You are on page 1of 6

RISICO’s in portefeuille van aandelen – morningstar

Neemt uw fonds onnodige risico’s?

Sinds vorig jaar weten beleggers weer dat risico er wel toe doet.
In 2008 hadden de meeste beleggers het gevoel alsof ze nergens heen konden met hun geld. Ook beleggingsklassen die voorheen beschouwd werden als “veilige haven”, zoals obligatiefondsen en fysieke grondstoffen, deelden mee in de klappen. Het risico staat terug op de radar van vele beleggers, vaak sterker dan ooit. Een van de belangrijkste aspecten voor wie over de lange termijn wil beleggen, is het in kaart brengen van de verschillende risico’s en bepalen hoeveel risico je bereid bent te nemen. Spijtig genoeg is er niet één definitie van risico die voor iedereen werkt. Morningstar heeft haar eigen maatstaf ontwikkeld die kijkt naar het risico in vergelijking met soortgelijke ondsen. Maar er zijn ook andere elementen die bij de beoordeling kunnen helpen. Ze zijn niet perfect en horen met de nodige zorg gebruikt te worden, maar dat is alvast beter dan gewoon gokken.

Risicomaatstaven gebaseerd op het verleden Wie belegt, vindt een arsenaal aan ratio’s en indicatoren die het historische risico van een beleggingsfonds proberen te meten. Daarbij wordt risico vaak beschouwd als volatiliteit, en de meest gebruikelijke wijze om de volatiliteit van een beleggingsfonds (of beleggingsportefeuille) te meten, is door te kijken naar de “standaarddeviatie”. Deze maatstaf geeft weer hoe sterk het rendement tijdens een bepaalde periode afweek van het gemiddelde. Op de Morningstar website wordt dit voor elk fonds berekend op basis van de afgelopen drie jaar. Als de maandelijkse rendementen relatief constant waren ten opzichte van de benchmark of het gemiddelde, dan zal de standaard deviatie laag zijn. Gingen ze alle richtingen uit met sterke uitschieters, dan zal de standaard deviatie aan de hoge kant zijn. De standaard afwijking is relatief zinloos wanneer deze niet juist gebruikt wordt. Een van de elementen waar beleggers rekening mee moeten houden is dat sommige typen beleggingsfondsen meer risico dragen dan andere. Je kunt met andere woorden de standaarddeviatie van een fonds enkel vergelijken met die van soortgelijke fondsen, bijvoorbeeld fondsen uit dezelfde categorie. Sectorfondsen zullen bijvoorbeeld volatieler zijn dan breed gespreide aandelenfondsen, die op hun beurt weer een hogere volatiliteit hebben dan obligatiefondsen. Ook binnen elk van deze groepen is er nog veel variatie mogelijk. Ter illustratie, het fonds UBS Flexible Term Bondhad met 4,1% de hoogste standaarddeviatie binnen de Morningstar categorie met korte termijn obligatiefondsen. In de categorie Europese opkomende markten toonde het fonds DWS Osteuropamet 33% (ruim 8 keer meer dan het fonds UBS Flexible Term Bond - in absolute termen) een van de laagste standaarddeviaties binnen zijn categorie over dezelfde driejarige periode tot 30 juni. Een ander potentieel probleem met de standaarddeviatie is het feit dat hoge winsten op dezelfde wijze worden behandeld als zware verliezen. Daarmee sluit deze maatstaf

maar willen ze weten hoe het fonds in de toekomst zal presteren. de Sharpe ratio als het Morningstar Risico zijn gebaseerd op de historische resultaten van een beleggingsfonds. dat in absolute termen de laagste standaard deviatie heeft. Meer dan cijfertjes alleen Zowel de standaarddeviatie. hoe hoger de Sharpe Ratio aangezien het extra rendement behaald door de beheerder hoger ligt voor minder risico. maar ten opzichte van soortgelijke beleggingsfondsen waren de rendementen een stuk volatieler. Het Morningstar Risico kan variëren van “Hoog” (de 10% meest risicovolle fondsen in de categorie) tot “Laag” (de 10% minst risicovolle fondsen in de categorie). Deze is in korte tijd erg populair geworden bij beleggingsprofessionals vanwege zijn eenvoud. . De details van de berekening achter deze maatstaf zijn ingewikkeld. Voorzichtigheid is dus geboden. is het onmogelijk om met zekerheid te stellen hoe de prestaties van een beleggingsfonds er in de toekomst uit zullen zien. Zij zijn immers meer bezorgd over de verliezen dan over de winst. Zo zal UBS Flexible Term Bond. Toch is het oppassen voor negatieve rendementen zoals we die vorig jaar gezien hebben. al zijn de meeste beleggers niet geïnteresseerd in hoe een beleggingsfonds gepresteerd heeft. Een derde risicomaatstaf die u terugvindt op de “Rating & Risico” tab voor elk fonds.niet aan bij wat de meeste beleggers ervaren. De belangrijkste inputs voor de Sharpe Ratio zijn de outperformance van het fonds ten opzichte van de risicoloze rente en het risico. Daarbij tellen verliezen in de totale score zwaarder mee dan de winsten. maar kort gezegd: het risico van het fonds wordt vergeleken met dat van soortgelijke fondsen in dezelfde Morningstar categorie. Ze zijn uiteraard nuttig. Een belegger kan wel kijken naar de portefeuille van het fonds en zich op die manier een beeld vormen van het risico dat de portefeuille met zich meebrengt. Het fonds UBS Flexible Term Bondwas wel minder volatiel dan bijvoorbeeld het bovengenoemde fonds DWS Osteuropa. Tenzij we over bijzondere gaven beschikken. toch een “Hoog” Morningstar risico hebben. De Sharpe Ratio berekent vervolgens hoeveel extra rendement een fondsbeheerder wist te genereren per eenheid risico. is de Sharpe Ratio. Op dat probleem kan Morningstar een antwoord bieden: het Morningstar Risico. Hoe lager het risico. De Sharpe Ratio wordt immers zodanig berekend dat hij bij negatieve rendementen hoger zal eindigen wanneer het risico (de volatiliteit van de rendementen) hoger is – precies het omgekeerde van wat we zouden verwachten.

.en obligatieposities krijgt u zo een goed beeld van de dominantie van de top-10 beleggingen. is het procentuele gedeelte van het vermogen dat het fonds belegt in de tien belangrijkste posities.Neemt uw fonds onnodige risico’s? (deel 2) Nu gaan we echt de handen uit de mouwen steken. en veel hangt af van hoe de fondsbeheerder op bepaalde marktomstandigheden zal reageren (of niet reageren). Een geconcentreerde portefeuille Een fonds waarvan de portefeuille bestaat uit een beperkt aantal aandelen. Als een van de aandelen in zo’n geconcentreerde portefeuille in de problemen komt. Wie kiest voor aandelenfondsen. Hetzelfde geldt voor beleggingsfondsen waarvan de portefeuille voornamelijk uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat. Het ervaren beheersteam kiest voor ondernemingen met een sterke balans en een dominante positie binnen hun sector. Morningstar is de enige die u hierbij kan helpen aangezien geen enkele andere website de portefeuilles van de beleggingsfondsen vrij ter beschikking stelt. Klik hier voor het eerste deel. neemt ook eens een kijkje in de portefeuille van het fonds. kan dit het rendement bijzonder negatief beïnvloeden. Daarbij streven we naar portefeuilles die maximum 3 maanden oud zijn zodat beleggers die hierop vertrouwen een keuze kunnen maken op basis van het werkelijke profiel van een beleggingsfonds. De langetermijnvisie vertaalt zich in een lager dan gemiddeld risicoprofiel ten opzichte van soortgelijke fondsen dankzij een lage standaard deviatie en een laag Morningstar Risico. U dient zich bewust zijn van het concentratierisico. Een glazen bol hebben we natuurlijk niet. In combinatie met het totale aantal aandelen. Daarmee rekening houdend. maar het is volgens ons niet noodzakelijk een reden om een fonds niet te kopen. kan bijzonder geschaad worden door een foute beslissing van zijn beheerder. Zo kreeg het fonds Comgest Europe met 31 aandelen in de portefeuille een Elite (beste) rating. Zulke fondsen zullen over het algemeen een grilliger rendementspatroon vertonen dan fondsen die kiezen voor aandelen van grotere ondernemingen. Terwijl in het eerste deel voornamelijk gekeken werd naar maatstaven die het risico uit het verleden in kaart brengen. Drie maanden is voor de meeste portefeuilles nog niet oud en ruim voldoende voor beleggers die zelf een inschatting willen maken over hoe een fonds in de toekomst zal presteren. gaan we nu een stapje verder door te kijken naar de risico’s waarmee het fonds in de toekomst mogelijk te maken krijgt. Wie nog verder wilt gaan. bent u als belegger alweer een stap verder wanneer u een fonds beoordeelt op haar risicoprofiel. (zie deel 1) Een interessante maatstaf voor de concentratie van een portefeuille. Toch biedt de portefeuille in combinatie met de strategie van het fonds een goede eerste indruk van de risico’s die begraven liggen in de portefeuille. kiest doorgaans voor meer risico’s dan iemand die belegt in obligatiefondsen. Elk type fonds heeft natuurlijk zijn eigen risico’s. Een geconcentreerde portefeuille toont de overtuiging van de beheerder en uiteindelijk betaalt u toch voor die expertise? Bij Morningstar hebben we enkele fondsen in onze selectie die een zeer beperkt aantal posities aanhouden.

Een sectorfonds is daarbij het summum: zo’n fonds belegt immers enkel en alleen in ondernemingen binnen één bepaalde sector. Vaak weten beleggers niet wie hun geld beheert en ook in het . Daarbij is het in het bijzonder opletten voor meer risicovolle landen. die tijdens die periode een grotere positie hielden in technologie gerelateerde waarden. Ook fondsen. wordt des te groter wanneer het fonds belegt in een cyclische sector zoals bijvoorbeeld technologie. Uiteindelijk betaalt u daarvoor toch de beheersvergoeding. Operationele risico’s De operationele eigenschappen van beleggingsfondsen kunnen een belangrijke invloed hebben op de wijze waarop een beleggingsfonds wordt beheerd. Portefeuillerisico’s bij obligatiefondsen De voorbeelden hierboven hebben betrekking op aandelenfondsen. Tot voor de val van Bear Stearns en later Lehman Brothers als gevolg van de toxische activa. Het risico dat met zulke fondsen gepaard gaat. met name in opkomende markten. maar ook obligatiefondsen hebben te maken met soortgelijke portefeuillerisico’s. Er zijn maar weinig beleggers die warm lopen voor sectorfondsen en ook bij Morningstar geven we lange termijnbeleggers meestal de raad om te kiezen voor een meer gespreid beleggingsfonds waarbij de fondsmanager zijn overtuiging kan uitspelen. Het feit dat deze fondsen beleggen in obligaties van minder goede kwaliteit heeft hen lelijk geschaad tijdens de kredietcrisis. Landen. Het is met andere woorden belangrijk om ook de portefeuille van obligatiefondsen onder de loep te nemen en te kijken of hierin geen belangrijke concentratierisico’s vervat zitten die in de toekomst het rendement van het fonds in gevaar zouden kunnen brengen. zoals het Ohra Aandelen fonds. prijken ze alweer bovenaan de tabelletjes. Mochten deze landen het laten afweten. Over de afgelopen tien jaar hebben ze het zeker niet slecht gedaan en na het dipje (of zeg maar dip) van vorig jaar.Sectorconcentratie Een andere vorm van portefeuillerisico kan het gevolg van een sterke concentratie in een bepaalde sector. Toch is het belangrijk dat beleggers rekening houden met het feit dat er een tijd is van komen en een tijd van gaan. genoten hoogrentende obligatiefondsen (high yield) en fondsen die belegden in obligaties uit opkomende markten (emerging market bonds) van de steeds stijgende markten.of Regioconcentratie Een derde vorm van concentratie schuilt in individuele landen of regio’s. Iedereen weet wat er rond de eeuwwisseling gebeurde met pure technologiefondsen. lieten het afweten en hadden heel wat moeite om die verliezen goed te maken. Een van de belangrijkste operationele risico’s bij actief beheerde beleggingsfondsen is het vertrek van de fondsmanager. dan zullen ook wereldwijd gespreide fondsen met een belangrijke portie in opkomende markten geraakt worden.

Bij Petercam is elke beheerder dan weer verantwoordelijk voor de implementatie van zijn strategie en visie in elk van de fondsen. Een ander issue waar beleggers vaker dan nodig mee af te rekenen krijgen. Dat laatste is belangrijk. kunt u kijken onder de tab “Portefeuille”. kan het voor sommige portefeuilles prima werken ter diversificatie. zijn stijgende kosten. Zoals u vorige week kon lezen vindt u onder de tab ‘Rating & Risico’ een overzicht van de verschillende kwantitatieve risicomaatstaven (standaarddeviatie. . Daarbij worden fondsen van verschillende kanten bekeken: de fondsbeheerder en zijn team. al is de individuele bijdrage aan het totale proces niet onbelangrijk. Bij Morningstar proberen we de effectieve beheerders in kaart te brengen door de fondshuizen hier expliciet naar te vragen. Voor een diepere analyse van de risico’s die in de portefeuille van het fonds vervat zitten. In het rapport leest u ook wat de belangrijkste risico’s zijn voor de toekomstige prestaties van het fonds en hoe het fonds het best gebruikt wordt in de portefeuille van een belegger. Een wereldwijd gespreide portefeuille die nauwelijks belegt in financiële waarden kan zo bijvoorbeeld aangevuld worden met een sectorfonds dat enkel en alleen belegt in aandelen van banken en verzekeringsmaatschappijen. Hiervoor is het opletten en wanneer de kosten uit de hand dreigen te lopen. Spijtig genoeg spreekt een aantal fondshuizen nog steeds van ‘beheersteams’ al is dat zelden het geval. Daar ziet u hoe het fonds zich positioneert ten opzichte van soortgelijke fondsen met betrekking tot sector en landen/regioconcentratie. Een van de uitzonderingen is Dexia. Om beleggers nog beter te helpen met het nemen van beleggingsbeslissingen startte Morningstar begin dit jaar met haar eigen kwalitatieve rating.prospectus of het jaarverslag wordt dit zelden of nooit vermeld. Met name na de huidige terugval in het beheerde vermogen van beleggingsfondsen. Morningstar Risk en Sharpe ratio). Op dezelfde wijze kan een emerging market fonds (opkomende markten) u een meer Europese portefeuille helpen diversifiëren. Hoe brengt u de risico’s in uw portefeuille in kaart? Er zijn verschillende manieren waarop u de fondsen in uw portefeuille tegen het licht kunt houden. het proces en de portefeuille. helpen de Morningstar analisten de data – die ook op onze website terug te vinden is – te verbeteren. Op de Morningstar website kunt u elk fonds terugvinden dat verkrijgbaar is voor particulieren in België. Terwijl een bepaald fonds op zichzelf bijzonder risicovol lijkt. Sommige fondsen zijn namelijk beter geschikt als basis voor de portefeuille. het rendement en tot slot de kosten die in rekening gebracht worden. waarbij de obligatiefondsen bijvoorbeeld beheerd worden door alle leden van het obligatieteam. Bekijk fondsen niet apart maar in het kader van uw portefeuille. kunnen de kosten – die nu gespreid moeten worden over minder vermogen – sterk oplopen. is het tijd om uw positie in zo’n beleggingsfonds nog eens te bekijken. terwijl andere meer geconcentreerde beleggingsfondsen eerder helpen bij het uitspelen van een bepaalde overtuiging over wat de toekomst zal brengen. op zichzelf had u nooit belegd in dit fonds. De Morningstar Portefeuille en X-Ray zijn daarbij handige tools die uw portefeuille nog nauwkeuriger doorlichten en zo een totaalbeeld geven van hoe aandelen en beleggingsfondsen samenwerken in uw hele portefeuille. En geef toe. De totale kostenratio (TKR of TER – Total Expense Ratio) kan u hierbij alvast helpen. maar nu helpt het uw portefeuille te balanceren. Die kosten worden namelijk rechtstreeks van het behaalde rendement afgetrokken zonder dat u hier zicht op heeft. Door deze fondsen systematisch te screenen bij het toewijzen van de kwalitatieve rating. het fondshuis.

Zo bevestigde Morningstar recentelijk de “Elite” (beste) rating voor het fonds Petercam Bonds EUR al was vorig jaar niet bepaald het meest succesvolle jaar. Toch blijven we geloven in de sterktes van het obligatieteam. het is belangrijk te beseffen dat zelfs de beste fondsbeheerders wel eens een dipje hebben en beleggingsbeslissingen maken die ongunstig uitpakken. Als belegger is het aan te raden ook een langere termijnvisie te nemen. Zo kunt u met enige zekerheid de risico’s inschatten en weet u wat u van een beleggingsfonds over de lange termijn mag verwachten. . u niet te veel te laten leiden door de korte termijn en uw huiswerk grondig te maken.Tot slot.