Analyserapport

Versplinterd landschap
Naar een krachtige ruimtelijke sturing in de glastuinbouw

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

Colofon

september 2006

Uitgave en copyright: Stichting Natuur en Milieu Postbus 1578 3500 BN Utrecht NL info@natuurenmilieu.nl T. +31 (0)30 233 1328 F. +31 (0)30 233 1311 www.natuurenmilieu.nl

Auteurs: Wilma van de Poll en Eric van Kaathoven Foto's: Joke Stoop

Dit rapport is onderdeel van de ruimtecampagne van Natuur en Milieu: Hoever laten we het nog komen8 Nederland kan zo mooi zijn.

De Nationale Postcode Loterij steunt Stichting Natuur en Milieu.

2

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

Inhoudsopgave

1

Probleemschets ...........................................................................................5

2

Huidig ruimtelijk beleid: wat was de bedoeling? ............................5

3

Evaluatie huidig ruimtelijk beleid: wat komt ervan terecht? .....7

4

Visie Natuur en Milieu: wat moet er gebeuren .............................. 12

5

Conclusies en aanbevelingen ............................................................... 15

3

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

4

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

1 Probleemschets
Glastuinbouw en het glastuinbouwbeleid hebben grote ruimtelijke effecten op het Nederlandse landschap. Het overheidsbeleid is erop gericht om glastuinbouw te concentreren in bepaalde daarvoor aangewezen gebieden. Op dit moment liggen nog veel kassen verspreid in het landschap. Clustering van tuinbouwbedrijvigheid heeft grote voordelen: minder aantasting van het landschap, betere landschappelijke inpassing, kostenreducerende samenwerking tussen bedrijven, efficiëntere energievoorziening en waterbeheer en betere ontsluitingsmogelijkheden waardoor vervoer van en naar de kassen verbeterd kan worden. Als glastuinbouw op de goede locaties gebundeld wordt, kan de sector zich daar in de toekomst duurzaam ontwikkelen. We zien de afgelopen jaren het areaal aan kassen echter vooral stijgen buiten de aangewezen concentratiegebieden. Dit leidt tot verglazing van het landschap en vermindert de mogelijkheden om schaalvoordelen te benutten. De kwaliteit van het landschap gaat omlaag onder andere door verspreid staande kassen, leegstaande locaties die niet benut gaan worden en kassengebieden die verrommelen (bijvoorbeeld het gebruik van een tuinbouwkas als caravanstalling). De goede intenties pakken in de praktijk verkeerd uit. Dit rapport van Natuur en Milieu schetst kort de omvang, achtergronden, oorzaken en oplossingen van dit probleem.

2 Huidig ruimtelijk beleid: wat was de bedoeling?
In 2000 hebben LTO en het Ministerie van LNV het Bestuurlijk afsprakenkader herstructurering glastuinbouw ondertekend. Hierin zijn onder andere onderstaande drie punten afgesproken1. Deze afspraken zijn vervolgens nader uitgewerkt.

1) Bundeling en concentratie van glastuinbouw
Gebundeld glas vergroot in toekomstvisies de duurzaamheid van de sector aanzienlijk en levert belangrijke schaalvoordelen op. De Nota Ruimte wijst drie Greenports aan die als concentratie-, kennis- en distributiecentrum moeten gaan functioneren. Naast deze Greenports zijn tien Landbouw Ontwikkelings Gebieden aangewezen (de zogenaamde LOG's) van in totaal 2.665 hectare. Deze LOG's dienen om de geplande groei, de verwachte uitplaatsing uit Zuid-Holland en regionale clustering op te vangen. Hiernaast geeft de Nota Ruimte provincies de mogelijkheid om aanvullend aan de LOG's andere gebieden aan te wijzen indien er een specifieke regionale behoefte is die niet kan worden opgevangen in een van de door het rijk aangewezen LOG's. Ontwikkeling van deze gebieden dient in een dergelijk geval gekoppeld te zijn aan een herstructureringsopgave. Ook is afgesproken 'verspreid glas' (glas dat niet valt onder de door de provincies aangewezen bundelingslocaties, LOG of Greenport) en 'papieren glas' (ruimte voor ontwikkeling van verspreid glas in bestemmings- en streekplannen) te saneren.

1

Bestuurlijk afsprakenkader herstructurering glastuinbouw, Ministerie van LNV, 2000. 5

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

Landbouwontwikkelingsgebieden in Nederland bron: Novioconsult, Van Spaendonck.

6

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

2) Herstructurering van verouderde glastuinbouwcentra
Bedrijven worden verplaatst naar nieuw aangewezen locaties en het gebied wordt heringericht.

3) Vertalen naar regionaal beleid
Provincies en gemeenten worden geacht het rijksbeleid met betrekking tot glastuinbouw over te nemen en uit te werken in regionaal beleid (onder andere door het te vertalen in streekplannen en bestemmingsplannen). Deze afspraken zijn nog eens bevestigd in een beleidsbrief van de ministers van LNV en VROM in september 2005. Juni 2006 presenteerden het tuinbouwbedrijfsleven, ondernemersorganisaties en overheden hun visie op de ontwikkeling van de tuinbouw in het Greenportmanifest2. Ook hier zijn clustering en herstructurering prominente voornemens. Kortom, zowel overheid als bedrijfsleven zien de voordelen van clustering, en hebben zich gecommitteerd aan herstructurering en clustering.

3 Evaluatie huidig ruimtelijk beleid: wat komt ervan terecht?
Wie de afspraken leest, krijgt de stellige indruk dat er een duidelijke koers is uitgezet met instemming van ministerie en LTO. Wie echter in het Nederlandse landschap om zich heen kijkt of de krantenberichten volgt, ziet een heel andere ontwikkeling. Ook evaluaties van het afgesproken beleid geven een heel ander beeld.

1) Het concentratiebeleid is weinig succesvol
Het areaal ongebundeld glas is in de periode 2000–2004 met 5,2 procent toegenomen. Het gaat om 186 hectare. In dezelfde periode is het areaal gebundeld glas afgenomen met 3,5 procent. Het gaat om een vermindering van 205 hectare. Van de voorgenomen invulling van de LOG's is slechts 200 hectare gerealiseerd. De LOG's leveren voornamelijk een bijdrage aan het herplaatsen van glas uit de eigen regio3.

2 3

Greenport(s) Nederland, Manifest in uitvoering, Platform Greenport(s) Nederland, juni 2006. Ruimtelijk Beleid Glastuinbouw, Novioconsult, Van Spaendonck, 2005. 7

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

Omvang niet gebundeld glas in EFFE en EFFG: bron Novioconsult, Van Spaendonck.

8

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

Ligging verspreid glas, bron: MNP, (VIRIS Llterra).

9

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

2) Er is te veel ruimte gereserveerd voor de tuinbouw en regie ontbreekt
De afgelopen vijf jaar is het areaal glas niet toegenomen. Het totale areaal vertoont niet de verwachte groei maar blijft stabiel op circa 10.500 hectare4. Gezien de structureel hogere energieprijs, de kosten voor arbeid en de concurrentie met het buitenland is groei in de toekomst ook zeker niet vanzelfsprekend. De Rabobank verwacht eerder een stabilisatie of minimale groei van het areaal dan een grote toename. Ook het LEI heeft de prognoses herzien en verwacht nu een voorzichtige groei van het areaal tot 11.500 hectare tot 2015 (een groei dus van 1.000 hectare). Toch gaat het ruimtelijk LOG-beleid van de Nota Ruimte nog steeds uit van een grote groei van de sector. Daar komt nog bij dat de provincie Zuid-Holland een saldo-nulbenadering heeft ingevoerd. Hiermee spreekt zij uit 5.800 hectare glas in Zuid-Holland te willen behouden. Bij de afspraken in 2000 was nog uitgegaan van netto-uitplaatsing van glas uit Zuid-Holland. Dit beperkt de kansen voor ontwikkeling van locaties buiten Zuid-Holland. De voorziene areaaluitbreiding van de LOG's (tussen de 1.848 en de 1.895 hectare) is bijna tweemaal zo groot als de door het LEI verwachte areaaltoename5. Naast de LOG's reserveren ook provincies ruimte voor glastuinbouw in provinciale ontwikkelingsgebieden waarbij ook rekening wordt gehouden met groei. Er vindt geen regie plaats op het totaal te ontwikkelen areaal. Voor heel Nederland wordt in 2015 een toename van het areaal glastuinbouw geschat van 1.000 hectare. Deze prognose staat in schril contrast met de ruimte die in de provincies wordt geboden voor glastuinbouw. De groeiruimte in NoordBrabant overtreft alleen al de 1.000 hectare (zie kader). In Gelderland wordt 500 hectare gereserveerd. Groningen en Friesland willen elk nog twee locaties van elk 450 hectare aanleggen. De groeiplannen van alle provincies tezamen overschrijden dan ook ruimschoots de verwachte groei van het areaal glas in Nederland. Gevolg van de te ruim ingeschatte areaalbehoefte is dat provincies met elkaar concurreren om dezelfde tuinders. Het risico bestaat dat gebieden worden aangelegd die leeg blijven staan. Dit betekent een financiële strop voor gemeenten en een aanslag op het landschap. Een voorbeeld hiervan is de provinciale ontwikkelingslocatie in Hoogezand-Sappemeer. Ondanks veel inspanning is er in zes jaar tijd slechts 7 van de 90 hectare gerealiseerd. Ondanks het feit dat deze locatie niet volloopt, maakt de provincie druk plannen voor een nieuwe locatie in de Eemsmond. Er wordt geen sturend beleid gevoerd op verplaatsing van regionale tuinders en tuinders uit het Westland komen niet naar Groningen. Locaties in het noorden, oosten en zuidoosten van het land zijn geen populaire locaties voor Zuid-Hollandse telers, hoofdzakelijk vanwege sociale redenen6. De Raad voor het Landelijk gebied heeft het rijk geadviseerd de noordelijke LOG's niet verder te stimuleren aangezien deze voornamelijk van regionale economische betekenis zijn. De Raad adviseert aanvullende locaties te zoeken die dichter in de buurt van de Greenports liggen, ter ontlasting van de overvolle en qua natuur en landschap kwetsbare Randstad7.

4 5 6 7

CBS Statline. Uitbreiding glastuinbouw Bergerden noodzakelijk, LEI/WUR, 2006. Verkassende Westlanders. Motieven en vestigingsfactoren van verplaatsende Westlandse telers, LEI, 2005. Plankgas voor glas? Advies over duurzame ontwikkeling van de glastuinbouw in Nederland, Raad voor het Landelijk Gebied, 2005.

10

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

De komende 10-15 jaar wil Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant ruimte bieden voor 800 hectare glastuinbouw (in concentratiegebieden en uitbreiding van verspreid staande kassen). Het areaal van 'teeltondersteunende kassen' kan ook met honderden hectaren uitbreiden als ze volgens voorstel mogen doorgroeien van 0,5 naar 1,5 hectare. De provincie heeft een saneringsregeling, waarmee vooralsnog zo'n 20% van de kassen op ongewenste locaties kan worden uitgekocht (zo'n 30 kassen). De regeling is gebaseerd op vrijwillige deelname. Tot op heden wil de provincie de groeiruimte in kwetsbare gebieden niet beperken. Ook gemeenten zijn niet bereid tot een effectief beleid om uitbreiding op ongewenste locaties tegen te gaan. Tegelijkertijd kampt de tuinbouwsector met het probleem dat de grond in de concentratiegebieden vaak in handen is van projectontwikkelaars, wat de grondprijs opdrijft.

Op de foto de nieuwe, nog steeds onbewoonde weg door de provinciale ontwikkelingslocatie in HoogezandSappemeer. Oit gebied ligt zeer gunstig aan de LP, een kwartier rijden van de Ouitse grens. Oesondanks zijn tuinders van buiten de gemeente niet bereid zich er te vestigen. Recent heeft een econoom van de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek gedaan naar de perspectieven voor de groei van de glastuinbouwsector in Hoogezand-Sappemeer/Menterwolde. Het blijkt dat die er weinig rooskleurig uitzienS. Oe gemeente overweegt nu woningbouw. Ondanks deze mislukking werkt de provincie Groningen met de gemeente Eemsmond aan een tweede glastuinbouwlocatie van GUF hectare bij de Eemshaven.

8

De kas opmaken – Economisch perspectief van de glastuinbouw in Sappemeer en omgeving, Gerjan Elzerman, Groningen: Wetenschapswinkel Economie i Bedrijfskunde, 2006. 11

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

3) Individueel economisch belang gaat voor gezamenlijk belang sector
Gebundeld glas geeft een duurzaam toekomstperspectief voor de sector. De voordelen van bundeling zijn bekend en het bundelingsbeleid wordt op papier beleden maar in de praktijk weegt het economische kortetermijnbelang van de individuele teler vaak zwaarder. Gemeenten staan uitbreiding van verspreid glas toe vaak vanwege het economische belang. Zo is er in de gemeente Brielle op dit moment discussie over uitbreidingsplannen van tuinders. Er ligt 50 hectare verspreid glas en er is op papier ruimte voor 60 hectare. Omdat Brielle niet door de provincie aangewezen is als provinciale bundelingslocatie zou dit glas gesaneerd moeten worden. De gemeente probeert het glas echter toch te behouden door het te bundelen. Maar ook de sector zelf pleit voor het uitbreiden van verspreid glas. Brabant is de provincie met het meeste verspreide glas in Nederland. Nu heeft de provincie Brabant beleid gemaakt en ook geld gereserveerd om bedrijven die in en rond de Ecologische Hoofdstructuur liggen te verplaatsen. Tevens is de uitbreidingsruimte van al het verspreide glas vastgesteld tot een maximum van 3 hectare per bedrijf. Wie verder wil groeien moet zijn bedrijf verplaatsen naar een door de provincie aangewezen concentratiegebied. Belangenorganisatie ZLTO pleit echter voor een verdubbeling van de groeimogelijkheden tot 6 hectare per bedrijf omdat bedrijven op slot zitten, met name in de Ecologische Hoofdstructuur en in de Agrarische Hoofdstructuur. NB: de gemiddelde bedrijfsgrootte van een tuinbouwbedrijf is 2,3 hectare voor groenten, 1,3 hectare voor snijbloemen en 1,4 hectare voor perkplanten. De verwachting is dat in de komende tien jaar de bedrijfsomvang zal toenemen tot 2,5 hectare.9

Ook in de robuuste Ecologische verbindingszone de Beerze (Noord-Brabant) is toestemming gegeven voor uitbreiding.

9

Landbouweconomisch bericht, LEI.

12

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

4 Visie Natuur en Milieu: wat moet er gebeuren?
Om duurzame glastuinbouwlocaties te kunnen realiseren zijn een goed ruimtelijk beleid en een goede ruimtelijk inpassing cruciaal. Natuur en Milieu constateert dat het beleid er de afgelopen jaren niet in geslaagd is om uitbreiding op plaatsen waar dat niet gewenst is te voorkomen, noch om ontwikkeling op gewenste locaties doelmatig te bevorderen. Het rijk stuurt de ontwikkeling van het areaal niet aan: voor de LOG's wordt uitgegaan van een groeiprognose die achterhaald is terwijl de provincies daarnaast ook nog autonome ruimte voor groei mogen reserveren. Ingegeven door schaalvergroting roept de sector telkens om meer en grotere arealen en uitbreidingsruimte. Tuinders willen het liefst op de bestaande plek uitbreiden en krijgen hier vaak mogelijkheden voor van gemeenten. Kortom: de glastuinbouw kan eigenlijk overal groeien en het landschap en de duurzame toekomst van de sector worden de dupe hiervan. Wat moet er volgens ons gebeuren om dit tij te keren?

1) Stop uitbreidingsplannen in het landelijk gebied
Schaalvergroting is een trend in de tuinbouw. Er komen minder bedrijven maar de omvang van de bedrijven wordt groter. Tuinders zullen om te overleven hun bedrijven uit willen breiden. Veel bedrijven liggen nu nog verspreid in het landelijk gebied. In veel gemeenten waar concentratiegebieden worden aangelegd bestemd voor verspreid liggende bedrijven, zie je dat de gemeente slappe knieën vertoont. Verspreid liggende tuinders krijgen gewoon toestemming om ter plekke uit te breiden. De concentratiegebieden worden gereserveerd voor nieuwkomers van buiten de gemeente. Dit verschijnsel doet zich bijvoorbeeld voor in de Bommelerwaard, Brielle (ZH) en rond het natuurgebied De Peel bij Deurne. Tuinders gaan pas verhuizen als de bedrijfsontwikkeling in gevaar komt. Pas als glastuinbouwbedrijven in het landelijk gebied niet meer uit kunnen breiden zijn ze bereid mee te werken aan verplaatsing naar geschikte locaties voor geconcentreerde glastuinbouw. Provincies hebben in streekplannen de uitbreidingslocaties benoemd maar ze moeten ook de bestuurlijke moed tonen om gemeenten te houden aan het streekplan. Gemeenten moeten op korte termijn maatregelen nemen om de ruimte voor de ontwikkeling van verspreid glas in bestemmingsplannen op slot te zetten. Ook de provincies kunnen vanaf 2007 via een provinciale verordening dit bewerkstelligen. Natuur en Milieu vindt dat het rijk hierin het voortouw moet nemen door expertise beschikbaar te stellen en door een fonds in te stellen voor planschade. Kortom, stop de uitbreiding van verspreid glas en neem onmiddellijk maatregelen om ruimte in bestemmingsplannen in te dammen.

2) Regie door rijk en IPO
Uit evaluaties blijkt dat de huidige werkwijze zonder duidelijke regie niet leidt tot de gewenste resultaten. Het rijk stuurt niet, provincies bedenken bij gebrek aan instrumentarium zelf instrumenten om de doelstellingen te bereiken. Dit heeft voor het landschap echter niet altijd positieve gevolgen. Zo heeft de provincie Zuid-Holland een Ruimte voor ruimte-regeling waar bedrijven die stoppen een huis mogen bouwen op het vrijkomende areaal. Limburg heeft het idee opgevat een glasbank in te richten: tuinders die willen uitbreiden moeten voor 1 hectare uitbreiding 5 hectare glas van een bedrijf dat stopt, opkopen. Dit biedt wel een oplossing voor

13

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

'stoppers' maar de uiteindelijke oplossing van verspreid glas komt alleen maar verder weg te liggen omdat blijvers mogen uitbreiden. Om verspreid glas te bundelen, zal de regie dan ook veel nadrukkelijker opgepakt moeten worden door het rijk en de gezamenlijke provincies (verenigd in het IPO). Er moet een goed integraal plan komen voor verplaatsing van glas. Belangrijk zijn de ontwikkeling en inzet van een eenduidig instrumentarium: in elk geval moeten afspraken gemaakt worden over verplaatsing van glas en de kosten die hieraan verbonden zijn, zodat niet alleen stoppers gesaneerd worden. Waarschijnlijk is het beste moment om glas te verplaatsen het moment van vernieuwbouw. Wellicht is zelfs een Glastuinbouw-reconstructiewet nodig. Dit integrale plan moet natuurlijk ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Rijkstoezicht op uitvoering is daarbij cruciaal. Net als bestuurlijke moed van zowel rijk als provincies om uitvoering zo nodig af te dwingen.

3) Saneren van glastuinbouw in voor natuur en landschap kwetsbare gebieden
Wat Natuur en Milieu betreft, verdwijnt het glas uit kwetsbare gebieden: Ecologische Hoofdstructuur, gebieden die vallen onder de externe werking van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Nationale en Provinciale Landschappen en Belvederegebieden. Natuur en Milieu vindt dat hiertoe een bedrag beschikbaar moet worden gesteld door het ministerie van LNV dat wordt toegevoegd aan het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG). Dan kunnen provincies een actieplan 'sanering verspreid glas' opnemen in hun meerjarenprogramma ILG. Het is dan logisch hieraan te verbinden dat bedrijven die reeds in deze gebieden gevestigd zijn niet meer uit mogen breiden. Nieuwe locaties moeten gefaseerd worden ontwikkeld. Niet alles tegelijk ontwikkelen maar locatie voor locatie om te voorkomen dat landelijk gebied ingericht wordt voor glastuinbouw en vervolgens niet gebruikt wordt (kapitaal- en landschapsvernietiging).

4) Alleen herstructurering financieren
Herstructurering (met functiebehoud) heeft onze voorkeur boven het aanleggen van nieuwe locaties. Het ministerie van LNV en het ministerie van VROM zouden daarbij het voorbeeld moeten volgen van het ministerie van Economische Zaken. EZ heeft vorig jaar met het Lctieplan Bedrijventerreinen het roer omgegooid: geen rijkssubsidies meer voor de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Investeringssubsidies worden alleen nog beschikbaar gesteld voor de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen. De grootschalige glastuinbouw in Nederland heeft zich zo ontwikkeld dat het nauwelijks nog kenmerken heeft van de grondgebonden landbouw en steeds meer gelijkenis vertoont met industriële productie. Glastuinbouw zou dan ook het beste behandeld kunnen worden als andere industrieën. Kortom, ontwikkeling van nieuwe locaties voor glastuinbouw niet langer betalen door het rijk. Rijksgeld alleen nog inzetten op herstructurering van kassengebieden met functiebehoud.

5) Hanteer juiste groeiprognoses en concentreer op de juiste locaties
Zoals aangegeven bij de evaluatie van het huidige beleid is er in Nederland te veel ruimte gereserveerd voor glas. Daarom is het nodig om alle gereserveerde locaties opnieuw kritisch te bezien. Er moeten hernieuwde keuzes voor locaties gemaakt worden op basis van een
14

Versplinterd landschap

Stichting Natuur en Milieu

goede analyse van de totaal te verwachten groei en van waar die groei te verwachten is (bezien vanuit economisch perspectief, bedrijfsopvolging, et cetera). Dit alles natuurlijk binnen scherpe grenzen die natuur en landschap aan de ruimte voor glastuinbouw stellen. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling de sector ongebreideld te laten groeien. Het gaat er hier om dat er in ieder geval geen locaties meer ontwikkeld worden die zelfs economisch al niet interessant zijn. Wat Natuur en Milieu betreft, krijgt daarbij niet elke provincie evenveel ruimte. Noordelijke provincies hebben nu te veel papieren ruimte; hier ligt geen behoefte. Aangezien de prognoses samenhangend moeten zijn voor het hele land, vinden wij dat het rijk ze moet laten opstellen. Tevens is het noodzakelijk om bij deze herwaardering van locaties, locatie-eisen op te stellen en in de beoordeling mee te nemen. Dit is nodig om duurzame ontwikkeling van de glastuinbouw mogelijk te maken. Voorbeelden van locatie-eisen: als tuinders energie willen gaan leveren moet er een geschikte afnemer in de buurt aanwezig zijn. De locatie moet niet in tegenspraak zijn met bijvoorbeeld natuurbeleid. Natuur en Milieu vindt dat locaties in ieder geval zeker niet mogen liggen in landschappelijk waardevolle gebieden als Nationale Landschappen, Belvederegebieden of in de nabijheid van Vogel- en Habitatrichtlijngebieden.

5 Conclusies en aanbevelingen
Natuur en Milieu trekt de volgende conclusies en aanbevelingen uit haar analyse van de ruimtelijke effecten van de Nederlandse glastuinbouw en het Nederlandse glastuinbouwbeleid anno 2006. Van het huidige beleid gericht op bundeling en concentratie van glastuinbouw op bepaalde aangewezen locaties en herstructurering van verouderde locaties komt weinig terecht. Het areaal gebundeld glas daalt terwijl het areaal verspreid glas juist toeneemt. Deze ontwikkeling staat haaks op de doelstellingen van het beleid. Bovendien wordt er veel te veel ruimte gereserveerd voor de glastuinbouw, wat leidt tot vernietiging van kapitaal en landschap. Natuur en Milieu pleit voor een onmiddellijke stop van alle uitbreidingsplannen voor verspreid liggende glastuinbouw in het landelijk gebied. Hiervoor moeten bestemmingsplannen aangepast worden. Er wordt wat Natuur en Milieu betreft ook geen rijksgeld meer gestopt in nieuwe locaties, alleen nog in het herstructureren van bestaande locaties. Glastuinbouw in kwetsbare locaties moet zelfs gesaneerd worden met behulp van een extra bedrag dat het rijk beschikbaar zou moeten stellen. De vestigingslocaties voor glastuinbouw zouden moeten worden herzien, uitgaande van locatie eisen voor duurzame tuinbouw en een realistische groeiprognose. Verder moeten de locaties gefaseerd worden ontwikkeld zodat een vernietiging van kapitaal en landschap voorkomen wordt. Een sterkere regie van het rijk en de gezamenlijke provincies (IPO) is daarbij noodzakelijk.

15

Stichting Natuur en Milieu

Versplinterd landschap

16