You are on page 1of 71

De Indische identiteit van de derde generatie

Amis Agung Boersma

INHOUDSOPGAVE 1 Hoofdstuk 3: Virtuele identiteit Asian Parties Indo Stylo AZN Forums Conclusie Bibliografie 27 30 31 32 33 36 37 42 43 Bijlage: Vragenlijst Bestuursleden Indovation 59 63 67 9 10 13 22 25 45 45 47 48 53

Inleiding

Hoofdstuk 1: “We willen één zijn” Indo Jongeren Organisatie Darah Ketiga Kilat Crew Eenheid in Verscheidenheid?

Hoofdstuk 2: Indisch van top tot teen Indisch eten Indisch hart, Hollands hoofd Huidskleur Allochtoon? Zoektocht Partnerkeuze Drijfveer Tussen wal en schip

Inleiding onderdrukken of te ontkennen” (Schuurmans 2003:42).

er geen plek voor de eigen Indische identiteit en “veel Indo’s waren bewust (of onbewust) bezig hun eigen culturele achtergrond te Er waren vanaf aankomst in Nederland al Indische mensen die zeer de behoefte hadden elkaar op te zoeken en Indische verenigingen oprichtten. Doordat Indische mensen verspreid over het hele land gehuisvest werden en ze daarnaast zeer verschillende interesses hadden, ontstond er een veelvoud aan Indische organisaties. Dit weerspiegelde in feite ook de onderlinge diversiteit van de Indische repatrianten. Ondanks de zucht naar saamhorigheid en de nostalgie naar het oude Indië, traden weinig Indo’s naar buiten. Het gros van de Indische mensen koos er voor zowel binnenshuis als buitenshuis, zo Hollands mogelijk te zijn. Medio jaren tachtig leek er echter een plotselinge revival van ‘het Indische’ te zijn. De tweede generatie stond op en kwam openlijk uit voor de Indische identiteit. De Indische jongeren gebruikten hun Indische identiteit in de strijd tegen racisme en discriminatie. Het gedachtegoed van het koloniale verleden werd verworpen en de stilte van Indische mensen doorbroken. Op 6 mei 1984 was de Amsterdamse poptempel Paradiso het toneel van een grootse Indische bijeenkomst. Volgens Tineke E. Jansen was deze Indische Jongerendag “één van de publieke markeringen in het

Indische Nederlanders bestaan niet. De 300.000 repatrianten uit

Nederlands-Indië en hun kroost, die tussen 1945 en 1970 naar

Nederland kwamen, zijn volledig opgenomen in de Nederlandse

samenleving. Al ging het niet geheel zonder slag of stoot, “de

inpassing is geruisloos verlopen” stellen Kraak, Ellemers en

Wittermans in een van de weinige onderzoeken naar de integratie

van de gerepatrieerden uit Indonesië. De onderzoekers noemden het

een “bevredigende integratie” (1987:3), een term die voor geen

enkele migrantengroep in Nederlands herhaald is. Iedereen is

enthousiast over deze stille intocht van hen die niet als aparte groep

werden beschouwd. De Indische Nederlanders hebben zichzelf

onzichtbaar gemaakt. Ze worden dan ook overal beschreven als een

schoolvoorbeeld van hoe het moet (Pollmann en Harms 1987:13).

Stilte kenmerkt Indische Nederlanders. Zelf spraken (en

spreken?) ze nauwelijks over de problemen die ze ondervonden in

hun nieuwe thuisland en ook de Nederlandse media besteedde geen

aandacht aan hen. Assimilatie was het belangrijkste. “Wij Indische

mensen hoorden niets anders dan dat we ons moesten aanpassen”

vertelde een lid van de eerste generatie in de doctoraalscriptie van

Paulien Schuurmans (2003:41). Door deze aanpassingsdwang was

formatieproces van ‘de nieuwe generatie Indo’s’ dat zich toen in het

Indische herinterpreteren en betekenis geven in de moderne samenleving. Waaraan refereren ze? Wordt er teruggegrepen op de cultuur van de eerste generatie of wordt iets nieuws gecreëerd? Hobsbawm toont in zijn boek The Invention of Tradition (1983) aan dat veel tradities minder authentiek zijn dan ze lijken. Welke ‘nieuwe’ cultuurvormen roepen de Indo’s van nu in het leven? In deze studie zal ik me richten op de manier waarop de bestuursleden invulling geven aan het begrip Indisch. Hoe definiëren zij Indische identiteit en wat is het dat Indische jongeren samenbrengt? Wat drijft deze jongeren om bijvoorbeeld op hun vrije zaterdag om 7 uur 's ochtends op te staan om Darah Ketiga op een stand op de Pasar Malam in Hengelo meer naamsbekendheid te geven? Hoe komt het dat het voor hen zo belangrijk is om hun Indische etniciteit te benadrukken? Ook zal ik aandacht besteden aan de manier waarop het bezoeken van Asian Parties aansluit bij het Indo zijn. Deze feesten, gericht op jongeren van Aziatische afkomst, zijn erg populair. Zowel de Indische jongerenverenigingen als veel jonge Indo’s op zichzelf bezoeken geregeld Asian parties, zoals VeryAzn, I Love Indo en Santai. Waarom voelen veel Indo’s zich aangetrokken tot deze feesten?

héle land (en misschien ook elders?) aan het voltrekken was”

(2001:3). Deze aandacht voor de Indische identiteit was echter van

korte duur. Jansen zegt zich er dan ook bij neer te leggen “dat

‘Paradiso ‘84’, als symbool en metafoor voor radikaal anti-racisme

en politieke bewustwording binnen de Indische gemeenschap, vooral

geschiedenis is geworden” (2001:1).

De derde generatie, oftewel de Indische jeugd van nu, heeft

tot op heden weinig verbintenis met een Indische achtergrond

getoond. Eenmaal per jaar lijkt de Indische gemeenschap echter toch

uit het niets tevoorschijn te komen als de Pasar Malam Besar in Den

Haag wordt gehouden. Tienduizenden mensen van alle Indische

generaties - en natuurlijk ook anderen - komen uit alle delen van het

land om dit culturele festijn bij te wonen. Ieder jaar bezoeken ook

veel jonge Indo’s de Pasar. Maar het is niet alleen tijdens deze

anderhalve week durende onderdompeling in de Indische cultuur dat

Indische jongeren elkaars gezelschap zoeken. Ook gedurende de rest

van het jaar worden er bijeenkomsten voor Indo’s georganiseerd

door (nu nog) kleine Indische jongerenverenigingen.

Deze verenigingen en hun leden zijn de kern van deze scriptie. Mijn

doel is erachter te komen op welke creatieve manieren ze het

Deze empirische vragen zijn ingebed in een langer bestaand

Europeanen dan in de hoogtijdagen van het Nederlands-Indische Bestuur, vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De mestizo-cultuur, “een cultuur met gemengd Indisch-Europese gewoonten, normen en ideeën” (Pollmann en Harms 1987:11), werd verdreven door de trend om steeds ‘blanker’ te gaan leven. Door de opening van het Suez kanaal in 1869 werd de scheepvaartroute korter en kwamen er langzamerhand meer Nederlandse vrouwen naar Indië. Zij zorgden er mede voor dat de Indische Nederlanders niet al te Indisch zouden worden. De Nederlands Indische samenleving was zeer gesegmenteerd. Er waren drie wettelijke categorieën waarin ‘Europeanen’, ‘Vreemde oosterlingen’ en ‘Inlanders’ werden onderscheiden door middel van een “colour line” (Fasseur 1992:223). Toch vielen bevolking, ras en huidskleur niet altijd samen. Voor Indo-Europeanen bestond er namelijk geen aparte juridische categorie. Zij vielen meestal onder de categorie van inlanders, tenzij ze als natuurlijk kind door de Europese vader erkend werden (Fasseur 1992: 223). Kinderen geboren uit een inheemse moeder en een Europese vader, die niet door hun vader erkend werden, verdwenen in de kampong (inheemse wijk). In de samenleving namen Indo-Europeanen een ambivalente positie in. Zij stonden maatschappelijk gezien tussen de inlandse

theoretisch discours over etniciteit. Is etniciteit voor deze Indische

jongeren een biologisch gegeven? Zelf ga ik er, zoals Frederik Barth,

vanuit dat etniciteit niet in het bloed zit; het is het geloof in een

gezamenlijke afkomst dat een etnische groep bindt (1969). De grens

tussen “Us” en “Them”, tussen onze groep en die van hen, is van

vitaal belang voor de definiëring van etnische groepen. Een etnische

groep bestaat nooit op zichzelf: “Ethnicity is an aspect of social

relationship between agents who consider themselves culturally

distinctive” (Eriksen 1993:12). Het is de interactie tussen groepen

die etnische identiteit bepaalt. In oppositie tot een ander wordt

etnische identiteit bepaald.

Om de ervaringen van de jongeren goed weer te geven is het

noodzakelijk een historische context te schetsen. Daarom zal ik hier

de geschiedenis van Indische etniciteit bespreken.

Indo-Europeanen zijn mensen van gemengde Indonesische en

Europese afkomst; ze worden ook ‘Indisch’ genoemd. Europese

handelaren hadden al vanaf de tijd van de Verenigde Oost-Indische

Compagnie (V.O.C., opgericht in 1602) verhoudingen met inheemse

vrouwen. De kinderen die uit dit contact ter wereld kwamen waren

de eerste Indo-Europeanen. In de zeventiende, achttiende en begin

negentiende eeuw was het beter gesteld met de positie van de Indo-

bevolking en de Nederlanders. Van het dagelijks leven van de Indorevolutionairen met geweld in opstand tegen de Nederlanders. Nederland was niet bereid de kolonie zonder slag of stoot af te staan.

Indonesische vrijheidsstrijd volgde. In deze periode kwamen

Europeanen is weinig bekend, omdat “deze bevolkingsgroep zich

(toen) onvoldoende bewust was van haar eigen identiteit, zodat zij

van haar activiteiten in het socio-economische, politieke en culturele

De politionele acties waren een feit. Onder deze strijd hebben veel Indo-Europeanen, wegens hun positie, erg geleden; sommigen werden bestolen, verkracht en zelfs vermoord (Pollmann en Harms 1987:12). Ze werden veelal als verraders gezien en stonden tussen twee vuren. Op 27 december 1949 werd de soevereiniteit over de archipel uiteindelijk overgedragen aan de Verenigde Staten van Indonesië. Nadat Indonesië onafhankelijk was geworden, werd langzaam maar zeker duidelijk dat de Nederlanders en ook de Indo-Europeanen het land zouden moeten verlaten. Ze moesten ‘terug’ naar het koude vaderland.1 De Nederlandse overheid ging er vanuit dat er naast de 20.000 totoks (volbloed Nederlanders wonend en levend in Nederlands-Indië) weinig Indo-Europeanen naar Nederland zouden willen vertrekken. Toen het tegenovergestelde waar bleek te zijn, werd er een campagne gestart die de Indo-Europeanen zou moeten overhalen om te kiezen voor het Indonesische burgerschap. IndoEuropeanen zouden immers meer gemeen hebben met Indonesiërs
1

bestel, kortom van haar bestaan, weinig of niets op schrift heeft

gesteld. Vooral in dit opzicht leunden zij sterk tegen de Indonesiërs van Nederlands-Indië werd

aan, die grotendeels nog analfabeet waren” (De Bruin 1990:47).

In de koloniale samenleving

etniciteit op basis van bloed bepaald. Afkomst bepaalde de status

van een persoon. Door dit primordiale kenmerk waren de

Europeanen verzekerd van hun superieure positie. Ondanks de

afwezigheid van een juridisch onderscheid, was een Indo-Europeaan

– die tot de wettelijke categorie van Europeaan behoorde - door de

bloedvermenging met een ‘inlander’ minder waard dan een

Nederlander. De term ‘halfbloed’ dekt dan ook goed de lading die er

in die tijd aan werd gegeven. Pamela Pattynama stelt kritisch dat “de

akelige term ‘halfbloed’ een raciaal paradigma is dat het lichaam

aanwijst als essentie van betekenis” (1994:33).

Toen de Japanners tijdens hun bezetting van Indië (van 1942

tot 1945) vrijwel op alle eilanden enkel de Nederlanders

interneerden, werd het voor de Indo-Europeanen plotseling van
Veel Indo-Europeanen, maar ook totoks waren nog nooit in Nederland geweest. Zij gingen in letterlijke zin dus niet terug.

levensbelang om hun inlandse wortels te benadrukken. De

dan met Nederlanders. Maar voor veel Indo-Europeanen was deze bestonden werden door niemand omvergegooid en de berichtgeving

minderwaardigheid

vanzelf

verdwijnen

(Schuurmans

2003,

propaganda tevergeefs. Ze wisten dat ze in het Indonesië van

Pollmann en Harms 1987). Stereotype beelden die er over Indo’s in de pers was doortrokken van “een irritant paternalisme, een denigrerende manier van schrijven over zielige repatrianten die de westerse fatsoensbegrippen maar met moeite in praktijk weten te brengen” (Willems 1996:195). Er is tot op heden weinig aandacht aan de derde generatie Indische Nederlanders, ook Indo’s genoemd, besteed. Omdat het zo’n successtory is, wordt er vaak van het Indische gezegd dat het enkel in het verleden bestaat. De redacteur van het Indische tijdschrift Blimbing, Huib Deetman, behorende tot de eerste generatie, stelt dan ook: “Indisch, dat was toen en daar en niet hier en nu” (Moesson 1997:22). Het Indische bestaat in deze optiek vandaag de dag alleen nog in de herinnering van de eerste generatie en kan enkel voortbestaan in nostalgie. Doordat Indische identiteit voor veel mensen verbonden is aan het oude Indië, worden de nieuwe generaties niet opgemerkt. Onderzoeker Esther Captain, zelf derde generatie Indo, zet zich in om de derde generatie op de kaart te zetten (1996, 2000, 2001). Tom van der Geugten presenteerde tijdens een lezing op de Pasar Malam Besar in 1998 zijn visie dat “de Indische cultuur een

Soekarno niet langer welkom waren en zo’n 280.000 Indische

Nederlanders besloten naar Nederland te repatriëren.

Zoals hierboven vermeld, was het voor de Nederlandse

regering zaak dat de Indische repatrianten zo snel mogelijk zouden

assimileren in de Nederlandse samenleving. In Middelburg kwam de

gemeente zelfs bij Indische mensen thuis om te kijken of ze wel

netjes en aangepast waren (Schuurmans 2003:40). Het koloniale idee

dat het Indische minderwaardig was aan het Hollandse, werd zowel

door de Nederlandse overheid als door de Indische Nederlanders in

stand gehouden. Indische mensen wilden als Nederlanders

geaccepteerd worden. “In spite of this notion of being inferior – or

perhaps, because of it – there existed among the Indonesian Dutch

unmistakably the need to adopt the behavior, customs and habits of

the Dutch” (Ex 1966:45). Hierdoor verdween het Indische voor een

groot deel uit de openbare sfeer. Zoals de schrijfster Anneloes

Timmerije uit eigen ervaring weet: “Indisch zijn was voor thuis”

(1992: 46). Maar zelfs thuis, in de opvoeding van de tweede

generatie, werd overdracht van het Indische veelal vermeden. Als

Indische mensen zich er hard genoeg voor zouden inzetten, zou het

verschil met de Hollandse bevolking en dus ook het gevoel van

dynamische was en is, vroeger daar en nu hier, een voortdurend consciousness and solidarity are in an important way defined by the existence of such a relationship” (geciteerd in Cohen 1997: 23). Er is

betrokken voelen bij dat thuisland en wier “ethnocommunal

veranderende cultuur in veranderende omstandigheden, hier en nu,

vandaag in Den Haag” (1998:2). Ook Captain vindt het onterecht dat

er vaak beweerd wordt dat het Indische alleen in het verleden Cohen 1997).

veel discussie over Safran’s definitie aangezien deze de Joodse diaspora als model voor de definitie gebruikt (zie Clifford 1997, Mijns inziens is deze definitie bruikbaar, omdat het voornamelijk het bestaan van een transnationale gemeenschap en haar verlangen naar een mythisch thuisland uitlegt. Het toepassen van de term diaspora op Indo’s staat ons toe de Indische cultuur als dynamisch en hybride te zien. Het is niet mijn bedoeling om hier na te gaan of de Indische gemeenschap voldoet aan alle bovengenoemde criteria, daarentegen volg ik James Clifford. Hij stelt in Routes voor om te kijken naar de grenzen van een diaspora; daar waar de minderheidsgroep botst met de natiestaat. Nationale ideologieën waarin assimilatie het hoogste goed is, zijn volgens Clifford “designed to integrate immigrants, not people in diasporas” (1997: 250). Diasporatheorie kan een verrassend alternatief voor immigratietheorie bieden. Toegepast op de Indische situatie van de jaren vijftig valt meteen op dat volgens de toenmalige tijdgeest men

bestaat. “Daarmee wordt geen recht gedaan aan de invulling van

Indische personen zoals ik, zonder bewuste herinneringen aan Indië”

(2000:257). Captain stelt, evenals Van der Geugten, dat de Indische

cultuur niet als statisch, maar dynamisch gezien moet worden.

Om deze dynamiek goed weer te geven zal ik, in navolging

van Pamela Pattynama,2 de verspreiding van Indische mensen over

verschillende delen van de wereld beschouwen als een diaspora.

Terwijl dit begrip oorspronkelijk gebruikt werd in verband met de op allerlei andere

verstrooiing van Joodse, Griekse en Armeense volken, wordt het

vandaag

de

dag

creatief

toegepast

migrantengroepen. Volgens de definitie van Safran zijn diasporas

“expatriate minority communities” (1) die verspreid zijn over

tenminste twee plaatsen, (2) die een “memory, vision or myth about

their original homeland” delen, (3) die geloven dat ze niet (geheel)

zijn opgenomen in hun ‘gastland’, (4) die het voorouderlijke thuis

zien als een plaats om eventueel naar terug te keren, (5) die zich

sterk maken om dit thuisland in ere te herstellen en (6) die zich erg

2

http://www.euronet.nl/~indoweb/lezingen/indische_identiteit.html

van Indische mensen verwachtte dat ze zouden assimileren. Een kunnen vormen. Ik had alle bestuursleden al eens ontmoet voordat ik hen uitgebreider sprak tijdens het interview. De interviews duurden allemaal tussen een en twee uur. Deze

uitvoerig mogelijk beeld van het Indische van de derde generatie te

diaspora mocht deze groep niet genoemd worden.

Binnen de diasporatheorie is etniciteit niet gefixeerd.

Cultuuruitingen worden geherformuleerd, opnieuw in het leven

geroepen en zelfs bedacht. Deze beweging van etnische en culturele

heb ik zowel op cassette opgenomen als genotuleerd. Van Darah Ketiga en IJO was bij ieder een bestuurslid afwezig, die ik wel ontmoet heb, maar niet heb kunnen interviewen. Wegens drukte aan de zijde van Santai, een feestorganisatie uit Rotterdam, hebben de organisatoren een schriftelijke vragenlijst ingevuld. De uitspraken van alle respondenten heb ik tot volzinnen gemaakt en versprekingen zijn verbeterd. In eerste instantie was het ook mijn bedoeling de leden van de verenigingen te interviewen. Daar bleek echter van hun kant weinig animo voor. Mijn per e-mail verstuurde vragenlijst werd slechts door 15 van de ongeveer 150 leden ingevuld.3 Van de 15 hadden 4 bestuursleden mijn e-mail beantwoord. Naar aanleiding van hun antwoorden en wegens het gebrek aan animo van de gewone leden, besloot ik me op de besturen te richten.

identiteit geeft aan dat het zelfbeeld van een groep continu in dialoog

is met de sociaal-politieke

context. Smadar Lavie noemt een

diaspora een “third-time-space” (1996:17). Binnen diasporas

ontstaan “third cultures” en “in-between identities” (1996:17). Rai

muziek in Frankrijk is hier een voorbeeld van. Deze muzieksoort

wordt in het land van oorsprong, Algerije, gezien als losbandig en

ongepast, maar is ongekend populair onder Franse Magreb jongeren

– van Marokkaanse en Algerijnse afkomst (Gross, McMurray and

Swedenburg 1996). Uitgaande van dit theoretisch raamwerk zal ik

Indische jongeren bestuderen.

Methode

Mijn onderzoek is gebaseerd op observaties gemaakt tijdens

bijeenkomsten van de Indische jongerenverenigingen Darah Ketiga
3

en Indo Jongeren Organisatie (IJO) en interviews met de

bestuursleden van deze verenigingen en langdurige sessies op het

Internet. Ik heb met opzet voor deze methode gekozen om een zo

De internet beheerders van twee jongerenverenigingen hebben de enquête aan hun volledige ledenbestand verstuurd. Dit zijn in totaal 150 leden, sommigen zijn echter bij beide verenigingen aangemeld. Daarom is het precieze aantal niet bekend.

Naast de bestuursleden van de Indische verenigingen, heb ik van behoor. populaire

komen, omdat sommigen zich door de aanwezigheid van een Belanda bedreigd voelden. In mijn geval doe ik “Homework” en bestudeer ik de derde generatie, een groep waar ik zelf ook toe Dit onderzoek was in feite ook een zoektocht naar mijn eigen roots. Mijn respondenten confronteerden mij ook met mijn Indische identiteit; ze hielden mij meer dan eens een spiegel voor of zetten me voor het blok. Toch ben ik me er continu bewust van geweest dat deze scriptie niet over mijn Indische identiteit zou gaan. Deze scriptie is onderverdeeld in drie hoofdstukken. In Hoofdstuk 1, ‘Indo’s in da House’ wil ik laten zien dat Indische Nederlanders wel degelijk bestaan. Dit hoofdstuk beschrijft verschillende Indische jongerenverenigingen in Nederland en legt uit wie ze zijn en wat ze doen. Hoofdstuk 2 ‘Indisch van top teen’, bespreekt de invulling die de bestuursleden van de jongerenverenigingen geven aan hun Indische identiteit. Het gaat dieper in op de zaken die in de observaties uit hoofdstuk 1 gemaakt zijn. In het laatste hoofdstuk ‘Virtual Identity’ komt de rol van het internet en het belang van stijl aan bod.

ook

gesproken

met

enkele

initiatiefnemers

(Eur)Aziatische feesten en internet gemeenschappen. Ook de feesten

heb ik bezocht. Afgezien van deze ontmoetingen, het ik me ook vele

uren virtueel onder Indo’s en Euraziaten begeven. Ik heb de vele

websites bezocht en de gastenboeken bekeken. Verder heb ik de

discussies op de forums op de voet gevolgd.

Voorafgaand aan mijn ontmoetingen met de verschillende

verenigingen, heb ik ze per e-mail laten weten wat mijn bedoeling

was. Daarnaast vermeldde ik mijn eigen Indische achtergrond. Er

bestaan tegenstrijdige ideeën over hoe een onderzoek het beste

uitgevoerd kan worden. Kan alleen een ‘vreemdeling’ een bepaalde

groep bestuderen? Volgens Maykel Verkuyten kan een onderzoeker

met dezelfde afkomst onbedoeld veroorzaken dat de geïnterviewde

meer nadruk legt op zijn of haar etnische identiteit, terwijl “non-

matching may lead to underemphasis of ethnicity” (1999:67). Het is

dus moeilijk te zeggen welke methode het meest effectief is. Esther

Daniëls had er, tijdens haar onderzoek naar de naoorlogse Indische

generatie, als volledig Hollandse soms moeite het onderste uit de kan

te krijgen als het bijvoorbeeld ging over de mening die de Indische

respondenten hadden over Hollanders. Marlene de Vries werd

vriendelijk verzocht niet meer bij het Indisch netwerk terug te

Hoofdstuk 1

“We willen gewoon één zijn” Crox van IJO nodigt mij uit eens een vergadering bij te wonen. Dat doe ik. Op een zaterdagavond neem ik de trein naar Eindhoven en vlak voor aankomst kijk ik voor het laatst mijn aantekeningen door. Eenmaal aangekomen, bel ik Gabriël zoals afgesproken. Even later komen hij en Talitha, mede-bestuurslid van IJO, me van het station ophalen. Ik zit op de achterbank van de auto terwijl we ons aan elkaar voorstellen. Gabriël zet het volume van de groovy two-step die aanstaat lager en begint te praten. Hij zegt veel en omdat ik zijn spraakwaterval niet wil verstoren laat ik mijn pen en papier voor nu nog even in mijn tas zitten. Het huis van Gabriël in Veldhoven waar de vergadering en het interview gehouden worden is netjes en gezellig. Aan het plafond in de woonkamer hangt een enorme boksbal en verder valt me op dat er naast de televisie een Indonesisch hoekje gemaakt is. Een tafeltje is bedekt met een batik doek waar een wajang pop op staat. We praten wat totdat Johannes binnenkomt. Het is een vrolijke jongen en de anderen groeten hem enthousiast. We drinken kruidenthee, terwijl Gabriël, Talitha en Johannes me alles vertellen over IJO.

Indische mensen zijn in tal van verenigingen georganiseerd. Al

proberen sommigen het wel, over het algemeen trekken deze

organisaties weinig jongeren aan. Jonge Indo’s bezoeken liever een

Asian party, dan een Indorock spektakel. De Aziatische feesten die

sinds 1995 in Nederland worden georganiseerd, zijn al vanaf het

begin een hit onder Indische jongeren. Sommigen van hen hadden de twee jaar verschillende

behoefte meer aandacht aan hun Indische achtergrond te besteden.

Daarom

zijn

er

de

afgelopen

jongerenorganisaties opgericht. Sommige zijn inmiddels alweer

opgeheven of niet erg actief, zoals Kilat Crew en South Side Indo

Crew. Andere maken in meer of mindere mate een groei door, zoals

Darah Ketiga, IJO en Nasidjo.

De jongerenorganisaties die het meeste aan de weg timmeren

zijn Darah Ketiga (DK) en Indo Jongeren Organisatie (IJO). Op hen

besluit ik mij in eerste instantie te gaan richten. Via e-mail zoek ik

contact met beide organisaties. Binnen een paar dagen na het

versturen van mijn e-mails, heb ik bericht van een bestuurslid van

IJO en van de webmaster voor Darah Ketiga. De webmaster, Ray

Hutting, zet zeer uitgebreid de doelstelling van DK uiteen en Gabriël

Indo Jongeren Organisatie mailinglijst: je wordt als lid op de hoogte gehouden. Er zijn dan ook geen kosten aan verbonden. De taakverdeling onder de bestuursleden ligt niet vast; per activiteit wordt er besproken wie welk gedeelte voor zijn of haar rekening neemt. Het afgelopen jaar heeft IJO drie verschillende activiteiten georganiseerd; dit waren uitstapjes naar Asian parties. Feitelijk betekent dit dat IJO probeert vervoer te regelen voor iedereen die mee wil naar het feest en dat de groep bij elkaar blijft in de discotheek. Naar deze feesten zijn respectievelijk twaalf, drieëntwintig en elf Indische jongeren meegegaan. De animo van de jongeren, waar IJO zich op richt, is schommelend. “Het hangt er heel erg vanaf of mensen zin hebben om te komen. Veel jongeren zeggen van tevoren dat ze er zullen zijn, maar bellen op het laatste moment af. Het is jammer dat die mensen niet op komen dagen. Nieuwe leden zijn niet erg enthousiast. Ze hebben altijd smoesjes om niet te komen. Als we ze bellen, kunnen ze meestal niet. Ook krijgen we veel reacties van mensen die te ver weg wonen” vertelt Gabriël. IJO richt zich in eerste instantie op Indo’s in de regio Eindhoven, maar is bezig een netwerk in Brabant, Limburg en zelfs daarbuiten op te bouwen. De meeste nieuwe leden krijgt IJO via Internet. Ze proberen eerst contact te leggen met mensen in andere steden, die

IJO is opgericht in het voorjaar van 2002. De doelstelling van IJO is

“cultuurbehoud in de ruimste zin van het woord”.4 Gedurende de tijd

dat ik IJO geobserveerd heb, ben ik verschillende formuleringen van

de doelstelling tegenkomen. IJO is zelf duidelijk op zoek naar een

passende verwoording. In het plan van aanpak voor een feest dat IJO

in Venlo georganiseerd heeft, staat de doelstelling als volgt

weergegeven: “Het doel van Indo Jongeren Organisatie Eindhoven is

om de jongeren bewust te maken dat er wel degelijk groepen Indo’s

bestaan die er naar streven de culturele aspecten van de Indo’s hoog

te houden. Ook willen we ze een gevoel van samenzijn geven zodat

ze weten dat de Indo’s nog steeds bestaan en niet helemaal

vernederlandst zijn”. Onder het kopje ‘visie’ staat: “Onze visie richt

zich op Indische jongeren. Het bij elkaar brengen van jongeren om

het besef bij hen op te roepen dat de Indische cultuur niet mag

vervallen en moet voort stromen in de aderen van de derde generatie

Indo’s”.

IJO heeft op het moment veertig leden, waarvan er ongeveer

vijfentwintig actief zijn. Een lidmaatschap betekent een plek op de

4

website www.indojongeren.org

hun Indische vrienden mee kunnen nemen naar een van de aangezien wordt vanwege zijn donkere huidskleur. “Indische mensen kijken niet zo op huidskleur. Als je er bij wilt horen, hoor je er gewoon bij”. In hoeverre geeft het bezoeken van ‘Asian’ feesten invulling

activiteiten. Gabriël legt uit: “We willen in iedere stad een

contactgroepje, zodat we samen iets op kunnen zetten. Sommige

mensen zijn ook lid van een andere Indische vereniging, dat vinden

we juist goed. Wij willen zorgen dat mensen niet alleen lid op

aan de Indische cultuur? “Een feest trekt jongeren, echt Indisch is het niet. We zijn als organisatie te klein om op het culturele aspect te teren. We willen in eerste instantie Indische jongeren samenbrengen, zodat er meerdere jongeren zijn die samen een groep willen worden”. Als er eenmaal een groep Indische jongeren gevormd is, wil IJO meer aandacht aan de Indische cultuur besteden. Veel Indische ouderenverenigingen zijn geïnteresseerd in de activiteiten van IJO. Gabriël: “We zijn benaderd door een lokaal radioprogramma met de vraag of we een uur zendtijd per week wilden vullen. We hadden zelfs nog nooit van de radiozender gehoord en het bleek dat de doelgroep voornamelijk uit oudjes bestond”. Omdat IJO weinig jongeren zou bereiken via deze radiozender, hebben zij het aanbod afgeslagen. Samenwerking van IJO met Indische ouderenorganisaties verloopt moeizaam. voornamelijk als ze Deze willen toezeggen namelijk een resultaten subsidie te zien, geven. “Waarschijnlijk zal Jeugdwerk Venlo ons financieel helpen. Deze organisatie zal het ons niet kwalijk nemen als er niet genoeg mensen

internet zijn, maar ook daadwerkelijk naar ons toe komen. We willen

alleen mensen die betrouwbaar zijn”.

Wie lid wil worden van IJO moet Indisch en tussen de

vijftien en vijfentwintig jaar oud zijn. “Afwijkende leeftijden en

jongeren zonder Indische afkomst zijn ook welkom. Als je achter het

doel staat, ben je welkom”. Sommige mensen zijn niet welkom.

5

Talitha zegt: “Ja, van die feestjongeren die dan wel Indisch zijn,

maar alleen komen om de boel te slopen”. Zo maakte een keer een

groep Indo's een NS-station onveilig, na een uitstapje met IJO.

“Zulke jongeren willen we juist niet aantrekken”.

Huidskleur speelt bij IJO een ondergeschikte rol: “Onze

leden hebben allerlei verschillende huidskleuren; sommigen zijn

blank, sommigen lichtgetint en anderen vrij donker. Huidskleur

speelt met name een rol in de herkenning door andere etnische

minderheden”. Zo zegt Johannes dat hij vaak voor Molukker

5

Gabriel is het meeste aan het woord. De meeste citaten zijn van hem, de anderen vullen hem aan.

naar een activiteit komen”. De bestuursleden zijn erg kritisch over de leden te werven en een gemeenschap van Indische jongeren te creëren. De bestuursleden van IJO zijn aanvankelijk

Naast IJO is, zoals gezegd, Darah Ketiga erg hard bezig om als

manier waarop Indische verenigingen van de eerste en tweede

generatie het Indische proberen uit te dragen en door te geven aan

volgende generaties. Johannes vertelt:

medewerkers van Darah Ketiga begonnen, maar kregen daar geen bestuursfunctie. “Toen bleek dat de leiding onze inspraak niet erg op prijs stelde, besloten we zelf verder te gaan in Eindhoven en op landelijk niveau met Darah Ketiga samen te werken”. Voor IJO is het belangrijkste om Indo jongeren in Nederland samen te brengen en eenheid te creëren. “Typisch van Indische organisaties is dat er altijd een persoon is die alle leiding wil hebben, daardoor ontstaan er problemen en is eenheid moeilijk te creëren. Wij willen het niet zo doen als de oudere organisaties, wij willen gewoon één zijn”.

“Een paar weken geleden zijn we bij het Indisch Huis

geweest. Alleen de naam al trekt niet. Het klinkt oubollig en

is duidelijk gericht op ouderen. Ook het pand en de sfeer daar

zijn ouderwets. Misschien als ze het Da Indo House zouden

noemen, zouden er ook meer jongeren komen”.

De Pasar Malam Besar in Den Haag vinden ze niet echt Indisch,

omdat er zoveel stands van andere culturen staan. Talitha zegt

verontwaardigd: “Het is een uiting van culturele samensmelting. Het

is erg commercieel; er worden zelfs kranen verkocht en anti-kalk

poeder!”. Een enquête die IJO vorig jaar op de Pasar Malam Besar

heeft gedaan, haalde niet veel uit. “De jongeren vulden de vragen

snel even in en waren niet echt geïnteresseerd. Ze wilden er zo snel

mogelijk vanaf zijn”. Volgens de bestuursleden van IJO zijn er veel

jongeren die ieder jaar alleen met een bezoek aan de Pasar uiting

geven aan hun Indische identiteit. Gabriël stelt: “De Pasar Malam is
Flyer van het IJO feest in Venlo

een plek waarop sommige Indo's met hun blonde vriendin aan de

arm zich ineens heel Indisch gaan gedragen om er vervolgens de rest

van het jaar niets meer mee te doen”.

Darah Ketiga ruimte, de Vrije Indische Partij (VIP) heeft financiële steun geboden en Het Indisch Huis haar expertise. In eerste instantie had Darah Ketiga een andere naam, namelijk Militia Perselatan, oftewel Militie van het Zuiden. Op verzoek van de ouderenverenigingen hebben zij de naam veranderd in Darah Ketiga, een naam met een minder dreigende betekenis.

DK op het moment de grootste Indische jongerenvereniging in

Nederland.6 De vereniging heeft ongeveer 100 leden en dit aantal

groeit gestaag. In het najaar van 2001 is Darah Ketiga opgericht door

de huidige voorzitter Erik Koks en penningmeester Quincy van

Sleeuwen. Ze zijn allebei erg betrokken bij de Molukse

gemeenschap en zagen dat Molukse jongeren met behulp van de

ouderen heel veel organiseerden. Zij wilden hetzelfde voor Indo’s.

Daarom heeft het bestuur van Darah Ketiga het initiatief genomen

van de werkgroep Persatuan Baru/ De Nieuwe Eenheid. Deze

werkgroep is opgezet als een samenwerkingsverband tussen Darah en een aantal Indische

Ketiga, andere Indische jongerenverenigingen (IJO, Kilat Crew,

South Side Indo Crew en Indo Melati)

verenigingen van de eerste en tweede generatie. Deze kwamen voor

het eerst samen op uitnodiging van Darah Ketiga om te bespreken

hoe er eenheid gecreëerd zou kunnen worden binnen de

verschillende generaties Indische Nederlanders. Hieruit is Persatuan Logo van Darah Ketiga

Baru ontstaan, met als doel Indische krachten te bundelen en

verschillende middelen uit te wisselen; zo heeft het Indisch Cultureel

Centrum (ICC) haar locatie in Zoetermeer aangeboden als feest-

6

Dit blijkt uit de websites van de verschillende jongerenverenigingen. DK heeft de meeste geregistreerde leden.

Darah Ketiga heeft, inclusief de twee besprekingen over De volgt: “Wij zien dat er zo veel Indische jongeren in Nederland zijn

Nieuwe Eenheid, vijf evenementen georganiseerd. Een van deze

die niet weten wat hun achtergrond is en zomaar dingen van anderen aannemen die niet passen bij hun cultuur”. Belangrijk onderdeel van de inspanningen van Darah Ketiga is het uitleggen waarom Indo’s de roodwitte vlag van Indonesië of de Garuda (Indonesische Adelaar) niet op de kleding moeten dragen. “Wij vinden het historisch gezien onjuist. De roodwitte vlag heeft er juist voor gezorgd dat onze opa’s en oma’s uit Nederlands-Indië gevlucht waren. Een jood zou toch ook niet een hakenkruis gaan dragen”. De terminologie is duidelijk, ze nemen het erg hoog op. De voorzitter van Darah Ketiga, Erik Koks heeft aan allerlei Indische organisaties e-mail gestuurd waarin dit standpunt verkondigd wordt. Indische ouderen worden gevraagd mee te helpen door jonge Indo’s erop te wijzen dat de roodwitte vlag niet bij hen hoort. Erik: “Ik heb op een gegeven moment foto’s van de bersiap tijd opgespoord en via internet aan anderen laten zien. Jongeren wilden het maar niet pakken! Ze moesten weten dat Indische mensen bij bosjes werden afgeslacht door mensen met pro Indonesische emblemen op hun kleding. Dat heb ik ze dus via foto’s laten zien”.

evenementen, was een uitstapje naar Bronbeek in Arnhem, waar

zo’n twintig Indo’s op afkwamen. Het meest actief is Darah Ketiga

op het internet, waar nieuwe leden zich meestal aanmelden. Op

diverse websites

vinden discussies plaats en worden afspraken

gemaakt om samen Asian parties te bezoeken.

Darah Ketiga richt zich op jongeren van vijftien tot en met

achtentwintig jaar die affiniteit hebben met het behouden van de

Indische cultuur. De bestuursleden geven echter wel aan dat een

leeftijd naar boven mee zal groeien naarmate zij zelf ouder worden.

Op dit moment zijn zes van de zeven bestuursleden drieëntwintig

jaar oud. De doelstelling van Darah Ketiga is cultuuroverdracht en

cultuurbehoud. Dit betekent voor DK dat ze activiteiten organiseren

om Indische jongeren dichter bij elkaar te brengen, een belangrijke

rol willen spelen in “het collecteren en voorzien van kennis

betreffende de Indische cultuur en alles wat daar betrekking op

heeft”.7 Ze streven er ook naar de afstanden tussen de verschillende

generaties te verkleinen.

Darah Ketiga maakt zich sterk om Indische jongeren meer te

leren over het verleden. Webmaster Ray Hutting verwoordt het als

7

Folder Darah Ketiga, werd in Hengelo op de Pasar Malam uitgedeeld.

Naast het feit dat het dragen van de Indonesische vlag Phefferkorn met trots gedragen mag worden.

Met grote letters staat er INDO op de vlag, een naam die volgens

volgens Darah Ketiga niet bij Indo’s hoort, krijgen veel Indische

jongeren - met name in de Randstad – hierdoor problemen met

Molukse jongeren. Molukkers van de derde generatie staan namelijk

nog altijd achter de oprichting van de RMS, de Republiek der Zuid-

Molukken. De Indonesische vlag is voor hen een symbool van de

onderdrukker. Indonesië is namelijk niet bereid de Molukken

autonomie te verlenen of zelfs af te laten scheiden, zoals met Oost

Timor gebeurd is.

Door Indo jongeren te overtuigen om de Indonesische vlag of

de adelaar niet meer te dragen, toont DK respect voor alle

grootouders die tijdens de bersiap tegen het Indonesische rood-wit

hebben gestreden. Deze opa’s en oma’s waren loyaal aan de

Nederlandse driekleur en daarom wonen zij nu hier in Nederland. Op de website van DK spreekt hij alle Indische jongeren aan: “Het heden is tot stand gekomen door het verleden en onthoud dit Indo jongeren: het ontkennen van je verleden is het ontkennen van je eigen bestaan”. Een ontmoeting met deze bijzondere Indische heer staat verderop in dit hoofdstuk.

Darah Ketiga stelt voor om de Indonesische symbolen te verruilen

voor de Indo Melati vlag. Deze vlag is speciaal gemaakt voor Indo’s

door Vic “paatje” Phefferkorn.

De symbolische betekenis van de vlag is vrede en

geweldloosheid, maar de vlag staat bovenal voor trouw: “De vlag

van trouw, trouw zijn aan onszelf, trouw aan onze eigen identiteit”.8

8

Folder Indo Melati vlag

Mijn eerste ontmoeting met Darah Ketiga heb ik aan Gabriël passeert valt me ook nog een schilderij van de sawa’s op en als ik

hebben, al heeft hij ze wel op de Pasar Malam gekocht. Talitha roept vanuit de keuken dat het Papoea beelden zijn. Naarmate de avond een slok koffie neem, zie ik dat mijn kopje op een onderzetter van batik staat. Johannes van IJO doet vandaag het woord en begint te zeggen dat de naam van zijn vereniging als ie-djo oftewel het Indonesische woord voor groen (hijau) uitgesproken moet worden. Eerst worden verschillende partijen voorgesteld, al kennen ze elkaar al; ze doen het omdat ik erbij zit. Ik zelf word echter niet voorgesteld. Gabriël zegt vandaag niets meer te zeggen, omdat hij commentaar had gehad van een voormalig bestuurslid (Dick) dat hij te veel de leiding naar zich toe zou trekken. Om die reden is Dick toen uit het bestuur van de vereniging gestapt. Ze bespreken het feest dat ze zullen geven in Venlo en bedenken hoe ze elkaar zouden kunnen helpen. Ze besluiten samen te werken door voor elkaar flyers (folders) uit te delen en posters van elkaars feesten op te hangen. Gabriël geeft tussendoor aanwijzingen aan Johannes over hoe hij het gesprek moet leiden. Ook zegt hij dat hij ons pas later had verwacht: “Indo’s zijn altijd te laat. Als we om acht uur afspreken verwacht ik dat jullie er om half negen zijn”.

van IJO te danken. Op maandag tien maart 2003 vergaderen de twee

Indische jongerenverenigingen met elkaar en ik mag de vergadering

bijwonen. Talitha (IJO), Ray en Willem Jan van Darah Ketiga

ontmoet ik op het station van Eindhoven. We rijden met de auto naar

Veldhoven waar we de anderen in het huis van Gabriël zullen

ontmoeten. Tijdens de rit worden er een paar mensen uit de Indische

gemeenschap besproken, onder andere iemand die door Willem Jan

(door iedereen Merah, oftewel ‘rooie’, genoemd) wordt beschreven

als: “die bodoh (domme), die neppe, die eigenlijk Belanda

(Hollander) is, die pinda”.

Als wij eenmaal in Veldhoven aangekomen zijn (het is

inmiddels de tweede keer dat ik hier ben) neem ik de tijd om even

goed rond te kijken. Ray heeft het blijkbaar in de gaten want hij

zegt: “echt Indisch ingericht hè?”. En dat klopt. Op een tafeltje ligt

een platte metalen Garuda, inclusief het opschrift Bhinneka Tunggal

Ika (eenheid in verscheidenheid)’, daarnaast ligt een traditioneel

9

Javaans hoofddeksel van bruine batikstof en er achter staat een

wajang popje. Op een andere tafel staan twee beelden, een man en

een vrouw, die volgens Gabriël niets met Indonesië te maken

9

Dit is een belangrijk basisprincipe binnen de Indonesische staatsideologie Pancasila

Over de datum voor het feest in Venlo zeggen ze: “We denken nu Drank heeft een gewone horecaprijs maar Indisch eten is heel erg

De IJO bestuursleden maken zich zorgen om de prijzen. duur. Volgens Johannes willen jongeren niet zoveel betalen voor eten. Nu dwaalt het gesprek af. Ze hebben het over de spekkoek bij het Indisch Huis en zeggen het asociaal te vinden dat ze daar zulke hoge prijzen vragen. Het gesprek komt weer uit op Venlo en de kosten die de organisatie van het feest met zich meebrengt. Gabriël doet weer het woord. De twee verenigingen spreken af hun plannen op elkaar af te stemmen zodat ze elkaar kunnen ontlasten. Van de werkgroep De Nieuwe Eenheid zeggen ze dat zij uiteindelijk toch zelf het meeste werk doen en er veel mogelijke partners vanzelf afvallen. De ouderenorganisaties zijn volgens hen zelf ook niet goed op de hoogte. Ze maken grapjes over iemand van een ouderenvereniging die zelf meewerkt en op een vergadering vroeg: “Wat is Persatuan Baru?”. Lachend zijn het erover eens dat dat vast met ouderdom te maken heeft. De organisatie waarmee IJO samenwerkt om het feest in Venlo te organiseren, jeugdwerk Venlo, is best streng, wordt er gezegd. Ze willen resultaat zien. De Eindhovenaren leggen uit dat het geen Indische organisatie is, maar dat deze zich juist specifiek op jongeren richt. Er zijn geen dergelijke Indische verenigingen omdat

aan eind april, maar Indo's kennende is het altijd jam karet”.

Ze behandelen vervolgens het gerucht dat de ronde doet over

problemen met Marokkanen in Venlo. Deze zouden feestjes van

Indo’s verpesten, omdat ze “Indische chickies willen versieren”.

Marokkanen komen er dus niet in. “Iedereen heeft een hekel aan

Marokkanen” aldus Gabriël. Ik zie de jongens van Darah Ketiga

sceptisch kijken. “Vol is vol” zegt Johannes spottend en iedereen

lacht. Molukkers die met een Indo mee zijn, komen er wel in. “Als

er Molukkers aan de deur staan is het niet erg. We zijn allemaal

bruin!”. De sfeer is ontspannen en er worden veel grappen gemaakt.

Als oplossing wordt gesteld dat ze aan de deur zullen zeggen dat

alleen leden toegelaten worden en dat het gaat om een “Indisch muziekje op”. Dat zou

cultureel gebeuren”. Daar vinden Marokkanen toch niet leuks aan.

“We zetten gewoon een wajang

vreemdelingen wel af moeten schrikken.

Vervolgens wordt het feest dat Darah Ketiga met behulp van

een paar gevestigde Indische verenigingen in Zoetermeer zal

organiseren besproken. Ze hebben daar van het ICC, het Indisch

Cultureel Centrum een zaal met een capaciteit van zeshonderd man

ter beschikking gesteld gekregen. Er wordt gegrapt over het feit dat

de zaal in een country stijl is ingericht.

“Indo's zelfs niet met hun grootste problemen komen, daar zijn ze op: van ngobrol komt rodol (van geklets komt roddel)”.

elkaar vreemd te gaan”. Merah buigt naar me toe en zegt: “Schrijf Nu volgt er een hilarische uiteenzetting van een bezoek van de Darah Ketiga bestuursleden op een voorlichtingsmiddag over het Gebaar in Bronbeek. De hele Indische gemeenschap was vertegenwoordigd. Erik zegt: “We hielden ons gedeisd, want we wilden toch een beetje hormat (respect) tonen aan de ouderen. Het was moeilijk om heel eerbiedig te blijven, want de middag draaide voor groot gedeelte om gezeur over kleine dingen.” Net toen de jongeren besloten hadden zich onzichtbaar te maken werd er geroepen: “En nu de jongeren!! Zeg iets! Zeg iets!”. Volgens Darah Ketiga verloopt de samenwerking met de oudere Indische partijen moeizaam. Alle ouderenverenigingen hebben hun eigen belangen achter hun acties. Het lijkt alsof ze alleen mee willen werken om te laten zien hoe goed ze zijn. “Maar wat is er uit te samenwerking gekomen in één jaar?” vraagt Erik zich af. Telkens sturen verenigingen andere contactpersonen, die niet goed op de hoogte zijn. Gabriël vraagt: “Moeten we dan harder zijn ten opzichte van ouderenorganisaties?” Ze zijn het erover eens dat dat een ingewikkelde vraag is. “Samenwerking met de één betekent namelijk een ruzie met de andere. Dit komt omdat ze allemaal ruzie met elkaar hebben” zegt Erik.

veel te trots voor”. Gabriël vermeldt er wel bij dat de contactpersoon

in Venlo ook Indisch is. Dit vergemakkelijkt het contact.

Op het feest in Venlo zal er een pencak silat demonstratie

zijn en zullen er verschillende dansgroepen en een rapper optreden.

Voor het feest in Zoetermeer heeft Darah Ketiga hetzelfde idee. Er

wordt nog gezegd dat Jamai, de kersverse winnaar van de

talentenjacht Idols, uitgenodigd moet worden. Hij is tenslotte ook

van Indische afkomst. Ook zouden ze zelf een talentenjacht kunnen

organiseren. De naam werd meteen al bedacht: Indols. Vervolgens

komen alle bekende Indische Nederlanders aan bod, van de dames

van Loïs Lane tot de zanger van Kane. Zelfs buitenlandse acteurs en

zangeressen van Indische afkomst passeren de revue.

Er wordt besproken hoe gasten op het feest gestimuleerd

kunnen worden om te gaan dansen. Gabriël: “Indo’s zijn geplakt

tegen de muur, maar als er een gaat, komt de rest ook wel.”

Aangezien dit feest in de Randstad zal worden gehouden, wordt er

verwacht dat er meer mensen zullen komen. Darah Ketiga: “In het

noorden moeten ze niet zeiken. Het zijn van die sombong figuren,

die vinden een feest onder de rivieren veel te ver”.

Vervolgens worden Indische verenigingen in het algemeen

besproken: “Die oudjes zitten daar alleen maar om allemaal met

Veel Indische ouderen vinden De Nieuwe Eenheid een goed

Nederlands en de andere bestaat uit echte Indo's”. “De tweede generatie snapt niet waarom wij in het Indische geïnteresseerd zijn en vragen ons verontwaardigd waar doen jullie het voor? Het gaat om het gevoel van eenheid, het is het gevoel dat ons bindt. Maar wat komt er na het samen zijn? Het doel is tot nu toe het samenbrengen van Indische mensen maar wat gebeurt er daarna?”, vraagt Ray. Volgens Erik is het doel “dat de generatie na ons niet meer zo hoeft te netwerken. Ten minste als wij kunnen voorkomen dat wij net zo worden als oudere Indische mensen, want zij hadden eigenlijk voor ons moeten netwerken”. De conclusie is dat er drie heel verschillende generaties zijn. De maatschappelijke omstandigheden zijn anders toen en nu. Veel Indo’s van de tweede generatie vochten allemaal, stellen ze. “Het zijn van die stoere Indo’s. Tja, ik hoef niet op de vuist om mijn punt te maken” zegt Gabriël. “In feite zijn Marokkanen nu wat Indo's toen waren”. De vergadering was erg gezellig en ondanks het feit dat ik de gelegenheid kreeg wat vragen te stellen, bleef ik naderhand met heel wat vraagtekens zitten. Hoe groot is bijvoorbeeld de motivatie van deze bestuursleden om zich voor de Indische cultuur in te zetten? Misschien dat het volledige DK bestuur meer duidelijkheid kon bieden.

initiatief en zeggen enthousiast: “Jullie moeten jongeren trekken!”.

Erik denkt dan vaak: “Jullie zijn toch de ouders!”. Hetzelfde gebeurt

er met de werkgroep: Darah Ketiga moet de kar trekken. Darah

Ketiga moet een plan van aanpak maken. Het Indisch Huis heeft

voor De Nieuwe Eenheid expertise aangeboden “Wat is dat? Ze

moeten met geld, een locatie of spullen hun steun laten zien. Soms

bellen mensen ons om hun hulp aan te bieden. Het komt doordat het

ICC iets aanbood dat de andere aanwezigen zich ook geroepen

voelden om iets aan te bieden”.

Ook het dragen van Indonesische vlaggetjes worden

besproken. “Vlaggetjes willen we niet” zegt Erik “want dat vinden

andere leden niet fijn. Veel Indo’s begrijpen pas hoe het echt zit

nadat wij het hebben uitgelegd en dragen daarom nu geen roodwitte

vlag meer”. Het is soms verwarrend omdat veel Indonesiërs niet

weten wat in Nederland de betekenis van het woord Indo is.

“Ouderen kun je niet meer vertellen wat ze moeten

veranderen. Jongeren wel, zij hebben alleen een kennistekort.

Indische 30-plussers, hen boeit het helemaal niet. Er is echt een

generatiegat. Het zijn boeren eigenlijk” zegt Erik. “Die zijn er onder

de derde generatie ook zo veel” reageert Merah. “Er zijn eigenlijk

twee groepen binnen de derde generatie; de ene is helemaal

Zo kwam het dat ik mee ging naar Hengelo. Om kwart voor vlag zouden doen”.

op onze kleding te dragen, net zoals we dat nooit met een Japanse Eenmaal aangekomen bij het Expocenter in Hengelo, zien we al snel een folder liggen van Nasidjo; de Indische jongerenvereniging Overijssel. Even later blijkt ook dat de stands van de beide jongerenverenigingen naast elkaar staan. Geschrokken door de hippe, knalgroene stand van de Twentse buren, springen de heren van DK in de auto (Nederlandse rap staat aan) om in de stad snel nog even wat rode en zwarte doeken aan te schaffen. Een strakke en opvallende stand is het resultaat. De eerste reactie is van de buurman, een oudere man van een stichting voor kampslachtoffers; “Zijn jullie een vechtclub?”. Terwijl de Indonesische rap keihard wordt aangezet, gluren de leden van DK af en toe met een soort nieuwsgierige vijandigheid naar de ‘groene’ buren. Even later komt Ruud Hoemakers, van de stichting Indische Kumpulan Besar, de twee organisaties aan elkaar voorstellen. Hij blijkt de initiatiefnemer van Nasidjo en vertelt me op een verwarrende, maar ook vermakelijke manier de ontstaansgeschiedenis van de jongerenorganisatie. Als bekende in de Indische gemeenschap vindt hij het erg belangrijk dat ook jongeren iets doen met hun Indische identiteit. Ondanks het feit dat veel Indische mensen “exceptioneel lange tenen” hebben en het “altijd

acht ‘s ochtends in de trein blikt Merah vooruit op de Pasar Malam

Twente waar we naartoe op weg zijn. Dit is de eerste keer dat Darah

Ketiga een eigen stand heeft op een Pasar Malam. Doordat ze sinds

hun oprichting veel naamsbekendheid hebben gekregen, krijgen ze

van sommige organisatoren gratis stands aangeboden. De vraag is nu

hoe andere organisaties en bezoekers van deze avondmarkt zullen

reageren op de aanwezigheid van de jongerenvereniging. Vaak is er

kritiek van de tweede generatie op datgene wat DK doet, “gezeik”

zoals Merah het noemt. Een andere belangrijke vraag is wie van de

bestuursleden er te laat gaan komen; Indo’s zijn immers nooit op

tijd, zo luidt het cliché. In dit geval bleek het te kloppen aangezien

de laatste vier bestuursleden (Erik, Quincy, Fontessa en Pitty) pas

een uur na de afgesproken tijd aanwezig waren.

Merah legt me uit waarom het belangrijk is dat DK bestaat:

“Je Indisch voelen is à la, maar je hebt elkaar nodig om je culturele

identiteit te vormen. Daarom is ons motto ook Persatuan – eenheid.

We willen niet als een groot blok tegen iets anders bestaan, maar

juist samen eenheid van gedachten delen”. DK speelt in op trends en

richt zich op een jong en hip publiek. “Daarnaast vinden we dat wij

consequent met het verleden moeten zijn en respect voor onze

grootouders moeten tonen door geen roodwitte vlaggen of Garuda’s

met elkaar oneens zijn”, wil hij dat de Indische organisaties een

mannen van middelbare leeftijd die niet goed lijken te snappen waarom er een Indische jongerenvereniging zou moeten zijn, krijgen van Merah dan ook uitgebreide uitleg. Het is duidelijk dat hij lichtelijk is aangedaan door het feit dat een van de mannen zegt het niet aan Merah te kunnen zien dat hij van Indische afkomst is. “Ik merk dat ik een beetje kriebelig word” zegt hij dan ook, terwijl hij opstaat om de mannen te woord staan. Maar het is niet alleen maar negatieve kritiek die DK krijgt. Er komt ook nog een oudere Indische heer langs die zegt de e-mails van Erik te ontvangen en naar aanleiding daarvan jongeren aan te spreken op hun “foutief” gebruik van de roodwitte vlag en de Indonesische Garuda. De sfeer op de pasar is gemoedelijk. De ruimte is niet erg groot. Er is een hal waarin Indonesische goederen maar ook huishoudelijke artikelen gekocht kunnen worden, waar het grote podium is waar de zangeressen optreden en de modeshows zijn en waar natuurlijk Indisch gegeten kan worden. In een kleinere hal ernaast zijn de meer informatieve stands, zoals die van het Indisch Huis en van de twee jongerenverenigingen. Hier is een wat kleiner podium waar dangdut en Hawaïaanse muziek te horen is. Vlak naast de ingang is de stand van Vic Phefferkorn, de ontwerper van de Indo Melati vlag. Als we even stilstaan om zijn koopwaar te bekijken,

eenheid vormen. In Twente is er blijkbaar animo voor een Indische

jongerenvereniging, want op de eerste dag van de Pasar Malam had

Nasidjo al 70 reacties van mensen die mee willen doen, de helft

daarvan zou zelfs willen mee helpen om activiteiten te organiseren.

De heer Hoemakers vindt dit een goede ontwikkeling, want Indische

Nederlanders zijn bijna “stiekem geassimileerd”. Waarom de

organisatie Nasidjo heet? “Nou” zegt hij “nasi kuning (gele rijst)

kennen we allemaal, en als je dat lang laat staan, wordt het groen

(hijau) en loopt het vanzelf weg!”. Vaya, een van de bestuursleden

van Nasidjo heeft echter een betere uitleg: “Nasi, dat kent iedereen;

het is Indisch en ook iets van vroeger. Idjo is groen en fris. Nasidjo

is dus de combinatie van oud en nieuw!”.

Door deze nadruk op de groene kleur begin ik af te vragen

waarom DK eigenlijk heeft gekozen voor de kleuren rood en zwart.

“Rood staat voor darah (bloed) en zwart is gewoon een stoere leeftijd naam voorbij die

modekleur voor jongeren” legt een van bestuursleden uit. Even later

komt jullie even de

er

een

vrouw van

middelbare

verontwaardigd uitroept “Zijn jullie Indische jongens? Niet

Indonesische jongens?! Dan moeten

veranderen!”. Zoals Merah al had aangegeven, wordt dit initiatief

van de jongeren niet altijd even enthousiast ontvangen. Twee

begint hij ons de betekenis van de vlag uit te leggen. Met de Marvin Soekarman, spreken.

opgeheven, maar ik wilde toch graag een van de initiatiefnemers, Het is vrijdagochtend en Marvin belt me om een tijd en plaats voor onze afspraak diezelfde middag af te spreken. Hij zegt me nog iemand mee te zullen nemen, een “maat” van hem. Later als we allebei onderweg zijn naar het Leidseplein, waar wij hebben afgesproken, zegt hij over de telefoon met een paar vrienden te komen. Ik ben erg benieuwd of er straks een hele groep Indo’s voor me zal staan. Eenmaal aangekomen in Grandcafé de Heineken Hoek blijkt dat alleen Marvin aan het gesprek zal deelnemen, zijn vrienden (drie Indo’s) blijven buiten op hem wachten. Al bellend (met een oordopje) komt Marvin binnen. Voordat we ophangen vraagt hij of hij binnen wel kretek mag roken. We schudden elkaar de hand en Marvin pakt er een asbak bij. Zodra ik Marvin vraag in welk jaar de Kilat Crew is opgericht, begint hij uitgebreid de hele geschiedenis van de vereniging te vertellen. Het begon allemaal met Indo Melati, een organisatie die zo’n twee jaar geleden via Internet in het leven is geroepen. Al snel hadden ze officieel zo’n 50 leden, maar er waren nog meer Indische jongeren die op de website aan discussies meededen. Marvin zelf had in die tijd behoefte zijn Indische wortels te verkennen en ging via Internet op zoek. Daar zag hij snel genoeg

prachtigste woorden en gevoel voor drama vertelt hij ons dat vooral

de bloem, de melati belangrijk is, omdat dit het symbool voor de

vrouw is. De Indo Melati vlag is erg populair onder jongeren en staat

dan ook op een prominente plaats op de website van DK.

De bestuursleden lopen af en toe een rondje over de markt

om wat flyers uit de delen. Ze genieten natuurlijk ook van al het

Indonesische eten. Pitty is nieuw als bestuurslid van DK en zegt zich

zeer vereerd te voelen om erbij te mogen zijn. Ze lijkt echt te

genieten van haar saté kambing en van de dangdut muziek die te

horen is. Genieten deden de heren ook, maar dan van een paar

Hawaïaanse danseressen die het optreden van een paar oudere heren

verlevigden met hun wiegende heupen. Omgeven door Indische

mensen, getokkel van de ukelele en de geur van kretek (Indonesische

kruidnagelsigaretten), zegt Merah: “Ik voel me hier echt thuis zo, jij

niet?”. Ik kan het niet ontkennen.

Kilat Crew

Deze groep gaf op een andere manier invulling aan de Indische

identiteit. Het dragen van de Indonesische vlag was voor hen wel

een symbool van het Indische. Inmiddels is de vereniging

dat een heleboel Indo’s contact met elkaar hadden, en niet alleen op hem zeggen, terwijl ik heel hard mijn best doen om niet mee te luisteren. Hij vertelt verder. “De meetings van Kilat verschilden niet

“Hoeveel tijd heb je nog? oh habis (je hebt geen tijd meer)” hoor ik

het Internet. Ze bezochten samen ‘meetings’ zoals de Megafestatie

in Utrecht en verschillende Pasar Malams over het hele land. “Wij

Indo’s droegen roodwitte vlaggen op hun kleding. Dat gaf echt een

bangsa gevoel (dat je één volk bent)”.

veel van die van Indo Melati. We gingen een paar keer met een groep van zo'n 20 man in Utrecht de stad in en paradeerden daar als Indo's door de straten. We hadden de vlag erbij en we vonden het ook heel belangrijk om foto's te maken. We wilden gezien worden. De ene keer ging het goed en verliep het rustig en de andere keer was er wat mot met een groep Molukkers die er achter waren gekomen dat wij die dag in Utrecht waren”. Marvin steekt nog een kretekje op en zegt: “Toen begon ik wel te twijfelen en dacht ik: ‘waar gaat het heen?’”. Een van de laatste bijeenkomsten die Kilat nog heeft meegemaakt was in Amsterdam waar Indo’s samen met Molukse jongeren door de stad liepen. Ze waren met een groep van vijfenveertig jongeren en droegen zowel een Indonesische als een Molukse vlag met zich mee. “Dat was echt mooi. Dat gaf echt een mooi, bangsa gevoel”. Marvin werd in die tijd aangezien als leider van de groep. Hij droeg zijn achternaam Soekarman met trots op zijn rug, totdat hij op een dag in België op een techno feest herkend en bedreigd werd.

De leden van Indo Melati werden door veel Molukkers vies

aangekeken als ze ergens kwamen. De Indo’s droegen de roodwitte

vlag bij zich en beseften niet waarom deze vlag vijandigheid van

Molukse kant uitlokte. “We gingen gewoon door en snapten niet wat

de betekenis van RMS was”.

Omdat Indo Melati te groot en onpersoonlijk werd, besloot

Marvin met zes anderen uit Amsterdam de Kilat Crew op te richten.

“We noemden onszelf zo, want kilat betekent bliksem en crew is

gewoon stoer, natuurlijk”. Ze gingen samen uit en hadden goed

contact met elkaar. “Nog altijd droegen we de roodwitte vlag en de

Garuda met trots”. Waarom die vlag? “Nou weet je, je gaat naar de

Pasar Malam en daar zie je de vlag. Het is je trots. Dan denk je: dat

heeft iets met mij te maken. Dan heb je wat”.

Bijna twintig minuten zijn verstreken als een van Marvin’s

vrienden binnen komt om te vragen hoe lang het nog duurt. Marvin

stuurt hem weg, maar belt hem een paar minuten later op. Hij zegt

nog wel even bezig te zijn en raadt de jongens aan de stad in te gaan.

Toen kwam er een keerpunt. Goede vrienden die niet bij deze expres zo gedaan. “Ik wilde niet dat er een meisje geslagen zou worden. Bij Indo Melati zaten namelijk wel meisjes, al waren de

De Kilat Crew bestond alleen uit jongens en dat had Marvin

groepjes zaten waarschuwden hem. “Ze zeiden: Marvin kijk uit man,

straks loopt het nog slecht met je af”. Ook kwam hij toen in contact stoerder zijn qua imago en sneller op de vuist willen gaan”.

met Merah van Darah Ketiga. “Hij vertelde me dat je de roodwitte

jongens in de meerderheid. Dat komt waarschijnlijk omdat jongens Wat Indisch nou precies is, vindt ook Marvin moeilijk onder woorden te brengen. “Het is een soort van gevoel, ik kan het bijna niet uitleggen. De cultuur is niet-Nederlands en niet Indonesisch, maar iets daartussenin. De meeste van ons zijn niets anders gewend dan Nederland, maar hebben toch dat Indische gevoel”. Indische Nederlanders zijn soms te goed geïntegreerd, volgens Marvin. “Ze vergeten dat ze Indisch zijn. Je zou ze dan wel willen vragen: willen jullie er niet meer over weten?” Marvin zegt het goed kunnen vinden “met bijna elk ras”. Hij heeft goede Indonesische vrienden, waarmee hij zeker een gevoel van gemeenschappelijkheid heeft. Zij praten, net zoals hij, Indonesisch en Nederlands door elkaar heen. Ook heeft hij contact met Molukse jongeren. Toen hij de geschiedenis eenmaal beter begreep, was het rustig tussen Molukkers en hem. “Ze doen er niet moeilijk over. Alleen de harde kern wil het niet weten en blijft ons Indo's niet begrijpen”. Marokkaanse vrienden heeft hij niet. “Marokkanen (hij kijkt even om zich heen) hebben het niet zo op

vlag beter niet kan dragen, omdat deze voor veel Indische mensen

een nare bijsmaak heeft”. Ook maakte Marvin kennis met het

Indisch Huis en ging hij naar Waalwijk, toen daar gesproken werd

over De Nieuwe Eenheid. Hier heeft Marvin veel van opgestoken; zo

draagt hij vandaag geen rood-witte vlaggetjes meer op zijn kleding.

Ook is de Kilat Crew opgeheven.

Marvin zegt het wel moeilijk te vinden dat er geen passend

symbool is voor het Indo zijn. Er is de Indo Melati vlag, gemaakt

door Vic Phefferkorn, maar dit was al snel het logo van de Indo

Melati groep geworden. Daardoor werd het volgens Marvin moeilijk

om de vlag puur als symbool voor het Indo-zijn te dragen.

Soms waren er problemen met Marokkaanse jongeren,

“omdat die iets te zeggen hadden over de manier waarop Indo’s er

uitzien”. De Indo’s waren erg herkenbaar door hun kapsel (“zo’n

Dragonball kapsel, weetje”) en hun “klederdracht”. Als een

Marokkaan dan een opmerking maakte over het haar van een Indo,

was er meteen mot.

ons”. Met andere, Aziatische Nederlanders voelt Marvin zich wel Wellicht ligt de verklaring achter dit mannelijke discours in het feit dat het totale gezelschap tot voor kort slechts een vrouw telde, namelijk Talitha. Zijn jongens dan ook meer geïnteresseerd in het

verbonden. “Dan deel je toch dat Aziatische gevoel, dat is minder

sterk dan het Indische gevoel maar toch”.

Indische? Nee, volgens de bestuursleden ligt het niet zozeer aan interesse als wel aan de behoefte van mannen om zich in groepsverband te bewegen. Jongens voelen zich stoer in een groep en zoals blijkt uit het verhaal van Marvin zullen jongens sneller met elkaar op de vuist gaan. Ook Gabriël duidt daarop als hij het over de stoere Indo’s van de tweede generatie heeft. Onderzoeker De Boer-Lasschuyt vermeldde al in 1960 gevechten tussen Indo’s en volbloed Hollanders in Den Haag (1960:24-25). In drie generaties zijn er Indische vechterbazen. Zelfs de jongeren die dit ten zeerste afkeuren krijgen wel eens met vijandigheid te maken. Op de Pasar Malam Besar raakte Erik van DK bijna slaags met een andere Indo. Zowel Erik als de andere bestuursleden waren zichtbaar aangedaan door het incident. Molukkers en Indo’s voelen zich steeds meer met elkaar verbonden, zoals ook bleek uit het verhaal van Marvin. Ondanks het feit dat Molukkers door de overheid als allochtonen beschouwd worden en meer financiële middelen tot hun beschikking krijgen voor hun cultuuruitingen, zijn de Indo’s niet afgunstig. Er is respect.

Eenheid in verscheidenheid? Tijdens mijn ontmoetingen met de verschillende verenigingen

kwamen sommige onderwerpen telkens terug; opvallend zijn de

opmerkingen in de trant van “dat is typisch Indisch”. Zo hebben

Indo’s nooit geld, zijn ze altijd te laat en staan ze tegen de muur

geplakt als er gedanst moet worden. Dergelijke uitingen zijn

afkomstig van Gabriël, die etniciteit als reden voor deze negatieve

eigenschappen aandraagt. Toch lijkt hij zelf deze eigenschappen niet

te bezitten, hij verontschuldigt dus niet zichzelf. De Vries stelt:

“Ethnicity can thus come to serve as an explanation for less pleasant

or difficult behaviour, making it acceptable and more or less

excusing the person in question” (2000:39).

Een Indo is een man. Dit concludeer ik althans uit de

conversaties die ik heb bijgewoond; het afwachtend aan de kant

staan op feestjes is (naar mijn mening) eerder een kenmerk van

mannen dan van Indische mensen in zijn algemeenheid. De omgang

tussen Indo’s en Molukkers wordt als broederlijk beschreven en ook

zouden Indo’s met hun blonde vriendin naar de Pasar Malam komen.

Daarom zijn ook Molukkers welkom op Indo jongeren feesten. Door

Ondanks de conflicten tussen de verschillende generaties heeft DK zoals eerder gezegd veel respect voor oudere Indische mensen. Marilyn Halter schrijft hierover: “An important element of a renewed ethnic consciousness can be the revelations of the hardships and indignities that one’s ancestors may have suffered” (2000:87-88). De nadruk van Darah Ketiga op het niet dragen van de Indonesische vlag kan verklaard worden als een uiting daarvan. In dit hoofdstuk heb ik de Indische jongerenverenigingen in kaart gebracht, met als voornaamste doel om te laten zien dat ze wel degelijk bestaan en van zich laten horen. Ik heb een eerste indruk gegeven van de doelstellingen en de populariteit van de verenigingen. Ook werd duidelijk dat Indische identiteit telkens op een andere manier wordt gedefinieerd. Het is afhankelijk van de ‘Ander’, hoe Indo’s zichzelf omschrijven. Het volgende hoofdstuk zal dieper ingaan op de manier waarop in de jongeren invulling geven aan hun Indische etniciteit.

hun band met de Molukse gemeenschap, zijn de oprichters van DK

ook des te meer gedreven om Indische jongeren de betekenis van de

Indonesische vlag uit te leggen.

Indische jongeren definiëren, net zoals ieder mens, hun

identiteit telkens anders ten opzichte van verschillende mansen.

Indo’s zijn solidair met Molukkers, voornamelijk als ze tegenover

een groep Marokkanen staan. Datgene wat ze gemeen hebben is dan

belangrijker. De manier waarop Indische jongeren naar andere

etnische groepen kijken, zal ik in Hoofdstuk 2 verder behandelen.

Binnen de eigen Indische groep hebben de jongeren te maken

met Indische ouderen. Ze zijn allemaal Indisch. Toch hebben de

jongeren een ander idee over Indische identiteit. Er is een

generatiekloof. Ze vinden de manier waarop ouderenorganisaties

invulling geven aan het Indische, oubollig en onaantrekkelijk voor

jongeren. Dat willen de jongerenverenigingen dus anders aanpakken.

Door samen te werken met de ouderen willen ze echter ook een

eenheid creëren, maar dat verloopt moeizaam. Terwijl de ouderen

van de jongeren verwachten dat zij de kar zullen trekken, vragen de

jongeren zich af waarom de eerste en tweede generaties de Indische

cultuur niet hebben overgedragen.

Hoofdstuk 2 “Indisch is iemand met voorvaderen uit Nederlands-Indië, een mengeling van het Indonesische met het Nederlandse” zegt Erik van Darah Ketiga. Ook Talitha wijst op haar afkomst: “Indisch? Zo ben ik geboren”. Volgens deze omschrijvingen wordt iemand dus Indisch geboren. Indische identiteit is een primordial attachment voor deze jongeren; iets wat ze vanaf hun geboorte tot aan hun dood met zich meedragen. Belangrijk is wel dat in de gedachtegang van de bestuursleden de wortels van een Indo in Nederlands-Indië liggen en niet in het Indonesië van vandaag. Een kind dat anno 2003 geboren wordt uit een Indonesische vader en een Nederlandse moeder, die beide geen wortels in Indië hebben, is dus geen Indo. Merah, Pitty en Quincy noemen naast afkomst ook de Indische cultuur: “Indisch in je doen en laten” (Merah) en “Eigenlijk moet je het zien als een samenvatting van het leven van die persoon; dus de manier van klederdracht, de manier waarop diegene zich gedraagt, de manier van eten, de beleefdheidsvormen en de wijze van denken, dat soort dingen (Quincy). Indische identiteit is dus zowel primordiaal als cultureel bepaald. Pitty denkt hardop en zegt: “Tja, wat is Indisch? Het is iets persoonlijks. Het zit gewoon van binnen. Het is een gevoel dat je toch een beetje

Indisch, van top tot teen

“Oh krijgen we die vraag weer” zucht Gabriël (bestuurslid van IJO)

als ik hem vraag wat hij bedoelt als hij zegt dat hij Indisch is. Deze

vraag is hem al vele malen gesteld. Hoe het komt dat deze vraag

telkens gesteld wordt, is veelzeggend; er is erg veel onwetendheid

over Indische Nederlanders, ook onder Indische mensen zelf.

In dit hoofdstuk zijn de bestuursleden aan het woord. Als

vertegenwoordigers van Indische jongerenverenigingen worden ze

vaak geconfronteerd met de vraag ‘wat dat Indische toch is’. Ze

denken er over na en praten erover. Ook met elkaar. De volgorde

van de onderwerpen in dit hoofdstuk is gebaseerd op de opbouw van

mijn vragenlijst.10 Soms heb ik, waar dat logischer was,

onderwerpen in de tekst verschoven.

Interessant is de manier waarop alle Indo’s naar hun afkomst

wijzen als naar hun etnische identiteit wordt gevraagd. De jongeren

die hier aan het woord komen, hebben zichzelf afgevraagd wat hun

Indische identiteit eigenlijk inhoudt en worden, net zoals Gabriël

continu van buitenaf met die vraag geconfronteerd. Allemaal

drukken ze hun Indische identiteit uit in termen van afkomst.

10

zie bijlage

onderscheidt. Je bent eigenlijk een Nederlander plus. De van een etnische groep voelen een intuïtieve band met elkaar.

primordialiteitstheorie leggen etniciteit uit als een sentiment; leden Instrumentalisten staan lijnrecht tegenover deze benadering. Zij zien etniciteit juist als een strategisch instrument (Eriksen 1993:55). Voor de Indische jongerenorganisaties is de primordiale benadering van etniciteit gunstig. Dit wordt ook wel “the paradox of constructed primordialism” genoemd (Appadurai 1996:28). Door etnische identiteit als onontkoombaar te zien kunnen ook anderen met Indische voorouders aangesproken worden op hun Indo-zijn. Het verwijzen naar afkomst versterkt de legitimiteit van deze etnische identiteit. Volgens Abner Cohen gebruiken de leiders van bepaalde groepen “primordial symbols in their political strategy” (geciteerd in Eriksen 1993:92). Door etniciteit als primordiaal te zien, kunnen organisaties mensen met een Indische afkomst aansporen zich te verdiepen in de Indische cultuur, die immers in iedere Indo verborgen ligt. Ook heeft iedere nieuwe generatie in deze benadering het recht om haar culturele erfgoed te claimen. Het in het vorige hoofdstuk genoemde citaat van Vic Phefferkorn is hier een voorbeeld van. De boodschap is duidelijk: Iedereen met Indisch bloed, moet werk maken van de Indische cultuur.

dingen aan de buitenkant, zoals de Pasar Malam, zijn een

gevolg van wat er van binnen zit. Ik ben er nog niet helemaal

over uit of je alleen Indisch bent als je er mee bent

opgegroeid of dat je er ook mee geboren kan worden en dan

later op zoek kan gaan naar jezelf. Je bent toch Indo qua

afkomst; dat is de buitenkant, de binnenkant en het bloed”.

Indische identiteit is mijns inziens cultureel bepaald. Het is geen

biologisch geven om Indisch te zijn. De mythe van een gedeelde

afkomst is wel belangrijk voor het bestaan van een etnische groep. In

de belevingswereld van jonge Indo’s is het echter niet mogelijk om

zonder Indische voorouders Indisch te worden, al doe je daarvoor

nog zo je best. Zo hoorde ik het gesprek van een jongen en een

meisje bij het verlaten van een Santai party. De jongen zag er uit als

een Indo; zijn kleding en zijn kapsel voldeden aan alle

‘voorwaarden’.11 Met verontschuldiging in zijn stem zei hij: “Sorry,

ik ben niet Indisch. Ik ben half Syrisch en ik geloof dat mijn

voorouders Grieks waren”.

Door de nadruk op bloedbanden en afkomst in de dagelijkse

discours over etniciteit, wordt het belang van opvoeding en

cultuuroverdracht vaak gebagatelliseerd. Aanhangers van de

11

Zie Hoofdstuk 3

Waaruit bestaat dit culturele erfgoed volgens de Indische en worden hierdoor verward met primordiale eigenschappen. Talitha

om zich nu nog van deze gewoontes los te maken. Sommige Indische gebruiken zijn inherent aan hun persoonlijkheid geworden vertelde hoe ze telkens van haar grootouders te horen kreeg dat ze Indo is, dit heeft mede bijgedragen aan haar sterke Indische identiteit. Quincy en Erik wijzen allebei op een verschil in opvoeding door hun Indische moeder en hun Nederlandse vader. “Als ik alleen met mijn moeder was, dan golden er andere regels; de Indische. Dat is wel typerend. Het Indische is wat losser en het Nederlandse is wat strikter. Mijn vader zou sneller zeggen “Doe normaal!”. Mijn moeder is wat losser. Dat zie ik meer als het Indisch zijn” (Quincy). Over het algemeen zien de bestuursleden het Indische als iets positiefs. De Indische cultuur is voor hen een goede tegenhanger van het snelle en strakke Hollandse. Dat Indische mensen minder streng zijn dan Nederlanders is een van de veelvoorkomende associaties met de Indische cultuur. De ‘eigen’ cultuur wordt binnen de diaspora tot een mythe verheven. Al zijn er uitzonderingen13, meestal komen positieve aspecten symbool te staan voor de cultuur in zijn totaliteit. Er bestaan erg veel clichés over de Indische identiteit en de meeste bestaan niet voor niets. Net
13

jongerenverenigingen?

Indisch zijn betekent voor iedereen iets anders. “Voor de een

is het een gevoel en voor de andere is het een manier van doen, het

eten enzovoorts” stelt Quincy. Het Indische is dus niet omlijnd;

eenieder kan er zijn of haar eigen invulling aan geven. Toch noemen

de geïnterviewden bepaalde gewoontes ‘typisch’ Indisch, zoals de

Indische manier van gebaren dat iemand naar je toe moet komen,12

het roken of alleen al het ruiken van kretek, maar ook “dat je veel

rijst eet en dat je heel gastvrij bent (dat kan een Nederlander

natuurlijk ook zijn)” (Fontessa). Ook saté, lekker eten en het

bezoeken van Pasar Malams wordt genoemd. Talitha noemt “met je

linkerhand je billen afvegen, met je linkerhand cebok. En bijgeloof;

dat je bij een nieuw huis water in alle hoeken spritst, voor de

geesten. Dat zou ik ook zeker doen als ik in een nieuw huis zou gaan

wonen”.

De meeste gebruiken kregen ze van thuis mee. Het was niet

zo van: “Ik ben Indisch dus ik moet dat doen” (Fontessa). “Het ging

gewoon vanzelf, ook qua beleefdheid en waarden en normen”

(Quincy). Cultuur heeft door de opvoeding een primordiale waarde

gekregen. Al zouden ze het willen, het zou moeilijk zijn voor hen

12

Namelijk door van je af te wenken in plaats van naar je toe (Merah).

Zie Gabriel in Hoofdstuk 1

zoals Esther Daniels (1995:108) stel ik vast dat in gesprekken over is. Het is een beetje overgeïntegreerd. Het is de norm geworden.

wel jammer dat het Indische eten zo gewoon is geworden in Nederland. Iedereen haalt het bij de Chinees, alsof het de frietboer Mensen denken er niet over na dat het Indisch eten is en dat het een stukje van een cultuur is die niet meer bestaat”. Niet alleen Indo’s houden dus van de Indische kookkunst. Toch is Indisch koken en eten een manier waarop Indo’s hun Indische identiteit uiten. Marilyn Halter, auteur van Shopping for Identity stelt: “Nothing is more universal as an expression of ethnicity, or more accesible than food. For many, eating ethnic dishes may be the only way that they manifest their cultural backgrounds” (Halter 2000:106). Onderzoek van derde generatie immigranten in de VS heeft aangetoond dat eten, met name het koken voor feestelijke gelegenheden de meest zichtbare etniciteitmarker is (Alba 1990:86). Nus, bestuurslid van IJO, lijkt zijn Indonesische wortels te willen bevestigen met zijn eetpatroon: “Ik eet liever nasi dan aardappelen. Ik ben een echte rijstvreter geworden. Ik pas me aan. Als het om Indisch eten gaat... Ik hou ervan om me vol te vreten op de Pasar. Sinds kort eet ik alleen maar Indisch. Hollands eten is er niet meer bij”. Niet alleen het eten is belangrijk, maar vooral ook de gezelligheid die het gezamenlijk koken en eten met zich meebrengt.

Indische identiteit de eetcultuur en de gastvrijheid als eerste

genoemd worden. Over de waarheid van deze etnische stereotypen

wordt binnen het Darah Ketiga bestuur geregeld gesproken. Pitty:

“We hebben er als bestuursleden van DK wel eens discussies

over of Indische mensen ook andere normen en waarden

hebben. Volgens mij hebben Indo's meer respect voor

ouderen, zijn ze eerder stil dan brutaal, spreken ze vaker met

twee woorden, zijn ze gastvrij, netjes en beleefd. Tot nu toe

klopt dat beeld van Indo’s voor mij. Het is natuurlijk een

vooronderstelling, maar er zijn altijd uitzonderingen op de

regel. Een Nederlander met een goede opvoeding kan zich

ook zo gedragen”.

De Indische cultuur is moeilijk te grijpen, vooral omdat vaak geldt

dat bepaalde gewoontes ook voor niet-Indo’s heel normaal kunnen

zijn. Naast gastvrijheid, hoort ook het Indische eten tot die moeilijk

te plaatsen categorie.

Indisch eten

Iedereen noemt het Indische eten als kenmerk van Indische

identiteit. “Als het eten niet betrokken zou zijn bij de cultuur, zou

voor mij de helft al wegvallen” zegt Gabriël lachend. “Ik vind het

Fontessa vertelt: “Ik ben er nu zelf wel mee bezig (met haar Indische zijn stil, houden zich op de vlakte en doen dingen samen. Indische mensen zijn stil geworden na hun komst naar Nederland. ‘Pas je zo snel mogelijk aan’, kregen ze van alle

vandaag. Nederlanders zijn individualistisch. Indische mensen

identiteit, AAB), omdat ik zag dat het heel gezellig was met de

familie bij Indische vriendinnen, zoals bij Pitty thuis. Als ik daar

middenin kwam te zitten, was het altijd heel gezellig en dacht ik

“nou dat is wel heel erg leuk”. In zijn onderzoek naar de

kanten te horen. Het stil zijn zat al in hun bloed. Indische mensen hebben honderden jaren tussen wal en schip gezeten. Het Indische is bijna te lief en te zacht. Nederland is hard en materialistisch. Indische mensen moesten zich aanpassen en in het Nederlandse gareel lopen. Het lijkt me beter dat het Indische geen invloed heeft in je maatschappelijk denken. Het Indische moet beschermd worden door een duidelijke scheidslijn te maken tussen wat Nederlands en wat Indisch is”. Ook Ray heeft een dergelijke tweedeling tussen zijn Nederlandse en Indische kant: “Verstandelijk ben ik een Nederlander. Ik denk Nederlands, vooral op schoolgebied. Ik heb een Hollandse mond, maar mijn hart is toch Indisch. In deze maatschappij is het noodzakelijk om Nederlands te denken. Als je Indisch bent, ben je gezegend met twee dingen. Je hebt dat warmere. Ik ben een exotische Nederlander; ik wil net niet zeggen dat ik een Bounty ben, maar toch”.

ontwikkeling van etnisch fastfood legt Warren Belasco uit dat

“oftentimes ethnic eating revolves around ritual and ceremony,

activities that further the semblance of community among those In deze hoogtijdagen van

overwhelmed by the displacement and transitory nature of

modernity”

(Halter

2000:

11).

individualisme zoeken mensen naar saamhorigheid; samen koken en

eten brengt een gemeenschapsgevoel tot stand.

Indisch hart, Hollands hoofd

Naast het eten en de gezelligheid wordt ook vaak gezegd dat

Indische mensen lief zijn, tè lief zelfs voor de individualistische

Nederlandse maatschappij. Het Indische past dan ook niet goed in de

Nederlandse samenleving, vinden sommige bestuursleden. Daarom

houden ze het Indische van het Nederlandse gescheiden. Merah:

“Indisch zijn in de Nederlandse maatschappij is onmogelijk, dat

gaat niet. Indisch zijn zit vast aan de maatschappij in Nederlands-

Indië en dat past niet in de Nederlandse maatschappij van

Het aanbrengen van deze scheiding tussen het Hollandse en het bestaat er duidelijk een stereotype beeld van de Indo; een kenmerk daarvan is de bruine huidskleur. Deze voorstelling van Indo’s bestaat niet alleen onder Hollandse mensen, maar ook onder Indo’s zelf, zoals wel blijkt uit veel opmerkingen in deze scriptie.

haar is net zo welkom bij Darah Ketiga als een donkere Indo. Toch

Indische, komt ook terug in ‘Ons is nooit wat gevraagd’ de

doctoraalscriptie van Esther Daniëls. Zij bespreekt de “tegenstelling

tussen aloes en kasar die voor Indische Nederlanders vaak parallel

liep met de kloof tussen de Indische binnenwereld van het gezin en

de Hollandse buitenwereld van school en carrière” (1995:107). beleefdheid,

Met name voor de perceptie van Indo’s in Nederland zijn huidskleur en uiterlijk de kenmerken waardoor ze als anders gezien worden. Al zeggen de verenigingen allemaal − zeer politiek correct − dat huidskleur geen rol speelt, ik zet daar mijn vraagtekens bij. Aan de hand van opmerkingen van Nus en Marah zal ik mijn kritiek toelichten. Nus ziet er erg herkenbaar anders uit dan de gemiddelde Nederlander; zijn bruine huid en zwarte haar passen in het clichébeeld van het Indische uiterlijk. Hij is opgevoed door Nederlandse pleegouders die hem “niet op een Indische manier” hebben grootgebracht. Zoals gezegd wordt hij op straat begroet door Indische mensen en ook op zijn werk heeft hij een bijzonder goed contact met zijn Indische en Molukse collega’s. “Op mijn werk vragen mensen meteen ‘Jij bent toch Indisch of Moluks?’. Ze zijn dan zelf ook vaak Moluks of Indisch en dan kan je makkelijk met elkaar praten. Je trekt meteen naar elkaar toe. Dat zie je ook met uitgaan en in winkels; er is respect. Je denkt ‘hee! die zijn Indisch,

Aloes14 staat voor het verfijnde Indische en kasar voor het grove

Hollandse.

“Respect,

bescheidenheid,

terughoudendheid” zijn aloes, terwijl onder kasar “gereglementeerd,

nuchter, zakelijk, hard, boers” en meer verstaan wordt (1995:108).

De bestuursleden houden vast aan de scheiding en laten hun Indische

kant alleen in een ‘veilige’ omgeving zien.

Huidskleur

Veel Indo’s worden vaak in eerste instantie niet voor Nederlander

aangezien. De perceptie die de samenleving om je heen van je heeft

is erg belangrijk voor de identiteitsvorming. Alle Indische

jongerenorganisaties verklaren dat huidskleur en uiterlijk een

ondergeschikte rol spelen en binnen de organisaties is dat ook

inderdaad het geval. Een Indo met een lichte huidskleur en blond

14

Halus volgens de huidige Indonesische spelling.

dat zijn mijn vrienden.’ Ook met sporten is het duidelijk. Na een derde generatie Indo’s. Fontessa: “Het lijkt soms net alsof Indo’s die er niet zo Indisch uitzien, juist meer dat gevoel hebben”.

voetbalwedstrijd praat je verder door met een andere Indo en je geeft

elkaar een hand. Dan merk je het. Dat is het Indische gevoel, dat je

De donkere huidskleur van sommige bestuursleden speelt een rol in mening over discriminatie. Gabriël: “Ik kan er helemaal niet tegen als iemand een discriminerende opmerking maakt. Dat gebeurde laatst op mijn werk; iemand zei iets over een zwarte man. Het is niet dat ik vergeleken wil worden met een neger, maar je ouders komen toch uit het Indonesië en we zijn toch erg bruin vergeleken met Nederlander. Ik ben toch ook bruin?”. Als iemand in haar omgeving een negatieve opmerking maakt over “die allochtonen altijd”, is dat ook voor Fontessa stof tot nadenken. “Dan denk je ‘ja, ik ben toch ook bruin!’”. Allochtoon? Naast vragen als “wat ben jij?” worden de jongeren vaak geconfronteerd met onwetendheid. Veel mensen weten niet wat Indisch is en schatten de Indo's in als iemand van Marokkaanse of Turkse afkomst. Talitha heeft daar geen moeite mee: “Soms beginnen ze ook in het Turks tegen me te praten en dan zeg ik gewoon ‘sorry ik versta het niet’. Gabriël daarentegen vertelt dat een Indo altijd als allochtoon gezien wordt zodra hij iets fout doet. “Omdat ik bruin ben. Mensen vragen ook vaak aan me of ik een

een band hebt met elkaar”. Uiteindelijk is het eerste criterium

waarop een mens een ander in een hokje plaatst het uiterlijk. Nus

wordt, ondanks zijn Nederlandse opvoeding, door andere Indo's

gezien als “een van ons”. De grens tussen “Us” en “Them” lijkt

getrokken (Eriksen 1993:28).

Merah zou, vermoed ik, door de meeste mensen als
15

Hollandse Nederlander ingeschat worden. Zelfs Indische mensen, zien het niet altijd. Als

die zeggen hier een oog voor te hebben

“meest Indische en meest blanke” van zijn broers en zussen, is

Merah erg bedreven in het uitleggen dat Indische identiteit niet vast

zit aan huidskleur. Toch is juist hij (de meest blanke) bestuurslid van

Darah Ketiga, terwijl zijn broers en zussen niet met het Indische

bezig zijn. Juist door het gevecht tegen het cliché dat etniciteit alleen

aan donkere mensen toebehoort, is Merah zich meer als Indo gaan

profileren. In zijn verhaal herken ik veel van mijn eigen ervaringen;

als meest blanke van zes kinderen, schrijf juist ik een scriptie over

Zoals ook bleek uit de discussie die Merah had met de twee heren op de Pasar Malam in Hengelo. Zie Hoofdstuk 1.

15

Marokkaan of een Turk ben. Als je het goed doet, dan ben je een een keer de positieve kant kunnen benaderen, via de Indische groep. En daarom, ook uit respect voor mijn moeder, voel ik me liever allochtoon. Mijn moeder is hier in dezelfde situatie

negatieve impulsen van migratie te zien en ze zouden eens

Nederlander”.

Gediscrimineerd voelen ze zich over het algemeen niet. Ze

worden veelal gezien als een Nederlander met een kleurtje. Toch

wordt Fontessa geregeld geconfronteerd met stereotype beelden die manier aanpassen”.

gekomen als de Marokkanen en de Turken nu, het is natuurlijk wel iets anders, maar je moet je wel op dezelfde Erik en Quincy voelen zich Nederlander, maar bovenal Indisch, wat hen tot “niet-stereotype Nederlanders” maakt. Fontessa voelt zich Nederlandse, maar wel anders. Pitty leent een term van haar vader, “Nederlander plus”: “Ik voel me gewoon anders en dat wil zeker niet zeggen dat ik niet van hutspot houd. Ik voel me ook weer geen buitenlander; ik voel me meer een aparte Nederlander. Ik kan Nederland wel waarderen. Veel Indische mensen willen vaak terug, maar ik zie ook de mooie dingen in Nederland. Je hebt hier veel mogelijkheden, al mist het land een beetje warmte”. Over het algemeen voelen de bestuursleden zich verbonden met Molukkers. De twee oprichters van Darah Ketiga zijn immers via de Molukse gemeenschap met elkaar in contact gebracht en op het idee gekomen ook iets voor Indische jongeren op te zetten. De anderen voelen ook een speciale band met Molukkers: “Ze zijn om

er over Indo's bestaan. “Laatst reageerde een vriend van mij heel

verbaasd toen ik zei dat ik aardappelpuree zou gaan eten die avond.

Hij dacht dat ik dat niet lustte. ‘Ik dacht dat jij alleen maar nasi,

bami en rijst at’, zei hij”. Pitty vindt het juist vervelend als haar

Turks-Nederlandse vrienden haar als Nederlandse bestempelen.

Anderen zien haar als de multiculturele jongedame die ze zelf zegt te

zijn.

Door de manier waarop de buitenwereld op hem reageert

voelt Ray zich allochtoon, een buitenlander: “Vaak zijn mensen

verbaasd als ik mijn hand op steek als ze mijn naam roepen. Ze

verwachten niet dat ik zo’n Hollandse naam heb”. Gabriël zegt zich

liever allochtoon te willen voelen - ondanks de negatieve connotaties

die eraan verbonden zijn.

Gabriël:

“Ik vind het goed als mensen zich bewust worden van het feit

dat de grootste groep allochtonen mensen nog steeds die van

Indische mensen is. Via de media krijgen mensen alleen de

dezelfde redenen naar Nederland gegaan als Indische mensen”

wilden we alleen Nederlands zijn en nu kom je toch tot ontdekking dat je meer hebt dan alleen je Nederlandse kant. Ik denk dat er wel een Indische gemeenschap is, maar die is niet geografisch gebonden”. Erik legt uit: “Volgens mij kan dat ook niet meer bij Indische Nederlanders; dat is een etnische groep zonder land. Andere allochtone gemeenschappen hebben nog wel een land om naar terug te keren. Zelfs voor Molukkers geldt dat, al is het niet zo reëel, Molukkers koesteren de RMS. Het is al helemaal niet reëel om de kolonie te koesteren. Op de Pasar Malam komen heel veel mensen om te koesteren, maar het is meer delen met. Dat noem ik geen gemeenschap”. Pitty vindt het woord gemeenschap ook niet passend: “Bij het woord gemeenschap denk ik meteen aan een scheiding ten opzichte van de rest. Het Indische bestaat voornamelijk uit losse flarden, maar goed, het ligt maar aan de definitie”. Zoektocht Of ze wel of niet Indisch zijn opgevoed, de jongeren hebben allemaal hun eigen zoektocht meegemaakt. Voor de meesten begon dat op de basisschool als ze een werkstuk over Indonesië schreven.

(Ray).

Over andere etnische minderheden hebben de bestuursleden

weinig op te merken. Talitha zou eerder een Molukker dan een

Marokkaan op straat begroeten, stelt ze. Dit sluit aan bij de

uitlatingen van Nus eerder dit hoofdstuk. Fontessa ging vroeger erg

veel met Antillianen om en Nus verklaarde zelfs dat allochtonen

vroeger “alles” voor hem waren. Vandaag de dag voelen beiden

echter weinig verbintenis met niet-Aziatische migrantengroepen.

Vergeleken met andere etnische minderheden in Nederland,

kan men zich afvragen of er eigenlijk een Indische gemeenschap

bestaat. Nus is als enige overtuigd dat deze er is: “Mensen knikken

als ze zien dat je Indisch bent”. Ray noemt het een “verborgen

verband” tussen Indische mensen. Ondanks dat het niet heel

merkbaar aanwezig is voel je het toch. De term gemeenschap roept

met name associaties op van andere etnische groepen. Ten opzichte

van Marokkaanse en Turkse groepen in Nederland is het

gemeenschapsgevoel onder Indo’s vele malen minder sterk.

Fontessa:

“Het is natuurlijk niet zo dat we met z'n allen in dezelfde

wijk wonen. We zijn heel erg geïntegreerd. Maar je ziet nu

ook dat ondanks de integratie we elkaar juist opzoeken. Eerst

Gabriël: “Op de basisschool schreef ik een keer werkstuk over ambivalente ervaring. Enerzijds voelden ze een verbintenis met het

Voor de anderen was het bezoek aan de archipel een land en anderzijds vonden ze weinig terug van de cultuur die van ze van thuis uit mee hadden gekregen. Al is Indonesië in de afgelopen decennia steeds minder gaan lijken op het Indië van hun grootouders, “het is toch wel leuk om bepaalde dingen die je toch hebt overgehouden uit de Indonesische cultuur daar terug te zien” (Gabriël). Indonesië heeft voor velen een bijzondere waarde, maar deze is moeilijk te beschrijven. Voor Quincy was het land niet geheel vreemd en Fontessa besefte in Indonesië “oh, hier kom ik dus vandaan”. Ray noemt het een “mysterieus gevoel”. Hoe dan ook, thuis is het niet. Ray: “Het voelt als op visite gaan. Mijn opa en oma hadden het altijd over terug gaan, maar dat woord heeft voor mij geen betekenis. Ik ga helemaal nergens naar terug”. Erik is ervan overtuigd dat alle Indische jongeren toch wel iets van zichzelf herkennen in Indonesië. Zelf is hij er één keer geweest: “Je deelt een cultuur en de geschiedenis samen. Mijn familie heeft langer in Indonesië gewoond dan in Nederland”. Toch heeft ook Erik gemengde gevoelens bij Indonesië: “Als je ernaartoe gaat om de geschiedenis te weten te komen, zal je teleurgesteld raken. Als je er voor vakantie heen gaat, zal je een leuke tijd beleven. Van je roots zal je in Indonesië

Indonesië. Dat was natuurlijk zwaar bagger, maar je leert er wel iets

van. Ik had het wel verkeerd aangepakt, want mijn werkstuk ging

over Indonesië vandaag de dag, terwijl ik het liever over Nederlands-

Indië had gedaan”. Ook Pitty’s spreekbeurten op school gingen elk

jaar standaard over Indonesië.

Van de negen bestuursleden zijn alleen Pitty en Nus nog

nooit naar Indonesië geweest, al zijn ze allebei van plan om in de

nabije toekomst het land te bezoeken. Nus ziet Indonesië als zijn

thuisland. Ondanks het feit dat hij Indonesië nog nooit bezocht heeft,

is zijn grootste droom om voor het Indonesische voetbalteam te

spelen. “Op de voetbalclub was ik vaak ‘die buitenlandse jongen’. Ik

voel me dus ook geen Nederlander van binnen. Indonesië is het

enige land dat geldt”. Ondanks het feit dat hij door anderen

gewaarschuwd is voor de ontgoocheling , denkt hij zelf dat hij in

Indonesië geaccepteerd zal worden. Hij is dan ook van plan meer te

zien dan het toeristische plaatje: “Ik wil de echte cultuur zien, niet

alleen de cultuur die voorgeschreven is in toeristen boekjes. Ik zou

willen meedoen in het dagelijks leven en niet veel opvallen. Ik wil

zelfs de armste kampongs in en me aan het leven van daar

aanpassen. Dat noem ik pas vakantie”.

vrij weinig terugvinden. Misschien wat gebouwen, maar de

different generational and locational points of reference, both the real and imagined” (Wolf 1997:459). Net zoals Filipino’s opgegroeid in de VS, hebben ze vaak een geromantiseerd beeld van het land van hun voorouders. Ze bevinden zich emotioneel tussen twee werelden in. Partnerkeuze Een Indische gemeenschap bestaat er niet, zoals andere etnische groepen in Nederland die hebben. Een van de redenen is exogamie; de meeste Indische Nederlanders trouwen met niet Indische Nederlanders. Dit ligt enerzijds verankerd in het verleden; “Een huwelijk met een Nederlandse of een zo licht mogelijk getinte Indische partner was een vorm van opwaartse mobiliteit op de koloniale ladder” (Captain 2000:264). Zowel Marlene de Vries als Esther Captain noemen echter ook andere redenen voor het feit dat Indische mensen elkaar niet als liefdespartner prefereren. Een van deze redenen is namelijk dat Indische vrouwen Indo’s soms te vrouwelijk vinden, zowel qua uiterlijk als qua gedrag (De Vries 2000:39). Deze mening ben ik ook meerdere malen tegengekomen. Een van de dames vertelde me: “Ik vind Indonesische of Indische jongens wel heel mooi, maar ik val er gewoon niet op. Ik vind ze meestal een beetje

bevolking kent ook het hele verhaal niet. Als je denkt met

open armen onthaald te worden, zal je zeker teleurgesteld

worden”.

De bestuursleden vinden het wel jammer dat ze in Indonesië meestal

gewoon voor toeristen aangezien worden. Fontessa werd niet als

Indo herkend: “Ik voelde me ook wel een beetje thuis daar, maar aan

de andere kant juist niet. Ik werd toch de hele tijd aangekeken zo van

‘wat ben jij groot, wat ben jij breed, wat ben jij wit’ en ik had juist

zoiets van ‘ja, maar ik ben ook een beetje bruin’”. Talitha vertelt:

“Op straat werd ik vaak aangesproken met ‘hey Belanda!’. Zodra ze

er achter komen dat ik Indonesisch spreek, vinden ze dat helemaal

geweldig. Ja, je bent ook Belanda, je bent het toch”.

De Indo’s voelen zich niet geheel thuis in het land van (één

van) hun voorouders. Het idee dat ze niet Indonesisch zijn, al

worden ze in Nederland soms als zodanig benaderd wordt tijdens

hun reizen bevestigd. Ze zijn en blijven Belanda’s. Deze ervaringen

zijn vergelijkbaar met die van tweede en derde generatie

Amerikaans-Filippijnse jongeren die als balikbayan naar de

Filippijnen terugreizen (Rafael 1997:269). Deze jongeren zijn veelal

niet van gemengde bloede, maar desalniettemin hebben ze te maken

met “emotional transnationalism which situates them between

te makkelijk, te lief. Het liefst zou ik wel een Indo als vriend het niet! Met Indische meisjes kan ik beter opschieten. Dat

“Met Hollandse meisjes kan ik niet meer overweg. Ik kan het niet. Ik kan het niet! Ik heb het echt geprobeerd, maar ik kan geldt niet voor alle Indische meisjes, maar over het algemeen gaat het beter. En ik ben niet de enige. Kijk naar jezelf”. De anderen zijn niet zo uitgesproken als Merah over hun keuze voor een Indische partner. Voor een groot gedeelte wordt er naar toeval gewezen: “Ik had ook verliefd kunnen worden op een Nederlander of op een Surinamer” (Talitha). Het Indische speelt geen rol, zeggen ze stellig. Toch volgt daar de nuance: “Met Indische meisjes is er een soort van erkenning en herkenning naar elkaar toe. Je herkent de thuissituatie en snapt snel hoe de familie in elkaar zit. Verder heb je allerlei vragen over het verleden. Je zoekt automatisch steun bij lotgenoten” (Erik). Het feit dat het bestuursleden zo bezig zijn met Indische identiteit, speelt zeker een rol. Aan een Indo hoeven ze minder uit te leggen. Eén van de heren vertelt: “Ik heb ook een Nederlandse vriendin gehad. Met haar klikte het ook wel, maar het was toch moeilijk uit te leggen. Ze was op en top Nederlands en had geen kennis van het koloniale verleden. Ik moest uitleggen wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch en tussen Indisch en Moluks, want ze gooide alles op een hoop. Ze moest leren dat Indisch eten niet

willen hebben, omdat je het dan samen over cultuur kan

hebben en samen dezelfde achtergrond hebt, maar ik val er

gewoon niet op”.

De andere reden is dat liefdesrelaties tussen Indo's als incestueus

gezien worden. Aangezien Indische mensen in Nederland in de

minderheid zijn, wordt hun band als die van een grote familie

gezien. Voor een Indische man is een Indisch meisje snel “een soort

zusje” (Captain 2000:266). Esther Captain verwacht echter wel een

bescheiden ommekeer in de partnerkeuze van haar derde

generatiegenoten en van de generaties die volgen: “Behalve de haast

onvermijdelijke reis naar Indonesië is immers te zien dat de derde

generatie het gezelschap van mede-Indo’s en de Indonesiërs opzoekt.

Dat uit deze ontmoetingen vriendschappen, maar ook verliefdheden

kunnen ontstaan, is onvermijdelijk” (2000:272). Het blijkt dat iets

dergelijks momenteel het geval is. Van de twaalf personen die ik

uitvoerig heb gesproken, hebben er zeven een relatie met een mede-

Indo of Euraziaat. Merah: “De tweede generatie heeft bewust

gekozen voor een niet Indische partner. Het werd hen verteld dat als

je het wilt maken, je een Belanda moet nemen”. De derde generatie

kiest zelf een partner. Merah:

hetzelfde eten is wat je bij het Chinees-Indische restaurant uitleggen waarom een van mijn ouders bruin is en de andere blank. Omdat mijn kind mijn genen zal hebben, is het in het eigenlijk al Indo. Ook zal het mijn gewoontes overnemen; de manier van eten en misschien de manier van praten. Als het maar verteld is, dan zal het verhaal van het Indische niet sterven. Als ik nu mijn mond houd zullen mijn kinderen het niet weten en mijn kleinkinderen ook niet en ja dan sterft het

kleinkinderen doorvertellen. Ik zal vertellen hoe het is geweest, wat mijn opa en oma hebben meegemaakt en

om de hoek kan krijgen en dat mijn opa en oma vroeger in

Indië al Nederlands hebben geleerd. Op een gegeven moment

word je daar heel erg moe van”.

Schrijfster Jill Stolk betreurt haar eigen partnerkeuze

hoofdstuk ‘Over het in stand houden van de soort’ uit haar bundel

Kleurverschil schrijft ze: “Stom, stom. Ik ben stom geweest. En nu is

het te laat. Overdoen is er niet meer bij. Alle hoop is gevestigd op de

derde generatie. Ik op mijn beurt zal de derde generatie met het mes

op de keel laten weten dat ze alleen maar hoeven thuis te komen met

uit. Het verhaal moet doorverteld worden; zoals dat ook bij Indianen en Chinezen gebeurt”. In vergelijking met de twintig dames van de naoorlogse (tweede) generatie die Esther Daniëls sprak, zijn de bestuursleden heel wat optimistischer gestemd. “Bijna alle deelneemsters zijn doordrongen van het besef dat de Indische cultuur waarschijnlijk zal vervagen en verdwijnen. De eerste generatie sterft uit en de sfeer van vroeger die sommige deelneemsters zich nog kunnen herinneren” (1995: 113). Generatiekloof Hoe staan de Indische grootouders tegenover de activiteiten van hun kleinkinderen? Van de bestuursleden zijn de meeste grootouders niet op de hoogte van het bestaan van Darah Ketiga. Wellicht is het −

een soortgenoot” (Stolk 1988:54).

De bestuursleden worstelen wel met het idee dat er een einde

komt aan het Indische. Enerzijds zijn ze ervan overtuigd dat Indische

mensen uiteindelijk zullen uitsterven. Anderzijds zullen zij er wel

alles aan doen om het Indische (met of zonder Indische partner) aan

hun kinderen door te geven. Quincy:

“Ik vind het belangrijk om een kind niet met veel raadsels te

laten staan. Daarom zal ik het meteen aan mijn kinderen

uitleggen, zodat ze niet met vragen in hun hoofd blijven

zitten. Als je zelf weet wie je bent, is dat een fijn gevoel. Het

is bevredigend voor mij om te weten wat mijn identiteit is.

Straks zal ik dat verhaal ook aan mijn kinderen en

ondanks de openheid van de derde generatie − toch nog taboe om identiteitscrisis, alleen zijn wij ons er meer bewust van”. Merah maakte iets dergelijks mee:

met de derde generatie. De jongeren hebben dezelfde

hierover binnen de familie te spreken. Gabriël heeft dat zelf zo

ervaren:

“Je moet mijn opa en oma niets vragen over Nederlands-

“Veel familieleden zien het Indische als een blok aan hun been, met uitzondering dan van mijn oom − die is Indo 4 life, weetjewel. Daar kom ik ook het liefst. Het zijn lieve mensen die het Indische hoog in het vaandel houden”. De meeste ouders vinden de manier waarop hun kinderen bezig zijn met hun Indische identiteit, in eerste instantie een beetje overdreven. Quincy: “Voordat ik bij DK ging en mijn Indo Pride rond aan het showen was, zeiden ze vaak dat ik normaal moest doen en wilden het een beetje sussen. Misschien deden ze dat omdat ik toen de enige was. Maar nu ik bij Darah Ketiga zit, zien ze hoe belangrijk het eigenlijk wel is. Veel ouderen zeggen ook ‘heh heh, eindelijk nemen de jongeren ook zelf initiatief en zijn ze voor hun eigen cultuur opgestaan’”. De beide vaders van Pitty en Fontessa hebben Suara Indo opgericht, een vereniging voor de tweede generatie. Zij zijn dan ook erg enthousiast en geven hun dochters tips over hoe ze het kunnen aanpakken.

Indië, want dan raken ze geïrriteerd en dan is de sfeer meteen

verpest. Ze vinden het ook complete onzin dat ik met IJO

bezig ben. Ik weet eigenlijk niet helemaal waarom, maar

volgens mij is het zo dat ze het onzin vinden om de Indische

cultuur in Nederland hoog te houden. We moeten ons nu

gewoon richten op de Nederlandse samenleving, want daar

zitten we op het moment in. Dat is ook niet zo gek, want ze

zijn eigenlijk meer Hollander dan Indo. Alle zoons en

dochters en kleinkinderen en achterkleinkinderen zijn

allemaal met blonde meisjes en jongens getrouwd. Wat dat

betreft ben ik de tegengestelde richting gegaan”.

Met familieleden van de tweede generatie zijn er ook discussies

geweest. Ray’s tante was in het begin erg kritisch:

“Ze zei dat we nu in Nederland zijn en dat haar generatie het

juist moeilijk heeft gehad om te kunnen assimileren en

integreren.. ‘Waarom maak je dat kapot?’ vroeg ze me.

Inmiddels is ze wel bijgedraaid. Ze ziet dat het niet ophoudt

Zoals al in het vorige hoofdstuk bleek, zijn er veel Indische mensen nostalgie die op de Pasar Malams lucratief bleek te zijn. De tweede generatie ging ook zo denken. En in een keer is daar

Indische hoort in het verleden. Er was alleen nog een

van de eerste generatie niet altijd even positief over de oprichting

van Darah Ketiga. Ten eerste vinden sommigen − zoals de mevrouw

op de Pasar Malam in Hengelo − de naam ongepast, omdat deze in

de derde generatie; wij slaan de boot om en zeggen: ‘Wij zijn Indo, weet je!’. De jeugd is Proud to be Indo. Wij nu en zij toen gaan door een heel ander proces. Zij hebben het gevoel dat wij met onze lompe voeten over hun zandkasteeltjes heen stampen. En dat net nu de Nederlanders ons leuke en aardige bruintjes vinden”. Daarnaast is het een vorm van jaloezie: “De tweede generatie is voornamelijk bruin. Het was dus duidelijk dat ze Indisch waren. Dat was zichtbaar aan hun uiterlijk, maar ze mochten het niet uiten. Nu is dat niet meer zo; wij mogen ons nu wel manifesteren. De ouderen zijn jaloers omdat wij het wel mogen. Daarom zegt tweede generatie: ‘Wij zijn nog Indischer dan jullie’”. Erik zegt zich van de kritiek van de ouderen zo weinig mogelijk iets aan te trekken: “Op elke Pasar is er wel een die zo reageert. Als je met ze in discussie gaat, schiet je er niks mee op. Ik snap de reactie van de ouderen ook wel; Darah Ketiga wil geen sociale uitsluiting, het is meer een extraatje zeg maar. We willen ook

het Indonesisch is. De bestuursleden van DK weten niet goed wat ze

met dergelijke kritiek aan moeten. Fontessa:

“Volgens mij hebben zij het gevoel dat wij hun naam en hun

taal gebruiken, maar ja die zijn net zo goed van ons. Kunnen

wij er wat aan doen dat wij nu geboren zijn! Ik vind het best

wel stom dat ze dat zeggen, want we zijn toch ook

Indonesisch, alleen dan gemengd. Maar je bent het wel,

Indisch dus. Ik snap ook niet dat ze zouden zeggen dat we

onze naam moeten veranderen; waarin moeten die dan

veranderen? Dat zeggen ze er dan ook niet bij”.

Ten tweede zien veel ouderen het nut niet in van een Indische

jongerenvereniging. Merah legt uit:

“Toentertijd (toen Indische mensen naar Nederland kwamen,

AAB) was het aanpassen, integreren en assimileren, net als

bij de Borg: ‘Resistance is futile’.16 Het Indische werd zeg

maar, een soort kamerplantje. Het was een mind set: het

16

Uit de SF-serie ‘Startrek’

de Nederlandse rol in de Indische cultuur belichten en laten bestuursleden hebben nog veel tijd omdat de bewerkstelligen, want ze zijn ervan overtuigd nog lang te zullen bestaan. “Darah Ketiga

Darah Ketiga een begrip wordt onder Indische jongeren. De

zien dat het verbonden is. Veel ouderen zijn bang dat we de

Indonesische kant te veel zullen belichten en dat we daardoor

een ‘buitenlandse’ groep worden”.

heeft geen einddoel en zal daarom ook nooit stoppen; na ons komt er misschien wel Darah Keempat” (Merah). Voor Pitty staat er slechts een klein intern obstakel in de weg: “Ik erger me wel een beetje aan dat jam karet (de anderen komen altijd te laat), maar als we een beetje het Nederlandse met het Indische combineren, komt Darah Ketiga er wel”. Drijfveer Waar komt de motivatie voor het Indische vandaan? Wat is de drijfveer voor deze mensen om zo intensief met het Indische bezig te zijn? Het lijkt een combinatie van twee factoren; enerzijds hebben ze “een ongewenste prestatiedrang” (Gabriël), anderzijds vinden ze het zelf erg gezellig om met andere Indo’s samen te zijn en ook om nieuwe mensen te ontmoeten. Fontessa was eigenlijk liever in bed blijven liggen, toen ze om zeven uur ‘s ochtends op moest staan om naar de pasar in Hengelo te gaan: “Ik hou zo van slapen!”. Maar desondanks was ze er bij: “Ik vond het heel erg leuk toen ik had ontdekt dat Darah Ketiga bestond en ik hoop gewoon dat ook andere

Quincy stelt:

“Darah Ketiga kan negatief in de oren voor ouderen klinken,

maar veel Indische organisaties vinden het wel positief. Dus

ik luister niet naar die mensen, wij doen ons eigen ding en

wij weten wie we zijn. Het blijft altijd hetzelfde met hen. Het

wiel van de eerste en tweede generatie is al lang rond gegaan,

het is misschien al tien keer rond gegaan. Wij hebben dat nu

wel begrepen en wij gaan onze eigen gang… Het is een feit

dat onze opa's en oma's heel hard hebben gewerkt om hier nu

te kunnen zijn. Ze hebben een nieuw bestaan opgebouwd,

ook voor de derde generatie. Alleen dat Indische is nooit

doorverteld. Daar is een bepaalde stop geweest. De

overdracht is vergeten, maar gelukkig zijn we niet te stom

om er zelf niet achter te komen, toch?”

Nu dat de bestuursleden weten wie ze zijn, zullen ze het wiel van de

derde generatie draaiende houden. Met name Darah Ketiga is

positief gestemd over de toekomst. De vereniging zit in een

groeifase en krijgt steeds meer bekendheid. Fontessa hoopt dat

mensen die vreugde ontdekken”. Ze lacht en zegt “beetje stom te kort doen. Toch is het belangrijk dat ze elkaar opzoeken. Ze willen niet alleen Indische vrienden, maar ook zoeken ze het Indische in de intimiteit van een liefdesrelatie. Anders dan de

misschien, halleluja!”.

Tussen wal en schip partner te hebben.

ervaringen omschreven in eerdere onderzoeken naar de tweede en derde generatie, is het voor deze Indo’s prettig om een Indische De Indische jongeren eren hun grootouders door te vertellen over het verleden. Daarmee openen ze een beerput, die met opzet is dichtgehouden. De jongeren verzetten zich tegen oudere generaties, die het onzin vinden het Indische te willen behouden. Alles is ambivalent. Het meest opvallende is dat het beeld van de Indo door de jaren heen is veranderd. In de afgelopen vijftig jaar heeft het Indische een andere status heeft. De termen ‘Indo’ en ‘halfbloed’ worden niet meer als negatief ervaren, maar zelfs als geuzennamen gebruikt. Terwijl een Indo-Europeaan een “marginal man” (Surie 1971:46) was, oftewel een Nederlander-min, heeft een Indo vandaag de dag een streepje voor op de doorsnee Hollander. Een van de oorzaken hiervoor is het contact dat Indische jongeren hebben met leden van andere etnische minderheden. Door vragen over hun afkomst gaan ze zich sneller en grondiger afvragen waar hun wortels liggen. De trots van onder andere Molukkers en Marokkanen op hun

Indisch jongeren zijn wel ‘anders’, maar ook weer niet. De Indo’s

geven verschillende en soms tegenstrijdige invullingen aan hun

Indische identiteit. Dit wordt bepaald door de manier waarop ze door

de buitenwereld gezien worden. Al zeggen zij huidskleur

onbelangrijk te vinden (misschien ook om de interviewer niet tegen

het hoofd te stoten), in de samenleving gaat men er vaak vanuit dat

iemand met een donkere huid etnisch ‘anders’ is. In het leven van

alledag wint de primordiale benadering van etniciteit.

Jongeren krijgen dus te stellen met etnische clichés. Soms

gelden deze voor hen, soms zijn de clichés moeilijk te claimen. Niet

alleen en niet alle Indo’s eten Indisch en zijn gastvrij. Doordat ze

zelf met discriminatie geconfronteerd worden, zeggen ze zelf niet te

discrimineren. Anderzijds hebben ze wel de behoefte zich als Indo te

profileren en worden ze niet graag aangezien voor ‘allochtoon’.

Het is toeval dat zo velen van de bestuursleden een Indische

partner hebben. Zo zeggen ze zelf. Daarmee ontkennen ze in zekere

zin het belang van het Indische in hun leven, op dit moment.

Misschien willen ze het verleden met een niet-Indische partner niet

culturele achtergrond, maakt dat ook Indo’s het niet-Nederlandse

Mijn bevindingen komen dus niet overeen met die van De Vries. Zij stelt dat “Ethnicity can thus come to serve as an explanation for less pleasant or difficult behavior, making it acceptable and more or less excusing the person in question” (1999:39). Het gedrag van oude Indische mensen waarvan sommige aspecten door de jongeren als negatief worden ervaren, bestempelen ze wel als “typisch Indisch”. Zij kiezen er echter voor van deze aspecten van de Indische identiteit afstand te doen. Ze zijn er trots op Indo te zijn.

gaan benadrukken.

Terwijl uit het onderzoek van Marlene de Vries blijkt dat het

beeld van de Indo als marginal man onder haar respondenten nog

altijd gangbaar is, ben ik zelf dergelijke gedachten nauwelijks

tegengekomen. Al gaat het wellicht niet bewust, de geïnterviewden

van De Vries hebben de neiging de eigen prestaties te bagatelliseren

en als uitzondering te zien. “Mentioning names of other succesful

Dutch Eurasians who attract publicity is readily dismissed by calling

them ‘exceptional’”(2000: 39). Zoals ook bij een van de

vergaderingen bij IJO bleek, zijn de bestuursleden van de Indische

jongerenverenigingen juist erg trots op bekende Indo's, zoals Lois

Lane en de zanger van de popgroep Kane. Indische eigenschappen

worden veelal als positief ervaren. Zo is het juist goed dat Indische

mensen “te lief” zijn. Dat geeft voor deze Indo’s een meerwaarde

aan hun leven in de Nederlandse samenleving. Pitty: “De Indische

cultuur is iets speciaals en iets moois en als ik dat kan overdragen,

vind ik dat positief. Het Indische zit in je alleen de positieve dingen,

moet je overbrengen op de volgende generatie”.

Slechts bij uitzondering wordt etniciteit gebruikt als excuus

voor bepaalde negatieve eigenschappen. Het is eigenlijk alleen

Gabriël die enkele opmerkingen maakt zoals “Indo's zijn altijd blut”.

Hoofdstuk 3 Virtual Identity

“Foto!!” klinkt het. Voor ik het weet staan er vijf Indo’s in een

stoere pose klaar. Het is de zoveelste groep Indo’s die, zonder naar

Maar dat is niet alles. De jongeren wisselen op de forums ideeën uit over zeer uiteenlopende onderwerpen. Een terugkerend thema is het Indo-zijn. Hier zal ik natuurlijk in dit hoofdstuk aandacht aan besteden. Aansluitend zal ik ingaan op de manier waarop het Indische zich verhoudt tot de opkomst van een Aziatische identiteit in Nederland. Wat vinden de Indische jongerenverenigingen eigenlijk van al die Aziatische feesten en organisaties?

een reden te vragen, voor mij op de foto gaat. Het maakt ze niet uit

wie ik ben en waarom ik een foto neem. Opvallend is dat ze

naderhand bijna allemaal vragen op welke website ze de foto’s

kunnen gaan bekijken. Ze lijken teleurgesteld als ik zeg dat ze in

mijn scriptie komen te staan en dat ik ze niet, zoals ze gewend zijn

van de fotografen op Asian Parties, op het internet zal zetten;

feesten, foto’s en internet zijn voor (Eur)Aziatische jongeren in

Nederland onlosmakelijk met elkaar verbonden.

In dit hoofdstuk staat de Aziatische jongerencultuur in

Nederland centraal. Naast de Aziatische feesten en de kledingstijl

van jonge Aziaten, worden ook de virtuele ontmoetingsplekken van jongeren; op het

Aziatische jongeren besproken. Het internet lijkt de spil te zijn van

de

communicatie

tussen

(Eur)Aziatische

‘wereldwijde web’ zien ze waar en wanneer de volgende Asian Party

wordt gehouden. Ook bekijken ze na afloop van ieder feest de foto’s

op het internet en op de online forums bespreken ze de feesten na.

Asian Parties Humanentertainment. Volgens organisator Jerrel Hu zijn Aziaten gefascineerd door nieuwe technische snufjes (Horeca Entree 11: 21). Men is er in de horecawereld inmiddels achter gekomen dat Asian Parties erg lucratief zijn. Aziaten geven namelijk veel geld uit aan een avondje stappen. Mede-eigenaar van Brothers, Marco Peek vertelt in het horeca vakblad ‘Horeca Entree’: “Tijdens de Asian Nights krijgen onze barkeepers bestellingen van dertig drankjes te verwerken. Degene die de drankjes betaalt, stalt ze allemaal uit op een tafel. Iedereen kan daar dan zijn drankje vanaf pakken […] Chinezen gaan hier tijdens de feestavonden over het algemeen chiquer gekleed dan het Nederlandse publiek. En het is helemaal goed voor hun uitstraling als ze zich zo’n dranktafel kunnen veroorloven” (Horeca Entree 11:21). Wellicht gelokt door de te winnen prijzen, komen er telkens zo’n vijftienhonderd jongeren naar de Asian Nights. De feesten worden zich van haar concurrentie dus erg goed bezocht. Door de feesten van Humanentertainment is de vrijdagavond in de discotheek in Bunnik net zo populair als de zaterdagavond. Humanentertainment richt zich in eerste instantie op een Chinees publiek, maar ook andere Aziaten zijn welkom. Autochtone Nederlanders mogen er alleen in als ze met een Aziaat mee komen. Jerrel Hu: “Een Asian Night draait om het

Allemaal vieren ze medio 2003 hun tweeënhalfjarige bestaan; de

nieuwe lichting Asian Party organisaties: Santai, VeryAzn en I Love

Indo. Humanentertainment bestaat inmiddels al drie jaar en

organiseert ‘Asian Nights’ in discotheek ‘Brothers’ in Bunnik. De

uitgangspunten van de organisaties verschillen niet veel van elkaar.

Qua muziek, opbouw van de avond en lay-out van de flyers hebben

ze een vergelijkbare aanpak. Het zijn vrijwel dezelfde deejays en

mc’s die op Aziatische feesten voor de muziek zorgen. Dit is meestal

R&B, Hip Hop en two-step/garage.

FF

Flyer VeryAZN feest op het strand

Humanentertainment

wil

onderscheiden en nodigt daarom andere Aziatische deejays uit. De

loterij, waarbij de bezoekers kans maken op een van de nieuwste

mobiele telefoons of zelfs op een auto, is een ander extraatje van

gegeven dat Aziaten een feest hebben. Komen er veel niet-Aziaten bepaald gevoel, waarbij men zich thuis voelt wanneer men in het gezelschap is van andere Aziaten”. hij niet goed omschrijven. VeryAzn heeft ook net haar tweeëneenhalf jarig bestaan gevierd met

die tussen Aziaten en andere groeperingen niet bestaat. Het is een Wat dat gevoel precies is, kan

op zo’n avond af, dan haal je het grondidee weg. We hebben daarom

afgesproken dat een autochtone Nederlander alleen als introducé

toegang krijgt” (Horeca Entree 11:21).

De andere organisaties zijn iets minder streng in hun een feest in discotheek ‘Sinners’ in Amsterdam. Op de flyer stond vermeldt dat het een “private party” was en dat het management het recht behield om selectief te zijn. Naar mijn weten zijn er geen mensen geweigerd omdat ze niet-Aziatisch waren. Zelf stond ik immers ook tussen het feestgedruis. Het was erg druk en op een handjevol niet-Aziaten na, werd ik omringd door hippe urban Asians18. Twee mannen van middelbare leeftijd vielen nogal uit de toon. Een van de twee zag er Indisch uit. Hij had voor deze gelegenheid een oud T-shirt (gekocht op de Pasar Malam?) met opdruk ‘makan instructions’ aangetrokken. Zouden het onderzoekers zijn? Incognito observeerde ik al dansend verder. De R&B bonkte en er werd enthousiast gedanst. Er waren ongeveer evenveel jongens als meisjes. De meeste waren (vermoed ik) niet ouder dan twintig.

toelatingsbeleid. Ondanks het feit dat Santai een Indonesisch woord

is (het betekent “chill/relax”) richt de organisatie zich niet alleen op

een Indonesisch publiek. Op de website wordt uitgelegd: “Our crew

consists of people with different Asian backgrounds and in the

beginning most of the people that visited our events were Asian.

Nowadays our Santai parties attract more and more people of all

kinds of cultures, although the majority has an Asian background.

All our events are suitable for everyone who likes to party the santai

way”.17 En dat zijn er veel. Santai Entertainment begon in april 2001

met het organiseren van Asian Parties in Rotterdam. Met succes. De

kaarten voor het jubileum feest waren al een half uur na aanvang

uitverkocht. De opbrengst van het feest is door Santai aan Unicef-

projecten in Azië gedoneerd. Ondanks het feit dat er ook anderen

naar Santai feesten gaan, is het merendeel van de bezoekers van

Aziatische afkomst. Een van de organisatoren, Norman, laat me

weten dat “er tussen Aziaten onderling een bepaalde band bestaat,
18

17

www.santai-entertainment.com

VeryAzn noemt haar doelgroep zo.

Een jongen zette met een digitale camera iedereen op de foto.19 Op Reza: “Indo’s en Molukkers zijn heel erg ijdel. Hippe Indo’s maken zelfs hun eigen kleding en dan bedoel ik de jongens! De jongens zijn altijd bezig met hoe ze er uitzien”. Hoe zien ze er dan uit? Ze dragen een spijkerbroek met breed omgeslagen randen, All Star gympen of sportschoenen, een sportjasje met een rits, of een spijkerjasje met de kraag omhoog. Het meest opvallende is het haar; in de stijl van Japanse animatieserie Dragonball Z dragen ze het met veel gel in punten omhoog of naar achter.

dit feest valt op dat uiterlijk en stijl voor Aziatische jongeren erg

belangrijk zijn. Ze zien er altijd goed verzorgd uit. Tijd om te kijken

wat die stijl precies inhoudt.

Indo Stylo Niet alleen op het VeryAzn feest, maar ook op andere Asian

Parties, op de Pasar Malam Besar in Den Haag en overal op straat is

de hippe stijl van Aziaten te herkennen. Met name Indo’s en

Molukkers vallen op. Reza van VeryAzn stelt dat het in de jaren ‘90

de Surinaamse jongeren waren die het straatbeeld beïnvloedden en

de trend zetten met hun hiphop kleding. Sinds een jaar of drie maken

volgens hem ook Indo’s en Molukkers hier deel van uit. “Zij zijn de

trendsetters in de two-step en garage20 scene. De populariteit van het

merk Puma is hier mede aan te danken”. Veel kledingmerken zijn

zich er bewust van dat jonge Aziaten belangrijke trendsetters zijn “al

zullen ze dat niet bluntly zeggen”.

Merkkleding hoort bij de kledingstijl. Puma is inderdaad het

populaire merk van het moment: heel veel jongens dragen rood-witte

(is dat toeval?) jasjes van dat merk. Met name de jongens vallen op.
De flyer van Image Matters

19

20

Deze foto’s zijn te zien op www.veryazn.nl Dit zijn muzieksoorten.

Voorafgaand aan de feesten stonden buiten al wat jongens op elkaar statement” (Reza). AZN

in twijfel trekken. Met hun kleding en hun stijl maken ze een

te wachten. Ze hebben een snelle looppas en een stoere uitstraling.

Ze hebben de nieuwste mobiele telefoontjes en digitale camera’s. De Zoals blijkt uit de populariteit van de Asian parties hebben jonge Aziaten een behoefte om met elkaar te feesten. Waar komt deze behoefte vandaan? Jongeren hebben sowieso de behoefte om met elkaar te feesten, maar daarnaast hebben Aziaten iets gemeen. Het uiterlijk is daarin het meest van belang. Aziaten hebben veelal dezelfde uiterlijke kenmerken. Eén ervan is dat Aziaten meestal niet erg lang zijn, op Asian parties kunnen jongens eindelijk meisjes van dezelfde lengte ontmoeten. Reza: “Een feest wordt gemaakt door de meisjes; door het aantal en het soort meisjes. Indische en Chinese meisjes zijn altijd al populair geweest, ook onder niet Aziaten. In de discussie over jongeren en integratie wordt dit niveau vaak vergeten; de feesten en de interculturele relaties die daardoor ontstaan”. Verder bieden, volgens de organisaties, de Aziatische feesten, de mogelijkheid aan veel Chinese meisjes om uit te gaan. Zij mochten niet uit naar gewone discotheken, maar konden wel zonder problemen een Aziatisch feest bezoeken. De feesten trokken een breder publiek aan. Niet alleen Chinezen, maar ook Indo-Chinezen,

meisjes zien er meestal tiptop uit; ze gaan met de trends mee. Op dit

moment zijn de jaren tachtig weer terug, dus lange puntschoenen,

netpanty’s, zwarte handschoentjes en minirokjes worden met stijl

gedragen.

“Indo-zijn is vooral een lifestyle” meldt het weekblad Vrij

Nederland. Volgens Reza zit er meer achter:

“De eerste generatie Aziaten is erg stil geweest. Het ging ze

alleen om hard werken en integreren. Of liever gezegd

dubbel zo hard werken en niet opvallen, geen golven maken.

Onze generatie is hier in Nederland opgegroeid en leeft

volgens Nederlandse normen en waarden. Ze zijn dus ook

mondiger en treden nu steeds meer naar buiten”.

Daar is eerder nooit een noodzaak voor geweest; Aziaten hebben

voornamelijk te maken met positieve vooroordelen. Voor andere

etnische groepen is wegens discriminatie de noodzaak en behoefte

veel groter geweest om samen sterk te staan. Tegenwoordig mengen

steeds meer Aziaten zich in het maatschappelijk debat. VeryAzn

biedt daar een mogelijkheid voor: “Ze willen nu zelf ook graag naar

buiten treden en de vooroordelen dat ze altijd stil zijn en ‘ja’ knikken

Indo’s en niet-Aziaten kwamen er op af. De sfeer was gemoedelijker waarden worden tot een hoger goed verheven. Het Confuciaanse gedachtegoed representeert een uitgebalanceerd Azië dat tegenwicht

contemporary (sometimes lumpen) youth populations, create new cultures of masculinity and violence” (1996: 40). Chinese normen en

dan in veel andere discotheken. Waarom? Misschien was het een

soort ons-kent-ons gevoel. In ieder geval was er weinig agressie.

De populariteit van Azië is mijns inziens erg belangrijk in de

opkomst van een Aziatische identiteit in Nederland. Niet alleen Indo

biedt aan de kapitalistische westerse maatschappij. Het Oosten is zowel populair onder westerlingen, die door het gebrek aan religie op zoek gaan naar andere ‘waarheden’, als onder Aziaten. Deze laatsten claimen Azië. Een Chinese Nederlander die Hong Kong alleen uit films kent, heeft (door het geloof in primordia) recht op de Aziatische cultuur. ‘De Aziaat’ bestaat dus. Niet alleen in de belevingswereld van jongeren met een Aziatische afkomst, maar ook in de wereld daaromheen. Voor Aziaten is etniciteit veel minder een keuze dan het voor blanken is. Het idee dat etniciteit een optie is, zoals geuit door Marlene de Vries, gaat voor mensen met een gekleurde huid niet op. Yen Le Espiritu betoogt in haar boek ‘Asian American Panethnicity’ dat “to conceptualize ethnicity as a matter of choice is to ignore ‘categorization’, the process whereby one group ascriptively classifies another” (1992:6). Deze categorisatie komt voort uit machtsrelaties; de dominante groep gebruikt een categorische identiteit om de inferioriteit van de andere groep te benadrukken. Espiritu geeft met het begrip panetniciteit aan hoe

zijn is vet, ook Asian zijn is in. De Chinese vechtsport kungfu is

razend populair, zelfs in Hollywood. Chinese filmsterren, zoals Jet

Li, doen het ook in het Westen goed en Hollywood films zoals

kaskraker The Matrix hebben hun succes mede aan deze vechtsport

te danken Overal zijn Bruce Lee T-shirts te koop, in het najaar van

2003 komt de eerste Nederlandse kungfu film in de bioscoop en ook

in reclames doet Azië het erg goed. Zo probeert een deodorant merk

haar verkoop te stimuleren door te laten zien hoe een jonge

(Eur)Aziaat niet stinkt na het uitvoeren van een paar mooie kungfu

moves. Aihwa Ong stelt dat “the great appeal of these movies for

diasporan-Chinese communities lies not only in their action genre;

they are also very popular because they are a medium for exploring

reified Chinese values (cast through the lens of Hollywood) in

conditions of displacement and upheaval under capitalism”

(1999:162). Ook Appadurrai ziet de internationale beweging van de

vechtsport als een rijke illustratie van “the ways in which the long

standing martial arts tradition, reformulated to meet the fantasies of

verschillende etnische groepen, door de categorische gemakzucht

om Aziaten klein te houden. Lee verklaart het beeld van Aziaten als model minderheid uit het feit dat Aziaten niet zwart zijn: “Asian Americans were ‘not black’ in two significant ways: They were both politically silent and ethnically assimilable” (1999:145). Normen en waarden als discipline en gehoorzaamheid worden in de VS door zowel niet-Aziaten als Aziaten gezien als inherent aan het karakter van de Aziaat. “The Asian American model minority is thus a simulacrum of both an imaginary Asian tradition from which it is wishfully constructed and an american culture for which it is an nostalgic mirror” (Lee 1999:183). Het verheerlijken van ‘de Aziatische cultuur’ is voor zowel Aziaten als niet-Aziaten een soort “nostalgia for the present” (Jameson geciteerd in Appadurai 1999:30). Men verlangt terug naar iets wat men nooit heeft verloren. Zowel Lee als Said zien oriëntalisme als een eenzijdig proces. Ik voeg me echter bij Ong die Aziaten als “co-creators of orientalism” (1999:131) aanwijst. Zij stelt dat “Diasporan-Chinese academics now use orientalist codes to (re)frame overseas Chinese as enlightened cosmopolitans who posses both economic capital and humanistic values” (Ong 1999:131). Mijns inziens is de “Confucian cultural triumphalism” waarvan Ong spreekt opgenomen in de panetniciteit van een wereldwijde Aziatische diaspora.

van anderen, op een hoop geveegd worden. Mensen met een Zuid-

Amerikaanse achtergrond worden in de VS ‘Hispanics’ genoemd. In

Nederland wordt de term ‘allochtoon’ – in de media en de

volksmond – steeds meer als panetnische verzamelnaam gebruikt

voor Turken en Marokkanen.

Categorisatie weerspiegeld ook het denken in opposities

tussen Oost en West, waarbij het Westen veelal als superieur gezien

wordt. De bekende academicus Edward Said noemt deze

gedachtegang ‘oriëntalisme’. In zijn gelijknamige boek stelt hij

“Orientalism is fundamentally a political doctrine willed over the

Orient, because the Orient was weaker than the rest, which elided the

Orient’s difference with its weakness” (1979:204). In het

oriëntalistische discours die het Westen volgens Said al eeuwen

hanteert, worden Oriënt en Occident als culturele tegenpolen

beschouwd. Waar Said zich richt op de representatie van Arabieren

in de moderne cultuur, past Robert G. Lee, Said’s theorie toe op

Aziaten in de VS. Hij toont aan hoe door verschillende clichébeelden

Asian Americans als vreemdelingen en een bedreiging voor de

Amerikaanse samenleving afgeschilderd worden.

Dat Aziaten een ‘model minority’ vormen, is een van deze

stereotypen (Lee 1999:10). Dit stereotype is ontstaan uit de behoefte

Door de panetnische categorisatie hebben sommige etnische op het land werken enzovoorts. Veel mensen uit andere anders”.

groepen juist de behoefte zich in een kleiner verband te organiseren. Tijdens een Indo4Life21,

Aziatische landen komen wel van het platteland, dat is heel De redenen die worden aangegeven waarom Indo’s niet bij Nederlandse Aziaten horen, stammen uit het koloniale tijdperk. Feit is dat Indische jongeren bij VeryAzn en consorten hun heil zoeken. Niet alleen de Indische jongerenverenigingen vinden de panetnische paraplu te groot, ook feestorganisatie I Love Indo richt zich op een groep binnen de Nederlandse Aziaten. De organisatie was eigenlijk als grap begonnen, maar heeft inmiddels al drie succesvolle feesten georganiseerd. Initiatiefnemer Johnny is echter nog niet tevreden. Wegens de moordende concurrentie worden zijn feesten naar zijn mening nog niet goed genoeg bezocht. Zelf was ik verbaasd toen ik op Eerste Pinksterdag zag dat de grote discotheek ‘The Powerzone’ in Amsterdam vol stond met jongeren. Iedereen die Indonesisch, Indisch, Moluks en Javaans (ook Surinaams Javaans) is, behoort tot de doelgroep; anderen zijn echter ook welkom. “Niemand is uitgesloten, het is een multicultureel event” (Johnny). I Love Indo zit nu nog in een beginfase volgens de organisator. Hij verwacht de komende maanden een toenemend aantal bezoekers.

Sommigen verzetten zich tegen opname in een grote categorie. Huib

Deetman

is

daar

een

van.

jongerenprogramma van Het Indisch Huis, verdedigde hij de stelling

dat Indo’s zich niet onder Aziatische verenigingen, zoals VeryAzn,

moeten scharen. Darah Ketiga is een organisatie die dit tegen moet

gaan. De bestuursleden van DK zelf vinden VeryAzn echter een

goed initiatief. Het is volgens hen geen probleem dat Indo’s zich bij

VeryAzn aansluiten. Als Indo van zestien ben je er volgens Fontessa

nog niet zo bewust mee bezig. Zelf is ze ook begonnen met Asian

Parties: “Dan ga je vanzelf verder zoeken en kom je vanzelf bij

Darah Ketiga uit!”. Erik voelt zich niet tot het Aziatische

aangetrokken en vind het verwarrend dat Aziaten organisaties

opzetten. De onderlinge verschillen zijn volgens hem te groot:

“Je gaat toch ook geen VeryMiddleEast opzetten, want

Turken en Marokkanen zijn heel anders […] Het Indische,

het klinkt een beetje lullig, heeft te maken met sociale klasse.

Indische mensen hadden hoge sociale posities in Nederlands-

Indië. Onze voorouders kwamen niet uit de kampong en

waren niet rijst aan het planten op de sawa’s. Je zag ze niet

21

Op 14-08-2002

Over de naam I Love Indo bestaat nogal wat verwarring, zelf) haar Indonesisch niet erg goed is. Deze achttienjarige MoluksIndische is overigens erg populair. Ze treedt niet alleen bij bijna alle

zelfs een liedje in het Indonesisch, ondanks het feit dat (zo zei ze

want waar staat ‘Indo’ voor? In dit geval is Indo een afkorting voor

Indonesië, een term die veel Indonesische (volbloed of ‘nieuwe’ buitenland doet ze aan.

migranten) jongeren, zowel in Nederland als in Indonesië gebruiken

Aziatische feesten op, maar ook andere feesten in binnen- en Terwijl de Indische jongerenverenigingen vinden dat I Love Indo ten onrechte de term ‘Indo’ gebruikt en zich op een te breed publiek richt, is Johnny van mening dat Indo’s vooruit moeten kijken. De kritiek van Darah Ketiga op het gebruik van roodwitte vlaggetjes, snapt hij niet goed. “Vroeger was vroeger; we leven nu. Als je zo gaat denken kan ik me ook gaan afvragen waarom ik hier eigenlijk ben. Mijn land is door Nederland gekolonialiseerd! Maar goed, dat was vroeger. Ik kijk naar de toekomst!”. In die toekomst gaat I Love Indo groeien. Johnny is telkens bezig iets nieuws te verzinnen. Al tweemaal is er een ticket naar Indonesië weggegeven, gesponsord door Garuda Indonesia. “Zo kunnen ze Indonesië zien en meer leren over de Indonesische cultuur” (Johnny). Ook wordt de website verbeterd, zodat de voor- en napret van de feesten op het Forum besproken kunnen worden.

om het land mee aan te duiden. Ondanks dat (of misschien juist

daardoor) voelen veel Indo’s (Indische Nederlanders) zich

aangesproken en zijn ze ruim vertegenwoordigd onder de bezoekers.

De reden dat jonge Aziaten in Nederland graag Aziatische

feesten bezoeken is volgens Johnny dat ze het fijn vinden om onder

“hun eigen mensen” te zijn. I Love Indo richt zich specifiek op

jongeren die een band met Indonesië hebben. De organisatie vindt

het belangrijk dat jongeren de Indonesische cultuur niet vergeten. De

taal spreken veel Ind(ones)ische jongeren niet, omdat ze die niet van

huis uit mee hebben gekregen. Johnny stimuleert jonge Indonesische

artiesten om het podium op te gaan. Zo is hij de stuwende kracht

achter de band ‘Bahaya’(Indonesisch voor ‘gevaar’), die op het I

Love Indo Superstar feest haar debuut maakte. Veel van de

aanwezige jongeren waren niet erg enthousiast over de liedjes die de

band – bestaande uit Ind(ones)ische jongeren – ten gehore bracht.

Johnny: “Dat komt omdat ze het nog niet kennen, dat komt nog

wel”. Twee bekenden uit de wereld van Asian Parties, Dj Irwan en

MC Lady Bee namen de vocalen voor hun rekening. Lady Bee zong

Forums zijn zowel lichte onderwerpen zoals lifestyle en entertainment, maar ook onderwerpen met meer diepgang te vinden. Het forum is een doolhof. De onderwerpen zijn in vier grote clusters onderverdeeld. Deze clusters bestaan weer uit verschillende subcategorieën. In totaal zijn er opgeteld 1687 discussieonderwerpen, waarin 104542 berichten geplaatst zijn. Deze aantallen groeien met de dag24. De 2329 leden en een onbekend aantal ongeregistreerde bezoekers hebben duidelijk voorkeur voor de categorieën Entertainment (Muziek, films, games, celebs), Style (Fashion, lifestyle, shopping, beauty, health), Life (Liefde, Seks, Relaties, familie, geloof) en Chill Zone (Off topic, Chillin’& Illin’, whatever). Met name de eerste twee zijn populair – met ieder meer dan 300 discussie onderwerpen. Reza: “Op ons online forum werden in eerste instantie alleen persoonlijke issues besproken zoals de relaties die jongeren hebben met hun ouders. Later kaartten de wat ouderen onder de jongeren de ‘grotere issues’ aan zoals politiek, de situatie in Aziatische landen enzovoorts”. De organisatie hoopt middels het forum een bijdrage te leveren aan een politieke bewustwording van jonge Aziaten. In ‘The Arena’ (met 102 onderwerpen en 3729 berichten) komen de serieuzere onderwerpen
24

Een perfecte illustratie van de manier waarop internet en feesten in

elkaar gevlochten zijn is VeryAzn, “een dynamische on-en offline

Asian community in Nederland”.22 VeryAzn is namelijk meer dan

een feestorganisatie. In december 2000 is VeryAzn van start gegaan

met een forum genaamd ‘Made in Asia’ in theater ‘de Balie’ in

Amsterdam. Op het programma stond een modeshow, een kungfu

demonstratie, stand-up comedy en een debat over Aziatische

identiteit. Na dit drukbezochte forum (alle 150 kaarten waren

uitverkocht),

werd de website opgezet. De populariteit van de

website is geleidelijk opgekomen. In tweeëneenhalf jaar tijd is

VeryAzn - met zo’n 1500 bezoekers per dag - uitgegroeid tot

“Holland’s largest and leading website for, by and about the Asian

community”23.

In eerste instantie werd de website voornamelijk bezocht om

de foto’s, die de organisatie van de bezoekers heeft genomen, te

bekijken. Organisator Reza Kartosen vertelt: “Aziatische jongeren

zijn best ijdel en fashionminded. Ze wilden kijken of ze ook de foto

stonden en voornamelijk hoe”. De jongeren bespreken de foto’s van

zichzelf en anderen op het online forum van VeryAzn. Op dit forum

22

23

Deze informatie staat op www.veryzan.nl Van de flyer van ‘VeryAzn The Party’.

Deze cijfers zijn van 26 juni 2003.

dan ook aan de orde, zoals de effecten van SARS, school en geloof, noemt: “dan komt hun overoveroverovergrootmoeder uit Indonesia,

bloedpercentage belangrijk, maar voor sommigen geeft huidskleur de doorslag. Over lichtere Indo’s zegt iemand die zich ‘Grote Aap’ en de rest allemaal belanda....dan gaan ze gelijk zo van Jaa ik ben indo”. Op de vraag of Indo’s verenigd zijn of niet, wordt geantwoord: “jullie zijn 1 fokking natie!! shit hey....... jullie hebben zelfs indo parties like as I LOVE INDO, indische avond waar dan ook en al that kind of shit............... jullie zijn echt nie in de minderheid...... de rest van de azn zijn in de minderheid........ nie indows”. Darah Ketiga komt ook aan bod. De discussanten, waaronder DK leden zelf, vinden het onduidelijk welke doelen de organisatie eigenlijk heeft. Sommigen vinden het onzin dat Indo’s zich verenigen en hebben het liever over ‘Azn’s United’. Erik is op de hoogte gesteld van de kritiek en doet op de internet community van DK een oproep aan de leden: “Het is makkelijk om te zeggen dat DK (of andere Indische jongerenorganisaties) te onduidelijk zijn of te weinig doen...DK en andere Indische jongerengroepen zoals IJO hebben het lef gehad om hardop te zeggen dat ze Indisch zijn, Niet-Indonesisch en dat wij de cultuur van onze voorouders willen koesteren en daarnaast deze cultuur willen

homosexualiteit, Pim Fortuyn en de uit de hand gelopen herdenking

op RMS-dag.

De bedoeling van het forum is om de Aziatische identiteit

meer inhoud te geven. Volgens Reza zijn Aziatische jongeren

economisch en qua opleiding goed geïntegreerd in de Nederlandse

samenleving, alleen doen ze cultureel gezien ze niet mee. Reza is

van mening dat de invloed van ouders met betrekking tot

studiekeuze van Aziatische jongeren doorslaggevend is voor de

manier waarop deze jongeren zich ook cultureel manifesteren. Ze

kiezen vaak voor studies als economie, rechten, geneeskunde en

andere zeer praktijk gerichte studies. “Een echte Aziaat wordt geen

journalist. Dat past niet. VeryAzn kan daar misschien verandering

inbrengen door te laten zien wat je ook kan doen”.

Zo wordt er op het internet eindeloos gediscussieerd over wat

een Aziaat eigenlijk is, maar nog meer over het Indo zijn. Op de

website van VeryAzn wordt een discussie gevoerd onder het kopje

“Zijn Indo’s united?”. In drie maanden tijd zijn er 155 reacties

geweest en is de discussie 1813 keer gelezen. Het gesprek komt

langzaam op gang, omdat men het niet eens kan worden over de

definitie van een Indo. “Telt iemand die gedeeltelijk Indo / Italiaans /

Schots / Nederlands is ook mee?” vraagt iemand. Wederom is het

ontwikkelen met de Indische jongeren van nu: jullie! voeren!”.25

maar op met ideeën en plannen! En help mee met deze uit te De stijl van schrijven op het web is recht voor z’n raap. De meeste jongeren op de forums nemen geen blad voor de mond, omdat ze in anonimiteit gehuld zijn. Op het gastenboek van Darah Ketiga worden dan ook regelmatig uitdagende opmerkingen geplaatst. “als jullie indo’s zijn eet ik mijn pet op/ jullie lijken wel een stel Hollandse kwajongens die alleen in lekker eten, sawa’s, hous (?) en populair geouwehoer geïnteresseerd zijn/ niks geen maleis, niks geen Indonesisch, geen spatje Aziatisch gevoel in de aderen”. De reacties lopen uiteen van grapjes tot uitgebreide uiteenzettingen van de Indische geschiedenis. Wederom legt Erik uit: “Indische Nederlanders [hebben] deze beslissing genomen om weg te zijn van domme Indonesiërs die hun huizen plunderden en mensen mishandelden...jammer genoeg waren deze domme mensen de baas over de meerderheid van vriendelijke Indonesiërs...Het was niet de bedoeling dat domme mensen zoals jij (orang Indonesia?) ons zouden na reizen...en nu weer zeuren dat we een van jou zijn, terwijl domme mensen zoals jij ons volk hebben weggestuurd omdat ze zeggen dat we Hollands zijn...wat willen jullie nu precies?
25

Bestuursleden van DK en IJO hebben het lef om hun nek uit

te steken, aandacht te vragen voor de ontwikkeling en

kennisoverdracht voor Indische jongeren […] Maar DK (en

andere) bepalen niet hoe Indische jongeren zich MOETEN

gedragen: DK biedt alleen een middel om achter de feiten te

komen aangaande de Indische cultuur. Nee, wij zijn geen

Indonesiërs, de Indische Nederlandse cultuur bestaat al ruim

driehonderd jaar! Zo hebben wij ons gespecialiseerd in de

Indische geschiedenis: hoe begon de Indische cultuur, hoe en

wanneer kwamen wij in Nederland. […] Ik vind het dus

vervelend dat Indische jongeren (en zelfs leden van ons) zich

afvragen wat onze doelen zijn en wat we nu precies

doen...DK is slechts een middel om je Indische cultuur te

bewaren, of dat lukt en of je er gebruik van wilt maken ligt

aan jezelf. Als je liever doelloos wilt rondhangen en daarmee

verwacht dat er over 10 jaar nog een Indische cultuur is dan

heb je het toch aardig mis. Zoals een beroemd man ooit zei:

Vraag jezelf niet af wat je volk voor jou kan doen, maar

vraag jezelf eens af wat jij voor je volk kunt doen! Dus kom

www.msn.groups.com/darahketiga

Ene keer zijn we Indonesisch, de andere keer Nederlands leren.

schijnbaar onlogische wijze afgewisseld worden, stoort hen. Toch lijken de discussies tot gevolg te hebben dat de jongeren iets nieuws Het forum van I Love Indo is onder constructie. Voor de virtuele verbouwing kwam de verwarring over de betekenis van de term ‘Indo’ uitgebreid aan bod. Andere onderwerpen waren “wat maakt Indo’s zo cool?”, “Indonesische avonden” en veel meer. Jongeren vertellen elkaar waar en wanneer er voor Indo’s iets te doen is. Op zoek naar Azië Op het internet gebeurt er dus erg veel voor en door Indische jongeren. Er zijn verschillende forums waar Indo’s terechtkunnen met vragen over hun Indisch zijn. Ideeën over hoe de Indische ‘imagined community’ aan elkaar verbonden is, worden via het web verspreid. Voor een organisatie als Darah Ketiga is het internet een goed medium om de doelgroep mee te bereiken. Het hele vraagstuk over waar Indo’s bij horen, wordt op het internet uitgewerkt. Voor Darah Ketiga zijn Indo’s Indisch, niet Aziatisch. Tegelijkertijd heb ik in dit hoofdstuk laten zien dat veel Indo’s zich aangetrokken voelen tot het Aziatische. Ze worden zonder problemen geaccepteerd en zijn zelfs de trendsetters als het op stijl aankomt. Veel jonge

Volgens mij ben je beetje gek in het koppie...en ik hoop dat

je pet lekker smaakt Maak er anders maar een hutspot van”.

Niet alleen op de website van DK gaat het er heftig aan toe. Ook op
26

het forum van Indoweb worden er spannende discussies gevoerd. Zowel jong en oud is

Indoweb is a place where indo's unite! .

welkom op deze virtuele ontmoetingsplek voor Indo’s. Het forum is

op dezelfde manier opgebouwd als het forum van VeryAzn. In totaal

zijn er 15379 berichten geplaatst door de 812 leden van Indoweb.

Indische identiteit is absoluut het favoriete gespreksonderwerp (154

discussies gaan hierover en daarin zijn 3289 berichten geplaatst)27.

Toch wordt er op Indoweb ook ingegaan op de politieke situatie in

Indonesië en gekletst over vakantieliefdes, muziek, uitgaan en

computerspelletjes.

De generatiekloof bestaat ook op Indoweb. Het forum trekt

namelijk Indo’s uit verschillende leeftijdscategorieën aan. De

ouderen kunnen het taalgebruik van de jongeren vaak niet volgen.

28

De hippe manier van typen, waarbij onder-en bovenkast op

26

27

www.indoweb.nl Deze cijfers zijn van 20 juni 2003 28 Hun leeftijd is te zien in hun persoonlijke profiel.

Indo’s hebben geen behoefte zich in de geschiedenis van Indische

Nederlanders te verdiepen en identificeren zich met symbolen van

Indonesië. Dit maakt dat ze zich bij Aziaten kunnen aansluiten.

Onder Aziaten bestaat er een mythe van Aziatische superioriteit. In

deze kapitalistische maatschappij hebben zij het voor elkaar; naast

materiële welvaart, in de vorm van tafels vol met drankjes en de

nieuwste digitale camera, hebben ze ook hogere normen en waarden,

zoals respect voor ouderen en innerlijke rust.

Conclusie Indovation Hoe geven Indische jongeren invulling aan hun Indisch zijn? In deze scriptie heb ik laten zien hoe er een gelaagdheid is in de etnische identiteit van jonge Indo’s. Een groot gedeelte weet weinig van het Indische verleden. Ze gebruiken symbolen van Indonesië om hun identiteit mee aan te geven. Ze dragen deze met trots, ook op Asian parties. De vlag en de Garuda zijn denkbeeldige toegangsbewijzen voor de feesten geworden. Door de identificatie met Indonesië, horen Indo’s ook bij Nederlandse Aziaten. De subcultuur van de Aziatische jongeren is in eerste instantie oppervlakkig. Het draait om kleding en stijl. Allemaal dragen ze dezelfde merken. Dit verbindt Aziaten in Nederland met elkaar. Toch hebben ze, in hun optiek, meer met elkaar gemeen. Hierover spreken ze op internet forums zoals VeryAzn. Daar krijgen Aziatische jongeren de ruimte om hun nieuw verworven identiteit meer diepgang te geven. Al discussiërend herdefiniëren ze continu hun eigen groep. Onder het vluchtige van trends en internetgesprekken ligt een diepere band verborgen: het geloof in een gezamenlijke afkomst en een Aziatische cultuur. Deze band speelt voor de hippe jongeren ongetwijfeld geen rol op een bewust niveau. Zowel bewust als definiëren en

Indische Nederlanders bestaan. De jongeren van de derde generatie

laten luid en duidelijk van zich horen. Het Indische van deze

generatie is anders dan het Indische van opa en oma. Het oude Indië

bestaat misschien enkel nog in de herinnering van de eerste

generatie, jonge Indo’s zetten een nieuw Indisch bewustzijn op de

kaart.

Niet alle Indo’s geven dezelfde invulling aan hun etnische

identiteit. Het gros van de meer dan 200.000 jongeren met een

Indische (groot)ouder, bezoekt misschien hooguit een keer per jaar

een Pasar Malam. Afgezet tegen deze meerderheid, is het slechts een

klein percentage dat wel aandacht aan de Indische identiteit besteedt.

Het zijn honderden, misschien een paar duizend, Indo’s die

Aziatische feesten bezoeken en honderden die de websites van IJO

en DK geregeld bezoeken. Toch zijn deze Indische jongeren

belangrijk. Deze Indische jongeren zijn trots op hun afkomst. Zoals

ook de tweede generatie in de jaren tachtig haar stem heeft laten

horen, toont de derde generatie nu haar bestaan. En de interesse

neemt toe.

onbewust hebben zij echter het denkbeeld van Azië als verlicht

ontbreekt de relevantie van uiterlijke kenmerken. Bij Indische jongeren blijkt dat velen op zoek gaan naar hun wortels, omdat ze als ‘anders’ gezien worden. Hetgeen de meeste bezoekers van Asian Parties met elkaar gemeen hebben, is dat ze zwart haar, een donkere huid en donkere ogen hebben. Ze zoeken elkaar op en voelen zich blijkbaar op hun gemak. Sommige groepen willen niet onder de paraplu van het Aziatische geschaard worden. I Love Indo richt zich op iedereen met Indonesische wortels en de Indische jongerenverenigingen hebben nog een nauwere doelgroep. Deze organisaties groeien. Darah Ketiga heeft binnen een paar jaar meer dan honderd leden gekregen en dit aantal blijft toenemen. Ze krijgen ook steeds meer aandacht in de media; na verschillende interviews in regionale dagbladen, maakte Vrij Nederland Darah Ketiga in een keer nationaal bekend. De jongerenverenigingen grijpen terug op het verleden. Darah Ketiga herschrijft de geschiedenis. Via het internet draagt ze deze uit. Terwijl natiestaten de nationale geschiedenis vastgesteld hebben, kunnen diasporas met een andere versie van het verleden komen. Volgens Ben Anderson creëerden natiestaten “imagined communities” om een gevoel van nationalisme op te leggen (Anderson 1991). Mijn onderzoek wijst uit dat Darah Ketiga op een zelfde manier een gemeenschapsgevoel onder Indische jongeren tot

continent overgenomen; zij hebben het oriëntalisme geïnternaliseerd.

Een Indo is een Nederlander plus. Juist doordat Indische

Nederlanders zo goed geïntegreerd zijn, kunnen ze (zonder gevaar

voor negatieve markering) uitkomen voor hun etnische identiteit.

Richard Alba beschrijft in Optional Identity dezelfde trend onder

Amerikanen met een Italiaanse en Ierse afkomst (Alba 1990).

Groepen die goed geïntegreerd zijn, kunnen hun etnische identiteit

als een voordeel beschouwen. Het maakt hen bijzonder. Het uitten

van hunetnische identiteit geeft hen plezier in het leven (Alba

1990:121). Etniciteit is voor hen een goede vrijetijdsbesteding.Het

etnisch zijn is voor Indo’s dus meer een keuze dan het voor

Marokkanen in Nederland is. De Marokkaanse gemeenschap in

Nederland is erg hecht. Er is dus veel groepspressie en

groepscultuur. Dit is bij Indische Nederlanders veel minder het

geval.

Toch is Indische identiteit niet geheel een keuze, met name

voor Indo’s met een donkere huidskleur. Zij worden door anderen

geconfronteerd met hun etnische identiteit. Dat geldt veel minder

voor Amerikanen van Ierse afkomst. Afgezien van hun achternamen,

hebben ze geen ‘anders’ voorkomen (Alba 1990, Halter 2000, De

Vries 2000). In de theorie die etniciteit als optioneel beschouwt,

stand wil brengen. Benedict Anderson’s “print-capitalism” is echter Indo’s. Het raciale denken waartegen de tweede generatie opstond, wordt door de voorzitter van Darah Ketiga, Erik, gedeeltelijk weer in het leven geroepen. Hij geeft weer hoe volgens hem Indo’s in de

heeft. De toon is erg fel. En dat allemaal uit respect voor oudere

vervangen door de moderne media. In de zestiende eeuw creëerde de

opkomst van de boekdrukkunst “unified fields of exchange and

communication” en daarmee het nationaal bewustzijn (1991: 44).

Appadurai stelt dat de nieuwe media vandaag de dag de rol van de Een voorbeeldige van stand gezien werden. De

drukpers hebben overgenomen (1996: 35).

kolonie tijd niet zwetend op de sawa’s stonden, maar als personen Indonesische kant wordt gebagatelliseerd. Als reactie op Indische jongeren die zonder enige kennis van het verleden een Indonesische vlag dragen, is er binnen de denkwijze van Darah Ketiga weinig ruimte voor Indonesië. De Indische jongerenverenigingen schipperen tussen het tonen van respect voor de generatie van hun grootouders en het zich afzetten tegen die generatie. Ze vinden dat ouderen vaak nogal zeuren en hebben kritiek op de manier waarop ze met hun Indische identiteit om zijn gegaan (en hoe ze er nog steeds mee omgaan). Indische mensen zijn in de optiek van DK te “soft” en hebben zich vanaf het begin te bescheiden opgesteld. Darah Ketiga wil een ‘echte’ Indische groep creëren. In een heftige discussie in het gastenboek van DK stelt Erik dat Pasar Malams alleen voor Indische mensen en Molukkers toegankelijk zouden moeten zijn. Indische mensen moeten eens op hun strepen gaan staan en de grens aangeven.

Moderne symbolen worden gecreëerd.

vorm van “invention of tradition” (Hobsbawm 1983) is de manier

waarop Darah Ketiga zich identificeert met de vlag van Vic

Phefferkorn. De Indo Melati vlag is namelijk nog geen twintig jaar

geleden ontworpen. Naast het feit dat de vlag voor Indische trots

staat (ook vandaag de dag), verwijst de vlag sterk naar Nederlands-

Indië. Het vraagt bijvoorbeeld – met de afbeelding van de Melati

(een bloem) – aandacht voor de Indische vrouw, die het met name

tijdens de Japanse bezetting erg moeilijk heeft gehad.

In de gedachtegang van de bestuursleden van DK is de

Indonesische vlag het symbool van de vijand. De betekenis van het

Indonesische roodwit zou voor Indische Nederlanders zelfs

vergelijkbaar zijn met het effect dat het hakenkruis op iemand van

Joodse afkomst heeft. Deze opmerking is nogal kort door de bocht,

maar het geeft wel de emotionele lading weer, die het binnen DK

De jongeren van de verenigingen breken taboes over het

verleden open. Taboes die met zorg door de ouderen waren

verborgen. De jongeren openbaren de pijn van hun opa’s en oma’s.

Het Indische

wordt wederom een vorm van slachtofferschap.

Hiertegen heeft Pamela Pattynama zich uitgesproken en ik sluit me

bij haar aan.29 Pattynama past het werk van Paul Gilroy, The Black

Atlantic, toe op de Indische situatie. Terwijl Gilroy stelt dat het

slachtofferschap voor zwarten strategische voordelen heeft, hebben

ook Indische mensen zich lange tijd als slachtoffers voorgesteld.

“Het slachtofferschap heeft grote nadelen; het is statisch en bevestigt

de eenzijdige verhouding van gekoloniseerde en kolonisator (of

dader en slachtoffer) (Pattynama 2000:6)”.

Nadat de tweede generatie zich, mede wegens haar

Indonesische wortels, uitsprak tegen racisme, staat bij Darah Ketiga

Indië weer voorop. Decennia nadat iedereen stond te swingen op

Indo Rock, breakdances jonge Indo’s op Hip Hop. Net zoals hun

vaders en grootvaders stelen Indische jongens de show door hun met

veel gel gestileerde kapsels. Deze mogen inmiddels al geen

Dragonball Z meer heten; dit seizoen is er weer een ander kapsel in.

Indische jongeren innoveren. Morgen kan het alweer anders zijn.

29

http://www.euronet.nl/~indoweb/lezingen/indische_identiteit.html

Bibliografie Captain, Esther, 2001, ‘De Indische derde generatie; breuken en schakels in de overdracht tussen Indische generaties’, lezing uitgesproken tijdens de Studiedagen Indische Nederlanders VI, Den Haag: Pasar Malam Besar. Clifford, James, 1997, Routes; Travel and Translation in the Late Twentieth Century, Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press. Cohen, Robin, 1997, Global diasporas; An introduction, Seattle: University of Washington Press. Daniëls, Esther E.G., 1995, ‘Ons is nooit wat gevraagd’; De Indische naoorlogse generatie: een onderzoek aan de hand van literatuur en interviews, Amsterdam. Ellemers, J.E. en R.E.F. Vaillant, 1985, Indische Nederlanders en gerepatrieerden, Muiderberg: Dick Coutinho. Eriksen, Thomas. H., 1993, Ethnicity & Nationalism; Anthropological Perspectives, Chicago: Pluto Press. Espiritu, Yen Le, 1992, Asian American Panethnicity: Bridging Institutions and Identities, Philadelphia: Temple University Press. Ex, J., 1966, Adjustment after Migration: A longitudinal study of the process of adjustment by refugees to a new environment, Den Haag: Martinus Nijhoff. Fasseur, Cees, 1992, ‘Hoeksteen of struikelblok; Rassenonderscheid en overheidsbeleid in Nederlands-Indie’, Tijdschrift voor geschiedenis 105:218-242.

Alba, Richard D., 1990, Ethnic Identity: The Transformation of White America, New Haven: Yale University Press.

Anderson, Benedict, herziene druk 2000, Imagined Communities; Reflections on the Origin and Spread of Nationalism, London: Verso [eerste druk 1991].

Appadurai, Arjun, 1996, Modernity at Large;Cultural Dimensions of Globalization, Minneapolis: University of Minnesota Press.

Barth, Fredrik, 1969, ‘Introduction’, in: Fredrik Barth (ed), Ethnic Groups and Boundaries; The Social Organiszation of Culture Difference, pp. 9-38, Oslo: Universiteitsforlaget.

Boer-Laschuyt, Topaas, de, 1960, ‘Eurasian Repatriants in Holland’: R.E.M.P. Bulletin 8-2: 23-45.

Bruin, R, de, 1990, ‘De Indo-Europeaan in de geschiedenis van Nederlands-Indië’, in: Willems, Wim (red.), Indische Nederlanders in de ogen van de wetenschap, pp. 26-51, Leiden: C.O.M.T.

Captain, Esther, 1996, ‘Een archipel van verhalen; gedachten over Indische identiteit’: Lover; Tijdschrift over feminisme, cultuur en wetenschap, 23 (4): 6-12.

Captain, Esther, 2000, “Een soort zusje en dus verboden terrein”; Indische generaties en relaties anno 2000’, in: Esther Captain, Marieke Hellevoort en Marian van der Klein (red.), Vertrouwd en Vreemd; ontmoetingen tussen Nederland, Indië en Indonesië, pp.257-274, Hilversum: Verloren.

Geugten, Tom, van der, 1989, Met gemengde gevoelens; Het zelfbeeld van Indische Nederlanders, Amsterdam.

Nederlandse samenleving, Den Haag : Staatsdrukkerij- en Uitgeverijbedrijf. Lavie, Smadar and Ted Swedenburg, 1996, ‘Introduction: Displacement, Diaspora and Geographies of Identity’ in: Smadar Lavie & Ted Swedenburg (eds.), Displacement, Diaspora and Geographies of Identity, pp. 1-25, Durham: Duke University Press. Lee, Robert G., 1999, Orientals: Asian Americans in Popular Culture, Philadelphia: Temple University Press. Moesson, Onafhankelijk Indisch Tijdschrift, 1997, 41(9)-22. Okamura, Jonathan Y., 1998, Imagining the Filipino American Diaspora: Transnational relations, identities, and communities, New York: Garland Publishing. Ong, Aihwa, 1999, Flexible Citizenship; The Cultural Logics of Transnationality, Durham: Duke University Press. Pattynama, Pamela, 1994, ‘Oorden en woorden; Over rassenvermenging, interetniciteit, en een Indisch meisje’, Tijdschrift voor vrouwenstudies 15-1: 30-45. Pamela Pattynama, 2000, ‘Enkele gedachten over Indische identiteit’, http://www.euronet.nl/~indoweb/lezingen/indische_identiteit.html (Bezocht op 15-10-2002). Pollmann, Tessel en Ingrid Harms, 1987, In Nederland door omstandigheden, Den Haag: Ambo/Novib.

Geugten, Tom, van der, 1998, ‘Wat is Indisch?’, Bewerkte versie van een lezing gehouden in het Bibit Theater op de Pasar Malam Besar, http://home.planet.nl/~vdbroeke/lezing.htm (bezocht op 1510-2002).

Gilroy, Paul, 1993, The Black Atlantic: Modernity and Double Consciousness, Cambridge, Massachusetts: Harvard University Press.

Gross, Joan, McMurray, David and Swedenburg, Ted, 1996, ‘Arab Noise and Ramadna Nights: Rai, Rap, and Franco-Mahgrebi Identities’ in: Smadar Lavie and Ted Swedenburg, (eds.) Displacement, Diaspora and Geographies of Identity, pp. 119-155, Durham: Duke University Press.

Halter, Marilyn, 2000, Shopping for Identity: The Marketing of Ethnicity, New York: Schocken Books.

Hobsbawm, E., 1983, ‘Introduction: inventing traditions’ in: E. Hobsbawm (ed.) The invention of tradition, New York: Cambridge University Press

Jansen, Tineke E., 2001, ‘Begin Jaren 80: Een paradijselijk kruispunt?’, lezing uitgesproken op de Indische Studiedagen op 25 en 26 juni 2001 in Den Haag. Kraak, J.H., 1956, De repatriëring uit Indonesië; Een onderzoek naar de integratie van de gerepatrieerden uit Indonesië in de

Rafael, V. L., 1997, ‘Your grief is our gossip: Overseas Filipinos and other spectral presences’, Public Culture 9: 267-291. Hart, Jan Lucassen en Henk Schmal (red.), Nieuwe Nederlanders; Vestiging door de eeuwen heen, Amsterdam: SISWO. Wolf, D. L., 1997, ‘Family secrets: transnational struggles among children of Filipino immigrants’, Sociological perspectives 40-3: 457-482. Zeijl, Femke, van, 2003, ‘Indo zijn is vet; Derde generatie is trots op zijn wortels’, Vrij Nederland 64(24): 42-45.

Said, Edward., 1979, Orientalism, New York: Vintage Books.

Schuurmans, Paulien, 2003, ‘Tussen Wal en Schip; Ervaringen van Indische Nederlanders bij de repatriëring’, SKRIPT historisch tijdschrift 25(1): 32-45.

Stolk, Gerben, 2003, ‘Asian Nights in het hart van Holland’, Horeca Entree 22(11): 20-21.

Stolk, Jill, 1988, Kleurverschil, Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar.

Surie, H.G.,1971, ‘De gerepatrieerden’, in: Allochtonen in Nederland, H. Verwey-Jonker (red), Den Haag: Staatsuitgeverij.

Timmerije, Anneloes, 1992, Gemengde gevoelens; erfenis van twee culturen, Bloemendaal: Aramith Uitgeverij.

Verkuyten, Maykel, 1999, ‘Third-generation South Moluccans in the Netherlands: the nature of ethnic identity’, Journal of ethnic and migration studies, 25:63-79.

Vries, Marlene, de, 2000, ‘Why ethnicity?; The ethnicity of Dutch Eurasians raised in the Netherlands’, in: Crul, Maurice and Lindo, Flip and Pang,Ching Lin (eds.) Culture, Structure and Beyond; Changing identities and social positions of immigrants and their children, pp.28-48, Amsterdam: Het Spinhuis Publishers.

Willems, Wim, 1996, ‘Koloniaal en etnisch; Molukkers, Hindostanen en Indische Nederlanders vergeleken’ in: Marjolein ’t

Websites:

www.veryAzn.nl, ledentelling van 26 juni 2003 www.indoweb.nl, gegevens opgenomen op 20 juni 2003 www.santai-entertainment.com www.darahketiga.com www.indojongeren.org www.iloveindo.nl

Illustraties:

Titelpagina en Indo’s op p.44: eigen materiaal, genomen op Image Matters op de Pasar malam Besar, met dank aan Rapti Miedema.

Flyer IJO feest Venlo: www.indojongeren.org

DK Logo: www. darahketiga.com

Indo Melati vlag: gemaakt door Diederik Moreno

Flyer VeryAzn p.45: www.veryazn.nl/flyerfront, op 2 augustus 2003

Flyer Image Matters p.47: http://www.pasarmalambesar.nl/progimage.html

Titel:

Afkomstig van de band van Nicky Boot. Met toestemming gebruikt, Bedankt!

Bijlage: Vragenlijst Bestuursleden30 • idem broers en zussen. Welke andere manieren zijn er voor jongeren om hun Indische identiteit te uitten? Bestaat er volgens jou een Indische gemeenschap met een Indische cultuur? Zo ja, wat betekent deze voor je? Op welke manier denk je dat de Indische cultuur behouden kan worden? • • • •

Wat is je leeftijd?

Welke opleiding heb je gevolgd/ volg je?

Wat voor werk doe je?

Zijn je beide ouders Indisch?

Indische identiteit/zelfbeleving

Wat bedoel als je zegt dat je “Indisch” bent?

Hoe uit jij je Indisch zijn (situaties en kenmerken: opvoeding, uitgaan, muziek, kerk…)?

• • •

Wanneer ben je bestuurslid van DK geworden?

Vereniging • Hoe ben je bestuurslid van … geworden? Hoe ziet de toekomst van … er uit? Waarom denk je dat veel Indische ouderen negatief reageren op ..? (bijv. Pasar Malam) Etniciteit van partner / Vragen voor respondenten met een partner • • Welke afkomst (etniciteit) heeft je partner? In hoeverre speelt afkomst een rol binnen de relatie?

Ben je eerder of op een andere manier met je ‘Indische’ identiteit bezig geweest?

Zijn er in jouw omgeving anderen bezig met hun Indische identiteit?

Op welke manier doen zij dat?

Wat vinden jouw ouders en grootouders van de manier waarop je met je Indische identiteit omgaat?

Deze vragenlijst is gebaseerd op de vragenlijst van Danielle van der Broek, mede studente Indonesisch

30

Nederlandse Identiteit

Voel je je Nederlander?

Wat betekent dit voor je?

Oriëntatie ten aanzien van Indonesië?

Wat betekent Indonesië voor je? (ben je er wel eens geweest?)

Hoe komt dit tot uiting?

De multiculturele samenleving

Hoe denk je dat anderen jou zien binnen de multiculturele samenleving?

Voel je je allochtoon, autochtoon of iets anders?

Voel je verbonden met Aziatische jongeren in Nederland?

Wat vind je van een organisatie als VeryAzn?

Voel je je verbonden tot een of meerdere andere etnische groepen?

Zo ja, welke en waarom?