You are on page 1of 3

Nederlands: taalbeschouwing: onomastiek

Onomastiek is de studie van de voornamen.

Voornamen
De manier waarop je wordt aangesproken / genoemd, verteld iets over hoe jij bent Je mag niet zomaar je naam veranderen, er moet een goede reden zijn zoals pestgedrag. Een transseksueel persoon moet zijn naam veranderen in de vrouwelijke of mannelijke versie van zijn / haar huidige naam. Je bijnaam is belangrijk voor hoe je je voelt. Bv: Epi => voegt iets toe aan de persoonlijkheid Kees, nl. hij is grootvader. Het belang van een naam mag je niet onderschatten in een maatschappij. Zonder naam ben je NIEMAND en je bestaat niet voor de overheid. Kees Van Kooten is een Nederlands cabaretier die het simpliestis verbond heeft opgericht. Soorten namen: - Officile naam: naam die je ouders je geven als ze je aangeven aan de burgerlijke stand - Roepnaam: verkorting van een lange naam, zelfgekozen bv: Ruth-Marie => Ruth - Bijnaam: naam gebaseerd op eigenschappen => meestal niet zelfgekozen - Geheime naam ~ pseudoniem: naam waarvan jij in eerste instantie als enige weet dat jij het bent. 1. Meisjes worden snelle geassocieerd met tof, leuk, en daarom is een originele naam niet zo vreemd voor een meisje dan voor een jongen. Nieuwe => vooral variaties op bestaande namen = origineel 2. Doordat ouders multicultureler en vaker weg zijn door hun job, geven ze hun kinderen een originele naam cadeau. => minder kinderen = meer aandacht voor hun naam => ouders hebben minder tijd => globalisering 3. Immigratie, taalverschillen Vernoeming: een naam krijgen (geven op basis van een naam (bv: familie)) De identiteit v/e naam verandert door houding t.o.v. die naam Door het bepalen van een voornaam, willen ouders het kind een eigen identiteit geven. Die identiteit groeit in de loop der jaren en wordt benvloed door de houding t.o.v. je eigen naam. Religieuze overwegingen kunnen enorm belangrijk zijn. Zo geeft men in Madagaskar de pasgeborene een naam als geitenkeutel om de bovenaardsen af te schrikken en het kind geen pijn te doen. Ze geven de echte naam pas als het kind oud en sterk genoeg is om zich te verweren. De naam kan ook een wens of eigenschap uitdrukken bv: Astrid = trede van God

Sociale achtergrond speelt ook een rol in het kiezen van een naam. Er is sprake van peer pressure door de peer group. Er is wel degelijk een verband tussen sociale klasse en naam. Mensen uit een lager sociale klassen vinden namen zoals Kelly en Kenny mooi. Ze weten dat deze namen in verband worden gebracht met hun afkomst, maar toch vinden ze ze mooi door hun omgeving (= peer pressure). De link blijft dus, ondanks de link. 1. Germaanse namen. Oudste bestaan uit 2 delen die iets zeggen over de persoon die de naam draagt. Veel van hen verwijzen naar wapens, overwinning, roem enz. 2. Vreemde namen (niet-Germaans) > 16e eeuw - Invloed van het christendom. Het Concilie van Trente verplichtte ouders hun kinderen christelijke doopnamen te geven. Latijnse namen (als heiligennamen), Hebreeuwse namen (veelal betrekking op god) en Griekse namen (vaak tweestammig zoals Germaanse namen) kwamen onder de mensen door het Christendom. - Invloed van Humanisme. Namen van oudheid door interesse in geschiedenis. - Invloed van de hervorming. Bijbelse namen worden gebruikt door hervormingsgezinden. - Achttiende en negentiende eeuw => Franse cultuur heeft heel veel invloed. Germaanse namen worden verfranst. - Twintigste eeuw => Engels wordt populairder dan het Frans en dat zie je aan de namen (Harry, Benny,) - Massamedia oefent invloed uit op de tegenwoordige naamkeuze. Kinderen worden vernoemd naar tv-vedettes en ook de toenemende mobiliteit en internationalisering zorgt voor een culturele invloed op onze naam. Anthony => Antoon (Lat. Antonius) = de onschatbare

Familienamen
1. Patronimicum a. Zonder toevoegsel b. Met toevoegsel i. Suffixen s, -se, -(s)en, -(s)sens, -x ii. Suffixen ing, -ingh, -ink iii. Suffixen (s)ema iv. Prefix ser2. Metroniem a. Zonder toevoegsel b. Met toevoegsel i. Suffixen s, -se, -(s)en, -(s)ens, -x ii. Verkleinwoorden met jes, -kes, -tjens iii. Prefix ver- met uitgang en iv. Toevoegsel man 3. Gebaseerd op andere familiebanden

4. Plaatsnaam a. Zonder toevoegsel b. Met toevoegsel 5. Beroepsnaam a. Herkenbaar (Timmermans) b. Moeilijk herkenbaar (Coerver) c. Dierennamen kunnen ook beroepsnamen zijn 6. Eigenschapsnaam a. Duidelijk b. Onduidelijk c. Dierennamen als eigenschap 7. Opmerkingen a. Overlappingen b. Vondelingen i. Sociale toestand ii. Plaats van vondst iii. Opvoeder iv. Tijdstip van vondst Studie van familienamen => Belgi heeft een Repertoire belge des noms de famille op grond van de gegevens van de volkstelling van 31/12/47 => in Nederland werd in 1948 de Naamkundecommisie ingesteld Vroeger hadden mensen enkel een voornaam. Soms moest er wel ter identificatie een toenaam gebruikt worden (de Kale, de Grote,). Dit zijn geen echte familienamen! Toenamen werden wel langzamerhand familienamen vanaf 11e eeuw 1) Adel wil zich onderscheiden van het gewone volk door op te scheppen met bezittingen 2) Meer mensen met dezelfde naam vereist een achternaam 3) Katholieke Kerk vereist een achternaam door doopnaam Verspreiding van namen: van het Zuiden naar het Noorden. Van de stad naar het platteland. Van hogere naar lagere klassen. Dit komt door de steden: meer mensen betekent meer handel. Tijdens de renaissance en door het humanisme neemt de elite een klassieke / Latijnse vorm van hun oorspronkelijke naam aan. De officile vastlegging van de achternaam gebeurt met de invoering van de burgerlijke stand tijden s de Franse bezetting onder Napoleon, vanaf 1790. De code Napolon bepaalde dat iedereen een vaste familienaam moest hebben. Sommige hadden van dan af een officieuze familienaam die dan gewoon vastgelegd werd. Er zijn ook enkele eigenaardigheden door die vastlegging: er is de oudere vorm, plaatselijke varianten, oudere beroepen en woorden die terugkomen in de naam en ook gekke namen zijn voorkomend. Door migratie treffen we nu hier namen aan van over de hele wereld en zijn onze familienamen ook terug te vinden in het buitenland.