You are on page 1of 132

SinuTrain

Beginnershandleiding frezen en draaien SINUMERIK 810D / 840D / 840Di Trainingsdocumentatie • 10/2003

SINUMERIK

2de herwerkte oplage 10/2003 geldig vanaf softwareversie HMI06.03 Alle rechten voorbehouden Reproductie of overdracht van tekstdelen, afbeeldingen of tekeningen is niet toegelaten zonder schriftelijke toelating van de uitgever. Dat geldt zowel voor vermenigvuldiging door fotokopieën of andere procedures als voor de overdracht op filmen, banden, platen, slides of andere media. Deze trainingsdocumentatie is als coöperatie van de firma's SIEMENS AG Automatisierungs- und Antriebstechnik Motion Control Systems Postfach 3180, D-91050 Erlangen en R. & S. KELLER GmbH Klaus Reckermann, Siegfried Keller Postfach 13 16 63, D-42043 Wuppertal ontstaan. Bestelnr.: 6FC5095-0AB00-0JP1

Woord vooraf
De digitale besturingen SINUMERIK 810D, 840D en 840Di onderscheiden zich door hun grote openheid, ze kunnen door de machinefabrikant en gedeeltelijk ook door de gebruiker zelf worden aangepast aan de individuele eisen. Ze zijn dus zowel voor kleine series als voor volautomatische productiestraten efficiënt inzetbaar en sterk verspreid. Met deze handleiding willen we het grote aantal gebruikers een makkelijk te begrijpen start met deze machtige besturingen te bieden.

Met de besturingen 810D, 840D en 840Di kunnen vele verschillende bewerkingsprocedures worden gestuurd. In deze handleiding worden de twee belangrijkste technologieën draaien en frezen behandeld. Het document werd opgesteld in samenwerking met NC-specialisten en didactici. Onze bijzondere dank verdient de heer Markus Sartor voor zijn waardevolle tips en kritiek. De handleiding sluit nauw aan bij de praktijk, de klemtoon ligt op praktische handelingen. Stap voor stap worden de toetsenreeksen verklaard. Dankzij de grafische ondersteuning kunt u uw eigen ingaven op de besturing altijd vergelijken met de waarden in de handleiding. Tegelijkertijd is deze handleiding ook goed geschikt voor de voorbereiding of herhaling met het trainingssysteem SinuTrain op de PC.

De voorbeelden in dit document werden hoofdzakelijk aangemaakt met software-versie 5.2. Door verdere ontwikkelingen van de software en de reeds beschreven openheid van de besturing kan niet worden uitgesloten dat bepaalde procedures op uw besturing in details kunnen afwijken van de beschreven configuratie. Afhankelijk van de positie van de sleutelschakelaar op uw machine kan het ook vooromen dat niet alle beschreven functies ter beschikking staan. In zulke gevallen verwijzen wij naar de documentatie van de machinefabrikant resp. interne bedrijfsdocumenten.

Wij wensen u veel plezier en succes bij het werk met uw SINUMERIK-besturing.

De auteurs Erlangen/Wuppertal, maart 2001

1

. . . . . . . . . . . . . . . Cirkelvormige bewegingen (draaien) . . . . . . Voeding per tand en voedingssnelheden (frezen) . .3. . . . . .3 2. . . . .2. . . . .2 2. . . . . . . . . . . . . 22 2. . . selecteren en uitvoeren . . . 48 2 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 2 Bediening .2 Toetsenbord en schermindeling . . . 19 2. . . . . . 28 2. . . . . . 10 . . . . . .1. .1. bereik omschakelen. .1 Inschakelen.5 1. . . . 15 . . . Snijsnelheid en toerentallen (draaien) . . . . . . . . . . . . .2 Instellen . . . . .7 1. . . . . . 13 . 18 2. 5 1. . . . . . . . . 8 .1. . Voeding (draaien) . . . . . . .2. . . . . . . . 18 2. . . . .1. . . . . . .2 1. . . Werkstukken aankrassen en nulpunt instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . laden. .2 1. . . . . . . . . . . . . Snijsnelheid en toerentallen (frezen) . uitschakelen. . . . . . . . . . . . . . . . . 43 2. . . . . 5 . . . . . . . .1. . .1 Geometrische basisprincipes frezen en draaien . . . 5 . . . . . . . . .4 Werktuigassen en arbeidsvlakken . . . . . .2. . . . 38 . . . . Cartesiaanse en polaire maataanduidingen (draaien). 29 . . . . . . . . 40 2. .1. . 43 2. . . . . .3 1. . Absolute en incrementele maataanduidingen (draaien) . . .2. . . . . . 14 . .3 1. 12 . . . . . . . . . . . .1. . . . 17 1. Werktuigen van de voorbeeldprogramma's . . . . .2. 34 . . . . Cartesiaanse en polaire maataanduidingen (frezen) . .4 Werktuigbeheer: Werktuig aanleggen en in het magazijn laden Werktuigcorrectie: Werktuig aanleggen . . . . . . . . . . . . . 1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. .1. . .810D/840D/840Di Beginnershandleiding Inhoudsopgave 1 Basisprincipes . . . .1 Overzicht van de besturing. . . . . . . 16 . . . . . . .1 2. . . . . .6 1. . . . .2 Technologische basisprincipes frezen en draaien . . . . . . . . . . . . . . . . . .2. . . .1 1. . .1 Gegevens op diskette bewaren en van diskette inlezen. . . . . . .2. .3. .2. . . . . . .2 Programma vrijgeven. . . . . . . . . . . . . . . . . Cirkelvormige bewegingen (frezen) . . . 9 . . . .1 1. .4 1. . Absolute en incrementele maataanduidingen (frezen) .3 Programma's beheren en uitvoeren . . . . . 11 . .

. . . .1. . . . . . . . . . 52 3. . . . .4 3. . . . . . . . . SINUMERIK-contourcalculator . 59 . .1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2 3. . . . . Subprogramma aanleggen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8 4. . . . .2. . .7 4. . . . . . . . . .1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 . . . .4 4. . . . . . . . Verspaancyclus CYCLE95 . Eenvoudige verplaatsingswegen zonder freesradiuscorrectie Boren met cycli en subprogrammatechniek . . . . . . . .3 4. . . .810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3 Programmering frezen. . . . Foutcorrectie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Kopvlakbewerking met TRANSMIT . . . . . . .1. . Beeldreferentie . . . Verspanen en nadraaien van de contour met ondersnijding Centrisch boren . . . . . . . Behandelde commando's en adressen. . .2. . . . 98 100 101 102 104 105 107 109 111 119 120 121 4. . . . . . . . . . . . . . . . Behandelde cycli . .6 3. . . . 90 4. . . Rechten en cirkelbogen . . 56 . . . . . . . . . . . . . . . . . .2. . . . .1. . . . . . . .1 Werkstuk "Langsgeleiding" . . . . . . . .5 4. . . . . . .1. . . .1. . . . . . . . . . . . . . .Hoofd. . . . . . . . . . . .3 4. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. . 52 3. . . . 4 Programmering draaien . . 91 . . . . . . . . . . . . . 53 . . . . . . . . . . . . .1. . . . . . 90 4. 75 . . . . . . . . .1 4. . . .1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Baanfrezen met freesradiuscorrectie Rechthoekkamer POCKET3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 . .2 3. . . . . . . .2. . . . . . . . . . . . .1. .en subprogramma's parallel bewerken Draadondersnijding volgens DIN76 . . . . . . . .7 3. 126 128 128 129 3 .1 3. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. . . . . . . . . . 79 . .2. . . 73 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. .6 4. . . . .2. . . . . . . . .1. . . . Groefcyclus CYCLE93 . . . . . Programmadeel kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Werktuigoproep. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .4 3. . . 83 3. . . . Werktuigoproep en werktuigwissel . . . . . . .5 Werkstuk en deelprogramma aanleggen . . . . . . . . .4 Werkstuk en subprogramma aanleggen . . . . Programma simuleren .2 Werkstuk "Spuitvorm" . . . .5 3. . Basisfuncties . . . . . . . . . . Draadsnijcyclus CYCLE97 . .2. . .1 3. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. . . . . . .2. . .2 4. . . . . . . .3 3. . . . . . . . . . . . Vlakdraaien . . . . . 57 . . snijsnelheid en basisfuncties . . . . . . . .2. . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 . . . . .1 4. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2 4. . . . . . . .9 4. . Nadraaien . . . .3 3. . 82 . . .2 Werkstuk "Compleet" . . . .1 Werkstuk "As" . Cirkelkamer POCKET4 . . . . . 73 Werkstuk en deelprogramma aanleggen . . . . 111 Appendix Trefwoorden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. .

810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4 .

1. De screenshots ondersteunen hierbij de theorie. 1.1 Werktuigassen en arbeidsvlakken FREZEN Op universele freesmachines wordt het werktuig meestal parallel t. Werktuigas Z . Een praktisch voorbeeld waarin deze contourcalculator wordt gebruikt.o. ISO 841 uitgericht op de hoofdgeleidingsbanen van de machine. elkaar staande assen zijn volgens DIN 66217 resp. 5 . Deze in een rechte hoek t..o. Bij het frezen is meestal Z de werktuigas.. worden de assen en hun richting in het arbeidsvlak gewijzigd (DIN 66217). de hoofdassen ingebouwd.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1 Basisprincipes In dit hoofdstuk worden voor CNC-beginners enkele algemene geometrische geometrische en technologische basisprincipes verklaard voor de programmering bij het frezen en draaien. vindt u in het hoofdstuk "Programmering draaien". Als u de theoretische voorbeelden reeds vooraf aan de besturing wilt proberen: bedieningsbereik 'Programma' > Nieuw deelprogramma aanleggen > In de teksteditor horizontale softkey [contour] > verticale softkey [contour aanmaken] > .v.v.1. Door de inbouwpositie van het werktuig ontstaat het specifieke arbeidsvlak.Vlak G17 Als het getoonde coördinatensysteem wordt gedraaid.1 Geometrische basisprincipes frezen en draaien De hier voorgestelde geometrische basisprincipes hebben grotendeels betrekking op de grafische SINUMERIKcontourcalculator.

ISO 841 uitgericht op de hoofdgeleidingsbanen van de machine.vlak G18 * Daar de diameters van draaiwerkstukken relatief makkelijk te controleren zijn. de hoofdassen ingebouwd. Boor. 6 . Draaias Z .en freesoperaties op de voorzijde van het draaideel worden geprogrammeerd in het vlak G17. Op die manier kan de vakarbeider de actuele maat direct vergelijken met de maten op tekening. heeft de maataanduiding van de vlakas betrekking op diameter. Met de toets de kunnen help-schermen voor de selectie van De hier getoonde radiusmaataanduiding staat ook op het help-scherm. Deze in een rechte hoek t. Boor.o. * In het vlak G18 worden alle Draaioperaties geprogrammeerd. Bij het draaien is Z de werkstukas.Vlak G19 DRAAIEN Op universele draaimachines wordt het werktuig meestal parallel t.Geometrische basisprincipes frezen en draaien Werktuigas Y .o.1 . elkaar staande assen zijn volgens DIN 66217 resp. ze komt echter "bijna nooit" voor. Dit heeft ook betrekking op het draaien (zie lager).1. Werktuigas X .v.v.Vlak G18 Informatie: Het is mogelijk dat bij de softwareversie in uw besturing omwille van de compatibiliteit in het vlak G18 nog Z voor X staat.en freesoperaties op het mantelvlak van het draaideel worden geprogrammeerd in het vlak G19.

7 . Het punt kan vrij worden gekozen en bevindt bij het frezen zich het best op de plaats van waar op de tekening de meeste maten uitgaan. daar het machinenulpunt meestal niet kan worden aangelopen. Werkstuknulpunt W Het werkstuknulpunt W. De getoonde lengtewaarden L en Q dienen als werktuig-verrekeningswaarden en worden ingevoerd in het werktuiggeheugen van de besturing. ook programmanulpunt genoemd. is de oorsprong van het werkstukcoördinatensysteem. Machinenulpunt M Het machinenulpunt M wordt door de fabrikant vastgelegd en kan niet veranderd worden. Werktuigdrager-referentiepunt T Het werktuigdrager-referentiepunt T is belangrijk voor het instellen met vooringestelde werktuigen. bevinden zich daar enkele belangrijke referentiepunten. Bij het draaien ligt het werkstuknulpunt altijd op de draaias en meestal bij het vlak. De besturing vindt op die manier haar telbegin in het wegmeetsysteem.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Opdat een CNC-besturing . Bij het frezen ligt het aan de oorsprong van het machinecoördinatensysteem en bij het draaien bij het aanslagvlak van de spilneus.zoals de SINUMERIK 840D . Referentiepunt R Het referentiepunt R wordt aangelopen om het meetsysteem op nul te zetten.zich via het meetsysteem in de beschikbare arbeidsruimte kan oriënteren.

Geometrische basisprincipes frezen en draaien 1. Hier twee voorbeelden van de combinatie absoluut/incrementeel: 8 .2 Absolute en incrementele maataanduidingen (frezen) Absolute ingaven: De ingevoerde waarden hebben betrekking op het werkstuknulpunt. * Met de softkey kan altijd worden omgeschakeld.1.1.1 . met inachtneming van de Richting. Actuele positie W *G91 Incrementele maataanduidingen Bij incrementele ingaven moeten altijd de verschil-waarden tussen actuele positie en eindpunt worden ingevoerd. Eindpunt * Eindpunt Actuele positie W *G90 Absolute maataanduidingen Bij absolute ingaven moeten altijd absolute coördinatenwaarden van het eindpunt in het actieve coördinatensysteem worden ingevoerd (de actuele positie wordt niet in acht genomen). Incrementele ingaven: De ingevoerde waarden hebben betrekking op de actuele positie.

o. 9 . het voorgaande element Cartesiaanse en polaire ingaven kunnen gecombineerd worden.v.: Eindpunt in Y en lengte invoeren Eindpunt in X en hoek invoeren De contextgebonden help-schermen kunnen tijdens de ingave worden opgeroepen en tonen de verschillende invoervelden. bijv. zijn er twee gegevens nodig. Deze kunnen er als volgt uitzien: Cartesiaans: coördinaten X en Y invoeren Alle grijze waarden worden automatisch berekend en aangegeven.13° = starthoek t.3 Cartesiaanse en polaire maataanduidingen (frezen) Om het eindpunt van een rechte te bepalen. Polair: lengte en hoek invoeren Informati Hoek 53.v. positieve X-as of Hoek 39.094° = hoek t.o.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1.1.

De ingaven voor de bogen in de teksteditor luiden: G2 X22.1.414 Y58.1.Geometrische basisprincipes frezen en draaien 1. Hierna ziet u een voorbeeld met twee .4 Cirkelvormige bewegingen (frezen) Bij cirkelbogen worden volgens DIN het eindpunt van de boog (coördinaten X en Y in het G17-vlak) en het middelpunt (I en J in het G17-vlak) aangegeven.1 .slechts gedeeltelijk bepaalde .cirkelbogen. Middelpunt invoeren (absoluut): Na input: Na input: De volgende aanduidingen van de waarden zijn het resultaat als u alle bekende maten heeft ingevoerd en telkens in het invoervenster van de desbetreffende boog op de softkey heeft gedrukt.505 I20 J0 G2 X105 Y70 I=AC(90) J=AC(70) 10 . De SINUMERIK-contourcalculator biedt u ook bij cirkelbogen de vrijheid elke willekeurige maat uit de tekening zonder omrekening over te nemen.

Actuele positie *G90 Absolute maataanduidingen Bij absolute ingaven moeten altijd absolute coördinatenwaarden van het eindpunt in het actieve coördinatensysteem worden ingevoerd (de actuele positie wordt niet in acht genomen). Hier twee voorbeelden van de combinatie absoluut/incrementeel: 11 .t. Incrementele ingaven: De ingevoerde waarden hebben betrekking op de actuele positie.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1. * * Eindpunt Opgelet: Eindpunt Actuele positie Afwijkend van DIN 66025 worden bij de hier geldige instelling ’DIAMON’ ook de I-waarden ingevoerd en weergegeven m.5 Absolute en incrementele maataanduidingen (draaien) Absolute ingaven: De ingevoerde waarden hebben betrekking op het werkstuknulpunt. *G91 Incrementele maataanduidingen Bij incrementele ingaven moeten altijd de verschil-waarden tussen actuele positie en eindpunt met inachtneming van de richting in te voeren. Met de softkey kan altijd worden omgeschakeld.b.1. de diameter.

Polair: lengte en hoek invoeren Informati Eindpunt Eindpunt Hoek 126.o.1.1.: Eindpunt in X en lengte invoeren Eindpunt in X en hoek invoeren De contextgebonden help-schermen kunnen tijdens de ingave worden opgeroepen en tonen de verschillende invoervelden. Deze kunnen er als volgt uitzien: Cartesiaans: coördinaten X en Z invoeren Alle grijze waarden worden automatisch berekend en aangegeven. positieve Z-as of Hoek -39.Geometrische basisprincipes frezen en draaien 1.320.6 Cartesiaanse en polaire maataanduidingen (draaien) Om het eindpunt van een rechte te bepalen.1 .906°) Cartesiaanse en polaire ingaven kunnen gecombineerd worden.v.094° = hoek t. zijn er twee gegevens nodig. 12 . het voorgaande element (39.v. bijv.87° = starthoek t.o.094° = 360° .

1. Boog R10 invoeren: Boog R20 invoeren: Na input: Na input: De volgende aanduidingen van alle waarden zijn het resultaat als u alle bekende maten heeft ingevoerd en telkens in het invoervenster van de desbetreffende boog op de softkey heeft gedrukt.771 I0 K-20 13 . De SINUMERIK-contourcalculator biedt u ook bij cirkelbogen de vrijheid elke willekeurige maat uit de tekening zonder omrekening over te nemen. De ingaven voor de bogen in de teksteditor luiden: G2 X50 Z-35 CR=10 G3 X30 Z-6.slechts gedeeltelijk bepaalde .7 Cirkelvormige bewegingen (draaien) Bij cirkelbogen worden volgens DIN het eindpunt van de boog (coördinaten X en Z in het G18-vlak) en het middelpunt (I en K in het G18-vlak) aangegeven. Hierna ziet u een voorbeeld met twee .810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1.cirkelbogen.

het werkstukmateriaal en de werktuigdiameter. S900.1.150 m/min: Gekozen wordt de gemiddelde waarde vc = 115 m/min Berekening van het toerental: Met deze snijsnelheid en de bekende werktuigdiameter wordt het toerental n berekend.Technologische basisprincipes frezen en draaien 1. .2 Technologische basisprincipes frezen en draaien 1. v c ⋅ 1000 n = ---------------------d⋅π Als voorbeeld wordt hier het toerental voor twee werktuigen berekend: d1 = 63mm d2 = 40mm 115mm ⋅ 1000 n 1 = --------------------------------------63mm ⋅ π ⋅ min 1n 1 ≈ 580 --------min De ingaven luiden dan S580 resp.2 . Bij deze toerentallen wordt telkens een snijsnelheid van 115 m/min bereikt. Het is echter beter het toerental met de uit de tabel overgenomen snijsnelheid te berekenen.2. 14 1n 2 ≈ 900 --------min 115mm ⋅ 1000 n 2 = --------------------------------------40mm ⋅ π ⋅ min (in het atelier ook vaak omwentelingen per minuut genoemd) In de NC-codering wordt het toerental met de letter S (Engels voor "Speed") aangegeven. Snijmateriaal van het werktuig: hardmetaal Materiaal van het werkstuk: C45 vc = 80 .1 Snijsnelheid en toerentallen (frezen) Het optimale toerental van een werktuig is afhankelijk van het snijmateriaal. Snijsnelheid bepalen Met behulp van de catalogi van de fabrikant of een tabellenboek wordt eerst de optimale snijsnelheid bepaald. In de praktijk wordt dit toerental op basis van lange ervaring vaak zonder berekeningen direct ingevoerd.

z1 = 4 d2 = 63mm. v f 2 = 783 mm --------min In de NC-codering wordt de voedingssnelheid met F (Engels voor "Feed") aangegeven. Opdat het werktuig zou verspanen. 15mm ⋅ 9 ⋅ 580 --------min mm v f 1 = 348 --------min De ingaven luiden dan afgerond F340 resp.1 .2 mm: Gekozen wordt de gemiddelde waarde fz = 0. 15mm ⋅ 4 ⋅ 580 --------min 1 v f 2 = 0. dit toerental een voedingssnelheid voor het werktuig worden toegewezen.15 mm bereikt. F780.0. het aantal tanden en het bekende toerental wordt de voedingssnelheid vf berekend. 15 .2. z2 = 9 1 v f 1 = 0. Bij deze voedingssnelheden wordt telkens een voeding per tand van 0. moet aan deze snijsnelheid resp. vf = fz ⋅ z ⋅ n Als voorbeeld wordt hier de voedingssnelheid voor twee werktuigen met een verschillende aantal tanden berekend: d1 = 63mm. De basiswaarde voor de berekening van de voedingssnelheid is de eenheid voeding per tand.15 mm Voedingssnelheid bepalen: Met de voeding per tand. Snijmateriaal van het werktuig: hardmetaal Materiaal van het werkstuk: C45 Voeding per tand fz = 0. Bepaling van de voeding per tand: Net als de snijsnelheid wordt de waarde voor de voeding per tand aan de hand van het tabellenboek of de documentatie van de werktuigfabrikant bepaald.2 Voeding per tand en voedingssnelheden (frezen) Op de vorige pagina heeft u geleerd hoe men de snijsnelheid bepaalt en de toerentallen berekent.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1.

Snijmateriaal van het werktuig: hardmetaal Materiaal van het werkstuk: automatenstaal vc = 180 m/min: Constante snijsnelheid vc (G96) bij het voordraaien. Constant toerental n (G97) bij het boren en schroefdraadsnijden: v c ⋅ 1000 n = ---------------------d⋅π d = 20mm (werktuigdiameter) 120mm ⋅ 1000 n = --------------------------------------20mm ⋅ π ⋅ min 1n ≈ 1900 --------min 16 Daar bij het boren met een constant toerental wordt gewerkt.1.2. Het toerental is afhankelijk van de gewenste snijsnelheid (hier wordt 120 m/min gekozen) en de werktuigdiameter. Bij een kleiner wordende diameter stijgt het toerental theoretisch op oneindig. bij het voordraaien. nadraaien en steken. moet daarom een toerentalgrens van bijv.2 .Technologische basisprincipes frezen en draaien 1. Alleen bij het boren en (meestal) bij het schroefdraadsnijden wordt het gewenste toerental geprogrammeerd. . De ingaven luiden dan G97 S1900.of draaistroommotoren met frequentieregeling. nadraaien en steken: Opdat de gekozen snijsnelheid op elke werkstukdiameter gelijk zou zijn. Om risico's door te hoge centrifugaalkrachten te vermijden. Dit gebeurt met behulp van gelijkstroom. moet hier het commando G97 = constant toerental worden gebruikt. 3000 1/min worden geprogrammeerd.3 Snijsnelheid en toerentallen (draaien) Bij het draaien wordt .in tegenstelling tot het frezen . De ingaven luiden dan G96 S180 LIMS=3000. wordt het toerental door de besturing met het commando G96 = constante snijsnelheid aangepast. Snijsnelheid bepalen Met behulp van de catalogi van de fabrikant of een tabellenboek wordt eerst de optimale snijsnelheid bepaald.meestal direct de gewenste snijsnelheid geprogrammeerd.

3mm min mm v f 2 ≈ 210 --------min 1 v f 1 = 2800 --------.⋅ 0. de documentatie van de werktuigfabrikant of de eigen ervaring bepaald. is ook de voedingssnelheid (ondanks dezelfde geprogrammeerde voeding) op de verschillende diameters verschillend. Voeding bepalen: Net als de snijsnelheid wordt de waarde voor de voeding aan de hand van het tabellenboek.⋅ 0. m m v c = 180 --------v c = 180 --------min min vf = f ⋅ n d = 20mm d 2 = 80mm 1 11n 2 ≈ 710 --------n ≈ 2800 --------1 min min 1 v f 2 = 710 --------. het toerental een voeding voor het werktuig worden toegewezen.4 Voeding (draaien) Op de vorige pagina heeft u geleerd hoe men de snijsnelheid bepaalt en de toerentallen berekent.2.0.4 mm: Gekozen wordt de gemiddelde waarde f = 0. 3mm min vf 1 mm = 840 --------min Omdat het toerental verschillend is. 17 . De ingave luidt dan F0. moet aan de snijsnelheid resp. Samenhang tussen voeding en voedingssnelheid: Met de constante voeding f en het desbetreffende toerental ontstaat de voedingssnelheid vf.2 . Snijmateriaal van het werktuig: hardmetaal Materiaal van het werkstuk: automatenstaal Voeding f = 0. Opdat het werktuig zou verspanen.3 mm (in het atelier vaak ook mm per omwenteling genoemd).810D/840D/840Di Beginnershandleiding 1.3.

Na een principiële inleiding in hoofdstuk 2. 18 . Het kan door de machinefabrikant gedeeltelijk individueel worden geconfigureerd.1 Overzicht van de besturing In dit hoofdstuk leert u de opbouw en de omgang met de besturingscomponenten toetsenbord en scherm kennen. de informatie van de machinefabrikant in acht en controleer uw ingaven voor u de machine start. In het derde en vierde deelhoofdstuk ligt de klemtoon op de productie. Aan de basis van de besturingen 810D/840D/840Di ligt een open besturingsconcept. Deze componenten dienen voor de programmering en de omgang met gegevens. dat de machinefabrikant (en gedeeltelijk ook u als gebruiker) veel vrijheid biedt om de besturing aan te passen aan individuele eisen. Het is dus mogelijk dat de volgorde van bepaalde handelingen in detail afwijken van de beschrijvingen in deze handleiding.w. Andere bedieningscomponenten voor de besturing en de scholingstoetsenborden voor SinuTrain vindt u in catalogus NC60 "Automatiseringsystemen voor bewerkingsmachines" (SIEMENS bestelnr.z.Overzicht van de besturing 2 Bediening Onder het algemene begrip "Bediening" verstaat men in deze beginnersdocumentatie alle arbeidsprocessen die in directe interactie tussen de gebruiker en de machine plaatsvinden.1 Bediening . 2. E86060-K4460-A101-J8). op het afwerken van NC-programma's. • Machinebedieningspaneel met override-potentiometers Met dit bedieningspaneel worden onmiddellijk de bewegingen van de machine beïnvloed.1 gaat het in het tweede hoofdstuk om het instellen en van werktuigen en werkstukken. Beeld-voorbeelden: • Bedieningspaneelfront OP 010C met TFT-kleurenscherm. Neem evt.2. d. softkey-balken (horizontaal en verticaal) en mechanisch CNC-toetsenbord met 65 toetsen.

.2. Na de start van de software is het bedieningsbereik ’Machine’ actief en de bedrijfsmodus ’Auto’ geselecteerd. De bedrijfsmodus ’Jog’ voor de directe aansturing van verplaatsingsassen werkt op de PC niet. begint u op een verschillende manier met het werk. > SinuTrain START) U kunt dan kiezen tussen de beide technologieën (frezen/ draaien) en de aard van het werktuigbeheer (zie hoofdstuk 2.. verschilt afhankelijk van het machinetype en de machinefabrikant en kan daarom hier niet gedetailleerd worden beschreven. bereik omschakelen. Een referentiebeweging wordt op de PC niet gesimuleerd.. De procedure om de beweging naar het referentiepunt te starten. (Vanaf softwareversie 6 kunnen machines ook individueel worden geconfigureerd).. Inschakelen Als . 19 .. Als u aan een Windows-PC werkt: Dan start u de software met het symbool op de desktop of met de ingave in het Start-menu (Start > Programma's > SinuTrain . uitschakelen Afhankelijk van het feit of u zich direct aan de machine in de besturing inwerkt of een Sinumeriktrainingssysteem op de PC gebruikt.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 2. Als u aan de machine werkt: Dan moet u vanzelfsprekend eerst de hoofdschakelaar aan de zijkant van de machine of op de schakelkast bedienen.1 en 2.2)..1 Inschakelen.1. Als .2. Na het inschakelen bevindt de besturing zich in het bedieningsbereik ’Machine’ en is de functie ’Ref’ (Referentiebeweging) geselecteerd.

het basismenu met de zes bedieningsbereiken van de besturing oproepen. Hier kunt u assen met de hand verplaatsen. Op de PC kunt u de softkey met de muis aanklikken of het bedieningsbereik met oproepen. Actief bedieningsbereik ’Programma’ (opgeroepen met softkey.a. muis of ) In dit bedieningsbereik schrijft en simuleert u NC-programma's Uitvoerig wordt dit thema in de hoofdstukken 3 (frezen) en 4 (draaien) behandeld. Voorbeeld: Magazijnlijst aan een draaimachine met werktuigbeheer 20 . Dit kunt u op het vlakke bedieningspaneel met de desbetreffende softkey doen. op het PC-klavier) kunt u .Overzicht van de besturing Bereik omschakelen Toetsen/Ingaven Scherm / Tekening Verklaring Met de <bereikomschakeltoets> ( op het vlakke bedieningspaneel resp. In het actieve bedieningsbereik ’Machine’ verschijnt het basismenu. uw werktuigen en de tabel met de nulpuntverschuivingen. De softkey van het actieve bedieningsbereik is gemarkeerd.2. Voorbeeld: Bewerkingscentrum met drie lineaire assen (X.Y.Z) en 2 ronde assen (A. krassen of NC-programma's uitvoeren.1 Bediening .C) Ga met de softkey naar het bedieningsbereik ’Parameters’. In het bedieningsbereik ’Parameters’ beheert u o.onafhankelijk van de bedieningssituatie waarin u zich bevindt . In dit bedieningsbereik stuurt u de machine direct.

is dit bedieningsbereik interessant voor systeemtechnici. die de NC-gegevens aan de machine willen aanpassen. Daarom wordt het in deze handleiding ook niet verder behandeld. 21 . AutoTurn).. Actief bedieningsbereik ’Inbedrijfstelling’ Zoals de naam doet vermoeden.) ) Afhankelijk van de configuratie van uw systeem kan ook de zevende en de achtste softkey van het basismenu gelabeld zijn..en uitlezen. Bij het dagelijks gebruik van de besturing is dit bereik nauwelijks van belang. Voorbeeld: Draaimachine met twee spillen ( (.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Toetsen/Ingaven Scherm / Tekening Verklaring Actief bedieningsbereik ’Diensten’ In dit bedieningsbereik kunt u bestanden beheren en via een seriële interface of een diskette in. Actief bedieningsbereik ’Diagnose’ Hier worden alarmen en serviceinformatie getoond en gedocumenteerd. Daarmee kunt u dan andere toepassingen oproepen (bijv.

Overzicht van de besturing ( ) Als u meermaals op de <bereikomschakeltoets> ( ) drukt. dan Als u nogmaals op de toets drukt. praktisch bij het programmeren als u tegelijkertijd ook de werktuiggegevens wilt inkijken. Als u met SinuTrain op een WindowsPC werkt: In de uitgebreide basismenubalk vindt u een softkey om SinuTrain af te sluiten! (PC-klavier: > + > ) Daarbij worden alle gebruikersgegevens automatisch bewaard voor een latere zitting.2. Probeer deze functie een keer uit met de bedieningsbereiken ’Programma’ en ’Parameters’. 22 . Hierna worden systematisch andere belangrijke toetsen (naar het voorbeeld van de het SinuTrain-scholingstoetsenbord in "QWERTY"uitvoering) en het besturingsscherm voorgesteld. * ingedrukt houden. Met de toets op het vlakke bedieningspaneel resp. + op de PC * breidt u het menu uit.-pijl" onderaan rechts geeft aan dat er nog andere functies of toepassingen ter beschikking staan. Als u aan de machine werkt: Als . kunt u tussen de beide bedieningsbereiken die het laatst actief waren heen en weer schakelen..nieuwe functies.1 Bediening . de <etc. zie pagina 26.1.. De softkeys krijgen .afhankelijk van de configuratie .) Volg de instructies van de machinefabrikant! Schakel ten slotte met de hoofdschakelaar de stroomtoevoer uit. Uitschakelen Als .2 Toetsenbord en schermindeling Bij uw eerste contact met de besturingsinterface heeft u reeds de toets <bereikomschakeling> ( ).>-toets ( ) en de horizontale softkeys van het basismenu leren kennen. Dat is bijv. keert u terug naar het basismenu van de bedieningsbereiken. (alternatief: . ( ) 2.. De "etc..

Met de toets <bereikomschakeling> wordt het basismenu met de bedieningsbereiken opgeroepen. + : + * * Met de verticale softkeys (genummerd van boven naar onder) roept u functies op of vertakt u evt. Alle voor het werk met SinuTrain vereiste functies kunnen direct of via toetsencombinaties met een normaal PC-klavier worden aangesproken. * ingedrukt houden. Binnen een bedieningsbereik gaat u met deze softkeys naar andere menu-bereiken en functies. die op hun beurt via de verticale softkey-balk kunnen worden opgeroepen. Met de <machinebereiktoets> kunt u direct naar het bedieningsbereik ’Machine’ springen. + + * * Met de toets <etc. naar onderfuncties.. 23 .. Met de toets <Recall> sluit u het venster op de voorgrond en springt u terug naar het hogere menu. Deze functie staat alleen ter beschikking als het toetsensymbool boven de eerste softkey verschijnt.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Op het afgebeelde scholingstoetsenbord zijn alle toetsen van het vlakke bedieningspaneel en het CNC-toetsenbord geïntegreerd. daarnaast ook de belangrijkste toetsen van het machinebedieningspaneel. Deze vindt u ook in de onderstaande tabel. Vlak bedieningspaneel Toets PC-toetsen . Verklaring Met de horizontale softkeys (genummerd van links naar rechts) schakelt u om tussen de bedieningsbereiken. dan de desbetreffende <F>-toets. die via de verticale softkeys kunnen worden opgeroepen. die ook op de PC worden gebruikt.> breidt u de horizontale softkey-balk uit.

Gecombineerd met de <Shift>-toets (zie lager) kunnen speciale tekens (?. Met het "QWERTY"-toetsenbord voert u bijv. kunt u de bovenste tekens van dubbele toetsen aanspreken en hoofdletters schrijven (zie boven).5 Met deze toets bevestigt en wist u het alarm dat met dit symbool gekenmerkt is. • . Het gebruik van hoofdletters en de overzichtelijke structurering van de ingaven met een spatie is gebruikelijk en aan te bevelen...2. (De naam "QWERTY" is gebaseerd op de plaatsing van de toetsen. worden (ook zonder <Shift>-toets) altijd hoofdletters gebruikt. • .. de <Shift>-toets reeds losgelaten worden voor u op de lettertoets drukt.Overzicht van de besturing Volledig CNC-toetsenbord Toetsen PC-toetsen Verklaring Via het cijferblok voert u de cijfers en basisrekenfuncties in..) <Spatie> (space) voor het invoeren van spaties Als u de <Shift>-toets indrukt.. Op draaimachines wordt vaak een zogenaamd "DIN"-toetsenbord met alfabetische volgorde gebruikt.. kan. Elk NC-blok wordt met <Input> overgenomen. 24 . Met de <input>-toets neemt u een geëditeerde waarde over. anders dan op de PC. De besturing "begrijpt" echter ook deze invoer: g0x40z-3.) worden ingevoerd.. namen van deelprogramma's en natuurlijk ook NC-commando's in. Praktisch voorbeeld: + + + U wilt op de besturing het volgende NC-blok invoeren: G0 X40 Z-3. opent u een directory of een bestand of markeert u het einde van een programmaregel in de editor en springt u met de cursor naar de volgende regel. De werking is identiek.5 Afhankelijk van de configuratie van uw besturing ..1 Bediening . & .

op het cijferblok met uitgeschakeld "NUM LOCK") activeert of deactiveert u een veld of kiest u in invoervelden (als het toggle-symbool verschijnt) tussen verschillende mogelijkheden (alternatief: muisklik).810D/840D/840Di Beginnershandleiding Het ’ i ’-symbool in de dialoogregel wijst erop dat u met deze informatietoets meer informatie over de actuele bedieningstoestand kunt oproepen. Als er meerdere vensters geopend zijn op het scherm. Bijzonder praktisch is bijv. mogelijkheid: Alternatief kunt u de cursor teken per teken naar rechts bewegen. Met de <selectietoets> of <toggle-toets> ( resp.2 geschreven en met <input> afgesloten. mogelijkheid: Daar hier het laatste teken moet worden vervangen. springt u het best <END> naar het einde van de regel. Op die manier kunt u bijv. Met deze toets springt u met de cursor naar het einde van de regel. Met de vier <pijltoetsen> kunt u de cursor bewegen. Als de cursor op de 2 staat.. Met de <wistoets> (<backspace>) wist u het teken links naast de cursor. de waarde van het invoerveld. Dat is op verschillende manieren mogelijk: 1. Met deze toets kunt u doorschakelen van venster tot venster (alternatief: muisklik in het venster). Met <backspace> wist u de 2 (het teken links naast de cursor). herkenbaar door de gekleurde vensterrand.. Toetsactiviteiten hebben altijd alleen betrekking op het venster met focus! Met de toetsen <Page Up> en <Page Down> beweegt u de schuifbalk (scrollbar) van een venster. Met de <Delete>-toets wist u in de editor het gemarkeerde teken resp. Nu wilt u de voeding instellen op 0. 25 . door lange deelprogramma's "bladeren". Praktisch voorbeeld: U heeft het NC-blok G1 X0 F0.3. . 2. is één ervan altijd actief. de ’On-line-help’ bij bepaalde NC-commando's (zie pagina 76). kunt u die met <DEL> wissen.

schakelt u terug naar het volgende blok.47 in -82. Praktisch voorbeeld: U wilt in een invoerveld de waarde -82.. * Toetsen zoals aangegeven na elkaar indrukken en ingedrukt houden! 26 . De overschreven ingave wordt dan hersteld. Als u een vergissing in de editeermodus ongedaan wilt maken (Engels "undo"). Met deze toetsen wordt de spil geschakeld (niet in de standaardversie van SinuTrain).475 veranderen zonder het getal helemaal opnieuw in te voeren. drukt u opnieuw op .2. Vervolgens kan de bewerking met <Cycle Start> in het actuele blok worden voortgezet. Hiermee wordt de software afgesloten (alternatief ook met een softkey)..resp.Overzicht van de besturing Met de <Edit>. <Undo>-toets schakelt u in de invoervelden om op de editeermodus (zie praktisch voorbeeld). ). De te veranderen waarde is gemarkeerd ( Editeermodus inschakelen . Als u nogmaals drukt.1 Bediening . De bewerking stopt automatisch na elk blok en kan met <Cycle Start> worden voortgezet. + + + / / * + + + * De toets <EXIT> bestaat alleen op het scholingstoetsenbord. Met de <Reset>-toets wordt de bewerking geannuleerd. + / / * + + + * + + + * + + Met deze toetsen worden de gelijknamige bedrijfsmodi AUTO. worden meldingen gewist (zie ook ) en wordt de besturing in de basistoestand geschakeld (klaar voor een nieuwe programma-uitvoering). Met de toets <Cycle Stop> wordt de bewerking van het lopende programma gestopt. Cursor positioneren Cijfer 5 toevoegen veranderde waarde bevestigen (de oranje markering springt naar het volgende invoerveld) Machinebedieningspaneel Toets PC-toets + + + + + * + * Verklaring Met de toets <Cycle Start> wordt vooral de afwerking van programma's gestart. MDA en JOG geactiveerd (in de standaardversie van SinuTrain werkt alleen AUTO). De toets <Single Block> biedt u de mogelijkheid een programma blok per blok af te werken.

d. ’SinuTrain_Mill’) 5 In dit bereik worden alarmen en meldingen aangegeven in combinatie met een nummer. voeding..afhankelijk van het bedieningsbereik arbeidsvensters (bijv.’-symbool geeft aan dat er andere functies bestaan die u met de toets in de horizontale softkey-balk kunt oproepen. actief) 3 Programmatoestand (geannuleerd. instructies voor de bediener. Parameters . 17 Verticale softkey-balk: Hier staan ondermenu's en functies.. kunt u bijkomende help-teksten oproepen (zie toets op het CNC-toetsenbord). 14 Het ’Recall’-symbool geeft aan dat u zich in een ondermenu bevindt. 15 Het ’etc. "Halt: NOODSTOP actief" of "Wachten: verwijltijd actief") 9 Kanaalstatusindicatie (bijv.) 7 Pad en programmanaam van het geselecteerde programma 27 . met de toets kunt verlaten. 16 Horizontale softkeys: Hier staan de bedieningsbereiken of hoofdfuncties. waaronder in de documentatie meer informatie opgezocht kan worden. JOG) in het bedieningsbereik ’Machine’. 11 In het midden van het scherm bevinden zich . In dit venster zijn evt.z. 6 Bedrijfsmodus (AUTO. ROV: De correctie voor de voeding werkt ook op de ijlgangvoeding SBL1: afzonderlijk blok met stop na elk machinefunctieblok) 10 Als het -symbool zichtbaar is. Dit venster heeft een gekleurde rand. dat u evt. 12 De focus ligt altijd op slechts één arbeidsvenster. (De scholingssoftware SinuTrain beschikt alleen over de bedrijfsmodus AUTO.) getoond. 2 Kanaaltoestand (reset. onderbroken. 13 In dit bereik staan. loopt. indien beschikbaar.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Schermindeling 8 Kanaalbedrijfsmeldingen (bijv. programma-editor) en/ of zoals hier NC-aanduidingen (positie. . 1 Hier wordt het actuele bedieningsbereik (Machine. MDA. ingaven actief (zie ook toets ).w..). gestopt) 4 Kanaalnaam (in SinuTrain staat hier de gekozen technologie. bijv..

2. waarbij alle werktuigen op de revolver makkelijk te overzien zijn. maar aan de hand van T-nummers en niet aan de hand van de namen.2.3 vindt u dan een lijst van alle werktuigen die in de volgende voorbeeldprogramma's worden gebruikt. in hoofdstuk 2.2. De configuratie "met werktuigcorrectie" wordt beschreven in hoofdstuk 2.2 Instellen In dit hoofdstuk leert u de basishandelingen bij het instellen met de SINUMERIK-besturing 840D/810D/ 840Di kennen.4 wordt het krassen en het instellen van het nulpunt behandeld.2.* In hoofdstuk 2.2. * De handelwijze kan zonder problemen worden overgedragen op een andere technologie! 28 . is deze eenvoudigere configuratie nuttig.2 Bediening . • hoe u in het werktuigbeheer een nieuw werktuig aanlegt • hoe u dit in het echte magazijn en in de magazijnafbeelding in de besturing "inbouwt" (hoofdstuk 2. Bij machines met een eenvoudige "Werktuigcorrectie" worden natuurlijk ook werktuigen beheerd..Instellen 2.1).. Aan de hand van een freesmachine in de configuratie "met werktuigbeheer"* leert u .2. Vooral aan draaimachines.

.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 2. Werktuig aanleggen Toetsen/Ingaven ( ) Scherm / Tekening Verklaring Roep in het basismenu het bedieningsbereik ’parameters’ op.1 Werktuigbeheer: Werktuig aanleggen en in het magazijn laden We gaan ervan uit dat u een bewerkingscentrum met een (ketting-)magazijn heeft.2.. 29 ... Dan keert u terug naar het scherm van de besturing . in stijgende volgorde gesorteerd op plaatsnummer. Standaard worden de werktuigen in de ’magazijnlijst’ weergegeven. De horizontale softkey-balk verandert: Naast de ’magazijnlijst’ staat nu ook de ’werktuiglijst’ ter beschikking . Plaats het werktuig eerst met de hand in de spil. Neem hierbij de instructies van de machinefabrikant in acht. U wilt een messenkop maat 63 in het werktuigbeheer aanleggen en op een willekeurige vrije magazijnplaats onderbrengen.

Via de verticale softkeys legt u een nieuw werktuig aan. Verder naar keuzelijst ’Type’! Geselecteerd is momenteel het type ’120 schachtfrees’). 30 . FM63 Voer een naam voor het nieuwe werktuig in (bijv.. . Bevestig de ingave.2.). Bevestig het geselecteerde type.Instellen In de weergave ’werktuiglijst’ worden de werktuigen gesorteerd op T-nummer (Tnr.. ’FM63’ voor een vlakfrees met ø63mm). Open de selectielijst met en markeer het type ’140 Vlakfrees’.2 Bediening .

afzonderlijk de lengte van een adapter (die wordt gebruikt voor verschillende werktuigen) worden ingevoerd.26 31.] Radius Lengte1 totaal Lengte1 31 . 134. Ze heeft een gedefinieerde snijkant D.. Met de softkey gaat u naar het venster voor de correctiewaarden van deze snijkant.810D/840D/840Di Beginnershandleiding De vlakfrees werd aangelegd. Adapter Lengte1 basis Lengte1 [Als u bij het nameten vaststelt dat een werktuig niet meer de juiste afmetingen heeft. Deze waarde wordt dan opgeteld bij de werktuiglengte.. De radius van een meskop met diameter 63 is 31. kunt u deze waarde hier invoeren.5 . In de kolom ’Basis’ kan evt. De "ideale" maten blijven ongewijzigd.5 Als u de correctiewaarde voor de lengte voordien met behulp van een werktuigvoorinstelapparaat heeft gemeten. kunt u dit verschil invoeren in de regel ’Slijtage’.

Met de softkey [<<] sluit u het invoervenster opnieuw en keert u terug naar de werktuiglijst. Met de softkey [Werktuigdetails] opent u het invoervenster voor de werktuiggegevens... Als u de gegevens van een werktuig later wilt wijzigen . De velden MN (magazijnnummer) en Pl (plaats) zijn nog vrij. Markeert u de regel van het desbetreffende werktuig in de werktuiglijst. 32 . Als . In het programma wordt het echter opgeroepen met zijn ..veelzeggende naam (zie hoofdstuk 3 en 4).. Magazijn beladen Markeer de regel van het werktuig dat u in het magazijn wilt laden.Instellen De werktuiggegevens zijn compleet.. Terug naar de werktuiglijst Het werktuig krijgt nu automatisch een T-nummer.. Het werktuig bevindt zich dus quasi in de werktuigkast en moet nog in het magazijn worden geladen . Via de horizontale softkey roept u de functie voor het beladen op.2. Voer de wijzigingen uit.. ..2 Bediening .

. .. .. een "onoverzichtelijk".. Terug naar het bovenste menuniveau van het bedieningsbereik 33 ..810D/840D/840Di Beginnershandleiding Als . is het makkelijker een lege magazijnplaats te laten voorstellen door de besturing: 1 9 Start de laadprocedure met de softkey... kunt u de gegevens met de hand invoeren: Als .. Het werktuig wordt in het magazijn geladen. .. Als u het werktuig op een bepaalde magazijnplaats wilt hebben . Als u bijv.... groot magazijn heeft.

Met deze softkey opent u de overzicht van alle werktuigen (zie hieronder).. Met deze softkeys navigeert u tussen meerdere snijkanten van een werktuig.Instellen 2. We gaan ervan uit dat u een draaimachine heeft en een 3mm-steekbeitel op revolverplaats 5 wilt zetten . Puntjes in de softkey symboliseren in het algemeen dat er nog een vraag volgt of een ondermenu bestaat. Standaard worden de correctiegegevens van het eerste werktuig (T1) weergegeven.. Met deze softkey legt u een nieuw werktuig of een nieuwe snijkant aan. lager T-nummer.2.2 Werktuigcorrectie: Werktuig aanleggen Nu de variant met het eenvoudige werktuigbeheer: Uw SINUMERIK-besturing beheert dus T-nummers en geen werktuignamen.2 Bediening . U kunt met de softkeys gericht naar een bepaalde snijkant van een bepaald werktuig gaan. 34 . Met de verticale softkeys kunt u in de correctielijst navigeren en veranderingen uitvoeren: Met deze softkeys springt u naar het werktuig met een hoger resp. Toetsen/Ingaven ( ) Scherm / Tekening Verklaring Roep in het basismenu het bedieningsbereik ’parameters’ op.2. Met deze softkey wist u een werktuig of een snijkant.

draaiwerktuigen 7xx . (5) Bij oudere softwareversies moet het T-nummer met de hand worden ingevoerd. 35 . Leg met de softkeys een nieuw werktuig aan.0 wordt automatisch het eerste vrije T-nummer ingevoerd.810D/840D/840Di Beginnershandleiding In het overzicht ziet u dat T-nummer 5 hier nog niet toegewezen is.slijpwerktuigen 5xx . Aan de verschillende werktuigtypes is een nummer toegewezen. Als u een nummer invoert dat reeds toegekend is.speciale werktuigen In dit geval staat in het veld het nummer 220 voor het type ’Centerboor’. Het eerste cijfer wijst de werktuigen toe aan een groep: 1xx .freeswerktuigen 2xx .boorwerktuigen 4xx . Vanaf softwareversie 6. verschijnt er een melding.

.. het volgend thema is de snijkantligging . 36 . ( ) Bij het selectieveld voor de snijkantpositie bestaat er een help-scherm. dat u met kunt oproepen. .. .. kunt u het type selecteren in de lijst: Tegelijkertijd met het wissen van het vooringestelde nummer wordt de selectielijst met de werktuiggroepen geopend.. kunt u het nummer direct invoeren: 520 Reeds bij het invoeren van het eerste cijfer wordt ter oriëntatie automatisch de selectielijst voor de draaiwerktuigen geopend. Markeer de groep ’5xx draaiwerktuigen’ en bevestig de selectie. ...2 Bediening ... .. Probeert u gewoon een paar verschillende manieren uit om het gebruik van de lijst te oefenen..Instellen Als Als u het typenummer voor 'groefstaal' nog niet kent . U kunt de beide hier beschreven manieren voor de omgang met een selectielijst natuurlijk ook in combinatie gebruiken. Het werktuigtype is gekozen. Als Als u het typenummer voor 'groefstaal' kent .. Kies in de lijst volgens hetzelfde schema het type ’520 groefstaal’.2...

39 mm = 3 mm.1 0. Volgens hetzelfde principe kunt u nu alle werktuigen aanleggen die u nodig heeft voor de voorbeeldprogramma's . kunt u deze waarde hier invoeren.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3 Eerst moeten de correctiewaarden voor de linker snijkant (D1) worden ingevoerd. Het werktuig kan nu met het commando T5 worden geselecteerd (zie hoofdstuk 3 en 4). 37 . Terug naar het hogere menu! .. Als u de correctiewaarde reeds heeft gemeten met behulp van een werktuigvoorinstelapparaat.1 42 0..1 G18: Z/X-vlak 42 93.1 Nu de tweede snijkant (D2): Kengetal van de tweede snijkant: 4 Werktuigpunt 2 (snijkant D2) 4 WT-punt 1 (snijkant D1) Lengte 2 (D2) Lengte 1 (D1) 39 Lengte 1 (D2) Lengte 2 (D2) Radius van de snijkant: wie D1 39 zoals D1 . Voorbeeld: Lengte 1 (D1) Lengte 2 (D1) Radius van de snijkant: Lengte1 (D1) Lengte2 (D2) 93. Alle correctiewaarden voor het werktuig zijn ingevoerd. Het verschil tussen de beide waarden voor ’Lengte 2’ is de breedte van de steekbeitel-: 42 mm .

legt u boren voor de simulatie het best als schachtfrezen aan! Voor het frezen staan in totaal de volgende werktuigtypes ter beschikking: 110 kogelkopfrees 120 schachtfrees 130 hoekkopfrees 131 hoekkopfrees met hoekafronding 150 schijffrees 155 kegelstompfrees 205 volboor 210 boorstang 230 kotterboor 240 draadboor regeldraad 250 ruimer 700 sleufzaag 711 randtaster 720 georiënteerde meettaster 121 schachtfrees met hoekafronding 140 vlakfrees 200 spiraalboor 220 centerboor 241 draadboor fijne draad 710 3D-meettaster 900 speciaal werktuig 38 . Houd bij de programmering dan rekening met de veranderde naam bij het oproepen van de werktuigen.2. In de voorbeeldprogramma's van de hoofdstukken 3 en 4 worden de onderstaande werktuigen gebruikt.3 Werktuigen van de voorbeeldprogramma's In de voorgaande hoofdstukken heeft u bij wijze van voorbeeld een frees.) Werktuigen in de freesprogramma's Type 140 vlakfrees 120 schachtfrees 120 schachtfrees 120 schachtfrees 220 centerboor 200 spiraalboor 200 spiraalboor 240 draadboor Naam SM60 EM20 EM16 EM10 CD12 TD8_5 TD10 T_M10 Snijkantgegevens (fragment) D1 D1 D1 D1 D1 D1 D1 D1 radius 30 radius 10 radius 8 radius 5 radius 6 * radius 4.2. Om deze programma's aan de hand van de simulatiegrafiek te kunnen volgen.Instellen 2.25 * radius 5 * radius 5 * * Afhankelijk van de software-versie kan de radius van een boor alleen door directe bewerking van het werktuiginitialisatiebestand worden ingevoerd.en een draaiwerktuig aangelegd.2 Bediening . moet u ook deze werktuigen aanleggen in het bedieningsbereik ’Parameters’. Als u daarmee niet vertrouwd bent. (Natuurlijk kunt u ook uw "eigen" werktuigen van hetzelfde type met andere namen gebruiken.

Hiernaast vindt u als oriëntatiehulp daarom het help-scherm voor de snijkantligging. **** Als u in het G17-vlak boort (aanbeveling). ook de snijkantligging een belangrijke rol. *** Dit werktuig werd in hoofdstuk 2. frees. Voor het draaien staan in totaal de volgende werktuigtypes ter beschikking: 500 voordraaistaal 510 nadraaistaal 520 groefstaal 530 afsteekstaal 540 draadstaal 730 aanslag Daarbij komen nog de boor-.4 radius 0. die u kunt bepalen door krassen of met behulp van een werktuig-voorinstelapparaat. legt u boren voor de simulatie het best als schachtfrezen aan! ** Als bij het aanleggen van een werktuig een ’vrije hoek’ of ’vrijsnijhoek’ niet gelijk aan 0 wordt ingevoerd. 42 lengte 2 bijv. naast de snijkantradius en de lengtecorrecties.1 radius 0. Type 500 voordraaistaal 500 voordraaistaal 510 nadraaistaal 510 nadraaistaal 540 draadstaal 520 groefstaal 200 spiraalboor 205 volboor Naam RT1 RT2 FT1 FT2 Draad GT_3 *** TD5 SD16 Snijkantgegevens (fragment) D1 D1 D1 D1 D1 D1 D2 D1 D1 radius 0.en speciale werktuigen die reeds bij de freeswerktuigen (pagina 38) werden aangegeven.4 snijkantligging 3 snijkantligging 3 snijkantligging 3 snijkantligging 3 snijkantligging 8 snijkantligging 3 snijkantligging 4 lengte bijv.5 * **** radius 8 * **** * Afhankelijk van de software-versie kan de radius van een boor alleen door directe bewerking van het werktuig-initialisatiebestand worden ingevoerd. Als u daarmee niet vertrouwd bent.2. Zie hoofdstuk 5 van de handleiding. dan wordt deze bij het draaien van ondersnijdingen op botsinggevaar bewaakt (zie voorbeeld in hoofdstuk 4. heeft de lengte 1 in de werktuigcorrectie.2).8 radius 0. afwijkend van de correcties van de draaiwerktuigen. 39 vrije hoek 44° ** vrije hoek 44° ** radius 2. 39 .8 radius 0.2 behandeld.1 radius 0.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Werktuigen in de draaiprogramma's Bij het aanleggen van draaiwerktuigen speelt. betrekking op de Z-as.

(Alternatief: toets ) ( ( ) ) Verplaats het werktuig bijv. Activeer het werktuig waarmee u het werkstuk wilt aankrassen (bijv. Start het programma met de toets <Cycle Start> op het machinebedieningspaneel. Uit de correctiegegevens van het werktuig en de actuele positie van de werktuigdrager kan de besturing de nulpuntverschuiving berekenen waarop de coördinaten van het NCprogramma betrekking hebben. in de bedrijfsmodus ’Jog’ "met de hand" (bijv. .2. door in de bedrijfsmodus ’MDA’ een klein programma te schrijven dat de werktuigoproep uitvoert en de spil laat roteren). Het aankrassen en het instellen van het werkstuknulpunt vormt dus een onmiddellijk samenspel tussen besturing en machine resp. Keer vervolgens terug naar de manuele modus (bedrijfsmodus ’JOG’) (zonder tussendoor op <Reset> of <Cycle Stop> te drukken).2.4 Werkstukken aankrassen en nulpunt instellen Bij het aankrassen verplaatst u een voordien gemeten werktuig voorzichtig naar het werkstuk toe tot het werktuig tegen het werkstuk "krast".Instellen 2. tussen werktuig en ingespannen werkstuk.2 Bediening . met de astoetsen van het machinebedieningspaneel) naar een positie die een botsingvrije werktuigwissel (revolverzwenking) mogelijk maakt. 40 . De functie ’aankrassen’ is daarom niet beschikbaar in de scholingssoftware SinuTrain. Ga naar het basismenu van de besturing en roep het bedieningsbereik ’Machine’ op...

Plaats dan de cursor (met <pijl omlaag>. (evt. Dit gebeurt door het omschakelen op ’-’ in het veld achter de doelpositie. De verschuiving verschijnt links naast het invoerveld. De lengtecorrectie van het werktuig in Z (’Lengte 2’) staat tegenover de as. Daarbij moet ook de lengtecorrectie van het werktuig in acht worden genomen. G54 In het functievenster legt u eerst vast in welke nulpuntverschuiving (G54. 41 . een afzonderlijk handapparaat of elektronische handwielen tot het in contact komt met het werkstuk. niet met <input>!) op het invoerveld ’Doelpositie’ voor de as waarin u het eerst wilt aankrassen (hier Z-as bij het draaien).810D/840D/840Di Beginnershandleiding Hier kunt u de functie ’Aankrassen’ met een horizontale softkey activeren.) u het resultaat wilt leggen. De geometrie van het werktuig wordt daardoor negatief in aanmerking genomen bij het berekenen van de verschuiving.o. (zie onderstaand help-scherm)..) 1 Voer nu in het veld ’Doelpositie’ de waarde in die deze coördinaat later in het programma moet krijgen.v. de aankrasrichting terugtrekken en de spil stoppen. G55 . kunt u het werktuig dan verticaal t.. Beweeg het werktuig voorzichtig met de astoetsen.

Alle nulpuntverschuivingen van de besturing kunt u in het bedieningsbereik ’Parameters’ "opzoeken".Instellen . De nulpuntverschuiving wordt bij de afwerking door het oproepen van het desbetreffende commando (G54. . Neem ten slotte alle waarden over in de geselecteerde nulpuntverschuiving (NV). hier G54.2 Bediening . op dezelfde manier de nulpuntverschuiving voor de overige assen (bij het draaien niet vereist daar het draaicentrum altijd de X-waarde 0 heeft). Bepaal evt.. G55..) actief in het NC-programma.2.. 42 ..

een deelprogramma ("VOORBEELDPROGRAMMA...1.3. 43 ..WPD"). Steek een geformateerde. .figuurlijk natuurlijk . ] programmeertoestel Archief-directory op de harddisk Hier wordt bij wijze van voorbeeld de gegevensuitwisseling tussen besturing en diskette behandeld. Het aanleggen van werkstuk-directories en programma's is uitvoerig beschreven aan de hand van een voorbeeld in hoofdstuk 3. leert u hier hoe u dit programma evt. diskette zonder schrijfbeveiliging in de diskdrive! Besturing -> diskette (uitlezen) De basis voor dit voorbeeld is een willekeurig werkstuk-directory (hier "TEST. 2.. van een diskette naar de besturing kopieert.1 Gegevens op diskette bewaren en van diskette inlezen Uw SINUMERIK-besturing biedt verschillende mogelijkheden gegevens uit te lezen en in te lezen.3 Programma's beheren en uitvoeren In dit hoofdstuk vliegen ..de spaanders... vanuit het programmabeheer in de kern van de besturing laadt en uiteindelijk uitvoert. Als er een uitvoerbaar en getest programma bestaat (zie hoofdstukken 3 en 4 voor de programmering) .MPF") en een subprogramma ( "UP20.. dat u in het bedieningsbereik ’Programma’ heeft aangelegd en waarbij bijv. ] diskdrive [PG] [archief.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 2. Deze kunnen in het bedieningsbereik ’Diensten’ via de verticale softkey-balk worden geselecteerd: [V24 ] seriële interface [diskette.SPF") horen.

.WPD").2.Programma's beheren en uitvoeren ( ) Ga naar het basismenu van de besturing en roep het bedieningsbereik ’Diensten’ op...WPD" bevindt zich dus in de directory "Pieces. In het venster ziet u de directories (type ’Dir’ voor ’Directory’).3 Bediening . . Het werkstuk-directory "TEST. en markeer de directory dat u wilt bewaren op de diskette (hier dus "TEST. Als actief gemarkeerd is op de afbeelding de softkey [Data in]. die ook in het bedieningsbereik ’Programma’ bereikbaar zijn via de horizontale softkeys.... ... 44 ..DIR": Open de hogere werkstuk-directory . Met de softkey [Data uit] schakelt u om op gegevensuitvoer.

. Daarbij wordt de naam van het gemarkeerde bestand overgenomen in het veld ’Archiefnaam’ (en wordt evt. Het draagt de werkstuknaam. Met de toetsen <Pijl omlaag> en <Pijl omhoog> kunt u de cursor nu door de bestandslijst bewegen.MPF" ." Open nu de werkstuk-directory "TEST.. Als . verschijnt de melding "Opdracht is klaar... Start het kopiëren van de gegevens uit de besturing naar de diskette. Met de <Tab>. Schakel de focus met <Tab> terug naar het veld ’Archiefnaam’ en voer opnieuw de naam van het werkstuk in.. Als u voor het opslaan wilt controleren welke bestanden zich reeds op de diskette bevinden . markeer het deelprogramma "VOORBEELDPROGRAMMA. De focus heeft het veld ’Archiefnaam’.of de <END>-toets schakelt u de focus verder tot de oranje balk een regel in de bestandslijst markeert.810D/840D/840Di Beginnershandleiding In het venster verschijnt de inhoud van de diskette. De kopieerprocedure wordt in de indicatieregel geprotocolleerd... . Als de gegevens met succes gekopieerd zijn.WPD". overschreven!). 45 ..

Het programmabestand "VOORBEELDPROGRAMMA.2. en kopieer het als oefening nog een keer afzonderlijk naar de diskette..ARC" blijft de volledige gegevensstructuur van de werkstuk-directory. Bij het terugschrijven van een ARC-bestand wordt deze structuur hersteld. Verlaat het menu opnieuw met de <Recall>-toets. het deel.ARC" opgeslagen.ARC" opgeslagen.MPF" werd als "VOORBEELDPROGRAMMA. Diskette -> Besturing (inlezen) Kies nu het menu voor het inlezen van gegevens.Programma's beheren en uitvoeren . De cursor markeert opnieuw het net op de diskette gekopieerde bestand. Het werkstuk-directory "TEST. Ga vervolgens naar het menu [Data beheren] en roep daar de inhoud van de [Diskette] op.. Achtergrond: De extensie "ARC" staat voor archief.3 Bediening .WPD" werd met alle bestanden als "TEST. 46 .en subprogramma ongewijzigd. Binnen het archiefbestand "TEST.

. en start de transfer.... Markeer het bestand "VOORBEELDPROGRAMMA.ARC" op de diskette werd opgeslagen moet opnieuw in de besturing worden ingelezen. 47 .810D/840D/840Di Beginnershandleiding Het deelprogramma dat als "VOORBEELDPROGRAMMA. Het bestand werd vervangen door een kopie. verschijnt de vraag of u dit programma wenst te overschrijven. . Beantwoord de vraag met [Ja]... Daar het oorspronkelijke programma nog altijd aanwezig is in de besturing.ARC" in de bestandslijst van de diskette ..

uit te voeren om alle geprogrammeerde bewegingen nogmaals te kunnen testen op botsinggevaar.Programma's beheren en uitvoeren 2. de revolver aanwezig en opgemeten zijn! Controleer of het werkstuk goed ingespannen en het nulpunt correct ingesteld is! Het is eventueel nuttig het programma eerst "droog". Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor de voorbeeldprogramma's in deze documentatie! Vooral de snijgegevens (toerental. moeten programma's die momenteel niet meer benodigd zijn. selecteren en uitvoeren Als een programma nog niet helemaal afgewerkt is of nog getest moet worden. Op de bijzonder kritieke punten schakelt u bovendien het best op blok-per-blok-bedrijf. moet u absoluut de volgende punten in acht nemen: Controleer precies aan de hand van de simulatie of het programma geen fouten bevat. d. worden aangepast aan de omstandigheden in uw machine. d. zonder werkstuk. laden. Voor u een programma start. via de functie ’Laden’. Om een programma te kunnen uitvoeren. 48 . kunt u de ’vrijgave’ van het programma onttrekken en daardoor verhinderen dat het geladen.z.3 Bediening . terug naar de harddisk geschreven worden (indien aanwezig). Dit gebeurt.w.w. Draai de voedings-override voor de eerste test van een programma op NUL. Eén van de geladen programma's kan telkens worden geselecteerd voor afwerking. voeding.2. Daar de plaats in het NC-werkgeheugen beperkt is. snijbreedte) moeten evt. zodat u later ook bij fout geprogrammeerde ijlgangwegen nog tijd heeft om in te grijpen.3.2 Programma vrijgeven.z. moet het zich in het NC-werkgeheugen bevinden. als de besturing over een harddisk beschikt. De naam van het geselecteerde programma verschijnt dan bovenaan rechts in de kopregel van het scherm. geselecteerd en uitgevoerd kan worden. Dit gebeurt met de functie ’Selectie’. na de uitvoering worden ontladen. Controleer of alle in het programma gebruikte werktuigen in het magazijn resp.

810D/840D/840Di Beginnershandleiding Nu het concrete voorbeeld: U heeft in het bedieningsbereik ’Programma' van het werkstuk "Compleet" geprogrammeerd of in het bedieningsbereik ’Diensten’ de programmagegevens bijv. ) ( ( ) Open het programma-overzicht .... 49 .... Het werkstuk is reeds vrijgegeven.. Als er andere bedrijfsmodus actief is. van diskette geladen .. . Als oefening kunt u .. • en het werkstuk uiteindelijk opnieuw vrijgeven.. en markeer het(de) werkstuk(-directory) COMPLEET".. . . activeert u de bedrijfsmodus ’AUTO’. Ga naar het bedieningsbereik ’Machine’.... . • de melding bevestigen .. • het werkstuk eerst de vrijgave onttrekken.. • en het dan (tevergeefs) proberen te laden.

SPF" en "WWP.INI is de configuratie van de simulatie geblokkeerd.. In het bestand DPWP.. . .2.. Als Als het te bewerken deelprogramma een andere naam heeft dan de werkstuk-directory (omdat het deel bijv.. aan twee kanten moet worden bewerkt en u daarom twee hoofdprogramma's met de namen "SIDE_1" en SIDE_2" heeft aangelegd) . In de kopregel van het scherm staat nu de naam van het geselecteerde programma: 50 .Programma's beheren en uitvoeren Laad het werkstuk nu in het NC-werkgeheugen.SPF") mee werden geladen. markeert u het deelprogramma (type ’MPF’) binnen de werkstuk-directory en drukt u vervolgens op [Selectie].. Als Als de werkstuk-directory en het deelprogramma zoals hier dezelfde naam hebben . ziet u dat bij het laden van de directory alle programma's (deelprogramma "COMPLEET.MPF" en subprogramma's "CONTOUR.. wordt door de 'selectie' (type ’WPD’) automatisch het gelijknamige deelprogramma (type ’MPF’) geladen.. . Als u met <input> de werkstuk-directory opent... Deze is voor de afwerking op de machine niet vereist en wordt daarom ook niet geladen.3 Bediening ..

. In kritieke situaties: of in het uiterste geval ! 51 . . U heeft verschillende mogelijkheden het verloop van het programma te beïnvloeden. (Met [Programma verloop] en [Programmablokken] kunt u wisselen tussen de beide weergaven). het eerste blok) van het geselecteerde programma te zien. Draai voorzichtig de voedings-override open als u het programma de eerste keer uitvoert.. Alternatief kan in het venster ook het volledige programma worden getoond. De status verschijnt in een statusregel aan de bovenkant van het scherm.w. SBL2 of SBL3) kunt u met de toets <SingleBlock> op het machinebedieningspaneel bovendien altijd activeren en deactiveren. De actieve blok-per-blok-modus (SBL1. In het geel geaccentueerde venster is nu het ’Actuele blok’ (d.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Verlaat het programma-overzicht met de <Recall>-toets.z. Start vervolgens het programma.

3. Natuurlijk wordt hier niet alles behandeld wat met deze machtige besturingen mogelijk is. bent u goed voorbereid om u zelfstandig verder in te werken.1 Programmering frezen .Werkstuk "Langsgeleiding" 3 Programmering frezen In dit hoofdstuk leert u aan de hand van twee eenvoudige voorbeeldwerkstukken de programmering van de besturingen SINUMERIK 810D/840D/840Di kennen. Maar als u deze beide werkstukken nageprogrammeerd heeft.3. Daarbij worden de volgende thema's behandeld: • Onderverdeling in werkstuk. deelprogramma en subprogramma • Werktuigoproep en werktuigwissel • Basisfuncties • Technologische functies (snijgegevens) • Eenvoudige verplaatsingswegen zonder freesradiuscorrectie • Boren met cycli en subprogrammatechniek • Simulatie ter controle van de programmering 52 .1 Werkstuk "Langsgeleiding" Aan de hand van het werkstuk "Langsgeleiding" leert u toets per toets de volledige weg van de tekening tot het afgewerkte NC-programma kennen.

810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3. etc.1. Het gemarkeerde type 'Pieces' (WPD) is een directory. Ga met de softkey naar het bedieningsbereik 'Programma' Er bestaan verschillende programmatypes. ( ) 53 . waarin alle relevante gegevens van een bewerkingsopgave (deelprogramma's. die nu te zien zijn in de softkey-balk.) kunnen worden bewaard. Zo kunt u alle bestanden overzichtelijk structureren. Het actieve bedieningsbereik 'Machine' is zwart geaccentueerd. er ( ) wordt momenteel geen programma afgewerkt.1 Werkstuk en deelprogramma aanleggen Toetsen/Ingaven Scherm / Tekening Verklaring Uitgangstoestand: • Willekeurig bedieningsbereik (hier ’Machine’) en bedienmodus (hier ’AUTO’) • Kanaaltoestand RESET. Indien dit nog niet gebeurd is.z. Wisselen naar het basismenu In de horizontale softkey-balk staan de bedieningsbereiken. d. subprogramma's.w. brengt u de besturing met de toets <Reset> in de ’Reset’toestand (zie statusregel bovenaan links).

Een sjabloon wordt hier niet gebruikt. Leg een nieuwe werkstuk-directory aan voor de "Langsgeleiding".3.. op de PC met <Return>.1 Programmering frezen . (Eventueel moet u dus een andere naam kiezen. In de nieuwe werkstuk-directory wordt automatisch een (gelijknamig) deelprogramma aangelegd.) Tekst en cijfers bevestigt u op het besturingstoetsenbord altijd met de gele <input>-toets. De kern van de bewerking is het deelprogramma (MPF = MainProgramFile). kunt u het venster . 54 .Werkstuk "Langsgeleiding" LONGIT. Bedenk dat elke naam slechts één keer kan worden gebruikt. Voer de werkstuknaam in (er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters). zonder verandering overnemen. Daar u een werkstuk (WPD = WorkPieceDirectory) wilt aanleggen..

Als u wilt. Wis het automatisch ingevoegde eerste regelnummer. Als op uw besturing de automatische bloknummering actief is .. .. . De besturing werkt ook zonder bloknummers en het schrijven van een programma zonder nummers is comfortabeler. Bevestig het gewijzigde instelscherm.. Later kunt u met de functie <Hernummeren> automatisch bloknummers toevoegen.... . Het kommapunt kenmerkt een commentaarregel. Egelfrees 60mm ..810D/840D/840Di Beginnershandleiding De editor wordt geopend waarin het programma wordt geschreven. U wilt programmeren zonder automatische regelnummering. . Een extra lege regel (met <input>) dient om het programma te structureren.. kunt u in andere commentaarregels bijv.. Hoofdpr. Werktuiglijst: . = eof = markeert het programma-einde (End of File).. 55 . de gebruikte werktuigen vermelden .. Als . U bevestigt elk programmablok met <input> . De eerste programmaregel is gemarkeerd. In de kopregel staat de naam van de werkstuk-directory en daarachter de naam van het hoofdprogramma....

er bestaat een kleine afronding naar de volgende verplaatsingsweg.alle nulpuntverschuivingen uitschakelen G60 .programmering van incrementele maten (ketenmaten) G95 .Werkstuk "Langsgeleiding" 3.1. kunt u in het bedieningsbereik ’Machine’ met de softkey "opzoeken". Daarvoor worden alle asaandrijvingen tot stilstand afgeremd. Het doel van een verplaatsingsblok wordt niet exact aangelopen. G91 .vlakkeuze XY-vlak G54 .2) .2 Werktuigoproep en werktuigwissel Ofwel Als u een besturing gebruikt die werktuigen met tekstnamen beheert (zie hoofdstuk 2.programmering van absolute maten G94 . Opgelet: Op dit verschil bij het werktuigbeheer wordt later niet meer teruggekomen.vlakkeuze XZ-vlak G19 .3 Basisfuncties G17 G54 G64 G90 G94 Dit zijn basisfuncties die in het volgende overzicht nader worden verklaard.2.1.andere nulpuntverschuivingen G53 .verslepen. U moet de werktuigoproep dan zelfstandig veranderen! M6 Op machines met werktuigwisselaar roept M6 de werktuigwissel op.2. Functies van een groep heffen elkaar op. Het werktuig (T = Tool) wordt met zijn T-nummer gekozen dat in het werktuigbeheer (bedieningsbereik ’Parameters’) werd toegekend. G56. Het doelpunt wordt exact aangelopen.3. Vaak gelden deze functies voor een heel programma. .1 Programmering frezen . egelfrees D60mm T17 Of Als u een besturing gebruikt die werktuigen met T-nummers beheert (zie hoofdstuk 2. 3.1) . Welke functies momenteel actief zijn..activering van de eerste nulpuntverschuiving Functies uit dezelfde groep G18 .alle nulpuntverschuivingen opheffen (per blok actief) G500 . G90 . Veiligheidshalve adviseren wij echter deze functies bij elke werktuigwissel uit te voeren.vlakkeuze YZ-vlak G55.precieze stop.Met F wordt de voedingssnelheid in mm/min geprogrammeerd. egelfrees D60mm T="SM60" Het werktuig (T = Tool) wordt met zijn tekstnaam geselecteerd die in het werktuigbeheer (bedieningsbereik ’Parameters’) werd toegewezen.. Verklaring van de functies G17 . G64 .met F wordt de voeding in mm (per omwenteling) geprogrammeerd. G57 . 56 .

wordt deze op een tussenvlak (Z2) boven het werkstukoppervlak gepositioneerd. Gebruikt op de machine eigen ervaringswaarden en neem de gegevens in de werktuigcatalogus in acht! * Opgelet: G0 Z-10 In ijlgang (G0) wordt verder naar de bewerkingsdiepte verplaatst. algemene basisinstellingen vastgelegd. Bovendien kan de spil in de blok reeds opgestart en het koelmiddel ingeschakeld worden. Met dit 60 mm brede werktuig moet nu de 61 mm brede sleuf voorgefreesd worden.* S600 toerental S = 600 min-1 M3 M8 Werktuig draait in klokrichting (rechtsom) Koelmiddel wordt ingeschakeld Alle gebruikte technologische gegevens hebben slechts voorbeeldkarakter. Opmerking: Om veiligheidsredenen moet deze verplaatsingsweg eventueel als G1-blok worden aangegeven bij de voeding: G1 Z-10 F400 57 .1. Dat biedt veiligheid bij het inlopen van het programma (als het werkstuknulpunt of de werktuigcorrectie per ongeluk fout werd gezet). 3.4 Eenvoudige verplaatsingswegen zonder freesradiuscorrectie G0 X110 Y0 In ijlgang (G0) wordt het werktuig eerst in het vlak XY naar zijn startpositie bewogen. 110 = X-waarde van de werkstukrand + freesradius + veiligheidsafstand = 150/2+60/2+5 (De -voor het overnemen van een programmaregel wordt vanaf hier voor een betere leesbaarheid niet meer extra aangegeven. Bevestig zelfstandig elke regel met !) G0 Z2 S600 M3 M8 Voor de frees naar freesdiepte wordt bewogen.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Tot zover de eerste regels van het programma! Het eerste werktuig werd reeds ingewisseld en belangrijke.

Bij G91 (incrementele maat) had X-220 geprogrammeerd moeten worden. 58 . 220 mm in negatieve asrichting beweegt. De voedingssnelheid wordt met F200 lager gekozen dan voordien bij de egelfrees.z. de spil wordt gestopt en het koelmiddel uitgeschakeld. nulpunt). Lege regel voor een betere structurering op het einde van de bewerking met de egelfrees T="EM16" M6 . G0 Z100 M5 M9 In ijlgang (G0) wordt de frees in Z-richting van het werkstuk verwijderd.1 Programmering frezen . daar de frees ca. Dezelfde G-functies als bij de eerste bewerking vormen ook de basis van de bewerking met de schachtfrees.5 = 61/2-16/2 X85 betekent 2 mm overloop. schachtfrees D16mm Met de 16mm-schachtfrees moeten nu de beide randen van de groef (61 mm breed voorgefreesd met egelfrees ø60) op maat worden gefreesd.w.t.3.5 G0 Z2 S600 M3 M8 G0 Z-10 G1 X-85 F200 G0 Y-22. Tegelijkertijd wordt met M5 de spil gestopt en met M9 het koelmiddel uitgeschakeld.b.5 G1 X85 G0 Z100 M5 M9 Op het einde wordt het werkstuk opnieuw in ijlgang verlaten. In dit eerste voorbeeld wordt de contour voorbewerkt zonder automatische verrekening van de freesradius.Werkstuk "Langsgeleiding" G1 X-110 F400 De frees beweegt in voeding (voedingssnelheid 400 mm/min) op een rechte (G1) naar het doelpunt X-110 (absolute maat m. de middelpuntbaan van de frees wordt geprogrammeerd: 22. d. G17 G54 G64 G90 G94 G0 X85 Y22.

3. 59 . Open de directory met <input>...) in voor het commando M30. Voeg de volgende programmaregels (z.5 Boren met cycli en subprogrammatechniek Centreren T="CD12" M6 G17 G54 G60 G90 G94 . o. en na het verlaten van de simulatie . bedrijfsmodus ’AUTO’ uitvoeren (zie hoofdstuk 2...2).1.3. Bij de afwerking springt het programma bij M30 terug naar het begin en kan opnieuw worden gestart.. M30 moet dus altijd op de laatste programmaregel staan. kunt u het programma op dit punt afsluiten: M30 beëindigt het deelprogramma.... markeert u in het bedieningsbereik ’Programma’ de werkstuk-directory "LANGSGELEIDING. in het bedieningsbereik ’Machine’.. markeer het deelprogramma en open dit op zijn beurt met <input>.WPD". Als u alleen wilt frezen (niet boren) of gewoon de simulatie al eens wilt bekijken. Bij het boren wordt met G60 (precieze stop) gewerkt om voor alle boringen een hoge maatgetrouwheid te garanderen.: T="CD12" . Om later boorbewerkingen toe te voegen aan het programma. U kunt het afgewerkte programma simuleren ... (gedetailleerde informatie in hoofdstuk 3. M30 ..7) .810D/840D/840Di Beginnershandleiding Lege regel voor structurering Als . centerboor 90° D12mm Alle twaalf boringen moeten eerst worden gecentreerd.1.

3.1 Programmering frezen - Werkstuk "Langsgeleiding"

De boringen kunnen in twee groepen worden onderscheiden: 4 x M10 schroefdraad aan de hoeken 2 afzonderlijke boringen en 1 boorcirkel in de sleuf

De posities van de eerste groep worden later in een subprogramma met de naam THREAD ingevoerd, die van de overige boringen in het subprogramma INTERNAL. Subprogramma's zijn hier zinvol, daar de posities zowel voor het centreren als voor het boren en draadsnijden worden aangelopen.
G0 X-65 Y40 G0 Z2 S600 M3 M8 F150

In ijlgang wordt op veiligheidsafstand de eerste draadboring (op de afbeelding bovenaan links) aangelopen en wordt het koelmiddel ingeschakeld. De ingave van de voedingssnelheid staat hier niet in een G1-blok, daar alle verplaatsingswegen van de bewerking vervolgens via een cyclus worden uitgevoerd: Horizontale softkey voor het oproepen van het hoofdmenu ’Boren’

Op de verticale softkey-balk verschijnen dan de bijbehorende ondermenu's

60

810D/840D/840Di Beginnershandleiding

(

)

Via de verticale softkey wordt het dialoogvenster voor de boorcyclus CYCLE82 (boren, vlakken) geopend. De cursor staat op het eerste invoerveld. Op het help-scherm is de betekenis van het veld grafisch verklaard, in gele kopregel staat deze verklaring in tekstvorm.

2 0 1 *

Enkele velden in het dialoogvenster bevatten reeds waarden. Verander resp. vervolledig eerst de eerste drie ingaven zoals aangegeven op de afbeelding. * ... of hier (daar reeds correct ingevuld) gewoon of

De boringen hebben volgens de tekening een diameter van 10 mm en moeten een 1mm brede afschuining krijgen. Een 90°-centerboor moet dus 5,5 mm diep binnendringen. Opgelet ... (
-5.5

Deze ’eindboordiepte’ kan op twee manieren worden ingevoerd: ABS absoluut, d.w.z. de dieptemaat wordt ingevoerd m.b.t. het werkstuknulpunt. Hier dus: -5.5 ABS INC Incrementeel, d.w.z. relatief t.o.v. ’referentievlak’. Daar slechts één bewerking "omlaag" zinvol is, wordt bij de incrementele dieptevermelding (negatief) voorteken ingevoerd. Hier dus: 5.5 INC

)

(
5.5

)

Tussen ABS en INC kunt u met de <omschakel>-toets wisselen als het veld 'Eindboordiepte' gemarkeerd is.

en met de softkey [Alternatief]

Beide ingavevarianten zijn juist. Aanbevolen wordt voor het centreren echter de instelling INC, daar zo boringen op verschillende referentievlakken met een incrementele diepte gecentreerd kunnen worden.

61

3.1 Programmering frezen - Werkstuk "Langsgeleiding"

De verwijltijd 0 kan onveranderd blijven. Sluit echter nog niet te snel het dialoogvenster, want ... Als ... Als links in de kopregel van het dialoogvenster de tekst ’Boren/CYCLE82’ staat, zou de cyclus in het programma slechts éénmaal worden opgeroepen. In dit geval moet u nog op modale effectiviteit omschakelen. De ingave in de kopregel wordt veranderd: ’Boren/MCALL CYCLE82’

’Modaal’ kan worden vertaald als 'zelfhoudend'. Dat betekent dat een commando (bijv. een G-functie, een geprogrammeerde aspositie of zoals hier een volledige cyclus) ook over het blok waarin hij staat heen actief is. Bij boorcycli heeft dat tot gevolg dat deze na elke aansluitend geprogrammeerde verplaatsingsweg opnieuw wordt uitgevoerd.

De cyclus wordt opgenomen in het programma. Als u een cyclusblok wilt wijzigen, is dat mogelijk met de softkey [Terugvertalen].

THREAD

; subprogramma met coördinaten

Het subprogramma zelf schrijft u later. Op dit punt wordt het gewoon met zijn naam opgeroepen. Op alle punten die in het subprogramma worden aangelopen wordt - als gevolg van de modale werking - de boorcyclus CYCLE82 opgeroepen.

Via deze beide softkeys schakelt u de modaliteit van de cyclus opnieuw uit en verlaat u het Boren-menu. (Alternatief kunt u ook gewoon MCALL invoeren in de teksteditor. Bij deze handelwijze blijft u in het Boren-menu. Op het einde van de booroperaties verlaat u het met .) Roep opnieuw het dialoogvenster voor de boorcyclus op. Alle ingaven van de eerste oproep zijn bewaard gebleven. -10 Als u de ’eindboordiepte’ incrementeel (INC) heeft ingevoerd, hoeft u hier alleen de waarde van het ’Referentievlak’ te wijzigen.

62

Geboord wordt met een spiraalboor.. Eindboordiepte absoluut = referentievlak .5 Neem de cyclus op in het programma. spil en koelmiddel UIT Lege regel voor structurering Ter controle van het volledige programmadeel voor het centreren in één oogopslag Draad-kerngat boren T="TD8_5" M6 G17 G54 G60 G90 G94 G0 X-65 Y40 G0 Z2 S1300 M3 M8 F150 . Als u de ’eindboordiepte’ absoluut (ABS) heeft ingevoerd. moet u deze hier ook wijzigen.5 -15. kerngatboor voor draad M10 De draadboringen M10 hebben een kerngat met ø8. INTERNAL .. subprogramma met coördinaten Dezelfde handelwijze als bij het subprogramma THREAD Dezelfde handelwijze als bij het centreren van de 4 draadboringen G0 Z100 M5 M9 Werkstuk verlaten.5 mm.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Als . 63 .eindboordiepte incrementeel = -10-5.

Werkstuk "Langsgeleiding" Roep (net als bij het centreren) het dialoogvenster voor de boorcyclus op en voer de waarden in. De voedingssnelheid wordt bepaald door het toerental en de draadspoed.1 Programmering frezen . z. ( ) Er wordt zonder spankop geboord. ( -23 ) Oproep van het subprogramma met de posities van de vier boringen Via softkeys schakelt u de modaliteit van de cyclus opnieuw uit. draadboor M10 G94 kan hier vervallen. De eindboordiepte moet hier absoluut worden ingevoerd (-23 ABS). G0 Z100 M5 M9 De bekende procedure op het einde van een bewerking Draadboren T="T_M10" M6 G17 G54 G60 G90 G0 X-65 Y40 G0 Z2 S60 M3 M8 . h. die in de cyclus worden ingevoerd. Dat wordt duidelijk gemaakt door de grijze softkey-tekst ’z. THREAD . ( ) 64 .3. Ook deze cyclus moet weer modaal actief zijn (zie MCALL in de kopregel). spankop’. 0 De 3 mm toegift op de plaatdikte wordt bepaald volgens de vuistregel voor het in acht nemen van de spitse hoek van 118°: "Toegift = 1/3 boordiameter" ! Neem de cyclus op in het programma.

1. z. .810D/840D/840Di Beginnershandleiding 2 0 .0.-23..0) INTERNAL MCALL G0 Z100 M5 M9 . Dezelfde handelwijze . z. 65 .. Een hoger toerental bij de terugtrekking spaart productietijd! Neem de cyclus op in het programma. h. ( ) Als de ingaven in de velden ’Tabel’ en ’Selectie’ niet met de systeemgekozen waarden overeenstemmen.. kunt u met de toets omschakelen.h. THREAD . ’Draairichting SCAC M5’ (spilstop) werkt pas na uitvoering van de cyclus.-10. als bij het kerngat! G0 Z100 M5 M9 Doorgangsgaten ø10 boren T="TD10" M6 G17 G54 G60 G90 G94 G0 X-50 Y0 G0 Z2 S1300 M3 M8 F150 MCALL CYCLE82(2.. spiraalboor D10mm Programmaregels voor de doorgangsboringen INTERNAL De boorcyclus voert u opnieuw met de softkeys en de ingavedialoog in.. ..

Werkstuk "Langsgeleiding" Als .v.. Het deelprogramma wordt opgeslagen en u keert terug naar het programmabeheer..p.. deze te genereren met softkeys) ..3.1 Programmering frezen . . Als het Boren-menu nog actief is (omdat u de regel MCALL heeft ingevoerd i. 66 . keert u met de Terug-toets naar het hogere menu terug...

Markeer en bevestig het type ’subprogramma’! (SPF = Sub Program File) (Alternatief kunt u ook via de beginletter "u" het gewenste type direct selecteren. zie vorige pagina) THREAD Het eerste subprogramma krijgt de naam THREAD (zie oproep in deelprogramma!) Vooringesteld is echter nog het ’bestandstype’ ’Deelprogramma’! Met de <Edit>-toets opent u de lijst met ’Bestandstypes’..1.6 Subprogramma aanleggen (verticale softkey in het programmabeheer in het bedieningsbereik ’Programma’.) Het subprogramma wordt aangelegd en de editor geopend. Schrijf nu het programma .810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3. pagina 62). De modaliteit van de cycli in het deelprogramma zorgt ervoor dat na elk G0-blok de desbetreffende cyclus wordt uitgevoerd (zie.. G0 X-65 Y40 G0 X65 Y40 G0 X65 Y-40 G0 X-65 Y-40 Met G0-blokken worden de 4 posities van de draadboringen in ijlgang aangelopen. 67 .

. positie]). en schrijft u het NC-blok voor de eerste positie.net als bij ABS en INC . 68 .een kwestie van programmeerstijl..Werkstuk "Langsgeleiding" M17 M17 markeert het einde van een subprogramma (zie M30 op het einde van een deelprogramma).1 Programmering frezen . De boorcirkel wordt (net als de bewerkingen) ingevoerd via een dialoogvenster.. Extra info: Op deze manier had men trouwens ook alle overige posities kunnen invoeren (zie softkey [Willek. INTERNAL G0 X-50 Y0 .. Volgens hetzelfde schema legt u nu het subprogramma INTERNAL aan . Terug naar het programmabeheer Deelprogramma (MPF) en subprogramma (SPF) maken beide deel uit van een werkstuk (WPD).3. Dat is .

0 0 20 . Het positiepatroon krijgt een naam waarmee het op verschillende plaatsen in het programma opnieuw kan worden opgeroepen.. Markeer nu opnieuw het hoofdprogramma (type ’MPF’) LANGSGELEIDING .. De labelnaam ’cirkel:’ en de regel ’ENDLABEL:’ omspannen het positiepatroon en vormen zo als het ware een eigen subprogramma.. G0 X50 Y0 M17 Voeg de laatste boorpositie toe en voer M17 in voor het subprogramma-einde.. Neem de ingaven van het dialoogvenster over in het programma.... Alle waarden zijn ontleend aan de tekening..810D/840D/840Di Beginnershandleiding C. Terug naar het hoofdmenu van de editor Terug naar het programmabeheer . 69 .

.Werkstuk "Langsgeleiding" ...3. Xmin -75 Xmax 75 Ymin -50 Ymax 50 Zmin -20 Zmax 0 Bevestig de instellingen.1.. Met de softkey opent u het dialoogscherm voor de simulatieinstellingen. Werkstuknulpunt en werkstukafmetingen stemmen echter nog niet overeen met het te simuleren programma.1 Programmering frezen . Voer de uitgangsafmetingen (coördinaten) van het blok in. en open het met de <input>-toets! 3. -75 75 . 70 .7 Programma simuleren De simulatiegrafiek wordt aangelegd en het werkstuk in bovenaanzicht weergegeven (zie blauw omrande softkey).

Als u nogmaals op [Single Block] drukt. Met de <pijltoetsen> kunt u een fragment verschuiven. Met [NC-Start] wordt ze voortgezet.. Na elk blok stopt de simulatie.. Met [Override] en <+>/<-> of de pijltoetsen kunt u tijdens de simulatie de snelheid beïnvloeden. en met <+>/<-> kunt u dat fragment vergroten en verkleinen (zoomen).. 3D-weergave op het einde van de simulatie 71 .. schakelt u terug om op doorlopende simulatie.810D/840D/840Di Beginnershandleiding De werkstukafmetingen zijn nu correct.. Als u een deel van de simulatie heel nauwkeurig wilt volgen . .. Met de softkey [Single Block] kunt u omschakelen op blok-per-blok-simulatie. Start de simulatie! Als .

1 Programmering frezen .a. Hoe u het programma in het NC-hoofdgeheugen laadt om het vervolgens in de bedrijfsmodus ’AUTO’ in het bedieningsbereik ’Machine’ voor bewerking te kunnen starten. is uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2.3. Het bevat o.2. 72 .3.Werkstuk "Langsgeleiding" Om de simulatie af te sluiten. Het bestand DPWP. de individuele instellingen voor de simulatie van de "Langsgeleiding". drukt u op deze softkey of op de <Recall>-toets ( ).INI wordt automatisch aangelegd. Met de softkey sluit u de editor.

2.en nabewerking) • Cirkelkamer • Programmadeel kopiëren 3. In dit hoofdstuk worden de volgende nieuwe thema's behandeld: • Cirkelbogen (cartesiaans en polair) • Frezen met werktuigradiuscorrectie • Rechthoekkamer (voor.2 Werkstuk "Spuitvorm" Aan de hand van het werkstuk "Spuitvorm" leert u de besturingsfuncties voor het baanfrezen en kamerfrezen. Wij gaan ervan uit dat u het voorbeeld "Langsgeleiding" reeds bewerkt heeft resp. met deze thema's vertrouwd bent.1 Werkstuk en deelprogramma aanleggen Toetsen/Ingaven ( ( ( ( ) ) ) ) Scherm / Tekening Verklaring Uitgangstoestand: • Bedieningsbereik ’Programma’ • Werkstukbeheer (dezelfde procedure als bij het werkstuk "Langsgeleiding" in hoofdstuk 3.1) 73 .810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3.

3. / schakelt u evt.1). (Via / <Instellingen> / . . zie hoofdstuk 3. Spuitvorm Leg het deelprogramma voor het werkstuk "Spuitvorm" aan. Spuitvorm met baan.2 Programmering frezen . Het programma werd aangelegd en de editor geopend. de automatische bloknummering uit..en kamerfrezen Commentaarregel als programmakop 74 .Werkstuk "Spuitvorm" Leg een nieuwe werkstuk-directory aan voor de "Spuitvorm"..

Uitvoerig worden deze commando's (en natuurlijk alle andere) commando's in de Online-help verklaard die u zoals hierna beschreven kunt oproepen als uw besturing uitgerust is met een harddisk: 75 . CFTCP (afkorting voor "Constant Feed Tool Center Path") legt vast dat de geprogrammeerde voeding betrekking heeft op de freesmiddelpuntbaan (niet op de contour). op een cirkelbaan aangelopen resp.) de bewerking programmeren. omrond.en verwijderingsweg direct in de editor ingevoerd. schachtfrees D20mm Werktuigoproep (configuratie met WT-beheer) Werktuigwissel Basisinstellingen (zie hoofdstuk 3.w. d..2 Rechten en cirkelbogen ..Baanfrezen met freesradiuscorrectie Met een 20mm-schachtfrees moet het materiaal langs de blauw geaccentueerde contour worden verspaand. U kunt de contour natuurlijk ook met de grafische contourcalculator invoeren in een subprogramma (zie de contour van het draaideel "Compleet") en met de cyclus CYCLE72 ([Frezen] > [Baanfrezen] . dat de contour met de rechtsdraaiende frees in de richting van de klok wordt omrond. Gefreesd wordt in gelijkloop.2. De contour moet bij punt A worden aangelopen. T="EM20" M6 .1. De verplaatsingswegen langs de contour worden hier (als basisoefening) met aanloop.3) G17 G54 G64 G90 G94 G450 CFTCP G450 legt het aanloopgedrag naar het beginpunt van de contour en het gedrag bij het omronden van contourhoeken vast: Deze worden evt.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 3.z.

G0 Z2 S1500 M3 M8 G0 Z-5 Aanloopbeweging in Z. * * Vanuit het oogpunt van de productie was een tangentiële benadering van het punt via een tussenpunt bij X5/Y-12 (bij actieve G41) beter geweest. Zie ook de "intelligentie" van de aanloopstrategie met G450/G451 en de mogelijkheid voor het bewerken met de baanfreescyclus CYCLE72 ([Frezen] > [Baanfrezen] . G0 X-12 Y-12 Als startpositie van de frees op het XY-vlak wordt een punt in de buurt van het startpunt A op de contour. Met softkeys kunt u in het handboek navigeren en het uiteindelijk opnieuw verlaten.. die de aanloop. toerental. startpunt voor de contour) is meestal makkelijker te programmeren: Als het eerste contourelement niet parallel staat met de as. G1 G41 X5 Y5 F100 76 .3.. zou eerst het exacte tussenpunt berekend moeten worden.Werkstuk "Spuitvorm" .). zie pagina 57)..z.2 Programmering frezen . De contour wordt aangelopen .. net buiten het werkstuk. Druk dan op voor een korte beschrijving en nogmaals om het elektronische programmeerhandboek op te roepen. De hier gekozen manier (hoek tussen aanloopweg en eerste contourrechte kleiner dan 180°.en verwijderingsweg automatisch genereert.. Plaats gewoon de cursor op het commando waarover u meer informatie wenst. d.w. draairichting en koelmiddel AAN Buiten het werkstuk kan in de ijlgang op de freesdiepte worden aangelopen (of veiligheidshalve in de voeding: G1 Z-5 F100.. aangelopen.

Een verplaatsingsweg met het werktuig rechts van de contour zou men met G42 programmeren: G1 X5 Y75 Eerste verplaatsingsweg langs de contour: Verticaal op Y75 G2 . gerelateerd aan het beginpunt A. links naast de contour.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Met G41 wordt de freesradiuscorrectie ingeschakeld.Y I J Absolute maten van het eindpunt E Afstand tussen A en M in X-richting Afstand tussen A en M in Y-richting G2 X25 Y95 I20 J0 I en J zijn dus de incrementele middelpuntcoördinaten van de cirkelboog.Cirkelboog in klokrichting: X.] G1 X120 Horizontale rechte op X120 77 . De geprogrammeerde coördinaten (X5/Y5) hebben bij ingeschakelde correctie geen betrekking meer tot de freesmiddelpuntbaan maar tot de contour! G41 betekent: De frees staat. Alternatief kan de cirkelboog ook via de radius (CR = Cycle Radius) worden gedefinieerd: Hierbij moet echter een gelijkheidsteken tussen het adres CR en de waarde (hier 20) worden ingevoerd: G2 X25 Y95 CR=20 [Bogen > 180° (stippellijn) zouden met een negatieve radiuswaarde (CR=-20) geprogrammeerd worden. in de bewegingsrichting gezien.

Werkstuk "Spuitvorm" Van de volgende cirkelboog zijn bekend: Middelpunt P Afstand RP tussen het middelpunt (de pool) P en het eindpunt E Hoek AP tussen de positieve X-as van de rechte van P naar E G111 X120 Y75 G2 RP=20 AP=4 Met G111 worden de (absolute!) coördinaten van het middelpunt (de pool) ingevoerd. De waarden van de afstand RP (radius polar) en de hoek AP (angle polar) in het volgende G2-blok worden met gelijkheidsteken ingevoerd! Rechte G1 naar contourhoek onderaan rechts Rechte G1 voorbij aan start.Opheffing van de freesradiuscorrectie Daar de frees reeds buiten het werkstuk staat.) G1 X145 Y5 G1 X-12 G0 G40 Y-12 G40 .en eindpunt van de contour en weg van het werkstuk In de hoek die ontstaat door de beide rechten zorgt het bij het begin geprogrammeerde commando G450 voor een compensatieboog van de frees-middelpuntbaan. Spil en koelmiddel UIT Lege regel voor structurering 78 . G0 Z100 M5 M9 Werkstuk verlaten. De positie X-12/Y-12 heeft dan weer betrekking op het freesmiddelpunt.3. (Alternatief kunnen met G451 de beide rechten van de middelpuntbaan tot aan het snijpunt verlengd.2 Programmering frezen . kan de radiuscorrectie in ijlgang worden uitgevoerd.

Deze stappen kunnen allebei met de rechthoekkamercyclus (POCKET3) worden gerealiseerd .3 mm toegift op de bodem en aan de rand worden voorbewerkt en vervolgens nabewerkt.3 Rechthoekkamer POCKET3 Voor de rechthoekkamer is op basis van de hoekradius R6 een kleinere frees nodig.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Ter controle van het volledige programmadeel voor het baanfrezen in één oogopslag 3.. T="EM10" M6 .2. draairichting. schachtfrees D10mm Werktuigoproep Werktuigwissel Basisinstellingen In ijlgang naar het midden van de kamer Aanlopen op veiligheidsafstand.. toerental. De kamer moet eerst met 0. koelmiddel AAN G17 G54 G60 G90 G94 G0 X75 Y50 G0 Z2 S2000 M3 M8 79 .

. G3) zouden dan ongewild met de voedingssnelheid van de daarvoor geprogrammeerde bewerking bewegen. Bij de maximale aanloopdiepte MID werd tot software-versie 5.3 volstaat als aanloopdiepte de waarde 5.233 mm wordt ingedrongen.niets verkeerd. adviseren wij dat u deze ook al vooraf programmeert: De in de cyclus gedefinieerde waarde verliest na afloop van de cyclus namelijk zijn geldigheid. Met de softkey in het hoofdmenu onderaan opent u het ondermenu op de verticale softkey-balk .Werkstuk "Spuitvorm" Rechthoekkamer voorbewerken F200 Hoewel de voedingssnelheid F binnen de kamercyclus wordt gedefinieerd.. ) Met de schuifbalk aan de rechterkant (Engels "scrollbar") of met de pijltoetsen kunt u in het dialoogvenster navigeren. Met 6 mm doet .2 Programmering frezen . G2. worden gelijkmatig verdeeld. Hier wordt dus 3 x 5.2 de veiligheidsafstand meegerekend! De 15.7 mm die berekend worden uit kamerdiepte. Alle andere ingaven (CRAD enz. Er wordt 3 x 4.233 mm aangelopen.9 mm aangelopen.) ziet u op de beide afbeeldingen. veiligheidsafstand en nabewerkingstoegift. 2 0 1 ( -15 ( ( 60 40 .3. Vanaf software-versie 5.. evt.onafhankelijk van de software-versie . In de teksteditor wordt de softkey als volgt weergegeven: 80 . Zoals de boorcycli in het voorbeeldwerkstuk "Langsgeleiding" wordt ook het invoerscherm voor de rechthoekkamercyclus met softkeys opgeroepen.. volgende "eenvoudige" verplaatsingsblokken (G1. ) ) Neem de cyclus met de softkey op in het programma. waardbij in de eerste stap 4. De invoervelden voor de kamercyclus lopen over het zichtbare bereik van het dialoogvenster heen.

.. Bewerking: nabewerking Aanloopdiepte MID: 16 V. Gefreesd wordt uiteindelijk op de nominale maat. 16 . . Alleen de volgende invoervelden moeten dus nog gewijzigd worden . S2400 F160 Toerental en voedingssnelheid voor de nabewerking Daar u zich na de voorbewerking nog in het menu ’Standaardkamers’ bevindt.-vlak FFP1: 160 V. Alle velden bevatten nog de ingaven die u bij de voorbewerking heeft gebruikt.. kunt u direct met een softkey opnieuw het dialoogvenster voor de rechthoekkamer oproepen.-vlak FFP1: 80 Opgelet: De waarden voor de beide nabewerkingstoegiften worden bijgehouden door de voorbewerkingscyclus! De nabewerkingscyclus berekent uit de nabewerkingstoegift en de veiligheidsafstand de aanloopbeweging. Voor de nabewerking wordt dezelfde frees gebruikt.. Neem de cyclus voor de nabewerking op in het programma. Wijzigingen in de cyclusparametrering voert u veiligheidshalve bij voorkeur uit met behulp van de functie ’Terugvertalen’. . Afhankelijk van de versie en de schermresolutie kunnen er bij de weergave van de cycli in de editor verschillen optreden.. 81 ..810D/840D/840Di Beginnershandleiding Kamerrand en kamerboden nabewerken Na het afwerken van de voorbewerkingscyclus beweegt de frees terug naar het startpunt van de bewerking...

. Geprogrammeerd wordt eerst de cirkelkamer onderaan links. ) ) Neem de cyclus voor de eerste cirkelkamer op in het programma. * . Er moet onmiddellijk (in twee stappen) op maat worden gefreesd: .aanloopmaat . 2 0 1 ( -10 ( 15 25 25 .geen nabewerkingstoegift Alle ingaven vindt u op de beide afbeeldingen.bewerking ’Voorbewerking’ .2. 82 ...2 Programmering frezen . S2000 F200 Toerental en voedingssnelheid voor het ruimen van de kamers Roep het dialoogvenster voor de cirkelkamer op. afgezien van hun positie..Werkstuk "Spuitvorm" 3. De andere drie kamers worden vervolgens aangemaakt door het kopiëren en veranderen van de eerste kamer.4 Cirkelkamer POCKET4 Alle vier cirkelkamers zijn identiek.3.

810D/840D/840Di Beginnershandleiding

Met de softkey [Cirkel-kamer] zou u nu opnieuw het dialoogvenster kunnen oproepen voor de tweede cirkelkamercyclus. Zoals beschreven bij het begin, oefenen we hier echter een andere manier. Verlaat dus het menu voor het kamerfrezen

3.2.5 Programmadeel kopiëren
De cyclus voor de cirkelkamer werd opgenomen in het programma. De cursor staat op de volgende (lege) regel.

Plaats de cursor op de programmaregel met de cirkelkamer POCKET4.

Druk op de verticale softkey [Blok markeren]. De cyclus wordt geaccentueerd en de softkey invers weergegeven (wit op blauw).

83

3.2 Programmering frezen - Werkstuk "Spuitvorm"

Kopieer met de softkey de cyclus in het buffergeheugen

Beweeg de cursor terug naar de volgende (lege) regel en voeg de cyclus uit het buffergeheugen op dit punt in.

Herhaal deze procedure nog tweemaal voor de derde en de vierde cirkelkamer. Het resultaat zijn vier identieke cirkelkamercycli.

84

810D/840D/840Di Beginnershandleiding

Nu hoeft u alleen nog bij de drie gekopieerde cycli de parameters voor de positie van de kamer aan te passen. Met de softkey [Terugvertalen] worden de in de teksteditor cryptisch weergegeven cycli "vertaald" naar de weergave van het dialoogvenster. Uitgaande van de eerste cirkelkamer onderaan links moeten de overige kamers nu in de richting van de wijzers van de klok worden bewerkt.

• De kamer bovenaan links ligt bij X25/Y75 ...
...

Markeer de tweede cyclus.

... 75

"Vertaal" de cyclus en wijzig de waarde ’Middelpunt PO’.

Neem de gewijzigde cyclus voor de tweede cirkelkamer op in het programma. • De kamer bovenaan rechts ligt bij X120/Y75 ... Markeer de derde cyclus.

...
12

Hier maakt u bij het invoeren van de waarde ’Middelpunt PA’ "opzettelijk per ongeluk" en fout en u "vergeet" de 0 van 120. Op de volgende pagina wordt deze fout bij de simulatie dan mee uitgevoerd.

75 Neem de gewijzigde cyclus voor de derde cirkelkamer op in het programma.

85

G0 Z100 M5 M9 M30 De bewerking is afgesloten: Werkstuk verlaten. Spil en koelmiddel UIT! Programmaeinde (indien nog niet geschreven). . Oproep van de simulatie ter controle van de programmering ...Werkstuk "Spuitvorm" • De kamer onderaan rechts ligt bij X25/Y75 . Dus moeten de hoeken van het uitgangsblok worden aangepast: Xmin 0 Ymin 0 Xmax 150 Ymax 100 86 .. 120 "Vertaal" de cyclus en wijzig de waarde ’Middelpunt PA’.. Markeer de laatste cyclus. Neem de cyclus voor de vierde cirkelkamer op in het programma... Het werkstuk ’Spuitvorm’ heeft een ander nulpunt dan het voordien geprogrammeerde werkstuk.2 Programmering frezen . . Plaats de cursor vervolgens op de volgende lege regel..3..

Als u in de simulatie een fout ontdekt. .810D/840D/840Di Beginnershandleiding Start de simulatie. zoals hier bij de fout gepositioneerde derde cirkelkamer: Stop de simulatie. Als . en activeer de editor om correcties aan te brengen.... 87 . De cursor bevindt zich dan reeds in de regel die bij het verlaten van de simulatie actief was (in dit geval dus de derde cirkelkamer). ....

hier in de twee-zijden-weergave (bovenaanzicht en vooraanzicht) Met de softkey of de <Recall>-toets ( Met de softkey sluit u ook de editor.Werkstuk "Spuitvorm" .2 Programmering frezen . )beëindigt u de simulatie.3. Corrigeer de fout.3. .. . 88 .... is uitvoerig beschreven in hoofdstuk 2. Simulatie.. Hoe u het programma in het NC-werkgeheugen kunt laden om het vervolgens in de bedrijfsmodus ’AUTO’ in het bedieningsbereik ’Machine’ voor de bewerking te kunnen starten. en keer met [Editor sluiten] terug naar de simulatie.2..

810D/840D/840Di Beginnershandleiding Notities 89 .

Daarbij worden de volgende thema's behandeld: • Onderverdeling in werkstuk. deelprogramma en subprogramma • Subprogrammatechniek voor de contourbeschrijving en het aanlopen van het werktuigwisselpunt • Werktuigoproep. basisfuncties • Vlakdraaien • Verspaancyclus CYCLE95 • Nadraaien met werktuigradiuscorrectie • Draadondersnijdingscyclus CYCLE96 • Draadcyclus CYCLE97 • Groefcyclus CYCLE93 90 . 4.4. Als u oefening heeft. die u een eerste overzicht over de programmeermogelijkheden van de besturing moeten verschaffen.1 Programmering draaien .Werkstuk "As" 4 Programmering draaien In dit hoofdstuk leert u aan de hand van twee eenvoudige draaidelen de programmering van de besturingen SINUMERIK 810D/840D/ 840Di kennen. Bij de tweede as leert u de SINUMERIK-contourcalculator en functies voor een complete bewerking kennen. snijsnelheid. lengte 101) leert u toets per toets de volledige weg van de tekening tot het afgewerkte NC-programma kennen. kunt u de programma's later volgens uw eigen voorstellingen optimaliseren.1 Werkstuk "As" Aan de hand van het werkstuk "As" (uitgangsdeel ø80. Net als in het freeshoofdstuk geldt ook hier: de voorbeeldprogramma's zijn bedoeld als hulpmiddel.

er wordt momenteel geen programma afgewerkt.1 Werkstuk en subprogramma aanleggen Toetsen/Ingaven Scherm / Tekening Verklaring Uitgangstoestand: • Willekeurig bedieningsbereik (hier ’Machine’) en bedienmodus (hier ’AUTO’) • Kanaaltoestand ’RESET’. Wisselen naar het basismenu ( ) In de horizontale softkey-balk staan de bedieningsbereiken. Ga met de softkey naar het bedieningsbereik 'Programma' Er bestaan verschillende programmatypes.) kunnen worden bewaard. brengt u de besturing met de toets <Reset> in de ’Reset’toestand (zie statusregel bovenaan links). Het actieve bedieningsbereik 'Machine' is optisch geaccentueerd. d. waarin alle relevante gegevens van een bewerkingsopgave (deelprogramma's. die nu te zien zijn in de softkey-balk. Indien dit nog niet gebeurd is. etc. Zo kunt u alle bestanden overzichtelijk structureren.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4.z.w. subprogramma's. ( ) 91 .1. Het gemarkeerde type 'Pieces' staat voor directories.

92 .Werkstuk "As" SHAFT Leg een nieuwe werkstuk-directory aan voor de "SHAFT" (AS). In de nieuwe werkstuk-directory wordt automatisch een (gelijknamig) deelprogramma aangelegd. Bedenk dat elke naam slechts één keer kan worden gebruikt. CONTOUR U wilt eerst een subprogramma in de draaicontour invoeren.4. Bevestig deze met <input>.1 Programmering draaien . De kern van de bewerking is het deelprogramma (MPF = MainProgramFile). Tekst en cijfers bevestigt u op het besturingstoetsenbord altijd met de gele <input>-toets. Daar u een werkstuk (WPD = WorkPieceDirectory) wilt aanleggen. op de PC met <Return>. Het veld ’Bestandstype’ krijgt de focus. Er verschijnt opnieuw een invoervenster voor het aanleggen van bestanden binnen de werkstukdirectory. kunt u het bestandstype zonder verandering overnemen. Eventueel moet u dus een andere naam kiezen. Voer de werkstuknaam in (er wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters). Voer "CONTOUR" in als naam voor het subprogramma.

810D/840D/840Di Beginnershandleiding Met de <Edit>-toets opent u dan de lijst met de bestandstypes. = eof = markeert het programma-einde (End of File). In de kopregel staat de naam van de werkstuk-directory en daarachter de naam van het programma. wordt automatisch geopend. Markeer en bevestig het type ’subprogramma’! (SPF = Sub Program File) (Alternatief kunt u ook via de beginletter <s> het gewenste type direct selecteren. 93 . De eerste programmaregel is gemarkeerd.) Een sjabloon wordt niet gebruikt. De editor waarin het programma wordt geschreven.

. .Werkstuk "As" Als . Alternatieven:’DIAMOF’ Radiusrelatie ’DIAM90’ Diameterrelatie Radiusrelatie . G18 G90 DIAMON G18 legt het XZ-vlak als bewerkingsvlak vast (standaard bij het draaien).1 Programmering draaien .. d.. (Deze toets wordt hierna niet meer extra aangegeven. DIAMON staat voor "Diameter ON".. Wis het automatisch aangelegde eerste regelnummer. G90 legt vast dat alle coördinaten absoluut ingevoerd worden. Dat wil zeggen..) De commando's voor het vlakdraaien van het werkstuk bij Z0 worden later in het hoofdprogramma ingevoerd. onafhankelijk van G90/G91 . De besturing werkt ook zonder bloknummers en het schrijven van een programma zonder nummers is comfortabeler. Opgelet: de X-waarde heeft betrekking op de diameter! 94 . in het Nederlands dus "Diameter AAN". Later kunt u met de functie [Hernummeren] automatisch bloknummers toevoegen. gerelateerd aan het werkstuknulpunt. bij actieve G91 (ketenmaatgeving) Met <input> wordt de cel afgesloten. U wilt programmeren zonder automatische regelnummering. De cursor springt naar de volgende regel..w. Als op uw besturing de automatische bloknummering actief is .....4... X-waarden worden principieel (onafhankelijk van G90/G91) gerelateerd aan de diameter ingevoerd.z. G1 X24 Z1 Het subprogramma begint met een G1-commando op een startpunt in het verlengde van de fase 2x45°. Bevestig het gewijzigde instelscherm. bij actieve G90 (absolute maatgeving) .

De overgang naar de schuine lijn op X50/Z-30 wordt met 2.5 G1 X50 Z-30 Verticale op X40. De draadondersnijding wordt later als zelfstandige cyclus geprogrammeerd. G1 X40 RND=2. De X-waarde 30 blijft behouden uit het vroeger geprogrammeerde blok.5 mm afgerond (RND = rounding). het blok is "modaal". 95 . Voor een beter overzicht schrijven wij hier echter overal G1.z. G1 Z-20 Horizontaal overdraaien van de nominale draaddiameter. d. De beitel verplaatst in X en Z telkens 3 mm naar de geprogrammeerde positie X30/Z-2 Het G1-commando uit de voorafgaande blokken is "modaal". Dat betekent dat alle volgende blokken als rechten worden verplaatst. ook zonder dat G1 wordt geschreven. (G1 wordt pas door een commando voor een boog G2/G3 of een ijlgangbeweging G0 opgeheven).810D/840D/840Di Beginnershandleiding G1 X30 Z-2 Het aanlopen naar de contour van X24/Z1 en de bewerking van de 45°-fase kan in één blok worden uitgevoerd.w.

M17 Overzicht van het volledige subprogramma! Enkele programmaregels zijn op het scherm voorzien van commentaar.Werkstuk "As" G1 Z-44 RND=2. zou met het commando CHF geprogrammeerd worden. Natuurlijk had u deze contour ook met behulp van de contourcalculator kunnen invoeren (zie de contour van het draaideel "Compleet"). Commentaren in het programma worden gekenmerkt door een kommapunt aan het begin van de regel.4.1 Programmering draaien .5 G1 X60 CHR=1 G1 Z-70 RND=1 G1 X66 RND=1 G1 Z-75 RND=1 G1 X76 Programmeer de overige verplaatsingswegen langs de contour! CHR=1 maakt een afschuining aan (Engels "Chamfer") tussen de rechten met de breedte 1 mm. (een afschuining waarvan de lengte vastgelegd is. Het teken markeert het einde van een regel. 96 .) G1 X82 Z-78 Afschuining en tangentieel verlaten van de contour M17 markeert het einde van het subprogramma.

Deze positie is gerelateerd aan de werktuighouder (T0 D0). Daar de assen van enkele machines alleen bij roterende spil worden verplaatst...810D/840D/840Di Beginnershandleiding Het subprogramma wordt opgeslagen en u keert terug naar het programmabeheer. Werktuigcorrecties zijn uitgeschakeld.. in het XZ-vlak (G18). G0 G18 G40 G500 G90 X400 Z600 T0 D0 G97 S300 M4 M9 M17 Schrijf deze beide programmaregels af! Op het einde van de eerste regel neemt u deze op met . Dit subprogramma zorgt later voor het aanlopen naar het werktuigwisselpunt en wordt bij elke werktuigwissel opgeroepen. Het koelmiddel wordt uitgeschakeld (M9). 97 . moet ook een toerental (G97 S300) en een draairichting (M4) worden geprogrammeerd.. Afhankelijk van de configuratie van uw besturing kunt u het programma ook tussendoor met behulp van een softkey opslaan of wordt u bij het afsluiten gevraagd of u het programma wilt opslaan. Er wordt . in de ijlgang (G0). M17 markeert het einde van het subprogramma. bij gedeactiveerde werktuigradiuscorrectie (G40) in het machinecoördinatensysteem (G500) naar de absolute positie (G90) X400/Z600 . Sla het subprogramma op door de editor te sluiten. verplaatst. Tegelijkertijd springt de cursor naar de volgende regel. TCP U Leg volgens hetzelfde schema nu een subprogramma "TCP" (Tool Change Point) aan.

snijsnelheid en basisfuncties AS Het deelprogramma "AS" wordt aangelegd. werktuigdrager op wisselpunt Oproep van het subprogramma voor het aanlopen van het werktuigwisselpunt en optioneel commentaar Afhankelijk van de configuratie van uw besturing kan de wekoproep verschillend zijn: Ofwel Als u een besturing gebruikt die werktuigen met tekstnamen beheert (zie hoofdstuk 2.1) . voordraaibeitel 80° R0. die in het werktuigbeheer (bedieningsbereik ’Parameters’) toegewezen werd. voordraaibeitel 80° R0.4. Het werktuig (T = Tool) wordt met zijn T-nummer gekozen dat in het werktuigbeheer (bedieningsbereik ’Parameters’) werd toegekend.. . Dit nummer stemt overeen met de revolverplaats van het werktuig (hier plaats 1)..1.2. U moet de werktuigoproep dan zelfstandig veranderen! 98 .Werkstuk "As" 4. TCP ..1 Programmering draaien .8 T="RT1" D1 T1 D1 Het werktuig (T = Tool) wordt met zijn tekstnaam "RT1" geselecteerd. Opgelet: Op dit verschil bij het werktuigbeheer wordt later niet meer teruggekomen.2 Werktuigoproep.2. ..2) .8 Of Als u een besturing gebruikt die werktuigen met T-nummers beheert (zie hoofdstuk 2.

810D/840D/840Di Beginnershandleiding

G96 S250 LIMS=3000 M4 M8

G96 schakelt de constante snijsnelheid in, d.w.z. de beitel snijdt mee - onafhankelijk van de diameter waarop hij zicht bevindt 250 m/min (zie hoofdstuk 1.2.3). Daar het toerental bij kleine diameters tegen oneindig zou lopen, wordt samen met G96 altijd een toerentalbeperking (LIMS voor Limit Speed) geprogrammeerd, in dit geval 3000 1/min. M4 legt de draairichting tegen de wijzers van de klok (gezien "vanuit de spankop") vast. M8 schakelt het koelmiddel in.

G18 G54 G90

Dit zijn meer basisfuncties die in het volgende overzicht nader worden verklaard. Vaak gelden deze functies voor een volledig programma ("modaal") en staan dan slechts één keer in de programmakop. Veiligheidshalve adviseren wij echter deze functies bij elke werktuigwissel uit te voeren. Dit geldt in het bijzonder voor de volledige bewerking op draaimachines waar verschillende bewerkingen (draaien, boren, frezen) in verschillende bewerkingsvlakken gecombineerd optreden.

Verklaring van de functies
G18 - vlakkeuze XZ-vlak G41 - werktuigradiuscorrectie links naast contour G54 - activering van de eerste nulpuntverschuiving

Functies uit dezelfde groep
G17 - vlakkeuze XY-vlak G19 - vlakkeuze YZ-vlak G42 - werktuigradiuscorrectie rechts naast contour G40 - deselectie van de werktuigradiuscorrectie G55, G56, G57 - andere nulpuntverschuivingen G53 - alle nulpuntverschuivingen opheffen (per blok actief) G500 -alle nulpuntverschuivingen uitschakelen G91 - programmering van incrementele maten (ketenmaten) G94 - lineaire voeding in mm/min (standaard bij het frezen) G97 - constant toerental (voor boor- en freesoperaties)

G90 - programmering van absolute maten G95 - toerentalvoeding in mm/omw (standaard bij het draaien, G95 wordt bij actieve G96 automatisch ingeschakeld) G96 - constante snijsnelheid (voor de draaibewerking)

Functies van een groep heffen elkaar op. Welke functies actief zijn, kunt u "opzoeken" in het bedieningsbereik ’Machine’ met de softkey

.

99

4.1 Programmering draaien - Werkstuk "As"

Tot zover de eerste regels van het programma! De werktuigdrager staat op het wisselpunt, het eerste werktuig werd ingewisseld en belangrijke, algemene basisinstellingen worden vastgelegd. Met de voordraaibeitel moet nu het werkstuk worden vlakgedraaid.

4.1.3 Vlakdraaien
G0 X84 Z0.2

In ijlgang (G0) wordt de beitel eerst van het werktuigwisselpunt naar een positie 2 mm boven het werkstuk verplaatst. In Z-richting wordt rekening gehouden met 0,2 mm toegift op het vlak voor het nadraaien.
(De -voor het overnemen van een programmaregel wordt vanaf hier voor een betere leesbaarheid niet meer extra aangegeven. Bevestig zelfstandig elke regel met !)

G1 X-1,6 F0,32

In de voeding wordt afgevlakt. Daarbij wordt in X-richting overeenkomstig de snijkantradius over het draaicentrum heen verplaatst (negatieve X-waarde): Snijkantradius 0,8 maal 2 voor de diametercoördinaten: X-1.6

G0 Z2 G0 X80

Optillen van het werkstuk Tussenpunt in de buurt van het startpunt voor de volgende voordraaicyclus. Het eigenlijke startput wordt berekend door de besturing. Daar deze van op de actuele positie Z2 zonder botsing kan worden aangelopen, dient het blok G0 X80 Z2 alleen voor een betere leesbaarheid van het programma resp. voor de veiligheid bij programmawijzigingen. Het blok kan dus evt. ook wegvallen.

100

810D/840D/840Di Beginnershandleiding

4.1.4 Verspaancyclus CYCLE95
Op de horizontale softkey-balk bevinden zich de hoofdmenu's. Door het indrukken van de softkeys [Draaien] verschijnen op de verticale softkey-balk ondermenu's voor de verschillende draaicycli.

Via de verticale softkey wordt het dialoogvenster voor de verspaancyclus CYCLE95 geopend. De cursor staat op het eerste invoerveld. Op het help-scherm wordt de betekenis van enkele velden grafisch verklaard. In de gele kopregel staat altijd een uitvoerige benaming van de parameter. In het eerste veld is dus de naam van het contour-subprogramma gevraagd.
CONTOUR ...

Verander resp. vervolledig eerst de ingaven zoals aangegeven op de afbeelding. Hier moet de ruwe bewerking ’voordraaien’ worden gekozen. Het nadraaien gebeurt later afzonderlijk door de eenvoudige uitvoering van het subprogramma "CONTOUR".

De cyclus wordt opgenomen in het programma.

101

4.4 Optillen van het werkstuk Aanlopen in de buurt van de startpositie voor de nadraaiverplaatsingswegen van het subprogramma "CONTOUR".8 F0.. Oproep van het subprogramma met de nadraaicontour Tot slot wordt (hier als oefening een keer incrementeel met G91 en DIAMON) 1 mm van het werkstuk opgetild. Zonder M30 zou de simulatie weliswaar lopen. maar daarna zou er een storingsmelding verschijnen. Als u een cyclusblok later wilt wijzigen.. M30 Als u het programma al een keer wilt simuleren .8 houdt rekening met de snijkantradius R0. TCP Oproep van het subprogramma voor het aanlopen van het werktuigwisselpunt Een extra lege regel op het einde van de bewerking met de voordraaibeitel dient voor een overzichtelijke structurering.Werkstuk "As" Met de <Recall>-toets verlaat u het menu met de draaicycli. De simulatie verwacht het commando M30 als teken voor het programmaeinde. nadraaibeitel R0.1. G96 S250 LIMS=3000 M4 M8 G18 G54 G90 G0 X32 Z0 G1 X-0. 4.5 Nadraaien T="FT1" D1 . 102 ..1 G0 Z2 G0 G42 X22 Z2 CONTOUR G0 G40 G91 X2 Als . Tegelijkertijd wordt met G42 de werktuigradiuscorrectie rechts van de contour ingeschakeld.. is dat mogelijk met de horizontale softkey [Terugvertalen]. Tegelijkertijd wordt de werktuigradiuscorrectie uitgeschakeld (G40). Wij adviseren dus voor de eerste simulatie M30 te schrijven.4 Werktuigoproep Snijsnelheid voor het nadraaien 320 m/min Basisfuncties voor de bewerking Kopvlak vlakdraaien op maat X-0.1 Programmering draaien .

. 103 .. U heeft de keuze uit verschillende aanzichten.. Voer de afmetingen van het uitgangsdeel in (diameter en lengte): Buitendiameter: Z-min: Z-max*: 80 -100 1 80 . Met de softkey opent u het dialoogscherm voor de simulatieinstellingen. * Toegift voor het afvlakken Bevestig de instellingen. Verlaat het simulatievenster met de <Recall>-toets. Denk eraan dat u de volgende programmaregels voor het commando M30 invoegt. De werkstukafmetingen stemmen in de regel nog niet overeen met het te simuleren programma.. Met [Single Block] kunt u omschakelen tussen blok-per-blok-simulatie of permanente simulatie.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Roep de simulatiegrafiek op.. Met de softkey [NC-start] start u de simulatie.

. Als u in de simulatie een fout heeft ontdekt. Hier werd blijkbaar het min-teken van de Z-waarde vergeten.... Verlaat de simulatie met de <Recall>toets. Het bestand moet eerst met de softkey worden opgeslagen! 104 .1.. . die bijvoorbeeld in het subprogramma "CONTOUR" te vinden is .1 Programmering draaien . .en subprogramma's parallel bewerken Als .6 Foutcorrectie ...4.Hoofd. Via de uitgebreide horizontale softkeybalk kunt u het subprogramma "CONTOUR" als tweede bestand in de editor laden en bewerken.Werkstuk "As" 4. Houd er rekening mee dat wijzigingen in dit tweede bestand niet automatisch opgenomen worden.. Het ontbrekende min-teken werd ingevoegd.

Schakel met G90 opnieuw om op absolute programmering! In ijlgang wordt een positie aangelopen van waar zonder crash de startpositie van de ondersnijding kan worden bereikt. G90 De verplaatsingsweg in het laatste blok werd incrementeel geprogrammeerd (G91). daar met deze laatste functie alleen het hoofdprogramma kan worden bewerkt.7 Draadondersnijding volgens DIN76 Als u de excursie in hoofdstuk 4. plaatst u de focus op het subprogrammavenster en sluit u dit met de softkey. ( ) Als het subprogramma uiteindelijk correct is.810D/840D/840Di Beginnershandleiding .1. Als in de simulatie nog altijd fouten herkenbaar zijn.07 mm/omwenteling G0 Z-10 F0. heeft u nu alleen nog het hoofdprogramma in de editor.. verlaat u het simulatievenster principieel met de <Recall>-toets en niet met [Programma-correctie].1. Bedenk ook dat het hoofdprogramma ("AS. Daarbij is het voor de start van de simulatie onbelangrijk in welke regel van het programma de cursor staat.MPF") opnieuw de focus krijgt voor de simulatie nogmaals wordt gestart. 4.6 correct heeft gevolgd.. Voeding 0.07 105 .

B. Bij nominale diameter 30 en referentiepunt Z-20 moet een draadondersnijding FORM B worden gedraaid.C.4..D].B.1 Programmering draaien . Met de softkey schakelt u evt..C. ( ) .D (voor draadondersnijdingen volgens DIN 76). om op [Vorm A. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen vorm E en F (volgens DIN 509) en vorm A. G0 X82 Z2 TCP Veilige tussenpositie aanlopen en werktuigwisselpunt aanlopen Een extra lege regel voor een betere structuur 106 .Werkstuk "As" Roep met de softkeys het invoervenster voor de ondersnijdingscyclus op. Overname van de cyclus in het programma Menu ’Draaien’ verlaten.

8 Draadsnijcyclus CYCLE97 Na de ondersnijding wordt de draad M30 gedraaid.5 mm. Vuistregel voor de draadinloopweg: ca.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4. De spil moet dus met de klok mee draaien (M3). moet de beitel "omgekeerd" in de revolver worden geplaatst.3 x spoed (hier 2 x spoed gekozen) G96 S200 LIMS=3000 M3 M8 G18 G54 G90 G0 X40 Z7 107 . 2 .1. De ondersnijding is volgens de norm 9 mm breed. Voor de oriëntatie staat de waarde op het scherm tussen haakjes. T="Thread" D1 . draaddraaibeitel Werktuigoproep Technologiegegevens: Om een rechtslopende schroefdraad aan te maken. Basisfuncties In ijlgang van TCP naar de omgeving van het startpunt voor de draadcyclus Volgens de norm heeft een M30-schroefdraad een spoed van 3.

] worden geconfigureerd.. Oproep van de simulatie ter controle van de cyclus Met de pijltoetsen <+>/<-> kunt u op het fragment inzoomen waar de bewering van de schroefdraad plaatsvindt.. .1 Programmering draaien .. Start van de simulatie .. 30 ..4. Eindpunt en uitloopweg worden opgeteld tot een verplaatsingsweg in Z op -17. De bewerking van de schroefdraad wordt in een andere kleur weergegeven.... Enkele waarden komen volgens de norm voort uit de nominale maat.. 108 .Werkstuk "As" ( ) Voer de waarden voor de schroefdraadcyclus in. Overname van de cyclus in het programma en verlaten van het menu G0 X40 TCP Aanlopen van een veilige tussenpositie en beweging naar het werktuigwisselpunt Lege regel voor structurering De afbeelding toont het programmaoverzicht van de laatste twee arbeidsstappen (draadondersnijding en draad).. Zo worden de ingaven voor de draadspoed PIT en de draaddiepte TDEP automatisch vastgelegd..] > [Weergave en kleuren. Aan de hand van de simulatie kunt u controleren of deze maat "past". De laatste beide ingaven in omlaag "gescrollde" invoervenster. De kleur kan onder [Instellingen. Houd echter rekening met de werkelijke geometrie van de beitel.

1. onder START 109 . boven vlak.9 Groefcyclus CYCLE93 Tot slot moeten twee groeven worden gemaakt. Een afschuining kan via haar breedte of haar lengte worden gedefinieerd. groefbeitel 3mm. Hierbij moeten de volgende bijzonderheden in acht worden genomen: In de velden ’Overgang’ kunt u met de softkey of de toets <Toggle> kiezen tussen afschuining (hier telkens 1 mm buiten) en afronding (hier telkens 0. buiten. links langs. linker snijkant G96 S250 LIMS=3000 M4 M8 G18 G54 G90 G0 X64 Z-40 F0. rechts vlak. De selectie ’CHR’ legt vast dat de ingaven als "afschuiningsbreedte" worden geïnterpreteerd (overeenkomstig de maatgeving op de tekening 1x45°). links vlak. binnen. onder vlak.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4. De relatie tussen de beide velden ’Selectie’ bovenaan en het veld ’Startpunt’ maakt het volgende helpscherm duidelijk: langs. langs.1 mm binnen). De procedure volgt het ondertussen bekende schema: • Werktuigoproep • Technologiegegevens • Basisfuncties • IJlgangpositionering nabij de eerste groef • Voeding • Cyclusoproep Voer de waarden voor de eerste groef in.05 . buiten. buiten. binnen... boven T="GT_3" D1 . binnen. rechts langs. binnen. buiten.

de groeven vroeger wilt maken. gaat u als volgt te werk: Plaats de cursor op het eerste teken van het desbetreffende programmablok (d. zijn behouden gebleven.4. -64 In dit geval hoeft u voor de tweede groef dus alleen de waarde voor het ’Beginpunt SPL’ veranderen.Werkstuk "As" Overname van de cyclus in het programma Alle ingaven van de groef die het laatst werd aangelegd. De stappen voor het afwerken van het programma op de machine zijn beschreven in hoofdstuk 2. Plaats de cursor op het punt in het programma waar de bewerking moet plaatsvinden en druk op [Blok invoegen]. activeert u de softkey [Overschrijven]. Als u passages van het programma wilt overschrijven.z.3. Druk op de softkey [Blok markeren]. Markeer dan opnieuw het blok op de oorspronkelijke plaats in het programma en wis het daar met de softkey [Blok wissen].w. op de ’T’ in de regel T="Groef_3" D1).2.1 Programmering draaien . Als u de bewerkingsvolgorde wilt wijzigen. Druk dan op de softkey [Blok markeren]. Overname van de cyclus in het programma Draaien-menu verlaten G0 X82 TCP Terugtrekking van het werkstuk Beweging naar het werktuigwisselpunt Het volledige deelprogramma in één oogopslag! Wijzigingen in de "normale" programmaregels kunt u direct in de teksteditor uitvoeren. Voor wijzigingen in een cyclus moet u de cursor naar de desbetreffende regel bewegen en dan met de softkey [Terugvertalen] het invoervenster van de cyclus openen. Met [Editor sluiten] slaat u het programma op en keert u terug naar het programmabeheer. op de ’P’ in de regel "TCP").z. 110 . Beweeg de cursor met de pijltoetsen omlaag en naar rechts naar het laatste teken van het blok (d.w. bijv.

.1. grafisch ondersteunde Ingave van complexe contouren • Centrisch boren op de draaimachine • Decentrale bewerking van het kopvlak met de functie TRANSMIT (met aangedreven werktuigen) • Gatencirkelcyclus HOLES2 4. zoals u dat heeft ingeoefend bij het voorbeeld van de "As".andere elementaire en nuttige aspecten van de besturing kennen: • SINUMERIK-contourcalculator voor de eenvoudige.. In de directory legt u dan opnieuw eerst een subprogramma met de naam "CONTOUR" aan. Veel eenvoudiger gaat dat echter met de grafische contourcalculator . en geef de directory bijv. U bevindt zich nu in de editor en u zou kunnen proberen de contour net als bij de "As" met G-functies in te voeren.1 SINUMERIK-contourcalculator Toetsen/Ingaven ( ( ( ( ) ) ) ) Scherm / Tekening Verklaring Leg een nieuwe werkstuk-directory aan. lengte 101) leert u .. Zie evt. 111 . hoofdstuk 4. de naam "COMPLETE".810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4. ..2.1.naast een herhaling van de "klassieke" draaibewerking die reeds werd behandeld aan het voorbeeld van de "as" .2 Werkstuk "Compleet" Aan de hand van het werkstuk "Compleet" (uitgangsdeel ø90.

• In het midden wordt de contouromtrek tijdens de ingaven dynamisch opgebouwd als grafiek.Werkstuk "Compleet" De interface van de contourcalculator bestaat uit drie delen: • In de linker kolom wordt de contouromtrek weergegeven met kleine symbolen. In het begin ziet u alleen de symbolen voor het startpunt en het contoureinde.4. zoals u dat al kent van de cycli. Op die manier heeft u een visuele controle over uw ingaven.2 Programmering draaien . 112 . • Deze ingaven gebeuren in invoervelden aan de rechterkant. 40 1 De contouromtrek begint 1 mm in X en 1 mm in Z voor het eerste contourpunt. Informatie: Het is mogelijk dat bij de software-versie op uw besturing omwille van de compatibiliteit nog Z voor X (en bij cirkelbogen dus K voor I) moet worden geprogrammeerd! Alle maataanduidingen in X-richting hebben betrekking op de ’diameter (DIAMON)’. Bevestig het startpunt. In plaats van in cryptische Gcommando's te denken. kunt u hier de contouromtrek aanleggen met eenvoudige pictogrammen (zie verticale softkey-balk).

Dit wordt aangegeven door een stippellijn. afschuining) op ’RD’ (radius) om en voer de waarde in... wordt automatisch berekend en aangegeven. de boog R23.o. Er volgt een horizontale rechte. Neem het eerste contourelement over.000 -3. naar het eindpunt (met absolute maat) X Z 48.000 abs abs De hoek t. Schakel evt.810D/840D/840Di Beginnershandleiding De contour begint met een schuine lijn . positieve X-as α1 = 135. ( 4 ) De ’overgang naar het volgende element’. ? 113 . De Z-waarde van het eindpunt (?) wordt later bepaald op basis van de constructie van de volgende boog R23. wordt met R4 afgerond.. Het invoerveld blijft leeg... Het eindpunt Z is niet bekend. met de <toggle-toets> of met de softkey [Alternatief] van ’FS’ (fase.000 ° ..v. Naast de grafiek kan deze weergave als invoercontrole dienen. 48 -3 . Neem het gedeeltelijk bepaalde contourelement over.

Als u nogmaals op drukt. met de -toets kunt oproepen. ( ) Daarnaast moet u beslissen of de overgang tussen de horizontale rechte en de boog ongeveer bij Z-20 of pas bij Z-50 moet komen (zie grafiek).. en de absolute coördinaten van het middelpunt I K 80. K en I is de cirkelboog zover bepaald dat ook in de grafiek stippellijnen kunnen worden aangegeven. Kies het alternatief waarbij het punt bij Z-55.4..712 zwart gemarkeerd is. dat u.Werkstuk "Compleet" Roep het invoervenster voor bogen op: ( 23 60 ) Bekend zijn naast de draairichting en de radius ook de diameterwaarde van het eindpunt X 60. Bevestig de dialoog.000 -35. als de cursor op I of K staat. Kies het alternatief waarbij de zwarte lijn overeenstemt met de tekening.000 abs * abs * 80 -35 * De betekenis van I en K als middelpuntcoördinaten in X en Z worden verduidelijkt op het help-scherm.2 Programmering draaien . 114 . ( ) Na de ingave van R. X. Bevestig de dialoog.288 of -55.712). Met de softkey kies u nu tussen twee mathematisch mogelijke eindpuntcoördinaten in Z (-14. verschijnt opnieuw de on-line-grafiek.000 abs .

]) op de horizontale rechte en de boog R23 zou worden ingevoerd. In het hoofdprogramma moet er bij de selectie van het werktuig op gelet worden dat de vrije hoek van het werktuig t. de Z-as groter is dan deze starthoek van de boog (zie ook hoofdstuk 2. Dit leidt tot een starthoek van de boog R23 van goed 42°.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Als .o. pagina 39)! 115 .. Schakel de weergave van de invoerparameters om op [Alle parameters].v. De exacte hoek met inachtneming van de R4 zou bepaald kunnen worden als de R4 niet als afronding maar als "zelfstandig" contourelement met tangentiële aansluitingen (softkey [Raaklijn m. de berekende grijs).v. Naast de coördinaten worden ook de hoeken van de boog berekend en aangegeven: α1 α2 β1 β2 starthoek gerelateerd aan de positieve Z-as starthoek gerelateerd aan het voorgaande element (hier de horizontale rechte) eindhoek gerelateerd aan de positieve Z-as openingshoek van de boog Belangrijk voor de latere productie is hier de starthoek van de boog.. Als u zich bij de dialoogselectie heeft vergist . In deze weergave worden alle coördinaten van de boog zowel absoluut als incrementeel aangegeven (de ingevoerde waarden zwart.o. de X-as.2 "Instellen"... kunt u deze met de softkey opnieuw oproepen en veranderen. die (zonder inachtneming van de afronding) iets minder dan 46° daalt t... voorg. .

000 4 .000 abs Er wordt met RD afgerond. We gaan horizontaal verder: -75 Het theoretische eindpunt van de rechte ligt bij .Werkstuk "Compleet" 4 Vergeet niet in te voeren dat ook de boog opnieuw met een afronding van 4 mm overgaat in de volgende horizontale rechte! Neem het element over..000 -80..4. afgerond.000 abs abs en wordt met ... 116 . Neem het element over. 6 Neem het element over. Z -75.2 Programmering draaien .000 6 . Er volgt een schuine lijn: 90 -80 4 Deze eindigt "theoretisch" bij X Z RD 90.

... Met .. Als .. die ontstaan door een overgangsradius naar het volgende element. kunt u met de <pijltoetsen> binnen de symboolketen navigeren . 117 . Verklaringen over het thema "overgangsradius of tangentiële overgang" Afgezien van de afschuining bij het begin bevat deze contouromtrek overal "zachte" (d. en de invoerdialoog voor het desbetreffende element met <input> openen. Z -85.810D/840D/840Di Beginnershandleiding De afsluiting vormt een horizontale rechte: Voor de bewerking is niet de lengte van het uitgangsdeel interessant maar de Z-waarde tot waar bewerkt wordt..z. . Aan het theoretische overgangspunt tussen de hoofdelementen is de aansluiting echter niet tangentieel (linker grafiek). .. zit u met in achtneming van de afronding altijd goed....w. -85 Neem het element over... tangentiële) overgangen..000 abs . Als u een element van de contour later wilt wijzigen .] Gebruik de softkey voor een overgangsboog alleen als u hem op basis van zijn maatgeving niet als afronding kunt invoeren (rechter grafiek). voorg.. Geheugensteun: Ofwel of element 1 met ’RD’ element 2 met [Raaklijn m.

Als . Verander geen waarden in de teksteditor. .) 118 .. (Afhankelijk van de configuratie van uw machine heeft u voor het opslaan ook een afzonderlijke softkey [Bestand opslaan] op de verticale softkey-balk. dat het einde van het subprogramma aangeeft... onmogelijk maakt! Sla het subprogramma op door de editor te sluiten. daar dit het latere terugvertalen evt..4. en met <input> naar een nieuwe regel.. .Werkstuk "Compleet" Neem de volledige contouromtrek over in de editor. Als u de contouromtrek later wilt wijzigen . plaatst u de cursor op een willekeurige programmaregel van de contouromtrek en drukt u op de softkey [Terugvertalen].. ....2 Programmering draaien .. M17 Voeg het commando M17 toe... Spring met de cursor naar het regeleinde .

wordt met 35°-platen (en dus een grote vrij hoek) gewerkt.SPF" voor het aanlopen van het werktuigwisselpunt en het deelprogramma "COMPLETE. Invoervelden voor de cyclus CYCLE95 (zie gemarkeerde regel in de editor).. De inhoud van het subprogramma is identiek aan het desbetreffende programma voor de "As"..2 Verspanen en nadraaien van de contour met ondersnijding Leg in dezelfde directory zelfstandig het subprogramma "TCP.1: Daar de contour van het werkstuk "Compleet" een ondersnijding bevat. opgeroepen via de softkeys [Draaien] en [Verspanen] 119 .MPF" aan. TCP . De eerste regels verschillen slechts weinig van het begin van het programma voor de "As" in hoofdstuk 4.2.8 "FT2" R0.. COMPLETE . Voeding en snijdiepte worden aangepast.4 Afwijkend van het eerste voorbeeld wordt hier onmiddellijk met de voordraaibeitel op maat gevlakt (Z0).810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4. "RT2" R0..

4.1 G0 Z2 TCP In ijlgang wordt de boor uit het werkstuk verwijderd.anders dan bij de draaibewerking . 120 . volboor D16mm G97 S1200 M3 M8 Na het draaien moet met een lange volboor maat 16 de doorgangsboring worden gemaakt..... activering van de nulpuntverschuiving G54. en zelfstandige aanpassing van de ’Instellingen’ (uitgangsdeel ø90. . De spil draait .Werkstuk "Compleet" 4. Vervolgens wordt opnieuw het subprogramma TCP opgeroepen. Bij het boren wordt met constant toerental (G97) gewerkt.. voeding in mm/omw G95 * Bij het centrische boren kan de bewerking principieel ook in het G18-vlak worden geprogrammeerd. absolute-maatprogrammering G90. Houd er echter rekening mee dat dan de lengtecorrectie wordt gewijzigd: G17: Lengte1 in Z (zoals bij het frezen)G18: Lengte3 in Z !!! G0 X0 Z2 In ijlgang wordt het werkstuk aangelopen. .met de klok mee (M3) G17 G54 G90 G95 Vlakselectie G17* voor de bewerking op het kopvlak.. G1 Z-105 F0.3 Centrisch boren . lengte 101) Met de <pijltoetsen> en <+>/<-> kunt u op het fragment inzoomen dat u speciaal interesseert.2.2 Programmering draaien . Oproep van de simulatie ter controle van de programmering . Simulatie van de draai. Zorg er later bij de uitvoering van het programma voor dat er geen crash kan optreden met de losse kop! In voeding wordt door het 100 mm lange werkstuk geboord (met 5 mm toegift)...en boorbewerking . Centrisch boren T="SD16" D1 .

Y) gebeuren. De Z-as blijft ongewijzigd. spiraalboor D5mm Werktuigoproep Spil 2 (de spil die het werktuig aandrijft).v. Houd er rekening mee dat de assen X en Y t. C) om. Voedingssnelheid in mm/min (zie G94) Bij wijze van oefening wordt hier de diepgat-boorcyclus CYCLE83 gebruikt. Toerental en draairichting van de tweede spil worden ingevoerd met gelijkheidsteken (zie S1000 M3 voor de hoofdspil van de machine). Bij wijze van voorbeeld wordt hier de programmering voor een boorpatroon op het kopvlak voorgesteld. De besturing rekent deze programmablokken voor de reële assen (X.o. het frezen 90° verdraaid zijn! Aanlopen naar de omgeving van het startpunt voor de eerste boring. Het XY-vlak wordt als bewerkingsvlak geselecteerd. G0 X15 Z2 F140 121 .en boorbewerkingen op het kopvlak en het mantelvlak uit te voeren. (voor de mantelvlakbewerking heeft de overeenkomstige functie TRACYL).4 Kopvlakbewerking met TRANSMIT Steeds meer draaimachines beschikken over de mogelijkheid met aangedreven werktuigen ook frees. Met deze functie (Transform Milling Into Turning) gebeurt de transformatie van de assen voor de frees. wordt de zogenaamde "masterspil"). TRANSMIT DIAMOF G17 De X-waarden hebben vanaf hier betrekking op de radius. . Uw SINUMERIK-besturing op een dergelijke machine ondersteunt deze bewerkingen vanzelfsprekend.2.en boorbewerking op het kopvlak.810D/840D/840Di Beginnershandleiding 4. Let evt. De volgende verplaatsingsbewegingen kunnen in het van het frezen bekende cartesiaanse coördinatensysteem (X. op de positie van de losse kop. Boorkring op het kopvlak Commentaarregel voor een betere leesbaarheid van het programma G54 G60 G90 G94 G18 SPOS=0 T="TD5" D1 SETMS(2) S2=1000 M2=3 G-basisfuncties Vlakselectie Spilpositionering (C-as) op 0° .

p. Vul de invoervelden in. Met het oog op de boorpunt wordt de eindboordiepte met ca.. hij moet dus modaal actief zijn (zie werkstuk "Langsgeleiding" bij het frezen)..2 Programmering draaien . De posities van het boorpatroon kunt u eveneens via een cyclus genereren .Werkstuk "Compleet" . . I. Hier een vergelijking van de beide methoden. Vul de invoervelden in.. 1/3 x werktuig-ø vermeerderd.4.. Neem de cyclus op in het programma. zoals ze er in de editor uitzien: MCALL Het ’MCALL’-commando heft de modaliteit van de boorcyclus op. de cyclus hadden we de 4 boorposities ook met eenvoudige G0-blokken kunnen programmeren (zie het freesvoorbeeld "Langsgeleiding").. (het help-scherm is statisch.) Neem de boorpatrooncyclus op in het programma. 122 .v.. De cyclus moet op vier posities worden opgeroepen. de assen zijn in de realiteit 90° gedraaid.

Met kunt u de focus tussen de beide simulatievensters omschakelen en zo op de verschillende beelden inzoomen etc..810D/840D/840Di Beginnershandleiding TRAFOOF DIAMON SETMS(1) TCP M30 De transformatorfunctie TRANSMIT wordt weer uitgeschakeld. Werktuigwisselpositie aanlopen Programmaeinde Simulatie in het 2-zijden-aanzicht. De volgende X-waarden zijn opnieuw gerelateerd aan de diameter. . De hoofdspil wordt opnieuw "masterspil". Simulatiegrafiek verlaten Editor sluiten om het programma op te slaan Op de volgende pagina vindt u nog een overzicht van het volledige deelprogramma. Op het beeld werd bovendien met de weergave van de werktuigbanen uitgeschakeld. die u via de softkey kunt oproepen.. 123 .

4.2 Programmering draaien .Werkstuk "Compleet" 124 .

810D/840D/840Di Beginnershandleiding Notities 125 .

............................... 121 DIN-toetsenbord .......................................... 29 Modale effectiviteit .....................INI ....... 97 Kopiëren ............................ 31.................................................................................. 72 Draadboren ..... 11 Afronding RND ........ 8...... 58 Incrementele maataanduidingen .............................. 69... 27 Bedieningsbereik ’Diagnose’ ........ 63 Draadsnijcyclus CYCLE97 .............. 40 Aanloopgedrag G450 ........................... 21 Bedieningsbereik ’Diensten’ ............... 20 Bedieningspaneelfront .......................................................................................................... 82 Commentaarregel ................. 27 Freesradiuscorrectie ..................810D/840D/840Di Beginnershandleiding Trefwoorden A Aankrassen ........... 43 126 N Nabewerken . 12 Centreren ........................... 96......................................................... 58 Absolute maataanduidingen ............. 18 Bereik omschakelen ............ 55 Commentaren ........................................ 78 B Baanvoeding ................................ 110 Bloknummering .................. 53................................................................................................................................... 65 DPWP............ 20 Bedieningsbereiken ........................ 115 F Focus ................................................................................................... 18............ 96 Contourcalculator ................... 61 Absolute maat .................... 21 Bedieningsbereik ’Inbedrijfstelling’ .................... 61 G Gatencirkelcyclus .... 71 Arbeidsvlakken ..... 58........................... 20 Bewerkingsvolgorde wijzigen ...................... 61 Incrementele maat .................. 43 C Cartesiaans .................................. 83 M Machinebedieningspaneel ....... 57...... 67 D Deelprogramma ........ 32 Magazijnlijst ......................................................... 27 Inschakelen ....................... 97 E Eindhoek ................................... 23 Machinenulpunt .................................................................................... 102 NC-werkgeheugen ............ 75 Bedieningsbereik ......................................................... 54 Deelprogramma's ................ 109 afzonderlijk blok .................................. 99 Groefcyclus CYCLE93 .................... 11 Informatie .................................................................................... 75 ABS ... 91 Diameterrelatie DIAMON ...... 64 Draad-kerngat ........................................................... 96 Afschuining CHR/CHF ........................................................................... 55 Boorcyclus CYCLE82 ................................................ 43 Doorgangsgaten .................................. 59 Cirkelboog ............................................................................................................................ 109 H Help-schermen ... 77 Freesradiuscorrectie opheffen ....... 56............ 119 ................................................................................... 8..................................................................................................................................................... 111 Contouromtrek wijzigen ....... 27...... 24 Diskette ............................................................................................. 20 Bedieningsbereik ’Programma’ .. 94 Diepgat-boorcyclus ............... 37 K Kanaaltoestand ............... 57....................................................... 81............................ 91 Koelmiddel ... 9........ 118 Correctiewaarden .......... 19 Interface ........................... 9.... 5 Archiefbestand ............... 122 G-functies ................. 7 Magazijn beladen ... 62.......................... 6 Hoek ........................................................................................ 72 Nulpunt instellen ............. 40 O Ondersnijding ................................................... 46 Archief-directory . 21 Bedieningsbereik ’Machine’ ................... 20 Bedieningsbereik ’Parameters’ ...... 12 I IJlgang ...... 77 Cirkelkamercyclus POCKET4 ....... 107 Draairichting ......................... 100 INC ........................................................................................................................................................................

.................................... 60 Subprogramma's .......................................30 Werktuigoproep ....................................................................... 120 Simulatie-instellingen .................... 16...............................101 Vlak bedieningspaneel .........22 P PC-toetsen ......................................... 15..... 108.28 Werktuigcorrectie .......................................................................................................5 Werktuigbeheer ................................ 94 S Schermindeling .................................... 12 Pool ........................ 70 Simulatiesnelheid .39...........80 Vrije hoek .... 100 Softkeys ...................................................23 Vlakdraaien ............................................... 23 127 ...................... 27 Programmeerapparaat ........... 71 SinuTrain ....... 23 Polair .................................................... 79 Rechtsom .................................................................. 118 Toerental ......................................................................................7 Werktuig aanleggen (WT-naam) ...................97 R Radiuscorrectie .............71 Volledig CNC-toetsenbord .......................................... 53............... 97 Symboolketen .................. 27 Starthoek ....... 102 Programmatoestand ...................................................... 27 Scholingstoetsenbord ........................... 115 Subprogramma .... 14..................... 115 Overgangsradius ..................100 Voeding .......................................... 19 Referentiepunt .......... 106 On-line-help ...................................................... 43 V Verspaancyclus CYCLE95 ......... 97 Toetsen ..... 24 W Werkstuk-directory ......... 19 Snijkant ................... 59 Programmaeinde ......... 75 Openingshoek ..............................................................................................................................................................................................................................................................................53.... 91 Subprogramma-einde .. 98 Werktuigtypes .... 23 Simulatie ................ 31 Snijkantligging .34 Werktuigassen .......................................................... 57 Referentiebeweging ...... 31 Radiusrelatie DIAMOF ...................................................................... 9.................................................... 70.............58 Volgende blok ........56 Werktuigwisselpunt ............ 91 Werkstuknulpunt ..................................29 Werktuig aanleggen (WT-nummer) ........................................................................................................56.................39 Werktuigen in de freesprogramma's .........................................36 U Uitschakelen ....................................................... 117 T Tabellenboek ..................................................................................................... 117 Terugvertalen ......................................................................................... 17 Tangentiële overgang ..................23 Voorbewerking ...........35 Werktuigwissel ...................... 7 Regelnummering .............. 39 Snijkantradius ...........................................38 Werktuiglijst ........... 117 Typenummer ............................................. 110.28 Werktuigen in de draaiprogramma's .. 94 Rechthoekkamercyclus POCKET3 ....810D/840D/840Di Beginnershandleiding Ondersnijdingscyclus CYCLE94 ..... 78 Precieze stop ......... 68.................................................................................. 115 Q QWERTY-toetsenbord .....................................................................................

99 G60 56. 97. 86 MCALL 62. 120 G19 6. 114 Z Z 5. 120 S2= 121 SETMS( ) 121. 56. 57. 97. 11. 119 G53 56. 99 G97 16. 16. 99 G90 8. 114 CYCLE82 CYCLE83 61 121 C CFTCP 75 CHF= 96 CHR= 96 CR= 77 K K Freescycli POCKET3 POCKET4 80. 6. 97 M17 68. 123 F F 15. 56. 94. 13. 99 G54 39. 99 G64 56. 17. 99 G91 8. 77 G3 13 G17 5. 11. 77. 77 13. 100 Positiecycli HOLES2 69.Basis’ 128 . 121 G18 6. 99 D D 38. 56. 56. 120 M4 99 M5 58 M6 56 M8 57. 13. 40. 120 G111 78 G450 75. 94 Een beschrijving van alle commando's en cycli van de besturing vindt u in de Gebruikersdocumentatie ’Programmeerhandleiding . 99 M9 58. 58. 118 RP= 78 S S 14. 119 G41 76 G42 102. 120 G96 16. 99 G40 78. 99. 107. 99 G56 56. 96. 120. 118 M30 59. 99. 98 T=" " 56. 99. 98 TRANSMIT 121 TRACYL 121 TRAFOOF 123 X X 5.810D/840D/840Di Beginnershandleiding Behandelde commando's en adressen Behandelde cycli A AP= 78 J J Boorcycli 10. 94 DIAM90 94 Draaicycli CYCLE93 CYCLE94 CYCLE95 CYCLE96 CYCLE97 109 106 101 106 107 M M2= 121 M3 57. 98 DIAMON 6. 102. 57. 99 G55 56. 69. 99. 99 G94 56. 123 T T 56. 100 G1 58. 122 G G0 57. 99 G95 56. 94 DIAMOF 6. 100 G2 10. 121 I I 10. 76 G451 75. 56. 57. 81 82 L LIMS= 16. 76 R RND= 96. 121 Y Y 5. 56. 57.

. 16. 17.Beeldreferentie Wij danken de firma's DMG Europa-Verlag Iscar Reckermann Sandvik Seco voor het ter beschikking stellen van beeldmateriaal op de pagina's 14. 38 en 39. 15.

siemens.com/automation/mall Siemens AG Industry Sector Drive Technologies Motion Control Postfach 3180 91050 Erlangen DEUTSCHLAND www.com/sinutrain Subject to change without prior notice 6FC5095-0AB00-0JP1 © Siemens AG 2008 .com/jobshop Gedetailleerde technische documentatie in ons Service&Support-portaal: www.siemens.com/automation/partner Via mail kunt u op het internet direct elektronisch bestellen: www.siemens.siemens.Meer informatie Meer informatie over JobShop vindt u onder: www.com/automation/support Voor een persoonlijk gesprek vindt u een contactpersoon in uw buurt onder: www.siemens.