You are on page 1of 54

Taalinitiatie

Frans
ste
1 leerjaar

GVBS WONDERWIJS
Debby De Cauwer
GVBS Wonderwijs
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

Woord vooraf
De taalnota van minister Vandenbroucke houdt in dat er ook Frans mag gegeven worden aan
kinderen die nog niet in het 5de leerjaar zitten.

Bij zo’n jonge kinderen spreken we dan van taalinitiatie. Spelenderwijs en op een ongedwongen
manier Frans leren. Kinderen worden ondergedompeld in de Franse taal. Het is als het ware een
ontdekkingstocht.

U heeft het misschien zelf al meegemaakt in uw klasje dat kinderen spontaan een woordje Frans
laten vallen en ze dan zo fier zijn als een pauw. Ze staan reeds op jonge leeftijd open om een
vreemde taal te leren, ze zijn nog heel nieuwsgierig. Van deze mooie eigenschappen moeten we
als leerkracht gretig gebruik maken.

Het doel van taalinitiatie is dat kinderen een vreemde taal gaan ‘verkennen’. Er wordt dus niet
gevraagd naar letterlijke vertalingen van teksten en er wordt nog niets opgeschreven. We willen
wel dat kinderen attitudes aanleren om met een vreemde taal om te kunnen gaan. Ze moeten
durven meedoen en vooral plezier beleven aan de activiteiten. Op deze manier wil men kinderen
een positieve houding ten opzichte van vreemde talen, in dit geval Frans, mee geven.

Dat dit allemaal op een creatieve en speelse manier moet gebeuren spreekt voor zich. Gebruik
maken van spelletjes, liedjes, gedichten,…is dus zeker een must. Taalinitiatie gebeurt dan ook op
een geïntegreerde manier. Het vreemdetalen-onderwijs verloopt in grote lijnen parallel met het
aanbod van een bepaald leergebied.

In deze bundel vindt u verschillende lessen en materialen om aan de slag te gaan. Er zijn 6 lesjes
uitgewerkt. Het materiaal dat bij deze lessen hoort (klaspop, prenten…) kan u terugvinden in de
box en/of in de bijlage. Er zijn nog extraatjes voorzien; liedjes, gedichtjes, tussendoortjes,... U kan
zelf kiezen wanneer en hoe u deze in de klas gebruikt.

Zoals elke leerkracht wel weet, is herhaling heel belangrijk. Bij sommige lesjes zal dit dan ook
nodig zijn. U zal niet altijd alle woordenschat in één lesje kunnen geven. U kan dan een selectie
maken uit het aanbod of de les opsplitsen in meerder lesjes. Ik vind het nog steeds belangrijker
dat kinderen enkele woorden zeer goed kennen dan dat ze veel woorden kennen maar de
uitspraak bijvoorbeeld niet goed is. Als leerkracht moet u een goed evenwicht zoeken tussen
Franstalige en Nederlandstalige opdrachten geven. Het Frans ondersteunen met gebaren kan een
grote hulp zijn voor kinderen. Ik hoop dat deze bundel u een eindje op weg kan helpen en
inspireren.

Ik wens u en de kinderen alvast veel taalplezier,


Debby

GVBS WONDERWIJS

2
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

Inhoudsopgave
Woord vooraf 1
Inhoudsopgave 2
Algemene doelen 3
Inhoud box 4
Lijst van bijlage 6
1. Lessen 8
1.1 Kennismaking 9
1.2 Zichzelf voorstellen 11
1.3 Tellen tot 10 13
1.4 Delen van het lichaam 15
1.5 De dagen van de week 17
1.6 Dieren van de boerderij 19

2 Liedbundel 21
2.1 Bonjour Amélie 22
2.2 La ballade des chiffres 23
2.3 Tête, épaules et genoux, pieds 24
2.4 Jean petit qui danse 25
2.5. La semaine 26
2.6 Mon coq est mort 27
2.7 Dans la ferme des martiens 28
2.8 Sur le pont d’Avignon 29
2.9 Frère Jacques 30
2.10 Joyeux anniversaire 31

3 Gedichtenbundel ter inspiratie 32


4 Tussendoortjes 36
4.1 Bingo 37
4.2 Le jeu des chiffres 38
4.3 Le jeu du dé 39
4.4 Le jeu du pictionnaire 40
4.5 Amélie a dit 41
4.6 Le jeu du mime 43
4.7 Le jeu de kim 44
4.8 Le jeu de mémoire 45
4.9 Je pars en voyage et j’emporte dans ma valise un/une… 46
4.10 Trou de serrure 47

5 Woordenlijst 48
6 Bronnen 50
7 Bijlage(n) 52

GVBS WONDERWIJS

3
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

Algemene doelen voor taalinitiatie1:

Attitudes:

 Leerlingen beleven plezier aan het leren van een vreemde taal.

 Leerlingen ontwikkelen een positieve taalattitude: hierin is een affectieve component, een
conatieve component en een cognitieve component te onderscheiden.
 Leerlingen verhogen hun zelfvertrouwen om een andere taal te gebruiken.

 Leerlingen verwerven culturele competentie over het land waarin men de aangeboden taal
spreekt.
 Leerlingen ontwikkelen attitudes van meer openheid ten aanzien van talen en in het bijzonder
de talen die ze op school moeten leren.

Taalvaardigheden:

 Leerlingen ontwikkelen taalvaardigheden die van nut zijn bij diverse leerprocessen: luisteren,
spreken, observeren, analyseren.
 Leerlingen ontwikkelen taalvaardigheden op een niet-academische manier, zonder de
verplichting om resultaten te halen.
 Leerlingen kunnen allerlei concrete taalsituaties met meer talen aanpakken en ontwikkelen
daardoor meer en betere taalvaardigheid.
 Leerlingen kunnen allerlei concrete situaties met meer talen aanpakken en beheersen en
verwerven daardoor op jonge leeftijd meertalige competenties.
 Kinderen die deze vaardigheden en attitudes verwerven, hebben ongetwijfeld meer kansen op
welslagen in het aanleren van om het even welke taal op latere leeftijd.

GVBS WONDERWIJS

1
Vanderhauwaert, R., Vreemdetalenonderwijs in het gewone basisonderwijs, VVKHO
FrBaO/DOC/05-06/01, 24 oktober 2005, pp. 9-10.
4
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

INHOUD BOX

GVBS WONDERWIJS

5
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

• Algemeen
Handpop Amélie
Lessenbundel
• Les 1 : Kennismaking
Koffertje met foto’s
Foto Amélie
• Les 2 : Zichzelf voorstellen
Poppetjes
• Les 3 : Tellen tot 10
Prenten met cijfers
• Les 4 : Delen van het lichaam
Prent van het lichaam
Woordkaarten
• Les 5 : de dagen van de week
Kalender
• Les 6 : Dieren van de boerderij
Prenten dieren
• Tussendoortje 1
Bingokaarten
Kaartjes om te trekken in zakje
• Tussendoortje 2
Geen extra lesmateriaal
• Tussendoortje 3
Muizendobbelsteen
• Tussendoortje 4
Geen extra lesmateriaal
• Tussendoortje 5
Geen extra lesmateriaal
• Tussendoortje 6
Geen extra lesmateriaal
• Tussendoortje 7
Kaartjes
• Tussendoortje 8
Kaartjes
• Tussendoortje 9
Prenten
• Tussendoortje 10
Prenten
Blad met sleutelgat

GVBS WONDERWIJS

6
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

LIJST VAN BIJLAGE(N)

GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

7
• Algemeen
Diploma Frans
• Les 1 : Kennismaking
Geen extra materiaal in bijlage
• Les 2 : Zichzelf voorstellen
Geen extra materiaal in bijlage
• Les 3 : Tellen tot 10
Geen extra materiaal in bijlage
• Les 4 : Delen van het lichaam
Geen extra materiaal in bijlage
• Les 5 : de dagen van de week
Verhaal bij de kalender
• Les 6 : Dieren van de boerderij
Geen extra materiaal in bijlage

GVBS WONDERWIJS

8
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1. LESSEN 1STE LEERJAAR

GVBS WONDERWIJS

9
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.1 LESFICHE : KENNISMAKING


Kennismaking.
Onderwerp
± 25 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden materiaal begrijpen: een
eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.
 Sp. 3: Gesproken zinnen en beelmateriaal combineren.

Doelen gekoppeld aan het leerplan Muziek:


 1.2 - Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie.
 1.3 - Een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en
een goede stemexpressie.
 1.4: Een gevarieerd repertoire van kindgerichte liederen zuiver en
expressief zingen en gebruiken als impuls voor diverse
expressiewijzen en spelvormen.
 13.2 - Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen
aanpassen aan de eisen van het samenspel.
Lesdoelen  De leerlingen luisteren aandachtig naar Amélie.
 De leerlingen vertellen over eigen ervaringen.
 De leerlingen zingen het Franse lied ‘Bonjour Amélie’.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
Dit is het 1ste lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
De meeste kinderen hebben nog geen ervaring met de Franse taal.
Materiaal  Handpop Amélie (box)
 Koffertje met foto’s (box)
 Liedtekst: ‘Bonjour Amélie’ (liedbundel)
 Foto Amélie (box)

10
Uitwerking Inleiding (5 minuten):
De leerkracht vertelt: ‘Net voor ik ging slapen ben ik Amélie de muis
tegengekomen. Ze zat buiten voor het raam en had het heel koud. Ik heb
haar dan maar snel binnengelaten. Amélie vertelde me dat ze een beetje
verdrietig is, ze komt uit Frankrijk en heeft hier in België nog geen
vriendjes. Ik heb haar gevraagd of ze bij ons in de klas wil komen om jullie
te leren kennen. Ze zei dat ze jullie dan graag een beetje Frans wil
aanleren.’
De leerkracht toont de foto van Amélie en hangt deze op het bord. Naast
de foto schrijft ze ‘bienvenue’ en legt dit uit aan de kinderen.
Leerkracht: ‘Amélie is wel een beetje verlegen en durft niet goed naar de
klas komen. Maar als jullie je ogen toe doen en ik muziek opzet komt ze
misschien wel.’
De leerkracht laat de muziek horen, de kinderen sluiten de ogen.

Kern (15 minuten):


Amélie komt binnen met haar koffertje en begroet de kinderen in het
Frans. Ze is een beetje verlegen.
‘Bonjour tout le monde. Je m’appelle Amélie. Comment ça va?’
Ze vertelt de kinderen dat ze samen met haar broer, mama en papa naar
België is gekomen en dat ze graag bij hen in de klas wil blijven.
Ze toont haar koffertje en stelt zich verder voor:
Foto 1: C’est ma famille; ma mère, mon père et mon frère.
Foto 2: C’est ma maison.
Foto 3 : Mes crayons. J’aime dessiner.
Foto 4: J’aime la musique.
Foto 5: Le fromage, mjam mjam.

Amélie vertelt de kinderen dat ze veel van zingen houdt. Ze wil graag een
liedje aan de kinderen aanleren.
Het lied wordt stap voor stap aangeleerd. → ‘Bonjour Amélie’

Slot (5 minuten):
Amélie neemt in het Frans afscheid van de kinderen en zegt dat ze zeker
en vast nog wil langskomen.

Bordschema

11
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.2 LESFICHE: ZICHZELF VOORSTELLEN


Begroeten, zich voorstellen.
Onderwerp
± 25 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden materiaal begrijpen: een
eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.

Doelen gekoppeld aan het leerplan Muziek:


 1.2 - Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie.
 1.3 - Een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en
een goede stemexpressie.
 1.4: Een gevarieerd repertoire van kindgerichte liederen zuiver en
expressief zingen en gebruiken als impuls voor diverse
expressiewijzen en spelvormen.
 13.2 - Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen
aanpassen aan de eisen van het samenspel.
Lesdoelen  De leerlingen begroeten Amélie in het Frans.
 De leerlingen nemen afscheid van Amélie in het Frans.
 De leerlingen kunnen zichzelf kort voorstellen.
 De leerlingen spelen expressief en kort dialoogje.
Dit is het 2de lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
De kinderen hebben enkel een kennismakingsles gevolgd.

Materiaal  Handpop Amélie (box)


 Liedtekst: ‘Bonjour Amélie’ (liedbundel)
 Balletje of bolletje wol
 Poppetjes (box)

12
Uitwerking Inleiding (5 minuten):
Leerkracht zingt het lied uit de vorige les samen met de kinderen.
Amélie: ‘Bonjour mes amis! Comment ça va?’ Amélie vertelt de kinderen
dat ze graag hun naam wil weten. Maar deze mogen ze natuurlijk niet
zomaar vertellen. Ze moeten zich in het Frans voorstellen.

Kern (15 minuten):


Namenspel
Amélie: ‘Mettez-vous en cercle!’ De leerlingen staan in een kring. Leerling
1 heeft een balletje vast en stelt zich voor in het Frans. Hij/zij zegt:
‘Bonjour! Je m’appelle… Et toi?’ Leerling 1 gooit hierbij het balletje naar
leerling 2. Leerling 2 stelt zich op dezelfde manier voor. Zorg ervoor dat
elke leerling zich heeft kunnen voorstellen.

Variatie: Je kan ook gebruik maken van een bol wol. Op die manier
ontstaat er een spinnenweb.

Dialoogje
Het dialoogje wordt klassikaal ingeoefend met de kinderen zodat ze het in
grote lijnen kunnen memoriseren. De popjes worden hierbij reeds gebruikt
door de leerkracht.

De leerlingen krijgen een stokpopje en spelen het dialoogje per 2


(poppenkast). Er kunnen verschillende popjes gebruikt worden.

Tip: Kinderen die het moeilijker hebben met het Frans kan je de 2de rol
laten spelen. Deze is meer herhalend.

Leerling 1: Bonjour, je m’appelle….. Et toi?


Leerling 2: Bonjour, je m’appelle …..
Leerling 1: Ça va ?
Leerling 2: Oui ça va !
Leerling 1: Au revoir !
Leerling 2: Au revoir !

Amélie moedigt de kinderen aan. Ze doet dit met de volgende Franse


woorden: magnifique, fantastique, superbe, tres bien,…
Slot (5 minuten):
Amélie neemt in het Frans afscheid van de kinderen.

Bordschema: niet van toepassing.


GVBS WONDERWIJS

13
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.3 LESFICHE: TELLEN VAN 0 TOT 10


Tellen van 0 tot en met 10.
Onderwerp
± 25 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.
 Sp. 3: Zinnen en beeldmateriaal combineren.
Doelen gekoppeld aan het leerplan Muziek:
 1.2 - Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie.
 1.3 - Een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en
een goede stemexpressie.
 1.4: Een gevarieerd repertoire van kindgerichte liederen zuiver en
expressief zingen en gebruiken als impuls voor diverse expressiewijzen
en spelvormen.
 13.2 - Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen
aanpassen aan de eisen van het samenspel.

Lesdoelen  De leerlingen tellen van 1 tot en met 10 in het Frans.


 De leerlingen zingen het eerste deel van ‘La ballade des chiffres’.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
 De leerlingen nemen in het Frans afscheid van Amélie.
Dit is het 3de lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
Deze lessen werden reeds uitgevoerd:
 Kennismaking met het ankerfiguur.
 Begroeting en zichzelf voorstellen.
Materiaal  Handpop Amélie (box)
 Prenten met cijfers (box)
 Liedtekst ‘La ballade des chiffres’ (liedbundel)
 Stoepkrijt → hinkspel

Uitwerking Inleiding (5 minuten):


Amélie komt de klas al zingend binnen. Ze zingt het liedje ‘La ballade des
14
chiffres’ en beeld ondertussen alles uit. Achteraf vraagt ze wat de kinderen
van haar zangtalent vinden.

Kern (15 minuten):


De leerkracht bespreekt met de kinderen de inhoud van het lied:
- Wat heeft Amélie allemaal uitgebeeld?
- Tot hoeveel heeft ze geteld?
- Wat deed Amélie op het einde?
De leerkracht hangt de cijferprenten op bord en verwoord in het Frans welk
cijfer er staat. (un, deux, trois,…)
De leerkracht leest de cijfers voor, de leerlingen herhalen de leerkracht.
De leerkracht duidt een cijfer aan, de leerlingen verwoorden wat er staat.
Als alle cijfers goed gekend zijn wordt het lied stap voor stap aangeleerd.
De leerlingen zingen mee met Amélie en de leerkracht. Als het lied vlot
gekend is kunnen er bewegingen aan toegevoegd worden.

Slot (5 minuten):
Amélie vertelt aan de kinderen dat ze gisteren een leuk spel heeft gespeeld
en dit nu met de kinderen wil spelen.
Hinkelspel tot 10: Een leerling staat voor het hinkelspel bij de 1 en gooit
een steentje in een van de vakjes. Ligt het steentje bijvoorbeeld in 4, dan
springt hij op één been in de vakjes 1-2-3-5-6-7-8-9-10en keert daarna
terug. Tijdens het springen zegt de leerling in welk vakje hij springt.
Amélie neemt afscheid van de kinderen.
Bekijk ook de tussendoortjes ‘bingo’ en ‘le jeu des chiffres’. Op deze manier
kunnen de cijfers nog extra ingeoefend worden.

Bordschema

GVBS WONDERWIJS

15
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.4 LESFICHE: DELEN VAN HET LICHAAM


Delen van het lichaam.
Onderwerp
± 25 minuten.
Tijdsduur
Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
Leerplansituering
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.
 Sp. 3: Zinnen en beeldmateriaal combineren.

Doelen gekoppeld aan het leerplan Muziek:


 1.2 - Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie.
 1.3 - Een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en
een goede stemexpressie.
 1.4: Een gevarieerd repertoire van kindgerichte liederen zuiver en
expressief zingen en gebruiken als impuls voor diverse expressiewijzen
en spelvormen.
 13.2 - Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen
aanpassen aan de eisen van het samenspel.
Lesdoelen  De leerlingen begroeten Amélie in het Frans.
 De leerlingen benoemen de lichaamsdelen op de prent.
 De leerlingen zingen de Franse liedjes en doen hierbij de bewegingen.
 De leerlingen nemen afscheid van Amélie in het Frans.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

Dit is het 4de lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
Deze lessen werden reeds uitgevoerd:
 Kennismaking met het ankerfiguur.
 Begroeting en zichzelf voorstellen.
 Tellen van 0 tot 10.
Materiaal  Handpop Amélie (box)
 Prent lichaam + woordkaarten (box)
 Liedtekst ‘tête, epaules et genoux, pieds’ (liedbundel)
 Liedtekst ‘Jean Petit qui danse (liedbundel)
 Spel ‘Jacques a dit’ (tussendoortjes)
Uitwerking Inleiding (3 minuten):
16
Amélie begroet de kinderen in het Frans. ‘Bonjour les enfants! Comment ça
va?’

Amélie: ‘Eigenlijk zien jullie er wel een beetje gek uit hé. Jullie lijken
helemaal niet op mij. Vous avez une tête, 2 yeux, un nez, des épaules, des
oreilles, une bouche, des genoux et des pieds.’ Amélie duidt de
lichaamsdelen aan bij de juf.

Kern (20 minuten):


De leerkracht hangt de prent op bord. Amélie overloopt de lichaamsdelen,
de kinderen zeggen haar na. De kaartjes worden op de juiste plaats
gehangen.

Amélie vertelt de kinderen dat ze een leuk liedje kent over de


lichaamsdelen. Ze zingt het voor en duidt ondertussen de lichaamsdelen
aan bij de leerkracht. Daarna wordt het lied zin per zin aan de kinderen
aangeleerd.

Het is leuk en grappig als je het tempo steeds wat verder opdrijft.
Extra:
Ook het liedje ‘Jean Petit qui danse’ kan je aanleren bij dit thema.
Het spel ‘Jacques a dit’ kan je toepassen na het aanbrengen van deze les.
Jacques a dit:
- Les mains sur la tête.
- Les pieds sur la jambe.
- Les mains sur les oreilles.
- Les bras sur les jambes.
Slot (2 minuten):
Amélie neemt in het Frans afscheid van de kinderen.

têt
Bordschema ne 2

oreill
épaul
e
bouch
e

pie geno
u

17
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.5 LESFICHE: DAGEN VAN DE WEEK


Onderwerp Dagen van de week.
Tijdsduur ± 25 minuten.
Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.
 Sp. 3: Zinnen en beeldmateriaal combineren.
Doelen gekoppeld aan het leerplan Muziek:
 1.2 - Aandacht schenken aan een goede stemplaatsing en resonantie.
 1.3 - Een lied uitvoeren met aandacht voor een correct stemgebruik en
een goede stemexpressie.
 1.4: Een gevarieerd repertoire van kindgerichte liederen zuiver en
expressief zingen en gebruiken als impuls voor diverse expressiewijzen
en spelvormen.
 13.2 - Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen
aanpassen aan de eisen van het samenspel.
Lesdoelen  De leerlingen begroeten Amélie in het Fans.
 Luisteren aandachtig naar het verhaal en begrijpen dit in grote lijnen.
 De leerlingen zingen ‘La semaine’.
 De leerlingen nemen in het Frans afscheid van Amélie.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
Dit is het 5de lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
Deze lessen werden reeds uitgevoerd:
 Kennismaking met het ankerfiguur.
 Begroeting en zichzelf voorstellen.
 Tellen van 0 tot 10.
 Delen van het lichaam.
Materiaal  Handpop Amélie (box)
 Kalenderprenten (box)
 Verhaal bij kalender (bijlage)
 Liedtekst ‘La semaine’ (liedbundel)

18
Uitwerking Inleiding (2 minuten):
Amélie begroet de kinderen in het Frans. Ze vraagt aan de kinderen of ze
de dagen van de week kennen.

Kern (20 minuten):


De leerkracht leest het verhaal voor en toon ondertussen de prenten.

Les jours de la semaine

Lundi, je joue au ballon dehors.


Mardi, j’aide maman parce que je suis fort.
Mercredi, j’aime aller à bicyclette.
Jeudi, grand-père m’emmène faire des emplettes.
Vendredi, je m’amuse avec Léo.
Samedi, je saute dans l’eau quand il fait beau.
Dimanche, je vais au parc avec mes amis.
Et hop ! Lundi ! C’est reparti!

De leerkracht bespreekt met de kinderen de inhoud van het verhaal:

 Wat gebeurt er maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag,


zaterdag, zondag?
 Doe jij dat ook wel eens? Wanneer?
 Welke dag is het vandaag, morgen, overmorgen, gisteren,
eergisteren?

Amélie zingt het lied ‘la semaine’. (lied moet aangeleerd worden op een
donderdag) Het lied wordt stap voor stap aangeleerd. Op die manier
kunnen de kinderen de dagen van de week gemakkelijker memoriseren.

Slot (3 minuten):
De leerkracht hangt de kalender omhoog in de klas. De leerlingen zingen
het lied een laatste maal en nemen afscheid van Amélie.

Tip: je kan elke dag aan de kinderen vragen hoe we die dag in het Frans
noemen. Door de herhaling zullen ze alles beter onthouden.

Bordschema:

Lundi mardi mercredi jeudi vendredi samedi dimanche

19
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

1.6 LESFICHE: DIEREN VAN DE BOERDERIJ


Dieren van de boerderij
Onderwerp
± 60 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Lu. 5: Beroep doen op hulpmiddelen om moeilijke klanken en/of
klankgroepen te onthouden.
 Sp. 1: Zo levendig mogelijk en herhalend spreken.
 Sp. 3: Zinnen en beeldmateriaal combineren.
Doelen gekoppeld aan het leerplan Beeld:
 1. Openstaan voor beelden.
 3. Inhouden, beeldaspecten, technieken en materialen achterhalen in
beelden.
 5. Beeldende middelen exploreren en ermee experimenteren.
 8. Strategieën aanwenden bij het creëren.
 10.4: De oppervlakte van het tekenpapier functioneel aanwenden.
 16. De leerlingen kunnen het materiaal verkennen waarmee ze zich
beeldend kunnen uitdrukken.
Lesdoelen  De leerlingen begroeten Amélie in het Frans.
 De leerlingen benoemen verschillende dieren.
 De leerlingen zingen het lied ‘Dans la ferme des martiens’
 De leerlingen maken wasknijperdieren.
 De leerlingen nemen in het Frans afscheid van Amélie.
Dit is het laatste lesje dat in het 1ste leerjaar gegeven wordt.
Beginsituatie
Deze lessen werden reeds uitgevoerd:
 Kennismaking met het ankerfiguur.
 Begroeting en zichzelf voorstellen.
 Tellen van 0 tot 10.
 Delen van het lichaam.
 De dagen van de week.
Materiaal  Handpop Amélie (box)
 Prenten van de dieren (box)
 Liedtekst ‘Dans la ferme des martiens’ (liedbundel)
 Knutselmateriaal: karton, verf, schaar, lijm
20
Uitwerking Inleiding (5 minuten):
Amélie begroet de kinderen in het Frans. Ze vertelt aan de kinderen dat ze
gisteren naar de boerderij is geweest en dat ze daar heel veel vriendjes is
tegengekomen.

Kern (15 minuten):


Amélie toont enkele prenten en vraagt aan de kinderen wat ze zien. Ze
hangt de prenten op bord en zegt daarbij de Franse benamingen.
Lied:
Amélie zingt het lied ‘Dans la ferme des martiens’. Daarna wordt het lied
stap voor stap aangeleerd. De leerkracht duidt ondertussen de prenten aan
op het bord.
Beeldopdracht: Wasknijperdieren.
Amélie: ‘Als ik niet op de boerderij ben mis ik mijn vriendjes wel. Jullie
kunnen mij helpen. We gaan namelijk zelf een boerderij maken.’

Alle leerlingen krijgen een stukje karton. Daarop tekenen ze een dier van
de boerderij dat zij het leukste/mooiste vinden. Het dier kan ingekleurd
worden met kleurtjes of verf. Daarna worden de kartonnen dieren op een
wasknijper gekleefd.
De leerkracht vertelt de kinderen wat ze van de werkjes vindt. Ze doet dit
met de volgende Franse woorden: magnifique, fantastique, superbe, tres
bien,…

Slot (5 minuten):
De kinderen zingen het lied een laatste maal. Amélie neemt in het Frans
afscheid van de kinderen.

Bordschema

les martiens les vaches les chevaux


GVBS les
Wbrebis les chats
ONDERWIJS
les chiens

21
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

2. LIEDBUNDEL

2.1 BONJOUR AMÉLIE

Dit liedje heeft dezelfde melodie als het Nederlandse ‘Zeg ken jij de mosselman’.

22
J

Bonjour.

Bonjour.

Bonjour Amélie.

Comment ça va? Comment ça va?

Bienvenue dans notre classe.

Est-ce que tu veux rester?

2.2 LA BALLADE DES CHIFFRES

Dit liedje is heel leuk en makkelijk aan te leren. Je zingt telkens één zin voor. De
leerlingen zingen onmiddellijk na en imiteren het gebaar dat je maakt.

23
2.3 TÊTE, ÉPAULES ET GENOUX, PIEDS

24
2.4 JEAN PETIT QUI DANSE

Terwijl de kinderen de eerste twee zinnen zingen (‘Jean petit qui danse’) kunnen ze per
twee ronddraaien. Bij de volgende zin laten ze elkaar los en maken een gebaar met
25
het lichaamsdeel dat bezongen wordt (‘de son pied il dans’ =hard stampen) Je kunt
verschillende lichaamsdelen kiezen die je in de voorlaatste zin opsomt, telkens met
het juiste gebaar erbij. (Bijv: ‘de son nez, nez, nez; de son bras, bras, bras; de sa
main main main; de son pied, pied,pied… Ainsi danse Jean Petit.’)

2.5 LA SEMAINE

Dit liedje heeft dezelfde melodie als het Nederlandse ‘Zeg ken jij de mosselman’.

26
Lundi, mardi, mercredi,

jeudi, vendredi, samedi.

Dimanche la semaine est finie.

Aujoud’hui on est jeudi

et demain, c’est vendredi.

Hier, on était mercredi

2.6 MON COQ EST MORT

27
Dit liedje is ook een canon: na de eerste zin tweemaal gezongen te hebben, valt de
volgende groep in. Leuk is om met de kinderen nieuwe strofen te maken rond andere
dieren van de boerderij: ‘mon chien est mort’, ‘mon cheval est mort’,…. De kinderen
zoeken dan naar het juiste geluid dat erbij hoort.

2.7 DANS LA FERME DES MARTIENS

28
Bij het aanleren van dit lied kan je de prenten gebruiken. Duidt deze aan wanneer je
aan het zingen bent. Zo zullen de kinderen het lied sneller mee kunnen zingen.

2.8 SUR LE PONT D’AVIGNON

29
Je kan de kinderen een foto tonen van de brug. Op die manier breng je hen ook een
beetje cultuur bij.

Dit liedje gaat over de mensen die dansen op de brug van Avignon. (Franse stad in de
Provence). De brug werd in de 12de eeuw gebouwd, was 900m lang en had 19 bogen.
Maar in de 17de eeuw stortte ze deels in en nu is er enkel nog het deel dicht bij de
stad.

Tijdens het refrein wordt er in een kring rondgestapt. Tijdens elke strofe wordt er
uitgebeeld: de heren nemen hun hoed af om de dames te groeten, de dames maken
een buiging.

2.9 FRÈRE JACQUES


30
2.10 JOYEUX ANNIVERSAIRE

31
GVBS WONDERWIJS

32
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

3. GEDICHTENBUNDEL
Ter inspiratie

33
Le roi des animaux

Dangereux et vif est le léopard


Et ô combien rapide est le guépard
Le cerf si majestueux est vraiment beau
Mais c'est le lion, le roi des animaux.

Edouard , de Courbevoie, 12 ans

J'aime l'été

Soleil jaune, brille dans le ciel


Et abeille prend le polaine pour faire
du bon miel
Je fais de la bicyclette
Et sonner ma sonnette

J'ai vu les beaux oiseaux


Ils chantent et volent librement
L'été, c'est le temps pour se baigner
J'aime l'eau quand il fait chaud

Fleur tu fais réjouir mon coeur


Avec ta belle couleur et ton odeur

Bon été : Dit le soleil !!!!!

Youssefi Ahlame, 11 ans

34
Pour tous les enfants du monde,

J'aimerais qu'en cette seconde


Toutes les boîtes à musique
Deviennent boîtes magiques.

Et qu'à jamais sur la terre


Disparaisse la misère
Et que partout à l'unisson
On fredonne cette chanson !

Noémie, de Montréal, 10 ans

35
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4. TUSSENDOORTJES

36
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.1 TUSSENDOORTJE

Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

37
Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen het tellen in het Frans.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

Om dit spel te spelen moeten de kinderen les 3 van het 1ste leerjaar zeker
Beginsituatie
gehad hebben.

Materiaal  Bingokaarten (box)


 Kaartjes om te trekken in zakje (box)

De leerlingen krijgen elk een kaart met daarop 8 cijfers.


Uitwerking

Amélie trekt cijfers en leest ze voor in het Frans. Als de leerlingen het cijfer
terug vinden leggen ze een blokje op het cijfer. Als ze een blokje op
alle cijfers hebben gezet roepen ze ‘bingo’.

De leerkracht controleert zeker of de kinderen de cijfers goed begrijpen.


GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.2 TUSSENDOORTJE

Le jeu des chiffres.


Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
38
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.
Doelen  De leerlingen oefenen het tellen in het Frans.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
Om dit spel te spelen moeten de kinderen les 3 van het 1ste leerjaar zeker
Beginsituatie
gehad hebben.

Materiaal  Balletje
 Cijferkaartjes (box)
Amélie geeft aan elke leerling een cijferkaartje. Amélie noemt 2 cijfers in
Uitwerking
het Frans. De kinderen die dit cijfer gekregen hebben verwisselen van
plaats.

Variante:
- De leerlingen staan tegenover elkaar achter de lijn. In het midden ligt
een balletje. Wanneer Amélie een nummer roept moeten de kinderen
met het genoemde nummer het balletje zo snel mogelijk gaan halen.

- Dit spel kan je ook spelen door kinderen in plaats van cijfers, kleuren
te geven.
- Kinderen die dezelfde kledingstukken aanhebben verwisselen van
plaats wanneer de leerkracht het kledingstuk noemt.
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.3 TUSSENDOORTJE

Le jeu du dé.
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

39
Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.
Doelen  De leerlingen oefenen het tellen in het Frans.
 De leerlingen voeren verschillende opdrachten uit.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
Om dit spel te spelen moeten de kinderen les 3 van het 1ste leerjaar zeker
Beginsituatie
gehad hebben.

Verder hangt de beginsituatie af van de soort opdrachten die je geeft. Je


kan deze zelf aanpassen naar de moeilijkheidsgraad die de kinderen al
aan kunnen.
Materiaal  Muizendobbelsteen (box)

De leerlingen zitten in een kring en gooien om de beurt met de


Uitwerking
dobbelsteen. Bij elke hoort worp een opdracht die de kinderen moeten
uivoeren.

Mogelijke opdrachten (makkelijk) Mogelijke opdrachten (moeilijk)


1 = Fermer les yeux. 1 = Chanter une chanson.
2 = Taper des pieds. 2 = Mimer un animal.
3 = Claquer tes doigts. 3 = Dessiner un vêtement.
4 = Taper tes cuisses. 4 = Nommer cinq animaux.
5 = Frapper dans tes mains. 5 = Presenter sa famille.
6 = Prendre un stylo. 6 = Compléter cinq phrases.
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.4 TUSSENDOORTJE

Le jeu du pictionnaire.
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

40
Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De beginsituatie hangt af van wat je de kinderen laat tekenen. Je kan dus


Beginsituatie
zelf bepalen welke woordenschat je met dit spel wil herhalen.

Materiaal  Bord
 Kleurenkrijt
De klas wordt in 2 groepen verdeeld. Amélie zegt tegen 1 kind van groep 1
Uitwerking
wat er moet getekend worden. Enkel de kinderen van groep 1 mogen
raden. Als groep 1 heeft geraden wat er getekend werd krijgen ze een
punt. (Het Franse woord moet gegeven worden.) Daarna is groep 2 aan de
beurt.

Mogelijke opdrachten:
- Fruit: appel, peer, banaan,…
- Lichaamsdelen: hand, voet, hoofd, knie,…
- Dieren: hond, kat,…
- Sport: voetbal, tennis,…
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.5 TUSSENDOORTJE

Amélie a dit.
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

41
Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De beginsituatie hangt af van wat je de kinderen laat doen. Je kunt dus


Beginsituatie
zelf bepalen welke woordenschat je met dit spel wil herhalen.

Materiaal  Geen extra materiaal nodig.

De leerlingen staan achter hun stoel. De leerkracht zegt verschillende


Uitwerking
opdrachten in het Frans. De leerlingen mogen deze enkel uivoeren als de
leerkracht eerst ‘Amélie a dit’ gezegd heeft. Als ze enkel de opdracht zegt
blijven de kinderen stil staan.

Omdat de kinderen in het begin nog niet veel opdrachten begrijpen, begin
je met 2 eenvoudige opdrachtjes. De volgende keer kan je de 1 of 2
opdrachten extra invoeren. Op die manier leren de kinderen stap voor stap
nieuwe Franse uitspraken bij.

Voorbeeld:

 Amélie a dit: ‘les mains sur la tête’ → De leerlingen leggen de


handen op het hoofd.

 ‘Tapez des pieds’ → De kinderen bewegen niet. Wie toch beweegt


gaat zitten.

Mogelijke opdrachten:

 Chanter une chanson.


 Taper des pieds.
 Claquer tes doigts.
 Taper tes cuisses.
 Frapper dans tes mains.
 Mimer un animal.
 Dessiner un vêtement.
 Nommer cinq animaux.
 Jouer de la flûte.

42
 Jouer du saxophone.
 Jouer de la guitare.
 Danser.
 Sauter à la corde.
 Jouer au football.
 Jouer au tennis.
 Savoir nager.
 Faire du judo.
 Faire du ski.
 …

GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.6 TUSSENDOORTJE

Le jeu du mime.
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:

43
 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.
De beginsituatie hangt af van wat je de kinderen laat uitbeelden. Je kan
Beginsituatie
dus zelf bepalen welke woordenschat je met dit spel wil herhalen.

Materiaal  Geen extra materiaal nodig.

De klas wordt in 2 groepen verdeeld. Amélie zegt tegen 1 kind van groep 1
Uitwerking
wat er moet uitgebeeld worden. Enkel de kinderen van groep 1 mogen
raden. Als groep 1 heeft geraden wat er uitgebeeld werd krijgen ze een
punt. ( Het Franse woord moet gegeven worden.) Daarna is groep 2 aan
de beurt.

Mogelijke opdrachten:
- Fruit: appel, peer, banaan,…
- Lichaamsdelen: hand, voet, hoofd, knie,…
- Dieren: hond, kat,…
- Sport: voetbal, tennis,…
- …
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.7 TUSSENDOORTJE

Le jeu de kim.
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
44
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De beginsituatie hangt af van welke voorwerpen je op tafel legt. Je kan dus


Beginsituatie
zelf bepalen welke woordenschat je met dit spel wil herhalen.

Materiaal  Voorwerpen
 kaartjes
Amélie legt verschillende voorwerpen/kaartjes op tafel en overloopt ze in
Uitwerking
het Frans met de kinderen. Daarna sluiten de kinderen de ogen. Amélie
neemt 1 voorwerp/kaartje weg. De kinderen zeggen welk voorwerp ze niet
meer zien. Daarna neemt Amélie 2 voorwerpen weg….

Varianten:
- Alle kaartjes hangen op het bord. Een leerling benoemt een kaart in het
Frans en neemt het weg. De volgende leerling neemt ook een kaart weg
en benoemt haar/zijn kaart en de vorige.

- Aan sterke leerlingen kan je vragen om zinnen te maken met de


woorden.
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.8 TUSSENDOORTJE

Le jeu de mémoire
Onderwerp
10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


45
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De beginsituatie hangt af van welke kaartjes je gebruikt. Je kan dus zelf


Beginsituatie
bepalen welke woordenschat je met dit spel wil herhalen.

Materiaal  kaartjes

De leerkracht hangt verschillende kaartjes aan het bord. Elke leerling mag
Uitwerking
om beurten 2 kaartjes om draaien en verwoord in het Frans wat er op de
kaartjes staat. Als een leerling 2 dezelfde kaartjes heeft krijgt hij/zij deze.
Zijn de kaartjes verschillend, worden ze terug omgedraaid. Vervolgens is
het aan het volgende kind. Het doel is om zo alle kaarten die bij elkaar
horen terug te vinden.

Varianten:
- Je kan ook 2 lessen door elkaar oefenen (fruit – dieren)
- Je kan de kinderen prenten laten combineren die bij elkaar horen:
(broek en tui – fruitmand en peer)

GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.9 TUSSENDOORTJE

Je pars en voyage et j’emporte dans ma valise un/une…


Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
46
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.


 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De leerlingen hebben al enkele lesjes Frans gekregen en hebben al


Beginsituatie
woordenschat opgeslagen.

Materiaal  Prenten (eventueel uit de lessen)

Elke leerling herhaalt de zin ‘Je pars en voyage et j’emporte dans ma valise
Uitwerking
un/une’ en voegt een voorwerp toe. De volgende leerling herhaalt de zin,
herhaalt het voorwerp van de vorige en voegt zelf een voorwerp toe.

Varianten:
- De leerlingen houden de objecten in hun hand.
- De leerlingen kiezen objecten die in de klas staan.
- De leerkracht kan een lijst met woorden op bord schrijven waaruit de
leerlingen kunnen kiezen.
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

4.10 TUSSENDOORTJE

Trou de serrure
Onderwerp

10 minuten.
Tijdsduur

Leerplansituering Doelen gekoppeld aan het leerplan Frans:


 Lu. 1: Tonen dat ze auditief aangeboden taalmateriaal begrijpen: een
korte instructie, een eenvoudige tekst, een vraag.
 Lu. 3: Blijk geven van de nodige luisterbereidheid.
 Lu. 4: Durven aangeven, eventueel in de moedertaal, dat een
boodschap niet begrepen is.
 Sp. 3: Woorden en beeldmateriaal combineren.

47
Doelen  De leerlingen oefenen gekende woordenschat in.
 De leerlingen beleven plezier aan de activiteit.

De leerlingen hebben al enkele lesjes Frans gekregen en hebben al


Beginsituatie
woordenschat opgeslagen. De prenten van de gegeven lessen kunnen ook
hier gebruikt worden.
Materiaal  Prenten (eventueel uit de lessen)
 Blad met sleutelgat in
De leerkracht hangt een prent aan bord met een blad eroverheen waaruit
Uitwerking
een sleutelgat is geknipt.

De leerlingen verwoorden wat ze zien. Ze fantaseren wat er allemaal te


zien zou zijn mochten ze de hele prent kunnen zien. Ze raden in het Frans
wat er onder het blad te zien is.

GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

5. WOORDENLIJST

48
Deze woordenschat vind je terug bij de verschillende lessen/liedjes of kan je
tussendoor zelf gebruiken om de kinderen instructies te geven.

49
Frans Nederlands
A Applaudissez! Applaudisseer!
Asseyez-vous! Ga zitten!
Au revoir ! Tot ziens!
Aujourd’hui Vandaag
B Bonjour! Goeiedag!
Bougez! Beweeg!
C Chantez! Zing!
Claquez les doights! Knip met je vingers!
Comment ça va? Hoe gaat het?
D Demain Morgen
Dessinnez! Teken!
E Ecoutez bien! Luister goed!
Entrez les enfants! Kom binnen kinderen!
Et toi? En jij?
F Fantastique! Fantastisch!
Formez un cercle! Maak een kring!
Frappez dans tes mains! Klap in je handen!
H Hier Gisteren
J J’ai bien dormi. Ik heb goed geslapen.
Je m’appelle… Ik heet….
Joyeux anniversaire! Gelukkige verjaardag!
M Magnifique! Prachtig! fantastisch!
Q Quel âge avez-vous? Hoe oud bent u?
R Répétez! Herhaal!
S Sautez! Spring!
Sortez! Ga buiten!
Superbe! Schitterend! Prachtig!
T Tapez tes cuisses! Klap op je billen!
Très bien! Heel goed!

50
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

6. BRONNEN

51
 Vanderhauwaert, R., Vreemdetalenonderwijs in het gewone basisonderwijs, VVKHO
FrBaO/DOC/05-06/01, 24 oktober 2005, pp. 9-10.
 Cursus Frans mevrouw Delaruelle 2e jaar bachelor lager onderwijs.
 Handleiding Cocorico, taalinitiatie Frans voor de 2de graad, Pelckmans.
 Handleiding Alex et Zoë, Wolters Plantyn.
 Handleiding Tatou, Averbode
 Van Humbeeck, S., Mijn eerste Franse woorden, Aartselaar, Uitgeverij N.V., 144.
 Janssen, G., Het grote knutselboek voor kinderen, Aarstelaar, Deltas, 143
 http://www.taalinitiatie.be/
 http://www.franceweb.fr/poesie/enfants/poeme.htm#

52
GVBS WONDERWIJS
Grote Poerdam 1
Haasdonk
Debby De Cauwer

BIJLAGE
53
54