You are on page 1of 6

Stad en identiteit - Jan Blommaert Ik wil in deze uiteenzetting een reeks gedachten kwijt in verband met identiteit en stad

. Het centrale punt daarbij is een visie op identiteit als beleving: identiteit is niet een objectief gegeven, maar is een vorm van beleving, van ervaring, van hoe mensen dingen ervaren. Hoewel de relatie tussen identiteit en stad mij grotendeels vreemd is (ik deel terzake de klassieke en stereotiepe boutades, die steden identificeren met een of enkele slagzinnen) zal ik proberen om een aantal elementen aan te halen die wijzen op diverse manieren waarop mensen hun stad (of een stad, eender welke) identificeren. Ik gebruik hier een werkwoord, eenvoudigweg omdat identiteit niet los kan gezien worden van de processen waardoor het beleefd en ervaren wordt. Men heeft geen identiteit, men "doet" identiteit. Het is U al opgevallen dat ik heel sterk de sociale en interactionele dimensies van identiteit/identificatie beklemtoon. Identiteit/identificatie is bij uitstek iets wat mensen doen. Wanneer we dan ook spreken over de "identiteit van een stad", dan kan dit begrip enkel zin hebben wanneer het slaat op de manier(en) waarop mensen die stad een identiteit toekennen. De identiteit van Gent is zo al een moeilijk hanteerbaar begrip. Al wat we erover vertellen of te vertellen hebben slaat op verhalen die door mensen zijn verteld over Gent. In een zoektocht naar de Gentse identiteit distilleren we uit al deze verhalen één "masterverhaal", de grootste gemene deler, die dan doorgaat voor de identiteit van Gent. Merk op dat wij het nog steeds zijn die dit statuut toekennen. Gent geeft zichzelf geen identiteit, Gent heeft er geen; Gent, zomin als Brugge, Antwerpen, of Brussel, heeft geen identiteit die los kan gezien worden van wat mensen over Gent, Brugge, Antwerpen of Brussel vertellen. Eerst en vooral een aantal algemene principes. In ons courant denken wordt identiteit nadrukkelijk verbonden met geschiedenis. Het Gentse karakter, de Gentse "aard" wordt verklaard via een lezing van fragmenten uit de Gentse geschiedenis zoals die zich weerspiegelen in een visueel beeld van Gent. Dat beeld is confuus en vaag, maar dat doet er niet toe. Kwestie is dat we het "uitzicht" van Gent zien als een soort (desnoods gefilterde) spiegel van de Gentse geschiedenis. Tot zover geen probleem. Het is, op een heel triviaal niveau, waar dat de gebouwen allemaal historisch zijn, in de zin dat ze een tijdje tot een lange tijd geleden werden gebouwd, en dat de bouw van bepaalde huizen of wijken historisch te situeren valt in bekende perioden uit de geschiedschrijving. Maar de relevantie van die simpele historiciteit reikt volgens mij niet veel verder dan dat. Want er zijn twee dingen aan de hand: ten eerste, die historiciteit is vaak volkomen irrelevant als een ervaringscriterium voor de bewoners; ten tweede, elke stad zou dan een anachronisme zijn. Wat het eerste punt betreft, de historiciteit van een stad, met alles erop en eraan in termen van associaties die we maken (bijvoorbeeld: Brugge is oud, en daarom mooi en waardevol) is vaak maar één verhaaltje over de stad, dat botst met een aantal heel andere verhalen over de stad. De vraag is dan: wiens verhaaltje is het? Wie put zich uit in het identificeren van de stad? Wie poogt ten allen prijze een bepaald verhaal over de stad te laten doorgaan voor het verhaal over de stad? In Brugge is het verhaal van Brugge-als-historische-stad duidelijk een economisch verhaaltje, een trope uit toeristische gidsen en uit het argumentarium van het stadsbestuur en de middenstand. Maar niet voor elke Bruggeling geldt de regel dat Brugge mooi, waardevol en gezellig is omdat het oud is. Er zijn er die de jaarlijkse toeloop van toeristen als vreselijk vervelend en ergerlijk ervaren, en er zijn er die de Brugse adoratie voor het oude schoon als artificieel ervaren en vrezen dat Brugge een middelgroot Bokrijk aan het worden is. Met andere woorden: misschien is de visie op Brugge als een stad wiens identiteit ligt in haar historisch karakter wel enkel een officiële visie, die vergezeld gaat van een hele boel niet-officiële, subversieve en afwijkende visies. De regel die we hieruit kunnen halen is dat identiteiten nooit kunnen los gezien worden van wie ze maakt en formuleert. Wie bepaalt wat een stad is, wat ze moet zijn, hoe ze eruit moet zien, welk type gebouw "best past" in een bepaalde wijk? Laat ons niet naïef zijn, en niet doen alsof urbanisatie en architectuur enkel afhankelijk zijn van rationele, haast wetenschappelijke inschattingen van "stadszichten", "het lokale karakter" of "de typische stijl". De vraag moet zijn:

maar dat deze gevels en daken voor velen meer een dreiging of een vorm van verdrukking inhouden. Verre van mij om hierin te trancheren. die is bestreden. die onder ander gaan over welke mensen we in de stad willen en welke niet. De vraag is echter hoe die indexen zich omzetten in een actuele leefomgeving voor de mensen van hier en nu. De brutale realiteit en een statement of fact. Het is tezelfdertijd echter een centraal punt in de discussie over stadsrenovatie: oude steden als habitat voor nieuwe activiteiten. en ik denk dat de problematiek zeer precies geschetst is. Men kan een steen niet doen omhoogvallen. van een sublieme artistieke inspiratie of een verlichte planologie. dat de haven kilometers verder in een soort woestijnvlakte ligt. Hiermee wordt aan identiteit gebouwd: Gent is een nette stad zonder "lelijke" of "gevaarlijke" buurten. Wie die krotten saneert maakt er huizen van voor de gesalarieerde lagere middenklasse. geen pleidooi voor krotwoningen. zijn ze nu meer en meer de thuishaven van de verpauperden en de gemarginaliseerden. ja. deuren. de stad als anachronisme. . de armen belanden vaak op straat.wiens stadszicht? wiens lokaal karakter? wiens typische stijl? De relevantie van die vragen blijkt uiteraard het best uit wat er met Brussel gebeurd is. Maar de synchrone realiteit is dat de Antwerpse binnenstad geen havencentrum meer is. eerder dan een bron van esthetisch plezier of historisch zelfbewustzijn. De huizen werden grondig vernieuwd en van alle comfort voorzien. en het richt zich daarbij vaak op de verkeersproblematiek (meer specifiek de relatie tussen auto"s . Eén autobiografisch voorbeeld. Brussel = hoofdstad van Europa is naast andere dingen ook een urbanistisch project. en dat de oude havenbuurten nu de habitat zijn voor mensen die helemaal niets meer met de haven van doen hebben. voor nieuwe sociaal-economische fenomenen. De armoede wordt hierdoor niet bestreden. Het gevolg: er zijn nog nauwelijks migrantengezinnen in mijn oude straat te bespeuren. Zoals elk dilemma is het onoplosbaar zonder dat men een fout begaat. Ja. Brussel kan nogmaals worden ingeroepen als lichtend voorbeeld. En dan stelt zich het dilemma: hoe scheppen we een nieuwe "leefbare" binnenstad (een begrip dat doorgaans slaat op een economisch florissante binnenstad) zonder het patrimonium te schaden. De nieuwe identificatie. Het zijn steeds ideologische discussies. neen. Koppel dit nu terug aan mijn vorige punt. Na de sanering kostte het 8500BF per maand. Ik wil enkel aantonen dat de discussie rond stadsrenovatie en rond stad en ecologie een identiteitsdimensie heeft. Nadeel: de huurprijzen stegen drastisch: het huisje dat ik bewoonde kostte in mijn tijd 2500BF per maand. straten. Wie kan daar nu tegen zijn. is dat Gent zo ook een stad zonder huisvesting voor de armen wordt. Discussies rond standsrenovatie en ecologie zijn zelden puur neutrale discussies. ramen. dat achter die associatie steeds iemands verhaal zit. de Antwerpse binnenstad draagt talloze mooie sporen van havenactiviteiten. voor nieuwe mensen. Nadat ik er verhuisd was is mijn vroegere wijk het object van "sanering" geworden. Ze zijn gedwongen verhuisd naar wellicht een nog niet gesaneerde buurt.openbaar vervoer en "soft" vervoer). en zij die menen dat ik nu een pleidooi hou voor het opgeven van historisch patrimonium zijn fout. de armoede die zichtbaar is aan gevels. Ook hier lijkt men weinig lessen uit het Brusselse fiasco te hebben getrokken. Het is best leuk om in bepaalde steden de gevels te bekijken als indexen van een groots verleden. wel kan slaan op gevels en daken. De visuele armoede. Het is opvallend hoe alle grote steden thans in de discussies over stadsrenovatie de kaart trekken van de "propere" stad vol "kwalitatieve woningen". die verankerd zit in de associatie tussen identiteit en geschiedenis. dat komt hier op neer. Wat dit laatste betreft: daar waar de centra van de grote steden eertijds steevast de thuishaven waren van de bourgeoisie.parkings . Dit alles is triviale realiteit. Krotten zijn vaak de huizen van de armen. die "objectieve" waarden weten te hanteren in hun pleidooi voor de ene of de andere oplossing. En we hebben geleerd dat de "identiteit" van een stad of buurt. temidden van enerzijds arbeidersgezinnen en anderzijds migrantengezinnen. Wiens project? Wat het tweede punt betreft. zonder die indexen van het lokale verleden op te ruimen? Dit dilemma is één van de kernpunten van de groene beweging. en nog gebeurt. het "typische" van die stad of buurt. dakgoten. Ik heb jaren in de Rabotwijk gewoond. dat die associatie zelf steeds iemands verhaal is.

en hij nam me mee naar een optreden van een uitstekende . met of door zijn stad? Ik begin ver van huis. dat alles maal twee: 12. Het is een typische derdewereldstad. net zomin als ze een alias gebruiken voor bekende plaatsen uit de stad. drinken ze drie Safari"s en een Smirnoff en roken ze Marlboro"s. Eén van de steden die ik echt goed ken. winkeltjes en horeca.Ik resumeer de denkpiste zoals die tot nog toe is uitgewerkt. De auteurs gebruiken de echte geografie van Dar es Salaam. enzovoort. en wie rondrijdt in een Benz is een bedrieger.Arusha. en macht is ongelijk verdeeld. niemand kan zich dat permitteren. van de aankondiging die de piloot van het vliegtuig doet bij de landing. Zo ontmoet de heldin haar rijke maar onbetrouwbare vriend in het New Africa hotel. enkele hotels. en werkt. Er zijn plaatsen waar wij niet binnenmogen . Mwanza of Moshi . ze weten waar dingen duur zijn en waar niet. internationale contacten. De stad en haar locaties zijn relevant. De andere steden . die bepaalde plaatsen associeert met bepaalde soorten mensen. Identiteit wordt veelal geassocieerd met geschiedenis. Marlboro"s kosten 1000 shillings per pak. nog twee pinten in The Vatican. de echte hotels. ze spelen een rol in het verhaal.wie er wel binnen zit is geen van ons. die ons iets vertellen over wat de zogeheten man in de straat ervaart in. Eén van mijn doctoraatstudenten was daar al enkele maanden voor veldwerk. ze geven extra-informatie mee aan de lezer. het is een elitair verhaal. Wat opvalt in de Tanzaniaanse romannetjes is het realisme. het geweld. da"s 1500 shillings. daardoor krijgen we een aantal sociale mechanismen die ervoor zorgen dat de identiteit van de stad een alibi wordt om de stad een bepaald "gewenst" bevolkingsprofiel mee te geven: de stad als thuishaven van de middenklasse. het geld. Nu kunnen we een stapje verder gaan. is het een personage geworden in die romannetjes. en werkt als een frame: een basispatroon waarbinnen we betekenis gaan zoeken. en Dar fungeert als een enorme centralisatiepool in het land. enzovoort. de onbetrouwbaarheid van de mensen. met bepaalde gedragsvormen. van bordjes in New Africa waarop staat dat men schoenen moet dragen om binnen te mogen. Die vent is stinkend rijk. de andere identiteiten van de stad gaan zoeken? Vinden we verhalen from below. Je vindt gedetailleerde beschrijvingen van de muziek die de DJ draait in The Vatican. Indien de associatie tussen identiteit en historiciteit een elitair verhaal is. Dat dit wel degelijk relevant is. da"s nog eens 2800 shillings. en wordt als dusdanig positief geëvalueerd. In September was ik in Dar es Salaam. en enkele overblijfselen uit het koloniale verleden. mag blijken uit het volgende voorval. een drieverdiepingengebouwtje. Ik verklaar me nader. waar moeten we dan de andere verhalen. Wie afspraakjes kan maken in New Africa is rijk. De stad figureert dan ook in een aantal lokale romannetjes. op een manier die best wel verschilt van de wijze waarop wij met onze steden omgaan. winkels en bars als locatie. met een klein centrum dat wordt gedomineerd door bankgebouwen en overheidsdiensten. uit naam van de "identiteit" van de stad. Dar es Salaam is de enige stad van betekenis in Tanzania. een stukje landbouwgrond of wat braakland. gaan ze daarna dansen in The Vatican. De berekeningen en de evaluatie van de man als een rijkaard zijn gebaseerd op wereldkennis: mensen kennen de prijzen. is Dar es Salaam in Tanzania.600 shillings en een half maandloon van een gewone man op één avond er door gedraaid. Daarrond ligt een immense ruimte van slums en semi-slums. Identiteit hangt samen met macht. met hier en daar een moskee. Die informatie is sociaal-cultureel. Ze vinden dus geen nieuwe stad uit (Metropolis). rijden ze rond in zijn Benz 230C. Alles wat enig belang heeft zit in Dar. dacht ik aanvankelijk. een Smirnoff is 2000 shillings. Lezers maken berekeningen als ze dit lezen: een pint in New Africa. Als symbool van de grootstad. allemaal lage gebouwen.hebben lang niet de appeal die Dar heeft. en waar ik me echt thuis voel. die historiciteit met haar positieve associaties is echter de visie van mensen die belang hebben bij het realiseren van die idee. en daardoor met sociale waarden en normen. Ze hebben met andere woorden een sociaal-culturele geografie in hun hoofd.

In de ene buurt voelen we ons "welkom" en "veilig". dan zien we "een bank". Die prima facie eigenschappen zijn uiterlijk: ze slaan op associaties die we courant maken tussen bepaalde types gebouwen of ruimten. Het is diezelfde sociaal-culturele geografie die ook onze blik op de stad en haart buurten bepaalt (die haar met andere woorden identificeert. Hier komen geen blanken. huizen met dichtgespijkerde deur.en raamopeningen associëren we met armoede. Een bank is immers "gemarkeerd": het is geïdentificeerd. in Kariakoo. buurten met opgelapte straten. De band speelde in Kariakoo . Met identiteit bedoelen we hier alweer niet wat we zijn. dat was uitzonderlijk en dus nieuwswaardig. die op een bepaalde (vriendelijke. Buurten met grote. De sociale orde wordt hier bovenop geplakt: bij elk van deze buurten veronderstellen we een bepaald gedragspatroon. dames met verzorgd uiterlijk). en de mannen speelden zich de ziel uit het lijf. In de ene buurt vinden we het leuk sight-seeing te gaan doen of op huizenjacht te gaan. Ik heb daarnet terloops gewezen op de associatie die wordt gemaakt tussen "netheid". monovolumewagens en kleinere gezinswagens. vanwege de bewoners zowel als vanwege onszelf. net zomin als de doorsnee aanwezige daar ooit in het New Africa hotel zou komen.) manier met je gaan praten over een beperkt aantal thema"s.. spijbelende adolescenten. Onze aanwezigheid in een sociaal-cultureel "atypische" buurt viel op. In de middenklasse-buurten verwachten we Mercedessen. in de andere niet. In Antwerpen is het een courante boutade van jonge gezinnen die pas een huis gekocht hebben hun keuze uitgebreid te motiveren in termen . Zelfs in een onbekende buurt kan men een bank vinden: men speurt rond tot wanneer men de uiterlijke kenmerken van een bank heeft ontdekt. Het optreden was fantastisch: Kariakoo is de thuishaven van deze wereldberoemde band. bestelwagens. in de arbeidersbuurt veronderstellen we eveneens dat er veel volk rondloopt (werklozen. oudere huizen met voortuintjes associëren we met een bepaald type oudere middenklassebewoners of vrije beroepen en softwarefirma"s. incluis onze ambities. met bepaalde reclamepanelen. Ditzelfde procédé hanteren we echter ook op een ruimere schaal: bepaalde buurten zijn gemarkeerd. een semi-slum bevolkt door redelijk ruige en arme mensen. In de verkavelingen zien we veel breaks. BMW"s of Audi"s.de marktbuurt. Enkele dagen later stond ik met mijn foto in de krant. een identiteit geeft). kleine bungalows in fermettestijl met garage associëren we met jonge tweeverdienersgezinnen.lokale band (het soort band waarvoor men hier 700BF voor een toegangsbiljet betaalt). migranten. enzovoort. Opels en oudere Japanners.. die we vervolgens in verband brengen met een maatschappelijke orde. Dat is het niet. maar doorgaans nieuwe wagens of "de betere occasies". en de relevantie van die sociaal-culturele geografie is absoluut niet beperkt tot Afrika. en met zichtbaar wat hi-tech vanbinnen.. Hoe vaak zeggen we niet over bepaalde buurten dat we er niet graag "s nachts alleen zouden doorlopen? Dat we ons op bepaalde plaatsen niet veilig voelen? En op basis waarvan doen we dit soort uitspraken? Laat ons dit wat verder uitspitten. Wat hier gebeurt is een projectie van onze eigen "identiteit" op bepaalde buurten. en had een foto van mij genomen. Dit is zonder twijfel een sociaal-culturele geografie in ons hoofd. In de statige herenhuizen-buurt veronderstellen we dat de bewoners overdag aanwezig zijn en er activiteiten uitoefenen. en zelden zal men een kruidenierszaak of een café met een bank verwarren. Als je daarbinnen gaat verwacht je netjes geklede bedienden (mannen met hemd en stropdas. "gevaar" en bepaalde bevolkingsgroepen. daar voelen we ons bekeken en onveilig. maar wat we denken te zijn.). bepaalde types activiteiten en bepaalde types mensen. dan denken we dat het om de tweede wagen gaat. Ik zei daarstraks dat ik aanvankelijk dacht dat dit fenomeen typisch was voor Afrika of voor Tanzania. We delen onze omgeving in op grond van een aantal prima facie kenmerken. geen haar op ons hoofd denkt er echter aan vrijwillig door de andere buurt te gaan stappen. In de armere buurt verwachten we oudere types wagens. suburbane verkavelingen met kleine tuintjes. veel cafés. Een simpel voorbeeld: wanneer we een mooi gerenoveerd en luxueus gebouw zien.. in de verkavelingen veronderstellen we dat de bewoners overdag grotendeels afwezig zijn. laat staan dat we eraan zouden denken ons daar te vestigen. Een blanke. zien we daar een Ford Fiesta. jonge kinderen. de arbeidersklasse. Een fotograaf had ons blanke groepje opgemerkt.

vrienden. De sociaal-geografen van de Mort-Subite groep hebben aangetoond dat er in dat opzicht een reeks opvallende toevalligheden bestaan: wijken zijn aantrekkelijk voor bepaalde soorten mensen. Daaruit afleiden dat ze ofwel minder rechten moeten krijgen. Het schepencollege van Gent kan uitspraken doen over de identiteit van heel Gent.en Gent is dus qua identiteit een etnischVlaamse stad.000BF per maand verdienen en ook een zoontje van 3 en een dochtertje van 5 hebben. de migrant uit de Muide kan doorgaans slechts zijn eigen kleine buurtje identificeren en naar zijn of haar beeld vormen. Antwerpen. Dan vallen er uitspraken als: "Ah ja. ofwel verwijderd moeten worden.en zoveel opties. een stand. In Antwerpen is de Onze-LieveVrouwkathedraal (al dan niet vergezeld van de spits van een minaret) het geijkte embleem. Niet elke identificatie raakt evenveel ruimte als anderen. vrees ik. die veelal enkel opgezet worden in de zogeheten "mindere" buurten (maar wie noemt die buurten zo?). De sociaal-culturele geografie houdt hier in dat migranten hier om redenen van geschiedenis en identiteit niet horen. en richt onze blik zich vanaf het moment dat we een bepaalde sociaal-economische status hebben bereikt ook naar bepaalde buurten en niet naar andere. op het "linkse" aspect van dit verhaal. Kesteloot's indrukwekkende studie van Kuregem schetst ons een beeld waarin van vrije keuze weinig sprake is: de arme heeft maar zo. Om nog even. maar die indruk is vaak het gevolg van het feit dat we intussen het brilletje van de sociale laag waarin we leven en werken hebben opgezet. maar ook een beroepsklasse. van Gent. Het is niet mijn bedoeling U de beginselen van het klassieke Marxisme in herinnering te brengen. in Gent is het het beeld van de drie torens dat de affiches domineert. een stad. . terug te komen op de relevantie van de sociaal-culturele geografie in ons hoofd: ze speelt ook een rol in de politieke propaganda. Staar U niet blind. gemiddeld 120.000BF netto per maand verdient en twee kinderen heeft van 3 en 5 jaar oud. En enkel het schepencollege van Gent kan eisen dat ook Gent door de TGV aangedaan wordt. Meer bepaald tracht ik hier een verband te leggen tussen identificatie en wat men actieradius zou kunnen noemen. uit hoofde van het algemene belang van de hele stadsregio. is een makkie. ik zou ook graag een huis in de CogelsOsylei hebben. voelt zich lekker in bepaalde buurten omdat de buren toevallig ook allebei werken. omdat ze grotendeels bevolkt worden door gelijksoortige mensen. Deze emblemen zijn buitengewoon suggestief: Gent (of Antwerpen) is een oude Vlaamse stad .van een samenspel van ambities en realisme. Macht drukt zich ondermeer uit door de mogelijkheid tot het definiëren van de identiteit van een groot geheel: een buurt. een regio. Maar zelfs bij de rijkeren mag men de vrije keuze niet overschatten. en het gaat over reële processen van identificatie. De strooibrieven en affiches van het Vlaams Blok hanteren steevast een aantal emblemen uit het stadzicht. daarom heb ik voor deze buurt gekozen". Het punt dat ik tracht te ontwikkelen is theoretisch. We kunnen misschien de indruk hebben dat we zelf kiezen waar we wonen. een laatste keer. Lobby"s tegen de aanleg van nieuwe wegen of spoorwegen werken ook best daar waar de bewoners van de getroffen buurt een redelijk ruime actieradius hebben: enkel daar kan het karakter van een buurt collectief aangegrepen worden als een te beschermen patrimonium. Concreet: een jong werkend koppel dat gemiddeld 120. en doe mee aan het modelleren van deze drie huizenblokken. Daardoor gaat sociale mobiliteit ook vaak gepaard met geografische mobiliteit. Buurtwerkingen. doorgaans minder dan degene die sociaal-economisch beter af is. Etniciteit staat bij het Vlaams Blok immers gelijk aan geschiedenis. Het Vlaams Blok zal daarom zelden of nooit "moderne" stadsbeelden als embleem hanteren. Kiest men wel echt voor een buurt? Of wordt men zonder het zelf te weten bepaalde buurten in gedreven? Volgens de sociaal-geografen is ook dit laatste een feit. en het is de geschiedenis die het onvervreemdbare karakter van een stad of een gebied bepaalt. een etnie. of eender welke stad waarin ze optreden. maar dat gaat nu niet.met een vaste combinatie van "oud" (de torens) en "Vlaams" . een land. zijn gericht op het vergroten van de actieradius van identificatie: overstijg je straathoek.

Er zijn wel degelijk manieren waarop men identificaties from below kan beschrijven en achterhalen. niet ik. geen Gestalten . moet uitvoeren.een ruimte innemen naast of met anderen.. structuren of patronen. Het gaat niet enkel om vormen. en wellicht is het een denkoefening die U. en van de fysieke ruimte en bakstenen huls ook een sociale en culturele ruimte maken. Identiteit gaat over hoe mensen .. Het is een onderzoek van dit soort aspecten dat mijns inziens de beste omschrijvingen oplevert van het "karakter". de "aard" of de "identiteit" van een stad. Ik heb enkel getracht identiteit als kenmerk van een stad wat los te weken van een zuiver semiotische beschouwingswijze.Ik concludeer. Hoe men deze bevinding moet terugkoppelen naar de praktijk van architectuur of urbanisatie (bijvoorbeeld in de concrete beslissingen rond welke criteria zullen doorwegen in het opzetten van renovatieprojecten) is mij vooralsnog een raadsel.echte mensen. .) en belandt in een ruimer en complexer domein van sociale analyse.en dat zal ook U niet ontgaan zijn . Alleen stelt men vast .dat men daardoor ver verwijderd raakt van het klassieke identiteitsdiscours (Gent is zo-en-zo een stad. die uniek of typisch zijn omdat ze een bepaald visueel beeld scheppen dat men elders niet vindt.