Over de evolutie van intergroepsconflict, geweld en oorlog bij de mens

Thomas V. Pollet School of Biology and Psychology, Newcastle University, UK

Structuur
• • • • • Concept Intergroepsconflict bij dier en mens Theorieën over oorlog Oorlog: een mannenzaak? Recent onderzoek

Working concept
• Oorlog (van der Dennen, 1995): gebaseerd op groep – extern geweld – georganiseerd – gemeenschap- dodelijke afloop (direct of indirect) – gericht op een groep en niet een individu of een familie

• Oorlog – uniek menselijk of niet?

Animal wars
- Agressie met dood tot gevolg bij vertebraten: Langoers, meeuw, nijlpaard, hyena, makaken,... - Intra- vs intergroup agonistisch gedrag - Mobbing behaviour – defensief gedrag (e.g. Bavianen, meeuw)

From defense to offense
- Mieren (Huxley,1944; Wilson, 1975) Wilson (1975) : Social insects: cannibalisme, raiding, oorlog,

- Arabian Babblers (Zahavi)

Oorlog bij zoogdieren
• Sociale carnivoren: hyena’s, leeuwen, cheetah’s,... .  infanticide.

• Wolven: ongeveer 40% van alle sterftes is toe te schrijven aan aanvallen door soortgenoten (op rand van territorium).

• Dolfijnen (Connor et al., 1992) • Nonhuman primates: van ‘mutual avoidance’ tot ‘agonistic intergroup encounters’  vaak door ♀ • Infanticide niet enkel door mannen maar ook door vrouwen.

Intergroepsconflict in hogere primaten
Gorilla’s: intergroup encounters vaak gepaard met geweld en zelfs dood. In Virunga: 5 van 38 kinderen sterven door infanticide (Wrangham, 1987). Latere observaties tot 37% van infants sterft door infanticide.

Chimpanzees: Tot 1974: beeld van vredelievende chimpanzee – maar assistent van Goodall observeert raid. Nadien op systematische basis vastgesteld. Wrangham & Peterson: Demonic males. Maar discussies over frequentie.

Chimpanzees + mens vormen uitzondering: mannen die een groep vormen en gecoördineerde/gestructureerde raids uitvoeren. Enige primaten waarbij ♂ frequent coalities vormen en outgroup members aanvallen (en doden).

Intergroepsconflict bij de mens.
Hoe kunnen we evolutie van intergroepsconflict bij mens bestuderen? • • • • Onze ‘neven’ Archeologie Jagers-verzamelaars samenlevingen Onderliggende psychologische mechanismen – die nu nog werken

Archeologie
• Archeologie (Milner, 1999; Thorpe, 1996) – sterke aanwijzingen. • Vondst van verscheidene massagraven met trauma’s die overeenstemmen met gewelddadige dood. • Aanwijzingen tot 250.000 BC voor trauma’s consistent met conflict. (Zekerheid voor Neanderthalers). • Eerste wapens: flint punt (speer, pijl) in keel (upper paleolithic; 40.000 – 10.000 B.C.)

Intergroepsconflict bij de mens
• Prevalent in meeste ‘primitieve’ samenlevingen. (van der Dennen, 1995: 113) • Bvb. Yanomamö (Venezuela) : Chagnon (1979)

Yanamamö: the fierce people
• Voordien vredelievend beeld van jagersverzamelaars samenlevingen. • N. Chagnon: veldstudie bij Yanomamö in Venezuela

• Ongeveer 40% van de mannen heeft minstens een andere man gedood. Van deze 40% heeft 60% slechts één man gedood – maar sommigen hebben tot 16 man gedood. • Ongeveer een kwart van alle doodsoorzaken bij mannen: oorlog. • Ongeveer 2/3 van mannen ouder dan 40 verloor een nauwe verwant aan oorlog.

• Unokai: mannen die gedood hebben 2,5 x meer partners en 3x meer kinderen (Chagnon, 1992).  status-voordelen leiden tot verhoogd reproductief succes.

Oorlog in New Guinea
• Mortality rates bij Yanomamö zijn niet uitzonderlijk (Knauft, 1987, 1991) • Gebusi in Nieuw Guinea: tot 35% van de mannen sterft aan geweld.

Cross-cultureel
• Schattingen dat oorlog in ‘primitieve’ samenleving goed is voor +/-25% van mortaliteit (Huli, Gebusi, Mae, Yanomamö,... ) • In ongeveer 65% van jagers-verzamelaars samenlevingen: oorlog elke 2 jaar (of regelmatiger)

Oorlog: schattingen van aantal doden
• Oorlog één van belangrijkste factoren voor demografische val van populaties.

Rank Death Toll Cause Centuries • 1 55 million Second World War 20C • 2 40 million Mao Zedong (mostly famine) 20C • 3 • 4 • 5 40 million Mongol Conquests 13C 36 million An Lushan Revolt 8C 25 million Fall of the Ming Dynasty 17C

• 6 20 million Taiping Rebellion 19C • 7 20 million Annihilation of the American Indians 15C-19C • 8 20 million Josef Stalin 20C • 9 19 million Mideast Slave Trade 7C-19C • 10 18 million Atlantic Slave Trade 15C-19C

• 11 17 million Timur Lenk 14C-15C • 12 17 million British India (mostly famine) 19C • • • • 13 14 15 16 15 million 9 million 8 million 8 million First World War 20C Russian Civil War 20C Fall of Rome 3C-5C Congo Free State 19C-20C Thirty Years War 17C Russia's Time of Troubles Napoleonic Wars19C Chinese Civil War 20C French Wars of Religion 16C

• 17 7 million • 18 5 million 16C-17C • 19 4 million • 20 3 million • 21 3 million

• Laatste 5.600 jaar: 14.500 oorlogen – 2.6 per jaar wereldwijd (Somit, 1990)

2 vragen
1) Waarom oorlog? 2) Waarom mannen betrokken?

1) Theorieën over oorlog
• Regulatie van populatie (Divale & Harris, 1976) • Group territoriality (Ardrey, 1969; Tinbergen) • Carnivorous psychology / Killer ape

• Genetic Seeds of Warfare (Shaw & Wong, 1987, 1989) • Sexual selection and warfare (Tooby & Cosmides, 1988; Low, 2000; van der Dennen, 1995).

Seksuele selectie en oorlog
• Beide genders nemen niet gelijk deel aan oorlog. • Mannelijke deelname > vrouwelijke deelname is redelijk uniek.

• Voor alle geweld (Daly & Wilson, 1988): ‘Man doodt man’ 20 tot 40 keer meer waarschijnlijk dan ‘vrouw doodt vrouw’. • Mannen veel meer betrokken bij oorlog (van der Dennen, 1995/2002). Toch enkele uitzonderingen (bvb. Dahomae in West-Afrika) Waarom mannen meer betrokken?

2) Oorlog een mannelijke bezigheid?

Verklaringen
• Onvolledige verklaringen (Van der dennen, 2002): - ‘Mannen zijn ‘expendable’ - ‘Er zijn preadaptaties die leiden dat mannen meer geneigd zijn om jagers en dus ’strijders’ te zijn. - ‘Mannen zijn ‘van nature’ agressief en dus meer geneigd om oorlog te voeren.’

Female choice
• ‘Female choice’ : ‘Females are limiting sex’ Dus mannen vormen coalities om andere mannen te verwonden/doden Toch vreemd: andere primaten (bvb rhesus makaken) ♀ vormen ook allianties om reproductief succes van anderen te beïnvloeden  mens:♀ enkel individuele strategie maar geen alliantie

Male philopatry (female dispersal)
• ‘Male philopatry’: vrouwen verlaten groep. In deze systemen meer oorlog. • In dit systeem, levert het ombrengen van een rivaal op! Chimpanzee + mens: ♂ Philopatrie!

Waarom vormen mannen wel allianties om te doden maar vrouwen niet?
• (1) Coalities evolueren omdat ze (noodzakelijke) reproductieve voordelen opleveren. • (2) Slechts weinig soorten waar individuen de cognitieve mogelijkheden om gecoördineerde allianties tot stand te kunnen brengen.

• (3) optimum van directe deelname door mannen hangt samen met slaagkans. Als de kans op overwinning groot is (a) en de verdeling van slachtoffers in de eigen groep quasi-random is (b) en er een redelijke verdeling is van ‘de buit’ (c) en als de efficiëntie van reproductive resources zero-sum is (d), dan zal selectie de participatie in coalitionele agressie bevoordelen ongeacht of dit leidt tot mortaliteit of zelfs hoge niveaus mortaliteit.

• (4) Binnen een systeem van polygynie met bepaalde formele kenmerken weegt de dood van enkele mannen binnen de coalitie niet op de gemiddelde reproductie van een coalitie lid.

• (5) Natuurlijke selectie weegt deze individuele beslissingen op basis van gemiddeldes en over een lange tijd. Dus: mannen vormen coalities voor deelname aan oorlog (zelfs: dodelijke gevolgen). Wanneer ze zich in numerieke meerderheid bevinden of zeker zijn van overwinning tov. omliggende coalities zijn ze meer geneigd om oorlog te voeren

• (6) Deze benadering verklaart verschillen tussen genders in deelname in coalitionale agressie: Vrouwelijk RS niet beperkt door het aantal mannen. Vrouwen hebben bovendien minder te winnen en meer te verliezen bij coalitionele agressie.

Back to the future
• Adaptaties voor oorlog  ingroupoutgroup gedrag heden ten dage. • Mens: ultrasociaal tov ingroup (Boyd and Richerson, 1985/1992/1998). • Bijvoorbeeld IAT.

Robbers’ Cave
• Sherif’s Robbers’ cave experiment: Rattlers versus Eagles Deprivatie van resources leidt tot escalatie van conflict.

Minimal groups
• Tajfel en Turner experiment: arbitrary groups beïnvloedt allocatie van beloningen.

Offensive actions in intergroup context
Winst  aggressief gedrag tov outgroup

Verlies  vermijden van outgroup.

Evolutiepsychologie en intergroupsconflict
Overview van enkele recente studies. * Mannen meer geneigd om risico’s te nemen.

• Adaptive overconfidence (Johnson et al., 2006). Overconfident in expectation to win  meer kans om aan te vallen  en dit is eigen aan mannen.

• Male warrior hypothesis (Van Vught & DeCremer, 2006).

• Suicide bombing (Atran, 2003, 2004): ‘Organizing fictive kin’

SDO
• Social dominance orientation (Sidanius et al. 1999) Preferentie voor hiërarchie: mannen > vrouwen.

Disease avoidance
• Disease avoidance and Xenophobia (Schaller and colleagues; Fessler and Navarette, 2006) Gevoeligheid aan ziektes – Adaptief vermijden van outgroups want dragen pathogenen

Bibliografie/’further reading’
• Zie: www.students.ncl.ac.uk/t.v.pollet

• Doodsangst versus coalitievoorkeur en ingroepfavoritisme (Navarette et al., 2004). Fenomeen: Priming met dood verhoogt ingroup defense – maar priming met coalitie scenario verhoogt ingroup defense ook

• Young male syndrome (Daly & Wilson, 1985/1988): mannen meer geneigd om een risico te nemen en ook meer geneigd om te sterven.