You are on page 1of 2

Hoofdstuk 1/ verzekeringsbon

Wat is een verzekering? 2 partijen; verzekeraar Premie prestatie

Verzekernemer, verzekerde, begunstigde => Risico Aan welke gebeurtenis moet een gebeurtenis voldoen om verzekerbaar te zijn op de Belgische markt? De gebeurtenissen moeten onzekere, toekomstige of toevallige gebeurtenissen zijn. 1. onzekerheid over het ontstaan van de gebeurtenis ( bij een brandpolis; er kan brand voorkomen maar men weet nooit wanneer) of over het ogenblik waarop de gebeurtenis ontstaan. ( levensverzekering; men is zeker dat men ooit zal sterven) 2. de gebeurtenis moet mogelijk zijn ( nog kunnen voorvallen in de toekomst, wel op voorhand de verzekering afsluiten) 3. de gebeurtenis moet gedeeltelijk aan het toeval te wijten zijn. Ze mag met andere woorden niet afhankelijk zijn van de wil van een van de partijen alleen. ( toevallige gebeurtenissen , niet met opzet zoals brandstichting) wat is de verzekeringsnemer, de verzekerde, de begunstigde? verzekeringsnemer; diegene die de premie betaald verzekerde is diegene die bij schadevergoeding door de verzekering gedekt is tegen vermogensverlies de begunstigde is diegene aan wie de verzekerde prestaties moet worden geleverd ( bij levensverzekering zijn dit de nabestaanden) wat zijn de taken van de verzekeraar? Verzekeraar Risico’s Verzekeringsnemer premies vergoeding Compensatie van de risico Er zijn 4 taken die de verzekeraar moet uivoeren namelijk de beoordeling van het risico, de grootte van het risico en de premie bepaling en te leveren prestatie 1. de beoordeling van het risico; de premies moeten zo groot zijn om de risico’s te dekken. De beoordeling wordt gemaakt op het aantal en de grootte van de risico.

Heel belangrijk is hierbij de waarschijnlijkheid van het risico en de omvang van de schade. ( voorwaarde dat de risico van dezelfde aard en soort is ) P ( gebeuren)= aantal keren dat gebeurtenissen zich plaats heeft Aantal keren dat de gebeurtenis zich kan plaatsvinden ( aantal premies) P( brand) = 5/100 = 0,5% 50/10000=0,5% Wet van de grootte getallen , meer polissen hoe zekerder dat je gaat toekomen. 2. de grootte van de risico: hierbij speelt een grote rol − − − − de aard van het te verzekerde voorwerp: ( baksteen of houten huis) de werkzaamheden van de verzekerde ( administratief bediende of bouwvakker) de omgeving ( alleenstaande woning of rijwoning) de band die de verzekeringsnemer met het te verzekeren goed heeft ( emotionele waarde, een goed bedrijf minder hoog dan een die op failliet staat) − de duur van de verzekering ( 1 jaar)  het is belangrijk dat er compensatie van de risico’s gebeurt een slecht risico wordt gecompenseerd door een goed risico ( horeca – privé woning) de autoverzekeringspremie mag niet gebruikt worden een brandpolis te dekken − als men de uitbreidingspolitiek gaat gebruiken gaat men vaak eerst de slechte risico’s aangetrokken worden. Er moet een evenwicht gekregen worden tussen goed en slechte. − Er moet voldoende geografische spreiding zijn van het risico ( verplicht dekken van overstromingen. Auto verzekering in stad hoger risico dan platteland) − De gedekte risico’s zouden ongeveer even groot moeten zijn  mede en herverzekering

3.