0% found this document useful (0 votes)
135 views84 pages

Hoe Wendt Het Zorgpersoneel de Elementen Van de Agogische Relatie Aan Tijdens Reminiscentie Bij Een Bejaarde Met en Zonder Dementie?

Geïntegreerde proef

Uploaded by

Nathan Geleyn
Copyright
© © All Rights Reserved
We take content rights seriously. If you suspect this is your content, claim it here.
Available Formats
Download as PDF, TXT or read online on Scribd
0% found this document useful (0 votes)
135 views84 pages

Hoe Wendt Het Zorgpersoneel de Elementen Van de Agogische Relatie Aan Tijdens Reminiscentie Bij Een Bejaarde Met en Zonder Dementie?

Geïntegreerde proef

Uploaded by

Nathan Geleyn
Copyright
© © All Rights Reserved
We take content rights seriously. If you suspect this is your content, claim it here.
Available Formats
Download as PDF, TXT or read online on Scribd

Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van de

agogische relatie aan tijdens reminiscentie bij een


bejaarde met en zonder dementie?

Nathan Geleyn
6GWW2
Schooljaar: 2020-2021
GIP mentor: Eva De Witte
Seminarie
Voorwoord
Voor u ligt het onderzoek: ‘Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van
de agogische relatie aan tijdens reminiscentie bij een bejaarde met en
zonder dementie?’. Het onderzoek van deze literatuurstudie is gericht op de
manier waarop het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie
aanwendt binnen het WZC Sint-Jozef te Moerzeke. Deze literatuurstudie is
geschreven in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding Gezondheids-
en Welzijnswetenschappen aan het Sint Lodewijkscollege te Lokeren.
Samen met mijn GIP-coach, Eva De Witte, heb ik de onderzoeksvraag voor
deze studie bedacht. Het verrichte onderzoek was best complex. Na veel
diepgaand onderzoek heb ik de onderzoeksvraag kunnen beantwoorden.
Tijdens dit traject stond mijn stagebegeleider en GIP-coach, Eva De Witte,
steeds voor me klaar. Zij heeft steeds mijn vragen beantwoord waardoor ik
verder kon met mijn studie.
Bij deze wil ik graag mijn begeleider bedanken voor de behulpzame
begeleiding en ondersteuning tijdens dit traject. Verder wil ik alle
correspondenten bedanken die mee hebben gewerkt aan dit onderzoek.
Zonder hun medewerking had ik deze studie niet kunnen voltooien
Ik wens u veel leesplezier en bijkomende kennis toe
Nathan Geleyn

Pagina 2-84
Inleiding
Dementie is een aandoening die zeer veel voorkomt in België alsook
wereldwijd. Hierdoor is het noodzakelijk dat er gezocht wordt naar manieren
om deze mensen te helpen. Momenteel is er geen geneesmiddel tegen
dementie. Echter zijn er wel enkele manieren om ervoor te zorgen dat deze
mensen niet achteruit blijven gaan op vlak van geheugen en lichaam.
Reminiscentie is hier een toepassing van. Reminiscentie is het ophalen van
herinneringen, bijvoorbeeld in de vorm van een activiteit. Uit onderzoek is
ook reeds gebleken dat wanneer de zorgvrager een vertrouwensrelatie
heeft met de zorgverlener dat de succesratio stijgt. Hierbij wordt dus
onderzocht hoe het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie
toepast tijdens reminiscentie.
Dementie is een ernstige neurologische aandoening die voorkomt in fasen.
Afhankelijk van in welke fase men zit zijn ze lichamelijk en geestelijk steeds
minder bekwaam. Er zijn zo’n 50 soorten dementie zoals Alzheimer en
Parkinson. Geen van deze aandoeningen is tot het heden geneesbaar. Deze
literatuurstudie biedt inzicht in de relatie tussen de zorgvrager en
zorgverlener en hoe deze relatie reminiscentie kan beïnvloeden. Een
persoon met dementie is vaak angstig en zal niet makkelijk een gesprek
starten, vooral niet met iemand die hij niet of amper kent. Daarom is het
belangrijk dat mensen met dementie een vertrouwensrelatie opbouwen met
de zorgverlener. Uit onderzoek van de Britse universiteit van Oxford is
gebleken dat reminiscentie zeer beïnvloedbaar is door factoren zoals een
vertrouwensrelatie of een onbekende omgeving. Factoren zoals dit moeten
tijdens reminiscentie op een zo goed mogelijke manier worden toegepast.
Zo zal de zorgvrager makkelijker een gesprek starten over zijn jeugd met
iemand die hij vertrouwt en herkent, en zal de zorgvrager zich
comfortabeler voelen in een door hem bekende omgeving. Dit onderzoek
focust zich op de agogische relatie en hoe deze wordt aangewend tijdens
reminiscentie bij personen die wel en niet lijden aan dementie.

Pagina 3-84
Inhoudstafel

Literatuurstudie.............................................................................6

1. Wat is dementie? ........................................................................6


1.1 Wat houdt dementie in? ......................................................6
1.1.2 De fasen van dementie.............................................8
1.2 Oorzaken.........................................................................10
1.3 Symptomen......................................................................12
1.4 Behandelingen van dementie .............................................14
1.4.1 Medicamenteuze behandelingen ..............................14
1.4.2 Niet-medicamenteuze behandelingen .......................15
1.5 Omgaan met personen die lijden aan dementie ....................16
2. Wat is reminiscentie? ..................................................................19
2.1 Reminiscentie in theorie ....................................................19
2.1 Reminiscentie en dementie ........................................19
2.2 Reminiscentie zonder dementie ..................................21
2.2 Reminiscentie naargelang de fase .......................................21
2.3 Effect van reminiscentie.....................................................24
3. Wat zijn de elementen van de agogische relatie?.............................26
3.1 Wat is agogiek?.................................................................26
3.2 De elementen van de agogische relatie................................27
4. Hoe worden de elementen in agogische relatie aangewend tijdens
reminiscentie?................................................................................28
5. Hoe wordt reminiscentie aangepast als de zorgvrager dementie
heeft?...........................................................................................30

Praktisch deel..............................................................................33

1. Stageplaats................................................................................33
2. Oriënteren.................................................................................33
2.1 Onderzoeksmethode..........................................................33
2.2 Waar vind ik alle nodig informatie?......................................34
3. Voorbereiden..............................................................................34
3.1 Stappenplan.....................................................................34
3.2 Hoe ga ik de gegevens verwerken?......................................35
4. Uitvoeren...................................................................................36
4.1 Stappenplan.....................................................................36
4.2 Verworven informatie........................................................38
5. Reflecteren................................................................................47
5.1 Beantwoorden van deelvragen............................................47
5.2 Beantwoorden van hoofdvraag............................................50
5.3 Conclusie.........................................................................52
5.4 Eigen mening....................................................................52
5.5 Reflectie...........................................................................53

Pagina 4-84
Mondeling Deel............................................................................57

1. Oriënteren.................................................................................57
2. Voorbereiden.............................................................................57
3. Uitvoeren..................................................................................58
4. Reflectie....................................................................................63

Besluit.........................................................................................66

Bijlage.........................................................................................68

BRONNEN....................................................................................69

LOGBOEK.....................................................................................73

Artikels........................................................................................76

Slotwoord....................................................................................84

Pagina 5-84
Literatuurstudie

Pagina 6-84
1. Wat is dementie?

1.1 Wat houdt dementie in?


Dementie is een verzamelnaam voor allerlei ziekten waaronder Alzheimer
en vasculaire dementie. In België zijn er naar schatting zo’n 220.104 (2020)
mensen die lijden aan één van de tientallen soorten dementie. Vlaanderen
alleen heeft naar schatting zo’n 136.264 (2020) mensen die hieraan leiden.
Omdat dementie zo een veelvoorkomende aandoening is, is dementie
volgens de Wereldgezondheidsorganisatie de eerste prioriteit betreffende
ernstige ziektes. Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie.
Alzheimer wordt vastgesteld bij 65% van de gevallen van dementie.
Dementie is een aandoening die vooral voorkomt bij ouderen maar maakt
geen deel uit van het normale proces van ouder worden, achteruitgang van
het geheugen echter wel. Dementie gaat samen met een eerder langzaam
proces waarbij de hersenen en steeds achteruitgaan. Het proces waarin dit
gebeurt duurt vaak jaren maar kan ook sneller verlopen. Alzheimer heeft
gemiddeld een duur van 7 jaar voordat men de laatste fase van de ziekte
bereikt. Doordat de hersenen achteruitgaan zal de levenskwaliteit van zij
die lijden aan dementie achteruitgaan. Mensen die lijden aan eender welke
soort dementie zullen problemen hebben met het onthouden van dingen en
het uitvoeren van alledaagse taken.
Wanneer een arts geconfronteerd wordt met iemand die lijdt aan dementie
is het niet zo simpel voor die arts om snel de juiste diagnose te stellen. De
verscheidene soorten dementie zorgen ervoor dat een neuroloog veel
onderzoek moet voeren zodat de juiste diagnose gesteld kan worden. Het
belang hiervan is dat elke soort dementie zijn eigen behandeling en omgang
nodig heeft. De manier waarop de verschillende vormen van dementie zich
uiten is zo specifiek dat een arts zich niet kan permitteren dat de verkeerde
diagnose gesteld zou worden. Mogelijke gevolgen van een foute diagnose
kunnen zijn dat de hersenen verder blijven aftakelen zonder dat de patiënt
het weet. Dit kan ervoor zorgen dat de patiënt de symptomen van dementie
erger zal ervaren. Verder zou dit ook ernstig kunnen zijn voor de patiënt

Pagina 7-84
doordat het kan leiden tot een snellere aftakeling omdat de juiste
voorzorgsmaatregelen voor die vorm van dementie niet worden genomen.
Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende soorten
dementie en hun prevalentie.

- Alzheimer: 65%
- Vasculaire dementie: 15%
- Dementie met Lewy-bodies: 10%
- Fronto-temporale dementie: 5%
- Overige: 5%

Bron: Jan Steyaert, [Link], 2020,

Dementie is best een grote bedreiging voor de mens. Experts schatten dat
tegen 2060 het aantal mensen met dementie in België verdubbeld zal zijn.
Aangezien dementie vraagt om externe hulp, zijn deze cijfers ook zeer
slecht voor de maatschappij. Dementie betrekt gemiddeld 3 mensen per
persoon met dementie Dit wil zeggen dat elke persoon met dementie
gemiddeld 3 verzorgers betrekt. Hierdoor zouden er tegen 2060 ongeveer
750.000 mensen instaan voor de zorg van deze personen in België alleen.
Dit zorgt ervoor dat woonzorgcentra mogelijk onderbemand zullen raken
met als gevolg dat er niet genoeg mensen zullen zijn om te zorgen voor al
deze personen met dementie. Hierbij komt dan ook een probleem kijken
dat een rol speelt in de toename van personen met dementie, namelijk de

Pagina 8-84
vergrijzing. Vergrijzing is een fenomeen dat momenteel een groot probleem
is over heel de wereld. De vergrijzing zorgt ervoor dat er te veel ouderen
zijn in relatie tot het aantal werkende mensen dat zorgt voor deze ouderen.
Er is een zeer grote stijging in ouderen wat er ook voor zorgt dat er ook
meer personen gediagnostiseerd worden met dementie. Hierdoor zal de
zorg te maken hebben met exponentiële toename van personen met
dementie. Hieronder volgt een grafiek om deze cijfers te ondersteunen

Bron: [Link], 2020, grafiek van de Vlaamse overheid over de stijging van mensen
met dementie

1.1.2 De fasen van dementie

Dementie wordt opgedeeld in 4 fasen, namelijk:


- ‘De bedreigde ik’ (fase 1)
- ‘De verdwaalde ik’ (fase 2)
- ‘De verborgen ik’ (fase 3)
- ‘De verzonken ik’ (fase 4)
Tijdens de eerste fase van dementie kan de persoon nog heel wat. Er is al
een cognitieve achteruitgang, maar die wordt vooral opgemerkt bij nieuwe
informatie. De fase van ‘de bedreigde ik’ is een zeer moeilijke fase voor de
persoon met dementie. De persoon is net te weten gekomen dat zijn
geheugen steeds gaat blijven aftakelen en dat hij steeds minder zal kunnen.

Pagina 9-84
Hierdoor is het belangrijk dat er in deze fase een nadruk wordt gelegd op
het ondersteunen op een onopvallende manier. Dit kan men doen door
kleine geheugensteuntjes de bieden. De persoon met dementie zal in deze
fase niet geholpen willen worden omdat hij zich niet wil voelen als iemand
die niets zelf kan. De persoon met dementie zal in deze fase ook de
dementie proberen verbergen.

De tweede fase van dementie wordt gekenmerkt door de toenemende nood


aan begeleiding en ondersteuning. In deze fase zal de persoon met
dementie steeds vaker iets niet meer weten of iets niet meer kunnen. Men
begint ook zichzelf een beetje te verliezen in deze fase. Bepaalde dingen
die kenmerkend zijn voor die persoon zullen ze vergeten zijn. Dit kan zorgen
voor verwarring. Hierbij is het belangrijk dat de begeleiding inzet op het
helpen bij het terugvinden van zichzelf.

De derde en vierde fase van dementie worden vaak als 1 fase gezien.
Tijdens deze twee fasen zal de persoon met dementie steeds minder actief
zijn en limiteert hij zich tot het luisteren en kijken. De vierde fase
‘verzonken ik’ wordt daarbij nog extra gekenmerkt door het wegdromen
doorheen de dag en het vaker sluiten van de ogen. De persoon met
dementie zal zich in de laatste fase ook verkeren in de foetushouding. De
foetushouding is de houding waarin de foetus zich verkeert in de
baarmoeder. De foetushouding wordt gezien als een houding waarin de
persoon met fase 4 dementie zich veilig en vertrouwd voelt. Aangezien de
persoon met dementie in deze fase niet echt responsief of mobiel meer is
nemen ze vaak deze houding aan.

Pagina 10-84
Da Vinci, L. D. V. (1510). Foetushouding [illustratie]. Geraadpleegd van
[Link]

1.2 Oorzaken

Wetenschappers hebben al een aantal oorzaken gevonden die dementie


zouden kunnen veroorzaken. Echter zijn ze er zeker van dat ze nog lang
niet alles hebben ontdekt. Deze oorzaken zijn: aantastingen van bloedvaten
in de hersenen, schade aan het voorste deel van de hersenkwab en extreem
alcoholmisbruik doorheen de jaren. De rode draad doorheen deze oorzaken
van dementie is dat er steeds sprake is van schade aan de hersen die
bepaalde functies van de hersenen limiteert. Uit onderzoek is gebleken dat
de verschillende soorten dementie grotendeels de oorzaken met elkaar
delen. Echter zijn er per soort dementie enkele oorzaken die specifiek zijn
voor die soort dementie.
Wetenschappers hebben vastgesteld dat Alzheimer net als alle andere
soorten dementie wordt veroorzaakt door hersenschade. Alzheimer
specifiek wordt veroorzaakt door een ophopend eiwit rondom de
hersencellen (amyloīd-ß). De ophoping van dit eiwit kan ervoor zorgen dat
communicatie tussen hersencellen wordt verhinderd. Verder is er een

Pagina 11-84
tweede eiwit (Tau Kluwens) dat zich gaat vormen in de hersencellen. Dit
eiwit gaat de voedingstoevoer naar de hersenencellen afsluiten.
In het geval van vasculaire dementie spreekt men ook over hersenschade.
Verschillend met Alzheimer is dat vasculaire dementie veroorzaakt wordt
door opgelopen schade aan de bloedvaten. Wetenschappers kwamen tot de
conclusie dat deze schade veroorzaakt wordt door volgende factoren:
- Hartritmestoornissen
- Aanhoudende hoge bloeddruk
- Diabetes mellitus
- TIA (Transient Ischemic Attack) à een afsluiting van een bloedvat in
de hersenen.
- CVA (cerebrovasculair Accident) ook gekend als een beroerte.

Hieruit stellen we vast dat de verschillende soorten dementie wel degelijk


verschillende oorzaken hebben. Deze verschillende oorzaken zorgen ervoor
dat het voor de artsen zeer tijdrovend is om de juiste vorm van dementie
en de juiste behandelingen te kunnen vaststellen.
Naast deze oorzaken is er nog een genetische link. Onderzoekers van de
universiteit van Cambridge hebben ontdekt dat dementie ook deels
overgedragen kan worden van ouder tot kind. De kans dat je dementie
krijgt wanneer één van je ouders of grootouders dementie heeft of had,
vergroot jouw kans van het krijgen van dementie. Deze verhoogde kans
blijkt echter miniem te zijn. Ondanks dat deze kans zeer klein is, lijden deze
mensen toch gevaar voor dementie. Dit komt doordat de eerder vermelde
oorzaken in dit geval erfelijk worden doorgegeven. In het geval van
dementie gaat het dan over een gen dat je overgedragen kreeg van een
van je ouders. Dit gen kan ervoor zorgen dat je doorheen jouw leven te
maken hebt met een van de oorzaken van vasculaire dementie, zijnde TIA
of CVA. Als beide ouders een gen zouden dragen dat jou gevoeliger maakt
voor een van deze twee oorzaken dan verhoogt dat jouw kans op het
hebben van een van deze twee aandoeningen. Deze extra gevoeligheid kan
dan leiden tot hersenschade die later gelinkt kan worden aan dementie.

Pagina 12-84
Een remedie tegen dementie bestaat nog niet. Echter is uit onderzoek van
de stichting dementie wel gebleken dat bij bijna 30% van de gevallen van
dementie, een gezonde levensstijl dit zou hebben kunnen helpen
voorkomen. Enkele risicofactoren van dementie zijn:

- Roken
- Depressie
- Sterk overgewicht
- Hoge bloeddruk
- Suikerziekte
- Een lage hersenactiviteit
- Weinig bewegen

Deze risicofactoren hebben allemaal in hun eigen manier een link met de
oorzaken van dementie. Men kan dementie voorkomen door bovenstaande
zaken niet te doen of goed te behandelen. Op deze manier is er een kans
dat de kans op dementie verkleind wordt.

1.3 Symptomen

Dementie wordt vooral gekenmerkt door het verlies van het geheugen.
Echter zijn er veel symptomen die men niet altijd zou herkennen als
symptomen van dementie. Deze symptomen zijn:
- Problemen met taal
- Onrust
- Problemen van het zicht
- Verlies van spullen
- Vergissen van tijd
- Problemen bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen
- Incontinentie

Pagina 13-84
- Teruggetrokken zijn uit sociale activiteiten
- Karakter- en gedragsveranderingen

Het aftakelen van het geheugen is normaal naarmate men ouder wordt.
Echter is het belangrijk dat men het verschil tussen vergeetachtigheid en
dementie herkent. Iemand die sporadisch iets vergeet lijdt niet meteen aan
dementie. Bij dementie zal de vergeetachtigheid zeer duidelijk zijn.
Het cognitief achteruitgaan bij dementie kan ervoor zorgen dat de persoon
problemen krijgt bij het uitvoeren van taken of het spreken. Deze
symptomen kunnen zeker en vast een duidelijk signaal zijn dat de persoon
lijdt aan dementie.
Verder zijn de symptomen zoals het veranderen van gedrag en karakter,
problemen van het zicht en incontinentie te wijten aan de hersenschade die
dementie veroorzaakt. Wanneer er bepaalde delen van de hersenen schade
ondervinden, kan dit gevolgen hebben voor bepaalde functies van het
lichaam. Zo zou het zicht geschaad kunnen worden door schade aan de
occipitale kwab. De occiptitale hersenkwab ligt aan de achterkant van de
hersenen en zorgt bij zoogdieren voor het zicht. Indien hier schade aan
ontstaat zoals bij dementie, kan dit ervoor zorgen dat men slechtziend of
blind wordt.

Pagina 14-84
1.4 Behandelingen van dementie

1.4.1 Medicamenteuze behandeling


Dementie is ongeneesbaar, wat betekent dat de reeds aangerichte schade
niet terug te draaien valt. Er zijn wel enkele behandelingen die de evolutie
van de fasen van dementie kunnen stopzetten of vertragen voor een
periode. Dit kan men bereiken door middel van symptomatische
behandeling. Symptomatische behandeling is het behandelen van de
symptomen die de personen met dementie vertonen. Zo wordt wanneer
men merkt dat de patiënt geheugenverlies vertoont, er medicatie
voorgeschreven die ervoor zorgt dat het geheugen wordt geprikkeld door
middel van signaalstoffen. Deze symptomatische behandeling zal slechts
tijdelijk effectief zijn. De medicatie (galantamine) zal de aanwezigheid van
een belangrijk signaalstof dat voorkomt in de hersenen sterk verhogen. Dit
zal ervoor zorgen dat er geen zichtbare achteruitgang op cognitief vlak meer
plaatsvindt. Wat de medicatie niet doet is de effectieve achteruitgang van
de hersenen tegenhouden. De medicatie zal de hersenen zodanig
stimuleren dat er in sommige gevallen tot een jaar lang geen functieverlies
zichtbaar is. Voorkoming of genezing via medicatie is nog niet beschikbaar.
Daarnaast is er nog een tweede soort medicatie (donezepil) die kan worden
toegediend aan patiënten die lijden aan dementie. Deze medicatie zal de
vooruitgang van de dementie niet afremmen maar zal het gedrag van de
patiënt beïnvloeden. Patiënten met dementie kunnen vaak kampen met
psychotische problemen. Deze medicatie zal hierbij helpen door onrust,
hallucinaties en overmatige agressiviteit tegen te gaan. Deze soort
medicatie dient niet alleen voor het gemak van de patiënt maar ook dat van
de omgeving. Enkele andere vormen van medicatie die worden toegepast
op een persoon met dementie zijn antidepressiva, het behandelen van
slaapproblemen door middel van slaapmedicatie en angstbehandeling.

Pagina 15-84
1.4.2 Niet-medicamenteuze behandeling
Naast medicamenteuze behandelingen heb je ook de niet-medicamenteuze
behandelingen waarbij er wordt ingezet op de achteruitgang van het
geheugen. Zo bestaan er geheugenklinieken die een diagnose behandeling
en advies aanbieden voor mensen met een cognitieve stoornis.
De manier waarop men te werk gaat is in een team dat bestaat uit
verschillende experts op vlak van geheugen en dementie. De Experts
waaruit dit team bestaat zijn psychiaters, neurologen, geronto-psychiaters,
neuropsychologen en ergotherapeuten. Elk lid van dit team zal de patiënt
helpen met bepaalde aspecten. Afhankelijk van de fase van dementie
waarin de patiënt zich bevindt zal bepaald worden hoelang de patiënt wordt
opgenomen in zo’n kliniek. In België zijn er twaalf geheugenklinieken
erkend door het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering) waarvan er zeven zich in Vlaanderen bevinden. In
deze geheugenklinieken worden er strategieën aangeleerd om de tekorten
te compenseren en om alledaagse handelingen te kunnen blijven uitvoeren.
Met behulp van kleine dingen zoals geheugensteuntjes, hulp bij het beheren
van persoonlijke financiën, helpen bij het onthouden van persoonlijke
hygiëne, ... Deze hulp kan ervoor zorgen dat de persoon met dementie
terug deels in zijn normale routine terecht komt met als gevolg dat de
persoon met dementie terug een gevoel van zelfstandigheid krijgt. Verder
wordt er informatie verleend aan de persoon met dementie en zijn
omgeving over dementie en hoe de aandoening evolueert en wat de
gevolgen ervan zijn.
Verder zijn er enkele plaatsen waar men psycho-educatie aanbiedt. Het
psycho-educatie pakket dat men hier aanbiedt wordt gebruikt om de nadruk
te leggen op het aanleren van kennis en vaardigheden die men nodig heeft
om dementie correct te kunnen behandelen. Dit pakket wordt niet alleen
aan de patiënt aangeboden maar ook aan de mantelzorgers. In Vlaanderen
kan men deze terugvinden in de vorm van het Praatcafé dementie.
Daarnaast is er nog reminiscentie. Reminiscentie is een begrip dat gaat over
het oproepen van herinneringen die de patiënt vergeten was. Op deze

Pagina 16-84
manier wil men de patiënten helpen bij het terugkrijgen van een gevoel van
waardigheid. Iemand met dementie heeft vaak te kampen met een gevoel
van incompetentie dat kan leiden tot bijkomende problemen zoals
depressie. Reminiscentie wil ervoor zorgen dat de patiënt zich bepaalde
prestaties die hij doorheen zijn leven heeft bereikt herinnert om zo een
positief gevoel op te roepen.
Naast al deze behandelingen zijn er nog verschillende andere
mogelijkheden voor begeleiding en behandeling bij personen met dementie.
Hierbij wordt gedacht aan ondersteuningsgroepen bij beginnende dementie,
gedragstherapie, muziektherapie, realiteitsoriëntatietraining en
lichamelijke stimulatie. Deze lichamelijke stimulatie is bedoeld om ervoor
te zorgen dat de persoon met dementie goed te been blijft. Het fysiek
capabel zijn is ook iets dat ervoor zorgt dat de persoon met dementie het
gevoel behoudt dat hij nog iets kan. Verder zorgt lichaamsbeweging ervoor
dat de hersenen gestimuleerd worden.

1.5 Omgaan met personen die lijden aan dementie

Hoe je het best omgaat met personen met dementie zal variëren van
persoon tot persoon. Wat belangrijk is, is dat men weet hoe je moet omgaan
met bepaalde situaties die zich mogelijk kunnen voordoen. Wat ook
belangrijk is, is dat de persoon met dementie ruimte wordt gegeven waarin
hij (vooral in de eerste fasen) kan leren omgaan en verwerken van het
dementieproces.

Als persoon in de directe omgeving van iemand met dementie is hel


belangrijk dat je gesprekken niet uit de weg gaat. Desondanks de persoon
aan dementie lijdt moet men nog steeds in gesprek gaan ook al is deze
confrontatie niet altijd makkelijk. Pas ook altijd op met vragen met een link
naar het recente verleden. Vragen stellen over het verre verleden kan geen
Pagina 17-84
kwaad, maar vragen over recente gebeurtenissen zullen ze mogelijk niet
altijd meer kunnen beantwoorden. Dit zou ervoor kunnen zorgen dat de
persoon met dementie steeds geconfronteerd wordt met het
geheugenverlies. Dit moet met als zorgverlener of directe omgeving
vermijden want dit kan leiden tot negatieve gevoelens die te steeds moeten
vermeden worden. Indien er gekozen wordt om over het verleden te praten,
probeer dan een nadruk te leggen op positieve herinneringen. Wat men het
beste kan doen wanneer men een conversatie aangaat met een persoon
met dementie is spreken over dingen van het ‘nu’. Zo kan er worden
gesproken over geuren, geluiden, smaken, ... Een persoon met dementie
heeft vaak ook te kampen met een afname van de snelheid waarmee hij
informatie opneemt. Om deze reden is het soms beter dat je als
zorgverlener dan ook iets verteld over jezelf. Doordat de zorgvrager niet
hoeft te antwoorden op jouw verhaal heeft hij meer tijd om de informatie
te verwerken.
Ook belangrijk, is dat men niet steeds wijst op de deficiënties van de
persoon. Hiermee wordt bedoeld dat men niet mag wijzen op iets dat de
persoon met dementie vergeten is of op iets wat de persoon doet. Het is
beter dat men de goede dingen boven de slechte dingen stelt. Indien men
toch ergens corrigeert, doet men dit best zo onopvallend mogelijk.
Als zorgverlener of directe omgeving moet je ook begrip tonen voor de
situatie en de persoon. Dementie tast niet alleen het geheugen maar ook
de taal, aandacht, denkcapaciteit en mobiliteit aan. Men moet dus een
duidelijk begrip tonen voor al deze achteruitgaande aspecten van de
persoon. Geduld is hierbij het belangrijkste begrip. Er zullen veel momenten
van traagheid zijn op vlak van antwoorden of bewegen. Men mag hier als
zorgvrager of directe omgeving niet op een negatieve manier op ingaan.
Hierbij wordt er wederom niet gewezen op de dingen die hij niet meer kan.
Wat je wel kan doen is de persoon ondersteunen in het denken of bewegen.
Bij het denken kan je proberen meedenken. Echter moet je ervoor zorgen
dat de persoon met dementie hierbij niet wordt gedwongen in het denken.
Bij het bewegen kan je simpelweg ondersteunen met hulpmiddelen of zelf

Pagina 18-84
ondersteuning aanbieden. Als de persoon met dementie hier negatief op
reageert moet je hier niet op ingaan. Het verlies van hersencapaciteit en
mobiliteit is niet makkelijk en kan voor de persoon met dementie een
moeilijke periode zijn.
Als laatste moet je als zorgverlener of directe omgeving aandacht hebben
voor de gevoelens van de persoon met dementie. Hoor deze dus ook aan.
Dit gaat hand-in-hand met het begrip hebben voor de persoon. Men past
hiervoor de elementen van de agogische relatie toe die verder in de
literatuurstudie nog besproken wordt.

Pagina 19-84
2. Wat is reminiscentie?

2.1 Reminiscentie in theorie


2.1.1 Reminiscentie en dementie
Reminiscentie is een begrip waarvoor er verschillende definities bestaan.
Een van deze definities komt van een artikel uit het tijdschrift ‘Gerontologie
en Geriatrie:
‘... de (on)willekeurige activiteit of proces van het ophalen van persoonlijke
herinneringen. Het kan gaan om herinneringen aan bijzondere of algemene episoden
die al dan niet vergeten waren, en die vergezeld gaan van het gevoel dat de herinnerde
episoden waarachtige waarnemingen zijn van de oorspronkelijke ervaringen. Deze
herinneringen uit het autobiografisch geheugen kunnen privé blijven of worden
gedeeld met anderen’
Bohlmeijer, E. T., Steunenberg, B., & Westerhof, G. J. (2011). Reminiscentie en geestelijke gezondheid.
Empirische onderbouwing van interventies. Tijdschrift Gerontologie en Geriatrie, 42(1), 7-16.

Reminiscentie is een methodiek die vooral wordt toegepast bij personen


met dementie. Deze methodiek is zeer belangrijk voor mensen met
dementie en zal dus vaak ingepland worden als een dagelijkse activiteit
binnen een woonzorgcentrum of dagverzorgingscentrum. Tijdens een
animatiesessie reminiscentie is het de bedoeling dat met bewust positieve
herinneringen terug gaat ophalen. Dit doet men met behulp van ‘triggers’.
Binnen het begrip reminiscentie worden triggers gezien als de prikkel die
de persoon met dementie opneemt om ervoor kan zorgen dat de persoon
zich iets herinnert. Deze triggers moeten per zorgvrager aangepast worden
omdat eenzelfde trigger niet voor alle personen met dementie effectief is.
Factoren zoals de leeftijd, cultuur en hobby’s worden hierbij altijd in
overweging genomen. Iemand die geboren is in 1935 zal zich een andere
jeugd herinneren dan iemand die geboren is in 1945. Zo zal de persoon uit
1935 mogelijk geprikkeld kunnen worden door het zien van een foto uit het
jaar 1950 en zal de persoon uit 1945 hier geen waarde aan hechten. De

Pagina 20-84
persoon uit 1945 dal dan misschien wel geprikkeld kunnen worden door een
nummer van Elvis Presley uit het jaar 1955. Het is dus zeer belangrijk dat
de zorgverleners stil staan bij de reminiscentiewaarde van een prikkel voor
een bepaald persoon. Indien de reminiscentiewaarde laag zou liggen zal de
persoon met dementie er minder aan hebben. Het belang van
gepersonaliseerde triggers is dus zeker niet irrelevant.

Hoe het komt dat reminiscentie een makkelijk toepasbare methodiek is op


mensen met dementie is makkelijk te verklaren. Iemand die lijdt aan
dementie zal te kampen hebben met een cognitieve achteruitgang. Deze
cognitieve achteruitgang zal dan als gevolg hebben dat een persoon met
dementie zich minder herinnert en ook dat hij minder capabel wordt.
Nieuwe informatie zal al vanaf een vroeg stadium slecht opgenomen
worden. De persoon met dementie zal hierdoor niet langer leven in het
heden maar in zijn verleden. Hiermee wordt bedoeld dat de persoon met
dementie leeft in hoe hij vroeger leefde. Dit komt doordat men zijn jeugd
het langst onthoudt met als gevolg dat hij zich mogelijk niet meer herkent
in wie hij nu is. Reminiscentie geeft een terugblik op dingen uit hun jeugd
en zal die herinneringen van vroeger prikkelen. Verder worden personen
met dementie vaak geconfronteerd met wat men niet meer kan.
Reminiscentie zal hierbij een grote rol spelen in het terughalen van
herinneringen die voor de patiënt gelijk staan aan succeservaringen. Deze
herinneringen zullen ervoor zorgen dat de persoon met dementie terug het
gevoel heeft dat hij iets kan. Reminiscentie is heel snel en makkelijk toe te
passen, wat ervoor zorgt dat men binnen een woonzorgcentrum heel vaak
reminiscentie kan herhalen.

Pagina 21-84
2.1.2 Reminiscentie zonder dementie

Reminiscentie wordt niet alleen toegepast wanneer iemand dementie heeft.


Reminiscentie wordt in een woonzorgcentrum ook gebruikt om personen
zonder dementie te helpen bij het oproepen van positieve herinneringen.
Ouderen die terecht komen in een woonzorgcentrum worden vaak
geconfronteerd met vele verliezen. Zo verliest iemand een oude vriendin,
partner, familielid, de keuzevrijheid, ... Het verlies van dierbaren kan ervoor
zorgen dat deze personen in een depressie terecht raken. Omdat ze al
deze negativiteit op zich afgestuurde krijgen geraken deze personen
mogelijk in een neerwaartse spiraal van negatieve gevoelens. Reminiscentie
zorgt ervoor dat deze personen geconfronteerd worden met positieve
dingen die ze doorheen hun leven hebben bereikt of meegemaakt. Op deze
manier hoopt men te vermijden dat ze in een depressie raken en er in vast
blijven zitten. Verder zal mijn bij mensen zonder dementie ook
reminiscentie toepassen omdat dit het sociaal ontwikkelingsgebied
stimuleert. Mensen in een woonzorgcentrum zijn niet altijd meer even
sociaal. Reminiscentie kan vaak georganiseerd worden in groepjes
waardoor de bewoner terug contact heeft met anderen. Dit contact met
anderen zal ook mogelijke gevoelens van eenzaamheid verhelpen en ervoor
zorgen dat de bewoner zich meer thuis voelt binnen het woonzorgcentrum

2.3 Reminiscentie naargelang de fasen

Iedere persoon die lijdt aan dementie wordt geholpen met een unieke
uitwerking van reminiscentie. Echter geven zorgmedewerkers wel enkele
richtlijnen mee die men kan volgen afhankelijk van de fase waarin de
patiënt zich bevindt. Deze richtlijnen kunnen een hulp zijn voor het

Pagina 22-84
zorgpersoneel zodat ze ongeveer weten op welke manier ze te werk zouden
kunnen gaan.

Tijdens het beginnend stadium van reminiscentie kunnen de patiënten zich


nog heel wat herinneren. Dit zorgt ervoor dat ze in staat zijn om vragen te
beantwoorden over hun verleden. Verder kunnen we aan deze mensen nog
makkelijk foto’s of voorwerpen laten zien die hen kunnen herinneren aan
momenten uit hun verleden. Verder is men nog zeer goed in staat om
geconcentreerd te blijven. Dit zorgt ervoor dat we deze mensen nog
activiteiten kunnen laten uitvoeren. Zo zou iemand die vroeger graag
schilderde, aan het schilderen kunnen gezet worden. Naast het tonen van
dingen of uitvoeren van activiteiten die hen kan doen herinneren aan
vroeger is in deze fase het verbale aspect ook van groot belang. Dit aspect
wordt toegepast door gesprekken te starten met de ouderen. Deze
gesprekken zullen vaak lange verhalen bevatten. Tijdens deze gesprekken
kom je in contact met de interesses, het karakter, ... vaak zullen deze
gesprekken ook spontaan geïnitieerd worden door de persoon met dementie
zelf. Deze informatie kan dan ook nog behulpzaam zijn in de verdere fasen
van dementie. Wanneer men niet meer alles herinnert kan deze informatie
helpen bij het vinden van een gepaste reminiscentie tactiek.

De afbeelding op de volgende pagina is een voorbeeld van wat men kan


gebruiken tijdens reminiscentie.

Pagina 23-84
Bron: Frank Vermeersch, beeldbank stad Gent, 1947

Eens men de fase van matige tot gevorderde dementie bereikt zal de
aanpak een beetje moeten veranderen. Vanaf deze fase zijn de personen
met dementie meer teruggetrokken van sociale activiteiten. Vanaf dit punt
zal men niet zelf meer uit eigen initiatief een gesprek met het zorgpersoneel
starten. Wanneer men toch een gesprek start met het zorgpersoneel zal dit
anders dan in de eerste fase niet meer gaan over lange verhalen maar over
kleine dingen die ze zich nog herinneren. Tijdens deze fase kan je ook
opmerken dat personen met dementie sneller afgeleid raken. Wanneer men
hen een verhaal zou vertellen zullen ze snel ergens anders op gefocust
raken. Dit maakt reminiscentie natuurlijk een pak moeilijker maar het kan
zeker nog. Vanaf deze fase maakt men gebruik van Multi sensoriële
prikkelingen. Hierbij worden het gehoor, de tast, het zicht, smaak en reuk
geprikkeld. Een manier waarop men dit kan bereiken is door de patiënt een
opdracht uit te laten voeren die ze vroeger vaak deden, bijvoorbeeld in de
tuin werken. Het is belangrijk dat het zorgpersoneel zich in deze fase
limiteert tot de capaciteiten waarvan de persoon met dementie nog
beschikt. Vanaf dit stadium gaat het minder om het ophalen van volledige
herinneringen en meer over het helpen van de patiënt bij het linke van
geuren, smaak, tast, ... aan emotionele herinneringen. Reminiscentie kan
ook gelinkt worden aan snoezelen. Snoezelen oftewel zintuigactivering
wordt gebruikt bij mensen die lijden aan vergevorderde dementie. Mensen

Pagina 24-84
die in een vergevorderd stadium van dementie zitten hebben nood aan
kleine dingen die hun zintuigen prikkelen. Het prikkelen van de zintuigen
kan ervoor zorgen dat de mensen met dementie hun gevoelens kunnen
uiten. De link met reminiscentie is dat snoezelen een belevingsgerichte
versie van reminiscentie is.

2.4 Effect van reminiscentie


Onderzoek naar reminiscentie en het effect ervan is nog lang niet volledig,
toch hebben de meeste onderzoeken al een link gelegd tussen reminiscentie
en positieve effecten die veroorzaakt worden door reminiscentie. Deze
onderzoeken hebben ook positieve effecten kunnen aantonen voor hun
mantelzorger en de zorgverleners die hen te hulp staan. In hoeverre het
zorgpersoneel positieve effecten ervaart zal verder onderzoek van de
universiteit Gent nog moeten aantonen.
Een van de belangrijkste effecten van reminiscentie op de persoon met
dementie is een effect op sociaal vlak. Tijdens reminiscentie wordt hen de
kans geboden om in contact te staan met andere bewoners of om
gesprekken te voeren met het zorgpersoneel. Omdat reminiscentie gericht
is op de patiënt zullen deze gesprekken gaan over onderwerpen die voor
hen vertrouwd zijn. Uit onderzoek is gebleken dat naast de positieve
effecten op sociaal vlak er ook wordt gewezen op het verminderen van
depressieve symptomen. Dit effect wordt zelfs zo groot geschat dat het
ongeveer gelijkgesteld wordt met antidepressiva. Verdere positieve effecten
zijn: een verbeterd zelfbeeld, verbeterde gezondheid, terugkeer van
identiteitsgevoel en verminderde agressie veroorzaakt door dementie. Er
wordt nog niet met zekerheid vastgesteld dat reminiscentie ook de
levenskwaliteit verbeterd. Enkele onderzoeken vermelden dat dit wel zo is
en andere onderzoeken spreken dit tegen. Of dit nu effectief zo is laat ik
over aan toekomstig onderzoek naar reminiscentie en de effecten ervan.

Pagina 25-84
In het geval van de zorgverlener is reminiscentie een manier waarop de
zorgverlener een band op te bouwen met de patiënt. Deze band biedt de
zorgverlener de kans om de zorgverlener om de patiënt op een persoonlijke
manier te leren kennen. Men leert het levensverhaal van de patiënt kennen.
Het weten hoe deze persoon is maakt het voeren van gesprekken
aangenamer wanneer het gaat over persoonlijke onderwerpen. Een
onderzoek gevoerd in meerder woonzorgcentra doorheen Denemarken
scheen meer licht op de positieve effecten voor het zorgpersoneel. Men
stelde vast dat het zorgpersoneel een gevoel van voldoening heeft. Ze
vertoonden ook een positievere attitude naar andere leden van het
zorgpersoneel en de bewoners. Als laatste concludeerde men dat het
zorgpersoneel minder snel te kampen had met een burn-out of emotionele
uitputting.

Een ander effect van reminiscentie is begrip voor de patiënt. Een persoon
die lijdt aan dementie vertoont vaak agressief of uitdagend gedrag. Dit
gedrag kan de last op het zorgpersoneel vergroten. Reminiscentie zorgt
ervoor dat men meer te weten komt over het verleden van de patiënt of
het karakter. Hierdoor kan men mogelijk een oorzaak van dit gedrag. Ook
de persoon met dementie heeft hier last van. Dit gedrag zorgt bij de patiënt
voor onrust.

Pagina 26-84
3. Wat zijn de elementen van de agogische relatie?

3.1 Wat is agogiek?

Agogiek wordt door een scriptie van de UGent gedefinieerd als:


‘De leer van het doen veranderen van mensen.’
Bron: Stefan Hertman, 2010, [Link]

Ikzelf zou agogiek definiëren als: ‘De leer van het begeleiden van een
persoon om zo veranderingsprocessen mogelijk te maken.’
Agogiek gaat over de manier waarop de zorgverlener veranderingen
probeert aan te brengen bij de zorgvrager. In het geval van dementie en
reminiscentie gaat het dus over de manier waarop de zorgvrager te werk
gaat tijdens reminiscentie om personen met dementie te proberen helpen
veranderen naar in vele gevallen een vrolijker, capabeler en socialer
persoon. Agogiek is de leer van de volwassenen in tegenstelling tot
pedagogiek wat de leer is van het kind.
Agogen (iemand met een master in agogische wetenschappen) helpen
mensen bij het vinden van hen weg in de maatschappij. Binnen het
woonzorgcentrum is dit precies hetzelfde. In een woonzorgcentrum gaat
het zorgpersoneel bewoners tijdens reminiscentie begeleiden en sturen om
zo ervoor te zorgen dat de bewoners zich op een normale manier kunnen
voegen bij de rest van de bewoners. Dit heeft natuurlijk vooral betrekking
op bewoners met dementie, maar ook bewoners zonder dementie worden
binnen het woonzorgcentrum vaak begeleidt. Dit komt door de negatieve
gevoelens waar ook de andere bewoners mee kunnen zitten. Deze
negatieve gevoelens kunnen ook leiden tot agressiviteit. Hiervoor staat het
zorgpersoneel in om agogiek toe te passen op de bewoner. Men gaat tijdens
reminiscentie deze bewoner begeleiden en helpen bij het terugvinden van
positieve emoties, om zo gedragsveranderingen te veroorzaken.

Pagina 27-84
3.2 De elementen van de agogische relatie

Onder de elementen van de agogische relatie verstaan we 4 termen:


- Steunen
- Stimuleren
- Samenwerken
- Sturen

Steunen
Onder de term steunen gaat het vooral over de zorgvrager en hoe de
zorgvrager zich stelt. Zo wordt er onder ‘steunen’ op het vertrouwen, de
aandacht, het begrip en de behoeften en wensen van de zorgvrager. Het is
de bedoeling dat er aandacht is voor wat de zorgvrager concreet wil zeggen,
al dan niet verbaal. Verder wil men met ‘steunen’ ervoor zorgen dat de
zorgvrager zich goed voelt door middel van complimenten en geduld.

Stimuleren
De term stimuleren gaat vooral over het bieden van tijd en ruimte voor de
zorgvrager. Deze tijd en ruimte wordt gebruikt om de zorgvrager aan te
zetten tot zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid.

Samenwerken
Deze term legt de nadruk op het werken MET de zorgvrager in tegenstelling
tot het werken VOOR. Het is belangrijk dat de zorgvrager het gevoel heeft
dat er naar hem geluisterd wordt. Hierbij handelt men in dialoog met de
gebruiker en biedt men aandacht voor structuur.

Sturen
Sturen is iets wat men normaal gezien niet toepast op een oudere
zorgvrager. Echter kan je onder de term sturen wel volgende zaken
verstaan:

Pagina 28-84
- Zorg dragen voor afspraken
- Zorg dragen voor tijdsordening
- Overleg voeren over het bepalen van grenzen
- Het toelichten van grenzen

4. Hoe worden de elementen in de agogische relatie aangewend bij


reminiscentie?

Tijdens reminiscentie is het belangrijk dat de zorgvrager wordt begeleid op


een correcte manier. Hiervoor wordt er gebruik gemaakt van de elementen
van de agogische relatie. Deze elementen worden door de zorgverlener bij
elke zorgvrager anders aangewend. Het element steunen wordt aangewend
door middel van het bouwen op vertrouwen tussen de zorgvrager en
zorgverlener. Sommige ouderen binnen een woonzorgcentrum hebben te
kampen met veel negativiteit. Deze negativiteit die komt door het verlies
van dierbaren en het achteruitgaan van hun lichaam. De zorgvrager zal dus
belang hebben aan respect en begrip voor hun situatie. Dit kan de
zorgverlener toepassen door effectief te luisteren naar de noden van de
zorgvrager. Reminiscentie zal hierbij gebruikt worden als middel dat een
gesprek start. Eens de zorgverlener in staat is om gesprekken te voeren
met de zorgvrager kan er geluisterd worden en zal er begrip ontstaan voor
de zorgvrager.

Stimuleren wordt aangewend door de zorgvrager zelf de ruimte te geven


om tijdens reminiscentie de trigger op zich in te nemen. Wanneer de
zorgvrager te snel zou willen ingaan op een prikkel zou dit ervoor kunnen
zorgen dat de zorgvrager afgeschrikt wordt. Als de zorgvrager de tijd en

Pagina 29-84
ruimte wordt gegeven om zelf de prikkel te waarderen zal hij hier mogelijk
zelf over beginnen. Indien men er niet zelf over zou beginnen kunnen de
zorgverleners er na een tijdje wel op in gaan. Het bieden van ruimte zal
ervoor zorgen dat de zorgvrager zich niet bevraagd voelt over de prikkel.

De term samenwerken is vooral van belang bij personen met dementie


wanneer men reminiscentie uitvoert. De Persoon met dementie zal mogelijk
niet zelf ingaan op een prikkel omdat men niet altijd meer even goed
begrijpt wat er van hen wordt verwacht. De zorgverlener zal hierbij de
zorgvrager kunnen helpen door MET hem samen te werken. Men zal samen
met de zorgvrager bekijken wat de prikkel inhoudt en wat deze mogelijk
betekent voor de zorgvrager. Zo zal de zorgvrager reminiscentie ervaren
als iets positiefs en niet als een verplichte activiteit binnen het
woonzorgcentrum. Indien de zorgverlener het samenwerken zou
beschouwen als het werken voor in plaats van het werken met geeft dit de
zorgvrager het gevoel dat er van hem wordt gedacht dat hij niet in staat is
om dit zelf te doen.
Sturen is iets wat men niet zal toepassen op ouderen in dezelfde zin als dat
sturen wordt toegepast bij kinderen. Men zal niet meer sturen in de
letterlijke zin maar zal de zorgvrager toelichten over wat de grenzen zijn
binnen reminiscentie. Verder zal de zorgverlener ook overleggen met de
zorgvrager om zo samen te bepalen in de plaats van dat alles voor hem
bepaald wordt.

Pagina 30-84
5. Hoe wordt reminiscentie aangepast als de zorgvrager dementie
heeft?

Een zorgvrager met dementie vraagt om een geheel andere aanpak dan bij
personen zonder dementie. Iemand zonder dementie zal tijdens
reminiscentie geen problemen hebben bij het zich herinneren van grote
dingen uit hun verleden. Hierdoor zullen personen zonder dementie tijdens
reminiscentie geprikkeld kunnen worden door bijna alles dat een link heeft
met hun succeservaringen, hun jeugd, ... Bij personen met dementie zal
reminiscentie toegepast worden naargelang de fasen. Aangezien dat
personen met dementie moeite hebben met het zich herinneren van dingen
zal hierbij de aanpak afhangen van de fase waarin de persoon met dementie
zich op dat moment bevindt. Afhankelijk van de fase van dementie waarin
de patiënt zich bevindt zal reminiscentie werken met afbeeldingen, muziek,
geluid, kleuren, ... Hoe verder de persoon met dementie zit in de fase hoe
basischer de aanpak zal moeten zijn.
Mensen die zich nog in de eerste fase van dementie bevinden zullen tijdens
reminiscentie nog geprikkeld kunnen worden door heel wat, zolang dat de
reminiscentiewaarde van de prikkel hoog is. Men kan deze mensen
prikkelen met een foto van hun thuisstad of met een van hun favoriete
liedjes. Mensen in de eerste fase van dementie zal net als de personen
zonder dementie geen problemen hebben met deze prikkels en het ophalen
van herinneringen door middel van deze prikkels.
De tweede fase van dementie vraagt als om een geheel andere aanpak dan
reminiscentie bij ouderen zonder dementie. Personen in de tweede fase van
dementie zijn al enkele grote dingen vergeten en zullen daarnaast al minder
makkelijk de aandacht erbij kunnen houden. Omdat men al moeilijkheden
heeft met de aandacht zal reminiscentie bij deze mensen al korter zijn dan
bij personen zonder dementie of de personen in de eerste fase. De korte
duur van reminiscentie zal ervoor zorgen dat men de prikkels moet
aanpassen naar specifieke herinneringen van de persoon in tegenstelling
tot een prikkel die algemener is, zoals een foto van Lokeren uit 1950. Men

Pagina 31-84
zal op zoek moeten gaan naar specifieke dingen die men linkt aan hun
verleden om ervoor te zorgen dat reminiscentie de grootste kans heeft tot
slagen.
De derde en vierde fase van dementie zullen qua reminiscentie volledig
verschillen van de reminiscentie bij ouderen zonder dementie. Omdat men
in deze fasen al grotendeels de belangrijkste herinneringen is vergeten zal
men meer moeten inspelen op de zintuigen. Vooral op de smaak, reuk, en
het gehoor. Men zal in plaats van foto’s ook enkel kleuren tonen die de
zorgvrager mogelijk associeert met positiviteit. Verder zal men werken met
geuren die de zorgvrager kan linken aan hun jeugd. Op de volgende pagina
volgen 2 afbeeldingen die het verschil tussen reminiscentie bij ouderen met
en zonder dementie duiden. Links de foto die gebruikt wordt bij mensen
zonder dementie en de mensen in de eerste fase. Rechts een afbeelding
van een boeket dat men kan doen ruiken door de zorgvrager. De geur van
bloemen zou voor een natuurliefhebber in een latere fase van dementie
positieve gevoelens kunnen oproepen.

In conclusie is het dus zeer belangrijk dat het zorgpersoneel de persoon een
persoonlijke reminiscentie kan aanbieden. Op deze manier kan men ervoor
zorgen dat de reminiscentie effectief zal zijn voor de zorgvrager. Om
hiervoor te zorgen is een vertrouwensrelatie essentieel. Indien dit
vertrouwen (nog) niet aanwezig is, zal de persoon zich niet openstellen voor
reminiscentie aangezien er tijdens reminiscentie vaak zeer persoonlijke
gevoelens of verhalen naar boven komen die men niet deelt met iemand
die hij niet vertrouwt.
Pagina 32-84
Praktisch Deel

Pagina 33-84
Verwerven en Verwerken van informatie.

1. Stageplaats
De plaats waar ik mijn onderzoek zal uitvoeren is woonzorgcentrum Sint
Jozef, zorgnetwerk Trento te Moerzeke. Trento staat voor
Transdisciplinaire, Residentiële en Thuiszorgondersteunende
Ouderenzorg. Dit woonzorgcentrum bevat 4 afdelingen waarvan één de
afdeling voor personen met dementie is. De stageplaats heeft als doel:
‘Het bieden van een warme vertrouwde omgeving voor alle bewoners en
zorgpersoneel.’ De kernwaarden van de stageplaats zijn:
- Warmte bieden
- Respect hebben voor iedereen
- Openheid naar zorgvrager en zorgpersoneel
- Communicatie
- Zelfstandigheid

Sint Jozef, Trento. (2018). [Foto]. Geraadpleegd van [Link]

2. Oriënteren

2.1 Welke onderzoeksmethode kies ik en waarom?

Ik kies voor het uitvoeren van mijn onderzoek 2 methoden. Deze methoden
waren interviews en een observatie tijdens een animatie-sessie reminiscentie.
Ik kies voor interviews omdat ik via een interview de meeste informatie zal

Pagina 34-84
kunnen krijgen over het onderwerp reminiscentie en hoe het zorgpersoneel de
elementen van de agogische relatie nu juist toepast op mensen met en zonder
dementie. Voor de interviews richt ik me op de ergotherapeuten, omdat dit
beroep binnen het woonzorgcentrum zeer veel weet over de personen met
dementie en hoe ze alles aanpakken. De observatie zal plaatvinden tijdens een
moment van reminiscentie. Tijdens dit moment zal ik vooral letten op de
ergotherapeut en de zorgkundigen om ook zo te weten te komen hoe ze juist
omgaan met de personen met dementie en hoe men de elementen van de
agogische relatie toepast.

2.2 Waar vind ik alle nodige informatie?

De informatie die ik nodig heb voor de interviews en de observatie heb ik reeds


op voorhand verworven in voorgaande deelopdrachten. Met deze informatie
heb ik mijn interviewvragen en mijn observatieschema opgesteld.

3. Voorbereiden

3.1 Stappenplan

Hieronder volgt een stappenplan van hoe ik te werk zal gaan.

Moment: Actie: Motivatie:


Op Bepalen van Op voorhand bepalen welke
voorhand onderzoeksmethode onderzoeksmethode er zal
gebruikt worden voor het
uitvoeren van het GIP-
onderzoek

Pagina 35-84
Op Opstellen van Op voorhand interviewvragen
voorhand interviewvragen opstellen zodat ik tijdens de
stageperiode zonder problemen
of extra werk de interviews kan
uitvoeren.
Eerste Informeren van Op voorhand het zorgpersoneel
stagedag zorgpersoneel over de informeren over de opdrachten
opdrachten. die ik heb voor het het GIP-
onderzoek.
Eerste en Inplannen interviews en Inplannen van de interviews en
tweede observatiemoment het observatiemoment zodat dit
stagedag reeds vast staat en er niet op het
laatste moment nog iets moet
worden gedaan.
/ Uitvoeren interviews Het uitvoeren van de reeds
ingeplande interviews.
/ Uitvoeren observatie Het uitvoeren van het reeds
ingeplande observatiemoment.
Na de Verwerken Het verwerken van de informatie
stage die ik heb verkregen tijdens de
interviews en de observatie

3.2 Hoe ga ik de gegevens verwerken?

Ik zal de gegevens verwerken door ze grondig door te nemen. Bij de interviews


zal ik dit doen door de antwoorden te analyseren en te bekijken welke
antwoorden nu concrete antwoorden zijn op de vraag en of de vraag nu wel
beantwoord is. Voor het observatieschema zal ik de observaties bekijken en
bekijken of deze observaties nuttig zijn voor het GIP-onderzoek. De nuttige
informatie zat ik dan verwerken in een schema. Al deze informatie zal ik dan
samen in een verslag neerschrijven waarin ik de informatie van interviews en
observatie verwerk en extra duiding geef waar nodig.

Pagina 36-84
4. Uitvoeren

4.1 Stappenplan

Hieronder volgt een stappenplan van hoe ik te werk ging.

Datum: Actie: Motivatie:


Op Bepalen van In een voorgaande deelopdracht
voorhand onderzoeksmethode. moesten we reeds bepalen wat
onze onderzoeksmethode zou
zijn.
Op Voorbereiden Als voorbereiding op de
voorhand interviewvragen en aankomende stage bereidde ik
observatieschema reeds interviewvragen en een
observatieschema voor.
08/03/2021 Stageplaats informeren De eerste stagedag reeds
over mijn interviews en iedereen op de hoogte brengen
mijn observatie. van mijn opdrachten en al eens
polsen wanneer dit mogelijk zou
zijn.
09/03/2021 Eerste interview en Afspreken met de Ergotherapeut
observatie inplannen. wanneer ik concreet mijn
opdrachten kan uitvoeren.
10/03/2021 Eerste interview afnemen Het uitvoeren van een interview
bij de ergotherapeut. met de ergotherapeut.

11/03/2021 Tweede interview Een tweede interview inplannen


inplannen. met een andere ergotherapeut
op 17/03/2021
12/03/2021 Observeren tijdens Tijdens een
reminiscentie reminiscentiemoment
observeren omdat die dag van
de week er steeds een speciale

Pagina 37-84
televisie is die volledig in het
kader van reminiscentie is.

13/03/2021 Toevoegen van extra Omdat ik reeds een interview


interviewvragen uitvoerde bij een ergotherapeut
voeg ik extra vragen toe die nog
een beter beeld kunnen schetsen
van wat ik exact zoek van
informatie rond de toepassing
van de elementen van de
agogische relatie.
14/03/2021 Contact opnemen met Ik neem contact op met de
stagementor stagementor om na te vragen of
een tweede observatie mogelijk
is. Dit was niet mogelijk omdat
ik niet op de afdeling aanwezig
zal zijn tijdens het volgende
moment dat de televisie er is.
15/03/2021 Extra interview inplannen Ik plan een extra interview in als
extra opdracht voor de stage.

16/03/2021 Extra interview uitvoeren Ik voer het extra interview uit


met een algemene
ergotherapeut die ook informatie
kan geven over de toepassing
van de elementen van de
agogische relatie bij mensen
zonder dementie.
17/03/2021 Uitvoeren interview 2 Ik voerde het tweede interview
uit.

18/03/2021 Afwezig stage /

19/03/2021 Uitvoeren activiteit rond Ik voerde een activiteit uit rond


reminiscentie reminiscentie waarbij ik de reeds
opgenomen informatie rond

Pagina 38-84
agogiek toepaste in de praktijk,
om ook hieruit extra informatie
voor de GIP te halen.
20/03/2021 Verwerken informatie Ik begon met het verwerken van
interview 1 en observatie de informatie die ik kreeg uit het
interview en de observatie.
21/03/2021 Verwerken informatie Ik begon met het verwerken van
interview 1en 2 3n de de informatie die ik verkregen
observatie had uit het tweede interview en
maakte de verwerking van het
eerste en het tweede interview
en de observatie af

4.2 Verworven informatie.

Interview 1

- Hoe gaat u te werk tijdens reminiscentie?

Bij personen met dementie is reminiscentie een 24-uurs houding.


Reminiscentie hoeft niet in een afgebakende activiteit te zitten. Bij personen
met dementie ben je dus doorheen de dag bezig met reminiscentie, vaak
zonder dat de zorgvrager het door heeft. Het zit verwezen in de omgang.
Het is belangrijk dat wij zien wat belangrijk is voor de zorgvrager. Zo heeft
de ene bijvoorbeeld veel aan foto’s in de kamer. Deze foto’s geven de
zorgvragers dan ook een beeld van wat belangrijk is voor de zorgvrager.
Reminiscentie starten rond een foto kan je makkelijk doen. Je begint
gewoon met vragen stellen over de foto’s. Zo wil je te weten komen welke
emoties er achter de foto’s zitten. Positieve reminiscentie hoeft niet te
betekenen dat het moet gaan over positieve gevoelens. Het belangrijkste is

Pagina 39-84
dat de zorgvrager belang hecht aan de reminiscentie. Kunnen zien tussen
de lijnen is dus essentieel.

- Ervaart u zelf reminiscentie op een positieve manier? (Vraag uit interesse)

Als hulpverlener is het zeer zinvol en geeft het enorm veel voldoening `als
de bewoner aan het genieten is. Ik ervaar absoluut positieve effecten. De
positieve effecten die ik als hulpverlener ervaar zijn: voldoening, warmte,
gevoel van betekenis kunnen geven. Eigenlijk vooral het kunnen geven aan
de zorgvrager.

- Merkt u een verschil op tijdens reminiscentie wanneer u als hulpverlener de


zorgvrager reeds een tijd kent?

Mensen die hier komen wonen zijn de eerste weken tot maanden door een
periode van verdriet en machteloosheid aan het gaan. Eens ze beseffen en
ze erachter staan kunnen we als hulpverlener makkelijker te werk gaan met
de ouderen. Eens er een vertrouwensrelatie is zal reminiscentie makkelijker
kunnen slagen. Je kan pas echt de essentie bereiken wanneer je de persoon
kent. Tijd geven is hier dus zeer belangrijk.

- Wat kan iemand doen om zelf reminiscentie uit te voeren?

Tijd, vertrouwensrelatie, materialen, dingen vinden die kunnen leiden tot


een gesprek, ... Iedereen kan reminiscentie uitvoeren, maar er moeten
zeker dingen in acht worden genomen. Je zal moeten samenwerken met de
persoon om erachter te komen wat voor hen de essentie is.

- Ervaart u soms moeilijkheden tijdens reminiscentie bij ouderen met


dementie?

De taal is het grootste obstakel. Mensen met dementie hebben doorgaans


een probleem met taal en spraak. Men weet wat men wil zeggen, maar krijgt

Pagina 40-84
het niet meer gezegd. Non-verbale communicatie vraagt kennis. Het is
belangrijk dat men de juiste indrukken kan bieden. Dit moet men leren zien.

- Indien reminiscentie niet lukt bij een van de ouderen met dementie, hoe ga
je dan proberen een vertrouwensrelatie op te bouwen om reminiscentie wel
te doen slagen?

Tijd geven. De bewoner heeft veel tijd nodig vooraleer hij begint te spreken
met zorgverleners. Het is belangrijk dat mij als hulpverlener er altijd kunnen
zijn om de bewoner te steunen. Eens de bewoner begint te spreken moeten
we ervoor zorgen dat we altijd kunnen klaarstaan om te luisteren en om in
te gaan op hun verdriet gelinkt aan het verleden.

- Heeft u enkele voorbeelden van gedrag dat ouderen met dementie vertonen
wanneer je interactie met hen aangaat? (Vraag uit interesse)

Oprechtheid en het wegvallen van remmingen. What you see is what you
get. (Wat je ziet is wat je krijgt.) Ze kunnen hard zijn maar ze zijn oprecht.
Agressie is er ook, gelinkt aan het wegvallen van remmingen. Agressie is
een signaal van ‘getriggerd’ worden door iets. Men moet opzoek gaan naar
wat de agressie veroorzaakt. Vaak is dit te veel lawaai of te veel prikkels.
Agressie kan ook worden veroorzaakt door onmacht. Ze kunnen vaak iets
niet meer zeggen dus reageren ze met agressie. Ze hebben geen andere
manier om te reageren. Daarom is het belangrijk dat we als hulpverlener de
zorgvrager dit niet kwalijk nemen.

- Vindt u reminiscentie essentieel voor de mentale gezondheid van de


ouderen?

Reminiscentie is absoluut essentieel voor het mentaal welzijn op voorwaarde


dat de reminiscentie degelijk gebeurd. Oppervlakkige reminiscentie is
cognitief prikkelend maar bereikt niet de essentie van de persoon zelf. Eens

Pagina 41-84
je de positieve gevoelens kan bereiken krijgen ze het gevoel van serieus
genomen worden. Ze voelen zich dan begrepen.

- Hoe past u het steunen toe op de persoon met dementie tijdens


reminiscentie?

Eerst en vooral moeten we beginnen met het creëren van vertrouwen. We


moeten ervoor zorgen dat de bewoner het gevoel heeft dat wij als
zorgvrager een veilige omgeving zijn waarin ze vrij kunnen spreken. We
moeten zorgen dat de bewoner centraal blijft en we handelen mat aandacht
voor de noden van de bewoner. Geduld is ook zeer belangrijk omdat een
persoon met dementie vaak meer tijd nodig zal hebben om iets te begrijpen.

- Hoe past u het stimuleren toe op de persoon met dementie tijdens


reminiscentie?

We moeten als hulpverlener zorgen dat we elk moment dat we zien proberen
gebruiken om reminiscentie uit te voeren. Het is belangrijk dat we de
bewoner de ruimte en tijd bieden om vertrouwen in ons te hebben. We
mogen de bewoner niet forceren om mee te doen aan reminiscentie. Tijd en
ruimte bieden dus.

- Hoe past u het samenwerken toe op de persoon met dementie tijdens


reminiscentie?

We moeten uiteraard samen met de persoon werken om erachter te komen


wat voor hen belangrijk is. Hierbij is het essentieel dat we handelen in
dialoog met de bewoner. We mogen het niet bevragen maar moeten een
gesprek met hen aangaan. We moeten zorgen dat er voor de bewoner een
gevoel is van begrip. Wij als hulpverlener zullen hiervoor een vorm van
vertrouwen moeten opbouwen met de bewoner.

Pagina 42-84
- Hoe past u het sturen toe op de persoon met dementie tijdens
reminiscentie?

Het sturen is iets wat vaak als slecht wordt gezien bij de oudere zorgvrager.
Bij personen zonder dementie is dit effectief niet de juiste manier om te
werk te gaan, maar personen met dementie vragen o een andere aanpak.
Personen met dementie zullen gestuurd worden doordat we zullen ingaan
op bepaalde uitingen van emoties die wij als zorgvrager niet oké vinden.
Hierbij zullen we de zorgvrager niet straffen, maar zullen we proberen
grenzen te bepalen van wat wel en niet oké is.

Interview 2

- Hoe pas je het steunen toe op de persoon zonder dementie tijdens


reminiscentie?

Vertrouwen, voornamelijk het opbouwen van vertrouwen door het


herkenbare naar boven te halen. Elke bewoner heeft zijn eigen
herinneringen. Via reminiscentie beschikken we over een medium om de
fijne positieve gevoelens op te halen. Er is niet echt een uitgesproken
verschil tussen personen met dementie en zonder dementie. Je kan
vertrouwen scheppen door begrip en aandacht te bieden voor hun situatie
en hun verleden.

- Hoe pas je het sturen toe op de persoon zonder dementie tijdens


reminiscentie?

Je kan iets aanbieden tijdens reminiscentie en je kan eventueel een beetje


sturen. Op zich moet je de persoon de ruimte en tijd geven om u te
corrigeren. Je kan het idee hebben van een bewoner die in de jaren 40 is

Pagina 43-84
geboren dat hij dat wel zal meegemaakt hebben. Echter is het mogelijk dat
de persoon modern was voor zijn tijd. Je ziet wel wat er komt tijdens de
reminiscentie en gaat in op wat er op je afkomt. Structuur kunnen we wel
bieden door momenten in te plannen maar sturen passen we dus niet echt
toe bij personen zonder dementie.

- Hoe pas je het samenwerken toe op de persoon zonder dementie tijdens


reminiscentie?

Samenwerking met de bewoner is essentieel. Als hulpverlener kan je zelf


inbreng hebben tijdens reminiscentie. Reminiscentie is een moment voor
iedereen samen.

- Hoe pas je het stimuleren toe op de persoon zonder dementie tijdens


reminiscentie?

We moeten als hulpverlener er voor proberen zorgen dat de bewoners


vrijwillig willen deelnemen aan reminiscentie. Bij personen zonder dementie
kunnen we dit doen door hier en daar eens te vragen of ze mee willen doen
aan groepsactiviteiten. We mogen de bewoner niet pushen om mee te doen
want dan kan er een afgunst ontstaan naar activiteiten toe.

- Hoe gaat u te werk tijdens reminiscentie?

Ik benader de bewoners vaak apart. Ik denk dat het persoonlijk contact met
de bewoner heel belangrijk is voor reminiscentie. Activiteiten kunnen ook
goed zijn voor reminiscentie mits er dan niet te veel bewoners mee doen
met de activiteit.

- Wat kan iemand zelf doen om reminiscentie uit te voeren?

Men kan foto’s gebruiken. Foto’s zijn zeer toegankelijke dingen om


reminiscentie mee uit te voeren. Zo een foto draagt veel herinneringen met
zich mee. Ook dingen zoals geuren zouden ervoor kunnen zorgen dat de
persoon geprikkeld wordt. Dit hangt natuurlijk af van hoever de persoon in

Pagina 44-84
zijn dementieproces verkeert. Een bewoner die bijvoorbeeld niet meer kan
spreken kan misschien wel andere tekenen geven zoals een glimlach. Een
foto is gekoppeld aan herinneringen, dat weet iedereen. Verder kan men
plaatsen bezoeken en koppelen aan activiteiten. Men moet niet speciale
dingen doen om reminiscentie uit te voeren. Simpele dingen zijn ook goed
om een geslaagde reminiscentie uit te voeren.

Observatie

Hieronder volgt een verslag van mijn observatie tijdens reminiscentie bij bejaarden
met dementie op 12/03/2021

Tijdens de observatie kon ik gelijk veel dingen opmerken. Zo merkte ik op hoe de


zorgverleners de bewoners zouden stimuleren om mee te doen met een activiteit
op een tv met touch-gevoeligheid. De zorgverleners zouden onderwerpen kiezen
op de televisie die voor bepaalde zorgvragers heel aantrekkelijk waren. Zo zouden
ze een fotogalerij openen met foto’s van de omgeving Dendermonde. Aangezien
er vele zijn die uit die streek komen waren er gelijk een aantal die hierop
enthousiast reageerden en met verhalen kwamen over de omgeving. Wat ik ook
kon opmerken is dat iedereen betrokken wordt tijdens reminiscentie. Zo ging het
over de beroepen van vroeger, waarbij de zorgverleners de iets stillere bewoners
zouden benaderen met vragen over het beroep van vroeger. Een van de bewoners
die stil was doorheen de sessie kwam tijdens het vragen stellen over het vroegere
beroep helemaal tot leven. De man was vroeger schoenmaker en kon ondanks zijn
dementie toch nog alle vragen hierover enthousiast beantwoorden.

Uiteindelijk ging men op de televisie, muziek afspelen. Er waren enkele bewoners


die doorheen hun leven zelf instrumenten bespeelden of heel veel naar muziek
luisterden. Deze mensen zouden tijdens dit moment over muziek heel enthousiast
meezingen. De zorgverleners zouden hierbij ook meedoen om zo het element
samenwerken toe te passen op de bewoners. Het meezingen was dan voor enkele
bewoners een prikkel om te praten over vroeger en hun belevenissen rond muziek
van vroeger.

Pagina 45-84
De televisie beschikte ook over bepaalde spellen die de ouderen konden doen. Zo
was een van de spellen, raden van welke artiest het nummer was. Tijdens deze
spellen wordt soms het sturen wel toegepast. Dit doordat er een beetje ‘competitie’
achter zit, en dit kan zorgen voor frustratie. Het gebrek aan remmingen bij
personen met dementie kan dan hierbij zorgen voor agressie wat ook gebeurde.
Op dit moment moesten de hulpverleners ingrijpen en hebben ze de twee
herrieschoppers even uit de activiteit gehaald.

Ik merkte op dat het steunen ook zeer veel wordt toegepast tijdens reminiscentie.
De spelletjes hadden bij een van de bewoners herinneringen losgemaakt aan zijn
vrouw. Hierbij werd door de zorgverleners opgemerkt dat hij het niet makkelijk
had en gingen ze met hem in gesprek. De reactie van de man was hierop zeer
positief, want na enkele minuten spreken was hij weer mee aan het doen met de
activiteit.

Na anderhalf uur werd de activiteit afgesloten en werden de bewoners bedankt om


mee te doen.

Verwerking van de informatie

Reminiscentie kan op zeer veel verschillende manieren worden toegepast.


Belangrijk is dat de reminiscentiewaarde groot genoeg is voor de persoon zelf.
Verder is er niet echt een uitgesproken verschil tussen personen met of zonder
dementie. Beide doelgroepen vragen om een soortgelijke aanpak. Echter kan er
wel hier en daar een verschil worden aangetoond in hoe bepaalde elementen
worden toegepast en in welke mate. Het sturen bijvoorbeeld zal men niet echt
toepassen op personen zonder dementie. Dit doordat deze mensen natuurlijk
gewoon volwassen zijn en niet moeten worden gestuurd door andere mensen.
Personen met dementie daarentegen zullen wel gestuurd mogen worden omdat
dingen zoals remmingen ontbreken. Verder zal de cognitieve achteruitgang ervoor

Pagina 46-84
zorgen dan de bewoners met dementie niet alles meer even goed en even snel
snappen.

Samenwerken is zeer belangrijk voor het slagen van reminiscentie. Om


reminiscentie te laten slagen moeten de zorgverleners in dialoog handelen met de
bewoners. De bewoners zullen makkelijker iets zeggen wanneer er met hen in
dialoog wordt gehandeld, of wanneer er door de zorgverleners effectief wordt
meegedaan met activiteiten. Hierbij is er eigenlijk geen verschil tussen personen
met en zonder dementie aangezien in beide gevallen het beter is als men
samenwerkt met de bewoner en niet voor de bewoner werkt.

Steunen zal heel vaak toegepast worden tijdens reminiscentie. Het steunen is
belangrijk omdat dit ook vertrouwen schept tussen zorgvrager en zorgverlener.
Vertrouwen is zeer belangrijk voor reminiscentie omdat wanneer er geen
vertrouwen is de bewoners ook niet uit zichzelf zullen spreken over belevenissen
of gevoelens. Bij personen met dementie is het nog belangrijker om dit element
goed toe te passen omdat de personen met dementie makkelijker angstig zijn voor
wie of wat er komt. Wat belangrijk is dat er veel tijd en ruimte wordt gegeven aan
de bewoners om zich comfortabel te voelen binnen de setting van het
woonzorgcentrum.

Stimuleren zal men voorzichtig toepassen om ervoor te zorgen dat reminiscentie


nog altijd vrijblijvend blijft voor de bewoner. Als men de bewoners zal forceren
mee te doen kan dit leiden tot een afgunst voor georganiseerde activiteiten zoals
reminiscentie. Om de bewoner te stimuleren tijdens reminiscentie zal er
voorzichtig vragen gesteld worden aan de bewoner zodat het niet lijkt op een
bevraging. De aanpak bij personen met en zonder dementie is hier identiek.

Het belangrijkste verschil tussen personen met en zonder dementie tijdens


reminiscentie, is de reminiscentie zelf. Men zal bij personen zonder dementie vaak
activiteiten organiseren voor veel mensen om zo iedereen tegelijk te bereiken. Bij
personen met dementie is dit minder makkelijk en is een spontane 24-uurs
houding cruciaal. Men moet ingaan op de gevoelens die op elk moment kunnen
opkomen bij de bewoner. Dit is belangrijk omdat de achteruitgang van de hersenen
ervoor kan zorgen dat men niet meer kan meedoen met activiteiten.

Pagina 47-84
5. Reflecteren

5.1 Beantwoorden van deelvragen

Deelvragen

- Hoe wordt reminiscentie toegepast in het WZC?

Reminiscentie wordt op verschillende manieren toegepast, de manier waarop zal


ook afhangen van de bewoner. Elke bewoner vraagt om een andere aanpak. Dit
komt doordat iedereen een eigen leven heeft geleid. Iedere bewoner zal waarde
hechten aan andere dingen. Dit wordt aangetoond in het onderzoek waarbij
iemand met zeer veel kennis van muziek tijdens reminiscentie rond muziek heel
wat te zeggen had hierover. Dit zorgde ervoor dat deze persoon op dat moment
ook zeer gelukkig overkwam omdat muziek iets is dat voor deze persoon zeer
belangrijk was doorheen het leven. Daarnaast haalde iemand die heel zijn leven
schoenmaker was veel vreugde uit het spreken over schoenen. Zoals in de
literatuurstudie wordt besproken, is de reminiscentiewaarde van groot belang. Een
sessie reminiscentie hoort tot de kern van de persoon te geraken. Als men niet tot
de essentie komt zal de reminiscentie maar een miniem effect hebben op de
persoon. Hierdoor moeten de zorgverleners binnen het woonzorgcentrum eerst
weten wat voor leven de persoon heeft geleid. Verder is uit het onderzoek gebleken
dat reminiscentie niet alleen maar over positieve gevoelens hoeft te gaan om een
geslaagde reminiscentie te zijn. In theorie gaat reminiscentie over het ophalen van
positieve gevoelens. Het ophalen van deze positieve gevoelens is uiteraard
belangrijk omdat er veel bewoners in het woonzorgcentrum te kampen hebben
met negatieve gevoelens. Echter toont het praktisch onderzoek aan dat ook het
ingaan op negatieve gevoelens kan lijden tot een geslaagde reminiscentie. Het is
belangrijk voor mensen om te spreken over wat hen verdriet geeft of wat hen
zorgen baart. Het ingaan hierop kan zelfs een positiever effect hebben op lange
termijn. Dit kon opgemerkt worden tijdens de observatie. Eén van de bewoners
had het lastig met een nummer dat opstond omdat dit een herinnering was aan
de echtgenoot. Op deze gevoelens werd ingegaan door een van de zorgverleners.
Uiteindelijk heeft het ingaan op die gevoelens geleid tot een geslaagde

Pagina 48-84
reminiscentie voor die bewoner omdat ze heeft kunnen terugdenken aan haar
overleden man. Voor de toepassing van reminiscentie moeten de zorgverleners
ook altijd klaar zijn om reminiscentie toe te passen. Reminiscentie is namelijk op
2 manieren toepasbaar zijnde: het uitvoeren van activiteiten of een 24-uurs
houding. Met de 24-uurs houding wordt bedoeld, dat de zorgverlener doorheen de
dag wanneer het mogelijk is de bewoners zal aanspreken op bepaalde dingen. Zo
werd tijdens de observatie opgemerkt dat de zorgverleners vaak op willekeurige
momenten reminiscentie uitvoeren met een bewoner. Een voorbeeld van tijdens
de observatie hiervan is dat de ergotherapeut een bewoner aansprak toen ze
opmerkte dat hij naar een foto aan het kijken was. De ergotherapeut greep dit
moment om zoveel mogelijk in te gaan op de foto, om achterliggende gevoelens
naar boven te halen. Deze 24-uurs houding is zowel bij personen zonder dementie
als bij bewoners met dementie van toepassing. Echter is het bij bewoners zonder
dementie veel belangrijker om in te gaan op deze momenten omdat de cognitieve
achteruitgang ervoor zorgt dat het meedoen aan georganiseerde activiteiten niet
altijd zal lukken voor deze personen.

- Hoe worden de elementen van de agogische relatie aangewend tijdens


reminiscentie bij een bejaarde zonder dementie?

Uit de interviews die werden uitgevoerd, bleek dat een persoon zonder dementie
die het woonzorgcentrum binnenkomt zal de eerste weken tot maanden niet
zomaar uit zichzelf spreken met iemand. Hierdoor is het belangrijk dat de bewoner
eerst en vooral tijd en ruimte wordt gegund. Men kan in de eerste periode dat de
persoon naar het woonzorgcentrum verhuist de bewoner stimuleren door af en toe
te vragen of hij/zij mee wil doen aan activiteiten. Hierbij moeten de zorgverleners
zorgen dat de bewoner zich uitgenodigd en niet verplicht voelt. Als men de
bewoner zou verplichten of zou forceren om mee te doen aan reminiscentie sessies
kan dit ervoor zorgen dat de bewoner een afgunst creëert voor georganiseerde
activiteiten. Om dit te voorkomen zullen de zorgvragers duidelijk maken dat het
een vrijblijvende activiteit is. Om het element steunen toe te passen op de bewoner
is het belangrijkste aspect vertrouwen. De zorgverlener moet voordat er
reminiscentie kan plaatsvinden een vertrouwensrelatie opbouwen met de
zorgvrager. Dit vertrouwen kan men opbouwen door begrip en aandacht te bieden
voor de bewoner. Verder kan de zorgverlener steunen tijdens reminiscentie

Pagina 49-84
toepassen door er voor de bewoner te zijn. Dit kan men doen door in te gaan op
de gevoelens van de bewoner, of deze positief of negatief zijn speelt hierbij geen
rol. Verder is er nog het element sturen. Sturen is iets dat met bij personen zonder
dementie niet echt toepast. Echter zijn er wel kleine dingen die de zorgverleners
kunnen doen tijdens reminiscentie. Zo kan men richtlijnen bieden en structuur
bieden. Echt sturen doen we niet bij deze doelgroep. Het element samenwerken is
zeer belangrijk tijdens reminiscentie. De zorgverleners passen dit toe door in te
gaan op verhalen van de bewoners. Bewoners die spreken over belevenissen
vroeger zullen zo door de zorgverleners aangevuld worden met eigen
belevenissen. Reminiscentie is een moment van samenwerking. Er moet worden
gehandeld in dialoog omdat een dialoog de enige manier is, waarbij er met
zekerheid kan worden gesproken over het wel of niet slagen van de reminiscentie.
Eigen inbreng is essentieel.

- Hoe worden de elementen van de agogische relatie aangewend tijdens


reminiscentie bij een bejaarde met dementie?

Een persoon die lijdt aan dementie zal grotendeels om een gelijkaardige aanpak
vragen als de persoon zonder dementie. Toch zijn er enkele aspecten die het
zorgpersoneel een beetje anders aanpakt bij personen met dementie. Het element
sturen mag men bijvoorbeeld niet toepassen bij een persoon zonder dementie
omdat personen zonder dementie nog cognitief heel sterk zijn. Personen met
dementie zullen hier en daar een beetje sturing nodig hebben omdat men alles
niet even goed meer zal begrijpen. Een concreet voorbeeld hiervan is het bieden
van structuur aan de persoon tijdens reminiscentie. Het bieden van structuur kan
men doen door vaste momenten voor reminiscentie in te plannen die bestaan uit
dezelfde activiteiten. Het bieden van bekende activiteiten zorgt voor een vertrouwd
gevoel bij de bewoner. Het element steunen is zeer gelijkaardig aan die van de
personen zonder dementie. Ook een persoon met dementie zal eerst vertrouwen
moeten hebben in het zorgpersoneel vooraleer hij zal ingaan op gesprekken of
meedoen met activiteiten. Bij personen met dementie zal dit scheppen van
vertrouwen mogelijk wel moeilijker zijn aangezien de persoon zich mogelijk vanuit

Pagina 50-84
zijn dementie reeds bedreigd voelt. Het steunen is bij beide groepen eigenlijk
volledig hetzelfde. Net zoals bij de personen zonder dementie zal het
zorgpersoneel ervoor zorgen dat ze klaarstaan voor de bewoner om in te gaan op
gevoelens wanneer nodig. Ook hierbij speelt het geen rol of deze gevoelens van
positieve of negatieve aard zijn. Het kunnen spreken over negatieve gevoelens is
net zo belangrijk als het spreken positieve gevoelens. Het stimuleren zal gebeuren
door de bewoner hier en daar lichtjes aan te zetten om mee te doen tijdens een
activiteit. Verder wordt er tijdens de activiteit ingezet op het aanspreken van
specifieke bewoners die misschien niet altijd uit zichzelf mee zouden doen. Tijdens
een gesprek tussen zorgvrager en zorgverlener zal de zorgverlener de bewoner
stimuleren door middel van attributen. Deze attributen kunnen foto’s, objecten, ...
zijn. Het belangrijkste is dat het attribuut een bepaalde reminiscentiewaarde heeft
voor de bewoner. De samenwerking wordt toegepast door met de bewoner in
dialoog te gaan. Bij personen zonder dementie gebeurt dit op dezelfde manier.
Reminiscentie is een moment voor iedereen dus wordt er ook gezorgd dat iedereen
meedoet. Bij personen met dementie is het echter zo dat er vaak apart aan
reminiscentie wordt gedaan. Tijdens deze aparte momenten is het net zo
belangrijk om in dialoog te handelen zodat de bewoner het niet ervaart als een
ondervraging maar als een gesprek.

5.2 Beantwoorden hoofdvraag.

Hoofdvraag

Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie aan tijdens
reminiscentie bij een bejaarde met en zonder dementie?

Het zorgpersoneel binnen het woonzorgcentrum zal op verschillende manieren de


elementen aanwenden. Dit zal afhangen van persoon tot persoon. Bejaarden
zonder dementie vragen om een aanpak die heel uitnodigend is. Men zal bij deze
groep ervoor zorgen dat de bewoner altijd vrijwillig meedoet met activiteiten. Deze

Pagina 51-84
doelgroep mag niet gestuurd worden dus dit zal het zorgpersoneel ook niet doen.
Het zorgpersoneel zal de bewoners vaak al best goed moeten kennen om
reminiscentie te doen slagen. Een vertrouwensrelatie is essentieel.

Personen met dementie vragen om grotendeels dezelfde aanpak. Dit spreekt de


literatuurstudie tegen waarin er wordt verteld dat reminiscentie bij een bejaarde
met dementie om een geheel andere aanpak vraagt. Echter zijn er wel enkele
dingen die vooral bij deze doelgroep van toepassing zijn. De personen met
dementie zullen vaker worden aangesproken doorheen de dag om zo op dat
moment reminiscentie uit te voeren. Bij personen zonder dementie hoeft dit niet
altijd omdat zij nog vaak in staat zijn om mee te doen aan groepsactiviteiten. Een
persoon met dementie zal wel een beetje gestuurd mogen worden. Dit komt
doordat de cognitieve achteruitgang ervoor zorgt dat de bewoner niet altijd meer
alles volledig begrijpt. Hierdoor mag men bij deze doelgroep wel voorzichtig sturen
door kleine opmerkingen te geven tijdens reminiscentie. Hierbij moet het
zorgpersoneel wel oppassen dat ze de bewoner nog altijd behandelen als een
volwassene en niet als een kind. Desondanks er een cognitieve achteruitgang is,
zijn de meeste personen met dementie er zich nog van bewust dat ze volwassen
zijn. Als men dan de persoon zo niet behandelt kan dit leiden tot negatieve
gevoelens bij de bewoner. Het stimuleren pas je toe door de bewoner met
attributen aan te zetten tot een gesprek. Een persoon met dementie krijg je
makkelijker aan het praten wanneer ze visueel gestimuleerd worden. In de
literatuurstudie wordt dit ook aangekaart. Personen met dementie die zich nog in
een van de latere fasen van dementie verkeert zal sneller geprikkeld kunnen
worden door iets visueel of tastbaar. Dit komt doordat woorden niet langer
dezelfde betekenis dragen maar foto’s en voorwerpen van vroeger wel. Het
samenwerken past men toe door samen met de bewoner reminiscentie uit te
voeren. Het zorgpersoneel maakt hier een gesprek van in plaats van een bevraging
over hun verleden. Steunen doet men bij deze doelgroep door in te gaan op de
gevoelens en zelf in te spelen op die gevoelens. Op deze manier voelt het voor de
bewoner alsof er echt naar hen geluisterd wordt.

Pagina 52-84
5.3 Conclusie

De verschillende elementen van reminiscentie worden op een gelijkaardige manier


toegepast bij zowel personen met dementie als bij personen zonder dementie.
Echter zijn er enkele verschillen in de uitwerking van de elementen. Deze
verschillen worden gekenmerkt door de extra aandacht voor dingen die nodig zijn
voor personen met dementie. Het grootste verschil tussen beiden groepen, is dat
een persoon met dementie eerder een 1 op 1 moment zal hebben met een
zorgverlener dan een groepsactiviteit rond reminiscentie. Deze bevindingen
moeten we ook kritisch bekijken. Dit onderzoek vond plaats in slechts één
woonzorgcentrum. Hierdoor kan er niet met zekerheid worden gezegd dat dit in
alle woonzorgcentra van toepassing is. Verder bestaat dit onderzoek uit twee
interview en één observatie. De beperkte mate waarin er bevraagd en
geobserveerd is betekent ook dat we slechts een beeld hebben van hoe het
effectief wordt toegepast. Daarnaast vond het onderzoek voornamelijk plaats bij
personen die niet lijden aan dementie. Hierdoor kan er niet met zekerheid
geconcludeerd worden dat de elementen van de agogische relatie effectief zo
worden toegepast bij personen zonder dementie.

5.4 Eigen mening

Reminiscentie is een onderwerp dat heel hard afhangt van de persoon waarmee je
de reminiscentie uitvoert. Het is belangrijk dat men te weten komt wat voor de
persoon belangrijk is. Dit kan ik ondersteunen met mijn literatuurstudie waarin ik
te weten kwam dat de ‘reminiscentiewaarde’ van iets zeer belangrijk is voor het
slagen van de reminiscentie. Ikzelf vind dat het toepassen van reminiscentie die
afgestemd is op de persoon het meest belangrijke is voor het slagen. Reminiscentie
hoeft niet altijd te gaan over de positieve gevoelens. Dit kwam ik te weten tijdens
mijn praktisch onderzoek. Echter was de informatie die ik had gevonden hierover
tijdens het onderzoek over reminiscentie zeer gericht op het positieve. Het ingaan
op negatieve gevoelens is volgens mij cruciaal voor de psychische gezondheid van
een persoon. Men moet niet alleen kunnen praten over de mooie dingen, maar ook
over wat hen verdriet doet. Daarnaast is het voor mij logisch dat men een
gelijkaardige aanpak toepast op zowel de persoon met dementie als de persoon

Pagina 53-84
zonder dementie. Tijdens het onderzoek voor mijn literatuurstudie kwam ik
namelijk te weten dat beide groepen in dezelfde situatie zitten waardoor de
toepassing van vele aspecten rond reminiscentie zeer hard op elkaar zal lijken.
Natuurlijk zijn er wel enkele verschillen bij de personen met dementie die enkel
nodig zijn door de cognitieve achteruitgang van de persoon met dementie. Wat ik
niet eerder wist, is dat men bij personen met dementie een 24-uurs houding
aanneemt. Dit vind ik echter wel logisch aangezien het zorgpersoneel niet altijd
dezelfde kansen krijgt om reminiscentie goed uit te voeren bij deze doelgroep. De
persoon zonder dementie heeft nood aan een rustige setting waarin er 1 op 1 te
werk kan worden gegaan.

5.5 Reflectie

Situatie: Voor mijn onderzoek voor de GIP heb ik in een woonzorgcentrum 2


interviews en een observatie uitgevoerd. Dit onderzoek was in het kader van
reminiscentie en dementie. De bedoeling was het aantonen van mogelijke
verschillen tussen de manier waarop reminiscentie wordt uitgevoerd bij personen
met en zonder dementie

Reflectie: Ik plande het eerste interview in op de 2de dag van mijn stage. Dit was
zeer snel afgesproken. De interviewvragen had ik reeds op voorhand voorbereid.
Het interview vond plaats in een eetruimte van de afdeling van personen met
dementie in het woonzorgcentrum Sint-Jozef. Het interview verliep zeer vlot.
Aangezien mijn vragen zeer open waren had de ergotherapeut waarmee ik het
interview uitvoerde heel wat te zeggen over de vragen. Tijdens het interview waren
er enkele momenten waarbij een bewoner even tussenkwam, maar dit was niet
hinderlijk voor het verloop van het interview. Dit verliep nog steeds even vlot.
Tijdens het interview kwam ik met een paar vragen die me te binnen schoten om
verder in te gaan op de antwoorden die ik kreeg. Na het interview bedankte ik de
ergotherapeut en namen we afscheid.

Het volgende onderzoek dat plaatsvond was de observatie. Deze observatie werd
ingepland op 2de dag van de stage. Voor deze observatie had ik op voorhand een
observatieschema opgesteld. De observatie vond plaats tijdens een moment
waarbij de bewoners toegang hadden tot een speciale televisie die beschikte van

Pagina 54-84
een Touch-scherm. Tijdens de observatie hield ik me op de achtergrond zodat ik
zeker geen afleiding was voor de bewoners. Al snel merkte ik dat het
observatieschema niet alle nodige inhoud zou bevatten voor mijn onderzoek.
Hierdoor schakelde ik tijdens de observatie over tot een open observatie, waarbij
ik noteerde wat ik zag. Al bij al liep deze observatie best vlot. Uiteindelijk heb ik
toch niet zo heel veel informatie kunnen krijgen uit deze observatie doordat de
observatie alleen een beeld schepte van hoe reminiscentie werd toegepast en niet
echt van hoe de elementen van de agogische relatie worden aangewend. Echter
heb ik wel nog net genoeg informatie hieruit kunnen krijgen om de nodige
aanvullingen te doen op meen deelvraag: ‘Hoe wordt reminiscentie toegepast in
het WZC?’.

Het tweede interview werd ingepland op de 4de dag van de stage. Voor dit interview
had ik reeds enkele aanpassingen gemaakt in de vragen omdat ik uit dit interview
informatie wou krijgen over hoe men bij personen zonder dementie te werk gaat.
Dit interview vond plaats in het bureau van één van de ergotherapeuten waardoor
het rustig was en er geen tussenkomst van personeel of bewoners kon zijn. Het
interview verliep vlot en ik kreeg alle nodige informatie om te antwoorden op mijn
vragen.

Belangrijke aspecten: Het belangrijkste van mijn onderzoek was dat ik alle nodige
informatie zou krijgen die ik nodig had om mijn deelvragen en hoofdvraag te
beantwoorden. Dit is gelukt doordat ik tijdens de interviews en de observatie
enkele kleine dingen aanpaste om ervoor te zorgen dat ik zeker een antwoord op
mijn vragen zou kunnen formuleren. Ondanks dat ik niet veel informatie heb
kunnen halen uit de observatie ben ik er toch in geslaagd.

Alternatieve uitvoering: Als ik mijn onderzoek opnieuw zou uitvoeren zou ik enkele
aanpassingen doen in hoe ik de vraag breng en wat de inhoud van de vraag is.
Soms waren de vragen een beetje moeilijk geformuleerd waardoor ik eerst extra
duiding moest geven over de betekenis van bepaalde dingen. Daarnaast zou ik
ervoor zorgen dat er tijdens de interviews zeker niets tussenkomt. Dit was niet
problematisch, maar zorgde wel voor een onderbreking. Mijn observatie zou ik een
volgende keer volledig anders aanpakken. Ik zou op voorhand nadenken over de

Pagina 55-84
inhoud van de observatie en of dit wel de nodige informatie zal bevatten voor mijn
onderzoek. Indien ik zelf merk dat dit niet zo is zal ik mijn observatie veranderen.

Pagina 56-84
Mondeling Deel

Pagina 57-84
Mondelinge GIP

1. Oriënteren

Voor de mondelinge GIP-presentatie zal ik een prikbord vullen met foto’s die te
linken zijn aan dementie en reminiscentie. Ook zal ik enkele attributen meenemen
die gebruikt kunnen worden tijdens reminiscentie.

Ik heb hiervoor gekozen omdat ik denk dat er op deze manier in 1 oogopslag te


zien zal zijn dat mijn GIP gaat over dementie en reminiscentie. Op deze manier
hoop ik er ook voor te zorgen dat ik mijn uitleg kan verduidelijken aan de hand
van de attributen of foto’s die ik heb.

Alle nodige informatie om dit standje op te stellen kan ik terugvinden in mijn GIP.
In mijn GIP heb ik reeds genoeg voorbeelden van attributen die kunnen gebruikt
worden tijdens reminiscentie. Ook zal ik alle nodige informatie over de uitwerking
van reminiscentie bij beide doelgroepen hier kunnen terugvinden.

2. Voorbereiden

Moment: Actie Motivatie:


Op Informatie opzoeken in mijn GIP Ik ga informatie opzoeken in mijn
voorhand GIP om zo zeker te zijn van de
informatie die ik ga gebruiken
tijdens de presentatie
Op Foto’s opzoeken Ik ga online foto’s opzoeken die ik
voorhand kan linken aan reminiscentie
Op Foto’s opzoeken Ik ga online foto’s opzoeken die
voorhand ervoor zullen zorgen dat mijn
GIP-onderwerp zo duidelijk
mogelijk wordt in één oogopslag
Op Attributen verzamelen Ik zal attributen verzamelen die
voorhand ik kan gebruiken tijdens de
mondelinge presentatie van de

Pagina 58-84
GIP. Deze attributen zullen
helpen bij het uitleggen van
reminiscentie en de toepassing
van reminiscentie in praktijk.
Op Een tekst voorbereiden Ik zal een tekst voorbereiden
voorhand voor de mondelinge voorstelling
zodat ikzelf zeker weet wat ik wil
vermelden

Wat ik allemaal nodig zal hebben:

Voor de mondelinge presentatie zal ik volgende dingen nodig hebben:

- Afbeeldingen die ik kan linken aan reminiscentie en dementie


- Attributen die ik kan linken aan reminiscentie en de toepassing van
reminiscentie hier mee kan aantonen.

3. Uitvoeren

De mondelinge presentatie zal bestaan uit volgende onderdelen:

- Inleiding
- Midden
- Slot

In de inleiding zal ik vertellen over mezelf, mijn GIP-onderwerp vermelden en


uitleggen waarom ik gekozen heb voor dit GIP-onderwerp:

Ik ben Nathan Geleyn, leerling uit het 6de jaar Gezondheids -en
Welzijnswetenschappen uit het Sint-Lodewijkscollege te Lokeren.
Mijn GIP-onderwerp is: ‘Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van de
agogische relatie aan tijdens reminiscentie bij bejaarden met of zonder dementie.
Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat reminiscentie en dementie 2 zeer
interessante onderwerpen zijn voor mij. Ik was hier al geïnteresseerd in sinds ik
voor het eerst reminiscentie tegen kwam tussen de leerstof.

Pagina 59-84
In het midden zal ik mijn deelvragen en hoofdvragen beantwoorden in een
vloeiende uitleg. Hiermee wordt bedoeld dat ik de vragen zal antwoorden in een
vloeiende tekst en niet in de vorm van vraag en antwoord.

Dementie is een aandoening die de hersenen aantast. Het effect van dementie is
een verlies van geheugen, spraak, mobiliteit, ... Dementie is een aandoening waar
wereldwijd veel mensen aan lijden. Hierdoor is dementie door de WHO
geclassificeerd als een van de grootste dreigingen voor de mensheid. Dementie
gaat ook gepaard met zeer veel negatieve gevoelens voor de persoon die er aan
lijdt. Daarom is er reminiscentie. Reminiscentie is simpelweg het ophalen van
(meestal) positieve gevoelens door herinneringen op te halen bij de persoon met
of zonderdementie. (Ik zal hier verwijzen naar enkele attributen om de werking te
verduidelijken) Voorwerpen, foto’s of gesprekken kunnen hiervoor gebruikt
worden. Dit zal afhangen van persoon tot persoon. Iedereen is namelijk anders
dus iedereen vraagt om een andere aanpak.

Mijn GIP-onderzoek gaat over de toepassing van de elementen van de agogische


relatie. Agogiek is de leer van het begeleiden van een persoon om zo
veranderingsprocessen mogelijk te maken. Het gaat er bij agogiek dus over de
manier waarop de zorgverlener probeert aan te brengen bij de zorgvrager. De
elementen van de agogische relatie zijn: Steunen, stimuleren, samenwerken en
sturen. Deze elementen worden allemaal toegepast tijdens reminiscentie. Sturen
zal men echter niet bij de bejaarde zonder dementie toepassen omdat dit voor de
bejaarde zou overkomen als het behandeld worden als een kind.

Hoe de elementen van de agogische relatie worden aangewend zal afhangen van
persoon tot persoon. Het steunen zal bij de meeste zorgvragers ongeveer hetzelfde
zijn. De zorgverlener zal om te steunen ingaan op de gevoelens die naar boven
komen tijdens reminiscentie. Bij reminiscentie is het belangrijk dat de
reminiscentie een moment voor allemaal is. Daarom wordt het samenwerken ook
sterk toegepast tijdens deze momenten. De zorgverlener zal hier met de
zorgvrager samen te werk gaan. Het is ook belangrijk dat de zorgverlener zijn
eigen inbreng biedt. Niet alleen luisteren dus, maar ook zelf iets vertellen. De
zorgvrager stimuleren kan men doen door vragen te stellen aan de zorgvrager

Pagina 60-84
wanneer hij niet actief meedoet aan een activiteit. Zoals ik reeds eerder vermeldde
wordt sturen dus alleen toegepast bij de bejaarde met dementie. Bij deze
doelgroep kan men dit doen door richtlijnen te stellen van wat wel en niet kan.
Verder kan men structuur bieden door steeds dezelfde foto’s te tonen etc. Wanneer
de zorgvrager dementie heeft zullen er enkele aanpassingen van kracht zijn op
vlak van reminiscentie. De samenwerking zal hier extra belangrijk zijn omdat de
zorgvrager zelf niet meer altijd alles kan of begrijpt. Bij de bejaarde met dementie
zal het zorgpersoneel ook meer naar het verre verleden proberen kijken. Recente
gebeurtennissen worden niet meer zo goed onthouden, waardoor het belangrijk is
dat men de essentie bereikt door diepe herinneringen naar boven te halen die
gelinkt zijn aan positieve gevoelens.

In het wzc wordt reminiscentie toegepast op verschillende manieren. De aanpak


zal dus heel afhankelijk zijn van de persoon. Iedereen hecht waarde aan andere
dingen. In mijn onderzoek uitgevoerd op de stageplaats wordt dit dan ook
aangetoond. Iemand met zeer veel kennis over muziek had heel veel te zeggen
over muziek. Iemand die heel zijn leven schoenmaker was, haalde vreugde uit het
spreken over schoenen. De reminiscentiewaarde is van zeer groot belang voor een
geslaagde reminiscentie. Om tot de kern van een persoon te geraken moeten we
ook een reminiscentie toepassen die volledig is afgestemd op de persoon.
Reminiscentie hoeft ook niet altijd over positieve gevoelens te gaan. Uit mijn
eerder onderzoek bleek steeds dat reminiscentie altijd uit positieve gevoelens
moet gaan, maar dit is echter onwaar gebleken uit mijn onderzoek. Ook wanneer
er op een juiste manier kan worden ingegaan op de negatieve gevoelens van een
persoon kan er een geslaagde reminiscentie plaatsvinden. Het spreken over
negatieve gevoelens is even belangrijk als het spreken over positieve gevoelens.
Als het zorgpersoneel correct ingaat op deze negatieve gevoelens kan dit op lange
termijn zelfs een positiever effect hebben dan steeds alleen op de positieve
gevoelens in te gaan.

Een bewoner die niet lijdt aan dementie zal bij het binnenkomen van het
woonzorgcentrum vaak op zichzelf blijven. Ook deze negatieve gevoelens kunnen
besproken worden tussen zorgverlener en zorgvrager. Dit kan ervoor zorgen dat
er een vertrouwensrelatie ontstaat tussen zorgverlener en zorgvrager. Uit mijn
praktisch onderzoek is gebleken dat de periode tussen het binnenkomen van het

Pagina 61-84
woonzorgcentrum en het openlijk spreken tegen het zorgpersoneel weken tot
maanden kan duren. Het is belangrijk dat het zorgpersoneel de bewoner dan ook
de tijd en ruimte biedt om uit zijn comfortzone te komen en zich open te stellen
naar anderen. Vanaf dan kan men beginnen met reminiscentie toe te passen op
de bewoner. Ze moeten wel oppassen dat ze de bewoner niet dwingen om mee te
doen aan activiteiten rond reminiscentie want dan ontstaat er een afgunst. Deze
afgunst kan ervoor zorgen dat reminiscentie onmogelijk wordt bij die bewoner
omdat ze niet langer deel willen nemen aan activiteiten.

Een bejaarde met dementie zal tijdens reminiscentie op een gelijkaardige manier
worden aangepakt. Uit mijn literatuurstudie bleek dat er wel enkele verschillen
zijn, maar mijn praktisch onderzoek toont eigenlijk het tegenovergestelde aan. Er
zijn eigenlijk bijna geen verschillen qua aanpak voor beide groepen. De enige
verschillen zijn de momenten wanneer reminiscentie wordt toegepast, de graad
waarin de samenwerking wordt toegepast en het sturen dat hier wel wordt
toegepast. Het scheppen van vertrouwen is hier net hetzelfde. Alleen is er de kans
dat dat bij deze doelgroep moeilijker zal zijn. Dit komt doordat de persoon met
dementie niet snel nieuwe dingen vertrouwd omdat hij de dingen die altijd
vertrouwd waren voor de persoon, niet langer vertrouwd zijn.

(Uitleggen van hoofdvraag=samenvatten wat in de 3 vorige delen vermeld wordt)

In het slot zal ik het besluit vermelden en wat er allemaal belangrijk is van de
dingen die ik heb geleerd uit het onderzoek.

Reminiscentie is zeer belangrijk bij zowel bejaarden die lijden aan dementie als
bij gezonde bejaarden. Reminiscentie is noodzakelijk voor de psychische
gezondheid van de bejaarde. Om reminiscentie goed toe te passen moet men
voor bepaalde dingen zorgen, onder andere een vertrouwensrelatie tussen
bewoner en zorgverlener. Deze vertrouwensrelatie zal ervoor zorgen dat de
bewoner openstaat voor reminiscentie aangezien hij zich comfortabel voelt.
Indien deze vertrouwensrelatie er niet is zal de succesratio van reminiscentie
omlaag gaan. Daarnaast is deze vertrouwensrelatie belangrijk om de bewoner
beter te leren kennen. Op deze manier kan er een persoonlijke reminiscentie

Pagina 62-84
aangeboden worden waarbij de bewoner geprikkeld kan worden die voor hem
een groot deel van zijn leven uitmaakte. Op deze manier kan men bij
reminiscentie tot de essentie van de persoon geraken. Dit geldt voor zowel de
bejaarde met als zonder dementie.

De elementen van de agogische relatie (sturen, stimuleren, steunen,


samenwerken) en de toepassing hiervan is van groot belang voor reminiscentie.
Echter zullen een geen grote verschillen te merken zijn van de toepassing
hiervan bij bejaarde met of zonder dementie. Er zullen wel enkele aanpassingen
gedaan worden aan de hand van de behoeften van de bejaarde met dementie.
Zo zullen de zorgverleners bij de bejaarde die lijdt aan dementie veel meer
samenwerken met de bewoner dan wanneer de bewoner niet lijdt aan dementie.
Dit komt doordat de bejaarde die lijdt aan dementie een cognitieve achteruitgang
ondergaat die ervoor zorgt dat het begrip van situaties ook achteruitgaat. De
zorgverleners zullen hier ondersteunen door te helpen bij bepaalde dingen
tijdens reminiscentie. Een voorbeeld hiervan is het samenwerken tijdens het
bekijken van foto’s, waarbij de zorgverlener de foto’s zal aangeven of benoemen.

Eén groot verschil tussen reminiscentie bij de bejaarde met dementie en de


bejaarde zonder dementie, is wanneer de reminiscentie wordt toegepast. Bij de
bewoners die niet lijden aan dementie zullen er vaker activiteiten worden
ingepland waarbij de bewoners vaak individueel of samen tewerk kunnen gaan.
Bij de bewoner met dementie is deze reminiscentie vaak individueel en op
willekeurige momenten. Men past bij de bejaarde met dementie een 24-uurs
houding toe, waarbij er wordt ingegaan op gevoelens die ze op dat specifieke
moment hebben bij vaak willekeurige dingen die ze ergens zien. Zoals
bijvoorbeeld een bloem die hen doet denken aan vroeger. Er wordt ingegaan op
elk mogelijk ding dat men kan linken aan reminiscentie.

Om dit alles te concluderen, zijn er slechts enkel verschillen in de aanpak van


reminiscentie bij de bejaarde die lijdt aan dementie en de bejaarde zonder
dementie in het woonzorgcentrum. Deze verschillen zijn te kenmerken aan de
extra behoeften die een bejaarde met dementie heeft. Deze verschillen zijn ook
niet echt verschillen, maar vooral aanpassingen aan een reeds bestaande aanpak
voor de bejaarde zonder dementie.

Pagina 63-84
De informatie die ik verkregen heb in dit onderzoek over dementie en reminiscentie
zal ik, desondanks het zo een interessante informatie is, niet kunnen meenemen
naar mijn volgende studiekeuze. Aangezien ik een volledig andere richting uit zal
gaan, met name informatica.

Mijn eigen mening is dat reminiscentie een zeer gevarieerd onderwerp is. Het is
logisch dat men eerst te weten moet komen wat belangrijk is voor de persoon
voordat men te werk kan gaan met reminiscentie. De reminiscentiewaarde die ik
eerder vermeldde is dus van zeer groot belang. Iedereen is zijn eigen persoon en
je kan dus niet zomaar reminiscentie uitvoeren die hetzelfde is bij iedereen. Ja, er
zijn gevallen van reminiscentie waarbij je dezelfde attributen kan toepassen op
meerdere personen, maar dat zullen dan vaak algemene dingen zijn. Zoals het
houden van bloemen, of het wonen in een dorp of stad waar de meerderheid van
de bewoners woonde. In deze gevallen kan je dit wel toepassen op meerdere
bewoners, maar ook daaruit zullen verschillende belevenissen en verhalen naar
boven komen. Het ophalen van positieve gevoelens is cruciaal, wat natuurlijk niet
verbazend is. Maar het spreken over de negatieve gevoelens aan de hand van
reminiscentie vind ikzelf eigenlijk nog belangrijker. Ja, positieve gevoelens zijn
belangrijk, maar als de persoon steeds met negatieve gevoelens te kampen heeft
weegt dit volgens mij veel zwaarder door. Dat er een gelijkaardige toepassing zou
zijn bij beide doelgroepen had ik echter wel verwacht. Ookal is er een cognitieve
achteruitgang, betekent dit niet dat de persoon met dementie niet meer op
dezelfde manieren kan geprikkeld worden.

4. Reflectie

Situatie: als deelopdracht van mijn GIP moest ik een schriftelijke voorbereiding
maken voor mijn mondelinge voorstelling van de GIP. Hiervoor moest ik OVUR
gebruiken waarbij ik een stappenplan, nodig materiaal en mijn tekst voor de
mondelinge voorstelling toevoegde.

Reflectie: Ik begon met het oriënteren waarbij ik nadacht over wat ik zal doen voor
de mondelinge voorstelling en wat ik hier allemaal voor zal gebruiken. Hierbij heb
ik bepaald dat ik niet alleen een prikbord zal vullen met afbeeldingen, maar ik ook
attributen zal zoeken waar ik naar kan verwijzen tijdens de voorstelling.

Pagina 64-84
Daarna stelde ik een stappenplan op waarin ik bepaalde wat ik allemaal zal moeten
doen op voorhand voor de mondelinge presentatie. Dit ging zeer vlot aangezien ik
reeds een best goede visie heb van wat ik precies wil doen. Hierna begon ik met
een ruwe versie van mijn tekst op te stellen. Dit ging voor mij best gemakkelijk
aangezien ik van mezelf vind dat ik reeds zeer veel kennis heb opgedaan over het
onderwerp. Hierdoor lukte het voor mij zeer goed om hier een tekst over neer te
schrijven.

Belangrijke aspecten: Het belangrijkste aspect van deze opdracht vond ik het
kunnen bieden van een correct beeld van reminiscentie. Aangezien reminiscentie
zo belangrijk is wil ik dit zo goed mogelijk kunnen schetsen voor de juryleden.
Daarnaast vond ik het ook zeer belangrijk dat ik voorbeelden van reminiscentie
kan bieden door middel van afbeeldingen.

Alternatieve uitvoering: Indien ik dezelfde opdracht nog eens zou uitvoeren zou ik
slechts enkele dingen veranderen. Ik zou op voorhand met mijn stagementor
overlegd hebben over attributen die zij zeer goed zou vinden om reminiscentie
mee voor te stellen. Dit zou het voor mij vele malen makkelijker gemaakt hebben
om attributen te bedenken.

Pagina 65-84
Besluit

Reminiscentie is zeer belangrijk bij zowel bejaarden die lijden aan dementie als bij
gezonde bejaarden. Reminiscentie is noodzakelijk voor de psychische gezondheid
van de bejaarde. Om reminiscentie goed toe te passen moet men voor bepaalde
dingen zorgen, onder andere een vertrouwensrelatie tussen bewoner en
zorgverlener. Deze vertrouwensrelatie zal ervoor zorgen dat de bewoner openstaat
voor reminiscentie aangezien hij zich comfortabel voelt. Indien deze
vertrouwensrelatie er niet is zal de succesratio van reminiscentie omlaaggaan.
Daarnaast is deze vertrouwensrelatie belangrijk om de bewoner beter te leren
kennen. Op deze manier kan er een persoonlijke reminiscentie aangeboden
worden waarbij de bewoner geprikkeld kan worden die voor hem een groot deel
van zijn leven uitmaakte. Op deze manier kan men bij reminiscentie tot de essentie
van de persoon geraken. Dit geldt voor zowel de bejaarde met als zonder
dementie.

De elementen van de agogische relatie (sturen, stimuleren, steunen,


samenwerken) en de toepassing hiervan is van groot belang voor reminiscentie.
Echter zullen een geen grote verschillen te merken zijn van de toepassing hiervan
bij bejaarde met of zonder dementie. Er zullen wel enkele aanpassingen gedaan
worden aan de hand van de behoeften van de bejaarde met dementie. Zo zullen
de zorgverleners bij de bejaarde die lijdt aan dementie veel meer samenwerken
met de bewoner dan wanneer de bewoner niet lijdt aan dementie. Dit komt doordat
de bejaarde die lijdt aan dementie een cognitieve achteruitgang ondergaat die
ervoor zorgt dat het begrip van situaties ook achteruitgaat. De zorgverleners zullen
hier ondersteunen door te helpen bij bepaalde dingen tijdens reminiscentie. Een
voorbeeld hiervan is het samenwerken tijdens het bekijken van foto’s, waarbij de
zorgverlener de foto’s zal aangeven of benoemen.

Eén groot verschil tussen reminiscentie bij de bejaarde met dementie en de


bejaarde zonder dementie, is wanneer de reminiscentie wordt toegepast. Bij de
bewoners die niet lijden aan dementie zullen er vaker activiteiten worden
ingepland waarbij de bewoners vaak individueel of samen tewerk kunnen gaan. Bij
de bewoner met dementie is deze reminiscentie vaak individueel en op willekeurige
momenten. Men past bij de bejaarde met dementie een 24-uurs houding toe,

Pagina 66-84
waarbij er wordt ingegaan op gevoelens die ze op dat specifieke moment hebben
bij vaak willekeurige dingen die ze ergens zien. Zoals bijvoorbeeld een bloem die
hen doet denken aan vroeger. Er wordt ingegaan op elk mogelijk ding dat men
kan linken aan reminiscentie.

Om dit alles te concluderen, zijn er slechts enkel verschillen in de aanpak van


reminiscentie bij de bejaarde die lijdt aan dementie en de bejaarde zonder
dementie in het woonzorgcentrum. Deze verschillen zijn te kenmerken aan de
extra behoeften die een bejaarde met dementie heeft. Deze verschillen zijn ook
niet echt verschillen, maar vooral aanpassingen aan een reeds bestaande aanpak
voor de bejaarde zonder dementie.

De informatie die ik verkregen heb in dit onderzoek over dementie en reminiscentie


zal ik, desondanks het zo een interessante informatie is, niet kunnen meenemen
naar mijn volgende studiekeuze. Aangezien ik een volledig andere richting uit zal
gaan, met name informatica.

Pagina 67-84
Bijlage

Pagina 68-84
BRONNEN

Pagina 69-84
Bronnen:

- Vlaamse overheid. (2016 mei). Reminiscentie bij personen met


dementie, niet zomaar terug naar het verleden. Geraadpleegd op 15
februari 2021, van [Link]
content/uploads/2018/01/[Link]
- Dementie herkennen - Ontdek de symptomen van dementie - CZ.
(2016). Geraadpleegd op 23 februari 2021, van
[Link]
herkennen?gclid=EAIaIQobChMI8Yju0In97gIVgtxRCh3lWwBHEAAYA
SAAEgITw_D_BwE
- Prevalentie. (z.d.). Geraadpleegd op 2 maart 2021, van
[Link]
page/prevalentie/#:%7E:text=Voor%20heel%20Belgi%C3%AB%20
is%20het,220.104.&text=Het%20aantal%20mensen%20met%20jo
ngdementie,1.800%20een%20formele%20diagnose%20kregen.&te
xt=De%20kans%20is%201%20op,in%20zijn%20leven%20dementi
e%20krijgt.
- Hertmans, S. (2010). Waarover men niet spreken kan: elementen
voor een agogiek van de kunst. Geraadpleegd op 29 februari 2021,
van [Link]
- [Link]. (2016, 17 augustus). Behandeling van dementie met
medicijnen. Geraadpleegd op 5 maart 2021, van
[Link]
medicijnen#:%7E:text=In%20Nederland%20zijn%20voor%20het,v
an%20de%20ziekte%20van%20Alzheimer’.

Pagina 70-84
- Herkennen en symptomen. (z.d.). Geraadpleegd op 4 maart 2021,
van [Link]
symptomen
- Prevalentie. (2021). Geraadpleegd op 11 februari 2021, van
[Link]
- Plaats, A. (2012). De dag door met dementie. Amsterdam,
Nederland: Kroese Kits Uitgeverij.
- Wat is dementie? | Onthou Mens. (z.d.). Geraadpleegd op 23
februari 2021, van [Link]
dementie
- Bood, E. (2020, 14 augustus). Oorzaken van dementie.
Geraadpleegd op 14 februari 2021, van
[Link]
2?error=cookies_not_supported&code=c78defea-996c-485b-a6aa-
07573bca4fda
- De Nederlandse Hartstichting. (z.d.). TIA. Geraadpleegd op 16
februari 2021, van [Link]
vaatziekten/beroerte/tia#:%7E:text=Een%20TIA%20(Transient%2
0Ischemic%20Attack,wordt%20veroorzaakt%20door%20een%20bl
oedprop.
- Agogische Wetenschappen. (z.d.). Geraadpleegd op 3 maart 2021,
van [Link]
de-opleiding
- Wat is reminiscentie? | Wat is Reminiscentie? Alles over
Reminiscentie. (z.d.). Geraadpleegd op 17 februari 2021, van
[Link]
- Benaderingswijze voor alle 4 de fasen van dementie. (2016).
Geraadpleegd op 7 maart 2021, van
[Link]
van-dementie
- Wat is snoezelen en snoezelmateriaal? (z.d.). Geraadpleegd op 10
maart 2021, van [Link]

Pagina 71-84
- Reminiscentie | Onderzoeken | Moderne-Dementiezorg. (z.d.).
Geraadpleegd op 9 maart 2021, van
[Link]
- CVA (Cerebrovasculair Accident) of beroerte. (2019, 30 augustus).
Geraadpleegd op 20 februari 2021, van
[Link]
beroerte
- Vormen. (z.d.). Geraadpleegd op 22 februari 2021, van
[Link]
- StuDocu. (z.d.). Samenvatting - Agogische vaardigheden.
Geraadpleegd op 27 februari 2021, van
[Link]
be/document/arteveldehogeschool/agogische-vaardigheden-
1/samenvattingen/samenvatting-agogische-
vaardigheden/676382/view
- Hersenstichting. (2020, 15 oktober). Wat is de hersenaandoening
dementie? Geraadpleegd op 14 februari 2021, van
[Link]
d=EAIaIQobChMI8K7SgLam7wIV0hV7Ch1DzQ1IEAAYASAAEgKxufD_
BwE
- Symptomen dementie. (z.d.). Geraadpleegd op 13 februari 2021,
van [Link]
klachten/psychipedia/dementie/symptomen-dementie

Pagina 72-84
LOGBOEK

Pagina 73-84
datum tijd
omschrijving
(DD/MM/YYYY) (HH:MM)

12/10/2020 Informatie verkregen van meneer Rooms over de GIP op Teams 0:30

26/10/2020 GIP onderwerpen voorstellen aan mevr De Bels op Teams 0:05

30/10/2020 DO1 doelstellingen noteren en relevante informatie opzoeken. 1:00

06/01/2021 Vraag gesteld aan mevr. De Bels over DO2 0:05

18/01/2021 Vraag gesteld aan mevr. De Witte over DO2 0:05

18/01/2021 DO2 volledig herwerkt en ingediend 0:45

18/04/2021 Uitleg gekregen over DO6 0:20

18/04/2021 Beginnen met DO6 1:10

18/04/2021 Verder werken aan DO5 en DO6 1:00

18/04/2021 Inplannen functioneringsgesprek 0:05

20/04/2021 Eerste antwoorden formuleren op de deelvragen 0:35

21/04/2021 Deelvragen verder beantwoorden 0:30

23/04/2021 DO4 bijwerken naar verkregen feedback 1:30

24/04/2021 DO4 volledig bijgewerkt 1:00


Literatuurstudie en DO6 samenleggen om praktijk verder te linken
24/04/2021 aan theorie 1:00

27/04/2021 Voorbereiding FG2 maken en indienen 0:25

28/04/2021 Verder werken aan DO6 1:30


Literatuurstudie nog eens doornemen om linken te leggen met het
01/05/2021 praktisch onderzoek 0:25

02/05/2021 DO6 bijwerken naar verkegen feedback FG2 0:30

04/05/2021 DO6 verder afwerken 0:20

05/05/2021 DO6 afmaken en insturen voor feedback 0:45

Pagina 74-84
06/05/2021 Maken naverwerkinf FG2 0:10

06/05/2021 DO6 aanpassen naar verkregen feedback 0:20

07/05/2021 Afmaken DO6 en indienen 0:25

12/05/2021 GIP aan elkaar beginnen plakken 1:00

16/05/2021 GIP aan elkaar plakken en aanpassingen doen 1:00

19/05/2021 Stageplaats toevoegen aan GIP 0:15

22/05/2021 Mondelinge GIP voorbereiden 1:00

22/05/2021 2 artikels opzoeken voor GIP 0:20

23/05/2021 Monelinge GIP verder voorbereiden 0:30


Mondelinge GIP voorbereiding afmaken en DO7 doorsturen voor
24/05/2021 feedback 1:20

26/05/2021 Feedback DO7 ontvangen en doorgenomen 0:15

26/05/2021 Aanpassingen doen naar feedback 0:20

27/05/2021 Aanpassingen doen naar feedback 0:45

28/05/2021 GIP volledig afmaken, doorlezen en indienen 1:30

Pagina 75-84
Artikels

Pagina 76-84
Artikel 1

Jan Flament is directeur van het woonzorgcentrum Ter Bleeke en is oprichter-


moderator van het regionaal dementiecafé Dwaallicht © Klaas De Scheirder

Moderator regionaal dementiecafé en


rusthuisdirecteur over Alzheimer: “Aan deze meest
voorkomende ongeneeslijke ziekte geven we
onvoldoende aandacht”

Op 21 september het Wereld Alzheimer Dag, een themadag om meer aandacht te


vragen voor de ziekte van Alzheimer en dementie. Zo stilstaan bij Alzheimer en
dementie is het minste wat we kunnen doen, vindt Jan Flament, directeur van
woonzorgcentrum Ter Bleeke in Malle en oprichter-moderator van het
driemaandelijks dementiecafé ‘Dwaallicht’. “Als een kind een zeer zeldzame ziekte

Pagina 77-84
heeft, stroomt het geld binnen. Maar dementie is niet ‘sexy’. Er wordt nog steeds
te weinig onderzoek naar gedaan, ook al kan het syndroom iedereen overkomen”,
aldus Flament.

15 jaar geleden stond Flament mee aan de wieg van Dwaallicht, een regionaal
praatcafé waar mensen met dementie maar vooral ook hun mantelzorgers terecht
kunnen. Dat gebeurt iedere derde maand op de derde donderdag. Het vrijwillige
project gebeurt in samenwerking met de gemeenten Brecht, Malle, Ranst, Schilde,
Zandhoven en Zoersel.

Door de rol als moderator heeft Flament de afgelopen jaren op een intensieve
manier de impact van dementie leren kennen vanuit het oogpunt van de
mantelzorgers, in de meeste gevallen partners of familie van de patiënt. Als
directeur van het woonzorgcentrum Ter Bleeke staat hij in nauw contact met
bewoners die aan dementie lijden.

Meneer Flament, wat is dementie eigenlijk?

“Dementie is een syndroom. Het is een verzamelnaam voor ziektes waarbij


patiënten hun geestelijke capaciteiten verliezen. Er bestaan verschillende vormen
van. 70 à 75 procent daarvan is demntie ten gevolge van de ziekte van Alzheimer.
Een aantal andere belangrijke vormen zijn de frontotemporale dementie, ‘lewy
body dementie’, vasculaire dementie. En het syndroom van Korsakov,
hersenschade veroorzaakt wordt door langdurig misbruik van alcohol.”

“Bij iedere vorm van dementie zijn de symptomen anders. Bij de ziekte van
Alzheimer gaat het in de eerste plaats om geheugenverlies. Bij de frontotemporale
dementie en de ‘lewy body dementie’ bijvoorbeeld om een verandering van gedrag
en karakter.”

Hoe komt dat dan tot uiting?

“Dat kan bij iedereen verschillen. Bij de ziekte van Alzheimer ga je dingen vergeten
die je vroeger nooit vergat. Zonder dat daar een aanwijsbare reden als depressie
of slapeloosheid bij komt kijken. Iedereen vergeet wel eens iets, maar bij

Pagina 78-84
Alzheimer is dat systematisch erger. Heel dikwijls proberen mensen dat te
camoufleren of weg te stoppen. Naarmate het vordert, wordt de chaos in het hoofd
steeds groter.”

“Bij gedragsverandering door dementie kan een lieve vrouw bijvoorbeeld plots
bijzonder agressief worden. Of gaan er onverholen scheldwoorden over haar
lippen.”

Wat is de impact daarvan?

“Ook dat is heel uiteenlopend. Als iemand plots van persoonlijkheid verandert, is
dat niet alleen een drama voor de persoon zelf, maar voor de héle omgeving. Wie
aan geheugenverlies lijdt, dreigt de grip op eigen leven kwijt te geraken. Partners
of kinderen beginnen zich vragen te stellen. Kan je iemand met dementie nog wel
vertrouwen met de auto? Gaat die de weg nog wel ergens vinden? Ik herinner me
nog goed het verhaal van een ouder koppel uit Limburg. Op weg naar vrienden
een dorp verderop was er een wegversperring. Uiteindelijk werden ze helemaal in
de war op een weg te midden van weiden in Duitsland gevonden. Ze zijn blijven
rijden totdat de benzine op was. Gewoon omdat ze hun vertrouwde weg niet
konden nemen.”

“Een concreet voorbeeld van een bewoonster. Ze las vroeger heel graag boeken.
Maar dat ging niet meer, want ze kon de draad niet meer vasthouden. Als gevolg
was ze steeds in hetzelfde boek aan het lezen: het eerste en het tweede hoofdstuk.
De problemen bij geheugenverlies zijn aanvankelijk minder acuut dan bij storingen
in gedrag of karakter, maar zijn er wel.”

De coronacrisis maakte en maakt het voor de rusthuisbewoners met Alzheimer het


er niet makkelijker op waarschijnlijk?

“In verhouding hebben zij het er eigenlijk het moeilijkste mee. Zeker wie in de
eerste fase van dementie zit. ‘Waarom komt mijn dochter niet op bezoek?’ klinkt
het vaak. Je kan honderd keer zeggen dat dat door het coronavirus is, maar ze
kunnen het zich niet meer inprenten. Maar ze weten wel nog dat ze een dochter
hebben. Wat langer geleden is, kunnen ze zich nog wel herinneren.”

Pagina 79-84
Ze weten of kunnen dus nog wel veel vanuit het verleden?

“Ik zeg vaak: het verleden is de enige tuin waar ze de weg nog in kunnen vinden.
Eigenlijk moet je Alzheimer als een ui beschouwen. De buitenste rokken
verdwijnen steeds. En het gaat altijd meer naar binnen. Een vaak gebruikte
cognitieve techniek om het leven met dementie te verzachten is reminiscentie,
teruggaan naar het verleden. Over vroeger kunnen ze veel vertellen: naar school
gaan, hoe de was gebeurde alvorens er wasmachines waren…”

“Onlangs is er naar ons woonzorgcentrum een koppel verhuisd. De zoon vroeg of


zijn vader z’n accordeon mocht meebrengen. Hij is dementerend, maar kan uit zijn
hoofd nog heel wat deuntjes spelen. Een lerares wiskunde is er dan weer ooit eens
in geslaagd om bij ons de cijfercode van de toegang te kraken.”

Kan je iets doen om Alzheimer te vermijden of het proces van geheugenverlies te


vertragen?

“Jongdementie is heel vaak erfelijk. Dan gaat dat moeilijk. Professoren zijn het
erover eens dat een gezonde levensstijl altijd goed is: niet roken, veel bewegen,
met mate alcohol drinken, gezond eten. En de hersenen in gang houden. Maar
natuurlijk is elke dag drie kruiswoordpuzzels oplossen geen garantie dat je geen
dementie krijgt.”

“Al kunnen hersenen wel getraind worden. We merken in het woonzorgcentrum


dat bij wie geen cognitieve inspanning levert, de gedachtewereld versmalt. Als je
aanleg hebt voor Alzheimer, kan je de boel misschien wel vertragen, maar genezen
gaat zeker nog niet.”

Denkt u dat dat ooit wél zal kunnen?

“Hoe verder men komt in het onderzoek, hoe complexer de processen van de
ziekte blijken te zijn. Het is niet helemaal duidelijk of de neerslag van eiwitten in
de hersenen een oorzaak, gevolg of een tussenstap is. En dan is het vechten tegen
de bierkaai na tuurlijk. Al ben ik er zeker van dat het ooit wel moet Maar geen
enkele wetenschapper zal u daar een voorspelling voor maken. Ga ik het zelf nog
meemaken? Ik durf dat niet zeggen.”

Pagina 80-84
“De urgentie is wel gigantisch. Het is zeker de meest voorkomende ongeneeslijke
ziekte : 120.000 à 130.000 personen in Vlaanderen lijden eraan. Bij een zeer
zeldzame ziekte bij kleine kinderen stroomt het geld binnen. Maar voor onderzoek
naar dementie of Alzheimer is dat niet zo. Velen ziet dat als iets inherent aan ouder
worden. Maar die oudere is nog steeds iemands moeder of vader. Iedereen kan in
zijn leven Alzheimer krijgen. Elk decennium dat je ouder wordt, stijgt die kans.”

Een ‘Wereld Alzheimer Dag’ is dus wel op z’n plaats?

“Dat is toch wel het absolute minimum dat we moeten doen. Elke gelegenheid om
dementie in de kijker te brengen is goed. Want er wordt eigenlijk niet genoeg
aandacht aan geschonken.”

Daar proberen jullie met Dwaallicht verandering in te brengen?

“Dementie heeft niet enkel een invloed op wie eraan lijdt, maar ook op diens
omgeving. In de zes gemeenten die ons praatcafé bestrijkt zijn er wel honderden
mantelzorgers voor mensen met dementie. Maar die zien we heus niet allemaal op
onze bijeenkomsten. Ze hebben de neiging hun problemen te bagatelliseren. Maar
vaak flirten ze met een burnout of depressie. Ze gaan dikwijls over hun grenzen
heen en laten de patiënt pas naar een woonzorgcentrum gaan als het kalf al
verdronken is . Dan kom je wel eens zeer pijnlijke thuissituaties tegen. Op het
praatcafé – dat door corona nu spijtig genoeg niet kan doorgaan – willen we hen
afhelpen van het gevoel dat ze er alleen voor staan. Want meestal zijn die
mantelzorgers erg geïsoleerd.”

E.M.Z. (2021, 21 september). Moderator regionaal dementiecafé en rusthuisdirecteur over


Alzheimer: “Aan deze meest voorkomende ongeneeslijke ziekte geven we
onvoldoende aandacht”. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd van [Link]

Pagina 81-84
Artikel 2

© Photo News

‘Eén glaasje kan geen


kwaad’: nieuwe Oxfordstudie
bewijst het tegengestelde
In een nieuwe studie tonen onderzoekers van de Universiteit van Oxford
aan dat ‘veilig en verantwoord drinken’ niet bestaat. Zo zou elke
hoeveelheid alcohol, hoe klein of hoe groot ook, een negatief effect
kunnen hebben op de gezondheid van onze hersenen.
Voor bingedrinkers en mensen die lijden aan overgewicht of een hoge
bloeddruk, zou het risico op hersenschade nog groter zijn.

Pagina 82-84
De onderzoekers van Oxford peilden naar de alcoholinname van zo’n 25.000
Britten en bekeken daarna hun hersenscans. De resultaten van het
onderzoek geven duidelijk weer dat alcoholconsumptie in verband staat met een
slechtere hersengezondheid. Volgens de studie heeft alcohol drinken een effect
op de grijze massa van onze hersenen, de plaats in ons lichaam waar allerlei
vitale lichaamsfuncties (zoals ademhaling en hartslagfrequentie) gereguleerd
worden en waar belangrijke mentale processen (zoals denken en voelen)
plaatsvinden.

Hoe meer mensen drinken, hoe minder groot het volume van die grijze massa
volgens de onderzoekers is. “Het hersenvolume neemt af door ouderdom - en in
ernstige mate door dementie. Een kleiner hersenvolume voorspelt bovendien een
slechtere geheugencapaciteit”, aldus Anya Topiwala, een van de onderzoekers.

De studie besluit dat het simpelweg gezonder is om geen alcohol te drinken.


Bovendien zou het type drankje geen effect hebben op de mogelijke breinschade.
Zo is er geen verschil tussen een wijntje of een biertje, beide kunnen op lange
termijn tot hersenschade leiden.

T.V.B. (2021b, 20 mei). ‘Eén glaasje kan geen kwaad’: nieuwe Oxfordstudie bewijst het
tegengestelde. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd van [Link]

Pagina 83-84
Slotwoord
Deze studie was een zeer leerrijke ervaring. Uit dit onderzoek heb ik zeer veel
nieuwe dingen geleerd die ik in mijn leven nog veel zal kunnen gebruiken. Dit
zou niet mogelijk geweest zijn zonder mijn GIP-coach Eva De Witte die me keer
op keer bijstond met de nodige feedback. Daarnaast moet ik ook mijn
stageplaats en het zorgpersoneel daar bedanken. Dankzij hen heb ik mijn
praktisch onderzoek kunnen uitvoeren. Tijdens deze studie ben ik veel te weten
gekomen over dementie, reminiscentie en de omgang met dementie. Dit heeft
ervoor gezorgd dat ik me nu beter bewust ben van de noden van iemand die lijdt
aan dementie. Daarnaast heb ik hieruit ook geleerd dat reminiscentie een simpel
maar toch zeer belangrijk concept is dat moet worden toegepast op de
zorgvragers binnen het woonzorgcentrum. De kennis die ik heb opgedaan in deze
studie heeft ervoor gezorgd dat ik met een andere blik naar de ouderenzorg kijk.
Het uitvoeren van dit onderzoek was een zeer leerrijke en leuke ervaring. Het
ging niet altijd even vlot, maar uiteindelijk kwam het toch tot een goed einde. Op
stage verliep het praktisch onderzoek best goed, wat ervoor zorgde dat ik dit
deel van mijn onderzoek tot een mooi einde kon brengen. Desondanks ik af en
toe en steek liet vallen heb ik uiteindelijk toch een volledig onderzoek kunnen
uitvoeren. Ik ben verheugd om een punt te kunnen zetten achter deze studie
omdat dit nu een volledig afgewerkt werk is waar ik trots op kan zijn. Ik hoop
dat deze studie een verrijking kan zijn voor veel mensen die niet veel kennis
hebben over dementie, reminiscentie of ouderenzorg in het algemeen.

Om af te sluiten willen ik nog eens uitvoerig iedereen bedanken die mij tijdens
deze studie heeft geholpen. Zonder deze personen had ik dit onderzoek nooit
succesvol kunnen afwerken. Hier ben ik dus zeer dankbaar voor.

Pagina 84-84

You might also like