You are on page 1of 4

Rouw en verliesverwerking door kinderen en

jongeren
Hoe gaan kinderen om met het verlies van een dierbaar familielid, en hoe kun je ze daar het beste bij
helpen? Mariken Spuij en Paul Boelen vertellen hoe het werkt.

Jaarlijks worden veel kinderen geconfronteerd met de dood. Vaak is het een grootouder of iemand uit
de omgeving van het kind, maar het kan ook iemand uit het gezin zelf zijn. Ieder jaar verliezen
ongeveer 7000 kinderen een van hun ouders, een broer of een zus.
Zo'n gebeurtenis is vaak dermate ingrijpend dat ouders zich al snel zorgen gaan maken over hun
kinderen. Wat gaat er om in hun hoofd? Hoe voorkom je dat ze 'blijvende schade' oplopen? En
wanneer moet je eventueel hulp inroepen?
Hieronder zullen we al deze vragen beantwoorden, op basis van recent wetenschappelijk onderzoek.
Warboel van gevoelens
De dood van een dierbare doet ongelooflijk veel pijn. Maar pijn is niet het enige wat je voelt. Net als
volwassenen ervaren ook kinderen vaak verschillende gevoelens, die soms heel tegenstrijdig kunnen
zijn.
Zo kan een kind dat een ouder in de laatste fase van kanker heeft gezien, ook opgelucht zijn omdat
papa of mama geen pijn meer heeft. Het kind kan zelfs blij zijn om te merken dat het leven toch
gewoon doorgaat, ondanks het verlies van papa of mama. Maar het kind kan ook verschrikkelijk boos
worden.
Deze warboel van gevoelens zie je al bij volwassenen maar juist ook bij kinderen, omdat zij –
vanwege hun leeftijd – sowieso nog moeten leren wat voor gevoelens er allemaal bestaan, en hoe je
die moet hanteren.
Normale ontwikkeling
Vergeet ook de normale ontwikkeling niet. Zo begrijpen jonge kinderen de onomkeerbaarheid van een
verlies vaak nog niet (of nog niet goed).

Pubers begrijpen dat al beter, maar hebben weer een ander ontwikkelingsaspect dat er doorheen
speelt, namelijk dat ze bezig zijn zich los te maken van het gezin. Soms wensen ze hun vader of
moeder zelfs dood, maar als dat daadwerkelijk gebeurt is dat natuurlijk weer heel wat anders.
Wat betekent 'verwerken'?
Stukje bij beetje wordt het verlies 'verwerkt'. Dat betekent dat het verlies wat meer op de achtergrond
raakt en kinderen weer kunnen genieten van de dingen die ze doen (ook al zal het kind misschien
altijd wel een beetje verdrietig blijven als het stilstaat bij het verlies).
Maar hoe weet je nou of je kind het verlies echt verwerkt heeft (en er dus niet meer zo mee bezig is),
of dat je kind het verlies nog helemaal niet verwerkt heeft maar er domweg niet meer over praat omdat
dat te pijnlijk is? Dat weet je niet. Maar je voelt het soms wel.
'Niet pluis'-gevoel
Het blijft vaak een mistig gebied waarin ouders een 'niet pluis'-gevoel hebben. Ze voelen dan dat er
iets mis is, zonder precies te kunnen zeggen waar dat gevoel op gebaseerd is.
Als zo'n gevoel blijft knagen, kun je te rade gaan bij hulpverleners die gespecialiseerd zijn in rouw- en
verliesverwerking. Die kunnen vaak goed zeggen of uw zorgen terecht zijn. Voor namen en adressen
van hulpverleners en hulpverlenende instanties: zie het eind van dit artikel.
Hoe merk je dat een rouwproces stagneert?
De meeste kinderen lukt het wonderbaarlijk goed om het verlies te verwerken. De veerkracht van
kinderen is soms verrassend groot. Maar tegelijkertijd zijn er ook veel kinderen die er moeite mee
hebben, en waarbij het verstandig is om de vinger aan de pols te houden.
Bij die laatste groep stagneert de verliesverwerking en is er een reële kans dat er zich ernstige
emotionele en psychosociale problemen ontwikkelen. Soms komt dat tot uiting in hun gedrag of door
wat ze zeggen, maar soms lijkt het ogenschijnlijk dat alles goed gaat.
Ouders merken dan aan kleine dingen dat het niet goed gaat. Bijvoorbeeld doordat een kind heel
subtiel alles wat met de overledene te maken heeft, vermijdt. Of doordat het kind opmerkingen maakt
waaruit je kunt afleiden dat de pijn heel diep zit.
Wetenschappelijk onderzoek
Er wordt de laatste tijd veel onderzoek gedaan naar rouwverwerking bij kinderen en jongeren.
Daardoor komt er steeds meer kennis beschikbaar over zowel stagnerende rouw als 'goede
verwerking'. Dat is nuttig omdat je dan beter weet hoe je kinderen kunt helpen, maar ook omdat je dan
beter weet wat je moet vermijden. Sterker nog: sommige vormen van 'hulp' blijken juist averechts te
werken.
Hieronder zullen we aangeven wat het onderzoek tot nu toe heeft opgeleverd en wat je daar als
ouders mee kunt doen.
Vermijdingsgedrag
Bij de kinderen die vastlopen in de verwerking van het verlies, zie je bijvoorbeeld dat ze de pijnlijke
gevoelens die bij het verlies horen, wegstoppen. Ze vinden het heel moeilijk (of eng) om echt stil te
staan bij het feit dat hun dierbare niet meer terugkomt.
Ook kan het gebeuren dat ze bepaalde situaties, dingen of personen gaan vermijden die hen doen
herinneren aan het verlies. Zo kan een zoon die vroeger veel plezier beleefde aan vissen (met of
zonder zijn vader) het na de dood van zijn vader heel moeilijk vinden om zijn oude hobby weer op te
pakken.

Een ander voorbeeld is een dochter die niet meer naar familiefeestjes wil, omdat ze bang is dat daar
herinneringen aan haar overleden moeder worden opgehaald. In plaats van dat ze die gevoelens deelt
met anderen, kan ze dan opstandig en boos worden als haar gevraagd wordt om mee te gaan naar
een verjaardag.
Negatief gedrag
De dood van een dierbare kan er ook toe leiden dat kinderen opeens heel negatief tegen allerlei
dingen aan gaan kijken. Zo'n kind wordt dan een 'zwartkijker'.
Als kinderen deze negatieve gedachten hebben, zullen ze zich ook somber voelen en zich
terugtrekken. Het is heel begrijpelijk en normaal dat ze dit een tijdje doen. Maar als het te lang duurt,
wordt het steeds moeilijker om verder te gaan met het leven en weer vertrouwen te krijgen in zichzelf,
anderen en de toekomst. Het is juist belangrijk dat kinderen leren om weer door te gaan met de
dingen die ze altijd al deden.
Zorgzaam gedrag
Het gebeurt ook vaak dat kinderen te veel bezig zijn met anderen in het gezin. Ze proberen
bijvoorbeeld hun ouders (of de overgebleven ouder) te ontlasten door hun eigen gevoelens voor
zichzelf te houden. Ze doen dit omdat ze denken dat het al lastig genoeg is voor de mensen in hun
omgeving en zij het alleen maar erger maken als zij ook hun verdriet en pijn tonen.
Andere kinderen proberen problemen van anderen op te lossen, zoals het voorkomen of beslechten
van ruzies tussen gezinsleden. Het is echter om verschillende redenen niet goed als kinderen te veel
met de problemen van anderen bezig zijn. De belangrijkste reden is dat het hen de kans ontneemt om
te leren omgaan met hun eigen verdriet.
Hoe kunnen ouders hun kinderen het beste begeleiden?
Ouders kunnen veel doen om hun kinderen te begeleiden in het verwerkingsproces. Uit onderzoek is
het volgende gebleken:

De relatie tussen ouders en kinderen vormt een belangrijke basis. Hoe beter de relatie,
hoe beter de rouwverwerking bij het kind zal verlopen.
Vanuit een goede basis is het makkelijker om moeilijke en pijnlijke onderwerpen te bespreken. Het is
dan ook makkelijker om te reageren op een manier waarvan de ouder weet dat het kind dat een
prettige manier vindt. Een goede band vormt dus de basis voor een goede communicatie tussen ouder
en kind.

Belangrijk is dat het kind niet alsmaar nieuwe negatieve gebeurtenissen meemaakt, zoals
heftige ruzies.
Overigens is het vermijden van ruzies nog lang niet makkelijk, want in ieder gezin waarin iemand is
overleden, komen de onderlinge relaties onder druk te staan. Dat heeft niet alleen te maken met het
verdriet en andere pijnlijke gevoelens die iedere nabestaande heeft, maar ook met de aanpassing van
ieder individu – en van het gezin als geheel – aan het nieuwe leven.

Goede luister- en gespreksvaardigheden zijn ontzettend waardevol.
Door goed te luisteren laat de ouder merken dat hij of zij in zijn of haar kind geïnteresseerd is. De
ouder raakt erdoor op de hoogte van het leven van het kind en de vertrouwensband wordt erdoor
versterkt. Bovendien stimuleert u uw kind om zelf problemen op te lossen.

Kinderen vinden het vaak fijn om iets te doen als ze met een ander praten. Bijvoorbeeld: samen
afwassen of een wandeling maken. Kijk of er zulke momenten in uw leven zijn die kansen bieden op
het voeren van goede gesprekken.

Kinderen moeten de ruimte krijgen om hun eigen verwerkingsproces te doorlopen.
Veel kinderen zijn van nature geneigd om te willen helpen bij het oplossen van problemen. Ouders
moeten hun kinderen echter helpen om zich niet verantwoordelijk te voelen voor de problemen van
anderen, en zich te concentreren op het oplossen van hun eigen problemen (zoals ruzie met een
vriendje, een slecht cijfer of een onopgeruimde kamer).
Omgaan met je eigen emoties
Als er een dierbaar gezinslid is overleden, dan raakt dat álle gezinsleden, dus niet alleen de kinderen
maar ook de ouders (of één ouder, als de andere ouder is overleden).
Soms zal het ouders niet lukken om hun eigen emoties te 'parkeren' en zich te concentreren op het
verhaal van hun kind. In dat geval kunt u in grote lijnen, dus zonder al te veel details, uitleggen wat er
aan de hand is. We geven een paar tips voor ouders die hiermee worstelen:

leg aan uw kind uit dat u zich op dit moment heel erg verdrietig voelt, maar dat dat niet
altijd zo is en dat u een manier zoekt om ermee om te gaan. Op deze manier helpt u uw kind om
zich geen zorgen te maken over u;

benoem uw gevoelens en geef duidelijk aan dat uw kind niet de oorzaak is. Op deze
manier helpt u uw kind om zich niet schuldig te voelen over het feit dat u zo geëmotioneerd bent;

wees eerlijk en open als u uw kinderen gerust wilt stellen. Dat betekent dat het niet handig
is om te zeggen "Oh, maak je maar geen zorgen over mij... ik voel mij alweer helemaal goed".
Beter is het om dan te zeggen: "Het lukt mij nu even niet om hiermee om te gaan, maar ik weet
zeker dat dat later zeker wel zal lukken."

als u merkt dat u veel last heeft van bepaalde pijnlijke gevoelens, is het belangrijk om
iemand te zoeken waarmee u dit kunt bespreken. Bijvoorbeeld een familielid, een goede vriend of
vriendin, een goede buurman of buurvrouw, etc. Of bespreek met uw huisarts welke
mogelijkheden er zijn.
Let op: wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat ouders in ieder geval gewoon moeten blijven
opvoeden, inclusief het stellen van grenzen.
Hoe lang staat er voor een rouwproces?
Vooropgesteld: ieder rouwproces is uniek en iedereen doet het in zijn eigen tempo. Toch vinden wij
(op basis van wetenschappelijk onderzoek) dat je niet te lang moet wachten met kijken of
ondersteuning gewenst is. In de praktijk betekent dit vaak al 6 tot 12 maanden na het verlies.
Sommigen zullen dit verschrikkelijk snel vinden, omdat de gangbare opvatting is dat kinderen soms
wel jaren over hun rouwproces doen. Toch zijn wij van mening dat vroegtijdige onderkenning en
behandeling van (dreigende) stagnerende rouwprocessen veel leed kan voorkomen. Patronen zijn dan
vaak nog niet zo sterk ingesleten, waardoor het veel makkelijker is om een kind weer op het juiste
spoor te zetten en daarmee mogelijkheden te creëren om het verlies verder te verwerken.

Bron: http://www.ouders.nl/artikelen/rouw-en-verliesverwerking-door-kinderenen-jongeren