You are on page 1of 5

Wie was koning Boudewijn echt?

uit Koning Boudewijn, De Biografie van Thierry Debels, Houtekiet, 2010

(...) Bij geen enkele andere Belgische vorst is het verschil tussen de werkelijke persoon en de perceptie zo groot geweest als bij Boudewijn. Wie was de werkelijke Boudewijn? Politici die Boudewijn gekend hebben, weten dat de vorst zich met alles wilde bemoeien. Voor Wilfried Martens waren de koninklijke wenken zelfs bevelen. Politici die in onmin vielen, zoals Leo Tindemans, stonden in het beruchte ‘zwarte boekje’ van de vorst. Vergiffenis stond niet in het woordenboek van Boudewijn. Een foute beoordeling van de koning is dat de jonge Boudewijn een bedeesde monarch was die geen initiatieven durfde nemen. Vanaf het begin van de jaren vijftig wist Boudewijn precies wat hij wilde en waar hij naartoe wilde. De haat tegen het communisme is de drijvende kracht. Een nooit eerder gepubliceerde brief aan kolonel Oscar Osorio van El Salvador

1

bewijst dit. Boudewijn drukt zijn grootste waardering voor de kolonel uit. Er kleeft ontegensprekelijk bloed aan de handen van Boudewijn. Begin 1961 is hij betrokken bij het moordplan om de Congolese politicus Patrice Lumumba uit de weg te ruimen. Medio 1962 weigert hij het leven van de Griekse huurmoordenaar Jean Kageorgis te sparen door hem gratie te verlenen en laat hem executeren. Boudewijn leed ook aan controlitis. Ministers mochten tijdens zijn bewind het land niet eens uit zonder zijn toestemming. Enkel de minister van Buitenlandse Zaken was van deze merkwaardige regel vrijgesteld. Waarom hebben ministers nooit openlijk geprotesteerd tegen deze ongrondwettelijke willekeur van de vorst? Boudewijn hield meer van de socialisten dan van de liberalen. Dat was uit eigenbelang. Als hij de socialisten onder controle hield, kwam de monarchie niet in gevaar. Aan het Hof leefde de dwanggedachte dat een herstelbeleid zonder de socialisten onvermijdelijk tot staatsgevaarlijke onlusten zou leiden. De koning hield verder de tendens naar meer autonomie voor de deelstaten tegen. Ook dat was uit eigenbelang. Hoe meer macht van het federale niveau naar onder wegsijpelt, hoe zwakker de koning. Daarom nodigde hij in het grootste geheim de leiders van de ‘extremistische’ partijen op zijn kasteel uit voor gesprekken. Boudewijn werd naar het einde van zijn leven een steeds machtiger koning. Hij kon zijn veto stellen tegen een minister als die hem niet zinde. Ministers die publieke verklaringen aflegden die hem stoorden, kregen nadien een flinke bolwassing. Boudewijn is naast een rabiate anticommunist ook een grote fan van de paus. Zijn geloof brengt Boudewijn er in de jaren

2

zeventig toe financiële steun te verlenen aan de Chileense christen- democraten. Hiermee is tegelijk de mythe van de gierige vorst doorbroken. Hij is ook onvoorwaardelijk bevriend met president Habyarimana van Rwanda. Voor Boudewijn was deze dictator een heilige. Hij vraagt de regering om militaire steun te sturen naar zijn Rwandese vriend. Premier Martens willigt het verzoek uiteraard in. Boudewijn onderhield ook goede contacten met de keizer van Japan en stond op vriendschappelijke voet met de sjah van Iran. Boudewijn was gecharmeerd door despoten. Na alle getuigenissen in dit boek kunnen we de echte Boudewijn in enkele woorden omschrijven: koel, sec, gespannen, bitter en rancuneus. Het is geen flatterend beeld, maar wel de waarheid ensen die hem anders omschrijven hebben de werkelijke persoon niet gezien elen denken de koning goed gekend te hebben terwijl ze in werkelijkheid slechts n facet van zijn persoonlijkheid te zien hebben gekregen. Een illustratie hiervan is de rechtszaak die Boudewijn tegen zijn eigen stiefmoeder Lilian wil inspannen. Boudewijn vindt dat zijn vader Leopold in zijn testament Lilian te veel bevoorrecht heeft. Boudewijn geeft opdracht aan zijn advocaten om er een rechtszaak van te maken. Daarmee is ook de illusie doorgeprikt dat Boudewijn niet om geld geeft. Door zijn fanatieke geloof keek hij op een minderwaardige manier naar zichzelf. Hij raadt een jonge industrieel aan de Heer te danken dat Hij hem zo zwak geschapen heeft. Boudewijn vraagt God hem, het insect dat hij is, te vergeven een mooi paard te willen zijn. Boudewijn is nooit echt helemaal gelukkig geweest. Daarvoor was zijn kindertijd te verstoord. Hij verloor zijn moeder toen hij

3

bijna vijf was. Vijf jaar later woedde de Tweede Wereldoorlog. Zelfs zijn relatie met Fabiola onderwierp hij aan een kritische blik. Hij vond ze vaak te impulsief in het openbaar. Boudewijn is een voorstander van stevige familiewaarden, maar hij zal toch de echtscheiding van zijn halfzus Marie- Christine betalen. Het is een vreemde demarche voor iemand die het huwelijk als de hoeksteen van de samenleving beschouwt. Had hij voor zijn huwelijk met Fabiola een erotische relatie met zijn stiefmoeder Lilian? Volgens Achille Van Acker wel. Voor het eerst poneren we de stelling dat de informatie van Van Acker correct was. Boudewijn en Lilian werden door de staatsveiligheid afgeluisterd. Ze waren verliefd op elkaar en wilden trouwen. Op die manier zou Lilian eindelijk koningin zijn, haar levensdroom. Dit huwelijk zou niet alleen de monarchie bedreigen maar ook de stabiliteit van de Belgische staat. Een nieuwe koningskwestie moest absoluut vermeden worden. In het midden van de jaren tachtig raakt de vorst geobsedeerd door de dood. Twee jaar later voelt hij zich zo zwak dat het hem een voorsmaak van de dood geeft. In 1989 voelt de koning zich zo moe dat hij weet dat het einde niet ver verwijderd is. Zijn gezondheid verslechtert stelselmatig. In 1992 wordt Boudewijn in het grootste geheim in een Frans ziekenhuis aan zijn hart geopereerd. Volgens de Franse inlichtingendienst is de operatie mislukt. Een jaar later sterft Boudewijn aan een hartaanval. De koning was een faux doux of een valse zachte. Als hij zijn geduld verloor, kon hij volgens insiders ongemeen hard uit de hoek komen. Hij was een timide intimidant, een verlegen man die anderen zelf intimideerde. Een Chinese wetenschapper vroeg bij een bezoek aan de Belgische ambassade in China iets te luid waarom er zoveel mensen rond Boudewijn stonden. De koning

4

draaide zich om en sneerde dat het toch op zijn voorhoofd geschreven stond dat hij een koning is. De grootste mislukking van Boudewijn in zijn ogen was het onvermogen om een nageslacht te verwekken. Boudewijn was bezorgd om de voortzetting van de monarchie. In het midden van de jaren zestig speelden Boudewijn en Fabiola met het idee om kinderen te adopteren. Een van de mogelijkheden waren de natuurlijke kinderen die prins Alexander, Boudewijns halfbroer, verwekt had. Deze ontdekking roept de nieuwe vraag op waarom dat plan uiteindelijk niet doorgegaan is. Boudewijn wilde absoluut vermijden dat zijn broer Albert en schoonzus Paola op de troon zouden terechtkomen. Daarom ontfermde hij zich over Filip. Het plan was dat Boudewijn tot zijn vijfenzestigste zou regeren en dan zou aftreden ten gunste van Filip. Zijn overlijden in 1993 doorkruist dit voornemen. Boudewijn zal uiteindelijk in de herinnering voortleven door zijn weigering om de abortuswet van 1990 te ondertekenen. Bij de meeste politici heeft de koning het definitief verkorven omdat hij de democratische spelregels niet wil volgen. Een groot deel van de katholieke Vlaamse bevolking waardeert de beslissing van de koning. Net zoals bij zijn vader Leopold III ontstaat een dubbel schisma: een tussen politici en bevolking en een tweede tussen de burgers zelf. Boudewijn heeft zich niet altijd verzoenend opgesteld, integendeel. n persoon dankt alvast het leven aan de koppigheid van Boudewijn. Een secretaresse van de vorst stond in 1990 op het punt om een zwangerschapsonderbreking uit te laten voeren. Ze liet dat plan varen toen ze de vele dankbrieven las na de weigering van Boudewijn om de abortuswet te ondertekenen. leven gered.

5