You are on page 1of 1

Geloofsbelijdenis dr.

Jan Buitkamp ( 1929 – 2011 ) Op 29 december 2011 is na een kortstondig ziekbed overleden de oudvoorganger van de Vereniging van Vrijzinnigen te Rotterdam en vriend van velen, dr. Jan Buitkamp. Jan Buitkamp was een bijzonder aimabel mens die ook in de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw verscheidene malen bij ons in Sliedrecht is voorgegaan. Zodoende is er een vriendschapsband ontstaan tussen Jan en mijn vrouw en mij. Daar hij de laatste jaren in Marum, zijn geboortedorp, woonde bleven vanaf die tijd onze contacten schriftelijk. Wat kon die man prachtige brieven schrijven! Deze onversneden vrijzinnige voorganger heeft bij velen een diepe indruk achtergelaten. En daar ik beschik over vele jaargangen van ‘Het Vrijzinnig Maandblad’, dat hij trouwens in zijn eentje helemaal volschreef, wil ik ook in de toekomst zijn gedachten over vrijzinnigheid in dit kerkblad opnemen. Kort voor zijn dood, toen hij wist dat hij niet lang meer te leven had, heeft hij zijn geheel eigen, maar echt op vrijzinnige leest geschoeide, geloofsbelijdenis geschreven. Mijn geloof Ik geloof in God. Ik geloof in één God. Jezus is voor mij niet God. God is voor mij een niet in woorden te vatten mysterie. Mijn geloof rust niet op allerlei vermeende waarheden en feitelijkheden omtrent God maar in ervaarbare ontmoetingen met God. Iets van het Godsmysterie zie ik onthuld in de Schepping, dus in de natuur, in een medemens, in verhalen van mijn en andere godsdiensten. Bepaalde momenten in mijn leven voel ik, dat er tussen mijn menselijk bestaan en het goddelijk mysterie een band bestaat. Dat is voor mij een diep gelukkig makende en bijzondere rustgevende en vertrouwenwekkende ervaring. Deze ervaring kun je mijn geloof noemen. Maar deze ervaring is lang niet altijd even krachtig in mij aanwezig. De ene keer is de beleving veel sterker dan de andere keer. Ik geloof dat God op een manier, die voor mij een voorbeeld moet zijn, heeft “gesproken” tot Jezus. Jezus is voor mij geen God maar een mens. Hij heeft in zijn tijd zo’n invloed gehad op zijn medemensen dat zij daardoor zijn veranderd. Jezus heeft, in welke omstandigheden hij ook verkeerde, hoe hopeloos zijn situatie ook was, zijn mens-zijn bewaard en zijn geloof in God bewaard. Als ik de verhalen over Jezus in de evangeliën lees, krijg ik een gevoel van: een mens naar Gods hart. Ook al begrijp ik de zin van Jezus’ levenslot niet. Door mij in Jezus’ leven te verdiepen, komt er in mij een fijner besef van afhankelijkheid van Gods wereld, een scherper inzicht in mijn fouten, groter aandacht voor de ander, de overtuiging: dat het zó moet, dat Jezus’ weg de weg van God is en dat in God onze bestemming ligt. Een mens kan zo groot zijn dat men na zijn dood ertoe komt om hem te zien als een redder der menselijkheid. Dat is dan de meerwaarde van een leven, die na de dood van dat leven niet is uitgewist. (bron: Vrijzinnig Maandblad, maart 2012)