Een Nieuwe Digitale

Jan Neirynck

DATA

Wereld
Inzicht in het verleden, het heden en de toekomst van het internet en onze wereld.

-1-

00. Inhoudsopgave 00. 01. 02. 03. 04. 05. 06. 07. 08. 09. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. Inhoudsopgave Voorwoord De Wereld Waarin Ik Ben Opgegroeid Korte Geschiedenis Van Het Internet En De Computer De Multimedia PC En De Opkomst Van Het Internet De Gestage Intrede Van Het Internet In Onze Levens Internetadvertenties En Kredietkaarten: Het Web Betaald Voor Een Veranderend Gebruik Een Nieuw Wereldwijd Web, Web 2.0 Het Semantische Web, Een Blik In De Toekomst Digitale Consumenten-Elektronica En De Consument Vrijheidsgraden Technische Controle Over De Consument Het Internet Verbreed De Keuze Van Consumenten Programma, Dienst Of Product, Controle is Onvermijdelijk Wie Controleert Mijn Gegevens, De Vrucht Van Mijn Werk, En Wat Als Een Verbetering Een Verslechtering Is Gratis, De Grootste Vloek Sinds Schaarste Het Internet Is Een Platform Informatie, Kennis Door Betekenis Het Geautomatiseerde Proces De Internet Informatiefunctie De Digitale Aarde Een Nieuwe Digitale Wereld Waar Liggen De Grenzen Van De Automatisering Index Verklarende Woordenlijst Pag 001 Pag 002 Pag 004 Pag Pag Pag Pag 007 012 017 021

Pag 027 Pag 033 Pag 035 Pag Pag Pag Pag 038 041 049 054

Pag 058 Pag 061 Pag 066 Pag 069 Pag 073 Pag 077 Pag 081 Pag 086 Pag 099 Pag 101 Pag 103

-201. Voorwoord Internet, computers en consumenten-elektronica, de meeste mensen waren er 25 jaar geleden heel wat minder mee bezig. Als iemand van ons toen al wist wat het internet was. Nu heeft bijna iedereen een GSM, surfen zeer velen onbezorgd het internet op en bezwijken sommigen onder ons misschien al onder de vele nieuwe begrippen die elke dag op ons afgevuurd worden. Het tempo waarmee technologie vernieuwt, innoveert, is hoog. Misschien is het tijd om een stapje terug te zetten en met wat meer afstand de hele zaak in ogenschouw te nemen. Om te doorgronden welke evoluties er werkelijk toe doen. En uit te maken in welke richting technologie onze wereld zal laten evolueren. Daarover wil ik in dit boek schrijven. ‘Een Nieuwe Digitale Wereld’ bestaat uit vier delen. Een eerste deel waarin de brede achtergronden bij de huidige technologische wereld worden geschetst. Het doel van deze eerste hoofdstukken is het verklaren van belangrijke technologische basisbegrippen en dat in een heel eenvoudige en duidelijke taal. Ook vertel ik over de snelle evolutie die het internet en de computer reeds hebben doorgemaakt. Wat de stand van zaken vandaag de dag is en welke nieuwigheden reeds in de pijplijn zitten. Daarbij heb ik ook heel wat aandacht voor de impact die het internet en technologie in het algemeen op onze sociale en economische omgeving hebben. Begrippen als de economische globalisatie en de macht van de consument komen ruim aan bod. Na het lezen van dit eerste deel beschikt de lezer van dit boek over een grondige basiskennis over het internet en haar invloed op de moderne maatschappij. In het tweede deel van dit boek, vanaf hoofdstuk 10, beschrijf ik hoe het internet en de informatietechnologie onze blik op de wereld verbreedt, ons meer mogelijkheden geeft en onze kennis vergroot. Ik heb daarbij uitgebreid aandacht voor de voor- en nadelen van verschillende technologische oplossingen. Mijn oordeel is dat de voordelen van technologie duidelijk opwegen tegen de beperkte nadelen ervan. Technologie verhoogt de vrijheid waarover de mens beschikt. Na het lezen van dit tweede deel beschikt de lezer van dit boek over een goed inzicht in de ingrijpende invloed van informatietechnologie op het leven van de mens. Ook krijgt de lezer een goed inzicht in de werking van de informatietechnologie-industrie en wordt er duidelijk geargumenteerd waarom consumenten betalen voor kwaliteit. Het lezen van het derde deel van dit boek, vanaf het hoofdstuk 17, brengt de lezer een grondig inzicht in de concrete aard van informatie bij. Daarbij hoort een grondige uiteenzetting over hoe mensen informatie verwerken en daaruit met kennis van zaken leren handelen. Hierdoor wordt ook duidelijk hoe het arbeidsproces in onze economie verloopt en waarom dat zo is. Ook leert de lezer hoe de mens dit proces van handelen met kennis van zaken automatisch kan laten verlopen via een geautomatiseerde proces. Dit deel van het boek brengt de lezer een grondige theoretisch basiskennis van informatietechnologie bij. Dit deel verduidelijkt ook het enorme belang van informatietechnologie voor onze toekomst.

-3Het laatste deel van dit boek begint bij hoofdstuk 20, daarin kijk ik vooruit naar de toekomstige digitale wereld. De manier waarop informatietechnologie onze wereld ingrijpend zal veranderen wordt duidelijk en concreet gemaakt. Hierbij komen voornamelijk voorbeelden van toekomstige toepassingen op basis van reeds bestaande technologieën aan bod. Ik wil benadrukken dat dit boek geen toekomstvoorspelling is. Het is een beschrijving van reële mogelijkheden op basis van de bestaande technologieën die in de toekomst enorme doorbraken voor onze huidige levensstijl inhouden. Het lezen van dit laatste hoofdstuk geeft de lezer van dit boek een fundamenteel inzicht in de enorme kansen die nu reeds bestaande technologieën aan de mens bieden. Na het lezen van dit boek zal u begrijpen waarom zoveel informatie-technologen zo enthousiast zijn over de toekomst. Dat er grenzen zijn aan wat informatietechnologie vermag weet de lezer van dit boek ook. Het laatste hoofdstuk van dit boek beschrijft die grenzen, ze zijn niet anders dan de grenzen aan de wereld en het leven. De focus van dit boek ligt niet op het overdragen van technische kennis maar op het overbrengen van concepten waarmee de lezer zelf in staat is om na het lezen van dit boek via het internet en andere informatiebronnen het ontstaan van de digitale wereld mee te volgen. De in dit boek gehanteerde taal is meer beschrijvend dan technisch. Technische begrippen met een * zijn achteraan opgenomen in een verklarende woordenlijst. Ook achteraan in dit boek bevindt zich een index met een overzicht van de behandelde onderwerpen in orde van verschijnen in de tekst. Heel wat basisconcepten die ‘de wereld van morgen’ kunnen vormgeven, worden in dit boek voor een breed doelpubliek duidelijk en concreet gemaakt. Dit is een boek over technologie en haar maatschappelijke impact dat evengoed interessant is voor mensen die niet over een specifieke voorkennis beschikken. Ik hoop dat elke lezer in dit boek de ideeën en de passie vind om spontaan mee te redeneren en mee te denken. Ik schreef dit boek vanuit een enthousiasme voor de wereld. Een enthousiasme dat ik voor een groot deel te danken heb aan de gedrevenheid en de liefde waarmee mijn moeder en mijn vader de wereld aan me verklaarden toen ik nog een kind was. Daar draag ik steeds iets van mee. Ik hou eraan te vermelden dat bij het schrijven van dit boek de kennis die ik verwierf tijdens mijn studie toegepaste informatica aan de Rega Hogeschool te Leuven steeds een goede start is geweest.

-402. De Wereld Waarin Ik Ben Opgegroeid Ik ben geboren in 1974 en mijn eerste coherente herinneringen dateren ongeveer van het einde van de jaren ‘70. Ik herinner me, dat tijdens de programma’s op televisie interludia werden gespeeld. Beelden van de zee of natuurgebieden met op de achtergrond rustige mijmermuziek. Dit om de pauzes tussen programma’s op te vullen. TV-programma’s die ik me nog herinner zijn ‘Hulk’ en ‘Dukes of Hazard’. De zomers waren mooi en droog en dat leek zo door te gaan tot ergens begin de jaren ‘80. Pa en ma kochten in die periode een kleine kleurentelevisie en we waren gelukkig met de selectie aan programma’s die de nationale televisiezender voor ons maakte. Als het zou tegengevallen hebben keken we wel naar Nederland, zoals zovele Vlamingen in België. Op Nederland, daar had je tenminste nog shows. Al kan ik me niet meer herinneren dat we dat ooit deden. Vaak zei pa dat we in een heel andere wereld opgroeiden dan hij als kind had gekend. Al die nieuwe dingen. Een moderne fiets, een auto voor bijna iedereen, vliegtuigen naar Amerika. Foto’s nemen met een eigen fototoestel, de kinderen – mijn zus en ik – filmen op 8mm, muziek beluisteren op vinyl platen, radio en televisie, de stofzuiger, de wasmachine, de afwasmachine, de koelkast en de diepvriezer. Een hele reeks toestellen die het leven makkelijker maken, een wereld waar hij vroeger nooit het bestaan van had vermoed. Veel taken die vroeger door de mens zelf werden uitgevoerd, waren nu gemechaniseerd. Dat was allemaal automatisering, zei hij. Het vervangen van een reeks menselijke handelingen door een reeks gelijkaardige machinaal uitgevoerde handelingen. Niet alleen fysieke arbeid maar ook beslissingsprocessen zoals bij een airconditioningssyteem. Het was allemaal begonnen met gereedschap, zei pa. Daarmee was de mens in staat één bepaalde handeling beter uit te voeren, beter dan zonder gereedschap ooit zou kunnen. Naarmate de tijd vorderde ontwikkelde de mens steeds beter werkend gereedschap. De moeilijkheidsgraad voor het gebruiken van de gereedschappen nam daarmee ook toe. Schrijven met een pen is makkelijker dan het besturen van een drukpers. Maar met een drukpers kan je veel meer boeken drukken per dag dan één monnik boeken kon kopieren in een jaar. Voor de uitvinding van de drukpers werden boeken met de hand, pagina per pagina, overgeschreven, gekopieerd. De drukpers werkte, zoals alle toestellen in die tijd, voornamelijk met mankracht. Daar kwam pas verandering in door het uitvinden van de stoommachine. Daarmee kon men andere toestellen aandrijven en zo ontstonden de eerste fabrieken en haalde men een nog hogere productiviteit. De invoering van de stoommachine was een absolute voorwaarde voor het begin van de industrieële revolutie. Bij stoommachines werd ook de allereerste automatisering toegepast. Soms leverden de stoommachines te

-5veel energie, omdat de toestellen in de fabriek op dat ogenblik minder moesten aangedreven worden en soms leverden de stoommachines te weinig energie omdat de aangedreven toestellen sterker belast werden. Dat loste men op door de stoomklep van de stoommachine te sluiten om het toerental waarmee de aandrijfriem draaide te verlagen als de stoommachine minder aandrijfkracht moest leveren of door de stoomklep van de machine te openen als de stoommachine meer aandrijfkracht moest leveren, omdat de toestellen in de fabriek harder belast werden. De automatisering bestond erin dat dat werk, dat eerst door mensen werd gedaan, nu op een correcte manier door een machine werd uitgevoerd. Pa keek de tuin in. Hij vertelde verder. Over de mechanisering, die de invoering op grote schaal van automatisering vooraf ging. Mechanisering is eigenlijk niets anders dan het in stukjes delen van een productieproces. Het product dat eerder in verschillende stappen werd gemaakt door één en dezelfde handwerker werd nu stap voor stap gemaakt door verschillende fabrieksarbeiders die elk aan één machine hun stapje van het productieproces uitvoeren. Enkel op die manier kon onze moderne consumptiemaatschappij ontstaan. Een goed voorbeeld van mechanisering is de productie van wagens aan een lopende band. Het valt op dat hierbij de vaardigheid van de arbeiders nog steeds van belang is. Doen de arbeiders hun werk niet goed, dan laat de kwaliteit van de wagen te wensen over. Dat is nog steeds zo. De overgang van mechanisering naar automatisering kwam er door de machine volledig autonoom te laten werken, zonder tussenkomst van de mens. Bijvoorbeeld een wasmachine die je enkel moet vullen, starten en die dan een seintje geeft als de was gedaan is. En dan kom je al vrij dicht in de buurt van automatisering met behulp van computers. Pa keek me lachend aan. Dat was de wereld die hij had zien ontstaan. Een wereld waarvan hij het bestaan nooit vermoed had toen hij als kleine jongen op het tabaksveld achter mijn grootmoeders huis stond te werken in de zomervakantie. Hij was zeven jaar oud toen. Het was net geen kinderarbeid. Nu terwijl ik deze tekst schrijf, in 2007, is dat meer dan 55 jaar geleden. Ik ben zelf al geen kind meer zoals toen we 20 jaar geleden daar bij het venster aan de tuin stonden te spreken over automatisering. Velen kunnen zich het nu gewoon niet meer voorstellen dat kinderen van zeven tijdens de zomervacantie voluit meewerkten op het veld. Mijn grootvader wist wel beter. Hij besliste dat pa naar de vakschool zou gaan. Daar studeerde hij elektriciteit en elektronica. Op school bouwde hij een radio. Hij leerde over transitoren. En later, door het werk was hij uit het verre West-Vlaanderen in Brussel terechtgekomen. Maar had hij ooit, daar op het tabaksveld het bestaan van transistors kunnen vermoeden. Hoezeer transistoren verkleind zouden worden en tot de eerste geïntegreerde schakelingen zouden leiden. Ik denk het niet. Pa nam toen ook een boekje uit de boekenkast met een tekening van een van de eerste geïntegreerde schakelingen. Ik zag allerlei vreemd symmetrisch gevormde schema’s. De basis voor de werking van een

-6computer, zei hij. Ik begreep er niets van. Ik was nog een kind. internet bestond al, maar we wisten het toen nog niet. Het

-703. Korte Geschiedenis Van Het Internet En De Computer Nu, in 2007, hoef ik maar even iets in te tikken in een internetzoekmachine en al gauw lees ik over de ontstaansgeschiedenis van het internet. Ik lees dat de allereerste ideeën voor het ontwikkelen van een computernetwerk dat algemene communicatie toeliet tussen gebruikers van verschillende computers voor het eerst verschenen in de late jaren 1950. En dat de eerste praktische implementaties van computernetwerken begonnen in de late jaren 1960 en 1970. Vanaf de jaren 1980 begonnen de basistechnologieën voor het moderne internet zich over de wereld te verspreiden. En in de jaren 1990 werd met de introductie van het World Wide Web (WWW) de basistechnologie beschikbaar die het gebruik van het internet bijna algemeen zou maken. De termen Internet en World Wide Web zijn geen synoniemen van elkaar. Het internet is het geheel van fysisch – met kabels en draden – onderling verbonden computernetwerken. Met andere woorden, een netwerk van netwerken. Het wereldwijde web is een verzameling van onderling verbonden documenten, verbonden door hyperlinks* en URL’s*. Het wereldwijde web is toegankelijk via het internet. Essentieel voor het functioneren van het internet is dat elk onderdeel van dit gigantische computernetwerk een unieke identificatie heeft. Het toekennen van een unieke internet identificatie wordt gecoördineert door het ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers). De Amerikaanse overheid heeft een belangrijke rol in het goedkeuren van veranderingen die betrekking hebben op de kern van dit unieke identificatiesysteem. Dit is zeer normaal aangezien het internet enkel tot stand kon komen door Darpaonderzoek en ook lange tijd verder werd ontwikkeld binnen deze Amerikaanse defensieorganisatie. DARPA staat voor Defense Advanced Research Projects Agency. De rol van het ICANN beperkt zich enkel tot het coördineren van de toekenning van een unieke identificatie. Het internet bestaat uit verschillende vrijwillig verbonden netwerken waarbij er geen centrale regelende organisatie is voorzien. Voor de internetgebruiker verloopt de toegang tot het internet meestal via de diensten van een ISP (Internet Service Provider). De ISP biedt toegang tot het internet aan en levert daarmee verbonden diensten zoals domeinnaam*registratie en website-hosting*. ISP’s zijn vaak telefoon- of kabelmaatschappijen. Toegang tot het internet verliep in de jaren 1990 meestal via een inbelverbinding. Via een modem* die werd aangesloten op het spraaktelefoonnetwerk had men toegang tot het internet. Snellere toegang is ook mogelijk, via een DSL*-verbinding zoals ADSL*. En ook de coaxkabel* van de televisiemaatschappijen is sneller dan een inbelverbinding en wordt nu volop ingezet voor internettoegang. Internettoegang kent een onstuitbare evolutie naar steeds meer bandbreedte* en steeds hogere verbindingssnelheden.

-8Het wereldwijde web introduceert een belangrijk nieuw begrip bij de computergebruiker die van zijn computer en het internet gebruik maakt om informatie op te zoeken. Alle documenten die beschikbaar zijn via het wereldwijde web zijn via hypertext* met elkaar verbonden. Door middel van hypertext kan men binnen een computeromgeving van één deel van een document springen naar een ander deel van dat document of van het ene document verspringen naar het andere document. Dat gebeurt via het aanklikken van hyperlinks*. Hierdoor staan de aangeboden documenten niet meer los van elkaar maar zijn ze alle onderling verbonden en kan je al doende informatie ontdekken. Het programma dat je op je computer gebruikt om documenten via het wereldwijde web te consulteren is een webbrowser*. Letterlijk vertaald, een web-bladeraar, van het werkwoord bladeren. Met de webbrowser surf je van webpagina naar webpagina door het aanklikken van de hyperlinks in die webpagina’s. Een website is dan een groep van samenhorende webpagina’s. En het wereldwijde web bestaat uit zeer veel verschillende websites. En die kan je bezoeken als je computer aangesloten is op het internet. Misschien een woordje meer over die computer. De computer. De computer is een gegevensverwerkende machine die opgebouwd is uit elektronische bouwstenen. Eerst werd de computer gebruikt voor voornamelijk administratieve toepassingen en wetenschappelijk rekenwerk. Nu kent de computer echter een bijna universeel toepassingsgebied. Vele mensen gebruiken het toestel elke dag voor de meest diverse informatieverwerkende taken. Het toepassingsgebied van computertechnologie breid zich nog steeds uit. Tegenwoordig worden er van zeer veel elektronicatoestellen die vroeger enkel analoog werkten enkel nog digitale versies gemaakt. De betekenis van analoog en digitaal licht ik hieronder toe. De voor particulieren best bekende computer is de PC, de personal computer. Analoog, Digitaal Een elektronisch component dat analoog signalen meet, meet elke mogelijke waarde die een signaal kan aannemen tussen de beneden- en bovengrens waarbinnen het component in kwestie werkt. Een analoog component dat de temperatuur meet en begrensd is tussen 0° Celsius en 100° Celsius meet elke mogelijke temperatuur tussen 0 en 100° Celsius. Het analoge signaal is een continu, doorlopend signaal. Een elektronisch component dat op een digitale manier signalen meet, meet 1 van de vooraf vastomlijnde waarden ongeacht de exacte waarde die het signaal heeft. Het signaal wordt afgerond naar één van die stapsgewijze waarden tussen de beneden- en bovengrens waarbinnen het component werkt. Bijvoorbeeld een digitaal component dat de temperatuur meet tussen 0° Celsius en 100° Celsius en dat doet het in 5 stappen van 20° Celsius

-9waarbij het bereik tussen 0° en 20° gelijk gesteld wordt aan 10°, 20°-40° = 30°, 40°-60° = 50°, 60°-80° = 70° en 80°-100° = 90°. Ongeacht de werkelijke temperatuur zijn er dan 5 mogelijke meetresultaten: 10°, 30°, 50°, 70° of 90°. Het digitale signaal is een discontinu, stapsgewijs signaal. Des te fijner de stapsgewijze waarden waarmee het digitale component meet, onderverdeeld zijn, des te beter benadert het digitale component de door het analoge component gemeten waarde. De PC. De personal computer is een modulair samengesteld systeem opgebouwd rond een microprocessor, de CPU*. Deze processor zit vastgeklikt op een moederbord dat vastgeschroefd is in de PC-kast. Het moederbord verbindt alle interne componenten met elkaar. Niet alleen de processor maar ook het werkgeheugen* is meestal direct verbonden met het moederbord. Verder verbindt het moederbord andere PC onderdelen zoals de grafische kaart*, de geluidskaart*, de harde schijf*, de diskdrives* en de CD-ROM*-drive en de DVD*-drive met elkaar. Dit alles zit in de PC-kast en wordt van elektriciteit voorzien via een elektrische voeding die ingeplugd wordt in het netstroom contact. Via verschillende stekkers en kabels is de PC verbonden met diverse invoeren uitvoerapparaten zoals het toetsenbord, de computermuis, het beeldscherm, de scanner, de luidsprekers en de printer. Dat is de PC hardware. Even belangrijk is de PC software. De basiswerking van de PC wordt verzekerd door het besturingssysteem* dat de PC aanstuurt en de basisinteractie met de gebruiker mogelijk maakt. Het bekendst is hier Windows van Microsoft. Daarnaast zijn er zeer veel en verscheiden toepassingsprogramma’s die de gebruiker de kans bieden specifieke taken uit te voeren. Deze toepassingsprogramma’s werken enkel indien ze overweg kunnen met het besturingssysteem. Het besturingssysteem biedt de basis waarop de verschillende toepassingsprogramma’s draaien. De meest verspreide, en hierboven beschreven, PC hardware configuratie is de IBM PC. Deze configuratie kende en kent een groot succes omdat ze in licentie kon geproduceerd worden door diverse andere fabrikanten naast de oorspronkelijke producent IBM. De IBM PC zorgde voor een eerste standaard in de particuliere computerwereld. Heel lang was een computer iets waarvoor je naar de computerclub moest en dat je zelfs zelf diende te monteren uit allerlei losse onderdelen in een zelfbouwpakket. Iets voor hobbyisten. Hierdoor was er ook geen basis voor eenzelfde algemeen gebruikt besturingssysteem. Door het ontbreken van een gemeenschappelijke hardware- en softwarebasis, een platform genoemd, was er geen markt voor algemene computertoepassingen en werden de inspanningen van ontwikkelaars van toepassingsprogramma’s niet beloond. Door de IBM PC en de Windows-software van Microsoft ontstond dit platform wel. En met de

- 10 wijdverspreide markt komt automatisch ook een wijdverspreide voor iedereen beschikbare functionaliteit – in de vorm van algemeen werkende toepassingsprogramma’s – die de manier van werken en leven beïnvloedt. De computer was niet langer meer enkel iets voor hobbisten maar kon nu ook werkelijk gebruikt worden door kleine bedrijven en zelfs particulieren. Vele andere besturingssystemen en hardware configuraties zoals ondermeer die van Apple streden, strijden om een plaatsje in de zon. Apple combineert de door haar ontwikkelde hardware met een zelf ontwikkeld Apple besturingssysteem en eigen toepassingsprogramma’s. Ondanks de zeer overtuigde Apple fans en de onmiskenbare ontwerpkwaliteit van de aangeboden producten slaagde Apple er niet deze troeven te verzilveren tegenover concurrent nr 1 Microsoft. Recent is er voor Apple bij de MP3muziekspelers wel verandering in gekomen met de iPod-familie. Verder in dit boek meer daarover. De echte, analoge wereld, digitaal voorgesteld. De wereld zoals wij die rondom ons ervaren is een analoge wereld. Onze ervaringen en onze handelingen vinden allemaal plaats in een voor de computer onbekende wereld. We zien kleuren, ruiken geuren en horen geluiden in een wereld vrij van de veilige stappen waarbinnen een computer elektrisch gezien beweegt. Muziek bestaat uit oneindig fijn variërende trillingen. Een continue harmonieuze stroom van geluiden. Hoe komt men dan tot een digitale weergave van deze analoge wereld ? Digitaal opgeslagen muziek klinkt in onze oren als muziek omwille van dezelfde oorzaak die het mogelijk maakt dat we bewegende beelden zien in de filmzaal. Film, of bewegende beelden, bestaat uit elkaar logische opvolgende stilstaande beelden, frames, die snel achter elkaar getoond worden waardoor in onze waarneming de illusie van vloeiende beelden ontstaat. Dit omdat het bereik van ons visueel waarnemingsvermogen beperkt is. En ook ons auditief waarnemingsvermogen is beperkt. Niet alleen wordt het geluidssignaal zeer fijn opgedeeld in kleine gemeten, gesampelde, stukjes geluid waardoor men het gevoel van analoge muziek benadert. Door het weglaten van bepaalde frequenties uit het gesampelde, gemeten geluid wordt ook de grootte van het ontstane muziekbestand beperkt wat een makkelijke verspreiding mogelijk maakt. Deze frequenties worden zo gekozen dat dit onmerkbaar is voor mensen met een normaal gehoor. Er worden ook andere technieken toegepast om de grootte van digitale muziekbestanden te beperken. Bij het beluisteren van muziek is het zo dat we enkel de meest in het oor springende klanken opmerken. We horen enkel de meest opvallende klanken. Als bijvoorbeeld twee gelijkaardige freqenties gelijktijdig te horen zijn horen we enkel de meest luide frequentie van beiden. Als een minder luide klank volgt op een luidere klank duurt het even, tot zelfs een tiende van een seconde, voor we de stillere klank horen. Die stillere klank kan je dan even weglaten.

- 11 Het digitale signaal bevat dus steeds minder informatie dan het analoge signaal. Dit omdat het digitale signaal uit de resultaten van een stapsgewijze meting van het analoge bronsignaal bestaat. De code waarmee het van analoog naar digitaal omgezet geluidssignaal digitaal wordt opgeslagen berust op een afspraak. Het is een standaard die met de meeste zorg werd ontwikkeld maar die evengoed anders had kunnen zijn. Dat geldt voor alle digitale bestandsformaten, de gemaakte afspraken voor de digitale gegevensvoorstelling kunnen even goed anders zijn. Dat wordt geïllustreerd door de veelheid aan bestandsformaten en standaarden die ongeacht het onderwerp terug te vinden zijn in de digitale wereld. Dit zijn enkele muziekweergave. WMA WAV MIDI AAC Ogg Vorbis DPCM ASF VQF van de meer populaire formaten voor digitale

Windows Media Audio Waveform Audio Music Instrument Digital Interface. Advanced Audio Coding Een gratis, open en niet gepatenteerd muziekformaat Adaptive Differential Pulse Code Modulation Advanced Streaming Format Vector Quantization Format

Deze veelheid aan muziekformaten vind ondermeer zijn oorsprong in de enorme popularisering van het internet. Het belangrijkste formaat is het MP3 formaat. MP3 technologie maakt gebruik van de tekorten in ons gehoor om digitale muziekbestanden tot het tienvoudige te verkleinen. De door ons gehoor niet opgemerkte klanken wordt tijdens het omzetten naar MP3 formaat weggelaten. De overbodige bits worden vervangen door afkortingen. Een muziekbestand van 50 MB is nog maar 5 MB groot in MP3 indeling. MP3 technologie werd ontwikkeld door het Duitse Fraunhofer Instituut voor Geïntegreerde Schakelingen dat een Duits patent nam in 1989. Het nieuwe formaat werd toegevoegd aan de standaarden voor digitale audio- en videocompressie van de Moving Picture Experts Group, MPEG. De afkorting MP3 staat voor ‘MPEG audio, layer three.’

- 12 04. De Multimedia PC En De Opkomst Van Het Internet Hoewel de basistechnologieën voor het internet en het wereldwijde web reeds geintroduceerd werden in 1990 hebben veel mensen eerder kennis gemaakt met de multimedia PC. De PC was in sommige gezinnen al min of meer ingeburgerd als hulpmiddel bij de gezinsadministratie, vooral bij het schoolwerk van de kinderen en werd ook al regelmatig eens gebruikt voor spelletjes. PCs werden echter voornamelijk louter administratief gebruikt. De PC als centraal verzamelpunt voor de mediabeleving binnen het gezin was een volledig nieuw concept. Een beetje vergezocht zelfs. Foto’s werden nog ontwikkeld op negatief, afgedrukt op fotopapier of bewaard als dia’s. De meeste filmcamera’s bewaarden opgenomen beelden op film of op videocassettes. Er was wel één uitzondering. Zeer veel muziek werd verkocht in CD*-formaat. En de multimedia PC had een CD-lezer aan boord waarmee de muziekcd afgespeeld kon worden en later was het zelfs mogelijk met behulp van extra software de muziekcd naar de harde schijf te kopiëren. De multimedia PC had ook software aan boord om muziek, foto’s en video’s te bewaren, te ordenen en af te spelen. Later werd de mogelijkheid muziekcd’s te kopiëren, naar de harde schijf van de PC, geïntegreerd in ondermeer de Windows Media Player. Het belang van het centraal beheer van multimediaverzamelingen werd dermate hoog ingeschat dat de Windows mediaspeler onlosmakelijk werd ingesloten in het Windows besturingssysteem dat bij de aankoop van een IBM PC werd meegeleverd. Microsoft kwam door deze politiek uiteindelijk zelfs in aanvaring met de Europese mededingingsautoriteiten. De multimedia PC werd nooit een echt succes in zijn oorspronkelijk concept. Het allesomvattend verzamelpunt voor alle mediabeleving binnen het moderne gezin bleef in de meeste gezinswoningen een afgelegen eilandje met een beetje muziek, enkele afbeeldingen en uitzonderlijk enkele videofragmenten. Dat was vooral omdat de mediabeleving nog stevig verankerd was aan de gevestigde media-apparaten zoals de HIFI*-keten, de radio, de cd- en cassettedeckcombinatie maar ook aan de televisie en de videorecorder. Ook ontbrak het de multimedia PC grotendeels aan de af te spelen multimediabestanden wegens het ontbreken van de nodige invoerapparaten. Hoe kreeg je een vinyl LP* op je PC. En in godsnaam waarom. Als je een CD beluisterde, deed je dat bij de HIFI in je kamer of de woonkamer. Belangrijk was wel dat de mogelijkheden om media op te slaan, af te spelen en te ordenen definitief toegevoegd waren aan het potentiële takenpakket van de moderne PC in huis. Ondertussen raakte het internet langzaamaan meer en meer ingeburgerd. Lange tijd had het internet een sluimerend bestaan gekend op de achtergrond. Zoals voor elke nieuwe technologie was het voor het internet wachten op voldoende verspreiding om de kritische drempel te bereiken waarbij een echte doorbraak en massagebruik mogelijk werden. Zoals veel nieuwe technologieën kende het internet zijn eerste echte doorbraak door

- 13 een killerapplicatie. Een toepassing die iedereen onmiddellijk wilde beginnen gebruiken, email. Naarmate meer en meer mensen ook daadwerkelijk email gebruikten werd het voor diegenen die nog niet over een emailadres beschikten steeds interessanter ook emails te kunnen versturen. Email was voor velen de eerste kennismaking met internet. Het was de eerste internet killerapplicatie. Dankzij de gratis via het internet opvraagbare emaildiensten die een massaal succes kenden in de tweede helft van de jaren 1990 kwamen zeer velen op het internet zonder thuis over internettoegang te beschikken. Tijdens de pauze op de hogeschool keek ik mijn email-inbox* na en surfte ik voor het eerst naar nieuwsportals op het internet. Netscape bijvoorbeeld, als ik het me goed herinner. Het was een eerste contact met een heel nieuwe wereld die me enkele jaren eerder nog geheel onbekend was. Een jaar later hadden sommige medestudenten reeds internettoegang op hun kot en waren er allerlei aansluitcampagnes voor internettoegang via de eerste ISP’s. Het internet leek wel een vliegende start te nemen. Niet lang daarna kwam ik via een gekopieerde muziekcd in contact met de tweede internet killerapplicatie. Ik was zeer verbaasd toen mijn medestudent me voorstelde gauw even de muziek waar we het net over hadden te downloaden en op CD te branden. Door het massale aantal particuliere PCs dat verbonden werd met het internet werd er niet langer enkel meer gemaild maar werden er in de beslotenheid van de huiskamer en het studentenkot ook massaal muziekbestanden uitgewisseld. Sinds de multimedia PC waren muziekcd’s en de PC geen onbekenden meer voor elkaar. Het nieuwe MP3-formaat maakte het voor het eerst mogelijk voordelig, zonder lange wachttijden wegens de beperkte bestandsgrootte, muziekbestanden via het internet uit te wisselen. Een vrij te gebruiken toegang tot het internet bood plots één nieuw duidelijk voordeel. Het gratis uitwisselen, downloaden van liedjes in MP3-formaat. Hierdoor wilden zeer veel mensen zelf, als particulier, toegang tot het internet. Muziek uitwisselen was de onuitgesproken reden waarom mensen thuis internet wilden. Thuis kreeg ik uiteindelijk toegang tot het internet via de coaxkabel na enkele pogingen met gratis internet via de telefoonmodem. Een belangrijk argument in de discussie binnen ons gezin was het nut van internet bij het uitvoeren van school- en studiewerk. Niet alleen was de muziek gratis, de keuze was ook veel uitgebreider. Ik was niet langer meer beperkt tot het kleine aanbod in de muziekwinkel. Een aanbod dat beperkt wordt door de keuze die de muziekverdelers maken. Met CD’s die slechts een bepaalde tijd in de winkel te verkrijgen zijn en daarna niet meer. En vaak werd de muziek die ik echt wilde kopen in Europa zelfs niet eens op de markt gebracht. Eigenlijk heeft elke winkel maar een beperkte opslagruimte waardoor het beschikbare aanbod direct moet opbrengen, onmiddellijk verkopen, en zo worden enkel de voorspelbare hits

- 14 aangeboden. En voor de winkel moet je naar de stad. moet je tot bij je computer. Voor het internet

De peer-to-peer*-diensten waarmee muziek wordt uitgewisseld zijn in principe gebaseerd op het wederzijds aanbieden van bestanden. Hierdoor krijgt elke gebruiker toegang tot de muziekverzameling van elke andere aangesloten gebruiker. Sommige leden van dergelijke uitwisselingsdiensten bieden echter zeer uitgebreide muziekbibliotheken aan. Hun aanbod, vele malen groter dan de mediaverzameling van een doorsnee particulier, maakt van de media-uitwisselingsdiensten een zeer ontwrichtende factor voor de content-industrie, anders genoemd, de muziek-, film-, televisie-, videoindustrie. Zo vond ik op het internet de in de winkel onvindbare liedjes terug. Ik verkreeg telkens een perfecte digitale kopie van het aangeboden bestand. En dat gratis. Muziekuitwisseling is de eerste grote motor geweest voor particuliere internettoegang. Het leidde ook tot een nieuwe familie producten binnen de consumentenelektronica, de draagbare muziekspelers. Door het gratis downloaden van MP3-bestanden ontstonden zeer grote muziekverzamelingen die men uiteindelijk ook los van de PC wilde gaan beluisteren. Het antwoord hierop was de MP3-speler. De MP3-speler is een klein draagbaar toestel voor weergave van geluidsbestanden in MP3-formaat of in andere muziekformaten. De bestanden worden opgeslagen in flash*geheugen, op een kleine harde schijf of op een uitneembaar geheugenkaartje. Er is een enorm aanbod aan draagbare muziekspelers. Meestal luister je via oortjes maar vaak kan de MP3-speler nu ook al aangesloten worden op de HIFI-keten of de autoradio. De eerste familie MP3-spelers die een werkelijk massale verkoop kenden zijn de iPods van Apple. Apple combineerde daarbij als eerste producent met succes draagbare muziekspelers, de hardware, met een mediaspeler die beschikbaar is voor zowel Apple’s als Windows’ besturingssysteem, de software iTunes, en de elektronische muziekverkoop via de gelijknamige internetwinkel iTunes. Apple realiseerde wat Microsoft eerder door de koppeling van de Windows Media Player met haar besturingssysteem had betracht. Apple schijnt Microsoft te snel af te zijn maar zoals reeds in het verleden met de PC bleek is de race echter nooit helemaal gelopen. Muziek downloaden via internet heeft een grote impact op de verkoop van muziekcd’s. Sinds enige tijd beginnen, na jarenlange tegenvallende muziekverkopen, de eerste bakstenen muziekwinkels uit het straatbeeld te verdwijnen. De platenmaatschappijen gaan ervan uit dat dit een duidelijk gevolg is van het massaal downloaden van muziek. Critici geven ook andere redenen aan voor de minder verkoop. Het is ontegensprekelijk zo dat er talloze andere ontspanningsmogelijkheden voor de consument zijn bijgekomen. Mobiele communicatie, bijvoorbeeld, was tien jaar geleden geen uitgavenpost voor de consument maar neemt nu ongetwijfeld een aanzienlijk deel van het gezinsbudget in. Los van andere verschuivingen in de consumentenuitgaven valt het niet te ontkennen dat de start van muziekuitwisseling via het internet samengaat met het begin van een

- 15 enorme terugloop in muziekcd-verkoop. Door de hogere beschikbare bandbreedte is nu ook het uitwisselen van films makkelijker geworden en zijn de filmverdelers en rechtenhouders naarstig op zoek naar werkbare technologieën voor het afschermen van hun auteursrechterlijk beschermde werken. Ondanks de druk op de winstmarges van de content-industrie is er nog steeds geen allesomvattende en zowel voor de consumenten als de handelaars aanvaardbare oplossing voor digitaal rechtenbeheer ontwikkeld. De explosieve groei van het Internet. De razendsnelle inburgering van het internet bij gewone consumenten maakte zeer vele investeerders uitermate geïnteresseerd in de kansen tot zakendoen die door het internet mogelijk zouden worden. Vanaf 1998 ontstond internetbedrijf na internetbedrijf. De wildste plannen werden gesmeed en nog meer bedrijven werden opgericht. Op korte tijd ontstond er een hele interneteconomie die zichzelf tot buiten proporties opblies. Dat kon niet zonder gevolgen blijven. De mens is eigenlijk een wonderlijk wezen. Hij heeft de gave te zien, te denken en te begrijpen. Vooruit te denken. Te zien in beelden die soms zo krachtig als een koortsdroom zijn. De mens heeft de gave om plots veel verder vooruit te denken. En plots was het werkelijk overal. Het internet overspoelde de media met wonderlijke visioenen en voorspellingen. Het was de aankondiging van een nieuw tijdperk, het Informatie Tijdperk. Van de Information Superhighway. Nog volledig onbekend maar zo krachtig al aanwezig voor wie het wilde zien. Het jaar was 2000. De verhalen gingen ongeveer als volgt. Het internet zal de ruggegraat van onze maatschappij vormen. Een informatiesnelweg waarlangs alles en iedereen met elkaar verbonden zal zijn. Alle informatie zal voor iedereen beschikbaar worden. Het internet zal de wereld één maken in economisch, sociaal en politiek opzicht. Het biedt bovenal ongekende kansen voor een nooit geziene groei in wereldwijde handel. Het was een krachtig visioen. Een voorspelling die ondanks de lange beurscrash tussen 2001 en 2003 overeind bleef. Naarmate deze koortsdroom steeds meer ontdaan werd van haar emotionele, ideologische en andere onredelijke elementen worden de toen geuite voorspellingen steeds beter waarheid in de realiteit rondom ons. Het blijkt ook duidelijker dat er zowel positieve als negatieve kanten aan het internetverhaal verbonden zijn. Het wordt nu, in 2007, duidelijk dat het internet vele voordelen biedt aan consumenten persoonlijk maar ook dat het internet daarnaast, als instrument voor de economische globalisatie, een enorme impact heeft op ieders leven. Vele vormen van arbeid die digitaal verzonden kunnen worden, zullen uiteindelijk verplaatst worden naar de meest kostenefficiënte locatie en van daaruit uitgevoerd worden. Het coördineren of zelfs uitvoeren van een arbeidsproces kan nu via het internet. Bedrijven uit welstellende delen van

- 16 de wereld zijn nu in staat om zeer efficiënt arbeid op goedkopere plaatsen zoals China of India aan te sturen en in te passen in hun productieproces. Uiteindelijk verhoogt dat de koopkracht van de mensen daar en willen ook andere producenten van fysische goederen daar fabrieken opstarten. Om de nieuwe consumenten in deze zich nu ontwikkelende landen producten te verkopen waarover ze nog niet beschikken. Amerika: Europa: India: China: 1000 0660 0009 0006 wagens wagens wagens wagens / / / / 1000 1000 1000 1000 inwoners inwoners inwoners inwoners

(cijfers onder voorbehoud)

Volgens de economische theorie zorgt dit op een bepaald moment in de toekomst voor een gelijkschakeling van alle economische voorwaarden en, zo zegt men, voor een economische productie en welvaart die hoger is dan indien de verschillende wereldmarkten van elkaar afgescheiden zouden blijven. Voor het individu is de aanpassing echter groot. Zoals elke verandering die plaatsvindt buiten onze wil om en een impact heeft op ons onmiddellijk leven is het de kunst om hiermee op een goede manier om te gaan. De keuze voor het vrijmaken van de wereldhandel werd gemaakt om de welvaart van de gehele wereld te verhogen. Dat daarbij voor het individu soms grote wrijvingen in het persoonlijke leven ontstaan is onvermijdelijk, maar voor een deel is dat ook eigen aan het leven zelf. Het is het hogere tempo van de veranderingen dat voor onrust zorgt. Positief is de snel toenemende welvaart in de ‘lage loon’-landen. Hoe deze welvaartstoename ook concreet verdeeld wordt. Professor Paul de Grauwe merkt daarover in zijn boek “Waar gaat het naartoe met onze economie” op: “De feiten kunnen echter moeilijk ontkend worden: de extreme armoede in de wereld daalt. Deze daling heeft tot gevolg gehad dat het aandeel van de armen in de wereldbevolking sinds 1981 is gehalveerd: van 40% naar ongeveer 20%.” (p76) Professor De Grauwe definïeert in hetzelfde boek extreme armoede als een inkomen kleiner of gelijk aan 1 dollar per dag. Dat is de keuze die de wereldelite gemaakt heeft. Het internet zelf, is daarbij enkel één van de vehikels voor deze globaliserende wereldhandel. Het internet is een technologisch iets. Het is waardenvrij in het opzicht dat het door de mens met hetzelfde gemak ten goede of ten kwade kan gebruikt worden. Vele van de technologische doorbraken uit de recente geschiedenis werden voornamelijk ten goede gebruikt. De mens is, in tegenstelling tot iets onbezield zoals het internet, nooit waardenvrij. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de mensen naar het goede streeft. Ook zij die meer beslissingsmacht hebben dan anderen. En meestal zal het internet in dat streven naar het goede ingeschakeld worden. Dat was eerder al het geval voor wetenschappelijke en technologische doorbraken in de moderne geneeskunde, de industriële productie, de landbouw en in andere delen van onze samenleving.

- 17 05. De Gestage Intrede Van Het Internet In Onze Levens Tijdens de internetboom tot 2000 werden zeer veel nieuwe internetbedrijven opgericht. Er werden belangrijke infrastructuurinvesteringen gedaan zoals die in glasvezelkabels. De internetimplosie van 2001 heeft heel wat jonge internetbedrijven met zich meegesleurd. Maar de glasvezel, die zit in de grond. En daar wordt nu al, en zal ook verderop in de toekomst, goed gebruik van gemaakt worden. Gelijkaardige scenario’s vonden reeds eerder in de economische geschiedenis plaats, bijvoorbeeld bij de spectaculaire opkomst van de spoorwegen. Toen was er na afloop van de spoorwegboom een uitgebreide spoorinfrastructuur gerealiseerd waarvan later gebruik werd gemaakt voor de verdere ontwikkeling van een op de spoorweginfrastructuur gebaseerde economie. Zo zal al die glasvezel, en andere investeringen in internetinfrastructuur door bedrijven en particulieren, uiteindelijk tot een op het internet gebaseerde economie leiden. Deze overwegingen waren echter ver verwijderd van de manier waarop particulieren voor het eerst met het internet in contact kwamen. Het internet, daarmee kan je emailen, zo zei men. Zoals reeds eerder aangegeven was de belangrijkste eerste stimulans voor internetgebruik het uitwisselen van electronic mail, email. Naarmate meer en meer mensen voor toegang tot het internet kozen, werd het makkelijker in de behoefte tot betekenisvol contact met bekenden te voorzien. Iedereen heeft toch email, kreeg je al snel te horen indien je nog niet over een emailadres beschikte. Lange afstanden tijdens een wereldreis of meer in de tijd gespreide communicatie worden nu bijna altijd overbrugd via email, ofwel vanuit het internetcafé of via een andere internettoegang op reis, ofwel via internettoegang in de eigen woning, ofwel vanop een draagbaar toestel met draadloos internet ergens in de stad. Ook wordt het internet ingezet bij directere, meer onmiddellijke communicatie. Bijvoorbeeld ’s avonds tussen schoolkinderen die via IM* (Instant Messaging) korte tekstberichtjes over en weer sturen. Of er wordt zeer snel en chaotisch gecommuniceerd via een chatkanaal, wat chatten* genoemd wordt. Of er worden berichten gepost op een forum*. Dat zijn dan antwoorden op een vraag rond een bepaald onderwerp, technisch of niet; of men ventileert via fora een mening in verband met bepaalde actuele gebeurtenissen. Bij fora wordt er meestal een moderator aangeduid die de geschreven boodschappen in de gaten houdt en de ongepaste boodschappen verwijdert. Sommige fora kennen een groot succes omdat ze goede informatie bieden rond een specifiek onderwerp of omdat ze een publieke uitlaatklep bieden voor de al dan niet gefundeerde mening van het individu. Het forum is het eerste type van internettoepassing dat aan particulieren de kans geeft hun mening of kennis aan de samenleving kenbaar te maken zonder dat ze daarvoor kosten moeten maken of over technische kennis moeten beschikken. Daartegenover staat dat de particulieren niet vergoed worden voor de kennis die ze aanbieden. Ook wordt de bijdrage gemodereerd, en

- 18 biedt een post* op een forum weinig mogelijkheid tot een persoonlijke lay-out of wat de eigen keuze van onderwerpen betreft. Het ontbreken van de persoonlijke keuzevrijheid op het gebied van webpaginaontwerp en in de keuze van onderwerpen die opduiken bij het gebruik van fora zijn er niet als je een eigen website opstart. Belangrijk is ook dat je eigen bijdrage aan het debat of de kennis die je deelt via een eigen website, meer wordt gezien als jouw eigen bijdrage. Een tekst op je eigen website wordt ook door anderen gezien als jouw eigen tekst. Ook ben je zelf je eigen moderator. Geen enkele van je bijdragen verdwijnt na een, door anderen bepaalde tijd, tenzij je dat zelf wilt. Er zijn echter ook belangrijke nadelen. Je bent zelf verantwoordelijk voor het ontwerp en de hosting van je website. Daar moet je ook financieel voor instaan. En het is niet altijd duidelijk wat er wordt aangerekend voor de hosting*. Wat als je plots 1.500.000 hits* per dag krijgt. Het is niet altijd zo dat je website bereikbaar blijft indien er onvoorzien veel mensen je website bezoeken. Wel duidelijk is dat, indien je enig succes wilt kennen met je website, je een eigen publiek van regelmatige bezoekers moet kunnen vinden. Of beter, het publiek moet je website vinden. Toch hebben heel wat handige hobbyisten en mensen met een missie gebruik gemaakt van de relatief lage instapkosten en zelf met succes een website op internet gezet. Klassieke bedrijven hebben niet onmiddellijk de stap naar het internet gezet. Zij keken de kat uit de boom. Het valt nu moeilijk voor te stellen maar in de waarneming van zeer velen was het geen uitgemaakte zaak dat internet een succesvolle verspreiding zou kennen. Zelfs technologie insiders zoals Microsoft’ Bill Gates waren er relatief lang van overtuigd dat internet geen algemene verspreiding zou kennen. Durfkapitalisten leverden wel het kapitaal waarmee heel wat specifiek internetbedrijven werden opgericht. Meestal waren dit e-commerce* websites. Het merendeel van deze eerste e-commerce initiatieven ging uiteindelijk op de fles. Onder druk van de economische crisis werd het pijnlijk duidelijk dat handel via het internet niet enkel uit kostenvoordelige virtuele transacties bestaat maar ook uit het bij geografisch zeer verspreide klanten ter plaatse afleveren van fysische goederen. Dat daartoe eveneens voorraden ter beschikking dienen gehouden te worden in een magazijn was maar een van de vele details waarmee niet altijd rekening was gehouden. Andere bedrijven zoals bijvoorbeeld Amazon.com, een e-commerce website, of eBay.com, een platform voor het veilen van producten door particulieren, hadden wel een goed zakenplan, bleven overeind en kennen nu een succesvol bestaan. Zo blijkt duidelijk dat ondernemen nog steeds ondernemen is, ondanks het internet. De eerste bedrijven die diensten aanboden waarvan gewone internetgebruikers wel regelmatig gebruik maakten boden een onmiddellijk bruikbare en gratis dienst. Dat waren in mijn herinnering vooral de websites die gratis email aanboden wat vaak gecombineerd werd met andere informatiediensten in een portal, of startpagina.

- 19 Portals zijn toegangspoorten tot het internet die in de webbrowser als startpagina ingesteld kunnen worden en die een selectie van de diensten en links naar de beste websites op het internet aanbieden. Ook zijn er de zoekmachines. Deze zoekmotoren organiseren de informatie die aanwezig is op het internet. Na het intikken van een zoekterm biedt een zoekmotor een lijst van geschikte websites aan. Zoekmachines doen dit door geautomatiseerd het hele internet te indexeren en ze houden daarbij gelijke tred met de explosie van nieuwe websites. Zoals de portals wedijveren ook de zoekmachines met elkaar om de hoogste bezoekersaantallen. De portals wilden hun inkomsten voor een deel uit advertenties halen en voor een deel uit uitgebreidere betalende diensten, ook premium diensten genoemd. Door het aanbieden van gratis basisdiensten zoals email en de zorgvuldige redactie van een goed informatieaanbod hoopten de portaalsites voldoende gebruikers te lokken en deze regelmatig te laten terugkeren om voldoende hoge advertentieprijzen te kunnen aanrekenen. In Amerika spreekt men soms oneerbiedig van ‘eyeballs’. Door de gratis diensten zeer beperkt te houden hoopten deze websites ook gebruikers aan te zetten over te stappen naar de betalende uitgebreidere diensten. Later zouden dan de gratis diensten verdwijnen. In de realiteit is gebleken dat bedrijven bij ongewijzigde omstandigheden geen prijs kunnen gaan aanrekenen voor iets dat men in de hele industrietak gratis weggeeft. Er is nog altijd gratis email, met meer opslagruimte en meer functionaliteit dan voorheen. Wel zijn de advertenties die de gratis dienst ondersteunen winstgevender geworden en is men succesvoller geworden in het te gelde maken van de verzamelde informatie uit de gebruikersprofielen. Langzaam drong het in de zakenwereld door dat het internet een gevestigde aanwezigheid aan het worden was. Vele bedrijven dachten er eerst aan een louter informatieve website te starten of minstens hun bedrijfsnaam als internetadres te laten registreren. Op voorwaarde dat de aan de firmanaam gelinkte domeinnaam nog niet gekaapt was, met andere woorden als websiteadres geregistreerd door een derde partij, en voor veel geld vrijgekocht moest worden. Tegelijk begonnen de eerste gevestigde mediabedrijven het internet iets beter te verkennen. Voorzichtig genoeg om hun bestaande inkomstenbronnen niet droog te leggen zijn de gedrukte media de eerste, op het bal. Websites van gevestigde kranten beginnen als een eerste, noodgedwongen aanwezigheid op het internet. En dat zag men ook wel aan die eerste websites. De geschreven pers vindt in het begin zeer moeilijk een goed inkomstenmodel uit te denken dat haar aanwezigheid op het internet tegenover de investeerders kan verantwoorden. Er wordt algauw gedacht in termen van kannibalisme van de gedrukte oplage. Kranten bieden op de website een minimum aan tekst gratis aan, ter promotie van de gedrukte kranteneditie. Het hierbij maximaal hergebruiken van dezelfde informatie uit de gedrukte editie voor de elektronische versie leidt regelmatig tot irritatie bij de internetlezers. Verschillende analisten beweren dat er ook nooit een goed inkomstenmodel voor het aanbieden van informatie via het wereldwijde

- 20 web kan ontwikkeld worden. Het zal nooit wat worden met advertenties op internet. Ook zijn bijna alle analisten er halfweg de jaren 1990 zeker van dat internetgebruikers nooit teksten langer dan één of twee paragrafen zullen lezen op een computerscherm. Je kan er dus geen geld mee verdienen want er is geen vraag naar, zo zei men overtuigd. Tegelijkertijd boden, in tegenstelling tot de kranten, toegewijde nieuwswebsites wel originele en langere nieuwsberichten aan via het internet. Na verloop van tijd verzamelen deze nieuwswebsites betekenisvolle groepen bezoekers die wel degelijk de langere teksten lezen. Deze websites worden uiteindelijk langer, regelmatiger en vaker opnieuw bezocht. Het kan niet anders dan dat dit de aandacht van adverteerders trekt. In tegenstelling tot wat sommige analisten dachten worden de lange teksten toch gelezen en blijken de advertenties op deze websites voor een meerverkoop van producten te zorgen. Internet advertenties blijken effectief en bieden een goed inkomstenmodel voor het aanbieden van geschreven informatie via een website. Na enige tijd breidt de gevestigde geschreven pers de internetnieuwsvoorziening uit en werven zij met hernieuwde moed adverteerders voor hun websites. Zo komen ook de gevestigde mediabedrijven tot het inzicht dat het internet de basis biedt voor een apart volwaardig nieuwsmedium.

- 21 06. Internetadvertenties En Kredietkaarten: Het Web Betaald Voor Een Veranderend Gebruik Het lijkt een vreemde benadering maar advertenties plaatsen, het adverteren, maak voor elk bedrijf een groot deel uit van de jaarlijkse productiekost. Natuurlijk staan advertenties niet mee aan de lopende band in de fabriek maar ze zijn wel onderdeel van de gezamelijke kost voor een bedrijf om een product in het gamma op te nemen, en dat naast de kosten om een product te ontwerpen, het te produceren, het te distribueren. In dat opzicht is reclame een productiekost. Als je zo over advertenties denkt zie je ook snel in hoe belangrijk ze voor het bedrijf zijn. Advertenties zorgen voor verkoop. Productie die niet kan verkocht worden leidt tot een lagere winst en uiteindelijk tot het bankroet. Gezien het grote belang van product- of merkreclame voor de bedrijven wordt er dus zeer veel geld aan advertenties gespendeerd. Eenmaal het voor de zakenwereld duidelijk geworden is dat het internet zeer massaal gebruikt zou gaan worden, is men logisch verder denkend over het succes van advertenties op tekstwebsites ook bij de andere media terecht gekomen. Televisie, radio, andere nieuwe mediavormen bleken in het verleden minstens even effectieve voertuigen voor reclame. Er is geen enkele reden waarom dat in een digitale wereld anders zou zijn. Als enkel al het vermelden van een merk of een productnaam tot een meerverkoop leidt, mag je er wel van uitgaan dat advertenties via bijna elk medium effectief zijn. Het was eigenlijk vooraf voorspelbaar dat er, eenmaal het internet over de nodige technische stabiliteit, voldoende penetratie in de bevolking en een voldoende groot informatieaanbod zou beschikken, een niet aflatende geldstroom richting advertenties op het internet op gang zou komen. Deze geldstroom zorgt enerzijds voor een verdere technische ontwikkeling van het internet waardoor andere types van informatie zoals muziek en video aangeboden kunnen worden en anderzijds zorgen de advertentiegelden ervoor dat de aangeboden informatie steeds uitgebreider wordt en op meer manieren door de consument gebruikt kan worden. Door de uitgebreidere informatie, de toenemende gebruiks- en technische mogelijkheden voelen steeds meer mensen de nood tot internettoegang en eenmaal ze over internettoegang beschikken voelen ze de nood tot meer gebruik daarvan wat opnieuw voor groter internetpubliek zorgt, hetgeen voor een nog grotere geldstroom richting internetadvertenties zorgt. Deze herschikking van advertentiegelden zal doorgaan tot bedrijven een nieuw evenwicht in hun marketingmix tussen de klassieke advertentiekanalen en het internet hebben gevonden. Vele bedrijven doen hun voordeel met deze investeringsstroom. Een bedrijf dat hierbij zeer in de kijker loopt is Google. Het is een zoekmachine die, zoals eerder Altavista, uit het deelnemersveld van wedijverende zoekmotoren naar voren sprong. De ster van Altavista taande, Google is bekender dan ooit. Volgens vele gebruikers maakte Google het verschil door de betere

- 22 zoekresultaten, anderen zagen vooral een evolutionair voordeel in de zeer sobere en bijna volledig witte startpagina die voor een unieke merkidentificatie zorgt. Zij beweren dat de zoekresultaten in het verleden niet zoveel beter waren maar dat de voorspelbare eenvoud het heeft gewonnen van de onoverzichtelijke verzameling verwijzingen en informatie die bij de portals werd aangeboden. Wie het weet, mag het zeggen. De Google zoekmachine werkt summier gesteld als volgt. Automatisch worden nieuwe websites ingelezen in de Google infrastructuur waarbij de woorden op elke webpagina worden geïndexeerd, geteld en gecombineerd met de andere woorden op de webpagina. Afhankelijk van het aantal websites die een verwijzing bevatten naar de beschouwde webpagina wordt een relevantiescore toegekend aan de pagina. Het aantal verwijzingen, de relevantie, bepaalt de positie van de webpagina in rangschikking van getoonde resultaten die verkregen worden na het opgeven en bevestigen van een zoekterm. Dit was het oorspronkelijk opzet, het Page Rank algoritme, genoemd naar Larry Page, die samen met Sergey Brin Google heeft opgericht. Later werd dit algoritme uitgebreid om een betere relevantie van de zoekresultaten te bereiken. Google maakt er een geloofspunt van de resultaten die het zoekalgoritme oplevert nooit aan te passen. Elke zoekterm ingetikt bij Google moet een volledig vrij resultaat opleveren. Alvast voor bepaalde aan het nationaalsocialisme gelinkte termen is dat niet het geval bij google.de. Deze worden gecensureerd op vraag van de Duitse overheid. Zoals bijna alle grote (internet)bedrijven is Google ook actief in China. Google maakt goed gebruik van de hoge bezoekersaantallen en biedt zeer succesvol kleine sobere tekstadvertenties aan naast de zoekresultaten. Google verdient hiermee, zoals andere internetondernemingen, een aardige cent en financiert daarmee zeer veel nieuwe diensten. Google hanteert daarbij een nieuwe wat aparte innovatiefilosofie. Men redeneert: als van elke 10 nieuwe diensten die we lanceren 1 echt succesvol is, dan lanceren we doorlopend zoveel mogelijk nieuwe diensten. Recent is men hier wat van teruggekomen. Dit om het voor de consument overzichtelijk te houden. Men probeert het bestaande aanbod van losse diensten nu te integreren in samenhorende producten. Bij Google is innovatie en persoonlijke ontwikkeling een onderdeel van de bedrijfsfilosofie. Elke werknemer kan een aanzienlijk deel van de werktijd volledig vrij invullen en aan een zelf gekozen, voor Google interessant project, werken. Alhoewel dit nog steeds zo is, is men bij Google nu begonnen met het bijsnoeien van de wildgroei aan verschillende producten die ontstaan was door deze ongebreidelde innovatiedrift. De enorme geldstroom richting het internet zorgt er ook voor dat het internet niet langer meer een enkel op tekst gebaseerde ervaring is. Geluid en beeld worden al volop via internet aangeboden. Traditionele en nieuw mediaaanbieders bieden video, muziek en andere media aan. De eerste louter tekstgebaseerde versie van het internet, web 1.0, dat uit veelal

- 23 onveranderlijke webpagina’s bestond, wordt langzaam aangevuld met sneller geüpdatet en door de gebruikers makkelijk zelf aan te passen webpagina’s waarbij bepaalde diensten ook video en muziek aanbieden. Dit alles meestal gratis. De overgang van het internet naar een volgende meer volwassen fase wordt ook gekenmerkt door een uitgebreider gebruik van de kredietkaart bij het betalen via internet van een op een website besteld product. Het betalen van goederen via een nieuw medium duidt op een werkelijk vertrouwen in de degelijkheid en robuustheid van de nieuwe betalingswijze. Door het steeds beter ingang vinden van betalingen via internet komt er langzaam een tweede inkomstenstroom voor internetondernemers op gang. Deze inkomstenstroom, afkomstig van consumenten, zal van het internet uiteindelijk een alles omvattend handelsmedium maken. Betalen met een kredietkaart, vooral via het internet, vindt beter ingang in Amerika dan in Europa. Ongetwijfeld worden er momenteel betalingswijzen ontwikkeld die beter aansluiten bij datgene dat Europeanen nodig achten om een elektronische betalingswijze te vertrouwen. Want eigenlijk gaat het vooral over vertrouwen. Een belangrijke katalysator voor de uiteindelijke doorbraak van het internet was de vervanging van de oude telefonische inbelverbindingen door breedbandverbindingen. Hierdoor kregen internetgebruikers een snellere, stabielere toegang waarbij door de hogere bandbreedte makkelijker grote bestanden gedownload kunnen worden. De breedband toegang tot het internet, in het geval deze via de coaxkabel verloopt, is een permanente verbinding. Je verliest geen tijd meer met het inbellen. Je lanceert gewoon de browser en je ziet je startpagina verschijnen. Samen met de voor de PC nieuw verworven functie van centrale mediaspeler, die van muziek en films voorzien wordt via lange downloads, zorgt de permanente breedband verbinding ervoor dat er nog maar weinig reden bestaat om de PC tijdens de dag uit te zetten. En een altijd beschikbare PC wordt als vanzelf steeds meer en meer gebruikt. Sommigen laten de PC continu, dag en nacht, aan, downloaden films en muziek, bijvoorbeeld via BitTorrent, momenteel de meest populaire peer-topeer-technologie, branden die media op DVD voor hun verzameling, beluisteren tegelijk een nieuwe muziekcd, spelen even een computerspel en surfen meteen daarna het internet op en bewaren een interessante tekst in een Word-document. Word is het tekstverwerkingsprogramma van Microsoft Office. Met andere woorden, de PC is een in een netwerk opgenomen multimedia-rekenmachine geworden waaraan zeer hoge systeemeisen worden gesteld. En aan het netwerk worden zeer hoge eisen gesteld wat betreft snelheid, bandbreedte en onmiddellijke en continue beschikbaarheid. Daarnaast wordt het netwerk zelf, het internet, steeds meer en meer gebruikt voor communicatie- en handelstoepassingen. Dat zijn dan bijvoorbeeld VOIP* (Voice Over IP): het telefoneren via het internet, IM (Instant Messaging) of videoconferencing maar ook nog steeds email. Hierdoor wordt het voor

- 24 mensen veel makkelijker en goedkoper met elkaar in contact te komen of te blijven. Nadelig is dat het wel vaak in de verzonden boodschappen aan etiquette ontbreekt. Elektronische communicatie verloopt vaak zo direct dat men de gepaste omgangsvormen in formele relaties niet meer in acht neemt. Bijvoorbeeld bij het solliciteren is dat zeker een aandachtspunt voor de sollicitant en zeker bij de werkgever. Internethandel, ook de fysische verkooppunten delen in de winst. Handel heeft op twee manieren baat bij het internet. Via verkoop langs het internet om en via de internet-informatiefunctie. Verkoop van goederen en diensten kan ofwel verlopen via digitale weg, via een website met een beveiligde transactie, ofwel via een bestelling langs de reguliere handelskanalen in de fysische wereld, via een winkel. De internetinformatiefunctie betekent dat de consument bij aankoop van het product vertrouwde op productinformatie die via het internet verkregen werd. Ongeacht of de aankoop daarna verliep via het internet of in een fysisch verkoopspunt werd afgehandeld. In beide gevallen koopt de consument iets nadat hij er op het internet voor het eerst mee in contact kwam, het product of de dienst was niet eerder gekend via de fysische wereld of de consument werd definitief bevestigd in zijn keuze voor het product of de dienst na het opvragen van bijkomende informatie via het internet. Dit fenomeen wordt steeds vaker gesignaleerd in bijna alle verkooppunten ongeacht de sector. Ik zag op internet dat boek, die horloge, die jas, … kan ik dat in uw winkel kopen of bestellen, is tegenwoordig een in veel winkels gehoorde zin. In beide gevallen leidt de via internet aangeboden informatie tot een aankoop die zonder die informatie, misschien niet zou plaatsvinden. Of waarbij niet noodzakelijk voor hetzelfde product zou gekozen kunnen worden. De indruk van handelaars is dat klanten veel gerichter kopen en meer en meer inpulsaankopen uitsluiten. Waarschijnlijk zijn handelaars met dit aspect van internet minder gelukkig. Internet heeft een informerende functie. Meer en meer verstoort de informatiefunctie van het internet ook zorgvuldig uitgedachte marketingplannen waarbij producten niet of pas later in een bepaalde wereldregio worden aangeboden. De kans bestaat dat voor bepaalde producten één wereldmarkt ontstaat. Technische oplossingen voor een veranderend Internetgebruik. Zo wordt het internet door het steeds uitbreidende informatieaanbod en de toenemende handels- en communicatiemogelijkheden gaandeweg een basisvoorziening. Een basisvoorziening die technisch gezien ook op weg is om de algehele ruggegraat voor de moderne wereld te worden. Het steeds uitgebreidere gebruik van het internet komt soms in conflict met het oorspronkelijk technisch opzet waarvoor dan ingenieuze oplossingen moeten gevonden worden. VOIP* biedt een goede illustratie van die problematiek. Het internet werd opgezet als een bijna volledig op tekst gebaseerd communicatiemedium bedoeld voor uitwisselen van onderzoeksgegevens en

- 25 verslagen tussen wetenschappers. Deze verslagen, opgesteld in HTML* en getoond als webpagina’s, worden verstuurd van de servercomputer* naar de cliëntcomputer* via een pakketgeschakeld verzendprotocol: het Internet Protocol (IP). Concreet en eenvoudig gesteld betekent dit dat elke webpagina wordt opgedeeld in kleine stukjes, pakketjes informatie, en die worden elk apart verstuurd en komen een voor een aan bij de clientcomputer. En dat niet noodzakelijk nadat ze dezelfde weg hebben gevolgd en ze komen ook niet noodzakelijk aan in de volgorde waarin ze werden verstuurd. Soms gaan pakketjes informatie ook verloren. Daarom worden er pakketjes extra gestuurd. De clientcomputer puzzelt de inhoud van al de ontvangen pakketjes samen en toont dan eenmaal het volledige puzzelwerk is afgerond de webpagina in het browservenster. Het versturen en ontvangen van de webpagina verloopt afhankelijk van de netwerkverbinding en de belasting van de server sneller of trager. Het samenstellen van de webpagina uit de verschillende stukjes informatie in de pakketjes door de clientcomputer verloopt normaal gezien zeer snel. De cliëntcomputer is je eigen PC. De servercomputer is de krachtige computer waarop de website opgeslagen is en zo toegankelijk is voor alle internetgebruikers. Dit pakket geschakeld verzendprotocol heeft belangrijke gevolgen voor de nieuwe multimediatoepassingen die via internet verlopen. Een gesprek dat verloopt via het oude telefoonnetwerk, verloopt via een vaste continue verbinding. Een circuit tussen beide gesprekspartners. Beiden spreken bijna onmiddellijk over en weer zonder dat het gesprek in het honderd loopt. Beide gesprekspartners spreken ook op het ogenblik zelf. Mensen hebben ook een zeer specifieke manier van converseren waarbij de minste vertraging in het signaal zeer vreemd aan doet. Indien het telefoongesprek via een IPnetwerk verloopt, dan wordt het continu doorlopende gesprek opgedeeld in tientallen afzonderlijk verstuurde informatiepakketjes. Bij VOIP is de kwaliteit van de telefoonverbinding afhankelijk van het voldoende vaak en snel versturen van de verschillende IP-pakketjes waarover het geluidssignaal verdeeld is. Ook voor internetvideo was een gepaste oplossing nodig. Televisieuitzendingen kennen een logisch verloop. Scene 1 komt voor scène 2 en na scène 2 komt scène 3 en zo voort. Als je een televisie-programma wilt uitzenden via internet, via IP is dat IPTV (Internet Protocol Televisie), moet je een oplossing vinden voor het verloren gaan en het niet gelijktijdig aankomen van de IP-pakketjes. Met andere woorden, je moet zorgen dat je alle scenes ontvangt en op het juiste ogenblik kunt uitzenden. Bij video-uitzendingen via het internet, streaming video*, gebeurt dat door scenes aan zeer hoge snelheid op voorhand door te sturen en tijdelijk even op te slaan, in een buffer. Zodat elke scène toch minstens geheel is aangekomen op het ogenblik dat de kijker ze wil bekijken. De realiteit van multimedia- en communicatietoepassingen via internet is complexer dan de bovenstaande uitleg. De vele video-, muziek- en spraak-

- 26 toepassingen die momenteel op het internet in gebruik zijn bewijzen dat er afdoende oplossingen zijn gevonden voor het circuit*-gebruik van een pakket geschakeld verzendprotocol. De doorslaggevende factoren die het meer uitgebreid gebruik van internet mogelijk hebben gemaakt zijn de toegenomen bandbreedte van de netwerkverbindingen, de meer robuste datacenters en de toegenomen stabiliteit van de aangesloten PCs. Deze technologische vernieuwingen maken nieuwe diensten mogelijk en bevestigen dat er verder bouwend op de oude internetinfrastructuur een nieuw tijdperk in de ontwikkeling van internet aangebroken is. Een nieuw wereldwijd web, web 2.0 misschien ?

- 27 07. Een Nieuw Wereldwijd Web, Web 2.0 De op het internet meest gehypte term van 2006 was wel Web 2.0. In een artikel van 01.12.2006 op Technology Review, techreview.com, spreekt Wade Roush over web 2.0 als een combinatie van a) verbeterde communicatie tussen mensen via technologisch ondersteunde sociale netwerken, b) verbeterde communicatie tussen afzonderlijke software applicaties, ook genoemd ‘mashups’, en dat langs open webstandaarden voor het beschrijven en de toegang tot data om, en c) verbeterde web interfaces die de korte reactietijden van desktopapplicaties imiteren via een browsertoepassing. Bovenstaande omschrijving doet de oorspronkelijke tekst “What is Web 2.0” waarin Tim O’Reilly vele verschillende evoluties trachtte te benoemen met de term web 2.0 te kort. Deze paragraaf herneemt de ideeën die Tim O’Reilly in de vermelde tekst ontwikkelt en biedt alvast een inzicht in de redenen voor de web 2.0 hype. What is Web 2.0, volledige tekst zie: http://www.oreillynet.com/pub/a/oreilly/tim/news/2005/09/30/what-isweb-20.html Het kernidee uit web 2.0 is dat het internet het platform bij uitstek is voor een nieuwe digitale ervaring. Voorheen waren digitale diensten enkel toegankelijk via het IBM PC platform. Het internet onderscheidt zich van de oude PC-omgeving door de vrijheid die ze gebruikers biedt. Het PC platform wordt gecontroleerd door één softwareaanbieder, Microsoft. De PC ervaring van bijna alle consumenten wordt beheerst door die toepassingsprogramma’s die Microsoft toelaat op haar windowsplatform. En Microsoft oefende daar, zeker in het verleden, een ijzeren controle over uit. Indien een toepassingsprogramma van een derde firma te succesvol wordt, kopïeert Microsoft de functionaliteit van het derde programma in een eigen toepassing en verhindert het de goede werking van de originele applicatie. Dat is herhaaldelijke gebeurd. Lotus 1-2-3 werd vervangen door Excel als rekenblad, WordPerfect door Word als tekstverwerker en Netscape Navigator door Internet Explorer als webbrowser. Uiteindelijk, na vele versies, bieden deze Microsoftprogramma’s een vergelijkbare functionaliteit. Ze vinden makkellijk ingang omdat ze zijn toegevoegd aan de softwaresuite* Microsoft Office die bijna als vanzelfsprekend aangekocht wordt bij de aanschaf van een IBM PC met windowsbesturingssysteem. Maar deze Microsoftprogramma’s zijn er gekomen te koste van de vrije keuze van gebruikers en ten koste van het vrij initiatief van andere ondernemers. Het internet is een vrij toegankelijke structuur, elke consument en elk bedrijf dat diensten wil aanbieden kan er vrij tot toetreden. Het is een platform dat de consumentervaring volledig opentrekt en bedrijven een echt kans op ondernemen biedt. Consumenten willen volledig vrij en vrijblijvend gebruik kunnen maken van diensten. De bedrijven die deze diensten met succes aanbieden doen daar hun voordeel mee. Zonder de toegang tot de consumenten langs de tolpoorten van een software monopolist te moeten afkopen. Het internetplatform is vrij.

- 28 Succesvolle internetdiensten worden bij uitstek gekenmerkt door een gebrek aan controle. Een voorbeeld. Google biedt, met financieel succes, diverse diensten aan die onmiddellijk bereikbaar zijn via elk type van internetbrowser. Naast de zoekmachine van Google zijn dit diensten zoals Google Maps, Google Earth, Gmail en andere. Consumenten maken hier uitgebreid gebruik van. Google financiert deze bijkomende diensten door het aanbieden van een eenvoudig en succesvol advertentiesysteem aan handelaars dat zonder veel controle kan functioneren doorheen de andere aangeboden Google diensten zoals bijvoorbeeld de zoekresultatenpagina of Google Maps. Elk van deze producten, ook het aanbieden door de handelaars van hun advertenties via Google, is onmiddellijk te gebruiken via een eenvoudig browservenster. Op die manier gebruikt Google de vrijheid van het internetplatform maximaal. Het oude software paradigma waarbij elke betrokken partij in de greep van één hardware- of softwaremonopolist zit via de controle die wordt uitgeoefend op het platform waarop de ervaring plaatsvindt, vind geen ingang op het internet. De ondergang van Netscape is daar een duidelijke illustratie van. Dat bedrijf wilde de controle verwerven over de volledige internet-ervaring met een zakenmodel gebaseerd op de controle van Microsoft over het PC platform. Concreet wilde Netscape door het universele gebruik van hun browser, de Netscape Navigator, en doordat ze dus de software achter de browser in handen hadden, het gebruik van server-hardware beperken tot de servers van het merk… Netscape. Internetondernemers die een goede internetervaring voor hun consumenten wilden via de Netscape-browser zouden geen andere keuze gehad hebben dan het hosten van hun websites op Netscape-servers en daarbij de frequente en noodzakelijke betalende softwareupdates te aanvaarden. Klinkt het niet bekend in de oren ? Neen ? Dat is omdat het mislukte. Zoiets lukt niet op het internet. Die voor consumenten en bedrijven vaak verwarrende ervaring, de manier waarop het oude softwaremodel organisatorisch en economisch werkt, legt het meer en meer af tegen de homogene eenvoud van vrij toegankelijke en vaak gratis aangeboden nieuwe internetdiensten. Kenmerkend is de lage gebruiksdrempel van deze diensten. Ze kunnen ook zonder veel moeite door gewone gebruikers over het hele internet verspreid en ingezet worden. De aangeboden functionaliteit die afkomstig is uit een gigantische achterliggende data- en rekeninfrastructuur wordt verspreid door kleine stukjes webcode die zonder onderhoud ingezet kunnen worden in alle websites en autonoom alle nodige functies vervullen. Zoals bijvoorbeeld de Google tekstadvertenties. Of de videovenstertjes van de verschillende videouitwisselingswebsites. Deze makkelijke inzetbaarheid gaat goed samen met de snel toenemende aantallen gebruikers van dergelijke diensten. Bijvoorbeeld de video uitwisselingswebsite YouTube.com kende een werkelijk explosieve groei.

- 29 Grote aantallen gebruikers bieden internetdiensten ook de kans om de collectieve intelligentie zoals die tot uiting komt in door gebruikers spontaan verstrekte gegevens maar ook in de structuur van het internet, te synthetiseren en aan te bieden als een dienst met toegevoegde waarde. De gegevens die gebruikers spontaan verstrekken kunnen zelfgemaakte teksten, beelden of geluid zijn, maar ook het beoordelen van een product of een dienst en het toekennen van betekenis aan digitale data door het aanbrengen van labels, genoemd tagging*, zijn bronnen voor diensten met een toegevoegde waarde. De toegevoegde waarde van de aangeboden diensten wordt volledig bepaald door het aantal gebruikers van de dienst. Naarmate de partcipatiedrempel lager is trekt een internetdienst steeds meer gebruikers. Ook staat Tim O’Reilly stil bij het belang van blogging. Een blog is een persoonlijk, of een specifiek op een onderwerp toegespitste, chronologisch georganiseerde website. Blogs worden regelmatig van nieuwe bijdragen voorzien, waarbij de nieuwste bijdragen, posts, bovenaan de pagina komen. De blogs kan je volgen via RSS* (Really Simple Syndication) waarbij je automatisch van elke nieuwe post op de hoogte wordt gebracht. Informatie over de blogposts wordt via een RSS-berichtenstroom naar de consumenten toe geduwd. RSS is de eerste push-technologie die een succesvolle verspreiding kent via internet. Traditioneel werken vele internettechnologieën volgens het pull-principe. Met andere woorden, de internetgebruiker neemt zelf het initiatief tot het opvragen van informatie door bijvoorbeeld een hyperlink aan te klikken. Hij trekt zelf de informatie binnen. RSS duwt de informatie binnen, zonder dat de gebruiker daar eerst om vraagt. RSS wordt nu ook al voor heel andere content en zelfs data* gebruikt. Tim O’Reilly duidt ook op het belang van de bloggersgemeenschap als een nieuwe, vrijere bron van nieuws, de nieuwe mediarevolutie. Het is inderdaad zo dat blogs aan organisaties, aan belangengroepen en zelfs aan individuen de kans geven hun invalshoek op de actualiteit en de wereld aan een groot publiek kenbaar te kunnen maken. En dat zonder de hoge startkosten die gepaard gaan aan het beginnen van een eigen magazine, een eigen krant, een eigen radiozender of, helemaal onbereikbaar, een eigen televisiezender. Blogs bieden standpunten aan die niet in de gevestigde media aan bod komen en vormen zo een tegenwicht voor de gevestigde media. Tegelijk zijn sommige succesvolle blogs al een tijdje gesponsord of zelfs overgenomen door de gevestigde mediaconcerns. Daarnaast volgen veel blogs, en dat is misschien onvermijdelijk, de aandachtsagenda zoals die door de gevestigde media in de actualiteit wordt gezet. Web 2.0 is dus het synthetiseren van financieel gezonde diensten voor de massa uit data, die deels door de massa zelf wordt verstrekt. Het belang van data als basis voor diensten wordt in de tekst van Tim O’Reilly uitgebreid onderstreept en controle over data wordt als een belangrijke bron van inkomsten genoemd. Die data, basisinformatie, kunnen gegevens zijn op

- 30 basis van locatie, identiteit, publieke gebeurtenissen, verkochte producten en nog vele andere onderwerpen. Indien er een hoge kost verbonden is aan het verzamelen van de data dan zal de eerste aanbieder van de complete verzameling de de facto monopolist worden, met een grote impact op de aangeboden diensten. Indien de nodige data makkelijker te verzamelen is, maar tegelijk door elke gebruiker afzonderlijk aangebracht moet worden dan zal de eerste internetdienstenaanbieder die een kritische aantal gebruikers bereikt en met deze data een betekenisvolle dienst aanbiedt uiteindelijk de de facto monopolist worden. De vergoeding van het eigendomsrecht dat onlosmakelijk is verbonden aan de creatie van auteursrechterlijk beschermde informatie die als basis dient voor diensten die door derden worden aangeboden is hierbij geen uitgeklaarde zaak. Wie de data controleert, controleert de dienst. Wie snel grote aantallen gebruikers verzamelt, verzamelt de basis voor controle over de dienst, met name de data en tegelijk verzamelt die dienstenaanbieder ook de gebruikersbasis voor de dienst. Want waar ga je het liefst heen ? Daar waar je vrienden ook zijn. Gebruikers maken enkel gebruik van een dienst indien de dagdagelijkse kwaliteit van de geleverde dienst voldoende hoog is. Internet kent een continu karakter. Diensten worden doorlopend verbeterd door het gebruik te monitoren en ontwikkelaars hebben oor voor gebruikersreacties. Maar daarbij komt ook dat geen enkele oplossing definitief is. Gebruikers boeten ook aan controle in over het product dat ze gebruiken, want het is nu een dienst geworden. Deze wordt verstrekt via internet en is niet langer meer fysiek aanwezig op de eigen PC. Tegelijk komen er andere meer open zakenmodellen voor het internet, hetgeen vertaald wordt in de gebruikte technologie. Concreet bieden meer en meer grote websites die, zoals hierboven beschreven, data verzamelen, de mogelijkheid aan derden om de data en diensten van de website, mits toestemming, over te nemen en te hergebruiken. Door data of diensten van twee verschillende websites te combineren in een nieuwe dienst creëert men een ‘mashup’-website. Internetbedrijven die data verstrekken hebben ook begrepen dat controle over de aangeboden data los gemaakt kan worden van de inkomstenstromen die ontstaan door het delen van de gegevens. Verschillende bedrijven bieden een elektronische landkaart aan die van gegevens uit andere toepassingen kan voorzien worden. Het kunnen aanbieden van tekstadvertenties is voor Google voldoende stimulans om een elektronische landkaart te beginnen die ook open staat voor data afkomstig van andere bedrijven. De Google landkaart Google Maps wordt bijvoorbeeld voor sommige Amerikaanse steden gecombineerd met gegevens van alle te huur of te koop aangeboden apartementen die verstrekt worden door van Google onafhankelijke immobieliënwebsites.

- 31 Wat opvalt in de visie van Tim O’Reilly is het belang dat gehecht wordt aan zelforganisatie als regulerende factor bij datacreatie. Een concept waarvan ik denk dat het zeer duidelijke beperkingen kent. De online encyclopedie Wikipedia is daar een goede illustratie van. Bij Wikipedia kan iedereen die over een internetverbinding beschikt een eigen bijdrage leveren aan de encyclopedie of de bijdrage van een ander aanpassen. Het waarheidsgehalte van de encyclopedie wordt dan bepaald door de beste kennis die vrij aangeboden wordt. De massa als criterium voor het beoordelen van de waarheid gaat aan één heel belangrijk aspect van de realiteit voorbij. Iets is niet waar omdat één mens, of zeer velen, of zelfs iedereen zegt dat het waar is. Iets is waar omdat het in overeenstemming is met de waarheid zoals die tot uiting komt in de realiteit. En het is niet omdat iets waar is in de realiteit dat iedereen, of zelfs zeer velen, of zelfs maar één iemand ook daadwerkelijk weet hoe iets in de realiteit is. Er zijn echter een hele reeks proefondervindelijk vastgestelde en aan de realiteit getoetste feiten. En die feiten zijn volgens de geldende wetenschappelijke kennis wel in overeenstemming met de realiteit zoals we die nu kennen. Deze feiten worden bestudeerd en doorgegeven aan de volgende generatie door wetenschappers. Wetenschappers controleren elkaar. Er bestaat dus wel zoiets als een feitelijke waarheid die door de mens gekend is. Deze feitelijke waarheid is niet allesomvattend, maar ze is wel getoetst aan de geschoolde intelligentie van velen. Dat betekent niet dat de gewone burger niet over kennis beschikt. De kennis van niet wetenschappers zoals die aangeboden wordt via Wikipedia is echter niet aan het getoetste en nauwkeurig onderzoek van collega-experten onderworpen. In dat opzicht is het beter om Wikipedia te beschouwen als een van je doorsnee makkers die heel veel weet over zeer veel verschillende dingen maar zich soms eens stevig vergist. Maar tegelijk weet hij ook heel wat dingen wel. Het hangt er gewoon van af wat je van hem wilt geloven. En wat je van hem wel of niet moet geloven weet je eigenlijk niet want de dingen die hij weet die jij ook weet, weet jij meestal wel beter. “What is Web 2.0 ?” heeft de verdienste een hele reeks evoluties voor het eerst samen te vatten, onder de term web 2.0. Is web 2.0 iets nieuw ? Vermoedelijk gaat het om een natuurlijke evolutie van het internet die niet noodzakelijk een nieuwe levensfase van het internet aankondigt. Vele van de vermelde evoluties zijn veranderingen die eigenlijk voortvloeien uit de steeds al in de menselijke aard aanwezige drang naar meer vrijheid en minder controle. Deze drang naar vrijheid komt nu door het steeds meer open karakter van het internet, het toenemende aantal mensen op het net en de toegenomen tijd die ze daar doorbrengen enkel maar beter tot uiting. Eigenlijk willen mensen niets liever dan zichzelf zijn, de dingen doen die ze moeten doen, op een makkelijk manier als het even kan. Ze willen ook heel wat tijd spenderen aan datgene dat ze graag doen, en dat alleen en met de anderen. En dat kan nu allemaal op internet. Langzaam beginnen mensen

- 32 het internet te gebruiken op een natuurlijke manier. Zoals ze samenleven. Ik denk dat de mens op weg is om van het internet een integraal deel van de echte wereld te maken. Een digitale uitbreiding van de analoge reële wereld. Dat is de onuitgesproken boodschap die ik uit de web 2.0 hype gehaald heb. En in dat opzicht is de hype wel terecht.

- 33 08. Het Semantische Web, Een Blik In De Toekomst De term ‘semantisch web’ is afkomstig van Tim Berners-Lee, een van de oervaders van het web. Hij definiëert het semantische web als de wens om een gecoördineerde samenwerking tussen elk elektronisch toestel en elke digitale dienst te realiseren. Een beetje zoals een parrallele digitale wereld van volledig met elkaar verbonden toestellen en diensten. Het semantische web wil van het internet een universeel medium voor informatie-uitwisseling maken waarbij de automatische verwerking van webdocumenten door computers tot betekenisvolle informatie leidt voor de gebruikers. Dit wil men ondermeer doen door het toevoegen van metadata, gegevens over de gegevens, aan deze webdocumenten. Het semantische web is dus een ander web van informatie op dezelfde technische basis, toegankelijk via hetzelfde internet. Concreet wil men alle informatie die in de reële wereld beschikbaar is op zo’n manier opslaan en toegankelijk maken via het internet dat computers deze kunnen verwerken zonder menselijke tussenkomst om informatievragen van de doorsnee gebruiker te kunnen beantwoorden. Bijvoorbeeld de vraag: boek me een reis van tien dagen naar Duitsland met de trein tijdens mijn jaarlijks verlof. Net zoals mijn reisagentschap deze reis zou beginnen plannen door vertrektijden op te vragen, bezienswaardigheden uit te zoeken, hotelovernachtingen te boeken en dat alles in een reis voorstel te combineren zou de computer dit uiteindelijk in de visie van Tim-Brenners-Lee ook tot een goed einde moeten kunnen brengen. Deze visie zou men uiteindelijk op de meest diverse informatievragen willen toepassen. Dit betekent echter dat de computer moet ‘begrijpen’ wat elke webpagina betekent. De computer moet net als de medewerkster van het reisagentschap de hotelwebsites consulteren en de daarop beschikbare informatie correct interpreteren. De voor de handliggende oplossing zou zijn dat er een vaste opmaak komt voor elke hotelwebsite waarbij elk onderdeel van de verschillende websites telkens hetzelfde betekent. Zo zou dan elk mogelijk type van website dan een vaste opmaak moeten hebben. Hoe voor dit semantische web de basis kan gelegd worden door het huidige aanbod van ongestructureerde webpagina’s op een automatische manier om te vormen tot gestructureerde webpagina’s is nog niet duidelijk. Er zijn twee mogelijkheden: Bottom up: Het geven van één concrete, objectief vast te stellen betekenis aan elk onderdeel van de webpagina op het ogenblik dat je ze creëert. Top down: de bestaande informatie analyseren en op grond daarvan één concrete, objectief vast te stellen betekenis toekennen aan elk onderdeel van de geanalyseerde webpagina’s. Gezien de omvang van het web zou dit op een automatische manier moeten verlopen. De ultieme top-down oplossing bestaat uit een ‘natuurlijke taal’-verwerkingseenheid die tekst begrijpt zoals

- 34 mensen dat doen. Ik denk dat dit eigenlijk onmogelijk is omdat het om een specifiek menselijke taak gaat: het herkennen en toekennen van betekenis. Zoals boven beschreven verwijst Tim Berners-Lee ook naar de werking van agenten, programma’s die op het internet informatie verzamelen van verschillende bronnen, deze informatie verwerken en de resultaten dan uitwisselen met andere programma’s om tot nieuwe resultaten te komen. Hij verwijst daar naar het belang van ‘proofs’ waarbij de beslissingsboom die de agent gevolgd heeft aanschouwelijk wordt gemaakt door de informatiebronnen en het gevolgde pad te tonen. En het belang van digitale handtekeningen waarbij iemand werkelijk blijkt te zijn wie hij of zij zegt te zijn. Een volgende stap zou zijn dat het Semantische Web uit de virtuele wereld breekt en de echte wereld in trekt. Objectieve vaststelbare definities kunnen naar alles verwijzen, ook naar fysische objecten. Elk elektronisch toestel zou voorzien kunnen zijn van een internetadres. Maar ook alle andere niet elektronische objecten kunnen van een elektronisch label voorzien worden, bijvoorbeeld een RFID-chip (Radio Frequency IDentification). De RFID-chip is een kleine radiochip die toegevoegd wordt aan de verpakking van producten en in eerste instantie de barcode kan vervangen. Dit doordat hij na het ontvangen van een radiosignaal bepaalde informatie terugzendt. Later kan dit bijvoorbeeld gebruikt worden om de informatie vermeld op een verpakking beschikbaar te maken voor verwerking. Bijvoorbeeld een koelkast die de houdbaarheidsdata van de gekoelde producten afleest en deze aan de gebruiker in kalendervorm toont op het koelkastscherm. RFIDchips laten toe vele andere toepassingen naast automatisch voorraadsbeheer te bedenken. Daarnaast verwijst Tim Berners-Lee naar toepassingen waarbij elektronische toestellen hun aanwezigheid adverteren en dynamisch hun gedrag aanpassen. De telefoon gaat, je ben binnen in de woonkamer televisie aan het kijken. Je trippelgebruik VOIP-GSM-vaste lijn toestel kiest automatisch voor je VOIP abonnement, want je zit thuis televisie te kijken, en je gebruikt de vaste lijn enkel nog indien de internetverbinding zou uitvallen, de televisie merkt dat je een oproep krijgt en pauseert de uitzending. Je hoeft enkel nog de oproep te beantwoorden. Na het beëindigen van het telefoongesprek vraagt de televisie of de gepauseerde uitzending hernomen mag worden, hetgeen je bevestigd via een eenvoudige druk op de gsm die nu dubbelt als afstandsbediening. Het semantische web biedt een wondere blik in een toekomst die ondermeer kan bestaan uit een draadloos web van met elkaar communicerende toestellen en diensten waarvan de mens vrij gebruik kan maken.

- 35 09. Digitale Consumenten-Elektronica En De Consument Consumenten zijn vooral mensen. Iedereen is consument. Ik ook. In optimale omstandigheden sta ik met een open positieve ingesteldheid midden in het universum. Oprecht geïnteresseerd in de mensen en de wereld rondom mij. Ik hou van muziek, volg de actualiteit in de krant en magazines, via de televisie en via het internet, ik wil interessante boeken lezen en kijk soms naar muziekvideo’s. Ik spreek graag met mensen en leer graag bij. Thuis is er een televisie, een PC met een breedband verbinding, een radio- en HIFI*-tuner verbonden met een draaitafel. Via de televisie krijgen we de kabel binnen, wel met minder zenders dan vroeger. Dat is volgens onze kabelmaatschappij noodzakelijk voor de digitale televisie. In de keuken staat een kleine radio. Ik volg het technologienieuws via een hele hoop websites en blogs. Een tijdje lang keek ik ook regelmatig naar muziek uit Amerika op MSNBC.com maar spijtig genoeg is dat nu geworden: "this service is not available for your region". Daar is nu YouTube voor in de plaats gekomen. En Google video waarbij Google schrijvers uitnodigt die tijdens een presentatie hun boek en bevindingen omtrent informatietechnologie, productdesign of marketing voorstellen. Ik heb eind 2005 een digitale fotocamera gekocht en beschikte al langer over een MP3-speler die eruit ziet als een USB-staafje. Ik ben eigenlijk wel een beetje een technologiefreak maar dan niet praktiserend. In de praktijk van het geld uitgeven, bedoel ik. Doe maar even gewoon en het nieuwste speeltje is al gauw weer van de vorige, vorige generatie. En dan blijkt al snel dat je prehistorische gadget nog steeds perfect werkt. Die ingesteldheid, dus. Alhoewel de fijnere details van PC-hardwarekeuze en -onderhoud me ontgaan, is de PC het digitale toestel dat ik het meest gebruik. Elke dag eigenlijk. Het is uiteindelijk ook voor mij een echt multimediatoestel geworden. Ik schrijf teksten op de PC, lees elke dag artikels op het internet, bewaar en bekijk foto’s, beluister muziek en internetradio, bewaar interessante teksten en gegevens gevonden op internet, maak kortfilms en zoveel meer. Ik heb ook een draadloze FM koptelefoon. Dat is de meest waardevolle technologie-aankoop die ik ooit deed. Ik kocht de koptelefoon in 2003 en gebruikte hem tot voor kort elke dag. Elke dag meerdere uren lang. Bij de koptelefoon hoort een basisstation dat je kan inpluggen in de 3,5mm koptelefoonuitgang van de PC, de televisie, de radio in de keuken, alles eigenlijk waar een 3,5 audio plug in kan. Die draadloze koptelefoon heeft werkelijk zijn geld dubbel en dik terugverdiend. Ik heb altijd de muziek die ik wil en niemand anders wordt door de muziek gestoord. Vrijheid voor mij en vrijheid voor de anderen in huis. De oplaadmodule in het basisstation was enkel geschikt voor de bijgeleverde merkbatterijen. Dat loste ik op door andere batterijen en een daarvoor geschikt oplaadstation te kopen.

- 36 Reeds vroeg luisterde ik graag muziek. Ik kocht heel wat CD’s en heb ook een hele hoop cassettebandjes liggen. Die cassettes kan ik enkel afspelen op de HIFI-keten op mijn kamer. Ik heb ook een paar vinyl-platen. Ja, ook ik wilde ooit DJ worden. En ik heb enkele tientallen VHS video’s met opgenomen muziek. Vooral van Yo MTV Raps ! en de Chill Out Zone muziekshows. Er zijn ook video’s met van televisie opgenomen films en zelfs een tape met oude 8mm-opnamen uit de jaren ’80, gefilmd door pa en ma. Op de PC staan ook heel wat gedownloade MP3s. Dat doe ik nu niet meer. Ik heb ook al mijn muziekcd’s naar de PC geript. Ik koop alleen maar muziek via CD’s. Ik heb nog nooit online muziek gekocht. Omwille van twee redenen. Je wordt geconfronteerd met soms draconische DRM-oplossingen (Digitaal Rechten Management, beheer) en er is nog geen manier van betalen die ik vertrouw. Bij online muziek aankopen heb je nooit dezelfde graad van vrijheid als bij muziekcd’s. Muziek op CD kan ik zonder beperkingen, zeg maar eindeloos, overzetten naar de PC, ook genoemd rippen, en dat in elk bestandsformaat waarvoor ik kies. En zelfs dan beschik ik nog steeds over de onbeschadigde CD, veilig opgeborgen in de kast. En die MP3s op de PC kan ik vrij overzetten naar elke MP3 speler die MP3’s … speelt. De Ipod en Itunes zijn wat dat betreft een echte stap terug. Het design is best mooi maar ik ben niet bereid om de vrijheid waarover ik nu beschik via de muziekcd, daarvoor op te geven. Alles hangt af van de vrijheid of de functionaliteit die een toestel of een dienst me biedt. En van het aandeel van je koopkracht dat je wilt besteden aan iets. Ook voelt niet iedereen behoefte aan dezelfde functionaliteit. Ik beschik nog maar zeer recent over een GSM. In de zomer van 2006 kocht ik een SIM kaart met 25€ belwaarde, die blijft een jaar lang geldig. Een familielid had een oude Nokia die niet meer gebruikt werd. Daar ging de SIM kaart in en nu kan ik een jaar lang iemand bellen mocht ik stilvallen met de wagen. In mijn portefeuille zit een kaartje met de codes om de GSM te gebruiken en dat is het. Als iemand me wil bereiken kan dat via het vast toestel thuis. Dat lijkt totaal wereldvreemd maar wist je dat heel wat mensen er geld voor zouden geven niet bereikbaar te zijn. Zalig die rust. Denk ik ook, ja. Het is maar de vraag of andere consumenten eigenlijk wel bereid zijn veel geld uit te geven aan mobiele communicatie. Er zijn natuurlijk consumenten die makkelijk geld uitgegeven aan bellen, soms wel tot 100 Euro per maand. Dat heeft vooral te maken met een slecht inzicht in de werkelijke kost van het leven en een slecht beeld van het toekomstige uit arbeid verkregen beschikbaar inkomen. Denk maar aan ringtones*. Toch wordt het aanbieden van dure extra data- en videodiensten zelden een winstgevende zaak voor de telecomaanbieders. Voor de basisdienst wordt er betaald. Maar voor de dure extra’s bijna nooit. Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij digitale televisie. Digitale televisie was iets waarnaar ik ethousiast uitkeek. Ik was vooral benieuwd naar de EPG

- 37 (Electronic Program Guide) functionaliteit. Eenmaal per week via de EPG aanduiden welke programma’s de volgende week opgenomen moesten worden zodat ik ze later kon zien als ik vrij was. En niet telkens opnieuw het programma missen omdat je net iets anders aan het doen bent tijdens de uitzending van het programma op televisie. Dat sprak me zeer aan. Tot ik het voorstel van mijn kabelmaatschappij eens beter bekeek. Dat laat zich samenvatten als: verminderde functionaliteit, geen eigen hardware meer, voor een hogere prijs, item-betalingen waarbij je elke keer je een programma opvraagt moet betalen. Ik zal wel gek zijn. Niet dus. Ook het merendeel van de gebruikers die wel overstapten naar digitale televisie hoeden zich tot nu toe voor het betalend ophalen van een oude TV-aflevering of het betalend huren van een film uit de filmotheek. Misschien verandert dat nog in de toekomst, onze kabelmonopolist rekent in ieder geval op grote inkomsten. Ik wacht wel op IPTV*. Hoe IPTV dan via de internet breedbandverbinding van diezelfde televisiekabelmonopolist zal werken zien we wel in de toekomst. De belangrijkste les hieruit is dat ik, net als andere consumenten, een goed evenwicht wil tussen het geldbedrag dat ik uiteindelijk op tafel leg en de functionaliteit die ik daarvoor in ruil krijg. Grote bedrijven hebben meestal een andere voorstelling van wat een verantwoorde ruil is. Toch is de keuze aan de consumenten. Ze hebben één echte keuze: wel of niet kopen. Dat is de realiteit van alle handelstransacties en dus ook de realiteit van consumenten-elektronica voor de consument.

- 38 10. Vrijheidsgraden Het leven kent vele beperkingen. Enkel in onze gedachten zijn we volledig vrij. Maar zolang we onze gedachten niet kenbaar maken aan de wereld zijn ze onbestaande voor de andere mensen. Eenmaal we handelen in de reële fysische wereld zijn we aan beperkingen onderworpen. Beperkingen die direct verbonden zijn met de eigenschappen van de fysische wereld zijn de geografische beperking en de beperking in de tijd. Ook zijn er beperkingen die voortkomen uit de manier waarop mensen denken, handelen en handel drijven. Andere beperkingen ontstaan tengevolge van de huidig bereikte stand van de technologische ontwikkeling. Ook het onbekend zijn van informatie betekent een beperking. Daarnaast zijn er nog talloze andere beperkingen. Telkens men een dergelijke beperking overwint, verwerft men één bijkomende nieuwe vrijheidsgraad. Technologische ontwikkelingen en de vooruitgang van de menselijke kennis hebben stelselmatig beperkingen opgeheven. Mensen willen vrij denken en handelen, en in hun handelen willen ze op zo weinig mogelijk manieren beperkt worden. De drang naar kennis hangt zeer nauw samen met de vrijheidsdrang van de mens. Indien hij de keuze heeft kiest elke mens voor de dienst, het product of de informatie die hem een maximaal aantal vrijheidsgraden biedt. De verdergaande digitalisering en de doorbraak van het internet leggen het fundament waarop een vrijere wereld tot stand kan komen. Zoals de oorspronkelijke beperkingen waaraan de mens op deze Aarde onderworpen werd reeds overwonnen werden door eerdere technologische ontwikkelingen zullen nieuwe technologieën de mens uiteindelijk een vrijheid geven die ons nu even onbekend is als het ruimtetuig onbekend zou zijn geweest aan de oermens. Het valt ons moeilijk voor te stellen hoe groot de geografische beperkingen vroeger wel waren. Eeuwenlang reisde men te voet. Daarna met dierkracht en karren. In de moderne tijd kwam na het reizen te voet het gebruik van de fiets. De fiets is nu voor ons een banale vanzelfsprekendheid geworden. Bijna niemand weet dat de introductie van de fiets met zeer veel tegenstand gepaard ging. De fiets vergrootte de per dag afgelegde afstand dermate dat men ernstig vreesde voor de sociale stabiliteit. Mensen zouden makkelijk verder kunnen fietsen dan de dorpen in de omgeving. Dit bleek een enorme aantasting van de sociale controle. Het vergde een hele aanpassing in het denken maar uiteindelijk wogen de vele voordelen van de fiets zwaarder door. Later kwamen er ook treinen. En in het tijdperk van de massaproductie zou uiteindelijk de automobiel voor velen in de samenleving bereikbaar worden. Elke wagenbezitter kan nu makkelijk afstanden overwinnen die bijna dramatisch groot zijn in vergelijking met de mobiliteitsradius van de wandelaar voorheen. Nog later werd het vliegtuig een veel gebruikt vervoermiddel, ingezet voor georganiseerd massatransport. Mensen reizen niet alleen zelf, in fysische vorm. Geografische beperkingen worden ook steeds vlotter overwonnen door moderne communicatiemiddelen.

- 39 En ook het wereldwijd versturen van goederen via pakketten is nu voor bijna iedereen in de westerse wereld toegankelijk geworden. Voorheen was toegang tot goederen uit het buitenland enkel mogelijk voor hen die toegang hadden tot de internationale handel. De tijd, als andere aan de fysische wereld verbonden beperking, is niet overwinbaar. Elke dag telt 24 uur, en elk jaar telt 365 of 366 dagen. Dit is de voor iedereen beschikbare tijd tijdens de duur van 1 jaar. Om een succesvol leven uit te bouwen moeten mensen slapen, werken, de nodige zorg aan henzelf en hun naasten spenderen, en zich af en toe ontspannen. Binnen de 24 uur die elke dag hen biedt. Daaraan is nog niets veranderd, en daaraan zal vermoedelijk ook nooit iets veranderen. De tijd is beperkt en hij verstrijkt onherroepelijk. De fysische wereld waarin we ons bewegen combineert de geografische beperking en de tijdsbeperking in één ruimte. De mens als handelende persoon kan maar op één plaats tegelijk zijn. Als de mens naar een andere plaats wil gaan moet hij reizen, dat kost tijd. En tijd is kostbaar want het is een schaars goed. De tijd gespendeerd aan de ene taak kan de mens niet meer inzetten voor een andere taak. De mens is beperkt in tijd en ruimte. Naast de beperkingen afkomstig van de fysische wereld is de mens ook onderworpen aan beperkingen die zijn denken en handelen vormgeven. Voornaamste beperkingen daarbij zijn de biologische, de sociaal-culturele, de religieuze en de economische omgeving waarbinnen de mens bestaat, denkt en handelt. De manier waarop mensen hun dag vorm geven komt voort uit de noden die de mensen voor zichzelf en de maatschappij moeten invullen. In ruil daarvoor biedt de maatschappij aan haar leden stabiliteit, veiligheid, comfort en andere voorzieningen zoals voedsel, gezondheidszorg, schoolse vorming, cultuur. Deze voorzieningen zijn niet verkrijgbaar in de wildernis. Cultuur: afspraken, regels, normen en waarden; beschaaft, ordent de wildernis tot de maatschappij waarin wij leven. De invloed van deze ideeënomgeving kan moeilijk onderschat worden, een uitgebreide bespreking hiervan ligt echter buiten het bereik van dit boek. Cultuur bijvoorbeeld legt een zeer dwingende tijdsindeling op voor het jaar, de week en de dag. Op voorgeschreven tijdstippen worden voorgeschreven handelingen uitgevoerd. Geen mens die daaraan ontsnapt. Ook nu nog. Deze structuur, die de menselijke reactie is op natuurlijke impulsen, de gang van de seizoenen bijvoorbeeld, vormt een gemeenschappelijke basis voor het handelen binnen de maatschappij. Deze structuur is veranderd, losser geworden, door het ontstaan van de moderne wereld met technologische en maatschapplijke ontwikkelingen zoals de vrijgemaakte handel, de individualisering en het losmaken van de persoon van de religieuze invloed. Technologische ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld elektriciteit, licht, televisie, en vele andere. Het volledig wegvallen van deze structuur zou geen goede zaak zijn voor het samenleven van de mensen. Structuur vermindert de complexiteit van het leven. Leven volgens een vast patroon leidt tot een gezonder, stabieler, langer en gelukkiger leven. Bijvoorbeeld kloosterzusters

- 40 leven veel langer en gezonder dan doorsnee mensen. De vaste tijdsindeling van weleer wordt nog steeds bijna volledig gevolgd. In België werkt ongeveer 85% van de actieve bevolking enkel tijdens de kantooruren. 85% van de mensen volgt dus hetzelfde ritme. Dat zorgt voor fenomenen zoals verkeersfiles, de zomervakantie, de televisieprimetime rond 20u00 en de televisie-avond bij uitstek, zondagavond. Of de nieuwe primetime, op het internet, die valt elke werkdag tussen 09u00 en 17u00. Ik weet het, het klinkt vreemd voor de meeste hardwerkende werknemers maar zo is het. De aantallen televisiekijkers varieëren dus op de verschillende uren van de dag en op de verschillende dagen van de week. Primetime is het ideale moment om veel kijkers te bereiken voor de adverteerders dus voorzien programmamakers de kijkers van een populair programma. Voor een alternatief programma ben je aangewezen op een andere zender of de DVDspeler. Wil je verschillende programma’s zien die op éénzelfde ogenblik worden uitgezonden of ben je op het tijdstip van de uitzending verhinderd dan moet je het programma opnemen. Tot voor kort was je daarbij aangewezen op de videorecorder. Nu zijn er ook al DVR’s* (Digital Video Recorder) op de markt. Deze bieden een uitgebreidere functionaliteit. Ondermeer het vooraf plannen welke televisieprogramma’s je wilt opnemen via een elektronische programmagids (EPG).

- 41 11. Technische Controle Over De Consument Voorgaand beschreven beperkingen komen voort uit de voorgegevenheid van de wereld. Soms worden beperkingen ook doelbewust geïntroduceerd om de bewegingsruimte of de mogelijke alternatieven van de mens te beperken. Dit is zeker het geval in de economie. Handeldrijvende partijen maken zeer uitgebreid gebruik van controlemechanismen om de consument aan hun producten te binden. Bij producenten dient controle om de realiteit zo te structureren dat er een maximale opbrengst uit de aankopen van de consumenten voortvloeit. Een bekend fenomeen is aanbieden van merkgebonden toepassingen die de keuzevrijheid en de alternatieven van de consument beperken. De Amerikaanse term hiervoor is ‘vendor lock-in’. Hierbij wordt de consument afhankelijk, of denkt hij afhankelijk te zijn, van de producent voor toekomstige aankopen en kan de consument niet zonder aanzienlijke kosten van producent veranderen. Dit wordt concreet gerealiseerd door producten te ontwerpen die niet compatibel, niet onderling uitwisselbaar, zijn met de producten van de concurrenten. Dat is dan door de concrete vorm van de verkochte toestellen of onderdelen. Of men maakt de productstandaard waaraan de hardware of software moeten voldoen om correct te werken zo, dat deze standaard verschillend is van deze die de concurrentie voor haar producten gebruikt. Deze vormen van controle zijn zeer wijdverspreid, zowel binnen de technologiesector als daarbuiten. Enkele voorbeelden. Geheugenkaarten zijn er in vele verschillende vormen. Ze zijn geoptimaliseerd om de beste prestatie te leveren maar zijn onderling niet uitwisselbaar, niet compatibel. Verschillende types zijn: Compact Flash (CF), SmartMedia, Memory Stick, Multimedia Card (MMC), Secure Digital (SD), Secure Digital High Capacity (SDHC), en vele andere. Er zijn echter geheugenkaartlezers op de markt die meerdere types van deze geheugenkaarten aanvaarden. Deze kaartlezers zijn goedkoop en bestemd om op de PC aan te sluiten. Registratietoestellen zoals een digitale foto- of videocamera of weergavetoestellen zoals een MP3-speler kiezen voor één of soms twee specifieke types van geheugenkaarten. Andere geheugenkaarten kan je dan niet meer gebruiken. Een ander voorbeeld van vendor lock-in zijn printers en de bijhorende inkt cassettes die enkel door de fabrikant verkocht worden. Ook die combinaties van een printer met de noodzakelijke inktcassetes zijn merkgebonden en door patenten voor de concurrentie afgeschermd. Ook DVD’s kennen heel wat verschillende formaten: DVD-R, DVD-RW, DVD+R, DVD+RW, DVD-RAM, DVD-NESC. Daarenboven kennen DVD’s verschillende regiocodes voor Amerika, Europa, Azië, …. Aan elke verkochte DVD-speler wordt een regiocode toegekend. Dit toestel speelt dan enkel DVD’s af die voorzien zijn van de corresponderende regiocode. De DVD wordt nu voor hogedefinitie beelden (HD) opgevolgd door twee concurrerende formaten Blu-Ray en HD DVD. Beide nieuwe hogedefinitie DVD formaten werden elk apart ontwikkeld door een concurrerend samenwerkingsverband

- 42 van grote multimedia- en technologiebedrijven. De ene groep ontwikkelde Blu-Ray, de andere groep HD DVD. Begin 2007 is het nog niet duidelijk welk HD-formaat het zal halen. Andere schijfjes kennen ook heel wat versies. Naast de universele aanvaarde muziekcd introduceerde Sony de Super Audio CD (SACD). Er zijn vele verschillende CD-ROM standaarden die niet onderling uitwisselbaar zijn. De CD-ROM wordt gebruikt om éénmalig data op weg te schrijven (Compact Disc Read-Only-Memory). En ook van het universeel aanvaarde USB-formaat worden vaak merkgebonden varianten op de markt gebracht. USB (Universal Serial Bus) is een connectorstandaard waaraan gegevenskabels kunnen voldoen die gebruikt worden om de PC met randapparatuur te verbinden en die naast de gegevensuitwisseling tot een zeker vermogen het randapparaat ook van electriciteit voorzien. Deze vele onderling niet uitwisselbare standaarden zijn kenmerkend voor de controle die bedrijven wensen uit te oefenen op de consument. Want een investering in een toestel dat één van deze formaten afspeelt heeft onweerlegbaar een gevolg voor de verdere aankopen. Na de aankoop van een digitaal fototoestel van Sony, dat standaard de foto’s wegschrijft op een Memory Stick geheugenkaart, koopt de consument uiteindelijk bijkomende Memory Stick kaarten. Indien men later de aankoop van een digitale videocamera overweegt, hebben de toestellen die compatibel zijn met de Memory Stick kaart een stapje voor. Want er werd al een investering in Memory Sticks gedaan. Het bedrijf dat toestellen verkoopt die compatibel zijn met de Memory Stick kaart heeft er voordeel bij enkel dat geheugenkaartformaat te ondersteunen. Memory Stick is een, duurder, merkgebonden ontwerp van Sony. Niet enkel de gevensdragers waarop de digitale bestanden worden opgeslagen zijn sterk afhankelijk van de keuzen die de producent maakt. Ook de vorm waarin het bestand wordt opgeslagen, het bestandsformaat, kan zeer verschillen van producent tot producent. De bestandsformaten bieden aan de producenten een bijkomende vorm van controle over de consumenten. Er zijn zeer veel verschillende bestandsformaten, ontelbaar veel bijna. Veel meer dan het kleine overzicht hieronder: Afbeeldingen: Muziek: JPG, BMP, GIF, TIFF, edm. MP3, WMA, ACC, OGG VORBIS, WAV, edm. met een varierende bitrate: 64 kbps tot 320 kbps met een tijdens het afspelen constante, variabele bitrate (des te hoger de bitrate, des te hoger de kwaliteit en des te groter het gedigitaliseerde muziekbestand) DviX, MPEG4, MPEG1, MPEG2, edm.

Video

Theoretisch gezien is elke PC in staat om binnen elk type van data, dat zijn bijvoorbeeld afbeeldingen, muziek, video, en andere datatypes, elk bestandsformaat om te zetten naar een ander bestandsformaat. Dat deze functionaliteit niet wordt geboden is ondermeer omwille van redenen van

- 43 controle over de consument. Indien je een bepaald programma nodig hebt om een document in een bepaald bestandsformaat te bewerken zal je geneigd zijn dat programma ook aan te kopen. Als je in de toekomst ooit een nieuw bewerkingsprogramma moet kopen beschik je al over veel bestanden uit het verleden die je in de toekomst ook nog wilt kunnen consulteren en bewerken. De keuze uit mogelijke bewerkingsprogramma’s is dan beperkt tot diegene die dat type van bestand kunnen openen. Bijna altijd kom je dan bij dezelfde fabrikant uit. De producent van een dergelijk bewerkingsprogramma waaraan een specifiek bestandsformaat is gekoppeld schaadt objectief gezien de eigen commerciële belangen als hij de concurrenten toegang geeft tot dat bestandsformaat Leent een producent toch een merkgebonden bestandsformaat uit dan moet er bij gebruik van die standaard een vergoeding betaald worden aan de patenthouders. Meestal maken de patenthouders deel uit van de organisatie die de standaard ontwikkelde. Vaak richten grote technologiebedrijven samen een dergelijke organisatie op met als doel het ontwikkelen van een standaard en bijhorende inkomstenbronnen. Patenthouders kunnen zeer terughoudend zijn met het toekennen van gebruiksrechten aan andere producenten. Een bestandsformaat kan de basis zijn voor een bijna monopoliepositie. Aangezien elke vorm van digitale informatie onder de vorm van één of ander bestandsformaat wordt opgeslagen kan de keuze voor een bepaald bestandsformaat grote gevolgen hebben. Een duidelijke illustratie van vendor lock-in biedt de muziekoplossing van Apple. Via de mediaplayer iTunes, de internetmuziekwinkel iTunes en de lijn van draagbare muziekspelers iPod biedt Apple een totaaloplossing voor digitale muziek aan. Zakelijk gezien scoort Apple tot nu toe hiermee zeer goed. De gebruiker boet echter enorm aan controle in omdat de via iTunes verkochte media, liedjes en begin 2007 enkel in Amerika ook muziekvideo’s, televisieserie’s en films, wat de muziek betreft, aangeboden worden in het bestandsformaat AAC (Advanced Audio Coding) en voorzien is van het door Apple ontwikkeld digitaal rechtenbeheer, FairPlay. Deze liedjes kan je enkel via de iPod afspelen. Het mediabeheer programma iTunes verhindert het omzetten van de aangekochte muziekbestanden uit AAC naar een ander bestandsformaat. Omzetten naar een ander bestandsformaat kan enkel via een onhandige omweg. Door de muziek op CD te branden en nadien opnieuw naar de PC te rippen in het gewenste formaat kan je het liedje van AAC-formaat omzetten naar een ander formaat. Ten koste van het nodige kwaliteitsverlies. Het enige andere formaat dat iTunes toelaat is MP3. Ook zijn de aangekochte liedjes op de PC zelf enkel te beluisteren via de mediaspeler iTunes. Aangekochte media kunnen niet met andere mediabeheerssoftware afgespeeld worden. De rechten op het formaat AAC FairPlay wordt door Apple aan geen enkele andere software- of hardwareontwikkelaar in bruikleen gegeven. Daarnaast zijn de iPods zelf ook niet compatibel met andere niet-Apple mediasoftware en kunnen de iPods vanuit deze derde mediasoftware niet van liedjes, en daarnaast vooral video’s, voorzien worden. Toch is de iPod de meest succesvolle draagbare mediaspeler tot nu toe. En werd de iPod famillie recent nog uitgebreid met de merkgebonden Apple TV en de draagbare telefoon iPhone.

- 44 Dat was de situatie tot april 2007. Opgemerkt dient dat de meeste andere aanbieders van een totaaloplossing voor digitale media dezelfde gesloten strategie trachten te realiseren. Eerder bleek al dat Apple niet ongevoelig was voor druk van enkel Europese overheden en overwoog men bij Apple al publiekelijk DRM-loze muziekbestanden aan te bieden in hun iTunes muziekwinkel. 2 April 2007 volgde dan het bericht dat Apple en EMI besloten vanaf mei 2007 een groot gedeelte van EMI’s muziekcataloog aan te bieden als hoogwaardige DRM-loze AAC bestanden, zij het voor een iets hogere prijs. Kenmerkend voor de kwaliteit die Apple zijn klanten biedt is dat er ook een oplossing is voor de eerder verkochte liedjes, die een lagere kwaliteit (bitrate, 128 kbps AAC) hadden en voorzien waren van de FairPlay kopieerbeveiliging. In ruil voor een opleg die het prijsverschil compenseert kan de klant die liedjes laten omzetten naar de 256 kbps AAC bestanden zonder kopieerbeveiliging. Apple is hiermee opnieuw de eerste in de markt. Vendor-lock-in blijft echter nog zeer actueel. Naast de overduidelijke commerciële redenen zijn er ook objectieve, historische redenen waarom systemen niet compatibel zijn. Hardware en software producenten zijn concurrerende bedrijven die individueel verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een werkend product dat op een zeer concurrentiële markt voldoende winst moet opleveren om het voortbestaan van het bedrijf te garanderen. Over die technologische ontwikkelingen die de toekomst van het bedrijf uitmaken rept men met geen woord tegen de concurrenten. In die omstandigheden wordt het bijna onmogelijk voor bedrijven om gezamelijke standaarden uit te werken. En het is voor een bedrijf dat een hitproduct heeft niet te verantwoorden tegenover de aandeelhouders dat ze de controle over die ‘cashcow’, met ander woorden een zeer goed verkopend product of dienst, uit handen geven. Het merendeel van de nieuw gelanceerde producten en diensten verwerft nooit enig marktaandeel van betekenis en faalt jammerlijk. De kosten die de vele missers met zich meebrengen worden gecompenseerd door de weinige producten die wel een financiële voltreffer zijn. Er zijn echter ook pogingen om open bestandsformaten ingang te doen vinden. Deze open bestandsformaten bestaan naast de merkgebonden bestandsformaten. Een onvolledig overzicht: TXT: HTML/XHTML: OpenEXR: PNG: SVG: FLAC: Ogg Vorbis: Ogg Theora: XVID: XML: tekstformaat, zonder opmaak opmaaktalen voor webpagina’s beeldformaat beeldformaat beeldformaat audioformaat audiformaat videoformaat videoformaat opmaaktaal waarmee betekenis aan informatie wordt toegevoegd

- 45 De beste manier om moeilijkheden met verschillende bestandsformaten te vermijden, en ook moeilijkheden met digitaal rechtenbeheer (DRM), is nog steeds het kopen van het liedje of de film op een fysische drager, CD of DVD, en deze dan te rippen, overzetten, naar de PC in MP3-formaat voor muziek en een bestandsformaat zoals VOB (Video OBject) voor de films dat de video en audio inhoud en de ondertitels en menu-items van de DVD bevat. In tegenstelling tot VOB wordt het MP3 formaat door bijna alle draagbare mediaspelers ondersteund. MP3 is de de facto standaard voor digitale muziek. Voor videobestanden is het Xvid-formaat* het meest verspreid aangezien de meeste illegaal gedownloade films in dit formaat worden aangeboden. Dezelfde overweging die aan digitaal rechtenbeheer ten grondslag ligt, het beschermen van de auteursrechten, maakt dat het vrij registreren van video en audio op een PC, draagbare MP3-speler of een draagbare mediaspeler een vorm van gebruikersvrijheid is die slechts uitzonderlijk wordt aangeboden. Koreaanse elektronicaproducenten gaan het verst in het ondersteunen van diverse opnamemogelijkheden. Ook sommige Franse producenten durven dit aan. Bij een MP3-speler spreek je dan van ‘in-line recording’ van de muziek die opgeslagen kan worden in bijvoorbeeld MP3-formaat. Je kan dan een kabel aansluiten op een radio of een HIFI-keten voor muziekopname en voor video-opname kan je via een ‘craddle’ videosignalen overnemen van een televisie. Een craddle is een voetje waarin het draagbare toestel past, waarmee het toestel opgeladen kan worden en waarmee het toestel verbonden is met een HIFI-keten of televisieset voor weergave of opname van het geluids- of videosignaal. In-line recording is wel te onderscheiden van een dictafoonfunctie waarmee je enkel omgevingsgeluid opneemt. Draagbare toestellen die naast muziek ook video en foto’s afspelen worden ook Portable Media Players (PMP) genoemd. Bij online verkoop van media is elk verschillend merkgebonden bestandsformaat dus vaak nog eens uitgebreid met een merkgebonden oplossing voor digitaal rechtenbeheer (DRM). Dit is een bijkomende vorm van controle over de gebruiksvrijheid van de consument. Vaak lijkt het dat digitaal rechtenbeheer vooral wordt ingezet als controlemechanisme om de consument aan een merkgebonden oplossing te binden of hem dezelfde content meerdere malen te laten aankopen. Digitaal rechtenbeheer is in theorie opgezet om de eigendomsrechten van auteursrechterlijke beschermde werken te vrijwaren maar biedt de rechteneigenaars van de content en de producenten van de merkgebonden media-oplossingen vooral controle over de toekomstige opbrengsten. De op 2 april 2007 bekendgemaakte beslissing van Apple om muziekverdeler EMI de kans te geven een deel van de muziekcataloog rechtenvrij aan te bieden via iTunes geeft een duidelijk antwoord op de berichten dat Apple nooit bereid zou zijn tot het rechtenvrij aanbieden van mediabestanden. In mijn overtuiging kan het aanbieden van DRM-loze bestanden enkel samengaan met een krachtige en afdoende bestrijding van illegale muziekuitwisseling.

- 46 Niettemin laat de beslissing van EMI en Apple vermoeden dat er misschien nooit een einde komt aan de praktijk van de ‘planned obsolence’*, of geplande nutteloosheid, die media in oude bestandsformaten of op oude gegevensdragers nutteloos maakt. De AAC-muziekbestanden in 128 kbps met FairPlay worden nu vervangen door 256 kbps AAC-bestanden zonder FairPlay en binnen enkele jaren worden het misschien MP3-bestanden in 512 kbps kwaliteit. En elke keer volgt er een kleine prijsverhoging en betaal je opnieuw voor iets dat je eerder al gekocht had. Dat consumenten meer dan één keer betalen voor dezelfde content is zeker geen uitzondering. De afgelopen kwarteeuw gebeurde het al tweemaal massaal met de overstap van vinyl LP naar audio CD en met de overstap van VHS videocassette naar DVD. En dat waren niet de enige gegevensdragers die overbodig werden. Naast de vinyl LP kwam de audiocassette die door de komst van de CD ook van het toneel verdween. De 33-toerenplaat (LP*) zelf werd vooraf gegaan door de 78-toerenplaat. De geschiedenis kent over vele andere domeinen heen nog diverse andere gegevensdragers en bestandsformaten die nu niet meer gebruikt worden en voor moderne toestellen onbruikbaar geworden zijn. Dat al deze media zogezegd voorbijgestreefd zijn, betekent niet dat ze er niet meer zijn. In menig huishouden zullen nog vergeten 78-toerenplaten, VHS-video’s en andere gegevensdragers ongebruikt liggen wachten op een herontdekking. Zelfs de toestellen waarmee deze mediadragers afgespeeld kunnen worden zullen in veel gevallen nog werkbaar en aanwezig zijn. Niet iedereen koopt zomaar onmiddellijk nieuwe toestellen en vervangt de oude mediaverzameling door een hele nieuwe mediacollectie. Niet iedereen volgt onmiddellijk elke laatste nieuwe innovatie. Innovatie, do or die. Eenmaal een nieuw product op de markt komt, wordt het al gauw gekopiëerd. Een nieuwe technologie moet maximaal opbrengen alvorens ze voorbij gestreefd is. En dan moet deze ‘oude’ technologie opgevolgd worden door een nieuwe technologie, een nieuw product waarmee het bedrijf zich van zijn concurrenten onderscheidt. De enorme tijdsdruk op de concurrerende bedrijven zorgt voor een steeds versnellend innovatieproces. Innovatie is het kernbegrip van technologische vooruitgang. Innovatie is wat vandaag de dag de economie aandrijft, vooral via de vervangingsinkopen. De consument koopt nu eerder een nieuw toestel omdat het meer mogelijkheden heeft, sneller is of beter is voor minder geld dat het origineel ontwerp. Dat beperkt zeer sterk de gebruiksduur van elektronicatoestellen. Vaak dachten consumenten dat een nieuw aangekocht product 10 jaar zou meegaan. In realiteit blijkt het nieuwe product na drie jaar al voorbijgestreefd en koopt de consument een nieuw toestel. Sommigen kopen elk jaar (!) een nieuwe GSM* met een nieuwe en betere functionaliteit. Dergelijke consumenten zijn zeker geen uitzondering. De GSM is eigenlijk een beetje een buitenbeentje. Elke nieuwe productfamilie, elke nieuwe technologie, kent ongeveer een zelfde

- 47 verspreidingspatroon. Een kleine groep van nieuwe gebruikers leert een product kennen, beslist het uit te proberen en raakt overtuigd van het gebruiksnut. Zodra het gebruiksnut duidelijk is vindt het nieuwe product een plaats in het leven van de nieuwe gebruiker en in dat van andere gebruikers. Uiteindelijk blijft men dat nieuwe product dan gebruiken ofwel vergeet men het weer waarna het een stille dood sterft. De verspreiding van de nieuwe technologie in de maatschappij gaat gelijk op met de aantallen nieuwe gebruikers die zich het product aanschaffen. Vanaf een bepaalde kritische drempel aan gebruikers kan de verspreiding zeer snel beginnen gaan. Dat is zo indien een product aan een onmiddellijke gebruiksnood beantwoord. De GSM werd zeer snel geadopteerd door een groot deel van de bevolking. Dat is vooral geweest omdat de GSM een zeer gewenste functionaliteit biedt: overal kunnen bellen. Eerst heette het ‘overal bereikbaar zijn’ maar van die uitdrukking kwam men al gauw terug. In het verleden ging er meestal een generatie voorbij voor een nieuwe technologie volledige adoptie kende. De oude generatie die het product nooit gekend had tijdens haar jeugd, die nooit geleerd had aan dit specifieke product geld te spenderen, was niet altijd geneigd dit nieuwe product te gebruiken, en ervoor te betalen. De opkomst van de GSM was hierop een eerste echte uitzondering. De GSM kende in de ontwikkelde wereld een bijna volledige verspreiding binnen de 10 jaar. Door innovatie kunnen technologiebedrijven een competitief voordeel ontwikkelen ten opzichte van hun concurrenten. Naarmate de technologie echter meer en meer ingeburgerd raakt worden de marges die zij op hun voorheen innovatieve product kunnen binnenhalen steeds kleiner. Dit komt door de steeds dalende prijzen en de toegenomen concurrentie op de nieuw ontstane markt. Vandaar de pogingen om die nieuwe markt af te sluiten voor concurrentie door merkgebonden oplossingen. Desondanks biedt innovatie voor de gebruiker een verhoogde kwaliteit en functionaliteit voor een vaak lagere prijs. Dit is bijvoorbeeld zeer duidelijk het geval voor het aanbod van wagens door de automobielfabricanten. Innovatie is eigen aan elk industrieel ondernemen en speelt niet enkel binnen de technologische sector een grote rol. Ook in andere domeinen van het maatschappelijk leven merk je dat het op vrije ondernemen gebaseerde kapitalistisch systeem voor een toename van de welvaart gezorgd heeft. Inderdaad, relatief gezien zijn de vermogenden vermogend gebleven en zijn de minder vermogenden minder vermogend gebleven ten opzichte van de meer vermogenden. Maar met het verleden vergeleken, heeft iedereen voor dezelfde relatieve rijkdom, elkeen in verhouding tot de anderen, de toegang verworven tot een grotere keuze, uit meer diensten en producten, met een hogere of van een hogere kwaliteit die een meer uitgebreide functionaliteit bieden. Dat is een fundamentele vrijheidsgraad die gerealiseerd wordt door het vrij ondernemen van de mens. Zelfs met alle bovenbeschreven beperkingen die in de merkgebonden oplossingen aanwezig zijn bieden deze producten de consument een verhoogde functionaliteit. De iPod biedt de gebruiker, ondanks de duidelijke

- 48 beperkingen, een door velen gewenste functionaliteit. Het gebruiksgemak en de geïntegreerde oplossing van de online aankoop samen met de mobiliteit van de mediacollectie in de woning en daarbuiten worden vaak als doorslaggevende reden voor de aankoop aangegeven. Toch denk ik niet dat een merkgebonden oplossing het eindpunt is. Er zijn oplossingen denkbaar die veel meer vrijheidsgraden bieden. Laat ons misschien even dromen… Elke computer, PC, of draagbaar electronicatoestel is tot veel meer functionaliteit in staat dan de functionaliteit die merkgebonden toepassingsprogramma’s of draagbare mediaspelers bieden op basis van dezelfde rekenkracht. Een PC voorzien van de juiste kaartlezers kan elk type van geheugenkaarten lezen. Een PC, of een draagbare mediaspeler, kan van alle bestaande types van connectoren voor in- en output voorzien worden. Mediabeheersoftware kan zo ontwikkeld worden dat vrij van het ene naar het andere bestandsformaat kan omgezet worden zodat je niet meer gebonden bent aan specifieke formaten en bijhorende programma’s. Met andere woorden, technisch gezien, biedt de computer als programmeerbare rekenmachine de basis voor een volledig vrij systeem. Een objectieve reden voor de ontwikkeling van merkgebonden oplossingen is het gebrek aan een gemeenschappelijk ontwikkelingsplatform. Elke ontwikkelaar van elektronische componenten concureert met andere componentenbouwers voor marktaandeel door innovaties en bepaalt door zijn ontwikkelkeuzen welke concrete toestellen de Apple’s, Creative’s en de andere toestelbouwers van deze wereld met die verschillende componenten kunnen bouwen. Er zijn zoveel verschillende betrokken partijen en belangen dat een gemeenschappelijk ontwikkelplatform onmogelijk, eigenlijk zelfs ongewenst is. Op een hoger niveau, wat betreft de onderlinge uitwisselbaarheid van software, bestandsformaten, gegevensdragers, connectoren en andere, is er wel mogelijkheid tot integratie. Zolang een gemeenschappelijk dwingend regelgevend raamwerk voor die integratie echter ontbreekt zal vendor lock-in blijven bestaan. De huidige economische context waarbinnen concrete bedrijven financieel moeten blijven bestaan leidt ertoe dat elk bedrijf voor de eigen technologie een afgesloten markt wil creëren die niet bedreigd wordt door de concurrentie van buitenaf. Het gevolg is dat die afgesloten markten kleine eilandjes maken van wat in theorie één groot gemeenschappelijk platform voor het vrij ondernemen kan zijn.

- 49 12. Het Internet Verbreed De Keuze Van Consumenten Het internet heeft een ontwrichtend effect op het zakendoen van bedrijven. Door de vrije toegang tot informatie krijgen consumenten een deel van de controle over hun eigen ervaringen terug. Alternatieve informatie geeft aanleiding tot andere keuzes en de controle van bedrijven op de keuzes die consumenten maken wordt minder dwingend. Toch maakt controle voor elke consument integraal deel uit van de internetervaring. De evolutie van de media-industrie biedt een mooie illustratie van de ontwrichtende werking van internet op het offline zakenleven. Het is een gekende praktijk dat platenmaatschappijen bij de radio- en muziekzenders hun artisten promoten. Op vaste tijdstippen komt de man van de platenmaatschappij langs en worden liedjes en videoclips aan de zender in kwestie aangeboden. Deze worden dan gedraaid in ruil voor bijvoorbeeld exclusiviteit van liedjes of videoclips van andere, meer gewilde, artisten. Geld mag er hierbij in theorie door de platenmaatschappijen niet aan de zenders gegeven worden. Bij het bekijken of beluisteren van muziekzenders valt op hoezeer bepaalde artisten gepushed worden en andere muzikanten nooit te horen zijn. Vaak valt ook op hoezeer de muziek op een radiozender de persoonlijke hobby van de programmasamensteller illustreert, en hoever dit vaak afwijkt van wat de man in de straat graag op de radio zou horen. Zo werkt de media-industrie. Ze bestaat enkel bij gratie van diegene die liedjes, videoclips, en dergelijke meer, aanbieden. Dat zijn de bedrijven die de rechten bezitten op de aangeboden media. Objectieve redenen waarom radiozenders optreden als distributiekanaal van nieuwe muziek zijn er ook. Mensen hebben maar een beperkte tijd om iets nieuw te beleven, om iets nieuw te selecteren. Daarvoor kiezen ze dan de radiozender die ze zelf het leukst vinden om naar te luisteren. Daar zit een persoon die de hele dag liedje na liedje gereed legt en laat afspelen. De radiozender, eigenlijk de DJ (Disk Jockey), voert dan de selectie voor de luisteraars uit. Daarbij komt ook dat het aantal radiozenders, zoals bij alle mediakanalen, sterk beperkt is door politieke regelgeving en, zo zegt men, omwille van technische en economische oorzaken. Het beperkte aantal zenders leidt ook tot een beperkter, minder verscheiden media-aanbod. Het aanbod van de rechtenhouders aan de media-industrie is van ongelijke kwaliteit. Radiozenders selecteren uit dat ongelijkmatige aanbod de kwaliteitsvolle liedjes. Daarvoor is kennis van het aanbod nodig en dat neemt tijd in beslag. Voor die vaardigheid moet betaald worden, dus moet de radioreclame voldoende luisteraars hebben om de radiozender rendabel te houden. Daarnaast is de radiozender voor het muziekaanbod afhankelijk van de muziekaanbieders die zo de op de radio gespeelde muziek kunnen beïnvloeden. Ze kunnen een heel leuk nieuw liedje weigeren aan een radiozender, tenzij… “jullie deze maand ook eindelijk eens extra aandacht besteden aan die ‘fantastische’ plaat die jullie eigenlijk tot nu toe te weinig op de radio hebben gespeeld.” Zo stel ik het me althans voor indien het werkelijk zo is dat er niet betaald wordt om op de radio aandacht te besteden

- 50 aan een door het publiek minder gewild liedje. Een fenomeen dat bekend werd in Amerika als ‘playola’. Door de controle van de media-aanbieders op de distributiekanalen en het beperkte aantal mediakanalen ontstaat een maatschappij die gekenmerkt wordt door hits. Muziek, films, boeken, en andere media die soms buitensporig goed verkopen maar tegelijkertijd aan de gemiddelde smaak van iedereen beantwoorden en dus aan de voorkeur van niemand in bijzonder. Daarbij komt dat in de offline wereld aangekochte gegevensdragers niet teruggenomen worden. De gekochte CD, DVD of boek breng je niet terug naar de winkel als het tegenvalt. Verkocht is verkocht. Want geopende CDs worden hier niet teruggenomen. En laat je volgende keer alstublieft opnieuw vangen. Een hit kan gemaakt worden. Door een liedje vaak te spelen, door een muziekvideo vaak op de televisie te tonen, door een boek uitgebreid te bespreken, door vaak een auteur op de televisie en in de krant op te voeren. Door de trailer van een film in het woensdagmiddag televisiejournaal te tonen, door de film te vermelden in de weekendmagazines. Het gebeurt om ons heen en dat de hele tijd. Elk mediakanaal heeft zo zijn bevoorrechte artiesten, kunstvormen, muziekstijlen en andere dada’s. Een grote film wordt vaak aangekondigd met heel wat mediageweld dat meestal geconcentreerd is in de week van de filmpremiere en dat gecombineerd over verschillende mediakanalen heen. Daarna wordt de film beoordeeld op zijn eerste week in de zalen, vaak zelfs enkel op het eerste weekend. Hoe was de box office ? Is het een hit ? Toch is selectie niet altijd een slechte zaak. Zonder de presentatie van een boek, een film of een liedje in de media zouden we gewoonweg niet weten dat dat boek, die film of dat liedje er was. De massamedia sturen voor een deel het aanbod, in zoverre dat het aanbod hen wordt aangereikt door de contentaanbieders, maar de massamedia hebben wel degelijk ook een informatiefunctie. Het nadeel van de klassieke massamedia is enkel dat ze slechts een beperkt distributiekanaal hebben. Beperkt in de tijd en in het aantal mogelijke kanalen. Ze bieden daarom informatie voor de massa. Internet maakt het distributiekanaal wijder. Het biedt voor elkeen wat wils. Door het gigantische aantal mensen die toegang hebben tot internet wordt elke niche in de markt een volwaardige markt. Ook zijn er veel minder vormen van controle die het aanbieden van content beperken. Een voorbeeld. Via MySpace.com kan je als internetgebruiker een thuispagina aanmaken waarop je jezelf kan voorstellen met foto’s, met liedjes die je goed vindt, met korte video’s. Je kan dan, indien iemand daarom vraagt, die persoon toevoegen aan je vriendenlijst. Zo ontstaat er al gauw een vriendenclubje. Het oorspronkelijke opzet was jongeren een medium te bieden om online vriendschappen uit te bouwen en te onderhouden. Al gauw bleek echter dat heel wat onbekende en beginnende artisten van MySpace.com gebruik maken om geheel vrij hun muziek te promoten.

- 51 MySpace biedt artiesten een kans tot contact met hun fans, laat ze nieuwe fans maken. MySpace geeft fans van artiesten toegang tot informatie over die ene artiest waarin zij geïntereseerd zijn. Ongeacht waar deze fans zich op de aarde bevinden. Sommigen muzikanten maakten zelfs al de overstap van MySpace naar de klassieke massamedia zoals Lily Allen. Het enige wat een muzikant nodig heeft is een browser en toegang tot het internet. Door MySpace en verwante websites komen muziekliefhebbers met een veel diverser aanbod aan muziek in contact. Veel uitgebreider dan dat ooit via de massamedia mogelijk was. Nu heeft bijna elke muzikant in de westerse wereld een MySpace-pagina. Naast de informatie over een uitgebreider en diverser aanbod biedt internet ook de mogelijkheid om door te klikken en die CD, dat boek of die DVD meteen te bestellen en te betalen. Daarbij komt dat het media-aanbod via internet niet beperkt is in omvang. De klassieke winkelruimte wordt vervangen door een gigantische digitale opslagruimte. Een muziek-, film- of tekstbestand verkopen bestaat op internet, naast de financiële transactie, enkel uit het maken van een digitale kopie van dat bestand. Uit de realiteit van tien jaar internetondernemen blijkt, volgens het interessante boek ‘The Long Tail’ van Chris Anderson, dat mensen een veel diversere keuze uit dat uitgebreide aanbod maken. Meer verscheiden dan de keuze die de massamedia vroeger aanboden. Het internet ontwricht de controle die de rechtenhouders samen met de mediaverdelers zoals de radio- en televisiezenders en de gedrukte media over de media-aankoop en mediabeleving van de consument hadden. Ik denk dat de toekomst van veel distributiekanalen ligt in het mogelijk maken voor de consument om uit een door de mediakanalen samengesteld en veel uitgebreider aanbod zijn selectie, zijn eigen keuze, samen te stellen. Een selectie die de consument dan permanent kan bijhouden door ze te huren of aan te kopen. Gaandeweg zullen door het internet consumenten een keuze kunnen maken die beter bij hun persoonlijke smaak past. De ontwrichtende werking van het internet is enkel mogelijk door het aanbieden van informatie. En dat gebeurt op commerciële basis door de grote internetbedrijven. Het aanbieden van informatie via het internet zoals Amazon.com en andere ecommerce websites doen of het verzamelen en gestructureerd aanbieden van informatie door zoekmachines zoals Google.com of Yahoo.com, gaat gepaard met grote kosten. Kenmerkend voor de nieuwe interneteconomie is dat, tenzij men een commissie neemt bij de verkoop van een item zoals bij ecommerce, de werkingskosten bijna volledig gedragen worden door advertenties. Vanzelfsprekend brengen deze advertenties meer op indien ze regelmatig en vaak bekeken worden. En als mensen vaak terugkeren naar je website om iets te kopen strijk je regelmatig een commissie op. Informatieaanbieders willen het liefst hun gebruikers zo vaak en zo lang mogelijk bij hen op de website houden. En alleen bij hen op de website. Daartoe oefenen ze controle uit op de vrijheid van hun gebruikers. Dat komt

- 52 uiteindelijk in conflict met de informatievrijheid die kenmerkend is voor het internet. Het internet kent een enorme omvang, zo ook het informatieaanbod via internet. Dat informatieaanbod is bij uitstek niet overzichtelijk. Niemand kijkt zijn browser in en ziet het landschap van aanwezige websites. Zoekmachines doorploegen het internet en bieden na het intikken van een zoekterm links naar relevante webpagina’s. Internetgebruikers zijn volledig afhankelijk van deze zoekresultaten om een relevante website terug te vinden. Tenzij men op een andere manier met deze website in contact komt. Via de klassieke media of via een link van een andere reeds gekende relevante website. Zoekmachines zijn een onmisbaar instrument om informatie terug te vinden. De eigenaars van een dergelijke zoekmachine kunnen grote controle uitoefenen over de consumenten via de zoekresultaten die het intikken van een term oplevert. Ondanks de grote commerciële belangen die spelen, ga ik er nu van uit dat dit niet gebeurt. Het is wel zo dat men op vraag van de overheid sommige resultaten weglaat. Elk distributiekanaal is uiteindelijk onderhevig aan controle ongeacht wie de poortwachter is. Volgend verhaal illustreert duidelijk hoe informatievrijheid en commerciële belangen in conflict kunnen komen. Het internet begint meer en meer te bestaan uit verschillende stukjes programmacode die je hier knipt en daar plakt. De verschillende videovenstertjes van videodiensten zoals YouTube, aangekocht door Google, Google Video of Soapbox van Microsoft zijn programma’s die niet los staan op zichzelf. Elk van deze videodiensten is bedrijfsmatig verbonden met één van de grote, concurrerende spelers in de Amerikaanse interneteconomie. Een van de toekomstige strategieën om het gratis aanbieden van videodiensten rendabel te maken is het geven van videoreclame. Websites zijn niet geneigd om de concurrentie een podium te geven voor reclameboodschappen. Internetdiensten die zeer grote aantallen gebruikers verenigen komen dan al snel in de verleiding om van hun website een afgesloten eiland te maken in de internetoceaan. Afgesloten voor elke andere dienst van hun concurrenten hoezeer hun gebruikers ook de functionaliteit van beide diensten wensen te combineren. “Ik had mijn video’s op YouTube staan maar krijg ze nu niet meer op mijn MySpace pagina.” In dat opzicht is het internet een zeer vreemde combinatie van een voor ondernemingen uiterst competitief systeem dat door zijn gebruikers gezien wordt als een gratis publieke dienst. Omdat de functionaliteit die via het internet wordt aangeboden in vele gevallen gratis is, gedragen door advertenties is de controle die internetinformatie-aanbieders uitoefenen erop gericht het maximale aantal ‘eyeballs’: kijkers, luisteraars of lezers, te behouden. Dat heeft gevolgen voor de vrijheid waarmee je informatie en diensten kan combineren en deze vrijheid wordt een zeer belangrijk discussieonderwerp voor de toekomst. Wordt het internet een verzameling van afgesloten tuinen waarin je als consument opgesloten raakt. En wat met een online dienst die op een artificiële manier afgeschermd wordt zoals bijvoorbeeld bij de online muziekwinkel iTunes die

- 53 voor elk verschillend land een aparte muziekwinkel maakt die ontoegankelijk is voor niet-bewoners van dat land. Je kan in de praktijk enkel liedjes kopen in de iTunes winkel van het land waarin je kredietkaart is geregistreerd. De eigenheid van het aanbieden van informatie via webdiensten op wereldschaal aan consumenten maakt dat dergelijke strategieën misschien geen lang leven geschoren zijn. Want gebruikers kunnen zeer makkelijk van dienst en dienstenleverancier veranderen. De concurrentie zit maar één klik verderop. Het internet ondernemen biedt maar weinig echte zekerheden. En misschien leert de consument dat wel sneller dan het de industrie lief is. Concreet is de vrijheid waarmee potentiële gebruikers toegang hebben tot een webdienst zeer belangrijk. Een belangrijke drempel bij het gebruik van een internetdienst is het downloaden en installeren van software. Een dienst die onmiddellijk te gebruiken is zonder download biedt een bijkomende vrijheidsgraad. Dat is de reden waarom ik voor YouTube koos en niet voor Google Video, zelfs al was ik eerst eens gaan kijken bij Google Video. Video’s uploaden* naar Google Video kon enkel na installatie van extra software. Een gemiste kans voor Google want ik maakte al gebruik van de Google zoekmachine. Toch koos ik voor YouTube. De belangrijkste reden waarom ik naar YouTube blijf terugkeren is het enorme aanbod aan relevante muziekclips. De volledigheid van het media-aanbod is eveneens een vrijheidsgraad. Vaak neemt de controle de vorm aan van een registratieformulier. Je moet je dan registreren om van een dienst gebruik te kunnen maken. Vele bedrijven gaan ervan uit dat je geen relevante advertenties kan aanbieden zonder een goed profiel van de concrete gebruiker die de website bezoekt. Registreren heeft voor mij als consument zin als ik werkelijk gebruik wil maken van een dienst. Ik vul dan dingen in zoals, leeftijd: 5000 jaar, woonplaats: BenedenPatagonië, interesses: kwantummechanica, het huwelijksleven van de bonobo en de praktijkstudie van de roomsoes. Allemaal heel relevant. En dat is als ik werkelijk van een dienst wil gebruik maken. Vaak krijg ik zo’n scherm als ik doorklikte naar een krantenartikel dat me interessant leek. Indien ik me in dat geval moet registreren keer ik bijna altijd terug naar waar ik vandaan kwam. Meestal is dat Google News. Die moeite, registreren: persoonlijke gegevens opgeven, paswoord opgeven, paswoord herhalen, logingegevens neerschrijven op een papiertje, een controle nummer ontcijferen en opnieuw intikken, bevestigen, email controleren, op een link klikken en uiteindelijk, het krantenartikel lezen, is het me niet waard. Om nog niet te spreken van de inbreuk op mijn privacy. Dan ga ik wel elders. Keuze genoeg.

- 54 13. Programma, Dienst Of Product, Controle is Onvermijdelijk Een doorslaggevende factor bij de blijvende keuze voor een webdienst, of eender welk ander toepassingsprogramma of zelfs toestel, is het gebruiksgemak dat de consument ervaart. Dat bestaat naast het ontwerp van de userinterface ook uit de functionaliteit die aan de gebruikers geboden wordt en het gemak waarmee dezen daar een persoonlijke selectie uit kunnen maken. Kan je zelf kiezen hoe je de dienst, het product of het toestel aanwendt of wordt je in een bepaald keurslijf gedwongen. Is er voor jouw gedacht of mag je zelf kiezen. Is de interactie van de gebruiker met het programma of het toestel goed uitgedacht ? Hangen de verschillende onderdelen van de userinterface op een logische manier samen. Krijg je meteen een mentale kaart van de website of van de toepassing in je hoofd tijdens de eerste seconden van het allereerste bezoek of gebruik. Kan je het programma of het toestel meteen gebruiken zonder de hele handleiding te moeten doorploegen ? Je zou kunnen stellen dat het ontwerp van een userinterface niet zo belangrijk is, dat het enkel gaat om de geboden functionaliteit. Dat indien een gebruiker een bepaalde functionaliteit wil hij uiteindelijk wel de moeite zal nemen om gewoon te worden aan de userinterface. Misschien was dat vroeger zo. En het is inderdaad zo dat functionaliteit uiteindelijk de doorslag geeft. Als je werkelijk een resultaat wilt behalen en je moet daarvoor een leerproces doorlopen, dan doe je dat. Wat je ermee kan doen geeft nog altijd de doorslag. Maar door het internet en de consumentenelektronica komen we nu met zoveel verschillende userinterfaces in contact waaraan we tegelijk maar bereid zijn zeer weinig tijd te spenderen. Bij de keuze uit een tiental geschikte MP3-spelers in de winkel is de keuze voor het toestel dat het makkelijkst te bedienen is snel gemaakt. Een helder en duidelijk ontwerp van de userinterface is van doorslaggevend belang geworden. Want er is keuze genoeg. En consumenten kiezen voor iets dat ze meteen kunnen gebruiken. Bij het ontwerp van een website, een desktop-programma of de ontwikkeling van een elektronicatoestel maken de ontwerpers zich een voorstelling van het toekomstige gebruik door de consument. Ontwerpers maken zich een voorstelling van de door de gebruikers gewenste functionaliteit. Hoezeer ontwerpers ook het tegendeel zouden willen, de menselijke verbeelding schiet tekort om zich altijd op een correcte manier voor te stellen hoe de andere denkt en handelt. Hoe alle anderen denken en handelen weten enkel zij zelf. En soms weten diegenen in kwestie het zelf niet wat ze willen. Zeker als de anderen verschillend zijn van jezelf is het moeilijk om zich sommige dingen levendig voor te stellen. Omdat de ontwerper geen doorsnee gebruiker is maar een doorwinterde internet- en electronicakenner bieden vele ontwerpen niet de functionaliteit of het gebruiksgemak dat de doorsnee consument wenst. Het is onmogelijk om je voor te stellen hoe iemand handelt en voor welk gebruik iemand een programma wil aanwenden als je zelf niet die persoon, of een vergelijkbare persoon, bent. Omdat je het simpelweg niet weet.

- 55 Eigenlijk maakt de ontwerper uit het universum aan potentiële gebruiksmogelijkheden dat geboden wordt door de rekenkracht van de computer een concreet werkend programma met beperkte mogelijkheden. Om bij een werkend programma uit te komen wordt het ‘probleem’ dat men met het toepassingsprogramma wenst op te lossen beperkt in bereik. Bijvoorbeeld een tekstverwerkingsoplossing. Nadat de beslissing om een tekstverwerker te maken gevallen is, starten de ontwerpers door zich een concrete voorstelling te maken van de wijze waarop mensen teksten schrijven. Ook bedenken de ontwerpers welk bijkomend gebruiksgemak een tekstverwerkingsprogramma aan hun gebruikers moet bieden. Daarna ontwerpen ze een programma waarmee dat schrijfproces op een zo natuurlijk mogelijke manier digitaal geregistreerd en begeleid kan worden. De concrete aard van de geproduceerde teksten heeft gevolgen voor het bestandsformaat dat men zal ontwerpen. Een tekst bestaat uit lettertekens, deze zijn op een bepaalde manier geordend en opgemaakt. De tekst bevat metadata, gegevens over de gegevens, die opgeslagen moet worden in het tekstbestand. Metadata kan bijvoorbeeld zijn dat de voornaam van de auteur van deze tekst Jan is. Of metadata zijn gegevens die bijvoorbeeld aanduiden welke woorden in het opgeslagen tekstbestand vetgedrukt of onderlijnd zijn. Zo bepaalt men een standaard, het bestandsformaat, waarmee men in staat is de neerslag van het hele, nu gedigitaliseerde, schrijfproces te bewaren in een bestand. Het bestandsformaat is dan gekoppeld aan het toepassingsprogramma. De uitgebreide functionaliteit die een tekstverwerkingsprogramma biedt is het digitaal bewaren van een tekst. Deze digitaal bewaarde tekst kan veel beter opnieuw bewerkt worden dan op papier mogelijk is. Dat geeft aan de schrijver een veel groter gebruiksgemak en leidt tot een eenvoudiger schrijfproces. Teksten kunnen veel makkelijker fijn geslepen worden. De volhardende schrijver komt hiermee sneller tot een werkelijk goed resultaat. Een tekstverwerkend programma is betrekkelijk eenvoudig, ook wat betreft het ontwerpen ervan. Complexe programma’s die veel verschillende dingen doen zijn veel minder makkelijk te ontwikkelen en te gebruiken. Daarom beperkt men meestal het bereik van een programma en de controle die de gebruiker zelf heeft over de gebruiksmogelijkheden. Dat leidt tot stabielere programma’s en meer heldere ontwerptrajecten. Neem bijvoorbeeld het gesloten iTunes mediabeheer-programma. Dat beschikt over een beperktere functionaliteit dan de Windows Media Player maar werkt voorspelbaarder. In tegenstelling tot Apple is Microsoft veel meer geneigd het Windows systeem open te stellen voor programma’s van derde partijen. Vandaar misschien de meer open georganiseerde stijl van de Windowsomgeving en toepassingsprogramma’s. Bij het ontwerpen van een programma worden de gebruiksmogelijkheden door de ontwerpers dus beperkt tot een vastomschreven set van bewerkingen die uitgevoerd kunnen worden op welomschreven gegevensbronnen die aangeboden en opgeslagen kunnen worden in een beperkt aantal bestandsformaten. Daarbij maken de ontwerpers zich een voorstelling van

- 56 de mogelijkheden die de gebruikers wensen. Die voorstelling is zelden helemaal correct. Dat leidt bij de meeste gebruikers tot de onuitgesproken wens om zelf de functionaliteit te definieren die ze wensen uit te voeren, op gegevensbronnen die veel diverser zijn en die gebruikers vrij willen kunnen kiezen. Gegevensbronnen die gebruikers wensen op te slaan in vrij te kiezen bestandsformaten. Misschien zijn er wel gebruikers die een opgemaakte tekst willen opslaan als een JPEG-afbeelding. Of in een ander formaat, als een MP3-geluidsbestand bijvoorbeeld. En vaak willen gebruikers ook graag de userinterface vrij kunnen aanpassen. Waarom staat dat knopje nu hier, ik gebruik het nooit. En waar is dat andere knopje dat ik altijd gebruik ? Moet ik daar nu inderdaad elke keer drie keer voor doorklikken ? Waarom wordt het telkens opnieuw verstopt ? Opnieuw even dromen ? Een desktop voorbeeld. Desktop betekent, bureaublad. Op mijn bureaublad ligt een blad papier, ik kan er tekst op schrijven, enkele nota’s nemen bijvoorbeeld, mits gebruik van een rekenmachine kan ik er enkele berekeningen op noteren, een op internet opgezocht adres kan er ook op neergeschreven worden, ik kan er een telefoonnummer samen met de neerslag van het gevoerde telefoongesprek op neerschrijven, misschien wil ik die berekening nog eens uitvoeren met andere cijfers. Allemaal functionaliteit die een gewoon blad papier en een pen me bieden. Als je zoiets probeert op een Windows PC dan heb je verschillende toepassingen nodig die in verschillende programmavensters draaien en dan moet je telkens de gezamelijke informatie in één voorgedefinieerde vorm opslaan. Je kan alles in Word neerschrijven en opslaan maar zonder ingewikkelde bewerkingen ben je dan de functionaliteit van je Excel berekeningen kwijt en dat opgezochte adres zou je graag ook zo opslaan dat je het vanuit je adressenboek makkelijk terugvindt. De functionaliteit van losstaande programmas zoals Outlook, Excel, Access en Word zou je ad hoc in een toepassing moeten kunnen combineren. Een beetje zoals op een echte blad papier op je bureau. Zonder ingewikkelde bewerkingen zou je uit al deze toepassingen functionaliteit moeten kunnen lenen en samenvoegen in één toepassing. Één eindeloos blad voor het opzoeken, noteren, herhaald berekenen, en opslaan van gegevens. Waarbij je makkelijk betekenis kan aanbrengen in deze informatie via goed doorzoekbare tekstlabels. Of waarbij je losse tekstregels kan samenvoegen in een gegevensfiche die opvraagbaar is vanuit andere programma’s. Samengevat, een toepassing die eruit ziet als een chronologisch evoluerend notaboek. Ik ben ervan op de hoogte dat je in een Word document objecten van andere Office programma’s kan invoegen maar dat is me te complex. Er zijn natuurlijk naast commerciële redenen ook de boven aangehaalde technische redenen om éénzelfde functionaliteit te beperken tot één programma. Programma’s zoals Powerpoint, Excel, Access en Word werden ontwikkeld als antwoord op een specifieke gebruikersvraag. Ze werden uitgedacht door één samenwerkend team dat één specifieke, werkende, oplossing realiseerde voor één specifiek probleem: een presentatie-oplossing zoals Powerpoint, een

- 57 rekenwerkblad zoals Excel, een database-oplossing zoals Access en een tekstverwerkingsoplossing zoals Word. Toch denk ik, is er veel te zeggen voor het samenvoegen van alle gebruiksmogelijkheden in één programma. Op die manier kan je tegelijk bij alle informatie en is deze informatie in de desktop niet over verschillende bestanden, toepassingen en programmavensters verspreid. Dit alles gezegd zijnde moet het me toch van het hart dat de beschikking over een Windows PC mezelf en vele anderen op dit ogenblik meer mogelijkheden geeft dan er bij afwezigheid van de Windows PC en het Office pakket ooit zouden zijn. Het is verleidelijk om luchtkastelen te bouwen zonder je bewust te zijn van het stevige huis van waaruit je door het raam naar de wolken zit te kijken . Zonder Word bestond dit boek niet. Want voor een doorsnee persoon is het zeer moeilijk om zonder tekstverwerkingsprogramma een boek verder te laten evolueren dan wat losse schrijfsels op papier. Ondanks de beperkingen kan je heel veel meer dan vroeger.

- 58 14. Wie Controleert Mijn Gegevens, De Vrucht Van Mijn Werk, En Wat Als Een Verbetering Een Verslechtering Is Een belangrijk punt waar de controle van de gebruiker tekort schiet is de controle die hij kan uitoefenen over zijn eigen gegevens. Elke persoon is onbetwistbaar eigenaar van de gegevens die hij creëert. Nadeel is dat gegevens steeds in een bepaald bestandsformaat opgeslagen zijn. Om de gegevens in dat bestand te consulteren en te bewerken heb je dan het bijhorende verwerkingsprogramma nodig. Daarnaast is het bij veel onlinediensten nog maar de vraag hoe vrij je over je eigen gegevens kan beschikken. Sommige toepassingsprogramma’s en heel veel webdiensten maken het voor de gebruiker onmogelijk om zijn eigen gegevens uit de dienst te exporteren naar een losstaand bestand. Indien men dan geen gebruik meer wenst te maken van die dienst verliest men zijn gegevens. Soms gaan gegevens zelfs verloren als je niet voldoende regelmatig van de dienst gebruik maakt. Bijvoorbeeld bij de gratis emaildienst Hotmail verlies je als particulier je emails en andere gegevens indien je 30 dagen niet ingelogd hebt. Ook het desktop emailprogramma Outlook voorziet geen eenvoudige manier waarmee je je eigen gegevens zoals emails, contacten en kalenderitems naar een losstaand bestand kan uitvoeren. De enige reden hiervoor is dat je in de toekomst ook zou blijven gebruik maken van Hotmail of Outlook. Juridisch gezien is het heel eenvoudig, de gegevens zijn eigendom van wie ze gecreëerd heeft. En over je eigendom moet je vrij kunnen beschikken. Een vraag die voor de toekomst ook belangrijker zal worden is hoe vrij je zal kunnen omgaan met de informatie die je hebt aangekocht. Stel je vindt de informatie in een boek over voedingsadvies dat je hebt gedownload naar je elektronische leestablet, met andere woorden een plat scherm voorzien van computergeheugen waarop je gedownloade boeken kan lezen, zeer interessant. Je wilt je diëet aanpassen, daarvoor kocht je het boek. Je wilt dus de informatie uit het boek op een voor jouw makkelijkere manier samenvatten en nadien die informatie in een apart bestand bewaren, liefst in een ander bestandsformaat. Kan dat ? In de echte wereld wel, je neemt het papieren boek erbij, je tikt de informatie gewoon in de computer in en je bewerkt dan het bestand. Moet je dan gaan overtikken vanop het scherm van een e-reader of leestablet ?. Of kan je gewoon de interessante paragrafen selecteren, exporteren* naar Word als tekstbestand en dan aanpassen, opslaan en afdrukken ? De hele bedoeling van digitalisering was toch dat de zaken makkelijker zouden gaan. Of niet ? Het gaat hierbij niet om een technisch probleem maar om een juridisch probleem. De oplossing bestaat uit het ontwikkelen en aanwenden van een goed digitaal rechtenbeheer-systeem. Het is beter nu Soms loopt het ook mis met het toevoegen van functionaliteit door automatisering. Het gebeurt dat men hierdoor de oorspronkelijke functionaliteit verstoort. Onze nieuwe autoradio bijvoorbeeld. Die wil een

- 59 kwaliteitsvolle FM-ontvangst bieden en ontvangt dus enkel zenders die een volledig helder FM-signaal uitzenden. Als je doorheen de FM-band wil scrollen moet je op een pijltje duwen en de autoradio scrolt zelf verder naar het volgende exact goede FM-signaal. Daarbij negeert hij heel wat zenders waarvan ik weet dat ze perfect leuke muziek uitzenden zij het dan via een net iets minder dan ideaal FM-signaal. De autoradio handmatig van de ene frequentie naar de andere bewegen gaat niet. Zo zijn er heel wat zenders die misschien niet exact doorkomen maar die ik wel leuk vind en waarnaar ik niet meer kan luisteren. Onze keukenradio doet dit ook maar die kan je uiteindelijk wel exact instellen. Het oorspronkelijke opzet van de ontwerpers, een betere audiokwaliteit bieden, leidt dus tot een lagere functionaliteit en een mindere keuze in het muziekaanbod. Een ander voorbeeld van foutlopende automatisering is het zichzelf aanpassend startmenu van Windows XP. Enkel de programma’s die je het vaakst gebruikt, worden getoond, voor de volledige lijst van menukeuzes moet je op een pijltje onderaan klikken. Dit lijstje van meest gebruikte programma’s verandert elke week wel een paar keer. Het is vreemd dat men dit bij Microsoft een zeer goed systeem blijft vinden. Ik, als doorsnee gebruiker, klik nu elke keer op het pijltje onderaan en dan op de gewenste menukeuze. Of ik begin te vergeten welke programma’s ik allemaal heb en gebruik ze niet meer. Echte doordachte functionaliteit zou zijn dat ik zelf kan aangeven welke programma’s ik in de menukeuzes wil. En dat de computer zich beperkt tot wat hij het beste kan: rekenen. Ik zal wel denken en beslissen. Soms wordt onder het mom van een verhoogde functionaliteit een lagere functionaliteit tegen een hogere prijs geïntroduceerd. Op voorwaarde dat de kabelmaatschappij dat toelaat liggen bijna alle kernfuncties van digitale televisie via de éénmalige aankoop van een DVR-toestel met een harde schijf binnen het bereik van elke consument. Met de DVR (Digitale Video Recorder) kan je televisieprogramma’s via een EPG (Electronic Program Guide) opnemen op een harde schijf, je kan programma’s onderbreken als er iemand aanbelt, je kan zelfs programma’s archiveren op DVD. Al deze mogelijkheden kunnen in de woonkamer zelf gerealiseerd worden door een DVR-toestel aan te sluiten op de digitale kabel. Dit wordt echter practisch tegengewerkt door mijn lokale kabelmaatschappij. Het digitale televisieaanbod van deze monopoliehouder werkt met servers die de programma’s voor me bijhouden en die ik enkel kan opvragen tegen betaling. Ik kan programma’s onderbreken, tegen betaling. Ik betaal voor het gebruik van de EPG. Voor bijna elke aangeboden dienst wordt er een betaling verwacht. Daarbij komt dat de kabelmaatschappij zelf aangeeft welke hardware ik op de kabel mag aansluiten. Enkel de apparatuur van de kabelmaatschappij dus. En dat is blijkbaar de manier waarop vele bedrijven in de toekomst zaken willen gaan doen. Misschien gaan mensen daarmee akkoord omdat ze niet weten welke alternatieven er zijn. Want om ergens niet mee akkoord te gaan moet je beschikken over alternatieve informatie. Het beschikken over goede

- 60 informatie is de ultieme vrijheidsgraad. Informatie is de meest ontwrichtende factor voor de controle die door bedrijven of door de overheid wordt uitgeoefend. Informatie biedt de kans tot een alternatieve keuze. Enkel al de wetenschap van een alternatieve keuze is ontwrichtend. Vandaar het belang voor de consument van de toegang tot een zo divers mogelijk en groot aantal informatiebronnen. De ideale toegang daartoe wordt geboden door een aansluiting op het internet. Omdat vele traditionele media zoals kranten, tijdschriften, radio en televisie aan controle onderhevig zijn, beschikken de meeste consumenten echter over relatief beperkte informatie. En daarnaast beschikken ze slechts over een beperkte tijd om deze informatie te beoordelen. Dat is een vaststaand gegeven, ongeacht het onderwerp. Wat de omgang met producenten van producten en goederen betreft, is het voor consumenten zeer belangrijk de enige concrete macht waarover zij beschikken goed aan te wenden. Het is de consument, en enkel de consument, die beslist of hij een dienst of een product aankoopt of niet. Daar ligt zijn macht. De gouden regel bij het uitgeven van je geld is dat je als consument koopt wat je nodig hebt, wanneer je het nodig hebt, en wanneer je het je echt kan veroorloven. Op die manier blijf je als consument, en als mens, het gelukkigst. En, door te betalen voor een product of dienst krijg je als consument in theorie de vrije keuze en de gewenste kwaliteit. Dat is zo voor alle producten en diensten. Daarom kost kwaliteit geld. Als je betaalt voor een product verwerf je er, tot op bepaalde hoogte, controle over.

- 61 15. Gratis, De Grootste Vloek Sinds Schaarste Magazines en kranten waren de eerste mediabedrijven die midden de jaren 1990 het internet opgingen en het dan heersende ethos, alles gratis, aannamen. Men dacht toen dat het internet ooit een ongeloofelijk krachtig advertentiemedium zou zijn dat voor voldoende financiering voor de gratis online kranten zou zorgen. Sommige gedrukte media verkozen de voorzichtige aanpak en wilden hun papieren oplage niet kannibaliseren. Zij boden zeer beperkte websites aan. Op het web bleek er al gauw een enorme competitie te zijn voor het aanbieden van de advertenties. Gedrukte media concurreerden niet meer met de kranten uit hun regio alleen maar met nieuwsaanbieders uit de hele wereld. Internetgebruikers bezochten ook vele andere websites naast de websites van de gedrukte media. Er was dus veel meer concurrentie voor de advertenties. Allemaal concurrentie die de printmedia nooit gehad hadden in de echte wereld. Terwijl vele magazines en kranten een groot internetpubliek en veel advertenties trekken, zal de gehaalde opbrengst misschien nooit meer benaderen wat er offline werd opgehaald. Tenzij er opnieuw voor die kranten betaald kan worden, is volgens sommigen de toekomst van de printmedia op het web het afslanken van de operaties. De enorme concurrentie en het gebrek aan voldoende goede inkomsten door het ontbreken van betalende online abonees heeft voor een enorme focus op kostenbesparing gezorgd. Dat heeft zeer duidelijke gevolgen voor de kwaliteit. Kwaliteit is een funktie van de gedane investeringen. En de gedane investeringen hangen samen met de kostprijs die je voor een product kan vragen. Dat blijkt duidelijk uit de manier waarop het product ‘nieuws’ tot stand komt. Het product ‘nieuws’ vindt zijn bestaansreden in de nieuwswaardige toestand die zich voordoet. Dat kan eender welke nieuwswaardige gebeurtenis zijn. De reporter krijgt van zijn informanten, of via een andere bron, te horen dat er iets te gebeuren staat of gebeurd is, hij gaat terplaatse, interviewt de belanghebbenden en brengt verslag uit. Een andere mogelijkheid is dat een betrokken partij een persbericht uitgeeft via een nieuwsbureau, Reuters, Belga, en andere, of de betrokken partij stuurt dit persbericht rechtstreeks naar de diverse media. De reporter neemt delen van dit bericht over in zoverre deze mededeling volgens zijn visie correspondeert met de realiteit. Afhankelijk van de beschikbare tijd: de financiële investering van het publicerend medium in het aantal journalisten, en de ervaring van de journalist: de financiële investering van het publicerend medium in het aanwerven en opleiden van geschoolde journalisten, kan de journalist meer of minder nagaan wat het realiteitsgehalte van het hem toegezonden persbericht is. Soms gebeurt het ook dat een betrokken partij een probleem onder de aandacht wil brengen en dat men daartoe voor de diverse mediapartijen een themabezoek organiseert dat de kans biedt aan de media verschillende beelden, interviews en diverse invalshoeken te belichten. De kijker krijgt

- 62 dan via verschillende kanalen nieuws op maat. Elke consument kijkt normaal gezien maar naar één televisienieuwsuitzending per dag, leest maar één krant en luistert normaal gezien telkens naar het radionieuws op dezelfde zender. Door alle televisie- en radiozenders en de kranten uit te nodigen bereikt men een maximaal aantal kijkers. En biedt men de diverse mediakanalen de kans een voor hun kanaal specifiek ‘uniek’ verslag uit te brengen over eenzelfde onderwerp. Of men organiseert een studiedag of een themabeurs waarop men de pers uitnodigt. De kwaliteit van het gebrachte nieuws is een functie van de investeringen die gebeuren in het opleiden van ervaren journalisten en in het hen de tijd geven om goed werk af te leveren. Nieuws is een product dat geld, mankracht en tijd vergt. Daarbij komt dat nieuws geen waardenvrij product is. Over iets berichten kan grote invloed hebben. De gedrukte media moeten vaak weerstand bieden tegen druk van buitenaf. Niet enkel politieke druk maar minstens even vaak commerciële druk. Kan een krant de vraag van een adverterend bedrijf weerstaan om aan productplacement* te doen via zogezegd informatieve artikels. In theorie worden kranten niet betaald voor productplacement. Bijkomende hindernis is dat journalisten voor informatie afhankelijk zijn van de betrokken partijen. Journalisten zijn generalisten. Zonder veel vooropleiding schrijven ze artikels over zeer diverse onderwerpen. Ze doen daarbij beroep op experts zoals universiteitsprofessoren. Universiteitsprofessoren zijn de specialisten bij uitstek, vooral wat de theorie betreffende hun onderzoeksdomein uitmaakt. Universiteitsprofessoren zijn eerder beperkt in hun praktische industriële kennis. Voor gegevens betreffende de industriële praktijk kunnen ze niet anders dan beroep doen op de goodwill van de ondernemers en grote bedrijven. Of ze kunnen terecht bij andere partijen die mee in de praktijk ondernemen zoals werkgeversverenigingen, vakgroeperingen maar ook werknemersverenigingen of zelfs belangengroepen. De kennis die bedrijven verstrekken komt uit de praktijk zelf. Industriële ondernemingen ondernemen in de realiteit, in een competitief milieu waarbij enkel werkende producten in de markt overleven. Professoren zijn voor hun praktische informatie, en hun verdere theoretische onderzoeken deels afhankelijk van het bedrijfsleven. Al was het maar voor de financiering van hun onderzoeksinstituut. Tegelijk worden uitspraken van professoren gewoonlijk gezien in het licht van hun wetenschappelijke autoriteit en los van elke commerciële overweging. Het bedrijfsleven heeft er alle belang bij de betrokken professoren te overtuigen van de correctheid van hun bedrijfsmatige invalshoek. Misschien heeft elk groot bedrijf wel zo zijn eigen fans die het bedrijf goed genegen zijn. Zolang de verstrekte informatie correct is maakt dit ook geen bezwaar uit. Kranten hebben geen andere keuze dan op goede voet te blijven staan met al die verschillende informatieverstrekkers. En kranten hebben geen andere keuze dan in hun berichtgeving de kerk in het midden te houden en zo nu en dan eens een oogje dicht te knijpen. Dat is heel normaal.

- 63 Het alternatief is dat je als journalist geen informatie meer krijgt. Dan kan je het laatste nieuwe persbericht van de bedrijfswebsite plukken en beschik je niet over de noodzakelijke achtergronden en verduidelijkingen bij het persbericht. Of het blijft wachten op een testexemplaar van het laatste product. Zonder testexemplaar geen artikel in de krant, tenzij een selectie van nietszeggende zinssneden uit het persbericht. Omdat de krant gevuld moet worden kan men zich voorstellen dat een productplacement artikel af en toe eigenlijk niet het grootste kwaad is. Het stemt het betrokken bedrijf gunstig, zodat het misschien snel opnieuw adverteert of zelfs wat inside informatie geeft. Het nieuws is een nooit eindigend verhaal. En elke betrokken partij heeft er belang bij dat de relatie tussen pers, industrie, overheid en consumenten, met andere woorden de maatschappij, overeind blijft. Naast geld, mankracht en tijd vergt het maken van een goede krant dus ook enige behendigheid. Om artikels van een goede kwaliteit aan te bieden moet je voldoende gekwalificeerde journalisten voldoende tijd geven. Ik vindt dat binnen die beperkingen het gros van de betalende, gedrukte pers een zeer diverse en uitgebreide nieuwsmix aan haar klanten aanbiedt. Er zijn niet veel gratis aangeboden nieuwswebsites die een dergelijke uitgebreide berichtgeving aan hun consumenten leveren. Omdat nieuws maken geld kost, en dat is er niet, herkauwen vele nieuwswebsites met een ruime vertraging de krantenberichten die eerder verschenen, of in het beste geval, herschrijven ze het persbericht. Uitzonderingen zijn de nieuwssites die onderdeel vormen van een offline publicerende organisatie. Met hetzelfde gemak, en dezelfde infrastructuur aan mensen, kennis en volharding waarmee men de krant of het magazine vult, voorziet men in één moeite ook de website van nieuws. De internetpublicist Robert X. Cringely heeft hierover een interessant artikel geschreven dat op 20 juli 2006 gepubliceerd werd. “They Wrap Fish, Don't They?: Internet News Isn't What It's All Wrapped Up to Be” Vertaling: Ze verpakken er vis in, doen ze dat niet ? Internetnieuws word mooier verpakt dan de inhoud eigenlijk toelaat. Zie: http://www.pbs.org/cringely/pulpit/2006/pulpit_20060720_000348.html Sinds enkele jaren kent men in Europa ook de gratis verspreide kranten. Deze worden uitgedeeld aan de ingang van grote treinstations. Of liggen in een kiosk in de wegrestaurants. Deze kranten worden financieel volledig ondersteund door advertenties. De gemiddelde lengte van de berichten is kort. De redactionele dieptegang of een ideologische invalshoek is volledig afwezig want iedereen moet de krant kunnen lezen. Het is eigenlijk fastfood nieuws. De feitelijke correctheid van de berichten laat het soms afweten. Of hetgeen waarover men bericht heeft een dermate kleine nieuwswaarde dat het moeilijk is om fouten te maken. Deze gratis kranten passen de lengte van de persberichten aan in functie van de te vullen kopij. Allemaal fouten waaraan de gevestigde pers zich ook bezondigt maar gratis kranten kunnen door een gebrek aan middelen niet anders dan hiervan een bedrijfspolitiek te maken. Het zal de pendelaars worst wezen. Ze kunnen naast het uit het raam kijken of een praatje slaan met de medepassagiers nu ook een krantje

- 64 lezen, gratis. En misschien ligt dat perfect binnen de – beperkte – ambities van de gratis kranten. Ongeacht het product of de dienst, kwaliteit aanbieden kost tijd, kennis en mankracht, dus geld. Kwaliteit is een functie van de kostprijs die de producent kan aanrekenen. Niemand is verbaasd dat een product aangeboden voor een bodemprijs maar een povere kwaliteit biedt. Dat je in ruil voor een correcte prijs een kwaliteitsvol product krijgt is niet het enige voordeel aan betalen. Betalen voor een product biedt de klant een keuze die hij niet heeft als hij een gratis product ontvangt. Elke handelaar tracht het verkochte product of dienst zo goed mogelijk aan de wensen van zijn specifieke klanten aan te passen. Door de marktwerking laat in theorie uiteindelijk elke klant, door het betalen voor het product of de dienst van zijn keuze, het marktaanbod in die richting evolueren die hij zelf wil, binnen de technische en economische mogelijkheden. Indien de gewenste aanpassingen niet mogelijk zijn kan de klant op zoek gaan naar een andere handelaar, producent of dienstenleverancier. Ik koop de krant die de wereld belicht vanuit een invalshoek die aansluit bij mijn inzichten van de wereld. Voor de gratis krant wordt betaald door advertenties die gericht zijn op het gemiddelde van de bevolking. De gratis krant biedt een gemiddelde, in het beste geval neutrale, inhoud aan naast de advertenties. Deze vaststellingen gelden niet enkel voor de gedrukte media maar gaan op voor elk product en dienst, voor elk economisch handelen. De regel dat inspanning tot kwaliteit leidt en dat inspanning enkel geleverd wordt indien ze voldoende vergoed wordt ligt aan de basis van alle welvaart die door de mensen in deze wereld werd opgebouwd. Spijtig genoeg vernietigt het internet op dit ogenblik die relatie, die de basis biedt voor een welvarende wereld. De perfecte digitale kopie die door het internet mogelijk wordt en het wereldwijde bereik van het internet vormen samen met het ontbreken van een globaal aanvaard betalingssysteem de ideale cocktail voor een nooit geziene waardevernietiging. De industrie is zich hiervan terdege bewust en handelt daar ook naar. De perfecte digitale kopie zorgt ervoor dat eenmaal een stukje informatie zoals bijvoorbeeld een liedje vrij uitgewisseld wordt men hiervoor niet meer geneigd is te betalen. Waarom zou je betalen voor iets dat je relatief ongestraft gratis kan verkrijgen. De verkoop van content kan onmogelijk concurreren met het gratis verdelen van diezelfde content. Een markt van vraag en aanbod wordt vervalst door het gratis aanbieden van een vergelijkbaar product. De waarde die gegenereerd zou worden door de verdwenen verkoop van dat product is vernietigd. De producenten van de ongewild gratis verspreidde, gestolen, content krijgen hierdoor minder inkomsten. Content maken kost tijd, kennis en mankracht, dus geld. Als er minder geld binnenkomt moet het bedrijf afslanken. Dit is geen artificiëel gegeven. Hoewel het goed staat om de rechtenhouders te verwijten dat ze geld scheppen als slijk heeft een minderverkoop van illegaal verdeelde mediabestanden ongetwijfeld ergens op iemand een effect. Een

- 65 onbekende werknemer verliest zijn job en niemand weet ervan. Dat is zonder twijfel een vernietiging van waarde. Door het zonder kopieerbeveiliging aanbieden van liedjes waarvan de rechten bij EMI liggen, lost Apple enkel de waardevermindering veroorzaakt door de voorheen ‘kreupele’, met kopieerbeveiliging, verkochte liedjes op. De waardevermindering door de illegale uitwisseling gaat gewoon door. Kopieerbeveiliging is dus nog niet helemaal weg. Het wereldwijde bereik van het internet waarbij elke persoon onmiddellijk toegang heeft tot elk ingetikte website-url* en het ontbreken van een globaal betalingssysteem zorgt ervoor dat momenteel de verdere ontwikkeling van het internet afgeremd wordt. Er zijn tientallen diensten denkbaar die nu niet gerealiseerd worden. Deze diensten worden niet aangeboden om de aanbieders ervan te behoeden voor de waardevernietiging waaraan ze onderhevig zouden zijn. Of ze worden aangeboden onder een vorm die de makkelijke toegang ertoe verhindert zoals bij radiostreams*: radio die uitgezonden wordt via het internet. Radiostreams worden vaak verborgen in grafische pop-up schermen. Of de radiostream is enkel toegankelijk via een hyperlink uitgedrukt in een stukje javacode* of flashcode* dat enkel betekenis heeft binnen de omgeving van de website zelf en zijn betekenis verliest als je het buiten de websiteomgeving uitvoerd. Bijvoorbeeld als een snelkoppeling op je bureaublad. Dit om te vermijden dat een directe link naar een radiokanaal overgenomen wordt door een verzamelpagina van radiozenders. Die radioverzamelpagina zou dan advertenties kunnen aanbieden waarmee de radiozender inkomsten misloopt. Het is dus een probleem dat de financiering voor internetdiensten via advertenties verloopt. Er kan geen enkele garantie geboden worden dat een derde partij de aangeboden dienst niet overneemt en aanbiedt met daarnaast zijn eigen advertenties. Soms loopt het overnemen van diensten wel goed. Een bekend voorbeeld van het overnemen van diensten is Google News. De Google News webpagina neemt de headlines over van krantenwebsites wereldwijd. De Google News pagina bevat geen advertenties. Alhoewel de meeste kranten hiermee zeer tevreden zijn wegens de hoge aantallen bezoekers die Google News naar hen doorverwijst zijn er toch enkele franstalige Belgische kranten die bij de rechter bedongen hebben dat hun headlines uit het overzicht dienden genomen te worden. Dit is ook gebeurd. Een makkelijkere sanctie is de mogelijkheid om een prijs aan te rekenen aan hen die van een internetdienst gebruik willen maken. Normaal gezien is het betalen voor elke gebruiker een voldoende rem om misbruiken te verhinderen. Een dienstenaanbieder die de garantie heeft dat elk gebruik van de internetdienst die hij aanbiedt voldoende vergoed wordt beschikt over de motivatie en het nodige kapitaal om een makkelijk toegankelijke informatiedienst aan te bieden.

- 66 16. Het Internet Is Een Platform Voorgaande pagina’s beschrijven hoe de mens beperkt wordt door de voorgegevenheid van tijd en ruimte in de fysische wereld. Er wordt ook uiteengezet hoe het handelen van de mens aan doelbewust geïntroduceerde beperkingen onderworpen is. Deze beperkingen komen soms voort uit een commerciëel doel, het afschermen van een markt, of ze komen voort uit de voorgegevenheid van het handelen en denken van de mens. Dat deze beperkingen door de mens aanvaard worden is enkel omdat de geboden oplossingen de consument een uitgebreidere of nieuwe functionaliteit bieden. Een belangrijk begrip dat hierbij tot nu toe onbelicht bleef is het begrip ‘platform’. Een platform is, in de klassieke betekenis, de combinatie van een specifiek computertype en een specifiek besturingssysteem. Deze combinatie kan open of gesloten zijn. Het platform kan ook vertikaal of horizontaal geïntegreerd zijn. Bij verticale integratie zit de software via de hardware, en via een merkgebonden standaard, vast in de handen van de marktspeler die ook diensten levert. Dit is een gesloten systeem. Bij horizontale integratie draait de software op hardware van een andere marktspeler en kunnen derde bedrijven diensten leveren via dit platform. Dit is een open systeem. Het internet is een open platform. Het open systeem biedt aan derde ontwikkelaars de mogelijkheid om programma’s te ontwikkelen die via het platform uitgevoerd kunnen worden. Naarmate de verspreiding van het platform toeneemt kunnen meer en meer gebruikers bereikt worden. Het platform biedt dan de basis voor een gemeenschappelijke computerervaring. Het eerste echt wijdverspreide platform was de combinatie van de IBM PC en de Windows software. Het is nu moeilijk voor te stellen maar het is niet altijd zo vanzelfsprekend geweest dat de standaard computeroplossing de IBM Windows PC zou zijn. Er is zelfs een heuse strijd tussen verschillende besturingssystemen aan voorafgegaan. Het platform dat het gehaald heeft, Windows, blijkt een enorme geldkoe te zijn en maakte van Microsoft een van de rijkste bedrijven ter wereld. Het tweede platform dat op korte tijd zeer belangrijk geworden is, is het Internet. Het internet verbindt verschillende computers en biedt via websites informatie aan die toegankelijk is los van waar je je ook op de wereld bevindt. Het internet verbindt alle verschillende merkgebonden platformen en brengt ze met elkaar in contact, in concurrentie. Door zijn gemeenschappelijke codebasis biedt het internet in theorie de mogelijkheid tot een ééngemaakte computerervaring over alle platformen heen. Het internet verbindt volledig vrije rekenmachines, computers, en biedt zo, nogmaals in theorie, toegang tot een volledig vrije functionaliteit. Dat is het

- 67 technische aspect. Het internet dat de data vrijmaakt uit de merkgebonden platformen. Er is ook een andere, meer uitgebreide invalshoek mogelijk. Men zou de term platform ook kunnen omschrijven als een basis voor het handelen van de mens. Het platform waartoe de meeste mensen beperkt zijn is de planeet Aarde. De potentiele omvang van het platform, de Aarde, wordt in realiteit beperkt door de beschikbare tijd en ruimte, en daarnaast door de toegang tot informatie, de financiële mogelijkheden en de persoonlijke mogelijkheden. De aarde bestaat uit talloze te onderscheiden deelplatformen. Bijvoorbeeld een buurtwinkel. Deze handelsruimte is een platform op zichzelf. Er is een bepaalde selectie aan goederen. Deze worden aan een bepaalde prijs aangeboden. Meestal ken je zelfs niet eens het volledige aanbod van de winkel waar je normaal gezien je aankopen doet. Als je het aanbod en de prijs van de andere winkels wilt leren kennen moet je tijd en energie investeren. Dan moet je ter plaatse gaan kijken. Het onderzoeken van een alternatief op de bestaande situatie, toegang tot informatie, kost tijd, geld en energie. Elk handelen in de reële wereld wordt gekenmerkt door de onvolledigheid van de informatie waarover men beschikt. Het internet is een open, vrij toegankelijk platform dat in theorie de mogelijkheid biedt veel van de beperkingen waaraan het menselijke handelen in de reële wereld onderworpen is, weg te nemen. Het verbindt geografisch verspreide plaatsen en overwint op een bepaalde manier de tijd. Het biedt een nieuwe, in de reële wereld, ongekende functionaliteit. Concreet. Indien het winkelaanbod digitaal doorzoekbaar wordt vind je in de winkel sneller het gewenste product terug. Indien je het winkelaanbod van verschillende winkels in je dorp of je regio kan doorzoeken heb je meteen een veel beter inzicht in het beschikbare productaanbod. Naarmate meer en meer informatie uit de reële wereld in digitale vorm op het internet beschikbaar wordt, wordt ook de reële wereld digitaal beter doorzoekbaar. Het internet zal van de Aarde een digitaal doorzoekbare plaats maken. Hieraan zijn nu reeds vele voordelen verbonden maar tegelijk zet het internet de oude manieren van handelen sterk onder druk. Een voorbeeld uit de economie. Eerst dacht men dat het internet een middel zou zijn om kosten te besparen en dat het toegang zou bieden tot consumenten die wereldwijd verspreid zijn. Dat is ook zo. Maar tegelijkertijd biedt het internet consumenten toegang tot producenten wereldwijd. Dienstenaanbieders en goederenproducenten die voorheen relatief locaal concurreerden, worden nu soms geconfronteerd met wereldwijde concurrentie. Dit is meestal enkel zo als er geen geografische component aan de handelstransactie is. Aangezien je elke week opnieuw zelf met je boodschappen sleurt en dat het de meest kostenefficiënte oplossing is dat je dat zelf doet, zal je dus normaal gezien nog zeer lang klant blijven bij de locale supermarkt. Maar dat je die handgeschilderde kopie van de Mona Lisa voor een prijsje in China kon bestellen wist je alleen maar via die

- 68 website op het internet. Spijtig genoeg voor de kunstschilder om de hoek die volgende week uit noodzaak deeltijds in de supermarkt begint te werken. Het internet heft een deel van de beperkingen uit de reële wereld op en zorgt zo voor een meer eengemaakte wereldmarkt. De impact daarvan is dat de winstmarges worden verkleind en dat er een wereldwijde concurrentieslag ontstaat. De oorzaak daarvoor is de overdracht van informatie en keuze van de producent naar de consument. En elke consument kiest bij vergelijkbare goederen voor het goed aangeboden aan de laagste prijs. Brutaal gezegd wringt het internet inefficiënties, lees winst, maar ook loon, uit het economische systeem. Sommigen beweren dat deze winsten niet verloren zijn. Omdat het internet daardoor waarde crëeert in de handen van de consument die het uitgespaarde geld uitgeeft aan andere producten. Anderzijds staat ook het ontvangen loon van de de consument onder druk. Dat is niets nieuw. Of de winkelier in mijn dorp daarmee gebaat is, is maar de vraag. Ook de globalisering, met andere woorden het verbinden van en in concurrentie brengen met elkaar van eerder afgescheiden markten via handelsafspraken, wringt op eenzelfde manier inefficiënties uit de markt. Dit leidt tot een versnelling van het mechanisme van creatieve destructie. Dit is het vervangen van oude industrieën die minder concurrentieel zijn geworden door nieuwe industrieën die nog hogere winstmarges opleveren. De economische geschiedenis bestaat uit niets anders dan het zich steeds herhalend verhaal van creatie van nieuwe industrieën en de vernietiging van oude industrieën. Dat is de normale gang van de geschiedenis. Maar dat betekent niet dat de jobverandering voor bijvoorbeeld de kunstschilder geen grote aanpassing zal betekenen. Wat soms uit het oog verloren wordt, is dat zowel consumenten als producenten onderhevig zijn aan de controle die de ene partij over de andere partij uitoefent via de prijsvorming op de markt van vraag en aanbod. Consumenten van handelsproducten en diensten zijn eveneens producenten van arbeid. Economisch is het zo dat het prijsniveau van goederen en diensten het loonniveau volgt en omgekeerd. Een gelijkgeschakelde markt brengt alle deelmarkten in concurrentie met elkaar en zorgt uiteindelijk voor een gelijkschakeling van alle prijzen door de marktwerking. Anders gezegd, lage prijzen betalen lage lonen. Men noemt dit, vooral in Amerika, ook wel eens het Wal*Mart-effect, zie het interessante gelijknamige boek van Charles Fishman.

- 69 17. Informatie, Kennis Door Betekenis Een mogelijke definitie van informatie zou kunnen zijn dat informatie bestaat uit de registratie van ideeën bij de wereld of een onderdeel daarvan. Dat kan eender welk idee zijn, eender welk feit, uitgedrukt in taal, cijfers, afbeeldingen, geluid of in een andere vorm. Informatie is de neerslag van het leven. Informatie krijgt betekenis voor de mens door het inzicht waarmee hij die informatie verwerkt. Uit de combinatie van informatie en inzicht wordt via het handelen kennis opgebouwd. Dezelfde informatie kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de inzichten waarmee de aan de informatie blootgestelde persoon deze informatie begrijpt. Zonder het juiste inzicht geeft informatie zijn betekenis niet vrij. Naarmate de mens langer met inzicht handelt en steeds meer kennis opbouwt wordt de neerslag van zijn ervaringen waardevoller. Geconfronteerd met de juiste informatie wordt het voor de generaties daarna makkelijker de juiste inzichten te verwerven en met kennis te handelen. Informatie verkort de leercurve. Ze verhoogt de efficiëntie van het leerproces en leidt tot een hoger niveau van persoonlijke ontwikkeling. Informatie is de basis van de gestaag verder evoluerende technologische revolutie. Het is de taak van elke samenleving uitgebreide kennis van de wereld op te bouwen en deze door te geven aan de volgende generaties. Uitspraken over de vorm waaraan de maatschappij moet voldoen vallen buiten het bereik van dit boek. Vast staat dat de waarde die een maatschappij hecht aan de persoonlijke kennisontwikkeling, aan de feitelijke overeenkomst van de verworven kennis met de wereld zoals die is, anders gezegd, aan het waarheidsgetrouw zijn van informatie; dat die waarden, samen met het belang dat een maatschappij hecht aan het uitbreiden en doorgeven van de verworven kennis aan de volgende generaties, een onmiddellijk gevolg heeft voor de rijkdom en de voorspoed van die samenleving als geheel. Dat model van kennisoverdracht vormt de basis voor elke bestaande samenleving. Kenmerken van Informatie. Informatie heeft een auteur, ze is vervat in een informatiebron en word opgesteld in een code zoals een taal, vaktalen, wiskundige formules, tekeningen, of in een andere code. De gebruikte code wordt eveneens gedefinieerd door informatie. Informatie heeft een contextueel karakter. Ze wordt altijd in het licht gezien van andere informatie. Informatie heeft een kostprijs omdat haar productie tijd, geld, mankracht en kennis vereist. Informatie kan omschreven worden door informatie over de informatie, dat is metadata. Bovenstaande heeft ondermeer deze gevolgen. Informatie is verspreid aanwezig in de fysische wereld. Ze is genoteerd in geografisch verspreide informatiebronnen zoals brieven, stukjes papier, boeken, affiches, kranten,

- 70 en dergelijke meer. Informatiebronnen wordt verzameld in bibliotheken. Ook geluids- en video-opnamen, en schilderijen, beelden, tekeningen en andere betekenisdragers bevatten informatie. Bij elk object op onze planeet kunnen ideeën geformuleerd worden die al dan niet in een informatiebron werden opgenomen. Informatiebronnen kunnen bewaard worden, los van het object waarbij ze horen, soms zelfs op plaatsen waar belangstellenden nooit komen. Informatie wordt geregistreerd in talen of codes die we al dan niet kunnen lezen of begrijpen. Informatiebronnen zijn uitgesmeerd over het oppervlak van de hele planeet. Wil men op basis van volledige informatie een oordeel vellen dan moet men de gepaste informatie verzamelen. Daartoe moet je weten welke informatie je zoekt en waar ze te vinden is. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Informatie moet gepubliceerd worden. Met andere woorden, informatie heeft geen zelfverkondigend karakter. Je moet met informatie in contact komen anders weet je simpelweg niet dat die informatie bestaat. Als je niet weet dat iets bestaat, kan je er niet naar op zoek gaan. Daarbij hoort dat informatie voorkennis vergt. Je moet niet alleen weten dat iets bestaat, je moet ook weten welke termen de gezochte begrippen omschrijven. Daarnaast moet je de code waarin de informatie geregistreerd werd kunnen ‘lezen’. Kennis van de gebruikte woordenschat leidt tot een beter begrip van de geregiseerde informatie-inhoud. Elke code waarmee informatie wordt neergeslagen zoals een vaktaal, of de voor een situatie gebruikelijke woordenschat, bevat kernwoorden die als ze bekend zijn sneller tot inzicht leidden. En kennis van de kernwoorden leidt ook tot de juiste zoektermen voor het terugvinden van relevante informatie-objecten. Tenslotte moet je ook weten hoe je de teruggevonden informatie kan gebruiken. Dit omdat informatie steeds een contextueel karakter heeft en nooit een volledige beschrijving geeft van het op te lossen probleem. Hoe ga je de informatie inzetten. Het is iets dat je moet weten net zoals je moet weten hoe je een stuk gereedschap op de correcte manier gebruikt. Indexering van informatie, zoals het aanleggen van trefwoordenlijsten, legt de basis voor kortere zoektijden. Afhankelijk van de gebruikte beschrijvende informatie, metadata, is een verzameling informatiebronnen goed of slecht te doorzoeken. Ook de toegang tot informatie is verschillend. Informatie is goed, slecht, niet of slechts na een betaalde prijs toegankelijk. Concrete betekenis uit informatiebronnen krijgt men door volgehouden blootstelling aan de informatiebronnen waarbij men over de juiste contextuele kennis moet beschikken om de informatiebron in kwestie volledig te doorgronden. Een informatiebron geeft enkel haar betekenis vrij door menselijke inspanning. Belangrijk is het besef dat informatie meer of minder waarheidsgetrouw is. En dat enkel kennis van de waarheid het toelaat aan elke individuele mens het waarheidsgetrouwe karakter van een informatiebron te beoordelen. Samengevat, het informatie-aanbod is geografisch verspreid, en omwille van verschillende redenen komt de mens enkel met de concrete betekenis van

- 71 informatie in contact door een persoonlijke inspanning. De ongelijke blootstelling aan informatie, het gebrek aan beschikbare tijd en het beperkte karakter van de menselijke aandacht samen met de enorme hoeveelheid informatie in de wereld alsook de verschillen in de persoonlijke mogelijkheid tot het verkrijgen van begrip uit informatie leidt ertoe dat niet iedereen met hetzelfde inzicht handelt. Dat verschil in kennis en vaardigheid van handelen leidt ertoe dat mensen betalen voor iemand die de door hen gewenste kennis bezit en in hun voordeel aanwendt. Dat, men noemt het arbeidsspecialisatie, is een belangrijke basis voor de economie. De verspreiding van de informatiebronnen in de ruimte en het in de tijd gespreide contact van de mens met die bronnen leidt ertoe dat de informatievraag en de informatie-opname van de mens eveneens uitgespreid is in de tijd en de ruimte. De persoonlijke aandacht bepaalt de vraag naar informatie, de opname van informatie en de bewaarperiode van informatie. De persoonlijke aandacht verslapt naarmate de tijd verstrijkt en naarmate de verschillende samen te voegen informatiebronnen geografisch meer verspreid zijn. Zelfs het onthouden en herinneren van informatie is contextueel en deels aan de ruimte en de situatie waarin de persoon zich bevind, verbonden. Schrijven en Informatie-Technologie. Twee technieken die nu volop gebruikt worden om de menselijke aandacht langer intact te houden en zelfs uit te breiden zijn het gebruik van het schrift en het gebruik van informatietechnologie. Het schrift als registratie van ideeën zorgt ervoor dat de ideeën uit het menselijke bewustzijn veruitwendigd worden en in de materie, inkt en papier, geregistreerd worden waardoor zij de tijd kunnen overstijgen. Informatietechnologie biedt via de geautomatiseerde informatieverwerking een soort uitgebreid begrip, inzicht in en bewustzijn van de verwerkte en aangeboden informatie. Informatietechnologie zal echter nooit volledig functioneren zonder menselijke tussenkomst. Net zoals het schrift biedt informatietechnologie een medium voor het uitbreiden van onze vaardigheid tot het creëren en gebruiken van informatie. Technologie zal nooit de persoonlijke inspanning en de nood aan intelligentie overbodig maken. Dat wat ons intelligent maakt, de vaardigheid om te redeneren en te leren, blijft onmisbaar en dat zal nooit fundamenteel veranderen door technologische invloed. Technologie heeft wel een fundamentele invloed op de kennis die nodig is om succesvol in een, nu technologische, omgeving te functioneren. Naarmate de technologie verandert, wijzigen de vaardigheden en de kennis die nodig zijn om succesvol te handelen. De techniek van het schrift en de informatietechnologie zijn beide informatieverwerkende technologieën die informatie registreren, blootstellen aan inzicht, informatie verwerken, en opnieuw registreren en dat los van de tijd en de ruimte. Informatie wordt bewaard, kan opnieuw geconsulteerd

- 72 worden op een gepast moment en aangepast worden aan de nieuwe inzichten indien nodig. Informatieverwerkende technologieën concentreren de menselijke aandacht en verhogen de waarde van de geproduceerde informatieproducten. In het geval van het schrift leidt het steeds herwerken van een tekst normaal gezien tot een tekst met een hogere informatiewaarde. Dat wil zeggen dat het lezen van de tekst sneller tot waardevolle inzichten leidt. Informatietechnologie voegt aan de door het schrift geboden gebruiksmogelijkheden de functionaliteit van het geautomatiseerde proces toe.

- 73 18. Het Geautomatiseerde Proces Informatietechnologie, net zoals mechanisering en andere vormen van automatisering, verhoogt de productiviteit van de gebruiker door het automatiseren van taken. Doordat taken niet langer door de persoonlijke tussenkomst van de gebruiker gestart of begeleid moeten worden, kan de gebruiker meer taken verrichten en krijgt hij de kans zijn aandacht daarnaast op andere taken te richten. Daarbij wordt het bereik en de aard van de mogelijke door informatietechnologie te automatiseren taken nog steeds uitgebreid. Dat in tegenstelling tot het schrift dat als enige grondstof en product tekst heeft. Het is in theorie mogelijk om via informatietechnologie bijna alle door de mens uit te voeren taken te automatiseren. Naast het verwerken van taal kan rekenkracht ingezet worden voor elke denkbare vorm van gegevensverwerking. Het geautomatiseerde proces, wat betreft informatietechnologie, werkt summier samengevat meestal op de volgende manier. Gegevens, met andere woorden informatie, worden in een vooraf bepaalde vorm, een bestandsformaat, aangeboden aan een toepassingsprogramma. Dit toepassingsprogramma kan autonoom de aangeboden gegevens volgens vooraf bepaalde regels verwerken. Door een vooraf bepaalde of een op het ogenblik zelf ingebrachte menselijke tussenkomst wordt aangegeven hoe het toepassingsprogramma de gegevens moet verwerken. Het resultaat van deze bewerkingen biedt aan de gebruiker van het programma ofwel een toegevoegd inzicht in de brongegevens, een analyseprogramma, ofwel de mogelijkheid om de brongegevens te bewerken, een bewerkingsprogramma, ofwel biedt het programma een correcte weergave van de brongegevens aan de gebruiker, bijvoorbeeld het afspelen van een muziekcd. Er zijn talloze andere types van programma’s denkbaar. Indien de brongegevens aangepast zijn of het programma creëerde resultaatgegevens dan wordt dit bewerkingsresultaat opgeslagen in een bestand, opnieuw volgens een afgesproken bestandsformaat. Het bestandsformaat bevat alle voor het toepassingsprogramma noodzakelijke gegevens die een correcte verwerking mogelijk maken. Het bronbestand is opgesteld volgens een afspraak die aan het toepassingsprogramma aangeeft welke betekenis elk deel van de aangeboden brongegevens heeft. Het is absoluut noodzakelijk voor een goede werking van het toepassingsprogramma dat de aangeboden gegevens in het juiste bestandsformaat zijn opgesteld. Indien dit niet het geval is, kan het verwerkende programma de brongegevens niet inlezen en beschikbaar stellen voor verwerking. Dan kan bijvoorbeeld een mediabestand niet correct afgespeeld worden of een tekstbestand kan niet bewerkt worden of een verwerkingsprogramma kan geen resultaatgegevens produceren. Dat betekent dat iedereen die het toepassingsprogramma wil gebruiken dezelfde afspraak moet volgen voor het aanbieden van brongegevens. Indien

- 74 brongegevens volgens een andere indeling worden aangeboden kan het programma deze gegevens niet verwerken omdat ze verkeerd geïnterpreteerd worden of zelfs niet herkend worden. De aangeboden gegevens hebben dan geen betekenis voor het toepassingsprogramma. Als je rommel aanbiedt aan een informatieverwerkend geautomatiseerd proces dan komt er rommel uit. De oorspronkelijk Engelstalige uitdrukking luidt: “garbage in, garbage out.” Dat is de belangrijkste technische reden waarom bijna alle toepassingsprogramma’s van verschillende producenten met een ander bestandsformaat werken. Het bestandsformaat komt tot stand als integraal deel van het ontwerp van het toepassingsprogramma. Dat ontwerp gebeurt in ontwerpgroepen die volledig los van elkaar werken. Ze staan zelfs in concurrentie met elkaar. Daarnaast is het wel zo dat het technisch mogelijk is bestandsformaten om te zetten in een ander bestandsformaat indien het ‘woordenboek’ en de ‘grammatica’ voorzien is om de vertaling mogelijk te maken. Toepassingsprogramma’s bieden heel wat verschillende bijkomende bewerkingsmogelijkheden maar uiteindelijk blijft geluid, geluid, en beeld blijft beeld, en tekst blijft tekst, ongeacht het bestandsformaat waarin de informatie word uitgedrukt. Voordelen Van Het Geautomatiseerde Proces Het geautomatiseerde proces verhoogt de arbeidsproductiviteit en verlaagt de drempel voor het bereiken van hogere kwaliteit in het geleverde werk. Bijkomend biedt de rekenkracht van computers de basis voor eerder onbestaande gebruiksmogelijkheden, een nieuwe functionaliteit. Een belangrijk kenmerk van het automatische proces is dat het de mens in staat stelt zijn aandacht los te koppelen van de uit te voeren taken en het tijdstip waarop die uitgevoerd worden. Een concreet voorbeeld. Digitale videorecorders geven via een EPG (Electronische Programma Gids) de gebruiker de mogelijkheid om éénmaal per week of zelfs éénmaal per 2 weken aan te geven welke televisieprogramma’s er tijdens de volgende periode van 1 of 2 weken geregistreerd moeten worden. Dit is het éénmalige coördineren van taken die los van menselijke tussenkomst tijdens de volgende periode van 1 of 2 weken worden uitgevoerd. Omdat de DVR (Digitale Video Recorder) de programma’s registreert op een harde schijf en omdat de EPG exact aangeeft wanneer het programma begint, moet er geen enkele ander actie ondernomen worden. Met andere woorden, de in de tijd verspreide vraag naar informatie die een constante aandacht vergde uit het verleden wordt vervangen door één coördinerende taak die de beschouwde periode van 1 of 2 weken, samendrukt in een kort moment van aandacht. De geregistreerde programma’s kunnen dan bekeken worden op een vrij moment, op een tijdstip los van het uitzendschema. Deze techniek biedt een veel groter gebruiksgemak dan de registratie van uitzendingen via de videorecorder of dan het zich verplicht moeten vrijmaken om live naar een televisieprogramma te kijken.

- 75 Bovenstaande DVR toepassing kan alleen werken indien de EPG over het juiste tijdstip beschikt waarop de uitzending begint en eindigt. Dat is absoluut noodzakelijk om geen deel van het programma te missen. De realiteit is dat televisiezenders niet altijd exact aangeven wanneer een televisieprogramma begint of eindigt. Dat kan wegens overmacht zijn, maar vaak heeft het ook tot doel de kijkers zo lang mogelijk voor de televisie te houden. Als je niet weet wanneer de uitzending exact begint, en je wilt het echt niet missen, dan blijf je naar de zender kijken tot de show uiteindelijk begint. Oplossing hiervoor is elk begin en einde van een televisieprogramma een signaal mee te geven dat de DVR ‘wakker schudt’ en de opname start en na aflopen van het programma de opname stopt. Dit kan gebeuren door de kabelmaatschappij in samenspraak met de televisiezenders. Of een derde dienstenleverancier kan via een ander kanaal een signaal meesturen. Bijvoorbeeld via het internet of via het televisiesignaal van een meewerkende televisiezender. De mens zelf ziet het meteen wanneer een programma begint. Een automatisch proces moet een seintje krijgen en exact weten wat het moet gaan doen. Daarbij komt dat het steeds de mens blijft die betekenis geeft aan de informatie. Een automatisch proces werkt niet als het vooraf niet zorgvuldig werd uitgedacht door mensen. Daarbij hangt het inzicht dat het automatisch proces aan de mens moet bieden, zeer nauw samen met de betekenis die de mens zelf in de brongegevens geregistreerd heeft. Een programma doet exact waarvoor het ontworpen werd, met inbegrip van alle ontwerpfouten, en het programma doet niets anders. Wat er niet inzit kan er ook niet uitkomen. Een concreet voorbeeld is de noodzaak van het aanwenden van goed informatie-management. Elke PC biedt de PC-gebruiker via het Windows verkenner programmavenster een overzicht van alle bestanden op de harde schijf van de PC. In de verkenner zit ook een document zoekfunctie waarmee je op basis van een zoekterm kan zoeken in de bestandnamen en de inhoud van de bestanden op de harde schijf. Indien je een bestand of een document wenst terug te vinden moet je een zoekterm gebruiken die terug te vinden is in de inhoud van het document, of in de bestandsnaam. Op voorwaarde dat je weet wat je zoekt, is dit een zeer nuttige functie. Gemaakte bestanden kan je echter op verschillende manieren omschrijven. Je kan documenten en bestanden verschillende omschrijvingen, labels meegeven. Een voorbeeld waarbij de labels opgenomen zijn in de bestandsnaam: JJJJ_MM_DD_Document Titel_Auteur_Bron_Actie_JJJJ_MM_DD (JJJJ= het jaar, MM= de maand, DD= de dag) Elk van de omschrijvingen die je bij creatie van de bestandsnaam definieert is een dimensie, een bijkomende kans waarmee je in de toekomst het bestand kan terugvinden. Je kan zoeken met als zoekterm het jaar waarin het document werd gecreëerd of de auteursnaam of via een andere

- 76 opgenomen tekstlabel. Dezelfde informatie heeft verschillende betekenissen voor verschillende personen omdat elke verschillende persoon met een ander inzicht andere betekenissen uit dezelfde informatie haalt. Elk van deze verschillende betekenissen is een mogelijke dimensie waarmee het bestand kan teruggevonden worden. Algemeen is het zo dat dezelfde informatie door verschillende personen bijna altijd met verschillende kenmerken omschreven wordt. Des te beter de labels deze zeer verschillende kenmerken omschrijven, des te meer mensen over een kans beschikken om het beschrevene terug te vinden. Naast het goed labellen van bestanden, kan je deze indelen in categorieën en gegroepeerd opslaan in mappen. Herinner je je geen van deze zoektermen, dan vindt je het bestand niet terug via de zoekfunctie. De PC kan geen betekenis onderscheiden in gegevens tenzij die betekenis die vooraf door een mens in de gegevens werd aangebracht. En de betekenis waarnaar de PC zoekt is die betekenis waarnaar de mens zelf expliciet vraagt. En geen enkele andere. Informatietechnologie concentreert de menselijke aandacht door tijd en ruimte samen te drukken maar is geen vervanging voor het menselijke bewustzijn. Door het automatiseren van repetitieve, niet kritieke handelingen kan de mens zijn aandacht vrij maken voor belangrijkere meer waardevolle handelingen. De uiteindelijke controle over het geautomatiseerde proces ligt echter bij de mens en de betekenis die hij aan informatie toekent. Technologie maakt enkel de verspreiding, het bewaren en de vooraf bepaalde verwerking van gegevens mogelijk. Geautomatiseerde informatieverwerking haalt op een zeer performante manier en zonder onmiddelijke tussenkomst van de mens een vooraf vastgelegd inzicht uit correct aangeboden informatie. Het is van in het begin de mens die dit proces heeft uitgedacht en de controle erover uitoefent. Dat betekent ook dat het de mens vrij staat betekenis toe te kennen aan informatie los van omvangrijke technologische oplossingen. Technologie is niet altijd het antwoord. Een goed inzicht in informatie begint bij de mens die dat goed inzicht verwerft, dat begin, is niet technologisch maar louter intellectueel. Het is de mens die handelt. Hoe nauwkeuriger de mens een technologie kan instellen zodat ze hem exact het gewenste resultaat oplevert des te waardevoller is de technologie.

- 77 19. De Internet Informatiefunctie Door de introductie van het internet en het wereldwijde web is de beschikbaarheid van informatie voor hen die toegang kregen tot deze nieuwe technologie enorm toegenomen. Toegang tot het internet is toegang tot informatie waarmee je daarvoor niet in contact kwam. De nauwe distributiekanalen van de massamedia werden opengebroken en een stortvloed aan informatie overspoeld nu dagelijks de wereld. Ondanks de vele aangeboden audio- en videobronnen bestaat het wereldwijde web vooral uit tekstbronnen. Deze tekstbronnen kunnen vrij door ieder internetgebruiker op het internet geplaatst worden. Deze teksten moeten aan geen enkele vooraf bepaalde opmaak voldoen. En ze worden niet gecontroleerd op het waarheidsgetrouwe karakter ervan. Niettemin omvatten deze tekstbronnen door hun divers karakter zeer veel aspecten van en concrete informatie over het moderne leven. De teksten worden aangeboden in grafische vorm waarbij de tekst opgemaakt wordt voor een goed uitzicht. Het geheel van deze bronnen biedt een ongeëvenaard inzicht in de wereld zoals die op dit ogenblik is. Uit deze enorme verzameling informatie valt heel wat concrete kennis over de wereld te halen. Elke mens kan dit individueel doen door de stelselmatige verkenning van het wereldwijde web waarbij stukje voor stukje informatie verzameld wordt en een uitgebreider bewustzijn van de wereld groeit. Door het toekennen van betekenis aan informatie groeit het inzicht en verwerft elke mens individueel kennis. Maar dat is enkel individueel. Informatici zouden deze enorme informatiebron willen aanboren via een geautomatiseerd proces. Aan verschillende universiteiten wordt daar op dit ogenblik aan gewerkt. Dit zal echter zeer moeilijk worden aangezien de informatie in deze tekstbronnen niet volgens een vooraf bepaalde afspraak opgemaakt werd. Deze teksten op websites werden geschreven om gelezen te worden door mensen, niet met als doel gelezen te worden door een geautomatiseerd proces. Zoals hiervoor gezegd, werken computerprogramma’s enkel met brongegevens die een vooraf bepaalde betekenis hebben. Op dit ogenblik doorzoeken de meeste mensen het internet nog steeds manueel, via een zoekmachine. Deze zoekmachines indexeren doorlopend alle op internet aanwezige teksten en rangschikken deze informatiebronnen. Na het intikken van een zoekterm biedt de zoekmachine een verwijzing naar de meest relevante informatiebron aan. Google rangschikt de informatiebronnen heel summier gezegd op basis van het aantal andere websites die ernaar verwijzen. Indien je een zoekterm intikt zoekt Google de documenten waarin die zoekterm staat en toont dan in volgorde van relevantie de reeks van documenten die de gezochte term bevatten. Dat betekent verschillende dingen.

- 78 Weten welke zoekterm bij het door jouw gezochte begrip of feit hoort is van zeer groot belang. De keuze van de juiste zoekterm kan veel zoekwerk besparen maar vergt vaak echte voorkennis die niet iedereen heeft. Daarnaast kan je het bereik van de zoekopdracht niet beperken tot een bepaald type van informatiebron, tenzij je het exacte adres van de website meegeeft in de zoekopdracht. Dat is zo omdat er geen algemene afspraak is voor de identificatie van informatiebronnen. Het bepalen van de informatiebron is van belang omdat niet alle informatiebronnen eenzelfde waarde hebben voor de verschillende gebruikers. Ook kan je, zelfs bij het gebruik van de juiste zoekterm, niet exact instellen naar welk gegeven met betrekking tot dat begrip je op zoek bent. Een zoekterm kan ook meerdere verschillende correcte betekenissen hebben. Ook daarop kan je geen selectie uitvoeren. Het gestructureerd doorzoeken van de informatie aanwezig op internet is dus niet mogelijk. Je kan enkel concrete voorkomens van zoektermen terugvinden in de op internet aanwezige teksten. Staat er ergens in een tekst op een website op internet bijvoorbeeld Pu geschreven, dan vindt je die teksten via Google terug. Het zijn er ongeveer 102.000.000. En Pu betekent heel wat verschillende dingen. Resultaat 1: Panjab University, Chandigarh, India. Resultaat 2: Plutonium - Wikipedia, the free encyclopedia. Resultaat 3: Pu-erh tea - Wikipedia, the free encyclopedia. Resultaat 4: University of the Punjab, niet dezelfde universiteit als resultaat 1. Resultaat 5: PU Synthetics Leather Co. Ltd. Resultaat 6: Barco | Products | PU-2000. Enzovoort. Daarbij komt dat er geen enkel garantie is dat indien je uiteindelijk de informatie waarnaar je echt op zoek bent teruggevonden hebt, deze ook echt waarheidsgetrouw is. Dit weet je alleen als je de informatiebron op haar waarde kan beoordelen. Toch biedt de zoekmachine aan haar gebruikers bijkomende interessante functionaliteit die deze gebruikers voor het bestaan van de zoekmachine niet hadden. Als je weet waarnaar je op zoek bent, waar je het kan vinden en wie je kan vertrouwen, dan is de zoekmachine zeer interessant. De belangrijkste inbreng van het internet is dat het voor een enorme toename van beschikbare informatie gezorgd heeft. De informatie die via het internet wordt aangeboden, vervangt op dit ogenblik de klassieke informatiebronnen nog niet. Het internet is te beschouwen als een oriënterende aanvullende informatiebron. Duidelijke regel is dat voor het opbouwen van echte kennis men nog steeds best naar een echte school gaat. Of dat men voor een goed begrip over iets best terecht kan bij een kwaliteitsvol boek over dat onderwerp. Omdat men geen prijs kan aanrekenen, biedt men ook geen volledige en kwaliteitsvolle informatie via internet aan. Goede informatie is de neerslag van het handelen met kennis. Kennis verwerven kost tijd, geld en energie. Dat geeft men niet gratis weg. Er is nog een tweede reden waarom zoekmachines zo weinig gestructureerd informatie aanbieden. De informatiebronnen op internet zelf, zijn zeer weinig gestructureerd en dus maar moeilijk te doorzoeken met een

- 79 geautomatiseerd proces. Bij het zoeken moet je ervan uitgaan dat de meeste informatiebronnen opgesteld zijn als een tekst, en daar ook de kenmerken van hebben. De beste zoekstrategie is een zo beknopt mogelijke zoekterm gebruiken die het zoekbereik zo nauwkeurig en beperkt mogelijk omschrijft. Een voorbeeld. De Christelijke vasten telt 40 dagen en begint elk jaar op een ander tijdstip. De datum wordt bepaald door een formule afhankelijk van de stand van de maan. Wanneer begint deze periode in 2007 ? De beste zoekterm is dan ‘vasten 2007’. Hiermee geef je het onderwerp aan, de christelijke vasten, en het zoekbereik, het jaar 2007. De eerste hyperlink die je terugkrijgt bij Google leidt naar een webpagina met een tabel van de vastenperiode 2007. In de eerste cel van de tabel vindt ik terug dat Aswoensdag in 2007 op 21 februari valt. De laatste cel in de tabel met data is maandag 9 april, 2de Paasdag. Deze website vergt echter veel voorkennis. Als ik even tel merk ik dat de tabel meer dan 40 dagen omvat. Wanneer zou ik dan juist moeten vasten ? De teruggevonden website werd opgemaakt door een particulier. Graag had ik over de vasten toch het advies van de rooms-katholieke kerk gelezen. Op de website van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel vond ik daarover geen informatie terug. Na veel zoeken blijkt uiteindelijk dat de periode 46 dagen omvat en dat er elke dag, behalve de zondag, gevast moet worden. Uiteindelijk blijkt ook dat vasten er vooral uit bestaat je iets ontzeggen waaraan je te zeer gehecht bent. Zonder dat je daarom hoogmoedig of jaloers mag worden tegenover hen die niet vasten. Ook dat staat dus op internet. Deze informatie moest ik via een proces van herhaaldelijk intikken en wijzigen van zoektermen en het nauwkeurig lezen van de teruggevonden teksten uit de op internet aangeboden informatie distilleren . Met andere woorden, het internet vergt zeer veel gebruikersinbreng. Volgens een patroon van opeenvolgende vragen en antwoorden consulteer je informatiebronnen en gebruik je diensten. Het internet is arbeidsintensief. Het aanbod aan nieuwe informatie via het internet en de noodzaak tot tussenkomst van de gebruiker in het verwerven en bewerken van die informatie leidt tot een productiviteitsparadox. Je krijgt door de toegang tot bijkomende informatie een veel hogere functionaliteit of een beter inzicht maar dat gaat dan ten koste van veel tijd. De informatie die afkomstig is van het internet kan dus niet op een voldoende geautomatiseerde wijze verwerkt worden. Een concreet voorbeeld. Door het internetbankieren wordt het voor elke belegger mogelijk zijn beleggingsportefeuille dag na dag op te volgen. De stand van elke belegging kan door manuele tussenkomst gekopiëerd worden uit de banktoepassing en voor verwerking in een Excel-rekenblad geplakt worden. Wil je een beetje rekenen met je beleggingen ben je rekening houdend met het inloggen in de banktoepassing, het kopiëren van de gegevens en het aanpassen van het rekenblad elke dag al gauw 20 minuten bezig. Een verhoogd inzicht ten koste van veel tijd.

- 80 Hoeveel makkelijker zou het niet zijn als de bankgegevens met een eenvoudige bewerking uit de online bank toepassing zouden kunnen gehaald worden, aangeboden worden aan de Excel-toepassing en daarna automatisch verwerkt werden. De gebruiker zou dan met een eenvoudige informatieverwerkende taal de functionaliteit aangeboden door de Exceltoepassing, in een gestructureerd proces kunnen gieten dat automatisch, zonder gebruikersinteractie, de bankgegevens verwerkt. Dat zou dan de vorm kunnen aannemen van een visueel voorgestelde en makkelijk aanpasbare beslissingsboom waarin elke manueel uitvoerbare bewerking binnen Excel voorgesteld wordt door een icoon of een begrip. Misschien een makkelijke manier om kleine verwerkingsprogramma’s op te stellen en ad hoc aan te passen. Dit is vergelijkbaar aan macro’s, een Microsoft Office techniek uit Excel die nu reeds bestaat maar beduidend minder gebruiksvriendelijk is. De constante nood aan gebruikersinteractie leidt ook tot veel onnodig werk. De informatie op internet is nog steeds niet zelfpublicerend. Als gegevens veranderen wordt je daar op geen enkele manier van verwittigd. Bijvoorbeeld. Je kopiëerde de openingsuren van het postkantoor of een winkel. Deze openingsuren zijn een statisch gegeven, een stukje tekst en wat cijfers op een website. Indien de openingsuren veranderen, ben je daarvan niet automatisch op de hoogte. Enige oplossing is telkens je naar het postkantoor wilt gaan, op de website controleren welke de openingsuren zijn. Heel wat werk dus. Hetzelfde verhaal als je de artikels leest van een internetjournalist die met lage periodiciteit publiceert. Je weet dat er ongeveer elke week een nieuw artikel gepubliceerd wordt. Wanneer juist weet je niet helemaal. Dus zit er niets anders op dan telkens handmatig te controleren of het nieuw artikel reeds verschenen is. Hetzelfde met een wekelijks gepubliceerde radio-uitzending die via internet wordt aangeboden. Er bestaan al technieken van zelfpublicerende informatie. Bijvoorbeeld RSS, de techniek waarbij je je op een berichtenstroom abonneert. Deze techniek wordt heel vaak gebruikt door blogs. RSS wordt gekenmerkt door de hoge frequentie waarmee de berichten uitgezonden worden, zichzelf publiceren. Deze techniek wordt niet toegepast voor webpagina’s die met een zeer lage frequentie wijzigen. Er is wel de podcast*-techniek waarbij een volgende audio-uitzending in een reeks van uitzendingen na het verschijnen automatisch naar de PC wordt gedownload. Deze techniek werkt echter niet bij uitzendingen die via een audiostream* worden aangeboden. Die zijn meestal van een hogere kwaliteit dan podcasts omdat ze auteursrechterlijke beschermde muziek bevatten.

- 81 20. De Digitale Aarde Het internet schiet nu nog tekort als gestructureerde informatiebron voor diverse geautomatiseerde processen. Maar in de toekomst zullen de mogelijkheden die het internet aan haar gebruikers biedt ongetwijfeld veel uitgebreider zijn. Het internet vormt het platform waarop uiteindelijk een digitale aarde tot stand zal komen. Dit platform zal geografische en tijdsbeperkingen helpen overwinnen, een veel hoger informatieaanbod bieden en de aandacht van de gebruikers concentreren in de tijd en de ruimte waardoor de internetgebruikers veel efficiënter hun aandacht kunnen inzetten. Het structureren van de via internet aangeboden informatie is de eerste voorwaarde voor een goed functioneren van een dergelijke geautomatiseerde processen. Elk geautomatiseerd proces werkt met brongegevens die aan een bepaalde standaard moeten voldoen en een vastbepaalde betekenis hebben. De constructie van een werkend, algemeen aanvaard gegevensmodel van de wereld is een onmogelijke taak indien dit werk centraal uitgevoerd of zelfs maar gecoördineerd zou moeten worden. Een dergelijk werkwijze loopt helemaal fout. Hiervoor werd echter een oplossing bedacht. Die oplossing is een opmaaktaal die een objectief vaststelbare betekenis toekent aan elk mogelijk object en onderdeel van de wereld. Het is een taal die gebruikt wordt voor het beschrijven van en het redeneren met ontologieën. Ontologie is een begrip uit de filosofie: het is een theorie over de aard der dingen, een beschrijving van de bestaande types der dingen. Ontologie beschrijft de kenmerken die onlosmakelijk verbonden zijn met een onderwerp en beschrijft de onderlinge relaties die onderwerpen vertonen. Ontologieën op het internet bestaan uit een taxonomische ordening en een groep van regels. Taxonomie of ordening is de wetenschap van het indelen. Taxonomie verwijst naar zowel de classificatie van dingen als naar de methode die aan de basis van deze classificatie ligt. Vrijwel alles kan overigens taxonomisch worden ingedeeld: levende wezens, dingen, plaatsen, gebeurtenissen, enzovoort. Hier beschrijft de taxonomie groepen van samenhorende objecten en hun onderlinge relaties. De regels uit een ontologie ordenen de beschreven objecten, hun gedrag en de betekenis die je aan die objecten kan toekennen. Belangrijk is dat in de toekomst op het internet elk beschreven object via een verwijzing, met een unieke netwerk-indentificatie, naar de bijhorende ontologie zichzelf definieert en zijn definitie ook publiek maakt. Dit is nodig omdat ontologieën specifiek, niet steeds dezelfde, zijn en omdat het de vertaling van de ene ontologie naar de andere mogelijk maakt. Het komt erop neer dat elke persoon of organisatie die informatie op het internet wil aanbieden die als basis zal dienen voor het geautomatiseerde proces, deze informatie aanbiedt samen met een definitie van de informatie. Deze informatiedefinitie maakt het mogelijk gegevens die afkomstig zijn van

- 82 verschillende informatieaanbieders en die in de realiteit éénzelfde betekenis hebben voor de mens, maar die op een verscheiden manier gedefiniëerd werden door verschillende informatieaanbieders, voor te stellen als eenzelfde soort gegevens met eenzelfde betekenis voor het geautomatiseerde proces dat ze verwerkt. Concreet voorbeeld. Bij het automatisch boeken van hotelovernachtingen voor een reis doorheen Europa zal het boekingsprogramma dat op zoek is naar vrije kamers weten dat het in Nederland moet kijken bij ‘hotelkamer’, in Duitsland bij ‘zimmer’, in Frankrijk bij ‘chambre d’hôtel’, in het Verenigde Koninkrijk bij ‘hotel room’. En wil je specifiek ook een overnachting in België dan weet het boekingsprogramma dat het in Vlaanderen moet kijken bij ‘hotelkamer’, in Wallonië bij ‘chambre d’hôtel’ en in de Oostkantons bij ‘zimmer’. Elk van de vier verschillende termen hotelkamer, zimmer, chambre d’hôtel en hotel room heeft voor de mens dezelfde betekenis. Deze manier van werken, iedereen definieert eigen begrippen, geeft elk van de te onderscheiden maatschappelijke sectoren voldoende vrijheid en beperkt de noodzaak aan centrale coördinatie tot een minimum. Iedereen kan zijn eigen gegevenstaal definiëren. Zolang de definitie van de gegevenstaal voldoende uitgebreid en concreet is kan het geautomatiseerd proces de vertaalslag maken waardoor de in de informatie vervatte betekenis voor iedereen vrij kan komen. De uiteindelijke vorm van het gegevensmodel waarin de wereld zal uitgedrukt worden op het internet zal continu veranderen, groeien en is nu nog onbekend. Toch is het interessant om een typedefinitie te geven van een mogelijk gegevensmodel voor de hele wereld. Het hieronder gepresenteerde model is enkel een oefening ter illustratie van mogelijke toekomstige digitale toepassingen die ik verderop in dit boek presenteer. Een Digitale Wereld, Superstructuur De digitale wereld is opgezet als een digitale uitbreiding van de fysieke wereld. De digitale wereld breidt de automatische verwerking van de informatie uit, over de fysieke wereld. In dat opzicht heeft de digitale wereld verschillende kenmerken gemeenschappelijk met de fysieke wereld. Het gegevensmodel van de wereld wordt gekenmerkt door verschillende dimensies. De geografische dimensie, die uitgedrukt kan worden als een punt op de planeet; als een bereik rondom een punt op het aardoppervlak; die een concrete omvang kan hebben zoals gedefinieerd door een grens; en die tenslotte ook uitgedrukt worden als een traject. De geografische dimensie is een concreet kenmerk van de fysische wereld. Deze dimensie kan in theorie ontbreken in informatie. De tijdsdimensie kan uitgedrukt worden als een tijdstip: een vast punt in het verstrijken van de tijd; als een periode: het verstrijken van de tijd tussen een

- 83 begintijdstip en een eindtijdstip. De tijdsdimensie is een concreet kenmerk van de fysische wereld. In theorie is het ontbreken van de tijdsdimensie uit informatie mogelijk. Onderdeel van de fysische wereld is de mens, deze is uniek en wordt gedefiniëerd door ontelbare kenmerken. Mensen vertonen een bepaald gedrag, afhankelijk of niet afhankelijk van hun kenmerken. Het beschrijven van de kenmerken waaraan mensen voldoen ligt buiten het bereik van dit boek. Naast de mens zijn er nog andere levende wezens op deze planeet. Dat zijn ruwweg ingedeeld, de dieren en de planten. Mensen kunnen ingedeeld worden in groepen op basis van hun kenmerken. Bijvoorbeeld, alle mensen die voor een bepaalde bedrijf werken. Alle mensen die een bepaalde hobby hebben. Groepen hebben ook kenmerken, die samenhangen met en tegelijk verschillend zijn van de kenmerken van hun individuele leden. Dit omdat groepen georganiseerd zijn. Groepen vertonen een specifiek gedrag. De fysische wereld bevat, naast de natuurlijke materie, ook door de mens gemaakte objecten. Deze objecten bestaan uit, door de mens bewerkte, materie. Deze objecten hebben eveneens bepaalde kenmerken en sommige objecten kunnen zo ontworpen zijn dat ze een vooraf bepaald gedrag vertonen. Het gedrag van objecten is steeds een gevolg van de handelingen van de mens. Objecten zijn levenloos. Informatie wordt geregistreerd in een informatieobject. De mens, de dieren en de planten, en de objecten vormen de te onderscheiden delen van de fysieke wereld. Het handelen van de mens speelt zich af binnen de fysieke wereld in de geografische en de tijdsdimensie. De fysische wereld laat zich uitdrukken in informatie. Informatie bestaat uit de registratie van de kenmerken waaraan de mens, dieren, planten en objecten voldoen samen met de registratie van hun bewegingen over de geografische dimensie en de tijdsdimensie. De fysieke wereld wordt gekenmerkt door gebeurtenissen. Een gebeurtenis is elke verandering in een kenmerk van een mens, dier, plant, object of een verandering in de geografische of tijdsdimensie kenmerkend voor het voorkomen van een concrete mens, dier, plant of object. Deze toestandsverandering kan uitgedrukt worden door informatie. Het handelen van de mens door hemzelf of het handelen van de mens via objecten kan uitgedrukt worden als een actie. Een actie wordt ondernomen als reactie op een gebeurtenis, als een reactie op een toestandsverandering. Ook dit kan als informatie uitgedrukt worden. De digitale wereld maakt deze informatie uit de fysieke wereld digitaal beschikbaar waardoor men deze informatie kan doorzoeken op elke

- 84 combinatie van de geografische dimensie en de tijdsdimensie met de mogelijke kenmerken van mensen, organisaties, dieren en planten, en objecten als criterium. Het doorzoeken kan los van de geografische, tijd- en aandachtsbeperkingen geschieden waaraan de mens in de fysieke wereld onderworpen is. Door het geautomatiseerde proces kan de mens zeer precies instellen welke acties ondernomen moeten worden na het voorkomen van specifieke gebeurtenissen waarmee hij zijn aandacht vrijmaakt voor andere doelen. Ik vermoed dat bovenbeschreven informatiemodel van de fysieke wereld tot een wereldwijd dataweb van gegevens zal leiden dat naast het nu bestaande visuele web zal bestaan. Het Dataweb Het dataweb biedt aan organisaties de mogelijkheid de kennis of de informatie die ze aan de wereld willen meedelen op een meer gestructureerde manier bekend te maken. Dit kan zowel een commercieel als een niet commercieel belang hebben. Deze informatie en kennis kunnen gratis of tegen betaling toegankelijk zijn. Alhoewel goede informatie enkel voortkomt uit inspanning zijn er organisaties die er belang bij hebben gratis goede informatie te verspreiden. Bijvoorbeeld de overheid, kerken en diverse andere belangengroepen. Elke organisatie voldoet aan bepaalde kenmerken. Bijvoorbeeld een milieuorganisatie beschermt het milieu, dat betekent concreet dat ze allerlei doeleinden heeft die ze bekend wil maken. Deze concrete vereniging is actief in Vlaanderen en is gespecialiseerd in natuurbehoud via natuurgebieden. Deze vereniging heeft kennis over verschillende technieken tot natuurbehoud die je in je eigen tuin kan aanwenden. De natuurvereniging neemt bepaalde standpunten in over natuurbehoud. Ze verkoopt stickers van roofvogels om tegen de ruit te kleven die de brave vogeltjes afschrikken waardoor die niet meer te pletter vliegen tegen het glas. Kortom ze beschikt over vele kenmerken en kennis die ze wenst mee te delen aan haar leden en zelfs aan niet-leden zoals geïntereseerde tuiniers die baat vinden bij concrete tuintips die de natuurvereniging ter bescherming van het wildleven op haar website meedeelt. Op dit ogenblik is deze informatie slecht doorzoekbaar. Ze wordt aangeboden als een ongestructureerd tekstdocument en is niet op algemeen bepaalde kenmerken doorzoekbaar. Door deze informatie aan te bieden als een opsomming van kenmerken en eigenschappen die automatisch doorzoekbaar zijn en eenzelfde betekenis hebben voor het geautomatiseerde proces dat ze verwerkt komen gebruikers sneller tot een beter inzicht. Het dataweb stelt elke organisatie en elk individu in staat om de concrete kenmerken waaraan men voldoet en de kennis waarover men beschikt te adverteren. Via een zoekmachine wordt het mogelijk heel concreet de geadverteerde kenmerken te doorzoeken. Bijvoorbeeld welke natuurorganisaties zijn er in Vlaanderen. Of waar kan ik hier in de buurt een sticker van een roofvogel kopen ? Of welke standpunten worden er in

- 85 Vlaanderen ingenomen met betrekking tot het natuurbehoud. Door het aanbieden van meer volledige informatie wordt het mogelijk een digitale kaart van de samenleving op te stellen. Deze wordt dan een gids bij de wereld waarin men leeft. Eenmaal dit besef is doorgedrongen zal elke organisatie er een hoofdpunt van maken zichzelf te adverteren via het dataweb. Dat kan ook commercieel interessant zijn. Elke winkel zal bijvoorbeeld het verkochte gamma aan producten kunnen adverteren. Met of zonder prijsvermelding zorgt dit sowieso voor een meerverkoop, door de informatiefunctie. Mensen zijn vaak op zoek naar producten die ze niet onmiddellijk terugvinden. Of men kent de productnaam wel maar weet niet waar het product wordt verkocht. Door het dataweb wordt het mogelijk de productencataloog van verschillende winkels te doorzoeken binnen een bepaald geografisch bereik, bijvoorbeeld de regio rond je woonplaats. Of je kan heel nauwkeurig aangeven waarnaar je op zoek bent. Japanse snoep bijvoorbeeld. De verschillende dimensies waarmee je dan kan zoeken zijn: snoep, uit Japan. En verkocht in België. Ideaal zou zijn dat je het aanbod van alle verkopers van Japanse snoep in detail op afbeeldingen kan nakijken. En misschien wil je wel meteen bestellen en aan de deur laten leveren. Of wil je een verkoopsadres uit je eigen omgeving opvragen. Ook kan een winkel de openingsuren en het adres adverteren. Dit kan op een zelfpublicerende manier waarbij elke wijziging automatisch doorgestuurd wordt aan hen die zich op die specifieke data geabonneerd hebben. Doordat individueën zich kunnen abonneren op datadiensten van concrete individuele aanbieders wordt de controle die zoekmachines uitoefenen op de toegang van consumenten tot informatie of de toegang van producenten tot consumenten losser gemaakt. Het dataweb kan naast gegevens ook bestaan uit datastromen zoals een muziek- of videostroom of informatieobjecten zoals een artikel, een boek of concrete gegevens, bijvoorbeeld vergelijkende technische en verbruiksgegevens nodig bij de aankoop van een nieuwe wagen. Al deze data zal al dan niet tegen betaling beschikbaar zijn en beschermd worden door digitaal rechtenbeheer. Naarmate de digitaal beschikbare informatie beter de reële wereld omschrijft neemt het praktische nut en het gebruiksgemak hiervan toe. In een gebrekkige vorm is veel van deze informatie nu al op het wereldwijde web beschikbaar. Ze is enkel nog niet automatisch te doorzoeken.

- 86 21. Een Nieuwe Digitale Wereld De krantenberichten lezend, lijkt het soms of de digitale wereld al grotendeels gerealiseerd is en dat de concrete uitwerking al lang voordien werd vastgelegd in technologische onderzoekscentra. Niets is minder waar. Het tot stand komen van de digitale wereld vindt elke dag opnieuw, stap voor stap plaats en bij elke stap beslist de consument over de richting die de tocht naar een digitale toekomst uitgaat. De digitale wereld biedt heel wat kansen maar de concrete realisatie daarvan is een uitdaging die aan heel wat voorwaarden onderworpen is. Een eerste voorwaarde voor een goed werkende digitale wereld is het vinden van een evenwicht tussen de controle van de industrie en de vrijheid van de consument. Wie heeft de controle over het platform waarop de digitale wereld gebaseerd is ? Het internet is een volledig vrij toegankelijk medium maar grote internetbedrijven trachten controle te verwerven over de toegang van producenten tot consumenten. Met als gevolg dat consumenten slechts toegang krijgen tot een deel van de op het wereldwijde web beschikbare informatie. Zo wordt de digitale wereld opgedeeld in kleine ommuurde werelden. Denk bijvoorbeeld aan Google Maps, Yahoo Maps en Microsoft Live Maps. Drie concurrerende toepassingen voor het geografisch organiseren van informatie. Door de merkgebonden geografische toepassingen wordt de fysische wereld opgedeeld in afgescheiden deelmarkten. Die ene bakstenen winkel in het dorp, zo de uitbater dat al zou willen, moet nu op minstens drie verschillende digitale werelden geregistreerd zijn. Geen vooruitgang. Men kan enkel maar vaststellen dat de fysieke wereld geen merkgebonden platform is. Dat het juridisch niet mogelijk is voor een bedrijf om zich de publieke ruimte toe te eigenen. Het platform waarop de digitale wereld tot stand komt is onderdeel van de publieke ruimte en mag dus niet merkgebonden zijn. Elk potentieel platform moet aan de consument de mogelijkheid geven de informatieverstrekkers van zijn keuze aan het gekozen platform toe te voegen. Een ander onderdeel van de publieke ruimte is het betaalmiddel. Internetcash moet net dat zijn, een betaalmiddel vrij van overdreven kosten en ingewikkelde oplossingen. Mensen vinden het tegennatuurlijk om overmatig te moeten betalen voor het recht om te mogen betalen. Ze aanvaarden ten hoogste de kosten die samengaan met het overmaken van een geldsom. Controle is ook een argument bij vendor lock-in. Muziek, film, tekst en beelden zijn in de reële wereld in het verleden altijd vrij beschikbaar geweest via universele formaten. De toekomstige digitale wereld moet aan de consument dezelfde vrijheid en hetzelfde behoud van waarde garanderen. Dat een vinyl LP steeds op een draaitafel kon afgespeeld worden, ongeacht het merk, garandeert aan de consument het behoud van waarde van zijn aangekochte LP’s. De onderlinge uitwisselbaarheid van hardware en gegevensdragers van verschillende producenten biedt de consument eenzelfde behoud van waarde. Het afschaffen van merkgebonden

- 87 oplossingen voegt waarde toe aan de economie. Consumenten kopen sneller iets dat zijn waarde behoudt en universeel inzetbaar is. Een concrete maatregel die deze vorm van concurrentievervalsing, merkgebonden oplossingen, kan corrigeren is de wettelijke verplichting voor patenthouders om de rechten op hun productstandaard tegen een redelijke vergoeding open te stellen voor andere producenten. Hierdoor ontstaat een meer ééngemaakte markt die in zijn geheel sneller en meer groeit. De vrijheid die aan de consument moet gegarandeerd worden hangt echter sterk samen met de bescherming van auteursrechterlijk beschermde werken. Door de inherente mogelijkheid tot vrije uitwisseling van perfecte digitale kopieën wordt de markt van vraag en aanbod vervalst en vernietigt het internet uiteindelijk waarde. Want het gratis aanbieden van media verhindert dat de betalende aanbieding van media kans op succes heeft. Het niet beschermd zijn van de via internet aangeboden informatie weerhoud veel potentiële aanbieders ervan het internet te verrijken door hun informatie- en dienstenaanbod. Het beschermen van de belangen van de consumenten en van de rechtenhouders op informatie dient samen te gaan in een werkbare digitale rechtenbeheer oplossing. Deze oplossing moet merk-onafhankelijk zijn, ingezet worden voor elk type van informatie en universeel gelden. Een dergelijk systeem kan, denk ik, enkel tot stand komen binnen het kader van een wereldwijd verdrag over online handel. Dit kan enkel gerealiseerd worden indien internationale belangengroepen zoals de Wereld Handelsorganisatie hiervan het nut inzien. Indien een digitale rechtenoplossing daarbij de vrijheid van de consument garandeerd, kan het internet omgesmeed worden van een instrument van waardedestructie tot een instrument dat waarde creëert. Daartoe is bijkomend de ontwikkeling van een globaal betalingssysteem nodig zodat het internet werkelijk waarde kan creëren bij producenten en consumenten. Het betalingsysteem moet de levering van via internet bestelde goederen op een fysieke plaats garanderen. Daarnaast moet het betalen voor informatieproducten op het internet mogelijk worden via microbetalingen. Belangrijk is dat er een echte concurrentiële markt voor diensten, producten en informatieobjecten kan ontstaan zodat automatisch de werkelijke financiële draagkracht van de consument mee in rekening wordt genomen in een onvervalste markt van vraag en aanbod. Consumentenvrijheid bestaat er ook in dat consumenten steeds controle behouden over hun eigen gegevens, ook die gegevens die ze aankochten. Een werkbaar digitaal rechtenbeheer-systeem geeft consumenten de kans aangekochte digitale informatieobjecten te bewerken waarbij de vermelding van de gebruikte bronnen en hun auteurs overgenomen worden in het nieuwe informatieobject. Dit alles moet gerealiseerd worden binnen de bestaande infrastructuur en rekening houdend met de beperkte financiële draagkracht van de meeste consumenten. De invoering van nieuwe technologieën door het op de markt brengen van nieuwe generaties van toestellen zou moeten gepaard gaan met

- 88 de introductie van goedkope technologieën die de reeds aangekochte toestellen en de bestaande infrastructuur integreren. De integratie van de bestaande infrastructuur leidt tot een meer eengemaakte universele markt hetgeen een betere werking van de economie tot gevolg heeft door de betere informatie waarover de consument beschikt. De betere informatie geeft meer concurrentie maar tegelijk ook een beter aangepast aanbod. De consument vindt de producten terug die hij vroeger niet terugvond of waarvan hij het bestaan niet kende. De toegenomen waarde voor de consument zit dus maar voor een deel in de lagere prijzen die hij kan krijgen. De toegenomen waarde zit vooral in de betere keuze die hij uit het aanbod aan informatie, diensten en producten kan maken. Deze keuze sluit beter dan voorheen aan bij zijn voorkeur. Voor de producenten verhoogt de concurrentie maar tegelijk groeien door het wereldwijde bereik van het internet marktniches uit tot volwaardige markten. Daarnaast kan de digitale wereld bij mensen, door meer en betere informatie over de wereld en de automatische verwerking daarvan, uiteindelijk tot een beter inzicht in de wereld leiden en tot een handelen dat van meer kennis getuigt. Natuurlijk is het zo dat de menselijke natuur niet verandert door het internet. Maar informatie kan wel vormend werken voor hen die er zich voor willen openstellen.

- 89 Digitaal Rechtenbeheer: Een Voorstel Het kernaspect van illegale uitwisseling van media is dat het internet een perfecte digitale kopie mogelijk maakt. Elke digitale rechtenbeheeroplossing moet tegelijk de rechten van de consument vrijwaren, deze mag zelf vrij zijn aangekochte media kopiëren voor eigen gebruik, en tegelijk moet de DRMoplossing verhinderen dat mediabestanden vrij worden uitgewisseld via het internet. In theorie kan men dit bereiken door elk mediabestand van een identificatie te voorzien die ondermeer bestaat uit het netwerkadres van het toestel waarmee en het ogenblik waarop het mediabestand naar het internet werd verstuurd. De aanwezigheid hiervan, het toevoegen van de identificatie van de versturende machine, zou een wettelijke voorwaarde moeten zijn voor het mogen ontwikkelen van toepassingen die data over een netwerk versturen. Dit zou afgedwongen kunnen worden door de ISP’s die nu ook al de aard en bestemmingen van het internetverkeer van hun klanten registreren. Ook het toevoegen aan het gecreëerde bestand van het bouwnummer van toestellen die de analoge realiteit digitaal registreren is een absolute noodzaak betreffende identificatie. Het cruciale deel van de identificatie, één of meer netwerkadressen of het bouwnummer van een toestel, zou de grootte van één IP-pakket niet mogen overstijgen. De aanwezigheid van dit IP-pakket in het DRM-label dat bij het mediabestand hoort is dan absoluut nodig om het mediabestand te kunnen consulteren of bewerken. Een belangrijke rol kan vervuld worden door de proxy-server. Dit is een computer-server die als doorgeefluik fungeert voor bestanden die verstuurd worden over het internet en op deze bestanden bewerkingen kan uitvoeren zoals het controleren van de bestanden op een kenmerk, bijvoorbeeld een viruscontrole. Illegale uitwisseling van bestanden kan dan voorkomen worden door een proxy-server die de IP-pakketen tegenhoudt die horen bij te vaak illegaal uitgewisselde bestanden. Zonder dit IP-pakket is het mediabestand onbruikbaar. Het is niet afspeelbaar na het beëindigen van de illegale download. Zodra een liedje van een CD naar de PC word overgezet, het maken van een digitale kopie, wordt het bouwnummer van de PC in het DRM-label aangebracht. In het DRM-label wordt eveneens het netwerkadres aangebracht bij het versturen van een bestand naar het internet. Met deze DRM-oplossing behoudt de gebruiker zijn vrijheid in de eigen gebruikersruimte. Hij wordt pas gesanctioneerd als hij te vaak illegaal uitgewisselde bestanden wil downloaden. En dan enkel doordat de bestanden die hij illegaal verkregen heeft onbruikbaar zijn geworden. Het massaal illegaal uitwisselen van bepaalde bestanden vanuit bepaalde bronnen, herkenbaar aan hun netwerkadres, kan zo verhinderd worden. Het is natuurlijk maar een suggestie. Vele andere systemen zijn denkbaar. En, eigenlijk is het voor ISP’s in theorie nu ook al mogelijk om specifieke media-uitwisselingsprogramma’s de toegang tot het internet te ontzeggen. Daarover bestaat echter geen overeenstemming.

- 90 SMS Betalen. De belangrijkste kenmerken van een mogelijk internetbetalingssysteem zouden zijn dat het geen deel uitmaakt van een merkgebonden platform, dat de financiële klantgegevens afschermd worden van de handelaar, dat het mobiel inzetbaar is, los van de PC en het internet dus en dat het een garantie moet bieden dat de via internet bestelde goederen aankomen op het fysieke plaats van levering. En dat deze oplossing gerealiseerd moet worden binnen een reeds bestaande infrastructuur, met een zeer lage instapdrempel voor de gebruiker. De GSM beantwoordt als toestel het beste aan bovenstaande vereisten. Het systeem van SMS*-betalingen zou als volgt kunnen werken. Elke deelnemende handelaar adverteert als betalingsmogelijkheid op zijn website zijn SMS-betaalnummer. Na het uitkiezen van de aankoop en het invullen van de leveringsgegevens krijg je van de handelaar een identificatie van je aankooporder en het te betalen bedrag. Je smst het SMS-betaalnummer van de handelaar, de identificatie van je aankooporder, het te betalen bedrag en je paswoord naar de SMS betaaldienst van je eigen bank. Aan de hand van je GSM-nummer en je paswoord vindt de bank je rekening terug, ze reserveren het te betalen bedrag en laten, na identificatie van de bij de handelaar horende bank via diens SMS-betaalnummer, aan die bank weten dat het te betalen bedrag voor dat specifiek aankooporder werd vastgezet. Hiervan krijg je als klant bevestiging. Ook de handelaar krijgt dit van zijn bank te horen en zendt de goederen. Enkele dagen later belt de man van de pakjesdienst aan. Je gaat akkoord met de levering van de goederen. Je zendt een SMS met het aankooporder vermeld op de leveringsbon en het GSM-nummer van de man van de pakjesdienst naar de SMS-betaaldienst van de bank. De bank geeft het bedrag vrij, stuurt een SMS ter bevestiging naar de man van de pakjesdienst en je krijgt het pakje waarvoor je betaalde. Het ontsluiten van internetdiensten kan op een gelijkaardige manier verlopen. Je stuurt een SMS-bericht met het SMS-betaalnummer van een bepaalde dienst en je paswoord naar de SMS-betaaldienst van je bank. Aan de hand van je telefoonnummer vind men je gegevens terug. Door je paswoord weten ze dat jij het bent. De bank van de handelaar krijgt het bedrag toegestuurd, de handelaar ruilt hiervoor de code waarmee de dienst kan ontsloten worden en deze code wordt dan door de bank teruggestuurd naar de GSM van de gebruiker als SMS-bericht. Door deze code in te tikken op de webpagina op de PC of via de afstandsbediening op het TV-scherm krijgt de gebruiker toegang tot de dienst. Is dit veilig ? Het aanbieden van deze dienst zou versleuteld kunnen worden. De ervaringen met kredietkaarten leren dat het massale gebruik van een dienst de beste bescherming biedt aan de gebruikers. De kredietkaartfraude die er nu al is, kan vergoed worden door een zeer kleine toelage van de vele gebruikers. De meerderheid van de kredietkaartgebruikers komt nooit met kredietfraude in contact. Een belangrijke voorwaarde is de kost van een SMS-bericht. Die kost zou nog veel verder moeten dalen om dit systeem

- 91 werkbaar te maken. Het SMS-nummer van de bank zou bijvoorbeeld gratis kunnen zijn. Microbetalingen zijn niet mogelijk via dit systeem. Dit systeem zou wel gebruikt kunnen worden om een microcredit-portefeuille op te laden. Opmerking: In maart 2007 werd via de website Tijd.be door de firma Banksys de m-banxafe-technologie aangekondigd. Deze dienst vereist geen abonnements- of aansluitingskosten en koppelt een m-baxafe SIM-kaart aan een bankrekening waardoor men met de GSM kan betalen. Elke verrichting kost 25 Eurocent. Het Ontstaan Van Een Digitale Wereld. De digitale wereld wordt gekenmerkt door de integratie van elk digitaal toestel, ongeacht het type of de fabrikant, en alle mogelijke geregistreerde data in één allesomvattend systeem voor gegevensuitwisseling dat concreet verloopt via het internet. Het internet zal een kanaal bieden voor elke te digitaliseren dienst. Het ziet er nu naar uit dat alle diensten die momenteel via een toegespitst distributiekanaal verlopen, zoals de televisiesignalen die via de coaxkabel van de kabelmaatschappij verdeeld worden, uiteindelijk digitaal en via het internet zullen verdeeld worden. Het digitaal web dat de analoge, fysische wereld zal overspannen zal vermoedelijk via twee paden ingang vinden. Enerzijds zal men steeds nieuwe toestellen ontwikkelen met meer uitgebreide mogelijkheden die eveneens van draadloze communicatie voorzien zijn. Anderzijds zal men de reeds aangekochte bestaande toestellen die niet voorzien zijn van die ingebouwde mogelijkheden tot gegevensuitwisseling met elkaar en het internet integreren via draadloos verbonden kleine componenten. Concreet kunnen deze componenten dan bestaande televisies, HIFIinstallaties, DVR’s, videorecorders, platenspelers, cassettedecks, bandopnemers en andere elektronica-toestellen verbinden. Deze componenten zouden uitgerust zijn met gepaste ingangen voor elk mogelijk type van audio-, video- of data-aansluiting. Via de internettoegang van de PC in huis, die ook verbonden is met een dergelijke component, zijn al deze toestellen, die draadloos verbonden zijn met elkaar, eveneens verbonden met de buitenwereld. Dit zou de digitalisering van alle reeds aangekochte gegevensdragers zeer makkelijk maken. In niet weinig woningen ligt een schat aan oude gegevensdragers verborgen. Het uiteindelijke doel van deze integratie is het bieden van een uitgebreidere functionaliteit aan consumenten waarbij zij hun voorgaande investeringen in media-apparatuur behouden en uitbreiden. Een concreet uitgewerkte strategie vind je terug in het artikel The Google Box: “Taking over the digital world four ounces at a time” dat Robert X. Cringely op 24 november 2005 publiceerde. Zie: http://www.pbs.org/cringely/pulpit/2005/pulpit_20051124_000474.html

- 92 IPTV, Internet via de Televisie De eerste verbinding in de particuliere woning die men zal trachten te realiseren is de link tussen het internet, en de vele diensten daar, en de televisie. Reeds lang worden er gameconsoles aangesloten op de televisie. Microsoft heeft bijvoorbeeld de gameconsole XBox 360 en maakt daarvan nu een heuse media extender waarmee aan IPTV kan gedaan worden. Na het aankopen van punten bij Microsoft kan je met dat krediet de huur van een speelfilm betalen. Die zie je dan op de televisie. De verbinding tussen televisie kan met een kabel gebeuren of via een draadloze verbinding. De Apple TV verbind de iTunes mediabeheer software op de klassieke PC of de MAC* met de televisie en biedt eveneens speelfilms aan, voorlopig enkel in Noord-Amerika. Een volgende stap is het uitbreiden van de muziekbibliotheek op de PC naar de hele huiskamer via de HIFI-installatie. Apple TV biedt deze mogelijkheid ook. Het is echter wachten op zeer eenvoudige goedkope oplossingen voordat de PC-muziekbibliotheek makkelijk in het huis te beluisteren valt. Er zijn wel verscheidene merkgebonden oplossingen op de markt. Deze zijn relatief duur en ook beperkt in hun mogelijkheden. De beste, goedkoopste oplossing op dit ogenblik is de verbinding van de PC met de HIFI-versterker via een audiokabel. Het aansturen van de muziek kan dan wel enkel gebeuren via het PC-scherm. Een aanvulling op dat systeem is het gebruik van een draadloze afstandsbediening voor de mediaspeler. Indien de afstandsbediening via FM-frequentie of een draadloos netwerk werkt, is er geen direct visueel contact tussen ontvanger en afstandsbediening nodig. Spijtig genoeg is het bereik van FM-afstandsbedieningen sterk beperkt door wettelijke regels. Een kleine 7 tot 10 meter maar. Dat is meestal niet voldoende. De volgende stap in dit verhaal, logisch verder denkend, is een draadloze verbinding tussen de PC en diverse weergavetoestellen zoals de verschillende televisie’s en de HIFI ketens waarbij verschillende audio- en videostromen door de PC verstuurd worden en waarbij het mogelijk wordt de signalen van de aangesloten audio- en videobronnen op de PC te registreren. Hierbij zou elk lid van het gezin dan een eigen afstandsbediening kunnen hebben. Uiteindelijk zou de PC zo een echte mediaserver worden waarbij je het geheel van je gegevensdragers gedigitaliseerd hebt en aanvult met bijvoorbeeld nieuwe opnames van de kabeltelevisie. Als de televisie aangesloten is op het internet dan krijg je ook toegang tot een veel meer divers media-aanbod. Indien er daarenboven een makkelijke manier van betalen via internet bestaat, zal er eveneens snel voorzien worden in een betalend aanbod. De internetvideodiensten die nu vaak video’s aanbieden volgens een iteratief proces, je kiest een korte video, je kijkt aan je bureau, je zoekt opnieuw een korte video, je kijkt opnieuw enkele minuten, je moet opnieuw even tussenkomen en klikken om het volgende filmpje te zien, die videodiensten zullen tegen betaling snel geneigd zijn hun gebruikers meer confort te bieden en langere video’s en zelfs televisiekanalen

- 93 gaan aanbieden. Tegelijk echter zal het media-aanbod veel meer gesegmenteerd worden. Grote stukken samengestelde media zoals nieuwsuitzendingen worden nu via internet al aangeboden als korte stukjes waarbij elk verschillend nieuwsonderwerp los wordt gesneden uit de nieuwsuitzending. De Digitale Woning En Daarbuiten. Welke aanblik biedt de toekomstige woning ons, misschien ? Ik denk dat er één centrale server voor data-opslag, data-uitwisseling en dataverwerking zal zijn voor elke woning. Daarnaast zullen er verschillende in- en output toestellen zijn die vrij gebruikt zullen worden in de woning en daarbuiten. En vermoedelijk zal elke persoon over één klein, draagbaar toestel beschikken dat hem steeds vergezeld. De centrale server biedt via de data-opslag; via de data-uitwisseling met het internet maar ook binnen de woonruimte zelf; en via de geautomatiseerde dataverwerking, de basis waarop elke gedigitaliseerde dienst binnen de woning plaatsvind. Die diensten zullen vermoedelijk niet enkel bestaan uit communicatie, handel, persoonlijk informatiebeheer en mediagebruik maar gaan misschien ook het beheer van de woningsystemen zoals domotica of veiligheidssystemen aansturen. De centrale server coördineert het databeheer zoals dat binnen de digitale woning nodig is. Communicatie kan elke vorm van gedigitaliseerde communicatie zoals VOIP, videotelefonie, chatten, IM omvatten. Handel omvat elke mogelijke vorm van handel via het dataweb waarbij aan mogelijke gebeurtenissen bepaalde acties worden gekoppeld. Bijvoorbeeld: geef me een seintje als de eerste flessen van mijn favoriete schuimwijn uit het nieuwe seizoen verkrijgbaar zijn. Die gebeurtenis wordt via het dataweb voor me door mijn vaste wijninkoper in de gaten gehouden. Dat doet hij niet enkel voor mij, maar voor veel mensen. Persoonlijk informatiebeheer is het verwerken van informatie die zelf gecreëerd of geregistreerd werd of afkomstig is van het dataweb waar ondermeer ook sensoren in de fysieke wereld zijn inbegrepen. Persoonlijk informatiebeheer kan verlopen volgens een geautomatiseerd proces waarbij de informatie steeds actueel wordt gehouden. De diverse automatische informatieverwerkende processen zullen vermoedelijk door gebruik van een informatieverwerkende taal heel nauwkeurig ingesteld kunnen worden door de gebruiker. Informatie zal hierbij als bron maar ook als gereedschap gebruikt worden. Wil je bijvoorbeeld de maandelijkse uitgaven bijhouden en een boekhouding voor het gezin opzetten dan zal je via de dataserver niet alleen automatisch alle gegevens verzamelen en bewaren maar je zal via het dataweb ook op zoek kunnen gaan naar hoe je die gegevens in een zinnige boekhouding combineert. Eenmaal je dat onder de knie hebt zal je bepaalde onderdelen van die boekhouding via stroomschema’s* automatisch kunnen laten verlopen. Uiteindelijk leidt het gebruik van een performante informatieverwerkende taal misschien zelfs tot het zelf samenstellen van de toepassingen die je nodig hebt.

- 94 Zo zal de consument in de toekomst vermoedelijk de rekenkracht van zijn PC vrijer en meer gepast kunnen inzetten. Aangepast aan zijn specifieke noden. Het besturingssysteem en de toepassingsprogramma’s zullen misschien meer evolueren in de richting van vrij te combineren en in te zetten functionaliteit. Het liefst op een gebruiksvriendelijke manier. De dataserver in de woning zal voor een deel ook een knooppunt op het dataweb zijn. Heb je een kleine winkel of lever je een dienst dan zal je van de dataserver ook gebruik kunnen maken om de diensten of de producten die je aanbiedt naar potentiele klanten toe te adverteren. In de nodige veiligheid zal dus ook voorzien moeten worden. Het mediagebruik waartoe de dataserver zich leent, bestaat uit het beheer, het afspelen, het registreren en het aanpassen van mediabestanden zoals tekst, muziek, foto’s, video en combinaties daarvan. Het afspelen van mediabestanden kan gelijktijdig verlopen via verschillende mediastromen naar verschillende locaties in de woning of daarbuiten, van de woning via het internet naar een derde plaats. De mediabronnen kunnen aanwezig zijn op de centrale woningserver of ze kunnen opgevraagd worden via het internet. Beide bronnen, locaal en buitenlocaal, zullen ook ad hoc in één luister-, kijkof leessessie gecombineerd kunnen worden. De centrale thuisserver is aangesloten op toestellen die de analoge realiteit digitaliseren zoals een scanner of de digitale realiteit omzetten in een analoge informatiebron zoals een printer. De centrale woningserver beschikt over de mogelijkheid tot draadloze communicatie. En in het ideale geval beschikt de centrale server over alle gangbare aansluitingsmogelijkheden op randapparatuur. Microsoft stelde recent een vergelijkbare Home Server voor op CES 2007, de Consumer Electronics Show 2007. Deze biedt slechts een klein deel van alle bovenvermelde functionaliteit maar het gepresenteerde toestel vormt slechts het begin van een lange evolutie. Naast de centrale server zijn er de verschillende in- en output toestellen die vrij in de woning gebruikt zullen worden. Deze toestellen zijn ondermeer televisies, HIFI-ketens, afstandsbedieningen, verscheidene andere weergaveen registratietoestellen en ook sensoren. Daar waar bijkomende computers in de woning gebruikt zullen worden voor het creëren, consulteren en beheren van informatie, registreren sensoren omgevingsinformatie. Men voorziet, vooral buiten de woning, zeer uitgebreide netwerken van sensoren die uiteindelijk misschien alle beschikbare omgevingsinformatie gaan verzamelen. Het doel hiervan is deze informatie te verwerken zodat een beter inzicht ontstaat in de geobserveerde fenomenen. Via sensoren kan men vanop afstand het al dan niet voorkomen van bijna elke mogelijke gebeurtenis in de gaten houden. En via de geautomatiseerde verwerking van deze informatie kan men gepast reageren op elke gebeurtenis. Bijvoorbeeld het sluiten van geopende vensters bij naderende regen. Een van de problemen die hierbij nog moet opgelost worden is het van stroom voorzien van zeer grote aantallen losse sensoren in

- 95 de vrije natuur. De sensoren bij uitstek zijn natuurlijk de GSM’s die over een radioverbinding en een batterij beschikken. Een tabletpc* met een e-ink*-scherm en een draadloze pen kan gebruikt worden om tekst in te geven, te tekenen maar op de tabletpc kan men ook de laatste krant doornemen of een boek lezen. Het schrijven op een horizontale oppervlakte is veel natuurlijker dan het intikken van tekst. Belangrijk kenmerk van de verschillende in- en output toestellen in de woning is dat ze multifunctioneel zijn. Met een klik op de knop haalt men op de tabletpc de afstandsbediening van de centrale server te voorschijn om even de muziek wat stiller te zetten. Of om de opname van dat interessante televisieprogramma in de elektronische programmagids in te plannen. Grootste uitdaging hierbij is dat alle toestellen vlot met elkaar zullen moeten kunnen communiceren. Aangezien er vele verschillende fabricanten zijn die met eigen, verschillende, standaarden werken bestaat de oplossing er vermoedelijk uit dat elkeen tegen betaling de eigen standaarden beschikbaar stelt aan andere fabricanten. Door middel van de software defined radio*technologie kan men door het inbouwen van één radiochip heel efficient communicatie ondersteunen met apparaten die telkens volgens een andere standaard of protocol functioneren. De centrale server zorgt ook voor de automatische registratie van de gegevens die je creëert, bijvoorbeeld deze die op je tabletpc neerschrijft. Het opvragen en bewerken van gegevens die opgeslagen zijn op de centrale server verloopt even moeiteloos via de tabletpc. De combinatie van al de in de woning aanwezige toestellen vormen samen met de centrale server een multimediale omgeving. Elk van deze toestellen ontdekt elkaar en de centrale server automatisch via een draadloze verbinding. De coördinatie tussen al deze toestellen verloopt, in theorie, automatisch. Het opstarten van een toepassing voor videoconferentie door het combineren van het signaal van een camera boven het televisiescherm samen met de weergave van een van buitenaf afkomstig camerasignaal op het televisiescherm zou ideaal gezien zeer eenvoudig en natuurlijk moeten kunnen verlopen. Naast een centrale server in de meeste woningen, zal elke persoon beschikken over een klein toestel. Dit toestel zal vooral gebruikt worden voor het samenvoegen van het informatie-aanbod en de informatievraag die over de tijd en in de geografie zijn uitgespreid. Concreet gaat het over het toestel dat we nu nog kennen als de GSM. De GSM zal steeds functies blijven toevoegen aan het reeds geboden pakket. Het is mogelijk dat in 2020 toestellen worden aangeboden die functies combineren als: spraaktelefonie, foto en videocamera, organisatiesoftware, tekstscanner, televisie, betaalfunctie, GPS*-navigatie, afstandsbediening voor de thuisserver, gegevensopslag, het streamen van foto’s, films, muziek naar aangesloten weergavetoestellen zoals televisie, autoradio, HIFI-installatie, een muziekfunctie, een RFID-lezer. Naast deze toptoestellen zullen tegelijk de zeer goedkope GSM’s blijven bestaan die enkel een spraakfunctie en mogelijk een betaalfunctie aanbieden. Ik hoop dat het aanbieden van zeer krachtige

- 96 toestellen naast zeer eenvoudige toestellen een strategie is die ook voor andere types van consumenten-elektronica zal toegepast worden. De informatieverwerkende functie van deze ‘GSM’ bestaat uit het registreren van informatie, het bieden van toegang tot informatie via een netwerk, het bewaren of vervoeren van gegevens, het controleren van andere toestellen, het verwerken van informatie en het weergeven van informatie op de GSM zelf of via andere weergavetoestellen. Een voorbeeld. Het inscannen van een aankoopticket na een aankoop biedt de basis voor de automatische registratie van je uitgaven. Via toegang tot het draadloze internet kan je in een stadscentrum op zoek gaan naar een gepast Italiaans restaurant. Je kan de foto’s van je laatste reis bij je vrienden thuis op de televisie tonen, of de vakantiefilm deponeren op de centrale thuisserver van je ouders. Of je kan in een vrij moment je afspraken organiseren. En zo verder. Het ziet ernaar uit dat mensen over de mogelijkheid zullen beschikken zeer veel gegevens aan te maken. Hoe gaan we hiermee om zonder ten onder te gaan in deze overvloed aan data. Een eerste mogelijke oplossing bestaat erin gegevens op overzichtelijke manier te labellen. Dit kan voor een deel zelfs automatisch gaan. Automatisch labellen voor foto’s kan bestaan uit de registratie van de locatie via GPS en van het tijdstip waarop de foto getrokken werd. Er wordt ook hard gewerkt aan gezichtsherkenningssoftware waarmee automatisch de personen op de foto herkend zullen kunnen worden. Via voorstellingstechnieken kan men de bestanden dan afhankelijk van deze labels organiseren. Er zijn ook andere manieren om automatisch betekenis toe te kennen aan gegevens. Je zal bijvoorbeeld je GSM of dataserver kunnen aanleren hoe hij een aankoopticket moet ‘lezen’. Welke betekenis elk van de ingescande tekens heeft, welke rij gegevens de itembenamingen zijn, waar de prijzen staan, hoe de datum eruit ziet. Op die manier wordt er betekenis toegevoegd aan het ingescande aankoopticket hetgeen de latere verwerking en labeling makkelijker maakt. Daarbij komt dat sommige informatieaanbieders zelf hun informatie steeds nauwkeuriger zullen gaan labellen. Dit leidt tot een beter en makkelijkere keuze. Bijvoorbeeld muziek valt zeer nauwkeurig in te delen volgens bepalende kenmerken. Liedjes vallen in heel nauwkeurig te onderscheiden categorieën. Iemand met een grote muziekkennis die zich heel goed jouw smaak kan voorstellen, kan je zeker enkele liedjes aanraden die je leuk zal vinden. Naarmate de tijd verstrijkt zal steeds meer en meer content heel nauwkeurig gelabeld worden. Dat betekent dat het veel makkelijker wordt om een informatieobject terug te vinden. Misschien moet je zelfs niet meer zelf op zoek gaan. Mediakanalen kunnen je misschien op vaste tijdstippen een kleine selectie van mogelijk door jouw gewenste mediabestanden aanbieden. Je krijgt dan bijvoorbeeld elke maand door de samensteller van je favoriete muziekprogramma de top 5 liedjes op je GSM toegestuurd. Of

- 97 elk van je favoriete radioprogramma’s raad je elke week 1 goed liedje aan. Of je kan makkelijk uit de playlist van een radioprogramma die liedjes aankopen die je mooi vindt. Hetzelfde principe werkt met televisieseries, boeken, films, tentoonstellingen, optredens, en elk ander informatieobject. Ook het media-aanbod uit het verleden wordt zo nauwkeurig mogelijk ingedeeld op bepalende kenmerken in verschillende zoekdimensies. Hoe vindt je dat ene liedje van David Bowie terug waarin hij er uitziet als een ruimtewezen op Mars. Je weet wel, die ene clip die helemaal rood zag van kleur. Voor een goede DJ zijn dat voldoende kenmerken om dat ene liedje terug te vinden. Een computer kan dat ook, als hij weet wat de DJ weet. Ongetwijfeld heeft elke rechtenhouder momenteel wel een project lopen om alle verschillende kenmerken van zijn contentcataloog te indexeren. Een andere belangrijke zoekdimensie is het distributiekanaal waarlangs je in verleden met het mediabestand in contact kwam. Bijvoorbeeld. “Computer, toon me eens een overzicht van alle Ambient videoclips die in het begin van de jaren 1990 op MTV Europe tijdens de uitzendingen van “Chill Out Zone” te zien waren”. Niet alleen de inhoud van de mediabestanden moet volgens elke zoekdimensie omschreven worden maar ook het voorkomen van het mediabestand in de tijd en in de geografie. Bijvoorbeeld muziek uit het verleden. Ik weet wel dat de muziek uit mijn jeugd fantastisch was maar toen kocht ik nog geen muziek. Ik was te jong. Hoe weet ik welke muziek toen in de Top 30 stond ? In augustus 2007 bood Radio 2 hiervoor een oplossing door het hele Top 30 archief online te plaatsen. Een andere techniek die een betere keuze uit het bestaande informatieaanbod mogelijk maakt is timeshifting, hetgeen oorspronkelijk vooral betekende, het verschuiven van televisieprogramma’s in de tijd door ze te registreren met een DVR en een EPG. Deze techniek kan eigenlijk op elk informatieobject toegepast worden. Naast televisie-, radio-uitzendingen, individuele websitepagina’s, krantenartikels, zijn ook de eerste verschijning van de nieuwe muziekcd van een bepaalde artiest of het verschijnen van een nieuw boek nuttige gebeurtenissen om automatisch van op de hoogte gebracht te worden. Kortom, elke wijziging in de kenmerken van een informatieobject is een gebeurtenis die via zelfpublicatie tot bij de gebruiker kan gebracht worden. Daarnaast zal via het internet al dan niet betalende toegang tot informatieobjecten uit andere werelddelen mogelijk worden. Dat verruimt ook het aanbod. Men raakt langzaam los van de beperkingen van de klassieke distributiekanalen en verwerft meer vrijheid. Omwille van veiligheidsredenen is het duidelijk dat deze nieuwe vrijheid eigenlijk alleen maar wenselijk is indien altijd duidelijk is waar vandaan een video komt en welke persoon verantwoordelijk is voor het draaien van de beelden. Dat is een van de belangrijkste redenen voor het ontwikkelen van een digitale rechtenbeheer-oplossing die de overheid in staat stelt de verspreiding van schadelijke informatie te verhinderen en de schuldigen daaraan te bestraffen. Ik denk dan aan alle vormen van crimineel gedrag.

- 98 Door een verhoogde rekenkracht en toegenomen technische kennis zullen informatieverwerkende technieken ook steeds krachtiger worden. Dat zijn bijvoorbeeld spraakherkenning, schriftherkenning, tekenherkenning voor ingescande teksten, geluidsherkenning en het herkennen van afbeeldingspatronen zoals bijvoorbeeld het individuele gezicht. Ook dat zal de mens in staat stellen de informatiedruk beter te beperken. Daarnaast is het mogelijk dat een analoog informatieobject, een boek of magazine van papier bijvoorbeeld, een voor dat object unieke code meekrijgt waarmee je de digitale versie van de tekst kunt downloaden. Langzaam aan ontstaat naast de werkelijke wereld een virtuele wereld die steeds makkelijker doorzoekbaar wordt. Het is niet denkbeeldig dat je in de toekomst niet enkel naar websites surft maar dat je, als een virtuele toerist, vreemde landen, steden en musea bezoekt via het internet. Als voorbereiding van je echte reis, maar ook enkel ter ontspanning. Het succes van Google Earth, een doorzoekbaar model van het aardoppervlak op basis van satelietfoto’s, is in dat opzicht tekenend. Misschien volg je via IPTV tegen betaling wel een live optreden van je favoriete muziekgroep dat plaats vind aan de andere kant van de wereld. Of kijk je live naar een professionele surfwedstrijd uit Hawaii. Of een modeshow in Milaan. Of de voorstelling van nieuwe Apple producten tijdens de Apple-keynote van Steve Jobs. Of je bent voor je beroep virtueel aanwezig bij een internationaal congres. Of je plant vooraf je bezoek aan een internationale beurs, alsook alle afspraken met de vertegenwoordigers van verschillende bedrijven, alsook de reservaties voor de presentaties die je wilt bijwonen hetgeen samengevoegd wordt in een persoonlijke planning met routebeschrijving op de beursvloer, die je kan afdrukken op papier of in verschillende formaten kan uitvoeren naar je electronische agenda. Ook op een andere manier lijkt een samenvloeien van de digitale ‘virtuele’ wereld en de analoge fysieke wereld heel voor de hand liggend. Er bestaan reeds scanners die je bovenaan een blad papier klikt en die de tekst die je met een normale pen op het papier neerschrijft, inscannen terwijl je schrijft. Combineer dat met handschriftherkenning en je hebt zonder extra moeite al je notities digitaal geregistreerd en van betekenis voorzien, omgezet in afgelijnde tekstkarakters. Je vraagt je af waar de grenzen aan de automatisering liggen…

- 99 22. Waar Liggen De Grenzen Van De Automatisering Kijkend naar het verleden laat de technologische evolutie zich ook op een andere wijze samenvatten. Computers krijgen steeds meer rekenkracht, beschikken over steeds meer geheugenopslag, de technologische mogelijkheden nemen steeds toe terwijl de prijzen blijven dalen, de nauwkeurigheid waarmee de analoge realiteit digitaal geregistreerd wordt neemt nog steeds toe hetgeen tot alsmaar grotere en nauwkeurigere afbeeldingen, video’s en schermen leidt. Na HD Ready* televisieschermen komen Full HD* schermen en daarna komt misschien 2160p* waarvoor nu nog geen commerciële naam bestaat. Het is een niet aflatende stroom innovaties die schijnbaar geen natuurlijke eindgrens kent. Technisch zullen we niet zo snel aan de grens zitten. Het tempo van de innovatie wordt nu al door het aanpassingstempo van de mens vertraagd. Elke persoon maakt een afweging van de kost van een nieuw product en de vermoede toekomstige waarde, het gebruiksgemak. Daarbij zijn de eerder gemaakte investeringen van doorslaggevend belang. De realiteit is dat er in de hele wereld reeds een gigantisch aantal elektronische toestellen aanwezig is. Mensen geven die niet zomaar op. Het bedrijf dat er in slaagt die toestellen samen met de toegang tot internet te integreren zodat gebruikers een toegevoegde waarde ondervinden voor een relatief kleine investering kan de basis leggen voor het één gemaakte platform van de toekomst. De echte grenzen van de automatisering liggen elders. Economen beweren dat een ééngemaakte markt uiteindelijk tot meer welvaart leidt. Hoe de toekomst er concreet uitziet, weet niemand zeker. Wat we wel zeker weten is dat verandering voor mensen meestal moeilijk is. Het doel van informatietechnologie is van in het begin geweest om door het geautomatiseerde proces de mens een beter inzicht te geven in de beschikbare informatie. Daarnaast was de werking van de automatisering altijd zo dat de mens productiever werd en de handen en de aandacht vrij kreeg voor andere taken. De technologische doorbraken die het de consument aangenamer maken en zorgen voor een hogere levensstandaard zijn onlosmakelijk verbonden met vernieuwingen die voor een steeds meer doorgedreven automatisering en zo, voor een onvermoeibare productiviteitsverbetering zorgen. De technologische grenzen van de automatisering liggen zeer ver in de toekomst. Uiteindelijk zullen automatische processen in staat zijn elke taak uit te voeren die uit te drukken is in een conceptueel model van regels, die afhankelijk zijn van betekenis die uit de wereld te halen is, betekenis, die verkregen is op basis van meetbare gegevens. Die taken kunnen gedigitaliseerd worden. De computer kan niet denken. Een specialist kan wel zijn denken in een model van regels gieten dat werkt op basis van gegevens die meetbaar zijn in de omringende realiteit. Of de

- 100 specialisten die nu betaalde taken uitvoeren, vervangen zullen worden via automatisering hangt niet alleen af van de bereidheid van de mens om bepaalde taken door een andere mens te laten uitvoeren en niet door een machine. Automatisering is een middel tot productiviteitsverbetering en kostenreductie. Ondernemers hebben financieel belang bij de vervanging van arbeid door kapitaal, hier zijn dat machines. Daarenboven zijn niet alle mensen specialisten. Standaardwerk wordt meer en meer geautomatiseerd. En tegelijkertijd creëren nieuwe technologieën nieuw standaardwerk. De echte grenzen aan de automatisering zijn de grenzen aan het menselijk aanpassingsvermogen en de inventiviteit van de mens waarmee er via innovatie in standaardwerk voor standaardmensen kan voorzien worden. In dat opzicht is de digitale wereld misschien niet zo nieuw. Het principe van de creatieve destructie blijft onvermoeibaar de wereld veranderen. En alhoewel dat voor vele mensen ingrijpende veranderingen met zich meebrengt, is er één duidelijk verschil tussen het heden en het recente verleden. Het ziet ernaar uit dat de welvaart en het welzijn waarover de mens beschikt blijven toenemen. Ik ben benieuwd wat de toekomst brengt.

- 101 23. Index (in volgorde zoals besproken in dit boek) Automatisering Mechanisering Internet WWW (World Wide Web) ICANN Internettoegang Hypertext Webbrowser Computer Analoog – Digitaal IBM PC Platform Apple Digitalisering Digitale Muziek MP3 Multimedia PC Peer-to-peer MP3-speler iPod iTunes Internethype Globalisatie Forum Portal Eyeballs Printmedia op het Web Adverteren Google ‘Page Rank’-algoritme Web 1.0 Netiquette Internet-informatiefunctie VOIP (Voice Over IP) IP (Internet Protocol) Blogging Push vs. Pull Mashup-website Wikipedia Wetenschap & Waarheid Agents RFID Maatschappij & Technologie Vendor Lock-in USB (Universal Serial Bus) Apple iTunes Inline-recording Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk 02, 02, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 03, 04, 04, 04, 04, 04, 04, 04, 04, 05, 05, 05, 06, 06, 06, 06, 06, 06, 06, 06, 07, 07, 07, 07, 07, 08, 08, 10, 11, 11, 11, 11, pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina 004, 005, 007, 007, 007, 007, 008, 008, 008, 008, 009, 009, 010, 010, 010, 011, 012, 014, 014, 014, 014, 015, 015, 017, 019, 019, 019, 021, 021, 022, 022, 023, 024, 024, 024, 029, 029, 030, 031, 031, 034, 034, 038, 041, 042, 043, 045, paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf 2 2 2 2 3 4 1 2 3 4 2 6 2 3 4 5 1 2 3 4 4 2 5 3 1 2 3 1 5 2 5 5 2 4 5 3 3 4 1 2 2 4 1 2 2 2 2

- 102 Planned Obsolence Innovatie Nieuwe Technologie Introductie Media-industrie & Internet Hits (In De Media) MySpace Vrijheid & Controle Gebruikerprofiel & Registratie Userinterface Programma-ontwerp Gegevens & Eigendom Foutlopende Automatisering Alternatieve Informatie De Gouden Aankoopregel Betalen Voor Kwaliteit Media-industrie Gratis Kranten Marktwerking Waardevernietiging & Internet Internet & Aarde, Een Platform Globalisering & Internet Informatie: Definitie Informatie: Kenmerken Informatie-Technologie Geautomatiseerd Proces Electronische Programmagids Zoek-Dimensies Internet Zoektechnieken Internet & Automatisering Ontologie Digitale Wereld: Model Dataweb DRM: Voorstel Internetbetalen: Voorstel Google Box IPTV (Internet Protocol Televisie) Digitale Woning Toekomst Van De GSM Informatie-Overvloed Timeshifting Grenzen Aan Automatisering Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk Hoofdstuk 11, 11, 11, 12, 12, 12, 12, 12, 13, 13, 14, 14, 14, 14, 15, 15, 15, 15, 15, 16, 16, 17, 17, 17, 18, 18, 18, 19, 19, 20, 20, 20, 21, 21, 21, 21, 21, 21, 21, 21, 22, pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina pagina 046, 046, 046, 049, 050, 050, 052, 053, 054, 054, 058, 058, 059, 060, 061, 061, 063, 064, 064, 066, 068, 069, 069, 071, 073, 074, 075, 077, 079, 081, 082, 084, 089, 090, 091, 092, 093, 095, 096, 097, 099, paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf paragraaf 1 3 4 1 2 6 3 3 2 3 1 3 4 2 1 3 3 2 5 1 2 1 5 3 1 4 3 5 4 2 5 2 1 1 3 1 2 4 4 4 1

- 103 24. Verklarende Woordenlijst Ambient Audiostream Elektronische muziek uit de jaren 1980, 1990 Een muziekbestand, vaak een volledig radioprogramma, dat afgespeeld wordt via het internet op een aangesloten PC, zonder dat het bestand op de PC bewaard kan worden. Een waarde die een aanduiding geeft van de hoeveelheid data die per tijdseenheid over een netwerkverbinding verstuurd kan worden. Uitgedrukt in bits per seconde (bps), kilobits per seconde (kbps) of megabits per seconde (mbps). Het basisprogramma dat de werking van de computer aanstuurd en de toepassingsprogramma’s in staat stelt gebruik te maken van de verwerkingsmogelijkheden die de computer biedt. De Compact Disc is een plastic schijfje waarop muziek wordt bewaard. Er kan maximaal 74 of 80 minuten muziek op bewaard worden. De ontwikkelaars zijn Phillips en Sony. De Compact Disc Read-Only-Memory heeft dezelfde afmetingen als de CD, 5.25 inch. Hierop kan men éénmalig computergegevens wegschrijven, maximaal 700 megabyte (MB). Communiceren via het internet door het intikken van kleine tekstboodschappen op een chatkanaal via een specifieke website. Dat kan nu ook via het zenden van SMS-berichten naar een op het televisiescherm getoond chatkanaal. Een vast, ononderbroken verbinding tussen twee toestellen. Bijvoorbeeld de klassieke spraaktelefonie via het vaste telefoontoestel. De vragende partij in een client-server-‘gesprek’. Bijvoorbeeld de PC die een webpagina opvraagt bij een servercomputer via het internet.

Bandbreedte

Besturingssysteem

CD

CD-ROM

Chatten

Circuit

Cliëntcomputer

- 104 Coaxkabel De kabel die gebruikt wordt voor het in één richting verzenden van televisiesignalen door het kabelbedrijf. Om deze kabel geschikt te maken voor internetverkeer, met zijn talloze heen en weergesprekken, was het nodig aanpassingen uit te voeren. Dit staat voor ‘Central Processing Unit’, een programmeerbare schakeling waarmee alle instructies, logische en rekenkundige bewerkingen in de computer uitgevoerd worden. Gegevens die opgeslagen zijn in zo’n vorm dat ze bewerkt kunnen worden door een computer. Een toestel al dan niet ingesloten in de PC waarmee data gelezen of geschreven kunnen worden op een opslagmedium zoals een floppydisk, een CD-ROM, een DVD of een gegevenscassetteband. De tekstnaam die overeenkomt met het numerieke IPadres van een computer op het internet. Een internetadres, zoals vaak in de krant vermeld wordt, komt deels of helemaal overeen met de domeinnaam. Een bestand kopiëren van een bron op het internet, van een website, naar de individuele PC toe. DSL staat voor Digital Subscriber Line, een internetverbinding met hoge bandbreedte waarop variaties werden ontwikkeld zoals ADSL, HDSL, RADSL. Dit is de afkoring van Digital Versatile Disk. Een DVD is een 5-inch schijfje waarop vooral speelfilms of gegevens bewaard worden. De opslagcapaciteit gaat van 4.5 gigabyte (GB) (één gegevenslaag aan één zijde) tot 17 GB (twee gegevenslagen aan twee zijden). Een toestel al dan niet ingesloten in de PC waarmee data gelezen of geschreven kan worden op een DVD. Dit staat voor ‘Digital Video Recorder’, men spreekt soms ook over ‘Personal Video Recorder’. Een DVR of PVR registreert televisieuitzendingen op een harde schijf waarna deze later bekeken kunnen worden.

CPU

Data

Diskdrive

Domeinnaam

Downloaden

DSL

DVD

DVD-drive

DVR

- 105 E-commerce Handel via het internet waarbij de gekochte producten en diensten via een website voorgesteld, besteld en al dan niet betaald worden. Electronische inkt, een schermtechnologie zonder achtergrondlicht waarvan verwacht wordt dat ze minder electriciteit zal gebruiken en beter geschikt zal zijn voor de ogen tijdens het het lezen van lange teksten. Het uitvoeren van gegevens uit een toepassingsprogramma naar een losstaand bestand of naar een aangesloten toestel. Dit is een grafische programmeertaal vooral gebruikt voor websitedesign die ontwikkeld werd door Macromedia. Flash bestanden zijn relatief klein zodat downloadsnelheden beperkt zijn. Flash werkt enkel indien je de Flash plug-in (een stukje code) geïnstalleerd hebt. Een type computergeheugen dat geen elektriciteit nodig heeft om de gegevens te bewaren. Het bevat geen bewegende onderdelen en is dus zeer robust. De gegevensinhoud kan meermaals gewijzigd worden. Bijna alle USB-sticks en geheugenkaartjes bevatten flashgeheugen.

E-ink

Exporteren

Flash-code

Flash-geheugen

Forum

Een online discussiegroep waarbij deelnemers met een gemeenschappelijke belangstelling openlijk berichten kunnen uitwisselen. Ook genoemd, 1080p. Een televisieformaat waarbij 60 volledige frames per seconde getoond worden van 1920 x 1080 pixels groot. Dit is een 16:9-beeld. Dit is een stukje PC-hardware dat digitale geluidsbestanden omzet in, voor de mens beluisterbaar, analoog geluid. Dit staat voor ‘Global Positioning System’. Het is een navigatiesysteem ontwikkeld voor het Amerikaans leger dat werkt op basis van een netwerk van satelieten rond de Aarde. Het is nu ook beschikbaar voor navigatietoepassingen voor burgers, zij het een beetje minder nauwkeurig.

Full HD

Geluidskaart

GPS-navigatie

- 106 Grafische Kaart Dit is een stukje PC-hardware dat digitale gegevens omzet in de beelden die te zien zijn op het aan de PC aangesloten beeldscherm. Dit staat voor ‘Global System for Mobile communication’. Het is een Europese digitale standaard voor mobiele telefonie die ook redelijk succesvol is buiten Europa. Dit is het opslagmedium waarop de PC de gegevens permanent bewaard. De harde schijf zit ingesloten in de PC en bewaart de gegevens ook nadat de electriciteit werd uitgeschakeld. Ook genoemd, 720p. Een televisieformaat waarbij 30 volledige frames per seconde getoond worden van 1280 x 720 pixels groot. Dit is een 16:9-beeld. De afkorting van High Fidelity, hetgeen staat voor een hoge kwaliteits geluid- en beeldweergave. Er wordt telkens één hit geteld voor elke vraag om informatie die een webbrowser aan de webserver stelt. Het toegankelijk maken van een website via het internet door deze op een webserver te plaatsen De afkorting van ‘HyperText Markup Language’. Dit is de opmaaktaal waarin de op internet beschikbare webpagina’s traditioneel worden opgesteld. Een hypertext link die opgenomen is in een webpagina en ofwel verwijst naar een ander deel van dezelfde webpagina, ofwel verwijst naar een geheel andere webpagina. De postbus waarin je nieuw ontvangen emails terechtkomen. Instant Messaging. Het uitwisselen van korte tekstberichten via daartoe specifiek ontwikkelde programma’s zoals ICQ (I Seek You) of Windows Messenger. Afkorting van ‘Internet Protocol Televisie’. De verspreiding van televisieprogramma’s via het internet ongeacht of deze nadien op de PC of de televisie bekeken worden.

GSM

Harde Schijf

HD Ready

HIFI

Hit

Hosting

HTML

Hyperlink

Inbox

IM

IPTV

- 107 Java-code Een object-georienteerde platform-onafhankelijke programmeertaal van het bedrijf Sun. De Long Playing vinylplaat waarop muziek werd geregistreerd. Deze LP draaide aan 33 1/3 toeren in tegenstelling tot de kortere 78-toerenplaat. Een verwijzing naar de Apple Macintosh computer. De samentrekking van modulator en demodulator. Het toestel dat digitale signalen omzet naar analoge signalen en omgekeerd en zodanig internettoegang via het analoge spraaktelefonienetwerk mogelijk maakt. Peer is de Engelstalige term voor vriend. Hier staat het voor een technologie waarmee particulieren muziek, films en andere media uitwisselen. Volgens de muziekindustrie op een vaak illegale manier. Een techniek waarbij door ingebouwde zwakheden, de verandering van een productstandaard of het gangbare modebeeld eerder gekochte producten voorbijgestreefd worden of lijken. De producten worden gepland overbodig of zelfs onbruikbaar. De term bestaat uit de samentrekking van ‘pod’ van de Apple iPod en ‘casting’ van broadcasting, uitzenden. Via het internet zijn er heel wat podcasts beschikbaar. Deze podcasts kunnen ook automatisch via iTunes naar de iPod gedownload worden. De inhoud is meestal het beste te vergelijken met de in Amerika populaire talkradio: spraakradio. Een portaalsite is een website die een selectie van het beste van het internet bevat en als startpagina in je browser ingesteld kan worden. Een ‘geposte’ bijdrage op een forum. Of ook een nieuw gepost bericht op een blog. Indien een lezer reageert op een blogpost noemt men dit een reactie. Het onopvallend promoten van producten door ze tegen betaling te vermelden of tonen in een radiouitzending, een televisieprogramma of een krantenartikel. Men noemt het ook sluikreclame.

LP

MAC Modem

Peer-to-peer

Planned Obsolence

Podcast

Portal

Post

Productplacement

- 108 RFID-chip Dit staat voor ‘Radio Frequency IDentification’. Het is een kleine radiochip die productinformatie bevat en toegevoegd wordt aan een productverpakking. De RFID-chip kan gelezen worden zonder dat er fysiek contact nodig is met de verpakking. Een beltoon die tegen betaling naar de GSM kan gedownload worden. Het gaat dan meestal om fragmenten van populaire liedjes. De prijzen zijn absurd hoog. Vaak 2€ tot 4€ voor de ringtone: een fragement van een volledig liedje dat bij iTunes 0.99€ kost. De afkorting van ‘RDF Site Summary’ of ‘Rich Site Summary’ of Really Simple Syndication. Dit is een techniek voor het verspreiden van nieuwsberichten en andere gegevens via het internet. Een stroom van nieuwsberichten waarop je je via een RSS-lezer kan abboneren. Dit is ‘Software Defined Radio’. Het is een hardwaretechniek waarbij één radiochip verschillende aparte onderdelen bevat die elk hardwarematig een verschillende standaard ondersteunen waardoor je met één apparaat toestellen van verschillende fabricanten kan aansturen. De antwoordende partij in een client-server-‘gesprek’. Bijvoorbeeld de servercomputer die via het internet een webpagina verstuurd op vraag van een cliëntcomputer. Dit staat voor ‘Short Message Service’. Het gaat om kleine tekstberichtjes, maximum 160 tekens, die met de GSM verstuurd worden. Een groep van individuele toepassingsprogramma’s die samen verkocht worden, vaak over een gelijkaardig userinterface beschikken en makkelijk onderling gegevens kunnen uitwisselen. Een videobestand, vaak een volledige uitzending, dat afgespeeld wordt via het internet op een aangesloten PC, zonder dat de uitzending zelf op de PC bewaard kan worden.

Ringtones

RSS

RSS-feed

SDR

Servercomputer

SMS

Softwaresuite

Streaming video

- 109 Stroomschema De schematische voorstelling van een algoritme waarbij je een probleem stap voor stap oplost. Bij elke stap voer je een actie uit of beantwoord je een vraag. Afhankelijk van het antwoord op de vraag kies je uit één van meerdere stappen de nieuw uit te voeren stap, totdat het probleem opgelost is. Men spreekt ook van een beslissingsboom. Een computer in de vorm van een plat schrijfblad waarop de gebruiker rechtstreeks kan schrijven met een bijhorende pen door middel van een aanraakscherm. De Engelstalige term voor het labellen. Door middel van het labellen breng je betekenis aan op voorwerpen of in gegevens. Een bestand naar een bestemming op het internet kopiëren, van de individuele PC naar een website toe. De afkorting van ‘Uniform Resource Locator’. Het begrip dat de unieke identificatie van elk onderdeel van het wereldwijde web omschrijft. Deze identificatie kan zowel naar een website als een document of een bestand verwijzen. De afkorting van ‘Voice Over IP’. De technologie waarmee telefoongesprekken via de internetinfrastructuur mogelijk worden. Dit is het computergeheugen waarin het besturingssysteem elk programma en de gegevens waarmee dat programma werkt opslaat tijdens de door de CPU uitgevoerde bewerkingen. Dit computergeheugen dient voor de tijdelijke gegevensopslag en is vluchtig. Een ‘open bron’-formaat op basis van de MPEG-4 video codec. In dit formaat worden vaak illegaal uitgewisselde films gedownload. Een van de mogelijke opvolgers van Full HD die de ronde doen op het internet. Het zou dan gaan om televisiebeelden van 3840 x 2160 pixels aan mogelijk 100 frames per seconde.

Tabletpc

Tagging

Uploaden

URL

VOIP

Werkgeheugen

Xvid

2160p

- 110 BELANGRIJKE OPMERKING ! Copyright op dit boek berust volledig bij de auteur Jan Neirynck. U mag dit boek lezen, kopiëren en afdrukken maar NIET verkopen. Citeren of overname van tekst mag mits bronvermelding. 01/01/2008.

Recent kwam ik tot de vaststelling dat ik, in tegenstelling tot 10 jaar geleden, nu heel wat van mijn tijd op het internet spendeer. Op zeer korte tijd is het internet eigenlijk een basisvoorziening geworden. Die impact van het internet en

informatietechnologie op onze maatschappij deed me nadenken over de toekomst van het internet en
Jan Neirynck (°18/11/1974) studeerde toegepaste informatica en beschikt naast een ruime belangstelling voor mens en maatschappij over een goed inzicht in technologie. In zijn vrije tijd schrijft hij naast non-fictie ook fictie. Voor en na het behalen van een diploma deed hij ervaring op in diverse jobs binnen en buiten de IT-wereld.

onze wereld. veranderen ?

Hoe zal het internet onze wereld Welke concrete aanblik biedt de

toekomst ons ? Daarover schreef ik dit boek.

‘Een Nieuwe Digitale Wereld’ biedt een concreet inzicht in de werking van het internet en

informatietechnologie. Wat is MP3 ? Wat is peerto-peer ? Wat is push en pull ? Daarnaast komen begrippen als economische globalisatie en de macht van de consument ruim aan bod. Waarom betalen we voor kwaliteit ? Wat is arbeidsspecialisatie ?

Hoe werkt de media-industrie ? Hoe verandert het internet dit alles ?

Na het lezen van dit boek zal u begrijpen waarom zoveel informatietechnologen echt enthousiast zijn over de toekomst. Heel wat basisconcepten die ‘de wereld van morgen’ vormgeven, worden in dit boek voor een breed doelpubliek duidelijk en concreet gemaakt. Dit is een boek over technologie en haar maatschappelijke impact dat evengoed interessant is voor mensen die niet over een specifieke voorkennis beschikken.

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful