You are on page 1of 7

© Orde der Verdraagzamen Zondagochtendkring

Zondaggroep II, 11 februari 1962.
Goeden morgen, vrienden,
Ik zou op deze ochtend graag bepaalde ontwikkelingen van de tijd verder willen gaan bezien
en wel speciaal in verband met de veranderingen, die gelegen zullen zijn in leer, in mentaliteit
en ook in kosmisch inzicht.

"HIJ, DIE IN ZICH DE WAARHEID ERKENT, ZAL ROND ZICH DE WAARHEID ZIEN.
DOCH WIE ZICHZELF BEDRIEGT, LEEFT IN EEN WERELD VAN LEUGEN."

Een belangrijke uitspraak, door mij lichtelijk geparafraseerd, die m.i. kentekent wat er fout is
in de huidige tijd, maar gelijktijdig ook kenschetst het goede van wat gaat komen. Want wie in
zichzelf de waarheid kent, weet voor zichzelf precies wat hij is, wat hij wenst, wat hij wil doen.
Er is geen reden om zichzelf iets voor te liegen. Er is geen enkele reden om de wereld anders
te willen zien en te interpreteren dan zij is, want hij kent zichzelf.
Helaas, als een mens gebonden is aan een illusie, aan waan, als hij zich laat betrekken in het
wonderlijke spel van menselijke gedachten en menselijk oordeel, toegepast op de eeuwige
waarden, kan hij niet meer eerlijk de wereld zien. Hij kan de waarheid daarin niet erkennen.
Eerlijkheid is een van de belangrijke punten, die de toekomstige ontwikkelingen zal vormen tot
een nieuw erkennen en een nieuw bereiken. Want, vrienden, de huidige tijd en de huidige
invloed, hoezeer zij ook mogen neigen naar het mystieke en het occulte, zijn toch tenslotte
niets anders dan een tijd van waarheid.
Nu kan een waarheid op velerlei terrein tot uiting komen. Ik zou hier dus gaarne even
vasthaken aan de astrologische vergelijking, waarbij wij de tekens vereenzelvigen met gelijke
elementen.
Aquarius is een luchtteken; het meest ijle element dat men op aarde kent: licht, beweeglijk,
alles omvattend, maar ook voor de mens levengevend. Zoals de lucht, de atmosfeer rond u, is
ook de lichtende kracht van Aquarius; maar zij kan niet gebonden zijn aan de traagheid van
bergen en dalen, zij kan niet gevangen zijn in de rusteloze eentonigheid van een bewegende
ziel. Aquarius is als de wind. De wind, de beweging, de atmosfeer, die van continent tot
continent stormt, nu de zeeën opzwepend dan de bergen strelend; nu de bomen snoeiend voor
het voorjaar dan weer zacht ritselend in het rijpend graan.
Er is een speels element in de tijd, die komt, en deze invloed dienen wij wel te begrijpen. Een
zekere speelsheid, die onvermijdelijk is, want met alle kalmte en diepte, die de lichtende
krachten van deze tijd in zich dragen, hebben ze iets van Puck, iets van de op zichzelf goede
elf, die Shakespeare ons stelt als een van de centrale figuren in de Midzomernachtsdroom.
De leringen van deze tijd moeten daaraan zijn aangepast. Zij kunnen niet volstaan met de
hardheid en het materialisme. Ook de ijlheid van het zuiver mystieke is hun vreemd. Er is een
speelse wisseling, waarbij een direct begrijpen van materiele noden, van materiele behoeften
wordt verrijkt door de soms zelfs geestig spitsvondige infusie van het geestelijk element.
De leringen, zoals deze tijd gaat voortbrengen en zoals zij dus nu al langzaam ontstaan,
hebben als kenteken een poging de elementen van geest en stof samen te vatten in één
onverbrekelijke band. Men kan hieraan niet ontkomen, Want slechts indien geest en stof met
elkander verbonden zijn, zal de mens in zijn trage aardgebondenheid toch iets van de
etherische krachten van de geestelijke werelden in zich kunnen erkennen. En slechts wanneer
de geest uit haar etherisch beleven vrijelijk en zichzelf erkennend, een voertuig in de stof kan
vinden, zal zij de juiste ervaring en handelwijze vinden, die voor haar ontwikkeling
noodzakelijk is.
Ik stel als leer in de eerste plaats dan ook de leer van de persoonlijke ontwikkeling. Ik wil niet
voortborduren op het stramien der voorgaande lezingen, waarin u steeds weer is gezegd, dat
persoonlijke aansprakelijkheid, het zelf dragen van verantwoordelijkheid, het zelf bepalen van

ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT …. 1
Orde der Verdraagzamen

eigen richting belangrijk zijn. Dit zal u voldoende verkondigd en daardoor bekend zijn. Er is
echter een ander element, dat - naar ik meen - nog niet zo sterk op de voorgrond kwam.
Wanneer wij uitgaan van een tijd, waarin eenheid (de binding a.h.w. van de mensheid als
geheel met de kosmos als geheel) tot stand moet komen, dan kunnen wij niet uitgaan van een
stoffelijke of beperkte band. Wij moeten uitgaan van het geestelijke element. De ware band en
de verbondenheid moeten gelegen zijn in het elkander geestelijk begrijpen en doordringen. De
stoffelijke elementen zijn daarbij niet meer dan de speelse uitbeelding van al datgene, wat
geestelijk wordt beseft en tot stand gebracht. Daarom zou men de leer misschien als volgt
mogen formuleren;
Dat, wat geestelijk in u leeft en in u wordt erkend als het hoogste, dient versmolten te zijn met
dit erkennen van het hoogste, dit geestelijk beleven in alle anderen, ongeacht of zij
bevoertuigd zijn in de stof, dan wel de vrijere en lichtere sferen van het geestelijke reeds
kennen.
De eigen geest moet steeds meer meester worden van het lichaam, opdat zij vrijelijk
uitgaande, wanneer de tijd daartoe is gekomen kan dwalen en contacten kan maken, ja, kan
samenwerken met al datgene, wat op geestelijk terrein de gezamenlijke actie voor grote
bewustwording begint in te zetten.
De stoffelijke handelingen en noden zijn bijkomstige verschijnselen geworden en zullen ten
hoogste dienen ter bevestiging of ter beproeving van innerlijk erkende waarden.
Illusies van de mens, zoals het afscheid door de dood, de noodzaak om stoffelijke dingen af te
handelen en steeds afgerond achter te laten, zullen moeten plaatsmaken voor het begrip, dat
het eigen wezen oneindig is, en dat dit oneindig en geestelijk wezen ook van uit een sfeer elke
actie verder kan volvoeren voor zover die geestelijk noodzakelijk is en elke binding, die is
aangegaan in geestelijk opzicht, tot in het oneindige kan continueren.
Ook moet wegvallen het valse respect voor het leven. Het leven, dat in deze dagen vaak heilig
wordt genoemd, omdat de mens meent, dat hij dit leven nimmer kan vervangen en niet het
nut van het al dan niet leven overwegende, het a priori heilig stelt zonder meer. Het leven is
alleen dan heilig, als de geest zich daarin uit; en wel op een bewuste en verantwoorde wijze.
Maar dan is dit leven tevens onaantastbaar. Want waar de geest uit haar eigen wereld en met
haar kracht bewust samenwerkt net haar stoffelijk voertuig, schept zij rond dit voertuig een
krachtveld, dat de onkwetsbaarheid waarin de ouden geloofden tot een werkelijkheid maakt en
dat de beheersing van alles zover doorvoert dat het lichaam kan worden gevoed uit de
straling, die de geest verzamelt, zodat het zonder lucht kan ademen, omdat het niets uit de
geest ontbeert en dus ook niets uit de stof werkelijk noodzakelijk is.
Vrij als een vlinder zal deze mens kunnen zijn, gaande van sfeer tot sfeer, van wereld tot
wereld en toch volbrengend in de stof.
Dit is de belofte van een toekomst, maar ook de basis van alle lering. Want, mijne vrienden,
hoe schoon en misschien ook. troostrijk deze woorden in uw oren mogen klinken, wij kunnen
ervan overtuigd zijn, dat gij eerst zelf innerlijk de juiste waarde en toestand moet bereiken, de
juiste band tussen geest en stof zult moeten vinden, voor dit alles werkelijk uw deel kan
worden, voor gij werkelijk en volledig de invloed van de nieuwe kosmische kracht zelve kunt
ondergaan.
Om de geestelijke vrijheid te gewinnen zal men moeten beseffen, dat de wetten en de leringen
van de geest te allen tijde dienen te overheersen en superieur dienen te zijn aan al, wat de
stof kent aan regel en wet.
Deze stalling is uit het huidige standpunt ongetwijfeld chaotisch en anarchisch, doordat zij al
datgene verwerpt, wat de mensheid in de oudheid heeft geschapen. Maar de mensheid heeft in
de oudheid haar wetten geschapen uit angst en uit wraak. Zij heeft ze geschapen uit tof
zelfbehoud en uit de behoefte om van anderen te nemen. Stoffelijke belangen en niet
geestelijke waarheid hebben tot op heden de orde van de wereld bepaald, nietwaar? Daarom
kan worden gesteld, dat zij voortkomen uit het resterend dierlijk element van de mens. Deze
tijd doet een beroep op de geest, op het werkelijk menselijke in de mens.
Dan klinkt de wet van de geest allereerst wel:

2 ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT ….
© Orde der Verdraagzamen Zondagochtendkring

"Gij zult niet voor uzelve eisen. Gij hebt geen recht eisen te stellen. Gij dient het kosmische
rond u te aanvaarden."
En de tweede wet luidt:
"Gij zult het licht steeds erkennen in en rond u, nimmer aarzelend en steeds weer
erkennende: dit is het licht, dat in mij is gewekt en dat ik in mij behoed."
Want de geest, die een ogenblik haar besef van licht laat doven, is in het duister, wie in het
duister is, erkent de waarheid niet. Het behoeden van het licht van bewustzijn en
bewustwording is een van de belangrijkste wetten. De derde geestelijke wet luidt:
"Slechts indien zij in volledige aanvaarding, in de gebondenheid die een mens misschien
liefde noemt (maar die meer is dan dit: het eenzijn met elkander zonder begrenzingen),
binnen haar eigen vermogens een wereld Gods beleeft, voldoet zij aan de eisen van haar
bestaan."
Dit zal gelden voor de materie zowel als voor de geest. Voor de geest geldt de wet:
“Er is geen grens buiten de grenzen, die ik mijzelf stel door bewustzijn en wil of door
ongewoonte.”
Hetzelfde zal gelden voor de mens:
Er is geen grens aan kunnen, aan mogelijkheid en bereiking, aan toelaatbaarheid, buiten de
grenzen die worden gesteld door eigen bewustzijn of door onvermogen tot het beseffen van
de hoogste kracht.
Ge ziet, dat deze geestelijke wetten veel van wat stoffelijk op dit moment als hoogste
waarheid wordt beseft schijnen aan te tasten, want zij erkennen niet de vaste vorm van een
wereld, die in een onveranderlijk patroon gehandhaafd dient te worden. Integendeel, zij
erkennen de lichtvoetigheid waarmee men kan dwalen van wereld tot wereld, waarbij waarden
en werelden voortdurend kunnen veranderen en het landschap van heden niet het landschap is
van het volgend moment maar slechts de realisatie van iets, dat gezamenlijk met anderen
bezeten wordt: een herinnering, een erkenning van de schoonheid, het bewustzijn van het
Goddelijke in een wel zeer bepaald en klein aspect van Zijn volheid.
Toch zal de mensheid zo dienen te leven. Want een ieder, die meent in de strakheid en de
gevormdheid van de materie verder te kunnen streven, zal ontdekken dat de materie hem
grenzen stelt, die zijn geest zullen breken.
Ook de mogelijkheden, die bestaan uit mystiek standpunt, uit mystiek ervaren, dienen niet
over het hoofd te worden gezien.
Voor de geest geldt:
Daar, waar ik mijzelf verlies in het bewustzijn van het Al, openbaart zich in mij de bron van
het zijnde en zal ik die zover mijn vermogen reikt kunnen erkennen.
Voor de mens zal gelden:
Daar, waar ik mijn wezen geheel en volledig zonder voorbehoud kan wijden aan de hoogste
krachten, die ik in mij erken, zullen zij zich in mij openbaren en zal ik de volheid van het
ware leven erkennen en ervaren, niet meer beperkt zijnde tot mijn eigen kleinheid.
Nu geloof ik, dat velen uwer op het ogenblik gaarne zich zullen vastklampen aan de ook in
mystieke beschouwingen geldende leer van trilling en hogere trilling, zich zullen vastklampen
aan het contact met een bepaalde wereld en sfeer, het contact met een bepaalde hoogste
kracht, want de mystiek van deze dagen is gecentreerd in deze dingen. Maar de mystiek van
morgen kan niet zo zijn. Zoals ik u reeds zeide, deze tijd is te speels om een dergelijke
beperking te aanvaarden. De mystiek wordt in feite tot een Unio Mystica, een mystieke
vereniging met het ongekende, een voortdurend in jezelf voelen doorstromen van krachten,
waarvan je het wezen misschien niet erkent, maar waaruit voor jou gedachten en bewustzijn
kunnen opbloeien. Het voortdurend ontrukt zijn aan de beperkingen van je eigen wezen, zodat
het lijkt, of je tienduizend ogen hebt en de wereld ziet op tienduizend wijzen, dat het lijkt of
plotseling sferen en werelden zijn samengevloeid tot een beeld van vlammende schoonheid.

ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT …. 3
Orde der Verdraagzamen

Deze mystieke eenheid, deze mystieke vereniging, zal gebaseerd zijn op het geestelijk
samengaan van de mens waarschijnlijk soms materieel met de hoogste krachten, die hijzelf
niet geheel kan omschrijven of beseffen. Want de zintuigen van de mens, zijn denken en
waarnemingsvermogen zullen tekort schieten om de hier optredende werkingen volledig te
omschrijven. Maar hij zal hieruit kracht putten en hij zal hierdoor groeien naar een vollediger
waarneming. Een waarneming, die ook in de materie ongetwijfeld haar werking zal vertonen,
maar daarnaast een geestelijk bewustzijn in vele sferen en een redelijk erkennen van al
hetgeen in die sferen plaatsvindt en bestaat ook voor de stofmens aanvaardbaar maakt. Dit
zijn zeer grootse en waarschijnlijk uit uw standpunt ook wonderlijke werkingen.
Naast de leer, de mystiek, komt nog een volgend punt.
In de wereld, waarin gij leeft, is ook buiten de mensheid, buiten het dierlijk en plantaardig
bestaan, leven. Want de aarde zelve is bezield en zij spreekt. Tot op heden sprak de aarde
slechts met de sterren; maar haar stem, die doorklinkt in haar eigen uitstraling, die in de
modulaties van haar hoogste atmosfeer fibrerend en stralend werd gezonden over ongekende
afstanden naar ongekende tijden, neemt een nieuwe vorm aan. Korter, voller en volkomener
worden de fibraties. Zij worden ook meer kenbaar voor de mensen.
Zoals eens in de oudheid werd gezegd: "Ea spreekt tot zijn kinderen," zo kunnen wij zeggen:
De aarde spreekt tot de schepselen, die op haar leven; en haar stem is de wijsheid van
ongetelde jaren en het overbruggen van afstanden, die de mens zelfs in zijn droom nog niet
beseft.
Zo zal de taal der sterren doordringen tot de harten van hen, die op aarde leven. En de band
met vele ongekende werelden en ook het leven daarop misschien, zullen niet slechts tussen
mens en mens maar ook tussen de geest en alle sferen, die nog op de aarde gecentreerd en
met de aarde verbonden zijn, tot uiting komen.
Door het Al wordt in deze dagen een gouden net van lijnen van kracht en bewustzijn
gevlochten. Ik kan u hierover helaas geen theorie geven. Ik kan het slechts stellen als een feit.
Het bewustzijn van een eeuwige en onbepaalde, niet door vorm of zijn te definiëren
broederschap spoedt reeds nu in dit deel van de kosmos van ster tot ster en het zal niet lang
meer duren of alle planeten, ja, alle kleinste satellieten ontvangen ditzelfde beeld. En daar zij
bezield zijn, zullen zij het herhalen en spreken, en zo zullende schepselen het ondergaan.
Uw dagen zullen de vervulling van een broederschap niet kennen, die eerst na enkele
duizenden jaren ook stoffelijk kenbaar kan worden geopenbaard, maar de eerste tekenen
daarvan en het eerste bewustzijn zullen nog uw tijd en voor de meeste uwer uw leven
beroeren.
Aquarius, Heerser van deze sector van de Melkweg, in zich versterkt door de werking van een
nevel in Eigni en verder beïnvloed door een nevel, die van hieruit gezien bij Andromeda staat,
heeft in dit deel van het Al een basis gelegd, die ook voor de andere sectoren van deze
wervelende schijf van leven, die Melkwegstelsel wordt genoemd, een bindende invloed zal
uitoefenen. Dit is begrijpelijk, want ofschoon de leer van deze tijden niet in staat is het concept
van het terugvliedend Al (het tot zichzelf kerende Al) te beseffen, zo zal het niet lang duren,
dat men de eerste vertraging, de eerste verschuiving van kleur in de verste sterren en nevels
zal gaan constateren.
Tweemaal nog zal een andere Heerser het gezag overnemen. Tweemaal nog zal een volledige
periode voleind worden en dan keert het Al tot zichzelf terug. Deze tijd is de voorbereiding
daarop, en ofschoon het van u uit schijnbaar oneindig ver weg ligt (vele tienduizenden, ja,
honderdduizenden jaren), zo zal toch het begin van de terugtocht tevens voor alle bewustzijn
betekenen: de ontplooiing naar de geestelijke wereld, die meer werkelijk en meer bezield kan
worden naarmate uw materiele wereld tot zichzelf terugkeert; de eeuwige wisseling der
dingen.
Misschien maak ik hiermede veel onduidelijk in plaats van te verhelderen. Voor u zij het
genoeg te weten, dat de leer van deze dagen de leer van de geest is, de geestelijke wet, de
leer van die sferen, waarin vormen feitelijk onbelangrijk zijn geworden, waarin de ervaring van
hogere trillingen bepalend is geworden voor eigen denken en bewustzijn. Ook wanneer de
mensheid deze dingen nog niet tot stand kan brengen, niet bewust kan beleven en ervaren, zo
zullen deze wetten toch reeds inwerken op deze wereld.

4 ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT ….
© Orde der Verdraagzamen Zondagochtendkring

Gij hebt, van dit moment af gerekend, nog een periode van 21 jaren. Na die periode van 21
jaren zullen de door mij gestelde wetten volledig gelden en zich dus ook kenbaar maken in het
stoffelijke verloop der dingen als oorzaak en gevolg. In de tussentijd zal er de versterkte lering
zijn, nu gericht op de geest zelve en op het innerlijk van de mens. Die tussentijd is een laatste
voorbereiding.
Men heeft in de Christenheid veel gesproken over het Laatste Oordeel. Dit is niet het laatste
oordeel in die zin, dat daarna alles bestendig zal zijn. Maar het is wel de periode, waarin zal
worden bepaald welk bewustzijn verder kan stijgen, waarheid en vrijheid in kosmische zin voor
zich kan aanvaarden en wie zal moeten terugkeren tot de grotere beperkingen van het dierlijke
en materieel gebonden zijn.
Het is een grote tijd, waarin u leeft. Het is een glorieuze tijd, waarin u moogt ervaren. Maar
het is ook een tijd, die zeer moeilijk is om te begrijpen. Een tijd, die het u bovenal moeilijk zal
maken uzelf te kennen en datgene wat in u leeft en spreekt te verwerkelijken. Laat mij u
daarom wijzen op de noodzaak reeds in deze dagen de innerlijke waarde, de innerlijke kracht,
ontdaan van bijkomstigheden en illusies, te beschouwen.
Wat in u waar is, niet als een ideaal dat u in de wereld wilt zien uitgedrukt, maar als een
innerlijk erkennen zonder voorbehoud en zonder dat daardoor enige voorwaarde aan iets,
iemand op de wereld of in de kosmos wordt gesteld, dat is de juiste basis om va,n uit te gaan.
Wie van de waarheid, die in hem leeft, uitgaat hoe beperkt zij ook moge zijn zal kunnen
beantwoorden, reeds nu, aan de wetten en krachten, die de werelden van de geest regeren.
Daardoor zal hij zich kunnen, ja meer nog, zich uit deze innerlijke kracht reeds moeten
aanpassen aan datgene, wat Ea spreekt tot zijn kinderen in een steeds meer verstaanbare
taal. Deze mens zal begrijpen wat de geestelijke spanning is tussen aarde en zon, tussen
aarde, zon en de vele sterren, die alleen maar lichtende punten in een donkere hemel zijn.
Wie dit beeld in zich draagt, beseft de kleinheid van veel dat onbeperkt en overwegend
belangrijk lijkt en zal de speelse en soms bijna wrede humor kunnen aanvaarden en
verwerken, die in deze tijd ook aan de historie haar bepaalde en haast koboldachtige gestalte
geeft.
Ik hoop, dat ik in dit kort betoog, waarop ik wanneer de gelegenheid mij zal worden geboden
nog eens hoop voort te gaan, degenen onder u, die inzicht hebben, iets duidelijk heb mogen
maken omtrent hetgeen werkelijk geschiedt, omtrent hetgeen in deze dagen voor u werkelijk
belangrijk is.
Ik maak nu plaats voor de tweede en naar ik vrees ook tevens laatste spreker van deze
bijeenkomst, die ongetwijfeld op zijn wijze enkele punten voor u zal willen belichten.
Ik hoop, dat ondanks de beperking van het sprekerstal deze bijeenkomst voor u een steun
moge zijn in uw zoeken naar begrip binnen een voor u vaak moeilijke, verwarde tijd, vol
schijnbare tegenstrijdigheden.
o-o-o-o-o
Goeden morgen, vrienden.
Ja, tussen alle drukte door wil ik dan toch graag even voor een kort ogenblik met u spreken.
Want weet u, in deze dagen spreken ze allen zo erg over de nieuwe leer en de nieuwe wereld
en de nieuwe noodzaken en de nieuwe wetten. Dan denk ik soms wel eens even: Maar goede
lieve geestelijke vrienden, maar goede beste lieve mensen, denken jullie nu werkelijk, dat dat
wat nieuws is?
Dan zeggen ze: "Het is een nieuwe tijd."
Ach, de tijd is begonnen toen Onze Lieve Heer voor de eerste keer zei, dat het licht moest zijn.
Maar ik heb nog nergens gevonden, dat er een stukje uit was en dat je kon zeggen: Hier
begint nu de tijd opnieuw. En ik heb nog nergens een leven of een geest gevonden, die je nu
echt in stukjes gehakt kon bekijken. Het is allemaal een geheel.
Nu ben ik misschien een heel simpele ziel, ik geloof het graag. Per slot van rekening, werd er
niet op de berg gezegd: "Zalig zijn de eenvoudigen van geest"? Laat mij dan maar eenvoudig
van geest zijn, want iets van de zaligheid proef ik steeds weer.

ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT …. 5
Orde der Verdraagzamen

Wat helaas al te vaak wordt vergeten, is dat eenvoudige, dat simpele mishandelde woordje
"liefde".
God heeft de mensen lief. En hoe groot moet de liefde niet zijn van b.v. Jezus, wanneer hij van
zijn hoogte en geestelijk ruime vrijheid mens wordt! Wanneer hij steeds weerkerend tot en
gaande mét de mens zijn gehele lichtende wezen bindt aan de zware keten van ons,
onbewusten!
Het is mooi om te zeggen: Je moet zelf denken en de waarheid zien. En je moet zelf
verantwoordelijk zijn. Maar als ik liefheb, God en de sfeer, de wereld en het leven, zal ik dan
ooit aarzelen om zelf een verantwoordelijkheid op mij te nemen? Dan zal ik toch liever zelf de
gevolgen dragen dan ooit een ander die voor mij te laten dragen, nietwaar? Als ik mijn naaste
lief heb, zal ik dan doden of aal ik kwaad doen? Ik zal in mijzelf zoeken naar God en proberen
om Gods kracht dienstbaar te maken aan al die anderen, die ik liefheb.
Wat is er eigenlijk alles in deze nieuwe tijd dat niet kan worden omschreven met dat ene
simpele woord "liefde"?
Liefde, dat is begrip, dat is wijsheid. Ware liefde. Ware liefde, dat is opoffering, maar het is
ook de grootste vreugde en het grootste licht, dat je kan worden gegeven. Een ware liefde,
niet meer gebonden aan een enkele mens. Liefde, die het leven en alle zijn omvat. Een liefde,
die God Zelve a.h.w. maakt tot kracht en doel van het leven. Dat is meer dan alles, wat je in
een oude of nieuwe leer kunt vinden.
Nu denk ik, dat ze bij die Vaticaanse bijeenkomst wel zouden zeggen: "Meneer Pastoor, pas op
dat je niet ketters wordt, want God is rechtvaardig en God heeft een gezag gesteld."
God heeft mij lief. Kan dan een God, Die mij liefheeft een gezag stellen, dat niet tevens liefde
is?
Ze kunnen zeggen; "God heeft ons gezag gedelegeerd." Dan heb ik maar een antwoord;
"Wanneer uw gezag de liefde uit, die deze wereld in stand houdt, die de zon doet schijnen, die
de geest de lichtende tuinen van Zomerland geeft om in te dwalen en de schittering van de
flitsende lichtende gedachten en zich de totale schoonheid van het zijn te realiseren, als die
liefde in u leeft, dan zijt ge vertegenwoordiger Gods en dan is het niet nodig dat Hij gezag in u
legt, ge zult alleen maar dienen."
En wanneer u tegen me zegt: "Och, waarde vriend, wij moeten dat toch nauwkeurig weten en
begrijpoe," heb ik maar een antwoord: "Heb je werkelijk het leven lief? Niet alleen dat
stoffelijke leven (per slot van rekening, wanneer de reumatiek je zo te pakken begint te
krijgen, of wanneer het hart niet meer helemaal wil, dan is het leven in de stof niet altijd leuk)
maar werkelijk het leven, het bestaan, het mogen denken en voelen en herkennen, heb je dat
dan niet lief? Heb je niet de wereld lief met al haar verschijnselen en alle mensen? Heb je
eigenlijk niet ontzettend veel dingen lief? Dingen, die je nodig hebt en waar je je hele wezen
voor zou willen geven om ze maar te kunnen behouden? Nu, als je dan zo liefhebt, mensen,
wat kan je dan gebeuren?
Het is geen officiële zaligspreking, integendeel, het is een ondeugend ketterse uiting van een
geest, die door velen in de ban zou worden gedaan, als ze het zouden horen; en ook van een
geest, die mens was en nu ook het geluk van de mens in de geest kent.
Mijn zaligspreking is deze;
Mensen, leer,waarlijk lief te hebben zonder te vragen en zonder je te beperken tot één klein
ding. Zie het leven, heb het lief. Houd van de regen en van de zon, van de winter en de zomer,
van de koude sterren en de gloeiende zon. Houd van wat in je spreekt, houd van al wat buiten
je leeft. Heb eerbied voor alle leven. Erken, dat het schoon en goed is, heb het lief.
Dan weet je wat de nieuwe tijd is. Want wat is deze Aquarius eigenlijk meer of minder dan een
uiting van een liefde, die zich niet beperkt, maar groot genoeg is om alles zonder uitzondering
in zich te bevatten? Laat ze dan maar praten over Oerlicht en over nieuwe stralen. Als je in
jezelf gelooft dat de liefde van de scheppende Kracht je in stand houdt, dat het jou gegeven is
om door je liefde voor al het zijnde het zijnde dichter bij God te brengen en zelve beter de
volheid van de schepping te beseffen, dan is het meer dan genoeg.

6 ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT ….
© Orde der Verdraagzamen Zondagochtendkring

Ik wil niet zeggen, dat je niet mag luisteren naar alle lessen. Maar weet u, ik heb eens in een
parochie met de meester een kleine ruzie gehad. Toen die meester eens tegen mij zei;
"Meneer Pastoor, je moet niet zo vroeg komen als ik rekenles heb gehad, want die
catechismus van jou dat geloven de kinderen wel. Maar als ze niet kunnen rekenen, moeten ze
er later voor betalen." Weet u wat ik toen heb gezegd? Ik zei; "Meester, het is beter dat ze
zich met een paar centen vergissen dan met d’r eigen eeuwigheid. En wat dat betreft,
meester, God kon al rekenen lang voordat jij bestond; en als Hij niet precies alles had
uitgerekend, meestertje, dan stond jij niet voor die klas, want Hij maakt het mogelijk. Zeg jij
nu maar tegen jezelf: In mijn tijd zal ik doen, wat God mij geeft te doen, die stomme vlerken
van boerenkinderen leren rekenen. Maar zeg dan ook tegen jezelf: Die simpele pastoor heeft
de taak om hen iets te laten voelen van God en laat ik hem daar dan niet in hinderen, want
God heeft het zo uitgerekend, dat dat zijn werk is." Weet u wat de meester toen tegen mij zei?
Hij zei; "Meneer Pastoor, als je zo praat, ben ik blij dat je niet in de kerk bent, want anders
had ik weer wat extra in het zakje moeten gooien."
Je lacht erom, maar daar zit toch eigenlijk een hoop in. Ik dacht toen zo: Nu ja, meester, wat
hebben we aan de stoffelijke kunde, wanneer de kinderen God niet vinden? Nu besef ik, dat ze
het allebei nodig hebben. Niet precies misschien, zoals het in het boekje staat. Per slot van
rekening, ik geloof niet dat u in staat"bent uw verplichtingen te berekenen alleen met de tafels
van vermenigvuldiging. Maar ieder van ons, wanneer hij vertrouwt op God, wanneer hij liefde
heeft voor de wereld, geeft wat hij ziet als zijn wezen en zijn taak aan de wereld, zonder iets
te vragen en aanvaardt dat God daarnaast een ander heeft gesteld met zijn wezen en zijn
taak, Hij moet ook dat kunnen aanvaarden.
We zijn samen in kosmische liefde geboren, gedragen door de onbegrijpelijk grote,
allesomvattende liefde van de grote Meesters, de geesten, die meer weten van God dan wij.
Laten wij dan maar een voorbeeld nemen aan alle groten en zeggen: Kennis is goed, we zullen
graag leren. Maar het leren heeft alleen zin, wanneer we de liefde hebben, want hebben wij de
liefde niet, wat baat ons alle leven?
En nu ik toch hier ben, even als slot een klein stukje van mijn oude verwaandheid. Misschien
dat ik me wel eens heb bezondigd aan versjes, die ik stoutmoedig "gedichten" noemde. Er is er
eentje bij, dat vind ik eigenlijk ja, hoe moet ik dat zeggen echte deze tijd, zoals ik haar ervaar.
Nog kust de kille vorst de nacht.
Maar reeds doorstraalt de zon de dagen en wil de aarde krachten vragen voor al wat leven
botten gaat.
Wanneer de zon met straal en licht hoog aan de hemel staat, dan zwellen de knoppen, dan
drijft er het sap.
En nog blijft de wereld zo bruin en zo kaal. Maar wie het kloppende leven verstaat, die hoort er
een andere taal. Voorbij is de kilte, voorbij gaat de strijd. Een korte wijl nog van kou dan komt
er de zon en het leven keert weer.
Dan schrijven de vogels hun tekens in de lucht en geeft hun kerende vlucht dit teken: het is
lente, een nieuwe tijd.
En dan bloeit voor de mensen ook reeds hier op aarde iets van de hemelse heerlijkheid, uit
herfst en winter voor lente bewaard. En dan kun je er nog aan toevoegen:
Wanneer de dieren buitelen en dartelend hun wegen gaan, dan weet je zeker dat ‘t nieuwe
leven voor aardse poorten reeds zal staan.
Dan wordt uit gulden licht en streven de hele wereld liefdesnacht tot bloesem drijvend over de
dreven als ‘s Heren zegen op aard gebracht»
Ik zou u alleen willen zeggen, vrienden (of u het wilt in de oude vorm of een nieuwe vorm
vindt): Ik heb u lief als delen van de schepping. Ik heb u lief, omdat ge leeft en uit God
geboren zijt. En ik hoop, dat wij gezamenlijk de liefde voor de Kracht, die ons in stand houdt
en het bewustzijn mogen vinden om altijd dat, wat ons gegeven is en wat in Hem leeft,
waardig te zijn.
En nu allemaal een gezegende, een prettige en echt gezellige rustige zondag toegewenst.

ZII 620211 – HIJ DIE IN ZICHZELF DE WAARHEID KENT …. 7