Aan de slag met De Gimp - versie 2.2 Een startcursus.

Opgepast! Deze tekst gaat over De Gimp 2.2. Kijk even bij ‘Hulp, Info’ in het hoofdvenster om jouw versienummer te zien.

1. Introductie en installatie van De Gimp.
GIMP staat voor GNU Image Manipulation Program. Het is een programma om afbeeldingen te bewerken. Gimp wordt gekenmerkt door hoge kwaliteit voor weinig geld (lees: gratis).
Vergelijkingen met Adobe PhotoShop, PaintShop Pro zijn er, maar elk programma heeft zijn eigen mogelijkheden, die toch sterk gelijklopend zijn. Maar er zijn evenveel verschillen… Aan jou om het programma te kiezen dat aan jouw wensen het best voldoet (of aan jouw portemonnee…).

De Gimp is Open Source.

Open Source houdt in dat programmeurs de broncode van de programma’s die ze ontwikkelen vrij ter beschikking stellen. Normaal gesproken, als je een programma koopt, koop je de licentie waardoor je het recht krijgt om de software onder bepaalde voorwaarden te mogen gebruiken. Je kan en mag er verder niets mee. Als er iets mis gaat of je hebt ondersteuning nodig of je wil een nieuwe versie, dan zal je dus altijd terug moeten naar de originele leverancier van het programma. Dit is bij Open Source gelukkig niet zo. Als je het programma “koopt, krijgt, kopieert, downloadt” dan krijg je de originele broncode erbij. Doordat je over de broncode beschikt, kan je dus zelf wijzigingen in de software aanbrengen. Je weet precies wat je krijgt en je maakt jezelf niet afhankelijk van één leverancier. En omdat de broncode open is, weet je ook zeker dat de programmeur niet allerlei trucs en achterdeurtjes in het programma heeft ingebouwd. Dat is met gesloten software helaas maar al te vaak het geval. Omdat de broncode vrij beschikbaar is, zijn er erg veel mensen die naar de code kijken. Daarom worden fouten meestal veel sneller ontdekt en - nog veel belangrijker - sneller gerepareerd dan met gesloten software het geval is. Dat betekent over het algemeen dus een betere kwaliteit en een grotere betrouwbaarheid. GNU is ongeveer hetzelfde als “Open Source” maar toen GNU werd ontwikkeld, was Linux er nog niet klaar voor (GNU is Not Unix). GNU heeft dus ook geen licenties en geen beperkingen.

Installeren van De Gimp via onze cd-rom (aan te raden, want dan klopt deze handleiding). De Gimp heeft GTK nodig! Dit moet je dus eerst installeren. (GTK = Gimp Tool Kit.) Dubbelklik op het bestand “gtk+-2.8.9-setup.exe” en installeer GTK. Even oppassen: Op een gegeven moment vraagt het programma om de taal voor GTK en de programma’s te kiezen. Vink dit eerst aan en klik dan pas op ‘Finish’. Kies tweemaal voor ‘Dutch(nl)’. Nadien dubbelklik je op “gimp-2.2.10-i586-setup.exe” om De Gimp zelf te installeren. Om het programma volledig Nederlandstalig te maken, installeer je ook de helpbestanden. Dubbelklik dus ook op “gimp-help-2-0.9-setup.exe”. Vink bij talen enkel ‘Dutch’ aan. Installeren van De Gimp via het web. Om de laatste versie van De Gimp en GTK te downloaden ga je best naar de officiële downloadpagina voor The Gimp Voor Windows op http://gimp-win.sourceforge.net/stable.html. Wanneer je de eerste keer De Gimp opstart, krijg je heel wat schermen te zien. Geen probleem, klik op ‘Volgende’ of ‘Next’ of ‘Continue’ en De Gimp start… Let wel: de eerste keer start De Gimp traag op (leest gegevens van je pc om optimaal te werken).
Werken met De Gimp 2.2 © Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen 1

2. De Gimp interface… even schrikken!

1 3

2

4

De Gimp opent niet in een schermvullend venster met een menubalk waarin alle beschikbare opdrachten gegroepeerd zijn, zoals je het van de meeste programma's gewend bent. De programmamenu's en submenu's van De Gimp komen in aparte vensters op je scherm te staan. Je kan deze openen en sluiten als je ze niet meer nodig hebt. Verder kan je elk venster op je desktop met de sleeptechniek naar de gewenste plaats verplaatsen. In de praktijk betekent dit, dat je het programma De Gimp met zijn onderdelen, moet opbouwen. Om goed met het programma te kunnen werken heb je vijf verschillende dialoogvensters nodig: - het Programmamenu De Gimp (1) met de icoontjes van de verschillende gereedschappen - het venster met de gereedschapopties van het selecteerde gereedschap (bij de start onderaan het Programmamenu) (2) - het venster met Lagen, Kanalen, Paden en Ongedaan maken (3) - het venster Penselen, Verlopen en Patronen (4) onderaan het venster Lagen. - het documentvenster (5). Dit verkrijg je pas als je een document opent, of een nieuw bestand aanmaakt. Klik op ‘Bestand, Nieuw’ en ga akkoord met de grootte van het venster.
Werken met De Gimp 2.2 © Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen

5

2

3. Werken met Gimp-vensters.
In het venster Lagen, Kanalen… zie je enkele tabbladen. Klik op een tabblad om het zichtbaar te maken. Er zijn dus 7 verschillende vensters verzameld binnenin dit venster (4 bovenaan en 3 onderaan). Wil je een tabblad verwijderen, klik dan op het kleine kruisje rechts bovenaan het tabblad. Een tabblad toevoegen gaat via het kleine pijltje naar links. Klik op ‘Tab toevoegen’ en maak je keuze. Je kan ook een nieuw venster oproepen door te kiezen voor ‘Bestand, Dialogen’ en uit die lijst te selecteren. Het dialoogvenster verschijnt als een nieuw venster. Je kan het koppelen aan een ander venster door het er naar toe te slepen. Wacht tot je een ‘handje dat naar links wijst’ ziet verschijnen en sleep het venster dan naar een andere plaats. Wanneer er een klein pijltje verschijnt, kan je het venster daar effectief neerzetten, als een nieuwe tab of als een nieuw onderdeel binnen een venster. Voor dit laatste moet je slepen naar een wel erg smalle strook binnen het venster (hier rechts in het blauw weergegeven). Denk er steeds aan, de programmaonderdelen van De Gimp zijn vensters en een venster moet actief zijn om bewerkbaar te zijn, met name het documentvenster. Alle geopende vensters staan ook in de statusbalk van het besturingssysteem.

4. Het Programmamenu De Gimp.
Het venster met het Programmamenu De Gimp opent automatisch bij opstart. Sluit je dit venster, dan sluit je ook het programma af. Via ‘Bestand’ maak je een nieuw leeg bestand aan of open je een bestaand bestand. Ook importeren van scanner of klembord is mogelijk. Via het menu ‘Xtra, Script-fu’ zijn kleine programma's (macro’s) bereikbaar waarmee makkelijk bijvoorbeeld buttons en logo's in een bepaalde stijl te maken zijn. Xtns staat voor Extensions. Daaronder vind je de gereedschappen. Ga met de muis over een gereedschap en lees wat dit precies doet. Telkens je een gereedschap aanklikt, verschijnen onderaan de opties voor dit gereedschap. Links onderaan kan je kleuren voor de voor- en achtergrond kiezen. Standaard is dat zwart en wit. Klik op de pijltjes om van de voor- naar achtergrondkleur te wisselen. Klik op de kleine blokjes om de standaardkleuren (zwart-wit) te herstellen. Rechts daarvan vind je het actieve penseel, het actieve patroon en het actieve verloop. Dubbelklik op een icoontje voor meer opties.

5. Het documentvenster
Dit venster opent enkel als je een nieuw bestand maakt of een bestaand bestand opent. - Het gebied tussen de gestippelde lijn is de afbeelding. - Het grijze gebied is extra werkruimte, die niet bij de afbeelding hoort.
Werken met De Gimp 2.2 © Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen 3

- Klik met de linker muisknop op ‘het pijltje naar rechts’ linksbovenaan het venster om het hoofdmenu zichtbaar te maken. - Klik op het kruis rechtsonder om een miniatuur van de hele afbeelding te zien. Handig voor een snel overzicht als de afbeelding zo groot is, dat ze niet in zijn geheel in het documentvenster op het beeldscherm weergegeven kan worden. Je kan het grijze rechthoekje in de miniatuurweergave ook verslepen om een ander deel van de afbeelding te bekijken.

6. Een nieuw bestand aanmaken of een bestaand bestand openen
Klik in het Programmamenu of in het Documentvenster op ‘Bestand, Nieuw’. Wanneer je op het +-teken voor ‘Geavanceerde opties’ klikt, kan je nog heel wat meer instellen. In het rolmenu ‘Sjabloon’ kan je voorgedefinieerde formaten gebruiken, zoal A4. Bestaande bestanden openen gebeurt via ‘Bestand, Openen’ waarbij je in het dialoogvenster naar het passend bestand bladert.

7. Bestanden bewaren
Ga in het hoofdmenu naar ‘Bestand, Opslaan’ of ‘Opslaan als’. Let wel: Enkel mogelijk via het Documentvenster! Standaard wordt de map ‘Mijn afbeeldingen’ gebruikt, maar klik op het +-teken voor ‘Bladeren naar andere mappen’ als je het bestand ergens anders wil opslaan. Selecteer het bestandtype! .xcf is het GIMP bestandsformaat. Dat betekent dat bestanden met deze extensie enkel met het programma GIMP geopend en bewerkt kunnen worden. Sla een bestand altijd als xcf op, als je dit bestand nog verder wilt bewerken. Ben je klaar, dan maak je er bijvoorbeeld ook een jpg-bestand van. Iedereen kan dit lezen en het bestand is ook heel wat kleiner. Wil je het bestand naar PhotoShop overbrengen en ook verder bewerken, sla het dan op als .psd.

8. Ongedaan maken
Met de sneltoets Crtl+Z kan je handelingen ongedaan maken. Per klik ga je een stap terug. Meer controle biedt het venster ‘Overzicht Ongedaan maken’. Ga eventueel eerst in het Programmamenu naar ‘Bestand, Dialogen, Overzicht - Ongedaan maken’. In dit venster zie een lijst van alle handelingen. Klik op de handeling waarnaar je terug wilt gaan. Standaard zijn hier de laatste 5 stappen opgeslagen. Om dit te wijzigen ga je in het Programmamenu De GIMP naar ‘Bestand, Voorkeuren’. Klik op ‘Omgeving’. Vul bij ‘Min. aantal niveaus ongedaan maken’ maar 100 in. Klik vervolgens op OK.
Werken met De Gimp 2.2 © Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen 4

9. Selecteren
Wil je een bepaald effect niet op de hele afbeelding toepassen of een detail uit een afbeelding naar een andere kopiëren, moet je eerst een selectiekader tekenen. Hiervoor staan 6 verschillende selectiegereedschappen ter beschikking. Welke je kiest is afhankelijk van de situatie. - rechthoekige selectie (met Shift ingedrukt een vierkant) - ovalen selectie (met Shift ingedrukt een cirkel) - handmatig vrij selectiekader - aaneengesloten kleurgebieden selecteren - gebieden op kleur selecteren (niet aaneengesloten) - zelf krommen tekenen die een kleurscheiding volgen Alle selectiegereedschappen hebben nog een belangrijk submenu! Bij ‘Modus’ heb je 4 mogelijkheden: - Huidige selectie vervangen (een nieuwe maken dus) - Toevoegen aan de huidige selectie - Aftrekken van de huidige selectie - Snijden met de huidige selectie (doorsnede maken) Wanneer ‘Feather edges’ aangevinkt is wordt de selectie gedoezeld (zachtere randen). Let op: Zodra een selectie in de afbeelding aanwezig is, ook al is deze nog zo klein, worden alle opdrachten alleen in de selectie toegepast. Om een selectiekader te wissen, ga je in het menu naar ‘Selecteren, Niets’. Om de inhoud van de selectie te verwijderen, klik je op Ctrl-K.

10. Werken met lagen
De Gimp biedt de mogelijkheid om een afbeelding in lagen op te bouwen. Elementen van de afbeelding, die op gescheiden lagen geplaatst zijn, kunnen onafhankelijk van elkaar bewerkt worden. De achtergrond van een laag is standaard transparant. Daardoor zijn lagen eigenlijk transparante vellen, die boven elkaar gestapeld zijn. De stapelvolgorde is van onder naar boven. In de praktijk betekent dit dat als de afbeelding op laag 2 groter is dan op laag 1, de afbeelding van laag 1 overdekt wordt door laag 2. Verander je de stapelvolgorde dan zie je het kleinere object wel. Open eventueel eerst het Lagenvenster via het Programmamenu ‘Bestand, Dialogen, Lagen’. - De blauwe balk betekent dat de laag actief is en bewerkt kan worden. Om een laag te activeren, klik je er een keer op met de linker muiswijzer. Dubbelklik op de laag om de naam te wijzigen. Klik met de rechtermuiswijzer om het lagenoptiemenu te openen. - Het oog betekent dat de inhoud van de laag zichtbaar is. Klik op het oog om de laag tijdelijk onzichtbaar te maken. - Klik op het icoon linksonder (wit blad), om een nieuwe laag te maken. Standaard is die even groot als het document zelf. Je kan de laag direct een andere naam geven en eventueel de vulkleur opgeven (standaard is transparant aangevinkt). - Activeer een laag en klik op de pijltjesiconen om de stapelorde te wijzigen. Slepen met een laag kan ook. - Om een laag te kopiëren (dupliceren) klik je op het vierde icoontje. - Sleep een laag naar de prullenbak om ze te verwijderen of klik op de prullenbak om de geselecteerde laag te verwijderen. - Klik op het icoontje naast het oog om lagen aan elkaar te koppelen. Zo kan je ze bijvoorbeeld samen verplaatsen. - Experimenteer met de ‘Ondoorzichtigheid’ van een laag door de schuifbalk te gebruiken. Zo maak je lagen transparant.

Werken met De Gimp 2.2

-

© Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen

5

11. Kopiëren en plakken
Selecteer eerst het gedeelte dat je wilt kopiëren. Ga vervolgens in het hoofdmenu naar ‘Bewerken, Kopiëren’ of gebruik Ctrl-C. Wanneer je nu kiest voor ‘Bestand, Nieuw’ heeft dit tot gevolg dat het nieuwe bestand standaard de afmetingen krijgt van het gekopieerde stuk. Controleer dus in het venster ‘Nieuwe Afbeelding’ de waarden van de ‘Breedte’ en de ‘Hoogte. Ofwel plak je het gekopieerde gedeelte in een ander (of hetzelfde) bestand via het hoofdmenu met ‘Bewerken, Plakken’ of gebruik Ctrl-V. In het Lagen en Paden venster verschijnt het gekopieerde detail nu op een nieuwe laag als ‘Drijvende selectie’. Dit is een tijdelijke laag, die op een nieuwe laag of de er onder liggende laag verankerd moet worden. Voor het verankeren op een nieuwe laag klik je op het icoontje ‘Nieuwe laag’ onder in het lagenvenster. Het is raadzaam de kopie op een nieuwe laag te verankeren. Het detail kan zo verder en afzonderlijk van de achtergrond of andere lagen bewerkt worden. Klik op het anker-icoontje als je de drijvende selectie met de laag er net onder wil verankeren. Zorg wel dat alles op zijn plaats staat, anders ga je nadien bij verplaatsen de volledige laag verplaatsen.

12. Tekst
Om tekst aan de afbeelding toe te voegen klik je eerst op de “T” in de gereedschapskist. Kies een lettertype, grootte, kleur… Wanneer je in de afbeelding klikt op de plaats waar de tekst moet komen, verschijnt een dialoogvenster waar je de tekst dient in te tikken. Die verschijnt ook direct in de afbeelding. Als je nu in het lagenvenster kijkt, zie je dat de tekst een aparte laag is, meer zelfs: het is een speciale tekstlaag. Hoe passen we de tekst nu aan als er nog een foutje in staat? Gewoon dubbelklikken op het laaglogootje waar de "T" in staat. Zodra je daar op gedubbelklikt hebt, kan je naar de gereedschapsopties of naar de tekst zelf. Zo kan je achteraf dus het lettertype veranderen e.d. Voorts dient opgemerkt te worden dat een tekstlaag niet dezelfde grootte heeft als een de afbeelding. De grootte van een tekstlaag is precies zo groot dat de tekst er juist in gaat. Als de tekstlaag aangeklikt is in de lijst van lagen, dan zie je rond de laag een geelzwart gestreepte rand. Die geelzwarte streep is de grens van de laag. Als je nu het verplaatsingsgereedschap kiest en je tekst verplaatst, verplaats je eigenlijk de plaats waar de kleine laag in de afbeelding staat. Je verandert eigenlijk niets aan de tekstlaag zelf, je zet alleen de tekstlaag op een andere plaats in je afbeelding. Tekstlagen kan je bewerken zoals alle andere lagen: gommen, bijtekenen, een letter een andere kleur geven met het emmertje… Dit gaat perfect, maar opgepast: eenmaal er getekend is in een tekstlaag wordt het een gewone laag en kan je de inhoud van de tekst niet meer veranderen. Dit kan je zien in het lagenvenster: er staat nu geen T-symbooltje meer maar gewoon een verkleinde weergave van hoe de laag er uitziet, zoals bij normale lagen. Om de tekstlaag met een kleurverloop op te vullen, moet je de tekst omzetten naar een selectie, door met de rechtermuisknop op de laag te klikken en te kiezen voor ‘Alpha naar selectie’. Nadien kies je het kleurverloop en trek je een lijn over de lengte waar het verloop op toegepast moet worden.
Werken met De Gimp 2.2 © Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen 6

13. Afbeeldingen bijsnijden
Klik in het Programmamenu De Gimp op het mes-icoontje. Klik in de afbeelding en teken met de sleeptechniek - net als of je een selectiekader tekent rond het gedeelte dat je wilt overhouden - een kader. Je kan het uitsnijkader nu op twee manieren bijwerken, handmatig door het verslepen van de vierkantjes op de hoeken of via het venster ‘Knippen & herschalen’, dat vanzelf opent. Wanneer je klaar bent, klik je in de bijgesneden figuur of klik je op ‘Snijden’ ofwel op ‘Herschalen’. Bij dit laatste kan je met het verplaatsingsgereedschap de afbeelding nog verplaatsen en een andere uitsnede kiezen.

14. Het kloongereedschap
Met het kloongereedschap kan je kleine onregelmatigheden wegwerken of elementen klonen. Het kloongereedschap werkt in combinatie met een penseel. Kies in het penseelvenster een ronde penseel, best met zachte randen. Selecteer dan het kloongereedschap . - Ga met de muiswijzer naar de plaats in de afbeelding waar je pixels vandaan wilt halen. Druk de Ctrl-toets in en klik met de linkermuiswijzer op deze plaats. Terwijl de Ctrl-toets ingedrukt is, verdwijnt het stempelpictogram uit de muiswijzer. Let wel, de pixels komen altijd van de plaats, waar je het kruisje hebt neergezet. Wil je andere pixels gebruiken dan moet je deze stap op een andere plaats herhalen. -Hou de linker muisknop ingedrukt en sleep nu de muiswijzer over de pixels, die je wilt corrigeren. De pictogrammen van de muiswijzer geven je een goed overzicht van wat je aan het doen bent. *Er zijn nog geen pixels om te klonen geselecteerd: zwart verbodsbordje. *Terwijl de Ctrl-toets ingedrukt is, om pixels op te halen: viziertje in een klein cirkeltje. *Pixels zijn geselecteerd en kunnen gekloond worden: klein cirkeltje met witte muisaanwijzer. *Tijdens het klonen markeert het kleine grijze kruisje de plaats waar de pixels vandaan komen.

15. Nog enkele tips…
- Onder de achtergrondlaag kan je niks plaatsen. Soms is dit wel eens nodig. Dupliceer dan eerst deze laag en zet ze dan op ‘onzichtbaar’. Werk verder met de gedupliceerde laag, daar kan je wel een laag onder stoppen - Selecties verfijnen kan door linksonderaan het Documentvenster het snelmasker te activeren. Alles wat niet geselecteerd is, krijgt een rode kleur. Activeer het penseel (pas de grootte aan!) en schilder met zwart (verwijderen uit selectie) of met wit (toevoegen aan selectie) tot de selectie in orde is. Inzoomen best. Schakel nu en dan eens over naar de gewone modus om opnieuw ‘de mieren te zien lopen’… - Met een laagmasker kan je delen van afbeeldingen transparant maken en zo in elkaar laten overvloeien. Klik met de rechtermuisknop op de laag die je wil aanpassen en kies voor ‘Laagmasker toevoegen’. Kies voor Wit (ondoorzichtig). Sleep nu met het verloopgereedschap met wit als voorgrondkleur en zwart als achtergrondkleur een verloop over de afbeelding. Die wordt deels transparant. (Lengte en plaats van het verloop aanbrengen speelt een grote rol.) - Met de opdracht ‘Niveaus’ kan je de helderheid en het contrast van een foto of afbeelding heel goed verbeteren. - Neem zeker ook eens een kijkje bij Filters en Script-Fu…

Werken met De Gimp 2.2

-

© Gino Vanherweghe - REN Vlaanderen

7