moet de taal van het volk spreken. De politicus spreekt zijn eigen vaktaal, waarbij hij uitgaat van de socio-democratische noodzaken tot recapitulatie van de bestaande gegevens etc. Maar de menigte begrijpt hem niet. Ze kijkt hem wat verbaasd aan als ware hij een medicijnman, die onbekende goden aanroept en ze verwacht nu ook, dat het wonder zal geschieden. Maar ziet, de ministeriële steken, de democratische hoge hoeden, de plebejische petten blijven leeg; er verschijnen geen onverwachte konijntjes. Integendeel, steeds hoger wordt de rekening, die moet worden betaald voor plannen, die niet eens worden begrepen. Ook de priesters kunnen steeds luider schreeuwen over de heiligheid en de roeping die zij bezitten, maar het volk verwacht van hen ofwel wonderen, dan wel menselijkheid. Een tussenweg is er niet. En zo is het steekspel ontstaan, dat in deze dagen uw interesse ongetwijfeld tot zich zal trekken. Ik wil niet te ver ingaan op allerhande verschijnselen van deze dagen, maar het is misschien aardig te wijzen op b.v. de eigenaardige manipulaties van de Heer Johnson. Johnson heeft dat weet hij zelf wel – gefaald als president van de U.S.A. Maar hij wil zijn naam - koste wat wil - toch nog verbinden aan iets, wat hem voor de menigte een man van betekenis zal maken. Hij doet wanhopige pogingen om nog een zekere oplossing te forceren in het Viet Nam-conflict. Gelijktijdig probeert hij - mede dank zij de medewerkers van de CIA - een zekere positie te herkrijgen in bepaalde delen van het Afrikaanse en het Zuid-Amerikaanse vasteland. Hij doet dit niet voor het volk of omdat het noodzakelijk is, maar om voor zichzelf dan toch nog een klein gedenkteken op te richten. De Gaulle heeft een beslissing genomen t.a.v. de franc, die moedig en misschien niet eens onverstandig was. Maar het ging hier niet alleen om een munteenheid. Het ging hier om het beeld van de held van deze tijden, die - geklauterd op het voetstuk “gloire de la France” - ten koste van alles dat beeld van zichzelf wil handhaven en tracht dit beeld, dit veredeld vaderimago, de massa eveneens op te dringen. Er is behoefte aan aanbidding. De paus, weifelachtig misschien maar anderzijds autocratisch ingesteld, probeert - gedreven door een aantal oudere bisschoppen en kardinalen; de Curie - zijn gezag als onfeilbaar prelaat, als hoofd van de enige ware christelijke kerk te handhaven in een tijd, waarin de gelovige zoekt naar de oecumene. Hij wordt daardoor gedreven tot een aantal uitspraken, die eigenlijk 26

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL niets meer met het geloof te maken hebben maar alleen met de pauselijke macht. Het is duidelijk, dat de massa dit niet kan tolereren en dat zij meer en meer vragen gaat stellen. Die vragen zijn overigens helemaal niet zo dwaas. Het is duidelijk, dat men De Gaulle zo dadelijk eens de vraag gaat stellen: Generaal, hoe komt het toch, dat u steeds beschikt over alle middelen, die nodig zijn om úw beeld van het grote Frankrijk te verwezenlijken, terwijl er zovelen eigenlijk creperen? Zoals men in Nederland ongetwijfeld de vraag reeds heeft gesteld: Hoe komt het, dat u nu ineens over zoveel miljoenen voor bewapening beschikt, terwijl u nog geen miljoen extra overhad voor de noden van uw eigen land of voor de onderontwikkelde gebieden? Dergelijke vragen worden overal gesteld. In Mexico vraagt men op het ogenblik steeds dreigender: Hoe kwam het toch, dat u wel beschikte over de kapitalen, die nodig waren voor het houden van de Olympische Spelen (iets wat prestige geeft maar miljoenen heeft verslonden), terwijl er nog niet eens voldoende onderwijs is voor onze kinderen? Deze vragen maken het steekspel niet alleen interessant maar ook tragisch. In vele gevallen zien wij theoretisch-idealistisch ingestelde mensen als een soort Don Quichotten aanstormen op de windmolens van het dagelijks leven, dat verder maalt. En ze begrijpen niet, dat ze met al hun hoge denkbeelden, hun idealen, hun grootse plannen worden gegrepen door de wieken van het alledaagse. Ik zou hiermee kunnen volstaan, indien dit niet de aanleiding zou zijn tot veel verder grijpende ontwikkelingen. En dan moet ik allereerst het volgende jaar een ogenblik onder de loupe nemen. 1968 begint langzaam maar zeker af te lopen. En aan het einde van het jaar zeg je: "Ach, het is meegevallen." In feite is het echter niet meegevallen. Overal in de z.g. rijke landen hebben wij te maken met een versterkte muntontwaarding, met grotere sociale en economische problemen, terwijl bovendien vele politieke en eventueel zelfs meer oorlogsspanningen zich doen kennen. De komende drie maanden van 1969 zullen ongetwijfeld dit patroon blijven vertonen. Wij krijgen een verdere toename van gewelddadigheden, o.a. in Noord Afrika. De Russen mogen nu denken dat ze met enig vermaan de belligerente partijen daar in de hand kunnen houden, maar Nasser weet, dat er een feitelijke tegenstand tegen zijn persoon is. Hij heeft zelfs niet durven publiceren, dat nog geen drie weken geleden wederom een aanslag op zijn leven is gepleegd. Hij vreest op het ogenblik de toejuichingen voor de moordenaar; en dat is veelzeggend. Hij moet een oorlog hebben, dat kan niet anders. Hij moet een succes boeken. Anders is Nasser en daarmee Nassers systeem - en indirect dus ook de hele coterie, die van hem afhankelijk is – uitgerangeerd. In Jordanië moet de koning worden uitgerangeerd. Degenen, die naar de macht zoeken, hebben er alle belang bij dat er conflicten uitbreken, waardoor Hoessein - hoe dan ook - niet mee kan gaan. En als men verder gaat kijken, Algiers en Tunis hebben er belang bij dat de spanningen in Afrika toenemen, omdat hierdoor hun eigen belangrijkheid en daarmee de bedragen, die ze aan steun hopen te kunnen verwerven en de voorwaarden, die ze menen te kunnen dicteren aan de grote mogendheden, zullen verbeteren. Vele negerstaten in Afrika zijn op het ogenblik in een toestand van gisting. De komende drie maanden zullen ons doen zien, dat men bereid is desnoods volkeren uit te roeien, indien men maar de macht kan grijpen of behouden. Het gaat niet om het welzijn der volkeren, het gaat op het ogenblik om de groten dezer aarde of degenen die zich groten achten, die bereid zijn om ten koste van alles (ook het leven van hun volk en desnoods van zichzelven) te streven naar hun eigen verheerlijking. Laten we kijken naar andere gebieden. De eerste drie maanden geven in Griekenland een toenemende golf van politieke arrestaties te zien. En zeer waarschijnlijk daarnaast weer het opleven van protesten tegen de huidige Griekse regering in het buitenland. 27

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL In Italië zal in diezelfde tijd de steeds machtiger wordende communistische partij veel van zich doen horen en zeer waarschijnlijk een greep naar de macht gaan voorbereiden. Ze zal daarbij vooral in het zuiden wel redelijke resultaten boeken, meen ik. In de Po-vlakte zelf is ze op het ogenblik - vooral in de steden - reeds machtig genoeg. In Frankrijk zal de Gaulle het eindelijk eens moeten uitvechten met de enige, die hij in feite nooit heeft willen consulteren: de arbeiders: Jan - met - de pet, de Fransman, die volgens de generaal alleen geschikt is voor discipline, orde, samenwerking en offers voor de glorie van Frankrijk, maar die er allang de buik van vol heeft. In Duitsland brengen die drie maanden eveneens hernieuwde politieke schandalen. Er moeten bepaalde mensen worden uitgerangeerd. En terwijl er gelijktijdig een actie tegen de nazi's wordt gevoerd en de nazi-tendensen toenemen, komen er grote geschillen o.m. in Berlijn. Dat is begrijpelijk. Oost-Duitsland heeft er genoeg van. Het voelt zich voldoende geprovoceerd in de laatste jaren om nu zelf weer eens behoorlijk te gaan demonstreren; en men zal dat doen o.a. in Oost-Berlijn. Men zal verder trachten op velerlei wijzen de West-Duitse gemeenschap te desavoueren. In Rusland zelf weet men niet wat men moet doen. In Rusland is nog een voortdurende worsteling aan de gang, waarbij het gaat tussen de militairen, de Partij en de economen. Deze drie partijen zijn sedert hetgeen in Tsjecho-Slowakije is gebeurd in feite verder van elkaar komen te staan. Hun onderlinge aanvallen zijn - zij het natuurlijk verborgen - steeds feller geworden. Het is aan te nemen, dat in de komende drie maanden van 1969 hier zeker tekening in de zaak komt. En ik moet erbij zeggen: het ziet er niet naar uit, dat het rode leger zal winnen. Want het rode leger heeft geschillen met de luchtmacht en met de zeestrijdkrachten, zodat de eenheid, waarop men tot nu toe heeft kunnen vertrouwen, is teruggevallen. Wij zien weer een situatie ontstaan, zoals in de tijd van Kroetsjef (vooral in de eerste periode), waarin de luchtmacht in feite de Partij steunde, terwijl het leger een eigen politiek voerde. Dit zou overigens in het verdere verloop van 1969 tot een aantal opvallende veranderingen kunnen leiden, juist in dit land. Rusland zal dan wel eens een heel onverwachte tactiek kunnen voeren, en die zal voor het westen niet altijd aangenaam zijn. Want juist als er een interne verwarring en omwenteling plaatsvindt, zal een staat als Rusland (of elke absolutistische staat, wat dat betreft) proberen om naar buiten toe een gezicht van eenheid en kracht te tonen; en dat doe je door anderen eigenlijk een beetje te provoceren. In de Ver. Staten is op het ogenblik een proces aan de gang, waarvan men niet precies kan zeggen waarheen het zal leiden. Maar voor die komende drie maanden kunnen we wel aannemen, dat er sprake is van een toenemende organisatie van negers en daarbij het optreden van meestal uit steden (dus uit andere gebieden) aangevoerde actiegroepen in gemeenschappen, die naar men zegt de rechten van de negers schaden. En dat zou ook wel eens heel erg kunnen tegenvallen voor sommige autoriteiten van het zuiden. In Zuid-Amerika zijn op het ogenblik 2 à 3 revolutietjes lopende. We kunnen daar elk moment wel weer verwachten te horen, dat er een revolutie is neergeslagen of dat een greep naar de macht is geslaagd. Maar dat is op zichzelf niet zo belangrijk. Belangrijk is wel, dat zich in enkele landen - ik denk hier aan Brazilië, Argentinië en in de eerste plaats aan Peru - een soort schaduwgouvernement aan het vormen is van de armsten der armen. De bewoners van de krottenwijken en de krottensteden, de verarmde boeren, worden nu op een vreemde manier samengevat in iets, wat zich niet openlijk tegen het gezag schijnt te willen weren, maar gelijktijdig een scholing ondergaan. Hierbij zijn ongetwijfeld hier en daar Cubaanse invloeden merkbaar, maar ik geloof toch, dat het heel wat verdergaat dan dit. Er is hier sprake van een sociale revolutie, die zich voorbereidt. Die zal de eerste drie maanden zeker niet uitbreken, maar we moeten er wel rekening mee houden, dat dit in augustus ’69 kenbaar wordt. Het is zuiver een steekspel, want niemand kan winnen, zeker niet in het komende jaar. Ik zal proberen u duidelijk te maken waarom. Op het ogenblik, dat het volk wint en een regering verliest - en dat is denkbaar - zal het volk niet meer in staat zijn een plaats in een volkerengemeenschap in te nemen; en dat is op het moment nodig. Om u een voorbeeld te geven: 28

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL Indien de vakbonden eindelijk winnen tegen De Gaulle - en die kans is betrekkelijk groot - dan zal het vertrouwen in de franc, dat langzaam is terug gekeerd, sterk worden geschokt. Dit zal ten gevolge hebben, dat de franc alsnog moet devalueren. Maar dit zal tevens tot resultaat hebben, dat een aantal maatregelen, die op het moment nog mogelijk zijn, dan niet meer kunnen worden genomen, zodat het directe inkomen en ook de waarde van de besparingen van de Fransman hier en daar zeer sterk zullen lijden. Op een soortgelijke manier kun je dus zeggen: Als op het ogenblik de bewoners van de krottenwijken in b.v. Brazilië, waar in een bepaalde provincie die revolutionaire drang nu al sterk aanwezig is, zouden winnen, dan zouden zij misschien een gouvernement kunnen omverwerpen. Maar zijn zij in staat om zelf een gouvernement op te bouwen? Neen. Ze zouden een beroep moeten doen op de oude ambtenaren, op degenen, die nu aan de macht zijn, want ze beschikken niet over de mensen, die in staat zijn om nationaal en internationaal orde op zaken te stellen. Daarom blijft het een duel. Nu valt de een van het paard, dan de ander. En dan klauteren ze er weer op en de charges beginnen opnieuw. Wie kijkt naar wat er vandaag in de wereld gebeurt en daarbij niet blind is voor de voortdurende wisseling van krachten en invloeden, moet een klein beetje denken aan zo'n ouderwetse klok, waar ridders, engelen of apostelen plechtstatig in een kringetje ronddraaien, schijnbaar elkaar achtervolgend, zonder elkaar ooit te kunnen inhalen. Het bekende rijmpje van "de vier oude wijven kunnen elkaar niet krijgen" zou misschien kunnen worden uitgebreid met het aantal staten, dat vertegenwoordigd is in de Ver. Naties. Want ze kúnnen elkaar niet krijgen. Ze proberen alles, maar ze krijgen niets voor elkaar. Het waarom is duidelijk: men heeft te maken met een geestelijke revolutie. Die geestelijke revolutie is - vreemd genoeg - niet in de eerste plaats een religieuze of mystieke revolutie geworden. Men zou aannemen, dat in een wereld met een redelijke welvaart de mens in zijn denken eerst naar geestelijke waarden zou uitgrijpen. Het is echter gebleken, dat men eenvoudig met misachting van alle mogelijkheden, die er geestelijk bestaan, zich heeft gericht op materiële idealen. En deze materiële idealen worden gediend, niet omdat ze materieel zinrijk zijn of voordeel geven, maar eenvoudig omdat ze een bevrediging geven aan bepaalde schuldgevoelens, omdat ze de mogelijkheid geven een gevoel van bevrijding en zelfverheffing te verkrijgen in de mens zelf. Een dergelijke geestelijke revolutie is heel wat interessanter dan u denkt, omdat we haar kunnen beschouwen als de achtergrond, waartegen zich eigenlijk het hele steekspel afspeelt. De mensen weten niet wat ze willen. Men wil de onderontwikkelde gebieden helpen zich te ontwikkelen. Maar men wil natuurlijk niet de producten afnemen van die onderontwikkelde staten, want daaraan wordt niet voldoende verdiend. Men is bereid om kapitalen uit te geven om de vrede op aarde te scheppen, maar natuurlijk moet de bewapeningsindustrie aan de gang blijven. Men weet heel goed, dat men op het ogenblik bezig is de gemiddelde mens een beetje te vergiftigen (vooral in de industriestaten)en men is volledig bereid om daar wat aan te doen als het maar niet zoveel kost dat de mens wel gezond wordt, maar dat hij daarvoor ook maar iets van zijn welvaart en de staat iets van haar revenuen zou moeten missen. Kijk, dat is heden het vreemde spel. Men is volkomen irreëel. Degenen, die om ontwapening roepen, zijn geen realisten. Per slot van rekening, als je tussen de rovers zit, moet je je wapens niet weggooien. Degenen, die prediken dat alleen een steeds verdergaande bewapening goed is, zijn eveneens dwazen. Want de man, die wapens koopt om zijn brood te verdedigen, is dwaas indien hij zijn brood verkoopt om wapens te kopen, want dan heeft hij niets meer om te verdedigen. De mensen denken niet reëel. Dat zien we bij de bewapening, maar dat zien we evenzeer bij b.v. de oecumene gedachte. Indien we als christelijke kerken willen samenwerken met alle kerken der aarde, dan is dat volledig aanvaardbaar; maar dan moeten wij niet proberen om a.h.w. de kerken te nivelleren. Integendeel, we moeten juist de verschillen van de onderscheiden geloofsrichtingen met enige nadruk erkennen en alleen vaststellen, dat zij even waardevol kunnen zijn als ons eigen geloof voor hen, die daarin volledig opgaan. En dat is nu 29

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL juist het enige, dat men niet wil doen. Men wil heel graag desnoods de dominee en de pastoor bij elkaar op visite laten komen om bepaalde soorten diensten voor elke gemeente te zijner tijd te laten uitvoeren, men is volkomen bereid om in de begeleiding van religieuze plechtigheden te gaan van de Hohe Messe - bij wijze van spreken - tot de beatband, maar tot één ding is men niet bereid: te erkennen, dat werkelijke oecumene, het werkelijk ideaal van samenwerking is gelegen in het erkennen van het recht van de mens om vrij te zijn. Het grote probleem, dat in deze geestelijke revolutie meespeelt, is wel de honger van de mens naar vrijheid en gelijktijdig zijn onvermogen om een ander de vrijheid te gunnen. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar toch zijn het die tendensen, welke bepalen wat er hier in de toekomst gaat gebeuren. Het is bepalend voor het wat eigenaardige gedrag van de staatslieden. Wat te denken van een staatsman als b.v. De Jong. Als minister De Jong zijn beleid probeert te verdedigen op de manier, waarop een zekere meneer De Gaulle dat al lange tijd heeft gedaan, dan zou je zeggen: Man, je hebt het juiste formaat niet. Als hij probeert om zijn eigen van huis uit militaire instelling over te dragen aan de politieke waarde, dan kan hij wel beweren dat hij gelijk heeft, maar hij staat tegenover een groot aantal deskundigen. En dezen zijn het niet allemaal met hem eens. Zijn argumenten zijn kennelijk niet onaanvechtbaar. Maar dat geldt helemaal niet alleen maar voor een premier De Jong. Met dezelfde problemen worstelt men in Duitsland, maar ook in Rusland; daar is ook een oppositie. Met dezelfde problemen worstelt men op het ogenblik in China en in Japan. In India zien we ook dergelijke problemen oprijzen. Er is eigenlijk geen land, dat er helemaal van verschoond blijft. U kunt zeggen: We hebben dan toch belangrijke figuren. Natuurlijk, er zijn heel belangrijke figuren, b.v. minister Luns. Een fantastische man. Een minister, die zich als gek kan aanstellen zonder voor gek te staan. Een man, die door zijn senioriteit, zijn humor, zijn gebrek aan argumenten en door zijn persoonlijkheid vaak zijn al te zeer persoonlijke instelling in de buitenlandse politiek gemakkelijk weet te verbergen. Nu kun je zeggen: Dat is een groot man. Dat is hij inderdaad. Maar is dat een man, die op het ogenblik begrepen kan worden? Neen. En wat is er nodig? Er is nodig: begrip. Zolang er geen begrip is tussen de massa en degenen, die voorgeven of menen die massa te representeren, zal het steekspel verdergaan. En zal het steeds meer absurd worden, omdat het zich onttrekt aan de werkelijkheid. Volksmisleiding is een van de dingen, die hier ook een rol bij speelt. Nu moet u niet denken, dat ik dat in ongunstige zin wil stellen. Volksmisleiding is een haast onontkoombaar deel van uw moderne maatschappij geworden, vergeet u dat niet. Maar een volk, dat te vaak is misleid, laat zich niet meer misleiden. De goocheltruc, die de eerste keer bijna een mirakel leek, wordt op den duur slechts de duffe herhaling van iets, dat 40 of 50 jaar geleden misschien behoorde in de religieuze of politieke vaudeville. Hier is dus een vermoeidheidsfactor. Men is zo vaak bedrogen of voelde zich zo vaak bedrogen, dat men zelfs de eerlijkste bedoelingen niet meer kan respecteren en men eenvoudig uitgaat van het standpunt: het is allemaal bedrog. Even goed als in de kerken, waar juist het eerlijk zoeken van overheden naar een juistere vorm van b.v. het katholieke geloof heeft geleid tot een vergrote aantasting van de feitelijke kerkelijkheid; d.w.z. de kerkelijke discipline, die vanuit Rome zozeer wordt bevorderd. Zoals wij zien, dat in bepaalde synoden op het ogenblik ook het geloof steeds meer een uiterlijkheid wordt, een soort speldje dat je op je revers steekt en dat je zo nu en dan ‘s zondags eens laat zien, maar waarvan de praktische waarde meer en meer teloor gaat. Dit is begrijpelijk, want de mensen hebben geen vertrouwen. Maar degenen, die dan juist in deze tijd met misleidende argumenten aan de gang gaan, zijn juist daardoor hun eigen grootste vijanden. Ik heb zo even Rome aangehaald. Er is een Nederlandse catechismus uitgekomen. Nu zegt men niet dat die Nederlandse catechismus niet deugt; men zegt dat ze alleen "aangevuld" moet worden. Maar met die "aanvulling" wordt de eigenlijke opzet ervan ongedaan gemaakt. Neemt men nu werkelijk aan, dat de gelovigen dat niet zien? Men zal nu zeggen: men heeft dus kennelijk niet de moed om te zeggen "het was verkeerd". Maar als ze de moed niet 30

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL hebben om te zeggen dat het verkeerd was, dan moet het eigenlijk goed zijn. Maar waarom willen ze dan dat wij dit en dat en dat nu ook gaan geloven? Zoals in de politiek de mensen zullen zeggen: ongetwijfeld, ze hebben gelijk. De aanpassing aan Europa e.d. is allemaal nodig. Maar als ze ons nu vertellen, dat we b.v. geen schade zullen lijden van bepaalde maatregelen en afspraken en er is wel schade, als ze ons vertellen dat in 1969 de gemiddelde levenskosten met 3 tot 4% zullen stijgen en de feitelijke stijging wordt bijna 9 %, wat hebben wij dan aan die mensen. Ze deugen niet. Wantrouwen. Wantrouwen, dat in alle landen steeds groter wordt, omdat niemand eigenlijk meer in staat is om eerlijk te spreken, want dan zou hij teveel stromingen, teveel tegenstand ontmoeten. Hij zou teveel moeten verklaren wat in het verleden met de mantel der liefde is bedekt. En daar begint nu eigenlijk voor het steekspel de meest interessante periode. Ik neem aan, dat u die in de tijd kunt situeren vanaf ongeveer mei 1969 tot zeer waarschijnlijk eind november 1969. In deze periode zullen al die grote heren, al die instanties, al deze religieuze heersertjes e.d. worden geconfronteerd met hun eigen onevenwichtigheden, hun onjuistheden, hun misleidende verklaringen. Men zal geen genoegen meer nemen met hun verklaring "dat ze het ook niet verwacht hadden”, want dat is te vaak gebeurd. Men zal zich gaan afvragen: waarvoor hebben jullie kostbare wetenschappelijke instituten, als hun prognoses steeds weer niet deugen? Waarvoor hebben jullie al die planologen in dienst, als hun plannen steeds weer verkeerd uitkomen? Waarom staan jullie zo erg op bepaalde plechtigheden, als blijkt dat ze toch niets inhouden? En die vragen maken de gezagsdragers steeds meer los van het volk, waarin ze staan. Laat mij het zo zeggen: Als de politie zo nu en dan geweld gebruikt, dan zal ze anderzijds toch vaak dienstverlenend optreden en men zal zeggen: "Nu ja, het zijn mensen. We moeten dat accepteren." En men zal de politie zeker niet aanzien als een corps misdadigers. Maar stel nu, dat de politie haar gezagsfunctie steeds belangrijker gaat vinden en zelfs haar dienstverlening gaat formuleren vanaf het standpunt van haar gezag, dan komt er een ogenblik, dat ze los staat van de mensen. En dan zal de dienstverlening, die in feite nog geschiedt, niet meer gewaardeerd worden, terwijl elk ingrijpen, gebaseerd op die macht en die machtshandhaving dus in versterkte mate bij iedereen weerstanden oproepen. Maar dan komt het ogenblik, dat honderd agenten niet meer in staat zijn om één man te arresteren, omdat een ieder, die in de buurt is, zegt: "Daar heb je die gemene zo en zo’s; ze gaan weer een slachtoffer maken." En dan zou de politie wel eens het slachtoffer kunnen worden. Het is hier en daar wel eens gebeurd. Het heeft geleid tot terreur, dat geef ik graag toe. Maar juist daardoor verliest iets, wat op zichzelf goed is, zijn waarde en betekenis. Een regering, die los staat van een volk, is eigenlijk geen regering meer. Zij bestaat dank zij de lijdzaamheid van een volk, dat echter steeds ongeduldiger wordt. Dan is er maar één casus belli nodig. Eén enkel geval, dat de volksonwil oproept, een geval dat vaak helemaal niet meer in verband kan worden gebracht met de gevolgen, iets wat zo onbelangrijk is, dat een hele revolutie juist daarover ondenkbaar schijnt. Eén klein feit kan de aanleiding zijn tot enorme strijd. Nederland heeft grote kans, dat het een Kabinet ziet vallen, maar het zal in zijn Kabinetscrisis ongetwijfeld niet alleen staan in ‘69. En er zullen heel wat mensen, die tot nu toe als vlekkeloos golden, plotseling worden aangeklaagd voor bepaalde praktijken. Er zal sprake zijn van omkoping in vele gouvernementen; zelfs in Nederland, zelfs in Duitsland. Er zullen schandalen zijn, die plotseling diplomaten en zelfs gezanten tot een soort verwerpelijke smokkelaars maken; niet alleen spionnen, maar werkelijk smokkelaars, profiteurs. Zaken à la Profumo zullen opduiken; niet alleen in de Ver. Staten, maar ook in Italië, Frankrijk en Spanje. Indien we daarmee rekening houden, moeten we zeggen: Het wordt interessant. Die houten figuurtjes, die hun houterig duel volgens een bepaalde code voor de menigte houden, staan zonder het te beseffen tegen een achtergrond van een toenemend onheil, een grote massaliteit. Terwijl ze oreren, elkaar uitdagen en de handschoen toewerpen op de vlakte, staan daarachter de bergen, die in beweging beginnen te komen. En zo dadelijk komt er een lawine, die hen dreigt te verdelgen. Dat is het beeld van deze tijd.

31

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL Nu heb ik daarmee wel het voornaamste gezegd. Als ik dan toch nog iets verder inga op sommige aspecten, dan moet u dat niet zien als een afronding van het onderwerp, maar eerder als een vermelding van wetenswaardigheden. In Engeland bevinden zich op het ogenblik 7 verschillende organisaties, die elk voor zich van plan zijn of bezig zijn om met terreurmaatregelen eigen wil door te drijven. Hieronder kan men rekenen een bepaalde Schotse groep, een groep in Wales, 3 kleurlingen-groepen, één groep uit de industriegebieden rond Leeds en nog enkele andere. Al deze groepen zijn bereid bommen te gooien, treinen te laten ontsporen, bruggen op te blazen, bedrijven te saboteren. En elk van hen is bereid om zo te reageren op andere maatregelen of door gebrek aan maatregelen van de regering. De regering kan daartegen dus niet optreden. Maar gelijktijdig vinden zij medestanders. Het resultaat zal verbluffend zijn. Wij zullen in Engeland het komende jaar waarschijnlijk niet zoveel grote stakingen zien als in de afgelopen tijd. Daarentegen zullen we wel steeds weer te maken krijgen met rampen, grote stagnaties in publiek verkeer, het plotseling uitvallen van haveninstallaties en in enkele gevallen zelfs met enorme industriebranden. En die zullen misschien even gevaarlijk of zelfs gevaarlijker zijn dan menige staking. Overigens wordt het voor Labour juist daardoor een heel moeilijk jaar. Voor Nederland is er ook wel het een en ander op te merken. In de eerste plaats: de economische ontwikkeling gaat tegen alle gunstige verwáchtingen in. Men zal het niet kunnen verbergen voor de burgers, dat de gulden aanmerkelijk minder waard is geworden. Men zal het voor die burgers ook niet kunnen verbergen, dat de staat in verhouding meer vraagt van het totale inkomen. Men zal daarbij - geloof ik - zeer veel verzet te horen krijgen tegen de wijze, waarop de staat dan haar deel van het totale volksinkomen besteedt. Dit zou eveneens kunnen leiden tot gewelddaden Ik neem zelfs aan, dat een niet-Nederlandse groep in Nederland bereid is - gezien de ontwikkelingen in Nieuw-Guinea - enkele demonstratieve bommen te laten exploderen, die bijna per ongeluk wel eens wat slachtoffers zouden kunnen maken. Op het Binnenhof ziet het er dus ook niet al te prettig en rustig uit. Ik wil dan verder wijzen op de mogelijkheid, dat het Panama-kanaal, dat in feite door Amerika wordt beheerst, enkele malen sterk gesaboteerd zal worden in het komende jaar. Dan zijn én het Suez-kanaal én het Panama-kanaal allebei buiten werking. Het zou een grote strop zijn voor sommige rederijen, maar het ziet ernaar uit, dat men ook hier bereid is chantage te plegen. Dat zijn dan over het algemeen anti-Amerikaanse nationalistische groepen. In Venezuela en wat dat betreft ook in enkele rijksdelen over zee moet men rekening houden met aanvallen op o.m. petroleuminstallaties. Het blijft niet bij universiteitsprotesten e.d. Grote branden kunnen worden verwacht; en die zijn aangestoken. Men zal zelfs willen voorkomen dat er wordt geblust, totdat er explosies zijn en dan is het meestal te laat. Hier zouden grote kapitaalsverliezen geleden kunnen worden door bepaalde grote maatschappijen. Ook dat is interessant, want het geeft aan hoe vreemd explosief eigenlijk dat hele jaar gaat worden. We zullen ook bemerken, dat het klimaat zelf van het komende jaar daartoe bijdraagt. Het zal in heel veel landen zwoel zijn; d.w.z. wel warm, maar vooral vochtig. Voor Nederland is dat niets bijzonders; hoogstens dat het warm en vochtig is, zou een bijzonderheid zijn. Maar voor vele andere landen betekent dit dus, dat juist die dompe sfeer een wrevel en lusteloosheid wekt. Het klimaat zal dus in het komende jaar een grote invloed hebben. Wij moeten rekenen op zeer sterke rode invloeden in het komende jaar, vooral wanneer het wat verder is gevorderd. Dat betekent, dat de hartstochtelijkheid overal oplaait en dat we ook in de privé-milieus een zekere revolutionaire drang, een soort bandeloosheid zullen ontdekken. Het is mogelijk, dat er zelfs perioden zijn - en dan denk ik vooral aan juni - juli, dat vooral op het noordelijk halfrond (op het zuidelijk halfrond zal het iets minder sterk zijn, daar zal het meer staatsgeweld zijn) families tegen elkaar verdeeld zijn en dat familiegevechten desnoods op straat aan de orde van de dag zullen zijn. U zegt: dat is misschien niet interessant. Ja, toch. Want dit gebeuren betekent een voortdurende verandering, een vernieuwing. Doordat die dingen zo vaak voorkomen, gaat u eraan gewennen. U gaat er anders over denken, zoals u geleerd heeft aan moord en doodslag, 32

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL aan genocide te wennen. Wat de Duitsers eens hebben gedaan is verschrikkelijk. Wat ze op het ogenblik hier en daar in Rusland doen is natuurlijk niet verschrikkelijk. En wat ze nu doen in landen als Biafra, maar ook in andere staten, dat is eigenlijk gewoon; dat moet je van die wilden verwachten, nietwaar? Die gewenning betekent dus, dat uw morele maatstaven anders worden in de komende jaren. En die verandering van morele maatstaf plus uw verandering van aanvaarding van het openbare beeld, het gezag, de gezagsdrager, maar ook de beweegredenen van anderen, betekent dat u losgeslagen bent. Door die verandering moet u zich heroriënteren. Maar u zoekt zekerheid. De zekerheid, die u gaat zoeken, voert u zonder dat u het beseft - en voor de meesten waarschijnlijk zeer geleidelijk - in de richting van een totaal nieuwe vorm van sociale samenwerking, van moreel besef, maar ook van politieke gerichtheid, van geloofsaanvaarding en geloofspraktijk. Het komende jaar zou voor velen van u het beginpunt kunnen zijn van een totaal nieuwe ontwikkeling. En dit is hetgeen, dat volgens mij het steekspel zijn werkelijke belangrijkheid geeft. Het is de komedie, die u wakker schudt. Het is de schijnwereld, die door de werkelijkheid bijna zal worden verzwolgen, maar waardoor die werkelijkheid door u eindelijk eens beter zal worden beseft. Het is de onthulling van een nieuwe mens in een nieuwe wereld misschien, die zich in het komende jaar gaat aankondigen. En daarom hoop ik, dat u uw aandacht ook zult besteden aan dit politieke steekspel, ook aan de economische dwaasheden, ook aan de wonderlijke ontwikkelingen in het geloof én aan de reacties van de mensen erop. En kijkt u dan a.u.b. niet alleen naar Nederland, want overal probeert men de openbare mening te vormen. Kijkt u ook naar andere landen. Stel u op de hoogte. U zult zien, hoe het steekspel der groten wordt tot het ontwaken der kleinen; en hoe het ontwaken der kleinen wordt tot een vernieuwing van alle nu nog schijnbaar zo vaste waarden. ONTWIKKELING VAN EEN SOCIALE STRUCTUUR. Vanaf het begin der mensheid is er sprake geweest van een gemeenschap. In deze gemeenschap ontmoeten we altijd weer de sterksten en dat zijn twee typen: het zijn nl. de lichamelijk sterksten (de machthebbers) en degenen, die mentaal het sterkst zijn en die de feitelijke gezagsdragers zijn. Deze beide groepen zijn reeds in het pre-historische tijdperk aanwezig. En wij ontdekken, dat zij - vooral zolang het een kwestie van zwervende stammen blijft – eigenlijk alleen maar een soort erfelijke hiërarchie trachten te stichten, maar dat het niet veel verder gaat dan dit. Pas wanneer steden zich gaan vormen (dat wil zeggen opeenhopingen van mensen), komt daar verandering in. Wij zien dan dat deze machthebbers niet alleen meer macht uitoefenen (de denkers, vaak de priesters en ambtenaren aan de ene kant, en de sterksten: de soldaten en de kapitaalkrachtigen aan de andere kant), maar dat zij verder behoefte hebben aan een indeling van de gemeenschap. Deze gemeenschap valt dan uiteen in standen. Dit uiteenvallen in standen lijkt op het eerste gezicht alleen maar een kwestie van intellect of van bezit te zijn. Maar als we iets verder doordringen in die materie, dan komen we tot de ontdekking, dat hier doelbewust een bepaalde verdeling in standen van bovenaf wordt geforceerd. De relatie mens tot mens wordt genormaliseerd en er ontstaan wetten. Dergelijke wetten zijn dus het kenteken van de eerste grote steden en de eerste kleine rijken, de stadsrijken. Voor u zijn misschien de wetten van Hammurabi de meest bekende uit een oudere periode. Zien wij nu wat er verder gebeurt, dan blijkt: zodra een bevolkingsdichtheid zich verdubbelt in een bepaald gebied, ontstaan er spanningen, doordat de balans tussen de standen niet meer kan worden gehandhaafd. In het verleden resulteerde dat in oorlogen, waardoor alle standen in zekere zin werden gedecimeerd, maar waarmee gelijktijdig een gebieds- of bezitsuitbreiding werd bereikt, zodat de oorspronkelijke staat enigszins hersteld kon worden. De verdubbeling echter is op een gegeven ogenblik niet meer het enige criterium. Het tweede criterium wordt de handel.

33

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL Als wij spreken over de Nederlanden, dan denkt iedereen automatisch aan de Batavieren, “die drinkend uit de schedels van hun verslagen vijanden en dobbelende om hun vrouwen op boomstammen de Rijn kwamen afzakken en bij Lobith in ons land kwamen.” Wat men zich niet realiseert is, dat de Nederlanden eigenlijk pas ontstonden, toen een zekere Dirk, graaf en machthebber, de eerste tol in stelde en daarmee een contróle van handelswegen begon. Hieruit groeide nl. de normalisatie van handelsverhoudingen, waardoor alle grote steden in de Nederlanden (dat waren hoofdzakelijk het huidige Noord- en Zuid-Hollnnd) eigenlijk een vaste waarde gingen betekenen ten opzichte van het buitenland. Pas vanaf dat moment zien wij ook een handelsontwikkeling en kan Nederland deel gaan uitmaken van b.v. de Hansabond, een internationale bond, enigszins vergelijkbaar misschien met de E.E.G., waardoor dus een groot aantal steden door vaste wisselverhoudingen, door voorrechten, die ze aan elkander gaven en een zeker bijstandsverdrag in staat waren om eigenlijk de gehele handel in Europa te beheersen. Typerend is verder, dat een gemeenschap, die een omvang bereikt van enkele honderdduizenden (dat is tegenwoordig een stad, maar vroeger was dat reeds een aardige staat) de neiging heeft om zich te onderscheiden - vaak ten koste van alles - van anderen. U kunt tegenwoordig daarvan nog wel iets terugvinden. Als u in een land met vele staten reist, ook al is het één land, dan zult u zien dat van provincie tot provincie, van staat tot staat de bouwstijlen, zelfs de kleding en de gebruiken, tamelijk plotseling veranderen. Men heeft de neiging om zich te onderscheiden. We krijgen dus standen in de staten, maar daarnaast een poging om als staat tegenover staat eveneens standen tot aanzijn te brengen. Wat dat betreft, is het voor Nederland natuurlijk niet prettig, want in de huidige verhoudingen mag het zichzelf op de borst slaan en zich progressief noemen, maar het behoort in de sociale structuur van de wereld op het ogenblik zullen we zeggen tot de "betere werkende stand". Het is nog niet eens een echte middenstand, wat voor een kruideniersnatie wel een schande is. Nu hebben wij dus staten in standen; daarnaast hebben we in elke staat standen; en deze standen worden dan weer uitgedrukt in groepsverhoudingen. U heeft gemeenten, die in verschillende klassen vallen. En ook deze zijn voortdurend met elkaar aan het strijden. De kleinere gemeenten om in een hogere klasse te komen. Degenen, die een hogere klasse hebben, om de voorrechten van die hogere klasse te bewaren en dus de afstand in aandacht, bezit, enz. t.a.v. die lagere gemeente-klasse te handhaven. Dit is iets, wat door het hele leven blijft bestaan. Op het ogenblik, dat de standen volledig gefixeerd zijn en dat er dus geen mogelijkheid meer is zich van de ene stand naar de andere op te werken, ontstaat de z.g. roulatie van standen. Denkt u hier maar aan de eenvoudige wisseling, die wij ook wel hebben gezien. Er zijn ridders. Zodra die ridderstand zich zo ver distantieert van de gewone man, dat die niet meer tot de ridderstand kan gaan behoren, zal de gemeenschap proberen op een andere wijze dat aanzien te verkrijgen. En wij krijgen de steden met de stadsrechten. Aan die steden met hun stadsrechten en hun handel gaan ten slotte weer de ridders in zekere zin te gronde. Als de steden echter te grootmachtig worden, worden zij weer belaagd door wat men de provincie zou kunnen noemen en wordt er dus een vorst gebruikt (de representant in feite van de provincie) om die steden in hun macht te beknotten. Dat zijn dan de boeren, die aan het gezag komen. Maar er zijn ook de "ontrechten". Dezen komen in opstand en vormen nu het begin van de intellectuelen. Hun enige mogelijkheid is nl. een geestelijke ontwikkeling. Ik mag u er misschien aan herinneren, dat b.v. de grote tekenaars en schrijvers van Egypte slaven waren. Dat de docenten in Griekenland en Rome slaven waren. Dat de intellectuelen, die de eerste aanleiding hebben gegeven tot allerhande reformen in Italië, maar ook in Frankrijk, in Duitsland en elders, vaak "gewone" mensen waren; d.w.z. mensen van bijna geen sociale betekenis. Zodra de intellectueel uit heerschappij, hetzij van de tegen de heerschappij van het volk, waarvan we dus 34 de lagere standen komt, tracht hij zich te verzetten tegen de provincie, de steden of de ridders. Of als u het anders wilt zeggen: leger, politici (die de handel mede vertegenwoordigen) ofwel van in dit geval kunnen zeggen: de werkende stand, de vakbonden.

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL Zodra dit verzet van de intellectueel plaatsvindt, krijgen wij dus de neiging tot omwenteling. Bij die omwenteling verandert er in feite niets. Het typerende is, dat deze sociale structuur, die we terug kunnen volgen tot ongeveer bijna 8000 vóór Christus, op het ogenblik eigenlijk nog bestaat. Er is misschien sprake van een meer liberaal onderling verkeer volgens uw opvatting, maar in vele gevallen werd de slaaf van vroeger even gewaardeerd door zijn bezitter als de eersteklas werkman in deze dagen door zijn werkgever. Die steden zijn dus blijven bestaan. En op grond daarvan kun je zeggen: De sociale structuur zal in dit standen-systeem blijven kleven, zolang er verschillende benaderingen van het leven bestaan. Het bezitten of niet-bezitten is hierbij incidenteel. Bepalend is de geesteshouding. In uw dagen kan men die geesteshouding ongeveer als volgt uitdrukken: De ridders of de machthebbers: Er moet een sterke man zijn, die voor alle anderen denkt. De handelaren: Wij moeten zoveel mogelijk denken aan het profijt voor allen, want slechts indien we het profijt voor allen tot stand brengen, kunnen wij zelf daaraan voldoende verdienen. (Dat laatste wordt soms weggelaten.) De boerenstand, althans de werkende stand, reageert met een: Wij zijn bereid te dienen, maar wij menen dat onze verdiensten niet voortdurend en voldoende worden erkend. Het gaat in feite veel meer om erkenning dan om beloning, hoe vreemd het ook moge klinken. Dezen reageren dus: het kan ons niet schelen, of er een sterke man is of niet. Het kan ons ook niet schelen, of er winst wordt gemaakt of verlies geleden; dat kunnen we allemaal verdragen. Maar onze belangrijkheid, onze verdienste moet worden erkend. Daarachter vinden we dan de groep van de paria's. (Neemt u mij niet kwalijk, dat ik intellectuelen met paria's vergelijk, maar de werkelijke intellectueel, dat kan ik u verzekeren, is in feite een paria, tenzij hij zich bindt aan de belangen van een bepaalde groep.) Deze intellectuelen reageren: Wij willen de mogelijkheid hebben om met ons intellect te werken, maar wij zijn niet bereid om dat alleen eenzijdig en voor een bepaald doel in te zetten. Waaruit dus blijkt, dat niet alle wetenschapsmensen intellectuelen en ook niet alle intellectuelen wetenschapsmensen kunnen zijn. De neiging, die bestaat om nu een reform af te dwingen, houdt voor de intellectueel echter in, dat hij zich - al denkt hij dus niet absolutistisch - beschouwt als degene, die het best weet wat goed is voor anderen. Dat hij uitgaat van het standpunt, dat hij alleen kan bepalen welke winst de moeite waard is. En dat hij alleen de juiste waardering kan uitspreken voor anderen. En dat houdt weer in, dat een dergelijke omwenteling veelal de chaos, de terreur met zich brengt. En dan behoeft u heus niet alleen aan de Franse revolutie te denken. U kunt ook denken aan het optreden van de Bundesschuh in Duitsland en aan het optreden van de Garribaldisten in Italië. Daar heeft u verschillende voorbeelden. Deze chaos kristalliseert dan over het algemeen in nieuwe sentimenten. En zolang er een sentiment is, dat de standen verbindt, is er een eenheid. Bij die eenheid is wederom het doel in feite onbelangrijk. Er is een tijd geweest, dat b.v. in Engeland alle standen, vanaf de slaven en lijfeigenen tot de koningen, verbonden waren met kerk en al in één denkbeeld: het beleven van een Graalmysterie. Iets, wat in feite een mengsel was van geloof, ridderromantiek en het bereiken van verdienste onder het mom van vroomheid. Op soortgelijke wijze is men op het ogenblik bezig. Wie de ontwikkelingen heeft gezien in de laatste tijd, zal het met mij eens zijn, dat de tijd van de sterke man praktisch heeft afgedaan. De feitelijke invloed ligt ook niet meer bij de bezitter; zij ligt op het ogenblik bij de werkende stand, of als u het anders wilt zeggen: in de provincie. Deze standen echter denken zelf zozeer aan het bereiken van erkenning, dat zij niet in staat zijn reëel en realistisch te reageren. Er is dus overal sprake van het opkomen van de losgeslagen intellectuelen. Dat wil zeggen: de intellectuelen, die zich niet wensen te binden aan welke stand of welk ideaal dan ook. Het is dus bijna onvermijdelijk, dat het rad een 35

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL slag draait. De intellectueel van vandaag zal waarschijnlijk de aankomende dictator van morgen zijn. Maar daartussen ligt een tijd van verwarring. 1 De enige mogelijkheid om uit deze fatale wervelgang te komen is het afschaffen van standen. Maar als men de standen afschaft, moet men meer afschaffen. Want het bestaan van standen is het scheppen van een prikkel, die berust op frustratieverschijnselen. Zoals ook moraal, een beperking van materiële mogelijkheden e.d. in feite niets anders zijn dan het scheppen van een frustratie prikkel, waardoor een maatschappelijke gang kan worden bepaald. Om u een voorbeeld te geven: Indien wij een volledig vrij denken en leven voor de mens mogelijk maken in religieus, sexueel en sociaal opzicht, dan is het bijna zeker, dat geen mens ervoor zal voelen om oorlog te voeren. Hij voert dan wel zijn eigen kleine oorlogjes, maar voelt er niets voor om anderen te gaan dood maken; er zijn leukere dingen te bedenken. Indien wij dus een zeer strenge zedelijkheid prediken, dan krijgen we hiermee een neiging tot geweld. Daar, waar de ordening de vrijheid van de mens het meest aantast, zien wij een bijna sadistische machtshandhaving optreden. En dan kunt u natuurlijk denken aan wat Hitler heeft gedaan, maar u moogt ook terugdenken aan b.v. Oliver Cromwell en aan het eigenaardige optreden van bepaalde monniken, aan bepaalde z.g. christelijke ridderorden in het verleden. Deze mensen waren te zeer aan banden gelegd. Daardoor werd hun drang naar zelfopenbaring gelijktijdig een sadistische machtshandhaving ten koste van anderen. En dat zullen we nu ook nog wel zien. Ik meen, dat wij voor de huidige sociale structuur mogen zeggen: Indien de belemmeringen wegvallen, indien in plaats van de maximale regeling van het menselijk lot (of dat nu gaat om zekerheid of om wat anders, dat doet niet ter zake) wij die regeling doen wegvallen, dan krijgen we daardoor een verminderde frustratie bij de mens en een vergrote persoonlijkheidsuiting. Indien daarbij dan gelijktijdig een wederkerige aanvaarding komt, krijgen we te maken met een uitermate flexibele gemeenschap, waarin het standsbegrip geen rol meer speelt. Om u een voorbeeld te geven van een dergelijke gemeenschap: de trekkers, die in de Ver. Staten en wat dat betreft ook in Zuid Afrika met grote karavanen op zoek gingen naar een nieuw land, hadden meestal wel iets, wat hen samenhield, maar zij waren van totaal verschillende standen. De dokter en de rechter waren daar bij wijze van spreken met de "doe-niets goed", die misschien moest vluchten voor de politie. Zij vormden een gemeenschap. In die gemeenschap waren geen standen en waren de regels over het algemeen minimaal. Ze werden voor een deel natuurlijk door hun voorgeschiedenis en hun godsdienst beperkt, maar toch was de vrijheid daarin betrekkelijk veel groter. Het resultaat was een veel gezonder verhouding en een volk of een groep, die zich vergeleken bij anderen groepen veel beter wist te weren en aan te passen. Dit zou ideaal zijn voor de toekomst, maar het lijkt mij op het ogenblik nog onbereikbaar. Want er zijn nog te veel mensen, die weten wat goed is voor een ander. En dat is fataal. Ik moet dus aannemen, dat de huidige revolutie, die zich - zonder geweld overigens hoop ik doorzet, de niet-gebonden intelligentia meer en meer aan het bewind gaat brengen. Hun invloed zal bepalend worden voor de reacties van gehele landen. En daarmede zullen we het verschijnsel krijgen van de sterke man. Maar omdat de sterke man in deze dagen vanuit de intelligentia niet meer kan worden gekozen, maar vanuit een algemeen gangbaar wereldbeeld (de werelden zijn te veel verschillend), zullen wij gelijktijdig een mildering krijgen van de begrippen van gebondenheid en wetmatigheid; en daarmede een vervaging van de standen. Zodra dit het geval is, kunnen wij spreken van volkeren, die misschien nog wel met elkaar zullen strijden, indien ze elkanders rechten te veel zouden aantasten. Maar is in het volk eenmaal dit standensysteem uitgeblust, dan bestaan de statusprikkels in het internationale verkeer ook minder. En waar die statusprikkels niet meer aanwezig zijn, kan een logischer reactie volgen tegenover de buitenwereld. Door een logischer reactie zullen wij zeer waarschijnlijk een door de landen gespeeld spel zien, waarin die standenmolen nog wel even doordraait (van A-, B- en C-staten, net als bij de gemeenten in Nederland), maar waaruit we toch een wereldregering zullen zien voortkomen. En dat zal waarschijnlijk door een sterke man zijn.

36

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang: 14 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 3 – STEEKSPEL We krijgen dus toch te maken met een werelddictator. Deze zal, omdat de intelligentia te verspreid is en niet meer geheel gevangen kan worden in een kader van regels en bemoeiingen, zeer waarschijnlijk die sterke man zijn werkelijke macht ontnemen, terwijl hij gelijktijdig het representatieve hoofd blijft. Men heeft nu een façade, waardoor chaos wordt vermeden, terwijl gelijktijdig de verdere vermenging van standen en belangen mogelijk is en daarmede de persoonlijke vrijheid, die op den duur het zuiver persoonlijk leven weergeeft. Dan zullen we misschien eindigen waar de mensheid is begonnen: met gemeenschappen, die al zwerven ze dan niet - toch ook weer ergens hun sterke en hun slimme man hebben, maar waarin de sterke man en de slimme man zich alleen kunnen handhaven, zolang de gemeenschap hen duldt. En het eindresultaat zal zijn: kleine groepen, grote vrijheid, zeer sterke onderlinge vermenging, het wegvallen van standenbegrip en daarmee een geestelijke integratie van de volkeren, gevolgd door een steeds grotere materiële integratie, eindigend in een mensheid, die als eenheid leert denken en spreken, die elkaar leert begrijpen en door dit begrip kan evolueren naar een volgende trap van - zullen we zeggen - verbeterd mens-zijn.

37

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET

LES 4 - ZO IS HET

Als men de situatie, die zich op het ogenblik in de hele wereld aan het ontwikkelen is geestelijk zowel als stoffelijk - goed wil begrijpen, zal men rekening moeten houden met enige eigenaardigheden, die er op deze wereld bestaan. Ik zal zo vrij zijn enkele daarvan in een paar regels voor u op te sommen. 1. Een partij is een groep, die streeft naar eenheid ter verbetering van de mensheid en daarom de verdeeldheid aanmoedigt, daar zij zonder dit als partij niet kan zegevieren. 2. Een kerk is een gemeenschap, die dichter bij God leeft en daarvoor grote offers brengt; en daarom heidenen nodig heeft, want het heeft geen zin om offers te brengen, als iedereen in de hemel komt. 3. Economie is de methode om uit veel onnutte waarden toch nog iets bruikbaars te maken, zonder dat het iemand iets schijnt te kosten. 4. Een staat is een gemeenschap, die wordt geregeerd door degenen, die alle zorgen van de staat kennen behalve die van de burgers. 5. Om juist te handelen zal een ieder in godsdienst, politiek en economie moeten uitgaan van het standpunt, dat een ander niets weet. Daar anderen t.o.v. hem precies hetzelfde doen, is de feitelijke bestreving van al deze mensen niet het bereiken van een doel, maar het handhaven van prestige. 6. Daar, waar men vreest dat men geen orde kan handhaven, grijpt men naar de wapenen, omdat men bang is voor een wanorde, waarin de waarheid soms aan de dag zou kunnen treden. Dat zijn een paar korte regels. U moet er thuis maar eens over nadenken. Wat is nu eigenlijk de kern van de hele zaak? Vietnam politiek: strijd om de plaats aan een tafel. Wat betekent eigenlijk de manier, waarop een tafel wordt ingedeeld, terwijl er elke dag honderden mensen sterven? Niets. Maar politiek gezien is het zeer belangrijk, want er is een kwestie van ”wij” en “zij”. En wij moeten altijd bewijzen, dat we handiger of beter zijn dan zij. Aangezien beide partijen de andere partij als ”zij” aanspreken, is er een voortdurend geharrewar over kleinigheden, waardoor de werkelijk belangrijke zaken eigenlijk niet of te laat ter sprake komen. Om dit voor zichzelf te kunnen verklaren, zegt men dat men in de tussentijd voor zich een betere onderhandelingspositie tot stand tracht te brengen. In feite heeft alleen diegene een goede onderhandelingspositie, die werkelijk iets te bieden heeft. Over het algemeen heeft men niets positiefs te bieden, doch alleen het staken van iets negatiefs. Dit is nooit een aannemelijk aanbod voor een tegenpartij. Als u dit in de Vietnam politiek bekijkt, dan ziet u meteen een eigenaardigheid, die in deze tijd overheerst: wij willen graag met elkaar spreken, maar kunnen dat alleen doen, indien eerst wordt erkend, dat "wij" in ons recht staan. Precies hetzelfde ligt het op het ogenblik tussen de Arabische staten en Israël. Het gaat hier in feite niet over vrede. Zelfs Nasser zou op het ogenblik eigenlijk wel vrede willen hebben met Israël indien hij vroeger maar niet had verteld, dat hij Israël zo gemakkelijk kon verslaan en dat hij geen vrede ermee behoefde te sluiten. Libanon en al die andere staten precies hetzelfde. Ook Israël wil wel vrede, maar ook Israël heeft verklaringen afgelegd. En ieder is bang om op zijn woorden terug te komen om de doodeenvoudige reden, dat men daardoor in eigen ogen en misschien ook in de ogen van de wereld iets in aanzien en invloed zou verliezen. Wat op zichzelf natuurlijk kolder is. Maar de mensen in deze dagen kijken heel veel naar woorden en heel weinig naar feiten. 38

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Wat zou men in deze tijd dan als een kenmerkende ontwikkeling kunnen omschrijven? Steeds meer mensen zijn het erover eens, dat er niets is om het over eens te zijn. Daar zij het eens zijn geworden over dit feit, menen zij gezamenlijk al hetgeen zij onjuist achten te moeten bestrijden. Maar zij zijn het zozeer met elkander oneens over de wijze, waarop dit dient te geschieden, dat ze elkander bestrijden en het onjuiste bevestigen in zijn waarde en macht. Dat klinkt bitter, maar het is zo. Als wij eerlijk zijn, moeten wij toegeven dat het ook geestelijk precies eender gaat. Een waarheid zeggen is best. Maar als je een waarheid zegt, dan zijn er anderen, die daar een andere waarheid tegenover stellen. En als twee onbewezen waarheden tegenover elkaar komen te staan, dan is er maar één ding zeker: dat niemand gelijk heeft. Een onbewezen waarheid kan een persoonlijke waarheid zijn. Zij kan nooit de waarheid zijn van iedereen. Maar een ieder, die een onbewezen waarheid in zich draagt, meent die aan ieder ander als een bewezen, een feitelijke, onveranderlijke en desnoods eeuwige waarheid te moeten uitdragen. En zo wordt deze uitdragerij van onbewezen waarheden langzaam maar zeker de twistappel, waaraan de wereld te gronde gaat. Ook geestelijk. Men meent: kunst is de uitdrukking van de persoonlijkheid. Daarom is degeen, die zich zodanig uitdrukt dat alleen hij persoonlijk nog weet wat hij ermee bedoelt, de grootste kunstenaar. Men zegt: wetenschap is een doel in zichzelf. Dus is de grote wetenschapsman hij, die alles inclusief zichzelf - aan een wetenschappelijk doel opoffert, ongeacht of dit doel in feite van belang zou kunnen zijn voor de mensheid of niet. Geestelijk gezien: het vervullen van een bepaalde geestelijke opdracht is veel belangrijker dan het vervullen van een redelijke taak in de wereld. Wat natuurlijk niet juist is, omdat slechts door het vervullen van een redelijke taak in de wereld een geestelijke taak kan worden verwezenlijkt. De mensen staan wat eigenaardig tegenover elkaar. Nu verwacht u van mij ongetwijfeld geen dieptepsychologie, maar ik zou toch zeggen: zo is het ook nog wel eens. U weet, dat iets waar is. Maar het erkennen van dit feit legt verplichtingen op; het heeft consequenties. We moeten er rekening mee houden dat we een waarheid, die ons niet bevalt, liever ontkennen of kwaad weglopen dan ons te realiseren wat er aan de gang is. Want een mens wéét wel wat niet juist is, maar hij voorkomt de erkenning daarvan door van elk hulpmiddel en elke drogreden gebruik te maken om aan de feiten te ontvluchten. In de wereld van vandaag is een poging om aan de waarheid te ontkomen een van de kenmerkende eigenschappen van praktisch alle nu levende generaties, van alle nu bestaande partijen en kerken en in de praktijk ook nog van alle maatschappelijke en economische bestelvormen. Men wil eenvoudig niet weten waar men fout gaat, want dan zou men afstand moeten doen van datgene, wat men zelf waardevol acht. En wat je zelf waardevol acht, is waardevol omdat het voor jou prettig, aangenaam of gemakkelijk is. Vergeet dan al het andere maar. Doch in een wereld, waarin iedereen datgene, wat hij beseft dat waar is, vergeet, daar ontstaat een strijdigheid tussen het innerlijk van de mens en zijn uiterlijk gedrag. Naarmate dat uiterlijk gedrag dus gelijkmatiger is, zal de innerlijke stem luidruchtiger spreken. Vooral als verantwoordelijkheid één van de factoren is, die je wilt ontvluchten, ben je geneigd om uiterlijk nu maar zo luidruchtig mogelijk aan de gang te gaan. Vroeger zei men dat holle vaten het hardst klinken. Tegenwoordig zou je kunnen zeggen, dat gefrustreerde minderheden het hardst schreeuwen; en wel harder naarmate zij minder begrijpen wat hun frustratie eigenlijk is. Ik weet niet precies wie het heeft gezegd, maar het moet iemand zijn, die ergens geestelijk met mij verwant is. Het is nl., dat je in Nederland geen woord kunt zeggen zonder de zuchten te horen van gekwetste minderheden, die op de tenen getreden zijn. Deze geestverwant had gelijk. Want de mensen zijn onmiddellijk op de teentjes getrapt, omdat zij de werkelijke waarden niet meer kunnen beseffen. 39

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Het probleem van b.v. de kleurling en de blanke is langzaam maar zeker een kwestie geworden, waarbij de kleurling zegt: Onrecht wordt mij aangedaan, omdat ik kleurling ben. Hij zal alle factoren, die ook in een normale maatschappij ontstaan en die voor degeen, die ze ontvangt wat onaangenaam zijn, toeschrijven aan de onwil, die tegenover hem omwille van zijn huidskleur bestaat. En dan zijn er heel veel mensen, die geneigd zijn om dat te bevestigen, want ze zeggen; Ja, je hebt wel gelijk. Maar is dat nu wel waar? 9/10 van de gevallen, die op het ogenblik worden genoemd als discriminatie tegenover groepen, berusten eenvoudig op het feit, dat deze groepen zichzelf onvolwaardig ervaren en gelijktijdig hun onvolwaardigheid niet willen erkennen. Laat mij u een voorbeeld geven: Als je in Nederland iets slechts zegt van een Jood (en je bent zelf geen Jood, dat moet ik erbij zeggen), dan heb je kans dat vele Joden zich gekwetst voelen. Voelen zij zich nu gekwetst omdat ze Jood zijn of voelen zij zich gekwetst, omdat ze zelf iets anders dan Jood willen zijn? De Jood, die zich gekwetst voelt, omdat er iets wordt gezegd over Joden, is iemand die geen Jood wil zijn. Hij probeert te vergeten wat hij is. Een Surinamer, die bezwaar maakt tegen wat er over Surinamers wordt gezegd en die zegt: ”Dit is discriminatie", vergeet één ding: hij is een Surinamer, zoals een Jood een Jood is en zoals een neger een neger is. En per slot van rekening zie ik niet in waarom je wel moppen mag maken over schoonmoeders, bouwvakarbeiders, dominees en professoren, maar niet over Joden, negers of Surinamers. Hij, die zich gediscrimineerd voelt, is degene, die zelf het sterkst discrimineert. En dat begrijpt men niet. Degenen, die zeggen dat wij in de wereld alle mensen als gelijken moeten beschouwen, hebben alleen gelijk, indien ze het nader omschrijven. Wij moeten beseffen dat alle mensen in wezen gelijk zijn en moeten dan onmiddellijk bereid zijn om een differentiatie in capaciteiten, in typen, in mogelijkheden te aanvaarden. Nu zeggen degenen, die graag de hele wereld willen egaliseren: Dat is niet waar. Iedereen heeft gelijke rechten. Het lijkt een beetje op een boekje van de een of andere schrijver, die schreef: “Allen zijn gelijk, maar sommigen zijn meer gelijk dan anderen." Waarmee ik maar wil zeggen: Er zal altijd een verschil in mensen zijn, dat door karaktereigenschappen, capaciteiten, lichaamskracht, lichaamsbouw, sociale mogelijkheden zal worden bepaald. Dit is niet uit te roeien, dit is niet te veranderen. Dat is inhaerent aan elke samenleving, ook aan de menselijke. Degeen, die dus gelijkheid voor allen zegt na te streven, liegt. Want hij weet heel goed, dat hij geen gelijkheid voor allen kan bereiken. Hij zal het zichzelf niet graag toegeven. Natuurlijk, niemand zegt graag: Ik bedrieg mijzelf en de hele wereld. Maar zo is het, want iedereen weet het. Neem nu het communisme. In het communisme van deze dagen streeft men toch zou ik zeggen naar gelijkheid. De grondslag van het communisme is gelijkheid, gebaseerd op arbeid. Daardoor zijn er niet alleen verschillen ontstaan in suprematie, waarbij verschillende landen (b.v. China en Rusland) de baas willen spelen, maar er zijn ook standen ontstaan. Wist u, dat er tegenwoordig in praktisch alle Sovjet-landen, waarin op het ogenblik geen revolutie aan de gang is, een soort erfelijke hiërarchie is ontstaan? Je bent natuurlijk niet erfelijk partij-president; dat bestaat niet. Maar degene, die partij-president is, zal zijn kinderen die opvoeding kunnen geven en die relaties kunnen verschaffen, waardoor ze altijd in de partij een belangrijke plaats zullen innemen. De gewone arbeider kan dat niet. Met andere woorden: we zitten eigenlijk in de buurt van een marxistisch-leninistisch feudalisme, met landheren uit de goede families, die bepaalde gebieden van industrie en arbeid regeren. Dat is natuurlijk niet leuk om te zeggen, maar zo is het. En als dit zelfs in Sovjet-landen kan bestaan, dan moet het in elk ander land eveneens zo zijn. Nederland is geen werkelijke democratie; het is een standenmaatschappij. Engeland - precies hetzelfde. Amerika - dito dito. In sommige landen kun je het gemakkelijker zien: b.v. Spanje en Portugal. Daar valt het op, dat er bepaalde groepen zijn, die boven de andere staan. Hier in Nederland zie je het niet zo gemakkelijk. En dat is heel begrijpelijk.

40

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Minister Beernink woont in een doodgewoon huis; een heel goedkoop huis zelfs. En vele andere ministers en Kamerleden zijn heel gewone mensen. Heel veel hoge ambtenaren zijn doodgewone mensen. En niemand zal precies kunnen zien waar nu eigenlijk het verschil in ligt. Er zitten twee ambtenaren naast elkaar, allebei even hoog. En toch, de een kan bepalen wat er gebeurt, de ander niet. Hoe komt dat? Wel, de een hoort - goed gecamoufleerd - tot een soort dynastie van ambtenaren. En als die ambtenaren zeggen wat de minister moet zeggen, dan zegt de minister wat de ambtenaren zeggen dat de minister moet zeggen. Zo is het ook nog eens een keer. De minister zegt niet altijd wat hij zelf wil zeggen. Hij zegt heel vaak dat, wat ambtenaren zeggen dat hij moet zeggen. Maar niet alle ambtenaren zeggen wat de minister moet zeggen; slechts enkele ambtenaren zeggen andere ambtenaren wat zij moeten zeggen aan de minister, dat de minister moet zeggen aan het volk. En denkt u niet dat dit alleen hier zo is. Als ik u zou vertellen, dat een van de machtigste lobby's in Washington die van de Cosa Nostra is, dan zoudt u ongelovig de schouders ophalen. Toch is het waar. Want Cosa Nostra beheert een aantal industrieën en heeft invloed op bepaalde vakbonden; en via de lobbyisten van die groepen kunnen ze heel veel doen in de Senaat. Dat mag natuurlijk niet algemeen erkend worden. Ik geloof, dat de grote fout van deze wereld is, dat ze niet beseft wat er eigenlijk aan de gang is. Nu komen er steeds meer mensen, die niet weten wat er aan de gang is, maar die wel weten dat, wat er ergens gebeurt, toch niet goed kan zijn, ook al weten ze niet wat het is. En daar begint het stekelig te worden. Er zijn op het ogenblik in Nederland stakers, die staken tegen de wil van de vakbond in. Die stakers hebben gelijk dat ze staken, indien ze tenminste dat wat voor hen werd bereikt vergelijken met datgene, wat die vakbond voor andere grotere, meeromvattende groepen heeft bereikt. Ze staan volledig in hun recht. Deze stakers krijgen dan ook wel hun recht. De vakbond kan niet "neen" zeggen; dan zou hij in het ongelijk staan. Maar degenen, die aanleiding tot de staking zijn geweest, zullen ontdekken dat verder elke medewerking en hulp aan hen worden gestaakt; m.a.w. die worden beentje gelicht. Dat gebeurt niet alleen hier, dat gebeurt overal. Dan wordt het ook duidelijker, waarom je eigenlijk in deze wereld op het ogenblik nergens peil op kunt trekken. Het gaat erom al die mensen, die ontevreden zijn - hoe dan ook - op de een of andere manier in het gareel te krijgen. En als De Gaulle niet met geweld tegen zijn studenten op kan, dan zal hij nieuwe universiteiten bouwen, zelfs als het land geen cent over heeft om een weg in orde te laten maken of een ambtenaar zijn salaris uit te betalen. Want alleen zo kan hij immers zijn macht handhaven. En daar ligt geloof ik wel het essentiële van wat wij vanavond moeten bespreken. Ik ben natuurlijk geen groot politicus, maar ik zou toch willen opmerken: we moeten uitgaan van een geestelijke zowel als materiële onrust, die over de hele wereld bestaat. De oorzaken en achtergronden daarvan heb ik vaag aangeduid in het voorgaande. Wat zou de geest nu daarmee kunnen doen? Dat is ook belangrijk. De Witte Broederschap b.v. is nog steeds druk aan het werk. Het is nog wel het programma van het vorige jaar, maar ze weten wat ze doen en dat gaat heus het hele jaar door en waarschijnlijk nog langer. Wat is de methode, waarmee je dit alles op een gegeven ogenblik kunt oplossen? Kijk, het is vaak zo: om b.v. een redelijke handel met een schijnconcurrentie te handhaven, waardoor producten en prijzen voor de verbruiker aannemelijk blijven, moet men groot aantal samenwerkende firma’s hebben, die echter een eigen gebied hebben. Ze moeten op handelsterrein dus ver van elkaar af zitten. Op het ogenblik nu, dat de mogelijkheid van zo'n onderhandse samenwerking wordt aangetast, ontstaat er wat men noemt een concentratie. U noemt dat waarschijnlijk de fusiedwang. Maar ja, als je teveel fuseert, ontstaat er toch wel een vorm van kernreactie. Als je teveel waarden samenbrengt op één terrein, dan zijn die waarden topzwaar geworden. Ze gaan te duidelijk naar buiten toe als eenheid optreden en daardoor trekt hetgeen zij doen veel meer de aandacht, terwijl door het

41

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET ontbreken van de schijn van concurrentie gelijktijdig de betrouwbaarheid in de ogen van anderen afneemt. Mag ik het zo zeggen: er is ergens een legertje dat oorlog speelt. Zo bezetten een vijandelijk gebied en daarbij 30 dorpen, ieder met 100 man. Ze kunnen die dorpen wel niet uit, maar daarin is voor die 100 man voor 3 maanden genoeg te eten. Maar nu wordt één dorp in het bijzonder bedreigd. Dat steunpunt moet behouden blijven. Ze nemen overal 50 man weg en brengen die naar dat ene dorpje. Wat gebeurt er? In dat dorpje is opeens niet genoeg eten meer, alleen nog maar voor enkele dagen. Na 14 dagen is er niets meer te eten. Kan men de communicatie dan verder storen, zodat men ook geen eten uit de andere dorpen kan aanvoeren dan is dat dorp verloren, omdat het te sterk wordt verdedigd. Er zijn machten in deze wereld, die van alle kanten worden aangevallen. Aangevallen b.v. doordat mensen zeggen: wij interesseren ons niet meer voor jullie idealen van burgerlijk leven, van een eigen huisje, een eigen ditje en datje we willen eenvoudig vrij en gelukkig zijn. Dat is een aanval. Men moet zich dan verdedigen. Men moet dus proberen om een moraal op te bouwen, waarmee die groep wordt onderdrukt en - als het even kan - daarbij economisch en maatschappelijk pressie uitoefenen. Maar gelijktijdig komt er een andere groep die zegt: hoor eens, de manier waarop jullie ons misbruiken door meer geld uit te geven, terwijl je ons gelijktijdig minder geeft, bevalt ons niet. Wij nemen dat niet. Dan wordt het lastig. En nu zijn er niet twee van die punten, maar wel 100 verschillende facetten te vinden, zelfs in uw eigen land, waarin die ontevredenheid op een totaal ander terrein dezelfde groeperingen in het nauw brengt. Nu komt er op een gegeven ogenblik een aanval. Die kan politiek zijn; laten we zeggen van D66. Dan moet D66 dus worden ingekapseld; desnoods geef je hun wat, maar je moet hen onschadelijk maken. Misschien lukt dat. Maar gelijktijdig is daardoor de mogelijkheid om elders meer mensen te winnen, om homogeniteit te verkrijgen, verminderd. De geest probeert deze aanvallen van alle kanten tegelijk mogelijk te maken. In Italië heeft u ook zoiets. Dat de paus daar iets heeft gezegd over de pil, heeft in Italië heus niet zoveel opzien gebaard als u misschien aan de hand van de Nederlandse pers zou denken. In Nederland zijn er weinig katholieken. Dus zijn er veel mensen, die zich druk kunnen maken over hetgeen de katholieken wordt aangedaan. Katholieken zijn in Nederland een zeer zwijgzame minderheid, die ongeacht de schijnbare eenheid des geloofs door de grote verscheidenheid der opinies woordloos zijn - als katholieken. Maar in Italië is dat anders. Daar zou een dergelijk decreet van de paus op den duur aanvaardbaar worden ondanks alles. Maar laat nu eens een bisschop tegen een priester optreden. Dan kan de priester het opgeven, maar daarmee is een aanval gelanceerd tegen de autocratie in de kerk van een andere zijde. En naarmate die aanvallen talrijker worden, zal de kerk in Italië en ook in Spanje zich zo moeten verdedigen. Maar om zich te verdedigen moet zij het totaal van haar zeggenschap op één terrein bijzonder sterk uitdrukken. En dan kan ze er weer niet op letten wat er aan de andere kant gebeurt. De geest maakt nu van de huidige situatie gebruik om in de heersende onrust bepaalde te eenzijdige ontwikkelingen onmogelijk te maken. Nu is het natuurlijk ook nog zo, dat de mens zelf geneigd is om die eenzijdigheid te bevorderen. Een mens is gemakzuchtig; en als gemakzuchtige is hij ook eenzijdig. In zijn eenzijdigheid verloochent hij een groot deel van zichzelf en voelt zich daardoor gefrustreerd. Die frustratie kan hij dan weer gebruiken om anderen zijn oorspronkelijke eenzijdigheid op te dringen. Als de mens dit doet, kan de geest nooit proberen die eenzijdigheid ongedaan te maken. Maar zij kan wel trachten de machtsconcentraties, die eenzijdigheid aan mensen kunnen opleggen met grotere zeggenschap, machteloos te maken. Nu zult u zeggen: dat is heel aardig, maar waarom komt die geest dan niet met helderziendheid e.d. Ach, dat is begrijpelijk. Alle mensen zijn natuurlijk wel ergens gelijk, maar in intellect verschillen ze nogal veel.

42

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Mensen van schijnbaar gelijke stand en een gelijk beroep verschillen zeer sterk in scherpte van denken, snelheid van reactie en al wat erbij komt. Dan is het ook zo, dat deze verschillen op zich het onmogelijk maken om een algemene geestelijke ontplooiing en ontwikkeling te geven, die voor alle mensen gelijk is en daardoor een gelijke vrijwording betekent. Parafraserend wat ik daarnet al heb geciteerd: dan zullen alle mensen misschien geestelijk vrij worden, maar sommigen zullen meer vrij zijn dan anderen. En als sommigen meer vrij zijn dan anderen, zijn anderen meer gebonden dan sommigen. En dat betekent, dat er ook een ongelijkheid bestaat. Geestelijk kun je dus niet ingrijpen in de totaliteit, maar alleen op zuiver individueel vlak. Je kunt proberen een mens verder te helpen in een zuiver persoonlijke richting, maar je kunt nooit zeggen: we gaan een groot aantal mensen op gelijke wijze geestelijk vrij maken. Want daarmee zouden we in feite een pressiegroep opbouwen, terwijl we juist bezig zijn om die groepen te frustreren en af te breken. Nu vraagt u zich waarschijnlijk af, of dit alles dan ook nog betrekking heeft op de werkelijke problemen van vandaag. Zeker. Aanvallen op de verschillende wereldvaluta (door de geest mede een beetje gestimuleerd hier en daar) hebben ten gevolge dat de heerschappij van het denkbeeldig bezit (zoals goud en andere dingen die geen reële praktische waarde hebben) wordt aangevallen. En dat betekent weer, dat er dus een verandering in machtsverhoudingen ontstaat, waardoor zeer vele - zullen wij zeggen - families, die zeer grote liquide middelen hebben en daardoor eigenlijk als geldgevers buitengewoon belangrijk zijn, buiten spel komen te staan. In Nederland wordt ¾ van het zakenleven beheerst door de banken. Verder ongeveer 7% van de woningbouw, ongeveer 25% van de kleinhandel. Maar dat kan alleen, zolang de banken de beschikking hebben over een ruilmiddel, dat door iedereen als noodzakelijk, waardevast wordt beschouwd. Maar zodra er een scherpe fluctuatie komt in de waarde van deze ruilmiddelen, dan wordt het veel moeilijker om internationale contracten af te sluiten. Want je zegt vandaag: Ik lever het tegen die prijs, maar morgen blijkt dat het maar 1/3 is van hetgeen je hebt bedoeld, of misschien het vijfvoudige, als je geluk hebt. Het wordt dus meer speculatief. Binnenslands is het ook al precies eender. Wanneer nl. de muntwaarde daalt - zoals u in deze tijd bemerkt - dan stijgen de lonen. En aangezien de muntwaarde (de koopkracht per gulden) veel geringer is geworden door de verschillende maatregelen van de regering en andere omstandigheden, krijgen we een zeer scherpe loonstijging. Dat zou dus betekenen, dat op een gegeven ogenblik de banken harde guldens gaan uitlenen en er zachte voor terugkrijgen. En dat zou weer betekenen, dat hun imperium dus steeds wankeler wordt. Ze krijgen wel meer, maar ze kunnen er minder mee doen. En zodra banken in precies dezelfde situatie komen te verkeren als een gewone burger, die spaarcentjes heeft, dan moeten die banken afstand doen van hun neiging om alles te dirigeren. Het dirigistisch optreden van de banken is veel sterker dan u denkt. Kunnen ze dat dirigeren afleren, dan zal een vrijere economische ontwikkeling kunnen ontstaan. En bij die vrijere economische ontwikkeling zullen vreemd genoeg ook de kleineren weer eens aan bod kunnen komen. Want nu hebben de grotere heel vaak in verhouding geringe liquide middelen, maar door hun groot bezit zeer grote bankkredieten En daarmee kunnen ze alles doen. Op het ogenblik, dat dat er niet meer is, kan de kleine man weer concurreren, indien het gaat om prestatie en niet alleen maar om aanwezige bezitswaarden; indien het niet alleen meer gaat om waardevaste munten, maar in feite om processen, dan krijgt de kleine man weer een kans. Een zekere liberalisatie. Want het is ook nog zo, dat op het ogenblik de grote corporaties van de arbeidskrachtverkopenden (NVV b.v.) en de grote corporaties van product-verkopenden gezamenlijk een ieder, die daartussenin zit, langzaam maar zeker fijn wrijven. En toch zit de grootste mogelijkheid van reactie en ontwikkeling vreemd genoeg in de middenstand. Gaat u dat maar eens na bij uw regeerders. Behalve degenen, die tot de elite van het land behoren, blijken zij die werkelijk iets betekenen heel vaak middenstanders te zijn van origine. Dat is niet voor niets. Zou je die wegnemen, dan zou je een belangrijk deel wegnemen. Dat geldt niet alleen in uw land maar overal. We hebben geen behoefte aan adel met pretenties of aan mensen, die trots zijn op hun oude familie, zoals b.v. in Argentinië, Chili of elders. Die 43

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET mensen hebben dus wel een idee van macht en van waardigheid en ze zijn ontzettend zelfbewust, maar ze hebben meestal niet het verstand, dat erbij nodig is. Ze hebben de woorden, maar niet de mogelijkheid om scherp te zien en aan die woorden een achtergrond te geven. Dan is het dus zo, dat ook in die landen mensen, die eigenlijk middenstand zijn, die op het ogenblik net iets te groot zijn voor het servet en veel te klein voor het tafellaken, eigenlijk naar boven moeten komen. En dat kan alleen door die aantasting. U zult begrijpen, dat het daardoor voor ons in de geest belangrijk is om deze verdeeldheid, deze aanvalstactiek, waarover ik sprak, op elk terrein zoveel mogelijk voort te zetten. Misschien kan ik hier ook enkele kleine regels geven: 1. Degeen, die gelooft wat een instantie zegt, is dwaas genoeg om te verdienen wat hij krijgt. 2. Degeen, die strijdt voor hetgeen hij ziet als zijn recht, zal altijd sterker en beter worden zelfs als hij in eerste instantie schijnt te verliezen. 3. Degeen, die voor zichzelf zoekt naar een daadwerkelijke uitweg voor zijn gevoelens van ontevredenheid en frustraties, zal het niet gemakkelijk hebben; maar hij zal toch de kans hebben iets werkelijk te presteren. Degenen, die proberen hun frustraties weg te praten, bereiken slechts dat zij door anderen worden misbruikt voor doeleinden, die zij zelf niet meer beseffen. Daarom is het zo, dat geestelijk de ontwikkeling van een zelfstandigheid in de mens zeer belangrijk is en gelijktijdig ook een wantrouwen tegen alle te grote en te sterke groeperingen. 4. Het zoeken naar de verdeeldheid is geestelijk de oplossing, omdat alleen hierdoor de nodige diversiteit kan worden verkregen, waardoor een werkelijke ontwikkeling, geestelijk en anderszins, mogelijk wordt. Het is ook zo, dat geestelijke inwijdingen op het ogenblik zeer belangrijk zijn, maar alleen kunnen worden gegeven aan diegenen, die zich kunnen onthouden van een missioneringsdrang. En aangezien de meeste mensen met geestelijke pretenties zich voelen als gezondenen, een soort gedelegeerden Gods aan het hof der mensheid, blijkt dat de inwijding vaak sterk beperkt moet worden en dat vooral de geestelijke capaciteiten beperkt en eenvoudig gehouden moeten worden, voor zover je die kunt geven. Wat de mens dan zelf verder ontwikkelt, is zijn zaak. Misschien vindt u dat ik te weinig aan politiek doe. Misschien vindt u ook dat ik te weinig zeg over de recente ontwikkelingen. Maar vergeet één ding niet: die ontwikkelingen zijn inderdaad recent. Ik ga het even opsommen. Zuid-Amerika. Op het ogenblik liefst drie afzonderlijke revolutionaire processen aan de gang, waarvan er één binnen enkele weken, de andere toch zeker binnen anderhalve maand tot uiting zullen komen, voortgekomen uit deze kleine groepen. Ze worden waarschijnlijk door hun verdeeldheid verslagen, maar dit betekent slechts een versterking van de aanval op de onrechtmatige vormen van beheersing, die er bestaan. In Nederland staan er ook weer wat rellen voor de deur. U heeft misschien nog een stakinkje extra hier of daar te goed. Maar ik geloof, dat het meest belangrijke wel zal zijn: een toenemend sterke agitatie (ik denk, dat die oorspronkelijk komt van de rechtse jongeren), waarmee men probeert een al te grote linksgerichtheid eindelijk een beetje te beteugelen. Ik geloof niet, dat de rechtse jongeren gelijk hebben; de linkse hebben het ook niet. Maar door deze tegenstand zal men eindelijk genoopt worden zijn werkelijk gezicht te laten zien; en dat is heel belangrijk. Want slechts waar de werkelijkheid wordt geuit, zullen andere mensen in vrijheid kunnen beslissen. U zult deze werkingen nog zien binnen drie maanden. U zult in de kerk (ook in Nederland in de Roomse kerk en in de andere kerken; het is dus niet alleen een kwestie van Rome) een groot aantal grotere en kleinere gezagscrises zien, waarbij de verschillen tussen wat men orthodox en liberaal noemt steeds scherper naar buiten komen en waarbij steeds meer van hun onderlinge geschilpunten in de openbaarheid werden gebracht. Hierdoor zullen gelovigen ongetwijfeld verward raken, maar ze zullen Dan ook worden genoopt eindelijk te bepalen wat de waarde van het geloof voor hen is en wat dit geloof inhoudt. Hierdoor kan het geloof ten slotte een nieuwe en betere functie krijgen. Dat is op het ogenblik aan de gang. 44

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Het loopt nog wel 1½ jaar, maar ik denk dat enkele spectaculaire uitingen daarvan verwacht kunnen worden aan het einde van februari en half mei. U zult er heus van opkijken wat daar allemaal nog wordt gezegd. Hoe ze zelfs hier in de raad van kerken elkaar op een gegeven ogenblik op zeer christelijke wijze te lijf gaan, zelfs bijna met meer dan woorden. Het lijkt wel, of de Hervormden en Gereformeerden langzaam maar zeker iets voelen voor Feyenoord: geen woorden maar daden. Dat is volgens u misschien overdreven, maar het hangt allemaal samen met de dingen, die ik u heb verteld. De eerste regels, waarin ik iets heb gezegd over die onoprechtheden zijn kenmerkend voor de aard van de geschillen, die nu gaan optreden. Van de economische aanvallen, daar moet u niet gek van staan te kijken, als u hoort dat in Nederland politiek alle zeilen worden bij gezet om een bestedingsbeperking te halen, die niet haalbaar blijkt te zijn en daardoor er een verzet komt tegen allerhande maatregelen van de regering, waardoor in sommige gevallen kopersstakingen ontstaan, in andere gevallen stakingen, betogingen en misschien zelfs hier en daar plunderingen. Dat laatste zal wel wachten tot oktober. Het hele jaar wordt gekenmerkt door dit verzet. Daarbij zijn alle groepen, die wat proberen te doen en die ingrijpen, anders. Er zijn een hoop lawaaitrappers bij, er zijn idealisten bij, er zijn linksen en rechtsen, maar daardoor wordt ten slotte de situatie voor iedereen zo gepresenteerd, dat men er niet meer omheen kan. De zelfmisleiding wordt heel erg moeilijk, als je voortdurend met je neus midden in de soep zit. Het is gemakkelijk te zeggen: als ze vochten in Amsterdam, dan ga ik maar eens een uitje maken naar Tilburg. Maar ja, als er dan in Tilburg ook ruzie is, dan ben je wel de sigaar. Je kunt dan niet meer uitwijken voor die geschillen. Je moet erover nadenken, wat er aan te doen is. En dat ligt niet alleen in de macht, want die zal niet voldoende zijn. Dus ligt het in het vinden van de oorzaak. En waar ligt die oorzaak? Wat er in Nederland gebeurt, gebeurt ook in Frankrijk. In Engeland krijgt Wilson het heel erg moeilijk op precies dezelfde manier. Evenzo wordt het lastig in Duitsland, waar ze ook niet alles meer nemen. Zelfs in Oost-Duitsland, in dit toch zo "perfect geleid regiem" zult u ontdekken, dat het voor Ulbricht en de zijnen moeilijk wordt. Niet omdat men die perfecte orthodoxe, bijna stalinistische partij-discipline wenst aan te tasten, maar omdat er een verschil schijnt te zijn tussen de stalinistische discipline voor de ene groep en voor de andere; en dat nemen ze niet meer. In Rusland moeilijkheden. In Amerika moeilijkheden. Allemaal vanuit ditzelfde beginsel. Dit is de basis van wat er gaat gebeuren. Want het is ook nog eens een keer zo, dat je de mensen lang kunt bedriegen, maar dat hoe langer je ze hebt bedrogen, des te nijdiger ze worden, als ze wakker schrikken. En veel mensen zullen wakker schrikken in deze tijd; op allerhand terrein. Dat kan voor sommigen misschien droevig zijn. Vele mensen, die het goed hebben bedoeld en het alleen maar verkeerd hebben gedaan, zullen ook klappen krijgen, natuurlijk. En ook onschuldigen. Maar daarvoor krijgt men dan iets van die rechtlijnige vrijheid, die nodig is. Ik heb niet voor niets gezegd: Een partij is een groepering, die een eenheid van bestreving voor een geheel volk nastreeft en dààrom de verdeeldheid bevordert, aangezien alleen door verdeeldheid de partij kan groeien. U heeft misschien wel eens opgemerkt, dat de partij die de meeste winst maakt altijd oppositie-Partij is. Hoe komt dat? Omdat die in staat is om de nadruk te leggen op tegenstellingen, om op zere plakken te wijzen. Dat kan een regerende partij niet. Een partij groeit dus en zegt: Wij willen de eenheid, we willen alles juist krijgen, maar we kunnen dat alleen doen door iets anders af te breken. Iets, wat alleen kan leven door iets anders af te breken is in feite niet gezond, geestelijk gezien. Daarom zal men moeten komen tot een eenheid, die niet gebaseerd is op verschillen van inzicht, maar op overeenkomsten van inzicht. Men zal moeten komen tot een wijze van optreden en handelen, die niet voortkomt uit het beheersen van de tegenstand, maar uit het opheffen van de tegenstand door liet vinden van een modus vivendi; een eenheid, waarin men allen samen kan gaan. Het zal waarschijnlijk wel niet zover komen, dat de Amsterdamse politie met spandoeken gaat meelopen in een optocht van anti-Vietnam betogers of iets dergelijks. En ik zie het hier ook 45

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET helemaal nog niet zo ver komen, dat de Haagse politie knolsmerissen met vlaggen inzet om demonstratief te zwaaien tegen de Amerikaanse ambassade of misschien zelfs mee op te trekken om te protesteren tegen de onjuiste salarisverhoging van de Tweede Kamerleden. Toch zou het zover moeten komen. Niet omdat de zaken die ik noem zo belangrijk zijn, maar omdat het erom zou moeten gaan: wat bindt ons samen? Indien allen gezamenlijk en toch een ieder met zijn eigen leuze zou demonstreren, dan zou er een mentaliteit ontstaan, waarbij de leuze gaat plaatsmaken voor een gedachte. En dat is zeer belangrijk. Dit komende jaar geeft u langzamerhand de verwording van de leuze te zien en daardoor de toenemende belangrijkheid van verstandhouding en begrippen. Daarom meen ik, dat mijn onderwerp van heden - hoe u er verder ook over denkt - zeker betrekking heeft op actuele ontwikkelingen. NOOT. Gevraagd naar de juiste wijze van denken en handelen in deze tijd, meen ik dit als volgt te mogen formuleren: 1. Een ieder, die wijst op tegenstellingen, is onaanvaardbaar. Richt u alleen op diegenen, die wijzen op punten van overeenkomst en mogelijkheden van samenwerking. 2. Wijs elke absolute machtsuitoefening en elk absoluut gezag af, eveneens elke poging om met geweld iets te bereiken. Tracht daarentegen al datgene, wat samenwerking en eenheid betreft, te bevorderen. 3. Tracht nooit rond u een groep van gelijkdenkenden te verzamelen. Sluit u hoogstens aan bij een groep gelijkdenkenden, zolang zij u niet vertellen wat u moet denken en doen. 4. Besef, dat ¾ van hetgeen er rond u bestaat misleidend is en dat ¾ van het beeld, dat u van de wereld krijgt, op het ogenblik is opgebouwd uit al dan niet bewust veroorzaakte illusies. Beperk u daarom tot datgene, wat ligt binnen uw begrip, mogelijkheden en rede. 5. Zoek niet uzelf te bevoordelen. Probeer niet anderen ten koste van uzelf te bevoordelen, maar probeer ervoor te zorgen, dat het u allen even goed gaat, zonder dat iemand daarvoor verplichtingen kent of offers moet brengen. Door dit na te streven zult u - al brengt u dan in feite wel eens een offer en zult u wel eens tekort komen - bereiken, dat u de mensen in uw tijd beter begrijpt en daardoor weet, hoe u beter en juister kunt handelen en zelfs gelukkiger kunt leven. DE VERANDERING VAN DE WETENSCHAP. Er is een tijd geweest, dat wetenschap werd bedreven door eenlingen. Als wij nagaan hoe in het verleden de meest opvallende ontdekkingen tot stand zijn gekomen, dan vinden we steeds weer ergens ofwel de gedreven onderzoeker, dan wel de gentleman-wetenschapsman, die in zijn vrije tijd of misschien dank zij zijn bezit experimenten uitvoerde, belangrijke ontdekkingen deed en daarmee de wereld wist te verrijken. Er werden vele onderzoekingen onafhankelijk van elkaar gedaan en meestal werden de resultaten in verschillende delen van de wereld gedupliceerd, maar er was altijd een nieuwe en persoonlijke aanpak, een nieuwe en persoonlijke ontwikkeling. Langzaam maar zeker echter werd het onderzoek steeds complexer en meer georganiseerd. Een laboratorium, dat eens in een vertrek van een woning goed en ruim kon worden gehuisvest, werd langzamerhand een afzonderlijk fabrieksgebouw. En de werkelijke wetenschap werd een samenwerking van zeer velen, waardoor het persoonlijk initiatief en de vrijheid van onderzoek steeds verder werden teruggedrongen. De wetenschap distantieerde zich eigenlijk van de menselijke bewogenheid. Was in het verleden de menselijke weetgierigheid, maar zeker ook de bewogenheid met de problemen van het menselijk bestaan de oorzaak, dat vele onderzoekingen werden volvoerd en vele ontdekkingen gedaan, langzaam maar zeker heeft de wetenschap zich afgezonderd en zelfs de toegang tot een "heilige der heiligen", tot een laboratorium moet worden verworven met aparte formulieren, waarop de kennis is vastgelegd, die men volgens de voorschriften 46

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET heeft verkregen. Hiermede is de gehele aard van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek aan het veranderen. Wij hebben een tijd gehad, dat er een soort Vrijmetselarij ontstond tussen de wetenschapsmensen. Zelfs nu bestaat die in zekere zin nog, want reeds vóór de tweede wereldoorlog was bekend dat er werd gecorrespondeerd - en vrij gecorrespondeerd - tussen Amerikaanse, Engelse, Duitse en Russische onderzoekers. Tegenwoordig is dit steeds minder het geval, dat wil ik er onmiddellijk bij zeggen. Men kwam tot een industrie, die wetenschap heet. Het is het doel van bijna elke staat in deze dagen om een zo groot mogelijk aantal wetenschappelijke onderzoekers op te leiden, Maar een opleiding door de staat (voor een groot gedeelte op kosten van die staat) impliceert een eenzijdige opleiding; en wel volgens de doelstellingen en belangen van die staat. Hiertegen kunnen studenten en degenen, die hun les moeten geven, in feite weinig doen. Een student kan alleen verzekerd zijn van een werkkring, die enigszins een beloning kan zijn voor de vele tijd, die hij aan de studie heeft moeten spenderen, indien hij bereid is zijn totale denken en zoeken te richten op datgene, wat de maatschappij van hem verlangt. Hierdoor is er een distantiëring ontstaan van persoonlijk leven en onderzoek. De wetenschapsmens van eens was iemand, die eigenlijk de hele dag wetenschapsman was en wiens familieleden a.h.w. als een draad door alle onderzoekingen heen liep, zelfs midden in zijn laboratorium. Voor wie de gemeenschap met wie hij werkte niet in de eerste plaats een werkteam was, maar een familie, zoals b.v. Edison ons duidelijk mankte in zijn verhouding tot al zijn helpers. Men staat nu los. Men heeft de wetenschappelijke werkkring en daarnaast misschien ook nog een persoonlijke wetenschappelijke belangstelling. Maar die laatste komt op de tweede plaats. Een persoonlijke ontdekking, een persoonlijke bevordering van het wetenschappelijke is haast niet mogelijk. Daar komt nog bij, dat een wetenschapsman, die in een groot laboratorium werkt tegenwoordig over het algemeen gebonden is. Dat wil zeggen: hij mag zijn uitvindingen en ontdekkingen niet zonder meer (zonder goedkeuring van zijn werkgever) publiceren. Hij mag bepaalde patenten niet voor zichzelf gebruiken of aanvragen, ook als hij de dingen waarvoor de octrooi-aanvraag geldt buiten zijn normale werktijd heeft kunnen vervaardigen. Kortom, hij heeft weinig reden meer om zelfstandig te zijn. Dit heeft geleid tot het ontstaan van enkele algemeen erkende wetenschapspausen; mensen, die op hun gebied worden beschouwd als de grootsten, of zo het zijn of niet. En dezen stellen nu de maatstaven vast, waarlangs elke wetenschapsman in feite zal moeten streven. Hier door komen enorme vertragingen voor. Om u een klein voorbeeld hiervan te geven: kankeronderzoek. 1932: veronderstelling t.a.v. in het bloed aanwezige kankerbevorderende stoffen. In Engeland een theorie omtrent de wijze, waarop celverval en de eigenaardige celverwildering tot stand komt. De feiten, die toen werden ontdekt, worden eerst in deze dagen wetenschappelijk aanvaard. Dat betekent, dat de bestrijding van een ziekte als kanker in feite tenminste 20 jaar ten achter is bij het mogelijke. Dit komt omdat degenen, die in het kankeronderzoek het meest te zeggen hadden, de mensen waren van radium-therapieën, bestralingstherapieën. Zij waren de grote experts, samen met de chirurgen. Degenen, die dit meer biologisch wilden benaderen, stonden er dus buiten. Daardoor werd hun niet de aandacht gegeven, die zij eigenlijk verdienden; ja, werden hun vaak de faciliteiten geweigerd, die zij nodig hadden om de juistheid van hun stellingen klinisch te bewijzen. Ik wil u een ander voorbeeld geven: de eerste transistor werd vervaardigd in Duitsland in het jaar 1917. Deze transistor was in vergelijking met wat er nu wordt gebruikt zeer grof, ruw en dik. Zij werd echter eenvoudig terzijde gezet. Er was toen weinig belangstelling voor. Ze is een ogenblik geproduceerd in 1928 en wel als een vervangend element in kristalontvangers. Maar ook daar werd een verdere fabricage (overigens door de Siemens-Halske A.G.) stopgezet. De germanium-diode en enkele andere transistortypen werden wederom vervaardigd in het jaar 1939, maar als niet rendabel terzijde gesteld. Alleen de germanium-diode werd verder 47

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET gefabriceerd, ook gedurende de gehele oorlogstijd. De beginselen, die uit de tijd van de eerste wereldoorlog stamden, hadden ondertussen in Amerika hernieuwde aandacht gekregen, omdat men nu zocht naar alle middelen tot vernieuwing. Hierdoor ontstonden in de Ver. Staten de eerste transistors. Deze transistor werd een meer algemeen gebruikt element in de opbouw van radio-apparaten etc. Waarom heeft men dit afgewezen? Heel eenvoudig: men had geen behoefte aan de transistor, toen de eerste ontdekking plaatsvond. Men wilde toen ontvangapparaten hebben en daarvoor had men buizen nodig. De ontwikkeling van buizen liep samen met die van zenders. Commercieel belang. De productie ervan was in die tijd in verhouding kostbaar. Toen men later wederom kwam met de germanium-diode, werd die als een speelgoed vervaardigd, maar niet verder uitgebreid en onderzocht om de doodeenvoudige reden, dat men bezig was met het ontwerpen van nieuwe heterodyne radiotypen. Dat was commercieel interessanter. In Duitsland heeft men in de oorlog het onderzoek naar transistors te laat voortgezet om er enig nut van te hebben (ofschoon ik wel moet opmerken, dan enkele thans gebruikte experimentele transistors van Duitse en niet van Amerikaanse origine zijn) eenvoudig omdat men dus niet wist wat men ermee moest beginnen. Men beschikte niet over de technische mogelijkheden om er gebruik van te maken. De uitvinders werden op een zijspoor gerangeerd. Hetzelfde zou ongetwijfeld gebeurd zijn in de Ver. Staten en Engeland, indien men daar niet de behoefte had gehad aan een lichtere, gemakkelijk vervoerbare en vooral ook moeilijk kwetsbare apparatuur. Eerst de toenemende behoefte aan miniatuur-units voor allerhande elektronische apparaten hebben ertoe geleid, dat de transistor-techniek verder werd uitgewerkt. Achterstand: gemiddeld genomen ruim 40 jaar. Ik geef hier twee voorbeelden van twee verschillende takken van onderzoek. Ik zou natuurlijk veel verder kannen gaan. Op het ogenblik worden er proeven genomen t.a.v. kernfusie. Ik zou erop willen wijzen, dat dergelijke onderzoekingen op staatsbevel werden afgebroken in het jaar 1941; en wel in de Ver. Staten waarin het Manhattan-project mogelijkheden hiertoe werden ontdekt. De gegevens werden als diep-geheim weggenomen en weggesloten. En zelfs maar een bespreken van deze gegevens was uit de aard der zaak de geleerden verboden. Het overlijden van twee van deze geleerden tijdens het project heeft een vertraging in kernfusie-onderzoek veroorzaak van tenminste 10 jaren. Men had toen behoefte aan een bom. Hoe, dat kon niet schelen. Als wij zien hoe de wetenschap steeds meer wordt geketend aan wat men noemt de maatschappelijke belangen, dan kunnen we ook begrijpen, dat ze op zichzelf een soort orthodoxe godsdienst wordt. In de wetenschap is geen plaats meer voor de "wildcatter", de man die eenvoudig experimenteert, totdat hij iets nieuws vindt. Er is in feite niet eens plaats voor de amateur-onderzoeker. En als die dan door vele resultaten eindelijk duidelijk maakt, dat hij wat betekent, dan probeert men hem nog steeds af te schepen met kleinigheden en feitelijk uit te rangeren. In de archeologie is in Nederland kort geleden een dergelijk proces voor de openbaarheid kenbaar geworden. Een amateur-archeoloog had een aantal ontdekkingen gedaan. Men heeft niet alleen getracht deze te desavoueren, men heeft - toen men er niet meer omheen kon getracht ze dood te zwijgen; en toen dat ook niet lukte - o.a. door belangstelling van het buitenland - heeft men geprobeerd de persoon in kwestie eigenlijk een beetje af te schuiven. Men wenst deze man nog steeds niet als een wetenschappelijk belangrijk archeoloog te erkennen. En dat is niets nieuws. De archeologen van het verleden hebben zelfs gelachen om Schliemann. Maar die kon tenminste z'n gang gaan. Hier had men het liefst maatregelen getroffen om een verdergaand onderzoek te belemmeren. In verschillende gevallen heeft men inderdaad getracht het onderzoek van een bepaald terrein door deze archeoloog (vergeet niet, ik spreek hier over de laatste jaren) te beletten. Mijn eindconclusie is: De wetenschap, zoals ze op het ogenblik in haar officiële vorm bestaat, is in feite geen werkelijke wetenschap meer. Ze is niet een onderzoek naar de geheimen van 48

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET het leven en van de natuur. Ze is veeleer geworden tot de productie van een aantal begerenswaardige effecten en mogelijkheden. Daarnaast is op het ogenblik een nieuwe vorm van weten en wetenschap aan het ontstaan. Het zijn wederom de amateurs, meestal studenten, die een scholing hebben genoten op een bepaald terrein, maar die er geen zin in hebben om zich nu reeds onmiddelijk in het maatschappelijk proces in te schakelen. Het zal u misschien niet bekend zijn, dat b.v. LSD niet, zoals men zegt, werd ontdekt door wetenschappelijke onderzoekingen en door psychologen, maar door twee studenten. (Hun professor is overigens met de eer gaan strijken.) Zoals u waarschijnlijk ook niet weet, dat LSD ook in Nederland door studenten op een betrekkelijk eenvoudige wijze werd en misschien nog wel wordt geproduceerd. U weet waarschijnlijk ook niet, dat enkele nieuwe explosieven, die op het ogenblik als diepgeheim worden onderzocht in Nederland, het resultaat zijn van een paar studenten, die een bijzondere ontdekking deden, toen zij zochten naar een nieuwe vorm van.... rookbom. En omdat die ontdekkingen toevallig bruikbaar zijn, zullen ze waarschijnlijk als militair geheim (natuurlijk in Navo- of Natoverband) voorlopig worden geëxploiteerd. Deze jongelieden zullen waarschijnlijk een mooie baan krijgen, waarbij hun een absolute geheimhouding en een scholing van hun wetenschappelijk onderzoekingsdrift wordt opgelegd. Overal op de wereld zijn op het ogenblik mensen aan het experimenteren. Overal zijn er sociologen, die vaste opvattingen hebben, maar gelijktijdig zijn er een groot aantal sociale gemeenschappen ontstaan, die buiten de nu gangbare maatschappij liggen. Ik wil hier wijzen op b.v. de "flowerchildren” in Amerika, die eigenlijk al aan het verwateren zijn, maar welke eigenaardige nietsdoeners dan ook zijn gekomen tot projecten, die enigszins herinneren aan het experiment van Van Eeden; nl. gezamenlijke landbouwgemeenschappen, maar ook enkele coöperatieve werkplaatsen, die zeer lucratief blijken te zijn, al bestaan er geen vaste werktijden en geen vaste verplichtingen. Er zijn ook studenten, die deze verschijnselen registreren en het verloop van zaken gebruiken om een vergelijkingsmaatstaf te vinden tegenover de normale maatschappij. Op soortgelijke wijze zien wij ook medisch onderzoek. Er zijn studenten, die met allerhande stoffen experimenteren, ook met hormoonpreparaten; en die vreemd genoeg daarbij verdergaan dan de commerciële en officiële wetenschap, omdat zij niet bang zijn er iets voor op te offeren en omdat zij eigenlijk meer spelen met hun wetenschap. Het zijn op het ogenblik de jongeren, die zich hebben losgemaakt van de gedachte, dat een team en een steriele omgeving met alle faciliteiten noodzakelijk is om wetenschappelijk iets te kunnen bereiken. Als u voorbeelden wilt hebben, wil ik u er enkele noemen. Radio-amateurs waren eerder dan de heer Lovell met zijn uitstekende radio-telescoop op de hoogte van enkele ruimte-experimenten van de Russen. Door een eenvoudige aanpassing, gestimuleerd door een radio-amateur, was men in Nederland in staat op gelijke wijze als de meest kostbare radio-laboratoria overal op de wereld het verkeer van een ruimtesatelliet met de aarde te registreren en zelfs te ontleden. Ik wil u eraan herinneren, dat een nieuw brandblusmiddel (een schuimmiddel) in de handel is gekomen, dat is gefabriceerd door twee 17-jarige jongens, die eens wilden experimenteren met een bepaald zeeppoeder. Het product wordt tegenwoordig gebruikt voor de bestrijding van oliebranden te water, ook in Nederland. Er zijn detergents (oplosmiddelen), vervaardigd door mensen, die helemaal niet een baan hebben of behoren bij grote concerns, ook in Nederland. Al bestrijdt men natuurlijk de waarde van deze producten, zo wordt ze toch in bijzondere gevallen reeds erkend. Alleen commerciële exploitatie daarvan is zeer moeilijk. Maar het is wel opvallend, dat aan de hand van dit detergent op het ogenblik onderzoekingen worden verricht door 4 afzonderlijke laboratoria, o.a. een van de Harvard en een van de Levers. Ik wijs hier op de eenvoudige resultaten een enkeling. 49

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Wij zien in de handel vernieuwingen. Brutale enkelingen beginnen met wat u waarschijnlijk kent als "cash-en-carry" zaken en wat elders misschien weer anders zal heten. Zij zijn er zeker niet in geslaagd (dat heeft ook Frankrijk uitgewezen) om daarmee de gehele economie te veranderen. Maar ze hebben wel ontdekkingen gedaan, die voeren tot een andere verdeeltaktiek van het product, ja, zelfs andere vervoers- en aanvoermethoden en vooral het doorbreken van een aantal taboes, die waren gelegd t.a.v. producten en prijzen. Eenvoudige mensen, die kennelijk nieuwe economische mogelijkheden hebben gevonden en weten te exploiteren, niet ten koste maar ten bate van anderen. De wetenschap gaat op het ogenblik weer de richting uit van de eenling. Die eenling zal niet, zoals vroeger de gentleman-onderzoeker of de gedreven onderzoeker zijn. Het zal eerder de spelende mens zijn, die in verzet tegen de discipline van de maatschappij zelf werkt, eerder om te bewijzen dat hij iets waard is dan om werkelijk resultaten te behalen. En het zijn deze resultaten, die de komende jaren zullen gaan beïnvloeden en die daarbij grote veranderingen op elk terrein waarborgen. Ik wil enkele van die producten noemen, waarvan we in de komen 2 à 3 jaar kunnen verwachten, dat zij ontdekt door de bemoeiing van enkelingen toch - zij het dan via grote firma's - aan de handel worden prijs gegeven. Daar zijn onder: Een nieuw type electronen-microscoop, waarmee door een bijzonder procédé een zeer zuiver beeld kan worden gegeven, zelfs van vergrotingen van meer dan 500.000 maal. De vaagheid, die daarbij veelal optrad en een correctie en aanvulling van het beeld noodzakelijk maakte, is hier weggevallen, zodat het mogelijk is onmiddellijk waarnemingen te doen op zeer kleine niveaus en zelfs te komen tot de registratie van het gedrag van de complexe moleculen. Een ander voorbeeld van ontdekkingen in de komende tijd in de handel gebracht. Een Russisch apparaat, ontwikkeld door een jeugdgroep, die dit als project had genomen; uitbreiding van de encephalograaf, echter op een zodanige wijze ontwikkeld, dat droom-registratie en beïnvloeding van hersencentra daardoor mogelijk is. Het project is op het ogenblik experimenteel in de Sovjet-Unie en Polen in gebruik en zal waarschijnlijk binnenkort ook aan de westelijke wereld worden aangeboden. En dan ten laatste nog iets, wat u misschien wel zal verheugen te horen: een nieuw product waardoor het mogelijk blijkt om bier en andere alcoholica in een soort poedervorm te bereiden, waarbij bovendien geen alcoholgehalte aanwezig is, zodat - terwijl men de smaak en de voldoening heeft, die ook alcoholica geven - men in feite veel safer is, als men een glaasje op heeft. Met deze voorbeelden - ik noemde slechts enkele - waarvan ik aanneem, dat ze nog dit jaar in de publiciteit zullen komen, heb ik hopelijk aangetoond, dat deze nieuwe, bijna speelse ontwikkeling, die buiten de officiële wetenschap omgaat, van groot belang is voor al hetgeen in deze wereld gaat gebeuren. En dat wij er rekening mee moeten houden, dat juist de kleine, onafhankelijke piraten van de wetenschap in de toekomst de grootste resultaten zullen kunnen bereiken, doordat ze niet gebonden zijn aan vaste opvattingen en regels en aan vaste belangen. GEBOORTE Uit de veilige beslotenheid van de vast-bepaalde wereld, de moederlijk klotsende zee, waarin alle dingen goed zijn, wordt door een enorme kramp en strijd het "ik" in een kille, koude wereld uitgespuwd. Geworpen in een vervreemding van alle zekerheid; in een hulpeloosheid, die zelfstandigheid noodzakelijk maakt. Zo wordt ook de wereld van vandaag uit haar warme beslotenheid van zekerheden, van menselijke rechten en opvattingen, van heerlijke theorieën, door de krampen van deze tijd uitgespuwd in de wereld der feiten.

50

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968-1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 4 – ZO IS HET Het is moeilijk om te leven in de wereld der feiten. Het is moeilijk op te groeien zonder de bescherming van alle zekerheden en vaste waarden rond je. Maar kun je jezelf zijn, als je nog wordt bepaald door een milieu, dat je niet eens durft onderzoeken? Zoals het kind onderzoekend zijn wereld leert kennen, eerst ziend dan tastend, voortdurend de relatie van het "ik" t.a.v. de omwereld opnieuw omschrijvend, zo zal de mensheid van morgen moeten zoeken; tastend, ziend, langzaam maar zeker steeds hernieuwd zichzelf definiërend t.a.v. zijn wereld om een werkelijkheid te vinden, waarin kan worden geleefd. Want de mensheid kan geen mensheid blijven. De mens kan niet waarlijk mens worden, indien hij geborgen wil blijven in de klotsende, lauwe binnenzee van ideeën en ideologieën, die alle werkelijkheid vreemd zijn. Men kan zijn God niet ontmoeten in een twidten- in veilige geborgenheid omtrent de mogelijkheden van die God, terwijl men niet tracht de feitelijke aanwezigheid ervan te bepalen. De mens van morgen zal zijn wereld en zijn God moeten ontmoeten, zoals ze zijn. Het zal voor velen een bittere ervaring worden. Maar is het niet groots en heerlijk in de plaats van de droom de werkelijkheid te vinden? Is het niet verheffend - ondanks de moeite en offers, die er misschien mee gepaard gaan - eindelijk van de denkbeelden over te gaan naar de feiten? Want slechts een mens, die leeft met kosmische feiten, kan een mens zijn in de kosmische betekenis van het woord.

51

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel

LES 5 - HET KOREAANSE RAADSEL.

Er is een Noord-Korea en een Zuid-Korea. Niemand weet precies waarom. Er zijn vele politieke beweegredenen voor, maar een logische oplossing is niet te vinden. Het vreemde is, dat in beide Korea’s op het ogenblik guerrilla activiteiten aan de gang zijn. In Zuid-Korea probeert men de staatslieden om te brengen, die daar de tendens bepalen. Maar vreemd genoeg gebeurt datzelfde natuurlijk in Noord-Korea. In beide gevallen wijt men de aanslagen aan de geheime dienst van de andere kant. Om te begrijpen wat er aan de hand is, moeten we geloof ik even nagaan wat in deze Koreaanse kwestie, de Vietnamese kwestie, etc. zo'n grote rol speelt. Het is niet alleen een kwestie van strategie. Het is ook een kwestie van prestige en daarnaast ook van handelsbelang. Nu was dat alles te regelen geweest in vrede, indien niet aan beide kanten - zowel de communistische als de democratische kant - de neiging had bestaan om eigen prestige voorop te zetten. Met andere woorden: men heeft allebei eigenlijk behoefte aan wat men noemt de sterke hand. De situatie in de Korea’s ligt op het ogenblik ongeveer als volgt: In Noord-Korea kan iedereen werken. Niemand behoeft werkloos te zijn, niemand behoeft helemaal te verhongeren. Velen doen het half. In Zuid-Korea ligt de zaak zo, dat zich langzaam maar zeker een zeer welvarende bovenlaag heeft gevormd. Daaronder is een massa, die worstelt om zullen wij zeggen het dagelijks brood met vele mislukkingen, die verhongeren. En weer daaronder hebben we de niet-productieven, waaronder b.v. alleen in Seoul ongeveer 7.000 kinderen, die langs de straat zwerven, en leven van wat ze vinden aan afval of wat ze kunnen afbedelen. Dit is geen veroordeling van één van beide staten. Maar kennelijk zijn beide staten arm. Kennelijk is het de bovenlaag in beide staten, die zich ten koste de daaronder liggende bevolking tracht te verrijken. In beide gevallen zijn de guerrilla-tactieken die, worden toegepast, mogelijk te wijten opleidingen van geheime diensten, maar mogen we toch wel zeggen, dat de betrekkelijk massale acties, die er inderdaad nog plaatsvinden al hoort u er weinig van, uit het volk voortkomen. Het is een kwestie van het volk zelf. Het is dus geen kwestie van alleen maar een systeem of een bepaalde groep machthebbers. Iets dergelijks speelt zich af in Vietnam. Ook in Vietnam oorspronkelijk een halve eenheid, gemaakt tot een volledige scheiding. Ook in dit geval in het noorden gedeelde armoede met een bovenlaag, die het dan wel redelijk redt. In het midden een betrekkelijk kleine - en bovendien van een ander geloof zijnde kliek, die zeer rijk is geworden. Daaronder een middenstand, die eigenlijk alles liever heeft dan geweld. En weer daaronder een grote hongerlijdende massa. Dan mogen we zeggen, dat in Zuid-Vietnam een groot gedeelte van de guerrilla's voortkomen uit Zuid-Vietnam zelf. In Noord-Vietnam zijn weinig guerrilla-activiteiten, en dat is heel begrijpelijk. Als ze daar een guerrillero (guerrillastrijder) vangen, dan transporteren ze hem meteen naar Zuid-Vietnam. En dan doet hij daar het goede werk wel verder. In beide landen hebben we dus te maken met een sterke scheiding tussen een bovenlaag en een onderlaag. Het is erg belangrijk, dat we dat onthouden. Nu zien we China. Dit land is op het ogenblik weer in een periode van revolutie; en dat wordt een heel eigenaardige revolutie. Er zal nl. - waarschijnlijk binnen enkele maanden - een partijraad zijn, die dan een soort nieuwe grondwet zal aannemen. Marx blijft misschien patroonheilige, maar de baas, - God zelf - wordt Mao. Dat was allang te verwachten en het zal niemand verwonderen. Maar wat de meeste mensen in het westen niet begrijpen, is wat er achter ligt. Er is nl. in China een soortgelijke verdeeldheid. En nu moet u even niet denken aan Formosa, maar u moet werkelijk eens denken aan het land zelf. In dit land zijn verschillende groepen 52

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel machthebbers, die het goed willen hebben. Sommigen gedragen zich ongeveer als de roverkoningen van vroeger; anderen zijn erg bureaucratisch. Zij zoeken voor zichzelf het goede, al geven ze dat niet toe. Ze scheppen een zekere middenstand, die prestige geeft. Daaronder ligt een massa, die oproerig is. Nu is het middel om een dergelijk probleem op te heffen een oorlog of een geloof. Een oorlog kan men zich in China op het ogenblik niet permitteren, ofschoon er alweer enkele proeven met kernexplosies zijn genomen en naar ik meen zal de wereld nog vóór het einde van het jaar verrast zijn over enkele technische prestaties van dat z.g. achterlijke China. Maar heel belangrijk is hierbij: een oorlog kan men van China uit alleen maar aan, indien men niet wordt gepakt - en dat is toch wel zeer belangrijk - door de omliggende landen. In de genoemde partijraad en de daaruit volgende verandering van geloof, zal o.m. worden gesteld, dat zowel de revisionisten als de kapitalisten in gezamenlijk overleg China hebben omsingeld om het ware communisme onder leiding van voorzitter Han te doden. (Ik citeer bijna letterlijk). Dat betekent, dat Rusland op gelijke voet wordt gezet met Amerika. Waarom? In China zelf is nl. ook een guerrilla aan de gang. De guerrillero's, die daar optreden, zijn voor een groot gedeelte mensen, die Moskou-gezind zijn. Dat is dus geen revolutie van vrijheidslievende Chinezen tegen de Rode onderdrukkers. Neen, het is een broederruzie tussen broeders-communisten. Indien dit doorgaat, krijgen we een uitermate vreemde omschrijving van wat men noemt Chinese democratie. De formulering zal ik u niet helemaal geven, anders wordt het te omslachtig. Het komt ongeveer hierop neer: Alle processen zijn democratisch. Elke gezagsdrager wordt gekozen. De partij wordt door de gekozenen vertegenwoordigd. Maar de partij als geheel is afhankelijk van de adviserende functie van de grote partijraad, die -,en dat staat er niet uitdrukkelijk bij, maar zo zou men het toch moeten lezen - onderworpen is aan de bevelen van Mao. Mao zelf is eigenlijk helemaal niet meer in het geding. Hij is een speelbal geworden van verscheidene andere heren, die het prettiger vinden achter een marionet te zitten; dat is veiliger. Bovendien heeft Mao een enorm gezag gekregen. Hij heeft China de nieuwe bijbel gegeven (het rode boekje). Mao is dus alleen maar een figuur. die door een willekeurige leider kan worden vervangen, waarbij dezelfde kliek aan de macht blijft. Die stelregels hebben dus ten doel de revolutie eveneens te onderdrukken. Maar indien dat gebeurt, hebben ze één ding verkeerd bekeken: Op het ogenblik is nl. de Moskou-gezinde Chinees anti-Formosa, anti-Amerika. Maar als nu openlijk en letterlijk de Amerikanen worden gelijk gesteld met de kussen, zou Formosa wel eens een veel grotere invloed kunnen krijgen in Rood-China en zou men veel betere contacten kunnen krijgen met de guerrillero's dan op het ogenblik het geval is. Het is eigenlijk deze achtergrond, die ik vandaag met u zou willen bespreken. Als je de moderne wereld bekijkt, zie je allerhande vreemde dingen gebeuren, maar je begrijpt eigenlijk niet precies wat er aan de hand is. Dat is ook begrijpelijk. Een gewoon mens ziet dat eenvoudig niet en het is haast niet te zien. Er wordt nu economisch gedobbeld. U merkt van die dobbelpartij niet zoveel door de munteenheden, die aan elkaar gekoppeld zijn en door allerhande andere maatregelen. Maar Rusland heeft op het ogenblik een grote kapitaalsmacht. De meesten van u weten niet, dat ongeveer 70% van de wereldproductie aan platina uit Rusland komt. Platina is misschien niet zo officieel aanvaard als goud, maar het heeft toch wel een bepaalde industriële waarde. Nu is het met goud zo: dat kun je nog wel kunstmatig wat verdoezelen door verandering van koers. Maar een verbruiksproduct kun je niet verdoezelen; dat moet je hebben om het te kunnen gebruiken. Het resultaat is, dat dit platina, dat nog niet zo heel erg lang geleden werd beschouwd als minderwaardig zilver, (het is zelfs bekend, dat men in Engeland shillings heeft vervalst, omdat ze zilver te duur vonden en daarom deden ze het met platina), was enorm in waarde toeneemt. Het wordt in kleine vierkante ingots verkocht. Als we een willekeurige prijs noemen om een vergelijking mogelijk te maken van de stijging per Troy ounce (dat is ongeveer 37½ gram), dan was dat twee jaar geleden 30 dollar. Maar als het toen 30 dollar was, dan is het nu 65. (De door mij gegeven getallen zijn niet juist; ze zijn alleen gegeven om een vergeljking mogelijk te maken. In 2 jaar dus een kapitaalswinst voor de bezitter van meer dan 100%. Dat is ruim 50% Per jaar. Waar maak je dat? 53

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel Nu heeft Rusland daardoor dus een enorme kapitaalsinvloed. Er is veel meer vraag naar platina en verschillende andere metalen (cadmium, vanadium) dan er eigenlijk productie is. En Rusland heeft vooral in de ertsrijke Oeral een zeer grote productie van o.m. deze metalen. Om een vergelijking te vinden kunnen we zeggen: Het grootste producerende land op het Amerikaanse continent is op het moment Canada. Dit land produceert van de platina-opbrengst per jaar in de wereld zo iets van 8 tot 9%.Van de andere door me genoemde metalen is de gemiddelde productie in vergelijking toch niet boven de 15%. Maar Rusland heeft juist voor dergelijke schaarse metalen een productie, die ligt tussen de 40 en de 70% van de wereldopbrengst per jaar. Hierdoor is de economische invloed van Rusland aanmerkelijk groter dan men ken overzien en dan men vermoedt. En die economische invloed hebben ze nu gebruikt tegen China. De Amerikanen hebben er belang bij dat Rusland op de een of andere manier uit het westen materialen (al zijn het grondstoffen) betrekt, mits deze betaald worden in de schaarse metalen: dus platina, etc., ook eventueel goud. Hierdoor nl. kan men aan het verbruik tegemoet komen en kan de prijsstijging binnen de perken bleven. Want de groot-verbuiker van dergelijke materialen als ook iridium e.d. is eigenlijk meestal een staat of een fabriek die voor de staat werkt. De achtergrond van oorlogjes als in Korea en ook in Vietnam is dus niet alleen maan het scheppen van een materieeluitlaat (dat is natuurlijk ook een belangrijk punt voor de eigen economie), maar gelijktijdig het scheppen van een noodzaak voor bepaalde landen om grondstoffen te verkopen. U zult zeggen: maar moet je daarvoor dan een oorlog voeren? Ja. Degenen, die de oorlogen voeren, zijn veelal mensen, die daarover spreken, maar die er weinig mee doen. Het is gemakkelijk te zeggen, dat de generaals van de Amerikanen wrede bevelen geven, dat ze graag willen promoveren (zoals Westmoreland) en dergelijke dingen meer. En het is wel ergens waar. Maar degenen, die erachter zitten, vinden we b.v. in het Pentagon. Het zijn de mensen aan deftige bureaus met secretaressen en telefoons. Dat zijn mensen, die in het Witte Huis zitten in de verschillende departementen. Zij zeggen: we moeten dit materiaal hebben, We moeten zo reageren. Ze maken die oorlog. Ze zijn ook een bovenlaag. De weerstand tegen de Amerikaanse oorlogsinspanning is dan ook aanmerkelijk groter geworden de laatste tijd in Amerika zelf. Ook hier zien we die differentiatie optreden tussen de bovenlagen en de onderlaag. Alleen - alles bevindt zich in een verschillend stadium. In de Ver. Staten zitten we in een begin, waarbij bovendien de problemen door allerlei andere problemen nogal worden verdoezeld. We kunnen daar dus de raadselen niet zo gemakkelijk oplossen; we hebben de oplossing niet in zicht. Gaan we naar Vietnam, dan kunnen we al iets meer zien. Hier zien we nog de feitelijke strijd. De politieke machtstrijd die is eigenlijk nog niet begonnen. Men heeft nu wel een tafel, waar men omheen zit, maar aan de werkelijke politieke strijd is men nog niet bezig. En als dat gebeurt, dan zullen daar ook anderen dan Vietnam en de Ver. Staten een grote rol in spelen. Blijft ons over Korea, dat zijn oorlogje achter de rug heeft. Het heet natuurlijk geen oorlog, maar het is er een. Korea, dat verder in beide delen nu een voldoend lange ontwikkeling heeft doorgemaakt om een zekere vorm te vertonen. Het is daar langzaam naar zeker gekristalliseerd. En nu moeten we het raadsel ontleden. Waarom deze, voortdurend verscherpte strijd en tegenstelling tussen Noord en Zuid? Het antwoord is duidelijk: Deze strijd is de bestaansrechtvaardiging van de machthebbers. Een dictatuur kan worden verklaard net de agressie van de buitenwereld. Evenals de noodzaak om in China ten slotte alle gezag in één staatshoofd te delegeren via vele dialectische betogen neerkomt op: wij zijn omsingeld door vijanden. En om slagvaardig en weerbaar te zijn moet er één man zijn, die alle beslissingen kan nemen. Datzelfde vinden we zowel in Noord- als in Zuid-Korea. Beide landen zijn in feite dictaturen. En dat houdt in, dat de machthebbers daar hun macht alleen dan kunnen handhaven, indien er een zodanig wederkerige spanning is opgebouwd, dat elke dictatuurmaatregel daardoor kan worden gerechtvaardigd. De 2e vraag, die men gaat stellen is: Waarom reageert het volk niet? Er zijn natuurlijk gemakkelijk verklaringen voor. Bijvoorbeeld: ze hebben geen wapens. Maar kennelijk hebben 54

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel ze die wel. Ik heb u al gezegd: Er zijn zowel in Noord- als Zuid-Vietnam guerrillero's aan de gang; - en al werken ze dan vaak met heel primitieve wapens, ze hebben wapens. Het zou mogelijk zijn om in te grijpen. Maar het gewone volk begrijpt niet goed wat er gebeurt. Als je de voorlichting steeds meer beperkt (wat ook in Zuid-Korea het geval is, let wel), als je zorgt dat de mensen zich voortdurend bedreigd voelen, terwijl je hen langzaam en voorzichtig gewent aan steeds grotere eisen naar macht van de gezaghebbers en je gelijktijdig steeds minder aandacht aan de problemen van de armen besteedt, dan krijg je te maken met een bovenlaag, die eigenlijk helemaal verwant is aan en die voor haar bestaan afhankelijk is van de feitelijke machthebbers. Dat is dan natuurlijk een betrekkelijk kleine groep. Dit opbouwen van een bovenlaag is typerend. Gaat u naar Cuba, dan ziet u, daar precies hetzelfde. Er wordt voor het volk inderdaad veel goeds gedaan. Laten we één ding goed begrijpen: Castro mag wel een groot prater zijn, maar hij heeft ook wel veel goeds gedaan. Maar Castro heeft macht nodig. Die macht kan alleen worden gehandhaafd, indien men voortdurend vijanden heeft. Op een eiland kun je die niet scheppen. Dientengevolge de Cubaanse revolutie, die overal wordt gepredikt en die aanleiding is geweest voor b.v. het optreden van de 'Chileense en de Boliviaanse guerrillero's enz. Hij heeft rond zich een haag van machthebbers geschapen. Die machthebbers leven misschien volgens uw maatstaf niet bijzonder rijk, maar naar de maatstaven van hun land wel. Zij zijn de bevoorrechten of de machtigen. En dat heeft voor hen belang. Zo is het nu ook in Zuid- en Noord-Korea, beide gelijk. Er is dus deze kern. Die kern heeft er helemaal geen verlangen naar dat de spanning afneemt, want dan zou kritiek uit het volk mogelijk zijn. Nu kan men elke kritiek onderdrukken. Een voorbeeld: De studentenprotesten in Seoul. Bij deze studentenprotesten trad de politie allesbehalve zachtzinnig op, want men was het niet eens met de demonstratie. Maar wat minder bekend is, is dat 60-studenten gevangen zijn genomen. Van die 60 zijn er 17 door ophanging om het leven gebracht; verscheidende anderen worden zwaar mishandeld en vervolgens voor "strafarbeid"-gebruikt. En dat betekent, dat ze niet lang te leven hebben. Zoiets is misschien wreed, maar het is begrijpelijk. Je kunt geen protest gedogen. En de enige reden om dat protest te bestrijden is: men bedreigt hier onze vrijheid. Het is niet voor niets dat in elk rechtsgezind land een ieder, die het niet eens is met het gezag, onmiddellijk voor communist, marxist, bolsjewist of anarchist wordt uitgekreten. De aantasting van het systeem is belangrijk, niet de reden waarom dat gebeurt. In Noord-Korea zijn eveneens van die verzetsmensen aan de gang. Ik vind niet, dat ze direct prettig werken. Ze hebben o.m. een paar auto's met gewone mensen erin opgeblazen, alleen omdat er één ambtenaar bij was; en dat vind ik nu niet direct passen. Ze hebben verscheidene aanslagen gepleegd. Maar deze mensen worden dus onmiddellijk uitgekreten voor - dat zult u wel begrijpen Amerikaanse huurlingen, want ze moeten vijanden blijven. Het gewone volk in Korea heeft eigenlijk betrekkelijk weinig interesse voor het systeem. Het volk zelf zou graag terugkeren tot de betrekkelijke rust en welstand van weleer. Het wenst niet opgejaagd te worden met een geforceerde industrialisatie. Het wenst niet voortdurend gedwongen te worden weer iets te leren omtrent vrijheid, omtrent systeem. Men zou langzaam willen evolueren, niet snel. De regering kan zichzelf alleen handhaven, indien ze tegenover het buitenland laat zien hoe snel het volk zich ontwikkelt; dus moet men zich snel ontwikkelen. Dat geldt in Noord- en Zuid-Korea. Het resultaat is dat in de massa een toenemend sterk verzet ontstaat. Wordt dat verzet te algemeen, dan schaft men eenvoudig de bedoelde regel af. In Zuid-Korea is er een regel geweest voor z.g. arbeidsbinding, waardoor men werd gehuisvest in de omgeving van een bedrijf en men niet zonder een apart papiertje met vergunning buiten die woon- en verblijfplaats mocht gaan binnen een kring van ongeveer 20 km. Iets soortgelijks hebben we gezien met de z.g. gescheiden communes in China, waar de gehuwden ook gescheiden werden ondergebracht in barakken voor mannen en vrouwen. Bij elkaar komen 55

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel voor huwelijkse bezigheden, zo zei men, is vrije-tijdsbesteding. Als ik nu hoor wat ze hier zeggen over de bouwvak vakanties, dan lijkt het er wel een beetje op. Dit is tegen de draad in. De mensen willen een gezin kunnen vormen, wanneer ze willen. Het resultaat is, dat deze communevorm in Rood-China eenvoudig geruisloos is verdwenen, zoals ook de arbeidsbinding, - in Zuid-Korea, is verdwenen. En zoals in Noord-Korea - vreemd genoeg - er bepaalde regels voor verweer zijn verdwenen. Daar was je werknemer; en als werknemer moest je militair geschoold zijn. Dat leidde tot allerhande idiote situaties en vooral enorme storingen. Als daar een fabriek draait en je zegt tegen de machinist: Laat die machine nou staan? Want je moet eerst gaan exerceren, dan komt er een ogenblik dat die machine niet meer werkt, als er gewerkt moet worden. En dan heeft het geheel weer zijn productienorm niet gehaald, iedereen wordt geweldig boos en ten slotte zegt men: Die regel is onjuist. Ze is dan ook afgeschaft, dat kan ik u wel vertellen. Deze situatie zou je nog iets verder moeten uitzoeken, namelijk: wie heeft belang bij deze situatie? Nu het typerende: de meesten van u realiseren zich niet, dat in Noord-Korea op het ogenblik China degeen is, die het meest profijt heeft. Niet Rusland, maar China. Want men is in Korea inderdaad in staat om bepaalde producten te vervaardigen. Men heeft vorder zowel voedingsmiddelen als ruw materiaal; en dat wordt voor een groot gedeelte aan China geleverd. In Zuid-Korea zijn de belangen misschien niet zo onmiddellijk kenbaar. Het is echter mogelijk om hierdoor een soort evenwicht te scheppen, waarmee o.m. ook Japan een beetje in bedwang wordt gehouden. Vergeet u niet in de economische oorlog is Japan op het ogenblik de grootste vijand. Het is dus eerkwestie van grote, staten, die hun commerciële belangen verdedigen. En dat brengt ons tot de laatste vraag aan de hand van, dit Koreaanse geschil: Wat voor belangen kunnen dat zijn? Laat mij nu proberen u een voorbeeld te geven uit uw eigen land. Heeft u enig idee, hoe groot op dit moment (we gaan dus nog niet, eens naar de toekomst) de industriële investering van de Ver, Staten is? (In percentage: 25%). U bent er niet ver vanaf. Ik zou het enkele procenten hoger schatten. We spreken dus niet over kapitaalsverstrekkingen, want dan komen we hoger, maar gewoon de arbeidsgelegenheid van uw eigen land hangt nu voor rond 25% af van de Amerikanen. Het is niet alleen dat die winst eventueel het land zou kunnen uitgaan, dat is niet zo erg. Het is echter zo, dat Amerika via dit kapitaal het dus in de hand heeft om met één slag de hele economie van uw land te ontwrichten. Op dezelfde manier wordt overal een economische agressie gepleegd. En die agressie gaat niet, alleen t.a.v. de vijand; ze gaat ook t.a.v. bondgenoten. Indien we ons de moeite getroosten om te kijken wat er in Zuid-Korea aan staat, dan komen we met enige verbazing tot de ontdekking, dat men daar nu b.v. een uitstekende machine-industrie heeft; dat men er voertuigen en ook treinmaterieel kan vervaardigen. Het is over het algemeen geen fijne industrie, maar er is inderdaad een redelijk zware industrie opgebouwd. Gaan we kijken wie do eigenaars ervan zijn, dan komen we met enige verbazing tot do ontdekking, dat het merendeel van het kapitaal plus de leiding van een aantal deze bedrijven in Amerikaanse handen is. Maar ga nu kijken in Noord-Korea, want daar is op het ogenblik iets nog veel vreemders aan de gang. Daar zijn de Russen nu aan het saboteren. Zij saboteren, omdat Noord-Korea zich moer op Mao’s China dan op Breznjefs-Rusland wil richten; en dat impliceert weer, dat men dus de schroef kan aandraaien. In Noord-Korea zijn een groot aantal fabrieken gebouwd, die echter voor belangrijke onderdelen afhankelijk zijn of waren van Rusland. Zodat Ruslands weigering om b.v. een quotum te vergroten betekent dat de economische groei, die ook daar noodzakelijk is, wordt afgeremd. Dit systeem nu wordt meestal vooraf gegaan door staatsgrepen of oorlogen. Als Rusland ontdekt, dat Tsjecho-Slowakije zich economisch tracht vrij te maken van de binding aan 56

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel Rusland, dan grijpt het in met een leger. Doet het dit nu alleen maar, omdat het een afwijken van de leer vreest? Welneen. Zelfs alleen strategische overwegingen hebben hier nog niet een doorslaggevende rol kunnen spelen. Er is iets anders. Tsjecho-Slowakije heeft een hoogontwikkelde industrie, die belangrijk is voor bepaalde producten voor Rusland. Maar een onafhankelijk worden van die industrie zou betekenen, dat bepaalde grondstoffen en onderdelen, die tot op heden alleen in Rusland worden vervaardigd of vin Rusland worden verhandeld, nu niet meer alleen vandaar zouden komen. Men zou dus zijn eigen positie t.a.v. Rusland ook economisch kunnen bepalen. Het gaat op het ogenblik in de wereld om een economische-dominantie. En zoals dat in Rood-China te zien is, de groepen die optreden proberen daarbij bepaalde projecten te sparen. Het is typerend voor zo'n situatie, dat b.v. in China met de vele opstanden en de vele oproertjes, die er zijn geweest, de centra voor biologisch- en kernonderzoek geen enkele keer zijn getroffen. Niet alleen door hun geïsoleerde aanleg of het feit dat ze zo goed zijn verdedigd, maar doodgewoon omdat alle partijen er belang bij hebben die ontwikkeling te sparen. Denkt u nu even aan de tweede wereldoorlog. Vindt u het niet typerend voor een situatie, dat een bedrijf als Krupp (Krupp-Westfalen vooral), gelegen in een bombardementsgebied, waar hele steden worden weggevaagd, drie maanden na de capitulatie al in staat was om zich te herstellen en na een jaar volledig draaide? Vindt u het niet verbazingwekkend, dat de z.g. F.N.-fabrieken in België geen ogenblik werkelijk ernstig geschaad zijn in hun productievermogen? Ik kan er meer noemen. Hetzelfde zien we gebeuren in Noord- en in Zuid-Vietnam, in Noord- en in Zuid-Korea. Ergens zijn er "heilige" plaatsen. Als we goed kijken wat het voor plaatsen zijn, dan blijkt dat dat plaatsen van onderzoek zijn of van industriële mogelijkheden. Nu krijgt u misschien een beeld, dat veel verder gaat dan het raadsel Korea. Het is natuurlijk een raadsel, hoe de Amerikanen in Koren verslagen konden worden, want dat zijn ze feitelijk. Maar het is niet zo'n groot raadsel meer, als je weet dat ze - alle strategische waarden terzijde stellend - zekere centra niet mochten vernietigen of veroveren. Die centra bestonden vóór die tijd en ze bestaan nu nog. Wie is de geheimzinnige heerser, welke macht is het, die dit alles dicteert? Welke macht is het, die b.v. Rusland ertoe brengt, als er een schaarste aan platina is, geen geregelde afzet te zoeken, ondanks alle mooie verdiensten die er dan zijn, maar stootsgewijze partijen op de markt te brengen en dit via de meest verschillende plaatsen en beurzen? Want vreemd genoeg wordt platina weliswaar officieel in Engeland verhandeld, maar onofficieel wordt het ook verhandeld in Philadelphia, het wordt in New York genoteerd en het duikt soms zelfs op in landen als Malakka. Waar komt dat vandaan? Waarom? Wat is het spelletje, dat er wordt gespeeld? Zijn de machthebbers op deze wereld nu werkelijk elkaars vijanden of niet? En dan kun je alleen maar zeggen: je weet het niet. Je weet het werkelijk niet meer. Deze mensen geloven dat ze elkaars vijanden zijn, maar gelijktijdig dienen ze elkaars belangen. Hoe kan dat? De Zuid-Koreanen doen alles om Noord-Korea uit te schakelen. Maar gelijktijdig zorgen ze ervoor, dat bepaalde transporten doorkomen van noord naar zuid en omgekeerd. Waarom? Er is in Vietnam een voortdurende felle strijd tussen Noord en Zuid. De Amerikanen trekken op. Maar waarom grijpen ze niet in door een blokkade en laten ze toe, dat schepen - vaak onder Cubaanse, Panamese of Chinese vlag daar ladingen afzetten. Hoe kan dat? Hoe kan het, dat een Japanse vrachtlijn elke maand met drie schepen naar noord Vietnam gaat en daar voornamelijk Amerikaanse producten aflaadt, terwijl een particuliere organisatie niet in staat is om een dergelijke leverantie door te sturen. Let wel, dit zijn feiten. Als je die vraag gaat stellen, dan moet je wel een uitermate vreemde conclusie trekken. Er zijn kennelijk machtsbelangen, die boven alle menselijke belangen staan, zodat zelfs de grootste vijanden samenwerken om te voorkomen dat de eenvoudige man begrijpt wat er gebeurt. Al die geheimhouding zou niet nodig zijn, indien men eerlijk toegaf wat men deed, naar men geeft het niet toe. 57

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel West-Duitsland is de vijand van Oost-Duitsland. Toch vindt een aardig deel van de speciaal-producten uit West-Duitsland afzet in Oost-Duitsland. Hoe zit dat? Er is ergens een macht. En deze macht - nu wijk ik dus van de titel af en kom tot de kern van de zaak - heeft geen bepaald aangezicht. Je kunt niet zeggen: 0, daar gaat De Jong of Nixon, en dat is een representant van die macht. Er is een economische macht, die kennelijk zowel in de communistische als in de democratische landen een rol speelt. Een macht, die op den duur de economie en daarmee het gevoel van welbehagen of zekerheid van de burger in de hand heeft. En de politicus is afhankelijk van de aanvaarding van zijn gezag door de burger. Geen dictator kan regeren als het hele volk zegt: Doe het zelf maar. Geen leger kan winnen, als de soldaten zeggen: We zien geen reden ons leven te wagen en te schieten. Waarom zouden we een ander doden? Een samenzwering misschien? Nou, het ziet er niet naar uit. Ik geloof eerder, dat het ligt in de economische opbouw 1 van de maatschappij over de hele wereld. Ik hoop dat ik u niet verveel met politiek en economie. Maar het is werkelijk in deze dagen een uitermate leuke ontwikkeling. Als je kijkt naar al die landen, waarin een stijging van de welvaart is, dan horen we dat daarvoor een productiestijging nodig is. Gelijktijdig zien we, dat de werkelijke productiestijging voor een groot gedeelte door niet-verbruikswaarden wordt opgeteerd. Er is dus wel een toename van productie, maar niet van voorradig product. Dat kan alleen, indien er mensen zijn voor wie ook geld en product geen rol spelen. Wie zouden dat kunnen zijn? Waarschijnlijk de mensen, die alles toch wel hebben. De mensen, die niet op de Beurs opereren om te winnen, maar om te spelen. De wereld is in handen van een groep spelers, die met de economie spelen. Het is vervelend het te zeggen, want nu denkt u natuurlijk dat ik hier een aanklacht pleeg op de kapitalisten. Maar dat is niet waar, want in het Oostblok gebeurt dit ook. In China eveneens. En dan kom ik tot een eindconclusie wat dit betreft, want ik heb over China dadelijk nog meer te zeggen. Er zijn overal mensen, voor wie het manipuleren met macht en bezit een levensdoel is geworden, omdat zij vervreemd zijn van de werkelijke menselijke relaties. Alle anderen zijn hun speeltuig, of ze bet beseffen of niet, en worden door z.g., economische, politieke en strategische noodzaken gedwongen om het spel mee te spelen. Deze mensen kunnen niet afzonderlijk worden genoemd. Over de gehele wereld zijn het er misschien tien- of vijftienduizend. Zij spelen het spel om het spel. Ze zijn vergeten, dat een mens, een mensenleven en menselijk geluk geen dingen zijn om mee te spelen. Nu ik dit alles heb gezegd, wil ik nog even terugkomen op de ontwikkeling in China. Ik heb u al gezegd: Op het ogenblik wil de partij een totaal nieuwe grondwet, een nieuwe opbouw zelfs. Men is van plan de hele partijstructuur te wijzigen. En daarnaast is men ongetwijfeld van plan om op de een of andere manier de uitbarstingen te voorkomen, die de laatste tijd - al komt het niet altijd zo direct op de voorgrond - toch in vele delen van dit grote rijk onrust baren en heel vaak ook hele steden tijdelijk uitschakelen, hele industrieën tijdelijk stilleggen. Wat staat daar aan macht tegenover? Dat is juist het aardige ervan: de jongeren. Niet alleen dat de revolutie van de Rode Wachters een groot aantal mensen heeft wakker gemaakt voor het vermogen van de massa, daarnaast heeft men ook de tweeledigheid van beloften en woorden ingezien. Er is in China sprake van een groeiend wantrouwen tegenover alle partijen. Of men nu Moskou-gezind is of Amerika-gezind of dat men Mao-gezind is, interesseert de meeste mensen niet meer. Zij maken de bewegingen mee, zoals iemand omwille van zijn relaties ter kerke gaat en plechtig alle gebaren meemaakt en ondertussen hoopt, dat het snel afgelopen zal zijn. En deze mensen brengen nu denkers voort. Iemand, die in China studeren moet, moet partijlid zijn. Maar een partijlid kan leven in een milieu, waarin niet de regering wordt gekritiseerd, maar waar elke verklaring, die onduidelijk is, als zodanig wordt aangeduid; en dat brengt hen aan het denken. Veel jonge Wachters zijn zo plotseling teruggezonden naar hun steden, dat ze in beroering met een dergelijk milieu niet 58

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel meer blind of doof waren voor de reacties. En dezen beginnen nu de macht te vormen (de voor de gezaghebbers wel zeer gevaarlijke macht), die geen respect heeft voor heilige plaatsen; die niet meent dat de economie, ten koste van alles moet voortdraaien; dat een leger ten koste van alles bewapend moet blijven; dat het onderzoek ten koste van alles noot voortgaan. Het is deze groep, die in de komende paar jaren zeer veel van zich zal doen horen. Juist door de vage formulering van de, partijdecreten heeft men weer een wapen neer in de hand gekregen, een agitatiemiddel, dat kan worden gebruikt, zonder dat men daarvoor wordt gestraft. Iemand, die vol enthousiasme vraagt op welke wijze onze goede leider Mao dan in staat is om zijn bevelen zo snel overal door te geven, die kan gelijktijdig duidelijk maken dat het dus niet vaststaat, dat iemand anders nog in de raad wordt betrokken. En als iemand vraagt, hoe het komt dat de democratisch gekozen representanten alleen maar advies-gevend zijn en waarom. Als hij die vraag uitlegt, dan is hij niet strafbaar. Deze vorm van agitatie heeft er zelfs toe geleid, dat in Kanton en Peking verscheidene universiteiten zijn gesloten. Deze vorm van agitatie heeft ook ertoe geleid, dat er een aantal oude middenstanders - meestal wat oudere dames en heren en zich aanpassende intellectuelen - eveneens opstandig beginnen te worden. En gezien de wijze, waarop men op het land moet gaan werken (dat is voor de jeugd, de studenten en ook voor de middenstanders' voorgeschreven), worden deze ideeën ook verbreid in de veel behoudzuchtiger, maar daardoor ook juist veel vasthoudender boerenbevolking. In China hoeft men zonder het te willen met zijn poging om een partijraad tot stand te brengen, met zijn poging om tot een nieuwe Formulering te komen en om het bureaucratisch gezag op een andere en nieuwe basis een vastere greep op het volk te geven, een weerstand van de onderlaag gewekt. Als Amerika ooit uit Vietnam weggaat, dan zult u zien dat daar hetzelfde bestaat. De tussenfase van bijna steriele ontwikkeling op technisch terrein zal in Vietnam waarschijnlijk ook niet voorkomen. Ik kan wel één ding vertellen: Op het moment, dat de Vietnamezen niet meer worden geregeerd door een gewapende macht van een andere dan van eigen land, zouden vele regeringsfunctionarissen van het ogenblik hun leven in onmiddellijk gevaar zien. Dat is ook in China mogelijk. Bovendien is Mao niet zo gezond, als men zegt en zijn de "stand-ins" voor Mao niet meer geheel onbekend. En dat is altijd een gevaar. Neen, wat we hebben gezien, gekristalliseerd in Zuid-Korea en Noord Korea, dat zien wij op een heel andere wijze overal op de wereld. Er is geen reden om je ertegen te verzetten of je erover druk te maken. Want zolang het huidige systeem - en daarmee bedoel ik het systeem van werken om te leven en leven om te werken - heerst, zullen de geheimzinnige machthebbers aan de macht blijven. Zolang men zekerheid vraagt in plaats van vrijheid, zullen de geheimzinnige machthebbers aanblijven. En dan zal de revolutie van de onderlaag hoogstens een verandering in de toestand kunnen brengen naar buiten toe, maar nooit van binnen uit. Wie voorbeelden wil hebben, moet eens kijken naar de Franse revolutie. En dan moet men niet alleen denken aan b.v. Fouché, de politiechef, maar dan moet men ook denken aan verschillende bankiers, die kans hebben gezien om revolutie, Napoleon, koninkrijk en hernieuwd keizerrijk te overleven. Als men zich dat realiseert, dan realiseert men zich ook, dat er altijd een macht achter de troon is, die ontzettend flexibel is en die zich niet baseert op een systeem, maar alleen op een manipulatie. Het raadsel Korea is opgelost, indien wij ons realiseren, dat het hier in feite niet gaat om menselijke waarde, maar om manipulaties; dat het tentje Gran Guignol eigenlijk een symbool is van wat er in feite gebeurt: een scheiding met veel ceremonieel en achter de schermen de touwtjestrekker. Deze tijd brengt u een toenemend besef hiervan en daardoor een toenemende revolutie, die onaanvaardbaar is. Het is b.v. opvallend, dat men zich tegen hashisch e.d. zo uitermate sterk verzet, terwijl andere, in feite voor het lichaam even of meer schadelijke middelen, niet alleen zijn toegelaten, maar zelfs worden geëerd door de buitengewoon hoge accijnzen, daarop 59

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel gelegd. Indien men zich echter realiseert, dat hashisch en dergelijke middelen een zekere, vlucht uit de werkelijkheid mogelijk maken, dan zal men zich nok gaan realiseren, dat bij een vlucht uit de werkelijkheid de sterkere, die niet de slaaf wordt van zijn dromen, zich gaat afvragen, waarom die werkelijkheid zo is, dat je ervoor moet vluchten. Het verzet tegen levensgewoonten, die niet passen in het algemene patroon, komt niet alleen voort uit de behoefte om de mens in een bepaald moreel kader te doen leven. Het komt ook voort uit de angst dat de mensen, die vrijer zijn, misschien minder gezeggelijk zullen zijn. Het kader, dat men heeft geschapen, breekt overal. En daarmee begint een nieuw ontwaken en een nieuw denken. Een denken, dat voorlopig binnen het systeem tracht iets te bereiken. Totdat men beseft, dat men staat tegenover manipulaties, die men niet aan kan en eenvoudig zegt: We gaan onze weg zonder te protesteren tegen regeringen. We doen. Op dat ogenblik wordt het voor een manipulator moeilijk. Zoals het in Korea heel moeilijk zal worden voor Noord en Zuid om de dictatoriale bevoegdheden in stand te houden (dus in feite de politiestaat), die om de een of andere reden niet meer houdhaar zijn. Of die reden nu is een gewapend verzet, dan wel het onvermogen om de massa te beheersen. DE NIEUWE LEER U heeft een hele tijd niet veel meer gehoord over de Wereldleraar en zijn leer en u zult waarschijnlijk denken, dat het in het vergeetboek is geraakt. Dat is zeker niet het geval. Veel van de stellingen, die de Wereldleraar indertijd heeft gebracht en heel veel commentaren en de toepassing daarvan zijn op het ogenblik in vele landen in omloop. Zij spelen b.v. een rol in het zuiden van Azië, maar zelfs ook in het zuiden van Rusland. Daarnaast zijn ze doorgedrongen tot Japan, waar zij nu een zeer belangrijke sekte aan het beïnvloeden zijn, terwijl ze in Afrika (Vooral in Noord-Afrika) eveneens hier en daar aanhang beginnen te winnen. Het moeilijke van deze nieuwe leer is wel, dat ze niet gebonden is aan een organisatie. Als je eenmaal een organisatie hebt, kun je de mensen zeggen: Zo moet je doen. En dan zijn er genoeg mensen, die het doen. Dan heb je invloed. Maar hier is het eerder een kwestie van een veranderde mentaliteit, die de visie op de problemen van het leven, de wereld en de medemens langzaam maar zeker verandert en daarmee de reacties van de mensen. Omdat de stelregels op het ogenblik hoofdzakelijk in zeer kleine delen worden doorgegeven, zouden we kunnen spreken van een soort vlugschrift-propaganda. Er trekken op het ogenblik mensen door alle Arabische staten (ook door Pakistan en India), die eigenlijk niets anders doen dan soms blaadjes uitdelen als de mens kunnen lezen, maar in de meeste gevallen vertellen. Zij vertellen, ze argumenteren, ze debatteren. Deze mensen zijn in staat om langzamerhand duidelijk te maken waar de fout zit. Zo moeten wij aannemen, dat de stellingen van de wereldleraar in de komende jaren ook wel degelijk zal doordringen tot het westen. Ik heb alle reden te vermoeden, dat het eerstvolgende land, waarin deze veranderde mentaliteit bij meer mensen gaat optreden en daardoor ook de houding tegenover de totaliteit verandert, Turkije zal zijn. Wij veronderstellen (ik weet het dus niet zeker), dat de actie, die daar nu aan de gang is (vooral in Anatolië) een zeer grote invloed zal hebben; en daarmee de houding tegenover de moslim-regering (dat is het eigenlijk) zal veranderen en mede een nieuwe instelling gaat brengen t.a.v. de sociale ontwikkelingen daar. De Wereldleraar heeft niet alleen geprobeerd de mens een weg te tonen, die ergens naar de hemel voert,(want per slot van rekening, in de hemel kom je vanzelf, als je maar zoet genoeg bent op aarde),maar hij heeft getracht de mens een weg te tonen om goed te leven op aarde. En goed leven, dat betekent voor de wereldleraar gelukkig leven, geluk brengen aan anderen; en voor de rest je niet te veel aantrekken van anderen. Een stelling, die natuurlijk hier en daar - o.a. in India - wordt beschouwd als opstandige propaganda. De resultaten ervan zijn op het ogenblik betrekkelijk gering. We hebben dat gezien in de stichting van de coöperatieve dorpen in India, die hand over hand toeneemt. We zien het ook in de vorming van z.g. kleine gemeenschappen, vaak vele dorpen omvattend, zoals dat nu vooral in West-Pakistan het geval is.

60

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel In de Arabische staten is het een verandering van houding tegenover wat men noemt de giaurs (de ongelovigen) en daarmede ook een vèrandere instelling tegen vele westerse denkwijzen en procedures. Op deze manier schijnt dus op hut Arabische schiereiland een verandering aan de gang te zijn t.a.v. landbouw en veeteelt. En ofschoon dat eigenlijk meer economisch dan geestelijk is, verandert hierdoor ook de stamgebondenheid en worden saamhorigheidsgedachten, die eens alleen maar berustten op een soort trots en onderlinge trouw misschien, veranderd in menselijke relaties, die nog wel op een belangengemeenschap berusten, maar die in staat zijn anderen op te nemen. Je kunt het karakter van de mensen niet helemaal veranderen, dat is duidelijk. Maar je kunt wel zorgen, dat hun inzichten t.n.v. het nieuwe en ook t.n.v. een andere vorm van samenleving veranderen en hierdoor een gemeenschapszin aankweken die eigenlijk afwezig was. Opvallend is ook het effect, dat dit heeft vooral in Boven-Egypte. Hier zien we de samenwerking, die in de kleine steden eigenlijk meestal op machtsverhouding was gebaseerd, langzaam maar zeker omzwenken in de richting van samenwerking van gelijkgezinden. Ik meen ook wel, dat in de richting van het Tsaad-meer de zaak aan het doortrekken is. Dat gaat heel Afrika wel door. Maar voorlopig geloof ik, dat een van de belangrijkste landen, waar dit in de huidige Arabische gemeenschap werkt, wel Saoedi-Arabië is. Opvallend is verder de invloed, die men vooral heeft in de Kaukasus, maar indirect ook in de richting van Zuid-Rusland. Het is duidelijk, dat een Rus ofwel een gelovig man is ten koste van alles, dan wel - opgevoed zoals hij is - iemand, die meent gelovig te moeten zijn, omdat hij anders zichzelf als een kleingeestig, kleinzielig en bijgelovig mens zou tonen. De relatie bij de olie-industrie in en rond de Zwarte Zee tussen gelovigen en ongelovigen is op het ogenblik sterk aan het veranderen. Ik zou niet willen zeggen dat het een kwestie is van tolerantie, maar eerder van besef van gelijkwaardigheid: "die ander is toch ook veel waard." Er is een samenwerking mogelijk. Een tweede aspect, dat ook wel erg belangrijk is: het denkbeeld van geschijnt hier een grote rol te gaan spelen. In Anatolië kunnen we in de eerste plaats wel rekenen op het breken van de vaak nog zeer middeleeuwse gezagsverhoudingen. Ook hier zien wij nu - zij het heel traag – de belangstelling voor de medemens ontwaken. Ik geloof dat de rampen uit het verleden daaraan een klein beetje hebben meegewerkt, omdat men gaat beseffen: het kan ons morgen ook gebeuren en dan worden we misschien ook in de steek gelaten. De eerstvolgende jaren dus hoofdzakelijk uitzaaiingen in Turkije en Zuid Rusland. Maar ik geloof, dat als we zien dat de zaak in de Oekraïne gaat beginnen, we gelijktijdig óók zullen moeten constateren, dat in Griekenland en Albanië, Europa wordt benaderd. Omstreeks het, jaar 1980 moet ik aannemen, dat die propaganda zo ver is gevorderd, dat men - zonder misschien de bron te weten - gelijkluidende stelregels verkondigt vanaf het zuiden van Azië tot het hele zuiden van Europa. En daarmee zal een enorme invloed worden geschapen op de Aziatische en Europese continenten. Voor de Wereldleraar was het zeer belangrijk, dat zijn leer niet tot systeem zou worden. En, dat is begrijpelijk, omdat zowel de geloofsleer in b.v. het christendom en de islam als ook de systeemleer (denk eens aan het marxisme en leninisme) getoond hebben tot een dogmatiek te worden, die geen oog meer heeft voor de mens, maar alleen voor doelstelling. De ontplooiing van de denkwijze van de Wereldleraar op het ogenblik via deze mond-tot-mond-propaganda en de vlugschrift-propaganda heeft dus m.i. vele grote resultaten. Zij integreert de gedachte in het bestaande en tracht niet naast of boven het bestaande tot uiting te komen. Een bijzonder interessant punt is verder het samenstellen van verschillende, kleine boekjes (ik meen, dat ze in de Punsjab worden gedrukt). Verspreid worden ze o.a. ook in Rangoon. Die boekjes zijn eigenlijk nog maar gewoon een stukje filosofie. Ze worden uitgegeven als een 61

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel soort filosofietje over het leven. Maar op den duur zou dit wel eens tot een bijbeltje kunnen worden voor heel veel mensen. Mensen, die zeggen. "hoe, moet ik nu reageren?" kunnen het daarin lezen; en zonder hun te zeggen: "zo moet je doen" krijgen ze nieuwe inzichten, Daar is het boek van de waarheden: de Teh King (?). U weet, dat je daarmee al wichelende verzen kunt samenstellen, waardoor je precies weet waar je aan toe bent. Maar het samenstellen van die verzen is altijd nog een lotskwestie. In dit nieuwe boekje lees je eenvoudig een hoofdstukje over de mens en de techniek. Of je leest een hoofdstukje over de intermenselijke verhoudingen', of over de verhouding mens - God. En dan weet je waar je aan toe bent. Er komt een eigen denksysteem naar voren. De mens reageert vanuit zichzelf, niet vanuit een opgelegde verwachting of angst; en hij heeft toch een richtlijn in het leven. Ik meen, dat deze ontwikkeling van buitengewoon groot belang is, omdat de nieuwe loer vooral in Azië op het ogenblik nodig is. Do revolutie van Azië gaat nl. veel verder dan men zich realiseert. Ik meen, dat dit juist in de halfontwikkelde landen, waaronder ik dan ook vele van de Arabische staten en Turkije (althans grote delen ervan) reken, een aanpassing betekent aan een tijd, die eigenlijk nog pas is aangebroken. Je zou kunnen zeggen, dat dergelijke landen, die in gisting en revolutie zijn of die vanuit en halfontwikkeld zijn de sprong moeten maken over vele eeuwen van normale vooruitgang naar een nieuwe tijd. Juist door de verbreiding van deze leer een totaal nieuwe zienswijze op het leven kunnen krijgen en daarmee een aanpassing, die veel beter is. De Wereldleraar heeft zelf eens gezegd: "Hij, die middelen versmaadt, omdat ze onwaardig zijn, is een dwaas. Slechts hij, die middelen gebruikt, die strijdig zijn met hetgeen hij wil bereiken, is een wijze(?). Zoals hij ook eens heeft gezegd: "De mens, die leeft naar het woord van anderen, is een dwaas. Hij echter, die leeft naar zijn besef, gebaseerd op de woorden van anderen, is een wijze. Ik geloof, dat de middelen die worden gebruikt aantonen, dat de leerlingen en volgelingen van deze Wereldleraar wijzen moeten zijn. Zij treden niet nadrukkelijk in het openbaar op, maar ze voeren een propaganda, waardoor in elke kerk en in elke vorm van politiek denken een nieuw denkbeeld ontwaakt. Dit is m.i. een zeer belangrijke geestelijke ontwikkeling, die - als het even meevalt tot een bijzonder rijke geestelijke ontplooiing zal voeren in de komende eeuw. SPRINGPLANK Wie ver wil springen, gebruikt een plank, waardoor hij iets meer omhoog komt bij de laatste afzet en daardoor verder springt. Of misschien zelfs iets, waar veren onder zitten, zodat hij hoger kan springen en gelijktijdig verder. Het komt aan op de kracht van de atleet, niet op de springplank zelf. Indien ze eenmaal goed is geplaatst, zal ze echter de atleet helpen meer te presteren met zijn mogelijkheden. Vele denkbeelden in deze wereld zijn eigenlijk maar een springplank voor de eigen prestatie en ontwikkeling van de mens. Heel veel kleine daden en kleine gebeurtenissen zijn doordat ze richting geven aan bestaande energieën een springplank, waardoor een vernieuwing zich kan doorzetten, die anders misschien zou hebben gefaald. Vergeet niet, dat het in het leven geestelijk zowel als stoffelijk - vaak een kwestie is van enkele ogenblikken, of enkele centimeters. Iets tekort schieten betekent falen. En daarom hebben we behoefte aan een springplank. Het is dan niet belangrijk, hoe die springplank heet of wie die springplank is of vanwaar hij komt. Belangrijk is, dat ze ons helpt om meer te zijn, meer te bereiken. Want de mens, die op aarde denkt te zijn alleen maar om te bestaan, had beter plant kunnen worden. Het ligt in de, mens om iets te bereiken, onverschillig wat. En als je iets wilt bereiken - wat het ook zij - dan moet je een begin vinden. Je moet een eerste poging wagen en vanuit die poging kun je dan eindelijk zien, of je zult slagen. Maar vergeet niet: het gebruik van een springplank moet geleerd werden.

62

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 5 – Het Koreaanse raadsel De atleet, die nimmer een springplank heeft gebruikt, zal zeer zorgvuldig moeten afmeten, hoe hij de juiste aanloop meet nemen. Hij zal rekening moeten houden met de sterkte van de veer, opdat hij de zwaarte van de laatste stap, die sprong a.h.w. kan vinden. Zo gaat het met u. Vele ideeën, vele denkbeelden zijn een springplank voor u naar een grotere bereiking, een groter geluk misschien of een grotere geestelijke wijsheid. Maar zij zijn niet meer dan dat. U bent het zelf, die ervan zal moeten maken een bereiking, die onmogelijk werd geacht. En dat kunt u alleen, indien u zorgvuldig afmeet wat mogelijk is, indien u zelf initiatief neemt en niet verwacht dat de springplank u zonder meer verder zal brengen. En ten laatste, wanneer u met inzet van heel uw vermogen en krachten springt en niet wacht, of er misschien iemand zal zijn, die u het laatste eind wel zal dragen - geestelijk zowel als stoffelijk - dan bereikt u of geheel òf geheel niets. Alles, wat ertussen ligt, is falen, want het betekent terugval, worsteling en lijden. Slagen betekent geluk, vrede en de mogelijkheid tot verdergaan. Daarom hoop ik, dat u allen - waar dan ook - een springplank zult vinden die u in staat zal stellen om gelukkiger te worden, meer te bereiken en meer inzicht te verwerven.

63

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos

LES 6 - DOORBRAAK IN DE CHAOS.

Indien we op het ogenblik de ontwikkelingen bezien bij de jeugd, bij de vele mensen, die losgeslagen heten in deze tijd, dan vallen ons een paar aspecten zeer in het bijzonder op. Wij zien langzaam maar zeker een woordmoeheid optreden. Er is een tijd geweest, dat enorm veel werd gediscussieerd. Nu heeft de discussie eigenlijk maar één doel, het tot stand brengen van een feit. En dat is een grote verandering. Deze ontwikkeling in de jeugd kunnen we overigens over de hele wereld zien en daarbij zijn enkele aspecten van religieuze, pseudoreligieuze en semi-religieuze geaardheid. Om goed te kunnen begrijpen wat er zich afspeelt, zoudt u naar een paar lessen terug moeten grijpen, waar u over een dergelijk onderwerp reeds een uiteenzetting kunt vinden. Maar ik zal hier kort nog enkele punten samenvatten om dan mijn chapiter op te bouwen. Ten 1e: ontkerstening, doordat het Godsbegrip veel minder sterk kan worden bepaald en daardoor het gezag, dat aan een te vage God wordt ontleend, ressentimenten oproept en overal verzet heeft uitgelokt. Ten 2e: de erkenning bij steeds meer mensen, dat een Goddelijke wet of een religieus bestaansrecht alleen kan voortvloeien uit een feitelijke toestand. Ten 3e: de grote behoefte van de mens om tot een meer persoonlijke uiting te komen en daarmee ook tót een meer persoonlijk contact met de oneindigheid. Als ik die paar punten noem, dan zult u zeggen: Ja, dat weten we wel. Maar als je dan een punt zoekt om aan te haken, dan valt je onwillekeurig op, dat het gebruik van allerhande middelen als LSD, hashish, marihuana, de verschillende z.g. pep-pillen e.d. toeneemt. We weten, dat de roes overal wordt gezocht, zelfs de aceton-roes, de ether-roes. Vreemd genoeg experimenteert hiermee een betrekkelijk groot deel van de jeugd. Ik zeg "betrekkelijk", omdat voor de hele wereldbevolking, daaronder gerekend degenen die niet ouder zijn dan 25 jaar, kan worden gesteld dat 1 à 2 % met een dergelijke ervaring kennis maakt. Deze mensen proberen iets te ervaren wat hen buiten de werkelijkheid van hun eigen wereld plaatst. Ze maken een LSD-trip, waarbij ze in zichzelf onnoemelijk veel kunnen beleven, maar ook kunnen ontdekken. Ze zoeken een roes, waardoor hun zintuigen hen beter schijnen te dienen. Ze zoeken een gevoel van verhevenheid, zoals dat door andere giften ook wordt geproduceerd. Het is misschien niet juist om te zeggen, dat hiermee een vooruitgang in de goede richting wordt gemaakt, want de mens zal deze dingen uit zichzelf moeten vinden en ik geloof niet, dat hij door gebruikmaking van dergelijke hulpmiddelen ooit tot een voor hem blijvend waardevol resultaat kan komen. Toch is het uitbreken uit de normale wereld een heel belangrijk punt geworden. Het is nog niet zo lang geleden, dat begrippen als "god" en abstracties als "vaderland" e.d. in staat waren om elk argument te smoren in emotionaliteit. Maar nu blijken de emoties dus door feiten te worden gewekt en niet meer door abstracte pretenties. Zeker, er zijn nog fanatieke Katholieken, Communisten, Protestanten en weet ik wat nog meer, maar toch zijn deze mensen in hun benadering al anders aan het worden. Zij vragen zich af: wat kan ik in de wereld bereiken? Mijn wereld ligt mij niet meer. En omdat die wereld, zoals ze nu is, onaanvaardbaar is, is ook het Godsbeeld van die wereld onaanvaardbaar geworden. De veranderingen, die daaruit voortvloeien zijn natuurlijk vele. Wij kunnen hier denken aan de geschillen over de pil, over het priestercelibaat, over de interpretatie en het interpretatierecht van bepaalde delen van de bijbel in andere kerken. We kunnen ons indenken hoe er verzet is ontstaan o.a. tegen de te beschouwend levende boeddhistische monniken in delen van de boeddhistische wereld. We vinden overal wel stenen des aanstoots. Maar die geschillen zijn 64

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos niet voortgekomen uit de Godsverwerping, ze zijn doodgewoon voortgekomen uit een totaal nieuwe oriëntatie van de mens ten aanzien van de oneindigheid. Oneindigheid of eeuwigheid is een curieus begrip. Het is iets, wat overal wordt gehanteerd en dat nergens wordt begrepen. Dat is ook begrijpelijk. Iemand, die in tijd meet, kan oneindigheid of eeuwigheid niet beseffen. Maar de eeuwigheid is langzaam maar zeker dichterbij gekomen. Vroeger was het hiernamaals een wereld, die ver weg lag. DE toestand van eeuwige bezinning en rust (Nirwana), die je later zou bereiken. Nu is het tempo van leven van de wereld door de toename van de wereldbevolking en van kennis onder die wereldbevolking veranderd. Men staat op het ogenblik op het standpunt, dat alles vandaag kan gebeuren. De wereld van het duldzaam streven naar latere mogelijkheden heeft plaatsgemaakt voor de behoefte aan het feit nu. Vroeger zou je dat een wonder hebben genoemd, maar in het hedendaags begrip (religieus en anderszins) is het eigenlijk heel normaal geworden. Als wij ontdekken dat God geen wonderen kan doen, dan zeggen we: dan moeten we ook niet om die wonderen vragen. We moeten ook niet meer zeggen, dat God die wonderen wel doet. Dan moeten we doodgewoon een andere wijze van leven en ook van Godsbeschouwing vinden. We moeten ons aanpassen aan de feiten. Bij de moderne jeugd ligt die aanpassing aan de feiten eigenlijk veel meer op de voorgrond dan men aan de hand van haar gedrag wel zou zeggen. Er zijn natuurlijk minderheden. Als u kijkt naar al die jongelieden, die zich Hippies of Mots of hoe dan ook noemen, dan krijgt u het idee dat u met de jongeren, de jeugd te maken heeft. Maar de werkelijke jeugd - dat zult u zich realiseren - is zeker niet zo exhibitionistisch als deze betrekkelijk kleine groepen. Het probleem, dat die kleine groepen stellen, is echter wel degelijk het probleem van de hele jeugd. En daarom kunnen we toch wel in de evolutie van het denken proberen iets te begrijpen van de omwenteling. We hebben eerst gehad de losgeslagen benden, de “gangs”. De jeugdbenden zijn het begin geweest. Uit die jeugdbenden is voortgekomen wat we de provocatie kunnen noemen: het stelling nemen tegen de maatschappij, dat door enkele groepen zeer extreem werd doorgevoerd, maar dat eigenlijk bij alle jongeren een zekere weerklank kon vinden. Vandaaruit zijn we geëvolueerd naar wat we de “Bloemenkinderen” (de Hippies) noemden. Degenen, die zich de schoonheid en de charme van het leven in de eerste plaats als doel stelden. Maar ook dezen zijn langzaam maar zeker aan het verdwijnen en we krijgen daar tegenover de coöperatieve poging. De jeugdbende van eens, die uitdrukkelijk a-sociaal functioneerde, raakt meer en meer op de achtergrond. Daarvoor in de plaats komt de jeugd-gang, een soort coöperatie, die zich richt op de maatschappij, die tracht in de maatschappij verandering te brengen en die ook probeert haar denken aan te passen niet aan de maatschappij, maar aan een concept van leven, waarbij je zelf nuttig moet zijn om de zin van je leven te bewijzen, maar waarbij dit nut niet door anderen wordt bepaald, maar door jezelf. De ouderen schreeuwen hier over anarchie en ze voelen zich bijzonder gekwetst, als de een of andere optimistische schilder of schrijver afbeeldingen van meestal verzwegen lichaamsdelen in felle kleuren op het doek gooit, als hij karikaturen maakt van hoogwaardigheidsbekleders, die tot nu toe en door de kardinaalshoed en door de mantel der liefde zo zalig voor het oog van het publiek werden bedekt. Dat de jongeren agressief zijn, komt niet voort uit een negativisme. Er is een tijd geweest, dat men zou kunnen zeggen: De jeugd is negatief. Maar in de laatste 3 jaren heeft er zich een aanmerkelijke omwenteling afgespeeld. Dat die omwenteling niet heeft geleid tot concrete nieuwe filosofieën, nieuwe denkbeelden, nieuwe praxis, ach, dat is te begrijpen. In de eerste plaats grijpt de jeugd over het algemeen veel te hoog; in de tweede plaats realiseert ze zich niet, hoe het mogelijk is een probleem op te lossen niet alleen in theorie maar ook practisch in overeenstemming met de bestaande condities. Als ik dan toch wil spreken over een doorbraak in de chaos en daarbij bepaalde religieuze aspecten belangrijk acht, dan heb ik daar mijn redenen voor. 65

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos 1 Er is op het ogenblik - en nu ga ik naar een paar vreemde landen toe, omdat dat u meestal meer aanspreekt - in China een heel eigenaardig proces aan de gang. Dat is voortgevloeid uit de conflicten van de Rode Wachters, die hier en daar nog steeds leiden tot wat men kan noemen; een beperkte burgeroorlog, relletjes e.d. Deze jonge mensen zijn lang niet allen studenten. Velen van hen zijn arbeiders, sommigen werken op het land, anderen in fabrieken, er zijn partijleiders bij, kerncelleiders van de Communistische Partij, zowel als partijlozen. En al deze jongeren hebben samen één denkbeeld gevonden: wij moeten een waarheid vinden, die langer duurt dan wijzelf. Ze hebben daarvoor onwillekeurig gegrepen naar het boekje van Mao en natuurlijk naar alle geliefde uitspraken van "onze zeer hooggeachte enz. enz. leider Mao". Ze citeren hem bij het leven; dat is mode. Maar bij de citaten gaan ze niet meer uit van de theoretische betekenis, die het kan hebben in een sociale revolutie zoals men die in China ziet, maar ze gaan uit van de feiten. Voorbeeld: Namens Mao (ik geloof niet, dat hij het zelf heeft gezegd) Werd op een federatieve bijeenkomst van metaal arbeiders gezegd: "Het is noodzakelijk, dat wij de productie doen stijgen om het land te dienen. Daartoe is het nodig, dat elke mens zijn eigen inzet bepaalt”. Dat laatste had hij eigenlijk niet moeten zeggen, want de jongeren zeggen: Dus, wij moeten het zelf bepalen. Het is onze zaak, niet die van anderen.En wanneer iemand van het Partij-presidium komt en zegt: "Er moet in deze fabriek meer staal worden geproduceerd,” dan vragen deze jongeren. “Kameraad, hoeveel staal kun je zelf maken? Laat het ons eens zien." En als Kameraad dan niet veel staal kan maken - wat heel vaak het geval is - dan zeggen ze: "Kameraad, u deugt hier niet voor, gaat u weg. U hoeft ook niet tegen ons te spreken." Datzelfde in een wat andere zin zien we ook in Italië. De meesten van u hebben wel het een en ander gehoord over de religieuze relletjes die er zijn geweest in enkele steden van priesters, die werden weggestuurd e.d. Wat u waarschijnlijk niet heeft gehoord, maar wat toch wel zeer belangrijk is, is de vraag die men heeft voorgelegd aan o.a. een coadjutor van een bisschop: "Eminentie, hoeveel van uw eigen bezit heeft u aan de armen gegeven?" Toen zei die man: “Wat ik missen kon." Waarop een van de jongelui opstond en begon voor te lezen welke bezittingen deze Eminentie nog bezat en daarna opmerkte: "Jezus heeft gezegd: Indien gij mij wilt volgen, geef al uw goederen aan de armen. Laat alles achter en volg mij. U heeft dat niet gedaan. Hoe heeft u de brutaliteit om ons en onze priesters te vertellen hoe wij het christendom moeten beleven." Het is in de pers overigensonderdrukt, dat wil ik er wel bij vertellen. Men heeft geprobeerd de jongelui te overtuigen. Het is niet gelukt en het zal waarschijnlijk aanleiding zijn tot een aantal rellen en stakingen, waarbij o.a. Turijn, mogelijk Milaan en andere plaatsen in de nabijheid betrokken zullen zijn. Een soortgelijke reactie vinden we ook in Italië in de richting van Sicilië. Sicilië is, zoals u weet, het land van de “l’ombra” (schaduw), van de verborgenheid, de mafiosi en wat erbij hoort. Het bandietongeloof, dat daar heerst en ook de heidense kanten van het katholieke geloof hebben de ouderen een heel lange tijd schaak gehouden. Het vreemde is, dat er op het ogenblik o.a. in Palermo een groep jongelui is opgestaan, die niet alleen het gezag van de kerk aantast, omdat die de praktijken van de kerk niet goed keurt, maar die ook - wonder, o wonder - is opgetreden tegen enkele mafiosi, waaronder een capo-mafioso. En een capo-mafioso is een heel belangrijke man in de mafia. Het eindresultaat is nog niet te voorzien. Er is wat moord en doodslag geweest en vandaag of morgen ontbrandt daar tussen groepen jongeren en wat we kunnen noemen de gevestigde orde een grote strijd. De moeilijkheid is, dat de kerk in dit geval eigenlijk aan de kant van de mafia staat, want ze wil alles liever dan een doorbreken van de bestaande orde. En zo zal men ook daar de hoofden schudden en zeggen: Er is chaos. Maar is er sprake van chaos, als een mens probeert zijn wereld anders te zien, als die mens tracht de dingen beter te laten lopen naar zijn idee? Ik zou u duizenden voorbeelden kunnen geven, maar ik wil volstaan met één enkel voorbeeld, dat overigens niet in het buitenland speelt, maar hier in Nederland.

66

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos Er is een jongeman, een beetje hip waarschijnlijk, die ambtenaar is op een Gemeente-secretarie. Men is met enige verbazing tot de ontdekking gekomen, dat deze jongeman kans heeft gezien om de verdeling van de sociale uitkeringen in het anderhalf jaar dat hij daartoe toegang heeft, aanmerkelijk te veranderen. Hij heeft uitkeringen op de een of andere manier goedgekeurd of laten goedkeuren, die volgens de voorschriften eigenlijk niet gegeven zouden kunnen worden, maar aan de andere kant heeft hij de volgens de voorschriften reeds lange tijd uitgekeerde vergoedingen de nek omgedraaid. Het resultaat is: een heel grote crisis in die Gemeente, allerlei rommel in de Raad, een Gemeente-secretaris die is weggestuurd en alles wat erbij hoort. En het was één jongeman, die dat deed. Maar het vreemde van dit alles is niet, dat hier een jongeman in staat is met een beetje handigheid de hele werkwijze van een Secretarie te veranderen (althans van een deel ervan), veel interessanter is het dat een groot gedeelte van de Gemeente achter deze jonge ambtenaar staat. Er is dus sprake van een revolutie. Tot nu toe zouden we alleen hebben gedacht aan sabotage, het laten vastlopen van de publieke organen e.d. Tegenwoordig is het anders; er wordt niet gesaboteerd. Neen, vanuit het standpunt van degenen, die de wetten hebben gesteld wordt er meer geperverteerd. Dat wil zeggen: er wordt een andere richting gebracht. Die richting berust op het geloof, dat je eigenlijk voor je medemens betekenis moet hebben; dat je die betekenis zelf moet vaststellen; dat je zelf de verantwoordelijkheid moet nemen, indien er iets niet in orde is en dat het vaak gezonder is om een pak slaag te krijgen als je om je recht vraagt dan niet om je recht te vragen en niet geslagen te worden. Deze verandering gaat natuurlijk in de komende tijd in heel Europa rare dingen tot stand brengen; en daarin zal het volkskarakter meespelen. Ik beperk mij hier tot Europa, omdat het voor u het meest sprekende en dichtsbij liggend is. We krijgen een religieuze revolutie in vele landen. Nederland is er een beetje vooruit mee. Maar als dat ook in Italië plaatsvindt, als we een soortgelijke stilzwijgende revolutie van jongeren zien ontstaan in een land als Griekenland, als wij ontdekken dat een dergelijke verandering van mentaliteit sterk plaatsheeft in Spanje en Portugal (de laatste drie landen zijn in feite dictaturen), dan moeten we ons toch afvragen: Wat gebeurt er? God is niet meer het mannetje in de maan. God is niet meer iets, dat ergens een hof houdt achter de wolken. God is een daad geworden, een daad-realiteit. Kijken we naar de ontwikkeling in Italië, dan lijkt het erop of wij voorlopig rekening moeten houden met een sterke winst van het communisme daar. Maar de praktijk van het communisme wordt op het ogenblik sterk aangetast. Er is niet alleen een splitsing, zoals in vele landen, tussen de maoïstische en de Moskou-gezinde communisten. Neen, er is een soort derde extreme vleugel bij ontstaan. En die vleugel vraagt de Partij of ze nu niet eindelijk eens willen ophouden met praten en wat doen. De vleugel in Italië zal op de industrie-terreinen (vooral in het noorden van Italië) een heel grote rol gaan spelen. Maar zij zal het vermoedelijk ook zijn, die actief gaat ingrijpen in het arme en door het gouvernement toch wel wat verwaarloosde zuiden. Hier kunnen we grote veranderingen, maar ook grote onlusten verwachten. Ik neem aan, dat we in de zomer te maken zullen krijgen met vele straatgevechten in vele grote industriecentra in Noord-Italië, daarnaast zeer waarschijnlijk grote onlusten, ongeregeldheden en misschien aanslagen of sabotagedaden in de havenplaatsen in Zuid-Italië en grote strijd en bandietenvervolging (zo zult u het hier wel horen) in Sicilië. In Griekenland is de revolutie heel wat verder gevorderd dan de kolonels en de buitenwereld schijnen te verwachten. Er is nl. een methode om een systeem te overwinnen; nl. om niet tegen het systeem in te gaan, maar eenvoudig te doen wat je juist acht. Het negeren is vooral in Griekenland – erg moeilijk geworden. Toch heeft men door dit negeren van de het bestaande regiem kans gezien om over het hele platteland, dat oorspronkelijk eigenlijk nog wel een beetje of erg communistisch reageerde, dan wel blij was met de ordehandhaving van 67

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos de kolonels, een verzet wakker te roepen; een negeren van maatregelen, waardoor steeds meer kleine gemeenten zelf beginnen te reageren. Het leger van Griekenland zal m.i. niet in staat zijn dergelijke praktijken te onderdrukken. Er is immers geen tegenstand. Er is een slag in de lucht. Maar als je een regel stelt, zegt iedereen “ja, meneer” en gaat zijn gang. Dat is het meest hopeloze gevecht, dat er wordt geleverd; en dat zal binnenkort (rond augustus - september) kenbaar worden in de havenplaatsen en dringt dan pas werkelijk door tot de buitenwereld. Dan zal blijken, dat men eenvoudig zal moeten onderhandelen met jeugdgroepen, met arbeidersgroepen om iets gedaan te krijgen en dat een ambtelijk fiat weinig of niets meer zegt. Dat lijkt een teruggaan. Natuurlijk, voor een ordelievend Europa is dat niet leuk. Maar het is de enige manier om het gezag te ondermijnen. Die ondermijning is nu zeer ver doorgedrongen. Zelfs in Athene zijn er op het ogenblik een aantal plaatsen te vinden waar de mensen niet tegen het gezag spreken (ze zouden wel gek zijn!),maar waar ze dat gezag zo doelmatig weten te negeren dat het bijna pijnlijk wordt, zelfs voor de mensen van de geheime politie; en dat betekent wat. In Spanje is de revolutie duidelijk. We hebben in Spanje te maken met de studentenrevolutie, de Baskischerevolutie, de arbeidersrevolutie, die betere levensomstandigheden willen hebben en de priesterrevolte van de jonge priesters, die vinden dat de hiërarchie van de kerk nu eindelijk maar eens van haar troon moet afstappen en mens gaan worden. Deze revoluties tezamen brengen ook weer een soort elite voort. Die elite bestaat over het algemeen uit jonge mensen van 20 tot 30 jaar. Daaronder zeer velen van goede familie, zeer velen met een goede opvoeding, daarnaast arbeiders en specialisten op elk terrein. Dezen zullen zich binnenkort ongetwijfeld werpen op allerhande sabotagedaden. Voor Spanje moet worden verwacht: een toenemende ontwrichting van o.a. openbare voorzieningen, van bepaalde verkeersmogelijkheden. Er zal verder natuurlijk gerekend moeten worden op een sterk ingrijpen van de gewapende macht in sommige plaatsen en dat zal van arbeiderszijde zeker worden beantwoord met geweld. Ook hier is God eigenlijk niet meer Iets, wat je in de kerk zoekt. God is iets, wat je bij een medemens moet zoeken. God komt tot uitdrukking in de band tussen mensen, het begrip tussen mensen, de samenwerking. En een ieder, die zich macht aanmatigt boven anderen, is een duivel, tenzij hij dit doet met goedvinden van anderen en met begrip daarvoor. Een verandering, die voor Spanje - zoals u zult begrijpen - nogal hevig is. Wat Frankrijk betreft, ach, onze vriend De Gaulle stapt van stokpaard op hobbelpaard en terug. Zijn machtsmogelijkheden fluctueren. Bepaalde grote belangengroepen steunen hem op het moment op economische gronden. Het ziet er echter wel naar uit, dat ook hier het doorbreken zowel in het gaullisme als ook in de hier zeer sterke communistische partij en de verschillende z.g. democratische groeperingen gaat leiden tot een soort jeugdparlement, een jeugdgouvernement. De studentenopstanden in Parijs zijn misschien symptomatisch voor de chaotische toestand van Frankrijk. Maar ze zijn zeker niet meer symptomatisch voor de ontwikkeling onder de jeugd. Die ontwikkeling is er een, waarin men niet meer zoekt naar de glorie van Frankrijk, maar naar menselijk geluk, naar een mogelijkheid om met elkaar samen te leven. Dat jonge mensen geen dwazen zijn, zal ook Frankrijk moeten ondervinden (waarschijnlijk al in mei), maar daarnaast - en ik geloof dat dat een kentekenende verandering in heel Frankrijk kan betekenen - in de maanden oktober - november. Als we gaan kijken wie de actiegroepen zijn, dan blijkt dat zekere extreem linkse en rechtse groepen ergens nog wel ageren, maar dat ze eigenlijk worden overvleugeld door een soort bijna niet georganiseerde geheime dienst (we zouden haast over een geruchtendienst moeten spreken), die in staat blijkt om vele officiële maatregelen te frustreren, voordat ze eigenlijk van kracht zijn geworden. Dat zal ook hier heel wat moeilijkheden baren, vooral voor de politici. In Duitsland is er op het ogenblik een jeugdbeweging, die zich probeert af te zonderen zowel van het Duitse socialisme als van het Duitse nationaal-socialisme - dat ook nog bestaat - en 68

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos die zelfs het Duitse democratische denken begint te verwerpen. Men wil daar - zoals men zegt van het "Amtszimmer" af. Men heeft het gevoel - vooral onder de jongeren - dat in Duitsland voorschriftenboekjes en ambtelijkheid weer een staatsvorm gaan brengen, die gelijk komt aan de periode onder Hitler - laten we zeggen 1934 – ’36. Deze jongeren zijn op het ogenblik al bezig om na te gaan, hoe zij daar een stokje voor kunnen steken. Er zullen dan ook wel een aantal leuke dingen gaan gebeuren. In Beieren b.v. kunnen we op zeer eigenaardige acties, bijna clowneske acties van de jeugd rekenen, die voor sommige politici heel erg onaangenaam zijn. In het noorden (o.a. in Hamburg) zullen we kunnen rekenen op een reeks demonstraties, die naar ik aanneem in geweld zullen ontaarden, waarbij de jeugd zowel de macht van de politici als ook de macht van bepaalde vakbondsleiders tracht aan te tasten. En dat laatste is natuurlijk een heel grote zonde in een welvaartsstaat als West-Duitsland. Bonn zelf zal voorlopig niet zozeer worden getroffen, maar steden als Keulen, Karlsruhe, zullen deze manifestaties aan den lijve ervaren. In Duitsland is op het ogenblik de strijd van de jeugd tegen wat men daar noemt “die grosze Fresse” aan de gang. De mensen, die ontzettend hard schreeuwen moeten eindelijk eens een keer belachelijk worden gemaakt, zo heeft men besloten. En ik geloof: ook hier is er geen sprake meer van een samenzwering, maar steeds meer mensen zijn tot de conclusie gekomen dat de teutoonse begrippen van God, van staat, van orde belachelijk zijn; en men heeft besloten er iets tegen te doen. Soortgelijke acties in Zweden zijn nu nog moeilijk te schatten, omdat de jeugd in Zweden te zeer ongeorganiseerd was en daardoor ook de geruchtendienst door het isolement van de jongerengroepen niet zo snel op gang is gekomen. Indien hier acties te verwachten zijn, zullen ze waarschijnlijk, voornamelijk in de omgeving van Stockholm plaatsvinden. In Denemarken is op het ogenblik al iets aan het doorbreken van een vrijheid en een vrijheidsgedachte. Ook in de kerk (zelfs in Jutland waar ze nogal erg vroom zijn, zoals vaak op zandgronden) begint men de godsdienstige voorgangers vragen te stellen, die niet erg gemakkelijk te beantwoorden zijn. Zoals bijvoorbeeld: Wat gelooft u werkelijk? Ik meen hiermee alleen al te hebben aangegeven dat er in Europa voldoende aan de gang is. Wat ik over Europa zeg, kunt u gebruiken als een voorbeeld voor de gehele wereld. Naarmate een maatschappij primitiever is (dus de verschillen tussen de standen groter en de mogelijkheden voor de lagere standen kleiner), moeten we rekening houden met het vormen van gangs; dus het optreden van minderheidsgroepen, die zich op gewelddadige wijze welvaart trachten te veroveren en gelijktijdig zich keren tegen elke vorm van gezag, die ze niet accepteren. Maar waar er een iets beschaafder wereld is, krijg je toch wel te maken met heel eigenaardige verschijnselen. We kunnen dan b.v. wel rekenen op een infiltratie van de K.K.K. door negers, wat tot heel eigenaardige gevolgen kan leiden. Negers, die zo licht van kleur zijn, dat ze - zoals dat wordt genoemd - een "passing-over" mogelijk vinden. Maar ze gaan niet meer op in de blanke maatschappij, doch ze treden op als vooruitgeschoven verkenners van zeer actieve zwarte groepen. Dat dit zelfs nog in deze zomer tot gewelddadigheden zal leiden en vooral tot het verbreken van enkele besloten vergaderingen, waarin men iets tegen rassengelijkheid heeft, is voor mij zonder enige twijfel. Dat men daarnaast ook rekening moet houden met jongerengroepen (vaak zelfs in kleur gemengde jongerengroepen, vooral in de westelijke staten), die eveneens op hun manier gaan reageren op de bestaande orde, de politionele gebruiken, de verkiezingsgebruiken en wat dies meer zij, acht ik ook zeer waarschijnlijk.. Het is in ieder geval wel een zekerheid, dat beperkte acties gedurende dit gehele verdere jaar zullen plaatsvinden en dat enkele daarvan (vermoedelijk in september en tegen begin december) wel een éclatant succes zullen worden. U zult zich afvragen. Wat heeft dit te maken met religie? Religie is godsdienst. Godsdienst is voor de jeugd niet meer een aantal rituele bewegingen. Godsdienst is een manier van leven. Het begrip "god" mag vaag zijn, maar de erkenning van iets beters en iets hogers ligt in de mensheid. En het werken in de mensheid en het contact met de mensheid is belangrijker dan al het andere. 69

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos Alle regels, die de mensen van elkaar gescheiden houden, worden eenvoudig overtreden; ze worden genegeerd. Alle maatregelen van overheden, van kerkelijke instanties, die de mens scheiden van de medemens en die - zullen we zeggen - de belangenstrijd tussen de mensen bevorderen, worden voorzichtig aangetast. Het is, of er over die oude maatschappij een soort roest-golf is gekomen: overal gaat het net ietsje stroever; overal is net een klein beetje gebrek, het gaat net niet helemaal goed meer. Overal falen machinerieën een klein beetje en het lijkt gemakkelijk te herstellen. Het is echter een cumulatief-effect. Dit alles is aanleiding tot een aantal conclusies. Een groot gedeelte van de jongeren op deze wereld ziet geweld niet als de vijand, maar de strijd tegen de onbekende tegenstander. Anders gezegd: Oorlog, geweld wordt geaccepteerd, maar dan alleen tegen degenen, die je kent. Je moet er een reden voor hebben, een persoonlijke reden. Dit leidt m.i. tot een steeds toenemende frustratie van allerlei oorlogsgeweld. Er zijn staten, zoals b.v. China, die deze tendens proberen te onderdrukken door gewelddadigheden te forceren. Overigens mag ik opmerken, dat u waarschijnlijk nu gehoord heeft (we hebben dat trouwens al voorzegd voor deze maand) dat er wat gewelddadigheden zijn geweest aan de grens tussen China en Rusland (in de buurt van Wladiwostok). Laat mij u zeggen, dat ook bij Mongolië voortdurend grensgeschillen aan de gang zijn en dat dit in China wordt gebruikt, om een dreiging van buitenaf te suggereren, zodat men dus uit zelfbehoud een soort enthousiasme voor krijg en leger tot stand kan brengen. Dat dit op het ogenblik niet lukt, is eveneens practisch zeker. In zo'n grote massa zult u dat niet zo gemakkelijk bemerken, maar het is een feit dat steeds meer mensen (jongere mensen) ondergeschikte posities prefereren boven een langer dan voorgeschreven verblijf in het leger. En dat is veelzeggend. De punten, die ik u zou willen geven, zijn dan ook: 1. De jeugd gelooft niet in geweldloosheid, maar ze gelooft in het zinloze van algemeen en massaal geweld. 2. De jeugd gelooft in God, maar niet meer in degenen, die God prediken. 3. De jeugd gelooft in de noodzaak van een menselijke samenleving. Zij gelooft niet in de noodzaak van een beheersing van die samenleving door enkelen. 4. De jeugd gelooft in het nut en zelfs de noodzaak van arbeid, maar ziet niet in waarom ze zich bij het volbrengen van die arbeid zou moeten voegen naar de regels en wensen van anderen, zeker als deze regels en wensen ten nutte van die anderen en niet ten nutte van de arbeiders zelf gelden. Dit zijn punten, waar u niet al te licht overheen moogt kijken. Dan gelooft de jeugd eerder een paar punten, waarover gestreden zou kunnen worden, maar die ik hier toch voor alle zekerheid wil vermelden: 1e. Een groot gedeelte van de abnormaliteit van de behoefte zich te doen gelden in deze maatschappij is het gevolg van niet natuurlijke levensnormen (o.a. op sexueel terrein). Het is beter je uit te leven en een aangepast mens te zijn die in zijn wereld, zijn maatschappij zijn weg weet te vinden dan alles te onderdrukken en juist daardoor nimmer te komen tot een besef van wat je kunt zijn. 2e. Men gelooft, dat de organisatie van de arbeid zinloos is, zolang het nut van de arbeid slechts enkelen ten goede komt. Maar men gelooft niet in de mogelijkheid om via wetgeving en maatregelen daarin verandering te brengen. Men meent, dat de verandering alleen tot stand kan worden gebracht door zelf te werken en een eigen wijze van leven, werken en denken te ontwikkelen, die zo weinig mogelijk een beroep doet op de georganiseerde industrieën in de maatschappij: dus een beperking a.h.w. van verbruiksmarkten. Men is daarmee nog niet ver, maar voorbeelden daarvan zijn de kleinere industrieën van kleding, vermaaksartikelen, enkele luxe-artikelen, die door jongeren worden geëxploiteerd en die zich behalve voor het betrekken van grondstoffen - over het algemeen zoveel mogelijk op eigen arbeid en op eigen denken baseren. 70

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos 3e.Dan gelooft de jeugd, dat politiek een kwaad is, dat zelfs niet noodzakelijk is. Zij zal trachten de politiek te frustreren door zich tegen elke politieke richting voortdurend te keren op het ogenblik, dat deze haars-inziens onjuiste verklaringen aflegt of voorspiegelingen doet, die niet waar zijn. Zij zal daarbij vooral in het begin vaak met modder spuiten waar het eigenlijk niet gerechtvaardigd is, maar het neemt niet weg dat zij voor haar denken in de politiek zoekt naar een vorm van samenwerking en niet meer van belangenstrijd tussen groepen. In dit verband mag ik misschien even teruggrijpen naar een betrekkelijk kleine vergadering, die ongeveer 10 à 12 dagen geleden plaatsvond in Amsterdam-West. Aanwezig waren een groot aantal jongelui, die u waarschijnlijk voor nozems, provo's of iets dergelijks zoudt aanzien, enkele kunstenaars, ook enkele jongeren, die meer vooraanstaande posities hadden (waaronder zelfs een assistent-redacteur, een accountant). Deze jongeren hebben samen geprobeerd de fouten van Nederland te formuleren. Hun voorstellen zijn natuurlijk niet te verwezenlijken, maar zijn toch weer kenmerkend voor de wijze van denken. Punt 1:Ieder, die over arbeid wil spreken, is verplicht om tenminste 3 maanden jaarlijks als eenvoudig arbeider, hetzij op de bouw hetzij in een bedrijf te werken. Punt 2:De woningnood. Alle Kamerleden zouden gedurende het jaar dat zij zitting hebben gedwongen moeten worden op kamers te wonen; en dan in een armere buurt. Punt 3:Elke ambtelijke afdeling, die tracht haar bestaan te rechtvaardigen, zal resultaten moeten laten zien, die door een meerderheid van het volk kunnen worden overdacht en goedgekeurd. Zodra deze goedkeuring uitblijft, zal de betreffende instantie worden afgeschaft. (Iets, wat ze er nooit doorkrijgen. Zolang er een ambtenaar is, krijg je dat er niet door. Maar het is een aardig denkbeeld.) Punt 4 gaat over de geestelijkheid: dominee’s en dergelijke. Ze zeiden nl.: deze heren zouden onmiddellijk van de preekstoel moeten worden afgezet, indien zij spreken over dingen, waarvan ze zelf geen ervaring hebben en bovendien God, de bijbel en het Evangelie erbij slepen. (Dat zou een doodslag zijn voor heel veel dominee’s vooral voor de strenge.) Punt 5: Biecht in de katholieke kerk kunnen we best accepteren, maar laat die dan openbaar plaatsvinden. Wanneer dan iemand zijn zonden komt biechten, dan weten we in ieder geval dat hij het eerlijk meent. Een pastoor kan dan niet in stilte zitten gniffelen om de zonden van anderen, terwijl hij later toch met een vroom gezicht naar huis wandelt. De opvatting is misschien een beetje kinderlijk. Punt 6:Als een minister aan het bewind komt, zal hij zijn gehele bezit moeten omzetten in guldens, belegd tegen de geldende rentestandaard, zodat hij zelf kan genieten van de waardevermindering, die hij anderen aandoet. Ik mag er overigens bijvoegen, dat deze groep op die avond tot 60 punten kwam. U begrijpt, dat ik ze niet allemaal zal opsommen. Maar vele daarvan zijn toch wel kentekenend voor de wijze, waarop veel jongeren de maatschappij zien. Ze formuleren het misschien niet allemaal zo goed. Ze zijn vaak agressief en ze zeggen dingen, die iedereen als onrechtvaardig ondergaat, omdat ze aanklagen zonder een weg te wijzen. Deze jongelieden hebben een onmogelijke en niet te verwezenlijken weg gewezen, maar ze hebben daarmee toch m.i. vaak de vinger op een zere plek gelegd. Als deze jongelieden in Nederland en overal elders zo reageren, dan betekent dit dat het respect, het aanzien, dat nu nog vele posities aankleeft, zal afnemen. Het betekent gelijktijdig, dat de kritiek niet meer op de woorden, maar vooral op de daden van alle openbare personen gericht zal zijn. Ik geloof, dat dit een vooruitgang is. Het betekent een afbreken van de bestaande orde. Vooral omdat deze jongeren zeker niet geneigd zijn zich de les te laten lezen door anderen, die zelf waarschijnlijk niet openlijk datgene doen, wat ze anderen verbieden. Zij zijn geneigd om heel fel te zijn in hun opmerkingen, als het b.v. gaat om het gebruik van marihuana. Ze zeggen: Marihuana daar zijn jullie tegen om de doodeenvoudige reden, dat die roes jullie geen accijnzen opbrengt. Ze zeggen: De mensen aan het gezag zijn bang voor 71

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos onverschillig welk middel, dat de mensen onverschilliger maakt voor de z.g. welvaart, die in feite vaak een opeenstapeling van zorgen betekent. Een gezonde zienswijze. Bovendien blijkt, dat ook steeds meer jongelieden proberen zich van aanzien en luxe terug te trekken. Ik geloof, dat we dat kunnen stellen op een percentage van bijna 10 t.a.v. de wereldbevolking. Ook in de onderontwikkelde landen is op het ogenblik een terugnaar-de-natuur-beweging aan de gang, die niet meer wordt geformuleerd als een gezond leven e.d., maar doodgewoon als een je ontdoen van de ballast van de beschaving. De Wereldleraar heeft heel veel dingen gezegd tijdens zijn leven en in zijn leer, die ik eigenlijk terugvind in de denkwijze en de levensbenadering van deze jongeren. Ze zijn niet de verlossers van uw wereld, maar ze zijn de achtergrond van een groot gedeelte van de toekomstige ontwikkeling. Zij zullen het zeer waarschijnlijk zijn, die het uitbreken van een wereldoorlog onmogelijk gaan maken. Zoals het ook zeer waarschijnlijk de jonge fanatici zijn in Noord-Afrika, die eerst een oorlog afdwingen, maar dan de hen misleidende oversten en generaals mede tot slachtoffer doen worden, uitroepende: "Indien wij geofferd moeten worden, dan dienen jullie voorop te gaan." Dat is ook iets, wat menig generaal dam hard zal vallen. Hier zie ik vanuit mijn standpunt dus eigenlijk een weergave van wat de Wereldleraar zegt: “Hij, die zich weet te beperken tot het noodzakelijke, daaruit de vreugden plukt, die het leven hem geeft en slechts wil werken om anderen een geluk op eigen wijze deelachtig te doen worden, vindt de weg naar ware bewustwording door het erkennen van de waarheid omtrent zichzelf.” (Dit is een spreuk, waarvan je heel flauw, de weerkaatsing ondergaat op het ogenblik.) De Wereldleraar heeft ook gezegd: "Wanneer de groten bang worden voor hun troon, zullen ze trachten deze ontoegankelijk te maken. Maar hij, die troont in eenzaamheid, heeft geen onderdanen meer." (Ook dat proces schijnt zich vandaag te voltrekken.) De Wereldleraar heeft nog gezegd: "Gebruik alle technische middelen, maar gebruik ze alleen voor zover je ze nodig hebt. Word er geen slaaf van." (Ook die neiging vind ik terug.) Als ik nog één spreuk van de Wereldleraar mag citeren, die volgens mij ook zo belangrijk is: "God is datgeen, wat je in jezelf erkent als blijvend; niet datgene wat anderen buiten je stellen. Zoek je eigen God en leef met die God." Daarop is een heel aardig commentaar van een Leger-des-Heils-man, ik meen in de buurt van Lahore, die deze spreuk hoorde en niet wetende waar ze vandaan kwam er op zijn manier aan toe voegde: “Want waarlijk, dan keren wij tot het paradijs. Waar wij God in ons beseffen, wandelen wij met God." Met dit alles hoop ik één ding duidelijk te hebben gemaakt: Er is niet alleen een omwenteling aan de gang, maar deze krijgt langzaam maar zeker gestalte. U heeft veel gehoord over al wat er aan het gebeuren is in b.v. Zuid-Amerika, waar nu heel wat vreemde ontwikkelingen plaatsvinden; juist omdat een deel van de mensen daar sociaal gezien eigenlijk nog zo'n beetje in het stenen-tijdperk leeft. Dat zijn symptomen. Achter die symptomen ligt volgens mij deze verandering van mentaliteit in de jeugd en die gaat ontzettend snel. Ik ben ervan overtuigd, dat het momentum van deze mentaliteitsverandering zo groot is, dat u over 10 jaar veel van hetgeen ik zeg en dat u nu als bijna ongelooflijk, of ongeloofwaardig ondergaat, zult beschouwen als één van de meest natuurlijke feiten ter wereld. De komende tijd is gewijd aan de vreugdige mens, de spelende mens. Het is gewijd aan de mens, die eindelijk zichzelf belangrijker gaat vinden dan de dingen en die daardoor zijn menselijkheid een nadruk geeft, die lange tijd daaraan heeft ontbroken. SCIENCE FICTION. Wat men science fiction pleegt te noemen is over het algemeen een ontwijken van de bestaande condities en omstandigheden in een vorm van romantiek, dramatiek of betogen, waarbij men door het stellen van onwerkelijke mogelijkheden en situaties vanuit het huidige 72

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos standpunt kan komen tot een aantonen veronderstellingen, die in het heden heersen. van irrelevante toestanden, feiten en

De schrijver van een dergelijk werk is over het algemeen eerst in de tweede plaats een letterkundige. Veelal heeft hij een wetenschappelijke training, zo niet dan heeft hij wel degelijk naar ik meen een redelijk inzicht in de wetenschappelijke mogelijkheden. Hij neemt nu één of meer bestaande en bewezen wetenschappelijke stellingen en extrapoleert deze. Dat wil zeggen: hij ontleedt ze in alle mogelijkheden, die daarmee eventueel verbonden zouden zijn. Vervolgens construeert hij een milieu, waarin de situaties ontstaan, die hij wil gebruiken om iets aan te tonen in deze wereld. Hij bouwt dan een aantal stellingen op, die b.v. religieuze, wetenschappelijke, menselijke maar vooral ook sociale conflictsituaties onthullen. Voorbeelden daarvan zijn er te over. Sommigen houden zich bezig met onbekende creaturen. Deze onbekende creaturen hebben mogelijkheden, opvattingen en eventueel vermogens, die de mens niet kent. De mens benadert echter vanuit zijn eigen denken dit onbekende en zal juist daardoor menen zekerheid te scheppen op het ogenblik, dat hij zichzelf in het grootste gevaar brengt. Een dergelijke situatie moge avontuurlijk lijken, zij is echter een directe toespeling op het werken met in feite onvoldoend erkende krachten in de maatschappij en het daardoor vaak doen ontstaan van gevaren, die men niet kan overzien. Wij behoeven alleen maar te denken aan de mogelijke gevolgen van radio-actieve besmetting. Wat daaruit precies zal voortkomen, weet men niet. Het overmatig gebruik van automatische breinen met een te grote zelfstandigheid. Wat daaruit eventueel kan voortvloeien, kan men niet overzien. Een logisch proces van denken kan hier dus zeggen: Er kan een ogenblik komen, waarop het brein zozeer de zelfstandigheid van de mens ondermijnt, dat hij deel wordt van een in feite niet meer menselijke, een soort rekenkundige logica. Een veel gebruikt onderwerp is ook de ondergang van een wereld. wereldondergang-romans zijn in vele gevallen bedoeld om aan te tonen, hoe een reageert. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om de fantastische situatie die getoond, maar het gaat vooral erom te laten zien hoe mensen zouden reageren bepaalde omstandigheden. Deze mens wordt onder

Als u mij science fiction voorlegt als een soort mode-literatuur van deze tijd en het daarom als onderwerp kiest, moet ik zeggen: neen, dit is zeker niet waar. Datgene, wat men thans science fiction noemt is zeer oud. Het werd al door de oude Grieken, door de Romeinse zeevaarders, zelfs door de Vikings gebruikt. Hun beschrijvingen van vreemde landen met onmogelijke monsters zijn in vele gevallen ook science fiction, omdat zij een soort parodie vormen op de mens en de maatschappelijke verhoudingen van de mens. Op soortgelijke wijze kunnen wij zeggen, dat vele van de z.g. duivelslegenden, die wij vooral uit de vroege middeleeuwen kennen, in zekere zin science fiction zijn. Het wonder door de bovennatuurlijke kracht komt weliswaar in de plaats van de machine of de bijzondere begaafdheid van de mens, maar voor de rest ontwikkelt het hele probleem zich op dezelfde manier: Er is een toestand, waarin een mens verandering wenst. Hij gebruikt middelen, die hij niet kan beheersen. Hij komt daardoor in omstandigheden, waarin hij tot de meest eigenaardige methoden moet overgaan om zichzelf te redden. Dat de science fiction in deze tijd vooral wordt beschouwd als jeugdlectuur en pulp (tijdschriften van mindere waarde) is geloof ik te danken aan het feit, dat de doorsnee-mens bang is voor fantasie. Hij houdt niet van een zo fantastische wereld, dat zij niet meer te releren is met zijn eigen werkelijkheid; vooral indien daarin problemen voorkomen, die hij uit de eigen wereld kent. Zo u mij vraagt, wat de kern van de science fiction is, zou ik zeggen: Het is de fantasie, die wordt gebruikt om protesten mogelijk te maken, die in een meer directe vorm door de maatschappij zouden worden verworpen. Langzaam maar zeker echter zal deze vorm van literatuur zijn betekenis verliezen. En dat is begrijpelijk, omdat de mens steeds meer aan het fantastische went. 73

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos Als ik u vertel, dat in 1898 een Duitser, een zekere Eberhard, een roman schreef (overigens echt Duits in twee extra dikke delen), waarin hij de mens confronteert met een beschaving op Mars, mede met verwerking van allerhande gegevens en feiten, die we in veellatere science fiction-werken terugvinden, dan zult u zich misschien realiseren, dat science fiction zeker niet nieuw is en dat als een sociale parodie of zelfs als een aanklacht iets dergelijks in de eerste plaats fantasie is. Het gaat niet om het aannemelijk maken daarvan. Wel neen, het gaat er allereerst om de conflict-situatie. Op dezelfde wijze heeft Swift en Defoe een boek geschreven (of het nu Gullivers reizen is of Robinson Crusoë), waarin de mens in een fantasiewereld wordt geconfronteerd met het andere. En wie van u b.v. het avontuur van Gulliver met de Paardmensen heeft gelezen, zal worden geconfronteerd met een beeld, dat niet veel verschilt van een latere, als science fiction betitelde romen: de apenplaneet. Als wij de monster-beschrijvingen horen, die in geheimzinnige rijken in Afrika worden gesitueerd en wij vergeleken deze met bepaalde ruimte-avonturen als beschreven door een zekere heer Van Vogt, dan staan we ook weer tegenover volkomen gelijke waarden. Het gaat eenvoudig om het confronteren van de mens met een situatie, die voor hem wel zou kunnen bestaan, maar waarvan hij zich kan vervreemden. In de literatuur van vandaag heeft men twee tendensen. De eerste is de vereenzelviging. Men probeert de ik-figuur zodanig gestalte te geven - onverschillig of hij als zodanig optreedt of niet - dat een identificatie van de lezer ontstaat en wij hierdoor een zekere emotionele reactie kunnen krijgen. Daarnaast bestaat de probleem-roman, waarbij het de bedoeling is, dat men op een afstand blijft. Hier is een directe identificatie met helden en heldinnen eigenlijk uit den boze. De nadruk moet vallen op de situatie en op de feiten; daarbij is het natuurlijk belangrijk, dat die situatie en die feiten, voor zover ze nu misschien acuut bestaan, niet als zodanig en zonder meer kunnen worden herkend. Wij zien dan ook, dat zeer velen gebruik maken van dergelijke technieken en dat men het dan science fiction, fantasy fiction, ook wel science fantasy noemt. Hier is dus eigenlijk langzaam maar zeker de neiging van de moderne mens tot uiting gekomen om de problemen van zijn wereld op een afstand te bekijken. Maar hij kan dit alleen doen, indien hij er buiten staat. Daarom heeft hij behoefte aan een wereld, die van de zijne zoveel mogelijk verschilt, hetzij in mogelijkheden, hetzij in vormgeving, hetzij misschien ook in bewoners, in situaties. Daarbij zijn een aantal punten toch wel interessant om op te sommen. Om u enkele voorbeelden te geven: Ruimteruizen, zoals ze thans naar de maan worden gelanceerd, werden reeds beschreven door een van de vroege science fiction-schrijvers in 1922. De techniek van een ruimteplatform, die nu overal ernstig wordt besproken, werd reeds in 1928 in een Amerikaans pulp-magazine in verhalende vorm gepubliceerd. De atoombom werd besproken in verscheidene verhalen met verschillende uitwerking in de jaren 1925 - 1937. Daarna zien wij dat deze verhalen afnemen. Kennelijk is science fiction dus gevoelig voor het nabij komen van de voorspelde omstandigheden. Men doet dan afstand van de situatie als science fiction en men verwerkt haar eventueel in een directe roman. Een andere kwestie, die ook een grote rol speelt bij deze verhalen, is de psychologie. De mens zichzelf voorhouden zoals hij is in de maatschappij, brengt hem tot een enorm verweer. Op het ogenblik echter, dat ik een absurde situatie schep, waarin dergelijke denkbeelden en mogelijkheden worden verwerkt (o.a. P. Brown is daar knap in), dan wordt ineens het psychologisch probleem aanvaardbaar en de onbewuste zelfherkenning zal de mens heel vaak zelfs helpen om zijn eigen neurotisch gedrag iets beter te reguleren. Het is natuurlijk mogelijk hier over te gaan tot het geven van excerpten van verschillende werken, al dan niet van belang Het zou misschien aardig zijn op te merken dat ook schrijvers, die u van science fiction niet verdenkt, daarvan wel degelijk gebruik hebben gemaakt. Zoals een reis terug in de tijd, die beschreven wordt door Mark Twain, die een Yankee uit Baltimore terugplaatst in het Engeland ten tijde van koning Arthur. 74

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos We kunnen het occulte in dergelijke boekwerken ontmoeten. Het is opvallend, dat een bekend parapsycholoog (een geassocieerde van Rhine) op een gegeven ogenblik een roman schrijft waarin hij het element telekinese behandelt, maar waarbij hij alles situeert rond een speler; een gokker, die van planeet naar planeet trekt, maar die dank ze zijn telekinetische gaven in staat is om meer te winnen dan men elders aangenaam vindt. Hieraan worden dan wel weer andere situaties vastgekoppeld. Heel vaak zien wij zelfs in science fiction, dat men een enkel idee neemt, het oorspronkelijk als een kort verhaal publiceert en later dat idee aanvult met nieuwe denkbeelden of ideeën en er dan een langer verhaal van maakt. De interesse van de mensen voor het absurde wordt groter, naarmate zij het gevoel hebben dat hun wereld minder in stasis (evenwicht) verkeert. Wij hebben een soortgelijke periode meegemaakt toen Jules Verne zijn romans schreef. Nu is Jules Verne in de eerste plaats een were1dbeschrijver. Hij beschrijft landschappen, hij beschrijft de mogelijkheden van deze wereld en eerst daarnaast gaat hij uit van bepaalde technische mogelijkheden. Toch werden die werken van Verne - vooral de fantastische - zeer veel gelezen in zijn tijd, omdat de mensen het gevoel hadden dat hun wereld aan het veranderen was en zij zich enigszins geruststelden aan de hand van de confrontatie met deze andere tijd, die Verne mogelijk maakte: De tijd met luchtschepen rondom de veroveraar, met kapitein Nemo en zijn duikboot (onderwaterverkeer), het monster-kanon van Staalstad (de wapenindustrie: de dikke Bertha), de strijd om de wereldheerschappij, de reis naar de maan. Er zijn er zovele. Ik geloof dus wel, dat ook in deze tijd de belangstelling voor science fiction een tijdlang moet oplaaien, omdat de mens het gevoel heeft, dat hij aan de rand van een nieuw tijdperk staat. Een tijdperk, waarin misschien de sterren toegankelijk zullen worden; waarin in ieder geval alles, wat nu op aarde nog als up-to-date geldt, zeer snel zal verouderen en veranderen. Er is een achtergrond voor de z.g. science fiction. Die achtergrond is misschien nog beter na te gaan, indien we de helden bezien. In science fiction kennen we wel het type held, maar we hebben dan eigenlijk te maken met een ontvluchtingsliteratuur (escape-litterature), zoals b.v. de Marsverhalen van Rice Borroughs. Zelfs Tarzan mag geloof ik nog enigszins tot die ontvluchtingsliteratuur worden gerekend. Zodra we echter te maken krijgen met de werkelijke science fiction, vinden we altijd ergens een antiheld. Dat is heel eigenaardig. De held is iemand die ondanks zichzelf eigenlijk in de greep van de een of andere machine terecht komt in dat avontuur. Hij is de gemanipuleerde, die ten koste van alles zich vrij vecht en dan vaak het gehele mechanisme beheerst, waardoor hij werd gegrepen. De psychologische achtergrond zou hier kunnen liggen in de behoefte van de moderne mens om te ontsnappen aan de machine, die hem beheerst. Ik meen, dat deze anti-heldentypen dan ook voor een zeer groot gedeelte een identificatie kunnen veroorzaken - zij het meer qua situatie dan qua persoonlijkheid - door het feit, dat zij kunnen reageren op moeilijkheden. Een ander veel voorkomend verschijnsel in science fiction is de tegenstelling tussen de bevoorrechte groep (de ene keer zijn het mensen, die uit de ruimte de aarde proberen te veroveren; in andere gevallen zijn het mensen, die de onsterfelijkheid hebben gevonden of over magische krachten beschikken) en de mens, die die gaven onbewust wel in zich heeft, maar die zich met de mensheid blijft identificeren en daardoor met de machtsgroep in conflict komt, die dan over het algemeen ook prompt in elkaar pleegt te storten. Dat is weer de bekende roman-gimmick. Hier wordt de mens dus eigenlijk ook weer de hoop gegeven, dat hij - al zijn er machten, die hij niet helemaa1 kan kennen en die hem beheersen, al meent hij machteloos te zijn - in zich toch het zaad draagt van mogelijkheden om dat andere te beheersen of om het te veranderen. De mens van de aarde is een eigenaardig wezen in de science fiction roman. Hij is gewelddadig, maar hij is intelligent. Hij is meestal de mindere van zijn tegenstander, maar heeft een groot aanpassingsvermogen en daardoor weet hij op den duur zijn tegenstander te overvleugelen. Hij is niet bang voor geweld, maar aan de andere kant is hij edelmoedig; en 75

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 -1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 6 – Doorbraak in de chaos door zijn edelmoedigheid overwint hij veel. Het is een ideaalbeeld van de mens, dat in deze literatuur wordt geprojecteerd. Het is een beeld van de mens, waarmee men zich beter één kan gevoelen dan met de figuur van de sombere streekroman, waarin de boer zijn klompen uitschopt en zuchtend neerzit aan de tafel, waar juist de olielamp is ontstoken. Deze identificatie met de mens in het eigen milieu wordt steeds moeilijker. De ontvluchting aan het milieu kan gebeuren door de excessieve mogelijkheden in het milieu uit te buiten; het kan ook gebeuren door eenvoudig het milieu te veranderen. En dan zien we dat wat niet interessant was, ineens interessant is geworden. Laten we eerlijk zijn: er zijn onnoemelijk veel dingen in uw eigen leven, die op den duur een sleur en een verveling worden. Indien u datzelfde in een ander milieu zet, dan krijgt het ineens een nieuwe betekenis. Er zijn heel veel Hollanders, die weglopen als het Wilhelmus wordt gespeeld, omdat zo niet willen stilstaan, maar die buitenslands zijnde en een Hollandse vlag ziende uitbarsten in de galmende tonen van "Wien Neerlands bloed" of desnoods het Wilhelmus zelf, als ze tenminste hun "Je hela-hola-zin” kunnen overwinnen. Dit is dus een verandering van waarde door een verandering van milieu. En dit is een de redenen waarom ik aanneem, dat wat men nu science fiction noemt, steeds meer zonder deze bijzondere aanduiding deel zal worden van de literatuur. Het schept de mogelijkheid tot kritiek, tot vervreemding en zelfs de identificatiemogelijkheid, waardoor aspecten van het leven, die men als vanzelfsprekend heeft aangenomen opeens nieuwe betekenis krijgen. Dat daarbij de anti-held in de meerderheid is, is hoop gevend. Want deze wereld gaat aan haar helden ten gronde. Maar aan degenen, die vechten om zich te handhaven, wint zij steeds weer een nieuw leven. METAMORPHOSE Zo even nog rups, dan daadloze cocon en plots een vlinder, die in de zon danst. Zo even nog een wezen, dat zichzelf nog ternauwernood kende, dan een tijd van ontwikkeling en jezelf niet kunnen beseffen en opeens de zelfkennis: metamorphose, verandering. Voortdurend veranderen alle dingen. De vloed van tijd sleurt de mens voort. Maar de mens in zichzelf verandert voortdurend en past zich aan. Geen ogenblik dat is geweest, zal zich ooit precies zo herhalen. Wij veranderen allen. Maar de metamorphose, die wij ondergaan, staat - zeker voor de mens voor een deel onder onze eigen beheersing. Het zijn onze initiatieven, het is onze gerichtheid, het is ons vertrouwen op ons kunnen of ons onvermogen dat bepaalt wat wij zo dadelijk zullen zijn. En deze metamorphose voltrekt zich niet aan de stofmens alleen. Zij voltrekt zich aan het ”ik”, dat soms als een slijmerige worm in de modder van een nauw ontgroeide chaos schijnt rond te dolen en een ogenblik later zich verteert in het vuur van eigen besef om als een phoenix te herrijzen en een hemel tegemoet te wieken. Wij zijn alle dingen tezamen. Metamorphose is slechts de ontwikkeling van de mogelijkheid, die in ons is gelegen. De mogelijkheid is overal. De mogelijkheid, die wij waarmaken, bepaalt onze vorm; maar ze bepaalt ook de noodzaak tot verdere verandering. Hij, die stilstaat in het heden gaat teniet. Hij, die voortdurend verandert, leeft niet slechts met zijn tijd, maar vormt steeds juister het beeld van zijn wezen en openbaart aan zichzelf steeds beter de mogelijkheden van eigen zijn en bestaan en de noodzaken, die er voor het "ik" aanwezig zijn. Laat ons dan veranderen. Laat ons van rups tot vlinder worden. En laat ons als stervende vlinder veranderen in een bloem; en als de bloesem uitvalt worden tot een vrucht, die bomen voortbrengt, als de boom de berg breken en de steen vermalen en misschien worden tot een land van vruchtbare aarde. Laat ons veranderen, voortdurend. Laat ons denken: nooit stilstaan op één punt. Laten we altijd verder groeien en veranderen, opdat we de mogelijkheden, die in ons liggen, waarmaken. Want alleen zo kunnen we als mens, als geest, ja, als deel van een goddelijk Geheel beantwoorden aan deze enorme vreugde en taak tegelijk, die men leven noemt. 76

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN

LES 7 - EXTREMISTEN.

Extremisten zijn er natuurlijk in alle eeuwen geweest. Maar in de huidige ontwikkelingen zien wij de extremisten van alle richtingen in versterkte mate in verschijning treden. Ik zou vanavond met u willen nagaan hoe dit eigenlijk komt, wat daaruit ongeveer kan voortkomen en als we tijd over hebben, zou ik ook nog willen spreken over bepaalde andere achtergronden, die weliswaar niet als extremistisch worden gezien, maar die dat in wezen toch ook wel zijn. Laat ons beginnen met het begin. Dit is een tijd van nivellering. Dat wil zeggen, dat men alles tot bepaalde genormaliseerde waarden tracht terug te brengen. Voor een mens is dat heel moeilijk. Je kunt een mens nu eenmaal niet behandelen, alsof hij een blikje vlees is. Dat kun je misschien rationeler vierkant maken. De mens staat er echter op zijn eigen vorm te behouden; en niet alleen in vleselijke, maar ook in geestelijke staat. Het is dus duidelijk, dat de drang tot normalisering op zichzelf reeds bij zeer velen een verzet zal wakker roepen. Maar zoals wij in de maatschappij overal kunnen zien, is dat een minderheid. De opgelegde norm is voor de meerderheid een draagbaar juk, dat over het algemeen kan worden aanvaard zolang de eigen belangen niet te zeer worden geschaad. Dat wil dus zeggen, dat we - zoals trouwens in een vorig onderwerp ook al is gebleken - overal pressiegroepen aan het werk zien. Als een pressiegroep in een bepaalde richting van industrialisatie b.v. voldoende luid kan spreken, zet ze haar belangen door en de menigte accepteert dat. Nu blijkt, dat in economische, kerkelijke en politieke groeperingen de pressiegroepen, die belangen verdedigen, steeds sterker zijn geworden. Dat is begrijpelijk, als men nagaat hoezeer die belangen zich hebben uitgebreid. Bijvoorbeeld in Nederland: Van de Eerste en Tweede Kamer (toen geringer in aantal dan nu, dat zal ik erbij zeggen) in 1900 gebonden aan industriële belangen: 3 leden. In 1930 aan industriële belangengebonden: 27 leden plus 2 ministers, die dan wel niet bij de Kamer behoren, maar die er toch steeds inzitten. In 1945 industriële belangen in de Kamer vertegenwoordigd: teruggevallen - 18 Kamerleden direct gereleerd. In 1968 - schrik niet - 98 leden. Hieruit blijkt dus wel, dat juist belangengroepen van meer economische aard het in de politiek steeds meer voor het zeggen krijgen en dat daardoor de politiek werkt in de richting van een normalisering van de gemeenschap, die voor de bedoelde economische belangen bijzonder gunstig is. Het is duidelijk, dat een bankier een maatschappij wil hebben, waarin de kredietverlening een grote rol speelt. En dat iemand, die van industrialisatie houdt, die dus leeft van fabrieken en arbeidskrachten, belang heeft bij zoveel mogelijk fabrieken. Iemand, die daarentegen weer belang heeft bij nieuwsvoorziening, wil weer een zo gecentraliseerd mogelijk voorlichtingsapparaat hebben. En zo ontstaat er een eenzijdigheid in de maatschappij, die door velen als ondraaglijk wordt aangevoeld. Nu wordt dit aanvoelen zelden direct omgezet in de daad. Een extremist wordt geboren; hij ontstaat niet. Tenzij men de geboorte op zichzelf als een ontstaansvorm voor het extremisme zou willen beschouwen. Hij komt dus in een maatschappij, die een hele tijd bijna ondraaglijk is. Dan gebeurt er iets, wat zijn eigenbelang mede raakt en waardoor het ressentiment tegen de gehele maatschappij losbarst. Dat wordt weliswaar in focus gebracht op een bepaalde groep, maar dat neemt niet weg dat daarnaast het verzet tegen de gehele maatschappij geldt en niet alleen tegen één belangengroep. Een voorbeeld daarvan is de El Fatah.

77

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN De El Fatah was oorspronkelijk een betrekkelijk klein groepje agiterende politici, advocaten e.d., die in de vluchtelingenkampen zochten naar een middel om zichzelf enig gewicht te verschaffen. Maar de ellende in die vluchtelingenkampen bleef voortduren. Hierdoor ontstond er een pauperisme, een aantal zeer arme mensen, die zich in afgezonderde condities ontwikkelden en die geen uitzicht en geen hoop hadden. De normalisering, die de rest van de maatschappij doormaakte in Jordanië of in Egypte, werd door deze kampbewoners niet gedeeld. Er ontstond dus een steeds grotere discrepantie en daardoor werden, vreemd genoeg, maatregelen van de regeringen (o.a. de wijze waarop men beperkt onderwijstoelatingen gaf, de manier waarop men bij universitair onderwijs discrimineerde) de aanleiding tot het vormen van een sterkere groep. Deze groep werd gericht door de politici. Zij begonnen hun acties uit de aard der zaak te richten naar het oude Palestina. Eigenlijk een oorlog tegen Israël, die toen nog helemaal niet zo reëel was. De oorlog die werd gevoerd, werd gevoerd door de Arabische staten. Men zou kunnen zeggen: eigenlijk Nasser. De El Fatah en al die anderen hadden er eigenlijk heel weinig mee te maken. Dat waren mannetjes die meespeelden, zoals de Nederlandse brigade in Engeland in de oorlog meespeelde als een ietwat buiten het geheel staand deel van de Geallieerden. Maar wat gebeurde er? Het ressentiment werd steeds groter. Er ontstaat noodgedwongen een eigen onderwijsinstelling. Het onderwijs in de kampen is n.l. voor 9/10 in handen van mensen, die zelf in die kampen zijn opgegroeid. De jeugd wordt sterker en fanatieker. Daarnaast vinden de jongeren, die geen emplooi kunnen vinden, in de bijeenkomsten van de El Fatah een soort bevrediging, een belangrijkheid, die ze anders niet hebben. Maar kijk nu eens, hoe ze in feite reageren. In Jordanië worden de staatsoverheden van dat land meermalen gebruuskeerd soms omgekocht, in enkele gevallen met de dood bedreigd, indien ze de mensen van de El Fatah niet op de een of andere manier van dienst willen zijn. In Egypte gebeurt precies hetzelfde. Daar wil men zelfs optreden ten bate van bepaalde legerhoofden, omdat die in ruil daarvoor de bewapening geven. El Fatah is niet een beweging, die zich richt tegen Israël; dat is het ogenblikkelijke doel. In feite richt ze zich tegen een discriminatie, een manier van onder één noemer te worden gebracht als vluchtelingen, die niet aanvaardbaar is. Het is dit extremisme, dat veel verder grijpt dan die kampen. Want er zijn in de steden ook veel jongelui, die eigenlijk ook wel een fiets, een motor of een transistorradio zouden willen hebben en die eigenlijk ook menen, dat ze recht hebben op een betere baan. En dezen gaan zich daarbij voegen. Het resultaat is, dat eigenlijk de mislukking van de terugkeer naar Palestina bij de eerste oorlog (ik zou het liever een Arabische flater willen noemen) de aanleiding is tot de uitbarsting. Vanaf dat ogenblik krijgt het extremisme pas een grotere vorm, een grotere aanhang, een grotere achtergrond en is het beter georganiseerd. En zoals alle extremisten is men blind voor elk argument, dat zou wijzen op verplichtingen tegenover een staat. (Ze hebben Hoessein bijna een beroerte bezorgd en Nasser hoofdpijn). Wat de realiteit is? Er is hier een legertje ontstaan, dat alle middelen tot het doel goed heet, dat elke overheid en elke economische, opzet - ook de steun van het Rode Kruis die ze krijgen - en alle internationale organisaties aan zijn laars lapt. Ze willen alles gebruiken voor hun eigen doel; en dat is eigenlijk aanzien, status. Nu zult u zeggen: Dat is maar één voorbeeld. Maar er zijn er meer geweest. We hebben iets soortgelijks gezien bij de extremisten in de periode van Algerië. Daar was het voor de Fransen heel erg moeilijk om ineens als colons te staan zonder de nationaliteit, de achtergrond van la Patrie. En of het nu een grand Charles was of iemand anders, die dat wegnam, dat deed niets ter zake. Het begon als een soort zelfbehoud. Dat zelfbehoud voerde hen tot een verweer overal waar zij hun rechten zagen aangetast en daarnaast tot een gewapende actie om de overdracht van Algerië aan de inboorlingen - want dat beschouwden ze zo - tegen te gaan. Dat mocht niet slagen. 78

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Het resultaat was, dat uit die colons een groot aantal mensen ontspoorden. Dezen werden de extremisten, die o.m. in Frankrijk lange tijd hebben geageerd. En met hen gingen degenen ageren, die oorspronkelijk hun medestanders waren. Dat is het vreemde van de zaak. Van de eigenlijke Algerijnen waren er eigenlijk zeer velen, die het met de colons eens waren. Ook zij waren voor hun status, hun welzijn grotendeels afhankelijk van de Franse administratie en ze voelden heel goed dat een vrijwording van Algerië voor hen een stap terug zou betekenen. De jongeren onder hen zijn nog steeds extremisten. Ze werken alleen voor anderen. Extremist zijn is in een soort roes geraken, waardoor je eigenlijk protesteert tegen de hele wereld; en het kan je eigenlijk weinig schelen op welke manier. Vandaag werk je voor de nazi's, morgen voor de communisten, overmorgen voor iemand anders. Huurlingen, ja. Maar dan toch huurlingen met één speciale roeping. De roeping om de wereld ten onder te richten. Wij hebben de groei van dit extremisme overal gezien. De studentenproblemen voeren ook in dezelfde richting. De student staat buiten de maatschappij. Maar de maatschappij normaliseert. Zij wil haar eigen nutsnormen - en dat zijn in feite vaak belangennormen opleggen aan de student. Deze student, die zijn academische vrijheid langzaam maar zeker ziet verdwijnen met de academische samenhang, omdat de elite die vroeger op de academie kwam langzamerhand verwatert doordat er van alle standen wat bij komt, grijpt nu uit naar iets anders: de expressie van eigen belangrijkheid, eigen wil. Dwaas misschien in vele opzichten, maar ze doen het. Onder deze studenten zijn er een groot aantal, die zich zo dadelijk rustig aan de normen van de maatschappij zullen aanpassen. Maar er blijft een aantal over dat extremist wordt. Cohn b.v., één van de velen, die dat extremisme als een roeping is gaan voelen. Dan zijn er anderen: Rudi Dutschke. Deze mensen komen voort uit een gemeenschap, waarin ze geen kans zien zichzelf te zijn en bij gebrek aan iets anders hun agressie richten tegen het eerste het beste doel: en dat is dan de politiek of de academie en haar structuur. Maar zo dadelijk zijn ze bereid om dat ook tegen iets anders te richten. Want men maakt een heel grote fout, indien men denkt dat een extremist alleen maar extremistisch denkt op één Punt. Een links-extremist kan zeggen: Het geeft niet welke prijs wij moeten betalen voor het vervullen van onze denkbeelden. En met "wij" bedoelt hij iedereen, die het niet met hem eens is. Hij stelt dus: Ik moet alles opofferen aan een denkbeeld. Of daar economische belangen mee gemoeid zijn, interesseert hem niet. Of daar koppen bij sneuvelen, of er misschien een burgeroorlog uit voortkomt, dat interesseert hem eigenlijk ook niet. Hem interesseert alleen, dat hij gelijk krijgt, hoe dan ook. Maar morgen heeft hij een ander idee; zijn methode blijft echter dezelfde. Het is niet zo’n verwonderlijke zaak in dit licht bezien, dat vele van de fervente jonge nazi’s uit Hitlers duizendjarig rijk op het ogenblik belangrijke functies bekleden bij de Oostblok staten. Want hun instelling van ”het doel heiligt de middelen" en "alle middelen zijn toegelaten zolang wij gelijk krijgen”, is daar wel bijzonder in aanzien. De meesten van u zullen dat ook niet weten, maar in de regering van Ulbricht kunt u op de belangrijke posities van burgemeester, hoofdonderwijzer, officier, administratief belangrijke functies aantreffen zo’n 8 à 9000 mensen, die hebben behoord bij de S.S., behalve dan een paar die eigenlijk bij de Gestapo behoren. Maar ja, die zijn geen onderwijzer. Zij hebben hun oude beroep weer kunnen opvatten. Het is eigenlijk ontstellend, als je het zo bekijkt. Laten wij nu even gaan kijken naar wat er elders is gebeurd, alleen om de mentaliteit te wegen. Nederland. Het is opvallend, dat bepaalde zeer sterke economische groepen in Nederland figuren tellen, die - zullen wij zeggen - verkeerd waren, behalve als er geen risico was; dan waren ze goed, omdat je dan aan twee kanten verzekerd kon zijn. Er zijn voorbeelden te over van te vinden.

79

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Een grote machinefabriek in Twente b.v. had een paar directeuren, die goed fout waren en er was een stel directeuren, die op een foute manier goed waren, en er was ook nog een stel directeuren, die in Engeland zat. Dus wat er ook gebeurde, ze konden doordraaien. Een grote meubelhandel en - industrie werd door de familie geregeerd. De ene broer zat aan deze kant en de ander aan die kant. Nu kun je zeggen: Dat is toeval geweest. Maar het is wel opvallend, dat het zo vaak is voorgekomen. Als wij Nederland beschouwen en we gaan de leidende posities na in de politiek e.d., waar niemand met een gezag minder dan burgemeester zitting had, dan mogen wij een kleine gissing maken en stellen, dat er toch 17 à 18.000 goed foute mensen op het ogenblik zeer goed zitten. Dat schijnt misschien heel weinig, maar gezien de posities die ze hebben zijn ze belangrijk. En wat het meest belangrijke is: ze kunnen doorduwen. Ze hebben die mentaliteit van doorzetten in één richting. In Nederland vinden wij die mensen grotendeels onder degenen, die met bepaalde economische belangen verbonden zijn. In West-Duitsland vinden wij die mensen hoofdzakelijk in de handel, niet zozeer bij de fabricage, maar voornamelijk in de handel. In Oost-Duitsland in de politieke betrekkingen. In België vinden wij hen in de politieke organisaties. De extreme Wallonen en de extreme Flamiganten zouden elkaar in Stekene wel eens kunnen ontmoeten als broeders uit hetzelfde leger, als het daarom ging, hoezeer ze verder ook vechten. Waarmee ik maar wil zeggen, dat het een rare wereld is en dat we, als wij die extremisten zien, ons niet moeten vergissen. Het jeugd-extremisme wordt gebruikt. De jeugd heeft de neiging om extreem te zijn, natuurlijk. Maar gevaarlijk zijn degenen, die hun beroep maken van het extremisme; en die zijn er veel meer dan men op het eerste gezicht zou zeggen. Ik zou nu graag een zijstapje willen maken. Wij vinden in de beroepen ook bepaalde mensen, die extremisten zijn. Wij kennen de z.g. macro-economen. Dat zijn de economen, die alleen magistrale fouten maken. Zij gaan uit van een totaliteit, die volgens hen enorm is. Dat moet enorm zijn, anders kunnen zij niet werken. Dientengevolge gaan zij uit van maatregelen, die indien het geheel aan de norm beantwoordt - inderdaad het geheel ten goede komen. Maar aangezien ¾ van het geheel niet aan de norm beantwoordt, zijn de gevolgen vaak verbluffend. De wijze, waarop de B.T.W. is ingevoerd, is een van de voorbeelden, waarop die macro-economie in uw land wordt bedreven. Maar ook in andere landen zien wij dezelfde flater slaan. Wij hebben de "planners" van b.v. politieke ontwikkelingen. Deze mensen zou je het best kunnen aanspreken als publicity officials. Een Engels woord, omdat je eigenlijk een meer dan Nederlandse mentaliteit en fantasie moet hebben om een dergelijk vak uit te oefenen. Met een eenzijdige voorlichting kun je alles gedaan krijgen. Deze mensen zijn bereid alles en iedereen aan te vallen en belachelijk te maken, zolang ze maar gelijk krijgen. Ook hun extremisme, ofschoon dat niets met gewelddadigheden te maken heeft, is toch wel in de eerste plaats gericht op wraaknemen tegen de maatschappij. En of dat nu een lang vergeten "zo is het ook nog eens een keer" is of dat het de een of andere interviewer is, of de een of andere criticus, ze hebben allemaal hetzelfde: eenzijdigheid. Maar met die eenzijdigheid ook een absolute weigering om iets anders in ogenschouw te nemen. Het zijn deze mensen, die het extremisme veel verder hebben gedragen en die het daardoor hebben wakker geroepen, ook bij anderen. Want zo vreemd het ook moge klinken, als je zelf voelt dat een beetje vrijheid erg belangrijk is en je hoort gelijktijdig iedereen elke maatregel verheerlijken die die vrijheid aantast, dan begin je op een gegeven ogenblik ook een haat te krijgen tegen de maatschappij en dan word je ook extremist, op een andere manier. Extremisten zijn eigenaardige mensen. Je kunt nooit zeggen dat ze slecht zijn. Een extremist is niet slecht en zelfs niet gewetenloos. Hij is alleen ontmenselijkt in maatschappelijke zin. Hij kan de maatschappij niet meer accepteren als menselijk en beschouwt daardoor alles, wat zijns inziens tot die maatschappij behoort, eveneens als onmenselijk, dus strijdig met de menselijkheid. Het is een verdraaiing van denkbeelden en idealen. Maar goed, je zit ermee opgescheept en je zult het moeten accepteren.

80

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Het extremisme heeft echter één functie, die het zelf niet helemaal begrijpt en dat is het wakker schudden van de massa. Een extremist, die zich richt tegen een instelling, werkt een tijd en dan verdwijnt hij. Dan is zijn extremisme weg, want hij heeft bereikt wat hij wilde. Hij komt misschien later met een andere topic weer naar voren, maar voorlopig is hij weg. Maar de burgermaatschappij voelt zich eigenlijk als iemand, die in de brandnetels is gaan zitten toen de grote boodschap moeilijk lukte. Men meende alles genoeglijk verder te kunnen doen, maar er is iets gebeurd - je weet zelf niet helemaal wat - en het begint te irriteren. Die irritatie richt zich vreemd genoeg tegen de extremist zelf - zoals dat b.v. in Frankrijk is gebeurd - maar richt zich tevens mede tegen de maatschappij, die dit extremisme te voorschijn heeft geroepen. En dan zitten we in een krankzinnige draaimolen. Een voorbeeld hiervan, dat u misschien wat beter kent: Tsjecho-Slowakije. De Tsjechen zijn helemaal geen extremisten, behalve op één gebied. Ze hebben één extreem verlangen: de begrafenis van elke Rus, die op hun grondgebied verblijft binnen de korts mogelijke tijd. Maar dit extreme verlangen gaat in tegen de totale structuur. De protesten van de jeugd, de eigenaardige uitbarstingen, als men meent dat men iemand eens de waarheid kan zeggen, zijn alleen de symptomen van iets dat veel erger is. Die maatschappij is op een bepaalde manier opgebouwd en zij kan alleen op een bepaalde manier functioneren. Doet ze dat niet, dan ontstaat er iets, dat men dan een politionele ingreep zal noemen, maar dat in feite erger is dan een oorlog. Nu kan de regering wel proberen de massa terug te brengen naar de norm (dus weer een normalisering van het geheel toe te passen), maar dat lukt niet meer. Er zijn mensen, die extreem zijn voor het herstel van de oude, bijna stalinistische waarden. Er zijn mensen, die extreem zijn voor de vrijheid. Maar dat zijn zeer kleine groepen. De middenmoot is geprikkeld en daardoor onberekenbaar. Van Spanje zou men hetzelfde kunnen zeggen. Nu is Spanje altijd een land geweest dat veel extremisten heeft voortgebracht. Ik geloof ook, dat het extreme in de psychologie van de Spanjaard zit, maar misschien vergis ik me daarin. Zeker is wel één ding: Als we Spanje op het ogenblik bekijken, is het duidelijk dat daar het extremisme van verschillende kanten samenvloeit. We zien in de eerste plaats de nationalistisch-extremisten, o.a. de Basken. In de tweede plaats de syndicalistisch-extremisten, hoofdzakelijk in de omgeving van Barcelona, Tarragona. Dan hebben wij de royalistisch-extremisten van verschillende soorten. We hebben daar dus ook te raken met allerhande eenzijdigheden en daarnaast natuurlijk de oude falangisten, die op hun manier ook extreem voor een bepaalde orde zijn en ook voor sociale ontwikkelingen - dat mogen wij niet ontkennen - en daartussen in nu die massa, die in allerlei extremismen gaat uitbarsten, ofschoon het hen geen barst kan schelen wie er wint. Die massa wordt geïrriteerd door de gezagshandhaving van de een of andere kardinaal. Maar ze wordt net zozeer geïrriteerd door het extreem optreden van bepaalde arbeiders. Die massa weet nog niet precies wat ze moet doen. Maar ze is geneigd naar alles te slaan. Het is als iemand, die in een mierenhoop zit en die op een gegeven ogenblik door vele kriebelende poten en enkele bulten daartoe bewogen als een waanzinnige begint te slaan, zonder zich af te vragen, of er soms ook mieren zitten. Dit zelfde kunnen wij trouwens zien in verschillende Zuid-Amerikaanse staten en in verscheidene Afrikaanse landen. Wat is eigenlijk het resultaat hiervan? Want dat die extremisten er zijn, weten we allemaal. Waar ze vandaan komen, kunt u hopelijk nu begrijpen. Maar wat gaat het betekenen? Dat is veel belangrijker. Dan begin ik met dit te zeggen: Er bestaat bij de gemiddelde massa over de gehele wereld - geen land uitgezonderd – een toenemende irritatie t.a.v. gezag zowel als van extreme groepen. Men voelt zich doodgewoon aangetast in zijn rustige bestaan. En men is bereid alles te doen om die rust, hoe dan ook, te herwinnen. Dit betekent, dat in geen enkel land op het ogenblik iemand kan rekenen op een

81

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN werkelijk trouwe aanhang. Ook geen Charles de Gaulle, geen Mao en ook geen Dubcek. Niemand. Er is geen aanhang meer. Er is een vreemde amorfe massa, die je omhoog stuwt en je gelijktijdig dreigt te verslinden. Daarom gooit men overal in de wereld verdedigingswerken daar tegenaan: pogingen tot reglementatie, een steeds strengere beheersing eigenlijk van het menselijk leven. Maar dat kan men alleen doen, indien men anderen daarvoor kleine vrijheden geeft. Die vrijheden zijn gevaarlijker dan de mensen schijnen te vermoeden. Want als wij een zekere mate van libertinisme bij de mensen zien ontstaan, dan betekent het dat ze de wetten, waarop de maatschappij is gebouwd, eigenlijk belachelijk gaan vinden. Het behoeft toch niet voor hen persoonlijk te zijn. Heel vaak is dat voor anderen. Ze zeggen: Nu ja, voor ons is dat oude goed en wij kunnen begrijpen, dat een ander anders is; die ander moet dat dan op zijn manier maar doen. Daarmede wordt de norm verworpen; en dat is veel gevaarlijker dan men denkt. Want indien ik een zedelijke of sociale norm verwerp, dan verwerp ik daarmede onbewust ook alle andere normen. Wetsontduikingen nemen dus meer en meer toe. Nu is het in Nederland nog zo, dat je betrekkelijk groot moet zijn om de wet goed te kunnen ontduiken. In andere landen is de kleine man er ook al aan toe en in vele landen is de wetsontduiking een wet op zichzelf aan het worden. Nu bedoel ik niet de omkoping, die wij in zoveel staten vinden, maar ik doel hier vooral op de manier, waarop men probeert de totale maatschappelijke wereld met haar structuur te omgaan. Het is, of iedereen een paadje zoekt om uit te wijken. En naarmate er meer extremisten tot actie overgaan, zal de werking op de massa intenser worden en daarmede de neiging van de massa om wegen in te slaan, die voor de extremisten, maar ook voor het bestaande bestel (het establishment) onaanvaardbaar zijn. Het is natuurlijk aardig om in Nederland propaganda te voeren tegen een ereveld in Vlaanderen. Dat kan ik mij voorstellen. Maar zelfs hier zijn er veel mensen die zeggen: waar maken jullie je na al die jaren druk om? Wat kunnen een paar botten voor verschil uitmaken? Niet iedereen is het daarmee eens, maar het aantal mensen dat dat vindt wordt groter. En als men zo dadelijk weer aan komt met het een of andere nationale project om helden te herdenken, dan zegt men: Ach man, loop heen! Begin daar nu weer niet over. Wat kunnen een paar botten of een standbeeld voor verschil maken in de werkelijkheid. We worden toch wel gevild. Die mentaliteit kunt u misschien niet zo gemakkelijk begrijpen, omdat u erin verzeild raakt zonder het te beseffen. Je hebt je eigen idee van b.v. “gezag is heilig" of "sociale vooruitgang is heilig", en dan leef je daarnaar. Maar als je goed nagaat, hoe je zelf reageert en handelt, doe je eigenlijk het tegenovergestelde van hetgeen je beweert aan te hangen, omdat je niet beseft wat je doet; en dat doet de massa over de hele wereld niet. Het resultaat moet dus wel zijn: een toenemende onberekenbaarheid van de massa. Maar dat betekent ook weer een toenemende onberekenbaarheid van alle sociale ordeningen en procedures, waarop tenslotte uw wereld en uw maatschappij tegenwoordig gebouwd is. Laten we trachten een paar gissingen te maken. Dit jaar zal heus nog wel de nodige onrust en de nodige rampen kennen, dat weten we wel. Maar daarover behoeven we ons niet al te veel op te winden. Dat gaat wel weer voorbij. Veel belangrijker is het wat er einde 1971, begin 1972 aan de hand zal zijn. Want wij moeten aannemen, dat - gezien de kosmische tendensen in die periode deze ongedurigheid en toenemende prikkelbaarheid van de massa sneller tot uiting zal komen. Ik geloof, dat het verzet dan o.m. zal leiden tot het volgende - ik noem nu maar een paar voorbeelden: Massale dienstweigering in bepaalde landen, o.a. in de Ver. Staten. Daarnaast ook deels in landen als Italiëen mogelijk een zeer sterke revolutionaire werking, die overigens tot chaos voert, in Griekenland. Dan moeten wij rekening houden met de extremisten, die in Afrika werkzaam zijn. In Noord-Afrika zal dat leiden tot reeksen moordaanslagen van extreme groepen, vaak op hun eigen leiders, omdat die gefaald hebben of hen naar hun inzien hebben verkocht. De massa zal dan daarvan weer gebruikmaken om de extremisten aan te vallen.

82

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Op deze manier zullen we een uiterst verwarde toestand krijgen, waarbij bepaalde landen officieel met elkaar in oorlog zijn, terwijl de burgers van die landen gezamenlijk optrekken tegen bepaalde legergroepen van een van die landen of van beide landen. In een democratie is Jan Publiek de scheidsrechter. Maar voor zover er dan nog van een democratie kan worden gesproken in deze wereld, mogen we nog wel één ding zeggen: Als het publiek de scheidsrechter is, dan heb je kans dat die dadelijk gaat meeboksen; en welke knock-out er zal vallen, is moeilijk te voorspellen. We weten wel zeker, dat er rond diezelfde tijd een aantal worstelingen, burgeroorlogjes en enorme vernielingen te verwachten zijn o.a. in Columbia, Brazilië, Chili, Venezuela. Wij weten, dat er in die tijd of reeds voordien in Mexico en in andere staatjes (Honduras zal er ook wel bij betrokken worden) plotseling een religieus fanatisme gaat oplaaien. En dat zal waarschijnlijk een teruggrijpen zijn naar oude culten en riten. De wereld zal dan waarschijnlijk weer geschokt zijn over wat er dan gebeurt, zoals de wereld altijd geschokt is door de handelingen van elke minister en vervolgens tot de orde van de dag overgaat. Dan moeten wij verder eens kijken wat die extremisten nog meer zullen doen. Zij zijn op het ogenblik bezig in Rusland, China, bijna in alle landen die onder het Sovjet-blok worden gerekend, om actie te voeren tegen wat ze noemen: de bureaucratie. Daarnaast is een groep extremisten bezig om de tijd van Beria te doen herleven; de tijd van de massamoord en de massaprocessen. Geen van de twee partijen zal volgens mij slagen. Maar het eindresultaat zou wel eens kunnen zijn: een plotselinge en fatale reeks uitbarstingen bij het volk. Dan zullen deze staten zeer waarschijnlijk trachten iemand de oorlog te verklaren en zal Rusland moeten ontdekken, dat de Russen geen zin meer hebben om ergens anders te gaan vechten. Ze willen alleen Rusland verdedigen. De Chinezen zullen tot hun verbazing moeten ontdekken, dat het hun soldaten en generaals niet te doen is om het dappere optrekken in naam van Mao, het rode boekje en alle andere heilige waarden van het land en het communisme, maar alleen om het bereiken van een betere salariëring, een betere rang en zoveel mogelijk plezier. Ze zullen ook ontdekken, dat de burgerbevolking, dit beseffende, weigert om medewerking te verlenen. En dat kan werkelijk heel veel betekenen. Ik heb zo'n idee, dat wij in die tijd dan ook verschillende malen geconfronteerd zullen worden met wanhopige bestuurslieden, die dreigen en misschien zelfs proberen om atoom-missiles te gebruiken. Ik neem aan, dat het niet zal lukken, maar ook dergelijke wanhopige regeerders worden extremisten, die alles beter achten dan het verlies van hun invloed of macht. Een ander verschijnsel, dat wij ook kunnen verwachten – van bijna eind 1970 af tot circa 1982 - is het falen van allerlei projecten. Je kunt er natuurlijk geen concrete voorbeelden van geven, dat begrijpt u. Maar om u een voorbeeld te geven: Er is een volkstelling. Iedereen is niet thuis. Er worden belastingaanslagen verstuurd, maar het is plotseling, alsof iedereen besloten heeft dat die dingen nog wel even kunnen wachten. Er komt niets binnen. Er is een grote betoging. De enigen die komen zijn de spreker en de mensen, die worden betaald om de installaties te bedienen. Dat soort dingen ga je dan krijgen. Daarnaast zult u zien, dat men bepaalde flats optrekt tegen van tevoren berekende huurprijs en dat iedereen, die er intrekt zegt: Dat is te veel berekend. Dat betaal ik niet. Gooi mij er nou maar uit. Zo kunt u zich ook voorstellen, dat er op een gegeven ogenblik mensen worden opgeroepen voor laten we zeggen een katoenoogst en dat ze het ineens in hun hoofd krijgen: ach wat, zo'n beetje katoen kunnen wij best voor onszelf gebruiken. Als we samen doen, halen we er ook aardig wat baaltjes uit. En voor je het weet is de katoen verkocht; maar niet door de eigenaar. Je kunt op een dag verwachten dat een stel buurvrouwen zeggen: Het brood wordt te duur. Het is te gek. Het is niet te eten. Weet je wat, wij gaan zelf bakken. We doen dat om de beurt voor elkaar. Het is vaak een herleven van bijna middeleeuwse toestanden aan de ene kant en aan de andere kant een absolute onberekenbaarheid.

83

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Iemand legt een nieuwe weg aan en als die gereed is, dan blijkt dat iemand het er niet mee eens is en besluit die weg op een bepaald punt op te breken. Hij doet dat verschillende keren met geweld en zelfs met explosieven. Het resultaat is, dat als die weg eenmaal helemaal voltooid is het verkeer het niet meer vertrouwt. Dat zijn van die gekke gevallen, die je kunt verwachten. Het zijn geen concrete voorbeelden, maar zo zou het kunnen zijn. En dat hebben we allemaal te danken aan de extremisten. Want dezen zullen op een gegeven moment geneigd zijn om op de Academie te zeggen: Wij zullen uitmaken welke professoren ons mogen examineren en op welke manier. Waarop de goegemeente gaat zeggen: Dan zullen wij wel eens kijken naar je bekwaamheid, want je diploma zegt ons niets meer. We zullen zien dat het gehele onderwijs - en dat zult u in Nederland over enkele jaren al zien gewoon in elkaar gaat zakken als een pudding. Het is te massaal gezien. En waar de extremisten aan de gang zijn, brengen ze zonder het te beseffen juist de massaliteit van regelingen en organisatie in gevaar. En dat is nu juist wat ze nodig hebben om hun extreme zienswijze te kunnen doorzetten. Er zullen heel wat benden de straat op gaan. Misschien zwart-, wit- of blauwhemden en weet ik wat voor groeperingen, die gaan vechten zonder dat ze zelf goed begrijpen waarom. De goegemeente zal zich daartegen wapenen; en als die zich gaan wapenen, dan kunt u het voor uzelf wel narekenen wat daarvan gaat komen. Dan ontstaat er een ogenblik van absolute ordeloosheid, van wetteloosheid. En waar dat ontstaat, is de eindconclusie duidelijk: De extremisten, die op het ogenblik in steeds grotere mate en in steeds meer differente verschijningsvormen optreden, zijn in feite alleen maar krachten, die het evenwicht van uw hele maatschappij verder aan het wankelen brengen. Dat men door chaos tot vernieuwing komt, heeft u een vorige maal kunnen horen. Het mechanisme, dat daarbij een grote rol speelt, heb ik vandaag naar mijn beste weten belicht. NOOT. De stelling, dat extremisme ook extremisme voortbrengt, is niet helemaal juist. Als u zegt, dat extreme maatregelen extreme reacties uitlokken, heeft u wel gelijk. Maar als wij de ontwikkeling nagaan van extremistische groepen over de hele wereld, dan zien wij dat zij voortkomen juist uit de rigiditeit van de groep of maatschappij, waartoe zij behoren. Om een voorbeeld te geven: De Jezuïeten en met hen anderen die de Inquisitie vormden, kwamen voort uit een structuur, die dermate rigide was, dat men aan deze normalisatie, die het "ik" onderdrukte, alleen kon ontvluchten door ofwel die wetten in het bijzonder te handhaven ten koste van alles, dan wel die wetten in feite terzijde te schuiven, zoals vele anderen hebben gedaan. Als wij kijken naar b.v. de Jacobijnen ( de Franse Revolutie), dan is het vreemd genoeg helemaal niet de revolutionaire club die u verwacht, die er met bijlen op af wil gaan. Het zijn eenvoudig mensen, die discussiëren, die een inzicht willen hebben in wat er bestaat. Hun optreden is helemaal niet extremistisch. Maar omdat zowel de Jacobijnen als de Royalisten (dus de maatschappij van toen) beiden uitermate rigide waren, ontstond er verzet. Bij de Jacobijnen werden dat de bloeddrinkers. De mensen, die o.m. achter Danton aan gingen en later achter Robespierre. Aan de andere kant krijgen wij bij de Royalisten die speciale hofpartij, die door duels, sluipmoordenaars, ranselpartijen en e.d. op een gegeven ogenblik probeert om het verzet, dat eigenlijk niet eens reëel bestaat, de kop in te drukken. Daar, waar het niet gebeurt, waar n.l. een sterke gebondenheid is van landeigenaren met hun horigen, zoals in de Vendée, kunnen de Royalisten het dan ook een hele tijd bolwerken. Maar in de meeste gebieden worden ze verslagen door hun eigen mensen. Dat is wel heel opvallend, omdat ze eigenlijk veel meer middelen hadden, veel extremer mogelijkheden dan de mensen in de steden. De adel in de steden zou als eerste vallen, dat is duidelijk. Maar dat de landadel op bepaalde punten plotseling moest vallen, was alleen te wijten aan hun angst voor een te rigide 84

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN structuur. De bevolking moest blijven buigen, dus greep men verder. Men ging de buiging meten; en dat had men nooit moeten doen. Er is historisch trouwens veel meer te vertellen. In de moderne tijd is de opstand van Spartacus (de slavenopstand in Rome) misschien verheerlijkt en geromantiseerd. In feite is dat alleen te wijten geweest aan het feit, dat sommige slaveneigenaars te veel slaven hadden. Zij wensten hun gezag over die slaven uit te breiden en begonnen daarom naar eigen inzicht hun functies te wijzigen en daarmee hun rang, zonder dat daarvoor een kenbare reden was. Dat gaf aanleiding tot het verwijzen van de meest brutalen naar o.a. de gladiatoren; maar daarnaast gaf het tevens aanleiding tot het strijdbaar worden (dus ook het extreem tegen het gezag van de heer ingaan) van andere slaven. Dat was de oorzaak van die Spartacus-opstand. Als Ichnaton niet had geprobeerd om andere tempels te onderdrukken en alleen maar zijn eigen tempel voor Aton had gebouwd, dan had niemand daar bezwaar tegen gehad. Maar hij wilde de waarheid volledig, voor iedereen, en daardoor tastte hij een establishment aan. Hij kreeg dus weerstanden te overwinnen. Om die weerstanden te overwinnen begon hij eenvoudig over het hoofd van de gevestigde orde heen mensen te bevorderen en rond zich samen te trekken. Hij ging gebruiken schenden alleen maar om duidelijk te maken, dat hij er niet bij hoorde. Hij werd extremist. Het resultaat was, dat men even extreem tegen hem en zijn aanhangers is opgetreden. Hoe verder wij in de oudheid gaan, hoe meer wij het bevestigd vinden. Het extremisme kan alleen daar voorkomen, waar een te rigide structuur bestaat. Rigiditeit van structuur is in beginsel dus altijd de oorzaak voor extreme neigingen en opvattingen. Dat deze dan different zijn en daardoor met elkaar in botsing komen, is duidelijk. Overigens is hierbij nog te vermelden, dat het Franse volk het Franse volk is gebleven ondanks de révolution, fraternité, égalité etc. Spartacus heeft weinig vaste tekenen in de massa achtergelaten. De massa heeft zich weer hersteld uit de onevenwichtigheden. Hetzelfde geldt voor Egypte. Zeker, de tempels van Ichnaton zijn vernietigd en veel van zijn beelden zijn beschadigd. De tempels gingen door en de gewone mensen ook. De massa wil n.l. haar eigen evenwicht en alles wat dat aantast - of dit nu een rigide structuur is of een extremisme - brengt haar tot reacties, die dan volledig onberekenbaar zijn. KEUVELENDE KIEZERS. In deze kabbelende, maatschappelijk redekavelende maatschappij moeten wij allereerst zien hoe de mens kiest. En als wij spreken over kiezen, dan denkt iedereen eerst aan verkiezingen van politieke aard, die men overigens zou kunnen missen als kiespijn. Ik geloof eerder, dat men bij het kiezen eens rekening moet houden met de keuze, die de mens in het leven maakt. Want overal zijn de mensen bezig om met elkaar te keuvelen over alle dingen, die schijnbaar belangrijk zijn. Bakker B. bakt beter dan bakker A. Het middel van C. wast schoner dan het middel van D., en zo gaan we verder. Overal worden opposities geschapen, reëel of niet reëel. Deze opposities zijn dan altijd het heerlijke onderwerp, waarover je kunt spreken, als het weer als conversatiepunt is uitgevallen. Maar het vreemde is, dat men zo zichzelf naar een keuze toe praat. Als iemand voortdurend aan het praten is over het voor of tegen van een bepaalde soort koffie, thee of chocolade, dan is hij eigenlijk ook bezig zichzelf te overtuigen. Anti-propaganda is soms de beste propaganda, die kunt maken. Er zijn mensen, die dat in het verleden hebben begrepen. Een reclame van Ford was gebaseerd op een mopje. "Al heeft een Ford geen motor, hij loopt toch Wel.” Een sigaret kondigde zich aan met een slagzin bestemd voor een bepaald deel van het proletariaat. "Elk secreet rookt North State". Het is een anti-propaganda. Het is juist dit soort 85

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN propaganda dat in het gekeuvel van de burgers een rol speelt. Het is eigenlijk een kritiek, een grapje, dat veel méér doet om een keuze te bepalen dan alle ernstig gemeende argumenten. Als je begint een geneesmiddel aan te bevelen door op te sommen wat er allemaal aan werkzame bestanddelen in zit, dan zal het misschien op de domme menigte enige indruk maken. Dat is ongetwijfeld waar. Maar als je daarentegen eenvoudig zegt. "Hé, geen hoofdpijn meer!” dan heb je kans dat dat blijft hangen. En als je nu zegt: "Als je alles hebt geprobeerd, moet je dat ook nog maar eens nemen," dan heb je kans dat dat merk het best wordt verkocht. Dat is nu hetgeen, waarover ik het vanavond eens wil hebben. Niet speciaal over de reclame, maar over datgene wat u eigenlijk tot een keuze brengt. Want terwijl u zo bezig bent over al hetgeen er wel of niet moet gebeuren, doet u weinig; om eerlijk te zijn, u doet bijna niets. U doet wel, of u een keuze maakt, maar in feite laat u een ander voor u kiezen, tot het ogenblik dat er ergens in uw hersenen iets gebeurt, dat er een spoor wordt kortgesloten en dan blijkt ineens dat dat ene kleine zinnetje of begripsverwarrinkje (dat is het vaak ook nog) de mensen ertoe brengt te kiezen. Dat heeft u kunnen zien in de politiek. Het is eigenaardig, dat de Boerenpartij de meeste aanhangers onder de stadsmensen kon vinden. Even curieus is het ongetwijfeld, dat een jongerenpartij als D66 eigenlijk is een groot deel van haar niet geregistreerde aanhang heeft onder de ouderen, om niet te zeggen de veel ouderen. D66 voelt zich thuis in het tehuis voor ouden van dagen. Dat klinkt erg paradoxaal, maar dat komt omdat de Boerenpartij gewoon een protestpartij was. En als er één gevleugeld woord is geweest, dat grote invloed heeft gehad op de reactie van vele mensen, dan is het dat ene verstandige woord dat Koekoek sprak in de Tweede Kamer: "Mijne heren, wij hebben al een hele dag vergaderd hierover. Ik heb veel woorden gehoord en wij hebben nog niets gezegd, niets besloten en niets gedaan. Laten we liever wat doen! Ik dank u." Dat spreekt aan. Als u iemand wijst op alle voordelen van iets, dan heeft u grote kans dat hij zegt: "Dat is heel erg aardig”. Maar als u vertelt dat de buren het hebben, dan wil hij het ook hebben. Als u iemand vertelt, dat een bepaald blad zo ondeugend is (of dat nu links, rechts of wat anders georiënteerd is), dan wordt het gelezen. U realiseert zich waarschijnlijk niet hoeveel communisten naast de Waarheid de Telegraaf lezen. Dat zijn van die eigenaardige dingen, die u alleen kunt verklaren uit een voortdurend redekavelen, een klateren van begrippen, waarin op een gegeven moment iets blijft hangen: n.l. datgene, wat schijnbaar onredelijk is. De keuze van de kiezer is meestal de meest onredelijke. Dat is bewezen. Een bepaalde groothandelsfirma vertegenwoordigt een zeer bekend merk slaolie. Wat deed deze firma nu? Ze bottelde dezelfde olie in vier verschillend geëtiketteerde flessen, die qua inhoud precies gelijk waren en zetten ze neer. De prijsverschillen waren t.a.v. de merk-slaolie en de goedkoopste 50 %. De fles, die het dichtst bij de dure merk-slaolie was, was nog altijd 20 % goedkoper. En nu het eigenaardige: men heeft deze fantasiemerken uit de handel genomen: omdat ze te goedkoop waren. Zo prijsbewust is men. Prijsbewust-zijn is ook zo'n mooi iets. Het betekent dat je op de prijs moet letten. Dat doen de mensen dan ook prompt. Ze kankeren erover en ze kopen het duurste. Dat zijn denkwijzen, die absoluut onredelijk zijn. Laat mij dan beginnen met te zeggen, dat: 1. De werkelijke keuze - op welke wijze dan ook - van de doorsnee-mens wordt bepaald door onredelijke elementen. 2. Hoe komt het dat men - eenmaal een keuze gedaan hebbend, hoe onredelijk dan ook - zich daar veelal bij houdt? Het antwoord is weer eenvoudig: Zolang er geen onredelijker argument wordt gevonden dan dat wat aanleiding was tot de keuze, blijft de oude keuze bewaard, omdat men - zelfs indien men de onredelijkheid ervan enigszins begint in te zien -het gevoel heeft dat men door een andere keuze te doen zichzelf een zekere onbekwaamheid verwijt.

86

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Als u wist hoeveel huisvrouwen een bepaald merk hanteren, niet omdat het beter of goedkoper is, maar alleen omdat ze het nu eenmaal hebben gekozen en door andere merken te proberen zouden toegeven dat ze eigenlijk verkeerd gekozen zouden kunnen hebben, dan zoudt u eveneens verbaasd zijn. Dit keuze-element speelt natuurlijk 1 een grote rol in de hele wereld, de handelswereld, de politiek e.d. Daarbij gaat men heel vaak uit van gelijkenissen. Een president kan wel eens worden gekozen, omdat hij lijkt op de buurman. De buurman kan geen goede president zijn, men weet het heel goed, maar de man, die zo op buurman lijkt, geeft gezellige associaties; zo het idee, dat je ook een avondje met hem kunt gaan bridgen. Dus kies je hem. Een ander voorbeeld van dergelijke eigenaardige motiveringen: Iemand stemt op een bepaalde partij in Nederland. Nu komt er iemand, die over die partij allerlei schandaaltjes vermeldt. Dan zal die man juist op die partij blijven stemmen. Hoe meer je de partij afbreekt, des te trouwer hij wordt. Maar op het ogenblik dat je zegt: Die partij is heel goed, in ieder geval veel beter dan die andere partij, want die is verkeerd, dan weigert hij prompt zijn stem. Men klaagt wel eens over het feit, dat er zoveel slechte regeringen zijn. Ik geloof, dat hier zeer zeker geldt, dat het volk verdient wat het kiest. Want het kiest over het algemeen alles, behalve het goede. Nu kunt u zeggen, dat het goede bijna niet meer verkiesbaar is. Dat is ongetwijfeld ook waar, omdat men steeds slechtere kwaliteiten kiest. Zo worden de goede vanzelf langzaam maar zeker uitgewied. Als u dus het kiezen wilt beïnvloeden zult u rekening moeten houden met het volgende: Elke keuze kan beïnvloed worden door: 1. Een extreem verschil, al is het alleen maar een andere kleur van uw wasmiddel. Er zijn enkele maatschappijen, die daarvan gebruik maken. 2. U moet altijd uitgaan van het standpunt, dat het absurde verkieslijk is. Als u iemand zegt: "Ik wil een boterham verdienen, dus koop bij mij." Dan zegt hij: "Ja, dat wil ik ook", en hij koop niet bij u. Maar als u zegt: "Wij geven alles weg, we verliezen eraan; maar het moet weg," dan weet iedereen dat u liegt, maar ze kopen bij u. 3. Waar er een keuze-element bestaat, dient men te onthouden dat het geleidelijke praatje dat onder de mensen circuleert meer invloed heeft dan de beste gerichte reclamecampagne. 4. Elke vorm van propaganda, die het ridicule in zich draagt, is dat iedeeen denkt, dat hij iets voor niets wil hebben, maar iedereen is bereid alles te geven, als hij er maar niets voor terugkrijgt. Dat zijn een aantal eigenaardige stellingen, dat geef ik graag toe. Maar onze keuvelende kiezers hebben op een gegeven ogenblik het idee, dat ze schuldig zijn, indien ze voor zichzelf iets vragen. Ze worden overspoeld door zoveel idealen, dat ze het gevoel hebben alles te moeten opofferen. Zeg hun, dat ze alleen nog maar offers te brengen hebben en ze zullen u toejuichen. En naarmate ze meer reden hebben iets voor zichzelf te vragen, zullen ze meer bereid zijn alles te offeren. Dat is gebleken in de oorlogsjaren. Als de bloed- en tranen-speech van Churchill "ik heb u niets te bieden dan bloed en tranen" al zo'n daverend applaus uitlokt, dan denkt u misschien: dat waren oorlogsomstandigheden. Maar ik herinner me ook dat iemand een verkiezingspropaganda begon en alles beloofde en er onmiddellijk achteraan zei: "Maar dit alles kunnen wij voorlopig niet bereiken, want wij moeten eerst offers brengen." Vele mensen kopen liever een kasteel in de wolken, dat er over 100 jaar misschien zal zijn dan een klein tuinhuisje buiten, dat nu onmiddellijk kan worden betrokken. Mensen kiezen dromen, geen werkelijkheid. En omdat de mensen zo graag dromen en daarover graag redekavelen, wordt de wereld sedert het begin van de menselijke beschaving geteisterd door ontelbare groepen idealisten. Een ideaal op zichzelf is mooi. Maar een idealist is iemand, die eigenlijk alles verkiest behalve de werkelijkheid. Indien u tegen een mens zegt: "U weet niet eens, of er een God is, dus zorg hier nu maar eerst voor uw zaken," dan kijkt hij u minachtend aan, zegt: “U heeft wel gelijk," 87

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN en gaat rustig verder en doet wat hij altijd heeft gedaan. Maar zeg tegen diezelfde mens: “Er bestaat misschien geen God, maar ik voel het in me: God roept u," dan moet u eens kijken. Dan heeft u zo alles bij elkaar, inclusief bioscoop plus evangelisch centrum. Als u zegt. "Niets is mogelijk" dan is iedereen bereid u te geloven. Zeg: "Niets is onmogelijk," dan bereikt u alleen maar dat iedereen u aankijkt of u gek bent. Wat deze wereld vraagt, is een pessimisme in het heden, gepaard gaande met een belofte voor morgen, die ongeloofwaardig is. In de politiek ziet men dat ook steeds weer, maar ook in de handel. Ja, zelfs in de godsdienst treffen wij eenzelfde reactie aan, eenzelfde wijze van denken, van reageren. Als u tegen de mensen zegt, dat ze moeten sterven voor hun God, dan vragen ze zich niet eens af, of ze wel werkelijk in die God geloven, want zij mogen sterven. En sterven voor een doel, is het mooiste dat er bestaat; ook sneuvelen voor je vaderland. Je weet niet eens wat je vaderland is; je hebt het misschien nooit gezien. Een Nederlander, die wil sterven voor zijn vaderland, is waarschijnlijk iemand, die altijd met vacantie naar de Riviera is geweest. Er zit ergens een onzinnigheid. Dit alles zou weinig zin hebben in een kort betoog, indien ik niet iets eraan zou willen vastknopen. Dat is dit: U kiest zelf voortdurend. Zelfs als ik spreek, kiest u. Waarom kiest u? Wat kiest u? Vraag dat uzelf eens af. Probeer u eens te realiseren wat voor een keuze u voortdurend maakt in uw leven en u zult met verbazing constateren, dat uw keuze zelden de keuze is, die u verstandelijk zoudt nemen. Houd dan op met redekavelen over uw keuze, maar besef wat u doet, indien u kiest. U zult ontdekken, dat u nog steeds opteert voor wat de Duitser zo mooi Wolkenkuckucksheim noemt, dat u nog altijd kiest voor the castle in the sky. Maar u doet het bewust. Als u het bewust doet, zal het u niet meer zoveel schaden. Want de grote schade, die de mens, deze keuvelende kiezer, in het leven voortdurend oploopt, is wel de teleurstelling, die hij voor zichzelf niet kan toegeven, omdat hij bang is dat hij dan helemaal niets meer over heeft. Maar de teleurstelling, die aan de andere kant voortkomt uit een irreële keuze: een keuze, die op gevoelsgronden werd gedaan, zonder dat men besefte dat het gevoelsgronden waren. Nu moogt u, geachte dames, zo dadelijk rustig naar een grootwinkelbedrijf gaan en dat heerlijke rode, met fris groen en witte belletjes doortintelde pakje wasponder nemen in de illusie, dat het voor zijn 10 centen meer 20 centen voordeliger is. Ik garandeer u, dat het precies evenveel waard is als dat gele, witte of groene pakje en dat u in vele gevallen beter een beetje chloor kunt gebruiken; dat is voor uw wasgoed beter, het komt er helderder uit en het is veel goedkoper ook. En u, mijne heren, u moogt natuurlijk stemmen voor hoge idealen. U moogt in loges wegkruipen, als u dat wilt. U moogt dromen van een hervorming van de gehele mensheid; niemand zal het u kwalijk nemen. Maar weet dan wel, dat u het doet, omdat u droomt, niet omdat u een realiteit naloopt. Het is onmogelijk van de mens te vragen, dat hij op werkelijke feiten zijn oordeel baseert. Maar tenminste zou hij dit kunnen beseffen. Als u in de komende tijd zoveel van die onvoorstelbare gebeurtenissen en reacties ziet, dan moet u zich dit maar even te binnen brengen. Al die mensen hebben gekozen. En ze hebben allemaal volgens, u verkeerd gekozen. Maar zolang ze nu maar beseffen, dat die keuze iets was dat van binnenuit kwam, dat niet redelijk was, zullen ze ook geen redelijke resultaten verwachten. En dan kunnen zij er misschien gelukkig mee zijn. Nogmaals: het is niet belangrijk of u nu werkelijk het beste wasmiddel neemt of het slechtste. Ze schelen heus niet zoveel. Het is belangrijk, dat u het idee hebt dat u met uw wasmiddel de was kunt doen. Het is niet belangrijk, of u een ideaal kiest dat dicht bij de werkelijkheid ligt of één dat er ver vanaf is, zolang u maar beseft, dat het een ideaal is, een droombeeld en geen werkelijkheid. En het is ook helemaal niet belangrijk, of u gelooft, omdat het zo prettig is om te geloven, of omdat u niet weet wat men anders moet geloven. Zolang uw geloof u ergens een steun geeft, aanvaard het voor zover het steun geeft. 88

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 7 - EXTREMISTEN Besef, dat je zelf – of je wilt of niet – vanuit een gevoelswereld leeft; en dan zul je misschien niet zoveel meer redekavelen over de juiste keuze. Dan zul je misschien niet meer zo bezig zijn anderen ervan te overtuigen, dat jouw denkbeeld het enig juiste is. Dan zul je gaan beseffen, dat leven met hetgeen je hebt gekozen en beseffen wat in feite die keuze betekent het meest belangrijke is. DESILLUSIE. Desillusie komt voort uit de illusie. Want een illusie kan alleen ten onder gaan en in haar tegendeel verkeren, indien wij de illusie vereren. Het zijn slechts de goden, die wij op voetstukken zetten, die verbrijzelen op de grond. Daarom moeten wij leren te wandelen tussen de goden. Wij moeten niet trachten alles ver van ons af te zetten, hoog boven ons of diep onder ons. Wij moeten begrijpen, dat wij er middenin staan. Hij, die midden in de wereld staat, heeft weinig desillusies. Hij weet hoe het leven is; hij aanvaardt het zoals het is. Wie de werkelijkheid verwerpt, omdat het zo schoon is te aanbidden, wie mensen naar beneden wil halen van een voetstuk, omdat het zo vervelend is dat ze zo hoog staan, hij zal een desillusie hebben. Maar een mens, die durft leven met de feiten zoals ze zijn, alles durft accepteren zoals het is, zal geen desillusie kennen. De teleurstelling, mijne vrienden, komt uit uzelf voort, niet uit anderen. Zoals een wijsgeer eens heeft gezegd: “Zolang ik in mijn droom geloof, vrees ik het ontwaken. Maar waar ik wakend door de wereld ga, zal de wereld in mijn dromen zijn. En ziet, ik zal leven - wakend en dromend tegelijk - in die ene werkelijkheid, waaruit ik mij zelf vorm en mij breng tot de volmaaktheid. De volmaaktheid n.l. van dat te zijn wat ik reeds ben." DIT ZIJT GIJ. Fluwelen hemel, donkere nacht, verblindend lichte dag, verschroeiende zon en regen, die de aarde drenkt, een leven, dat verrukking schenkt en leed, waarin je haast vergeet, dat leven nog een waarde heeft, dat àl wat is en àl wat rond u leeft zijt gij! Degene, die gij haat en dat, wat gij veroordeelt, de misgreep van de Staat, de goede diensten van een kerk, de onnodigheid van overbodig werk, dit alles, wat gij kent en eert, of afkeurt of beleert, dit al zijt gij! Dat wat gij noemt uw God, dat wat gij ziet als licht, de kracht, die gij ontvangt, de kracht, die gij weer richt op mens of God, dat wat gij noemt het lot en wat gij noemt oneindigheid, en zelfs de tijd, die voortgaat, is steeds een deel van 't ”ik”, want àl dit zijt gij zelf! Daarom, besef: Dit al ben ik. En uit dit al vorm ik mijzelve. En met mijzelve vorm ik al. En wat ik heb gevormd of vormen zal tezamen, is eeuwigheid, waarin ik ben. Ik, die daar voortbesta als beeld van God; die onderga de tijd en toch ben eeuwigheid. Ik ben. En al ben ik. Maar verder kan ik niet dan tot de grenzen van mijn wezen. Mijn vrezen en mijn vreugden samen, vormen mijn wereld. Zij omramen voor mij de werkelijkheid. Laat ‘k dan erkennen en aanvaarden: Uit mij komen alle waarden, die ‘k in de wereld zie en die ‘k erken. En al, wat ik uit de wereld ontvang - goed of kwaad - dat is slechts een echo van dat, wat ik nog zelve ben. Indien gij zo beschouwt en zo uw wereld leeft, dan weeft gij voor uzelf erkenning, die in uzelve krachten geeft. Opdat gij zonder de gewenning aan sleur en aan de gang van tijd, levend uit kracht van oneindigheid, uzelve ziet; en door uzelve ziet de kracht, waaruit gij eens zijt voortgekomen.

89

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA

LES 8 - VARIA.

Er is op het ogenblik op de wereld heel wat aan de hand. Tijdens de laatste Wessac-bijeenkomst is dat dan ook gebleken. Ofschoon je natuurlijk nu nog geen definitieve uitslag kunt geven ten aanzien van de plannen en besprekingen, zoals altijd, zou ik toch willen beginnen met daaraan enige aandacht te besteden. In de eerste plaats zijn we tot de conclusie gekomen, dat er een aantal invloeden gaat optreden in de nabije toekomst, die de zaak zeer vreemd en wat instabiel maken. De grote moeilijkheid vanuit geestelijk standpunt is daarbij wel, dat de mensen zo weinig redelijk en zelfs zo weinig emotioneel verantwoord reageren. Indien we zouden weten, dat de mensen voor redelijke argumenten vatbaar waren, dan zouden zeer vele problemen zonder meer op te lossen zijn. Indien de mensen eerlijker volgens hun gevoel reageerden, dan zouden we invloeden kunnen scheppen om veel te voorkomen. Maar zoals het er nu uitziet, hebben we ook dit jaar te maken met een bijzonder sterke kracht, die echter een aantal strijdigheden met zich brengt. U zult moeten aannemen, dat het komende jaar (dus de komende periode) zich weer zal kenmerken door allerhande revolutionaire tendensen. En bij die revolutie zouden we nu eindelijk wel eens een keer wat garen willen spinnen t.a.v. de bewustwording. Het zal onvermijdelijk zijn, dat een groot deel van de mensheid wordt geconfronteerd met de dwaasheid van hun eigen stellingen en feiten. Dat zal ongetwijfeld ook het geval zijn in Frankrijk, waar het heengaan van De Gaulle niet alleen maar - zoals men misschien denkt wat politieke verwarringen heeft gebracht. Men zal er toch niet in slagen het hele gaullisme nu op de achtergrond te dringen, Integendeel, er is grote kans op dat men tegen het einde van het lopende kalenderjaar zelfs een poging zal wagen om opnieuw een zekere dictatuur te vestigen. En bij het ontbreken van een algemeen geëerde sterke man zijn de kansen voor revolutionaire tendensen aanmerkelijk groter dan voorheen, vooral zo in oktober. Dan heb ik er nog niet eens op gewezen, dat natuurlijk de Franse franc binnenkort onder zeer zware pressie komt te staan. En dat geldt dan niet alleen voor de Franse franc, dat betreft ook het Engelse pond en indirect ook de Italiaanse lira. Die moeilijkheden zouden misschien zijn op te lossen, indien de mensen eindelijk eens zelf wisten wat ze wilden. Men is overal bezig zijn recht te halen en zijn vrijheid te zoeken. En als ik zo globaal interpreteer wat we tijdens de Wessac-bijeenkomst hebben gezien en gehoord, dan kom ik wel tot de conclusie dat dat "recht halen" nu juist de verkeerde kant uitgaat. De mensen komen op voor rechten, die ze formeel wel hebben. En ze strijden voor wat ze noemen 11 hun vrijheid" zonder te beseffen wat die vrijheid inhoudt. Als ik een paar van de punten (ik ben zelf aanwezig geweest op de Wessac-bijeenkomst, dus ik kan daar iets van zeggen) mag weergeven, die volgens mij daaruit spreken: Een algehele vrijheid is slechts mogelijk voor weinigen ten koste van de slavernij van alle anderen. Dat zal men in deze tijd ontdekken. Men kan de overwinning van zijn eigen rechten vaak slechts dan bevechten, indien men het recht van alle anderen daaraan opoffert en mede zichzelf offert. Wat er overblijft, is dan het recht in de ruïne van het leven. De vernieuwingsdrang, die in deze tijd optreedt, zal dus ook wel enkele zeer wonderlijke exponenten gaan vertonen. Ik denk daarbij o.m. aan Japan. In Japan zouden we wel eens met een heel sterk conflict te maken kunnen krijgen tussen wat ik zou willen noemen de nationalisten, de Rode Japanners en de Amerikaans-gezinde Japanners. Dat zal wel indirect op het z.g. vrije China terugslaan, waarin we eveneens wat verwarring moeten verwachten.

90

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Dat dit op het gehele verloop van de gebeurtenissen in Azië een terugslag zal geven, is zeer begrijpelijk. We vermoeden dan ook, dat hier en daar oorlogshandelingen daaruit zullen voortvloeien; en in ieder geval een aantal bloedige relletjes, opstootjes en wat dies meer zij. Voor de Amerikanen zal het daardoor veel moeilijker worden om hun op het ogenblik uitgesproken Vietnam politiek voort te zetten dan men anders zou verwachten. Rampen zijn natuurlijk nooit helemaal te voorzien op menselijk terrein. Maar ik heb zo'n idee, dat er grote moeilijkheden komen in Ceylon en waarschijnlijk ook in verscheidene naburige landen. Hoe men daarop zal reageren is op het moment niet te zeggen. De Amerikaanse regering zal de kosten van de oorlog wel wat moeten beperken in de komende 3 jaar, omdat anders deze administratie een absolute mislukking wordt. En als men van de huidige president één ding kan zeggen: hij is bereid tot alles, behalve tot mislukking in de ogen van anderen. En daarmee is hier ook weer hetzelfde probleem aanwezig: wat moet hier gebeuren? Ik geloof, dat van het standpunt van de Witte Broederschap er moet worden getracht te streven naar een hergroepering, een sociale hergroepering. En dan natuurlijk niet alleen in Japan maar gelijktijdig in een groot deel van het overige Azië Dat zal heel wat voeten in de aarde hebben, vrees ik. Men heeft daarnaast de krachten van de Wereldleraar, die is heengegaan en van de Wereld-meester. Beiden sterk, gezien in de uitzending van kracht. De tendensen zijn aanwezig en we moeten dus aannemen dat mystieke invloeden zullen optreden waarschijnlijk vooral in het zuiden van Azië. Ik neem aan - al kan ik dat niet met zekerheid zeggen - dat de Witte Broederschap zal trachten deze denkbeelden verder over de wereld uit te dragen. - Van groot belang is volgens mij daarbij, dat men dit niet doet als een nieuwe leer, maar meer als een filosofische reformatie. Daarvoor is de wereld op het ogenblik rijp. Godsdienstige belangen worden dan niet zo onmiddellijk aangetast en men heeft een grotere vrijheid van verkondiging. De situatie, die we zien in Israël en Arabië, is op het ogenblik langzaam maar zeker ook tegen het kookpunt aan. Dat hier meer uitgebreide gewelddadigheden zullen plaatsvinden, is bijna onvermijdelijk. Maar wat de meesten van u niet beseffen, is dat op het ogenblik in de Arabische landen tegen de bijzonder actieve organisaties, die Palestina terug willen hebben andere organisaties gevormd worden en in verzet treden. We zullen erop moeten rekenen dat in Syrië, Egypte en in nog zo'n paar landen opstand en terreur zullen heersen. En waar dat naartoe moet? Ja, ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik geloof, dat het niet alleen een lange hete zomer wordt, maar dat het eigenlijk een begin is van een absolute hergroepering. Israël zelf staat er ook niet zo prettig voor, omdat ook daar ondanks alles de denkbeelden langzaam maar zeker verdeeld raken. Israël heeft een lange tijd de sympathie van de gehele wereld genoten. Sympathie, die de mens altijd geeft aan wat men de "underdog" noemt, de minst sterke. Maar de, laatste tijd heeft het zeer veel van die sympathie verspeeld, niet alleen bij staten, maar ook bij mensen. En onder die mensen zijn heel veel geloofsgenoten. Dat zou wel eens kunnen betekenen, dat er economisch grote moeilijkheden gaan komen; niet iedereen zal dat nemen. Ik denk b.v. aan wat onrust in Haïfa, die heus niet zo lang zal uitblijven. En natuurlijk hier en daar weer wat terreurdaden. Zelfbeperking is niet altijd het juiste middel om de vrede te bewaren, dat weten we allemaal. Want zelfs de absolute goedheid kan soms het kwaad aan de andere kant versterken. Hier moet men eigelijk proberen van beide kanten naar een meer reëel standpunt toe te komen. Ik neem aan, dat de Witte Broederschap daar groot belang bij heeft. Want het is duidelijk, dat het uitbreken van een werkelijk, felle oorlog in Noord Afrika zou kunnen leiden tot een wereld omvattend conflict, zelfs indoen dat alleen maar “koude” oorlog heet. Trouwens het verschil tussen koude en hete oorlog is alleen de manier op je betaalt. De koude oorlog betaal je met zenuwen en geld; de warme oorlog met bloed en tranen. Op den duur zijn beide even kostbaar. Hier is dus in ieder geval een punt, waarvan ik verwacht dat misschien

91

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA zelfs een meer zich baar ingrijpen van de Witte Broederschap dit jaar wel onvermijdelijk zal worden. Hetzelfde geldt voor bepaalde delen van Zuid-Amerika, waar ook allerlei stromingen en krachten aan de gang zijn en de onredelijkheid eveneens gaat toenemen. Nu kennen we daar invloeden (ik zal ze maar astrologisch aanduiden, at is het gemakkelijkst), die voor een deel Saturnus zijn (dus oorzaak en gevolg, afrekening presenteren) en voor een deel Neptunus (geheimzinnig, mystiek, soms uitermate negatief, soms ook met onverwacht wonderlijk positieve krachten). Als we dat in het hele zuidelijk halfrond zien optreden, dan is het duidelijk, dat de Witte Broederschap ook daar de kans heeft om de hergroepering, de revolutie, die men aan het bevorderen is in de menselijke mentaliteit, een eindje op streek te helpen. Wat ze precies zullen doen, weet ik niet. Het enige wat ik wel weet, is dat men het isolement van de hoofdverblijfplaats aanmerkelijk aan het vergroten is; en dat zou erop kunnen wijzen, dat er nog wel een paar kleine natuurrampen nodig zullen zijn om de bestaande toegangswegen nog moeilijker begaanbaar te maken. Als je op zo'n Wessac-bijeenkonst bent, dan word je natuurlijk in de eerste plaats gepakt door het gebeuren zelf. Het wonderlijke optreden van een kracht, elke keer toch weer anders. Het ritueel, de groepering en dan dat wonderlijke zingen in jezelf. U kunt zich misschien voorstellen, dat je staat te kijken naar de een of andere geiser. Zo'n kokende waterbron, die ineens uitbarst en als een fontein spuit om daarna weer een tijdlang te verdwijnen. Misschien kunt u dan denken, dat dat geruis in jezelf als het ware tot stemmen wordt. Als je die kracht ziet komen, ontstaan er stemmen in je. Het is duidelijk, dat die stemmen - vooral voor degenen zoals ik, die niet direct bij de allerhoogsten horen - wel voor een groot gedeelte een persoonlijke weergave zullen zijn van de beleefde waarheid. Maar als je, dat gebeuren ondergaat, dan associeer je dat op je eigen manier. Mijn oude belangstelling - u weet het allemaal - is eigenlijk voor een groot deel de historie. Ik probeer terug te vinden, waar hebben we die dingen eens meer gezien? En dan moet -ik werkelijk een aardige tijd teruggaan om iets te vinden wat qua kracht en qua structuur overeenkomt met wat we deze keer hebben meegemaakt. Ik vermoed, dat we het meest juiste en het dichtst bij gelegen beeld vinden ongeveer 40 vóór Christus’ geboorte volgens uw jaartelling. Daar zien we inderdaad een kracht, die hieraan gelijk komt. Zoals we weten is dat eigenlijk do aankondiging van de spanningen, waaruit een totale geestelijke omwenteling ontstaat. Ik neem aan, dat we ook nu in de nabijheid zijn van een grote geestelijke verandering. Maar ik heb ook ontdekt - en dat zult u wel zien - dat de frequentie van de gebeurtenissen en daarmee de versnelling van de ontwikkelingen toeneemt van praktisch 1600 af. Na 1600 zien we eeuw na eeuw het gebeuren zich versnellen. En ik ben nu zo brutaal om aan te nemen, dat de 40 jaar van eens waarschijnlijk 4 tot 5 jaar van heden zijn. Dan moet dat toch wel inhouden dat de Witte Broederschap nu ook veel feller op die tendens moet reagéren dan ooit tevoren. Ze zou volgens mij ook veel scherper en kenbaarder moeten ingrijpen dan in lange tijd het geval is geweest. Nu wil zo'n Witte Broederschap natuurlijk wel groeien. Het is begrijpelijk, het is een geestelijke Orde. Per slot van rekening, als geest ga je niet graag voor de mensen in je hemd staan. Je wilt niet al te veel op de voorgrond treden. Maar aan de andere kant zal het toch wel noodzakelijk zijn, meen ik, om instrumenten te vinden. Op de een of andere manier moet er iets gaan gebeuren. En dat gebeuren, als ik dat goed aftik, zal dan toch moeten omvatten: het plotseling actiever worden van een groot aantal cellen van de Broederschap, die in de stof bestaan. En dat zou ook moeten betekenen, dat men dus veel actiever gaat worden. Die activiteit zal dan in de eerste plaats wel liggen op die gebieden waar de grote mogelijkheden zijn. U kent echter niet alle mogelijkheden, die er zijn. Mag ik zo een paar punten opsommen (het is varia volgens 'de titel), waaruit ik nu plotselinge veranderingen verwacht? Korea. Hergroepering van macht en waarschijnlijk een werkelijke politieke verandering in het z.g. democratische Zuid-Korea. 92

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Een opnieuw optredende en felle machtsstrijd in China. Een betrekkelijk snelle verandering van het centraal bestuur in Rusland, Het is heel waarschijnlijk, dat opeens een aantal ministers en leden van de opperste Sovjet worden weggepromoveerd en vervangen. Het zal niet zo opvallend gaan als in Tsjecho-Slowakije, maar we zullen toch wel kunnen zeggen: Hier is een nieuwe tendens aan het werk, die zelfs een deel ven de oude stalinisten te pakken heeft. En daarvan moet dar, een zekere omwenteling komen. Maar dat het zonder geweld gaat, dat wil er bij mij niet helemaal in. Ik denk zo, dat er hier en daar net het optreden van leger en luchtmacht vooral (de marine is traditioneel meer revolutionair en zal er waarschijnlijk grotendeels buiten blijven) dus wel geschillen zullen zijn. Ik noem aan, dat die o.m. in de grote industriegebieden aan de Wolga zullen geschieden en daarnaast in bepaalde Siberische centra. De revolutie-tendens in Sovjet-Rusland schijnt op het ogenblik vreemd genoeg vooral voort te komen uit de nieuwe status, zoals de ontwikkelingen in Azerbeidzjan maar vooral in Siberië. Overal waar men jonge mensen in nieuwe steden heeft gezet om een land te ontginnen, het een nieuw aanzien te geven, is een andere gedachtengang ontstaan. Juist de pionier moet improviseren en komt daardoor veel sterker in conflict met de bureaucratie. Ik geloof, dat dat één van de beslissende factoren zal zijn in die machtsstrijd en ook Mn van de redenen voor Sovjet-leger en Sovjet-luchtnacht om in te grijpen Van een geslaagde opstand in Rusland is natuurlijk geen sprake, maar er is zeker sprake zijn van hervormingen, die daardoor worden afgedwongen. Don verwacht ik verder in Oost-Duitsland het een en ander nog dit jaar. Je hebt zo het idee, dat de toestand daar voor de top steeds minder prettig wordt. Het is wel zeker, dat het leven van Ulbricht ook een beetje in gevaar is, niet ziektetjes en de rest misschien. Dus ook hier, vlak bij de grens met het democratische Europa gebeuren er rare dingen. In Nederland zelf gaat de revolutionaire tendens natuurlijk vooral met woorden gepaard. Waar andere revolutionairen naar geweren grijpen, grijpt de Nederlander naar een verklaring, die hij begint met: mijnheer de Voorzitter, mijne Heren van het bestuur, mijne Dames en Heren. Want zo is de Nederlander nu eenmaal. In België zit het ook niet helemaal zuiver. En zonder te beweren dat de Benelux nu juist in dit deel erg agressief zal worden vernietigd of bevorderd, geloof ik toch wel dat vooral in heersende industriële kringen velen een veertje zullen moeten laten. Dat zijn van die punten, waarvan je nog niet weet wat wil de Broederschap daarmee? Maar je weet wel: die dingen zijn bijna onvermijdelijk. Alleen, hoe zullen ze worden gebruikt? Voor mij is het dan ook op z’n minst genomen interessant om alles gade te slaan. Dat ik u nu in het bijzonder hiervan op de hoogte wil stellen, bewijst toch wel dat ik het zelf zeer interessant en belangrijk vind. Want al houd ik natuurlijk altijd rekening met de hoorder en wat dat betreft ook met de lezer voor zover het mij mogelijk is, je gaat toch als geest, net als een mens vooral uit van je eigen liefhebberijen. Een leuk aspect, dat ook betekenis kan hebben voor de Witte Broederschap en misschien zelfs voor de O.D.V. indirect, is de neiging om met magie te werken. Nu weten we dat de occulte tendensen toenemen. En dan bedoel ik daarmee niet de occulte verenigingen, maar gewoon de bijgelovigheid van de mens en in zekere zin daardoor zijn vermogen om met niet-redelijke factoren te werken. Ik heb zo'n idee dat vooral de Neptunus-invloed, die we tegemoet gaan, hier en daar zeer sterke invloeden zal laten gelden. En dat zou volgens mij wel eens een kwestie van reformatie kunnen zijn; een omwenteling in het denken van de massa. Dat zou voor de Witte Broederschap bruikbaar zijn om in plaats van nutteloze bijgelovigheden nu te komen tot een paar punten van occulte waarheid, die dan eens wat minder occult kunnen worden gemaakt. Ontdekkingen op het gebied van de parapsychologie en psychologie zijn er zeker bij. En ik denk ook, dat je er heel veel mee zult kunnen doen. Ja, het is uitermate boeiend. Ik kan niet anders zeggen.

93

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Nu vraag ik mij af - retorisch vooral - wat kan ik in de komende maanden daaruit verwachten? Want ik noem aan, dat het zeker een 6 a 7 weken zal duren, voordat we eigenlijk uitsluitsel krijgen 'over de grote raadsvergadering van de Broederschap. Dan kijk ik zo naar de kosmische tendensen die er zijn en zeg: U zult waarschijnlijk in de komende tijd heel wat eigenaardige spanningen te verwerken krijgen; en bij heel veel mensen zal dat resulteren in dromen, droomsymbolen of iets dergelijks. Bij anderen *zal het meer een kwestie zijn van handelen zonder te weten waarom je iets doet. Zo maar, pardoes, spontaan. Met gevolgen, die de meesten natuurlijk niet kunnen overzien wat handelen betreft en met een inhoud van dromen en visioenen, die men meestal eveneens niet zal kunnen overzien. Daarvan ben ik wel overtuigd. Een inwerking dus van een bepaalde geestelijke sfeer, een geestelijke kracht. Het lijkt mij toe, dat wij in deze werkingen voorlopig nog maar rekening moeten houden met het programma van het afgelopen jaar. Er zullen hier en daar wel nieuwe directieven uitgaan en nieuwe afspraken worden gemaakt, maar ik geloof dat we daarbij dan moeten denken aan de poging om de wereld van de geest een beetje dichter bij die van do mensen te brengen; waarmee ze het vorig jaar ook bezig zijn geweest. Voor heel veel mensen zal dat wel prettig kunnen zijn en tot prettige belevingen aanleiding geven. Op de achtergrond van de hele wereldgeschiedenis staat op het ogenblik eigenlijk het onvermogen van de mens om te weten wat hij doet en wat hij wil. Er zijn natuurlijk oplossingen genoeg te vinden. Als wij zeggen, dat de arbeiders een aandeel in de winst moeten hebben, dan is dat op zichzelf heel redelijk. Maar we moeten daar dan toch ook weer tegenover stellen, dat zij dan ook mede het risico moeten dragen. Dat is onvermijdelijk. Ik kan mij voorstellen, dat men hier en daar pogingen zal wagen om een soort communale bedrijfsstructuur op te zetten, waarbij men werkt voor een salaris dat misschien wat lager is dan men elders zou kunnen krijgen, maar daarvoor deelt men in de winst, indien die er is. Waar men dat niet doet, daar zie ik enorme economische spanningen. Een economische spanning ontstaat eigenlijk door de noodzaak met geld te betalen. Het klinkt misschien gek, maar het is zo. Indien ik nl. meer geld moet uitgeven dan ik tor beschikking heb, moet ik geld aantrekken; en geld kost geld. Daardoor worden de lasten van veel bedrijven erg hoog. Het is duidelijk, dat daardoor in vele landen de werkgelegenheid in moeilijkheden gaat komen. En daar tegenover zie ik dan weer de neiging van de arbeider (het zijn niet alleen de studenten die soms onredelijk zijn) om te zeggen: mensen, wij hebben recht daarop, wij willen dat eenvoudig. Ja, dan wordt het buigen of barsten en moet men wel een nieuw middel vinden om toch te kunnen doordraaien. Want als ze nog twee jaar zo verder zouden gaan als ze bezig zijn, dan betekent dat voor de meeste landen in het westen een crisis. In het oosten betekent het een noodzakelijk omstelling van industrieën, omdat men bepaalde producten veel meer heeft geproduceerd dan men kan afzetten. Men staat dan voor de keuze: ofwel te komen tot een helemaal niet, meer rendabele dumping op de westelijke markt, dan wel dat men eigenlijk te goedkoop moet worden in het binnenland. En als luxe een status is (dat is het in het oostblok nog meer dan in het westblok), dan moet je de mensen niet teveel status geven, anders krijgen ze teveel praatjes. Het zijn dus allemaal eigenlijk van die, leuke problemen. Je gaat je dan afvragen: wat gaat er b.v. gebeuren met de studenten? Die studenten zijn emotioneel en oproerig. En gezien de tendens van het gehele lopende jaar, is hét zeker dat dat zo verder gaat. Maar op een gegeven ogenblik komen ook zij in conflict met de gemeenschap. Zolang de gemeenschap hen betaalt om te studeren, zegt deze: Ja, jongens, waarom ga je dan op onze kosten op je achterwerk zitten staken? Daarvoor geven we ons geld niet uit. Dan zullen de studenten zeggen: maar wij eisen rechten. De gemeenschap zegt dan weer: die kun je krijgen, als je verdient. Ik denk, dat de enige oplossing daarvoor is: laat de studenten hun eigen studie maar regelen, doch verplicht hen voor elk jaar dat ze studeren een gelijke tijd - of zelfs iets langere - geheel ter beschikking te staan van de gemeenschap tegen een standaard loon. Ik denk wel, dat de heren studenten een halve beroerte zouden krijgen daarvan, maar 94

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA het zou de redelijke oplossing zijn. Het wonderlijke is, dat dergelijke oplossingen heel sterk zullen worden gesuggereerd. Het werken van pressiegroepen in alle landen is op het ogenblik ook al een zeer interessant verschijnsel. U weet dat voorlichting altijd eenzijdig is. Bijvoorbeeld: In Nederland is de voorlichting gemiddeld sterk progressief links, terwijl ongeveer de helft van het volk behoudend rechts is. In Frankrijk was de voorlichting (en is ze eigenlijk nog) voor 90% sterk behoudend rechts, terwijl ongeveer 50% van de bevolking in wezen links of zelfs uiterst links is. Als je dus ziet, hoe de voorlichting de zaak eigenlijk verschuift (ook de werkelijke wensen, de inhoud van een bevolking), dan ga je je afvragen of degenen, die op die manier niet meer aan hun trekken komen het op den duur nog wel blijven nemen. Ik denk, dat in vele landen (Nederland waarschijnlijk nog niet) juist die eenzijdigheid de aanleiding zal worden tot de uitbarsting. Ik meen zelfs, dat u niet lang behoeft te wachten, want in juli / augustus zal dat hier en daar wel stevig beginnen. Wat is er nl. aan de hand? We hebben een jaar van hartstocht. We hebben bovendien nog een rode straling (dus drift-reacties, spontaniteit nemen sterk toe). We, hebben daarnaast zo af en toe een fragmentje blauw en dat geeft toch nog wel een redelijke achtergrond. De mensen hebben er genoeg van om maar gestuurd te worden zonder meer. Het is natuurlijk al een hele tijd zo dat iedereen zegt: ach, als je mijn buurman doodslaat, dan is dat niet zo erg, als je mij dan maar met rust laat. Maar die zekerheid, dat als ze aan de buurman komen jou met rust zullen laten, - die begint langzaam maar zeker te verdwijnen. Steeds meer mensen hebben het idee, dat ze zich maar moeten laten gelden; ze weten alleen niet hoe. Hun eerste reactie zal dus zijn: aan te nemen, dat ¾ van de voorlichting die ze krijgen gelogen is. Dat is natuurlijk niet waar. Ze is wel eenzijdig belicht, ze is niet gelogen. Men zal dus eenvoudig niet geloven wat er wordt gezegd. En als de mensen niet geloven wat er wordt gezegd, als ze het recht of de zekerheid of de deskundigheid van de autoriteit eigenlijk een beetje in twijfel gaan trekken, ja, wat dan? Dan krijgen we te maken met in feite een sterk anarchistische tendens, die echter niet - zoals tot nu toe - hoofdzakelijk links georiënteerd is. Links en rechts zullen elkaar wel eens te lijf kunnen gaan en de, autoriteiten zouden wel eens in het midden kunnen zitten. En dat is jammer, want wie in het midden zit, krijgt slaag van twee kanten. Ik denk, dat dat o.m. in de Ver. Staten tegen het einde van dit jaar en het begin van het volgende jaar het geval zal zijn. De tekenen daarvoor zijn er. Er zijn ook weer de gebruikelijke zomerrellen, al zullen ze waarschijnlijk niet zo erg uit de hand lopen Maar we zullen in de Ver. Staten wel te maken krijgen met het zeer georganiseerd optreden van Black Powergroepen e.d. het is trouwens al gebeurd, dat een politiemacht de negers eventjes terug wilde knokken en dat ze geconfronteerd werd met een aantal aardig in karate, judo en boksen getrainde jongelieden, die tot grote verbazing van de politie-agenten niet eens knuppels nodig hadden om een paar knuppels buiten gevecht te stellen. Dat zijn dingen, die u waarschijnlijk niet zo hoort, want het is niet gunstig als dat wordt verteld. Maar het verschijnsel is er. En al die verschijnselen bij elkaar doen dan bij mij de vraag rijzen. Wat zou de Witte Broederschap nu eindelijk op grond van de invloed, die we hebben gehad, gaan doen en zeggen? Frankrijk zou misschien een soort politieke paus nodig hebben. Een poging tot de terugkeer van De Gaulle - direct of indirect - zal natuurlijk nog wel plaatsvinden, maar dat zal wel niet meer lukken. Links heeft men niets. Men heeft een aantal op zichzélf bekwame figuren, maar dezen vechten met elkaar om een baantje als honden om een bot'. En zonder nu met zekerheid te beweren dat Pompidou ermee heen loopt, is er toch heel weinig kans dat ze wat winnen. Als er geen paus is, gaat iedereen zijn eigen leer preken. Dat betekent, dat er een heel grote verdeeldheid zal ontstaan en dat we b.v. ook moeten rekenen op een sterke herleving van wat men het poujadisme heeft genoemd.

95

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Het fascisme zal eveneens weer sterk de kop gaan opsteken. Dat zou ook in Italië het geval kunnen zijn en - ofschoon minder opvallend en direct – in Zwitserland waar een bescherming van bepaalde kapitaalsbelangen een uiterst rechtse mentaliteit wel aanmoedigt. Dan zeg ik zo tegen mijzelf: als de Witte Broederschap alles zo verdeeld ziet, dan moet het mogelijk zijn om de balans met betrekkelijk kleine invloeden te verstoren. Dan kunnen we met een kleinigheid misschien bereiken wat anders met de hele macht van de Broederschap niet zou kunnen gebeuren. Daarom heb ik het gevoel, dat men niet zoals gewoonlijk, over de gehele wereld actief zal zijn, maar dat men dit jaar zal zeggen. Ik neem bepaalde gebieden. Dat zijn de sleutelgebieden. Daar is op het ogenblik door de verdeeldheid een zekere onevenwichtigheid, die ik in de juiste richting kan verstoren. En indien dat gaat gebeuren, dan is het achtergrondnieuws nog veel belangrijker dan het dit jaar is geweest. Nu weet ik wel, dat de meeste mensen niet zo schijnen te voelen voor die politieke en andere achtergronden. Ach ja, het is ook beter om er niet aan te denken, anders heb je zo echt het gevoel, dat je wat moet doen, of dat je door je idealen en heiligen heen gaat kijken en daarachter iets anders ziet. Vandaar ook dat u met zo'n klein aantal getrouwen regelmatig aanwezig bent. Maar indien dit gaat gebeuren, dan zal bijna niemand meer weten waar hij aan toe is. U heeft voorlichting gehad in deze tijd over de verschillende problemen, waardoor het u wat gemakkelijker zal vallen om door de uiterlijkheden en verwarringen heen te kijken. De doorsnee mens echter zal dat niet meer kunnen doen. De voorlichtingsorganen zijn eenzijdig georiënteerd; die kunnen ook de juiste voorlichting niet geven, ze kunnen de achtergrond niet helemaal onthullen. Dan moeten ze toegeven dat ze zelf ook fouten hebben gemaakt. Er blijft dan volgens mij maar één ding over: we zullen in de geest die voorlichtingsactiviteit voor een deel moeten overnemen. Geestelijk kun je dat niet doen door middel van radiostations of couranten. Je kunt het doen via het gerucht. Ik heb zo het gevoel, dat de waarheid in het komende jaar en misschien wel in de komende jaren vanuit de Witte Broederschap zal worden geredigeerd via fluister-campagnes. Fluistercampagnes, die natuurlijk veel vervormen, maar die tenminste een tegenwicht kunnen vormen tegen de eenzijdigheid van de algemeen toegankelijke gegevens en feiten. En op die manier zouden we geloof ik toch heel wat kunnen doen. De ellende is voor de mensheid niet helemaal te voorkomen. En zoals het er nu uitziet, is die mensheid dan ook druk bezig zichzelf verder in de ellende te werken. Maar indien je evenwicht kunt verstoren, indien je eindelijk die mensen op gang kunt brengen, dan moet het ook mogelijk zijn om de nieuwe leer, dat nieuwe denken te laten infiltreren. En zoals ik al gezegd heb: het zijn de krachten van deze nieuwe tijd, welke in de uitstraling sterker waren dan tevoren. Ik weet het, het vorig jaar zijn er een aantal uitgetrokken. Zij hebben de leer van de Wereldleraar verkondigd. En inderdaad, hier en daar heeft het wat uitgehaald~ heeft het gepakt. Maar ik heb zo'n idee, dat het dit jaar veel scherper, veel sterker moet gebeuren. En dan krijgen we een mooi schouwspel. Dan zien we op de achtergrond van het wereldgebeuren de nieuwe tijd (de Aquariustijd) wat meer positief ook geestelijk gestalte krijgen. Dan zullen deze jaren tot 1972 reeds nu een vorm aannemen. Ik denk niet, dat de mensheid blindelings in de onverwachte situaties kan lopen. Die worden opgebouwd door deze kunstmatige blindheid, zoals men b.v. in ‘39 eigenlijk door bewuste, gewilde blindheid in een val is gelopen, die een wereldoorlog onvermijdelijk maakte. Ik geloof, dat de massa niet meer zo blind zal zijn. Maar als de massa niet meer blind is, dan moeten de staatslieden ook hun ogen open doen. We gaan een zeer interessante tijd tegemoet. Wat mij betreft, natuurlijk ben ik het liefst de beschouwer. Want het waarnemen van de historie, vooral in haar ontstaan, is een van de meest fascinerende, dingen die je je kunt denken. Maar aan de andere kant zeg ik zo tegen mijzelf: Frans, kerel, vergeet je aangemeten ouderdom, herinner je je eeuwige jeugd, stroop je niet bestaande mouwen op', want er zal vanuit de Witte Broederschap het komende jaar heel veel werk aan de winkel zijn. En als ik het goed heb begrepen, krijgen wij meer kans om ook meer gevarieerd geestelijk werk te gaan 96

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA doen. We zullen weer meer sprekers voor u kunnen vinden, en dat is erg prettig voor u. Maar we zullen daarnaast weer veel meer entiteiten kunnen vinden om direct in te grijpen in schijnbaar kleine dingen. En dan kunnen we zo misschien gezamenlijk alvast dat licht ontsteken, dat de dreigende duisternis (sociaal, economisch, religieus en anderszins) in de komende tijd zal doorbreken. Ik heb in mijzelf zo'n denkbeeld, waarvoor ik eigenlijk geen goede uitdrukking kan vinden. Maar misschien zou ik het zo kunnen zeggen: ik geloof, dat er geestelijk een vredesboom, een meiboom of een kerstboom kan worden gebouwd, waaronder alle volkeren der aarde hun werkelijke vredesbehoefte kunnen uitdrukken in plaats van de lege leuzen van vredeswilg die er tot op dit moment zijn geweest. Ik geloof, dat het komende jaar de voorbereiding inhoudt voor een werkelijke vrede, zélfs indien die vrede enorm veel spanningen met zich gaat brengen door de noodzakelijke revolutie in het menselijk denken en ook in het menselijk gedrag. KOMENDE GEESTELIJEE ONTWIKKELINGEN. De revolutionaire denkwijzen van vele jongeren in deze periode zijn kentekenend voor een verandering in de mens t.a.v. de benadering van het leven. Een lange tijd is het leven een last geweest, die de mens moest dragen. Hij begint nu langzaam maar zeker te begrijpen, dat leven niet alleen een last maar ook een voorrecht kan zijn en dat om het voorrecht van het leven volledig te kunnen genieten men een zekere vreugde moet kennen. Kortom, dat men in staat moet zijn om in dit leven de zin van het leven op vreugdige wijze te vinden. Dit betekent, dat moet worden afgerekend met veel verkeerd begrepen begrippen als o.m. zonde, zondigheid, onjuistheid, noodzakelijke verplichtingen De mens heeft natuurlijk in zich een bepaalde verplichting tegenover het leven. Maar deze verplichting behoeft hij toch niet te zoeken in het aanvaarden van die dingen, die niet bij zijn wezen en persoonlijkheid behoren. Hij moet eerder juist dat wat hij is zodanig in do samenleving brengen, dat een maximum aan geluk en vreugde voor hemzelf en anderen daaruit voortvloeit. Dit is eigenlijk de basis van de gehele reformatie, die wij op het ogenblik doormaken. Misschien mag ik hier eerst enkele achtergronden belichten van deze ontwikkeling in uw eigen periode, dan kunnen wij daaruit de conclusies trekken ten aanzien van do geestelijke bewustwording in de komende tijd. Naarmate er een zekere welvaart (dus vrijheid van onmiddellijke alledaagse zorgen) voor de mens optreedt, zal zijn belangstelling meer worden gericht op de wijze, waarop hij leeft en zal hij minder betrokken zijn bij het zich in leven houden zonder meer. Hij gaat dus automatisch zijn milieu anders bezien. Maar daartoe behoren niet alleen maar de dingen. Voor de mens is het denken, één van de belangrijkste factoren van zijn bestaan. En juist naarmate hij meer tijd krijgt, zal hij ook geneigd zijn om meer te denken. Hierdoor wordt zijn interpretatie van het leven voor hem het meest belangrijke. Dat hij deze interpretatie nu vaak verkeerd tracht om te zetten in feiten is een kinderziekte, die we overal tegenkomen, want men moet nu eenmaal kunnen experimenteren, voordat men tot een bewezen eindconclusie kan komen. De autoriteit, die in het verleden heeft geregeerd en die op het ogenblik nog het gezag heeft, heeft dat gezag juist doordat er begrippen als zondigheid, noodzakelijke maatschappelijke verplichting e.d. bestaan. Uw gehele samenleving is gebaseerd op het dwingen van de mens tot het aanvaarden van een algemene norm. Elke afwijking van die norm wordt beschouwd als een aantasting van de maatschappij, van de mensheid en over het algemeen - enigszins verkeerd volgens mij - als anarchisme betiteld. De jongere mens vooral heeft in deze periode zoveel ruimte gekregen om te denken. dat hij zijn gedachten niet alleen meer wijdt aan het bestaan, maar vooral ook aan de wijze, waarop dit bestaan voor hem aanvaardbaar wordt. En dat blijkt dan hoofdzakelijk te zijn: het bewijs te leveren dat je meetelt. En het bewijs dat je meetelt breng je als je dom bent misschien door een ander op zijn facie te slaan, als je wat verstandiger bent door de stellingen en denkwijzen van anderen aan te vallen. 97

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Er is dus bij de jeugd een enorme agressiviteit. Maar die agressiviteit heeft alleen zin, indien zij ook kan worden omgezet in een praktijk van leven, die voor het "ik" aanvaardbaar en gelukbrengend is en die niet gelijktijdig rond zich de desolatie van een steeds grotere ellende schept. Dit deelgenoot zijn of willen zijn in een levensvreugde is het begin van een geestelijke ontwikkeling. Want geestelijk hebben wij behoefte aan wat men noemt harmonie. Harmonie is niet alleen maar een zekere éénklank, een soort samengaan, het is ook een onderling versterken van de schoonheid van het bestaan, van het zijn. Het zal u duidelijk worden, dat op dit moment vele groepen elkaar bestrijden en daarom de schoonheid van het bestaan voor elkaar teniet dreigen te doen gaan. Maar omdat het begrip van de schoonheid in het leven belangrijker is dan de praxis en ook veel belangrijker belooft te worden dan de stellingen en systemen, zullen wij in de nabije toekomst een vorm van vrijdenkerij aantreffen, die niet zonder meer God of het niet-menselijk bewijsbare terzijde stelt, maar a.h.w. het mens-zijn interpreteert aan de hand van de persoonlijke ervaring en erkenning, niet aan de hand van een algemene constatering. Dit betekent, dat elke mens voor zichzelf leeft, voor zichzelf voelt en voor zichzelf denkt. En daar hij nu persoonlijk werkzaam is en zijn contact met de wereld en met hogere krachten dus wordt bepaald door Zijn persoonlijke harmonie en harmonische mogelijkheden, zal hij juist die resonanties in zichzelf ervaren, die bij hem passen. Een openbaring wordt heel vaak te niet gedaan door de verkeerde normhantering van een mens, die zichzelf en zijn persoonlijkheid ten achter wenst te stellen bij de algemeen geldende mening, We weten, dat er mensen zijn, die - zeer goede mediums zijnde - contact hebben met de geest, deze gaven verwerpen, bestrijden en vrezen, omdat hun wordt geleerd dat dit religieus of maatschappelijk niet aanvaardbaar is. Wij kennen mensen, die - indien ze de vrijheid zouden kunnen vinden om naar hun eigen wensen en believen te leven en te werken - de meest creatieve talenten van de schepping zouden kunnen worden, omdat zij de verbeeldingskracht bezitten, waardoor zij de feiten als het ware vernieuwen door ze anders te beschouwen, maar die op dit moment gebonden zijn door de algemeen geldende opvattingen en vrezen zich van het gebaande pad te verwijderen. In de toekomst zal dat steeds minder het geval zijn. De mens zal dus aan de ene kant dichter komen te staan bij wat men "de God in de mens" noemt (de eigen ware persoonlijkheid). Hij zal meer aandacht hebben voor zijn eigen incarnatie (d.w.z. het geestelijk "ik" dat zich op het moment manifesteert en als zodanig zal een geestelijke harmonie gemakkelijker bereikbaar worden) en hij zal daarbij een steeds grotere vrijheid voor zichzelf vindende en ook opeisende die ongetwijfeld ook aan anderen geven. Nu krijgen wij het wonderlijke van een maatschappij, die dus niet meer door dwang wordt samengehouden. Want als de dwang er niet meer is, kan daarvoor in de plaats alleen maar de vrijwillige aanvaarding, de genegenheid, de liefde komen. En deze genegenheid, deze liefde, de aanvaarding van de wereld is dan niet alleen een persoonlijke daad, maar ook het resultaat van een persoonlijk besef. Hierdoor komt de mensheid tot een heel andere manier van interpretatie. Hij zal waarschijnlijk vele oude gebruiken handhaven. Misschien dat in het jaar 2000 nog een Nederlandse koning of koningin ter Staten Generaal tijgt op Prinsjesdag. Maar dan zal men dit niet meer zien als een vertoon van macht, doch als een van de vele symbolen voor datgene, wat men nu is op grond van een verleden. De geestelijke vernieuwing die daaruit voortkomt, zal ook de kerk niet verwerpen als zodanig. De kerk, de religieuze gemeenschap, de esoterische gemeenschap, blijft bestaan. Maar in plaats van een school te zijn, waar men slechts heengaat om lering of genade te ontvangen, zal men het eerder beschouwen als een plaats van samenkomst, waarbij men gezamenlijk a.h.w. van moment tot moment een nieuw sacrament, een nieuwe genade gave creëert, een nieuw besef ondergaat, waarbij de vorm niet bepalend is, maar alleen de gemeenschap, het

98

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA samenzijn in harmonie gericht op één en dezelfde bestreving misschien. En dit betekent, dat de mensen veel meer van hun innerlijk met elkaar kunnen delen. Nu is niets zo belemmerend voor harmonie en bewustwording dan een gebrek aan begrip. Als je uitgaat van vooropgestelde denkbeelden, veronderstellingen etc. en anderen alleen aan de hand van het vooropgestelde beoordeelt, zul je die anderen nooit kunnen begrijpen, zoals ze zijn. Maar als je een mens ziet zoals hij is, onbevooroordeeld, niet rekening houdende met de daden of de motiveringen uit het verleden, maar met de mens zoals hij nu op dit moment is en kan zijn, dan zal er een uitwisseling van begrip zijn. Het bewustzijn breidt zich uit. Maar waar het bewustzijn zich uitbreidt, zal ook het denkvermogen op den duur een veel groter gedeelte van de, kosmos kunnen omvamen. Ik noem aan, dat een dergelijke verandering van het denken duizenden jaren zal vergen. Maar ik ben er ook van overtuigd, dat de eerste fasen daar van al in betrekkelijk korte tijd merkbaar zullen zijn; laat ons zeggen over 50 of 60 jaar. Nu groeit nog uit de verwarring en de tegenstelling de behoefte aan contact en aan harmonie. Maar over een aantal jaren zal men zover zijn, dat dit zoeken wordt vervangen door een vinden. En waar het vinden van een harmonie - ook onder mensen - eenmaal bestaat, daar wordt het totaal van de menselijke en ook de geestelijke kracht van de mens het instrument, waarmee de mens zijn samenleving in balans houdt. Wij zullen dan mensen zien, die innerlijk waarlijk met God spreken, zonder zich op grond daaran op te werpen als profeten, die het beter weten dan anderen. Wij zullen mensen zien, die in zich goddelijke krachten in focus brengen en daarmee werken; en dit dan niet gaan beschouwen als een uitzonderlijke gave, waardoor zij boven of buiten de mensheid staan, maar eenvoudig zien als een deel van het mens-zijn op zichzelf. Als dat gebeurt, dan is er ook geen plaats meer voor een formalistische leerstelling, alleen voor een ervaringsleer. Dan zal men b.v. niet meer zeggen "je mag wel of niet naar die of die gemeenschap of kerk gaan" of: "je mag wel of niet met elkaar naar bed gaan", maar men zal zeggen. "Je bent aan jezelf verantwoordelijk voor hetgeen je doet en je moogt dit alleen doen, indien je daardoor voor jezelf de bevestiging vindt, de vreugde van het leven, maar ook het gevoel dat het leven goed is en beter kan worden." In deze groei wordt plaats gemaakt voor geestelijke werelden, die men op het ogenblik niet kan aanvaarden. In deze tijd kijkt de mens teveel naar de feiten. Men zegt ook wel eens: Het is een materialistische tijd. Men wil het materiële bewijzen, maar daardoor schakelt men vele van de zeer belangrijke facetten van mens-zijn en van het bestaan als geheel uit. Dan is de horizon wijder. Dan komen die paranormale dingen van hot ogenblik als een normaal verschijnsel in het leven. Dan wordt de eenheid met de geest misschien niet uitgedrukt door een voortdurend helderziend door deze wereld dwalen, maar door een aanvaarden van de facetten van uiting vanuit de geest zoals ze nu ook bestaan, zonder verweer in een gevoel van vreugde, van verbetering van het bestaan. 0, we moeten niet denken dat een dergelijke geestelijke ontwikkeling in de toekomst alle tegenstellingen tussen de mensen zal uitroeien. Een tegenstelling kan echter op vele wijzen bestaan. Men kan elkaar bestrijden, omdat men elkaar haat of vreest. Men kan de krachten met elkander meten meer als een ridderlijk spel. Een krachtmeting in een ridderlijk spel is ook strijd, maar het is een strijd, die voor de mens aanvaardbaar blijft, waarbij je elkander zelfs in de strijd toch weer enigszins harmonisch ontmoet. En op deze wijze zal de tegenstander iets zijn wat je respecteert - geestelijk zowel nis stoffelijk. Men zal ook geestelijke krachten die misschien tegenstanders zijn niet meer verwerpen en trachten uit te drijven naar het diepste van de hel, maar ze respecteren, aanvaarden voor wat ze zijn, zonder daardoor zichzelf te verloochenen. En hiermee is het hele spel van een dualistische wereld, zoals het religieus is opgebouwd en een dualiteit van een "de beteren en de minderen", zoals die ook sociaal bestaat, onmogelijk geworden. Waar de wederzijds erkenning van gelijkwaardigheid aanwezig is, waar geen angst of geen haat meer tussen de partijen bestaat, daar zal men te allen tijde een wapenstilstand kunnen sluiten, indien dat nodig is. Daar wordt de strijd de ontmoeting met een nieuwe

99

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA mogelijkheid misschien of het bewijs van eigen vermogen niet meer het vernietigen maar een opbouw in zichzelf. Ik geloof, dat er ook in de toekomst ongetwijfeld veel zal worden geconfereerd, want woorden zijn de communicatie van de mens. Maar, indien die communicatie wordt gedragen door een geestelijke achtergrond en een groot respect voor de anderen, dan zal er een begrip zijn dat verder gaat dan woorden. Ik veronderstel, dat ook de taal zich aanmerkelijk zal vereenvoudigen en gelijktijdig verrijken door samentrekking, die grote ideeën kan weergeven en die worden verstaan. Een soort gesproken steno misschien, dat alleen als herinnering aan gedachten inhouden en persoonlijkheidsinhouden in feite nog wordt gehanteerd. En daarmee zie ik God dichter bij de mensen komen. Ik zie dit heelal niet kleiner, maar meer huiselijk worden, zoals de wereld eens een onbekende woestenij was, waarin je uittrok voor een avontuur. Nu is het eigenlijk iets, wat je met het een of ander vliegtuig in een paar uur kunt omtrokken en waarvan je het meeste toch eigenlijk -viel kent. Een bekend Al of misschien een bekende sterrennevel. En achter die nevel misschien biljoenen andere sterrennevels. Een begrip voor andere dimensies, voor regionen, waarin tijd en energie, één geheel zijn geworden en waarin daardoor de creatie, mogelijk is. Een begrip voor datgene, wat bestaat buiten de luchtbel, die de mens Al noemt; en daardoor een begrip voor de, enorme kracht en ook het enorme denken en weten dat in die totaliteit is gefixeerd. De wetten van de schepping zijn niet alleen stoffelijke wetten. Een mens, die met moleculair-rotatie begint, zal in deze tijd alleen aan materie denken. In die dagen zal het feit van een moleculair-rotatie betekenen, dat men ook de voortdurende hergroepering van geestelijke waarden gaat Dien. Een ontwikkeling, die evenwichtig is in geest en stof betekent grotere beheersing van de stoffelijke mogelijkheden en een juister gebruik ervan. Het betekent gelijktijdig door de voortdurende geestelijke veranderingen een steeds beter besef en een grotere groei. Ik geloof in een toekomst, waarin de mensheid een geestelijke harmonie bereikt, een innerlijk geestelijk werken, dat al het nu voorstelbare overtreft. Ik geloof in een wereld, waarin gedachten even belangrijk zullen zijn als daden en even kenbaar. Ik geloof in een wereld, waarin het bovennatuurlijke niet meer de projectie is van een menselijk verlangen of een menselijke angst, maar waarin het bovennatuurlijke de erkenning van een andere wereld of een ander bestaan is zonder meer. De witte plekken van het menselijk weten worden gevuld door het geloof in uw tijd. En waar het geloof begint te falen, zoekt non naar een omschrijving, naar een mogelijkheid om dan toch de wereld wat uit te breiden met iets geestelijkers, iets beters. Ik meen, dat de geestelijke ontwikkeling in de komende tijd vooral deze witte plekken van de kaart der besefte mogelijkheden gaat wegvagen. Ik meen, dat de werelden, waarin ik leef en de werelden, waarin u leeft, dichter bij elkaar komen te liggen. Maar ik geloof bovenal, dat wij beter kunnen gaan samenwerken en elkaar beter kunnen begrijpen.. Ik geloof, dat er voor elke ziel een harmonische plaats te vinden zal zijn. En dat zal zolang duren, totdat al wat er in de materie leeft en het bewustzijn van eenheid kan bereiken de materie a.h.w. heeft overwonnen op dit niveau. Je kunt van de wereld niet verwachten dat ze eeuwig in een stijgende evolutie van harmonie zal verdergaan, totdat ze een soort hemel op aarde wordt. Maar we kunnen wel verwachten dat in uw wereld steeds meer mensen zozeer bewust worden, dat zij de hemel op aarde kunnen erkennen en beleven. en heengaande daarvan toch nog besef zullen hebben voor de totaliteit van het stoffelijk bestaan. 1De kosmos is een eenheid, die alles omvat wat je dimensionaal kunt uitdrukken, alles wat je kunt beseffen en kunt creëren en meer dan dit. Het is alsof de mens door zijn grotere harmonie, zijn grotere persoonlijke vrijheid van leven en denken en gelijktijdig daardoor zijn grotere harmonische binding met het leven gaat leren om wat nu een cirkeltje is (het cirkeltje 100

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA van besef) in de ruimte te roteren, zodat er een bol ontstaat. Een bol van besef, waarbij niet slechts één vlak maar alle vlakken van mogelijkheden in het "ik" doordringen. Ik geloof, dat men verder zal gaan dan dat. Dat men ook die bol door de ruimte zal roteren, zodat ze een vier-dimensionale structuur wordt en misschien nog verder gaan. Ik geloof, dat men het weten anders zal gaan definiëren. Dat is het grootste kenteken, dat ik mij in de termen van uw dagen kan voorstellen voor de geestelijke ontwikkelingen van de toekomst. Men zal weten beschouwen als het samenvloeien van sfeer, gedachten en feiten in het "ik" en niet meer alleen als een aantal van buiten het "ik" bestaande waarden. Deel-zijn van het leven betekent ook deel-zijn van de totaliteit van het leven. Zodra je dat punt bereikt, is de geestelijke bewustwording waar geworden. Dat de geestelijke ontwikkelingen van de toekomst natuurlijk cult-verschijnselen riet zich mee zullen brengen - onvermijdelijk haast - is daarom niet zozeer te betreuren. Het is niet erg belangrijk, of er godsdiensten zullen ontstaan van gezondbidders en mijnentwege van duivelaanbidders, van innerlijk zichzelf-verheffers en uiterlijk zichzelf-verheffers en wat dies meer zij. Want dat zullen de vormen zijn, waarin mensen elkaar ontmoeten om zichzelf verder te vinden, Maar pas op het ogenblik, dat de cult, de gebondenheid in de gemeenschap tegenover de verdere gemeenschap verandert in een gezamenlijk met anderen leven In de gemeenschap - ongeacht persoonlijk karakter en eigenschappen – geloof ik dat de top is bereikt. Natuurlijk zal daardoor ook de hele maatschappij veranderingen ondergaan. Het is duidelijk, dat uw huidige sociale stellingen niet meer houdbaar zijn in een dergelijke wereld. Dat de wetten en de rechtsopvattingen, die vandaag bestaan in de wereld Van morgen geen plaats neer zullen hebben of geheel anders zullen moeten optreden. Maar die dingen zijn niet belangrijk. De politiek is de achtergrond van het gebeuren van vandaag. De ontwikkelingen in het geloof zijn een weerspiegeling van een mentale omwenteling, die op het ogenblik plaatsvindt. Maar de ziel van de mens zoekt meer; zij zoekt meer dan een geloof, hoe persoonlijk dan ook. Zij zoekt meer dan een sociale zekerheid of een sociale vrijheid. Zij zoekt het zichzelf zijn in de gemeenschap, die gelijktijdig vrijheid en geborgenheid betekent. Zij zoekt een betekenis voor zichzelf door het deel-zijn in het geheel. Dat kan pas worden gerealiseerd, indien de vele beperkingen van het heden wegvallen. U leeft in een tijd, waarin veel wegvalt. Want de veranderingen zijn gelijktijdig het verdwijnen van vele stellingen en de aantasting van vele voor u toch nog heilige waarden. Wat u misschien niet beseft, is dat met het vallen van deze dode bladeren der historie reeds de nieuwe knoppen zich hebben gevormd; dat zo dadelijk een nieuw groen ontspruit, een nieuw leven, waarbij dat groen iets van de eeuwigheid heeft. Want de mens, die Zomerland voor het eerst ontmoet, gaat over grazige weiden. De mens, die een innerlijke bewustwording ontmoet, zal ergens de bloei, de ontplooiing van het nieuwe zien in de kleur van geloof, van hoop en van verwachting, die pas dan in verhouding tot het nevelig blauw van de verte, van de gloed misschien ook van kleurige bloemen, de betekenis krijgt. Wij leven uit een hoop, uit een geloof. En naarmate wij in onszelf deze dingen weten te verenigen tot een harmonie met het zijn, zal al het andere eerst zijn betekenis Verkrijgen en daardoor ons helpen als mens en als geest in de totaliteit onze plaats in te nemen. DE SCHATZOEKER Hij is oud en wat versleten, Hij teistert zijn innerlijk met drank en zijn gedachten met hopéloze verwachtingen. Hij heeft veel geleerd, vooral wat er niet is. Maar ergens droomt hij van die ene grote vondst, die hem rijk zal maken; van die ene laag uranium of van die ene pocket goud waardoor hij dan voortaan in vrede en rijkdom zal kunnen leven. Hij beseft niet eens, dat het vinden de grootste ramp zou zijn, die hem zou kunnen overkomen. Want de schatzoeker zoekt de schat niet om rijk te worden, maar om te kunnen zoeken en tenslotte vinden. Het is een gewoonte geworden. Het is zijn leven geworden. 101

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 8 - VARIA Menig mens zoekt niet naar geestelijke schatten omwille van die schatten, want hij weet niet eens wat hij ermee moet doen, maar alleen om het idee van zoeken. Hoeveel mensen gaan eigenlijk niet ten onder in een eindeloze woestenij van feiten, waarin ze hopen eens de zin van het leven te ontdekken. En daardoor kunnen ze niet hun gedachten en alle andere werktuigen, die ze hebben, ronddolen in de feiten en voortdurend weer opnieuw uittrekken om nieuwe en andere feiten te zien. En zouden ze de waarheid ontmoeten, dan zouden ze waarschijnlijk doorlopen. Want voor hen is het vaak belangrijker geworden de feiten te zoeken, die ze als de woestijn heten te vervloeken dan om de kostbare waarheid te vinden, die, erin begraven ligt. Wanneer wij innerlijk uittrekken om een schat te zoeken, dan zoeken wij heel vaak eerder een zelfrechtvaardiging of een zelfverheffing dan de werkelijkheid. En indien wij met de werkelijkheid worden geconfronteerd, zijn wij geneigd die schat bedolven te laten liggen. Dan willen wij niet eerst van de waarheid uitgaan en zien wat er komt. Wij willen eigenlijk niet eens een Koninkrijk der Hemelen hebben. Wij willen alleen iets hebben, waardoor wij kunnen blijven wat wij zo graag zijn: belangrijke wezens. Neen, wie een schatzoeker is, raakt verslaafd aan het zoeken naar de schat en dan zijn de schatten de moeite niet meer waard, maar alleen nog het zoeken. Daarom moeten wij eigenlijk doelmatiger werken. De oude prospector, de schatzoeker, is heel iets anders dan de man, die het modern aanpakt. De man, die met alle middelen van kennis, van weten, van intuïtie, die hem ter beschikking staan, verdergaat om een schat te vinden en dan heel rustig zegt: Met gaat mij om de schat en het zoeken tot een minimum beperkt. Een man, die niet probeert om ergens een “trace of gold” te vinden, naar die eenvoudig zegt: "Wanneer ik een terrein heb gevonden, dan zal ik het zelf Helemaal afwerken." De fout van de schatzoeker is, dat hij de schatten zoekt en soms vindt, maar dat hij ze toch aan anderen ter ontginning moet laten, omdat hij de rust niet heeft om zelf te werken. Word dus geestelijk géén schatzoeker, anders zou voor u misschien waar worden: Trekken naar een zon, die rijst en rusten de hete dag en zoeken als de avond valt en rusten tot de morgen weer vermag te wekken. Dat is het enige leven, Verdergaan. geen streven, maar een zwerven, waarin je zonder sterven kunt gaan door rijkdommen van het bestaan. Geen waarheid wil je vinden, want waarheid is een band. Je vaderland is 't onbegrensde, waarin je haast wilt sterven, voordat je moet ondergaan in bestaan, dat in grotere waarheid wordt geboren en je sporen in de wereld ziet verwaaien als de sporen van prospectors in het zand. Het geestelijk vaderland, ook in de mens herboren, vraagt rust en kracht en eigen macht en leven. Verbiedt nog voort te gaan, zoals je ging tevoren. Ik geloof, dat ik het zo wel aardig heb uitgewerkt. Wat ons betreft, wij hopen dat wij met heel weinig zoeken een terrein kunnen vinden, waar wij geestelijk de kost kunnen verdienen. Want hij, die zich regelmatig geestelijk kan voeden, is altijd de meerdere van degeen, die zoekt zonder van hetgeen hij vindt te kunnen profiteren.

102

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP

LES 9 - AGIETPR0P.

Er is in de laatste paar maanden iets eigenaardigs gebeurd. Een zekere Andrej Ordsjnev is bij een geheime Agietprop-organisatie, zoals dat heet, benoemd tot leider. Dat zou moeten voeren tot een aantal veranderingen in de methode, waarmee de revolutionaire naties van deze wereld zich zullen richten tot de landen met een ander systeem. Indien u zich de moeite getroost om alle rellen en oproertjes te volgen, zoals die zich de laatste tijd hebben voorgedaan, dan zal het u opvallen, dat in de meeste gevallen de grote gebeurtenissen eigenlijk worden uitgelokt door mensen, die bij het feitelijke probleem niet of bijna niet betrokken zijn. Een voorbeeld is misschien te geven. Hier in Nederland werd een demonstratie gehouden tegen het zenden van mariniers naar Curaçao. Dit was een aangelegenheid van Surinamers; kortom, van mensen uit de Antillen, uit een overzees gebiedsdeel. Zij kregen daarbij de steun van een andere groep, die daarmee verder weinig te maken had. In deze groep bevonden zich een aantal mensen (een tiental), waarvan er negen helemaal niet waren aangesloten bij de Socialistische Jeugd. Surinamers waren ze ook niet, noch Antillianen. Deze mensen wisten op een gegeven ogenblik de stemming zodanig te veranderen, dat hun eerste actie in de richting van geweld werd gevolgd door vele jongeren. Het resultaat was een rel, een demonstratie, waarover geschreven kan worden. De meesten van u realiseren zich niet, dat de berichten daarover zelfs de Prawda hebben gehaald. Als wij gaan kijken wat er in Suriname gebeurt, wat er gebeurt in Venezuela of wat er is gebeurd in Curaçao, dan zien wij vaak precies hetzelfde. De geschiedenis Curaçao ligt u waarschijnlijk vers in het geheugen. Laat mij u een voorbeeld geven: Er is een zeer redelijke demonstratie, die tamelijk beheerst plaatsvindt. Er is geen sprake van plunderen, totdat een betrekkelijk kleine groep (17 man) een warenhuis binnenstormt anderen meelokkend. Dezen zijn het ook, die ervoor zorgen dat er drank wordt verdeeld; ja, dat het met kisten vol naar buiten wordt gedragen om een ieder, die maar wil de mogelijkheid te geven zich een roes te drinken. Die 17 mensen waren zeker niet direct betrokken bij de demonstratie. Ze waren dus meelopers. Vier van hen hadden zelfs geen Nederlandse nationaliteit; ze hoorden niet thuis in Curaçao of Suriname. Eén van hen was een Mexicaan, twee waren Columbianen en één kwam uit Venezuela. Wat is hier nu gebeurd? Op het ogenblik, dat er ergens een reden tot verzet bestaat, kun je dat verzet excessief maken. Je kunt er dus voor zorgen, dat een op zichzelf waardig protest, dat mogelijk zelfs resultaten zal hebben, ontaardt in iets, waartegen een heersende klasse of kaste of zelfs de heersende orde zich moet gaan verzetten. Hierdoor breng je het probleem uit een onderhandelings- en discussiesfeer in een haat- en geweldsfeer. En zodra haat en geweld een rol gaan spelen, kun je de redelijke argumenten, die er zijn, eenvoudig overbluffen. Andrej Ordsjnev is een man, die overigens reeds in 1951, toen hij pas was afgestudeerd, dit systeem heeft aanbevolen voor het bevorderen van een sociale revolutie. Zijn stellingen waren o.m. (ik neem maar enkele uit het door hem toen ingediende proefschrift): "Ontevredenheid bestaat er overal. Indien wijzelf deze ontevredenheid verwekken, is de bron onmiddellijk kenbaar. Hiermee is het propagandistisch doel niet gediend en is de agitatie voor onszelf schadelijk. Indien er echter - waar ook ter wereld - een redelijke klacht bestaat en daartegen een meer algemeen verzet kan rijzen, kan het onze taak zijn om te bevorderen dat dit verzet op een waardige en beheerste wijze geschiedt. Waar dit noodzakelijk wordt geacht of gunstig voor onze politieke doeleinden en voor de verkondiging van onze doctrinen, is het voor enkele mensen mogelijk een zodanige sfeer van geweld en terreur te scheppen, dat wij hierdoor alleen reeds medestanders winnen, die het ons mogelijk zullen maken de sociale revolutie uit te dragen over de gehele wereld." Een heel handige opzet, zoals u begrijpt. 103

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Deze zelfde Andrej, waarvan u misschien in de komende jaren wel het een en ander zult horen, stelde vervolgens: "Spionagenetten zijn kostbaar en over het algemeen zijn ze ook gevaarlijk. Er zijn echter zeer veel mensen, die bereid zijn hun klachten te doen horen. Indien het ons mogelijk is de klachten na te gaan, die er in bepaalde bedrijven kunnen bestaan, dan zijn deze het aanknopingspunt om verdere gegevens te verwerven. Daar het aanhoren van klachten nergens als propaganda of zelfs als spionage kan worden betiteld, is slechts het verzenden van de rapporten nog een zaak, waarvoor een organisatie moet worden opgebouwd." Ik geef hier twee stukjes uit een verhandeling, die alles bij elkaar zo'n 93 bladzijden beslaat. Intussen zult u wel begrijpen, dat deze op zichzelf geniale man nog grotere aantallen andere directieven heeft opgesteld. De plaats, die hij op het ogenblik gaat innemen, is dus ook wel een zeer belangrijke. Hij wordt langzaam maar zeker de man die het voor het zeggen heeft. De grote vraag is: Wat kun je daar tegenover stellen? En dan blijkt ons, dat zodra je uitgaat van doelmatigheid de klachten van minderheden eigenlijk niet belangrijk zijn. Zolang voor de meerderheid de zaak goed loopt, is de minderheid onbelangrijk geworden. En daar, waar er voor de meerderheid klachten zijn, kan men met geringe maatregelen voor het geheel de zaak toch nog wel in orde brengen. Elk establishment tracht dus zoveel mogelijk een status-quo te handhaven, waarbij enerzijds de ontevredenheid niet te groot zal worden en anderzijds het doel van een geregelde en exploitabele maatschappij blijft gehandhaafd. Dit geldt ook in Rusland. De grote moeilijkheid voor vele landen is echter, dat ze denkbeelden hebben omtrent vrijheid, die o.m. een zekere vrijheid van demonstratie of van woord inhouden. Daarnaast zijn er landen, waarin deze mogelijkheden niet algemeen worden erkend (denkt u eens aan Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije, er zijn er meer), maar waar de invloed van de mensen, die die vrijheid wel kennen zo groot is, dat ook hier een redelijk verzet of een redelijke demonstratie is uit te lokken. In een absoluut geregeerd land tolereert men dat niet. Eén van de redenen, dat men b.v. Oost-Duitsland heeft toegestaan om in de laatste tijd strengere maatregelen te nemen in industriegebieden, is wel dat men protesten ten koste van alles moet onderdrukken. De bezetting van Tsjecho-Slowakije, de onderdrukking van de revolutie in Hongarije hadden eigenlijk hetzelfde doel. Het gaat er hier niet om of men nu het communisme in gevaar ziet, het gaat er doodgewoon om dat je geen demonstratie, geen vrijheid kunt toelaten, omdat op het ogenblik dat je een zekere vrijheid geeft de groepen van ontevredenen zodanig kunnen agiteren, dat de redelijkheid (zoals men die van staatswege meestal ziet) zoekt raakt. Misschien vindt u dit alles maar een beetje kinderspel. Toch zit er heel veel in. Indien u nagaat hoeveel gewelddadigheden er in de laatste tijd zijn uitgelokt door betrekkelijk kleine minderheden in alle landen ter wereld, hoeveel er eigenlijk is gebeurd doordat er enkele mensen uit de band sprongen en daarna meestal verdwenen, dan kunt u zich realiseren dat dit systeem inderdaad is geprobeerd en dat men het algemeen begint toe te passen. Nu betekent dat niet, dat de klachten niet bestaan. Het betekent ook niet, dat een dergelijk verzet dus a-priori moet worden gedesavoueerd. Het betekent alleen, dat we een onderscheid moeten maken tussen de vaak krankzinnige gewelddadigheden en baldadigheden, die overal komen opduiken en het gefundeerde protest. Zou de westelijke maatschappij ertoe gebracht kunnen worden om het gefundeerde protest af te wijzen, dan is datgene wat Agietprop beoogt, n.l. een werkelijke wereldrevolutie, bereikt. Dit is politiek, zeker. En politiek is bij velen, die zich bezighouden met meer geestelijke zaken nu niet direct geliefd. Ook dat begrijp ik zeer wel. Maar hoevelen van u, van die enkelen zelfs die hier aanwezig zijn, hebben zich door de gewelddadigheden niet laten leiden tot excessen, ofwel tot een excessieve erkenning van het protest, dan wel een excessieve afwijzing ervan? De redelijkheid werd voor een groot gedeelte vervangen door sentiment. Waar redelijkheid door sentiment wordt vervangen, is het resultaat niet alleen onredelijkheid maar het betekent ook stuurloosheid. Daar, waar stuurloosheid is, kunnen enkele mensen met

104

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP een doel de massa in elke gewenste richting stuwen. En dat zou allemaal niet zo erg zijn, indien hierbij ook geen geestelijke waarden in het geding zouden komen. Agietprop is een instantie, die algemeen bestaat. Hier in Nederland is zelfs een aparte vertegenwoordiger van Agietprop. Er zijn er ook twee in Brussel, om nu eens dicht bij huis te blijven. Agietprop gaat uit van een aantal stellingen, die bijna jezuïetisch aandoen. Er werd van de Orde van Ignatius gezegd, dat haar stelregel was, dat alle dingen door het doel geheiligd kunnen worden. Deze zelfde stelling huldigt men bij Agietprop. Het gaat er niet om, of het waar is wat je zegt. Het gaat er om, of het doel ermee wordt gediend. Het gaat er niet om, of mensen lijden of sterven. Het gaat er alleen maar om, of het doel wordt bereikt. Alles wordt ondergeschikt gemaakt aan één en hetzelfde doel. Dat dit in een bureaucraten-maatschappij intern nooit kan worden getolereerd, is duidelijk. Vandaar dan ook dat het in Rusland de gewoonte is, dat de vertegenwoordigers van Agietprop in het buitenland onder directe en zeer strenge controle staan van de partijpolitici en -theoretici. Ze worden a.h.w. gelijktijdig gehuldigd en gevangen gehouden. Als ik nu deze mentaliteit van "het doel heiligt de middelen" overal begin te verkondigen, dan bereik ik hiermee dat de mens de reële innerlijke verhouding t.a.v. de wereld eenvoudig terzijde schuift. Hij is niet meer geneigd te zeggen: Maar dit is toch onjuist. Hij zegt alleen: Als ik dit doe, dan kan ik mijn doel gemakkelijker bereiken en daardoor is het goed. Hij zal innerlijk het er niet mee eens zijn. Zijn innerlijke waardering blijft wel degelijk bestaan en hij kan hen tijdelijk overdonderen, maar de problemen, welke door die verschillende emoties worden opgewekt, zullen in hem wel degelijk bestaan. Nu zijn alle zuiver persoonlijke zaken voor de geest nog iets, waar je evenwicht tegenover kunt stellen. Ik kan dus persoonlijk iets doen dat niet goed is. Daartegenover kan ik persoonlijk iets doen dat wel goed is. Als ik dus een balans opmaakt, dan blijkt dat ik zeer veel heb gecompenseerd of zal kunnen compenseren. Voor de geest is de evenwichtigheid belangrijk; niet de vraag, of het nu allemaal goed of kwaad is wat er wordt gedaan. Het gaat erom dat de geest evenwichtig is, dat haar bewustzijn in staat is om andere werelden, andere mogelijkheden te accepteren en te absorberen. Maar zodra het doel heiligt de middelen een rol gaat spelen, ontken ik in feite de werkelijkheid van de uiterlijke wereld. Men realiseert zich dat vaak niet zo. Als ik ontken, dat hetgeen ik doe een betekenis heeft anders dan de betekenis volgens de in mij bestaande ideeën, dan ontken ik gelijktijdig de werkelijkheid van de wereld buiten mij. Ontken ik de werkelijkheid van de wereld buiten mij in één opzicht, dan kan ik dus alle realiteiten wegrationaliseren. Ik kan ze voor mij eenvoudig wegpraten en kom dan geestelijk te verkeren in een toestand, waarbij ik wel registreer (dus opneem wat ik alles heb gedaan en wat het kan betekenen voor anderen), maar als mens niet meer in staat ben om op den duur dit te accepteren. Na de overgang betekent dat een grote onevenwichtigheid, want ik kan de realiteit van mijn leven niet verwerken. Dat is een van de redenen, waarom ik dit toch de moeite waard vind, als we over actuele zaken, over de historie van deze tijd spreken. Naast heel veel positieve geestelijke ontwikkelingen vrees ik nu, dat in de komende paar jaren deze negatieve tendens bijzonder sterk zal worden verkondigd. Dat is op zichzelf niet zo moeilijk, want als je eenmaal dat "doel heiligt de middelen" gebruikt en je kunt anderen ertoe brengen te erkennen, dat de reden van je protest juist is, dan komen ze vanzelf op een gegeven ogenblik tot een accept van de middelen. In Curaçao is enorm veel geplunderd. Daar werd voor enkele tonnen o.m. aan goud, zilverwerk, juwelen, horloge e.d. zullen we zeggen "bevrijd" uit het kapitalisme. Hierbij vond werkelijk plundering en diefstal plaats. Indien het nu een kwestie was geweest van levensmiddelen, dan zou je dat nog wel kunnen tolereren. Dan zou je zeggen: De mensen hebben honger. Ze hebben niet te eten. Dat ze nu eens een keer goed willen eten kunnen we begrijpen. Maar er zijn kapitaalgoederen ontvreemd. En als ik een schatting mag maken voor het geheel dat daar aan waardegoederen, niet direct voor eigen gebruik belangrijk, is

105

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP ontvreemd, dan kom ik tot een bedrag in Hollandse guldens uitgedrukt van ongeveer vier en een half miljoen. Dat is tamelijk hoog, als ik de vernielingsschade erbij reken. Opvallend is hierbij, dat er b.v. aan kleding in verhouding zeer weinig is ontvreemd. Er werd wel veel beschadigd en besmeurd, maar gestolen werd er heel weinig. Textiel werd er eveneens betrekkelijk weinig ontvreemd en zonderling genoeg zelfs geen luxetextiel, die daar voor de toeristen toch wel degelijk aanwezig was. Er werden natuurlijk ook wel wat souveniertjes en speeldingetjes gestolen, dat is begrijpelijk. De nadruk blijkt echter te vallen op b.v. schrijfmachines. Hoe is het mogelijk, dat iemand 100 schrijfmachine steelt; of dat men die ontvreemd tijdens een oproer. Niet om ze kapot te slaan, maar dat ze verdwijnen. En waar zijn b.v. de uurwerken en bepaalde antiquiteiten en curiositeiten, die eveneens zijn gestolen, naar toe gegaan? Hier is diefstal. Nu kunnen we zeggen, dat die mensen het arm hebben en dat ze terecht hebben geprotesteerd. Maar doordat we accepteren, dat die mensen terecht protesteren, vergeten we gelijktijdig dat er is geplunderd en dat er bij die plundering bij sommigen kennelijk sprake is geweest van een vooropgezet ontvreemden van waardevolle artikelen. Kijk, daar heeft u nu het gevaar. Je gaat zeggen: "ja, ze hebben natuurlijk bezit in brand gestoken, ze hebben geplunderd, maar die mensen waren geprikkeld. Ze zijn een beetje uit de band gesprongen." Maar dit is geen uit de band springen meer. En als dit zo verdergaat, dan komt er misschien vandaag of morgen de een of andere groep in b.v. Spanje, die in Madrid gaat optreden en die daar een veldslag gaat leveren tegen de politiemensen en dat ze tenslotte worden teruggedreven met al hun idealistische leuzen. Achteraf blijkt dan dat er heel veel in brand is gestoken, dat er is geplunderd, dat er juwelen en andere kostbare artikelen zijn verdwenen. En dan zeggen we weer: “Ja, maar die mensen hadden toch recht tot protesteren", en dat andere vergeten we. Op deze manier krijg je dus een totale vervreemding van waardering, niet alleen bij de mensen zelf, die onder de spanning van het moment gemakkelijk worden verleid tot iets dergelijks en die misschien zonder het te weten zelfs de misdadige activiteiten van sommige groepen dekken en bevorderen, maar het gaat vooral ook om de toeschouwer: de mens, die zelf gaat reageren. Kinderen hebben honger op Curaçao. Maar demonstranten komen tot opstand en stelen voor tonnen aan juwelen en dergelijke artikelen, om niet te spreken van de rest die is gestolen. Dat zijn twee gescheiden zaken. U moet een scheiding kunnen maken tussen b.v. een studentenprotest dat gerechtvaardigd is en het in brand steken en vernielen van auto's die langs de weg staan; wat niet gerechtvaardigd is. Als je het een accepteert omwille van het ander, dan zul je je waardering voor wat er in het leven gebeurt veranderen. Dan komt er een ogenblik, dat je zegt: Ja, ik protesteer niet tegen mijn buurman, ik protesteer tegen het verkeer. Maar zijn auto staat er toevallig, laten we de brand er maar in steken, dan kunnen ze tenminste zien dat ik protesteer. Deze mentaliteit zou dan ook wel eens kunnen doorklinken in b.v. geestelijk groepen en verenigingen. Ik kan mij voorstellen, dat dan een kerkgroep rustig een beeldenstorm begint en daarbij kostbare kunstwerken vernietigt (dat is in de middeleeuwen ook al eens gebeurd, waarom zou het niet weer gebeuren) alleen maar omdat ze het niet eens is met de lering van een andere groep. Denkt u niet, dat dat denkbeeldig is. 0, hier in Nederland gebeurt dat misschien niet zo snel. Maar het nog niet zo lang geleden, dat een protestantse plaats van bijeenkomst in Spanje (in Estremadura) werd kapot geslagen door een stelletje, zullen we zeggen katholieken, tenminste zo noemen zij zichzelf, een stelletje ijveraars. En het is helemaal niet ondenkbaar, dat een groepje protesterende gelovigen vandaag of morgen het iemand in een kerk heel erg moeilijk gaat maken, omdat ze toevallig een andere leider liever hebben. En dan is het niet alleen meer een verzet tegen de autoriteit (daarmee kunnen we het misschien eens zijn), maar dan is het het overdragen van dit verzet naar elk middel, dat maar bruikbaar is om het verzet te bevorderen. Het is alleen maar een kwestie van misbruik maken van mogelijkheden. Het is gewoon een veranderen van denkwijzen. 106

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Je krijgt dan op een gegeven ogenblik iemand, die zegt: Omdat ik dus tegen het celibaat voor de priester ben, ga ik eens na wat er allemaal voor schandaaltjes zijn en ik ga met naam en toenaam publiceren welke priesters er dan wel verhoudingen hebben en wie in het Vaticaan ook niet brandschoon is. En dan zal men de laster daarbij ongetwijfeld niet schuwen. De paus is gezien zijn leeftijd waarschijnlijk betrekkelijk veilig voor zo iets. Maar er zijn vele anderen, die kwetsbaar zijn. Niet kwetsbaar, omdat ze feitelijk misdaden hebben bedreven, maar omdat het hun zo moeilijk zal vallen de beschuldigingen te weerleggen. Het moddersmeren is iets, dat je ook innerlijk blijft behouden. Eerlijk denken kun je niet meer tolereren; niet van anderen en ook niet van jezelf. Je veroordeelt onmiddellijk een ieder, die het niet met je eens is: hij is tegenwoordig b.v. extreem-rechts of extreem-links. Je praat niet meer over menszijn, over menselijke bewustwording. Je praat alleen maar over rechten en voorrechten, noodzaken en onrecht. Kijk, Agietprop maakt hiervan gebruik. Agietprop is een instelling, die zich niet ten doel heeft gesteld de arbeiders te bevrijden, maar om een bepaald systeem te doen winnen. Agietprop is geen instelling, die zich ten doel heeft gesteld om de waarheid over alles en een ieder te verkondigen, maar een instelling, die vastbesloten is om gebruik te maken van alle middelen om iedere gevaarlijke tegenstander uit te schakelen. Nu weten we heel goed, dat Agietprop zijn counterpart elders heeft. De CIA weet ook van wanten, indien het daar om gaat. En ook hier horen we heel vaak beweren - zij het dan natuurlijk binnenshuis - dat het niet belangrijk is of de mensen lijden, of ze honger hebben of niet, dat het helemaal niet belangrijk is of iets waar is of niet, dat het alleen maar belangrijk is dat men iets bereikt: aanzien, afzetmarkt, respect of een zekere horigheid. Wat moet er worden van een wereld, die op een dergelijke manier denkt? Ik meen, dat onze vriend Andrej de mensen goed heeft ingeschat. Hij heeft de mensen gezien als wezens, die - als ze maar het denkbeeld hebben dat ze hun gram kunnen halen of dat ze gelijk kunnen krijgen - bereid zijn om alles te doen. Mensen zijn natuurlijk geen menseneters. Maar als er hongersnood is en iemand maakt croquetten, dan zullen ze absoluut niet vragen waar ze vandaan komen, als ze maar te eten zijn; ook al denken ze bij zichzelf misschien dat er wel eens mensenvlees in zou kunnen zitten. Voorbeelden daarvan hebben we o.m. kunnen zien in Leningrad in de laatste wereldoorlog. Die mentaliteit, is die eigenlijk niet gevaarlijk? Onze Wereldleraar heeft ons geleerd, dat het belangrijk is om alle techniek te erkennen. Dat het erg belangrijk is om alle mens-zijn te erkennen, maar ook dat het erg belangrijk is om onszelf te hervinden in een contact met onze medemens. Dat ons bezit niet belangrijk is, maar dat ons geluk belangrijk is. Hij heeft ons geleerd, dat de waarheid belangrijker is dan al het andere. De Wereldleraar heeft geprobeerd een oplossing te scheppen voor die problemen, welke op het ogenblik door politieke organisaties als Agietprop en dergelijke eigenlijk voortdurend worden gecreëerd. Hij heeft gezegd: Mensen, het gaat je niet aan wie gelijk of ongelijk heeft. Je, moet er niet over oordelen; je moet er niet eens over denken. Je moet alleen proberen om met de middelen, die je ter beschikking staan alle mensen zo gelukkig mogelijk te maken. Recht heeft daarbij eigenlijk geen enkele inhoud, geen enkele zin meer. Waar honger is, daar moet je zorgen dat de honger verdwijnt. Waar lijden is, moet je zorgen dat lijden verdwijnt. Je moet de mens gelukkig maken. Maar als dat gebeurt, dan heeft Agietprop geen mogelijkheden meer. Dan heeft een CIA veel minder mogelijkheden. Dan heeft een propaganda - apparaat, zoals de Maoïsten en de Castro's hebben opgebouwd, geen waarde. Revolutie, verzet, geweld en al die misbruiken, komen eigenlijk voort uit een totaal verkeerde instelling van de mensen. Onze Wereldleraar zegt niet, dat we ons moeten bezighouden met iets, wat ergens ver weg ligt. Hij zegt doodgewoon, dat we de mensen gelukkig moeten maken. Hij zegt niet, dat we de wereld moeten veranderen, maar dat we doodgewoon onze technische middelen, onze mogelijkheden moeten gebruiken om voor onszelf een zeker aanvaardbaar levensminimum te 107

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP vinden en dat ook aan ieder ander te gunnen. Stel u nu eens voor, dat het niet zo belangrijk is wie bezit heeft en wie niet, maar dat wie honger heeft, kan eten. Stel u eens voor, dat het niet zo heel erg belangrijk meer is, of je nu wel of niet geld hebt, maar dat het alleen belangrijk is, of je met je medemensen contact hebt. Dan komt u toch tot een heel ander leven en een heel ander denken. Nederland heeft ingegrepen met militairen (mariniers) en iedereen is daar enorm tegen. Maar wat had men dan moeten doen? Wat is het alternatief? Laten we ons dat eens afvragen. Het alternatief zou zijn: toe te laten dat dergelijke agitatoren, want dat zijn ze in feite, er voortdurend weer in slagen om vernielingen tot stand te brengen. Die vernielingen betekenen geen eten. Ze betekenen ook geen geluk. Ze betekenen alleen nog meer ellende. Je schept geen werkgelegenheid door fabrieken af te breken. Je schept geen betere verdelingsmogelijkheid voor voedsel door alle winkels af te branden. Het zenden van die troepen was noodzakelijk; het moest gebeuren. Aan de andere kant horen we dan opeens, dat men in Nederland nu plotseling zeer bezorgd is over de sociale toestanden en dat daarin verandering moet komen. Ik geloof, dat ook dat verkeerd is. Ik denk niet, dat het de taak van Nederland is om veranderingen tot stand te brengen. Onze Meester heeft gedurende zijn leven op aarde eens iets gezegd, dat heel erg hard klonk. Het was in de buurt van Allahabad. Daar waren mensen, die ook nogal wat tekort hadden, die eigenlijk niets deden en maar melancholiek rondhingen. Toe vroeg een van, zijn volgelingen: "Zouden we nu niet iemand zover kunnen brengen, dat hij die mensen altijd weer voedsel geeft?" De Wereldleraar zei toen: “Neen, we zullen hun één goede maaltijd geven, zodat ze weer kunnen werken. Het ergste, dat je een arme kunt aandoen, is hem voedsel te geven zonder meer." Ik weet niet, of u begrijpt wat dat betekent? In dit geval betekent het, dat het gemakkelijk genoeg is voor Nederland en een paar tanks minder te kopen en te zorgen dat iedereen een volle buik krijgt in Curaçao. Dat is helemaal zo moeilijk niet. De grote moeilijkheid is echter, dat je er niet komt met de mensen eten te geven. Je moet die mensen de kans geven - en daarmee ben ik het volledig eens - en zich te herstellen, indien ze ondervoed en uitgeput zijn. Maar dan moeten ze zelf aan het werk. Geef hun de werktuigen, geef hun de instrumenten en laat hen zelf werken. Is er iemand, die hen het werken onmogelijk wil maken, belet die dan een terreur uit te oefenen. Dat is alles. Dit klinkt natuurlijk ook weer vreemd. In deze tijd, waar iedereen een ander zekerheden wil bieden, vertelt daar een Wereldleraar dat je het eigenlijk niet moet doen. Maar denkt u nu eens even na. Hoe kan een mens gelukkig zijn, als hij alleen maar leeft van de fooien van anderen? Hoe kan een mens betekenis hebben, als hij in feite alleen maar bezig is te profiteren, ook als hij dan voor zichzelf iets doet? Ik kan me voorstellen, dat een kunstenaar in de tegenprestatie-regeling op een gegeven ogenblik voortdurend hard werkt en dat hij toch ergens ongelukkig is, om de doodeenvoudige reden dat hij niet die erkenning vindt, die hij wil hebben. Dan zult u zeggen: Het is voor hem belangrijker dat hij eten heeft en dat hij zijn kunst kan bedrijven. Dit is misschien waar, maar dan zal men dat anders moeten doen. Men zou hem de mogelijkheid moeten geven om die kunst dan op een andere manier te verkopen. Of desnoods te werken aan de verfraaiing van de gemeenschap; niet door schilderstukjes te maken, maar door gewoon werken uit te voeren, die door de gemeenschap worden verlangd en hem daarvoor zodanig te belonen, dat hij indien hij met een minimum genoegen neemt - daarnaast zijn eigen kunst ook kan bedrijven. Als u dit voorbeeld nu overzet naar Suriname of Curaçao of waar ook ter wereld, dan zult u misschien ook begrijpen waarom het zo belangrijk is dat de armen niet alleen maar worden gevoed. Mensen, die voedsel genoeg krijgen en die verder niets te doen hebben, beginnen er alleen maar over na te denken wat ze nog meer voor klachten tegen de maatschappij hebben. Ze worden absoluut negatief. Mensen echter, die in de eerste plaats begrijpen dat zij moeten communiceren (contact hebben met anderen) in de gemeenschap en iets moeten betekenen, dat zij niet mogen eisen dat die gemeenschap hen waardeert volgens hun eigen waardering, maar dat zij zich eerst een gewaardeerde plaats in die gemeenschap moeten zien te veroveren 108

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP voordat ze verder kunnen gaan, die hebben geen tijd voor een negatieve benadering. Hun denken en streven is positief, omdat zij niet trachte, zich te onderscheiden van hun medemensen maar met die medemensen gezamenlijk iets trachten te bereiken. In de tweede plaats - al hebben ze het misschien iets minder goed dan ze het door zo'n vergoedingsregeling zouden hebben - zijn ze gedwongen rekening te houden met anderen; daardoor worden ze geconfronteerd met hun eigen "ik" en hun eigen feilen. Het klinkt misschien ook weer niet zo prettig. Maar een mens, die op aarde leeft, is toch eigenlijk het voertuig van een geest, die zichzelf moet leren kennen. Hoe wil je jezelf leren kennen, indien je de middelen worden gegeven om voortdurend de werkelijkheid van je eigen wezen te ontvluchten? Voedsel is goed voor mensen, die verhongeren. Als in Biafra de mensen verhongeren, dan is het natuurlijk heel erg goed te zorgen dat ze wat te eten krijgen. En toch vraag ik me af: of degenen, die beweren dat de Biafranen terecht zich teweer stellen nu wel zo buitengewoon gewaardeerd moeten worden, omdat ze die mensen voedsel hebben gegeven. Daardoor hebben ze ongetwijfeld de ellende wat groter gemaakt. Iemand, die dan - afgekeurd natuurlijk door alle staatslieden - een soort privé luchtmacht op de been brengt, is veel meer te waarderen. Hij doet reëel iets. Hij maakt zich niet tot de goede gever, maar hij is degene, die verbonden is met het streven van de ander. Ik geloof, dat dat veel belangrijker is. Dan kunt u zeggen: Heiligt hier dan het doel de middelen? Neen. Het doel om Biafra vrij te krijgen is een kwestie, waarover je persoonlijk moet denken en spreken. Dat je daarmee anderen gaat doden, is even onaanvaardbaar als dat anderen Biafranen doden. Maar we kunnen in ieder geval wel zeggen dat degenen, die hier hebben gereageerd,(zoals ook de medische verzorgers, die daarheen zijn gegaan) de enigen zijn die reëel iets hebben gedaan aan het probleem in de zin van de Wereldleraar. Het is gemakkelijk genoeg om te spreken over de diplomatieke noodzaken, de politieke wegen, de noodzaak om via conferenties, comités, commissies ergens toe te komen. Maar in feite is het een afschuiven van verantwoordelijkheid en daarmee het scheppen van die verwarring, waarin een Agietprop kan werken. Het is gelijktijdig het scheppen van een zodanige verwarring, dat je voor je eigen verantwoordelijkheid, je eigen beslissing, je eigen problemen kunt weglopen: als je vindt dat de armen toch eigenlijk wat geholpen moeten worden, koop dan maar een lootje in een Caritas-loterij, dan heb je het idee dat je wat hebt gedaan en bovendien de kans, dat je wat zult winnen. Die mentaliteit is geestelijk fataal. Het gaat er helemaal niet om, of Noord-Vietnam gelijk heeft of Zuid-Vietnam. Het gaat erom dat er mensen zijn, die kreperen. Mensen, die ongelukkig worden gemaakt, nodeloos. Of die mensen gelukkig zijn onder systeem A of B, doet niet ter zake. Laat die mensen hun eigen leven opbouwen. Help hen om dat leven op te bouwen. Geef hun niet de fooi van voedsel en belangstelling. Toen er hongersnood was in India hebben de mensen veel gedaan om die althans enigszins te lenigen. Maar als je het daarbij laat, dan is er niets gebeurd. Gelukkig zijn er mensen geweest, die hebben ingezien dat je daaraan wat moest doen. Nederland heeft putten laten boren, weer een ander land heeft bepaalde landbouw-projecten op stapel gezet, een van de landen heeft zelfs nog fabrieken, fabricage- en verdelingsmethoden uitgewerkt. Kijk, die mensen hebben wat gedaan. Zij hebben de bevolking geholpen om zichzelf te helpen. Ik geloof, dat je Curaçao alleen kunt helpen door de mensen op Curaçao te leren om zichzelf te helpen. Dat is natuurlijk ook wel pijnlijk voor degenen, die het gezag in handen hebben. Maar voor jezelf zowel als voor die anderen is dit geestelijk de enig juiste weg. Je leeft niet alleen maar om er zo goed mogelijk van af te komen. Je leeft ook niet alleen maar om een hiernamaals te verdienen. Je leeft om als mens mens te zijn met de mensen. Voor de geest is dat de enig aanvaardbare wijze, waarop het menselijk bestaan geleid kan worden. Daarom is het niet goed, indien Nederland plotseling zou besluiten grote kapitalen in Curaçao te steken. Dat zou absoluut nutteloos zijn. Wat anders zou het zijn, indien Nederland zou helpen om een zodanige regeling tot stand te brengen, dat er werk moet worden verschaft. Dan zou men die mensen helpen een eigen vorm van leven of van industrie op te bouwen. Men 109

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP zou hen helpen door een beter onderricht, maar vooral ook door een doen wegvallen van allerhande vaak door henzelf opgebouwde beperkingen. Dat zou Agietprop niet kunnen beantwoorden. Als je tegen een mens zegt: "Ik wil je helpen. Hier is werk. Werk, en je zult eten. Heb je honger, eet dan maar eerst," dan kan een agitator moeilijk nog beweren dat dit onrecht is, vooral als je ziet, dat je hetgeen je werkelijk verdient ook werkelijk krijgt. Dan is afgunst en nijd lang niet zo gemakkelijk aan te wakkeren. In Nederland is het precies hetzelfde. In Nederland werkt Agietprop ook. Ze werkt met betrekkelijk kleine groepen, laat mij u dat erbij vertellen. Werkelijk geschoolde agitatoren zijn er in Nederland niet veel. Ik geloof, dat er zo iets van 16 of 17 zijn, die ieder dan weer een kleine clan of groep rond zich hebben verzameld. Maar als deze mensen worden geconfronteerd met een werkelijke verhouding tussen b.v. prestatie en beloning, als zij worden geconfronteerd met een reëel deelhebben in bezit maar ook in risico, dan kunnen ze moeilijk meer gaan protesteren. Dan valt het weg. Het argument is gemakkelijk genoeg gevonden: de ondernemingen maken winst; het gaat ten koste van ons. Natuurlijk, het is waar. Maar op het ogenblik, dat de arbeider krijgt te horen: Je mag volledig delen in de winst, indien jij de verliezen ook neemt, dan zit de zaak al een beetje anders. Als je tegen de studenten zegt: "Jullie moeten zelf inspraak hebben", dan kun je daar heel veel mee doen, dan kun je die mensen werkelijk zover opzwepen, dat ze het idee krijgen dat ze absoluut verkeerd worden behandeld. En dan kun je de werkelijke fouten gebruiken om daardoor excessieve eisen tot stand te brengen en daarmee de conflict-situatie scheppen. Maar op het ogenblik, dat de student zijn verantwoordelijkheid zelf mag dragen, mits hij de consequenties daarvan aanvaardt, ligt de toestand anders. Indien het tot een werkelijk oproer komt, waar dan ook, dan zijn andere mensen in gevaar met hun geluk, met hun bezit. Deze mensen moeten verdedigd worden. Dan moogt u het heel erg wreed vinden dat de politie er dan werkelijk op slaat of dat een bepaalde wet inderdaad wordt gehanteerd, maar dat is eigenlijk terecht. Terecht, omdat de maatschappij nu eenmaal niet kan gedogen, dat men door "het doel heiligt de middelen" degenen, die kwetsbaar zijn, tot slachtoffers maakt, terwijl men de werkelijke boosdoeners niet kan aanvallen. Agietprop zal de komende jaren steeds meer van zich doen spreken. Niet in de eerste plaats door werkelijke revoluties, maar vooral door die ongerechtvaardigde opvlammende uitbarstingen, waarmee een groot onrecht bijna wordt afgedwongen. In India kunnen we binnenkort iets dergelijks verwachten. Daar zal een betrekkelijk vreedzame demonstratie op een gegeven ogenblik uitlopen op een enorm oproer. En dan zijn er inderdaad vrouwen en kinderen op straat; een hele menigte, die in feite onschuldig is, mensen die geen onrecht hebben gedaan, terwijl er maar enkele honderden hebben brandgesticht en een paar bommen hebben gegooid. Dan wordt er op die mensenmenigte geschoten en zie je hoe een paar duizend mensen gewond en een paar honderd mensen gedood zijn. Mensen, die geen kwaad hebben gedaan. En dan hebben die gezinnen reden om te haten. Dan heeft die massa martelaren om te vereren. Dan is het werkelijke redres dat gegeven zou moeten worden niet meer te geven, omdat de redelijkheid wegvalt. India staat nog voor verscheidene van dergelijke gevallen. Pakistan precies hetzelfde. We kunnen erop rekenen, dat soortgelijke onredelijkheden ook in Zuid-Amerika zullen plaatsvinden. We zullen zelfs moeten constateren vrees ik, dat in Afrika verschillende stammen tegen elkaar worden opgezet op grond van eigenlijk ook weer onbetekenende feiten. Men zoekt een paar driftkoppen uit. Als die nu maar zover kunnen worden gebracht dat ze een bom gooien, dat ze iemand dood steken, dat ze brandstichten, of dat ze iets doen wat niet te tolereren is en daardoor het slachtoffer worden, dan is de vete ontbrand. Daar kun je weinig tegen doen als gewoon mens. Of misschien toch: Je zou misschien kunnen beginnen om je eigen mentaliteit te veranderen. Je zou misschien kunnen leren om de zaken reëler te zien, om de feiten eens los te maken van de sentimenten, om soms niet de middelen goed te keuren, omdat het doel zo goed is, of soms de middelen af 110

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP te keuren, omdat het doel je niet bevalt. We zouden moeten leren de zaken reëler te zien en we zouden die meer reële visie anderen moeten kunnen geven. We zouden er vooral op moeten kunnen wijzen, hoe klein feitelijk de oorzaken zijn voor de grote excessen. We moeten zoeken naar de reden, waarom die excessen plaatsvinden. Zeker, het zal u moeilijk vallen om precies te ontdekken, of het nu mensen van Agietprop zijn geweest of anderen. Maar het zal u wel mogelijk zijn te constateren, dat hier externe krachten voortdurend de excessen veroorzaken. Misschien dat u en anderen dan zo ver zouden komen, dat u de stellingen van onze vriend Andrej Ordsjnev eenvoudig waardeloos kunt maken. Want vergeet een ding niet: propaganda en agitatie zijn middelen, die gebaseerd zijn op het onvermogen van de mens om te onderscheiden, het onvermogen van de mens om reëel en redelijk te denken, het onvermogen van de mens om de innerlijke en voor het eigen wezen geestelijk en stoffelijk essentiële waarden te onderscheiden van algemene stelregels en voorgegoochelde idealen. Ik meen dat dit onderwerp, gezien de huidige situatie, actueel en gelijktijdig belangrijk is. Ik meen zelfs, dat het een verklaring kan vormen voor vele facetten, die u in de komende tijd zult zien. U zult misschien hierdoor in staat zijn niet alleen juister te reageren, maar vooral ook om juister te communiceren met uw medemensen, zodat u hun de rellen, die ze maken niet zonder meer verwijt en ze niet meer ziet als verkrachters van recht en orde of arme miskenden, die alleen door geweld zichzelf kenbaar kunnen maken. Maar dat u hen reëel gaat zien voor wat ze zijn: mensen, die gewoon zoeken naar een beetje geluk, naar een eigen plaats, een deel-zijn aan de gemeenschap. Mensen, die altijd weer worden geëxploiteerd en misleid. Als u zo leert denken en zien, dan zult u in uw leven zeker reëler kunnen denken en reageren. U zult hierdoor voor uw geestelijk leven minder onevenwichtigheden veroorzaken en daardoor mede in staat zijn langzamerhand te gaan begrijpen wat de leer van de Wereldleraar, die u meermalen bekend is gegeven, althans de belangrijke delen, in feite betekent. Niet alleen maar een pseudo- christendom, niet alleen maar een nieuwe godsdienst of een nieuwe geestelijke discipline, maar doodgewoon een levenshouding, die zowel voor de geest als voor de stof, de beste mogelijkheden tot geluk geeft en daarnaast de meest snelle en juiste bewustwording onder de huidige omstandigheden. (Agietprop = agitatie en propaganda. red.) OUDE GODSDIENSTIGE INVLOEDEN IN ZUID-AMERIKA. In Zuid-Amerika vinden wij een zeer grote menging van de bevolking, waarbij Spanje en Portugal nog figureren, maar over het algemeen negers, negerslaven, indianen- en inboorlingenstammen een zeer grote rol hebben gespeeld en nog spelen. Het resultaat is geweest, dat het christendom, dat er is binnen gedrongen, voor een groot gedeelte wordt beïnvloed door oude geloofsvormen en denkwijzen. In heel veel gevallen hebben we zelfs kerken, die zich christelijk noemen, terwijl ze toch uitgaan van iets, wat wij in Europa meer spiritisme zouden noemen. In andere gevallen worden eveneens onder het mom van christelijke secten de oude bloedoffers e.d. nog steeds gebracht. Heel veel mensen realiseren zich niet, hoe sterk de natuurverering en de natuurgodsdienst in het hele Zuid-Amerikaanse gebied is geweest. Toch was het er zo, dat over het algemeen de natuurgoden het eigenlijk voor het zeggen hadden. Er waren de goden van de wind, van de vlakte, van de bossen, van de wateren. Er waren de oude elementen, die een grote rol speelden en daarnaast ook - mede uit de Inca-periode - vooral de vele oorlogsgoden, de goden, die bepaalde eigenschappen van de mensen verheerlijken en a.h.w. bevorderen en tevens de aanbidding, zoals overal, van zon en maan. Het resultaat was, dat deze op zichzelf allemaal betrekkelijk eenvoudige geloofsvormen zijn samengegroeid tot een zeer ingewikkeld geheel, dat op het ogenblik op de gehele sociale structuur en naar ik meen ook op de gehele geestelijke ontwikkeling van Zuid-Amerika grote invloed heeft.

111

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Er is in de eerste plaats het geloof aan de onontkoombare macht; een zeker fatalisme, dat voortvloeit uit het geloof aan de natuur, waaraan je je niet kunt onttrekken. Vooral als je leeft in landen, waar de zon de pogingen van vele jaren in heel korte tijd ongedaan kan maken, dan voel je je ook werkelijk hulpeloos. De hulpeloosheid, die we vinden bij de Indio (de indiaan) en bij de vele mengingen (de mestiezen zijn er ook nog sterk in), heeft zich langzaam maar zeker afgedrukt op het stadsleven. De grote steden van Zuid-Amerika (en dat zijn over het algemeen enorm grote steden) bestaan uit een tamelijk geringe welvarende kern, een zeer grote administratieve en productieve kern en daar omheen de vele kleine dorpen, de vele kleine gemeenschappen van mensen, die door de steden zijn aangetrokken. Deze mensen zijn van het platteland gekomen. Ze hebben hun ideeën over "het schip in de hemel”, de gaven die je onverwachts zult ontvangen. Maar aan de andere kant ook het geloof aan het lot, dat niet gedwongen kan worden. Je leeft en – à la Louis Davids - als je voor een dubbeltje geboren bent, dan krijg je nooit een kwartje. In je leven moet je dan wel proberen wat te bereiken; maar als het niet gaat, dan gaat het niet. Het is niet jouw schuld, het is het noodlot van de goden. En als je wordt getroffen door allerlei tegenslagen (als je b.v. naar de stad trekt en je vindt geen behoorlijke huisvesting, je vindt geen werk, je vindt niets), dan moet je zoeken naar iemand, die de goden gunstig kan stemmen. Het resultaat is, dat naast de katholieke missies, die er overal zijn, steeds meer kleine gemeenschappen zijn ontstaan, waarin dat oude geloof weer gaat opleven en waarbij dus het magisch denken heel sterk op de voorgrond komt. Er zijn daardoor practisch over heel Zuid-Amerika mediums te vinden, die de stem van geesten en van voorvaderen vertolken. Dat geschiedt overigens heel anders en naar uw inzicht waarschijnlijk minderwaardiger dan wat hier geschiedt. Het is een kwestie van zingen en dansen; en de geest is doorgaans bereid te helpen, Hij vraagt: Kan ik iets voor je doen? Kan ik je helpen? Wil ik een lied voor je zingen? De geest is daar iets, wat eigenlijk in de familie zit; en daardoor kun je dus met die geest marchanderen. En dat wordt dan ook rijkelijk gedaan. Je belooft de geest een bepaald offer, je gaat naar een bepaalde plaats toe om dat te brengen, je geeft aan de priesters giften, opdat ze de geest zullen laten doorkomen. Die geest zal er dan voor zorgen, dat de zaak verandert. Nu is dit op zichzelf bijgeloof. De geest kan natuurlijk wel iets doen, maar zoveel als daar wordt voorgesteld is absoluut onmogelijk. Bovendien zal die geest zich heel weinig aantrekken van allerhande magische riten en gebruiken. De manifestatie wordt er soms gemakkelijker door en daar blijft het bij. Maar de mens, die gelooft dat hij nu van de geest een gave kan krijgen, gaat anders door het leven. Hij kijkt anders naar de mensen. Als hij dan ziet, dat hij een mogelijkheid krijgt en mensen ontnemen hem die, dan is dat niet meer een kwestie van noodlot, dan is het een mens, die je frustreert tegen de wil van de goden in. En wie tegen de wil van de goden ingaat, die kun je aanvallen. Dan kun je zo iemand doodsteken of bestelen of je moet hem uitschakelen. Dan gaat het niet meer om eerlijk of oneerlijk, dan gaat het er doodgewoon om: dit is je door de goden of door de geest beloofd; dit moet waar gemaakt worden. De grote gevoeligheid, die men ontwikkelt juist door dit geloof en de bijgelovige instelling, die er allemaal bijhoort, brengt verder natuurlijk met zich mee, dat je op heel veel tekenen let, die een ander niet ziet. We behoeven heus niet naar de wildernis te gaan, naar de Jivaro's of andere stammen in het Amazonebekken om mensen te vinden, die niet zonder het bovennatuurlijke kunnen bestaan, die eigenlijk hun instincten, hun scherpe gevoeligheid moeten gebruiken om iets te bereiken in het leven. En denkt u nu niet, dat dat alleen maar bij de armen is, ook bij vele zakenmensen zien we een soortgelijke mentaliteit. Ook zij - al zullen ze het niet toegeven - nemen vaak deel aan plechtigheden van kleine Loges, van kleine secten en gemeenschappen. Ook zij gaan af op hun feeling. Het feit, dat er zaken worden gedaan en dat je rustig over andere dingen praat, lijkt misschien voor een westerling onbegrijpelijk. Als je daar komt, wil die zakenman wel met je praten, niet om te weten wat je hebt aan te bieden, maar om te weten wat je voor een mens bent. Pas als hij weet wat je voor een mens bent, als zijn gevoeligheid een relatie, een mogelijkheid heeft geconstateerd, zal hij overgaan tot zaken.

112

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Dat is wederom voor de Europeaan haast onvoorstelbaar, a.h.w. een bijkomstigheid geworden. Die zaken doe je, omdat je de mens met wie je zaken doet in relatie tot jezelf hebt leren zien en je hebt begrepen dat er mogelijkheden of geen mogelijkheden zitten. Die denkwijze hoeft natuurlijk een heel grote invloed op de reactie van de massa. Als u weet, dat in de vele armoedige dorpen vaak bepaalde "gangs" (mensen, die misdadigers zijn) de zaak regeren, dan vraag je je af waarom die mensen zich daardoor laten regeren, want ze zijn zelf even snel met een mes en ze zijn ook niet bang een revolver af te schieten. Die "gangs" hebben vaak invloed via een bepaald geestelijk genootschap, via een bepaalde kerk, ze behoren tot een geheime kaste a.h.w.; eerst dàn hebben ze wat te zeggen. Als je gaat kijken in de berglanden, dan hebben we te maken net indianen, die zelf ook buitengewoon gevoelig zijn. Vooral daar, waar de oorspronkelijke indianen nog enigszins onvermengd leven, is dan ook een visie op het leven, die zo primitief lijkt en gelijktijdig zo enorm ingewikkeld is, dat het alweer voor de Europeaan haast ondenkbaar is. Als ik als indiaan zit, dan kan ik denken. Daar zijn de oude vrouwen, de oude mannen, die in de toekomst zien. Zij weten wat ik moet gaaan doen. Ik behoef me niet af te vragen wat ik wil gaan doen. Ik ga gewoon naar een wijze man of Een wijze vrouw toe. Is er behoefte aan genezing? 0, natuurlijk, er zijn doktoren. Maar in de eerste plaats zijn er weer de wijze mannen en de wijze vrouwen, die weten hoe je dergelijke dingen kunt bereiken. Zij spreken met de geesten. Zij werken met de krachten van de natuur. Op deze manier vervlechten zij eigenlijk langzaam maar zeker de toekomst met het heden. De mensen zijn geen afzonderlijke persoonlijkheden zonder meer. Ze zijn deel geworden van een gemeenschap, die zich uitspreidt over de tijd, over een verre toekomst misschien zelfs. Wat zij doen heeft niet alleen maar zin voor het eigen "ik", het is het vervullen van een soort stambestemming. En men weet heel vaak uit het verre verleden te vertellen hoe voorvaders vijf à zes generaties geleden een bepaalde opdracht hebben gekregen en zij vervullen nog steeds diezelfde opdracht. Men is gebonden aan de natuur. Want als men niet zou gehoorzamen, dan zouden de voorvaders zich tegen je keren, de bergen zouden plotseling met stenen beginnen te gooien, de mist zou je omhullen op de paden die gevaarlijk zijn. Overal zou je het gevaar ontmoeten en in de nacht zouden de geesten komen en je te kwellen. Wie met een Europees-westerse of Amerikaans-westerse mentaliteit daarheen gaat, kan deze mensen niet helemaal begrijpen. Hij ziet, dat ze armelijk leven misschien, maar hij begrijpt niet wat hen beweegt. Hij tracht hen te overtuigen met winst of met nieuwe arbeidsmogelijkheden, maar hij moet rekening houden met hun taak; en dat kan hij niet. Daarom ziet hij de verdeling van arm en rijk op een totaal andere manier dan de mensen zelf. Zeker, er is langzamerhand veel veranderd. Vroeger waren er de grote bezitters, die a.h.w. een vader waren voor vele dorpen; die daar straften en zeer willekeurig hun eigen recht handhaafden, maar aan de andere kant ook een aansprakelijkheid hadden tegenover het volk. Hier en daar bestaat het nog, maar meestal is het langzaam maar zeker verwaterd. De mensen moeten meer op zichzelf staan. Het vaderlijk gezag echter hadden ze nodig. Dat vaderlijk gezag is geërfd van de vroegere stambanden of familiebanden, die op een totaal andere manier in elkaar zaten dan men zich nu voorstelt. Het is n.l. zo: als ik behoor tot de familie, dan heb ik b.v. bepaalde wraak noodzaken, zoals de Siciliaanse vendetta kent. Zo bestaat daar de verplichting om elkander te wreken, maar ook om elkander te beschermen tegen onrecht. Er is een binding, die helemaal niet in genegenheid tot uiting behoeft te komen, maar die eenvoudig bestaat uit de band van de gemeenschap. En waar het vaderlijk toezicht van de zakelijke man, de hacendado (de grote landbezitter), de grote fabrikant is weggevallen als de man met de directe aansprakelijkheid, heeft men gezocht naar iets anders. Dat andere kun je niet vinden in de gemeenschap. Je kunt een politicus een tijdlang volgen, maar politici wisselen zo snel. Je kunt je misschien richten tot de een of andere burgemeester. Maar ook dat is op een gegeven ogenblik niet voldoende, want die man is ook onvolmaakt. Je zoekt het dus bij mensen met bijzondere eigenschappen. Soms zijn het handige jongens, die beweren dat de geest tegen hen spreekt of dat ze contact hebben met de duivel. In andere gevallen zijn het mensen, die werkelijk gaven 113

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP hebben. Soms zijn het priesters of priesteressen van geheime orden. Deze mensen gaan de vaderlijke plaats innemen. Maar zij bezitten niet de materiële mogelijkheden om de vaderlijke verplichtingen te vervullen. Als de grondbezitter een zieke wil laten verplegen, dan kan hij dat betalen. Als de priester dat wil doen, dan kan hij dat niet. Hij moet dan bovennatuurlijk krachten oproepen om dat tot stand te brengen. En als dat niet gaat, ja, dan kan hij geen hospitaal betalen, hij kan geen transport betalen, hij kan niets. Dan moet hij dat uit de gemeenschap persen. Hij moet dus zorgen, dat er bepaalde verbindingen ontstaan, die weliswaar geen vakbond zijn, maar die een soort bloedband worden door middel van het geloof, door het aanvaarden van een gezamenlijk hoofd. In landen als Brazilië is dat heel sterk. Maar ook in Argentinië zien we dat steeds meer opleven. Dat is misschien ook de verklaring waarom Peron op het ogenblik nog zoveel invloed heeft. Juan Peron was geen ideaal mens. Hij was een heel eigenaardige figuur. Eva Peron was eveneens iemand waarop heel veel aan te merken zou kunnen zijn. Maar deze mensen waren vader en moeder. Zij gaven aan de behoefte van een groot gedeelte van de mensen om paternalistisch geregeerd en gebonden te zijn vorm en gestalte. Deze gebondenheid gaat zich nu langzaam maar zeker uitwerken in de behoefte om ook geestelijk, politiek en economisch een zekere onafhankelijkheid tot stand te brengen. Het resultaat is, dat we een soort commune-gedachte zien ontstaan, die echter vaak geregeerd wordt door een medium. We zien dat er een bepaalde samenwerking (een soort coöperaties)ontstaan, die echter hun contacten helemaal niet danken aan een zakelijk overleg, maar aan het bijeenkomen misschien ergens in de een of andere schuur, aan de rand van een bos of op een open plaats in een bos waar dan gedanst wordt tot de roes de mensen bevangt. Dan gaan de geesten spreken en worden er bloedoffers gebracht. Dat is hun binding. Maar die binding is zo enorm belangrijk, dat men zich het dagelijks leven zonder dit niet kan denken. Als men de zon aanroept, dan roept men niet alleen de zon aan, men roept a.h.w. gelijktijdig alle zonaanbidders aan. Men probeert zich één te voelen met de priesters van de kaste. Men probeert zich één te gevoelen met allen, die diezelfde macht kennen. En men voelt zich gesteund in al hetgeen men gaat doen door die kracht. Deze mentaliteit zal natuurlijk op den duur de gehele sociale vormgeving veranderen. Zolang er de vaders in de materie waren, de aanvaarde leiders, de aanbeden leiders, was er niets aan de hand. Dezen konden - meestal zelf meer beschaafd en geletterd zijnde - met de wereld tot een overeenkomst komen. Zij konden vertellen wat er precies moest gebeuren. Maar nu is het gezag verdwenen. Zelfs de agitator kan eigenlijk als agitator alleen wat betekenen, indien hij behoort bij de groep. Men heeft zich misschien wel eens afgevraagd, hoe het komt dat Che Guevara met zijn revolutie, die goed bedoeld en noodzakelijk was, zo weinig heeft bereikt. Indien men zich realiseert hoe de binding van de boeren op het land was, wordt het wat anders. Che Guevara kon dat niet begrijpen. Hij kwam uit een ander land. Hij kon niet begrijpen, waarom zelfs zijn eigen caballeros op een gegeven ogenblik ervan uit gingen, dat er eerst een bevestiging moest komen, een teken. Hij kon niet eens begrijpen, waarom men bepaalde plechtigheden moest accepteren en niet onmiddellijk gegevens en voedsel kon krijgen uit de dorpen. Zo min als hij ooit heeft begrepen, waarom hij in sommige dorpen zoveel steun heeft gekregen. Het was een kwestie van de broederschap, van een verbondenheid van deze mensen. Die verbondenheid domineert alles. Als een broeder van een bepaald geloof bij mij komt - ook al wordt hij door alle politiemensen ter wereld achtervolgd - dan moet ik hem voeden en hem helpen, ook al zeg ik "broeder, ga alsjeblieft snel verder, want ik wil geen risico lopen." Maar ik moet hem helpen. En vraagt hij om te mogen blijven, dan moet hij blijven. Deze hele situatie heeft dus voor de agitatoren, die overal werkzaam zijn, heel wat eigenaardige problemen gegeven. De Cubaanse agitatoren vooral zijn vele malen vastgelopen juist op deze mentaliteit: de groepsmentaliteit van de armeren. En naarmate de mens armer 114

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP is, minder onderricht heeft gehad, meer van dag tot dag leeft, is de natuur en zijn de krachten van de natuur belangrijker èn dus ook de broederschap, ook het geloof. Je kunt alleen via het geloof Zuid-Amerika begrijpen. Je kunt de Zuid Amerikaan alleen maar benaderen vanuit zijn zoeken in het bovennatuurlijke. Het zoeken naar de wetenschap van de wijze man, de wijze vrouw, de stand van de sterren misschien, de taal van een medium, het teken dat plotseling ergens zal verrijzen en ook vaak inderdaad verrijst. En waar het geloof zo'n heel grote rol gaat spelen, daar spelen ook de mentale krachten van de mens een heel andere rol dan hier. Bij u denken de mens wel ongeveer gelijk, maar ze denken verstandelijk en in redelijke sequenties. De gevolgen, die zij verwachten van een bepaalde daad, zijn redelijk te beredeneren, zij zijn te overzien. In Zuid-Amerika is het anders. Daar verwacht je niet het rédelijke, daar verwacht je juist vaak het bovennatuurlijke, het wonder, dat zal gebeuren. En als het niet gebeurt, dan heb je niet genoeg geofferd, of dan is een priester niet in orde. Dan moet er een nieuwe priester komen. Maar de bovennatuurlijke machten zelf zijn eeuwig, die zijn betrouwbaar. Zonder die kun je niet leven. En daardoor denkt men in de richting van het wonderbaarlijke, van het bijna krankzinnige. Daardoor ontstaan zelfs de revoluties en hervormingen op een wonderlijk spontane manier. Ze zijn niet redelijk te rijmen met het normale zakelijke beleid van grote firma's e.d. Je kunt Zuid-Amerika niet zonder meer beïnvloeden. Je kunt het niet helemaal begrijpen. En dat is juist ook het aantrekkelijke van dit eigenaardige continent met zijn grote, haast ondoordringbare Andesketen, met zijn vreemde, grote oerwouden en zijn uitgestrekte vlakten, waarin je soms verloren schijnt te gaan, totdat je zo alleen bent op de aarde als een zeeman midden op de oceaan. Het is misschien ook begrijpelijk, als men dit in ogenschouw neemt, dat de innerlijke wetten van de mens anderszijn dan hier. Hun geloof en hun denken kent plechtigheden, die niemand meer als plechtigheden erkent. Denk eens aan het beroemde carnaval in Rio. Wat ziet u daar? In de eerste plaats dat de corporaties, de buurten eigenlijk, samenwerken om een bepaalde uitbeelding te geven. Dat die groepen voorbij trekken is een fantastisch schouwspel, het is mooi, het is, boeiend. Die mensen breken daar een paar dagen los uit de armoede in een schijn-rijkdom, in een klatergoudwereld, waarin alles mogelijk schijnt. Maar wat men zich niet realiseert, is hetgeen er achter die gemeenschap ligt; dat het uitgebeelde probleem of de groep niet alleen maar werd gekozen vanwege de mooie costuums en de mooie mogelijkheden - het werd eraan aangepast - maar dat daar achter heel vaak een soort wondergeloof schuilt. Men breekt los uit de werkelijkheid. Het carnaval brengt de hergroepering tot stand. Die hergroepering zien we dan zich ontplooien in vele richtingen, die de mensen niet leuk vinden. Voor de sexuele hergroepering b.v. is zo'n carnaval wel belangrijk. Maar ook de politieke hergroeperingen vinden tijdens een dergelijk carnaval al heel wat plaats. Het zijn de fiestas, de feestdagen, waarop de priester heel waardig misschien zijn mis opdraagt, maar waar een ogenblik daarna de mensen de oude heidense dansen dansen en de oude heidense gebruiken toepassen; waarbij het ene ogenblik men zichzelf als krankzinnigen opzweept in een gestyleerd uitbeelden van de totale natuur en het volgende ogenblik terugvalt tot de sfeer van een goedkope kermis. Het zijn tegenstellingen, die men moeilijk kan overbruggen, als men niet zelf daarin leeft, als je er geen deel van bent. Maar als je er deel van bent, dan begin je langzamerhand te begrijpen hoe de natuur, de krachten erachter eigenlijk het leven scheppen, de vorm geven aan de gemeenschap, aan de reacties van de gemeenschap, hoe je belangrijkheid in de gemeenschap meestal wordt bepaald niet door wat je bent, door wat je bezit zelfs, maar door datgene wat achter je staat. Het is daardoor ook dat op het ogenblik de grote, voornamelijk katholieke revolte zich daar aan het afspelen is. De kerken waren eens verzamelplaatsen voor het mirakel. De mensen zijn langzaam maar zeker gaan beseffen, dat het wonder voor de mens niet bestaat. De kerk is te 115

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP gereglementeerd. Zij is te voortdurend zichzelf herhalend om helemaal te kunnen worden aanvaard. Zeker, Jezus heeft natuurlijk betekenis en Maria ook, maar op een andere manier dan ze in de kerk worden beleefd en gepredikt. Er moeten feiten komen en als er feiten zijn, dan telt de rest. Dat kun je ook niet voor elkaar brengen met een kopje koffie en een boterham voor iemand, die niet meer verder kan of met een deken voor iemand, die misschien kou lijdt. Dat kun je niet bereiken met de een of andere jongelingenvereniging. Je kunt dat alleen bereiken, indien je het mirakel terugbrengt. De priesters van de katholieke kerk beginnen dat te begrijpen. Ze beginnen te begrijpen, dat het belangrijker is desnoods ergens in een dorpje, als het even kan misschien bij een steen van een oude offerplaats, een misoffer op te dragen en dan met de mensen als mensen te zijn, omdat je deel wordt van die magische gemeenschap. En dat het belangrijker is om priester te zijn, boven de mensen te staan en als het ware het gezag te vertegenwoordigen. De pronk en de praal van de kerk kunnen nooit op tegen de pronk en de praal van de natuur. De stem van de prediker kan niet op tegen de geheimzinnige stemmen, die uit de mediums komen, die uit de bossen klinken, ja, die in de mensen zelf soms opwellen, zonder dat ze weten hoe. Het is een wonderlijk land. En zelfs de revolutie, die we op het ogenblik op sociaal terrein zien, is ermee verbonden. Het is voor de Europese mentaliteit onbegrijpelijk hoe mensen, die een zeer grote macht hebben, zoals in bepaalde delen van Brazilië, niets doen om zich nu eens even te verzetten tegen hun uitbuiters. Hoe deze mensen aan de ene kant moedig kunnen strijden tegen politiemannen en aan de andere kant voor één grote heer zich buigen, alleen maar omdat deze een bepaalde naam heeft, omdat hij een bepaalde functie heeft misschien. Tenminste dat denkt men. Maar in feite, omdat hij een uitstraling heeft waar de geest, waar de natuur achter zit. Daarom kun je niet verwachten, dat het heetbloedige Zuid-Amerika zo reageert als Europa. De oer-godsdiensten van dit land leven voort. De goden zijn misschien heiliger geworden en in de plaats van het roffelen van de trommen in de oerwouden is langzamerhand gekomen het handgeklap en het geschuifel van mensen in witte gewaden, die psalmen zingen. De achtergrond is gelijk. De natuur is bezield. Overal rond je is de natuur, de krachten van de natuur. De voorvaderen leven in de mensen, ze staan achter de wijzen. Zij zijn het, die het leven dirigeren. Daarom moet je het leven wel een beetje fatalistisch aanvaarden, want tegen die hogere machten kun je niet op. Mensen kun je aan, maar tegen die machten ben je machteloos. En daarom voltrekt zich nu een wonderlijk gebeuren in Zuid-Amerika. Niet alleen de revolte, die ongetwijfeld ook overal weer losbarst, omdat er agitatoren zijn, omdat er mensen zijn die langzamerhand gaan begrijpen dat je niet alleen naar kunt wachten tot de donder- en regengoden of de wind een hervorming brengen, totdat Jezus zelf op aarde komt om de machthebbers weg te jagen. Het wonder van deze gelovigheid in de gemeenschap, deze mentale uitstraling, creëert denkbeelden en mogelijkheden zo schijnbaar onlogisch en daarnaast zo ontzettend geniaal, dat het onbegrijpelijk is geworden. De mensen, die erheen gaan, worden erin gevangen. Ze kunnen zich misschien opsluiten in eenzame forten, zoals sommige Duitsers hebben geprobeerd. Maar zelfs zij worden langzaam maar zeker gevangen door deze vreemde kracht, deze gedachtenkracht, die het hele continent doordringt. Ook zij kunnen niet meer volledig redelijk denken. Zij vluchten misschien weg in de dromen van een verleden. Maar de meeste Zuid-Amerikanen dromen op het ogenblik van de toekomst. Hun toekomst is er niet één van bloed en geweld. Het is er niet één van regelingen en nieuwe staatsvormen. Het is er één van goden, die met de mensen wandelen. Het is een verkrijgen van een geestelijke kracht, waardoor je alles kunt overwinnen. Ja, het is misschien nog ergens het schip in de hemel, dat voorbij zal komen en rijke gaven zal uitwerpen. Maar het is vooral nieuwe begrippen, waardoor je als mens machtiger zult worden, sterker, en waardoor je met je gemeenschap meer kunt betekenen.

116

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Als je dit begrijpt, ga je ook inzien hoe belangrijk in de komende 30 à 40 jaren voor een groot gedeelte van de wereld de ontwikkelingen in Zuid-Amerika zullen zijn. De ontwikkelingen van de primitieven en van de armen. Ontwikkelingen, die direct schijnen voort te komen uit de legenden van de bijna vergeten en bijna uitgeroeide indianenstammen. Legenden, die niets te maken schijnen te hebben met de redelijkheid, de logica, die de mens van vandaag vraagt, maar juist daardoor bandeloze scheppingskracht, astrale beelden, die overal ontstaan of herontstaan. Beelden, die zich langzaam maar zeker daar concretiseren en projecteren naar de mensheid zonder logica, maar met reële, stoffelijke mogelijkheden en daardoor met een werkelijk revolutionaire inslag, die niet alleen maar vorm en denken, sociologische en economische omstandigheden betreft, maar vooral het mens-zijn zelf. We kunnen niet verwachten, dat Zuid-Amerika invloed zal uitoefenen op deze wereld in de komende eerste paar honderd jaren. Maar we kunnen wel verwachten, dat het een denken voorbrengt dat langzaam ook vandaaruit zal verder trekken over alle continenten heen, totdat het evengoed weerklinkt in de ongetelde massa's van China als in de langzaam in intellectualisme bijna ondergaande mensen van West-Europa. Het is niet voor niets, dat er een vesting is in de Andes. Een vreemd geestelijk slot, waaruit de Broederschap krachten en gedachten doet uitgaan over de wereld. Want dit is het land van het wonder. Dit is het land van de onverwachte geestelijke ontplooiing, van de primitiviteit, die eindelijk mondig geworden - zichzelf zal hervinden als menselijke werkelijkheid en waardigheid in de tijden die komen. UITDAGING De hele wereld is een uitdaging, want overal word je op de proef gesteld. Overal is er iets of iemand die vraagt: Kun je dat wel? Durf je dat wel? Je kunt je natuurlijk verschansen achter al datgene, wat de mensen hebben geleerd en wat er geschreven staat in de boeken. Je kunt jezelf verbergen achter "Godswil" of achter de maatschappelijke noodzaken, maar de uitdaging van de wereld blijft bestaan. De uitdaging van een wereld, die niet alleen maar materieel is, maar die ook geestelijk is: Wat ben je werkelijk? Wat kun je werkelijk? Wat is je werkelijke wezen? Laat een ogenblik je masker vallen, mens. Laat eens even zien wat je werkelijk bent. Ontplooi eindelijk eens de krachten, die werkelijk in je leven en laat je niet meesleuren door het voortdurend gezapig verder dobberen van een burgermans bestaan. Mens, maak je niet vrij door de maatschappij te verwerpen. Maak je niet vrij door je geloof te verwerpen, maar maak je vrij door datgene, wat in je leeft, in je geloof en in de maatschappij waar te maken. Dat is de uitdaging, die de wereld je voortdurend toeroept. De uitdaging om iets te zijn. Niet alleen maar een illusie tegenover anderen. Niet alleen naar een gezapig voortgaand sleurtje, dat nooit tot een einde schijnt te komen, maar een levende kracht. Iets, dat betekenis heeft. Een vonk, die een ander vuur kan ontsteken. Een vlam, die licht is in de duisternis van anderen. Een kracht, die je hoort daar, waar anderen doof voor zijn geworden en die je ziet waar anderen nog verblind zijn. Wat ben je, mens? Je bent eeuwigheid. Je bent een geest, die door vele levens heen misschien hier is gekomen in deze menselijke vorm en die verder zal gaan. Wat ben je, mens? Je bent een wezen, dat oneindige mogelijkheden in zich draagt. Die mogelijkheden zul je moeten ontplooien, zelfs in de beperktheid van een stoffelijk bestaan. Wat ben je, mens? Dat is de uitdaging, die het hele zijn je voortdurend tegemoet roept: Wat ben je? Wat maak je waar van jezelf? Hoe kun je vrede vinden met jezelf en met je wereld, zonder daarbij jezelf te verloochenen? Hoe kun je de waarheid, die in je leeft in je wereld waarmaken, zonder gelijktijdig weg te vluchten voor de feiten, die rond je bestaan? Dat is de uitdaging. Kun je leven met je schulden, mens? Want je hebt schulden. Je hebt fouten gemaakt. Kun je ermee leven? Kun je met die schulden misschien het goede bereiken? Dat is een uitdaging. 117

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 9 - AGIETPROP Het hele leven, het hele bestaan is een uitdaging, telkenmale weer. En wie die uitdaging aanneemt, moet wel begrijpen, dat jezelf zijn niet betekent: gezapig verdergaan in illusies, maar voortdurend weer vechten om al die facetten, die er in je bestaan tot uiting te brengen en in te passen in het leven. Het is eigenlijk een uitdaging van de hele kosmos. Ergens een tijdloos bestaan in de oneindigheid van een God. Het is alsof God of de Kracht, die je heeft geschapen heeft gezegd: Slechts waar een uitdaging is, is bestaan de moeite waard. Laat mij daarom al het zijnde de uitdaging toewerpen. Ken uzelf in mij, ken mij in uzelf. Wie die uitdaging aanneemt en volbrengt, die heeft het doel van alle leven bereikt.

118

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet c

LES 10 - HEDENDAAGS RARITEITENKABINET.

Een wat vreemde titel voor een redevoering, die de afsluiting van een cursus moet zijn, waarin we hebben geprobeerd voorlichting te geven over al wat er zich op het ogenblik achter en zelfs voor de schermen op aarde afspeelt. Maar er zijn enkele dingen, die men moeilijk ergens anders kan klasseren. We zitten tegenwoordig in wat men noemt een "sellers market". (Ik zeg dit in het Engels, omdat anders deze term niet au sérieux wordt genomen in het zeer op de Nederlandse taal gestelde gebied waarvoor ik spreek.) Dat wil zeggen, dat de verkoper meent dat hij kan uitmaken wat hij nodig heeft aan winst, wat hij wenst dat zijn producten opbrengen en dat hij daarbij over het algemeen ook nog wordt gesteund door allerlei instanties. Ja, soms zijn er meer instanties dan producenten voor een bepaald product. En dat op zichzelf hoort, geloof ik, in een rariteitenkabinet thuis.. Laten we de huidige situatie eens gaan bezien. We hebben te maken met overproductie op practisch elk terrein. Om enkele voorbeelden te geven: De productie-capaciteit voor motorvoertuigen van niet-professionele aard (dat zijn auto's waarin u graag rijdt, motor-fietsen, brommertjes e.d.) is op het ogenblik ongeveer 170 % van de verbruikscapaciteit. In electrische en huishoudelijke apparatuur bestaat hier en daar reeds een productie-capaciteit, die tot 250 % van de gemiddeld mogelijke afzet gaat. In de landbouw hebben we te maken met een overproductie van melk, een overproductie (vreemd genoeg misschien voor u) van groenten en fruit, een overproductie van aardappelen, een overproductie van tarwe. De procenten lopen wat uiteen, maar we kunnen zeggen dat de gemiddelde overproductie van melk - gezien de vele verwerkingsmethoden die men daarvoor nog steeds uitvindt - op het ogenblik ongeveer 35 % is. Voor aardappelen is de gemiddelde overproductie nu slechts 10 %. Voor groenten en fruit ligt deze productienorm soms rond de 90 %. Dat wil zeggen, dat de producent zijn markt dus alleen kan hanteren door allerhande maatregelen en door beperking van zijn productie. Een productiebeperking die kostbaar is, omdat hij van de beschikbare capaciteiten niet voldoende gebruik kan maken. Maar nu het leuke: gelijktijdig is het in bijna alle landen van de westerse wereld nodig een toenemende werkgelegenheid te verschaffen. Het aantal arbeidsplaatsen moet oplopen. Hierdoor ontstaat er een dilemma. Men moet kiezen voor een absolute vermindering van het winstpercentage en een directe aanpassing van de prijzen aan het mogelijke, of men moet kiezen voor vaste en gedirigeerde prijzen, maar daarmede dan ook voor een steeds verminderend afzetgebied en daardoor een steeds onrendabeler deel van het totale productie-apparaat. Ik weet, dat dat allemaal ernstig klinkt. Maar is dat niet een beetje dwaas? Hoe dwaas het is moge blijken uit het volgende: de staat heeft om haar functies redelijk te kunnen vervullen een gemiddelde verhoging van haar inkomen per jaar nodig van naar schatting 6½ %. Dat geldt voor Nederland. De kosten om dit mogelijk te maken bedragen echter ongeveer 3 à 4 % van het totale inkomen, zodat de feitelijke honger van de fiscus in Nederland van een gemiddelde toename van 10 % kan spreken. Hierdoor groeien de apparaten dus steeds verder uit, terwijl men ook economisch, omdat men steeds meer moet regelen, eveneens met een toenemend kostbaar apparaat blijft zitten. Men kan dit slechts doen door degeen, die verdient (die dus gewoon werkt en niet voor de staat, al is dat ook werken) een groter gedeelte van zijn werkelijk inkomen te onthouden. Hieruit kan men dan allerhande dingen betalen, zoals zijn verzekering voor ziekte, wezengelden; alles wat zo buitengewoon begeerlijk is in een sociaal georiënteerde maatschappij. 119

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet Maar nu komt het volgende: Wat gaat op een gegeven ogenblik de man zeggen, die moet betalen? Hij zegt: Hoor eens, ik reken niet meer met wat ik bruto verdien, ik reken met wat ik kan kopen en wat ik wil kopen. Dit heeft in uw land op het ogenblik tot een feitelijke loonsverhoging gevoerd van gemiddeld 7½ %. Men heeft gelijktijdig dank zij of ondanks een poging tot prijsbeheersing (ik durf het geen prijsbeheersing te noemen, maar een poging daartoe is het zeker) een gemiddelde kostenverhoging van 10 %, indien men daarbij uitgaat van het werkelijk noodzakelijke pakket van voorzieningen voor de doorsnee-burger. Nu blijkt, dat die loonkosten nog verder gaan oplopen. Dat betekent, dat de totale loonkosten aan het einde van dit jaar door tussentijdse voorzieningen niet gestegen zal zijn met de geplande 6 % ongeveer ( ze dachten eerst 3½ maar het is officieel toch 6 geworden), maar dat door die bijkomstige voorzieningen de gemiddelde loonsverhoging op den duur 9 % zal bedragen. Wat weer betekent, dat de productie onrendabeler wordt, dat de concurrentiepositie ten aanzien van het buitenland slechter wordt en dat dus de inkomsten én van de staat én van de ondernemers verder inkrimpen, waardoor zij zullen trachten hun winstmarge (of inkomsten als het de staat is) te handhaven met als resultaat een nog grotere opschuiving. De lonen zullen nog verder omhoog moeten, de prijzen gaan als vanzelf mee. De staat probeert ook nog een extra hapje te eten. En wat is het resultaat, denkt u? Chaos. Men probeert de economie zo sterk te leiden binnen een systeem, dat voor een geleide economie niet werkelijk geschikt is, dat men op den duur zichzelf misleidt en al het andere waarschijnlijk ten ondergang voert. Als dat niet in een rariteitenkabinet thuishoort, dan weet ik het niet. Maar we zijn er nog niet. De minderheidsgroepen in deze wereld zijn op het ogenblik overal in opmars. Daarover hebben we al verscheidene keren wat gezegd. Ik geloof dus niet, dat het direct noodzakelijk is om daar verder op in te gaan. Maar wat ontdekken we nu wel? Zeer kleine en zeer agressieve pressiegroepen grijpen nu naar middelen, die zelfs de staat slechts aarzelend toepast, n.l. terreur. Om even op te sommen wat er op het ogenblik aan terreurorganisaties werkzaam is; u zoudt misschien schrikken, als u het hoort: In het Engels-talige deel van Ierland hebben we te maken met een hernieuwd opleven van de Sinn Fein, niet alleen in Dublin maar ook in de Vrijstaat. Dan hebben we te maken met de organisatie in Wales, die gewelddadigheden pleegt. Er is een Schotse organisatie, die vooral in de buurt van Aberdeen probeert - eventueel door gewelddadigheden - authoriteiten en instanties onder pressie te zetten. Dat was voor Engeland. In Frankrijk hebben we een groep, die we het best fascisten of fascistische Gaullisten kunnen noemen, die binnen enkele maanden waarschijnlijk ook weer zullen beginnen met geweld en terreur. Er zullen wel weer bommen en moord en doodslag bij te pas komen. Maar ook een uiterst linkse groepering is helemaal niet tevreden en heeft zich nu gericht op het verrichten van sabotage in bepaalde grote fabrieken; vooral fabrieken, waarin de staat nogal wat te zeggen heeft. Een supra-linkse onafhankelijke organisatie heeft zich voorgenomen om met het begin van het komende studiejaar Parijs weer op stelten te zetten; en dan niet alleen maar met barricaden en een paar stenen. Men heeft gedacht om nu toch iets werkzamers in te zetten. Deze groep spreekt dan o.m. over plastic kneedbommen, maar ook over een poging om in het stedelijke waterleidingsnet grote hoeveelheden LSD te storten. Dan hebben we verder nog een agressieve boeren-organisatie in het midden van het land, die ook van plan is om desnoods de politie, de authoriteiten en als het nodig is het leger er met een jachtgeweer uit te jagen, indien de prijzen zo slecht blijven. In Spanje hebben we op het ogenblik te maken met de z.g. Baskische organisatie, al hoort u daar misschien niet zoveel van, die al menige aanslag heeft gepleegd. Daarnaast zien we de pas gevormde (ze bestaat eerst 4 maanden) z.g. vrije studenten-junta, die samenwerkt met o.a. de arbeidersbeweging van Barcelona en die van plan is om op de universiteiten een heel behoorlijke actie op touw te zetten. De Falange daarentegen heeft ook een bijzonder knokcommando voorbereid, omdat men het gevoel heeft dat daar het een en ander zal misgaan. Ook de Carlisten zijn niet van plan om het 120

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet allemaal maar op zich te laten zitten. En indien Franco definitief een hun niet passende opvolger zou benoemen, zijn ze dan ook van plan om een aantal aanslagen te plegen op o.a. spoorwegen en enkele openbare gebouwen o.m. in Sevilla en Madrid. Dit zijn er zo een paar. Dan hebben we Italië. In Italië zijn op het moment een viertal terreurorganisaties, waarvan er één echter als professioneel volgens mij een beetje uitgeschakeld moet worden, bezig om op hun manier de politiek eens wat in orde te maken. In West-Duitsland heeft men kort geleden - men zal het waarschijnlijk fascistisch noemen een kleine uiterst rechtse groep gevormd, die van plan is o.a. met briefbommen te gaan werken. Ze schijnen te denken, dat op die manier bepaalde links-georiënteerde politici voor een tijdlang naar een ziekenhuis kunnen worden gestuurd. Aan de andere kant is er ook een zeer linkse groepering, die van plan is een poging te wagen om in enkele deelstaten eens een keer van zich te doen spreken. Vooral in Beieren zou dat - maar dat is waarschijnlijk pas begin volgend jaar - tot heel wat eigenaardigheden kunnen leiden. In Zweden (ja, Zweden, de welvaartsstaat) is een groep jongeren zodanig ontevreden, dat ze overweegt om o.a. door brandstichtingen een actie te beginnen tegen de huidige sociale orde. In Denemarken hebben we te maken met o.a. een linkse beweging. Niet erg sterk. Ze zal niet te veel van zich doen horen vóór mei volgend jaar. Daarnaast is er een boerenorganisatie, die van plan is al zeer snel van zich te laten horen. Dan zullen we verder kunnen gaan met Griekenland en Afrika. Maar u weet zelf wel wat een rommel het daar is. Ik noem dit alleen maar eens even op om duidelijk te maken wat een krankzinnige toestand het op het ogenblik is. De meeste staten werden geregeerd door clans (ik kan het niet anders noemen), die van economisch of politiek standpunt uit pressie kunnen uitoefenen. Deze pressiegroepen zijn in verhouding tot het volk klein. Ze vinden nu tegenover zich even kleine en in feite even onbelangrijke groepen, die - daar ze kennelijk niet voldoende economische macht bezitten van plan zijn de macht van de wapenen te gebruiken. Als men dit eens even nagaat en men denkt dan verder na over het feit, dat rassistische gedachten een grote rol spelen o.a. in Engeland in de buurt van Leeds, Birmingham. Daar zal het wel weer losbarsten. En niet te vergeten de rommel, die dan nog in Chelsea komt; maar dat is een jongelieden geschiedenis. Dan het toenemend racisme in bepaalde delen van Nederland. U vergist zich niet. Rassisme in Nederland, ja. De verschillende tegen een bepaald ras of een bepaalde bevolkingsgroep gekeerde pressiegroepen, die er in vele Oostblok-staten bestaan. Men moet dan toch wel tot de conclusie komen dat de regeringen van deze tijd, die zich democratisch noemen, zo weinig deugen dat ze niet een voldoend groot deel van de bevolking achter zich kunnen krijgen om de macht werkelijk te handhaven. En als dat niet in een rariteitenkabinet hoort, dan weet ik het niet: een democratie, die bestaat krachtens het overwicht van een minderheid, die door minderheden wordt bedreigd, terwijl het volk zelf rustig thuis blijft zitten hoopt dat er niets ergs zal gebeuren. Ja, u denkt waarschijnlijk dat het allemaal pessimisme is. Zo erg is het nu ook weer niet. Maar u moet de dwaze dingen eens zien. Om u een voorbeeld te geven: Er is in Nederland een "schap". Nu zijn de schappen naar men zegt wel niet erg schappelijk. Dit schap was zo onschappelijk, dat de in het schap samengevoegde vakgenoten hebben verzocht om het schap op te heffen. Dat is nu anderhalf jaar geleden. Er is een commissie voor de afwikkeling van zaken benoemd. Het genoemde schap heeft op het ogenblik meer mensen in dienst om zichzelf op te heffen dan het ooit in dienst heeft gehad om zichzelf te handhaven. En dat is niet het enige. Het schijnt, dat er een overproductie aan ijskasten bestaat. Nu is dat natuurlijk niet zo erg, want het schijnt dat steeds meer regeringen al maar grotere ijskasten nodig hebben voor steeds meer brandende problemen. De brandende problemen n.l. van deze tijd worden nooit feitelijk aangepakt en opgelost; en dat komt doodgewoon, omdat de meeste mensen de kool en de geit willen sparen.

121

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet Niet alleen in Nederland, ofschoon we hier ook wel tussen een hoop kolen en geiten zitten, maar dat gebeurt in Polen, in Tsjecho-Slowakije, in Roemenië en in Rusland net zo goed. Men durft namelijk niet de consequenties trekken van zijn plannen. Indien men in Nederland zou zeggen: Wij willen absoluut de woningbouw in orde brengen, dan zou men dat in ongeveer 5 jaar kunnen volbrengen. Het zou misschien wat kostbaar lijken, maar het is niet nodig dat het kostbaar is. Eén van de remmende factoren van de woningbouw is n.l. juist de gelden, die de gemeenschap tracht te verdienen aan deze woningbouw om daaruit - schrikt u niet - sportvelden, zwembaden e.d. te financieren. Ik weet natuurlijk niet, of dat in de planologie niet logisch is, maar ik zou zeggen: het is wel onlogisch in een land, waarin men met verkrotting, met gebrek aan woningen e.d. zit en op het ogenblik niet in staat is om op een andere manier het probleem op te lossen. Maar u denkt misschien dat het alleen dit was. Neen, het is nog veel gekker. Als wij eens denken aan b.v. defensie. Er zit een chain-command in het Pentagon. Deze mensen hebben extra mensen aangetrokken, omdat tijdens de oorlog een deel van de troepen naar Engeland werd overgebracht. Daardoor bestaat er tegenwoordig in Engeland een Amerikaans chain-command, dat afhankelijk is van een chain-command in het Pentagon, waaraan het de coördinatie enz. moet overleggen. Maar in Engeland hadden ze gaan Amerikaanse troepen meer nodig. Die troepen zijn dus naar Duitsland gegaan. Daardoor ontstond er een American Allied Forces Conmand in West-Duitsland. Dat werd later met het UNO-Forces Command (eerst in Italië, later ergens anders) gecombineerd. Een deel van deze troepen werd echter ingezet voor Vietnam. En nu het vreemde: De administratie van de troepen in Vietnam, die waarschijnlijk nooit in West-Duitsland zullen komen of er ooit zijn geweest, verloopt via een administratie in West-Duitsland. U denkt misschien, dat dat allen maar bij de Amerikanen voorkwam? U vergist zich. Eén van de meest komische situaties is ontstaan doordat bepaalde landen het eigenlijk niet helemaal eens waren met het optreden van andere landen. Men realiseert zich b.v. niet dat op het ogenblik Nederland een Chinese legatie heeft. Deze Chinese legatie staat onder de Chinese legatie in Brussel, waar ze geloof ik niet eens officieel zit. Maar nu het mooie: In Londen bevindt zich ook een Chinese handelslegatie, die weer onder het bevel staat van Brussel. Deze informeert echter voor bepaalde zaken in Nederland, waarop men in Nederland dan weer onmiddellijk contact opneemt met Armenië en van daaruit wordt dan contact opgenomen met...(u denkt misschien met China? Neen, zover zijn we nog niet) een vertegenwoordiger in Singapore. En deze vertegenwoordiger in Singapore geeft het als coördinator dan weer door aan de eigenlijke authoriteiten. Nu moet u eens opletten, hoe vreemd dat gaat. Indien ik in die Amerikaanse eenheid een man wil ontslaan, dan kan ik hem wel binnen 2 weken thuis hebben, maar ik moet hem 5 weken laten rondlopen, omdat vóór die tijd de post niet vice versa heeft kunnen gaan. Het gaat dan per telegram en die kosten nog een hoop geld. Die Chinezen besluiten dus iets te zeggen of iets te kopen. Het duurt dan ongeveer 4 weken voordat een handelsbeslissing is genomen; maar voor een politieke beslissing - aangezien daar ook nog allerhande groepen in gekend moeten worden - ongeveer 4 maanden. Wat een enorme slagvaardigheid! Men heeft wel eens gezegd, dat een veldslag verloren kan worden doordat één hoefnagel ontbreekt. Dat is zelfs een geliefde uitdrukking van militairen, die op de juistheid en degelijkheid van hun uitrusting de nadruk willen leggen. Maar ik geloof, dat meer oorlogen dreigen verloren te worden, omdat niemand weet hoe hij op tijd tegen het paard "hort sik" of "ho" moet zeggen. En die situatie hebben we nu bereikt. Let u eens op: De Ver. Staten willen in Zuid-Amerika de relaties verbeteren. Wat doen ze? Ze sturen (en dan nog ernstig gemeend en niet als een vergissing, een foefje of een vuiligheidje) juist de man, tegen wie de meeste tegenstand zal bestaan. Als dat nu blijkt niet te lukken, wat doen ze? Zeggen ze dan: We hebben een stommiteit uitgehaald, we sturen een ander? Neen, ze zeggen dan: Het moet doorgaan, want wij kunnen niet terug. Gelijktijdig infiltreren ze een aantal agenten, die de feitelijke contacten (maar wat bedekter) kunnen overnemen. Het resultaat is, dat op het ogenblik de kosten van die z.g. klimaatsverbetering met Zuid-Amerika, 122

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet waarvan bijna niets terecht is gekomen, bijna zo hoog zijn als drie weken oorlog in Vietnam. En als de situatie zo nog even doorgaat, wordt het zelfs nog kostbaarder. Kijk, daarom heb ik gezegd: het moderne rariteitenkabinet. In deze tijd zit u natuurlijk aan te kijken tegen al die verwarringen, al die eigenaardige en onverwachte reacties van mensen, de eigenaardige ongelukken en botsingen. U denkt aan de vervuiling van het Rijnwater en vraagt zich af, hoe dat ooit heeft kunnen gebeuren. U vraagt zich af, hoe het komt dat de mens zijn klimaat voortdurend blijft verpesten met allerhande gifstoffen. Dat is niet omdat men het niet weet, het is ook niet omdat men er geen maatregelen tegen wil nemen, maar het is doodgewoon, omdat de regering niet onmiddellijk kan ingrijpen, al zou ze willen. Er zijn zoveel schijven van onderzoek, zoveel commissies waarover het loopt, er zijn zoveel lichamen (zo noemen ze dat dan: een publiekrechtelijk lichaam), er zijn dus zoveel die moeten meespreken, dat als de Nederlandse regering zou besluiten om één bedrijf werkelijk aan te pakken wegens lucht- en waterverontreiniging het ongeveer 6 maanden zou duren, voordat ze zouden kunnen ingrijpen en daarbij zouden dan tenminste 6 à 700 mensen op ambtelijk vlak in de zaak gemoeid zijn. Dan nog zal men via de gerechtelijke macht vonnissen moeten afdwingen en zal het waarschijnlijk nog ongeveer een jaar aanlopen, voordat de maatregel dwingend van uitvoering wordt. Als je nu ergens zit waar ze gifgas produceren en je moet al die tijd je adem inhouden, dan kun je wel mooi blauw aanlopen. Wat is er dus eigenlijk aan de hand? Niemand weet wat hij moet doen. Men weet wel wat men zou kunnen doen, maar men weet niet hoe. Het is eigenlijk net als een duizendpoot, waarvan ongeveer 700 poten zich zelfstandig hebben gemaakt, zodat het arme beest niet meer weet in welke richting hij kronkelt. Wat nodig is in deze tijd, is slagvaardigheid. Maar wie is er slagvaardig? Hoogstens een politiecorps; en dat alleen op bevel en meestal op het verkeerde moment. Wat nodig is, is improvisatie-talent. Ja, waar is dat, indien niemand de verantwoordelijkheid wil dragen. Wat nodig is, is een ogenblik van direct beslissen en onmiddellijk uitvoeren. Maar waar is dat mogelijk, indien je 92 instanties moet passeren, voordat er iets kan gebeuren. Kijk, daar zit nu het haakje, waar we in de komende jaren waarschijnlijk zo enorm veel mee te maken krijgen. Ik wil u helemaal niet een economische crisis gaan zitten voorgoochelen, al zou er veel voor te zeggen zijn, omdat de economie op het ogenblik kunstmatig hoog wordt gehouden en daardoor in feite uitgehold. Wat wij tegenwoordig zien is een steeds grotere discrepantie tussen enerzijds staatsbehoefte en rentabiliteitsbehoefte voor het kapitaal en anderzijds de koop- en werkgelegenheid van de anderen. Elke groep schijnt te menen, dat zij het eigenlijk zonder die anderen ook zou moeten kunnen. De coördinatie is zoek. En als u zo hoort wat er allemaal voor opstandige bewegingen zijn, dan denkt u waarschijnlijk: nou ja, het loopt zo'n vaart niet. Maar het zou heel wat meer vaart kunnen lopen, indien er niet o.m. vanuit de Witte Broederschap voortdurend werd uitgekeken. De grote lichamen, die feitelijk zouden moeten voorzorgen en ingrijpen, kunnen het niet. Je kunt duizend agenten inzetten voor iets, maar dat betekent nog niet dat je een veiligheid hebt, die duizend keer groter is dan één agent kan opbrengen. Wat men nodig heeft is iemand, die spontaan, duidelijk reageert op de omstandigheden; die eigenlijk reageert als de groep waar hij tegenover staat. Die mensen zijn er niet. Vroeger was het zo, dat je zei: Nu ja, een goede politieman (onze vriend Henri heeft het zo vaak gezegd) is eigenlijk een misdadiger, die aan de verkeerde kant van de wet staat. Tegenwoordig moet - ik wil niemand beledigen - men vaak toch wel constateren, dat een politieman iemand is, die van een uniform of van een beetje gezag houdt , doch die maar zelden qua karakter en bekwaamheid over de capaciteiten beschikt om dat gezag werkelijk te handhaven. En daarin schiet de openbare macht voortdurend tekort. En als de openbare macht tekort schiet, dan wordt daarmee de slagvaardigheid van de gemeenschap op elk exces minder. Indien een regering of een gemeenschap niet onmiddellijk kan ingrijpen als het nodig is, ook zonder zich af te vragen, of de fabrikant nu zijn gewenste procenten krijgt, of de arbeider nu wel tevreden is en of hij niet zal gaan staken, maar eerst alle overwegingen zal laten gelden,

123

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet dan kan die regering nooit voorkomen, dat er werkelijk iets gebeurt of dat er iets verkeerd gaat. Maar dat betekent dus, dat de mensen in een steeds grotere onzekerheid leven. Ik heb u duidelijk gemaakt, dat er bepaalde groepen zijn, die er al heel knap gebruik van weten te maken. Maar wat zoudt u nu zeggen, indien u zelf in die omstandigheden zoudt verkeren? Wat een feit is, mag niet worden gezegd. Als je zegt, dat elke inflatoire reactie van een munteenheid berust op diefstal van de bezitters, die in geld hebben belegd, dan mag dat niet, want dat is geen diefstal, dat is een economisch noodzakelijke manipulatie. Maar ik zie niet veel verschil tussen iemand, die loden rijksdaalders verkoopt voor fl. 1.25 en iemand, die guldens verkoopt, die over een paar jaar fl. 0.50 waard zijn. Misschien is het een fout aan mijn kant. Ik vind, dat de eerlijkheid op het ogenblik absoluut zoek is. Mensen bedoelen het misschien wel goed, daar gaat het niet om. Maar niemand durft meer eerlijk te zeggen: zo of zo is het. Iedereen is bang om op de tenen van krijtende minderheden te trappen. En geloof me, je kunt tegenwoordig beter een hond op zijn staart trappen dan een minderheid. Het hondje jankt ook wel, het bijt misschien, maar het is gauw genoeg afgelopen. Bij een minderheid zit je er over tien jaar nog mee. Neen, men kan dat niet doen. Dan is dus iedereen onzeker. Steeds grotere groepen gaan veren laten, of ze dat willen of niet. Steeds grotere groepen komen in moeilijkheden. Steeds grotere machtslichamen moeten worden gevormd om de belangen van de werkelijke bezitters of de werkelijke fabrikanten zeker te stellen. Het kan niet anders. En dat betekent dus ook, dat hierdoor de opstandigheid overal aanmerkelijk wordt aangewakkerd. Negen van de tien reacties die je ziet zou je in een rariteitenkabinet kunnen zetten. De laatste reacties van de heer Kiesinger b.v. horen thuis in de Duizend-en-één-nacht. Minister De Block heeft al een vernieuwing van Moeder de Gans nagestreefd. Wat Nixon op het ogenblik vertelt en wat er werkelijk gebeurt, dat is zoiets als tussen twee steden: het echte Washington waar geregeerd wordt en het imaginaire Washington waar Nixon denkt te regeren. Dit is een krankzinnige toestand. Als je al die rariteiten nu bij elkaar pakt en je kijkt naar wat er nu gaat gebeuren, dan kom je tot de conclusie dat 9/10 van de wereldbevolking zich nog zeker anderhalf jaar in toenemende mate onzeker en verward zal gevoelen. Dat betekent dan weer, dat de onredelijke reacties van de massa steeds meer zullen toenemen en dat het niet meer mogelijk is om met die gevoelens van de massa rekening te houden. En als dat niet meer mogelijk is, wat gebeurt er dan? Dat is het raadsel voor de grote vacantie. Maar aangezien u het antwoord toch al weet, zal ik het zelf ook maar geven. Dan zoekt men nieuwe oorlogsdreigingen en oorlogsspanningen uit te lokken. Waar die plaats zullen vinden, is niet zo belangrijk, mits een volk zichzelf daarmede verbonden gevoelt. Wat zijn de oorlogsgebieden waar op het ogenblik spanningen dreigen? a. Pakistan – India. b. China - grensgebieden naar het zuiden toe. c. China - Rusland, want dat is nog lang niet bijgelegd en er wordt feitelijk nog regelmatig tussen “kameraden" gevochten. d. Israël - Arabische Staten. Maar daarmee zijn we er niet, want er begint zich een gematigde fractie af te tekenen binnen de Arabische landen, die zich kennelijk vandaag of morgen toch ook wel met geweld en misschien ook terreur tegen de terroristen zal keren. In Israël zelf is de verdeeldheid ook heel wat groter dan u zoudt denken. Nu de economische toestanden langzaam maar zeker slechter worden (het kost een hoop geld wat Israë1 nu doet) zijn ook daar mensen, die beginnen te praten over vrede ten koste van alles. Terwijl anderen juist zeggen: we moeten nu de dingen zo zetten, dat ze onherstelbaar worden. Dat voert dan tot een soort radicalisme, dat zich niet altijd even gunstig aftekent voor de wereldopinie. 124

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet Dan hebben we nog te maken met Portugal. Nigeria, dat weten we allemaal, is op het moment aan de gang. Maar dat er in Kongo ook weer wat op gang is, dat weten de meesten nog niet. Verder, dat er in Basoetoland op het ogenblik sprake is van infiltratie van mensen, die onderricht geven in het gebruik van moderne wapens. Dat zou kunnen betekenen, dat er ook voor Zuid-Afrika vandaag of morgen toch nog wel eens gekke dingen gaan gebeuren. In Argentinië heeft men reeds een noodtoestand. De nood was er al langer, maar nu heeft men er een toestand van gemaakt. Die noodtoestand zou ongetwijfeld tot uitbarstingen leiden in enkele grote steden. Maar ik meen, dat men daarnaast nu bezig is om een andere tegenstander te zoeken; waarschijnlijk zal dat uitlopen op een communistenjacht. In Chili heeft men op het ogenblik iets dergelijks onder handen. Ook daar heerst een feitelijke dictatuur, zoals u misschien weet. In Brazilië zijn een aantal gewelddadige acties niet in de publiciteit gekomen. Er zijn enige maanden geleden al een aantal mensen neergeschoten (bezitters) en in de laatste weken is dat nog een keer gebeurd. Het resultaat is, dat men in een deelstaat tot landverdeling overgaat; mondjes maat. Maar dat zal waarschijnlijk de bitterheid slechts doen stijgen, vooral ook omdat de oogstcondities voor het volgende jaar slecht zullen zijn. In practisch elk landje of u nu kijkt naar Honduras of ergens anders - is wel wat aan de hand. In Cuba loopt het ook niet zo prettig meer. Voor het eerst is er weer een kleine anti-Castro-beweging. Of beter gezegd: niet anti-Castro, maar een tegen de geheime politie gerichte beweging. Er zijn hier al wat mensen gevallen. En vreemd genoeg bestaat deze groep juist uit zeer overtuigde communisten. In de Ver. Staten zullen enkele kleine veldslagen op hoog vlak worden geleverd o.a. tussen de Mafiosi en de regering. Ik ben bang, dat de Mafiosi het op vele punten zullen winnen. Daarnaast echter zou het er wel eens naar uit kunnen zien, dat de rassenonlusten in steden als Los Angeles, Denver, Chicago als voorwendsel zullen worden gebruikt om bepaalde bedrijven uit te roeien. Bedrijven, die kennelijk nog geen verzekering hebben gesloten bij de goede verzekeringsmaatschappijen, die garanderen dat ze je niet zullen schaden. Dat zijn a1lemaal kleine dingen. Alles bij elkaar: Amerika moet nu wel troepen uit Vietnam terugtrekken. Het kan niet anders, omdat het intern met problemen wordt geconfronteerd, waarvan er een paar zo nu en dan zullen uitbarsten. Binnen enkele dagen verwacht ik weer relletjes, niet zo serieuze. Men is al verstandig genoeg geworden om er maar niet teveel drukte om te maken. Maar er zullen wel wat negers sterven en ik denk één of twee blanke mensen ook (politieagenten). En dit is alleen maar het begin. Wist u dat in de Ver. Staten naast de extremistengroepen, die zich in ongewapende taktiek en gevechten plus het hanteren van wapens oefenen, nu ook heel veel jongerengroepen van blanken zijn, die hetzelfde doen? En dat zijn niet eens Klanners (K.K.K.-ers). Het zijn gewoon jongens die er ook genoeg van hebben. In deze extremistische en door extremisten beheerste wereld met zijn oorlogsdreiging, zijn politieke manoeuvres, die alles proberen af te wentelen, kan er het een en ander gebeuren. Men kan beginnen met logisch te denken. Maar voordat de menigte logisch begint te denken, is het tamelijk laat. Daarover zullen we het eens zijn. Maar als je geen enkel houvast meer hebt, als alle beloften en alle leuzen leeg zijn, dan ga je misschien eens logisch denken: wat heb ik werkelijk nodig? Wat wil ik werkelijk? En als dat gebeurt, dan ben ik bang dat de ijskastenfabrieken op rariteitenkabinetten zullen moeten overschakelen, omdat er dan zo enorm veel rariteiten zijn dat niemand meer weet waar hij ze moet laten. Het moderne rariteitenkabinet is de tentoonstelling van menselijke machteloosheid, veroorzaakt door mensen, die nog steeds niet hebben geleerd, dat je koek niet kunt opeten en bewaren tegelijk. Het is een voortdurende tentoonstelling van machteloosheid door mensen, die bang zijn vijanden te maken en die zich daardoor iedereen tot vijand maken. Het is een wereld, waarin soms mensen leven volgens normen van 1900, terwijl anderen pretenderen te leven volgens de normen van het jaar 2000. Een middenweg is er niet. De enige oplossing is 125

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet dus gezond verstand. En dat gezonde verstand zal naar ik meen aan het einde van dit kalenderjaar in toenemende mate ontwaken. Zodra dit gebeurt, zult u een hoop monstruositeiten zien op elk terrein. Staatslieden worden weggevaagd. Kabinetten vallen in elkaar, alsof het hele volk plotseling tot één leger houtwormen was geworden. Grote fabrieken, die willen sluiten om pressie uit te oefenen, zien zich niet alleen bezet, maar ontdekken tot hun verbazing dat arbeiders dan voor eigen rekening gaan produceren. Voor Nederland zal dat o.a. in de textielsector het geval zijn. Mensen, die te lang in een bepaald systeem gebonden zijn en ontdekken dat ze helemaal niets meer kwijt kunnen, zullen beginnen met onder de toonbank te verkopen. Dat zoudt u b.v. goedkope aardbeien kunnen opleveren. (Weet u dat u meestal Belgische aardbeien eet in Nederland? Dat komt eigenlijk zo: De Nederlandse aardbeien zijn te duur. De Nederlanders hebben uitgemaakt welke prijs ze ervoor willen hebben. Dat hebben de Belgen ook gedaan. En omdat nu de Belgen hun dure aardbeien niet onder de prijs in België mogen afzetten, verkopen ze naar Nederland. Alleen is het wel eigenaardig, dat je nu in sommige plaatsen in België Nederlandse aardbeien tegen heel voordelige prijzen op de markt ziet.) Dergelijke dingen gaan er natuurlijk uit. Er komt op een gegeven ogenblik iemand die zegt: Waarom moet ik een groot gedeelte van mijn fruit of groenten laten doordraaien, terwijl ik het wel kan verkopen? Er komt iemand die zegt: Waarom moet ik genoegen nemen met zo'n kleine prijs voor m'n melk en eventueel voor m’n kaas? Daar komt iemand, die op een gegeven ogenblik zegt: Waarom moet een meubel zoveel kosten? Ik kan het veel goedkoper maken. Deze trend is begonnen. Voor West-Europa zie ik een stortvloed van z.g. discount-houses op elk terrein (zelfs politieke hier en daar; D66 is er ook een). Overal zal men proberen onder deze loodzware lasten uit te komen. Het vreemde is, dat de consument aarzelend begint daaraan mee te werken. En dat betekent, dat ook in de politiek de consument daarheen zal gaan, waar hij de meeste waar voor zijn geld krijgt. Een enorme strop voor sommige partijen, natuurlijk. Dat betekent ook, dat de arbeider alleen die vakvereniging zal accepteren, die werkelijk iets voor hem doet en niet alleen maar kletst. Het betekent, dat de huisvrouw niet meer koopt wat buitengewoon mooi verpakt is, maar in de eerste plaats wat kwalitatief goed en voordelig is. Het betekent in de politiek, dat de mensen de buitenlandse spanningen, die vaak zo kunstmatig worden gekweekt, op een gegeven ogenblik de rug toedraaien en zeggen: We geloven er niets meer van. Deze wereld van ongeloof zou het gezonde verstand kunnen doen ontluiken, dat het crisispunt, in 1972 doet overwinnen. Ik mag hieraan toevoegen, dat de Witte Broederschap nu een aantal besluiten heeft genomen en dat deze alle in de richting gaan van beperking van excessen, maar gelijktijdig gericht zijn op handhaving van bestaande machten. Op grond daarvan geloof ik dat u - indien u al het voorgaande wat ik u heb verteld of wat anderen u hebben verteld in de loop van deze cursus samenvoegt - zich een beeld kunt maken van morgen, van de toekomst. Een toekomst, die door haar schijnbare verwardheid tenslotte weer naar de werkelijkheid terugkeert en die met de werkelijkheidspolitiek overal een benadering van het wereldprobleem krijgt, die oplossingen biedt. Oplossingen worden er gevonden. Niet alleen wetenschappelijke, economische of sociale, maar werkelijke oplossingen voor een verandering van de verhoudingen op de wereld, een losmaken van de schijnmachten en schijnbondgenootschappen van de werkelijke relaties, een losmaken van schijnverschillen tussen de partijen en daarvoor in de plaats een streven naar concrete en dan ook te verwezenlijke doelstellingen. Zelfs in de kerken een verandering van de strijd om een eigenlijk imaginaire macht naar een concrete benadering van geloof en de gelovige. Het ziet er zo slecht nog niet uit. Ook al zal men later over deze jaren wel eens met een glimlach zeggen: Nou, nou, dat was toch wel een rariteitenkabinet. VERANDERINGEN. Als we op het ogenblik nagaan wat er in de natuur gebeurt, dan ontdekken we dat er heel veel veranderingen zijn van evenwicht, enorm veel verstoringen van vaste samenhangen. En dan 126

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet behoeven we niet alleen te denken aan b.v. het overmatig gebruik van DDT en het ontstaan van resistente insectenstammen. We kunnen evengoed denken aan verandering van de grondgesteldheid, want de grond wordt tegenwoordig met bepaalde speciale preparaten doordrenkt; en dat betekent, dat de eigenschappen van de bodem aan het veranderen zijn. Indien de grond verandert van eigenschap, dan zullen ook de gewassen veranderen. Voorbeelden zijn er te over. Het uitvallen van vogels betekent: toenemende insectenplaag. Toenemende insectenplaag betekent: noodzaak tot toenemende bescherming van de oogst. Toenemende bescherming van de oogst betekent: toenemend gebruik van vergiften. Wat weer betekent: een vermindering van zekerheid voor de mens (vaak voedingswaarde), daarnaast een nog grotere uitval van alle insectenbestrijders in de natuur. Als men nu dat alleen maar bekijkt, dan is het al een heel aardig aantal veranderingen. Dan moeten we ook wel aannemen, dat er nieuwe soorten mensen ontstaan, waarschijnlijk aangepast aan een zekere mate van vergiftiging, omdat dat de enige manier is om te leven. Misschien komt er nog een tijd, dat uw verre nazaten ’s morgens een schepje DDT nemen, als ze zich niet lekker voelen in plaats van een aspirientje. Het klinkt vreemd, maar het is helemaal zo gek nog niet. Een ander punt, dat de meeste mensen ook vergeten, is dat de atmosfeer voortdurend wordt doortrokken door allerhande stralingen en stralingsvelden, die er vroeger niet waren. Indien u eens nagaat hoeveel verschillende zenders er op het ogenblik werkzaam zijn op verschillende frequentiegebieden, wat er zo langzaam maar zeker aan het gebeuren is met lasers (gerichte lichtstralen), waardoor ook weer moleculaire reacties veranderen, dan kunnen we zeggen: Ook de aardatmosfeer is aan verandering onderhevig. Gezien de daarin optredende spanningen moeten we aannemen, dat er een grote verandering aan de gang is. Deze zal b.v. kunnen betekenen, dat in de buitenste lagen van de atmosfeer bepaalde edelgassen weer in grotere dichtheid zullen voorkomen door ontleding van andere gassen en gasmengsels beneden. Ook daardoor dus weer een verandering van klimaat en klimaatmogelijkheden. Dan is men op het ogenblik bezig - zij het heel aarzelend - met het onderzoek van de zwaartekracht. Een zwaartekrachtproef hier op aarde gedaan zou kunnen betekenen, dat er een verstoring van evenwicht in een aardschol ontstaat; en dit zou een hergroepering van land- en zeemassa’s kunnen betekenen op de gehele aarde. Het is dus niet zo eenvoudig als ze nu misschien denken in de laboratoria. Dan hebben we te maken met een verandering van de feitelijke stralingsinhoud van de aarde als geheel. Het klinkt niet groots, als je zegt: Nu ja, de radio-activiteit is in de gehele atmosfeer en over de gehele aarde toegenomen met ongeveer 2 pro mille. Maar 2 pro mille verhoogde activiteit betekent, dat een deel van de reactie van de aarde terugvalt naar een tijdperk, dat nu zeker al 15 à 20.000 jaar geleden is. En dat betekent, dat ook plantengroei die toch al aan het veranderen is - daardoor weer in een meer primitief vlak zal worden getrokken. En misschien ook het dierlijk leven. Veranderingen zijn er aan alle kanten. Dan de natuur zelf. Het is natuurlijk helemaal niet erg, dat er op de zeeën grote schepen varen en dat er grote luchtkruisers rondgaan in de atmosfeer. Heus, dat maakt weinig verschil uit. Maar als we nu eens gaan kijken wat er aan explosieven per dag wordt gebruikt. Dat is niet alleen maar een explosief hier of daar in een enkele mijn. Wat er over de hele wereld aan TNT en dergelijke dingen wordt gebruikt, is enorm. Heel grote massa's. We behoeven nog niet eens over atoombommen te spreken. Dat is ook weer een vibratie van de aardkorst. Is dat nu toevallig een stevig stukje, dan maakt het geen verschil uit. Maar stel je nu eens voor, dat er ergens een fout zit. Wat krijg je dan? Je krijgt een verandering van de structuur. Laten we een voorbeeld geven: Als men explosieven gebruikt in b.v. een rots, waarin leisteen voorkomt, dan blijkt heel vaak dat een plafond, dat effen afgewerkt scheen en absoluut safe, door een verdere reeks explosies gaat uitvallen, zoals dat heet, of klokken gaat vormen. Dat wil zeggen, dat er gewoon een soort koepelvormig stuk steen naar beneden komt. En als u nu eens rekening houdt met het feit, dat de aardkorst, hoe dik ze ook moge zijn, hier en daar fouten vertoont en 127

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet dat daar o.a. magma's, ook soms gassen, aanwezig zijn onder hoge druk, dan kunt u zich voorstellen, dat als er een haarscheurtje komt, die massa gaat werken. Dat merk je niet onmiddellijk; dat kan wel 10, 20, 100 jaar duren. Maar dan heeft die massa een hele reeks fouten doen ontstaan. De aarde is toch al niet zo erg foutloos; er zitten heel grote fouten in. We moeten er dus werkelijk rekening mee houden, dat vandaag of morgen hier of daar vulkanische activiteit gaat voorkomen in landen waar dat lange tijd niet meer het geval is geweest, alleen omdat men voortdurend bezig is geweest met trillingen, explosies en al wat erbij komt. Daardoor heeft er een structuurverandering plaats gevonden. Dat is op zichzelf niet erg, al is het natuurlijk niet leuk als er b.v. ergens in de Hartz of in de Eifel plotseling weer een vulkaankrater actief wordt. Maar stel u nu eens voor, dat er zoveel stof in de atmosfeer komt. Daar hebben we ook nog iets. Al die stof, die er in de atmosfeer komt betekent een soort deklaag, die de warmte vergroot. Ze vangt n.l. meer op, zet meer om in warmte. We krijgen dus een soort afsluiting. Die laag wordt door de zonnewarmte verhit, maar de uitstraling gaat niet zo gemakkelijk meer. Wat zouden we krijgen? Een veel warmer klimaat. Maar een warmer klimaat betekent grotere verdamping. Grotere verdamping betekent weer dat grotere delen van de continenten komen droog te liggen. We behoeven niet bang te zijn, dat de oceanen uitdrogen, maar die gebieden, die nu net water genoeg hebben, zullen dus veel meer door verdamping verliezen. En de vraag is, of de regenval dat wel kan terugbrengen. De luchtstromingen zijn op het ogenblik ook aan het veranderen. In de positie van de z.g. jet-streams in de stratosfeer zijn al afwijkingen waargenomen. Ze zijn niet groot. Het is geografisch nog 4 à 5 sec. Dat is niet veel, maar als dat een begin is en dat gaat zo verder, dan verandert daarmee ook de hele structuur van de bovenlaag van de atmosfeer; en dat moet beneden ook weer invloed hebben. Als we dus spreken over verandering, dan moeten we heus niet alleen denken aan de grootse dingen, die zo in 5 minuten gebeuren: de zee begint ineens te golven en te koken en te rijzen. New York is er niet meer, Londen wordt een puinhoop en Amsterdam ligt onder de zee. Dat zijn allemaal sprookjes. Iets anders is echter, dat er langzaam en geleidelijk veranderingen plaats vinden; dat de waterhuishouding b.v. zich anders gaat gedragen. En dat betekent, dat plaatsen waar vroeger geen vruchtbaarheid was nu vruchtbaar worden; maar ook dat nu vruchtbare plaatsen onvruchtbaar zullen worden. En aangezien men op de nu vruchtbare plaatsen ingesteld is op landbouw en op die andere plaatsen niet, is het dan de vraag wat er gaat gebeuren. Het ellendige voor u is dat de gebieden, die een kleine verstoring van klimaat zouden kunnen verdragen, over het algemeen de minste storing hebben. Denk maar eens aan het bekken van de Amazone-delta. En dan wil nog niet eens ver naar boven gaan. Daar zou men wel een lichte verandering kunnen hebben. Het klimaat zou daar veel beter worden. Daar is ook verontreinigde lucht en trillingen in de aardbodem minimaal. In West-Europa echter waar eigenlijk alles zo gelijkmatig mogelijk zou moeten zijn om een prettig leven te hebben, daar ziet het ernaar uit dat de verschillen en vooral de onevenwichtigheden veel groter zullen worden. Datzelfde zullen ze ook ontdekken in China. Nu heeft China - gelukkig eigenlijk - vroeger te maken gehad met een toch al tamelijk regelmatig klimaat. Daar was de wisseling van droogte en watersnood in de verschillende provincies betrekkelijk regelmatig. Nu is men daar bezig industrie op te bouwen. Zeker, de vibraties zijn niet zo groot. Maar het begint. Op het ogenblik kan men reeds constateren, dat er klimatologisch vooral in het zuiden van China veranderingen optreden. Dat heeft de mens te danken aan het feit, dat hij waterlopen heeft gekanaliseerd, maar ook aan het feit, dat de bodem van structuur verandert, dat er stoffen worden gebruikt, die niet meer normaal zijn. Zij werken b.v. met kunstmest; vroeger werkten ze met menselijke mest. Dat betekent ergens een verandering. In het begin zal het wat beter gaan, maar als ze er te ver mee gaan, dan komen ze op een gegeven ogenblik te staan voor condities, waar ze met hun manier van werken niet meer tegenop kunnen. Dat is ook een van de problemen, die u in Afrika zult zien. Het is heel aardig om in Afrika te beginnen met de zuiver westerse methode van landbouw. Maar als je er eenmaal mee begint, kun je er niet meer mee ophouden. Je kunt dus niet meer

128

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet van de gewone natuurlijke bronnen gebruik maken. En iets anders: je krijgt een verstoring van evenwicht in de normale plantengroei, maar ook in het dierlijk leven zoals het daar voorkomt. Een kleine factor kan soms een lawine van feiten met zich brengen. En dat is in de ecologie op het ogenblik zeer sterk het geval, zoals u misschien weet. Daarom geloof ik, dat we op betrekkelijk korte termijn moeten rekenen op stringente veranderingen in het aardklimaat, maar ook in het gedrag van de aarde zelf. We hebben te maken met de grote fouten in de aarde: de bekende scheuren waar de aardkorst wat dunner is en waar dus nogal wat vulkanische werking en aardbevingen voorkomen. Maar er zijn ook gebieden, waar je zou kunnen zeggen: Daar zal het wel weer gaan werken. Hoe erg het zal worden, weet niemand. Maar we weten wel, dat op het ogenblik de spanning in Midden-Amerika en in Noord-Amerika iets groter wordt. Het is dus bijna zeker te zeggen, dat er aardbevingen moeten komen en misschien nog andere dingen in Californië. Dat is haast niet te vermijden. Dat zal waarschijnlijk ook in zuidelijke staten gebeuren; misschien dat ook het Panamakanaal te lijden heeft. Een andere kwestie, die ook weer vragen opwerpt, is deze: Men is op het ogenblik bezig om in enorme hoeveelheden en in zeer korte tijd aardgas en olie te onttrekken en daarvoor komt niet zo gauw iets terug. Laten we het reëel stellen: In Nederland neemt men aardgas weg. De ruimte, die door dat aardgas werd ingenomen, moet door iets anders worden ingenomen. Wat zal dat zijn? Water. Maar wat voor water zal dat zijn? Zeewater. Wat betekent zeewater? Verzilting. Wat betekent verzilting? Verandering van de totale landbouwkundige conditie. En dan moet u heus niet denken, zoals sommige mensen wel eens hebben verteld, als ze nu voldoende aardgas hebben weggehaald, dan hoor je op een gegeven ogenblik "plof" en ligt heel Nederland in een kuil en komt de Noordzee binnenwandelen. Zo erg is het ook weer niet. Maar er is iets weggenomen en er kort zo gauw niets voor terug. Datzelfde is ook het geval in Arabië. Wat komt daar terug? Water. Maar waar gaat dat water naartoe? Waar komt dat water vandaan? Dat weten we niet. Kunnen we dat water misschien vandaag of morgen oppompen? Dat is heel goed mogelijk. We weten dat het mogelijk is om onder de Sahara onderaardse rivieren, zelfs onderaardse meren aan te boren en daarmee te besproeien. Maar als we het voortdurend weghalen en er komt niets bij, wat dan? Dan ontstaat er op een gegeven moment wat men noemt bodemstress: een grote spanning in een deel van de bodem. En als dat gebeurt, gaat de bodem zich zetten; die gaat zich dus aan de nieuwe situatie aanpassen. In het klein kunt u daarvan een voorbeeld zien in de mijnbouw. U weet hoe het in het mijnbouwgebied in Nederland is. Een nieuw huis van vandaag zit morgen ineens onder de scheuren en dreigt bijna in te storten. Zeker, de mijnen hebben het altijd betaald. Maar dat is nu alleen maar een kwestie van een paar mijngangen. Maar vraag je nu eens af, hoe groot het areaal is waaruit men aardgas en olie wegpompt. Dan zult u het met mij eens zijn, dat het misschien wel langzamer gaat, maar dat het veel grotere gebieden betreft, zodat de aanpassingsmoeilijkheden groter zijn. En als dat nu toevallig bewoonde gebieden zijn, dan kun je er wel eens gekke dingen te zien krijgen. Dan zou je je kunnen voorstellen, dat b.v. een heel stuk van de een of andere snelweg ineens (een paar centimeter behoeft dat maar te zijn) zakt en breekt. En wat dan? Dan moet je die hele zaak opnieuw gaan aanleggen. Maar misschien zakt dan plotseling een ander stuk weg. Dan blijf je aan het repareren. Deze dingen zien we niet alleen in Nederland. Onthoudt u dat goed. Ik neem dit als een voorbeeld. We zien op het ogenblik vreemde aanpassingsmoeilijkheden in Westfalen. Dat heeft niet alleen met de Hüttenbau (ijzerfabricage) en de steenkoolmijnen te maken; dat is bijkomstig. Westfalen heeft reeds ongeveer 60 jaar lang zijn ecologie veranderd. Het leven van de mens is anders geworden. Nu komt er een ogenblik, dat daar bodemspanningen ontstaan, maar gelijktijdig ook veranderingen t.a.v. plantengroei en dierenleven. De mens heeft toch heus plantengroei en dierenleven nodig. Zonder dat kan hij er niet komen. Kijk, dat is nu de grote vraag: Waar gaat het naartoe? 129

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet Nu kun je daarop duizend verschillende antwoorden horen. De man, die bij de mijnbouw, de gasverwerking, gaswinning of iets elders is geïnteresseerd, zal zeggen: Ach, die veranderingen zullen er wel zijn, maar ze zijn geleidelijk. Ik geloof, dat over zoveel honderden jaren de schade practisch miniem is en niet opweegt tegen het nut dat we er nu van hebben. Maar degeen, die nu kijkt naar de leefbaarheid, zal zeggen: Ik krijg wel een aanpassing van het menselijk ras, maar het gemiddelde wordt zwakker. Om u maar een voorbeeld te geven: De t.b.c. is in Nederland wel overwonnen, maar wat dreigt er plotseling op te duiken? Reumatiek, kanker. Wat niet algemeen bekend is om maar in de buurt te blijven: in Westfalen ligt het aantal gevallen van longkanker en andere kankersoorten aanmerkelijk hoger dan b.v. in Beieren of in Nederland, ofschoon Nederland op het ogenblik snel aan het inhalen is. Wat zien we verder? Het rachitis-nageslacht (nu komt rachitis zelf niet meer voor, maar vergelijkend: te klein nageslacht met groeimoeilijkheden en - fouten) neemt aanmerkelijk toe. Het aantal reumatiekgevallen is juist in deze omgeving zeer groot. Dan vraag je je toch af waar het vandaan komt? Omdat de mens aanpassingsmoeilijkheden heeft. Hij kan zich kennelijk niet zo snel veranderen als het milieu. Er ontstaan echter mensen, die in dat milieu thuishoren. Westfalen is daarvan een heel mooi voorbeeld, omdat de zaak daar 60 à 70 jaar aan de gang is. Daar zien we dat er een nieuwe mensensoort aan het ontstaan is. Dat zijn mensen, die zich schijnbaar prettig voelen in die wat eigenaardige atmosfeer; die er tegen kunnen, die enorme veerkracht hebben en die een behoorlijke lichaamskracht behouden. Het is echter maar een betrekkelijk klein percentage; op het totaal aantal geboorten 2 of 3 %. En dat is nog veel. Maar het betekent, dat de anderen zwakker worden. En dan vraag je je af: Wanneer komt het ogenblik dat de mens ophoudt te bestaan? U kunt ook zeggen: De mens van de toekomst heeft niet veel kracht meer nodig. Hij heeft misschien maar op knopjes te drukken. Vandaag of morgen bedenken ze een robot en als je dan zegt "druk", dan drukt hij wel. Het klinkt leuk. Maar de mens moet toch iets hebben in zijn leven, voor zijn beweging. Bewegingsarmoede in de grote steden neemt aanmerkelijk toe. Door de bewegingsarmoede zien we o.a. vaatziekten en stofwisselingsbezwaren toenemen, overbelasting van het hart komt meer voor. Het zijn allemaal dingen, waar je even over moet nadenken. Dat zijn veranderingen. En of die veranderingen allemaal ten goede zijn - ik zeg nogmaals: het is voor mij een vraag. Ik meen namelijk, dat de mens niet gelukkig is, als hij een betrekkelijk ziekelijk leven kan uitstrijken over b.v. honderd jaar; dat hij veel gelukkiger is, als hij zich 30 jaar werkelijk actief en gezond kan voelen en deel kan zijn van alles, wat voor hem van belang is. Het is een relatief oordeel, ik geef het graag toe. Maar bij al die veranderingen zou men toch rekening moeten houden met de mens. Hoeveel mensen in Nederland worden reeds nu geboren met bepaalde defecten of zwakten, die ze te danken hebben aan chemische preparaten, chemische producten of voedingseenzijdigheid? De mens kan eenvoudig niet tegen de natuur op. Zodra hij iets wil scheppen, dat de natuur vervangt, zal hij ook zijn eigen natuur moeten vervangen; en dat is nu juist de enige verandering, die de mens niet opbrengt. Hij is in staat om een heel weiland in kistjes in een toren op te stapelen, met voldoende besproeiing en belichting en gras te krijgen dat zo schoon is, dat je zelfs geen aarde meer van de wortels behoeft te kloppen, want in de kistjes zitten alleen maar wortels. Een hydroponische torencultuur bestaat reeds o.a. in Frankrijk. Hij is in staat om in plaats van koeien het een of ander sojaproduct zodanig te verwerken, dat iedereen toch nog denkt dat hij biefstuk eet. Hij weet van algen de meest ideale kippensoep te maken. Hij kan enorm veel die mens. Maar wat hij niet kan, is zichzelf zo veranderen dat hij past in een dergelijk kunstmatig milieu. Wat de mens zoekt, is, niet de aanpassing aan de nieuwe levenscondities, maar het vervangingsmiddel voor hetgeen hij aan levenscondities aan het ontberen is.

130

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet In de grote steden zie je overal salons voor mannen en vrouwen, die graag hun lichaam beweging willen geven. Dat wil zeggen, dat zij daarvoor tegen zware betaling op een kunstmatige fiets of paard zitten te hobbelen, zonder een stap vooruit te komen en dan met veel zweetdruppels tegen zichzelf zeggen: Ik heb aan mijn gezondheid gewerkt. Maar wat ze niet hebben gehad, is het genoegen van het zich in de natuur bewegen; de vreugde van de kameraadschap met een werkelijk paard b.v. Het zijn allemaal veranderingen, die je dan wel kunt negeren. . Het is toch te gek, dat er in de grote steden al kinderen zijn, die niet eens meer weten waar de chocolademelk vandaan komt. Ze denken: dat komt van zwarte koeien. Het is toch ook wel heel erg beroerd, dat de mens van tegenwoordig alles moet maken tot een massaliteit. De mens heeft niet eens meer het vermogen om alleen te kunnen zijn. Het is toch wel heel erg jammer, dat de mens steeds meer het vermogen tot een reële spontane samenwerking verliest en daarvoor in de plaats een uitwisselingsfactor (als winst of verdienste) gaat stellen of iets van aanzien en prestige; dat hij niet meer spontaan een gemeenschap vormt, maar alleen maar een doelgemeenschap vormt. Dat zijn de veranderingen, die vandaag den dag worden geregistreerd en waarmee je rekening moet houden. Daarom zou ik zeggen: er zijn veel veranderingen, maar of die veranderingen ten goede zijn, is een grote vraag. De aarde zelf blijkt inderdaad genoopt te worden om zich aan te passen. Wat o.a. gebeurt door veranderingen in de atmosfeer, wat waarschijnlijk ook gebeurt door verandering van acties, waarbij b.v. aardschotsen ten opzichte van elkaar andere posities gaan aannemen, waardoor bepaalde vulkanische werkingen optreden en misschien zelfs een zekere askanteling op den duur onvermijdelijk wordt. Maar zover zijn we nog niet. We weten, dat het dierlijk leven aan het verarmen is op ontstellende manier. En niet alleen het dierlijk leven dat exotisch of alleen maar mooi is of dient voor vlees, maar juist dat dierlijk leven wat men heel hard nodig heeft. Het is natuurlijk leuk om te zeggen: We hebben geen insecten nodig. Als u geen bijenvolk heeft, dan moet u eens kijken wat er van de appeltjes terecht komt. U kunt moeilijk met een kwastje alles zelf gaan bestuiven. Daar ligt de grote moeilijkheid. Neen, ik geloof dat die veranderingen betekenen, dat de mens eerst zijn mentaliteit moet veranderen. Of die mentaliteitsverandering op tijd komt is een grote vraag. Er zullen er altijd blijven, die aan de huidige condities fenomenaal goed zijn aangepast, die resistent zijn geworden a.h.w. voor de bezwaren van het leven. Maar zij zijn een minderheid; en de meerderheid telt tegenwoordig. Die meerderheid zal eraan ten onder gaan. Daarom is het van groot belang, dat de mens begint met zichzelf mede te veranderen met de veranderingen, die hij in zijn milieu tot stand brengt. GENEZING. Ik voel mij onvolledig. Het bereiken van volledigheid is genezing. Al, wat ik in mij als onvolledig erken, is niet de afwezigheid van de nodige krachten of mogelijkheden, maar van mijn erkenning. Erkenning, bewustwording van totaliteit, van de harmonische samenwerking der dingen, de voor mij bestaande eenheid van alle dingen zijn dus veel belangrijker voor de genezing dan alle afzonderlijke proceduren. Een groot gedeelte van de genezing, die een mens van node heeft en die ook de geest nog vaak ambieert, is de genezing van zijn geest. Want de innerlijke strijdigheden en spanningen ontladen zich zowel op het lichaam als op de bewustzijnsprojectie vaak als onevenwichtigheden, die als kwaal worden ervaren. Indien wij innerlijk evenwichtig zijn, zal deze evenwichtigheid zich in al onze voertuigen uiten. Daarom zullen wij zoekend naar genezing zoeken naar evenwicht. De kern van ons evenwicht moet liggen in de zin van al hetgeen wij zijn, geweest zijn en zullen zijn. Mijns inziens is dit de grote, onbekende kracht: God; is dit de totaliteit van een levenscyclus. 131

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN Sleutels jaargang 14: 1968 - 1969 - cursus 2 – ACTUELE ONTWIKKELINGEN Les 10 – Hedendaagse rariteitenkabinet Indien wij dan menen ziek te zijn en genezing zoeken, laten wij ons allereerst richten op die Totaliteit. Laten wij trachten uit die Totaliteit een aanvaarding, een gerustheid te ervaren, waardoor wij kunnen zeggen: "Dit alles heeft zin. Ik wéét, dat ik in mijn wezen gezond ben." De weerkaatsing ervan zal dan zelfs lichamelijke kwalen kunnen genezen.

132