You are on page 1of 4

3.

1 Verzekeringspolis
Als je een verzekering afsluit, moet je een verzekeringspremie betalen. Alle premies samen vormen een groot bedrag. Een groot deel daarvan gebruikt de verzekeringsmaatschappij voor de schade-uitkeringen. Door je te verzekeren en premie te betalen ben je solidair met degenen die schade ondervinden. De polis is het bewijs dat je verzekerd bent. In een polis staan alle gegevens die voor de verzekerde en de verzekeraar van belang zijn, zoals het premiebedrag, de verzekerde waarde en de duur van de verzekering. In de polisvoorwaarden staat tegen welke risicoschade je bent verzekerd en onder welke voorwaarden de schade wordt vergoed. Diverse verzekeringen kennen een eigen risico: een deel van de schade wordt dan niet vergoed. Uitsluitingen zijn schadegevallen die niet door de verzekeringsmaatschappij worden vergoed. In geval van schuld vergoedt de verzekeringsmaatschappij de schade, maar er mag geen sprake zijn van opzet of nalatig- heid. Van opzet is sprake als blijkt dat de verzekerde de schade opzettelijk heeft veroorzaakt. Van nalatigheid is sprake als een verzekerde niets doet om schade te voorkomen. De meeste verzekeringen kun je vrijwillig aangaan; ze zijn niet verplicht. Naarmate mensen een grotere aver- sie hebben tegen de nadelen van mogelijke risicos willen ze zich beter verzekeren. Bij dergelijk risico-avers gedrag hou je steeds rekening met de kans op schade, de mogelijke hoogte van de schade en de premie. Sommige verzekeringen heeft de overheid verplicht gesteld. Je bent strafbaar als je je niet verzekert. Je kunt spreken van verplichte solidariteit. Voorbeelden zijn de WA-bromfietsverzekering en de zorgverzekering. Er zijn verschillende redenen waarom de overheid sommige verzekeringen verplicht voorschrijft:
. 1 Zonder verzekering kun je de schade niet betalen. . 2 Vanwege de hoge premie zouden velen geen verzekering willen afsluiten, waardoor er te weinig geld binnenkomt om alle schades te kunnen

betalen.
. 3 Zonder verplichting zouden premieplichtigen eerder kiezen voor een hoger netto-inkomen en extra beste- dingen. . 4 Sociale solidariteit en rechtvaardigheid.

3.2 Moreel gevaar en averechtse selectie


Van asymmetrische informatie is sprake als bij een van de marktpartijen sprake is van onvolledige informatie. De ene partij weet dus meer dan de ander. Deze

asymmetrische informatie kan leiden tot morele gevaren en tot averechtse selectie. Zo gauw iemand verzekerd is bestaat het morele gevaar dat hij zich risicovoller gaat gedra- gen. Verzekeraars reageren hierop door in hun polisvoorwaarden uitsluitingen en eigen risicos op te nemen. Het eigen risico moet voorkomen dat je je minder risicovol gaat gedragen. Zelf veroorzaakte schade aan eigen bezittingen wordt daarom uitgesloten van schadevergoeding. Opzettelijk wangedrag is wettelijk verboden. Asymmetrische informatie kan ook leiden tot averechtse selectie: verzekerden met veel schade blijven in de verzekering, verzekerden met weinig schade vertrekken. Daarom leidt averechtse selectie tot negatieve risicoselectie door de verzekeraar: niet iedereen wordt in de verzekering geaccepteerd of alleen met uitslui- tingen of tegen betaling van een (veel) hogere premie. En sommige risicos worden niet meer gedekt (uitsluitingen voor mensen met hogere risicos). Om deze redenen grijpt de overheid in Nederland in. Zo is de zorgverzekering verplicht. Je kunt je niet aan de verzekering onttrekken en verzekeraars moeten iedereen accepteren. Om te voorkomen dat verzekeraars zich alleen richten op jonge en gezonde mensen (risicoselectie) en dat er verzekeraars zijn die naar verhou- ding veel ongezonde mensen hebben verzekerd, is er in Nederland een vereveningsfonds. Ook de WAbrom- fiets- en WA-motorrijtuigenverzekering zijn verplicht. En door verplicht sociale premies en belastingen af te dragen heeft iedereen in Nederland recht op sociale uitkeringen en voorzieningen.

3.3 Goed verzekerd


Volgens de wet ben je aansprakelijk voor schade die je toebrengt aan anderen: wettelijke aansprakelijkheid (WA). Het betekent dat je dergelijke schade altijd moet vergoeden. Met een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) kun je je hiertegen verzekeren. De AVP dekt geen schade die je met een auto, motor, scooter of vaartuig veroorzaakt. Daarvoor moet je je apart verzekeren. Ook opzichtschade is uitgesloten van verzekering. Een rechtsbijstandverzekering verzekert je van juridische hulp bij geschillen. In het algemeen is het een naturapolis: de verzekering keert geen bedrag uit maar levert hulpverlening van juristen. Een reisverzekering keert uit bij diefstal, verlies, een ongeluk of schade tijdens je (vakantie)reis. Je kunt kiezen voor een eenmalige of doorlopende reisverzekering. Voor autos en motoren moet je net als bij een scooter verplicht WA verzekerd zijn. Maar de verzekering kan worden uitgebreid tot WA-plus of WA+volledig casco. Als je geen schade hebt geclaimd, krijg je als beloning een premiekorting of no-claimkorting (bonus). Bij het claimen van schade raak je je premiekorting geheel of gedeeltelijk kwijt (malus). De premiehoogte hangt ook af van de verzekerde waarde, de hoogte van het eigen risico, de leeftijd van de verzekerde, de provincie waarin de verzekerde woont, het aantal kilometers dat de verzekerde jaarlijks rijdt, het gewicht van de auto of

motor en het beroep van de verzekerde. De bonus/malusregeling en overige premieverschillen zijn voor- beelden van risicoselectie. Volgens de Zorgverzekeringswet ben je wettelijk verplicht een zorgverzekering af te sluiten. Elke zorgver- zekeraar is verplicht een basisverzekering of basispakket aan te bieden. Als je meer kosten vergoed wilt krijgen, moet je een aanvullende verzekering afsluiten. De zorgpremie bestaat uit twee onderdelen: een nominale premie en een inkomensafhankelijke premie. Ter voorkoming van averechtse risicoselectie is er acceptatieplicht voor zorgverzekeraars, geldt er een eigen risico, krijgen laagbetaalden als vergoeding voor hoge zorgpremies een zorgtoeslag en wordt geld uit het vereveningsfonds verdeeld over de zorgverzeke- raars.

3.4 Sociale zekerheid in Nederland


Het doel van het Nederlandse stelsel van sociale zekerheid is bestaanszekerheid en herverdeling van inkomen. Het sociaal bestaansminimum is het bedrag dat minimaal nodig is om van te leven. De overheid heeft be- paald dat dit bedrag 70% van het minimumloon bedraagt. Er is sprake van verplichte solidariteit: premies, uitkeringen, voorzieningen en voorwaarden zijn verplicht voorgeschreven door de overheid. Motieven hier- voor zijn:
. 1 Zonder verplichte verzekering zijn de kosten vrijwel door niemand op te

brengen.
. 2 Zonder verplichte verzekering zouden velen zich op grond van averechtse

selectie niet willen verzekeren.


. 3 Sociale solidariteit en rechtvaardigheid.

Als de uitkeringen telkens worden verhoogd met de stijging van de consumentenprijzen (CPI-afgeleid), zijn de uitkeringen waardevast. Als de uitkeringen worden verhoogd met de stijging van het gemiddelde loon- niveau, is er sprake van welvaartsvaste uitkeringen. Om werklozen te prikkelen actiever op zoek te gaan naar een nieuwe baan wil de overheid het verschil tussen uitkeringen en lonen vergroten. De overheid heeft een informatienadeel (asymmetrische informatie) ten opzichte haar burgers. Er bestaan dan morele gevaren voor misbruik van de sociale zekerheid. Het grootste deel van de sociale verzekeringen in Nederland wordt gefinancierd volgens het omslagstelsel. Het omslagstelsel houdt in dat de door werknemers en werkgevers betaalde premies nog in hetzelfde jaar worden doorgesluisd naar de uitkeringsgerechtigden. De sociale zekerheid dreigt te duur te worden. In plaats van simpelweg premie

betalen met het recht op een uitkering worden uitkeringsgerechtigden steeds meer geprikkeld om een baan te zoeken. Daarom heeft de overheid enkele bezuinigingsmaatregelen opgesteld:
. 1 strengere eisen om voor een uitkering in aanmerking te komen; . 2 verkorting van de duur waarop men recht heeft op een uitkering; . 3 verlaging van het uitkeringsbedrag; . 4 fraudebestrijding; . 5 strengere eisen voor herkeuring; . 6 privatisering van sommige sociale-verzekeringswetten.

Vanwege deze bezuinigingen bieden steeds meer particuliere verzekeringsmaatschappijen verzekeringen aan op het gebied van sociale zekerheid.

3.5 Sociale verzekeringen en uitkeringen


Er wordt onderscheid gemaakt tussen sociale verzekeringen en sociale voorzieningen. Sociale verzekeringen worden betaald uit de sociale premies. De sociale verzekeringen worden onderver- deeld in volksverzekeringen en werknemersverzekeringen. De premies volksverzekeringen worden betaald door werknemers en worden gend door de Belastingdienst. De uitkeringen worden verzorgd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Elke burger heeft recht op de uitkeringen. Het gaat om uitkeringen volgens de AOW (Algemene Ouderdomswet), ANW (Algemene Nabestaandenwet), de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziek- tekosten) en de AKW (Algemene Kinderbijslagwet). De premies werknemersverzekeringen worden betaald door werkgevers en werknemers en worden ook gend door de Belastingdienst. De uitkeringen worden verzorgd door het Uitkeringsinstituut Werknemers- verzekeringen (UWV). Alleen werknemers die zijn ontslagen of arbeidsongeschikt zijn geraakt, hebben recht op een uitkering volgens de WW (Werkloosheidswet) of de WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voorheen Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)). Sociale voorzieningen worden betaald uit belastingen. Elke burger heeft recht op de uitkeringen. Het gaat om de WWB (Wet Werk en Bijstand), de IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeids- ongeschikte werknemers), de IOAZ (Wet inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen), de Wajong (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten), de Ziektewet en de TW (Toeslagenwet).