You are on page 1of 2

Samenvatting ‘Vitaliteit in processen van collectief leren’

Jos Castelijns, Bob Koster & Marjan Vermeulen
Lectoraat Kantelende Kennis
Datum: 4 september 2008-09-04
Pag: 1

Samenvatting

Onderzoeksvraag
Met het lectoraatsonderzoek willen we inzicht verwerven in collectieve processen van kennis
creëren in basisscholen en lerarenopleidingen. In deze processen worden de lerenden
verondersteld een actief aandeel te hebben. Door kennis te creëren veranderen zij hun eigen
context. Onze centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe verloopt het proces van kennis creëren,
zowel van lerenden, als van organisaties als tussen organisaties?

Kennisbegrip
Ons kennisbegrip is gebaseerd op de aanname dat er weliswaar een objectieve
werkelijkheid buiten ons kán bestaan, maar dat wij die onmogelijk kunnen kennen. Onze
geest construeert een beeld van de werkelijkheid en dat beeld is per definitie subjectief. Wij
stellen ons op het standpunt dat de context waar we deel van uitmaken voor een belangrijk
deel de functionaliteit van onze kennis bepaalt. Kennis is noch waar, noch onwaar maar
gegeven een bepaalde context meer of minder functioneel. Kennis definiëren we als
effectieve interactie tussen mensen en hun (sociale) context.

Kennis creëren
Kennis kan op verschillende manieren gecreëerd worden. Die wijzen van kennis creëren
duiden we aan met de term modi van kennis creëren. We onderscheiden modus-1 (de
wetenschappelijke manier), modus 2 (kennis creëren om de eigen context te veranderen) en
modus-3 (kennis creëren om zin te geven aan de eigen ervaring). De modi van kennis
creëren geven min of meer extreme oriëntaties weer die in theorie kunnen worden
onderscheiden. Wij staan op het standpunt dat kennis creëren altijd een combinatie van
modus-1, modus-2 en modus-3 processen vraagt. De functionaliteit van de combinatie wordt
bepaald door de behoeften van de betrokkenen enerzijds en van de sociale context waar zij
deel van uitmaken anderzijds en is voortdurend aan verandering onderhevig.

Collectieve processen
Collectief kennis creëren is een sociaal proces waarbij individuen hun verschillende
perspectieven verbinden tot een gemeenschappelijk perspectief. Hoewel kennis creëren ook
een impliciet karakter kan hebben (denk aan socialisatie), beperken wij ons in ons onderzoek
tot de expliciete varianten. Wij gebruiken de termen collectief kennis creëren, collectief leren,
collectief onderzoeken en collectief organiseren om één en hetzelfde proces aan te duiden.

Dialoog
Het verbinden van perspectieven vraagt om een specifieke wijze van interacteren. We
duiden die aan met de term dialoog. Dialoog vindt plaats doordat mensen over hun
ervaringen conceptualiseren en met elkaar spreken. Voorwaarden voor dialoog zijn
gelijkwaardigheid, voldoende variëteit in perspectieven, een streven naar
verbondenheid en communicatie.
Dialoog biedt mensen de mogelijkheid om andere betekenissen aan hun ervaringen
toe te kennen. Daardoor heeft dialoog de potentie om veranderingen teweeg te
brengen, zowel bij henzelf als in de context.

Vitaliteit
Collectief kennis creëren veronderstelt dat het collectief in beweging is: er is sprake van
vitaliteit. Vitaliteit betekent letterlijk levenskracht; het begrip suggereert ontwikkeling, groei,
verandering en leren. Vitaliteit is zichtbaar wanneer mensen en hun context effectief
interacteren. Door kennis te creëren brengen zowel individuen als collectief hun potenties tot
Samenvatting ‘Vitaliteit in processen van collectief leren’
Jos Castelijns, Bob Koster & Marjan Vermeulen
Lectoraat Kantelende Kennis
Datum: 4 september 2008-09-04
Pag: 2

ontwikkeling. Ze verwezenlijken zichzelf en ontwikkelen een groeiend besef van (collectieve)
eigenwaarde.

Basisbehoeften
De ontwikkeling van zowel collectief als van de individuen, die daar deel van uitmaken,
wordt ‘aangejaagd’ door het streven naar de vervulling van psychologische basisbehoeften.
Die basisbehoeften zijn aangeboren en universeel. Aan de kant van de individuen
onderscheiden we drie basisbehoeften (die aan relatie, autonomie en competentie). Deze
individuele basisbehoeften hebben aan de zijde van het collectief hun pendanten in het
streven naar cohesie, coherentie en coöperatie. Doordat aan de ene kant het collectief
streeft naar het vervullen van de behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie en aan de
andere kant de individuen die deel uitmaken van deze groep gericht zijn op het vervullen van
hun behoefte aan relatie, autonomie en competentie, ontstaat een interactiepatroon waarin
collectief en individuen elkaar beïnvloeden en veranderen.
Interactiepatronen tussen individuen en collectief kunnen zowel effectief als ineffectief zijn.
Wanneer de interactie effectief is, is sprake van energie en vitaliteit: er wordt kennis
gecreëerd. Wanneer de interactie ineffectief is wordt de vitaliteit van het proces bedreigd en
daarmee ook het proces van samen kennis creëren.

Tenslotte
Het onderscheid in diverse individuele en collectieve basisbehoeften is theoretisch. Het
streven naar de vervulling ervan is in werkelijkheid een complex proces waarbij individuen en
sociale context zich samen ontwikkelen. Het onderscheid is functioneel om de centrale
onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden.