A
A
{I
DINGEN
,
Í
s
nF,2.
ISOLATIE
lnhoud
Pagina
12.1 lnleiding
12.2 Doelstelling 3
U
Cursus Piping Design 1 12.1 TCC/Zadkine Contract
EIDIN6EN
12.1 lnleiding
ln een procesinstallatie treft men vele apparaten en lei-
dingen aan met hoge temperaturen of in tegenstelling
hiermee ook hele lage temperaturen. Men gebruih ter
voorkoming van warmteverliezen dan ook isolatie, maar
isolatie heeft ook andere functies. Wanneer past men
isolatie toe?
. om geluid te dempen.
Sommige appendages, in een leidingsysteem gemonteerd (b.v. control valves) cretjren een
geluidsniveau welke boven de toegestane waarde ligt. (bv. hoger dan B0 db).
Het accent zal liggen op de bovengrondse warmte-, koude- en persoonlijke heschermingsisolatie, daar
deze het meest gebruikt worden in procesinstallaties.
12.2 Doelstelling
onwverpen van lei-
De doelstelling is dat men voldoende kennis krijgt over isolatie en dat men tijdens het
informatie kan vin-
dingsystemen weet waar men rekening *"u *oui houden en waar men de benodigde
den.
volgende onderwerPen:
.
.
.
lsolatiematerialen
Beplating
lsolatíedikten
J
. Technische uitvoering
lsolatiematerialen
Algemeen
Steenwol
Steenwolvezels gesponnen uit gesmolten gesteente, samengesteld uit het vulkanisch
gesteente diabaas,
PF-schuim (resol)
pF-schuim is een isolatieplaatvan een niet (H)-CFK-houdend resolschuim aan boven- en onderzijde voor-
zien van een cachering.
UJ
Cursus Piping Design 1 12.3 TCC/Zadkine Contract
EIDINCEN
Glaswol.
Claswol wordt gemaakt door verhitting van (70/o) glasscherven en (30%) calciumcarbonaat, silicium-
dioxide en natriumcarbonaat. De vezels die door het productieproces onstaaan/ worden gebonden met
een bindmiddel. Na uitharding ontstaat de kenmerkende gele kleur. Claswol heeft langere vezels dan
steenwol. De mechanische eigenschappen van glaswol zijn: licht in gewicht, vormvast, flexibel, veer-
krachtig. Behalve voor warmte-isolatie wordt glaswol ook vaak toegepast vanwege de akoestische isola-
tiewerking.
Polyurethaan hardschuim
Platen van gecacheerd PUR-hardschuim ten behoeve van thermische isolatie voor de toepassing van
vloer-, wand- en dakconstructies, dan wel PUR-schuim uit spuitbussen voor de toepassing van kier- en
voegafdichtingen.
Cellulair glas
Thermische isolatie van cellulair glas is een alumino-silicaat product van speciale samenstelling zonder
'lO07o water- en waterdampdicht en
bind- of schuimmiddelen. Het is een volledig anorganisch product,
wordt aangeboden in ongecacheerde en gecacheerde platen en ongecacheerde schalen.
Geëxpandeerd Polystyreen (EPS)
Celvormig kunststof isolatiemateriaal dat vervaardigd is van korrels van expandeerbaar polystyreen dat
een overwegend gesloten celstructuur bezit, die geproduceerd kunnen worden tot platen, blokken of
vormstukken.
Ceëxtrudeerd polystyreenschuim (XPS)
Vlakke isolatieplaat met extrusiehuid en gesloten celstructuur. XPS kenmerkt zich door hoge druksterkte,
praktisch geen wateropname en blijvende isolatiewaarde, en wordt in verschillende kleuren en typen aan-
geboden (eventueel zonder huid)
Selectie
De temperatuur die wordt gebruikt in de isolatiespecificatie als basís voor de berekeningen is de 'opera'
ting temperafure'(werktemperatuur), welke men terug kan vinden in de process-leidinglijst.
Voor warmte-isolatie (> 20'C) worden de volgende materialen gebruikt:
. Minerale wol (bíj gebruik van dekens dient verstevigingsgaas van rvs. gebruikt te worden)
. Calcium Silicaat
. Foamglas
. PIR (voorgevormd)
. Armaflex (alleen voor binnen)
Voor koude-isolatie (< 20'C) worden de volgende materialen gebruik:
. PUR schuim (ter plekke gebruiken)
. PIR (voorgevormd)
. Foamglas
Opmerking:
Het gehele buitenoppervlak van het PIR/PUR moet van een dampremmende laag worden voorzien. Deze
laag bestaat uit een fabrieksmatig aangebrachte gemetalliseerde kunststoffolie. Deze laag mag niet
beschadigd worden door bevestigingsmaterialen (zelftappers!). Als beschermlaag moet een lamellende-
ken van 25 mm dik aangebracht worden. Als alternatief kan worden gekozen voor een verflaag, welke uit
tennrinste twee lagen moet bestaan.
Opmerkingen:
. Onder minerale wol wordt glaswol of steenwol verstaan
. Ceschuimd polyurethaan = PUR
. Ceschuimd polyisocyanuraat = PIR
. Ceschuimd glas = Foamglas
. Binddraden om isolatiesecties of segmenten op hun plaats te houden dienen van r'v.s. te zijn.
. Mattenhaken dienen van r.v.s. of aluminium te zijn (niet gegalvaniseerd)
. Op de thermische geleidbaarheid en dichtheid van het isolatiemateriaal wordt hier niet ver-
)
der in gegaan.
Beplating
Alle geTsoleerde leidingen en apparaten worden bekleed
met een metalen afwerking. Hiervoor wordt meestal voor
zowel binnen als buiten vlakke aluminium beplating
gebruiki.
I n geva I van brand gevaarl i j ke i nsta I lati es of Ch loor-leid í ngen
en apparaten moet Alu-Zn (Aluminium-Zink) of SS-304
(Stainless Steel 304) beplating rvorden toegepast'
Opmerkingen:
' Beplating rvordt door middel van r-v.s' of alu-
minium zelftappende schroeven bevestigd
" lndien bevestigingsband gebruikt rvordt, dient
dit van r.v.s. te zijrr gemaakt
. Snelsluitingen zijn niet toegestaan bij koude-
isolatie #Ë
EIOINGEN
i
-t
I
I
::
,::
I
I
lsolatiedikten
(lsolatiedikte-tabel voor warmte- en koude-isolatie is gekopieerd uit de Huntman specificatie MS-481)
oc
Amb 101 151 201 251 301 351
Diameter tot tot tot tot tot tot tot
100 150 200 250 300 350 400
lnch mm mm mm mm mm mm mm mm
1/^
21 40 40 50 50 60 60 70
% 27 40 40 50 50 60 70 70
1 33 40 40 60 60 70 70 80
1% 48 40 40 60 60 70 80 80
2 60 40 50 70 70 80 80 90
2v, 60 40 50 70 70 80 80 90
3 89 40 50 70 70 80 80 90
4 114 50 60 80 80 90 90 100
6 168 50 60 80 90 100 100 100
I 215 60 70 100 100 ',l00 110 110
10 273 60 70 100 100 110 120 '120
12 324 60 80 100 1't0 110 120 130 130
14 356 70 90 100 110 140 140
Koude-lsolatie (CC)
oC
Werktemperatuur
16 tot 4 0 -13 -19 -35 -47 -60 -74 -101
Diameter 5 tot tot tot tot tot tot tot tot tot
1 -12 -18 -34 -46 -59 -73 -100 -120
lnch mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm mm
1 34 30 30 30 40 40 40 40 40 50 60
1% 48 30 30 30 40 40 40 40 50 50 60
2 60 30 40 40 40 50 50 50 50 60 70
3 89 30 40 40 40 50 50 50 60 60 70
4 114 30 40 40 40 50 50 60 60 60 80
6 't 68 30 40 50 50 50 60 60 80 BO 90
I 219 30 40 50 50 60 60 80 90 90 90
10 273 30 40 50 50 60 60 80 90 90 100
12 324 30 40 50 50 60 60 80 90 100 110
14 356 30 40 50 50 60 60 80 90 100 1'10
16 406 30 40 50 50 60 60 80 90 100 110
18 457 30 40 50 50 60 BO BO 90 100 110
20 508 30 40 50 50 60 80 90 100 100 '120
24 610 30 40 50 50 BO 90 100 't
10 110 120
Technische uitvoering
Algemeen:
. Voor details van de technische uitvoering van isolatie en beplating, zie het ClNl Handboek
(Stichting lsolatie Nederlandse lndustrie). Dit boek is alleen van belang voor de installateur.
. Het is essentieel dat er geen water in de isolatie kan penetreren. (Vermindert de isolatiewaarde
o
en bevordert de corrosievorming van de leiding onder de isolatie).
. De beplating van alle geisoteerde objecten moet afwaterend en druipdicht worden uitgevoerd.
, Geisoieerde leidingen ãoor rnrr"n, scheidingswanden en vloeren moeten ononderbroken wor-
den uitgevoerd met een gelijkblijvende isolatiedikte.
. lnspectiãopeningen en naamplaten moeten zichtbaar en inspecteerbaar blijven.
. lnjien isolatie worclt aangebracht voorafgaande aan lektesten moeten alle lassen, flenzen en
schroefdraadverbindingen onbedekt blijven totdat het testen is uitgevoerd.
. Afsluiters en flenzen wãrden geisoleerd met dezelfde isolatiedikte als gebruikt is voor de aan-
grenzende leidingen. De isolãtie zal bevestigd worden in tweedelige boxen' Bij warme leidin-
geboord om te zorgen dat vloeistof uit
[en wordt een 6 mm gaatje in de onderzijde van de box
de box kan wegloPen.
. Voor de afwerking van expansiebalgen gelden dezelfde voorschriften als voor flenzen en afslui-
ters. Over de boJenzijde van het expansiegedeelte van de balg d¡ent een stalen mantel te wor-
den aangebracht, die voorkomt, dat het isolatiemateriaal de werking van de expansiebalg hin-
dert.
. Tussen de isolatie-afwerking en omringende vlakken (een andere leiding, staalwerk, enz) moet, ì
een minimumruimte van 25 mm gehandhaafd blijven. \¿
. Bij verticale leidingen moet het gewicht van de isolatie worden opgevangen door op de leiding
gàmonteerde ondersteuningsringen. Dit geldt voor leidingen > 14", langer dan 6 meter en met
éen isolatie dikte van >l OO mm. Leidingen met een hellingshoek tussen 45" en 90" moeten als
verticaal worden beschouwd.
. Als leidingen voorzien van stoom- of water-tracing metschalen geïsoleerd worden, dan moeten
overmaatie schalen r,vorden toegepast, waarvan de diameter gelijk is aan de diameter van lei-
ding en tracer.
' Vooi leidingen voorzien van elektrische tracing moeten schalen gebruikt worden, waarvan de
diameter gelijk is aan de leidingdiameter. Bij spiraalgervikkelde tracing >2 mm moeten over-
maatse schalen worden toegePast.
. Er dient voor gezorgd te worden dat contact vermeden wordt tussen ongelijksoortige materialen,
die galvanische corrosie kunnen veroorzaken-
. Indien van toepassing, moet oppervlaktebehandeling van de leidingen en apllaratuur uitgevoerd
worden volgens een specificatie voor schilderwerken. Dit valt buiten deze bespreking.
UJ
Kritische leidingen
Kritische leidingen zijn leidingen waarvan de temperatuur op elke locatie (b.v. bij pipe suppotts) constant
moet zijn. Koudebruggen (punten waar warmteverlies optreedt) moeten worden voorkomen. De installa-
tie van tracing en isolatie bij de supports moet dan ook nauwkeurig gebeuren.
Procedure:
a Aanbrengen onderste gedeelte van support
a Aanbrengen onderste helft van de aluminium beplating
a Aanbrengen onderste halve isolatieschaal (PlR)
a lnstalleren leiding
a lnstalleren van tracing-lint ter hooge van het support aan de bovenzijde van de leiding.
Overige tracing aanbrengen aan de onderzijde van de leiding.
a Aanbrengen benodigde uitsparingen in de bovenste halve isolatieschaal t.b.v. tracing lint
a Aanbrengen bovenste halve isolatieschaal
a Aanbrengen aluminium beplating
a Afmonteren support
Voor koude leidingen volgt men dezelfde procedure, maar in plaats van P|R-schalen gebruikt men ook
wel hardhouten schalen.
I
r0lNGEt'l
f
Schoenhoogten voor leidingen 1" en groter:
. lsolatiedikte tot en met 70 mm 100 mm hoog
. lsolatíedíkte van 75 mm tot en met 130 mm 150 mm hoog
. lsolatiedikte van 135 mm tot en met 170 mm 190 mm hoog
Leidingen van 3/q" en kleiner mogen met de isolatie direct steunen op de supports, om de isolatie te
(slede)
besche-rmen wordtter plaatsevan hetcontactpunteen 2 mm dikke, 120'gegalvaniseerde cradle
geplaatst.
Voor verdere details van supports voor geisoleerde leidingen wordt er verwezen naar de'Specificatie voor
Pijpondersteuningen'. Dit valt buiten deze bespreking.
Via een zogenaamde 'spacing tabel' kan men de leiding naast een andere leiding plaatsen, b.v. in een pij-
penbrug, of indi"n er geen tabel beschikbaar is houdt men het volgende principe aan:
Halve diameter van dÀ flens van de grootste leiding + 25 mm + halve diameter van de kleinste leiding.
lndien de leiding geïsoleerd is telt men de isolatiedikte er bij op.
lndien de leiding stoom- of water-traced is telt men er nogmaals 25 mm bij op-
Via een ,Recommended Maxímum Span Table' (max. overspanningtabel) kan men controleren wat de
maximale overspanning mag zijn voor een geïsoleerde leiding.
J
Cursus Piping Design 1 12.9 TCC/Zadkine Contract
l0lNGEt¡
LINE
SPACING
TABLE
r 50#
6ÄÀtbt(tNs
¡t OPf,?
ffI¿I ¿ 0['rarr. B
æ.
=
t-
I¡Lì¿
\rfç¡rs1
ßETAIt T
OVERZIIHT
Á qviP¡lfn¡
¡ irÉilfn:rs i:1tn;[ !ir;l¡]l
0Frt9(Nå C t\i! ttiAl íJ.lL4ì[S 4Ê:r,an
f !r!Ã ñnltRtarfN tN atsia(ilú, zf; liaxl¡Grvc¡Rlfirrilí! tN fp¡PÁtdf D lì.tf ;[rl :!ìL^:lii'íFill í[
i ir¡n'¿t¡ r,o¡soi^us woqotN tofiip¡lI, nttilI ñ!tr
'ri"i;hrirti
tt lPÁttn Etl !ÀqrríHÁ-¡te i a#il¡la¡l !!JL¡ ![j1l{ittl;
åtì"iìÃLiitnl o.¡.v ttt ¡i:tlçr¡¡r. vicvl¡nol¡û url Ätugr¿uÍ FtÂAl
Jl
Cursus Piping Design 1
'12.11 TCC/Zadkine Contract
ì I i"¡;
¡0lN E I
I
d
lnhoud
Pagina
13.1 lnleiding 2
2
13.3 Typen oPslagtanks
4
13.4 Afmetingen van oPslagtanks
7
13.6 Toebehoren oP oPslagtanks
13.9 Veiligheid 11
*)
u,)
Cursus Piping Design 1 13.1 fCClTadkine Contract
IDINCEN
13.1 lnleiding
ln dit lesonderdeel wordt inzicht gegeven in wat
er komt kijken om bovengrondse opslag te reali-
seren. ln dit hoofdstuk zal de aandacht gericht
zijn op tankfarms (tankenpark). Het is geenszins
de bedoeling dat men na het volgen van deze
samenvatting b.v. een complete tankfarm kan
ontwerpen. Daar zijn de hier behandelde ont-
werpen nog niet voldoende voor. De bedoeling is
wel dat men weet wat de plaats is van een tank-
farm in de engineering, en welke middelen nodig
zijn om tot de realisatie van een tankfarm te
komen.
De ligging van een tankfarnr moet dusdanig gekozen worden, dat aan- en afvoer op simpele wijze kan
geschieden. Bijvoorbeeld aan de waterkant voor scheepsbevoorrading of bij een overslagstation voor
tankauto's of tankwagons.
De tussenopslag van een proces- unit waar ook een bepaalde (kleinere) buffer nodig is, wordt in deze
beschouwing n iet behandeld.
Opmerking:
Om op het tankdak te komen is vanaf het toeloopbordes een beweegbare
trap gemonteerd i.v.m. de stand van het drijvende dak.
Opslagbollen.
a
Cebruikt voor onder druk opslag van o.a
- Propaan
- Butaan
- lsopentaan
J
Voor de bodem van opslagtanks kan, afhankelijk van de toepassing, geko-
zen worden voor.
- Vlakke bodem.
- Conisch naar boven.
- Conisch naar beneden.
UJ
Cursus Piping Design 1 13.3
IDIN6EN
- LPC
- lsopentaan
Voorbeeld
Nodig een totaal opslagvolume van 2000 m3. Men zou deze als volgt kunnen verdelen:
1 x 2000
De tank van 2000 m3 is rvel het goedkoopst, maar bij reparatie of storing
kan dit grote problemen geven. Bij brand of lekkage kan de gehele tankin-
houd verloren gaan.
Of 2 x 1000
Twee tanks van elk 1000 m3 zijn wat dat betreft al veel gunstiger,
Diameter en hoogte ,J
De afgebeelde tanks hebben dezelfde inhoud, aan welke geeft u de voorkeur?
Tank A heeft een kleine diameter en neemt dus weinig grondoppervlakte in'
Het totale gewicht wordt hier op een klein oppervlak overgebracht. Deze tank kan
dus alleenãp grond staan, die bestand is tegen die druk, zonder dat de tank ver-
zal<r.
Tank B met zijn grote diameter geeft maar een lage gronddruk en kan dus wel
op zacht (niet oiderheide) grond staan. Deze tank neemt echter wel veel
plaats in.
\--/-')i
uite¡
openðn
naar ricol
randschcrn
ranhpu r
å.
aarden çal
bcv¿naan¿ieht
d¿orsned¿ r!-¡1
Bovenstaand figuur geeft ons een indruk van de opbouw en de plaatsing van opslagtanks.
De opslagtanks slaan op een terp. Om een vlakke ondergrond te verkrijgen, wordt een zachte laag veen
of aarde verwijderd en daarna opgevuld met zand. Deze zandlaag wordt dan stevig aangestampt. De tank
komt daardoor iets hoger te staan. De terp wordt afgewerkt met tegels en teerzand. Vaak heeft de terp en
dus ook de tank een gering afschot naar het midden, waar een putje is gesitueerd, van waaruit de tank
gemakkelijk kan worden afgetapt.
De onderlinge afstand tussen tanks is in verband met toegankelijkheid en veiligheid, aihankelijk van de
hoeveelheid en de aard van het product in de tank, Brandgevaarlijke producten staan dus verder van
elkaar af dan ongevaarlijke producten.
ln het hoofdstuk "Regels voor tankfarmen" zal hier nader op worden ingegaan.
binnen
Een tank of een groep tanks, waarin licht brandbare producten zijn opgeslagen, staat opgesteld
if
een betonnen muur. Dit is om te voorkomen, dat bij een eventuele tankbreuk of brand
een aarden w¿
nodig,
de uitstroming van het (brandend) product over het fabrieksterrein verspreid wordt. Het is daartoe
dat de wal zo hoog is, dat de inhoud van alle (volle) tanks bij uitstroming binnen de tankput blijft.
Langs de tankput loopt afvoergoot, die normaal door middel van een snelafsluiter gesloten is. Alleen
de
bij ñet afvoeren van regenw"t"t of (niet brandend) product kan deze afsluiter door trekken aan een hef-
báom geopend worderi. De overtollige vloeistof zal dan naar het riool worden afgevoerd-
Het brandscherm staaïbij elke tankput langs de rijweg. Achter dit scherm zijn de afsluiters voor de brand-
waterleidingen gemonteerd' (Zie ook Brandpreventie).
Langs de buitenwand van elke opsla$ank is een trap aangebrachg waarlangs men het
dak kan bereiken.
Lan[s de rand van het clak is een raiÍng aangebracht, in overeenstemm¡ng met de veiligheidsvoorschrif-
ten.
Het dak is sterk genoeg om bediening- en onderhoudpersoneel zonder gevaar te dragen. Tankdaken
van
grote diameter zlin daartoe voorzien van een spantconstructie aan de binnenkant'
a-),
vah
.J
Poúpcn
trechler drainputj e
vuil schoon
riool
Voor normale þedrijfsvoering van een opslagtank is in de eerste plaats een stomp nodig, waaraan een
pompleiding voor då inlaatvân het product is aangesloten. De stomp is soms inwendig voorzien van een
enigszìns te mengen of te homogeniseren'
þ"bog"n "jet" om de tankinhoud tijdens het inpompen
moet wor-
Als een tank voor reparatie of onderhoud geheel geledigd moet worden of als er water afgetapt
clen, gebeurt dit meibehulp van de drainl of aftãpteiding, die in het afvoerputie uitkomt'
Buiten de tank
van het product in de draintrechter (funnel) \4/aarnemen'
kan men een afsluiter openen en het uitstromen
De aflopende vloeistof kan dan naar gelang van de aard naar het "Ò- ' " ---'
regenwater- (schoon) riool of naar he* ì-'
olie- (vuil) riool worden afgevoerd.
\) )
Stoomverwarming (of waterverwarming) door middel van een in serpentines gelegde leiding is soms nodig
om de tankinhoud te verwarmen, vloeibaar te houden of tegen bevriezing te beschermen.
Het inwendige van de tank wordt geïnspecteerd via het mangat, uitgevoerd met een scharnierbaar dek-
sel, dat met een knevel wordt vastgezet. Het mangat is voor de veiligheid voorzien van een wegneembaar
kruis.
Onder het mangat, aan de binnenkant van de opslagtanks, bevind zicht een katladder, waarlangs men vei-
lig de tankbodem kan bereiken. Ook onderin bevinden zich mangaten (niet weergegeven).
De ontluchting of vent is een voorziening tegen over- of onderdruk welke kan ontstaan tijdens vullen of
legen. Deze komt uítsluitend voor op tanks met vaste daken, waarin niet-vluchtige vloeistoffen worden
opgeslagen. Op tanks met drijvende danken of op geheel gesloten vaten (cilindrische of bolle) is een ont-
luchting niet mogelijk. ln plaats van een gebogen pijpje kan ook een recht pijpje met afdakje worden toe-
gepast. Er bestaan ook apparaten, die een te grote drukverhoging of -verlaging kunnen voorkomen, zon-
der dat de damp in de tank voortdurend in verbinding staat met de buitenlucht. (Zie "Veiligheid").
Uiteraard zit er aan de opslagtank nog een stomp waar de zuigleiding aan zit die naar de pomp(en) gaat.
Deze is hier niet weergegeven.
druk/vacuümmeÈer
n¡.[Link] ts luis
nofis te r-
-Õ
vl Õ
0
0 ther$o-
ûet€r
Q"/
0
Voor een goede bedrijfsvoering is het nodig, dat het bedieningspersoneel van elke tank, op elk gewenst
moment, op de hoogte is van enkele belangrijke gegevens, zijnde:
- De hoogte van het vloeistofniveau
- De temperatuur
- De druk
- De samenstelling
J}
13. 9 TCC/Zadkine Contract
Cursus Piping Design 1
IDII,¡GEN
Onder andere:
cPR 9-1 Vloeibare aardolie producten. Ondergrondse opslag in stalen tanks en afleveringsinstal-
latie voor motorbrandstof.
(< 80'000 m3)
CpR 9-2 Vloeibare aardolie producten. Bovengrondse opslag, kleine installaties
(> 80.000
CpR 9-3 Vloeibare aardolie producten. Bovengrondse opslag, grote installaties m3)
K3 producten
met het toestel
Bijvoorbeeld: K2 producten zijn brandbare vloeistoffen waarvan het vlampunÇ bepaald
uáRb"l-p"n.Ç bi; een drukvan 1 bar lager ligtdan 55'C, doch niet lager is dan 21'C'
de K2lK3 klatse een
Uit deze regels blijkt onder meer dat er, tussen de wanden van de opslagtanks in
2 meter van de rand
ruimte van minstens 3 meter moet zijn en dat de wand van de opslagtanks minstens
van de tankfarmwand af moet staan.
'13.9 Veiligheid
Er ziinuitgebreide voorzieningen nodig om veiligte kunnen werken en catastrofet, tt'';ltå:tå:îÏtJ
komen. Dit is geen overbodige luxe, gãzien de brandbare en soms explosieve inhoud
v
[Link] fabriek-
men daaraan toevoegt het feiî dat het-altijd om grote hoeveelheden Saat en een
veel mensen wer-
sterrein dicht opeengepakt staat nlet licht Lrandbare koolwaterstoffen en er bovendien
ken, is het duiielijk, dat de veiligheid in deze les een grote rol speelt.
Watersproei
Water is het goeclkoopste branclbestrijclingsmiddel. Water doet eigenlijk twee dingen:
- úet geefr afkoeling aan het m"teriarl, zoda|vuur uit de omgeving het niet kan verhitten.
- Het blust (nreestal) een bestaand vuur. Brandende koolwaterstoffen kunnen echter niet met
water worden geblust.
een tank of
Bij brandlrestrijcling geldt het bekende spreekwoord: beter voorkomen dan blussenl Wanneer
middelen
een ander apparaat in brand staat moet die brand door de bedrijfsbrandweer met
doelmatige
met water te besproei-
worclen gebíust. De dichtstbijzijnde tanks moeten dan worden gekoeld door deze
un rodo"nde nat te houclen- De hulpmiddelen hiertoe zijn op elke tank aanwezig'
"n
J]
Cursus Piping Design 1
"13.11 TCClZadkine Contract
ÉIDINOEN
Voorbeelden:
De tank met het vast conische dak.
brandgcherm
bríese11eídíng
af ap
Brieselen
Boven op het conische dak is een zogenaamde brieselbak gemonteerd. Dit is een open, verstelbare bak
met een gekartelde bovenrand, waarin men water voerÇ dat dan naar alle kanten gelijkmatíg overloopt.
Het water vloeit over het dak naar de rand, botst daar tegen de rondom lopende brieselkering en loopt als
een dunne waterfilm langs de tankwand omlaag. Zo wordt het gehele tankoppervlak met een waterlaag
bedekt. Deze laag moet erg dun zijn, want het moet snel verdampen. Voor dit verdampingsproces is
warmte nodig, die geleverd wordt door de stalen tankplaten en deze koelen dus zelf af.
De leiding, die het water naar de brieselbak voerf heet een brieselleiding. Deze kan bediend worden
vanaf een centraal punt achter een brandscherm, waar zij met water van het brandblussysteem gevoed
kan worden. Om bevriezing te voorkomen moet de leiding in de winter leeg zijn.
Op tanks met een drijvend dak is een brieselbak uiteraard niet mogelijk. Hiervoor is een ander koelwa-
tersysteem ontworpen, waarbij via een ringleiding en sproeiers water tegen de tankwand wordt gesproeid.
ringle iding
eprocíkop
Een systeem van ringleidingen om de tank, bestaande uit verschillende secties, is voorzien van sproei-
koppen (sprinklersysteem) om het gehele boloppervlak te kunnen besproeien'
Brandblusmiddelen
Bij opslagtanks met een vast conisch dak kan het brandende product in de tank op twee manieren geblust
worden.
A: Met "airfoam"(luchtschuim)
bruekplaat
nûár d€
rank
^{
gchuim-
kok¿r
lucht-
b¡:aud- t0evÕÉr
a
bs¿rdt¡ê€râutÕ
Þer sd¡uk i¡ ¡s mljf
bar
voól- ait-
foam
Dit is een schuimvormend middel dat in een bepaalde verhouding wordt Semengd met water/ waarna er
lucht wordt toegevoegd. Op deze man¡er wordt een hittebestendig, taai schuim Sevormd, waarmee men
het brandena oþpervtat met een flinke laag bedekt, zodat de zuurstoftoevoer wordt geblokkeerd.
ln geval van brand in een tank wordt door de brandweerauto druk gezet op de schuimtoevoerleiding. ln
de-schuimkoker wordt lucht aangezogen en hier ontstaat dus het schuim. Door de druk wordt een breek-
pfaat weggeblazen, waarna het schuim de dampruimte van de tank kan binnentreden. De breekplaat
moet voo"rlomen, dat de schuimtoevoerleiding vol met product komt te staan. Het aantal inlaten wordt
bepaald door de tankdiameter.
fr wordt ook wel gebruik gemaakt van een extra stomp op de zuigleiding, buiten de tankwal, waarop de
brandweerauto hei schuim, onder druk, de tank en de leiding in kan blazen (uiteraard kan clit alleen maar
wanneer deze aansluiting buiten de tankwal tussen de pomp en de opslagtank zit)
B: Met bluspoeder
-Þ
brandr¡eerauto
oersdruk 19
bar
poeder
Tanks, die bepaalde oplosmiddelen bevatten, waarop schuim minder effectief is, worden beschermd door
vaste poederaansluitingen, gecombineerd met waterkoeling van de tankwand. Vanaf een brandscherm
aan de weg kan vanuit een brandweerauto poeder in de tank geblazen worden. Het aantal inlaten wordt
bepaald dãor de tankdiameter. Ook hier zorgt het poeder voor afsluiting van lucht. Een in het inlaatstuk
gemonteerd breekplaatje voorkomt ook hier terugvloeien van het product in de leiding.
J}
Cursus Piping Design 1 1 3.13 TCC/Zadkine Contract
EIDINGEN
Druk- en vacuümbeveiliging \l
Allereerst de tank met een vast dak ea produkt wordeo lrarner door zonnestraling
dak.
Hoewel de dampruimte boven
danp probeert te ontwíjken
de vloeistof in open verbinding door nauwe píjp
staat met de buitenlucht (via het
ontluchtingspijpje boven op het danpruínte wordt kleiner
dak), is het toch mogelijk, dat er niveau stijgt
tijdens het normale bedrijf te
veel druk of vacuüm ontstaat.
Tiefiguur.
Overdruk tiidens biipompen en velÍtarmlng de zon.
Diversen
Men kan alle voorzorgen nemen om Srote drukverho-
gingen in de tank, brand en exposities te voorkomen. Er
zijn daarom nog uiterste maatregelen genomen om
explosie van een tank met een vast dak te voorkomen of
om de schade en het gevaar voor de omgeving zoveel
mogelijk te beperken.
Men maakt daarom het dak licht en bevestigt het met
een zwakke lasverbinding (scheurnaad) aan de tank-
wand. Bij een explosie zal het tankdak afscheuren,
maar de tankwand blijft intact.
De boltank
drukloze tanks,
Omdat de veiligheidsvoorzieningen hiervan op sommige punten afwijken van die van )
volgt hieronder een opsomming van de afwijkingen.
de tank, op de dampruimte, is een kort verdeelstuk aangebracht, waarop gemonteerd
zijn:
Bovenop
- Twee indentíeke, maar onafhan-
druk';[Link]
kelijk werkende veerveilighe-
den, die in geval van te hoge lårand.,'ei [Link]
JJ
Cursus Piping Design 1 1 3.15 TCC/Zadkine Contract
EIDINGEN
uler
I
íeolatiekaet
jetleíding
pers- of
.+
zuígt eíding draín
toooapiraal
draingat
- lndien ingraven van de putbodem noodzakelijk is, dient de diepte ten opzichte van het maaiveld
nrinimaal 30% van de dijkhooge te bedragen.
- Bij toepassing van een aarden r¡¡al als putdijk, moet de kruinbreedte minimaal 1 m zijn.
- De tankputten dienen bij voorkeur aan ten minste 2 zijden door goede, berijdbare \/egen te zijn
begrensd, in het kader van een ongeval of bij brand.
- De afstand tussen tank en omwalling of putwand moet mrn. 2 m bedragen
Situering van de tanks
De keuze van de juiste afstanden bij de situering van de verschillende objecten binnen een opslaginstal-
latie rryordt onder meer bepaald door de aard van de objecten en mogelijke wederzijdse beïnvloeding. De
volgende afstanden gelden veelal als minimumafstanden. Bij de vaststelling ervan is veelal geen rekening
gehouden met grote lekkages.
Tussen tanks welke KJ producten bevatten en tanks met Kl- of K2 producten moeten de afstanden Ín
acht worden genomen welke gelden voor tanks welke K|- of K2 producten bevatten.
-
aanwezig zijrr met een hoogte van max.0rS m.
De afstand van een willekeurige tank tot een K1-K2 tank in een naastgelegen put dient 15 m te
o
bedragen.
Erfscheidingen
Wanneer de tanks uitsluitend K2-K3 producten bevatten maB de afstand tot aan de erfscheiding
min. l S m bedragen. lndien de erfscheiding een openbaar water of openbare weg is, mag de afstand met
de helft van de bieedte van het water of weg worden verminderd met een maximale vermindering van 10
m.
lndien dit geldt, dan vervalt het volgende:
- De afstand tussen een K'l-K2 tank tot aan de erfscheiding dient mín, 25 m te bedragen. lndíen de
erfscheiding openbaar water of een openbare weg is, mag de afstand met de helft van de breedte
van het water of de weg worden verminderd met een maximale vermindering van 10 m.
- De afstand tussen leidingen in open tracés tot aan de erfscheiding dient mrn. 15 mte bedragen'
- De afstand tussen pompen tot aan de erfscheiding dient mín. 15 m te bedragen.
- De afstand tussen K1-K2 laad/losplaats tot aan de erfscheiding dient min. 15 m te bedragen.
Cebouwen
- De afstand van een K1-K2 tankput (binnenkruinlijn) en gebouwen (afhankelijk van de bestemming
J
en constructie) dient min. 15 rn te bedragen'
- De afstand van een K1-K2 laad/losplaats en gebouwen (afhankelijk van de bestemming en con-
structie) dient mín. 15 m te bedragen'
Laad/Losplaats
- De afstand van een K1-K2 tankput (binnenkruinlijn) en K1-K2 laad/losplaats dient min- 15 mle
bedragen.
- De afstand van een K1-K2 tankput (binnenkruinlijn) en K3 laad/losplaats dient mrn. 15 mle bedra-
gen.
Tankputten
- De afstand tussen 2l<1-K2 tankputten (binnenkruinlijn) dient min. 15 m te bedragen.
- De afstancJ tussen K1-K2 tank¡rut (binnenkruinlijn) en K3 producten dient min.10 mte bedragen.
- De afstand tussen beplanting van een K1-K2 tankput dient mín.15 m te bedragen.
JJ
Cursus Piping Design 1 13.17 TCClZadkine Contract
ol {
¿
T
a
4l
J
s
ã
tr4., VEltÌCHEI t)
lnhoud:
Pagina
14.1 lnleiding 2
14.2 Veiligheid 3
')
UJ
14.1 lnleiding
Veiligheid, ergonomie en brandpreventie kan men aantreffen op elke plaats waar werkzaamheden wor-
den uitgevoerd, maar ook thuis. ln dit hoofdstuk wordt dit onderwerp beperkt tot die aspecten die nodig
zijn voor het ontwerpen van leidingsystemen en plotontwikkeling.
Veiligheid en ergonomie hebben veel raakvlakken. Het onderscheid dat we in deze les maken is de vol-
gende.
Veíligheíd heeft betrekking op het voorkomen van direct [etsel en ergonomie heeft betrekkíng op het
voorkomen van letsel, dat kan ontstaan door langduríge te zware en/ of repeterende werkzaamheden.
14.2 Veiligheid
De veiligheidsaspecten waaraan men moet voldoen tijdens de werkzaamheden op de plant, bijvoorbeeld
het inmeten van nieuwe leidingsystemen in een bestaande plan! worden behandeld in de VCA trainin-
gen.
Volgens de definitie, gegeven in de inleiding, blijkt dat veiligheid te maken heeft met het voorkomen van
ongelukken. Dit houdt voor de pipingdesigner in dat men onveilige werksituaties moet zien te voorko-
men. Een aantal van deze situaties wordt behandeld.
Safe location
Als op een P&lD een veiligheidsventiel is aangegeven kan men bij het open einde de opmerkirrg "to safe
location" aantreffen. Hiermee wordt bedoeld dat het einde van de uitlaatleiding2,5 meter boven de bor-
dessen, welke binnen een radius van 7,5 meter vallen, nloet worden geplaatst.
,t+
Doorloophoogten
Een veilige doãrloophooge is 21OOmm vanaf de vloer tot het obstakel. Bedenk
wel als men leidingen ontwerpt dat onder een leiding een schoen kan komen en
nog een stalen bal[. Dus de onderkant van de leiding is de dike van de balk plus
de hoogte van de schoen. Dit l¡jkt kinderlijk eenvoudig, maar vaak ligt de leiding
op 2100mm en stoot men het hoofd tegen de stalen balk.
Radioactieve bronnen
Er zijn niveaumetingen, die gebruik maken van een radioactieve bron. Waarschuwingsborden moeten het
personeel direct duidelijkheid geven over de aanwezigheid van de radioactieve bron.
Het desbetreffende meetinstrument moet ook snel toegankelijk zijn voor het onderhoudspersoneel, omdat
in geval van brand, de radioactieve bron snel moet kunnen worden verwijderd en in een speciale kluis
moet kunnen worden opgeborgen.
Aflezen van instrumenten
Om de processen in de installatie visueel te kunnen controlererr, worden instrumenten geplaatsf die door
de operator moeten l<unnen worden afgelezen. Dit zijn voornamelijk meetinstrumenten voor druk, tem-
peratuur, niveau en stroming. Om deze nreetinstrumenten af te kunnen lezen moeten deze voor de ope-
rator goed toegankelijk zijn en moet men zich niet in allerlei bochten hoeven te wringen om de gegevens
af te kunnen lezen. De instrumenten moeten goed leesbaar zijn vanaf de grond, het bordes en de ladder.
Voorkom situaties waarbij de operator over de handrailing moet gaan hangen.
Bleeders tussen blokafsluiters
Als een installatie buiten bedrijf wordt gesteld voor onderhoudswerkzaamheden, worden de afsluiters tus-
sen de installatie en de hoofdleidingen díchtgedraaid, waarna de installatie van druk wordt gebracht en
wordtgespoeld. Bij bepaalde services als stoom, gas en andere gevaarlijke stoffen wil men zeker weten
of de blokafsluiter 100% afdicht. Men plaatst in die gevallen een tweede blokafsluiter en tussen de twee
afsluiters wordt een bleederopbouw geplaatst, Dit is in het algemeen eenzelfde opbouw als een drain of
een vent volgens de pipespec. Men sluit beide blokafsluiters en draait de bleeder-valve open. Als er geen
medium uit de bleeder-valve komt weet men zeker dat de blokafsluiter dicht is en er veilig achter de
afsluíters gewerkt kan worden, Plaats de uitlaat van de bleeder-valve zodanig dat het medium nooit in de
ríchting van de operator wordt geblazen.
Afstanden ladders trappenhuizen
Kooiladders:
ln de naamgeving schuilt al een stukje veiligheid. Als men een gewone ladder beklimt, kan men achter-
overslaan en naar beneden vallen. Door een kooiconstructie aan de klimzijde van de ladder aan te bren-
gen komt men na het achteroverslaan, met wat geluk, klem te zitten tussen de ladder en de kooicon-
structie. Bij een kooiladder begint de kooiconstructie op ongeveer 2500mm vanaf het vloeroppervlak
waar de ladder op staät. Als een kooiladder van een bordes start,
welke zich boven de begane vloer bevindt, wordt, als extra vei-
ligheidsmaatregel, de handrailing in directe omgeving van de
kooiladder verlengt naar de kooi. Hierdoor voorkomt men dat bij
een val in het niet omkooide gedeelte de persoon niet uit de trap
over de handrailing kan vallen.
De sporten van de kooiladder verdienen ook de nodige aan-
dacht. De voeten steken namelijk over de stangen van de ladder,
dus dient men voldoende ruimte tussen de ladder en het obsta-
kel te hebben zodat de voet probleemloos op de stang kan wor-
den gezet. Een afstand van 200mm tussen het hart van de stang
en het obstakel is rninimaal.
De bovenkarrt van de kooiladder kan ook een gevaarlijke situatie
opleveren. Als men vanaf de bovenzijde de kooiladder betreedt,
zijn er twee mogelijkheden van instappen: de voorkant (front-
step) of de zijkant (sidestep). Het betreden vanaf de zijkant heeft
de voorkeur. Men stapt dan zijwaarts op de ladder. Bij het betre-
den vanaf de voorkant stapt men achterwaarts het gat in. Wel
dient men in beide situaties de opening van de kooi af te sluiten
nret een ketting, een zelfsluitende opklapbare handrailing of een
andere tijdelijke afsluitirrg. Een kettirrg heeft het gevaar dat nren
de toegang niet afsluit. Een zelfsluitende handrailing is zwaar en onprettig in het gebruik. Beter zijn de
kunststofafsluitingen. Deze ziin licht, gemakkelijk te openen en zelfsluitend'
ln putten, welke van beton zijn gemaakt of metalen vaten, worden in plaats van ladders soms klimijzers
toegepast. Dit zijn traptreden welke uit staafmateriaal van rond 25 mm worden gebogen en direct in het
betón worden gestort of direct aan de wand van het vat worden gelast. Om te voorkomen dat de voeten
van de trede gli¡den, wordt een verticaal stuk van 100mm aan het uiteinde van de trede gebogen'
Bij trappen moet men ook met een aantal veiligheidsaspecten rekening houden' Wat voor vloeren geldt
is ook in grote mate van toepassing op het oppervlak van de traptreden. Tenzij de trap geheel uit beton is
vervaardigd heeft men ook hier de keuze uit rooster en tranenplaat. ln de procesindustrie heeft het roos-
tertype dJvoorkeur. De kans op uitglijden is bij een rooster minimaal. Bij traptreden welke uit tranenplaat
zijn gemaakt, kan sneeuw zich gaan ophopen en de treden glad maken. Uzel en hagel geven dezelfde
problemen.
Een trap dient aan beide zijden een handrailing te hebben om
zijdelings vallen te voorkomen. Let erop dat er aan de buiten-
kant van de handrailing nog 75 mm vrije ruimte moet zijn. Dit
om te voorkomen dat de handen klem komen te zitten tussen
handrailing en obstakel.
I
De hoek die de trap met de vloer maakt ligt bijvoorkeur tus-
sen de 4O en 45 graden. De hoogte die met een trap maxi-
maal kan worden overbrugd is 4000mm. Hierna dient er een
tussenbordes van 1OOOmm lang geplaatst te worclen. Dit tus-
senbordes heeft als doel een persoon die van de trap rolt te
stoppen.
Trappen worden vaak gecombineerd in een trappenhuis. Om
veiligheidsredenen kan dit trappenhuis onafhankelijk van de
staalconstructie worden opgesteld en van een brandwerende
afscherming worden voorzien.
Bij een tra¡r spreekt men ook van de aantrede en de optrede. De aantrede is de horizontale rnaat tussen
dé voorzijde van twee opeenvolgende treden. De optrede is de verticale maat tussen twee opeenvolgen-
de treden. Bij een trap moet over de gehele lengte het aantal aantreden gelijk zijn aan het aantal optre-
den. Bij ongelijkheid van het aantal is het struikelgevaar Sroot'
Bordesafmeting. ì"
Bordessen worden toegepast voor onderhoud en operationele doeleinden van de installatie' Voor de vol- I)
gende onderdelen zijn bordessen nodig:
. Regelkleppen
. On-off-valves
. Veiligheidskleppen
' BatterY limit-valves
. Afsluiters 4" en groter wetke tijdens het proces regelmatig worden bediend
' Spectacle blinds welke tijdens het proces regelmatig worden gedraaid
. Mangaten
. Flowmeters, orifice-type uitgezonderd
. Monsterafnamepunten
' Verbindingen tussen individuele bordessen
Vanuit het oogpunt van veiligheid ziet men dat er op de bordessen niet alleen gelopen kan worden, maar
dat er ook gewerkt kan worden. Men zal de grootte van het bordes aan nroeten passen aan de werk-
zaamheden die op het bordes verricht worden. Tevens moet de pipingdesigner goed communiceren met
de staalafdeling als er op het bordes extra gewicht komt in verband met onderhoudswerkzaamheden.
De minimale bordesbreedte is B00mnr. Hierbij dient de extra breedte voor onderhoud te worden opge- )ì
\ -'/ 'i
teld.
De panelen kunnen ook als een vast gemonteerde plaat worden uitgevoerd. De plaat is zodanig berekend
en vormgegeven dat hij bij het overschrijden van de veiligheidsdruk openscheurt.
Hetzelfde principe als een breekplaat
(rupture disc). Uit de opening die dan
ontstaat ontsnapt het exploderende gas.
Men dient ook deze panelen of platen
te plaatsen op plaatsen waar geen men-
sen kunnen komen.
Men treft ook explosiepanelen aan bij
magazijnen en behuízingen van com-
pressoren. Men dient er ook hier zorg
voor te dragen dat de wegklaPPende
panelen geen gevaar voor de aanwezíge mensen opleveren
lnterlocksysteem
ln een procesinstallatie zijn er afsluiters die alleen met goedkeuring van de controlekamer mogen wor-
(Carseal) of een
den geåpend of gesloten. Deze afsluiters worden voorzien van een ketting met hangslot
speciaal blokkeersysteem.
Bij de speciale interlocksystemen Sleutel
plaatst men een slot oP de sPin-
del van de afsluiter. De sleutel I
kan alleen in de open of de
gesloten positie verwijderd wor-
den. Deze stand moet bij de -varr€sõcærdrnsroErvÉsrze
den opgegeven.
u
rsus Piping Design,l: 14.7 TCClZadkine Contract
I
i IDINGEN
':
Hier zien we twee veiligheidsventielen welke eenzelfde drukhoudend deel beveiligen. Het veiligheids-
ventiel PSV-2 is reserve voor PSV-1. Als PSV-1 voor onderhoud ''':'r::'ìr,r*ii:':ì
moet worden uitgebouwd, moet PSV-2 de functie overnemen.
Men wil bij het overschakelen zeker weten dat het drukhouden-
de deel beveiligd blijft,
BlokafsluitersYl,V2&Y4 zijn LOCKED OPEN (1.O.)
BlokafsluiterV3 is LOCKED CLOSED (1.C.)
. V3 is nu LOCKED OPEN.
. Sleutel C gaat nu naarV2.
. V2 kan worden dicht gedraaid.
. Sleutel B wordt uitV2 gehaald.
. V2 is LOCKED CLOSE.
. Sleutel B is vrij en gaat naarVl.
. V1 kan worden dicht gedraaid.
. Sleutel A is vrij.
. V1 is LOCKED CLOSE.
. Sleutel A wordt ingelevercl in de con-
trolekamer.
Brandschermen.
Bij een tankenpark zien men tussen de
tank en de brandweeraansluitingen een
brandscherm staan. Dit brandscherm
heeft tot doel de mensen en het mate-
rieel tijdens een brand tegen de hitte te
beschermen.
:\þ
J}
Cursus Pi¡ring Design 1 14.9 TCC/Zadkine Contract
t
,¡
J
I
å
X5,., ERGQNOIVTtrE
I
j
î
lnhoud
Pagina
15.1 Ergonomie 2
15.3 Bedieningshogte 5
15.5 Traphoogtes 7
15.6 Geluidsbescherming 7
u)
Cursus Piping Design 1 15,1 TCC/Zadkine Contract
ÊIOINGEN
15.'l Ergonomie
ln het hoofdstuk veíligheid is de definitie van ergonomie gesteld als: heeft betrekking op het voorkomen
van letsel bij langdurige en repeterende werkzaamheden.
Ergonomie richt zich dus op mensgericht onwverpen of verbeteren van de fysieke werkomstandigheden.
Men spreekt hier niet over werkomstandigheden die direct gevaar opleveren, maar over repeterende en
te veel lichamelijk belastende werkzaamheden.
Ergonomie kan men als volgt definiëren:
In het vakgebied van de ergonomie wordt ernaar gestreefd om, op hasìs van de kennis omtrent de ana-
tomíe, psychologÍe en fysíologÍe van de mens, zowel machine en gereedschap als taken en functîes, als-
mede de dìrecte werkomgevÍng op de mens af te stemmen. AIs doel hierbij staat voorop het geestelijke
en líchamelijke welzíjn van de mens waardoor een gunstig arbeidsresultaat wordt verkregen.
Het ontwerpen van handzaam gereedschap, werkhoogte, zithoogte en fysieke belasting maken deel uit
van ergonomie. ln dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op de toepassing van de ergonomie.
J¿*rû¿
¡z#
FRIMARY
l-,t{ltt'á}ïgÊg
þ sreru,ur+o rcru(:Hig HetçÈrr ?2{¡ Ê3É i*5 ffi ült æâ Y28 gs5
'J
Cursus Piping Design 1 15. 3 TCC/Zadkine Contract
IDIN6EN r
I
f
å
Ê
E
r ç90üÂr(
*
.F
Als men de afmetingen heeft bekeken en deze in het ontr¡¡erp heeft ingebrach¡ kan men de bedienings-
hoogen gaan bekijken.
15.3 Bedieningshoogte
Voor de designer is het belangrijk dat men weet hoe vaak een afsluiter bediend wordt' Voor een goed
ergonomisch design moet de process-engineer op het P&lD aangeven welke afsluiters vaak worden
bediend. Afsluiters, welke niet vaak bediend worden kan men wat minder ergonomisch plaatsen dan de
afsluiters welke dagelijks bediend worden.
v[tï't]cÂt,. slfhd
-fu#"ir¡
ry:* --Gîi=l:
terç¡rl {
rlat#fr-€ I I J
t* (qir.i*
\t1
t¡9
t"-S.4
14, -{ åti{ã.jî
1ð4ß :J
1Ðe
'&&:
tt*::
,r*.
1,\t
*-i¡rg I:¿'¡n
r't*ti^
iþß1q
-* " '*$fs*rcü frl*¡*{-"
----tiF
.
¿rr:
*t*
TA{tr.{
.,-:l¿( -
,4;!$iq:î:. ¡1*,
í ,il{;r
*1t1,.
un
**ú
f:{iü
4R
" Filters.
n Pompen.
.
Reactoren, waarbij met de lrand een product wordt toegevoegd.
o
Roerwerken.
Als men naar figuur 2 kijkt ziet men dat per positie een maximaal tilgewicht rvordt gegeven. Dit houdt in
dat men het te tillen gewicht op de juiste hoogte moet plaatsen.
Als rnen een filter trekt moet rnen erop letten dat het gewicht in het plaatje valt en men in gebogen nou,._JJ
ding niet te zwaar tilt.
Een pomp moet vaak voor onderhoudsdoeleinden van de plaats worden gehaald.
Als men de pomp op een dusdanige hoogte plaats! dat men er met een rechte rug aan kan werken, heeft
men een juiste ergonomische opstelling verkregen.
Vroeger werclen de pompen op een betonopstorting van 150mm hoogte geplaatst. De laatste jaren is deze
hoogte, afhankelijk van het type en de grootte, voor ergonomische hoogte naar 700mm gegaan.
Men dient er tevens op te letten dat de pomp, met de op het terrein aanwezige hijswerktuigen, van zijn
plaats moet kunnen worden gehesen.
Roerwerken op reactoren en tanks moeten zodanig worden geplaatst dat de roerwerken gemakkelijk kun-
nen worden gemonteerd en gedemonteerd. De flensverbinding moet ergonomisch toegankelijk zijn voor
steeksleutels of ringsleutels. De motor en het roerwerk moeten met een hijsvoorziening eenvoudig weg-
gehaald kunnen worden.
15.5 Traphoogtes
ln de les veiligheid hebben we al uitgebreid stilgestaan bij de veiligheidsaspecten rondom ladder en trap-
pen. We gaan nu de ladder en trappen vanuit de ergonomie bekijken.
De ergonomie houdt zich buiten de menselijke afmetingen ook bezig met de maximale inspanning van
de mensen.
Als men thuis een trap oploopt, ervaart men dat dit, ondanks het geringe hoogteverschil, inspannend is.
De ademhaling en de hartslag stijgen bij het traplopen.
Als men dan ook nog de wekelijkse boodschappen moet dragen is die extra inspanning direct voelbaar.
Een extra inspanning is ook merkbaar als de helling van de trap steiler wordt. Het belopen van een trap
kost ongeveer 7 maal meer inspanning dan gewoon lopen.
ln een procesinstallatie zijn veel trappen en ladders aanwezig. De mensen die in de installatie r¡¡erkzaam
)
zijn lopen veel trappen. En om de vermoeidheid bínnen het redelijke te houden moet de traphelling niet
te steil zijn en moet de optrede niet te hoog zijn. Een trap met een hellingshoek van 40 tot 45 graden met
het horizontale vlak en een optrede van 175 tot 200 mm wordt als optimaal beschouwd.
Het beklimmen van een ladder is nog inspannender dan een trap. Daarom moet een kooiladder om de 9
meter met een tussenbordes uitgevoerd worden om te kunnen herstellen van de inspanning tijdens het
klimmen.
Het bovenstaande maakt duidelijk dat de onderdelen van een procesinstallatie, die vaak gecontroleerd
moeten worden, met een trap bereikbaar moeten zijn. Een kooiladder past men toe voor onderdelen die
mínder frequent worden bekeken.
1 5.6 Geluidsbescherming
De Arbo-wet geeft een geluidsdruk van 85 dBa als maximaal aanvaardbaar aan. Hoewel dit een aan-
vaardbaar maximum is, is het werken onder deze omstandigheden niet
prettíg. ln de ergonomie heeft men onderzocht dat geluid een psychische
belasting geeft. Denk hierbij aan een operator die zijn geclachte bij het
werk moet houden. Als er een constant hoge geluidsdruk is zal dit zijn
heldere gedachtegang negatief beïnvloeden.
j
De pipingdesigner heeft niet veel invloed op de geluidsproductie. De
machines worden door een andere afdeling ingekocht. Vraag wel in een
vroeg stadium of er een geluidsomkasting om de machine wordt geplaatst.
Hoge stromingssnelheden in leidingwerk kan ook geluidsoverlast geven.
Deze snelheden worden door de procesaídeling bepaald, dus op het ont-
staan lreeft de pipingdesigner geen invloed. De toepassing van geluidsiso- Figuur 6 Silencing Orifice
latie wordt rvel voorgeschreven.
Regelkleppen met een hoge drukval geven ook veel geluid. Dit geluid kan worden gereduceerd door een
Silencing Orifice achter de regelklep of door geluidsisolatie om het leidingwerk achter en voor de regel-
klep.
J
Cursus Piping Design 1 15.7 TCC/Zadkine Contract
_. .",*' Y:.,.^
Ë
INGEN f
s
i
tf
tr6" BRANE}PREVENTtrE
lnhoud
Pagina
16.1 lnleiding 2
Çi
Cursus Piping Design 1 'i.6.1 lCC/Tadkine Contract
IDINGEN
16.1 lnleiding
Ijdens het ontwikkelen van een plotplan en het ontwerpen van een leidingsysteem moet rekening wor-
den gehouden met brandpreventie en het bestrijden van een eventuele brand. Aangezien we in proces-
installaties vaak te maken hebben met brandbare, explosieve en giftige producten is het van belang dat
er veel aandacht wordt besteed aan brandpreventie.
Êr zijn richtlijnen welke criteria bevatten voor plaatsing, uitvoering, onderhoud en testen van brandpre-
ventieve middelen. Deze richtlijnen kunnen opgesteld zijn door de plaatselijke autoriteiten, de lokale
brandweer of ze liggen vast in algemene landelijke richtlijnen zoals in Nederland de CPR (Commissie
Preventie van Rampen). lnternationaal wordt vaak gebruik gemaakt van de Amerikaanse richtlijnen, de
NFPA (National Fire Protection Association).
Brandpreventie kan worden onderverdeeld in actieve en passieve brandveíligheid. Onder actieve brand-
veiligheid verstaan we een systeem, zoals bijvoorbeeld een sprinklersysteem, dat geactiveerd wordt in
geval van een calamiteit. Bij passieve brandveiligheid moet men denken aan bijvoorbeeld fireproofing of
aan vluchtwegen.
ln dit hoofdstuk zullen we hoofdzakelijk aandacht besteden aan brandpreventie gerelateerd aan plant
design.
j
.,
Brandvertragende materialen
warmtewisselaars en
Fireproofing wordt aangebracht om apparaten zoals bijvoorbeeld vaten, torens,
staalconstructies voor eä bepaald" p"riãd" te beschermen tegen cle hitte die ontstaat tijdens een brand'
clat de staalconstructie verzwakt, waardoor er instortingsgevaar dreigt'
Het
Deze hitte kan ervoouorg"n
geeft de procesoperator eitra tijd om het proces te beinvloeden en de brandweer
krijgt de tijd om de
waarop een laagje beton
branc{ meester te worden. De fireproofing zelf bestaat meestal uit een gaas
gesmeerd wordt van ongeveer 5 cm dik.
panelen'
Andere middelen die vJ-tragend kunnen werken zijn onder andere verf, isolatie en
Elektriciteit
Bij een procesinstaltatie is het van belang dat er geen te hoge temperatuur en geen vonk
ontstaat door
elektriciteit. Die een brandgevaarlijke stoÍ of mengsel tot ontbranding of ontploffing brengen'
Een pro- D
cesinstallatie moet bescherrd *orá"n tegen drie vormen van elektriciteit nanrelijk;
. Statischeelektriciteit.
. Blikseminslag.
. Elektriciteit afkomstig van het net.
Statísche elektriciteit kan onder andere ontstaan door wrijvin g veroorzaakt door productstromen in het
tussen twee geì'so-
leidingsysteem. Aangezien er vonkvorming kan ontstaan door het potentiaalverschil
beschermd worden' Om statische
leerde-óppervlaktesís hetvan groot belarig dat installaties daartegen
door middel van meta-
elektriciieìt op te heffen wordt ãlles, wat elãktrisch geleid, aan etkaar gekoppeld
er een heel net-
len geleiders, zodat er geen potentiaalverschil op kãn treden' Op deze manier ontstaat
leidingen en
werk door de hele instãllatie met aanslu¡tingen op bijvoorbeeld vaten, warmtewisselaars,
staalconstructies.
Ditzelfde netwerk wordt ook gebruikt om elektriciteit af te voeren, dat veroorzaakt wordt
door blikse-
minslag en door kortsluiting in het elektriciteitsnet'
zoals bijvoorbeeld
Een blfkseminslag wordt ,ît"ind"li;k afgevoerd door middel van een aardelektrode
pennen in de grond.
,)
Firewalls
Er kunnen namelijk
Firewalls worden vaak gebruikt om hete pompen fysiek van elkaar te scheiden'
kan het hete pro-
gevaarlijke situaties ontrir"n als bijvoorbeuid d" seal van een pomp kapot gaat' Daarbij
Door middel van firewalls zal de
ãuct roÁdvliegen en in sommige fevallen zelfs spontaan ontbranden.
naar een andere ruimte vermin-
gevaarlijke sit-uatie lokaal blijvãn ãn .al de kans dat een brand overslaat
deren.
LPC gasbollen (spheres)
Firewalls komen onder andere ook voor om een afscheiding te verkrijgen tussen
lekkage over het
en de pompen die de LPC verpompen. LPC is zwaarder clan lucht en zal zich na een
geplaatst, zodat het
ulo"roþp"rulak verplaatsen. Om díe reden wordt er een muur als fysieke afscheiding
gas zo min mogelijk de kans krijgt zich te verspreiden.
Bundwalls
tanks op moeten kun-
Burrdrvalls zijn vloeistofdichte dijken of muren die de inhouci van één of meerdere
dat het (brand)gevaar
nen vangen. in het geval van u"Á l"kk"g" zal defysieke afscheiding ervoor zorBen
lokaal blijft.
In het hoofdstuk "tankenpark" staat een uitgebreide omschrijving over de voorzieningen
die nodig zijn ,,
om de (brand)veiligheid te kunnen waarborgen \)-)
Veiligheid in gebouwen
Er zijn verschillende manieren om gebouwen te beveiligen tegen calamiteiten .Zo zullen gebouwen waar-
in gasophoping kan ontstaan zoals compressor- en pomphuizen moeten worden voorzien van een goede
ventilatie om eventuele gassen gelijk af te voeren naar de buitenlucht. Bij een open compressor- of pomp-
huis, waarbij de onderkant van het gebouw open is, zullen louvres in de nok van het gebouw voldoende
zijn voor een goede ventilatie. Bij gesloten compressor- en pomphuizen worden in de regel ventilatoren
geplaatst op het dak.
Sommige gebouwen worclen voorzien van explosionwalls. Deze muren worden zodanig geconstrueerd
dat ze in staat zijn om drukgolven, die ontstaan tijdens explosies, op te vangen zonder dat het gebouw
instort. Cebouwen die in aanmerking komen voor explosionwalls bevinden zich vlak bij de procesinstal-
laties zoals bijvoorbeeld de controle kamer.
Het is ook gebruikelijk om gesloten ruimtes zoals bijvoorbeeld een control- of analyserbuilding, die zich
in de nabijheid van procesinstallaties te voorzien van een lichte overdruk (pressurrised building). Deze
overdruk zorgt ervoor dat eventueel vrijkomende gassen uit de procesinstallaties niet de mogelijkheid krij-
gen het gebouw binnen te dríngen. Om zo'n gebouw te betreden moet men vaak door een dubbele deur
(luchtsluis).
Bluswater netwerk
Water wel of niet gecombineerd met schuim is het meest gebruikte medium tijdens het bestrijden
brand. Water wordt ook gebruikt om installaties te koelen, zodat materialen niet verzwakken
warmteafg¡fte van een brà'nd. Op elke plant is een netwerk van bluswatersystemen vereist.
Dit
van een
door de
kunnen
o
netwerken zijn
ondergroñdse- en bovengrondse- systemen, of een combinatie daarvan zijn' Voor deze
richtlilnen opgezet die via de overheid of via plant standaards wordt aangegeven'
Het ondergrtiAr" netwerk bestaat meestal uit een 'nat' systeem. Dit betekent dat het systeem gevuld
is
en op dru[ gehouden wordt. Om onderhoudstechnische redenen wordt de ring voorzien van hoofdaf-
sluitårs die eãn bepaald gedeelte kunnen isoleren. Deze afsluiters bevinden zich dus ook ondergronds
en
zijn bedienbu", ui" een"verlengd handwiel. Deze afsluiters noemt men ook wel 'Post lndicator Valves'
(plv,s). Op het netwerk staan dã hydranten en monitors aangesloten. Wil men een koppeling maken met
zodra een alarm
een boueÅgrondssysteem dan wordt dat gedaan via een automatische afsluiter die opent
het systeem geact¡veerd heeft. Deze afsluiters noemt men ook wel 'deluge-valves'. Deze deluge-valves
bev¡nden zici vaak in een deluge-house en staan in de buurt van de te beschermen area. Achter
deze
deluge-valves zijn vaak droge systemen geÏnstalleerd, zoals sprinklersystemen of waterschermen. De
drogã systemen worden veelãl uitgevoerd in gegalvaniseerd leidingwerk. Dit leidingwerk wordt in pipes-
pooi, gäluu"rd en in de plant in eikaar geschroefd of geflenst omdat er niet aan mag worden gelast.
Ñ" brancl of na het testen, waarbij het droge systeem in gebruik is geweest, is het van belang dat het
""ñ
systeem weer leegloopt. Het is dan ook gebruikelijk dat het leidingwerk onder afschot
loopt in de rich-
ting van de deluge-valve zodat het restwater afgetapt kan worden' .)
' It
I
,l I
.l
't.
L
.tf; :
I
il t;
'It: I 1,
I t
t. I
I t:
t T.
L I
t t'
I f
..t I
I 1
I I
t. t.
I
I
i t.
J. .t..
lJtlilïes
0,m
ã-
Ycrksbops åôrt'
¡bc*s
[Link]¡ebotls¿s
fhte
¿---?
H
Plonl/roiì
Flod/octes
fød
ud
IC fiüs¡ing çûnnËJlo¡ (typîcol)
pH Fire volr punpslolion (See oppod¡ 2)
o
H fì¡r r'olir fm SI fìir vqfe slorogr lon(s)
* holoüon roL.e f nre fvjhling'lroining grouftd
H l+idrørls J Jdly. ser opp€ndir 4
FFEI Procs u.ñ
þ Ëired mmìlo¡
I Cor,'l'd room gh slotio¡ ì1.8. llo. ol 'æht'm whæ to be
oo Sløo9r lools r Èodml pumpslolion delømined on scde ûcungs,
Hydranten en monitoren
Een hydrant is een aansluiting voor brandslangen. Deze kan enkelvoudig of meervoudig uitgevoerd zijn.
Tijdens de plotontrvikkeling wordt er een netwerk van hydranten opgezet rondom b_randgevaarlijke pro-
.ér-ur"ur. Òit neWverk wordt vaak gecombineerd met monitoren (vaste, draaibare bluswaterpunten) en
zijn gekoppeld aan een ondergronds ringleidingsysteem.
Het ðntwerp van de ringleidingen valt vaak onder de verantwoording van piping-clesign en kennis van
brandpreventie is dus vereist.
Enkele zaken die men moet weten:
. De onderlinge afstand van de hydranten.
. Het ontwerp van de aansluiting ondergronds.
. Aansluiting van eventuele schuimblusleidingen'
Hydrant
.J
Monitoren
U]
Cursus Piping Design 1 16.7 TCClZadkine Contract
-. *- 1"....
i
DINOEN
Stoom
Soms is het nodig om stoom te gebruiken om een brand te kunnen blussen of smoren. De meest voorko-
mende toepassingen worden hier behandeld.
r Stoomring of stoomlans
Een stoomring of stoomlans wordt meestal gebruikt om brandjes te smoren zodat het productiepro-
ces gecontroleerd stilgelegd kan worden. Deze brandjes ontstaan door een lekkage tussen flensver-
bindingen in leidingwerk of equipement waarin zich waterstof (hydrogen) bevindt. Waterstof heeft
namelijk de eigenschap dat het automatisch ontbrandt zodra het in contact komt met de buitenlucht.
Een stoomring plaatst men rond de omtrek van de te beschermen flensverbinding en wordt in de bín-
nendiameter voorzien van gaatjes, zodat een eventuele brand langs de hele omtrek gesmoord kan
worden. Elke stoomring wordt voorzien van een handbediende klep, die weer minimaal op 15 meter
afstand vanaf de flensverbinding gelokeerd moet worden. Meestal worden in een gebied rond een
apparaat meerdere flensverbindingen voorzien van een stoomring, zodat het gebruikelijk is deze
handbediende kleppen gegroepeerd op veilige afstand in een manifold (verdeelstation) te plaatsen.
ú05unE mvn t0 8E
.
I
lilsTAufo $rn c0illtssl0l{r[6 tTrÄt{ RN6 llül | 9UPP0RTS
+t PtPt sfllfo.80
l.
'r
not¡s oi
0t
150¡¡n
f Hn: ff.Àtfit r 10 lr
c0vtß Ûl PARTS flff nn TLAHGE 1¡" Ail0 fi 0t sÏfrll
lmn
T ERACKTTS
{ vüfïs UHE PIPI 5[0n$ H0l[ il tffi
I mn ton mff
sÍEAII RIN6
0ETATL r
ñxnlE 0F t0vtR
ilAïRAL: ÍÁRB0H SÏftt I
¡--
sttTl0ll Â-À
Een stoomgordijn wordt net als een watergordijn gebruikt om een gebied af te sluiten voor gevaar-
lijke situatiäs. úet kan bijvoorbeeld een gaswolk ervan weerhouden om in de buurt van een fornuis
te komen of ervoor zotgen dat een brand niet overslaat van de ene unit naar de andere'
die ont-
Stoom kan ook worden gebruikt om een ongecontroleerde brand in een fornuis te smoren/
staan kan zijn door een tubeburst in de coil'
a Procesbeveiliging
[Link] calam'íteñenkan het noodzakelijk zijn om het productieproces zodanig te beinvloeden dat
dÁ schade die kan ontstaan zoveel mogelijk wordt beperkt. Hierbij kan men denken aan bijvoor-
beeld het inblokken van equipenlent door middel van "shut-off-valves" of het gecontroleerd van
druk halen van een systeern door middel van een "depressurising-valve" die dan aangesloten is op
het fakkelsysteem. ln veel gevallen gebeurt het ingrijpen in het productieproces volledig automa-
tisch. Dit wordt in vaktermen ook wel "trippen" genoemd'
u
Cursus Piping Design 1 "16.9 ICC/Zadkine Contract
I
v
f
f
17 " PIPESUPPORTS
IDINGÊN ,,-
.t
i
È
i
È
lnhoud
Pagina
lnleiding 2
17.1
Funkties 2
17.2
2
17.3 Steunpunttypen
5
17.5 Steunpuntafstanden met behulp van vuistregels
5
17.6 Enkele algemene opmerkingen
\¿
î':
17.1 lnleiding
Tot de taak van cJe designer behoort onder meer het bepalen van de plaats en het type van de pijplei-
dingondersteuningen (piþesupports). Als er van bepaalde leidingen verwacht wordt dat ze voor wat betreft
materiaalspannin[en wel eens problemen kunnen opleveren (stress-critical lines) is het wenselijk om
overleg te plegen met de Pipestress Engineer'
Bij heibepalen van de plaats, het aantal en het type pipesupport moet niet alleen gelet worden op de
technische, maar ook op de commerciële aspecten van het ontwerp.
17.2 Funkties
pipesupports worden veelal voor meerdere funkties in een installatie gebruikt, te weten:
Primaire functies:
- Het opvangen van de gervichtbelasting van de leiding en de lokale gewichten zoals afslui-
ters, zowel in koude situaties als in warme situaties'
- Het begrenzen van de doorbuiging van de leiding om pocketing (zakvorming) en trillingen te
voorkomen.
Secondaire functies:
- Het begrenzen van de verplaatsingen van de leidingen, teneinde de reacties op de aanslui-
tende apparaten of de spanningen in andere leidingdelen te beperken.
- Het opvangen van cle tijdelijke belasting zoals wind, aardbevingen, waterslag en reactie-
krachten van afblaasveiligheden'
17.3 Steunpunttypen
De belangrijkste steunpunttypes kunnen worden ingedeeld in twee hoofdcategorieën, namelijk:
1. Geleidingen (guides en stops)
2. Gewichtsteunpunten (supports)
1. Celeidingen
Celeidingen kunnen worden gedefinieerd als steunpuntconstructies die de vrijheidsgraad van het lei-
dingsysteem verhinderen of beperken (restrictie). Met de vrijheídsgraad bedoelen we de mate van ver-
plaatsing in de x-, y- en z-richting, en de rotatie rondom de x-, y- en z-as.
Restricties kunnen dus door twee redenen geplaatst worden:
. Voor het opvangen van de reactiekrachten en -momenten ten gevolge van gewicht, thermi-
sche uitzettingen en tijdelijke belastingen.
. Voor het controleren van de bewegingen van de leiding.
Het is moeilijk om een standaardontwerp aan te bevelen. De situatie moet per geval bekeken wor-
den. De meest voorkomende restrictiesteunpunten zijn het anker (vast punt), de geleidingen, de axi-
aalstop en in bijzondere gevallen de schokdemper en het rotatie-anker.
. Anker (anchor)
Het anker is een type steunpunt dat alle verplaatsingen en rotaties van de leiding verhindert in het
punt waar die is aangebracht.
. Geleiding (guide)
ls een type steunpunt dat de verplaatsing in tenminste één richting verhindert, behalve in de axia-
le richting van de leiding. Een geleidingsteunpunt kan worden uitgevoerd met of zonder aanslag
(beperkte verpl aatsi n g).
. Axiaalstap (stop)
Dit type steunpunt verhindert de verplaatsing in tenminste één richting, langs de as van de lei-
ding. Een stop kan worden uitgevoerd met of zonder aanslag.
. Schokdemper (snubber)
ls voorzien van een mechanisme dat de snelle verplaatsing van de leíding in een bepaalde rich-
'
ting verhindert. Denk daarbij aan dynamische belastingen. De snubber laat echter de trage ver-
ptaatsing in dezelfde richting toe (bijvoorbeeld als gevolg van thermische uitzetting)' ln het alge-
meen zijn schokdempers verkrijgbaar in twee uitvoeringen: hydraulisch en mechanisch.
. Rotatieanker (rotatìonal restraint)
Dit is een type steunpunt dat de rotatie rond één of meerdere assen verhindert.
Bij de keuzebepaling van type en locatie van geleidingen op leidingsystemen moet niet alleen geke-'l
ken worden naar de thermische uitzettingen en belastbaarheid van de leidingen zelf'
Ook moet rekening worden gehouden met de staalconstructie en de op de leiding aangesloten appa-
raten.
2. Cewichtssteunpunten (supports)
Uit de benaming is af te leiden dat de functie van een gewichtssteunpunt het opvangen van een
gewichtsbelasting is. Zowel in de koude als de warme toestand.
óe gewichtssteunpunten kunnen worden ingedeeld in twee categorieän, namelijk niet-vervormbare
en vervormbare steunpunten.
¡ Niet-vervormbare steunpunten (rigid supporß)
Dit zijn steunpunten die cle verticale verplaatsing van de leiding (opwaarts en/of neerwaarts) ver-
hinderen. Tot dit type steunpunt behoren:
- Pijpschoenen en zadels.
- Onderslagbalken, framewerken, T-posts, etc.
- Rol- en glijopleggingen (lagere weerstand).
- Pijphangers. .}
r Vervormbaresteunpunten
Dit zijn steunpunten die de vertikale verplaatsing (door thermische uitzetting of contractie) van de
leiding niet verhinderen en toch hun ondersteuningsfunctie blijven vervullen. Er zijn twee types
vervormbare steu nPunten :
.l)
Cursus Piping Design 1 17.3 TCC/Zadkine Contract
EIDINCEN
ln de bijlage zijn een aantal gebruikelijke constructies getekend. De designer moet in eerste instantie
nagaan in houuurru door de opdrachtgever of het eigen bedrijf bepaalde standaards worden gebruikilvoor-
g"[Link]"u.n. Bij het onwverp van een uitbreiding van een bestaande situatie is het meestal niet zinvol om
van de bestaande supportontwerpen af te wijken, Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden!
Diameter
(inch)
7 2 3 4 6 I L2 16 18 24
f)
Waterleiding 4.3 5.2 5.8 7.0 8.2 9.L 9.8
2.1 3.0 3.7
(mtr.)
Bijlage 1
tlAlr0tR$ $tlPPORTS
,',&
a'
FUt E
F
aott ù
g
t'td'u ll
sc¡roN noo^tl 0ñ
t^n
"'""-îfi
-, DUITY IfG
@ @
4[î::-*"-{ ìm-"
ðAßSIæX
.- cùlvrs
F
È
lõurüäñì ,trfur
&f
t
g
1' sloc
tf80rf
gtclroÈ
FIPI
9ntm oÍ cÀa1JrE
tL¡ofltalls
Bijlage 2
lcou¡16ì ÛildE^rEiocl
SPRIIIû SUTPORT
ori(Úo¿úl t¡t¡ftú¡
tcou¡ta5t voi¡a{tdr'Gf htñÍ¡G Lf ol
J;
Cursus Piping Design 1 17.7 TCC/Zadkine Contract
{
J
f
f
tu
lj
I8." FTEXIBÍItrTEIT
lnhoud
18.1 lnleiding 2
18.3 Pipingflexibiliteit 3
U_¡
FLEXIBI TITEIT
18.1 lnleiding
Verhoging of verlaging van de temperatuur in een leiding door de omgeving of door de inhoud van de
leiding veroorzaakt uitzetting (expansie) of krimp (contractie) van de leiding. Door deze expansie of con-
tractie ontstaan spanningen in de leiding, de supports en de apparaten waaraan deze leidingen gekoppeld
zijn.
Funderingen van grote tanks, zware apparaten en pijpbruggen kunnen in de loop der tijd enigszins gaan
verzakken of licht gaan kantelen. Dit zal zonder meer optreden bij niet onderheide constructies op slap-
pe bodem. ln de leidingen die aan deze apparaten gekoppeld zijn of op deze pijpbruggen liggen, zullen
door de verzakking extra vervormingen en dus extra spanningen optreden. De hoo$e van de spanning is
mede afhankelijk van de flexibiliteit van de leidingen.
AIs een rechte leiding aan de uiteinden opgesloten is en de temperatuur in die leiding stijgt, dan zal de
materiaalspanning in de leiding enorm toenemen. Deze spanning is te berekenen door bovenstaande for-
mule en de wet van Hooke aan elkaar gelijk te stellen:
FxL
Wet van Hooke: AL :
AxE
F
Waarbij geldt dat:
--o
A
Zowel de lenge van de leiding als de diameter en wanddikte spelen hierbij dus geen rol!
Om de optredende spanningen en krachten door temperatuurstijging te vernrincleren, moeten we de loop
van het leidingstuk dus zodanig veranderen dat het leidingstuk zelf flexibeler is.
18.3 Pipingflexibiliteit
Om vervormingen in de leidingen, veroorzaakt door temperatuursveranderingen te reduceren, kunnen
flexibele verbindingsstukken worden toegepast (o.a. balgcompensatoren of schuifstukken). Dit soort ver-
bindingsstukken worden beschouwd als de zwakste schakel in een leidingsysteem. Bovendien zijn deze
verbindingsstukken vrij kostbaar en mogen ze niet altijd toegepast worden (in verband met gevaarlijke
stoffen en dergelijke). Het kan ook zijn dat de opdrachtgever bezwaren heefttegen dit soort oplossingen.
Beter is het om de leidingloop zodanig te kiezen, dat de vervormingen kunnen wordqn opgevanBen,
waardoor hoge krachten en momenten in de leiding en de aansluit¡ngen worden vermeden.
18.4 Flexibiliteitdoorvormgeving
ln figuur 'l worden verschillende mogelijkheden getoond om twee punten met elkaar te verbinden door
middel van een leiding, die warm wordt wanneer deze in bedrijf is.
Het blijkt dat de te ontwerpen leiding flexibeler is als:
. het zwaartepunt (eigenlijk het elastisch zwaartepunt) van het stuk leiding zover mogelijk ,^"Ç
de verbindingslijn tussen de twee punten ligç
. de totale pijplengte zo groot mogelijk is, loodrecht op de uitzettingsrichting.
Bij het ontwerpen van het systeem moeten we de economische aspecten niet vergeten, zoals:
. Zijn voor het ontwerp veef bochtstukken nodig? Elke meter pijp of bocht meer betekent extra
kosten voor zowel aanschaf als bewerkingen (verf, isolatie, lassen etcetera). Een bocht geeft
ook drukverliezen, in sommige systemen kan een bocht extra te veel zijn.
. Hoeveel supports zijn er nodig en waaraan kunnen ze bevestigd worden? Afwijken van de
doorgaande route betekent dat er extra voorzieningen getroffen moeten worden om de lei-
ding te kunnen ondersteunen.
. Bij het zoeken naar een goede 3-dimensionale, flexibele constructie moet niet uit het oog
verloren worden, dat de leiding waarschijnlijk op meerdere punten ondersteund moet wor-
den. Als die steunpunten op enige hoogte boven het maaiveld moeten worden bevestigd, dan
moeten daar wel de nodige voorzieningen voor aanwezig zijn, anders wordt het al met al
een duur ontwerp.
Figuur I .J
Cursus Piping Design 1 18.3 TCC/Zadkine Contract
EIDINAEN
B
De oplossingen 8 en 9 zijn flexibel door de gro-
tere lenge leiding die gebruik wordt, maar een
nadeel is dat het zwaartepunt minder ver naar
buiten ligt.
Fíguur 1
2
De oplossing zoals in (2) getekend zal daarom slechts een
geringe verbetering te zien Seven ten opzichte van (1)' 3
Ook de oplossing bij (3) levert maar weinig verbetering op.
-)
De oplossing (5) geeft de grootste verbetering, doordat een
groot stuk leiding naar buiten is geplaatst. Het zwaartepunt
van de leiding wordt daardoor ook verder van de verbin-
dingslijn van de beide vaste punten verwijderd.
Bovendien is het aantal bochtstukken beperkt gebleven.
5
Figuur 2
Ui
Cursus Piping Design 1 18.5 TCC/Tadkine Contract
'.t'l
t
IDINOEN
.l
ln figuur 3. zijn een aantal voorbeelden gegeven hoe men starre constructies meer flexibel kan maken.
Ook in deze voorbeelden is het zonder meer duidelijk dat 3-dimensionale oplossingen beduidend meer
flexibiliteit geven.
Figuur 3
I
EIDINOEN
Cetekend is een configuratie van een leiding tussen de vaste punten A en B die tijdens bedrijf warm
wordt. Om votdoende flexibiliteit te verkrijgen moet de totale leidinglen$e zo Sroot mogelijk zijn en
moet het zwaartepunt zover mogelijk van de verbindingslijn A-B liggen.
Q
LA
U
:J
A
Figuur 4.
UJ
Voor eenvoudige gevallen en voor het schatten van de flexibiliteit van leidingsystemen wordt vaak gebruik
gemaakt van een benaderingsformule. Voorwaarde is echter wel dat:
. De leiding uniform is in diameter.
. Er geen tussenliggende geleidingen (supports) zijn.
. Er geen opgedrongen verplaatsingen bij A en B zijn.
Deze zogenaamde "kellog" formule geeft aan of een leidingsysteem met twee ankers voldoende flexibel
is:
Dxy <208
(r- iF
Hierin is:
D uitwendige diameter van de leiding in mm
L totale leidinglengte in m. ( L: LI + L2 + L3 + L4 \
CT uitzettingscoefficient in mm/mm/'C
r
I
I
Xgi." WOORDENtIISTO
.)
cirkelomtrek
1
circumference
clamp on floating head klemring voor losse kop Schwimmkopf Rine
class klasse Klasse
clean out connection reini sinesaansluiting
clearances speling
cleat aansluitplaat
cock kraan Hahn
collectins tray verzamelschotel Sammelboden
column kolonne Kolonne
companion flange tesenflens Gegenflansch
compressor house compressorhuis Kompressorenhalle
concentnc concentrisch konzentrisch
concrete beton Beton
condensate condensaat Kondensat
condenser condensor Kondensator
connect to verbinden met (aan) Anschluss an
connection aansluiting Anschluss
content inhoud Inhalt
continuation vervolg Fortsetzung
control room meet- en regelkamer Mess- und Steuerwarte ,.}
control valve regelklep Steuerventil
coDDer koper
konoelins Muffe
cover page dekblad Deckblatt
date datum Datum
davit (mountins -) davit Davit
dead load eisen eewicht Gewicht
deaerator ontluchtingsvat behälter
deep diep tief
deflection doorbuising Durch
deflection verdraaiing A
depth diepte Tiefe
description omsch¡iiving
desien þressure ontwerpdruk
detail detail Detail
diameter diameter Durchmesser
dilatation ioint dila ul
discharse Pressesette UJ
t I
J
!
T
! J'
s
¡ EIDINGEN J
: .f
ì
\
a
I
lap ioint with rins lap flens met rins Flansch mit Bunden
lead lood Blei
leneth lenste Länge
level sauee. gauge glass peilelas Standslas
level indicator alarm nive au- aanw iizer alarm Standanzeiger Alarm
level recorder controller niveauschrii ver re gelaar Peeelschreiberregler
level recorder controller niveauscffi ver regelaar alarm Pegelschreiber Regler Alarm
alarm
levelrecorder niveauschriiver Peeelschreiber
liftine lue hiisooe Kranöse
line desienation leidinsontwerp Leitungentwurf
line temperature leidinetemperatuur Rohrleitungtemperatur
lining laag, als voering/ bekleding Auskleidung, Bekleidung,
later aangebracht Verkleidung
liquid vloeistof Flüssiekeit
live load beweeende belastine Verkehrslast
location locatie Orientierung
locked (closed) op slot (dicht) seschlossen
locked (open) op slot (open) offen
lons lang Lane
lubricatine oil tank smeerolietank Schmieröltank
made by semaakt door aufgestellt
make-up leneth paslengte Passlänge
male-female flange flens met sponning en Vorsprung und Rückflansch
verhoging
malleable cast iron smeedbaar sietiizer schmiedbares Gusseisen
marked semerkt markiert
match line (of the drawins) besrenzinssliin (v. d. tekening) Grenzlinie (einer Zeichnung)
material for shop fabrication materiaal voor werþlaats Material für Herstellung in der
Werkstatt
max. allowable pressure max. toegestane druk Max. zulässiger Druck
max. allowable working max. toegestane werkdruk Max. zulässiger Betriebsdruck
pressure
measurins vessel meetvat Messbehälter
midrail middenleunine Mittelgeländer
mtnor rmage spiegelbeeld Spieeelbild
mitre bend sectie-opsebouwde bocht Segmentkrtimmer
mlxer menger Mischer
molvbdenum molybdeen Molvbd?in
motor operated motoraansedreven motorgetrieben
mountins leneth montage lengte Montaselänge
movable point, sliding point .eliisteun Gleitfuss
needle valve naaldklep Nadelventil
nickel nikkel Nickel
nominal size nominale maat Nennweite
non nslng stem niet stiieende kleÞtans nicht steigendes Handrad
normally closed normaal gesloten normal qeschlossen
normally open normaal geouend normal geöffüet
not to scale niet op schaal wilder Maßstab
note noot Anmerkung
nozzle position stompenstelling Stutzenstellung
number aantal Zahl
@"\". .:
'":i. "
EIDINGEN {
f ,{
relief valve
removable seat verwisselbare auswechselbarer Sitz
I
Ji
Cursus Piping Design 1 19.6 TCClZadkine Contract
t
¡ EIDIT,IGEN I
oJ
Ì
J
I
!
IDINGËN
j¡
f
T I
á
J
d
:'
standard normaal
starter bars stekeinden Steckstäbe
screen startfilter Siebe für
steam stop valve hoofdstoomafsluiter
steam tracmg tn Dampfbesleitheizung
out connectron aansluiting voor uitstomen Ausdampfanschluss
condensÞot Kondensstopf
stem klepstang Ventilspindel
step haptrede Treppentritt
storage tank voorraadtank Vorratsbehälter
Tee recht T-stuk T- Stück :)
strarner filter Filter
stud bolt with 2 nuts draadeind met 2 moeren Stift schraub e mit 2 Muttern
suction drum zui[vat S behälter
suction side zuipzäde Sausseite
sufnmary overzichtsliist Sammelliste
superheated steam oververhitte stoom überhitzter
supporting structure steunconstructie
surface oppervlakte Oberfläche
drum buffervat Pufferbehälter
surge tank buffertank Puffersefüss
ingesnoerd einseholt
concentric concentrisch ingesnoerd konzentrisch gestaucht
swing tyÞe zwaaitype
switch room schakelhuis Schaltraum
tack weld onderbroken las Heftschweissung
tangentline
tank
T-bar
tangentliin
T
Tangentlinie
Tanklager
T-Stahl
j
indicator temperatuuraanw\zer T
indicator temÞeratuurmeter TernDeraturarøeiger
temperature indicator alarm zer alarm T emp eratur anzei ger Al arm
temperature indicator conn. Thermometeranschluss
temperature recorder temp eratuurs chrij ver r egelaar Temperaturschreiber Regler
controller alarm alarm Alarm
test pressure testdruk Probedruck
thermowell thermowell Thermometerhülse
thread one end draad aan één kant Gewinde auf einer Seite
threadolet threadolet Schweisstutzen mit Innen-
gewinde
threated coupling draadsok/mof Muffe mit
threated plug mit Gewinde
three-wav plug valve dri Dreiwe
throttle valve Drosselventil
tin
to
trn
naar naartoe
Zinn
Z'IJ
J
Cursus Piping Design 1 't9.8 TCC/Zadkine Contract
r
IDIN6EN
j
I
r
J
ã
$
s
'3
2&. $TANÐ'ARDSu
\J
Cursus Piping Design 1
TCC/Zadkine Contract
+
,
I IDINGËN
I
I
I
lnhoud
Pagina
20.1 Algemeen 2
20.3 DIN/ISO/EN 2
20.5 API 3
STANDARDS
20.1 Algemeen
Staal uit een staalwalserij kent zeer veel toepassingen'
De toepassing voor de piocesindustrie is vanzelfsprekend gestandaardiseerd om aan een aantal eisen te
kunnen voldoin. Een bepaalde gegarandeerde kwaliteit is noodzakelijk.
2O.4 ASME/ANSIANSI
ASME = American Society of Mechanical Engineers
ANSI = American National Standards lnstitute
De Amerikaanse standaard is ontstaan na het oprichten van de American Standards Association
in 19'l 8'
Deze standaards zijn vooral bekend onder de naam ANSI.
Recent is dit ANSI vervangen door de afkorting ASME.
Cezien de grote hoeveelheicJ aan Amerikaanse bedrijven in Nederland en ook door de Amerikaatrse
,,marshall,, liulp na cle tweede wereldoorlog, is dit de meest gebruikte standaard in Nederland'
De meeste groie raffinaderijen en chemische fabrieken gebruiken deze standaard.
20.5 API
API = American Petroleum lnstitute
Dit is een speciale Amerikaanse standaard die veel wordt toegepast voor olietransport- leidingen in de
offshore-industrie.
Voor grote diameters in raffinaderijen en chemische fabrieken wordt echter ook vaak zogenaamde API-
Pipe toegepast.
f
:
EIDIN6ËN
t
l
I
I
Symbolen ANSI/ASME Y32,2.3 Graphic Symbols for Pipe Fittings, Valves and Píping'
Fabricage ASME 816.25 Butt Welding Ends for Pipe, Valves, Flanges
and Fittings
Afdichtingen ASME 816.20 Ring Joint Gaskets and Grooves for Steel Pipe
Flanges
Fittingen ASME 816,9 Factory Made Wrought Steel Butt welding Fittings
u
Cursus Piping Design 1 20.4 TCC/Zadkine Contract
CLIRSUS PIPING DESIGf$ 2
(]l
L-
)
J
ZADKINE P,iHWsß
BIJLAGEN . PIPING DESIGN I
i
INHOUDSOPGAVE
19 Design standaards
J
ZADKINE PliHffiÆ
BIJLAGEN . PIPING DESIGN I
)
*l
ZADKINE P,iHWsÅ
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
,\
i .:.!
Biilaqe bii hoofdstuk 2. proiect ensineerinq
U,
ZADKINE P,iHmsß
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
)
Eå@
) æã@
Fe4tt m@ @
T¡@
Þ ffi ã @trqæ
ÞDÆ
6¡dlm ffi
s èY
.)
ZADKINE PiHt#så
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
lt
I
Biilase bii hoofdstuk 3. ontwerpmethoden en technieken
+
,),
J
ZADKINE
)
BIJLAGEN - PIP¡NG DESIGN I Enww
Teken symbolen 1
BEND
FOR RADIUS $ATE
rG (*
r
BEND
X= NR.'0F PIPE-
DlAl¡ETEHi
f-
/r
9(IEtÐow ({
45'ELBOW
ELSOW
i
)
MITRED
BENÍ},
t
STRAIGHT TEE
BUTTWEID
-T- -T- 4.{
TEE STRAIGHT
FI¡NGED
ÏEE
tc I
,l
REDUCING TEE î[,= lT\* \[
)
THREADOLET
socKoLEr
I þ
O'LETS
WELDOLET
I þ
ELBOLET
LATROLET
\
.-J
ZADKINE II¡HËnffi
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
, :'-l
Teken symbolen 2
ISOMETRIC
PIP ING ARRANGEMENf
DETA]L BUTTWELD BUTTWEU) BW AND/oR sw
GENERAL
DESCRIPTION
SOCKET_I1'ELD SINGLE tINE DOUBLE UNE
DESCRIPTION THREADED
BRANCI{
CONNECIION
STUB
IREINFORCED
Ìr neoutneo¡
J"- þ
CONCENTRIC
REDUCER
ECCENTRIC
CAP I 4 ,l¿
cROSS
+ +
[Link]
ll- ÀY
SUP-ON
tF -{Y
SOCKET WELD
THREÀDED
-Jl-- -y
FLÀNGE
SPECTÀCLE
BUND
År
J]
ZADKINE PliHffisÅ
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
l
Teken symbolen 3
GATE þ
GLOBE ã
PLUG
, ÞQ-- dt-- ññ
BALI
-ÐF {Þ&r
I
VALVE
NEEDLE .
tu
BUTTERFLY
-lNl-- d4Þ- 4r
THREE WAY
f rñT q
)
FOUR WAY
,t*
T
ct{EcK
+r- lNl-- ,fr
ANGLE
þ.
kr
T {#'
{F'
REUEF
,kr
&. T
J
ZADKINE P,iHffiw
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
'Þ
Teken symbolen 4
PIPING ARRANGEMENI
DETAIL
GENERAL. SINGLE LINE DOUBTE UNE
DESCR¡PTION
DESCRIPTION
FLOW
ARROW
H --->--
DROPPING H
RISING
CONTINUED
ON ANOTHER
DRAWNG
UNES ABOYE
EACH OTHER .fr
PIPE [Link]
LINE
TRACED
)-)
( '----- (
UNES
l FIELD
WELD
# F-W. F.W
)j
RISING OR
DROPPING
tfSS THEN
9r
H{s
9ñts
tffrs
SLOPE
IDENTIFICATION
-
EXISTING ¿---l Ej=
ZADKINE [Link]
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
)
t'
Teken symbolen 5
t{At"F couPtlNc
SOCKEÍ WELD
THREADED þ
FULL COUPUNG
couPtlNG SOCKEÎ.WELD
THREADED
i)
l'lt 'r
UNION
SOCKET WELD
THREAOED
4l|- )t/
SWAGED
NIPPl.E
STATE TYPE
OF ENDS, ,4
ffi
I
EXPANSION
BELLOW
ORlncE
ÄSSEMBLY {
TEMPORARY
STRAINER
{il-
T!¡
{iL- l!¡
diþ=- ,y
l
'=J
ZADKINE PiHWs#
BIJLAGEN - PIPING DESIGN I
i.).,. I
nf'{r^lEZEfl
Juiste van het leid t.o.v. noord
alle standaards
de dle van
Bem
- Zijn de juiste "spool"maten aangegeven, rekening houdend met prefab-
nceren
- ls de juiste projectie toegePast (maatlijnen in het zelfde vlak als de leid-
zeker flenzen
de offsets bemaat
-ls excentrische reducers het verschil
referentie maten naar indien nod
Elevaties
nde elevaties
¡ nde of fla e elevaties n
relevante elevaties van aa
T
- ls er een verschiltussen leid enm nen
isometrisch
met
ns indien nodi
n relevante nozzles aa nummer s
- ls het mer
- ls er een flow
..--)
ZADKINE P1iHWß
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
)
Biilase bii hoofdstuk 4 . materialenkennis
J
ZADKINE P,iHffisË
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1 -\
tì
)
150 6 5.5 11 20 30
200 B 10.4 21 34 59
250 10 18.1 36 64 104
300 12 31 55 94 155
)]
ZADKINE HHffisß
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
J|
t\: .:
ZADKINE [Link]$J.
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
J
ZADKINE n,ipp,gå
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
)
1il.
sut y tvE
mÍ I
SVAC ltPPlf
) f AP?lto3tt
't ¡' 6AlE VAIVI t]1 il\'
(
ro{f. $r0{2
TYPE'A'- RAN0(ll.| PlPll'16¡ 2" E BELOI, TYPE 'T'- RAMI()H PIPII¡& 2' & BTL(¡I.'
lrt0tR
pÏ 6AIt Vrw[
{w vrlvE
iPotff
t
f t ll!'
SÏAC lfPPU
OIPJ ,J',
ilL'
silL s¡t0¿2 (olff. sil.(lt2
TYPE '(' - ]' - ó" HEAOTR SIZE TYPE '6' - 1" - 6" HTADER SIZE
lt0lt 3
-1
lil l{t
lfm r
É
)
r
3'I¡ IPI)III TTP.
tJ1
ftftff. s¡{.t}tz
TYPT 'Il'- 8' & TARGER TYPE 1I' - 8" & IAR6ER
sat
,t+'
NOTES:
)
ZADKINE PliHW#i
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
i',-/'
AS PER
APPLITABIE PIPETLASS
STEAM HIADER
IONDENSATE HEAI)ER
-7
STH,
STRAINER
'¡llTH
3/¿" 6ATE VALVE 3/4" 6ATE VALVT
6RAI)E OR PLATTORH
NOTES:
E
Þ
-,
g r=
É u
-
t¡,
r
(t =
o
G
Þ e À Ff]R TÍ¡NTINUATI(}N 700
= J
sEE sH.056 (APPROX.I
I
I
)-< X 200
I
) i
I TO6ETHER
I
I
I
Þ
ll4" ol I
StTAGE
r
= tlUI ?¡=i
+1150
=. -l
JI
sl
Øl
6l
CHECK 3t4" 314" =t
VALVT
-'l Ëi
7
HOSE TOUPTINE
311', ilz"
)
yt, 3t4"
FOR STEA},ITRAP HÍIOK-UP
Dtr6. AN-0000-190 sH.
NOTES:
J
ZADKINE P,iHWsd-
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1 -)
CHETK VE
3ll+'
3/I," NIPPLE (TOE)
Þ
o
É HOSE (()UPIIN6
=F
sTR.O FEHALE NPT
250
J
È
À
= g
3/I." NIPPLE (T(}E}
g
=
I H()SE I()UPLING
SIR.O FEHALE NPT
.l-
TÍORM
TEE
l/,," NPPIþ
I
Ia
HOSE TOUPLING
SCR.O TEMALE NPÏ
GUIDE
PLA ,,0'J
SUPP()RÏ
m
StR.t] FEHATE NPT
--l
6RADE
NOTES:
J
ZADKINE P,iHffie
') BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
.l
J
ZADKINE P,iHI/#w
BIJLAGEN PIPING DESIGN I
I
'iì
.tcorüE to ASIIE
&TEilATtvE
flGAS / VAPoRUCS
I¡pp.d hol. tor Þdr t(fav on
hothontd ínl$th.
A[lmüïV[ rvt
ilmuDucs
tAPP0t6 o¡afiAïolls
N0TES'
OE¡I ulln
o¡l¡lf
ETAL Fñr¡a [t II|IAT t6rt ¡r¡ Hll ÞEtil rru ãltl ñ!¡tÍl rr¡ n¡r t6tü ¡ru
ã. , ttt t trl j ttl ?
j
P}¡,
!û
ç
- !û I !¡¡l -¡ tlt -T ø -
I 5 I -7 I
{¡
I 7 att v {t t r¡
Â
f !¡ !¡ .| ll c f 2L
j 1 j I J
J ,t
{] r r t I ¡l
r
ltr' ¡l f Í
rg
t Í
f,- t I 2L
Lt
w f ta
f 7t
¡tt
-t A
¡5
J
t
j
t
T u' at' ù'
ZADKINE PiHffisß
BIJLAGEN - PIPING DES¡GN 1
)
+_-\
(
\ l-+
( ù
z. z.
(:)
C]
F
LJ
o O
.J
-)
cf
U
[0NTR0L SET \¡/lLL BE L0IATED INSIDE THE PIPERAIK a
U
É. æ.
U I/üHEN TllERE 15 N0 SPAtt 0UISI[]E U
LL L!-
) U l-!l
É. æ.
o_ â_
Dimensions Note:
J
ZADKINE PlHmw
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
.ì\
)
i\
PIPERATK TOLUMNS
The in and outside area of the pipe rack columns are reserved for piping
piping to ensure accessibility to the instrument or electrical components where applicable. Also,
adequate access and escape routes to and from the unit areas are to be guaranteed.
.__)
ZADKINE P,iHWw
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
)
DIMENSIONS
B 1 800
c 200 min
D 100 min
E pending drain
€ size, pipe size &
) schedule
tl' '
F 150 min
t¡R
.) L
TABLE 1
DIMENSIONS
Line size Dim.A
25-150 600
200-250 650
300-400 750
J
ZADKINE P1iHWú
BIJLAGEN . P¡PING DESIGN 1
tl\
ALTERNATIVE IF
AITUATER ILTARANIE
lS LESS THAN 200mm
5Tl'1. TRAP
cô
T
ã
UJ
Dimensions
t]R. B 1800
.J
-U
.J c 200
U 'þ
l U F 150min
DR.
aô
O
F F
For maintenance and operation, all elevated control sets should be located on a platform or con-
crete table and not outside along the platform or concrete table.
Dimensions
A 200
B 750
A A
t-t
J:
ZADKINE PliHffiJå
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
MINIMUM DISTANCES FLOW INSTRUMENTS
UPSTREAM FLOWMETER, DOUBLE OR MORE 90" BENDS IN THE SAME PLANE
LENGTH in D
TYPE A B Note
ORIF¡CE 18 3.5 '1.2
o
O VENTURI 2.5 4 1
VORTEX 10 5 3.4,5
SWIRL 3 1
[Link] 10 5 3.5
THERMAL 20 10 3
ULTRASO 20 10 3.6
Upstream A Downstream B TURBINE 10 5
coRtoLrs
UPSTREAM FLOWMETER, STNGLE 90. BEND OR T-BRANCH (FLOW FROM ONE BRANCH ONLY)
LENGTH in D
TYPE c D Note
ORIFICE 14 3.5 1.2
VENTURI 2 4 1
VORTEX 10 5 3.4.5
SWIRL 3 1
[Link] 5 5 3
THERMAL 20 10 3
Downstream D ULTRASO 10 10 3,6
Upstream C
TURBINE l0 5
coRroLrs
LENGTH in D
TYPE E F Note
ORIFICE 31 3.5 1,2
o
o VENTURI 27.5 4 1
r
VORTEX 20 5 3,4.5
SWIRL 3 1
[Link] 10 5 3,5
THERMAL 20 10 3
ULTRASO 20 10 3,6
Upstream E Downstream F TURBINE 10 5
coRroLls
I . Straíght length is based on ISO 5167-1 (1991) with diameter ratios p =d/D of 0.70 and 0.5% additional uncertainty
2. Meterruns do not require straight length
3. Straight length are only applicable for turbulent flow
4. Straight length are only applicable for turbulent flow
5. lf reducers are installed, the min. upstream length may be decreased to 10D
6. lf reducers are installed, the min. upstream length may be decreased to 5D
7. Critical flow in valve at min. operating flow requires 30D
8. All metering lengths have to be verified by instrumentation
ZADKINE P,iHt#w
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
"'J
l .-.
MINIMUM DISTANCES FLOW INSTRUMENTS II
UPSTREAM FLOWMETER, FULL BORE BALL VALVE OR GATE VALVE (FULLY OPEN}
LENGTH in D
TYPE G H Note
ORIFICE 10 3.5 1,2
VENTURI 3.5 4 1
VORTEX 10 5 3,4
-lx
SWIRL 3 'l
[Link] 10 5 3
THERMAL 20 10 3
ULTRASO 20 10 3
TURBINE 10 5
Upstream G Downstream H
coRloLrs
- ^'] inD
TYPE K L Note
ORIFICE 16 3.5 1,2
VENTURI 5 4 1
VORTEX 15 5 3,4
SWIRL 3 1
3
-JF( [Link] 15 5
THERMAL 20 10 3
ULTFÙASO 20 10 3
TURBINE 10 5
Upstream K Downstream L
coRloLrs
LENGTH in D
TYPE o R Note
ORIFICE 20 3.5 1,2
VENTURI NA 4
VORTEX 20 5
SWIRL 5 1
[Link] 15 5 3
THERMAL 30 10 3
ULTRASO 30 10 3
TURBINE 10 5
Upstream Q Downstream R
l<---d coRroLls
L Straíght length is based on ISO 5167-l (1991) with diameter ratios p =d/D of 0.70 and 0.5% additional uncertainty
2. Metem.¡ns do not require straight length
3. Straight length are only applicable for turbulent flow
4. Straight length are only applicable for turbulent flow
5. lf reducers are installed, the min. upstream length may be decreased to 10D
6. lf reducers are installed, the min. upsfeam length may be decreased to 5D
7. Critical flow in valve at min. operating flow requires 30D
8. All metering lengths have to be verified by instrumentation
ZADKINE P,iHffiw
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
I
M¡NIMUM DISTANCES FLOW INSTRUMENTS III
UPSTREAM FLOWMETER, CONTROL VALVE
LENGTH in D
TYPE o P Note
ORIFICE NA 3.5 1,2
VENTURI NA 4 1
VORTEX NA 5 3,4
SWIRL 3 1
[Link] 20 5 3
¿-l THERMAL 30 10 3
ULTRASO NA 10 3
Upstream O Downstream P TURBINE 10 5
coRroLrs
LENGTH in D
TYPE M Note
ORIFICE 10 1.2
VENÏURI 10 1
VORTEX 7 3,4,7
SWIRL
[Link]
2
7
I
3
THERMAL 7 3
ULTRASO 10 3
Downstream M TURBINE 10
coRtoLts
LENGTH in D
TYPE N Note
ORIFICE 10 1.2
VENTURI 3.5 1
) VORTEX 10 3.4
SWIRL 3
[Link] 10 3
THERMAL 20 3
ULTRASO 20 3
Downstream N TURBINE 10
coRroLls
1 . Straight length is based on ISO 5167-1 (1991) with diameter ratios Þ =d/D of 0.70 and 0.5o/o additional uncertainty
2. Metemrns do not require straight length
3. Straight length are only applicable for turbulent flow
4. Straight length are only applicable for turbulent flow
5. lf reducers are installed, the min. upstream length may be decreased to 10D
6. lf reducers are installed, the min. upstream length may be decreased to 5D
7. Critical flow in valve at min. operating flow requires 30D
L All metering léngths have to be verified by instrumentation
ZADKINE ffi
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
: .}
t'
LEVEL INSTRUMENTS
150 185
300 185
600 215
900 23A
\ 1500 255
-l L
356
508
559
81J
1219
-1 1524
,!
Lt)
Þ-
DISPLACTR CHAMBTR
(nP)
O
Ð
I
oo
-ts
t!) z +
)U
U I
@
) O
N
@ +
Ø
o z
-lts +
s U)
co @
U) m I
II
Ø T
ç6
l')z
CUU
o
=
.J
ZADKINE P,inwe
BIJLAGEN - P¡PING DESIGN I
,::.:.ì\
r^"
Biilaqe bii hoofdstuk 9. PomPen
ZADKINE ]piHW,ú
') BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
I
PUMP HOOK-UPS
lf a by-pass with SW connections is to be provided around the discharge check valve, break
flanges are to be added in the by-pass to allow removal of the discharge piping.
The following requirements for suction piping for centrifugal pumps shall apply
to avoid cavitation:
(Note: components shown in these hook-up's are indicative only. See the project pipe spec. for
appropriate details.)
A straight length of piping of 3D with a minimum of 300mm shall be provided immediately up-
stream the suction nozzle:
D (LINT SIZE)
D ]D l'l|N
l"irN 300
]/4"DR
J
ZADKINE PiHMsÅ
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
,.-ìq ì
No requirements when suction elbow is in the same plane _as the pump shaft
4D when suction elbow is at a right angle of the pump shaft.
IX
I I) s
i''
I-D l4IN.
ZADKINE PiHW,w
BIJLAGEN - PIPING DESIGN I
1
When the last elbow of the suction line is in the same plane as the pump shaft no straight
length of piping immediately upstream the suction nozzle is required.
)
þ
I \
r,Ã.,\,^.,^.,^.
When the last elbow of the sucton line is in plane at a right angle
to the pump shaft a straight length of 4D minimum upstream the
suction nozzle is required.
0 (LrNt stzt)
) =
o
-+
-J
ZADKINE PiHffiü
BIJLAGEN - PIPING DESIGN I
t
I",
A straight length of piping of minimum 3D shall be provided immediately upstream the suction
nozleãnd thé first elbow shall always be at 90o angle on the purnp shaft centerline.
DR.
When the first elbow can not be installed with a 90" angle on the pump shaft cen-
terline, the straight length of piping shall be 5D minimum immediately upstream
the suction nOZ;Z;le.
50 l4tl'l.
0 S
ZADKINE P,iHWsÅ
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
i)
i-
Biilase bii hoofdstuk 10. drukvaten / vessels
J
ZADKINE P,lHffif#
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
r\
DIMENSIONS
A 150 min
II¡SULATIII PIPT
B 50
F(}R
c 230 min
D 310 min
E 155 min
F 700 min
E
tNsutAll0N
J
ZADKINE P,iHt#så
BIJLAGEN - PIPING DESIGN I
{ --
I
1250 HAX.
I llox65x8
UNP I2()
L t3ox65x8
L isxlsxï
.,,
)
1 DIMENSIONS
A 500
B 200
c 460
D 50
E 50
INSUL. fHK.
B F 400
R 300
t
J
ZADKINE P,iHffiçÅ
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
A:Nozzleextensionthroughtopplatformsontowersandvessels:
d OUTSIDE
(HOLE IN PLATTORM)
A
HANDRAILING
TE
PLA ELEV 3
B
t
IN5UL. ÏHK.
1/¡. D
_l_ T.t.
DIMENSIONS
A 130
200 max
B: Nozzles along platforms on horizontal vessels: c 40
D VesselO.D.
E
E 200
F 200
HANDRAILING
F+ lN5UL.
THICKNESS
INsUL. THITKNEsS
Jì
ZADKINE P,iH|¡#så
-) BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
i.
TOP NOZZLES ON VESSELS & TOWERS WITH A SPECTACLE BLIND WITH A WEIGHT OVER 25 KG:
)
I
t
THK.
1lt+D
_ ï1.
B
t
IHK.
DIMENSIONS
_l A 200 min
B 200 max
c 40
D VesselO.D
J
ZADKINE [Link]#w
"-1
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
,.l
B¡¡lage b¡¡ hoofdstuk 11. warmtew¡sselaars en coo¡ers
J
ZADKINE PiHWs
-l BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
Typicallay-out:
¡r
ó
L É
BREAK FLANGES
J
ZADKINE
P,iHMså
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
¿o.:ì¡.
.i
t'.-i'
DOORSNEDE AIRCOOLER
AA
.TFññ ñffi
d#-t'i
T''
I
l
\I
$ r¡
I\
, \
rt $
ul I
ffi
d
# \
I 0l
qd
I
t cð
frl
\
I
I
_L
, n ---
¡
I
I
ZADKINE PliHW,d
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
)
Biilaqe i hoofdstuk 12.1 SOLATIE
J
ZADKINE P,lHffisÅ
. PIPING DESIGN
l'
BIJLAGEN 1
I
Biilase bii hoofdstuk 13. BOVENGRONDSE OPSLAG
J:
ZADKINE P,iHmså
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
J. )
f'
Biilase bii hoofdstuk 14. VEILIGHEID
_-l )
J
ZADKINE P::H',#s
.
,.-)
BIJLAGEN PIPING DESIGN 1
I
Biilage bii hoofdstuk 15. ergonomie
J,
ZADKINE P,iHffiså
r)
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
i.
2500
2.100 m
I
1.800 m
1.6 m
t500
t.. ) A A
1000
--
750
0.7 m 0.700 m
500
B B
250
0.2 m
J
ZADKINE P,iHffiü
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1 -ì
'']-\
I
J
ZADK¡NE PlHffie
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
/,\
Biilase bii hoofdstuk 17. PIPESUPPORT
r\
tr ,. .;/
J
ZADKINE Pi*ws
. PIPING DESIGN
"\
,.ì
BIJLAGEN 1
I
Biilase bii hoofdstuk 18. FLEXIBILITEIT
J
ZADKINE P11HW'ü
BIJLAGEN . PIPING DESIGN 1
Meters/ mm
tem re - lnstallation
J
ZADKINE PiHt#s
BIJLAGEN - PIPING DESIGN 1
.\ )
t:', ¡
A. FORMULA FOR '[Link]"
L
H<L
H
m¡n. H 0.00735 DLT
*
mâx. L 19510 * I
B - FORMULA FOR'[Link]" c
B>c & B lc>-4
H
min. H 0.00735 DLT B
max, L 18510 * I D*
Control formula:
h+L'rz A*D
Control formula:
h>(A*D)/1.25
ZADKINE P,iHWst
BIJLAGEN . PIPING DES¡GN I
)
tß
NOTE:
When the piping is connected on nozzles with restrained moments, e.g. purnps, turbines, furnaces, etc, then a
correction factor shall be added to the formulas
E.g.
min. H 0.00294
"/
olr
shall be,
When the pipe-schedule is different from standard wall, than the outcome of the formula has to be corrected with
) the difference of the moments of inertia.
E.g.:
*
Min. H (Sched. 80) = 1[(Sched.s0) / I (std- wt.)l min H (Std wt)
Max. L (Sched. 80) = ¡ [(Sched.80) / I (Std. wt.)l "max. L (Std wt)
And
* A* D (Std'wt)
Min. H (Sched. 80) = ¡ [(Sched.S0) / I (Std. wt.)l
J
ZADKINE Pinwsi
BIJLAGEN . PIPING DESIGN I
)
DESIGN STANDARDS
J
Piping Design Guide Rev.: 0
Table of Contents Date: *#
I I
P,iHffisi l-
no.
weld
weld with 300
004 dimensions with 600
005 Combinations # R.F
weld with 1 # R.F
007 weld with
008 dimensions with 900# R.T
weld # R.T.J.
weld with R,T,J.
011
012
013
1j i,
NPS OD Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. Sch. NPS
lnch mm t0 20 30 STD. 40 60 XS 80 't00 120 t40 160 xxs 5S r0s 40s 80s inch
10,29 1,73 '1,73 241 2,41 1,24 1.73 2.41
21.U 2.77 2.77 3,73 3,73 4,78 7,47 1,65 2,11 2,77 3.73
26,67 2,87 2,87 3,91 3,91 5,56 7,82 1,65 2.11 2.87 3.91
33.40 3,38 3,38 4,55 4,55 6,35 9,09 r,65 2,77 3,38 4,55
42,16 3,56 3,56 4,85 4,85 6.35 9,70 1,65 2,n 3,56 4,85
48,26 3.68 3.68 5,08 5,08 7,14 10,16 1,65 2,n 3,68 5,08
60,33 3.91 3,91 5,54 5,54 8,74 11,07 1.65 2.n 3,91 5,54
73,O3 5,16 5,16 7.O1 7,O1 9,53 14.02 2,11 3,05 5,16 7,01
88,90 5,49 5,49 7,62 7,62 11.13 15,24 2,11 3,05 5,49 7,62
I 14,30 6,02 6,02 8,56 8,56 r1.13 13,49 17,12 2.11 3.05 6,02 8,56
141.30 6,55 6,55 9.53 9.53 't2,70 15,88 19.05 2,77 3,40 6,55 9,53
168,28 7.11 7.11 10,97 10,97 14.2t 1A,26 z',t,95 2,77 3,q 7.11 10.97
219.08 6,35 7,O4 8,18 8,18 10,31 12,70 12,70 15,09 18,26 20,62 23,01 22,23 2.77 3,76 8,18 12,70
273,05 6,35 7,80 9,27 9.27 't2.70 12,70 15,09 18,26 21,44 25,40 28,58 25,10 3,40 4,19 9,27 12,70
323,85 6.35 8.38 9.53 10,31 14,27 't2,70 17,48 21,44 25.40 28,58 33,32 25,40 3,96 4,57 9,53 12,70
355,60 6,35 7,92 9,53 9,53 11,13 15,09 12,70 19.05 23,83 27,79 31,75 35,71 3,96 4,n
406,40 6,35 7,92 9,53 9.53 12.74 16.66 12,70 21,44 26,19 30,96 36.53 40,49 4,19 4,n
457,20 6.35 7.92 11,13 9,53 14,27 19,05 12,70 23,83 29.36 34,93 39,67 45,24 4.',tg 4,Tt
508,00 6,35 9,53 12,70 9,53 15,09 20,62 't2.70 26,19 32,54 38,10 44,45 50,01 4,77 5,54
558,80 6,35 9.53 12.70 9.53 22,23 12,70 28,58 34,93 41.28 47,63 53,98 4,77 5,54
609,60 6,35 9,53 14,27 9,53 17,48 24,61 't2,70 30.96 38.89 48,02 52,37 59,54 5,54 6,35
\.J
WþÛúhaYa*'ttt
HF E F
L
\ REDUTTR tONt.
V)
:¿
RttuttR ttt.
:l
T ")
L:'
AtL ELBOWS USTD ARE L.R.
=
ALL BUILT-UP DIMENSIONS ARE EXILUOING ROOT IAPS SLIP-ON BLIND IAP
NOTE
,lå
8S 11 ß 16 4x112'
..:.- .1A
::::. 86 i;:iil 55
98 13 52 16 4x112' .:j.ð. ,: .81 , ,3S
108 14 56 18 4x112" .. ,94 :;.:"94 t.'a,,,31, ,:, ¡75
127 't8 62 22 4x112' :,'; 111 '! r9 :,,99
64 25 4x518' ,.;. 12Í ',:.
14 1Jf , 113 ,.. ,7t
152 19
24 70 30 4x518' ,..:156 l 14¿ :'r'!6 1
191 '.
1
229 24 76 33 8x5/8' ,:t:.48
: -; ,134
279 25 89 40 8ßW :"..232 .,31f ,.372 ,.324
343 29 102 M 8x314' ''.Æ7 483 '180 ,.434
225 540 ,382
406 30 102 49 12x718' 483
483 32 114 56 t4tlo 368 .265 457.
533 35 127 57 1u1" 660 314 758 ', 155 756 534
8r3 48 152 83 0x1.1lt ,1066 1346 539 .: 1301 1295 1297 916
NOTES: 1) FOR BOLT DTAMETER I 1/2. AND Up BoLT TENSTONING MAY BE REQUIRED, lF SO ADD MlN. 100 mm
TO DlM. '4" AND '8" Jì
Page 1 of 1 F¡lename: bi¡lagen PD1 -deel 2(excelllstandaards
Piping Design Guide Rev.: 0
Overall dimensions weld fittings Date: 28-10-2009
)Iripiiîjf
Combination with R,F. flanges
tuuÜ4haYw-t:r
H FE F
(f
REI]UTER IONt.
r,J â_ t/1
1[. :¿
REDUTTR ITI.
)
, ,.,"/
W.N. FLANGE
SEE NOTE 1
NOTES:1) FOR BOLT D|AMÉTER 1.1t2" AND Up BOLT TENSTONING MAY BE REOUIRED, lF SO ADD MlN. 100MM TO DIM'A'AND "8"
H FT F L
\ REI]UTER tONt.
IJ L
U :z
R[0utER ttt.
T
à
,l
:t
i1
559 73 162 98 Ox1.1l' ,. .,416 .',' 619 ' 711 265 649 647: ..'..647
603 76 171 100 0x1.3/l 812 ' 314 .758 :: 534
686 83 184 113 0x1.111, 794 359 a67 .. 864
743 89 191 124 0x1.5/l 534 877 1029 404 .: 976 ,972
813 95 197 133 4x1.5ll 578 959 1143 450 1086 1 080 1082
' :916
940 108 210 146 4x'l.7ll i 642 1124 1346 ' 53S 1301 1255 1297
.l
I up BoLT TENStoNtNG MAY BE REQUIRED, lF so ADD MlN.1o0 mm To DlM. "A'AND "8" )' '
H FE F
\ RTDUITR CONT.
c
REOUTER ETI.
SEE W.N.
t9
ALL ELB0WS USED ARE l.R. =
ALL BUILT-UP DIMENSIONS ARE EXILUDING RO[]T TAPS SLIP-ON BLINT] TAP
us i 1500 Êl
361 62 146 92 x1.118' ..i. 289 ' ?it5 .372 .1U ::..324
787 l0a 235 r59 x1.718' . .578 . 921 1029 972 .973
-1016 450 'r086 1080 108?
857 114 254 165 z0tz '1143
146 294 210 Y2.112' 1212 1346 ,. .539 1301 .1255 1297 916
'to41
ffis H FT
Class 1500 R.F.
RIDUTER IONI.
È Ø
REDUITR EtC.
stt W.N.
,:1086
'1082 :TM
984 184 362 16x3" i. .:743 1124 1143
6x3.'lli 845 13?7 '1346 539 't 301 1255 , 1297 916
1 168 210 413
NoTES:1)FoRBoLTDIAMETERII/2"ANDUPBoLTTENSIoNINGMAYBEREQUIRED,IFsoADDMIN.,I00mTnToDIM."A"AND"B'
Piping Design Guide Rev.: 0
Overall dimensions weld fittings Date: 28-10-2009
Combinations with R.F. flanges
HF E F
\ RTDUTER IONT.
o- v\
6
:¿
RTDUTIR EIt,
T
\,V,N. FLANGE
483 114 279 8n' :",,:422 ':: 508 ::::372 ,:,.:.13' .: .924 :::324 324 ;!.,:229
552 133 324 12v2' ':.5O2 ,:i:. 629 : .481 r : '180 432 '.432 :.': 300
673 171 425 2x2-111 : .:.641 : 806 543 540 .::541
762 191 470 2v2.3lt :.::'124 :,:647 :,.:647 '. 457
412 314 758 ,' 756 , 534
359 867 865 611
' 10.29 ,404 ,s76 973 ,:687
1143 450 1086 1080 '1082 764
.1348 53f , l30l Itoà 1297
NOTES:1) FOR BOLT DIAMETER 1 l/2" AND UP BOLT TENSIONING MAY BE REQUIRED, lF SO AOD MlN. 100 mm TO DlM. '4" AND'B'
Piping Design Guide Rev.: 0
Overall dimensions weld fittings Date: 28-10-2009
Combinations with R.T.J. flanges
L
F
I /
\ REI]UTER C[]NC.
U Ø
L
\
6
RtDUttR ttt.
T
N
3
T.J,
u)
ALL ELBO\dS USIB ARE L.R. -
ALL BUILT-UP DIMTNSIONS ART IXCLUI]ING Rt]t]T IAPS SLIP-t]N BLIND CAP
SEE
787 108 235 159 Ox1.7ll ' 578 921 1029 404 912 687
.t 1t2" ANO Up BOLT TENSIONING MAY BE REOUIRED, lF SO ADD MlN. 100 mm TO DIM . "A'AND "B'
NOTES: 1) FOR BOLT DTAMETER
Piping Design Guide Rev,: 0
Overall dimensions weld fittings Date: 28-10-200S
Combinations with R.T.J. flanges
H FE F
REDUTTR TONI.
U L Ø
G
{
U V
RIDUIER EII.
\^/.N. FLANGT
749 140 305 6v2.1h r :5Q4 :. 838 '..'412 ¡.314 .,1s6 755 r:5il
826 '152 3r8 6x2.1lt
:::.::6?3
.:,. 921 .:.: 915 359 : .867 864 611
'687
s14 16a 3U "677. ..1020
984 1U 362 16x3" : ':743 . 1124 1149 .450 1086 1080 .;1082
I 168 210 413 6x3.1li
, 1327 ' 13/,6 , 539 1301 1295 ..1297 ,:916
NOTES: 1) FOR BOLT DTAMETER 1 l/2" AND Up BOLT TENSTONTNG MAY BE REQUIRED, lF SO ADD MlN. 100 mn TO DlM. "Æ AND
"B'
Piping Design Guide Rev.: 0
Overatt dimensionS weld fittings Date: 2B-10-2009
Combinations with R.T.J. flanges
,;" )
('^'
Wrl
MELEIÞING€N
g Glass 2500 R.T.J.
HFT F
\ RTDUIER tONt,
ì o- V)
:¿
RTDUTER TII.
å
T
\^/.N. FLANGE-R,T.J.
483 114 279 Avz" ' 372 134 324 _,: 324
.., r/2" AND up BoLT TENsToNTNG MAy BE REeutRED, tF so ADD MlN. 100 mm To DlM. "A" AND "B' )
NorES:1) FoR BoLT DTAMETER 1 .. -/ '
Rev.: 0
P::EMg,,o,"no,ilflng,.io" Date: 28-10-2oog
) rl Moment Section
Nominal OD Schedule Wall lnside lnside Metal lns¡de lVeight: We¡ght
t
thick. diam. area Area Surfacr filled with of lnertia Modulus
Pipe numbers
Size water
kslm cm4 cm3
inch mm A B c mm mm cmt cm2 m2lm mïm kElm
10s 1,24 7,81 0,48 0,35 0,o32 0,025 0,28 o,32 o,04 0,07
1t8 10,29
40 srd 40s 1,73 6,83 0,37 o,47 0,032 o,o21 0,37 0,40 0,04 0,09
80 XS 80s 2,4',1 5,47 0,23 0,60 0,032 0,017 0,47 o,49 o,05 0,10
10s 1,65 10,4ì 0,85 0,63 0,04Í¡ 0,033 0,49 0,58 o,12 o,17
114 13,73
40 std 40s 2,23 9,27 0,67 0,81 0,04iÌ 0,029 0,63 0,70 o,14 0,20
xs 80s 3,02 7,69 0,46 1,02 0.043 0,024 0,80 0,84 .0,16 0,23
80
17,15 r0s 1,65 13,85 '1,51 0,80 0,054 Q,O44 0,63 0,78 o,24 0,28
318
40 std 40s 2,31 12,53 1,2g 1,08 0,054 0,039 0,85 0,97 ri,so 0,35
80 XS 80s 3,20 10,75 0,sl 't,40 0,054 0,034 1,10 1,19 0,36 o,42
112 21,34 5S 1,65 18,04 1,O2 0,067 0,057 0,80 I,06 0,50 0,47
?,56
10s 2,11 17,12 2,30 1,27 0,067 0,054 1,00 1,23 0,60 0,56
40 srd 40s 2,77 15,80 1,96 1,62 0,067 0,050 1,27 '1,ß o,71 0,67
80 XS 80s 3,73 13,88 1,51 2,06 0,067 0,044 1,62 1,n o,84 0,78
160 4,75 11,84 1,10 2,44 0,067 0,037 1,94 2,05 o,s2 0,86
) XXS 7,Çl 6,40 0,32 3,25 0,067 0,020 2,56 2,59 1,01 0,95
I
26,67 5S 1,65 23,37 4,29 1,30 0,o84 0,073 1,02 1,45 1,02 0,76
314
10s 2,11 22,45 3,96 1,63 0,084 0,071 1,28 1,67 1,24 0,93
4 srd 40s 2,87 20,93 3,44 2,'t5 0,084 0,066 1,68 2,03 1,54 1,16
80 XS 80s 3,91 18,85 2,79 2,80 0,084 0,o59 2,19 2,47 1,86 1,40
160 5,54 15,59 1,91 3,68 0,084 0,049 2,89 3,08 2,19 1,64
)o(s 7,82 11,03 0,96 4,63 0,084 0,035 3,64 3,73 2,41 1,81
33,N 5S 1,65 30,10 7,12 1,65 0,105 0,095 1,29 2,OO 2,08 '1,2
1
10s 2,n 27,86 6,10 2,67 0,r05 0,088 2,O9 2,70 3,f 5 1,89
40 srd 40s 3,38 26,64 5,57 3,19 0,105 0,084 2,50 3,06 3,64 2,18
80 xs 80s 4,55 24,30 4,64 4,12 0,105 0,076 3,24 3,70 4,40 2,63
160 6,35 20,70 3,37 5,40 0,105 0,065 4,24 4,57 5,2'l 3,12
)0(S 9,09 15,22 1,82 6,94 0.105 0,0¿18 5,45 5,63 5,85 3,50
5S 1,65 38,86 1r,86 2,10 0,132 0,1?2 1,65 2,83 4,31 2,05
1 114 42,16
10s 2,77 36,62 10,53 3,43 0,132 0,116 2,69 3,74 6,68 3,17
40 srd 40s 3,56 35,04 9,64 4,32 0,132 0,110 3,39 4,35 8,11 3,85
XS 80s 4,85 32,46 8,28 5,68 0,132 o,102 4,46 5,29 10,06 4,77
80
6,35 29,4ô 6,82 7,14 0,132 0,093 5,61 6,29 11,81 5,60
't 60
)oG s,70 22,76 4,O7 9,89 0,132 o,o72 7,76 8,17 14,19 6,73
,) 1112 48,26 5S 1,65 44,96 15,88 2,42 0,152 o,141 1,90 3,¿a 6,57 2,72
10s 2,77 42,72 14,33 3,96 0,152 0,1u 3,'11 4,54 'to,28 4,26
std /t0s 3,68 40,s0 13,14 5,15 0,152 o,128 4,05 5,36 12,89 5,34
40
XS 80s 5,08 38,10 11,40 6,89 0,152 o,'120 5,41 6,55 16,28 8,75
80
160 7,14 33,98 9,07 9,22 0,152 0,107 7,24 8,15 20,08 8,32
)o(s 10,16 27,94 6,13 12,16 0,'t52 0,088 9,55 r0,16 23,64 9,80
5S 1,65 57,03 25,54 3,04 0,190 0,'t79 2,39 4,94 13,10 4,34
2 60,33
l0s 2,77 54,75 23,58 5,01 0,190 o,172 3,93 6,29 20,75 6,89
40 std 40s 3,91 52,51 21,66 6,93 0,1 s0 0,165 5,M 7,61 27,71 9,19
160 4,71 42,91 14,48 14,12 0,190 0,135 11,09 12,53 48,39 16,04
't1,07 38,'19 11 ,45 17,13 0,1 90 0,120 13,45 14,59 54,59 18,10
XXS
5S 2,11 68,81 37,19 4,70 0,229 0,216 3,69 7,41 29,58 8,'t0
2112 73,03
l0s 3,05 66,93 35,18 6,71 0,229 o,210 5,26 4,78 41,12 11,26
40 std 40s 5,16 62,71 30,89 't 1,00 0,229 0,197 8,64 11,73 63,72 17,45
XS 80s 7,01 59,01 27,35 14,54 0,229 0,185 11,41 14,15 80,11 21,94
80
9,53 53,97 22,88 19,01 0,229 o,170 14,92 17,21 97,98 26,83
160
)c)(s 14.O2 44,99 15,90 25,99 0,229 0,141 20,40 21,99 119,52 32,73
.J
Rev.: 0
Date:
\rEWö,iil'" Design Guide
Properties
2B-10-2oog
XS 80s 12,70 247,65 48'1,69 103,88 0,858 o,778 a1,54 129,71 8822,03 646,1 I
60
0,858 0,763 96,00 142,33 1 0206,81 747,61
80 15,09 242,87 4ô3,27 122,25
158,68 11921,55 873.21
100 n,ia 236,53 439,40 146,16 0,858 o,743 114,74
0,858 o,723 133,O4 174,65 1 3508,60 989,46
120 21,44 230,17 416,09 169,47
0,858 0,698 155,1 3 193,92 1 5309,23 1121,35
140 )c{s 25,40 222,25 387,95 197,62
0,678 172,31 208,91 16622,42 1217,54
160 28,58 215,89 366,06 219,50 0,858
.
-r)
Rev.: 0
GROEP \f
e=pÆ9, iR i n s oe s i snG u i d e Date: 2B-10-2oog
\/-, ss_.ì
rl
t' Nominal OD Schedule
r)
Wall lnside lnside Metal lnside lVeight Weight Moment Section
Pipe numbers thick. diam. area Area Surface filled with of lnertia Modulus
Size water
inch mm A B c mm cm? cm2 m"/m m2/m kglm kglm cmn cmt
12 323,8s 5S 3,96 315,93 783,92 39,80 1,O17 0,993 31,24 109,63 5091,24 314,42
10s 4,57 314,71 Tn,88 45,84 1,O17 0,989 35,98 113,77 5842,25 360,80
20 6,35 311,'15 760,38 63,34 1,O17 0,978 49,72 125,76 7984,33 .493,09
30 8,38 307,09 740,66 83,05 1,O17 0,965 65,20 139,2ô 10339,14 638,5'l
std 40s 9,53 304,79 729,61 94,11 1,O17 0,958 73,87 146,83 1 t632,36 718,38
40 10,31 303,23 7?2,16 101,56 1,O17 0,953 79,72 151,94 12493,00 n1,3
xs 80s 12,70 298,45 699,57 124,14 1,O17 0,938 97,45 167,41 15M8,59 929,36
60 14,27 295,31 684,93 138,79 1,O17 0,928 108,95 177,44 16661,89 1028,99
80 17,44 288,89 655,47 168,24 't,o17 0,908 132,07 197,62 19803,93 1223,O3
100 21,M 280,97 620,03 203,69 1,O17 0,883 159,90 221,90 234Ð1,87 1445,23
120 XXS 25,40 273,05 585,56 238,15 1,O17 0,858 186,95 245,51 26708,08 1649,41
140 28,58 266,69 558,60 265,11 1,017 0,838 2Q8,1'l 263,97 29162,85 1801,01
160 33,32 257,2'l 519,60 304,12 1,O17 0,808 236,73 290,69 32509,70 2007,70
14 355,60 5s 3,96 347,68 949,40 43,75 1,117 1,O92 34,34 129,28 6762,46 380,34
/) 10s 4,77 346,06 940,57 52,57 1,117 1,087 41,27 135,33 8090,00 455,01
I
10 6,35 342,90 923,47 ô9,67 1,117 1,0n 54,69 147,04 10626,41 597,66
20 7,92 339,76 906,64 86,51 1,117 1,067 67,91 158,57 13078,25 735,56
30 std 9,53 336,54 889,54 103,61 1,117 1,057 81,33 170,29 15522,94 873,06
40 11,13 333,34 872;7O 120,45 1,1'17 1,O47 94,55 181,82 17883,91 1005,84
XS 12,70 330,20 856,34 136,81 1,117 I,037 107,40 193,03 20135,45 1132,48
60 15,09 325,42 831,72 161,42 1,1',t7 1,O22 126,72 209,89 23M1,79 1318,44
80 19,05 317,50 791,73 201,42 1,'t17 0,997 158,11 237,28 28608,36 1609,02
100 23,83 307,94 744,77 248,38 1,117 0,967 194,98 269,45 34350,26 1931,96
120 27,79 300,02 706,95 286,19 1,117 0,9¡ß 224,66 255,36 38719,08 2177,68
140 31,75 2g2,10 670,12 323,03 1,117 0,918 253,58 320,59 42755,27 2404,68
160 35,71 284,18 634,27 358,87 1,117 0,893 28'1,72 345,14 48476,17 2613,96
16 406,40 5S 4,19 398,02 'tz$,23 52,94 1,n7 1,250 41,56 r65,98 10707,25 526,93
10s 4,n 396,86 1236,99 60,19 1,277 1,247 47,2 170,54 12137,18 597,30
10 6,35 393,70 1217,36 79,81 1,277 1,237 62,65 184,38 15969,30 785,89
20 7,92 3S0,56 1198,02 99,15 1,2n 1,227 77,83 197,63 19686,85 968,84
30 std 9,53 387,34 1178,35 't18,82 \2n 1,217 93,27 211,11 23407,12 r 151,93
4D xs 12,70 381,00 1140,09 157,08 1,277 1,197 123,31 237,32 30465,73 1499,30
60 16,66 373,08 't093,1g 203,99 1,277 1,',t72 160,13 269,45 3880'l,87 1909,54
) 8o 363,52 1037,88 259,29 1,277 1,142 203,54 307.33 48181,08 2371,12
.21,M
100 26,19 354,02 984,34 312,83 1,277 1,112 245,57 3M,O1 56796,53 2795,10
120 30,96 3M,4 932,OO 365,1 7 1,277 1,O82 286,66 379,86 64m,73 3187,88
140 36,53 333,34 872,70 424,47 1,277 1,O47 333,21 420,48 73294,71 3607,O2
160 40,49 325,42 831,72 465,45 1,277 1.O22 365,38 448,55 78852,60 3880,54
)
Rev.: 0
Notes
numbers'
1) Column A, ANSI 836.10 steelpipe schedule
designations'
column g, nÌ.¡st 836.10 steel pipe nominal wall
pipe schedule numbers-
Column C, ANSI836.19 stainless steel
2) Weightsaregivenforcarbonsteel,forferriticstainlesssteelstheValuesrnaybeaboutS%lessand
grealer'
for tñe auste;itic stainless steels about 2%o
{
LE
Piping Design Guide Rev.: 0
MAXIMUM PIPE SPANS Date: 3-1-2000
pipe
to u 100'c to to
pipe diameter wall
span span sPan span span span span span
size no thickn.
m m m m m
inch mm mm
2,04 2,02 1,94 2,26 2,10 2,08 2,00 1,27 2,54 1,46 2,42
% 21,34 40 STD 2,77 2,06
2,04 2,02 1,95 2,56 2,12 2,11 2,03 1,62 2,47 1,77 2,40
80 XS 3,73 2,41
2,00 2,85 2,12 2,10 1,95 2,40 2,06 2,36
160 4,78 2,74 2,02 1,93
1,95 1,93 3,38 2,06 2,04 1 2,55 2,26 2,59
XXS 7,47 3,35 1
2,43 2,34 2,89 2,50 2,48 2,39 1,68 2,99 2,03 2,81
3/o' 26,67 40 STD 2,87 2,55 2,45
2,35 3,34 2,54 2,52 2,42 2,19 2,92 2,47 2,81
80 XS 3,91 3,06 2,46 2,44
3,95 2,54 2,52 2,89 2,81 3,08 2,75
160 5,56 3,76 2,43 2,41 2,32
2,34 4,59 2,49 2,47 3,63 2,69 3,73 2
XXS 7,82 4,50 2,36
49,6
62,1
8,84
9,26
8,77
9,19 I
28,2
42,5
10,67
10,s1
Date:
46,9
59,3
3-1-2000
9,01
9,40
80 XS 10,97 45,3 9,68 9,61 9,25 oÃÃ
9,3s 9,00 54,2 1 69,5
14,27 56,9 9,60 9,53 9,17 72,2 9,42
120 9,43 9,07 67,5 10,21 81,2 9,61
70,3 9,48 9,41 83,9 9,50
160 18,26 g,M 10,07 91,3 9,60
8,95 94,1 9,51 9,08 79,2
XXS 21 81,9 9,37 9,30
12, 74,8 '10,57
78,2 10,42 10,34 9,95 42,5
STD 8,18 46,0 11,70 11,61 11,17
8" 219,08 40
10,65 10,25 53,1 12,68 84,0 10,88
56,5 11,68 11,59 1 1,1 87,4 10,74
60 10,31 12,59 94,1 11,11
1,12 97,5 10,98 10,89 10,48 64,6
80 XS 12, 68,1 11,64 11,55 1
I
Pln#,s Piping Design Guide
MAXIIIUM PIPE SPANS
Rev
Date:
0
3-1-2000
14' 355;60 10 6,35 60,7 16,23 16,10 15,49 152,9 12,67 12,57 12,10 54,7 17,86 147,0 12,84
20 7,92 73,9 16,28 16,16 15,55 164,4 13,26 13,15 12,66 67,9 17,80 158,5 13,42
30 STD 9,53 87,3 't6,31 16,18 15,57 176,2 13,72 13,61 13,'r0 81,3 17,75 170,2 13,88
40 11,13 100,5 16,31 16,19 15,58 187,7 14,08 '13,97 13,44 94,5 17,70 181,7 14,23
60 15,09 132,7 16,28 16,15 15,54 215,7 14,71 14,60 126,7 17,57 209,8 14,95
XS 12,70 113,4 16,31 16,18 15,57 198,9 14,37 14,26 13, 107,3 17,65 192,9 14,51
80 19,05 164,1 16,21 16,08 15,47 243,1 15,11 14,99 158,0 I7 237,2 15,23
100 23,83 200,9 16,10 '15,99 15,37 275,3 15,40 15,28 14,71 194,9 1 7 269,3 15
120 27,79 230,6 16,00 15,88 1 301,2 15,56 15,44 14,86 224,5 1 7,1 295,2 1
140 31,75 259,5 '15,90 15,78 15,18 326,4 15,66 15,53 14,95 253,4 1 7 320,4 15,
160 35,11 283,4 15,82 15,69 15,10 347,2 15,71 15,58 15,00 277,4 1 341,3 15,80
16n 406,40 10 6,35 69,5 17,77 17,63 16,97 191,0 13,48 13,37 12,87 62,6 19,55 184,3 1
20 7,92 84,6 17,84 17,70 17,03 204,3 14,13 14,02 13,49 77,8 19,50 197,5 1 4,29
30 STD 9,53 100,1 17,87 17,73 17,07 217,7 14,6ô 14,54 14,00 93,2 19,45 211,0 1 4,81
40 XS 12,70 '130,1 17,88 17,74 17,07 243,9 15,41 15,29 14,71 123,2 19,35 237,2 1
60 16,66 166,9 17,84 17,70 't7 276,0 16,03 15,90 1 160,0 19,22 265,3 1 þ,
80 21,44 210,3 17,75 17,61 1 313,9 16,50 16,38 15,76 203,4 1 307,2
100 26,1ç 252,3 17,65 17,51 1 350,6 16,80 16,67 16,05 245,4 1 343,8 16,91
120 30,96 293,3 17,53 17,40 16,74 386,4 17,00 16,87 16,23 286,5 18,78 379,7 17,10
140 36,53 339,9 17,40 17,26 16,61 427,0 17,13 17,00 16,36 333,0 18,61 420,3 17,22
160 40,19 369,6 17,30 17,17 10,52 452,9 1-1,18 17,05 16,41 362,8 18,50 446,2 17,27
18" 457,20 10 6,35 78,2 19,25 19,10 18,38 233,2 14,21 14,10 1 70,6 21 ,17 225,7 14,37
20 7,92 95,3 19,33 19,18 1 248,1 14,93 14,82 1 4,26 87,7 21 ,'t2 240,6 1
30 11,13 130,0 19,39 19,24 18,51 278,4 15,99 15,86 1 5,26 122,4 2'l 270,9 1 6,1
40 14,27 163,4 19,38 19,23 18,51 307,5 16,68 16,55 1 5,93 155,8 20,93 300,0 1
STD 9,53 112,8 19,37 19,22 18,50 263,3 15,52 15,40 1 4,82 105,2 21,07 255,9 15,67
60 19,05 213,4 19,32 19,17 18,45 351,1 17,39 17,26 1 6,60 205,7 20,78 343,6 17,52
XS 12,70 146,8 19,39 19,24 18,51 293,0 16,36 16,24 1 5,63 139,1 20,97 285,5 16,51
80 23,83 262,2 19,23 19,08 18,36 393,7 17,85 17,7'l 1 7 254,6 20,64 386,2 17,96
100 29,36 317,2 19,11 18,96 18,25 M1,8 18,19 18,05 1 7 309,6 20,47 434,3 18,29
120 34,93 371,2 18,98 18,83 18,12 488,8 18,40 18,26 17 363,6 20,31 481,3 18,50
140 39,67 415,9 18,87 18,72 18,01 527,8 18,52 18,37 17,68 408,3 20,1 520,4 18,61
45.24 467 1 73 7 I 1
lm#s Piping Design Guide Rev.: 0
Date: 3-1-2000
MAXIMUM PIPE SPANS
Notes:
Table ls based on material API 5L Gr .B ASTM A 06 Gr ,B.
a bending stress of 30% of the allowable stress.
Spans a re based on maximu m deflection of 1/600 length and/or on
( i
Piping Design Guide Rev.: o
Pipe Spacing Date: 28-10-2009
PiHt#t
Flens 150#
29ã 320
475 650
Flens 300#
1Y2'
775
1% 48 510
Flens 600#
Notes
1. Spac¡ng based on: B = (d + D) /2 + 30.
6AIE VAIVE
Gate valves
Socket weld
1088
MAo
I
Screwed
800lbs
1257 1257
1537 1562
*
Note: All Dimensions are based on Raised Facing Flanges = Gear Operaled
P}H#g Piping Design Guide
Valve Dimensions
Rev.:
Date:
0
28-10-2009
GTOBE [Link]
Ê
1
,j
'1270
)
reP,iHffiú Piping Design Guide
Valve Ðimensions
Rev.:
Date:
0
2&1G.2009
BÀrrvÄLvE/PllJcvÀLvE
Plug valves
Sockêt weld
) 1257
1029
1219
)
Rev.: 0
Piping Design Guide
28-10-2009
Overalt dimensions of relief valves Date:
'l
'.THå#g
.tl 3
ûuuï
Il'lTTT
J
Piping Design Guide Rev,:0
Overall dimensions of Globe tYPe Date: 1-2-2001
control valves for layout Purpose
'.
I
I
VALVE RATING
150 Class 300 Class 600 c D
Valve Class
A a A â A d
size
203 108 526 89 251
1t2 1U 98 r90 102
206 110 526 89 251
314 184 98 194 103
2to 108 526 114 359
1 1U 95 197 102
25',1 127 583 133 359
?22 113 235 119
1112
2 zil 138 267 145 286 1il 656 148 400
't83 337 192 703 195 400
3 298 173 318
394 227 732 225 400
4 352 206 368 214
508 254 983 313 514
6 451 265 473 276
610 356 1262 351 514
I 543 322 568 335
752 433 13r'r9 405 667
l0 673 394 708 411
499 141.8 473 667
737 457 Tt5 476 819
12
I 108 640 1529 584 667
t6 1016 594 1057 614
J
Piping Design Guide Rev.: 0
2B-10-2009
Overall dimensions of Gamflex type Date:
Pigtng \
r
pnsTnN
o
H s4ffi
@
+
=@dØ + o
ru&+ # & @4ffi
*@
#Ë t rub fom
=fihþ o
=ilùd dË I fum
Ftangetess and Ftanged wilh Spring Diaphragm Aclualor
þ
F
OF PIPNt{t
E NPT
6
ß
A
H M
VALVE FI-ANGED
FLAN. FLANGE. J K L CLASS CLASS CLASS
SIZE FTANGELESS B c D E F G
GED LESS r50 300 600
NOTE.I
114 51 67 206 38 137 165 229 229
1021102 173 257 208 163 140
1
59 o¿ 2U 51 165 165 2æ 254
175 300 211 163 140 117
1112 1141114
62 62 239 66 170 267 267 267
1241124 175 300 2'11 163 140 117
2
3 165/165 262 4U 229 163 175' 122 86 97 333 u 244 300 u3 356
t
Ieffiö
25
25
1/8'NPT
TE"I. TAIE HOLE
10
20 E 20
lt (-, :\
*_-:..11
-
SMAILTR THAN,lO MM,
IF APPARATUS S HAOT OF A ALTOV/ OR
NON-FERROUS MEÍAL WEAR PLATS TO
il
BE OF SA}48 MATERIAL AS APPARATUS,
NO]TS:
I
(: z
l.
ALL WflßS TO BE CONTINUOUS
BOLT HOLES FOR FIXEO SAOI]LE OtüY
MAT'L AS PER REOUEIION
_l
Piping Design Standard Rev.: 0
Saddles for vessels O.D./1050 Date 2g-10-2009
Piprng
tutÛalaa#
/)
--CL OF VESSEL_
+
)
10
F
B
Plnlnst
j
U
z lll I
I
o
m
¡3 Ì/ll
2=g
-oô
otso
Sr<
3=*
z9ô
oñ3
Ez> [oncenlrk mducer
ËtrË
-Ec
EÊE
llon z',
ËRR
ÉE=
L
o=u
tû
llr,l oI
W^
3@ -
'= Ev'
?z-à
'rró
cõ-<
min 2' min 2'
fL.
to
I}EIAIL 0F STUB ÊEg.z
IJì|DS
Êe=<
FFRR
P,lHffiii
" li
;1 ì:,
i"r
DtN 28013
R=0,8D
r = 0,154 D
h= 3,5 t
H=0,26D+h
volume= 0,13(D-20
lt
Weight t Weight
t R IVolume in kg
f D mtn. h1
D min. hl R Volume in kg
oer mm t
dm3 ner mm t rnax. dm3
mâx-
1700 442 't36( 262 640 27
300 78 240 46 1
1750 5-26 1400 270 700 28,5
350 3-50 91 280 54 1,3
8. 1800 +26 468 1440 277 760 30
400 3-50 104 320 62 1.7
I 1850 5-26 481 285 825 3't.5
450 3-50 117 360 69 11., 2
1900 526 494 1520 293 890 33
s00 130 400 T7 16.' o
1950 5-26 507 1560 300 965 35
550 3-50 143 440 85 21.6
2000 &26 520 1601 308 1040 37
600 3-50 156 480 93 28
2050 5-26 533 1640 1120 38-5
650 4-50 169 520 10() 36 4:,
2100 5-26 546 1680 324 't200 40,5
700 4-50 182 560 108 44 4.8
54. 5 2150 5-26 559 1720 331 1290 42.5
750 +"50 195 600 115 5.5
123 66. 6.2 2200 5.26 572 1760 339 1380 M,5
800 4-80 208 640
7 2250 &26 s85 1400 347 1480 46.5
4-80 221 680 13',1 79,1
I 2300 5-26 598 't8.t 354 1 580 48.5
900 4-80 234 720 139 94
2350 5-26 611 1880 1690 51
950 247 760 146 111
2400 5-26 624 19.20 370 't800 53
1 000 5-80 800 154 130 9,5
1050 5-80 273 840 162 15( 10.4 2450 *26 637 1960 377 1910 55
liþ
2500 *26 650 385 2030 57
1 100 5-80 286 880 169 173 11.1
't98 2550 &26 663 20' 393 2150 59
1 150 5-80 259 920 177 't2 5
2600 5-21 676 2080 400 2280 62
1200 5-80 312 960 185 225 1. t.6
14.7 2700 5-26 700 2't60 416 2550 66.5
1250 5-80 325 I 000 193
2800 526 725 2240 431 2850 71
1300 5-80 338 1040 200 28 ) 15.9
2900 5,-26 755 M7 3160 76
1350 5-80 351 1080 204 320 't7.1
3000 5-?6 780 2400 462 3500 a2
1400 5-80 364 1120 216 356
't160 7 3100 +21 805 2480 477 3850 a7
1450 5-80 377 223 395 1
438 3200 5-26 835 2560 493 4260 93
1 500 5-80 390 1200 231 21
22.5 3300 5-26 860 26'40 508 4672 99
5-26 403 1240 239 48
i.9 3400 5-26 885 272 524 51 10 105
1600 5-26 416 1280 246. 532
2 4 3500 +26 910 2400 539 5574 111
I 650 5-26 429 1320 254 585
Note
'1
) h min.=3,5t (h and H to be adjusted when required)
2) Volumes given do not include cylindrical part.
Pipe Design Guide Rev.: 0
Davit for vertical manhole Date: 28-10-2009
Pigtng
T
o 50
DITAIL I
l0
o PIPE -A
N
ú
o
@
ø10 e
6
DETAIL III
DIMENSIONS IN MILLIMETRES.
MATERIAL:
'l: DAVIDARM .A106 GR.B OR EQUIVALENT
2: COLLAR -c.s.
3: PIPE SUPPORT -A106 GR.B OR EOUMALENT
4: EYE BOLT -DlN 444 (GALVANZED)
5: BOLTAND NUT -DlN 931-8.8 AND DIN 934-8 (GALVANIZED)
6: SUPPORT PLATE .SAME MATERIAL AS MANHOLE / FLANGE
Piping Design guide Rev.: 0
Davit for horizontal manhole Date: 2a-10-2009
rlì
i:ÞPjPËF,ö ø18
200 200
DETAIL 1
ø16
SEE DTT
o
o
AIL 1 I}
DETAIL 2
15
fi
a
+ P¡PE 'B'
180
DITAIL 3
UB
[Link]. PRESSURE PIPE "4"
500 6 TO 40INCL. 2'SCHED. SO
600 6 TO 25 INCL 2" SCHED. EO 2Y2'SCHED- 40
20" 150#& 300# 2'SCHED.80 2Y2" SCHED- 4Q
24" 150#& 300# 2" SCHED. SO 2Y2" SCHED- 40
2Y2" SCHED.80 3" SCHED- 80 )3
20" 600#
24 600# 2%" SCHED.80 3" SCHED. 80
MATERIAL:
r) DAVITARM - A106 GR.B OR EQUIVALENI'
2) COLLAR - c.s.
3) P|PE SUPPORT . A106 GR.B OR EQUIVALENÏ
4) EYE BOLT - DrN 444 (GALVANIZED)
5) BOLTANDNUT - DrN 931-8.8 AND DIN 934-8 (GALVANIZED)
6) SUPPORTPLATE - SAME MATERIAL AS MANHOLE / FLANGE
Piping Design Guide Rev.: 0
Support legs for verticalvessels Date:28-10-2009
r ffiLEtott{oËtl
g
50 50
P9
Bc oÀ
Htf 0Á..
gfI.T TA
*3m
-l---
m¡r RrrruArt
)
BOL-I B.U.
DIA. A B
IHmax.
O.D. VESSEL a LEG S¡ZE FOOT PTATE D¡A
UP TO 8OO 120" 75x75x7 13Ox130x12 M20 40 200 1000
800 To r 100 90' 80x80x8 14Ox140x12 M20 VESSEL 50 200 1000
1100 TO 1500 90' 1 00x1 00x 1 0 15Ox150x12 M24 o.D.-50 60 250 't000
1500 TO 2000 90' 't00xl00x'12 150x15Ox12 M24 60 250 1000
2000 To 3000 90''t50x150x14 2OOx2OOx12 M24 80 300 1000
3OOO AND OVER USESK¡RTTYPE CONSTRUCTION SEE STD-063
1) ALL DIMENSIONS lN MILLIMETERS.
2) WEAR PLATES TO BE OF THE SAME MATERIAL AS THE VESSEL.
3) ALL WELDS TO BE CONTINUOUS FILLË-Í.
4) NOT FOR STIRRED VESSELS.
5) MANUFACTURERTO CHECK OUTTHAT OVERLOADING DOES NOT
OCCUR,
._J
Piping Design Guide Rev.: 0
Skirts cylindrical and conical Dâte: 2B-10-2oog
i. .ì
nP*s (\ I
[./
t-
200
-E0uar5-5ßrBI-rHK5-
o
o
0.0.
305
")
o
HotE
-ggjgulqjççEls
1700 3600 5
.*J
Piping Design Guide Rev.: 0
Support bracket Date: zs-to-eòos
50
40
) SLOTTED [Link]
t"
<)
LN
ro
:l
I ..\l
D t
ìHELL O.D. A B D E F G
UPTO 1000 250 190 150 10 l0 15
1000 To 2000 300 220 150 15 15 20
2000 To 2500 350 270 't50 15 15 25
.._)