You are on page 1of 47

D E C HR IS TEN H E I D O F EU R O P A

Het waren schone, schitterende tijden, toen Europa een christelijk land was, toen een enkele Christenheid dit naar menselijke aard ingericht werelddeel bewoonde; n groot gemeenschappelijk belang verbond de meest afgelegen provincies van dat uitge strekt geestelijk rijk. Zonder over grote wereldlijke bezittingen te beschikken, leidde n Opperhoofd de grote politieke machten en bracht ze eendrachtig samen. Een talrijk gilde waarbij iedereen werd toe gelaten, was rechtstreeks aan zijn gezag on derworpen, gaf gehoor aan zijn wenken en streefde er met ijver naar om zijn weldoen de macht te versterken. leder lid van dit gilde werd alom geerd en als de gewone stervelingen bij zo iemand troost of raad, hulp of bescherming zochten en in ruil daarvoor, ruimschoots voorzagen in ZlJn 13

talloze behoeften, dan vond hij van zijn kant bescherming, aanzien en gehoor bij hen die nog- machtiger waren, en allen waren vol toewijding voor deze met won derbare krachten toegeruste mannen, als kinderen des hemels, wier aanwezigheid en genegenheid een menigvoudige zegen ver breidde. Een kinderljk vertrouwen bond de mensen aan wat zij verkondigden. Hoe opgeruimd kon ieder zijn aardse dagtaak vervullen wijl hem door deze heilige men sen een veilige toekomst werd voorbereid en ieder misstap door hen werd vergeven, iedere vlek van het leven door hen werd uitgewist en opgehelderd. Zij waren de er varen stuurlui op de grote, onbekende zee; onder hun hoede mocht men alle stormen gering achten en mocht men vol vertrou wen rekenen op een veilig aanlanden op de kust van het ware vaderland. De meest woeste, de meest vraatzuchtige neigingen moesten wijken voor de eerbied en de gehoorzaamheid, aan hun woorden verschuldigd. Zij predikten niets dan liefl4

de tot de heilige, wonderschone Vrouw der Ohristenheid, die, met goddelijke krachten uitgerust, bereid was om ieder gelovige uit de vreselijkste gevaren te redden. Zij ver haalden over mensen die sedert lang waren gestorven en nu zalig in de hemel, en die door hun aanhankeljkheid en trouw aan die zalige Moeder en haar hemels, minzaam Kind, aan de bekoringen der aarde weer stand hadden geboden, tot goddelijke eer waren .gekomen en nu tot beschermende en weldoende Machten waren geworden over hun levende broeders, bereidwillige hel pers in de nood, verdedigers van de men selijke zwakheden en jverige vrienden van de mensheid bij de Hemelse Troon. Met welk een opgewektheid verliet men de schone vergaderingen in de geheimnisvolle kerken, die met stichtende beelden waren versierd, met zoete roken vervuld, en opge luisterd met gewijde, verheffende muziek. In die kerken bewaarde men vol dankbaar heid, in kostbare schrijnen, de overblijfse len van godvrezende personen, die vroeger lb

hadden geleefd. En aan die overblijfselen openbaarde zich de goddelijke goedheid en almogendheid, de machtige gunst der ge lukzaligen, door heerlijke wonderen en tekenen. Zo ook bewaren liefhebbende zie len haarlokken of regels schrift van hun gestorven geliefden en voeden daarmee hun zoete hartstocht tot bij hun dood, die hen weer verenigt. Met innige toewijding werd overal verzameld wat aan die geliefde zielen had toebehoord en ieder die een zo vertroostende relikwie kon verwerven, of zelfs maar aanraken, prees zichzelf geluk kig. Nu en dan gebeurde het dat de hemel se genade bij voorkeur op een of ander beeld, of op een grafheuvel leek te zijn neergedaald. Mensen uit alle streken stroomden daar heen met schone geschen ken en brachten hemelse tegengeschenken: vrede der ziel en gezondheid des lichaams er van terug. Dit machtig en vredelievend gild trachtte alle mensen aan dit schoon geloof deelachtig te maken en zond zijn leden uit naar alle delen van de wereld, 16

om overal het evangelie des levens te ver kondigen en het hemelrijk tot het enig rijk te maken op deze aarde. Met recht verzette het wijze Opperhoofd der Kerk zich tegen iedere vermetele ontwikkeling van de men selijke aanleg ten koste van de verheven geest, en eveneens tegen alle hinderlijke en gevaarlijke ontdekkingen op het terrein van de wetenschap. Aldus verbood hij de koene denkers in het openbaar met de bewering voor de dag te komen dat de aarde een onbeduidende planeet zou zijn, want hij wist dat de mensen samen met het verlies van de achting voor hun woonplaats eo hun aards vaderland, ook de achting zou den verliezen voor hun hemelse verbljf plaats en hun eigen geslacht, dat zij de voorkeur zouden geven aan de beperkte kennis boven het onbeperkte geloof en de gewoonte zouden aannemen om al wat groot is en bewondering waard, te minach ten als zijnde het dood gevolg van een wet. Aan het Hof van het Opperhoofd der Kerk verzamelden zich al de wijze en eerbied17

waardige mannen uit gans Europa. Al de sdhatten stroomden er heen, het verwoest Jerusalem had zich gewroken en Rome zelf was Jerusalem geworden, de heilige resi dentie van de goddelijke regering op aarde. Vorsten legden hun geschillen voor aan de Vader der Christenheid, legden hun kroon en hun heerschappij vrijwillig aan zijn voe ten neer, terwijl zij als leden van dat verhe ven gild, het als een eer beschouwden hun leVlensavond in goddelijke betrachtingen, tussen eenzame kloostermuren te besluiten. Hoe heilzaam, hoe zeer met de innerlijke natuur van de mens strokend, deze rege ring, deze inrichting was, wordt aange toond door de geweldige vlucht die al de andere menselijke vermogens toen namen, en door de harmonische ontwikkeling van al de talenten; door het hoge peil dat enkele mensen wisten te bereiken in al de vakken der wetenschap en de gebieden van het le ven en de kunst en door de allerwegen bloeiende handel in geestelijke en mate18

rile goederen, alom in Europa en tot in het verre Indi. Dat waren de schone, essentile trekken van de echt-katholieke of echt-christelijke tijden. Nog was. de mensheid niet rijp, niet voldoende ontwikkeld voor dit heerlijk rijk. Een eerste liefde was het, die zacht j es weg stierf onder de druk van het bedrijfsleven , een liefde wier heugenis door baatzuchtige zorgen werd verdrongen en wier band later als waan en bedrog werd gescholden en naar latere ervaringen beoordeeld, voor immer door een groot deel der Europeanen werd stukgescheurd. Deze grote, innerlijke tweespalt, die door vernielende oorlogen werd begeleid, was een merkwaardig be wijs van de nadeligheid der beschaving voor de geest van het onzichtbare, of ten minste, van een tijdelijke nadeligheid voor een bepaalde trap van beschaving. Ver nietigd kan die onsterfelijke geest niet worden maar wel beneveld, verlamd en door andere geesten verdrongen. Een lang durige gemeenschap van de mensen onder.,. 19

ling doet de genegenheid verminderen en het geloof in hun eigen geslacht afnemen; zij maakt er de mensen gewoon aan om hun hele denken en streven enkel te richten op de middelen tot het verwerven van wel stand; de behoeften en tevens de kunst om die te bevredigen, worden steeds ingewik kelder; de hebzuchtige mens heeft zoveel tijd nodig om die te leren kennen en er vaardigheid in te verwerven, dat er geen gelegenheid overblijft voor de stille inkeer in het gemoed, voor de aandachtige be schouwing van de innerlijke wereld. Doen er zich conflicten voor, dan lijkt het belang van het ogenblik hem het nauwst aan het hart te liggen en aldus valt de schone bloei zijner jeugd: geloof en liefde af, om plaats te maken voor de ruwer vruchten: kennis en bezit. In het late najaar denkt men aan de lente als aan een kinderachtige droom, en met kinderachtige onnozelheid hoopt men dat de volle voorraadzolders eeuwig zullen duren. Voor het gedijen van de hoge re neigingen schijnt er een zekere eenzaam20

heid nodig te wezen en bijgevolg moet een te uitgebreide omgang van de mensen onder elkaar, heel wat heilige kiemen doen stik ken en de goden, die de woelige drukte schuwen van verstrooiing zoekende gezel schappen en het behandelen van beuzela rijen, zonder meer op afstand hoJiden. We hebben bovendien te doen met tijdperken en periodes en is daarbij niet essentieel het over en weer slingeren, het met elkaar af wisselen van tegenovergestelde bewegin gen? Is daarbij niet kenmerkend een be perkte duur, en ligt groei en verval niet in hun aard? Maar kan van hen ook niet met zekerheid een verjonging worden verwacht, in nieuwe krachtige gestalte? Voortgaande en steeds groter wordende evoluties vormen de stof der Geschiedenis. Wat thans niet de volmaaktheid bereikt, zal ze bij een toe komstige poging, of bij een nogmaals her haalde, bereiken; niets is vergankelijk van wat de Geschiedenis heeft aangeroerd, uit talloze gedaanteverwisselingen treedt het in steeds volmaakter gestalte weer opnieuw 21

aan het licht. Het Christendom had zich eens in volle macht en ma jesteit geopen baard en zijn verval is blijven voortduren, de dode letter van zijn leer is blijven voort bestaan in steeds toenemende onmacht en bespotting, tot er eindelijk een nieuwe wereldbezieling begon te heersen. Een ein deloze traagheid was zwaar gaan wegen op het gild der geestelijken, die geen zorgen meer kenden. Zij waren verstard in het ge voel van hun <tanzien en welstand, terwijl intussen de leken hun de ervaring en de geleerdheid afhandig hadden gemaakt en met reuzeschreden vooruit waren gegaan op de weg der beschaving. Terwijl de gees telijken hun eigenlijk ambt: de eersten te zijn wat aangaat inzicht en ontwikkeling verzuimden, namen de lage begeerten be zit van hun geest en werd de vulgariteit van hun denkwijze nog weerzinwekkender gemaakt door hun kleding en hun bezig heden. Achting en vertrouwen, de stutten van dit rijk zoals van ieder ander rijk, vie len aldus geleidelijk weg en daarmede was 22

het gilde te niet en had de eigenlijke heer schappij van Rome reeds lang vr de ge welddadige opstand, stilzwijgend opgehou den te bestaan. Enkel dank zij voorzichtige maatregelen, maar die dan ook slechts tij delijk waren, kon het dode lichaam der in stelling nog samen worden gehouden en voor een te snelle ontbinding gevrijwaard. Een dergelijke, overigens voortreffelijke maatregel, was de afschaffing van het hu welijk der pristers; een maatregel, die op analoge wijze toegepast, ook de militaire stand, welke overeenkomst vertoont met die der geestelijken, een geduchte samenhang verlenen en zijn voortbestaan nog lang zou kunnen doen rekken. Wat was natuurlijker, dan dat ten slotte een man, een hartstoch telijke natuur, openlijk de opstand zou pre diken tegen de despotische letter van de voormalige wet, en dat met des te meer bij val, daar hij zelf lid was van het gild! De opstandelingen noemden zich met recht protestanten, want zij protesteerden plech tig tegen iedere aanmatiging van een hin23

derlijke en onrechtmatige dwang over het geweten. Hun stilzwijgend recht op onder zoek, bepaling en keuze in zake godsdienst, namen ze onderdehand weer terug. Ze stel den ook een aantal juiste grondbeginselen vast, voerden een menigte lofwaardige din gen in, schaften tal van verkeerde instel lingen af, maar zagen daarbij het noodza kelijk gevolg van hun actie over het hoofd, scheidden wat onscheidbaar is, verdeelden de ondeelbare Kerk en rukten zich brutaal los uit de algemene Christelijke gemeen schap, door welke en in welke alleen de echte, duurzame wedergeboorte mogelijk is. De toestand van godsdienstige anarchie mag enkel van tjdelijke aard zijn, want de noodzaak om een aantal mensen enkel en alleen aan dit verheven ambt te wijden en die mensen onafhankelijk te maken van de wereldlijke macht, in aangelegenheden van godsdienstige aard, blijft voortdurend gel dig en van kracht. De oprichting van pro testantse consistories en het behoud van een soort van geestelijkheid, kon in deze he24

hoefte niet voorzien en vormde geen toe reikende vergoeding. Ongelukkigerwijze hadden de vorsten zich met deze scheuring ingelaten en vele onder hen namen de twis ten te baat om hun soeverein gezag te ver sterken en uit te breiden, en hun inkomsten te vermeerderen. ZU waren blij van die hoge invloed ontslagen te zjn en namen de nieuwe consistories nu onder hun lands heerlijke bescherming en bestuur. Zij waren volijverig in de weer om de algehele ver eniging van de protestantse kerken te ver hinderen en aldus werd de godsdienst op een ongodsdienstige wijze in staatsgrenzen besloten en daarmede een begin gemaakt met het geleidelijk te gronde richten van het cosmopolitisch belang van de gods dienst. Zo verloor deze zijn grote, vrede stichtende invloed op politiek gebied, zijn bizondere rol, die hj als zijnde het vereni gend en individualiserend princiep der Christenlheid, vervulde. De godsdienstvrede werd gesloten naar totaal verkeerde en antigodsdienstige grondbeginselen en door 25

het voortbestaan van het zogenaamde pro testantisme, werd iets bepaald tegenstrij verklaard. Aan het protestantisme ligt intussen op verre na niet enkel maar die zuivere opvat ting ten gronde. Luther immers behandelde het Christendom op heel willkeurige wijze, miskende zijn geest en voerde een andere letter en een andere religie in, nl. de heilige algemeengeldigheid van de bijbel en daar mede werd eilaas een andere, wel erg vreemde, profane wetenschap in de gods dienstaangelegenheid gemengd: de philo logie, wier ontbindende invloed van dat ogenblik af onmiskenbaar wordt. Uit een vaag besef van deze misgreep werd Luther zelf door een groot aantal protestanten tot de rang van Evangelist verheven, en werd zijn bijbelvertaling gecanoniseerd
.

digs: een revolutieregering voor permanent

Deze keuze was zeer nadelig voor de re ligieuse geest wijl er niets zo dodend in werkt op de irritabiliteit van de geest als de letter. In de vroegere toestand had de 26

letter nooit zo noodlottig kunnen werken, in acht genomen de grote uitgebreidheid, de soepelheid en de veelomvattende inhoud van het katholiek geloof, alsmede het voor weinigen toegankelijk zijn van de bijbel, het gewijd gezag van de concilies en van het geestelijk Opperhoofd der Kerk; maar thans werden deze tegenmiddelen vernie tigd, de bijbel beweerde men, moest door het gehele volk worden gelezen en nu drukte de schamele inhoud, het ruwe, ab stracte ontwerp :van godsdienst in deze boe ken des te meer en hemoeilijkte de vrije op wekking, het doordringen en de openbaring van de heilige Geest, onnoemelijk erg. Daarvandaan toont de geschiedenis van het protestantisme ons ook geen grote, ver heven verschijningen meer van het boven natuurlijke; alleen zijn aanvang schittert door een voorbijgaande hemelse gloed, maar spoedig daarna wordt het verdorren van de heilige geest reeds merkbaar; het wereldlijke heeft de overhand gekregen en ook de kunstzin lUdt aan hetzelfde euvel en 27

het gebeurt slechts zelden dat er hier of daar een echte, krachtige levensvonk te voorschijn springt en een kleine gemeente zich daar omheen groepeert. Maar de vonk dooft en de gemeenschap vloeit weer uiteen en drijft mede met de stroom. Aldus Zin zendorf, Jacob Boehme en meer anderen. De gematigden hebben de overhand en de tijd helt over naar een volledige verzwak king van de hogere organen, naar een periode van practisch ongeloof. Met de Reformatie hield de Christenheid op te bestaan. Van nu af was er geen Christen heid meer. Katholieken en protestanten of gereformeerden stonden in sectarische af gescheidenheid verder van elkaar af dan van Mohamedanen en Heidenen. De over gebleven katholieke staten vegeteerden verder, niet zonder de schadelijke invloed van de naburige protestantse landen on merkbaar te ondergaan. Pas op dit tijdstip ontstond de moderne politiek en enkele
machtige staten legden het er op aan om de vakant geworden universele zetl,
m

28

een troon veranderd, in bezit te nemen. Voor de meeste vorsten leek het een ver nedering, zich te schikken naar een machte loze geestelijke. Zij gevoelden voor het eerst het gewicht van hun materile macht op aarde, zagen dat de Hemelse Machten pas sief bleven bj de krenking van hun verte genwoordigers en deden hun best om lang zamerhand en zonder opzien te verwekken bij hun nog pausgezinde onderdanen, het hinderlijk Rooms juk af te werpen en zich hier op aarde onafhankelijk te maken. Hun gewetensbezwaren werden door schrandere zielzorgers opgeheven, die geen schade leden door het feit dat hun geestelijke kin deren zich de beschikking aanmatigden over het kerkelijk vermogen. Tot geluk voor de oude instelling, trad thans een pas ontstane orde op de voor grond, waarop de zieltogende geest van de hierarcbie zijn laatste gaven scheen te heb ben uitgestort, die het oude toerustte met nieuwe kracht en met wonderbaar inzicht en volharding, op een verstandiger wijze 29

dan ooit te voren, zich het lot van het pau selijk rijk en zijn machtige regeneratie aan trok. Een dergelijk gezelschap had men in de wereldgeschiedenis nog niet aangetrof fen. Zelfs de oude Romeinse Senaat had nooit met groter zekerheid wat betreft de goede afloop, plannen ontworpen ter ver overing van de wereld. En nooit was er met ruimer begrip gedacht aan de verwezenlij king van een groter idee. Voor immer zal dit gezelschap een toonbeeld blijven voor al de gezelschappen die organisch gedreven worden naar eindeloze verspreiding en eeuwige duur, maar het zal ook voor altijd het bewijs leveren dat alleen een tijd zonder verdediging de schranderste ondernemin gen doet mislukken en dat de natuurlijke groei van het menseljk geslacht in zijn ge heel, de kunstmaige groei van de delen onderdrukt. Alles wat voor zich zelf bestaat, heeft een eigen maat van mogelijkheden, maar alleen het vermogen van het geslacht is zonder einde. Alle plannen die niet vol komen steunen op de hele aanleg van het 30

menselijk geslacht, zijn tot mislukken ge Nog merkwaardiger wordt dit gezelschap, beschouwd als oorsprong van de zogenaamde geheime genootschappen, waarin een belangrijke, thans weliswaar nog niet tot rijpheid gekomen kiem ligt be sloten van gewichtige historische ontwik kelingen. Een gevaarlijker mededinger kon het Lutheranisme, zo niet het Protestantis me, wel niet vinden. De ganse betovering van het katholiek geloof werd onder zijn hand nog krachtiger, de schatten der we tenschap kwamen in zijn cel teruggevloeid. Wat verloren was in Europa, zochten zij in de andere werelddelen, in het verste avond en morgenland, ruimschoots terug te win nen, eigenden zich zelf de apostolische waardigheid en roeping toe en trachtten die ook te doen gelden. Ook zij bleven niet ten achter in het streven naar populariteit en wisten wel hoeveel Luther had te danken gehad aan zijn kennis van het gewone volk en zijn handigheid om er mee om te gaan. Overal richtten zij scholen op, namen bezit 31 doemd.

van de biechtstoelen, bestegen de katheders en hielden de drukpers aan het werk; zij werden dichters en wijsgeren, ministers en martelaren en bleven, in die enorme uitge strekheid van Amerika naar China, door heen Europa, de meest wonderbare over eenstemming behouden tussen de actie en de leer. Uit hun scholen werd, dank zij een verstandig systeem van keuze de orde ge recruteerd. Tegen de Lutheranen predik ten zij met vernietigende ijver en hielden de katholieke Christenheid als dringende plicht voor, die ketters, echte gezellen van de duivel, op de gruwelijkste wijze uit te roeien. Aan hen alleen hadden de katho lieke staten, en inzonderheid de pauselijke Stoel, hun lang overleven van de Hervor ming te danken en wie weet of de wereld haar vroeger uitzicht niet zou hebben be waard, als niet de zwakheid van de over sten, de ijverzucht van vorsten en van an dere geestelijke orden, hofintrigues en an dere zonderlinge omstandigheden, het ge zelschap in zijn koene loop hadden gestuit 32

en met hem het laatste bolwerk van de ka tholieke instelling bijna hadden vernietigd: Thans slaapt zij, deze geduchte orde, el lendig en berooid, ergens aan de grenzen van Europa; misschien gebeurt het nog ooit dat ze zich van daar uit zoals het volk dat haar in bescherming neemt, met nieuwe macht, misschien onder een andere naam; over haar oude vaderland verspreidt. De Hervorming was een teken des tijds geweest. Zij was van betekenis voor gans Europa, al was ze dan ook enkel in het vrije Duitsland uitgebroken. De knappe koppen van al de naties waren in 't geheim mondig geworden en gedreven door een misleidend gevoel van hun roeping, kantten zij zich des te sterker tegen de ver jaarde dwang. Instinctief staat de geleerde vijandig tegen over de geestelijkheid volgens de oude op vatting; de stand der geleerden en die der geestelijken, moeten als zij gescheiden zijn, noodzakelijkerwijze een verdelgingsoorlog met elkaar voeren, want zij strijden om 't bezit van n en dezelfde stelling. Deze 88

scheiding werd steeds meer en meer merk baar en de geleerden wonnen meer en meer veld, naarmate de geschiedenis van de Europese mensheid dichter het tijdperk na derde van de zegevierende wetenschap en kennis en geloof scherper tegenover el kaar kwamen te staan. In het geloof zocht men de oorzaak van die algemene stagna tie die men hoopte te doen verdwijnen met behulp van de overal doordringende weten schap. Overal had de godsdienstige geest te ljden onder de menigvuldige vervolgingen die tegen zijn oude, nog geldende aard en tegen zijn huidig individualisme werden in gespannen. Het resultaat van de moderne denkwijze noemde men philosophie en re kende daartoe alles wat tegen het oude was gekant en dus vooral alles wat tegen de godsdienst inging. De aanvankelijk heer sende persoonlijke haat tegen het katholie ke geloof ging geleidelijk over in haat tegen de bijbel, tegen het christelijk geloof en ten slotte zelfs tegen de godsdienst. Meer nog: de godsdiensthaat breidde zich natuurlijk 34

en logisch uit tot alles wat het enthousiasme kon opwekken, verketterde fantasie en ge voel, zedelijkheid en kunstliefde, toekomst en voortijd, schonk de mens ternauwernood een plaats bovenaan de rij van de natuur wezens en vergeleek de eindloos scheppen de muziek van het heelal met het eentonig geklapper van een reusachtige molen, die door de stroom van het toeval in beweging gebracht en er op drijvend, een molen op zich zelf heette te wezen, zonder bouwmees ter of molenaar, een echt perpetuum mo bile, een molen die zich zelf in beweging brengt. Een enkel enthousiasme werd het arme menselijk geslacht op grootmoedige wijze gelaten en als toetssteen van de hoogste be schaving, voor elk aandeelhouder van die beschaving onontbeerlijk geacht: het en thousiasme voor die prachtige, grootscheep se philosophie en in 't bizonder voor haar priesters en mystagogen. Frankrijk had het geluk de schoot te worden en de zetel van dit nieuw geloof, dat bestond uit louter aan 35

elkaar gehechte eind jes kennis. Al had de pozie in deze nieuwe kerk een slechte faam, toch telde ze nog enkele dichters, die omwille van het effect zich bleven bedie nen van de oude versiering en het oude licht, maar daarbij gevaar liepen het nieuwe wereldsysteem met het verjaarde licht in brand te steken. Meer bezonnen aanhangers van de nieuwe leer wis ten even wel de reeds verhitte toehoorders aanstonds met een koude douche af te koelen. Die aanhangers waren rusteloos in de weer om de natuur, de aardbodem, de menselijke
ziel en de wetenschappen te zuiveren van

alle pozie, om elk spoor van het heilige uit te wissen, de herinnering aan alle bewon derenswaardige feiten en personen door hun sarcasme te vergallen en de wereld te beroven van al haar bonte tooi. Het licht was omwille van zijn mathematische ge
hoorzaa mh eid en zjn schaamteloosheid hun

lieveling geworden. Ze waren er blij om dat het zich liever liet breken dan met kleu ren te spelen en aldus noemden zij naar 36

hem hun groot bedrijf de philosophie der Verlichting. In Duitsland behandelde men die aangelegenheid grondiger dan elders, men hervormde het systeem van de opvoe ding en het onderwijs, men trachtte de oude religie een nieuwer, redelijker en algeme ner betekenis te geven doordat men al het wonderbare en geheimzinnige zorgvuldig van haar afspoelde; de hele wetenschap werd in het werk gesteld om de religie te verhinderen haar toevlucht te nemen tot de Geschiedenis, doordat men zich beijverde om de Geschiedenis te veredelen tot een soort huiselijk en burgerlijk zeden- en fami lietafereeL God werd tot een werkloze toe schouwer gemaakt van het grote, treffende schouwspel door de geleerden ten tonele gebracht, en die aan het slot de dichter en de spelers feesteljk hoorde te onthalen en te bewonderen. Met voorliefde werd het gewone volk voorgelicht en opgevoed in dat beschaafde enthousiasme en aldus ont stond een nieuwe Europese broederschap: die van de philantropen en de rationalisten. 37

Jammer maar dat de natuur zo wonderbaar en onbegrijpelijk, zo potisch en zo onein dig bleef, trots alle bemoeiingen om ze te moderniseren. Dook er ergens een oud bij geloof op aan een hogere wereld, of iets dergelijks, dan werd er onmiddellijk van alle zijden alarm geblazen en werd de ge vaarlijke vonk, zo mogelijk met behulp van de philosophie en van geestigheden, in de as gedoofd; en toch was verdraagzaamheid het wachtwoord van de ontwikkelden en, vooral in Frankrijk, synoniem met philoso phie. Uiterst merkwaardig is deze geschie denis van het moderne ongeloof en zij is de sleutel tot alle verbazende fenomenen van de nieuwere tijd. Eerst in deze eeuw, en voornamelijk in de tweede helft, ontstaat zij en neemt in korte tijd geweldig toe in omvang en verscheidenheid; een tweede Hervorming, uitgebreider en karakteristie ker dan de eerste, was onvermijdelijk en moest in de eerste plaats dat land treffen, dat het meest gemoderniseerd was en het langst uit gemis aan vrijheid in een to38

stand van asthenie had verkeerd. Sedert lang zou het bovenaardse vuur zich lucht hebben gemaakt en de sluwe plannen heb ben verijdeld van de Verlichting, indien niet druk en invloed van de wereldlijke macht aan die plannen te pas waren geko men. Op het ogenblik echter dat er onenig heid ontstond tussen geleerden en regerin gen, tussen de vijanden van de godsdienst en de godsdienstige genootschap in haar geheel, moest de godsdienst weer als derde, toonaangevend lid op de voorgrond treden en dit naar voren treden moeten thans alle vrienden van de religie waarderen en bij aldien het nog niet voldoende merkbaar mocht wezen, ook kenbaar maken. Dat de tijd van de opstanding gekomen is en dat juist die gebeurtenissen welke tegen haar opwekking gericht schenen te zijn en haar ondergang dreigden te voltooien, de gun stigste tekenen van haar wedergeboorte zijn geworden, dat alles kan voor een histo risch-voelend gemoed niet in het minst twijfelachtig blijven. Ware anarchie is de 39

teelkracht van de religie. Uit de vernieti ging van al het positieve heft zij haar glo rierijk hoofd als stichteres van een nieuwe wereld omhoog. Zodra er niets meer is dat hem bindt, stijgt de mens als van zelf ten hemel, als van zelf treden de hogere ofiga nen uit de algemene en gelijkvormige ver menging en de volkomen ontbinding van alle menselijke aanleg en krachten, het eerst naar buiten als de oerkern van de aardse ontwikkeling. De geest Gods zweeft over de wateren en een hemels eiland wordt aller eerst zichtbaar boven de terugvloei:ende golven, als verblijfplaats van de nieuwe mensen, als stroomgebied van het eeuwig leven. Laat de echte waarnemer rustig en onbe vangen de nieuwe tijden van staatsomwen ogenschouw nemen. Lijkt de staatsomwentelaar hem geen Sisyphus te zijn? Nauwelijks heeft hij het evenwiehts punt bereikt of de zware last rolt aan de andere zijde weer naar beneden. Nooit zal die last boven op de top blijven liggen, ten40 teling in

zij er een hemelse aantrekkingskracht hem op die hoogte zwevend houdt. Al uw stut ten zijn te zwak, indien uw staat blijft ge richt naar de aarde, maar verbindt hem door een hogere aspiratie met de hoogten des hemels, laat hem in betrekking komen met het heelal, en gij verleent hem een veerkracht die nooit vermindert en voor uw moeite zult gij rijkelijk beloond worden. Naar de Geschiedenis verwijs ik u, vorst in haar leerrijke samenhang naar gelijkaardi ge tijdstippen en leert de toverstaf der ana logie hanteren. Hoort de Revolutie "Frans" te blijven, zo als de Hervorming "Luthers" was? Moet het protestantisme weer eens op een tegen natuurlijke wijze, als een revolutionnaire regering worden beshouwd? Moeten dan weer letters plaats maken voor andere let ters? Zoekt ge de kiem van de ondergang ook in de organisatie van voorheen, in de geest van voorheen? En gelooft gij verstand te hebben van een betere organisatie, een betere geest? 0 mocht gij met de geest der 41

geesten vervuld worden en deze dwaze po ging opgeven, om de Geschiedenis en de Mensheid te modeleren en haar uw richting te doen inslaan. Is zij niet zelfstandig, niet eigenmachtig, niet tot in het oneindige be minnenswaardig, niet bezield met profeti sche kracht? Ze te bestuderen, ze te volgen, van haar te leren, gelijke tred met haar te . houden, - daaraan denkt niemand. In Frankrijk heeft men heel wat voor de godsdienst gedaan doordat men hem zijn burgerrecht heeft ontnomen en hem enkel het recht der huisvereniging heeft gelaten, weliswaar niet in een enkele, maar in zijn talloze, individuele vormen. Als een vreemd weeskind zonder aanzien, moet hij eerst opnieuw de harten winnen en moet men hem overal liefhebben, vooraleer hij weer in 't openbaar zal aangebeden worden en men weer in wereldlijke aangelegenhe den op hem beroep zal doen bij vriend schappelijke beraadslaging en om de ge moederen gunstig te stemmen. Merkwaar dig in historisch opzicht blijft de poging 42

van dat groot ijzeren Masker, dat onder de naam Robespierre, in de godsdienst het mddelpunt en de kracht der Republiek zocht; merkwaardig ook de koelheid waar mede men de theophilantropie, dit mysti cisme van de nieuwe Verlichting, heeft op genomen; dit geldt eveneens voor de nieuwe veroveringen van de Jezueten en voor de toenadering tot het Morgenland, dank zij de nieuwe politieke verhoudingen. Over de andere Europese landen, met uit zondering van Duitsland, kan slechts wor den voorspeld dat er met de vrede, een nieuw en hoger godsdienstig leven in hen zal beginnen te pulseren en weldra al de andere wereldlijke belangen zal opslorpen. In Duitsland daarentegen kan men reeds met volle zekerheid de voortekenen onder scheiden van een nieuwe wereld. Duitsland schrijdt met trage maar zekere schreden voor de andere Europese landen uit. Ter wijl deze het druk hebben met oorlogen, gewaagde ondernemitgen en partijgeest, ontwikkelt de Duitser zich vol ijver om al43

dus aandeel te kunnen hebben aan een tijd perk van hogere cultuur en deze voorsprong moet hem in de loop van de tijd een aan zienlijk overwicht geven over de anderen. In de wetenschappen en in de . kunsten wordt men een geweldige gisting gewaar. Er wordt blijk gegeven van oneindig veel geest. Men put uit nieuwe, frisse bronnen. Nooit zijn de wetenschappen in betere handen geweest, of hebben ze, op zijn t, grotere verwachtingen gewekt; de meest verscheiden zijden van de dingen worden uitgevorst, niets wordt onaangeroerd, on beoordeeld of oudoorzocht gelaten. De schrijvers vertonen meer eigenaardigheid en worden machtiger; er is geen oud histo risch monument, er is geen enkele kunst of wetenschap of zj vinden beoefenaars en worden met vurige liefde Een omhelsd en vruchtbaar gemaakt. veelzijdigheid

zonder weerga, een wonderbare diepte, een felle glans, veelomvattende kennissen en een rijke, krachtige fantasie, worden hier en daar, vaak koen met elkaar verbonden, 44

aangetroffen. Overal schijnt een machtig voorgevoel te ontwaken, van de scheppende willekeur, van de onbegrensdheid, de on eindige verscheidenheid en het universele vermogen van de menselijke geest. Uit de morgendroom van de onbeholpen kinds hed ontwaakt, oefent een deel van het menselijk geslacht zijn prille krachten in een gevecht met de slangen die zijn wieg omknellen en hem willen verhinderen ge bruik te maken van zijn ledematen. Nog zijn dit alles maar onsamenhangende en ruwe aanduidingen, maar voor de histo risch-geoefende blik verraden zij een uni versele individualiteit, een nieuwe geschie denis, een nieuwe mensheid, de zoete om helzing van een jonge, verraste Kerk met een liefhebbende God, en de innige ont vangenis van een nieuwe Messias in haar duizend leden tegelijk. Wie die zich niet vol zoete schaamte in blijde verwachting voelt? De nieuwgeborene zal het beeld zijn van zijn vader, een nieuwe gouden tijd met donkere, eindeloze ogen, een profetische, 45

wonderdadige en wondenhelende, troosten de en eeuwig leven ontstekende tijd; - een grote tijd van verzoening, een Heiland die onder de mensen zal vertoeven als een echte beschermgeest, waarin men zal geloven zonder dat men hem ziet, terwijl hij voor de gelovigen onder talloze vormen zicht baar zal worden, als brood en wijn genut tigd, als geliefde omhelsd, als lucht inge ademd, als woord en gezang aangehoord en met een gevoel van hemelse wellust, als dood worden ontvangen, onder de hevigste pijnen der liefde, binnen in het zieltogende lichaam. Thans hebben wij een voldoende hoogte be reikt om ook die voorbije tijden, waarvan hoger sprake was, vriendelijk toe te lachen en zelfs in die wonderljke dwaasheden, kristallisaties te erkennen van de geest der historie. Dankbaar drukken wij die geleer den en die filosofen de hand, want deze waan moest worden opgeruimd ten bate van wie na hen komen terwijl de weten schappelijke zijde van de dingen de over46

hand hoorde te krjgen. Aantrekkelijker en kleurrijker staat de pozie tegenover dat studeerkamerbegrip, zoals een opgesmukt Indi tegenover het koude, doodse Spits bergen. Opdat Indi, om de evenaar van de aardbol gelegen, zo warm en zo prachtig zou kunnen wezen, is het nodig dat een koude, starre zee, doodse klippen, nevel in plaats van een besterde hemel, en een lange nacht, de beide polen onherbergzaam maken. De diepe zin van de mechanika woog zwaar op deze anachoreten in de woestijnen van het verstand; het bekoor lijke van het eerste onderzoek overweldig de hen, het oude wreekte zich aan hen en met een wonderbare zelfverloochening of ferden zij aan dat eerste gevoel van zelf bewustzijn, het heiligste en schoonste dat er op de wereld bestaat, zij waren de eersten om weer de heiligheid der natuur, het on begrensde
van

de kunst, de noodzakelijk

'heid van de kennis de eerbied voor de ma terile dingen, de alomtegenwoordigheid van datgene wat werkelijk tot de geschiede47

nis hoort, daadwerkelijk te erkennen en te verkondigen en een einde te stellen aan een heerschappij van spoken, die drukken der was, algemener en verschrikkelijker dan zij zelf het hadden geloofd. Eerst door nauwkeuriger kennis van de godsdienst zal men die vreselijke producten van een godsdienstslaap, die dromen en die waanzin ten overstaan van het begrip van het heilige, beter kunnen beooJ:ldelen en dan pas de belangrijkheid van dat geschenk leren inzien zoals het hoort. Waar geen goden zijn heersen er spoken, en het eigen lijke tijdperk van ontstaan der spoken in Europa, tijdperk dat ook nagenoeg ten volle hun voorkomen verklaart, is de overgangs periode tussen de godenleer naar de Griek se opvatting en het Christendom. Komt dus ook gij, philantropen en encyclopedisten, in deze vredestichtende loge en ontvangt de broederzoen, werpt de grauwe sluier af en schouwt met jeugdige lief.de naar de won derpracht van de natuur, van de geschie denis en van de mensheid. Tot een broeder 48

zal ik u leiden die zo met u zal spreken dat uw harten opengaan en gij uw geliefd maar weggekwijnd voorgevoel met een nieuw lichaam bekleedt, het weer omvat en erkent wat u vroeger voor ogen heeft gezweefd en wat het logge, aardse verstand u heus niet afnemen kon. Deze broeder is de hartslag van de nieuwe tijd; wie hem heeft gevoeld twijfelt niet langer aan zijn komst en treedt, vol zoete trots op zijn tijdgenootschap, ook uit de menigte naar voren en naar de nieuwe schaar der volgelingen. Hij heeft een nieuwe sluier gemaakt voor de Heilige Jonkvrouw, die nauw sluitend haar hemelse lichaamsbouw verraadt en toch haar zedi ger omhult dan enig ander. De sluier is voor de Jonkvrouw wat de geest is voor het lichaam, zijn onontbeerlijk orgaan; zijn plooien zijn de letters van haar zoete bood schap; het spel der talloze plooien is een cijfermuziek, want voor de Jonkvrouw is de taal te houterig en te brutaal en haar lippen ontsluiten zich enkel om te zingen. 49

Voor mij is dat gezang niets anders dan de plechtige oproep tot een nieuwe grondver gadering, de machtige wiekslag van een voorbijtrekkende Engelen-heraut. Het zijn de eers,te ween, dat een ieder zich gereed houde voor de geboorte! De physica heeft thans het hoogste bereikt en wij kunnen
nu

gemakkelijker het weten

schappelijk gild overschouwen. De ontoe reikendheid van de exacte wetenschappen is de laatste tjd meer en meer merkbaar geworden, naarmate wj er meer vertrouwd mede geworden zijn. De natuur begon er hoe langer hoe meer behoeftig uit te zien, en gewend als we waren aan de luister van onze ontdekkingen, zagen wij duidelijker dat het slechts een geborgd licht was en dat wij met de bekende werktuigen en de be kende methodes, niet het essentile dat wij zochten, zouden kunnen vinden en konstru eren. leder vorser moest toegeven dat de ne wetenschap niets is zonder de andere en zo ontstonden er pogingen tot mystifi katie van de wetenschappen en de wonder50

lijke essentie der philosophie, opgevat als een louter wetenschappelijk element, deed zich voor als een symmetrische figuur aan de basis val! de verschillende wetenschap pen. Anderen brachten nieuwe verhoudin gen tot stand tussen de concrete weten schappen, bevorderden een druk verkeer er van onder elkander en deden hun best om haar natuurhistorische klassifikatie in orde te brengen. Deze bedrijvigheid: wordt voortgezet en licht kan worden bevroed hoe gunstig dit verkeer met de buiten- en de binnenwereld, voor de hogere ontwikkeling van het verstand, voor de kennis van de buitenwereld en voor de bezieling en de verfijni1,1g van de wereld in ons binnenste zijn moet, en hoe in deze omstandigheden de lucht moet opklaren en de oude hemel, en samen met die hemel het verlangen er naar, de levende astronomie weer te voor.,. schijn moet komen. van onze tijd. De oude en de nieuwe wereld zijn in strijd gewikkeld, de ontoereikend:51 Wenden we ons nu tot het politiek toneel

heid en het in gebreke blijven van de staatsinrichtingen die we tot nu toe gehad hebben, zijn thans in vreeswekkende feno menen aan het licht getreden. Zou ook hier niet, evenals op het terrein van de weten schappen, het historisch doeleinde van de oorlog er in bestaan om een nauwere kon nexi-e en uitgebrei-der betrekkingen tussen de Europese staten tot stand te brengen? Zou het tot nu toe sluimerende Europa niet gaan bewegen, niet weer ontwaken? Zou niet een Staat der Staten, een politieke we tenschapsleer in aantocht zijn? Zou soms de hierarchie, die symmetrische figuur, die als basis dient .der staten, niet het princiep zijn van een bond van staten, beschouwd als de intellectuele opvatting van het poli tieke ik? Het is onmogelijk dat de wereld lijke machten uit zichzelf een evenwicht bereiken, maar dat probleem kan enkel worden opgelost door een derde element dat wereldlijk en tegelijk bovenaards is. Onder de oorlogvoerende machten kan geen vrede worden gesloten, elke vrede is 52

enkel een illusie, een wapenstilstand; van het standpunt der kanselarijen en van dat van het algemeen bewustzijn, is er geen overeenkomst denkbaar. Beide partijen hebben grote, noodwendige aanspraken te doen gelden en moeten ze doen gelden, ge dreven als ze worden door de geest van de wereld en van de mensheid. Beide zijn on uitroeibare machten in het hart der mens heid; aan de ene kant de eerbied voor de oudheid, de gehechtheid aan de geschied kundige staatsinrichting, de liefde tot de monumenten der voorvaderen en tot de oude, roemrijke dynastie en de vreugde van het gehoorzamen; aan de andere kant, het verrukkelijk gevoel van de vrijheid, de on begrensde verwachting van machtige in vloedssferen, de lust aan het nieuwe en het jeugdige, de ongedwongen omgang van al de burgers onder elkaar, de trots op wat voor alle mensen in het algemeen geldt, de vreugde aan het recht van het individu en aan het bezit van de gemeenschap en de krachtige burgerzin. Laat geen van heide 53

partijen hopen de andere te verdelgen, al de veroveringen hebben hier niets te be tekenen, want de meest ingesloten hoofd stad van ieder rjk ligt niet achter aarden wallen en kan niet stormenderhand worden ingenomen. Wie weet of er voldoende oorlog is ge voerd, maar de oorlog zal nooit ophouden tenzij men de palmtwjjg aanneemt die al leen een geestelijke macht aanreiken kan. Er zal zo lang bloed over Europa stromen, tot de naties hun vreselijke waanzin zullen beseffen die hen in een kring ronddrijft en zij, door gewijde muziek ontroerd en ge kalmeerd, in bonte mengeling naar de voormalige altaren schrij;den, werken des vredes ter hand nemen en op de rokende kampplaatsen, onder het storten van hete tranen, een groot liefdemaal als vredesfeest aanrichten. Alleen de godsdienst kan Euro pa weer doen opstaan en de volkeren ge ruststellen en de Christenheid, in nieuwe heerlijkheid, zichtbaar op aarde bevestigen in haar vroegere, vredestichtende functie. 54

Hebben de naties alle trekken met de mens gemeen, behalve dan het hart, het heilig orgaan? Verzoenen zij zich niet met elkaar, zoals de mensen, aan de doodkisten van hun geliefden, vergeten zij niet al hun vij andelijke gevoelens wanneer het goddelijke medelijden tot hen spreekt en een en het zelfde onheil, een .en dezelfde smart, een en dezelfde ontroering hun ogen met tranen vullen? Grijpen opoffering en overgave hen niet onweerstaanbaar aan en reikhalzen zij er niet naar om vrienden en bondgenoten te wezen? Waar is dat oud, beminnelijk en alleen zaligmakend geloof aan het rijk Gods op aarde? Waar is dat zalig vertrouwen van de mensen onder elkaar, die zoete vroom heid bij de ontboezemingen van een door God bezield gemoed, die allesomvattende geest der Christenheid? Het Christendom komt ;voor onder drie vormen. De eerste is het element dat ont staan geeft aan de godsdienst, de vreugde die men aan elke soort van religie beleeft. 55

De tweede is het middelaarschap, het alge meen geloof aan de vatbaarheid van al het aardse, om brood en wijn des eeuwigen levens te zijn. De derde is het geloof aan Christus, Zijn Moeder en de Heiligen. Kiest welke vorm gij maar wilt, kiest.ze alle drie, daar komt het niet op aan, gij wordt aldus Christenen, leden van een enige, eeuwige en onzegbaar gelukkige gemeenschap. Het oud katholiek geloof, de laatste van die drie vormen, was een ijverig, een bezield Christendom. Zijn alomtegenwoordigheid in het leven, zijn liefde tot de kunst, zijn grote mensHevendheid, de onverbreekbaar heid van zijn huwelijksbanden, zijn lief derijke mededeelzaamheid, zijn vreugde tot scheppen in armoede, gehoorzaamheid en trouw, stempelen hem
onmiskenbaar

een echte godsdienst en vormen de grond slagen van zijn wet. Het is gelouterd geworden in de stroom der tijden; innig en onverbreekbaar verbonden met de beide andere vormen van het Chris-

56

tendom, zal het voor eeuwig deze aarde ge lukkig maken. Zijn toevallige vorm is zo goed als ver nietigd, het oude pausdom ligt in het graf en Rome is voor ,de tweede maal een rune geworden. Zou het protestantisme niet ein delijk ophouden te bestaan en plaats maken voor een nieuwe, duurzamer Kerk? De overige werelddelen wachten op Euro pa's herstel en opstanding, om aan te slui ten en medeburgers te worden van het Rijk des Hemels. Zouden er dan weldra niet weer tal van verheven geesten in Europa dienen gevonden te worden? En zouden niet alle oprechte geloofsgenoten met een vurig verlangen moeten bezield zijn om de hemel op aarde te aanschouwen? En gaarne samen komen en gewijde gezangen aan,.. heffen? De Christenheid moet weer levend worden en bedrijvig en zonder zich om landsgren zen te bekommeren, zich weer ontwikkelen tot een zichtbare Kerk die alle naar het ho57

venaardse dorstende zielen in haar schoot opneemt en met vreugde als bemiddelaar ster optreedt tussen de oude en de nieuwe wereld. Zij moet de overvloedshoorn van haar zege ningen weer over de volkeren uitstorten. Uit de gewijde schoot van een eerbied waardig Europees concilie zal de Christen heid weer verrijzen en die opstanding van de godsdienst zal geschieden naar een al omvattend, goddelijk plan. Niemand zal dan nog opkomen tegen christelijke of we reldlijke dwang, want het wezen van de Kerk zal echte vrijheid zijn en alle nood zakelijke hervormingen zullen onder haar leiding als vreedzame, gewone staatszaken tot stand worden gebracht. Wanneer zal dat zijn? Daar moet niet naar worden gevraagd. Geduld maar, hij zal, hij met komen, die heilige tijd van eeuwige vrede, waarin het nieuw Jerusalem de hoofdstad van de wereld zijn zal. Blijft in tussen moedig en opgewekt, mijn geloofs genoten, in de gevaren van deze tijd, ver .. 58

kondigt met woord en daad het goddeljk evangelie en blijft trouw aan het waar en eeuwig geloof tot in de dood.

59