You are on page 1of 4

-1

-

De Affaire Rampolla - 3

De Kerk is altijd Voorzichtig Aangaande Goddelijke Interventies

In de laatste Brandende Lamp (nr. 110) verscheen van de hand van Hubert Luns een artikel aangaande Goddelijke interventies tijdens de Eerste Wereldoorlog, waardoor de Duitsers op cruciale momenten werden teruggeslagen, tot driemaal toe zelfs. Wie weet voor welk een ramp Europa gespaard is gebleven! Deze wonderbare gebeurtenissen staan bekend als “De Engelen van Mons” en “De Witte Cavalerie”. Vooral de oudere lezers onder ons, die deze oorlog goed kennen, hebben veel moeite met deze voorstelling van zaken. Begrijpelijk, want de officiële en semi-officiële geschiedschrijving doen hier het zwijgen aan toe. Hieronder volgt het schrijven van 7 september 2007 van Hubert Luns, gericht aan één van onze lezers, die hierover zijn twijfels uitte via een brief aan de redactie:

Geachte Heer,
Uw brief van de 27e heb ik doorgestuurd gekregen waarin u reageert op het in de Brandende Lamp verschenen artikel “Gods handelend optreden tijdens de Eerste Wereldoorlog”. U stelt, doelend op de ‘Engelen van Mons’ en ‘De Witte Cavalerie’: “Mijns inziens heeft dit méér te maken met mythologie en volksverhalen dan met de realiteit.” Om uw bezwaar anders te

-2-

formuleren: U twijfelt aan de wetenschappelijke onderbouwing van het gebeurde, maar twijfelt niet aan de mogelijkheid daarvan. U bent naar ik mag aannemen, als abonnee van dit blad, een gelovig mens. Het gebeurde zou, volgens Ú, dus onvoldoende gedocumenteerd zijn met officiële getuigenverklaringen en militaire verslaggeving. U vraagt daarom ook naar de bronnen en terecht. De Rooms Katholieke Kerk is altijd voorzichtig omgegaan met de bewering van een goddelijk ingrijpen, enerzijds omdat de menselijke fantasie wonderlijke paden kan bewandelen en anderzijds om via het gedocumenteerd onderzoek een getuigenis achter te laten voor navolgende generaties. Ter illustratie: Een opmerkelijk wonder vond plaats op 29 maart 1640 toen in het Spaanse Calanda op voorspraak van Onze Vrouwe del Pilar een jonge boer zijn been terugkreeg dat twee jaar eerder was geamputeerd. Onlangs heeft een journalist van het Italiaanse blad La Stampa, Vittorio Messori geheten, dit goed bedocumenteerde voorval opnieuw geverifieerd en zijn bevindingen neergelegd in “Il Miracolo” (1998). En hij is tot de conclusie gekomen dat dit wonder inderdaad heeft plaatsgevonden en zich aan mythevorming heeft onttrokken. Buiten de Rooms Katholieke Kerk vindt juist het tegenovergestelde plaats. Daar waar de liefhebbende en barmhartige God handelend optreedt, zal de wereldse mens er alles aan doen om elk bewijs daarvan te vernietigen. Zo’n God wordt door hem als een aantijging ervaren, omdat zijn daden slecht zijn (of uiterlijk goed, maar met onzuivere bedoelingen verricht). U mag daarom niet verwachten dat de getuigenverhoren van gevangengenomen Duitse officieren, die het verhaal hadden kunnen bevestigen, nog steeds in de archieven aanwezig zijn. Wel zijn hierover heel wat krantenartikelen verschenen. Op het internet heb ik verslagen uit de jaren vijftig teruggevonden, die alle min of meer met elkaar overeenkomen en naar de oorlogsarchieven verwijzen. Ik stuur U hierbij voorbeelden toe. Alhoewel de gebeurtenissen waarschijnlijk niet meer aan de hand van de oorspronkelijke getuigenverklaringen kunnen worden bewezen, staan wij niet met lege handen. Er bestaat namelijk “circumstantial evidence” die uit de gevechtsrapporten naar voren komt, die nog wél in de archieven zijn bewaard. In onze tijd zijn veel details daarvan terug te vinden in de algemene geschiedschrijving. Ik heb daartoe gebruik gemaakt van “World War I” van David Shermer, maar er moeten veel meer boeken op dit gebied zijn, die nog veel gedetailleerder zijn. Het is duidelijk dat de gevechtshandelingen moeten passen bij de vertellingen. Dat ondersteunt de geloofwaardigheid van het wonderbaar ingrijpen van God. Nu valt op dat in de oorspronkelijke vertellingen onjuistheden zijn ingeslopen in de beschrijving van de troepenverplaatsingen en gevechtshandelingen, maar met een klein beetje passen en meten heb ik die eruit weten te halen. Belangrijk is dat ik in de vertellingen en officiële militaire verslaggeving geen enkele tegenstrijdigheid heb kunnen vinden. Dat is toch wel opmerkelijk. Het geheel ademt de sfeer van waarachtigheid uit. Ik ben het met u eens dat er behoefte bestaat aan een meer gedetailleerd onderzoek, waarvoor

-3-

mij de tijd helaas ontbreekt. Toch ben ik ervan overtuigd dat de bevindingen daarvan in dezelfde richting zullen wijzen. Als bijkomend element in onze overweging is het theologische. Had God reden om in te grijpen? Die heb ik aan het eind van mijn artikel gegeven, inhakend op Frankrijks positie als oudste dochter van de Kerk. Ik citeer: «« Vier maanden nadat Pius X tot paus was gekroond, sprak deze paus de volgende woorden uit naar aaleiding van de zaligverklaring van Jeanne d’Arc op 13 december 1903, waarbij hij teruggreep op een brief van paus Gregorius IX aan de heilige Lodewijk, koning van Frankrijk. “Frankrijk”, zei hij, “is het koninkrijk van God zelve; de vijanden van Frankrijk zijn de vijanden van Christus!” »» Ik heb persoonlijk geen moeite om in Gods handelend optreden te geloven. De menselijke vrijheid is niet onbeperkt! God stelt zijn grenzen: tot hier en niet verder. Een wonder voor God, daar zullen U en ik het wel over eens zijn, is voor Hem even gemakkelijk als het laten voortduren van de normale gang van zaken, die niet zo simpel is als het lijkt. Wie zich in de goddelijke mystiek wil verdiepen, moet zich eerst over het gewone verwonderen. De Brugse priester en dichter Guido Gezelle had dat goed begrepen! In de hoop u hiermee naar voldoening te hebben beantwoord, Hubert Luns
[Gepubliceerd in “De Brandende Lamp” Nr. 111 – 3e kwartaal 2007]

Aanvullende noot van de redactie van het tijdschrift :
Het zij opgemerkt dat God op een dergelijke manier al eens eerder heeft ingegrepen. De voorvallen van de Eerste Wereldoorlog zijn niet zonder precedent. Ik doel op het gebeurde van Bayonne waaraan geen twijfel bestaat dat dit heeft plaatsgevonden. Op 20 augustus 1451 begon het beleg van Bayonne, twintig jaar nadat Jeanne d'Arc op de brandstapel was omgekomen. Door Gods wonderbaar ingrijpen werd die stad gespaard, waarvan het indrukwekkende verslag is te vinden op een herdenkingsplaat in de kathedraal van Bayonne. Tussen twee haakjes: laten we niet vergeten dat heel het optreden van Jeanne d’Arc duidelijk een ingrijpen Gods was (naar men aanneemt, vooral om Frankrijk grotendeels te sparen voor het Protestantisme dat twee eeuwen later Europa zou overrompelen). Wat Bayonne betreft, staat in geschiedenisboeken geschreven: «« Op een dag in augustus van het jaar 1451: Bayonne geeft zich aan Dunois over, generaal van de koning van Frankrijk, bijgestaan door sire van Albret en Gaston de Foix-Béarn. Aldus worden drie eeuwen Engelse overheersing te Bayonne afgesloten, wat zijn oorsprong vond in het huwelijk van de hertogin van Aquitanië met de graaf van Anjou, die twee jaar later koning van Engeland zou worden. »» Op de gedenkplaat van de kathedraal van Bayonne staat gebeiteld: «« Op vrijdag XX augustus MCCCCLI, tegen zeven uur ‘s ochtends, op het moment dat de victorieuze Fransen bij prachtig weer het kasteeltje van Bayonne

Franse lelie

-4-

binnentrokken, verscheen boven en rechts van de stad aan de Spaanse zijde een groot wit kruis aan de hemel in de vorm van een crucifix met de kroon bovenop, en die kroon veranderde toen in een Franse lelie (embleem van het Franse koningshuis). Belegeraars en belegerden konden het kruis een heel uur lang aandachtig bekijken. De verwonderde inwoners maakten het kruisteken, verwijderden hun vaandels en riddervanen met het rode kruis, terwijl ze zeiden dat het God behaagde dat ze Fransman werden en het witte kruis droegen. De graven Gaston de Foix-Béarn en Dunois deelden deze gebeurtenis aan koning Karel VII mee die het aan geheel Frankijk liet weten en opdroeg dat overal dankprocessies moesten worden gehouden. Hij liet ook de medaille van het wonder van Bayonne slaan. God bevestigde aldus de hemelse roeping van Jeanne d’Arc. »» Uit deze les blijkt hoe de geallieerden hadden moeten reageren op de door God gegeven bescherming van Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, volgens de woorden van de psalmist: “Geslacht op geslacht zal uw werken roemen en melding maken van uw machtige daden. Ik zal uitspreken de glorierijke eer van uw majesteit, en uw wonderbare daden.” (Ps. 145:4). Maar in het verpeste milieu uit die tijd (en zijn we er thans beter op geworden?) wilde men niets weten van een God die uitredt. Er werden dus geen herinneringsmedailles geslagen voor Gods ingrijpen bij Mons en Le Cateau, en later Béthune. Er werden ook geen gedenkplaten gebeiteld. De bouw van een aparte kerk zou een mooi gebaar van erkentelijkheid zijn geweest. Er werden geen dankmissen gehouden (zover ik weet), want de gebeurtenissen kregen niet de vereiste publicitaire aandacht. Zeer betreurenswaardig. Waar zijn de verslagen in de profane geschiedschrijving van Jezus’ kruisdood en de duisternis die op aarde heerste, gevolgd door vreselijke aardbevingen? Die zijn er niet. “L’histoire se répète”: de geschiedenis herhaalt zich. Het is onze plicht ten aanzien van God en ten aanzien van onze medemens om de herinnering aan de Engelen van Mons en de Witte Cavalerie levend te houden. Roept het van de daken: God bekommert zich om ons!

Jeanne d’Arc, Nancy – Frankrijk