Bedrijfslocatiemanagement

Post HBO cursus op Executive niveau
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

Larenstein

www.kenniscentrum.han.nl

Bedrijfslocatiemanagement
Samenwerkingsverband van Katholieke Universiteit Nijmegen Hogeschool Larenstein Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Algemeen
In de afgelopen decennia hebben zich ingrijpende veranderingen voorgedaan in de wijze waarop bedrijven opereren. Een eerste voorbeeld. Het bekende Zweedse bedrijf Ericsson heeft besloten om de fabricage van de door haar ontwikkelde producten geheel af te stoten. Het even bekende Philips verplaatst regelmatig productieactiviteiten naar elders.Tegelijkertijd is Nederland vrij succesvol in het aantrekken van activiteiten van bekende Amerikaanse bedrijven. Dergelijke ‘verplaatsingen’ dragen er toe bij dat de ene regio zich economisch beter ontwikkeld dan de andere. Het tweede voorbeeld. De verticaal georganiseerde onderneming heeft sterk aan betekenis ingeboet. De netwerkonderneming is in opkomst. Daarmee samenhangend duiken begrippen op als ‘back to basics’, ‘zero stock’ en ‘just-in-time’. Zo’n wijziging in de bedrijfsorganisatie heeft, los van de redenen die daaraan ten grondslag liggen, gevolgen voor de wijze waarop de bedrijven omgaan met hun ‘omgeving’. Zo is voor een netwerkonderneming die een strategie van ‘zero stock’ en ‘just in time’ volgt de bereikbaarheid van vitaal belang. Sommige locaties kunnen de vereiste bereikbaarheid wel bieden, andere niet. De ene locatie biedt daardoor voor zo’n onderneming meer onzekerheid, meer risico’s dan de ander. Je kunt ook vanuit een ruimtelijke invalshoek redeneren.Veel regio’s voeren een beleid om via hun ‘omgeving’, hun locatie, nieuwe banen aan te trekken. Deze regio’s zullen om enige kans op succes te hebben, moeten inspelen op de in de loop der tijd veranderende eisen die bedrijven aan hun ‘locatie’ stellen. Wat een regio te bieden heeft, sluit niet noodzakelijkerwijs aan op hetgeen door de bedrijven die men graag binnen wil halen wordt gevraagd. Wanneer men, bijvoorbeeld op grond van arbeidsmarktoverwegingen, mikt op een bepaald type bedrijf, dan zal men moeten proberen de locatie aan te passen aan de eisen van dergelijke bedrijven. Het heeft uiteraard weinig zin om te proberen in plaatsen die nationaal en internationaal slecht zijn ontsloten bedrijven aan te trekken die tegenwoordig een strategie van ‘zero stock’ en ‘just in time’ volgen. Evenmin is succes verzekerd wanneer men in een ‘dure’ regio opteert voor simpele productie-activiteiten. We hebben hier te maken met de

Larenstein

Hogeschool

van Arnhem en Nijmegen

Bedrijfslocatiemanagement

relatie bedrijf en omgeving. Een relatie die voortdurend verandert. Een relatie die daardoor regelmatig van zowel bedrijven als regio’s aanpassingen vraagt. Een relatie die zowel in het beleid van ondernemingen als van ‘plaatsen’ een belangrijke rol speelt. Doelstelling Het doel van de leergang is inzicht te verkrijgen in de complexe en de zich in de tijd wijzigende relatie tussen enerzijds bedrijf en anderzijds ‘plaats’, en de mogelijkheden die deze relatie biedt voor zowel het management van een bedrijf als van een regio om de doelstellingen van het bedrijf respectievelijk de regio te optimaliseren. Doelgroep De leergang mikt op personen die geïnteresseerd zijn in de ‘relatie bedrijf en omgeving’, vanuit zowel het gezichtspunt van het bedrijf als vanuit de omgeving of locatie. Geredeneerd vanuit het bedrijf kan men onder meer denken aan adviseurs en beslissers op het gebied van de locatiekeuze (Waar kan het bedrijf het best gevestigd worden?), het personeelsbeleid (Wat heeft de regionale arbeidsmarkt te bieden?), het innovatiebeleid (Welke nuttige ken-

nis kan de regio leveren?) of het beleid met betrekking tot toeleveranciers (Kan de regio bepaalde onderdelen of diensten toeleveren?). Geredeneerd vanuit de locatie kan men onder meer denken aan adviseurs en beleidsmedewerkers die betrokken zijn bij het werven van nieuwe bedrijven (Waar liggen onze grootste kansen? Wat moeten we op onze locatie verbeteren?), de arbeidsmarkt en onderwijs (Welke opleiding levert in de regio de meeste kans op een baan?), de regionaal economische ontwikkeling (Hoe kan de bijdrage van de kenniscentra aan de regionale economie worden verbeterd? Hoe kan de samenwerking tussen bedrijven in de ‘eigen’ regio worden bevorderd?).

vooraf bestuderen.Tijdens de laatste twee bijeenkomsten werken de deelnemers in kleine groepjes aan een concrete opdracht, die direct voortbouwt op hetgeen in de leergang aan de orde is geweest.

Nederland in de loop der tijd gevoerde ruimtelijke ordeningsbeleid, waarbij af en toe een uitstapje wordt gemaakt naar de situatie in andere EU landen. 4. Discussie deelnemers (17.00-17.45 uur) Onder leiding van Prof. Dr. E.Wever

Cursusinhoud
Programma

1. Het kader: 8 januari 2003
In deze bijeenkomst wordt het kader geschetst voor de gehele leergang. 1. De leergang in vogelvlucht (15.30-16.00 uur) Prof. Dr. E.Wever (KU) 2. Bedrijf en Strategisch Beleid (16.00-16.45 uur) Prof. Dr. B. Dankbaar (KU) Een inleiding over de veranderingen die zich hebben en mogelijk nog gaan voordoen (trends) in het strategisch beleid van ondernemingen. Deze veranderingen kunnen doorwerken op de wijze waarop bedrijven omgaan met hun omgeving. Inzicht in deze veranderingen is daarom van belang voor al degenen die zich op de een of andere manier bezighouden met het stimuleren van de economie in een specifieke regio. 3. Ruimte en Strategisch Beleid (16.45-17.30 uur) Prof. Dr. B. Needham (KU) Net zoals het voor het stimuleren van een regionale economie belangrijk is inzicht te hebben in veranderingen die zich bij bedrijven voltrekken, is het voor het functioneren van die bedrijven belangrijk om inzicht te hebben in ontwikkelingen die zich in de regio voordoen. Mogelijkerwijs zal men op grond daarvan de wijze waarop het bedrijf functioneert moeten aanpassen. De veranderingen in de regio worden hier behandeld aan de hand van het in

2. Bedrijf en Vestigingsplaatskeuze: 15 januari 2003
In dit blok wordt een algemeen overzicht gegeven van de ontwikkelingen die zich voordoen in de theorieën die zich bezig houden met de vestigingsplaatskeuze van bedrijven om inzicht te krijgen in de factoren die enerzijds voor de locatiekeuze en het functioneren van bedrijven relevant zijn en die anderzijds de positie van de regio bij het aantrekken respectievelijk vasthouden van bedrijven bepalen. Inleiders: Drs. G. van Vilsteren (KUN) drs. P. van Geffen (STEC Groep)

Algemene Opzet
De hele leergang is opgehangen aan 14 middagbijeenkomsten. Deze vinden alle plaats in de Bestuurskamer van Huize Heyendaal in Nijmegen. Ze beginnen om 15.30 uur.Tijdens iedere bijeenkomst wordt de deelnemers, ook weer in Huize Heyendaal, een diner aangeboden in de Faculteitskamer. Iedere bijeenkomst wordt voorgezeten door de coördinator van de leergang, Prof. Dr. E. Wever. Iedere bijeenkomst wordt ingeleid door een deskundige op dat terrein, in de meeste gevallen afkomstig uit de Nijmeegse Universiteit, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen of Larenstein. In de meeste gevallen wordt het thema vervolgens aanvullend toegelicht door iemand die er in zijn of haar dagelijkse werk mee te maken heeft. In de voor iedere deelnemer beschikbare literatuurbundel is voor elk van de bijeenkomsten enige achtergrond literatuur opgenomen. Het is nuttig wanneer de deelnemers de bij een bijeenkomst behorende literatuur

3. Bedrijf, Globalisering en Lokale Verankering: 22 januari 2003
Regelmatig kan men in kranten negatief getoonzette verhalen lezen over bedrijven die hun activiteiten uit Nederland verplaatsen en enthousiaste verhalen over bedrijven uit andere landen die zich in Nederland vestigen.Wat ligt aan deze schijnbare paradox ten grondslag? Wat betekenen dit vaak met de term ‘globalisering’ aangeduide proces voor de kleinere bedrijven in Nederland en voor de economie van de Nederlandse regio’s? Dit soort vragen staat centraal in dit blok. Inleiders: Dr.T. van Naerssen (KUN) ING Nederland

4. Bedrijf, Bereikbaarheid en Logistiek: 29 januari 2003
Bedrijven vormen ware knooppunten in het verkeer en vervoer. Personeel komt en gaat, klanten komen en gaan, onderdelen komen, eindproducten gaan. Zonder een goede bereikbaarheid is het voor bedrijven moeilijk functioneren. Zo’n goede bereikbaarheid is niet zonder meer gegarandeerd.We kennen allemaal het verschijnsel ‘file’. Daarnaast worden vanuit de regio vaak beperkingen opgelegd aan het verkeer, hetgeen consequenties kan hebben voor bedrijven. Soms laat men de ‘oude’ locatie voor wat ze is.Vaker zal men echter proberen om zich aan de gewijzigde situatie aan te passen, door anders om te gaan met de goederenstromen of door andere vervoersmodaliteiten in te schakelen. In dit blok staat deze thematiek, in het bijzonder met betrekking tot goederenstromen centraal. Inleiders: Prof. Dr. R. van der Heijden (KUN) Dr. Ir. J.P. Pauwelussen (HAN)

gement, op het gebied van lokale bedrijfsterreinen. Inleiders: Drs. L. Hakvoort (Larenstein) Drs. C. van Eert (KAN)

7. Bedrijf, Kennisinfrastructuur en Vernieuwing: 26 februari 2003
In de toenemende concurrentie tussen bedrijven is vernieuwing een sleutelwoord. Alleen bedrijven die er voortdurend in slagen de concurrentie voor te zijn door over een breed terrein vernieuwingen door te voeren, slagen er in overeind te blijven. Om die vernieuwingen door te voeren is kennis nodig. Soms wordt deze kennis binnen het eigen bedrijf ontwikkeld, soms wordt (ook) een beroep gedaan op kennis die elders aanwezig is, bijvoorbeeld in Universiteiten en Hogescholen. Omdat bedrijven die er niet in slagen vernieuwingen door te voeren veelal niet of zelfs in negatieve zin bijdragen aan de economische ontwikkeling van een regio, is ook de regio’s er veel aan gelegen om te trachten dit proces van vernieuwing te stimuleren. Inleiders: Drs. H. Dijk (Larenstein) drs. H. van der Pasch (UBC, Mercator)

6. Bedrijf en Personeel: 19 februari 2003
Hoewel de situatie per type bedrijf verschilt, is het functioneren van ieder bedrijf sterk afhankelijk van het daar werkzame personeel. Nog altijd komt het grootste deel daarvan uit de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het bedrijf is gevestigd. De aard van de in een regio aanwezige arbeidsmarkt, de ontwikkelingen die zich in het algemeen op de arbeidsmarkt voordoen en de mogelijkheden om de situatie op de arbeidsmarkt te beïnvloeden vormen voor zowel bedrijven als bedrijven wervende regio’s van vitaal belang. Inleiders: Dr. L. Delsen (KUN) drs. G. Lunshof (Océ Venlo)

5. Bedrijf, Provincie en Gemeente: 5 februari 2003
Overheden hebben tot taak om de diverse activiteiten in hun regio in goede banen te leiden.Tegelijkertijd willen ze bepaalde activiteiten zoveel mogelijk beperken (‘overbodige’ automobiliteit), andere juist stimuleren (‘duurzame economische groei’). Maar om dat beleid tot een succes te maken moet je wel de beschikking hebben over effectieve instrumenten. In dit blok gaat het over de mogelijkheden die gemeenten en provincie hebben om zo’n beleid te realiseren. Daarbij zal ook worden ingegaan op het bestemmingsplan en op ontwikkelingen, zoals parkmana-

8. De fysieke inrichting van werklocaties 12 maart 2003
Bereikbaarheid, milieu, veiligheid maar ook esthetiek zijn belangrijke elementen bij de fysieke (her)inrichting van een bedrijfslocatie. Het is de interactie tussen overheden, projectontwikkelaars en de bedrijven zelf die bepaalt hoe de bedrijfslocatie eruit gaat zien en fysiek gaat functioneren. Er zijn formele instrumenten uit de ruimtelijke ordening die kunnen worden aangewend om de inrichting van een bedrijfslocatie te sturen maar het is veelal een (wel of niet) interactief planvormingsproces dat de uiteindelijke vorm van de bedrijfslocatie bepaalt. Het zijn de stedenbouwers en landschapsarchitecten die concepten of principes voor ontwerp ontwikkelen, gevoed door bedrijfskundige, technische en landschappelijke randvoorwaarden. Inleiders: Dipl. Ing. G.O.W. Schwandt (Larenstein) Drs. Ir. H.Vink (Amstelland Ontwikkeling)

ligt de nadruk op het als Nederlanders zaken doen in Duitsland. Inleiders: Dr. J. Mazeland (Centrum voor Duitslandstudies KU) R. Leurink RA (Tennant)

10. Bedrijf, Locatiemarketing en Public Relations: 26 maart 2003
Een bedrijf heeft er alle belang bij dat het goed overkomt bij de locale en regionale bevolking. Dat kan om maar iets te noemen het werven van personeel vergemakkelijken. Het kan ook het contact met de locale en regionale overheden soepeler laten verlopen. Anderzijds heeft de regio er belang bij dat ze een goed imago heeft. City of regio marketing is dan ook populair.Via een positief imago wordt onder meer het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid. Maar ook voor de reeds in de regio gevestigde bedrijven is dit overigens belangrijk. Zo kennen we in de kantorensector het verschijnsel ‘locationele veroudering’, de veroudering die optreedt als gevolg van verpaupering van de directe omgeving van het kantoorpand. Op deze aspecten wordt in dit blok nader ingegaan. Inleiders: Prof. Dr. F. Boekema (KUN) Mevrouw I. Dikken (Directeur Marketing Management Consultancy)

Enschede, de MKZ crises, de recent dreigende calamiteit als gevolg van een lekkende wagon in Amersfoort en de problemen rond het vervoer van chloor per trein van onder meer Hengelo en Delfzijl naar het Rotterdamse havengebied. De handhaving van de milieuregels is aangescherpt. Burgers komen meteen in het geweer tegen bedrijven die zich in hun ogen bezondigen aan milieu onvriendelijk gedrag. Bedrijven kunnen daar, ook wanneer ze zich aan de geldende regels houden, problemen mee krijgen. Ook anderszins rukt het ‘milieu’ op. Milieucertificaten worden steeds vaker ingezet om de gunst van de consument te winnen. Deze relatie tussen bedrijf en milieu staat in dit blok centraal. Inleiders: Drs. J. Klaver (KUN)

12. Publiek-PrivatePartnerships: 9 april 2003
In toenemende mate zien we dat bedrijven en overheden gaan samenwerken. Dat gebeurt onder meer bij het ontwikkelen van nieuwe typen bedrijfsterreinen. Uiteraard geldt bij deze samenwerking dat, hoewel de overheid zich meer en meer opstelt als een bedrijf en bedrijven meer oog krijgen voor het algemene belang, in de samenwerking de rol van de overheid en van het bedrijfsleven duidelijk verschilt. Het belangrijkst is om daarbij voor beiden het goede evenwicht te realiseren. Dit blok gaat in op dit verschijnsel PPP en op de mogelijke betekenis daarvan voor de ontwikkeling van een regionale economie. Inleiders: Drs.Y.M.A. Coenegracht MBA (Directeur Parkmanagement Waalwijk BV, Grontmij) Mevrouw Drs. K. Oosterhout (Grontmij)

9. Internationaal Ondernemerschap en Kultuur: 19 maart 2003
Ondernemingen opereren steeds vaker buiten de eigen landsgrenzen. Daardoor krijgt men automatisch te maken met andere bedrijfsculturen en andere institutionele structuren. We kennen allemaal de voorbeelden van bedrijven die een aantrekkelijke opdracht niet kregen omdat men zich onvoldoende bewust was van een verschil in ‘cultuur’.Wat op de ene plaats ‘normaal’ is, is op een andere plaats ‘not done’.Wanneer men zich daar niet van bewust is, kan men onbewust in de fout gaan. Op het belang van deze dimensie wordt in dit blok nader ingegaan. Daarbij

11. Bedrijf en Milieu: 2 april 2003
De invloed van het milieuaspect op het functioneren van bedrijven neemt de laatste jaren sterk toe. Hier kan onder meer worden gewezen op de sterke milieucomponent in het ruimtelijk ordeningsbeleid, maar ook op de gevolgen van bijvoorbeeld de vuurwerkramp in

De integratie
Bij de opzet zoals hier geschetst, is het risico groot dat de deelnemers, ook bij een goed kader, de leergang zullen ervaren als een opsomming van afzonderlijke, toch een beetje los van elkaar staande modulen. Daarom dienen aan het eind van de leergang de deelnemers een poging doen tot integratie.Wat stellen we ons daarbij voor? De deelnemers worden ingedeeld in kleinere groepjes. Sommige vertegenwoordigen specifieke regio’s, andere hypothetische bedrijven. De bedrijvengroepjes krijgen als opdracht om uit de verschillende regio’s die te kiezen die het best past bij het betreffende bedrijf. Daarvoor dienen ze zich af te vragen wat het bedrijf ‘vraagt’, wat de verschillende ‘regio’s’ ‘aanbieden’ en hoe dit op elkaar aansluit.Voor wat betreft de vraag dienen ze zich een zo realistisch mogelijke voorstelling van het ‘eigen’ bedrijf te maken.Voor wat betreft het ‘aanbod’ moet een beroep worden gedaan op statistieken, internet of rechtstreeks op de regio zelf.Voor de regiogroepjes geldt in wezen exact hetzelfde, alleen zullen zij de vraag moeten beantwoorden welk van de bedrijven het best bij hen past, of in andere woorden: welk bedrijf de betreffende regio beslist zou moeten proberen binnen te halen. Bij de uiteindelijke keuze spelen (nagenoeg) alle aspecten die in de leergang aan de orde zijn gekomen een rol. Dat levert de bedoelde integratie. Voor de uitvoering van de taak is een middagdeel beschikbaar (16 april).Tijdens deze bijeenkomst is de coördinator van de cursus, Prof. Dr. E.Wever aanwezig om eventuele vragen te beantwoorden. Tijdens de laatste bijeenkomst van de leergang (23 april) presenteert iedere groep plenair de uitkomst van hun

beraadslagingen en de argumentatie die daaraan ten grondslag ligt. Daarover wordt plenair gediscussieerd.Als afsluiting van de leergang zal oud Minister van VROM en oud Commissaris van de Koningin van Utrecht, Jhr. Drs. P.A. Beelaerts van Blokland, op de presentaties reageren.

Plaats / Data / Tijden
De cursus zal worden gegeven in Huize Heyendaal, Geert Grooteplein 9, Nijmegen op de volgende data: Start: woensdag 8 januari 2003, 15, 22, 29 januari, 5, 19, 26 februari, 12, 19, 26 maart, 2, 9, 16 en 23 april. De cursustijden zijn van 15.30 tot ± 20.15 uur.

Kosten
€ 3.390,00. Het cursusgeld in inclusief catering en lesmateriaal.

Certificaat
U ontvangt na afronding een KUNHAN-Larenstein certificaat.

Aanmelding
Voor inschrijving dient gebruik te worden gemaakt van het bijgevoegde aanmeldingsformulier. De inschrijvingen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. De cursusvoorwaarden zijn eveneens als bijlage toegevoegd.

Informatie
Voor verdere informatie kunt u zich wenden tot: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen HAN Kenniscentrum Economie, Techniek en Informatica Ruitenberglaan 26 6826 CC ARNHEM Cursuscoördinator: Andrea Bloemendaal T: 026-36 58 139 F : 026-36 58 126 E : Andrea.Bloemendaal@ft.han.nl I : www.kenniscentrum.han.nl