You are on page 1of 112

© ORDE DER VERDRAAGZAMEN

Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

LES 1 - DE INNERLIJKE WEG

INLEIDING
De mens heeft een bewustzijn dat is opgebouwd uit het z.g. waakbewustzijn, het
onderbewustzijn, de beïnvloeding door het gemeenschappelijke bewustzijn van voornamelijk
de mensheid. Geestelijke voertuigen treden in het onderbewustzijn op en injecteren daarin ook
geestelijke intenties, mededelingen en waarschuwingen. Als wij de innerlijke weg willen
beschouwen, dan zullen we rekening moeten houden met alles wat wij daarop tegenkomen.
Dat is onder meer de wereld van onze voorstellingen, onze projectie. Het is onze poging om de
werkelijkheid van ons wezen te ontlopen. Daarnaast zullen ongetwijfeld ook worden
geconfronteerd met de vele methoden die we gebruiken om toch dat innerlijk wat meer
benaderbaar en beleefbaar te maken. Onthoud u daarom de volgende punten:
Verschillen, die heel vaak worden gemaakt tussen meditatie en contemplatie, zijn voor ons
doel eigenlijk niet zo belangrijk. In beide gevallen gaat het om een verdieping van het eigen
innerlijke bewustzijn met een verhoging van de bewustzijnsdrempel naar buiten.
Er zijn andere toestanden denkbaar waarin dat innerlijk ook beter kan worden benaderd. Ze
benaderen de trancetoestand hetzij zelf geïnduceerd, hetzij hypnotisch geïnduceerd. In al deze
gevallen worden wij geconfronteerd met onszelf. Deze confrontatie met ons eigen ik, kan in
verschillende fasen uiteenvallen. Hiermee beginnen wij dan als eerste les:

HET “IK” BEZIEN

Als u probeert een beeld van uzelf te maken, dan is dat zelden op de werkelijkheid gebaseerd.
Het is een voorstelling waarin al datgene wat u graag zoudt wíllen zijn voor een deel wordt
gevoegd bij datgene wat u gezien de feiten móét zijn. U ontloopt voor een groot gedeelte uw
eigen werkelijkheid omdat ze moeilijk te aanvaarden is. Wie nu de innerlijke weg wil volgen,
zal allereerst moeten proberen er achter te komen wat bij de beschouwing van het eigen ik de
belangrijkste factoren zijn. Bespiegeling wil zeggen: het overwegen van jezelf. Maar in de
bespiegeling, in de beschouwing van jezelf, heb je te maken met je innerlijke voorstellingen.
Die zijn voor een deel illusie, ze zijn niet feitelijk waar op aarde. Je hebt te maken met allerlei
halve beelden die met het verleden kunnen samenhangen. Dit zijn eigenlijk grotendeels
fantasieën. Een kennis van mij heeft eens gezegd: “Het is opvallend hoeveel gereïncarneerden,
die zich dat herinneren, koning, koningin, hogepriester, hoge, priesteres etc. zijn geweest.
Kennelijk waren er vroeger maar heel weinig slaven.” Ik ben geneigd dat te onderschrijven.
Wij willen eenvoudig niet toegeven dat we in rang of in mogelijkheden minder zijn geweest
dan de anderen. In onze poging om onszelf te zien moeten we natuurlijk niet uitgaan van het
standpunt dat we de mindere zijn van anderen. Wij moeten ons eenvoudig niet vergelijken met
anderen. Op het ogenblik, dat we een vergelijking maken met wat wij zelf zijn en hetgeen er in
de wereld bestaat, komen we als vanzelf tot een verkeerde waardering van ons eigen ik. Laat
mij een voorbeeld geven:
Een jongetje droomt ervan voetballer te worden. Hij zou een uitstekend keepertje kunnen zijn,
maar hij stelt zich steeds voor dat hij als een Cruyff in zijn beste tijd kan functioneren. Daartoe
heeft hij echter niet de aanleg. Dan zegt hij: “Ik ben een aankomende Cruyff,” terwijl hij in
feite misschien maar een aankomende Piet Schrijvers is. Hier gaat het dus om het feit dat we
niet altijd zijn wat we zouden willen zijn. Op het ogenblik, dat wij ons laten overrompelen door
de beelden in de wereld buiten ons gaan we de voorstelling van ons ik aanpassen aan iets wat

1
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

we niet werkelijk zijn. Om te komen tot een beeld van onszelf zouden we in een spiegel
moeten kunnen kijken. Maar ook de spiegels die we hebben zijn meestal lachspiegels. In vele
gevallen zal een spiegel, die een werkelijk beeld geeft door ons als lachspiegel, als onredelijk,
oneerlijk e.d. worden verworpen. Als wij uitgaan van zeer oude stellingen die we in
verschillende Indische geschriften nog kunnen aantreffen, dan geldt ongeveer het volgende:
“Ik ben voor mijzelf het middelpunt van het heelal. Al wat ik doe, zend ik uit in dit Al. Maar
mijn Al is begrensd. De begrenzing van mijn Al kaatst al datgene wat ik in de wereld zend
naar mijzelf terug. Zo ken ik mijzelf aan al datgene wat ik buiten mij veroorzaak.”
De wereld kan een spiegel zijn. Het is geen prettige spiegel, hij vleit niet. Maar al datgene wat
u als antwoord op uw daden uit de wereld ervaart - of dat nu in overeenstemming is met wat u
heeft bedoeld of niet - kunt u nemen als een beeld van uw persoonlijkheid. Door deze spiegel
regelmatig te gebruiken kunt u op den duur het beeld dat u van uzelf heeft zodanig corrigeren
dat het iets dichter bij de werkelijkheid komt te liggen van uw innerlijke persoonlijkheid, van
datgene wat u geestelijk bent. Deze benadering heeft u nodig wilt u eigenlijk doordringen tot
een nieuwe werkelijkheid die de innerlijke weg toch betekent.
Laten wij nu de zaken een beetje zakelijk aanpakken. Een mens, die enigszins begint te
begrijpen wat zijn werkelijke betekenis is tussen anderen, zal daarbij niet kunnen spreken over
schuldgevoel of verdienste. Datgene wat je bent, ben je nu eenmaal. Het is geen verdienste.
Het is ook niet iets waarvoor je een 'mea culpa' moet uitspreken. Datgene wat je bent, moet je
aanvaarden. Je intenties, je bedoelingen zijn je persoonlijke zaak. Ze geven aan in hoeverre
datgene wat je bent voor jezelf positief of negatief is. De intentie heeft echter weinig of geen
inwerking op het resultaat van hetgeen je bent. Dit begrijpende is het mogelijk om jezelf een
beetje te gaan afsluiten van de wereld, want de wereld om je heen is gevormd uit
duizend-en-één illusies. Er is een werkelijkheid. Maar die werkelijkheid wordt zodanig vertaald
dat ze nooit wordt weergegeven in haar werkelijke zin en betekenis. Daarom: sluit de wereld
een beetje uit. Je keert dan in tot jezelf. In jezelf zijn een ontelbaar aantal mogelijkheden en
werelden. Het is alsof je in jezelf leeft met een bijenkorf vol dromen waarvan elke droom op
zichzelf je toch weer maakt tot een centraal punt en je het ene ogenblik verheerlijkt tot je
bijna goddelijk bent, het volgende ogenblik je uitwerpt zodat je in de diepste modder ligt te
spartelen. Al deze dromen zeggen iets over jezelf, maar ze zijn geen feiten. Wanneer wij in
onszelf keren, dan is de eerste wereld die we zullen ontmoeten de wereld van fantasie. Als wil
denken aan een hemel, dan denken wij niet aan een werkelijkheid, dan denken we a.h.w. aan
een sprookje. Het is zoiets alsof we ons duizend-en-één nacht bezighouden als een moderne
Scheherazade en steeds weer vrezen dat, als het sprookje uit zal zijn, wij onthoofd zullen
worden omdat de werkelijkheid dan niet meer is tegen te houden. Van die angst moeten we
afkomen.
De fantasiewereld is aanvaardbaar omdat ze iets zegt over onszelf. Datgene wat u bestrijdt, is
datgene wat u ergert. Onthoudt u dat goed. Ook als u druk bezig bent anderen te helpen,
moet u eens opletten wat u feitelijk bestrijdt bij die anderen of voor die anderen. U zult tot de
conclusie komen dat er een deel is dat in het leven voor u negatief is. En dat is natuurlijk weer
een bespiegeling waardoor u zichzelf beter leert kennen. Er zijn ook dingen die u steeds weer
probeert te bereiken, maar die u ontsnappen. Het zijn uw dromen die duidelijk maken dat u
wel een hoog doel heeft, maar dat u het op een verkeerde manier benadert. Vraag u eens af
hoe die mislukkingen altijd verlopen. Waarom het net niet helemaal gaat? Waarom wat een
lichte trip schijnt te zijn opeens omslaat in de meest sinistere duistere trip die u zich maar kunt
voorstellen. U zult tot de conclusie komen dat u op dat ogenblik uzelf eigenlijk niet kunt
aanvaarden. Een duistere trip is altijd het gevolg van een zelfverwerping. Ga uit van het
standpunt: al datgene wat ik als positief ervaar van fantasiebeelden en dromen en wat ik
verwerp en als door mij verworpen leer kennen zullen mij een beeld geven niet alleen van wat
ik ben, maar ook van de mogelijkheden die in mij berusten.
Om de innerlijke weg te gaan moet je tenminste weten welke richting je moet inslaan, want er
is geen algemene norm te vinden waarmee voor elke mens precies dezelfde weg mogelijk is.
Misschien heeft Jezus eens de weg goed omschreven toen hij zei: “Ik ben de weg en de
waarheid” menende: volg dat wat ik ben en gij zult de waarheid vinden. De waarheid is

2
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

datgene waardoor we niet meer gebonden zijn aan onszelf, waardoor wij kunnen opgaan in
een gevoel van kosmische zinvolheid zonder gelijktijdig daarbij ons eigen voordeel of onze
eigen belangrijkheid op de voorgrond te stellen. Het duurt lang voordat je zover komt. Vraag
je eens af wat het resultaat is van een meditatie, als je alleen uitgaat van veronderstellingen
die ten aanzien van jezelf niet juist zijn. Je komt in een dromenland terecht. Je komt terecht in
een wereld waarin je in feite alleen nog maar vecht tegen de monsters die niet bestaan en
gelijktijdig voorbijloopt aan het goede dat voor jou reëel is. Een meditatie, die is opgebouwd
op algemene begrippen kan ongetwijfeld het innerlijk wat verrijken. Maar een meditatie, die is
opgebouwd op de werkelijke grondslagen van je persoonlijkheid, is er een die je doet
doordringen in een innerlijke werkelijkheid die langzaam maar zeker een samenvoeging tot
stand brengt van al datgene wat in je psyche als factor een rol speelt.
Dan kun je zelfs als mens de geestelijke waarden aanvoelen en kennen. Misschien niet
vertalen in waarden maar aanvoelen en daardoor je eigen plaats en betekenis in het geheel
juister leren kennen. Het is de juistheid van dat wat we zijn die voor ons het meest belangrijke
is. Want op het ogenblik, dat wij datgene wat in geheel ons wezen als een drang, als een soort
bevel bestaat weten te vervullen, dan vervullen wij tevens al datgene wat nodig is om contact
te krijgen met een totaliteit. Het is reuze leuk om jezelf dan op de ontleedtafel te leggen. Er
zijn heel veel mensen die dat doen en ze zeggen dan “Kijk, de hele wereld is zo slecht. Als ik
niet slecht ben, dan wordt de wereld ook niet beter. Maar als ik slecht ben, dan word ik er wel
beter van in de wereld”. Dat is natuurlijk wel waar, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat er
niet om of datgene wat er in de wereld gebeurt goed is of slecht. Het gaat erom of datgene
wat u beleeft, wat u voor uzelf waarmaakt zo is te groeperen dat het voor uzelf voortdurend
een aanvaardbaarheid heeft. Zodat u zich niet behoeft te verontschuldigen, maar dat u
gewoon kunt zeggen: Zo ben ik.
De hele wereld is gevuld met allerlei regels. Dat zult u zo langzamerhand zeker wel bekend
zijn. Die regels en reglementen zijn zeker sociaal noodzakelijk. Maar een algemeen geldende
moraal is gelijktijdig een verkrachting van de werkelijkheid voor een groot deel van degenen
die aan die moraliteit onderworpen zijn. Er is geen algemeen geldende zedenleer. Er is alleen
een maatschappelijke zedenleer. Leren erkennen wat u bent, betekent ook begrijpen waar u
zelf feitelijk staat ten aanzien van al die wetten en voorschriften welke u in uw leven nolens
volens dan maar moet accepteren. Het betekent doordringen tot de werkelijke betekenis die
voor u gelegen is achter al datgene wat volgens allerlei moraliteiten u wordt voorgesteld als
het summum summarum van een geestelijk verantwoord leven.
Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die in een klooster gaan, die zich van de wereld
afzonderen en daardoor werkelijk kunnen beantwoorden aan datgene wat ze innerlijk moeten
zijn. Maar ik weet ook dat ze slechts een kleine minderheid zijn onder hen die in de vele
kloosters vertoeven. Hun gehoorzaamheid, hun zelfontzegging, hun zelfkastijding zijn in vele
gevallen eerder een vlucht voor dat wat ze zijn dan een waarmaken van hetgeen er in hen als
hoogste waarheid leeft. In vele rangen en standen in dit leven gebeurt precies hetzelfde. Je
zegt tegen jezelf: Zo moet je het toch wel doen. Zo is het. Het kan niet anders. Best. Uiterlijk
moogt u eraan beantwoorden. Maar als u uw innerlijk een beetje begint te benaderen, als u
eindelijk eens kijkt in de spiegel van wat er rond u gebeurt en waaraan u op welke wijze dan
ook toch heeft meegewerkt, waarvoor u zeker ook mede verantwoordelijkheid bezit, dan zult u
toch misschien anders reageren. Het lijkt wel, of ik bezig ben met voornamelijk uiterlijkheden,
maar vergeet niet, dat het volgen van de innerlijke weg het beklimmen is van een soort
Jacobsladder die reikt tot in de hemel. Daarvoor moet je eerst een plaats hebben waar ze
stevig kan staan. Als we niet het fundament hebben van een reële benadering van het eigen
ik, hoe kunnen we dan door alle sferen die in ons vertegenwoordigd zijn, door alle
wereldvoorstellingen die er in ons heersen doordringen tot de feitelijke werkelijkheid die op de
achtergrond staat?
Leven is meer dan bestaan alleen. Bestaan is gemakkelijk genoeg: het vraagt weinig
weerstand. Je kiest steeds de weg van de minste weerstand. Je stelt iedereen en alles
verantwoordelijk voor alles wat je overkomt en je zegt tegen jezelf dat jij toch zo goed bent.
Maar de werkelijkheid van je eigen wezen is juist, dat je tegen al die tendensen in iets moet
waarmaken van jezelf, dat je niet deel kunt zijn van een massa: dat je een eenling bent. En
3
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

dat je als eenling je eigen innerlijke wet hebt, je eigen innerlijke kracht bezit. Je eigen
doelgerichtheden kent. Zolang je niet weet wat ze zijn, kun je ook niet al datgene wat in je
bestaat samenvoegen tot een geheel. Natuurlijk, u bent deel van de mensheid. Als alle
mensen denken en waarschijnlijk ook de gedachten van de vorige geslachten, want die blijven
ook nog wel aanwezig, dan beïnvloeden die u. Dat is zonder enige twijfel waar. Wanneer u
stoffelijk leeft, bent u stoffelijk onderworpen aan al die eigenaardige en kleine variaties in
aantrekkingskracht, in magnetisme, in luchtelektriciteit waardoor uw handelingen wel degelijk
mede worden bepaald. Een astroloog zou u dat zeker kunnen vertellen. Maar dit zijn
uiterlijkheden. Op het ogenblik, dat u die dingen maakt tot de dwingende factoren van uw
bestaan, onderwerpt u zich: dan maakt u zich tot een wezen dat niet verder kan gaan dan het
zuiver stoffelijke. Dan is elke poging tot zelfrealisatie, tot zelferkenning gedoemd schipbreuk te
lijden, want het onverklaarbare is niet te verklaren. Je noodlot vraagt om een droom waardoor
het betekenis krijgt. Want de werkelijke betekenis van die dingen, de werkelijke samenhangen
van het gehele kosmische spel kun je toch niet overzien. U leeft. Wat is in uw leven belangrijk?
En dan kunnen we dat menselijk opsommen: geld, goed, sexualiteit, rang, stand, status,
voldoening. Al die dingen tellen mee. Waarom? Omdat ze een vervanging vormen voor een
zelferkenning die gelijktijdig de dwang van al deze factoren wegneemt. Wij kunnen het heel
eenvoudig stellen:
U heeft een onderbewustzijn dat is geconditioneerd. Daar zitten allerlei factoren in die u al lang
vergeten bent, maar die uw handelen wel mede bepalen. U heeft een waakbewustzijn dat
eveneens voortdurend wordt geconditioneerd, d.w.z. het wordt gevuld met gegevens die maar
voor een klein gedeelte waar zijn. Het grootste gedeelte berust op interpretatie. Daarachter
ligt het bovenbewustzijn dat alleen in overeenstemming met hetgeen in u bewust leeft (dus
ook in uw waakbewustzijn) een aanvulling, een versterking van kracht of gegevens voor u kan
realiseren. En achter al die dingen zit het werkelijke ik, het geestelijke ik. Dit geestelijke ik is
wederom niet een volledige persoonlijkheid. Het geestelijke ego is eigenlijk geest: het is
bewustzijn. In dat bewustzijn zitten allerlei hiaten, allerlei onevenwichtigheden en
onregelmatigheden. Het feit dat u op aarde leeft is juist gebaseerd op de noodzaak die
onregelmatigheden te corrigeren, het verloren evenwicht te herstellen. Maar in die geest zit
ook datgene wat je werkelijk bent: de relatie die je innerlijk hebt ten aanzien van de gehele
kosmos. Deze kosmische relatie zul je tot uitdrukking moeten brengen, al is het alleen maar in
jezelf.
De innerlijke weg voert niet tot God zoals de mensen zeggen. Ze voert eenvoudig tot het
prototype waarvan alle levens en levensverschijnselen, die je bewust en onbewust hebt
gekend, niets anders zijn dan een uiting. Op het ogenblik, dat je doordringt tot het beeld van
wat je werkelijk bent - hoe beperkt dat dan ook moge zijn - kun je ook beginnen het te
projecteren. Dit is een van de factoren die ik vandaag nog wil aanstippen. Een mens, die
onverschillig wordt voor de werkelijkheid van alle dag, zal daardoor misschien allerlei fouten
maken, misschien ook niet. Maar op het ogenblik, dat deze mens dat doet met het besef van
zijn eigen innerlijk, van zijn doel, verandert de zaak. Dan kan hij dat doel a.h.w. van zich
uitstralen. Het is alsof hij zijn wezen, zijn mogelijkheden, zijn tegenwoordigheid
verveelvoudigt. De zelfprojectie is dan ook niet alleen bepaald tot de invloed die je hebt op je
medemensen. Ze dringt door in de werelden van de geest. Ze is werkzaam in de astrale
wereld. Die zelfprojectie moet dan ook wel overeenstemmen met wat je bent. Want als dat
niet het geval is, dan schep je niet een voertuig waarmee je verder kunt komen, maar slechts
ketenen waarmee je alleen maar vaster wordt gebonden aan illusies die in feite de realisatie
van hetgeen je bent onmogelijk maken. Dus: zelfprojectie kan alleen gebaseerd zijn op
zekerheden die je mentaal voor jezelf hebt gevonden, die in je beste weten en ervaren door de
reacties van de buitenwereld op je persoonlijkheid worden bevestigd en die voor zover je je dit
maar kunt voorstellen ook met je werkelijke mogelijkheden en vermogens in overeenstemming
zullen zijn. Heb je dit eenmaal, dan begin je je daarvan een intens beeld te maken. Zeker, het
is een beetje fantasie, maar aangezien het doorwerkt in de astrale wereld ook een klein beetje
werkelijkheid. Bouw de schil (dit beeld) zo sterk op dat het voor u in uw gevoel een eeuwige
metgezel wordt. Deze zelfprojectie werkt dan corrigerend. Op het ogenblik dat u - gedreven
door allerlei omstandigheden - buiten u uw werkelijke persona zoudt gaan verraden, dat u
begint te rationaliseren, begint u te verontschuldigen, zult u vaak ontdekken dat de wereld het
4
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

u onmogelijk maakt datgene wat u innerlijk werkelijk bent en wat u heeft ontdekt helemaal
waar te maken in de wereld. Ook hier is die zelfprojectie van groot belang.
Op het ogenblik, dat u zelf niet in staat bent om de dingen zonder meer waar te maken, kan
die projectie met haar astrale mogelijkheden, die verder gaan dan de stoffelijke, als het ware
aanvullend optreden. Een eenvoudig voorbeeld: Genezing op afstand. Als u een beeld heeft
van uzelf als genezer, u denkt aan een patiënt en u vraagt zich af of u op die afstand de
patiënt zoudt kunnen bereiken, dan heeft uw projectie die afstand reeds overbrugd: dan bent
u in feite - zij het astraal - direct bij die patiënt tegenwoordig. Alle krachten, die u aan die
patiënt overdraagt, lopen dus via dit astraal en daardoor alsof er geen werkelijke afstand zou
bestaan tussen u en uw patiënt. Dit is slechts een enkel voorbeeld. Wanneer u zich realiseert
dat deze ego-projectie niet een geestelijke maar alleen een stoffelijke corrigerende factor is,
dan gaat u ook begrijpen dat ze voor uw eigen bewustzijn juist als mens van groot belang is.
Daarnaast vergroot zij uw mogelijkheden, maar dat is eigenlijk niet zo belangrijk.
Blijf u nu steeds spiegelen aan de werkelijkheid. Kijk steeds weer wat de dingen die u bewust
en vrijelijk heeft gedaan voor uitwerking hebben. Kijk steeds weer wat de wereld u teruggeeft
voor hetgeen u geeft. U zult vaak tot de conclusie komen dat u meende betaald te zullen
worden in guldens, maar dat u werd betaald in aardappelen of misschien in een gevoel van
dankbaarheid of iets anders. Ga beseffen dat uw verwachting, voor hetgeen de wereld moet
teruggeven niet gelijk is aan hetgeen de wereld feitelijk schenkt. Hierdoor bent u in staat de
projectie steeds fijner af te stemmen. Gebruik een soort meditatieve- of suggestietechniek,
wanneer u bezig bent het ik te projecteren en op te bouwen door als volgt te handelen:
(a) ontspan u zoals gebruikelijk,
(b) concentreer u: de wereld is van geen belang meer. U heeft nu te maken met de
voorstelling van uzelf. Probeer de voorstelling te vereenvoudigen totdat er niets meer is
waarvan u zegt: Dat kan er nog af, ik blijf het toch zelf.
Probeer dit beeld zo intens mogelijk voor u te zien zodat het is alsof u eigenlijk met gesloten
ogen toch in een soort spiegel kijkt. Op dat ogenblik vormt u en projecteert u een astraal beeld
naar uw eigen gelijkenis. Daar u allemaal een astraal voertuig bezit dat op uw normale ik-
voorstelling is gebaseerd, zal dit erbij betrokken zijn. Het ondergaat wijzigingen, het verliest
bepaalde factoren, het neemt soms andere kwaliteiten of eigenschappen aan. Deze astrale
relatie weerkaatst zich direct op uw levenslichaam. Het levenslichaam van een mens bestaat
hoofdzakelijk uit energieën die men voor een groot gedeelte opneemt ten dele uit de
atmosfeer, ten dele uit bepaalde stralingen, ten dele zelfs uit een geestelijke wereld. Nu is dat
levenslichaam meestal afgestemd op datgene wat u denkt te zijn. Het beantwoordt dus niet
aan uw feitelijke behoeften en noodzaken maar aan uw veronderstelde behoeften en
noodzaken. Daar waar uw geestelijke of astrale kwaliteiten ‘in strijd zijn’ met die voorstelling
ontstaat ook in uw levenslichaam een onevenwichtigheid. Door nu steeds een zo eenvoudig
mogelijk beeld van uzelf u eerst voor te stellen en dan te projecteren, terwijl u het ook steeds
weer toetst aan uw werkelijke relatie met de wereld, uw beleving in de wereld, bereikt u dat
het levenslichaam zich steeds weer gaat afstemmen op de werkelijke persoonlijkheid die u
bent.
Het betekent, dat de innerlijke betekenis die vanuit het hoogste geestelijke voertuig en uit alle
voertuigen (dus ook die in de stof) is geprojecteerd juist in de krachtsverhoudingen van het
levenslichaam mede tot uiting komt. En dit betekent weer dat u over een veerkracht begint te
beschikken op het ogenblik dat u die nodig heeft om uzelf te zijn. Het betekent ook, dat u over
grotere energieën kunt beschikken, wanneer u iets van uw eigen grondeigenschappen de
wereld in zendt. Het houdt ook in dat u gemakkelijker al datgene wat met u harmonisch is, zult
erkennen en datgene wat disharmonisch is gemakkelijker afweert niet zonder het te erkennen
maar zonder het te aanvaarden.
Hiermee zijn we gekomen aan een punt dat het ons mogelijk maakt te zeggen: Wanneer ik
een juiste projectie heb, wanneer ik een evenwichtig en op mijn werkelijk ik zoveel mogelijk
afgestemd levenslichaam heb, zal ik niet alleen in staat zijn in mijn wereld zo goed mogelijk te
leven, maar ik beschik ook over steeds meer mogelijkheden om mij op de kern van mijn

5
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

persoonlijkheid af te stemmen. De innerlijke weg begint dan. Het is nog steeds een proces dat
vlak bij de wereld ligt, vlak bij uw eigen werkelijkheid. Wij zullen dan stap voor stap verder
moeten worstelen. En elke keer zullen we te maken krijgen met onze fantasiewerelden, met
onze zelf geschapen sferen en wereldjes, met onze indelingen. Maar dat hindert niet, want wij
leren ze steeds weer aan te passen aan hetgeen wij zijn. En langzaam maar zeker, als we
steeds meer bijzonderheden terzijde schuiven en ons aan de hoofdzaken houden, komen wij
tot een besef van een innerlijke werkelijkheid waarin steeds hogere krachten maar vooral ook
een grotere verbondenheid met het Al en een juister besef van de betekenis van alle leven in
ons doordringt. Ik hoop dat u dit alles zult willen overwegen. Ik kon niet alle retoriek
vermijden, omdat bepaalde zaken nu eenmaal beter in gevoelens kunnen worden
overgedragen dan in het zuivere “woord” alleen. Toch hoop ik ze geformuleerd te hebben dat u
bij herlezing in staat zult zijn u een beeld van uzelf te maken en te beginnen aan het vormen
van deze eerste passen voor het volgen van de innerlijke weg. Ik hoop, dat u een volgende
keer ook tevreden zult zijn, als we meer gedetailleerd de innerlijke weg proberen te
beschrijven en de procedures die daar bijhoren ook nog nauwkeuriger zullen beschrijven.
Ik hoop verder dat de 2e spreker die een aanvullend onderwerp zal brengen, in staat zal zijn u
duidelijk te maken, hoe alles in ons bestaan samenhangt met datgene wat wij “de innerlijke
weg” noemen: de erkenning van die eeuwig blijvende waarheid waarvan wijzelf een deel zijn.

DE ROL VAN DE FANTASIE
Elke mens heeft een mate van fantasie. Juist degenen, die denken dat ze het niet hebben, zijn
vaak degenen die het meest fantaseren. Alleen doen zij zo oprecht alsof het echt is dat
iedereen er te laat achter komt dat het waar is. En dan krijg je van die grote bankschandalen
en dergelijke. Fantasie is eigenlijk niets anders dan een aantal voorstellingen die met de
werkelijkheid alleen maar een vage relatie hebben. Alles wat we doen en alles wat we beleven
is toch eigenlijk met onze fantasie verbonden. Laten we de zaak maar eenvoudig aanpakken. U
kunt op een gegeven ogenblik een helderziende waarneming doen of een visioen hebben, dan
zegt u b.v.: Ik zag opeens 'n groen gezicht. Nu bestaan er geen groene gezichten. Hoe komt
het dan dat u wel een groen gezicht zag? Dan moeten we ons afvragen: Hoe kunnen we dat
beeld ontleden? Want fantasie is gereleerd met de werkelijkheid, maar het is niet de
werkelijkheid. Dat gezicht zal er dus niet echt zo zijn, maar er zal een persoonlijkheid zijn waar
voor uw gevoel dat gezicht wel bij zou kunnen passen. En dan ligt het er ook maar weer aan,
als u een beetje geërgerd bent of een beetje geschrokken, dan ziet het er niet zo leuk uit. Dat
is hetzelfde als iemand wordt overvallen en later zegt: Het was een vent van 2 meter lang.
Eigenlijk was het iemand van 1.65m. De enorme knuppel die hij bij zich had, was eigenlijk een
gewone schroefsleutel, maar slaan kon hij wel. Op die manier ga je dan voor jezelf de zaak
overdrijven. En dan groen. Ja, wat betekent groen voor u? Het is ergens een beetje hatelijk,
een beetje lijkachtig vaak. Voor anderen is het juist weer de kleur van de natuur. Vraag u nu
eens gewoon af: Wat is mijn associatie met die kleur groen? Kijk dan eens naar het gezicht en
zeg: Er was dus een persoonlijkheid. De kleur, die ik gaf aan de persoonlijkheid was de relatie-
uitdrukking die er tussen mij en die persoonlijkheid bestond. Dan heeft u ineens van de
fantasie een middel gemaakt om toch een beetje dichter bij de werkelijkheid te komen.
Nemen we b.v. visioenen. Visioenen vind ik toch zo mooi. Er zijn mensen die vinden het erg
dat ze aardgebonden zijn. En dan krijgen ze visioenen. In die visioenen komt God de Vader
vertellen dat ze engelen zijn die op aarde worden gebracht en daar het een en ander te doen
hebben. Voor je het weet zien ze het al vliegen. Dat kennen wij. Dat is natuurlijk fantasie. Zó
iemand heeft een gevoel van onvermogen. Maar gelijktijdig is het ook iemand die niet zelf de
zaak wil regelen. Er is dus een vaderfiguur nodig. Die vaderfiguur moet a.h.w. de bevelen
geven, want dan ben je niet verantwoordelijk. Dus heb je eigenlijk alleen door dat
fantasiebeeld al heel veel gezegd over de persoon. Dan wat voor opdracht heb je gekregen?
Die opdracht zal steeds samenhangen met iets wat ook voor jou op dat ogenblik begeerlijk en
belangrijk is. O zeker, je vindt het niet altijd prettig. Er kunnen opdrachten bij zijn waarvan je
zegt: Dat doe ik niet. Je had liever dat een ander dat zou opknappen. Maar het zijn wel dingen
die je gedaan wilt hebben. Fantasie is verbonden met de werkelijkheid, ook al is ze niet de
weergave van de werkelijkheid. Op deze manier kun je dan heel veel verschijnselen opeens

6
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

verklaren. Zelfs waarom er sommige mensen zijn die in een huis wonen waar voortdurend
“rappings” zijn. Wij zeggen dat in het Engels, want als je zegt: Er wordt geklopt, dan vinden ze
dat veel te gewoon. Waarom komen die klopgeesten juist bij bepaalde personen voor?
Dat is begrijpelijk. Die mensen hebben in hun gevoel wel een relatie met de geest, maar
gelijktijdig zijn ze bang om die relatie te erkennen zoals ze is. Er moet dus op de een of andere
manier iets naar buiten worden gebracht. De kans dat een geest die rappings veroorzaakt is op
z’n minst genomen net zo groot als wanneer ze het zelf doen. Met andere woorden, dat hun
eigen spanning, hun reactie op een erkend signaal die rappings te voorschijn brengen. Maar
als ze buiten hen bestaan, dan kunnen ze allerlei denkbeelden daaraan verbinden van
ergernis, van verwerping, van verheerlijkt zijn, van weten dat nu ‘Die’ in de buurt is. Het hele
complex van aangrenzende gedachten is dus eigenlijk alleen maar een manier om aan jezelf te
vertellen wat je prettig zoudt vinden, niet wat er is. Dat is ook weer belangrijk. Want per slot
van rekening, als we naar de mensen kijken, dan is ongeveer 30% op het ogenblik in meer of
mindere mate helderziend. De meesten merken het niet, maar dat komt omdat ze zo druk
bezig zijn met de dingen die ze niet kunnen zien dat ze niet zien, wat ze zien en daardoor
denken dat ze niets zien. De meeste mensen onderdrukken het: ze weten er geen raad mee.
Dus doen ze of het niet bestaat. Dat is ook fantasie. Ontkenning van het bestaan van iets is
ook een fantastisch werken, ofwel ze geven er een betekenis aan die helemaal niet strookt met
hetgeen er werkelijk is.
Er zijn duizend-en-één van die gevallen te noemen. Laat mij maar weer in de voorbeeldenzak
grijpen. Een huis. In het huis heeft iemand gewoond. Die iemand is daar blijven hangen.
Meestal is het een astrale schil. Ik wil niet zeggen dat daar iemand gehangen is. Het kan best
opoe zijn die in uw beste stoel zit te breien zodat u zich doodschrikt, als u gaat zitten omdat u
dacht dat daar al iemand zat. Hoe komt die figuur daar? Die figuur hoort bij het huis. U bent
gevoelig voor de invloed van het huis. Daardoor concretiseert u voor uzelf die gestalte. Die
gestalte is niet zonder meer te zien. U geeft haar echter de gelegenheid zich te manifesteren.
U bent zelf oorzakelijk daarvoor. Dat is natuurlijk vervelend, want nu kunt u niet zeggen dat u
een beschermgeest in huis heeft. Dat is veel goedkoper dan een hond: geen hondenbelasting,
geen hondenvoer. Een goede huisgeest is de beste bewaker die je maar kunt hebben. Er zijn
natuurlijk wel allerlei invloeden waarvan je kunt zeggen: die zijn reëel.
Als een kris onder de goede condities is gesmeed en met juiste eerbied wordt behandeld, dus
een poesaka, dan kan die kris inderdaad een soort persoonlijkheid bij zich hebben. Maar
alweer, die persoonlijkheid wordt in stand gehouden door de erkenning van de betekenis van
de kris. Als je die kris verwaarloost, dan lost die persoonlijkheid zich op. De uitbarsting, die
ermee gepaard gaat, kan voor een mens meestal negatief zijn. Daarom zeggen ze: Zo'n geest
brengt ongeluk. In feite verdwijnt ze. Dat zijn allemaal dingen waarbij de fantasie een grote rol
speelt. En laten we eerlijk zijn, fantasie geldt overal. Er zijn op het ogenblik heel knappe
regeerders in Nederland die inderdaad een systeem hebben uitgedacht waardoor de
Nederlandse gulden steeds harder wordt en gelijktijdig de welvaart steeds zal toenemen. Dat
is natuurlijk fantasie! Maar voor hen is deze voorstelling de enige manier om voor zichzelf
geheel aanvaardbaar te maken hetgeen ze doen. Fantasie is vaak niets anders dan een
stempel van goedkeuring dat we bedenken om onze twijfelachtige zaken dat stempel te
kunnen opdrukken. U vindt het misschien vervelend als ik dat zo zeg, maar hoe vaak heeft u
het zelf niet gedaan? Hoe vaak droomt u niet van dingen waarvan u weet dat ze eigenlijk niet
echt zijn en niet echt kunnen worden? U houdt zich bezig met bewust ontworpen dromen. In
die droom komt hij of zij naar u toe. Misschien komt de Here Jezus aan uw bed staan om u te
zegenen. Of komt de H. Maagd om u de weg te wijzen. Die dromen ontwerpt u zelf. Waarom
ontwerpt u ze zelf? Omdat u met de feitelijke toestand geen vrede heeft.
Fantasie is heel vaak een ontvluchting aan de feiten. Wij proberen de zaak aan te vullen om
het voor onszelf dragelijk te maken. Als u daarmee rekening houdt, dan kunt u ook begrijpen
waarom de meeste mensen in deze tijd in meer of mindere mate fantasten zijn. Het zijn
mensen, die denken werkelijk dat ze iets bereiken, als ze met een spandoek ergens midden in
de stad gaan staan. Daar geloven ze heilig in. Maar waarom geloven ze daarin? Want dit is
natuurlijk reëel gezien onmogelijk te denken dat je daarmee werkelijk iets bereikt. Omdat ze
zich machteloos voelen. Hun machteloosheid gaat in hun gevoel zover dat ze het slachtoffer
7
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

zijn van een hele wereld die ze niet kunnen beheersen. Door zich nu voor te stellen dat zij door
met een spandoek of desnoods rond te lopen met een leeg vogelkooitje die wereld kunnen
beïnvloeden, maken ze hun gevoel van onmacht ten dele ongedaan.
U zult zeggen: Dat is negatief. Neen, dat is niet negatief. Het is beter dat je het gevoel hebt
dat je iets doet, dan dat je het gevoel hebt dat je niets kunt doen. Je kunt natuurlijk wel
dingen doen, maar die zijn vaak niet in overeenstemming met wat je leuk en prettig vindt. Je
zult vaak offers moeten brengen. Daar voel je niet voor. Of je zoudt misschien eisen moeten
stellen en die durf je niet stellen. Dat weet je innerlijk heel goed en daarom ontwijk je die dus
weer in je fantasiebeelden. Maar al compenseer je met dat fantasiegedoe een beetje, je kunt
nooit volledig compenseren. Nu weten we allemaal, en dat is de bekende stelling: in het
droomleven compenseert de mens de spanningen van de dag om ze zo af te reageren en
daardoor nog een mogelijkheid te behouden tot normaal reageren in de werkelijke
omstandigheden. Realiseer u nu eens even dat onze dromen ook iets zeggen over onszelf net
zo goed als onze fantasie. Helderzienden pogen allemaal het onbekende in de wereld gestalte
te geven, om datgene wat in de wereld voor jou ergens niet aanvaardbaar is zo om te buigen
dat het net wel aanvaardbaar is: dat het toch nog zin krijgt. En dan kunnen we zeggen:
Fantasie is in vele gevallen toch ook, als we op weg zijn naar geestelijke bewustwording e.d.,
wel degelijk een methode om verder te komen, als we blijven beseffen dat het fantasie is.
Misschien dat dat een van de springende punten is in het hele betoog dat ik houd: wij moeten
steeds weten wat fantasie is en wat echt is. Wij moeten altijd weer, durven terugkeren naar de
werkelijkheid. Wij moeten tegen onszelf durven zeggen: Wat ik heb gezien, is mijn vertaling
van iets wat ik niet helemaal kon vatten. Wat ik meen te betekenen als ik iets doe, is niet reëel
iets betekenen. Het is alleen mijn poging om aan betekenisloosheid te ontkomen. En dan kun
je je misschien ook afvragen: Kan ik dat ook op een meer werkelijke wijze doen?
Onze vriend de vorige spreker heeft al gezegd: Als je een ladder wilt opstellen waarop je kunt
klauteren tot aan de hoogste innerlijke bereiking, dan moet je eerst een goed fundament
hebben. Ik denk, dat er niet veel mensen zijn die zo'n fundament kunnen produceren zonder
de specie van een beetje fantasie. Je hebt de fantasie gewoon nodig om de verschillende
erkenningen voorlopig bij elkaar te houden. Maar je moet weten, wat het is. Je moet de
fantasie niet verwarren met de harde werkelijkheid. Op het moment dat je dat doet, loop je
vast. Ik heb mij een hele tijd beziggehouden met het observeren van allerlei mensen, die zoals
dat heet paranormaal begaafd zijn. De paranormale begaafdheid van de mensheid bedraagt
over het algemeen 90%. Dus 9 van de 10 mensen zijn paranormaal begaafd, alleen weten de
meeste het niet. Er zijn mensen die denken dat je elkaar gemakkelijk kunt begrijpen, als je
niet gelijktijdig aanvoelt wat de ander bedoelt. Maar als we nu eens precies kijken hoe het in
elkaar zit en we kijken alleen naar de woorden, dan snappen we elkaar niet. Dan komen we er
gewoon niet achter. Dan zitten we in een situatie als de Russen en de Amerikanen in Genève.
Wij praten wel met elkaar, maar we begrijpen elkaar niet. Dat de meeste mensen elkaar toch
wel kunnen begrijpen is te danken aan het feit, dat ze eigenlijk aanvoelen (dat is al een klein
beetje telepathie) wat de ander bedoelt. En zo komen ze tot het juist interpreteren van
hetgeen er wordt gezegd en dat is heel erg belangrijk.
Ik heb gezegd: helderziendheid, helderhorendheid, helderwetendheid komen heel veel voor. Er
zijn tegenwoordig zelfs een aantal mensen die een beetje in de tijd kunnen zien. Maar je moet
al die dingen kunnen verklaren. Het paranormale is eigenlijk de aanleiding tot extra fantasie,
zo gek als het moge klinken. Niet omdat het op zichzelf fantasie is, maar omdat het alleen
verkleed als fantasie kan worden binnengebracht in je leven, in je beleving. Misschien wel
omdat de werkelijkheid voor de meeste mensen een bittere pil is. Als ze er dan een beetje
suiker omheen doen, dan wordt het een dragee en is het wel te slikken. Met de fantasie
vergulden we de zaak een beetje. Er zijn mensen, die zouden kunnen horen wat een ander
denkt. Maar dat doen ze dan niet. Alleen maken ze wel eens een vergissing. Dan zeggen ze
ineens tegen een ander: Zei je wat? Dan zegt de ander: Neen. Dan denkt de eerste man: ik
heb het zeker mis. Ik dacht, dat hij dat en dat zei. Hij heeft een gedachte opgevangen. En als
zo iemand zou toegeven: Het zou waar kunnen zijn, dan zou hij het gevoel hebben niet
normaal te zijn. Daarom fantaseert hij dat hij zo normaal is dat het paranormale voor hem niet
bestaat. Als u in uw eigen leven eens nagaat hoeveel gebeurtenissen er zijn die zuiver

8
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

rationeel, dus redenerend uit de normale oorzaak-en-gevolgverhoudingen e.d. niet te
verklaren zijn, dan staat u wel even perplex. Dan vraagt u zich af: Hoe ben ik tot al de
voorstellingen gekomen waardoor ik toch normaal blijf? Het antwoord is duidelijk: u heeft er
het een en ander omheen gefantaseerd. U heeft de zaken aangekleed om ze aanvaardbaar te
maken. En als u nu met een grote innerlijke vrede wordt geconfronteerd, dan is het heel
duidelijk dat u die ook niet zonder meer kunt aanvaarden. Dan fantaseert u er wat omheen en
maakt u er misschien een mooie inwijdingsroman van of u denkt terug aan de tijd dat u werd
ingewijd in de tempel toen Nebucadnezar nog tot Baäl bad. Als u nu met alles wat een feit is
bezig bent, dan zult u de feiten moeten samenvatten. U moet een wereldbeeld hebben. Dat
wereldbeeld is fantasie, want u kent niet alle feiten en daardoor voegt u vaak willekeurig
bepaalde feiten en gebeurtenissen samen en maakt daaruit een sluitend geheel. Maar dat doet
u ook ten aanzien van de geest.
Waarom denkt u dat er altijd zoveel gelovigen zijn? Niet dat ik iets heb tegen het geloof.
Helemaal niet. De mensen geloven omdat ze een wereld nodig hebben die hun eigen wereld
a.h.w. compenseert, aanvaardbaar maakt. De een gelooft in een uitverkiezing, de ander wil
misschien geloven dat er een rechtvaardigheid is of een wet. Zolang er mensen zijn geweest is
er geloof geweest. En dat zegt iets. Maar is hetgeen u gelooft nu helemaal onwaar? Natuurlijk
niet. Alleen, de waarheid past niet in uw wereld en niet bij uw persoonlijkheid. Daarom gelooft
u dingen, want u kunt een vorm daaraan geven waardoor de feiten ineens wel passen in uw
wereld. Laten we de meest simpele dingen van de wereld eens nemen.
Zeg tegen iemand: Herinnert u zich dat Jezus heeft gezegd: Wie het zwaard opneemt, zal door
het zwaard vergaan. Dan zegt hij: Ja, maar dat heeft niets te maken met de wapenindustrie,
want er staat niet: Je mag geen zwaarden maken. Dit is letterlijk gezegd op een van de
bijeenkomsten vandaar dat ik het hier citeer. Die mensen begrijpen niet dat een feit, een
eeuwige waarheid, onveranderlijk is. Je kunt haar niet interpreteren, ze kan alleen bestaan.
Maar een waarheid die bestaat, grijpt zover in in alles wat je gewend bent te doen en te
beleven dat je die waarheid eenvoudig niet zo kunt aanvaarden. Dus probeer je haar te
bekleden. Laten we zeggen dat de waarheid een röntgenfoto is van het bestaan. Dan zeggen
we: Ja, maar dat is niet leuk, dus geef me maar een gewone waarheid waarvan ik de
binnenkant niet behoef te zien. We kijken naar de uiterlijkheden en beseffen niet dat die
uiterlijkheden alleen kunnen bestaan, indien er een onveranderlijk geraamte van wetten en
van krachten binnenin zit.
Nu gaan we nog even terug naar de helderziende. De dingen die je ziet zijn of zinloos voor je
of je geeft ze een betekenis die ze in feite niet hebben. Laten we dat nu goed onthouden. Maar
als je waarneemt, dan moet er iets zijn. Een waarneming komt niet tot stand zonder dat er
een prikkel is die de waarneming veroorzaakt. De helderziende weet dus met zekerheid dat er
iets is. Hij probeert de betekenis van dat iets te vatten in het geheel van zijn bestaan, maar
dat kan meestal niet. Op het ogenblik, dat je probeert de helderziende waarneming in te
passen in je wereldbeeld en je manier van leven, vervals je datgene dat je hebt
binnengekregen. Die fantasie is misschien nodig om te kunnen weergeven, om er iets mee te
kunnen doen, maar het is en blijft een vervalsing. Als we dat echter niet doen, dan komen we
op een punt dat we zeggen: Het is er wel, maar het is zo zinloos. En dan begint het pas
interessant te worden, want dan gaan we een klein beetje toewerken naar onszelf en toch ook
een beetje naar onze innerlijke werkelijkheid. Als u helderziende waarnemingen doet, dan bent
u:
• Punt 1. Gevoelig voor indrukken van niet-stoffelijke aard.
• Punt 2. U zult alle indrukken die u ontvangt vertalen in beelden die uit uzelf voortkomen.
• Punt 3. Als u deze beelden niet kunt inpassen in uw werkelijke leven, dan komt dat omdat
u in uw werkelijke leven bepaalde punten buiten beschouwing laat. Vraag u dus af: Wat is
op het ogenblik mijn denken, mijn angst, mijn streven? En dan komt u meteen een stap
verder.
Oudere mensen hebben vaak een periode waarin ze allerlei visioenen en soms geesten zien.
Maar waarom vertalen ze die beelden dan in vreemde gezichten of onbekende personen of

9
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

vaker nog in mooie lichtende figuren of juist heel duistere figuren? Dat is heel begrijpelijk.
Kijk, wanneer een mens een bepaalde leeftijd heeft, dan behoeft hij dat niet toe te geven,
maar dan begint de dood dichterbij te komen. Voor de dood ben je misschien niet direct bang,
maar je bent onzeker. Alle indrukken die je nu krijgt, wijzen op het feit dat je bezig bent met
de dood en het leven na de dood. Het onderbewustzijn bepaalt dan de vorm. Als die vormen
voornamelijk onaangenaam zijn, dan kun je zeggen: Ik ben bang. Als die vormen aangenaam
zijn, kun je zeggen: Ik ben niet bang. Ik heb iets positiefs ervaren wat al tot een andere
wereld behoort. Dan valt de betekenis van de vorm weg en ook het fenomeen op zichzelf is
minder zinloos. Dan kun je verder eens nagaan op welke ogenblikken zo'n verschijning
optreedt. Als je elke keer een verschijning ziet, wanneer b.v. lijn 9 voorbij rijdt, dan zou dat
voor mij een reden zijn om lijn 7 of lijn 8 te nemen. Niet dat ik zeg: Dat is een reële
persoonlijkheid die hier staat. Het kan misschien, misschien ook niet. Maar het is wel degelijk:
er is voor mij iets verbonden met die lijn 9 of lijn 8. Als het een engel is, dan is het een tram
naar het hiernamaals. Als het iets lelijks is, krijg ik er misschien een ongeluk in. Op die manier
kun je dan zeggen: Het heeft wel een betekenis in mijn werkelijke leven, maar die betekenis
ligt anders dan ik dacht. Je gaat zien wat fantasie is, je gaat zien dat achter de fantasie steeds
weer dat stukje zit dat aanhangt bij je persoonlijke werkelijkheid.
De helderziende, die heeft geleerd om al die beelden samen te voegen en te zeggen: de indruk
die ik ervan heb is belangrijker dan het uiterlijk en de omschrijving ervan, komt als vanzelf tot
een beeld van de eigen innerlijke toestand. En dat is heel dicht bij de werkelijkheid, geloof mij.
Zelfs als je het vertaalt. Elke vertaling in woorden en gedachten is natuurlijk ook weer voor
een deel een beetje fantaseren. Je probeert er een vorm aan te geven die samenhangend is en
een beetje past bij het beeld dat je van jezelf hebt. Desondanks kun je zeggen: Die
waarnemingen zeggen iets omtrent mijzelf, niet in de eerste plaats over de geest. De geest
kan u helpen, zeker. Maar hoe kan de geest u helpen? Die geest kan u misschien bestaan door
u kracht te geven. Maar op een bepaald ogenblik neemt u meer van die krachten af dan u uit
een andere wereld krijgt, wat eigenlijk redelijk is. En op dat ogenblik wordt u gestoord, Er is
iemand die over uw hoofd strijkt, op uw rug klopt, in uw nek blaast of het tegen uw benen
tocht. Dan bent u even onbehaaglijk en u bent er even uit. Het gekke is, dat u daardoor
overschakelt op uw eigen energie. Het verschijnsel is dus zinvol.
Nu zijn er mensen die zeggen: Degene die over mijn haren strijkt, in mijn nek blaast, op mijn
rug klopt enz. dat is een goede of een kwade kracht. Dat heeft daar niets mee te maken. U
moet gewoon terug gaan naar de werkelijkheid. Ik leef ten dele met krachten die een ander
mij op dit ogenblik geeft. Ik heb van die kracht teveel opgenomen of teveel verbruikt, dus
moet ik de verbinding verbreken. Daardoor ontstaan de storingen. U ziet hoe werkelijkheid en
fantasie ook op dit terrein samenwerken. Er zijn ook mensen die zeggen: Ik geloof niet in de
geest. Dat behoeft ook helemaal niet. Je hoeft niet in de geest te geloven. Als je doodgaat,
merk je het vanzelf wel. Het enige waarin je moet geloven is, dat alles wat je beleeft, ook je
eigen fantasie, zinvol is en betekenis heeft. Als je dat nu eenmaal te pakken hebt, dan ga je
alles niet meer herleiden tot een vaste betekenis, maar je gaat kijken wat het voor uitwerking
hoeft. Die uitwerking is belangrijk. Zelfs als je voor je plezier zo'n dagdroom opbouwt. Er zijn
van die mensen die zich in halfslaap een hele feuilleton vertellen. Hoe het ook zij, als je zo'n
fantasie opbouwt, dan ben je eigenlijk bezig om jezelf te vertellen wat je bent en wat je niet
bent. En dat is nu juist hetgeen waaraan de meeste mensen voorbij lopen. Zij denken: fantasie
is fantasie. Zelfs wanneer u een boek leest, een roman. Een roman is driekwart fantasie
gemengd met wat eigen belevenissen en meestal met een stukje uit een krantenbericht. Hoe
leest u dat boek? Wat voor beeld krijgt u ervan? Als u het met een ander bespreekt, dan blijkt
vaak dat heel andere passages u hebben getroffen of dat u gevallen bent over heel andere
gebeurtenissen, ieder haalt er iets uit: iets wat bij hemzelf past, zodat je zelfs uit de
fantasiebeelden van anderen alleen die dingen afleest die iets zeggen over jezelf. Als ik erin
geslaagd ben om u dat duidelijk te maken, dan kunnen we zeggen: Beste mensen, fantaseer
maar rustig. Onthoud echter dat alle fantasie op zichzelf niet betekenisvol is, maar alleen als
uitdrukking van datgene wat echt in u bestaat. U kunt over mogelijkheden fantaseren die nooit
waar zullen worden, maar de mogelijkheden waarover u fantaseert vertellen iets over uw
verlangens. Uw verlangens zeggen iets over datgene wat u tekort meent te komen. Vraag u
dan af, of dat tekort reëel is en of u er iets aan kunt doen, dan komt u vanzelf verder. Met
10
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 1 - Inleiding

een beetje fantasie zult u kunnen zeggen dat ik u toch nog het een en ander heb verteld over
uzelf en over hetgeen u gebeurt. Zonder fantasie zoudt u bij ontleding misschien kunnen
zeggen dat ik u een weg terug heb gewezen naar de werkelijkheid zonder dat u daarbij afstand
behoeft te doen van uw heerlijke dromen.

BEGIN
Het begin is datgene wat het einde in zich bevat. Want een begin is altijd de consequentie van
het voorgaande, maar het is gelijktijdig de weg die voert naar morgen, naar het verdergaan.
Deze avond is een begin geweest, maar geloof mij, u zult niet veel begrepen hebben van
hetgeen er is gezegd, als u niet vele voorgaande betogen van deze aard - onverschillig hoe en
waar - zoudt hebben gevolgd of gelezen. En als dit begin voor u ook het begin is geweest van
een kijken naar uzelf, dan heeft u daarmee bereikt dat u uzelf beter leert kennen, maar ook
dat u in uzelf meer dingen zult kunnen leren kennen en kunnen
De voltooiing van de cursus ligt in haar begin, niet in haar einde. Het einde van de cursus is
alleen maar de bevestiging van het begin. Zo is het met alle dingen in het leven.
Je kunt niet zeggen: Ik begin iets nieuws. Je kunt alleen zeggen: Ik begin anders. Je zult niet
kunnen zeggen: Ik begin een nieuw leven, want al wat je bent geweest, is bepalend voor
hetgeen je in het nieuwe leven zult zijn. Je kunt niet zeggen: Dit is het einde van alles, want
het einde van alle dingen is op zichzelf alleen maar de bevestiging van wat is geweest en
daardoor het begin van wat zal zijn.
Beginnen betekent: zoeken naar het einde dat erin besloten ligt. Als u op deze manier
vanavond bent begonnen, dan kan ik u garanderen dat uw einde op zichzelf weer een begin is.
Een begin misschien van veel meer en veel beter.
Verwacht nooit dat een ander u alles kan geven. Wat een ander begint, zal een ander
voltooien. Wat u begint, voltooit u zelf.
Denk niet, dat u kunt ontkomen aan hetgeen u begonnen bent. Want al datgene wat uzelf als
oorzaak heeft gesteld, zult u moeten verwerken en u zult de gevolgen daarvan op uw eigen
manier verder gestalte moeten geven. Begrijp wie je bent en je zult van daaruit elk begin
kunnen maken tot een verdere ontplooiing van een werkelijkheid waarin je harmonie en vrede
vindt.

11
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

LES 2 - ZELFKENNIS EN ZELFBESPIEGELING.

Jezelf kennen is moeilijk. Wij hebben een beeld van onszelf dat altijd afwijkt van de
werkelijkheid en ongetwijfeld ook van het beeld dat onze naasten van ons hebben gemaakt.
Veel mensen doen wanhopige pogingen om hun innerlijk ik te leren kennen. Maar als je een
innerlijk ik benadert vanuit een vals standpunt, zul je het nooit werkelijk kunnen leren kennen,
want je zoekt de bevestiging van je eigen illusie, van je eigen denkbeelden. Daarom moeten
we bij zelfkennis in de eerste plaats uitgaan van al datgene wat ons op de achtergrond
beweegt.
Elke mens weet het. Je hebt je denkbeelden, je droombeelden, je filosofieën en eigenlijk heb
je ook een preferentie voor een bepaalde vorm van denken, van geloven en zelfs van
handelen. Deze voorkeuren zeggen meer over u dan de feitelijke dingen die u bij uzelf of bij
anderen weerspiegeld meent te vinden. Want wij worden gedreven door de kracht die in ons
woont. Dat is de geest en daarnaast ook de ziel.
Nu is de ziel een deel van de eeuwige kracht, van de totaliteit. Maar deze ziel heeft binnen die
totaliteit een eigen functie gekregen, anders had ze zich niet kunnen afzonderen van de
totaliteit. Elke uiting, die voor de ziel mogelijk is, wordt bepaald door de wijze waarop zij in de
totaliteit functioneert. Dat houdt in dat er dus een zekere programmering is t.a.v. het
verwerven van bewustzijn en indirect ook t.a.v. het optimale ik-beeld dat in u kan ontstaan.
Door nu niet uit te gaan van bewuste en rationele waarden - hoe belangrijk die in uw wereld
ook mogen zijn - komt u als vanzelf terecht in het gebied waar het z.g. bovennatuurlijke, het
onderbewuste en al die andere factoren, die zo moeilijk omschreven kunnen worden, een rol
spelen.
Wat je werkelijk bent, wordt bepaald door de geest. De geest is evenals de ziel gericht. Er is
een richting voor jezelf die niet noodzakelijk de gelijke richting moet betekenen voor ieder
ander. Je kunt alleen voor jezelf de kennis verwerven. Je kunt alleen voor jezelf ook de richting
bepalen waarin je je dient te ontwikkelen.
Dan heeft de geest ervaringen opgedaan. (Wij hebben dat de vorige keer reeds aangestipt.) Er
zitten o.m. incarnaties in verborgen. Er zitten allerlei krachten in besloten die je hebt
ondergaan in sferen, in werelden, in de oertijden misschien. Dat geheel vormt een
persoonlijkheid. Deze persoonlijkheid spreken wij bij gebrek aan beter aan als Super-Ego, het
grote Ik.
Dit Super-Ego kan zich nimmer in zijn geheel uiten in één incarnatie op aarde. Zelfs binnen
een aantal geestelijke werelden is geen volledige ontplooiing van dit grote IK mogelijk. Dat
houdt in, dat wat wij zijn wanneer we op aarde vertoeven slechts een klein deel is van het
Super-Ego en niet de totaliteit. Het betekent verder dat wij juist daardoor een beperking van
gezichtsveld hebben gekregen en eveneens van mogelijkheden.
Nu zijn wij verder vrij, dat mogen we niet vergeten. Onze keuze is er een die we wel degelijk
zelf maken en die niet door een ander ons wordt voorgeschreven. Als wij iets willen, dan
kunnen we dat doen of we kunnen dat laten: dat is onze zaak. Er is echter iets anders.
Datgene wat we willen, kan alleen voortkomen uit wat wij zijn. En als we iets laten, dan kan
dat alleen het gevolg zijn van een besef dat in ons bestaat, ook al is het misschien stoffelijk
onderbewust. Onze keuze wordt dus wel mede bepaald door een aantal factoren in het ego dat
we niet bewust kennen en waarop wij ook stoffelijk zeker en rationeel waarschijnlijk niet een
greep kunnen krijgen.
Als wij nu een poging doen om het ik te leren kennen zoals het hier bestaat, dan mogen we -
meen ik - deze wijze van beperktheid, want dat is het, niet buiten beschouwing laten.
Misschien kunnen we ons afvragen waarom er bepaalde dingen in de wereld zijn die we altijd

12
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

blijven verwerpen. Waarom er andere dingen in de wereld zijn die we altijd zullen toejuichen.
We kunnen ons ook eens afvragen waarom sommige dingen een grote indruk op ons maken en
andere niet. Heus, het zegt vaak meer over ons.
Als je beseft waarom je van Bach houdt en b.v. niet van Vivaldi of meer modern van Pijper en
als je dan nagaat: dit vind ik mooi en dat vind ik niet mooi. Het is de tegenstelling die we
nodig hebben om kennis te krijgen van onszelf.
Zelferkenning vergt een voortdurende ontleding vooral van de kenbare tegenstellingen die in
ons huidig besef en ons huidig gevoel aanwezig zijn. Wat er tussen deze ligt, blijkt steeds weer
heel nabij te komen aan de hoofdlijn van ons leven. Misschien kunnen we zeggen: Het is de
taak, die we hebben gekregen toen wij aan dit leven zijn begonnen vanuit een groter IK, of als
u dat liever wilt, vanuit een goddelijke Kracht.
Een besef van uw taak is tevens een besef van betekenis. Een taak echter - en dat moet u
goed begrijpen - kan nooit betrekking hebben op anderen. Wel op het contact met anderen,
maar nooit op de vrijheid van anderen of een beoordeling van anderen. U kunt uzelf zijn. U
kunt uzelf waarmaken, maar u kunt nooit een ander daaraan onderwerpen.
Als u in die tegenstellingen enige richting begint te bemerken, dan kijkt u eens wat u verwerpt
en wat u eigenlijk aantrekkelijk vindt. Het is misschien een beetje moeilijk om dat te doen in
termen van mode of van verschijnselen in het publieke leven, maar u kunt het wel doen aan
de hand van een voorkeur voor kleur. Aan welke kleur geeft u de voorkeur? Wat kies ik graag
aan hoofdtonen in mijn omgeving? Houd ik van erg veel voorwerpen om mij heen of voel ik
meer voor ruimte? Dergelijke dingen zeggen namelijk ook iets over uzelf. Ze zeggen niet
alleen dat u een type bent dat veel of weinig nodig heeft, maar ze geven ook aan in welke
straling u zich het prettigst voelt.
Als uw voorkeur rood is, dan moet u er toch mee rekenen dat het een warme, maar tevens in
reflectie een betrekkelijk lage tint is. Dat wil niet zeggen, dat u geestelijk laag bent, maar het
wil over het algemeen wel zeggen, dat een groot gedeelte van uw betrokkenheden op zuiver
materieel vlak zullen liggen. Blijkt daarentegen dat u een grote voorkeur heeft voor b.v. blauw,
dan houdt u zich bezig met kennis, met beleving. Gaat u meer de richting uit van violet of
zwart, dan heeft u eigenlijk geen behoefte om te weerkaatsen. U bent dan iemand die veel
opneemt
Wat de beleving betreft, zit u waarschijnlijk op de grens van mystiek. Dat zijn factoren die u
gemakkelijk kunt nagaan. Als u dan op een gegeven moment zegt: Met mijn kleurenvoorkeur
weet ik geen raad, dan kunt u altijd nog een keer een vraag stellen na afloop van de inleiding.
Belangrijk is verder ook onze relatie met de medemens. Waarom gaan wij op een bepaalde
manier met onze medemensen om? In heel veel gevallen zeggen wij: Ik ben goed voor mijn
medemensen. Maar doet u dit eigenlijk om goed te zijn, doet u het voor uw medemens of gaat
het u misschien eerder om aanzien of erkenning? Ook dat is een kwestie waarop we toch even
moeten ingaan, want het maakt ons iets duidelijk.
Uw motivering in het leven is namelijk niet alleen maar iets wat is geprogrammeerd door
stoffelijke ervaringen. Het is wel degelijk een drijfveer die verder gaat dan dat. U heeft de
neiging om in uw contact met anderen iets waar te maken van datgene wat u de laatste maal
in uw geestelijk bestaan bent geweest.
Geestelijke ervaringen, zeker van kort voor de geboorte, zijn over het algemeen mede
bepalend voor de relaties die u heeft met uw medemensen. Bent u in wezen zeer gevoelsrijk,
op het onevenwichtige af soms, dan zou dat voor u kunnen betekenen dat u bezig bent met
het compenseren van een isolement. Hetzelfde als de hond doet die de hele dag alleen thuis
heeft gezeten, wanneer de baas thuiskomt. Die slibbert en breekt bijna zijn poten, die
kwispelstaart tot het hele servies in gevaar komt en trakteert ook, zijn baas op een paar
heerlijke likken die, wanneer ze het gezicht bereiken, onmiddellijk hygiënische controle nodig
maken. Op diezelfde manier reageert u.
Bent u misschien wat gevoelsarm in uw relaties en toch niet onverschillig, dan zou dat wel
eens kunnen betekenen dat u zoveel geestelijke verbondenheden heeft die zelfs nu in uw leven
13
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

nog een rol spelen, dat u daardoor niet de behoefte heeft om u geheel uit te leven op uw
medemensen. U bent dan eerder bezig met datgene wat er in u leeft met de medemens te
delen.
Het is dus een proces dat schijnbaar iets eenzijdiger is, maar waardoor u in werkelijkheid
voortdurend leert door de reacties van anderen ten aanzien van uzelf.
Door op deze wijze steeds bezig te zijn niet met alles wat u kunt beredeneren over uzelf, maar
met wat eenvoudige basisfeiten zonder een verklaring erbij te zoeken en daarnaast u af te
vragen: hoe voel ik de dingen? Wat zijn mijn emotionele reacties op mijn wereld en ook op
mijzelf en mijn daden? komt u als vanzelf tot een beeld dat zolang u in de stof bent zeker
voldoende is om een verdere geestelijke ontwikkeling mogelijk te maken. Maar als u dat beeld
eenmaal heeft gevonden, dan zult u tot de conclusie komen: met dit beeld alleen kom ik niet
veel verder. U zoudt uw innerlijk contact met uw werkelijk ik groter willen maken.
Nu spreek ik helemaal niet over de mensen die één willen worden met hun Super-Ego. Over
het algemeen zijn het mensen die hun geestelijke benadering meer egoïstisch dan altruïstisch
zien. U moet in een geestelijke bewustwording juist naar het al toegroeien en niet u daarvan
isoleren in een poging boven al te staan.
Wij gaan nu beginnen aan een proces dat men wel zelfbespiegeling of zelfbeschouwing pleegt
te noemen. Nu is er bij bespiegeling nog de mogelijkheid om jezelf te herwaarderen en de
werkelijke betekenis van je wezen te zien aan de hand van de reacties in de wereld.
De betekenis van je daden wordt zelden beseft voordat ze tot uiting komen. Maar datgene wat
tot je terugkeert, zegt niet alleen iets omtrent je daden maar ook over jezelf. Je gaat eerst
eens jezelf beschouwen. Hoe doe je dat?
Rustig zijn. Dat is altijd een eerste vereiste. Laat het beeld van hoe je jezelf droomt te zijn,
dus datgene wat je zo graag zoudt willen zijn eerst in jezelf ontstaan. Vraag je af, of dat beeld
nu wel ideaal is. Heel vaak zie je dat je heel veel details toevoegt die eigenlijk niet tellen: die
op aarde misschien belangrijk zouden kunnen zijn, maar die je toch moet achter laten,
wanneer je overgaat.
Haal het overbodige van het beeld eens weg. Wat je overhoudt is een kern. Die kern moet je
niet alleen beschouwen, maar je moet proberen je daarmee één te voelen. Dat is op zichzelf
ook weer een proces dat een nadere verklaring behoeft, neem ik aan.
Als je bezig bent met de kern van je wezen en je probeert daarmee één te zijn (het begrip dat
je van jezelf hebt te verwisselen voor het begrip van de kernwaarde die je in jezelf vindt) dan
zul je afstand nemen van datgene wat je bent. Je zult daarnaast ongetwijfeld ook een mate
van beschouwen verkrijgen waardoor je hogere kracht en hoger licht in jezelf meent te
veronderstellen.
Het licht is er inderdaad, laat mij dat eraan toevoegen. Het is inderdaad: een kracht waaruit je
kunt tappen, maar voor ons doel is dit nu niet zo belangrijk. Het gaat erom dat je door je één
te voelen met dat wat je na alle overbodigheden terzijde te hebben gezet overhoudt en
waarvan je zegt: Dit moet het toch wel zijn. Dan eerst kom je tot een schouwen waardoor je
jezelf kunt gaan beleven als deel van het geheel.
Dat is nog niet de kosmos. Je ziet jezelf als deel van een ontwikkeling, van een époque. Je ziet
jezelf als deel van een bepaald proces - dat op aarde plaatsvindt. Door dit gevoel van deel-zijn
te aanvaarden en gelijktijdig je af te vragen: Wat ben ik eigenlijk in dit verband? Ontstaat er
een nieuw ik-beeld dat weer details en overbodigheden zal bevatten. Maar voorlopig laat je die
er maar rustig bij.
U heeft nu uit de kern van uw wezen een relatie gesteld met uw wereld. Die relatie kan nooit
betrekking hebben op alle kleine daden. Ach, er zijn zoveel mensen die hun daden beschouwen
als iets buitengewoon belangrijks. Eigenlijk zijn daden niets anders dan waar geworden
gedachten met alle ervaringsconsequenties die eraan kleven. Houdt u gewoon maar bezig met
de betekenis. Betekenis voor het andere, betekenis voor uzelf. U zult dan ontdekken dat u

14
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

met, bepaalde ontwikkelingen zowel geestelijke als stoffelijke trance - zo'n grote verwantschap
heeft dat u zich op een harmonie daarmee innerlijk durft beroepen.
Als die zelfbespiegeling, zelfbeschouwing heeft geleid tot dit punt van erkenning, dan heeft u
meteen een basis gevonden voor elke verdere ontwikkeling waardoor uw bewustzijn a.h.w.
over de grenzen, van het rationele en zelfs van het formuleerbare heen komt. Want hoe meer
harmonie en eenheid er is, hoe minder u behoefte heeft aan uitdrukking. U weet het wel, als
mensen onder elkaar werkelijk goed met elkaar verbonden zijn, dan is vaak een half woord
genoeg en soms zijn woorden niet eens nodig. Men wéét a.h.w. wat de ander denkt, wat de
ander nodig heeft of hoe de ander reageert.
Op dezelfde manier kunt u door die harmonieën weten, zonder dat u het kunt uitleggen hoe of
waarom, wat er in bepaalde relaties met de wereld aan de hand is, wat zich daarin ontwikkelt,
zelfs wat de mogelijkheden ervan zijn.
De bespiegeling die we dan verder nodig hebben is: pas ik met het beeld van waaruit ik ben
begonnen (mijn droombeeld van mijzelf) eigenlijk wel in de werkelijkheid zoals ik die nu
ontmoet? Tot uw verbazing zal blijken dat tussen dat droombeeld en de eenmaal
geconstateerde en beleefde harmonieën er een mate van congruentie bestaat. Een groot
gedeelte daarvan blijkt wel met elkaar te stroken. Wat niet strookt, laat u buiten beschouwing.
Om door te dringen tot de kern van uw wezen, om langzamerhand een betere greep te krijgen
op de invloed uit het totale ego die in de huidige incarnatie, de huidige bewustwordingscyclus
wordt geopenbaard is het nodig dat u overbodigheden overboord weet te zetten. Ook t.a.v. uw
daden, uw gedachten, uw zwakke en uw sterke punten. Alleen wat in die harmonie betekenis
heeft behoudt u, al het andere doet niet ter zake.
Het is een vereenvoudigingssysteeem, ik weet het. Elke vereenvoudiging heeft op den duur de
neiging om onregelmatigheden te veroorzaken. Maar als u met uzelf bezig bent, dan bent u
eigenlijk bezig te varen op een absoluut onbekende oceaan naar een doel dat u nog niet kent.
Alsof u innerlijk een Christoforus Columbus bent op weg naar de Indiën die niet bestaan en
tenslotte ergens terecht komt in het onbekende Caraïbische gebied. Het hindert niet waar u
terecht komt. Het gaat erom dat u onderweg bent.
U zult op uw weg zeer veel dingen ontmoeten, daarvan kunt u zeker zijn, die u helemaal niet
had verwacht, niet met uw geestelijke bewustwording, niet met alle lessen die u heeft
gekregen, en zelfs niet met uw intuïtie. Het onverwachte doemt steeds op. Maar wij moeten
vasthouden aan onze vereenvoudigde wijze van zelferkenning. Dan alleen kunnen wij namelijk
voortdurend weer ons beeld in en t.a.v. onze wereld en de werelden waaraan wij deel kunnen
hebben zelf dermate aanvoelen en begrijpen, zodat we op grond daarvan een keuze kunnen
maken die bij ons past.
Bewustwording wordt heel veel vaak gezien als een proces dat zich met uitsluiting van de
openbaarheid voltrekt. Dat is natuurlijk onzin. Bewustwording is een innerlijk proces dat, zich
voortdurend bevestigt op elk niveau door de uiting en die het veroorzaakt. U moet er niet naar
streven uzelf te veranderen in eigenschappen. U moet ernaar streven om uzelf in de kern aan
te voelen, te erkennen en te begrijpen en dan op basis van een eenvoudig beeld daarvan de
relatie met de wereld te erkennen en van daaruit te handelen.
U moet zeggen: Dit is het belangrijke en dit maak ik nu kenbaar. Door dit te doen bereikt u
een verschuiving in uiting. Het kan zelfs een verschuiving betekenen in gezondheid en in
andere dingen. Dat doet niet ter zake, het is een nevenverschijnsel. Maar u krijgt daardoor
scherpte in het beeld dat u van uzelf neerzet.
Als je een foto wilt nemen, dan is een van de belangrijkste dingen dat datgene wat je gaat
fotograferen precies in focus wordt gebracht: d.w.z. dat het zich op de juiste wijze in het
brandpunt bevindt en daardoor in voldoende diepte en scherpte vertoont.
Wanneer u nu bezig bent met uzelf te beschouwen, uzelf te onderzoeken, uzelf te bespiegelen,
dan is het belangrijkste toch wel dat het ik eveneens in focus komt, dat het niet een vaagheid
blijft. Een mooi lichtend bolletje dat in de verte zweeft is misschien heel aardig, maar je hebt
er zo weinig aan. Pas als er correctie wordt toegepast totdat de kern van het ik, zich steeds
15
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

scherper en duidelijker gaat manifesteren, zal uw zelfonderzoek en uw zelferkenning altijd
weer vastlopen in een wat matte, wattenachtige mist van onbegrip. Probeer nu door uw daden
te baseren op die kern reacties en correcties te verkrijgen waardoor u dat beeld van het ik
plotseling scherper in lijnen ziet afgetekend. Dan worden eigenschappen en harmonieën op
een gegeven ogenblik zo duidelijk kenbaar, dat u ze misschien niet kunt uitdrukken, maar dat
u met één gedachte a.h.w. toch dat beeld in u opkomt en daarmee de afstemming die u nodig
heeft.
Uzelf ontwikkelen is een eigenaardige procedure. Misschien mag ik ook hier een fotografisch
voorbeeld geven. Als u een film ontwikkelt wat krijgt u dan? Een negatief. Als u een beeld van
uzelf geestelijk ontwikkelt en u gaat dat stoffelijk bezien, wat krijgt u dan? Een negatief. Met
andere woorden: de waarden zijn omgekeerd. Maar een geoefend fotograaf draait onbewust
de waarden om. Hij ziet in het negatief de foto zoals ze afgedrukt zal zijn. Die bekwaamheid
kunt u op den duur ook verwerven, maar niet onmiddellijk.
Onthoudt u één ding: Zeer veel van uw stoffelijke benaderingen en beoordelingen zijn, als ze
in een geestelijk verband worden geplaatst, in feite negatief. Dat wat u zwart noemt, kan wit
zijn en wat u wit noemt, kan zwart zijn wanneer zo dadelijk de afdruk komt en wij zo dadelijk
de werkelijke betekenis ervan gaan zien. Dit is een van de punten die na de overgang een
grote belasting betekent, voor veel mensen die te zeer van zichzelf overtuigd waren. Ik moet
zeggen, dat ik daarmee ook persoonlijk enige ervaring heb opgedaan.
Realiseer u dus, mijn beoordeling op dit ogenblik kan nooit zijn op grond van waarden als goed
en kwaad, als wit en zwart. U kunt alleen proberen vormen te zien.
Een harmonie is niet een lijn zonder meer. Een harmonie is een verbindingslijn. Het
belangrijke is niet hoe die lijn eruit ziet. Het belangrijke is, welke punten ze met elkaar
verbindt. Op deze manier krijgt u langzaam maar zeker een begrip voor uw relatie met de
wereld. Dat voert mij tot het laatste deel van deze voordracht.
Als je een relatie met de wereld kent, dan besef je dat misschien niet helemaal, maar dan heb
je gelijktijdig een relatie met de kosmos geconstateerd. Ons werkelijk kosmisch contact komt
voort uit de ik-persoonlijkheid (de ziel) die wij zijn als deel van de totaliteit. Daarin ligt de
bepaling van ons wezen. Elke relatie die ooit voor ons kan bestaan is daarin reeds
geconcretiseerd. Wat wij dus doen is: bevestigen wat is en vooral niet creëren wat nog niet is.
De kosmische relatie kan voor ons kenbaar worden op het ogenblik dat wij haar structuur
binnen de beperkingen van de sfeer of wereld waarin wij leven zodanig benaderen dat wij
daardoor het gevoel van kosmische verbondenheid krijgen.
Wie zich bezighoudt met zelfbeschouwing, zelferkenning, zich misschien ook aan vele
bespiegelingen te buiten gaat, moet zich wel realiseren dat, als men precies de goede lijn te
pakken heeft, het bewustzijn tijdelijk schijnt te verdwijnen. Men ervaart het wel, maar niet
meer op een in de stof nog vast te leggen niveau. Wat er overblijft is een aantal onbegrepen
toestanden resulterend in een bepaalde gevoelsbeleving die eventueel ook lichamelijke
weerslag kan hebben.
Wanneer u werkelijk één wordt met een van de delen van uw hoogste dan zult u a.h.w.
ondergaan in een zinderende stilte. Er blijft niets meer over. Er is zelfs niet meer iets van licht
of duister. Er is eerder een opgenomen zijn in een levende tinteling waarin eigenlijk niet veel
meer overblijft van het ik dan een soort mateloze vreugdigheid en gelijktijdig een gevoel van
onmetelijke kracht, onmetelijke verzadiging. Er is geen verdere behoefte meer.
Wanneer u daaruit terugkeert, dan kan het een kwestie zijn geweest van 1/10 seconde en het
lijkt of u uren bent weg geweest. Of het kan uren zijn geweest en het lijkt of het geen seconde
heeft geduurd. Tijd is hier geen maatstaf. Ook niet de tijd die u volgens de klok onderweg bent
geweest. De beleving zelf is het enige waarop u zich kunt richten.
Op het ogenblik, dat u uit uw zelfbeschouwing, uw zelferkenning, zelfbespiegeling komt tot dit
moment van rust en stilte, bent u gekomen tot een erkenning van een werkelijke betekenis die
u overal - zelfs in uw eigen wereld of welke sfeer dan ook - zult bezitten. Deze is u dermate
eigen dat ze onvervreemdbaar is. Ze kan nimmer en door niets teniet worden gedaan.
16
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

De aanvaarding van een dergelijke vaagheid zal ongetwijfeld voor velen niet bevredigend zijn,
ik kan mij dat voorstellen. Maar dit is dan voor u misschien meer een controlemiddel dan een
situatie waar u met alle geweld naartoe moet streven. Het vloeit automatisch voort uit uw
poging uzelf te erkennen voor wat u bent, u te beleven in de kern van uw wezen. Het is dus
niet noodzakelijk om dit afzonderlijk na te streven.
Als zo'n gebeuren optreedt, zal het soms in uw leven nog wel een keer of twee worden
herhaald. Reken er echter niet op dat het een steeds weerkerend beleven is. Dat bestaat niet.
Wat wel bestaat en dat is erg belangrijk elke keer, dat u een dergelijke beleving heeft gehad,
kunt u door u alleen dit zo goed mogelijk voor te stellen en te herinneren u voorzien van de
krachten die nodig zijn om harmonischer en juister te handelen dan u zonder dat ooit gedaan
zoudt hebben. U krijgt zelfs de mogelijkheid om zwaardere lasten te dragen of schijnbaar
onmogelijke taken te volbrengen.
Er is dus inderdaad een kosmische eenheid die juist, als we tot een beleving komen van de
ware harmonie die in ons wezen hoort te heersen, zich in en aan ons manifesteert en zelfs
door ons aan onze wereld. Het is dus de moeite waard om u een beetje bezig te houden met
uzelf en te proberen alle bijkomstigheden af te tappen. Haal ze er maar af.
Het is nog veel belangrijker om, als u bezig bent in de kern van uw wezen tevens te komen tot
een begrip van verbondenheden. Zie de tegenstellingen die in u bestaan en besef, dat tussen
deze tegenstellingen zoals u ze kent en ervaart, dat punt ligt wat u werkelijk bent, waarmee
uw taak, uw verbinding met allen mede bepaald is.
Door op deze wijze te groeien in de richting van het kosmische wezen dat u bent volbrengt u
niet alleen een verdere geestelijke bewustwording, maar verkrijgt u bovendien een veel
grotere mogelijkheid tot verdere geestelijke ontplooiing, gebruik van innerlijke krachten en
daarnaast zeer zeker ook van een juister en bewuster reageren op de omstandigheden van uw
wereld die het voor u, zoals u bekend zal zijn, niet altijd even gemakkelijk maken. Einde van
de voordracht.
U sprak over de lichamelijke weerslag als je één bent met het grote geheel. Wat betekent
dat?
Over het algemeen betekent het een absolute gelijkrichting van de levensstromen. U zult zich
dus veerkrachtiger voelen. Het betekent tevens dat de energieën in uw lichaam en speciaal in
het zenuwstelsel op een zodanige manier worden aangevuld en gelijkgericht dat u het gevoel
heeft, dat u verfrist wakker wordt en uw veerkracht maar ook uw rustbehoefte tijdelijk
aanmerkelijk ziet verminderen. Dit is een van de meest kentekenende lichamelijke reacties.
Zelfbeschouwing. Een vraag betreffende negatieve en positieve effecten. Moet men beide
zijden van een harmonie, kunnen aanvaarden....?
Negatief en positief komen voort uit uw beoordeling. Uw beoordeling komt voor een groot
gedeelte weer voort uit de maatstaven die u heeft geleerd te hanteren in uw wereld. Ze zijn
dus niet absoluut.
Positieve en negatieve zaken beschouwen betekent alleen maar erkennen dat ze er zijn. De
werkelijke betekenis ervan kunt u pas later beseffen. Ga uit van hetgeen u als positief ervaart,
omdat u immers in dit positieve u gemakkelijker één zult voelen met hetgeen deel uitmaakt
van uw leven, en als eigenschap in u bestaat.
Een boer heeft eens gezegd: “Wie onkruid wiedt, gaat aan onkruid ten onder. Maar wie koren
zaait, zal zien dat het opschiet en het onkruid verstikt.” Op deze zelfde manier moogt u uw
positiviteit ook benaderen met de zekerheid dat, naarmate u meer het positieve ziet als de
basis van harmonie, u als vanzelf het negatieve dat werkelijk negatief is doet verdwijnen uit
uw bestaan en eindelijk uit uw bewustzijn.
Kunt u nog iets zeggen over het gevoelsleven in verband met het beter kennen van je
eigen persoonlijkheid.
Het gevoelsleven is grotendeels een niet rationele reactie op omstandigheden die wel rationeel
constateerbaar zijn. Je kunt zeggen dat het gevoelsleven van een mens dus mede bepalend is

17
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

voor zijn voorkeuren en daarmee een aanwijzing geeft voor de oriëntatie die de werkelijke
kern van zijn ik, voor zover het zich in de stof manifesteert, heeft.
Het betekent gewoon dat uw aangetrokken zijn tot bepaalde punten, uw afgestoten worden
door bepaalde zaken, uw vrees voor het ene en uw begeren naar het andere (allemaal
emotionele toestanden) samen een beeld vormen van datgene wat voor u als kern van het ik
in deze manifestatie mens belangrijk is. In deze zin zijn de gevoelens dus heel erg belangrijk
zelfs, als u ze in een eenvoudige zelfbeheersing benadert.
Ga je verder tot de bespiegeling, dan zal blijken dat de emotie de aanvulling gaat vormen van
de rede en tenslotte voor een groot gedeelte de rede vervangt omdat je dan het
bovenredelijke ervaart en vertaalt in gevoelens. Als u dit alles samenvat, zult u ontdekken dat
gevoel, bewust werken en beschouwen dienen samen te vlooien en dat ze op den duur
uitmonden in een gevoelsbeleving die een waardebepaling betekent van al hetgeen nog reëel
en t.a.v. uzelf kenbaar is.

DE ZWEVENDE BOEDDHA
Er was eens een arme boerenzoon die zwervende langs vele wegen terecht kwam in een
klooster en lama werd. En lama zijnde verdiepte hij zich in de leringen van de Heer Siddartha,
van de vele filosofen en in de geschriften waarin Vivekananda de vele wijsheden heeft
opgetekend die nu onder stof begraven wachten op degenen die ze soms toch trachten te
verteren.
Zo trok hij zich verder en verder terug uit het leven. Steeds minder interesseerde het hem wat
er in zijn bedelnap werd geworpen. Hij proefde zijn voedsel haast niet meer. Zelfs de
gezamenlijke recitatieven in de tempel gingen aan hem voorbij als een vage dreun, het
gezoem van een geestelijk georiënteerde bij.
Zo begaf hij zich dieper en dieper in een innerlijke wereld waarin hij zocht naar de
samenhangen, maar vooral naar dat wat hem met de oneindigheid verbond.
Zo gebeurde het op een dag dat zijn medemonniken hem aantroffen, toen zij hem kwamen
halen voor de dagelijkse bedeltocht, zwevende boven de grond, verzonken in beschouwing,
omringd door een straling van licht. Ze mompelden tegen elkaar: “Ziet, deze is de verlichting
deelachtig geworden”. Nu ja, het straalde er dan ook wel uit.
Toen dat echter enige dagen had geduurd, dacht men erover na of men de broeder toch niet
uit zijn vreemde toestand van verrukking zou kunnen wekken. Men wilde hem a.h.w.
terughalen naar de aarde om deelachtig te worden aan zijn wijsheid. Maar wat ze ook deden,
het ging niet. Er werden ladders neergezet, men wierp touwen om de zeer eerwaarde broeder,
maar wat er ook gebeurde, hij zweefde als een appel buiten het bereik van de plukkers.
Toen besloot men om bedevaartgangers toe te laten. En inderdaad, velen die gesticht werden
door een dergelijke vrome verhevenheid, schuwden de prijs niet die werd gevraagd om het
wonder te mogen aanschouwen. Al duizenden hadden hun munten geofferd en in vrome
bewondering zich vergaapt, voordat ze zich gingen richten tot de verkopers van thee en
andere consumpties, toen er plotseling iets gebeurde. De boeddha sloeg zijn ogen op.
Hij zag en overzag wat er was geschied. En wat hij toen zei, was niet zeer goddelijk.
Ternauwernood hadden zijn woorden zijn mond verlaten of hij daalde toornig ter aarde neer.
Hij ging weg uit het klooster en werd nooit meer gezien. Maar iemand vertelde mij dat hij boer
is geworden en op een karige akker ploegend en zwoegend, nu gesteund door een vrouw en
een aantal kinderen (op dat punt had hij kennelijk geen geestelijke schade geleden) zijn karig
dagelijks brood verdient.
Soms, zo zegt men, verheft hij zich nog wel in beschouwing. Maar niet meer voor het oog van
de vele nieuwsgierigen, doch in de stilte van zijn eigen akker, wanneer de maan de nacht
soms wat verguldt, wanneer de verzilverde gewassen een ogenblik ophouden te ruisen. Dan
spreekt hij met het Al, maar hij keert onmiddellijk terug en leeft op aarde. Want ziet, dit is zijn
lot, niet de verheerlijking.

18
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

Met deze korte vertelling probeer ik u iets duidelijk te maken van mijn persoonlijke benadering
van het fenomeen der zelfbeschouwing.
Wie zichzelf voortdurend beschouwt, kan het punt bereiken waarop hij zich verheft boven de
aarde en in diepe eenheid met het Al alles vergeet wat er rond hem of haar is. Maar wee
degene die blijft zweven! Hij wordt een bezienswaardigheid. En daar het uw doel zeker niet zal
zijn om nieuwe attracties voor het VVV voort te brengen, moet ik u dan ook de raad geven uw
innerlijke beschouwing, uw poging tot zelferkenning, tot kosmische relatie-erkenning zodanig
te beperken dat u niet waarlijk zweeft. Want al wat zweeft, komt ter aarde neer, en meestal is
het dan met een smak. Een dergelijke smak brengt verklaringen met zich die niet in
overeenstemming zijn met welke schijn van heiligheid dan ook.
Zoek diep in uzelf en wees niet bang voor alle wonderlijke dingen die u daar zult aantreffen.
Want de meeste mensen zijn innerlijk beschouwd een soort esoterisch Artis waarin het Natura
Artis Magistra bij sommigen vervangen schijnt te zijn door Dante's opschrift “Wie hier
binnengaat, laat alle hope varen.”
Wie binnengaat in de wildernis van zijn eigen persoonlijkheid, moet altijd wel beseffen dat
alles wat je ziet je ook zelf bent. Natuurlijk is het niet leuk, als je daar binnengaat en ontdekt
dat je zo nu en dan voor aap staat. Zomin het prettig is om te ontdekken dat vooral je
geestelijke beschaving zo nu en dan een aardige gifslang kan zijn. Om niet te spreken van een
alligator, ofschoon die meer in de mode is. Dit gezien de bijna heilig geworden wrokkende
uitspraak: 'See you later, alligator.'
De moeilijkheid is te aanvaarden wat je bent. En nog veel moeilijker is het om er niet een
vorm van schijngedrag uit te distilleren die je toch zelf niet kunt waarmaken.
Als een aap moet krabben, dan moet hij krabben. Als hij probeert niet te krabben, dan wordt
hij tenslotte alleen maar een dolle aap. En ofschoon dergelijke wezens op aarde onder de
mensheid zeker vaak losbreken, is het toch geen blijk van geestelijke bewustwording, als het
zover met je komt.
Als je bent doorgedrongen in deze innerlijke vergadering van allerlei dierlijke en onmenselijke
aspecten, is er misschien een rustpunt. Bijna een ieder kent in zichzelf dat ene punt waarin je
neergehurkt in een klein tempeltje een ogenblik bidt tot de Oneindige en onbewust jezelf zit te
vereren. Een dergelijke rust zij u gegund!
Een beetje zelfwaardering kan heus geen kwaad. Maar bedenk wel, dat wie blijft zitten niet
verder komt. Degenen, die op hun geestelijke lauweren rusten en denken dat ze kunnen
blijven wachten, zullen tot hun spijt moeten constateren dat geestelijke lauweren wel degelijk
verwelken en dat daar door een gat ontstaat waardoor je met een smak naar lagere regionen
afdaalt.
Ga verder. De rust is u gegund, maar rust niet te lang. Probeer in uw hele leven de dingen
waar te maken die u in uzelf kent. Vraagt u zich steeds af of er nog een hogere innerlijke
kracht is, of er nog een punt is in uzelf dat u nog niet heeft bereikt en dat u misschien een
ander gezichtspunt zou kunnen verschaffen.
Alleen degene die de moeite neemt om in het land te leven volgens de gewoonten van het
land, leert het land en zijn bewoners kennen. Alleen degene die de moed heeft om in zichzelf
de verscheidenheid van ontwikkelingen en standpunten alle te leren kennen, ontmoet op den
duur de werkelijkheid waarvan hijzelf de representant is. En zo u dit nog niet voldoende is, u
kunt verdergaan. Een zij het ietwat vaag recept daartoe heeft u van mijn voorganger, naar ik
aanneem, reeds ontvangen. Zo niet, dan wil ik dit voor u nog in leesbaar schrift herhalen,
want een doktersprescriptie resulteert vaak in onbegrip en aqua distillata met wat onschuldige
bijvoegingen.
Als je in jezelf de relatie met anderen werkelijk kent en je maakt er geen strijdpunt van, dan
ontstaat een verbondenheid die gelijktijdig aan je wezen een nieuwe betekenis geeft. De
betekenis die je hebt door hetgeen je bent in de wereld is tevens de weergave van datgene
wat voor jou harmonisch is, datgene waarmee jij kunt bereiken. Daar komt het eenvoudig op

19
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

neer. Nu ik van potjes Latijn ontdaan u dit recept heb gegeven, wil ik u een ander niet
onthouden.
Wanneer men in een toestand van lichte neerslachtigheid verkeert, zo heeft het weinig zin te
gaan zitten treuren. Maar een goed glas wijn (tenzij u een sterkere consumptie prefereert) wat
kaarslicht en zachte muziek zijn heel vaak de middelen om het zelfmedelijden langzaam maar
zeker om te vormen tot een zelfaanvaarding. De mens, die zichzelf aanvaardt, is in staat zijn
wereld beter te aanvaarden. Alleen wie zijn wereld kan aanvaarden zoals ze is, zal door zijn
wereld gemakkelijker worden aanvaard. Wat mij nu brengt tot een volgend punt.
Er zijn in de loop der tijden op bijeenkomsten als deze en op de meer open bijeenkomsten
nogal wat hemelpoortlegenden en verhalen verteld. Laten wij ons dan eens het volgende
voorstellen:
Een mens, in diepe beschouwing verzonken, vindt de weg om zijn geest van de stof los te
maken. Het eerste dat hij ontdekt is, dat bouwvoorschriften in het hiernamaals niet gelden,
want de trap is meer dan vier verdiepingen hoog en er is geen ingebouwde lift.
Dus zwoegt hij hijgend, murmelend en mopperend de trappen op totdat hij eindelijk bijna
uitgeput aan de hemelpoort staat. Hier vraagt hij, zoals iedereen dat pleegt te doen, aan de
welbebaarde poortwachter die zeker geen reclame voor scheermesjes kan maken: 'Petrus mag
ik binnen?'
Petrus kijkt hem aan en zegt: 'Ja, dat zou wel kunnen, maar dan moet je eerst dood zijn.'
Waarop de geest een ogenblik achter zijn niet bestaande oren krabt en vervolgens vraagt:
'Mag ik dan even naar binnen kijken of het wel de moeite waard is?' 'Dat mag' zegt Petrus.
Glurend door de spijlen van de poort hoort hij in de verte de nieuwste engelen-beatband met
hard-rock. Hij aanschouwt het zweefvertier dat ongehinderd door verkeerslichten in vele
richtingen door elkaar flitst. Hij ziet in de verte, maar voor het oog nog net verborgen, de
glanzen van de lichtshow die ongetwijfeld behoren bij de troon des Heren zelve. Hij denkt: het
is geloof ik best de moeite waard om daarvoor dood te gaan.
Dus huppelt hij, een gems met enig succes imiterend, met grote sprongen de hemeltrap af en
besluit: “ik moet deze band met het lichaam verbreken.” Dat lukt hem.
En terwijl het lichaam langzaam maar zeker bijdraagt tot de werkvoorziening voor
begrafenisondernemers begeeft hij zich wederom, nu met bijna lichte en vreugdige tred,
opwaarts. Zo nu en dan nog hijgend, maar denkend aan de heerlijkheid die achter de
traliepoort van de hemel hem zal opwachten.
Hij komt bij Petrus en zegt: 'Mag ik nu naar binnen?'
Petrus krabt wat in zijn baard, verwijdert onopvallend een vogelnestje dat daar in de laatste
eeuw terecht is gekomen en zegt wat meewarig: 'Ja, dat zal wat tegenvallen, want dan moet u
eerst een hele tijd naar de onderste verdieping toe.'
'De onderste verdieping? Maar u zei dat ik naar binnen mocht!'
'Ja, u mocht naar binnen, omdat u toen de band met het lichaam zelf niet had verbroken. Maar
aangezien u dit nu wel heeft gedaan, het welk u volgens art. 374 sub. a. b. etc etc. komt te
staan op een verblijf op hellehoogte van tenminste 700 jaar, zou ik u moeten verzoeken hier
links de trap afwaarts te volgen naar uw nieuwe bestemming. 'Petrus', smeekt de ziel, 'dat lijkt
mij te erg. Is daar niets aan te doen?' Petrus krabt nu in zijn niet bestaand haar. 'Ja, u zou
terug moeten gaan, maar ik weet niet of dat nog lukt.' 'Maar hoe krijg ik dan weer contact met
mijn lichaam?' Petrus denkt en denkt. De ziel voelt hoe het niet aanwezige gezicht langer en
langer wordt en staat op het punt in niet plengbare tranen uit te barsten.
En dan, als het doorbreken van de zon achter de wolken, vertrekt zich de baard en wordt zelfs
een stuk lip zichtbaar voorzien van een nog niet gesaneerd gebit. Petrus mompelt: 'Dat zou
het kunnen doen!’ Hij roept tegen een engel die net voorbij flitst. 'Zeg, haal voor mij even bij
de fourier een tubetje hemelse Velpon.' Als het is gebracht, geeft hij dat aan de ziel en zegt,

20
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

'Kijk, je plakt je geest weer aan het lichaam vast. Met Velpon zie je er geen barst van.' En zo is
het dan gebeurd.
Het reeds mooie gestoffeerde lichaam, omringd door enkele kandelaars, ontwaakte en gaf een
priester, die goed bedoelend bezig was met de Absoute de gelegenheid om onmiddellijk naar
Petrus te vertrekken.
Toen stapte de ziel op en nadat hij zijn doodshemd had verwisseld voor meer recente kleding,
ging hij weer de dagelijkse gang der dingen na. Soms koert hij in zichzelf. Maar als hij de
hemeltrap ziet, loopt hij liever een straatje om en mompelt tot zichzelf: 'Dat kan nog even
wachten.'
Mag ik u de raad geven: wanneer u al te hoog stijgt, even te kijken of het niet beter is soms
een straatje om te lopen en nog even te wachten. Want zij die snel, boven alles verheven hun
bewustzijn ten hemel willen richten, komen voor ze het weten in een zelfgeschapen hel
terecht.
Langzaam moeten wij groeien. Het bewustzijn moet zich langzaam ontplooien. Het moet zich
langzaam uitbreiden totdat niet het ik opstijgt ten hemel, maar het ik door zijn groei iets van
de hemel leert bevatten. Dan pas heb je deel aan de hemel en niet op een andere manier.
Nu weet ik wel, dat mijn hemelpoortlegende niet in de schaduw kan staan van die welke u
door zovele andere sprekers zijn gebracht. Maar de lering die ik daarin heb willen verbergen is
misschien duidelijk genoeg.
Zelferkenning is schitterend. Zelfbespiegeling kan zeker geen kwaad. Het onderzoek van je
eigen werkelijkheid kan leiden tot een beter begrip voor hetgeen je bent. Maar probeer niet
anders of meer te zijn dan je nu bent. Want door hetgeen je nu bent, zul je later worden wat
je in de eeuwigheid moet zijn. Maar als je nu probeert te worden wat je in de eeuwigheid moet
zijn en daardoor verwaarloost wat je nu bent, schop je alleen maar condities waarvoor je moet
terugkeren.
Reïncarnatie is geen sprookje. Al koester ik soms een vage hoop dat het waar zal blijken te
zijn dat het alleen maar een schrikbeeld is. Want om eerlijk te zijn ik kwam uit een wereld met
kaaskoppen en voel er weinig voor terug te keren in een wereld met kernkoppen.
Als wij tekortschieten, zullen we moeten herhalen, zullen we moeten terugkeren totdat we dat
stukje ik-besef hebben gevonden dat nodig is om onze grote werkelijkheid te aanvaarden.
Ik heb grote bewondering voor mensen die denken dat het allemaal vlug kan gaan. Er zijn dan
ook systemen die mij doen denken aan hetgeen men mij vertelde over bepaalde
fotoautomaten die in uw tijd zouden moeten bestaan.
Je gaat op een kruk zitten en als je bent neergevlijd, werp je, het geld in de automaat en dan
staar je naar een leeg vlak van waaruit lichten flitsen. En voor je heb weet, kun je buiten
ontdekken hoe lelijk je bent.
Kijk, als wij de slechte dingen willen hebben, dan gaat het vlug genoeg. Maar als we de
waarheid willen vinden, dan kunnen wij ons uiterlijk ik-beeld niet aanvaarden zonder enige
retouche aan de hand van de innerlijke werkelijkheid. En dat lijkt mij, mijne vrienden, de
betere weg om jezelf te leren kennen.
Maak geen haast, maar doe er wel iets aan. Loop nooit te hard, maar loop gestaag verder.
Want hardlopers zijn, zoals u weet, doodlopers. Ik moet zeggen: Een doodloper heb ik nog niet
ontmoet, maar zo'n wandelend geraamte lijkt mij toch geen aangenaam gezicht.
Neen, laten we rustig en eerlijk zeggen: Als wij werkelijk een innerlijke bewustwording en een
geestelijke bewustwording nastreven, dan moeten wij beginnen bij onszelf. Dat is waar. Maar
wij moeten dan ook leren onszelf te zijn. Want slechts de mens die leert zichzelf te zijn en zijn
innerlijke waarheid te maken tot een deel van zijn gehele wezen, zal in staat zijn die andere
werelden te bevatten waarin die waarheid eveneens leeft. Wie het zover brengt, mag zich
gelukkig prijzen.

21
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

Stel u eens voor hoe aangenaam en hoe goedkoop het is, als u heeft geleerd een of twee
geestelijke werelden te bereiken en daar een ogenblik te vertoeven. U heeft uw vakantiehuisje
in Zomerland. U heeft uw retraitemogelijkheid in Hoog Zomerland en wie weet, uw scholing
voor vermaak en sport aan de grenzen van die trillingsgebieden waar de vormen ophouden te
bestaan.
Het is goed om het zover te brengen. Maar u kunt nooit de ene wereld verlaten voor de
andere, tenzij uw lot zover voltrokken is dat die andere wereld de enig echte is geworden. Ik
kan nog wel meer vertellen, maar ik denk dat ik de essentie aardig heb uitgedrukt.
Wie zoekt naar een geestelijke ontwikkeling en een geestelijke bewustwording moet niet
denken dat het in één week of in één jaar gaat. Het streven daarnaar is een wijze van leven,
niet alleen maar een zeker kunstje waarmee je je plotseling boven alles weet te verheffen. De
manier waarop je leeft, geeft je innerlijk kracht en ook inzicht en licht.
Houd rekening met de anderen die je in de wereld ontmoet en kent, maar durf ook jezelf te
zijn als dat nodig is. Probeer de waarheid die in je leeft niet in waarden te formuleren, want
wie een kosmische waarheid in woorden verklankt, heeft in feite geprobeerd een schilderstuk
op muziek te zetten: weinigen van u zijn een Moussorsky. Leef jezelf. Laat de waarheid in je
bestaan als één vaag licht. Vaagheid in de termen van uw wereld betekent heel vaak juist het
zinvolle van een deel van je leven wanneer je verder gaat.
De verschijningen en droombeelden van vandaag, schijnbaar zinloos, blijken later de
bouwstenen te zijn van een wereld waarin je juist daardoor gemakkelijker kunt aarden,
waaruit je beter verder kunt gaan. Vraag je niet af: waarom? Wees jezelf en probeer nooit een
zwevende boeddha te worden. Want ik garandeer u, indien u daarin slaagt, dan wordt u
ongetwijfeld boven Scheveningen verankerd, dat kan vooral met stormweer een koude
bedoening zijn.

APPLAUS
Het ratelen van handen en soms het stampen van voeten die samen niet alleen dat wat je doet
verzoeten, maar zelfs het loon zijn voor de moeite die je je hebt gegeven. En toch, ben je een
beter mens? Misschien een betere Paus, alleen doordat men steeds weer juicht door al dat
groot applaus?
Applaus is een erkenning. Ze wenkt tot dankbaarheid. Maar is het niet beter om jezelf te
wezen en door een innerlijke kracht en weten voortdurend geleid, zodat je kunt leven en
sterven zonder ooit te vrezen dat je wegen niet verder zullen gaan tot aan het bereiken.
De Schepper geeft je geen applaus. Hij erkent je slechts als deel van Zijn Wezen. Maar op de
weg daarheen, dat geef ik toe, stilt het applaus vaak vele vrezen.
Niet modern zijnde applaudisseer ik niet terug, maar dank ik u wel voor de mij verleende
aandacht en spreek ik de hoop uit dat ik u toch ondanks alles enkele punten ter overweging
heb mogen geven. Misschien heb ik u zelfs iets duidelijk gemaakt. Maar wat voor mij duidelijk
is, kan voor u nog steeds verwarrend blijven. En dat is dan mijn schuld. In dat geval mijn
excuses.

DOEL
Een doel. Wat is een doel? Voor mensen al te vaak drie latten, met of zonder net. Een leegte
waarin je dan een keeper hebt gezet om net te doen alsof het toch gesloten is.
Stel je een doel zo edel en menslievend als je je maar kunt denken, dan blijkt maar al te vaak
dat wat je de wereld wilt gaan schenken hetzelfde is: wat lege lijnen, daarachter misschien
een net van gevoel en de idealist zelf als keeper in het doel.
Is er een doel? Wij weten het niet. Wij kennen niet zin, betekenis, reden van alles wat er in de
sferen gebeurt of op aarde bij de mensen beneden. Wij weten alleen, dat het zinrijk moet zijn,
ons leven, ons wezen, geboorte, bestaan, het sterven, het gaan van de weg door de sferen,
het altijd en altijd maar verder gaan.

22
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 2 – Zelfkennis en zelfbespiegeling

Het doel van die reis? Wij kunnen het dromen, maar weten doen we het niet. Want waar is de
mens en waar is de geest, die de tijd van begin tot eind overziet en kan zeggen: Daarom al dit
gebeuren. Dit is de reden van al dit bestaan. Misschien is er aan doel, maar ik kan het niet
kennen. En als ik soms denk dat ik het kan, blijkt het waan.
Ik hoop hiermede u niet van uw doelbewust streven te hebben afgeleid. Als u zich een doel
stelt, maakt u een illusie waar om te ontdekken in hoeverre ze werkelijkheid bevat.
Als u doelbewust wilt streven, kan ik U slechts toewensen, dat u na het bereiken veel
werkelijkheid constateert in datgene wat u zo ijverig en naarstig heeft gepoogd te bereiken.
Meditatie uit Cursus II.

23
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

LES 3 - ZELFPROJECTIE

Een ik is een zeer gecompliceerd geheel. Er zitten allerlei geestelijke trillingen in, daarnaast
astrale trillingen, vitaliteitstrillingen en ook het lichaam zelf heeft zijn eigen uitstraling. Als dat
geheel harmonisch is, dan kunnen we zeggen dat er een uitstraling is die op welke wijze dan
ook de mensen aanspreekt. Het wil helemaal niet zeggen dat zo'n mens goed moet zijn. Het
wil alleen maar zeggen dat alles op elkaar moet zijn afgestemd. Er zijn weinig praktische
regels te geven om dit tot stand te brengen. Maar u heeft het zelf misschien wel eens
geconstateerd.
Er zijn mensen die werkelijk zeer goede en verstandige dingen zeggen, maar ze kunnen
niemand ertoe brengen om eens te luisteren. Er zijn anderen die alleen maar onzin vertellen,
maar door hetgeen ze projecteren wordt het voor die aanwezigen aanvaardbaar. Zo iemand
krijgt nog een ovatie op de koop toe, waarschijnlijk omdat niemand heeft begrepen wat hij
zegt. Dit is een heel bekend verschijnsel. Het speelt o.m. in kerkelijke en politieke kringen een
heel grote rol.
Als we dat nu bezien, dan is het duidelijk: er moet allereerst een mate van eenheid worden
bereikt. Als je iets wilt doen, best. Maar concentreer je dan op dat doel, dan harmoniseer je
a.h.w. alle delen van je wezen. Er is niets anders meer dan dat doel. Daarmee heb je niet
alleen bereikt dat het ik is afgestemd en in al zijn complexe stralingen en waarden tot een
eenheid is geworden, maar je hebt bovendien bereikt dat het doel zodanig doordringt tot elk
niveau waarop ook maar een doel van het ik kan bestaan dat daardoor alle krachten van het ik
gelijktijdig inwerken.
Nu is zelfprojectie natuurlijk iets waar wij in vele verschillende omstandigheden mee te maken
krijgen. Laten we een heel eenvoudig voorbeeld nemen:
Als u ergens gaat solliciteren, dan moet u uzelf projecteren. Dat wil zeggen: u moet het beeld
van uw totale persoonlijkheid proberen over te brengen. Daardoor kunt u indruk maken en
kunt u een zeker voordeel verkrijgen boven een ander, die misschien in zijn vak veel
bekwamer is dan u, maar die niet in staat is zijn hele persoonlijke inhoud a.h.w. naar de ander
over te brengen.
Zelfs als het gaat om zuiver persoonlijke relaties blijkt dat de kunst om jezelf te projecteren
van heel groot belang is, al is het alleen maar omdat je daardoor met anderen veel
gemakkelijker in contact komt. Er ontstaat een wisselwerking.
Hoeveel mensen hebben niet in zich de meest fantastische mogelijkheden maar zijn gewoon
niet in staat om die naar een ander over te brengen. Ze zijn geremd, zoals dat heet.
Een remming moet je natuurlijk altijd vermijden. Ik zeg niet, dat je ze kunt opheffen. Een
remming is een kwestie van emotie, van denken, van zelfbeoordeling. Je kunt het ontgaan
door jezelf te vergeten.
Heeft u te maken met publiek? U moet b.v. spreken in publiek (ik neem maar een heel
eenvoudig iets), dan kunt u heel vaak dat publiek niet als geheel bespelen. Daarvoor moet
men een heel behoorlijke training hebben en zelfs dan nog is het moeilijk.
Wat doet nu iemand die publiekbeheersing tot deel van zijn beroep heeft gemaakt: een
conferencier, een liedjeszanger, een man die lezingen houdt, zelfs een predikant. Zo iemand
kiest een of twee personen uit de toehoorders. Deze blijft hij observeren. Deze zijn a.h.w. zijn
maatstaf. Dat wil zeggen, dat hij niet tot het geheel spreekt, maar eigenlijk tot enkele
persoonlijkheden in het geheel. Daardoor ontstaat er een benadering die door het geheel als
persoonlijk wordt ervaren. Het ik en de boodschap worden a.h.w. geprojecteerd. Ze krijgen
een veel groter doordringingsvermogen en ze kunnen ook in de mensen een veel groter
respons wekken.
24
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

Het is gemakkelijk om dan te zeggen: Bij spreken moet er sprake zijn van timing. Dat kan
waar zijn, wanneer je een mop vertelt. Maar als je gewoon spreekt over alledaagse dingen of
over heel verheven denkbeelden, dat maakt niet veel verschil uit, dan is het heel belangrijk
dat de ander zich a.h.w. betrokken gaat voelen bij hetgeen je bent, zegt of doet. Kun je dat op
die manier verkopen, dan heb je je doel bereikt.
Ook dit is een deel van wat men zelfprojectie noemt.
Degenen onder u die denken dat het alleen maar magie is, alleen het uitzenden van een deel
van je wezen om ergens anders taken te vervullen, zij hebben niet geheel ongelijk. Er behoort
echter nog veel meer bij. Wat voor ons het meest belangrijke is, wanneer we beginnen met
zelfprojectie, dat is leren jezelf te projecteren in hetgeen je zegt, in hetgeen je doet en
daardoor een grotere beantwoording te verkrijgen van hetgeen je zegt of doet bij anderen. Dat
is gewoon de eerste oefening waarmee je moet beginnen.
Nu zal het u duidelijk zijn dat als we door alleen met één doel of één waarheid voor ogen aan
de gang gaan onszelf te projecteren, dat we daar niet alleen maar mentaal of emotioneel bij
betrokken zijn. Neen, elk deel van ons wezen werkt daarin mee. Nu zal datgene waarop we
ons concentreren ongetwijfeld mede bepalend zijn, voor die sferen waaruit we de meeste
kracht ontlenen.
Stel, dat u iemand wilt genezen. Paranormale genezing is altijd nog in. Dan kunt u zich
concentreren op de ziekte, maar dat helpt niet veel. De ziekte geeft namelijk zelden antwoord.
U kunt zich concentreren op de persoon. U kunt proberen de onevenwichtigheid van de
persoon aan te voelen: of die lichamelijk is of psychisch doet niet ter zake. Probeer die
onevenwichtigheid aan te voelen. Denk aan die onevenwichtigheid. Probeer uw contact tevens
zo dicht mogelijk bij de wereld te houden. Begin niet met verheven praatjes, dat helpt over het
algemeen heel weinig.
U gaat nu kracht projecteren. Nu kan het zijn dat de storing psychisch is. Dus de oorzaak van
de ziekte ligt in een onevenwichtigheid die én in emotie én in denken zetelt. Dan zal de wereld
waaraan u de meeste krachten gaat ontlenen de wereld zijn die we blauw zouden kunnen
noemen. U zoekt dan de wereld op waartoe u behoort, waarin alles bijna mathematisch is,
waarin alles in precieze samenhang a.h.w. in formules bestaat want zo'n wereld is er ook.
Als het nu een lichamelijke kwaal is, dan is het eerste dat we nodig hebben levenskracht. Het
resultaat is dat dat deel van ons wezen dat het dichtst bij de levenskracht zit, probeert nu de
totale kracht van leven, van energie (we zouden zeggen: een gouden wereld) af te tappen en
dan die energie projecteert.
Het zijn geen dingen die u zich voor ogen moet stellen, onthoudt u dat goed. Als u zich zit te
concentreren op een gouden wereld, dan zult u misschien wel contact daarmee krijgen, maar
dan is het doel weer niet voldoende. Maar als u met het doel bezig bent en uw ik tot een
tijdelijke eenheid daarmee weet te vormen, zal het automatisch op die kracht reageren.
Daarom zijn de beste genezers degenen die het minst praats hebben. Dus degenen die
zeggen: Ik denk even en ik maak je beter. Dat klinkt misschien krankzinnig, het is suggestief
niet zo waardevol, maar het werkt wel: en wel op grond van deze harmonie.
In uw wezen zijn alle krachten aanwezig, ook de krachten van de hoogste geest. Zelfs als u -
wat ik van u niet aanneem - een betrekkelijk duistere persoonlijkheid bent, dan zijn nog steeds
ook de krachten van de hoogste wereld in u aanwezig. Wanneer u uw ik projecteert, zijn ook
die krachten erbij betrokken. En als u een beroep doet op deze hoogste kracht, den zal ook
deze hoogste kracht als een vorm van extra energie door uw wezen optreden en vanuit uw
wezen kunnen worden geprojecteerd.
Nu is dat allemaal nog tamelijk eenvoudig. Een mens of desnoods een geest willen helpen zijn
van die dingen die je zo vaak hebt gehoord. U weet het wel, in uitgetreden toestand afdalen
naar een duistere wereld, een arme ziel eruit halen enz. Het is een geestelijke visie op een
methode van vissen. Maar wat men daarbij vergeet is dit:
Als in uitgetreden toestand naar een duistere wereld gaat en u bent een eenheid, u bent u
bewust van licht, dan is er rond u licht: dan bent u dus onaantastbaar. Eerst op het moment
25
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

dat u niet denkt aan licht, maar u a.h.w. laat overweldigen door de indrukken om u heen van
duisternis, van verval misschien, dan wordt u daardoor inderdaad benaderd en kunt u daar ook
het slachtoffer van worden.
In zo'n uitgetreden toestand is het dus heel belangrijk dat je steeds je gehele persoonlijkheid
projecteert. En dat kun je alleen, indien je ook het doel waarvoor je je in die sfeer bevindt hoe
dan ook beseft. Kun je dat niet beseffen (dat komt voor bij willekeurige uittredingen), stel je
dan een doel, al is het maar om iets van een bederf ongedaan te maken. Door dit doel te
stellen en je a.h.w. daarop te projecteren in een absolute concentratie, zul je niet alleen
werkelijk invloed hebben in zo'n wereld, maar je zult tevens voor jezelf een mate van
onaantastbaarheid scheppen.
De zelfprojectie is in de loop der tijden vooral beoefend in de verschillende vormen van magie.
Een bekend voorbeeld is de Tibetaan, die zijn torentjes van rijst en zijn reukwerk om zich heen
opstelt, zijn gezangen intoneert en dan in zijn tent een symbolisch gebaar maakt, al is het
maar dat hij een pijl afschiet.
Hij doet dit terwijl hij zich concentreert op één persoonlijkheid.
En wat gebeurt er nu? De pijl wordt afgeschoten. Die valt ergens neer, maar hij treft niemand.
De personen op wie hij is gericht, zal een soort psychisch trauma ondergaan dat ongeveer
gelijk is aan het getroffen worden door een pijl. Dit is een vorm van zwarte magie. Ik raad het
u ook niet aan. Per slot van rekening, u bent allemaal Robin Hood al lang ontgroeid en pijl en
boog lijkt mij voor een westerling nu niet bepaald ideaal.
Wat doet de man in wezen? Want daar gaat het nu om. Hij stelt om zich heen symbolen op. Hij
sluit zich af van de omgeving. Er mag niets zijn wat zijn aandacht afleidt. Hij visualiseert de
persoon en datgene wat hij ermee wil doen. Zijn gezangen zijn slechts methoden om zichzelf
op te zwepen zodat hij alles vergeet behalve dat ene wat hij moet doen. De demonen en
duivels die hij aanroept, zijn misschien pogingen om bepaalde werelden in het bijzonder erbij
te betrekken, maar eigenlijk roept hij krachten op van sferen waarin zijn eigen voertuigen ook
aanwezig zijn. Hij wordt hierdoor een bijzondere krachtcentrale. Daar hij het doel
buitengewoon scherp voor ogen heeft en op het ogenblik van hoogste concentratie een daad
verricht die alleen maar symbolisch is voor hetgeen hij tot stand wil brengen, kan hij daarmee
inderdaad resultaat mee bereiken. Alleen, de kracht die hij heeft afgevoerd, keert tot hem
terug.
Het is een bekend verhaal in de zwarte magie: de medicijnman die een boze geest uitzendt om
iemand te vernietigen. Die ander is onschuldig, de kracht kaatst terug en de medicijnman kan
het niet verwerken. Dat is natuurlijk onzin. Het bestaat wel tot op zekere hoogte. Wat er
werkelijk gebeurt is dit:
Je hebt - laten we zeggen - het slechtste gedeelte van jezelf en de meest vernietigende
energieën die in je berusten gericht op een persoon. Maar de intensiteit is zo groot, dat je, als
ze tot je terugkeren zonder dat een deel van die energie is ontleden, heel veel moeite hebt om
die energie te beheersen en weer naar de verschillende sferen te laten afvloeien. Op deze
manier kun je dus inderdaad worden getroffen. Toch mag redelijkerwijs worden gezegd, dat
deze vormen van magie op afstand in meer of mindere mate berusten op zelfprojectie.
Een andere methode om jezelf te projecteren is een wereldvoorstelling opbouwen. U kent dat
verhaal waarschijnlijk wel. Je kunt een droom opbouwen. Maar als je dat intens genoeg doet
en je vergeet daarbij al het andere, dan wordt die droom de representant van bepaalde
voertuigen die je geestelijk bezit. Van dat ogenblik af ontwikkelt zich in die wereld een
gebeuren dat je niet meer kunt beheersen. De krachten die je hebt ontketend bepalen de
wetten die er heersen en niet meer alleen je wensen en gedachten. Wil je met je wensen en
gedachten toch die wereld beheersen, dan word je, a.h.w. uit die wereld in een andere wereld
verplaatst.
Dit is iets wat in bepaalde dromen en nachtmerries nog wel eens voorkomt, omdat de mensen
daarin - zij het in wat afwijkende omstandigheden - toch eigenlijk ook innerlijk een deel van
zichzelf hebben geprojecteerd in aan bepaalde sequentie van belevingen. Op het ogenblik, dat

26
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

die belevingen niet aanvaardbaar zijn - om welke reden dan ook - zult u zien dat die wereld
verandert. Daarnet was er nog een deurknop, u grijpt ernaar en ze is weg.
Als we ons willen projecteren, dan kunnen we dat natuurlijk ook doen in voorwerpen. Een van
de bekendste voorbeelden is het magnetiseren van een glas water. Dat heeft u misschien wel
eens gezien of geprobeerd. U denkt: ik laat daar levenskracht in vloeien. Ja, dat zal waar zijn.
Maar u kunt het ook anders doen.
U kunt namelijk ook met iemand door de telefoon spreken en aan de ander zeggen: Houd
tussen je handen een glas water. Ik zal dat dan even opladen. Dan bent u het niet meer. Wat
doet u eigenlijk? In wezen projecteert u een deel van uw eigen kracht en persoonlijkheid op de
ander, zoals u dat door uw concentratie doet op het water als u het probeert in te stralen. Het
resultaat is weer, dat hierdoor het water een bepaalde verandering ondergaat. Die is niet
chemisch vaststelbaar. Ze is heel moeilijk af te lezen, maar het betekent wel dat degene die
daarvan drinkt hoeveelheden energie opneemt die hij anders niet zou krijgen. Hij heeft dus
eigenlijk velerlei mogelijkheden om op afstand zowel als in een direct contact uw
persoonlijkheid te projecteren.
Voor iemand die op aarde leeft, nogmaals, is het belangrijk dat hij eerst leert de eenheid van
zijn wezen tot stand te brengen. Iemand die alle sferen kent waartoe ook maar één van zijn
voertuigen kan behoren, heeft nog niets bereikt, degene die er niets van afweet, maar die met
één doel voor ogen en met een absolute eenheid van denken en emotie zich op dat doel kan
richten, bereikt het wel. Het is een kwestie van concentratie. Het is even al het andere
vergeten en alleen bezig zijn met dat ene. Op deze manier bereik je inderdaad zeer grote
resultaten.
Het is een concentratiemethode die over het algemeen kan worden bevorderd door b.v.
regulerende ademhaling. Heel wat acteurs en actrices doen dat vooral als ze plankenkoorts
hebben. Ze staan tussen de coulissen en halen dan een paar keer heel diep adem. Wat
theoretisch heel gunstig zal zijn, omdat het een oxigenatie van het bloed betekent. Dus meer
zuurstof, daardoor een gemakkelijk omzettingsproces en even een gevoel van ontspannenheid.
In de praktijk zullen zij zich heel vaak concentreren met die ademhaling op hetgeen zij gaan
doen. Daarmee laten zij hun eigen persona voor een deel achter. De kunstmatige persona
waarmee men zich op het toneel bezighoudt, wordt nu a.h.w. een deel van hun eigen ik.
Doordat zij een eenheid bereiken in zichzelf kunnen zij alles vergeten behalve wat zij moeten
spelen. Zijn ze er eenmaal mee bezig, dan kunnen zij ten dele terugkeren tot dit kleine ik,
maar de uiterlijke vorm, de uitstraling, blijft behouden.
Als u dus te maken krijgt met situaties waarbij u denkt: nu moet ik mij eigenlijk concentreren,
maar zal dat wel lukken? Dan vraagt u zich niet af: hoe moet ik mij concentreren? U haalt een
paar keer heel diep adem en u springt a.h.w. zomaar in het diepe: u gaat regelrecht op uw
doel af. Wat er gebeurt doet niet ter zake. Het gaat om de uitstraling die u tot stand brengt.
Als u dat kunt, dan heeft u daarmee bereikt dat u uw persoonlijkheid uitstraalt naar andere
mensen: dat u zichzelf voorziet van energieën die u anders niet bezit: dat u voor uzelf
mogelijkheden schept die op z'n minst genomen onwaarschijnlijk zijn.
U moet nooit bezig zijn met een doel dat afhankelijk is van andere gebeurtenissen. Als u alleen
het doel ziet en de afhankelijkheid terzijde stalt, dan is de overdracht van dit doel maximaal.
Zodra u bezig bent met een projectie waarbij andere overwegingen mede daarin betrekt, is er
een verdeeldheid: er is een spreiding. De energie gaat voor een deel naar een doel dat nog
niet eens bestaat (het gaat in feite teloor). Een ander deel is dan in uw concentratie net niet
voldoende om te bewerkstelligen wat u wilt. Ik geeft u maar weer een voorbeeld!
U heeft waarschijnlijk wel eens de sing-song gehoord van een echte dobbelaar, die met de
dobbelstenen zit te rammelen en zegt: Kom 7, kom 7, kom 7. En dan komt 7. Er zijn mensen
bij die dat een groot aantal malen achtereen doen. Iets wat volgens kansberekening bijna
onmogelijk is. Hoe komt dat?
Zij hebben op dat ogenblik niets anders voor ogen dan die stenen met een bepaald aantal
ogen die boven komen. Als je dat kunt nagaan, dan zul je zien dat de vraag of er een 6 en een

27
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

1 valt, of een 3 en een 4, of een 5 en een 2 mede wordt bepaald door de voorstelling die ze op
dat moment hebben. Er is maar één beeld: de stenen zoals ze tot rust zullen komen. Hierdoor
ontstaat er een soort telekinetische beïnvloeding van de stenen.
Als ze bij wijze van spreken anders in plaats van een 1 een 2 zouden geven, dan komt die ene
wenteling neer (meer dan de energie van de worp zelf eigenlijk rechtvaardigt) waardoor de 1
toch boven komt. Waarmee ik niet wil zeggen, dat u dat kunstje zonder meer kunt leren. Daar
heeft u veel oefening voor nodig. Maar u kunt het leren.
Ook hier wordt het ik geprojecteerd en wel op een zeer beperkt doel. Dit houdt in, dat zelfs
telekinetische beïnvloedingen mogelijk zijn, indien de eenheid van het ik sterk genoeg tot
stand is gekomen.
Ik leg hier zoveel nadruk op niet omdat ik aanneem dat u allemaal opeens dobbelaars zult
worden. Laat dat maar aan de groten van deze wereld over die dobbelen met bommen en
granaten. Maar omdat u het begrip moet hebben voor de eenheid die in u zelf nodig is om tot
een perfecte projectie van uzelf te komen. Of dat het gaat naar een sfeer of dat het de val van
een dobbelsteen betreft of het genezen van een mens of het doden van een mens op afstand,
in wezen is er één basis. De basis van een persoonlijkheid die zozeer in willen, denken en
gevoelen een eenheid is geworden op aarde dat alle voertuigen daarbij betrokken zijn en
daarop afgestemd raken zodat er niet meer sprake is van een diversiteit, maar van een
eenzijdige gerichtheid in de gehele persoonlijkheid.
Elke projectie van het ik, ook als het gaat om uittredingen naar bepaalde werelden, is
afhankelijk van deze eenheid, niet in de eerste plaats van de hoogheid of de laagheid van uw
doel, niet van de hoeveelheden energie die nodig zullen zijn of van de vraag of de werking
meer telepathisch of telekinetisch moet zijn. Dat regelt zichzelf. U moet begrijpen, dat het voor
u absoluut overbodig is om de procedure op te nemen in uw overweging.
De eenheid die u moet bereiken is gewoon de eenheid waarmee u zich volledig bevestigt
zonder u te omschrijven en daarbij tevens het doel ziet als een deel van de verwezenlijking
van het ik.
U kunt dat doen, wanneer u met uw medemensen spreekt. U kunt dat doen, als u
omstandigheden wilt beïnvloeden. U kunt dat doen, wanneer u voorwerpen wilt opladen. U
kunt het practisch met alle dingen, met alle materialen, zo goed als met alle mensen en alle
sferen waarin u bewust kunt handelen, tot stand brengen.
U dit te realiseren is voor u van het eerste en grootste belang, indien u gebruik wilt maken met
enige zelfkennis, want die heeft u nodig, van uw werkelijke mogelijkheden.
Een mens is een wezen dat behoort tot vele verschillende werelden, niet alleen tot die ene
wereld die men kent. De mens is een wezen waarin vele verschillende krachten schuil gaan,
niet alleen maar dat beetje energie dat men stoffelijk weet te hanteren. Een mens is een
wezen dat een bewustzijn bezit dat een groot gedeelte van de kosmos kan omvatten, maar dat
altijd beperkt blijft tot die ene uiting waarin het zich op dit ogenblik als werkelijk beleeft.
De mens moet leren dat het niet mogelijk is al deze functies in het bewustzijn onmiddellijk
wakker te roepen. Voor een deel kun je het misschien bereiken, maar nooit voor het geheel.
Wat je wel kunt doen is datgene wat je bewust bent zozeer tot een eenheid brengen en dan tot
een absolute doelgerichtheid dat je daardoor alle andere voertuigen en krachten a.h.w.
onbewust tot eenheid brengt met hetgeen je bent en met hetgeen je doet.
Zelfprojectie kan vergezeld gaan van vele procedures. Alles wat wij werkelijk willen, kunnen
wij waarmaken. Maar wij kunnen alleen datgene waarmaken wat wij zonder enig voorbehoud
of overweging op dit ogenblik als onze eigen werkelijkheid beschouwen. Wij kunnen alle
krachten wekken. Maar wij kunnen alleen die krachten gebruiken welke passen in het beeld
dat wij ook van onszelf scheppen. Hoe meer het beeld van ons eigen ik in de werkelijkheid is
gebaseerd op de relatie met die werkelijkheid (zie de voorgaande les) des te beter zullen wij
begrijpen hoe wij functioneren in het geheel. Het is het besef van die functie dat mede
bepalend is voor datgene wat wij kunnen betekenen voor anderen, datgene wat wij tot stand
kunnen brengen buiten ons door krachten die misschien niet redelijk lijken.
28
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

Er zijn mensen geweest die met hun uitstraling hele volken hebben betoverd. Ik denk aan
Winsten Churchill, aan Adolf Hitler, maar net zo goed denk ik aan Peter van Amiens. Mensen,
die in staat waren datgene wat voor hen belangrijk was zozeer overtuigd als enige
werkelijkheid te zien, als deel van hun persoonlijkheid dat ze anderen daardoor in de ban
brachten van hetgeen zij zelf waren.
Wie nu luistert naar de toespraken van Churchill of van Hitler zal waarschijnlijk de schouders
ophalen en zeggen: Nu ja, toen was het misschien erg belangrijk, maar als ik het zo hoor, zou
ik er niet veel in zien. Dat komt, omdat de uitstraling er niet is. Een uitstraling kan een lelijk
mens mooi maken. Een uitstraling kan van een Adonis een duivel maken. Een Venus kan tot
een afzichtelijk wezen worden en een afzichtelijk wezen tot een Venus.
Wat wij projecteren is het totaalbeeld dat in ons ik bestaat. De uiterlijkheden vervagen dan.
Wie dit beseft, heeft een sleutel gevonden tot een betere werkzaamheid in zijn wereld en het
samenvoegen van zijn bestaan in deze wereld met dat in andere werelden. Het indirecte
gevolg dat u daardoor ook in andere werelden meer bewust actief zult worden, moet u
beschouwen als een soort toegift, niet als een doel.
Streef niet naar het beleven van andere werelden, maar naar een absolute eenheid in uw
eigen wereld en het projecteren van die eenheid in allés wat u doet, in al hetgeen u anderen
zegt, in al hetgeen u wilt bereiken.
Wie dit alles in de praktijk weet toe te passen, zal met een toenemende zelfkennis een
toenemende zelfverwerkelijkingsmogelijkheid hebben gevonden. Einde van de les.
Ik zie met spanning de resultaten van uw pogingen tegemoet. Denk nu niet: het zal zo'n vaart
niet lopen. Het is de moeite waard het te leren. Dan geeft het niet of u tachtig bent of acht,
want u heeft er niet alleen in één wereld wat aan, maar in alle werelden die u ooit als uw eigen
werkelijkheid zult beschouwen.
Ik hoop, dat u daar niet klakkeloos aan voorbij loopt.

ZELFWERKZAAMHEID
Als wij bezig zijn met geestelijk of ander werk, dan hebben we altijd de neiging om er een
ander bij te halen. Het is een oud verhaal zo langzamerhand bij de Orde, dat iemand haar
breiwerk kwijt was en onmiddellijk riep: Henri, zorg dat ik het terugvind. Wat dan ook prompt
gebeurde. Zo hebben we ook St. Antonius, St Franciscus, de Here Jezus, de H. Geest en vele
anderen inclusief vele goden die u niet kent. Een voortdurende functie van eeuwigdurende
bijstand. Dat is allemaal heel aardig, maar het zet natuurlijk niet veel zoden aan de dijk.
U kunt het allemaal gaan ontleden en zeggen: Door voor onszelf een figuur te stellen, die dat
kan wat wij zelf menen niet te kunnen doen, stellen wij ons in staat iets te presteren waarvan
we anders niet geloofd zouden hebben dat we hetzelfde konden doen. Dat is inderdaad wel
waar. Er zijn natuurlijk ook ogenblikken dat de een een vloek uit, en een ander een
schietgebed. Dat is dan ongeveer zoiets als de kreet die bij o.a. karate voor het toebrengen
van de slag wordt aanbevolen.
Waarom zouden wij ons afhankelijk maken van het andere, als het niet nodig is? Wij kunnen
veel meer dan wij denken. Wij zijn veel meer dan wij veronderstellen. Wij maken veel meer
fouten dan wij onszelf toegeven. Wij bezitten een aantal deugden die we pas ontdekken, als
wij ze niet meer kunnen gebruiken. Dat is het gebruikelijke leven op aarde.
Op het ogenblik, dat we uitgaan van hetgeen we zelf zijn en hetgeen wij zelf kunnen doen,
gaan we eigenlijk een beetje al die instanties uitschakelen. Wij houden ons bezig met onze
eigen mogelijkheden. Ik geef toe, dat je in dat geval eerst moet proberen wat je
mogelijkheden zijn.
Het is gemakkelijk genoeg om uit te roepen: je moet jezelf kennen! Maar ja, de kennismaking
blijft bij de meeste erg oppervlakkig: het blijft beperkt tot het spiegelbeeld. Wij kunnen
uitroepen: je moet jezelf projecteren! Maar er zijn zovele die denken dat ze dan de filmster

29
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

worden van hun eigen productie dat ook deze kreet vaak niet veel uithaalt. Als je zegt: Je
moet gewoon iets zelf doen, dan kom je wel in een ander vaarwater.
Je moet gewoon zelf iets waarmaken. Als je vindt dat iets de moeite waard is, dan moet je niet
kijken wie het kan, maar dan moet je je afvragen hoe jij het kunt doen. Zeker, als er iemand
in de gracht ligt en je kunt niet zwemmen, dan is het erg prettig, als daar een zwemmer
achterna duikt. Maar als dat nu niet gaat, dan heb je misschien wel ergens een stok of een
stuk touw en kun je toch iets doen. Zo gaat het ook in ons hele leven.
Als we worden geconfronteerd met omstandigheden waardoor wij menen eigenlijk door
anderen te worden geregeerd en beheerst en dat is niet goed, dan moet er toch een
mogelijkheid zijn om één doel daaruit te kiezen dat voor ons belangrijk is en te zeggen: Nu
gebruik ik eerst alle middelen die mij ten dienste staan en alle mogelijkheden die ik zelf bezit
om dat een keer waar te maken. Het is misschien wat onplezierig, want als je één doel
nastreeft, dan betekent het dat je je met andere dingen niet kunt bezighouden, dat is
duidelijk. Maar dan kun je resultaten boeken.
Zelfwerkzaamheid betekent niet alleen dat je jezelf aan het werk houdt, maar vooral dat je
weet waarmee je kunt werken en je heel goed van tevoren informeert waaraan je wilt werken.
Zeker, zelfkennis is onvermijdelijk, neem ik aan. Want als je niet weet wat je wilt, hoe weet je
dan wat je kunt doen? Maar als je je gaat realiseren hoe eenvoudig het vaak is om iets tot
stand te brengen, als je maar weet dat je het met alle geweld wilt, dan sta je toch te kijken.
Ik ken een heel aardig voorbeeld uit mijn tijd. Dat is al lang geleden. Iemand wilde met alle
geweld een bepaald soort kast hebben. Hij kon zich de aankoop daarvan niet permitteren. Hij
besloot dat het snijwerk misschien door hemzelf wel kon worden uitgevoerd. Dus nam hij wat
hout, hij nam een paar mesjes en ging het proberen. Hij heeft 20 stukken hout verknoeid,
maar toen wist hij ook hoe het moest.
Toen hij eenmaal zoveel snijwerk had gemaakt, vroeg hij zich af of hij ook niet de panelen die
erbij hoorden zou kunnen maken. Dat heeft hem ook heel wat overleg gekost. Hij moet eens
hier en daar informeren, hij moest wat lenen van een vakman, maar tenslotte heeft hij die
kast gemaakt. Het heeft hem een jaar gekost om zover te komen dat hij die kast zelf kon
maken. En toen was ze ook gereed binnen een paar weken. Als die man had moeten wachten
tot iemand anders hem zou moeten helpen om die kast te krijgen, had het hem veel meer
gekost dan de kast waard was, dan wel hij had die kast pas gekregen na zeer vele jaren of
helemaal niet. Het was dus eenvoudig een kwestie van: ik ga kijken wat ik wél kan.
Er zijn mensen die zeggen: Ik wil een ideale wereld hebben. Natuurlijk, iedereen wil wel in een
ideale wereld leven, waar de leeuw naast het lam ligt. Maar als je de lammelingen op het
ogenblik bekijkt, dan weet ik wel waar de leeuw zijn ontbijt moet halen: bij zijn buren. Die
wereld kunnen we dus niet maken, omdat we doodeenvoudig niet in staat zijn om dat geheel
te beheersen. Maar je kunt soms een enkel detail wel beheersen. Laat mij het heel simpel
zeggen:
Iemand vindt dat horecaffers veel te duur worden. Probeer dan zelf of je als een klein
horecaffertje misschien een beter product voor een lagere prijs kunt leveren, maar realiseer je
wel dat het dan ook betekent dat je er zelf ontzettend hard aan moet werken. En dan blijkt,
dat je misschien wel iets kunt opbouwen. Meestal, als je iets opbouwt, dan vergeet je het later
weer.
Er is een man geweest, ik meen dat het een Zwitser was, die kon uitstekend kippen braden.
Hij heeft er een heel kippenconcern van gemaakt. Hij fokte zijn eigen kippen die dan ook nog
de eieren legden die hij voor de bijgerechten nodig had. Hij had zijn eigen restaurants, zijn
eigen manier van gerechten opdienen. Het was allemaal prima in orde. Hij is failliet gegaan.
Waarom? Omdat hij niet uitging van hetgeen hij zélf kon doen, maar ánderen opdroeg een
beeld waar te maken dat voor hen niet belangrijk genoeg was. Hij zou zijn eigen zaak hebben
kunnen opbouwen, maar hij zou er geen zaken concern van kunnen maken zonder gelijktijdig
zijn ideaal te laten verwateren of failliet te gaan. Dit is letterlijk gebeurd. Het is niet een
verhaaltje dat ik hier zit te vertellen.

30
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

Als je zelfwerkzaam wilt zijn, dan moet je het altijd beperken tot datgene, waarvan je zelf de
uitvoering in de hand kunt houden. Je moet nooit met grootse dingen beginnen. Niet de hele
wereld vrij van atoomwapens. Zorg alleen maar dat ze in de buurt geen katapulten gebruiken,
dan heb je tenminste een begin.
Roep niet uit: Iedereen moet natuurlijk voedsel gebruiken! In de eerste plaats worden dan de
kosten voor het ziekenfonds te hoog. In de tweede plaats krijg je dan heel veel onnatuurlijk
voedsel voor de prijs van natuurlijk. Want er zijn zeker ook mensen die hun zelfwerkzaamheid
op winst richten en niet op het product.
Realiseer je gewoon: ik kan voor mijzelf iets doen. Als je gezond wilt leven, dan moet je dat
voor jezelf doen, maar dan ook strikt en voortdurend rekening houden met de gevolgen. Je
moet je voortdurend aanpassen. Steeds kijken: waar liggen de moeilijkheden voor mij? Hoe
kan ik mij werkelijk prettig gevoelen? Wat kan ik werkelijk hiermee bereiken? Als je anderen
gaat zeggen hoe ze moeten eten, dan zit je al fout.
Als je gelooft in een God, een eeuwige waarde, een eeuwig licht of wat dan ook, dan is dat
prima. Maar alleen met dat geloof leven is onzin. Eerst wanneer je in jezelf de band met die
God of met wat dan ook zo sterk kunt maken dat je iets daarvan buiten je in de wereld
kenbaar kunt maken, heb je enige betekenis. Dan hoef je ook niet te verkondigen. Je behoeft
het alleen maar aan te tonen.
Als je bezig bent met politiek, dan is het gemakkelijk te zeggen hoe de wereld beter zal
worden, maar het is ontzettend moeilijk om haar ook maar één jota beter te maken. Als je nu
aan dat maken bezig bent, dan kost je dat zelf enorm veel maar je kunt iets bereiken. Zodra je
ervan uitgaat dat jij weet hoe een ander het moet doen, gaat het verkeerd.
Ik kan mij voorstellen dat hier wordt gezucht door de een over mijn betoog en door een ander
over de ellende in de wereld. Maar lieve mensen, als u zelf iets wilt doen, dan moet je er ook
aan denken dat u dat op een doodgewone manier moet leren doen.
Iemand, die geestelijke kracht aan een ander stuurt, moet dat met hetzelfde gemak doen als u
een kopje thee voor een ander inschenkt. Een gewoontegebaar. U moet er gewoon aan
wennen uw eigen activiteiten niet te zien als iets bijzonders, maar als iets heel normaals. U
moet uw innerlijke krachten en uw innerlijke waarden natuurlijk gebruiken, maar u moet niet
in verwondering daarnaar staan te kijken. Zeg hoogstens: nou, dat valt me alweer mee.
Zelfwerkzaamheid betekent niet: je bezighouden met de resultaten: die komen vanzelf wel.
Neen, je moet je bezighouden met de procedure en die aanpassen aan je mogelijkheden.
Nu kan ik mij best voorstellen dat er veel mensen zijn die zeggen: Ach, het klinkt allemaal erg
leuk, maar het is zo van die prietpraat. Dat hoor je overal. Dat is inderdaad waar.
De wereld zit vol mensen die u vertellen hoe u het beter zoudt moeten doen. De wereld zit vol
mensen die, omdat ze het u vertellen, er zelf niet toe komen. Volkomen gelijk. Maar wat ik
zeg, heeft ook wel hand en voet.
Wanneer u innerlijk licht beleeft, dan is het een kracht voor u. Als u spreekt over de zekerheid
van het innerlijke licht dat voor een ieder bestaat, gebeurt er niets. Als u bezig bent over
zelfprojectie en u vertelt hoe een ander het zou moeten doen, dan komt u daar geen steek
verder mee. Alleen degene die in zichzelf zijn eigen weg probeert te zoeken, die uitgaat van
zijn mogelijkheden, hij kan wat doen. Dan moet hij ook niet zeggen hoe een ander het moet
doen, hij moet het zelf waarmaken.
Dat is een van de bezwaren die ik heb tegen uw onderricht. Ik wil niet zeggen dat u slechte
leraren heeft getroffen. Er zijn erbij die nooit in het onderwijs hebben gezeten en toch doen ze
het heel aardig.
Een ding vind ik erg pijnlijk. Die leraren zeggen tegen u: Denk er nu om dit is zo en dat moet
je zo doen. Ja, het is waar. Zo hebben zij het kunnen doen. Maar hoe kunt u het doen?
Zelfwerkzaamheid is niet gebaseerd op het klakkeloos volgen van datgene wat een ander als
juist voorschrijft. Het is een uitzoeken van wat je zelf kunt, wat je zelf bent, de manier waarop
je iets kunt doen.
31
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

Neem nu maar het eenvoudigste voorbeeld: Iemand, die links is, kun je rechts leren schrijven,
maar het blijft altijd een moeizame kwestie. Links gaat het veel beter, veel vlotter en
waarschijnlijk ook veel leesbaarder.
Als wij u geestelijke lessen geven, dan gaan we uit van het gemiddelde van onze eigen
waarheid, dat is logisch. Wij zijn wel geest, maar we zijn dat pas geworden nadat we mens zijn
geweest. Dat is nu wel geen blaam, dat overkomt u dadelijk ook, maar het betekent toch wel
dat we ook onze eigen persoonlijkheid hebben en dat we bezig blijven met wat voor ons
belangrijk is. Zelfs als we een cursus of les geven.
Nu wil ik er alleen maar voor waarschuwen dat je die dingen niet zonder meer aanneemt. Dat
je voor jezelf probeert wat je kunt en wat je niet kunt, wat voor jou aanvaardbaar is en wat
voor jou niet aanvaardbaar is. Dat je gewoon zegt: Zo staat het er, zo moet het gaan.
Het is natuurlijk ontzettend gemakkelijk te zeggen als je een knoop wilt aanzetten: Je neemt
een draad en steek die door het oog van de naald. Maar iemand die bijziende is of die bevende
handen heeft, zit direct met moeilijkheden. Voor haar is het eerst de vraag: Hoe krijg ik die
draad door het oog van de naald? Geloof mij, er zijn mensen voor wie het moeilijker is, om
een draad door het oog van de naald te krijgen dan het voor een kameel eens is geweest om
door het oog van de naald te gaan in Jeruzalem: dat was namelijk een poort. De kameel kon
er wel doorheen, maar voor een dromedaris was het gemakkelijker. Die stootte maar één
keer, een kameel twee keer. Het is dus gewoon een kwestie van: wie ben ik? Wat ken ik? Wat
is uw manier van denken, wat is uw manier van leven? Welke bekwaamheden heeft u zich
eigen gemaakt?
Het is natuurlijk heel leuk om te zeggen: wij moeten kransen vlechten. Maar als je altijd
boekhouder bent geweest, dan valt dat tegen en kun je misschien beter systematisch iets
opbouwen. Iemand, die nog nooit in zijn leven van orde heeft gehoord (dat zijn er heel veel
tegenwoordig dat zijn moderne mensen) die verlangt van anderen een orde die een andere
orde is dan de orde die er is, zodat er voor hen nooit iets in orde is behalve wanneer er geen
orde is en dan roepen ze om orde.
Maar het gaat er toch niet om wat de regels zijn. Het gaat er niet om wat er vaststaat. Het
gaat er niet om wat de leraar zegt. Het gaat erom wat je zelf kunt doen en hoe je het zelf kunt
doen.
Nu weet ik wel dat in een menselijk leven de procedure heel erg belangrijk is. Maar in het
geestelijke leven gaat het niet om de procedure, het gaat om het resultaat, om de uitkomst.
Het hindert niet hoe u de som van uw leven opmaakt, als u maar de goede uitkomst bereikte.
Dat is met de zelfprojectie, de zelferkenning toch ook hetzelfde. Regels zijn heel mooi. Je hebt
er misschien wat aan in het begin, maar je zult ze toch moeten aanpassen aan hetgeen je zelf
doet en je zelf bent. Als je dat niet doet, zul je nooit tot het beste resultaat komen. Dat is
onvermijdelijk.
Ik kan er natuurlijk ook mooie verhalen bij halen. Ik kan de Zwevende Boeddha, Sint Pieter
met nestjes in zijn baard erbij slepen. Iedereen heeft zo zijn eigen trant. Als ik zo zou werken,
zoudt u het misschien mooier vinden, maar ik zou dan niet kunnen zeggen wat ik wil zeggen.
Ik ben nu eenmaal iemand die voor de een een oude zeur is, voor de ander een kletskous en
voor een derde iemand die toch een beetje wijsheid bezit. Als ik het op mijn manier doe - of u
dat nu apprecieert of niet - dan is het om datgene wat in mij leeft en wat ik ben zo goed
mogelijk naar buiten te brengen.
Kijk, als ik met een Zwevende Boeddha zit, dan kan ik niet nalaten er iets onder te zetten
zodat hij naar beneden lazert. Als ik een Sint Pieter erbij moet halen, dan kom ik onmiddellijk
in het geweer tegen allerlei kerkelijke misvattingen. En dat zou nog veel vervelender zijn dan u
nu moet aanhoren.
Dus, pas alles zoveel mogelijk aan jezelf aan. Kijk wat je kunt doen. Zeg niet wat je moet
doen. Vraag je innerlijk af wat je kunt doen en doe dat eerst, dan kun je van daaruit verder
gaan. Maak van je geestelijk en andere prestaties geen wonder. Ze zijn er nu eenmaal. En als

32
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

je er zelf over verbaasd bent, heb je onvoldoende zelfkennis. Pas als het allemaal natuurlijk
voor je wordt, heel gewoon, kun je verder komen.
Iemand, die zijn innerlijke waarde en krachten gebruikt, kan dat doen zonder zich zelfs maar
ervan bewust te zijn dat hij iets doet wat voor een ander vreemd is. Hij maakt gewoon zichzelf
waar. En als je daarbij dan niet alleen kijkt naar: 'o, wat mooi dat ik het mag doen' maar: Hé,
ik heb toch iets gedaan', dan komen we verder.
Ik heb Zelfwerkzaamheid boven dit geheel gezet. Ik weet niet of het niet een beetje
pretentieus is. Maar ik geloof één ding: dat als u gewoon vanuit uw innerlijk durft werken niet
met de kracht die een ander u oplegt of voorstelt, maar met datgene wat u zelf weet dat het
meest juiste is, het meest sprekende, het meest belangrijke, dan geloof ik dat u werkelijk wat
bereikt.
Nog een raad: Nooit verder springen dan je touw lang is. Grootse dingen wachten op ons,
zeker. Maar het zijn de kleine dingen waardoor we verder komen. Doe het nu gewoon maar
stapje voor stapje. Hoe meer je alles ineens wilt, hoe minder je bereikt. Hoe meer je probeert
een begin te maken, hoe meer de voleinding nabij komt. Dat is een kunst die een hele hoop
mensen nog niet verstaan.
Zelfwerken betekent: niet bezig zijn alleen met het eindproduct, maar opgaan in elke fase,
steeds weer jezelf en je mogelijkheden afmeten aan de moeilijkheden die er voor je bestaan.
Als je dat doet, dan heb ik zo het gevoel dat je het bereikt.
Ik kan niet uitmaken, of u zelf vindt dat u wat bereikt. Dat zult u zelf moeten nagaan. Van één
ding ben ik overtuigd: dat een mens, die uitgaat van datgene wat in hem leeft, gebruik maakt
van de mogelijkheden die hij bezit en niet kijkt naar een ver doel maar alleen eerst eens
probeert, of hij tenminste iets van hetgeen hij zou willen nastreven nu kan waarmaken, in het
eind het verste komt. Hij bereikt het meest.
Het is niet aan mij u te zeggen wat u moet gaan doen. Ik zou alleen willen zeggen: Houd het
eenvoudig. Denk er goed over na wat u werkelijk wilt en begin er dan aan met één klein detail.
Dan bent u na enige tijd misschien in staat om het geheel te bereiken. Probeer nooit een
geheel waar te maken, want dat lukt u toch nooit.
Begrijp, dat u uw innerlijke mogelijkheden kunt versterken: niet door u ineens tot de totaliteit
te wenden, maar door iets te beseffen van het beetje licht dat er in u woont en daarvan eerst
eens gebruik te maken. Het zijn de kleine dingen in jezelf en buiten jezelf die het je mogelijk
maken te groeien en te bereiken. Daarom moet je zelf werken. Niet afwachten of een ander
het kan doen. Als je geen uitweg meer weet, roep dan maar iemand aan. Maar begin eerst zelf
iets te doen. Dan kom je er, anders bereik je niets.
Zeg ook niet dat een ander anders moet zijn. Vraag je alleen maar of hoe je zelf zoudt moeten
zijn. Als je dat doet, dan kom je eindelijk tot dat belangrijke punt waarop de harmonie en de
zelferkenning samenvloeien. Wie zover komt, heeft alle krachten die hij nodig heeft om al
datgene waar te maken waartoe hij ook maar enige vaardigheid bezit.

PROEF OP DE SOM
Als wij niet zeker zijn of hetgeen wij hebben berekend juist is, dan rekenen wij terug. Dat is de
proef op de som. Als wij in ons bepaalde dingen hebben ontdekt, dan kunnen we misschien
eerst eens kijken wat we daarmee bereiken en dan van de bereiking terugzien of onze
veronderstellingen wel juist zijn geweest.
In het hele leven - in welke wereld dan ook - is het voor ons belangrijk dat wij de proef op de
som steeds weer nemen, dat we ons steeds weer afvragen: Is dit een waarheid die ook buiten
mij kan bestaan? Is dit een waarheid zoals het in mij bestaat?
Wie de proef op de som niet neemt, leeft langzamerhand zeker in een waanwereld. Een wereld
van toenemende zelfaanbidding en zelfverdwazing. Wie voortdurend durft nagaan wat er
werkelijk wordt bereikt, wat er werkelijk is gedaan, zal zich steeds veranderen, niet in
overeenstemming met zijn eigen droombeelden, maar in overeenstemming met een

33
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 3 - Zelfprojectie

werkelijkheid waarvan hij deel uitmaakt. Daar wij deel uitmaken van het geheel hebben wij die
proef op de som nodig om niet van het geheel te vervreemden. Integendeel om ernaar toe te
groeien en steeds meer onszelf daarmee verbonden te weten.
Of dat juist is, kunt alleen weten als u de proef op de som neemt. En aangezien u over het
algemeen nog in een toestand bent waarin dat nog niet nodig is, geef ik u de raad te wachten
tot na het overlijden waarna u ruime mogelijkheden worden verschaft om een dergelijke proef
op de som te nemen. Zelfs ten aanzien van de wereld waarin u denkt te bestaan.

34
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

LES 4 – FANTASIE: BRUG NAAR DE WERKELIJKHEID

U weet allen wat fantasie is. Kinderen fantaseren. Grote mensen fantaseren. Politici
fantaseren. Wie doet dat niet. Toch zijn er een paar dingen die men wel over het hoofd ziet,
als men de fantasie zonder meer terzijde wil schuiven als een vlucht voor de werkelijkheid of
een poging om anderen te amuseren. Want voordat een uitvinding wordt gedaan, moet er
iemand zijn die daarvan droomt.
Er zijn duizend-en-één dingen ook nog mogelijk in deze tijd, die - voor zover je ze nu kunt
bezien zelfs vanuit wetenschappelijk standpunt - fantasie blijven. Er bestaan b.v. motoren, die
een permanent trust (een druk in één richting) bij voortduring kunnen uitoefenen. Die motoren
zijn een keer gemaakt. De uitvinder ervan is gestorven en heeft het werkelijke geheim van zijn
model nooit verraden. Men weet dus wel dat het er geweest is, maar iedereen zegt: Je kunt
het niet nabouwen, want het model is verloren gegaan. Dat is onzin.
Die man was een fantast. Degenen die eraan geloven zijn ook fantasten. Tot het ogenblik, dat
een van hen zover komt dat hij helemaal buiten de regels gaat denken die in uw wereld en in
uw werkelijkheid nu eenmaal gelden. Dan kan hij misschien dat kleine onderdeel van het
motortje vinden waardoor inderdaad - en nu met een model - kan worden bewezen dat
'Permanent trust' (Permanente stuwkracht in één richting) door een motor zonder meer kan
worden geleverd, en dit zonder (dit moet ik erbij zeggen) dat er eerst explosies e.d. aan
vooraf gaan. Je kunt het met een geringe elektrische stroom laten lopen.
Dat wil dus zeggen: fantasie is eigenlijk niet alleen maar fantasie. Fantasie is het overschrijden
van de algemeen erkende werkelijkheid.
Wij allen fantaseren, dromen, dagdromen: wat zou het leuk zijn als dit, of dat soms gebeurde.
Is er iemand onder u die nog nooit erover bezig is geweest wat hij zou doen, als hij de
honderdduizend zou winnen? Dan bent u namelijk een uitzondering. Dus wij dromen. Maar
onze dromen kunnen wel eens uitgaan van iets wat waar is.
Op het ogenblik, dat u begint met geestelijk leven en geestelijk werk, esoterie zelfs, dan moet
u zich wel realiseren dat dat begin voor een groot gedeelte fantasie is. Het is niet waar. Het is
zelfs redelijk gezien niet de wereld waarin u leeft en de feiten die daaromtrent bekend zijn.
Maar in jezelf voel je dat het waar is. Zolang je daarin blijft berusten, gebeurt er verder niets,
dan blijft het eenvoudig onwezenlijk, onwaar. Op het ogenblik echter, dat je vanuit de fantasie
gaat proberen iets waar te maken, kom je in een toestand te verkeren waardoor je het
onmogelijke tegen alle theorieën en alle erkenningen in kunt waarmaken. Op dat moment
houdt de fantasie op fantasie te zijn en wordt ze werkelijkheid.
Het is gemakkelijk genoeg te fantaseren dat je een direct innerlijk contact met God hebt? Dat
zal in 9 van de 10 gevallen wel een fantasie blijven. Die God is een projectie van je eigen
persoonlijkheid. Je houdt een dialoog met jezelf en je geeft jezelf een kosmisch stempel van
goedkeuring voor de dingen die je zonder dat zeker niet zou durven doen.
Stel nu eens, dat je naar die God gaat luisteren, dat je God geen woorden in de mond legt,
maar dat je werkelijk dat contact als een aanwezigheid ervaart en dat zich daaruit een
boodschap kristalliseert. Stel je dan ook nog eens voor dat je aan de hand van die boodschap
anders reageert in de wereld dan je normaal zou doen met gevolgen die dus onlogisch zijn,
niet voorzienbaar op welke manier dan ook volgens je wereld en dat je dat kunt herhalen. Dat
is ook belangrijk. Dan ben je gekomen op een punt waarop je voorstelling van God misschien
nog fantasie is, maar het contact met God een werkelijkheid representeert.
Het is duidelijk, dat heel veel mensen erg bang zijn voor fantasie. Ook in de godsdienst, in de
wetenschap, in de religie. Al is het maar omdat het zich onttrekt aan alle gevestigde regels.

35
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

Als een mens een feit kan bewijzen dat buiten alle erkende feiten en theorieën ligt en hij kan
het metterdaad en bij herhaling bewijzen, dan zal men in het begin doen alsof het er niet is.
Maar er komt een ogenblik, dat men al zijn theorieën omvergeworpen ziet en dat men op een
geheel nieuwe manier moet verdergaan. Laten we maar eens denken aan Pasteur.
Pasteur was in zekere zin een fantast. Hij droomde van een oorzaak die gevonden kon worden
en wel aan de hand van een miltvuurepidemie bij schapen. Door deze droom ging hij
onderzoeken. Door het onderzoek kwam hij tot het erkennen van sepsis (besmetting) en als
gevolg daarvan ontwikkelde hij zijn theorieën van asepsis, dus ontsmetting. Hij kwam tot
theorieën die o.m. geleid hebben, tot het nu nog bekende pasteuriseren. Al die dingen bij
elkaar zijn misschien 20 jaar door alle deskundigen bestreden. Tegenwoordig is er niemand
meer die twijfelt aan de waarheid.
De geneeskunde maar ook de verwerking van voedingsmiddelen, zelfs het gewone leven van
die mens is helemaal veranderd, alleen omdat Pasteur bestaande theorieën en aanvaardingen
eenvoudig opzij heeft gezet. Dit voorbeeld zal u voldoende moeten zijn om u aan te moedigen
zo nu en dan dagdromen te durven fantaseren.
Fantasie is ook wanneer je de innerlijke weg gaat zeker wel eens noodzakelijk. Als je alleen
van klinische feiten, van logische beredeneringen zonder meer uitgaat, dan loop je elke keer
vast. Maar als je durft dromen en gelijktijdig niet probeert je fantasie - en je droom helemaal
in je macht te houden, dan komt er een moment dat je heel dicht bij de werkelijkheid komt te
zitten. Dan bouwt de fantasie a.h.w. een brug van de menselijke werkelijkheid naar een meer
omvattender werkelijkheid.
De voorwaarde blijft bestaan dat u er wat mee moet doen. Als u zegt: ik heb kracht nodig en u
krijgt die kracht - onverschillig hoe - dan kan de wijze waarop u het zich voorstelt fantasie zijn,
maar de kracht ontstaat. De kracht is de werkelijkheid. Deze kracht kan niet verstandelijk
omschreven worden, dientengevolge zijn de redelijke omschrijvingen onjuist. Ik hoop, dat u
het tot zover mee eens kunt zijn.
Nu gaan we proberen om met fantasie als voorbeeld een brug te bouwen naar een andere
werkelijkheid. Wat ik zeg is niet redelijk: het is allemaal geloof. Misschien is het zelfs dat niet,
maar alleen een wensdroom.
In mijn denken ben ik ongelukkig op deze wereld. Maar ik ben niet werkelijk ongelukkig, want
ik heb het leven. Het leven is in mij. Het is een stralende kracht. Daar kan ik wat mee doen.
Die stralende kracht wordt groter en groter. Ik ga die kracht op mijn wereld richten. Ik ga mijn
wereld veranderen. Ik kijk met die kracht in mijn blik naar de dingen. Wat lelijk is, wordt mooi.
Wat er niet zou moeten zijn verdwijnt. Wat er zou moeten zijn verschijnt. Ik richt opnieuw een
huis in. Ik laat de vervuiling van een straat of uit een park verdwijnen. Ik laat de planten
bloeien, desnoods midden in de winter. Het gekke is, dat ik er van binnen warm door word.
Die beelden hebben niets met de werkelijkheid te maken: het zijn wensdromen. Ik voel in mij
op een gegeven ogenblik het idee: het zal allemaal wel waar zijn. Als ik mijn ogen nu nog niet
opsla, dan zal het waar zijn. Op dat ogenblik moet ik mijn droom stilzetten. Het heeft geen zin
verder te fantaseren, wanneer het eerste contact in je tot stand komt.
Nu wordt in mij steeds meer kracht, steeds meer gloed kenbaar. Ik zeg nu: met dat licht kan
ik veel doen. Laat mij eerst maar eens in dat licht naar mijzelf kijken. Dan zie ik mijzelf heel
anders dan ik tot nu toe heb gedaan. Zaken als schuldgevoelens, schuldbewustzijn, die
bestonden, zijn misschien allang weg, ze verdwijnen gewoon als sneeuw voor de zon. Aan de
andere kant zijn er een hoop dingen die opeens veel minder mooi zijn. Op deze manier bouw
ik verder. Ik laat gewoon de wereld a.h.w. op mij afkomen. Dan verandert mijn
werkelijkheidsbesef maar ook mijn ik-besef.
Ik ga nu dingen beleven en ondergaan die helemaal buiten de stoffelijke werkelijkheid liggen.
Dat kan het betreden van een andere wereld zijn (daar zullen we later wel meer over zeggen).
Dat kan zijn een contact met personen die dood zijn of die we nooit hebben gekend. Het
kunnen contacten zijn op grote afstand, over de gehele wereld. Men spreekt als het ware met
ons. Wij ervaren dingen. Het is bijna of er veranderingen zijn van een lijfelijke aanwezigheid
36
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

zelfs. Als ik dan weer terugkeer uit mijn droom, naar de werkelijkheid, dan blijft mij het gevoel
bij dat ik ze heb ondergaan. Hierdoor heb ik een bruggetje gebouwd krachtens die fantasie
naar een totaal andere harmonische mogelijkheid.
Als je de mensen op een normale manier bekijkt, dan maak je natuurlijk onmiddellijk de grote
fout. Zij zeggen dan b.v.: Ik heb toch zo lekker gedroomd, en nu zit ik weer in de ellende. Dat
is zeker waar.
Als u naar de ellende kijkt, dan dooft het licht. U stemt zich dan weer af op de gewoonte
waarmee u uw wereld beleeft en bekijkt. Maar stel nu eens dat u dat niet doet, dat u zegt. Nu
is dat licht er, die kracht is er en die zal overal weerkaatsen. Misschien niet zo als mijn
fantasietje, in mijn droom, maar overal zal er iets veranderen. Dan ga ik mijn wereld met
andere ogen zien. Dit is erg belangrijk.
Doordat ik mijn wereld met andere ogen ga zien ga ik andere delen van mijzelf herkennen. Ik
leer niet alleen mijzelf beter kennen, maar ik leer gelijktijdig andere krachtsverhoudingen
tussen mij en de wereld. Er zit een tweede werkelijkheid achter de werkelijkheid die ik besef.
Als je deze stap hebt gezet, kom je waarschijnlijk op den duur in de richting van het z.g.
opbouwproces.
Een opbouwproces betekent dat je steeds weer één bepaald fantasie beeld opwekt. Dat doe je
dan niet globaal met mooie landschappen (een soort psychedelische opera in fantastische
termen) maar je bouwt a.h.w. hele figuren op. Je bouwt misschien een helper, een dienaar op
of misschien een weg naar een andere wereld. Dat blijf je herhalen keer na keer.
Dan komt er een ogenblik, dat datgene wat je hebt opgebouwd, het is en blijft fantasie, voor
jou volledig werkelijk wordt. Wat zien we dan?
Die dienaar die voor mij werkelijk is, zal feitelijk taken voor mij verrichten zonder dat ze mij
kunnen vermoeien. De brug die ik heb gebouwd is voor mij de mogelijkheid geworden om
binnen te gaan in een andere wereld of om boodschappen, waarnemingen of een persoon uit
een andere wereld zonder meer te ontvangen. Ik heb alweer mijn fantasie gebruikt en daar-
mee beelden opgebouwd. Die beelden heb ik nodig, maar slechts een beperkte tijd, want u
weet hoe bedienden zijn.
Een bediende is iemand die in het begin alles doet wat je hem vraagt, maar op den duur je
gaat vertellen wat je hem moet vragen. Als we op dat punt zijn gekomen, zou de relatie
kunnen veranderen: dan zou de meester in feite de slaaf kunnen worden van zijn dienaar.
Op dat ogenblik zeggen we: 'je bestaat niet' elke keer als we hem zien. Alweer een fantasie,
een suggestieproces. Wij breken dan die persoonlijkheid af. Wat blijft er nu over? De vorm is
verdwenen, maar de kwaliteit waarmee onze bevelen werden uitgevoerd blijft bestaan, want
wij hebben die altijd zelf gegeven.
Wij hebben nu ineens buiten ons een manipulatiemogelijkheid gekregen die niet stoffelijk is en
die niet aan stoffelijke beperkingen onderhevig is. Denkt u maar aan verschijnselen als
telekinese. Dat is een simpel voorbeeld ervan. We kunnen nog veel verder gaan.
Met de brug is het precies hetzelfde. Als wij elke keer weer naar dezelfde brug toegaan, dan
wordt het tijd te zeggen: 'Die, brug bestaat niet, die brug is er niet’. Maar als de brug
verdwijnt, blijft ons contact met de andere wereld waarin we haar hebben gebouwd wel
bestaan. Alleen, nu is er niet meer het idee van één enkele weg. De contacten verveelvoudigen
zich, ze gaan meer omvatten.
Toch is het allemaal begonnen met fantasie, met een droom die niets met die werkelijkheid te
maken heeft, die tegen de feiten in gaan misschien. Wij hebben gewoon onze eigen
persoonlijkheid, ons eigen wezen, onze eigen kracht ontwikkeld. Wij hebben dat gedaan op
een zodanige manier dat niemand kan zeggen: Dit is waar en dat is niet waar. Wij kunnen
alleen maar zeggen: Als gevolg van een proces is een nieuwe erkenning, een nieuwe
mogelijkheid voor ons tot stand gekomen.
Nu moeten wij proberen om die fantasie ook weer aan bepaalde regels te binden. Want in het
wilde weg fantaseren komt over het algemeen neer op een scheppen van een compensatie
37
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

voor alles wat voor ons verkeerd zit in de wereld. Dat hebben we nu juist niet nodig, want die
wereld is wel degelijk een werkelijkheid waarmee we te maken hebben. Dat geldt voor u in uw
wereld en net zo goed voor iemand in een sfeer die een dergelijke procedure ook probeert te
gebruiken al heet het dan heel deftig een meditatief proces. Dus wat doen wij.
In de eerste plaats: Onze fantasie wordt gericht op een bepaald doel. Wij kiezen altijd een
hoofdbestemming uit. Al is het maar bij wijze van spreken dat u de zure regen wilt weg
hebben of misschien alle regen wilt laten verdwijnen, wat ik mij nu kan voorstellen. Wij
bouwen dus van daaruit op. Alles wat wij fantaseren, moet met dit denkbeeld in verband
staan. Daardoor scheppen wij een basis voor de fantasie met een gerichtheid.
In de tweede plaats: Je speelt dus niet voor superman etc. Je bent deel van het gebeuren. Met
je gedachten vorm je wel het gebeuren, maar je blijft er een onderdeel van. Je bent zelf nooit
een daar buiten staande factor. Ook dat is belangrijk. Op het ogenblik, dat ik mij daarbuiten
stel blijft de fantasie voor mij fantasie. Het is geen proces waarvan ik deel ben, maar een
proces dat ik buiten mij voortbreng. Daarvan kan ik nooit veel leren omtrent mijzelf en
bovendien zal ik die beïnvloedingen van het proces niet voldoende ondergaan. Als zodanig zal
ik bij mijn fantasie, mijn droombeeld blijven, zonder wezenlijk in kwaliteit, in
afstemmingsmogelijkheid veranderingen te ondergaan die wenselijk zijn.
In de derde plaats zullen we de fantasie altijd opbouwen van een zo eenvoudig mogelijk beeld
uit. Dus als u een bediende in de geest opbouwt, dan neemt u mijnentwege een plaatje van
een butler en u bouwt een butler op. U visualiseert dat elke keer totdat hij voor u concreet
wordt. Probeer niet om er engelen van te maken, want de meeste mensen op aarde weten niet
eens wat een engel is. En als ze denken dat ze het weten, dan blijkt later heel vaak dat er toch
een duiveltje achter zit. Dus u bouwt op vanuit een simpel beeld.
Als u een brug wilt bouwen, dan is het niet nodig om u eerst een ravijn voor te stellen en
eventueel toevoer- en afvoerwegen. Het is alleen belangrijk dat u die brug ziet, verder niet.
Beperk u zoveel mogelijk tot één begrip. In de fantasie is het mogelijk om één begrip voor ons
een zodanige werkelijkheid te geven dat wij daarmee kunnen werken dat het voor ons een
voortdurende invloed is. Wij kunnen echter nooit een wereld of zelfs maar een deel van een
wereld opbouwen zonder deze steeds weer te verliezen op het ogenblik, dat wij met onze
eigen wereld, onze eigen werkelijkheid worden geconfronteerd.
In de vierde plaats: Laten we ons in onze fantasieën niet richten op anderen. Het is heel erg
gemakkelijk om een bepaalde figuur, een bepaalde persoon, macht of positie te betrekken bij
de fantasie. Daarmee gaan we weer de zaak te veel bepalen.
Laten we gewoon maar fantaseren over de brug zonder ons af te vragen welke grenzen, muren
of wanden worden verbonden door die brug. Laten we denken aan de dienaar niet in de vraag:
Wat kan die dienaar allemaal voor ons doen? Maar gewoon: Dit is een dienaar, Alweer,
beperking. Hoe meer wij het beeld van onze fantasie beperken, des te gemakkelijker daaraan
nieuwe waarden worden toegevoegd.
Wanneer er een harmonie bestaat tussen een fantasiebeeld en b.v. een deel van een
geestelijke wereld, dan zal juist omdat die fantasie beperkt en eenvoudig is, die andere
werkelijkheid daaromheen zich beter kunnen manifesteren. Er ontstaan voor ons steeds
wisselende beelden maar we hebben één houvast. Op die manier kunnen we dus werkelijk met
fantasie bruggen bouwen naar andere werelden, maar evengoed naar totaal andere
bewustzijnstoestanden.
Een mens kan zijn denken maar ook zijn geheugenprocessen heel sterk beïnvloeden. Dat kan
hij doen door een fantasieproces. Het is natuurlijk dwaasheid dat je een boek onder je
hoofdkussen kunt leggen en dat je dan alles weet wat daar in staat. Het is althans ook nog
onzin dat, als je in de slaap zachtjes een bepaalde tekst maar voortdurend afdraait, je als je
wakker wordt die tekst ook kent. Daarvoor zijn andere meer rationele processen noodzakelijk.
Maar er is wel iets anders.
Als ik zéker ben dat ik die tekst ken zonder dat ik die feitelijk ken en ik blader het boek door,
dan zal ik zoveel in mij opnemen van de inhoud dat het lijkt, of ik een groot gedeelte van het

38
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

boek inderdaad tijdens de slaap heb opgenomen. Het doorbladeren van het boek is echter
belangrijk. Ik verscherp dus mijn capaciteit tot erkenning. Ik vergroot mijn mogelijkheid tot
opnemen.
Ik wil niet zeggen, dat u op die manier zonder meer een fotografisch geheugen krijgt. Maar
t.o.v. een punt waarop u zich heeft gericht, kunt u die kwaliteit tijdelijk zodanig ontwikkelen
dat het geheugen alle daarmee in verband staande feiten opneemt, alsof u een fotografisch
geheugen zoudt hebben. Daarvoor is het noodzakelijk dat u natuurlijk het onderwerp waarover
u wat wilt weten belangrijk vindt.
Ook is belangrijk, dat u in u een zekerheid opbouwt dat de inhoud van dat boek of van de
kennis of van wat dan ook geheel in u overgaat. En dat is allemaal nog net geen feit: maar het
blijft fantasie. Maar als u kort na de fantasie bij voorkeur, wordt geconfronteerd met een deel
van die kennis, dan blijkt dat u die absorbeert als een droge spons een plas water. U neemt
dus veel sneller op.
Fantasie is op zichzelf zeker vaak een tweesnijdend zwaard. Wij kunnen ons door onze fantasie
van de werkelijkheid verwijderen. Als we dan niet terugkeren, dan maken wij het voor onszelf
heel erg moeilijk zowel in uw wereld als in de onze. Maar als we altijd een cirkelredenering
vormen en dus steeds de fantasie met haar consequenties, betrekken op onze eigen wereld -
al gaat het maar om één feit, één persoon, één mogelijkheid daarin - dan hebben wij een ver-
binding tot stand gebracht tussen die onbekende waarden en krachten die in ons leven en
onze huidige werkelijkheid. En daarmee verschaffen wij ons de mogelijkheid - met veel zoeken
en zwoegen vaak - om meer te presteren, meer te zijn, meer te beseffen.
Als ik dat allemaal zo vertel, dan lijkt het alsof ik bezig ben om een practisch lesje te geven:
Hoe kan ik met mijn fantasie wat doen? We zijn echter bezig met de innerlijke weg. De
innerlijke weg is de weg naar jezelf.
Hoe kun je ooit jezelf worden, als je niet eens de capaciteiten en kwaliteiten die je werkelijk
bezit uit en door jezelf kunt openbaren? Het gaat erom dat we het zélf vinden. Want alle
krachten die wij gebruiken, alle vergroting van capaciteit tot opname is deel van onszelf, maar
van een deel dat wij niet kennen.
Hoe meer wij de kwaliteiten en mogelijkheden van ons wezen weten in te schakelen, hoe
vollediger wij leren die te gebruiken. Hoe meer wij onze contacten, ook met andere werelden
waarvan we toch ook deel uitmaken, weten tot stand te brengen en als normaal te beleven,
hoe beter wij onze volledige persoonlijkheid benutten en leren kennen wat wij in wezen zijn in
de totaliteit. Pas als wij dat allemaal beseffen, kunnen wij langs de innerlijke weg komen tot
het feitelijke bereiken.
Een bereiken, dat niet alleen betekent dat we in één leven een paar leuke occulte kunstjes
kunnen vertonen, maar wat ook betekent dat wij in alle werelden, in elke werkelijkheid kunnen
beschikken over alle kwaliteiten van het ik, zodat het ik steeds meer werelden gelijktijdig kan
omvatten, steeds grotere samenhangen kan overzien en eindelijk misschien vanuit een eigen
Godsbeeld komt tot de beleving van iets wat werkelijkheid is, ook al zal het niet aan een
omschrijving beantwoorden.
Zoeken naar leven is niet alleen maar het zoeken naar bestaan. Wij hebben het al meer
gezegd: Leven is bestaan plus beleven. Het is een verandering. Je kunt niet zeggen, dat je
werkelijk bewust leeft, als je alleen maar vreugde of alleen maar verdriet kent. Het is de wis-
seling tussen beide waardoor het werkelijke van leven, beleven, ondergaan wordt bepaald.
Als deel van het totale leven kunnen wij eerst in het geheel levende opgaan, indien een deel
daarvan beseft kan worden: wij kunnen er integreren. Wij kunnen er meer deel van worden.
Wij kunnen op den duur misschien zelfs beseffen hoe wij binnen een groter geheel, dat wij nog
niet helemaal kennen, op onze manier het best functioneel zijn.
Het is dus niet een spelletje van een beetje fantasie en een paar leuke kunstjes. Het is veel
meer. Het is een weg naar innerlijke bereiking tot stand brengen. Het is ook langs deze weg
zoeken naar een nieuwe werkelijkheid. Als ik met de fantasie speel, dan speel ik met dromen,

39
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

met onmogelijkheden. Maar als ik speel met onmogelijkheden, zal ik daardoor nieuwe
mogelijkheden leren kennen.
Als ik mij een beeld maak van mijzelf als een ideale, edele figuur, dan is de voorstelling die het
ik zich maakt (ook het wereldbeeld dat het ik zich maakt) niet waar. Zelfs mijn voorstelling
van de wereld en het gebeuren daarin is fantasie. Het is niet waar: het is niet helemaal echt.
Er zijn een hoop dingen die zo onecht zijn dat, als u het zoudt beseffen, de hele maatschappij
in elkaar zou vallen als een gebouw dat in handen is gevallen van de een of andere
projectondernemer.
U kunt ook in uw wereld de fantasie niet ontberen. Maar als u de fantasie gebruikt om iets in
de werkelijkheid te beleven en te bereiken en u kunt dit ook kenbaar maken (dit is heel
belangrijk) in uw wereld, in uw leven en persoonlijkheid, dan moet er ook een kenbaar
resultaat zijn.
U heeft daarmee dan een sleutel gevonden waardoor het ik zich in die fantasie ontwikkelt tot
een bewustzijn waarin de fantasie steeds meer plaats gaat maken voor de werkelijkheid. De
werkelijkheid ontplooit zich tot een besef waarin het ik zijn eenheid (de synthese met het
Goddelijke) zodanig gaat beleven dat het daardoor zijn onmacht verliest of gelijktijdig een
doelbewustzijn bereikt en een ik-bewustzijn dat zonder dat niet denkbaar is.
Dit is de les die ik u deze keer wil voorleggen.
Wat is het verschil tussen de zelfgeschapen 'butler' en een echte entiteit?
Het verschil is, dat u de butler als voorstelling heeft opgebouwd. Onverschillig of er een echte
entiteit in schuil gaat of niet (wat mogelijk zou zijn) zal die butler gebonden zijn aan de
kwaliteiten, de uitingsvormen en taakverrichting die u daarin heeft gelegd. Met andere worden,
het fantasiebeeld is een beeld en niets anders. De krachten echter die het doen bewegen
komen uit u voort. Ze kunnen misschien ook voortkomen uit andere bronnen (een entiteit die
er achter schuilt) maar zeker in de eerste tijd dat u ermee bezig bent, bent u zelf de
motiverende factor.
U bepaalt wat de dienaar is en wat hij doet. Een entiteit daarentegen is altijd zichzelf en zal
dus wel ten dele door u mede kunnen worden bepaald, maar nooit qua geaardheid of qua
taakverrichting volledig kunnen worden bepaald. Daarin ligt het verschil.
Je ontneemt de butler zijn kracht. Ga je dan zijn functie veranderen?
U kunt hem zijn kracht niet ontnemen, want hij is een waanbeeld. Als u goed heeft geluisterd,
ik wil het nog kort herhalen: Het is een beeld dat u opbouwt. Op een gegeven ogenblik heeft u
zoveel van uw persoonlijkheid of van uw wensleven in die dienaar gelegd dat deze voor u een
reële persoonlijkheidstructuur gaat krijgen en dus tegenspel gaat leveren. Op dat moment
bestaat het gevaar dat het geprojecteerde deel van het ik het bewuste deel van het ik gaat
overvleugelen en gaat bepalen.
Dit nu is niet gewenst. Daarom nemen wij de vorm weg die we zelf hebben opgebouwd. De
vorm, die voor ons specifiek bestond en dus lang niet altijd voor de wereld kenbaar is of
werkelijk is. Door het wegnemen van de vorm geven wij de krachten weer hun oorspronkelijke
relatie met het ik terug. Maar de functie, die eens het beeld verrichtte, kan nu worden verricht
door deze kracht zonder gestalte en daardoor zonder dat die kracht zich kan verweren tegen
haar bron.
Kan die kracht in de astrale wereld gestalte krijgen?
Het beeld kan een astrale gestalte krijgen. Maar een astrale gestalte kun je ook afbreken door
haar te ontkennen. In feite gebeurt daar dus niets, behalve dan dat u toevoegt aan het geheel
dat de vorm kan werden opgebouwd in de astrale materie en als zodanig een belichaming kan
krijgen.
Maar daarmee wordt aan de geaardheid van de fantasie niets veranderd.
Het feit, dat ze tastbaar en eventueel voor anderen kenbaar wordt, verandert nog niet de bron
Waaruit ze stamt, noch de bepaling van kwaliteiten die immers door uzelf is geschied.

40
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

Hoe lang duurt het voordat je met het opbouwen van een beeld resultaat krijgt?
Er bestaat een oude regel afkomstig uit een lamaklooster, het Klooster van de Zeven
Monniken. In de beste tijd waren daar ongeveer 3000 monniken. Deze regel luidt. “Wie zich
een dienaar (gestalte) wil opbouwen, kan daarvoor soms een heel leven nodig hebben. Maar
hij, die zich volledig daaraan overgeeft, zal dit binnen één maan (28 dagen) tot stand kunnen
brengen. Wie zich echter meer dan 3 manen laat dienen door deze geest, zal minstens 100
manen nodig hebben om de kracht te vernietigen!”
Als je echter gewoon de gestalte opbouwt en 1 maan de relatie laat bestaan en daarna het
beeld vernietigt, is er niet meer tijd voor nodig volgens deze regel dan 1 maanomloop. U ziet,
er zit nogal wat aan vast.
Het is duidelijk, dat dit behoort tot systemen die heel expliciet verklaren hoe alles in elkaar zit
en hoe lang het duurt. Een reëel oordeel kan alleen gegeven worden door te vragen.- Hoe
intens kunt u mediteren? Hoe intens kunt u zich concentreren? Hoe volledig kunt u zich
bepalen tot dat ene beeld? Als u dat werkelijk volledig en goed kunt doen, dan neem ik aan
dat u, zelfs bij één keer per dag een meditatie van 10 tot 20 minuten, binnen 3 maanden een
dergelijke gestalte concreet kunt maken voor uzelf.
Zoudt u haar tastbaar willen maken, dan zoudt u dat waarschijnlijk binnen 6 maanden kunnen
doen. Maar alweer, laat u niet te lang door de gestalte dienen. Ga er geen discussies mee aan,
want op dat ogenblik bent u in dialoog met uzelf, maar verliest u gelijktijdig het gezag voor het
deel van uw ik dat u heeft geprojecteerd.
Ik heb u dit alles voorgelegd omdat, als we het ik werkelijk willen ontplooien in een nieuwe
werkelijkheid, wij in staat moeten zijn om delen van onze oude werkelijkheid te ontkrachten.
Daarom heb ik gesproken over fantasie als een brug.
Ik hoop, dat u er iets aan heeft. Ik hoop, dat u goed heeft geluisterd. Als u de lessen van de
vorige keer en van deze keer beide redelijk in praktijk brengt, dan zal ik ongetwijfeld mijn pet
afnemen, wanneer u later mij voorbij komt op weg naar hogere sferen.

WAARHEID
De waarheid voor de mens is natuurlijk datgene wat hij liever niet hoort. De waarheid voor de
geest is datgene wat hij denkt zolang hij daarin volledig opgaat. Achter alle dingen moet een
werkelijkheid schuilen. Die werkelijkheid daar zit je nog wel eens mee.
De werkelijkheid van een mens is b.v. dat hij eigenlijk maar een klein deel van zijn ik
projecteert in het menselijk ik. De bezieling is maar een heel klein gedeelte van het werkelijke
ik. De rest zit in andere werelden, maar is zich daarin tijdelijk onbewust, althans grotendeel
onbewust, van, omdat men geconcentreerd is op dat kleine stukje dat in een lichaam werkt.
Nu kunt u zich voorstellen dat een dergelijke geest wel alle voorstellingen van die mens als
waar, als echt ondergaat en dat hij gelijktijdig toch op een ander niveau denkt: Ja, maar het is
niet helemaal zo. Ik denk, ik weet het niet zeker, dat de meeste mensen juist daarom tegen
zichzelf verdeeld zijn.
Het is mij opgevallen dat heel veel mensen altijd bezig zijn om zichzelf aan te praten dat een
deel van de waarheid niet waar is en dat een deel van hetgeen zij denken, maar dat niet waar
is, wél waar is, Zij gebruiken dit om te ontkomen aan een confrontatie met datgene wat zich
feitelijk representeert.
Je probeert als mens onbewust je aan te passen aan een geestelijk ik-beeld dat wel bestaat
maar dat hier op aarde zinloos is. Je probeert het dan verder te vertálen in stoffelijke termen.
Maar die stoffelijke termen zijn niet voldoende, ze zijn eenvoudig niet aanwezig.
Laten we eens kijken naar een mens die gewend is om in een hoge, lichtende (misschien een
wereld zonder vormen) of in een heel lage wereld waarin alle vormen alweer verwaasd zijn,
zichzelf te manifesteren. Die mens is daar door zijn gedachten, door zijn leven meester van
alles wat er om hem is. Hij selecteert, hij maakt zijn eigen wereld.

41
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

Zo iemand wordt nu op aarde geboren. Het begint al direct met de klap op de billetjes, daarna
de hulpeloosheid waarbij de natuurlijke voeding, of de vervangende fles nooit helemaal op tijd
schijnt te komen en ook de luiers de onaangename kwaliteit van vochtigheid vertonen op een
ogenblik dat dat niet prettig is. Zo'n mens leeft in een wereld waarin iedereen hem a.h.w.
bepaalt. Hij wordt door een noodlot bepaald.
Hij krijgt er op een gegeven moment genoeg van en probeert er op de een of andere manier
onderuit te komen.
De machtsdrang van heel veel mensen lijkt mij voort te komen uit hun onvermogen een
scheiding te maken tussen hun geestelijke toestand en wat nu hun stoffelijke werkelijkheid is.
Dan is datgene wat ze beleven niet waar. De macht, die ze uitoefenen, bezitten, ze niet
waarlijk: ze is niet echt. Ze kan alleen bestaan zolang bepaalde illusies in stand worden
gehouden. Aan de andere kant, hun onvermogen (wat ze ook vaak innerlijk ervaren) bestaat
ook niet echt. Het kan alleen tot stand komen door hun voortdurende referentie aan regels die
zij in de wereld zien zonder dat ze feitelijk bestaan.
Dan is het voor een persoon die op weg is naar zelfkennis misschien wel dienstig om te
beseffen dat heel wat drijfveren eigenlijk voortkomen uit iets wat helemaal niet stoffelijk is.
Begint u dit nu niet over te dragen op gebieden als attractie ten aanzien van medemensen.
Dat heeft er over het algemeen weinig mee te maken. Soms is het biochemisch, een enkele
keer is het geestelijk. Het is gewoon de houding die je aanneemt in het leven. De manier
waarop je protesteert tegen dat leven of ondanks alles je een bepaalde taak, een positie in het
leven weet te verwerven, is over het algemeen een verlengstuk van de geest. De waarheid is
geestelijk namelijk deze:
Ik leef in een wereld van mijn eigen gedachten. Hoe meer ik gedachten van anderen in deze
wereld kan toelaten en mede verwerken, hoe groter, omvattender mijn wereld wordt, maar
gelijktijdig hoe groter mijn invloed wordt op anderen en mijn erkenning van de invloed die
anderen op mij uitoefenen. Dus hoe duidelijker de samenwerking, die voor alles belangrijk is,
wordt geconstateerd, hoe bewuster het ik maar ook hoe machtiger het ik is.
In de stof geldt juist: een mens, die zichzelf weet te beperken tot een enkel doel en daarbij
geen rekening houdt met iets of iemand anders, die schopt het het verst.
Laat mij dat niet te hard zeggen, want dan komt u tot de conclusie dat degenen, die het op
aarde ver brengen, geestelijk over het algemeen niet veel betekenen. Dat is natuurlijk ook niet
helemaal waar.
Elke mens zal zijn geestelijk ik als een soort schaduw achter al zijn belevingen, zijn gedachten
en zijn daden in zijn leven hanteren. Dan komt daar verder nog bij, dat er relaties zijn die
geestelijk hebben bestaan. Het kan voorkomen dat men elkaar in de sferen heeft gekend.
Men heeft gedachten uitgewisseld. Men is tot op zekere hoogte versmolten geweest. Men heeft
een gemeenschappelijke werkelijkheid beleefd. En dan komt men op de wereld.
Het vreemde is, dat men dan voor zo'n ander die sympathie (soms is het ook een antipathie)
gaat koesteren die helemaal niet op feiten berust, dus niet op een menselijke waarheid maar
op een geestelijke waarheid die men zich op dit ogenblik niet eens kan herinneren. Dat is na-
tuurlijk erg vervelend, ofschoon soms de gevolgen wel aangenaam kunnen zijn.
De situatie waarin die geest verkeert, is er een die soms wordt overschat door de mensen. Zij
denken: een geest is helemaal vrij. Maar hoe kun je vrij zijn, als je wordt beperkt door je
eigen mogelijkheden, je eigen inhoud? Het is hetzelfde als je tegen iemand zegt: Jij bent vrij.
Je kunt de hoogste bergtoppen tot de Mount Everest top beklimmen. Dan kan die ander
zeggen: Dat is wel waar, maar ik heb last van hoogtevrees. En dan gaat het niet.
De geest heeft ook die kwaliteiten. Hij heeft bepaalde dingen waaraan hij eenvoudig niet kan
of durft beginnen, waartoe hij eenvoudig de middelen niet bezit. Dan kun je stoffelijk zeggen:
Ik wil dat wel. Of: ik vind dat verstandig. Maar je kunt dat nooit waarmaken.

42
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

De waarheid van de geest is dat hij wordt beperkt door zichzelf, dat hij afhankelijk is van zijn
aanvaardings- en voorstellingsvermogen. In elke projectie - hetzij naar een lagere sfeer, hetzij
naar een stoffelijke wereld - zal hij altijd gebonden blijven aan zijn eigen bewustzijn. In een
stoffelijke wereld zijn waarden die de geest niet kan ontwijken. Deze waarden, die hij a.h.w.
tegen wil en dank vaak krijgt opgedrongen, vormen dan de uitbreiding, van zijn vermogen en
mogelijkheden.
De mens op aarde op zijn beurt, heeft vaak het gevoel dat hij terecht is gekomen in een sleur,
een soort tredmolen. Je denkt: er komt geen verandering in. Ik kan mij niet meer losmaken.
Dat is ongeveer de helft van de tijd waar. Ik zal u vertellen waarom. De mens wordt beheerst
door allerlei factoren van buitenaf. De astrologie vertelt u dat u door de planeten wordt
beïnvloed. Laten we het maar eenvoudig houden.
De doorsnee-mens wordt door de maan beïnvloed. U heeft een emotionele cyclus. Deze loopt
ongeveer 14 dagen en daarna weer 14 dagen. U kunt dat voor uzelf zien. Er zijn dagen dat u
absoluut kunt willen wat u maar wilt, gebeurt allemaal anders. Dan denkt u dat de wereld dat
doet. Neen, U doet het zelf. U kunt u namelijk niet los maken van een vastliggende reeks
associaties en daardoor een eveneens onvermijdelijk wordende reeks belevingen en
handelingen.
De andere 14 dagen heeft u een zogenaamde top, dat wil zeggen: u heeft het vermogen om in
te grijpen en dan kunt u de sleur doorbreken.
Maar u kunt het alleen zelf doen. U kunt dus nooit zeggen: Nu zullen anderen mijn sleur
verbreken. Dat kunt u alleen zelf. U doet dat echter, omdat U de zaak nu anders bekijkt. U
heeft in u de energie waardoor het u lukt om de dingen tot stand te brengen. Dan kunt u dus
ook zeggen: Die tredmolen waarin we lopen is alleen maar een tredmolen, als we ons op
ogenblikken dat we ons blijmoediger en energieker voelen ons niet onttrekken aan die delen
van de sleur waaronder wij de vorige 14 dagen hebben geleden. Als u precies wilt weten hoe u
dat moet berekenen, wil ik u wel een tip geven, maar die is nogal moeilijk.
U kunt namelijk de positieve fase berekenen, als u aanneemt dat ze begint op het ogenblik van
de geboorte. Reken dan het aantal dagen dat verlopen is tussen geboorte en heden. Deel dat
door 28, dan krijgt u een aantal fasen. Deel die weer door 28 en dan komt het ogenblik dat u
zegt: Nu heb ik een waarde gekregen kleiner dan 28. Dan berekent u vanaf nieuwe maan dit
aantal dagen. De dag die u dan krijgt is in feite de dag waarop uw positieve fase begint.
Het is veel rekenen en het helpt weinig. Maar u kunt het gewoon aan uzelf merken. Het is veel
eenvoudiger om voor uzelf maar eens aan te tekenen, wanneer u tegen wil en dank allerlei
dingen moet doen of wordt meegesleurd en de dagen waarop u zelf een beslissing kunt ne-
men: dat u zelf de dingen bepaalt, dat alles schijnt mee te lopen. Als u dat een tijdje heeft
geregistreerd en u houdt er rekening mee dat het ongeveer 14 dagen op en 14 dagen neer is,
dan heeft u de emotionele cyclus aardig te pakken.
Voor de geest zou zoiets dus betekenen, dat hij 14 dagen gebonden is aan belevingen die hij
door gebrek aan energie en misschien ook aan mogelijkheden niet kan veranderen. Veertien
dagen een confrontatie met de werkelijkheid en veertien dagen een periode waarin hij zelf in
een zekere zich kan opleggen aan de werkelijkheid. De waarheid is dus niet, dat die geest
gebonden is aan de stof. De waarheid is, dat er perioden zijn dat de geest zich niet kan
verzetten tegen of opleggen aan het stoffelijke gebeuren, maar dat er ook perioden zijn,
waarin hij zijn eigen mogelijkheden precies kan gebruiken. Als u dat weet, kunt u daar aardig
gebruik, van maken.
Precies de dingen die nodig zijn om, als we eens willen uitbreken, zo te plaatsen dat ze vallen
in de positieve periode, want dan kunnen we zelf bepalen wat er gebeurt. In de andere periode
zullen de anderen (de omgeving) bepalen wat er gebeurt.
Als u dat eenmaal door heeft, dan zult u ook begrijpen dat de stoffelijke waarheid niet is dat je
volledig gebonden bent. Stoffelijk is het wel waar dat u voor een deel gebonden bent. Er zijn
namelijk zich herhalende perioden waarin het voor u niet mogelijk is de bestaande gang van

43
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

zaken op welke wijze dan ook te veranderen. Probeert u het toch, dan blijkt de omgeving dat
te compenseren.
Laten we zeggen dat u zich voorneemt om in een negatieve periode er nu eens gezellig op uit
te trekken. Ik garandeer u dat, als u alles heeft voorbereid precies die visite komt die u niet
durft of wilt wegsturen. Zo werkt dat.
Dan moeten we nog een stapje verder gaan en zeggen: Als de waarheid is dat ik in bepaalde
perioden meer kan doen, dan moet ik ook mijn leven indelen in deze periodiciteit. Ik zal elke
periode, waarin ik toch niets aan de sleur kan veranderen, gebruiken om in mij beelden of
krachten te vergaren, inspiratie te verkrijgen. Wanneer mijn positieve periode begint, dan
houd ik mij niet bezig met de geest, maar dan houd ik mij bezig met de stof.
Het is misschien gemeen om het zo te zeggen: heb God lief boven alles en uw naaste gelijk
uzelf, doe dat dan in die 14 dagen dat u niets anders te doen heeft. Dan kunt u God liefhebben
en houdt u nog tijd over voor uw naaste. Anders loopt het allemaal door elkaar. Het is een
waarheid als een koe.
U denkt misschien: Dat is allemaal wel leuk gezegd, maar als u het in uw leven gaat proberen,
dan zult u merken dat ik aardig gelijk heb. Ik weet het wel, het is niet precies op de seconde
gelijk. Voor elke mens ligt het, mede aan de hand van de geboorte en andere invloeden, een
klein beetje anders. Maar als u het in de praktijk vaststelt, dan zult u ontdekken: die 14-
daagse cyclus werkt. Zo goed als uw eigen energiecyclus een week cyclus is. Dat is n.l. uw
stoffelijke energie.
Die klimt een week en die daalt een week. Ook die kunt u in de gaten houden. En als u heel
erg handig bent, dan wacht u tot u hoogtepunten van stoffelijke energie heeft en gelijktijdig
een periode van geestelijke vrijheid, van lotsvrijheid, want dan kunt u het meest doen.
Het feit, dat je weet dat je gebondenheid stoffelijk beperkt is, dat je vrijheden veel groter zijn
dan je redelijk gezien kunt verwachten, maar dat die vrijheid wegvalt naarmate je je meer van
anderen afhankelijk maakt, kom je als vanzelf, tot een betere benadering van je stoffelijk
leven.
De waarheid in het stoffelijk leven is, dat niets voor anderen volledig even waar kan zijn. Elke
waarheid is een persoonlijke waarheid.
Elke gemeenschappelijke waarheid is een compromis waarin een ieder iets van zijn eigen
waarheid kan terugvinden zonder dat deze waarheid daarin geheel kan worden
gemanifesteerd. Conclusie:
Ik moet eerst mijn persoonlijke waarheid vinden. Uit deze persoonlijke waarheid die
samenhangt met mijn persoonlijk ritme en de erkenning van mijn gebondenheden en mijn
vrijheden, kan ik gaan beslissen en besluiten met welke mensen of bij welke groepen ik mij
kan aansluiten zonder daarbij mij eenheid en mijn eigen mogelijkheden te verliezen.
Want niets is erger dan het ogenblik, dat wij het geheel van ons eigen ik met al zijn
mogelijkheden en onmogelijkheden zo volledig gaan binden aan een ander dat we niet meer in
staat zijn om de geest die ervaring te geven die ze nodig heeft om verder te komen. Stoffelijk
zijn we ook niet meer in staat zelf te bepalen wat en wanneer wij iets zullen doen. Denk daar
maar eens goed over na.
Als ik kijk naar de waarheid van de geest, dan is die waarheid natuurlijk ook sterk afhankelijk,
van het peil waarop dat geestelijk bewustzijn staat. Er zijn geestelijke waarheden die eigenlijk
niet veel anders zijn dan een soort droombeeld, een Papieren kindertheatertjes waarin u zich
doodstaart op iets wat niet bestaat. Die zijn er inderdaad.
Er zijn ook geestelijke waarheden en werkelijkheden die zich zodanig ontplooien, dat je daar
eigenlijk een kosmische verbondenheid in kent, die niet in woorden is uit te drukken en die
zelfs niet in emoties te benaderen valt voor een mens. Hoe het ook zij met die geest, hij zal
wat hij bezit mede manifesteren in de stof.

44
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

Mijn stoffelijke waarheid wordt niet bepaald door de feiten alleen, maar bovendien door een
interpretatie, dwang, of neiging die uit de geest in de stof wordt geprojecteerd. Daardoor kan
ik nooit zeggen dat een waarheid die voor mij persoonlijk volkomen juist is voor een ander
evenzo bestaat.
Ik kan alleen maar zeggen, dat voor mij alles waarheid is waarin ik mijzelf kan terugvinden
zonder gelijktijdig mij te binden aan een sleur waaraan ik mij niet meer kan ontrekken.
Menselijk bestaan wordt pas werkelijk leven op het ogenblik, dat men meer kan verwerven
dan datgene wat alleen uit een normaal zich herhalende gang van zaken voortkomt. Het zijn
de kleine variaties die het leven belangwekkend maken, niet die gelijkvormigheden. Dan gaat
het er niet om waar je die variaties vindt. Ze kan in het contact met een enkele mens zich
steeds weer manifesteren. De ene dag is niet de andere. Het ene ogenblik is niet het andere.
Het blijkt, dat elke mens een zeer groot aantal facetten heeft die a.h.w. om de beurt naar
voren komen of naar buiten treden.
Laten we dan begrijpen dat we ons niet moeten storen aan deze veranderingen, maar dat we
ze moeten gebruiken, dat we juist daardoor onszelf een beter bewustzijn, een bewuster leven,
een betere erkenning van onszelf geven.
Dan zijn er natuurlijk ook mensen, die heb je altijd, die zeggen: Dit is allemaal mooi, maar hoe
ziet dat er kosmisch uit? Dat ziet er gewoon uit.
De kosmos als zodanig is wat je zoudt kunnen zeggen een soort superhorloge. Een
mechanisme dat volgens vaste wetten loopt en alleen omdat het zo enorm groot is schijnbaar
een aantal verscheidenheden biedt, maar in wezen worden die bepaald door een aantal
wetten.
Wij zijn voor zover wij tot de kosmos behoren mede aan die wetten gebonden. Wij hebben
echter meer dan dat, want er bestaat ook een goddelijke waarheid. Die goddelijke waarheid is
deze: Er is geen ruimte, er is geen tijd. Er is slechts de totaliteit die in één beeld zichzelf
volledig manifesteert aan zichzelf. Die goddelijke waarheid daarvan zijn wij deel. En juist
daardoor wordt de kosmische waarheid voor ons tamelijk onbelangrijk.
Zij is voor ons het middel. Vergelijkbaar misschien met een auto waarin wij rijden. Wat de
motor doet, wat de wielen doen, interesseert ons niet, als we maar vooruit komen en de
wagen maar goed te besturen is.
Beschouw op dezelfde manier al die kosmische zaken. De goddelijke waarheid kunnen we niet
bereiken. Wij zitten nog teveel in deelbewustzijn, teveel in tijd. Het enige dat ons overblijft om
ermee te werken is ons geestelijk bewustzijn. Dat geestelijk bewustzijn zal zijn eigen waarheid
omschrijven. Het zal die waarheid projecteren op elk niveau waarop dit ik zich manifesteert,
inclusief de stof. Als we dat weten, dan zijn de regels verder nogal eenvoudig:
1. In Mijzelf draag ik een waarheid. Ik mag deze niet ontkennen en er niet voor vluchten.
2. De waarheid die in mij leeft, kan ik nooit volledig verwezenlijken in de stof. Maar er zijn
perioden waarin ik althans aan een deel daarvan gestalte kan geven. Er zijn perioden
waarin ik geen mogelijkheid tot oplossing bezit. Ik onderwerp mij aan mijn gebondenheid
om mijn ogenblikken van vrijheid volgens mijn diepste bewustzijn, en waarheid die in mij
leeft, te gebruiken.
3. Er kunnen geen universele regels zijn die voor een ieder gelijk gelden. Dan moet ik
erkennen welke regels voor mij bestaan, wat voor mij belangrijk is. Welke waarheden,
tastbaar of niet, voor mij gelden. Vanuit die waarheden moet ik mijn leven en beleven
reguleren en benaderen.
4. Ik zal niet twisten over een gemeenschappelijke waarheid. Een gemeenschappelijke
waarheid is nu eenmaal, een compromis en dat blijft het. Deze waarheid zal ik moeten
aanvaardén, omdat ik leef in een wereld waarin men die waarheid nu eenmaal stelt. Maar
ik mag haar amenderen door vanuit mijn eigen waarheid de nadruk daarop zodanig te
leggen dat ik zoveel mogelijk mijzelf kan zijn en in de uiting van mijn persoonlijkheid
zoveel mogelijk waar kan leven volgens mijn geestelijke inhoud.
45
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 4 – Fantasie brug naar de werkelijkheid

Dat is het dan voor vandaag.

HET O.D.V. NIEUWJAARSBAL
Het jaar is nimmer nieuw. Want jaren zijn een schijn van deling in de tijd waarin de mens
zichzelf vergeet en meent, dat hij de tijd zo leidt en wel verdeelt en goed bepaalt, terwijl in
eeuwigheid vertaalt de tijd niet eens bestaat.
En wil men zo een nieuwjaarsbal, dan is het wel de poppen dansen, maar zonder reden,
zonder zin.
Het nieuwjaar is een ogenblikje van vergeten, van voornemen misschien en slechts daarin ligt
dan de zin van nieuwjaar en zelden reden om te dansen.
Zo geeft de O.D.V. geen bal en ook geen nieuwjaars groot festijn. Zo min als het u op het
oudejaar een knaleffect wil zijn.
De O.D.V. zegt op haar beurt, het weten te verdragen, het weten zelve waard te zijn en in
jezelf te vragen: Wat is de zin voor mij? De waarheid in mijn wezen duurt zonder grenzen
voort.
U hoeft niet te vrezen dat ooit een tijd zal komen waarop een geestelijk nieuwjaar u zegt., Het
is nu voorbij. Wat je het gedaan was goed weliswaar, maar toch wat nu komt zal totaal anders
zijn, want u zult altijd uzelf blijven. U zult met dat wat u ook eeuwig bent in uw beleven altijd
datgene worden wat u wel erkent en toch niet waar kunt maken. En zo vanuit uzelf, begrijpend
wat bestaat, worden tot een wezen dat het zijnde beseffend en al het zijnde ondergaat zo in
eeuwigheid, in vrede, in rust en verdraagzaamheid kan leven.
Wat kan de O.D.V bij zo een onderwerp dan u een raad gaan geven anders dan wel dit: Durf
steeds jezelf te zijn. Laat anderen zichzelf leven. Probeer niet de mindere te zijn, maar ook
niet om jezelf als meerdere uit te geven. Wees slechts jezelf. Leef de waarheid die er in je
wezen, diep in je bestaat. Zo, dat je altijd tegen jezelf kunt zeggen: Zelfs als de wereld nu
vergaat, ik heb het beste gedaan dat ik naar mijn weten ooit kon doen.
Ik heb geen mens, geen geest gesmaad. Ik heb geen medemens gehaat. Ik heb geen zonden
ooit vergeven, maar heb mijzelf toch ook niet met schuld beladen in eigen ogen. Ze kan ik vol
van mededogen het zijn en al het zijnde vanuit mijn wezen gadeslaan.
Ik hoop in ieder geval dat er toch iets in zit waar u wat aan heeft. Ik wens u allen toe dat u
innerlijk de kracht zult vinden om in uiterlijk datgene te doen en te beleven wat u zelf goed
acht zonder u ooit geheel te laten bepalen door een sleur of een noodlot die misschien buiten u
bestaat, maar die in uzelf geen overwegende invloed moge hebben.

46
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

LES 5 - CONTEMPLATIE ALS BEGINPUNT

Ik neem aan, dat het u bekend is wat contempleren eigenlijk betekent. Het is het beschouwen
van één bepaald gebeuren, van één bepaald voorwerp, van één bepaalde kracht, van één
bepaalde situatie. De contemplatie berust dus in feite op het uitsluiten van alle zijdelingse
invloeden.
Het is een methode waarmee je zeer sterk op jezelf terugvalt. Je isoleert je van de hele
omgeving en je werkelijkheid wordt langzaam maar zeker vervangen door de werkelijkheid
van hetgeen je beschouwt. Het is deze wijze van beschouwen die voor vele mensen (niet
iedereen is daarvoor geschikt) een goed beginpunt kan zijn voor verdere ontwikkelingen.
Wanneer u contempleert, dan treedt u in een voorstellingswereld binnen. Dat kan zijn, zoals
bij bepaalde religieuze orden, het lijden van Jezus. Het kan zijn, zoals bij andere groepen, een
roos, misschien uw eigen spiegelbeeld. Er zijn duizend-en-één mogelijkheden. Als u probeert
binnen te treden in de wereld die u beschouwt, laat u die werkelijkheid waarin u normaal als
mens leeft achter U. Dat impliceert, dat nu de totale persoonlijkheid kan reageren, maar alleen
nog binnen het kader van hetgeen wordt beschouwd.
Als u bezig bent met een roos, dan komt u eerst bij het beeld van de roos, de betekenis van de
roos, het uiterlijk van de roos, maar langzamerhand gaat u begrijpen dat de roos een
verbinding moet hebben om te leven. U komt aan de wortels van de roos. Op een gegeven
ogenblik voelt u (dat beschouwt u eigenlijk niet meer, dat ondergaat u zelf) levenskracht. Die
levenskracht begint u te overspoelen. U bent op dat ogenblik zelf niet alleen een roos
geworden, u bent meer dan dat. U bent deel geworden van een soort levenskracht, van een
vibratie, van een omzettingsproces waarvoor u verder geen naam heeft.
U kunt ook b.v. Jezus' lijden beschouwen. Als u zich weet te identificeren met de Jezusfiguur,
dan komt er een ogenblik dat u niet alleen meer het gebeuren van buitenaf meemaakt, maar
dat u als het ware de motivatie, de misschien bijna goddelijke kracht die in het geheel schuilt,
gaat doorleven. U grijpt a.h.w. door het gebeuren naar de betekenis en van de betekenis naar
de oorzaak. Het is juist dit aspect van contemplatie dat het in zoveel gevallen het meest
geschikte beginpunt maakt voor elke verdere beleving van werelden die wel bestaan, maar die
voor de mens niet kenbaar zijn.
Uittreden is een verschijnsel dat u allen wel kent, neem ik aan, ofschoon u het niet allemaal
bewust gedaan zult hebben. U kunt de uittreding maken tot een bewuste beleving, als de
kracht (of dat nu levenskracht is of wat anders) die u ondergaat voor u een nieuwe vorm van
wereldbeleving of erkenning mogelijk maakt. Dit is een van de aspecten van een mystieke
school die ik u voorleg. Het is niet iets wat u alleen hier zult horen.
Wie begint zich op deze manier een te gevoelen, voelt zich een met alle krachten, die met dit
beeld waarvan u uitgaat plus de kracht die u ervaart harmonisch is.
Wij krijgen dan een soort gids, een contact met iemand. Die gids kan van alles zijn. Het kan
een wezen zijn dat nooit als mens heeft geleefd. Het kan een wezen zijn dat misschien, vele
menselijke incarnaties achter zich heeft. Wij beleven deze gids niet als een gestalte of als een
vorm. Hij is alleen een persoonlijkheid die in onze doorleving van het beschouwde plotseling,
als een buitenstaander een commentaar geeft.
Laat mij voorzichtig zijn. Als ik zeg commentaar, dan verwacht u iets te horen. Dat is niet
helemaal zuiver. Het is uw beleven dat anders wordt. Uw aandacht wordt gevestigd niet buiten
het beeld maar op een zeer bepaald aspect binnen het beeld dat u beschouwt. Het kan bij
wijze van spreken, als het gaat over het lijden van Jezus, de structuur van het hout van het
kruis zijn. Bij de roos kan het misschien zijn een enkele meeldraad of een doorn aan een
stengel.

47
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Dit ene punt, waarop uw aandacht wordt gevestigd, wordt steeds belangrijker, het wordt
steeds groter. Het gevoel van levenskracht of van verbondenheid met een achtergrond blijft
wel bestaan, maar het overweldigt u. Het komt naar u toe, totdat het lijkt of u niets meer ziet.
Er ontstaat een soort duister. In dat duister kunnen soms wat glimmertjes voorkomen alsof er
in de verte wat sterren hangen of in een donkere nacht wat vuurvliegjes aan het dansen zijn.
Meer is het niet.
Dan treedt de gids op. De gids, die u in deze duisternis met een beroep op het beeld waarvan
u bent uitgegaan a.h.w. zegt: Wij moeten daar naartoe. Het is allereerst niet een spreken, het
is een stuwkracht, maar u voelt U geleid. Het resultaat is, dat u een enkel punt in de duisternis
vindt dat zich langzamerhand ontplooit. Het is alsof er heel langzaam een diafragma opengaat
en u kijkt erdoor in een andere wereld. Dit is het begin van een procedure waardoor we leren
om andere werelden te beleven, bewust te treden, maar zeker ook op den duur mystieke
eenheden te bereiken.
Een mystieke eenheid is niets anders dan de verbondenheid met een bepaald aspect van de
schepping. Maar er zijn heel veel aspecten waarmee wij harmonisch genoeg zijn, waarmee wij
die verbondenheid kunnen beleven. En achtereenvolgens zullen wij al die verbondenheden
eerst voor onszelf moeten waarmaken voordat wij bewust en nu vrijelijk en naar eigen
verkiezing al die aspecten van de totaliteit zelf kunnen oproepen en zelfs vele daarvan ook in
onszelf beleven. Het is dus een proces.
Als ik het u zo omschrijf, dan klinkt het allemaal heel mooi en erg gemakkelijk. Dat is het
zeker niet. Want wie wil leren contempleren, zal ontdekken dat het ontzettend moeilijk is om
eigenlijk je gedachten te beperken tot één klein punt en verder niets. Eén voorstelling en
verder niets. Geen mag je meer beroeren. Als het er is, je hoort het niet. Lichtflitsen, rumoer,
verschillende ervaringen van het lichaam, ze moeten er niet zijn. Er blijft alleen dat ene punt
over. Geloof mij, dat vergt heel wat oefening om zo ver te komen dat je die eenwording
waarover ik sprak kunt ervaren. Het is een beginpunt. Het is iets wat ieder voor zich kan doen
en wat ieder voor zich kan bestuderen.
Als u het heel eenvoudig wilt doen, vergeef mij dat ik enkele practische aanwijzingen invoeg,
dan wil ik u raden om niet direct te beginnen met u in de geest voorstellen van een bepaald
voorwerp of van een bepaald gebeuren. Concentreer u in het begin maar op iets wat u buiten
u heeft staan al is het maar iets wat u op tafel neerzet: een bloem, een plant, een voorwerp,
misschien een religieuze voorstelling of iets wat voor u een heilige of gewijde betekenis heeft.
Probeer alleen dat te zien, alleen dat te beleven. Probeer bewust zozeer daarin op te gaan dat
niets verder meer uw aandacht trekt: dat dit ene ding uw hele besef in beslag neemt. U zult
ontdekken, dat het de eerste 5 á 6 keer heel moeilijk is, daarna gaat het meestal
gemakkelijker.
Wij zijn niet van de een of andere groepering die ook nog zelfkwelling ten doel heeft. Daarom
geen voorschriften van: ga op je knieën liggen en andere vermoeiende houdingen. Ik geef toe,
lichamelijke vermoeidheid, toestanden van lichamelijke uitputting kunnen heel vaak bijdragen
tot een intensifiëring van de beleving. Maar ze is ook zonder dat te bereiken. U kunt het dus
het best doen door gewoon ontspannen te zijn, te zorgen dat u lichamelijk niet bijzonder
moeilijke zaken hoeft te overwinnen, dat komt eventueel later.
Bent u geoefend in yoga, dan zult u ontdekken dat er een asana’s (lichaamhoudingen) zijn die
hiervoor in het bijzonder geschikt zijn. Daaronder zijn de lotushouding en als u bijzonder
begaafd bent op dit gebied ook nog de zwaan. Deze houdingen hebben inderdaad grote
voordelen: o.m. omdat de levensstromen op een bepaalde manier in het lichaam gesloten zijn
en daardoor reeds een bepaalde sereniteit, een zekere rust lichamelijk wordt bewerkstelligd.
Maar ja, als je van de kleermakers zit kramp in je dijen krijgt, is het heel moeilijk om te
contempleren.
Wees dus nuchter, kies een houding die voor u de beste is. Ik zou in dit geval aanbevelen een
zittende houding. redelijk ontspannen: liever de benen niet kruisen, armen ontspannen naast
het lichaam al dan niet op de armleuningen van de stoel, het hoofd licht naar voren.

48
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Observeer dan die voorstelling. U kunt dit bevorderen door de lichtverdeling wat te veranderen
zodat u alleen het voorwerp zelf goed verlicht ziet en het andere een beetje vager wordt. Dat
moet u zelf maar uitzoeken. Door op deze manier te werk te gaan is het gemakkelijker om alle
indrukken van buiten weg te dringen.
Wat verder gebeurt, kan ik u heel moeilijk in regels weergeven. U zult op een gegeven
ogenblik een wat zwevend, wat duizelig gevoel krijgen. Laat u daardoor niet beïnvloeden. Als u
bezig blijft met het punt van concentratie, dan verdwijnt dat gevoel van duizeligheid, heus.
Verder, in het begin doet u er goed aan om uw ademhaling te reguleren, d.w.z. regelmatig
adem te halen. Als het kan iets dieper en langzamer dan normaal. Wanneer u eenmaal bezig
bent, houdt u dan niet meer met de ademhaling bezig. Ze zal zich zo reguleren dat ze voor u
op dat moment de beste is. Een zeer diepe ademhaling en een licht voorover gebogen hoofd
gaan over het algemeen niet samen, zodat u wat dat betreft alleen kunt contempleren als
ademhaling alleen de aanloop is en niet een doel tijdens de beschouwing.
Krijgt u een tintelend gevoel (dat is bij benadering maar een vergelijking), dan zal dat
doorgaans beginnen bij de extremiteiten, bij een enkeling begint dat op het op het hoofd en
dan meestal bij de kruin. Bij de meeste begint het eerder bij de voeten of bij de handen.
Die tinteling trekt langzaam op: ze werkt op u in. Ze schijnt wat verder te gaan. Begint het bij
de handen dan zijn het uw schouderbladen die van binnen jeuken. Begint het bij de kruin, dan
heeft u op den duur het gevoel of er a.h.w. een kap over uw hoofd zit en dan ligt de kern van
de prikkeling bij de aanzet van de ruggengraat. Trek u daar alweer niets van aan, maar
probeer die tinteling te zien als uiting van het voorwerp of de voorstelling die u beschouwt.
Plaats het in gedachten daar naar over. Dit is een harmoniserende werking die zo optreedt.
Hierdoor zult u alle krachten, die door uw concentratie zijn ontstaan, inderdaad kunnen
verwerken binnen het kader van het gecontempleerde. Dat is erg belangrijk.
U zult na een tijdje het gevoel hebben dat u slaapt. U krijgt dan, omdat u licht
voorovergebogen zit het bekende knikje en het wakker schrikken. Trek u daar weer niets van
aan. Wanneer u wakker schrikt, is het afgelopen. U kunt dan niet verdergaan. onderbreek dan
rustig de oefening. De ene keer gebeurt het na 10 minuten, de andere keer na een uur. Dat
hindert niet.
Als u het tintelende gevoel van tevoren heeft gehad, dan geef ik u echter de raad om, wanneer
u wakker schrikt, een ogenblik de ogen goed te sluiten en na te denken. Er komen dan vaak
fantastische beelden en voorstellingen naar voren: samenhang zit er weinig in. Noteer ze even.
Leg ze vast op welke manier dan ook.
Deze voorstellingen hebben direct te maken met de wereld en eventueel de gids met wie u in
contact bent gekomen. Wanneer u zover bent dat u die voorstelling buiten u niet meer nodig
heeft, is het natuurlik beter om gewoon te contempleren op een voorstelling die u: zelf op-
bouwt. Hierdoor wordt uw concentratie intenser en worden de harmonische aspecten
gemakkelijker en aanspreekbaar.
Als een gids optreedt, heeft u het gevoel dat er iemand naast u staat. Aan dat gevoel moet u
verder geen consequenties verbinden. Dus niet kijken of er iemand is. Doet u dat, dan
verbreekt u de band. Accepteer de aanwezigheid, uit. Vraag niet aan de ander: Waar gaan we
naartoe? Spreek niet tot de ander. Dat is, zeker in de eerste fase, zeer nadelig en kan elk
contact verstoren.
Bent u zover dat u zich a.h.w. geleid voelt, geef u over aan uw geleider. Probeer niet na te
gaan waar u naar toe gaat. Ga gewoon mee, U zult ontdekken, dat er op een gegeven ogenblik
een voorstelling opkomt. Die voorstelling komt voor de meeste mensen als iets wat zich in het
duister opent.
De een zegt: Het is net of ik door een tunnel loop. Ik zie aan het einde licht. Een ander zegt:
Het is alsof er een diafragma opengaat. Een derde zegt: Er komt iets met grote snelheid op mij
af. De manier waarop u het ervaart, doet niet ter zake. Het gaat om de voorstelling.

49
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Als u een wereld ziet - onverschillig welke - neem daar de eerste keren geen deel aan, tenzij u
daartoe direct wordt aangezet en wel door de kracht die u als gids voelt. U zult in die wereld
een aantal indrukken krijgen. Deze worden dan weer als vage en onsamenhangende voorstel-
lingen weer kenbaar. Een groot gedeelte van wat u op deze wijze beleeft, wordt - zij het in
analogen - in de hersenen nevelig. Daardoor zult u bij het herlezen (doet u dat maar nadat er
een 6 à 7 uur voorbij zijn) heel vaak associaties krijgen.
Die associaties geven een verband aan. Dit is niet noodzakelijk een waar verband, maar het is
een voor u belangrijk verband. Het geeft namelijk de relatie aan tussen u en datgene wat u
werkelijk heeft beleefd. Het is belangrijk, dat u steeds weer probeert de relatie te kennen en
die voorstellingen a.h.w. te beleven, omdat u hierdoor voor uzelf een grotere hoeveelheid
analogieën opbouwt en daardoor tot een betere erkenning kunt komen van uw belevingen in
een andere wereld.
De gids zal u over het algemeen een aantal malen vergezellen. Maar er zal een ogenblik
komen waarop u het gevoel heeft dat de gids niet aanwezig is. Dan moet u maar denken: ik
heb altijd met een leraar naast mij solo gevlogen, nu moet ik het alleen doen. Ga gewoon
verder alsof de gids er zou zijn. Wanneer u weer dat duister vindt, die black-out en daarin
langzaam weer het punt van herkenning ontstaat, ga er rustig naartoe. Probeer echter niet een
andere wereld te betreden dan die welke u reeds heeft beleefd. Daarvoor zijn de associaties,
die u heeft vastgelegd in het herinneringsspelletje, zal ik maar zeggen, heel erg belangrijk. Ze
geven u namelijk herkenningspunten. Die herkenningspunten zijn voldoende, u kunt dan zo’n
wereld alleen betreden.
In die wereld zult u in het begin rondwaren als een geest tussen de mensen. U heeft het
gevoel dat u helemaal niet wordt aangesproken, dat men u niet ziet. Helemaal juist is dat niet.
Maar u moet uw eigen afstemming zodanig op die wereld weten te richten dat een reëel con-
tact mogelijk is. Door gewoon die wereld gade te slaan, te bewonderen en u daarin te bewegen
bereikt u die afstemming het gemakkelijkst.
Is er eenmaal een voldoende afstemming, dan kunt u van gedachten wisselen: een soort
gesprekken voeren met entiteiten die daar zijn, met wezens die u daar herkent onverschillig of
ze menselijke of andere vormen hebben. Een groot gedeelte van die gesprekken en
redeneringen zult u wel terug brengen. U krijgt dus, een verbaal beeld en ook een voor-
stellingsbeeld van die wereld. Zodra beide voortdurend in u verankerd zijn, kunt u die wereld
vrijelijk betreden. Dat is een heel belangrijk punt, want wij beginnen wel elke keer met die
contemplatie.
Ik heb dit als een van de uitgangspunten genomen. Je zoudt het ook op een andere manier
kunnen doen. Er zijn ook andere wegen. Dit is voor de meeste mensen een zeer eenvoudige.
Als u met die contemplatie begint, bereikt u de vrijheid van een eerste geestelijke werkplek.
Wees daarmee niet tevreden. Als u die wereld kent en ze levert u op een gegeven ogenblik
geen interessante contacten op, ga dan niet kijken of er wat leuks te doen is. In bepaalde
werelden, zoals Zomerland, is dat er inderdaad wel. Het kan daar erg gezellig zijn.
Als u zegt: er is niets, erken dan dat u in die wereld bent en probeer weer uw uitgangsbeeld op
te roepen. Dus de voorstelling van uw contemplatie opnieuw op te vatten. Dan zult u
waarschijnlijk reeds na de eerste of tweede poging weer contact krijgen met een geest. Of die
dezelfde is, zult u niet weten. Het is geen Virgilius die een Dante rondleidt of zoiets. Het is
doodgewoon een aanwezigheid die u voelt. Die aanwezigheid zal u dan weer helpen om door
een volgende 'tunnel’ te gaan of vanuit het duister tot een nieuwe ontplooiing, een nieuw
erkennen van een wereld te komen.
Ook hier begin je weer met a.h.w. het grensje van het duister uit die wereld gade te slaan, op
je te laten inwerken. Maar dat zal uw gids u wel vertellen. Op deze wijze kunt u een aantal
sferen en werelden leren beheersen.
Het geheel van die werelden valt menselijk gezien in drie orden van grootte uiteen.
De eerste zijn de vormwerelden: de semi-menselijke werelden.

50
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

De tweede zouden we het beste kunnen omschrijven als de werelden van kosmische muziek
en lichtshow. Daar is het meer een beleven dan dat er vormen zijn.
De derde is heel moeilijk te omschrijven. Die kunnen we het best uitdrukken als: het wit zien
en toch de kleuren kennen waaruit het is samengesteld. Die drie fasen zult u doorlopen.
Elk van die fasen heeft in zich een aantal verschillende werelden. Wanneer je in een
vormwereld bent, kun je andere vormwerelden gaan bezoeken. Als je dus eenmaal vrij bent in
je keuze, kun je dat gaan doen. Maar doe dat niet teveel. Leer eerst in die wereld al datgene
wat mogelijk is van degene met wie je contact kunt maken. Probeer daarna wederom contact
te krijgen met de gids of geleider. Degene, die de drie werelden kan betreden, is in staat om
zekere krachten in zichzelf te erkennen en te ontplooien.
Daarmee heb ik u een soort handleiding verschaft. Denk niet, dat die handleiding zoiets is als:
hoe leer ik in drie 1essen dansen. Trouwens dat blijkt ook een groot winstpunt te zijn b.v. voor
boeddhisten als mensen denken dat dat gaat.
Als je begint met contemplatie, dan heb je tenminste een uitgangspunt. Het moeilijkst bij alle
dingen is altijd het begin. Een beginnen kan op aarde wel eens impulsief gebeuren. Maar als
het gaat om het beheersen van jezelf, een soort meesterschap dus eigenlijk waardoor je een
andere wereld kunt betreden, dan kun je op impulsen e.d. niet rekenen. Je moet overlegd en
bewust te werk gaan. Daarom heb ik gekozen voor de weg van contemplatie als zijnde de
meest eenvoudige. Er zijn ook andere methoden voor. Er zijn ook magische methoden. Maar
de meeste methoden stellen heel hoge eisen aan uw stoffelijke belevingsmogelijkheid. De
contemplatie doet dit niet. Ze doet alleen een beroep op uw concentratievermogen.
Zeg ook niet tegen uzelf: Ik wil nu alle drie werelden binnen de kortste keren hebben beleefd.
Dat lukt u toch nooit. Begin eenvoudig. Als u maar zover komt dat u die tinteling begint te
voelen, dan heeft u daarmee een toestand bereikt waardoor belevings-mogelijkheden ont-
staan. Of u die verder wilt ontplooien en hoe, dat is een zaak die aan uzelf ligt.
De gids die u voelt, is niet iemand die u raad geeft, nogmaals. Het is eerder een soort kracht
die u in een bepaalde richting stuurt. Alsof u op een zeilboot zit en de wind bepaalt op welke
manier u het gunstigst en het snelst vooruit komt. Beschouw het als zodanig.
Het gehele bewustwordingsproces dat op deze manier wordt beschreven (want het is een
bewustwordingsproces) impliceert ook bepaalde veranderingen in uzelf. Als u hieraan begint en
u heeft resultaat, dan moet u er rekening mee houden dat uw houding tegenover de wereld zal
veranderen. U zult voor heel wat menselijke zaken onverschillig worden. U zegt: Ach, het
hindert eigenlijk niet zoveel. Of: wat doet het er toe. U zult u ook in heel veel gevallen vrijer
voelen en gelijktijdig meer bewust uzelf beperkingen opleggen. U plooit a.h.w. het leven
steeds meer in overeenstemming met hetgeen u zelf voelt te zijn. Dat kan consequenties
inhouden voor uw contact met anderen, tenzij U het volgende weet te onthouden:
Op het ogenblik dat ik verander, verandert de ander niet. Ik kan geen antwoord verwachten
van de ander op hetgeen er in mij gebeurt, maar het gebeuren in mij en de kracht die in mij
bestaat geven mij wel de mogelijkheid om op anderen beter te reageren. Als u probeert in uw
wereld zo goed mogelijk te reageren, dan zult u de krachten in u ook veel gemakkelijker
ontwikkelen. U zult daarbij ongetwijfeld ook steeds meer bewust beelden krijgen van de
werelden die u betreedt, al dan niet onder geleide.
Als ik over al die dingen spreek, dan zult u zich afvragen: is dit nu een innerlijke weg? Ja, het
is een innerlijke weg. Het is een weg die voert door de kern van uw wezen. U kunt nooit iets
bereiken, u kunt geen wereld betreden waarmee iets in uw wezen niet verbonden is, niet
harmonisch is. Maar alleen door te vergeten wat u denkt te zijn en wat u meent dat uw wereld
is, kunt u andere delen van de werkelijkheid gaan beleven. Het is een proces waardoor
oorspronkelijk beheersing van uzelf, dan van uw gedachteleven, dan van uw concentratie en
tenslotte van uw contact met die andere wereld voert tot een toenemende beheersing ten
aanzien van de gehele wereld.
Probeer nooit uw gedrag aan te passen aan een andere wereld. U leeft op aarde. Maar
realiseer u dat juist de beheerstheid, die u in dit proces steeds weer wordt bijgebracht, als
51
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

vanzelf een rol zal moeten spelen in uw contacten met de wereld om u heen. U vindt dan door
deze lichte wijzigingen in U heel vaak plotseling kwaliteiten in uzelf waarover u nooit heeft
nagedacht.
Mensen, die altijd hebben gedacht dat ze ontzettend rustig waren, blijken soms zenuwlijders of
driftkoppen te worden. En driftkoppen en zenuwlijders hebben soms opeens een onmetelijke
rust en kalmte. Laat het uw uiting in de wereld zo weinig mogelijk beïnvloeden. U verandert.
Die verandering op zichzelf is de sleutel tot een verdere ontwikkeling maar ook tot een verdere
erkenning van uw werkelijke wezen.
Eerst de mens, die zijn eigenschappen als bijkomstigheden leert beschouwen en de essentie
van het ik en de contacten die dat ik heeft aan te voelen als een reële kracht, komt ertoe een
beeld van zichzelf te vormen dat niet meer misleidend is en dat niet meer mede op pretenties
is gestoeld, maar dat zeer eenvoudig is: en erkenning van een innerlijke wereld in het
aanvaarden van de uiterlijke consequenties die daarmee verbonden zijn.
Dit is het einde van de les.

VRAGEN:
Een vraag over de drie niveaus. In wit toch de kleuren het spectrum zien…..?
Dat komt op hetzelfde neer. Ik heb geprobeerd het zo eenvoudig mogelijk te houden. Daarom
heb ik als associatie gekozen de bekende kleurenschijf die mits snel genoeg in rotatie wordt
gebracht wit vormt. Ik heb gezegd: Je ziet het wit, maar je beseft gelijktijdig de kleuren
waaruit het is samengesteld. Het is het erkennen van de verscheidenheid in de schijnbare
eenvormigheid.
Om in contact te komen met andere werelden moet je een beeld vormen enz, enz…?
Dit is voor de voortzetting daarvan. Maar deze voortzetting is nu gestoeld op de mogelijkheid
om met behulp van harmonischen of gidsen te komen tot een zeer doelbewuste ontwikkeling:
confrontatie met tenminste drie fasen van bestaan.
Wie deze drie fasen heeft doorleefd, kan al het andere voor zichzelf wel waarmaken. Het is een
ontwikkeling van hetgeen er is gezegd.
Wat er gezegd is over het projecteren van een beeld om in contact te komen met een andere
wereld, dat is het contact leggen vanuit uzelf. Het is a.h.w. een telefoon verbinding. Wat ik u
heb gegeven is de mogelijkheid om een gerichte radioverbinding te maken waar geen storende
invloeden van buiten kunnen inwerken en er toch een absolute overdrachtmogelijkheid
bestaat.

2DE GEDEELTE, VRAGEN:
Het rad en de terugkoppeling naar de werking van de chakra’s heeft dat er wat mee te
maken?
Niet direct. Wanneer u contact krijgt met bepaalde krachten (ik neem aan dat het over het
eerste onderwerp gaat), dan bent u natuurlijk wel in verbinding met hoge energieën. Dat
betekent dus een oplading van o.m. uw zenuwstelsel, de levensstromen en indirect van de
aura. Het betekent, dat dergelijke contacten inderdaad een sterker worden van de aura, vooral
van de buitenste laag, ten gevolge zullen hebben. Het resultaat is, dat ook uw chakra's
daardoor sterker tot uiting kunnen komen. Verder beschikt u over meer kracht. En voor zover
de chakra’s meer geopend zijn, kunt u meer kracht via die chakra's uitstralen.
Voor het leggen van het contact is het niet nodig dat bepaalde chakra's geestelijk geopend
zijn?
Dat is niet nodig. Maar het is natuurlijk wel zo, dat u leert. En wanneer u zover bent dat u
zonder hulp die eerste wereld kunt betreden, dan leert u al zoveel dat daardoor bijna
automatisch een aantal bladen van de chakra's zich verder openen. Dat houdt dus wel in, dat u
meer mogelijkheden krijgt. Maar het is een kwestie die wordt bepaald door uw bewustwording
en indirect door de beheersing die u stoffelijk gaat winnen op die manier. Het heeft dus niet
direct te maken met het proces op zichzelf: het is het resultaat ervan.

52
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Als je vraagt: Wat is het resultaat van werken, dan zeg je: dat ik moe word: niet: dat ik rijk
word. Maar als je goed werkt, kun je daar wel rijk van worden. In die relatie ongeveer moet u
ook hier de samenhang beschouwen.
Is er een relatie tussen de drie werelden en de drie esoterische poorten?
Er is geen directe relatie tussen de drie werelden en de bekende drie poorten, die overigens
lang niet altijd drie zijn. Er zijn ook nog de 43 poorten, de 21 poorten. Het is gewoon een
systeemkwestie. De samenhang tussen deze werelden en esoterische poorten kun je in
zoverre aannemelijk maken dat je zegt: Elke fase van esoterische bewustwording is gericht op
bronerkenning: dus éénworden met je bron.
Voor zover dit voor een mens mogelijk is, kan dit eerst in de 3e wereld geschieden. Niet uw 3e
wereld: dat is weer anders. Uw 3e wereld is een economische uitlaat voor overproductie op
kosten van de belastingbetaler. De relatie is dus alleen gelegen in de bereikingsmogelijkheid.
Het feit, dat er toevallig drie verschillende soorten werelden bestaan die je als mens kunt
betreden, betekent nog niet dat ze de enige werelden zijn die bestaan, er is veel meer. Het
betekent ook niet dat het de eindbereiking is, wanneer je die 3e wereld bereikt. Het houdt ech-
ter wel weer in dat de eenheid met de kracht waaruit je bent ontstaan in die 3e wereld voor
het eerst in voldoende mate ervaren kan werden om invloed te hebben op het geheel van je
wezen.
Maakt het niet uit wat voor een voorwerp je gebruikt voor de contemplatie ? Is dat
bepalend voor de harmonie die daaruit ontstaat?
Theoretisch maakt het geen verschil wat je gebruikt. In de praktijk is het zo, dat je het
gemakkelijkst werkt met voorwerpen die je of goed kent of die betrekkelijk eenvoudig zijn:
een lijnenstelsel, een kubus, een driehoek, een piramide. Dat werkt gemakkelijker, omdat je
die in jezelf a.h.w. volledig kunt opbouwen. Maar er is geen enkele aanwijzing dat het ene
beter werkt dan het andere. Heb is zo dat, wanneer u begint met contemplatie het
beschouwen van dingen die u kent of meent te kennen aanmerkelijk gemakkelijker gaat en
daardoor sneller tot resultaat voert. Is het iets wat u niet kent, dan zijn de eenvoudige vormen
altijd beter dan de ingewikkelde, die eenvoudige gebeurtenissen beter dan de zeer complexe.
Maar dat is zuiver practisch. Theoretisch maakt het geen verschil uit.
Is er bij contemplatie geen gevaar voor negatieve krachten?
Dat gevaar is practisch nil. Wanneer u contempleert, sluit u zich van alles af. U concentreert
zich maar op één voorstelling. Als die voorstelling voor u geen duistere of demonische
associaties heeft, zult u dus elke invloed die voor u demonisch of duister is afwijzen, want u
wilt die niet erkennen. U bent dus geconcentreerd op iets wat voor u zuiver is. Dat betekent
dat elke reactie, elke kracht, elk contact dat u verkrijgt zuiver is voor u. Dit is een van de
methoden waarbij slechte invloeden niet optreden.
Gebruikt u een magische weg (die zijn er namelijk ook), dan heeft u te maken met een
procedure waarmee de krachten van licht en duister ten aanzien van elkaar steeds worden
beschouwd. Dan is de kans, dat het duister invloed krijgt veel groter, omdat het een rol speelt
in de gehele procedure.
Bij contemplatie kunt u het duister uitsluiten. Dientengevolge kan het u niet beïnvloeden zelfs
niet wanneer u in het donker bent, want u ervaart de fase 'donker' eenvoudig als een over-
gang naar een nieuw licht. Dientengevolge kan nooit een blijvend duister u zelfs benaderen en
beïnvloeden.
Kunt u de tinteling die je krijgt nog nader uitleggen: hoe dat precies wordt ervaren?
Dat kan ik niet, omdat eenieder dat op zijn eigen manier ervaart. U weet wat een tinteling is.
Het is een gevoel, alsof je jeuk hebt, maar dan aan de binnenkant. Iets dergelijks is elke
tinteling. Het is maar een vergelijkende term. De een heeft het gevoel dat hij onder spanning
staat alsof hij met zijn vingers in het stopcontact zit.
De ander heeft eerder het gevoel dat hij slapende armen of benen heeft. Weer een ander heeft
het gevoel of er iemand op de meest krankzinnige manier zijn kruin aan het manipuleren is.

53
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Het gevoel resulteert altijd in een spanning in jezelf. Dat is hetgeen waar het op aan komt. De
tinteling is dus symptoom en niet een omschrijving van de werking persé.
Zou je tarotkaarten kunnen gebruiken voor contemplatie?
Je kunt ze wel gebruiken, maar dan zou ik u toch willen raden om niet b.v. het Groot Arcanum
voor u uit te spreiden. Een heel goede kaart voor contemplatie is 'de gehangene’. De
gehangene is namelijk ook de ingewijde. Daarin zitten eenvoudige lijnen die u zich gemakkelijk
zult herinneren. Er zitten verder associaties in waardoor u al contemplerende ook gemakkelijk
tot een juiste instelling komt. Maar ik zou niet ‘de tovenaar' gaan beschouwen. De tovenaar
heeft weer zoveel demonische nevenassociaties dat u daar weer in moeilijkheden komt. De
juggler kunt u nog wel nemen, maar die is te complex als u hen wilt beschouwen.
Dat is een voorstelling waarin zoveel dingen zitten die u allemaal afzonderlijk zoudt moeten
beschouwen, dat u een te omvangrijk contemplatie geheel krijgt. Dat gaat áltijd ten nadele
van de intensiteit.
Als je met die drie werelden contact hebt kunnen leggen is dat van betekenis voor de
situatie na de overgang? Kun je snel na de overgang ook die werelden bereiken?
Laat mij u een tegenvraag stellen. Als u heel veel heeft gevlogen, u heeft een Vip-kaart en u
gaat met pensioen. Heeft u dan niets aan al die ervaring plus de Vip-kaart, als u voor een
ander doel gaat vliegen? Wat denkt u?
U denkt van niet? Dan denkt u verkeerd. Zolang u de Vip-kaart bezit, heeft u de voorrechten
van o.m. het betreden van bepaalde wachtkamers en clubs. U heeft verder een zekere
voorrang bij de behandeling en ten slotte heeft u zoveel ervaring opgedaan met het
luchtverkeer dat u dus niet, verkeerd loopt, aan de verkeerde balie komt te staan en dat u veel
kans heeft om uw bagage kwijt te raken omdat u van tevoren weet waar u het precies moet
brengen en afhalen. Met andere woorden: aan de ervaring als geheel plus wat erbij heeft u
iets.
Als u ‘ja’ zegt, dan geeft u toe dat door opgedane ervaringen plus bereikte contacten (VIP
kaart is ook een soort contact om niet te zeggen een contract) u daarvan de voordelen blijft
genieten.
Als u geestelijke reizen heeft gemaakt, dan reist u gemakkelijker. Als u heeft geleerd op welke
manier u het moet doen, dan zult u uw doel gemakkelijker bereiken. Als u drie werelden heeft
leren betreden als mens, dan is het dus veel gemakkelijker te zeggen: Die vormwereld laat ik
even links liggen, daar ga ik dadelijk nog wel eens heen. Zoals men hier op aarde zegt: Laat
mij eerst maar eens de zaken afhandelen, dan kunnen we later nog altijd aan het strand gaan
liggen.
Waarom mag je de gids niet aanspreken?
Dat is heel eenvoudig: contemplatie is concentratie op één punt en één onderwerp. Wanneer
uw gids komt, dan berust dat op de harmonie die mede door je concentratie is ontstaan. Zoudt
u te vroeg uw gids aanspreken, dan zou daardoor de contemplatie zelf worden verstoord en
zou de harmonie die u verkrijgt eveneens verstoord zijn. Daardoor zou het contact
onbetrouwbaar worden en daarnaast zoudt u de neiging hebben om te argumenteren. Als de
mens iets heeft, dan is het de neiging om te argumenteren, wat in de Nederlander ontaardt in
de behoeft om te protesteren. Dan zoudt u daardoor dus van uw doel afraken. Daar bovendien
de gids niet probeert met u contact op te nemen anders dan door u te geleiden, is het ook
onverstandig om deze taak van de gids op welke wijze dan ook te belemmeren of te benadelen
door in de plaats van een gezamenlijke taakvervulling een soort discussie op te zetten. Hoe
gauw ga je niet tegen zo'n gids zeggen: Waar gaan we eigenlijk naar toe? En dan kom je er
meestal niet meer.

SCHOUWEN IN JEZELF
Wanneer je bezig bent met het projecteren van beelden, met contemplatie of met oefeningen
die een contact met andere werelden tot doel kunnen hebben, dan vergeet je wel eens één
ding, dat je in wezen bezig bent in jezelf en aan jezelf.

54
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Wij zijn geneigd om alles naar buiten toe te beschouwen. Maar veel van hetgeen wij in onze
wereld menen te zijn of menen te doen, zijn wij eigenlijk diep in onszelf.
Daarom moeten wij de nadruk blijven leggen op het innerlijk proces, de innerlijke weg. Al
datgene wat wij innerlijk doen, heeft eerst ten doel om onze eigen innerlijke werelden, die
meestal ook van elkaar gescheiden zijn op de meest krankzinnige manier weer tot een eenheid
te maken.
Men is in de moderne maatschappij altijd min of meer schizofreen. Maar die schizofrenie is
veel erger als wij de innerlijke wereld bekijken. Wij hebben een groot aantal dingen waaraan
wij liever niet willen denken.
Wij hebben een groot aantal waarheden die we wel weten, maar die wij bewust of onbewust
voor onszelf voortdurend vervalsen. Wij kennen een aantal belevingen die we terzijde schuiven
of waarvan wij de betekenis maar veranderen, omdat ze moeten passen in ons beeld van
juistheid, van bewustzijn of van iets anders. De gespletenheid is innerlijk bij de mens troef.
Nu is gespletenheid op zichzelf voor een mens niet ze hinderlijk, hij merkt er zelf niet veel van.
Maar wanneer je begint je innerlijke weg te betreden of wanneer je zelf begint harmonieën
met bepaalde geestelijke werelden op te wekken, dan zal die gespletenheid, die innerlijke
verdeeldheid je altijd beletten om werkelijke resultaten te verkrijgen. Dan ben je net een
Siamese tweeling waarvan die een linksom wil gaan en de ander rechtsom en die zich dan zeer
beklagen dat zij in de knoop komen. Wij moeten dus in ons pogen altijd proberen om innerlijk
die grenzen te laten vallen. Zouden wij die grenzen nu gaan bestrijden, dan zouden wij
eigenlijk niets anders doen dan nieuwe onderafdelingen aanbrengen.
Maar wij kunnen grenzen negeren.
Een kennis van mij, die ook aan esoterie heeft gedaan en nu doet aan esoterie en filosofie,
heeft het eens zo gezegd: Sommige mensen bedrijven esoterie als smokkelaars. In het zich
bewust zijn van een grens proberen ze hun lading daaroverheen te brengen zonder dat het op-
valt. Andere mensen zijn gezagstrouw. Zij staan uren bij de douane en hebben dan geen tijd
meer om in het nieuwe land nog iets te presteren. Maar de onschuldige toerist weet niet waar
de grens ligt en wandelt verder omdat de grens kunstmatig is.
Degene die esoterie wil bedrijven, moet zich eenvoudig niet bewust willen zijn van deze
grenzen. Hij moet gewoon verder gaan en wat hij ontmoet zien als deel van het landschap en
niet als deel van zichzelf. Op deze manier kan hij kennis nemen van zijn innerlijke flora en
fauna. En al staat hij daar zelfs voor aap bij dat hindert niet, hij gaat wel verder.
Onze innerlijke verdeeldheid kunnen wij alleen neutraliseren door eenvoudig bij het innerlijke
proces daar geen rekening mee te houden.
Het gaat er niet om of hetgeen wij ontmoeten van buitenaf komt of van binnenuit. Wij
constateren gewoon dat het er is en gaan verder. Ik kan hier wijzen op de z.g. duistere trip die
sommige LSD-ers wel eens maken.
Dat is een aantal werelden van duisternis. Als je het gevoel hebt dat je daaraan bent
overgeleverd, dan ga je door die hel. Toch is het een wereld in jezelf. Maar als je denkt dat je
gewoon maar toerist bent, dan grijp je in de rugzak die je niet hebt en haalt er een
zaklantaarn uit, die er niet werkelijk is. Je hebt dan voldoende licht om verder te gaan, zelfs
door die verschrikkingen en het duister. Tegen jezelf merk je dan op: Wat zit ik nu in een
spookbaan. Het gevolg is, dat je niet wordt getemd. Maar het betekent ook dat de
verschrikking je niet overweldigt. Wanneer je een demon ontmoet en je erkent hem als een
demon, dan ben je bang voor hem en heeft hij macht over je.
In jezelf zijn bepaalde zaken die ook demonisch zijn, tenminste voor je gevoel en voor je
beleving. Als je die als zodanig erkent en beleeft, zijn ze je meesters. Ze slepen je mee in een
maalstroom waaruit je niet meer kunt vrijkomen. Maar op het ogenblik, dat je gewoon
constateert dat ze er zijn en misschien nog zegt tegen jezelf: Kijk daar eens een mooie draak
staan. Wat een monster. Ik ben benieuwd wie die heeft uitgevonden. (Het is heel vreemd, hoe
verder je innerlijk gaat, hoe meer je met jezelf praat.)

55
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Je gaat weer verder en je ziet de een of andere grot met verschrikkingen. Dan zeg je: Moet je
daar eens kijken al die wormen. Wie heeft dat toch allemaal bedacht. Want je realiseert je niet
en wil je niet realiseren dat het een deel is van jezelf voordat je eruit bent.
Ik kan mij best begrijpen dat de spreker van vandaag is uitgegaan van contemplatie. Niet dat
er veel mensen zijn die daar dol op zijn. De meesten voelen meer voor manifestatie dan voor
contemplatie. Het is een weg waardoor die onschuld door je concentratie als vanzelf ontstaat.
Je kunt niet meer bezig zijn met hetgeen er om je heen is en dus ga je het niet als deel van
jezelf ervaren en bevatten. Je bent bezig met een voorstelling die geen deel is van jezelf, maar
waarin je wel opgaat. Alles wat je achterlaat is een eenheid. Je bent net als die toerist. Je gaat
over alle grenzen heen en daardoor versmelten licht en duister zoals ze in je bestaan tot een
eenheid. Ze zijn een landschap met licht en schaduw geworden.
Heeft u ooit gehoord van monsieur Verdoux of Jack the Ripper? Dat waren twee mensen die -
zij het om verschillende beweegredenen, het vrouwelijk geslacht in aantal deden afnemen.
Nu kunnen we zeggen van monsieur Verdoux dat hij een misdadiger was, maar hij was ook
een heel goed echtgenoot. De vraag is, of hij als goed echtgenoot misschien juist misdadiger
word. Als hij een minder goed echtgenoot was geweest, zou hij geen misdadiger zijn geweest.
Een gekke vraag als je het zo stelt natuurlijk, maar dat geldt ook voor Jack the Ripper.
Als Jack the Ripper in zijn hart niet zo ontzettend gehecht was aan laten wij zeggen - de goede
manieren, de juiste gedragsregels, de juiste moraal, was hij nooit een moordenaar geworden.
De grote moeilijkheid is dat wij, als we met onszelf bezig zijn, altijd naar één kant kijken.
Degenen, die ik nu misdadigers heb genoemd, waren ook nog iets anders.
Als u naar uzelf kijkt, dan zegt u waarschijnlijk: zeer deugdzaam. U vergeet, dat de andere
kant misdadig is. Die dingen zijn samen de eenheid, de persoon. Als u dat uit het nog verliest,
dan wordt u overrompeld door de andere kant van uw uzelf. Maar als u beide kanten rustig
accepteert, is het een eenheid geworden. De contemplatie maakt dat mogelijk. Je ziet het niet
meer als afzonderlijke waarden. U ziet het als licht en duister. Je ziet het als een samenhang.
En als je dan bewust genoeg bent geworden, dan moet je tenminste de eerste sfeer wel op je
eigen houtje kunnen halen. Dan ga je ook, wanneer je terugkeert, zien: ik ben een geheel. Er
zijn geen geheime kamertjes nodig. Ik behoef voor mijzelf de dingen niet te ontkennen en
andere dingen te pretenderen. Ik ben mijzelf.
In elke weg die tot de innerlijke bewustwording moet leiden, zul je, eerst moeten leren jezelf
te aanvaarden zoals je bent. Dat betekent dan wel, dat je soms eigenschappen hebt waar je
minder trots op bent. Maar die eigenschappen zijn er. Accepteer ze. Je behoeft er niet mee te
koop te lopen. Je behoeft ze ook niet te bevorderen. Je moet gewoon aanvaarden dat ze er
zijn. Je moet je ook niet schuldig voelen omdat ze er zijn. Ze zijn gewoon deel van je wezen.
De eenheid die je bent is datgene waarin de bewustwording zich afspeelt. Haal er één deel af
en het lukt niet.
Als er nu iemand komt en zegt: Ik weet voor u een heel gemakkelijke weg. Ik geef u een
bepaald woord, een bepaalde spreuk. Herhaal die nu voortdurend, dan komt u vanzelf in een
soort semi-trance en daarin komt u tot geestelijke beleving. Dan komt u tot een geestelijke
beleving ook van uzelf. In zo'n geestelijke beleving zit dus ook die kant die u van uzelf meestal
niet wilt zien. En dan kan het wel eens mis gaan.
De keuze van het onderwerp van vandaag is dus ook uit praktische redenen geschied en niet
alleen omdat het zo leuk is om het ook eens zo te vertellen.
Ik heb van mijn collega gehoord dat u een praktische methode heeft opgekregen waarmee u
dit alles wel zelf zoudt kunnen benaderen en waarmaken. Maar als u nu tegen uzelf zegt: Ik
haal het toch nooit, begin er dan maar niet aan want op het moment dat u twijfelt aan de
resultaten, bent u bezig om voorwaarden te stellen. Als u voorwaarden stelt, dan benadert u
de zaak toch weer eenzijdig en komt u altijd terecht bij een tegendeel dat u niet kunt
verwerken.

56
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

Wilt u zoiets proberen, doe het dan gewoon maar voor de pret. Laten we het ook eens
proberen: baat het niet, schaadt het niet. Op die manier komen we nog het verst.
Wat de meeste mensen niet begrijpen is, dat een mate van onverschilligheid vaak noodzakelijk
is om geestelijke vooruitgang te boeken. Het betekent niet dat je de wereld begint te
minachten of dat je zegt: Wat een ander gebeurt dat gaat mij niet aan. Het betekent dat je
zegt: Alleen zolang ik zelf erbij betrokken ben, kan het voor mij betekenis hebben, de rest
gaat mij eenvoudig niet aan.
Het is dus een loskomen van een heel netwerk van voorstellingen: het herleiden van de zaak
tot jezelf. Er zijn mensen die zeggen: Dat wordt egomanie, egoïsme. Dat is helemaal niet
waar. Maar als je niet werkelijk jezelf bent, hoe kun je dan werkelijk een ander helpen? Dan
help je een ander wel, maar meestal van de wal in de sloot, omdat je hem een zetje geeft in
de verkeerde richting. Je weet niet beter. Je zult iemand gaan helpen op het ogenblik, dat hij
die hulp niet nodig heeft. Je zult iemand laten modderen op het ogenblik dat hij juist helemaal
afhankelijk zou zijn van die hulp.
Pas als je jezelf kent, weet je wat je kunt, voel je wat je moet doen en is je relatie met
anderen niet meer gebaseerd op jouw veronderstelling van wat een ander nodig heeft, maar
op de erkenning van wat je eigen mogelijkheid is, dus je harmonische reactie op een situatie
van een ander.
Dat zijn allemaal dingen waarmee de mensen nogal eens overhoop liggen. Ik lig ook wel eens
met collega's overhoop. Dat komt, omdat ik uitga van het standpunt: mensen, maak het toch
alsjeblieft eenvoudig. Het is een van de stellingen die door mij en ook door enkele anderen in
de Orde heel vaak is verkondigd. Waarom vereenvoudigen wij de zaak? Ik zal het u vertellen.
Als u een tekening maakt en u begint alle details eerst in te vullen, dan blijkt vaak dat de
hoofdlijnen niet zuiver zijn. Een probleem terugbrengen tot zijn eenvoudigste vorm wil zeggen,
dat het probleem in zijn eenvoudigste vorm oplosbaar wordt. Die oplossing is dan toepasselijk
ook als we met details te maken hebben. Dan kunnen we de details vanuit dat standpunt
benaderen en kunnen we ook het gehele probleem, complex als het is, op den duur
vereenvoudigen en oplossen. Maar als we weigeren om eerst de zaak te vereenvoudigen om
een beginpunt te vinden, komen we nergens terecht.
Dat is met geestelijk leven precies hetzelfde. Iedereen die de innerlijke weg gaat en begint
met allerlei theologische stellingen, met indelingen van de hemel, welke sferen er zijn, welke
zielen uitverkoren zijn en welke niet, die kan beter meteen zeggen: Jongens, gooi het maar in
mijn pet. Ik zal ‘t na mijn begrafenis wel uitzoeken. De meest eenvoudige beginselen zijn al
meer dan voldoende om een richting en een doel in je leven te vinden.
Wat ben ik? Wat wil ik zijn? Dat zijn dingen die je nog wel weet. Wat is mijn probleem in de
wereld? Dat de wereld mij niet aanvaardt zoals ik wil zijn. Wat kan ik in die wereld zijn?
Vergelijk die factoren. Hoeveel kan ik waarmaken van hetgeen ik wil zijn? Klaar. Dan begin je
eraan. Hoe ingewikkelder een probleem wordt, des te kleiner de kans wordt dat het werkelijk
wordt opgelost
Dan weet ik wel, dat er dan nieuwe problemen komen, als je de zaak teveel vereenvoudigt.
Maar die kun je dan wel oplossen door ze op dezelfde manier te benaderen. Dan ben je veel
slagvaardiger. Het gaat allemaal veel vlugger. En wat meer is, je leven wordt eenvoudiger.
Geloof mij, een innerlijke weg gaan betekent ook de zaak vereenvoudigen. En dan niet in de
zin van: er is een God die mij geleidt. Hij is er wel, maar ik weet toch niet wie hij is. Hoe hij
mij geleidt, weet ik ook niet. Als de mens zijn zin zou krijgen, dan zou God een soort
geestelijke blindengeleide hond moeten worden. Dat zal hij nooit zijn.
Laten wij dus niet beginnen met wat die hoge machten zouden kunnen en moeten doen. Laten
wij gewoon beginnen met wat wijzelf zijn en met de kleine dingen die we zelf kunnen oplossen.
Laten wij ons niet afvragen wat er in het grote kosmische verband gebeurt voordat wij eerst
hebben opgelost wat wij zijn en dan later misschien ook wat zijn in kosmisch verband.

57
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De Innerlijke weg
Les 5 – Contemplatie als beginpunt

De innerlijke weg: vereenvoudiging. Contemplatiemethode: in feite een vereenvoudiging zowel
van de innerlijke beleving als ook van de benadering van het totaal van het zijnde en van de
werelden die u daar aantreft. Daarom wil ik u nog één raad geven:
Als iets u ingewikkeld schijnt, probeer alles wat overbodig lijkt, weg te schrappen. Het kleine
beetje dat u overhoudt en voor u wel belangrijk is, dat is uw probleem, uw beginpunt, uw
methode. Kortom, het is datgene waarmee u iets kunt bereiken. Liever met een dergelijke
vereenvoudiging in korte tijd enig resultaat boeken dan met een besef van een complex
probleem van enorme omvang voortdurend stupide te staan kijken als een ezel die niet weet
of hij vooruit of achteruit moet gaan en herkauwende u af te vragen of er ooit een oplossing
zal komen.
Vereenvoudig de zaak, ook wat leringen betreft, wat uw eigen problemen betreft en vraag u
af: wat kan ik er vandaag mee doen in zijn eenvoudigste vorm.

HUMOR
Humor is een begrip voor het belachelijke. Wie begrip heeft voor het belachelijke en zichzelf
beschouwt, zal ook in zijn eigen belachelijkheid zowe1 de tragiek als de vreugde van het
bestaan leren kennen.
Humor is het relatief maken van alle waarden die in het leven worden verabsoluteerd. Juist
daardoor geeft het de mogelijkheid een traan te vervangen door een glimlach. Juist daardoor
maakt het de mens iets sterker dan hij anders zou zijn.
Humor is voor degenen die zichzelf durven kennen en aanvaarden zoals ze zijn, het machtigste
wapen, want daardoor kunnen zij zowel zichzelf als hun wereld terugbrengen tot proporties die
hanteerbaar zijn.
Wie wil ontsnappen aan de schijn van noodlot en gebondenheid, aan de voortdurende sleur die
de mens schijnt mee te slepen, gebruike de humor op de juiste wijze. Hij zal ontdekken, dat ze
de sleutel is tot innerlijke vrijheid, dat ze innerlijke veerkracht bevordert en dat ze, daarnaast
veel geestelijke waarden, die in jezelf verborgen zijn, de kans geeft om meer door te klinken in
de werkelijkheid waarin je toch alle dag moet leven. Leer te lachen om de wereld en vergeet
jezelf daarbij niet.
Dat is de beste raad die ik u kan geven. Want wie innerlijke waarheid zoekt, wie revoluties en
omwentelingen in de wereld en in zijn eigen ik niet vreest, kan door de lach de kracht vinden
om elke verandering nuttig te gebruiken en om in zichzelf voortdurend die waarheid te vinden
en te beleven die het hem mogelijk maakt niet slechts voort te gaan maar ook verder te
komen.

58
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

LES 6 - DE INNERLIJKE REIZEN

Wanneer je fantaseert, dan word je geconfronteerd met bepaalde waarheden omtrent jezelf.
Wij hebben dat uitvoerig duidelijk gemaakt. Maar er gebeurt meer. Je wordt geconfronteerd
met allerlei contacten die je vooral in het begin niet kunt thuisbrengen. Dat zijn heel vaak
helpers, soms gidsen of geleiders. Wij hebben daaromtrent ook al het een en ander verteld. Ik
behoef u dus niet alle regels voor te houden die daaraan verbonden zijn.
Wanneer je contact krijgt met een geleider, vraag je dan af, of het contact harmonisch is. Zo
ja, reageer op de aanwijzingen die je krijgt maar probeer niet je geleider te zien, je naar hem
toe te wenden. Ga gewoon mee.
Dan krijgen we een situatie waardoor we terechtkomen in innerlijke werelden. Want als we
terechtkomen in een Zomerlandsfeer, dan hebben we niet te maken met een echte wereld. Wij
hebben te maken met een analoge wereld, opgebouwd op associaties die in ons berusten.
Langzamerhand kan daar wel het een en ander aan worden toegevoegd zodat we een beeld
krijgen dat de werkelijkheid wat meer benadert, maar we zitten eigenlijk nooit in een wereld
die wij helemaal en zonder meer kunnen thuisbrengen.
De grote moeilijkheid daarbij is dat je, omdat de gedachtewereld suprème is, geneigd bent om
allerlei ongevallen terzijde te schuiven. Het is misschien een beetje vreemd als ik de
vergelijking gebruik: je bent aan het koorddansen en je valt van het koord af. Normaal zou je
op de grond terechtkomen en een smak maken. In je droom echter aanvaard je dat niet en
kom je met een onmogelijke beweging weer in evenwicht op het koord terecht en je gaat
verdere
Wij zullen mislukkingen vaak niet aanvaarden. In dat geval krijgen we een vervalsing van ons
wereldbeeld, De innerlijke trip confronteert ons dan met een voortdurende herhaling van juist
die fase, omdat we eerst moeten leren dat vallen in de geest ook vallen kan betekenen.
De ontwikkeling, die onze gids daarbij probeert te begeleiden, is in feite er een die zegt: Ja,
maar je bent gevallen. U zult dat in het begin niet willen aanvaarden. Maak u daar niet druk
over. Een dergelijke tocht is over het algemeen vooral in het begin toch altijd een weefsel van
verdichting en waarheid.
Op het ogenblik echter, dat u gaat leren dat er inderdaad een vallen mogelijk is, een
mislukken (u realiseert zich dat er een preferentie bestaat: als u wilt slagen moet u een
bepaalde richting ingaan) zult u komen tot een gedrag dat heel dicht komt bij de werkelijkheid
niet alleen van uw innerlijke voorstellingswereld, maar ook van de daarmee verbonden zijnde
sfeer zoals die reëel buiten u bestaat.
De meeste mensen denken: dan gaan wij naar het licht. Althans degenen die aan esoterie
doen, willen allemaal naar het licht toe. Je kunt het hen niet kwalijk nemen. Zij hebben nooit
anders geleerd. Maar wie inderdaad zover komt dat hij de lichte werelden nadert, komt toch
terecht voor de een of andere hindernis: je kunt er niet door.
Nu zal uw gids u altijd adviseren om dan te vragen om een opdracht. Die opdracht is meestal
bijna zinloos. Bijvoorbeeld: Je kunt hier terugkomen, als je de hele rondgang hebt gemaakt.
De mens weet daar geen raad mee. Hij begint zeer waarschijnlijk zich allerlei werelden voor te
stellen. De gids zegt elke keer weer: Hier moet je niet zijn. Totdat die mens gaat beseffen: als
ik een lichte situatie wil beleven, moet ik ook een duistere situatie hebben beleefd. Dit is een
evenwichtsregel die bij een innerlijke reis nogal eens wordt verwaarloosd. Wij blijven ofwel in
het duister staan, dan wel wij gaan 'halleluja' roepen in een licht dat in feite geestelijk gezien
nog niet eens een schemerlamp waard is.
De reis, zoals die zich innerlijk pleegt af te spelen (let wel, dit is een voorbeeld, er zijn dus vele
afwijkingen mogelijk) verloopt ongeveer als volgt: Je daalt af. Dat afdalen kan worden
59
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

voorgesteld als een trap of een hollend pad aflopen. Het kan zelfs zijn dat je met een lift je in
een andere wereld verplaatst voelt. Die wereld is altijd minder lichtend dan de plaats waar je
afscheid van hebt genomen.
Als je nu verder gaat, zul je ontdekken dat je steeds weer wordt geconfronteerd met lagere
werelden en toestanden. De beelden die je ziet, zijn associatieve beelden. Ze
vertegenwoordigen dus niet de feitelijke werkelijkheid van een sfeer, maar ze zijn je vertaling
van wat die sfeer betekent. Als wij b.v. de Hellesfeer en de, Louteringsberg zien zoals Dante
Alighieri die heeft beschreven, dan zitten we met iets wat daar een beetje aan doet denken.
Wij komen in werelden terecht waarin entiteiten zijn en we weten er eigenlijk niet goed raad
mee. Wij vragen ons af waarom ze er zijn. Wij krijgen antwoorden maar die antwoorden
bevredigen ons niet. De doorsnee-mens is dan geneigd om te gaan beschouwen. Gebeurt dat,
dan krijg je weer een tikje van de gids die zegt: Doorlopen. Maar doorlopen is zo moeilijk als
je niet begrijpt.
In de innerlijke reis door de duistere werelden gaan wil niet zeggen: je bezighouden met de
problemen van anderen in die werelden. Het betekent: constateren dat anderen in die
toestand verkeren. Constateren in hoeverre jij je betrokken voelt bij het gebeuren in die sfeer
waarin je vertoeft en dan verder gaan.
De innerlijke reis wordt over het algemeen na een of twee van dergelijke belevingen
onderbroken. U wordt weer wakker. Er is iets gaande. Opvallend is dat, wanneer je weer
aanknoopt je niet begint op het punt waar je bent uitgescheiden. Altijd zijn al die punten met
elkaar verbonden. Je hebt het idee dat je als in een flits dat deel van de weg aflegt wat je de
eerste keer moeizaam hebt beleefd en vandaaruit verder gaat,
Je komt zo tot afgronddiepe ervaringen die gewoonlijk ook een confrontatie met jezelf
betekenen, omdat de associatieve beelden ook iets zeggen omtrent je eigen verborgen
angsten, je verborgen begeerten misschien, al datgene wat normaal in je begraven ligt. Maar
belangrijker dan dit is, dat je die assistentie hebt, dat er iemand is die zegt: Verder gaan.
Je komt dan weer terecht bij de hindernis. Dat kan misschien één, tien, twintig, dertig van die
droomfasen bevatten. Op het ogenblik, dat je die hindernis weer bereikt, bestaat ze voor jou
niet meer. Je erkent nog even dat ze er is en je zegt: Ik ben rond geweest, nu mag ik verder
gaan. Vanaf dat moment bestaat die grens, die hindernis niet meer voor je. Je kunt altijd weer
verder gaan. Maar voorgaande werelden blijven binnen je bereik.
Het is heel belangrijk dat u dit begrijpt, omdat bij een innerlijke reis u anders de neiging heeft
te zeggen: Dat is afgedaan: dat ligt achter mij. Wij hebben echter te maken hier met een
uitbreiding van begrip.
Die uitbreiding van begrip is weer gebaseerd op de noodzaak tot een steeds groeiende
harmonie. De harmonie voor een mens begint altijd weer met de duistere werelden, omdat de
mens eerst geconfronteerd moet zijn met zijn angsten, zijn begeerten en de harmonieën die
daarvan uitgaan om te kunnen komen tot een harmonie waarbij hij zelf minder centraal staat
en minder belangrijk is.
De weg na de hindernis brengt meestal met zich mee - niet altijd maar meestal - dat een gids
zich wat meer kenbaar maakt. Nu moet u niet denken dat er plotseling iemand naast u staat in
een lichtend gewaad, eventueel nog met een punthoed, een toverstaf en een zwaard die zegt:
Ga nu maar verder met mij mee. Het begint meestal als een flits: je ziet even een gezicht, en
dan verdwijnt het weer. Misschien zie je het een hele tijd niet meer.
Dat gezicht is wederom een omschrijving. Het is niet zonder meer het wezen van de gids dat
wordt uitgebeeld. Het is de harmonie van de gids, vertaald in uw eigen associatie.
Als u bij wijze van spreken aan theosofie doet en u heeft de boekjes van de Meesters
bestudeerd, dan zal het heel waarschijnlijk, als u een goede gids heeft gevonden, iets zijn dat
herinnert aan een van de Meesters of aan een van de boeddha's, Christenen worden
geconfronteerd met een van de apostelen, met Jezus, met de heiligen, kortom, de hele
santenkraam. Hierbij is dus de gestalte associatie en een illusie. Maar belangrijk is, dat ze

60
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

kenbaar is geworden. U krijgt een voorstelling waaraan u zich kunt vasthouden. Pas nu kan de
reis beginnen naar een werkelijke lichtwereld.
De eerste werelden die je kent zijn Zomerlandwerelden. Voor elke wereld geldt dat de gids u
een aantal malen vergezelt. U krijgt dus aanwijzingen. Er komt een ogenblik, dat u weer op
reis wilt gaan en dat de gids er niet is. Dan moet u toch rustig op reis gaan: dus rustig de
reeks associaties doorlopen. Niet zeggen: Ik ben onzeker, maar gewoon zien wat u tegemoet
komt.
De werkelijkheid is weer moeilijk in denkbeelden uit te drukken. Maar u heeft nu uw eigen
wereldbeeld in u opgebouwd en daarin is plaats voor voorstellingen die een directe harmonie
betekenen met b.v., een deel van Zomerland of van Hoog-Zomerland.
Dan krijgen we een periode waarin we die wereld zelf gaan bezoeken. Hier gaat het om de
keuze van een doel een eigen territorium zou ik zeggen. De een zal kiezen voor een groep
waarin gezang klinkt. De ander zal zich bezighouden met een soort onderricht. Weer een ander
zal zich gewoon bezighouden met wandelen, gelukkig zijn en praten met anderen. Er zijn er
ook die gaan dan een plek zoeken waar ze verder kunnen mediteren. Hoe je het ook doet, het
maakt allemaal heel weinig uit. Belangrijk is, dat je in die beleving het gevoel krijgt van: ik
hoor er helemaal bij.
Hoe meer die wereld voor u werkelijk wordt ook al beseft u dat ze associatief is, dat ze dus in
u in deze vorm bestaat, hoe beter het u zal gaan. Dan komt er een ogenblik, dat Li wederom
wordt geconfronteerd met uw gids. Dat wordt meestal weer aangekondigd door enkele flitsen.
U ziet een enkele maal dat gezicht of u ziet een enkele maal een symbool verschijnen.
In de tweede fase zal de gids meer en meer kenbaar zijn. U komt nu namelijk in een wereld
waarin uw gedachten veel minder houvast hebben. Een wereld waarin het vormbesef een
beetje vervaagt. Dat is zoiets als gevangen zijn in een kaleidoscoop of in een lichtshow waar je
niet eens meer de vloer kunt zien. En omdat die beelden dan niet meer ter beschikking zijn,
treedt nu de gids op als een vast punt.
Het is weer niet belangrijk hoe u die gids ziet en wat voor beelden u verknoopt aan de beleving
ven die wereld. Belangrijk is de harmonie die u ervaart. Als u daar enkele keren bent geweest,
dan is de gids er niet. Dan moet u weer terug en u maakt heel waarschijnlijk in die periode
enkele malen weer de complete cirkelgang. U gaat dus door een aantal duistere werelden en
sferen heen die u nu een beetje anders gaat waarderen.
U komt wederom op de plaats waar die grens is geweest (het punt waar u over een hindernis
heen moest) en u wordt geconfronteerd met een zoeken naar de wereld die u onder geleide
heeft betreden. Pas als u die grens nadert, heeft u plotseling het gevoel: ik heb weer contact
met mijn geleider, mijn gids.
Die geleider geeft u dan aanwijzingen, want u moet leren die barrière te doorbreken. Dat vergt
meestal enkele pogingen. Maar u doorloopt nu de voorgaande werelden zo vlug dat het net is,
of u alleen maar recapituleert wat er geestelijk tot nu toe voor u bestond.
Heeft u eenmaal de sleutel gevonden, weet u hoe u die hogere harmonie kunt aanvaarden,
dan vindt u zich weer alleen gelaten. U drijft in emoties. Hoe dat precies te vertalen is, dat ligt
aan uzelf.
Voor de meeste mensen wordt dat de wereld waarin hemelse koren zingen zonder dat je ze
ziet, waarin sterren en lichtvlakken door elkaar heen zweven en je alleen nog maar kunt
zeggen: God, wat voel ik mij gelukkig. Ook deze wereld moet u leren kennen.
Daarna begint het proces opnieuw. De flitsen zullen nu waarschijnlijk het geheel van uw gids
omvamen en veel minder menselijk zijn. U krijgt dus indrukken die wel volledig zijn, maar die
niet meer herinneren, aan een menselijk gelaat, of aan een menselijke vorm.
In deze fase doorloopt u weer eerst de duisternis, vandaar uit gaat u verder naar uw
Zomerlandwereldje, vanuit uw Zomerlandwereldje, dat u meestal tamelijk snel doorloopt, gaat
u weer naar de volgende grens en zo verder.

61
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

Dit zijn innerlijke werelden. Het zijn geen werelden die buiten u bestaan. Want alles wat
beleeft en doormaakt, hoezeer het geestelijk gezien een realiteit betreft, kan alleen worden
uitgebeeld met de middelen die in uw wezen reeds bestaan. Aanvullingen zijn mogelijk, maar
alleen als er bepaalde beelden kunnen worden gevormd die in overeenstemming zijn met de
aanwezige associaties, maar die door samenvoeging van tot tot nu bestaande enigszins
schijnen af te wijken.
Het zal u duidelijk zijn, dat hoe mooi dit allemaal ook klinkt het weinig practische betekenis
heeft, tenzij u toevallig bij het proces zelf betrokken bent. Laten we daarom eens kijken hoe
innerlijke werelden in elkaar zitten....Want hoe meer wij van onszelf begrijpen, des te
gemakkelijker wij ook kunnen doordringen tot de werkelijkheid die in en rond ons altijd
aanwezig is.
Elke duistere wereld is niet alleen een weergave van dingen die u onprettig vindt of vreest. Het
is ook een weergave van uw gedachtenleven. Het zijn de dingen in uzelf die u niet wilt
erkennen. Het zijn de kwaliteiten, de eigenschappen, de daden misschien die zijn verdrongen
maar die wel degelijk een rol hebben gespeeld bij uw vorming. Het zijn, zeker als je door de
duisterste werelden heen trekt (dat gebeurt meestal toch wel) ook beelden die zelfs met
vroegere incarnaties samenhangen. De angsten maar ook het onvermogen, de drijfveren uit
een ver verleden worden a.h.w. in u herboren.
Het betreden van duistere werelden en het steeds weer herhalen van de kringloop houdt in,
dat wij meester over onszelf moeten worden. Wij hebben in ons angsten. Zolang wij echter die
angsten nog bezitten en de waarden daarin niet erkennen als een normaal deel van het geheel
en van het gehele proces van bewustwording, zullen ze ons domineren. Wie toegeeft een zijn
angsten blijft kleven.
Wie in een duisterder wereld (hoe vaak komt dat niet voor omdat die, altijd gekoppeld zijn aan
wereldvoorstellingen) dingen tot zich noemt, wie zich associeert met de dingen in plaats van
ze alleen te constateren, die zal ontdekken dat hij daar een hele tijd aan vastzit. Het is net of
je niet meer kunt loskomen. Waarom? Om de doodeenvoudige reden dat u zich dan te zeer
heeft verdiept in een deel van uzelf en dit deel u tijdelijk blijft domineren. Maar het vlakt
langzaam wel weer af.
Wanneer u dus in de een of andere gribus terechtkomt en u kunt geen uitgang vinden, dan is
het geen reden om wanhopig te worden. Er komt een ogenblik dat u een uitgang vindt. Maar
het is heel belangrijk voor uzelf dat u die uitgang zo snel mogelijk vindt, opdat u niet teveel
wordt geconfronteerd met het verval dat toch ook in u aanwezig is. Daarom geef ik u de raad:
Bindt u een niets en niemand in duistere sferen. Neem alleen raad en eventueel hulp aan van
uw gids, niet van anderen of ze zich nu manifesteren als lichtende engelen of als gloeiende
duivels. Ze kunnen u alleen maar binden, ze kunnen u nooit helpen om verder te gaan. Door
steeds weer geconfronteerd te worden met uw duistere inhouden wordt het gemakkelijker om
een eenheid te vinden tussen de lichtende inhoud van uw wezen en de duistere. Eerst zij, die
bereid zijn te erkennen wat hun meest gevreesde toestanden, situaties en belevenissen zijn,
kunnen de werkelijke vrijheid die in hun wezen berust leren gebruiken.
Waar u ook over de grens gaat naar een lichte wereld, zult u als mens altijd worden
geconfronteerd met de angst, als u die wereld niet voor een enkele keer betreedt en onder
geleide van anderen, maar werkelijk wilt leren die werelden tot van uw bestaan te maken.
Het betreden van lichtende werelden is elke keer a.h.w. afstand doen van belangrijkheden. Het
klinkt misschien heel gek, als ik dat zo zeg. Als je vroom bent en je bidt tot God in een
bepaalde vorm, dan moet je eigenlijk leren dat al die termen geen betekenis hebben. Het is
trouwens typisch, als je de joodse leer kent, dan staat daarin duidelijk te lezen. Elohim en
Johova zijn dezelfde. Licht kan nooit verschillen van licht. Er kan geen preferente vorm van
licht bestaan. Er is licht of duister.
Het leren hoe je dit onderscheid moet overwinnen is vaak een moeilijke taak. Daar heb je
inderdaad die hulp, die leiding steeds bij nodig. De leiding die je duidelijk maakt dat je niet

62
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

moogt blijven staan bij één aspect hoe vredig, hoe lichtend, hoe goed het ook moge zijn, maar
dat je verder moet gaan.
De kringloop is er om je voortdurend te herinneren aan het feit, dat je een geheel bent en dat
je niet een klein deel van jezelf kunt verheffen tot de grootste hemelhoogte die maar denkbaar
is en gelijktijdig het andere achter je te laten.
Reizen naar binnen toe zijn een middel om te leren beseffen dat je een geheel bent. Je kunt
nooit een stukje van jezelf terzijde schuiven. Je bent een mens. Je hebt menselijke kwaliteiten
en eigenschappen goede en kwade. Je kunt die niet vervangen, je kunt ze niet achter je laten.
Je kunt ze alleen aanvaarden en deel doen zijn van een geheel dat ondanks het duister in zijn
geheel evenwichtig is en daardoor in feite ook het licht in zichzelf ken bevatten.
Misschien zijn hier enkele regels bij nodig voor degenen die daartoe pogingen willen doen. Ik
kan u het volgende zeggen.
a. Vraag niet om een geleider of gids. Deze kan eerst met u waarlijk in contact komen en
werkelijk betekenis voor u krijgen, indien u innerlijk voldoende rust heeft gekregen en niet
bang bent om ook de duistere kanten van uw persoonlijkheid onder ogen te zien. Eerst de
angst voor uw verborgenheid overwinnen dan komt bijna automatisch het contact met een
geleider, een geest tot stand.
b. Probeer nooit op uw tochten naar het duister teveel te corrigeren. Dus te zeggen: Maar dat
kan zo niet. Neem de dingen zoals ze komen, maar ga verder. Wanneer u op een gegeven
ogenblik terecht komt in een vlakte vol vlammen, loop daar doorheen. Zeg niet: Ze zullen mij
wel of niet deren. Ga daar doorheen. U zult merken dat ze u weinig doen, maar dat u wel
constateert dat het iets is wat u misschien zoudt kunnen vrezen. Het is de aanvaarding van uw
eigen duisternis waardoor u tot licht kunt komen.
c. Denk nooit dat het betreden van een lichte wereld op zichzelf een bereiking is. Zij wordt dit
eerst, wanneer u deze zelfbewust en naar willekeur kunt betreden. Dit is een proces dat
langzaam tot stand komt in de periode nadat uw gids u heeft verlaten. U kunt nooit verder
gaan naar hogere werelden zonder eerst de wereld te hebben leren kennen waartoe u nog
vrijelijk toegang heeft.
d. Zoek nooit naar een harmonie met alleen het hogere. Wie alleen het hogere zoekt, werpt
een deel van zichzelf weg. Als een onvolledige entiteit kun je nooit een wezenlijk contact
krijgen met Sferen van licht, van vreugde, van vrede.
Dan een paar kleine raadgevingen die zonder meer niet zo belangrijk zijn, maar waar u iets
aan kunt hebben:
1. Het geeft niet wie uw geleider is. Belangrijk is alleen dat de geleider u waarschuwt voor en
wijst op de dingen die zult ontmoeten.
2. Als een uitgetreden mens bent u onkwetsbaar zolang u niet vreest. Als u een bergpas wilt
opgaan en er komt plotseling een horde demonen aan, dan haalt u uw schouders op en zegt,.
Voor jullie ben ik er niet en u loopt door. Dan kunnen zij u niet deren. Op het ogenblik dat u
probeert u voor hen te verbergen of te vluchten echter, heeft u contact opgenomen met
duistere elementen zowel in uw persoonlijkheid als daarbuiten. Daardoor worden allerlei
instincten, belevenissen van vroeger, ook geestelijke banden die daarmee samenhangen
gewekt en zult u heel veel chaos moeten overwinnen. Aanvaarding van uzelf is het eerste
beginsel om chaos in uzelf te voorkomen.
3. Zeg niet, dat het allemaal zo belangrijk is. Belangrijk is voor een mens die op aarde leeft
zijn huidig bestaan: en wel met alle mogelijkheden ten goede en ten kwade die daarin zijn
verborgen. Pas daarna kunt u dan deze innerlijke reizen gaan maken en kunt u harmonieën
opkweken die u met een werkelijkheid die buiten u bestaat in contact brengen.
4. Stel u nooit voor dat het hiernamaals is zoals u het in uitgetreden toestand heeft beleefd: zo
is het niet. Houd er gewoon rekening mee dat dit nog uw droom is. Na de dood kunt u die
droom nog een tijd vasthouden. Maar er komt altijd een moment dat u er toch afstand van
moet doen. Laten wij dan liever maar meteen zeggen: Het- is eigenlijk niet zo belangrijk.
63
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

5. Dit pijnt is voor sommigen misschien wel een rare aanduiding: Ervaringen - of u ze nu als
positief of als negatief ervaart - zijn het meest belangrijke van uw hele bestaan op aarde. Ze
zijn het doel van uw incarnatie. Beklaag u nooit over uw beleven. Probeer er alleen op een zo
positief mogelijke manier mee te leven en ermee af te rekenen. Op die manier krijgt u
werkelijk het volle nut van uw leven.
6. Zeg niet dat bepaalde dingen de mens verboden zijn. Zeg niet dat bepaalde dingen de mens
bevolen zijn. Vraag u liever af wat in uzelf juist is, dan vindt u voor uzelf de beste weg.
Ik wil niet veel meer zeggen over de innerlijke werelden. Ik heb geprobeerd er wat
aanwijzingen bij te geven. Alle voorbeelden die ik heb gegeven zijn naar gemiddelden
ontwerpen. Uw eigen innerlijke werelden zullen er altijd wel een beetje anders uitzien. Maak u
daar niet druk over. Als u andere personen betrekt bij die innerlijke harmonie (dat kan vaak
voorkomen) nu je, als er een band bestaat, een harmonie tussen u en anderen of een ander,
dan kan die niet teniet worden gedaan. Maar als ze nooit reëel is geweest, probeer dan niet ze
nu reëel te maken: dat is zinloos. Ga gewoon uit van datgene wat wezenlijk voor u belangrijk
is.
Als u een harmonie met een ander kent, ga toch voort op uw eigen weg. Die harmonie zal
daarbij meespelen. Ze kan zelfs een heel grote rol gaan spelen. Die rol komt dan vanzelf tot
uiting in uw gids, uw geleider en de manier waarop u de verschillende werelden beleeft.
Denk niet: dit is de bereiking, want u kunt als mens altijd nog een eindje verder gaan. Als
geest moet je dat zelfs doen. Daarmee wil ik deze les besluiten.
Waarin ligt het verschil tussen een bewuste uittreding en een innerlijke bereiking?
Er is geen wezenlijk verschil, omdat elke werkelijke uittreding toch wordt geregistreerd
volgens de beelden die in u bestaan en niet volgens een werkelijkheid, die gezien het
menselijk denken nooit geheel waarneembaar en registreerbaar is. Een werkelijke uittreding
wordt over het algemeen kenbaar door het feit, dat daarin vernomen mededelingen daarin
gekregen tips, maar ook daaruit voortgekomen veranderingen in uw denken en besef ook in
uw eigen wereld gelden en de realiteit op zijn minst genomen zeer benaderen, maar op den
duur zeker 95 % van de gevallen dekken. Ook als het gaat om feiten die u stoffelijk gezien niet
kunt kennen of om situaties die nu voor u nog niet bestaan etc.
Dat is de enige toetssteen die je als mens kunt gebruiken als je denkt dat je bent uitgetreden.
Hoe vind je een aanknopingspunt voor belevingen die .....
Dat aanknopingspunt vind je niet in feiten. Het is een automatisme. Als je in de innerlijke
wereld een bepaalde progressie hebt doorgemaakt: zal na een herhaling in zeer korte vorm
van al het voorgaande eigenlijk het tempo pas vertragen op het punt waarop je verder moet
gaan.
Dan krijg je weer te maken met een beleving waarbij niet gezegd kan worden: O ja, die trap
ben ik al opgegaan. En dan meteen boven staan. Als je dan nog een trap ziet, dan moet je die
weer trede voor trede oplopen.
Is het belangrijk om bij contempleren niet me je ogen te knipperen?
Als u het zelf belangrijk vindt, wel. Ik zou het u niet raden. Het is slecht voor uw ogen. Over
het algemeen maakt het weinig uit. Ook als u probeert star te kijken, zult u nog per minuut 3
á 4 keer knipperen. Dat merkt u niet eens. Het wil alleen zeggen: vertraging van tempo, maar
daardoor gevaar voor het uitdrogen van de oogappel.
Contempleren is: innerlijk het beeld opbouwen waarbij de uiterlijke aanleiding bijkomstig is.
Als eenmaal in uzelf het beeld is ontstaan, dan kunt u de ogen dicht doen en is er niets aan de
hand.
Ik heb geprobeerd om een praktische handleiding te geven. Ik ben mij ervan bewust dat de
meeste van u die nu nog niet bewust zullen kunnen gebruiken. Maar het feit, dat u de
mogelijkheden kent, kan ertoe leiden dat u op een gegeven ogenblik meer bewust tot deze
belevingen overgaat en dan heeft u aan alle gegeven regels heel veel.

64
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

CARNAVAL
Denkt u niet dat het een vreemde titel is, want de meeste mensen realiseren zich niet wat
carnaval in feite is. Het stamt ten dele af van feesten die werden gehouden voor de Goden.
Veel van het moderne carnaval, met zijn stoeten b.v. doet denken aan de vroegere optochten
van Dionysus. Maar er zit veel meer aan vast.
De mensen die in de natuur leven (dat waren vroeger het merendeel der mensen) zijn ook
gebonden aan de ritmen van de natuur. In die ritmen is de winter nu niet bepaald de meest
gewaardeerde. Het is een tijd waarin nogal wat demonen rondspoken. De meeste mensen
weten het niet, maar de midwinterzonnewende ligt heel dicht bij uw kerstfeest. Het is een tijd
waarin de demonen op aarde het meest vrij heten te zijn.
Nu wilde men deze demonen verdrijven. Dat verdrijven van de demonen deed men door ze uit
te beelden en gelijktijdig nog enorm veel lawaai te maken. Dat zijn nog steeds de kenmerken
van het Carnaval, ook al roepen ze tegenwoordig: zak eens lekker door! Vroeger werd
misschien geroepen: Io Bacchus! of iets dergelijks.
Dat magische denken ten aanzien van de natuurritmen is begrijpelijk, als je je realiseert dat de
mens in feite altijd het ritme van de natuur heeft beschouwd als een bovennatuurlijk ingrijpen.
Zo'n ingrijpen kan dan eventueel worden gebruikt. Je kunt er iets mee doen, als je rekening
houdt met die oude regel 'zo boven zo beneden, zo beneden zo boven'.
Dat gene wat wij zelf tot stand brengen, vindt een weerkaatsing, zo zei men, in de wereld van
de goden. De goden zullen door onze daden worden genoopt om die dingen te doen of tot
stand te brengen die wij hebben uitgebeeld.
Het Carnaval was dus een feest dat helemaal niet betekende: tabé vlees. Trouwens, vlees kon
je dopen. Hoeveel schapen zijn er niet omgedoopt in b.v. schelvis door pastoors die zich toch
aan de vastenregels wilden houden.
Het gaat er eigenlijk om dat je afscheid neemt van een duistere periode en dat je gelijktijdig
het licht begroet. Het betekent dat je de veelheid en de overvloed van het demonische bestaan
samenbalt in een paar dagen, daaraan gestalte geeft en daarna deze hele zaak verbreekt door
zelf ineens anders te worden. Daarvoor heeft men in de christelijke tijd de Vasten gebruikt.
Ook vroeger waren er na het eigenlijke feest een paar bezinningsdagen waarin de mensen zich
bezighielden met heel andere zaken of misschien andere goden gingen vereren.
Op deze manier hebben wij te maken met een duiveluitdrijving die in het innerlijk van de mens
ook een rol kan spelen.
Er zijn mensen die zeggen: Wij moeten natuurlijk alles onderdrukken. Wij zijn wel mensen,
maar dat mag niet blijken. Die mensen worden dan ook in de ogen van anderen tot onmensen.
Maar er komt een ogenblik dat alles verandert. Dat voel je aan jezelf. Er komt een ogenblik dat
alles moet uitbarsten. Je moet a.h.w. al die onderdrukte gevoelens, schuldgevoelens en weet
ik wat nóg meer, moet je kwijt. Je moet nu a.h.w. met veel lawaai even manifesteren dat het
afgelopen is met de oude tijd. Dat heeft inderdaad een reinigende werking. Er zijn mensen die
zeggen dat een geestelijke verstopping iets bewonderenswaardig is, dat je heilig wordt als je
dat een leven lang volhoudt. Volgens mij is het beter om geregeld het overvloedige af te
voeren.
Door de uitbarstingen, door dit eventjes helemaal ontladen scheppen wij voor onszelf een
toestand waardoor het nieuwe weer betekenis voor ons kan krijgen.
Als je beladen bent met demonen, dan wordt het licht iets waar je bang voor bent. Maar als je
demonen a.h.w. uitdaagt door ze gestalte te geven en daarna zegt: Nu heb ik jullie gestalte
gegeven, afgelopen. Dan kun je verder gaan in een nieuwe periode met een nieuwe
benadering. Men heeft dan ook in de oudheid wel gezegd - dat is niet van mij, maar van
sommige kerkelijke filosofen - dat het goed is voor het volk, als het tot een ontlading kan
komen van zijn agressies, van zijn angsten en begeerten, want slechts de mens die zich
geestelijk zo gepurgeerd heeft, kan in ware vroomheid de heilige geboorte doormaken. Dit is
kerkelijk geformuleerd.

65
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

Als ik dat wil toepassen op de mens zoals hij gewoon op aarde leeft, dan zou ik zeggen: Je
staat zo vaak onder druk. Er zijn zoveel dingen waarmee je je voortdurend bezighoudt zonder
dat je weet waarom. Er zijn vooral heel veel dingen waarmee je je wel bezig zoudt willen
houden, als je de moed zoudt kunnen opbrengen en de gedachte zoudt kunnen koesteren dat
ze meer aanvaardbaar zouden zijn. Maar je voelt dat ze onaanvaardbaar zijn en daarom zeg je
niet: Ik moet ermee afrekenen. Neen, je zegt: Het mag er niet zijn.
Onze ontkenning van hetgeen in de persoonlijkheid menselijk zowel als geestelijk - bestaat,
impliceert nu eenmaal dat we steeds meer door juist die ene zijde worden belaagd.
Een vriend van mij hoeft eens gezegd: Je hebt grote bewondering voor Anthonius die de
woestijn in gaat en daar steeds op een korst brood zit te kauwen. Maar hij wordt wel bezocht
door demonen. Dat zijn de demonen die bij in zich heeft meegebracht. Ik wil niet zeggen, dat
het voor veel mensen op die manier gaat. Maar hoeveel mensen zijn er niet die zich tegen
beter weten in vastklampen aan bepaalde theorieën, aan bepaalde geloofswaarden die ze
eigenlijk innerlijk niet eens meer kunnen bevestigen, die zich vastklampen aan bepaalde
maatschappelijke of sociale theorieën, terwijl ze innerlijk wel weten en zelfs verstandelijk
kunnen nagaan dat het anders niet functioneert. Zij laten zich door hun demonen beheersen.
Dan zeg ik: Dan moet het een keer eruit. Dan moet je een keer komen tot een constatering:
zo ben ik. Laat mij nu maar eens even desnoods de beest uithangen als ik mij beestachtig
voel, want dan weet ik wat het is en kan ik zeggen: Nu ja, dat is in ieder geval gebeurd, nu ga
ik verder.
Het hele proces van de magie, zoals wij dat in de oudheid leren kennen, is altijd een spel met
evenwichten. Het verstoren van evenwicht te ene- of te andere zijde kan een werking
veroorzaken. Maar als dat moet gelden voor de wereld van alle krachten uit de geest (of het
nu duivels zijn of engelen) zou het dan ook niet gelden voor ons? Zouden wij niet precies
hetzelfde zijn?
Ook voor ons geldt dat, als wij een evenwicht verstoren op welke manier dan ook, wij worden
geconfronteerd met de spanning, met de gebeurtenissen die eruit voortvloeien. Alleen, het
beroerde is, die gebeurtenissen en spanningen blijven niet alleen beperkt tot onszelf. Ze
maken een groot gedeelte uit van de wereld waarin wij leven. Zij bepalen in wezen hoe wij
onze wereld zien. En dat houdt in, dat wij daardoor onze medemensen anders behandelen. Dat
wij daardoor de krachten van de geest, van het licht, van God anders beleven clan wij
normalerwijs zouden kunnen doen.
Ik zou werkelijk willen aanbevelen dat elke mens tenminste één keer in de 7 jaar afrekent
met alle opgeraapte en vergaarde spanningen en tegenstrijdigheden die hij in zich bergt. Dat
hij eindelijk eens een keer zou zeggen: Nou goed, ik zet desnoods een masker op, maar laat
mij even mijzelf zijn. Als je jezelf bent geweest, dan vind je weer je evenwicht. En wanneer je
je evenwicht vindt, kun je aan een nieuwe fase beginnen.
Nu begrijpt u misschien waarom ik Carnaval erbij haal. Carnaval is in feite een feest waarin
men de beest uithangt, natuurlijk maar een beetje, maar waarmee je toch een heleboel dingen
kunt afreageren. Men realiseert zich niet hoe dat vroeger is geweest.
Weet u dat vroeger juist in de Carnavalsdagen ontzettend veel mensen wraak namen op
elkaar. Dat er moord en doodslag was juist achter die maskers. Om de doodeenvoudige reden
dat men dan eindelijk de remmen had losgegooid.
Nu wil ik helemaal niet zeggen dat u een masker moet opzetten en uw vijand gaan
vermoorden. Dat is ook maar onzin. Het helpt je niets, je vindt hen later toch terug. Op die
manier word er toch weer een maatschappelijk evenwicht geschapen.
Vergeet niet, vroeger waren er veel kleine gemeenten en gemeenschappen. De mensen daarin
waren veel meer gedwongen om elkaar steeds te ontmoeten. ie kon elkaar haast niet
ontwijken. Daardoor ontstonden die spanningen en ze werden maar opgevoerd en opgevoerd.
Dan kun je zeggen: Dat is natuurlijk niet goed.

66
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

De mensen hadden dus het Carnaval nodig om het evenwicht in de gemeenschap terug te
vinden. Niet alleen godsdienstig, niet alleen in het leven. Dat wil zeggen dat de gebruiken,
voortgekomen uit een poging om in de allegorie van do jaargetijden als mens mee te leven en
je aan te passen, de demonen van de winter te verdrijven en de engelen van de zomer aan te
roepen van heel grote betekenis waren. In deze dagen zijn ze voor een groot gedeelte
weggevallen. Trouwens, tegenwoordig vraag je je af: Is het een feestneus of heeft die persoon
een officiële functie?
Alleen als we tot een confrontatie kunnen komen, kunnen we een spanning opheffen. Als
spanningen cummuleren, worden we door onze spanningen beheerst, wij zijn onszelf niet.
Wanneer we ontladen, de spanning van ons af kunnen gooien, dan kunnen we opnieuw
beginnen. Er ontstaan dan weer spanningen, natuurlijk. Maar in die tussentijd kunnen we weer
veel bereiken.
De mens van tegenwoordig wordt veel minder met de natuur geconfronteerd dan vroeger. Ook
het chapiter van de dood wordt over het algemeen vermeden, tenzij iemand toevallig een
onderneming heeft die de stoffelijke resten op de een of andere manier opruimt en die, u dan
in advertenties doet weten dat hij de enige is die u wijdingvol naar uw laatste rustplaats kan
geleiden. Waarbij ik mij ook afvraag, of wijding bestaat in een gezicht en ondertussen
berekent of er nog een fooi afvalt.
Ik ben ook begraven. Ik werd gedragen door een stel huilebalken: D.w.z. doodbidders met de
bekende sjaal om de hoed, een zwarte voile die achter afhing. Bij een redelijke klasse
begrafenis liepen de huilebalken dan het laatste stukje met de kist te slepen. Hun gezichten
stonden inderdaad op droefenis. Maar dan had je moeten horen wat ze elkaar ondertussen toe
mompelden. Die mensen vertelden elkaar met een leeddragend gezicht en zachte stemmen
moppen waarover ik als geest nog zelfs bloosde omdat ik niet beter wist. Ik wil maar zeggen,
het gaat heus niet om die uiterlijkheden.
Men is bang voor de dood. Men is eigenlijk bang voor de terugkeer naar de norm. De
spanningen moeten zich een keer ontladen, dan pas ben e ergens. Die mensen begonnen dan
hun lente met een totaal nieuwe verwachting, met een totaal nieuwe benadering van hun
bestaan, zelfs met veranderingen in hun levensdiscipline om niet te spreken van de kleding die
ook nog veranderde na het Carnaval. Ze begonnen dan eigenlijk met een heel nieuwe kijk op
de wereld. Ze zagen de wereld anders. Je bekeek je naaste ook anders.
Als wij worden geconfronteerd met een leven vol spanningen, dan komt er een ogenblik dat we
het niet meer aankunnen. Wij hebben ook een Carnaval nodig. Wij hebben ook die
mogelijkheid nodig om eindelijk eens tot rust te komen en de wereld weer opnieuw te bezien,
om onze medemensen opnieuw te bekijken. Dan pas doen we de ervaringen werkelijk op.
Als na de dood een groot gedeelte van onze z.g. levenservaring blijkt te bestaan uit allerlei
waandenkbeelden en illusies, die we ten aanzien van anderen hebben opgebouwd, dan hebben
we daar niet veel aan.
Maar als wij in staat zijn om elke keer opnieuw te beginnen en zo steeds dichter te komen bij
het wezen van ons bestaan, de betekenis die wij voor onszelf hebben in het bestaan en die
betekenis die wij aan anderen hechten en aan alles rond ons steeds weer kunnen herzien, dan
doen wij wijsheid op, dan verwerven wij een geestelijk kapitaal dat heus niet te verwaarlozen
is.
U zult nu zeggen: Carnaval is niet altijd hetzelfde. Ik heb het nu voornamelijk over het
Europese Carnaval en dan nog voornamelijk over de, carnavalscondities die voorkomen.
Nederland heeft er nog een stukje van meegekregen, waarschijnlijk met de zending
meegekomen. Een deel ervan kun je in Duitsland vinden, dus met de Romeinen meegekomen
en verder vinden we het voornamelijk in de zuidelijke staten. Het kan natuurlijk ontaarden in
een poging jezelf te herwinnen.
Als we kijken naar het beroemde Carnaval van Rio, dan wordt u waarschijnlijk vooral getroffen
door de Samba-scholen met hun schitterende uitmonsteringen en hun schijnbare
onvermoeidheid. Maar wat u zich niet realiseert is, dat hier mensen zijn die in het normale,

67
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

leven nonvaleurs zijn: zij hebben geen betekenis. Maar het deel-zijn van die Samba-school,
het samenwerken om er iets ven te maken en de kans om eens even te schitteren, alle
aandacht op je gericht te voelen, dat is voor hen een ontlading die je anders niet in de niet al
te mooie behuizing en in de schamele dorpjes zoudt kunnen oplossen. Dit is ook een poging
om in evenwicht te komen. Zo is dat overal.
Als we kijken bij een aantal religieuze plechtigheden, dan worden wij eveneens geconfronteerd
met dingen die vanuit ons standpunt carnavalachtig zijn. Wat zouden we moeten denken van
b.v. de verering van het Kruis en daarna het Vliegen van de Adelaars, Dat zijn mensen die
helemaal boven in een paal klimmen en dan langs een touw heel langzaam afdalen, terwijl ze
steeds verder wegvliegen met het hoofd naar beneden.
Het zijn allemaal pogingen om even los te komen van de benauwdheid, van de conflictsituatie
die in je steeds sterker wordt. e indianen hadden daar ook hun dansen voor. De negers kenden
ook bepaalde feesten waarbij overigens men heel vaak ook tovenaars, goden en demonen ten
tonele werden gebracht. Als je het zo bekijkt, is het hiernamaals toch heel lelijk.
Die mensen hebben het nodig om los te komen uit in feite de conflictsituatie. Het is de kans
om iets op te lossen. En als we toch bezig zijn over de innerlijke weg,. Er zijn mensen die
denken dat ze een snelweg hebben en als je het goed bekijkt, dan is het vaak een doodlopend
slop. Sprekend daarover moet je eenvoudig constateren: In ons ligt niet alleen maar één
innerlijke weg. In ons zijn er heel veel wegen. En als we op een gegeven ogenblik teveel de
verkeerde kant uitgaan, dan lopen we vast: je komt niet meer verder. Daarom moet er steeds
een punt van rust zijn, van herbeginnen. Dan kunnen we zeggen: ik ben hier verkeerd
afgeslagen, laat mij een eindje teruggaan en dan verder gaan.
Als u later in de sferen komt, dan zult u met verbazing constateren, dat zelfs iets wat op
carnaval lijkt bij ons zo nu en dan voorkomt.
Heeft u wel eens gehoord van de z.g. lering- en zangstonden die in bepaalde delen van
Zomerland plaatsvindt? Iedereen zit zingend rond iets wat zich manifesteert als een lichtende
zuil. Denkt u maar aan een draaiende zuurstok met heel veel kleurtjes. Dan worden ze
langzaam stil en ontstaat er iets. Het is eigenlijk niet een stem die spreekt maar iets wat in
jezelf gebeurt. Dat is dan de lering die je krijgt.
Maar als ze nu niet zouden zingen, als ze nu niet zouden komen tot een uiting van al wat er in
hen leeft - hoe gedisciplineerd of ongedisciplineerd ook - ouden ze dan in staat zijn om die
uitstraling op te vangen en er iets wijzer van te worden? Ik geloof het niet.
Daarom beschouw ik veel van dergelijke samenkomsten met hun uitbundigheden, met hun
allegorieën zoals ze in bepaalde sferen plaatsvinden ook als een vorm van carnaval, als een
poging om eindelijk het bestaan zoals het nu is op de een of andere manier samen te, vatten,
van zijn betekenis te ontdoen, te ontladen, opdat we kunnen openstaan voor iets nieuws.
Mensen zijn vaak bang voor iets nieuws. Ik wil geen sombere beschouwingen plegen, maar ik
heb zo echt het gevoel dat de meeste mensen het oude dierbaar is niet omdat het zo goed is,
maar omdat ze bang zijn dat ze minder goed zouden passen in iets wat beter is. om dan te
voorkomen dat het tot stand komt, bouwen ze enorme bureaucratieën op, ze scheppen allerlei
machtsstructuren en proberen ongeacht de schijn van vernieuwing - de oude situatie te
handhaven.
Dat is ook heel begrijpelijk. En dan steeds meer regels scheppen, want daardoor ontkom je
aan de noodzaak tot vernieuwing. Maar als je niet tot een innerlijke vernieuwing komt, wat
bereik je dan? Niets.
Iemand, die steeds blijft stilstaan, zal nooit vooruit komen: hij wordt hoogstens opzij getrapt.
Iemand, die geestelijk niet in staat is tot ontlading van zijn tegenstrijdigheden te komen,
eindelijk eens een keer zichzelf te zijn op de een of andere manier, die zal nooit verder komen,
omdat hij niet kan openstaan voor iets nieuws zolang hij vol is van het oude. Ik denk, dat
daarin het grote probleem ligt dat je op de innerlijke weg altijd weer ontmoet.

68
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

De mens, die naar binnen gaat, zal natuurlijk zijn eigen goden, demonen en duivels scheppen.
Zegt u niet dat u atheïst bent. U weet wat een atheïst is? Een atheïst is iemand die in stilte
gelooft en hoopt dat het niet waar is.
U heeft in uzelf bepaalde beelden opgebouwd - goden en demonen. U bent eigenlijk het
slagveld geworden van deze tegenstrijdige elementen die in u een rol spelen. Op het ogenblik,
dat u ze - hoe dan ook kunt verenigen of naar buiten kunt werken waardoor ze hun betekenis
veranderen, bent u weer in staat om nieuwe gegevens op te nemen.
Bewustwording is niet alleen maar een proces van filosoferen of wat dat betreft mediteren,
contempleren en wat er verder bij hoort. Die dingen horen er wel bij, maar ze zijn niet het
enige. Want met mediteren en contempleren kom ik ook op een gegeven moment vast te
zitten: dan kom ik ook niet verder. En dan moet ik datgene wat in mij als een spanning
bestaat ergens buiten mij uiten. Ik moet het buiten mij kunnen plaatsen om het te kunnen
zien voor wat het is. Pas dan heb ik weer de ruimte om iets nieuws te ontwikkelen.
Bovendien heb ik een waarschuwing gehad, dus de fout die ik heb gemaakt, maak ik meestal
niet meer. Trouwens, daar hoef je niet bang voor te zijn, want de sortering fouten is zo groot,
dat je toch wel verder moet, Ik zou het zo willen zeggen: carnaval is een masker opzetten om
het masker dat je elke dag draagt af te zetten. Geestelijk gezien betekent het: de dingen die
in je bestaan, je dromen, je waarheden, je angsten, je begeerten eens een keer buiten je te
plaatsen, opdat je eindelijk in je de ruimte krijgt tot verdergaan.
Dan zou ik de mensen de raad willen geven: wees niet bang om op een gegeven ogenblik eens
even anders te zijn. Het maakt helemaal niets uit, als het anders zijn maar niet het
voornaamste is. Het mag alleen maar even een fase zijn, eens even duidelijk maken wat je
bent. En als je het hebt gedaan, dan kun je terugkeren tot jezelf en sta je ook open voor een
nieuwe wereld.
Op het gevaar af dat, u vindt dat ik ontzettend veel herhaal, realiseer je, als je in een bepaalde
fase bezig bent met geestelijk werk en je hebt maar geen succes, dat het wel eens niet zou
kunnen liggen aan de manier waarop je werkt, maar gewoon aan de manier waarop je tegen
jezelf verdeeld bent.
Probeer dan eerst je innerlijke verdeeldheid op te ruimen. Er zijn heel veel mensen die zeggen:
In mijn gedachten is het allemaal hoog en mooi, maar de wereld is zo slecht. Zolang u dat
denkt, heeft u de wereld nog niet aanvaard. Maar dan is uw droom van hoog en mooi niets
anders dan een soort sausje waarmee u uw eigen en andermans fouten probeer te bedekken.
Geloof mij, u maakt een slechte pudding niet goed door er een sausje overheen te gooien.
Probeer dat te voorkomen.
Ga terug naar de wereld. Besef wat uw conflicten zijn. Vecht ze desnoods uit, als u niet anders
kunt, en begin dan opnieuw. De grote kunst van het leven is, elke keer weer opnieuw
beginnen. En elke keer weer de fouten, die je eerst hebt gemaakt, vermijden. Zo ontstaat
begrip voor de waarden van het leven. Zo ontstaat innerlijke eenheid. Zo ontstaat een
harmonische mogelijkheid om heel andere werelden en sferen steeds meer bewust te beleven.
Zo ontstaat een weg, die leidt naar een bewust geestelijk bestaan, een bewuste erkenning van
je eigen wezen en een steeds bewustere aanvaarding van de krachten die met dit leven
samengaan.

JE BENT WIE JE BENT
Je kunt van jezelf dromen dat je een held bent, maar als je een lafaard bent, blijf je laf.
Je kunt dromen dat je bovenaardse schoonheid bezit, maar als je puisten en wratten hebt, dan
kun je ze op die manier niet wegpoetsen. Je kunt zeggen: Ik heb in mij het goddelijke licht,
maar als je in jezelf alleen maar een kolkende duisternis voelt, dan ben je duister. Daar kun je
niets aan veranderen, want je bent wie je bent.
Maar je bent meer dan je beseft te zijn. En hier ligt juist de sleutel tot een verdere
bewustwording. Je bent altijd meer dan je beseft te zijn. Daardoor moet je aanvaardende wat

69
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983 -1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 6 – De innerlijke reizen

je bent volgens je eigen besef en weten en uitende wat je bent, leren wat er meer aan
mogelijkheden in je schuilt.
Alleen de mens, de geest, die steeds weer leert zijn horizon wijder te maken zonder zichzelf te
verliezen, kan zeggen: Ik ben wie ik ben, maar ik ben deel van het geheel. Dan komt er
misschien een ogenblik, dat je met het geheel durft zeggen:
Ik ben wie ik ben. Ik ben het bestaande. Ik ben de totaliteit en in mij zijn alle dingen
samengevoegd. In mij bestaat geen oordeel, want dat wat ik goed noem en dat wat ik kwaad
noem, blijkt alles deel te zijn van een en hetzelfde en onscheidbaar met elkaar verbonden.
Licht en duister vloeien samen en ze worden de werkelijke naam die ik draag.
Mens, je bent wie je bent. Je kunt proberen om jezelf te veranderen, maar je kunt jezelf niet
beroven van hetgeen je bent. Daarom zul je altijd moeten terugvallen op je eigen wezen, je
eigen wegen, je eigen mogelijkheden.
Aanvaarden dat het zo is, en beseffen dat je meer kunt zijn dan je nu beseft, zoeken naar dat
kleine beetje meer waardoor je anders begrijpt, anders beleeft, is de werkelijke betekenis van
leven.
Leven is niet: het verlaten van hetgeen je geweest bent, maar het meer bewust en het
meeromvattend bewust wordend tot datgene wat je beseft te zijn, aanvaardend wat je bent,
aanvaardend deel te zijn van meer.
Wie op deze wijze zoekt naar de waarheid omtrent zichzelf, die zal waarlijk en oprecht kunnen
zeggen: Ik ben wie ik ben, maar ik word tot datgene wat ik kan zijn.
Ik wil u geen prettig Carnaval meer toewensen en ook geen gezegende Aswoensdag, want het
heeft weinig zin in zak en as te zitten. Ik zou alleen willen zeggen:
Doet u nu maar rustig en kalm aan, vooral in deze tijd. Het zit hier en daar nog een beetje
tegen. Voor de rest, wanneer u droomt van licht in uzelf, probeer het eens een beetje buiten u
te brengen. Het is dan misschien niet meer zo heilig en mooi als u dacht, maar het is
ongetwijfeld veel beter bruikbaar.

70
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

LES 7 - TECHNIEKEN VAN MEDITATIE

De normale term “mediteren” betekent ook: bewegen. Dit houdt over het algemeen in, dat je
met een zekere concentratie begint. De grote kunst is om elke gedachte weer terug te leiden
tot je punt van uitgang. Deze techniek moet enigszins worden beheerst voor men verder kan
gaan. Het is eigenlijk heel eenvoudig,
U bent bezig om te denken over b.v. de ellende van de wereld. De meeste mensen zijn in deze
dagen pessimistisch. U bent daarmee bezig en ineens denkt u: heb ik die melk nu wel
uitgedaan? Ze kan overkoken. Dan herleidt u dat onmiddellijk en zegt u: Want er is al zoveel
ellende op de wereld. Dit is natuurlijk een wat speels voorbeeld, maar het maakt duidelijk wat
ik bedoel.Elke gedachte in een meditatietechniek is een voortdurend terugkeren van elke
afwijking naar het eigenlijke onderwerp waardoor het concept van het onderwerp zich verder
ontwikkelt. Als u dit een aantal malen heeft geprobeerd, dan krijgen we de vraag, welke
techniek gaan we verder gebruiken?
Als het gaat om een innerlijke evolutie, zelfverwerkelijking, doordringen tot bepaalde gebieden
in jezelf, en misschien in de sferen, dan is het heel belangrijk dat je een juiste sequentie vindt.
Met andere woorden: alle meditaties moeten een samenhang vertonen en ze moeten op
zichzelf een progressie mogelijk maken. De manier waarop je dit het eenvoudigst doet (ik geef
de simpelste methode) is deze:
U vraagt zich af wat op dit moment uw grootste probleem is. Probeer dat probleem van alle
kanten te benaderen. Doe dit enkele keren en u zult zien dat één bepaalde gedachte, één
bepaald facet steeds weer terugkeert. Na beëindiging van uw meditatie legt u dit vast, De
volgende keer gaat u van deze zich steeds herhalende afwijking van uw meditatieonderwerp
uit en u begint daarvan een onderwerp te maken. Het eigenaardige is nu, dat uw probleem
steeds nog wel zal meespelen, maar in algemene termen. Het wordt meer gezien als iets wat
behoort bij het gehele bestaan en niet als iets wat alleen bij u aanwezig is. Daardoor overwint
u aan de ene kant enige moeilijkheden. Aan de andere kant maakt u zich een beetje los van
een te benepen ik-beeld.
Het is een van de grote problemen voor een ieder die uittredingen e.d. nastreeft, dat hij aan
zijn ik-beeld zo sterk gebonden blijft. Een mate van onverschilligheid tegenover jezelf is
eigenlijk heel erg belangrijk, als je geestelijk iets wilt bereiken. Maar afstand doen van die
voorstelling van jezelf, van het onrecht dat je hebt geleden, van de problemen op je weg, de
moeilijkheden waarmee je morgen verwacht te zullen worstelen, dat is nu eenmaal een heel
hoge eis. Als we echter in deze techniek verder gaan, dan nemen wij steeds weer afstand van
onszelf. Dat is in de eerste aanloop het belangrijkst wat we kunnen doen en wat we kunnen
bereiken.
Verwacht niet dat u onmiddellijk geestelijke stemmen hoort en heerlijke muziek of dat u op
een andere manier plotseling wordt verrast met hemelse tendensen. U bent alleen nog bezig
afstand te nemen van uzelf. Hierdoor echter staat u open voor een werkelijkheid die
meeromvattend is dan normaal. U gaat niet alleen uw eigen wereld in een andere samenhang
zien, maar u bent gevoelig geworden voor invloeden in een wereld die we dan paranormaal en
geestelijk plegen te noemen.
Wanneer u zover bent gekomen, zult u vaak overgaan op symbolen. In uw overweging komt
één bepaald begrip, soms één bepaalde klank of een woord (het behoeft niet eens een
verstaanbaar woord te zijn) steeds weer naar voren. En volgens onze regels gebruikt u dat dan
weer als uitgangspunt. Hierdoor komt u in contact met andere werelden.
Die andere werelden houden in, dat u zichzelf anders gaat zien. Als uw problemen
onbelangrijker worden, als uw mogelijkheden en vermogens a.h.w. meer gaan spreken, dan
zijn we geneigd om ijdel te worden. Het lijkt net de boze stiefmoeder uit Sneeuwwitje:
71
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de esoterisch mooiste in dit land? Vermijd dat nu
een beetje. U bent niet bezig uzelf te beschouwen en te onderzoeken.
In deze techniek gaat het er juist om uzelf kwijt te raken. Werelden die u ontmoet, zijn
werelden om beleefd te worden. Symbolen, die erin optreden, zijn alleen maar de sleutels om
uzelf beter te begrijpen, maar gelijktijdig om uw eigen mogelijkheden beter te gebruiken.
Elke meditatie levert over het algemeen één overwegend punt op. Dat punt is altijd het begin
voor een volgende meditatie. Komt u zover dat innerlijke krachten gaan optreden, dan heeft u
nog steeds die aanloop nodig, die sleutel.
Het kan zijn dat u in contact komt met de een of andere geestelijke wereld. U bent b.v. ergens
in een parkachtig landschap. Er zal één ding zijn dat u heeft getroffen. Voor de een is het een
lotusvijver, voor de ander een mooie ceder en voor een derde misschien alleen maar een perk
met bloemen. Neem dat als uitgangspunt.
Het is altijd weer verder gaan. Het is altijd weer zoeken naar nieuwe associaties en gelijktijdig
alles toch weer herleiden tot het punt van uitgang voor zover dat mogelijk is.
Deze op zich eenvoudige techniek, die het grote voordeel heeft dat u niet een directe leiding
van deskundigen nodig heeft bij uw meditatie, voert u over het algemeen tot in de
Zomerlandwerelden en voor een enkeling iets hoger. Op het ogenblik echter dat u dergelijke
werelden bereikt, heeft u voldoende geestelijke contacten die u verder kunnen helpen. U bent
dan vanaf dat ogenblik een begeleide reiziger in de sferen.
Een heel andere techniek is die waarbij we uitgaan van een opgezet schema. Hier wordt het
schema niet door toeval bepaald, maar wij leggen van tevoren alles vast tot de meditatietijd
toe. In het eerste geval mediteert u de ene keer 10 minuten, de andere keer bent u er een uur
mee bezig. In deze techniek niet. Wij zetten a.h.w. de kookwekker klaar die na een half uur
zegt: wakker worden. Hier is het heel belangrijk dat u uw meditatieonderwerpen goed kiest en
ook weer in een zekere samenhang.
Ik kan mij voorstellen dat u wilt gaan mediteren over de goddelijke liefde. Dat is erg mooi,
maar het zal u waarschijnlijk vooral in het begin niet veel zeggen. Trouwens is dat erg
moeilijk, want als iemand praat over de goddelijke liefde, dan heb ik altijd de neiging te
zeggen: Kijk eens naar de wereld, misschien dat je dan je mening herziet.
Kies altijd als eerste uitgangspunt iets wat dicht bij u ligt. Dat kan net zo goed zijn de lente die
komt en het eerste jonge groen als het gevaar van een atoombom. Het hindert niet wat het is.
Maar als u begint met de lente, dan bent u bezig met een groeiproces en dan zult u elke
volgende fase in dezelfde termen moeten inkleden. U begint met lente, gaat verder naar
bloemen, gaat van bloemen verder naar vruchtzetting, van vruchtzetting naar vrucht, van
vrucht naar oogst, van oogst naar winter waarin tevens de hernieuwing van het leven
plaatsvindt. Wie wil uitgaan van een atoombom, die gaat zeer waarschijnlijk uit van een
gevaar voor de mensheid. Hij moet zich dus realiseren dat het gevaar moet worden opgelost.
De vraag is: welke kracht? De kracht tegenover het gevaar zou het tweede onderwerp zijn. De
ontwikkeling van de kracht ondanks alle dreiging is dan het derde punt. De dreiging is niet
reëel is het vierde punt. Het vijfde punt is: de eeuwige kracht overwint alle dingen. En ga zo
maar verder. Deze punten moet u van tevoren uitzoeken en opstellen.
Persoonlijk ben ik op deze techniek niet zo gesteld, omdat de mensen de neiging hebben om
het mooier te maken. Onthoudt u dit: Een werkelijk mooie meditatie is meestal geen cent
waard. Maakt u dan liever sinterklaasrijmpjes.
Het gaat er niet om u allemaal mooie en hoge dingen voor te stellen en daarmee bezig te zijn.
Het gaat erom een directe relatie te vinden tussen uzelf en al die andere
bestaansmogelijkheden en werelden waar u toch eigenlijk ook bij hoort. Als u, zoals sommigen
doen, die meditatie ook nog wilt gebruiken om krachten te ontwikkelen, dan heeft u meer aan
een systeem waarmee u uw relatie tot de kracht voortdurend tot middelpunt maakt van uw
overweging. Hier gaan we uit van de vraag: Welk aspect van de kracht kan ik mij voorstellen?
Hoe kan ik dit innerlijk beleven? Om u een eenvoudig voorbeeld te geven:

72
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

U bent misschien nogal eens driftig. Begint u rustig te overwegen wat rood licht eigenlijk
betekent. En denkt u dan niet alleen aan horizontale beroepen, maar ook aan de geestelijke
betekenis ervan. Wanneer u daarmee klaar bent, kunt u misschien zeggen: Ja, ik heb een
geloof.
Stel u dan een goud-groen licht voor. Probeer na te gaan wat het u zegt, wat het voor u
betekent. Probeer alles wat u te binnen schiet steeds weer in die kleuren te plaatsen. Probeer
zo verder te gaan totdat u alle kleuren heeft gehad, alle kleuren die u zich kunt voorstellen.
Ook mauve en kastanje en hoe al die kleuren tegenwoordig mogen heten, al die varianten en
tussentonen. Neem ze rustig als onderwerp.
Elke kleur moet voor u een persoonlijke betekenis hebben. Is dat niet het geval, dan hoeft het
weinig zin om daarover te mediteren. Door alle kleuren steeds na elkaar te plaatsen krijgt u
een begrip van verschillende vormen van energie die u althans emotioneel in uzelf ervaart en
waarvan u zelfs een zekere inwerking ondergaat.
Zodra wij zijn gekomen aan de werkelijk lichte kleuren, b.v. zilver, blauw e.d. en ook deze
kunnen beleven, gaan wij ons ook nog voorstellen dat deze lichtkracht in ons kan werken. De
emotie is gelijk aan de kracht van het licht. Wanneer wij ook deze suggestie in ons kunnen
verwezenlijken en verwerkelijken, ontstaat er een relatie tussen onze poging om paranormale
krachten van welke aard dan ook te gebruiken en de kleurvoorstelling, en emotie die wij
tijdens de meditatie hebben gevonden. Hierdoor kunnen wij veel en veel meer bereiken dan
zonder dit mogelijk zou zijn.
Een techniek die alleen onder bepaalde omstandigheden functioneert is de z.g.
leegtemeditatie. Ze wordt in het Oosten nogal eens aanbevolen. Ze geeft over het algemeen in
ieder geval de kans tot snelle recuperatie van het lichaam, maar de geestelijke waarde ervan
is altijd een beetje twijfelachtig. Wilt u echter deze techniek gebruiken, dan moet u eerst een
sleutel vinden. Die sleutel kan u door een deskundige worden gegeven, maar het kan ook zijn
dat u voortdurend met een bepaalde voorstelling wordt geconfronteerd, zelfs met een bepaald
contact uit de sferen. Neem dit als uitgangspunt voor uw meditatie. Probeer alleen dat
fenomeen of die uiting nog te beleven en verder niets. Op het ogenblik, dat ze alleen nog maar
uw hele besef in beslag neemt, let er niet meer op. Zo ontstaat de leegte.
Gebruik in dit geval altijd hetzelfde punt van uitgang. Probeer die leegte steeds sneller te
bereiken en tracht ze volledig, maar emotioneel bewust, te ondergaan. Met andere woorden: u
let niet meer op vormen en gedachten maar alleen op gevoelens. Als gevoelens voor u minder
aanvaardbaar zijn (ik denk vooral aan een beetje zwartgallige gevoelens), dan moet u zich
realiseren dat er altijd een counterpart, een tegenstelling is. Wissel dan de gevoelens om voor
de tegenstelling bij de volgende meditatie. Op deze wijze kunt u inderdaad het lichaam ertoe
brengen zich volkomen te ontspannen. Het heeft als voordeel dat het gifstoffen wat
gemakkelijker afvoert en dat het door de juiste ademhaling een betere oxigenatie van het
bloed tot stand brengt.
Daarnaast betekent het dat u geestelijk tot rust komt, omdat een verstandelijke beïnvloeding
van al hetgeen u ervaart steeds minder geschiedt. Wat u tenslotte aan gevoelens overhoudt, is
meestal de reflex van datgene wat u in een sfeer of in verband met een sfeer bent op dat
moment. Door het niet te benoemen leeft u in een zekere vaagheid. Deze vaagheid kan u
echter wel het gevoel geven van blijmoedigheid, van kracht, van sterkte en heel vaak daarbij
uw intuïtieve vermogens sneller ontwikkelen. U gaat aanvoelen wat u wel en niet kunt doen,
wel en niet moogt doen. Op deze manier kunt u dus ook verdergaan.
Er zijn echter mensen, die altijd proberen om emoties dan toch weer te verklaren. Als u zo'n
type bent, kunt u deze methode beter achterwege laten.
Dan kennen we verder nog gemeenschapstechnieken van meditatie, vooral omdat een aantal
mensen geneigd is om samen te mediteren. Hier komen wij natuurlijk op een heel afwijkend
terrein ten aanzien van het voorgaande.
Bij gemeenschapsmeditatie is het erg belangrijk dat men degene die in de meditatie voorgaat
geheel volgt. Niet zelf denken, maar opgaan in hetgeen wordt gezegd. Degene die spreekt,

73
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

behoeft dat niet mooi te doen, maar hij moet wel iets vertolken, iets verklanken wat voor allen
erg belangrijk is. We zouden dit ongeveer als volgt kunnen voorstellen:
“Wij willen nu mediteren over hét Licht, het gouden Licht, de gouden Kracht die ons allen
omgeeft.
Deze Kracht is rond ons. Deze Kracht is in ons. Met deze Kracht zullen wij samen sterk zijn.
Deze Kracht geeft ons de mogelijkheid om in onze wereld beter te werken en te handelen.
Daarom willen wij één zijn met deze Kracht.
Het gouden Licht is stralend, is helder. Het omringt ons. Het is als een zee van licht die ons
groet. Wij staan open voor dit Licht.
Wij ondergaan dit licht. Door ons geheel te schenken aan dit Licht, ons op te lossen in dit Licht
zullen wij de kracht van dit Licht ons eigen maken. Zij zal deel worden van ons zijn en van ons
wezen. Zij zal de drijvende Kracht, kunnen zijn voor ons leven. En in deze Kracht zullen wij
dan beseffen welke waarden, welke personen en mogelijkheden in de Kracht schuilen.”
Een klein voorbeeld. Ik heb opzettelijk niet gezocht naar een bijzonder fraaie formulering.
Want als je te mooi en te poëtisch gaat spreken, dan werkt het wel erg suggestief, maar je
hebt grote kans dat de mensen opgaan in een emotie die je oproept en daardoor eigenlijk niet
meer komen tot het zelfstandig éénworden met de kracht. Dat moet je vermijden.
Als je met dergelijke meditatietechnieken werkt in een groep, dan is het erg belangrijk dat ze
regelmatig plaatsvinden. Het hoeft niet elke dag. Maar als je afspreekt eens in de week, eens
in de twee weken, eens in de maand, dan moet je daar naartoe kunnen leven. Dan moet het
niet zijn dat je zegt: Ja, we zouden eigenlijk vandaag mediteren, maar Jan heeft een
vergadering, Piet is naar een concert en onze normale voorganger wilde heel graag naar
Ajax-Feyenoord, dus dan doen we het de volgende dag maar. Dat kun je niet doen. Houd je
aan een vaste indeling en probeer dergelijke meditaties gedurende lange tijd met steeds
dezelfde groep (dit is erg belangrijk) te herhalen.
Valt er iemand af, vervang die dan niet zonder meer. Ga gewoon verder met de kleinere
groep. Want zeer belangrijk is de eenheid die in zo'n groep heerst: de wijze van samen doen
en samen denken die juist het resultaat voor de eenling binnen de groep mogelijk maakt.
Dan zijn er natuurlijk nog duizend-en-één andere technieken. Wij moeten bij het hanteren van
technieken vooral begrijpen dat de techniek een middel is. Zelf is ze niet de bereiking. Als u
een fietspomp heeft, kunt u een fietsband oppompen, maar als u dan daarmee een autoband
op spanning moet brengen, dan ben ik bang dat het u bijna de nek zal breken. Het instrument
moet aangepast zijn aan de taak.
De techniek die wij gebruiken moet gebaseerd zijn op onze werkelijke noden en behoeften. Ze
moet niet alleen samenhangen met iets moois en iets hogers, maar ze moet werkelijk wortelen
en zetelen in ons bestaan van het ogenblik. Dit betekent, dat wij niet altijd een techniek
kunnen blijven handhaven. Als wij merken dat iets niet meer werkt, dan zoeken wij een
andere techniek. Als het niet mogelijk is associatief nog verder te komen, dan maken we maar
een lijstje en proberen wij het eens met een ander systeem.
U bent niet de slaaf van een bepaalde methode van werken.
En het is zeker niet waar, dat het wisselen van werkmethode gevaren met zich zou brengen of
u ver zou doen terugvallen. Dat is alleen het geval, indien u zoudt wisselen van de ene groep
naar de andere, omdat u dan inderdaad een totaal nieuwe harmonie moet vinden voordat u
verder kunt gaan.
Degenen die zich bezighouden met paranormale krachten en met wat daar verder mee
samenhangt, zullen meditatietechnieken op hun eigen wijze gebruiken. Iemand, die
magnetiseert, kan op een gegeven ogenblik daarvan moe worden. Dan zijn er mensen die
zeggen: Ik moet toch verder gaan. Dat is natuurlijk onzin. Dat is hetzelfde als zeggen: de
karaf is leeg, maar houd je beker er maar bij, ik zal wat inschenken. Dat gaat niet.

74
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

Zo'n magnetiseur heeft in de eerste plaats herstel nodig. Herstel betekent een zo diep
mogelijke rust en ontspanning. Waar je die in zoekt, is niet belangrijk. Maar in een dergelijk
geval zal de meditatie proberen om zo snel mogelijk een stadium van gedachteloosheid te
bereiken. Het is ook erg belangrijk dat je bij dergelijke meditaties de houding vindt die voor
jou werkelijk de gemakkelijkste, de meest relaxerende is.
Ik zou vanuit mijn standpunt, maar dat is nooit bindend, het volgende wel kunnen aanbevelen:
Strek uw lichaam zo recht mogelijk uit, b.v. op de grond of als het u te hard is op iets wat in
ieder geval vlak is en niet teveel inzakt onder uw gewicht zo u dit althans bezit. Zorg dat
armen en benen los liggen. Dus niet de benen gekruist over elkaar of te zeer tegen elkaar. Leg
ze maar een eindje van elkaar af. Laat de handen ontspannen rusten naast het lichaam. En
dan is het ook niet: moet ik de handpalmen naar boven of naar beneden houden. U doet het
zoals het u het gemakkelijkst is. Pas op het ogenblik dat u werkelijk het gevoel heeft: nu lig ik
helemaal gemakkelijk, begint u met een meditatie.
Ik raad u aan om als sleutel daarvoor uw werk te gebruiken. Dus wat probeert u te doen?
Kracht door te geven.
Kracht doorgeven betekent verbonden zijn met de Kracht. Verbonden zijn met de Kracht
betekent, dat u zelf eigenlijk niet helemaal meetelt. U bent alleen maar instrument, meer niet.
Daarom is het niet belangrijk dat u zich bezighoudt met de Kracht.
Instrument zijn betekent ook dat u het moet overlaten aan die Kracht. Laat die Kracht maar
door u heen gaan. Laat die Kracht maar door u werken. Niets is belangrijk. U ligt ontspannen.
Voor u het weet bent u in een slaperige toestand gekomen. Laat die gewoon even voortduren.
U zult merken dat u dan met 10 à 15 minuten rusten op deze manier na de inleidende
overwegingen evenveel veerkracht herwint als normaal met een slaap van enige uren.
U zoudt dezelfde techniek soms kunnen gebruiken wanneer u heel weinig tijd heeft en erg moe
bent. U kunt dan in zeer korte tijd uzelf aardig opladen.
Wilt u gebruik maken van energieën om u heen, b.v. om uw ontvankelijkheid op te voeren,
dan zult u het weer anders moeten doen.
Hiervoor nemen we een houding aan die wél gesloten is. Een lotushouding zou ideaal zijn, mits
u geen pijn krijgt door de kleermakerszit. U kunt dan beter een andere houding kiezen. Hier is
het echter belangrijk dat er een sluiting van de ketens in het lichaam wordt bereikt. Het best
doet u dit door de benen te kruisen zodat de enkels elkaar beroeren en de handen op de
knieën te laten rusten. Wilt u dat niet, dan kunt u de handen samenbrengen ongeveer op de
hoogte van het middenrif. Leg ze gewoon op elkaar.
In dit geval wilt u gevoelig zijn. U stelt zich voor, dat er een enorme stilte is. Kies als
uitgangspunt: overweeg de stilte. Laat alles op u afkomen. Wordt u bewust van alle flarden die
u bereiken, maar stoor u daar niet aan. Probeer neutraal te zijn. Als u stemmen hoort, luister
niet. Laat ze aan u voorbij gaan. In deze toestand laadt u in de eerste plaats uzelf op. In de
tweede plaats vergroot u uw gevoeligheid juist door het gebrek aan concentratie op het
verschijnsel.
Wilt u deze vorm van meditatie nog ondersteunen, dan begint u met enkele eenvoudige
ademoefeningen. Daarvoor zou ik u aanraden driemaal een reinigende ademhaling te doen. Bij
de reinigende ademhaling halen wij diep adem zodat zowel de longpunt als de longtop gevuld
zijn. Wij combineren dus borst- en buikademhaling voor een ogenblik met elkaar. Dan houden
wij even de adem in (dat behoeven we niet te tellen) daarna met korte stoten achter elkaar
uitademen.
Het geluid dat u dan voorbrengt lijkt een beetje op het hijgen van een hond, zij het iets trager,
maar wel met het gevolg dat u uw longinhoud redelijk leegmaakt. Door de stotende beweging
waarmee de uitademing gaat, ontdoet u de luchtwegen van allerlei dingen die daarin niet
thuishoren. U bereidt u voor op een weer inademen waarbij u dan niet alleen lucht opneemt,
maar ook in staat bent om veel van de lading in die lucht op te nemen of zoals men wel zegt:
de od-kracht.

75
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

Als u dat een drietal keren heeft gedaan, past u dan nog de gefaseerde ademhaling toe. Dit
moet u echter voor uzelf uitmaken. De eerste keer is meestal twee- tot driemaal genoeg. Later
zult u het misschien zelf iets uitbreiden. Inademing vier tellen. Vier tellen de adem inhouden,
daarna in acht tellen uitademen. U kunt dat later nog doen met neusgat controle zodat u de
ene keer inademt en uitademt door het linker- en dan door het rechterneusgat, wat u doet
door ze licht dicht te drukken. Maar dat is niet eens zo belangrijk. Het gaat erom dat u
hierdoor uw lichaam voorziet van energie uit uw omgeving en daardoor de mogelijkheid geeft
aan uw lichaamsstromen om evenwichtiger te werken, terwijl u gelijktijdig uw zenuwstelsel
oplaadt zodat uw gevoeligheid aanmerkelijk toeneemt.
De meditatie over rust en stilte die hierop volgt, geeft u de mogelijkheid u voor te bereiden op
het ontvangen van werkelijk heldere signalen. Na de beëindiging van de overweging (dit
absoluut stilte zoeken en stilte zijn) kunt u zich enige minuten bewust worden van de
indrukken die op u afstormen. Probeer daaruit - het zijn er in het begin altijd teveel - één of
hoogstens twee te selecteren. Probeer dan die bewust te volgen. Na enige oefeningen en
herhalingen bent u in staat bepaalde invloeden en stemmen te horen. Controleer altijd of
hetgeen u ontvangt misschien een telepathisch contact met mensen is.
Denk niet, dat het altijd direct de hoogste geest is die het woord tot u richt.
Nu wij deze situatie hebben bezien, kan ik u nog een aardige meditatietruc leren. Het kan
voorkomen dat u zich vergezeld, belaagd, geplaagd, geholpen misschien ook voelt door
onzichtbare entiteiten die u toch zo nu en dan een beetje lastig zijn. Als dat het geval is,
zouden ook concentratie- en meditatietechnieken daar vaak veel aan kunnen verholpen.
U begint weer uzelf zo goed mogelijk te ontspannen. Zoals ook op de manier voor
magnetiseurs en voor het magnetiseren die ik heb beschreven. Wanneer u nu begint te
overwegen, neemt u één van de verstoringsverschijnselen die voor u het meest hinderlijk was
in de laatste tijd als onderwerp. Stel u dit geheel voor. Laat het volledig in u opkomen. Dan zal
dat beeld langzamerhand een verklaring voor zich gaan geven: er komen associaties bij. De
betekenissen worden duidelijk. Eerst wanneer dit is gebeurd, vervolgt u uw meditatie door uw
houding tegenover dat verschijnsel mede in te sluiten en dus het beeld a.h.w. van u af te
drijven 'naar een onbekende verte, dan wel op grond van de ontvangen boodschappen
bepaalde aspecten te aanvaarden en andere te ontkennen. Hierdoor bent u mogelijk in staat
een selectief en daardoor voor u aanvaardbaar en goed gebruik te maken van dergelijke
verschijnselen en krachten.
Deze oefeningen moeten altijd meermalen worden gedaan. En als u werkelijk dergelijke
verschijnselen ondervindt, dan zou ik u de raad geven om er toch maar een keer of vijf de
eerste week dergelijke meditaties met steeds hetzelfde beginpunt te houden. Later zult u zien
dat u zich veel gemakkelijker instelt. Maar alles moet een gewoonte worden.
Dan nog een laatste punt: Ik heb geprobeerd u een aantal technieken schetsmatig te geven,
maar wel zodanig dat u in staat bent die voor uzelf verder in te vullen. Meditatie en wat dat
betreft ook contemplatie zijn zeer belangrijke zaken, als het erom gaat tot zelferkenning te
komen. Want alleen de mens die besef heeft van zijn eigen mogelijkheden, maar ook van zijn
banden met deze wereld en andere werelden, is in staat werkelijk iets goeds tot stand te
brengen. Dit impliceert echter ook, dat moet u goed begrijpen, dat u datgene wat u innerlijk
beleeft en ervaart ook ziet als iets wat in uw eigen werkelijkheid plaatsheeft. U kunt nooit iets
ontkennen in uw eigen werkelijkheid, in uw leven en daden en dat gelijktijdig geestelijk
aanvaarden en omgekeerd.
Bij alle oefeningen gaat het erom jezelf te zijn, jezelf te ontplooien, jezelf te ontwikkelen tot
datgene wat je hoogste potentie op aarde is. Doe je dit, dan zul je daardoor geestelijk
hetzelfde ook tot stand brengen.
Wie zich alleen bezighoudt met de theorie komt nooit verder. Iemand die zijn technieken uit
een boekje leert en ze nooit in praktijk brengt, zal nooit goed leren dansen of leren vijlen. Hij
zal nooit een stopcontact zo kunnen aansluiten dat er geen gevaar voor hem of voor de
omgeving ontstaat etc. Realiseer u dit.

76
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

Zelferkenning heeft niet alleen te maken met de innerlijke werkelijkheid. Ze heeft wel degelijk
ook te maken met de manier waarop we in de wereld staan: datgene wat we tonen te zijn,
datgene wat wij proberen in onze wereld werkelijk te maken. Pas wanneer deze beide
samenkomen, maken wij ons waar en leren wij onszelf kennen. En eerst als wij onszelf
waarmaken, beter leren kennen en beseffen met al onze onvolkomenheden, met al onze
tekortkomingen, met onze goede kanten, zullen wij in staat zijn de geestelijke elementen op
de juiste wijze in te passen in het stoffelijke bestaan.
Houd mij deze laatste noot ten goede. Ze is voor velen die aan esoterie en dergelijke zaken
doen heel erg belangrijk. Voor anderen is ze misschien minder belangrijk, maar het kan nooit
kwaad om het nog een keer te horen. Hiermede beëindig ik deze lezing.
Mediteren over hoge onderwerpen worden soms wel aanbevolen……
Ik kan dat begrijpen, omdat ze hopen dat daardoor associaties met het ik oprijzen. Er is een
tijd geweest dat heel veel meisjes probeerden eruit te zien als een zekere Brigitte Bardot,
maar daarmee waren ze het nog niet,
Mediteren over die hoge onderwerpen op zichzelf kan verdienstelijk zijn. Het kan soms zelfs
resultaten geven. Maar het gebruikmaken van dergelijke voorstellingen om je eigen
transformatie in te leiden, is erg gevaarlijk, omdat je dan niet uitgaat van je eigen
mogelijkheden, je eigen werkelijke vermogens, maar van een ideaal beeld dat je niet kunt
waarmaken en dat je daardoor teleurstellingen bezorgt met als gevolg, dat je niet bereikt wat
je zoudt kunnen bereiken.
Mijnerzijds is er dus wel enig bezwaar tegen deze techniek. Ik kan echter begrijpen dat men ze
als een systeem probeert te leren, omdat mensen nu eenmaal achter filosofieën en idealen
gemakkelijker aan gaan dan achter de werkelijkheid van hun eigen wezen.

DE MYSTERIESPELEN
In de oudheid waren mysteriespelen zeer bekend. Sommige daarvan werden zelfs voor publiek
opgevoerd, andere meer in besloten kring beleefd. In al datgene wat wij meditatief doen,
speelt ook het éénworden met iets anders een rol. Dat was nu juist wat in de mysteriespelen
een heel grote rol speelde. Men beeldde daar b.v. een godheid uit. Men beeldde bepaalde
krachten van de natuur uit en men werd door dit met volledige overgave te doen als het ware
één daarmee.
Opvallend is, dat practisch alle mysteriespelen waren gebaseerd op een improvisatie wat
betreft woord en gelijktijdig een uiterste stylering van gebaar, houding en plaats. Je zoudt een
mysteriespel ongeveer kunnen omschrijven als een dans waarbij de deelnemers zelf een
kracht vertegenwoordigen, zich daarin zodanig inleven dat ze spontaan de tekst voortbrengen
die past én bij de persoon én bij het gehele gebeuren zoals dat wordt uitgebeeld.
Natuurlijk zijn mysteriespelen altijd weer iets waar de mens een beetje vreemd tegenaan kijkt.
Wij weten b.v. dat in Babylon mysteriespelen werden gehouden waarin een priester Marduk
(een heel grote godheid) voorstelde en een danseres de aarde vertegenwoordigde. Zij kwamen
dan ook zeer plastisch samen. Daar waren ook raadgevers bij: een soort hofhouding.
Nebu, de God van de wijsheid, werd vaak gespeeld door een filosoof ofwel een lagere priester,
dan wel door gewoon een kluizenaar die voor de gelegenheid was aangetrokken. Er waren
verder allerlei figuren uit de gemeenschap van de tempel en figuren van buiten. Soms werd als
een bijzondere gunst aan een hooggeplaatste (een satraap) of misschien zelfs een directe
vriend van de vorst de gelegenheid geboden om eveneens een rol mee te spelen.
De dominerende figuren waren hier altijd weer Marduk en daarnaast Ishtar. Ishtar die vaak
zelfs door twee personen werd uitgebeeld, omdat ze gelijktijdig de strijdlustige was en de
goedertieren.
Het spel speelde zich meestal af op de 3e etage van een tempelpiramide. Het werd alleen
bijgewoond door ingewijden en zeer hooggeplaatste burgers. Maar wanneer het was afgelopen,
dan gingen degenen die dat spel hadden gespeeld in hun vereenzelviging met deze figuren in
een plechtige processie door de stad rond. Ze werden daar rond gereden, ten dele rond

77
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

gedragen. Ishtar b.v. werd als de Goedertieren gedragen op een soort palakijn, maar zonder
dak, terwijl de Strijdvaardige in een wagen werd voortgetrokken, soms bespannen met dieren,
soms ook door slaven. De burgers keken dan toe en zagen daar hun goden door de straten
gaan.
Een ietwat vergelijkbare processie kennen we ook uit Egypte. Het was het z.g. bezoek der
Goden. Wanneer namelijk een god op bezoek ging bij een andere god, dan werd zijn beeld in
een processie gedragen op een bark gezet eventueel, door de straten van de stad gedragen
omringd door priesters die dan vaak ook nog heel goede hypnotiseurs en suggestoren waren
die zekere wonderen deden. Aan zo’n hele geschiedenis ging één ding vooraf: Er werd iemand
gekozen die de godheid moest representeren. Dat was een soort medium. Deze werd door de
priesters met wierook en bepaalde middelen in een trancetoestand gebracht. Hem werd dan
gesuggereerd dat hij die god zelf was. Vanaf dat ogenblik trad hij tegenover zijn priesters op
als de godheid. Tijdens het gehele bezoek, dat overigens was vastgesteld en precies
uitgerekend, was hij het die de uitspraken van de godheid deed. Hij werd dan meegevoerd,
hetzij gedragen, hetzij in sommige gevallen gereden of in de bark gezet vlak achter het beeld
van de godheid dat feitelijk op bezoek was.
Bij de ontmoeting van de goden was er dan aan de andere kant ook een jonge priester
gekozen die in zo'n zelfde trancetoestand was gebracht. Deze twee priesters als goden
getransformeerd (zo voelden zij zich: ze wisten niet beter of ze waren het) gingen dan een
dialoog aan. Ze spraken met elkaar, ze schepten op (mensen doen dat en goden kennelijk
ook) en rond hen groepeerden zich dan de twee hofhoudingen. Datgene wat dan gebeurde op
bevel van deze twee goden en dat wat ze zeiden, werd opgetekend aan beide kanten. Het was
vaak beslissend voor politieke verhoudingen, voor verrichtingen in de nabije toekomst, soms
zelfs voor het lot van stadhouders en belangrijke priesters.
Heel anders ging het weer toe bij bepaalde Isis-mysteriëen. Hier werd een deel ven de
bijeenkomst in het half duister bij fakkellicht gehouden meestal in een grot of in een ruimte die
dan was aangekleed als een grot. Hier werd dan het opwekken van Osiris uitgevoerd. Isis
veranderde. Zij transformeerde zich a.h.w. totdat zij werkelijk de Lichtende was geworden. Het
eigenaardige was dat de priesteres (het waren allemaal priesteressen die het deden behalve
Osiris die was natuurlijk een priester) op den duur door deze suggestie zodanig stralend was
geworden dat ze in staat was om spontane genezingen uit te voeren, daarbij gaf ze ook
orakels.
Dit geschiedde dan in de buitenlucht waar een plechtige optocht werd gehouden en fakkels
werden gebruikt. Dan moest er een bepaalde maanstand zijn: de maan moest tegen vol aan,
dus wassend zijn. Vervolgens werd een vijver eerst helemaal omgelopen, daarna werd scheep
gegaan, want de reizende eeuwigheid is voor Isis de werkelijkheid waarmee ze de wereld
omvat. Daarom moest zij die tocht maken.
Wanneer die tocht ten einde was, werd de vertegenwoordigster van Isis in slaap gebracht. Niet
Osiris, die bleef wakker. Voor het in slaap brengen hadden ze ook bepaalde reukmiddelen.
Vermoedelijk ook wel een bijmengsel in de drank die haar werd aangeboden. Wanneer ze dan
tot zichzelf kwam, was ze weer gewoon priesteres.
Osiris daarentegen maakte nog een tocht en ging vaak naar een tempel in een andere stad.
Dat deed hij als Osiris in een speciale bark met speciale roeiers, speciale zeilers. Wanneer ze
dan aankwamen, bezocht hij de tempel van Amon, van Re of hoe in die stad de god van de
zon werd vereerd. Daar knielde hij neer en keerde tot zichzelf terug.
Hiermee werd uitgebeeld de belangrijkheid van Isis, die in feite Osiris naar voren schuift. De
herrezene heeft dan de taak om met de goden te communiceren. Dat is niet meer de taak van
Isis. Zij is wel de profetes die van tevoren zegt hoe het zal gaan.
Een beetje anders zien wij het in Griekenland. Er zijn daar een aantal gebruiken die hier als
nogal grof overkomen. Dionysosfeesten e.d.. In Griekenland werden dan hele optochten van
dronken lieden gehouden. Zij waren echter heus niet alleen dronken van de wijn. Het was de
bedoeling dat ze in een soort extase kwamen. Gedurende zo'n optocht werd er dan ook de hele

78
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

tijd door gedanst. Dat was niet hossen, maar het was werkelijk een in vervoering dansen.
Zoals David danste voor de Ark uit.
Hierdoor verloren de mensen ook hun contact met hun omgeving. Ze werden eigenlijk meer
deel van de natuur. Ze beleefde de krachten van de natuur. Ze konden de bezieling van de
natuur aanvoelen. Onder hen waren er dan ook enkelen die heel wonderlijke uitspraken deden
welke onmiddellijk werden vastgelegd door priesters . Die werden dan gebruikt om als een
soort orakel te dienen en gelijktijdig ook het verloop van de stoet van het volgende jaar vast
te stellen.
De vrouwen hadden hun eigen mysterie. Daarbij werden ook bepaalde godinnen aangeroepen,
maar ook sommige nymphen. Wanneer die vrouwen bezig waren, dan mochten ze absoluut
niet worden gestoord door een man of door een vreemdeling. Vandaar dat bekend was dat
deze wilde bende (ze werden ze genoemd) eenvoudig mannen verscheurde. Het was eigenlijk
verweer. Want de werking van de vrouw was het erkennen van de vruchtbaarheid, het beleven
van de vruchtbaarheid maar tevens het vinden van de totale kracht die de vruchtbaarheid
beheerst. Dit werd dan uitgebeeld. Verder waren ze dan volledig van zinnen, want ze waren
één-geworden met de kracht van de natuur. Ze waren met het hele voortbrengingsproces
bezig en een storing werd op een bijna dierlijke wijze afgedaan.
Er waren ook meer Apollonische Mysteriën. Deze waren in tegenstelling tot de voorgaanden
over het algemeen van een vaste tekst voorzien. Soms waren het zelfs dichtstrofen. Hier is de
beweging weer iets vrijer. Hier hebben we te maken met een uitvoering die plaatsvindt voor
ingewijden. Mensen die gereinigd zijn, die bepaalde inwijdingen hebben ondergaan en die in
het mysteriespel heel vaak herbeleven wat zij vroeger, toen ze zelf een van de personen
hadden uitgebeeld, hebben doorgemaakt. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat er over die
mysteriën zo weinig bekend is geworden.
Mysteriën waren voor een zeer groot gedeelte een spontane gebeurtenis. Ze werden niet
vastgelegd. Ze waren geen rituelen zoals men tegenwoordig denkt. Ze waren
vereenzelvigingen met iets anders.
Als u bezig bent met mediteren, dan kunt u via die meditaties proberen een andere wereld te
beleven. Voor deze eenvoudige mensen waren er nog geen andere werelden. De Olympos
misschien. Maar wat was er dan wel? Er waren de eeuwige krachten die meester waren over
de mensheid en over de aspecten van de natuur. Het is duidelijk, dat ze deze gingen beleven
en daar volledig wilden binnentreden.
Dat betekende ook, dat voordat je begon je een hele tijd je bezighield met de figuur die je
moest uitbeelden: dat je probeerde je daarin in te leven: dat je moest vergeten wie je was om
tot iets anders te worden. Maar dat anders was dan niet alleen maar een vertoning. Het was
een complete beleving waardoor je op dat moment de macht had van de god die je uitbeeldde.
Langzamerhand is dat natuurlijk wat verwaterd. Het is eigenlijk geworden tot een soort
carnaval met heel veel orgieën. Dat is al in de Romeinse tijd gebeurd.
De mensen hebben grotendeels de kunst verloren om één te worden met het andere. In deze
tijd zijn er nog wel bepaalde mysteriën die prima uitgevoerd worden met de juiste opstelling,
met juiste incantaties, maar het is allemaal zo geregeld, het is zo ritueel. En juist om te komen
tot een werkelijke eenheid met een hoge kracht, het werkelijk beleven ven een hogere Wereld,
moet je los komen te staan van regels.
De regels zijn er in het begin. Het is een platform vanwaar je vertrekt. Maar de reis zelf is een
reis door de hemelen. Dat is een reis, die door mensen niet kan worden bepaald. Als je dan
een dans daaraan verbindt, is dat in vele gevallen hoofdzakelijk omdat je in de choreografie
eigenlijk de mogelijkheid schept om het heelal uit te beelden, terwijl elke godheid toch in
zichzelf en met zichzelf kan leven en bewegen en in het bewegen zichzelf kan uiten niet alleen
als persoonlijkheid maar in relatie tot de anderen.
Het is duidelijk, dat al deze dingen voor de mensen een beetje eigenaardig zijn. Moderne
mensen zullen voor bepaalde aspecten van die mysteriespelen als zij ze ooit zouden leren

79
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

kennen, waarschijnlijk hun wenkbrauwen fronsen of hun schouders ophalen en zeggen: Nou
ja, dat was ook zo primitief.
Zijn er dan in deze tijd geen heksendienaars en tovenaars? Men zegt: Het zijn
duivelvereerders. Maar dat zijn ze lang niet altijd. Veel van de heksen, vooral de witte heksen,
redeneren als volgt: Wij eren God. God is goed en geeft ons onze kracht. De duivel houden wij
te vriend, want dan hebben wij daar geen last van.
In dergelijke riten speelt, zoals in het verleden, een aantal vruchtbaarheidssymbolen een rol.
Dat kan gaan tot rituele paring toe. Het is het rugwaarts dansen naar het altaar. Het is de
omkering van alle waarden. Het is eigenlijk een poging om je eigen redelijke wereld opzij te
zetten om iets uit te beelden wat oerkracht is. Je zou dus zo'n heksenvergadering compleet
met altaar, riten e.d. juist omdat ze zich op een gegeven ogenblik aan de ritus onttrekt en
wordt tot een spontaan beleven, kunnen vergelijken met de mysteriespelen van vroeger.
Een soort mysteriespel kennen we nog wel in zuidelijke landen, b.v. Spanje. Daar hebben we
de religieuze optochten. Daar lopen de Barrevoeters onder hun kappen boetvaardig te zijn.
Heel vaak zijn ze het helemaal niet, maar ze doen alsof en dan horen zij er ook bij.
We kennen daar ook de Flagellanten die zichzelf kwellen om hun zonden te boeten zoals ze
zeggen, maar eigenlijk omdat ze in die rituele zelfkastijding voor een groot gedeelte zichzelf
verliezen. En dan kom je tot heel eigenaardige verschijnselen.
In Spanje zul je dat niet vaak zien. Maar in Zuid-Italië daarentegen zijn er dorpen waar
soortgelijke rituele plechtigheden ook plaatsvinden. De optocht is een beetje anders en ze
hebben geen kostuums. Maar het eindresultaat is wel dat gewone burgers, boeren, jongens,
meisjes, vrouwen en mannen blootsvoets over gloeiende kolen lopen zonder zich te branden.
Het vuurlopen.
In Tunis bestaat er een sekte die manipuleert met giftige slangen, zich erdoor laten bijten
zonder dat het hen iets doet. Zij doorboren en verwonden zich. De wonden zijn na een heel
korte tijd, meestal na een paar uren, weer helemaal verdwenen, ofschoon ze met behoorlijk
scherpe messen werden toegebracht.
Kijk, alweer een wegvluchten van jezelf en daarvoor in de plaats iets anders worden. Ik weet
niet, of ze begrijpen waarom ze die serpenten hanteren.
De giftige slang is de wijsheid. Het is de wijsheid die gelijktijdig levenbrengend is en dodelijk
kan zijn. De verwondingen die zij-zichzelf toebrengen is eigenlijk alleen maar het manifesteren
van de onbelangrijkheid van het lichaam, omdat de ziel in haar onkwetsbaarheid alles
beheerst. Een mysteriespel. Primitief, volks en natuurlijk een beetje geschift. In deze dagen
bestaan die dingen dus nog.
Nu heb ik het niet over de fakirs in India die zichzelf verminken om te bewijzen hoe heilig ze
zijn of zichzelf kwellen, schijnbaar veel meer dan in werkelijkheid, om aan te tonen dat ze toch
werkelijk bijzondere aalmoezen waard zijn.
Maar ook daar zijn er mensen, die tot onmogelijke prestaties komen alleen omdat ze op een
gegeven ogenblik zichzelf achter laten. Ze worden a.h.w. tijdelijk tot iets anders. De man die
vandaag een bedelaar is, kan morgen een godheid in vermomming zijn die je kunt begraven,
die zijn geest uitzendt, die zieken geneest, die iedereen doorschouwt. En dat is dan geen
komedie. Er zijn natuurlijk komedianten genoeg in India die doen alsof, maar er zijn ook echte
magiërs.
Als u over meditatietechnieken hoort, dan denkt u altijd: het is allemaal wel heel mooi, maar
als ik er nu de tijd en de moed voor kan vinden, dan zal ik het toch eens proberen. Maar wat u
probeert te doen is iets wat zo oud is als de menselijke beschaving. Het is op een andere
manier ook binnentreden in een andere wereld, iets anders zijn, iets anders beleven. En in die
beleving je toch ook meer bewust worden van jezelf en van je eigen wereld. Daarom denk ik,
dat iets zeggen over de mysteriën een aardige aanvulling zou kunnen zijn op al datgene wat
de eerste spreker u allemaal heeft voorgelegd.

80
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

Ik wil u helemaal niet aanmoedigen om uw privé-mysteriën te gaan vieren. Ik wil u zeker geen
religieuze of esoterische excuses geven voor het aanrichten van orgieën. Dat moet u maar
voor eigen rekening doen. Maar begrijpen, dat alle dingen, onverschillig wat, een grote
betekenis kunnen hebben op het ogenblik dat je ophoudt daarin jezelf te zijn, lijkt mij toch
belangrijk. Want afstand doen van je persoonlijkheid, één-worden met het andere betekent
deelhebben aan krachten en mogelijkheden die je normaal als mens niet ter beschikking staan.
Het houdt ook in, dat je je wereld anders leert zien dan je zuiver als mens deed. Je onthoudt
er altijd iets van. Dus of u nu wilt mediteren of behoort tot een groep die mysteriën viert dat
maakt niets uit, als u maar een beetje afstand leert nemen van het beeld van uzelf.
Een beetje harmonie en eenheid kunt vinden met het andere. Dan kunt u zeker zijn dat het u
geestelijk en stoffelijk ten goede zal komen.

TUSSEN HOOP EN VREES
Is dat niet het menselijke leven? De mens vreest steeds weer datgene wat hij veronderstelt
zonder dat het misschien waar wordt. En hij hoopt gelijktijdig op datgene waarop hij niet
voldoende vertrouwt om het als een zekere mogelijkheid aan te nemen.
Tussen hoop en vrees leven wij omdat wij onszelf niet kennen. Wij hopen, terwijl wij zouden
moeten weten. Wij vrezen, terwijl wij in onszelf sterk genoeg zouden moeten zijn om te
zeggen: Dit kan ons niet deren.
Het vinden van je innerlijke kracht kan je losmaken uit dat eeuwig geslingerd worden tussen
hoop en vrees dat voor de mensen zo'n belangrijk deel van het bestaan uitmaakt, want wij zijn
eeuwig.
Wij zijn deel van die eeuwige kracht. Wij zijn verbonden met zoveel werelden dat een enkele
menselijke wereld er eigenlijk niet eens op aan komt.
Laten we dan niet hopen dat iets waar wordt, laten wij het innerlijk weten. Laten we dan niet
vrezen, maar laten wij erkennen. Want indien wij datgene erkennen wat bestaat, zelfs als het
niet aangenaam is, en het aanvaarden als een normaal deel van ons bestaan, dan kunnen wij
het overwinnen. Als wij alleen maar hopen, dan zullen wij nooit kunnen waarmaken wat we
wel waarmaken als we in onszelf zeker zijn.
Laten wij teruggrijpen naar het erfdeel dat we hebben: deel zijn van de eeuwige kracht. Deel
zijn van de totaliteit en vandaaruit in onze specifieke uiting aan al datgene wat in ons leeft
vorm en gestalte geven zonder ons af te vragen: wat komt morgen of waarvoor moet ik
vrezen?

OP HOOP VAN ZEGEN
Toepasselijk in deze tijd. De vis wordt duur betaald.
Als we hopen op zegen, dan is het eerste wat wij moeten doen, zelf werken. Want hopen op
zegen, helpt ons niet. Een zegen is niet iets wat je krijgt omdat je daarop hoopt, maar omdat
je bent, omdat je werkt, omdat je denkt.
Zegen is immers de kracht die we krijgen uit het onbekende.
Die kracht kan niet in verschijning treden alleen op grond van een illusie. Je kunt in jezelf de
mooiste dromen hebben, maar je kunt ze niet waarmaken, als je niet probeert althans één
detail ervan om te zetten in werkelijkheid. Zo kun je geen zegen bereiken, indien je niet begint
zelf de juiste opstelling te kiezen én de juiste dingen te doen.
De kreet, dat wij op zegen mogen hopen is er één die zinloos wordt. Wie zichzelf helpt, die zal
God helpen. Dat ligt er dichter bij. En misschien nog eenvoudiger: degene, die in zich put uit
de besefte krachten en mogelijkheden en daarbij zich niet afvraagt wat de gevolgen of de
kosten zullen zijn, maar het noodzakelijke volbrengt, deze zal de zegen van boven ontvangen.
Hij zal de krachten erkennen. Hij zal de werking van die krachten in de wereld rond zich zien.
Daardoor zal hij ook beseffen, dat de mens niet gebonden is aan alle stoffelijke en redelijke

81
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 7 – Technieken van Meditatie

beperkingen maar dat er een hoge kracht is die hem in staat stelt vele van de schijnbare
grenzen te overschrijden.
Maar deze overschrijding moet er dan een zijn, die gerechtvaardigd wordt zowel door hetgeen
je innerlijk beseft en wilt waarmaken, als door je innerlijk geloof in een kracht, die zich daarin
mede manifesteert.
Dus, vrienden, alsjeblieft geen Kniertjes mentaliteit: Buig u voor God en ga als Kniertje eens
op hoop van zegen huiswaarts met een pannetje met een kliekje.
Als u geen kliekjes wilt, maar uw eigen potje wilt koken, dan zult u een beroep moeten doen
op uw innerlijke kracht, uw innerlijke visie en zelf moeten waarmaken wat u noodzakelijk acht.
Dat is de enige manier om werkelijk zegen te verkrijgen en niet in het hopen langzaam te
verzanden.

82
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

LES 8 - TRANSFORMATIES

Wanneer je in een toestand van trance bent, dan is er een verandering in je bewustzijn
kenbaar. Wanneer je uittreedt, is er een aanmerkelijke verandering merkbaar niet alleen in de
toestand van je bewustzijn, maar daarnaast ook in de lichamelijke processen.
Het is duidelijk dat, wanneer je mediteert je in een toestand van verstilling kan terechtkomen
die eveneens zeer grote veranderingen betekenen niet alleen in je hersendenken maar ook in
je echte persoonlijkheid. Bij contemplatie kan een vereenzelviging met het gecontempleerde
optreden. Ook in dat geval treden veranderingen op waardoor het ik a.h.w. in een andere
wereld terechtkomt.
Degene, die de innerlijke weg gaat, wordt natuurlijk in de eerste plaats geconfronteerd met
zijn innerlijke werelden. Dat is onontkoombaar, want je eigen inhoud en je eigen afstemming
zullen altijd bepalen wat je bewust kunt ondergaan, wat je kunt terugbrengen van eventuele
uittredingen of contacten met onze werelden.
Ik zou nu een aantal van deze veranderingen willen beschrijven in de hoop dat u daardoor
begrijpt wat bepaalde technieken tot gevolg hebben.
Bij een meditatieve toestand waarin geen algehele afsluiting van de omgeving wordt bereikt
(dat komt heel veel voor) ontstaat een lichte verhoging van het eigen trillingsgetal. Dit
betekent, dat uw aura als een soort fijnmazig net begint uit te stralen. Dit zal bij waarneming
lijken op violet dat in pieken uit de blauw-laag (de buitenste laag van de aura) omhoog schiet.
U kunt dit vergelijken met sondes die in staat zijn te ontvangen op frequenties waar men
normaal niet gevoelig voor is.
In deze toestand zul je contacten vanuit astraal terrein, vanuit mentaal terrein en van
bepaalde geestelijke gebieden kunnen opnemen. Wanneer ze op je inwerken, kun je zelf de
meditatie van aard veranderen en er ontstaat een zeer nauwkeurige afstemming op een
bepaalde wereld of sfeer.
De hoogste wereld die je hiermee over het algemeen kunt bereiken is, zoals men zegt, het
midden van Zomerland. Een toestand waarin vormbewustzijn een grote rol speelt en toch
uitwisseling van gedachten mogelijk is zowel met overledenen, met bepaalde natuurgeesten
als ook met sommige mensen die hun eigen toestand ook weten te veranderen.
De transformatie zoals ze hier optreedt, kan worden beschreven als: een verhoging van eigen
receptiviteit bij een gelijk blijvend vermogen tot uitzending van impulsen gevolgd door een
eventuele verdieping van eigen receptiviteit waardoor er dan een uitwisselingsmogelijkheid
ontstaat zodat een dialoog kan worden gevoerd met die gebieden waarop men is afgestemd.
Nu kunnen we natuurlijk ook zo mediteren dat we daardoor terechtkomen in een toestand van
wereldvervreemding. Wij hebben daar reeds wat over gezegd. Op dat moment speelt je eigen
wereld eigenlijk geen rol meer. Hetgeen je innerlijk ontmoet is het product van je eigen
bewustzijn. Maar omdat je zo intens bezig kunt zijn met aspecten van je eigen persoonlijkheid,
selecteer je a.h.w. uit het geheel van je mogelijkheden zeer bepaalde gedeelten. Dit betekent
weer, dat er nu een afstemming ontstaat die eigenlijk geheel afhankelijk is van je persoonlijke
inhoud.
Wij kunnen in dit geval spreken over de mogelijkheid om zelfs de lichtsferen, tot het gouden
licht toe, te bereiken. Men kan zich met deze werelden één voelen. Overdracht van gegevens
is beperkt. Je kunt namelijk niet alle ontvangen indrukken vertalen in die van je eigen wereld,
maar je kunt daar bepaalde energieën opnemen.
Je kunt ook de persoonlijkheid van anderen zover absorberen dat ze na terugkomst als
sprekende persoonlijkheden kunnen worden ingevoerd in een droomspel dat je in jezelf

83
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

opvoert. In dit geval geldt voor de transformatie, na een eerste verhoging waarin violet
optreedt, zien wij zeer felle, bijna blauwe stralen uitschieten. Op het moment dat dit gebeurt,
is er een direct contact met al datgene waarop het innerlijk is afgestemd.
Dit directe contact is altijd wederkerig. De selectie van de denkbeelden die plaatsvindt moet
echter geschieden op grond van de inhoud van eigen bewustzijn.
Wie de meditatietechnieken nog beter beheerst (maar dan zitten we al heel dicht bij bepaalde
oosterse technieken) is in staat om niet slechts het bewustzijn van zijn eigen wereld uit te
sluiten, maar zelfs het bewustzijn van zijn eigen persoonlijkheid te verliezen. Indien dit
plaatsvindt, zien we geen bijzondere verschijnselen meer in de aura. Wel schijnt ze door een
soort wolk van licht tijdelijk omringd te zijn. Heel vaak is die wolk voor een waarnemer
goudkleurig, maar niet altijd. In dit geval ga je op in de totaliteit van een andere wereld.
Je bent vaak deel van zeer vele persoonlijkheden. Je ondergaat gemeenschappelijke waarden,
soms zelfs van de hoogste orde en je put daaruit weliswaar kracht maar niet bewust.
Het opladen van de persoonlijkheid kan stoffelijk gezien het best worden beschreven als een
zeer directe verwijdering van vermoeidheidsstoffen. Je komt dus aanmerkelijk opgewekter en
uitgeruster terug dan je bent weggegaan. Daarnaast is er een versterkte opname van prana of
anders uitgedrukt: van statische elementen die voor de levensstromen belangrijk zijn.
U krijgt daarbij dan verder - en dat is het meest bijzondere van deze toestand - de
mogelijkheid om van wereld te wisselen, als u maar aandacht aan één aspect uit uw wereld
heeft gegeven. De transformatie gaat in dit geval zover dat het ego in staat is deel te worden
van een totale wereld, uit de vele indrukken daarvan er een enkele te selecteren en op grond
van deze selectie zelfs verscheidene werelden achtereenvolgens te betreden. Hiervoor is geen
steun en hulp nodig. In de beide eerste fasen is deze, zeker in het begin, bijna onvermijdelijk.
We gaan nu over tot contemplatie. Contemplatie zal altijd gericht zijn op een bepaald beeld,
een voorwerp, een voorstelling. Deze voorstelling kan bestaan uit b.v. de omgeving. Men
observeert een bloem. Men observeert gras of een voorwerp en probeert daar helemaal in op
te gaan.
Men kan zich echter ook bezighouden zoals in deze dagen wel gebeurt, met het lijden van
Jezus en proberen om dat hele proces in zijn gedachten te reconstrueren. In al deze gevallen
raakt men los van de eigen wereld en ten dele los van de eigen persoonlijkheid.
Je blijft aanwezig als beschouwer, maar je constateert niet: je ondergaat. Bij deze vorm van
contempleren is natuurlijk het onderwerp dat je als uitgangspunt kiest buitengewoon
belangrijk. Als wij gras observeren, dan kan het voorkomen dat we ons één gaan voelen met
een deel van de natuur.
Op het ogenblik dat wij daarin opgaan, worden we ons ook bewust van de geestelijke krachten
die daarin leven. Wij worden ons bewust van alle levensprocessen die er zijn. Je beleeft a.h.w.
de bezieling van planten die zich in de bloeitijd buiten de plant en vooral onder de bloesem
pleegt te bevinden. Wij constateren al die dingen. Je gaat er eigenlijk niet in op, maar het is
een totale indruk die je ondergaat. Voor een ogenblik ben je misschien zelf een kleine
wervelende spoel die ergens onder een bloem hangt.
In deze gevallen zijn contacten met natuurkrachten en natuurgeesten te bereiken. Degenen
die getraind zijn in dit proces gebruiken juist deze manier van werken om contact te maken
met natuurgeesten waardoor ze b.v. regen en dergelijke dingen redelijk kunnen beïnvloeden,
terwijl ze in een dergelijke toestand ook in staat zijn om hun eigen gewicht te veranderen. We
krijgen dan iets wat we vroeger bij de Tibetaanse Ge-lum-pals zagen, mensen van wie men zei
dat ze zo snel en licht konden lopen dat het gras onder hun voeten zich niet boog.
Wij kunnen daarnaast een situatie krijgen waardoor ze kunnen lopen over water, ongedeerd
door vuur kunnen gaan etc. Degenen die aan een vuurloop doen, zoals dat religieus nog wel
gebeurt in Zuid Italië, die komen door een concentratie op het gebeuren in een vergelijkbare
toestand. Het is hun opgaan in het vuur waarover ze moeten lopen waardoor ze de
onkwetsbaarheid voor dat vuur verkrijgen. Hier wordt het ik dus veranderd in een wezen dat

84
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

een zodanige harmonie met andere toestanden, situaties, werkingen en zelfs voorwerpen kan
bereiken, dat het daardoor zich als deel daarvan kan gedragen.
Ik mag hier even afwijken.
Het zal u bekend zijn dat bepaalde soorten fakirs in staat zijn met enkele diersoorten een grote
harmonie te bereiken. Een algemeen bekend voorbeeld: de goede slangenbezweerders. Minder
bekend maar eveneens toch wel zeer berucht zijn degenen die met jakhalzen, wolven, tijgers
en olifanten werken. Zij weten zich zozeer te verplaatsen in de persoonlijkheid van die dieren,
inclusief de totale instinctinneuben, dat ze voor die dieren kenbaar worden als eigen
soortgenoten alleen door hun uitstraling. U ziet dus, dat voor de dierenwereld men het een
beetje anders registreert dan mensen plegen te doen. Men kan zelfs zijn aard en wezen
veranderen.
Dan kunnen wij natuurlijk bij het contempleren uitgaan van een voorstelling. Dan denk ik maar
weer aan het lijden van Jezus. Maar u moogt wat mij betreft net zo goed nemen de
godenverering van de Boeddha, het verblijf onder de Boabboom of het bezoek aan de hemel
van Mohammed. Dat maakt weinig verschil uit.
Op het ogenblik dat u opgaat in die voorstelling, komt u terecht in een onwerkelijke wereld.
Die onwerkelijke wereld is echter direct gebonden aan bepaalde inwijdingsbegrippen en doet
een beroep op bepaalde elementen in het herinneringsvermogen van de soort. Dat betekent,
dat de eerste verandering die hier optreedt eigenlijk een psychische is en dat daarbij vooral
het mentaal gedrag aan sterke wijzigingen onderworpen is.
Als dit eenmaal gebeurt, dan gaat men beleven. Men wordt één met bepaalde figuren. Er is
een aantal mensen geweest die b.v. een eenheid met Jezus heeft bereikt. De z.g. Stigmatici,
die dan ook de wondtekens van Jezus aan hun lichaam vertonen. Iets, wat autosuggestief tot
stand komt en in feite niet gezien kan worden als een bijzonder bewijs van heiligheid. Dit
ongeacht de consequenties die in kerkelijke kringen wel daaraan worden verbonden.
Doordat men éénwordt met het lijden gaat men de rol spelen van de Christus. Maar die
Christusrol betekent opgaan in een totale liefde, want dat is de achtergrond en drijfveer van
Jezus. Deze liefde wordt dan zo overweldigend beleefd dat daaruit zeer bijzondere krachten
voortkomen die niet berusten op het vermogen om iets uit te stralen, maar eerder, op een
vermogen om één te worden met de ander of het andere.
Een van de laatste voorbeelden die op aarde de publiciteit heeft gehaald is Pater Pio geweest.
Een zeer vroom man, die overigens ook tot de Stigmatici behoorde.
Hij kon zich zozeer invoelen in het probleem, in het ziektebeeld, in de afwijking van een ander
dat hij eenvoudig door zich daarmee één te voelen kon zeggen: Dat is er niet meer. En dan
was het er niet meer. Een zeer typisch iets.
Je verandert in een deel van de kosmos. Dit deel van de kosmos is in staat om de
bewustzijnsinhoud van de persoon die de eenheid bereikt te variëren. Het is mogelijk om
geestelijke krachten op te roepen. Het is mogelijk lichamelijke veranderingen tot stand te
brengen. En misschien wel het belangrijkste: het is daardoor mogelijk een aantal psychische
knopen te ontwarren.
De transformatie is hier dus één naar de menselijke of dierlijke totaliteit waarbij het deel-zijn
van de totaliteit niet uitsluit dat je binnen die totaliteit en met de kracht van de totaliteit
handelt volgens eigen bewustzijn.
Dit zijn een paar gegevens. Ik zou er veel meer kunnen geven, maar de voornaamste
toestanden, heb ik wel genoemd.
Wie zich met die transformatietechnieken bezighoudt, komt tot de conclusie dat je een aantal
dingen kunt veranderen door de betekenis daarvan voor jezelf te veranderen.
Het is een beetje vreemd, als men in deze tijd het heeft over het Avondmaal en zegt: Het is
eigenlijk een herinnering aan de vroegere agape. Wat de mensen toen feitelijk deden, was
voedsel tot zich nemen, maar in een geest van een-zijn. De handeling werd het symbool van

85
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

de toestand. Door de handeling werd de toestand a.h.w. opgewekt. Vandaar ook dat men
vooral in enkele Apocriefen, zelfs in enkele Brieven in de eerste dagen van de kerk kon horen
dat er mensen waren die profeteerden en die dan soms de meest eigenaardige dingen tot
stand brachten. Hierbij zij aangetekend dat b.v. in bijeenkomsten van de Quakers iets
dergelijks nog vaak gebeurt.
De gehele mensheid, dat moeten wij goed begrijpen, is ergens een geheel. Je kunt niet
zeggen: Ik ben een mens en dus anders dan alle anderen. Je bent een mens en in de uiting en
bewustzijn zul je van alle anderen verschillen. Maar in wezen is het mens-zijn gelijktijdig
deel-zijn van de mensheid. De basiswaarden van de mensheid zullen altijd in je bestaan.
In elke situatie, waardoor je deel wordt van de mensheid, bereik je eigenlijk het optimale
vermogen om jezelf te beseffen en te uiten. Het kan voor iemand, die de innerlijke weg volgt
erg belangrijk zijn om met deze technieken te werken. Dat wil niet zeggen dat er geen andere
technieken zijn. Een groot gedeelte van de gehanteerde mogelijkheden en middelen zijn
afhankelijk van de wereld waarin je leeft, van de geldende mores, de geldende voorstellingen.
Toch waren er in het verleden zelfs orgiastische bijeenkomsten die precies dezelfde werking
hadden als vasten en gebed in deze dagen. Wij kunnen dus niet zeggen: Er is een bepaalde
weg van daad en handeling. Wij kunnen alleen maar zeggen: Er is een bepaalde wet waardoor
mentaliteit wordt omgezet in transformatie. Transformatie betekent verandering van
mogelijkheid. Op deze manier kan een ieder eigenlijk zijn eigen wegen kiezen.
U denkt misschien dat ik u op het ogenblik aan het aanmoedigen ben om vooral veel te
mediteren én te contempleren. Dat ligt aan uzelf. Als u die technieken beheerst, uitstekend.
Maar er zijn misschien andere dingen die u veel of graag doet. Als dat het geval is, vraag u
dan eens af, of de betekenis daarvan door u wel juist wordt gezien, of voor u daaraan niet een
meer kosmische mogelijkheid en betekenis verbonden is. Want juist door deze meer
kosmische waarde en betekenis te beseffen kunt u ze maken tot een middel waardoor
eveneens voor u transformatiemogelijkheden geestelijk en ten dele stoffelijk ontstaan.
Transformeren wil zeggen: omvormen in.
Wij zijn normaal, wanneer wij op aarde zijn, wezens die gebonden zijn aan allerlei instincten,
Wij zijn gebonden aan allerlei plichtplegingen en gewoonten. Zolang wij in de menselijke
maatschappij leven is dat noodzakelijk en zeker niet verkeerd. Maar wij zijn daarnaast ook een
exceptioneel wezen, wij zijn onszelf. En onszelf zijnde moeten wij proberen dat ik-zijn volledig
duidelijk te maken en toch te beleven als deel van een geheel. Dat wil zeggen, dat u elke weg
kunt kiezen, als u maar bereid bent om die weg voorzichtig te gaan.
Misschien dat dit laatste verduidelijking nodig heeft. Wanneer u begint auto te leren rijden,
dan moet u niet in een Formule I Bolide gaan zitten, dan krijgt u zeker een ongeluk. Wanneer
u begint een bepaalde techniek toe te passen, dan is het zeer belangrijk dat u zich intens
bezighoudt met die techniek, de betekenis ervan, stap voor stap totdat u eindelijk de innerlijke
processen voldoende beheerst. Dan pas kunt u proberen grotere bereikingen tot stand te
brengen.
Ik heb ten laatste nog een punt dat bij deze transformaties een rol speelt. Het is het contact
met andere werelden, onze werelden.
Als u contact krijgt met een geest, dan is dat natuurlijk heel erg prettig. En als het een geest is
van iemand die u graag zoudt willen spreken, dan is dat natuurlijk nog veel beter. Maar
onthoudt u dit: u kunt zich niet exclusief daarop richten. U kunt zich alleen richten op een
eigen geestelijke toestand. De contacten die ontstaan worden dan vanuit die andere wereld
(onze wereld) gelegd.
Op het ogenblik, dat u zelf dit contact dwingend zoekt, maakt u het zichzelf onmogelijk een
zodanige eenheid te bereiken met een wereld, met een toestand, dat u daardoor werkelijke
waarden ontvangt. Juist door geconcentreerd bezig te zijn met het oproepen van een bepaald
contact, sluit u zich af van de werkelijkheid. U komt terecht in een waanwereld waarin
misschien wel enkele reële elementen van buitenaf kunnen worden geïnjecteerd, maar
waardoor het geheel wordt bepaald door uzelf, door uw denken, uw eigen bewustzijn.

86
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

Men heeft wel eens gezegd: je moogt de geest niet oproepen. U mag zeker niet proberen om
welke geest dan ook te dwingen u antwoord te geven, laat staan om zich aan u te
manifesteren. Dit is altijd gevaarlijk: en alle uiterlijkheden, alle ontvangen boodschappen zijn
gewoonlijk misleidend. U moogt u wel openstellen voor het een-zijn met de geest, met
werelden van de geest. Uw eigen afstemming bepaald dan wel welke mogelijkheden u heeft en
binnen die mogelijkheden zijn dan reële contacten bereikbaar.
Leg de nadruk niet op het contact. Leg de nadruk op de toestand. Alleen dan kunt u van de
tips, die wij u op dit terrein hebben gegeven, werkelijk profiteren zonder gelijktijdig aan
zelfmisleiding bijna ten onder te gaan. De krachten waarover een mens beschikt tijdens de
toestand van transformatie en ook daarna wil ik tenslotte nog als volgt karakteriseren: Elke
energie van een wereld die hoger ligt dan de uwe (dat kunt u beschouwen als een hogere
trillingstoestand) zal moeten worden omgezet in energie die bruikbaar is voor u in uw wereld.
Een dergelijke omzetting direct voor uzelf te gebruiken is maar zelden mogelijk, wel indirect.
Door dergelijke krachten en energieën op anderen te richten en die voor anderen te
bestemmen maakt u het voor u mogelijk de weerkaatsing daarvan te ontvangen en ondergaat
u zo deels de invloed, die u anderen heeft toegezonden. Wilt u die direct op uzelf richten, dan
is er grote kans dat ofwel de energie te ongecontroleerd, dan wel te heftig wordt losgelaten op
het ego. Dat kan zelfs destructief zijn: in ieder geval is het maar zelden nuttig.
Ik hoop u met deze korte lezing over transformaties enige informatie te hebben gegeven.
Zoals u weet zijn onze mogelijkheden op dit moment niet optimaal. Wij zullen alles doen
natuurlijk om dat zo goed en zo snel mogelijk aan te passen, maar op dit ogenblik althans lijkt
het mij beter hier mijn betoog af te sluiten.

REIZEN DOOR DE SFEREN
Wanneer een mens een sfeer ziet, dan ziet hij natuurlijk zijn eigen gedachtebeelden. Toch zijn
daar zeer veel dingen bij die door velen worden gedeeld. Wanneer er zeer veel overgeganen
zijn die ongeveer gelijke wereldvoorstellingen hebben en ongeveer gelijke belangstelling, dan
ontstaat er wat men noemt een sfeer. Een wereldje waarin de waarden zo gemeenschappelijk
worden beleefd dat iedereen, die daar binnenkomt de waarden als een soort realiteit
ondergaat.
Ik heb vroeger al de eer gehad om een paar reizen in die richting te leiden. Daar hebben de
leden van de Orde dus wel onder geleden. Om zo'n wereld te zien, moet je eerst weten wat er
gaande is.
Stel, dat u interesse heeft in bouwwerken. U komt de wereld binnen en er zijn allerlei mensen
die denken aan architectuur. Misschien dat daar een zigurat staat of de piramide van Cheops
aan de ene kant en aan de andere kant de meest Moderne ontwerpen.
Er zijn straten, alleeën met beplanting. Het is een hele wereld waar je doorheen kunt
wandelen. Een soort stille stad die een vrede uitademt en, waarin je toch allerlei mensen ziet.
Meestal in het wit gekleed, want aan hun eigen kleding denken ze niet, als ze aan gebouwen
denken. Allemaal zijn ze druk bezig om op hun eigen manier met elkaar contact op te nemen
en ondertussen waarschijnlijk nog iets te scheppen of te herscheppen van de bouwwerken die
ze zo-even hebben bewonderd.
Maar een stap verder vind je misschien een wereld van mensen, die meer in het
hindoe-denken zijn opgegroeid. Voor hen is daar een wijdse wereld met wat bergtoppen. Er
zijn wouden. Er zijn parkachtige gedeelten te vinden waarin paden doorheen lopen en
natuurlijk een vijver met lotusbloemen erin. Op de bladen van de lotus zie je zo nu en dan een
nieuwe ziel verschijnen. Ze wordt dan hartelijk welkom geheten. Er is wel niet veel gezang,
maar er is toch een zekere vreugde. In delen van die wereld is het zelfs erg speels. Men gooit
elkaar met poeder of met water zoals men dat in India doet bij bepaalde feesten. Ook hier zijn
natuurlijk tempels: grote tempels, kleine tempels.
Ga je verder de bergen in, dan vind je een pagode. Je vindt daar hellingen die schijnbaar
ontoegankelijk steil zijn. Maar als je daar naartoe gaat, dan ontdek je dat er een weggetje is
dat je eigenlijk zonder veel moeite kunt volgen om op de top te komen. Wie zo'n wereld

87
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

binnengaat, moet zich realiseren dat elke mens daarin ook werkelijk nog een mens is. Hij heeft
zijn eigen achtergrond, anders leeft hij niet in een vormwereld.
Wanneer hij in de architectonische wereld terechtkomt, dan is het heel goed mogelijk dat daar
een heel stel doktoren zitten die in een supermodern ontworpen ziekenhuis (dat ze niet nodig
hebben) zich bezighouden met problemen van mensen op aarde die ziek zijn en die ze via
geestelijke middelen proberen te helpen of te genezen.
Als u naar de hindoe-achtige wereld gaat, dan is het heel goed mogelijk dat u daar
persoonlijkheden in een kring samen ziet zitten en dat u denkt: zitten die nu werkelijk te
niksen? Goed, een geest nikst natuurlijk nooit. Er zijn enkele natuurgeesten die niksen, maar
voor de rest valt dat nogal mee.
Die geesten zitten daar dan samen zich te concentreren. Ze willen een ziel helpen om
gemakkelijk uit het lichaam te ontsnappen en deze wereld binnen te treden.
Zo zijn er misschien wel honderdduizend van die werelden. Ze lopen van hemelvoorstellingen,
zoals verschillende volkeren die koesteren, van de bijna kerkelijke sfeer van zilveren lepeltjes
en lammetjespap tot de hoeri's en de stromen wijn en melk toe. Paradijzen zijn er voor
iedereen te vinden. Nu ja, het is waar: In het huis mijns Vaders zijn vele woningen te vinden.
Dat is niet voor niets gezegd. Want elke denkwereld bestaat ergens en elke denkwereld krijgt
realiteit, als er maar voldoende persoonlijkheden daarin delen. Dat wil zeggen: dat u een
tamelijk pessimistische wereld aan het ontwerpen bent op het ogenblik.
Er is nu een wereld (dat is werkelijk een sfeer) waarin men voortdurend bezig is om SS20
raketten en ook andere raketten te ontmantelen. Daar hebben zij gewoon plezier in. Zij
hebben het idee dat ze daar iets goeds mee doen.
Ze zijn ook bezig een milieu te verzorgen dat geen verzorging nodig heeft, maar daar leven ze
in. Dat is hun beeld van belangrijk zijn in die wereld. Als ze wat hoger komen, wie weet
werken ze dan samen met de luchtgeesten om het een en ander van verontreiniging weg te
zuiveren, ook geestelijke verontreiniging. Al die werelden - je kunt ze zo gek niet denken -
bestaan.
Als u nu zegt: Wij zijn in de sferen, waar komen we dan terecht? Wel, waar u zelf op bent
ingesteld. Als u gelooft in een kerkelijke wereld, dan komt u in een kerkelijke wereld terecht.
Gelooft u in een wereld van vrije natuur, mijnentwege komt u op een geestelijk
naturistenstrand terecht. Alleen valt dat natuurlijk wel tegen, want als je het een keer hebt
gezien, heb je alles gezien.
Er zijn werelden waarin geen vormen zijn. Die werelden bestaan eigenlijk uit allerlei
melodische elementen. Er is een wereld van klank waarin je heen en weer kunt zwerven
tussen Baisie en Bach: waarin de opbouw van de melodie gelijktijdig wereld is en Tau wat
alleen nog muzikaal te vertalen valt. Een aanzwellend akkoord b.v. kan een berg zijn. Een
barokke tegen-melodie kan ineens een landschap zijn met huizen erin. Je vertaalt het eigenlijk
niet meer. Je wordt erdoor omspoelt en voordat je het weet, kwinkeleer je zelf nog erger dan
de luidruchtigste vogel. Sommigen zijn zelfs erger: die krijsen dan als een pauw of kakelen als
parkieten.
Al deze werelden beleven is voor u mogelijk. U kunt op reis gaan door al die werelden. U moet
echter wel erg voorzichtig zijn, want hoe meer U uw eigen voorstelling van een hiernamaals
oplegt aan uzelf en daarmee aan de werelden die u eventueel kunt bereiken, hoe beperkter uw
mogelijkheden zijn.
Nu is het natuurlijk heel leuk om in een prehistorische wereld te komen. Als u zin heeft om
sabeltandtijgers te bewonderen, de mogelijkheid is er ook. Het beeld daarvan is nog zolang
bewaard gebleven dat er een wereldje is waarin u sabeltandtijgers kunt jagen. U kunt wat dat
betreft ook een mammoet zien. Al deze dingen bestaan ergens, want het zijn denkbeelden. De
denkbeelden van het hele ras zijn zo omvattend, er zijn zo ontzettend veel generaties geweest
die in de ene wereld en in de andere hebben geleefd en die daaraan voor een deel een lange
tijd gebonden zijn geweest dat anderen in die wereld konden ingrijpen, dat ze bestaan. U kunt
dus heel rustig de geestelijke aapjes gaan bekijken.
88
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

Er bestaat een wereld waar een soort vrije dierentuin is waarin alle dieren met elkaar in vrede
leven. Een soort replica van het aardse paradijs waarin Adam en Eva eigenlijk de
bijkomstigheid vormen en de rest de bezienswaardigheid. Het is alles precies zoals u dat
denkt. Niet omdat het niet bestaat, maar omdat uw denken uw toegangskaartje is tot
bepaalde werelden.
Wanneer u dus op reis gaat, zoekt u alstublieft wat abstracte dingen uit. Als u gelooft in liefde,
dan komt u in alle werelden terecht waarin het begrip liefde, van eenheid, een hoofdrol speelt.
Het kan de meest verschillende vormen hebben, dat geeft niet. U kunt al die werelden
betreden. Maar als u alleen maar bezig bent met b.v. schoonheid, dan kunt u een wereld van
liefde misschien wel eens treffen, maar ook werelden waarin u dan terechtkomt, zijn dan meer
de architectonische die ik heb genoemd of werelden waarin bloemen groeien die u op aarde
nog nooit heeft gezien, omdat de kleurschakeringen zoveel rijker zijn. Het is alles mogelijk, het
is alles denkbaar.
Wie op reis wil gaan door de sferen, moet dus goed begrijpen: u bent zelf degene die bepaalt -
of u het wilt of niet - welke werelden toegankelijk zijn. Hoe minder met uzelf bezig bent, met
voorstellingen van hetgeen u wilt ontmoeten, des te groter de kans is dat u vele werelden kunt
bezoeken. En als u eindelijk weet op te gaan in de totaliteit op de een of andere manier, dan
zult u alle werelden zien zonder aan een daarvan gebonden te kunnen zijn. Dat is het optimale
dat er bestaat.
Er bestaat een situatie waarin je buiten tijd en ruimte schijnt te leven. Je bent daar en het kan
een ogenblik zijn of een eeuw, je weet het niet. Als je wilt weten wat er gisteren, is gebeurd,
dan behoef je alleen maar te kijken en je ziet wat er gisteren is gebeurd. Wil je zien - wat er
morgen gaat gebeuren, je kijkt de andere kant uit en je ziet het. Je kunt ook niet zeggen: deze
plaats of gene plaats. Je kunt de tijd zelfs niet precies meten op menselijke manier, maar je
kunt het zien, je kunt het beleven. Het spreekt tot je.
Als je zo'n wereld bereikt, zo'n tijdloze, ruimteloze wereld, dan is het bestaan eigenlijk
geworden tot een omvatten van het heelal. En niet alleen het heelal van een ogenblik, maar
van alle tijden. Dan komt er nog een ogenblik dat je de laatste vorm verliest, ook de
waarneming van je eigen wereld en al wat erbij zou kunnen horen. Een wereld waarin je bijna
wordt verteerd door een licht dat niet te beschrijven is.
Als je die wereld bereikt, wees niet bang. Door de vaagheid van een verblindend licht zie je
een gestalte op je toekomen. Je zult dan ontdekken dat ze een replica is van jezelf: dat je het
zelf schijnt te zijn. Als die twee gestalten samensmelten, houdt het licht op te bestaan. Dan
houdt alles op te bestaan. Dan is er alleen maar een beseffen dat eveneens onbeschrijfbaar is
het gelijktijdig vrede, vreugde, rechtvaardigheid en krachten behelst in welke vorm deze ook
ooit zouden kunnen bestaan in een bekend heelal.
Het is een wereld waarin de sterren met elkaar spreken, waarin de planeten hun commentaar
geven, waarin de sterren worden geboren en vergaan in één ogenblik. Een wereld, die zo klein
is, terwijl het toch de hele kosmos is die je kent, dat het bijna lijkt of je een
elektronenmicroscoop hebt en daarin iets kan zien van de structuur van een molecule of een
atoom. Zo wonderlijk zijn die werelden.
Heel veel mensen denken: ach, als ik dat maar eens kon beleven. Als u er rijp voor bent, dan
zult u het beleven. Maar waarom zoudt u zoeken naar dingen die eigenlijk overbodig zijn?
Probeer gewoon te leven zoals u leeft. Probeer één te zijn met alle dingen zo goed als u kunt.
Zoek niet alleen uzelf, maar ontken uzelf ook niet geheel, want u hoort er ook bij. Probeer
gewoon in uw leven het geheel te omvatten en het geheel te beleven. Zeg tegen jezelf: zo is
het goed. Dat is de sleutel tot zoveel werelden dat je pas dan werkelijk op reis kunt gaan in de
sferen. Het is de sleutel naar zoveel begrip dat je kunt zeggen: eindelijk, eindelijk ga ik iets
begrijpen van de achtergronden van alle dingen die ik op aarde nooit heb kunnen overzien, die
ik nooit heb kunnen begrijpen.
Dan zult u zien hoe wonderlijk het gebeuren is. Dan komt u terecht in een wereld, in een
toestand moet ik eigenlijk zeggen, waarin het gebeuren plotseling een geheel blijkt te zijn

89
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 8 – Transformaties

waarin de afzonderlijke schijnbaar gebroken lijnen nu opeens samen een figuur vormen. En
deze figuur is zelf slechts de weergave van een klein segment van een ander deel.
Zo leef je. Zo reis je door werelden en sferen. Zo word je je bewust van een waarheid die voor
iedereen geldt. Ik in mij bepaal de wereld waarin ik leef ten goede of ten kwade. Ik, door en
vanuit mijzelf, bereik de werelden die passen bij mijn besef, bij mijn instelling, bij mijn
bevattingsvermogen, maar er is nooit een einde aan.
Er is altijd meer, er is altijd een meeromvattend iets. Het heeft geen zin om altijd te rusten en
te zeggen: nu heb ik een heerlijke wereld bereikt, hier blijf ik. Dan is het alleen maar een
versuffing die je langzaam maar zeker bedreigt, je verslindt en je terugzendt naar bestaande
waarden.
Maar als je steeds verder durft gaan, als je steeds meer weet te elimineren van je eigen
pogingen om door je voorstellingen je wereld en je beleven te bestemmen, dan zul je weten
dat een reis door de sferen eigenlijk is: het leren beseffen van een eeuwigheid waarin je ook
nu leeft, alleen zonder het te beseffen.

AFSCHERMING
Afscherming: beschermd zijn. Zijn wij niet altijd beschermd door de kracht die in ons woont,
als wij ons daarvan bewust zijn?
Niets kan ons bedreigen en bereiken, tenzij wij onszelf kwetsbaar maken. Alle beelden, die ons
bedreigen, alle demonen, alle zwarte magie die ons voortdurend schijnt te willen verslinden, is
iets wat in onszelf ook woont. Dat wat niet in ons woont, kan ons niet bedreigen.
Afscherming is niet alleen de magnetische passes die u maakt. Het is niet het magische ritueel
van: drie keer de kring rond jezelf trekken, de magische woorden spreken en de heilige
Godsnaam. Het is gewoon zijn.
De beste afscherming is één-zijn met het grootste licht dat je in jezelf kunt vinden. Afstand
doen van je zelfbeklag. Afstand doen van al datgene wat je in de wereld ziet als onrecht en
onrechtvaardig. De dingen vergetend leven uit de kracht. Dan ben je beschermd. Want de
afscherming die de meeste zoeken is niets anders dan een isolement waarin ze hun eigen
fouten tot in het oneindige kunnen herhalen. Dat is een afscherming die niemand helpt.
Maar afscherming door eenheid met het licht betekent, dat je niet beroerd kunt worden door
de zaken die niet in je wonen, maar dat wat er in je woont in jezelf wordt gemaakt tot een
weerkaatsing van het licht en zo tot het beleven van de eeuwigheid.
Ik wens u nog een gezegende nachtrust toe. Als u eens uittreedt, vergeet u dan de grapjes
niet die ik u heb geleerd. Want als u beseft dat u de wereld die u beleeft zelf mede
veroorzaakt, bent u misschien in staat om toch een andere reis te maken en zo andere sferen
te bezoeken.

90
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

LES 9 - DE WERELDEN VAN LICHT

Ik wil vanavond nog eens aandacht besteden aan het betreden van hogere werelden.
Elke mens draagt licht in zich. Het vinden van dit licht is echter een zaak dat niet altijd
gemakkelijk zal geschieden. Wij hebben in deze cursus onder meer gesproken over
contemplatieve en meditatie technieken waarmee we althans zoiets kunnen benaderen.
Elke sfeer, elke afstemming die we bereiken geeft ons toegang tot een anders werkelijkheid.
Dat is iets wat de mensen vaak over het hoofd zien. Zij denken: de realiteit telt en het andere
niet. Maar elk voertuig of moet ik zeggen: elke afstemming van het ik correspondeert weer
met een andere wereld die haar eigen wetten, haar eigen regels, haar eigen mogelijkheden
biedt. Willen wij het geheel samenvatten, dan kunnen wij zeggen:
Het zijn werelden, die kunnen worden afgemeten aan de energie die ze hebben ten aanzien
van de wereld die u nu hier als werkelijkheid beschouwt. Dan is de allerhoogste wereld van
zoveel energie voorzien dat een enkel gebaar daar gemaakt, in staat zou zijn om een planeet
te verplaatsen.
Gaan we een paar werelden naar beneden, dan heeft dat gebaar nog voldoende energie om
Mohammed’s wens waar te maken en de berg naar Mohammed te laten komen.
Gaan we nog wat lager, dan is het misschien net voldoende om een concertvleugel even van
het ene gebouw naar het andere te transporteren. Alles met dezelfde energie die u nodig heeft
voor een enkel simpel gebaar. Omdat natuurlijk deze vergelijking van kracht voor de meeste
mensen niet erg aanvaardbaar is, doet men het meestal in licht.
Men stelt het dan zo voor, dat de sterkste wereld de hoogste wereld is. In zekere zin is het
waar, omdat de hoogste wereld inderdaad het dichtst ligt bij de alomvattende werkelijkheid
waarvan onze werkelijkheidsbegrippen alleen maar een onderdeel vormen.
Willen wij die lichtende werelden betreden, dan moeten we daarvoor innerlijk een zeker proces
doorlopen. Nu hoop ik dat ik u niet choqueer, als ik zeg dat dit niets meer te maken heeft met
vroomheid, met gebed en dergelijke. Het heeft te maken met concentratie. Het heeft te maken
met datgene wat je zelf beweegt. Wat je projecteert in het geheel van je persoonlijkheid maar
samengevat in het beeld dat je op dat moment van jezelf hebt. Is dit beeld niet meer
vormkennend, dan zul je dus met de niet-vormkennende werelden in harmonie zijn. Het
resultaat is, dat je die werelden dan kunt beleven.
Er zijn een groot aantal verschillende technieken. Er is b.v. een bepaalde yoga-techniek
waarmee men elke wereld eerst vergezeld en later zelfstandig betreed. Wij hebben daar al
eens over gesproken. Vanavond wil ik u gewoon confronteren met wat die lichtende werelden
betekenen en niet hoe u ze beleeft, want dat beleven blijft toch altijd weer een persoonlijke
kwestie.
Indien u in staat bent om geheel ontspannen aan één enkel onderwerp of punt te denken (dat
zoudt u met contemplatie- en meditatietechnieken moeten hebben geleerd), dan kunt u een
werkelijkheid bereiken waarin dat punt waaraan u denkt en uzelf tijdelijk practisch identiek
zijn. Er ontstaat een soort verwisselbaarheid. Op menselijk niveau zou dat kunnen betekenen
b.v. een mogelijkheid om elkaar, ongeacht afstand, met wat men noemt geestelijke waarden
waar te nemen, te bereiken, met elkaar te spreken en wat dies meer zij.
Zoudt u datzelfde kunnen doen t.a.v. Zomerland en hoeft u daarbij één persoon in gedachten
van wie u bijna zeker bent dat die in Zomerland vertoeft, dan kunt u een harmonie met die
persoon bereiken. U bent dan ook in staat om met die persoon te spreken (dit
vergelijkenderwijs), maar u kunt ook de wereld zien waarin die persoon verkeert. Dat houdt in,
dat u de wereldvoorstelling ziet die voor de persoon op dat moment de werkelijkheid is.

91
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Kunt u zich vereenzelvigen met een wat meer abstract begrip (werkelijk opgaan in
denkbeelden als vrede of liefde) en al het andere uitschakelen, ook alle neiging om te
vergelijken, dan ontstaat er een harmonie met werelden waarin de hoofdwaarde of hoofdregel
die liefde, die harmonie of die vrede is. Het resultaat is, dat u die wereld gaat beleven.
De techniek is er dus één van u afstemmen door uw totale bewustzijn terug te brengen tot één
enkel begrip: en dit begrip dan a.h.w. te steunen door het emotioneel zelf te beleven.
De situatie waarin we hoge lichtende werelden betreden is er altijd één waarmee we bepaalde
vernauwingen van bewustzijn moeten overwinnen. Wanneer je naar de aarde gaat, dan laat je
heel veel achter. Je verengt a.h.w. je weten, je begrip, ja zelfs je besef omtrent jezelf en komt
daardoor pas in die toestand waarin je als mens kunt leven. Dat mens-zijn is de gewoonte: het
is het overheersende beeld.
Wanneer je naar een hogere wereld toegaat, moet die verenging teniet worden gedaan. Het
meest gangbare beeld hiervoor is de verschillende Poorten van inwijding of de Poorten die
tussen de sferen liggen. Hierbij moet u zich realiseren dat een Poort betekent dat er één
bepaald punt is (dat geldt voor uzelf en niet voor anderen) waarop men van de ene wereld
naar de andere kan gaan.
Door je bewustzijn van de wereld die je beheerst, die je dus als werkelijkheid beschouwt, te
beperken komt er een ogenblik waarop dat wat er overblijft van je besef en een hogere wereld
identiek zijn. Als je dan die identiciteit erkent en aanvaardt, dan is het inderdaad of je door
een poort gaat, want je ziet ineens een ruime wereld voor je. Je komt uit benauwdheid en
verenging naar een bijna onmetelijk grote wereld die je moet leren kennen.
Elke wereld, ik heb het al gezegd, heeft haar regels, haar wetten, haar mogelijkheden.
Wanneer u die wereld betreedt, kunt u zich daarin dus niet bewegen, gedragen en handelen
zoals u dat in uw eigen wereld zoudt hebben gedaan: dus in uw eigen werkelijkheid.
Het is erg belangrijk dat iemand, die een wereld betreedt die hij nog niet kent daarin zo
geruisloos en voorzichtig mogelijk te werk gaat. Observeer. Wacht af totdat men contact met u
opneemt. Probeer niet u direct voor te stellen. U kunt dus niet in een hogere wereld
binnenkomen en zeggen: “Ha lichtende geest, mag ik mij voorstellen Jansen, aangenaam.”
Dan is het al gebeurd, U wacht gewoon totdat iemand op u reageert.
Tot die tijd neemt u waar. Die waarnemingen zullen, als ze op aarde nog worden herinnerd,
altijd vertekend zijn. Dat is duidelijk. Maar als u een wereld heeft gezien met zwevende
geesten, dan heeft u toch wel iets uitgedrukt van die andere werkelijkheid. U heeft namelijk
gezegd:
a. die personen waren lichtend. Ze warend stralend, dus ze hadden energie.
b. zij waren niet gebonden aan de wereld op een manier die voor mij bekend is, zij zweefden.
c. Ik heb daarin schoonheid, ontzag of iets anders ervaren. Dat was mijn relatie met die
wereld.
Het is dus mogelijk om een deel van die begrippen inderdaad terug te brengen, als u ze maar
kunt herleiden tot hun werkelijke betekenis.
Elke wereld op zichzelf heeft energie. Als u schijnbaar daadloos en alleen observerend in die
wereld vertoeft, past u zich langzaam aan het energieniveau van die wereld aan. Keert u
terug, dan zal een deel van die energie voor u direct beschikbaar zijn: een ander deel blijft
verborgen.
Gaat u een lichtende wereld binnen en heeft u daar enig contact gemaakt, dan is het erg
belangrijk dat u zich die contacten zo goed mogelijk voor ogen stelt, al is het maar door een
symbool, een beeldvoorstelling. U moet iets hebben waardoor die contacten voor u kenbaar
zijn. Vanaf dat moment kunt u door u op die voorstelling te concentreren tenminste de relatie
met de kracht van die wereld weer tot stand brengen. Indien u zich voldoende geconcentreerd
kunt afsluiten van al het andere, dan kunt u die wereld weer betreden.

92
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Het betreden van zo'n wereld op zichzelf is echter niet voldoende. Wanneer ik die wereld
betreed en ik aanvaard haar regels, ik leer ze kennen, dan kan ik op grond van die regels
wederom afstand nemen van die wereld. Ik ga mij concentreren op datgene wat mij in die
wereld en in die toestand het hoogste lijkt, het bijna onbereikbare. Dus wederom een
vernauwing van bewustzijn.
In die vernauwing van bewustzijn krijgen we dan een tweede z.g. Poort. Die Poort moet u zich
helemaal niet voorstellen als iets beperkts, dat altijd op dezelfde plaats staat. Maar als u bezig
bent alleen te denken aan één onderwerp, dan is er altijd weer een lichtpunt dat u duidelijk
maakt: daar moet u eigenlijk naartoe.
Probeer nooit naar dat punt te gaan. Elke poging uwerzijds om naar dat punt te gaan,
verstoort de relatie en u zult ontdekken dat u achter dwaallichten aan jaagt. Wacht tot het
lichtpunt naar u toekomt. Een zekere passiviteit in beweging is in ieder geval noodzakelijk.
Bereikt dit punt u, concentreer u dan daarop en laat alle verdere concentratie achterwege. U
zult merken dat u zich in een nieuwe wereld bevindt.
U zult ook daar weer observeren, wachten totdat u enig contact voelt. U zult op dat contact
reageren en zo langzamerhand een aantal regels leren. Gelijktijdig wordt u opgeladen met de
energie die eigen is aan dit stratum van bestaan. Dit kan zich een groot aantal maken
herhalen.
Er zijn geen uitgesproken 7, 49 of 63 sferen. Dat is allemaal maar een menselijke indeling.
Maar er zijn een aantal stappen dat het bewustzijn kan afleggen tussen de beperkte
gebondenheid van het aardse bestaan en de onbeperkte totale beleving die het einddoel is. Dit
laatste zult u in het menselijke leven hoogstens een enkele keer ervaren, maar dat u het
regelmatig kunt bereiken is praktisch uitgesloten.
Wanneer u van die werelden terugkomt, gelden er weer bepaalde regels voor u. Neem mij niet
kwalijk dat ik die ook even citeer.
In de eerste plaats: vraag u niet af, of u kracht heeft. Reageer zoals u voelt dat u moet
reageren, op dat ogenblik. Daarmee bereikt u het meest.
In de tweede plaats. Tracht nooit die kracht voor uzelf te gebruiken. Hierdoor verspilt u
feitelijk de kracht in u, daar u die immers niet naar u terug kunt richten. Je kunt uit een teil
water geen water wegnemen, het erin terug werpen en dan meer krijgen. Op dezelfde manier
gaat het met uzelf. Altijd uw energie naar buiten toe richten.
Als u nog verder gaat, dan zult u ontdekken dat die energie ook bepaalde denkbeelden bevat.
Vaak zijn het heel vage gevoelens voor een mens. U kunt het niet rationaliseren. Toch zijn
deze punt 1. van het grootste belang en punt 2. als u daarmee rekening houdt in uw reacties,
u daardoor mede laat beïnvloeden, zal uw handelen in ieder geval harmonisch zijn met de
bron, waaruit u de kracht heeft gewonnen, dan zal elk verlies van kracht ook automatisch
worden gecompenseerd. En nu het wonderlijke, de compenserende kracht werkt in op uw
gehele wezen en harmoniseert zelfs stoffelijk bepaalde zaken. U kunt op dat ogenblik
inderdaad zeggen: Ik genees mijzelf door een ander te genezen. Ik maak mijzelf sterk door
mijn krachten aan anderen te lenen.
Kom je in de werelden van het werkelijk hoogste licht, dan blijven er menselijk geen
aanduidingen meer over waar je wat aan hebt. Wij kunnen een beetje bazelen over de
werelden van het gouden licht, van het witte licht, maar in deze vaagheid zit een enorme
emotionele beleving. Betreding van de hoogste werelden is altijd voor de mens alleen nog te
vertalen als emotie. Symbolen zijn er over het algemeen niet of heel beperkt.
Elke harmonie, die u op deze manier bereikt, zult u als mens ervaren als een enorm gevoel
van geluk, van vrede, van bevrijding en tevens van een gevoel dat u de hele wereld aan kunt.
(Voor degenen die strijdvaardig zijn betekent dit niet dat u de hele wereld kunt verslaan alleen
dat u haar kunt verdragen.) Concentreer u dan op dit gevoel. Als u dit gevoel voor u zelf kunt
doen herleven, stem u a.h.w. weer af op de wereld waarin u voor het eerst deze ervaring heeft
opgedaan. Hierdoor bent u in staat met die wereld contacten te onderhouden.

93
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Als het gaat om begripszaken (waar denken mee gemoeid is), dan moet u het volgende
onthouden: U kunt elk probleem stellen t.a.v. die hoogste sfeer, maar de beantwoordene zal
alleen voortkomen uit een opnieuw arrangeren van uw inhoud en weten ten aanzien van het
probleem. Er komen dus geen nieuwe gegevens vrij. Dat kan wel vanuit Zomerland, niet
vanuit hogere lichtwerelden. Maar door deze veranderde samenstelling, deze veranderde
associatie- en combinatiemogelijkheid in uw denken zult u de meeste problemen inderdaad
kunnen benaderen en oplossen.
Daarnaast zult u vaak ontdekken dat u ook over de energie beschikt waarmee u het probleem
kunt oplossen op een manier die u zelf eigenlijk onmogelijk had geacht. Het is zoiets als de
paniekreactie van een mens. Als hij onder een bepaalde stress staat, dan kan hij plotseling
dingen doen die hij normaal niet zou verrichten. De reumatische oude heer van 80 jaar springt
ineens over een horde van 1.20 m. De man, die normaal te zwak is om een spoorbiels op te
tillen, zal in een noodgeval in staat zijn, al is het voor een kort ogenblik, een hele boomstam,
zover omhoog te tillen, dat een ander daar onderuit kan kruipen. Dit soort dingen bedoel ik. U
energie ligt op datzelfde niveau. Het is een reactie die niet verder kan worden beredeneerd. De
kracht is er, omdat er een behoefte bestaat die kenbaar is voor de wereld waarin men op dit
ogenblik met kracht verbonden is.
Denk nooit: wanneer ik een lichtende wereld heb bereikt ben ik meer en niet minder dan een
ander. Datgene wat u bereikt, is tenslotte maar het u bewust maken van zaken die voor
iedereen gelijk zijn. Het kiezen van een systeem om dergelijke werelden te benaderen en te
betreden is daarom zuiver een persoonlijke zaak. Als u het kunt vinden in een Trappisten
klooster en niet omdat u teveel trappistenbier drinkt, dan wil ik direct aannemen dat dit voor u
de juiste discipline is. Maar vergeet niet dat anderen dat zelfde vinden in bijna orgiastische
plechtigheden. Dat waar u het in de stilte vindt, een ander het misschien alleen kan vinden in
het geratel van drums en het bijna oorverdovend krijsen en zingen van een menigte. Er
bestaan geen vaste wegen, maar er is voor u wel een vaste weg te vinden. Deze wordt
bepaald door uw geaardheid.
De geaardheid van een mens is ten dele stoffelijk bepaald. Wij hebben hereditaire kwaliteiten.
Wij hebben lichamelijke kwaliteiten zoals die zich hebben ontwikkeld. Bovendien hebben wij
daarbij de interne secreties: dus het evenwicht stimulerende stoffen binnen het lichaam
waardoor eveneens reacties worden bepaald. Want naarmate de spiegel van de interne
secreties gemakkelijker wordt gewijzigd, zal uw humeur ook gemakkelijker omslaan of zal uw
reactie van het ene op het andere ogenblik bijna 90 of zelfs 180 graden veranderen.
Een beetje kennis van jezelf heb je daarom wel nodig, al is het alleen maar weten of je rustig
of ongedurig bent, weten of je altijd pessimistisch of juist altijd erg optimistisch bent. Het zijn
beelden van je eigen persoonlijkheid die je zoudt kunnen compenseren. Want op het ogenblik,
dat je erkent: zo gedraag ik mij wel, maar zo ben ik niet, kun je misschien op grond van
datgene wat je bent of denkt te zijn een harmonie vinden met een wereld waardoor dit
ik-beeld niet alleen wordt versterkt maar bovendien de mogelijkheid ontstaat om de negatieve
factoren in de persoonlijkheid te beheersen.
Erg belangrijk bij het betreden van de hoogste werelden is ook de wijze waarop je zelf je eigen
wereld ziet. Er zijn mensen, die denken dat arme heidenen natuurlijk nooit in de hemel kunnen
komen. Nu ja, die mensen hebben op aarde een hel. Zij hebben hier niets anders dan de hoop,
dat zij iets zullen krijgen wat een ander lekker niet heeft.
Wat is eigenlijk hemel? Wat is hel? Het zijn alleen maar termen. De hemel is een wereld
waarin je het beantwoorden aan je eigen wezen vindt in al het zijnde en waarin je ook al het
zijnde kunt aanvaarden als gelijk aan of zelfs deel van je wezen. Een hel is een wereld van
isolement. Dat is het enige verschil.
Als u een bepaalde benaderingswijze hoeft, een bepaalde psychische opmaak, dan is dat voor
u de basis vanwaar u vertrekt. Bent u nu eenmaal zeer vroom en rechtzinnig opgevoed, dan is
het heel waarschijnlijk dat geconcentreerd gebed voor u beter is dan welke nog zo mooie
oosterse concontratieoefening. Bent u echter zeer vrijzinnig opgevoed, dan heeft u niets aan
een concentratieoefening waarin God op de eerste plaats komt. Want op dat ogenblik heeft u

94
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

te maken met iets waarmee u rationeel, emotioneel geen werkelijke band heeft. Dan moet u
het zoeken in de begrippen waarmee u wel verbonden bent.
De hoogste lichtsfeer is een wereld die onomschrijfbaar blijft. Ik heb trouwens al enkele
beelden daarvan gegeven: die kunt u hier dan eventueel vergelijkend invullen.
Zo'n lichtwereld is een oplossing van al datgene wat u bent. Het is een absolute
zelfvergetelheid. Denk niet, dat u daardoor tijdelijk ophoudt te bestaan. Integendeel, uw
bestaan heeft zich eindelijk zozeer uitgebreid in het geheel, dat u niet meer in staat bent dit
als deel van uzelf te erkennen.
Een hoogste lichtwereld is harmonie. Ze is een harmonie die door niets wordt verstoord,
waarin alles is aanvaard, mede verwerkt en waarin het geheel toch ook een mate van
duidelijkheid bezit, maar één die men niet meer kan weergeven in menselijke begrippen of
woorden. Deze wereld zult u hoogstens een enkele keer in een vage harmonie, in een flits
beleven.
Richt u daarom niet in de eerste plaats op de allerhoogste werelden. Probeer uw eerste
harmonie te vinden met Zomerland. Daar heeft u redelijke kansen te slagen. Bent u eenmaal
gewend aan Zomerland en begint u een beetje te begrijpen hoe de zaken daar in elkaar zitten,
dan en niet eerder is het tijd om u te concentreren op iets wat dan weer een stapje verder ligt.
Onhoud: elke wereld kent licht in de mate waarin degene die erin leeft kan opgaan in het
geheel. Dat houdt in dat een wereld, die vaag en vervallen is zoals sommige werelden die in
Schaduwland zijn ontstaan, in feite alleen door haar anders te beleven ook een totaal andere
betekenis heeft en voor u zelfs een ander aanzien krijgt. Realiseer u, dat u niet te vangen bent
in het duister zolang u het licht beleeft dat in u leeft en dat overal om u heen moet bestaan.
Het is een kwestie van niet opgeven. Het proces van het gaan van lichtende wereld naar
lichtende wereld kan niet in tijd worden uitgedrukt. Je kunt niet zeggen. Binnen 5 jaar wil ik
Zomerland, Hoog-Zomerland of nog hoger hebben bereikt. je kunt alleen maar zeggen: Ik wil
nu proberen een harmonie te bereiken met dit punt, met gene persoonlijkheden. Verder kun je
niet gaan. En daar moet je dan ook inderdaad mee bezig blijven totdat het lijkt dat je iets hebt
bereikt.
Een bezwaar dat je heel vaak hoort bij de mensen is, dat ze zeggen: Ik dacht dat tante Da in
Zomerland zou zijn, maar ik krijg geen contact met haar.
Mijn antwoord is dan: U heeft niet het vertrouwen in de voorstelling van tante Da die u kent.
Want elke voorstelling die u heeft van een persoonlijkheid, ook al is ze niet reëel ten aanzien
van die persoonlijkheid, bevat een realiteit, een deel van die werkelijkheid dat bestaat en wel
in een wereld die is aangepast aan dat beeld. Het is dus niet nodig dat tante Da in Zomerland
leeft. Als u zich concentreert op een tante Da die in Zomerland leeft, dan is de kans heel groot
dat u contact krijgt met iemand die tante Da zou kunnen zijn, als ze daar toevallig is. Maar het
kan ook een ander zijn. Het is het contact dat bepalend is, niet het bereiken van een specifiek
en omschreven doel zonder meer.
Geestelijke bewustwording, geestelijke ontwikkeling, erkenning van je eigen innerlijk is geen
kwestie van formuleren, van het ene puntje naar het andere gaan, zoals kinderen puzzels
proberen op te lossen waarin ze de getalletjes moeten volgen en daartussen lijntjes trekken.
Dan krijg je tenslotte het portret van Donald Duck, Ronald Reagan of een andere
persoonlijkheid.
Er zijn geen vaste punten: ook niet in uzelf. Er zijn wel kentekens, kenmerken, maar die
bestaan alleen voor uzelf. Ze kunnen daarom van dag tot dag veranderen. Wat vandaag voor u
de wereld van licht is, is morgen voor u misschien iets anders geworden. Zoek dan naar het
beeld dat past bij de wereld van licht. Zoek naar de emotie en aanvaard de voorstelling die
daarbij verschijnt als het concentratiepunt waarvan u uitgaat.
Zeg niet: Ik heb bereikt, als je één keer ervaren hebt. Een wereld van licht betreden betekent,
dat je die wereld moet leren kennen. Eén keer daar komen zegt niets. Drie keer daar komen,

95
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

kan misschien betekenen dat je er iets van gaat begrijpen. Twintig keer daar geweest zijn,
misschien heb je de eerste regels en wetten dan eindelijk door.
Elke keer heb je het voordeel van de energie. Maar het noodzakelijke aanvoelen en het begrip
dat daarmee gepaard gaat, vormt zich langzaam. Zomin als een geest die is overgegaan zich
onmiddellijk kan oriënteren en actief kan gaan deelnemen aan het bestaan op geestelijk
niveau waar hij is terecht gekomen, zomin kunt u dit vanuit de wereld. U moet wennen. Wees
er niet bang voor. Probeer niet te jachten en verder door te zetten. Probeer te beleven. Eerst
wanneer uw lichtwereld voor u een concreet geheel is geworden waarin u de weg weet, kunt u
misschien verder gaan.
Het zoeken naar de innerlijke kracht, het innerlijk ik, naar de lichte werelden ook, lijkt veel op
de sprookjestochten waarvan je zo vaak hoort. U kent dat wel, je komt bij de koning om een
paar haren van zijn baard te vragen. Hij stuurt je door naar de zon om daar een juweel te
stelen en naar de maan om daar een spindel te halen. Dan moet je nog de gouden ezel van de
sterren plukken. En als je die hebt, zul je de haren krijgen. Maar als je ze hebt, dan heb je ze
niet meer nodig. Iets van die wondertochten zit erin.
Wij gaan vaak streven naar de lichtende wereld met een zeer bepaald doel. Als je ze eenmaal
hebt bereikt en je gaat verder, dan ontdek je dat je steeds nieuwe problemen hebt, maar dat
de oude problemen verdwijnen doordat ze onbelangrijk zijn geworden.
Probeer niet om het oude op te lossen op een menselijke manier. Laat het langzamerhand
verwasemen en verdampen. Probeer elke nieuwe moeilijkheid te doorstaan door juist daarin
licht te zien, kracht te zién, een nieuwe mogelijkheid en een nieuwe ontwikkeling. Dat is de
goede weg om lichtende werelden te betreden. Het is de juiste weg om door te dringen tot de
ware kern van je wezen.
Er bestaat een bepaalde methode om codes op te lossen.
Zo'n code wordt opgelost door na te gaan in welke taal ze waarschijnlijk zou zijn gesteld en
vervolgens een aantal letters te zoeken welke in die taal het meest voorkomen. Dit wordt
vergeleken met de meest voorkomende tekens en zo komt men dan tot een oplossing, als er
gebruik wordt gemaakt van een vaste code. Tegenwoordig doet men dat met computers. Men
is zelfs in staat om de afwijkingen te constateren die ontstaan, als je uitgaat van een bepaald
codewoord of codegetal, dat voor elke groep de aard van variatie weer bepaalt.
Zo ingewikkeld is het eigenlijk nog niet eens bij ons. Het is net als een gewone code. Datgene
wat het meest voorkomt, is voor ons van de grootste betekenis op dat ogenblik. Als u dat in
uw leven eens kunt vasthouden. Wat in het leven mij steeds weer tegemoet treedt, is voor mij
op dit moment voor mij het belangrijkst. Dat is tenminste één oplossing in het raadsel van het
bestaan en van mijn persoonlijkheid.
U zult dan daardoor na die ene oplossing de volgende vinden en kunt u langzamerhand uit een
wirwar van invloeden en gegevens een voor u redelijk patroon construeren.
Overdracht van de diepste beleving naar het dagdenken, overdracht van beleving van
geestelijke werelden naar stoffelijk bewustzijn worden vereenvoudigd, indien u dit systeem
volgt. De decodering houdt niet in dat u een absolute waarheid vindt. Het houdt wel in dat u
datgene vindt wat voor uzelf de meeste betekenis heeft.
Realiseer u even de betekenis van sommige dingen die u zo vaak zegt in verband met
geestelijke en ook wel andere dingen. Men zegt b.v.: Nou ja, dan ga ik maar naar de hel.
Waarom zegt u dit? Omdat er in u een vrees leeft voor iets wat u desalniettemin belangrijker
vindt op dit moment dan al het andere? Begrijp, dat de vrees die u koestert niet reëel is, maar
dat de belangrijkheid die u ervaart en de wijze waarop u die ervaart vooral, voor u wel
belangrijk is, omdat ze waar is. Die momenten van waarheid hebben wij nodig. Ze zijn voor
ons de sleutel zowel naar de lichtende werelden. Ze ontsluiten Poort na Poort voor ons, als ook
in ons innerlijk naar de waarheid die we zijn en het licht dat in ons leeft.
Leer niet te ontkennen wat je bent. Leer je gedrag niet te binden aan normen van
theoretische, kosmische of andere aard. Besef, dat elke werkelijke voor jou harmonische

96
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

noodzaak voortkomt uit een innerlijke harmonie of uit een poging een innerlijke disharmonie te
overwinnen. Dit zijn belangrijke dingen, al het andere niet.
Uw weg naar lichtende werelden is geen weg die geplaveid is met voorschriften en regels die
mensen hebben bedacht, met de stellingen die mensen hebben opgeworpen. Het is een zuiver
persoonlijke weg. Het is een weg die wordt bepaald door uw eigen harmonieën, niet door wat
anderen goed vinden. En als u het heel vroom wilt zeggen, zeg het dan maar zo:
God woont in mij. De weg naar die God ligt in het zijn van wat God in mij manifesteert, niet
aan het uiterlijk beantwoorden aan datgene wat volgens anderen de wil van die God zou zijn.
Als u dit maar gaat begrijpen. Als u de concentratie goed leert gebruiken, dan zijn de lichtende
werelden niet ver weg, maar u zult moeten zoeken naar de Poort die voor u toegankelijk is.
Naar dat ene begrip, naar die ene harmonie die voor u die hogere kracht, die andere wereld
met al haar regels, wetten en besef opent.
U moet leren die wereld dan in u op te nemen. Niet in die wereld te gaan handelen, terwijl u
nog wordt gedreven door regels en besef welke in die wereld niet meer thuishoren.
Ik wens u allen toe, dat u erin zult slagen deze hogere werelden te betreden. Ik ben er
namelijk van overtuigd, dat indien wij hogere harmonieën en lichtende krachten voor onszelf
eindelijk toegankelijk maken, wij daardoor oplossingen vinden die niet alleen geestelijk zijn,
maar ook oplossingen die alomvattend zijn. Dan kunnen wij onze problemen oplossen in de
stof en in de geest.
Daarmee heb ik getracht om u - de volgende keer gaat het toch om een samenvattend besluit
- nog eens nadrukkelijk te wijzen op een weg die u kunt gaan. Niemand zegt u dat u moet,
maar u kunt die gaan.
Indien u deze weg gaat, zijn er voor u vele voordelen aan verbonden. Maar het gaan van die
weg betekent ook het steeds weer overwinnen van moedeloosheid, van kleine en grote
teleurstellingen. Want wij zijn in onszelf niet harmonisch genoeg om zonder deze strijd tegen
schijnbaar uiterlijke of ons storende factoren die eenheid te kunnen bereiken die nodig is.
Leef het licht dat in u is. Betreed de lichtende werelden waarin u contact kunt hebben met
allen die behoren tot een bepaalde fase van het bestaan. Zo bevrijdt u zich van veel dwang die
door uw besef tot stand wordt gebracht. Zo maakt u karma langzaam maar zeker tot iets wat
men bijna vrolijk en schouderophalend ziet als een werktuig dat men misschien kan gebruiken.
Zo ontdoet u noodlot, angst en bestemming van hun werkelijke betekenis en zin en verandert
u ze in werktuigen die u kunt gebruiken om zelf verder te gaan.
Als u dit alles niet kunt of wilt verwerkelijken, mag ik dan juist omdat de meeste mensen toch
naar lichtende werelden hunkeren, nog dit zeggen: Wees niet bang om uzelf te zijn. Eis niet,
dat de wereld u erkent zoals u uzelf erkent, maar handel zoals u bent.
Leef vanuit uw eigen denken. Leef vanuit een waarheid zoals u die ziet en beseft. Door trouw
te zijn aan uzelf bent u trouw aan de Schepper die u heeft voortgebracht. Door u waar te
maken zo goed als u kunt zonder ooit een ander daarmee te belasten, maakt u voor uzelf de
kosmische eenheid waar die dan beleefd kan worden in vele lichtende werelden.
Kun je in Zomerland ook opdrachten krijgen?
Degene die opdrachten aanvaardt omdat ze hem worden gegeven is een dwaas. Maar degene
die een noodzaak erkent, misschien door anderen daarop gewezen en deze ziet als iets wat
hem persoonlijk aangaat en dus daaraan gaat werken, is een wijze. Laat u niet zonder meer
als loopjongen gebruiken. Maar als u erkent, dat iets behoort tot een harmonie die in u
bestaat, maak dat waar als een ander het vraagt en zelfs als niemand het vraagt, maar alleen
omdat u het zelf bent.

DE MENS EN ZIJN PROBLEMEN
De mens heeft vele problemen in zijn leven. Een groot gedeelte daarvan bestaat eigenlijk uit
zijn onvermogen te begrijpen dat wat morgen gebeurt hij vandaag niet kan bepalen.

97
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Wij zijn allemaal deel van een functionerend geheel, maar wij weten niet eens hoe dat eruit
ziet. Ieder van ons gaat van zijn eigen denkwijzen en voorkeuren uit, van zijn eigen angsten
en verlangens en maakt op grond daarvan een plan dat dan in de komende tijd moet worden
verwezenlijkt. Soms kom je er wel een eind ver mee, maar in de meeste gevallen lukt het niet.
En dan beginnen de problemen pas goed. Hoe liggen de zaken?
Een mens neemt zich bepaalde zaken voor. Hij realiseert zich niet dat hij daarbij misschien wel
tienduizend toevalligheden voor zichzelf alvast maar heeft vastgesteld in een bepaalde
richting. Van die tienduizend zijn er misschien duizend die een andere kant uitgaan.
Nu blijkt dus dat het plan niet goed was, zoals men zegt.
Het plan kon heel goed zijn geweest, maar de omstandigheden waren niet juist. De mens gaat
nu proberen of hij de problemen zodanig kan oplossen dat hij gelijk krijgt met zijn
oorspronkelijk voornemend, zijn oorspronkelijke planning, Op dat moment loopt hij dubbel
vast, want een eenmaal bestaande afwijking en mogelijkheden kun je nooit meer helemaal
corrigeren.
Zo wordt de mens, die eerst optimistisch was en de hele wereld wel aan zou kunnen langzaam
maar zeker een geslagen doetje dat misschien nog een uitweg zoekt in geestelijke zaken en
voor de rest zich verschuilt voor de voor die persoon verschrikkelijke feiten. Dat is natuurlijk
onzin.
Elke dag brengt haar eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. Dit betekent, dat er elke dag
opnieuw moet worden gekeken wat je bent, wat je kunt. Leef je bij de dag, dan leef je
ongetwijfeld gelukkiger, maar er ontbreekt iets. Want in het heden zitten altijd
oorzakelijkheden voor morgen. Als die oorzakelijkheden bewust worden geschapen, dan kun je
daar rekening mee houden. Je moet dus vandaag wel zorgen voor morgen, maar je moet niet
vragen of die voorzorgen ook inderdaad zullen kloppen. Elke dag moet je werken met de
omstandigheden die je aantreft. En als je dat nu helemaal niet bevalt, dan kun je proberen je
problemen op een andere manier te benaderen.
Er bestaan namelijk kosmische samenhangen die allesbehalve logisch zijn. Nu wil ik niet
zeggen dat mensen altijd logisch zijn, want de menselijke logicá is vaak de meest onlogische
redenering die je maar kunt bedenken. Desalniettemin, er zijn geestelijke werelden en
geestelijke krachten en invloeden. Er zijn ook kosmische stromingen waarvan je gebruik kunt
maken. Als je dat doet, dan zegt de goegemeente dat je magie bedrijft of als ze wat simpeler
zijn, dat je aan hekserij doet. Toch doe je niets anders dan werken met de mogelijkheden van
elke dag. Maar de magiër die vandaag iets doet, moet het ook daarbij laten. Je mag niet vier
keren beginnen met hetzelfde probleem. Dat is hetzelfde met waarzeggerij. Iets waar ook een
hoop mensen aan geloven zonder het te willen toegeven.
Als ik zeg, dat het morgen een redelijke dag zal zijn voor de meeste met kleine winstkansen
(vooral voor de mensen die in de wintermaanden zijn geboren en dan reken ik de
wintermaanden van eind november tot eind februari), dan heb ik ongetwijfeld gelijk. Er is
namelijk een kosmische stroming die daarvoor zorgt. De enige vraag is, of de mensen daarvan
gebruik zullen maken.
Als je dergelijke invloeden ondergaat, dan moet je daar ook bewust mee werken. Wat de
magiër of de heks doet is in feite gebruikmaken van datgene wat bestaat. Dat behoeft niet
logisch verklaarbaar te zijn als het er maar is. Wanneer je in de woestijn bent en je vindt
plotseling water, dan vraag je je niet af: waar komt het vandaan? Dan les je je dorst. Zo moet
u ook het hele leven beschouwen.
Uw problemen zijn voor een groot gedeelte niet werkelijk. Ze komen voort uit uw verkeerde
voorstelling van zaken, uw behoefte misschien om voorstellingen, die u al lang geleden had
gemaakt vandaag nog eens waar te zien worden.
Werk met de invloeden van vandaag. Ga uit van de mogelijkheden die er vandaag zijn. Treur
er niet over dat ze er nog zijn, maar werk er zo goed mogelijk mee. Houdt u niet bezig met
plannen van laten we zeggen 3 weken verder, want 3 weken verder loopt het toch anders. Als

98
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

u plannen wilt maken voor morgen, doe dat zo goed u kunt, maar houd er rekening mee, dat u
niet alles kunt overzien.
Wilt u meer, probeer dan aan te voelen welke kosmische krachten er werkzaam zijn. Als u een
licht gevoel van lichthoofdigheid ervaart, dan weet u, er hangt een soort roos in de lucht. Dat
is erg prettig op dat ogenblik, maar het betekent wel dat alles wat ik nu uit die stemming
probeer te bepalen nooit helemaal waar zal worden. Dus, laat mij er vandaag van genieten,
laat mij er vandaag mee werken, morgen zie ik wel verder.
Als u denkt: ik wil toch bepaalde invloeden versterken, dan moet u niet zeggen: Dat hoort
thuis bij deze of gene wereld of sfeer. Zoals er mensen zijn die de H. Januarius aanroepen voor
dit, St. Christoffel voor iets ander en Sinterklaas voor een derde zaak: dat zijn de
middenstanders. Sinterklaas is de schutspatroon van velen en men zegt ook van de dieven.
Dat is ook begrijpelijk. Voor hen spelen anderen vrijwillig voor Sinterklaas.
Er zijn geen vaste waarden. In de magie bestaat er een regel. Elk uur valt, onder een bepaalde
Aartsengel: er zijn er zeven. Als je dat verder gaat uitrekenen, dan blijken ze bovendien nog
gebonden te zijn aan bepaalde planeten die lopen van Venus tot Saturnus. Wij weten dat per
uur dat de machten en krachten veranderen. Dan moeten we nu niet werken met de krachten
van een uur geleden of van een uur in de toekomst, maar met de invloed die vandaag op dit
moment bestaat.
Laten wij eens aannemen dat u een probleem heeft.
Begint u dan in de eerste plaats met het probleem te zien in de toekomst. Probeer het eerst
voor uzelf te definiëren zoals het nu bestaat. Wat is het? In de tweede plaats probeert u aan te
voelen wat er voor inwerkingen zijn. Hoe voelt u zich. Als u probeert u even te concentreren,
wat voor vreemde afwijkende gedachtenbeelden ontvangt u voortdurend? Als u die afwijking
heeft geconstateerd, dan hoeft u een bepaalde invloed en richting geconstateerd. Denk dan,
gepersonifieerd of niet, aan die invloed.
Beroep u daarop. Richt deze invloed op uw probleem. Als u dat gedaan heeft, leg het dan
terzijde. Probeer het te vergeten. Ik garandeer u dat u binnen enkele uren uw probleem
opnieuw ziet opduiken, maar dat er iets in is veranderd. Dan weet u wat de progressie is
geweest van uw probleem. Het zou nog beter zijn, als u het over drie perioden doet, maar
twee zou al voldoende zijn.
Deze progressie wijkt meestal af van datgene wat u wenselijk acht en van de voorstelling die u
heeft. Richt u nu op het probleem zoals het nu feitelijk ligt, probeer ook de sfeer aan te voelen
die u ook de eerste keer heeft aangevoeld. Richt de volle kracht van die emotie, van die
instelling op al wat met uw probleem samenhangt. Specificeer het niet. Haal het niet uit elkaar
in factoren: dat is het probleem, hier werp ik nu kracht op. U zult dan met verbazing
constateren dat vaak al na een dag veranderingen in het probleem zijn opgetreden ten gunste
vanuit uw standpunt. Hoe komt dat?
U heeft uw harmonie met de kosmische kracht gebruikt om in het heden een nieuwe oorzaak
te scheppen. Deze nieuwe oorzaak heeft de betekenis van uw probleem gewijzigd en de
richting van de ontwikkelingen ervan eveneens veranderd.
Het oplossen van problemen gaat dus heel goed. Alleen, u moet bereid zijn uit te gaan van
punt 1. het heden, punt 2. het werken met krachten die u nu in u aanvoelt, punt 3. u moet
geduld hebben om af te wachten en niet onmiddellijk effect verlangen, maar verwachten dat
het effect binnen afzienbare tijd (het kan 24 tot 72 uur) kenbaar zal worden.
Is dit een vorm van magie? Ik betwijfel het eerlijk gezegd. Magie wordt meestal gezien als het
beheersen van goden, demonen, geesten, het aanroepen en besturen van engelen en dat soort
dingen. Dat zijn zaken die in de werkelijkheid alleen voorbestemd zijn aan zeer weinigen. Maar
wij kunnen toch wel werken met de invloed die er is.
Het is toch heel duidelijk, als je in een zeilboot zit en je wilt met die boot varen, dan moet je
toch weten uit welke richting de wind komt voordat je op de goede manier zo snel mogelijk
een bepaalde afstand kunt afleggen. Zo is het ook in de kosmos, zo is het in uw leven.

99
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Er zijn stromingen, er zijn krachten. U kunt deze stromingen en krachten gebruiken of u kunt u
daardoor laten tegenwerken. Driekwart van uw problemen komt voort uit het feit, dat u niet
gebruik maakt van de omstandigheden, maar dat u deze als een soort onterende tegenwerking
of remming beschouwt.
Er zijn ook mensen die zeggen: hét is goed zoals het is. Dat is dan meestal hun grootste
probleem. Want “het is goed zoals het is”, toch zijn ze er nooit tevreden mee.
Er zijn mensen die zeggen: De Heer wil het. De Heer heeft gegeven en de Heer heeft
genomen. De naam des Heren zij gezegend als het potverdomme maar eens anders was!
Wees niet zo dwaas. Niets is goed zoals het is, tenzij u op dat ogenblik daarin volledig kunt
opgaan, daarmee volledig tevreden kunt zijn. Is dat niet het geval, dan moet u zich afvragen
wat u daaraan kunt doen.
Soms betekent dat inderdaad dat u voor de toekomst plannen maakt. Die plannen zijn niet
onveranderlijk. Maar de plannen die u maakt en dat deel ervan dat u nu kunt uitvoeren,
bepaalt mede de toekomst die u zal beleven.
Het is fout te veronderstellen, zoals sommige mensen doen, dat intentie alleen voldoende is.
Dat kan geestelijk een enkele keer waar zijn, zuiver stoffelijk is het over het algemeen meestal
onwaar. Dat kunt u ook heel goed zien.
Er zijn mensen, die voortdurend uitroepen en er zelf eerlijk van overtuigd zijn, dat ze vechten
voor de vrede en ondertussen gaat er steeds meer kapot. Wees niet zo'n dwaas: Besef
eenvoudig niet wat ik wil maar wat er is, dat is belangrijk. Niet mijn intenties, maar wat ik
feitelijk en nu kan waarmaken, dat is belangrijk. Wat ik waarmaak, is niet alleen belangrijk
door wat ik erin heb gestopt, maar door al datgene wat rond mij aan krachten, aan
stromingen, geestelijk en kosmisch aanwezig is.
U gaat een tijd tegemoet als u het nog niet wist, die hier en daar wat onrustig en vaak
onregelmatig is. Als u nu weet wat de invloeden ongeveer zijn die u kunt verwachten, dan kunt
u veel problemen vermijden. Ik zal u zo dadelijk een lijstje geven. Sta mij toe eerst andere
punten te behandelen.
De grote moeilijkheid is namelijk dat men zich de moeite niet getroost de dingen aan te
voelen. Wij beleven nu (juni ‘84) een wat vage periode. Die is over een paar uren weer
voorbij. Het blijft echter een beetje vaag. Waarom? Omdat wij op aarde nu zitten tussen twee
kosmische golven en bovendien geestelijke invloeden op dit moment bezig zijn een versterkte
werking op aarde te richten. Dat hangt weer samen met de Wèsak-bijeenkomst en de eerste
besluiten van de Grote Raad.
Dan moeten wij die vaagheid niet zien als iets dat schaadt of als iets dat onvoldoende is, Wij
moeten die vaagheid gewoon gebruiken om daarin te rusten want in die rust kan datgene wat
betekenis heeft in ons uitkristalliseren. De dingen krijgen vanzelf de voor ons belangrijke vorm
als wij ze nu de rust geven om zich te ontwikkelen. Dat geldt voor het ogenblik.
Als we nu een week verder zijn, dan wordt het hier en daar een beetje rustiger. De vaagheid
valt wel weg maar veel mensen zullen geen oplossing zien voor hun problemen, omdat ze niet
weten wat ze moeten doen, want ze willen een plan hebben. Onthoudt u nu maar, dat u aan
uw plannen niets heeft. Als u op een gegeven moment voelt: ik moet in de loterij spelen, doe
dat dan maar. In die periode is de kans groot dat u dan op het moment het goede lot koopt en
dus niet alleen verliest, maar zelfs een kleine winst kunt boeken. Met zijn heel gewone dingen.
Op dezelfde manier kun je ineens een beslissing nemen ten aanzien van een medemens. Je
voelt dat deze de juiste is. Neem ze dan maar. Het betekent, dat er iets is geweest en
daardoor ontstaan veranderingen. Je bent van bepaalde problemen af. En als je bereid bent
aan te nemen dat daarmee niet de eindoplossing is gegevens maar alleen een verandering die
meer mogelijkheden biedt, dan zul je inderdaad ontdekken dat de volgende problemen
gemakkelijker zijn op te lossen.
Ik zal u nu de beloofde lijst geven: Houdt u rekening met het volgende:

100
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

De maand juni en het dorste deel van juli brengen bij de meeste mensen een kruising teweeg
tussen lichtzinnigheid en lichthoofdigheid. Daar velen van hen zeer druk bezig zijns ontdekken
zij dat zelf niet. Ze zullen in heilige overtuiging grote dwaasheden begaan. Wilt u
gebruikmaken van deze stroming leef zo luchtig en zo vrolijk als het u mogelijk is. Zorg dat u
nooit uw middelen of mogelijkheden zoals ze per dag bestaan overschrijdt. Maak geen grootse
plannen voor morgen. Bereid alleen datgene voor wat bijna onvermijdelijk schijnt. Wees niet
teleurgesteld als het dan toch nog vergeefs is.
Als we de eerste 10 dagen van juli voorbij hebben zien gaan, wordt het voor de meeste
mensen een wat beschouwelijker periode. Ze zijn dan geneigd wat dieper op de dingen in te
gaan. Ze vragen zich af, of ze niet bepaalde dingen moeten gaan leren. Misschien overwegen
ze te ver anderen hetzij in hun gedrag, hetzij in een deel van hun dagelijks leven. Deze
periode, die loopt tot ongeveer 25 augustus, moet u niet zien als beslissend. Hier kunt u
bepaalde varianten gaan aanbrengen: daar is helemaal geen bezwaar tegen. Maar onthoudt u
dat die varianten allemaal zeer tijdelijk zijn.
Bij een beslissing, die over een langere tijd haar invloed zal hebben (het veranderen van
banen om een voorbeeld te noemen, het aangaan of verbreken van relaties), zou ik liever even
nadenken en wachten tot eind augustus, begin september. In die tijd namelijk worden heel
veel dingen helderder zichtbaar.
Er zijn wel wat meer conflicten in de wereld om u heen, maar tenzij u zich daarmee bemoeit,
zult u er heel weinig mee te maken hebben. Realiseer u dat u in deze tijd eindelijk kunt
overzien wat de beste benadering is. Nu heeft u gegevens genoeg om op een gegeven
ogenblik te zeggen: Dit is nu mijn verdere keuze.
Als u in de voorgaande periode alles geforceerd wilt oplossen, zult u zien dat u grote fouten
maakt: d.w.z. dat uw problemen toenemen. Wacht u tot de daarvoor gunstige periode, dan
zult u daarentegen merken dat de problemen inderdaad oplosbaar zijn en dat u zelfs, ongeacht
de verwarringen die overal rond u optreden, in staat bent om een vaste koers te sturen en er
tenslotte, zeker in vergelijking met anderen, nog heel goed van af te komen.
Als u september heeft gehad en de eerste 5 dagen van oktober, dan wordt het weer een beetje
grilliger. U zult zelf ook wat grilliger zijn. Het is een tijd om drie keer na te denken voordat je
één keer iets zegt. Het is een tijd waarin je niet bezig moet zijn met de rekening die je morgen
krijgt, maar de rekening die je vandaag hebt gekregen, heel goed moet controleren. Het is een
tijd waarin iedereen en alles fouten maakt tot computers toe. Voeg u daar niet bij. Houd er
rekening mee.
Gedurende deze hele maand oktober en zelfs tot half november toe blijft u dus vooral op het
vinkentouw zitten. Controleren kijken, geen beslissingen forceren, maar aan de hand van de
feiten bij de dag beslissingen nemen. En om het dan helemaal vol te maken, dan heeft u het
jaar uit:
In de decemberdagen is er bij velen natuurlijk de hang naar huiselijkheid en gezelligheid. Veel
mensen zijn gehaast en een klein beetje onberekenbaar. Het is een tijd dat je heel goed moet
uitkijken in het verkeer.
Wat uzelf betreft, als u nu uw persoonlijke relaties op de voorgrond gaat schuiven, dan schept
u problemen. In de persoonlijke relaties is enige terughoudendheid, een welwillende
terughoudendheid vooral, noodzakelijk.
Daarnaast zult u gedwongen zijn beslissingen te nemen. Neem zo'n beslissing altijd zo, dat u
anderen met de lasten van uw probleem niet alleen belast, maar als u een beslissing heeft
genomen, houdt u daaraan. U zult geneigd zijn om ze de volgende dag te herzien, te
herroepen. Doe dat niet. Een genomen beslissing moet u dan een aantal dagen handhaven.
Ten laatste krijgen we het einde van het jaar met alle uitbundigheden, goede voornemens,
voor de spiegel staan en zeggen dat je nu toch vooral minder zult snoepen, minder zult roken
of beter zult zijn voor anderen. De leugens, die men zo tegen het nieuwe jaar zichzelf graag
vertelt. Houdt u alstublieft niet met deze bespiegelingen bezig. De voornemens, die u maakt
zijn over het algemeen de beloften aan uzelf die u het eerst breekt.
101
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 9 – De werelden van licht

Vraag u wel in deze eindperiode af op welke punten u een verdere ontwikkeling wenst en op
welke punten u eigenlijk beperkingen noodzakelijk acht. Maak er geen probleem van. Begin er
niet achteraan te jagen, maar constateer ze. Ga dan aan het werk om do voor u wenselijke
ontwikkelingen te bevorderen: het andere komt vanzelf.
Hiermee heeft u dan een klein overzicht van tendensen. Ik ben zo vrij geweest ze niet allemaal
te splitsen in kosmische en geestelijke golven en stralingen. Het wordt dan alleen maar
onbegrijpelijker.
Deze algemene gedragslijn maakt u al duidelijk dat, als de mens een beetje rekening houdt
met de tendens van een bepaalde periode, hij zijn problemen veel beter kan oplossen en er in
ieder geval voor kan zorgen dat een bepaald probleem niet onbeheersbaar wordt. Want heel
vaak begint het met iets dat gemakkelijk te corrigeren is. Maar als u op dezelfde manier blijft
verder gaan en de wereld wil dwingen zich aan te passen aan de door u gekozen oplossing,
dan blijkt dat u in de wereld zodanig verward raakt, zodanig gebonden bent, dat u uw vrijheid
van handelen en beslissen eigenlijk verliest, terwijl het probleem blijft bestaan
Bent u verder gevorderd in de magie en wat dies meer zij, dan zou ik zeggen: Roep de beste
geest aan die u kunt vinden en doe dat op de geëigende tijd. De zonnegeest b.v., is altijd heel
erg goed om gebrek aan energie bij uzelf en bij anderen te corrigeren. Maar als u een beetje
meer rechtlijnigheid voor uzelf gewenst vindt, dan richt u zich eerder tot de geest van Mars. Ik
neem aan, dat de meesten van u daarvan niet op de hoogte zijn, tenminste niet voldoende.
Houdt u dan maar bij het leven van de dag.
Houdt rekening met de door mij genoemde tendensen, de door mij genoemde perioden en los
uw problemen niet in één slag op, dat gaat toch niet, maar verminder hun betekenis door u
elke dag aan te passen aan de mogelijkheden die er zijn.
Richt u op de invloeden en krachten die u zelf aanvoelt en die rond u werkzaam zijn om kleine
beslissingen te nemen, kleine voornemens waar te maken en zo metterdaad uw probleem op
te lossen. Want mensen kunnen hun problemen oplossen, maar zodra ze dogmatisch denken
in welke richting dan ook vergroten ze alleen maar de problemen en gaan ze onder aan zelf
geschapen problematiek. Wat hiermee dan geconstateerd zij. Ik zal hiermee dan ook mijn
bijdrage besluiten.

102
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

LES 10 - DE INNERLIJKE WEG

In je schuilen de mogelijkheden waardoor je je verbondenheden met het geheel kunt
realiseren. Alle werelden, alle sferen, alle bestaansmogelijkheden zijn doel van het geheel. Ze
zijn eeuwig en in de eeuwigheid altijd en volledig aanwezig. Dat geldt ook voor ons eigen
wezen.
Alle facetten van ons wezen, al wat we zijn geweest, kunnen zijn en zullen zijn in die
eeuwigheid, zijn in de totaliteit verwerkelijkt. Als wij dan zoeken naar een innerlijke weg, dan
is dat zoeken naar onze eigen werkelijkheid. Het betreden van hogere werelden en sferen lijkt
misschien reizen in geestelijke contreien, het is in wezen ontdekken wat we zelf zijn. Alles in
het gehele leven, of we het toegeven of niet, voert ons tot onszelf.
Een innerlijke weg kun je niet volgen door een scheiding te maken tussen datgene wat je
innerlijk bent en wat je naar buiten toe doet. Alles wat je bent, ben je totaal. Als je het ene
doet en het andere innerlijk wilt beleven, kom je in strijd met jezelf en krijg je geen resultaat.
Je komt in illusiewerelden terecht, de begoocheling overspoelt je en voor je het weet, ben je
eigenlijk gevangen in een web van eigen dromen die waar zouden kunnen zijn, indien je in
jezelf maar de kracht en de mogelijkheden zoudt vinden om ze ook waar te maken.
Het is deze moeilijke weg waaraan we vele beschouwingen hebben gewijd. Wij hebben ons
beziggehouden met aspecten van contemplatie, van meditatie. Wij hebben ons afgevraagd hoe
we hogere werelden kunnen bereiken en of we daar eventueel met, of zonder een gids
misschien iets kunnen leren. Laten we dan nu aan het einde van deze cursus constateren dat
het enige dat we kunnen leren is: weten wat we zijn. Daar komt alles eigenlijk op neer.
In een wereld van verschijnselen lijkt het misschien een beetje vreemd, als je een bijna
narcistisch gebaar maakt door te zeggen: Alles keert terug: het is een beeld van jezelf.
Maar moeten we dan uitroepen dat de hele wereld je domineert, dat je slaaf bent van het lot?
Zeker, je bent in zekere zin slaaf van je persoonlijkheid. Je bent gebonden aan al die dingen
die in je zitten, die binnen de sfeer van je mogelijkheden bestaan. Alles wat je ooit aan levens
zult doormaken, behoort bij de kern die je bent, is deel van het eerste bewustzijn waaruit alle
vormen, alle levens, alle sfeerbelevingen voortkomt. Je kunt niet aan jezelf ontkomen. Je bent
in je beperkte werkelijkheid altijd de slaaf van je totale werkelijkheid, die - of je wilt of niet - je
wezen en je lot bepaalt en domineert.
Wij vluchten vaak weg voor dit feit. Wij denken dat we werelden kunnen veranderen en dat we
onszelf kunnen veranderen. In wezen kunnen wij alleen maar kiezen uit de mogelijkheden die
in ons reeds bestaan, die aanwezig zijn. Soms is ons voorstellingsvermogen zo groot dat we
dingen willen zijn en dingen willen doen die niet passen bij het heden, d.w.z. bij de
mogelijkheden nu gemanifesteerd die behoren bij ons wezen. Dan zullen we willen, maar als
we naar rechts denken te gaan, gaan we toch naar links. Er is geen keuzemogelijkheid voor
ons.
Als wij zeggen: Ik wil de waarheid vinden, dan kunnen we alleen een waarheid vinden die wij
al kennen. Want er is geen mogelijkheid om een werkelijkheid te betreden, indien we niet het
begrip bezitten waardoor ze voor ons wezenlijk, hanteerbaar kan worden.
De innerlijke weg is als zodanig dus een wat wonderlijke en wat zware. Maar voordat iedereen
nu gaat zitten en zegt: Als het toch door mijzelf wordt bepaald, dan doe ik maar niets en het
gebeurt toch wel, zou ik erop willen wijzen dat wij onszelf ook waarmaken. Een groot gedeelte
van ons leven en al wat we doen is - bewust of onbewust – een poging om waar te maken wat
we zijn. Daarom is er vanuit onszelf, zolang we geen schuldgevoel t.a.v. onszelf of in onszelf
veroorzaken, alles eigenlijk toelaatbaar.

103
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Er is geen grens behalve de grens van ons wezen. Als we de grens van het wezen benaderen,
kunnen we haar niet overschrijden. Men heeft wel eens gezegd: “Een mens is zo klein dat hij
God niet kan beledigen. Maar de mens kan denken dat hij God heeft beledigd en daar zal hij
onder lijden”.
Zo is het met ons ook. Wij zijn niet in staat om iets te doen wat tegen ons wezen ingaat. Maar
wij kunnen het zo eenzijdig beleven, zo eenzijdig overdenken en voorstellen, we kunnen er
misschien ook eenzijdige verwachtingen aan verbinden, dat we juist daardoor komen in een
situatie dat ze zeggen: Dat is niet goed.
Het is niet zinvol, meen ik, om bij de afsluiting van deze cursus nog in te gaan op vragen over
goed en kwaad. Wij hebben dat al uitvoerig gedaan. Misschien moeten wij wel ingaan op de
vraag: Kan ik de innerlijke weg die ik ga soms leren kennen? Daar is inderdaad een antwoord
op te geven.
Of wij nu wel of niet mediteren, contempleren of eigenlijk voornamelijk in actie leven, er is in
ons een moment van bevestiging op die ogenblikken dat we volledig overeenstemmen met
onze ware persoonlijkheid. Sommigen noemen het verrukking of het beleven van het licht.
Anderen zeggen alleen: Het is een onredelijke blijheid. Deze dingen zeggen ons: Hier ben je
jezelf. Hier ben je waardig aan dat deel van de totaliteit dat je bent.
Er zijn ook mensen die zeggen: Ik worstel, ik zwoeg en ik lijd. Is dat dan niet de bevestiging
van mijn wezen? Mijn antwoord moet dan luiden: Neen. Het wonderlijke is, dat de bevestiging
van ons leven, van onze werkelijkheid - waar en hoe deze ook geschiedt - ons achterlaat met
een gevoel van tevredenheid. Ik wil niet zeggen dat u luid jubelend zult ronddansen. Misschien
zult u zich van binnen voelen als een spinnende poes die voor het raam in de zon ligt en
denkt: laat mij rusten, want de wereld is goed.
Dit gevoel van tevredenheid is beslissend. Als wij ontevreden zijn, als wij voortdurend
problemen hebben en ze zien als onoverwinbaar of als lasten waar we niet meer tegenop
kunnen, dan zijn we niet alleen in strijd met onze wereld, zoals we denken, of de wereld is
schuldig tegenover ons. Neen, dan zijn we niet in harmonie met datgene wat we zelf zijn. Wij
hebben dan een verkeerde benadering gekozen en is onze benadering van het probleem maar
ook van onze mogelijkheden verkeerd. Er is dus wel een soort maatstaf te vinden.
Nu zijn er bij die maatstaven veel zaken waarvan je je afvraagt: Hoort dit nu wel of niet bij de
innerlijke weg? Bijvoorbeeld: magie: paranormale genezing. Het antwoord is: ja. Op het
moment, dat ik in mijn denken, mijn handelen, mijn gevoelen uitgrijp naar het geheel dat ik
ben, zal ik kunnen waarmaken wat ik in mijn deelvoorstelling onaanvaardbaar schijn te vinden.
Een wonder is niet een mirakel dat tegen de wetten van de natuur ingaat. Het is een
toepassing van de natuurwetten op de mensheid op een zodanige manier dat wij zelf niet meer
begrijpen hoe dat gaat. Onze innerlijke wereld is voor een groot gedeelte onbegrijpelijk voor
ons, omdat wij eenvoudig de termen daarvoor niet hebben. Wij kunnen er de beelden, de
woorden niet voor vinden die ons zeggen: zo zou het moeten zijn.
Het is een benaderingsmogelijkheid, die op een gegeven ogenblik alle logica moet laten varen,
omdat er in het ik zoals het werkelijk is, geen logica heerst maar alleen een persoonlijke
structuur. Wij kunnen het ook niet wetenschappelijk ontleden, want het omvat zoveel
verschillende gebieden dat dat kleine beetje waarmee je wetenschappelijk kunt werken
eigenlijk alleen maar een heel klein eilandje is in een oceaan van onvoorstelbaarheden. Maar
alles zijn we zelf.
Zo zoeken we dan ook vanuit onszelf onze wereld te vinden. De wereld die ik beleef is
grotendeels dat wat ik naar mijn wereld uitstraal. Het wil niet zeggen dat die wereld een
droom is. Geen enkele wereld is geheel een droom. Het beeld van de wereld is echter een
droom. Ik vind in de wereld niet de werkelijkheid van de wereld, maar datgene dat ik zelf ben.
Ik vind in de totaliteit nimmer het wezen van de totaliteit. Als ik zeg: Dit is de totaliteit, dan
zeg ik feitelijk: dit ben ik.

104
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Als je aan een mens vraagt: Hoe zie je God? En hij vertelt je hoe dat wezen eruit moet zien,
hoe het moet zijn, welke eigenschappen het moet hebben, dan spreekt hij eigenlijk niet over
God maar over een ideaalbeeld van zichzelf, of hij het erkent of niet.
Wij hebben in deze cursus geprobeerd u duidelijk te maken hoe u de innerlijke weg kunt gaan.
Juist in deze laatste lezing relativeer ik dat allemaal. Ik maak u duidelijk dat het procédés zijn
die voor ons werken, maar die daarom nog niet een totale werkelijkheid weergeven. Ze zijn
slechts onze methode om een resonans te vinden met de werkelijkheid.
Als je bezig bent met een onderwerp als dit, dan hoor je steeds weer woorden als harmonie. Ik
moet zeggen, dat er soms zoveel over harmonie wordt gezegd dat het mij disharmonisch
stemt. Omdat ik zeg: Kun je daarover wel zoveel praten?
Wat is dan die harmonie, dat veelgeroemde woord? Is dat eigenlijk niet alleen maar het
volgens je eigen wezen antwoord geven op al datgene wat je niet bent?
Harmonie is de resonantie van de werkelijkheid die in je wezen speelt. Als je die innerlijke weg
gaat, dan zul je elke keer weer die wallen, die poorten, die tegenstanden ontmoeten waarvan
je zegt: Ja, nu moet ik toch werkelijk door die muur heenbreken. Ik moet een nieuwe
inwijding, een nieuwe graad hebben. (Ik geef toe, er zijn mensen die zo weinig graat hebben,
dat de nieuwe graad niet kan schaden.) Maar moet je nu werkelijk door de muur heen?
Neen. Je leeft in een beeld van jezelf, van je wereld. Er komt een ogenblik, dat je niet neer
harmonisch durft zijn met een beeld dat anders is, dat je niet durft aanvaarden wat je eigenlijk
al weet. Dat is je tegenstand, dat is de muur, dat is je gaan door de poort van inwijding.
Wat is het anders dan een tijdlang de ogen gesloten houden, omdat je niet durft zien wat
wezenlijk de verhoudingen zijn voor jou. En dan eindelijk de ogen open doen en zeggen: Goed,
mijn wereld is veranderd, maar ik ben er nog. Al die dingen zijn innerlijke processen. Denk
niet, dat er buiten u ergens een wereld is waar muren omheen staan met een poort erin. Dan
kunt u even doorlopen naar een hogere sfeer.
De sleutel van de waarheid ligt in uzelf. Hoe u die benaderd is niet belangrijk. Het is alleen
belangrijk dat u haar bereikt, dat u haar beleeft. Om dit te kunnen doen zult u van heel veel
vooropgestelde meningen afstand moeten doen.
Je kunt je zelf niet veranderen. Er zijn mensen die bang zijn voor muggen of voor muizen.
Anderen zijn het alleen voor olifanten, voor spinnen of misschien wel voor de atoombom of de
dreiging van rassen uit de ruimte. Die innerlijke angst heeft te maken met wat je bent, maar
ze maakt gelijktijdig duidelijk wat er aan mogelijkheden in je bestaat waarvoor je bang bent.
Mijn werkelijke vrees is nimmer alleen datgene wat buiten mij bestaat. Het is altijd ook een
beeld, een ervaring die in mij leeft. Je kunt zeggen: een mens die bang is voor muizen heeft
misschien in het verleden met muizen op een onaangename manier te maken gehad of in een
vorige incarnatie. Maar waarom? Het waarom blijkt weer in de totale tendens te liggen waarin
de persoonlijkheid zich manifesteert en uit.
Het schijnbare toeval is geen toeval. Het is onvermijdelijk gemaakt door de keuze die je deed
binnen de wegen van je mogelijkheden, van je innerlijk. Daarmee heb je je relatie met de
wereld bepaald. Dan kun je wel zeggen: Moeten wij dan vrezen? Neen, wij moeten niet vrezen.
Maar we kunnen soms niet zonder angst of vrees. Ook dit is deel van ons wezen. Zo goed als
de verwerping van toestanden, omstandigheden en veranderingen in de wereld waarin wij
leven. Wij worden er bang voor. Wij verwerpen ze niet omdat ze niet bij ons passen, omdat wij
er niet een harmonie mee kunnen vinden, maar omdat het een voorstelling bedreigt.
Wij moeten een nieuwe taal leren, nieuwe woorden leren en dat durven we niet. Daarom
grijpen wij terug naar zaken die eigenlijk een beetje mystiek en bijna onverstaanbaar zijn.
Ik kan begrijpen dat vele katholieken zeggen: Ach, geef ons toch de Latijnse Mis terug. Dan zit
je in een magisch gebeuren waarin de stemming en de sfeer een rol spelen en je niet meer
wordt geconfronteerd met begrippen. De mystiek is gewoon het wegvallen van de behoefte tot
begrijpen en daarvoor in de plaats het beleven.

105
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Maar waarom dan niet? Misschien wel omdat hun geloof alleen maar een geloof is, als het in
die onbestemde sfeer wordt gehuld. Zoals er anderen zijn die niet durven nadenken. Als het
niet in de bijbel staat, dan bestaat het niet. Waarom? Omdat zij angst hebben voor hun eigen
besef waardoor dat hele wereldbeeld, dat zo kunstig wordt opgebouwd en dat hun eigen
belangrijkheid onderstreept, zou wegvallen.
Zeg niet, dat we de gevangenen zijn van het noodlot, want dat zijn wij niet. Wij hebben dat
trouwens wel eens eerder gezegd. Maar omdat wij kiezen binnen de mogelijkheden die wij
hebben en feitelijk geen keuze kennen dus, verder reikt dan onze mogelijkheden, zullen wij
altijd weer vastlopen.
Een dichter zei eens, “Indien ik ooit zou zijn dat wat ik droom te zijn, hoe zonder pijn en vol
van zegen zouden mijne wegen gaan tot de oneindigheid en de bron van het bestaan. Helaas,
waar ik ook ga, kom ik toch steeds mijzelve tegen.”
Daar zit iets in dat je, als je de innerlijke weg wilt volgen, nooit moogt vergeten. Op elke weg
die je volgt, in elke procedure, in elke beleving ontmoet je niet alleen de wereld, je komt jezelf
tegen. Je hebt te maken met jezelf. Jezelf zijn is: de grootste kunst die er bestaat. Omdat
jezelf zijn niet slechts betekent bezig zijn met jezelf, maar dat je de gehele wereld gaat zien
als een weerkaatsing van je wezen en dat je door je uiting in de wereld gelijktijdig je eigen
innerlijk a.h.w. beter definieert, voorziet van nadere informatie en mogelijkheden t.a.v.
zichzelf.
De wereld van de mens is - of hij het wil of niet - een egocentrische. Het ik is en blijft het
middelpunt van het bestaan. Zeg dan niet: Ik wil altruïst zijn en eerst aan anderen denken.
Want je kunt niet aan anderen denken op een anders manier dan je zelf bent en denkt. Je kunt
je niet losmaken van het geheel. Hoogstens kun je voor een tijdlang je ermee versmelten.
Wanneer je een bloem contempleert of als het even kan een levende plant, dan kan er een
ogenblik komen dat je je een voelt met de plant: dat je de wervelingen van levenskracht voelt
- vaag en onbestemd misschien - die haar drijven: dat je deel neemt in haar onschuld en haar
gierigheid. Maar wat je erkent en wat je behoudt zijn dingen die ook in jezelf bestaan. Je bent
ze misschien lang vergeten, maar ze leven in je.
Mensen zeggen: Wij zijn mensen. Van Adam af zijn wij mensen geweest, wij zullen altijd
mensen blijven.
Als je de innerlijke weg durft volgen op grond ook van dit je een kunnen voelen met het
andere, dan zul je ontdekken dat je met heel veel vormen en heel veel bestaanstrappen
verwant bent, dat je daarin hebt beleefd, dat je daaruit ervaringen hebt geput en dat je
daardoor bent gekomen tot dit punt van beseffen waardoor deze levensuiting voor jou de
beste schijnt te zijn.
Zoek diep in jezelf, roept iedereen. Ik zeg u: Als je in jezelf zoekt naar jezelf, dan vind je niets.
Maar als je in jezelf zoekt naar begrip voor je wereld, dan ontmoet je jezelf, want je bent deel
van je wereld hoe beperkt ze ook moge zijne
Als de mensen zeggen: Zoek God in uzelf. Ach, misschien dat we een keer een innerlijk licht
ervaren als een mystieke vaagheid. Daar blijft het dan bij. Als wij echter zeggen: Laat het
begrip van God als een kracht in mij werken, door mij werken, vanuit mij gaan, dan komt er
een ogenblik dat wij onszelf tegenkomen er in ons veel van die goddelijke kracht erkennen.
Het is gemakkelijk genoeg te zeggen: Wij zijn allen kinderen van God. Als we dan ondeugend
zijn, zeggen we: Nou, dan maakt God voortdurend overuren. Maar wij zijn meer dan kinderen
en minder. Wij zijn er deel van. De geuite Godheid omvat ons. Wij zijn deel van de geuite
Godheid. Daarom kunnen wij in onszelf die Godheid ontmoeten. Niet als iets wat buiten ons
bestaat, maar als iets waarvan we deel zijn, iets wat ons wezen a.h.w. kenbaar maakt.
Een innerlijke weg is een weg naar waarheid, inderdaad. Maar kan er voor ons een waarheid
bestaan die we niet kunnen beseffen, die zich aan ons begrip onttrekt? O, we kunnen dat
compenseren met een geloof. Maar is een geloof eigenlijk niet de formulering van ons
onvermogen tot bewijzen van hetgeen wij toch als juistheid aanvoelen? Laten wij reëel blijven.

106
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Wanneer wij geloven, dan grijpen wij naar datgene wat een innerlijke werkelijkheid is en wij
proberen het een vorm te geven. Maar die vorm klopt niet. Het geloof wordt niet letterlijk waar
in onze wereld. Het is zelfs niet kenbaar als een waarheid. Het is alleen maar een soort
schaduw, een schimmenspel dat wordt opgevoerd en waarachter de werkelijkheid met
onbarmhartige hardheid voortdurend alles verslaat wat het geloof als een schone schaduw van
het ideaal heeft geprojecteerd. Ons geloof is de verminking van een werkelijkheid die in ons
leeft, niet de erkenning van een werkelijkheid die buiten ons leeft.
Als je de innerlijke weg gaat, dan moet je ook dat beseffen. Je geloof is een hulpmiddel. Hoe
meer je je geloof definieert en formuleert, hoe meer je het wilt maken tot iets dat direct slaat
op jouw wereld zoals je die buiten je ziet, hoe groter de kans is dat je het werkelijke contact
met de kracht waarvan je deel bent verliest.
Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde. Dat is zo'n mooie spreuk. De hele mensheid is
voortdurend bezig over iedereen te oordelen behalve over zichzelf. Toch, het enige waarover
wij enigszins kunnen oordelen is juist onszelf. En dan niet in de zin van goed en kwaad, want
dat heeft geen betekenis, maar in de zin van innerlijke juistheid, innerlijke vreugde, innerlijke
kracht in de ogenblikken waarin het ons ontbreekt. Deze tegenstelling maakt duidelijk wat
goed is voor ons, wat onze weg moet zijn, waar we eindelijk een bereiking kunnen vinden.
Alles wat wij hebben gezegd over de innerlijke weg voert toch tot deze conclusies.
Wij kunnen magisch of esoterisch werken. Wij kunnen met of zonder occulte en paranormale
krachten werkzaam zijn. Maar als we de innerlijke weg willen gaan, dan worden we altijd weer
geconfronteerd met hetgeen ik u heb gezegd.
In een wereld van onzekerheden zijn wij onze werkelijke zekerheid. In een wereld van
onvermogen zijn wij door de kracht die in ons leeft voor onszelf het enige wezenlijke
vermogen. Dat is niet een aanbidding van jezelf, eerder het tegendeel. Het is de erkenning dat
je zo sterk afhankelijk bent van je levensprocessen dat het belangrijk is om wat in je leeft in je
wereld waar te maken. En uit datgene wat je wereld je geeft aan goed en aan kwaad, als je
het zo wilt noemen, toch weer voor jezelf te beseffen: hé, dus zo ben ik ook, dat ben ik ook.
De innerlijke weg voert tot zelfkennis. Geen psychische of psychologisch verantwoorde
zelfkennis, maar tot een besef omtrent jezelf. Ik kan het niet anders uitdrukken. Dit besef stelt
ons in staat grenzen te overschrijden. Grenzen van besef, van aanvaarde mogelijkheid. Het is
geen geloof. Het is eerder een wijze van leven en werken.
Als wij zover zijn gekomen dat heel ons leven en werken door ons wordt gemanifesteerd als
deel van de totale kracht, dan hebben wij ook het punt bereikt dat wij God hebben erkend voor
zover wij Hem kunnen erkennen. Dan hebben wij het moment bereikt dat ons leven werkelijk
leven is. Dan spreken de gedachten van anderen tot ons. Dan spreken werelden en sferen tot
ons. Of wij ze begrijpen of niet, ze maken ons duidelijk: je bent deel van ons. En dit deel-zijn
aanvaardende ervaren wij de kracht waaruit alles is voortgekomen.
Wie die aanvaarding in zich volledig volbrengt en door zichzelf volledig uit, heeft de laatste
stap gedaan. Hij is een geworden met de totaliteit. Hij is de uitdrukking geworden van het
totaal dat hij eeuwig is en zo de volmaakte mens.

EPILOOG
Wanneer je bezig bent met de magie zoals die in alle tijden bestaat en heeft bestaan, wanneer
je je bezighoudt met alle esoterische scholen, van de meest geheime uit het verleden tot de
meest openbare van heden, dan zit je altijd weer te kijken en te denken: is dat nu de
innerlijke weg? Per slot van rekening, de meeste mensen denken dat de innerlijke weg iets is
dat diep-in jezelf verborgen zit. De werkelijkheid is heel anders.
Magie is het gebruik van krachten die ook in jezelf moeten wonen. Het kan een spel zijn met
krachten die ook buiten je bestaan, natuurlijk. Ze moeten echter ook in jezelf aanwezig zijn.
Dan zou ik zeggen: Elke vorm van magie is een vorm van de innerlijke weg, mits wij beseffen
wat we doen.

107
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Datzelfde geldt voor alle esoterische scholen. Dat is waar. Er is een kringloop van de ziel. Wij
kunnen spreken over de spiraal des levens. Het zijn allemaal dingen die ergens wel waar zijn.
Als we nu maar begrijpen dat het onze uitdrukking van waarheid is en niet de waarheid, dan
zijn we aardig op weg.
Als ik denk, maak ik mij een voorstelling. Kan ik mij iets voorstellen dat niet bestaat? Neen. Ik
kan mij wel iets voorstellen dat nu zo voor mij bestaat en misschien voor anderen niet: maar
niet iets dat niet kan bestaan. Met andere woorden: alles wat ik denk, is denken aan een
mogelijkheid.
Als ik nu maar sterk genoeg aan een mogelijkheid denk, dan vind ik - geestelijk en misschien
niet helemaal bewust - ergens de kans om een slot om te draaien, een deurtje open te maken
of een hoekje om te slaan en dan is alles plotseling waar, voor een deel of helemaal. Het duurt
vaak heel lang, soms wel jaren, om dat slot open te krijgen, het hoekje om te gaan (ik bedoel
niet het hoekje omgaan waardoor u bij ons komt), voordat iets helemaal waar wordt. Dat
komt, omdat wij zelf niet in staat zijn te geloven in de waarheid die wij eigenlijk kunnen
manifesteren,
Als wij dat nu doen en het wordt buiten ons kenbaar, dan zeggen de mensen: Dat is magie.
Dat is helemaal geen magie. Het is gewoon waarmaken wat er in ons leeft. Als ik besef, dat er
in mij een kracht bestaat en ik zeg: ik geef die kracht aan een ander, dan heeft de ander die
kracht, klaar. Dat is geen wonder, dat is geen magie. Het is gewoon besef plus het actief
maken van dat besef.
Alle vormen van magie die primitieve volken bedrijven, zoals voodoo, goena-goena, de magie
van de indianen die een beetje anders is, van de eskimo's die ook weer anders is, van de
negers die weer wat anders is, zijn vormen die allemaal zijn gebaseerd op het in jezelf een
waarheid vinden, het uitdrukking geven aan die waarheid hoe dan ook en op een gegeven
ogenblik is het waar.
Zoals de bekende regendans. Het is gewoon een dans die ze in de Woestijn dansen. Het gekke
is, dat dan heel vaak regen komt. Eerst kijken ze naar de hemel. Ze moeten tekenen zien dat
regen mogelijk is. Ze dansen niet op elk willekeurig moment. Het kan heel goed zijn dat
meteorologisch gezien er helemaal geen regen kan komen en dat zij er toch in geloven. Het
vreemde is, dat het dan toch gaat regenen.
Zo is het ook bij de eskimo's. Zij kennen de zalmdans. Dat doen ze tegen de tijd dat de zalm
de rivier op trekt. Zij komen dan bij elkaar en staan dan bij de rivier te huppelen en te dansen.
Ze beelden eigenlijk de worsteling uit van de zalm tegen de stroom en ze zeggen dan: dan
komt de zalm ook.
Ze doen dat in de tijd dat de zalm verwacht kan worden. Het vreemde is dat, als ze vandaag
dansen morgen meestal de zalm al in de rivier wordt gesignaleerd. Het zijn samenhangen.
Diezelfde samenhangen kent u ook in uw eigen wereld. U heeft een stukje papier, dat geeft u
aan de winkelier, die geeft u een ander stukje papier plus wat waren ervoor terug. Dan zegt u:
Ik heb gekocht. U heeft inderdaad gekocht. Maar wat is de werkelijkheid? Heeft u betaald? In
zekere zin, maar er is geen reële waarde uitgewisseld. Het gaat om een illusie. Maar die illusie
maakt het mogelijk dat de economie draait. Zo is dat nu ook bij de magie en de esoterie.
Wij hebben een aantal waarden nodig waarin we werkelijk geloven. Zodra die voor ons
vanzelfsprekend worden, functioneert de rest vanzelf. Het is niet een moeizame worsteling om
ergens terecht te komen.
Er zijn mensen, die voelen zich iemand die moet worstelen met de engel. Ik wist niet, dat
engelen worstelen. Waarom moeten we nu worstelen met een engel? Waarom moeten we
worstelen met God? Het klinkt ontzettend indrukwekkend: worstelen met God. Dat is nu
precies hetzelfde als een vlo zegt: Ik ga worstelen met een olifant. Ergens is dat waanzinnig.
Als we echter de realiteit begrijpen, dan gaat het niet om de worsteling, het gaat er
doodgewoon om, dat we hoe dan ook iets waarmaken waarin we zelf geloven en dat wij buiten
ons waar willen hebben. Als ons dat nu de beleving oplevert van een God waarmee we contact

108
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

hebben, dan is worstelen met God best. Dat mag voor mij. Of met een engel, ofschoon de
meeste engelen met wie wordt geworsteld nog in de stof leven.
Wat ik wil zeggen is dit: Wat we nodig hebben is iets waarin we werkelijk geloven, wat we
werkelijk ervaren, wat we werkelijk waar willen hebben. Als we dat werkelijk waar willen
hebben, dan wordt het waar.
Als wij in ons de waarheid willen beleven, dan moeten wij een voorstelling hebben van die
waarheid. Of die echt is of niet, dat doet niet ter zake. Wij moeten dat niet alleen innerlijk,
maar ook naar buiten toe proberen waar te maken. Dan ontstaat er iets in ons wat die
waarheid is of althans een waarheid is in de plaats van de waanvoorstelling die we waar
hebben genoemd.
Wij zijn een hele cursus bezig geweest om u te vertellen dat dat waar is. Eigenlijk hebben dus
niets anders gedaan dan u een beeld te geven van verschillende mogelijkheden en waarheden
die nu toevallig worden samengevat onder het begrip: de innerlijke weg. Per slot van rekening,
de innerlijke weg is soms ook een buitenweg. Veel snelwegen vind je eigenlijk niet. Het is een
kwestie van hoe kun je het benaderen? Hoe kun je het bekijken?
Er bestaan geen vaste wetten en vaste regels. Onthoudt u dat maar. Maar dat waarin we zelf
niet kunnen geloven, waarvoor we zelf niet al onze kracht kunnen gebruiken zowel naar buiten
als naar binnen toe, zal nooit waar worden. Op het ogenblik echter, dat we in onze wereld zijn
en doen wat er in ons bestaat als noodzaak of als mogelijkheid en met wat we daar
waarmaken een eenheid vormt, dan hebben wij een invloed geschapen die niet alleen onze
wereld verandert maar ook onszelf. Dat is erg belangrijk.
Er is iemand geweest die heeft gezegd: De mens is eigenlijk de rups van een verlichte geest.
Dat vind ik heel mooi. Niet dat ik wil ontkennen dat sommige mensen al vlinderachtige
neigingen hebben. Sommige mensen vinden rupsen mooi, anderen vinden ze griezelig. Het
beeld geeft duidelijk aan wat waar is.
Wij zijn in een proces van ons te voeden met ervaring. Als wij ons voldoende gevoed hebben
met die ervaring, komt er een tijd dat we geïsoleerd zijn van onze wereld, dan zijn we alleen
bezig met de verandering in onszelf. Dat is onvermijdelijk. Het is een natuurlijk proces. Als we
daar uitbreken, lijkt het of wij helemaal veranderd zijn. Wij zijn natuurlijk dezelfde.
De vlinder en de rups zijn twee vormen van een en hetzelfde wezen.
De hoogverlichte geest en de mens die stofgebonden op aarde worstelt, zijn ook twee vormen
van een en hetzelfde wezen. Als we begrijpen wat we zijn, begrijpen met welk proces we bezig
zijn, dan zullen wij veel meer van de werkelijkheid kunnen gebruiken, veel meer van de
werkelijkheid kunnen beseffen en ons tenslotte kunnen losmaken van alle illusies die ons
belemmeren als we de werkelijkheid helemaal willen beleven.
Het is reuze leuk te vertellen over de sferen. Sferen zijn werelden. Zo zijn contacten tussen
wezens die een gezamenlijke wereldvoorstelling hebben. Maar als u zo'n wereldvoorstelling
heeft bereikt: heeft u dan de werkelijkheid bereikt? U heeft alleen uw ervaring van
mogelijkheden uitgebreid. Pas op het ogenblik, dat u alle mogelijkheden in uzelf bevat, heeft u
de werkelijkheid.
Wie zich dus bezighoudt met de innerlijke weg, moet als eerste voorwaarde goed begrijpen:
elke manier om de weg te gaan is goed, als het uw manier is. Maar dan moet u er werkelijk
ook helemaal in kunnen opgaan.
Een tweede voorwaarde is: u kunt de innerlijke weg niet alleen volgen in uzelf, want uw wereld
moet a.h.w. de weerkaatsing vormen van het innerlijke proces, anders komt u niet verder. En
of u dan de resultaten magie wilt noemen, geestelijke bereiking of inwijding doet niet ter zake.
Namen hebben weinig betekenis, zeker in dit verband. Wat betekenis heet is wat u innerlijk
voelt, wat u in u beleeft.
Als ik u nog een paar tips mag geven aan het einde van deze cursus. U heeft ze misschien al
eens gehoord, maar het kan nooit kwaad ze nog eens te herhalen:

109
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

Onthoud, dat werkelijkheid voor ons op z'n minst vrede moet betekenen en als het even kan
vreugde. Laten we daarom niet bang zijn voor de vreugden van ons leven ,mits wij ze in
onszelf als deel van onze eigen werkelijkheid kunnen aanvaarden. Dan zullen wij daardoor
ongetwijfeld lichter van binnen worden en gelijktijdig vrijer naar buiten.
Bouw nooit op datgene wat buiten je is. Wat buiten je is, zie je toch nooit helemaal goed. Zelfs
niet de medemensen die je denkt het best te kennen. Ze zijn toch nog een beetje anders dan
je dacht. Bouw gewoon op jezelf.
Zoek vanuit jezelf je harmonie met de wereld, maar zoek het dan wel zo, dat het zo gezellig
mogelijk blijft. Een mens, die zichzelf kwelt om door deze zelfkwelling zich te bewijzen dat hij
rijp is voor een toestand van vrede, vind ik een dwaas. Dat is iemand, die zich laat overrijden
om voortaan in staat te zijn deel te nemen aan het snelverkeer. Dat is waanzin.
Je leeft om te leven. Alle mogelijkheden van je leven staan voor je open. Dus kies nu die
ervaringen die een beetje bij je passen en waarmee je nog een beetje gelukkig en blij kunt
zijn, waaruit je ondanks alles nog een beetje kracht kunt putten. Probeer dan ook om al die
dingen niet alleen maar als een uiterlijk proces te zien. Zie ze ook als een deel van jezelf, dan
wordt je in jezelf bewuster.
Als je dat bewustzijn eenmaal hebt, dan is het vaak een kleine moeite om je gedachtenbeeld
iets concreter te maken en met je hele wil en al je kracht naar buiten uit te stralen.
Als u dat allemaal heeft gedaan en als u alles wat er in de cursus is gezegd heeft geprobeerd
en heeft geprobeerd aan te passen aan uzelf, dan denk ik zo dat er een ogenblik komt dat
anderen denken dat u nu de dames de heksen en de heren de tovenaars zijn, omdat u zoveel
gekke dingen kunt doen. Maar onthoud: het is niets bijzonders wat u doet. Het moet deel zijn
van uw dagelijks leven. Voorbeeld: Als u zegt: Ik zal u genezen, maar gelooft gij aan God?
Gelooft gij aan die werking van de geest? Gelooft gij aan dit en aan dat, dan zal ik uit de
kracht van dit en van dat u genezen. Nu zijt gij genezen. Dan heeft u een hele komedie
opgevoerd. Maar soms kan het toch helpen.
Komedie helpt ook veel, want veel ellende van de mens is ook maar komedie die ze voor
zichzelf opvoeren om zich te rechtvaardigen in een wereld waarin ze geen raad meer weten.
Maar dan is het al niet waar, dan is het niet echt.
Als je zegt: Die mens is ziek. Natuurlijk, die genees ik. Zonder je af te vragen wie het zal doen
of hoe. Dat is niet belangrijk. Per slot van rekening, als je een slokje neemt van het een of
ander drankje, dan zeg je ook niet: zo zal ik het in mijn mond nemen, zo zal ik het doorslikken
en zo zal ik het proeven. Behalve misschien wijnproevers. Dat zijn mensen die meest kostbare
vochten gebruiken om hun tanden te spoelen.
Begrijp mij dus goed. Wat ik in deze narede wil zeggen: Je moet het op je eigen manier doen.
Maar je moet het zo natuurlijk mogelijk doen. Het moet gewoon deel zijn van jezelf, van je
innerlijk leven maar ook van je wereld daar buiten.
Zet geen grenzen tussen je innerlijke werkelijkheid en de werkelijkheid buiten je. Als je daarin
slaagt, dan heb je de innerlijke weg gevonden. Dan heb je ook een weg gevonden naar een
veel grotere waarheid, een veel bevredigender en prettiger leven zelfs en vooral naar een
grotere eenheid met alle mogelijkheidswerelden inclusief de sferen waarin je ooit hebt vertoefd
of ooit zult vertoeven.
Ik durf u niet garanderen dat u dan plotseling weet wat al u vorige incarnaties zijn geweest.
Per slot van rekening, wat heeft u eraan te weten: ik ben vroeger een slaaf geweest, daarna
ben ik een vorst geweest en daar voor was ik een aardvarken. Als je daaraan denkt, denk je:
dat aardvarken werkt nog aardig lang door. Dat heeft geen zin. Je kunt het wel interessant
vinden. Alleen in heel zeldzame gevallen kan het wel eens helpen om je huidige leven beter te
begrijpen.
Als u uw huidig leven kunt aanvaarden, verwerken en begrijpen, met alle krachten erin, de
relatie tussen binnen en buiten voortdurend als eenheid beschouwen en niet als grote

110
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

verschillen of tegenwichten, dan heeft u de innerlijke weg niet alleen gevonden, maar u beleeft
haar.
Uit die beleving zult u geestelijke werelden leren kennen waar u bij past. Uit die beleving zult u
alles omtrent uzelf leren beseffen voor zover het betrekking heeft op het heden.
Tenslotte en daar gaat het toch om, zult u waarschijnlijk niet zo vaak meer op aarde
terugkomen. Dus dan kunt u in een geestelijke sfeer, in een geestelijk leven aan een groter
geheel deelhebben.
Vergeet één ding niet: deze wereld waarin u heeft geleefd, blijft er altijd deel van. Want een
innerlijke weg is en blijft een weg. Het bewustzijn kan hem bewandelen, de weg blijft bestaan.
Een bewustzijn dat de weg in zijn geheel beseft, heeft een voleinding bereikt.
Daar wil ik het bij laten
Het is de waarheid zo goed als ik haar kort kon samenvatten. Als u de neiging voelt om een
beetje aan magie of aan esoterie te doen, denk daar eens over na. Probeer uw eigen
werkelijke weg te vinden.

LEVENSMOED
Ja, je moet leven. Maar als je niet moedig genoeg bent om te leven, ontbreekt de levensmoed.
Toch is leven onontkoombaar. Het onontkoombare aanvaarden betekent de moed hebben om
het onder ogen te zien.
Levensmoed vloeit voort uit ons besef dat het leven onvermijdelijk is en dat we in dat leven
steeds alleen maar het beste moeten maken voor onszelf uit al datgene wat het leven maar te
bieden heeft. Gewoon verder gaan. Je niet afvragen wat is geweest en wat zal komen, maar
vandaag leven zo intens, zo volledig mogelijk. Niet bang zijn voor wat er kan gebeuren, maar
eenvoudig datgene doen wat nu noodzakelijk is.
Levensmoed is eigenlijk de uitdrukking van de levenskracht die in ons is, maar nu zonder
voorbehoud.
Levensmoed is de weerkaatsing van de eeuwigheid, zelfs in de beperking van ons huidig besef.
Laat ons dan leven in vreugde. Dat kunnen we alleen bereiken, indien we de moed hebben om
het leven zoals het is te aanvaarden. Alles wat erin bestaat onder ogen te zien en zo nodig
tegemoet treden zeggende:
Niets kan mij gebeuren dat erg is, tenzij ik zou vergeten dat wat er in mij leeft en dat wat ik
zelf ben.
Vrienden, hiermee is deze cursus afgelopen. Ik weet niet hoe u erover denkt, wij vinden dat
het gemiddelde rendement toch redelijk hoog is geweest, zelfs onder degenen die heel weinig
aanwezig waren, maar die de lessen gelezen hebben. Wij zijn blij, dat we nog zoveel resultaten
hebben kunnen bereiken.
Wij hopen, dat u die vreugde zult kennen van de resultaten die u waar heeft gemaakt in uw
werkelijkheid en in uw wereld.
Wij wensen u veel kracht, veel licht en zelfs veel levensmoed toe, opdat u de vreugde, die
bestaan betekent, voortdurend intenser moge beleven.

ZEKERHEID
Het enige waarvan we zeker zijn is: dat niets zeker is. De mens, die zekerheid zoekt, zoekt
geen zekerheid in de zin van het vaststaande feit. Hij zoekt de geborgenheid, het zich veilig
weten tegenover de feiten. Daarom zijn zekerheden altijd dingen die voortdurend verschuiven
en veranderen.
Wie zekerheid wil hebben, kan die vinden in zichzelf. Want in de mens zelf zit een voor die
mens bepalende norm, een voor hem bepaalde structuur. Wie deze vindt, heeft het enige, dat
voor hem onveranderlijk zeker zal zijn gedurende zijn gehele leven.

111
© ORDE DER VERDRAAGZAMEN
Sleutels jaargang 29: 1983-1984 - cursus 1 – De innerlijke weg
Les 10 – De innerlijke weg

De uitingen ervan kunnen anders worden, natuurlijk. Door conditionering kan de uitdrukking
een andere worden, zeer zeker. Maar wat je bent dat zul je altijd blijven.
Wie deze zekerheid vindt, heeft het enige uitgangspunt gevonden van waaruit hij ware
zekerheden kan ontlenen aan de voortdurend in flux verkerende kosmos daar buiten. Want
jezelf daarin erkennende, de processen van je wezen erkennende in al het andere, kom je dan
tot het besef van verwantschap en dat is zekerheid.
Wij zoeken zekerheid tegen vijanden, tegen het andere. Maar als we in ons beseffen wat we
zijn, is er geen andere meer: dan is er alleen de weerkaatsing van ons eigen ik.
Wie zichzelf niet vreest, behoeft dan ook de kosmos en de wereld niet te vrezen. Wie beseft
hoe de eeuwigheid in hem bestaat, behoeft de dood niet te vrezen.
Zekerheid is: vind de kern van je eigen wezen en erken je dan in al datgene wat er om je heen
gebeurt, wat zich rond je manifesteert.
Ik kan er alleen maar één ding aan toevoegen: De grote moeilijkheid is niet om jezelf te
kennen, maar om het beeld dat in je bestaat omtrent jezelf te aanvaarden zonder te proberen
de dingen weg te verklaren of, zoals een kennis van mij heeft gezegd, je zonden tot deugden
te verklaren en omgekeerd.

112