Hoe Wendt Het Zorgpersoneel de Elementen Van de Agogische Relatie Aan Tijdens Reminiscentie Bij Een Bejaarde Met en Zonder Dementie?
Hoe Wendt Het Zorgpersoneel de Elementen Van de Agogische Relatie Aan Tijdens Reminiscentie Bij Een Bejaarde Met en Zonder Dementie?
Nathan Geleyn
6GWW2
Schooljaar: 2020-2021
GIP mentor: Eva De Witte
Seminarie
Voorwoord
Voor u ligt het onderzoek: ‘Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van
de agogische relatie aan tijdens reminiscentie bij een bejaarde met en
zonder dementie?’. Het onderzoek van deze literatuurstudie is gericht op de
manier waarop het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie
aanwendt binnen het WZC Sint-Jozef te Moerzeke. Deze literatuurstudie is
geschreven in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding Gezondheids-
en Welzijnswetenschappen aan het Sint Lodewijkscollege te Lokeren.
Samen met mijn GIP-coach, Eva De Witte, heb ik de onderzoeksvraag voor
deze studie bedacht. Het verrichte onderzoek was best complex. Na veel
diepgaand onderzoek heb ik de onderzoeksvraag kunnen beantwoorden.
Tijdens dit traject stond mijn stagebegeleider en GIP-coach, Eva De Witte,
steeds voor me klaar. Zij heeft steeds mijn vragen beantwoord waardoor ik
verder kon met mijn studie.
Bij deze wil ik graag mijn begeleider bedanken voor de behulpzame
begeleiding en ondersteuning tijdens dit traject. Verder wil ik alle
correspondenten bedanken die mee hebben gewerkt aan dit onderzoek.
Zonder hun medewerking had ik deze studie niet kunnen voltooien
Ik wens u veel leesplezier en bijkomende kennis toe
Nathan Geleyn
Pagina 2-84
Inleiding
Dementie is een aandoening die zeer veel voorkomt in België alsook
wereldwijd. Hierdoor is het noodzakelijk dat er gezocht wordt naar manieren
om deze mensen te helpen. Momenteel is er geen geneesmiddel tegen
dementie. Echter zijn er wel enkele manieren om ervoor te zorgen dat deze
mensen niet achteruit blijven gaan op vlak van geheugen en lichaam.
Reminiscentie is hier een toepassing van. Reminiscentie is het ophalen van
herinneringen, bijvoorbeeld in de vorm van een activiteit. Uit onderzoek is
ook reeds gebleken dat wanneer de zorgvrager een vertrouwensrelatie
heeft met de zorgverlener dat de succesratio stijgt. Hierbij wordt dus
onderzocht hoe het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie
toepast tijdens reminiscentie.
Dementie is een ernstige neurologische aandoening die voorkomt in fasen.
Afhankelijk van in welke fase men zit zijn ze lichamelijk en geestelijk steeds
minder bekwaam. Er zijn zo’n 50 soorten dementie zoals Alzheimer en
Parkinson. Geen van deze aandoeningen is tot het heden geneesbaar. Deze
literatuurstudie biedt inzicht in de relatie tussen de zorgvrager en
zorgverlener en hoe deze relatie reminiscentie kan beïnvloeden. Een
persoon met dementie is vaak angstig en zal niet makkelijk een gesprek
starten, vooral niet met iemand die hij niet of amper kent. Daarom is het
belangrijk dat mensen met dementie een vertrouwensrelatie opbouwen met
de zorgverlener. Uit onderzoek van de Britse universiteit van Oxford is
gebleken dat reminiscentie zeer beïnvloedbaar is door factoren zoals een
vertrouwensrelatie of een onbekende omgeving. Factoren zoals dit moeten
tijdens reminiscentie op een zo goed mogelijke manier worden toegepast.
Zo zal de zorgvrager makkelijker een gesprek starten over zijn jeugd met
iemand die hij vertrouwt en herkent, en zal de zorgvrager zich
comfortabeler voelen in een door hem bekende omgeving. Dit onderzoek
focust zich op de agogische relatie en hoe deze wordt aangewend tijdens
reminiscentie bij personen die wel en niet lijden aan dementie.
Pagina 3-84
Inhoudstafel
Literatuurstudie.............................................................................6
Praktisch deel..............................................................................33
1. Stageplaats................................................................................33
2. Oriënteren.................................................................................33
2.1 Onderzoeksmethode..........................................................33
2.2 Waar vind ik alle nodig informatie?......................................34
3. Voorbereiden..............................................................................34
3.1 Stappenplan.....................................................................34
3.2 Hoe ga ik de gegevens verwerken?......................................35
4. Uitvoeren...................................................................................36
4.1 Stappenplan.....................................................................36
4.2 Verworven informatie........................................................38
5. Reflecteren................................................................................47
5.1 Beantwoorden van deelvragen............................................47
5.2 Beantwoorden van hoofdvraag............................................50
5.3 Conclusie.........................................................................52
5.4 Eigen mening....................................................................52
5.5 Reflectie...........................................................................53
Pagina 4-84
Mondeling Deel............................................................................57
1. Oriënteren.................................................................................57
2. Voorbereiden.............................................................................57
3. Uitvoeren..................................................................................58
4. Reflectie....................................................................................63
Besluit.........................................................................................66
Bijlage.........................................................................................68
BRONNEN....................................................................................69
LOGBOEK.....................................................................................73
Artikels........................................................................................76
Slotwoord....................................................................................84
Pagina 5-84
Literatuurstudie
Pagina 6-84
1. Wat is dementie?
Pagina 7-84
doordat het kan leiden tot een snellere aftakeling omdat de juiste
voorzorgsmaatregelen voor die vorm van dementie niet worden genomen.
Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende soorten
dementie en hun prevalentie.
- Alzheimer: 65%
- Vasculaire dementie: 15%
- Dementie met Lewy-bodies: 10%
- Fronto-temporale dementie: 5%
- Overige: 5%
Dementie is best een grote bedreiging voor de mens. Experts schatten dat
tegen 2060 het aantal mensen met dementie in België verdubbeld zal zijn.
Aangezien dementie vraagt om externe hulp, zijn deze cijfers ook zeer
slecht voor de maatschappij. Dementie betrekt gemiddeld 3 mensen per
persoon met dementie Dit wil zeggen dat elke persoon met dementie
gemiddeld 3 verzorgers betrekt. Hierdoor zouden er tegen 2060 ongeveer
750.000 mensen instaan voor de zorg van deze personen in België alleen.
Dit zorgt ervoor dat woonzorgcentra mogelijk onderbemand zullen raken
met als gevolg dat er niet genoeg mensen zullen zijn om te zorgen voor al
deze personen met dementie. Hierbij komt dan ook een probleem kijken
dat een rol speelt in de toename van personen met dementie, namelijk de
Pagina 8-84
vergrijzing. Vergrijzing is een fenomeen dat momenteel een groot probleem
is over heel de wereld. De vergrijzing zorgt ervoor dat er te veel ouderen
zijn in relatie tot het aantal werkende mensen dat zorgt voor deze ouderen.
Er is een zeer grote stijging in ouderen wat er ook voor zorgt dat er ook
meer personen gediagnostiseerd worden met dementie. Hierdoor zal de
zorg te maken hebben met exponentiële toename van personen met
dementie. Hieronder volgt een grafiek om deze cijfers te ondersteunen
Bron: [Link], 2020, grafiek van de Vlaamse overheid over de stijging van mensen
met dementie
Pagina 9-84
Hierdoor is het belangrijk dat er in deze fase een nadruk wordt gelegd op
het ondersteunen op een onopvallende manier. Dit kan men doen door
kleine geheugensteuntjes de bieden. De persoon met dementie zal in deze
fase niet geholpen willen worden omdat hij zich niet wil voelen als iemand
die niets zelf kan. De persoon met dementie zal in deze fase ook de
dementie proberen verbergen.
De derde en vierde fase van dementie worden vaak als 1 fase gezien.
Tijdens deze twee fasen zal de persoon met dementie steeds minder actief
zijn en limiteert hij zich tot het luisteren en kijken. De vierde fase
‘verzonken ik’ wordt daarbij nog extra gekenmerkt door het wegdromen
doorheen de dag en het vaker sluiten van de ogen. De persoon met
dementie zal zich in de laatste fase ook verkeren in de foetushouding. De
foetushouding is de houding waarin de foetus zich verkeert in de
baarmoeder. De foetushouding wordt gezien als een houding waarin de
persoon met fase 4 dementie zich veilig en vertrouwd voelt. Aangezien de
persoon met dementie in deze fase niet echt responsief of mobiel meer is
nemen ze vaak deze houding aan.
Pagina 10-84
Da Vinci, L. D. V. (1510). Foetushouding [illustratie]. Geraadpleegd van
[Link]
1.2 Oorzaken
Pagina 11-84
tweede eiwit (Tau Kluwens) dat zich gaat vormen in de hersencellen. Dit
eiwit gaat de voedingstoevoer naar de hersenencellen afsluiten.
In het geval van vasculaire dementie spreekt men ook over hersenschade.
Verschillend met Alzheimer is dat vasculaire dementie veroorzaakt wordt
door opgelopen schade aan de bloedvaten. Wetenschappers kwamen tot de
conclusie dat deze schade veroorzaakt wordt door volgende factoren:
- Hartritmestoornissen
- Aanhoudende hoge bloeddruk
- Diabetes mellitus
- TIA (Transient Ischemic Attack) à een afsluiting van een bloedvat in
de hersenen.
- CVA (cerebrovasculair Accident) ook gekend als een beroerte.
Pagina 12-84
Een remedie tegen dementie bestaat nog niet. Echter is uit onderzoek van
de stichting dementie wel gebleken dat bij bijna 30% van de gevallen van
dementie, een gezonde levensstijl dit zou hebben kunnen helpen
voorkomen. Enkele risicofactoren van dementie zijn:
- Roken
- Depressie
- Sterk overgewicht
- Hoge bloeddruk
- Suikerziekte
- Een lage hersenactiviteit
- Weinig bewegen
Deze risicofactoren hebben allemaal in hun eigen manier een link met de
oorzaken van dementie. Men kan dementie voorkomen door bovenstaande
zaken niet te doen of goed te behandelen. Op deze manier is er een kans
dat de kans op dementie verkleind wordt.
1.3 Symptomen
Dementie wordt vooral gekenmerkt door het verlies van het geheugen.
Echter zijn er veel symptomen die men niet altijd zou herkennen als
symptomen van dementie. Deze symptomen zijn:
- Problemen met taal
- Onrust
- Problemen van het zicht
- Verlies van spullen
- Vergissen van tijd
- Problemen bij het uitvoeren van dagelijkse handelingen
- Incontinentie
Pagina 13-84
- Teruggetrokken zijn uit sociale activiteiten
- Karakter- en gedragsveranderingen
Het aftakelen van het geheugen is normaal naarmate men ouder wordt.
Echter is het belangrijk dat men het verschil tussen vergeetachtigheid en
dementie herkent. Iemand die sporadisch iets vergeet lijdt niet meteen aan
dementie. Bij dementie zal de vergeetachtigheid zeer duidelijk zijn.
Het cognitief achteruitgaan bij dementie kan ervoor zorgen dat de persoon
problemen krijgt bij het uitvoeren van taken of het spreken. Deze
symptomen kunnen zeker en vast een duidelijk signaal zijn dat de persoon
lijdt aan dementie.
Verder zijn de symptomen zoals het veranderen van gedrag en karakter,
problemen van het zicht en incontinentie te wijten aan de hersenschade die
dementie veroorzaakt. Wanneer er bepaalde delen van de hersenen schade
ondervinden, kan dit gevolgen hebben voor bepaalde functies van het
lichaam. Zo zou het zicht geschaad kunnen worden door schade aan de
occipitale kwab. De occiptitale hersenkwab ligt aan de achterkant van de
hersenen en zorgt bij zoogdieren voor het zicht. Indien hier schade aan
ontstaat zoals bij dementie, kan dit ervoor zorgen dat men slechtziend of
blind wordt.
Pagina 14-84
1.4 Behandelingen van dementie
Pagina 15-84
1.4.2 Niet-medicamenteuze behandeling
Naast medicamenteuze behandelingen heb je ook de niet-medicamenteuze
behandelingen waarbij er wordt ingezet op de achteruitgang van het
geheugen. Zo bestaan er geheugenklinieken die een diagnose behandeling
en advies aanbieden voor mensen met een cognitieve stoornis.
De manier waarop men te werk gaat is in een team dat bestaat uit
verschillende experts op vlak van geheugen en dementie. De Experts
waaruit dit team bestaat zijn psychiaters, neurologen, geronto-psychiaters,
neuropsychologen en ergotherapeuten. Elk lid van dit team zal de patiënt
helpen met bepaalde aspecten. Afhankelijk van de fase van dementie
waarin de patiënt zich bevindt zal bepaald worden hoelang de patiënt wordt
opgenomen in zo’n kliniek. In België zijn er twaalf geheugenklinieken
erkend door het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en
Invaliditeitsverzekering) waarvan er zeven zich in Vlaanderen bevinden. In
deze geheugenklinieken worden er strategieën aangeleerd om de tekorten
te compenseren en om alledaagse handelingen te kunnen blijven uitvoeren.
Met behulp van kleine dingen zoals geheugensteuntjes, hulp bij het beheren
van persoonlijke financiën, helpen bij het onthouden van persoonlijke
hygiëne, ... Deze hulp kan ervoor zorgen dat de persoon met dementie
terug deels in zijn normale routine terecht komt met als gevolg dat de
persoon met dementie terug een gevoel van zelfstandigheid krijgt. Verder
wordt er informatie verleend aan de persoon met dementie en zijn
omgeving over dementie en hoe de aandoening evolueert en wat de
gevolgen ervan zijn.
Verder zijn er enkele plaatsen waar men psycho-educatie aanbiedt. Het
psycho-educatie pakket dat men hier aanbiedt wordt gebruikt om de nadruk
te leggen op het aanleren van kennis en vaardigheden die men nodig heeft
om dementie correct te kunnen behandelen. Dit pakket wordt niet alleen
aan de patiënt aangeboden maar ook aan de mantelzorgers. In Vlaanderen
kan men deze terugvinden in de vorm van het Praatcafé dementie.
Daarnaast is er nog reminiscentie. Reminiscentie is een begrip dat gaat over
het oproepen van herinneringen die de patiënt vergeten was. Op deze
Pagina 16-84
manier wil men de patiënten helpen bij het terugkrijgen van een gevoel van
waardigheid. Iemand met dementie heeft vaak te kampen met een gevoel
van incompetentie dat kan leiden tot bijkomende problemen zoals
depressie. Reminiscentie wil ervoor zorgen dat de patiënt zich bepaalde
prestaties die hij doorheen zijn leven heeft bereikt herinnert om zo een
positief gevoel op te roepen.
Naast al deze behandelingen zijn er nog verschillende andere
mogelijkheden voor begeleiding en behandeling bij personen met dementie.
Hierbij wordt gedacht aan ondersteuningsgroepen bij beginnende dementie,
gedragstherapie, muziektherapie, realiteitsoriëntatietraining en
lichamelijke stimulatie. Deze lichamelijke stimulatie is bedoeld om ervoor
te zorgen dat de persoon met dementie goed te been blijft. Het fysiek
capabel zijn is ook iets dat ervoor zorgt dat de persoon met dementie het
gevoel behoudt dat hij nog iets kan. Verder zorgt lichaamsbeweging ervoor
dat de hersenen gestimuleerd worden.
Hoe je het best omgaat met personen met dementie zal variëren van
persoon tot persoon. Wat belangrijk is, is dat men weet hoe je moet omgaan
met bepaalde situaties die zich mogelijk kunnen voordoen. Wat ook
belangrijk is, is dat de persoon met dementie ruimte wordt gegeven waarin
hij (vooral in de eerste fasen) kan leren omgaan en verwerken van het
dementieproces.
Pagina 18-84
ondersteuning aanbieden. Als de persoon met dementie hier negatief op
reageert moet je hier niet op ingaan. Het verlies van hersencapaciteit en
mobiliteit is niet makkelijk en kan voor de persoon met dementie een
moeilijke periode zijn.
Als laatste moet je als zorgverlener of directe omgeving aandacht hebben
voor de gevoelens van de persoon met dementie. Hoor deze dus ook aan.
Dit gaat hand-in-hand met het begrip hebben voor de persoon. Men past
hiervoor de elementen van de agogische relatie toe die verder in de
literatuurstudie nog besproken wordt.
Pagina 19-84
2. Wat is reminiscentie?
Pagina 20-84
persoon uit 1945 dal dan misschien wel geprikkeld kunnen worden door een
nummer van Elvis Presley uit het jaar 1955. Het is dus zeer belangrijk dat
de zorgverleners stil staan bij de reminiscentiewaarde van een prikkel voor
een bepaald persoon. Indien de reminiscentiewaarde laag zou liggen zal de
persoon met dementie er minder aan hebben. Het belang van
gepersonaliseerde triggers is dus zeker niet irrelevant.
Pagina 21-84
2.1.2 Reminiscentie zonder dementie
Iedere persoon die lijdt aan dementie wordt geholpen met een unieke
uitwerking van reminiscentie. Echter geven zorgmedewerkers wel enkele
richtlijnen mee die men kan volgen afhankelijk van de fase waarin de
patiënt zich bevindt. Deze richtlijnen kunnen een hulp zijn voor het
Pagina 22-84
zorgpersoneel zodat ze ongeveer weten op welke manier ze te werk zouden
kunnen gaan.
Pagina 23-84
Bron: Frank Vermeersch, beeldbank stad Gent, 1947
Eens men de fase van matige tot gevorderde dementie bereikt zal de
aanpak een beetje moeten veranderen. Vanaf deze fase zijn de personen
met dementie meer teruggetrokken van sociale activiteiten. Vanaf dit punt
zal men niet zelf meer uit eigen initiatief een gesprek met het zorgpersoneel
starten. Wanneer men toch een gesprek start met het zorgpersoneel zal dit
anders dan in de eerste fase niet meer gaan over lange verhalen maar over
kleine dingen die ze zich nog herinneren. Tijdens deze fase kan je ook
opmerken dat personen met dementie sneller afgeleid raken. Wanneer men
hen een verhaal zou vertellen zullen ze snel ergens anders op gefocust
raken. Dit maakt reminiscentie natuurlijk een pak moeilijker maar het kan
zeker nog. Vanaf deze fase maakt men gebruik van Multi sensoriële
prikkelingen. Hierbij worden het gehoor, de tast, het zicht, smaak en reuk
geprikkeld. Een manier waarop men dit kan bereiken is door de patiënt een
opdracht uit te laten voeren die ze vroeger vaak deden, bijvoorbeeld in de
tuin werken. Het is belangrijk dat het zorgpersoneel zich in deze fase
limiteert tot de capaciteiten waarvan de persoon met dementie nog
beschikt. Vanaf dit stadium gaat het minder om het ophalen van volledige
herinneringen en meer over het helpen van de patiënt bij het linke van
geuren, smaak, tast, ... aan emotionele herinneringen. Reminiscentie kan
ook gelinkt worden aan snoezelen. Snoezelen oftewel zintuigactivering
wordt gebruikt bij mensen die lijden aan vergevorderde dementie. Mensen
Pagina 24-84
die in een vergevorderd stadium van dementie zitten hebben nood aan
kleine dingen die hun zintuigen prikkelen. Het prikkelen van de zintuigen
kan ervoor zorgen dat de mensen met dementie hun gevoelens kunnen
uiten. De link met reminiscentie is dat snoezelen een belevingsgerichte
versie van reminiscentie is.
Pagina 25-84
In het geval van de zorgverlener is reminiscentie een manier waarop de
zorgverlener een band op te bouwen met de patiënt. Deze band biedt de
zorgverlener de kans om de zorgverlener om de patiënt op een persoonlijke
manier te leren kennen. Men leert het levensverhaal van de patiënt kennen.
Het weten hoe deze persoon is maakt het voeren van gesprekken
aangenamer wanneer het gaat over persoonlijke onderwerpen. Een
onderzoek gevoerd in meerder woonzorgcentra doorheen Denemarken
scheen meer licht op de positieve effecten voor het zorgpersoneel. Men
stelde vast dat het zorgpersoneel een gevoel van voldoening heeft. Ze
vertoonden ook een positievere attitude naar andere leden van het
zorgpersoneel en de bewoners. Als laatste concludeerde men dat het
zorgpersoneel minder snel te kampen had met een burn-out of emotionele
uitputting.
Een ander effect van reminiscentie is begrip voor de patiënt. Een persoon
die lijdt aan dementie vertoont vaak agressief of uitdagend gedrag. Dit
gedrag kan de last op het zorgpersoneel vergroten. Reminiscentie zorgt
ervoor dat men meer te weten komt over het verleden van de patiënt of
het karakter. Hierdoor kan men mogelijk een oorzaak van dit gedrag. Ook
de persoon met dementie heeft hier last van. Dit gedrag zorgt bij de patiënt
voor onrust.
Pagina 26-84
3. Wat zijn de elementen van de agogische relatie?
Ikzelf zou agogiek definiëren als: ‘De leer van het begeleiden van een
persoon om zo veranderingsprocessen mogelijk te maken.’
Agogiek gaat over de manier waarop de zorgverlener veranderingen
probeert aan te brengen bij de zorgvrager. In het geval van dementie en
reminiscentie gaat het dus over de manier waarop de zorgvrager te werk
gaat tijdens reminiscentie om personen met dementie te proberen helpen
veranderen naar in vele gevallen een vrolijker, capabeler en socialer
persoon. Agogiek is de leer van de volwassenen in tegenstelling tot
pedagogiek wat de leer is van het kind.
Agogen (iemand met een master in agogische wetenschappen) helpen
mensen bij het vinden van hen weg in de maatschappij. Binnen het
woonzorgcentrum is dit precies hetzelfde. In een woonzorgcentrum gaat
het zorgpersoneel bewoners tijdens reminiscentie begeleiden en sturen om
zo ervoor te zorgen dat de bewoners zich op een normale manier kunnen
voegen bij de rest van de bewoners. Dit heeft natuurlijk vooral betrekking
op bewoners met dementie, maar ook bewoners zonder dementie worden
binnen het woonzorgcentrum vaak begeleidt. Dit komt door de negatieve
gevoelens waar ook de andere bewoners mee kunnen zitten. Deze
negatieve gevoelens kunnen ook leiden tot agressiviteit. Hiervoor staat het
zorgpersoneel in om agogiek toe te passen op de bewoner. Men gaat tijdens
reminiscentie deze bewoner begeleiden en helpen bij het terugvinden van
positieve emoties, om zo gedragsveranderingen te veroorzaken.
Pagina 27-84
3.2 De elementen van de agogische relatie
Steunen
Onder de term steunen gaat het vooral over de zorgvrager en hoe de
zorgvrager zich stelt. Zo wordt er onder ‘steunen’ op het vertrouwen, de
aandacht, het begrip en de behoeften en wensen van de zorgvrager. Het is
de bedoeling dat er aandacht is voor wat de zorgvrager concreet wil zeggen,
al dan niet verbaal. Verder wil men met ‘steunen’ ervoor zorgen dat de
zorgvrager zich goed voelt door middel van complimenten en geduld.
Stimuleren
De term stimuleren gaat vooral over het bieden van tijd en ruimte voor de
zorgvrager. Deze tijd en ruimte wordt gebruikt om de zorgvrager aan te
zetten tot zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid.
Samenwerken
Deze term legt de nadruk op het werken MET de zorgvrager in tegenstelling
tot het werken VOOR. Het is belangrijk dat de zorgvrager het gevoel heeft
dat er naar hem geluisterd wordt. Hierbij handelt men in dialoog met de
gebruiker en biedt men aandacht voor structuur.
Sturen
Sturen is iets wat men normaal gezien niet toepast op een oudere
zorgvrager. Echter kan je onder de term sturen wel volgende zaken
verstaan:
Pagina 28-84
- Zorg dragen voor afspraken
- Zorg dragen voor tijdsordening
- Overleg voeren over het bepalen van grenzen
- Het toelichten van grenzen
Pagina 29-84
ruimte wordt gegeven om zelf de prikkel te waarderen zal hij hier mogelijk
zelf over beginnen. Indien men er niet zelf over zou beginnen kunnen de
zorgverleners er na een tijdje wel op in gaan. Het bieden van ruimte zal
ervoor zorgen dat de zorgvrager zich niet bevraagd voelt over de prikkel.
Pagina 30-84
5. Hoe wordt reminiscentie aangepast als de zorgvrager dementie
heeft?
Een zorgvrager met dementie vraagt om een geheel andere aanpak dan bij
personen zonder dementie. Iemand zonder dementie zal tijdens
reminiscentie geen problemen hebben bij het zich herinneren van grote
dingen uit hun verleden. Hierdoor zullen personen zonder dementie tijdens
reminiscentie geprikkeld kunnen worden door bijna alles dat een link heeft
met hun succeservaringen, hun jeugd, ... Bij personen met dementie zal
reminiscentie toegepast worden naargelang de fasen. Aangezien dat
personen met dementie moeite hebben met het zich herinneren van dingen
zal hierbij de aanpak afhangen van de fase waarin de persoon met dementie
zich op dat moment bevindt. Afhankelijk van de fase van dementie waarin
de patiënt zich bevindt zal reminiscentie werken met afbeeldingen, muziek,
geluid, kleuren, ... Hoe verder de persoon met dementie zit in de fase hoe
basischer de aanpak zal moeten zijn.
Mensen die zich nog in de eerste fase van dementie bevinden zullen tijdens
reminiscentie nog geprikkeld kunnen worden door heel wat, zolang dat de
reminiscentiewaarde van de prikkel hoog is. Men kan deze mensen
prikkelen met een foto van hun thuisstad of met een van hun favoriete
liedjes. Mensen in de eerste fase van dementie zal net als de personen
zonder dementie geen problemen hebben met deze prikkels en het ophalen
van herinneringen door middel van deze prikkels.
De tweede fase van dementie vraagt als om een geheel andere aanpak dan
reminiscentie bij ouderen zonder dementie. Personen in de tweede fase van
dementie zijn al enkele grote dingen vergeten en zullen daarnaast al minder
makkelijk de aandacht erbij kunnen houden. Omdat men al moeilijkheden
heeft met de aandacht zal reminiscentie bij deze mensen al korter zijn dan
bij personen zonder dementie of de personen in de eerste fase. De korte
duur van reminiscentie zal ervoor zorgen dat men de prikkels moet
aanpassen naar specifieke herinneringen van de persoon in tegenstelling
tot een prikkel die algemener is, zoals een foto van Lokeren uit 1950. Men
Pagina 31-84
zal op zoek moeten gaan naar specifieke dingen die men linkt aan hun
verleden om ervoor te zorgen dat reminiscentie de grootste kans heeft tot
slagen.
De derde en vierde fase van dementie zullen qua reminiscentie volledig
verschillen van de reminiscentie bij ouderen zonder dementie. Omdat men
in deze fasen al grotendeels de belangrijkste herinneringen is vergeten zal
men meer moeten inspelen op de zintuigen. Vooral op de smaak, reuk, en
het gehoor. Men zal in plaats van foto’s ook enkel kleuren tonen die de
zorgvrager mogelijk associeert met positiviteit. Verder zal men werken met
geuren die de zorgvrager kan linken aan hun jeugd. Op de volgende pagina
volgen 2 afbeeldingen die het verschil tussen reminiscentie bij ouderen met
en zonder dementie duiden. Links de foto die gebruikt wordt bij mensen
zonder dementie en de mensen in de eerste fase. Rechts een afbeelding
van een boeket dat men kan doen ruiken door de zorgvrager. De geur van
bloemen zou voor een natuurliefhebber in een latere fase van dementie
positieve gevoelens kunnen oproepen.
In conclusie is het dus zeer belangrijk dat het zorgpersoneel de persoon een
persoonlijke reminiscentie kan aanbieden. Op deze manier kan men ervoor
zorgen dat de reminiscentie effectief zal zijn voor de zorgvrager. Om
hiervoor te zorgen is een vertrouwensrelatie essentieel. Indien dit
vertrouwen (nog) niet aanwezig is, zal de persoon zich niet openstellen voor
reminiscentie aangezien er tijdens reminiscentie vaak zeer persoonlijke
gevoelens of verhalen naar boven komen die men niet deelt met iemand
die hij niet vertrouwt.
Pagina 32-84
Praktisch Deel
Pagina 33-84
Verwerven en Verwerken van informatie.
1. Stageplaats
De plaats waar ik mijn onderzoek zal uitvoeren is woonzorgcentrum Sint
Jozef, zorgnetwerk Trento te Moerzeke. Trento staat voor
Transdisciplinaire, Residentiële en Thuiszorgondersteunende
Ouderenzorg. Dit woonzorgcentrum bevat 4 afdelingen waarvan één de
afdeling voor personen met dementie is. De stageplaats heeft als doel:
‘Het bieden van een warme vertrouwde omgeving voor alle bewoners en
zorgpersoneel.’ De kernwaarden van de stageplaats zijn:
- Warmte bieden
- Respect hebben voor iedereen
- Openheid naar zorgvrager en zorgpersoneel
- Communicatie
- Zelfstandigheid
2. Oriënteren
Ik kies voor het uitvoeren van mijn onderzoek 2 methoden. Deze methoden
waren interviews en een observatie tijdens een animatie-sessie reminiscentie.
Ik kies voor interviews omdat ik via een interview de meeste informatie zal
Pagina 34-84
kunnen krijgen over het onderwerp reminiscentie en hoe het zorgpersoneel de
elementen van de agogische relatie nu juist toepast op mensen met en zonder
dementie. Voor de interviews richt ik me op de ergotherapeuten, omdat dit
beroep binnen het woonzorgcentrum zeer veel weet over de personen met
dementie en hoe ze alles aanpakken. De observatie zal plaatvinden tijdens een
moment van reminiscentie. Tijdens dit moment zal ik vooral letten op de
ergotherapeut en de zorgkundigen om ook zo te weten te komen hoe ze juist
omgaan met de personen met dementie en hoe men de elementen van de
agogische relatie toepast.
3. Voorbereiden
3.1 Stappenplan
Pagina 35-84
Op Opstellen van Op voorhand interviewvragen
voorhand interviewvragen opstellen zodat ik tijdens de
stageperiode zonder problemen
of extra werk de interviews kan
uitvoeren.
Eerste Informeren van Op voorhand het zorgpersoneel
stagedag zorgpersoneel over de informeren over de opdrachten
opdrachten. die ik heb voor het het GIP-
onderzoek.
Eerste en Inplannen interviews en Inplannen van de interviews en
tweede observatiemoment het observatiemoment zodat dit
stagedag reeds vast staat en er niet op het
laatste moment nog iets moet
worden gedaan.
/ Uitvoeren interviews Het uitvoeren van de reeds
ingeplande interviews.
/ Uitvoeren observatie Het uitvoeren van het reeds
ingeplande observatiemoment.
Na de Verwerken Het verwerken van de informatie
stage die ik heb verkregen tijdens de
interviews en de observatie
Pagina 36-84
4. Uitvoeren
4.1 Stappenplan
Pagina 37-84
televisie is die volledig in het
kader van reminiscentie is.
Pagina 38-84
agogiek toepaste in de praktijk,
om ook hieruit extra informatie
voor de GIP te halen.
20/03/2021 Verwerken informatie Ik begon met het verwerken van
interview 1 en observatie de informatie die ik kreeg uit het
interview en de observatie.
21/03/2021 Verwerken informatie Ik begon met het verwerken van
interview 1en 2 3n de de informatie die ik verkregen
observatie had uit het tweede interview en
maakte de verwerking van het
eerste en het tweede interview
en de observatie af
Interview 1
Pagina 39-84
dat de zorgvrager belang hecht aan de reminiscentie. Kunnen zien tussen
de lijnen is dus essentieel.
Als hulpverlener is het zeer zinvol en geeft het enorm veel voldoening `als
de bewoner aan het genieten is. Ik ervaar absoluut positieve effecten. De
positieve effecten die ik als hulpverlener ervaar zijn: voldoening, warmte,
gevoel van betekenis kunnen geven. Eigenlijk vooral het kunnen geven aan
de zorgvrager.
Mensen die hier komen wonen zijn de eerste weken tot maanden door een
periode van verdriet en machteloosheid aan het gaan. Eens ze beseffen en
ze erachter staan kunnen we als hulpverlener makkelijker te werk gaan met
de ouderen. Eens er een vertrouwensrelatie is zal reminiscentie makkelijker
kunnen slagen. Je kan pas echt de essentie bereiken wanneer je de persoon
kent. Tijd geven is hier dus zeer belangrijk.
Pagina 40-84
het niet meer gezegd. Non-verbale communicatie vraagt kennis. Het is
belangrijk dat men de juiste indrukken kan bieden. Dit moet men leren zien.
- Indien reminiscentie niet lukt bij een van de ouderen met dementie, hoe ga
je dan proberen een vertrouwensrelatie op te bouwen om reminiscentie wel
te doen slagen?
Tijd geven. De bewoner heeft veel tijd nodig vooraleer hij begint te spreken
met zorgverleners. Het is belangrijk dat mij als hulpverlener er altijd kunnen
zijn om de bewoner te steunen. Eens de bewoner begint te spreken moeten
we ervoor zorgen dat we altijd kunnen klaarstaan om te luisteren en om in
te gaan op hun verdriet gelinkt aan het verleden.
- Heeft u enkele voorbeelden van gedrag dat ouderen met dementie vertonen
wanneer je interactie met hen aangaat? (Vraag uit interesse)
Oprechtheid en het wegvallen van remmingen. What you see is what you
get. (Wat je ziet is wat je krijgt.) Ze kunnen hard zijn maar ze zijn oprecht.
Agressie is er ook, gelinkt aan het wegvallen van remmingen. Agressie is
een signaal van ‘getriggerd’ worden door iets. Men moet opzoek gaan naar
wat de agressie veroorzaakt. Vaak is dit te veel lawaai of te veel prikkels.
Agressie kan ook worden veroorzaakt door onmacht. Ze kunnen vaak iets
niet meer zeggen dus reageren ze met agressie. Ze hebben geen andere
manier om te reageren. Daarom is het belangrijk dat we als hulpverlener de
zorgvrager dit niet kwalijk nemen.
Pagina 41-84
je de positieve gevoelens kan bereiken krijgen ze het gevoel van serieus
genomen worden. Ze voelen zich dan begrepen.
We moeten als hulpverlener zorgen dat we elk moment dat we zien proberen
gebruiken om reminiscentie uit te voeren. Het is belangrijk dat we de
bewoner de ruimte en tijd bieden om vertrouwen in ons te hebben. We
mogen de bewoner niet forceren om mee te doen aan reminiscentie. Tijd en
ruimte bieden dus.
Pagina 42-84
- Hoe past u het sturen toe op de persoon met dementie tijdens
reminiscentie?
Het sturen is iets wat vaak als slecht wordt gezien bij de oudere zorgvrager.
Bij personen zonder dementie is dit effectief niet de juiste manier om te
werk te gaan, maar personen met dementie vragen o een andere aanpak.
Personen met dementie zullen gestuurd worden doordat we zullen ingaan
op bepaalde uitingen van emoties die wij als zorgvrager niet oké vinden.
Hierbij zullen we de zorgvrager niet straffen, maar zullen we proberen
grenzen te bepalen van wat wel en niet oké is.
Interview 2
Pagina 43-84
geboren dat hij dat wel zal meegemaakt hebben. Echter is het mogelijk dat
de persoon modern was voor zijn tijd. Je ziet wel wat er komt tijdens de
reminiscentie en gaat in op wat er op je afkomt. Structuur kunnen we wel
bieden door momenten in te plannen maar sturen passen we dus niet echt
toe bij personen zonder dementie.
Ik benader de bewoners vaak apart. Ik denk dat het persoonlijk contact met
de bewoner heel belangrijk is voor reminiscentie. Activiteiten kunnen ook
goed zijn voor reminiscentie mits er dan niet te veel bewoners mee doen
met de activiteit.
Pagina 44-84
zijn dementieproces verkeert. Een bewoner die bijvoorbeeld niet meer kan
spreken kan misschien wel andere tekenen geven zoals een glimlach. Een
foto is gekoppeld aan herinneringen, dat weet iedereen. Verder kan men
plaatsen bezoeken en koppelen aan activiteiten. Men moet niet speciale
dingen doen om reminiscentie uit te voeren. Simpele dingen zijn ook goed
om een geslaagde reminiscentie uit te voeren.
Observatie
Hieronder volgt een verslag van mijn observatie tijdens reminiscentie bij bejaarden
met dementie op 12/03/2021
Pagina 45-84
De televisie beschikte ook over bepaalde spellen die de ouderen konden doen. Zo
was een van de spellen, raden van welke artiest het nummer was. Tijdens deze
spellen wordt soms het sturen wel toegepast. Dit doordat er een beetje ‘competitie’
achter zit, en dit kan zorgen voor frustratie. Het gebrek aan remmingen bij
personen met dementie kan dan hierbij zorgen voor agressie wat ook gebeurde.
Op dit moment moesten de hulpverleners ingrijpen en hebben ze de twee
herrieschoppers even uit de activiteit gehaald.
Ik merkte op dat het steunen ook zeer veel wordt toegepast tijdens reminiscentie.
De spelletjes hadden bij een van de bewoners herinneringen losgemaakt aan zijn
vrouw. Hierbij werd door de zorgverleners opgemerkt dat hij het niet makkelijk
had en gingen ze met hem in gesprek. De reactie van de man was hierop zeer
positief, want na enkele minuten spreken was hij weer mee aan het doen met de
activiteit.
Pagina 46-84
zorgen dan de bewoners met dementie niet alles meer even goed en even snel
snappen.
Steunen zal heel vaak toegepast worden tijdens reminiscentie. Het steunen is
belangrijk omdat dit ook vertrouwen schept tussen zorgvrager en zorgverlener.
Vertrouwen is zeer belangrijk voor reminiscentie omdat wanneer er geen
vertrouwen is de bewoners ook niet uit zichzelf zullen spreken over belevenissen
of gevoelens. Bij personen met dementie is het nog belangrijker om dit element
goed toe te passen omdat de personen met dementie makkelijker angstig zijn voor
wie of wat er komt. Wat belangrijk is dat er veel tijd en ruimte wordt gegeven aan
de bewoners om zich comfortabel te voelen binnen de setting van het
woonzorgcentrum.
Pagina 47-84
5. Reflecteren
Deelvragen
Pagina 48-84
reminiscentie voor die bewoner omdat ze heeft kunnen terugdenken aan haar
overleden man. Voor de toepassing van reminiscentie moeten de zorgverleners
ook altijd klaar zijn om reminiscentie toe te passen. Reminiscentie is namelijk op
2 manieren toepasbaar zijnde: het uitvoeren van activiteiten of een 24-uurs
houding. Met de 24-uurs houding wordt bedoeld, dat de zorgverlener doorheen de
dag wanneer het mogelijk is de bewoners zal aanspreken op bepaalde dingen. Zo
werd tijdens de observatie opgemerkt dat de zorgverleners vaak op willekeurige
momenten reminiscentie uitvoeren met een bewoner. Een voorbeeld van tijdens
de observatie hiervan is dat de ergotherapeut een bewoner aansprak toen ze
opmerkte dat hij naar een foto aan het kijken was. De ergotherapeut greep dit
moment om zoveel mogelijk in te gaan op de foto, om achterliggende gevoelens
naar boven te halen. Deze 24-uurs houding is zowel bij personen zonder dementie
als bij bewoners met dementie van toepassing. Echter is het bij bewoners zonder
dementie veel belangrijker om in te gaan op deze momenten omdat de cognitieve
achteruitgang ervoor zorgt dat het meedoen aan georganiseerde activiteiten niet
altijd zal lukken voor deze personen.
Uit de interviews die werden uitgevoerd, bleek dat een persoon zonder dementie
die het woonzorgcentrum binnenkomt zal de eerste weken tot maanden niet
zomaar uit zichzelf spreken met iemand. Hierdoor is het belangrijk dat de bewoner
eerst en vooral tijd en ruimte wordt gegund. Men kan in de eerste periode dat de
persoon naar het woonzorgcentrum verhuist de bewoner stimuleren door af en toe
te vragen of hij/zij mee wil doen aan activiteiten. Hierbij moeten de zorgverleners
zorgen dat de bewoner zich uitgenodigd en niet verplicht voelt. Als men de
bewoner zou verplichten of zou forceren om mee te doen aan reminiscentie sessies
kan dit ervoor zorgen dat de bewoner een afgunst creëert voor georganiseerde
activiteiten. Om dit te voorkomen zullen de zorgvragers duidelijk maken dat het
een vrijblijvende activiteit is. Om het element steunen toe te passen op de bewoner
is het belangrijkste aspect vertrouwen. De zorgverlener moet voordat er
reminiscentie kan plaatsvinden een vertrouwensrelatie opbouwen met de
zorgvrager. Dit vertrouwen kan men opbouwen door begrip en aandacht te bieden
voor de bewoner. Verder kan de zorgverlener steunen tijdens reminiscentie
Pagina 49-84
toepassen door er voor de bewoner te zijn. Dit kan men doen door in te gaan op
de gevoelens van de bewoner, of deze positief of negatief zijn speelt hierbij geen
rol. Verder is er nog het element sturen. Sturen is iets dat met bij personen zonder
dementie niet echt toepast. Echter zijn er wel kleine dingen die de zorgverleners
kunnen doen tijdens reminiscentie. Zo kan men richtlijnen bieden en structuur
bieden. Echt sturen doen we niet bij deze doelgroep. Het element samenwerken is
zeer belangrijk tijdens reminiscentie. De zorgverleners passen dit toe door in te
gaan op verhalen van de bewoners. Bewoners die spreken over belevenissen
vroeger zullen zo door de zorgverleners aangevuld worden met eigen
belevenissen. Reminiscentie is een moment van samenwerking. Er moet worden
gehandeld in dialoog omdat een dialoog de enige manier is, waarbij er met
zekerheid kan worden gesproken over het wel of niet slagen van de reminiscentie.
Eigen inbreng is essentieel.
Een persoon die lijdt aan dementie zal grotendeels om een gelijkaardige aanpak
vragen als de persoon zonder dementie. Toch zijn er enkele aspecten die het
zorgpersoneel een beetje anders aanpakt bij personen met dementie. Het element
sturen mag men bijvoorbeeld niet toepassen bij een persoon zonder dementie
omdat personen zonder dementie nog cognitief heel sterk zijn. Personen met
dementie zullen hier en daar een beetje sturing nodig hebben omdat men alles
niet even goed meer zal begrijpen. Een concreet voorbeeld hiervan is het bieden
van structuur aan de persoon tijdens reminiscentie. Het bieden van structuur kan
men doen door vaste momenten voor reminiscentie in te plannen die bestaan uit
dezelfde activiteiten. Het bieden van bekende activiteiten zorgt voor een vertrouwd
gevoel bij de bewoner. Het element steunen is zeer gelijkaardig aan die van de
personen zonder dementie. Ook een persoon met dementie zal eerst vertrouwen
moeten hebben in het zorgpersoneel vooraleer hij zal ingaan op gesprekken of
meedoen met activiteiten. Bij personen met dementie zal dit scheppen van
vertrouwen mogelijk wel moeilijker zijn aangezien de persoon zich mogelijk vanuit
Pagina 50-84
zijn dementie reeds bedreigd voelt. Het steunen is bij beide groepen eigenlijk
volledig hetzelfde. Net zoals bij de personen zonder dementie zal het
zorgpersoneel ervoor zorgen dat ze klaarstaan voor de bewoner om in te gaan op
gevoelens wanneer nodig. Ook hierbij speelt het geen rol of deze gevoelens van
positieve of negatieve aard zijn. Het kunnen spreken over negatieve gevoelens is
net zo belangrijk als het spreken positieve gevoelens. Het stimuleren zal gebeuren
door de bewoner hier en daar lichtjes aan te zetten om mee te doen tijdens een
activiteit. Verder wordt er tijdens de activiteit ingezet op het aanspreken van
specifieke bewoners die misschien niet altijd uit zichzelf mee zouden doen. Tijdens
een gesprek tussen zorgvrager en zorgverlener zal de zorgverlener de bewoner
stimuleren door middel van attributen. Deze attributen kunnen foto’s, objecten, ...
zijn. Het belangrijkste is dat het attribuut een bepaalde reminiscentiewaarde heeft
voor de bewoner. De samenwerking wordt toegepast door met de bewoner in
dialoog te gaan. Bij personen zonder dementie gebeurt dit op dezelfde manier.
Reminiscentie is een moment voor iedereen dus wordt er ook gezorgd dat iedereen
meedoet. Bij personen met dementie is het echter zo dat er vaak apart aan
reminiscentie wordt gedaan. Tijdens deze aparte momenten is het net zo
belangrijk om in dialoog te handelen zodat de bewoner het niet ervaart als een
ondervraging maar als een gesprek.
Hoofdvraag
Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van de agogische relatie aan tijdens
reminiscentie bij een bejaarde met en zonder dementie?
Pagina 51-84
doelgroep mag niet gestuurd worden dus dit zal het zorgpersoneel ook niet doen.
Het zorgpersoneel zal de bewoners vaak al best goed moeten kennen om
reminiscentie te doen slagen. Een vertrouwensrelatie is essentieel.
Pagina 52-84
5.3 Conclusie
Reminiscentie is een onderwerp dat heel hard afhangt van de persoon waarmee je
de reminiscentie uitvoert. Het is belangrijk dat men te weten komt wat voor de
persoon belangrijk is. Dit kan ik ondersteunen met mijn literatuurstudie waarin ik
te weten kwam dat de ‘reminiscentiewaarde’ van iets zeer belangrijk is voor het
slagen van de reminiscentie. Ikzelf vind dat het toepassen van reminiscentie die
afgestemd is op de persoon het meest belangrijke is voor het slagen. Reminiscentie
hoeft niet altijd te gaan over de positieve gevoelens. Dit kwam ik te weten tijdens
mijn praktisch onderzoek. Echter was de informatie die ik had gevonden hierover
tijdens het onderzoek over reminiscentie zeer gericht op het positieve. Het ingaan
op negatieve gevoelens is volgens mij cruciaal voor de psychische gezondheid van
een persoon. Men moet niet alleen kunnen praten over de mooie dingen, maar ook
over wat hen verdriet doet. Daarnaast is het voor mij logisch dat men een
gelijkaardige aanpak toepast op zowel de persoon met dementie als de persoon
Pagina 53-84
zonder dementie. Tijdens het onderzoek voor mijn literatuurstudie kwam ik
namelijk te weten dat beide groepen in dezelfde situatie zitten waardoor de
toepassing van vele aspecten rond reminiscentie zeer hard op elkaar zal lijken.
Natuurlijk zijn er wel enkele verschillen bij de personen met dementie die enkel
nodig zijn door de cognitieve achteruitgang van de persoon met dementie. Wat ik
niet eerder wist, is dat men bij personen met dementie een 24-uurs houding
aanneemt. Dit vind ik echter wel logisch aangezien het zorgpersoneel niet altijd
dezelfde kansen krijgt om reminiscentie goed uit te voeren bij deze doelgroep. De
persoon zonder dementie heeft nood aan een rustige setting waarin er 1 op 1 te
werk kan worden gegaan.
5.5 Reflectie
Reflectie: Ik plande het eerste interview in op de 2de dag van mijn stage. Dit was
zeer snel afgesproken. De interviewvragen had ik reeds op voorhand voorbereid.
Het interview vond plaats in een eetruimte van de afdeling van personen met
dementie in het woonzorgcentrum Sint-Jozef. Het interview verliep zeer vlot.
Aangezien mijn vragen zeer open waren had de ergotherapeut waarmee ik het
interview uitvoerde heel wat te zeggen over de vragen. Tijdens het interview waren
er enkele momenten waarbij een bewoner even tussenkwam, maar dit was niet
hinderlijk voor het verloop van het interview. Dit verliep nog steeds even vlot.
Tijdens het interview kwam ik met een paar vragen die me te binnen schoten om
verder in te gaan op de antwoorden die ik kreeg. Na het interview bedankte ik de
ergotherapeut en namen we afscheid.
Het volgende onderzoek dat plaatsvond was de observatie. Deze observatie werd
ingepland op 2de dag van de stage. Voor deze observatie had ik op voorhand een
observatieschema opgesteld. De observatie vond plaats tijdens een moment
waarbij de bewoners toegang hadden tot een speciale televisie die beschikte van
Pagina 54-84
een Touch-scherm. Tijdens de observatie hield ik me op de achtergrond zodat ik
zeker geen afleiding was voor de bewoners. Al snel merkte ik dat het
observatieschema niet alle nodige inhoud zou bevatten voor mijn onderzoek.
Hierdoor schakelde ik tijdens de observatie over tot een open observatie, waarbij
ik noteerde wat ik zag. Al bij al liep deze observatie best vlot. Uiteindelijk heb ik
toch niet zo heel veel informatie kunnen krijgen uit deze observatie doordat de
observatie alleen een beeld schepte van hoe reminiscentie werd toegepast en niet
echt van hoe de elementen van de agogische relatie worden aangewend. Echter
heb ik wel nog net genoeg informatie hieruit kunnen krijgen om de nodige
aanvullingen te doen op meen deelvraag: ‘Hoe wordt reminiscentie toegepast in
het WZC?’.
Het tweede interview werd ingepland op de 4de dag van de stage. Voor dit interview
had ik reeds enkele aanpassingen gemaakt in de vragen omdat ik uit dit interview
informatie wou krijgen over hoe men bij personen zonder dementie te werk gaat.
Dit interview vond plaats in het bureau van één van de ergotherapeuten waardoor
het rustig was en er geen tussenkomst van personeel of bewoners kon zijn. Het
interview verliep vlot en ik kreeg alle nodige informatie om te antwoorden op mijn
vragen.
Belangrijke aspecten: Het belangrijkste van mijn onderzoek was dat ik alle nodige
informatie zou krijgen die ik nodig had om mijn deelvragen en hoofdvraag te
beantwoorden. Dit is gelukt doordat ik tijdens de interviews en de observatie
enkele kleine dingen aanpaste om ervoor te zorgen dat ik zeker een antwoord op
mijn vragen zou kunnen formuleren. Ondanks dat ik niet veel informatie heb
kunnen halen uit de observatie ben ik er toch in geslaagd.
Alternatieve uitvoering: Als ik mijn onderzoek opnieuw zou uitvoeren zou ik enkele
aanpassingen doen in hoe ik de vraag breng en wat de inhoud van de vraag is.
Soms waren de vragen een beetje moeilijk geformuleerd waardoor ik eerst extra
duiding moest geven over de betekenis van bepaalde dingen. Daarnaast zou ik
ervoor zorgen dat er tijdens de interviews zeker niets tussenkomt. Dit was niet
problematisch, maar zorgde wel voor een onderbreking. Mijn observatie zou ik een
volgende keer volledig anders aanpakken. Ik zou op voorhand nadenken over de
Pagina 55-84
inhoud van de observatie en of dit wel de nodige informatie zal bevatten voor mijn
onderzoek. Indien ik zelf merk dat dit niet zo is zal ik mijn observatie veranderen.
Pagina 56-84
Mondeling Deel
Pagina 57-84
Mondelinge GIP
1. Oriënteren
Voor de mondelinge GIP-presentatie zal ik een prikbord vullen met foto’s die te
linken zijn aan dementie en reminiscentie. Ook zal ik enkele attributen meenemen
die gebruikt kunnen worden tijdens reminiscentie.
Alle nodige informatie om dit standje op te stellen kan ik terugvinden in mijn GIP.
In mijn GIP heb ik reeds genoeg voorbeelden van attributen die kunnen gebruikt
worden tijdens reminiscentie. Ook zal ik alle nodige informatie over de uitwerking
van reminiscentie bij beide doelgroepen hier kunnen terugvinden.
2. Voorbereiden
Pagina 58-84
GIP. Deze attributen zullen
helpen bij het uitleggen van
reminiscentie en de toepassing
van reminiscentie in praktijk.
Op Een tekst voorbereiden Ik zal een tekst voorbereiden
voorhand voor de mondelinge voorstelling
zodat ikzelf zeker weet wat ik wil
vermelden
3. Uitvoeren
- Inleiding
- Midden
- Slot
Ik ben Nathan Geleyn, leerling uit het 6de jaar Gezondheids -en
Welzijnswetenschappen uit het Sint-Lodewijkscollege te Lokeren.
Mijn GIP-onderwerp is: ‘Hoe wendt het zorgpersoneel de elementen van de
agogische relatie aan tijdens reminiscentie bij bejaarden met of zonder dementie.
Ik heb voor dit onderwerp gekozen omdat reminiscentie en dementie 2 zeer
interessante onderwerpen zijn voor mij. Ik was hier al geïnteresseerd in sinds ik
voor het eerst reminiscentie tegen kwam tussen de leerstof.
Pagina 59-84
In het midden zal ik mijn deelvragen en hoofdvragen beantwoorden in een
vloeiende uitleg. Hiermee wordt bedoeld dat ik de vragen zal antwoorden in een
vloeiende tekst en niet in de vorm van vraag en antwoord.
Dementie is een aandoening die de hersenen aantast. Het effect van dementie is
een verlies van geheugen, spraak, mobiliteit, ... Dementie is een aandoening waar
wereldwijd veel mensen aan lijden. Hierdoor is dementie door de WHO
geclassificeerd als een van de grootste dreigingen voor de mensheid. Dementie
gaat ook gepaard met zeer veel negatieve gevoelens voor de persoon die er aan
lijdt. Daarom is er reminiscentie. Reminiscentie is simpelweg het ophalen van
(meestal) positieve gevoelens door herinneringen op te halen bij de persoon met
of zonderdementie. (Ik zal hier verwijzen naar enkele attributen om de werking te
verduidelijken) Voorwerpen, foto’s of gesprekken kunnen hiervoor gebruikt
worden. Dit zal afhangen van persoon tot persoon. Iedereen is namelijk anders
dus iedereen vraagt om een andere aanpak.
Hoe de elementen van de agogische relatie worden aangewend zal afhangen van
persoon tot persoon. Het steunen zal bij de meeste zorgvragers ongeveer hetzelfde
zijn. De zorgverlener zal om te steunen ingaan op de gevoelens die naar boven
komen tijdens reminiscentie. Bij reminiscentie is het belangrijk dat de
reminiscentie een moment voor allemaal is. Daarom wordt het samenwerken ook
sterk toegepast tijdens deze momenten. De zorgverlener zal hier met de
zorgvrager samen te werk gaan. Het is ook belangrijk dat de zorgverlener zijn
eigen inbreng biedt. Niet alleen luisteren dus, maar ook zelf iets vertellen. De
zorgvrager stimuleren kan men doen door vragen te stellen aan de zorgvrager
Pagina 60-84
wanneer hij niet actief meedoet aan een activiteit. Zoals ik reeds eerder vermeldde
wordt sturen dus alleen toegepast bij de bejaarde met dementie. Bij deze
doelgroep kan men dit doen door richtlijnen te stellen van wat wel en niet kan.
Verder kan men structuur bieden door steeds dezelfde foto’s te tonen etc. Wanneer
de zorgvrager dementie heeft zullen er enkele aanpassingen van kracht zijn op
vlak van reminiscentie. De samenwerking zal hier extra belangrijk zijn omdat de
zorgvrager zelf niet meer altijd alles kan of begrijpt. Bij de bejaarde met dementie
zal het zorgpersoneel ook meer naar het verre verleden proberen kijken. Recente
gebeurtennissen worden niet meer zo goed onthouden, waardoor het belangrijk is
dat men de essentie bereikt door diepe herinneringen naar boven te halen die
gelinkt zijn aan positieve gevoelens.
Een bewoner die niet lijdt aan dementie zal bij het binnenkomen van het
woonzorgcentrum vaak op zichzelf blijven. Ook deze negatieve gevoelens kunnen
besproken worden tussen zorgverlener en zorgvrager. Dit kan ervoor zorgen dat
er een vertrouwensrelatie ontstaat tussen zorgverlener en zorgvrager. Uit mijn
praktisch onderzoek is gebleken dat de periode tussen het binnenkomen van het
Pagina 61-84
woonzorgcentrum en het openlijk spreken tegen het zorgpersoneel weken tot
maanden kan duren. Het is belangrijk dat het zorgpersoneel de bewoner dan ook
de tijd en ruimte biedt om uit zijn comfortzone te komen en zich open te stellen
naar anderen. Vanaf dan kan men beginnen met reminiscentie toe te passen op
de bewoner. Ze moeten wel oppassen dat ze de bewoner niet dwingen om mee te
doen aan activiteiten rond reminiscentie want dan ontstaat er een afgunst. Deze
afgunst kan ervoor zorgen dat reminiscentie onmogelijk wordt bij die bewoner
omdat ze niet langer deel willen nemen aan activiteiten.
Een bejaarde met dementie zal tijdens reminiscentie op een gelijkaardige manier
worden aangepakt. Uit mijn literatuurstudie bleek dat er wel enkele verschillen
zijn, maar mijn praktisch onderzoek toont eigenlijk het tegenovergestelde aan. Er
zijn eigenlijk bijna geen verschillen qua aanpak voor beide groepen. De enige
verschillen zijn de momenten wanneer reminiscentie wordt toegepast, de graad
waarin de samenwerking wordt toegepast en het sturen dat hier wel wordt
toegepast. Het scheppen van vertrouwen is hier net hetzelfde. Alleen is er de kans
dat dat bij deze doelgroep moeilijker zal zijn. Dit komt doordat de persoon met
dementie niet snel nieuwe dingen vertrouwd omdat hij de dingen die altijd
vertrouwd waren voor de persoon, niet langer vertrouwd zijn.
In het slot zal ik het besluit vermelden en wat er allemaal belangrijk is van de
dingen die ik heb geleerd uit het onderzoek.
Reminiscentie is zeer belangrijk bij zowel bejaarden die lijden aan dementie als
bij gezonde bejaarden. Reminiscentie is noodzakelijk voor de psychische
gezondheid van de bejaarde. Om reminiscentie goed toe te passen moet men
voor bepaalde dingen zorgen, onder andere een vertrouwensrelatie tussen
bewoner en zorgverlener. Deze vertrouwensrelatie zal ervoor zorgen dat de
bewoner openstaat voor reminiscentie aangezien hij zich comfortabel voelt.
Indien deze vertrouwensrelatie er niet is zal de succesratio van reminiscentie
omlaag gaan. Daarnaast is deze vertrouwensrelatie belangrijk om de bewoner
beter te leren kennen. Op deze manier kan er een persoonlijke reminiscentie
Pagina 62-84
aangeboden worden waarbij de bewoner geprikkeld kan worden die voor hem
een groot deel van zijn leven uitmaakte. Op deze manier kan men bij
reminiscentie tot de essentie van de persoon geraken. Dit geldt voor zowel de
bejaarde met als zonder dementie.
Pagina 63-84
De informatie die ik verkregen heb in dit onderzoek over dementie en reminiscentie
zal ik, desondanks het zo een interessante informatie is, niet kunnen meenemen
naar mijn volgende studiekeuze. Aangezien ik een volledig andere richting uit zal
gaan, met name informatica.
Mijn eigen mening is dat reminiscentie een zeer gevarieerd onderwerp is. Het is
logisch dat men eerst te weten moet komen wat belangrijk is voor de persoon
voordat men te werk kan gaan met reminiscentie. De reminiscentiewaarde die ik
eerder vermeldde is dus van zeer groot belang. Iedereen is zijn eigen persoon en
je kan dus niet zomaar reminiscentie uitvoeren die hetzelfde is bij iedereen. Ja, er
zijn gevallen van reminiscentie waarbij je dezelfde attributen kan toepassen op
meerdere personen, maar dat zullen dan vaak algemene dingen zijn. Zoals het
houden van bloemen, of het wonen in een dorp of stad waar de meerderheid van
de bewoners woonde. In deze gevallen kan je dit wel toepassen op meerdere
bewoners, maar ook daaruit zullen verschillende belevenissen en verhalen naar
boven komen. Het ophalen van positieve gevoelens is cruciaal, wat natuurlijk niet
verbazend is. Maar het spreken over de negatieve gevoelens aan de hand van
reminiscentie vind ikzelf eigenlijk nog belangrijker. Ja, positieve gevoelens zijn
belangrijk, maar als de persoon steeds met negatieve gevoelens te kampen heeft
weegt dit volgens mij veel zwaarder door. Dat er een gelijkaardige toepassing zou
zijn bij beide doelgroepen had ik echter wel verwacht. Ookal is er een cognitieve
achteruitgang, betekent dit niet dat de persoon met dementie niet meer op
dezelfde manieren kan geprikkeld worden.
4. Reflectie
Situatie: als deelopdracht van mijn GIP moest ik een schriftelijke voorbereiding
maken voor mijn mondelinge voorstelling van de GIP. Hiervoor moest ik OVUR
gebruiken waarbij ik een stappenplan, nodig materiaal en mijn tekst voor de
mondelinge voorstelling toevoegde.
Reflectie: Ik begon met het oriënteren waarbij ik nadacht over wat ik zal doen voor
de mondelinge voorstelling en wat ik hier allemaal voor zal gebruiken. Hierbij heb
ik bepaald dat ik niet alleen een prikbord zal vullen met afbeeldingen, maar ik ook
attributen zal zoeken waar ik naar kan verwijzen tijdens de voorstelling.
Pagina 64-84
Daarna stelde ik een stappenplan op waarin ik bepaalde wat ik allemaal zal moeten
doen op voorhand voor de mondelinge presentatie. Dit ging zeer vlot aangezien ik
reeds een best goede visie heb van wat ik precies wil doen. Hierna begon ik met
een ruwe versie van mijn tekst op te stellen. Dit ging voor mij best gemakkelijk
aangezien ik van mezelf vind dat ik reeds zeer veel kennis heb opgedaan over het
onderwerp. Hierdoor lukte het voor mij zeer goed om hier een tekst over neer te
schrijven.
Belangrijke aspecten: Het belangrijkste aspect van deze opdracht vond ik het
kunnen bieden van een correct beeld van reminiscentie. Aangezien reminiscentie
zo belangrijk is wil ik dit zo goed mogelijk kunnen schetsen voor de juryleden.
Daarnaast vond ik het ook zeer belangrijk dat ik voorbeelden van reminiscentie
kan bieden door middel van afbeeldingen.
Alternatieve uitvoering: Indien ik dezelfde opdracht nog eens zou uitvoeren zou ik
slechts enkele dingen veranderen. Ik zou op voorhand met mijn stagementor
overlegd hebben over attributen die zij zeer goed zou vinden om reminiscentie
mee voor te stellen. Dit zou het voor mij vele malen makkelijker gemaakt hebben
om attributen te bedenken.
Pagina 65-84
Besluit
Reminiscentie is zeer belangrijk bij zowel bejaarden die lijden aan dementie als bij
gezonde bejaarden. Reminiscentie is noodzakelijk voor de psychische gezondheid
van de bejaarde. Om reminiscentie goed toe te passen moet men voor bepaalde
dingen zorgen, onder andere een vertrouwensrelatie tussen bewoner en
zorgverlener. Deze vertrouwensrelatie zal ervoor zorgen dat de bewoner openstaat
voor reminiscentie aangezien hij zich comfortabel voelt. Indien deze
vertrouwensrelatie er niet is zal de succesratio van reminiscentie omlaaggaan.
Daarnaast is deze vertrouwensrelatie belangrijk om de bewoner beter te leren
kennen. Op deze manier kan er een persoonlijke reminiscentie aangeboden
worden waarbij de bewoner geprikkeld kan worden die voor hem een groot deel
van zijn leven uitmaakte. Op deze manier kan men bij reminiscentie tot de essentie
van de persoon geraken. Dit geldt voor zowel de bejaarde met als zonder
dementie.
Pagina 66-84
waarbij er wordt ingegaan op gevoelens die ze op dat specifieke moment hebben
bij vaak willekeurige dingen die ze ergens zien. Zoals bijvoorbeeld een bloem die
hen doet denken aan vroeger. Er wordt ingegaan op elk mogelijk ding dat men
kan linken aan reminiscentie.
Pagina 67-84
Bijlage
Pagina 68-84
BRONNEN
Pagina 69-84
Bronnen:
Pagina 70-84
- Herkennen en symptomen. (z.d.). Geraadpleegd op 4 maart 2021,
van [Link]
symptomen
- Prevalentie. (2021). Geraadpleegd op 11 februari 2021, van
[Link]
- Plaats, A. (2012). De dag door met dementie. Amsterdam,
Nederland: Kroese Kits Uitgeverij.
- Wat is dementie? | Onthou Mens. (z.d.). Geraadpleegd op 23
februari 2021, van [Link]
dementie
- Bood, E. (2020, 14 augustus). Oorzaken van dementie.
Geraadpleegd op 14 februari 2021, van
[Link]
2?error=cookies_not_supported&code=c78defea-996c-485b-a6aa-
07573bca4fda
- De Nederlandse Hartstichting. (z.d.). TIA. Geraadpleegd op 16
februari 2021, van [Link]
vaatziekten/beroerte/tia#:%7E:text=Een%20TIA%20(Transient%2
0Ischemic%20Attack,wordt%20veroorzaakt%20door%20een%20bl
oedprop.
- Agogische Wetenschappen. (z.d.). Geraadpleegd op 3 maart 2021,
van [Link]
de-opleiding
- Wat is reminiscentie? | Wat is Reminiscentie? Alles over
Reminiscentie. (z.d.). Geraadpleegd op 17 februari 2021, van
[Link]
- Benaderingswijze voor alle 4 de fasen van dementie. (2016).
Geraadpleegd op 7 maart 2021, van
[Link]
van-dementie
- Wat is snoezelen en snoezelmateriaal? (z.d.). Geraadpleegd op 10
maart 2021, van [Link]
Pagina 71-84
- Reminiscentie | Onderzoeken | Moderne-Dementiezorg. (z.d.).
Geraadpleegd op 9 maart 2021, van
[Link]
- CVA (Cerebrovasculair Accident) of beroerte. (2019, 30 augustus).
Geraadpleegd op 20 februari 2021, van
[Link]
beroerte
- Vormen. (z.d.). Geraadpleegd op 22 februari 2021, van
[Link]
- StuDocu. (z.d.). Samenvatting - Agogische vaardigheden.
Geraadpleegd op 27 februari 2021, van
[Link]
be/document/arteveldehogeschool/agogische-vaardigheden-
1/samenvattingen/samenvatting-agogische-
vaardigheden/676382/view
- Hersenstichting. (2020, 15 oktober). Wat is de hersenaandoening
dementie? Geraadpleegd op 14 februari 2021, van
[Link]
d=EAIaIQobChMI8K7SgLam7wIV0hV7Ch1DzQ1IEAAYASAAEgKxufD_
BwE
- Symptomen dementie. (z.d.). Geraadpleegd op 13 februari 2021,
van [Link]
klachten/psychipedia/dementie/symptomen-dementie
Pagina 72-84
LOGBOEK
Pagina 73-84
datum tijd
omschrijving
(DD/MM/YYYY) (HH:MM)
12/10/2020 Informatie verkregen van meneer Rooms over de GIP op Teams 0:30
Pagina 74-84
06/05/2021 Maken naverwerkinf FG2 0:10
Pagina 75-84
Artikels
Pagina 76-84
Artikel 1
Pagina 77-84
heeft, stroomt het geld binnen. Maar dementie is niet ‘sexy’. Er wordt nog steeds
te weinig onderzoek naar gedaan, ook al kan het syndroom iedereen overkomen”,
aldus Flament.
15 jaar geleden stond Flament mee aan de wieg van Dwaallicht, een regionaal
praatcafé waar mensen met dementie maar vooral ook hun mantelzorgers terecht
kunnen. Dat gebeurt iedere derde maand op de derde donderdag. Het vrijwillige
project gebeurt in samenwerking met de gemeenten Brecht, Malle, Ranst, Schilde,
Zandhoven en Zoersel.
Door de rol als moderator heeft Flament de afgelopen jaren op een intensieve
manier de impact van dementie leren kennen vanuit het oogpunt van de
mantelzorgers, in de meeste gevallen partners of familie van de patiënt. Als
directeur van het woonzorgcentrum Ter Bleeke staat hij in nauw contact met
bewoners die aan dementie lijden.
“Bij iedere vorm van dementie zijn de symptomen anders. Bij de ziekte van
Alzheimer gaat het in de eerste plaats om geheugenverlies. Bij de frontotemporale
dementie en de ‘lewy body dementie’ bijvoorbeeld om een verandering van gedrag
en karakter.”
“Dat kan bij iedereen verschillen. Bij de ziekte van Alzheimer ga je dingen vergeten
die je vroeger nooit vergat. Zonder dat daar een aanwijsbare reden als depressie
of slapeloosheid bij komt kijken. Iedereen vergeet wel eens iets, maar bij
Pagina 78-84
Alzheimer is dat systematisch erger. Heel dikwijls proberen mensen dat te
camoufleren of weg te stoppen. Naarmate het vordert, wordt de chaos in het hoofd
steeds groter.”
“Bij gedragsverandering door dementie kan een lieve vrouw bijvoorbeeld plots
bijzonder agressief worden. Of gaan er onverholen scheldwoorden over haar
lippen.”
“Ook dat is heel uiteenlopend. Als iemand plots van persoonlijkheid verandert, is
dat niet alleen een drama voor de persoon zelf, maar voor de héle omgeving. Wie
aan geheugenverlies lijdt, dreigt de grip op eigen leven kwijt te geraken. Partners
of kinderen beginnen zich vragen te stellen. Kan je iemand met dementie nog wel
vertrouwen met de auto? Gaat die de weg nog wel ergens vinden? Ik herinner me
nog goed het verhaal van een ouder koppel uit Limburg. Op weg naar vrienden
een dorp verderop was er een wegversperring. Uiteindelijk werden ze helemaal in
de war op een weg te midden van weiden in Duitsland gevonden. Ze zijn blijven
rijden totdat de benzine op was. Gewoon omdat ze hun vertrouwde weg niet
konden nemen.”
“Een concreet voorbeeld van een bewoonster. Ze las vroeger heel graag boeken.
Maar dat ging niet meer, want ze kon de draad niet meer vasthouden. Als gevolg
was ze steeds in hetzelfde boek aan het lezen: het eerste en het tweede hoofdstuk.
De problemen bij geheugenverlies zijn aanvankelijk minder acuut dan bij storingen
in gedrag of karakter, maar zijn er wel.”
“In verhouding hebben zij het er eigenlijk het moeilijkste mee. Zeker wie in de
eerste fase van dementie zit. ‘Waarom komt mijn dochter niet op bezoek?’ klinkt
het vaak. Je kan honderd keer zeggen dat dat door het coronavirus is, maar ze
kunnen het zich niet meer inprenten. Maar ze weten wel nog dat ze een dochter
hebben. Wat langer geleden is, kunnen ze zich nog wel herinneren.”
Pagina 79-84
Ze weten of kunnen dus nog wel veel vanuit het verleden?
“Ik zeg vaak: het verleden is de enige tuin waar ze de weg nog in kunnen vinden.
Eigenlijk moet je Alzheimer als een ui beschouwen. De buitenste rokken
verdwijnen steeds. En het gaat altijd meer naar binnen. Een vaak gebruikte
cognitieve techniek om het leven met dementie te verzachten is reminiscentie,
teruggaan naar het verleden. Over vroeger kunnen ze veel vertellen: naar school
gaan, hoe de was gebeurde alvorens er wasmachines waren…”
“Jongdementie is heel vaak erfelijk. Dan gaat dat moeilijk. Professoren zijn het
erover eens dat een gezonde levensstijl altijd goed is: niet roken, veel bewegen,
met mate alcohol drinken, gezond eten. En de hersenen in gang houden. Maar
natuurlijk is elke dag drie kruiswoordpuzzels oplossen geen garantie dat je geen
dementie krijgt.”
“Hoe verder men komt in het onderzoek, hoe complexer de processen van de
ziekte blijken te zijn. Het is niet helemaal duidelijk of de neerslag van eiwitten in
de hersenen een oorzaak, gevolg of een tussenstap is. En dan is het vechten tegen
de bierkaai na tuurlijk. Al ben ik er zeker van dat het ooit wel moet Maar geen
enkele wetenschapper zal u daar een voorspelling voor maken. Ga ik het zelf nog
meemaken? Ik durf dat niet zeggen.”
Pagina 80-84
“De urgentie is wel gigantisch. Het is zeker de meest voorkomende ongeneeslijke
ziekte : 120.000 à 130.000 personen in Vlaanderen lijden eraan. Bij een zeer
zeldzame ziekte bij kleine kinderen stroomt het geld binnen. Maar voor onderzoek
naar dementie of Alzheimer is dat niet zo. Velen ziet dat als iets inherent aan ouder
worden. Maar die oudere is nog steeds iemands moeder of vader. Iedereen kan in
zijn leven Alzheimer krijgen. Elk decennium dat je ouder wordt, stijgt die kans.”
“Dat is toch wel het absolute minimum dat we moeten doen. Elke gelegenheid om
dementie in de kijker te brengen is goed. Want er wordt eigenlijk niet genoeg
aandacht aan geschonken.”
“Dementie heeft niet enkel een invloed op wie eraan lijdt, maar ook op diens
omgeving. In de zes gemeenten die ons praatcafé bestrijkt zijn er wel honderden
mantelzorgers voor mensen met dementie. Maar die zien we heus niet allemaal op
onze bijeenkomsten. Ze hebben de neiging hun problemen te bagatelliseren. Maar
vaak flirten ze met een burnout of depressie. Ze gaan dikwijls over hun grenzen
heen en laten de patiënt pas naar een woonzorgcentrum gaan als het kalf al
verdronken is . Dan kom je wel eens zeer pijnlijke thuissituaties tegen. Op het
praatcafé – dat door corona nu spijtig genoeg niet kan doorgaan – willen we hen
afhelpen van het gevoel dat ze er alleen voor staan. Want meestal zijn die
mantelzorgers erg geïsoleerd.”
Pagina 81-84
Artikel 2
© Photo News
Pagina 82-84
De onderzoekers van Oxford peilden naar de alcoholinname van zo’n 25.000
Britten en bekeken daarna hun hersenscans. De resultaten van het
onderzoek geven duidelijk weer dat alcoholconsumptie in verband staat met een
slechtere hersengezondheid. Volgens de studie heeft alcohol drinken een effect
op de grijze massa van onze hersenen, de plaats in ons lichaam waar allerlei
vitale lichaamsfuncties (zoals ademhaling en hartslagfrequentie) gereguleerd
worden en waar belangrijke mentale processen (zoals denken en voelen)
plaatsvinden.
Hoe meer mensen drinken, hoe minder groot het volume van die grijze massa
volgens de onderzoekers is. “Het hersenvolume neemt af door ouderdom - en in
ernstige mate door dementie. Een kleiner hersenvolume voorspelt bovendien een
slechtere geheugencapaciteit”, aldus Anya Topiwala, een van de onderzoekers.
T.V.B. (2021b, 20 mei). ‘Eén glaasje kan geen kwaad’: nieuwe Oxfordstudie bewijst het
tegengestelde. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd van [Link]
Pagina 83-84
Slotwoord
Deze studie was een zeer leerrijke ervaring. Uit dit onderzoek heb ik zeer veel
nieuwe dingen geleerd die ik in mijn leven nog veel zal kunnen gebruiken. Dit
zou niet mogelijk geweest zijn zonder mijn GIP-coach Eva De Witte die me keer
op keer bijstond met de nodige feedback. Daarnaast moet ik ook mijn
stageplaats en het zorgpersoneel daar bedanken. Dankzij hen heb ik mijn
praktisch onderzoek kunnen uitvoeren. Tijdens deze studie ben ik veel te weten
gekomen over dementie, reminiscentie en de omgang met dementie. Dit heeft
ervoor gezorgd dat ik me nu beter bewust ben van de noden van iemand die lijdt
aan dementie. Daarnaast heb ik hieruit ook geleerd dat reminiscentie een simpel
maar toch zeer belangrijk concept is dat moet worden toegepast op de
zorgvragers binnen het woonzorgcentrum. De kennis die ik heb opgedaan in deze
studie heeft ervoor gezorgd dat ik met een andere blik naar de ouderenzorg kijk.
Het uitvoeren van dit onderzoek was een zeer leerrijke en leuke ervaring. Het
ging niet altijd even vlot, maar uiteindelijk kwam het toch tot een goed einde. Op
stage verliep het praktisch onderzoek best goed, wat ervoor zorgde dat ik dit
deel van mijn onderzoek tot een mooi einde kon brengen. Desondanks ik af en
toe en steek liet vallen heb ik uiteindelijk toch een volledig onderzoek kunnen
uitvoeren. Ik ben verheugd om een punt te kunnen zetten achter deze studie
omdat dit nu een volledig afgewerkt werk is waar ik trots op kan zijn. Ik hoop
dat deze studie een verrijking kan zijn voor veel mensen die niet veel kennis
hebben over dementie, reminiscentie of ouderenzorg in het algemeen.
Om af te sluiten willen ik nog eens uitvoerig iedereen bedanken die mij tijdens
deze studie heeft geholpen. Zonder deze personen had ik dit onderzoek nooit
succesvol kunnen afwerken. Hier ben ik dus zeer dankbaar voor.
Pagina 84-84